,,ur5 ,,met ,,s*op5hau] ,,e5 ,,keur ,,van ,,/ukk5 ,,uit ,,zijne ,,w]k51 ,,v]taald ,,en ,,van ,,e5 ,,inleid+ ,,en ,,aanteek5+5 ,,voorzi5 ,,door ,pr(4 ,dr4 ,jhr4 ,b4 ,h4 ,c4 ,k4 ,,van ,,d] ,,wijck ,,uitgegev5 ,,door ,,de ,,holl&ia-,,drukk]ij ,,te ,,ba>n ,,9 ,,het ,,ja> ,,mcmxvi ,,twe$e ,,druk ,to5 ik kort na de v]s*ijn+ van zijn mooi boek ov] ,augu/e ,comte tot ,littr de opm]k+ maakte1 dat zijn mee/] en vri5d e5 hoog/ onaang5aam m5s* bleek gewee/ te zijn1 luidde het bem9nelijk ma> e5zijdig antwoord3 ,n'importe2 l'homme passe1 l'uvre re/e04 ,afs*eid+ van d5 p]soon en zijn w]k is onh\dba>1 t5zij het w]k e5 /el onp]soonlijke1 b4v4 wiskundige wa>h$5 behel/4 ,onh\dba>1 wanne] er van e5 lev5sopvatt+1 e5 w]eldbes*\w+1 e5 kun/w]k sprake is1 omdat zi* da>9 temp]am5t en k>akt] van d5 m5s* afspiegel54 ,hi] moet ik tweerlei gee/esri*t+1 die van d5 intellektuali/ en die van d5 volunt>i/1 ond]s*eid54 ,het v]s*il tuss*5 beid5 doet zi* re$s 9 de middeleeuw5 voor4 ,m5 d5ke aan de teg5/ell+ tuss*5 ,?omas van ,aqu9o en ,duns ,scotus4 ,de e]/e me5t1 dat het hoog/e geluk 9 niets &]s gezo*t moet word5 dan 9 v]/&sw]kzaamheid1 wijl er ge5 v]hev5] bege]te is1 dan die om de wa>heid te doorgrond504 ,het /aat bij hem onvoorwa>delijk va/1 dat de le] d] ,k]k de wa>heid is1 en nu is er volg5s hem ge5 s*oon] lev5sdoel dan d5 inh\d van die le] zoo go$ mogelijk te v]/aan4 ,ook ,duns ,scotus gaat van de wa>heid van het k]kelijk gelo( uit en hij ontk5t niet1 dat er b4v4 voor het be/aan van ,god bewijz5 te lev]5 zijn1 welke door i$]1 die zijn v]/& wil gebruik5 als afdo5de moet5 word5 erk5d4 ,9 de opvatt+ van het lev5sdoel e*t] /aat bij ,duns ,scotus niet de !orie1 ma> de practijk op d5 voorgrond4 ,de !ologie moet volg5s hem niet /rekk5 om d5 m5s* van zijne onkunde te v]loss51 ma> om hem door kra*t van r$55 tot dat z$elijk h&el5 te br5g51 wa>van de zaligheid1 het g5iet5 van het goddelijke afhangt4 ,duns ,scotus is ev5 re*t geloovig als ,?omas en zelfs veel onv]draagzam]1 ma> s*eurt het weefsel d] r$5e]+5 van d5 laat/e bij m5ige geleg5heid uite5 en zegt3 niet het syllogisme heeft wa>de voor d5 godsdi5/1 do* enkel het gelo(1 niet het v]/& is de k]n d] m5s*elijke p]soonlijkheid1 do* de wil4 ,het v]s*il tuss*5 deze beide k]kle]>5 bra*t ,lu!r er toe te zegg53 ,duns ,scotus is e5 voortreffelijk mee/]1 ma> ,?omas van ,aqu9o is e5 babbela>4 ,ook 9 d5 nieuw5 tijd doet zi* het kontra/ tuss*5 intellektualisme en volunt>isme geld54 ,do* het neemt soms e5 &]5 vorm aan4 ,let op teg5voet]s als ,hegel en ,s*op5hau]4 ,tot re*t v]/& van ,s*op5hau] wil ik ov] de betrekk+ tuss*5 beid5 iets zegg54 ,mee/al spreekt m5 van will51 wa> met ov]da*t5 rade geh&eld wordt4 ,laat ons d5 t]m wil0 ruim] nem5 en da>ond] sam5vatt53 lu/1 onlu/1 h>t/o*t1 bl9de drift1 i$] /rev5 9 e5 zek]e ri*t+1 drang tot zelfbeh\d1 kortom alles wat de s*epsel5 d] natuur op e5 zek]e wijze doet w]k54 ,m5 /elle da>teg5 ov] wat tot de sfe] van het intellekt behoort3 gewa>word+1 voor/ell+1 g$a*te1 r$e4 ,dan laat zi* met ,s*op5hau] zegg53 wil is het e]/e en het algeme5e1 het alomteg5woordige4 ,wil is het e]/e1 niet k5nis1 niet !orie4 ,wij noem5 iets go$1 wijl wij het bege]52 niet omgeke]d bege]5 wij het1 omdat wij inzi5 dat het go$ is4 ,de mee/ treff5de s*ild]+ van e5 hoog en edel doel laat ons k\d als ijs1 t5zij onze wil met d5 inh\d van dat ideaal in/emt4 ,het intellekt k5t ge5 wa>d51 enkel het gemo$ doet ons 9 gee/drift ont/ek54 ,als e5 mo$] het voegzaam en go$ noemt dat zij zorgt voor ha> k9d1 dan is dat niet1 omdat zij bewijz5 kan dat dit gepa/ is1 ma> omdat het h>t ha> noopt ov] dat zwakke s*epseltje te wak54 ,zoo is ook wil het mee/ algeme5e4 ,da> m5 het onbek5de door het bek5de en niet omgeke]d het bek5de door het onbek5de moet v]kl>51 ligt het voor de h& natuurkra*t liev] tot wil te h]leid51 dan omgeke]d wil als kra*t op te vatt54 ,wij zull5 dus sprek5 van e5 onbewu/5 wil1 die de /]r5 9 h>e ban5 doet rondloop51 die d5 boom zijn wortels omlaag1 zijn takk5 omhoog doet drijv51 van e5 ov]al w]kzam5 wil1 van bl9de a&rift1 die t5 slotte enkel bij de hoog] /a&e di]51 9 voor/ell+ en d5k51 9 het intellekt1 zi* e5 li*t ont/eekt1 om het bege]de door doeltreff5de keuze van middel5 des te zek]d] te b]eik54 ,imm]s intellekt /aat oorspronkelijk geheel 9 d5 di5/ van het lev52 e]/ op e5 aanzi5lijk5 trap van bes*av+ h\dt het op slaaf te zijn1 komt het tot vrijheid1 v]toont het zi* als onbaatzu*tige liefde tot wa>heid4 ,zi$a> ,s*op5hau]'s le]4 ,ne51 zegt de intellektuali/ als ,hegel3 r$e1 logos1 ,god is oorsprong d] w]eld1 is albehe]s*5d beg9sel4 ,bewu/ ( onbewu/ gaat i$] ond]zoek van de hypo!se uit1 dat de w]kelijkheid begrijpelijk is1 dat zij 9 g$a*t5 kan word5 omgezet1 dat dus g$a*t5 9 ha> beli*aamd zijn4 ,volg5s deze ond]/ell+1 zond] welke drang na> wet5s*ap doelloos z\ zijn1 is dus g$a*te de wortel van het univ]sum1 albeweg]1 alomvatt5de oorzaak1 aanvang en tev5s doel d] w]eld4 ,om het 9 de taal d] vrom5 uit te drukk53 ,god is ,s*epp] en tev5s e9ddoel van het al4 ,wa>toe di5t de natuur8 ,welke is de z91 die zi* 9 de ges*i$5is van ons gesla*t v]tolkt8 ,natuur en ges*i$5is zijn er om de w]kelijkheid tot zelfbewu/zijn te do5 kom51 om d5 e9dig5 m5s*1 die van ,gods gesla*t is1 zi* als e5 one9dig w]eldwez5 te do5 k5n54 ,het ond]s*eid tuss*5 ,hegel en ,s*op5hau] is1 dat zij zi* het hoog/e go$ niet op dezelfde wijze afbeeld5 en di5t5gevolge aan het zijnde e5 v]s*ill5de taak opdrag54 ,voor ,hegel is het edel/e en voornaam/e e5 d5k51 dat niet door invall5 en vooroordeel5 ge/oord wordt1 en enkel de wet van zijn ontwikkel+ volgt4 ,wa> zoo de individualiteit van d5 kle95 m5s* op d5 a*t]grond wordt geh\d51 is er ge5 klo( me] tuss*5 zijne r$e en de goddelijke r$e1 ma> zijn beid5 n4 ,van de ma*t van het vrije1 zuiv] zakelijke1 e*t gee/elijke d5k5 kan m5 alles v]wa*t52 voor zoodanig d5k5 be/aan er ge5 onpeilb>e diept51 ge5 onb]eikb>e hoogt52 /e$s door dezelfde wet d] noodzakelijkheid vooruitg$rev51 raakt het t5 slotte 9 het bezit d] one9digheid en wordt het 9 w]kelijkheid wat het van d5 aanvang af 9 aanleg 03 alomvatt5d zelfbewu/zijn4 ,geheel &]s /elt e5 man als ,s*op5hau] zi* het hoog/e ideaal voor4 ,alles 0 bij hem kolossaal3 zijn intellektueele behoefte1 die hem re$s vroeg na> e5 oploss+ van het w]eldraadsel de$ hunk]5 en hem /e$s met dezelfde problem5 de$ rondloop5 tot hij t5 slotte niet kon zegg5 wat er het e]/ 9 hem 0 gewee/3 zijn k5le]1 zijn kosmologie1 zijn e?ika1 zijn /hetika4 ,het /elsel 0 9 hem gegroeid1 gelijk e5 k9d 9 d5 mo$]s*oot4 ,da> naa/ /ond zijn buit5sporig gevoel van eig5wa>de1 dat hem op alles de$ vitt5 en hem op &]e m5s*51 enkele g5ien uitgezond]d1 met g]+s*att+ liet ne]zi54 ,goe!1 die zi* tot d5 g5ial5 jongel+ aangetrokk5 gevoelde1 s*reef de volg5de wa>s*uw5de woord5 9 zijn album3 ,will/ du di* de9es ,w]tes freu51 ,s mus/ d] ,welt du ,w]t v]leih'n04 ,t5 slotte bezielde hem e5 heftige drang na> z9nelijk g5ot1 die hem tot tijdelijke s*ade van zijn gezondheid a*t] ,v5us ,vulgivaga de$ aanloop54 ,flaub]t vo]t erg5s de ,ontu*t aldus sprek5de 93 ,m5 rept zi* na> sam5kom/51 die ang/ inboezem54 ,m5 legt zi* ket55 aan1 die m5 v]w5s*t4 ,vanwa> de betoov]+ d] li*tekooi51 de buit5sporigheid d] droom5--vanwa> mijne onmetelijke droefheid80 ,deze woord5 z\d5 ,s*op5hau]1 die zoo diep ne]sla*tig kon zijn1 uit de ziel zijn gesprok54 ,als #ah-;j>ig jongel+1 zong hij re$s van de hel0 van d5 z9n5lu/4 ,zoo 0 hij dus e5 onh>monis*e natuur1 die1 gelijk &]e d5k]s1 op d5 zijnsgrond ov]bra*t wat hij 9 zi* zelf vond4 ,het inn]lijk wez5 d] w]eld is volg5s hem wil1 die niets wil dan als wil be/aan1 bl9de op ge5 doel g]i*te wil1 die ge5 bevr$ig+ k5t1 bijgevolg onzalig is4 ,behalve d5 wil is er nog de mat]ie4 ,die mat]ie is niet e5 gewro*t van d5 wil1 ma> zijn v]s*ijn+1 geobjektive]de wil1 welke niets op zi* zelf is1 do* enkel 9 de voor/ell+ van individun be/aat4 ,op zi* zelf is er uitsluit5d het inn]lijk v]s*eurde1 teg5 zi* zelf v]deelde1 ov]al gelijke bl9de will54 ,zoo heeft dus de w]eld twee zijd53 e5 inn]lijke en e5 uit]lijke2 9 beide opzi*t5 is zij sle*t en rampzalig4 ,is er v]loss+ mogelijk8 ,het intellekt1 als het e5 hoog5 graad van ontwikkel+ b]eikt1 doorziet dat ,wil vloekva>dig is en doet dan zegg53 ,wil om te lev5 moet g$ood word51 zal er vr$e zijn4 ,groote w]eldgodsdi5/51 als ,*ri/5dom en ,buddhisme1 wijz5 ons hi] d5 weg1 die door bewond]5swa>dige ascet5 met go$ gevolg bew&eld w]d4 ,ook kun/ en wet5s*ap zijn middel5 om1 al?ans tijdelijk1 v]za*t+ van le$ te v]s*aff54 ,want de m5s* v]geet zi* zelf1 als hij 9 onbaatzu*tige bes*\w+ opgaat4 ,v]s*ill5de p]son5 sm$5 uit hetzelfde metaal v]s*ill5de wap554 ,hegel gelo(de aan de he]s*appij van r$e 9 natuur en ges*i$5is4 ,da>aan gelo(d5 ook &]e groote wijsge]51 ,kant1 ,fi*te1 ,s*ell+1 ,s*lei]ma*]1 i$] op zijne wijze4 ,s*op5hau]1 hij het all]e]/1 niet4 ,die orig9eel waagde het luide te v]kondig51 dat de w]eld all]m9/ op e5 godsop5b>+ gelijkt4 ,na> dat rondbor/ig getuig5is w]d aanvankelijk niet gelui/]d4 ,het druis*te zoo geheel teg5 de he]s*5de ov]tuig+5 91 dat m5 er ge5 notitie van nam4 ,wanne] er iets van zijn kloeke /em tot de vrijwillig doov5 doordrong1 dan w]d zijn woord met hoon ontvang54 ,s*op5hau] v]gold het hun dapp] door ze all5 te gad]1 ,hegel 9 de e]/e plaats1 voor kwakzalv]s en ,uns9ns*mi]]0 uit te s*eld54 ,zooals de wa>d is1 v]tr\wt hij zijn ga/54 ,dit ietwat platte spreekwoord behel/ e5 diepe wa>heid4 ,i$] is g5eigd wat hij als k]n van zijn eig5 wez5 me5t te ontdekk51 voor k]n d] geheele w]kelijkheid te h\d54 ,tot ,s*op5hau] toe 0 alle philos(ie m9 ( me] e5 komplim5t1 dat het intellekt zi* zelf maakte4 ,het begroette 9 de bespiegel+ d] d5k]s zi* zelf als w]eldma*t4 ,dit v]&]t bij ,s*op5hau]1 die met zijn intellekt het teg5deel ervan1 het onr$elijke1 op d5 w]eldtroon plaat/4 ,natuurlijk heeft dit pessimisme t5 gevolge4 ,en ev5 natuurlijk wordt het ?ans de groote vraag ( en hoe ,zeus 7het ,intellekt7 er 9 slag5 kan om d5 vloekwa>dig5 ,titan1 d5 wil om te be/aan1 9 d5 ,t>t>us te /ort54 ,?ans begrijp5 wij hoe ,hegel en ,s*op5hau] van dezelfde prmis uitga&e tot e5 geheel teg5ge/elde le] kond5 kom54 ,beid5 h\d5 va/ aan het dogma d] algeme5e relativiteit4 ,de d+5 zijn er enkel 9 betrekk+ tot elk&] en tot d5 gee/1 t]wijl de gee/ er enkel 9 betrekk+ tot de d+5 is4 ,do* als alles enkel voor iets &]s be/aat1 dan be/aat niets voor zi*zelf1 dan is er op de kep] bes*\wd niets4 ,wij moet5 dus aannem51 dat het n en het al1 dat het univ]sum1 voor zi* zelf be/aat1 subjekt en tev5s objekt1 d5k5 en zijn1 enheid van beide1 gee/ is1 dat het kan zegg53 ik heb zelfbesef4 ,het univ]sum is het zelf/&ige1 dat van niets afhangt1 wa>voor dus noodzakelijkheid en vrijheid sam5vall54 ,zoo conclude]t ,hegel en is optimi/1 intellektuali/4 ,ma> ,s*op5hau] zegt3 wij moet5 dus aannem51 dat het univ]sum voor zi* zelf be/aat1 dat de bl9de drift1 het onr$elijke 9 ons en buit5 ons1 dat de inn]lijk v]deelde1 onzalige wil het wa>a*tig zijnde is4 ,zoo is ,s*op5hau] pessimi/ en volunt>i/4 ,s*op5hau]'s onvoorwa>delijk pessimisme1 dat zelfs de mogelijkheid d] v]bet]+ van individu5 en maats*appelijke toe/&5 buit5sluit1 hangt sam5 met zijn bl9dheid voor bepaalde feit5 van het gee/elijk lev54 ,als re*tgea>d zoon van e5 romantis* tijdp]k _h hij groote sympa?ie voor my/ici en voor ascet51 ook als deze ,*ri/55 w>54 ,do* het geheim dat ,*ri/us d] w]eld geop5ba>d heeft3 het ,kon9krijk ,gods is b9n5 9 u1 het woont 9 u als e5 9 d5 akk] v]borg5 s*at1 _h hem1 zoo die boods*ap ook tot hem doorg$rong5 w>e1 we]h\d5 om het m5s*elijk lot enkel jamm] en ell5de te noem54 ,s*op5hau] droeg oogklepp51 welke hem belett5 te zi5 wat niet 9 het kad] van zijn /elsel pa/e4 ,_h hij beseft1 dat onze a>de d5 hemel kan h]b]g51 dan z\ hij de w]eld niet zoo sle*t hebb5 g5oemd als ma> e5ig]mate met ha> voortbe/aan zi* nog laat rijm54 ,do* hi] /eunt ,s*op5hau] op de le] van ,buddha1 welke v]d] van die van ,*ri/us af /aat dan de e5e /] van de &]e4 ,niet volg5s ,*ri/us1 ma> volg5s ,buddha is het lev5 enkel lijd5 en is het e5ig bege]lijke v]loss+ van het lijd5 door d5 dood4 ,ma> het gewone /]v5 is volg5s ,buddha en ,s*op5hau] ge5 e*t /]v51 want er be/aat zielsv]huiz+3 dezelfde individu5 word5 telk5s opnieuw gebor54 ,de w]kelijk bevrijd5de dood is enkel voor hem mogelijk1 die alles wat hem aan het lev5 boeit van zi* w]pt1 alle liefde1 alle hop51 alle w5s*5 9 zi* v]nietigt1 m4a4w4 lev5d /]ft4 ,met deze le]1 welke door ,s*op5hau] w]d aanva>d1 vormt de ,*ri/elijke1 wa>aan hij voorbijg+1 e5 teg5/ell+4 ,ov]ig5s rijmt zijn pessimisme sle*t met wat hij1 t5 deele al?ans1 van ,plato _h ov]g5om54 ,hij erk5t eeuwige1 onv]&]lijke1 bov5 tijd en ruimte v]hev5 typ51 ideen ( soort51 welke1 met voortbr5g5de kra*t uitg]u/1 zi* v]w]kelijk5 9 de exempl>5 van di]5 en plant51 die hi] op a>de gebor5 word5 en /]v54 ,hoe kan de bl9de en onbepaalde wil van ,s*op5hau]1 die enkel wil is om te will51 zi* 9 grondvorm5 objektive]51 welke de bes*\w+ d] natuur e5 arti/iek g5ot do5 zijn8 ,het idealisme van ,plato is e5 willekeurig +es*ov5 be/&deel 9 het sy/eem van onz5 irrationali/4 ,de w]eld is mijne voor/ell+01 zi$a> de e]/e volz9 van ,die ,welt als ,wille und ,vor/ellung01 het boek dat het sy/eem van ,s*op5hau] behel/4 ,hij noemt zi* discipel van ,kant1 ma> draagt er roem op e5 zelf/&ig volgel+ te zijn4 ,ind]daad wijkt hij ze] van ,kant af4 ,van ,s*op5hau] kan gezegd word51 dat hij1 de mee/ gelez5e1 imm]s de mee/ leesb>e van alle mod]ne philos(51 ook het mee/ heeft bijg$rag5 om de kritiek van d5 beho$zam5 ,kant1 die ge5 wet5s*ap buit5 die d] erv>+ ov]e9d liet /aan1 9 v]getelheid te br5g54 ,de voorzi*tige oud]e d5k] z\ er zi* wel voor gewa*t hebb5 iets aanga&e de w]eld an si*1 de w]eld1 die buit5 het bewu/zijn en op zi* zelve be/aat1 te v]zek]54 ,da>voor 0 hij te anti-dogmatis*1 te ze] ov]tuigd1 dat m5 ge5 /ell+ zond] voldo5d5 k5grond mag aanva>d54 ,ma> ideali/ 0 hij ev5ze] als ,s*op5hau]1 want ook hij le]de dat de w]eld d] erv>+1 de w]eld d] objekt51 enkel 9 betrekk+ tot subjekt5 be/aat4 ,ook is het duidelijk wat ,kant en ,s*op5hau] b$oel54 ,het be/aan d] w]eld van objekt5 hangt volg5s h5 aan e5 enkel5 li*t5 draad1 het bewu/zijn1 wa>9 ze aanwezig is4 ,/el u voor dat alle bewu/zijn uitg$o(d w]d1 die w]eld zelve z\ da>m$e v]dwijn54 ,het eig5a>dige van e5 objekt is 9 de voor/ell+ van e5 subjekt te be/aan4 ,objekt en voor/ell+ zijn hetzelfde4 ,da>uit vloeit voort1 dat de geheele w]eld d] objekt5 voor/ell+ is en blijft4 ,alle5 het bewu/zijn is ons re*t/reeks gegev5 en die w]eld is er enkel als inh\d van bewu/zijn4 ,gelijk er ge5 objekt zond] subjekt is1 be/aat er omgeke]d ge5 subjekt zond] objekt1 ge5 bewu/zijn zond] inh\d4 ,subjekt en objekt zijn onafs*eidelijk gelijk re*ts en l9ks1 gelijk noord en zuid4 ,s*op5hau] tra*t zijne /ell+ nad] te /av5 door op de idealiteit van ruimte en tijd te wijz54 ,hij gebruikt da>bij de argum5t51 die ,kant 9 zijne transc5d5tale /hetiek0 heeft gegev54 ,b4v4 dit1 dat wij a*t]e5volg5s alles uit de ruimte kunn5 wegd5k51 ma> de ruimte zelve niet kunn5 kwijt rak54 ,zoodra wij welk /uk d] mat]ie ook ons voor/ell51 moet5 wij de geheele ruimte m$$5k54 ,da>uit volgt dat de ruimte bij ons behoort1 dat zij subjektief is1 dat dus ge/alte1 grootte1 beweg+1 al het ruimtelijke1 ev5e5s subjektief moet heet54 ,wij k5n5 niet de d+5 zooals zij op zi* zelve zijn1 ma> sle*ts gelijk zij v]s*ijn54 ,dit is de groote le] van d5 groot5 ,kant04 ,s*op5hau] voegt er aan toe1 dat het /ellig de mee/ absurde1 do* tev5s de mee/ vru*tb>e van alle dwal+5 is1 de one9dige ruimte als onafhankelijk van ons aanwezig te bes*\w54 dus te me55 dat e5 beeld van dat one9dige door de oog50 9 ons bre9 z\ dr+54 ,wie de ong]ijmdheid van die /ell+ doorziet1 weet tev5s dat de w]eld enkel h]s5phnome50 is1 dus als zoodanig met d5 dood d] h]s55 v]dwijnt1 om e5 geheel &]e w]eld ov] te lat51 de w]eld van het op zi* zelf zijnde1 die van d5 wil1 betreff5de welke het onz9 is te vrag53 wa> is zij8 da> zij met ruimte en tijd niets te mak5 heeft4 ,s*op5hau] zegt1 dat de ruimte 9 ons ho(d is4 ,ma> tev5s1 natuurlijk1 dat ons ho(d 9 de ruimte is4 ,zoo plaat/ hij met t]g5de zorgeloo%eid s*ijnba> teg5/rijdige /ell+5 naa/ elk&]4 ,hij zegt1 dat de h]s55 de atlas zijn1 wa>door de geheele w]eld wordt g$rag51 want de w]eld is voor/ell+1 en voor/ell+ is volg5s de le] d] physiolog5 aan de h]s55 gebond54 ,ma> &]zijds erk5t hij1 gelijk i$] die bij zijn z9n5 is1 dat alle h]s5brij te sam5 sle*ts e5 kle9 fragm5t van het univ]sum uitmaakt4 ,hi] is ge5 e*te contradictie4 ,het zi*tb>e1 dat wij h]s55 noem51 is de va/e voorwa>de van dat &]e onzi*tb>e1 dat voor/ell+1 illusie heet4 ,dit is e5 physiologis*e wa>heid1 welke gelijk alle natuurk5nis1 van de w]eld geldt1 die 9 tijd en ruimte is uitgebreid en dan als op eig5 voet5 /a&e wordt aangem]kt4 ,de metaphysis*e wa>heid1 de e*te wa>heid is deze1 dat alle mat]ie1 de h]s55 inkluis1 sle*ts voor/ell+ van het k5n5de subjekt is1 dat h]s55 en k5nis beid5 v]s*ijn+5 zijn van het wa>lijk zijnde3 ,wil4 ,nu re/ nog het raadsel1 hoe wil als k5n5d subjekt v]s*ijnt4 ,dat is volg5s ,s*op5hau] het groote mirakel1 de hypo!se1 die door niets v]kla>d wordt1 da> zij zelve alles v]kla>t4 ,om ,s*op5hau] wel te v]/aan moet m5 9 het oog h\d51 dat de w]eld bij hem de s*aduw van e5 droom0 is1 fata morgana door het intellekt ges*ap51 dat 9 zijn kad]3 tijd1 ruimte en causaliteit1 gewa>word+5 opneemt4 ,het intellekt is 9 i$] k5n5d individu aanwezig1 ma> met ge5 individu te v]e5zelvig51 zoodat de individu5 kunn5 gebor5 word5 en /]v51 t]wijl de voor/ell+ van objekt5 blijft be/aan4 ,deze le] laat de empiris*e realiteit d] w]eld onaangeta/1 ma> sluit 9 zi*1 dat de w]eld 9 al h>e deel5 van het intellekt1 het subjekt1 afhangt4 ,ja zelfs hangt zij da>van op tweerlei mani] af4 ,t5 e]/e is er1 gelijk re$s ,b]keley heeft +ezi51 ge5 objekt d5kba> t5zij 9 de voor/ell+ van e5 subjekt2 t5 twe$e gaat de wijze1 wa>op wordt voorge/eld1 het objekt-zijn als ruimte vull5d en aan tijd en causaliteit ond]worp51 zooals ,kant heeft gele]d1 van het subjekt uit4 ,het intellekt is niet iets zelf/&igs1 en de w]eld d] d+5 is niet iets &]s1 dat ev5e5s op eig5 voet5 /aat2 dan to* w>e het onbegrijpelijk1 dat wij en zelfs de di]5 zoo volkom5 9 de w]eld te huis zijn en ons van d5 aanvang af da>9 t]e*t v9d52 intellekt en w]eld vorm5 n geheel1 want het intellekt s*ept de w]eldorde2 omgeke]d w>e het niets zond] die w]eld1 da> het dan zond] inh\d z\ zijn4 ,intellekt en w]eld zijn1 i$] op zi* zelve bes*\wd1 enkel afgetrokk5h$51 onwez5lijk4 ,s*op5hau] drukt dat 9 de taal d] ,indis*e wijz5 uit1 door van ,maja te sprek51 de mo$] van all5 s*ijn1 de god9 die ons e5 slui] voor de oog5 b9dt1 9 welks plooi5 het beeld van al het ges*ap5e zi* v]toont4 ,ook de moraal van ,s*op5hau] toont e5 ,indis* k>akt]4 ,hi] wijkt hij /]k van ,kant af4 ,kant kie/ zijn uitgangspunt 9 het pli*tbesef4 ,da> de m5s* e5 r$elijk wez5 is1 kan hij afzi5 van neig+ en eig5belang en1 e5 algeme5 /&punt innem5de1 vrag53 wat is behoorlijk8 ,hoe die vraag beantwoord wordt1 is van ond]ges*ikte beteek5is4 ,de k5nis van d5 pli*t laat v]s*ill5de grad5 toe1 is niet ov]al ev5ze] ontwikkeld4 ,da>5bov5 kan al na> gelang van om/&igh$5 de eis* van d5 pli*t wissel54 ,ma> dt er e5 pli*t is1 weet i$] r$elijk s*epsel4 ,zi$a> e5 wa>heid1 welke hem door ge5 philos(ie t] w]eld kan word5 ontfutseld1 en aan i$] gezond m5s*5v]/& is geop5ba>d4 ,s*op5hau] da>5teg5 b\wt niet op de r$elijke natuur van d5 m5s*1 ma> op het gevoel1 op het m$elijd51 zijne moraal4 ,m$elijd5 is ons e5 op5b>+ van de e5heid van alle zijn4 ,het zegt ons1 als wij teg5ov] e5 lijd5d s*epsel ons geplaat/ zi53 tat twam asi1 dat zijt gij6 ,m$elijd5 is v]tolk+ 9 de taal des gemo$s van het feit1 d5 ,indis*5 wijz5 re$s eeuw5 bek5d1 dat de veelheid d] wez5s inbeeld+ is4 ,bij d5 aanblik van d5 s*amel5 b$ela>1 die zijn h& na> ons uit/rekt1 van d5 worm die aan onz5 voet ine5krimpt1 bij het zi5 van al wat lijdt1 zegt de wijze3 dat b5 ik6 ,het noopt om te help54 ,s*op5hau] is te v]/&ig om m$elijd5 als pli*t voor te s*rijv54 ,m$elijd5 is e5 feit1 e5 geheimz9nig feit1 aan welks invlo$ zi* zelfs de ruw/e en onkundig/e niet voortdur5d kan onttrekk54 ,jui/ t5 gevolge van zijn algeme5heid heeft het invo]+ van lev5sregels bew]kt1 welke all5 tot twee zi* lat5 h]leid53 doe niem& kwaad1 /a all5 bij zooveel ge kunt6 ,intuss*5 kan v]za*t+ van individueel le$ hem niet voldo51 die alle afzond]lijk be/aan als e5 ramp bes*\wt4 ,sm>t is heilzaam1 zegt ,s*op5hau]1 da> zij van d5 lu/ om te lev5 g5ee/1 en zoo de ,me]es/ille des ,gem?s0 v]oorzaakt1 welke v]oorlo(t het ,nirwana b9n5 te tr$54 ,dat ,nirwana1 zoo luidt het slotwoord van het ho(dw]k1 is niets voor d5 dwaas1 wi5s h>t vol is van de d+5 dez] w]eld1 ma> alles voor wie doorziet1 dat het univ]sum met zijn zonn5 en melkweg5 ind]daad niets is4 ,t5 slotte moet5 wij nog opm]k51 dat ,s*op5hau]1 ondanks het /r5g/e det]m9isme1 d5 m5s* v]antwoordelijk a*t voor zijne dad54 ,het w]k5 volgt op het zijn4 ,al onze h&el+5 vloei5 met noodzakelijkheid uit het k>akt] voort1 wa>mee wij t] w]eld zijn gekom54 ,ma> dat k>akt]1 dat zi* 9 d5 tijd aan zijn eig5a> op5ba>t1 en hem v]borg5 z\ blijv51 indi5 hij niet vel]lei aanleid+ tot h&el5 _h1 be/aat tev5s buit5 d5 tijd 9 de vrije w]eld van het bov5z9nelijke4 ,v&a> onze v]antwoordelijkheid4 ,het is dus niet onze f\t1 dat wij do5 wat wij do51 b4v4 ons als lafa>ds g$rag51 wanne] wij lafa>ds zijn1 ma> /ellig is het onze s*uld1 dat wij zijn1 zooals wij zijn4 ,s*op5hau] maakt hi] e5 degelijk ond]s*eid tuss*5 empiris* en intelligibel k>akt] als re$s door ,kant w]d aangegev54 ,vrijheid is e5 geheim5is1 ma> als noodw5dig teg5/uk van moet5 is zij onloo*5ba>4 ,zi$a> e5 ruwe s*ets van het sy/eem1 dat g$ur5de de twe$e helft d] #ai;de eeuw 9 driemaal hond]dduiz5d exempl>5 is v]spreid geword5 en ?ans1 t]wijl de zon van ,nietzs*e re$s beg9t te tan51 nog /e$s opgang maakt4 ,ik heb e5s door e5 b]oemd l&g5oot hoor5 zegg51 dat het hem ev5 onmogelijk z\ zijn de le] van ,s*op5hau] als d5 ,heidelb]g] cate*ismus onvoorwa>delijk te beam54 ,die woord5 wil ik graag voor mijne rek5+ nem54 ,als het ond]s*eid d] individu5 s*ijn is1 rij/ de vraag1 wie er door di5 s*ijn b$rog5 wordt1 en wie er met di5 s*ijn b$riegt4 ,het e5ig mogelijk1 do* niet ze] v]/aanba> antwoord is hi]3 de one9dige wil draait zi* e5 rad voor de oog51 is prooi van zelfmisleid+4 ,ik b5 het met ,s*op5hau] e5s3 zoo'n dwaas en onzalig wez5 behoort 9 het ,nirwana weg te z9k54 ,alle5 begrijp ik niet1 hoe s*epsel5 d] inbeeld+ als gij1 mijn lez]1 en ik1 da>bij e5 h&je z\d5 kunn5 help54 ,to* v9dt onze wijsge] nog tal van volgel+54 ,ge5 wond]4 ,zijne le] ligt 9 de lijn van zek]e h$5daags*e gee/es/room+54 ,zoo wordt aan het pessimisme ?ans me] dan ooit re*t toegek5d4 ,het gelo( aan d5 vooruitgang is ges*okt4 ,het wordt niet me] als e5 axioma bes*\wd1 dat alles zal t]e*t kom54 ,het optimisme1 dat onze vad]5 v]oorlo(de zi* op de golv5 van het w]eldgebeur5 met blij v]tr\w5 te lat5 v]d] drag51 s*ijnt ?ans li*tz9nig en ietwat k9d]a*tig4 ,dat de natuur 9 m5ig opzi*t onb>mh>tig is en zi* om lief en le$ van h>e s*epsel5 niet bekreunt1 is e5 bitt]e wa>heid1 voor welke de oog5 geop5d zijn4 ,/e$s me] dr+t de g$a*te door1 dat het m5s*elijk lev5 sle*ts 9 zoov] z9 en wa>de heeft1 als wij zelve 9 /aat en gez9d zijn er e5 belangrijk5 inh\d aan te v]le554 ,zoo noopt het pessimisme tot kra*ts9spann+ volg5s het woord van ,s*op5hau] zelf1 die e5 van zijn boek5 van het volg5de motto heeft voorzi53 e5 gelukkig lev5 is onmogelijk2 het hoog/e wat wij b]eik5 kunn5 is e5 h]oeke lev5sloop04 ,ook ligt het 9 d5 gee/ van onz5 tijd het my/]ieuse van ons be/aan te erk5n54 ,welnu1 volg5s ,s*op5hau] is de v]s*ijn+ van d5 wil ond] e5 individueel5 vorm1 9 de ge/alte van e5 k5n5d en d5k5d subjekt1 e5 onoplosba> raadsel4 ,op zijne wijze is hij evolutioni/4 ,van de le] van ,d>w91 wi5s boek kort vr zijn dood v]s*e51 wilde hij niets wet54 ,dat het hoog]e uit het lag]e1 het me]d]e uit het m9d]e z\ voortspruit51 s*e5 hem t]g5de onz94 ,ma> wel /ond het bij hem va/1 dat de op5b>+5 van d5 wil e5 rangorde doorloop5 en dat de v]s*ijn+ van bewu/zijn en r$e1 geheel nieuwe feit51 al de voorafga&e lag]e lev5svorm5 ond]/ell51 gelijk deze w$] de onbew]ktuigde natuur4 ,ook hi] kan dus de teg5woordige tijd bij ,s*op5hau] aanknoop54 ,zelfs het teg5woordig zooze] v]spreide pragmatisme1 dat wa>heid als e5 in/rum5t om te h&el5 bes*\wt1 v9dt /eun bij ,s*op5hau]4 ,ook heeft ,s*op5hau] de le] van ,kant weliswa> v]m9kt1 ma> tev5s z gefiltre]d1 dat i$] dilettant zi* nu enkele ho(dtrekk5 er van met gemak kan toeig554 ,t5 slotte heeft hij met zijne bes*\w+5 ov] kun/ en liefde niet enkel ,wagn] en ,nietzs*e1 ma> ook di*t]s1 romans*rijv]s en dramatici bezield4 ,volg5s ,s*op5hau] is wie zi* door d5 hevig/5 van alle h>t/o*t5 laat m$esleep5 de onbewu/e di5a> van de soort1 zijn liefde en bege]te waanz91 ja*t op de s*aduw van e5 s*aduw4 ,is het niet als( m5 ,flaub]t lee/8 ,het w]k van ,s*op5hau]1 die /\te syn!se van ,kantianisme1 ,platonisme1 ,indis*e wij%eid en ,europees*e natuurk5nis is nog 9 m5ig opzi*t jong en fris*4 ,ar?ur ,s*op5hau] w]d 9 #aghh 9 de to5malige vrije rijks/ad ,dantzig gebor54 ,zijn vad] 0 e5 aanzi5lijk koopman en veel oud] dan zijn mo$]4 ,to5 9 #agic ,dantzig bij ,pruiss5 w]d +elijfd v]trok de /o]e republike9 met zijn gez91 dat intuss*5 tot vi] p]son5 0 aangegroeid1 da> ,ar?ur e5 zusje ,adele _h gekreg51 na> ,hamburg4 ,de vad] _h zi* voorg5om5 van d5 knaap e5 koopman te mak51 ma> de aanleg van d5 jong5 wees 9 &]e ri*t+4 ,to5 de vad]1 miss*i5 door zelfmoord1 plotsel+ ge/orv5 01 gevoelde de zoon zi* v]pli*t d5 w5s* van d5 ov]l$5e te e]bi$ig5 en nam hij dus plaats op de kantoorkruk4 ,de betrekkelijk nog jonge w$uwe g+ zi* ve/ig5 9 ,weim>1 wa> zij de vri5ds*ap van ,goe! g5oot1 en talrijke1 ze] bewond]de romans s*reef4 ,de briev51 die uit di5 tijd bewa>d zijn geblev51 do5 ,johanna ,s*op5hau] als e5 bem9nelijke1 v]/&ige en held]zi5de vr\w k5n54 ,zoo s*reef zij 9 #ahjg aan ha> to5 #ai-;j>ig5 zoon3 ,ik k5 uw h>t en weet dat we9ig m5s*5 bet] zijn dan gij4 ,ma> al uwe go$e eig5s*app5 word5 v]dui/]d en als het w>e v]lamd door uwe aanmatig+4 ,ge wilt alles bet] wet5 dan &]e m5s*51 bij i$] behalve bij u zelv5 gebrek5 ontdekk5 en 9 uw omgev+ /e$s alles na> uwe h& zett5444 ,als ge niet wa>t die ge zijt1 dan z\dt ge e5v\dig bela*elijk wez51 ma> nu v]bitt]t ge all5 teg5 u04 ,9 hetzelfde ja> s*rijft zij hem nog3 ,ik misk5 niet de go$e kant5 van uwe natuur en wat mij af/oot is niet uwe inn]lijke gez9dheid1 ma> uwe mani] van bes*\w51 v]oordeel51 de wijze wa>op ge u g$raagt4 ,wanne] ge e5ige dag5 bij ons doorbr5gt1 komt het altoos tot geweldige tooneel5 om niets en m9d] dan niets4 ,uwe eeuwige j]emiad51 uw begraf5isgezi*t1 uw orakeltoon1 dat alles drukt t] ne]4 ,ik weet dat ge uw zw>tgalligheid van uw vad] gerfd hebt2 tra*t ha> te ov]w9n504 ,9 datzelfde ja> #ahjg hield ,ar?ur op kl]k te zijn en begon hij zi* met toe/emm+ van zijn mo$] tot de univ]sitaire /udin aan het gymnasium van ,go?a voor te b]eid54 ,satirieke v]z5 op e5 van de le]>5 d$5 hem van da> v]jag54 ,en nu kwam hij op het gymnasium te ,weim>1 ma> zijn mo$] wilde hem niet 9 huis hebb51 en dus woonde hij bij e5 d] le]>54 ,9 d5 tijd van twee ja> bra*t hij het zoo v] 9 zijn klassieke /udin dat al de v]lor5 tijd 0 +ehaald en hij 9 #ahji als /ud5t bij de faculteit d] m$icijn5 aan de ,univ]siteit te ,gtt+5 kon word5 +es*rev54 ,hij 0 nu me]d]j>ig1 _h zijn kle9 =tu9 9 h&51 en las ,tacitus1 ,horatius1 ,lucretius1 ,h]odotus1 zond] zi* veel om de g5eeskun/ te bekreun51 die hem bij nad]e k5nismak+ niet s*e5 aan te trekk54 ,pr(4 ,s*ulze 7,a5esidemus71 die zijn aanleg voor de philos(ie doorzag1 gaf hem d5 raad voorloopig enkel ,plato en ,kant te be/ude]54 ,di5 raad volgde hij op1 en zoo w]d hij door die twee groote d5k]s met de g$a*te v]tr\wd gemaakt1 dat de w]eld d] v]s*ijnsel5 en het d+ op zi* zelf twee zijn4 ,veel vri5d5 aan de academie s*ijnt hij niet gehad te hebb54 ,9 het curriculum vitae1 dat hij lat] bij de ,b]lijn] faculteit indi5de1 s*reef hij betreff5de zijn /ud5t5j>53 mijn rijp] leeftijd1 mijn rijk] erv>+ en mijn ongewoon k>akt] maakt5 dat ik v]lat5 en e5zaam 004 ,9 het vreemdel+5boek van e5 oud ka/eel s*reef hij #e ,sept4 #ahaa3 ,wohl man*es ,mal saht ihr mi* e9sam w&]n1 ,und ern/ und e9sam geh' i* jetzt zu &]n04 ,to* knoopte hij 9 ,gtt+5 e5ige vri5ds*apsb&5 aan1 b4v4 met ,osann en 9 #ahbj noemde hij 9 e5 brief aan dez5 g]i*t1 de ,gtt+] j>5 de s*oon/e van zijn lev54 ,v&a> g+ hij na> ,b]lijn1 wa> hij ,fi*te en ,s*lei]ma*] hoorde1 niet ,hegel4 ,met ,pr(4 ,fi*te dispute]de hij hevig op di5s privatissima4 ,door d5 vrijheidsoorlog1 voor welk5 hij vol/rekt niets gevoelde1 9 het s*rijv5 van zijn diss]tatie ge/oord1 week hij uit na> ,rudol/adt 9 ,?r+51 wa> hij tot zijn vreugde ge5 soldaat te zi51 ge5 tambo] te hoor5 kreeg4 ,hij zond het h&s*rift van zijn diss]tatie p] po/ na> het naburige ,j5a1 vanwa> hij na kort5 tijd1 ev5e5s p] po/1 zijn doctors-diploma ontv+4 ,zijn diss]tatie v]s*e5 ond] d5 titel3 ,ueb] die vi]fa*e ,wurzel des ,satzes vom zurei*5d5 ,grunde04 ,van dit m]kwa>dig ges*rift1 dat als de inleid+ tot zijn ho(dw]k kan word5 bes*\wd1 heeft hij lat] e5 v]me]d]de editie 9 het li*t gezond54 ,ar?ur ke]de ?ans na> ,weim> t]ug1 wa> hij veel met ,goe! sprak4 ,er 0 groot v]s*il tuss*5 die beide mann51 gelijk da>uit blijkt1 dat ,s*op5hau] 9 #ahac aan d5 b]oemd5 grijsa>d kon s*rijv53 ,van u zelf weet ik1 dat lett]kundige arbeid voor u altijd bijzaak1 en het w]kelijke lev5 ho(dzaak is gewee/4 ,bij mij is het omgeke]de het geval2 mijn d5k51 mijn w]k1 dat alle5 heeft voor mij wa>de en beteek5is04 ,ma> tev5s 0 er ov]e5kom/ 9 gee/esri*t+4 ,beid5 w>5 zi5]s en wild5 putt5 uit de lev5de bron van erv>+ en bewu/zijn4 ,v&a> dat voor ,s*op5hau] de philos(ie niet zooze] wet5s*ap als wel kun/ 04 ,hij /reefde er na> e5 volkom5 objektieve en door ge5 langwijlige r$5e]+5 b$orv5 wijsbege]te te /i*t51 welke e5 e*t kun/gewro*t z\ zijn1 da> zij niet op d5 trant d] philos(a/]s1 van ,fi*te en zelfs van ,sp9oza1 tuss*5 subjekt en objekt d5 b$riegelijk5 slui] van afgetrokk5 begripp5 z\ duld504 ,goe! bes*reef 9 die dag51 9 e5 brief aan ,knobel1 zijn jong5 vri5d als e5 m]kwa>dig man1 die met held]zi5de koppigheid bezig is het ka>t5spel van onze mod]ne philos(5 9 de w> te /ur504 ,met pr(etis*5 blik voegt hij er aan toe3 het /aat te bezi5 ( de mee/]s 9 het vak hem 9 hun gilde zull5 opnem54 ,ik v9d hem vol gee/04 ,goe!1 getr(f5 door de rol1 die ,s*op5hau] 9 zijn diss]tatie bij het meetkundig betoog aan de aans*\w+ wilde zi5 toegewez51 spoorde hem tot optis*e /udin aan1 wa>van hij zelf 9 die dag5 v]vuld 04 ,ind]daad de$ ,s*op5hau] lat] als twe$e van zijne ges*rift5 e5 boek ,ueb] das ,seh5 und die ,f>b50 v]s*ijn54 ,vr de publicatie _h hij zijn manuscript aan ,goe! t] beoordeel+ toegezond51 ma> ondanks al zijn dr+5 en smeek5 0 het hem niet gelukt aan d5 di*t]1 die hem telk5s ze] beleefd antwoordde1 e5 enkel teek5 van go$- ( afkeur+ te ontlokk54 ,s*op5hau] _h het v]s*il d] kleur5 op e5 &]e wijze dan ,goe! het de$ v]kla>d4 ,johanna h]b]gde op dat oog5blik d5 romans*rijv] ,fr4 ,mll]4 ,ar?ur toonde op zulk e5 wijze zijn misnoeg5 ov] de aanwezigheid van di5 vreemdel+1 dat de mo$] er toe ov]g+ ha> zoon de deur te wijz54 ,dit ges*i$de 9 ,mei #ahad4 ,de breuk 0 onh]/elba>4 ,ar?ur g+ na> ,dresd5 en heeft no* zijn mo$]1 no* zijn zu/]1 met welke laat/e hij t5 m9/e voorloopig 9 briefwissel+ bleef1 ooit t]uggezi54 ,9 ,dresd51 de/ijds de arti/ieke ho(d/ad van ,duits*l&1 g5oot ,ar?ur veel van kun/4 ,ook _h hij er enkele vri5d51 wa>van er n aan ,adele s*reef3 ,uw bro$] is van nature te$] en gemo$elijk04 ,intuss*5 w]kte hij ijv]ig aan zijn3 ,welt als ,wille und ,vor/ellung04 ,het boek v]s*e5 9 #ahah bij ,brockhaus1 ma> w]d zoo sle*t v]ko*t en zoo totaal gegnore]d1 dat de uitgev]sfirma na v]loop van e5ig5 tijd van het groot/e aantal d] exempl>5 papi]pap maakte4 ,s*op5hau] g+ na> ,itali4 ,zijn reis1 g$ur5de welke hij 9 zijn j\rnaal enkel philos(is*e g$a*t5 ne]s*reef1 w]d op pijnlijke wijze afgebrok5 door de h&elscrisis1 die de firma tr(1 wa>aan ,johanna en ,adele ha> geheele v]mog5 en ,ar?ur e5 aanzi5lijk deel ervan hadd5 toev]tr\wd4 ,hij v]kla>de zi* b]eid met mo$] en zu/] te deel5 wat hij nog _h ov]geh\d51 ma> weig]de hals/>rig 9 de s*ikk+ te tr$51 die door de ov]ige s*uldeis*]s w]d aanva>d4 ,hij _h ge5 koopmansg5ie1 do* /ond op zijn re*t en wantr\wde de m5s*51 t5 gevolge wa>van hij hi] de wij/e p>tij koos4 ,na e5 pa> ja> /ond de firma we] ov]e9d en kreeg ,ar?ur al zijn geld t]ug1 t]wijl mo$] en do*t] twee d]d5 van ha> =tu9 v]lor5 hadd54 ,intuss*5 wi/ hij niet vooraf hoe de zaak z\ loop5 en tra*tte hij zi* dus aan de univ]siteit te ,b]lijn e5 positie als le]a> te s*epp54 ,op #bc ,ma>t #ahbc hield hij zijn proefles4 ,hegel oppone]de1 ma> ,s*op5hau] antwoordde zoo fl9k1 dat hem de titel van privaat-doc5t v]le5d w]d4 ,nu g+ ,s*op5hau] e5 half ja> lang #e uur college p] week gev54 ,hij _h we9ig ( ge5 succes4 ,0 het1 omdat hij dezelfde ur5 _h gekoz5 als wa>op ,hegel zijne less5 gaf8 ,zoolang het intellektualisme zijn zegeto*t nog niet vole9digd _h1 kon het volunt>isme 9 ge5 geval gehoor v9d54 ,nadat zijn =tu9 zi* h]/eld _h1 ke]de ,s*op5hau] na> ,itali t]ug4 ,hij s*rijft vroolijke briev5 aan ,osann en geeft e5 v]makelijke s*ets van d5 lev5slu/1 de b$riegelijkheid en welgemani]dheid d] ,italian54 ,to* ke]t hij we] na> ,b]lijn t]ug en slijt da> zes j>5 van zijn lev51 totdat de *ol]a 9 #ahca hem t5 gevolge van e5 droom1 wa>aan hij wa>s*uw5de kra*t toek5t1 na> het gezonde ,frank=t doet v]huiz54 ,hi] blijft hij #bg j>51 tot aan zijn dood 9 #ahfj4 ,ervan ov]tuigd dat het uur van zijn b]oemdheid zal kom51 da> hij na> zijn inzi5 het w]eldraadsel opgelo/ en aan de m5s*heid da>mee d5 groot/ mogelijk5 di5/ heeft bewez51 bew]kt hij e5 twe$e editie van zijn ,welt als ,wille und ,vor/ellung0 en s*rijft hij tev5s zijn ,p>]ga und ,p>alipom5a01 die als e5 toeli*t+ op het ho(dw]k kunn5 geld54 ,ook v]zamelt hij bij natuurvors*]s en g5ee%e]5 feit51 welke als op5b>+5 van d5 lev5swil kunn5 geld5 en doet1 welli*t op zijn eig5 ko/51 na e5 zwijg5 van #ah j>51 9 #ahcf ,ueb] d5 ,will5 9 d] ,natur0 v]s*ijn54 ,het boek wordt niet opgem]kt4 ,zijn e]/e voldo5+ van eig5liefde 01 dat hij v]mo*t ,ros5krantz en ,s*ub]t te ov]tuig5 dat niet1 zooals hun plan 01 de twe$e1 ma> de e]/e editie van de ,kritik d] re95 ,v]nunft0 bij de door h5 voorg5om5 uitgave van de complete w]k5 van ,kant moe/ word5 gevolgd4 ,kort da>na 9 #ahci behaalt hij e5 g\d5 m$aille met e5 v]h&el+ ov] de vrijheid van d5 wil bij de maats*appij van wet5s*app5 te ,dron!im1 ma> e5 twe$e prijsv]h&el+ ov] de grondslag5 d] moraal wordt door de maats*appij van wet5s*app5 te ,kop5hag5 afgewez51 vooral om het afs*uwelijk s*eld5 op de drie ,sophi/501 ,fi*te1 ,s*ell+ en ,hegel4 ,hij v]e5igt de twee /ukk5 en geeft ze uit ond] d5 titel ,die beid5 ,grundprobleme d] ,e?ik04 ,de kritiek zwijgt ook dit w]k dood4 ,e9delijk1 9 #ahea gelukt het zijn e]/5 discipel1 e5 ,jood van ,russis*5 oorsprong1 ,julius ,frau5/a$t1 e5 uitgev] 9 ,b]lijn te v9d5 voor de ,p>]ga04 ,dit boek slaat 94 ,m5 ontdekt dat ,s*op5hau] e5 onov]tr(f5 s*rijv] van essays is4 ,nu is de nieuwsgi]igheid na> zijn vroeg]e w]k5 opgewekt4 ,hij krijgt erk5telijke briev5 van ,bahns51 e5 le]a> aan e5 gymnasium1 van ,l9dn]1 e5 ,b]lijns* j\rnali/1 van ,adam von ,doss1 e5 ,bei]s* juri/1 enz4 ,de inh\d is /e$s dezelfde4 ,de s*ill5 zijn mij van de oog5 gevall54 ,vol v]rass+ roep ik uit3 ,heureka60 ,e5 man als ,sa9t-,r5-,taill&i] s*rijft ov] hem 9 de ,revue des deux ,mondes4 ,*allemel-,lac\r bezoekt hem en s*rijft 9 de ,revue des deux ,mondes van de ijsk\de atmosfe]1 welke hem bij die geleg5heid uit de half geop5de deur van het ,niet0 kwam toe/room54 ,e5 niet m9d] bek5d man1 ,f\*] de ,c>eil1 dr+t ook tot hem door en bes*rijft hem als e5 grijsa>d met lev5dige blauwe oog51 om welke e5 ietwat s>ka/is*e glimla* speelt2 het hooge voorho(d met de uit/a&e witte lokk5 v]le5t aan het gee/ig gelaat e5 /empel van ziel5adel en voornaamheid4 ,zijn mani]5 zijn die van e5 man van de w]eld4 ,hij is oud]wets* gekle$ met e5 witte das en e5 kant5 jabot4 ,van nature t]uggetrokk51 laat hij zi* gaan als hij met vreemdel+5 te do5 heeft en dan is zijn gesprek buit5gewoon lev5dig4 ,hij /rooit rond met latijns*e1 grieks*e1 frans*e1 engels*e1 italiaans*e citat52 de ur5 vlieg5 als m9ut5 voorbij en als de midd]na*tsklok slaat1 v]toon5 zijn trekk5 niet de m9/e v]moeidheid en het vuur van zijn blik is ge5 seconde uitg$o(d gewee/4 ,zoo 0 de avond van zijn lev5 de dag]aad van zijn roem4 ,to5 op #ah ,sept4 #ahdh het opro] door de /rat5 van ,frank=t trok1 le5de hij met de groot/e b]eidwilligheid zijn kijk] aan d5 ,oo/5rijks*5 (fici]1 die van uit zijn v5/]s op het s\v]e9e gepeupel liet s*iet51 dat g9ds op d5 brug e5 b>ricade opwi]p4 ,twaalf ja> lat] bleek1 dat hij aan de soldat51 die bij de v]d$ig+ van de wettelijke orde invalide w>5 geword51 het leeuw5deel van zijn v]mog5 _h nagelat54 ,geldges*5k5 w>5 toegewez5 aan blo$v]want51 aan e5 oude di5/maagd1 die tev5s zijn meubels en zilv]w]k kreeg1 en aan e5 tooneelpr9ses1 die ind]tijd zijn h>tevri5d9 0 gewee/4 ,ook zijn hond _h hij niet v]get52 deze erfde f #cjj voor zijn lev5sond]h\d4 ,frau5/a$t kreeg de manuscript5 en op hem g+5 al de auteursre*t5 ov]4 ,gw9n]1 re*t] 9 ,frank=t1 uitvo]d] van d5 laat/5 wil1 kwam 9 het bezit van zijn biblio!ek4 ,het 0 9 teg5woordigheid van dez5 ,gw9n]1 dat ,s*op5hau] e5s1 na lang op het portret van de ,ranc1 d5 /i*t] van de orde d] ,trappi/51 te hebb5 ge/a>d1 op ne]sla*tig5 toon zei3 ,dat is het w]k d] g5ade04 ,s*op5hau] heeft de w]eldv]loo*5a>s1 zijn heilig51 vurig bewond]d1 ma> zelf niet als e5 hunn] geleefd4 ,hij 0 ge5 zonnige natuur1 /ak vol griev54 ,zoo teg5 de vr\w51 de s*epsel5 met lange h>5 en korte g$a*t54 ,zoo vooral teg5 de ,jod51 die met hun s*epp+sle] de ,europees*e m5s*heid v]giftigd hadd54 ,hij 0 niet go$h>tig1 ma> wel volkom5 e]lijk teg5ov] zi*zelf en &]52 hij me5de alles wat hij zeide2 dat 0 zijn kra*t als s*rijv]4 ,hij 0 veel vatba>d] voor pijnlijke dan voor aang5ame indrukk54 ,re$s 9 zijn jeugd 0 het zoo4 ,twee ja> lang heeft hij to5 met zijn oud]s door ,europa gezworv54 ,als hij aan armo$ige hutt5 voorbijkwam1 0 zijn g5ot voor d5 geheel5 dag v]gald4 ,m5 begrijpt dat hij 9 ,t\lon van het v]blijf d] galeiboev5 e5 onuitwis*b>5 indruk _h gekreg54 ,hij heeft zi* dikwijls ze] e5zaam gevoeld en zi* t5 slotte met de g$a*te getroo/3 zoo is het lot d] ,kon+56 ,wa>om is hij ongehuwd geblev58 ,9 ,v5eti 0 hij zoo v]liefd op e5 rijke jonge dame van go$5 huize1 dat hij1 jalo]s* van h>e bewond]+ voor ,byron1 d5 introductiebrief bij d5 engels*5 di*t]1 di5 hij van ,goe! _h meegekreg51 niet afgaf4 ,wij wet5 dit uit e5 brief van ,ar?ur aan zijn zu/]4 ,v]d] wet5 wij niets van deze episode 9 zijn lev54 ,wel wet5 we iets &]s4 ,re$s 9 #ahad note]de hij voor zi* zelf e5 woord uit het ,indis* ges*rift ,oepne?ak03 als de k5nis komt1 v]dwijnt de liefde04 ,lat] w]d datzelfde woord het motto voor e5 deel van zijn ho(dw]k4 ,s*op5hau] 0 h>t/o*telijk 9 i$] opzi*t4 ,wanne] e5 g$a*te hem voor d5 gee/ zweefde1 liet hij alles 9 d5 /eek om ha> op te vang51 en h>e wa>de te toets54 ,hij heeft de weelde van het g5ie gek5d en 0 er van ov]tuigd1 dat zijn intellekt niet aan hem zelf1 ma> aan de w]eld toebehoorde1 dat hij e5 z5d+ _h4 ,zijn d5k5 is de nheid van zijn lev5 gewee/4 ,zijn altijd bezige gee/ 0 er /e$s op uit om n en dezelfde g$a*te toe te li*t54 ,want zijn /elsel be/ond1 gelijk hij zelf heeft erk5d1 uit ne g$a*te3 de teg5/ell+ van v]s*ijnsel en wil4 ,hij v]geleek het met ,!be1 wa> m5 door hond]d poort5 kon b9n5 tr$5 en /e$s op hetzelfde middelpunt uitkwam4 ,op #d ,sept4 #ahfj w]d hij dood op zijn kanap gevond54 ,do* g5oeg ov] ,s*op5hau] en zijn w]k4 ,?ans will5 wij hem zelf het woord gev54 ,,fragm5t5 ,,uit3 ,,ueb] ,,die ,,vi]fa*e ,,wurzel ,,des ,,satzes ,,vom ,,zurei*5d5 ,,grunde0 ,de e*te wijsge] zoekt ov]al held]heid en duidelijkheid4 ,hij is niet als e5 troebele1 wilde1 door reg5s gezwoll5 beek1 ma> als e5 ,zwits]s* me]1 dat1 onbewog51 bij groote diepte1 groote kla>heid heeft1 welke de diepte zi*tba> maakt4 ,de one*te da>5teg5 tra*t1 wel niet1 volg5s d5 /elregel van ,talleyr&1 door woord5 zijn g$a*t51 wel e*t] het gebrek aan g$a*t5 te v]b]g54 ,de onv]/aanba>heid zijn] le]+51 welke het gevolg van de onkla>heid van zijn d5k5 is1 wijt hij aan d5 lez]4 ,dat is de r$51 wa>om 9 e5ige ges*rift51 b4v4 die van ,s*ell+1 de ond]wijz5de toon zoo dikwijls 9 d5 s*imptoon omslaat2 bij voorbaat s*eldt hij op d5 lez] 9 de v]wa*t+1 dat deze niet zal v]/aan4 ,ons k5n5d bewu/zijn behel/ subjekt en objekt1 niets me] dan dat4 ,objekt voor het subjekt zijn en onze voor/ell+ zijn is hetzelfde4 ,alle voor/ell+5 zijn objekt5 van het subjekt1 en alle objekt5 van het subjekt zijn voor/ell+54 ,nu is het hi] e*t] zoo mee ges*ap51 dat alle onze voor/ell+5 volg5s va/e wett5 ond]l+ v]bond5 zijn en niets wat1 los ges*eurd van al het ov]ige1 geheel op eig5 voet5 /aat1 objekt voor ons kan zijn4 ,deze v]b9d+ is het1 zegt ,s*op5hau]1 welke door de /ell+ van d5 voldo5d5 grond 9 ha> algeme5heid wordt uitg$rukt1 wanne] m5 de =mule gebruikt3 ,niets is zond] grond wa>om het is04 ,zoo kan m5 bij oordeel5 vrag5 wa>om zij wa> heet51 bij v]&]+5 wa>om zij plaats grijp54 ,g9ds vrag5 wij na> k5grond52 hi] na> oorzak54 ,ma> er zijn nog me] gevall51 wa>9 we het re*t hebb5 wa>om8 te vrag54 ,wa>om zijn b4v4 bij di5 driehoek de drie zijd5 aan elk&] gelijk8 ,het antwoord luidt3 omdat de drie hoek5 gelijk zijn4 ,is nu de gelijkheid d] hoek5 oorzaak van de gelijkheid d] zijd58 ,ne51 want hi] is van ge5 v]&]+1 dus van ge5 w]k+1 die e5 oorzaak z\ hebb51 sprake4 ,is zij enkel k5grond8 ,ev5m91 want de gelijkheid d] hoek5 is niet enkel bewijs van de gelijkheid d] zijd51 niet enkel grond van e5 oordeel4 ,afgezi5 van het oordeel1 moet5 de zijd5 gelijk zijn1 da>om dat de hoek5 gelijk zijn4 ,er is hi] e5 noodw5dige v]b9d+ tuss*5 hoek5 en zijd51 dus nog iets &]s dan e5 v]b9d+ tuss*5 twee oordeel54 ,de gelijkheid d] hoek5 is de zijnsgrond van de gelijkheid d] zijd54 ,e5 vi]de ge/alte neemt het pr9cipe van d5 grond aan1 wanne] het subjekt als will5d wordt bes*\wd4 ,m5 vraagt na> de beweegr$55 van het will51 na> d5 voldo5d5 grond wa>om er zoo geh&eld wordt als er geh&eld wordt4 ,zoo is er dus vi]d]lei noodzakelijkheid1 wa>mee iets uit zijn grond voortvloeit4 ,er is logis*e noodzakelijkheid1 wa>mee de /ell+5 uit h>e k5grond51 er is physis*e noodzakelijkheid1 wa>mee de gevolg5 uit hunne oorzak5 voortvloei51 er is ma!matis*e noodzakelijkheid1 wa>m$e omdat het e5e is ook het &]e is1 er is praktis*e noodzakelijkheid wa>mee de h&el+5 uit h>e motiev5 volg54 ,alle noodzakelijkheid is relatief1 geldt t5 opzi*te van ha> grond4 ,absolute noodzakelijkheid1 zond] grond1 is onz94 ,de wet d] causaliteit bepaalt dat1 wanne] e5 nieuwe toe/& bij n ( me] objekt5 d] w]kelijkheid intre$t1 e5 &]e toe/& moet zijn voorafgegaan1 op welk5 die nieuwe toe/& regelmatig volg5 moet4 ,b4v4 e5 li*aam vangt aan te br&53 aan di5 toe/& van br&5 moet zijn voorafgegaan e5 toe/& #a4 van v]wants*ap tot de zuur/(1 #b4 van aanrak+ met de zuur/(1 #c4 van e5 bepaald5 w>mtegraad4 ,da>1 zoodra die driev\dige toe/& voorh&5 01 de ontbr&+ onmiddellijk volg5 moe/1 deze e*t] e]/ nu gevolgd is1 kan ook die toe/& er niet vroeg] gewee/ zijn1 ma> moet hij e]/ nu zijn +etr$54 ,dat intr$5 heet e5 v]&]+4 ,d]halve geldt de wet d] causaliteit uitsluit5d voor v]&]+54 ,i$]e w]k+ is1 bij ha> te voors*ijn tr$51 e5 v]&]+ en v]wij/1 jui/ omdat ze niet vroeg] is +etr$51 met onfeilb>e zek]heid na> e5e &]e1 ha> voorafga&e v]&]+1 welke 9 betrekk+ tot ha> oorzaak1 9 betrekk+ tot e5e d]de1 ha> zelve w$] noodzakelijk voorafgegane v]&]+1 w]k+ heet4 ,dit is de ket5 d] causaliteit2 zij is zond] aanvang4 ,i$]e nieuwe toe/& moet dus het gevolg zijn van e5 da>aan voorafga&e v]&]+2 b4v4 9 het zooev5 v]melde geval moe/ de temp]atuurv]hoog+ voortspruit5 uit het toetr$5 van vrije w>mte tot het li*aam2 dit toetr$5 van w>mte h+ w$] af van e5 voorafga&e v]&]+1 b4v4 het vall5 van de zonne/ral5 op e5 br&spiegel2 dit laat/e van het wegtrekk5 van e5 wolk voorbij de zon2 dat wegtrekk5 van de wolk w]d v]oorzaakt door w9d2 die w9d door ongelijke di*!id van lu*t2 die ongelijke di*!id door &]e toe/&5 en zoo 9 het one9dige4 ,wanne] er aan e5 toe/& om voorwa>de van het optr$5 van iets nieuws te zijn1 sle*ts ne om/&igheid ontbreekt1 noemt m5 deze laat/e1 zoo zij er e9delijk ook nog bijkomt1 de oorzaak bij uitnem5dheid2 het is 9 zoov] jui/1 als m5 zi* da>bij aan de laat/e w]kelijk besliss5de v]&]+ h\dt2 da>van afgezi5 heeft e*t] voor de va//ell+ van het oorzakelijk v]b& d] gebeurt5iss5 9 het algeme51 de laat/ bijkom5de voorwa>de niets op de ov]ige voor4 ,zoo is 9 het door ons g5oemde voorbeeld het wegtrekk5 van de wolk 9 zoov] oorzaak d] ontbr&+ te noem5 als het lat] dan het ri*t5 van d5 br&spiegel op het voorw]p plaats greep4 ,dit ri*t5 van d5 br&spiegel _h ev5wel lat] kunn5 ges*i$5 dan het wegtrekk5 van de wolk en het toelat5 van de zuur/( w$] lat] dan dit3 zulke toevallige tijdsbepal+5 hebb5 dan te besliss5 wat de oorzaak is4 ,wanne] m5 de zaak nauwkeurig bes*\wt1 bev9d5 wij dat de toe/& 9 zijn geheel oorzaak van d5 volg5d5 is en dat het er betrekkelijk we9ig toe doet welke van de v]eis*t5 het laat/ komt om het getal vol te mak54 ,voorwa>d5 van v]&]+5 zijn altijd &]e en voorafga&e v]&]+51 ge5 d+54 ,zoo z\ het 9 ons geval glad v]ke]d zijn1 om d5 br&spiegel1 de wolk1 de zon1 de zuur/(1 oorzaak te noem54 ,het heeft ge5 z9 te zegg51 dat e5 objekt oorzaak is van e5 &] objekt2 9 de e]/e plaats1 omdat wij bij de objekt5 behalve vorm en ho$anigheid1 ook /(1 mat]ie aantreff51 welke no* ont/aat1 no* v]gaat2 9 de twe$e plaats omdat de wet d] causaliteit uitsluit5d voor v]&]+5 geldt1 voor het v]s*ijn5 en v]dwijn5 van toe/&5 9 d5 tijd4 ,de s*eeve opvatt+5 van de causaliteitsv]h\d+ kunn5 zek] groot5deels aan onkla>heid van het d5k5 word5 toeges*rev52 ma> /ellig is da>bij ook dikwijls e5e !ologis*e b$oel+ 9 het spel1 wa>door de =meele k5nis a priori1 die mo$]melk van het m5s*elijk v]/&1 v]vals*t wordt4 ,m5 wil namelijk1 volg5s ,s*op5hau]1 e5 ,s*epp] d] /( hebb51 e5 zoog5aamde e]/e oorzaak1 wa>bij m5 /i*telijk de oog5 v]draai50 kan1 als w>e e5 e]/e oorzaak niet e5 contradictio 9 adjecto4 ,e5 e]/e oorzaak is ev5 we9ig d5kba> als e5 plaats1 wa> de ruimte e5 e9de neemt1 ( e5 oog5blik1 wa>op de tijd e5 aanvang z\ hebb5 g5om54 ,i$]e oorzaak is e5 v]&]+1 bij welke m5 na> de ha> tot /& is gekom51 noodw5dig vrag5 moet1 en zoo tot 9 het one9dige6 ,niet e5s is e5 e]/e toe/& d] mat]ie d5kba>1 wa>uit alle volg5de z\d5 zijn voortgesprot54 ,want die volg5de toe/&5 z\d5 er dan re$s vroeg] hebb5 moet5 zijn1 t5zij m5 gelieft aan te nem51 dat die e]/e toe/& e]/ op e5 bepaald oog5blik begonn5 heeft causaal te w]k52 ma> dan z\ er op dat oog5blik iets v]&]d moet5 zijn1 wa>door die e]/e toe/& ophield te ru/52 welnu1 als er e5 v]&]+ is bijgekom51 dan moet5 we na> ha> oorzaak1 na> de da>aan voorafga&e v]&]+ vrag51 en zoo zijn wij w$] op de ladd] d] oorzak5 aangel& en word5 door de onv]biddelijke wet d] causaliteit voortgezweept om hoog] en hoog] te klimm51 /e$s hoog]1 tot 9 het one9dige4 ,de wet d] causaliteit laat zi* niet gebruik5 als e5 fiak]1 di5 m51 aangekom5 wa> m5 wil zijn1 na> huis z5dt4 ,zij gelijkt veele] op d5 bezem1 die1 door ,goe!'s toov]le]l+ bezield en aan het w]k gezet1 niet me] oph\dt te loop5 en te veg51 zoodat de oude heks5mee/] er zelf bij moet kom5 om hem tot ru/ te br5g54 ,helaas de he]5 pr(essor51 die er v]leg5 mee zitt51 dat ,kant aan hun di]ba> kosmologis* bewijs 7alles wat be/aat heeft e5 oorzaak1 de w]eld be/aat1 dus heeft de w]eld e5 oorzaak7 d5 dood/eek heeft toegebra*t1 zijn ge5 heks5mee/]s4 ,zij hebb5 dus e5 slimm5 /reek b$a*t4 ,vri5d01 hebb5 zij tot het kosmologis* bewijs gezegd1 het /aat sle*t met u1 ze] sle*t1 s$]t uwe noodlottige ontmoet+ met d5 oud5 dw>skop uit ,kon+sb]g52 ev5 sle*t als met uwe bro$]s1 het ontologis* en het physiko!ologis*4 ,ma> troo/ u1 wij v]lat5 u da>om niet2 ge weet1 we word5 er voor betaald2 to* moet ge1 het kan niet &]s1 van naam en kle$+ v]wissel52 want noem5 we u bij uw e*t5 naam1 dan loopt alles weg4 ,inkognito nem5 we u ond] d5 arm en br5g5 u w$] ond] de m5s*52 enkel1 zooals ge hoort1 inkognito2 zoo gaat het6 ,wij sprek5 voortaan van het absolute01 dat kl9kt vreemd1 fatso5lijk en voornaam2 en hoeveel m5 met voornaam-do5 bij de ,duits*]s kan uitri*t51 wet5 wij het all]be/2 wat geme5d wordt1 v]/aat to* i$] en h\dt zi* nog op d5 koop toe da>bij voor wijs4 ,zond] syllogism5 en praemiss5 tre$t gij als e5 man van we9ig woord5 fi] en drie/ op en zijt met n sprong aan het doel4 ,het absolute01 s*reeuwt gij1 en wij met u1 dat moet er to* om d5 duivel zijn3 &]s w>e er vol/rekt niets04 ,hi]bij slaat ge op de tafel4 ,vanwa> e*t] het absolute8 ,domme vraag6 ,heb ik niet gezegd3 het absolute08--,w]kelijk1 het gaat6 ,de ,duits*]s zijn gewoon woord5 9 plaats van begripp5 aan te nem52 da>toe word5 zij1 van k9dsbe5 af1 door ons g$resse]d2 let ma> op de ,hegelei02 wat is zij &]s dan holle1 leege1 da>bij misselijke woord5kraam8 ,en to*1 hoe s*itt]5d 0 de c>rire van dat philosophis* m9i/]-creatuur6 ,er w>5 enkel e5ige veile gezell5 noodig om d5 roem van het sle*te uit te bazu95 en hun /em vond 9 d5 holl5 s*$el van duiz5d domkopp5 e5 nog op dit oog5blik nakl9k5de en zi* voortplant5de e*o3 zie1 zoo w]d er uit e5 geme55 kwakzalv] e5 groote wijsge] gemaakt4 ,dus mo$ gevat6 ,da>5bov5 help5 wij u nog op &]e wijze2 wij kunn5 to* zond] u niet lev56 ,heeft de oude ,kon+sb]g] de r$e gekritise]d en ha> de vleugels gekortwiekt2 go$6 dan v9d5 wij e5 nieuwe r$e uit1 van welke tot dusv]re ge5 m5s* iets gehoord _h1 e5 r$e1 welke niet d5kt1 ma> onmiddellijk aans*\wt1 ideen 7e5 voornam woord tot my/ificatie ges*ap57 aans*\wt2 ( ook ze v]neemt1 onmiddellijk v]neemt1 wat gij en &]5 e]/ bewijz5 wild52 ( ook ze donk] beseft1 als m5 het met we9ig voor lief wil nem5 en niet veel wil toegev54 ,vroeg +epr5te volksbegripp5 gev5 we zoo voor re*t/reeks*e +ev+5 van deze1 onze nieuwe r$e uit1 voor +ev+5 uit d5 hooge4 ,de oude r$e1 die degrade]5 wij1 noem5 wij voortaan v]/& en lat5 ha> kui]54 ,en het w>e1 eig5lijke v]/&8 ,wat1 9 alle w]eld1 gaat ons het w>e1 eig5lijke v]/& aan8 ,gij la*t ongeloovig2 ma> wij k5n5 ons publiek en de /ud5t51 die wij op de bank5 voor ons hebb54 ,re$s ,baco heeft gezegd3 ,op univ]siteit5 le]5 de jonge mann5 geloov504 ,van ons kunn5 ze iets re*ts le]56 ,wij hebb5 e5 go$5 voorraad van gelo(s>tikel504 ,uit de wet d] causaliteit vloei5 twee gewi*tige nev5/ell+5 voort3 namelijk de wet d] traagheid en die van het voortdur5 d] /(4 ,de e]/e zegt1 dat i$]e toe/&1 dus zo[el de ru/ van e5 li*aam als ook zijn beweg+1 van welk5 a>d ook1 onv]&]d1 onv]m9d]d1 onv]me]d]d voortdur51 d5 e9delooz5 tijd door aanh\d5 moet1 t5zij er e5 oorzaak bijkomt1 welke v]&]+ teweeg br5gt4--,de twe$e wet1 welke de mat]ie als eeuwigdur5d doet k5n51 volgt da>uit1 dat de wet d] causaliteit sle*ts op de toe/&5 d] d+51 dus op hun ru/1 beweg+1 vorm1 kwaliteit betrekk+ heeft1 het ont/aan en v]gaan di] toe/&5 9 d5 tijd behe]s*t2 niet op het be/aan van d5 drag] di] toe/&51 aan welk5 m51 jui/ om aan te duid5 dat er bij hem van ont/aan en v]gaan ge5 sprake kan zijn1 de naam sub/antie heeft gegev54 ,de /( blijft3 d4w4z4 zij kan no* ont/aan no* v]gaan1 dus de 9 de w]eld voorh&5 hoeveelheid is niet aan v]me]d]+1 ev5m9 aan v]m9d]+ ond]hevig4 ,dat we dit a priori wet51 blijkt uit de onwrikb>e zek]heid1 wa>m$e i$]1 die e5 gegev5 li*aam1 hetzij door goo*ela>skun/51 hetzij door v]deel+1 v]br&+1 v]vlu*tig+1 ( op welke mani] ook heeft zi5 v]dwijn51 er no*tans va/ van ov]tuigd is1 dat1 wat er ook uit d5 vorm van het li*aam geword5 moge zijn1 de sub/antie1 dat is de mat]ie ervan1 onv]m9d]d erg5s aan te treff5 moet zijn4 ,de zek]heid1 wa>m$e wij dit bij voorbaat va//ell51 vloeit da>uit voort1 dat het ons v]/& aan e5 middel om ont/aan ( v]gaan d] mat]ie te d5k51 vol/rekt hap]t4 ,imm]s de wet d] causaliteit1 welke de e5ige vorm is wa>ond] wij v]&]+5 kunn5 d5k51 geldt enkel voor de toe/&5 d] li*am51 niet voor het be/aan van d5 drag] van alle toe/&51 de mat]ie4 ,da>om noem ik de grond/ell+ van het voortdur5 d] /( e5 koroll>ium1 d4i4 e5 nev5/ell+ van de causaliteitswet4 ,de ov]tuig+ van het voortbe/aan d] /( kunn5 we nooit door erv>+ v]worv5 hebb52 9 de mee/e gevall5 z\ het ons onmogelijk zijn empiris* va/ te /ell5 dat er niets v]lor5 ( bijgekom5 is2 da>5bov5 /aat i$]e empiris*e1 door g5]alisatie v]kreg5 kundigheid niet onvoorwa>delijk va/1 ma> is zij sle*ts bij b5ad]+ zek]1 dus onzek]4 ,onze ov]tuig+ betreff5de de geldigheid van die grond/ell+ heeft dan ook e5 geheel &] k>akt] dan die van e5 empiris*e natuurwet4 ,zoo kan m5 de vraag opw]p51 ( er ook tuss*5 li*am51 die door e5 vol/rekt l$ig van elk&] ges*eid5 zijn1 gravitatie z\ be/aan1 met &]e woord51 ( er voor de gravitatie niet e5 m$ium1 als b4v4 de !r1 v]eis*t wordt4 ,dat ov]ig5s sub/antie e5v\dig hetzelfde als mat]ie is1 blijkt da>uit1 dat we het begrip sub/antie enkel op mat]ie kunn5 toepass54 ,dus niet op zielelev58 ,behoor5 w5s*51 g$a*t51 gewa>word+51 bij welke het onz9 z\ zijn van ge/alte en uitgebreidheid te droom51 niet 9 e5 geheel &]e sfe] ?uis dan /e551 boom51 di]58 ,wordt er voor de psy*is*e toe/&51 welke to* ook afwissel51 ev5go$ ont/aan en v]dwijn5 als bloem51 ge5 blijv5d sub/raat v]eis*t8 ,jawel1 ma> ,s*op5hau] me5t ook voor die on/(felijke v]&]+5 ge5 &] duurzaam wez5 dan de mat]ie te behoev54 ,hij v]w]pt de le]1 dat er twee soort5 van wez5s1 li*am5 en ziel51 z\d5 zijn4 ,hij ontdekt 9 het heelal enkel li*am54 ,to* is hij e5 fel antimat]iali/4 ,hoe is dat mogelijk8 ,de oploss+ van het raadsel is e5v\dig deze1 dat volg5s ,s*op5hau] het /(felijk heelal niet buit5 het bewu/zijn be/aat1 ma> er enkel is voor en door het intellekt4 ,hij zegt3 ,m5 moet van alle god5 v]lat5 zijn om d5 waan te koe/]51 dat de aans*\welijke w]eld da>buit51 zooals zij de ruimte 9 h>e drie afmet+5 vult1 zi* 9 d5 tijd voortbeweegt en bij i$]e s*r$e door de onkreukb>e wet d] causaliteit wordt behe]s*t1 9 al deze opzi*t5 ev5wel enkel de wett5 volgt1 welke wij1 onafhankelijk van alle erv>+1 kunn5 aangev51--dat e5 zoodanige w]eld1 zond] ons to$o5 en als zelf/&ige w]kelijkheid1 voorh&5 z\ zijn1 om v]volg5s door de z9nelijke gewa>word+ ons bre9 b9n5 te dr+5 en alda> nu nog e5s1 als beeld1 op dezelfde wijze als da>buit51 te be/aan4 ,wat e5 armelijk d+ is to* de z9nelijke gewa>word+ op zi*zelve6 ,zelfs bij de edel/e z9tuig5 is zij niets me] dan e5 voorbijga& b9n5 de gr5z5 van ha> soort voor e5ige afwissel+ vatba>1 do* op zi*zelf /e$s individueel gevoel1 dat als zoodanig niets objektiefs1 niets wat na> e5 aans*\w+ zweemt kan behelz5444 ,de gewa>word+ kan aang5aam ( onaang5aam zijn1 dus 9 e5 bepaalde v]h\d+ tot ons will5 /aan1 ma> de v]wijz+ na> e5 d+ ligt nooit 9 ha> opgeslot54 ,ook kom5 v]&]+5 op het gebi$ d] gewa>word+ enkel 9 d5 vorm van d5 inn]lijk5 z91 dus 9 d5 tijd1 als elk&] opvolg5de1 tot het bewu/zijn4 ,e]/ wanne] het v]/&1 e5 functie van het zoo kun/ig en vreemd geb\wde1 drie tot vijf pond weg5de li*aamsdeel1 dat wij h]s55 noem51 aanvangt te w]k5 en zijn e5ig5 vorm1 de wet d] causaliteit1 9 toepass+ br5gt1 grijpt er e5 ma*tige v]&]+ plaats1 da> dan uit de subjektieve gewa>word+ de objektieve aans*\w+ wordt gebor54 ,het v]/& namelijk vat1 vr alle erv>+ 7want deze is tot dusv]re nog niet mogelijk7 de gegev5 gewa>word+ als e5 w]k+ op1 die als zoodanig noodw5dig e5 oorzaak moet hebb54 ,tegelijk]tijd plaat/ het v]/& die oorzaak 9 d5 vorm van d5 uitw5dig5 z91 dus 9 de ruimte3 zoo e]/ ont/aat het buit5-elk&] d] v]s*ill5de objekt51 tot welke ook ons eig5 li*aam behoort2 zoo is dus de aans*\w+ a priori d] ruimte de grondslag d] empiris*e aans*\w+4 ,bij deze v]ri*t+ neemt het v]/& alle1 zelfs de fijn/e data d] aanwezige gewa>word+ te hulp om di5ov]e5kom/ig de oorzaak d] gewa>word+ 9 de ruimte te con/rue]5444 ,het v]/& heeft dus de w]eld d] objekt5 het e]/ te s*epp53 onmogelijk kan die w]eld1 als w>e zij re$s kant en kla>1 door de z9n5 ons bre9 b9n5w&el54 ,de z9n5 lev]5 niets &]s dan li*t1 geluid1 geur enz41 met &]e woord5 de ruwe /(1 welke all]e]/ door het v]/&1 met behulp van de drie vorm5 van ruimte1 tijd en causaliteit1 tot de objektieve opvatt+ van e5 wettelijk g]egelde1 /(felijke w]eld wordt omgew]kt4 ,9 d5 di5/ d] objektieve aans*\w+ /aan eig5lijk sle*ts twee z9n53 het ta/gevoel en het gezi*t4 ,zij alle5 lev]5 de data1 op welk] grondslag het v]/& de objektieve w]eld laat ont/aan4 ,de ov]ige drie z9n5 blijv5 9 de ho(dzaak subjektief2 hunne gewa>word+5 wijz5 wel na> e5 uit]lijke oorzaak1 ma> behelz5 ge5 data1 welke tot het va//ell5 van ruimtebetrekk+5 kunn5 di554 ,die drie z9n5 kunn5 ons de aanwezigheid van voorw]p5 9 de ruimte aankondig51 wanne] deze ons re$s van eld]s bek5d zijn1 ma> hunne data zijn op zi*zelve niet voldo5de om tot e5 con/ructie 9 de ruimte1 dus tot e5 objektieve aans*\w+1 9 /aat te /ell54 ,uit d5 reuk kunn5 wij nooit de roos con/rue]52 ook kan e5 bl9de zijn lev5 lang muziek hoor5 zond] van de muzikant51 ( van de in/rum5t51 ( van de trill+5 d] lu*t de g]+/e objektieve voor/ell+ te erlang54 ,het gehoor heeft zijn hooge wa>de als m$ium d] taal1 wa>door het de z9 d] r$e is1 ook als m$ium van muziek1 dus als e5ig middel om sam5ge/elde getalsv]h\d+5 niet ma> 9 het afgetrokk5e1 do* onmiddellijk1 dus op konkrete wijze1 op te vatt54 ,ma> de toon v]wij/ nooit na> ruimtebetrekk+51 v]raadt ons niet hoe het met zijn oorzaak ges*ap5 /aat1 hij br5gt ons niet v]d] en is dus ge5 datum voor het v]/&1 dat de objektieve w]eld opb\wt4 ,dat zijn alle5 de gewa>word+5 van d5 ta/z9 en het gezi*t4 ,to* is wat ta/z9 en gezi*t ons lev]5 nog ge5sz9s aans*\w+1 ma> enkel de ruwe /( er toe2 9 de gewa>word+5 van deze z9n5 ligt zoo we9ig de aans*\w+ opgeslot51 dat die gewa>word+5 veele] vol/rekt ge5 ov]e5kom/ hebb5 met de eig5s*app5 d] d+51 die door h>e bemiddel+ zi* aan ons op5b>54 ,om dat 9 te zi5 moet m5 wat w]kelijk aan de gewa>word+ eig5 is1 duidelijk afs*eid5 van wat er bij de aans*\w+ door het intellekt aan wordt toegevoegd4 ,dit is aanvankelijk zwa>2 imm]s wij zijn er zooze] aan gew5d van de gewa>word+ oog5blikkelijk tot h>e oorzaak ov] te gaan1 dat we v]zuim5 op de gewa>word+ zelve1 welke hi] als het w>e de prmis tot e5 gevolgtrekk+ van het v]/& lev]t1 behoorlijk a*t te gev54 ,als e5 bl9dgebor5e e5 kubus beta/1 dan is er niets 9 zijne gewa>word+51 wat met e5 kubus ov]e5kom/ v]toont4 ,ma> uit d5 gevoeld5 teg5/& besluit zijn v]/& a priori en onbewu/ tot e5 oorzaak er van2 uit de beweg+51 welke bij het ta/5 de arm5 mak51 t]wijl de gewa>word+ 9 de h&5 dezelfde blijft1 con/rue]t hij 9 de hem a priori gegev5 ruimte de kubieke ge/alte van het li*aam4 ,bra*t hij de voor/ell+ van e5 oorzaak en van ruimte niet re$s m$e1 zoo z\ nooit het successieve gevoel 9 zijn h& het beeld van e5 kubus voor zijn gee/ do5 v]rijz54 ,laat m5 door zijn geslot5 h& e5 koord loop51 zoo zal hij als oorzaak van de wrijv+ en van ha> duur bij zoodanige h\d+ zijn] h& zi* e5 lang cyl9d]vormig 9 n ri*t+ gelijkvormig voortloop5d li*aam con/rue]54 ,nooit e*t] z\ uit het gevoel 9 zijne h& de voor/ell+ van beweg+1 dat is van v]&]+ van plaats 9 d5 tijd1 kunn5 ont/aan4 ,zijn intellekt moet1 vr alle erv>+1 ruimte1 tijd en causaliteit als voorwa>d5 van wa>nem+1 aan welke het zi* niet kan onttrekk51 9 zi* hebb51 om van de alle5 empiris* gegev5 gewa>word+ ov] te gaan tot e5 oorzaak er van en die oorzaak dan als e5 zi* z beweg5d li*aam van di5 en di5 vorm te con/rue]54 ,hoe groot to* is niet de af/& tuss*5 gewa>word+ 9 de h& en voor/ell+ van oorzakelijkheid1 mat]ialiteit en beweg+ 9 de ruimte4 ,de gewa>word+ 9 de h& is1 ook bij v]s*il van aanrak+ en positie1 iets veel te e5vormigs en te armo$igs1 dan dat het mogelijk w>e da>uit de voor/ell+ van de ruimte met h>e drie afmet+51 die d] inw]k+ van li*am5 op elk&]1 die van eig5s*app5 als uitgebreidheid1 ondoordr+ba>heid1 cohaesie1 ge/alte1 h>dheid1 weekheid1 ru/ en beweg+ af te leid52 dat alles tre$t sle*ts da>door 9 ons bewu/zijn op1 dat 9 het intellekt zelf de ruimte als vorm d] aans*\w+1 de tijd als vorm d] v]&]+ en de wet d] causaliteit als regulateur van de intr$+ van v]&]+5 bij voorbaat kla> ligg54 ,het aan alle aans*\w+ voorafga&e be/aan di] vorm5 doet het intellekt zijn wat het is4 ,uit e5 physiologis* oogpunt kan m5 het intellekt e5 v]ri*t+ d] h]s55 noem51 welke h>e w]kzaamheid ev5m9 door erv>+ behoev5 aan te le]51 als de maag het v]t]51 ( de lev] de afs*eid+ van gal4 ,sle*ts zoo is het v]kla>ba>1 dat vele bl9dgebor55 e5 voll$ige k5nis d] ruimtebetrekk+5 erlang52 m5 d5ke aan ,saund]son1 die1 s*oon van zijn prille jeugd af bl9d1 no*tans 9 ,cambridge ma!sis1 optica en a/ronomie v]mo*t te ond]wijz54 ,op dezelfde wijze is wat bij het zi5 de gewa>word+ lev]t1 niets me] dan e5 veelv\dige a&o5+ van de ret9a1 met d5 aanblik van e5 palet te v]gelijk51 wa>op vel]lei bonte klodd]s van v]v5 word5 aangetr(f52 niets me] dan dit z\ 9 het bewu/zijn ov]blijv51 wanne] m5 aan hem1 die van e5 uitgebreid en rijk uitzi*t /aat te g5iet51 door v]lamm+ van de h]s55 plotsel+ het v]/& geheel ontnam1 t]wijl hem no*tans de gewa>word+ w]d gelat52 want dit 0 de ruwe /(1 wa>uit vroeg] zijn v]/& die aans*\w+ s*iep4 ,uit het voorafga&e volgt1 dat de z9n5 sle*ts de h&lang]s zijn1 die aan het v]/&1 aan d5 kun/5a> 9 ons1 g]oep5 om het w]k te v]ri*t51 het da>toe v]eis*te mat]iaal lev]54 ,het v]/& pa/ da>bij de wet d] causaliteit toe1 welke natuurlijk niet uit aans*\w+ d] w]eld geput kan zijn1 da> jui/ door die toepass+ de w]eld gebor5 wordt4 ,wij v9d5 d]halve alle elem5t5 d] empiris*e aans*\w+ 9 ons aanwezig en niets is da>9 v]vat1 wat z\ kunn5 he5wijz5 na> e5 van ons v]s*ill5de en op eig5 voet5 /a&e w]kelijkheid4 ,ook moet dit ov]wog5 word53 ond] het begrip d] mat]ie d5k5 we wat van de li*am5 ov]blijft1 wanne] we ze van hun vorm en van alle specifieke kwaliteit5 ontdo51 dus datg5e wat bij alle li*am5 n en hetzelfde moet zijn4 ,die door ons wegg$a*te vorm5 en kwaliteit5 v]teg5woordig5 jui/ de bijzond]e en ze] bepaalde w]k+swijz5 d] li*am51 welke hunne v]s*eid5heid uitmak54 ,dus is1 wanne] we da>van afzi51 het dan nog ov]blijv5de e5v\dig w]kzaamheid 9 het algeme51 w]k5 als zoodanig1 de causaliteit zelve1 objektief g$a*t1 de we]glans van ons eig5 v]/&1 het na> buit5 uitge/raalde beeld van zijn e5ige v]ri*t+2 de mat]ie is geheel en al uitsluit5d causaliteit1 ha> wez5 is ha> w]k54 ,om die r$5 kan op de mat]ie zelve de wet d] causaliteit niet word5 toegepa/2 zij is de causaliteit zelve1 objektief opgevat2 zij kan h>e ma*t niet ov] zi* zelve uitoef552 zoo kan het oog alles zi51 behalve zi*zelf4 ,dit zijn dus de resultat51 wa>toe het w>e1 het transc5d5tale idealisme leidt4 ,tot het d+ op zi*zelf1 tot datg5e1 wat er a*t] de v]momm+ aanwezig is1 kunn5 we niet op d5 weg d] voor/ell+ g]ak52 da>toe moet5 wij e5 &]5 weg inslaan1 die door het inn]lijk d] d+5 leidt en ons als het w>e door v]raad de ve/+ do5 ontsluit54 ,z9nelijke gewa>word+5 zijn dus de uitgangspunt5 tot de all]e]/e toepass+ van de causaalwet4 ,zij zijn noodig voor de aans*\w+ van alle objekt51 ons eig5 li*aam inkluis4 ,de deel5 van dat li*aam moet5 op de z9n5 w]k52 het oog moet dat li*aam zi51 de h& het beta/5 enz41 zull5 we 9 /aat zijn ons eig5 li*aam 9 de ruimte te con/rue]54 ,ge5 enkel objekt wordt door ons onmiddellijk1 zond] tuss*5kom/ van gewa>word+51 gek5d4 ,natuurlijk besefte ,s*op5hau] dat vorm5 als ruimte1 tijd1 causaliteit e]/ met en aan de mat]ie d] k5nis tot ons bewu/zijn kom54 ,enkel de m5s* is 9 /aat om die vorm5 afzond]lijk te d5k5 en te noem54 ,s*op5hau] zegt3 ,het groote ond]s*eid tuss*5 m5s* en di] be/aat da>91 dat de m5s* e5 klasse van voor/ell+5 heeft1 welke het di] mi/4 ,wij b$oel5 die afgetrokk51 uit de aans*\welijke voor/ell+ door aftrekk+ v]kreg5 voor/ell+51 welke begripp5 heet54 ,de h&el+5 d] m5s*5 grijp5 met niet m9d] /r5ge noodzakelijkheid plaats1 dan die d] di]52 do* da> de m5s* begripp5 heeft1 kan hij zi* door e5 &] soort van beweegr$55 dan het di] lat5 leid51 namelijk door g$a*t52 hij kan h&el5 met opzet1 met ov]leg1 volg5s e5 plan1 volg5s /elregels 9 ov]e5/emm+ met &]5 enz41 9 plaats van enkel d5 impuls op te volg51 welke door aans*\welijke1 bij de h& zijnde voorw]p5 wordt uitgeoef5d4 ,zoo ont/aat alles1 wat het m5s*elijk lev5 rijk1 kun/ig en v]s*rikkelijk maakt4 ,de klo( tuss*5 m5s*5 en di]5 wordt t5 slotte zoo bre$1 dat de m5s* zijn bro$]s1 de di]51 niet me] k5t1 ze voor iets geheel &]s h\dt dan hij zelf is en om zi* 9 di5 waan te beve/ig51 ze bee/5 noemt1 alle lev5sv]ri*t+51 welke hij met de di]5 geme5 heeft1 met s*impnam5 a&uidt1 de di]5 voor re*teloos uitgeeft en zi*1 al?ans hi] 9 het we/51 hals/>rig v]zet teg5 de zi* hem opdr+5de id5titeit van wez5 bij m5s* en di]4 ,to* is het e5ig v]s*il1 zooals gezegd1 enkel dit1 dat de m5s* niet enkel aans*\welijke1 ma> ook afgetrokk5 voor/ell+5 heeft1 begripp5 g5aamd1 wijl i$] van h5 ontelb>e d+5 ond] zi* begrijpt4 ,m5 kan de begripp5 def9ie]5 als voor/ell+5 uit voor/ell+54 ,bij hunne vorm+ word5 de voll$ige1 dus aans*\welijke voor/ell+5 9 hunne be/&deel5 gesplit/1 om deze afzond]lijk1 i$] voor zi*1 te kunn5 d5k5 als v]s*ill5de eig5s*app5 d] d+5 ( als betrekk+5 tuss*5 de d+54 ,wanne] dit plaats grijpt1 rak5 de voor/ell+5 noodzakelijk ha> k>akt] van aans*\welijkheid kwijt1 gelijk wat]1 dat 9 zijn elem5t5 wordt ontle$1 zijn vloeiba>heid v]lie/4 ,want i$]e afzond]lijke geab/rahe]de eig5s*ap laat zi* wel alle5 d5k51 ma> niet op zi*zelve ook alle5 aans*\w54 ,de vorm+ van e5 begrip grijpt op deze wijze plaats1 dat m5 van het aans*\welijke veel laat wegvall51 om dan het ov]blijv5de op zi*zelf te kunn5 d5k53 m5 d5kt dus m9d] dan er aans*\wd w]d4 ,heeft m5 v]s*ill5de aans*\welijke voor/ell+5 de revue lat5 passe]51 van i$] di] voor/ell+5 iets &]s do5 wegvall5 en to* bij all5 hetzelfde ov]geh\d51 dan is dat het g5us e5] soort4444 ,de hoog/e1 de mee/ algeme5e begripp51 zijn natuurlijk de hol/e en de arm/e1 l$ige hulz5 als b4v4 zijn1 wez51 d+1 word51 enz4 ,m5 kan begrijp51 hoe one9dig hol en arm1 hoe b5auw5d v]vel5d wijsge]ige /elsels moet5 uitvall51 die uit zulke l$ige hulz5 word5 te voors*ijn gesponn54 ,enkel omdat de di]5 tot aans*\welijke voor/ell+ bep]kt zijn1 hebb5 zij ge5 taal1 zelfs al zijn zij 9 /aat woord5 uit te sprek52 ze v]/aan enkel eig5nam54 ,om dezelfde r$5 la*5 de di]5 niet4 ,wanne] m5 e5 ietwat lange en sam5hang5de toespraak van e5 ruw en onbes*aafd m5s* ontle$t1 dan v9dt m5 da>9 no*tans zulk e5 rijkdom van logis*e vorm51 w5d+51 ond]s*eid+5 en fijnh$5 van i$]e soort1 behoorlijk door grammatikale buig+5 en kon/rukties uitg$rukt1 dat m5 van v]baz+ de h&5 ine5 slaat en e5 ze] uitgebreid en sam5hang5d wet5 da>9 ontdekt4 ,die gans*e ontwikkel+ ru/ op d5 grondslag van aans*\w+ en wordt v]kreg5 door het wez5 d] aans*\welijke w]eld 9 afgetrokk5 begripp5 om te zett53 door de r$e1 die als onmisba> hulpmiddel zi* da>bij van de taal b$i5t1 w]d het groote w]k v]ri*t4 ,met het aanle]5 d] taal komt dus het geheele me*anisme d] r$e1 het wez5lijke d] logica1 tot het bewu/zijn van het k9d4 ,natuurlijk ges*i$t dit niet zond] groote inspann+ des gee/es1 zond] welwill5de opm]kzaamheid1 ma> da>toe hebb5 de k9d]5 de kra*t1 want hun le]gi]igheid is /]k1 wanne] ze het w]kelijk bruikb>e en onmisb>e teg5ov] zi* zi52 sle*ts dan s*ijnt die le]gi]igheid zwak1 als m5 hun datg5e wat hun niet voegt wil opdr+54 ,dus bij het aanle]5 d] taal met h>e tal van w5d+5 en fijnh$51 zo[el door het lui/]5 na> wat volwass55 zegg5 als door zelf te sprek51 erlangt het k9d1 zelfs al wordt het ze] ruw opgevo$1 die ontwikkelde r$e en v]w]ft het die konkrete logika1 welke niet 9 de k5nis d] logis*e regel5 be/aat1 ma> ges*ikt maakt om ze onmiddellijk en re*t/reeks toe te pass52 zoo le]t e5 m5s* van muzikal5 aanleg1 zond] het lez5 van not5 en zond] g5]aalbas1 door e5v\dig pianospel5 op het gehoor1 de regels d] h>monie4 ,da>door1 dat begripp5 m9d] inh\d hebb5 dan de voor/ell+51 wa>uit ze word5 geab/rahe]d1 zijn ze zoo h&ig4 ,zij /ell5 ons 9 /aat1 om jui/ dat deel d] voor/ell+5 te gebruik51 dat m5 op e5 gegev5 oog5blik noodig heeft1 t]wijl1 wanne] m5 zi* door de fantasie de voll$ige voor/ell+5 moe/ voor d5 gee/ roep51 m5 all]lei balla/ z\ moet5 me5em5 en geva> loop5 da>ond] te bezwijk54 ,jui/ omdat de taal ons v]oorlo(t ov]bodig pak weg te w]p51 zijn wij d5k5de wez5s4 ,dat d5k5 v]le5t d5 m5s* de bezonn5heid1 welke bij het di] gemi/ wordt4 ,zij /elt hem 9 /aat duiz5d d+5 door e5 begrip te omvatt5 en telk5s datg5e1 wa>op het aankomt1 zi* voor d5 gee/ te h\d51 all]lei v]s*ill51 ook die van ruimte en tijd1 buit5 zijn horizon te bann51 zi* het afwezige1 het v]l$51 de toekom/1 voor d5 gee/ te /ell51 t]wijl het di] 9 i$] opzi*t aan het h$5 gebond5 is4 ,het v]mog5 om zi* te bez9n51 tot zi*zelf te kom51 is de wortel van alle !oretis*e en praktis*e v]ri*t+51 door welke de m5s* het di] ov]treft2 zoo is hij 9 /aat ond] t]ugblik op het v]l$5 voor de toekom/ te zorg51 opzettelijk1 volg5s e5 va/ plan1 me?odis* te h&el51 met vel5 tot n doel sam5 te w]k51 zi* aan orde1 zi* aan e5 wet te ond]w]p51 9 e5 /aat te lev54 ,alle d5k51 9 d5 ruim5 z9 des woords1 alle gee/esw]kzaamheid1 heeft f woord51 f fantasiebeeld5 noodig3 van beid5 v]/ok5 heeft het ge5 /eun1 wa>op het ru/4 ,er zijn wa>h$51 die wij ontdekk5 door reflexie1 dat is door zelfond]zoek4 ,zoo bespeur5 wij1 dat we niet 9 /rijd met de wet d] contradictie kunn5 d5k51 want i$]e pog+ da>toe mislukt2 we kunn5 het ev5m9 als onze l$emat5 teg5 de ri*t+ d] gewri*t5 9 beweg54 ,voor zulk e5 proef hebb5 we voor/ell+51 objekt5 noodig en enkel door met deze te exp]im5te]5 ontdekk5 we de wett5 van het d5k54 ,beproev5 we e5 v]&]+ zond] voorafga&e oorzaak1 ( wel e5 ont/aan1 ( v]gaan van mat]ie te d5k51 dan krijg5 we het bewu/zijn dat het onmogelijk is2 de wortel di] onmogelijkheid is 9 ons intellekt2 &]s z\d5 we ha> niet op d5 subjektiev5 weg kunn5 ontdekk52 ma> die onmogelijkheid geldt voor objekt52 door met objekt5 proev5 te nem5 wordt zij opgespoord4 ,re*t/reeks1 zond] behulp van objekt51 kan het subjekt zi* niet le]5 k5n54 ,de di]5 hebb5 enkel v]/&4 ,de m5s* is tev5s e5 r$elijk wez54 ,dat de di]5 v]/& hebb51 blijkt da>uit1 dat ook zij uit hunne gewa>word+5 door toepass+ van de wet d] causaliteit tot aans*\w+ van voorw]p5 9 de ruimte opklimm54 ,ma> de m5s*1 die 9 e5 w]eld van begripp5 leeft en e5 sprek5d wez5 is1 dus tot bezonn5heid en e*t m5s*elijke v]ri*t+5 9 /aat1 is 9 het bezit d] r$e4 ,zoo heeft m5 te all5 tijde tot dusv]re de gr5s getrokk51 ma> 9 d5 laat/5 tijd hebb5 de philos(iepr(essor5 go$ gevond5 om 9 /rijd met het spraakgebruik v]/& te noem5 wat tot dusv]re r$e heette en drie/weg met d5 naam van r$e e5 nieuw door h5 uitg$a*t v]mog5 aan te duid51 e5 v]mog5 om door e5 zi* op55d v5/] 9 e5 bov5natuurlijke w]eld te s*\w5 en zoo wa>h$5 betreff5de het zoog5aamd absolute1 betreff5de de ,idee 9 ontvang/ te nem54 ,ook s*]m5 ze dan veel op gemo$elijk5 en s5tim5teel5 toon met ideen1 als het go$e1 het w>e1 het s*oone1 welke op de kep] bes*\wd sle*ts ze] ruime en hoog/ ab/rakte1 imm]s uit e5 one9dig getal van d+5 en betrekk+5 afgetrokk51 dus aan inh\d uit]/ arme begripp5 zijn4 ,k5nis kan1 volg5s ,s*op5hau]1 enkel wat ha> vorm betreft1 a priori zijn4 ,da>5teg5 moet alle inh\d van k5nis uit de erv>+ zijn geput4 ,vorm van k5nis is /e$s voorwa>de van k5nis1 aan welke het k5n5d subjekt bij wa>nem+ en d5k5 gebond5 is4 ,als de r$e e5 v]mog5 w>e1 b]ek5d om kundigh$51 ook wat ha> /( betreft1 te lev]5 en dus inzi*t5 te gev5 aanga&e wat de mogelijkheid van alle erv>+ te bov5 gaat1 dan moe/ er ov] de ond]w]p5 d] metaphysica1 welke dezelfde zijn als die van d5 godsdi5/1 e5 ev5 groote ov]e5/emm+ ond] de m5s*5 he]s*51 als ov] de ond]w]p5 d] ma!sis2 het gevolg z\ zijn1 dat wanne] iem& er afwijk5de inzi*t5 op nahield1 hij als niet re*t bij zijn v]/& z\ word5 bes*\wd4 ,ma> jui/ het omgeke]de grijpt plaats4 ,s$]t de m5s*5 d5k51 /aan ov]al de philos(is*e /elsels t5 deele diametraal teg5ov] elk&]2 en s$]t de m5s*5 geloov51 wat van nog oud] datum is1 be/rijd5 de godsdi5/5 elk&] te vuur en te zwa>d met v]vloek+5 en k]kregels4 ,voor alle5 loop5de kett]s w>5 er 9 d5 tijd van het lev5de gelo( ge5 krankz9nig5huiz51 ma> k]k]s d] inquisitie met wat er bij behoort4 ,dus ook hi] spreekt de erv>+ luide en onloo*5ba> teg5 het leug5a*tig voorw5d5 van e5 r$e1 die e5 v]mog5 tot onmiddellijke metaphysis*e kundigh$51 (1 duidelijk] gezegd1 tot +ev+5 uit d5 hooge w>e1 ov] welke het dus wel tijd is e5 /r5g g]i*t te h\d52 het is afs*uwelijk welk e5 lamme leug5taal s$]t e5 halve eeuw 9 ,duits*l& ov]al wordt gekolporte]d1 ja> 9 ja> uit van d5 ka!d] na> de /ud5t5bank5 en dan w$] van de bank5 na> d5 ka!d] v]hui/2 ja zelfs 9 ,frankrijk zijn er ?ans e5 pa> onnoozele blo$51 die zi* het sprookje hebb5 lat5 diets mak5 en het nu ond] hunne l&g5oot5 rondv5t52 e*t] zal de bon s5s d] ,frans*5 aan de raison transc5d5tale wel spo$ig de deur wijz54 ,ik moet bek5n51 het is niem& m9d] dan ,kant1 die met zijn praktis*e r$e en zijn kategoris*5 imp]atief tot al dat gezwets aanleid+ heeft gegev54 ,to5 die praktis*e r$e e5maal 0 aang5om51 0 er niets me] noodig dan ha> e5 !oretis*e r$e als tweel+zu/] toe te voeg51 die ev5e5s ex tripode bov5natuurlijke wa>h$5 z\ v]kondig5444 ,het is e5 vloek1 die t5 gevolge van zijn v]wants*ap met het v]ke]de en sle*te op het gesla*t d] tweevoet]s drukt1 dat van het w]k d] groote gee/5 jui/ de gebrek5 het mee/ bekor52 zij word5 geprez5 en bewond]d1 ma> het w]kelijk groote laat m5 t]zijde ligg54 ,wat diep is 9 de philosophie van ,kant is sle*ts aan uit]/ we9ig5 bek5d3 zijn ges*rift5 word5 enkel t] loops gelez5 door li$51 die me551 dat e]/ na hem het re*te gekom5 is2 aan hun sprek5 m]kt m5 dadelijk1 dat zij enkel de s*aal1 de buit5zijde k5n51 e5 vag5 omtrek ervan mee na> huis hebb5 g5om51 ma> nooit 9 d5 diep5 z9 en d5 gee/ zijn doorg$rong54 ,?ans is e9delijk e5 tijdp]k +etr$51 dat re$s lang voorspeld 0 geword52 de k]k wankelt1 wankelt zoo /]k1 dat zi* vrag5 laat ( zij ooit ha> zwa>tepunt zal t]ugv9d54 ,het getal van h51 die e5 zek]e graad en omvang van kundigh$5 onges*ikt maakt om te geloov51 is b$5kelijk groot geword54 ,da>van getuigt de algeme5e v]breid+ van het platte rationalisme1 dat zijn bulhond5tronie /e$s bre$] maakt4 ,de diepe my/]in van het *ri/5dom1 ov] welke de eeuw5 gebro$ en ge/r$5 hebb51 word5 met e5 kle]mak]sel uitgemet5 en v]oordeeld4 ,het ho(ddogma van het *ri/5dom1 de le] van de erfzonde1 is bij de rationali/is*e pla?o(d5 e5 !ma van k9d]spot geword51 want niets s*ijnt hun kla>d] en zek]d]1 dan dat het be/aan van i$] met zijn geboorte aanvangt en hij dus onmogelijk met s*uld belad5 op de w]eld kan zijn gekom54 ,hoe s*]pz9nig6--,en gelijk1 wanne] v]>m+ en v]wa>looz+ ge/adig to5em51 de wolv5 aanvang5 zi* 9 het dorp te v]toon51 zoo v]heft ond] deze om/&igh$5 het /e$s op de lo] ligg5de mat]ialisme het ho(d en komt met zijn geleid]1 het be/ialisme1 aan de h& aanw&el54 ,met het onv]mog5 om te geloov5 groeit e*t] de behoefte aan k5nis4 ,,fragm5t5 ,,uit ,,welt ,,als ,,wille ,,und ,,vor/ellung0 ,locke zegt3 ,het is duidelijk1 dat de gee/ de d+5 niet re*t/reeks k5t1 ma> enkel door tuss*5kom/ van ideen ( voor/ell+51 welke de d+5 v]teg5woordig52 bijgevolg is onze k5nis sle*ts 9 zoov]re jui/ als er ov]e5kom/ be/aat tuss*5 onze ideen en de voorw]p51 wa>op die ideen betrekk+ hebb504 ,deze !orie1 volg5s welke er bij de wa>nem+ ideen ( beeld5 tuss*5 ons en de d+5 z\d5 9 /aan1 leidt tot scepticisme4 ,hoe zull5 we onze ideen met h>e modell51 d4i4 met de w]kelijkheid zelve1 v]gelijk51 indi51 zooals wordt ond]/eld1 m5 tot de w]kelijkheid ge5 &]5 toegang heeft dan door middel van idee ( beeld8 ,wij will5 ons v]gewiss5 ( het beeld1 dat wij ons van g9ds*5 boom gevormd hebb51 al dan niet aan d5 boom beantwoordt2 wat kunn5 wij nu volg5s ,locke's hypo!se &]s do5 dan na> d5 boom kijk5 en ons zoo e5 nieuw beeld van d5 boom v]w]v51 dat wij met het oude beeld v]gelijk58 ,ma> zoo blijv5 wij /e$s b9n5 d5 kr+ van beeld5 ( voor/ell+5 opgeslot54 ,v&a> dat de b]oemde ,eul] 9 zijn ,briev5 aan e5 duits*e pr9ses0 kon s*rijv53 ,ik me5 dat de gewa>word+5 d] z9n5 nog iets me] behelz5 dan de philos(5 zi* inbeeld54 ,zij zijn niet ma> wa>nem+5 van zek]e 9 de h]s55 gemaakte indrukk54 ,zij gev5 niet ma> aan de ziel ideen van d+51 do* zij /ell5 ha> tev5s w]kelijk de d+5 voor1 die buit5 ha> be/aan1 ook al kan m5 niet begrijp51 hoe dat eig5lijk 9 zijn w]k gaat04 ,s*op5hau] is het met e5 g$eelte van deze opm]k+ van ,eul] volkom5 e5s4 ,ook hij is van oordeel1 dat wij de d+5 zelve buit5 ons wa>nem51 do*1 voegt hij er aan toe3 die d+5 zelve zijn onze voor/ell+51 onze ideen4 ,door deze uitspraak doet ,s*op5hau] zi* als ideali/ k5n54 ,natuurlijk heeft m5 bij dit gebruik van het woord niet aan gee/drift voor ideal5 te d5k51 ma> enkel aan v]e5zelvig+ van ideen en d+54 ,de wa>nem+ is volg5s ,s*op5hau] niet onbegrijpelijk1 da> zij door toepass+ van de ons a priori bewu/e wet d] causaliteit op de gewa>word+5 ont/aat2 zoo besluit5 wij1 bij het zi51 van de w]k+1 de gezi*tsgewa>word+1 tot ha> oorzaak1 het aans*\wde d+2 ma> die ov]gang van w]k+ tot oorzaak grijpt zoo snel plaats1 dat zij niet 9 het bewu/zijn valt1 en de z9nelijke gewa>word+1 de /( wa>uit het aans*\wde d+ wordt opgeb\wd1 zi* niet laat afs*eid5 van de door het v]/& gevormde voor/ell+4 ,dat wij d5 oorsprong onz] z9nelijke gewa>word+5 bij het niet-ik zoek51 is aan de wet d] causaliteit te dank51 die het m5s*elijk intellekt behe]s*t4 ,dat wij het niet-ik als uitgebreid wa>nem51 ligt da>aan1 dat de ruimte e5 noodzakelijke vorm van ons aans*\w+sv]mog5 is4 ,do* da> ruimte en causaliteit bij ons behoor51 zijn de d+51 die wij re*t/reeks wa>nem51 tegelijk]tijd sle*ts onze voor/ell+54 ,de ov]gang bij de wa>nem+ van de gewa>word+ tot ha> oorzaak laat zi*1 wat ha> onmiddellijkheid en bewu/eloo%eid betreft1 opheld]5 door e5 analoge gebeurt5is1 die bij het afgetrokk5 voor/ell5 ( d5k5 plaats grijpt4 ,bij het lez5 en hoor5 word5 ons enkel woord5 v]s*aft1 ma> van deze gaan we zoo onmiddellijk tot de da>door aang$uide begripp5 ov]1 dat het is1 als( we re*t/reeks de begripp5 ontv+54 ,v&a> dat we soms niet wet51 9 welke taal we gi/] iets1 dat we ons h]9n]51 gelez5 hebb54 ,dat de ov]gang no*tans telk5s plaats grijpt1 wordt bespeurd1 wanne] wij e5s bij uitzond]+1 doordat we v]/rooid zijn1 g$a*teloos lez5 en v]volg5s bem]k51 dat wij enkel lett]s en woord5 gezi51 ma> niets begrep5 hebb54 ,zoo is het 9 de dag5 van het s*rikbew9d 9 ,frankrijk gebeurd dat e5 kl]k1 die talrijke doodvonniss5 _h te kopie]51 zijn eig5 doodvonnis ne]s*reef1 zond] dat het door hem bem]kt w]d4 ,enkel wanne] we van ab/rakte begripp5 tot beeld5 d] fantasie ov]gaan1 b4v4 bij de arke ,noa*s ons e5 reusa*tig h\t5 geva>te op de zw>te1 golv5de wat]massa v]beeld51 komt de omzett+ van het woord 9 wat er door beteek5d wordt1 tot ons bewu/zijn4 ,de grondf\t van alle /elsels is volg5s ,s*op5hau] misk5n+ van deze wa>heid1 dat het intellekt en de mat]ie korrelata zijn1 d4i4 dat het e5e er enkel voor het &]e is1 dat beide met elk&] /aan en vall51 dat zij elk&] afspiegel51 ja dat zij eig5lijk e5 en hetzelfde zijn1 van twee teg5ge/elde zijd5 bes*\wd4 ,laat hi] bij voorbaat gezegd word5 dat dit ne v]s*ijn+ is van d5 wil1 van het d+ op zi* zelf4 ,intellekt en mat]ie zijn dus ge5 van beide oorspronkelijk en het is v]ke]d om gelijk alle /elsels1 het ,sp9ozisme uitgezond]d1 d$51 d5 oorsprong d] d+5 bij n van beide te zoek54 ,als de mat]ie er zi* op b]oemt d5 one9dig5 tijd te doorlev5 en de one9dige ruimte te vull51 dan moet ha> geantwoord word51 dat tijd en ruimte enkel 9 het subjekt1 d4i4 9 het intellekt1 voorh&5 zijn1 alle5 als vorm5 zijn] voor/ell+ be/aan1 vorm5 9 welke de mat]ie zi* v]toont en zond] welke zij er niet z\ zijn4 ,kon het intellekt ( het subjekt zelf v]nietigd word51 dan z\ die v]nietig+ tev5s de mat]ie treff53 dood treft dan ook enkel het li*aam1 dat g$ur5de kort5 tijd drag] is van het intellekt en1 gelijk al het ov]ige1 voorw]p van het intellekt4 ,datg5e1 wat alles k5t en nooit gek5d wordt1 is het subjekt4 ,het is onontbe]lijke voorwa>de van al het v]s*ijn5de1 van i$] objekt1 want enkel voor het subjekt is er alles wat be/aat4 ,als dat subjekt v9dt i$] zi*zelf1 e*t] sle*ts 9 zoov] als hij k5t1 niet 9 zoov] als hij voorw]p van k5nis is4 ,voorw]p is re$s het li*aam1 het is e5 objekt te midd5 van objekt5 en aan de wett5 d] li*am5 ond]worp54 ,het be/aat dus gelijk alle objekt5 d] wa>nem+ 9 de vorm5 van alle k5nis1 9 tijd en ruimte1 door welke de veelheid er is4 ,het subjekt e*t]1 het k5n5de1 nooit gek5de1 be/aat niet 9 ruimte en tijd1 da> het integ5deel door ruimte en tijd ond]/eld wordt4 ,van het subjekt kan dus ev5m9 gezegd word5 dat het veelheid als dat het e5heid is4 ,het wordt niet gek5d1 omdat het datg5e is1 wat alles k5t4 ,de w]eld als voor/ell+ be/aat uit twee van elk&] onafs*eidelijke helft54 ,de e5e is het objekt1 welks vorm is3 ruimte en tijd2 aan di5 vorm heeft het te dank5 dat het e5 veelheid is4 ,de &]e helft1 het subjekt1 ligt niet 9 ruimte ( tijd3 zij is geheel en onv]deeld 9 i$] k5n5d wez5 voorh&52 dus is e5 e5ig van deze wez5s voldo5de om met het objekt de w]eld als voor/ell+ kompleet te do5 zijn2 da>toe zijn niet de be/a&e millio55 noodig2 v]dwe5 t5 slotte ook dat e5ige wez51 dan z\ de w]eld als voor/ell+ er niet me] zijn4 ,deze helft5 zijn dus voor elk&] onmisba>1 zelfs 9 de g$a*te3 want i$] van beide heeft sle*ts door en voor de &]e beteek5is en aanzijn1 is er met ha> en v]dwijnt met ha>4 ,zij begr5z5 elk&] onmiddellijk3 wa> het objekt aanvangt1 h\dt het subjekt op4 ,de geme5s*appelijkheid di] gr5s toont zi* jui/ da>91 dat de onontbe]lijke en dus algeme5e vorm5 van alle objekt1 welke tijd1 ruimte en causaliteit zijn1 van het subjekt uit gevond5 en voll$ig gek5d kunn5 word5 (1 om hetzelfde 9 ,kant's spraakgebruik uit te drukk51 a priori 9 ons bewu/zijn ligg54 ,dit ontdekt te hebb5 is de ze] groote ho(dv]di5/e van ,kant4 ,dat de ma!matis*e betrekk+51 jui/ zoo als ik ze bij de d+5 d5k1 9 alle mogelijke erv>+ /e$s moet5 voorh&5 zijn1 dat er dus1 zooals ,kant het uitdrukt1 syn!tis*e oordeel5 a priori mogelijk zijn1 is door di5 reus ond] de d5k]s aangetoond en v]kla>d geword54 ,aan i$] dr+5 zi* vrag5 als de volg5de op3 wat is tijd8 wat is dat voor e5 d+1 dat nooit /il/aat1 l\t] beweg+ is1 zond] iets dat zi* beweegt8 ,en wat is ruimte1 dat alomteg5woordige niets1 wa>uit ge5 d+ kan wegsluip51 zond] op te h\d5 iets te zijn8 ,kant heeft ontdekt1 dat tijd en ruimte het subjekt aanhang51 de mani] zijn1 wa>op alle wa>nem+ van objekt5 voltrokk5 wordt1 gelijk re$s da>uit blijkt1 dat m5 wel alles1 wat 9 tijd en ruimte voorkomt1 ma> niet tijd en ruimte zelve kan wegd5k54 ,zoo kan de h& alles loslat51 alle5 zi* zelve niet4 ,intuss*5 kunn5 er nog &]e bewijz5 dan die door ,kant gegev5 w]d5 voor de wa>heid van zijne /ell+ word5 aangevo]d4 ,e5 re*?oekige1 gelijkzijdige driehoek0 behel/ ge5 logis*e teg5/rijdigheid1 want de prdikat5 heff5 i$] voor zi* het subjekt niet op1 en ev5m9 zijn zij begripmatig onv]e5igba>4 ,e]/ wanne] m5 e5 d]gelijke figuur 9 zijn voor/ell+ tra*t te con/rue]51 blijkt het dat zij onbe/aanba> is4 ,wilde m5 om die r$5 van e5 teg5/rijdigheid gewag51 dan z\ ook i$]e physis*e onmogelijkheid e5 kontradiktie moet5 heet51 zelfs al is zij e]/ 9 lat] tijd5 ontdekt1 b4v4 dat hor5s en snijt&5 9 de bov5kaak niet bij hetzelfde di] kunn5 sam5gaan4 ,alle5 de logis*e onmogelijkheid is e5 teg5/rijdigheid1 niet de physis*e en ev5m9 de ma!matis*e4 ,gelijkzijdig en re*?oekig sprek5 elk&] niet teg52 9 het kwadraat gaan zij gepa>d en ev5m9 is e5 van beide 9 /rijd met e5 driehoek4 ,da>om kan de onv]e5igba>heid van die begripp5 nooit door het zuiv]e d5k5 ontdekt word51 ma> zij blijkt e]/ bij de aans*\w+1 welke intuss*5 van di5 a>d is1 dat er ge5 erv>+1 ge5 w]kelijk d+ voor ha> noodig is1 da> de aans*\w+ hi] e5 zuiv] inn]lijke is4 ,tot hetzelfde gebi$ behoort de /ell+ van ,giordano ,bruno3 e5 one9dig groot li*aam is noodw5dig onbewegelijk01 want die /ell+ kan niet op erv>+ b]u/5 en ev5m9 op het axioma d] kontradiktie2 hi] wordt van e5 d+ gesprok51 dat 9 ge5 erv>+ kan voorkom51 t]wijl de begripp5 one9dig groot0 en bewegelijk0 elk&] 9 het d5k5 niet buit5sluit52 alle5 de zuiv]e aans*\w+ doet zi51 dat beweg+ e5 ruimte buit5 het li*aam v]eis*t1 t]wijl one9dige grootte ge5 ruimte da>buit5 ov]laat4--,wilde m5 teg5 het e]/e ma!matis*e voorbeeld aanvo]51 dat het er van afhangt1 hoe voll$ig het begrip is1 dat het oordeel5d subjekt betreff5de e5 driehoek heeft1 7want1 wanne] er niets aan hap]de1 dan z\ het ook de onmogelijkheid 9 zi* sluit51 dat e5 driehoek re*?oekig en to* gelijkzijdig is71 dan luidt het antwoord3 laat ons /ell5 dat zijn begrip van e5 driehoek nog gebrekkig is1 dan kan hij1 zond] de erv>+ te hulp te roep51 door de e5v\dige kon/ruktie van d5 driehoek 9 zijne fantasie1 dat begrip aanvull5 en zi* voor alle eeuwigheid ov]tuig51 dat e5 re*?oekige1 gelijkzijdige driehoek onmogelijk is2 jui/ e5 d]gelijke v]ri*t+ des gee/es br5gt e5 syn!tis* oordeel a priori voort1 dat is e5 zoodanig1 wa>door wij1 zond] alle erv>+ en to* met geldigheid voor alle erv>+1 onze begripp5 vorm5 en aanvull54--,het spreekt wel van zelf1 dat e5 begrip 9 het e5e ho(d voll$ig] kan zijn dan 9 het &]3 het begrip kat0 behel/ 9 het bre9 van ,cuvi] hond]dmaal me] dan 9 dat van zijn b$i5de4 ,om die r$5 kunn5 dezelfde oordeel5 voor d5 e5 syn!tis*1 voor d5 &] analytis* zijn4 ,neemt m5 e*t] de begripp5 objektief en wil m5 besliss5 ( e5 gegev5 oordeel analytis* dan wel syn!tis* is1 dan v]vange m5 het prdikaat door zijn kontradiktoris* teg5deel en v]b9de het1 zond] copula1 met het subjekt3 geeft dat e5 contradictio 9 adjecto1 dan 0 het oordeel analytis*1 zoo niet3 syn!tis*4 ,dat de rek5kunde op de zuiv]e aans*\w+ van d5 tijd b]u/1 is niet zoo kla>blijkelijk1 als dat de meetkunde 9 die d] ruimte gegrond is4 ,m5 kan het e*t] op de volg5de mani] bewijz54 ,alle tell5 be/aat 9 het h]haald /ell5 d] e5heid3 enkel om te wet51 hoe dikwijls wij dat re$s g$aan hebb51 duid5 wij ha> telk5s aan met e5 &] woord3 dit zijn de telwoord54 ,nu is h]hal+ sle*ts mogelijk door opvolg+3 deze e*t]1 dus het na-elk&]1 ru/ onmiddellijk op de aans*\w+ van d5 tijd1 is e5 begrip dat sle*ts door tijd v]/aanba> is3 dus is ook het tell5 enkel door middel van d5 tijd mogelijk4 ,dit b]u/5 van alle tell5 op d5 tijd v]raadt zi* ook da>door1 dat 9 alle tal5 de v]m5igvuldig+ door maal0 aang$uid wordt1 ergo door e5 tijdsbegrip3 six fois1 six times1 sexies4 ,nu is e*t] re$s het e5v\dige tell5 e5 v]m5igvuldig5 met n1 we%alve 9 het in/ituut van ,pe/alozzi de k9d]5 /e$s zoo v]m5igvuldig5 moe/53 #b maal #b is #d maal n4 ,ook ,ari/oteles heeft re$s de enge v]wants*ap van het getal met d5 tijd bespeurd4 ,de tijd heet bij hem het getal d] beweg+4 ,diepz9nig w]pt hij de vraag op1 ( de tijd er z\ kunn5 zijn1 wanne] er ge5 ziel w>e1 en geeft da>op e5 ontk5n5d antwoord4 ,t5 onre*te heeft m5 uit deze r$5e]+ van ,s*op5hau] afgeleid dat1 gelijk de geometrie ruimtemet+ is1 zoo volg5s hem de rek5kunde tijdmet+ z\ zijn4 ,dat zegt hij niet4 ,ook z\ het ze] v]ke]d zijn dat te zegg54 ,m5 kan niet enkel ur5 en dag51 ma> ook de v]s*ill5de beteek5iss5 van e5 woord tell54 ,tell5 kan m5 ov]al1 wa> te ond]s*eid5 valt4 ,er is ge5 e5heid1 ge5 getal1 t5zij 9 ons d5k54 ,e5heid en getal word5 gebor5 door ons lett5 op wat wij do51 als wij het e5 van het &] ond]s*eid54 ,to* is de r$5e]+ van ,s*op5hau] niet geheel zuiv]4 ,want gelijk het tell51 zoo is ook het met5 enkel 9 d5 tijd mogelijk4 ,(s*oon de tijd gelijk de ruimte de k5vorm van het subjekt is1 doet hij zi*1 ook 9 dat opzi*t aan de ruimte w$] gelijk1 voor1 als( hij onafhankelijk w>e van het subjekt4 ,teg5 onz5 wil ( zond] ons wet5 vliegt ( draalt de tijd3 m5 vraagt hoe laat het is1 m5 vors*t na> d5 tijd als na> iets1 dat geheel objektief is4 ,en wat is dat objektieve8 ,niet de beweg+ d] /]r5 ( d] uurwijz]s1 welke e5v\dig di5t om d5 loop van d5 tijd da>aan te met53 dat objektieve is iets1 dat van alle d+5 v]s*ilt1 do*1 ev5 als die d+51 onafhankelijk van ons wet5 en will5 voorh&5 is4 ,tijd be/aat sle*ts 9 de ho(d5 d] k5n5de wez5s1 ma> de gelijkmatigheid van zijn gang en zijn onafhankelijkheid van d5 wil geeft hem het re*t objektief te heet54 ,de tijd is 9 de e]/e plaats de vorm van d5 inn]lijk5 z94 ,bij voorbaat wil ik hi] opm]k51 dat het e5ig voorw]p van d5 inn]lijk5 z9 de eig5 wil van het k5n5d subjekt is4 ,de tijd is dus de vorm1 door middel van welk5 de wil1 die oorspronkelijk van alle k5nis v]/ok5 is1 tot zelfk5nis 9 /aat wordt ge/eld4 ,9 d5 tijd doet zi* dat e5v\dig en id5tis* will5 voor als tot e5 lev5sloop uitg]afeld4 ,jui/ weg5s die oorspronkelijke e5v\digheid en id5titeit van datg5e wat z v]s*ijnt1 blijft het k>akt] /e$s hetzelfde1 we%alve ook de lev5sloop /e$s d5zelfd5 grondtoon beh\dt1 en de m5igvuldige gebeurt5iss5 en tooneel51 wa>uit hij be/aat1 als v>iaties op e5 en hetzelfde !ma kunn5 word5 bes*\wd4 ,ma9e de ,biran zo*t d5 oorsprong van het causaliteitsbegrip 9 de erv>+1 dat op het wilsbesluit als oorzaak de beweg+ van het li*aam als w]k+ volgt4 ,wat hi] als e5 empiris* feit wordt v]meld is ge5 feit4 ,wij bespeur5 vol/rekt niet1 dat het wilsbesluit om d5 arm te beweg5 en de beweg+ van d5 arm zelve twee v]s*ill5de gebeurt5iss5 zijn en dat die twee door d5 b& d] causaliteit zijn sam5geknoopt4 ,jui/] s*ijnt het te zegg51 dat beide e5 en hetzelfde zijn1 ma> op tweerlei wijze wa>g5om53 wat nl4 aan de inn]lijke wa>nem+1 dus aan het zelfbewu/zijn1 zi* als e5 w]kelijk wilsbesluit aankondigt1 datzelfde doet zi* bij de uitw5dige aans*\w+1 9 welke het li*aam objektief voorh&5 is1 onmiddellijk als w]kzaamheid des li*aams voor4 ,dat physiologis* de v]ri*t+ d] z5uw aan die van d5 spi] voorafgaat1 doet hi] niets t] zake1 want dat valt niet ond] het b]eik van het zelfbewu/zijn2 ook is er ge5 sprake van de v]h\d+ tuss*5 spi] en z5uw1 ma> van die tuss*5 wil%&el+ en li*amelijke v]ri*t+4 ,deze nu kondigt zi* niet als e5 causaliteitsbetrekk+ aan1 want tuss*5 wil%&el+ en li*amelijke v]ri*t+ grijpt ge5 opvolg+ plaats2 zij zijn er tegelijk4 ,wanne] zij zi* als oorzaak en w]k+ voord$51 z\ de v]b9d+ ons niet zoo onbegrijpelijk wez51 als zij ind]daad is3 want wat we uit zijn oorzaak v]/aan1 dat v]/aan wij1 zoov]re er voor ons van v]/aan sprake kan zijn4 ,da>5teg5 is de beweg+ van onze l$emat5 kra*t5s wilsbesluit5 e5 all$aags* wond]1 dat wij v]zuim5 op te m]k54 ,ri*t5 wij er e5maal de g$a*te op1 dan tre$t het onbegrijpelijke d] zaak lev5dig voor ons bewu/zijn1 jui/ omdat we hi] iets vr ons hebb51 wat we niet als w]k+ van zijn oorzaak v]/aan4 ,nooit kon dus deze wa>nem+1 wa>9 de voor/ell+ van causaliteit totaal ontbreekt1 ons die voor/ell+ v]s*aff54 ,niet m9d] v]ke]d is het de wet d] causaliteit te will5 afleid5 uit de empiris* wa>g5om5 inw]k+ van ons eig5 li*aam op &]e li*am54 ,b4v4 met inspann+ sluit5 we e5 deur wa> de w9d op /aat1 do* om deur en h& 9 de ruimte wa> te nem51 is re$s toepass+ van de wet d] causaliteit noodig4 ,er is e5 bre$e klo( tuss*5 gewa>word+ en de aans*\w+ van e5 objektieve w]eld2 de e5ige brug1 die da>ov] he5vo]t is de wet d] causaliteit1 welke voor h>e toepass+ de beide &]e ha> v]wante vorm51 ruimte en tijd1 ond]/elt4 ,( nu de gewa>word+1 van welke wij uitgaan om v]d] tot wa>nem+ te kom51 door d5 we]/& gebor5 wordt1 di5 de kra*tsuit+ onz] spi]5 ond]gaat1 dan wel door e5 li*t9druk op het netvlies ( e5 geluids9druk op de gehoorz5uw1 komt hi] op hetzelfde ne]3 altijd blijft de gewa>word+ e5 gegev5 voor het v]/&1 dat alle5 bij ma*te is ha> als w]k+ van e5 da>van v]s*ill5de oorzaak op te vatt51 welke het v]/& nu als iets uitw5digs aans*\wt door ha> te plaats5 9 d5 ev5e5s vr alle erv>+ ons inwon5d5 vorm d] ruimte4 ,zond] die intellektueele v]ri*t+ z\ nooit uit e5v\dige gewa>word+5 iets geheel &]s1 nl4 de aans*\w+ van e5 w]eld1 kunn5 ont/aan4 ,hoe is het d5kba>1 dat het bij e5 gewilde beweg+ zi* belemm]d gevoel51 wat ov]ig5s ook bij v]lamm+5 plaats grijpt1 da>toe voldo5de z\ zijn8 ,er komt nog bij dat1 zal ik beproev5 op uitw5dige d+5 te w]k51 deze noodzakelijk vooraf op mij moet5 gew]kt hebb51 want &]s ontbrek5 de beweegr$553 ook om die r$5 moet dus de opvatt+ d] buit5w]eld voorafgaan4 ,volg5s de !orie1 die ?ans be/r$5 wordt1 z\ e5 s*epsel zond] arm5 en be55 9 het geheel niet tot voor/ell+ van causaliteit1 en dus ook niet tot wa>nem+ d] buit5w]eld kunn5 kom54 ,dat dit e*t] niet zoo is1 blijkt uit ,frorieps ,notiz50 #ahch ,juli no4 #acc1 wa>9 uitvo]ig b]i*t wordt gegev5 ov] ,eva ,sauk uit ,e/hl&1 to5 #ad ja> oud1 geheel zond] arm5 en be551 zooals m5 zi5 kan op het toegevoegde portret4 ,volg5s de m$$eel+5 d] mo$] _h ,eva zi* gee/elijk ev5 snel ontwikkeld als h>e &]e k9d]5 en 0 zij spo$ig tot e5 jui/ oordeel ov] grootte en af/& d] zi*tb>e voorw]p5 gekom54 ,m5 moet niet me55 dat oorzaak en gevolg gelijktijdig kunn5 zijn4 ,ook dan1 als de opvolg+ weg5s h>e groote snelheid niet kan word5 wa>g5om51 zijn wij er to* van ov]tuigd1 dat er tijd v]/rijkt4 ,wij hal5 b4v4 de haan van het gewe] ov] en de kogel vliegt onmiddellijk uit d5 loop2 to* wet5 wij dat het afdrukk51 het ontvonk51 het voortplant5 van het vuur1 de ontpl(f+ en het wegvlieg5 van d5 kogel 9 die bepaalde orde elk&] moet5 zijn opgevolgd4 ,die opvolg+ van gebeurt5iss5 is nog door ge5 m5s* ooit wa>g5om51 ma> wij wet51 welke van die gebeurt5iss5 telk5s 9 d5 tijd aan de &]e moet voorafgaan1 dus wet5 wij ook1 dat er g$ur5de het v]loop d] heele reeks e5 zek]e tijd v]/rijkt1 ook al is hij zoo kort1 dat hij aan onze wa>nem+ ontsnapt4 ,bijgevolg is ons niet enkel de wet d] causaliteit1 ma> ook h>e betrekk+ tot d5 tijd en de noodzakelijkheid d] opvolg+ van oorzaak en w]k+ bij voorbaat bek5d4 ,wanne] wij wet51 welke van twee toe/&5 oorzaak en welke w]k+ is1 dan is ons tev5s bek5d1 9 welke orde zij 9 d5 tijd plaats grijp53 /rekt onze wet5s*ap da>5teg5 niet zoo v] en is ons enkel bek5d1 dat er causaalv]b& tuss*5 de twee toe/&5 is1 dan tra*t5 wij door proev5 uit te mak51 hoe de opvolg+ is en zoo te besliss51 welke van beide oorzaak en welke w]k+ is4 ,de vals*heid d] bew]+ van sommige wijsge]51 dat oorzaak en gevolg gelijktijdig z\d5 zijn1 blijkt ook uit de volg5de bes*\w+4 ,e5 onafgebrok5 ket5 van oorzak5 en w]k+5 vult d5 geheel5 tijd4 ,w>e de ket5 op zek] tijd/ip afgebrok51 dan z\ de w]eld to5 hebb5 /il ge/aan1 ( er _h1 om ha> we] 9 beweg+ te br5g51 e5 w]k+ zond] oorzaak moet5 plaats grijp54 ,w>e nu i$]e w]k+ met ha> oorzaak gelijktijdig1 dan z\ i$]e w]k+ opges*ov5 zijn 9 d5 tijd van ha> oorzaak1 zoodat e5 ket5 van oorzak5 en w]k+51 hoevele s*akels zij ook mo*t tell51 9 het geheel ge5 tijd z\ innem51 ma> alles er op hetzelfde oog5blik z\ zijn4 ,zoo s*rompelt1 bij de ond]/ell+ dat oorzaak en w]k+ gelijktijdig zijn1 de w]eldloop sam5 tot het feit van n oog5blik4 ,dit bewijs v]toont ov]e5kom/ met de r$5e]+1 dat i$] blad papi] dikte moet hebb51 da> &]s het geheele boek zond] dikte z\ zijn4 ,aan te gev5 wanne] de oorzaak oph\dt en de w]k+ aanvangt1 is bijna altoos moeilijk en dikwijls onmogelijk4 ,want de v]&]+5 ( de opvolg5de toe/&5 vorm5 e5 cont9uum1 gelijk de tijd1 welk5 zij vull51 en zijn dus1 zooals deze1 9 het one9dige deelba>4 ,ma> de orde1 wa>9 zij elk&] afwissel51 is ev5 noodzakelijk bepaald en onmisk5ba>1 als het feit dat h$5 enkel op gi/] en niet re*t/reeks op e]gi/] kon volg54 ,het reali/is* dogmatisme1 het eig5lijke mat]ialisme1 neemt /(1 tijd en ruimte als e5v\dig be/a&e aan en misk5t de betrekk+ tot het subjekt1 zond] welke dat alles er niet z\ zijn4 ,als leiddraad bezigt het de causaalwet en bes*\wt die als behoor5de tot e5 zelf/&ige orde d] d+51 t]wijl zoo het v]/& wordt op zij ges*ov51 voor hetwelk alle causaliteit er is4 ,nu spoort het d5 e5v\dig/51 zoog5aamd e]/5 toe/& d] mat]ie op1 om van da> uit al het ov]ige af te leid53 van me*anisme tra*t het te kom5 tot *emisme1 tot pol>iteit1 tot vegetatie1 tot di]lijk lev54 ,ge/eld dat dit alles gelukte1 dan z\ de laat/e s*akel d] ket5 gevoel en wa>nem+ zijn1 welke dus e5v\dig als modificaties d] /(1 als door causaliteit te voors*ijn gebra*te toe/&5 d] /( te voors*ijn z\d5 tr$54 ,w>5 we nu het mat]ialisme met aans*\welijke voor/ell+5 tot zoov] gevolgd1 dan z\d5 wij1 op d5 b]gtop aangel&1 plotsel+ neig+ gevoel5 om 9 e5 ,hom]is* gela* uit te b>/51 da> wij als uit e5 droom ontwak5d z\d5 bespeur51 dat zijn laat/e zoo moeilijk v]kreg5 resultaat1 gevoel en k5nis1 re$s bij het all]e]/e uitgangspunt te gelijk met de mat]ie als onontbe]lijke voorwa>de 0 ond]/eld en wij ons wel hadd5 +ebeeld aan de mat]ie zond] me] te d5k51 ma> ind]daad aan niets &]s hadd5 g$a*t dan aan het de mat]ie zi* voor/ell5de subjekt1 het ha> aans*\w5de oog1 de ha> beta/5de h&1 het ha> doorgrond5de v]/&4 ,zoo on?ulde zi* dan plotsel+ de enorme logis*e f\t3 de laat/e s*akel bleek de spijk] te zijn1 wa>aan re$s de e]/e 0 opgehang51 zoodat de ket5 bleek d5 cirkelvorm te hebb5 aang5om54 ,w]kelijk gelijkt dan ook de mat]iali/ op d5 b>on von ,mn*haus51 die het pa>d1 wa>op hij zit1 met zijn be55 en zi*zelf aan d5 /a>t van zijn pruik omhoog wil trekk54 ,de bew]+1 dat bewu/zijn modificatie van mat]ie z\ zijn1 is niet me] wa>d dan de omgeke]de1 dat mat]ie sle*ts modificatie van bewu/zijn z\ zijn4 ,to* is 9 d5 grond het doel en het ideaal van alle natuurwet5s*ap e5 konsekw5t volgeh\d5 mat]ialisme4 ,dat het mat]ialisme e5 ong]ijmdheid is1 kan sle*ts tot beve/ig+ van deze wa>heid di551 dat alle wet5s*ap nooit e5 laat/e doel kan b]eik51 nooit e5 g5oegzame v]kl>+ kan gev51 dat zij het inn]lijk wez5 d] w]eld niet raakt1 nooit v]d] dan de voor/ell+ komt en op de kep] bes*\wd niets &]s dan de v]h\d+ van de e5e voor/ell+ tot de &]e on?ult4 ,ge5 objekt zond] subjekt1--zi$a> de /ell+ welke voor eeuwig alle mat]ialisme onmogelijk maakt4 ,zonn5 en planet51 zond] e5 oog dat ze ziet ( e5 v]/& dat ze k5t1 lat5 zi* 9 woord5 noem51 ma> niet d5k54 ,intuss*5 dw+t ons het ond]zoek d] natuur aan te nem51 dat 9 d5 tijd i$] hoog] bew]ktuigde toe/& d] mat]ie voorafgegaan is door e5 lag] be/aan1 dat de di]5 er vr de m5s*5 zijn gewee/1 de viss*5 vr de zoogdi]51 de plant5 alwe] vroeg]1 het onbew]ktuigde vr al het bew]ktuigde2 dat bij gevolg de oorspronkelijke massa e5 lange reeks van v]&]+5 heeft moet5 doorloop51 vr dat het e]/e oog zi* kon ontsluit54 ,en to* blijft altoos van dat e]/e oog het be/aan van die geheele w]eld afhankelijk1 want dat oog 0 het onontbe]lijke middel om de w]eld te k5n5 en zond] dat oog is zij niet d5kba>1 da> de w]eld voor/ell+ is en als zoodanig het k5n5d subjekt1 d5 drag] van ha> aanzijn1 noodig heeft2 ja1 die lange reeks van eeuw51 wa>9 ontelb>e v]&]+5 hebb5 plaats gegrep5 en de mat]ie zi* tot /e$s hoog] ge/alte1 ontwikkelde1 totdat e9delijk het e]/e k5n5de di] gebor5 w]d1 die geheele tijd is alle5 d5kba> 9 de id5titeit van e5 bewu/zijn1 welks opvolg+ van voor/ell+5 die tijd is en zond] hetwelk hij alle beteek5is v]lie/ en vol/rekt niets is4 ,zoo zi5 wij van d5 e55 kant het be/aan d] w]eld afhankelijk van het e]/e k5n5de wez51 aan d5 &]5 kant bespeur5 wij dat dit e]/e k5n5de di] afhankelijk moet gewee/ zijn van e5 lange da>aan voorafga&e ket5 van oorzak5 en w]k+51 9 welke het zelf als e5 kle9e s*akel optrad4 ,deze twee elk&] we]sprek5de bes*\w+51 tot i$] van welke wij met dezelfde noodzakelijkheid geleid word51 z\ m5 e5 ant9omie 9 ons k5v]mog5 kunn5 noem51 indi5 zij niet da>9 h>e oploss+ vond dat1 om 9 ,kant's taal te sprek51 tijd1 ruimte en causaliteit niet aan het d+ op zi*zelf toebehoor51 ma> alle5 aan zijn v]s*ijn+1 wi] vorm5 zij zijn2 iets wat 9 mijne taal aldus luidt1 dat de objektieve w]eld1 de w]eld als voor/ell+1 niet de e5ige is1 ma> enkel de e5e1 om zoo te zegg5 uit]lijke zijde1 t]wijl de &]e zijde het inn]lijk/ wez5 d] w]eld1 ha> k]n1 het d+ op zi*zelf is1 dat wat wij ,wil noem5 na> de mee/ onmiddellijke van zijne op5b>+54 ,de w]eld als voor/ell+ e*t]1 met welke wij hi] alle5 te mak5 hebb51 beg9t w]kelijk1 als het e]/e oog ha> aans*\wt1 zond] welk m$ium van k5nis zij er niet kan zijn4 ,zond] dat oog1 m4a4w4 buit5 de k5nis1 0 er ook ge5 vroeg]1 ge5 tijd4 ,to* moet m5 da>uit niet afleid51 dat de tijd e5 beg9 _h1 want alle beg9 is 9 d5 tijd2 da> hij e*t] de mee/ algeme5e vorm van k5ba>heid is1 na> welk5 zi* alle v]s*ijnsel5 kra*t5s de wet d] causaliteit voeg51 zoo /aat met het e]/e k5n5 ook de tijd met zijn geheele one9digheid 9 beide ri*t+5 teg5ov] het k5n5de subjekt3 m4a4w4 het v]s*ijnsel1 dat het e]/ als aanwezig wordt opgem]kt1 moet dadelijk word5 opgevat als 9 causaalv]b& /a&e met en afhankelijk van e5 reeks van v]s*ijnsel51 die zi* tot 9 het one9dige 9 het v]l$5 uit/rekt2 dat v]l$5 is hi] de voorwa>de van het e]/e h$51 zooals omgeke]d dat e]/e h$5 voorwa>de is van het v]l$52 beide1 h$5 en v]l$51 zijn van het k5n5d subjekt afhankelijk en zond] dat subjekt niets2 het ligt aan het subjekt1 dat het e]/e h$5 niet als de aanvang van d5 tijd1 niet als iets wat ge5 v]l$5 tot vad] heeft1 ma> als gevolg van dat v]l$5 zi* noodw5dig voordoet4 ,wie aan de my?ologie hi] e5 beeld wil ontle55 om het te voors*ijn tr$5 van d5 tijd zond] aanvang uit te drukk51 d5ke aan de geboorte van ,kronos1 d5 tijd1 d5 jong/5 d] ,titan51 met wi51 da> hij zijn vad] ontm&e1 de ruwe voortbr5gsel5 van hemel en a>de ophield5 om de gesla*t5 d] god5 en d] m5s*5 op het tooneel te do5 v]s*ijn54 ,het is opm]kelijk1 dat ,s*op5hau]1 de felle antimat]iali/1 telk5s spreekt als w>e hij zelf e5 ov]tuigd mat]iali/4 ,zoo zegt hij op m5ige plaats1 dat de w]eld e5 h]s5ph5ome5 is4 ,onwillekeurig vraagt m53 wat zijn dan de h]s55 zelve1 die e5 deel d] w]eld uitmak58 ,is de w]eld miss*i5 ph5ome5 van e5 ph5ome51 ph5ome5 9 de twe$e ma*t8 ,d]gelijke uitsprak5 zijn1 na> mijn oordeel1 ge5 bewijs van g$a*teloo%eid1 ma> e5 b$5kelijk gevolg van de kun/5a>sbehoefte1 welke ,s*op5hau] eig5 01 om alles zoo pla/is* mogelijk voor te /ell54 ,opzettelijk tra*tte hij d5 b$riegelijk5 slui] van afgetrokk5 begripp501 welke bij &]e d5k]s subjekt en objekt van elk&] s*eidt1 9 fl>d5 te s*eur54 ,zoo kwam hij er toe te onpas de taal d] physiolog5 te gebruik5 en de zuiv]heid zo[el van zijn d5k5 als van zijn sprek5 aan aans*\welijkheid op te (f]54 ,de soms dwaze =mules1 wa>9 hij zijn g$a*t5 hult1 w]d5 hem door zijn intellektueel temp]am5t aan de h& g$aan1 dat aans*\w+ bov5 afgetrokk51 dorre r$5e]+ v]kie/ en dat e5 w>m1 zonnig1 kleurrijk1 s*itt]5d woord hoog] /elt dan fijne ond]s*eid+ en e]bi$ig+ van de regels d] logika1 wanne] deze het gebruik van voor on+ewijd5 moeilijk v]/aanb>e te*nis*e t]m51 gelijk m5 ze 9 massa 9 de ges*rift5 van ,kant aantreft1 z\d5 met zi* vo]54 ,9 dit v]b& zij het mij v]oorlo(d nog e5 &]e opm]k+ 9 te vle*t54 ,s*op5hau] gebruikt d5 t]m objekt 9 ruim] z9 dan bij ,kant en &]e d5k]s geme5lijk plaats grijpt4 ,ond] objekt to* v]/aat m5 bij voorkeur d5 inh\d van e5 algeme5 geldige1 van e5 wet5s*appelijke voor/ell+1 zooals die door e5 onb]ispelijk d5k]1 mits hij ov] alle t] zake di55de gegev5s bes*ikt1 gevormd wordt2 da>m$e erk5t m5 de mogelijkheid1 dat er wa>nem+5 ( voor/ell+5 zijn1 die enkel subjektieve beteek5is hebb51 die gebrekkig1 onjui/1 vals* moet5 heet54 ,dit ond]s*eid wordt b$oeld1 als m5 vraagt1 hoe w]kelijkheid en s*ijn kunn5 word5 ond]s*eid54 ,aan die vraag s*5kt ,s*op5hau] we9ig a&a*t4 ,ziehi] ev5wel de wijze1 wa>op e5 aanv]wante vraag door hem wordt beantwoord4 ,wij hebb5 droom52 is niet miss*i5 het geheele lev5 e5 droom8 ,( me] bepaald3 is er e5 afdo5d k5m]k om droom en w]kelijkheid1 om fantasm5 en e*te objekt5 te ond]s*eid58 ,de bew]+1 dat aans*\w+ 9 d5 droom m9d] lev5dig en duidelijk is dan aans*\w+ van w]kelijkheid1 v]di5t 9 het geheel niet 9 aanm]k+ te kom52 niem& to* is er ooit 9 geslaagd deze beide naa/ elk&] te plaats5 en ze dan te v]gelijk52 het e5ige wat m5 do5 kan is de h]9n]+ van e5 droom teg5ov] de aanwezige w]kelijkheid te /ell54--,kant lo/ de vraag aldus op3 ,de ond]l+e sam5hang d] voor/ell+5 volg5s de wet d] causaliteit ond]s*eidt het lev5 van d5 droom04--,da>op is te antwoord5 dat1 ook 9 d5 droom1 alle bizond]h$5 e5 voldo5d5 grond hebb54 ,de sam5hang blijkt enkel v]brok51 wanne] lev5 en droom elk&] afwissel5 ( wanne] m5 op v]s*ill5de droom5 let4 ,kant _h dus behoor5 te zegg53 de lange droom1 die het lev5 heet1 v]toont e5 doorga&5 sam5hang en /aat op zi* zelf teg5ov] de korte droom51 die er zi* ins*uiv52 de brug tuss*5 lev5 en droom5 ontbreekt en da>door ond]s*eidt m5 ze4--,intuss*5 z\ het ond]zoek1 ( iets g$roomd dan wel ges*i$ is1 met behulp van dit krit]ium1 ze] moeilijk en dikwijls 9 het geheel niet tot het doel geleid52 imm]s wij zijn vol/rekt niet 9 /aat om tuss*5 i$]e w]kelijk doorleefde gebeurt5is en het teg5woordig oog5blik alle s*akels van causaalv]b& aan te wijz5 en zull5 ons dus niet weg5s dat onv]mog5 g]e*tigd a*t5 om 9 e5 bepaald geval te zegg51 dat wij enkel hebb5 g$roomd4 ,da>om b$i5t m5 zi* 9 het w]kelijke lev5 niet van di5 toets/e54 ,het e5ig afdo5de k5m]k om droom en w]kelijkheid te ond]s*eid5 is ind]daad ge5 &] dan het zuiv] empiris*e ontwak51 wa>door de causaalb& tuss*5 de g$roomde gebeurt5iss5 en de feit5 van het wak5de lev5 nadrukkelijk en voelba> wordt v]s*eurd4 ,e5 voortreffelijk bewijs hi]voor is de opm]k+1 die ,hobbes 9 zijn ,levia?an ho(d/4 ,,ii t5 be/e geeft3 dat wij n4l4 droom5 dan li*t 9 lat] tijd voor w]kelijkheid h\d51 wanne] wij zond] opzet ov] dag niet ontkle$ geslap5 hebb54 ,vooral e*t]1 wanne] da> nog bijkomt1 dat e5 ond]nem+ ( e5 plan al onze g$a*t5 9 beslag neemt en ons 9 d5 droom ev5ze] als g$ur5de het wak5 bezig h\dt3 9 zulke gevall5 wordt het ontwak5 s*i] ev5 we9ig als het inslap5 opgem]kt2 de droom vloeit met de w]kelijkheid sam5 en wordt met ha> v]e5zelvigd4 ,hi] blijft er ind]daad niets &]s ov] dan d5 door ,kant aangegev5 toets/e5 te gebruik53 wanne] nu e*t] nad]h&1 zooals dikwijls het geval is1 er niet me] is op te spor5 ( de causaalb& met het h$5 aanwezig is dan wel ontbreekt1 dan moet het onbesli/ blijv5 ( e5 gebeurt5is g$roomd dan wel ges*i$ is4 ,zoo tre$t de nauwe v]wants*ap tuss*5 lev5 en droom zonnekla> ons te gemoet4 ,ind]daad is op die v]wants*ap door vele groote gee/5 dan ook met nadruk gewez54 ,de ,v$5 en ,purana's v]gelijk5 telk5s onze k5nis d] w]kelijkheid1 welke zij het weefsel van ,maja noem51 met d5 droom4 ,plato zegt h]haaldelijk1 dat de m5s*5 sle*ts 9 e5 droom lev5 en alle5 de philoso( er na> /reeft om wakk] te zijn4 ,p9d>us noemt d5 m5s* d5 droom van e5 s*aduw4 ,sophocles zegt3 ik zie dat wij1 die lev51 enkel beeld5 en zwev5de s*aduw5 zijn2 t]wijl wij bij ,%akespe>e lez53 wij zijn van de /( wa>uit droom5 word5 gewev51 en ons kort/ondig lev5 wordt door slaap omlij/4 ,na deze di*t]lijke citat5 zij het ook mij v]gund mijn b$oel+ door e5 v]gelijk+ duidelijk te mak54 ,het lev5 en de droom5 zijn blad5 van hetzelfde boek4 ,g]egeld doorlez5 heet3 het w]kelijk lev54 ,wanne] e*t] de lee/ijd door het aanbrek5 van d5 na*t t5 e9de is en het uur van ru/5 slaat1 dan blad]5 wij nog slap]ig 9 ons boek en zond] orde lez5 wij nu e5s hi]1 dan we] da>2 dikwijls is het e5 blad1 dat we re$s k5d51 dikwijls e51 dat we nog niet k5d51 ma> altoos is het uit hetzelfde boek4 ,bij e5 afzond]lijk gelez5 blad ontbreekt de sam5hang met vroeg] en lat]1 di5 het g]egeld doorlez5 doet bespeur51 ma> da>om /aat het nog niet zooze] bij dit laat/e t5 a*t]1 want ook het boek 9 zijn geheel vangt plotsel+ zond] voorb]i*t aan en het e9digt ev5e5s midd5 9 e5 volz91 zoodat het heel go$ als e5 ze] groot erg5s uitges*eurd blad kan word5 bes*\wd4 ,volg5s ,s*op5hau] gev5 de z9n5 enkel gewa>word+51 welke nog op lange na ge5 aans*\w+5 zijn2 imm]s voor deze is toepass+ d] causaalwet noodig1 die de e5ige functie van het v]/& bij hem heet4 ,om die r$5 noemt hij de aans*\w+ ( wa>nem+ d] w]eld intellektueel en k5t hij aan alle di]5 v]/& toe1 ma> ond]s*eidt tev5s v]s*ill5de grad5 van v]/&4 ,het k5n51 zegt hij1 en het da>mee gepa>d ga&e h&el5 volg5s beweegr$55 is het1 wat het di] e5 di] doet zijn1 t]wijl de beweg+ op prikkels het wez5 van de plant uitmaakt en de beweg+ van het onbew]ktuigde enkel van me*anis*e oorzak5 afhangt1 wa>bij actie en reactie aan elk&] gelijk zijn4 ,het v]/& is bij alle di]5 en alle m5s*5 hetzelfde4 ,het heeft sle*ts n v]ri*t+3 van w]k+ tot oorzaak en van oorzaak tot w]k+ ov] te gaan en ge5 &]e dan die4 ,ma> zijn s*]pte en de uitgebreidheid van de sfe]1 wa>b9n5 het zi* doet geld51 zijn ze] v]s*ill5d en do5 niet alle5 de m5s*51 ma> ook de ond]s*eid5 soort5 van di]51 op lag] ( hoog] trap van v]/& /aan4 ,wa> het v]/& ze] gebrekkig is1 gewag5 wij van domheid1 bij m5s* en di] beid54 ,zoo sprek5 wij van domme ganz5 en domme kipp51 omdat zij zi* zoo li*t lat5 ov]rijd51 s*oon beide soort5 v]/& g5oeg hebb5 om vo$sel op te spor5 en weg te pikk54 ,domheid is traagheid ( onv]mog5 9 het opvatt5 van re*t/reeks*1 aans*\welijk causaalv]b&4 ,het teg5deel is s*r&]heid1 zooals ze bij d5 olifant w]d opgem]kt die1 nadat hij op zijn reis door ,europa re$s ov] vele brugg5 0 gegaan1 weig]de e5 nieuw5 brug te betr$51 da> deze hem voor zijn gewi*t te li*t geb\wd voorkwam4 ,aan d5 &]5 kant v]wond]t m5 zi* dat e5 zoo slim di] als de orang-outang het vuur1 wa>aan hij zi* w>mt1 niet door toevoeg+ van br&/( weet te ond]h\d52 m5 mag dit als e5 bewijs bes*\w51 dat voor zoodanig inzi*t als hi]toe v]eis*t wordt begripp5 noodig zijn4 ,het v]/& bespeurt n4l4 volg5s ,s*op5hau] sle*ts ne betrekk+1 die tuss*5 oorzak5 en w]k+51 do*1 als het aan zi* zelf wordt ov]gelat5 en niet1 gelijk bij d5 m5s*1 door het gebruik d] r$e v]/]kt wordt1 ontdekt het die betrekk+ sle*ts 9 zoov]re als zij konkreet1 re*t/reeks wa>neemba> is4 ,d5k aan d5 hond1 die d5 /ok op zijn rug voelt ne]kom5 en da>van pijn ond]v9dt4 ,voortaan vlu*t hij1 zoodra de /ok wordt opgehev54 ,de r$e1 het v]mog5 om begripp51 d4i4 algeme5e voor/ell+5 te vorm51 is volg5s ,s*op5hau] het eig5a>dige van d5 m5s*1 wa>door hij zi* van het di]1 slaaf van het oog5blik1 ond]s*eidt4 ,het gebruik d] r$e tre$t het held]/ aan d5 dag1 wa> het bizond]e door het algeme5e1 het enkele geval door d5 regel1 deze door e5 nog algeme5] regel v]kla>d wordt en zoo /e$s ruim] gezi*tspunt5 v]worv5 word53 door zulk e5 ov]zi*t ziet m5 zi* 9 /aat ge/eld bet] te on?\d5 wat m5 weet1 en krijgt de k5nis e5 graad van volkom5heid1 welke &]s onb]eikba> z\ zijn4 ,ev5 groot als de ov]gang is van het onmiddellijk li*t d] zon tot d5 geborgd5 we]s*ijn van de maan1 is die van de aans*\welijke1 re*t/reeks*e1 ha> wa>borg van jui/heid met zi* vo]5de wa>nem+ ( oorspronkelijke voor/ell+ tot de afgeleide1 ab/rakte voor/ell+5 d] r$e1 die wij begripp5 noem5 en die ha> wa>de en inh\d enkel aan die aans*\welijke k5nis ontle554 ,zoolang wij 9 e5 /aat van zuiv]e aans*\w+ v]ke]51 is alles kla>1 va/ en zek]4 ,voor vrag51 twijfel+51 dwal+ is hi] ge5 ruimte2 m5 wil niet v]d]1 kan niet v]d]1 v9dt ru/ 9 de aans*\w+1 bevr$ig+ 9 het h$54 ,de aans*\w+ is zi* zelve g5oeg2 v&a> dat wat enkel uit ha> is voortgekom5 en ha> is tr\w geblev51 gelijk het e*te kun/w]k1 nooit vals* zijn no* te e5ig] tijd w$]legd kan word52 imm]s het behel/ ge5 me5+1 ma> geeft de zaak zelve4 ,do* met de begripmatige k5nis1 met de r$e1 tre$t op !oretis* gebi$ twijfel en dwal+1 op praktis* gebi$ zorg en b]\w ons tegemoet4--,hi] is e5 nieuw bewu/zijn1 dat ze] treff5d en volg5s e5 jui/ gebruik d] taal reflexie wordt g5oemd4 ,want het is ind]daad e5 we]s*ijn1 iets dat van aans*\welijke k5nis is afgeleid1 ma> e5 geheel &]5 a>d v]toont4 ,het k5t de vorm5 d] aans*\welijke k5nis niet en het beg9sel van d5 voldo5d5 grond1 dat als causaalwet ov] alles wat objekt is he]s*t1 neemt hi] e5 geheel &]e ge/alte aan1 die van k5grond4 ,dit nieuwe hoog] bewu/zijn1 die afgeleide we]spiegel+ van al het intutieve 9 de niet-aans*\welijke begripp5 d] r$e bezorgt d5 m5s* hoog] ma*t en tev5s diep] lijd5 dan voor zijn onr$elijke m$es*epsel5 b]eikba> is1 want da>door leeft hij 9 toekom/ en v]l$51 da>door h\dt hij op geheel e5 prooi van d5 oog5blikkelijk5 indruk te zijn1 en laat hij zi* leid5 door &]e motiev5 dan die re*t/reeks aan het aans*\welijke zijn ontle5d4 ,da>door maakt hij plann5 en vo]t ze uit ( wel h&elt volg5s /elregels1 zond] a*t te gev5 op wat toevallig het h$5 br5gt4 ,hij kan met gelat5heid maatregel5 tot zijn eig5 dood nem51 zi* &]s voordo5 dan hij is1 e5 geheim m$e 9 het graf nem52 hij heeft de keus tuss*5 v]s*ill5de beweegr$551 want sle*ts 9 ab/racto1 als begripp51 kunn5 deze naa/ elk&] 9 het bewu/zijn be/aan en zoo het inzi*t v]s*aff5 dat zij elk&] buit5sluit52 nu kunn5 ze hun ma*t ov] d5 wil teg5 elk&] afmet51 zoodat de uitslag van wikk5 en weg51 van langdurig ov]legg5 afhangt4 ,de oog5blikkelijke indruk da>5teg5 behe]s*t het di]2 alle5 de vrees voor onmiddellijke /raf kan zijn bege]te 9 toom h\d51 totdat die vrees e9delijk gewoonte is geword5 en als zoodanig het di] onafgebrok5 behe]s*t3 dat is dressuur4 ,het di] gevoelt en aans*\wt2 de m5s* d5kt da>5bov5 en weet2 beid5 will54 ,het di] deelt zijn gevoel en zijn /emm+ door geb>5 en klank5 m$e1 de m5s* op5ba>t zijn g$a*t5 door de taal1 ( v]b]gt zijn g$a*t51 w$] door de taal4 ,taal is het e]/e voortbr5gsel en het onontbe]lijke w]ktuig d] r$e4 ,v&a> dat bij vele volk5 r$e en taal door n en hetzelfde woord word5 aang$uid4 ,taal kan als e5 uitmunt5de telegraaf word5 bes*\wd1 die willekeurige teek5s met groote snelheid en fijne s*ake]+ ov]br5gt4 ,wat b$uid5 e*t] die teek5s8 ,hoe word5 ze uitgelegd8 ,v]tolk5 wij miss*i51 wanne] iem& tot ons spreekt1 de door hem gebezigde taal 9 beeld5 d] fantasie1 die bliksemsnel aan ons voorbijvlieg51 zi* aane5s*akel51 zi* omvorm5 en uitgew]kt word51 al na> gelang de voorbij/room5de woord5 en hunne grammatikale buig+5 het meebr5g58 ,welk e5 tumult z\ er dan 9 ons bre9 plaats grijp5 bij het aanhoor5 van e5 r$e ( bij het lez5 van e5 boek6 ,ne51 de z9 d] r$e wordt onmiddellijk v]nom51 nauwkeurig en bepaald opgevat1 zond] dat &]s dan bij uitzond]+ beeld5 voor ons gee/esoog opduik54 ,het is de r$e1 die re*t/reeks tot de r$e spreekt en b9n5 de gr5z5 van ha> gebi$ blijft1 want wat er meeg$eeld en wat er ontvang5 wordt zijn begripp51 niet-aans*\welijke voor/ell+51 die1 e5s voor altijd gevormd1 en1 (s*oon betrekkelijk g]+ 9 aantal1 de ontelb>e objekt5 d] w]kelijke w]eld omvatt5 en v]teg5woordig54 ,hi]uit alle5 is het v]kla>ba>1 dat ge5 di] sprek5 en v]/aan kan1 ook al bes*ikt het ov] spraakw]ktuig5 en al heeft het aans*\welijke voor/ell+5 met ons geme53 jui/ omdat de woord5 die geheel eig5a>dige klasse van voor/ell+5 beteek551 wi] subjektief korrelaat de r$e is1 zijn zij voor het di] zond] z9 en beteek5is4 ,de bron van de taal1 gelijk van alles wat wij op rek5+ d] r$e /ell51 is uitsluit5d te zoek5 bij de begripp51 bij niet-aans*\welijke1 algeme5e1 niet aan tijd en ruimte gebond51 niet-individueele voor/ell+54 ,de geheele w]eld d] begripp5 v9dt ha> k5grond 9 de w]eld d] aans*\w+4 ,da>om is dit het ond]s*eid tuss*5 de ab/rakte ( afgetrokk5 voor/ell+5 en de concrete ( aans*\welijke1 dat bij de laat/e het beg9sel van d5 voldo5d5 grond altijd enkel e5 betrekk+ tot e5 voor/ell+ van dezelfde klasse v]eis*t1 t]wijl bij de e]/e er t5 slotte e5 betrekk+ tot e5 voor/ell+ uit e5 &]e klasse moet be/aan4 ,natuurlijk zijn niet alle begripp5 ev5 ab/rakt4 ,9 d5 hoog/5 graad komt die eig5s*ap toe aan begripp5 als deugd1 ond]zoek1 aanvang2 9 veel g]+] graad aan begripp5 als m5s*1 /e51 pa>d4 ,het ond]s*eid is1 dat de laat/5 hun grond re*t/reeks 9 de aans*\welijke w]eld v9d51 t]wijl de k5grond d] e]/5 zelf re$s tot de w]eld d] begripp5 behoort4 ,er zijn begripp51 door welke n enkel w]kelijk voorw]p wordt g$a*t en die no*tans ab/rakt en algeme5 zijn1 da> zij w]kelijk begripp5 zijn en vol/rekt niet op d5 naam van aans*\welijke voor/ell+5 kunn5 aanspraak mak53 van di5 a>d is b4v4 het begrip1 dat iem& van e5 bepaalde /ad heeft1 welke hij enkel uit de geografie k5t3 sle*ts die ne /ad wordt door dat begrip g$a*t1 ma> to* is het mogelijk1 dat er v]s*ill5de &]e /$5 zijn1 voor welke hetzelfde begrip z\ pass54 ,dus heeft e5 begrip niet drdoor algeme5heid1 dat het aan e5 groep van voorw]p5 w]d ontle5d1 ma> omgeke]d1 omdat algeme5heid1 niet individueele bepaaldheid1 aan het begrip als gewro*t d] r$e eig5 is1 kunn5 v]s*ill5de d+5 door hetzelfde begrip g$a*t word54 ,uit het gezegde blijkt1 dat i$] begrip1 jui/ omdat het e5 niet voll$ig bepaalde1 niet-aans*\welijke voor/ell+ is1 e5 omvang ( e5 sfe] heeft1 wa> b9n5 het kan word5 toegepa/4 ,door ,eul] is de gewoonte +evo]d om die sf]5 als kr+5 af te beeld54 ,nu bev9d5 wij1 dat de kr+ van i$] begrip met kr+5 van &]e begripp5 t5 deele sam5valt1 dat dus 9 die begripp5 t5 deele hetzelfde g$a*t wordt1 t]wijl1 wanne] twee begripp5 w]kelijk v]s*ill5de begripp5 zijn1 t5 m9/e n van die twee iets behel/1 dat het &]e begrip niet 9 zi* sluit3 m5 d5ke aan de v]h\d+ tuss*5 begripp5 als di] en pa>d ( als bloem en rood4 ,v]h\d+5 tuss*5 begripp5 aanwijz51 m4a4w4 aan subjekt5 prdikat5 toek5n51 dat is het wat m5 oordeel5 noemt3 het pa>d is e5 di]1 sommige roode d+5 zijn bloem54 ,praktis* gebruik van de logika will5 mak5 z\ hetzelfde zijn als datg5e wat ons 9 bizond]e gevall5 onmiddellijk volkom5 zek] is met ontzaggelijke moeite uit regels te will5 afleid54 ,wie de logika be/ude]t om er nut van te trekk51 gelijkt op d5 m5s*1 die e5 bev] tot het b\w5 van zijn huis z\ will5 afri*t54 ,de r$e is vr\welijk1 zij kan sle*ts gev5 nadat zij ontvang5 heeft4 ,uit zi* zelve heeft zij niets behalve de vorm5 h>] w]kzaamheid4 ,die vorm5 heet53 beg9sel5 d] id5titeit1 d] kontradiktie1 van het buit5geslot5 d]de en van d5 voldo5d5 k5grond4 ,wanne] m5 nu vraagt1 hoe zek]heid te erlang5 is1 hoe oordeel5 te re*tva>dig5 zijn1 wat het is dat het wet5 tot e5 wet5 maakt1 dan b$uidt die vraag1 dat er e5 voldo5de k5grond wordt geis*t4 ,zoo heeft de ma!sis ha> voldo5d5 k5grond 9 de onafhankelijk van alle erv>+ ons bewu/e ruimtev]h\d+54 ,9 zoov] wij vr alle erv>+ ov] d5 loop d] natuur kunn5 oordeel51 v9dt dat wet5 zijn voldo5d5 k5grond 9 de a priori ons bewu/e wet d] causaliteit4 ,wa> het wet5 niet a priori is1 moet het g]e*tva>digd word5 door de erv>+4 ,alle5 de begripmatige k5nis is wet5 en da>om kunn5 wij op de kep] bes*\wd niet zegg51 dat de di]5 iets wet51 al hebb5 ze aans*\welijke k5nis1 zelfs h]9n]+ en om die r$5 ook fantasie1 zooals hun droom5 aantoont4 ,de ab/rakte k5nis v9dt ha> groot/e wa>de da>91 dat zij voor m$$eel+ vatba> is en met behulp van woord5 gemakkelijk 9 d5 gee/ va/gespijk]d kan word52 om die twee r$55 heeft zij voor de praktijk e5 zoo groote beteek5is4 ,het is mogelijk1 dat iem& van d5 sam5hang van v]&]+5 en beweg+5 e5 re*t/reeks* aans*\welijke k5nis heeft en da>9 volle bevr$ig+ v9dt2 voor m$$eel+ wordt die k5nis e]/ dan ges*ikt1 wanne] ze 9 begripp5 is va/gelegd4 ,zelfs uit e5 praktis* oogpunt is aans*\welijke k5nis voldo5de1 zoolang hij1 die ha> bezit1 ge5 vreemde hulp noodig heeft en de voorg5om5 h&el+ geheel voor eig5 rek5+ kan nem52 ma> dat wordt &]s1 zoodra er e5 wlov]legd plan noodig is1 en de uitvo]+ ov] v]s*ill5de tijd5 moet word5 v]deeld4 ,e5 geoef5d bilj>tspel] kan e5 aans*\welijke k5nis van de wett5 van d5 /oot van ela/is*e li*am5 op elk&] hebb5 en bij het spel komt hij met die k5nis volkom5 uit2 da>5teg5 kan enkel van e5 wet5 van die wett5 gesprok5 word51 wa> de k5nis 9 ab/racto be/aat4 ,zelfs voor de sam5/ell+ van w]ktuig5 is zuiv] aans*\welijke1 zoog5aamd intutieve k5nis voldo5de1 zooals m5 bij tal5tvolle h&w]ksli$5 bespeur5 kan1 die zond] wet5s*ap en zond] hulp van &]5 iets nieuws uitv9d54 ,zoodra da>5teg5 vele m5s*5 en e5e sam5ge/elde1 ov] v]s*ill5de tijd/ipp5 v]deelde w]kzaamheid voor de uitvo]+ b4v4 van e5 b\ww]k noodig zijn1 moet hij1 die het w]k leidt1 het plan 9 ab/racto ontw]p5 en dus zijn r$e gebruik54 ,m]kwa>dig is het1 dat bij die e]/e soort van w]kzaamheid1 wa> iem& alle51 9 e5 onafgebrok5 h&el+ iets uitvo]t1 het wet51 het gebruik d] r$e1 de reflexie jui/ e5 h9d]paal kan zijn2 zoo bij het bilj>tspel1 bij het ve*t51 bij het /emm5 van e5 in/rum5t1 bij het z+53 hi] moet de aans*\welijke k5nis het w]k re*t/reeks leid52 het nad5k5 geeft onzek]heid1 da> het de opm]kzaamheid v]deelt en dus d5 m5s*5 9 v]w>r+ br5gt4 ,da>om vo]5 wilde en ruwe m5s*51 die ze] we9ig gewoon zijn te d5k51 vele li*aamsoef5+51 d5 /rijd met di]51 het treff5 met d5 pijl enz4 met e5 zek]heid en e5 snelheid uit1 welke de nad5k5de ,europeaan nooit b]eikt1 jui/ omdat zijn ov]legg5 hem doet a>zel52 hij zoekt de re*te plaats ( wel het jui/e tijd/ip uit d5 gelijk5 af/& tot twee onjui/e uit]/5 te bepal52 de natuurm5s* treft onmiddellijk zijn doel1 zond] op v]ke]de weg5 te lett54 ,zoo helpt het mij niet1 ( ik d5 hoek1 wa>9 ik het s*e]mes heb aan te zett51 9 grad5 en m9ut5 weet aan te gev52 wa> het op aankomt is1 dat ik d5 jui/5 greep heb1 dat mijn k5nis intutief is4 ,op gelijke wijze /or5d is het gebruik d] r$e bij het ontcijf]5 van gelaat/rekk52 de uitdrukk+1 de beteek5is d] physionomie laat zi*1 zoo zegt m51 enkel gevoel51 d4i4 zij laat zi* niet ond] begripp5 br5g54 ,hi] zijn de s*ake]+5 zelfs zoo fijn1 dat het begrip ze niet b]eik5 kan4 ,gelijk bij e5 mozaek de s*eid+5 tuss*5 de /e5tjes /e$s ov]blijv5 en er dus ge5 onafgebrok5 ov]gang van d5 e55 t9t tot d5 &]5 mogelijk is1 zoo zijn ook de begripp51 door hun />heid en s*]pe begr5z+1 hoe ha>fijn m5 ze ook splits5 moge1 niet 9 /aat de nog fijn] s*ake]+5 van het intutieve te b]eik51 op welke het1 zooals bij het lez5 van gelaat/rekk51 jui/ aankomt4 ,begripmatige k5nis en re*t/reeks*e aans*\w+ dekk5 elk&] nooit geheel4 ,de e]/e /aat tot de twe$e als e5 mozaek tot e5 s*ild]ij4 ,alle wa>heid en alle wij%eid moet5 t5 slotte op aans*\w+ b]u/54 ,deze alle5 is k5nis uit de e]/e h& en de begripmatige k5nis is sle*ts ha> s*aduw4 ,to* kunn5 wij het niet zond] begripp5 /ell51 da> aans*\w+5 zi* niet lat5 va/h\d5 en ev5m9 m$$eel54 ,intuss*5 is dikwijls opgem]kt1 dat 9 het w]kelijke lev5 de gele]de1 ondanks zijn rijkdom aan begripmatige kundigh$51 het moet aflegg5 teg5ov] d5 man van de w]eld1 da> deze me] intutieve k5nis bezit1 t5gevolge van oorspronkelijk5 aanleg en rijke erv>+4 ,de v]h\d+ tuss*5 beide soort5 van k5nis is dezelfde als die tuss*5 papi]geld en kl9k5de munt2 nu e5s v]di5t het e5e1 dan we] het &]e de voorkeur4 ,gelijk e*t] e5 bank1 die papi]geld uitgeeft1 om soli$e te zijn1 kontant5 9 kas moet hebb51 t5 e9de zoo noodig de banknot5 te kunn5 inwissel51 zoo zorge m5 er voor1 dat m5 zijne begripp5 t5 slotte /e$s door aans*\w+5 kan re*tva>dig54 ,wa> dat niet het geval is1 te]t m5 enkel op woord54 ,de w>e lev5swij%eid1 de jui/e blik en het treff5de oordeel zijn gevolg van de wijze1 wa>op de m5s* de aans*\welijke w]eld opvat1 niet van zijn wet51 niet van zijn afgetrokk5 begripp54 ,wijs is hij1 die s*]p en jui/ het aans*\welijke 9 zi* opneemt4 ,e5 enkel geval uit eig5 erv>+ le]t di5 wijze me] dan de gele]de weet door middel van duiz5d gevall51 ov] welke hij gehoord ( gelez5 heeft4 ,dat ne geval dat hij zelf gezi5 heeft1 v]teg5woordigt voor hem talrijke &]e4 ,ond] alle /&5 v9d5 wij m5s*5 met e5 groot intellekt en zond] e5ige gele]dheid4 ,gelijk het gehalte van alle wet5s*ap niet 9 de bewijz5 en ev5m9 9 het bewez5e be/aat1 ma> 9 het onbewez5e1 wa>op de bewijz5 /eun5 en dat aans*\welijk wordt opgevat1 zoo be/aat ook het fonds van alle wij%eid en w]kelijk inzi*t niet 9 begripp5 en ab/rakt wet51 ma> 9 de lev5digheid van jui/e aans*\w+4 ,zooals alle5 de m5s* e5 r$elijk wez5 is1 zoo kan ook hij alle5 la*54 ,en de aanleid+ tot dat la*5 is /e$s1 dat e5 begrip niet pa/ bij de d+5 d] w]kelijkheid1 welke er 9 zek] opzi*t door g$a*t word54 ,het la*5 zelf is het bewijs1 dat m5 die ongepa/heid bespeurt4 ,er zijn twee soort5 van het la*wekk5de2 bij de e5e soort gaan aans*\welijke1 ze] v]s*ill5de d+5 vooraf1 welke willekeurig ond] n en hetzelfde begrip word5 ?uis gebra*t3 9 dat geval spreekt m5 van gee/ige zett54 ,bij de twe$e soort gaat m5 van e5 begrip uit en pa/ dat toe op d+51 die 9 d5 grond ze] ond]s*eid5 zijn1 ma> no*tans ond] dat ne begrip kunn5 word5 sam5gevat2 wanne] nu die d+5 als gelijk aangezi5 en beh&eld word51 dan tre$t tot v]baz+ van d5 h&el5d5 p]soon het groote v]s*il t5 slotte te voors*ijn2 9 dat geval is het la*wekk5de e5 dwaa%eid4 ,laat ons e5 pa> voorbeeld5 van gee/igheid gev54 ,m5 k5t de anekdote van d5 ,gaskonj]1 om wi5 de kon+ la*te1 wijl hij bij /r5ge w9t]k\de 9 li*te zom]kle$+ v]s*e5 en die da>op zeide3 als ,uwe ,maje/eit droeg1 wat ik heb aangetrokk51 dan z\ ,u het ze] w>m hebb504 ,op de vraag3 wat hebt ge dan aangetrokk580 luidde het antwoord3 mijn geheele g>d]obe06 ,ond] dat laat/e begrip laat zi* zo[el de onuitputtelijke kle$]5s*at van d5 kon+ als het e5ige zom]rokje van e5 arm5 duivel d5k54--,het grafs*rift van e5 g5ee%e]3 hi] ligt hij als e5 held en de door hem v]slag55 ligg5 om hem he504 ,ond] het voor d5 held e]volle begrip van te ligg5 te midd5 d] door hem g$oode vij&51 wordt de arts opg5om51 wi5s taak het is het lev5 te r$d54--,to5 op het ,b]lijns* !at] alle improvisatie jui/ /r5g v]bod5 0 en e5 s*\wspel] te pa>d op het tooneel moe/ v]s*ijn51 liet dat di]1 t]wijl het voor het publiek /ond1 iets vall51 wa>door de m5s*5 re$s aan het la*5 g]aakt51 ma> het w]d s*at]51 da> de man tot zijn pa>d zeide3 wat doe je nu8 ,weet je niet dat alle improvisatie hi] v]bod5 is80--,het !at]publiek te ,p>ijs v]langde1 dat de ,m>seillaise z\ word5 gespeeld en begon te ti]5 en te raz51 to5 dat niet ges*i$de4 ,e9delijk v]s*e5 e5 commiss>is van politie 9 uni=m op het tooneel en v]kla>de dat enkel wat op de programma's /ond mo*t word5 v]langd1 wa>op e5 /em riep3 en gij1 mijnhe]1 /aat gij dan op het programma80 welke inval uitbundig gejui* v]wekte4 ,en nu de twe$e soort van het la*wekk5de4 ,iem& zegt dat hij graag alle5 w&el5 gaat2 e5 aanwezige antwoordt3 ik v]ke] 9 hetzelfde geval1 ik ga met u60 ,hij gaat uit van het begrip dat e5 g5oeg51 dat twee p]son5 geme5 hebb51 ook geme5s*appelijk kan g5ot5 word51 en br5gt nu ond] dat begrip het geval1 dat jui/ de geme5s*ap buit5sluit4--,e5 kne*t bespeurt1 dat het zeehond5vel aan de k(f] van zijn mee/] is afges*aafd en sme]t het met macass]olie 91 omdat hij gehoord heeft1 dat die olie h>5 doet aangroei54--,de soldat5 9 e5 wa*?uis v]oorlov5 aan e5 arre/ant1 di5 ze jui/ hebb5 b9n5gebra*t1 met h5 ka>t te spel54 ,da> de k]el vals* speelt1 gooi5 ze hem de deur uit1 wa>bij zij zi* lat5 leid5 door het algeme5e begrip1 dat sle*te gezell5 word5 op /raat gezet1 ma> ze v]get51 dat de man tev5s hun arre/ant is1 dus iem& die moet word5 va/geh\d54 ,vanwa> nu gela* 9 zulke gevall58 ,aans*\w+ is de oorspronkelijke1 van de di]lijke natuur onafs*eidelijke wijze van k5n52 door ha> is iets aanwezig2 ook ko/ aans*\w+ ge5 moeite4 ,van d5k5 geldt het teg5deel2 het is k5nis uit de twe$e h&1 gaat /e$s met e5ige1 vaak met aanzi5lijke inspann+ gepa>d2 de begripp51 wa>9 wij d5k51 v]zett5 zi* dikwijls teg5 de bevr$ig+ van onze w5s*51 da> zij1 als v]teg5woordig]s van het v]l$51 de toekom/ en d5 lev5s]n/1 ons do5 vreez51 b]\w51 ond] zorg5 gebukt gaan4 ,van deze /r5ge1 onv]moeide1 bij uit/ek la/ige tu*tmee/]es1 de r$e1 soms te bespeur51 dat zij d5 v]ke]d5 kant uitwij/1 moet tot vroolijkheid /emm54 ,v&a> het la*51 als het niet-gelijksoortige1 onjui/1 ond] n begrip wordt saamgevat4 ,het opzettelijk la*wekk5de heet s*]ts1 wa>aan ern/ als zijn teg5deel ov] /aat4 ,v]b]gt zi* de s*]ts a*t] d5 ern/1 dan ont/aat de ironie1 wa>9 ,socrates teg5ov] de sophi/5 zi* e5 onov]tr(f5 mee/] toonde3 met voorgew5d5 ern/ g+ hij op hun me5+5 9 en ve9sde ze te aanva>d51 totdat er e9delijk e5 resultaat te voors*ijn kwam1 dat v]bij/]5d 0 en het teg5deel van wat v]wa*t w]d4--,van humor spreekt m51 wanne] ern/ a*t] s*uil gaat4 ,v]kl>+5 als3 humor is w$]zijds*e doordr++ van het e9dige en het one9dige0 toon5 enkel het volslag5 onv]mog5 om te d5k5 bij h51 die 9 zoodanig woordg]9kel behag5 s*epp54--,ironie is objektief1 op &]5 b]ek5d2 humor da>5teg5 subjektief1 legt het eig5 inn]lijk bloot1 b]u/ op e5 ern/ige1 v]hev5 /emm+1 welke onwillekeurig 9 /rijd g]aakt met e5 ha> niet v]wante all$aags*e buit5w]eld1 die m5 niet uit d5 weg kan gaan1 t]wijl m5 no*tans ga>ne zi*zelf wil blijv54 ,dan zoekt m5 d5 /rijd tuss*5 eig5 bes*\w+ en buit5w]eld te v]eff55 door begripp51 welke de incongru5tie tuss*5 /emm+ en w]kelijkheid no*tans niet bemantel5 kunn54 ,zoo zegt b4v4 ,polonius3 ,edele ,he]1 ik wil e]bi$ig afs*eid van u nem504 ,hamlet antwoordt3 ,ge kunt niets van mij nem51 wat ik met groot] b]eidwilligheid af/a1--uitgezond]d mijn lev51 mijn lev51 mijn lev504--,als w]kelijk humori/ doet zi* ,he9ri* ,he9e 9 zijn ,romanc]o k5n52 a*t] al zijn grapp5 bem]k5 wij e5 diep5 ern/1 die er zi* voor s*aamt ongeslui]d te voors*ijn te tr$54 ,er wordt e5 go$ oordeel v]eis*t om het aans*\welijk gek5de 9 pass5de begripp5 voor het nad5k5 va/ te legg51 zoodat e5]zijds het geme5s*appelijke van vele d+5 9 n begrip1 &]zijds hun v]s*ilpunt5 9 ev5 zoovele begripp5 uitdrukk+ v9d54 ,wie hi]9 totaal te kort s*iet1 heet onnoozel4 ,de zoodanige misk5t nu e5s de betreffelijke v]s*eid5heid van wat 9 n opzi*t id5tis* is1 dan w$] de gelijkheid van het t5 deele v]s*ill5de4 ,nog n opm]k+ aanga&e de v]h\d+ tuss*5 aans*\welijke en begripmatige k5nis4 ,da> alle bewijz5 gevolgtrekk+5 zijn1 is voor e5 nieuwe wa>heid niet 9 de e]/e plaats bewijs1 ma> re*t/reeks*e evid5tie te zoek52 sle*ts zoolang die nog ontbreekt1 moet het bewijs voorloopig di5/ do54 ,t5 volle bewijsba> kan ge5 enkele wet5s*ap zijn2 ev5m9 als e5 huis 9 de lu*t kan /aan3 alle bewijz5 moet5 t]ugslaan op iets aans*\welijks1 dat dus niet me] bewijsba> is4 ,de geheele w]eld d] reflexie b]u/ op en wortelt 9 de aans*\welijke w]eld4 ,alle laat/e1 d4i4 oorspronkelijke evid5tie is aans*\welijk2 dit duidt het woord re$s aan4 ,d]halve is zij f empiris* f op de intutie d] voorwa>d5 van mogelijke erv>+ gegrondve/4 ,i$] begrip ontle5t zijn wa>de1 (s*oon miss*i5 langs e5 groot5 omweg1 aan aans*\welijke voor/ell+3 wat van de begripp5 geldt1 geldt ook van de da>uit sam5ge/elde oordeel5 en van de wet5s*ap 9 ha> geheel4 ,da>om moet het op de e5 ( &]e wijze mogelijk zijn i$]e wa>heid1 die1 door gevolgtrekk+5 ge/aafd en door bewijz5 voortgeplant wordt1 ook zond] r$5e]+5 re*t/reeks te ontdekk54 ,het moeilijk/ zal dat zek] zijn bij vele gecomplice]de1 ma!matis*e /ell+51 tot welke wij alle5 door ket5s van sluitr$55 kom54 ,bij e5 meetkun/ig betoog krijgt m5 wel de ov]tuig+ dat de bewez5 /ell+ wa> is1 ma> het re*te inzi*t ontbreekt1 wa>om de /ell+ wa> is4 ,het is omdat het betoog ons wel e5 k5grond v]s*aft1 ma> d5 zijnsgrond niet on?ult4 ,v&a> dat zoo'n betoog e5 onaang5aam gevoel a*t]laat1 gelijk gemis aan inzi*t ov]al geeft1 en hi] is dat gevoel dubbel /]k1 omdat wij1 t]wijl wij niet wet5 wa>om iets zoo is1 no*tans t5 volle zek] zijn dat het zoo is4 ,het gevoel heeft ov]e5kom/ met datg5e1 wat wij ond]v9d51 als e5 goo*ela> ons iets 9 ( uit d5 zak heeft gespeeld en wij niet begrijp5 hoe hij dat de$4 ,da>5teg5 v]s*aft de aans*\w+ van d5 zijnsgrond bij meetkundige wa>h$5 volle bevr$ig+4 ,e5 voorbeeld4 ,wanne] van e5 driehoek twee hoek5 gelijk zijn1 dan zijn ook de teg5ov] ligg5de zijd5 gelijk04 ,het bewijs1 dat ,euclides geeft1 lev]t d5 k5grond van de wa>heid di] /ell+4 ,wie e*t] doet zijn ov]tuig+ op dat bewijs /eun5 en niet veele] op d5 aans*\wd5 zijnsgrond8 ,m5 ziet het3 wanne] door de twee e9dpunt5 e5] lijn twee &]e lijn5 h55loop51 die gelijkelijk zi* neig5 tot de e]/e lijn1 dan moet5 zij op e5 punt sam5treff51 dat van beide e9dpunt5 ev5 v] v]wijd]d is1 want de ont/a&e twee hoek5 zijn sle*ts e5 en dezelfde hoek1 die enkel door v]s*il van ligg+ zi* dubbel voordoet1 we%alve er ge5 grond voorh&5 is1 wa>om de lijn5 elk&] di*t] bij het e5e dan bij het &]e punt z\d5 ontmoet54 ,en nu het !orema van ,py?agoras3 het vi]kant1 bes*rev5 op de s*u9e zijde van e5 re*?oekig5 driehoek1 heeft d5zelfd5 inh\d als de twee vi]kant5 te sam51 bes*rev5 op de re*?oekszijd504 ,wanne] m5 die drie vi]kant5 op het bord trekt1 dan krijgt m5 door d5 e5v\dig5 aanblik1 zond] e5ig gebruik van woord51 van de wa>heid d] /ell+ e5 tw9tigmaal lev5dig] ov]tuig+ dan het bewijs van ,euclides1 dat veel op e5 muiz5val gelijkt1 ooit kan gev54 ,nu wij van ,kant gele]d hebb51 dat de aans*\w+ d] ruimte van i$]5 indruk op de z9n5 onafhankelijk is en dus niet de g]+/e kans op z9sb$rog ov]laat1 kunn5 wij inzi51 dat de logis*e beh&el+ d] ma!sis1 zooals zij bij ,euclides voorkomt1 e5 geheel ov]tollige voorzi*tigheid v]raadt en als e5 kruk voor gezonde be55 kan word5 bes*\wd4 ,er word5 hulplijn5 getrokk51 zond] dat m5 weet wa>om2 weldra blijkt het1 dat het /rikk5 w>51 die onv]wa*t word5 toegehaald en wa>9 de le]l+ zi* gevang5 ziet1 zoodat hij nu v]wond]d moet toegev51 dat het zoo is1 als de /ell+ aangeeft1 t]wijl de r$51 wa>om het zoo is1 hem v]borg5 blijft2 hij kan dan ook zijn geheel5 ,euclides door/ude]5 zond] inzi*t te erlang5 9 de wett5 d] ruimtebetrekk+5 da> hij enkel resultat5 en mani]5 van bewijs van buit5 le]t4 ,de me?ode van ,euclides lev]t e5 soort van k5nis1 gelijk aan die van d5 arts1 die ziekte en g5eesmiddel weet te noem51 ma> wi5 de sam5hang tuss*5 beide v]borg5 blijft4 ,zi$a> het gevolg1 wanne] m5 grillig op zek] gebi$ van k5nis de da> pass5de evid5tie afwij/ en e5 onvoegzame me?ode met geweld invo]t4 ,intuss*5 v]di5t de mani] wa>op ,euclides aan het e5s opgevatte plan om zooveel mogelijk alles door r$5e]+ te bewijz5 tr\w geblev5 is1 w]kelijk de bewond]+1 die hem door zoovele eeuw5 a*t]e5volg5s ges*onk5 w]d en zijne wijze van beh&el+ d] wiskunde voor het model van alle wet5s*appelijk ond]wijs de$ doorgaan4 ,to* is die me?ode enkel e5 s*itt]5de v]ke]dheid1 e5 afdwal+ voor welke m5 d5 grond kan v9d5 9 de to5malige wijsbege]te4 ,de ,eleat5 hadd5 v]s*il1 ja dikwijls /rijd ontdekt tuss*5 wat m5 aans*\wt en wat m5 d5kt4 ,da>na kwam5 de sophi/51 die de a&a*t ri*tt5 op het zoog5aamde z9sb$rog1 op s*ijn1 van welk5 de r$e met zek]heid weet1 dat er ge5 w]kelijkheid aan beantwoordt1 b4v4 de gebrok5 /af 9 het wat]4 ,uit het feit1 dat de z9nelijke aans*\w+ niet zond] kontrole onvoorwa>delijk te v]tr\w5 is1 leidde m5 t5 onre*te af1 dat alle5 het r$elijke1 logis*e d5k5 va/5 grond ond] de voet5 v]s*aft4 ,zoo ont/ond het rationalisme1 dat op ma!matis* gebi$ alles bewijz5 wilde wat ma> e5ig]mate te bewijz5 viel1 en1 enkel door nood g$rong51 de axioma's op aans*\welijke evid5tie liet b]u/54 ,als wij1 zegt ,s*op5hau]1 aan de engeltjes van ,raphal gelijk1 gevleugelde kopjes zond] lijf w>51 dan z\d5 wij vr$e kunn5 hebb5 met het d5kbeeld1 dat de w]eld enkel voor/ell+ is1 enkel droom1 enkel spookge/alte4 ,ma> nu wij e5 li*aam hebb51 dat door hong]1 dor/ en m5ig5 &]5 h>t/o*t wordt gekweld1 weet i$] onz] met volslag5 zek]heid1 dat hij nog iets me] is dan subjekt van voor/ell+1 dat hij tev5s is e5 will5d wez54 ,will5 en do5 nu zijn n4 ,zek]1 m5 kan besluit5 iets 9 de toekom/ te do51 ma> dat b$uidt enkel3 ik d5k op dit mom5t iets te zull5 will5 op e5 lat] mom5t1 ik fantase] ov] wat nog moet ges*i$51 heb e5 voor/ell+1 die miss*i5 ge5 w]kelijkheid zal word51 want 9 d5 tuss*5tijd kan er veel gebeur51 dat e5 &]e ri*t+ aan ons /rev5 geeft4 ,de e*te wil is h&el+4 ,gelijk nu wil en h&el+ n zijn1 zoo zijn volg5s ,s*op5hau] wil en li*aam zelf n4 ,imm]s het will5 van e5 bepaalde h&el+ is tev5s het will5 van de da>toe v]eis*te w]ktuig54 ,het m5s*elijk will5 is niet enkel op het lev5 van e5 m5s* g]i*t1 ma> v]s*ijnt tev5s als m5s*elijk li*aam4 ,en dat geldt van alle will5de s*epsel54 ,de wil van d5 leeuw op5ba>t zi* als het li*aam van e5 leeuw1 de wil van de slak als het slijm]ig lijf van de slak 9 zijn huisje4 ,zoo h\dt het di]lijk li*aam op enkel voor/ell+ te zijn en wordt het v]s*ijn+ van wat onzi*tba> da> a*t] ligt2 bij analogie wordt da>na beslot51 dat alle li*am5 v]s*ijn+5 zijn van n en hetzelfde3 wil4 ,hi] is het mogelijk v]s*ill5de vraagteek5s te plaats54 ,er wordt me] v]zek]d dan hetzij re*t/reeks aantoonba>1 hetzij langs e5 omweg bewijsba> is4 ,het ik1 dat 9 e5 ziek en zwakkelijk lijf hui/1 heeft ge5 r$5 te geloov51 dat zijn organisme uitdrukk+ is van zijn wil4 ,door die b$5k+ z\ ,s*op5hau] zi* wa>s*ijnlijk niet getr(f5 hebb5 gevoeld4 ,imm]s hij le]t1 dat aan de geheele natuur e5 en hetzelfde an si* t5 grondslag ligt1 e5 bewu/elooze1 ru/elooze wil1 die 9 i$] van zijn tallooze v]s*ijnsel5 voll$ig aanwezig is1--die zi* telk5s t5 volle op5ba>t1 als drang van het wat] na> omlaag1 als ri*t+ van d5 magneetnaald na> het noord51 als v]lang5 van het ijz] na> d5 magnaat/e51 als heelkra*t d] natuur enz4 ,die e5heid van oorsprong v]kla>t dan volg5s ,s*op5hau] d5 wettelijk5 gang van d5 natuurloop1 de doelmatigheid1 wa>mee het e5 op het &] s*ijnt aangelegd1 de ov]e5kom/ van typ5 9 plant5- en di]5w]eld4 ,maakt zij ook begrijpelijk1 dat /rijd de vad] is van alle d+51 dat de w]eld n groot slagveld moet heet51 dat de ma*t1 die alles te voors*ijn br5gt1 onafgebrok5 wroet en woelt 9 eig5 +ew&58 ,en indi5 op de kep] bes*\wd beul en sla*t(f] hetzelfde wez5 zijn1 hoe moet5 wij die e5heid dan v]/aan8 ,s*op5hau] ontk5t nadrukkelijk1 dat aan de w]eld e5 num]ieke e5heid z\ t5 grondslag ligg51 de e5heid van e5 objekt1 welke sle*ts 9 teg5/ell+ met mogelijke ( w]kelijke veelheid be/aanba> is3 imm]s wij behoor5 aan e5 e5heid buit5 tijd en ruimte te d5k54 ,ev5m9 vat hij ha> als logis*e e5heid op1 als e5heid van e5 begrip1 welke door ab/raktie uit veelheid wordt afgeleid4 ,wat is zij dan8 ,s*op5hau] zegt3 ,zij is die e5heid1 welke buit5 de mogelijkheid van alle veelheid1 imm]s buit5 tijd en ruimte1 ligt04 ,door deze negatieve oms*rijv+ van het eeuwige a*t5 wij ons we9ig gebaat4 ,zij is v]re van doorzi*tig4 ,zelfs de e5heid van e5 begrip v]eis*t1 dat we het e5e begrip aan het &]e kunn5 ov]/ell54 ,en hoe moet5 wij nu de e5heid van wil en li*aam opvatt51 wa>van /raks sprake 01 to5 ik m5s* en slak noemde8 ,s*op5hau] zegt1 dat zij niet bewijsba> is1 jui/ om deze r$5 dat zij re*t/reeks door i$] individu bij intutie beseft wordt en het onz9 is na> bewijs te vrag51 wa> m5 e5 uitgangspunt van bewijs heeft4 ,de w]eld moet e5heid en veelheid tev5s zijn om e5 van beide te kunn5 zijn4 ,hoe zij e5heid en hoe zij veelheid is1 zi$a> het geheim d] w]kelijkheid1 welke v]d] reikt dan 's m5s*5 inzi*t4 ,s*op5hau] heeft zijn kolossale gee/esgav5 be/e$ aan de beantwoord+ van de slotvraag1 wa>m$e al ons wet5 bekroond z\ word51 indi5 die bekron+ mogelijk w>e4 ,die vraag luidt aldus3 ,hoe moet5 wij ons d5 algrond1 het wez5 all] wez5s1 de bron van alle zijn en ges*i$51 d5k5 om ons de w]eld d] erv>+ zoo v]/aanba> mogelijk te mak58 ,de voorzi*tige ,kant wa>s*uwt teg5 het onv]zadelijk v]lang5 om te wet51 wa> wet5 onb]eikba> en enkel willekeurige fantasie mogelijk is4 ,hij raadt d5 vors*] aan zi* niet op e5 holle1 on/uimige zee te wag51 welke door ge5 ku/ begr5sd wordt1 ma> liev] d5 vru*tb>5 akk] d] erv>+ te beploeg54 ,do* zelfs de s*rijv] d] ,kritik0 0 er1 hoe s*]p ook metaphysica1 die enkel speelt met begripp5 als sub/antie1 all]wez5lijk/ wez5 enz41 door hem als onvru*tba> gevonnisd w]d1 niet afke]ig van op grond van feit5 ov] d5 ,algrond te specule]54 ,zoo zag hij zi* door zijn pli*tbesef g]e*tva>digd om aan e5 hoog]e w]eld te geloov54 ,wij mog5 het dus niet 9 ,s*op5hau] als e5 afval van zijn mee/] bes*\w51 dat hij het wez5 all] wez5s e5ig]mate tra*tte te on?ull54 ,het is ma> de vraag1 op welke gegev5s d] erv>+ hij da>bij /eunde4 ,ook 9 dat opzi*t aan ,kant getr\w1 wa*tte hij er zi* wel voor d5 inh\d van het zelfbewu/zijn met k5nis van het ,ansi*0 op ne lijn te /ell54 ,uit het e]/volg5d citaat zull5 wij bespeur51 dat volg5s ,s*op5hau] de tijd e5 slui] is1 wa>a*t] de e*te w]kelijkheid ons v]borg5 blijft4 ,als(1 wanne] wij d5 tijd uit onze bes*\w+ van het zijnde kond5 wegcijf]51 niet alles v]dwijn5 z\4 ,m5 b$5ke3 zond] tijd ge5 v]&]+ no* duur1 ge5 word5 no* zijn1 ge5 w]eld no* ik4--,do* gev5 wij ?ans d5 romanesk51 di*t]lijk5 d5k] zelv5 we] het woord4 ,het zelfbewu/zijn doet ons 9 het ik tweerlei ontdekk53 dat wat k5t1 intellekt1 en dat wat gek5d wordt1 wil2 het intellekt wordt niet gek5d en de wil k5t niet1 (s*oon beide tot het bewu/zijn van e5 en hetzelfde ik sam5vloei54 ,do* jui/ da>om /aat dit ik niet op e5 voet van volkom5 intimiteit met zi* zelf1 het v9dt 9 zi* zelf e5 voor li*t ontoegankelijk donk]te en blijft zi* zelf e5 raadsel4 ,dus ook bij de k5nis1 die op het inn]lijke is g]i*t1 blijft er nog e5 v]s*il ov] tuss*5 het be/aan van ha> objekt1 zooals het op zi* zelf is1 en de wa>nem+ ervan 9 het k5n5de subjekt4 ,intuss*5 is de inn]lijke k5nis bevrijd van twee vorm51 welke op het uit]lijke g]i*te k5nis aanklev51 n4l4 van di5 d] ruimte en van di5 d] causaliteit4 ,da>5teg5 re/ nog de vorm van d5 tijd1 zooals ook die van het gek5d word5 en het k5n5 9 het algeme54 ,dus heeft 9 deze zelfk5nis het d+ an si* zijn slui]s wel is wa> groot5deels afgeworp51 ma> to* tre$t het nog niet geheel naakt op4 ,t5 gevolge van d5 hem nog aanklev5d5 tijdsvorm k5t i$] zijn wil enkel 9 di5s ope5volg5de afzond]lijke h&el+51 niet e*t] 9 zijn geheel3 v&a> dat iem& zijn eig5 k>akt] bij voorbaat k5t1 ma> het e]/ aan de h& d] erv>+ en dan op onvolkom5 wijze le]t k5n54 ,desalniettem9 is de wa>nem+1 wa>door wij de beweg+5 en h&el+5 van onz5 eig5 wil bespeur51 veel me] re*t/reeks dan i$]e &]e3 zij is het punt wa> het d+ an si* op de mee/ onmiddellijke wijze tot v]s*ijn+ komt en de af/& tot het k5n5de subjekt de g]+/ mogelijke is2 v&a> dat de zoo intiem gek5de gebeurt5is e5ig en alle5 ges*ikt is om alle ov]ige feit5 te v]kl>54 ,intuss*5 laat zi* ondanks dit alles nog de vraag opw]p5 wat die wil1 die zi* 9 de w]eld en als de w]eld v]toont1 t5 slotte op zi* zelf is1 m4a4w4 wat hij is1 afgezi5 da>van1 dat hij zi* als wil voordoet1 kortom dat hij v]s*ijnt1 dat hij gek5d wordt4 ,deze vraag is nooit te beantwoord53 imm]s het gek5d word5 laat zi* niet rijm5 met het an si*0 zijn1 met het zijn zooals het is buit5 alle k5nis4 ,i$] gek5d d+ is als zoodanig re$s v]s*ijnsel4 ,9 ons eig5 bewu/zijn tre$t de wil /e$s als het oorspronkelijke en fundam5teele op en heeft het d5 voorrang bov5 het intellekt1 dat het sekundaire1 onges*ikte1 afhankelijke blijkt te zijn4 ,het is hoog noodig da>op de a&a*t te ve/ig51 want alle vroeg]e filos(51 van d5 e]/5 af tot d5 laat/5 toe1 hebb5 het eig5lijk wez51 de duurzame k]n van d5 m5s*1 9 zijn k5n5d bewu/zijn geplaat/ en dus het ik1 ( wel dat1 wat als de blijv5de drag] van dat ik w]d ond]/eld1 de ziel1 9 de e]/e plaats als k5n5d1 ja als d5k5d1 en1 e]/ als gevolg hi]van1 9 de twe$e plaats en op afgeleide wijze1 als will5d opgevat en bes*rev54 ,mijn doel is het deze ov]\de en vol/rekt algeme5e gronddwal+ voor go$ op zijde te s*uiv5 en de natuurlijke ge/eldheid d] zaak tot held] bewu/zijn te br5g54 ,vr mij hebb5 alle philos(5 de wa>heid op d5 kop gezet2 t5 deele is dit da>uit te v]kl>5 dat zij zi* beijv]d5--iets wat bij uit/ek van de ,*ri/55 geldt--de klo( tuss*5 m5s* en di] zoo bre$ mogelijk te mak51 t]wijl zij tev5s e5 donk] besef hadd51 dat beid] v]s*il niet 9 het will51 ma> 9 het intellekt s*ool2 onbewu/ kwam zoo de neig+ te voors*ijn om het intellekt d5 e]/5 rang toe te k5n5 en het will5 als iets van ond]ges*ikte orde op te vatt52 ja het e5v\dig als e5 funktie van het intellekt te bes*rijv54 ,het begrip ziel is dan ook niet alle51 gelijk door ,kant w]d aangetoond1 onh\dba>1 ma> tev5s e5 bron van ong5eeslijke dwal+51 want door de ziel als iets enkelv\digs aan te m]k51 wordt er bij voorbaat e5 ondeelb>e e5heid van k5nis en wil va/ge/eld1 t]wijl s*eid+ van beide jui/ de weg tot de wa>heid is4 ,het mee/ voor de h& ligg5de en ze] onaang5ame gevolg d] geme5s*appelijke gronddwal+ is dit3 door d5 dood d] h]s55 gaat het k5n5d bewu/zijn kla>blijkelijk te gronde2 m5 moet dus f d5 dood als v]nietig+ van d5 m5s* lat5 geld51 iets wa>teg5 ons wez5 9 op/& komt1 f m5 moet het k5n5d bewu/zijn lat5 voortdur51 do* da>voor is e5 ze] /]k gelo( noodig1 da> i$] bij eig5 erv>+ weet1 dat zijn k5n5d bewu/zijn van zijn h]s55 afhankelijk is en m5 ev5 go$ aan v]t]+ zond] maag z\ kunn5 geloov54 ,m5 weet imm]s1 dat +espann5 d5k5 het ho(d v]moeit1 gelijk de h& van s*rijv5 t5 slotte lam wordt4 ,alle5 mijn philos(ie v]mijdt het pijnlijk dilemma1 da> zij het duurzaam wez5 van d5 m5s* niet 9 het bewu/zijn1 ma> 9 d5 wil plaat/1 die niet noodzakelijk met bewu/zijn v]bond5 is1 da>5teg5 tot het bewu/zijn1 d4i4 tot de k5nis1 9 dezelfde v]h\d+ /aat als e5 d+ tot e5 zijn] toevallige eig5s*app51 als e5 zi*tba> voorw]p tot het li*t1 als e5 sna> tot d5 klankbodem4 ,bij mijn !orie heet onv]woe/ba> de k]n van ons wez51 de wil1 datg5e wat niet van buit5 af gelijk de li*amelijke w]eld1 ma> van b9n5 uit 9 het bewu/zijn valt2 mijn !orie laat tev5s re*t w$]v>5 aan het feit1 dat het bewu/zijn 9 d5 dood v]dwijnt1 zooals het vr de geboorte niet be/ond4 ,het intellekt is ev5 v]gankelijk als de h]s551 t]wijl de h]s551 gelijk het geheele organisme1 v]s*ijn+ ( voortbr5gsel is van wil1 en wil alle5 is onv]gankelijk4 ,bewu/zijn en k5nis is n en hetzelfde2 voor k5nis nu is tweerlei noodig3 iets dat k5t en iets dat gek5d wordt2 v&a> dan ook dat zelfbewu/zijn onmogelijk z\ zijn1 wanne] niet ook hi] aan het k5n5de iets wat da>van v]s*ilt als gek5d ov]/ond4 ,het bewu/zijn ( intellekt gelijkt op de zon1 welke de ruimte niet v]li*t1 t5zij er e5 voorw]p is1 wa>door ha> /ral5 word5 t]uggeworp54 ,het k5n5de zelf kan1 jui/ als zoodanig1 niet gek5d word53 &]s z\ het zijn het gek5de van iets &]s1 dat k5t4 ,als het gek5de treff5 wij 9 het zelfbewu/zijn niets &]s dan wil aan4 ,imm]s niet enkel will5 9 d5 eng/5 z9 des woords1 ma> ook alle /rev51 w5s*51 vli$51 hop51 vreez51 m9n51 hat51 kortom alles wat eig5 wel en wee1 lu/ en onlu/ uitmaakt1 is enkel a&o5+ van wil1 is beweg+1 wijzig+ van will5 en niet-will51 is datg5e wat1 als het na> buit5 w]kt1 zi* als wil%&el+ op5ba>t4 ,m]kwa>dig is het1 dat re$s ,augu/9us 9 het #ad;e boek van ,de civitate ,dei1 ho(d/4 #f1 dit heeft uitgesprok54 ,hij br5gt de gemo$sa&o5+5 ond] vi] rubriek51 welke bege]te1 vrees1 blijds*ap1 droefheid heet51 en zegt3 wil is 9 die all5 aanwezig2 zelfs zijn ze niets &]s dan wilsvorm53 want wat is bege]te en blijds*ap1 t5zij e5 will51 wa>bij wij onze toe/emm+ gev5 aan dat1 wat wij will58 ,wat zijn vrees en droefheid &]s dan e5 will51 wa>bij wij afwijz51 wat wij niet will58 ,het ik is het tijdelijk id5tis* subjekt van k5n5 en will51 welks id5titeit het wond] bij uitnem5dheid mag heet54 ,het is het tijdelijk aanvangspunt1 het aanknoop+spunt van de geheele w]eld d] v]s*ijn+1 van al datg5e1 wa>9 het will5 zi* objektive]t3 het is voorwa>de van v]s*ijn+1 ma> v9dt tev5s 9 v]s*ijn+ zijn eig5 voorwa>de4 ,wij kunn5 door e5 gelijk5is dit aldus uitdrukk54 ,e5 plant heeft twee pol53 wortel en kroon1 wa>van de e]/e na> het donk]e1 vo*tige1 k\de1 de laat/e na> het li*t1 het koe/]5de1 het w>me /reeft2 da> wa> die twee pol5 uit elk&] gaan1 vlak bij d5 grond1 is de /am van d5 wortel4 ,als deze /]ft1 gaat de kroon ook te loor2 hij is het oorspronkelijke2 de kroon da>5teg5 is dat wat m5 ziet1 wat ontspruit en1 zond] dat de wortel /]ft1 kan word5 wegg5om54 ,de wortel /elt d5 wil voor1 de kroon het intellekt2 het punt1 wa> beide sam5treff51 het geme5s*appelijk e9dpunt1 dat aan beide toebehoort1 z\ het ik kunn5 heet54 ,m5 z\ die p>allel volg5s ,s*op5hau] nog kunn5 doortrekk5 en zegg53 gelijk e5 groote kroon sle*ts uit e5 ma*tig5 wortel pleegt te ontspruit51 zoo word5 groote gee/elijke v]mog5s sle*ts da> gevond51 wa> tev5s e5 heftig en h>t/o*telijk will5 is4 ,e5 g5ie met zwakke passies is ond5kba>04 ,onbetwi/ba> toonde ,s*op5hau] zelfk5nis1 to5 hij die laat/e woord5 s*reef4 ,de da>aan voorafga&e do5 bespeur51 dat hij p]soonlijke on/]felijkheid onmogelijk a*tte4 ,natuurlijk1 want individueel be/aan is bij hem sle*ts s*ijn1 da> 9 d5 grond alle s*epsel5 e5 en hetzelfde zijn4 ,tot re*tva>dig+ van zijn le] wij/ hij op de w]eld van b$riegelijke v]toon+ zelve1 op d5 loop d] natuur1 die het enkele telk5s als wa>deloos v]nietigt1 t]wijl uitsluit5d de algeme5e typ5 en natuurkra*t5 geh&haafd blijv54 ,m5 z\ kunn5 antwoord51 dat de w]eldgrond1 het wez5 all] wez5s1 jui/ omdat hij niet alle5 het enkele telk5s opheft1 ma> het tev5s onafgebrok5 voortbr5gt1 aan groot5 rijkdom van individueel be/aan toont te he*t54 ,do* da>op z\ ,s*op5hau] antwoord53 ,de vraag wa> de wil na> /reeft1 die als het wez5 d] w]eld te bes*\w5 is1 ru/ op misv]/&1 op v]wissel+ van het an si*0 met zijn v]s*ijn+4 ,enkel van v]s*ijnsel5 als zoodanig1 van afzond]lijke d+51 laat zi* e5 grond aangev52 nooit van d5 wil zelf ( van de natuurkra*t1 die zi* 9 ontelb>e gelijke v]s*ijnsel5 op5ba>t4 ,het is e*t onv]/&1 gebrek aan bezonn5heid1 te vrag5 na> e5 oorzaak d] zwa>te1 d] elektriciteit enz4 ,sle*ts dan wanne] het geblek5 01 dat zwa>te en elektriciteit ge5 oorspronkelijke1 eig5a>dige natuurkra*t51 ma> sle*ts vorm5 e5] me] algeme5e1 re$s bek5de natuurkra*t w>51 z\ m5 mog5 vrag53 wa>om die natuurkra*t hi] jui/ als zwa>te1 g9ds als elektriciteit optre$t4 ,zoo heeft i$]e afzond]lijke wil%&el+ noodw5dig e5 motief1 ( die h&el+ w>e uitgeblev52 ma> gelijk de /(felijke oorzaak enkel besli/1 dat op e5 bepaald tijd/ip1 e5 bepaalde plaats1 bij e5 bepaalde mat]ie zi* deze ( die natuurkra*t moet op5b>51 dus enkel geleg5heidsoorzaak is1 zoo besli/ ook het motief enkel1 dat er op di5 bepaald5 tijd1 op die bepaalde plaats1 ond] die om/&igh$51 door e5 k5n5d wez5 gewild zal word52 het motief s*ept niet d5 wil van dat wez5 en ev5m9 het k>akt] van di5 wil1 dat gelijk de wil zelf zond] grond is1 da> het buit5 het gebi$ van d5 voldo5d5 grond ligt4 ,om die r$5 heeft i$] m5s* be/5dig doele9d5 en motiev51 wa>na> hij zijn h&el5 inri*t2 hij kan dus ook van i$]e afzond]lijke daad altoos rek5s*ap gev53 vroeg m5 hem e*t]1 wa>om hij 9 het algeme5 wil ( wa>om hij 9 het algeme5 be/aan wil1 dan z\ hij ge5 antwoord hebb5 en z\ hem die vraag ong]ijmd s*ijn52 op die wijze z\ zi* het bewu/zijn v]tolk51 dat hij zelfs niets dan wil is1 dat het dus vanzelf spreekt dat hij wil en dat enkel de afzond]lijke h&el+5 i$] op ha> tijd motiev5 noodig hebb5 om bepaald te word54 ,afwezigheid van alle doel1 van alle gr5z51 e9deloos /rev5 behoort tot het wez5 van d5 wil zelf4 ,zoo doet zi* de wil re$s k5n5 op d5 all]laag/5 trap1 wa> hij v]s*ijnt1 nl4 als zwa>te1 e5 be/5dig /rev51 dat onmogelijk op e5 e9ddoel kan zijn g]i*t4 ,want al w>e ook door de zwa>te alle be/a&e mat]ie tot n klomp saamgep]/1 dan z\ zij to* b9n5 9 die klomp na> het middelpunt /rev5 en voortdur5d wor/el5 met ondoordr+ba>heid4 ,het /rev5 d] mat]ie kan dus wel belemm]d1 ma> nooit geheel bevr$igd word54 ,hetzelfde geldt van alle /rev54 ,i$] b]eikt doel is we] aanvang van e5 nieuwe loopbaan en zoo tot 9 het one9dige4 ,de plant5kiem ru/ niet1 voordat ze door /am en blad bloesem en e9delijk vru*t heeft voortgebra*t1 die we] beg9sel is van nieuwe kiem1 van e5 nieuw individu1 dat &]maal dezelfde baan doorloopt1 en zoo altoos v]d]4 ,bij het di] is de voorttel+ het hoogtepunt van zijn be/aan2 is dat punt e5s b]eikt1 dan z9kt het lev5 van het e]/e individu1 snel ( langzaam1 t]wijl e5 nieuw als wa>borg van het beh\d d] soort optre$t en alles zi* h]haalt4 ,ja1 e5v\dig als e5 op5b>+ van dat be/5dige /rev5 en wissel5 is ook de v]nieuw+ van /( aan te m]k52 de physiolog5 h\d5 ?ans op da>9 e5 noodzakelijke v]go$+ te zi5 van de /(1 die bij de beweg+ v]bruikt is2 aan het afslijt5 van de ma*9e beantwoordt niet als s*adeloos/ell+ de be/5dige toevo] van vo$5de /(3 eeuwig word51 e9delooze /room behoort tot de op5b>+ van d5 wil4 ,hetzelfde v]toont zi* ook bij alle m5s*elijk /rev5 en w5s*51 wa>van de v]vull+ ons /e$s als e5 ru/punt voor het will5 voor oog5 wordt getoov]d2 is het doel e5s b]eikt1 dan ziet het er geheel &]s uit1 en wordt het1 ook al bek5t m5 het zi* niet dadelijk1 op d5 duur to* imm] als vru*t van zelfmisleid+1 als v]\d]d en v]s*aald op zijde ges*ov52 van geluk mag m5 sprek51 wanne] nog iets te w5s*5 ov]blijft1 zoodat het spel voortduurt1 wa>bij m5 telk5s van bege]te tot bevr$ig+ en van deze we] tot nieuwe bege]te ov]gaat1 e5 spel wa>van de vlugge gang voorspo$1 de langzame lijd5 wordt geheet52 neemt het e5 e9de1 dan v]toont zi* de afgrijselijke1 alle lev5 dood5de v]vel+1 e5 kwijn5d hunk]5 na> het onbe/emde4--,de slotsom is1 dat de wil1 wa> hij door k5nis wordt be/raald1 /e$s weet wat hij hi] en n wil1 nooit e*t] wat hij blijv5d wil3 i$]e afzond]lijke h&el+ heeft e5 doel1 het will5 9 zijn geheel heeft er ge51 op dezelfde mani] als i$] afzond]lijke gebeurt5is 9 de natuur door e5 voldo5de oorzaak er toe bepaald wordt om jui/ hi] en n op te tr$51 t]wijl de 9 ha> zi* op5b>5de kra*t ge5 oorzaak heeft1 da> die kra*t enkel e5 v]s*ijn+sphase is van het ,an si*01 van d5 grondelooz5 wil4--,de e5ige zelfk5nis van d5 wil 9 zijn geheel is de voor/ell+ 9 ha> geheel1 de aans*\welijke w]eld 9 ha> geheel4 ,zij is zijn op5b>+1 zijn spiegel1 de ta/ba> en zi*tba> geword5 wil4 ,de w]eld 9 ha> geheel spiegel van d5 tijdelooz5 wil4 ,hoe dit b$oeld is1 blijkt uit het volg5de citaat4 ,all]e]/ bij d5 m5s*1 ma> v]volg5s bij i$] voorw]p d] natuur zijn will5 en w]k5 volg5s ,s*op5hau] n en hetzelfde4 ,het subjekt d] k5nis1 dat door zijn id5titeit met het li*aam als individu optre$t1 k5t dat li*aam op tweerlei wijze3 9 de e]/e plaats als voor/ell+1 wa>toe v]/&elijke aans*\w+ noodig is1 als objekt te midd5 van objekt5 en aan wett5 ond]worp52 9 de twe$e plaats nog op e5 geheel &]e wijze1 nl4 als dat wa>m$e i$] onz] re*t/reeks en innig v]tr\wd is1 namelijk wil4 ,v]ri*t+ des li*aams is niets &]s dan geobjektive]d1 tot voorw]p van z9nelijke wa>nem+ geword5 will54 ,en dit geldt van i$]e beweg+ van het li*aam1 niet alle5 van die door motiev5 be/i]d wordt1 ma> ook van de onwillekeurige2 ja1 het geheele li*aam is niets &]s dan voor/ell+ geword5 wil4 ,gelijk will5 li*amelijk h&el5 is1 zoo is omgeke]d i$]e indruk op het li*aam t]/ond en onmiddellijk ook inw]k+ op d5 wil3 zij heet pijn1 wanne] zij /rijdt met d5 wil2 lu/1 welbehag51 wanne] zij beantwoordt aan d5 wil4 ,de grad5 van beide zijn ze] talrijk4 ,m5 heeft e*t] volkom5 ongelijk1 wanne] m5 pijn en lu/ voor/ell+5 noemt3 dat zijn ze ge5sz9s1 do* re*t/reeks*e a&o5+5 van d5 wil1 e5 onb$w+ba>1 oog5blikkelijk will5 ( niet-will5 van d5 indruk1 di5 het li*aam ond]gaat4 ,als uitzond]+5 op di5 regel en als e*te voor/ell+5 zijn sle*ts die li*amelijke indrukk5 te bes*\w51 welke d5 wil koel lat51 indrukk5 van gezi*t1 gehoor en gevoel1 wanne] de betreff5de z9tuig5 op de hun eig5e natuurlijke wijze en da>5bov5 9 zwakke mate geprikkeld word51 zoodat er uitsluit5d aan het v]/& gegev5s word5 v]s*aft om te aans*\w5 ( e5 objekt zi* voor te /ell54 ,i$]e /]k]e ( niet pass5de a&o5+ d] z9tuig5 is da>5teg5 pijnlijk1 9 /rijd met d5 wil4--,van z5uwzwakte wordt er gesprok51 als de indrukk51 welke 9 d5 regel enkel di5 graad van /]kte hebb51 die voldo5de is om ze tot gegev5s voor het v]/& te mak51 d5 hoog]5 graad b]eik51 wa>bij zij d5 wil 9 beweg+ br5g51 dus pijn ( wellu/ v]wekk51 mee/al ev5wel pijn1 die e*t] d( en onbe/emd is2 zoo zijn dan niet ma> alle geluid5 en gewoon dagli*t onaang5ame gewa>word+51 ma> er he]s*t e5 doorga&e zw>tgallige /emm+1 wa>van de bron zi* niet duidelijk laat aangev54 ,ook toont zi* de id5titeit van li*aam en wil o4 a4 da>91 dat i$]e heftige en buit5sporige wilsbeweg+ het li*aam ontro]t en d5 gang d] lev5sv]ri*t+5 v]/oort4 ,de k5nis1 die ik van mijn wil heb1 zegt ,s*op5hau]1 is re*t/reeks*1 ma> to* voortdur5d /ukw]k1 ge5 k5nis van mijn wil 9 zijn geheel1 van mijn wil als e5heid1 ma> van afzond]lijke wil%&el+51 die zo[el e5 physis*e als e5 psy*is*e zijde hebb54 ,jui/ da>door1 dat wil en li*aam n zijn1 b5 ik individu1 /a ik tot mijn li*aam1 dat ov]ig5s1 gelijk alle &]e li*am51 sle*ts voor/ell+ z\ zijn1 9 e5 geheel e5ige betrekk+4 ,het k>akt] d] individualiteit br5gt m$e1 dat i$] sle*ts n wez5 kan zijn1 ma> alle wez5s kan aans*\w54 ,id5titeit van wil en li*aam heet bij ,s*op5hau] de philosophis*e wa>heid bij uitnem5dheid1 da> zij als sleutel kan di55 om tot het wez5 van alle natuurvoorw]p5 door te dr+54 ,behalve wil en voor/ell+ is ons niets bek5d en is er ev5m9 iets voor ons d5kba>4 ,wanne] wij aan de natuur 9 ha> geheel1 welke onmiddellijk enkel 9 onze voor/ell+ be/aat1 de groot/e ons bek5de w]kelijkheid will5 toes*rijv51 dan h\d5 wij ha> voor ev5 w]kelijk als ons eig5 li*aam2 want dit heeft voor i$] d5 hoog/5 graad van w]kelijkheid4 ,ma> als wij nu de w]kelijkheid van dat li*aam en van zijn v]ri*t+5 ontl$51 dan treff5 wij buit5 voor/ell+ niets &]s aan dan wil4 ,zal dus de natuur nog iets me] zijn dan onze voor/ell+1 dan moet5 wij zegg5 dat zij 9 ha> diep/e wez5 datg5e is1 wat wij 9 ons zelf als wil v9d54 ,ik zeg3 9 ha> diep/e wez51 en da>m$e b$oel ik1 dat wij wat de wil zelf is hebb5 te ond]s*eid5 van wat enkel zijn v]s*ijn+ is4 ,zoo behoort tot de v]s*ijn+ van d5 wil en niet tot zijn eig5lijk wez51 dat hij met zelfk5nis gepa>d gaat en door motiev5 be/i]d wordt4 ,dit is imm]s alle5 bij di] en m5s* het geval4 ,zeg ik dus3 de kra*t1 welke d5 /e5 na> de a>de drijft1 is wil1 dan moet m5 mij niet de dolle me5+ to$i*t51 dat de /e5 zi* omlaag beweegt1 door het e5 ( &] bewu/e motief da>toe gebra*t4 ,wij kunn5 het niet 9 ,keppl] go$keur5 dat deze1 9 zijn v]h&el+ ov] de planeet ,m>s1 me5t aan de planet5 k5nis te moet5 toes*rijv51 da> zij h>e elliptis*e ban5 zoo jui/ wet5 te treff5 en de snelheid h>] beweg+ zoo nauwkeurig afmet51 dat deze altijd aan de wiskun/ige =mule beantwoordt4 ,willekeurige beweg+5 hebb5 e5 grond 9 h>e motiev54 ,intuss*5 bepal5 die motiev5 enkel1 dat ik op dit tijd/ip1 op die plaats1 ond] die om/&igh$5 wil2 niet het feit dat ik wil1 ev5m9 wat ik wil1 dus niet het k>akt]1 dat mijn will5 voortdur5d k5m]kt1 hangt van de motiev5 af4 ,dus is mijn will5 niet 9 zijn geheel5 omvang uit de motiev5 te v]kl>52 deze zijn sle*ts de aanleid+ wa>bij wil zi* v]toont2 zelf ligt hij buit5 het b]eik d] motiev52 enkel zijn te voors*ijn tr$5 op i$] tijd/ip is wettelijk bepaald4 ,laat ik iem&s a>d buit5 rek5+ en vraag ik dan1 wa>om hij jui/ dit en niet dat wil1 dan is da>op ge5 antwoord mogelijk2 enkel voor de v]s*ijn+ van d5 wil is er e5 grond op te spor51 niet voor d5 wil zelv51 die zond] grond is4 ,dat het e5e v]s*ijnsel 9 het &]e1 dat de daad 9 het motief h>5 grond v9dt en da>uit met noodzakelijkheid voortvloeit1 laat zi* ze] go$ rijm5 met de /ell+3 het wez5 van het e]/e v]s*ijnsel is wil1 die zelf ge5 grond heeft02 imm]s het beg9sel van d5 voldo5d5 grond is e5 vorm van k5nis en zijn geldigheid blijft dus bep]kt tot de w]eld d] k5nis1 tot de zi*tba>heid van d5 wil1 /rekt zi* niet tot d5 wil zelv5 uit1 tot datg5e wat a*t] al het v]s*ijn5de ligt4 ,het d+ op zi* zelf1 als zoodanig nooit objekt1 da> imm]s i$] objekt v]s*ijn+ ervan is1 moe/1 om er ov] te kunn5 sprek51 naam en begrip ontle55 aan e5 objekt1 dus aan e5 zijn] op5b>+52 da> nu als de volmaakt/e1 duidelijk/e1 mee/ ontwikkelde op5b>+ van het d+ an si*0 de door zelfbewu/zijn be/raalde wil des m5s*5 kan geld51 koz5 wij d5 naam van wil1 t] a&uid+ van het op zi* zelf zijnde4 ,de wil als ,d+ an si*0 is volkom5 vrij van alle vorm51 welke hij e]/ 9 de v]s*ijn+ aanneemt4 ,re$s de algeme5/e vorm van alle voor/ell+1 die van e5 objekt voor e5 subjekt1 raakt d5 wil niet4 ,nog m9d] behoor5 tijd1 ruimte en de da>door mogelijk geword5 veelheid tot het wez5 van d5 wil4 ,dat de wil zond] grond is1 heeft m51 wa> hij met d5 hoog/5 graad van duidelijkheid zi* op5ba>t1 bij d5 m5s*1 ze] go$ beseft4 ,do* t]wijl m5 d5 wil dus t]e*t vrij en onafhankelijk noemde1 heeft m5 de noodzakelijkheid1 wa>aan zijn v]s*ijn+ all]wege ond]worp5 is1 voorbij gezi5 en ook de dad5 voor vrij v]kla>d1 wat zij niet zijn1 da> i$]e h&el+ uit de w]k+ van het motief op het k>akt] met /r5ge noodzakelijkheid voortvloeit4 ,alle noodzakelijkheid is niets &]s dan de wijze1 wa>op e5 gevolg uit zijn grond voortkomt4 ,na> e5 grond behoort m5 te vrag5 bij alles wat v]s*ijnt en dus ook bij het h&el5 van d5 m5s*4 ,da> e*t] 9 het zelfbewu/zijn de wil re*t/reeks gek5d wordt1 v9dt m5 da> het besef van vrijheid4 ,e*t] wordt er ov] het ho(d gezi5 dat het individu1 de p]soon1 niet wil op zi* zelf is1 ma> v]s*ijn+ van wil en als zoodanig g$et]m9e]d4 ,v&a> het wond]lijk feit1 dat i$] zi* bij voorbaat voor geheel vrij h\dt1 ook 9 zijn afzond]lijke h&el+52 hij me5t1 dat hij i$] oog5blik e5 &]5 lev5sw&el z\ kunn5 beg9n51 e5 &] m5s* z\ kunn5 word54 ,ma> bij d5 t]ugblik ontdekt hij tot zijn v]baz+1 dat hij niet vrij 01 dat1 ondanks al zijn voornem5s en ov]weg+51 zijn do5 onv]&]d bleef1 dat hij van d5 aanvang af tot het e9de toe het door hem misprez5 k>akt] beh\d5 heeft1 dat hij de door hem aang5om5 rol tot aan het slot heeft moet5 v]vull54 ,de wil en zijn op5b>+5 behoor5 9 twee geheel v]s*ill5de w]eld5 tehuis2 m5 behoort er dus ge5 aan/oot aan te nem51 dat de wil zelf voor ons besef vrij is en ongebond51 t]wijl zijn op5b>+5 met onv]biddelijke noodzakelijkheid uit de motiev5 voortvloei54 ,ev5m9 moet het slakk5huis aan e5 vreemd5 wil word5 toeges*rev51 die met k5nis van doel en middel5 t5 behoeve van dat di]tje b\wt1 als wij het huis1 dat wij zelve b\w51 door e5 &]5 wil dan de onze opgetrokk5 a*t53 beide huiz5 zijn gewro*t5 van e5 en d5zelfd5 wil1 die 9 ons door motiev5 wordt geleid1 t]wijl hij bij de slak enkel bl9de1 na> buit5 g]i*te s*epp+sdrang is4 ,ook 9 ons1 m5s*51 w]kt wil 9 m5ig opzi*t w]ktuigelijk2 m5 d5ke aan v]ri*t+5 als spijsv]t]+1 blo$somloop1 afs*eid+1 groei enz4 ,(s*oon wil zi* volg5s ,s*op5hau] ov]al v]toont1 /aan zijn op5b>+5 niet all5 op hetzelfde peil4 ,de e5e is hoog]1 de &]e lag]2 er is e5 ladd]1 wa>van de sport5 aan de onv]&]lijke soort5 en onv]d]felijke natuurkra*t5 beantwoord51 welke na> het voorbeeld van ,plato met d5 naam van ideen word5 be/empeld2 dus slaagt de wil er 9 /e$s kra*tig] te v]s*ijn52 aanvankelijk1 9 de onbezielde natuur1 gaat wil als zwa>te1 ondoordr+ba>heid1 elektriciteit enz4 geheel s*uil a*t] w]ktuigelijk ges*i$51 ma> van trap tot trap klimt hij langzam]h& tot die aanzi5lijke hoogte1 wa> van zoog5aamd r$elijk h&el5 sprake kan zijn4 ,kant's ,d+ an si*0 en ,plato's idee zijn wel niet id5tis*1 ma> to* ze] aan elk&] v]want4444 ,kant zegt 9 ho(dzaak het volg5de3 tijd1 ruimte en causaliteit zijn ge5 eig5s*app5 van het d+ op zi* zelf1 ma> behoor5 enkel aan zijn v]s*ijn+ toe1 da> zij k5vorm5 zijn4 ,alle veelheid1 alle ont/aan en v]gaan zijn uitsluit5d door tijd1 ruimte en causaliteit mogelijk2 da>uit volgt1 dat veelheid1 ont/aan en v]gaan alle5 de w]eld d] v]s*ijnsel5 aanhang54 ,da> onze k5nis door h>e vorm5 bepaald wordt1 is zij enkel k5nis van de w]eld d] v]s*ijnsel54 ,dit laat/e geldt zelfs van ons eig5 ik2 wij k5n5 het enkel als v]s*ijnsel1 als objekt van erv>+1 wet5 niet wat het op zi* zelf is04 ,dit is 9 ho(dzaak1 wat het ?ans aan de orde zijnde ond]w]p betreft1 z9 en inh\d d] le] van ,kant4--,plato nu zegt3 de d+5 dez] w]eld1 die door onze z9n5 word5 wa>g5om51 zijn er niet 9 d5 e*t5 z9 des woords3 zij word51 v]&]5 onoph\delijk1 be/aan nooit3 sle*ts 9 betrekkelijk5 z9 zijn zij er1 9 zoov] zij tot elk&] 9 betrekk+ /aan3 m5 kan dus hun aanzijn ev5go$ e5 niet-zijn noem54 ,bij gevolg zijn ze ook ge5 voorw]p5 van e*te k5nis1 want die is enkel mogelijk bij w]kelijkh$51 welke op zi* zelve en altijd op gelijke wijze be/aan4 ,zij zijn enkel het voorw]p van me5+1 die op gewa>word+ /eunt4 ,zoolang we tot wa>nem+ van d+5 bep]kt blijv51 gelijk5 wij op m5s*51 die 9 e5 donk] hol z va/gebond5 zitt51 dat zij zelfs het ho(d niet kunn5 omdraai5 en niets zi5 dan bij het li*t van e5 a*t] h5 br&5d vuur2 aan d5 muur teg5ov] h5 aans*\w5 ze s*aduwbeeld5 van w]kelijke d+51 welke tuss*5 h5 en het vuur word5 voorbij g$rag51 en ook van elk&]1 ja van zi* zelve1 bespeur5 zij enkel de s*aduw5 op d5 muur4 ,hun e5ige wij%eid z\ da>9 be/aan de opvolg+ di] s*aduw5 door erv>+ te ontdekk5 en zoo te voorspell51 welke te wa*t5 zijn4 ,wat da>5teg5 wa>a*tig zijnde kan g5oemd word51 wijl het altijd is1 nooit wordt1 nooit v]gaat1 dat zijn de oorspronkelijke modell5 van die s*aduw51 de eeuwige ideen1 de duurzame vorm5 van alle d+54 ,hun komt ge5 veelheid toe1 want i$]e idee is uit ha> a>d sle*ts ne1 t]wijl ha> kopien ( afdrukk5 de onbegr5sd vele1 afzond]lijke1 v]gankelijke d+5 d]zelfde soort zijn1 die n en d5zelfd5 naam drag54 ,ook ont/aan en v]gaan de ideen niet2 ze word5 nooit1 gaan niet te gronde gelijk hunne wegkwijn5de afdrukk54 7,da>9 ligt opgeslot51 dat tijd1 ruimte en causaliteit niet geld5 voor de ideen74 ,van ideen alle5 is er dus e*te k5nis mogelijk1 want da>toe wordt v]eis*t e5 objekt1 dat altijd en 9 i$] opzi*t is1 niet iets1 wat is en niet is1 al na> gelang m5 het bes*\wt04--,zi$a> ,plato's le]4 ,het is duidelijk1 dat de inn]lijke z9 van wat ,plato en ,kant hi] le]5 geheel dezelfde is1 dat beid5 de zi*tb>e w]eld voor e5 v]toon+ h\d51 welke op zi* zelve nietig is en sle*ts door datg5e1 wat er 9 wordt uitg$rukt 7,d+ an si*0 bij ,kant1 idee0 bij ,plato71 beteek5is en gele5de realiteit heeft2 t]wijl aan het wa>a*tig zijnde de algeme5e en onmisb>e vorm5 van i$]e v]s*ijn+ totaal vreemd zijn4 ,de m]kwa>dige ov]e5/emm+ tuss*5 beide d5k]s laat zi* door e5 voorbeeld aans*\welijk mak54 ,laat er e5 di] voor ons /aan 9 zijn volle lev5skra*t4 ,plato zal zegg53 dit di] heeft ge5 e*t1 ma> sle*ts e5 s*ijnba> be/aan1 want als onoph\delijk v]&]5d heeft het sle*ts e5 betrekkelijk zijn1 dat ev5go$ niet-zijn als zijn kan heet54 ,wa>lijk zijnde is alle5 de idee1 die zi* 9 dat di] afbeeldt1 het di] op zi* zelf1 dat van niets afhangt1 ongebor51 on/]felijk1 altoos op gelijke wijze be/a&4 ,zoov] we nu 9 dat di]1 dat hi] aanwezig is1 de idee van het di] h]k5n51 is het geheel e5]lei en zond] beteek5is1 ( we nu jui/ dt di] voor ons hebb51 dan wel zijn voor\d]1 die duiz5d ja> gel$5 leefde1 ( het op deze plek dan wel 9 e5 v] afgeleg5 l& is1 ( het deze dan wel e5 &]e h\d+ aanneemt1 ( het dit dan wel e5 &] individu d] soort is2 dat alles is nietig en betreft enkel het v]s*ijn5de2 de idee van het di] alle5 heeft wa>a*tig zijn en is voorw]p van w]kelijke k5nis04--,z ,plato4 ,kant z\ kunn5 zegg53 dat di] is e5 v]s*ijn+ 9 tijd1 ruimte en causaliteit1 welke de 9 ons k5v]mog5 ligg5de voorwa>d5 van alle erv>+ zijn en d]halve niet kunn5 /rekk5 om het d+ op zi* zelf1 zooals het is buit5 de erv>+1 te bepal54 ,d]halve is dit di]1 gelijk wij het op dez5 bepaald5 tijd en op deze plek1 9 d5 sam5hang d] erv>+1 volg5s de ket5 van oorzak5 en w]k+5 gebor5 en noodw5dig /]felijk1 wa>nem51 ge5 d+ op zi* zelf1 ma> sle*ts e5e 9 betrekk+ tot ons k5v]mog5 geldige v]s*ijn+4 ,om te besliss5 wat da>aan1 onafhankelijk van tijd1 ruimte en causaliteit1 t5 grondslag ligt1 z\d5 wij e5 &] k5v]mog5 moet5 bezitt5 dan het voor ons alle5 mogelijke1 dat z9n5 en v]/& omvat04 ,om ,kant's zi5swijze nog me] 9 ov]e5/emm+ te br5g5 met die van ,plato1 z\ m5 kunn5 bew]53 tijd1 ruimte en causaliteit zijn de inri*t+ van ons intellekt1 kra*t5s welke het eig5lijk alle5 be/a&e ne wez5 van i$]e soort aan ons v]s*ijnt als e5 veelheid van gelijksoortige1 /e$s opnieuw ont/a&e en v]ga&e wez5s1 9 e9delooze opvolg+4 ,volg5s deze bes*\w+ behoort enkel aan de ideen wa>a*tig be/aan te word5 toeges*rev51 t]wijl de d+5 9 ruimte en tijd1 welke voor d5 individu w]kelijkheid zijn1 sle*ts e5 droomw]eld moet5 heet54 ,da> e5 en dezelfde idee zi* 9 vele exempl>5 op5ba>t1 v]toont zij ons ha> wez5 sle*ts broksgewijze1 ne zijde na de &]e4 ,dus zal m5 de idee hebb5 te ond]s*eid5 van de mani]1 wa>op zij aan het wa>nem5d individu zi* voordoet en die mani] onwez5lijk hebb5 te noem54 ,m5 kan dit toeli*t5 door voorbeeld51 zo[el aan het g]+/e als aan het groot/e ontle5d4--,wanne] de wolk5 trekk51 zijn de figur51 welke zij vorm51 van ge5 belang3 ma> dat zij als ela/is*e nevel door d5 w9d/oot sam5gep]/1 wegg$rev51 uitg]ekt1 v]s*eurd word51 dat is d] wolk5 natuur1 is het wez5 d] kra*t51 die zi* da>9 uitdrukk51 is de idee3 enkel voor d5 individueel5 wa>nem] be/aan hun tijdelijke ge/alt54--,bij d5 b]g/room1 die ov] rotsblokk5 na> b5$5 /ort1 zijn draaikolk51 golv51 opbruis5d s*uim van ge5 wez5lijk belang2 dat die /room aan de wet d] zwa>tekra*t gehoorzaamt1 zi* als e5 niet-ela/is*e1 totaal v]s*uifb>e1 vormlooze1 doorzi*tige vloei/( g$raagt1 dit is zijn wez51 zijn idee2 enkel voor ons1 zoolang wij als individu5 k5n51 zijn er de afwissel5de ge/alt54--,wanne] het wat] op onze v5/]ruit bevrie/1 s*iet het tot kri/all5 volg5s va/e wett51 welke het wez5 d] hi] te voors*ijn tr$5de natuurkra*t1 h>e idee1 op5b>52 ma> de boom5 en bloem51 da>bij gevormd1 zijn onwez5lijk4--,wat 9 wolk51 b]g/room en kri/al v]s*ijnt1 is de zwak/e nagalm van di5 wil1 die volkom5] 9 de plant1 nog volkom5] 9 het di]1 het all]volkom5/ 9 d5 m5s* te voors*ijn tre$t4 ,ma> enkel het wez5lijke van al die grad5 van wilsuit+ is3 de idee4 ,zoo is de ges*i$5is van het m5s*elijk gesla*t1 het gewoel d] gebeurt5iss51 de afwissel+ d] tijd51 de rijkdom d] vorm5 van het m5s*elijk lev5 9 v]s*ill5de l&5 en eeuw51 enkel toevallige g$aante1 wa>ond] de idee zi* v]toont4 ,voor hem1 die dit wl gevat heeft1 zull5 dus de w]eldgebeurt5iss5 sle*ts 9 zoov] beteek5is hebb5 als zij de lett]s zijn1 wa>uit de idee van d5 m5s* zi* lez5 laat4 ,hij zal niet met de groote s*>e geloov51 dat de tijd iets w]kelijk nieuws en gewi*tigs te voors*ijn kan br5g51 ( dat tijd 9 zijn geheel beg9 en e9de heeft1 dat er 9 d5 tijd e5 plan v]w]kelijkt wordt en dat als voorloopig e9ddoel de hoog/e volkom5heid van het ?ans lev5de gesla*t te bes*\w5 is4 ,d]halve zal hij ev5m9 met ,hom]us e5 geheel5 ,olymp vol god5 tot leid+ d] gebeurt5iss5 v]di*t51 als hij met ,ossian de figur5 d] wolk5 voor individueele wez5s zal aanzi51 da>1 gelijk gezegd1 zo[el het e5 als het &]1 9 v]h\d+ tot de da>9 v]s*ijn5de idee1 ev5 veel en ev5 we9ig beteek5is heeft4 ,de bron1 wa>uit de individu5 en hunne kra*t5 voortvloei51 is onuitputtelijk en one9dig gelijk tijd en ruimte2 want1 gelijk deze beide vorm5 van alle v]s*ijn+1 zijn ook de individu5 en hunne kra*t5 enkel v]s*ijn+1 zi*tba>heid van d5 wil2 ge5 e9dige maat is bij ma*te die one9dige bron leeg te s*epp52 welk groot w]k1 welke zeg5rijke gebeurt5is1 welke g5iale aanleg ook 9 de kiem v]/ikt moge word51 ge5 nood1 want de one9dige mogelijkheid van t]ugke] blijft eeuwig dezelfde4 ,9 deze w]eld d] v]s*ijn+ is ev5m9 wa> v]lies als w>e w9/ mogelijk4 ,de wil alle5 be/aat1 hij1 de eeuwige4 ,de v]h\d+ van wil en intellekt kan het be/ door e5 gelijk5is word5 uitg$rukt3 de /]ke bl9de1 die d5 zi5d5 lamme op zijn s*\d]s draagt4 ,9 d5 regel is het intellekt enkel di5/kne*t van d5 wil2 het is dan ook uit d5 wil zoo voortgekom5 als het ho(d uit d5 romp4 ,bij de di]5 is de di5/ba>heid van het intellekt nooit op te heff54 ,bij d5 m5s*1 bij uitzond]+1 wl4 ,want door de kra*t des gee/es omhoog g$rag5 kan hij de gewone bes*\w+swijze d] d+5 lat5 v>51 oph\d5 te lett5 op de betrekk+51 wa>9 de d+5 tot elk&] /aan1 niet lang] vrag5 wat zij voor zijn eig5 belang beteek551 zi* niet bekreun5 om het wa>1 het wanne]1 het wa>om1 het wa>toe d] d+51 ma> e5ig en alle5 om het wat2 da>bij niet het afgetrokk5 d5k51 de begripp5 d] r$e1 het bewu/zijn lat5 innem51 ma> zi*1 zooals het zoo z9rijk 9 de taal wordt uitg$rukt1 geheel 9 de aans*\w+ van e5 l&s*ap1 e5 boom1 e5 rots1 e5 geb\w1 v]liez51 zijn belang v]get51 geheel alle5 als subjekt1 als held]e spiegel van het objekt1 blijv5 be/aan1 zoodat het is1 als( het d+ op zi*zelf er w>e1 zond] iem& die het wa>neemt1 da> het aans*\wde en de aans*\w] zi* niet me] lat5 s*eid51 beide n geword5 zijn1 het geheele bewu/zijn door e5 e5ig aans*\welijk beeld gevuld en +5om5 wordt2 wa> zoo het object buit5 alle v]h\d+ tot iets &]s1 het subjekt buit5 alle v]h\d+ tot d5 wil /aat1 is datg5e1 wat alzoo gek5d wordt1 niet me] het afzond]lijke d+ als zoodanig1 ma> de idee1 de eeuwige vorm1 de onmiddellijke v]s*ijn+ van d5 wil op di5 bepaald5 trap1 en dan is de aans*\w] niet me] individu1 want het individu v]dwijnt hi] 9 wat het ziet1 do* zuiv]1 willoos1 tijdeloos subjekt van k5nis4 ,dit is het wat ,sp9oza voor d5 gee/ zweefde1 to5 hij s*reef3 de gee/ is eeuwig1 9 zoov] hij de d+5 ond] de ge/alte d] eeuwigheid zi* voor/elt4 ,de individu als zoodanig k5t sle*ts enkele d+51 s*akels 9 de ket5 van oorzak5 en w]k+52 het zuiv] subjekt d] k5nis1 dat tijd en plaats v]geet1 aans*\wt enkel de ideen1 die buit5 de sfe] van d5 individu als zoodanig ligg54 ,de vru*t van die aans*\w+ is de kun/4 ,de kun/ h]haalt de door belangelooze kontemplatie opgevatte eeuwige ideen2 na> gelang van de /(1 wa>9 zij h]haalt1 heet zij beeld5de kun/1 pozie ( muziek4 ,ha> e5ige oorsprong is k5nis d] ideen2 ha> e5ig doel m$$eel+ di] k5nis4--,t]wijl de wet5s*ap d5 ru/elooz5 /room van grond5 en gevolg5 naspeurt1 nooit aan het doel is1 /e$s v]d] wordt gewez51 nooit het e9de b]eikt1 nooit volle bevr$ig+ s*5kt1 ev5 we9ig als m5 door loop5 het punt kan b]eik5 wa> de wolk5 d5 horizont aanrak51 is de kun/ da>5teg5 ov]al aan ha> doel4 ,want zij beurt het voorw]p van h>e kontemplatie uit d5 w]eldloop omhoog en /elt het1 los van al het &]e1 teg5ov] zi*3 t]wijl het 9 di5 /room e5 v]dwijn5d kle9 deel 01 wordt het1 da>aan ontrukt1 v]teg5woordig] van e5 univ]sum1 quival5t van het 9 ruimte en tijd one9dig vele4 ,de kun/ blijft dus /aan bij het afzond]lijke d+2 het rad van d5 tijd h\dt zij va/2 de betrekk+5 v]dwijn5 voor ha>2 enkel het wez5lijke1 de idee1 is ha> objekt4 ,het wez5 van het g5ie be/aat 9 e5 ov]weg5d v]mog5 tot zoodanige kontemplatie4 ,g5ialiteit is e5 objektieve gee/esri*t+1 wa>bij eig5belang geheel t] zijde wordt ge/eld1 de p]soonlijkheid tijdelijk buit5 spel blijft en er enkel e5 subjekt van zuiv]e k5nis1 e5 kla> w]eldoog ov]blijft1 en dat ma> niet voor enkele oog5blikk51 ma> zoo aanh\d5d en met zooveel bezonn5heid als noodig is om het typis* aans*\wde door middel van kun/ we] te gev5 en wat 9 nevela*tige ge/alt5 voor oog5 zweeft1 9 duurzame g$a*t5 va/ te legg54 ,buit5gewone /]kte van fantasie is onmisb>e voorwa>de van g5ialiteit4 ,imm]s zond] fantasie z\ de horizont niet v]d] reik5 dan p]soonlijke erv>+2 het is noodig uit het we9ige1 dat de w]kelijkheid ond] ons b]eik br5gt1 het ov]ige op te b\w5 en zoo s*i] alle mogelijke lev5sbeeld5 aan zi* te lat5 voorbijtrekk54 ,ook zijn de w]kelijke d+5 sle*ts ze] gebrekkige exempl>5 d] da>door uitg$rukte idee4 ,het g5ie heeft dus fantasie noodig om 9 de d+5 niet dat te zi51 wat de natuur w]kelijk heeft voortgebra*t1 ma> wat zij heeft will5 voortbr5g51 t]wijl zij bij dat w]k1 door d5 /rijd d] vorm5 ond]l+ om e5 en hetzelfde /uk mat]ie1 belemm]d w]d4 ,do* al begeleidt /]ke fantasie alle g5ialiteit1 da>uit volgt niet dat i$]1 die veel fantasie heeft1 ook e5 g5ie z\ zijn4 ,zooals m5 e5 w]kelijk d+ op tweerlei wijze bes*\w5 kan3 zuiv] objektief als e5 middel tot k5nis d] idee1 en op all$aags*e wijze1 9 v]h\d+ tot &]e d+5 en tot d5 p]soonlijk5 wil1 zoo kan ook het beeld d] fantasie op tweerlei trant word5 gebezigd3 tot het s*epp5 van e5 kun/w]k1 do* ev5e5s tot het b\w5 van lu*tka/eel51 die zelfzu*t en eig5 luim bevr$ig51 tijdelijk v]mak5 en iets voorgoo*el54 ,wie zi* met dit laat/e spel bezigh\dt is e5 fanta/3 li*t zal hij de beeld51 wa>aan hij 9 de e5zaamheid zijn h>t ophaalt1 met de w]kelijkheid do5 sam5vloei5 en zi* voor het lev5 onges*ikt mak54 ,bij het ne]s*rijv5 van visio55 ont/aan zoo de romans van all]h&e soort1 die het groote publiek m$eslep51 da> de lez] zi* 9 de plaats van d5 held gaat droom5 en dan de s*ild]+ heel gemo$elijk v9dt4 ,de gewone m5s*1 die fabriekwa> d] natuur1 zooals ze er dagelijks duiz5d5 te voors*ijn br5gt1 is tot e5 onbaatzu*tige bes*\w+ van e5igsz9s lang5 duur niet 9 /aat2 hij kan zijn opm]kzaamheid sle*ts 9 zoov] op de d+5 ri*t51 als ze1 zij het dan ook zijdel+s1 9 betrekk+ /aan tot zijn wil4 ,ma> da>voor is het voldo5de en mee/al zelfs nuttig] ze ond] afgetrokk5 begripp5 te br5g52 dus v]wijlt zijn blik niet lang bij e5ig voorw]p1 ma> snel zoekt hij de rubriek1 wa>9 het te huis behoort1 zooals de luia>d e5 /oel zoekt2 dan heeft hij er mee afg$aan4 ,bij kun/w]k51 s*oone natuurgewro*t51 bij het 9 al zijne faz5 zoo belangwekk5d tooneel des lev5s v]wijlt hij niet2 hij spoort zijn eig5 weg op1 kijkt uit na> alles wat miss*i5 e5maal zijn weg z\ kunn5 word51 v]zamelt plaatsbes*rijv5de bizond]h$53 met de komtemplatie als zoodanig v]lie/ hij ge5 tijd4 ,de man van g5ie da>5teg51 bij wi5 het k5v]mog5 het ov]wi*t heeft1 en dus1 al?ans t5 deele1 aan d5 di5/ van d5 wil zi* onttrekt1 /reeft er na> de idee van i$] d+ te doorgrond5 en v]zuimt vaak op zijn eig5 weg 9 het lev5 te lett51 bew&elt di5 dikwijls onbeholp5 g5oeg4 ,t]wijl voor d5 gewon5 m5s* het k5v]mog5 de lanta>n is1 die zijn weg v]li*t2 is het voor d5 g5ial5 m5s* de zon1 die de w]eld be/raalt4 ,g5iale individu5 hebb5 mee/al de gebrek51 welke het v]zuim5 van die mani] van k5n5 na zi* sleept1 wa>door de wet5s*ap tot /& gebra*t en het lev5 wijs en r$elijk wordt +]i*t4 ,het is e5 geluk voor h51 dat de felle en spontane inspann+1 welke voor e5 willooze opvatt+ d] ideen v]eis*t wordt1 niet onafgebrok5 kan voortdur52 dat zij g$ur5de groote tuss*5ruimt5 bijna 9 i$] opzi*t met gewone m5s*5 gelijk /aan4 ,v&a> dat m5 t5 all5 tijde het w]k5 van het g5ie als e5 inspiratie heeft opgevat1 als beziel+ door e5 bov5m5s*elijke ma*t1 die p]iodiek d5 individu 9 bezit neemt4 ,g$ur5de zulke tijd5 hap]t het aan s*]pe opvatt+ van causaalbetrekk+5 en beweegr$551 en is dus e5 g5iaal m5s*1 9 zoov] en zoolang als hij dat is1 uit e5 praktis* oogpunt onwijs4 ,ook /aat de aans*\welijke k5nis1 op wi] gebi$ de idee te huis behoort1 lijnre*t ov] aan de r$elijke en afgetrokk5 k5nis1 die zi* door het beg9sel van d5 afdo5d5 grond laat leid54 ,v&a> dat groote g5ialiteit en groote r$elijkheid mee/al niet gepa>d gaan en omgeke]d g5iale individu5 dikwijls door onr$elijke en hevige h>t/o*t5 word5 meegesleept4 ,de oorzaak da>van is niet zwakte van het r$ev]mog51 ma> t5 deele de buit5gewone en]gie1 die het g5iale individu eig5 is1 en zi* 9 heftigheid van al zijn wil%&el+5 op5ba>t1 deels het ov]wi*t van de bes*\w5de k5nis door z9n5 en v]/& op de ab/rakte1 welke uit kleurlooze begripp5 be/aat3 d]halve is de indruk1 di5 zij van het h$5 ontvang51 zoo buit5gewoon ma*tig en sleept hij h5 mee tot niet-ov]legde h&el+54 ,da> hun k5nis zi*1 t5 deele al?ans1 aan d5 di5/ van d5 wil onttrokk5 heeft1 d5k5 zij 9 het gesprek niet zooze] aan d5 p]soon tot wi51 als wel aan de zaak1 wa>ov] zij sprek51 die hun lev5dig voor d5 gee/ /aat2 ze oordeel5 onp>tijdig] dan hun belang m$ebr5gt en v]tell5 wat liev] _h moet5 word5 v]zweg52 zij hell5 ov] tot alle5sprak5 en v]toon5 vele zwakke kant51 die aan waanz9 do5 d5k54 ,dat g5ialiteit en waanz9 aan elk&] gr5z51 ja 9 elk&] ov]gaan1 is dikwijls opgem]kt2 zelfs heeft re$s ,horatius de gee/drift van d5 di*t] e5 bem9nelijk5 waanz9 g5oemd4 ,pope zegt3 ,great wits to madness sure are ne> alli$1 ,& ?9 p>titions d _! b\nds divide4 ,aan waanz9 is de groote gee/ v]want1 ,en beid5 s*eidt sle*ts e5 ze] dunne w&4 ,bij veelvuldig bezoek van krankz9nig5huiz5 heb ik enkele lijd]s met onmisk5ba> groot5 aanleg aangetr(f52 hun g5ialiteit s*e5 duidelijk door d5 waanz9 he51 die e*t] geheel de ov]h& _h4 ,dit kan niet toevallig zijn1 want het aantal waanz9nig5 is betrekkelijk ze] kle91 t]wijl e5 g5iaal individu e5 hoog/ zeldzame uitzond]+ mag heet54 ,ik wil kort mijn me5+ zegg5 ov] d5 grond van de v]wants*ap tuss*5 waanz9 en g5ialiteit4 ,de k5nis van d5 waanz9nige heeft met die van het di] geme51 dat beid5 tot het aanwezige bep]kt zijn4 ,to* is er v]s*il4 ,het di] heeft ge5 voor/ell+ van het v]l$51 (s*oon het door de kra*t d] gewoonte er de w]k+ van ond]v9dt2 na j>5 h]k5t de hond zijn vroeg]5 mee/]1 d4w4z4 ond]v9dt bij zijn aanblik d5 oud5 indruk4 ,do* van d5 s$]t v]loop5 tijd h]9n]t het di] zi* niets4 ,de waanz9nige da>5teg5 draagt 9 zijn r$e e5 vals* beeld van het v]l$5 met zi* rond en ond] d5 invlo$ van dat beeld is hij niet 9 /aat van het h$5 op de jui/e mani] p>tij te trekk51 iets wat het di] wel v]mag4 ,dat heftig gee/elijk le$1 onv]wa*te ontzett5de gebeurt5iss5 dikwijls waanz9 v]oorzak51 v]kla> ik op de volg5de wijze4 ,voorzoov] le$ als w]kelijke gebeurt5is tot het h$5 bep]kt blijft1 is het voorbijga&e en niet ondragelijk zwa>2 ov]matig groot wordt het e]/ als blijv5de sm>t1 ma> als zoodanig /eunt het op het geheug5 en is het dus g$a*te2 wanne] nu e5 uit]/ sm>telijk wet5 ( h]d5k5 e5 zoo ontzett5de kwell+ is1 dat zij niet lang] te drag5 is en de individu er ond] bezwijk5 z\1 dan grijpt de 9 de engte g$rev5 natuur na> d5 waanz9 als na> het laat/e middel om het lev5 te r$d52 de zoo fel gepijnigde gee/ v]s*eurt d5 draad van het geheug51 vult de leemt5 met waanvoor/ell+5 aan en ontvlu*t op die wijze zijn v]driet1 gelijk m5 e5 door k\d vuur aangeta/ be5 afzet en het door e5 h\t5 v]vangt4 ,als voorbeeld noem ik d5 raz5d5 ,ajax1 ,kon+ ,le> en ,ophelia4 ,hoewel s*epp+5 van het g5ie1 zijn ze aan lev5de p]son5 gelijk te /ell54 ,e5 zwakke ov]e5kom/ met dez5 ov]gang van sm>t tot waanz9 is dat wij all5 e5 pijnlijke h]9n]+1 die ons plotsel+ invalt1 w]ktuigelijk door heftige beweg+5 ( luide klank5 tra*t5 te v]jag5 om zoo met geweld ons zelv5 te v]/rooi54 ,m5 lette ook hi]op1 dat de g5iale m5s* de k5nis van d5 sam5hang d] d+5 uit het oog v]lie/4 ,en geval geldt bij hem voor duiz5de1 n d+ v]teg5woordigt bij hem e5 geheele soort4 ,het objekt van zijn bes*\w+ v]s*ijnt hem 9 zoo held] li*t1 dat de s*akels d] ket51 wa>door het met all]lei &]e d+5 v]bond5 is1 v]dui/]d word51 en dat jui/ is we] e5 punt van ov]e5kom/ met d5 waanz94 ,wat 9 het voorh&5 d+ sle*ts onvolkom5 en door bijom/&igh$5 v]zwakt aanwezig is1 wordt door de bes*\w+swijze van het g5ie tot volkom5heid v]hev54 ,zoo ziet het g5ie ov]al uit]/5 en v]valt ook zijn h&el5 tot uit]/54 ,hij weet de re*te maat niet te treff54 ,hij k5t de ideen1 ma> niet de individu54 ,dikwijls heeft m5 opgem]kt1 dat e5 di*t]1 die d5 m5s* diep en grondig doorziet1 zi* door de m5s*5 om d5 tu9 laat leid5 en e5 speeltuig is 9 de h&5 van d5 li/ige4 ,het v]mog5 om ideen te aans*\w51 i$] g5ie 9 buit5gewone mate eig51 komt ook d5 gewon5 /]vel+ 9 g]+] graad toe2 &]s z\ hij ev5m9 9 /aat zijn de gewro*t5 d] kun/ te g5iet5 als ze zelf voort te br5g51 en z\d5 woord5 als s*oonheid en v]hev5heid voor hem l\t] klank5 zijn4 ,het /hetis* welbehag5 is e5 en hetzelfde1 het moge door e5 w]k d] kun/ ( door aans*\w+ van natuur en lev5 te voors*ijn word5 g]oep54 ,dat uit het kun/w]k de idee duidelijk] tot ons spreekt dan uit de natuur ( het lev51 moet da>aan word5 toeges*rev51 dat de kun/5a> 9 /aat is alle /or5de toevalligh$51 welke d5 glans d] idee 9 de w]kelijkheid v]dui/]51 opzettelijk weg te lat54 ,de kun/5a> laat ons door zijne oog5 9 de w]eld kijk54 ,dat hij die oog5 heeft1 wa>door hij het typis*e d] d+5 ontdekt1 is natuurgave1 ma> te*niek1 v]worv5 kun/ is het1 dat hij ons door zijn oog5 kan do5 zi54 ,alle will5 ontspruit uit behoefte1 dus uit gebrek1 dus uit lijd54 ,aan dat lijd5 maakt de v]vull+ d] behoefte e5 e9de4 ,ma> teg5ov] n w5s*1 die wordt bevr$igd1 blijv5 er t5 m9/e ti5 onvoldaan4 ,de v]lang5s gaan tot 9 het one9dige1 het bege]5 duurt lang1 ma> de voldo5+ wordt kort/ondig en k>ig toegemet54 ,dikwijls is ze zelfs niet me] dan s*ijnba>4 ,de bevr$igde w5s* maakt t]/ond voor e5 nieuw5 plaats4 ,g5e blijkt de re$s gek5de1 deze is de nog onbek5de dwal+4 ,duurzame1 niet me] wijk5de bevr$ig+ is door niets te v]s*aff54 ,de v]vulde behoefte is gelijk e5 aalmoes d5 b$ela> toegeworp52 zij rekt zijn lev5 voor h$51 zoodat hij morg5 opnieuw zijn ell5de zal kunn5 gevoel54--,da>om1 zoolang ons bewu/zijn vol is van ons will51 zoolang wij aan d5 drang d] w5s*5 met zijn g$urig hop5 en vreez5 ons ov]gev51 valt ons ge5 blijv5d geluk1 ge5 ru/ te beurt4 ,hetzij wij g5ot najag5 ( onheil ontvli$51 9 d5 grond d] zaak komt dat op hetzelfde ne]3 de zorg voor d5 /e$s eis*5d5 wil1 onv]s*illig ond] welke ge/alte1 neemt het bewu/zijn 9 beslag en zweept het voortdur5d v]d]4 ,zond] ru/ ge5 e*t welzijn4 ,zoo ligt het subjekt van het will5 voortdur5d op het draai5de rad van ,ixion1 het s*ept be/5dig 9 het doorzeefde vat d] ,danad51 het is de eeuwig sma*t5de ,tantalus4 ,gaat m5 da>5teg5 op 9 aans*\w+1 v]geet m5 zijn individualiteit1 v]lie/ m5 zi* 9 het objekt1 da> het buit5 alle betrekk+ tot &]e objekt5 en ons zelf wordt opgevat1 komt het als idee van zijn soort teg5ov] ons te /aan en wordt zoo de m5s* willoos subjekt van k5nis1 dan zijn voorw]p en subjekt beid5 uit het gewoel des tijds omhoog gebeurd en komt het op hetzelfde ne] ( m5 uit e5 k]k] dan wel uit e5 paleis de zon pra*tig ziet ond]gaan4 ,zulk e5 toe/&1 wa>bij het k5n5 het ov]wi*t heeft op het will51 kan1 indi5 de v]eis*te /emm+ des gemo$s er is1 9 i$]e omgev+ word5 te voors*ijn g]oep54 ,dit toon5 ons de voortreffelijke ,n$]l&]s1 die hun objektieve bes*\w+ op de mee/ onbeteek55de d+5 ri*t5 en e5 duurzaam monum5t van hun gee/esru/ 9 hun /illev5s0 ons te aans*\w5 gev54 ,wie die doek5 ziet1 voelt zi* ontro]d1 da> ze hem d5 /ill51 ru/ig51 willooz5 gemo$/oe/& van d5 kun/5a> v]teg5woordig51 die noodig 0 om zoo nietige d+5 met zoo groote liefde gade te slaan1 en het bes*\wde zoo bezonn5 we] te gev52 t]wijl het beeld ons oproept om aan d]gelijke /emm+ deel te hebb51 wordt onze ontro]+ miss*i5 nog v]hoogd door de teg5/ell+ met ons eig5 onru/ig1 heftig1 troebel will54 ,9 d5zelfd5 gee/ hebb5 dikwijls l&s*aps*ild]s1 9 het bizond] ,ruysdael ge>beid en zoo dezelfde w]k+ op nog blijd] trant te voors*ijn g]oep54 ,?ans zal m5 begrijp51 hoe de door h>t/o*t5 voortgezweepte1 door nood en zorg5 gekwelde plotsel+ zi* v]kwikt1 opgevroolijkt en ov]e9d g]i*t kan gevoel51 wanne] het hem gelukt zi* aan d5 slav5di5/ van d5 wil voor e5 oog5blik te ontwor/el5 en e5 enkel5 vrij5 blik op e5 s*oon natuurtaf]eel te ri*t54 ,die zaligheid van het willooze aans*\w5 is het t5 slotte1 welke ov] het v]l$5 en het vr-afzijnde e5 zoo toov]a*tig li*t uitgiet en door zelfmisleid+ dat alles veel fraai] doet s*ijn5 dan het 04 ,imm]s als we lang v]loop5 dag5 9 e5 v] v]wijd]d oord ons voor/ell51 dan zijn het de d+5 alle51 die onze fantasie t]ugroept1 niet het subjekt van het will51 dat to5 ev5ze] als ?ans zijn ong5eeselijk le$ met zi* ronddroeg4 ,dit laat/e is v]get51 omdat het s$]t voor zoo m5ig &] v]driet heeft plaats g]uimd4 ,nu w]kt de objektieve aans*\w+ 9 de h]9n]+ op dezelfde mani] als de teg5woordige dat z\ do51 indi5 wij ma> 9 /aat w>5 ons willoos aan ha> ov] te gev54 ,da>door komt het dat1 vooral wanne] wij me] dan gewoonlijk door nood en ang/ ons gekweld gevoel51 de plotsel+e h]9n]+ aan tooneel5 uit het v]l$5 en aan v] afgeleg5 oord51 als e5 v]lor5 p>adijs aan ons voorbijvliegt4 ,de /hetis*e toe/& van zuiv]e aans*\w+ wordt1 gelijk vanzelf spreekt1 het gemakkelijk/ gebor5 wanne] de voorw]p5 door rijkdom en bepaaldheid van ge/alte duidelijke v]teg5woordig]s van hunne ideen en dus 9 d5 objektiev5 z9 des woords s*oon zijn4 ,dat is de r$5 wa>om li*t het mee/ v]blijd5de van alle d+5 is en als symbool van al het go$e en zeg5rijke geldt4 ,9 alle godsdi5/5 beteek5t het3 eeuwig heil--ma> dui/]nis da>5teg5 v]doem5is4 ,er komt bij1 dat het zi5 niet1 gelijk de a&o5+ van &]e z9n51 op zi* zelf re$s aang5aam ( onaang5aam behoeft te zijn2 e]/ de 9 het v]/& gebor5 aans*\w+ br5gt het objekt 9 betrekk+ met d5 wil4 ,re$s bij het gehoor is dit &]s3 geluid5 kunn5 re*t/reeks pijnlijk zijn ( /reel5d1 afgezi5 van h>monie en melodie4 ,het gevoel is nog me] aan dez5 onmiddellijk5 invlo$ op d5 wil ond]worp53 to* is er e5 ta/51 dat niet met sm>t ( wellu/ gepa>d gaat4 ,reuk en smaak da>5teg5 bezorg5 altijd lu/ ( onlu/4 ,de beide laat/g5oemde z9n5 zijn dus het mee/ door d5 wil bezo$eld1 en heet5 da>om de on$ele1 ( wel1 zooals bij ,kant1 de subjektieve z9n54 ,de blijds*ap ov] het li*t is enkel blijds*ap ov] de objektieve mogelijkheid van zuiv]e1 aans*\welijke k5nis1 wa>bij de wil op nonactiviteit is ge/eld en dus het /hetis* g5ot tot zijn re*t kan kom54 ,m5 d5ke ma> e5s aan de groote s*oonheid1 welke de afspiegel+ d] voorw]p5 9 het wat] te voors*ijn toov]t4 ,wanne] e*t] die voorw]p51 wi] door li*t be/raalde ge/alt5 ons tot kontemplatie uitnoodig51 vij&ig /aan teg5ov] het m5s*elijk li*aam door hun all5 we]/& v]plett]5de ov]ma*t1 ( wel door hun onmetelijk5 omvang d5 m5s* dw+5 zijn nietigheid te gevoel51 t]wijl bij de bes*\w+1 (s*oon dat alles wa>g5om5 en erk5d wordt1 het met opzet buit5 rek5+ blijft1 de m5s* dus met geweld zi* loss*eurt van zijn wil1 t5 e9de enkel k5n5d subjekt te zijn1 hij zi* zoo bov5 zi*zelf v]heft1 dan v]vult hem het gevoel van het v]hev5e1 dan beseft hij wat v]hev5heid is4 ,er is v]s*il tuss*5 gevoel voor het v]hev5e en dat voor het s*oone3 bij het laat/e w9t het zuiv]e k5n5 zond] /rijd de bov5h&1 da> de eig5a>digheid van het objekt wa>door het zijn idee afspiegelt1 zond] we]/& en dus onm]kba> d5 wil tot zwijg5 br5gt1 de 9 zijn di5/ /a&e k5nis van v]h\d+5 uit het bewu/zijn v]wijd]t en zoo enkel het zuiv] objekt d] k5nis ov]blijft2 bij het v]hev5e da>5teg5 wordt die toe/& van zuiv]e k5nis e]/ da>door gewonn51 dat m5 met geweld zijn a&a*t aftrekt van de vij&ige betrekk+51 wa>9 het objekt tot ons /aat1 en m5 zi* dus vrij1 met bewu/zijn1 bov5 het met lu/ en onlu/ rek5+ h\d5d inzi*t v]heft4 ,die v]hev5 /emm+ moet niet enkel gewonn51 ma> ook geh&haafd word51 gaat dus gepa>d met voortdur5d d5k5 aan d5 wil1 do* niet aan individueel will51 zooals vreez5 ( w5s*51 ma> aan m5s*elijk will5 9 het algeme51 9 zoov] het door zijn objektieve v]s*ijn+1 het m5s*elijk li*aam1 wordt uitg$rukt4 ,indi5 e5 w]kelijk bepaald will5 9 het bewu/zijn optrad t5 gevolge van p]soonlijk geva>1 wa>m$e het objekt ons b$reigde1 dan z\ de zoo 9 beweg+ gebra*te individueele wil t]/ond de bov5h& erlang51 de ru/ d] kontemplatie v]/oord word51 de indruk van het v]hev5e v]lor5 gaan1 voor ang/ plaats mak52 de individu z\ tra*t5 zi* te r$d5 en da>bij i$]e &]e g$a*te uit het bewu/zijn v]drong5 word54 ,uit e5 objektief oogpunt is er ge5 wez5lijk v]s*il tuss*5 het s*oone en het v]hev5e1 want 9 beide gevall5 is het voorw]p d] /hetis*e bes*\w+ niet het enkele d+1 ma> de da>9 zi* op5b>5de idee1 welke met tijd en zelfs met ruimte niets te mak5 heeft1 want niet de mij voor oog5 zwev5de uitgebreide ge/alte1 ma> de uitdrukk+1 de beteek5is er van1 ha> inn]lijk wez51 dat wat zi* voor mij ontsluit en mij toespreekt1 zi$a> de idee1 welke bij groot v]s*il van ruimte- en tijdsbetrekk+5 geheel dezelfde kan zijn4 ,da> 9 i$] d+ de wil op zek]5 trap van zijn ontwikkel+ v]s*ijnt1 en het dus uitdrukk+ van e5 idee is1 moet i$] d+ s*oon heet54 ,het bleek ons re$s1 dat zelfs het mee/ onaanzi5lijke 9 de ,n$]l&s*e s*ild]s*ool zi* als s*oon bewa>heidt1 da> het onbaatzu*tige bes*\w+ g$oogt4 ,s*oon] is ev5wel het e5e dan het &]e da>door1 dat het tot die zuiv] objektieve bes*\w+ uitnoodigt1 ja er als het w>e toe dw+t1 9 welk geval wij iets ze] s*oon noem54 ,zoo is de m5s* me] dan alle &]e s*epsel5 s*oon en de op5b>+ van zijn wez5 het hoog/e doel d] kun/1 want de idee die uit dit s*epsel spreekt1 op5ba>t ons d5 wil op d5 hoog/5 trap van zijn ontwikkel+4 ,m5s*elijke ge/alte en uitdrukk+ van m5s*elijk zielelev5 bekle$5 9 de beeld5de kun/ de voornaam/e plaats1 zooals het m5s*elijk h&el5 9 de pozie d5 e]/5 rang inneemt4 ,to* heeft i$] d+ zijn eig5a>dige s*oonheid1 en dat geldt zelfs van het onbew]ktuigde1 het vormlooze4 ,hi] op5b>5 zi* de ideen1 welke de wil op de laag/e trapp5 van zijn ontwikkel+ inneemt1 en die om zoo te zegg5 de diep/e1 nagalm5de ba/on5 d] natuur do5 we]kl9k54 ,de b\wkun/1 enkel als s*oone1 niet als nuttige kun/ opgevat1 heeft ge5 &] doel dan de ideen1 welke de wil op de laat/e trapp5 inneemt1 tot duidelijke aans*\w+ te br5g53 zwa>te1 cohesie1 va/heid1 h>dheid1 de algeme5e eig5s*app5 van d5 /e51 do* da>5bov5 nog het li*t1 dat 9 m5ig opzi*t e5 teg5/ell+ met die e]/e1 e5v\dig/e1 d(/e zi*tba>h$5 van d5 wil vormt4 ,zelfs hi] op5ba>t zi* het wez5 van d5 wil 9 twe$ra*t1 want eig5lijk is de /rijd tuss*5 zwa>te en va/heid het e5ige /hetis*e motief d] ar*itektuur2 di5 /rijd op m5igvuldige wijze volkom5 duidelijk te voors*ijn te do5 tr$51 is h>e taak4 ,zij v]vult ze door aan die onv]delgb>e kra*t5 d5 kort/5 weg tot h>e op5b>+ te v]sp]r5 en ze langs e5 omweg te leid51 wa>door de /rijd v]l5gd en het onuitputtelijk /rev5 van beide kra*t5 op m5igvuldige wijze zi*tba> wordt4 ,de gans*e /e5massa z\1 aan ha> oorspronkelijke neig+ ov]gelat51 e5 enkel5 klomp uitmak51 zoo nauw mogelijk met d5 a>dbodem v]bond51 want dat is het1 wa>toe de zwa>te1 als ho$anig de wil hi] v]s*ijnt1 onoph\delijk dr+t1 t]wijl de va/heid1 ev5e5s op5b>+ van d5 wil1 we]/& bi$t4 ,ma>1 zooals gezegd1 die neig+1 dat /rev5 wordt door de b\wkun/ v]pli*t langs e5 omweg zijn bevr$ig+ te zoek54 ,zoo word5 de balk5 g$wong51 door middel van de zuil51 niet re*t/reeks1 de a>de te drukk52 het gewelf moet zi* zelf drag5 en enkel door tuss*5kom/ van de pil>5 kan het zijn /rev5 na> omlaag voldo54 ,ma> jui/ door die belemm]+5 ontv\w5 zi* de kra*t51 welke 9 de ruwe /e5massa huiz51 zoo duidelijk en veelzijdig mogelijk3 v]d] kan het zuiv] /hetis* doel d] b\wkun/ niet gaan4 ,de s*oonheid van e5 geb\w be/aat 9 de zi*tb>e doelmatigheid van i$] deel1 niet t5 opzi*te van het da>buit5 ligg5d doel des m5s*51 ma> t5 opzi*te van de /evigheid van het geheel2 tot ha> moet i$] ond]deel door zijn plaats1 zijn grootte1 zijn vorm 9 zoo noodw5dige v]h\d+ /aan1 dat1 wanne] het kon word5 wegg5om51 het gans*e geb\w z\ in/ort54 ,want sle*ts 9 zoov] als i$] deel zooveel draagt als het voegzaam kan1 en jui/ da> en 9 die mate ge/eund wordt als noodw5dig is1 ontplooit zi* de /rijd tuss*5 va/heid en zwa>te1 welke het lev51 de wilsuit+5 van d5 /e5 zijn1 tot volkom5 zi*tba>heid4 ,voor willekeur mag er bij dit alles ge5 plaats zijn4 ,de vorm van i$] deel moet door zijn be/emm+ en zijn v]h\d+ tot het geheel zijn bepaald4 ,zoo is b4v4 de gewond5 zuil smakeloos4 ,voor het /hetis* g5ot van e5 b\ww]k is het onontbe]lijk van zijn mat]ie1 wat ha> gewi*t1 cohesie en va/heid betreft1 e5 re*t/reeks*e1 aans*\welijke k5nis te hebb51 en onze vreugde ov] zoodanig w]k z\ door de m$$eel+1 dat het uit puim/e5 be/ond1 ze] v]zwakk51 want dan z\ het e5 s*ijnv]toon+ zijn4 ,het e5ige en be/5dige !ma is hi] /eun en la/2 de grondwet luidt3 ge5 la/ zond] voldo5d5 /eun1 ge5 /eun zond] da>voor pass5d5 la/4 ,ik h]9n] mij bij ,cic]o gelez5 te hebb51 dat hij1 door de /rat5 van ,a!ne w&el5de1 tot zijn v]baz+1 enkel leelijke m5s*5 zag4 ,wa> hebb5 dan de groote beeldh\w]s hunne he]lijke god5ge/alt5 v&aan gehaald6 ,s*op5hau]1 die ov] alles heeft nag$a*t1 weet ook op die vraag e5 antwoord4 ,dat wij all5 de m5s*elijke s*oonheid opm]k51 wanne] wij ha> zi51 en dit 9 d5 e*t5 kun/5a> met zooveel kla>heid ges*i$t1 dat hij ha> toont1 zooals hij ha> nooit gezi5 heeft1 dat hij dus de natuur 9 zijn w]k ov]treft1 is sle*ts op ne wijze te v]kl>53 wij zelve zijn de wil1 wi5s hoog/e op5b>+3 ht m5s*elijk li*aam1 hi] beoordeeld en gevond5 wordt4 ,da>door alle5 kunn5 wij vooruitloop5 op wat de natuur zi* inspant om voort te br5g52 de wil d] natuur is hi] ons eig5 wez52 het e*te g5ie heeft ma> e5 half woord noodig om de natuur te v]/aan en zuiv] uit te sprek5 wat zij /amel5de t5 gehoore br5gt2 zoo gelukt het hem de s*oonheid van d5 vorm 9 het h>de m>m] uit te drukk51 en1 het door hem ges*ap5 beeld aan de m9 ( me] mislukte gewro*t5 d] natuur ov]/ell5de1 deze laat/e als het w>e toe te roep53 dt 0 het1 wat gij zegg5 wildet60 ,ja01 zegt de k5n]1 dat 0 het60 ,de mogelijkheid1 dat zoo de kun/5a> het ideaal van m5s*elijke s*oonheid aan zi* zelf ontle5t1 en dat de k5n]1 als hij het 9 beeld teg5ov] zi* ziet /aan1 het als zoodanig wa>de]t1 b]u/ hi]op1 dat kun/5a> en k5n] beid5 het an si*0 d] natuur1 de zi* v]w]kelijk5de wil zelve zijn4 ,want enkel het gelijke wordt door het gelijke v]/aan4 ,enkel natuur kan zi* zelve doorgrond51 enkel gee/ kan gee/ begrijp54 ,voor /hetis* g5ot en arti/ieke s*epp+ is het noodig de ideen d] d+5 te aans*\w51 welke geheel iets &]s zijn dan de op de d+5 pass5de begripp54 ,het begrip is afgetrokk51 enkel bepaald 9 zoov] het gr5z5 trekt1 b9n5 zijn eig5 sfe] geheel onbepaald4 ,het is door def9itie voor m$$eel+ vatba>4 ,de idee da>5teg5 is e5 visio5 9 alle mogelijke opzi*t5 volkom5 bepaald2 zij v]teg5woordigt op volmaakte en aans*\welijke wijze het begrip en ook de one9dige m5igte afzond]lijke d+51 welke ond] het b]eik van het begrip vall54 ,het begrip is uit de veelheid afgeleide e5heid1 ma> de idee is de oorspronkelijke e5heid1 welke t5 gevolge van onze wa>nem+svorm51 ruimte en tijd1 9 veelheid uite5valt4 ,de idee roept 9 hem1 die ha> aans*\wt1 nieuwe voor/ell+5 op2 zij is als e5 lev5d met teelkra*t uitg]u/ organisme1 dat iets nieuws voortbr5gt4 ,het begrip is1 hoe nuttig en bruikba> ook voor lev5 en wet5s*ap1 eeuwig onvru*tba> voor de kun/4 ,da>5teg5 is de idee de e*te en e5ige bron van i$] kun/w]k4 ,9 ha> kra*tige oorspronkelijkheid ontspruit zij uit het lev5 zelf1 uit de w]eld1 ma> enkel 9 di5 m5s*1 die door de gee/drift van het g5ie bezield wordt4 ,jui/ omdat de idee aans*\welijk is en blijft1 s*ept de kun/5a> zond] doel1 gelijk de ,god van ,sp9oza2 hij kan van zijn w]k5 ge5 rek5s*ap gev52 hij arbeidt1 gelijk de m5s*5 het uitdrukk51 enkel door gevoel g$rev51 onbewu/1 in/9ktmatig4 ,de naboots]s da>5teg51 zij1 die zi* e5 zek]e mani] hebb5 eig5 gemaakt1 gaan 9 de kun/ van het begrip uit2 zij m]k5 op wat het is1 dat bij de e*te kun/w]k5 behaagt1 vorm5 zi* da>van e5 duidelijk begrip1 boots5 het nu 9 het geheim met wijs opzet na4 ,als p>asiet5 zuig5 zij hun vo$sel uit vreemde w]k5 en v]toon5 gelijk polyp5 de kleur van dat1 wa>op zij t]54 ,de domme m5igte van zek] tijd/ip1 die zelve ev5e5s sle*ts begripp5 k5t en da>aan he*t1 neemt wat de mani] van d5 dag v]toont met bijval op1 ma> na we9ige j>5 re$s is zulk maakw]k ong5ietba>1 want de tijdgee/ is e5 &]e geword51 d4i4 de he]s*5de begripp51 wa>9 die niet-g5iale gewro*t5 wortel5 kond51 zijn v]\d]d en door nieuwe v]vang54 ,de e*te kun/gewro*t5 da>5teg51 welke re*t/reeks uit de natuur1 uit het lev5 zijn geput1 blijv5 eeuwig jong en eeuwig fris*4 ,e5 allegorie is e5 kun/w]k1 dat iets &]s beteek5t dan het te aans*\w5 ( te lez5 geeft1 nl4 e5 begrip4 ,hi] moet dus beeld ( s*ild]ij e5 g$a*te opwekk51 welke het woord op veel volkom5] wijze re*t/reeks kan uitdrukk54 ,het doel d] kun/1 voor/ell+ van e5 aans*\welijke idee1 wordt zoo uit het oog v]lor54 ,wanne] de sam5hang tuss*5 het teek5 en het beteek5de geheel conv5tioneel is1 dan hebb5 wij met die soort van allegorie te mak51 welke symbool is4 ,zoo is de roos symbool van het zwijg51 de lauri] van d5 roem1 de s*elp van het pelgrims*ap enz4 ,de ,grieks*e beeldh\wkun/ ri*t zi* tot de aans*\w+ en is dus /hetis*2 die van ,h9do/an tot het begrip en is dus symbolis*4 ,het voorbeeld van ,w9ckelmann1 die de allegorie1 9 plaats van ha> als vreemd aan de kun/ te v]w]p51 ov]al 9 bes*]m+ neemt en als hoog/e doel d] kun/ de a&uid+ van algeme5e begripp5 noemt1 bewij/1 dat m5 ze] gevoelig kan zijn voor kun/s*oon en da>ov] jui/ oordeel51 zond] no*tans van het wez5 van s*oonheid en kun/ rek5s*ap te kunn5 gev51 gelijk m5 edel en deugdzaam 9 hooge mate kan zijn en e5 fijn gewet5 hebb51 dat nauwkeurig als e5 g\ds*aal 9 i$] bizond] geval besli/ wat go$ en behoorlijk is1 zond] dat m5 da>om de e?is*e beteek5is van h&el+5 op wijsge]ig5 trant weet te doorgrond5 en 9 woord5 uit te drukk54 ,te midd5 van de s*oone kun/5 neemt volg5s ,s*op5hau] de muziek e5 geheel eig5 plaats 94 ,om de !orie1 die hij ov] ha> ontv\wt1 jui/ te vatt51 moet5 wij op het volg5de lett54 ,voor opzettelijk h&el51 dat doel zal treff51 wordt k5nis v]eis*t4 ,het intellekt is volg5s ,s*op5hau] dan ook oorspronkelijk enkel be/emd om motiev5 aan het h&el5 te v]s*aff54 ,v&a> dat bij de di]5 en zelfs bij de mee/e m5s*5 de lu/ om wa> te nem5 gaat kwijn51 zoodra er niets mee te b]eik5 valt4 ,bij sommig5 is er e*t] e5 ov]s*ot van v]/&elijke kra*t1 dat tot aans*\w+ kan word5 be/e$1 welke1 aan de doele9d5 van d5 wil gemet51 nutteloos en da>om jui/ zuiv] objektief is4 ,als er niet gevraagd wordt na> de betrekk+5 wa>9 e5 d+1 re*t/reeks ( zijdel+s1 mogelijk]wijze tot d5 wil /aat1 er dus niet gelet wordt op de plaats wa> en d5 tijd wa>91 niet op de oorzak5 wa>door en de middel5 wa>toe1 als m5 m4a4w4 alle5 het voorw]p 9 het oog vat1 dan /aat m51 wel niet teg5ov] d5 wil1 die zi* 9 dat d+ v]toont1 want wil wordt enkel gek5d door bewu/zijn van eig5 /rev51 ma> teg5ov] de idee1 die zi* 9 het v]s*ijnsel afspiegelt4 ,dan is m5 zond] bege]te en l\t] k5n5d subjekt4 ,dan ond]v9dt m5 d5 wellu/1 die extase heet2 dan v]lie/ m5 zi* 9 het aans*\wde4 ,zi$a> het g5ot1 dat door alle kun/5 bezorgd wordt1 met uitzond]+ van de muziek4 ,zij alle5 br5gt ons niet met aans*\welijke ideen 9 betrekk+1 ma> ontslui]t ons d5 grond van al het aans*\welijke1 het wez5 all] wez5s1 d5 wil4 ,9 dit g$eelte van ,s*op5hau]'s s*oonheidsle] lat5 zi* twee p>tij5 van ongelijke wa>de ond]s*eid54 ,op fanta/is*e wijze1 als e5 e*t romantikus1 trekt hij e5 hoog/ willekeurige p>allel tuss*5 de w]eld d] geluid5 en de w]eld d] ideen4 ,de grondbas met zijn diepe ton5 v]teg5woordigt de onbew]ktuigde /(2 de hoog]e ton5 heet5 ov]e5kom/ te hebb5 met plant5 en di]52 de int]vall5 van de toonladd] duid5 de s*eid+ d] lev5de wez5s 9 v]s*ill5de soort5 aan enz4 ,aantrekkelijk] dan deze pog+ om 9 alles1 wat op muzikaal gebi$ gevond5 wordt1 e5 kosmis* symbool te ontdekk51 is zijne bes*\w+ ov] de ontro]+1 die zi* van d5 m5s* mee/] maakt1 bij het lui/]5 na> e5 voortreffelijk toondi*t4 ,de muziek is e5 zoo groote en he]lijke kun/1 w]kt zoo ma*tig op het gemo$1 wordt zoo voll$ig als e5 algeme5e taal door i$] bes*aafd m5s* v]/aan1 ov]treft zooze] 9 duidelijkheid zelfs de aans*\welijke w]eld1 dat wij zek] me] 9 ha> te zoek5 hebb5 dan het onbewu/ tell51 wa>voor ,leibnitz ha> hield1 da> hij enkel op de uitw5dige s*aal en niet op de k]n lette4 ,w>e zij niets me] dan dat1 zoo moe/ de bevr$ig+1 welke zij v]s*aft1 gelijksoortig zijn aan die1 welke wij bij de jui/e uitkom/ van e5 rek5som gevoel51 en ze kon niet die zalige vreugde zijn1 wa>m$e wij de diep/e diept5 van ons wez5 v]tolkt gevoel54 ,om de /hetis*e w]k+ d] muziek te v]/aan1 moet5 wij ha> e5 veel ern/ig] en diep] beteek5is toek5n51 die op het inn]lijk wez5 van w]eld en m5s* betrekk+ heeft4 ,de getalsv]h\d+51 wa>9 zij zi* laat oploss51 kunn5 hoog/5s enkel als teek55 geld54 ,het doel van alle ov]ige kun/5 is ons met de ideen bek5d te mak52 da> onze w]eld niets &]s is dan de v]s*ijn+ van ideen 9 veelheid van d+51 is de muziek1 die alle ideen ov]slaat1 van de w]eld d] v]s*ijnsel5 geheel onafhankelijk4 ,muziek z\1 als zij zond] in/rum5t5 kon be/aan1 ook al w>e de w]eld er niet1 to* kunn5 g5ot5 word51 wat zi* niet van de ov]ige kun/5 zegg5 laat4 ,muziek is ev5 re*t/reeks*e afspiegel+ van d5 w]eldwil als de w]eld zelve dat is4 ,da>door jui/ is de w]k+ d] muziek zooveel ma*tig] dan die d] ov]ige kun/53 want deze sprek5 enkel van de s*aduw1 zij van het wez54 ,begrip is hi]1 gelijk ov]al 9 de kun/1 onvru*tba>4 ,de komponi/ op5ba>t het diep/e wez5 d] w]eld en spreekt de hoog/e wij%eid uit 9 e5 taal1 die zijn r$e niet v]/aat1 gelijk de magnetis*e somnambule m$$eel+5 doet ov] d+51 van welke zij 9 wak5d5 toe/& ge5 besef heeft4 ,da>om is bij d5 komponi/1 me] dan bij iem& &]s1 de m5s* van d5 kun/5a> geheel te s*eid54 ,jui/ omdat de muziek het inn]lijk wez5 d] w]eld v]tolkt en nooit tot het v]s*ijn5de zelf 9 re*t/reeks*e betrekk+ /aat1 kan zij ge5 uitdrukk+ gev5 aan bizond]e1 bepaalde blijds*ap1 droefheid1 ontzett+1 ond] die en die om/&igh$51 ma> sle*ts de vreugde1 de sm>t1 d5 jubel1 de gemo$sru/1 om zoo te zegg5 9 het afgetrokk5e1 het wez5lijke van dat alles1 zond] e5ig bijw]k1 t5 gehoore br5g54 ,to* v]/aan wij ha> volkom54 ,dat is de r$5 wa>om onze fantasie zoo li*t door ha> 9 beweg+ wordt gebra*t en dan beproeft die onzi*tb>e en to* zoo lev5dig tot ons sprek5de gee/elijke w]eld met vlees* en be5 te bekle$51 ha> dus 9 e5 analoog voorbeeld te beli*am54 ,zi$a> de oorsprong van het gezang met woord5 en t5 slotte van de op]a1 ma> e5 groote f\t is het1 wanne] datg5e1 wat ho(dzaak moet zijn1 de muziek1 da>bij 9 ond]ges*ikte /ell+ g]aakt4 ,jui/ de algeme5heid van de muziek1 wa>door het buit5 h>e ma*t ligt bizond]e gebeurt5iss5 te v]tolk5 ( bepaalde toe/&5 aan te wijz51 s*5kt ha> de hooge wa>de1 welke zij als g5eesmiddel van m5s*elijk lijd5 heeft4 ,wanne] dus de muziek te ze] zi* bij de woord5 tra*t aan te sluit5 en na> de gebeurt5iss5 zi* tra*t te s*ikk51 dan beproeft zij e5 taal te sprek51 die de h>e niet is4 ,van deze f\t heeft ,ross9i zi* me] dan iem& &]s vrij geh\d52 zijne muziek spreekt zoo duidelijk en zuiv] ha> eig5 taal1 dat zij de woord5 9 het geheel niet noodig heeft1 en1 enkel met in/rum5t5 uitgevo]d1 h>e volle w]k+ blijft uitoef554 ,uit de innige v]h\d+1 wa>9 de muziek tot het w>e wez5 van alle d+5 /aat1 is ook dit te v]kl>51 dat1 wanne] begeleid5de muziek t5 volle pa/ bij e5 h&el+1 gebeurt5is1 tooneel9ri*t+1 omgev+1 zij als de duidelijk/e komm5ta> da>op zi* geld5 doet2 ev5e5s is het hem1 die zi* aan d5 indruk van e5 symfonie geheel ov]geeft1 als zag hij alle mogelijke gebeurt5iss5 des lev5s aan zi* voorbijtrekk52 to* kan hij1 wanne] hij zi* bez9t1 ge5 ov]e5kom/ aangev5 tuss*5 het toondi*t en de d+5 die hem voor d5 gee/ zwev54 ,imm]s de muziek is da>9 van alle &]e kun/5 v]s*ill5d1 dat ze ge5 afbeeld+ van de w]eld d] voor/ell+1 ma> van d5 wil zelv5 is en dus niet het physis*e ma> het metaphysis*e tot uitdrukk+ br5gt4 ,m5 z\ de w]eld ev5go$ e5 beli*am+ van muziek als van wil kunn5 noem54 ,het onuitsprekelijk innige van muziek1 dat ha> als e5 p>adijs doet zijn1 wa>9 wij geheel ons tehuis gevoel51 t]wijl het to* onmetelijk v] van ons af ligt1 dat volkom5 begrijpelijke en to* zoo vreemde van muziek1 v9dt da>9 zijn oorsprong1 dat ze alle beweg+5 van de diep/e diept5 onz] ziel w$]geeft1 ma> geheel buit5 de w]kelijkheid om en dus zond] e5ige bezo$el+ met 's lev5s ell5de4 ,de w]eld als voor/ell+ is de spiegel1 wa>9 de w]eld als wil zi* zelf aans*\wt4 ,oorspronkelijk is de wil bl9de1 d(fe drang2 enkel da>1 wa> k5nis1 met &]e woord5 voor/ell+1 gebor5 wordt1 komt de wil tot zelfbewu/zijn1 bespeurt hij1 wat het is1 dat hij wil1 dat hij namelijk niet &]s wil dan deze w]eld1 het lev5 jui/ zooals het is4 ,tev5s ontdekt de wil dan dat de individu5 voor hem ge5 wa>de hebb5 en dat het hem enkel om de soort5 te do5 is4 ,op naeve wijze v]kondigt zoo de natuur deze groote wa>heid1 dat uitsluit5d de ideen w]kelijkheid bezitt54 ,de jui/e !orie d] gesla*tsliefde is geheel 9 ov]e5/emm+ met deze le]1 gelijk wij ?ans zi5 zull54 ,alle v]liefdheid1 hoe e!ris* zij zi* ook moge aan/ell51 wortelt enkel 9 het sexueele v]lang5 en is enkel e5 nad] bepaald1 op dit ( dat individu g]i*t in/9kt4 ,wanne] m51 dit 9 aanm]k+ nem5de1 de gewi*tige rol gadeslaat1 welke de liefde1 9 al ha> grad5 en s*ake]+51 niet enkel op het tooneel en 9 de romans1 ma> ook 9 de w]kelijke w]eld v]vult1 wa> zij1 naa/ de liefde tot het lev5 zi* als de /]k/e van alle drijfve]5 op5ba>t1 de helft d] kra*t5 en g$a*t5 d] jong]e m5s*heid voortdur5d 9 beslag neemt1 het laat/e doel van bijna i$] m5s*elijk /rev5 is1 op de gewi*tig/e aangeleg5h$5 d5 nadeelig/5 invlo$ erlangt1 de ern/ig/e bezigh$5 i$] oog5blik doet afbrek51 soms zelfs de held]/e ho(d5 voor e5 wijle 9 v]w>r+ br5gt1 zi* niet ontziet te midd5 van de v]h&el+5 d] /aatsmann5 en de ond]zoek+5 d] gele]d5 /or5d met ha> ne/]ij5 9 te grijp51 ha> liefdesbriev5 en ha>lokk51 zelfs 9 portefeuilles van m9i/]s en manuscript5 van philos(51 weet b9n5 te smokkel51 niet m9d] dagelijks de hevig/e en mee/ +ewikkelde twi/5 doet ontbr&51 de he*t/e b&5 v]s*eurt1 betrekk+5 van de all]hoog/e wa>de ontb9dt1 nu e5s lev5 ( gezondheid1 dan we] rijkdom1 aanzi5 en voorspo$ tot ha> (f] kie/1 ja d5 braaf/e gewet5loos1 d5 tr\w/e v]rad]lijk maakt1 dus ov] het geheel g5om5 als e5 vij&ige demon optre$t1 die er op uit is v]w>r+ te /i*t5 en alles omv] te w]p52--dan met m5 wel uitroep53 ,wa>toe al die drukte8 ,wa>toe dat dr+5 en raz51 die ang/ en die nood8 ,het komt er to* ma> op aan1 dat i$] ,hans zijn ,gret*5 krijgt3 wa>om moet zulk e5 kle9igheid e5 zoo gewi*tige rol spel51 en telk5s /oornis en v]w>r+ te weeg br5g5 9 het wl geord5de m5s*elijke lev58--,de gee/ d] wa>heid antwoordt hi] aan i$]5 ern/ig5 d5k]3 het is ge5 kle9igheid die hi] op het spel /aat1 het geldt hi] e5 zaak1 gewi*tig] dan alle &]e doele9d51 en da>om de diepe ern/1 wa>mee i$] ha> beh>tigt1 t5 volle wa>d4 ,dt namelijk1 wat hi] besli/ moet word51 is niets m9d] dan de sam5/ell+ d] volg5de g5]atie4 ,door die beuzela*tige m9n>ij5 wordt uitgemaakt1 welke h&el5de p]son5 op het tooneel zull5 w]kzaam zijn1 wanne] wij zelve zull5 zijn afgetr$54 ,en van de sam5/ell+ van dat op ons volg5de gesla*t hang5 we] tallooze lat] kom5de gesla*t5 af4 ,dit hooge gewi*t d] zaak1 wa>bij het niet om wl en wee van ?ans lev5de individu51 ma> om be/aan en k>akt] van het m5s*elijk gesla*t 9 toekom/ige tijd5 gaat1 heeft t5 gevolge1 dat de wil van d5 enkel+ hi] 9 v]hoogde ma*t als wil d] soort te voors*ijn tre$t2 dit is het1 wa>op het pa!tis*e en het v]hev5e van alle liefdesaangeleg5h$51 het alles te bov5 ga&e van h>e v]rukk+5 en sm>t5 b]u/1 wat de di*t]s 9 talrijke voorbeeld5 s$]t duiz5d5 van j>5 niet mo$e word5 ons voor oog5 te /ell52 ge5 ond]w]p is zoo belangrijk als dit1 da> het hi] het wel en wee d] soort betreft en dus tot alle ov]ige1 welke sle*ts het welzijn d] enkel+5 rak51 zi* als e5 li*aam tot e5 vlak v]h\dt4 ,da>om jui/ is het zoo moeielijk e5 drama zond] m9neh&el belangrijk te do5 zijn en da>om geldt het hi] e5 !ma1 dat zelfs door het dagelijks* gebruik niet afgezaagd wordt4 ,wat 9 het bewu/zijn zi* voordoet als het sexueele v]lang5 op e5 bepaald individu g]i*t1 is op zi* zelf de wil als e5 bepaald individu gebor5 te word54 ,9 dit geval weet de gesla*tsdrift1 (s*oon op zi* zelve e5 subjektieve behoefte1 ze] ges*ikt het mask] van objektieve bewond]+ aan te nem5 en zoo het bewu/zijn om d5 tu9 te leid52 tot b]eik+ van h>e doele9d5 heeft de natuur die krijgsli/ van noode4 ,dat het e*t]1 hoe objektief en hoe v]hev5 ook die bewond]+ moge s*ijn51 bij alle v]liefdheid to* enkel om de voortbr5g+ van e5 bepaald individu te do5 is1 wordt vooral da>door beve/igd1 dat niet we]ke]ige liefde1 ma> bezit1 als ho(dzaak hi] bes*\wd wordt4 ,de zek]heid van beantwoorde liefde kan nooit ov] het gemis aan bezit troo/52 integ5deel heeft m5igmaal zulk e5 toe/& tot zelfmoord geleid4 ,da>5teg5 neemt iem&1 die hevig v]liefd is1 wanne] hij zijn liefde niet beantwoord kan krijg51 het desnoods met de door ges*5k5 afgeko*te gun/ van e5 vr\w ( ook met v]kra*t+ voor lief4 ,bij i$]5 liefdesroman is het doel1 ook al begrijp5 de p>tij5 het zelve niet1 dat er dit ( dat bepaalde k9d worde v]wekt2 de mani]1 wa>op dit doel b]eikt wordt1 is bijzaak4 ,hoe luide ook de gevoelvolle1 v]liefde pa>tjes zi* teg5 het grove realisme van d]gelijke bes*\w+ mog5 v]zett51 to* dwal5 zij4 ,w]kelijk is het de toekom/ige g5]atie 9 ha> individueele bepaaldheid1 die1 bij al de omsla*tigh$5 en e9delooze bemoei5iss5 tot het erlang5 d] geliefde vr\w1 er na> hunk]t om te voors*ijn te tr$54 ,de aanwass5de g5eg5heid van e5 m9n5d pa> is eig5lijk re$s de drang om te lev5 van het nieuwe individu1 dat zij z\d5 kunn5 en z\d5 will5 v]wekk52 ja1 9 de blikk5 vol v]lang51 wa>m$e zij elk&] aanzi51 ontvlamt re$s het nieuwe lev5 en kondigt het zi* aan als e5 toekom/ige1 h>monis* sam5ge/elde individualiteit4 ,het egosme is e5 zoo diep gewortelde eig5s*ap bij alle individu5 dat1 wil m5 ze aan het w]k zett51 zelfzu*tige doele9d5 de e5ige zijn1 wa>op m5 met zek]heid rek55 kan4 ,nu heeft zek] de soort op het individu e5 nad]1 hoog] en oud] re*t dan het voorbijga&e individu op zi* zelf3 wanne] e*t] het individu voor be/aan en welzijn d] soort zorg5 en zelfs (f]s br5g5 moet1 dan kan aan zijn intellekt1 dat er enkel op +]i*t is om zelfzu*tige doele9d5 na te /rev51 het gewi*t di] aangeleg5heid niet zoo duidelijk word5 gemaakt1 dat er di5ov]e5kom/ig geh&eld wordt4 ,d]halve kan 9 zoodanig geval de natuur ha> doel sle*ts da>door b]eik51 dat zij d5 individu e5 zek]5 waan 9 het gemo$ plant1 t5 gevolge van welk5 hem als e5 go$ voor hem zelf toes*ijnt wat 9 wa>heid sle*ts e5 go$ voor de soort is1 zoodat hij de soort di5t1 t]wijl hij me5t zi* zelf te di552 bij welke gebeurt5is hem e5 h]s5s*im voor d5 gee/ zweeft1 die als beweegkra*t de plaats van w]kelijkheid inneemt en be/emd is onmiddellijk da>na te v]dwijn54 ,deze waan is het in/9kt4 ,9 de all]mee/e gevall5 is in/9kt de g5ius d] soort1 welke datg5e wat d] soort t5 nutte komt door d5 wil v]ri*t5 doet4 ,de uitw5dige v]s*ijn+ van het in/9kt nem5 wij het be/ bij de di]5 wa>1 do* de b9n5zijde er van kunn5 wij1 gelijk al het inn]lijke1 enkel aan ons zelv5 le]5 k5n54 ,nu is het e5 ze] bepaald1 hoog/ sam5ge/eld in/9kt1 dat de keuze van e5 individu voor gesla*tsbevr$ig+ met zoo diep5 ern/ en groote eig5z9nigheid jui/ op e5 bepaald5 p]soon ri*t444 ,de duizel+wekk5de v]rukk+1 die zi* van d5 man bij d5 aanblik van jui/ die en ge5 &]e vr\w mee/] maakt en hem de v]e5ig+ met ha> als het hoog/e go$ voorspiegelt1 is e5 in/9kt1 dat op het welzijn d] soort is g]i*t1 t]wijl de m5s* zi* v]beeldt enkel zijn eig5 g5ot te zoek54 ,ind]daad ontslui]t zi* hi] het wez5 van alle in/9kt4 ,het is e5 w]k51 dat mee/al door e5 bepaald doel1 n4l4 het welzijn d] soort1 wordt geleid1 t]wijl 9 w]kelijkheid dat doel niet tot het besef van d5 w]k5d5 individu komt4 ,de zorgvuldigheid1 wa>m$e e5 insekt e5 bepaalde bloem ( vru*t ( de e5 ( &]e l>ve opzoekt1 om jui/ dr zijn ei]5 te legg51 en1 om dat te b]eik51 moeite no* geva> ontziet1 v]toont groote ov]e5kom/ met die1 wa>m$e e5 man de vr\w uitkie/ tot gesla*tsbevr$ig+ en da>bij zijn eig5 lev5sgeluk dikwijls op(f]t ( zelfs door misdaad als e*tbreuk ( v]kra*t+ zijn doel weet te b]eik51 en dat alles om aan d5 s\v]e95 wil d] natuur te gehoorzam5 en t5 ko/e van d5 individu het belang d] soort te di554 ,e5 waan is het1 die d5 man voorgoo*elt1 dat hij 9 de arm5 van e5 bepaalde vr\w en van ge5 &]e e5 one9dig groot] bevr$ig+ zal v9d52 dus me5t hij voor zijn eig5 g5ot zi* moeite en op(f]+ te getroo/51 t]wijl het er enkel om te do5 is1 dat e5 bepaald individu1 dat enkel van dat oud]5pa> afkom/ig kan zijn1 9 het aanzijn zal tr$54 ,ov]e5kom/ig deze opvatt+ ziet i$] v]liefde1 wanne] hij e9delijk zijn doel b]eikt heeft1 zi* wond]lijk ontgoo*eld en bevreemdt het hem1 dat de h>t/o*telijk bege]de geme5s*ap ge5 groot] geluk s*onk1 dan hij ook eld]s _h kunn5 v9d54 ,dit alles w]pt li*t op het in/9kt1 dat d5 vogel zijn ne/ doet b\w51 het insekt na> prooi doet jag51 die1 voor dat di]tje zelf ong5ietba>1 als vo$sel voor de toekom/ige l>v5 naa/ de ei]5 wordt gelegd4 ,al die di]5 word5 ongetwijfeld door e5 waan geleid1 welke d5 di5/ d] soort a*t] het mask] van e5 ego/is* doel v]b]gt4 ,9 dit v]b& wij/ ,s*op5hau] er v]volg5s op1 dat de man na> afwissel+ haakt1 t]wijl de vr\w 9 d5 regel aanhankelijk blijft aan d5 individu h>] keuze4 ,hij v]kla>t dit uit het doel d] natuur1 dat op beh\d en /]ke v]me]d]+ d] soort g]i*t is2 de man kan 9 kort5 tijd e5 talrijk nakroo/ v]wekk51 t]wijl de vr\w 9 di5zelfd5 tijd sle*ts n k9d kan t] w]eld br5g54 ,ook drijft de natuur de vr\w om d5 vo$] en bes*]m] d] k9d]5 voor zi* te beh\d54 ,e*telijke tr\w is voor d5 man1 volg5s ,s*op5hau]1 e5 kun/matig v]kreg5 produkt d] bes*av+1 t]wijl zij voor de vr\w natuurlijk is en e*tbreuk bij ha>1 niet enkel weg5s de gevolg51 ma> ook om zijn teg5natuurlijk k>akt]1 veel onv]geeflijk] is dan bij d5 man4 ,s*op5hau] vat zijne bes*\w+ 9 deze woord5 sam53 ,het liefdesv]lang51 door de di*t]s van alle tijd5 op alle wijz5 bezong51 t]wijl het ond]w]p onuitputtelijk blijft1 dat v]lang51 wa>door aan het bezit van e5 bepaalde vr\w de voor/ell+ van one9dige zaligheid wordt va/geknoopt1 t]wijl de g$a*te dat zij buit5 zijn b]eik z\ kunn5 blijv5 d5 man onuitsprekelijk doet lijd51 dat v]lang5 en die pijn d] liefde kunn5 niet wortel5 9 de behoeft5 van e5 v]gankelijk individu2 hi] hoor5 wij de v]zu*t+5 van d5 g5ius d] soort1 welke 9 teg5/ell+ met d5 individu one9dig lev5 heeft1 en dus voor one9dige w5s*5 en one9dige sm>t5 vatba> is4 ,ma> die w5s*5 en sm>t5 zijn opgeslot5 9 de enge bor/ van e5 /]vel+1 welke ond] di5 ma*tig5 druk s*ijnt te will5 b>/54 ,alle5 de g5ius d] soort is 9 /aat om met n blik te zi51 welke wa>de voor h>e doele9d5 e5 zek] pa> m5s*5 kan hebb54 ,de groote h>t/o*t5 ont/aan dan ook 9 d5 regel bij d5 e]/5 aanblik4 ,da>om is het v]lies d] geliefde door e5 m$$+] ( door d5 dood voor d5 vurig5 m9na> e5 sm>t1 die alle &]e te bov5 gaat4 ,zij treft hem niet enkel als individu1 ma> grijpt hem aan 9 zijn eeuwig wez51 9 het lev5 d] soort1 tot welks la/drag] en wilsuitvo]d] hij g]oep5 w]d4 ,om die r$5 is ijv]zu*t zoo grimmig en pijnlijk en is er ge5 groot] (f] d5kba> dan van e5 geliefde te moet5 af/& do54 ,e5 held s*aamt er zi* voor jamm]kret5 te slak51 ma> liefdeskla*t5 laat hij hoor51 want 9 dez5 is het niet hij zelf1 ma> de soort1 die ha> s*rei5de /em v]heft4 ,het lijdt ge5 twijfel ( ,wagn] heeft zi* o4 a4 bij zijn s*epp+ van ,tri/an en ,isolde door ,s*op5hau] tot die hooge opvatt+ d] liefde lat5 beziel51 volg5s welke zij one9dig me] is dan e5 fe/ijn1 wa>aan e5 pa> m5s*5 9 hun wittebroodswek5 zelfzu*tig te ga/ gaan4 ,,fragm5t5 ,,uit ,,ueb] ,,d5 ,,will5 ,,9 ,,d] ,,natur0 ,re$s ,cop]nicus heeft gezegd3 ,ik gelo(1 dat de zwa>te niets &]s is dan e5 natuurlijk v]lang51 hetwelk aan alle deel5 d] /( door d5 ,s*epp] is +eblaz51 zoodat zij er na> /rev5 zi* saam te voeg5 en e5 kogelge/alte aannem54 ,dit /rev5 s*ijnt ook aan zon1 maan en &]e planet5 eig5 te zijn1 wa>door zij hunne ronde ge/alte h&hav504 ,ook ,h]s*el heeft duidelijk +ezi51 dat1 wanne] wij niet gelijk ,c>tesius alle beweg+ door van buit5 kom5d5 /oot will5 v]kl>51 wij e5 wil moet5 aannem51 welke 9 de d+5 woont4 ,wij /aan voor dit alt]natief3 f d5 oorsprong van i$]e beweg+ 9 e5 uitw5dige oorzaak te zoek51 f 9 het bewog5e zelf e5 inn]lijk5 drang te legg54 ,zoodanig5 drang kunn5 wij ons niet &]s v]kl>5 dan als v]want aan datg5e1 wat 9 ons wil is4 ,het v]s*il tuss*5 ons en de niet-bew]ktuigde natuur is enkel dit1 dat bij ons de ri*t+ van d5 wil niet e5zijdig loodre*t op het middelpunt d] a>de is g]i*t1 ma>1 na> gelang van de beeld5 die het intellekt ons v]s*aft1 met noodw5digheid nu e5s hi]he5 dan w$] da>he5 /reeft4 ,dat het wez5 d] kra*t5 9 de ons omr+5de natuur id5tis* is met d5 wil 9 ons1 kan door niem&1 die ern/ig nad5kt1 betwijfeld word54 ,wanne] die wa>heid e5 p>adox s*ijnt1 bewij/ dat enkel1 dat zij e5 ze] gewi*tige ontdekk+ moet heet54 ,het is duidelijk dat als wij het woord wil 9 zoo ruim5 z9 nem51 het enkel e5 t]m is voor e5 onbek5de zaak4 ,wat wij 9 onszelf als wil aantreff51 is volg5s ,s*op5hau] ge5 ,an si*01 ma> e5 v]s*ijnsel er van4 ,hij noemt het e5 ,urphnom501 e5 oorspronkelijk v]s*ijnsel1 ma> dan is het onbetwi/ba> to* niet de w]kelijkheid1 welke aan alle v]s*ijnsel5 t5 grondslag ligt4 ,leug5 en b$rog1 die ov]al 9 de w]eld veelvuldig zijn1 hebb5 n]g5s e5 zoo vrije speelruimte als da>1 wa> de wett5 d] natuur v]kla>d word5 te zijn opgehev54 ,intuss*5 kan er aan de w]kelijkheid van di]lijk magnetisme en van sommige sympa!tis*e g5ez+5 niet getwijfeld word54 ,om aan al zoodanige geheimz9nige v]s*ijnsel5 met e5 voornam5 glimla* voorbij te gaan1 moet m5 de w]eld al ze] begrijpelijk v9d51 er niet het m9/e besef van hebb51 dat wij door e5 zee van raadsel5 zijn omgev5 en re*t/reeks no* de d+51 no* ons zelve doorgrond54 ,jui/ de aan deze opp]vlakkige gez9dheid teg5ge/elde bew]kt1 dat bijna alle groote mann5 van alle tijd5 en alle volk5 e5 zek]5 zweem van bijgelo( hebb5 v]toond4 ,wanne] onze natuurlijke wijze van k5n5 e5 zoodanige w>e1 dat ze re*t/reeks de d+5 op zi* zelve en de v]h\d+51 wa>9 ze tot elk&] /aan1 ons de$ peil51 dan z\d5 wij ind]daad het re*t kunn5 hebb5 alle voorwet5s*ap van de toekom/1 alle v]s*ijn+5 van afwezig51 van /]v5d51 ja van ge/orv551 alle magis*e inw]k+ bij voorbaat en onvoorwa>delijk te v]w]p54 ,wanne] e*t]1 zooals ,kant me5t1 wat wij le]5 k5n5 enkel v]s*ijnsel5 zijn1 wi] vorm5 en wett5 niet voor de d+5 op zi* zelve geld51 dan is zoodanige v]w]p+ voorb>ig1 da> 9 dat geval de d+5 op zi* zelve1 wa>toe ook ons eig5 inn]lijk zelf behoort1 niet aan die wett5 ond]worp5 zijn4 ,die d+5 kunn5 dus 9 v]h\d+5 tot ons /aan1 die magis*e gebeurt5iss5 t5 gevolge hebb51 en alle5 de erv>+ moet 9 dat geval besliss51 ( en 9 hoev] dat plaats grijpt4 ,de beweg+5 van het eig5 li*aam zijn t5 volle onv]kla>ba> en moet5 aan e5 bov5natuurlijk5 invlo$ van d5 wil word5 toeges*rev54 ,wa>om1 zoo da*t m51 z\ die wil zi* ook niet tot &]e li*am5 kunn5 uit/rekk58 ,hi]toe d5 weg te v9d51 de afzond]+1 wa>9 de wil zi* 9 i$] individu bev9dt1 op te heff51 de sfe] van het re*t/reeks*e will5 te v]ruim5 en het v]d] te do5 reik5 dan het eig5 li*aam van d5 will5d5 p]soon1 zi$a> de taak1 welke de magie zi* /elt4 ,di]lijk magnetisme en sympa!tis*e g5ez+5 kunn5 niets &]s zijn dan e5 w]k51 wa>bij de wil1 die &]s enkel b9n5 de gr5z5 van d5 will5d5 individu zijn re*t/reeks*e kra*t op5ba>t1 ook da> buit5 optre$t4 ,door ondubbelz9nige getuig5iss5 is aan te toon51 dat zij1 die 9 de oude magie diep] w>5 +ewijd1 e5/emmig al ha> w]k+5 aan d5 wil van d5 zoog5aamd5 toov5a> va/knoopt54 ,dit is e5 /]k empiris* bewijs voor mijne le]1 dat datg5e1 wat er nog buit5 de voor/ell+ be/aat1 niets &]s is dan wat wij 9 ons zelve als wil aantreff54 ,wat m5 het v]bond met d5 ,satan noemt is niets &]s dan de inw]k+ van d5 booz5 wil1 welke1 bijvoorbeeld door afgesn$5 h>5 te v]br&5 ( door figuurtjes van 0 met naald5 te doorbor51 zi* wreekt op d5 e5 ( &]5 p]soon4 ,het is wel m]kwa>dig dat zoodanige heks]ij op de mee/ v]s*ill5de plaats5 d] w]eld en 9 alle tijd5 inheems* is4 ,!urgie en dmonologie da>5teg5 zijn onz94 ,wat magis*5 invlo$ uitoef5t is niets &]s dan de wil4 ,mogelijk is het1 zegt ,p>aselsus1 dat zond] behulp van mijn li*aam1 enkel t5 gevolge van mijn vurig bege]51 mijn zwa>d e5 vij& doorboort4 ,9 het ja> #ahed heb ik het geluk gehad ,regazoni uit ,b]gamo te zi5 w]k54 ,zijne met hem 9 rapport /a&e somnambule bra*t hij1 zoodra hij v]koos1 9 e5 toe/& van katalepsie2 hij kon bloot door zijn wil1 zond] e5 enkel geba> te mak51 a*t] ha> /a&e ha> op d5 rug do5 vall54 ,hij kon ha> v]lamm51 9 v]/ijv5de kramp br5g51 ha> uitgezette pupill5 en voll$ige gevoelloo%eid bezorg54 ,e5 dame uit het publiek liet hij piano spel51 en plotsel+ vijfti5 s*r$5 a*t] ha> /a&e v]lamde hij ha>1 enkel door zijn wil1 zoodat zij ge5 noot me] kon t5 gehoore br5g54 ,hij toov]de ha> va/ teg5 e5 zuil1 zoodat zij1 ondanks de groot/e inspann+1 ge5 v9 v]ro]5 kon4 ,s*op5hau] le]t eld]s1 dat de onkreukba>heid d] natuurwett5 s*i] huiv]+wekk5d is en dat het aan ha> is toe te s*rijv51 wanne]1 h$5 zoo go$ als voor duiz5d j>51 ond] gelijke om/&igh$5 gelijke v]s*ijnsel5 plaats grijp54 ,het bevreemd5de van di5 regelmaat v]dwijnt e*t] volg5s hem1 wanne] m5 9 aanm]k+ neemt1 dat ruimte1 tijd en causaliteit enkel vorm5 onz] k5nis zijn en niets met d5 wil1 niets met het d+ op zi* zelf1 te mak5 hebb54 ,i$]e zi* op5b>5de natuurkra*t is enkel de wil op e5 bepaald5 trap van zijn v]s*ijn+ en dus onv]&]lijk4 ,wie dit voorziet1 begrijpt tev5s dat uitzond]+5 op natuurwett5 onmogelijk zijn1 dat dus de ket5 d] oorzak5 en w]k+5 n]g5s en nooit door e5 oorspronkelijke kra*t kan v]brok5 word54 ,de vraag is hoe ,s*op5hau] 9 /rijd met dat alles magis*e v]s*ijnsel5 kon aannem54 ,die vraag klemt te me]1 wanne] m5 9 aanm]k+ neemt1 dat volg5s ,s*op5hau] i$] li*aam zi*tb>e wil is4 ,het li*aam van d5 m5s* is de zi*tb>e wil om als e5 m5s* te lev51 de h]s5massa van e5 m5s* de zi*tb>e wil om als e5 m5s* te k5n5 en te d5k54 ,wil en w]eld zijn twee zijd5 van e5 en het zelfde4 ,dan begrijp ik niet hoe de e5e zijde kan +rijp5 9 de &]e4 ,,fragm5t5 ,,uit ,,die ,,beid5 ,,grundprobleme ,,d] ,,e?ik1 ,,beh&elt ,,9 ,,zwei ,,akademis*5 ,,preiss*rift50 ,enkel door tijd en ruimte is er veelheid van het gelijksoortige1 v]s*eid5heid van individu5 mogelijk4 ,ma> tijd en ruimte zijn sle*ts k5vorm54 ,het is dus s*ijn1 dat de wil zi* 9 e5 veelheid van individu5 split/4 ,deze veelheid treft niet d5 wil als d+ op zi* zelf1 ma> enkel zijne v]s*ijn+2 9 i$] individu is de wil geheel en ongesplit/ voorh&51 en aans*\wt hij om zi* he5 het tallooze mal5 h]haalde beeld van zijn eig5 wez54 ,dit wez51 het 9 d5 e*t5 z9 w]kelijke1 v9dt i$] re*t/reeks 9 zijn inn]lijk4 ,da>om wil i$] alles voor zi*1 w5s*t alles te bezitt51 t5 m9/e te behe]s*52 wat hem we]/& bi$t1 z\ hij will5 v]nietig54 ,hi]bij komt1 dat1 al?ans bij de k5n5de wez5s1 het individu tev5s subjekt en dit drag] d] w]eld is2 m4a4w4 de geheele natuur da> buit51 alle ov]ige individu5 inkluis1 be/aan 9 zijn voor/ell+2 hij heeft er bewu/zijn van dat al zijn m$es*epsel5 9 zoov] afhang5 van zijn eig5 be/aan1 dat met zijn bewu/zijn noodzakelijk ook zijn w]eld te gronde gaat4 ,i$] individu is dus mikrokosmos1 kle9e w]eld1 9 zoov] met d5 makrokosmos1 de groote w]eld1 gelijkwa>dig4 ,de altijd en ov]al wa>a*tige natuur zelve geeft hem1 oorspronkelijk en onafhankelijk van alle nad5k51 deze e5v\dige en onmiddellijk zek]e k5nis4 ,dat is de r$51 wa>om i$] 9 het gr5zeloos heelal v]dwijn5d individu zi* zelf tot middelpunt d] w]eld maakt1 zijn eig5 be/aan en welzijn bov5 al het ov]ige beh>tigt1 ja al het &]e b]eid is da>aan op te (f]51 de w]eld z\ will5 v]nietig5 om sle*ts zijn eig5 zelf1 di5 druppel 9 de zee1 iets lang] 9 aanzijn te do5 blijv54 ,deze gez9dheid is het egosme1 dat i$] s*epsel aankleeft4 ,9 ha> op5ba>t zi* op vreeselijke wijze de inn]lijke tweespalt van d5 wil met zi* zelf4 ,want zij wortelt 9 de teg5/ell+ tuss*5 mikrokosmos en makrokosmos4 ,zij v9dt da>9 ha> grond1 dat de wil 9 d5 vorm d] individualiteit v]s*ijnt1 zoo ontelb>e mal5 en wel telk5s op tweerlei wijze1 als wil en voor/ell+1 geheel en voll$ig optre$t4 ,t]wijl i$] dus zi* zelf als wil 9 zijn geheel en als subjekt d] w]eld gevoelt1 gaan hem eig5 be/aan en eig5 welzijn bov5 alles t] h>te4 ,na> zijn eig5 dood ziet i$] uit als na> het e9de d] w]eld1 t]wijl hij het ov]lijd5 van zijn bek5d5 als e5 tamelijk onv]s*illige zaak opvat1 wanne] hij niet p]soonlijk da>bij betrokk5 is4 ,wa> het bewu/zijn1 gelijk bij d5 m5s*1 d5 hoog/5 graad erlangt1 moet ook het zelfgevoel 9 de hoog/e mate te voors*ijn tr$51 en dus de /rijd tuss*5 de individu5 ond]l+ op de mee/ ontzett5de wijze gevo]d word54 ,het duidelijk/ blijkt dit1 wanne] wet en ov]heid tijdelijk met onma*t geslag5 zijn4 ,dan tra*t i$] aan d5 &] te ontrukk5 wat hij zelf hebb5 wil1 en dat niet alle51 ma>1 om het eig5 welzijn ook ma> e5igsz9s te v]me]d]51 word5 geluk en lev5 van &]5 opge(f]d4 ,deze oorspronkelijke tweespalt van d5 wil met zi* zelv5 is e5 onuitputtelijke bron van lijd51 ondanks alle damm51 welke m5 da>teg5 heeft opgeworp52 ja zij is de ho(dbron d] ell5de1 welke alle lev5 onv]mijdelijk v]gezelt4 ,behalve egosme hui/ er 9 d5 m5s* ook nog eig5lijk gezegde boosa>digheid1 namelijk onzelfzu*tige vreugde ov] vreemd lijd54 ,de v]kl>+ hi]van is de volg5de4 ,da> de m5s* v]s*ijn+ van d5 wil is1 die door held]e k5nis wordt be/raald1 meet hij de w]kelijke en gevoelde bevr$ig+ van zijn w5s*5 af na> wat als mogelijk zi* aan hem voordoet4 ,zoo ont/aat de nijd3 i$]e ontb]+ wordt door aans*\w+ van vreemd g5ot fell] gevoeld omgeke]d door te wet51 dat ook &]5 hetzelfde miss51 dragelijk] gemaakt4 ,het kwaad1 dat all5 geme5s*appelijk hebb5 te v]dur51 da> het van het m5s*5lev5 onafs*eidelijk is1 b$roeft ons we9ig2 zoo s*ikk5 we ons 9 de guurheid van het klimaat4 ,de h]9n]+ aan groot] le$ dan het onze /ilt onze sm>t2 de aans*\w+ van vreemd lijd5 temp]t ons eig5 le$4 ,wanne] nu e5 m5s*1 die door e5 heftig5 wilsdrang wordt bezield1 alles z\ will5 bije5g>5 om d5 dor/ van zijn egosme te less*51 en da>bij1 zooals noodzakelijk is1 erv>5 moet1 dat alle bevr$ig+ sle*ts s*ijnba> is1 het erlangde nooit v]s*aft wat het1 to5 het nog bege]d w]d1 belo(de1 dat door de v]vull+ van e5 w5s* de drang om te will5 sle*ts van ge/alte v]&]t en nu ond] e5 nieuw5 vorm gaat kwell51 dat t5 slotte1 wanne] alle bege]t5 zijn uitgeput1 de wilsdrang zelf1 ook zond] gek5d motief1 ov]blijft en zi* als gevoel van leegte en ontzett5de v]vel+ kond doet1 dan zoekt hij voor zijn ong5eeslijke ell5de heul langs e5 omweg1 door d5 aanblik van vreemd lijd51 wa>aan hij zi* tev5s om deze r$5 v]ga/1 dat het hem zijn ma*t ov] &]5 toont4 ,zi$a> de oorsprong van wre$heid1 van blo$dor/1 wa>van de ges*i$5is ons zoo m5ig voorbeeld geeft4 ,met boosa>digheid v]want is de wraakzu*t1 die kwaad met kwaad v]geldt1 niet met het oog op de toekom/1 want dat is het k>akt] van /raf1 welke1 indi5 zij r$elijk is1 h]hal+ d] sle*te daad tra*t te voorkom51 en dus tot beveilig+ wordt opgelegd1 ma> enkel om wat er ges*i$ is1 om wat a*t] ligt1 wijl m5 zi* v]ga/5 wil aan het le$ van hem1 die e]/ le$ heeft b]okk5d4 ,wat wraak ond]s*eidt van eig5lijke boo%eid en ha> e5ig]mate v]onts*uldigt is e5 s*ijn van re*t1 9 zoov] n4l4 dezelfde h&el+1 die n wraak is1 wanne] zij 9 naam d] wet1 dus volg5s e5 vooraf bepaald5 en bek5d5 regel 9 e5 maats*appij1 die ha> bekra*tigd heeft1 plaats greep1 ind]daad /raf en dus re*t z\ zijn4 ,hoe di*t ook de slui] van ,maja d5 z9 van d5 ego/ moge omhull51 hoe va/ hij er di5t5gevolge van moge ov]tuigd zijn1 dat zijn p]soon door e5 onov]komelijke klo( van i$] &] ges*eid5 is1 en hoeze] hij ook aan die ov]tuig+ moge va/h\d5 om er zijn egosme op te do5 /eun51 want ook hi] wordt1 gelijk zoo dikwijls1 het inzi*t door d5 wil behe]s*t1 to* v]heft zi* soms het donk] besef1 dat die orde d] d+51 welke 9 tijd en ruimte be/aat1 en volg5s welke de ramp51 die &]e individu5 treff51 ons niet aangaan1 ijdele waan is4 ,op deze wijze laat zi* de ontzett+ v]kl>51 welke e5 boosdo5] ov] zijn eig5 daad kan gevoel53 het doemt 9 hem op1 dat hij en zijn sla*t(f] n zijn1 dat de s*eid+ tuss*5 de individu5 enkel e5 b$riegelijke droom is1 dat alle lijd5 van &]5 9 w]kelijkheid ook zijn lijd5 is4 ,zoo wordt de gewet5sang/ gebor51 die d5 misdadig] tot zelfmoord kan drijv54 ,do* de dood gelijkt op d5 ond]gang d] zon1 die sle*ts 9 s*ijn door d5 na*t v]zwolg5 wordt1 ma> ind]daad onoph\delijk glo$ van zi* geeft1 aan nieuwe w]eld5 nieuwe dag5 s*5kt1 voortdur5d v]rij/ en voortdur5d ond]gaat4 ,aanvang en e9de treft enkel het individu door middel van d5 tijd1 vorm van alle v]s*ijn+4 ,buit5 d5 tijd ligt alle5 de wil1 ,kant's ,d+ an si*01 en de voll$ige v]teg5woordig] van di5 wil1 ,plato's idee4 ,da>om baat zelfmoord niet2 wat i$] 9 het diep/ van zijn gemo$ wil1 dat moet hij zijn1 en wat i$] is1 dat wil hij ook4 ,deze wa>heid is het1 welke op my?is*e wijze door de le] d] zielsv]huiz+ wordt uitg$rukt4 ,wat aan het gewet5 zijn angel geeft1 is enkel het gevoelde besef d] nietigheid van de voor/ell+svorm51 wa>door de individu5 van elk&] word5 afgezond]d4 ,het is dat zelfde besef1 wa>door het m$elijd5 wordt v]kla>d4 ,imm]s dit ond]/elt1 dat ik mij met e5 &]1 die lijdt1 v]e5zelvigd heb en bij gevolg de slagboom tuss*5 ik en niet-ik1 voor het oog5blik al?ans1 is opgehev54 ,sle*ts zoo wordt het lot van di5 &]1 zijn behoefte1 zijn nood1 onmiddellijk het mijne4 ,9 hem lijd ik m$e1 (s*oon mijn huid niet zijne z5uw5 omspant4 ,zelfs de h>dvo*tig/e k5t dat gevoel van m$elijd5 bij tijd en wijle4 ,dagelijks op5ba>t het zi* aan onze oog51 ov]al wa> e5 m5s* e5 &] helpt en bij/aat1 ja miss*i5 zijn lev5 voor iem&1 di5 hij d5 e]/5 ke] ziet1 9 geva> br5gt1 zond] da>bij me] te d5k5 dan dat die &] 9 groot5 nood v]ke]t4 ,egosme1 boosa>digheid en m$elijd51 zi$a> de drie oorspronkelijke drijfve]5 van alle m5s*elijke h&el+51 die drie +r$int51 wa>uit het k>akt] van alles1 wat e5 m5s*5gelaat v]toont1 is sam5ge/eld4 ,het behoeft wel niet gezegd te word51 dat die drie be/&deel5 9 v]s*ill5d5 graad bij v]s*ill5de p]son5 word5 aangetr(f5 en dat da>aan i$] zijn individueel k>akt] te dank5 heeft4 ,egosme1 dat het eig5 welzijn wil1 lev]t h&el+5 op1 die t5 deele v]w]pelijk heet51 t5 deele uit e5 moreel oogpunt onv]s*illig zijn4 ,boosa>digheid1 die het vreemde le$ wil1 is altijd sle*t4 ,m$elijd51 dat het vreemde welzijn wil1 is de bron wa>uit go$e h&el+5 ontspr+54 ,m$elijd51 niet m$evreugde1 is e5 oorspronkelijke drijfve]4 ,de grond da>van is1 dat enkel lijd51 wa>toe alle gebrek1 ontb]+1 behoefte1 ja w5s* behoort1 positief is1 re*t/reeks* ond]vond54 ,bevr$ig+1 g5ot1 geluk be/aat da>91 dat e5 gemis is opgehev51 e5 sm>t ge/ild4 ,zij zijn dus negatief4 ,behoefte1 onlu/ is voorwa>de van lu/4 ,dit zag re$s ,plato 9 en maakte enkel voor de welriek5de geur5 en de gee/elijke vreugd5 e5 uitzond]+4 ,ook ,voltaire zegt3 il n'e/ de vrai plaisir qu'avec de vrais beso9s04 ,dus het positieve1 het zi* door zi* zelf aankondig5de1 is de sm>t2 bevr$ig+1 g5ot is het negatieve1 de e5v\dige opheff+ van het e]/e4 ,hi]op vooral b]u/ het1 dat sle*ts lijd51 gebrek1 geva>1 hulpeloo%eid van e5 &] re*t/reeks tot deelnem+ prikkelt4 ,de gelukkige1 tevr$5e als zoodanig laat ons onv]s*illig1 want zijn toe/& is negatief4 ,natuurlijk kunn5 wij ons wel ov] d5 voorspo$ van &]5 v]heug51 ma> dit is dan e5 secundair v]s*ijnsel en v9dt da>9 zijn oorzaak1 dat we ons vroeg] ov] lijd5 b$roefd52 ( wel wij nem5 deel aan hun geluk1 niet omdat het geluk is1 ma> omdat ons k9d1 onze vad]1 onze vri5d1 hi] door de =tu9 wordt begun/igd4 ,zelfs wa> het onz5 eig5 p]soon betreft is het enkel lijd51 wa>toe w5s*1 behoefte1 i$] gemis te tell5 is1 dat ons 9 beweg+ br5gt2 e5 toe/& van tevr$5heid en voldaanheid laat ons 9 trage ru/2 hoe z\ het t5 opzi*te van &]5 niet ev5zoo zijn8 ,imm]s deelnem+ met &]5 wortelt da>91 dat wij ons met h5 v]e5zelvig54 ,dit laat/e wordt betwi/ door h5 die me551 dat m$elijd5 da>9 wortelt1 dat wij ons 9 de plaats van d5 lijd5d5 p]soon d5k5 en zoo 9 de v]beeld+ zijne sm>t5 ond]gaan4 ,zoo is het ge5sz9s2 voortdur5d blijft het ons duidelijk1 dat de &] de lijd] is1 niet wij2 jui/ 9 hem1 niet 9 ons ontdekk5 wij het lijd5 tot onze sm>t4 ,wij voel5 zijn v]driet als het zijne en beeld5 ons niet 9 dat het ons v]driet is2 hoe gelukkig] jui/ onze eig5 toe/& is1 hoe groot] kontra/ er dus be/aat met d5 toe/& van d5 &]1 des te vatba>d] zijn wij voor het m$elijd54 ,m$elijd5 is e5 my/]ie2 de v]kl>+ ervan is niet op d5 weg d] psy*ologie te b]eik52 zij wortelt 9 het inzi*t1 dat de slagboom5 tuss*5 de individu5 sle*ts s*ijnba> zijn en 9 w]kelijkheid1 afgezi5 van tijd en ruimte1 er ge5 v]s*il is tuss*5 u en mij4 ,wanne] er iets is1 wa>uit de bewond]5swa>dige diepz9nigheid van ,kant duidelijk blijkt1 dan is het zijne le] van de idealiteit van tijd en ruimte4 ,hij heeft ha> op zoo afdo5de mani] bewez51 dat er niets me] teg5 ha> kan word5 +ebra*t en zij als e5 def9itieve v]ov]+ op het gebi$ d] metaphysica kan word5 aangem]kt4 ,volg5s ha> zijn ruimte en tijd de vorm5 van ons eig5 aans*\w+sv]mog5 en behoor5 zij dus niet aan de da>door gek5de d+5 op zi* zelve toe1 word5 zij enkel 9 de w]eld d] v]s*ijnsel5 aangetr(f54 ,ma> als tijd en ruimte aan het e*te wez5 d] w]eld vreemd zijn1 dan is da>aan ook ge5 veelheid toe te k5n52 dus kan zi* 9 de tallooze v]s*ijnsel5 van het z9nelijk heelal sle*ts n en hetzelfde1 /e$s id5tis*e wez51 op5b>54 ,omgeke]d moet wat zi* als veelheid1 dus 9 tijd en ruimte1 voordoet1 s*ijn zijn4 ,deze le] van al-e5heid is veel oud] dan ,kant1 zij wordt aangetr(f5 9 het oud/e boek d] w]eld1 de heilige ,v$51 wi] dogmatis* deel1 9 de ,upanis*ads voorh&51 de wij%eid behel/ voor de +ewijd5 be/emd4 ,hi] v9d5 wij ha> 9 tallooze w5d+5 uitgesprok5 en door beeld5 en gelijk5iss5 toegeli*t4 ,wij treff5 ha> ook 9 de s*ool d] ,eleat5 aan4 ,lat] w>5 er de ,neo-,platonici van doordrong51 dat van wege de e5heid van alle d+5 ook alle ziel5 n w>504 ,9 de neg5de eeuw zi5 wij die le] onv]wa*t bij ,scotus ,erig5a optr$51 die ha> 9 de vorm5 en uitdrukk+5 van d5 *ri/elijk5 godsdi5/ hult4 ,ond] de ,mohamm$an5 treff5 wij ha> als de my/iek d] ,sufis aan4 ,ook de *ri/elijke my/ici word5 door ha> bezield4 ,sp9oza's naam is met ha> v]e5zelvigd4 ,9 onze dag5 e9delijk1 nadat ,kant het oude dogmatisme _h v]nietigd en de w]eld vol ontzett+ voor de door hem aang]i*te v]woe/+ t]ugbeefde1 w]d zij w$] door ,s*ell+ 9 omloop gebra*t4 ,het is wel m]kwa>dig1 dat het /r5ge bewijs d] le] van de al-nheid enkel bij ,kant gevond5 wordt en nogtans ,kant zelf die le] niet afgekondigd heeft3 op d5 trant van wijze r$5a>s gaf hij enkel de praemiss5 aan en gunde aan de toehoord]s de vreugde om da>uit de conclusie te trekk54 ,me5t m51 dat i$] individu e5 van alle &]5 ond]s*eid5 wez5 is en dat m5 enkel 9 het eig5 zelf e5 e*t zijn heeft1 dat al het ov]ige niet-ik en dus vreemd is1 dan belijdt m5 e5 /ell+1 voor wi] wa>heid vlees* en blo$ getuig5is aflegg51 die aan alle egosme t5 grondslag ligt en wa>van de uitdrukk+ 9 i$]e liefdelooze1 onre*tva>dige1 boosa>dige1 h&el+ te v9d5 is4 ,kon hij1 die volg5s dat inzi*t h&elt1 9 het diep/e inn]lijk van zijn doodvij& b9n5dr+51 dan z\ hij da> tot zijn v]rass+ zi* zelf ontdekk54 ,ev5go$ als 9 d5 droom 9 alle ons v]s*ijn5de p]son5 wij zelv5 /ek51 is dat ook 9 wak5d5 toe/& het geval1 (s*oon het dan niet zoo gemakkelijk is 9 te zi54 ,t]wijl voor d5 booze ( d5 ego/ alles wat buit5 hem is niet-ik is1 zijn &]5 voor e5 go$ k>akt]3 ik nog e5maal4 ,e5 bem9nelijk m5s*1 die 9 alles wat leeft zijn eig5 zelf aans*\wt en lief heeft1 wi5s be/aan d]halve met het be/aan van alle &]5 sam5vloeit1 v]lie/ door d5 dood sle*ts e5 kle9 deel van zijn aanzijn2 hij leeft voort 9 alle ov]ig51 als de misleid+ v]dwijnt1 die zijn bewu/zijn s*eidde van dat d] ov]ig54 ,dit zal wel1 zoo niet de e5ige1 dan to* de ho(dr$5 zijn1 wa>om ze] go$e en ze] sle*te m5s*5 het /]v5suur op zoo v]s*ill5de wijze te gemoet zi54 ,het m$elijd51 v]e5zelvig+ van ons zelf met &]51 is de e5ige bron van de twee k>d9ale deugd53 re*tva>digheid en m5s*5liefde4 ,re*tva>digheid1 die negatief is1 er zi* voor wa*t &]5 kwaad te do52 liefde1 die positief is1 er op uit &]5 go$ te do54 ,is mijn gemo$ voor m$elijd5 ontvankelijk1 dan zal het mij t]ugh\d5 vreemd lijd5 als middel te gebruik5 tot b]eik+ van eig5 geluk4 ,ik zal dus niet het eig5dom en d5 p]soon van e5 &] aanta/51 hem ev5m9 gee/elijk als li*amelijk le$ v]oorzak51 hem niet kr5k51 erg]51 ang/ aanjag51 bela/]51 ev5m9 als ik hem v]m9k5 zal4 ,ik zal niet de bevr$ig+ mijn] lu/5 t5 ko/e van het lev5sgeluk van vr\w5 najag51 niet de e*tg5oote van e5 &] v]leid51 niet jongel+5 z$elijk en li*amelijk t5 gronde ri*t54 ,hi] blijkt het dat wij go$e beg9sel5 noodig hebb51 want wanne] 9 i$] bizond] geval voor het nalat5 van wat kwaad is het m$elijd5 zelf 9 hooge mate moe/ word5 opgewekt1 dan z\ het wel e5s te laat kunn5 kom54 ,uit de e5s voor altijd v]kreg5 k5nis van het lijd51 dat i$]e onre*tva>dige h&el+ noodw5dig voor &]5 na zi* sleept en dat door het gevoel van het zelf onre*t lijd51 van het pijnlijk zwi*t5 voor vreemde ov]ma*t1 v]s*]pt wordt1 vloeit 9 edele gemo$]5 de /elregel voort3 kr5k niem&4 ,r$elijk nad5k5 v]heft dan di5 regel tot het voor e5s en imm] va/e voornem5 de re*t5 van e5 i$] te e]bi$ig51 niet uit baatzu*t ( boo%eid 9 de lev5ssfe] van e5 &] 9 te dr+51 zi* niet het zelfv]wijt op d5 hals te hal5 dat m5 vreemd lijd5 v]oorzaakt heeft1 dus zijn eig5 deel van de la/5 en ramp5 des lev5s zelf te drag51 dit niet door geweld ( li/ &]5 toe te s*uiv51 zoo niet de ell5de van &]5 te v]groot54 ,(s*oon /elregels nooit de oorspronkelijke bron ( het e*te fundam5t van z$elijkheid zijn1 to* mag m5 ze voor e5 go$5 lev5sw&el onontbe]lijk noem51 want ze zijn de plaats wa>9 de gez9dheid wordt voor ank] gelegd1 die uit de bron d] moraliteit1 welke niet onafgebrok5 vloeit1 ontsprong5 is2 wanne] het nu lat] op h&el5 aankomt1 wordt zij door e5 afgeleid kanaal 9 de v]eis*te ri*t+ geleid4 ,zond] va/e /elregels z\d5 wij aan de onz$elijke drijfve]51 wanne] ze door de om/&igh$5 9 ons word5 wakk] gemaakt1 onwe]/aanba> zijn prijsgegev54 ,het va/h\d5 en opvolg5 van /elregels1 ondanks da>teg5 indruis*5de ma*t51 heet zelfbehe]s*+4 ,vr\w5 zijn mee/al m9d] go$ 9 /aat dan mann5 om algeme5e beg9sel5 te begrijp5 en tot ri*tsno] te nem51 da> zij1 ook uit het oogpunt d] r$e1 het zwakke gesla*t zijn2 da>om /aan zij 9 d5 regel a*t] bij de mann5 9 re*tva>digheid1 e]lijkheid en nauwgeze!id van gewet54 ,zij v]vall5 e]d] tot leug5 en vals*heid2 da>5teg5 ov]treff5 zij de mann5 9 b>mh>tigheid1 want hi] is de aanleid+ mee/al aans*\welijk en spreekt dus re*t/reeks tot het m$elijd51 wa>voor de vr\w5 ze] ontvankelijk zijn4 ,sle*ts het aanwezige1 het onmiddellijk voorh&5e be/aat voor de vr\w 9 d5 eig5lijk5 z9 des woords2 wat enkel door begripp5 gek5d wordt1 het afwezige1 v]l$5e1 toekom/ige1 is voor ha> niet zoo bevattelijk4 ,dus is er komp5satie3 re*tva>digheid is me] de mannelijke1 b>mh>tigheid me] de vr\welijke deugd4 ,de g$a*te vr\w5 9 d5 re*t]/oel te plaats5 doet la*52 ma> als liefdezu/]s w9n5 zij het gewoonlijk van de bro$]s van b>mh>tigheid4 ,feitelijk is er t5 all5 tijde m5s*5liefde gewee/1 ma> !oretis* t] sprake gebra*t en nadrukkelijk als deugd1 ja zelfs als de groot/e van alle deugd5 erk5d1 w]d zij e]/ door het ,*ri/5dom1 dat zelfs de vij&5 niet van de w]k+ di] liefde wilde buit5sluit54 ,da>9 be/aat dan ook de groot/e v]di5/e van het ,*ri/5dom1 t5 m9/e voor ,europa1 want 9 ,azi gold re$s duiz5de j>5 vroeg] de regel1 dat m5 ge5 ond]s*eid moet mak5 tuss*5 zi* zelf en &]54 ,wanne] wij enkel op de !orie lett51 dan moet5 wij erk5n51 dat de filos(5 d] europees*e oudheid1 zelfs ,plato meeg]ek5d1 wl re*tva>digheid1 vrijwillige1 onbaatzu*tige re*tva>digheid aanbevol5 hebb51 ma> liefde en b>mh>tigheid nog niet als deugd5 hebb5 bes*\wd4 ,liefde is het z$elijk motief1 als m$elijd5 niet enkel we]h\dt e5 &] te kr5k51 do* zelfs aanspoort hem te help54 ,de /elregel1 wa>na> die deugd zi* ri*t1 luidt aldus3 help all51 zooveel 9 uw v]mog5 is04 ,natuurlijk moet5 de h&el+51 wa>mee ik e5 &] bij/a1 niet mijn eig5 welzijn op het oog hebb51 dus niet om loon 9 deze ( e5 &]e w]eld v]ri*t word51 ook niet da>om dat ik door ze na te lat5 de a*t+ d] m5s*5 ( de a*t+ voor mij zelf z\ v]liez52 wanne] zulke beweegr$55 9 het spel zijn1 moet het liefdebetoon uit e5 z$elijk oogpunt onv]s*illig heet54 ,ze] jui/ wordt dan ook 9 het evangelie van ,mat!us gezegd1 dat wie met zijn gift5 pronkt zijn loon weg heeft4 ,ev5e5s wordt 9 de ,v$as v]zek]d1 dat wie loon voor zijn w]k5 bege]t1 nog op d5 weg d] dui/]nis w&elt en niet rijp is voor de v]loss+4 ,als de /elregel3 niem& te kr5k5 door de h&el+5 van d5 re*tva>dige1 9 toepass+ wordt gebra*t1 w]kt het m$elijd5 niet re*t/reeks1 ma> to* blijft het /e$s b]eid om te voors*ijn te tr$54 ,/el b4v4 dat iem& 9 /rijd met zijn beg9sel lu/ bespeurt om e5 door hem gevond5 ko/ba> voorw]p te beh\d51 dan zal1 met t]zijde/ell+ van alle b]ek5+5 van voorzi*tigheid en van vrees voor het hi]namaals1 niets hem zoo gemakkelijk op het pad d] re*tva>digheid t]ugbr5g51 als de voor/ell+ van d5 ang/1 het h>tele$ en de weekla*t5 van d5 v]liez]4 ,9 het besef van deze wa>heid wordt dikwijls aan de oproep+ 9 de dagblad5 om v]lor5 geld t]ug te br5g5 toegevoegd1 dat de v]liez] e5 arm m5s* is1 iem& die het niet miss5 kan4 ,deze bes*\w+5 zull5 duidelijk mak51 dat re*tva>digheid als e*te1 vrije deugd1 ind]daad ha> oorsprong heeft 9 m$elijd54 ,m5 b$5ke hi]bij hoe g]+ de maat van vrijwillige1 onzelfzu*tige1 onopgesi]de1 re*tva>digheid is1 welke ond] de m5s*5 wordt aangetr(f51 hoeze] zij altoos als v]rass5de uitzond]+ voorkomt en tot ha> namaak1 uit b]ek5+ voortvloei5de en ov]al luid rondgebazu9de re*tva>digheid1 wat ho$anigheid en hoeveelheid betreft1 9 dezelfde v]h\d+ /aat als g\d tot kop]4 ,ik z\ de laat/e de algeme5e1 de &]e de hemels*e re*tva>digheid will5 noem51 want zij is het1 die volg5s ,hesiodus 9 de ijz]5 eeuw de a>de v]liet1 om bov5 bij de god5 te won54 ,voor deze zeldzame en op a>de /e$s ui!ems*e plant is de wortel van het m$elijd5 /]k g5oeg4 ,onre*t be/aat altijd 9 kr5k+ van e5 &]4 ,dus is het begrip onre*t positief en gaat het vr aan het begrip re*t1 dat negatief is1 en enkel de h&el+5 a&uidt1 die m5 v]ri*t5 kan1 zond] &]5 kwaad te do51 zond] onre*t te pleg54 ,het ligt voor de h&1 dat tot die sfe] van het re*t ook alle h&el+5 behoor51 welke ge5 &] doel hebb5 dan onre*t af te w]54 ,imm]s ge5 m$elijd5 met e5 &] kan mij er toe br5g5 mij gewillig door hem te lat5 b5adeel54 ,dat het begrip re*t negatief is1 blijkt ook uit de v]kl>+1 die de vad] d] filos(is*e re*tsle]1 ,hugo ,grotius1 aan het beg9 van zijn w]k ov] ,het ,re*t van oorlog en vr$e0 geeft 9 deze woord53 ,re*t beteek5t hi] niets &]s dan wat re*tva>dig is1 en dit me] 9 e5 ontk5n5d5 dan 9 e5 /ell5d5 z91 9 zoov] re*t is1 wat ge5 onre*t is04 ,de negativiteit van het re*t blijkt ook1 9 /rijd met d5 s*ijn1 uit de gewone def9itie3 i$] het zijne gev504 ,is het 't zijne1 dan hoeft m5 het hem niet te gev52 de b$oel+ is dus3 niem& het zijne nem504 ,da> re*t enkel negatief is1 laat het zi* afdw+51 want de regel doe niem& kwaad01 kan door all5 gelijktijdig 9 praktijk word5 gebra*t4 ,het dwang9/ituut da>toe is de ,/aat1 wi5s e5ig doel is de enkel+5 teg5 elk&] en het geheel teg5 buit5l&s*e vij&5 te bes*]m54 ,e5ige filos(5 van d5 teg5woordig5 tijd z\d5 d5 ,/aat wel will5 v]draai5 tot e5 z$elijkheids- ( opvo$+s9/ituut1 ma> dan komt m5 er li*t toe om de p]soonlijke vrijheid aan te r&51 de individueele ontwikkel+ te belemm]54 ,op di5 weg is m5 vroeg] tot inquisitie1 auto's da fe1 godsdi5/oorlog5 afg$waald2 het woord van ,fr$]ik d5 ,groote3 9 mijn l& moet i$] op zijn eig5 faon voor zijn zaligheid kunn5 zorg50 gaf te k5n51 dat hij di5 v]ke]d5 weg nooit wilde betr$54 ,da>5teg5 zi5 wij ook ?ans nog ov]al1 met uitzond]+ miss*i5 van ,noord-,am]ika1 d5 ,/aat de beh>tig+ d] metaphysis*e behoeft5 van zijn burg]s op zi* nem54 ,de reg5t5 s*ijn5 tot hun beg9sel de woord5 van ,qu9tus ,curtius gekoz5 te hebb53 ,niets be/uurt d5 groot5 hoop zoo zek] als het bijgelo(2 de 9 d5 regel teugellooze1 wre$e en wankelmo$ige massa gehoorzaamt1 als ze door godsdi5/waan wordt aangegrep51 e] ha> prie/]s dan ha> ov]h$504 ,hi] is het noodig voor het begrip pli*t1 wa>aan zo[el 9 de e?ika als 9 het lev5 e5 te groote uitbreid+ wordt gegev51 de jui/e gr5s te trekk54 ,onre*t is altijd kr5k+ van e5 &] 9 zijn p]soon1 zijn vrijheid1 zijn eig5dom1 zijn e]4 ,dus s*ijnt te volg51 dat i$] onre*t e5 w]kelijke aanr&+1 e5 daad moet zijn4 ,intuss*5 zijn er h&el+51 welke m5 niet nalat5 kan1 zond] onre*t te pleg54 ,dat zijn de eig5lijke pli*t54 ,zi$a> de jui/e bepal+ van het begrip pli*t1 dat zijn eig5a>digheid geheel v]lie/1 wanne] m51 gelijk 9 de he]s*5de moraal1 i$]e l(felijke h&el+ pli*t noemt1 en dus v]geet1 dat wat pli*t is ook s*uld moet zijn4 ,pli*t1 le devoir1 duty is e5 h&el+1 welke m5 niet ong$aan kan lat51 zond] e5 &] te b5adeel54 ,ma> dat kan sle*ts dn het geval zijn1 wanne] m5 zi* tot e5 zoodanige h&el+ v]bond51 dus v]pli*t heeft4 ,alle pli*t5 b]u/5 op e5 uitdrukkelijke1 w$]ke]ige ov]e5kom/1 zooals tuss*5 vor/ en volk1 rege]+ en beambt51 he] en kne*t1 advokaat en clint1 g5ee%e] en zieke4 ,da>om geeft i$]e pli*t e5 re*t1 want niem& kan zi* v]pli*t5 zond] e5 motief1 zond] e5ig voordeel voor zi* er 9 te zi54 ,sle*ts n v]pli*t+ is mij bek5d1 die niet op e5 ov]e5kom/ b]u/1 ma> e5v\dig uit e5 h&el+ voortspruit1 da> hij1 jeg5s wi5 m5 ze heeft1 nog niet be/ond1 to5 m5 ha> aanva>dde3 het is die d] oud]s teg5ov] hunne k9d]54 ,wie e5 k9d 9 de w]eld br5gt1 is v]pli*t het te ond]h\d5 tot het zi* zelf ond]h\d5 kan1 dus ond] om/&igh$5 lev5slang4 ,dit alles s*ijnt hoog/ e5v\dig1 ma> ,s*op5hau]1 die e5 d5k] is1 en dus de conclusies uit zijne prmiss5 weet te trekk51 voegt er aan toe3 ,ge5 pli*t is het e5 hong]lijd] brood te gev54 ,h>d en onm5s*elijk mag dat heet51 ma> van pli*t behoort enkel da> sprake te zijn1 wa> re*t er aan ov] /aat4 ,ind]daad is het v]ke]d het begrip pli*t z uit te breid51 dat alles wat go$ en l(felijk is er ond] valt1 want de e*te pli*t5 kom5 dan 9 het g$rang en loop5 geva> voor het publiek besef hun b9d5d k>akt] te v]liez54 ,misbruik van de taal kan e5 nadeelig5 invlo$ uitoef55 op de z$5 van e5 volk en is dikwijls zelf e5 spiegel van b$]f en k>akt]zwakte4 ,m5 moet dankba>heid ge5 pli*t noem51 ook al is het uitblijv5 er van hatelijk en erg]lijk2 imm]s m5 kan niet bew]51 dat de weldo5] e5 koop heeft will5 sluit5 en zi* dus 9 zijn re*t gekr5kt mag a*t51 als hij ge5 dank te oog/5 krijgt4 ,zoo is het ook bet] het met de /rikte re*tva>digheid1 dan met de zoog5aamde billijkheid te h\d52 wie zi* 9 de e]/e plaats vri5d van billijkheid noemt1 loopt geva> 9 voorkom5de om/&igh$5 niet op zijn eig5 re*t te /aan1 zelfs aan het re*t van d]d5 afbreuk te do54 ,grootmo$igheid is he]lijk1 ma> noodig] is /ipte re*tva>digheid4 ,v&a> de /aat/aak om onre*t met geweld af te w]5 en zoo aan het gr5z5looze egosme1 de boo%eid van vel51 de wre$heid van enkel5 paal en p]k te /ell54 ,zond] d5 dwang d] wett51 en de bes*]m+1 die door ju/itie en politie wordt uitgeoef5d1 z\ het blijk51 dat te midd5 van de duiz5d51 die vre$zaam op /raat naa/ en door elk&] loop51 tal van tijg]s en wolv5 word5 aangetr(f51 die ze] zek] e5 muilkorf van noode hebb54 ,wa>op b]u/ het groote v]s*il d] m5s*5 uit e5 z$elijk oogpunt8 ,als m$elijd5 de gronddrijfve] is tot alle e*te1 dus onbaatzu*tige re*tva>digheid en m5s*5liefde1 wa>om wordt de e5 wl1 de &] niet da>door bewog58 ,is miss*i5 de e?ika1 t]wijl zij de z$elijke drijfve]5 aanwij/1 ook 9 /aat ze aan het w]k te zett58 ,kan zij d5 h>dvo*tig5 m5s* 9 e5 m$elijd5d en zoo 9 e5 re*tva>dig en liefd]ijk m5s* oms*epp58--,/ellig niet4 ,gelijk aan d5 slang giftt&5 en giftblaas zijn aangebor51 zoo is d5 boosa>dige zijn boo%eid aangebor54 ,will5 wordt niet door ond]wijs aangele]d01 heeft de opvo$] van ,n]o gezegd4 ,re$s ,!ognis v]zek]de1 dat m5 door s]mo55 van e5 sle*ta>d nooit e5 go$ m5s* z\ kunn5 mak54 ,wanne] niet het k>akt] als oorspronkelijk en onv]&]lijk voor alle v]bet]+ ontoegankelijk w>e1 dan z\d5 de vele godsdi5/ige inri*t+5 en moralise]5de g5oots*app5 ha> doel /ellig niet gemi/ hebb5 en 9 doorsn$e de oud]e helft van ons gesla*t bet] zijn dan de jong]e4 ,da>van is e*t] zoo we9ig e5 spoor te v9d51 dat wij omgeke]d e] van jongeli$5 dan van oud5 grootmo$igheid en ziel5adel v]wa*t54 ,het kan gebeur51 dat e5 m5s*1 als hij op j>5 is gekom51 bet] ( sle*t] s*ijnt dan hij 9 zijn jeugd 03 dit ligt sle*ts da>aan dat 9 d5 oud]dom1 t5gevolge van jui/] en rijp] k5nis1 het k>akt] zuiv]d] te voors*ijn tre$t1 t]wijl 9 de jeugd1 door onwet5dheid1 dwal+5 en h]s5s*imm51 vals*e motiev5 d5 wil kunn5 bepal54 ,want de motiev51 welke op e5 m5s* invlo$ uitoef551 zijn niet1 gelijk bij het di]1 zond] uitzond]+ aans*\welijke voor/ell+51 dus re*t/reeks aan de w]kelijkheid ontle5d1 ma> dikwijls g$a*t51 welke zo[el onjui/ als jui/ kunn5 zijn4 ,do* van welk5 a>d de motiev5 ook mog5 zijn1 voor welke e5 bepaald k>akt] op e5 zek] tijd/ip toegankelijk is1 wanne] zij zi* do5 geld51 w]k5 zij met dezelfde noodzakelijkheid als oorzak5 9 het algeme54 ,gelijk i$]e w]k+ 9 de onbezielde natuur het noodw5dig produkt is van twee factor51 namelijk van de hi] zi* uit5de onv]&]lijke natuurkra*t en van de die uit+ te voors*ijn roep5de afzond]lijke oorzaak1 zoo is i$]e daad van e5 m5s* het produkt van zijn individueel k>akt] en van het +etr$5 motief4 ,zijn die beide gegev51 dan volgt de daad onv]mijdelijk4 ,om e5 &]e daad te do5 ont/aan1 z\ er e5 &] motief ( e5 &] k>akt] noodig zijn4 ,e5 m5s* kan wat hij wil1 als hij niet /(felijk gebond5 is4 ,zi$a> het vrijheidsbesef1 wa>van het zelfbewu/zijn getuigt4 ,ma> wat hij wil en dus doet1 dat hangt af van zijn onv]&]lijk k>akt] en van de motiev51 voor welke hij1 t5 gevolge van zijn me]d]e ( m9d]e k5nis1 ontvankelijk is4 ,wanne] de v]zoek+5 van e5 lang lev5 iem& niet tot misdaad hebb5 kunn5 beweg51 dan zal hij ook lat] niet li*t motiev5 da>toe ontmoet54 ,dat s*ijnt mij de r$5 te zijn van de a*t+1 die aan d5 oud]dom wordt bewez51 want voorwa>de van die a*t+ is1 dat de grijsa>d e5 onbesprok5 naam beh\d5 heeft4 ,door de bel(t5 d] morali/5 om de m5s*5 bet] te mak5 heeft m5 zi* dan ook 9 het w]kelijke lev5 nooit lat5 om d5 tu9 leid51 ma> aan hem1 die e5maal zi* sle*t _h betoond1 ge5 v]tr\w5 me] ges*onk54 ,omgeke]d b\wt m5 huiz5 op de edelmo$igheid van hem1 die e5maal da>van bewijz5 heeft gegev54 ,het w]k5 volgt op het zijn0 is e5 /ell+ d] s*ola/iek2 i$] d+ 9 de w]eld w]kt na> zijn onv]&]lijk5 a>d1 die zijn wez5 uitmaakt2 zoo ook de m5s*4 ,zooals iem& is1 zoo zal1 zoo moet hij h&el52 de zoog5aamde vrije wil01 die v]oorlov5 z\ op hetzelfde oog5blik zus ma> ook zoo te h&el51 e5 wil om zi* e5 wil te kiez51 is e5 lang v]slet5 fabeltje uit de k9ds*e dag5 d] filos(ie1 wa>mee enkel nog e5ige oude wijv51 met e5 doctor%o$ getooid1 te koop loop54 ,de drie gronddrijfve]5 van d5 m5s*1 egosme1 boosa>digheid1 m$elijd51 word5 9 ontelba> v]s*ill5de v]h\d+5 bij de v]s*ill5de m5s*5 aangetr(f51 ma> bij niem& gemi/4 ,zoo zijn er ego/51 die hun eig5 belang nooit zull5 op(f]5 om zi* op hun vij& te wrek5 ( om hun vri5d te help54 ,&]51 die voor boosa>dige motiev5 /]k ontvankelijk zijn1 zull5 er niet voor t]ugde9z5 zi* zelf nadeel toe te br5g51 wanne] zij ma> hun vij& s*ade kunn5 b]okk554 ,zij zijn 9 /aat e5 moord te begaan op h51 van wie ze nadeel hebb5 ond]vond51 en onmiddellijk da>na1 om de /raf te ontloop51 zi* zelf te dood54 ,da>5teg5 be/aat de go$heid des h>t5 9 e5 diep gevoeld1 alles omvatt5d m$elijd5 met alles wat lev5 heeft1 natuurlijk 9 de e]/e plaats met d5 m5s*1 da> met de v]/]k+ van het intellekt de vatba>heid voor lijd5 gelijk5 tr$ h\dt2 om die r$5 legg5 de gee/elijke en li*amelijke sm>t5 van d5 m5s* veel /]k] beslag op het m$elijd5 dan de alle5 physis*e en dan nog d(fe pijn van het di]4 ,k>akt]s van zeldzame go$heid trekk5 zi* vreemd lijd5 soms nog me] aan dan het eig5e1 en br5g51 om dat te v]za*t51 (f]s1 door welke zij zi* zelv5 me] le$ op d5 hals hal5 dan zij aan d5 &] hulp v]le554 ,wa> ze] vel5 tegelijk te help5 zijn1 de9z5 zij er niet voor t]ug zelve 9 d5 dood te gaan4 ,m5 d5ke aan ,arnold von ,w9kelri$1 die1 om zijn vri5d5 te do5 zegevi]51 de punt5 van zooveel sp]5 als hij omvatt5 kon1 op zijn eig5 bor/ ri*tte4 ,het jui/e inzi*t 9 de onv]&]lijkheid d] grondtrekk5 van het individueel k>akt] de$ ,s*op5hau] de b$5kelijke /ell+ n$]s*rijv51 dat de m5s*5 door opvo$+ en erv>+ wel wijz]1 ma> niet bet] kunn5 word54 ,ik neem de vrijheid die /ell+ b$5kelijk te noem51 wijl door zoo s*]pe s*eid+ tuss*5 ho(d en h>t de e5heid d] m5s*elijke natuur v]brok5 en tev5s de wa>heid misk5d wordt1 dat door de gewoonte om op zek]e mani] te h&el5 er e5 twe$e natuur ont/aat4 ,ov]e5kom/ig het ongelo(elijk groot1 oorspronkelijk v]s*il tuss*5 de k>akt]s zull5 voor i$] sle*ts die motiev5 geld51 welke indruk op hem mak52 het is hi] jui/ zooals bij de /(f51 wa>van de e5e enkel op zur51 de &]e enkel op alkalin reage]t2 gelijk dit laat/e1 zoo is ook het e]/e niet te v]&]54 ,wil m5 nogtans iem&1 die s*i] alle5 voor ego/is*e motiev5 ontvankelijk is1 er toe br5g5 zi* als e5 m5s*5vri5d te g$rag51 dan kan dat enkel ges*i$5 door hem voor te spiegel51 dat de v]za*t+ van vreemd le$1 langs e5 omweg1 zijn eig5 voordeel is1 b4v4 hem e5 plaats 9 d5 hemel zal b]eid54 ,da>door wordt e*t] zijn wil niet v]bet]d4 ,om dt te b]eik51 z\ het noodig zijn1 hem zoo te v]&]51 dat vreemd lijd5 als zoodanig hem niet me] onv]s*illig 04 ,dit is e*t] veel /ellig] onmogelijk dan de v]&]+ van lood 9 g\d4 ,m5 kan e5 m5s* het h>t 9 zijn lijf niet omke]51 de diep/e diepte van zijn wez5 niet oms*epp54 ,het e5ige1 wat m5 do5 kan1 is het ho(d te v]held]51 het inzi*t jui/] te mak51 d5 m5s* tot e5 ri*tig] opvatt+ van de w]kelijkheid1 van de e*te lev5sv]h\d+5 te br5g54 ,da>door wordt e*t] niets v]d] b]eikt dan dat de gea>dheid van zijn wil zi* konsekw5t]1 duidelijk]1 met me] besli/heid uitspreekt4 ,want1 gelijk vele go$e h&el+5 9 d5 grond op vals*e motiev51 op welgeme5de voorspiegel+5 van da>door 9 deze ( e5 &]e w]eld te erlang5 voordeel b]u/51 zoo ontspruit5 ook vele misdad5 uit e5 vals*e bes*\w+ d] m5s*elijke lev5sv]h\d+54 ,hi]op /eunt het ,am]ikaans*e /raf/elsel2 het heeft niet tot doel het h>t van d5 misdadig] te v]bet]51 ma> enkel hem het ho(d re*t te zett51 hem het inzi*t te do5 erlang51 dat arbeid en e]lijkheid e5 veilig]1 ja gemakkelijk] weg tot eig5 welva>t zijn dan spitsboev]ij4 ,m5 zal vrag53 wa> blijft1 bij deze /r5g det]m9i/is*e bes*\w+1 de vrijheid1 de s*uld1 het gevoel van v]antwoordelijkheid8 ,zij geld5 niet voor de afzond]lijke h&el+51 ma> voor het aangebor5 en onv]&]lijk k>akt]4 ,s*op5hau] maakt hi] ond]s*eid tuss*5 het empiris* k>akt]1 dat1 gelijk de geheele m5s*1 voorw]p van erv>+1 l\t]e v]s*ijn+1 dus aan tijd en ruimte en causaliteit gebond5 is1 en het intelligibel k>akt]1 dat1 als ,d+ an si*01 met de vorm5 d] v]s*ijn+3 tijd1 ruimte en causaliteit1 niets te mak5 heeft1 en jui/ di5t5gevolge vol/rekt vrij en onafhankelijk mag heet54 ,t5 gevolge van deze vrijheid zijn alle dad5 des m5s*5 zijn eig5 w]k4 ,onze vrijheid hebb5 we niet1 gelijk de he]s*5de bes*\w+ het doet1 9 de afzond]lijke h&el+51 ma> 9 ons geheele zijn en wez51 9 onze exi/5tie en ess5tie te zoek51 die g$a*t moet5 word5 als e5 vrije daad4 ,enkel voor het aan tijd1 ruimte en causaliteit gebond5 k5v]mog5 op5ba>t zi* dat w]k d] vrijheid 9 e5 veelheid en v]s*eid5heid van h&el+51 welke e*t]1 jui/ omdat er e5s voor altijd gekoz5 is1 all5 hetzelfde k>akt] drag54 ,de vrijheid1 welke niet bij het h&el5 is aan te treff51 ligt 9 het be/aan4 ,het is e5 gronddwal+ van alle tijd5 gewee/ de noodw5digheid aan het be/aan en de vrijheid aan het h&el5 toe te s*rijv504 ,uit dat wat wij do5 bespeur5 wij wat we zijn4 ,het komt er enkel op aan wat iem& is3 wat hij doet1 vloeit da>uit met noodzakelijkheid voort4 ,het alle onze dad51 trots h>e afhankelijkheid van de motiev51 onloo*5ba> begeleid5d bewu/zijn van eig5 ma*t en oorspronkelijkheid b$riegt dus niet2 ma> de inh\d ervan s*uilt diep] dan de dad51 want het beteek5t3 i$] is1 wat hij wil04 ,de vrijheid wordt dus door deze bes*\w+ niet opgehev51 ma> uit het gebi$ d] afzond]lijke h&el+51 wa> zij ze] /ellig niet aan te treff5 is1 na> hoog] voor ons inzi*t niet zoo li*t toegankelijk oord v]plaat/4 ,la lib]t e/ un my/re01 roept ,s*op5hau] met ,malebran*e uit4 ,het onv]&]lijk k>akt] van i$] m5s* is zijn eig5 w]k1 buit5 d5 tijd tot /& gekom54 ,vatte dit1 wie het vatt5 kan4 ,er is e5 eeuwige g]e*tigheid1 welke sle*ts door hem begrep5 wordt1 die inziet1 dat aan d5 wil op zi* zelf1 aan het ,d+ an si*01 de vorm5 d] v]s*ijn+ niet toebehoor54 ,wie met de erv>+ te rade gaat1 erg]t zi*1 wanne] hij d5 ond]drukte e5 lev5 vol lijd5 tot aan het graf ziet voortslep51 zond] dat zi* e5 wrek]1 e5 v]geld] v]toont4 ,ma> wie beseft dat m>tela> en sla*t(f] 9 d5 grond n en hetzelfde wez5 zijn1 dat het dezelfde wil is1 die hi] onre*t pleegt1 g9ds onre*t lijdt1 dat het be/aan als individu1 (1 wat op hetzelfde n$]komt1 de wil om als individu te be/aan1 zonde en bron van ell5de is1 zal tev5s v]/aan1 dat er jui/ ev5veel gel$5 als misdrev5 wordt4 ,het e5ige1 wat 9 w]kelijkheid be/aat1 is de wil2 hij lijdt wat hij zi* zelf a&oet1 na> v]di5/e4 ,raadzaam is het dus1 zi$a> ,s*op5hau]'s slotsom1 al?ans wa> m5 dat kan1 dus 9 eig5 gemo$1 d5 wil om te be/aan te brek51 en zi* zoo de poort5 van het zalig ,nirwana te ontsluit54 ,dante heeft de /( tot zijn hel1 gelijk van zelf spreekt1 aan onze w]kelijkheid ontle5d4 ,to* is het e5 e*te hel geword54 ,to5 hij zi* e*t] voornam d5 hemel en zijne vreugd5 te s*ild]51 /uitte hij op e5 onov]komelijke zw>igheid3 onze w]eld lev]t ge5 mat]ial5 da>toe4 ,dus re/te hem niets dan ons m$e te deel5 wat hij da> van zijn voorvad]1 van zijne ,beatrice en van v]s*ill5de heilig5 aan wijze less5 te hoor5 kreeg4 ,hi]uit blijkt g5oegzaam 9 wat voor soort van w]eld wij lev54 ,kon m5 d5 mee/ v]/okt5 optimi/ door de ziek5huiz51 de b>akk5 voor besmettelijke krankh$51 de *irurgis*e folt]kam]s vo]51 ook door de gevang5iss51 de m>telplaats5 met h>e pijnbank51 ook ov] de slav5m>kt51 de slagveld51 de /rafplaats51 v]volg5s hem de somb]e won+5 ontsluit51 wa> de armo$e zi* voor de blikk5 van k\de nieuwsgi]igheid s*uil h\dt1 hem t5 slotte 9 d5 hong]tor5 van ,ugol9o e5 blik lat5 w]p51 dan z\ zelfs hij e9delijk inzi51 hoe het met le meilleur des mondes0 ges*ap5 /aat4 ,van de ell5de dez] w]eld v]lo/ te word5 is w]kelijk het all]be/e4 ,voor wie dit doorziet1 word5 de d+51 welke vroeg] motiev51 prikkels tot dad5 w>51 quietiev53 zij br5g5 d5 wil tot ru/4 ,de beul en zijn sla*t(f] zijn n4 ,de e]/e dwaalt1 da> hij aan het lijd51 de laat/e1 da> hij aan de s*uld ge5 deel me5t te hebb54 ,g+5 hun beid5 de oog5 op51 dan z\ hij1 die het le$ b]okk5t1 inzi51 dat hij 9 alles leeft1 wat op deze wijde w]eld lijdt1 en1 voorzoov] het met r$e is begaafd1 te v]geefs vraagt1 wa>om het tot zoo groot le$ 9 het aanzijn w]d g]oep52 het sla*t(f] z\ inzi51 dat al het booze1 dat op deze w]eld wordt v]ri*t1 uit di5 wil voortvloeit1 die ook zijn wez5 uitmaakt1 ook 9 hem v]s*ijnt1 dat hij1 door zoo te v]s*ijn51 alle le$ op zi* g5om5 heeft1 die uit zulk e5 wil voortspruit1 dat hij dus volg5s billijkheid door le$ getr(f5 wordt1 zoolang hij die wil is4 ,cald]on zegt3 de groot/e s*uld des m5s*5 is dat hij gebor5 w]d04 ,hoe z\ het niet e5 s*uld zijn1 da> volg5s e5 eeuwige wet de dood da>op /aat8 ,let1 zegt ,s*op5hau]1 op de heilig54 ,als m5 hun vraagt1 wa>om zij va/51 zi* ka/ijd51 d5 lev5swil tra*t5 af te /]v51 de g5iet+5 des lev5s v]afs*uw51 dan gev5 zij zond]l+e antwoord54 ,het is omdat wie bij intutie de wa>heid beseft1 da>om nog niet 9 /aat is ha> 9 de afgetrokk5 taal van het wet5 te v]tolk54 ,intutie is e5 inn]lijke ov]tuig+1 die ond] woord5 gebra*t1 9 d5 vorm van afgetrokk5 begripp5 gegot51 geheel &]s luidt bij d5 heilige en bij d5 wijsge]1 bij d5 ,*ri/5 en bij d5 ,bo$dhi/1 ook al b$oel5 zij all5 e5 en hetzelfde3 de noodzakelijkheid om d5 lev5swil te v]zak5 en dus het li*aam1 wa>9 die wil zi*tba> wordt1 te ka/ijd54 ,zij all5 k5n5 de wa>heid en br5g5 ha> i$] op zijn mani] 9 praktijk4 ,zij all5 zijn van hetzelfde ov]tuigd1 want dat blijkt uit hunne dad51 t]wijl de dogm51 bij mann5 van e5 zelfde inn]lijke ov]tuig+1 ze] v]s*ill5d kunn5 kl9k54 ,de geme5s*appelijke ov]tuig+ is1 dat m5 ge5 ond]s*eid moet mak5 tuss*5 zi* zelf en &]51 dat dus door askese de eig5 wil gebrok5 moet word52 dat m5 tra*t5 moet te v]z9k5 9 het ,alne4 ,,slotwoord ,zi$a>1 ho(dzakelijk 9 de eig5 woord5 van ,s*op5hau]1 e5 niet al te onvoll$ig beeld van zijn le]4 ,uit de ,p>]ga und ,p>alipom5a0 behoefde ik niets m$e te deel51 want zij zijn voortreffelijk 9 het ,holl&s* v]taald door ,dr4 van d5 ,b]gh van ,eys+a1 pr$ikant te ,zutph54 ,het is niet te loo*551 dat wij talrijke woord5 van wij%eid te hoor5 kreg54 ,to* waagde ik het hi] en da> e5 aanm]k+ 9 te vle*t54 ,ik _h er me] kunn5 mak54 ,ov] ons k5v]mog5 spreekt ,s*op5hau] z1 als( het ons e5 beletsel is om te k5n54 ,hij me5t dat alle begripp51 causaliteit alle5 uitgezond]d1 9 aans*\w+ wortel54 ,die me5+ s*ijnt mij onjui/4 ,voorts3 gelijk het niet raadzaam is m>g>9e ond] d5 naam van bot] op de m>kt toe te lat5 ( b$eel+ voor p5sio5 te do5 doorgaan1 zoo is het b$5kelijk aan het begrip wil0 e5 zoo kolossale uitbreid+ te gev51 dat het e*t m5s*elijke will5 erdoor 9 de s*aduw komt te /aan4 ,ma> dat zijn kle9igh$51 imm]s 9 ho(dzaak enkel !oretis*e b$5k+54 ,wat we]z9 inboezemt en e5 rill+ ov] het lijf jaagt1 is de v]a*t+ van dez5 g5ial5 en bewond]5swa>dig5 man voor de w]eld en het lev51 zijn onv]hol5 a!sme1 zijn pessimisme2 welnu1 dat alles vloeit uit e5 en dezelfde bron4 ,van wa>de0 kan volg5s ,s*op5hau] enkel sprake zijn als er h&el g$rev5 wordt3 zooveel g]/ /aat met zooveel t>we gelijk4 ,vol/rekte wa>de is er niet4 ,s*op5hau] heeft1 van die ond]/ell+ uitga&e1 gelijk3 als niets op zi*zelf bege]lijk is1 als ge5 e9ddoel ons w5kt1 dan is het lev5 e5 kr+loop ov] e5 gloei5de plaat1 die sle*ts hi] en da> wat koel] plekk5 oplev]t1 dan kan er van vooruitgang ev5m9 als van a*t]uitgang sprake zijn1 dan is er enkel z9loos loop51 plaatsv]wissel+4 ,s*op5hau] heeft gelijk3 als wij ook 9 de diep/e diept5 d] ziel enkel doele9d5 aantreff51 die niet wa>d zijn gewild te word51 als het geheele lev51 zelfs dat d] be/51 e5 akelige klu*t is1 als wij ons enkel met zeepbell5 v]mak51 dan is het will5-lev5 onz91 en het niet-will5-lev5 de hoog/e wij%eid4 ,s*op5hau] heeft gelijk3 als er ge5 va/ doel is1 dan moet alle ges*i$5is onbelangrijk heet51 dan weet wie ,h]odotus gelez5 heeft g5oeg van d5 zw>5 en v]w>d5 droom1 die het m5s*elijk lev5 uitmaakt en behoeft m5 niet nieuwsgi]ig te zijn na> wat nog &]e hi/orici te v]tell5 hebb54 ,ma>1 mag ik vrag51 v]raadt het niet e5ig gebrek aan zelfbez9n+1 te loo*55 dat het lev5 e5 doel z\ hebb58 ,vanwa> ons besef van vol/rekte wa>de1 zoo alles1 op de kep] bes*\wd1 nietig en onbeteek55d is8 ,vanwa> ons d5kbeeld van het onv]d]felijke1 wanne] wij 9 en buit5 ons enkel het v]gankelijke aantreff58 ,hi] geldt miss*i5 het oude woord3 wij z\d5 u niet zoek51 o ,god1 zoo wij u niet re$s gevond5 hadd504 ,m5 me5e niet1 dat dit e5 v]momde w$]9vo]+ is van het ontologis* bewijs1 e5 v]ke]de conclusie van begrip tot be/aan4 ,mijn b$oel+ is deze3 als de wa>de van alle be/aan nul is1 wa> hal5 wij dan d5 maat/af v&aan1 die ons v]oorlo(t het vonnis van nietigheid te vell58 ,s*op5hau] 0 veel te v]/&ig om de balans te will5 opmak5 van lu/ en onlu/ 9 deze w]eld4 ,aan het platte optimisme antwoordt hij t]e*t3 het groote s*&aal is niet het ov]wi*t1 ma> het be/aan van het kwaad4 ,lat5 er duiz5d5 9 weelde en voorspo$ lev52 dat v]m9d]t 9 ge55 deele de ell5de van e5 enkel ongeluksk9d4 ,wat wij e*t] moet5 opm]k5 is1 dat er on/(felijke go$]5 zijn van duurzame beteek5is1 zooals ziel5adel en k>akt]/]kte1 wet5s*ap en kun/1 g]e*tigheid1 nationale onafhankelijkheid1 /aatkundige1 maats*appelijke1 gee/elijke vrijheid1 welke v]d] reik5 dan de belang5 van d5 nietig5 enkel+4 ,de individu kan aan zulke zak5 zijn h>t v]p&52 het bewij/ dat het individueele be/aan ge5 zonde is1 doet zelfs v]mo$51 dat de m5s* me] is dan e5 ndagsvlieg4 ,de w]eld is niet voltooid en de m5s* ev5m94 ,li*t en dui/]nis1 het heilige en het onheilige1 re*t en onre*t wor/el5 om d5 voorrang4 ,het is onz5 taak 9 di5 /rijd aan d5 go$5 kant te /aan4 ,dat de m5s* niet enkel voor zijn pleizi] 9 de w]eld is1 wi/ m5 re$s lang voor ,s*op5hau]4 ,ook valt het te begrijp5 dat iem&1 die g5ot als maat/af aanlegt1 het lev5 sle*t noemt4 ,geheel &]s luidt het oordeel1 als m5 me5t dat het 's m5s*5 be/emm+ is 9 het rijk d] gee/5 e5 rang te v]ov]51 zelf m$eb\wmee/] te zijn van e5 gee/elijk heelal4 ,s*op5hau] zegt3 het gewet5 is het protokol onz] dad504 ,hij voegt er aan toe1 dat wij mee/al ons zelv5 teg5vall51 als wij door onze h&el+5 aan ons zelv5 ontdekt word54 ,wat wil dat &]s zegg5 dan dat wij teg5ov] e5 re*t] /aan1 die 9 onz5 boezem woont1 beurtel+s ons vrijspreekt en vonni/8 ,en to* z\ pli*t e5 h]s*5s*im zijn8 ,to* z\ het onvoorwa>delijk gebod0 e5 misbaksel zijn1 dat ,kant enkel aan het toeval van zijn ,joods*-,*ri/elijke opvo$+1 aan zijn vroege k5nismak+ met de de ,ti5 gebod50 te dank5 z\ hebb58 ,ne51 het bet] bewu/zijn01 wa>van ,s*op5hau] zelf spreekt1 het be/e 9 d5 m5s*01 zooals hij het eld]s noemt1 0 bij hem1 gelijk bij i$] onz]1 e5 lev5de wa>heid1 ma> mag tev5s e5 afdo5de we]legg+ van zijn a!sme en pessimisme word5 g5oemd4 ,s*op5hau] prij/ ,mad4 ,guion1 wa> zij zegt3 mij is alles onv]s*illig2 ik kan niets me] will52 ik weet dikwijls niet ( ik leef dan wel niet leef04 ,met ,bossuet keur5 wij dat quietisme af1 dat jag5 na> doode ru/4 ,wij a*t5 het bet] d5 wil te /al5 dan hem te dood54 ,hadd5 wij ongelijk1 to5 wij op de e]/e bladzijde van dit boek bewe]d51 dat de m5s* ,s*op5hau] en zijn wijsbege]te niet van elk&] te s*eid5 zijn8 ,de groote grief d] mo$] 0 re$s3 gij zijt zoo b$ilziek en erk5t niets bov5 u4 ,,inh\dsopgave ,blz4 ,w]k en p]soonlijkheid bij ,s*op5hau] niet te s*eid5 #a ,tweerlei gee/esri*t+1 die van d5 intellektuali/ en die van d5 volunt>i/ #a ,v]gelijk+ tuss*5 ,hegel en ,s*op5hau] #b ,s*op5hau]'s pessimisme en sympa?ie voor ,buddhisme #i ,zijn betrekkelijk ,kantianisme #aa ,zijn moraal v]toont e5 ,indis* k>akt] #ae ,ge5 ond]s*eid tuss*5 u en mij #af ,v]wants*ap tuss*5 ,s*op5hau] en h$5daags*e gee/es/room+5 #ah ,s*op5hau]'s inbor/ en lev5sges*i$5is #ai ,goe! en ,s*op5hau] #bc ,s*op5hau] wordt op zijn oud5 dag b]oemd #bg ,zijn te/am5t en dood #bi ,fragm5t5 uit3 ,ueb] die vi]fa*e ,wurzel des ,satzes vom zurei*5d5 ,grunde0 #cb ,v]s*il tuss*5 oorzak51 k5grond51 zijnsgrond5 en beweegr$55 #cc ,oorzak5 en h>e w]k+5 zijn /e$s v]&]+5 #ce ,ge5 e]/e oorzaak #cg ,het begrip sub/antie3 enkel de /( blijft #db ,ma> de /( is er niet buit5 het bewu/zijn #de ,het intellekt roept de /(felijke d+5 9 het aanzijn #df ,b\wt ze op uit gewa>word+5 met behulp van tijd1 ruimte en causaliteit1 welke drie subjektieve opvatt+swijz5 zijn #di ,dus zijn de li*am5 enkel aans*\welijke voor/ell+5 #ej ,tot welke de di]5 bep]kt blijv51 t]wijl de m5s* er afgetrokk5 voor/ell+51 begripp51 van maakt #ed ,de m5s* is zoo e5 r$elijk en sprek5d wez5 #ef ,wanne] kom5 de wolv58 #fd ,fragm5t5 uit3 ,welt als ,wille und ,vor/ellung0 #ff ,v]gelijk+ tuss*5 ,locke en ,s*op5hau] #ff ,het subjekt1 dat alles k5t1 k5t alle5 zi* zelf niet #gj ,subjekt en objekt1 de k5n] en het gek5de1 zijn van elka> onafs*eidelijk #gj ,da> tijd1 ruimte en causaliteit mani]5 van opvatt+ zijn1 word5 zij van het subjekt uit1 a priori1 gek5d1 ma> enkel bij de objekt5 aangetr(f5 #ga ,gelijk ,kant bewees en ,s*op5hau] met eig5 argum5t5 nad] /aaft #gb ,oorzaak en w]k+ zijn niet gelijktijdig #ha ,het mat]ialisme is dwaa%eid volg5s ,s*op5hau] #hd ,hoe kan hij dan de w]eld e5 h]s5ph5ome5 noem58 #hi ,v]s*il tuss*5 droom en w]kelijkheid #ia ,intellekt pa/ bij m5s* en di] de causaalwet toe #ie ,ma> het onr$elijk di] is slaaf van het oog5blik #ig ,de bron d] taal is bij de begripp5 te zoek51 welke zelve zijn afgeleid uit aans*\w+5 #ajj ,v]s*il tuss*5 aans*\welijke en begripmatige k5nis en betrekkelijke wa>de van beide #aje ,wa>om la*t alle5 de m5s*8 #aji ,twee soort5 van het la*wekk5de #aaj ,ov] s*]ts1 ern/1 ironie en humor #aac ,re*t/reeks*e evid5tie voorwa>de van bewijs #aae ,en op meetkundig gebi$ te v]kiez5 bov5 bewijs #aaf ,de w]eld is niet enkel voor/ell+1 ma> tev5s wil #abj ,vraagteek5s bij ,s*op5hau]'s uitsprak5 geplaat/ #aba ,9 het zelfbewu/zijn v]s*ijnt m5 aan zi* zelf als will5d #abd ,ma> die zelfk5nis is ge5 k5nis van e*te w]kelijkheid1 da> zij aan d5 tijdsvorm gebond5 is #abe ,ons eig5lijk wez5 is e5 wil1 die van tijd1 ruimte en grond5 onafhankelijk is1 e5 ongebond5 en onr$elijke wil1 van welk5 zi* enkel zegg5 laat wat hij niet is #abe ,die zelfde onk5b>e wil is het wez5 van alle &]e d+5 #abf ,bewu/zijn1 k5nis is secundair1 enkel doellooze wil is oorspronkelijk #abh ,will5 en w]k5 zijn n #acf ,v]s*ijn+ van wil is all]wege aan de wet d] noodzakelijkheid ond]worp5 #adb ,de v]s*ijn+5 van d5 wil /aan op v]s*ill5d peil #add ,er spiegel5 zi* 9 ha> v]s*ill5de onv]d]felijke ideen af #adi ,de kun/5a> 9 ons v]lie/ zi* 9 de blijde aans*\w+ d] ideen en wordt zoo tijdelijk van zijn egosme bevrijd1 onttrokk5 aan het v]gankelijke4 ,voorbeeld5 van ideen #aej ,def9itie van kun/ #aed ,def9itie van g5ialiteit #aee ,v]h\d+ van g5ialiteit en fantasie tot elka> #aef ,hoe g5ialiteit en waanz91 s*oon ze] v]s*ill5d1 aan elk&] gr5z5 #aei ,wat hebb5 waanz9nige en di] geme5 en wa>9 v]s*ill5 zij8 #afa ,9 hoev] e5 e*t kun/w]k hoog] /aat dan de w]kelijkheid #afc ,uitnem5dheid d] ,n$]l&s*e s*ild]s*ool #aff ,v]s*il tuss*5 het s*oone en het v]hev5e #afi ,9 hoev] i$] d+ s*oon is1 ma> de m5s* het 9 s*oonheid w9t van alle s*epsel5 #aga ,ov] b\wkun/ #agb ,hoe de kun/5a> het s*oone uit zi* zelf put #age ,v]s*il tuss*5 ideen en begripp5 #agf ,v]s*il tuss*5 e*te kun/5a>s en naboots]s #agg ,ov] allegorie en symbool #agh ,wa>om muziek te midd5 d] s*oone kun/5 e5 geheel e5ige plaats inneemt #ahj ,hoe de natuur niet aan de individu51 enkel aan de soort5 he*t #ahf ,wa>om v]liefdheid zi* op e5 bepaald individu ri*t #ahi ,dit v]s*ijnsel te v]gelijk5 met w]k+5 van in/9kt #aib ,door welke enkel het belang d] soort g$i5d wordt #aid ,s*op5hau] en ,wagn] #aif ,fragm5t5 uit3 ,ueb] d5 ,will5 9 d] ,natur0 #aig ,cop]nicus en &]5 noem5 zwa>te e5 v]lang5 d] /( #aig ,wa>om groote d5k]s dikwijls ietwat bijgeloovig zijn #aii ,ov] magie #bjj ,de onkreukba>heid d] natuurwett5 is begrijpelijk #bjb ,hoe is zij te rijm5 met ,s*op5hau]'s erk5n+ van magis*e gebeurt5iss58 #bjc ,fragm5t5 uit3 ,die beid5 ,grundprobleme d] ,e?ik0 #bjd ,hoe onbegr5sd egosme te v]kl>5 #bje ,hoe boosa>digheid te v]kl>5 #bjg ,hoe gewet5sang/ te v]kl>5 #bji ,hoe m$elijd51 bron van de twee k>d9ale deugd51 te v]kl>5 #baj ,re*tva>digheid on?\dt zi* &]5 kwaad te do5 #bag ,liefde beijv]t zi* &]5 go$ te do5 #bag ,onontbe]lijk zijn go$e /elregels #bah ,wa>om mann5 me] tot re*tva>digheid1 vr\w5 me] tot m$elijd5 ov]hell5 #bai ,9 ,europa w]d liefde het e]/ door het ,*ri/5dom als deugd erk5d #bbj ,onre*t is e5 positief1 re*t e5 negatief begrip #bbb ,de ,/aat/aak worde bep]kt opgevat4 ,de ,/aat zij ge5 opvo$+s9/ituut #bbd ,hong]lijd]s te vo$5 is ge5 pli*t0 #bbf ,het k>akt] van i$] m5s* is onv]&]lijk #bbh ,de motiev51 voor welke e5 m5s* toegankelijk is1 word5 door zijn k>akt] en zijn k5nis bepaald en besliss5 hoe hij zi* g$raagt #bbi ,de zoog5aamde vrije wil0 is e5 sprookje #bcj ,v]antwoordelijk is i$]1 want hij is wat hij wil #bcd ,raadzaam is het d5 lev5swil te brek5 #ccg ,slotwoord #bci ,hoe het kwam1 dat ,s*op5hau] door d5 daemon van het pessimisme w]d bezet5 #bdj ,bevrijd+ er van sle*ts mogelijk door de erk5n+ van gee/elijke wa>d5 #bda ,ook bij ,s*op5hau] ontbrak die erk5n+ niet geheel #bdc