---------------------------------------- ---------------------- ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker4 ,alle moeite is gedaan om in dit bestand een getrouwe afbeelding te geven van de originele versie4 ,in het origineel wordt als ae weergegeven1 als oe2 deze schrfwze is hier gehandhaafd4 ,cursieve tekst is weergegeven als cursief4 ,hier en daar zn spatiring of punctuatie stilzwgend gecorrigeerd4 ,ook zn de nummers van paragrafen #bg-cc hersteld zoals aangegeven in voetnoot ,a4 ,in hoofdstuk ,v1 #bi 7,de ,schepping7 ontbreekt in het origineel een paragraaf #aa4 ,de nummering is hier onveranderd weergegeven4 ,overduidelke zet- en spelfouten in het origineel zn gecorrigeerd4 ,aan het eind van het boek volgt een overzicht van de aangebrachte correcties4 ,eventuele zetfouten in het ,grieks zn onveranderd weergegeven4 ,duidelke zetfouten in het ,hebreeuws zn gecorrigeerd1 en waar nodig zn de diakritische tekens stilzwgend verbeterd of aangevuld4 ---------------------------------------- ---------------------- ,,gereformeerde ,,dogmatiek4 ,,gereformeerde ,,dogmatiek4 ,,door ,,dr4 ,h4 ,,bavinck4 ,,tweede ,,deel4 ,,kampen4 -- ,j4 ,h4 ,,bos4 -- #ahig4 ,,typ4 ,,der ,,weesinrichting ,,te ,,neerbosch4 ,,inhoud ,,deel ,,ii4 ,het ,dogma4 ,,hoofdstuk ,,iv4 ,,over ,,god4 ,paragraaf4 ,bladz4 #bj4 ,de onbegrpelkheid ,gods #a #ba4 ,de kenbaarheid ,gods4 7,cognitio ,dei insita47 #bd #bb4 ,de kenbaarheid ,gods4 7,cognitio ,dei acquisita47 #dd #bc4 ,de namen ,gods #fb #bd4 ,indeeling der namen ,gods #gh #be4 ,de eigennamen ,gods #ajb #bf4 ,de wezensnamen ,gods #aae #bg4;,a ,de personeele namen ,gods #bbg #bh4 ,de ,raad ,gods #cac ,,hoofdstuk ,v4 ,,over ,,de ,,wereld ,,in ,,haar ,,oorspronkelijken ,,staat4 #bi4 ,de ,schepping #chf #cj4 ,de geestelke wereld #dbd #ca4 ,de stoffelke wereld #dee #cb4 ,de oorsprong van den ,mensch #dij #cc4 ,het wezen van den ,mensch #ejh #cd4 ,de bestemming van den ,mensch #ede ,a ,naar deze opgave gelieve men de foutieve nummering van de paragrafen #bg-cc in den tekst te herstellen4 ,,deel ,,ii4 ,,het ,,dogma4 ,,hoofdstuk ,,iv4 ,over ,god4 #bj4 ,,de ,,onbegrijpelijkheid ,,gods4 #a4 ,het mysterie is het levenselement der dogmatiek4 ,wel verstaat de ,schrift onder geen abstract-bovennatuurlke waarheid in ,roomschen zin2 maar z is even ver verwderd van de gedachte1 dat de geloovige de geopenbaarde mysterin in wetenschappelken zin verstaan en begrpen zou1 cf4 deel ,i #ecb4 ,veeleer gaat de kennis1 welke ,god van zichzelven in natuur en ,schrift heeft geopenbaard1 de voorstelling en het begrip van den mensch zeer verre te boven4 ,in zooverre is het alles mysterie1 waar de dogmatiek over handelt4 ,z heeft het immers niet te doen met eindige schepselen1 maar van het begin tot het einde verheft ze zich boven alle creatuur tot den ,eeuwige en den ,oneindige zelven4 ,reeds terstond als ze een aanvang maakt1 staat z voor den ,onbegrpelke4 ,van ,hem neemt ze haar aanvang1 want uit ,hem zn alle dingen4 ,maar ook in de verdere loci1 als ze afdaalt tot de schepselen1 beschouwt z deze niet anders dan in hunne relatie tot ,god1 gelk ze uit en door en tot ,hem zn4 ,zoo is dan de kennisse ,gods het eenige dogma1 de uitsluitende inhoud der gansche dogmatiek4 ,alle leerstukken1 die in haar behandeld worden1 over de wereld1 over den mensch1 over ,christus enz41 zn maar de explicatie van het ne1 centrale dogma der cognitio ,dei4 ,van ,hem uit wordt alles beschouwd4 ,onder ,hem wordt alles gesubsumeerd4 ,tot ,hem wordt alles teruggeleid4 ,het is altd ,god en ,god alleen1 wiens glorie in schepping en herschepping1 in natuur en genade1 in wereld en kerk z te bepeinzen en te beschrven heeft4 ,het is zne kennisse alleen1 die ze uitstallen en ten toon spreiden moet4 ,daardoor wordt de dogmatiek geen dorre1 schoolsche wetenschap1 zonder vrucht voor het leven4 ,hoemeer ze ,hem bepeinst1 wiens kennisse haar eenige inhoud is1 des te meer zal ze overgaan in bewondering en aanbidding4 ,indien ze maar nimmer vergeet1 om over de zaken in plaats van over de woorden te denken en te spreken2 indien ze maar eene ,theologie der ,thatsachen blft en niet ontaardt in eene ,theologie der ,rhetorik1 is z als wetenschappelke beschrving van de kennisse ,gods ook ten hoogste vruchtbaar voor het leven4 ,de kennisse ,gods in ,christus is immers het leven zelf1 ,ps4 #hi3af2 ,jes4 #aa3i2 ,jer4 #ca3cd2 ,joh4 #ag3c4 ,daarom begeerde ,augustinus niets anders en niets meer te kennen dan ,god en zichzelven3 ,deum et animam scire cupio4 ,nihilne plus8 ,nihil omnino4 ,daarom begon ,calvn zne ,institutie met de kennisse ,gods en van ons zelven4 ,en daarom gaf de ,catechismus van ,genve op de eerste vraag3 quis humanae vitae praecipuus est finis8 ten antwoord3 ut ,deum1 a quo conditi sunt homines1 ipsi noverint1 cf4 ook den ,catech4 van ,westminster4 ,maar zoodra we ons onderwinden1 om over ,god te spreken1 rst de vraag1 hoe we dat zullen vermogen4 ,w zn menschen en ,h is de ,heere onze ,god4 ,er schnt tusschen ,hem en ons geen verwantschap en geen gemeenschap te bestaan1 dat w ,hem zouden kunnen noemen naar waarheid4 ,er is tusschen ,hem en ons een afstand als tusschen het oneindige en het eindige1 tusschen eeuwigheid en td1 tusschen het zn en het worden1 tusschen het al en het niet4 ,hoe weinig we van ,god weten1 reeds de zwakste notie houdt in1 dat ,h een wezen is1 oneindig verre boven alle schepsel verheven4 ,en de ,schrift bevestigt dat niet alleen1 z stelt die majesteit en verhevenheid des ,heeren ,heeren voor ons eerst in het volle licht4 ,reeds het eerste hoofdstuk van ,genesis schildert zne onbegrpelke verhevenheid2 ,h spreekt en het is er4 ,en ofschoon de ,schrift ons dan vervolgens ,god beschrft in zne nederbuigende liefde1 en zegt1 dat ,h woont b dien1 die eens verbrzelden en nederigen geestes is1 toch is ,h de ,hooge en de ,verhevene1 die in de eeuwigheid woont1 ,jes4 #eg3ae4 ,god is groot en w begrpen het niet1 ,job #bf3ad1 #cf3bf1 #cg3e4 ,h is onvergelkelk1 ,jes4 #dj3ah1 #be1 #df3e1 wonende in het donker1 #a ,kon4 #h3ab2 ,jes4 #de3ae1 in een ontoegankelk licht1 #a ,tim4 #f3af4 ,niemand heeft ,hem gezien of kan ,hem zien1 ,ex4 #cc3bj2 ,joh4 #a3ah1 #f3df2 #a ,tim4 #f3af4 ,de verborgen grond1 de diepte ,gods1 1 en de grens1 het uiterste1 het wezen des ,almachtigen1 1 is niet te bereiken1 ,job #aa3g2 ,eccl4 ,sir4 #dc3cd1 #ce4 ,h is geest1 zonder gedaante1 ,deut4 #d3ab1 #ae2 ,joh4 #d3bd1 #e3cg1 boven al het creatuurlke1 boven behoefte1 ,job #bb3b1 #c2 ,hd4 #ag3be2 verandering1 ,jak4 #a3ag2 td1 ,jes4 #da3d1 #dd3f1 #dh3ab2 ,op4 #a3h1 #bb3ac2 ruimte1 ,hd4 #ag3bg1 #bh enz41 oneindig verre verheven4 ,h is niet te beschrven en met geen naam te noemen4 ,h is zonder naam1 zn naam is wonderlk1 ,gen4 #cb3bi2 ,richt4 #ac3ah2 ,spr4 #cj3d4 #b4 ,zelfs buiten het terrein der bzondere openbaring is deze hoogheid ,gods erkend4 ,b de ,brahmanen is ,god de ,onkenbare1 zonder namen en eigenschappen1 alleen gekend door dengene1 die niet kent1 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godsd4 ,,ii #b4 ,hartmann1 ,religionsphilos4 ,i #bgh f4 ,de ,koran beschrft ,allah menigmaal op zeer menschvormige wze1 maar onder de volgelingen van ,mohammed stonden er velen op1 die deze beschrving geestelk duidden en zelfs alle eigenschappen aan ,god ontzeiden1 ,dozy1 ,het ,islamisme bl4 #aca v4 ,houtsma1 ,de strd over het dogma in den ,islam tot op ,el-,ash'ari #ahge bl4 #abj v4 ,saussaye1 ,lehrb4 der ,rel4 ,,ii #che4 ,ook de ,grieksche wsbegeerte heeft menigmaal deze onkenbaarheid ,gods duidelk erkend en uitgesproken4 ,naar het bekende verhaal verzocht de philosoof ,simonides telkens langer uitstel voor het antwoord op de vraag van den tiran ,hiero1 wie ,god was1 ,cic4 de nat4 deor4 ,i #bb4 ,volgens ,diogenes begon ,protagoras zn boek over de goden aldus3 ' ' 1 ' 1 ,ritter et ,preller1 ,hist4 phil4 gr4 #ahc4 ,cic4 de nat4 deor4 ,i #fc4 ,karneades van ,cyrene onderwierp het geloof aan de goden niet alleen aan eene scherpe kritiek1 maar bestreed ook de mogelkheid1 om zich een denkbeeld van ,god te vormen4 ,plato verwierp alle anthropomorphische en anthropopathische voorstelling der ,godheid en verklaarde in den ,timaeus #cd3 1 ,zeller1 ,philos4 der ,gr4 ,,ii #d #ibh f4 ,en in gelken zin zegt h in de ,republiek ,,vi #ai1 dat de ,godheid of de idee van het goede niet slechts boven al het bestaande1 maar ook boven het zn zelf verheven is1 4 ,philo verbond deze platonische philosophie met de leer des ,o4 ,test4 en vond in den naam ,ihvh dezelfde gedachte uitgedrukt4 ,niet alleen is ,god vr van alle onvolmaaktheid1 die er in de eindige1 veranderlke1 afhankelke schepselen aanwezig is2 neen1 ,god gaat ook alle volmaaktheid der schepselen ver te boven4 ,h is beter dan de deugd1 de kennis1 de schoonheid1 zuiverder dan de eenheid1 zaliger dan de zaligheid4 ,h is eigenlk zonder eigenschappen1 1 en zonder namen1 en kan daarom ook niet begrepen en beschreven worden4 ,naar zn wezen is ,god onkenbaar4 ,w kunnen weten1 dat ,h is1 maar niet wat ,h is4 ,alleen het zn kan in eigenlken zin ,hem worden toegeschreven2 de naam ,ihvh is de eenige1 die zn wezen aanduidt1 ,zeller1 ,philos4 d4 ,gr4 ,v #cec f4 ,dhne1 ,gesch4 ,darstellung der jdisch-alex4 ,religionsphilos4 #ahcd ,i #aad f4 ,schrer1 ,neutest4 ,zeitgesch4 #ahgd ,s4 #fee f4 ,het verst ging ,plotinus4 ,plato schreef aan ,god nog vele eigenschappen toe4 ,philo vulde zne negatieve theologie met eene positieve aan1 waarin h ,god omschrft als een persoonlk1 almachtig1 volmaakt wezen4 ,maar b ,plotinus is er niets van ,god te zeggen dan alleen negatief4 ,god is absoluut n1 boven alle veelheid verheven en daarom ook niet door het denken1 het goede1 zelfs niet door het zn te omschrven1 want al deze bepalingen sluiten nog eene veelheid in4 ,god als de zuivere eenheid is wel de oorzaak van het denken1 het zn1 het goede1 maar ,h is er zelf van onderscheiden en staat er transcendent boven4 ,h is onbegrensd1 oneindig1 zonder gedaante1 en zoozeer van alle schepsel onderscheiden1 dat zelfs werkzaamheid1 leven1 denken1 bewustzn1 zn1 ,hem niet kan worden toegeschreven4 ,h is onbereikbaar voor onze gedachte en voor onze taal4 ,w kunnen niet zeggen1 wat ,h is1 maar alleen wat ,h niet is4 ,zelfs de benamingen van en 1 waarvan ,plotinus zich doorgaans bedient1 zn geen beschrving van ,gods wezen1 maar alleen van zne verhouding tot de schepselen1 en duiden niets aan dan zne absolute causaliteit1 ,zeller1 ib4 #dgf-dif4 ,nog grooter werd de afstand tusschen ,god en zn schepsel in het gnosticisme4 ,het maakte eene absolute scheiding tusschen den hoogsten ,god en de wereld4 ,in de natuur1 in ,isral1 in het ,christendom was er geen wezenlke openbaring van ,god maar alleen van de aeonen4 ,er was daarom geen theologia naturalis1 noch insita noch acquisita1 en evenmin eene theologia revelata4 ,de hoogste ,god was volstrekt onkenbaar en ongenaakbaar voor het schepsel2 ,h was 1 1 eeuwige 1 ,iren41 adv4 haer4 ,i #aa4 #bd4 #c4 ,maar deze leer van de onbegrpelkheid ,gods en van de onkenbaarheid van zn wezen is ook uitgangspunt en grondgedachte der christelke theologie geweest4 ,god gaat in zne openbaring niet op1 noch in de schepping noch in de herschepping4 ,h kan zich aan schepselen niet ten volle mededeelen1 wl deze dan zelf ,god moesten zn4 ,daarom is er geen adaequate kennis van ,god4 ,er is geen naam1 die ons zn wezen kennen doet4 ,er is geen begrip1 dat ,hem ten volle omvat4 ,er is geen beschrving1 die ,hem volledig bepaalt4 ,wat achter de openbaring ligt1 is ten eenenmale onkenbaar4 ,w kunnen het noch met onze gedachte of verbeelding1 noch met onze taal benaderen4 ,reeds de brief van ,barnabas c4 #e vraagt3 indien de zoon van ,god niet in het vleesch gekomen ware1 hoe zouden dan de menschen ,hem gezien hebben en behouden zn gebleven8 ,justinus ,martyr noemt ,god onuitsprekelk1 onbewegelk1 naamloos1 ,apol4 ,i #fa2 ook woorden als ,vader1 ,god1 ,heer zn geen eigenlke namen ' 1 ,apol4 ,,ii #f4 ,god kan niet verschnen1 niet gaan1 niet gezien worden enz41 indien daarvan in het ,o4 ,test4 sprake is1 slaat dit op den ,zoon1 die zn gezant is1 ,dial4 #abg4 ,ook b ,irenaeus1 adv4 haer4 ,,iv #bj komt de in zn td zeer gewone maar toch onjuiste en ten deele gnostische tegenstelling voor tusschen den ,vader1 die verborgen1 onzichtbaar1 onkenbaar is1 en den ,zoon1 die ,hem heeft geopenbaard4 ,b ,clemens ,alex4 is ,god zuivere 1 ,strom4 ,v #aa4 ,als w al het creatuurlke wegdenken1 bereiken w niet wat ,god is1 maar wat ,h niet is4 ,vorm1 beweging1 plaats1 getal1 eigenschap1 naam enz4 kunnen ,hem niet toegekend worden4 ,indien w ,hem toch n1 goed1 ,vader1 ,schepper1 ,heer enz4 noemen1 dan spreken we daarmede zn eigenlk wezen niet uit maar duiden slechts zne macht aan1 ,strom4 ,v #ab4 ,h is zelfs boven het ne verheven1 1 ,paedag4 ,i #h4 ,in n woord1 ,god is1 gelk ,athanasius1 c4 gent4 #b zegt1 4 ,en evenzoo spreken ,orig41 de princ4 ,i #a1 #e4 sq4 c4 ,cels4 ,,vi #fe4 ,eusebius1 ,praep4 ,evang4 ,v #a4 ,theophilus1 ad ,autol4 ,i #c4 ,tatianus4 c4 ,gr4 #e4 ,minucius ,felix4 ,octav4 c4 #ah4 ,novatianus1 de trin4 #b4 ,cyprianus1 de idol4 vanit4 #e4 ,lactantius1 ,instit4 div4 ,i #f4 ,cf4 ,mnscher- v4 ,coelln1 ,dogmengesch4 ,i #acb f4 ,hagenbach1 ,dogm4 #cg4 ,schwane1 ,dogmengesch4 ,i #gb f4 ,dezelfde voorstelling treffen w ook aan b ,augustinus en ,joh4 ,damascenus4 ,augustinus gaat b de omschrving ,gods uit van het begrip des zns4 ,h is de znde1 gelk zn naam ,ihvh ook te kennen geeft2 deze is zn eigenlke naam1 zn nomen in se2 alle andere namen zn ad nos1 ,serm4 #f n4 #d4 ,serm4 #g n4 #g4 ,daarom1 als w zeggen willen wat ,h is1 zeggen we alleen1 wat ,h in onderscheiding van alle eindige substantin niet is4 ,h is ineffabilis4 ,facilius dicemus quid non sit quam quid sit4 ,h is geen aarde1 zee1 hemel1 engel enz41 niets van al wat het schepsel is2 hoc solum potui dicere quid non sit1 ,enarr4 in ,ps4 #he n4 #ab4 de doctr4 chr4 ,i #f1 de ord4 ,,ii #dg4 ,h wordt z gedacht1 ut aliquid quo nihil melius sit atque sublimius illa cogitatio conetur attingere1 de doctr4 chr4 ,i #g4 ,maar ,h kan niet gedacht worden gelk ,h is4 ,want ,h is boven al het lichamelke1 veranderlke1 gewordene verheven1 tract4 #bc in ,ev4 ,joh4 n4 #i4 ,quis est autem1 qui sic cogitat ,deum1 quemadmodum ille est8 quaest4 in ,jos4 ,,vi #bi4 ,h is onbegrpelk en moet dat zn1 si enim comprehendis1 non est ,deus1 ,serm4 #aag n4 #e4 ,en als w dan ten slotte zeggen willen wat w van ,hem denken1 dan worstelen w met de taal4 ,verius enim cogitatur ,deus quam dicitur1 et verius est quam cogitatur1 de trin4 ,,vii #d1 de doctr4 chr4 ,i #f4 ,zoo we toch iets aangaande ,hem uitspreken1 dan is dat niet adaequaat1 maar dient het alleen1 om ons iets te doen zeggen en om ons te doen denken aan een wezen1 dat alles overtreft1 de doctr4 chr4 ,i #f4 ,sicut ,deus a nullo intellectu valet proprie cogitari1 ita nulla definitione potest proprie definiri aut determinari1 de cogn4 verae vitae #g4 ,deus scitur melius nesciendo1 de ord4 ,,ii #dd4 ,evenzoo zegt ,damascenus1 dat ,god 1 is1 de fide orth4 ,i c4 #a4 ,w spreken van ,god op onze wze en weten wat ,god van zichzelf heeft geopenbaard2 maar wat ,gods wezen en hoe ,h in allen is1 weten w niet1 ib4 c4 #b4 ,dat ,god is1 is duidelk2 maar ' 1 4 ,dat ,god ongeboren1 onveranderlk1 zonder aanvang is enz41 zegt alleen wat ,h niet is4 ,te zeggen1 wat ,h wel is1 is onmogelk4 ,h is niets van al het znde1 niet omdat ,h niet is1 maar omdat ,h is 4 ,wat w positief van ,god zeggen1 duidt niet zn natuur aan1 maar de betrekkingen zner natuur1 1 ib4 c4 #d cf4 c4 #i4 #d4 ,nog sterker werd deze onkenbaarheid van ,gods wezen geleerd door ,pseudodionysius1 op wien ,damascenus zich al beroept1 en door ,scotus ,erigena4 ,volgens den ,areopagiet is er geen begrip1 geene uitdrukking1 geen woord1 welke ,gods wezen uitspreken1 de div4 nom4 c4 #a #a4 ,met ongewone1 overdrachtelke namen wordt ,god daarom aangeduid4 ,h is 1 suprasubstantialis infinitas1 1 supra mentem unitas1 1 illud supra ratiocinationem unum1 1 1 1 ib4 ,w kunnen dat ne1 ongekende1 boven het znde1 boven het goede1 boven alle naam en woord en verstand1 boven al het eindige verheven wezen niet uitspreken noch denken1 ib4 c4 #a #e4 ,alleen dewl ,h de oorzaak en het beginsel van alles is1 kunnen we ,hem evenals de ,schrift noemen naar zne werkingen1 ib4 c4 #a #d4 ,h is dus eenerzds en anderzds 1 ib4 #a #f4 ,maar ook de positieve namen1 die w ,gode toekennen op grond van zne werken1 doen ons ,hem niet kennen in zn wezen1 want ze komen ,hem op gansch andere en oneindig volmaakter wze toe dan aan de schepselen1 de myst4 theol4 c4 #a #b4 ,daarom is de negatieve theologie voortreffelker dan de positieve1 want z doet ons ,god kennen als verheven boven alle creatuur4 ,toch verschaft ook z ons geen kennis van ,gods wezen4 ,want ten slotte overtreft ,god zoowel alle negatie als alle affirmatie1 alle en alle 1 de myst4 theol4 c4 #e4 ,geheel in denzelfden geest redeneert ,erigena4 ,god is boven al het creatuurlke1 ook boven het zn en het kennen verheven1 de div4 nat4 ,i #g sq4 ,,ii #bc4 ,w weten alleen dat ,h is1 niet wat ,h is1 ib4 ,i #ac1 ,,ii #bh1 ,v #bf4 ,wat w van ,hem praediceeren1 is ,h slechts op oneigenlke wze1 en ,h is het dus ook wederom niet1 ,i #cf4 ,de affirmatieve theologie is oneigenlk1 metaphorisch ,i #ad sq4 #cg4 ,z wordt overtroffen door de negatieve4 ,verius enim negatur ,deus quid eorum1 quod de eo praedicatur1 quam affirmatur esse1 ,i #gf1 ,,ii #cj1 ,,iii #bj4 ,melius nesciendo scitur1 cujus ignorantia vera est sapientia ,i #ff4 ,daarom worden zne praedicaten het best door super of plusquam aangevuld4 ,h is superessentialis1 plusquam veritas1 plusquam sapientia enz4 ,i #ad4 ,ja zoozeer gaat ,h alles wat schepsel is te boven1 dat ,h niet ten onrechte met den naam van het niets1 nihilum1 kan worden aangeduid1 ,,iii #ai4 ,cf4 ,stckl1 ,philos4 des ,m4 ,a4 ,i #de f4 ,baur1 ,die christl4 ,lehre von der ,dreiein4 und ,menschw4 ,gottes ,,ii #bgd f4 ,doedes1 ,inl4 tot de leer van ,god #acc v4 #e4 ,hoewel nu de ,scholastiek op onderscheidene punten zich voorzichtiger uitdrukte en met name aan de positieve theologie eene hoogere waarde toekende dan ,pseudodionysius en ,erigena2 toch stemde ook z geheel in met de leer dat het wezen ,gods an sich voor den mensch onkenbaar was4 ,anselmus zegt1 dat de namen ,gods wezen slechts aanduiden per similitudinem1 ,monol4 c4 #fc1 dat de relatieve eigenschappen van zn wezen niet kunnen gepraediceerd worden1 en de absolute slechts in quidditatieven1 niet in qualitatieven zin1 ,monol4 c4 #ae-ag4 ,volgens ,albertus ,magnus is ,god boven alle zn en denken verheven4 ,h kan door het menschelk denken niet bereikt worden1 attingitur sed non capitur per comprehensionem4 ,geen naam drukt zn wezen uit4 ,h is onbegrpelk en onnoembaar1 cf4 ,stckl1 ,philos4 des ,m4 ,a4 ,,ii #cgj4 ,thomas onderscheidt drierlei kennisse ,gods1 visio ,dei per essentiam1 cognitio per fidem en cognitio per rationem naturalem4 ,de eerste gaat de natuurlke kennis van den mensch ver te boven en is alleen te verkrgen door bovennatuurlke genade4 ,ze is voor den hemel weggelegd1 wordt hier op aarde slechts eene enkele maal geschonken1 en maakt toch ook nooit een begrpen van ,god mogelk1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ab art4 #a-aa4 ,hier op aarde is de kennisse ,gods middellk4 ,w kunnen ,god niet kennen1 gelk ,h in zichzelven is1 maar alleen secundum quod omnium prima et eminentissima causa is4 ,uit de werkingen kunnen w opklimmen tot de oorzaak1 ib4 art4 #ab4 ,en evenzoo is het gesteld met de kennis1 die w van ,god krgen uit zne bzondere openbaring door het geloof4 ,w kennen ,hem hierdoor beter1 in quantum plures et excellentiores effectus ejus nobis demonstrantur1 ib4 art4 #ac4 ,maar z geeft geen kennis van ,god per essentiam4 ,er is geen kennis van ,gods wezen1 van zne quidditas1 per speciem propriam2 maar w kennen alleen habitudinem ipsius ad creaturas1 ib4 art4 #ab4 ,er is geen naam1 die zn wezen adaequate uitdrukt4 ,zne essentia staat hoog supra id1 quod de ,deo intelligimus et voce significamus1 ib4 qu4 #ac art4 #a4 ,de positieve namen mogen ,gods wezen aanduiden1 z doen het toch op zeer onvolmaakte wze1 evenals de schepselen1 waaraan ze ontleend zn1 ,hem onvolmaakt vertegenwoordigen4 ,god is slechts kenbaar1 secundum quod repraesentatur in perfectionibus creaturarum1 ib4 art4 #b4 ,maar b de verdere ontwikkeling der scholastiek werd deze waarheid van de onbegrpelkheid ,gods naar den achtergrond gedrongen4 ,de leer van ,god werd hoe langer hoe breeder ontvouwd4 ,bestaan1 namen1 wezen1 personen1 eigenschappen werden zoo fn en nauwkeurig ontwikkeld1 dat er voor de onbegrpelkheid ,gods geene plaats overbleef4 ,z werd eene gewone eigenschap naast de andere1 even breedvoerig en dialectisch behandeld4 ,duns ,scotus beweerde tegen ,thomas1 dat er wel eene quidditatieve1 z het ook onvolkomene1 kennisse ,gods was1 ,sent4 ,i dist4 #c qu4 #b4 ,daartegen kwam reeds het nominalisme in verzet en werd min of meer skeptisch4 ,durandus zei1 dat er geen cognitio abstractiva was van het goddelk wezen4 ,en ,occam verklaarde3 nec divina essentia1 nec divina quidditas nec aliquid intrinsecum ,deus1 nec aliquid1 quod est realiter ,deus1 potest hic cognosci a nobis1 ita quod nihil aliud a ,deo occurrat in ratione objecti1 ,stckl1 ,philos4 des ,m4 ,a4 ,,ii #ajji4 ,de mystiek zocht nog eene andere kennis van ,god te verkrgen dan langs den weg der dialectiek4 ,en tegen het einde der ,middeleeuwen betoogde ,nic4 ,cusanus in zn geschrift de docta ignorantia1 dat er door de rede geen waarheid te verkrgen was1 maar alleen door het geloof1 hetwelk mystiek opgevat werd als een nieuw orgaan in den mensch4 ,na de ,hervorming is de ,roomsche theologie tot de scholastiek teruggekeerd en heeft z ook de leer van de onkenbaarheid van ,gods wezen in den zin van ,thomas opgenomen1 bv4 ,sylvius1 ,comm4 in ,thomam1 ed4 #d ,antv4 #afic ,i p4 #if sq4 ,billuart1 ,cursus theol4 ,i #agdg p4 #bbh sq4 ,petavius1 ,theol4 dogm4 ,i c4 #e ,,viii c4 #f4 ,theol4 ,wirceb4 ed4 ,paris4 #ahhj ,,iii #gc sq4 ,jansen1 ,praelect4 ,theol4 ,,ii #gh sq4 ,c4 ,pesch1 ,praelect4 dogm4 #ahie ,,ii p4 #df sq4 enz4 ,op het ,lateraanconcilie onder ,innocentius ,,iii werd deze leer door ,rome zelfs kerkelk vastgesteld en uitgesproken3 ,deus ineffabilis est4 #f4 ,de reformatorische theologie heeft hierin geen verandering gebracht4 ,luther maakte in zn werk de servo arbitrio onderscheid tusschen ,deus absconditus en revelatus1 tusschen ,deus ipse en verbum ,dei4 ,en h kwam er later hoe langer hoe meer toe1 om zich alleen aan het laatste vast te houden1 d4 i4 aan ,god gelk ,h zich in ,christus heeft geopenbaard2 quod supra nos1 nihil ad nos4 ,maar toch ging daarin het volle wezen ,gods niet voor hem op4 ,en bleef in ,god een donkere1 verborgen achtergrond1 n4l4 ,deus ut est in sua natura et majestate1 ,deus absolutus4 ,en deze was volgens ,luther plane incognoscibilis1 incomprehensibilis1 inaccessibilis1 ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,i #dg4 #gf f4 #cad f4 ,latere ,luthersche theologen spraken niet van zulk eene scherpe onderscheiding tusschen ,gods wezen en zne openbaring1 maar allen leeren toch1 dat er geen adaequate naam en geen eigenlke definitie van ,god gegeven kan worden1 ,gerhard1 ,loci theol4 ,,ii c4 #e4 cf4 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 #ag4 ,bretschneider1 ,dogm4 ,i #ddc4 ,de ,gereformeerden dachten hiermede eenstemmig4 ,hun diepe afkeer van alle creatuurvergoding deed hen overal scherp onderscheiden tusschen wat ,godes en wat van het schepsel is4 ,z maakten meer dan eenige andere theologie ernst met de stelling1 dat finitum non est capax infiniti4 ,zwingli zei3 quid ,deus sit1 tam ex nobis ipsis 7deze woorden mogen niet worden weggelaten1 gelk ,hoekstra doet1 ,wsg4 ,godsd4 ,,ii #ad7 ignoramus1 quam ignorat scarabeus1 quid sit homo1 ,opera ,,iii #aeg4 ,calvn achtte het eene dele speculatie1 te onderzoeken quid sit ,deus2 voor ons is het genoeg te weten1 qualis sit et quid ejus naturae conveniat1 ,inst4 ,i #b1 #b4 ,i #e1-i4 ,comm4 in ,rom4 #a3ai4 ,latere theologen spraken nog veel sterker de onkenbaarheid van het goddelke wezen uit4 ,wl het eindige het oneindige niet vatten kan1 dienen alle namen ,gods1 niet om ons zn wezen te doen kennen1 maar om eenigermate naar onze bevatting dat van ,god aan te duiden1 wat w te kennen noodig hebben4 ,de stellingen3 ,deus definiri nequit1 ,deo nomen non est1 finitum non est capax infiniti1 keeren b alle theologen terug4 ,z leeren allen eenparig1 dat ,god ons begrip1 onze voorstelling1 onze taal oneindig verre te boven gaat4 ,zoo zegt bv4 ,polanus1 de attributen1 die in de ,h4 ,schrift aan ,god worden toegekend1 verklaren zn natuur en wezen niet4 ,ze doen ons veel meer kennen quis et quomodo non sit1 quam quis et quomodo sit4 ,quidquid de ,deo dicitur1 non est ,deus1 quia est ineffabilis4 ,nulla attributa divina essentiam naturamque ,dei sufficienter explicant1 quia illa est infinita4 ,infinitum autem per id quod finitum est digne satis pleneque explicari non potest1 ,synt ,theol4 ,,ii c4 #f p4 #acg1 cf4 ook ,zanchius1 de natura ,dei seu de attributis1 ,op4 ,,ii col4 #i-aj4 ,hyperius1 ,methodus theol4 #aegd p4 #hc-hd4 ,ursinus1 ,tract4 theol4 #aehd4 p4 #ce1 #cf1 #di4 ,synopis par4 theol4 ,,vi #b4 ,maresius1 ,syst4 theol4 p4 #dh4 ,alsted1 ,theol4 schol4 did4 p4 #ef sq4 ,moor1 ,comm4 in ,marckii ,comp4 ,i #eje sq4 #g4 ,maar ook in de reformatorische theologie werd de beteekenis dezer onbegrpelkheid ,gods hoe langer hoe minder ingezien4 ,ze werd nog wel geleerd maar stond geheel op zichzelve en oefende geen invloed4 ,het schema1 waarin de leer van ,god behandeld werd1 stond spoedig bna onveranderlk vast4 ,veel erger was het nog b andere richtingen gesteld4 ,het ,socinianisme ging op de vraag naar de kenbaarheid ,gods in het geheel niet in4 ,het stelde niet het minste belang in de kennis van ,gods wezen4 ,god te kennen stond ongeveer gelk met te weten1 dat ,h absoluut ,heer is1 ,fock1 ,der ,socin4 ,s4 #dad-daf4 ,crell schreef een werk de ,deo ejusque attributis1 en bewees daarin wel ,gods bestaan met allerlei argumenten1 maar onthield zich van alle vragen naar ,gods wezen1 kenbaarheid enz4 ,conr4 ,vorstius schreef een ,tractatus de ,deo s4 de natura et attributis ,dei #afaj1 dat in dezelfde sociniaansche dwalingen verviel1 cf4 ,acta ,syn4 ,dord4 sess4 #adi sq4 ,ook de ,remonstranten gevoelden geen behoefte1 om op metaphysische kwesties in te gaan2 z waarschuwden veeleer tegen dele speculatie en drongen op eenvoud aan4 ,datgene1 wat strikt noodig was te kennen1 was alleen de wil van ,god4 ,de cultus ,dei is veel meer noodzakelk dan de cognitio ,dei1 ,episc41 ,instit4 theol4 ,lib4 #d sect4 #b cap4 #a4 ,limborch1 ,theol4 ,chr4 ,lib4 ,,ii c4 #a4 ,het ,rationalisme meende van ,gods bestaan zeker te zn en hechtte aan de kennis van zn wezen weinig waarde4 ,het is1 alsof de majesteit en de grootheid ,gods in het geheel niet meer wordt beseft4 ,alle zoogenaamde metaphysische kwestin ter zde latend1 haast men zich naar den wil ,gods1 om dien te kennen en te doen4 ,niet in het kennen van ,god1 maar in het doen van zn wil ligt het eeuwige leven4 ,bretschneider noemt de vraag geheel overbodig1 of ,god kan gedefinieerd worden1 ,dogm4 ,i #ddc4 ,syst4 ,entw4 #cda4 ,maar toen deze waarheid van de onkenbaarheid van het goddelk wezen door de theologie schier geheel was vergeten1 is ze door de philosophie wederom in herinnering gebracht4 ,het ,rationalisme meende1 met zne bewzen voor ,gods bestaan en met zne leer van ,gods eigenschappen op hechten1 wetenschappelken bodem te staan4 ,maar ,kant1 ofschoon met zne leer van ,god1 deugd en onsterfelkheid nog geheel in rationalisme en moralisme bevangen1 bracht toch eene groote verandering in den grondslag1 waarop deze leer rustte4 ,evenals de ,sinnlichkeit de vormen van ruimte en td1 en het verstand de kategorien apriorisch meebrengt1 zoo bevat ook de rede apriorische1 synthetische ,grundstze und ,regeln1 vooral dezen ,grundsatz1 dat z uit het ,bedingte tot het ,unbedingte opklimt1 ,kr4 d4 r4 ,vern4 ed4 ,kirchmann ,s4 #cjj4 ,daardoor vormt z drie transcendente ideen1 ziel1 wereld1 ,god1 ,s4 #cjh-cah4 ,maar deze drie ideen kunnen niet objectief worden aangetoond1 maar slechts subjectief uit de natuur der rede worden afgeleid1 ,s4 #cai4 ,het object dier ideen kunnen w niet waarnemen2 w kunnen er dus ook geen wetenschappelke kennis van bekomen1 ,s4 #cba1 #cbb4 ,wetenschappelk beoordeeld1 zn ze paralogismen1 antinomien1 idealen1 ,s4 #cbb4 ,onze kennis reikt niet verder dan het gebied der ervaring1 ,s4 #dfi1 #dge1 #ejh4 ,deze ideen vermeerderen dan ook onze kennis niet1 maar regelen ze alleen2 z brengen eenheid in onze begrippen en doen ons alles beschouwen1 alsof er ,god1 de ziel1 de wereld was1 ,s4 #eab1 #ecj1 #ecg1 #eda4 ,de wetenschap kan de realiteit dier ideen noch bewzen noch loochenen1 ,s4 #ecb4 ,psychologie1 kosmologie 7teleologie7 en theologie zn dus geen wetenschap1 ,s4 #edg4 ,de kritiek der zuivere rede eindigt met een negatief resultaat4 ,nu doet de practische ,vernunft ons wel de realiteit dier ideen aannemen1 ,kr4 der prakt4 ,vern4 ed4 ,kirchmann ,s4 #adi f4 ,en wel schrft ,kant aan ,god verstand en wil en andere eigenschappen toe1 ,s4 #aej1 #aeg1 maar toch blft het wezen ,gods verborgen4 ,de praktische rede weet wel1 dat die drie ideen objectieve realiteit hebben1 maar meer ook niet4 ,z vermeerdert den inhoud onzer wetenschappelke kennis niet4 ,de speculatieve rede kan met die ideen niets doen dan onze kennis regelen en louteren1 en bedient zich van de ,godsidee1 om het anthropomorphisme als bron der superstitie en het fanatisme tegentegaan en af te weren1 ,s4 #afb f4 ,als verstand en wil aan ,god worden toegeschreven1 dan is dat slechts eene kennis ,gods in praktischer ,beziehung1 maar in geen enkel opzicht eene speculatieve kennis1 ,s4 #afe4 ,wie het anthropomorphistische ervan abstraheert1 houdt niets dan het woord over1 ,s4 #aff4 ,de ,godsidee hoort niet thuis in de metaphysiek1 die er niet is1 maar in de moraal1 ,s4 #aff f4 ,fichte stond eerst geheel op hetzelfde standpunt als ,kant4 ,in zn ,versuch einer ,kritik aller ,offenbarung1 ,knigsberg #agib1 laat h het geloof aan ,god rusten op de postulaten der rede1 schrft ,gode ook bepaalde eigenschappen toe zooals heiligheid1 zaligheid1 almacht1 rechtvaardigheid1 alwetendheid1 eeuwigheid1 ,s4 #c f4 #ajd4 ,maar daarmee hebben we nog geen bepaald begrip van ,god1 en kennen zn wezen niet1 gelk het an sich is2 dat zou de zuivere zedelkheid ook niet bevorderen maar schaden1 ,s4 #aje4 ,de religie stelt ,god altd menschelk1 in td en ruimte1 en zelfs lichamelk voor1 en doet daaraan geen kwaad1 als het maar niet in strd komt met de moraliteit en als deze zinnelke voorstelling maar niet voor objectief geldig gehouden wordt1 ,s4 #abd f4 ,het moet alles opgevat worden als ,herablassung zu unserm subjectiven ,bedrfniss1 ,s4 #abg4 ,nur eine solche ,offenbarung also kann gttlichen ,ursprungs seyn1 die einen anthropomorphisirten ,gott1 nicht als objectiv sondern blos fr subjectiv gltig giebt1 ,s4 #abi4 ,en ook ,schleiermacher1 schoon in veel opzichten van ,kant en ,fichte afwkende en nauwer b ,spinoza zich aansluitende1 kwam toch met hen overeen in de leer van de onkenbaarheid ,gods4 ,de idee van de eenheid van zn en denken1 van 't reele en het ideale1 d4 i4 de idee ,gods1 is de onderstelling van al ons weten1 ,dialektik herausg4 von ,jonas #ahci ,s4 #cig1 de grond van ons denken1 ,s4 #fj1 #afc2 maar is niet in gedachte te vatten en blft hinter dem ,vorhang1 ,s4 #gh1 #gi4 ,zoodra w het ,absolute ons nader willen brengen1 wordt het in ons denken vereindigd1 ,s4 #fi en spreken w in beeld4 ,s4 #gh4 ,het is in n woord onbereikbaar voor het weten1 ,s4 #hg4 ,in zne ,glaubenslehre droeg ,schleiermacher dezelfde gedachten voor1 z het ook in meer religieusen en minder uitgewerkten vorm4 ,god is het ,woher van ons ,daseyn2 en als zulk eene absolute causaliteit is ,h geen voorwerp van ons weten maar slechts inhoud van het gevoel van volstrekte afhankelkheid1 #d1 #d4 #h4 ,sedert is de leer van de onkenbaarheid ,gods hoe langer hoe meer doorgedrongen in het bewustzn van den nieuweren td4 ,hegel stond wel is waar op een ander standpunt4 ,erkennende1 dat de godsdienstige voorstelling inadaequaat en alleen voor het volk geschikt was1 achtte h toch de wsbegeerte in staat1 om deze voorstelling van haar zinnelken vorm te ontdoen1 en alzoo te verheffen tot een adaequaat begrip4 ,de rede verhief zich naar zne meening allengs door verschillende trappen heen tot het absolute wezen1 ziet de waarheid dan van aangezicht tot aangezicht1 en kent als haar wezen de rede1 het denken1 het begrip zelf4 ,de philosophie1 de zuivere wetenschap1 of bepaaldelk de logika is de beschrving ,gods in zn wezen1 an sich4 ,z begrpt het ,absolute in zn passenden1 adaequaten vorm1 als denken1 in den vorm van het begrip1 ,werke ,,iii1 ,s4 #cc f4 ,in zn geest beproefden velen1 zooals ,strauss1 ,gl4 ,i #ebc f4 #edg f4 #fji f41 ,biedermann1 ,chr4 ,dogm4 ,,ii ,s4 #eaf f4 ,hartmann1 ,philos4 des ,unbew4 ,,ii #aee f4 #age f4 ,religionsphilos4 #fjh f41 ,scholten1 ,initia p4 #aji sq4 ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii #aii1 #bjj1 om door zuivering en verdieping der begrippen de transcendente werkelkheid steeds nader te komen4 ,maar b anderen leidde ,hegels philosophie tot eene geheel andere uitkomst2 z beweerden1 dat in de ,godsidee de voorstelling nooit overwonnen kon worden1 en kwamen daarom tot atheisme4 ,feuerbach zeide1 dat de persoonlke ,god niets anders was dan het wezen van den mensch zelf1 en de theologie niets dan anthropologie4 ,al wat van ,god wordt gepraediceerd1 is aan den mensch ontleend1 niet alleen persoonlkheid maar alle eigenschappen en namen4 ,religie is eene vergoding van den mensch zelf4 ,de mensch kan niet boven zn eigen wezen uitkomen en daarom is en blft ,god altd een zinnelk1 menschelk wezen1 niet alleen in de ,christ4 dogmatiek maar ook in de philosophie1 ,wesen des ,christ4 #ahda4 ,en velen spraken evenzoo en wierpen met de menschvormige voorstelling heel de ,godsidee weg1 b4v4 ,bchner1 ,kraft u4 ,stoff ,s4 #cib f4 ,id4 ,der ,gottesbegriff und dessen ,bedeutung in der ,gegenwart #ahgd4 ,haeckel1 ,nat4 ,schpfungsgesch4 ,s4 #cj f4 ,strauss1 ,der alte u4 d4 neue ,glaube ,s4 #abb4 #add f4 ,friedrich ,nietzsche1 ,zur ,genealogie der ,moral ,s4 #agi4 ,maar dit atheisme ging anderen te ver4 ,lettende op de beperktheid van het menschelk kenvermogen1 dat altd binnen het eindige zich bewegen blft1 meenden dezen1 dat de mensch zich tot het onder de waarneming gegevene bepalen 7positivisme71 van alle uitspraak omtrent bestaan en natuur van het bovenzinlke zich onthouden 7abstentionisme71 en dus te dezen aanzien alleen zne volstrekte onkunde belden moest 7agnosticisme74 ,in ,frankrk werd de taak der wetenschap tot het constateeren en verklaren der verschnselen beperkt door ,auguste ,comte1 die daarom de theologie ook buiten den kring der wetenschappen sloot1 cf4 ,i #aea v4 ,in ,engeland was het vooral ,herbert ,spencer1 die met allerlei argumenten de kenbaarheid ,gods bestreed1 ,first ,principles1 #eth ed4 #ahhg p4 #fh-ig4 ,en in ,duitschland keerde men1 na verzadigd te zn van ,hegels panlogisme1 tot de kritische wsbegeerte van ,kant terug4 ,zoo is het agnosticisme in de laatste helft dezer eeuw schier algemeen heerschende geworden4 ,alle metaphysica wordt gewantrouwd2 van speculatie heeft men een afkeer2 vast staat alleen1 wat positief is en tot het domein der sciences exactes behoort4 ,de theologie is zoozeer onder de vrees voor dit agnosticisme gekomen1 dat z het schier niet meer waagt te spreken van kennisse ,gods2 z tracht zooveel mogelk alle metaphysica buiten te sluiten en tot het religieuse zich te beperken2 z schaamt zich voor haar eigen naam en heeft zich in een wetenschap van den godsdienst laten herdoopen4 ,want1 ofschoon het agnosticisme eigenlk de dood is voor de theologie1 zoo is deze toch nog door velen onder een anderen vorm gehandhaafd4 ,kant herwon door de practische rede1 wat h door de theoretische verloren had4 ,spencer laat plaats voor eene religieuse vereering van the ,unknowable4 ,reeds voor hem hadden ,sir ,william ,hamilton1 in zn geschrift ,on the philosophy of the unconditioned1 ,edinb4 ,rev4 ,oct4 #ahbi1 en ,dr4 ,henry ,longueville ,mansel in zn werk ,the limits of religious thought examined in eight lectures1 preached before the university of ,oxford #aheh1 beweerd1 dat ons denken1 wl altd aan ruimte1 td1 onderscheiding1 tegenstelling enz4 gebonden1 nooit tot het absolute doordringen kan1 al is het ook dat op religieuse gronden de voorstelling van ,god als een persoonlk wezen moet vastgehouden1 cf4 ,dorner1 ,jahrb4 f4 deutsche ,theol4 ,,vi #ahfa ,s4 #cbj f4 #cdg f4 ,tot een soortgelk dualisme kwamen ook de ,neokantianen in ,duitschland4 ,het denken moge ons op zn best tot het begrip van het ,absolute brengen1 in de religie hebben w daaraan toch niet genoeg4 ,hier hebben w behoefte aan een ,god1 die ons gelk is1 dien w als een persoon voorstellen1 en die als een ,vader voor zne kinderen zorgt4 ,wel is zulk eene religieuse voorstelling dan altd aan kritiek van de zde der wetenschap onderhevig2 z is het hoogste en het ware niet1 maar er is niet meer te bereiken1 ,lipsius1 ,dogm4 #bbi f4 #bdc f4 ,ritschl1 ,metaph4 u4 ,rel4 #h f4 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #baa f4 ,rauwenhoff1 ,wsb4 v4 d4 godsd4 #faa v4 ,hoekstra1 ,wsg4 godsd4 ,,ii #aa v4 ,en evenzoo hebben anderen in humaniteit1 zedelk idealisme1 ideaalvorming1 spiritisme1 theosophie1 buddhisme enz4 eene vergoeding gezocht voor wat de wetenschap in de christelke theologie hun ontnomen had1 cf4 ,i #aef4 #bjb4 #i4 ,de gronden1 waarop dit agnosticisme zich beroepen kan1 zn van zeer groot gewicht4 ,vooreerst kan het zich bedienen van het argument1 dat door de sophisten en sceptici van oudsher tegen de mogelkheid van alle kennis werd ingebracht1 n4l4 dat alle menschelke kennis subjectief en relatief is4 ,niets in de wereld staat los op zichzelf1 object en subject zn van elkaar afhankelk4 ,de dingen en hunne eigenschappen bestaan eerst dan en zoo1 als ze in betrekking staan tot iemands waarneming2 iets wordt eerst iets door de relatie tot de zintuigen van het subject4 ,w kunnen dus nooit zeggen1 wat een ding in zn wezen1 onafhankelk van onze waarneming is2 alleen kunnen w uitspreken1 dat iets op een gegeven oogenblik ons alzoo toeschnt2 4 ,dit argument is wel van groote beteekenis2 maar het bewst te veel2 het zou indien het van kracht ware1 niet alleen de kennis van ,god maar alle kennis van mensch en wereld onmogelk maken2 bovendien is dit idealisme reeds in deel ,i #ade-aea besproken en kan hier dus verder buiten beschouwing blven4 ,maar het agnosticisme heeft verschillende gronden1 die speciaal tegen de kenbaarheid ,gods worden aangevoerd4 ,philosophie en theologie waren wel1 gelk boven bleek1 ten allen tde van het inadaequate onzer ,godskennis overtuigd4 ,negatieve praedicaten zeggen alleen1 wat ,god niet is1 en positieve komen ,hem op een gansch andere wze toe dan ze in schepselen worden gevonden4 ,de beperktheid1 de eindigheid1 de menschvormigheid onzer ,godskennis werd door allen erkend4 ,maar in den nieuweren td is de onbereikbaarheid der kennisse ,gods nog op andere en krassere wze betoogd4 ,subjectief n4l4 is er gewezen op de beperkte natuur van het menschelk kenvermogen2 en objectief op de innerlke tegenstrdigheid1 waaraan elk ,godsbegrip ldt4 ,het eerste deed ,kant1 het tweede ,fichte4 ,kant onderzocht het menschelk kenvermogen en kwam tot de slotsom1 dat de vormen der aanschouwing en de kategorien des verstands door het subject zelf werden meegebracht1 in de wereld der phaenomena geldigheid hadden1 maar ook alle ware kennis der noumena ons onmogelk maakten4 ,de transcendente ideen van ,god1 wereld1 ziel zn wel regelen voor ons handelen1 en een zedelk mensch kan niet anders handelen dan alsof er aan die drie ideen eene objectieve werkelkheid beantwoordt2 maar te bewzen is dit niet4 ,fichte voegde daaraan nog het bezwaar toe1 dat de begrippen van absoluut en persoonlkheid nooit met elkander te vereenigen zn4 ,reeds ,spinoza zeide1 dat alle bepaling eene negatie was1 ,epist4 #ej1 dat een ding dus1 naarmate het meer bepaald en concreet werd1 ook des te meer eindig en beperkt was4 ,daardoor houdt het toch op datgene te zn1 wat andere dingen zn3 als iets wit is1 kan het niet meer rood of zwart zn4 ,god kan daarom niet iets bepaalds naast en in onderscheiding van de schepselen zn1 maar ,h is de substantie van alle schepselen1 het ne1 oneindige zn1 zoodat al wat is1 in ,hem is1 ,eth4 ,i prop4 #ad4 #ae4 ,deze wsgeerige praemisse werd door ,fichte op het begrip der persoonlkheid toegepast2 persoonlkheid en zelfbewustzn waren dingen1 die w in ons zelf gevonden hadden en die niet zonder beperktheid en eindigheid te denken zn4 ,indien w ze op ,god overbrengen1 maken w ,hem tot een eindig1 beperkt1 menschelk wezen4 ,de zedelke wereldorde is dan ook het ne wezenlk noodige in de religie2 meer behoeven w niet2 een bzonder1 persoonlk bestaan ,gods is onnoodig voor de religie1 en het is ook onbewsbaar1 ja onmogelk en met zichzelf in strd2 wie zulk een ,god verlangt1 is nog in het eudaemonisme bevangen1 ,ueber den ,grund unseres ,glaubens an eine gttliche ,weltregierung #agih1 ,werke ,v #ahd f4 cf4 ,kuno ,fischer1 ,gesch4 der neuern ,philos4 ,v #fbh f4 ,deze redeneering is dan in wden kring verbreid1 en keert ieder oogenblik terug1 cf4 ,schelling in zne eerste periode1 ,werke ,i #a ,s4 #bjj1 ,hegel1 ,werke ,v #ah1 ,schleiermacher1 ,reden ber die ,religion ,s4 #afg f4 ,schopenhauer1 ,parerga und ,paral4 ,i #abc f4 ,hartmann1 ,philos4 des ,unbew4 ,,ii #age f4 ,id4 ,religionsphil4 ,,ii #ade-afc1 ,id4 ,lotzes ,philos4 #ahhh ,s4 #afh f4 ,strauss1 ,christl4 ,gl4 ,i #ejb f4 ,biedermann1 ,dogm4 ,,ii #deg-dgb1 #ecg-edg enz4 ,in het wezen der zaak is deze tegenstelling tusschen absoluut en persoonlk geen andere1 dan die in de christelke theologie altd werd gevoeld en uitgedrukt werd in de negatieve en positieve1 de apophatische en de kataphatische theologie4 ,hoezeer de bewzen tegen de kenbaarheid ,gods telkens in een anderen vorm worden voorgedragen1 feitelk zn ze altoos dezelfde en komen ze steeds hierop neer4 ,de mensch is aan de zinlke waarneming gebonden en ontleent de stof zner gedachte altd aan de zienlke wereld2 h aanschouwt het geestelke niet en kan zich niet opheffen tot de wereld der onzienlke dingen1 wl h altd gebonden blft aan ruimte en td4 ,ook zn denken is stoffelk en eindig en beperkt2 gelk de adelaar binnen den dampkring 7,hamilton7 en de visch binnen den vver 7,lange7 besloten blft1 zoo beweegt zich ons denken altd binnen den kring van het eindige4 ,meer nog1 het denken is van die natuur1 dat het vanzelf een scheiding onderstelt tusschen subject en object1 welke tegenover elkander staande en elkander beperkende geen van beide absoluut kunnen zn4 ,to think is to condition1 zeide daarom ,hamilton2 en ,mansel drukte hetzelfde aldus uit3 distinction is necessarily limitation2 kennis van het absolute is dus eene contradictie1 want het duidt aan dat men kennis heeft aangaande iets1 dat absoluut is1 alzoo in geen relatie staat1 en juist als gekend door een subject toch weer wel in relatie staat4 ,indien nu de natuur van het denken zoo ingericht is1 en indien we dan toch nog ,god willen denken en kennen1 dan doen w altd n van beide3 f w trekken het absolute naar beneden binnen den kring van het eindige en we maken ,god tot een persoonlk1 beperkt1 menschelk wezen2 f w trachten ons in ons denken boven alle perken van ruimte en td te verheffen1 ontdoen onze gedachte aangaande ,god van alle gelkvormigheid aan het eindige schepsel1 maar houden dan ook niets in ons denken over dan een ledig1 abstract1 inhoudloos begrip1 dat voor de religie niet de minste waarde heeft4 ,ja zelfs dat begrip ontgaat ons2 onder ons denken wordt het absolute tot niets4 ,absoluutheid en persoonlkheid1 oneindigheid en causaliteit1 onveranderlkheid en mededeelbaarheid1 absolute verhevenheid boven en gelkvormigheid aan het schepsel schnen in het ,godsbegrip onvereenigbaar te zn4 ,w verkeeren in eene onoplosbare antinomie4 ,het is alsof ons slechts de keuze gelaten is tusschen een grof realisme en een l idealisme1 tusschen een ,god1 die niets is dan een mensch in het groot1 of eene koude abstractie1 die de religie des harten bevriezen en sterven doet4 #aj4 ,tot eene aanmerkelke hoogte kan deze leer van de onkenbaarheid ,gods worden toegestemd en van heeler harte beaamd4 ,schrift en kerk handhaven beide met nadruk de onnaspeurlke majesteit en de souvereine hoogheid ,gods4 ,er is geen kennis van ,god1 gelk ,h in zichzelven is4 ,w zn menschen en ,h is de ,heere onze ,god4 ,er is geen naam die zn wezen ten volle uitdrukt2 geen bepaling1 die ,hem omschrft4 ,h is boven onze voorstelling1 boven onze gedachte1 boven onze taal oneindig verre verheven4 ,h is b geen schepsel te vergelken2 alle volken zn b ,hem geacht minder dan niet en delheid4 ,deo nomen non est4 ,deus definiri nequit4 ,h kan apprehendi1 niet comprehendi4 ,er is eenige maar geene van ,god4 ,zoo heet het door heel de ,schrift en door de gansche christelke theologie heen4 ,en als een oppervlakkig rationalisme eene adaequate kennis van ,god mogelk achtte1 heeft de christelke theologie dit altd ten sterkste bestreden4 ,volgens ,socrates1 ,hist4 ,eccl4 ,,iv #g1 zou ,eunomius1 een volgeling van ,arius1 geleerd hebben1 dat h ,god evengoed kende als zichzelven4 ,gods wezen bestond volgens hem alleen in de 1 en daarin had h van het ,goddelk wezen een klaar1 duidelk1 adaequaat begrip2 ,god was zichzelf niet meer en den mensch niet minder bekend dan in dit praedicaat werd uitgedrukt4 ,later zeide ,spinoza1 dat h van ,god een even klaar begrip had als van een driehoek1 ofschoon h daarmee niet beweren wilde ,deum omnino cognoscere1 ,epist4 #fj4 ,en in deze eeuw leeraarde ,hegel1 dat het absolute in de begripsphilosophie tot volkomen zelfbewustzn kwam en dus door den wsgeer volkomen en adaequaat werd gekend2 het ,godsbewustzn in ons is niets dan het bewustzn ,gods van zichzelven4 ,god is1 zoover ,h door ons gekend wordt1 d4 i4 zoover ,h zichzelven kent in ons4 ,dit rationalisme is in de christelke kerk met alle kracht bestreden en verworpen1 ,basilius1 ,hexaem4 hom4 #a4 ,gregor4 ,naz4 ,orat4 #bh enz4 cf4 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #bg f4 ,zelfs is hier een diep religieus belang mee gemoeid4 ,augustinus gaf er eens op deze wze uitdrukking aan3 de ,deo loquimur1 quid mirum si non comprehendis8 ,si enim comprehendis1 non est ,deus4 ,sit pia confessio ignorantiae magis1 quam temeraria professio scientiae4 ,attingere aliquantum mente ,deum1 magna beatitudo est2 comprehendere autem1 omnino impossibile1 ,serm4 #ch in ,ev4 ,joan4 ,daarom is ,god juist het eenige voorwerp van al onze liefde1 omdat ,h de ,oneindige en ,onbegrpelke is4 ,ofschoon echter ,schrift en kerk alzoo als het ware de praemissen van het agnosticisme aanvaarden en zelfs nog dieper dan ,kant of ,spencer van de beperktheid des menschen en de onvergelkelke grootheid ,gods doordrongen zn1 toch leiden ze daaruit eene andere conclusie af1 eene conclusie1 die door ,hilarius de trin4 ,,ii #g aldus werd uitgedrukt3 perfecta scientia est1 sic ,deum scire1 ut licet non ignorabilem1 tamen inenarrabilem scias4 ,de kennis die w van ,god hebben is eene geheel eigenaardige4 ,z kan positief heeten1 inzoover w door haar een wezen erkennen1 dat oneindig en van alle eindige schepselen wezenlk onderscheiden is4 ,z is aan de andere zde negatief1 omdat w geen enkel praedicaat aan ,god kunnen toekennen1 gelk w het in schepselen denken4 ,en z is daarom eene analogische1 wl z de kennis is van een wezen1 dat in zichzelf onkenbaar1 desniettemin in schepselen iets van zichzelven bekend maken kan4 ,hierin ligt inderdaad iets van eene antinomie2 of liever het agnosticisme ldt aan eene verwarring van begrippen en ziet hier dus eene onverzoenlke tegenstrdigheid1 maar de christelke theologie aanschouwt hier een aanbiddelk mysterie4 ,het is volkomen onbegrpelk voor ons1 dat en hoe ,god in het schepsel1 de eeuwigheid in den td1 de onmetelkheid in de ruimte1 de oneindigheid in het eindige1 de onveranderlkheid in de wisseling1 het zn in het worden1 het al als het ware in het niet zich openbaren en eenigermate bekendmaken kan4 ,dit mysterie is niet te begrpen1 het kan alleen dankend worden erkend4 ,maar mysterie is iets ander dan tegenstrdigheid4 ,dat heeft de pantheistische philosophie er van gemaakt4 ,als z het absolute met het onbepaalde vereenzelvigt en alle bepaling eene beperking en ontkenning noemt1 dan maakt z zich schuldig aan eene verwarring van begrippen4 ,er is een hemelsbreed onderscheid tusschen oneindig en eindeloos1 tusschen almachtig en de som van alle macht1 tusschen het volstrekte zn en de som van alle zn1 tusschen eeuwigheid en het inbegrip van alle tdsmomenten enz41 en zoo ook tusschen het absolute en het onbepaalde1 onbegrensde1 grenzelooze4 ,het pantheisme legt eerst in deze woorden zn eigen ,godsbegrip in en kan dan gemakkelk het theisme beschuldigen1 daarmede in strd te zn4 ,dat ,god de ,oneindige is en desniettemin in eindige schepselen zich kan openbaren en zich ook werkelk geopenbaard heeft1 is wel de erkenning van eene onbegrpelke geheimenis1 immers van het wonder der schepping1 maar geenszins de toelating van een tastbare ongermdheid4 ,het eindige zn kan aan de oneindigheid ,gods niet te kort doen1 indien het maar in het zn ,gods absoluut zn bestand heeft4 ,en zoo ook is onze kennis geen beperking van ,god1 omdat ze in ,hem zelven gegrond is1 door ,hem alleen bestaanbaar is1 en ,hemzelven juist als ,oneindige tot voorwerp en inhoud heeft4 ,bovendien1 indien het absolute alle beperking uitsluit en alle bepaling eene ontkenning is1 dan is het niet alleen ongeoorloofd1 om van ,god als persoonlkheid te spreken1 maar dan is het even verkeerd1 ,hem nog het absolute1 het ne1 het goede1 het znde1 de substantie enz4 te noemen4 ,het pantheisme verkeert in den waan1 dat het met het ,godsbegrip gereed is1 als het de persoonlkheid en de zelfbewustheid als tegenstrdige elementen eruit verwderd heeft4 ,en de thestische wsgeeren uit de eerste helft dezer eeuw1 zooals ,j4 ,h4 ,fichte1 ,carus1 ,steffens1 ,weisse1 ,ulrici e4 a4 hebben uit reactie al te zeer aan dit begrip der persoonlkheid zich gehecht1 en meenden1 dat z in het begrip van absolute persoonlkheid eene adaequate beschrving van het wezen ,gods bezaten4 ,zeker zn er vele goede opmerkingen tegenover het pantheisme gemaakt ten bewze1 dat persoonlkheid met het absolute wezen ,gods niet in strd is4 ,indien absoluut niet opgevat wordt als grenzeloos1 als eindeloos uitgebreid naar alle zden1 dan is niet in te zien1 hoe persoonlkheid daarmede in strd zou wezen4 ,er ligt dan alleen in opgesloten1 dat het zelfbewustzn ,gods even rk en diep1 even oneindig is als zn zn4 ,persoonlkheid moge dan ook b ons menschen ontwaken tegenover een niet-ik1 b ,god is z de eeuwige samenvatting van zich met zichzelven1 de oneindige zelfkennis en zelfbepaling en daarom niet van een niet-ik afhankelk1 ,j4 ,h4 ,fichte1 ,die ,idee der ,persnlichkeit u4 der indiv4 ,fortdauer1 #ahee ,s4 #eb f4 ,j4 ,w4 ,hanne1 ,die ,idee der absol4 ,persnl4 #b;e ,aufl4 #ahfe4 ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 ,i #eeb f4 ,lotze1 ,mikrok4 ,,iii #edi-ehj4 ,rothe1 ,theol4 ,ethik #ci4 ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #bac-bbc4 ,kaftan1 das ,wesen der ,chr4 ,religion #cgh f4 ,lipsius1 ,dogm4 #bbi4 ,martensen1 ,dogm4 #ge4 ,thomasius1 ,christi ,person u4 ,werk ,i #aa f4 ,lange1 ,dogm4 ,i #afg ,,ii #ec4 ,bruch1 ,lehre v4 d4 gttl4 ,eigensch4 #abb f4 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,ii #ec f4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #cia4 ,bovon1 ,dogm4 ,chrt4 ,i #bbi s4 ,doedes1 ,inl4 tot de ,leer van ,god #gd v4 ,maar toch is het waar1 wat de oudere ,fichte zei1 dat persoonlkheid een begrip is aan onszelven ontleend en daarom1 op ,god overgedragen1 altd iets onvolkomens bevat4 ,het begrip persoonlkheid1 van ,god gebezigd1 is inadaequaat en in beginsel niets beter dan alle andere anthropomorphismen1 waarin w van ,god spreken4 ,de christelke kerk en theologie heeft dit woord ook nooit voor het wezen ,gods gebruikt en heeft b de drie modi subsistendi in dat wezen niet dan aarzelend en b gebrek aan beter van personen gesproken4 ,maar tegelk is hierdoor duidelk1 dat het panthesme nog niets gewonnen heeft1 als het op de incongruentie van dit begrip wst4 ,de tegenstelling tusschen absoluutheid en persoonlkheid is wezenlk dezelfde als die tusschen de negatieve en positieve theologie4 ,ook al is het woord persoonlkheid verkeerd1 daarmede is feitelk nog niets beslist4 ,dezelfde vraag komt daarom telkens weer terug4 ,indien alle bepaling eene ontkenning is1 dan mag ,god ook niet de ne1 de znde1 de absolute worden genoemd4 ,dan is alle denken en spreken over ,god verboden4 ,indien w1 die menschen zn1 van ,god niet op analoge1 menschelke wze mogen spreken1 dan blft ons niets anders over dan te zwgen4 ,want op goddelke wze over ,god denken en spreken1 kunnen w niet4 ,maar dan valt ook alle religie4 ,als ,god niet kan gekend worden1 kan ,h ook niet gevoeld en in het gevoel genoten worden4 ,het gevoel is even eindig als het verstand1 en vereindigt en vermenschelkt ,god op dezelfde wze4 ,er is dan geen mogelkheid1 dat ,god zich objectief in zne schepselen openbaart of dat w subjectief ,hem door eenig orgaan waarnemen4 ,alle religie is dan heiligschennis1 en alle theologie is dan lastering ,gods4 #aa4 ,de vraag naar de kenbaarheid ,gods is daarmede herleid tot deze andere1 of ,god zich heeft willen en kunnen openbaren in de wereld der schepselen4 ,want het is volkomen waar1 wat ,kant zegt1 dat onze kennis zich niet verder uitstrekt dan onze ervaring1 ,kr4 der r4 ,vern4 ed4 ,kirchmann #ejh4 ,als ,god zich niet heeft geopenbaard1 dan is er ook geen kennis van ,hem4 ,maar indien ,h zich heeft geopenbaard1 dan is er iets1 hoe weinig dan ook1 dat onder onze waarneming valt en alzoo tot kennis leiden kan4 ,dan spreekt het echter vanzelf1 dat de loochening van de kenbaarheid ,gods geheel samenvalt met de ontkenning1 dat ,god zich heeft geopenbaard in de werken zner handen4 ,het agnosticisme valt terug in de dwaling van het oude gnosticisme4 ,god is 1 eeuwige 2 er is geene gemeenschap en geen verwantschap tusschen ,hem en zne schepselen4 ,de gansche wereld is in volstrekten zin 2 er is geen spoor van ,god in de wereld op te merken2 de wereld is het product van een lageren ,god1 van een demiurg1 van een toeval2 de mensch is niet naar ,gods beeld geschapen maar is eenvoudig een natuurproduct zonder ,god in de wereld2 er is geen religio1 geen theologia mogelk1 noch uit de schepping noch uit de herschepping4 ,god en wereld zn absoluut gescheiden4 ,ja1 erger nog1 het agnosticisme kan niet ontkomen aan de consequentie1 dat ,god zich niet kan openbaren4 ,het sluit ,hem in zichzelf op1 het maakt ,hem tot eene onbekende1 onzichtbare macht1 die geen bewustzn heeft en geen wil1 die zich in geenerlei wze kan meedeelen1 die eeuwige is4 ,en de wereld wordt evenals in het manichaeisme verheven tot eene macht naast en tegenover ,god1 welke ,hem in geenerlei wze in zich opnemen kan1 en volkomen ongeschikt is1 om iets van zne heerlkheid uit te stralen4 ,het agnosticisme eindigt alzoo feitelk in athesme1 waarvan het slechts de negentiende-eeuwsche vorm en naam is4 ,toch gaat het agnosticisme meestal zoover niet1 en handhaaft het nog het bestaan van ,the ,unknowable4 ,maar dan ldt het ook terstond aan eene innerlke inconsequentie1 die onhoudbaar is3 ,augustinus merkte reeds op1 dat de stelling1 dat we niets van ,god weten1 reeds eene groote mate van kennis aangaande ,god onderstelt1 en dat er alzoo was eene pugna verborum4 ,want als w ,god ineffabilis noemen1 dan zeggen w op datzelfde oogenblik iets en veel van ,hem1 zoodat ,h wederom niet ineffabilis is1 de doctr4 chr4 ,i #f4 ,non enim parvae notitiae pars est4444 si antequam scire possimus quid sit ,deus1 possumus jam scire quid non sit1 de trin4 ,,viii #b4 ,het niet-weten is zelf een positief1 een veelomvattend weten1 het is non parva inchoatio cognitionis ,dei1 ,ep4 ad ,consent4 ,het zegt al zoo veel1 te weten1 dat ,h niets is van al datgene wat schepsel is4 ,en zoo is het ook b de agnostici4 ,spencer bv4 zegt1 dat w door ons denken gedrongen worden1 om het bestaan van een absoluut wezen aan te nemen als grond van het universum1 ofschoon w wegens onze eindigheid en beperktheid er geen begrip van kunnen vormen4 ,maar indien w zoo eindig en beperkt zn1 hoe komen w er dan toe1 om de gedachte van zulk een absoluut wezen te vormen en het bestaan daarvan aan te nemen4 ,en indien w werkelk het bestaan van zulk een absoluut wezen moeten aannemen1 waarom zou dan eenige kennis van dat wezen geheel onmogelk zn8 ,geen enkel agnosticus bepaalt zich daarom ook tot het non liquet4 ,spencer zegt bv4 ieder oogenblik1 dat w het absolute niet kennen1 en toch heeft h er een idee van1 bewst h zn bestaan en schrft er ook allerlei eigenschappen aan toe4 ,h zegt1 dat het niet een negatief maar een positief begrip is1 dat het de oorzaak is van alles1 dat het eene kracht is1 meest analoog aan onzen wil1 dat het oneindig1 eeuwig1 alomtegenwoordig is enz4 ,dit is toch waarlk geen agnosticisme meer maar eene zeer bepaalde kennis en een vr wel omschreven ,godsbegrip4 ,het agnosticisme1 in zich zelf onhoudbaar en voor atheisme bevreesd1 doet ten slotte dienst1 om een pantheistisch ,godsbegrip te rechtvaardigen4 ,cf4 over en tegen het agnosticisme3 ,flint1 ,antitheistic theories #c ed4 #ahhe p4 #ad4 ,james ,orr1 ,the christ4 view of ,god and the world #ahic p4 #if4 ,a4 ,b4 ,bruce1 ,apologetics1 ,edinb4 ,clark #ahib p4 #adf4 ,john ,caird1 ,an introduction to the philos4 of religion1 ,glasgow #ahhj p4 #h-ch4 ,g4 ,j4 ,lucas1 ,agnosticism and religion1 being an examination of ,spencers religion of the unknowable preceded by a history of agnosticism4 ,baltimore1 ,murphy and ,c4 #ahie4 ,art4 ,sekularismus in ,herzog4 #ba4 ,,de ,,kenbaarheid ,,gods4 7,cognitio ,dei insita47 #a4 ,evenals vroeger b de religie ,i #bji v41 zoo bleek ook thans b de kennisse ,gods1 dat ze haar oorsprong niet hebben kan dan in openbaring4 ,indien ,god niet in zne schepselen openbaar wordt1 dan is er ook vanzelf geen kennis van ,hem mogelk4 ,maar als ,h zne deugden in de wereld der schepselen ten toon spreidt1 dan kan de kenbaarheid ,gods ook niet meer bestreden worden4 ,natuurlk is daarmede de aard en de mate dier kennis niet bepaald4 ,allen1 die de kenbaarheid ,gods leeren1 stemmen gaarne toe1 dat die kennis geheel eigensoortig en van zeer beperkten omvang is4 ,immers1 al wordt ,god eenigermate in zne schepselen openbaar1 er blft in ,hem eene oneindige volheid van kracht en leven achter1 welke niet aan het licht treedt4 ,zne kennis en macht valt niet met de wereld samen en stort daarin niet ten volle zich uit4 ,h kan zelfs aan en in schepselen zich niet volkomen openbaren1 want het eindige vat het oneindige niet1 niemand kent den ,vader dan de ,zoon1 ,mt4 #aa3bg cf4 ,deut4 #bi3bi4 ,bovendien1 datgene1 wat ,god van zichzelven in en door schepselen openbaart is reeds zoo rk en zoo diep1 dat het nooit ten volle door eenig mensch kan worden gekend4 ,w begrpen in zoo menig opzicht de wereld der geschapene dingen niet en staan ieder oogenblik aan alle zden voor raadselen en geheimenissen1 hoe zouden w dan de openbaring ,gods in al haar rkdom en diepte verstaan8 ,maar daarmede wordt de kenbaarheid ,gods toch niet te niet gedaan4 ,de onbegrpelkheid ,gods doet deze kenbaarheid zoo weinig te niet1 dat z haar veeleer onderstelt en bevestigt2 de alle kennis te bovengaande rkdom van het ,goddelk wezen maakt juist een noodzakelk en belangrk element onzer ,godskennis uit4 ,het blft vast staan1 dat ,god op diezelfde wze en in diezelfde mate voor ons kenbaar is1 als ,h zich in schepselen aan ons openbaart4 ,dat er nu eene openbaring ,gods in de wereld is1 kan eigenlk moeilk worden ontkend4 ,vooreerst laat de ,h4 ,schrift ons dienaangaande geen oogenblik in twfel4 ,z richt geen altaar op voor den onbekenden ,god1 maar verkondigt dien ,god1 die de wereld gemaakt heeft1 ,hd4 #ag3bc1 wiens kracht en goddelkheid uit de schepselen door den menschelken kan worden aanschouwd1 ,rom4 #a3ai1 die bovenal den mensch schiep naar zn beeld en gelkenis1 ,gen4 #a3bf1 als zn geslacht1 dat in ,hem leeft en zich beweegt1 ,hd4 #ag3bh1 door profeten en apostelen1 bovenal door zn ,zoon zelf tot hem heeft gesproken1 ,hebr4 #a3a1 en nu voortdurend door ,woord en ,geest zich aan en in hem openbaart1 ,mt4 #af3ag1 ,joh4 #ad3bc enz4 ,volgens de ,h4 ,schrift is de gansche wereld eene schepping en dus ook eene openbaring ,gods2 er is in absoluten zin niets atheistisch4 ,en dit getuigenis der ,schrift wordt van alle zden bevestigd4 ,er is geen atheistische wereld1 er zn geen atheistische volken1 er zn ook geen atheistische menschen4 ,de wereld kan niet als worden gedacht1 wl ze dan niet het werk ,gods kon zn maar de schepping van een moest wezen4 ,en nu heeft het dualisme1 dat in religie en philosophie telkens is opgetreden1 in de stof wel een daemonisch principe aanschouwd1 maar in de wereld toch altd eene verbinding van idee en stof1 een strd van licht en duisternis erkend4 ,er is niemand1 die in volstrekten zin en consequent de kenbaarheid ,gods1 en dus ,zne openbaring in de wereld geheel en al loochenen kan4 ,het agnosticisme is zelf daarvoor ten bewze1 evenals het scepticisme zich niet handhaven kan dan met behulp van wat het bestrdt4 ,en juist daarom1 wl de wereld niet te denken is1 daarom zn er ook geen atheistische en godsdienstlooze volken4 ,wel is dit door ,socinus1 ,tract4 ,theol4 c4 #b1 de auctor4 ,script4 c4 #b1 ,locke1 ,essay on human understanding ,i ch4 #d #h1 en door velen in deze eeuw1 b4 v4 ,bchner1 ,kraft u4 ,stoff #chj f41 ,darwin1 ,afst4 des menschen #ahhd ,i #abg1 beweerd4 ,maar dit gevoelen is genoegzaam weerlegd en thans schier algemeen prs gegeven1 ,moor1 ,comm4 ,i #eg4 ,m4 ,vitringa1 ,comm4 ,i #af4 ,flint1 ,antithestic theories1 #c ed4 p4 #bej-bhi1 #eai-ecb4 ,peschel1 ,vlkerkunde ,s #bfj4 ,zckler1 ,das ,kreuz ,christi #ahge ,s4 #dag f4 ,de bekende uitspraak van ,cicero1 dat er geen volk zoo barbaarsch is of het gelooft aan de goden1 is eeuw aan eeuw bevestigd4 ,dit feit is van groote beteekenis4 ,datgene1 waarin alle menschen krachtens hunne natuur overeenstemmen1 kan niet valsch zn1 ,cic4 de nat4 deor4 ,i #ag4 ,opinionum enim commenta delet dies1 naturae judicia confirmat1 ib4 ,,ii #b4 ,en zoo zn er ten slotte ook geen atheistische menschen4 ,er is niet zoozeer verschil over het bestaan als wel over het wezen ,gods4 ,wel is er een practisch athesme1 een leven zonder ,god in de wereld1 ,ps4 #ad3a1 #ec3b1 ,ef4 #b3ab4 ,maar het bewuste theoretische atheisme in absoluten zin is zeldzaam1 indien het ooit voorkomt4 ,het woord atheisme is echter dikwerf in relatieven zin gebezigd1 niet als loochening van de ,godheid berhaupt1 maar van eene bepaalde ,godheid4 ,de ,grieken klaagden ,socrates van atheisme aan1 ,xenophon1 ,memor4 ,i #a4 ,cicero rekende ,protagoras1 ,prodicus tot de atheisten1 wl z de volksgoden loochenden1 de nat4 deor4 ,i #db4 ,de ,christenen werden daarom menigmaal door de ,heidenen van atheisme beschuldigd1 ,suicerus s4 v4 4 ,en de ,christenen bezigden op hunne beurt dien naam voor wie den ,god der openbaring loochenden1 ib4 ,de ,roomschen hebben ,luther1 ,melanchton1 ,calvn soms tot de atheisten gerekend1 ,buddeus1 de ,atheismo #agdg p4 #aaf sq4 ,in den nieuweren td werd ,j4 ,g4 ,fichte openlk van atheisme aangeklaagd1 wl h de zedelke wereldorde zelve voor ,god hield4 ,en nog wordt de naam van atheist wel gegeven aan hen1 die geen andere macht kennen dan de stof1 zooals ,feuerbach1 ,strauss1 ,bchner1 ,haeckel1 ,czolbe1 ,dhring1 cf4 ,a4 ,drews1 ,die deutsche ,spekulation seit ,kant ,,ii #bce f4 ,en inderdaad1 als de materialisten niets anders erkennen dan stof en wisseling der stof1 dan zn ze atheisten en willen daar zelf voor gehouden worden4 ,maar dit komt bna nooit voor4 ,in absoluten zin genomen1 als loochening van eene absolute macht1 dan is het atheisme bna ondenkbaar4 ,allen erkennen ten slotte weer eene macht1 die als ,god wordt vereerd4 ,strauss vraagt voor zn universum eene piteit1 als de geloovige voor zn ,god1 ,der alte u4 d4 neue ,gl4 #ada f4 ,het atheisme en materialisme slaat telkens in pantheisme om1 ,bchner1 ,kraft u4 ,stoff #c1 #gj1 #ga f41 ,haeckel1 ,nat4 ,schpfungsgesch4 #bj1 #cb1 #fd ,id4 ,der ,monismus als ,band zw4 ,rel4 u4 ,wiss4 #ahic4 ,dat komt1 omdat de mensch aan de erkenning van eene hoogste macht zich niet kan onttrekken4 ,op hetzelfde oogenblik dat h den waren ,god loochent1 versiert h zich een valschen ,god4 ,de religie zit daartoe te diep in 's menschen natuur en de openbaring ,gods spreekt te luide4 ,zelfs als in sommige tden het religieuse indifferentisme en scepticisme diep en ver om zich heen grpt1 zooals b4 v4 in de eeuw van ,pericles1 van keizer ,augustus1 van de ,renaissance1 en ook in deze eeuw1 dan komt toch altd de godsdienst weer boven4 ,veeleer grpt de mensch het grofste bgeloof aan1 dan dat h op den duur b het naakte1 koude ongeloof het uithouden kan4 ,maar we kunnen zelfs verder gaan4 ,niet alleen komt het atheisme in absoluten zin bna nimmer voor1 maar zelfs in dien zin is het zeldzaam1 dat het een persoonlk ,god zou loochenen1 die aanspraak heeft op onze vereering4 ,het naturalisme1 het hylozosme1 het pantheisme zn zonder twfel richtingen1 die telkens zich voordoen4 ,maar het zn richtingen1 niet zoozeer op godsdienstig als wel op wsgeerig gebied4 ,ze zn nooit van zelf1 spontaan opgekomen1 maar danken haar ontstaan aan kritiek op de religieuse voorstellingen b anderen4 ,ze zn niet dogmatisch maar kritisch2 en ze dienen daarom altd maar voor een td en in een beperkten kring4 ,een volk1 eene maatschapp1 eene kerk1 eene gemeente van zulke naturalisten en pantheisten is ondenkbaar en onbestaanbaar2 de panthesten erkennen dit zelf1 de godsdienstige voorstelling is voor den minderen man noodzakelk1 maar alleen de wsgeer verheft zich tot het zuivere begrip4 ,daaruit volgt1 dat het geloof aan een persoonlk ,god natuurlk en normaal is2 het komt overal vanzelf en b alle menschen op4 ,maar het atheisme1 zelfs als loochening van een persoonlk ,god1 is uitzondering4 ,het is wsbegeerte1 geen godsdienst4 ,er ligt waarheid in het scherpe woord van ,schopenhauer3 ein unpersnlicher ,gott ist gar kein ,gott1 sondern bloss ein missbrauchtes ,wort1 ein ,unbegriff1 eine contradictio in adjecto1 ein ,shiboleth fr ,philosophieprofessoren1 welche1 nachdem sie die ,sache haben aufgeben mussen1 mit dem ,worte durchzuschleichen bemht sind1 ,par4 u4 ,parel4 ,i #abc4 cf4 ,welt als ,wille u4 ,vorst4 ,,ii #cih1 #djf1 #gci4 ,daarom is er ook een zekere wil noodig1 om niet aan een ,god1 aan een persoonlk ,god1 te gelooven4 ,deum non esse non credit1 nisi cui ,deum non esse expedit4 ,er zn geen athei1 die vast en zeker1 tot den marteldood toe1 van hun ongeloof overtuigd zn4 ,wl het abnormaal en onnatuurlk is1 niet op de onmiddellke beseffen maar op middellke bewzen en feilbare redeneeringen steunt1 daarom is het nooit zeker van zne zaak4 ,de bewzen voor het bestaan van een persoonlk ,god mogen zwak zn1 ze zn altd nog sterker dan die voor de loochening4 ,te bewzen1 dat er geen ,god is1 is zelfs onmogelk2 daartoe zou men alwetend en alomtegenwoordig1 d4 i4 zelf ,god moeten zn1 cf4 ,voetius1 de atheismo1 ,disp4 ,i #aad-bbe4 ,g4 ,j4 ,vossius1 de origine et progressu idol4 ,i c4 #c4 ,leydecker1 ,fax ,veritatis ,,iii controv4 #c4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iii qu4 #b4 ,maresius1 ,syst4 ,theol4 #afgc p4 #dd4 ,buddeus1 ,theses theol4 de atheismo et superst41 ed4 ,lulofs ,l4 ,b4 #agdg4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #aih1 #bdb4 ,flint1 ,antith4 theories1 lecture ,i1 ,hoekstra1 ,des ,christens godsvrucht bl4 #f4 ,doedes1 ,inl4 tot de leer v4 ,god4 #egv4 #b4 ,deze natuurlkheid1 algemeenheid en noodzakelkheid van religie en ,godskennis heeft reeds vroeg tot de gedachte geleid1 dat deze den mensch van nature was ingeschapen en aangeboren4 ,het feit ligt er toch1 dat alle menschen van de prilste jeugd af bewustzn hebben niet alleen van eene physische maar ook van eene psychische1 geestelke1 onzienlke wereld4 ,waar en valsch1 goed en kwaad1 recht en onrecht1 schoon en leelk zn wel geen weeg- en meetbare grootheden en kunnen niet waargenomen worden met de vf zintuigen1 maar ze zn eene werkelkheid1 die voor ons bewustzn nog veel vaster staat dan die van stof en van kracht4 ,het materialisme moge alleen rekenen met zwaartekracht en warmte en electriciteit2 maar geloof en hoop en liefde zn nog gansch andere krachten1 die de menschheid hebben beheerscht en voor het wegzinken in bestialiteit hebben behoed4 ,augustinus heeft terecht gezegd1 dat de waarheid der geestelke dingen eigenlk veel zekerder en vaster is dan die van de zienlke4 ,nihil absurdius dici potest1 quam ea esse quae oculis videmus1 ea vero non esse quae intelligentia cernimus1 cum dubitare dementis sit intelligentiam incomparabiliter oculis anteferri1 de immort4 an4 c4 #aj n4 #ag4 de civ4 ,,xix c4 #ah4 ,de waarheden der mathesis1 der logika1 de grondbeginselen van ethiek1 recht1 religie staan voor allen ontwfelbaar vast4 ,z dragen een karakter van natuurlkheid1 algemeenheid en noodzakelkheid1 dat door niemand kan worden ontkend4 ,z schnen als ideae innatae in 's menschen natuur besloten1 met zne geboorte gegeven te zn4 ,de leer der aangeboren begrippen wortelt reeds in de ,grieksche philosophie4 ,daar maakte het een groot probleem voor het denken uit1 hoe leeren toch mogelk is4 ,want een van beide scheen toch het geval te zn3 f w weten iets al en dan kunnen w het niet meer leeren1 f w weten het niet1 maar hoe is het dan te verklaren dat w er naar streven1 om het te leeren1 ,zeller1 ,philos4 d4 ,gr4 ,i #iif1 ,,ii #hbc1 ,,iii #ahi4 ,plato loste dit probleem op door zne leer van de herinnering2 de ziel had voor hare verbinding met het lichaam de ideen in al hare schoonheid aanschouwd en de beelden daarvan diep in haar geheugen bewaard4 ,h bewees dit vooral met de wiskunde1 die w geheel uit onzen geest kunnen opbouwen zonder hulp der zinnelke waarneming1 maar meende overigens dat alle leeren de praeexistentie der ziel onderstelde1 ,zeller1 ib4 ,,ii #fci1 #fdc f4 #hbc f4 ,aristoteles achtte wel de zinnelke waarneming den weg tot kennis1 maar oordeelde toch1 dat de rede potentieel eenige hoogste1 algemeene beginselen meebracht1 die door zichzelve vaststaan1 aan alle bewzen ten grondslag liggen en door allen worden erkend1 ib4 ,,iii #ahh f4 ,de ,stoicnen spraken van 1 1 1 d4 i4 zulke begrippen1 welke krachtens de natuur van ons denken door allen uit de waarneming worden afgeleid1 ib4 ,,iv #gd f4 #chi f4 ,b al deze wsgeeren is er van aangeboren ideen in strikten zin nog geen sprake4 ,plato beperkt de herinnering niet tot enkele aangeboren begrippen maar breidt ze tot alle kennis uit2 en ,aristoteles en anderen spreken wel van algemeene beginselen maar leeren uitdrukkelk dat deze niet als ideen met de geboorte gegeven zn maar bepaaldelk door middel van waarneming en denken gevonden worden1 maar zoo1 dat elk normaal mensch ze dan ook vinden moet4 ,in eigenlken zin komt de leer der aangeboren begrippen eerst b ,cicero voor4 ,h spreekt van notiones impressae1 cogitationes insitae1 innatae en neemt een weten aan van allerlei waarheden voor alle ervaring en onderzoek4 ,er zn volgens hem semina innata virtutum1 ,tusc4 ,,iii #a1 #b1 notitiae parvae rerum maximarum1 die de natuur sine doctrina in onze ziel plantte1 de fin4 ,v #ba1 #ei1 een aangeboren ,godskennis1 ,deos esse natura opinamur1 ,tusc4 ,i #af1 #cf4 ,nat4 ,d4 ,i #a1 #b enz4 ,zeller1 ,,iv #fei f4 #c4 ,in de nieuwere philosophie werd de leer der ideae innatae voorgedragen door ,cartesius1 die ook het eerst dezen term gebruikte en idee dus in een tot dien td toe ongewonen zin ging bezigen4 ,b ,cartesius hing deze leer samen met zn dualisme tusschen ziel en lichaam4 ,de cognitio intellectualis is niet uit de zinlke waarneming af te leiden2 deze geeft alleen de occasio1 waarb onze geest per innatam facultatem de voorstellingen en begrippen vormt1 ,renati ,descartes1 ,notae p4 #ahe4 ,de cognitio komt uit een eigen beginsel1 d4 i4 uit ideae innatae1 voort4 ,onder die ideae innatae is die van ,god de voornaamste1 welke als het ware is eene nota artificis1 operi suo impressa4 ,medit4 tertia p4 #bd4 ,maar het aangeboren zn dier ideen vat h zoo op1 dat de ziel van nature de kracht1 de facultas1 de dispositio bezit1 om ze uit zichzelve voort te brengen4 ,de ideen zn dus niet actueel maar potentieel in onzen geest1 ,object4 et ,respons4 p4 #ajb1 ,notae p4 #ahd1 #ahe4 ,ook volgens ,leibniz komen de noodzakelke en algemeene waarheden niet van buiten tot ons1 maar z komen uit onszelven voort1 zooals bv4 die van substantie1 duur1 verandering1 oorzaak1 de mathematische waarheden en vooral ook de ,godsidee4 ,samen vormen deze waarheden het natuurlk licht der rede4 ,maar het aangeboren zn dier waarheden wordt door ,leibniz breedvoeriger en duidelker verklaard dan door ,cartesius4 ,deze zeide alleen1 dat die ideen potentieel in onzen geest waren4 ,leibniz echter zegt1 dat ze virtualiter zn aangeboren1 comme des inclinations1 des dispositions1 des habitudes ou des virtualits naturelles et non pas comme des actions4 ,de geest des menschen heeft maar niet de vatbaarheid om ze te kennen1 want dan kon alle kennis aangeboren heeten1 maar h is de bron dier waarheden1 h kan ze uit zichzelf te voorschn brengen1 les tirer lui-mme de son fond4 ,de ideen liggen dus als 't ware gepraeformeerd in 's menschen ziel4 ,en dit is mogelk1 wl er een voorstellen en denken is zonder bewustheid4 ,tot bewustheid komen ze1 als de zinlke waarneming er aanleiding toe geeft4 ,deze brengt de virtueel in ons aanwezige ideen ook actueel in onzen geest1 cf4 ,sprut1 ,proeve van de leer der aangeb4 begrippen #add1 ,stckl1 ,gesch4 d4 n4 ,phil4 ,i #dbf1 ,malebranche meende het leeren en weten b den mensch niet anders te kunnen verklaren dan door de onderstelling1 dat w de ideen in ,god zien en dat ,god dus als het algemeene en oneindige zn in ons verstand onmiddellk present is4 ,op zn voetspoor leerde het ontologisme van ,gioberti1 ,gratry1 ,ubaghs e4 a4 dat w ,god in onzen geest onmiddellk aanschouwen als het absolute zn en dat er dus eene intuitieve kennis van ,god in den mensch aanwezig is1 ,stckl1 ,gesch4 d4 neuern ,philos4 ,,ii #efh f4 #fbj f4 ,door ,kant werd deze leer der aangeboren begrippen belangrk gewzigd4 ,in aansluiting aan de terminologie van ,wolff sprak h van kennis apriori en aposteriori1 en leerde nu geen aangeboren begrippen maar wel aangeboren vormen1 nl4 vormen der aanschouwing1 d4 i4 ruimte en td1 vormen des verstands1 d4 i4 kategorien1 en vormen der rede1 d4 i4 de ideen ,god1 deugd en onsterfelkheid4 ,het idealisme van ,fichte en ,hegel dreef deze leer zoo op de spits1 dat z niet alleen de kennis der noodzakelke en algemeene waarheden1 maar alle kennis1 en zelfs alle zn1 heel de stoffelke wereld construeerden uit het denken4 ,de gronden1 waarop deze leer der ideae innatae voornamelk steunt1 zn deze3 ,het leeren1 het kunnen leeren1 onderstelt dat hetgeen geleerd wordt reeds op eenige wze in onzen geest aanwezig is4 ,de redeneering en het bews zn gebouwd op principia1 die per se en apriori moeten vaststaan4 ,de ervaring geeft alleen 1 toevallige waarheden2 algemeene en noodzakelke waarheden kunnen alleen uit den geest des menschen zelf voortkomen4 ,dat er zulke algemeene en noodzakelke waarheden zn1 wordt bewezen door den consensus gentium4 ,en bovenal is de tegenstelling tusschen ziel en lichaam van dien aard1 dat voorstellingen en begrippen niet in de zinlke waarneming hun oorsprong kunnen hebben2 z moeten of uit den geest des menschen worden verklaard of uit den ,geest ,gods1 in wien de mensch alle ideen aanschouwt4 ,daarentegen werd de leer der aangeboren begrippen bestreden door de ,socinianen1 die de natuurlke religie verwierpen1 ,fock1 ,der ,socin4 #cjg f41 cf4 ook ,episcopius1 ,inst4 theol4 ,i c4 #c1 ,locke1 ,essay concerning human understanding ,i ch4 #b-d1 ,hobbes1 de cive c4 #ad n4 #ai enz4 ,z beriepen zich op de volgende overwegingen3 ,de leer der ideae innatae is volkomen overbodig1 omdat het ontstaan dier ideen ook langs anderen weg zich goed laat verklaren4 ,de geschiedenis leert1 dat geen enkele voorstelling en geen enkel begrip b alle menschen en volken gelk is4 ,zelfs aangeboren zedelke beginselen zn er niet2 over goed en kwaad heerscht het grootst mogelke verschil2 en het ,godsbegrip is zoo weinig aangeboren1 dat er zelfs atheistische menschen en volken bestaan4 ,kinderen1 idioten1 krankzinnigen weten dan ook van zulke aangeboren begrippen niets af4 ,alle kennis stamt b den mensch uit de zinlke waarneming2 nihil est in intellectu quod non prius fuerit in sensu4 ,deze bestrding van de ideae innatae maakte in ,engeland en ,frankrk in de vorige eeuw veel opgang4 ,het materialisme van deze eeuw sloot er zich b aan4 ,de leer der aangeboren begrippen is algemeen prsgegeven en vervangen door de theorie van de overerving der eigenschappen1 ,darwin1 ,afst4 v4 d4 mensch1 hoofdst4 #c1 #d4 ,spencer1 b ,spruyt ,proeve #cdb4 ,bchner1 ,kraft u4 ,stoff ,s4 #cdd f4 #d4 ,van belang is het te weten1 welke houding de christelke theologie tegenover deze leer der ideae innatae heeft aangenomen4 ,prof4 ,spruyt vindt het vreemd1 dat de scholastieken zich met zeldzame eenstemmigheid tegen die leer hebben verklaard1 en vermoedt dat daarvoor eene theologische reden heeft bestaan1 die h echter niet aangeven kan1 ,proeve bl4 #fj4 ,dit is inderdaad het geval en zal in het vervolg duidelk worden4 ,ofschoon de christelke theologie algemeen aannam1 dat er waarheden waren1 niet door openbaring maar van nature bekend1 en niet door opzettelk onderzoek en nadenken maar als het ware onwillekeurig verkregen1 heeft ze toch de leer der aangeboren begrippen beslist verworpen4 ,wel beriepen de voorstanders van de ideae innatae in lateren td1 zooals ,thomassinus1 ,theol4 dogm4 ,i c4 #d1 ,staudenmaier1 ,chr4 ,dogm4 ,,ii #eg f4 ,kuhn1 ,gotteslehre #bte ,aufl4 #edb f41 ,klee1 ,dogm4 ,,ii #a-d en de ontologisten zooals ,malebranche1 ,gioberti1 ,ubaghs enz4 zich op sommige kerkvaders1 maar ten onrechte4 ,justinus ,martyr1 ,apol4 ,,ii #f spreekt wel van de ,godsidee als eene 1 maar zegt verder niet1 hoe h dit bedoelt4 ,irenaeus1 adv4 haer4 ,,ii #a sq4 betoogt wel tegen de ,gnostieken1 dat de wereld door ,god is geschapen en ,hem openbaart en kennen doet maar gewaagt niet van eene cognitio innata4 ,clemens ,alexandrinus zegt ook1 dat de ,vader en ,schepper aller dingen door allen van nature en zonder onderricht1 wordt gekend1 maar h verklaart zelf meermalen1 dat die kennis uit de beschouwing van ,gods werken verkregen wordt1 ,strom4 ,v #ac4 #ad4 ,tertullianus legt zeer sterken nadruk op de natuurlke ,godskennis4 ,alle menschen roepen in weerwil van hun afgodendienst in gevaar en nood den nen ,god aan4 ,en dit hebben z niet van ,mozes of de ,profeten geleerd1 maar hun eigene ziel onderwees hen daarin4 ,animae enim a primordio conscientia ,dei dos est4 ,deze is onder alle volken gelk1 adv4 ,marc4 #aj4 ,de ziel is van nature christin1 ,apol4 #ag4 ,daarmede bedoelt ,tertullianus niets anders1 dan dat sommige waarheden1 zooals die van het bestaan en de eenheid ,gods1 niet eerst door bzondere openbaring maar van nature bekend zn3 quaedam enim et natura nota sunt1 ut immortalitas animae penes plures1 ut ,deus noster penes omnes1 de resurr4 #c4 ,met meer recht beroept men zich op ,augustinus1 die in veel opzichten onder ,plato's invloed stond en dit zelf ook erkent1 de beata vita #d4 ,inderdaad hecht h veel meer waarde aan het denken dan aan de zinnelke waarneming4 ,de zintuigen nemen slechts veranderlke dingen waar1 maar de rede1 ofschoon in ieder mensch onderscheiden1 ziet en kent algemeene1 noodzakelke1 onveranderlke waarheden4 ,en dat is alleen daardoor te verklaren1 dat de rede van ieder mensch die algemeene waarheden ziet in de ne algemeene rede1 de ne onveranderlke waarheid1 welke ,god zelf is4 ,en zoo verklaart ,augustinus dan telkens1 dat w1 evenals we de zinnelke voorwerpen zien door het licht der zon1 zoo de intelligibele waarheden aanschouwen in 't licht ,gods1 de civ4 ,,viii #g1 de trin4 ,,xii #ae4 ,h is ons meer nab dan de schepselen en gemakkelker te vinden dan deze1 de ,gen4 ad litt4 ,v #af4 ,h is de veritas super omnia praesidens1 ,conf4 ,x #da4 ,zelfs zegt h1 ,deus et ,dominus rerum omnium humanis mentibus1 nulla natura interposita1 praesidet1 de musica ,,vi #a4 ,hieruit blkt duidelk1 dat ,augustinus het veel beter en lichter acht1 om door het indenken van de eeuwige waarheden tot ,god op te klimmen dan door de beschouwing der uitwendige natuur4 ,maar er mag toch niet uit afgeleid worden1 dat de ziel des menschen hier op aarde reeds ,god rechtstreeks en onmiddellk aanschouwen zou en dan op deze wze tot de kennis der eeuwige waarheden zou komen4 ,want h zegt elders duidelk1 dat de visio ,dei voor den hemel is weggelegd1 de trin4 ,,ii #ag1 dat ons hier op aarde de cognitio vespertina is toebedeeld1 de ,gen4 ad litt4 ,,iv #cb1 dat de eeuwige waarheden1 die de mensch erkent1 van ,god als de waarheid zelve te onderscheiden zn1 de lib4 arb4 ,,ii #ac1 ,solil4 ,i #e1 dat de mensch allengs van de beschouwing der natuur1 van de kennis der rede en haar wetten tot ,god opklimt1 ,conf4 ,,vii #aj4 de lib4 arb4 ,,ii c4 #c-ac ,cf4 ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorzeit1 ,i #gef f4 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #ed-fg1 ,gangauf1 ,aug4 ,lehre v4 ,gott dem ,dreieinigen #ahhc ,s4 #acg f4 ,spruyt1 ,proeve #dc-eg4 ,de mystiek had echter in ,augustinus een machtigen steun1 en z leerde dat de mensch oorspronkelk behalve een oculus carnis en een oculus rationis ook nog een oculus contemplationis ontvangen had1 hetwelk1 door de genade hersteld1 ,god hier reeds b oogenblikken en in de heerlkheid volmaakt aanschouwen zou1 ,bonaventura1 ,brevil4 ,,ii c4 #ab4 ,door ,bonaventura wordt dan ook de stelling bestreden1 dat omnis cognitio sit a sensu2 de ziel kent ,god en zichzelve zonder hulp der zintuigen1 ,sent4 ,,ii dist4 #ci art4 #a qu4 #b4 ,toch blft de mystiek b ,bonaventura1 schoon op dit punt van ,thomas afwkende1 binnen de grenzen4 ,quamvis ,deus sit praesens1 tamen propter caecitatem et caliginem intellectus nostri1 in qua sumus1 ipsum cognoscimus ut absentem1 ,sent4 ,,ii dist4 #aj art4 #a qu4 #a4 ,de aanschouwing ,gods is niet gegeven aan ieder mensch1 maar is alleen eene gave der genade1 welke een ,paulus daartoe opheffen kan1 ,sent4 ,,ii dist4 #bc art4 #b qu4 #c4 ,en zelfs wat de kennis der prima principia betreft1 deze heet b ,bonaventura wel aangeboren1 maar h verklaart daarb1 quia lumen illud sufficit ad illa cognoscenda post receptionem specierum sine aliqua persuasione superaddita propter sui evidentiam4444 ,naturale enim habeo lumen1 quod sufficit ad cognoscendum quod parentes sunt honorandi1 et quod proximi non sunt laedendi1 non tamen habeo naturaliter mihi impressam speciem patris vel speciem proximi1 ,sent4 ,,ii dist4 #ci art4 #a qu4 #b4 ,hoewel ,bonaventura dus ook aanneemt1 dat er waarheden zn1 die we niet door de zinnelke waarneming bekomen maar door de inwendige aanschouwing en door de gemeenschap met ,god1 toch is er ook b hem van aangeboren ideen in eigenlken zin geen sprake1 cf4 de ,freiburgsche editie van het ,breviloquium1 #ahha p4 #gi sq4 #adh sq4 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,iii #aaa f4 ,sanseverino1 ,philos4 ,christ4 ,neap4 ,,iii art4 #da4 ,heel de scholastiek verwierp eenstemmig de leer der aangeboren begrippen4 ,z leerde in onderscheiding daarvan1 dat het wezen der dingen het eigenlk object der intellectueele kennis is4 ,alle kennis begint met de zinlke waarneming4 ,maar als deze de dingen ziet1 dan heeft het verstand de geschiktheid1 om daaruit het algemeene te abstraheeren en wel allereerst de zoogenaamde aangeboren begrippen4 ,deze worden dus niet kant en klaar door den intellectus meegebracht maar overeenkomstig zne natuur uit de waarneming der zinlke dingen geabstraheerd4 ,dat geldt ook van de idee ,gods4 ,god is niet de substantie der dingen maar hun causa1 en daarom kan ,h uit zne werken door waarneming en denken eenigermate worden gekend in zn bestaan en in zne deugden4 ,aangeboren kennis is er slechts in zooverre1 als aan ons verstand een natuurlke habitus is ingeschapen1 om uit het eindige tot het oneindige1 uit het bzondere tot het algemeene op te klimmen1 cf4 deel ,i #aeh v41 en voorts ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #b art4 #a1 c4 ,gent4 ,i c4 #aj1 #aa4 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii #e sq4 ,c4 ,pesch1 ,theol4 dogm4 ,,ii #aj-ac1 ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorzeit ,i #fg f4 #ehg f41 ,beilagen1 #ctes ,heft ,s4 #c-dg1 ,denzinger1 ,vier ,bcher v4 d4 relig4 ,erk4 ,,ii #bh f4 ,het ontologisme van ,gioberti en ,ubaghs werd #ah ,sept4 #ahfa en #ba ,sept4 #ahff te ,rome veroordeeld4 #e4 ,b de ,lutherschen kon het goede en ware element1 dat er in de leer der aangeboren begrippen lag opgesloten1 niet tot zn recht komen4 ,de theologia naturalis1 zoo insita als acquisita1 vond weinig genade b hen1 cf4 reeds deel ,i #bbb4 ,door de bestrding der scholastieke leer1 naturalia adhuc esse integra1 liet ,luther zich tot een tegenovergesteld uiterste verleiden4 ,het beeld ,gods was geheel verloren4 ,ratio sine ,spiritu ,sancto est simpliciter sine cognitione ,dei4 ,homo in rebus divinis nihil habet quam tenebras4 ,eigenlk is den mensch alleen overgebleven de aptitudo passiva1 d4 i4 de mogelkheid om gered te worden4 ,overigens is zn verstand1 wil1 genegenheid alleen tot de civilia beperkt2 in het geestelke is h geheel blind en dood4 ,wel erkent ,luther1 dat ,god zich nog in zne werken openbaart1 de schepping is eene ,larve ,gottes2 maar de mensch kent ,hem daaruit niet meer4 ,zelfs gaat ,luther soms zoo ver1 dat h de zonde essentia hominis noemt1 en dat de mensch nihil quam peccatum is2 uitdrukkingen1 die men zeker niet onbillk mag persen en drukken1 maar die toch voor zne beschouwing van de cognitio ,dei insita en acquisita van beteekenis zn1 ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,,ii #bdd f4 #bhg f4 #cfg f4 ,hetzelfde negatieve standpunt wordt ingenomen door de ,luthersche symbolen1 ed4 ,mller #ebb1 #ehe1 #ehi1 #eid2 en sommige theologen zooals ,flacius en ,chemniz gingen zoo ver1 dat ze heel de cognitio ,dei naturalis verwierpen1 ,zckler1 ,theol4 ,natur4 #ahfj ,s4 #fd4 ,maar weldra kwam men toch van deze eenzdigheid terug4 ,luther zelf sprak dikwerf anders1 en zag en prees in de natuur een werk ,gods1 ,zckler1 ib4 #fj f4 ,melanchton leerde eene cognitio ,dei zoowel insita als acquisita2 er zn sporen van ,god in al zne werken1 maar deze zouden onvoldoende zn1 nisi etiam insita esset menti quaedam notitia seu de ,deo1 ,corpus ,ref4 ,,xiii #acg sq4 ,en dit voorbeeld wordt door de latere theologen gevolgd4 ,gerhard1 ,loci ,theol4 ,prooemium #ag1 ,loc4 ,,ii c4 #d1 ,quenstedt1 ,theol4 did4 polem4 ,i #bej sq41 ,hollaz1 ,exam4 ,theol4 p4 #ahg sq41 ,calovius1 ,isag4 ad ,s4 ,theol4 c4 #d1 ,buddeus1 de atheismo #agfg p4 #bbe sq4 enz4 bespreken de theologia naturalis en verdedigen haar uitdrukkelk tegen de ,socinianen4 ,later werd ze zelfs door sommigen1 zooals ,jaeger e4 a41 afzonderlk behandeld4 ,de cognitio ,dei insita werd nu door de ,luthersche theologen verschillend omschreven1 als een facultas of dispositio of habitus of perfectio of lumen congenitum et habitui analogum4 ,maar hierover waren allen het eens1 dat z niet bestond in een species impressa1 welke reeds voor alle gebruik der rede in den mensch aanwezig zou zn1 ,hollaz #ahi1 ,quenstedt #bec1 ,calovius #gg4 ,daarom werd ,cartesius' leer van de ideae innatae verworpen1 ,hollaz #aie1 en evenzoo de mystieke leer van het inwendig licht en van de contemplatie1 ib4 #aih-bbj4 ,en daartegenover werd dan de theologia insita opgevat als eene den intellectus humanus ingeplante1 natuurlke geschiktheid en geneigdheid1 om sine discursu et mentis ratiocinatione tot kennisse ,gods te komen en aan deze een ongetwfeld1 vast en zeker getuigenis te geven1 ,hollaz #ahh-aij1 ,quenstedt #bec4 ,ante sensualem perceptionem nihil est in intellectu1 quoad idealem rerum repraesentationem1 est tamen aliquid in intellectu1 quoad notitiam habitualem1 ,hollaz1 ,ex4 theol4 #aic4 ,quenstedt1 ,theol4 did4 pol4 ,i #bfj4 ,de ,gereformeerden namen van den aanvang af tegenover de theologia naturalis eene vriendelker houding aan4 ,calvn onderscheidde tusschen eene algemeene en bzondere genade en verklaarde uit de eerste alle goeds1 dat ook in den zondigen mensch nog is overgebleven1 cf4 mne rede over ,de ,algem4 ,genade bl4 #bg v4 ,bepaaldelk nam h ook aan1 dat den menschelken geest een sensus divinitatis was ingeplant1 en wel naturali instinctu4 ,god heeft numinis sui intelligentiam allen ingeplant1 cujus memoriam assidue renovans1 novas subinde guttas instillat1 ,inst4 ,i #c1 #a4 ,h noemt dit ook semen religionis1 en verklaart daaruit de algemeenheid der religie1 ib4 ,de overtuiging1 dat er een ,god is1 is naturaliter ingenita2 ze kan nooit worden uitgeroeid1 ,i #c1 #c4 ,maar toch wordt er nauwelks een op de honderd gevonden1 qui conceptum in suo corde foveat1 nullus autem in quo maturescat1 ,i1 #d1 #a4 ,en b dat semen religionis komt nu de openbaring ,gods in zne werken1 zoodat aperire oculos nequeant quin aspicere eum cogantur1 ,i #e1 #a4 ,er is geen stukske der wereld1 nulla mundi particula1 in qua non scintillae saltem aliquae gloriae ipsius emicare cernantur1 ,i #e1 #a4 ,allereerst is de mensch zelf als mikrokosmos eene officina innumeris ,dei operibus nobilis1 ,i #e1 #c1 #d1 maar dan voorts heel de natuur1 die vromelk zelfs ,god genoemd worden kan1 #a #e1 #e4 ,cf4 ,,ii1 #b1 #ah en comm4 op ,ps4 #h2 #ai2 ,hd4 #ag3bg1 #bh4 ,rom4 #a3ai4 ,hebr4 #aa3c4 ,en zoo spreken alle ,geref4 symbolen en theologen4 ,ursinus1 ,tract4 ,theol4 #aehd zegt1 dat ,god zich aan den mensch openbaart cum notitiis de se menti hominum impressis1 tum creaturis omnibus tanquam speculis et documentis suae divinitatis propositis p4 #ce1 en onder de notitiae nobiscum nascentes rekent h ook den sensus1 dat er een ,god is1 gelk de algemeenheid der religie bewst1 p4 #ci4 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #fcf sq4 verwerpt beide ,plato en ,aristoteles en leert met de ,stoa en ,cicero1 dat de nobiscum nasci1 non autem usu comparari2 kinderen weten terstond1 dat drie meer is dan twee1 dat er onderscheid is van goed en kwaad enz4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 p4 #cbe verstaat onder de recta ratio de vera notitia voluntatis et operum ,dei1 ut et ordinis judiciique divini1 a ,deo menti humanae inscripta2 wier auteur de ,logos is1 wier forma en norma de principia naturalia zn1 en die door de beschouwing van ,gods werken vermeerderd wordt2 cf4 verder ,p4 ,martyr1 ,loci ,comm4 p4 #b sq4 ,maresius1 ,syst4 theol4 p4 #da4 ,h4 ,alting1 ,theol4 elenctica #afed p4 #b sq4 ,leydecker1 ,fax ,verit4 ,loc4 #c contr4 #a4 ,alsted1 ,theol4 polem4 #afbj p4 #ahe-ahg4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,i qu4 #c n4 #b4 ,moor1 ,comm4 ,i #da enz4 ,en toch werd1 in weerwil dat de theologia insita zoo krachtig werd bepleit1 ,cartesius' leer van de ideae innatae door ,voetius beslist verworpen1 ,disp4 ,v #dgg-ebe4 ,h beschuldigt ,cartesius vooral van drie dingen1 dat h het woord idea in een ongewonen zin bezigt en alzoo vervalscht2 dat h niet duidelk zegt1 wat onder die idea ,dei innata moet worden verstaan1 of ze behoort tot de theologia insita of acquisita1 of ze een facultas of actus1 een ens reale of ens intentionale is enz42 en dat h de kennis1 die door de zintuigen ons toekomt1 van haar waarde en zekerheid berooft4 ,in welken zin de theologia insita dan te verstaan z1 wordt door ,voetius klaar omschreven4 ,z is eene facultas seu vis seu aptitudo facultatum rationalium1 seu lumen naturale in eo1 quod intellectus veritatem principiorum potest sine ullo labore1 praevio studio aut ratiocinatione comprehendere1 et positis ponendis 7cognitione scil4 terminorum7 de facto sic comprehendit1 ex naturali quadam necessitate et insito sibi pondere in hunc veritatis sensum atque assensum dilatus et inclinans2 op dezelfde wze1 als de wil door eene natuurlke geaardheid het goede najaagt en het oog vanzelf het licht en het zichtbare aanschouwt1 ,disp4 ,i #ada cf4 ,v #eaf1 #ebe4 ,de bekende spreuk3 nihil est in intellectu quod non prius fuerit in sensu wordt dan ook in zoover als waarheid erkend1 dat de wereld om ons heen op de eene of de andere zde1 als rechtstreeksch object of als product of als deel of als tegenstelling enz4 noodzakelk is1 om ons tot bewuste kennis te brengen1 ib4 ,v #ebe4 #f4 ,uit al het bovengenoemde wordt ons de reden duidelk1 waarom de christelke theologie zoo eenparig de leer der ideae innatae verwierp4 ,het was de vrees voor het rationalisme en het mysticisme1 die haar daarb leidde4 ,indien de mensch reeds b zne geboorte in zn geest een volkomen klare en duidelke kennis meebracht1 hetz van al de ideen 7,plato71 of van ,god 7,cartesius71 of van het zn 7,gioberti71 dan werd h daardoor van de wereld onafhankelk2 h kon de volkomen zuivere kennis uit zn eigen geest voortbrengen en was zichzelf genoeg2 h kon zelfs de openbaring missen1 welke ,god in zn woord had gegeven2 beter en duidelker dan in natuur en ,schrift vond h de volmaakte kennis in zn eigen geest4 ,ja meer nog1 door de leer der ideae innatae werd eene ondempbare klove gegraven tusschen geest en stof1 tusschen ziel en lichaam4 ,de zienlke wereld was dan niet een schepping en openbaring ,gods1 geen belichaming van goddelke gedachten2 uit haar konden de eeuwige waarheden1 de intellectueele kennis niet worden afgeleid2 deze vond de mensch alleen1 door zelfbezinning en herinnering1 als h van de wereld zich afzonderde en in zn eigen zieleleven zich terugtrok4 ,en inderdaad is hiermede het gevaar aangewezen1 dat altd van de zde der ideae innatae dreigt4 ,het dualisme van ,plato heeft in het neoplatonisme en daardoor weer in de christelke1 bepaaldelk de ,roomsche kerk tot eene mystiek geleid1 welke eerst wel op de lagere trappen der meditatie van de openbaring ,gods in natuur en ,schrift gebruik maakte maar dan1 hooger tot de contemplatie gestegen1 al die uitwendige hulpmiddelen wel missen kon en aan het inwendig woord1 het geestelk licht1 de aanschouwing en gemeenschap ,gods in het innerlkst zielsbestaan volkomen genoeg had4 ,en het in de nieuwere philosophie door ,cartesius weer opgekomen dualisme en de daarmede in verband staande leer van de idea ,dei innata heeft b ,leibniz en ,wolff eerst1 daarna b ,kant1 ,fichte en ,hegel tot een rationalisme geleid1 dat heel de wereld des zns construeerde uit de immanente gedachte van den menschelken geest4 ,nu is het klaar als de dag1 dat de ,schrift van zulk eene des menschen en van zulk eene verachting van lichaam en wereld niets weten wil4 ,z leert dat de mensch naar ziel en lichaam beelddrager ,gods is en dat h door zn lichaam aan heel de zienlke wereld verwant en verbonden is4 ,maar deze band is geen slavenketen2 integendeel1 de wereld1 waarin de mensch is geplaatst1 leidt hem niet van ,god af maar tot ,god op2 z is eene schepping ,gods1 een spiegel van zne deugden1 eene manifestatie zner gedachten4 ,er is naar het schoone woord van ,calvn nulla mundi particula1 in qua non scintillae saltem aliquae gloriae ipsius emicare cernantur1 ,inst4 ,i #e1 #a4 ,en omdat de christelke theologie dat heeft verstaan1 daarom heeft ze eenstemmig de leer der aangeboren begrippen verworpen4 ,en daar kwamen dan nog de bedenkingen b1 aan psychologie en historie ontleend1 welke tegen deze leer o4 a4 door ,locke werden ingebracht4 ,het empirisme verdedigde tegenover mysticisme en rationalisme eene kostelke waarheid4 ,immers1 als deze richtingen beweerden1 dat het wezen1 de idee der dingen niet uit de zinnelke waarneming ons konden toekomen maar alleen in ,god 7,malebranche71 in de ziel door 7,plato7 of door denken uit 's menschen eigen geest 7,cartesius-,hegel7 konden voortkomen1 dan hadden ook z daarmede eene goede bedoeling4 ,god is inderdaad de zon der geesten4 ,in zn licht zien w het licht4 ,de ,logos verlicht een iegelk mensch1 komende in de wereld4 ,maar toch is het waar1 dat w hier op aarde niet zien van aangezicht tot aangezicht1 dat w wandelen in geloof1 en door een spiegel zien in eene duistere rede4 ,alleen door beschouwing van ,gods openbaring in natuur en ,schrift komen w tot kennisse ,gods1 ,rom4 #a3ai1 #a ,cor4 #ac3bb1 #b ,cor4 #c3ah4 ,er is hier op aarde geen rechtstreeksche1 onmiddellke kennis van ,god en van zne gedachten te verkrgen1 maar alleen eene middellke1 per speculum en in speculo4 ,het gevoelen der mystici1 rationalisten en ontologisten is dan ook niet theistisch maar pantheistisch2 het verwart het lumen rationis met het lumen ,dei1 de algemeene waarheden in ons met de ideen in het bewustzn ,gods1 onzen logos met den 4 ,en daartegenover stelde de christelke theologie de leer der ,h4 ,schrift1 dat al onze kennis van ,god1 daar zn wezen in zichzelf voor ons onkenbaar is1 door middellke openbaring verkregen wordt en een analogisch karakter draagt4 ,feitelk komt dan ook geen enkel mensch tot de kennis der prima principia en tot de gedachte ,gods buiten de wereld om4 ,het kindeke1 dat onbewust wordt geboren1 ontvangt langzamerhand allerlei voorstellingen en denkbeelden uit de omgeving1 waarin het opgevoed wordt4 ,met den eersten mensch moge dit uit den aard der zaak anders geweest zn2 allen die na hem geboren zn1 zn niet ieder op eigen gelegenheid en door eigen nadenken1 maar door hun ouders en door hun levenskring tot bewuste en heldere kennis gekomen1 beide van zienlke en onzienlke dingen4 ,daarom is er geen kennis van het onzienlke1 dan onder het symbool van het zienlke4 ,wie een zintuig mist1 krgt ook geene voorstelling van de daaraan correspondeerende verschnselen4 ,een blinde weet niet1 wat licht is en verstaat daarom ook niet1 dat ,god een licht is1 anders dan alleen negatief en door tegenstelling4 ,daarom is er ook in recht en zede1 in religie en kunst zooveel verschil onder de menschen en volken mogelk4 ,dit ware onverklaarbaar1 indien de ideen in eigenlken zin waren aangeboren en onmiddellk door ,god zelven in onzen geest waren ingeplant4 ,nu zien we echter1 dat alle menschen wel het vermogen der spraak hebben maar toch zeer verschillende talen spreken2 dat allen wel eene idee hebben van ,god maar ze in allerlei voorstellingen inkleeden2 dat er menschen zn1 die in hun hart zeggen1 dat er geen ,god is2 dat het onderscheid van goed en kwaad overal bekend is maar beider inhoud zeer uiteenloopend wordt bepaald2 dat over recht en onrecht1 over schoon en leelk de meeningen zeer verre van elkander afwken4 ,in n woord1 er is geen enkele religieuse of ethische waarheid1 die ubique1 semper et ab omnibus is erkend2 er heeft eene theologia naturalis in actueelen zin nimmer bestaan1 evenmin als een natuurrecht en eene natuurlke moraal4 #g4 ,daarmede is echter slechts de eene zde der waarheid getoond4 ,er is nog eene keerzde1 die van niet minder belang is4 ,het valt immers niet te loochenen1 dat gelk objectief het licht der zon1 zoo ook subjectief het oog noodig is om te zien4 ,dat de menschen feitelk leeren1 en kennis opdoen uit hunne omgeving1 staat vast2 maar het onderstelt1 dat z een vermogen1 eene geschiktheid en geneigdheid tot leeren medebrengen4 ,de taal wordt ons geleerd door het volk1 waaronder w geboren zn1 maar z onderstelt b iederen mensch eene dispositie en eene neiging om te spreken4 ,zoo is het op alle terrein1 in religie1 kunst1 moraal1 recht1 wetenschap enz4 ,de semina scientiarum liggen van nature in den mensch4 ,alle wetenschap gaat uit van algemeene principia1 die door zichzelve en vanzelf vaststaan4 ,alle kennis rust in geloof4 ,alle bews onderstelt ten slotte eene 4 ,er zn logische1 mathematische1 philosophische1 ethische en zoo ook religieuse en theologische principia1 die wel zeer algemeen en abstract zn1 maar die toch door alle menschen en in alle eeuwen worden aangenomen en die een karakter van natuurlkheid en noodzakelkheid dragen4 ,de wetten van het denken zn voor allen gelk2 de leer der getallen is overal dezelfde2 het onderscheid van goed en kwaad is allen bekend2 er is geen volk zonder religie en kennisse ,gods4 ,dit is niet anders te verklaren dan door het aannemen van principia per se nota1 1 veritates aeternae1 welke den menschelken geest van nature zn ingeprent4 ,b de religie moet men1 of men wil of niet1 altd weer teruggaan tot een semen religionis1 een sensus divinitatis1 een instinctus divinus1 eene cognitio insita4 ,de ,schrift zelve gaat ons daarin voor4 ,z bindt den mensch zoo sterk mogelk aan de objectieve openbaring in natuur en genade1 maar z erkent tegelkertd1 dat de mensch ,gods beeld en geslacht is1 dat h in den een vermogen bezit om ,god in zne werken te zien en dat h het werk der wet geschreven draagt in zn hart1 ,gen4 #a3bf1 ,hd4 #ag3bg1 ,rom4 #a3ai1 #b3ae4 ,toch komt er alles op aan1 om deze oorspronkelkheid der goed te verstaan4 ,men heeft ze op verschillende wze aangeduid en gesproken van 1 ingenitus1 insculptus1 insitus1 aangeboren1 ingeschapen1 ingeplant enz4 ,en niemand bezigt die woorden in letterlken zin2 zoodra deze uitdrukkingen worden ingedacht1 haasten zich bna allen om te verklaren1 dat ze niet bedoelen1 dat deze ideae innatae terstond met de geboorte fix und fertig worden meegebracht en als species impressae in het bewustzn aanwezig zn4 ,in dien zin zn er dan ook geen aangeboren begrippen4 ,god laat den mensch in geen enkel opzicht volwassen in de wereld komen maar laat hem geboren worden als een hulpeloos en hulpbehoevend kind4 ,en dat kind zou omkomen1 indien het niet gevoed en verzorgd werd door zn omgeving4 ,toch schuilt in het kind reeds de toekomstige man4 ,en zoo is het op intellectueel1 ethisch en religieus terrein4 ,cognitio ,dei insita wil niet zeggen1 dat de mensch onmiddellk1 door ,god zelven1 met eene genoegzame kennis is toegerust en aan de openbaring geen behoefte meer heeft4 ,ze geeft niet te kennen1 dat h alleen op zichzelf in staat is1 om eenige bewuste1 klare en ware kennis van ,god uit zn eigen geest af te leiden4 ,maar ze duidt aan1 dat de mensch beide de potentia 7aptitudo1 vis1 facultas7 en de inclinatio 7habitus1 dispositio7 bezit1 om in den normalen ontwikkelingsgang en te midden der omgeving1 waarin ,god hem het leven schonk1 vanzelf en zonder dwang1 zonder wetenschappelke redeneering en bewsvoering1 1 tot eenige vaste1 zekere1 ontwfelbare kennisse ,gods te komen4 ,de woorden 1 ingenitus1 aangeboren enz4 bedoelen dus niet datgene uit te drukken1 waarmede een mensch geboren wordt1 maar ze willen slechts te kennen geven1 dat de kennisse ,gods langs natuurlken weg1 zonder wetenschappelke redeneering1 uit den mensch zelf geboren wordt4 ,ze zn niet op te vatten als opposita van de leer1 dat de mensch als tabula rasa1 zonder bepaalden1 materieelen inhoud in zn bewustzn geboren wordt2 maar ze zn tegengesteld aan de meening1 dat de mensch eerst uitwendig1 door eene bepaalde openbaring1 door wetenschappelk bews1 als het ware kunstmatig en door dwang tot kennisse ,gods werd gebracht4 ,zoo zn die uitdrukkingen altd in de christelke theologie bedoeld4 ,ze wisselden daarom met 1 1 vi insita1 sine praevio studio1 sine discursu operoso enz4 af4 ,dei cognitio nobis innata dicitur esse1 in quantum per principia nobis innata de facili percipere possumus ,deum esse1 ,thomas b ,kleutgen1 ,phil4 der ,vorzeit ,i #cdh4 ,daarom is de opmerking van ,locke ook onjuist1 dat1 indien onder ideae innatae alleen het vermogen der kennis werd verstaan1 dan alle kennis aangeboren kon heeten4 ,want de cognitio ,dei heet daarom insita of innata1 wl ieder mensch b normale ontwikkeling daartoe komen moet4 ,gelk een mensch1 de oogen openend1 vanzelf de zon en b haar licht de voorwerpen aanschouwt1 zoo moet de mensch krachtens zne natuur1 zoodra h hoort dat er een ,god is1 dat er onderscheid is van goed en kwaad1 enz41 daaraan zne toestemming geven4 ,h kan daar niet buiten4 ,h neemt die waarheden vanzelf1 zonder dwang of bews aan1 omdat ze door zichzelve vaststaan4 ,daarom heet de kennisse ,gods aangeboren1 en was de uitdrukking van eene aangeboren potentie of faculteit onbevredigend4 ,er wordt eenerzds tegenover de leer der ideae innatae door uitgedrukt1 dat de kennisse ,gods niet klaar en gereed door den mensch wordt meegebracht maar middellk1 door inwerking der openbaring in zn bewustzn tot stand komt1 en anderzds wordt er tegenover het empirisme door aangeduid1 dat die openbaring ,gods zoo luide en krachtig spreekt en zoo diepen weerklank vindt in ieders gemoed1 dat ze den mensch als van nature eigen en ingeschapen kan heeten4 ,en hiermede heeft de theologie niet alleen aan de ,schrift1 maar ook aan psychologie en historie volle recht laten wedervaren4 ,openbaring is er van ,god in al zne werken1 niet alleen buiten maar vooral ook in den mensch4 ,van de natuur1 waaruit ,god wordt gekend1 maakt de mensch zelf het voornaamste deel uit4 ,en uit die gansche natuur1 beide buiten en in hem1 ontvangt de mensch indrukken en gewaarwordingen1 die in zn bewustzn vr alle redeneering en bews het besef kweeken van een ,hoogste ,wezen4 ,het is ,god zelf1 die aan geen mensch zich onbetuigd laat4 ,cf4 ,i #af4 #aegv4 #babv41 en voorts nog ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorzeit ,i #ehg-gib4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #aie4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #aig4 ,mc ,cosh1 ,the intuition of the mind1 inductively investigated1 #ahfj4 ,john ,caird1 ,an introduction to the philos4 of religion #ahhj p4 #ci4 #afj4 ,lotze1 ,mikrok4 ,,iii #ehj f4 #bb4 ,,de ,,kenbaarheid ,,gods4 7,cognitio ,dei acquisita47 #a4 ,tusschen de cognitio ,dei insita en acquisita moge er geen tegenstelling bestaan1 er is toch ongetwfeld tusschen beide onderscheid4 ,dikwerf wordt dit onderscheid zoo opgevat1 dat de eerste de kennisse ,gods aanduidt1 welke den mensch aangeboren is en hem toekomt uit zn eigen wezen1 en de tweede die1 welke ter vermeerdering en uitbreiding der eerste den mensch ten deele wordt van buiten1 uit de beschouwing der wereld4 ,maar duidelk en nauwkeurig is het verschil tusschen beide daarmede niet aangegeven4 ,immers1 in eigenlken zin is er geen kennis aangeboren1 noch van ,god noch van de wereld4 ,alle kennis komt van buitenaf in 's menschen bewustzn in4 ,wat aangeboren is1 is alleen het vermogen der kennis2 maar dit vermogen komt eerst tot handeling en daad door de inwerking der wereld in en om ons heen4 ,het zaad der religie ligt wel in den mensch1 maar het ontkiemt alleen in den akker van heel het menschelk leven4 ,gelk het oog door den mensch b zne geboorte wordt meegebracht maar de voorwerpen eerst ziet b het licht der zon1 zoo aanschouwt de geloovige ,god eerst in al de werken zner handen4 ,voorts is het in de vorige ons duidelk geworden1 dat de christelke theologie onder het aangeboren en ingeschapen zn der kennisse ,gods nooit heeft verstaan1 dat de mensch b de geboorte eenige bewuste kennis van ,god meebracht2 maar ze gaf daarmede alleen te kennen1 dat de kennisse ,gods den mensch niet door dwang of geweld1 en ook niet door logische redeneering of dwingende bewzen behoeft bgebracht te worden1 maar dat ze den mensch van nature1 spontaan1 van zelve eigen is4 ,een mensch1 normaal zich ontwikkelend1 komt zonder dwang of moeite1 vanzelf tot eenige kennis van ,god4 ,daarom staat dan ook de cognitio ,dei insita niet in tegenstelling met de acquisita1 want in ruimeren zin kan ook de eerste acquisita heeten4 ,aan de cognitio ,dei1 beide insita en acquisita1 gaat nl4 de openbaring ,gods vooraf4 ,h laat zich niet onbetuigd4 ,h werkt met zne eeuwige kracht en goddelkheid van alle kanten op den mensch in1 niet alleen van buiten maar ook van binnen2 in natuur en menschenwereld1 in hart en geweten1 in voor- en tegenspoed treedt ,god als het ware den mensch tegemoet4 ,en deze ontving als geschapen naar ,gods beeld het vermogen1 om de indrukken daarvan op te vangen en daardoor tot eenig besef en tot eenige kennis van het ,eeuwige ,wezen te komen4 ,de cognitio insita1 zoodra z cognitio en dus niet alleen potentia maar actus is1 is nooit anders dan onder inwerking van de openbaring ,gods in en buiten den mensch ontstaan en is dus in zoover altd acquisita4 ,om deze redenen werd het onderscheid tusschen de cognitio ,dei insita en acquisita vroeger gewoonlk anders aangegeven4 ,het bestond in deze twee dingen4 ,vooreerst daarin1 dat de cognitio ,dei innata vanzelf1 spontaan1 zonder moeite of dwang werd verkregen1 de cognitio ,dei acquisita daarentegen door redeneering en betoog1 door nadenken en bews langs de viae causalitatis1 eminentiae en negationis werd verworven2 gene was noetica1 deze dianoetica4 ,en ten tweede vloeide daaruit ook dit verschil voort1 dat de eerste alleen in beginselen bestond en algemeen en noodzakelk was1 maar de tweede was meer uitgewerkt en ontwikkeld1 leverde meer concrete stellingen en was daarom ook aan allerlei twfel en bestrding onderworpen4 ,dat er een ,god is1 stond en staat nagenoeg voor allen vast4 ,maar de bewzen voor het bestaan ,gods zn door het denken gevonden en zn daarom beurtelings geminacht en hooggeschat1 ,moor1 ,comm4 ,i #da4 #dd4 ,en daarmede is het onderscheid juist aangegeven4 ,het ligt niet daarin1 dat de aangeboren kennisse ,gods uit den mensch en de verkregene uit de wereld zou opkomen4 ,ook het moreel bews is ontleend aan de zedelke bewustheid1 die binnen den mensch zich bevindt4 ,in beide is het dezelfde en de gansche openbaring ,gods1 uit welke de cognitio ,dei indringt in ons bewustzn4 ,maar in de cognitio ,dei insita werkt die openbaring in op het bewustzn van den mensch en kweekt daar indrukken en beseffen4 ,in de cognitio ,dei acquisita wordt die openbaring ,gods door den mensch ingedacht2 zn verstand gaat aan den arbeid1 zne reflectie ontwaakt1 en met klare1 heldere bewustheid zoekt h door redeneering en bews uit de schepselen op te klimmen tot ,god4 ,de mensch heeft nl4 op geen gebied van kennis aan indrukken en beseffen genoeg4 ,h is met het bewustzn alleen niet tevreden4 ,het is hem niet voldoende1 dat h weet4 ,h wil ook weten1 dat h weet2 h tracht het hoe en waarom van zn weten te verklaren4 ,en vandaar1 dat het gewone1 alledaagsche1 empirische weten altd zoekt over te gaan in het eigenlke1 wetenschappelke weten2 dat het geloof zich verheft tot theologie1 en de cognitio ,dei insita zich voltooit in de cognitio ,dei acquisita4 #b4 ,de indeeling in cognitio ,dei insita en acquisita wordt gewoonlk alleen toegepast op de theologia naturalis4 ,en deze wordt dan onderscheiden van en dikwerf tegengesteld aan de theologia revelata4 ,reeds vroeger is deze opvatting breedvoerig bestreden1 ,i #bai-bdd4 ,er is geen afzonderlke theologia naturalis1 die buiten alle openbaring om door den mensch uit de denkende beschouwing der wereld zou kunnen verkregen worden4 ,die kennisse ,gods1 welke in de theologia naturalis wordt samengevat1 is geen product van de menschelke rede4 ,z onderstelt allereerst1 dat ,god zelf zich in de werken zner handen openbaart2 het is niet de mensch1 die ,god1 maar ,god1 die den mensch zoekt ook door zne werken in de natuur heen4 ,voorts is het niet de mensch1 die met het natuurlke licht der rede deze openbaring ,gods verstaat en kent2 alle godsdiensten der ,heidenen zn positief2 maar er is van 's menschen zde een geheiligd verstand en een geopend oog van noode1 om ,god1 den waarachtigen en levenden ,god1 in zne schepselen op te merken4 ,en zelfs is dit nog niet genoeg4 ,ook de geloovige1 ook de ,christen zou ,gods openbaring in de natuur niet verstaan en niet zuiver kunnen weergeven1 indien ,god zelf niet in zn ,woord had beschreven1 hoe en wat ,h van zichzelven in heel de wereld openbaart4 ,de cognitio ,dei naturalis is in de ,schrift zelve opgenomen en daarin breedvoerig ontvouwd4 ,daarom is het ook eene gansch verkeerde methode1 dat de ,christen zich b de behandeling der theologia naturalis als het ware van de bzondere openbaring in de ,schrift en van de verlichting des ,h4 ,geestes ontdoet1 zonder eenige christelke ,voraussetzung haar bespreekt1 en daarna tot de theologia revelata overgaat4 ,de ,christen staat ook als dogmaticus van den aanvang af met beide voeten op den grondslag der bzondere openbaring2 niet eerst in den locus de ,christo maar ook in den locus de ,deo is h ,christgeloovige4 ,maar alzoo staande1 ziet h rondom zich1 en gewapend met de bril der ,h4 ,schriftuur ziet h in heel de wereld eene openbaring van dienzelfden ,god1 dien h in ,christus als zn ,vader in de hemelen kent en beldt4 ,dan echter is onder de cognitio ,dei insita en acquisita niet die kennis te verstaan1 die w buiten de bzondere openbaring om uit de schepping verkrgen4 ,van onze prilste jeugd af aan heeft ,gods bzondere openbaring in ,christus op ons allen ingewerkt2 w zn in het verbond der genade en dus ,christen geboren2 allerlei christelke invloeden hebben de kennisse ,gods gevormd1 welke thans ons deel is1 in veel grooter mate1 dan de werking1 die er van ,gods openbaring in de natuur op ons hart is uitgegaan2 en in het licht dier bzondere openbaring hebben w allen ook de natuur en de wereld om ons heen leeren beschouwen4 ,w danken allen de kennisse ,gods uit de natuur aan ,gods bzondere openbaring in zn ,woord4 ,de natuur zou ons even verwarde stemmen laten hooren als de ,heidenen1 indien w ,gods sprake niet in de werken der genade hadden beluisterd en daardoor nu zne stem ook in de werken der natuur verstonden4 ,maar nu is die openbaring ,gods in de natuur ook van hooge waarde4 ,het is dezelfde ,god1 die in natuur en in genade1 in schepping en herschepping1 in den ,logos en in ,christus1 in den ,geest ,gods en in den ,geest van ,christus tot ons spreekt4 ,natuur en genade zn geen tegenstelling2 w hebben nen ,god1 uit wien en door wien en tot wien z beide zn4 #c4 ,dit geldt beide van de cognitio ,dei insita en acquisita2 beide danken we aan de ,h4 ,schrift4 ,het is waar1 dat deze geen moeite doet om het bestaan ,gods te bewzen4 ,ze gaat van dat bestaan uit en onderstelt1 dat de mensch ,god kent en erkent4 ,z acht den mensch nog niet zoo diep gezonken1 dat h om te gelooven vooraf een bews van noode heeft4 ,immers is h nog beelddrager ,gods1 ,gods geslacht1 en begaafd met een 1 om in de schepping ,gods eeuwige kracht en goddelkheid op te merken4 ,de loochening van ,gods bestaan is in het oog der ,schrift een teeken van dwaasheid1 van diep zedelk verval1 ,ps4 #ad3b4 ,zulke menschen zn uitzondering1 geen regel4 ,doorgaande rekent de ,schrift op zulken1 die het bestaan ,gods ongedwongen en krachtens de inspraak hunner natuur erkennen4 ,z appelleert niet aan het redeneerend verstand1 maar aan het redelk en zedelk bewustzn4 ,z ontleedt en betoogt niet1 maar laat ,god zien in al de werken zner handen4 ,maar dat doet ze dan toch4 ,hemel en aarde mitsgaders alle schepselen1 loof en gras1 regen en droogte1 vruchtbare en onvruchtbare jaren1 sps en drank1 gezondheid en krankheid1 rkdom en armoede1 en alle dingen spreken den vromen van ,god4 ,er is geen deel1 geen stukske der wereld1 waarin zne kracht en goddelkheid niet wordt aanschouwd4 ,naar hemel en aarde1 vogelen en mieren1 bloemen en lelin wordt de mensch verwezen1 om ,god te aanschouwen en te erkennen4 ,de ,schrift redeneert niet in het afgetrokkene en maakt ,god niet tot de conclusie van een syllogisme1 het nu aan ons overlatend1 of w dat bews dwingend zullen vinden4 ,maar z spreekt met gezag1 z gaat theologisch en religieus van ,god uit1 z laat zne deugden zien in zne werken en z eischt1 dat w ,god erkennen zullen4 ,een os kent zn bezitter1 en een ezel de kribbe zns heeren1 maar ,israel heeft geen kennis1 mn volk verstaat niet1 ,jes4 #a3c4 ,het staat voor haar vast1 dat ,god zich openbaart in de schepselen en dat ,h zich aan niemand onbetuigd laat1 ,hd4 #ad3ag1 ,rom4 #a3ai4 ,en alzoo zich beroepende op de gansche schepping1 als een getuigenis en openbaring ,gods1 bevat z alles in kiem1 wat later in de bewzen breed werd uitgewerkt en dialectisch werd ontvouwd4 ,er ligt waarheid in de opmerking van ,c4 ,j4 ,nitzsch1 ,syst4 der ,chr4 ,lehre1 #fte ,aufl4 ,s4 #adb1 dat de ,h4 ,schrift ons een aanvang en analogie van het aitiologisch bews geeft in ,rom4 #a3bj1 van het teleologisch in ,ps4 #h2 #ai2 ,hd4 #ad3ag1 van het moreel in ,rom4 #b3ad en van het ontologisch in ,hand4 #ag3bd1 ,rom4 #a3ai1 #cb4 ,maar zoo sprekende1 niet in dialectisch betoog maar in de taal der getuigenis1 zich niet appelleerende op het redeneerend verstand maar een beroep doende op hart en geweten1 op heel het redelk en zedelk bewustzn van den mensch1 is de ,schrift nooit zonder macht en invloed geweest4 ,ook in dezen is z een krachtig woord1 scherp als een tweesndend scherp zwaard1 doorgaande tot de verdeeling der ziel en des geestes1 een oordeelaar van de gedachten en overleggingen des harten4 ,ook zonder logisch betoog en wsgeerig bews is de ,schrift in deze hare getuigenis machtig1 omdat z het woord ,gods is en steun vindt in de redelke en zedelke natuur van iederen mensch4 ,het is ,god zelf1 die zich aan niemand onbetuigd laat4 ,en het is de mensch zelf1 die1 wl h naar ,gods beeld werd geschapen1 zns ondanks aan deze getuigenis gehoor en instemming geven moet4 ,in dit licht moeten ook de zoogenaamde bewzen voor ,gods bestaan worden beschouwd4 ,dat zal beide voor overschatting en voor minachting der bewzen ons bewaren4 #d4 ,reeds b de oude wsgeeren1 ,anaxagoras1 ,socrates1 ,plato1 ,aristoteles1 ,plutarchus1 ,seneca1 ,cicero treffen we de bewzen aan1 die voor het bestaan van ,god worden bgebracht4 ,uit de schoonheid1 de harmonie1 de beweging1 de doelmatigheid der wereld1 uit de rede en het aangeboren besef1 uit het belang der religie voor staat en maatschapp1 uit de overeenstemming der volken wordt besloten tot het bestaan van een zelfbewust1 redelk1 ,goddelk wezen1 ,zeller1 ,philos4 der ,gr4 ,i #hhe f4 ,,ii #gga f4 ,,iii #ceg f4 ,,iv #acc f4 ,de christelke theologie nam al deze bewzen over en behandelde ze met voorliefde2 ,augustinus voegde er nog een uit de algemeene begrippen aan toe1 de lib4 arb4 ,,ii c4 #c-ae4 ,mnscher--v4 ,coelln1 ,d4 ,g4 ,i #abe-abi4 ,z versmaadde den steun niet1 die haar door de heidensche wetenschap werd geboden1 en zag met verwerping van het dualistisch gnosticisme en manichaeisme in de natuur een werk ,gods4 ,dit standpunt der christelke theologie is te opmerkelker1 wl het ,christendom ten deele vandig tegenover den kosmos stond en allen nadruk legde op de redding van den mensch4 ,maar de natuur was en bleef voor de christelke theologie1 in weerwil van alle ascese1 die in de kerk binnendrong1 eene schepping van dienzelfden ,god1 die in ,christus als ,herschepper en ,zaligmaker zich geopenbaard had4 ,zelfs werd de waarde en kracht der bewzen zeer spoedig overschat4 ,wel spreken sommige kerkvaders het uit1 dat de ,heidenen nooit tot eene zuivere religio naturalis zn gekomen en dat de weg dezer bewzen voor den zondaar zeer moeilk is1 ,athanasius1 c4 ,gent4 c4 #ce sq4 ,maar langzamerhand verliezen de bewzen hun religieus karakter2 z worden van alle zedelke voorwaarden losgemaakt2 de cognitio ,dei acquisita komt los naast de insita te staan2 en de christelke theologie kreeg hoe langer hoe meer de overtuiging1 dat de waarheden der religio naturalis in denzelfden zin bewsbaar waren als die van mathesis of logika4 ,ze waren eigenlk geen articuli fidei maar praeambula ad articulos1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #b art4 #b4 c4 ,gent4 ,i #aj-ac4 ,het ontologisch argument van ,anselmus1 in zn ,proslogium1 schoon door enkelen zooals ,halesius1 ,bonaventura1 ,itiner4 c4 #e overgenomen1 werd wel door de meesten verworpen1 wl w alleen door de schepselen tot ,god kunnen opklimmen1 ,thomas1 c4 ,gent4 ,i #aj-ab4 ,maar overigens werd er aan de bewzen groote waarde gehecht en veel zorg besteed2 in de theologia naturalis stond men op rationeelen1 wetenschappelken bodem vr en buiten het geloof1 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,iii #ajg f4 ,en op datzelfde rationalistische standpunt staat ,rome en de ,roomsche theologie nog tot den huidigen dag1 ,petavius1 ,theol4 ,i cap4 #b4 ,sylvius1 ,comm4 in totam pr4 p4 ,s4 ,thomae1 ed4 #d;a #afic ,i p4 #bb-bf4 ,theol4 ,wirceb4 #ahhj ,,iii #a-bj4 ,perrone1 ,prael4 ,theol4 ,,ii #c-da4 ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorz4 ,i #fgc f4 ,,ii #ffh f4 ,schwetz1 ,theol4 fund4 ,i #d-h4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,ii #a-bj4 ,hettinger1 ,apol4 des ,christ4 ,i #ajc f4 ,jansen1 ,prael4 ,i #ci-ea enz4 ,het ,vatikaan sprak uit1 dat ,god uit de schepping door het natuurlk licht der rede met zekerheid kan worden gekend1 cf4 deel ,i #bba4 ,de ,reformatie nam deze theologia naturalis met hare bewzen wel over maar liet ze niet voorafgaan aan doch nam ze op in de leer des geloofs4 ,calvn ging uit van het semen religionis en zag dan wel in iedere particula mundi1 in den sterrenhemel1 in het menschelk lichaam1 in de ziel1 in de onderhouding aller dingen enz41 onweersprekelke signa en testimonia van ,gods majesteit1 ,inst4 ,i #e1 #a-aj1 maar erkent dan terstond weer1 dat het semen religionis1 schoon allen onuitroeibaar ingeplant1 toch verstikt worden kan en geen goede vrucht kan voortbrengen2 de mensch heeft geen oog meer om ,god te aanschouwen1 h heeft daartoe het geloof van noode1 ,i #d1 #a4 #e1 #aa-ae4 ,deze zelfde plaats neemt de theol4 naturalis in b ,ursinus1 ,tract4 theol4 #aehd p4 #cg-dd1 ,martyr1 ,loci p4 #b sq41 ,musculus1 ,loci p4 #b-e1 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #d1 cf4 ,schweizer1 ,gl4 der ev4 ref4 ,k4 ,i #aef f4 ,maar spoedig ging de protest4 theol4 den rationalistischen weg op4 ,terwl de theol4 nat4 eerst eene beschrving was1 aan de hand der ,schrift1 van wat de ,christen aangaande ,god uit de schepping kennen kon1 werd ze weldra eene uiteenzetting van wat de niet-geloovige1 redelke mensch uit de natuur door eigen denken te weten kon komen4 ,de theologia naturalis werd theologia rationalis4 ,cartesius vond in de aangeboren idee een onomstootelk bews voor het bestaan ,gods4 ,voetius zag het onderscheid tusschen deze rationalistische argumentatie en de ,geref4 leer van de theol4 nat4 nog in1 ,disp4 ,v #dee-ebe4 ,maar dit besef ging b ,alsted1 ,theol4 nat4 #afbc1 ,mastricht1 ,theol4 ,,ii c4 #b1 ,marck1 ,merch ,i #a1 #ad1 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iii qu4 #a e4 a4 hoe langer hoe meer te loor4 ,het rationalisme deed allerwege zn intocht4 ,de theologia naturalis werd de eigenlke1 wetenschappelke1 demonstrabele theologie1 tegen welke de theologia revelata steeds meer in de schaduw kwam te staan en eindelk geheel en al verdween4 ,de bewzen werden in klassen verdeeld en breed uitgewerkt2 men onderscheidde metaphysische bewzen uit beweging1 causaliteit1 toevalligheid der wereld2 physische uit harmonie1 orde1 doel van het heelal en van bzondere schepselen1 zooals zon1 maan1 sterren1 vuur1 licht1 aarde1 water1 dier1 plant1 mensch1 lichaam1 ziel1 oor1 oog1 hand1 instinct enz42 historische uit den consensus gentium1 de societas1 kunsten1 wetenschappen1 openbaring1 profetie1 wonder2 moreele uit geweten1 vrheid1 zedelkheid1 oordeel1 loon en straf enz41 en eindelk ook nog mathematische bewzen1 ,buddeus1 de atheismo et superst41 ed4 ,lulofs1 #agfg p4 #bbd-cah1 en verdere litt4 b ,m4 ,vitringa ,i p4 #aa sq4 ,walch1 ,bibl4 theol4 sel4 ,i #fgf-gdd1 ,doedes1 ,inl4 tot de ,leer v4 ,god #bjj-bag4 ,deze zelfgenoegzaamheid der theologia naturalis duurde tot ,kant4 ,deze onderwierp de bewzen aan eene strenge kritiek1 betoogde1 dat de theoretische rede hier met een non liquet eindigen moest1 ,kr4 d4 r4 ,v4 ed4 ,kirchmann ,s4 #dgj f41 maar bouwde het bestaan van ,god op het postulaat der praktische rede1 cf4 ,i #ddg f4 ,sedert zn de bewzen b vele philosophen en theologen in discrediet geraakt4 ,jacobi achtte het zelfs onmogelk1 om ,gods bestaan te bewzen1 wl ,god dan als eene conclusie van de bewsgronden zou afhangen1 ,von den gttl4 ,dingen1 ,werke ,,iii #cfh4 #efg f4 ,als onnoodig voor den geloovige en als onnut voor den ongeloovige werden de bewzen verworpen of geminacht door ,reinhard1 ,dogm4 #cj4 ,schleiermacher ,,ii #cc4 ,twesten ,,ii #ai f4 ,hofmann1 ,schriftbew4 ,i #fb4 ,beck1 ,vorles4 ber die ,glaubenslehre ,i1 #fc f4 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrh4 ,i #ajb-aji4 ,philippi1 ,k4 ,gl4 ,,ii #a-ag4 ,bovon1 ,dogm4 ,chrt4 ,i #baf4 ,bhl1 ,dogm4 #af f4 ,rauwenhoff1 ,wsb4 v4 d4 godsd4 #dii v4 enz4 ,anderen gingen zoo ver niet1 maar kenden althans aan het moreele bews in den zin van ,kant eene belangrke plaats toe1 zooals ,kstlin1 ,die ,beweise fr das ,dasein ,gottes1 ,stud4 u4 ,kr4 #ahge ,s4 #fja-fee1 #ahgf ,s4 #g-hj4 cf4 ook ,herzog #e1 #cjh4 ,ritschl1 ,theol4 u4 ,met4 #h f4 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #bjj f4 ,kaftan1 ,wahrh4 d4 chr4 ,rel4 #dij f4 ,eene veel grootere beteekenis kregen de bewzen in de philosophie van ,hegel2 deze liet ze gelden als het zelfbews ,gods in 's menschen geest en hechtte daarom vooral aan het ontologisch bews groote waarde1 ,ueber die ,beweise vom ,dasein ,gottes1 ,werke ,,xii #bia f4 ,biedermann beschouwt ze als bewzen niet voor het bestaan van een persoonlk ,god maar wel van een einheitlichen1 absoluten ,grund der ,welt1 ,dogm4 #fde f41 cf4 ook ,hartmann1 ,religionsphil4 ,,ii #aad f4 ,paulsen1 ,einl4 in die ,philos4 #bci f4 enz4 ,herbert ,spencer acht het wezen van het ,absolute onkenbaar maar zn bestaan toch bewsbaar1 ,first ,principles #eth ed4 p4 #a-abc1 vooral p4 #hg-ig1 cf4 ,spruyt1 ,gids ,april #ahhf1 ,molenaar1 ,bbl4 v4 d4 ,herv4 #ba ,mei #ahhe4 ,voorts is van verschillende zde de poging beproefd1 om de oude bewzen in nieuwen vorm voor te dragen en hetz als bewzen1 hetz als gronden voor het geloof aan een persoonlk ,god te handhaven1 ,dorner1 ,gl4 ,i #aii f4 ,kahnis1 ,luth4 ,dogm4 ,i #aah f4 ,lange1 ,dogm4 ,i #bjg f4 ,ulrici1 ,gott4 u4 die ,natur #b;e ,aufl4 #dca f4 ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 ,i #cja f4 ,lotze1 ,mikrok4 ,,iii #eec f4 ,pfleiderer1 ,grundriss #ahhf ,s4 #fe4 ,barry1 ,die natrl4 ,theol4 #ahhb4 ,kennedy1 ,gottesglaube u4 mod4 ,weltanschauung #ahic4 ,zckler1 ,theol4 naturalis #ahfj4 ,fricke1 ,ist ,gott persnlich1 ,leipzig ,wigand #ahif4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #bjb4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #bbb4 ,bruce1 ,apologetics #ahib p4 #adi-afc4 ,caird1 ,introd4 to the philos4 of religion #ahhj4 ,flint1 ,theism1 ,edinb4 #ahgg4 ,james ,orr1 ,chr4 view of ,god and the world #ahic p4 #ajd-acg4 ,land1 ,godg4 ,bdr4 #ahef bl4 #cec v4 ,doedes1 ,inl4 tot de ,leer v4 ,god #bcf v4 ,leer v4 ,god #ej v4 ,bruining1 ,het bestaan van ,god #ahib4 ,maronier1 ,wat w van ,god weten4 #ahhi4 ,graswinckel1 ,geloof en ,vrheid #ahij bl4 #add-ahe enz4 #e4 ,het ontologisch bews komt voor in drierlei vorm4 ,het besluit uit de algemeene ideen en vormen in den menschelken geest1 d4 i4 uit de rede1 die boven onze individueele rede en boven de gansche wereld staat1 tot de absolute rede1 het inbegrip van al die ideen en vormen1 het absoluut ware en goede en schoone1 d4 i4 tot ,god 7,plato1 ,augustinus1 ,boethius1 ,anselmus in zn ,monologium74 ,of het gaat uit van het noodzakelk denken van de hoogste1 absolute idee1 d4 i4 van ,god en concludeert daaruit tot het bestaan dier idee1 wl z anders niet de absolute1 de hoogste idee ware1 daar eene idee1 die tegelk wel bestaat1 grooter en hooger is1 dan eene1 die niet werkelk bestaat 7,anselmus in zn ,proslogium74 ,of het ziet in het aangeboren-zn der ,gods-idee een feit1 dat niet anders te verklaren is dan door het bestaan ,gods1 die deze idee den mensch heeft ingeschapen 7,cartesius74 ,de vormen verschillen1 maar het bews is n1 in zoover het besluit uit het denken tot het zn4 ,nu gaat dit ten aanzien van schepselen niet aan1 gelk ieder erkent4 ,deze toch bestaan contingent2 ze kunnen zonder eenige logische tegenstrdigheid als niet-bestaande worden gedacht4 ,denken en zn behooren tot eene gansch andere categorie en zn geheel verschillende zaken4 ,uit het denken van iets1 b4 v4 een gevleugeld paard1 volgt volstrekt niet1 dat dat iets werkelk bestaat4 ,het zn is geen product van het denken4 ,niemand heeft dit dan ook met het ontologisch bews bedoeld4 ,maar de vraag is1 of juist b de ,gods-idee niet uit het denken tot het zn mag besloten worden4 ,daarop is het antwoord vooreerst3 ja1 maar onder ne voorwaarde1 nl4 indien ,god bestaat4 ,als ,god bestaat1 dan bestaat ,h noodzakelk1 en is essentia en existentia b ,hem n4 ,maar deze voorwaarde was juist te bewzen2 er moest aangetoond worden1 dat ,god bestaat1 ,schelling1 ,werke ,,ii #c ,s4 #aef f4 ,ten tweede dient geantwoord1 dat uit ons denken1 zelfs uit ons noodzakelk denken1 van de idee ,gods toch niet tot het bestaan ,gods kan geconcludeerd worden1 wl het zn ,gods immers niet is of wezen kan een product van ons denken der ,godsidee4 ,de wereld der ideen en vormen1 inbegrepen ook de idee ,gods1 is niet met ,god te vereenzelvigen1 z is iets in ons4 ,met die ideen is het bestaan ,gods dus vanzelf nog niet gegeven4 ,hoogstens kan er uit het aanwezig zn dier ideen in ons tot het bestaan van ,god besloten worden1 maar dan is dit eigenlk geen ontologisch doch een kosmologisch bews4 ,maar het zn zelf van de ,godsidee in ons1 hoe noodzakelk dit ook wezen moge1 sluit nooit in en kan niet als zoodanig reeds insluiten de existentie ,gods4 ,het ontologisch bews is daarom geen bews in strikten zin4 ,alleen houdt het in3 #a dat de wereld der ideen en vormen1 en zoo ook de hoogste idee niet willekeurig1 maar noodzakelk door ons gedacht wordt1 en #b dat die wereld van ideen en vormen1 en bepaaldelk ook de idee ,gods1 zoodra w ze denken1 door ons ook als reel bestaande gedacht wordt en gedacht moet worden4 ,het noodzakelk denken van de idee ,gods brengt ook mede het noodzakelk denken van die idee als reel bestaande4 ,maar verder brengt het ons niet4 ,w blven ons bewegen binnen den kring van het denken4 ,over de klove van denken tot zn brengt het ons niet heen4 ,dat zou het eerst dan doen1 wanneer uit die ideen niet als ideen maar uit het zn dier ideen in ons besloten mocht worden tot een wezen1 dat die ideen in ons schiep en onderhield en zelf de hoogste idee moest zn2 maar dan ware het1 gelk gezegd is1 geen ontologisch doch een kosmologisch bews1 cf4 ,runze1 ,der ontol4 ,gottesbeweis1 krit4 ,darst4 seiner ,gesch4 seit ,ans4 bis auf die ,gegenwart1 ,halle #ahhb4 ,krber1 das ontol4 ,argument1 ,bamberg #ahhd4 #f4 ,ook het kosmologisch bews treedt in verschillende gedaanten op4 ,het besluit uit de beweging tot een primum movens1 quod a nullo movetur 7,aristoteles71 uit het veranderlke tot het onveranderlke 7,damascenus71 uit het relatief tot het absoluut volmaakte 7,boethius1 ,anselmus71 uit de series causarum1 welke niet oneindig kan zn1 tot eene prima causa efficiens 7,thomas71 uit het contingente bestaan der wereld tot een ens necessarium 7id471 uit wat niet van zichzelf bestaat tot het door zichzelf bestaande 7,richard ,vict471 uit het bestaan van het relatieve tot dat van het absolute 7,spinoza1 ,hegel1 ,hartmann1 ,scholten7 enz4 ,maar in al deze vormen komt het kosmologische bews toch steeds op hetzelfde neer1 nl4 op het besluit uit een gevolg tot eene oorzaak4 ,op zichzelf is dit ook een volkomen wettig besluit1 in weerwil van de kritiek van ,hume en ,kant2 indien w de causaliteitswet niet meer mogen toepassen1 is alle wetenschap onmogelk4 ,maar het kosmologisch bews gaat van verschillende onderstellingen uit1 die niet op zichzelve en voor allen vaststaan4 ,het onderstelt1 niet slechts dat de bzondere dingen in de wereld maar dat ook het gansch heelal contingent1 eindig1 relatief1 onvolmaakt is2 dat eene series causarum in infinitum ondenkbaar is2 dat de causaliteitswet ook geldt van de wereld in haar geheel4 ,eerst wanneer al deze onderstellingen juist waren1 zou het kosmologisch bews kracht hebben4 ,terecht concludeert het1 dat1 gelk alle dingen1 zoo ook de wereld in haar geheel1 als uit die dingen saamgesteld1 eene oorzaak hebben moet4 ,maar verder brengt het niet2 het zegt niets over aard en natuur van die oorzaak4 ,wie uit de wereld tot eene oorzaak besluit1 welke zelve ook weer eene oorzaak behoeft1 heeft aan de logische kracht van dit bews genoeg gedaan4 ,dat die oorzaak oneindig1 absoluut1 volmaakt is1 volgt niet rechtstreeks uit het kosmologisch bews1 maar vloeit uit andere overwegingen voort4 ,zoo is inderdaad eene series causarum infinita ondenkbaar en onmogelk2 er is niemand1 die ze aanneemt2 allen erkennen een absoluten grond1 een eerste zn1 hetz dit den naam drage van ,god of van het absolute1 van substantie of kracht1 van materie of wil enz4 ,indien deze onderstelling nu juist is1 gelk ze feitelk door allen wordt erkend1 dan brengt het kosmologisch bews ons een stap verder1 nl4 tot eene oorzaak der wereld1 die van zichzelve bestaat en dus oneindig1 eeuwig1 absoluut is4 ,maar of die oorzaak nu ook transcendent of alleen immanent is1 of ze persoonlk dan wel onpersoonlk1 bewust of onbewust is1 is hiermede volstrekt niet beslist4 ,velen hebben echter uit het kosmologisch bews nog iets meer trachten af te leiden hetz dan rechtstreeks1 hetz zdelings4 ,rechtstreeks trachtten z dit zoo te doen1 dat z1 wl een gevolg niet meer kan bevatten dan er ligt in de oorzaak1 uit het persoonlke1 het bewuste1 het vre1 de ideen1 die er in de wereld waren1 besloten tot een persoonlk1 bewust1 vr wezen1 dat tevens de hoogste idee1 de absolute rede was4 ,deze redeneering stuit echter hierop af1 dat de verhouding van oorzaak en gevolg dan willekeurig als eene emanatie wordt gedacht en1 toegepast op ,god1 ook eischen zou1 dat ,h stoffelk1 lichamelk1 ja zelfs onrein en onheilig zou zn4 ,anderen hebben daarom een zweg ingeslagen en geredeneerd1 dat eene oneindige1 absolute oorzaak1 een wezen1 dat van1 in en door zichzelf bestaat1 niet anders bestaan kan dan als geest1 persoon1 b4 v4 ,dorner1 ,gl4 ,i #bdc f4 ,kahnis1 ,luth4 ,dogm4 ,i #abb4 ,doederlein1 ,zeits4 f4 ,philos4 u4 philos4 ,kritik #ahhf ,s4 #eb f4 ,maar hiertegen geldt het bezwaar1 dat w door het kosmologisch bews van de innerlke natuur van zulk eene eerste oorzaak niets weten1 dat w geen recht hebben1 om op zulk eene eerste oorzaak weer de causaliteitswet te gaan toepassen en dienaangaande dus ook niets kunnen bepalen4 ,en zoo blft het er b1 dat het kosmologisch bews ons hoogstens1 b de erkentenis nl41 dat eene oneindige reeks van oorzaken onmogelk is1 leidt tot eene eerste1 van zichzelf bestaande1 absolute wereldoorzaak1 ,strauss1 ,der alte u4 d4 neue ,gl4 #ahgb ,s4 #bad f4 ,pesch1 ,die grossen ,weltrthsel ,,ii #bhh f4 #g4 ,het teleologisch bews gaat uit van de orde en schoonheid1 de harmonie en het doel1 welke in de wereld1 hetz in haar geheel1 hetz in bzondere schepselen1 sterrenhemel1 elementen1 aarde1 mensch1 dier1 plant1 hand1 oog enz41 zn op te merken en besluit daaruit tot eene intelligente oorzaak4 ,ofschoon het teleologisch bews nooit nalaat indruk te maken en ook door ,kant met achting werd genoemd1 toch zn er vooral in den tegenwoordigen td vele bezwaren tegen ingebracht4 ,vooreerst wordt van materialistische zde beweerd1 dat er geen doel is in de dingen en dat de teleologische natuurverklaring voor de mechanische plaats maken moet1 b4 v4 ,haeckel1 ,nat4 ,schpf4 #ahgd ,s4 #af f4 ,lange1 ,gesch4 des ,mater4 #ahhb ,s4 #egj f4 ,bchner1 ,kraft u4 ,stoff1 #afte ,aufl4 ,s4 #bad f4 ,ten tweede brengt het pantheisme in1 dat de aanwezigheid van orde en doel in de wereld nog volstrekt geen recht geeft tot het aannemen van eene bewuste1 intelligente oorzaak1 wl het onbewuste evenals b iederen mensch zoo ook b het wereldgeheel veel wzer en zekerder werkt dan bewust nadenken en opzettelke berekening1 ,hartmann1 ,philos4 des ,unbew4 #ite ,aufl4 #ahhb passim4 ,en eindelk opperde ,kant nog het bezwaar1 dat dit bews hoogstens leidde tot een wereldformeerder maar niet tot een wereldschepper1 ,kr4 d4 reinen ,vern4 ed4 ,kirchmann ,s4 #ejj4 ,nu wegen tegen deze bezwaren heel wat andere overwegingen op4 ,de ,schrift erkent allerwege een doel in de schepping1 ,gen4 #a1 ,spr4 #h1 ,ps4 #h1 #a ,cor4 #c3ba-bc1 ,rom4 #h3bh enz4 ,de teleologische wereldbeschouwing is door bna alle wsgeeren1 ,anaxagoras1 ,socrates1 ,plato1 ,aristoteles enz4 gehuldigd en dringt zich telkens weer aan iederen mensch op1 in weerwil van het misbruik1 dat er telkens vooral in de vorige eeuw van gemaakt is4 ,doeleinden zn er op te merken1 zoo in bzondere verschnselen1 klimaat1 jaargetden1 temperatuur van het water1 bevruchting der planten1 bloedsomloop1 organismen1 hand1 oog enz41 als in het wereldgeheel4 ,alle atomen gehoorzamen aan ne wet2 alles berust op gedachte1 welke begrepen kan worden door den mensch2 uit een toeval is het heelal evenmin te verklaren als de ,ilias uit een worp van letters4 ,en zelfs het feit1 dat w menigmaal geen doel kunnen aantoonen1 bewst1 dat w1 waar w het opmerken1 dit ook terecht doen4 ,bovendien sluit de teleologische wereldbeschouwing de mechanische in de physische natuur niet uit2 alleen gaat deze laatste haar macht en bevoegdheid te buiten1 als ze alle verschnselen in de wereld1 ook de bewuste en geestelke1 uit stof en stofwisseling verklaren wil1 ,ulrici1 ,gott u4 die ,natur #ahff1 ,id4 ,gott u4 d4 ,mensch #ahgd4 ,p4 ,janet1 ,les causes finales #ahhb4 ,ebrard1 ,apolog4 #gd f4 ,pesch1 ,die grossen ,weltrthsel ,i #bda f4 #caj f4 #ghh f4 ,kennedy1 ,gottesgl4 und mod4 ,weltanschauung #ahic4 ,doedes1 de ,leer van ,god bl4 #aah v4 enz4 ,indien nu de aanwezigheid van orde en doel voor allen vaststond en in dezen td niet zelve zoo krachtig en breedvoerig betoog van noode had1 zou inderdaad het teleologisch bews ons recht geven om uit de schoonheid en harmonie der wereld tot een bewust wezen te besluiten1 want een onbewust doel is er niet4 ,wel heeft ,hartmann het tegendeel trachten te betoogen1 maar zne bewzen voor de doelmatige werking van het onbewuste gaan daarom niet op1 wl het iets anders is1 of een mensch iets met bewustheid en met een opzettelk doel doet1 en iets anders1 of er in eene onbewuste handeling een doel valt op te merken4 ,het instinct werkt onbewust1 maar desniettemin is er in de onbewuste handeling van het instinct een doel te bespeuren dat terugwst op een wezen1 hetwelk met bewustheid zulk een instinct heeft voortgebracht4 ,indien er een doel is in de wereld1 moet het ook te voren gedacht zn4 ,moge het nu al waar zn1 dat w ook zoo met het teleologisch bews niet verder komen1 dan tot een wereldformeerder1 dan zou toch dat bews van niet geringe beteekenis zn4 ,ja zelfs1 indien dit bews niet bepaald leidde tot n intelligent wezen1 maar de mogelkheid openliet voor het bestaan van vele ,goddelke wezens1 die samen de wereld hadden voortgebracht1 dan nog zou het teleologisch bews niet van alle waarde ontbloot zn4 ,de intelligentie ware dan toch in de eerste oorzaak of oorzaken door de inrichting der wereld geischt1 en dit bews hadde geleverd1 wat het leveren kon4 ,alleen zou men dan1 langs dezen weg tot n of meer wereldformeerders gekomen1 voor de moeilkheid staan1 hoe een wezen1 dat de stof niet voortbracht1 toch aan die stof vorm en gedaante kon geven1 of ook1 hoe meer dan n wezen prima causa der wereld kon zn4 ,logisch mogen deze bedenkingen nog eenige waarde hebben1 practisch hebben ze voor ons bewustzn geen beteekenis meer4 ,alles hangt hier aan de aanwezigheid van een doel in de wereld2 zoo dat vaststaat1 is daarmee de bewustheid van het hoogste wezen gegeven1 ,pesch1 ,die grossen ,weltrthsel ,,ii #cje f4 #h4 ,het moreele bews eindelk let op de zedelke verschnselen1 die in mensch en menschheid zich voordoen1 geweten1 verantwoordelkheid1 berouw1 loon en straf1 deugd en geluk1 vrees voor dood en oordeel1 triumf van het goede enz4 en besluit daaruit tot een zedelk wezen1 dat heel die zedelke wereldorde schiep en onderhoudt4 ,sommigen vestigen daarb meer de aandacht op het geweten1 dat in iederen mensch spreekt1 op de zedewet1 waaraan ieder zich gebonden gevoelt1 en besluiten daaruit tot een hoogsten1 souvereinen wetgever4 ,anderen letten vooral op de disharmonie van deugd en geluk1 van zonde en straf en postuleeren daaruit een wezen1 dat hiernamaals rechtvaardige overeenstemming brengen zal4 ,of ook vat men heel de zedelke wereldorde in het oog in haar innerlk verband en in haar suprematie boven de natuurorde en concludeert daaruit tot een wezen1 dat die zedelke orde schiep en stelde boven de orde der natuur4 ,altd echter is dit argument gebaseerd op de ethische verschnselen in de menschenwereld en komt daardoor tot ,god als het hoogste zedelk wezen4 ,ook tegen dit bews zn exceptin opgeworpen4 ,vooreerst voert het materialisme er tegen aan1 dat het zedelk1 evenals het bewuste leven geen zelfstandige orde is maar langzamerhand door evolutie is ontstaan1 hier zus en elders zoo zich vertoont1 en ten slotte op toevallige wisseling der stof berust1 ,darwin1 ,afst4 v4 d4 mensch1 hfdst4 #d4 ,hellwald1 ,kulturgesch4 ,i #bf f4 ,bchner1 ,kraft u4 ,stoff #dfb f4 #dgh f4 ,en ten tweede leerde ,fichte1 dat de zedelke wereldorde in zichzelve rust en bestand heeft en geen ,god boven en buiten haar meer van noode heeft2 en de voorstanders der autonome en onafhankelke moraal zn hem daarin gevolgd1 ,c4 ,coignet1 ,la morale indp4 ,paris #ahfi4 ,wederom zn er tegen deze materialistische en autonome opvatting allerlei gewichtige bedenkingen in te brengen4 ,zelfs wordt hoe langer hoe meer algemeen erkend1 dat het materialisme de zedelke verschnselen van vrheid1 verantwoordelkheid1 berouw enz4 niet heeft verklaard1 ,du ,bois ,reymond1 ,die sieben ,weltrtsel #ahhb ,s4 #hd4 ,carneri1 ,sittl4 u4 ,darw4 #ahgg4 ,weygoldt1 ,darwin4 ,relig4 ,sittl4 #ahgh enz4 ,en ook de morale indpendante is met sterke argumenten bestreden1 ,caro1 ,la morale indp4 ,paris #ahgf4 ,cramer1 ,christ4 en ,hum4 bl4 #aei v4 ,maar dit is toch zeker1 dat de praemissen van dit bews zelve eerst zooveel krachtigen steun behoeven1 dat het haast aan de conclusie niet toekomt4 ,desniettemin heeft dit bews vooral door den invloed van ,kant b velen zooveel sympathie gevonden1 dat de andere bewzen daarb schier geheel verwaarloosd zn1 cf4 boven bl4 #eb en voorts de litt4 over de zedelke wereldorde1 ,zeller1 ,vortr4 u4 ,abh4 ,,iii #ahhd ,s4 #ahi f4 ,carrire1 ,de zedelke wereldorde #ahhj4 ,hartmann1 ,das sittl4 ,bewustsein #ahhf ,s4 #egj f4 ,christ1 ,die sittl4 ,weltordnung #ahid1 ,traub1 ,die sittl4 ,weltordnung #ahib1 ,pierson1 ,gids ,nov4 #ahie bl4 #bdh4 ,toch kan dit bews niet sterker dan de andere worden genoemd4 ,zelfs draagt het een veel meer persoonlk karakter dan de vorige argumenten4 ,al is er in de wereld om ons heen vaak weinig van eene zedelke wereldorde te bespeuren1 in zn geweten voelt elk zich zns ondanks aan eene zedelke orde gebonden1 even sterk als in zn verstand aan de wetten van het denken4 ,deze zedelke orde1 welke ieder in zn eigen zieleleven ontdekt1 valt met de ,godsidee niet onmiddellk samen1 dwingt ook niet tot de erkenning van het bestaan ,gods1 laat zelfs voor wie aan haar ontkomen wil allerlei exceptin toe1 maar blft desniettemin een machtig getuigenis1 dat altd weer leidt tot de erkenning van een heilig en rechtvaardig wezen4 #i4 ,het is jammer1 dat deze argumenten voor het bestaan ,gods in de theologie den naam van bewzen hebben gekregen4 ,echter niet om de reden1 door ,jacobi genoemd4 ,ofschoon bewzen is het afleiden van eene stelling uit eene andere1 is daarom het bewzen van ,gods bestaan nog geen contradictio in adjecto4 ,het afhangen in een bews is heel iets anders dan het afhangen in de werkelkheid4 ,de causa cognoscendi is volstrekt niet hetzelfde als de causa essendi4 ,hoewel het bestaan ,gods in een syllogisme de conclusie kan zn1 gelk in het algemeen uit het werk tot den werkmeester kan besloten worden1 daarom is dat bestaan in de werkelkheid nog wel aanvang en grond van het zn aller dingen2 ja1 als zoodanig wordt het juist in de conclusie geponeerd4 ,maar de naam van bewzen is voor de bovengenoemde argumenten daarom minder goed gekozen1 wl h hen in eene kategorie heeft overgebracht waar ze niet thuis behooren1 nl4 in die van logische1 mathematische1 exacte1 dwingende betoogen1 en alzoo van hun ethisch en religieus karakter heeft beroofd4 ,het heeft nu den schn1 alsof het geloof aan het bestaan ,gods op die bewzen zou rusten en daarmede staan of vallen zou4 ,en dat ware toch ein elender ,glaube1 der sich ,gott erst beweisen msste1 ehe er zu ihm betete1 ,kahnis1 ,luth4 ,dogm4 ,i #abh4 ,maar het tegendeel is veeleer het geval4 ,het bestaan van geen enkel ding staat voor ons eerst op grond van bewzen vast4 ,van het bestaan van ons zelven1 van de buitenwereld1 van de denk- en zedewetten enz41 zn w vr alle redeneering en betoog vast en zeker overtuigd door de indrukken1 die al deze dingen onwederstandelk maken op ons bewustzn4 ,w nemen dat bestaan aan vanzelf1 spontaan1 zonder dwang of geweld4 ,en zoo is het ook met het bestaan ,gods4 ,de zoogenaamde bewzen mogen meerdere klaarheid en helderheid aanbrengen1 maar de zekerheid aangaande het bestaan ,gods wordt er niet in het minst door versterkt4 ,deze wordt alleen bepaald door het geloof1 d4 i4 door de spontaneiteit1 waarmede ons bewustzn aan het bestaan ,gods1 dat van alle zden zich aan ons opdringt1 getuigenis geeft4 ,de bewzen zn dan ook geen gronden1 maar veeleer producten van het geloof4 ,het geloof nl4 tracht zich rekenschap te geven van de religieuse indrukken en aandoeningen1 welke ieder mensch in zne ziel ontvangt en omdraagt4 ,het geloof werkt ook in op het verstand en dit zoekt allengs orde te brengen in dien chaos van indrukken en beseffen2 het rubriceert en classificeert ze en herleidt ze tot enkele soorten4 ,er komen indrukken tot ons uit de wereld der ideen 7ontol4 bews71 uit die van de eindige1 contingente1 veranderlke dingen 7kosmol4 bews71 uit die van de schoonheid en harmonie 7teleol4 bews71 uit die van de zedelke orde 7moreel bews74 ,maar ofschoon ze alzoo te classificeeren zn1 mag toch nooit gedacht1 dat deze vier bewzen de eenige en geisoleerde getuigenissen zn1 welke ,god tot ons doet uitgaan4 ,neen1 alle dingen spreken den vrome van ,god1 de gansche wereld is een spiegel zner deugden1 er is nulla mundi particula1 in welke zne eeuwige kracht en goddelkheid niet wordt aanschouwd4 ,van binnen en van buiten ons komt ,gods getuigenis tot ons4 ,h laat zich niet onbetuigd1 in natuur noch geschiedenis1 in hart noch geweten1 in leven noch lot4 ,en daarom is die getuigenis ,gods z machtig1 dat ze schier door niemand wordt geloochend4 ,alle menschen en volken hebben iets gehoord van de stemme des ,heeren4 ,de consensus gentium1 door velen nog een vfde bews gerekend1 is eene bevestiging daarvan dat ,god zich niet onbetuigd laat2 het is het antwoord der menschheid op de roepstem ,gods4 ,deze getuigenissen die van ,god uitgaan en die door heel de wereld heen zich richten tot den mensch1 worden in de bewzen geordend en gerangschikt4 ,z krgen door den syllogistischen vorm waarin z gekleed worden1 geen meerdere kracht4 ,maar als bewzen zwak1 zn ze sterk als getuigenissen4 ,geen argumenten zn het1 die het verstand des ongeloovigen dwingen1 maar signa en testimonia1 die nooit nalaten indruk te maken op ieders gemoed4 ,ontleed1 geisoleerd1 van elkaar losgemaakt en naast elkander geplaatst1 kunnen ze bestreden worden op ieder punt der redeneering en houden z het gelooven op1 dat spontaan en vanzelf geschiedt4 ,maar opgevat als getuigenis en gepredikt als openbaring van dien ,god1 van wiens bestaan ieder mensch van nature1 vr redeneering en studie1 in het diepst zner ziel verzekerd is1 zn ze van niet geringe waarde4 ,want al is het ook1 dat z1 alzoo gepredikt1 bezwaren en bedenkingen ontmoeten1 daarmede zn ze toch niet teniet gedaan4 ,gelk niemand aan ,gods liefde gelooft1 omdat alles zn liefde ontdekt maar ondanks alles dat twfel wekt1 zoo is ook iedereen van te voren van het bestaan ,gods overtuigd2 door de bewzen komt h niet tot zn geloof en door de bezwaren ldt h geen schipbreuk aan zn geloof4 ,op ieder terrein is het zoo1 dat b het nadenken eerst de moeilkheden opkomen1 maar niemand werpt daarom de zedewet1 de denkwet1 de religie1 de kunst1 de wetenschap als dwaasheid weg1 omdat zn denken de verschnselen1 die het erkent1 niet weet te verklaren en tegen alle bedenkingen weet te verdedigen4 ,maar desniettemin brengt het nadenken1 ofschoon geen zekerheid aangaande het bestaan1 toch klaarheid en helderheid aan4 ,de zoogenaamde bewzen voor het bestaan ,gods geven den geloovige rekenschap van zn eigen religieuse en ethische bewustzn2 z geven hem wapenen aan de hand1 waarmede de tegenstander1 die in elk geval niet beter gewapend is1 kan worden teruggeslagen2 z zn voor den ,christen een teeken1 dat het eenzelfde ,god is1 die in natuur en genade zich openbaart en dat dus schepping en herschepping1 physis en ethos1 niet manicheesch en dualistisch naast elkander staan2 de deugden ,gods1 die daar blinken in de wereld1 zn dezelfde1 welke ook schitteren in het koninkrk der hemelen4 ,en saam zn de getuigenissen1 die van ,god in de wereld tot ons uitgaan en in de dusgenoemde bewzen worden saamgevat1 niets anders dan openbaring van den ,naam des ,heeren1 waarmede ,h zichzelven voor het oor zner schepselen aanduidt1 en waarmede ,h ons het recht geeft ,hem aan te spreken4 ,in verbinding met elkander doen z ons ,hem kennen als het ,goddelk wezen1 dat door ons noodzakelk en noodzakelk als bestaande gedacht moet worden1 dat de eenige1 eerste1 absolute oorzaak van alle schepselen is1 dat met bewustheid en doelmatig alle dingen regeert1 en dat bovenal in de conscientie zich als den ,heilige openbaart voor een iegelk1 die gelooft4 #bc4 ,,de ,,namen ,,gods4 #a4 ,al wat van ,god in zne openbaring voor ons kenbaar wordt1 wordt in de ,h4 ,schrift aangeduid met den ,naam ,gods4 ,de oorspronkelke beteekenis van het woord is waarschnlk die van teeken1 kenteeken1 1 signum1 evenals het gr4 en het lat4 nomen van den stam gno zn afgeleid en dus aanduiden datgene1 waaraan iets gekend wordt1 kenteeken4 ,een naam is een teeken van dien1 die hem draagt1 eene benoeming naar eene of andere eigenschap1 waarin h zich openbaart en kenbaar wordt4 ,er is verband tusschen den naam en zn drager1 en dat verband is niet willekeurig maar in den drager zelven gegrond4 ,zelfs b ons1 en thans nog1 nu de namen meest tot klanken geworden zn zonder zin1 wordt dat verband nog gevoeld4 ,een naam is iets persoonlks en geheel iets anders dan een nummer of een exemplaar van zn soort4 ,het doet altd min of meer onaangenaam aan1 als onze naam verkeerd geschreven of gebruikt wordt4 ,aan den naam hangt onze eer1 onze waarde1 onze persoon en individualiteit4 ,maar veel sterker was dat verband in vroeger td1 toen de namen nog eene doorzichtige beteekenis hadden en eene openbaring waren van den persoon of de zaak1 die hem ontving4 ,zoo is het ook in de ,schrift4 ,adam moest den dieren namen geven naar hun aard1 ,gen4 #b3ai1 #bj4 ,van vele namen in de ,schrift wordt de beteekenis aangegeven en tevens de reden1 waarom ze gegeven worden1 b4 v4 ,eva1 ,gen4 #c3bj1 ,kain1 #d3a1 ,seth1 #d3be1 ,noach1 #e3bi1 ,babel1 #aa3i1 ,ismael1 #af3aa1 ,ezau en ,jakob1 #be3be1 ,mozes1 ,ex4 #b3aj1 ,jezus1 ,mt4 #a3ba enz4 ,meermalen wordt een naam veranderd of een bnaam toegevoegd1 wanneer een persoon optreedt in eene andere qualiteit1 ,abraham1 ,gen4 #ag3e1 ,sara1 #ag3ae1 ,israel1 #cb3bh1 ,jozua1 ,num4 #ac3af1 ,jedidjah1 #b ,sam4 #ab3be1 ,mara1 ,ruth #a3bj1 ,petrus1 ,mk4 #c3af1 enz4 ,na zne hemelvaart heeft ,christus een naam ontvangen boven allen naam1 ,phil4 #b3i1 ,hebr4 #a3d1 en aan de geloovigen wordt in het nieuwe ,jeruzalem een nieuwe naam gegeven1 ,op4 #b3ag1 #c3ab1 #bb3d4 ,ditzelfde geldt van den naam ,gods4 ,er is een innig verband tusschen ,god en zn naam4 ,ook dit verband is naar de ,schrift niet toevallig of willekeurig maar door ,god zelven gelegd4 ,menschen noemen ,hem niet3 ,h geeft zichzelf een naam4 ,op den voorgrond staat dus de naam als openbaring van ,gods zde1 in actieven en objectieven zin1 als nomen editum4 ,dan is de naam ,gods identisch met de deugden of volmaaktheden1 welke ,h naar buiten openbaart1 met zne heerlkheid1 ,ps4 #h3b1 #gb3ai1 zne eer1 ,lev4 #ah3ba1 ,ps4 #hf3aa1 #ajb3af1 zne verlossende macht1 ,ex4 #ae3c4 ,jes4 #dg3d1 zn dienst1 ,jes4 #ef3f1 ,jer4 #bc3bg1 zne heiligheid1 #a ,chr4 #ah3aj1 ,ps4 #aje3c1 #c3ba enz4 ,de naam is ,god zelf1 gelk ,h zich in de eene of andere relatie openbaart4 ,die naam als openbaring ,gods1 is daarom groot1 ,ezech4 #cf3bc1 heilig1 ,ezech4 #cf3bj1 vreeselk1 ,ps4 #aaa3i1 een hoog vertrek1 ,ps4 #bj3b1 een sterke toren1 ,spr4 #ah3aj4 ,met eigen namen1 bepaaldelk met den naam ,ihvh1 heeft ,god zich aan ,israel bekend gemaakt4 ,door den ,malak1 in wiens binnenste zn naam is1 ,ex4 #bc3bj1 heeft ,h zich aan ,israel geopenbaard4 ,en door ,hem heeft ,h zn naam op de kinderen ,israels gelegd1 ,num4 #f3bg1 de gedachtenis zns naams onder hen gesticht1 ,ex4 #bj3bd1 zn naam onder hen gezet en doen wonen1 ,deut4 #aa3ad1 #ab3e1 bzonderlk in den tempel1 die voor znen naam is gebouwd1 #b ,s4 #g3ac4 ,in dien tempel woont nu zn naam1 #b ,chr4 #bj3i1 #cc3d4 ,door dien naam verlost ,h1 ,ps4 #ed3c en om dien naam kan ,h ,israel niet verlaten1 #a ,s4 #ab3bb1 ,jes4 #dh3i1 #aa1 ,ps4 #ca3d1 #bc3c1 #adc3aa v4 ,maar ,israel mag dien naam dan ook niet lasteren1 ontheiligen of del gebruiken4 ,ex4 #bj3g1 ,lev4 #ah3ba1 #bd3aa4 ,integendeel1 die naam moet aangeroepen1 verteld1 grootgemaakt1 gekend1 beleden1 gevreesd1 verhoogd1 verwacht1 gezocht1 geheiligd worden1 ,gen4 #d3bf1 #ab3b1 ,ex4 #i3af1 ,deut4 #bh3eh1 #a ,k4 #h3cc1 ,ps4 #e3ab1 #cd3d1 #eb3aa1 #hc3ag1 #abb3d1 ,jes4 #bf3h1 ,mt4 #f3i1 ,joh4 #ab3bh enz4 ,in het ,n4 ,test4 is er maar n naam1 door wien ,god zaligheid schenkt2 het is de naam van ,jezus ,christus1 ,hd4 #d3ab4 ,maar in dien nen naam heeft ,h zich ook ten volle geopenbaard2 daarin is begrepen al wat ,god voor de znen is en wezen zal2 in dien naam deelt ,h zichzelven1 met al zne weldaden1 aan zn volk mede1 ,mt4 #bh3ai1 ,luk4 #bd3dg1 ,joh4 #bj3ca1 ,hd4 #b3ch1 #a ,cor4 #f3aa1 ,jak4 #e3ad4 ,en nog rker openbaring hebben de geloovigen te wachten in het nieuwe ,jeruzalem1 ,op4 #c3ab1 als zn naam op aller voorhoofd zal zn1 ,op4 #bb3d4 ,de naam ,gods is in de ,h4 ,schrift de aanduiding1 niet van ,god1 gelk ,h in zichzelf bestaat1 maar van ,god in zne openbaring1 in zne velerlei relatin tot de schepselen4 ,deze naam is echter niet willekeurig1 maar ,god openbaart zich zoo en op die wze1 omdat ,h is1 die ,h is4 ,aan zn naam hangt daarom zn eer1 zn roem1 al zne deugden1 heel zne openbaring1 zn eigen ,goddelk wezen4 ,maar die naam schenkt daarom aan hem1 wien h geopenbaard wordt1 bzondere voorrechten en legt hem tevens eigenaardige verplichtingen op4 ,de naam ,gods sluit in1 dat ,h1 daarin zich openbarende1 nu ook door schepselen daarnaar genoemd wordt4 ,het nomen editum gaat over in het nomen inditum4 ,het en zn in de ,h4 ,schrift twee zden van dezelfde zaak4 ,god is die ,h heet1 en ,h heet die ,h is4 ,wat ,h van zichzelven openbaart1 wordt in bepaalde namen uitgedrukt en weergegeven4 ,h schenkt aan zne schepselen het voorrecht1 om op grond van en in overeenstemming met zne openbaring ,hem te noemen en aan te spreken4 ,de ne naam ,gods1 als het inbegrip van zne gansche openbaring beide in natuur en genade1 valt voor ons in vele1 vele namen uiteen4 ,alleen op die wze krgen w een overzicht van den rkdom zner openbaring en de diepe beteekenis van znen naam4 ,w noemen ,hem en mogen ,hem noemen naar al wat van zn wezen in schepping en herschepping openbaar wordt4 ,maar al die namen1 als benoemingen ,gods1 leggen ons de verplichting op1 om ze te heiligen en te verheerlken4 ,het is de ne naam1 de volle openbaring1 en in zooverre het eigen wezen ,gods zelf1 waarmede w in al die namen te doen hebben4 ,god stelt zich door zn naam in eene bepaalde relatie tot ons2 daaraan behooren w in onze relatie tot ,hem te beantwoorden1 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #eac f4 ,oehler1 ,theol4 des ,a4 ,t4 #ef4 art4 ,name in ,herzog4 ,smend1 ,lehrb4 ,s4 #bha f4 ,cremer1 s4 v4 4 #b4 ,de namen1 waarmede ,god door ons genoemd en aangesproken wordt1 zn daarom niet willekeurig2 ze zn niet door ons naar ons goedvinden uitgedacht4 ,het is ,god zelf1 die in natuur en genade bewust en vr zich openbaart1 die ons recht schenkt om op grond van deze openbaring ,hem te noemen1 ja die in zn ,woord zn eigen namen op grond van zne openbaring ons heeft bekend gemaakt4 ,al deze namen dragen nu zonder onderscheid dit karakter1 dat z aan de openbaring zn ontleend4 ,er is geen enkele naam1 die ,gods wezen an sich aanduidt4 ,het nomen editum is de grondslag van alle nomina indita4 ,en wl de openbaring ,gods in natuur en ,schrift bepaaldelk aan menschen is gericht1 daarom is het eene menschelke taal1 waarin ,god van zichzelven tot ons spreekt2 daarom zn het menschelke woorden1 waarvan ,h zich bedient2 daarom zn het menschelke gedaanten1 waaronder ,h verschnt4 ,in de ,schrift komen dus niet hier en daar enkele anthropomorphismen voor2 de gansche ,schrift is anthropomorphistisch4 ,van de eerste tot de laatste bladzde getuigt z van een komen ,gods tot en een zoeken van den mensch4 ,de gansche openbaring ,gods concentreert zich in den ,logos1 die is geworden1 en is als het ware ne vermenschelking1 ne menschwording ,gods4 ,als ,god tot ons sprak op goddelke wze1 geen schepsel zou ,hem verstaan1 maar dit is zne genade1 welke reeds met de schepping een aanvang nam1 dat ,h tot zn schepselen zich nederbuigt en tot hen spreekt en aan hen verschnt op menschelke wze4 ,daarom zn al de namen1 waarmede ,god zichzelven noemt en door ons noemen laat1 aan aardsche en menschelke verhoudingen ontleend4 ,zoo heet ,h in de ,schrift ,el1 de ,sterke1 ,elschaddai de ,machtige1 ,jahveh1 de ,znde1 voorts ,vader1 ,zoon1 ,geest1 goed1 barmhartig1 genadig1 rechtvaardig1 heilig enz41 altemaal begrippen1 die eerst van schepselen gelden en dan in eminenten zin op ,god worden overgedragen4 ,zelfs de zoogenaamde onmededeelbare eigenschappen1 zooals onveranderlkheid1 onafhankelkheid1 eenvoudigheid1 eeuwigheid1 alomtegenwoordigheid worden in de ,schrift voorgesteld in vormen en uitdrukkingen1 aan het eindige ontleend en daarom ook in negatieven zin2 de eeuwigheid kan niet voorgesteld worden dan als eene negatie van den td4 ,de ,schrift wendt zelfs geene enkele poging aan1 om deze volmaaktheden ,gods positief1 naar haar eigen wezen1 afgedacht van hare relatie tot het eindige1 te omschrven4 ,maar het anthropomorphisme gaat in de ,schrift nog veel verder4 ,al wat aan menschen en zelfs aan schepselen eigen is1 wordt ook aan ,god toegeschreven1 inzonderheid partes hominis1 membra corporis1 sensus1 affectus1 actiones1 subjecta en adjuncta humana4 ,god heeft eene ziel1 ,lev4 #bf3aa1 ,mt4 #ab3bh1 en een ,geest1 ,gen4 #a3b enz4 ,van een lichaam ,gods is nooit sprake1 ofschoon ,god in ,christus ook een waarachtig lichaam aannam1 ,joh4 #a3ad1 ,col4 #b3ag1 en de gemeente ,christus' lichaam heet1 ,ef4 #a3bb4 ,maar alle lichamelke organen worden toch aan ,god toegekend4 ,er wordt gesproken van zn aangezicht1 ,ex4 #cc3bj1 #bc1 ,jes4 #fc3i1 ,ps4 #af3aa1 ,mt4 #ah3aj1 ,op4 #bb3d1 van zne oogen1 ,ps4 #aa3d1 ,hebr4 #d3ac1 van zne oogleden1 ,ps4 #aa3d1 van zn oogappel1 ,deut4 #cb3aj1 ,ps4 #ag3h1 ,zach4 #b3h1 van zne ooren1 ,ps4 #ee3b1 van zn neus1 ,deut4 #cc3aj1 van zn mond1 ,deut4 #h3c1 van zne lippen1 ,job #aa3e1 van zne tong1 ,jes4 #cj3bg1 van zn nek1 ,jer4 #ah3ag1 van zn arm1 ,ex4 #ae3af1 van zn hand1 ,num4 #aa3bc1 van zne rechterhand1 ,ex4 #ae3ab1 van zn vinger1 ,ex4 #h3ai1 van zn hart1 ,gen4 #f3f1 van zne ingewanden1 ,jes4 #fc3ae1 ,jer4 #ca3bj1 ,luk4 #a3gh1 van zn boezem1 ,ps4 #gd3d1 van zn schoot1 ,joh4 #a3bh1 van zn voet1 ,jes4 #ff3a4 ,vervolgens is er geene menschelke aandoening of ze is ook in ,god aanwezig1 zooals vroolkheid1 ,jes4 #fb3e1 verheuging1 ,jes4 #fe3ai1 smart1 ,ps4 #gh3dj1 ,jes4 #fc3aj1 verdriet1 ,ps4 #ie3aj1 ,jer4 #g3ah1 #ai1 vrees1 ,deut4 #cb3bg1 liefde met al de wzigingen daarvan zooals barmhartigheid1 ontferming1 genade1 lankmoedigheid enz41 voorts ver en jaloerschheid1 ,deut4 #cb3ba1 berouw1 ,gen4 #f3f1 haat1 ,deut4 #af3bb1 toorn1 ,ps4 #b3e1 wraak1 ,deut4 #cb3ce4 ,verder worden ook alle menschelke handelingen op ,god overgedragen1 zooals kennis nemen1 ,gen4 #ah3ba1 onderzoeken1 ,ps4 #g3aj1 weten1 ,gen4 #c3e1 denken1 ,gen4 #ej3bj1 vergeten1 #a ,sam4 #a3aa1 zich herinneren1 ,gen4 #h3a1 ,ex4 #b3bd1 spreken1 ,gen4 #b3af1 roepen1 ,rom4 #d3ag1 gebieden1 ,jes4 #e3f1 schelden1 7 bestraffen1 berispen7 ,ps4 #ah3af1 #ajd3g1 antwoorden1 ,ps4 #c3e1 getuigen1 ,mal4 #b3ad2 rusten1 ,gen4 #b3b1 werken1 ,joh4 #e3ag2 zien1 ,gen4 #a3aj1 hooren1 ,ex4 #b3bd1 rieken1 ,gen4 #h3ba1 proeven1 ,ps4 #aa3d1 #e2 zitten1 ,ps4 #i3h1 opstaan1 ,ps4 #fh3b1 gaan1 ,ex4 #cd3i1 komen1 ,ex4 #be3bb1 wandelen1 ,lev4 #bf3ab1 nederdalen1 ,gen4 #aa3e1 ontmoeten1 ,ex4 #c3ah1 bezoeken1 ,gen4 #ba3a1 voorbgaan1 ,ex4 #ab3ac1 verlaten1 ,richt4 #f3ac2 schrven1 ,ex4 #cd3a1 verzegelen1 ,joh4 #f3bg1 graveeren1 ,jes4 #di3af2 slaan1 ,jes4 #aa3d1 kastden1 ,deut4 #h3e1 straffen1 ,job #e3ag1 verbinden1 ,ps4 #adg3c1 genezen1 ,ps4 #ajc3c1 heelen1 ,deut4 #cb3ci1 dooden en levend maken1 ,deut4 #cb3ci2 afwisschen1 ,jes4 #be3h1 uitwisschen1 #b ,kon4 #ba3ac1 wasschen1 ,ps4 #ea3d1 reinigen1 ,ps4 #ea3d1 zalven1 ,ps4 #b3f1 versieren1 ,ezech4 #af3aa1 bekleeden1 ,ps4 #acb3af1 kronen1 ,ps4 #h3f1 omgorden1 ,ps4 #ah3cc2 verdelgen1 ,gen4 #f3g1 verwoesten1 ,lev4 #bf3ca1 dooden1 ,gen4 #ch3g1 plagen1 ,gen4 #ab3ag1 richten1 ,ps4 #eh3ab1 verdoemen1 ,job #aj3b enz4 ,voorts wordt ,god ook zeer dikwerf aangeduid met namen1 die een zeker beroep1 ambt1 betrekking1 verhouding onder menschen te kennen geven4 ,h is een bruidegom1 ,jes4 #fa3aj1 een man1 ,jes4 #ed3e1 een vader1 ,deut4 #cb3f1 een richter1 koning1 wetgever1 ,jes4 #cc3bb1 een krgsman1 ,ex4 #ae3c1 een held1 ,ps4 #gh3fe1 ,zef4 #c3ag1 een kunstenaar en bouwmeester1 ,hebr4 #aa3aj1 een landman1 ,joh4 #ae3a1 een herder1 ,ps4 #bc3a1 een heelmeester1 ,ex4 #ae3bf enz42 terwl dan in deze hoedanigheden weder sprake is van zn zetel1 troon1 voetbank1 roede1 scepter1 wapens1 boog1 pl1 zwaard1 schild1 wagen1 banier1 boek1 zegel1 schat1 erfenis enz4 ,ja zelfs worden1 om uit te drukken wat ,god voor de znen is1 allerlei beelden aan de bezielde en onbezielde schepping ontleend4 ,h wordt vergeleken b een leeuw1 ,jes4 #ca3d1 een arend1 ,deut4 #cb3aa1 een lam1 ,jes4 #ec3g1 eene hen1 ,mt4 #bc3cg1 b de zon1 ,ps4 #hd3ab1 de morgenster1 ,op4 #bb3af1 b een licht1 ,ps4 #bg3a1 eene kaars1 ,op4 #ba3bc1 een vuur1 ,hebr4 #ab3bi1 eene bron of fontein1 ,ps4 #cf3aj1 een sprinkader1 ,jer4 #b3ac1 b spze1 brood1 drank1 water1 zalf1 ,jes4 #ee3a1 ,joh4 #d3aj1 #f3ce1 #ee1 b een rotssteen1 ,deut4 #cb3d1 eene schuilplaats1 ,ps4 #aai3aad1 toren1 ,spr4 #ah3aj1 een hoog vertrek1 ,ps4 #i3aj1 eene schaduw1 ,ps4 #ia3a1 #aba3e1 een schild1 ,ps4 #hd3ab1 een weg1 ,joh4 #ad3f1 een tempel1 ,op4 #ba3bb enz41 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 ,,ii c4 #ce1 ,alsted1 ,theol4 schol4 #ajd sq4 ,glassius1 ,philol4 ,sacra #afia p4 #aaaf-aaha4 #c4 ,de gansche schepping1 heel de natuur met al hare rken1 de menschenwereld bovenal worden in de ,h4 ,schrift dienstbaar gemaakt aan de beschrving der kennisse ,gods4 ,aan het anthropomorphisme wordt geen grens gesteld4 ,alle schepselen1 levende en levenlooze1 bezielde en onbezielde1 organische en anorganische1 bieden namen aan1 om de grootheid ,gods eenigermate tot ons bewustzn te brengen4 ,ofschoon in zichzelven1 is ,god toch in zne openbaring4 ,omnia possunt dici de ,deo1 et nihil digne dicitur de ,deo4 ,nihil latius hac inopia4 ,quaeris congruum nomen1 non invenis2 quaeris quoquo modo dicere1 omnia invenis1 ,august41 tract4 #ac in ,ev4 ,joh4 n4 #e4 ,en ter opheldering1 waarom ,god op zoo velerlei wze genoemd kan worden1 bediende zich ,augustinus van een treffend beeld4 ,ons lichaam heeft velerlei behoeften1 aan licht en lucht1 spze en drank1 woning en kleederen enz41 en al deze dingen zn verschillend en liggen in de schepselen naast elkaar4 ,ook onze geest heeft vele en velerlei behoeften1 maar wat daarin voorziet is niet velerlei maar is altd het eene en zelfde ,goddelk wezen4 ,in terra aliud est fons1 aliud lumen4 ,sitiens quaeris fontem1 et ut pervenias ad fontem1 quaeris lucem1 et si dies non est1 accendis lucernam1 ut ad fontem pervenias4 ,fons ille ipse est lux3 sitienti fons est1 caeco lux est2 aperiantur oculi ut videant lucem1 aperiantur fauces cordis ut bibant fontem2 quod bibis hoc vides1 hoc audis4 ,totum sit tibi ,deus1 quia horum quae diligis totum tibi est4 ,si visibilia attendis1 nec panis est ,deus1 nec aqua est ,deus1 nec lux ista est ,deus1 nec vestis est ,deus1 nec domus est ,deus4 ,omnia enim haec visibilia sunt et singula sunt2 quod est panis non hoc est aqua1 et quod est vestis1 non hoc est domus1 et quod sunt ista1 non hoc est ,deus1 visibilia enim sunt4 ,deus tibi totum est2 si esuris1 panis tibi est2 si sitis1 aqua tibi est2 si in tenebris es1 lumen tibi est1 quia incorruptibilis manet2 si nudus es1 immortalitatis vestis tibi est1 cum corruptibile hoc induerit incorruptionem et mortale hoc induerit immortalitatem1 tract4 #ac in ,ev4 ,joh4 ,evenzoo zegt ,pseudodionysius1 dat ,god is en tegelk 1 ,h is tegelk 1 de div4 nom4 c4 ,i4 #f4 #g4 ,b ,thomas lezen w1 quod ,deus in se praehabet omnes perfectiones creaturarum1 quasi simpliciter et universaliter perfectus1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac art4 #b4 ,en schooner nog b ,bonaventura3 ut laudibus ,deum possimus extollere1 atque ad ,dei cognitionem promoveamur1 necessaria nobis sunt translationes ad divina4 ,ratio vel finis translationis duplex est4 ,una in qua est laus ,dei1 alia manuductio intellectus nostri4 ,propter laudem ,dei necessaria est translatio4 ,et quoniam ,deus multum est laudabilis1 ne propter inopiam vocabulorum contingeret cessari a laude1 sacra ,scriptura docuit nomina creaturarum ad ,deum transferri2 et hoc in numero indefinito1 ut sicut omnis creatura laudat ,deum1 sic ,deus laudatur ex omni nomine creaturae1 et qui non poterit uno nomine laudari1 tamquam superexcellens omne nomen1 laudaretur ex omni nomine4 ,alia ratio est manuductio intellectus nostri4 ,quia cum per creaturas ad cognoscendum creatorem venimus1 ut plurimum1 fere omnes creaturae habent proprietates nobiles1 quae sunt ratio intelligendi ,deum1 ut leo fortitudinem1 agnus mansuetudinem1 petra soliditatem1 serpens prudentiam et consimilia2 ideo oportuit plura nomina transferri ad ,deum1 ,sent4 ,i dist4 #cd art4 #a qu4 #d4 ,en ,calvn stemde daarmede in1 als h zeide3 nulla est mundi particula1 in qua non scintillae saltem aliquae gloriae ipsius emicare cernantur4 ,god is immanent in al het geschapene4 ,de reine van hart ziet ,god overal4 ,alles is vol van ,god4 ,fateor pie hoc posse dici1 modo a pio animo proficiscatur1 naturam esse ,deum1 ,inst4 ,i #e1 #a4 #e4 ,maar er is opklimming in de schepselen4 ,de plaats en de rang1 die de schepselen innemen1 wordt bepaald door hunne verwantschap aan ,god4 ,alle schepselen noemen een naam van ,god4 ,maar onder alle schepselen staat de mensch bovenaan4 ,h alleen draagt den hoogen naam van beeld1 zoon1 kind ,gods4 ,h alleen heet ,gods geslacht4 ,en daarom worden de meeste en verhevenste namen ,gods aan den mensch ontleend4 ,nooit echter mag de mensch van de natuur worden losgemaakt4 ,en nimmer mag eenig creatuur of eenig deel der wereld naast of tegenover ,god worden geplaatst4 ,er is niets buiten en zonder ,god4 ,wel is hier telkens tegen gezondigd4 ,het dualisme van ,plato1 het neoplatonisme1 het gnosticisme1 het manichaeisme beperkten ,gods openbaring en stelden eene materie vandig tegen ,hem over4 ,en in allerlei vormen oefende dit invloed en werkte het na in de theologie4 ,als in den nieuweren td onder invloed van ,kant en ,jacobi de openbaring ,gods tot het religieuse en ethische beperkt is2 als de ,schrift alleen in haar godsdienstig-zedelken inhoud erkend wordt2 als de zetel der religie alleen gezocht wordt in hart of geweten1 in gemoed of wil1 is er in dit alles een zelfde dualistisch beginsel aan 't woord4 ,de natuur1 met hare elementen en krachten1 de mensch in zn maatschappelk en staatkundig leven1 kunst en wetenschap komen buiten de openbaring ,gods te staan en worden neutrale1 d4 i4 ,god-looze terreinen4 ,natuurlk1 dat dan het ,o4 ,test4 en een zeer groot deel van het ,n4 ,test4 niet meer kan gewaardeerd worden2 dat natuur en wereld niets meer tot den geloovige te zeggen hebben2 dat de openbaring1 dat het ,woord ,gods allen invloed op het openbare leven verliest2 dat de religie1 tot een verborgen schuilhoek van hart en binnenkamer teruggedrongen1 alle aanspraak op achting verbeurt2 dat de dogmatiek1 bepaaldelk ook de locus de ,deo1 van dag tot dag inkrimpt1 en dat de theologie hare plaats niet meer weet te handhaven4 ,de theologie weet niet meer van ,god te spreken1 omdat z niet uit en door ,hem spreekt4 ,z heeft geen namen meer1 waarmede z ,god noemen kan4 ,god wordt de groote ,onbekende en de wereld wordt eerst 1 dan 4 #d4 ,de namen waarmede ,god in zne openbaring zichzelven noemt1 brengen echter voor het denken eene eigenaardige moeilkheid mede4 ,immers1 vroeger bleek ons1 dat ,god onbegrpelk is en ver boven al het eindige verheven2 hier echter1 in zne namen1 daalt ,h tot al het eindige neer en wordt ,h den schepselen gelk4 ,er doet zich hier eene antinomie voor1 die onoplosbaar schnt4 eenerzds1 is ,god toch anderzds4 ,nadat eerst alle anthropomorphisme gebannen is1 wordt het hier toch weer binnengehaald4 ,met welk recht kunnen deze namen dan van ,god worden gebezigd8 ,op welken grond worden ze toegekend aan ,hem1 die oneindig hoog boven alle schepsel staat en door het eindige niet begrepen kan worden8 ,die grond kan slechts daarin liggen1 dat de gansche schepping1 schoon als creatuur oneindig ver van ,god verwderd1 toch een schepsel1 een werk ,gods en ,hem verwant is4 ,de wereld is geen tegenstelling naast en tegenover ,god1 geen zelfstandige macht1 geen tweede ,god1 maar geheel en al ,gods werk in haar zn en haar z zn3 z is er van den beginne af op aangelegd om ,god te openbaren4 ,het gansche volk van ,israel is er in al zn wetten en instellingen1 ambten en bedieningen1 karakter en zeden enz4 op ingericht1 om ,gods deugden te verkondigen1 en de menschelke natuur van ,christus is door den ,h4 ,geest bekwaamd1 om den ,vader te verklaren en zn naam den menschen bekend te maken4 ,de apostelschaar met hare verscheidenheid van opvoeding1 voorbereiding1 gave en roeping is bestemd1 om de te vertellen4 ,en daarom kan en mag ,god op creatuurlke wze door ons worden genoemd4 ,het recht van het anthropomorphisme berust daarop1 dat ,god zelf in en tot zne schepselen is neergedaald en in en door schepselen zn naam heeft geopenbaard4 ,het anthropomorphisme zit dus volstrekt niet alleen1 gelk reeds werd opgemerkt1 in een enkel woord zooals persoonlkheid4 ,er is van ,god niet anders dan op anthropomorphe wze te spreken4 ,want ,hemzelven zien w niet4 ,w kunnen ,hem alleen zien in zne werken en naar de openbaring in die werken ,hem noemen4 ,meer nog1 w kunnen ,god1 althans hier op aarde1 niet zien van aangezicht tot aangezicht4 ,indien ,god dan toch wil dat w ,hem kennen zullen1 dan moet ,h tot ons neerdalen1 zich accommodeeren naar ons beperkt1 eindig1 menschelk bewustzn1 in menschelke taal tot ons spreken4 ,wie daarom het recht der anthropomorphismen bestrdt1 ontkent in beginsel daarmede de mogelkheid1 dat ,god zich in zne schepselen openbaart1 moet vandaar voortschrden tot de loochening der schepping en houdt ten slotte niets over dan een eeuwig dualisme tusschen ,god en wereld1 tusschen het oneindige en het eindige4 ,indien toch ons noemen van ,god met anthropomorphe namen eene vereindiging ,gods insluit1 dan geldt dit nog veel meer van de openbaring in de schepping4 ,god als de ,oneindige is dan onmachtig1 om een ander zn buiten zn eigen wezen voort te brengen2 de wereld is in geen enkel opzicht eene openbaring1 z is enkel en alleen eene verberging ,gods2 de mensch is enkel en alleen aan ,god tegengesteld en niet aan ,hem verwant2 en ,god is eeuwige 1 naamlooze 1 zoowel voor zichzelf als voor den mensch4 ,natuurlk is er dan ook geen kennis van ,god meer mogelk4 ,indien anthropomorphe1 creatuurlke namen aan ,gods wezen te kort doen1 dan kan en mag ,h door ons niet met eenigen naam worden genoemd1 dan moeten w volstrekt zwgen2 alle naam1 waarmede w ,hem zouden willen aanduiden1 is dan eene onteering ,gods1 eene aanranding van zne majesteit1 eene ,godslastering1 cf4 boven bl4 #bb4 ,men heeft deze consequentie1 die echter voor de hand ligt1 wel zoeken te ontgaan1 door onderscheid te maken tusschen voorstelling en begrip4 ,plato is daarmede al begonnen4 ,het neoplatonisme en het gnosticisme hebben dit voortgezet4 ,en ,hegel is er opnieuw mede voor den dag gekomen4 ,maar daarmede komt men toch geen stap verder4 ,ook de hoogste speculatie en de diepzinnigste wsbegeerte moeten toch over ,god denken en spreken2 al werpen ze nu alle voorstellingen weg en al houden ze alleen zuivere1 abstracte begrippen over1 z komen daarmede het menschelk1 creatuurlk denken en spreken niet te boven en naderen tot den ,oneindige zelven niet4 ,ook de meest abstracte namen1 zooals het zn1 de substantie1 het absolute1 het eene1 de geest1 de rede1 zn en blven anthropomorphismen4 ,er is voor den mensch maar keuze tusschen deze twee3 absoluut zwgen f menschelk denken en spreken over ,god1 tusschen agnosticisme1 d4 i4 theoretisch atheisme f anthropomorphisme4 ,de philosophie is dan ook altd weer tot het anthropomorphisme teruggekeerd1 anders ware ze natuurlk ook met eene negatieve kritiek geindigd4 ,plato1 ,philo1 ,plotinus1 ,pseudodionysius1 ,damascenus1 ,erigena hebben toch ten slotte weer allerlei namen aan ,god toegekend4 ,de kataphatische theologie bouwde op1 wat de apophatische had afgebroken4 ,de substantie van ,spinoza ontving tal van attributen en modi4 ,b ,hegel werd ,god toch weer leven1 geest1 denken1 rede1 subject4 ,rauwenhoff laat de verbeelding optreden1 waar het verstand eindigen moet1 ,wsb4 v4 d4 godsd4 #faa v4 ,door vele wsgeeren wordt daarom het recht van het anthropomorphisme verdedigd1 ,kant1 ,kr4 der ,urtheilskraft ed4 ,kirchmann ,s4 #cdf f4 ,jacobi1 ,werke ,,iii #bgf f4 ,paulsen1 ,einl4 in die ,philos4 #ahib ,s4 #bfb f4 ,hartmann1 ,philos4 d4 ,unbew4 ,,ii #dad enz4 ,en zoo heeft natuurlk ook altd de christelke theologie geoordeeld4 ,god bewandelt daarin den weg der menschen1 1 gelk de ,joden het uitdrukten4 ,incomprehensibilia sunt ,dei opera et actiones1 neque nos assequi aliquid de iis possemus1 nisi ,sacra ,scriptura iis uteretur loquendi de ,deo formulis1 quae rebus humanis propinqua sunt4 ,itaque ,spiritui ,sancto1 ,scripturarum auctori1 placet1 propter captus nostri imbecillitatem nostro more balbutire et blandius humiliusque quam majestati tantae convenit1 nobiscum per signa et verba agere1 ,flacius b ,glassius p4 #aaf1 cf4 ,luther b ,oehler ,s4 #afi4 ,gerhard1 ,loci ,theol4 ,,ii c4 #h sect4 #a4 ,ursinus1 ,tract4 theol4 #di1 ,polanus1 ,synt4 p4 #aib sq4 ,martyr1 ,loci p4 #b1 ,alsted1 ,theol4 schol4 #adh1 ,bretschneider1 ,dogm4 ,i #dgg1 ,id4 ,syst4 ,entw4 #cfe f4 ,hengstenberg1 ,auth4 d4 ,pent4 ,,ii #dde f4 ,philippi ,,ii #bg f4 ,twesten ,,ii #af4 ,lange1 ,,ii #cb f4 ,kahnis1 ,dogm4 ,i #ccg4 ,beck1 ,vorles4 ,,ii #c f4 ,dr4 ,graue1 zur ,verstndigung ber den anal4 ,char4 der ,gotteserk41 ,jahrb4 f4 prot4 ,theol4 ,oct4 #ahhh ,s4 #dha-ejc4 #e4 ,het recht dezer namen moge alzoo vaststaan1 maar wat is hun waarde8 ,welke en hoedanige kennis verschaffen z ons aangaande het ,goddelk wezen8 ,er kan geen sprake van zn1 dat deze kennis eene adaequate z4 ,ze is in elk opzicht eindig en beperkt1 maar z is daarom toch niet onzuiver en onwaar4 ,adaequate kennis hebben we zeer weinig2 overal en op ieder terrein stuiten we ten slotte op een mysterie2 het innerlk wezen der dingen1 het ,ding an sich1 ontsnapt aan onze waarneming4 ,w nemen phaenomena waar en besluiten daaruit tot het wezen1 w leeren eigenschappen kennen en klimmen daardoor op tot de substantie1 maar deze zelve ligt achter het verschnsel en is ons onbekend4 ,de natuurwetenschap neemt atomen aan als de laatste bestanddeelen der werkelkheid maar heeft daarvan niet de minste empirische kennis4 ,eene definitie is er alleen te geven van de allereenvoudigste dingen2 zoodra ze van eenigszins hoogere orde zn1 zn ze in geen begrip volledig te omschrven4 ,dat geldt reeds van de zienlke wereld2 maar nog meer is het van toepassing in de wereld der onzienlke dingen4 ,de mensch is nl4 een lichamelk1 zinnelk wezen4 ,al zne kennis begint met en komt op uit de zinnelke waarneming4 ,ons denken is gebonden aan de zintuigen1 gelk onze ziel aan het lichaam4 ,de geestelke dingen nemen w nooit rechtstreeks waar maar alleen door het medium der stoffelke dingen4 ,w zien alles 4 ,niet alleen ,god1 maar ook de ziel en heel de geestelke wereld komt tot onze kennis slechts door de zinlke wereld heen4 ,vandaar dat w al het geestelke aanduiden met namen1 die allereerst gelden in de zichtbare wereld4 ,de ziel des menschen benoemen w naar lichamelke verschnselen4 ,hare werkzaamheden1 zooals kennen1 denken1 verstaan1 begrpen1 oordeelen1 besluiten1 gevoelen enz4 brengen w onszelven en anderen tot bewustzn door middel van woorden1 die oorspronkelk eene lichamelke handeling te kennen geven4 ,al ons spreken van onzienlke dingen is dus metaphora1 beeld1 gelkenis1 poezie4 4444 1 1 ,greg4 ,naz41 ,orat4 #de4 ,maar daarom spreken w toch niet onwaar en onjuist4 ,integendeel1 echte poezie is waarheid1 want z berust op de gelkenis1 de overeenkomst1 de verwantschap van de verschillende groepen van verschnselen4 ,heel de taal is daarop gebouwd1 alle figuren gaan daar van uit4 ,indien het spreken in beeld onwaar ware1 zou al ons denken1 en al ons weten schn1 en het spreken zelf onmogelk zn4 ,ditzelfde geldt ook in religie en theologie4 ,adaequate kennis van ,god is er niet4 ,w kunnen ,hem niet noemen1 gelk ,h in zichzelf bestaat4 ,al zne namen zn aan de schepselen ontleend4 ,maar daarom zn ze niet onwaar1 eene vrucht van menschelke inbeelding4 ,gelk er gelkenis bestaat en dus comparatie mogelk is tusschen de verschillende deelen der wereld1 zoo is er ook verwantschap tusschen ,god en zne schepselen1 die ons recht geeft om van ,hem op creatuurlke wze te spreken4 ,meer nog1 temporeel1 in de werkelkheid gaat het natuurlke wel aan het geestelke vooraf2 maar logisch en ideel is het geestelke eerst en daarna het natuurlke4 ,het natuurlke zou ons niet kunnen heenleiden tot het geestelke1 indien het niet zelf daaruit ware voortgekomen4 ,plato zag in den kosmos eene realisatie der ideen4 ,en de ,schrift leert1 dat alle dingen door den ,logos zn gemaakt en niet geworden zn uit dingen1 die onder de oogen verschnen1 ,joh4 #a3c1 ,hebr4 #aa3c4 ,het is ,god zelf1 die heel de schepping1 ook de stoffelke1 aan de openbaring zner deugden heeft dienstbaar gemaakt4 ,h kon dat doen1 wl ,h de almachtige schepper is en absolute heerschapp heeft ook over de stof4 ,al is het dan ook1 dat w ,god noemen met namen aan de schepselen ontleend1 in die schepselen zn ze eerst door ,god zelven gelegd4 ,w bezigen de namen1 waarmede we ,god aanduiden1 wel eerst van de schepselen1 omdat w deze eerder dan ,god kennen4 ,maar zakelk gelden z eerst van ,god en daarna van de schepselen4 ,alle deugden zn eerst in ,hem1 dan in de creaturen4 ,h bezit ze per essentiam1 deze hebben ze alleen per participationem4 ,gelk de tempel gemaakt is naar den 1 aan ,mozes op den berg getoond1 ,hebr4 #h3e1 zoo is alle schepsel eerst eeuwig gedacht en daarna geschapen in den td4 ,alle d4 i4 niet alle geslacht maar alle vaderschap in hemel en aarde wordt genoemd uit den die alle dingen schiep1 ,ef4 #c3ae1 cf4 ,mt4 #bc3i1 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i #i4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #c art4 #b1 qu4 #ac art4 #c en #f4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #bb art4 #a qu4 #c4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #aa-ad enz4 ,alle hemelsche dingen worden in de ,schrift ons gemaald in aardsche verven en kleuren4 ,god zelf komt door heel de schepping heen tot ons en heeft in de menschelke natuur van ,christus onder ons gewoond4 ,deze menschelke natuur was zeker geen adaequaat orgaan van zne ,godheid2 ze was zelfs eene verberging zner heerlkheid4 ,en toch heeft de volheid der ,godheid in ,hem lichamelk gewoond2 wie ,hem zag1 aanschouwde den ,vader4 ,beide laat zich dus zeer goed vereenigen1 eene kennis1 die inadaequaat1 eindig1 beperkt en toch tegelk waar1 zuiver1 genoegzaam is4 ,god openbaart zich in zne werken1 en naar die openbaring wordt ,h door ons genoemd4 ,h vergunt het ons ,hem te noemen in onze zwakke1 menschelke taal1 omdat ,h zelf in de schepselen zne deugden voor ons heeft ten toon gespreid4 ,w zn het dus eigenlk niet1 die ,god een naam geven2 hoe zouden we dat kunnen en mogen doen8 ,het is ,god zelf1 die door natuur en ,schrift ons zne heerlke namen op de lippen legt4 ,naar eene oude onderscheiding zn de namen ,gods geen product van de ratio ratiocinans1 de subjectieve rede des menschen1 maar van de ratio ratiocinata1 de objectieve rede in de openbaring4 ,gods zelfbewustzn is de archetype1 en onze kennis van ,god1 geput uit zn ,woord1 is daarvan de ectype4 #f4 ,hiermede is het karakter aangeduid1 dat de kennisse ,gods altd b schepselen draagt4 ,twee uitersten worden daardoor vermeden4 ,aan de eene zde staan z1 die eene essentieele1 quidditatieve1 adaequate kennis van ,god mogelk achten1 hetz door mystische aanschouwing 7,plotinus1 ,malebranche1 de ontologisten en de ,roomschen als leerende de visio ,dei per essentiam in den staat der heerlkheid71 hetz door logisch denken 7,eunomius1 ,scotus1 ,spinoza1 ,hegel74 ,tegen dezen allen blft het woord waarachtig3 niemand heeft ooit ,god gezien1 alleen de ,zoon1 die in den schoot des ,vaders was1 heeft ,hem ons verklaard4 ,mozes zag ,gods heerlkheid alleen1 toen ze voorbgegaan was4 ,de profeten aanschouwden ,god alleen in visioen4 ,zoowel in de schepping buiten ons als in ons eigen zieleleven blft altd het geschapene tusschen ,god en ons bewustzn in staan2 ideae innatae zn er niet4 ,w zien in een spiegel en wandelen door geloof4 ,eene absolute1 eene adaequate kennis van ,god is daarom onmogelk4 ,de omzetting van de voorstelling in het begrip1 van de taal der verbeelding in die der gedachte1 van de kataphatische in de apophatische theologie1 van het semietisch-concreete in het japhetisch-abstracte loopt altd uit op verlies van alle kennisse ,gods4 ,maar andererzds wordt door den naam van ectypische theologie ook het gevoelen verworpen van hen1 die wel de creatuurlke namen ter aanduiding van het wezen ,gods onvermdelk achten maar daarin niets dan symbolen1 producten der dichtende verbeelding zien4 ,in zekeren zin behooren hier zelfs ,damascenus1 de fide orthod4 ,i #ab en ,pseudodionysius toe1 de div4 nom4 c4 #a1 cf4 ook ,mozes ,maimon41 ,more ,neb4 ,i c4 #eh1 ,cusanus1 de docta ignor4 ,i c4 #bd4 ,z beweerden nl41 dat al die namen ons ,god alleen deden kennen als oorzaak aller dingen1 zoodat bv4 de aan ,god toegeschreven naam der wsheid niets meer inhield dan dat ,h de oorzaak aller wsheid was4 ,maar ,thomas merkte daartegen reeds terecht op1 dat ,god dan even goed goud1 zilver1 zon1 maan1 lichaam enz4 genoemd kon worden1 wl ,h toch de oorzaak van al die schepselen is2 en voorts bedoelen w allen iets anders en meer1 als w ,god goed noemen1 dan wanneer w ,hem de oorzaak van het goede heeten4 ,de deugden ,gods zn niet alle in alle schepselen en in alle op dezelfde wze te zien1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac art4 #b4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #aa-ac4 ,toch is later dat gevoelen vooral door ,schleiermacher weer vernieuwd4 ,god is alleen absolute causaliteit2 zne eigenschappen zn subjectieve benamingen2 het karakter der theologie is niet ectypisch of analogisch maar symbolisch te noemen1 ,schleiermacher1 ,reden ber die ,relig4 ,s4 #df1 ,bretschneider1 ,dogm4 ,i #dgg1 ,paulsen1 ,einl4 in die ,philos4 #bfc4 ,de religieuse voorstellingen zn dan producten der dichtende verbeelding1 aesthetisch te waardeeren idealen 7,rauwenhoff1 ,pierson1 ,f4 ,a4 ,lange enz47 ,in sommige moderne kringen is in den laatsten td de neiging te bespeuren1 om de bbelsche en kerkelke namen als symbolen van hoogere1 geestelke waarheden te blven gebruiken4 ,deze opvatting van het karakter der theologie is echter niet houdbaar4 ,symbolisch kan wel die theologische wetenschap heeten1 welke zich bezighoudt met de verklaring der in de ,schrift en in de kerk voorkomende heilige zinnebeelden1 gelk bv4 ,vitringa daaraan den naam geeft van theologia symbolica #agbf1 cf4 d',outrein1 ,proefstukken van heilige ,sinnebeelden #agjj4 ,een symbool is altd een zinnelk voorwerp of eene zinnelke handeling ter aanduiding van eene geestelke waarheid4 ,maar de theologie als zoodanig heeft het niet met zulke symbolen1 doch met geestelke realiteiten te doen4 ,als aan ,god bewustzn1 wil1 heiligheid enz4 wordt toegeschreven1 verstaat dit niemand in symbolischen zin4 ,geen enkel religieus mensch ziet in dergelke voorstellingen producten van zne verbeelding1 gelk ieder dit gaarne erkent b werken der kunst4 ,de godsdienstige mensch houdt daarentegen die religieuse voorstellingen voor objectief waar1 en zne religie kwnt en sterft weg1 zoodra h daaraan begint te twfelen4 ,indien z dan ook producten der verbeelding zn1 is haar objectieve waarheid niet te handhaven4 ,aesthetisch mogen z dan nog te waardeeren zn1 religieus en ethisch hebben z hare waarde verloren2 religie laat zich evenmin omzetten in kunst als in philosophie4 ,pogingen om ze dan nog als symbolen te handhaven1 loopen altd op teleurstelling uit2 wie als ,hegel tusschen voorstelling en begrip onderscheid maakt1 laat zich met de voorstelling niet meer tevreden stellen1 h tracht altd te komen tot het zuivere begrip en grpt dan later tevergeefs naar de religieuse voorstellingen als symbolen terug4 ,het symbolisch karakter der theologie maakt de namen ,gods tot reflex van het eigen gemoedsleven1 ontneemt er alle waarheid aan1 en zoekt hun grond alleen in de altd wisselende ratio ratiocinans4 ,de mensch is dan de maatstaf der religie2 zooals de mensch is1 is zn ,god4 ,om deze redenen is de theologie niet symbolisch1 maar ectypisch of analogisch te noemen4 ,hierin ligt opgesloten3 #a4 dat al onze kennis van ,god uit en door ,god is1 op zne openbaring1 d4 i4 op de ratio ratiocinata is gegrond2 #b4 dat ,god1 om zne kennis aan schepselen mede te deelen1 tot die schepselen afdalen en naar hun vatbaarheid zich schikken moet2 #c4 dat de mogelkheid dezer niet kan worden ontkend1 wl z met de schepping1 d4 i4 met het bestaan van een eindig zn1 vanzelf gegeven is2 #d4 dat onze kennis van ,god daarom echter altd maar analogisch is1 d4 i4 gevormd naar analogie van wat van ,god in zne schepselen te bespeuren valt2 niet ,god zelven in zn onkenbaar wezen maar ,god in zne openbaring1 in zne relatie tot ons1 in 1 ,damasc41 de fide orthod4 ,i #d1 in zne habitudo ad creaturas1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ab art4 #ab tot object heeft2 en dus maar eindig beeld1 zwakke gelkenis en creatuurlke afdruk is van die volmaakte kennis1 welke ,god van zichzelven bezit2 en #e4 dat onze kennis van ,god desniettemin toch waar en zuiver en betrouwbaar is1 wl z het zelfbewustzn ,gods tot archetype en zne zelfopenbaring in den kosmos tot grondslag heeft1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac art4 #e c4 ,gent4 ,i c4 #cb-cd4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #bc4 #bd4 ,junius1 de theologia1 ,op4 #afjg ,i #acgh sq4 ed4 ,kuyper p4 #ea sq4 ,gomarus1 ,disp4 theol4 ,i4 ,owen1 #affa p4 #aj sq4 ,calovius1 ,isag4 ad theol4 #afeb p4 #be sq4 ,kuyper1 ,enc4 ,,ii #bja v4 #bd4 ,,indeeling ,,der ,,namen ,,gods4 #a4 ,de ,h4 ,s4 noemt ,god met vele namen1 maar gaat nooit van een abstract ,godsbegrip uit4 ,nooit verheft z de eene eigenschap ,gods ten koste van de andere4 ,wel treedt nu eens de eene1 dan weder de andere eigenschap meer op den voorgrond1 maar er is tusschen alle eigenschappen volkomen harmonie4 ,het is de bedoeling der ,schrift alle deugden ,gods gelkelk tot hare eere te brengen4 ,evenals de persoon van ,christus niet een bepaald eenzdig karakter of temperament vertegenwoordigt en toch een persoon is vol leven en realiteit1 zoo is ook ,god in zne openbaring altd ontvouwende al zne deugden in harmonischen samenhang4 ,nergens is er van het wezen ,gods in abstracto sprake4 ,het ,hebr4 woord a rad4 2 bestaan1 zn1 arab4 ,,iii helpen1 oprichten1 duidt datgene aan1 wat bestand heeft1 bestendig is1 voordeel verschaft1 in concreto vooral ware wsheid en geluk1 ,job #e3ab1 #f3ac1 #ab3af1 #bf3c 7#cj3bb71 ,spr4 #b3g1 #c3ba1 #h3ad en voorts alleen nog ,jes4 #bh3bi1 ,mich4 #f3i1 maar staat in geen dezer plaatsen voor het wezen ,gods1 cf4 ,delitzsch op ,job #e3ab4 ,evenmin kunnen de ,n4 ,t4 woorden ,col4 #b3i1 ,rom4 #a3bi1 ,phil4 #b3f1 #b ,petr4 #a3d cf4 ,gal4 #d3h bewzen1 dat daar van het wezen of de natuur ,gods in onderscheiding van zne eigenschappen gesproken wordt1 gelk ,polanus wil1 ,synt4 theol4 p4 #ace4 ,gods wezen wordt voor ons in zne openbaring1 d4 i4 in zne namen kenbaar4 ,de namen ,gods zn benamingen van zne 1 #a ,petr4 #b3i4 ,dit spraakgebruik sluit zich aan b ,jes4 #db3h1 #ab4 #dc3ba4 #fc3e1 waar het ,hebr4 lof1 eer1 in de ,,lxx door is overgezet1 cf4 ,hab4 #c3c4 ,zach4 #f3ac4 ,de gemeente heeft de roeping1 om ,gods deugden te verkondigen1 d4 i4 om ,hem eere te geven voor de 1 die in al zne werken ten toon gespreid wordt4 ,van eene beschrving van ,gods wezen1 buiten de eigenschappen om1 is in de ,h4 ,schrift nimmer sprake4 ,in den eersten td werd ook in de christelke theologie iets dergelks niet beproefd4 ,onder de nomina ,dei werd alles saamgevat1 wat men van ,god te zeggen had4 ,de namen ,gods waren aanduiding niet alleen van de nomina propria maar ook van de later zoo genoemde eigenschappen en zelfs van de personen in het ,goddelk wezen1 ,clemens ,alex4 ,strom4 ,v #ab4 ,augustinus1 de doctr4 chr4 ,i #e4 ,pseudodion41 de div4 nom4 c4 #a sq4 ,damascenus1 de fide orth4 ,i c4 #ab4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac4 ,catech4 ,rom4 ,i c4 #b qu4 #aa4 #ac4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorzeit ,i ,s4 #baa f4 ,gerhard1 ,loci ,theol4 loc4 #b4 ,hyperius1 ,meth4 ,theol4 p4 #hi sq4 c4 #c4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 ,lib4 #b c4 #f4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #i4 #aj4 ,walaeus1 ,op4 ,i p4 #aeb sq4 ,alsted1 ,theol4 did4 schol4 p4 #fa4 ,de eigenschappen werden dan ook terstond in de idee ,gods opgenomen2 zoo bv4 b ,irenaeus1 adv4 haer4 ,i c4 #ad4 ,,ii c4 #ac41 #ce etc4 ,augustinus spreekt wel van ,gods essentia1 maar h verstaat daaronder de volheid van het zn ,gods en neemt terstond alle eigenschappen1 eenvoudigheid1 eeuwigheid1 goedheid1 wsheid enz4 daarin op4 ,in de confessies wordt meermalen ook op die wze van ,god gesproken1 zonder onderscheiding van wezen en eigenschappen1 en zonder indeeling der eigenschappen1 ,conc4 ,lateran4 b ,denzinger1 ,enchir4 symb4 n4 #cee1 ,conc4 ,vatic4 de fide c4 #a4 ,conf4 ,august4 art4 #a4 ,conf4 ,gall4 art4 #a4 ,scot4 art4 #a4 ,belg4 art4 #a4 ,conf4 ,westm4 cap4 #b4 ,en ook later nog gaan verscheidene theologen op deze distincties niet in en behandelen de eigenschappen1 zonder vooraf over de natuur ,gods te spreken1 bv4 ,thomas4 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #c sq4 ,ursinus1 ,tract4 theol4 p4 #df-gj4 #b4 ,maar spoedig kwam er toch eene onderscheiding op4 ,men werd daartoe geleid door de vraag1 wat de eigenschap was1 welke ,god terstond van alle schepselen onderscheidde1 wat het hoofdbegrip was en waarvan men dus b de leer ,gods moest uitgaan4 ,nu had reeds de platonische philosophie dat hoofdbegrip in het zn gezocht1 en ,philo had dit in verbinding gebracht met den naam ,ihvh1 den eenigen naam1 die niet eene werking of kracht maar het wezen ,gods zelf aanduidde1 en noemde daarom ,god dikwerf of 1 ,zeller1 ,philos4 ,v #cef4 ,deze omschrving van het wezen ,gods werd overgenomen in de christelke theologie4 ,irenaeus beschrft ,god meermalen als absoluut eenvoudig1 adv4 haer4 ,,ii c4 #ac4 #bh ,,iv #aa en noemt ,hem zelfs inexcogitabilis et insubstantivus1 ,i c4 #ad1 maar legt tegen het gnosticisme toch daarop vooral nadruk1 dat ,god de schepper is van alle dingen en dat ,h zichzelf in zne werken heeft geopenbaard1 ,harnack ,d4 ,g4 ,i #dhe f4 ,daarentegen is b ,origenes1 de princ4 ,i #a sq4 c4 ,cels4 ,,vi #fd4 ,,vii #db-ea1 ,athanasius1 de decr4 nic4 syn4 c4 #aa1 ,damascenus1 de fide orth4 ,i c4 #b4 #d4 #i4 enz4 cf4 ,harnack ,d4 ,g4 ,,ii #aai f4 ,schwane1 ,dogm4 ,i #acb ,,ii #ce1 ,kattenbusch1 ,vergl4 ,confessionskunde ,i #caj f41 ,god het ne1 het znde1 ja het boven alle zn verhevene1 1 '1 1 die het zn zelf is1 die het zn heeft uit en door zichzelf4 ,en op voetspoor van ,philo werd dit alles afgeleid uit of vastgeknoopt aan den naam van ,ihvh in het ,o4 ,test4 ,in het ,westen werden deze bepalingen overgenomen4 ,augustinus omschrft ,god telkens als summum esse1 summum bonum1 verum1 pulchrum enz4 ,god is eene substantia1 want wat geen substantie is bestaat niet1 ,enarr4 in ,ps4 #fg4 ,maar1 omdat het woord substantie dikwerf gebruikt wordt in tegenstelling met accidentia1 die aan de substantie zn en deze tot drager hebben1 bezigt ,augustinus van ,god liever het woord essentia1 quam ,graeci vocant en waarvoor ook wel het woord natura wordt gebruikt1 de trin4 ,v #b ,,vii #e sq4 de civ4 ,,xii1 #b4 de doctr4 chr4 ,i #f4 ,b ,god toch is er geen onderscheid tusschen substantie en accidentin2 zn zn is geen drager der eigenschappen1 maar deze zn met het zn zelf identisch4 ,god is het hoogste1 beste1 schoonste1 volmaaktste zn1 quo esse aut cogitari melius nihil possit1 de lib4 arb4 ,,ii #f4 de doctr4 chr4 ,i #g4 ,h is ,deus1 supra quem nihil1 extra quem nihil1 sine quo nihil est2 summa vita1 summa veritas1 summa beatitudo1 summa sapientia1 summa essentia1 de civ4 ,,xii #b4 ,solil4 ,i #a4 ,en ook ,augustinus beroept zich voor deze omschrving ,gods op den naam ,ihvh1 de trin4 ,v #b4 ,,vii #e4 de doctr4 chr4 ,i #cb4 ,deze zelfde omschrving vinden we dan later telkens terug1 b ,hilarius1 de trin4 ,i c4 #a sq4 ,pseudodion41 de div4 nom4 cap4 #a4 #f1 die echter cap4 #d #a uitgaat van de idee van het goede en c4 #e #a zegt1 dat deze nog verder zich uitstrekt dan die van het zn1 ,anselmus1 ,monol4 c4 #bh4 ,prosl4 c4 #ag sq4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #h4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #b art4 #c en qu4 #c4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #af sq4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,i cap4 #b4 ,sent4 ,i dist4 #h4 enz4 ,petavius1 ,theol4 lib4 #a c4 #f4 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,ii #ha-ij4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 ,,ii #df-gj4 ,jansen ,,ii p4 #bf-df4 ,ofschoon dit nu wel het gewone gevoelen werd1 waren er toch1 die een ander uitgangspunt kozen4 ,z zochten het hoofdbegrip b de idee ,gods niet in het absolute zn1 in het esse a se 7aseitas71 maar in de oneindigheid2 en z omschreven het wezen ,gods daarom liefst als een ens infinitum4 ,zoo deed ,duns ,scotus1 die beweerde1 dat het zn univoce1 in gelken zin1 aan ,god en aan het schepsel kon worden toegekend1 maar dat het onderscheidend kenmerk tusschen ,god en het schepsel daarin gelegen was1 dat ,god was een ens infinitum en de schepselen eindig waren1 ,sent4 ,i dist4 #c qu4 #a4 en dist4 #h qu4 #c4 ,voorts waren er nog enkele ,thomisten1 die meenden1 dat het eigenlke wezen ,gods gelegen was in de intellectueele natuur en z omschreven ,god daarom als ens intelligens1 zooals bv4 ,gotti1 cf4 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,ii p4 #hb4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorzeit ,i #bbi4 #c4 ,de ,hervorming bracht in deze opvatting geen verandering4 ,men sloot zich b de eene of andere omschrving aan4 ,de ,gereformeerden namen althans in den eersten td meest de omschrving van ,augustinus en ,thomas over4 ,z gingen uit van het begrip der aseitas of der independentia en omschreven ,god dikwerf als een ens independens1 ,zwingli1 ,op4 ,,iii #aee sq4 ,,iv #ha sq4 ,hyperius1 ,meth4 ,theol4 p4 #hg4 ,martyr1 ,loci ,comm4 p4 #ci;b4 ,polanus ,synt4 ,theol4 lib4 ,,ii c4 #e4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #di sq4 ,ursinus1 ,tract4 theol4 #aehd p4 #df sq4 ,daarnaast komen ook wel de omschrvingen van ,god voor als spiritus increatus1 spiritus simplicissimus1 spiritus a se ipso existens1 soms nog aangevuld met de trinitarische formule unus essentia1 trinus personis1 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 ,s4 #ce f4 ,schweizer1 ,gl4 der ev4 ref4 ,k4 ,i #bdd f4 ,de ,lutherschen gebruikten de definitie essentia spiritualis infinita1 ens spirituale a se subsistens1 spiritus independens1 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 ,s4 #gc-gg4 ,hase1 ,hutt4 red4 #ed4 ,daarentegen nam het socinianisme een ander standpunt in4 ,afziende van alle metaphysische vragen1 legde het alleen den nadruk op den wil ,gods4 ,de kennisse ,gods bestaat alleen in het weten van zn wil4 ,de religie verliest alle mystiek en gaat in cultus op4 ,god komt hoe langer hoe verder van wereld en menschheid af te staan4 ,in het remonstrantisme1 rationalisme en ,engelsche deisme wordt dit voortgezet1 cf4 boven bl4 #ae4 #af4 ,tegen dit koude1 moralistische ,godsbegrip kwam wederom reactie van den kant der philosophie4 ,spinoza greep naar de idee des zns terug1 vatte ,god op als substantia unica1 infinita1 necessario existens1 ens absolute infinitum1 absolute causa prima et immanens1 ,eth4 ,i prop4 #g sq4 en sprak weder van eene liefde ,gods1 amor ,dei intellectualis1 welke de hoogste zaligheid schonk1 ,eth4 ,v prop4 #ae sq4 ,wel bleef het rationalisme en deisme ook na ,spinoza nog heerschen1 maar omstreeks het midden der #ah;de eeuw werd men dit hoe langer hoe meer moede4 ,de groote geesten1 ,goethe1 ,lessing1 ,herder voelden zich tot ,spinoza aangetrokken1 en weldra deed zn pantheisme intocht in de philosophie4 ,kant ondermnde reeds de grondslagen van het rationalisme1 ofschoon h zich toch nog een deist bleef noemen1 ,drews1 ,die deutsche ,spekul4 ,i #ajd4 ,fichte ondernam den strd tegen de begrippen ,god en onsterfelkheid als producten van het eudaemonisme4 ,in zn overdreven moralisme was ,god hem gelk met het zuivere ik1 met de zedelke wereldorde2 ,god was geen zn1 geen substantie maar absolutes ,thun1 ,thtigkeit2 zoo in zne ,wissenschaftslehre #agid1 ,ueber den ,grund unseres ,glaubens an eine gttliche ,weltregierung #agih1 ,appellation an das ,publikum #agii4 ,later kwam h hiervan gedeeltelk terug en sloot zich nauwer b ,spinoza aan1 ,anweisung zum seligen ,leben oder ,religionslehre #ahjf4 ,schleiermacher vertoonde nog sterker overeenkomst met ,spinoza4 ,god en wereld zn correlata1 ,dialektik ,s4 #afb4 ,god is het ,woher unseres empfnglichen und selbsthtigen ,daseins1 ,glaub4 ,i ,s4 #bj4 ,schelling onderscheidde zich van beiden daardoor1 dat h niet alleen rekening hield met het geestelke1 religie1 moraal maar ook met de objectieve natuur4 ,het was zn doel1 om de natuurwetenschap uit den beklagenswaardigen toestand1 waarin z verkeerde1 op te heffen4 ,en zoo vat h dan beide1 natuur en geest te zamen2 de natuur is zichtbare geest1 de geest onzichtbare natuur2 h ziet in beide eene voortdurende1 organische openbaring van het ,absolute1 dat boven alle tegenstellingen verheven is1 n1 eenvoudig1 eeuwig1 zonder praedikaten1 eenheid van het oneindige en het eindige1 van ,god en wereld1 1 ,drews1 ,die deutsche ,spekul4 ,i ,s4 #bja f4 ,eindelk werkte ,hegel dit stelsel tot een logisch idealisme om4 ,natuur en geschiedenis zn eene logisch noodwendige zelfontvouwing der idee4 ,alles is redelk1 alles is belichaamde gedachte4 ,de rede is dus de absolute substantie1 z is ,god zelf4 ,want ,god is niets anders dan de ne1 levende1 tot zelfbewustzn zich ontwikkelende wereldidee4 ,god is dus b ,hegel wel rede1 denken1 geest1 subject1 maar niet in dien zin1 dat ,h een eigen leven zou hebben voor en buiten de wereld4 ,ohne ,welt ist ,gott nicht ,gott1 de wereld is een wezenlk moment in het leven ,gods1 ,drews1 ,die deutsche ,spekul4 ,i #bbi f4 #d4 ,ook tegen dit pantheisme bleef de tegenspraak niet uit4 ,heel een r van theistische wsgeeren stond op1 om de onhoudbaarheid van het pantheisme aan te toonen en het recht van het theisme te handhaven4 ,z zochten hunne sterkte in de idee der absolute persoonlkheid1 verbonden deze met de idee van het worden1 en brachten alzoo in ,god een theogonisch proces1 hetz in unitarischen 7,jacobi1 ,herbart1 ,drobisch1 ,rothe1 ,lotze1 ,ulrici1 ,carrire enz471 hetz in trinitarischen zin 7,baader1 ,schelling1 ,j4 ,h4 ,fichte1 ,weisse1 ,dorner enz474 ,maar ook deze theistische speculatie heeft haar td gehad4 ,scheiding van theologie en philosophie1 van religie en metaphysica is het wachtwoord geworden4 ,eenerzds trekt de wetenschap zich meer en meer van het terrein der religie en der theologie terug2 ze wordt exact1 positief4 ,andererzds zoekt ook de religie zich meer en meer los te maken van de wetenschap en alle metaphysica en philosophie te bannen4 ,voor den locus de ,deo heeft dit tengevolge1 dat het wezen der ,godheid uitsluitend gezocht wordt in het ethisch goede4 ,de ,groninger theologie stelde het vaderschap en de liefde in ,god op den voorgrond1 ,hofstede de ,groot1 ,de ,gron4 ,godg4 #ahee bl4 #agg v4 ,scholten ging wel uit van ,gods volstrekte opperheerschapp1 ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii1 maar de ethische modernen kwamen tegen zn speculatief intellectualisme en monistisch determinisme in verzet1 en vatten ,god op als ,vader1 ,hoekstra1 ,des ,christens godsvrucht #ahff bl4 #ajc v4 ,bronnen en grondslagen #ahfd bl4 #bfe v41 als het zedelk ideaal1 de macht van het goede1 heilige macht1 ,hooykaas1 ,god in de geschiedenis #ahgj4 ,hooykaas1 ,h4 ,herderschee1 ,oort1 ,van ,hamel1 ,godsd4 volg4 de beginselen der eth4 rigting onder de modernen #ahgf4 ,in ,duitschland is op dezelfde wze het neokantianisme van ,ritschl opgetreden tegen de speculatieve ,vermittelungstheologie4 ,ritschl ontkent1 dat de religie eene rechtsverhouding is4 ,volgens ,duns ,scotus1 het socin4 en het armin4 is ,god de onbeperkte machthebber1 die echter de menschen toch1 ofschoon ze geen rechten tegenover ,hem hebben1 met billkheid behandelt4 ,willekeur1 dominium absolutum is het wezen ,gods en de wet der wereld2 ,god kan het eene zoo goed doen als het andere4 ,de verhouding tusschen ,god en mensch is privaatrechtelk1 en vindt haar beeld in den slavenhouder1 die zn slaaf billk behandelt1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #bbc-bbi4 ,volgens de orthodoxe ,protestanten wordt ,gods verhouding tot de wereld bepaald door de gerechtigheid4 ,de mensch heeft op 't eeuwige leven recht1 als h ,gods wet onderhoudt en verdient anders straf4 ,deze theorie is publiekrechtelk van aard2 ze is ontleend aan het ,o4 ,test41 vooral aan het pharisaeisme en is door ,paulus overgenomen en zoo in de christ4 kerk ingegaan1 ib4 ,,iii #bbi-bde4 ,cf4 ook zne studin over ,god1 ,jahrb4 f4 d4 ,theol4 #ahfe en #ahfh1 thans opnieuw uitgegeven in ,gesammelte ,aufstze1 ,neue ,folge #ahif4 ,maar beide voorstellingen zn verkeerd4 ,recht en religie staan tegenover elkaar4 ,er mag geen dualisme in ,god gebracht worden tusschen gerechtigheid en genade4 ,heel het abstracte1 areopagitische ,godsbegrip moet worden prs gegeven1 dat ,god negatief boven de wereld plaatst en geen gemeenschap tusschen ,god en den mensch aanneemt1 ib4 ,s4 #bec4 ,de religie is eene zedelke verhouding1 en het ,christendom is de vollendet geistige en absolut sittliche ,religion1 ib4 ,,iii ,s4 #h f4 ,de verhouding van ,god en mensch vindt haar beeld niet in de relatie van een heer tot zn knecht of van de overheid tot hare onderdanen maar in die van een vader tot zn kind4 ,de familie is haar voorbeeld1 ,,iii #ij4 ,god moet daarom als de liefde worden opgevat2 naast haar komt er geen ander begrip van gelke waarde in aanmerking1 ib4 ,s4 #bee4 ,daarvan moet terstond worden uitgegaan4 ,de christelke dogmaticus beginne niet naar synthetische methode met allerlei metaphysische abstracties over ,god als het ,absolute1 ,theol4 u4 ,methaph4 #ab f4 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #b-h4 #cb1 noch ook met eene zoogenaamde theologia naturalis die er niet is1 ,,iii ,s4 #bjj f4 ,theol4 u4 ,met4 ,s4 #h f41 noch ook met het begrip der persoonlkheid of met de eigenschap der heiligheid1 ,,iii #bee1 maar terstond en geheel met de liefde4 ,daaruit moet alles1 schepping1 voorzienigheid1 verzoening1 rechtvaardiging enz4 worden afgeleid1 ib4 #bee4 ,theol4 u4 ,met4 #bj4 ,cf4 ,kaftan1 ,das ,wesen der chr4 ,relig4 ,s4 #chc4 ,herrmann1 ,die ,religion im ,verhltniss zum ,welterkennen und zur ,sittlichkeit ,s4 #aba f4 ,gottschick1 ,die ,kirchlichkeit der s4 g4 kirchl4 ,theol4 ,s4 #aeb f4 ,en zoo is iedere richting kenbaar aan haar ,godsbegrip4 ,beurtelings wordt ,god omschreven als de znde1 het absolute zn1 substantie2 of als de ,souverein1 de ,heer1 het ,opperwezen2 of als oneindige ,geest1 absolute causaliteit1 absolute persoonlkheid2 of als de ,vader1 de liefde1 de goedheid enz4 ,het valt zoo moeielk1 van de harmonie van al ,gods deugden uit te gaan en deze te handhaven ten einde toe4 ,ieder mensch is beperkt en legt op ne eigenschap ten koste der andere den nadruk1 ,jansenius zag in ,god vooral de waarheid1 ,franois de ,sales de liefde1 ,vincentius de goedheid1 ,saint ,cyran de almacht1 ,quack1 ,port-,royal1 overdruk uit de ,gids van #ahgb bl4 #di4 ,en toch is het roeping der theologie1 om naar het voorbeeld der ,h4 ,schrift alle deugden ,gods gelkelk te eeren4 #e4 ,doordat echter de theologie op deze wze het wezen ,gods omschreef en ne eigenschap tot hoofdbegrip maakte1 liep z gevaar1 om tusschen het wezen ,gods en de later daarb komende eigenschappen onderscheid te maken4 ,z kon daarb natuurlk niet den weg van het polytheisme inslaan1 dat van de verschillende eigenschappen1 gelk die in de schepselen openbaar werden1 zoovele goddelke personen maakte4 ,ook ,plato gaf aan de ideen1 als archetypen der reele dingen1 een eigen1 zelfstandig bestaan naast ,god4 ,het gnosticisme omschreef ,god als het onkenbare en onnoembare1 maar maakte de ,platonische ideen tot aeonen1 die uit ,god emaneerden en in dalende reeks van ,god zich verwderden4 ,z heetten 1 1 1 1 enz4 en waren de gepersonificeerde1 uit ,god emaneerende1 als goddelke wezens voorgestelde eigenschappen ,gods1 ,iren4 adv4 haer4 ,i #aa4 #bd4 ,philo stelde onder ,plato's invloed menigmaal de goddelke krachten1 vooral de goedheid1 de macht en den logos als hypostasen voor1 ,zeller1 ,philos4 der ,gr4 ,v ,s4 #ceh f4 ,de joodsche theologie nam verschillende hypostasen aan1 zooals metatron1 memra1 schechina1 ruach1 bath kol1 ,weber1 ,system der altsyn4 pal4 ,theol4 ,s4 #agb2 en in de kabbala werden de tien sefiroth of eigenschappen ,gods menigmaal beschreven als emanaties uit het ,goddelk wezen1 ,franck1 ,la ,kabbale ou la philos4 religieuse des ,hbreux1 ,paris ,hachette #ahgc4 ,ueberweg1 ,gesch4 der ,philos4 ,,ii #bg4 ,herzog #g1 #cge f4 ,dr4 ,th4 ,bloch1 ,gesch4 der ,entw4 der ,kabbala u4 der jd4 ,rel4 ,philos4 ,trier ,mayer #ahid4 ,ook later heeft deze gnostische en kabbalistische philosophie nog dikwerf grooten invloed geoefend4 ,in het arianisme werkte nog iets van dit gnosticisme na1 in zoover het eene gradatie aannam onder de ,goddelke personen4 ,het monotheisme1 niet meer door de leer der triniteit gesteund en gehandhaafd1 gaat licht in polytheisme over4 ,w vernemen het dagelks1 dat staat1 wetenschap1 kunst1 fortuin1 toeval1 noodlot enz4 door velen als zelfstandige machten naast en in de plaats van ,god worden beschouwd en vereerd4 ,al ging nu de christelke theologie zoover niet1 z maakte toch spoedig onderscheid tusschen ,gods wezen en eigenschappen4 ,de kerkvaders spraken reeds lang van het wezen ,gods in onderscheiding van de drie personen1 maar langzamerhand werd ook het woord wezen tegengesteld aan zne eigenschappen4 ,vooral door den strd tegen ,eunomius kwam deze onderscheiding op4 ,eunomius in zn liber apologeticus sprak telkens uit1 dat de namen eene aanduiding waren van het wezen der zaak1 1 ib4 c4 #ah4 ,bibl4 patr4 gr4 dogm4 ed4 ,thilo ,,ii p4 #eih4 ,daartegenover beweerden ,basilius en ,gregorius ,nyss41 dat er geen enkele naam was1 die ,gods wezen uitdrukte1 maar dat er toch wel vele 1 1 1 1 waren1 waardoor 1 ,bibl4 patr4 gr4 dogm4 ,,ii p4 #db4 ,en ,greg4 ,nyss4 sprak van ,gods als en van of in betrekking tot dat wezen1 ,diekamp1 ,die ,gotteslehre des h4 ,gregor4 van ,nyssa1 ,mnster #ahif ,i #aij f4 ,zoodra deze onderscheiding opkwam1 moest wel de vraag worden gedaan1 wat tot het wezen en wat tot de eigenschappen behoorde4 ,daarmede werd de goede weg verlaten4 ,als de kerkvaders b de beschrving ,gods uitgingen van den naam ,ihvh en ,hem omschreven als het zn1 dan hadden z daarmee niet het wezen ,gods in onderscheiding van zne eigenschappen op het oog1 maar het gansche wezen ,gods gelk het zich openbaart in zne eigenschappen4 ,het zn1 dat ,gode werd toegeschreven1 was dus geen abstractum1 maar een levend1 oneindigvol1 concreet zn1 een summum esse1 dat terstond en in eens met summa vita1 summa veritas1 summa sapientia1 summus amor enz4 identisch was1 gelk ,augustinus telkens zeide1 een 1 mare substantiae infinitum et interminatum1 ,greg4 ,naz4 ,or4 #ch4 ,damasc41 de fide orth4 ,i #i4 ,de omschrving ,gods als essentia gaf te kennen1 dat ,h het inbegrip was van alle realiteit1 en volstrekt niet1 dat ,h was het abstracte zn1 in den philosophischen zin van dat woord4 ,baur1 ,gesch4 der ,lehre von der ,dreiein4 ,,ii #fdd f41 en ,ritschl in zne studin over ,god1 ,jahrb4 f4 d4 ,theol4 #ahfe ,s4 #bge-cah4 #ahfh ,s4 #fg-acc en ,s4 #bea-cjb hebben dit verschil niet genoeg in het oog gehouden4 ,ook b ,basilius en ,gregorius ,nyss4 diende de onderscheiding van wezen en eigenschappen nog voornamelk1 om tegenover ,eunomius de onbegrpelkheid van ,gods wezen te handhaven4 #f4 ,maar toen de leer van de onbegrpelkheid ,gods later op den achtergrond kwam te staan1 kreeg de onderscheiding van wezen en eigenschappen eene andere beteekenis4 ,gelk in de schepselen tusschen hunne substantie en hunne eigenschappen1 zoo maakte men ook b ,god onderscheid tusschen zn wezen en zne volmaaktheden4 ,dit leidde echter tot allerlei moeilkheden4 ,vooreerst kwam men in strd met eigen uitgangspunt4 ,het was de eenstemmige leer der gansche christelke kerk en theologie1 dat ,gods wezen an sich onkenbaar was1 dat er geen naam en geen definitie van te geven was en dat ,god alleen uit zne openbaring1 b zn eigen licht1 gekend kon worden4 ,daarmede nam de theologie van den beginne aan een positief standpunt in en sneed ze alle wsgeerige speculatie b den wortel af4 ,nu echter haalde z ongemerkt de philosophie weer binnen4 ,het wezen ,gods was onderscheiden van zne eigenschappen4 ,van dat wezen kon en moest dus ook iets gezegd worden buiten de eigenschappen om4 ,de onbegrpelkheid ,gods werd metterdaad verloochend4 ,maar er was meer4 ,deze onderscheiding tusschen ,gods wezen en eigenschappen bracht mede1 dat dat wezen niet dan in zeer afgetrokken termen omschreven kon worden1 als ens spirituale1 ens infinitum1 ens absolutum1 zonder verdere praedikaten4 ,dat mocht nu eene philosophische definitie zn1 maar dat was het christelk1 het bbelsch ,godsbegrip niet meer4 ,zoo trad ,god ons nooit in de ,schrift tegemoet4 ,het theologisch en het philosophisch ,godsbegrip geleken wonderwel op elkaar4 ,de eerste hoofdstukken der christelke dogmatiek gaven een schema van begrippen1 dat al te zeer aan ,plato en ,aristoteles was ontleend en dat dan later door christelke ideen werd aangevuld4 ,vooral toen in deze eeuw de theologie de idee van het ,absolute van de philosophie overnam1 kwam de vermenging van beide duidelk uit4 ,het is de verdienste van ,ritschl1 dat h dat ingezien heeft4 ,h had volkomen gelk1 als h eischte1 dat de dogmatiek aanstonds van het christelk ,godsbegrip zou uitgaan4 ,alleen maakte ook h zich weer aan eenzdigheid schuldig1 als h op grond daarvan eischte1 dat ,god alleen mocht opgevat worden als de liefde4 ,in de ,schrift1 die in haar geheel en niet maar voor een deel1 bv4 de evangelin1 de woorden van ,jezus1 de bergrede1 het principium is der dogmatiek1 treedt ,god in eene volheid van eigenschappen ons tegemoet4 ,en het is eisch der dogmatiek1 niet van ne maar van alle deugden ,gods gelkelk uit te gaan4 ,dan eerst komt er harmonie in onze kennisse ,gods en alzoo ook in heel onze leer en in heel ons leven4 ,verder kwam de onjuistheid van die onderscheiding tusschen wezen en eigenschappen daarin uit1 dat z1 eerst aangenomen1 toch terstond weer herroepen werd4 ,door de leer van de simplicitas ,dei toch was de christelke theologie gevrwaard voor de dwaling1 om een essentieel verschil tusschen beide aan te nemen4 ,z zeide over het algemeen1 dat er geen onderscheid was4 ,elke eigenschap is ,gods wezen4 ,god is wat ,h heeft4 ,b schepselen is er onderscheid tusschen wat ze zn en wat ze hebben2 een mensch is nog mensch1 ook al heeft h het beeld ,gods verloren en al is h zondaar geworden4 ,maar in ,god zn alle eigenschappen zn wezen zelf4 ,god is geheel licht1 geheel verstand1 geheel wsheid1 geheel logos1 geheel geest enz4 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii #bh ,,iv #aa4 ,in ,god is het esse quod sapere1 quod bonum esse1 quod potentem esse4 ,una eademque res dicitur sive dicatur aeternus ,deus sive immortalis sive bonus sive justus enz41 ,august41 de trin4 ,,vi #g4 ,damascenus1 ,i #i4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #b art4 #c4 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 #db4 #ea-ec4 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 ,s4 #ha4 ,god is alles saam tegelk en geheel4 ,deus habet nullas proprietates sed mera est essentia4 ,proprietates ,dei sunt realiter ipsamet ,dei essentia nec ab essentia ,dei nec inter se re ipsa differunt4 ,dit alles was goed en schoon gezegd4 ,alleen1 waarom eene onderscheiding gemaakt1 die terstond weer te niet gedaan werd en straks nog eens b de leer der simplicitas ,dei in haar onjuistheid werd aangetoond8 ,erger was1 dat anderen1 uitgaande van de door allen erkende onderscheiding tusschen wezen en eigenschappen1 nu ook naar een objectief en reel onderscheid zochten1 en dus de eigenschappen tegenover het wezen min of meer verzelfstandigden4 ,zoo maakte ,gilbert ,porretanus onderscheid tusschen het wezen1 de natuur ,gods1 de divinitas en ,god1 ,deus2 de divinitas was de forma1 waardoor ,god ,god is1 maar niet zelve ,god1 ,divinitate ,deus est sed divinitas non est ,deus1 ,petavius1 de ,deo ,i cap4 #h1 art4 ,herzog #e1 #afh4 ,duns ,scotus ontkende wel dat er eene distinctio realis was tusschen wezen en eigenschappen1 maar zeide toch1 dat de attributen van ,gods wezen en van elkander formaliter onderscheiden waren1 met beroep op ,damascenus en ,augustinus1 ,sent4 ,i dist4 #h qu4 #d n4 #ag sq4 ,het socinianisme sprak van accidentia in ,god en achtte eene verschillende opvatting en beschrving der eigenschappen voor het subject noodzakelk1 ,fock1 ,der ,socin4 ,s4 #dbg4 ,velen zn nog verder gegaan en hebben zelfs een objectief onderscheid in ,god aangenomen1 ten koste van de eenvoudigheid en de onveranderlkheid ,gods1 ,rothe1 ,theol4 ,ethik #ch4 ,martensen1 ,chr4 ,dogm4 #he4 ,vilmar1 ,dogm4 ,i #aij f4 ,dorner1 ,chr4 ,glaub4 ,i #aha f4 ,thomasius1 ,christi ,person u4 ,werk ,i #cd f4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #cga-cgd4 ,oosterzee1 ,chr4 ,dogm4 #dg4 ,op deze ln voortgaande1 behandelde ,doedes eerst die bepalingen1 welke met de idee ,god vanzelf zn gegeven1 zooals eenheid1 mededeelbaarheid1 onvergelkbaarheid1 onbegrpelkheid1 zelfstandigheid enz41 en vervolgens de eigenschappen1 die nu bovendien aan dat ,goddelke wezen toekomen1 en slechts vf in getal zn1 almacht1 wsheid1 goedheid1 liefde1 heiligheid4 ,de ,roomsche theoloog ,c4 ,pesch spreekt evenzoo van attributa1 substantiae divinae superaddita1 ,praelect4 theol4 ,,ii #gb4 ,het sterkst komt het nadeel der scheiding uit b ,f4 ,a4 ,b4 ,nitzsch1 die eerst het wezen ,gods behandelt met de aseitas1 heiligheid1 eenheid enz41 ,ev4 ,dogm4 ,s4 #cea-cfg1 dan de werken der schepping ,s4 #cfg-cif en daarna eerst de eigenschappen naar de indeeling van ,schleiermacher1 ,s4 #cif-dbc4 ,om deze redenen is de onderscheiding tusschen wezen en eigenschappen niet goed te keuren4 ,natuurlk wordt daarmede niet ontkend1 dat ,god een wezen1 eene substantie is1 noch ook het gebruik van het woord wezen afgekeurd2 b de leer der triniteit is het zelfs onmisbaar4 ,maar de verwerping der onderscheiding bedoelt1 dat het wezen ,gods in geen enkel opzicht kenbaar is buiten de eigenschappen om1 en dat er geen indeeling mag gegeven worden1 die sommige eigenschappen doet voorkomen als met het wezen gegeven en andere als daaraan toegevoegd4 ,terecht heeft daarom de christelke theologie ten allen tde geleerd1 dat de eigenschappen met het wezen ,gods identisch zn4 ,elke eigenschap is het ,goddelk wezen zelf4 ,daarom is het onmogelk1 om met ne eigenschap of n naam heel het wezen ,gods te beschrven1 zooals dat dikwerf beproefd is1 bv4 met de idee van absolute persoonlkheid of van de liefde4 ,de liefde is in geen meerdere of mindere mate eene eigenschap ,gods en eene beschrving van zn wezen1 als elke andere deugd of volmaaktheid4 ,z staat met alle eigenschappen op gelke ln1 gelk ook ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 ,s4 #cea f4 terecht opmerkt4 ,of ,god nu nog meer deugden heeft1 dan die ,h in schepping en heerschapp ons openbaart1 kan eene open vraag blven4 ,spinoza zeide dat eene substantie1 naarmate ze meer realiteit had1 ook meer attributen bezat1 ,eth4 ,i prop4 #i1 en dat ,god als de oneindige substantie daarom ook oneindig vele attributen had1 ib4 prop4 #aa1 ofschoon er ons slechts twee1 denken en uitgebreidheid1 bekend zn4 ,en ,reinhard1 ,dogm4 ,s4 #ajj vond het zeer waarschnlk1 dat ,gott eine ,menge von ,eigenschaften besitzen knne1 wovon wir gar keinen ,begriff haben1 weil die unendliche ,vollkommenheit in so eingeschrnkten ,geschpfen1 wie wir sind1 unmglich alle ,aehnlichkeiten mit sich hat vereinigen knnen1 cf4 ook ,l4 ,meer1 ,verhandelingen over de goddelke eigenschappen1 ,gron4 #aghc ,i #ahf v4 ,maar hoe dit z1 roeping der dogmatiek is het1 om de harmonische eenheid te laten zien van al de deugden1 welke ,god in zne werken heeft ten toon gespreid4 #g4 ,indien er alzoo geen onderscheid is te maken tusschen wezen en eigenschappen1 wl iedere eigenschap het wezen ,gods zelf is1 dan volgt daaruit nog niet1 dat het onderscheid ook tusschen de eigenschappen onderling slechts nominaal is en subjectief1 zonder eenigen grond in de werkelkheid4 ,velen hebben echter zoo geoordeeld4 ,atius en ,eunomius redeneerden aldus3 ,god is eenvoudig en zonder eenige samenstelling2 wat in ,hem is of van ,hem uitgesproken wordt1 kan van zn wezen niet verschillen2 goedheid1 wsheid1 macht enz41 vooral de 1 zn noch realiter noch in onze gedachte van het wezen onderscheiden2 wie dus ne eigenschap1 bv4 de agennesie noemt1 drukt daarmede het gansche ,goddelke wezen uit2 de ,zoon kan daarom ook geen ,god zn gelk de ,vader2 zie ,eunomius1 ,liber apologeticus1 ,bibl4 patr4 gr4 dogm4 ed4 ,thilo ,,ii #eha-fae4 ,in de ,middeleeuwen kwamen velen tot eenzelfde gedachte4 ,de volmaaktheden ,gods zn noch virtualiter noch formaliter 7,duns ,scotus7 van 't wezen en van elkander onderscheiden1 maar alleen in naam4 ,het begrip der eene is vervat in dat der andere1 involvitur unum in altero4 ,wie ,god goed noemt1 noemt ,hem daarin tegelk rechtvaardig1 machtig enz41 ,stckl41 ,phil4 des ,m4 ,a4 ,,ii #ifh4 ,ook in de arabische en joodsche philosophie komt deze subjectieve opvatting van ,gods eigenschappen voor1 ,stckl41 ib4 #ah4 #bg4 #fj4 #hh4 #bfh f41 ,kaufmann1 ,gesch4 der ,attributenlehre in der jd4 ,rel4 ,philos4 des ,m4 ,a4 von ,saadja bis ,maimuni #ahgg4 ,spinoza verstond onder attribuut id quod intellectus de substantia percipit tanquam ejusdem essentiam constituens1 ,eth4 ,i def4 #d4 ,al naar gelang de nadruk op het eerste of tweede gedeelte dezer definitie gelegd wordt1 loopt het oordeel uiteen1 of ,spinoza de attributen beschouwde als subjectieve opvattingen van 't verstand of als objectieve1 reele eigenschappen der substantie1 ,falckenberg1 ,gesch4 d4 neuern ,philos4 ,s4 #ij4 ,het pantheisme1 dat door hem in de philosophie ingang vond1 heeft geen plaats meer voor de eigenschappen ,gods4 ,god heeft geen van de wereld onderscheiden zn1 geen eigen leven meer4 ,zne eigenschappen zn met de wetten der wereld identisch1 ,strauss1 ,gl4 ,i #fac4 ,schleiermacher omschreef ze dan ook geheel subjectief1 als etwas ,besonderes in der ,art1 das schlechthinige ,abhngigkeitsgefhl auf ,gott zu beziehen2 haar oorsprong ligt in de religieuse ,dichtung1 z zn zonder speculatieven inhoud1 z drukken noch ,gods wezen uit dat onkenbaar is noch zne relatin tot de wereld1 wl ,god dan in velerlei verhoudingen tot de wereld moest staan2 ze zn eenvoudig subjectieve opvattingen1 zonder objectieven grond4 ,en h behandelde de leer der eigenschappen daarom ook niet afzonderlk maar door heel de dogmatiek heen1 ,chr4 ,gl4 #ej4 ,tegen deze opvatting der namen ,gods is nu op grond van ,gods openbaring vast te houden1 dat zeer zeker iedere eigenschap identisch is met het ,goddelk wezen1 maar dat daarom de eigenschappen toch nog wel onderscheiden zn4 ,basilius en ,gregorius van ,nyssa leerden zoo in hunne geschriften tegen ,eunomius4 ,z zeiden eenerzds1 dat de attributen niet reel1 verschilden1 wl ,god eenvoudig was en boven alle samenstelling verheven1 maar ter andere zde1 dat ze toch niet alleen in naam1 onderscheiden waren4 ,deze beide uitersten vermdende1 oordeelden z1 dat de namen ,gods ' verschilden1 dat w in ons verstand verschillende 1 1 hadden van het ne en zelfde ,goddelk wezen1 en dat w b de verschillende attributen1 zooals goedheid1 wsheid enz4 dus niet maar verschillende namen gebruikten1 maar daarb werkelk ook iets verschillends dachten4 ,de begrippen1 die w in de namen ,gods leggen1 zn dus onderling onderscheiden4 ,de namen ,gods mochten dus niet met elkander worden vermengd of verward2 ze konden ieder op zichzelf worden beschouwd4 ,zoo was ,god zeer zeker identisch met de eigenschappen divinitas1 bonitas1 sapientia1 paternitas1 filietas enz41 maar daarom zn deze onderling niet in conceptie gelk4 ,de eene eigenschap is dus niet zoo geinvolveerd in de andere1 dat w de eene niet kunnen denken zonder de andere2 maar iedere eigenschap drukt iets bzonders uit1 ,petavius1 ,i c4 #g-aj4 ,schwane1 ,dogmengesch4 ,,ii ,s4 #ai-ca4 ,augustinus spreekt nog sterker uit1 dat iedere eigenschap ,gods wezen en in zoover met elke andere eigenschap identisch is4 ,quidquid enim secundum qualitates1 nl4 van ,god1 dici videtur4 secundum substantiam vel essentiam est intelligendum1 de trin4 ,,xv #e4 ,deo autem hoc est esse1 quod est fortem esse aut justum esse aut sapientem esse etc41 de trin4 ,,vi1 #d1 cf4 boven bl4 #hi4 ,ook de eigenschappen zn onderling niet verschillend1 quae justitia ipsa bonitas et quae bonitas ipsa beatitudo1 de trin4 ,,xv #h4 ,eadem magnitudo ejus est1 quae sapientia1 non enim mole magnus est sed virtute2 et eadem bonitas quae sapientia et magnitudo et eadem veritas quae illa omnia2 et non est ibi aliud beatum esse et aliud magnum aut sapientem aut verum1 aut bonum esse aut omnino ipsum esse1 de trin4 ,,vi #f4 ,ja1 h zegt uitdrukkelk1 dat deze praedicamenta of qualitates van ,god gebezigd1 eigenlk affectiones zn van onzen geest2 quidquid horum de ,deo dicis1 neque aliud et aliud intelligitur et nihil digne dicitur1 quia haec animarum sunt1 quas illa lux perfundit quodam modo et pro suis qualitatibus afficit1 quomodo cum oritur corporibus lux ista visibilis4 ,si auferatur1 unus est corporibus omnibus color1 qui potius dicendus est nullus color4 ,cum autem illata illustraverit corpora1 quamvis ipsa unius modi sit1 pro diversis tamen corporum qualitatibus diverso eos nitore adspergit4 ,ergo animarum sunt istae affectiones1 quae bene sunt affectae ab illa luce quae non afficitur et formatae ab illa quae non formatur1 ,serm4 #cda n4 #h4 ,maar hoe sterk ,augustinus hier spreekt1 h handhaaft niettemin ten volle1 dat al deze praedicamenta terecht en naar waarheid van ,god gebezigd worden4 ,god is dat alles wat ,h heeft en wat in de namen ,hem toegeschreven wordt4 ,het is er ,augustinus b deze simplicitas ,dei niet om te doen om ,god iets te ontnemen1 maar integendeel om ,hem altd op te vatten in de volheid van zn zn4 ,daarom spreekt h ook van de simplex multiplicitas of multiplex simplicitas in ,god1 de trin4 ,,vi #d en noemt h ,gods wsheid simpliciter multiplex et uniformiter multiformis1 de civ4 ,,xii #ah4 ,in later td werd de onderscheiding der ratio ratiocinans en der ratio ratiocinata gebezigd1 om de moeilkheid1 die zich b de leer der eigenschappen voordeed1 tot eenige oplossing te brengen4 ,het onderscheid der eigenschappen mocht eenerzds niets tekort doen aan de eenheid1 de eenvoudigheid1 de onveranderlkheid van ,gods wezen1 en kon toch andererzds ook niet opgevat worden als eene subjectieve1 willekeurige en onware vinding van den mensch4 ,en daarom werd terecht gezegd1 dat dit onderscheid gegrond was in ,gods openbaring zelve4 ,immers w zn het niet1 die ,god alzoo noemen4 ,w vinden die namen niet uit4 ,integendeel1 indien het van ons afhing1 w zouden van ,hem zwgen1 ,hem trachten te vergeten en al zne namen ontkennen4 ,w hebben aan de kennis zner wegen geen lust4 ,w komen telkens tegen al zne namen in verzet1 tegen zne onafhankelkheid1 zne souvereiniteit1 zne gerechtigheid1 zne liefde1 en w komen in opstand tegen al zne volmaaktheden4 ,maar het is ,god zelf1 die al zne deugden openbaart en ons zne namen op de lippen legt4 ,h geeft zichzelf zne namen en handhaaft die trots onzen tegenstand4 ,het is tot weinig nut1 of w zne gerechtigheid loochenen2 ,h toont ze ons iederen dag in de geschiedenis4 ,en zoo is het met alle deugden4 ,onzes ondanks brengt ,h ze tot openbaring4 ,het einddoel van al zne wegen is1 dat zn naam schittere in al zne werken en op aller voorhoofd geschreven sta1 ,op4 #bb3d4 ,daarom kunnen w ,hem niet anders noemen dan met de vele namen1 die zne openbaring zelve ons aan de hand doet4 ,met de eenvoudigheid ,gods is dit onderscheid der eigenschappen ook niet in tegenspraak4 ,want de simplicitas duidt ,god niet aan als een abstract begrip1 als het absolute1 het znde1 de idee enz41 maar geeft juist te kennen1 dat ,h is eene absolute volheid van zn4 ,en daarom kan ,god aan eindige schepselen zich niet anders dan onder vele namen openbaren4 ,het ,goddelk wezen is zoo oneindig rk1 dat geen schepsel het in eens kan overzien4 ,gelk een kind de waarde van een groot geldstuk zich niet voorstellen kan maar er dan eerst eenig besef van krgt1 wanneer het in een aantal kleinere munten wordt uiteengelegd1 zoo ook kunnen w van de oneindige volheid van ,gods wezen geen denkbeeld vormen1 tenz z telkens in eene andere verhouding en onder een ander gezichtspunt zich aan ons openbaart1 ,augustinus1 tract4 #ac in ,ev4 ,joan4 ,martyr1 ,loci p4 #ci4 ,moor1 ,comm4 ,i #ehb enz4 ,god blft eeuwig en onveranderlk n en dezelfde1 maar de relatie verschilt1 waarin ,h tot zne schepselen staat en deze staan tot ,hem4 ,het licht blft hetzelfde1 ook al breekt het in verschillende kleuren1 7,augustinus74 ,het vuur verandert niet1 of het verwarmt1 verlicht of verbrandt1 7,mozes ,maimonides74 ,en koren blft koren1 al noemen w het naar de verschillende relaties nu eens vrucht1 dan zaad1 dan voedsel1 7,basilius74 ,god wordt verschillend genoemd1 om de varii effectus1 die ,h door zn altd ne en zelfde wezen in de schepselen teweeg brengt4 ,daarb dient herinnerd1 dat ,god in zoo verschillende eigenschappen optreden en met zoo verschillende namen genoemd worden kan1 wl er verwantschap is tusschen ,hem en zne schepselen4 ,indien deze niet bestond1 waren alle namen onwaar4 ,maar nu is er in de schepselen analogie van wat in ,god zelven aanwezig is4 ,de namen duiden ,god niet maar aan als oorzaak der dingen1 doch ze geven1 hoe zwak en gebrekkig ook1 toch eenige conceptie van het ,goddelk wezen4 ,zoo spreken w1 ,god met al deze namen aanduidende1 wel onvolmaakt1 eindig1 beperkt1 menschelk1 maar toch niet valsch en onwaar4 ,want ofschoon weten en willen1 gerechtigheid en genade in ,god n en altd hetzelfde volle gansche wezen zn1 toch spreidt ,god dat ne rke wezen in deze vele deugden als het ware na en naast elkaar voor onze oogen uit4 ,al is het steeds hetzelfde wezen1 dat in die namen ons tegenkomt1 in elken naam wordt ons eene bevatting geschonken van wat waarlk dat wezen in oneindige volheid is4 ,in ,god moge naar het wezen heiligheid en barmhartigheid hetzelfde zn1 onze conceptie van beide1 uit ,gods eigen openbaring gevormd1 is toch verschillende4 ,er is geen naam1 die ,gods wezen adaequaat uitdrukken kan2 zoo doen dan vele namen dienst1 om ons een indruk te geven van zne alles te boven gaande grootheid4 ,cf4 behalve de genoemden1 ,damascenus1 de fide orth4 ,i c4 #aj4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #c4 art4 #c qu4 #ac art4 #d4 c4 ,gent4 ,i c4 #e4 ,sent4 ,i dist4 #b4 qu4 #a art4 #b4 ,petavius1 de ,deo ,i cap4 #g-ac4 ,c4 ,pesch1 ,praelect4 dogm4 ,,ii #ga-gf4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #di sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 lib4 #b4 c4 #g4 ,voetius1 ,disp4 ,i #bcc sq4 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 #ea-ec4 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 #ah4 #h4 ,gelk boven reeds gezegd is1 werd in den eersten td1 alles wat van ,god gedacht en gesproken kon worden1 samengevat onder zne namen4 ,maar de rkdom der stof maakte ordening noodzakelk4 ,er kwam al dadelk eenige begrenzing1 doordat de term namen allengs voor de nomina propria1 ,god1 ,heere enz4 in gebruik kwam4 ,vervolgens werd de leer der triniteit spoedig afzonderlk behandeld1 hetz vr of na de zoogenaamde eigenschappen1 en in eene geheel eigene terminologie4 ,voorts bracht de onderscheiding van wezen en eigenschappen mede1 dat het eerste van de laatste werd afgezonderd1 en de leer der eigenschappen dus alleen kwam te staan4 ,de indeeling1 die nu voor deze eigenschappen het meest voor de hand lag en die ook de oudste en eerste is1 was die in negatieve en positieve namen4 ,zoodra men toch ging nadenken over de wze waarop men aan die namen gekomen was1 zag men in dat ze of via negationis of via eminentiae en causalitatis uit de schepselen verkregen waren4 ,w vinden deze indeeling of althans deze tweerlei resp4 drierlei wze1 om ,god te leeren kennen1 reeds b ,philo en ,plotinus1 ,zeller1 ,philos4 der ,gr4 ,s4 #cee f4 #dhc4 cf4 ook ,herzog #aj1 #eba4 ,b de kerkvaders was ,god zoowel onkenbaar als kenbaar1 onkenbaar naar zn wezen1 kenbaar naar zne openbaring2 er kon eenerzds alleen van ,god gezegd worden wat ,h niet is1 maar anderzds kon toch op gebrekkige en inadaequate wze iets positiefs van ,hem worden gepraediceerd4 ,pseudodionysius1 de myst4 theol4 ,i #b1 ,damascenus1 de fide orth4 ,i #b4 #d1 ,erigena1 de div4 nat4 ,i #gh werkten deze gedachte bepaald tot eene indeeling uit1 tot eene tweerlei theologie1 de apo- en de kataphatische4 ,eerstgenoemde duidt de drie wegen met zooveel woorden aan1 als h zegt dat w tot kennis ,gods komen 1 de div4 nom4 c4 #g #c4 ,en de scholastiek ging spreken van drie viae1 waarop men tot kennis ,gods kwam1 via negationis1 eminentiae en causalitatis1 vooral sedert ,durandus de ,s4 ,porciano4 ,deze drie viae werden tot in den nieuwsten td toe in de dogmatiek erkend4 ,roomschen1 ,lutherschen1 ,gereformeerden hebben ze allen overgenomen en soms breedvoerig behandeld4 ,maar ze zn ook meermalen scherp gecritiseerd4 ,spinoza verwierp de via eminentiae met de opmerking1 dat een driehoek1 indien h spreken kon1 zeggen zou ,deum eminenter triangularem esse1 ,epist4 #fj1 cf4 ,xenophanes b ,zeller1 ,philos4 d4 ,gr4 ,i #dij4 ,kant meende1 dat de causaliteitsweg alleen bewandeld kon worden binnen den kring der phaenomena4 ,schleiermacher keurde de via negationis en eminentiae af en behield alleen de via causalitatis1 ,chr4 ,gl4 #ej4 #ea4 cf4 verder ,twesten ,,ii #cj f4 ,strauss1 ,gl4 ,i #ecf f4 ,bruch1 ,lehre v4 d4 gttl4 ,eigensch4 #hc f4 ,dorner ,i #ahh f4 ,vilmar ,i #aij4 ,doedes1 ,l4 v4 ,god #bjh4 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrh4 ,i #bbh4 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #db f4 ,hodge1 ,i #cci4 ,wichelhaus1 ,die ,lehre der ,h4 ,schrift vom ,worte ,gottes u4 s4 w4 #ahib ,s4 #ccb f4 enz4 ,nu is het zeker waar1 dat de namen ,gods al lang bestonden voordat deze drie viae zn uitgedacht1 dat deze eerst later uit reflectie over de namen geboren zn1 dat de via eminentiae en causalitatis eigenlk n zn en zoo samen als via positionis tegenover de via negationis kunnen gesteld worden2 maar het is toch even zeker1 dat er geen kennis van ,god is dan uit de schepselen1 dat alle namen ,gods aan de schepselen ontleend zn1 en dat al die namen f iets in ,god ontkennen f iets op volmaakte wze in ,god stellen van datgene1 wat in schepselen is4 ,alleen mag daarb nimmer vergeten1 dat de ratio cognoscendi niet identisch is met de ratio essendi4 ,in werkelkheid is niet het schepsel maar ,god de eerste4 ,h is archetype1 het schepsel is ectype4 ,in ,hem is alles oorspronkelk1 absoluut1 in de schepselen is alles afgeleid1 relatief4 ,god wordt daarom eigenlk niet genoemd naar hetgeen in schepselen is1 maar schepselen worden genoemd naar hetgeen in ,god bestaat1 cf4 boven bl4 #gd v4 ,dit in het oog houdende1 kan men toch zeggen1 dat ook de ,h4 ,schrift deze beide wegen bewandelt4 ,en ieder die over ,god denken en spreken wil1 doet dat naar de negatieve of positieve verhouding1 waarin ,god staat tot de wereld1 ,f4 ,a4 ,b4 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 ,s4 #djj4 ,hieraan is het zeker ook toe te schrven1 dat de indeeling der namen ,gods in negatieve en positieve zoo spoedig opkwam1 zoo algemeen ingang vond1 en feitelk aan alle andere later opgekomen indeelingen ten grondslag ligt4 ,deze indeeling is reeds te vinden b ,philo1 ,plotinus en de kerkvaders1 en wordt dan gebezigd door ,damascenus1 de fide orthod4 ,i c4 #d4 #i4 #ab4 ,anselmus1 ,monol4 c4 #ae4 ,prosl4 c4 #e4 #f4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac art4 #b4 ,petavius1 ,theol4 dogm4 ,i c4 #e4 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,ii p4 #ia enz4 ,b de ,roomschen is deze indeeling de meest gewone1 ofschoon ook enkele ,geref4 en ,lutherschen haar hebben overgenomen4 ,in die indeeling worden dan nog wel andere onderscheidingen aangebracht4 ,augustinus1 serm4 #ch de tempore maakte al de opmerking1 dat sommige namen van ,god proprie1 andere metaphorice en weer andere relative werden gebezigd4 ,dienovereenkomstig werden de nomina negativa wederom verdeeld in zuiver negatieve en relatieve1 en de nomina positiva in propria en metaphorica1 ,thomas ,i qu4 #ac art4 #b en #c4 ,naast deze indeeling in negatieve en positieve eigenschappen kwam nog eene andere op4 ,reeds ,plato leerde dat ,god goed is door zichzelf1 maar de schepselen alleen door 4 ,in de christelke theologie heeft deze gedachte1 vooral b ,augustinus1 rpe vruchten gedragen4 ,tegenover het pantheisme werd vastgehouden1 dat ,gods wezen onmededeelbaar en de ziel geen pars ,dei was1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ij art4 #a4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #ec sq4 ,maar er werd tevens geleerd1 dat alle schepselen ,gode verwant waren en dat inzonderheid de mensch zn beeld en gelkenis was4 ,er was analogie tusschen ,creator en creatura4 ,dit leidde tot de indeeling van attributa communicabilia en incommunicabilia4 ,deze beide namen waren eerst al in gebruik in de leer der triniteit1 want het wezen ,gods1 de deitas1 was communicabilis1 immers door den ,vader in de generatie medegedeeld aan den ,zoon1 maar de personen en de personeele eigenschappen1 bv4 de paternitas1 waren incommunicabiles1 ,pseudodion41 de div4 nom4 cap4 #b #e4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,i c4 #d4 ,id4 ,sent4 ,i dist4 #bg p4 #a art4 #a qu4 #c enz4 ,van daar werden deze beide namen ook in de leer der eigenschappen overgenomen om beide ,gods transcendentie en ,gods immanentie te handhaven1 ,anselmus1 ,monol4 c4 #ae4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac art4 #i4 #aj4 ,deze indeeling vond nu vooral ingang b de ,gereformeerde theologen1 zonder twfel mede daarom1 dat ze eene geschikte gelegenheid bood1 om de ubiquiteitsleer der ,lutherschen te bestrden1 ,sohnius1 ,op4 ,i #ig4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #ej-ea4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 lib4 ,,ii c4 #g en #ad4 ,mastricht1 ,,ii #e1 #ab enz41 en thans nog b ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #ccg en ,gravemeyer1 ,geref4 ,geloofsleer1 #c;e stuk bl4 #fb enz4 ,toch geven allen toe1 dat de mededeelbare eigenschappen in absoluten zin1 gelk ze in ,god zn1 even onmededeelbaar zn als de andere1 cf4 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 ,s4 #eb f4 ,de ,lutherschen gaven meest de voorkeur aan eene andere indeeling1 nl4 die in attributa quiescentia en operativa1 of immanentia en extra se exserentia1 welke mede ter verdediging van de leer der communicatio idiomatum werd aangewend1 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 ,s4 #gh4 ,onder de eerste groep 7negatieve1 onmededeelbare1 metaphysische1 quiescente7 werden dan gewoonlk behandeld de eigenschappen der eenheid1 eenvoudigheid1 onafhankelkheid1 onveranderlkheid1 eeuwigheid1 alomtegenwoordigheid4 ,de tweede groep 7positieve1 mededeelbare1 operatieve1 persoonlke7 werd meest weer ingedeeld in eigenschappen van verstand1 wil en macht4 ,de indeeling in eigenschappen van het zn1 van verstand en van wil b ,bretschneider ,i #dhj1 ,thomasius ,i #ad f4 ,vilmar ,i #aie1 ,oosterzee #dg1 cf4 ,frank ,i #bcb f4 ,philippi ,,ii #bc1 waaraan ,hase1 ,lehrb4 ,s4 #bga nog die van het gevoel toevoegt1 wkt van de bovengenoemde indeelingen slechts weinig af4 ,daarentegen gaat de indeeling van ,schleiermacher van een ander standpunt uit4 ,de eigenschappen zn b hem slechts subjectieve opvattingen en alleen gegrond in de ratio ratiocinans4 ,en zoo deelt h ze in1 naar de verhouding ,gods tot wereld1 zonde en verlossing1 in zulke die in het afhankelksgevoel aanwezig zn1 als de tegenstelling der zonde daarin nog niet is opgekomen 7eeuw4 alomt4 alm4 alwet471 als die tegenstelling wel wordt gevoeld 7heil4 gerecht471 en als ze overwonnen is 7liefde en wsheid74 ,hiermede in overeenstemming deelen velen de eigenschappen in naar de verhouding ,gods tot de wereld1 en dan bepaald tot de wereld berhaupt 7oneind4 eeuw4 alomt471 tot de ethische wereld 7heil4 gerecht42 genade1 barmh47 en tot de ethisch-physische wereld 7wsheid1 zaligheid71 ,wegscheider #fj4 ,bhme1 ,lehre v4 d4 gttl4 ,eig4 #ahbf4 ,bruch1 ,lehre v4 d4 gttl4 ,eig4 ,s4 #aaj f4 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #fa f4 ,martensen #dg4 ,luthardt1 ,komp4 der ,dogm4 #bi4 ,lipsius1 ,dogm4 #bih4 ,grtillat1 ,expos de theol4 syst4 ,,iii #bbj4 ,hoekstra1 ,wsg4 godsd4 ,,ii #ib-ii enz4 #i4 ,alle bovengenoemde indeelingen wken schnbaar ver van elkander af en bedienen zich van geheel verschillende namen4 ,maar zakelk komen ze zeer nauw met elkaar overeen4 ,of men spreekt van negatieve en positieve1 onmededeelbare en mededeelbare1 quiescente en operatieve1 absolute en relatieve1 van eigenschappen van de substantie en van het subject1 in verhouding tot de wereld en tot den mensch1 feitelk geeft men toch steeds dezelfde orde aan1 waarin de eigenschappen worden behandeld4 ,tegen alle indeelingen gelden dan ook in hoofdzaak dezelfde bezwaren4 ,z geven alle den schn1 dat het wezen ,gods in twee helften verdeeld wordt1 dat eerst de absoluutheid1 daarna de persoonlkheid wordt behandeld1 dat eerst het wezen an sich1 daarna in zne verhouding tot de schepselen wordt besproken1 dat de eerste groep van namen buiten de schepping om en de tweede groep van namen uit de schepselen wordt verkregen1 en dat er alzoo geen eenheid en harmonie van al ,gods deugden tot stand komt1 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrheit ,i #bbh f4 ,nu is het echter de onwedersprekelke leer der ,schrift1 dat ,god in zn verborgen wezen onkenbaar en onnoembaar is en dat alle namen ,gods de openbaring1 d4 i4 de schepping onderstellen4 ,van het zn en leven ,gods buiten en zonder de schepping weten w niets1 om de eenvoudige reden1 dat w zelven schepselen en dus altd aan de schepping gebonden zn4 ,duidelk werd dat vroeger ingezien en uitgesproken ten aanzien van de relatieve1 metaphorische en positieve namen ,gods4 ,de relatieve namen zooals ,heer1 ,schepper1 ,onderhouder1 ,zaligmaker enz41 komen ,god eerst na en door de schepping toe2 niemand kan heer heeten1 tenz h dienstknechten heeft2 de menschen1 de dienstknechten ,gods1 zn in den td geworden1 en zoo is ,god dan in den td onze ,heer geworden1 ,august41 de trin4 ,v #af1 cf4 de ord4 ,,ii #g4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac art4 #g4 ,anselmus1 ,monol4 #ae4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #cj4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #cj art4 #a4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #bd-bf4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 p4 #aib4 ,van de metaphorische namen1 waartoe ook de anthropomorphismen behooren1 is het duidelk1 dat z de schepping onderstellen4 ,en de positieve namen van goed1 heilig1 ws enz41 hebben daarom voor ons besef eenigen inhoud1 wl w er ectypen van in de schepselen waarnemen1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ab art4 #ab4 ,maar al deze namen1 schoon relatief1 metaphorisch en positief1 geven toch ter andere zde wel degelk iets in ,god te kennen1 dat in ,hem absoluut1 proprie en dus ook weer negatief1 in anderen zin dan in de schepselen1 bestaat4 ,augustinus beproefde aan te toonen1 dat1 al wordt ,god ,heer in den td1 zn wezen toch onveranderlk is en alle verandering alleen valt in het schepsel4 ,quod temporaliter dici incipit ,deus1 quod antea non dicebatur1 manifestum est relative dici2 non tamen secundum accidens ,dei quod ei aliquid acciderit1 sed plane secundum accidens ejus1 ad quod dici aliquid ,deus incipit relative1 de trin4 ,v #af4 ,het omgekeerde geldt van de tweede groep namen1 hetz deze negatief1 onmededeelbaar1 quiescent1 absoluut of nog anders heeten4 ,want ofschoon ze aan ,god iets ontzeggen wat in schepselen is1 z zn toch allen in zekeren zin ook weer positief1 mededeelbaar1 transeunt1 relatief4 ,indien z dat niet waren1 indien z volkomen onmededeelbaar waren1 zouden z ook absoluut onkenbaar en onnoembaar zn4 ,dat w ze denken en noemen kunnen bewst1 dat z op de eene of andere wze door ,god in zne werken zn geopenbaard4 ,de negatieve namen hebben daarom ook een positieven inhoud2 al is het dat w de eeuwigheid ,gods slechts leeren kennen aan en in den td1 zne alomtegenwoordigheid aan en in de ruimte1 zne oneindigheid en onveranderlkheid alleen aan en te midden van al de eindige en veranderlke schepselen2 toch geven ze ons wel eenige1 en zelfs belangrke1 kennis van ,god4 ,al kunnen w de eeuwigheid niet positief begrpen1 toch zegt het al zoo veel1 te weten dat ,god boven allen td verheven is4 ,en daarom is het onjuist1 de eigenschappen ,gods zoo in te deelen1 dat er aan de eene zde eene groep komt te staan1 die negatief1 onmededeelbaar1 quiescent1 absoluut enz4 is1 en aan de andere zde eene1 die positief1 mededeelbaar1 operatief1 relatief enz4 is4 ,want alle eigenschappen zn beide te gelk4 ,alle eigenschappen zn absoluut en alle worden toch eerst uit de relatie ,gods tot zne schepselen gekend4 ,en wederom1 w kunnen ,god slechts noemen naar hetgeen van ,hem in zne schepselen openbaar is1 maar w noemen toch ,hem1 die aller goeden bron en aller schepselen oorzaak is4 ,meer nog1 juist omdat de eigenschappen met het wezen ,gods en onderling in ,god identisch zn1 is er geen indeeling te vinden1 die objectief in de eigenschappen zelve gegrond ware1 ,doedes1 ,leer v4 ,god #bag4 ,wat verkregen kan worden is alleen zekere orde in de behandeling van de vele namen ,gods4 ,onder deze zonderen nu terstond die namen zich af1 welke later meer bepaald als namen werden aangeduid en die als namen van aanspraak en benoeming in ruimer zin nomina propria mogen heeten4 ,vervolgens zn er namen1 die het ,goddelk wezen in al zne relatin tot de schepselen doen kennen en die vroeger meestal eigenschappen1 deugden1 volmaaktheden enz4 werden genoemd4 ,het woord eigenschappen is hiervoor het minst verkieselk1 omdat het altd weer denken doet aan een wezen1 waaraan de eigenschappen zn toegevoegd2 de naam van deugden vindt daarentegen in de ,schrift zelve steun1 #a ,petr4 #b3i4 ,deze tweede groep kan den naam van nomina essentialia dragen1 omdat z alle ons het wezen ,gods doen kennen1 niet an sich1 maar gelk het in de openbaring tot ons afdaalt en zich ons mededeelt4 ,eindelk is er nog een derde groep van namen1 die alle betrekking hebben op de zelfonderscheidingen in het wezen ,gods en die daarom nomina personalia kunnen heeten4 ,het moeilkst is het nu1 om orde te brengen in de behandeling van de namen1 die tot de tweede groep behooren4 ,toch is die orde juist aangewezen in de verhouding1 waarin ,god tot zne schepselen staat4 ,de gansche wereld is eene openbaring ,gods4 ,er is geen deel van het heelal1 waarin niet iets van zne deugden openbaar wordt4 ,maar er is onderscheid onder de schepselen4 ,niet alle verkondigen al zne deugden1 en niet alle met dezelfde klaarheid4 ,er is rangorde en opklimming2 alle schepselen vertoonen vestigia ,dei1 doch alleen de mensch is beeld en gelkenis ,gods4 ,h is niet alleen met de lagere schepselen het zn1 en met de hoogere het leven en den geest deelachtig2 maar h is in deze gemeenschap aan stoffelke en geestelke wereld ook op gansch bzondere wze aan ,god zelven verwant1 geschapen als profeet1 priester en koning in kennis1 heiligheid en gerechtigheid4 ,zoo is ,god1 de bron van alle zn en de archetype van den mensch1 dan ook zelf dat alles1 wat schepselen deelachtig zn4 ,in ,hem is dat alles wel op oorspronkelke1 ,goddelke wze2 in elke deugd ,gods is zoowel zne absolute verhevenheid boven als zne verwantschap aan het schepsel op te merken2 iedere eigenschap is in zeker opzicht onmededeelbaar en in een ander weder mededeelbaar4 ,maar toch is er van het schepsel1 inzonderheid van den mensch1 analogie in het ,goddelke wezen4 ,zoo zn er dan eerst namen1 waarmede ,god zich aan ons openbaart als de ,znde in volstrekten zin3 aseitas1 immutabilitas1 infinitas 7aeternitas en immensitas74 ,ten tweede zn er namen1 die ons ,god doen kennen als den ,levende1 als ,geest3 spiritualitas1 invisibilitas1 simplicitas4 ,ten derde zn er namen1 die het ,goddelk wezen omschrven als volkomen zichzelf bewust1 als ,licht3 scientia1 sapientia1 veracitas4 ,ten vierde zn er namen1 die ons wzen op de ethische natuur van dat wezen en ,god aanduiden als den ,heilige3 bonitas1 justitia1 sanctitas4 ,en eindelk1 ten vfde1 zn er namen1 in welke ,god voor ons optreedt als de absolute macht1 als ,heer1 ,koning1 ,souverein3 voluntas1 libertas1 omnipotentia4 ,deze indeeling staat eenerzds in verband met de kennisse ,gods1 welke in de zoogenaamde bewzen voor zn bestaan wordt samengevat2 en wst andererzds vooruit naar de vestigia en de imago ,dei1 welke in de schepselen zn ingedrukt4 ,geen kennisse ,gods dan door openbaring1 en dus altd analoog en ectypisch2 maar door die openbaring dan toch ook ware en zuivere kennisse van het onbegrpelk en aanbiddelk wezen ,gods6 #be4 ,,de ,,eigennamen ,,gods4 #a4 ,onder de namen ,gods zonderen zich in de eerste plaats duidelk die namen af1 waarmede ,h als een eigen persoonlk wezen in onderscheiding van alle schepselen aangeduid1 benoemd1 aangesproken wordt4 ,alle talen bezitten zulke namen voor het ,goddelke wezen4 ,al heeft ,god in zichzelf geen naam1 w hebben behoefte om ,hem aan te duiden en hebben daarvoor geen ander middel dan een naam4 ,nisi enim nomen scieris1 rerum cognitio perit1 ,isidorus b ,moor ,i #ejd4 ,het grieksche woord 1 vroeger afgeleid van 1 1 1 ,suicerus1 s4v41 ,m4 ,vitringa ,i #acd1 wordt tegenwoordig door sommige philologen in verband gebracht met 1 1 ,jupiter1 ,deus1 ,diana1 ,juno1 ,dio1 ,dieu2 dan is het identisch met den sanskrit-naam dva1 heldere hemel en afkomstig van den stam div1 glanzen1 schitteren4 ,de verwisseling der benaming hemel en ,god komt in vele talen voor2 de oudste grieksche god heette ,uranus1 zeker identisch met den sanskrit-naam ,varuna2 ,taengri b de ,tartaren en ,turken1 ,thian b de ,chineezen duidt beide den hemel en ,god aan2 en ook in de ,schrift wordt de naam ,god door dien van hemel vervangen1 bv4 in de uitdrukking koninkrk der hemelen of ,gods4 ,een andere grieksche naam is 1 van het werkwoord 1 en duidt ,god aan als uitdeeler en beschikker van het lot2 daarentegen is 1 van 1 de machtige1 de heer1 de eigenaar1 de heerscher4 ,ons woord ,god is van onzekeren oorsprong4 ,het is in verband gebracht met het woord goed2 met het ,zendsche khod1 a se datus1 per se ipsum existens2 met het sanskr4 gudha of gutha1 1 dat ,god als den verborgene zou aanduiden1 of met een stam1 1 1 die ordenen1 schikken zou beteekenen1 of met het arische uddhas1 rein1 goed enz41 maar al deze afleidingen zn onzeker4 ,de naam ,asura b de ,indirs1 en ,ahura b de ,perzen duidt ,god als den levende aan4 ,cf4 ,kluge1 ,etymol4 ,wrterbuch der deutschen ,sprache1 s4 v4 ,gott4 ,cremer1 ,wrt4 der neut4 ,gr4 s4v4 ,herzog #e1 #bij4 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godsd4 ,i #cji ,s4 #b4 ,de ,schrift spreekt menigmaal van den naam ,gods in zeer ruimen zin4 ,de ,joden telden er daarom niet minder dan zeventig op1 ,eisenmenger1 ,entdecktes ,judenthum ,i #dee2 en in de christelke theologie werden onder de namen ,gods ook eerst zne volmaaktheden begrepen4 ,maar langzamerhand kwam er onderscheid2 reeds ,hieronymus beperkte de namen ,gods tot een tiental1 nl4 ,el1 ,elohim1 ,elohe1 ,tzebaoth1 ,eljon1 ,escher ehje1 ,adonai1 ,iah1 ,ihvh1 ,schaddai1 en werd daarin door velen gevolgd1 ,alsted1 ,theol4 schol4 #ga sq4 ,moor1 ,i #eaa4 ,de eenvoudigste naam1 waarmede ,god in de ,h4 ,schrift aangeduid wordt1 is 4 ,over de afleiding is verschil4 ,lagarde brengt het woord in verband met den wortel en de praepositie en meent1 dat het woord ,god aanduidt als dengene1 die het doel en het voorwerp van het menschelk verlangen is4 ,maar deze afleiding is even onwaarschnlk1 als die1 welke het woord in verbinding brengt met 1 den heiligen boom4 ,volgens verreweg de meesten is het woord afkomstig van den stam 1 hetz dan in de beteekenis van vooraan1 de eerste1 heer zn 7,nldeke71 hetz in die van sterk1 machtig zn 7,gesenius71 litt4 b ,m4 ,vitringa ,i #acb4 ,moor ,i #eae sq4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #ejh4 ,smend1 ,altt4 ,theol4 #bf4 ,de naam plur4 wordt afgeleid van denzelfden stam of van 1 schrikken1 en doet ,god dus kennen of als den sterke of als voorwerp van schrik en vreeze4 ,de singularis is weinig in gebruik en dichterlk1 b4v4 ,ps4 #ah3cb1 ,job #c3d2 daarentegen is de pluralis de gewone naam voor ,god4 ,deze pluralis is niet te verklaren als een pluralis majestatis1 wl deze nergens in de ,schrift van ,god gebruikelk is2 evenmin kan er eene aanduiding der triniteit in worden gezien1 gelk sedert ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #b door velen geschiedde1 ,zanchius1 ,op4 ,i #be4 ,voetius1 ,disp4 ,v #bg4 ,m4 ,vitringa ,i #bji sq41 want ,elohim heeft bna altd het adjectivum en het verbum in singulari b zich1 ,augustinus1 de trin4 ,,ii #aa4 ,bellarminus1 de ,christo1 c4 #f4 ,calvn1 ,inst4 ,i #ac1 #i4 ,gomarus1 ,theses ,theol41 disp4 #e4 ,moor ,i #gif4 ,de moderne critici zien er meest een overblfsel in van het vroegere polythesme1 maar deze verklaring stuit niet alleen op hetzelfde bezwaar als de vroegere trinitarische1 doch is ook blkens latere onderzoekingen buiten ,israel als naam voor n enkelen ,god gebruikelk geweest1 ,noordtz1 ,oost4 ,lichtstralen over ,west4 ,schriftbeschouwing #ahig bl4 #da v4 ,daarom is deze pluralis beter op te vatten als een pluralis der abstractie 7,ewald71 of als een pluralis der quantiteit1 die evenals en eene onbegrensde grootte aanduidt 7,oehler71 of als een intensieve pluralis1 die eene volheid van kracht te kennen geeft 7,delitzsch74 ,enkele malen wordt ,elohim met een adjectivum of verbum in plurali geconstrueerd1 ,gen4 #bj3ac1 #bh3ac v41 #ce3g1 ,ex4 #cb3d1 #h1 ,joz4 #bd3ai1 #a ,sam4 #d3h1 #ag3bf1 #b ,sam4 #g3bc1 #a ,kon4 #ab3bh1 ,ps4 #eh3ab1 #aba3e1 ,job #ce3aj1 ,jeremia #aj3aj2 en een soortgelke pluralis is ook op te merken in het pron4 personale1 ,gen4 #a3bf1 #c3bb1 #aa3g1 ,jes4 #f3h1 #da3bb1 in 1 ,spr4 #i3aj1 ,hos4 #ab3a1 1 ,job #ce3aj1 ,jes4 #ed3e1 ,pred4 #ab3a1 ,ps4 #adi3b1 en in 4 ,al deze meervoudsvormen duiden ,god aan als de volheid des levens en der kracht4 ,durch ,elohim wird das gttliche ,wesen in seinem ,urverhltniss und in seinem stetigen ,grundverhltniss zur ,welt bezeichnet4 ,es ist eine ,verhltnissbestimmung1 nicht eine unmittelbare innere ,wesensbestimmung1 und zwar ist es ,bestimmung des absoluten ,hoheitsbegriffs in ,bezug auf die ganze ,welt1 ,beck1 ,gl4 ,,ii #bb1 cf4 litt4 b ,m4 ,vitringa ,i #acc1 ,moor ,i #eah1 ,oehler1 ,theol4 #cf1 ,schultz1 ,altt4 ,th4 #eaf4 ,de naam 1 ,,lxx 1 wst ,god aan als den ,hooge1 boven alles ,verhevene2 h komt voor in den mond van ,melchizedek1 ,gen4 #ad3ah1 van ,bileam1 ,num4 #bd3af1 van ,babels koning1 ,jes4 #ad3ad1 cf4 ook ,mk4 #e3g1 ,luk4 #a3cb1 #ce1 ,hd4 #af3ag en voorts vooral in poezie4 1 afwisselend met 1 dat weer versterkt wordt tot of 1 doet ,god kennen als den ,heer1 wien alles onderworpen is en tegen wien de mensch als een knecht overstaat1 ,gen4 #ah3bg4 ,in vroeger td werd ,god in dezen zelfden zin ook genoemd1 ,hos4 #b3ah1 maar later kreeg deze naam een afgodisch karakter en raakte daarom buiten gebruik1 ,robertson1 ,israels oude godsdienst bl4 #bjj v4 ,al deze namen zn nog geen nomina propria in engeren zin2 z worden ook wel van de afgoden1 van menschen1 ,gen4 #cc3aj1 ,ex4 #g3a1 #d3af1 en van de overheid1 ,ex4 #ab3ab1 #ba3e1 #f1 #bb3g1 ,lev4 #ai3cb1 ,num4 #cc3d1 ,richt4 #e3h1 #a ,sam4 #b3be1 ,ps4 #eh3b1 #hb3a gebruikt1 maar het zn toch de gewone namen1 waarmede ,god benoemd en aangesproken wordt4 ,het zn ook algemeen semietische namen1 die ,god kennen doen in zne verhevenheid boven alle schepsel4 ,de ,semieten noemen ,god gaarne ,heer1 ,koning2 z voelen zich diep van ,hem afhankelk en buigen zich deemoedig1 als knechten1 voor ,hem neer1 doch z drukken in die namen geen wsgeerige beschouwing over het wezen ,gods uit maar plaatsen zne verhouding tot de schepselen1 bepaaldelk tot de menschen1 op den voorgrond4 #c4 ,deze hooge1 verhevene ,god daalt echter ook uit zne transcendentie tot het schepsel neer4 ,h openbaart zich niet alleen in het algemeen door de schepping aan alle volken1 maar heeft zich in bzonderen zin ook aan ,israel kenbaar gemaakt4 ,de eerste naam1 waarmede ,god nu in de bzondere openbaring optreedt1 is die van of 4 ,als zoodanig openbaart zich ,god aan ,abraham1 als ,h hem stelt tot een vader van vele volken en zn verbond met de besndenis bezegelt1 ,gen4 #ag3a4 ,in den td der aartsvaders komt deze naam dan ook herhaaldelk voor1 ,gen4 #bh3c1 #ce3aa1 #dc3ad1 #dh3c1 #di3be1 ,ex4 #f3c1 ,num4 #bd3d1 maar voorts ook in ,job1 in enkele psalmen en een paar malen b de profeten4 ,in het ,n4 ,test4 wordt h weergegeven door 1 #b ,cor4 #f3ah1 ,op4 #d3h enz4 ,de oorsprong van den naam is nog duister4 ,nldeke heeft hem afgeleid van 1 heer1 en als geinterpuncteerd1 maar blkens ,gen4 #dc3ad1 #di3be1 ,ezech4 #aj3e is de naam toch ongetwfeld een adjectivum4 ,vroeger werd h afgeleid van voor en 1 1 en dan vertaald als qui est sufficiens1 algenoegzaam2 of van in de beteekenis van sterk zn1 verwoesten2 of ook van of uitstorten1 zoodat ,god daardoor aangeduid wordt als degene1 die alles overvloedig mededeelt4 ,overal staat echter b dezen naam het denkbeeld der macht en der onverwinlke sterkte op den voorgrond1 en ,jes4 #ac3f brengt1 z het dan ook slechts in eene woordspeling1 dezen naam met 1 verwoesten1 in verband1 cf4 ,joel #a3ae4 ,daarom doet deze naam ons ,god kennen als dengene1 die alle macht bezit en dus allen tegenstand breken en alles dienstbaar maken kan aan zn wil4 ,terwl ,elohim de ,god is der schepping en der natuur1 is ,elschaddai de ,god1 die alle krachten dier natuur ondergeschikt maakt aan en in dienst stelt van de genade1 cf4 kantteekening op ,gen4 #ag3a1 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #dc4 ,m4 ,vitringa ,i #acb4 ,moor ,i #ebb sq4 ,oehler1 ,theol4 #cg4 ,delitzsch op ,gen4 #ag3a enz4 ,in dezen naam is de en ,gods geen voorwerp van schrik en vreeze meer1 maar een bron van heil en van troost4 ,god geeft zichzelven aan zn volk en staat met zne onverwinlke kracht voor de vervulling zner beloften1 voor de handhaving van zn verbond in4 ,daarom heet h van nu voortaan ook telkens de ,god van ,abraham1 ,gen4 #bd3ab1 ,izak1 ,gen4 #bh3ac1 ,jakob1 ,ex4 #c3f1 de ,god der vaderen1 ,ex4 #c3ac1 #ae1 de ,god der ,hebren1 ,ex4 #c3ah1 de ,god ,israels1 ,gen4 #cc3bj1 en b ,jesaia dikwls de ,heilige ,israels4 ,god is de ,verhevene1 ,schepper van hemel en aarde1 de ,almachtige1 maar die tegelk ook in eene bzondere1 gunstrke verhouding tot zn volk staat4 ,als ,god der genade treedt ,h echter vooral op in den naam 4 ,de ,joden noemden dezen naam den naam b uitnemendheid1 den wezensnaam1 den eigennaam1 den heerlken naam1 den naam der vier letters1 enz41 en leidden uit ,lev4 #bd3af en ,ex4 #c3ae1 waar men 1 om te verbergen1 las1 af1 dat het verboden was om hem uit te spreken4 ,het is onbekend1 wanneer deze meening onder de ,joden is opgekomen4 ,maar het is zeker1 dat de ,,lxx reeds geregeld ,adonai heeft gelezen en daarom den naam door heeft weergegeven2 andere vertalingen volgden dit voorbeeld en vertaalden den naam door ,dominus1 ,the ,lord1 der ,herr1 ,,heere1 ,syn4 ,dordr4 sess4 #ab enz41 het ,fransch heeft l'ternel4 ,daardoor is ook de oorspronkelke1 juiste uitspraak verloren gegaan4 ,de kerkvaders noemden den naam 1 1 1 waarschnlk niet omdat z de uitspraak van dezen naam voor ongeoorloofd hielden1 maar omdat de ,joden zoo oordeelden en de uitspraak feitelk verloren was1 ,moor ,i #ecd1 ,buddeus1 ,inst4 theol4 dogm4 ,i #ahh4 ,in het grieksch werden de vier letters geschreven als 1 of ook volgens ,diodorus ,siculus en ,origenes weergegeven door of 1 volgens ,hieronymus door ,jaho1 volgens ,philo ,byblius door 1 volgens ,clemens ,alex4 door 4 ,theodoretus verhaalt1 dat de ,joden en de ,samaritanen uitspraken4 ,dit alles wst op eene oude uitspraak ,iahveh terug1 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #ebc4 ,met beroep op de traditie b de ,joden1 werd door sommigen de naam als ,jeve uitgesproken1 bv4 door ,joachim van ,floris in zn ,evangelium aeternum4 ,inderdaad is deze interpunctie te vinden b ,samuel b4 ,meir1 en werd ze later nog verdedigd door ,hottinger1 ,reland e4 a41 ,delitzsch1 ,neuer ,comm4 ber die ,genesis #ahhg ,s4 #edf f4 ,de uitspraak ,jehovah is van jonge dagteekening3 ze vond vooral ingang door den ,franciscaner ,petrus ,galatinus1 die echter door velen1 o4 a4 door ,genebrardus1 bestreden werd1 ,petavius1 de ,deo ,,viii c4 #i1 ,herzog #d1 #agc4 ,later beweerden ook nog mannen1 als ,drusius1 ,amama1 ,scaliger1 ,vriemoet e4 a41 dat de uitspraak ,jehovah niet de ware kon zn1 maar de vocalen aan ,adonai had ontleend1 ,voetius1 ,disp4 ,v #ee1 cf4 litt4 b ,m4 ,vitringa ,i #acj4 ,werkelk wordt deze interpunctie door zeer ernstige bezwaren gedrukt4 ,vooreerst is ,ihvh in den hebr4 bbel een keri perpetuum en heeft nu eens de vokalen van ,adonai1 dan die van ,elohim2 voorts is de vorm ,jehovah onhebreeuwsch en onverklaarbaar2 en eindelk dagteekent deze interpunctie uit een td1 toen de4 ,joden allang de uitspraak van den naam verboden achtten4 ,indien deze vocalisatie nu onjuist is1 rst de vraag1 hoe dan de naam te verklaren z4 ,de bewering1 dat h van egyptischen oorsprong is 7,voltaire1 ,schiller1 ,wegscheider1 ,heeren1 ,brugsch71 wordt door ,ex4 #e3b weersproken en vindt schier geen verdediging meer4 ,ook de meening van ,hartmann1 ,bohlen1 ,colenso1 ,dozy1 ,land1 dat h kananietisch of phoenicisch is en door de ,israelieten na hun intocht in ,kanaan is overgenomen1 is onhoudbaar gebleken en afdoende weerlegd1 ,kuenen1 ,g4 v4 ,i4 ,i #cig-dja4 ,valeton1 ,de ,isr4 ,godsnamen1 ,theol4 ,stud4 ,,vii #ahhi bl4 #agc-bba1 inzonderheid bl4 #agf v4 ,de israelietische oorsprong van den naam mag alzoo als vaststaande worden beschouwd4 ,dan is er echter ook geen twfel mogelk1 of h komt van den stam of 1 en is er1 wl de uitspraak van ,jaho1 door von ,hartmann1 ,religionsphilos4 ,i #cgj f4 voorgestaan1 in geen aanmerking kan komen1 ,kuenen1 ,volksgodsd4 en ,wereldgodsd4 #bfa v41 alleen nog verschil over1 of h een #c pers4 impf4 is van kal of van hiphil4 ,de laatste verklaring is verdedigd door ,gesenius1 ,schrader1 ,lagarde1 ,schultz1 ,land1 ,kuenen1 ,g4 v4 ,i4 ,i #bge1 eigenlk alleen op grond daarvan1 dat een zoo verheven ,godsbegrip1 als in den kalvorm zich zou uitspreken1 in den td van ,mozes nog niet denkbaar is4 ,de naam ,jahveh zou dan niet beteekenen1 ,h die is1 maar ,h1 die zn doet1 die leven geeft1 ,schepper4 ,maar ,smend1 ,altt4 ,rel4 ,gesch4 #ba zegt op zn standpunt terecht1 dat ook deze naam nog veel te hoog is voor dien td2 en h noemt deze verklaring ook daarom onwaarschnlk1 wl de hiphil van het werkwoord nooit voorkomt4 ,zoo blft alleen de afleiding over1 welke in ,ex4 #c van den naam gegeven wordt4 ,toch is er ook dan nog verschil over de beteekenis van den naam4 ,de kerkvaders dachten b dezen naam vooral aan de aseitas2 ,god was de znde1 het eeuwige1 onveranderlke zn tegenover het der afgoden en het der schepselen4 ,anderen1 zooals ,w4 ,r4 ,smith1 ,smend t4 a4 p4 #ba1 beroepen zich op ,ex4 #c3ab1 en vatten den naam op als ,h1 die met u zal zn4 ,beide uitleggingen zn onaannemelk2 de laatste1 wl de bvoeging met u1 1 dan niet kon ontbreken1 en de eerste1 wl z te philosophisch klinkt en ook in ,ex4 #c geen steun vindt4 ,immers in vers #ac-ae wordt de beteekenis van den naam duidelk aangegeven4 ,voluit luidt h 2 en daarmede zegt de ,heere1 dat ,h1 die nu ,mozes roept en zn volk wil redden1 dezelfde is als die aan hunne vaderen is verschenen4 ,h is die ,h is1 gister en heden dezelfde in eeuwigheid4 ,nog nader wordt deze beteekenis in vers #ae in het licht gesteld3 ,ihvh1 de ,god uwer vaderen1 de ,god van ,abraham1 ,izak en ,jakob zendt ,mozes1 en dat is zn naam eeuwiglk4 ,god noemt zich hier niet den znde zonder meer en geeft geen verklaring van zne aseitas1 maar ,h zegt uitdrukkelk1 wat en hoe ,h is4 ,hoe en wat zal ,h dan zn8 ,dat is in n woord niet te zeggen1 dat is niet door n enkel bvoegsel te omschrven1 maar ,h zal zn die ,h zn zal4 ,daarin ligt alles opgesloten2 algemeen en onbepaald is deze bvoeging maar daarom ook zoo rk en diep van zin4 ,h zal zn1 die ,h geweest is voor de aartsvaders1 die ,h nu is1 die ,h blven zal2 ,h zal voor zn volk alles zn4 ,het is geen nieuwe en geen vreemde ,god1 die door ,mozes tot hen komt1 maar het is de ,god der vaderen1 de onveranderlke1 de bestendige1 de getrouwe1 de altd zichzelf gelkblvende1 die zn volk niet begeeft of verlaat1 maar het altd weer opzoekt en redt1 onveranderlk in zne genade1 in zne liefde1 in zne hulpe1 die zn zal wat ,h is1 omdat ,h altd zichzelf is2 noemt ,h zich daarom b ,jesaja1 de eerste en de laatste1 hfdst4 #da3d4 #dc3aj1 #ac1 #be4 #dd3f4 #dh3ab4 ,natuurlk ligt hier de aseitas wel aan ten grondslag1 maar deze treedt toch niet op den voorgrond en wordt niet rechtstreeks in den naam uitgesproken4 ,uit deze verklaring blkt ook1 of en in hoever de naam ,ihvh reeds vr den td van ,mozes bekend was4 ,ex4 #f3c zegt niet1 dat de naam als naam toen aan ,mozes is medegedeeld1 maar dat de ,heere met of ten opzichte van zn naam aan de vaderen niet bekend is geweest4 ,de naam wordt dan ook reeds telkens vr ,ex4 #f aangetroffen1 komt in vele eigennamen voor1 zooals ,jochebed1 ,acha1 ,aba1 #a ,chron4 #b3bd1 #be1 en kon ook daarom geen gansch nieuwe naam wezen1 wl ,mozes1 om gehoor te vinden b zn volk1 juist niet met een vreemden naam maar in den naam van den ,god der vaderen1 ,ex4 #c3ab1 moest optreden4 ,de bedoeling van ,ex4 #f3c kan daarom geen andere zn1 dan dat de zin en beteekenis van dezen naam eerst toen door den ,heere zelf aan ,mozes is bekend gemaakt4 ,en dit is immers ook zoo4 ,eerst in ,ex4 #c geeft de ,heere zelf eene verklaring van dezen naam2 hier zegt ,h1 hoe ,h dezen naam wil verstaan hebben4 ,de naam bestond reeds vroeger1 is ook toen reeds meermalen door den ,heere zelf gebezigd1 ,gen4 #ae3g1 #bh3ac1 en als aanspraaknaam gebruikt1 ,gen4 #ad3bb1 #bd3c1 #bh3af1 #ae3b1 #h1 #cb3i4 ,maar nergens wordt er eene verklaring van dien naam gegeven4 ,het is in het afgetrokkene best mogelk1 dat de naam ,ihvh oorspronkelk1 naar zne afleiding1 iets gansch anders beteekende dan in ,ex4 #c gezegd wordt4 ,ex4 #c geeft geen etymologie1 geen woord-1 maar eene zaakverklaring4 ,gelk ,god in zne bzondere openbaring aan ,israel allerlei godsdienstige gebruiken1 besndenis1 sabbat1 offerande1 priesterschap enz4 overnam en er eene bzondere beteekenis aan schonk1 zoo heeft ,h ook met dezen naam gedaan4 ,afgedacht van oorsprong en oorspronkelke beteekenis zegt de ,heere in ,ex4 #f1 hoe en in welken zin ,h ,iahveh is1 de ,ik zal zn die ,ik zn zal4 ,de naam ,ihvh is van nu voortaan de omschrving en de waarborg hiervan1 dat ,god de ,god van zn volk is en blft1 onveranderlk in zne genade en trouw4 ,en dat kon ook thans eerst1 in ,mozes' td1 uitkomen4 ,er moest juist een lange td verloopen1 om te bewzen dat ,god getrouw en onveranderlk was2 iemands trouw kan eerst op den duur en vooral in tden van ellende worden beproefd4 ,zoo was het met ,israel4 ,eeuwen waren verloopen na den td der aartsvaders2 ,israel werd onderdrukt en zat in ellende neer4 ,en nu zegt ,god3 ,ik ben die ,ik ben1 ,iahveh1 de onveranderlk getrouwe1 de ,god der vaderen1 de ,god ook nu nog van u en tot in eeuwigheid4 ,thans legt ,god in een ouden naam een gansch nieuwe beteekenis1 die ook thans eerst door het volk kan worden verstaan4 ,en daarom is ,ihvh ,israels ,god van ,egypteland af1 ,hos4 #ab3aj1 #ac3d4 #d4 ,de naam ,ihvh is in het ,oude ,testament de hoogste openbaring ,gods4 ,nieuwe namen komen er niet meer b4 ,ihvh is ,gods eigenlke naam1 ,ex4 #ae3c1 ,ps4 #hc3ai1 ,hos4 #ab3f1 ,jes4 #db3h2 wordt daarom nooit van een ander dan ,israels ,god gebezigd en komt ook nooit in statu constructo1 in plurali of met suffixa voor4 ,wel wordt deze naam meermalen in den vorm gewzigd of door eene of andere bvoeging versterkt4 ,door verkorting ontstond de vorm 1 1 1 die vooral in samenstellingen gebezigd wordt1 en daaruit ontstond weer het zelfstandige nomen 4 ,deze verkorte naam wordt regelmatig gebezigd in den uitroep 1 maar komt voorts ook meermalen zelfstandig voor1 ,ex4 #ae3b ,ps4 #fh3e1 #hi3i1 #id3g1 #ab1 #aah3ad1 ,jes4 #ab3b1 #ch3aa1 soms in verbinding met 1 ,jes4 #bf3d4 ,zeer gebruikelk is ook de combinatie ,adonai ,ihvh1 bv4 ,ezech4 #bc3ab4 ,eene bzondere versterking krgt de naam ,ihvh ook door de toevoeging ,zebaoth1 1 ,ps4 #fi3g1 #hd3b1 ,hagg4 #b3g-i1 n maal 1 ,am4 #i3e1 eigenlk verkort uit 1 #a ,sam4 #a3c1 #d3d1 ,jes4 #a3bd1 of 1 ,ps4 #hj3e1 #hd3i4 ,omdat ,zebaoth verbonden werd met ,ihvh1 dat geen status constructus toelaat1 en soms met ,elohim in statu absoluto1 leidden ,origenes1 ,hieronymus e4 a4 daaruit af1 dat ,zebaoth een appositie was2 en z werden hierin nog versterkt door het feit1 dat het woord in de ,,lxx1 vooral in #a ,sam4 en ,jes41 en ook in ,rom4 #i3bi1 ,jak4 #e3d onvertaald is gebleven1 ,moor ,i #eab sq4 ,maar dit gevoelen mist allen grond4 ,elders is ,zebaoth weergegeven door of 1 en de naam ,ihvh1 die ,zebaoth1 d4 i4 legers1 heirscharen is1 geeft geen zin4 ,moeilk is het echter te zeggen1 wat onder die ,zebaoth verstaan moet worden4 ,sommigen hebben daarb gedacht aan de krgslegers van ,israel en meenen dat de naam van ,heer der heirscharen ,god aanduidt als ,god van den krg4 ,maar de meeste plaatsen daarvoor aangehaald1 zooals #a ,s4 #a3c1 #aa1 #d3d1 #ae3b1 #ag3de1 #b ,s4 #e3aj1 #f3b1 #ah1 #g3h1 #bf1 #bg1 #a ,kon4 #ag3a ,,lxx #ah3ae1 #ai3aj1 #ad1 #b ,kon4 #ai3ca1 ,ps4 #bd3aj bewzen niets2 slechts een drietal plaatsen1 #a ,s4 #d3d1 #ag3de1 #b ,s4 #f3b leveren een schn van bews2 en #b ,kon4 #ai3ca is er veelmeer mede in strd4 ,voorts is de pluralis ,zebaoth wel in gebruik voor de volksscharen ,israels1 ,ex4 #f3be1 #g3d1 #ab3ag1 #da1 #ea1 ,num4 #a3c1 #b3c1 #aj3ad1 #cc3a1 ,deut4 #bj3i1 maar het krgsleger van ,israel wordt altd met den singularis zaba aangeduid1 ,richt4 #h3f1 #i3bi1 #b ,s4 #c3bc1 #h3af1 #aj3g1 #ag3be1 #bj3bc1 #a ,kon4 #b3ce4 ,en eindelk stemmen allen toe1 dat de naam ,heere der heirscharen b de profeten deze beteekenis van ,god van den oorlog niet meer heeft2 maar z laten dan onverklaard1 hoe en waardoor deze uitdrukking zoo van beteekenis gewzigd is4 ,anderen denken b het woord heirscharen aan de sterren met beroep op teksten als ,deut4 #d3ai1 ,ps4 #cc3f1 ,jer4 #ai3ac1 #cc3bb1 ,jes4 #cd3d1 #dj3bf1 ,neh4 #i3f2 ,smend breidt dit nog uit en verstaat er onder de machten en elementen van den kosmos1 op grond van plaatsen als ,gen4 #b3a1 ,ps4 #ajc3ba1 ,jes4 #cd3b4 ,en inderdaad spreekt de ,schrift meermalen van de sterren als het heir des hemels1 ,deut4 #d3ai1 en van alle schepselen als het heir van hemel en aarde1 ,gen4 #b3a1 maar vooreerst is dan nooit de pluralis doch alleen de singularis gebruikelk2 verder worden de sterren wel het heir des hemels maar nooit het heir ,gods genoemd2 en eindelk worden wel alle schepselen1 maar nooit een zoo abstract begrip als machten en elementen van den kosmos met den naam van heir aangeduid4 ,de onaannemelkheid van deze nieuwere verklaringen doet de oude uitlegging1 die b de heirscharen aan de engelen dacht1 in waarde rzen4 ,en deze uitlegging vindt in de ,schrift overvloedig steun4 ,de naam van ,heere der heirscharen wordt meermalen met de engelen in verband gebracht1 #a ,s4 #d3d1 #b ,s4 #f3b1 ,jes4 #cg3af1 ,hos4 #ab3e1 #f1 ,ps4 #hj3b1 #e v41 #hi3f-i1 en de engelen worden telkens voorgesteld als een heir1 dat den troon ,gods omringt1 ,gen4 #bh3ab1 #ac1 #cb3b1 ,jos4 #e3ad1 #a ,kon4 #bb3ai1 ,job #a3f1 ,ps4 #fh3ah1 #hi3h1 #ajc3ba1 #adh3b1 ,jes4 #f3b4 ,al is het1 dat zaba gewoonlk van het heir der engelen in singulari staat1 dit kan toch geen bezwaar zn1 omdat de ,schrift meermalen van vele scharen van engelen gewag maakt1 ,gen4 #cb3b1 ,deut4 #cc3b1 ,ps4 #fh3ah1 #adh3b4 ,en hiermede komt de beteekenis van den naam overeen4 ,deze draagt hoegenaamd geen oorlogzuchtig of krgshaftig karakter2 zelfs uit #a ,sam4 #d3d1 #ag3de1 #b ,sam4 #f3b is dit niet af te leiden4 ,maar in dezen naam wordt allerwege uitgedrukt de heerlkheid van ,god als ,koning1 ,deut4 #cc3b1 #a ,kon4 #bb3ai1 ,ps4 #bd3aj1 ,jes4 #f3b1 #bd3bc1 ,zach4 #ad3af1 ,zach4 #a3ad4 ,de engelen behooren b de van ,god of van ,christus1 z verhoogen en verbreiden die1 ,mt4 #be3ca1 ,mk4 #h3ch1 #b ,thess4 #a3g1 ,op4 #g3aa4 ,iahveh ,zebaoth is door heel de ,schrift heen de plechtige koningsnaam ,gods1 vol majesteit en heerlkheid4 ,elohim duidt ,god aan als ,schepper en ,onderhouder aller dingen2 ,el ,schaddai doet ,hem kennen als den ,sterke1 die de natuur dienstbaar maakt aan de genade2 ,iahveh beschrft ,hem als dengene1 die in zne genade trouwe houdt in eeuwigheid2 ,iahveh ,zebaoth teekent ,hem als den ,koning vol heerlkheid1 die1 door zne geordende heirscharen omringd1 in znen tempel eere en hulde ontvangt van al zne schepselen4 ,cf4 over ,ihvh ,zebaoth1 ,delitzsch1 ,luth4 ,zeits4 #ahfi en #ahgd en op ,ps4 #bd3aj1 ,schrader1 ,jahrb4 f4 prot4 ,theol4 #ahge ,s4 #caf-cbj1 ,oehler1 ,theol4 #aie f4 ,schultz1 ,theol4 #ebi f4 ,smend1 ,altt4 ,rel4 #ahe f4 ,knig1 ,die ,hauptprobl4 der altisr4 ,rel4 ,s4 #di f41 ,kuenen1 ,g4 v4 ,i4 ,,ii #df4 ,stade1 ,gesch4 ,isr4 ,i #dcg4 ,valeton1 t4 a4 p4 bl4 #bjh v4 art4 ,zebaoth in ,herzog en ,riehm1 ,handwrterbuch4 ,borchert1 ,der ,gottesname ,jahve ,zebaoth1 ,stud4 u4 ,kr4 #ahif ,s4 #fai-fdb4 #e4 ,in het ,n4 ,test4 zn al deze namen behouden4 ,el en ,elohim zn weergegeven door 1 ,eljon is vertaald door 1 ,mk4 #e3g1 ,luk4 #a3cb1 #ce1 #gf1 #h3bh1 ,hd4 #g3dh1 #af3ag1 ,hebr4 #g3a1 cf4 1 ,luk4 #b3ad4 ,ook de benaming van ,god als ,god van ,abraham1 ,izak en ,jakob of als ,god ,israels gaat over in het ,n4 ,test41 ,mt4 #ae3ca1 #bb3cb1 ,mk4 #ab3bf1 ,luk4 #a3fh1 #bj3cg1 ,hd4 #c3ac1 #g3cb1 #df1 #bb3ad1 #bd3ad1 ,hebr4 #aa3af4 ,maar meestentds worden deze bstellingen vervangen door de genitivi 1 1 1 1 want in ,christus is ,god de ,god en ,vader van zn volk1 en van ieder zner kinderen geworden1 ,hebr4 #h3aj1 ,op4 #g3ab1 #ai3e1 #ba3c4 ,de naam ,jahveh wordt in het ,n4 ,t4 enkele malen geexpliceerd door 1 1 1 1 ,op4 #a3d1 #h1 #aa1 #ag1 #b3h1 #ba3f1 #bb3ac4 ,overigens wordt h op het voetspoor van de ,,lxx1 die reeds ,adonai las1 vertaald door 1 van 1 macht4 doet ,god kennen als den ,machtige1 den ,heer1 den ,eigenaar1 den ,heerscher1 die rechtens macht en autoriteit bezit1 in onderscheiding van 1 de heer1 die feitelk macht oefent1 en wordt in het ,n4 ,t4 nu eens van ,god1 dan van ,christus gebruikt4 ,ook de verbindingen van ,ihvh ,elohim1 ,ihvh ,elohim ,zebaoth worden in het ,n4 ,t4 teruggevonden1 als 1 ,luk4 #a3af1 ,hd4 #g3cg1 #a ,petr4 #c3ae1 ,op4 #a3h1 #bb3e1 1 ,op4 #d3h1 #aa3ag1 #ae3c1 #af3g1 #ba3bb2 terwl in ,rom4 #i3bi1 ,jak4 #e3d ,zebaoth onvertaald is gebleven4 ,en nieuwe naam schnt er in het ,n4 ,test4 b te komen1 het is de naam van 4 ,toch wordt deze naam ook reeds in het ,o4 ,test4 verscheidene malen van ,god gebezigd1 ,deut4 #cb3f1 ,ps4 #ajc3ac1 ,jes4 #fc3af1 #fd3h1 ,jer4 #c3d1 #ai1 #ca3i1 ,mal4 #a3f1 #b3aj1 gelk ook ,israel meermalen zn zoon wordt genoemd1 ,ex4 #d3bb1 ,deut4 #ad3a1 #cb3ai1 ,jes4 #a3b1 ,jer4 #ca3bj1 ,hos4 #a3aj1 #aa3a4 ,de naam drukt hier de bzondere1 theocratische verhouding uit1 waarin ,god tot zn volk ,israel staat2 ,h heeft dat volk op wondere wze uit ,abraham geformeerd4 ,in den meer algemeenen zin van ,oorsprong en ,schepper aller dingen wordt de ,vadernaam in het ,n4 ,test4 gebezigd in #a ,cor4 #h3f1 ,ef4 #c3ae1 ,hebr4 #ab3i1 ,jak4 #a3ah1 cf4 ,luk4 #c3ch1 ,hd4 #ag3ah4 ,maar overigens drukt de naam de ethische verhouding uit1 waarin ,god nu door ,christus tot al zne kinderen staat4 ,de verhouding1 die in het ,o4 ,t4 tusschen ,god en ,israel bestond1 is hiervan type en voorbeeld2 z is thans verdiept en uitgebreid1 geethiseerd en geindividualiseerd4 ,de naam van ,vader wordt nu de gewone naam van ,god in het ,n4 ,test4 ,de benaming ,jahveh is door onvoldoende weergegeven2 z wordt als het ware aangevuld door den ,vadernaam4 ,deze is de hoogste openbaring ,gods4 ,god is maar niet de ,schepper1 de ,almachtige1 de ,getrouwe1 de ,koning en ,heer2 ,h is ook de ,vader van zn volk4 ,het theocratische koninkrk onder ,israel gaat over in een koninkrk van den ,vader1 die in de hemelen is4 ,de onderdanen zn tevens kinderen2 de burgers huisgenooten4 ,beide1 recht en liefde1 staat en huisgezin komen in de ,nieuwtestamentische verhouding van ,god tot zn volk tot volkomen vervulling4 ,hier is het volmaakte ,koningschap1 want hier is een ,koning1 die tevens ,vader is1 die zne onderdanen niet met geweld onderwerpt maar die zelf zne onderdanen schept en bewaart4 ,z zn als kinderen uit ,hem geboren1 z dragen zn beeld1 z zn zne familie4 ,deze verhouding is in het ,n4 ,test4 mogelk geworden door ,christus1 die de eigen1 eengeboren en geliefde ,zoon des ,vaders is4 ,en de geloovigen worden dit kindschap deelachtig en worden zich daarvan ook bewust door den ,h4 ,geest1 ,joh4 #c3e1 #h1 ,rom4 #h3ae v4 ,in den naam ,vader1 ,zoon en ,geest heeft ,god zich het rkst geopenbaard4 ,de volheid1 die van den beginne af in ,elohim lag opgesloten1 heeft langzamerhand zich ontplooid en in den trinitarischen naam ,gods zich het luisterrkst en het volledigst ontvouwd4 ,litt4 over de namen ,gods1 ,hieronymus1 de decem nominibus4 ,pseudodion41 de div4 nom4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac4 ,petavius1 de ,deo ,,viii c4 #h1 #i4 ,gerhard1 ,loci theol4 ,,ii c4 #a-c4 ,bretschneider1 ,syst4 ,entw4 #cde f4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #bf-ej4 ,voetius1 ,disp4 ,v #dh sq4 ,buxtorf1 de nominibus ,dei1 ,dissert4 philol4 theol41 diss4 #e4 ,hottinger1 de nominibus ,dei orient41 ,diss4 phil4 theol4 #affj4 ,moor ,i #eje-eeb4 ,m4 ,vitringa ,i #abg-ace1 en voorts van de nieuwere1 behalve de reeds bovengenoemde1 ,hofmann1 ,schriftbew4 ,i #gf-hi4 ,beck1 ,chr4 ,gl4 ,,ii #ad f4 ,grau1 ,gottes ,volk und sein ,gesetz #ahie4 #bf4 ,,de ,,wezensnamen ,,gods4 ,a4 ,god als de ,znde4 #a4 ,b sommigen gaat de locus de trinitate aan dien over de deugden ,gods vooraf4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i #f sq41 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #b sq41 ,bonaventura1 ,brevil4 ,i c4 #b sq41 ,martyr1 ,loci ,comm4 p4 #cf sq4 enz42 en ,frank heeft tegen de omgekeerde orde zelfs ernstig bezwaar1 ,syst4 der chr4 ,wahrh4 ,i #aea f4 ,indien met de behandeling van de deugden ,gods vr de leer der triniteit bedoeld werd1 om allengs uit de theologia naturalis tot de theologia revelata en uit het natuurlk tot het christelk ,godsbegrip op te klimmen1 zou ze zonder twfel afkeuring verdienen4 ,maar dit is geenszins het geval4 ,in de leer der volmaaktheden ,gods wordt de ,goddelke natuur behandeld1 gelk z in de ,schrift ons is geopenbaard1 door het christelk geloof wordt beleden1 en straks in den locus de trinitate zal blken1 op drievoudige wze te bestaan4 ,om in dien locus te verstaan1 dat ,vader1 ,zoon en ,geest dezelfde ,goddelke natuur deelachtig zn1 is het noodig te weten1 wat die ,goddelke natuur in zich bevat en waarin z van alle geschapen natuur onderscheiden is4 ,de ,schrift gaat ons daarin ook voor4 ,het wezen ,gods wordt daar ons eerder en klaarder geleerd dan zn trinitarisch bestaan2 de drieeenheid komt eerst in het ,n4 ,test4 tot duidelke openbaring2 de namen ,ihvh1 ,elohim gaan aan die van ,vader1 ,zoon en ,geest vooraf4 ,het eerste1 dat de ,schrift ons van ,god kennen doet1 is1 dat ,h een eigen1 van alle schepselen onderscheiden1 zelfstandig en onafhankelk zn en leven heeft4 ,h heeft een eigen wezen1 een eigen 1 natura1 substantia1 essentia1 niet in onderscheiding van zne deugden1 maar in alle deugden en volmaaktheden ons tegemoet tredende en kenbaar wordende4 ,h draagt eigen namen1 welke aan geen schepsel toekomen4 ,onder dezen staat de naam van ,ihvh boven aan1 ,ex4 #c3ad4 ,door dezen naam wordt ,h aangeduid als degene1 die is en zn zal wat ,h was1 die eeuwig in betrekking tot zn volk zichzelf gelk blft4 ,h bestaat van zichzelf4 ,h bestond vr alle dingen1 en deze bestaan alleen door ,hem1 ,ps4 #ij3b1 #a ,cor4 #h3f1 ,openb4 #d3aa4 ,h is 1 in absoluten zin1 ,heer der gansche aarde1 ,ex4 #bc3ag1 ,deut4 #aj3ag1 ,jos4 #c3ac4 ,h is van niets1 alles is van ,hem afhankelk1 ,rom4 #aa3cf4 ,h doodt en maakt levend1 schept het licht en de duisternis1 den vrede en het kwaad1 ,deut4 #cb3ci1 ,jes4 #de3e-g1 #ed3af4 ,h doet met het heir des hemels en met de inwoners der aarde naar zn wil1 ,dan4 #d3ce1 zoodat de menschen in zne hand zn als leem in de hand des pottebakkers1 ,jes4 #fd3h1 ,jer4 #ah3a v41 ,rom4 #i3ba4 ,zn raad1 zn welbehagen is laatste grond van al wat is en geschiedt1 ,ps4 #cc3aa1 ,spr4 #ai3ba1 ,jes4 #df3aj1 ,mt4 #aa3bf1 ,hd4 #b3bc1 #d3bh1 ,ef4 #a3e1 #i1 #aa4 ,h doet dan ook alles om zns zelfs1 om zns naams1 om zns roems wil1 ,deut4 #cb3bg1 ,jos4 #g3i1 #a ,sam4 #ab3bb1 ,ps4 #be3aa1 #ca3d1 #gi3i1 #ajf3h1 #aji3ba1 #adc3aa1 ,spr4 #af3d1 ,jes4 #dh3i1 ,jer4 #ad3g1 #ba1 ,ezech4 #bj3i1 #ad1 #bb1 #dd4 ,h heeft ook niets noodig1 is algenoegzaam1 ,job #bb3b1 #c1 ,ps4 #ej3ai v41 ,hd4 #ag3be1 en heeft het leven in zichzelven1 ,joh4 #e3bf4 ,en zoo is ,h de eerste en de laatste1 de alpha en de omega1 die is en die was en die komen zal1 ,jes4 #da3d1 #dd3f1 #dh3ab1 ,openb4 #a3h enz42 volstrekt onafhankelk1 niet alleen in zn bestaan1 maar tengevolge daarvan ook in al zne deugden en volmaaktheden1 in al zne besluiten en daden4 ,onafhankelk is ,h in zn verstand1 ,rom4 #aa3cd1 #ce1 in zn wil1 ,dan4 #d3ce1 ,rom4 #i3ai1 ,ef4 #a3e1 ,op4 #d3aa1 in zn raad1 ,ps4 #cc3aa1 ,jes4 #df3aj1 in zne liefde1 ,hos4 #ad3e1 in zne macht1 ,ps4 #aae3c enz4 ,en alzoo algenoegzaam in zichzelven1 en niets van buiten zich ontvangende1 is ,h integendeel de eenige bron van alle zn en leven1 van alle licht en liefde1 de overvloedige fontein aller goeden1 ,ps4 #cf3aj1 ,hd4 #ag3be4 ,deze onafhankelkheid ,gods wordt min of meer door alle menschen erkend4 ,de ,heidenen trekken het goddelke wel in het creatuurlke neer en leeren eene theogonie1 maar nemen achter en boven hunne goden toch dikwerf weer eene macht aan1 waaraan alles in volstrekten zin onderworpen is4 ,velen spreken van natuur1 toeval1 noodlot of fortuin als eene macht die boven alles verheven is2 en wsgeeren duiden ,god b voorkeur met den naam van het ,absolute aan4 ,in de christelke theologie droeg deze deugd ,gods den naam van 1 aseitas1 omnisufficientia1 independentia1 magnitudo4 ,in het ,oosten sprak men van 1 1 en noemde men ,god b voorkeur 1 1 1 1 1 1 1 enz41 cf4 ,suicerus1 ,thes4 ,eccl4 s4 v4 ,god is al wat ,h is door zichzelf4 ,h is ipsa per se bonitas1 sanctitas1 sapientia1 vita1 lux1 veritas etc4 ,gelk vroeger reeds is gezegd1 gingen de kerkvaders in navolging van ,philo b de beschrving ,gods meest uit van den naam ,ihvh4 ,dat was zn wezensnaam b uitnemendheid4 ,god was de ,znde4 ,in dezen naam3 ,ik zal zn die ,ik zn zal ligt alles opgesloten4 ,alle andere deugden ,gods werden daaruit afgeleid4 ,god is summum esse1 summum bonum1 summum verum1 summum pulchrum4 ,h is het volmaakte1 het hoogste beste zn1 quo esse aut cogitari melius nihil possit4 ,h heeft het geheele zn in zich1 ,h is eene oneindige en onbegrensde zee van zn4 ,si bonum1 si magnum1 si beatum1 si sapientem vel quidquid tale de ,deo dixeris1 in hoc verbo instauratur quod est ,est4 ,nempe hoc est ei esse1 quod haec omnia esse4 ,si et centum talia addas1 non recessisti ab esse2 si ea dixeris1 nihil addixisti2 si non dixeris nihil minuisti1 ,bernardus1 de consid4 ,i c4 #f4 ,de scholastiek sloot zich hierb aan1 ,anselmus1 ,monol4 #f4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #h4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #b art4 #c en qu4 #c en qu4 #ac art4 #aa4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #af sq4 en behandelde deze deugd ook wel onder den naam van de infinitas of spiritualis magnitudo ,dei1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #g4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #dc1 of onder dien van de aseitas ,dei1 waarmee werd aangeduid1 dat ,god als summa substantia per se ipsam aut ex se ipsa est quidquid est1 ,anselmus1 ,monol4 #f4 ,latere ,roomsche theologen gaan evenzoo meest van deze aseitas of independentia uit1 ,petavius1 de ,deo ,i c4 #f4 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii p4 #ch sq4 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,ii p4 #hh-ij4 ,jansen1 ,prael4 theol4 dogm4 ,,ii #bf sq4 ,de ,hervorming bracht hierin geen wziging4 ,ook ,luther omschrft ,god op grond van den naam ,ihvh als den volstrekt znde2 ,h is louter wezen4 ,maar toch houdt ,luther zich niet lang met abstracte1 metaphysische beschrvingen op en gaat spoedig van den ,deus absconditus over tot den ,deus revelatus in ,christus1 ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,,ii #cjb f4 ,melanchton in zne ,loci omschrft ,god als essentia spiritualis4 ,de ,lutherschen hebben deze omschrving meest overgenomen maar dan dikwerf nog de nadere bepaling infinita1 a se subsistens of independens er aan toegevoegd1 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 ,luth4 ,k4 #ag4 ,b de ,gereformeerden treedt deze volmaaktheid ,gods nog sterker op den voorgrond1 al wordt de naam aseitas later meest met dien van independentia verwisseld4 ,aseitas drukt alleen de onafhankelkheid ,gods in zn bestaan uit1 maar independentia heeft een ruimer zin en sluit in1 dat ,god onafhankelk is in alles1 in zn zn1 in zne deugden1 in zne besluiten1 in zne werken4 ,terwl vroegeren daarom meest van den naam ,ihvh uitgaan1 ,hyperius1 ,meth4 ,theol4 p4 #hg1 #ace4 ,sohnius1 ,op4 ,,ii #dh4 ,,iii #bfa4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 p4 #ace enz41 komt later de independentia meest voor als de eerste der onmededeelbare eigenschappen1 ,mastricht1 ,theol4 ,,ii c4 #c1 ,heidegger1 ,corpus ,theol4 ,,iii #cj4 ,maresius1 ,syst4 theol4 loc4 #b #ag4 ,marck1 ,merg der ,godg4 ,,iv #bj4 ,l4 ,meyer1 ,verhand4 over de ,godd4 eigensch4 #aghc ,i bl4 #ci-aaj enz4 ,als ,god nu in de ,schrift zichzelven deze aseitas toeschrft1 dan doet ,h zich daardoor kennen als het absolute zn1 als den znde in volstrekten zin4 ,door deze volmaaktheid is ,h terstond wezenlk en volstrekt onderscheiden van alle creatuur4 ,al het schepsel is toch niet a se maar ab alio1 en is en heeft dus niets van zichzelf2 het is volstrekt afhankelk in zn oorsprong en dus ook in heel zn verder bestaan en ontwikkeling4 ,maar ,god is blkens dezen naam alleen van zichzelven1 a se1 niet in dien zin als hadde ,h zichzelf veroorzaakt1 maar als van eeuwigheid tot eeuwigheid znde die ,h is1 znde niet wordende1 het absolute zn1 de volheid van zn1 en dus ook eeuwig en volstrekt onafhankelk in zn bestaan1 in zne deugden1 in al zne werken1 de eerste en de laatste1 eenige oorzaak en einddoel van alle dingen4 ,in deze aseitas ,gods liggen alle andere deugden opgesloten2 ze zn met haar gegeven en van haar de rke1 alzdige ontplooiing4 ,en toch1 terwl b deze deugd het onmetelk onderscheid tusschen ,schepper en schepsel in eens helder en klaar aan het licht treedt1 is er toch ook van deze volmaaktheid ,gods eene zwakke gelkenis in al het schepsel4 ,het pantheisme kan dit niet erkennen1 maar het theisme beldt1 dat het schepsel1 schoon volstrekt afhankelk1 toch een eigen1 onderscheiden zn heeft4 ,en in dit zn is de volharding in zn bestaan ingeplant1 de conatus in suo esse perseverandi1 de ,selbsterhaltungstrieb1 de zucht tot zelfbehoud4 ,alle schepsel1 in zoover het is1 vreest den dood2 en zelfs het kleinste atoom biedt wederstand aan alle poging tot vernietiging4 ,het is eene schaduw van het onafhankelke1 onveranderlke zn onzes ,gods4 #b4 ,uit de aseitas ,gods vloeit vanzelve zne onveranderlkheid voort4 ,toch schnt deze al weinig steun in de ,schrift te vinden4 ,daar staat ,god immers steeds in het levendigst verkeer met de wereld4 ,in den beginne schiep ,h hemel en aarde en ging dus van niet-scheppen tot scheppen over4 ,en van dat begin leeft ,h als het ware het leven der wereld en vooral van zn volk ,israel mede1 ,h komt en ,h gaat1 ,h openbaart en verbergt zich1 ,h wendt zn aangezicht af en keert het toe in genade4 ,h heeft berouw1 ,gen4 #f3f1 #a ,sam4 #ae3aa1 ,amos #g3c1 #f1 ,joel #b3ac1 ,jon4 #c3i1 #d3b1 en verandert van voornemen1 ,ex4 #cb3aj-ad1 ,jon4 #c3aj4 ,h wordt toornig1 ,num4 #aa3a1 #aj1 ,ps4 #ajf3dj1 ,zach4 #aj3c1 en legt zn toorn af1 ,deut4 #ac3ag1 #b ,chr4 #ab3ab1 #cj3h1 ,jer4 #ah3h1 #aj1 #bf3c1 #ai1 #cf3c4 ,h is anders tegenover de vromen dan tegenover de goddeloozen1 ,spr4 #aa3bj1 #ab3bb2 b den reine houdt ,h zich rein maar b den verkeerde bewst ,h zich een worstelaar1 ,ps4 #ah3bf1 #bg4 ,in de volheid des tds wordt ,h zelfs mensch in ,christus en gaat door den ,h4 ,geest wonen in de gemeente2 ,h verwerpt ,israel en neemt de ,heidenen aan4 ,en in het leven der kinderen ,gods blft er eene voortdurende wisseling van schuldgevoel en bewustzn van vergeving1 van ervaringen van ,gods toorn en van zne liefde1 van zne verlating en van zne nabheid4 ,maar tevens getuigt diezelfde ,schrift1 dat ,god onder dat alles dezelfde is en dezelfde blft4 ,alles verandert maar ,h blft staande1 ,h blft die ,h is1 ,ps4 #ajb3bf-bh4 ,h is ,ihvh1 de znde en zichzelf steeds gelkblvende2 de eerste en met de laatsten nog dezelfde ,god1 ,jes4 #da3d1 #dc3aj1 #df3d1 #dh3ab4 ,h is die ,h is1 ,deut4 #cb3ci1 cf4 ,joh4 #h3eh1 ,hebr4 #ac3h1 1 1 altd 1 ,rom #a3bc1 #a ,tim4 #a3ag1 #f3af1 ,hebr4 #a3aa1 #ab4 ,en onveranderlk in zn bestaan en wezen1 is ,h het ook in zn gedachte en wil1 in al zne voornemens en besluiten4 ,h is geen mensch dat ,h liegen of berouw hebben zou4 ,wat ,h zegt1 doet ,h1 ,num4 #ae3bi1 #a ,sam4 #ae3bi4 ,zne charismata en roeping zn 1 ,rom4 #aa3bi4 ,h verstoot zn volk niet1 ,rom4 #aa3a4 ,h voleindigt wat ,h begon1 ,ps4 #ach3h1 ,phil4 #a3f4 ,in n woord1 ,h1 ,ihvh1 verandert niet1 ,mal4 #c3f2 b ,hem 1 ,jak4 #a3ag4 ,hierop werd in de christelke theologie de leer gebouwd van de immutabilitas ,dei4 ,de mythologische theogonie kon zich tot deze hoogte niet verheffen1 maar de wsbegeerte noemde en omschreef ,god menigmaal als den eenigen1 eeuwigen1 onveranderlken1 onbewogen1 zich zelf gelken heerscher aller dingen1 ,philolaus e4 a41 b ,zeller1 ,phil4 d4 ,gr4 ,i #dbe1 #dhh f4 ,,ii #ibh4 ,aristoteles besloot uit de beweging der wereld tot een primum movens1 eene 1 die ne was en eeuwig1 noodzakelk1 onveranderlk1 vr van alle samenstelling1 zonder eenige mogelkheid1 1 1 maar enkel 1 zuivere 1 louter wezen1 absolute vorm1 1 ib #cei-cfe4 ,philo noemde ,god 1 1 1 1 1 1 1 ,dhne1 ,gesch4 ,darst4 der jd4-alex4 ,rel4 ,philos4 ,i #aah4 ,en hiermede stemde de christelke theologie overeen4 ,god is volgens ,irenaeus1 semper idem1 sibi aequalis et similis1 adv4 haer4 ,,iv c4 #aa1 cf4 ,orig4 c4 ,cels4 ,i #ba4 ,,iv #ad4 ,b ,augustinus vloeide de onveranderlkheid ,gods rechtstreeks daaruit voort1 dat ,h was het hoogste1 volmaakte zn4 ,aan alle redelk schepsel is het naturaliter et veraciter insitum1 esse omnino incommutabilem et incorruptibilem ,deum1 de ,gen4 ad litt4 ,,vii #aa4 ,door de zintuigen is dit begrip van een eeuwig en onveranderlk wezen niet te verkrgen1 want alle schepsel1 ook de mensch zelf1 is veranderlk2 maar binnen in zich ziet en vindt h dat onveranderlke1 dat beter en grooter is dan alwat verandert1 de lib4 arb4 ,,ii #f1 de doctr4 chr4 ,i #i4 ,indien ,god niet onveranderlk ware1 zou ,h niet ,god zn1 ,conf4 ,,vii #d4 ,zn naam is zn en deze naam is een nomen incommutabilitatis4 ,alwat verandert1 houdt op te zn wat het was4 ,maar het waarachtige zn is alleen het deel van ,hem1 die niet verandert4 ,wat waarlk is1 dat blft4 ,quod est1 manet4 ,maar wat verandert fuit aliquid et aliquid erit2 non tamen est1 quia mutabile est1 de trin4 ,v #b4 ,god echter1 die is1 kan niet veranderen1 wl elke verandering eene vermindering van zn zou wezen4 ,en even onveranderlk als ,god is in zn wezen1 is ,h het ook in zn kennen1 willen en besluiten4 ,dei essentia1 qua est1 nihil mutabile habet1 nec in aeternitate1 nec in veritate1 nec in voluntate1 de trin4 ,,iv prooem4 ,gelk ,h is1 zoo weet en wil ,h1 op onveranderlke wze4 ,essentia tua scit et vult incommutabiliter et scientia tua est et vult incommutabiliter et tua voluntas est et scit incommutabiliter1 ,conf4 ,,xiii1 #af4 ,schepping1 openbaring1 vleeschwording1 affecten enz4 brachten in ,god geen verandering te weeg4 ,in ,god is er nooit een novum consilium gekomen1 de ord4 ,,ii #ag4 ,er is altd in ,god een eenige1 onveranderlke wil geweest4 ,una eademque sempiterna et immutabili voluntate res quas condidit1 et ut prius non essent egit1 quamdiu non fuerunt1 et ut posterius essent1 quando esse coeperunt1 de civ4 ,,xii1 #ag4 ,alleen is er verandering in het schepsel van niet-zn tot zn1 van goed tot kwaad enz4 ,dezelfde gedachte vinden we dan later telkens terug1 b ,joh4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i c4 #h4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu #i4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #h1 #c4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #h art4 #b qu #a-b4 ,petavius1 de ,deo ,,iii c4 #a-b4 en zoo ook b ,luth4 en ,geref4 theologen1 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii cap4 #h sect4 #e4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #gg-hc4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #ac1 cf4 ,conf4 ,gall4 art4 #a4 ,conf4 ,belg4 #a enz4 ,maar deze onveranderlkheid ,gods vond veel bestrding1 zoowel van deistische als van pantheistische zde4 ,b ,epicurus zn de goden geheel aan voortreffelke menschen gelk1 die veranderen van plaats1 werkzaamheid1 gedachte enz41 ,zeller ,,iv #dcj f41 en b de ,stoa werd de ,godheid evenals vroeger b ,heraclitus als de immanente oorzaak der wereld opgenomen in haar onophoudelke wisseling1 ib4 ,,iv #acc f4 ,van denzelfden aard was de bestrding der onveranderlkheid ,gods in de christelke theologie4 ,aan de eene zde staat het pelagianisme1 socinianisme1 remonstrantisme1 rationalisme1 dat vooral de onveranderlkheid van ,gods weten en willen bestrdt1 en den wil ,gods afhankelk maakt van en dus veranderen laat naar het gedrag van den mensch4 ,inzonderheid ,vorstius in zn werk de ,deo et ejus attributis bestreed de onveranderlkheid ,gods4 ,h onderscheidde tusschen de essentia ,gods1 die eenvoudig en onveranderlk is1 en de voluntas ,dei1 welke als libera ook niet alles eeuwiglk en niet altd hetzelfde wil1 ,dorner1 ,gesammelte ,schriften #bgh4 ,maar veel ernstiger is nog de bestrding van de onveranderlkheid ,gods1 van pantheistische zde4 ,gemeenschappelk is aan deze bestrding1 dat de idee van het worden op ,god wordt overgebracht en alzoo de grens tusschen ,schepper en schepsel geheel wordt uitgewischt4 ,de idee van ,god als substantia1 gelk ze b ,spinoza voorkomt1 bleek een abstract begrip zonder inhoud te zn4 ,om leven in dat begrip te brengen1 verving de philosophie dikwerf het zn door het worden4 ,natuurlk is daarb nog groot verschil1 naar gelang men dit proces1 waardoor ,god zelf wordt1 unitarisch of trinitarisch opvat en zich voltrekken laat immanent in het wezen ,gods of transeunt in de wereld4 ,hiertoe behoort in de eerste plaats het gnosticisme1 maar dan voorts de theosophie van de kabbala1 van ,bhme1 ,baader1 ,schelling1 ,rothe1 ,hamberger1 enz41 nawerkende in de leer van de kenosis1 en eindelk de pantheistische philosophie van ,fichte1 ,hegel1 ,schleiermacher1 ,schopenhauer1 ,hartmann enz4 ,hoe ook verschillend uitgewerkt1 de grondgedachte is ne4 ,god is niet maar wordt4 ,an sich1 in het eerste moment1 is ,h 1 een abstract louter potentieel zn1 natuur zonder meer1 inhoudloos denken1 een donkere drang1 een blinde alogische wil1 in n woord1 een zn dat niets is maar alles worden kan4 ,maar uit dat potentieele zn brengt ,god zichzelf in den vorm van een proces allengs tot actualiteit4 ,h is zn eigen ,schepper4 ,h produceert zichzelf4 ,h komt allengs1 hetz dan in zichzelf of in de wereld1 tot persoonlkheid1 tot zelfbewustzn1 tot geest4 ,god is causa sui4 ,onder invloed van deze philosophische idee van het absolute worden is de onveranderlkheid ,gods ook in de nieuwere theologie meermalen ontkend of beperkt1 en ,god met voorliefde causa sui1 zichzelf actualiseerende macht genoemd1 ,rothe1 ,theol4 ,ethik #af-ch4 ,martensen1 ,chr4 ,dogm4 #ahef ,s4 #hf4 #aaf1 cf4 ,chr4 ,ethik4 ,i #ij f4 ,luthardt zegt1 ,gott ist seine eigene ,that1 ,apol4 ,vortr4 ber die ,grundwahrh4 des ,chr4 #ahgj ,i #de1 cf4 ,mller1 ,die chr4 ,lehre v4 d4 ,snde ,,ii #aga f4 ,anderen spreken van eene ,selbstsetzung ,gottes1 ,dorner1 ,chr4 ,gl4 ,i #bdd4 #bde4 ,frank1 ,syst4 der chr4 ,wahrh4 ,i #aaf f4 ,in zne verhandeling ,ueber die richtige ,fassung des dogm4 ,begriffs der ,unvernderlichkeit ,gottes1 ,ges4 ,schriften #ahhc ,s4 #ahh-cgg1 tracht ,dorner deisme en pantheisme 7akosmisme7 beide te vermden en de onveranderlkheid en de ,lebendigkeit ,gods met elkander te vereenigen4 ,h meent dit doel te bereiken1 door de onveranderlkheid ,gods te stellen in het ethische1 ,s4 #cdj f4 ,ethisch is ,god onveranderlk en altd zichzelf gelk1 ,h blft heilige liefde1 ,s4 #ceb4 ,maar overigens meent ,dorner1 dat er door de schepping1 de menschwording en voldoening enz4 wel verandering in ,god is gekomen1 ,s4 #cji4 #caa f4 #ceh f4 #cfd1 dat ,h in ,wechselverhltniss staat tot den mensch1 ,s4 #cai4 #cfb1 dat ,h de werkelkheid slechts kent uit de wereld1 ,s4 #cbj1 dat er ook voor ,hem een verleden1 heden en toekomst is1 ,s4 #cbb1 dat ,h toornt1 rechtvaardigt1 en eene aan den mensch beantwoordende stemming heeft1 ,s4 #cbd enz4 ,en zoo wezenlk ook ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 ,i #egc4 ,f4 ,a4 ,b4 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 #cfe e4 a4 ,velen spreken ook in de leer van ,god over deze belangrke eigenschap zich niet uit1 maar laten het eerst b de schepping of b de vleeschwording of b de kenosis enz4 merken1 dat ze verandering in ,god aannemen1 zooals b4 v4 ,ebrard1 ,hofmann1 ,thomasius e4 a4 ,niettemin is de leer van de onveranderlkheid ,gods voor de religie van het hoogste belang4 ,het onderscheid tusschen ,schepper en schepsel is gelegen in de tegenstelling van het zn en het worden4 ,al wat schepsel is1 is wordende4 ,het is veranderlk1 streeft voortdurend1 zoekt naar rust en bevrediging en vindt die rust alleen in ,hem1 die louter zn is zonder worden4 ,daarom heet ,god in de ,schrift zoo dikwerf de rotssteen1 ,deut4 #cb3d1 #ae1 #ah1 #cj1 #ca1 #cg4 #a ,sam4 #b3b1 #b ,sam4 #bb3c1 #cb1 ,ps4 #ai3ae1 #ca3c1 #fb3c1 #g1 #gc3bf enz4 ,op ,hem kan de mensch zich verlaten1 ,h verandert niet in zn wezen1 noch in zn kennen of willen1 ,h blft die ,h is eeuwiglk4 ,elke verandering is ,gode vreemd4 ,er is in ,hem geen verandering van td1 want ,h is eeuwig2 noch van plaats want ,h is alomtegenwoordig2 noch ook van wezen want ,h is louter zn4 ,de christelke theologie drukte dit laatste ook menigmaal uit door den term purus actus4 ,aristoteles had zoo het wezen ,gods opgevat1 als zonder eenige 1 als absolute 4 ,de scholastiek ging daarom van ,god spreken als actus purissimus et simplicissimus1 om aan te duiden1 dat ,h het volmaakte1 absolute zn is zonder eenige potentia tot niet-zn of tot anders-zn4 ,zoo zegt ,boethius1 de cons4 philos4 lib4 ,,iii1 dat ,god niet verandert van wezen 7forma71 quia purus actus est1 cf4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #c4 ,daarom werd ook de uitdrukking causa sui van ,god vermeden4 ,de idee van het absolute worden is het eerst door ,heraclitus duidelk uitgesproken en daarna telkens in de philosophie teruggekeerd4 ,vooral ,plotinus maakt van dit begrip gebruik1 niet alleen in toepassing op de materie1 maar ook op datgene1 wat h voor het absolute zn houdt4 ,h leert aangaande ,god1 dat ,h zn eigen zn heeft voortgebracht1 dat ,h werkzaam was eer ,h was1 ,thilo1 ,kurze pragm4 ,gesch4 d4 ,philos4 ,i #ceb f4 ,nu sprak de christelke theologie wel van ,god dat ,h was een ens a se1 en dus van zne aseitas4 ,en ook bezigden ,lactantius1 ,synesius en ,hieronymus de uitdrukking causa sui2 de laatste schreef3 ,deus qui semper est nec habet aliunde principium et ipse sui origo est suaeque causa substantiae1 non potest intelligi aliunde habere quod subsistit1 ,comm4 ad ,eph4 cap4 #c3ae4 ,maar deze uitdrukking werd toch altoos zoo verstaan1 dat ,god wel van zichzelf bestond maar niet dat ,h van zichzelf geworden en voortgebracht was1 ,klee1 ,kath4 ,dogm4 ,,ii #dc4 ,toen later ,cartesius aan den wil ,gods den voorrang toekende boven het verstand en de essentia aller dingen van dien wil liet afhangen1 ja zelfs ,gods bestaan een product liet zn van zn wil1 zoodat h zeide1 ,deus se revera conservat1 ,god is causa sui en a se1 niet in negatieven maar in positieven zin1 ,god is causa efficiens sui ipsius1 ,h heeft het zn a reali potentiae immensitate1 ,resp4 ad primas objectiones p4 #eg1 #eh2 toen namen wel enkele volgelingen deze uitdrukking over1 zooals bv4 ,burmannus1 ,synopsis theol4 ,i c4 #ae #b1 maar de ,geref4 theologen wilden de uitdrukking causa sui1 existentia a se niet anders opgevat hebben dan in zuiver negatieven zin1 ,ryssenius1 ,de oude rechtsinnige waerheyt enz4 ,middelb4 z4j4 bl4 #bd4 ,mastricht ,theol4 theor4 pract4 ,,ii c4 #c #bb4 ,moor1 ,i #eij sq4 ,eene causa sui in positieven zin is niet mogelk1 omdat eene zelfde zaak dan op hetzelfde oogenblik zou gezegd worden te bestaan1 voorzoover z zichzelve voortbrengt en niet te bestaan1 voor zooverre z voortgebracht wordt4 ,nu is het te begrpen1 dat de monistische philosophie tot deze idee van het absolute worden de toevlucht heeft genomen1 om althans een schn van verklaring der werkelkheid te geven4 ,maar ,herbart heeft deze idee terecht aan eene scherpe kritiek onderworpen1 en zne aanhangers ,thilo1 ,die ,wissenschaftlichkeit der mod4 ,theol4 ,s4 #be en ,flgel1 ,die spekul4 ,theol4 in der ,gegenwart #ahhh ,s4 #bja4 f41 ,die ,probleme der ,philos4 und ihre ,lsungen #ahhh ,s4 #aj f4 hebben niet zonder reden hun verwondering erover te kennen gegeven1 dat deze idee in de speculatieve theologie zulk een opgang heeft gemaakt4 ,er is toch in de theologie1 met toepassing op het ,goddelk wezen1 niets mede aan te vangen4 ,niet alleen de ,schrift getuigt dat er in ,god geen verandering is noch schaduw van omkeering1 maar het denken leidt tot dezelfde slotsom4 ,b het worden moet naar eene oorzaak gevraagd worden1 want er is geen worden zonder oorzaak4 ,maar het zn1 in absoluten zin1 laat de vraag naar eene oorzaak niet meer toe4 ,het absolute zn is1 wl het is4 ,de ,godsidee brengt de onveranderlkheid vanzelve mee4 ,er is geene vermeerdering of vermindering in ,hem denkbaar4 ,h kan niet veranderen ten goede of ten kwade4 ,want ,h is het volstrekte1 volmaakte1 waarachtige zn4 ,het worden is eigen aan het schepsel en is een vorm van verandering in ruimte en td4 ,maar ,god is1 die ,h is1 eeuwiglk1 boven ruimte en td1 boven al het schepsel verre verheven4 ,h rust in zichzelf en is daarom het doel en het rustpunt van alle schepselen1 de rotssteen des heils1 wiens werk volkomen is4 ,wie ,gode verandering toekent1 van wezen1 kennis of wil1 komt al zne deugden1 de afhankelkheid1 de eenvoudigheid1 de eeuwigheid1 de alwetendheid1 de almacht te na4 ,h berooft ,god van zne ,goddelke natuur en de religie van haar vasten grond en zekeren troost4 ,toch is deze onveranderlkheid geen monotone eenheid1 geen star onbewegelk zn4 ,de ,schrift zelve gaat ons voor1 om ons ,god te beschrven in de menigvuldigste relatin tot al zne schepselen4 ,onveranderlk in zichzelven1 leeft ,h toch als het ware het leven zner schepselen mede en neemt in hunne wisselingen deel4 ,de ,schrift spreekt van ,god op menschelke wze en kan niet anders4 ,maar hoe menschelk z spreke1 z verbiedt ons tegelkertd1 om eenige verandering in ,god zelven te stellen4 ,er is verandering om ,hem heen en buiten ,hem1 er is verandering in de relatie tot ,hem1 maar er is geen verandering in ,god zelven4 ,en hierin bestaat juist de onbegrpelke grootheid ,gods en tevens de heerlkheid der christelke beldenis1 dat ,god onveranderlk in zichzelf1 toch veranderlke schepselen in het aanzn roepen kan2 dat ,h eeuwig in zichzelf1 toch in den td kan ingaan2 dat ,h onmetelk in zichzelf toch ieder punt der ruimte met zn wezen doordringen kan2 dat ,h die het absolute zn is1 toch ook aan het wordend schepsel eene eigene plaatse schenken kan4 ,in de eeuwigheid ,gods is geen moment des tds1 in zne onmetelkheid geen punt der ruimte1 in zn zn geen element des wordens te ontdekken4 ,maar omgekeerd is het ,god1 die het schepsel1 is het de eeuwigheid die den td1 is het de onmetelkheid die de ruimte1 is het het zn dat het worden1 is het de onveranderlkheid die de verandering poneert4 ,een overgang tusschen beide is er niet2 er is een diepe klove tusschen het zn ,gods en het zn van alle creatuur4 ,het is ,goddelke grootheid1 dat ,h neerdalen kan tot het schepsel2 dat ,h1 transcendent1 toch immanent wonen kan in al het geschapene2 dat ,h1 zichzelf behoudende1 zich zelf kan geven en1 zne onveranderlkheid absoluut handhavende1 toch in een oneindig aantal relatin treden kan tot zne schepselen4 ,met verscheidene voorbeelden trachtte men dit op te helderen4 ,de zon blft dezelfde1 hetz ze verschroeit of verwarmt1 pn doet of verkwikt 7,augustinus74 ,een geldstuk verandert niet1 al wordt het nu eens een prs en dan een pand genoemd 7id474 ,eene zuil blft staan1 hetz iemand ze nu eens aan zne rechter-1 dan aan zne linkerhand ziet 7,thomas74 ,een kunstenaar verandert niet1 als h zne conceptie in woord of toon1 in stem of kleur gestalte geeft1 en een geleerde niet1 als h zne gedachten neerlegt in een boek4 ,al deze vergelkingen gaan mank1 maar ze geven toch eenig denkbeeld1 hoe iets1 in wezen gelkblvend1 in relatie veranderen kan4 ,b ,god geldt dit nu nog zooveel te meer1 wl ,h1 de onveranderlke1 zelf de eenige oorzaak is van al wat verandert4 ,h stelt zich niet in relatie tot eenig schepsel1 alsof dit ook maar eenigszins bestaan zou zonder ,hem1 maar ,h stelt zelf alle dingen in die relaties tot zichzelf1 welke ,h eeuwiglk en onveranderlk wil en juist zoo1 op die wze en in dat moment des tds1 waarin z werkelk plaats grpen4 ,elk prius en posterius valt niet in ,god1 maar in rebus prius non existentibus et posterius existentibus1 ,aug4 de civ4 ,,xii #ag4 ,het is het onveranderlke zn zelf1 dat het veranderende worden met een geheel eigene orde en wet buiten zich plaatst en als voor zichzelf ten tooneele voert4 #c4 ,de onveranderlkheid ,gods heet eeuwigheid ten opzichte van den td en alomtegenwoordigheid ten opzichte van de ruimte4 ,beide werden wel onder den naam infinitas ,dei samengevat4 ,het begrip oneindigheid is echter op zichzelf onduidelk4 ,vooreerst kan het negatief worden opgevat in den zin van eindeloos4 ,iets heet dan oneindig1 omdat het feitelk geen einde heeft maar toch wel hebben kan4 ,dikwerf is in de philosophie ,god in dezen zin oneindig genoemd4 ,het neoplatonisme vatte ,god in dezen zin op als zonder grens en gestalte1 zonder eenige bepaaldheid1 1 1 enz41 eene overloopende volheid1 waaruit de wereld is geemaneerd1 ,zeller1 ,philos4 d4 ,gr4 ,v #dhe f4 #dig4 ,in denzelfden zin sprak de kabbala van ,god als 1 den oneindige1 zonder grens en vorm1 maar die in de tien sefiroth een overgang schiep van het oneindige tot het eindige1 ,frank1 ,la ,kabbale #agi4 ,later heeft de philosophie van ,spinoza aan dit begrip der oneindigheid ,gods ingang verschaft4 ,de substantie1 ,god1 is b ,spinoza geen eigen1 van de wereld onderscheiden zn2 z is datgene wat in de schepselen de realiteit uitmaakt1 en daarom van zelf oneindig1 ens absolute infinitum1 ,eth4 ,i prop4 #h4 ,alle determinatie is daarom negatie1 eene berooving1 een gebrek aan existentie1 ,epist4 #ej en #da1 ,god is echter van alle beperking en begrenzing vr1 ,h is substantia non determinata4 ,uitgebreidheid is een van zne attributen4 ,b ,hegel kreeg het begrip der oneindigheid nog weer eene andere beteekenis1 omdat h de substantie van ,spinoza opvatte niet als een eeuwig onveranderlk zn maar als een absoluut worden4 ,god heette dus oneindig1 omdat ,h alles worden kon1 ongeveer op dezelfde wze als het van ,anaximander1 dat zelf onbepaald is maar allerlei dingen voortbrengen kan4 ,de fout dezer opvatting bestaat hierin1 dat het alleralgemeenste1 hetwelk het verstand door abstractie uit het eindige zn verkrgt1 met het oneindige vereenzelvigd wordt4 ,want het was juist het streven van de identiteitsphilosophie1 om het bzondere uit het algemeene1 het bepaalde uit het onbepaalde1 het eindige uit het eindelooze door een proces te laten voortkomen4 ,god is an sich infinitus potenti1 ,h wordt finitus1 persoonlk1 bewust1 bepaald in de schepselen als zne openbaring4 ,maar deze opvatting is onhoudbaar4 ,oneindig is geen negatief maar een positief begrip2 het duidt niet aan1 dat ,god geen eigen1 van de schepselen onderscheiden wezen is maar dat ,h door niets eindigs en creatuurlks beperkt wordt4 ,nu kan natuurlk op verschillende wze aan ,god zulk eene creatuurlke begrenzing worden ontzegd4 ,bedoelt men1 dat ,god non tempore finiri potest1 dan valt infinitas met aeternitas saam4 ,wil men te kennen geven1 dat ,god non loco finiri potest1 dan is infinitas hetzelfde als omnipraesentia4 ,en zoo wordt de infinitas ,dei ook dikwerf omschreven1 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #aj4 #aa4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #ij4 ,maar infinitas kan ook in dezen zin worden verstaan1 dat ,god oneindig is in zne deugden1 dat elke deugd in ,hem op absolute wze aanwezig is2 dan is infinitas zooveel als perfectio1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #g4 ,maar ook dan moet de oneindigheid ,gods goed worden verstaan4 ,de oneindigheid ,gods is geen infinitas magnitudinis1 zooals soms gesproken wordt van de oneindige of eindelooze grootte der wereld1 want ,god is geen lichaam en heeft geen uitgebreidheid4 ,z is ook geen infinitas multitudinis1 gelk de mathesis spreekt van oneindig klein en oneindig groot1 want ,god is n en eenvoudig4 ,maar z is eene infinitas essentiae4 ,god is oneindig naar zn wezen1 absoluut volmaakt1 oneindig in intensieven1 qualitatieven1 positieven zin4 ,maar zoo valt de oneindigheid ,gods geheel met de volmaaktheid saam1 en behoeft ze niet afzonderlk besproken te worden4 ,oneindigheid in den zin van niet-bepaald-zn door td is de eeuwigheid ,gods4 ,in de ,schrift is nergens van een begin of een einde van ,gods bestaan sprake4 ,ofschoon ,h dikwerf zeer levendig als ingaande in den td wordt voorgesteld1 ,h is toch daarboven verheven4 ,h is de ,eerste en de ,laatste1 ,jes4 #da3d1 ,op4 #a3h1 bestaande vr de wereld1 ,gen4 #a3a1 ,joh4 #a3a1 #ag3e1 #bd1 en blvende ondanks alle verandering1 ,ps4 #ajb3bg1 #bh4 ,h is ,god van eeuwigheid tot eeuwigheid1 ,ps4 #ij3b1 #ic3b4 ,er is geen onderzoeking van het getal zner jaren1 ,job #cf3bf4 ,duizend jaren zn voor ,hem even weinig als voor ons de dag van gisteren1 ,ps4 #ij3d1 #b ,petr4 #c3h4 ,h is de eeuwige ,god1 ,jes4 #dj3bh1 ,rom4 #af3bf1 wonende in de eeuwigheid1 ,jes4 #eg3ae1 levende in eeuwigheid1 ,deut4 #cb3dj1 ,op4 #aj3f1 #ae3g1 die zweert b zn leven1 ,num4 #ad3ba1 #bh1 de 1 #a ,petr4 #a3bc1 onverderfelk1 ,rom4 #a3bc1 onsterfelk1 #a ,tim4 #f3af1 die is en was en wezen zal1 ,ex4 #c3ad1 ,op4 #a3d1 #h4 ,zeer zeker spreekt de ,schrift ook hier van ,god op menschelke wze1 en van de eeuwigheid in de vormen van den td1 maar ze duidt toch tevens duidelk aan1 dat ,god boven den td verheven en niet naar dezen maatstaf te meten of te bepalen is4 ,het deisme van vroeger en later td echter verstaat onder de eeuwigheid een naar voren en naar achteren eindeloos verlengden td2 het verschil tusschen td en eeuwigheid ligt alleen in de quantiteit1 niet in de qualiteit2 het is gradueel1 niet essentieel4 ,het onderscheid ligt niet daarin1 dat in de eeuwigheid geen successie is van oogenblikken1 maar dat ze zonder begin en einde is4 ,verleden1 heden en toekomst zn er niet alleen voor den mensch1 maar zn er ook voor en in ,god4 ,zoo leerden de ,socinianen1 ,socinus1 ,prael4 theol4 c4 #h4 ,crell1 ,de ,deo et ejus attributis c4 #ah4 ,catech4 ,racov4 qu4 #fj1 cf4 ,fock1 ,der ,socinianismus ,s4 #dbg f42 evenzoo ,reinhard1 ,dogm4 ,s4 #ajf4 ,wegscheider1 ,instit4 theol4 #fc4 ,dorner1 ,glaub4 ,i #acb4 ,ges4 ,schriften #cbb enz4 ,van de andere zde wordt eeuwigheid en td evenzoo vermengd door het pantheisme4 ,god en wereld verhouden zich hier als natura naturans en natura naturata1 ,spinoza1 ,eth4 ,i prop4 #bi4 ,de eeuwigheid is niet essentieel onderscheiden van den td1 maar is de substantie1 de immanente oorzaak van den td1 en deze is de modus1 het accidens der eeuwigheid1 gelk de golfslag de verschningsvorm is van den oceaan2 ,god zelf wordt neergetrokken in den stroom van den td en komt eerst in den td tot zn volle realiteit1 ,spinoza1 ,cog4 ,metaph4 ,i c4 #d4 ,,ii c4 #a4 ,hegel1 ,encycl4 der philos4 ,wiss4 #beg f4 ,hartmann1 ,philos4 des ,unbew4 ,i ,s4 #bha f4 #bih f4 ,biedermann1 ,dogm4 ,,ii #eah f4 ,strauss sprak het in zne ,glaub4 ,i #efb duidelk uit3 ,ewigkeit und ,zeit verhalten sich wie die ,substanz und ihre ,accidentien4 ,en ,schleiermacher omschreef de eeuwigheid ,gods voorzichtig als seine mit allem ,zeitlichen auch die ,zeit selbst bedingende schlechthin zeitlose ,urschlichkeit ,gottes4 ,nu heeft de christelke theologie ook b deze volmaaktheid ,gods beide het deisme en het pantheisme te vermden4 ,natuurlk ligt het onderscheid tusschen eeuwigheid en td ook wel daarin1 dat deze een begin en einde heeft of althans hebben kan en gene niet4 ,maar daarin gaat toch heel het verschil niet op4 ,er zn drie notae van het begrip eeuwigheid1 nl4 dat ze uitsluit principium1 finem en ook successionem4 ,god is 1 maar ook immutabilis1 ,petavius1 de ,deo ,,iii c4 #c #f4 ,er is tusschen eeuwigheid en td een onderscheid niet alleen in quantiteit en graad1 maar ook in qualiteit en wezen4 ,immers1 reeds ,aristoteles merkte op1 dat td wel niet n was maar toch in het nauwste verband stond met beweging1 met het worden1 d4 i4 met den overgang van potentia tot actus1 ofschoon h meende1 dat eene beweging in de wereld zonder begin denkbaar was4 ,augustinus drukte dit op andere wze aldus uit1 dat er slechts td is1 waar het tegenwoordige verleden1 en het toekomstige tegenwoordig wordt4 ,quid est ergo tempus8 ,si nemo ex me quaerat1 scio2 si quaerenti explicare velim1 nescio2 fidenter tamen dico1 scire me4 ,quod si nihil praeteriret1 non esset praeteritum tempus1 et si nihil adveniret1 non esset futurum tempus1 et si nihil esset1 non esset praesens tempus1 ,conf4 ,,xi #ad4 ,td is geen substantie naast andere1 geen reale quid1 maar een bestaansvorm van de dingen4 ,als er geen schepselen waren1 zou er geen td zn4 ,de td begon a creatura1 veel meer dan creatura coepit a tempore1 ,aug41 de ,gen4 ad litt4 ,v #e1 de civ4 ,,xi1 #f4 ,andererzds is de td ook maar niet een subjectieve vorm der waarneming1 gelk ,kant meende1 ,kr4 d4 r4 ,v4 #ha f4 ,wel ligt ook hier waarheid in en ,augustinus beredeneerde1 dat er inderdaad1 om den td te meten en te berekenen1 een denkende geest van noode is1 die het verledene door de herinnering vasthoudt1 in het heden staat1 en de toekomst verwacht1 en die inzoover de tden in zichzelven meet1 ,conf4 ,,xi1 #bc-bh4 ,daarmede ontkende echter ,augustinus niet1 dat er geen meetbare en deelbare beweging der dingen zou zn1 wanneer er geen denkende geest ware1 die haar telde en mat4 ,maar er dient tusschen uit- en inwendigen td1 tempus extrinsecum en intrinsecum1 onderscheiden te worden4 ,onder uitwendigen td verstaan we den maatstaf1 waarnaar we de beweging meten4 ,deze is in zekeren zin toevallig en willekeurig4 ,w ontleenen hem aan de beweging der hemellichamen1 welke constant en allen menschen bekend is1 ,gen4 #a3ad v4 ,deze td zal eenmaal ophouden1 ,op4 #aj3f1 #ba3bc v4 ,maar iets anders is het met den inwendigen td4 ,deze is die bestaansvorm der dingen1 waardoor ze een verleden1 heden en toekomst en alzoo deelen hebben1 die1 naar welken maatstaf dan ook1 gemeten of geteld kunnen worden4 ,wat nu gemeten of geteld kan worden1 is aan maat en getal onderworpen en daardoor begrensd2 want er is altd nog een maat en getal1 grooter dan het gemetene of getelde4 ,het wezen van den td ligt dus niet daarin1 dat h a parte ante en a parte post eindig of eindeloos is1 maar daarin dat h successie van oogenblikken bevat1 dat er een vroeger1 een nu en een later in is4 ,maar daaruit vloeit voort1 dat de td1 tempus intrinsecum1 de bestaansvorm van al het geschapene1 en aan al het eindige wezenlk eigen is4 ,wie td zegt1 zegt beweging1 verandering1 meetbaarheid1 telbaarheid1 beperktheid1 eindigheid1 schepsel4 ,td is de duur van het creatuurlke zn2 tempus est mensura motus in re mobili4 ,maar daarom kan in ,god geen td vallen4 ,h is die ,h is van eeuwigheid tot eeuwigheid4 ,er is in ,hem geen verandering noch schaduw van omkeering4 ,h is geen worden maar een eeuwig zn4 ,h heeft geen begin en geen einde1 maar ook geen vroeger en later4 ,h kan niet gemeten noch geteld worden in zn duur4 ,duizend jaren zn voor ,hem als n dag4 ,h is de eeuwige 1 ,joh4 #h3eh4 ,de eeuwigheid ,gods is dus veeleer te denken als een eeuwig heden1 zonder verleden of toekomst4 ,omne praesens est apud ,deum4 ,hodiernus tuus 7dies est7 aeternitas4 ,aeternitas ipsa ,dei substantia est1 quae nihil habet mutabile1 ,aug4 ,conf4 ,,xi #aj-ac4 de vera relig4 c4 #di4 ,boethius omschreef de eeuwigheid ,gods daardoor1 dat ,h interminabilis vitae plenitudinem totam pariter comprehendit ac possidet1 de cons4 philos4 ,v1 en ,thomas als interminabilis vitae tota simul et perfecta possessio1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #aj art4 #a4 ,en zoo spreken alle theologen1 ,tertull4 adv4 ,marc4 ,i #h4 ,greg4 ,nyss4 adv4 ,eunomium ,i4 ,greg4 ,naz4 orat4 #ch1 #aa4 ,dionysius1 de div4 nom4 c4 #e #d4 ,anselmus1 ,monol4 c4 #ah-bd4 ,prosl4 c4 #ah4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #h1 #b4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #aj4 ,petavius1 de ,deo ,,iii c4 #c-f4 ,gerhard1 ,loci ,,ii c4 #h4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #gc-gg4 ,alting1 ,theol4 problem4 loc4 #c probl4 #bj enz4 ,toch mag de eeuwigheid ,gods daarom niet gedacht worden als een eeuwig stilstaand1 onbewegelk tdsmoment4 ,maar z is met ,gods wezen n1 en dus eene volheid van zn4 ,god is niet alleen eeuwig1 maar ,h is zelf sua aeternitas1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu #aj art4 #b4 ,z heeft hare analogie niet in het inhoudlooze zn van den mensch1 voor wien door ledigheid of verveling1 door smart of angst de minuten zich rekken tot uren en de dagen niet gaan maar kruipen1 maar veeleer in het rke1 volle leven van dien mensch1 voor wien door arbeid en genot de td als het ware niet bestaat1 en de uren en dagen omvliegen4 ,daarom ligt er waarheid in de bewering1 dat er in de hel geen eeuwigheid1 maar enkel td is1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i4 qu4 #aj art4 #c ad #c1 en dat een schepsel te meer het onvolkomene in den td verliest en de eeuwigheid nadert1 als het ,gode verwant en zn beeld is1 ib art4 #d en #e4 ,daarom staat de eeuwigheid ,gods ook niet abstract en transcendent boven den td1 maar is in ieder tdsmoment aanwezig en immanent4 ,er is essentieel onderscheid tusschen eeuwigheid en td1 maar er is toch ook analogie en verwantschap1 zoodat gene in dezen inwonen en werken kan4 ,de td is met de dingen geschapen1 h heeft geen oorsprong in zichzelf2 een eeuwige td1 een td zonder begin is ondenkbaar4 ,god1 de eeuwige1 is de eenige absolute oorzaak van den td4 ,maar die td heeft ook geen bestand in zichzelven1 h is een voortdurend worden en moet rusten in een onveranderlk zn4 ,het is ,god1 die met zne eeuwige kracht den td in zn geheel en in ieder oogenblik draagt4 ,god doordringt den td en ieder tdsmoment met zne eeuwigheid4 ,in iedere seconde klopt de polsslag der eeuwigheid4 ,god staat dus in relatie tot den td4 ,h gaat met zne eeuwigheid in in den td4 ,de td is ook objectief voor ,hem4 ,h kent in zn eeuwig bewustzn den ganschen td en de successie van al zne oogenblikken4 ,h zelf wordt daardoor niet tdelk1 niet aan td1 maat1 getal onderworpen2 ,h blft eeuwig en woont in de eeuwigheid4 ,maar ,h gebruikt den td1 om daarin zne eeuwige gedachten en deugden tot openbaring te brengen2 ,h maakt den td aan de eeuwigheid dienstbaar en bewst zich alzoo te zn de 1 ,rex seculorum1 #a ,tim4 #a3ag4 #d4 ,de oneindigheid als het niet beperkt zn door ruimte is de alomtegenwoordigheid ,gods4 ,ook deze wordt in de ,h4 ,schrift op zeer levendige wze beschreven4 ,god is de ,schepper1 en al het bestaande is en blft het zne in absoluten zin4 ,h is de ,heer1 de ,bezitter van hemel en aarde1 ,gen4 #ad3ai1 #bb1 ,deut4 #aj3ad1 en is boven alle schepsel1 ook boven plaats en ruimte verheven4 ,hemel en aarde bevatten ,hem niet1 veel minder een aardsche tempel1 #a ,kon4 #h3bg1 #b ,chron4 #b3f1 ,jes4 #ff3a1 ,hd4 #g3dh4 ,toch is ,h ook door de ruimte niet buitengesloten4 ,h vervult den hemel en de aarde2 niemand kan zich voor zn aangezicht verbergen2 ,h is een ,god van verre en van nab1 ,jer4 #bc3bc1 #bd1 ,ps4 #aci3g-aj1 ,hd4 #ag3bg1 1 ,hd4 #ag3bh4 ,zelfs is ,h op verschillende plaatsen der schepping in verschillende mate en wze tegenwoordig4 ,heel de ,schrift gaat uit van de gedachte1 dat de hemel1 die toch ook geschapen is1 sedert zn bestaan in bzonderen zin ,gods woning en troon is1 ,deut4 #bf3ae1 #b ,sam4 #bb3g1 #a ,kon4 #h3cb1 ,ps4 #aa3d1 #cc3ac1 #aae3c1 #af1 ,jes4 #fc3ae1 ,mt4 #e3cd1 #f3i1 ,joh4 #ad3b1 ,ef4 #a3bj1 ,hebr4 #a3c1 ,op4 #d3a v4 enz4 ,maar vandaar daalt ,h neder1 ,gen4 #aa3e1 #g1 #ah3ba1 ,es4 #c3h1 wandelt in den hof1 ,gen4 #c3h1 verschnt telkens en op bepaalde plaatsen1 ,gen4 #ab1 #ae1 #ah1 #ai1 enz41 komt vooral tot zn volk neder op den berg ,sinai1 ,ex4 #ai3i1 #aa1 #ah1 #bj1 ,deut4 #cc3b1 ,richt4 #e3d4 ,terwl ,h de ,heidenen wandelen laat in hunne wegen1 ,hd4 #ad3af1 woont ,h op eene bzondere wze onder zn volk ,israel1 ,ex4 #ai3f1 #be3h1 ,deut4 #g3f1 #ad3b1 #bf3ai1 ,jer4 #aa3d1 ,ezech4 #aa3bj1 #cg3bg1 in het land ,kanaan1 ,richt4 #aa3bd1 #a ,sam4 #bf3ai1 #b ,sam4 #ad3af1 #b ,kon4 #a3c1 #af1 #e3ag1 in ,jeruzalem1 ,ex4 #bj3bd1 ,deut4 #ab3aa1 #ad3bc enz41 #b ,kon4 #ba3g1 #a ,chron4 #bc3be1 #b ,chr4 #f3f1 ,ezra #a3c1 #e3af1 #g3ae1 ,ps4 #ace3ba1 ,jes4 #bd3bc1 ,jer4 #c3ag1 ,jol #c3af enz41 ,mt4 #e3cd1 ,op4 #ba3aj1 in den tabernakel en in den tempel op ,zion1 die zn huis wordt genoemd1 ,ex4 #dj3cd1 #ce1 #a ,kon4 #h3aj1 #aa3b1 #b ,chr4 #e3ad1 ,ps4 #i3ab1 ,jes4 #h3ah1 ,mt4 #bc3ba1 boven de ark tusschen cherubim1 #a ,sam4 #d3d1 #b ,sam4 #f3b1 #b ,kon4 #ai3ae1 #a ,chron4 #ac3f1 ,ps4 #hj3b1 #ii3a1 ,jes4 #cg3af4 ,maar de profeten waarschuwen telkens tegen een vleeschelk vertrouwen op dit wonen ,gods in het midden van ,israel1 ,jes4 #dh3a1 #b1 ,jer4 #c3af1 #g3d1 #ad1 #bg3af4 ,want de ,heere is verre van de goddeloozen1 ,ps4 #aa3e1 #cg3aj v41 #ej3af v41 #ade3bj1 maar zn aangezicht aanschouwt den oprechte1 ,ps4 #aa3g4 ,h woont b dien1 die eens verbrzelden en nederigen geestes is1 ,jes4 #eg3ae1 ,ps4 #ea3ai4 ,als ,israel ,hem verlaat1 dan komt ,h weder tot hen in ,christus1 in wien de volheid der ,godheid lichamelk woont1 ,col4 #b3i4 ,door ,hem en door den ,geest dien ,h zendt1 woont ,h in de gemeente als in znen tempel4 ,joh4 #ad3bc1 ,rom4 #h3i1 #aa1 #a ,cor4 #c3af1 #f3ai1 ,ef4 #b3ba1 #c3ag1 totdat ,h eenmaal b zn volk wonen en alles in allen zal zn1 #a ,cor4 #ae3bh1 ,op4 #ba3c4 ,in het polytheisme1 gnosticisme en manichaeisme kon deze alomtegenwoordigheid ,gods niet worden erkend4 ,maar ook in de christelke kerk waren er velen1 die wel van eene omnipraesentia van ,gods macht maar niet van zn wezen wilden weten4 ,de anthropomorphieten konden ,god niet denken zonder eene bepaalde gestalte en plaats4 ,om ,god voor vermenging met de stoffelke substantie en de onreinheid der wereld te bewaren1 gingen sommige kerkvaders tegenover de ,stoa zoover van te beweren1 dat ,god ' 1 was1 ,clemens ,alex4 ,strom4 ,,ii c4 #b1 dat ,h in den hemel woonde1 gelk de menschelke geest in het hoofd1 ,lactantius1 de opif4 ,dei c4 #af4 ,inst4 div4 ,,viii #c4 ,maar dezen ontkenden daarmede toch niet de wezenlke tegenwoordigheid ,gods aan alle plaats4 ,eerst later werd deze beslist ontkend en bestreden door ,augustinus ,steuchus1 bisschop van ,eugubium #aeej in zn commentaar op ,ps4 #ach en voorts door ,crell1 de ,deo ejusque attributis c4 #bg1 die wel eene omnipraesentia operativa maar niet essentialis aannamen en deze laatste tot den hemel beperkten4 ,het remonstrantisme liet zich voorzichtig uit1 noemde de kwestie van minder belang en onthield zich liefst van beslissing evenals b de eeuwigheid ,gods1 ,episcopius1 ,inst4 theol4 ,,iv1 #b1 #ac4 ,limborch1 ,theol4 ,christ4 ,,ii1 #f4 ,ook ,coccejus werd beschuldigd1 dat h onder de alomtegenwoordigheid ,gods alleen verstond de efficacissima ,dei voluntas omnia sustentans ac gubernans1 maar verdedigde zich daartegen in een paar brieven aan ,anslar en ,alting1 ,opera ,,viii p4 #acg sq4 epist4 #afi1 #agj1 #agf4 ,de ,cartesianen zeiden1 dat ,god alomtegenwoordig was niet door uitbreiding van zn wezen maar door eene eenvoudige daad van zn denken of door eene krachtige daad van zn wil1 welke met zn wezen n waren1 en ontkende1 dat er een ubi aan ,god kon toegeschreven worden1 ,burmannus1 ,synopsis ,i1 #bf1 #f4 ,wittichius1 ,theol4 pacifica c4 #ad4 ,nog verder ging het rationalisme1 dat ,gods wezenstegenwoordigheid tot den hemel beperkte en deistisch van de wereld scheidde1 ,reinhard1 ,vorles4 ,s4 #ajf1 #abj4 ,wegscheider1 ,instit4 #fc4 ,het deisme kwam tot deze beperking der alomtegenwoordigheid ,gods uit vrees voor de pantheistische vermenging van ,god en wereld en voor de bezoedeling van het ,goddelk wezen met de zedelke en stoffelke onreinheid der geschapene dingen4 ,inderdaad is die vrees ook niet denkbeeldig4 ,de ,stoa leerde reeds1 dat de ,godheid als vuur1 aether1 lucht1 adem alle dingen1 ook de slechte en leelke doordringt1 ,zeller ,,iv #ach4 ,spinoza sprak van de substantia als corporea1 ,eth4 ,i prop4 #ae1 noemde ,god eene res extensa1 ib4 ,,ii prop4 #b en leerde eene tegenwoordigheid ,gods1 die met het zn der wereld samenvalt1 ,cog4 metaph4 ,,ii c4 #c4 ,b ,hegel1 ,werke ,,xi #bfh is ,gods alomtegenwoordigheid identisch met zne absolute substantialiteit4 ,op deze ln ligt ook de omschrving der alomtegenwoordigheid ,gods door ,schleiermacher als die mit allem ,rumlichen auch den ,raum bedingende schlechthin raumlose ,urschlichkeit ,gottes1 ,gl4 #ec4 ,evenzoo zegt ,biedermann1 ,chr4 ,dogm4 #gjb1 dat het reine ,in-sich-sein ,gottes zuivere tegenstelling is van alle ruimte en plaats en in zoover transcendent is1 maar dat ,god als grond der wereld haar immanent is en dat dit ,grundsein zn zn zelf is1 cf4 ook ,scholten1 ,initia p4 #abd4 ,de christelke theologie heeft ook hier wederom het deisme en het pantheisme vermeden4 ,immers1 de ,schrift leerde duidelk1 dat ,god boven ruimte en plaats verheven is en daardoor niet bepaald of besloten kan worden1 #a ,kon4 #h3bg1 #b ,chron4 #b3f1 ,jer4 #bc3bd4 ,zelfs waar de ,schrift menschelk spreekt en1 om ons een denkbeeld van het zn ,gods te geven1 de ruimte als het ware oneindig vergroot1 ,jes4 #ff3a1 ,ps4 #aci3g1 ,am4 #i3b1 ,hd4 #ag3bd1 ligt daaraan toch de gedachte ten grondslag1 dat ,god buiten alle perken der ruimte staat4 ,er is dan ook1 evenals tusschen eeuwigheid en td1 zoo tusschen de immensitas ,dei en de ruimte een essentieel onderscheid4 ,ruimte of plaats werd door ,aristoteles omschreven als de onbewegelke grens van een omgevend of omsluitend iets1 1 ,phys4 ,,iv c4 #e4 ,deze definitie gaat echter uit van een te uitwendig begrip van ruimte4 ,want zeer zeker is ruimte de afstand van een bepaald voorwerp tot andere vaste punten4 ,maar ook indien w ons slechts n enkel eenvoudig voorwerp denken1 zou daaraan toch ruimte en plaats toekomen wegens de verhouding tot denkbeeldige punten1 die w in de gedachte konden aannemen4 ,ruimte en plaats is daarom een eigenschap van al het eindige zn en is met het eindige als zoodanig vanzelf gegeven4 ,een eindig znde bestaat vanzelf in ruimte4 ,zne beperktheid brengt het begrip van een ubi mede4 ,het is altd ergens en niet tegelk op eene andere plaats4 ,afgedacht van allen meetbaren afstand tot andere punten 7locus extrinsecus71 is een locus intrinsecus aan alle schepselen eigen4 ,ook geestelke wezens zn daarvan niet uitgezonderd4 ,in eene andere bedeeling kunnen de afstanden gansch anders zn1 dan w ze hier op aarde kennen1 gelk nu stoom en electriciteit daarin voor ons besef reeds eene groote verandering hebben gebracht4 ,maar het beperkte1 plaatselke zn blft aan alle schepselen eigen4 ,ruimte is daarom niet een vorm der waarneming1 gelk ,kant beweerde1 maar eene bestaanswze van al het geschapene4 ,en nog veel minder juist is het1 dat ruimte een vorm der uitwendige1 td een vorm der inwendige waarneming zou zn1 en alzoo de voorstelling der ruimte alleen van de lichamelke en die van td alleen van de geestelke wereld gelden zou4 ,beide1 td en ruimte1 zn innerlke bestaanswzen van al het eindige zn4 ,maar daaruit volgt1 dat evenals de td1 zoo ook de ruimte van ,god1 den ,oneindige1 niet gelden kan4 ,h is transcendent boven alle ruimte verheven4 ,reeds ,philo en ,plotinus spraken in dezen zin1 ,zeller1 ,v #ced1 #dhc1 en de christelke theologie zeide eveneens1 dat ,god 1 was1 ,hermas1 ,pastor mand4 #a4 ,iren41 adv4 haer4 ,,ii #a4 ,,iv #ai4 ,clemens ,alex4 ,strom4 ,,vii c4 #g4 ,orig41 c4 ,cels4 ,,vii #cd4 ,athanasius1 de decr4 ,nic4 ,syn4 c4 #aa4 ,greg4 ,naz4 ,orat4 #cd4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i #i4 ,augustinus meende vroeger in zne manicheesche periode1 dat ,god evenals een fne aether door de gansche wereld en door de eindelooze ruimte heen verspreid was1 ,conf4 ,,vii #a4 ,maar later zag h het anders in4 ,god is boven alle ruimte en plaats verheven4 ,h is niet ergens en toch vervult ,h hemel en aarde2 ,h is niet door de ruimte verspreid gelk het licht en de lucht1 maar ,h is aan alle plaatsen met zn gansche wezen1 ubique totus en nusquam locorum1 ,conf4 ,,vi #c4 de civ4 ,,vii #cj4 ,h wordt door geen ruimte of plaats besloten2 en daarom ware het beter te zeggen1 dat alle dingen in ,hem zn dan dat ,h in de dingen is4 ,maar toch is ook dit weer niet zoo te verstaan1 alsof ,h de ruimte ware1 waarin zich de dingen bevonden1 want ,h is geen locus4 ,gelk de ziel tota in toto corpore et in qualibet parte is1 gelk de eene en zelfde waarheid allerwege wordt gekend1 zoo b wze van vergelking is ,god in alle dingen en alle dingen in ,god1 ,enarr4 in ,ps4 #gd4 ,en deze gedachten van ,augustinus keeren later b alle theologen weer1 ,anselmus1 ,monol4 c4 #bj-bc4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #cf en #cg4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #h4 ,s4 c4 ,gent4 ,,iii1 #fh4 ,sent4 ,i dist4 #cg4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #cg4 ,en ,roomsche en ,protestantsche theologen hebben er niets wezenlk nieuws aan toegevoegd4 ,petavius1 de ,deo ,,iii c4 #g-aj4 ,gerhard1 ,loci ,i c4 #h sect4 #h4 ,polanus1 ,synt4 ,,ii c4 #ab4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #ij-ach enz4 ,inderdaad kan ook van ,god geen ruimte en plaats worden gepraediceerd4 ,ruimte is een bestaansvorm van het eindige zn2 de immensitas is eene eigenschap van ,god alleen en aan geen enkel schepsel eigen1 ook niet aan de menschelke natuur van ,christus4 ,er ligt allereerst in opgesloten1 dat ,god buiten alle ruimte en plaats is1 en oneindig daarboven verheven4 ,deus sibi ipsi locus1 1 ,tert4 adv4 ,prax4 c4 #e4 ,theophilus1 ad ,autol4 ,,ii1 #aj4 ,damasc4 de fide orthod4 ,i #ac4 ,h is in zichzelven1 in se ipso ubique totus4 ,in dezen zin kan ,god evengoed gezegd worden nergens als ergens te zn 7,philo1 ,plotinus74 ,want een ubi1 een locus geldt van ,hem niet4 ,de alomtegenwoordigheid ,gods drukt niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats dit zn van ,god in zichzelven uit1 maar duidt vooral eene bepaalde relatie ,gods tot de ruimte aan1 die met de wereld is geschapen4 ,ook hier kunnen w van ,god niet anders dan op grond van de schepping spreken4 ,de ,schrift gewaagt zelfs van een gaan1 komen1 wandelen1 neerdalen ,gods4 ,z spreekt op menschelke wze en ook w komen daarboven niet uit4 ,difficile invenitur ubi sit1 difficilius ubi non sit1 ,august4 de quant4 an4 c4 #cd4 ,daarom is het nog niet onnut1 cf4 bv4 ,lipsius ,dogm4 #cjf4 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godsd4 ,,ii #aba-abh1 onszelven b iedere eigenschap te herinneren1 dat w alzoo menschelk van ,god spreken4 ,juist het besef1 dat ,god door geen td of ruimte gemeten wordt1 al is dit zuiver negatief1 bewaart er ons voor om ,god van zne verhevenheid boven alle schepsel te berooven4 ,in de negatie ligt toch weer een sterke positie4 ,de relatie ,gods tot de ruimte kan niet daarin bestaan1 dat ,h in de ruimte is en door haar omsloten wordt1 gelk ,uranos en ,kronos machten waren boven ,zeus4 ,want ,god is geen schepsel4 ,si in aliquo loco esset1 non esset ,deus1 ,august4 ,enarr4 in ,ps4 #gd4 ,niet alleen is ,h geen lichaam1 dat door de ruimte heen zich uitbreidt en circumscriptive in de ruimte is1 maar ,h is ook geen eindige1 geschapen geest1 die altd aan een ubi gebonden is en dus definitive in de ruimte is4 ,ook kan de relatie niet van dien aard zn1 dat de ruimte binnen ,hem is en door ,hem als de grootere1 oneindige ruimte omsloten wordt1 gelk sommigen ,god vroeger wel noemden 1 en ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 ,i #dib f4 van de oneindige ruimte spreekt als ,gode immanent4 ,want ruimte is uiteraard een bestaansvorm van het eindige schepsel en geldt van ,god1 den ,oneindige1 niet4 ,maar ,god is zoo in de ruimte1 dat ,h1 als de ,oneindige bestaande in zichzelven1 toch repletive elk punt van de ruimte vervult en staande houdt door zne immensitas4 ,wel is hierb het pantheisme te vermden1 dat ,gods wezen tot de substantie der dingen en daarb ook het ,goddelk wezen ruimtelk maakt4 ,maar evenzeer is het deisme te weerstaan1 dat ,god wel per potentiam maar niet per essentiam et naturam alomtegenwoordig laat zn4 ,er is wezenlk onderscheid1 maar geen scheiding tusschen ,god en het schepsel4 ,want elk deel des zns en ieder punt der ruimte heeft om te bestaan niets minder dan zne immensitas van noode4 ,de deistische voorstelling alsof ,god in eene bepaalde plaats woont en vandaar uit nu door zne almacht alle ding regeert1 is met het wezen ,gods in strd4 ,z ontkent eigenlk al zne deugden1 zne eenvoudigheid1 zne onveranderlkheid1 zne onafhankelkheid2 z maakt ,god tot een mensch en de schepping zelfstandig4 ,niet gelk een koning in zn rk of een kapitein op zn schip1 is ,god in zne schepping tegenwoordig4 ,zne werkzaamheid is geen actio in distans4 ,maar ,h is1 gelk ,gregorius ,magnus het uitdrukte1 in alle dingen tegenwoordig1 per essentiam1 praesentiam et potentiam2 enter1 praesenter ,deus hic et ubique potenter1 zne alomtegenwoordigheid is 1 adessentia4 ,h is in de hel evengoed als in den hemel2 in de goddeloozen zoowel als in de vromen2 in de plaatsen der onreinheid en der duisternis evengoed als in de zalen des lichts4 ,want ,h wordt door die onreinheid niet bezoedeld1 omdat zne essentia1 ofschoon alomtegenwoordig1 toch eene andere is dan die der schepselen4 ,daarom zeide ,anselmus1 dat het eigenlk beter was te zeggen1 dat ,god cum tempore et loco was dan in tempore et loco1 ,monol4 c4 #bb4 ,toch neemt dit niet weg1 dat ,god in een anderen zin weer op verschillende wzen in de schepselen tegenwoordig is4 ,er is onderscheid tusschen zne physische en zne ethische immanentie4 ,ook menschen kunnen in natuurlken zin vlak b elkander zn en toch in sympathie en geestesrichting hemelsbreed van elkander verschillen1 ,mt4 #bd3dj1 #da4 ,de ziel is tegenwoordig in heel het lichaam en in alle deelen1 maar in elk daarvan op eigene wze1 in het hoofd anders dan in het hart1 en in de hand anders dan in den voet4 ,haec autem facit atque agit unus verus ,deus2 sed sicut idem ,deus1 ubique totus1 nullis inclusus locis1 nullis vinculis alligatus1 in nullas partes sectilis1 ex nulla parte mutabilis1 implens coelum et terram praesente potentia1 non indigente natura4 ,sic itaque administrat omnia quae creavit1 ut etiam ipsa proprios exercere et agere motus sinat4 ,quamvis enim nihil esse possit sine ipso1 non tamen sunt ulla quod ipse1 ,aug4 de civ4 ,,vii1 #cj4 ,gods immanentie is geen onbewuste emanatie1 maar eene bewuste praesentie van zn wezen in alle schepselen4 ,en daarom verschilt die tegenwoordigheid ,gods naar den aard dier schepselen4 ,zeker elk wezen1 ook het kleinste en geringste1 ontstaat en bestaat alleen door ,goddelke mogendheid4 ,er is niets minder dan het wezen ,gods toe noodig1 om het geringste schepsel ontstaan en bestand te schenken4 ,god woont in alle schepselen maar niet in alle aequaliter1 ,august4 ,epist4 #ahg c4 #e n4 #af4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #cg pars #a art4 #c qu4 #a-b4 ,alle dingen zn wel in eo maar niet cum eo1 ,lomb4 ,sent4 ,i dist4 #cg4 ,god woont in den hemel anders dan op de aarde1 in de dieren anders dan in de menschen1 in de onbezielde schepselen anders dan in de bezielde1 in de goddeloozen anders dan in de vromen1 in ,christus anders dan in de gemeente4 ,de schepselen zn andere1 naarmate ,god op andere wze in hen inwoont4 ,aard en wezen der schepselen wordt bepaald door hunne relatie tot ,god4 ,daarom openbaren z alle ,god1 maar in verschillende mate en naar verschillende zden4 ,b den reine houdt ,g u rein1 maar b den verkeerde bewst ,g u een worstelaar1 ,ps4 #ah3bg4 ,in alle schepselen is ,god aanwezig per essentiam1 maar in niemand dan alleen in ,christus woont de volheid der ,godheid lichamelk4 ,in ,christus woont ,h op geheel eenige wze1 per unionem4 ,in andere schepselen woont ,h naar de mate van hun zn1 in deze per naturam1 in andere per justitiam1 in andere per gratiam1 in andere per gloriam4 ,er is eindelooze verscheidenheid1 opdat ze alle saam de heerlkheid ,gods zouden openbaren4 ,het baat weinig1 of w deze alomtegenwoordigheid ,gods ontkennen4 ,h doet ze ons gevoelen in hart en geweten4 ,h is niet ver van een iegelk onzer4 ,wat ons van ,hem scheidt1 is alleen de zonde4 ,z verwdert ons niet plaatselk1 maar geestelk van ,god1 ,jes4 #ei3b4 ,god verlaten1 van ,hem vluchten1 gelk ,kain deed1 bestaat niet in plaatselke scheiding maar in geestelke ongelkheid4 ,non loco quisque longe est a ,deo1 sed dissimilitudine1 ,aug4 ,enarr4 in ,ps4 #id4 ,en omgekeerd1 tot ,hem gaan1 zn aangezicht zoeken bestaat niet in eene bedevaart maar in verootmoediging en berouw4 ,en wie ,hem zoekt1 vindt ,hem1 niet ver weg1 maar in zne onmiddellke nabheid4 ,want in ,hem leven w1 bewegen w ons en zn w4 ,propinquare illi1 est similem illi fieri2 recedere ab illo1 dissimilem illi fieri1 ,aug4 ,enarr4 in ,ps4 #cd4 ,noli ergo cogitare ,deum in locis2 ille tecum est talis1 qualis fueris4 ,quid est talis1 qualis fueris8 ,bonus1 si bonus fueris2 et malus tibi videtur1 si malus fueris2 sed opitulator1 si bonus fueris2 ultor1 si malus fueris4 ,ibi habes judicem in secreto tuo4 ,volens facere aliquid mali1 de publico recipis te in domum tuam1 ubi nemo inimicorum videat2 de locis domus tuae promtis et in faciem constitutis1 removis te in cubiculum2 times et in cubiculo aliunde conscium1 secedis in cor tuum1 ibi meditaris3 ille in corde tuo interior est4 ,quocumque ergo fugeris1 ibi est4 ,te ipsum quo fugies8 ,nonne quocumque fugeris1 te sequeris8 ,quando autem et te ipso interior est1 non est quo fugias a ,deo irato nisi ad ,deum placatum4 ,prorsus non est quo fugias4 ,vis fugere ab ipso8 ,fuge ad ipsum1 ,aug4 ,enarr4 in ,ps4 #gd4 ,b4 ,god als ,geest4 #e4 ,dit zn is echter b ,god niet te denken als een abstract zn zonder inhoud1 maar als een rk1 vol1 ,goddelk leven4 ,de ,h4 ,schrift bedient zich1 om de volheid van het leven ,gods aan te duiden1 niet alleen van adjectiva maar ook van substantiva en noemt ,god waarheid1 gerechtigheid1 leven1 licht1 liefde1 wsheid1 ,jer4 #aj3aj1 #bc3f1 ,joh4 #a3d1 #e1 #i1 #a ,cor4 #a3cj1 #a ,joh4 #a3e1 #d3h4 ,en de theologie behandelde deze leer onder den naam van de simplicitas ,dei4 ,b ,irenaeus1 adv4 haer4 ,i #ab4 ,,ii #ac4 #bh4 ,,iv #d heet ,god totus cogitatus1 totus sensus1 totus oculus1 totus auditus1 totus fons omnium bonorum1 cf4 ,clemens1 ,strom4 ,v #ab4 ,orig4 de princ4 ,i #a1 #f4 ,athanasius1 de decr4 ,nic4 syn4 c4 #bb4 c4 ,ar4 ,,ii #ch4 ,de drie ,cappadociers hadden tegenover ,eunomius vooral het recht der verschillende ,goddelke namen te betoogen4 ,maar ,augustinus kwam op de simplicitas ,dei telkens terug4 ,god is louter essentia1 zonder accidens1 de trin4 ,v #d4 ,met ,hem vergeleken is alle geschapen zn een niet-zn1 de trin4 ,,vii1 #e ,enarr4 in ,ps4 #acd4 ,conf4 ,,vii1 #aa4 ,,xi1 #d4 ,b schepselen is er verschil tusschen zn1 leven1 kennen1 willen2 er is graadonderscheid onder hen2 er zn schepselen1 die alleen zn1 andere die ook leven1 nog andere die ook denken4 ,maar b ,god is dat alles n1 de civ4 ,,viii1 #f1 de trin4 ,,xv1 #e4 ,god is alles wat ,h heeft1 de civ4 ,x1 #aj4 ,h is zn eigen wsheid1 zn eigen leven4 ,zn en leven zn b ,hem n1 cf4 boven #hh v4 #ib v4 en ,gangauf1 ,des h4 ,aug4 specul4 ,lehre von ,gott dem ,dreieinigen #ahhc ,s4 #adg-aeg4 ,en voorts vinden w ze b ,damascenus1 de fide orth4 ,i #i1 die verschillende bewzen voor deze leer aanvoert1 b ,anselmus1 ,monol4 c4 #ae1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #h n4 #d-i1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #c1 die in art4 #c ze kort aldus uitdrukt1 ,deus est ,deitas1 ,id4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #af sq4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #h art4 #c en verder b alle ,roomsche1 ,luth4 en ,geref4 theologen1 ,petavius1 de ,deo ,lib4 ,,ii c4 #a-h4 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii p4 #fd4 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,ii #ib sq4 ,jansen1 ,prael4 theol4 dogm4 ,,ii #fj sq4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorzeit ,i #ahc f4 ,philos4 der ,vorzeit ,,ii #gdb f4 ,gerhard1 ,loci theol4 ,loc4 #b cap4 #h sect4 #c4 ,baier1 ,comp4 theol4 posit4 ,i c4 #a #i4 ,buddeus1 ,inst4 theol4 ,,ii c4 #a #ag4 ,hyperius1 ,meth4 theol4 p4 #hh1 #hi4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #fc-gc4 ,polanus1 ,synt4 theol4 lib4 #b c4 #h4 ,trigland1 ,antapologia cap4 #d4 ,voetius1 ,disp4 ,i #bbf-bdf4 ,h4 ,alting1 ,theol4 ,elenct4 p4 #aai sq4 ,moor ,i p4 #fjd-fah4 ,l4 ,meer1 verhand4 over de ,godd4 eigensch4 ,,iv #eag-eeb enz4 ,daarentegen werd deze eenvoudigheid ,gods van verschillende zden bestreden4 ,eunomius leerde wel de volstrekte eenvoudigheid ,gods1 maar besloot daaruit1 dat alle namen ,gods slechts klanken waren en dat het wezen ,gods samenviel met de 4 ,deze ne eigenschap maakte alle andere overbodig en onnut1 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #ba4 ,de anthropomorphieten van vroeger en later td bestrden de eenvoudigheid ,gods1 wl z ,gode een lichaam toeschrven4 ,de arabische wsgeeren leerden de eenvoudigheid ,gods1 maar bestreden daarmede de christelke triniteitsleer1 wl de drie personen denominationes additae super substantiam waren1 ,stckl ,gesch4 der ,philos4 des ,m4 ,a4 ,,ii #hi4 ,duns ,scotus kwam met de eenvoudigheid ,gods1 die h overigens uitdrukkelk leert1 ,sent4 ,i dist4 #h qu4 #a-b1 in tegenspraak1 in zoover h aannam1 dat de eigenschappen onderling en van ,gods wezen formaliter onderscheiden waren1 ib4 qu4 #d4 ,het nominalisme ging nog veel verder en nam een reel onderscheid der eigenschappen aan4 ,in de eeuw der ,hervorming werd dit voetspoor gevolgd door de ,socinianen4 ,dezen kwamen er toe1 om in het belang van de zelfstandigheid van den mensch het ,goddelk wezen te vereindigen en wisten dus met de eenvoudigheid ,gods geen weg4 ,socinus twfelde1 of de eenvoudigheid ,gode naar de ,schrift kon toegeschreven worden4 ,de catechismus van ,rakow laat ze geheel weg4 ,schlichting1 ,volkelius e4 a4 ontkenden1 dat de eigenschappen n waren met ,gods wezen1 en beweerden dat eene volheid van eigenschappen niet met zne eenheid in strd was1 ,hoornbeek1 ,socin4 conf4 ,i p4 #cfh-cfi4 ,vorstius stemde hiermede in en zeide1 vooral op grond van de leer der triniteit1 dat er b ,god onderscheiden moet worden tusschen materia en forma1 wezen en eigenschappen1 genus en differentiae4 ,de ,schrift zegt daarom ook1 dat ,god zweert b zne ziel1 ,jer4 #ea3ad1 dat de ,geest in ,hem is1 #a ,cor4 #b3aa4 ,er is onderscheid tusschen weten en willen1 tusschen het subject dat leeft en het leven1 waardoor h leeft1 cf4 ,trigland1 ,kerk4 ,gesch4 ,,iv #egf1 #ehe v4 ,schweizer in de ,theol4 ,jahrb4 #ahef ,s4 #dce f4 #aheg ,s4 #aec f4 ,dorner1 ,gesammelte ,schriften #ahhc ,s4 #bgh f4 ,de ,remonstranten waren van hetzelfde gevoelen4 ,in hun ,apol4 ,conf4 cap4 #b zeiden ze1 dat er van de simplicitas ,dei geen jota stond in de ,schrift1 dat ze louter metaphysische leer was en volstrekt niet noodzakelk te gelooven4 ,als bezwaar werd vooral ingebracht1 dat met de eenvoudigheid ,gods niet overeen te brengen was de vrheid van zn wil en de verandering zner gezindheid4 ,episcopius nam de simplicitas ,dei nog op onder de attributa1 en meende dat de relationes1 de volitiones en decreta libera daarmede wel te vereenigen waren1 ,instit4 ,theol4 ,lib4 #d sect4 #b cap4 #g1 maar ,limborch noemde deze eigenschap niet meer4 ,b het rationalisme trad ze geheel op den achtergrond1 of bleef zelfs onbesproken1 ,wegscheider1 ,inst4 ,theol4 #fa4 ,reinhard ,dogm4 #cc4 ,bretschneider1 ,handb4 der ,dogm4 ,i #dhf4 ,laatstgenoemde zegt1 dat de ,schrift deze subtiliteiten der philosophie niet kent4 ,ook het pantheisme kon de leer der eenvoudigheid ,gods niet erkennen of waardeeren4 ,het vereenzelvigde ,god en wereld en schreef b monde van ,spinoza aan ,god zelfs de eigenschap der uitgebreidheid toe4 ,zoo is de simplicitas ,dei uit de nieuwere theologie bna geheel verdwenen2 haar beteekenis wordt niet ingezien2 soms wordt ze sterk bestreden4 ,schleiermacher stelde de eenvoudigheid ,gods niet met de andere eigenschappen op ne ln en hield ze alleen voor das ungetrennte und untrennbare ,ineinandersein aller gttlichen ,eigenschaften und ,thtigkeiten1 ,chr4 ,gl4 #ef4 ,b ,lange1 ,kahnis1 ,philippi1 ,ebrard1 ,lipsius1 ,biedermann1 ,f4 ,a4 ,b4 ,nitzsch1 ,oosterzee e4a4 wordt deze eigenschap niet meer genoemd4 ,door ,vilmar1 ,dogm4 ,i #bjh f4 ,dorner1 ,glaub4 ,i #bba f4 ,id4 ,gesammelte ,schriften ,s4 #cje4 ,frank1 ,syst4 de chr4 ,wahrh4 ,i #abd4 ,ritschl1 ,theol4 u4 ,metaph4 ,s4 #ab f4 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii ,s4 #b f4 ,jahrb4 f4 deutsche ,theol4 #ahfe ,s4 #bge f4 #ahfh ,s4 #fg f4 ,s4 #bea f4 ,doedes ,ned4 ,geloofsbel4 bl4 #i wordt ze sterk bestreden1 vooral op deze twee gronden1 dat ze eene metaphysische abstractie is en strdt met de leer der triniteit1 cf4 daartegen ,schweizer1 ,chr4 ,gl4 ,i #bef-bei4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #cch4 ,kuyper1 ,ex ungue leonem #ahhb4 ,toch is deze simplicitas ,dei voor de kennisse ,gods van de grootste beteekenis4 ,niet alleen wordt ze in de ,schrift geleerd waar ,god licht1 leven1 liefde enz4 wordt genoemd1 maar ze vloeit ook uit de idee ,gods vanzelve voort en is met de andere eigenschappen noodzakelk gegeven4 ,eenvoudig is hier de tegenstelling van samengesteld4 ,als ,god samengesteld is uit deelen1 gelk een lichaam1 of ook uit genus en differentia1 substantia en accidentia1 materia en forma1 potentia en actus1 essentia en existentia1 dan is zne volmaaktheid1 zne eenheid1 zne onafhankelkheid1 zne onveranderlkheid niet te handhaven4 ,immers is ,h dan niet de hoogste liefde1 want iets anders is dan in ,hem het subject1 dat liefheeft en iets anders de liefde1 waardoor ,h liefheeft1 en zoo ten aanzien van alle andere eigenschappen4 ,god is dan niet degene1 quo melius nihil cogitari potest4 ,maar ,god is van zichzelf en heeft niets boven zich2 ,h is dus met de wsheid1 met de genade1 met de liefde enz4 volkomen n2 ,h is absoluut volmaakt1 iets hooger dan ,god kan er niet gedacht worden1 ,august4 de trin4 ,v #aj ,,vi #a4 ,hugo a ,st4 ,victor1 de trin4 ,i #ab4 ,b schepselen is dat alles anders4 ,hier is er onderscheid tusschen bestaan1 wezen1 leven1 kennen1 willen1 handelen enz41 omne quod compositum est creatum est1 geen schepsel kan volstrekt simplex zn1 want elk schepsel is eindig4 ,maar ,god is de oneindige1 en alwat in ,hem is1 is oneindig4 ,al zne eigenschappen zn ,goddelk en dus oneindig1 met zn wezen n4 ,daarom is ,h en kan ,h ook alleen zn genoegzaam1 volzalig en volheerlk in zichzelven1 ,petavius1 de ,deo lib4 ,,ii #b4 ,hieruit blkt reeds1 dat deze eenvoudigheid ,gods volstrekt geen metaphysische abstractie is4 ,z is wezenlk onderscheiden van de philosophische idee van 1 1 1 of van de substantie1 van het absolute enz41 waarmede ,xenophanes1 ,plato1 ,philo1 ,plotinus en later ,spinoza en ,hegel ,god aanduiden4 ,z is niet gevonden door abstractie1 door boven alle tegenstellingen en onderscheidingen in de schepselen uittegaan1 en door de ,godsidee te omschrven als het boven alle tegenstellingen verheven zn4 ,maar juist is men tot deze eigenschap gekomen1 door alle volmaaktheden der schepselen in ,god te stellen op volmaakte1 ,goddelke wze4 ,de omschrving van ,god als simplicissima essentia duidt aan1 dat ,h het volmaakte1 oneindig-volle zn is1 dat ,h is eene oneindige en onbegrensde 4 ,en wel verre van het pantheisme te bevorderen1 gelk ,baur1 chr4 ,lehre van d4 ,dreiein4 ,gottes ,,ii #fce meent1 staat deze leer van de simplicissima essentia ,dei daar lnrecht tegenover4 ,in het pantheisme toch heeft ,god geen eigen bestaan en leven buiten en zonder de wereld4 ,b ,hegel bv4 bestaat het absolute1 het zuivere zn1 het denken1 de idee niet vr1 maar alleen logisch en potentieel eerder dan de wereld4 ,al de bepalingen van het absolute zn zonder inhoud1 het zn niets dan abstracte1 logische denkvormen1 ,drews1 ,die deutsche ,spekulation ,i #bdi4 ,maar de omschrving ,gods als simplicissima essentia in de christelke theologie handhaaft juist1 dat ,god een eigen1 oneindig1 volzalig leven heeft in zichzelven1 al is het ook1 dat w dat wezen ,gods slechts kunnen aanduiden met namen1 aan de schepselen ontleend4 ,de substantie1 het hoogste zn1 het absolute enz41 waarmede de pantheistische philosophie b voorkeur het ,goddelk wezen noemt1 is door abstractie verkregen2 men ging van de dingen alles wegdenken totdat men niets dan het laatste1 alleralgemeenste begrip1 nl4 het zuivere zn1 het naakte bestaan over hield4 ,dit zn is inderdaad een abstractum1 een begrip1 waaraan geen werkelkheid beantwoordt en dat niet nader mag bepaald worden4 ,elke nadere bepaling zou het vereindigen1 tot iets bzonders maken en dus de algemeenheid vernietigen4 ,omnis determinatio est negatio4 ,maar het zn1 dat in de theologie aan ,god wordt toegeschreven is een eigen1 bzonder1 van de wereld onderscheiden zn4 ,het duidt ,god aan1 niet als een zn1 waarvan w hoegenaamd niets kunnen denken dan dat het is1 maar als een zn1 waarin alles wezen is1 als de absolute volheid des zns4 ,dit eenvoudige wezen sluit dus de velerlei namen niet uit1 gelk ,eunomius beweerde1 maar eischt ze4 ,god is zoo rk1 dat w niet dan met vele namen eenig denkbeeld van zn rkdom kunnen verkrgen4 ,elke naam noemt hetzelfde volle1 ,goddelke wezen1 maar telkens van eene andere zde1 waarnaar het in zne werken zich aan ons openbaart4 ,god is daarom simplex in zne multiplicitas en multiplex in zne simplicitas 7,augustinus74 ,elke bepaling1 elke naam1 waarmede w ,god aanduiden1 is dus geen negatie1 maar eene verrking van de kennis van zn wezen4 ,divinum esse est determinatum in se et ab omnibus aliis divisum per hoc quod sibi nulla additio fieri potest1 ,thomas1 ,sent4 ,i dist4 #h qu4 #d art4 #a ad #a4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorzeit ,i #bjd f4 ,zoo verstaan1 is deze eenvoudigheid ,gods ook niet in strd met de drieenheid4 ,want eenvoudig1 simplex staat hier niet tegenover twee- of drievoudig1 duplex1 triplex1 maar tegenover samengesteld1 compositus4 ,en nu is het ,goddelk wezen niet samengesteld uit drie personen1 noch ook iedere persoon samengesteld uit het wezen en de proprietas personalis2 maar het ne zelfde eenvoudige wezen bestaat in de drie personen1 iedere persoon of personeele eigenschap is van het wezen niet re maar alleen ratione onderscheiden1 elke personeele eigenschap is wel eene relatio realis maar voegt toch niet aliquid reale aan de essentia toe4 ,de personeele eigenschappen non componunt sed solum distinguunt1 ,petavius1 lib4 #b4 cap4 #c-d4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #fh4 #fi4 #f4 ,de eenvoudigheid ,gods sluit in zne geestelke natuur1 want al het lichamelke is samengesteld4 ,wel spreekt de ,schrift van ,god steeds op menschelke wze1 en kent z ,hem allerlei lichamelke organen en werkzaamheden toe1 maar ook hierb neemt z toch al een zekere grens in acht4 ,van de inwendige organen van het menschelk lichaam worden alleen hart en ingewanden ,hem toegeschreven4 ,voedings-1 verterings- en voortplantingsorganen worden nooit op ,hem overgedragen4 ,wel is er b ,god sprake van het zien en hooren1 en ook van het rieken1 maar niet van het smaken en tasten4 ,een lichaam wordt ,hem nergens toegekend4 ,ofschoon het ,o4 ,t4 ook nergens met zooveel woorden zegt1 dat ,god geest is1 toch ligt deze opvatting aan heel de beschrving ,gods ten grondslag4 ,god is ,jahveh1 die neerdaalt tot zn volk en zich op menschelke wze openbaart1 maar ,h is van den aanvang af ook ,elohim1 die verre verheven is boven al het creatuurlke4 ,h bestaat van zichzelf1 ,ex4 #c3ac1 ,jes4 #da3d1 #dd3f1 is eeuwig1 ,deut4 #cb3dj1 ,ps4 #ij3a v41 #ajb3bh1 alomtegenwoordig1 ,deut4 #aj3ad1 ,ps4 #aci3a v41 ,jer4 #bc3bc1 #bd1 onvergelkbaar1 ,jes4 #dj3ah1 #be1 #df3e1 ,ps4 #hi3g1 #i1 onzichtbaar1 ,ex4 #cc3bj1 #bc1 onafbeeldbaar1 ,ex4 #bj3d1 ,deut4 #e3h1 wl zonder gelkenis1 1 ,deut4 #d3ab1 #ae4 ,god en mensen staan tegenover elkander als geest en vleesch1 ,jes4 #ca3c4 ,hoewel ,h zich menigmaal openbaart in verschning1 droom1 visioen en in zoover zich zichtbaar maakt1 ,gen4 #cb3cj1 ,ex4 #bd3aj1 #cc3aa1 ,num4 #ab3h1 ,deut4 #e3bd1 ,richt4 #ac3bb1 #a ,kon4 #bb3ai1 ,jes4 #f3a1 het is toch door znen ,geest1 en alzoo op geestelke wze1 dat ,h in de schepping tegenwoordig is en alles schept en onderhoudt1 ,ps4 #aci3g1 ,gen4 #b3g1 ,job #cc3d1 ,ps4 #cc3f1 #ajd3cj enz41 ,oehler1 ,theol4 des ,a4 ,t4 #df4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #dif-ejd4 ,duidelker treedt het geestelke wezen ,gods in het ,n4 ,test4 aan het licht4 ,niet alleen blkt het daaruit1 dat ,god eeuwig is1 ,rom4 #af3bf1 #a ,tim4 #f3af1 #a ,petr4 #a3bc1 ,op4 #a3h1 #aj3f1 #ae3g1 en alomtegenwoordig1 ,hd4 #bg3bg1 #bh1 ,ef4 #d3f1 en onvergelkelk1 ,hd4 #ag3bi1 ,rom4 #a3bb1 #bc1 maar ,jezus spreekt het ook rechtstreeks uit1 als ,h ,god noemt en daarom eene geestelke en waarachtige vereering ,gods eischt1 ,joh4 #d3bd4 ,en wel wordt deze uitspraak door de apostelen niet letterlk herhaald1 maar toch hebben z dezelfde voorstelling van het wezen ,gods1 als ze ,hem onzichtbaar noemen1 ,joh4 #a3ah1 cf4 #f3df1 ,rom4 #a3bj1 ,col4 #a3ae1 #a ,tim4 #a3ag1 #f3af1 #a ,joh4 #d3ab1 #bj2 iets1 waarmede de belofte der aanschouwing ,gods in den status gloriae niet strdt1 ,job #ai3bf1 ,ps4 #ag3ae1 ,mt4 #e3h1 #a ,cor4 #ac3ab1 #a ,joh4 #c3b1 ,op4 #bb3d4 ,dit geestelk wezen ,gods is in het paganisme miskend en verloochend1 ,rom4 #a3bc4 ,zelfs de wsbegeerte heeft zich van de zinnelke voorstellingen ,gods niet kunnen losmaken4 ,het materialisme houdt de stoffelke atomen voor den laatsten grond des zns4 ,het deisme vereindigt ,god en maakt ,hem den menschen in wezen gelk2 b ,epicurus zn de goden een gezelschap redeneerende wsgeeren1 met een fn aetherisch lichaam1 en onderscheiden van geslacht1 ,zeller1 ,,iv #dcc4 ,maar ook het pantheisme komt dit geestelk wezen ,gods te na4 ,volgens ,heraclitus en de ,stoa is de eerste oorzaak stoffelk en lichamelk te denken2 ,god is tegelk de oorspronkelke kracht1 welke alles in den loop des tds uit zich voortbrengt en zoo ook weder in zich terugneemt1 ,zeller ,,iv #acc-adf4 ,al deze richtingen werkten ook in de christelke kerk en tot op den huidigen dag na4 ,b de realistisch-eschatologische voorstellingen1 die in de tweede helft der tweede eeuw in ruimen kring heerschten1 lag de gedachte aan eene zekere lichamelkheid ,gods niet verre4 ,van ,tertullianus is het niet geheel zeker1 of h ,gode een stoffelk lichaam toeschreef4 ,want wel zegt h1 quis enim negabit1 deum corpus esse1 etsi deus spiritus est8 spiritus enim corpus sui generis in sua effigie1 adv4 ,prax4 #g1 maar h schnt corpus in den zin van substantie op te vatten1 als h zegt3 omne quod est1 corpus est sui generis1 nihil est incorporale nisi quod non est1 de carne #aa1 en elders van de ziel even realistisch spreekt1 de an4 #f4 ,toch is de vereenzelviging van corpus en substantia opmerkelk2 z bewst1 dat ,tertullianus geen substantie dan als corpus zich denken kon4 ,en elders zegt h dan ook1 dat ,god evenmin vr is van affecten als de mensch1 al zn ze in ,hem ook op volmaakte wze aanwezig4 ,zelfs gaat h zoover1 dat h de in de ,schrift ,gode toegeschreven handen en oogen niet geestelk maar letterlk opvatten wil1 schoon op volmaakte wze1 adv4 ,marc4 ,,ii #af4 ,tertullianus kan daarom de vader van het bbelsch realisme worden genoemd4 ,het gevaar van het door allegorische exegese verkregene spiritualisme der ,alexandrnsche school dreef velen in de richting van het anthropomorphisme4 ,melito1 bisschop van ,sardes1 schreef volgens ,origenes aan ,god een lichaam toe1 hoewel het niet is uit te maken1 in hoever dit bericht juist is1 ,herzog #i1 #eci4 ,in de vierde eeuw werd een dergelk anthropomorphisme geleerd door ,audius en zne volgelingen1 en door vele egyptische monniken1 die vooral in het aan ,cyrillus toegeschreven geschrift contra anthropomorphitas bestreden werden4 ,later werd deze menschvormige voorstelling van ,god door het ,socinianisme vernieuwd4 ,hier is ,god alleen een ,heer1 die macht over ons heeft4 ,van zn eenvoudig1 oneindig1 onafhankelk1 geestelk wezen wordt geen melding gemaakt1 ,socinus1 ,christ4 relig4 instit4 ,catech4 ,racov4 qu4 #ec4 ,crell beweerde1 dat het woord geest van ,god1 engel en ziel niet aequivoce en analogice maar univoce werd gebezigd1 de ,deo et attrib4 lib4 #a c4 #ae4 ,en ,vorstius zeide in den zin van ,tertulianus1 vere corpus ,deo attribui1 si per corpus vera et solida substantia intelligatur1 ,dorner1 ,ges4 ,schriften #bgi4 ,voorts leert ook de theosophie1 dat ,god wel terdege in zekeren zin een lichaam heeft en dat daarom de mensch ook lichamelk naar ,gods beeld is geschapen4 ,in de kabbala dragen de tien sefiroth1 dat is1 de attributen of modi1 waarin ,god zich openbaart1 saam den naam van ,adam ,kadmon1 den eersten hemelschen mensch1 wl de menschelke vorm de hoogste en volkomenste openbaring ,gods is en ,god zoo in de ,schrift voorgesteld wordt1 ,franck1 ,la ,kabbale #ahdc p4 #agi4 ,daaruit ontwikkelde zich b de christelke theosophen1 in verband met de triniteitsleer1 de voorstelling1 dat ,god1 die geen rustend zn1 maar een eeuwig wordend leven is1 niet alleen inwendig van duisternis tot licht1 van natuur tot geest zich verheft1 maar ook naar buiten zich met eene zekere natuur1 lichamelkheid1 heerlkheid1 hemel omgeeft1 en daarin zich voor zichzelf gestalte geeft en verheerlkt4 ,zoo vinden w het b ,bhme1 cf4 ,joh4 ,claassen1 ,jakob ,bhme1 ,sein ,leben und seine theos4 ,werke1 #c ,bde ,stuttgart #ahhe ,i ,s4 ,,xxxii1 #aeg ,,ii #fa4 ,oetinger1 ,die ,theologie aus der ,idee des ,lebens usw4 #aheb ,s4 #aji f4 ,baader1 cf4 ,joh4 ,claassen1 ,franz v4 ,baaders ,leben und theos4 ,werke usw4 #b ,bde ,stuttgart #ahhg ,,ii #aaj-aab4 ,delitzsch1 ,bibl4 ,psychol4 ,s4 #dh f4 ,auberlen1 ,die ,philos4 ,oetingers #ahdg ,s4 #adg4 ,hamberger1 ,jahrb4 f4 deutsche ,theol4 ,,viii #ahfc ,s4 #ddh enz4 ,eindelk komt ook zelfs in het pantheisme de geestelke natuur ,gods niet tot haar recht4 ,spinoza schreef aan de substantie de eigenschap der extensio toe1 ,eth4 ,,ii prop4 #a1 #b4 ,en in de philosophie van ,hegel1 ,schleiermacher1 ,hartmann e4 a4 is de wereld een wezenlk moment in het oneindige4 ,ohne ,welt ist ,gott nicht ,gott1 ,hegel1 ,werke ,,xi #abb4 ,god en wereld zn correlata1 z drukken hetzelfde zn uit1 eerst als eenheid dan als totaliteit1 ,schleiermacher1 ,dialektik ,s4 #afb4 ,wel blft dit pantheisme1 en zelfs met zekere voorliefde1 van ,god als ,geest spreken4 ,maar wat daaronder te verstaan z1 is moeilk te begrpen4 ,hegel gebruikt den naam geest vooral voor de laatste en hoogste ,stufe1 welke de idee door de natuur heen in den mensch1 bepaaldelk in de philosophie1 bereikt4 ,das ,logische wird zur ,natur und die ,natur zum ,geiste1 ,werke ,,vii1 #b ,s4 #dfh4 ,het wezen van den geest zoekt ,hegel nog in de idealiteit1 in het einfache ,insichseyn1 in de ikheid1 ib4 ,s4 #ad f4 #ah f41 maar ,god wordt toch eerst geest na een lang proces door en in den mensch4 ,anderen zn dat woord geest gaan gebruiken voor de laatste immanente oorzaak der dingen1 zonder daarb aan een eigen1 onderscheiden bestaan en aan een persoonlk1 bewust leven te denken4 ,hartmann duidt het onbewuste aan als zuiveren1 onbewusten1 onpersoonlken1 absoluten geest1 en noemt zne philosophie daarom spiritualistisch monisme en panpneumatisme1 ,philos4 des ,unbew4 ,,ii #deg4 ,philos4 ,fragen der ,gegenwart #ahhe ,s4 #fa4 ,tegen al deze richtingen heeft de christelke kerk en theologie steeds vastgehouden aan de spiritualitas ,dei1 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii c4 #ac4 ,orig4 de princ4 ,i #a1 #f4 c4 ,cels4 ,,vii #cc sq4 ,,viii #di4 ,augustinus1 de trin4 ,,xv #e4 de civ4 ,,viii #e4 ,conf4 ,,vi #c enz4 ,joh4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i c4 #aa4 ,,ii c4 #c enz4 ,de spiritualitas ,dei wordt dikwerf niet afzonderlk behandeld1 maar onder de simplicitas ,dei ter sprake gebracht1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #h1 #d sq4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #c4 art4 #a-b4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #bj4 ,petavius1 de ,deo ,,ii c4 #a4 ,het geestelk wezen wordt gelkelk door ,roomsche1 ,luth4 en ,geref4 theologen gehandhaafd en verdedigd1 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii #bg-cd4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,ii #fh4 ,gerhard1 ,loci theol4 ,,ii c4 #h sect4 #a4 ,forbesius a ,corse1 ,instruct4 histor4 theol4 lib4 #a c4 #cf4 ,mastricht1 ,theol4 theor4 pract4 ,,ii c4 #f4 ,onder deze spiritualitas ,dei werd nu verstaan1 dat ,god eene eigene1 van het zn der wereld onderscheidene substantie was en dat deze substantie was onstoffelk1 onwaarneembaar voor lichamelke zintuigen1 zonder samenstelling of uitbreiding4 ,van den aard eener zoodanige onstoffelke substantie kan de mensch zich alleen eenig flauw denkbeeld vormen uit de analogie van het geestelk wezen1 dat h in zichzelven vindt4 ,maar het wezen zner eigene ziel is den mensch in positieven zin onbekend1 h neemt in zichzelven allerlei psychische verschnselen waar en besluit daaruit tot eene geestelke substantie als draagster daarvan1 maar dit wezen der ziel zelf ontsnapt aan zne waarneming4 ,en ook dan nog is de spiritualitas ,dei van eene geheel andere en eenige soort4 ,de benaming geest voor ,god1 engel en ziel is niet univoce en synoniem1 maar analogice te verstaan4 ,dit blkt reeds daaruit1 dat de geest b engelen en menschen samengesteld is1 wel niet uit stoffelke deelen maar toch uit substantia en accidentia1 uit potentia en actus1 en dus aan verandering onderworpen is4 ,b ,god is echter deze samenstelling evenmin aanwezig als die uit lichamelke deelen2 ,h is louter zn4 ,maar voorts treedt het ook hierin duidelk aan het licht1 dat ,god als niet alleen is de 1 ,hebr4 #ab3i1 maar evenzeer de ,schepper en ,vader van alle zienlke dingen4 ,ook deze zn geworden uit dingen1 die niet onder de oogen verschnen1 ,hebr4 #aa3c1 en hebben hun oorsprong in ,god als 4 ,god als geestelk wezen is de auteur niet alleen van al wat en 1 maar ook van al wat en onder schepselen heet4 ,en zoo geeft de spiritualitas die volmaaktheid ,gods te kennen1 waardoor ,h zoowel negatief in analogie met den geest der engelen en de ziel des menschen als onstoffelk en onzichtbaar is te denken1 als ook positief als de verborgen1 eenvoudige1 absolute grond van alle creatuurlk1 somatisch en pneumatisch1 zn4 ,ook vroeger is dit beseft1 en vandaar dat sommigen voorstelden1 om ook de geesten der engelen en de zielen der menschen nog lichamen te noemen1 terwl ,god dan alleen geest was in geheel eenigen zin1 cf4 ,augustinus1 ,epist4 #bh1 of ook1 om op ,god noch het praedicaat der lichamelkheid noch dat der onlichamelkheid toe te passen1 wl ,h boven beide verheven is1 ,petavius1 de ,deo ,,ii c4 #a #ad-af4 ,maar dit verdient geen aanbeveling1 wl het misverstand bevordert en ook vergeet1 dat1 ofschoon alle kennis van ,god analogisch is1 die analogie toch in de eene groep van schepselen duidelker uitkomt dan in de andere1 en in de wereld der onzienlke dingen sterker spreekt dan in die der zienlke4 ,even onjuist is het aan de andere zde1 om met ,cartesius het wezen van den geest in cogitatio te stellen1 de meth4 c4 #d1 en met ,cartesiaansche theologen het wezen ,gods te omschrven als res cogitans1 ,wittichius1 ,theol4 c4 #ae #bah1 of als perfectissima et purissima intellectio1 ,burmannus1 ,synopsis ,i #ag1 #d4 ,want daardoor wordt de geestelke natuur ,gods terstond met de persoonlkheid vereenzelvigd1 gelk dan ook b ,reinhard1 ,dogm4 #aaa1 ,wegscheider1 ,inst4 theol4 #fd1 e4 a geschiedde4 ,het pantheisme wist daarom met deze geestelke natuur ,gods geen raad1 en maakte haar tot een klank zonder zin1 tot een woord zonder realiteit4 ,van belang is het daarom1 om de spiritualitas ,dei als aanduiding van zne substantia incorporea te handhaven4 ,de persoonlkheid1 zelfbewustzn en zelfbepaling1 is daarmede nog niet vanzelf gegeven2 wel natuurlk b ,god1 omdat ,h een eenvoudig wezen is2 maar niet in het begrip op zichzelf beschouwd4 ,het dierlk bewustzn en de onbewuste voorstellingen in den mensch bewzen genoegzaam1 dat spiritualitas en personalitas geen identische begrippen zn4 ,datgene1 wat in de personalitas wordt uitgedrukt1 komt later b de leer van de scientia en voluntas ,dei ter sprake4 ,hier b de spiritualitas is het te doen om het geestelk wezen ,gods te handhaven4 ,en dit is van zoo groot belang1 dat daarop heel de wze rust1 waarop w ,god moeten dienen4 ,de aanbidding in geest en waarheid rust op de geestelkheid ,gods4 ,eerst daardoor wordt alle beeldendienst in beginsel en voor altoos afgesneden4 #g4 ,uit deze spiritualitas ,dei volgt rechtstreeks zne invisibilitas4 ,de ,schrift leert deze uitdrukkelk1 boven bl4 #ade v4 ,en in de christelke kerk was er dan ook weinig verschil over1 of ,god wel met lichamelke oogen kon worden aanschouwd4 ,zoowel voor deze bedeeling als voor die in heerlkheid werd dit algemeen ontkend2 slechts enkelen1 de ,audianen1 de ,socinianen1 ,vorstius1 en ook sommige ,lutheranen1 zooals ,quenstedt1 ,theol4 ,i #eed sq4 #eff1 ,hollaz1 ,ex4 theol4 #deh1 ,hulsemann1 ,majus1 ,jaeger e4 a4 namen ze aan en beriepen zich ook op de ,geref4 ,alsted1 ,theol4 schol4 #hdi1 ,bucanus1 ,instit4 theol4 #afdh p4 #ddc2 maar ,gerhard1 ,loc4 ,,xxxi #add liet het onbeslist2 en ,baier1 ,comp4 ,i c4 #f1 ,buddeus1 ,inst4 theol4 ,,ii c4 #c #d beperkten ze tot de cognitio intellectualis4 ,overigens werd door allen geleerd1 dat ,god als geest voor lichamelke zintuigen onzichtbaar was1 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii #f4 ,,iv #bj4 ,orig4 c4 ,cels4 ,,vii #cc sq4 ,augustinus1 de civ4 ,,xxii #bi4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ab art4 #c ad #c4 ,martyr1 ,loci1 p4 #h1 #i4 ,zanchius1 ,op4 ,i #bbe enz4 ,indien er van een zien ,gods sprake kan wezen1 is dit alleen mogelk met oogen der ziel of des geestes4 ,daarb kon echter de vraag opkomen of er een aanschouwen van ,god mogelk is1 rechtstreeks1 zonder het medium der schepselen1 van aangezicht tot aangezicht8 ,kan ,god1 gelk de scholastiek zeide1 gezien worden1 ut est in se per essentiam1 in substantia vel essentia sua8 ,nu werd over het algemeen geleerd1 dat zulk eene aanschouwing ,gods per essentiam in elk geval alleen mogelk was in den status gloriae4 ,hier op aarde was zulk een zien ,gods voor niemand bereikbaar4 ,hoogstens was dit door eene bzondere genade en slechts voor een oogenblik aan ,mozes1 ,ex4 #cd1 ,jesaia1 c4 #f1 ,paulus1 #b ,cor4 #ab vergund1 ,august4 ,epist4 #aab1 de ,gen4 ad litt4 ,,xii #bg4 ,basil4 ,hexaem4 hom4 #a4 ,hilarius1 de trin4 ,v4 ,maar verreweg de meesten oordeelden ook ten aanzien van de aanschouwing ,gods1 die aan patriarchen1 profeten en apostelen tebeurt gevallen was1 dat ze altd was geschied middellk1 door eene wolk1 in een of ander teeken1 onder eene of andere gedaante1 ,petavius1 de ,deo ,,vii c4 #ab4 ,in discussie was daarom eigenlk alleen de vraag1 of er in den status gloriae eene visio ,dei per essentiam was4 ,nu spreken de kerkvaders wel menigmaal van een zien ,gods1 dat voor de geloovigen in den hemel weggelegd is1 b4 v4 ,iren4 adv4 haer4 ,,iv #bj4 ,clem4 ,alex4 ,strom4 ,v c4 #a4 ,greg4 ,naz4 ,orat4 #cd4 ,august1 de civ4 ,,xxii #bi1 de ,gen4 ad lit4 ,,xii #bf1 maar z gewagen niet van een zien ,gods per essentiam4 ,ze zeggen alleen met de ,schrift1 dat de zaligen ,god zien zullen1 niet door een spiegel1 maar van aangezicht tot aangezicht4 ,en z voegen er b1 dat ,god onzichtbaar is1 maar dat ,h zich zichtbaar maken kan en zich kan openbaren aan den mensch1 ,iren4 ib4 ,in potestate nostra non est eum videre1 sed in potestate illius est apparere1 ,ambrosius1 b ,petavius1 ,,vii c4 #g4 ,anderen ontkenden dan ook1 dat ,god per essentiam hiernamaals zou worden aanschouwd1 zooals ,chrysostomus1 ,gregorius ,nyss41 ,cyrillus ,hier41 ,theodoretus1 ,hieronymus1 ,isidorus e4 a4 ,de ,roomsche godgeleerden zn met de uitspraken dezer patres verlegen4 ,vasquez erkende ronduit3 hos patres1 si sincere loqui volumus1 vix possumus in bonum sensum interpretari4 ,maar anderen trachten deze uitspraken te verzwakken en in dien zin te verklaren1 dat z handelen over de lichamelke aanschouwing ,gods of over de aanschouwing ,gods in dit leven of over de absolute kennis ,gods1 die ook in den hemel onbereikbaar is en blft1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ab art4 #a ad #a4 ,sent4 ,,iv dist4 #di qu4 #a art4 #a ad #a4 ,petavius1 de ,deo ,,vii c4 #e4 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii p4 #hb-hf4 ,langzamerhand kwam er echter onder invloed der neoplatonische mystiek1 die inwerkte op ,pseudodionysius1 eene andere voorstelling van de visio ,dei4 ,z werd nu opgevat als een aanschouwen van ,god in zn wezen1 ut in se est4 ,god daalde niet meer tot den mensch af1 maar de mensch werd door eene bovennatuurlke gave tot ,god opgeheven en alzoo vergoddelkt4 ,greg4 ,magnus1 ,moral4 l4 #ah c4 #bh zeide reeds1 dat ,god niet alleen in zne heerlkheid maar ook in zne natuur zal gezien worden1 want ipsa ei natura sua claritas1 ipsa claritas natura est4 ,prosper1 de vita contempl4 #a c4 #d sprak van de zaligen als sui creatoris substantiam mundis cordibus contemplantes4 ,bernardus1 serm4 #d in festum omnium sanctorum1 zegt dat ,god gezien zal worden in al zne schepselen1 maar dat de trinitas ook gezien zal worden in semetipsa4 ,en het concilie te ,florence verklaarde1 dat zielen in coelum mox recipi et intueri clare ipsum ,deum trinum et unum sicuti est1 pro meritorum tamen diversitate alium alio perfectius1 cf4 ,denzinger1 ,enchir4 symb4 et defin4 n4 #djc1 #def1 #ehh1 #hgj1 #hge4 ,de scholastiek vond hier ruime stof voor allerlei speculatie en maakte er ook ruimschoots gebruik van4 ,in verband met de leer der dona superaddita werd geleerd1 dat de mensch met zne natuurlke gaven tot deze aanschouwing ,gods niet in staat was1 maar dat er een divinum auxilium voor noodig was1 hetwelk de natuurlke gaven aanvulde1 ophief en voltooide4 ,die bovennatuurlke hulp werd gewoonlk aangeduid met den naam van lumen gloriae4 ,maar er rees groot verschil over den aard van dit lumen1 of het objectief was of subjectief1 of het het ,woord was of de ,geest1 eene gave des ,h4 ,geestes of deze zelf1 al werd ook meestal aangenomen dat het was aliquid creatum1 intellectui datum in ratione habitus4 ,overigens werd het algemeene leer1 dat ,god in zn wezen het voorwerp der aanschouwing was1 en dat de zaligen dus alles in ,god zagen wat van zn wezen niet kan gescheiden worden1 dus zoowel de eigenschappen als de personen4 ,maar de ,thomisten beweerden dat het wezen niet zonder de personen en de eene eigenschap niet zonder de andere kon aanschouwd worden1 terwl de nominalisten en ,scotisten het tegendeel staande hielden4 ,voorts was volgens aller meening ,god zelf en alwat formaliter in ,hem was1 d4 i4 tot zn wezen behoorde1 het voorwerp der aanschouwing2 maar er was wederom verschil1 of daartoe ook datgene behoorde1 wat eminenter in ,hem was1 d4 i4 wat door ,god overeenkomstig zne besluiten in het aanzn wordt geroepen4 ,gewoonlk werd dit gehandhaafd om daardoor de aanroeping der engelen en der zaligen te rechtvaardigen1 die in ,god alles zagen wat geschieden zou en dus de behoeften kenden van de geloovigen op aarde4 ,al werd er nu ook aan toegevoegd1 dat de visio ,dei geen comprehensio was en in de zaligen naar de mate hunner verdiensten verschilde1 toch liep deze leer uit op de deificatie van den mensch4 ,het schepsel verheft zich op grond van eene bovennatuurlke gave door zn eigen verdiensten naar boven en wordt ,gode gelk1 ,lombardus1 ,sent4 #d dist4 #di4 ,thomas ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ab1 ,i #b qu4 #c1 vooral art4 #ab4 qu4 #d art4 #b4 ,s4 c4 ,gent4 ,,iii c4 #ch-fc4 ,sent4 ,,iv dist4 #di qu4 #a1 #b4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,,vii c4 #g4 ,hugo ,vict4 de ,sacr4 lib4 #b pars #ah c4 #af4 ,petavius1 ,de ,deo ,,vii c4 #a-ad4 ,becanus1 ,theol4 ,schol4 ,i c4 #i4 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii p4 #fg-ij4 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,iii p4 #bff-bgf4 ,jansen1 ,prael4 theol4 dogm4 ,,iii p4 #iac-ice4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,iii p4 #bc-dd4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorz4 ,,ii ,s4 #abb-acd4 ,scheeben1 ,dogm4 ,i #efb f4 ,,ii #bid f4 ,de ,hervorming nam tegenover deze visio ,dei een verschillend standpunt in4 ,de ,lutherschen neigden er toe1 om eene visio ,dei per essentiam aan te nemen en niet alleen mentalis maar zelfs ook corporalis4 ,gods macht was zoo groot1 dat ,h aan de zaligen eene verlichting kon schenken1 waardoor z ,hem ook met de oogen des lichaams kunnen zien in zn wezen1 boven blz4 #aea4 ,ook enkele ,gereformeerden achtten zulk eene visio ,dei per essentiam niet onmogelk1 ,bullinger op ,joh4 #a3ah4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 p4 #i1 #eah4 ,synopsis pur4 theol4 ,,lii #aa-bd4 ,forbesius a ,corse1 de visione beatifica1 ,op4 ,amst4 #agjc ,i #bhb-bhi4 enz4 ,maar de meesten1 zich houdende aan de alle kennis te boven gaande heerlkheid1 die den geloovigen bereid is1 stelden de spinosae quaestiones der scholastiek ter zde of verwierpen ook de visio ,dei per essentiam geheel en al1 ,calvn1 ,inst4 ,,iii #be1 #aa4 ,pareus op #a ,cor4 #ac #ab4 ,rivetus op ,ps4 #af3aa1 ,op4 ,,ii #fh4 ,danaeus op #a ,tim4 #f3af4 ,gomarus op ,joh4 #a3ah4 ,op4 p4 #bdi-beb4 ,maccovius redivivus1 ,theol4 pol4 #afb4 ,hoornbeek1 ,instit4 theol4 ,,xvi #bj ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,xx qu4 #h4 ,heidegger1 ,corpus theol4 ,,iii #cg1 ,,xxviii #ach4 ,moor1 ,,vi #gbj4 ,m4 ,vitringa ,,iv #ah-be1 vooral ,voetius1 ,disp4 ,,ii #aaic-abag enz42 cf4 ook ,episcopius1 ,inst4 theol4 ,,iv sect4 #b c4 #d1 ,limborch1 ,theol4 ,chr4 ,,vi #ac1 #f4 ,deze bescheidenheid is zeker in overeenstemming met de ,schrift1 die wel van eene aanschouwing ,gods door de zaligen spreekt1 maar dienaangaande niets naders verklaart en elders ,god uitdrukkelk onzichtbaar noemt4 ,de aanschouwing die de geloovigen wacht1 wordt door ,paulus genoemd een kennen gelk w gekend zn4 ,indien ,god1 gelk allen aannemen1 niet volmaakt1 in zn wezen1 gekend kan worden maar onbegrpelk is1 kan ,h ook in zn wezen niet worden gezien4 ,visio per essentiam en comprehensio zn immers volkomen gelk4 ,bovendien1 ,god is oneindig en de mensch blft eindig1 ook in den status gloriae4 ,god kan daarom door den mensch altd slechts op eindige1 menschelke wze worden gezien4 ,het objectum moge dus infinitum zn1 de repraesentatio in het menschelk bewustzn is en blft finita4 ,maar dan is het zien ,gods ook niet per essentiam4 ,dan is er van ,gods zde altd eene noodig1 eene openbaring1 waardoor ,h van zne zde tot ons nederdaalt en zich aan ons kenbaar maakt2 ,mt4 #aa3bg blft ook in de heerlkheid van kracht4 ,de aanschouwing ,gods in zn wezen zou meebrengen1 dat de mensch vergoddelkt en de grens tusschen ,schepper en schepsel uitgewischt werd4 ,dat ligt nu wel op de ln van de neoplatonische mystiek1 die door ,rome werd opgenomen1 maar niet op die van de ,hervorming1 en althans niet van de ,gereformeerde kerk en theologie4 ,b ,rome toch wordt de mensch door het donum supernaturale opgeheven boven zne eigene natuur2 h wordt daardoor feitelk een ander wezen1 een homo divinus en supernaturalis1 ,bellarminus1 de justif4 ,v #ab2 maar hoe hoog en heerlk de ,gereformeerden ook dachten van den status gloriae1 ook daar bleef de mensch toch mensch1 wel verheven supra gradum suum naturalem1 maar niet supra speciem suam et objectum illi analogum1 ,turret41 ,th4 ,el4 ,,xx qu4 #h1 #ab4 ,de zaligheid des menschen is zeker gelegen in de visio ,dei beatifica1 maar toch altd in zulk eene visio1 als waarvoor de eindige en beperkte menschelke natuur vatbaar is4 ,eene 1 gelk ,rome ze leert1 past in het systeem der ,pseudodionysiaansche hierarchie maar vindt in de ,schrift geen steun1 cf4 later den locus over het beeld ,gods1 en ook ,stuckert1 ,vom ,schauen ,gottes1 ,zeits4 f4 ,th4 u4 ,k4 von ,gottschick ,,vi #f ,s4 #dib-edd4 ,c4 ,god als ,licht4 #h4 ,heel de ,schrift gaat er van uit1 dat ,gode bewustzn en kennisse toekomt4 ,h is louter zonder eenige 1 #a ,joh4 #a3e1 wonende in een ontoegankelk licht1 #a ,tim4 #f3af1 en bron van alle licht in natuur en genade1 ,ps4 #d3g1 #bg3a1 #cf3aj1 #dc3c1 ,joh4 #a3d1 #i1 #h3ab1 ,jak4 #a3ag enz4 ,in deze benaming van licht is begrepen dat ,god zichzelven volkomen bewust is1 dat ,h zichzelven in zn gansche wezen doorziet en dat er niets in dat wezen voor zn bewustzn verborgen is4 ,ook het trinitarische leven ,gods is een volkomen bewust leven1 ,mt4 #aa3bg1 ,joh4 #a3ag1 #aj3ae1 #a ,cor4 #b3aj4 ,maar voorts heeft ,god bewustzn en kennis van al wat buiten zn wezen bestaat4 ,nergens wordt in de ,schrift ook maar aangeduid1 dat ,hem iets onbekend zou zn4 ,wel wordt de wze1 waarop ,h kennis neemt1 soms zeer menschelk beschreven1 ,gen4 #c3i v41 #aa3e1 #ah3ba enz41 maar ,h weet toch alles4 ,de gedachte1 dat ,hem iets onbekend zou zn1 wordt als ongermd afgewezen2 zou ,h die het oor plant niet hooren1 en die het oog formeert niet zien1 ,ps4 #id3i4 ,telkens is er sprake van zne 1 1 1 1 1 1 ,job #ab3ac1 #bh3ab-bg1 ,spr4 #h3ab v41 ,ps4 #adg3e1 ,rom4 #aa3cc1 #af3bg1 ,ef4 #c3aj enz4 ,en deze kennisse ,gods heeft alle schepsel tot voorwerp4 ,z strekt zich tot alles uit1 en is alzoo alwetendheid in strikten zin4 ,zne oogen doorloopen de gansche aarde1 #b ,chron4 #af3i2 alles is ,hem bekend en ligt naakt uitgespreid voor zn oog1 ,hebr4 #d3ac4 ,het kleinste en geringste1 ,mt4 #f3h1 #cb1 #aj3cj1 het verborgenste1 hart en nieren1 ,jer4 #aa3bj1 #ag3i1 #aj1 #bj3ab1 ,ps4 #g3aj1 #a ,kon4 #h3ci1 ,luk4 #af3ae1 ,hd4 #a3bd1 ,rom4 #h3bg1 gedachten en overleggingen1 ,ps4 #aci3b1 ,ezech4 #aa3e1 #a ,cor4 #c3bj1 #a ,thess4 #b3d1 ,op4 #b3bc1 de mensch in zn oorsprong en wezen en in al zne gangen1 ,ps4 #aci1 nacht en duisternis1 ,ps4 #aci3aa1 #ab1 hel en verderf1 ,spr4 #ae3aa1 het kwade en zondige1 ,ps4 #fi3f1 ,jer4 #af3ag1 #ah3bc1 #cb3ai1 het voorwaardelke1 #a ,sam4 #bc3aj-ac1 #b ,sam4 #ab3h1 #b ,kon4 #ac3ai1 ,ps4 #ha3ad1 #ae1 ,jer4 #bf3b1 #c1 #ch3ag-bj1 ,ezech4 #c3f1 ,mt4 #aa3ba en het toekomstige1 ,jes4 #da3bb v41 #db3i1 #dc3i-ab1 #dd3g1 #df3aj1 bepaaldelk ook het levenseinde1 ,ps4 #ca3af1 #ci3f1 #aci3f1 #af1 ,job #ad3e1 ,hd4 #ag3bf enz41 het is alles ,gode bekend4 ,h kent alles1 #a ,joh4 #c3bj4 ,en ,h kent dat alles niet aposteriori1 door waarneming1 maar apriori1 van eeuwigheid1 #a ,cor4 #b3g1 ,rom4 #h3bi1 ,ef4 #a3d1 #e1 #b ,tim4 #a3i4 ,zne kennis is voor vermeerdering niet vatbaar1 ,jes4 #dj3ac v41 ,rom4 #aa3cd1 is zeker en bepaald1 ,ps4 #aci3a-c1 ,hebr4 #d3ac1 zoodat al ,gods openbaringen waarachtig zn1 ,joh4 #h3bf1 #ag3ag1 ,tit4 #a3b1 alle werken ,gods ons zne wsheid kennen doen1 ,ps4 #ajd3bd1 #acf3e1 ,ef4 #c3aj1 ,rom4 #aa3cc1 en ons tot aanbidding en bewondering stemmen1 ,ps4 #aci3ag v41 ,jes4 #dj3bh1 ,job #aa3g v41 ,rom4 #aa3cc1 #a ,cor4 #b3aa4 ,de kennisse ,gods zoo van zichzelf als van de wereld wordt in de ,schrift zoo beslist en klaar geleerd1 dat ze binnen de christelke kerk ten allen tde werd erkend4 ,maar het pantheisme is daartegen in verzet gekomen4 ,het kende ,god geen eigen1 van de wereld onderscheiden zn toe en kon daarom in ,god ook geen eigen bewustzn aannemen4 ,spinoza sprak nog wel van de cogitatio als een attributum ,dei en noemde ,god eene res cogitans1 ,eth4 ,,ii prop4 #a4 ,maar van die cogitatio onderscheidde h den intellectus als certus modus cogitandi1 en deze valt niet in de natura naturans maar alleen in de natura naturata1 ,eth4 ,i prop4 #ca1 en al deze modi cogitandi maken saam ,gods eeuwig en oneindig verstand uit1 ,eth4 ,v prop4 #dj schol4 ,dit pantheisme leidde door ,fichte1 ,schelling1 ,hegel en ,schopenhauer heen tot de ,philosophie des ,unbewussten van ,eduard von ,hartmann4 ,deze wst in het eerste deel van zn werk in den breede de beteekenis aan1 welke aan het onbewuste overal in de wereld toekomt1 en zegt dan1 dat dat onbewuste wezen n is in alle dingen ,,ii #aee f4 ,en dit ,onbewuste1 ofschoon liever niet ,god genoemd ,,ii #bja1 vervult b ,hartmann toch de plaats van ,god4 ,nu wordt dit ,onbewuste door ,hartmann soms zoo opgevat1 dat het niet blind en alogisch is1 gelk de wil b ,schopenhauer1 maar veeleer helderziende1 clairvoyant is evenals 't instinct b dier en mensch1 en eene alwetende1 alwze1 berbewusste ,intelligenz bezit1 ,,ii #agf f4 ,maar h ontkent dat aan het ,onbewuste bewustzn toekomt4 ,want bewustzn bestaat in eene splitsing van subject en object1 is dus altd eene beperking en onderstelt de individualisatie1 ja zelfs het lichaam1 ,,ii #agg f4 ,zoodra het bewustzn absoluut genomen wordt1 verliest het zn vorm en wordt het vanzelf onbewust1 ,,ii #agi4 ,indien het absolute nog een eigen bewustzn had buiten de individueele bewustzns1 zou het deze terstond verslinden4 ,het monisme is onvereenigbaar met een bewust ,goddelk wezen4 ,zulk een wezen ware niet immanent in maar gescheiden van de wereld4 ,het is wel de oorzaak van alle bewustzn maar niet zelf bewust1 ,,ii #agh f4 ,en vooral zelfbewustzn kan aan het absolute niet worden toegeschreven1 want dit onderstelt eene onderscheiding van subject en object1 eene reflexie over zichzelf1 die in het absolute niet vallen kan1 ,,ii #ahg f4 ,het pantheisme ontzegt alzoo aan ,god beide kennis van de wereld1 ,weltbewusstsein1 innerweltliches ,selbstbewusstsein1 en kennis van zichzelven1 zelfbewustzn1 ausserweltliches of innergttliches ,selbstbewusstsein4 ,ook waar ,h in de individueele bewustzns tot bewustzn komt1 kent ,h alleen de wereld maar niet zichzelven1 ,hartmann ,,ii4 #agf4 ,nu kan aan ,hartmann schier alles1 wat h zegt over de macht en beteekenis van het onbewuste in de schepselen1 worden toegestemd4 ,het onbewuste speelt inderdaad in het dierlk en menschelk leven eene groote rol4 ,maar het is opmerkelk dat ,hartmann zelfs de vraag niet stelt1 of die uitgestrekte macht van het onbewuste juist niet de intelligentie ,gods onderstelt en eischt4 ,want zeer zeker is er menigmaal eene onbewuste en toch doelmatige handeling4 ,maar het onbewuste in dier en mensch handelt dan niet zelf met doel2 maar de bewuste geest des menschen ziet in die handeling een doel1 waarop het juist door een daarbovenstaand1 hooger bewustzn is gericht1 ,thomas1 ,s4 c4 ,gent4 ,i #dd1 #e4 ,van oudsher heeft daarom het waarnemen van het doelmatige in de wereld geleid tot de erkenning van een ,goddelk wezen4 ,anaxagoras nam daarom reeds een aan1 die een oneindig weten bezat1 om alles op zn best te ordenen4 ,socrates omschrft de ,godheid zoo1 dat ze alles ziet en hoort en overal aanwezig is4 ,b ,plato is ,god de wereldformeerder1 die naar de ideen alles schept4 ,aristoteles beredeneert1 dat de ,godheid het primum movens1 het absolute zn1 actus purus1 en volstrekt onlichamelk is4 ,z is daarom denken1 1 en heeft tot inhoud zichzelve4 ,god kan den inhoud zner gedachte niet van buiten ontleenen2 ,h kan alleen het beste denken1 en dat is ,hzelf4 ,god denkt alzoo zichzelf1 ,h is het denken van het denken2 het denken en zn object is b ,hem n1 ,god is 1 ,metaph4 ,,xii #i4 ,en zelfs de ,stoa besloot teleologisch uit het doel in de wereld tot eene intelligente oorzaak4 ,zeno redeneerde reeds aldus3 ,nullius sensu carentis pars aliqua potest esse sentiens4 ,mundi autem partes sentientes sunt4 ,non igitur caret sensu mundus1 ,cic4 ,n4 ,d4 ,,ii1 #h1 #bb4 cf4 ,,iii1 #i1 #bb3 quod ratione utitur melius est quam id quod ratione non utitur4 ,nihil autem mundo melius4 ,ratione igitur mundus utitur4 ,zoo ook ,thomas1 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #bh en #dd4 ,wie geen doel in de wereld erkent1 heeft ook geen zelfbewust ,god van noode en heeft aan het materialisme genoeg4 ,maar wie met von ,hartmann de teleologische wereldbeschouwing verdedigt1 moet in ,god een bewustzn aannemen1 en verklaart door het onbewuste het bewuste niet4 ,immers kan in het gevolg niet meer aanwezig zn dan er ligt in de oorzaak4 ,zou ,h die het oor plant niet hooren1 en ,h die het oog formeert niet aanschouwen8 ,eene volmaaktheid in het schepsel wst terug op eene volmaaktheid in ,god4 ,indien het redelk wezen in waarde alle andere te boven gaat1 indien het denken den mensch1 anders zwak als een riet1 toch boven alle schepselen verheft1 kan ,god niet als onbewust gedacht worden4 ,de religie verzet zich daartegen1 die altd en overal een persoonlk1 zelfbewust ,god onderstelt1 maar ook de philosophie teekent daartegen protest aan4 ,het pantheisme moge zich kunnen beroepen op ,spinoza en ,hegel2 het theisme heeft alle wsgeeren der oudheid aan zne zde en vindt ook in de nieuwere philosophie nog steun b ,cartesius1 ,leibniz1 ,kant1 ,schelling 7#b;e periode71 ,j4 ,h4 ,fichte1 ,herbart1 ,lotze1 ,ulrici1 ,carrire enz4 ,dat nu het ,goddelk zelfbewustzn specifiek verschilt van dat van den mensch en hierin slechts eene zwakke analogie heeft1 staat zeker boven allen twfel vast4 ,in zoo ver zou er geen bezwaar zn1 om ,god berbewusst te noemen4 ,maar juist daarom kan uit de beperktheid van het menschelk zelfbewustzn niet tot de ,goddelke kennis worden besloten4 ,in weerwil van alle redeneeringen van pantheistische zde over de beperktheid1 de individualiteit en de zinnelke basis als noodzakelk aan het zelfbewustzn eigen1 is niet in te zien1 waarom de zelfkennis ,gods eene beperking zou zn van zn wezen4 ,b ons is het zelfbewustzn eindig en beperkt1 omdat we zelf eindig zn en omdat het ons zn nimmer dekt4 ,ons zn is veel rker dan ons zelfbewustzn4 ,maar ,god is het eeuwige1 loutere zn4 ,en zne zelfkennis heeft niets minder dan dat volle1 eeuwige1 ,goddelke zn zelf tot inhoud4 ,zn en kennen zn in ,god n4 ,h kent zichzelf door zn eigen wezen4 ,h komt ook niet langzamerhand tot bewustzn1 en is zich niet nu eens meer dan minder bewust4 ,want in ,hem is geen worden1 geen proces1 geen ontwikkeling4 ,h is louter zn1 enkel licht zonder duisternis1 ,augustinus1 de trin4 ,,xv #ad4 ,thomas1 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #eg-dh4 ,van dit zelfbewustzn ,gods is zn ,weltbewusstsein te onderscheiden4 ,de vroegere theologie deelde daarom de kennisse ,gods in in scientia naturalis 7necessaria1 simplicis intelligentiae7 en scientia libera 7contingens1 visionis74 ,beide zn niet identisch1 gelk het pantheisme leert1 want indien het absolute alleen logisch en potentieel eerder is te denken dan de wereld1 is het tot verklaring der wereld geheel ongenoegzaam4 ,god heeft de wereld niet noodig1 om tot persoonlkheid1 tot zelfbewustzn te komen4 ,h heeft noch1 naar ,hegel1 een logischen1 noch1 naar ,schelling1 een historischen cursus door te loopen1 om zne volle actualiteit te bereiken 7von ,baader74 ,maar toch kunnen het zelfbewustzn en het ,weltbewusstsein in ,god niet zoo gescheiden naast elkaar staan1 als het soms in de vroegere dogmatiek werd voorgesteld4 ,veeleer bestaat er tusschen beide een organisch verband4 ,god heeft uit de oneindige volheid van ideen1 die in zn absoluut zelfbewustzn aanwezig zn1 niet naar willekeur sommige uitgekozen1 om ze buiten zich te realiseeren4 ,h heeft zich daarb laten leiden door het doel1 om in de wereld zichzelven1 al zne deugden en volmaaktheden1 tot openbaring te brengen4 ,de cognitio libera omvat dus juist die ideen1 welke in hare realisatie geschikt zn1 om op creatuurlke wze het wezen ,gods te ontvouwen4 ,de cognitio naturalis is uitteraard ongeschikt1 om aan schepselen te worden meegedeeld4 ,zooals ,god zichzelven kent1 kan h door schepselen nooit worden gekend1 noch wat den inhoud en den omvang1 noch ook wat de wze betreft4 ,maar de cognitio libera omvat al datgene1 wat voor realiseering vatbaar is en geschikt1 om de deugden ,gods in en voor schepselen tot openbaring te brengen4 ,z staat tot de cognitio naturalis1 als de ectype tot de archetype4 ,toch moet ook b deze cognitio libera in het oog worden gehouden1 dat ze in ,god iets gansch anders is dan in de schepselen4 ,ook al is deze cognitio libera mededeelbaar1 z is toch niet alleen in omvang maar ook in aard en wezen grootelks b ,god en b het redelk schepsel onderscheiden4 ,vooreerst leert de ,h4 ,schrift zeer duidelk1 dat deze scientia ,dei al het znde omvat2 niets is aan zne alwetendheid onttrokken1 niets verborgen voor zn alziend oog4 ,verleden1 heden en toekomst2 het geringste en het verborgenste2 alles is naakt en geopenbaard voor ,hem1 met wien w te doen hebben4 ,ten allen tde werd dit ook in de christelke theologie erkend4 ,de eenige1 die anders sprak1 was ,hieronymus4 ,deze noemde het in zn commentaar op ,hab4 #a3ac ongermd1 om de ,goddelke majesteit zoover neer te halen1 ut sciat per momenta singula quot nascantur culices1 quot ue moriantur2 quae cimicum et pulicum et muscarum sit in terra multitudo1 quanti pisces in aqua natent1 et qui de minoribus majorum praedae cedere debeant4 ,doch deze beperking van ,gods alwetendheid vindt in de ,schrift geen steun en is door de christelke theologie eenparig verworpen4 ,en voorts kent ,god alles niet door waarneming uit de dingen1 maar ,h weet alles uit en van zichzelven4 ,onze kennis is posterieur1 z onderstelt het zn en is daaraan ontleend4 ,b ,god is het omgekeerd2 ,h kent alles voordat het is4 ,de ,schrift spreekt ook dit duidelk uit1 als z zegt1 dat ,god alles weet voordat het geschiedt1 ,jes4 #df3aj1 ,am4 #c3g1 ,dan4 #b3bb1 ,ps4 #aci3f1 ,mt4 #f3h enz4 ,god is toch de ,schepper aller dingen2 ,h heeft ze gedacht1 voordat ze bestonden4 ,iste mundus nobis notus non esse posset1 nisi esset2 ,deo autem1 nisi notus non esset1 esse non posset1 ,august4 de civ4 ,,xi #aj1 de ,gen4 ad lit4 ,v #ah4 ,h bestaat van zichzelven en kan ook in zn bewustzn en kennis niet afhangen van of gedetermineerd worden door iets1 dat buiten ,hem is4 ,uit zne aseitas vloeit vanzelf de volstrekte onafhankelkheid van zn weten voort4 ,h kent alles niet uit de dingen na hun bestaan1 want dan zouden deze als b ,schopenhauer en ,hartmann uit het onbewuste zn voortgekomen1 cf4 ,august4 de civ4 ,,xi1 #aj ,conf4 ,,xiii #af4 ,gen4 ad4 litt4 ,v #ae1 maar ,h kent alles in en door en uit zichzelven4 ,en daarom is zne kennis ook ne1 eenvoudig1 onveranderlk1 eeuwig2 ,h kent alles in eens1 tegelk1 van eeuwigheid2 en alles staat eeuwig present voor zn oog1 ,iren41 adv4 haer4 ,i #ab4 ,august41 de trin4 ,,xi #aj4 ,,xii #ah4 ,,xv #g1 #ac1 #ad4 ,lombardus1 ,sent4 ,i4 dist4 #ce1 #cf4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ad4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #dd sq4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #aie sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #ah enz4 ,van praescientia kan er daarom b ,god in eigenlken zin geen sprake zn4 ,er is b ,hem geen differentia temporis1 ,tertull41 adv4 ,marc4 ,,iii #e4 ,h roept de dingen die niet zn alsof ze waren1 en ziet wat niet is alsof het reeds bestond4 ,quid est enim praescientia1 nisi scientia futurorum8 quid autem futurum est ,deo1 qui omnia supergreditur tempora8 ,si enim scientia ,dei res ipsas habet1 non sunt ei futurae sed praesentes2 ac per hoc non jam praescientia sed tantum scientia dici potest1 ,august41 ad ,simpl4 ,,ii #b4 ,omne quod nobis fuit et erit1 in ejus prospectu praesto est1 ,gregorius ,magnus1 ,mor4 l4 #bj c4 #bc4 ,quidquid tempora volvunt1 praesens semper habet1 ,marius ,victor1 b ,petavius1 de ,deo ,,iv #d4 ,de onderscheiding van ,gods alwetendheid in praescientia1 scientia visionis 7van 't heden7 en reminiscentia is geheel en al eene menschelke voorstelling1 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,ii #fg4 ,toch stelt de ,schrift het menigmaal zoo voor1 alsof ,gods alwetendheid temporeel aan het zn der dingen voorafgaat4 ,en zonder deze hulpvoorstelling kunnen we ook van ,gods alwetendheid niet spreken4 ,maar daaruit rees in de theologie de vraag1 hoe deze alwetendheid ,gods te rmen was met 's menschen vrheid4 ,indien ,god toch alles vooruitweet1 dan staat alles van eeuwigheid vast en blft er voor vre en contingente daden geen plaats meer over4 ,cicero kwam daarom reeds tot loochening der alwetendheid ,gods1 wl h ze niet overeenbrengen kon met den vren wil1 de fato c4 #ad4 de div4 ,,ii #e-g4 ,marcion ontzeide aan ,god met de almacht en goedheid ook de alwetendheid1 wl ,h den eersten mensch in zonde had laten vallen1 ,tertull4 adv4 ,marc4 ,,ii #e4 ,later werd ditzelfde door de ,socinianen geleerd4 ,god weet alles maar alles overeenkomstig zn aard4 ,h weet het mogelk toekomstige1 het toevallige1 dus niet met volstrekte zekerheid1 want dan hield het op toevallig te zn1 maar ,h weet het als mogelk en toevallig1 d4 i4 ,h weet het toekomstige1 voorzoover het van menschen afhangt1 niet zeker en onfeilbaar vooruit4 ,want anders ging de wilsvrheid te loor1 werd ,god auteur der zonde en zelf aan de noodwendigheid onderworpen1 ,fock1 der ,socin4 #dcg-ddf4 ,maar zulk eene beperking van ,gods alwetendheid was te zeer met de ,h4 ,schrift in strd1 dan dat ze anders dan b enkelen ingang kon vinden4 ,de christelke theologie zoekt de oplossing gewoonlk in eene andere richting4 ,twee wegen boden zich daarvoor aan4 ,eenerzds maakte ,origenes onderscheid tusschen de praescientia en de praedestinatio4 ,god weet de dingen wel vooruit1 maar deze praescientia is niet de oorzaak en de grond van hun geschieden1 veeleer weet ,god ze alleen zeker vooruit1 omdat ze in den td door de vre beslissing der menschen geschieden zullen2 1 ' 1 in ,gen4 ,i #ad4 c4 ,cels4 ,,ii #bj4 ,aan de andere zde staat ,augustinus1 die ook beide1 de praescientia en de wilsvrheid1 handhaven wil4 ,religiosus animus utrumque eligit1 utrumque confitetur1 et fide pietatis utrumque confirmat1 de civ4 ,v #i1 #aj4 ,maar h ziet in1 dat1 als ,god iets zeker vooruitweet1 dit ook noodzakelk geschieden moet2 anders viel heel de praescientia weer omver4 ,praescientia1 si non certa praenoscit1 utique nulla est1 de lib4 arb4 ,,iii #d4 ,daarom zegt h1 dat de wil des menschen1 met heel zn natuur1 met al zne beslissingen in de praescientia opgenomen is en door deze niet vernietigd1 maar veeleer geponeerd en gehandhaafd wordt4 ,cum enim sit praescius voluntatis nostrae1 cujus est praescius ipsa erit4 ,voluntas ergo erit1 quia voluntatis est praescius1 de lib4 arb4 ,,iii #c4 ,voluntates nostrae tantum valent1 quantum ,deus eas valere voluit atque praescivit2 et ideo quidquid valent1 certissime valent2 et quod facturae sunt1 ipsae omnino facturae sunt2 quia valituras atque facturas ille praescivit1 cujus praescientia falli non potest1 de civ4 ,v #i4 ,de scholastiek1 hoewel allerlei onderscheidingen makende1 sloot zich in beginsel b ,augustinus aan1 ,anselmus1 de concordia praescientiae et praedestinationis necnon gratiae ,dei cum libero arbitrio4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #ch4 ,bonaventura1 ib4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ad4 ,hugo ,vict41 de ,sacram4 ,i #i enz4 ,maar de ,jezuiten brachten verandering1 cf4 deel ,i #ia v4 ,z schoven in aansluiting aan het semipelagianisme1 tusschen de scientia necessaria en de scientia libera nog de zoogenaamde scientia media in1 om door deze ,gods alwetendheid met 's menschen vrheid te rmen4 ,z verstonden daaronder eene logisch aan de besluiten voorafgaande kennisse ,gods van het voorwaardelk toekomstige4 ,het object dezer kennis is niet het bloot mogelke1 dat nooit werkelkheid zal worden1 noch ook datgene1 wat tengevolge van een besluit ,gods zeker geschieden zal1 maar dat mogelke1 hetwelk onder eene of andere voorwaarde werkelkheid worden kan4 ,god laat n4l4 in zn wereldbestuur veel afhangen van condities1 en weet nu vooruit1 wat ,h doen zal1 ingeval de condities wel of ingeval z niet door den mensch vervuld worden4 ,god is dus in alle gevallen gereed1 ,h voorziet en kent alle mogelkheden1 en heeft met het oog op al die mogelkheden zne maatregelen genomen en zne besluiten gemaakt4 ,h wist vooruit1 wat ,h doen zou1 indien ,adam viel en ook indien h staande bleef2 indien ,david naar ,kehila ging of er niet heenging2 indien ,tyrus en ,sidon zich al of niet bekeerden enz4 ,de kennis der futura conditionata gaat dus vooraf aan het besluit der futura absoluta2 de mensch beslist geheel vr en zelfstandig in ieder oogenblik maar kan ,god toch nooit door de eene of andere beslissing verrassen of zn plannen te niet doen1 want op alle mogelkheden is door ,gods praescientia gerekend4 ,deze leer van de scientia media werd met vele ,schriftuurplaatsen gesteund1 welke aan ,god de kennis toeschrven van wat in een gegeven geval zou geschieden1 wanneer de eene of andere conditie al of niet ware vervuld1 zooals ,gen4 #aa3f1 ,ex4 #c3ai1 #cd3af1 ,deut4 #g3c1 #d1 #a ,sam4 #bc3aj-ac1 #be3bi v41 #b ,sam4 #ab3h1 #a ,kon4 #aa3b1 #b ,kon4 #b3aj1 #ac3ai1 ,ps4 #ha3ad1 #ae1 ,jer4 #bf3b1 #c1 #ch3ag-bj1 ,ezech4 #b3e-g1 #c3d-f1 ,mt4 #aa3ba1 #bc1 #bd3bb1 #bf3ec1 ,luk4 #bb3ff-fh1 ,joh4 #d3aj1 #f3ae1 ,hd4 #bb3ah1 ,rom4 #i3bi1 #a ,cor4 #b3h4 ,z werd door de ,thomisten en ,augustinianen wel bestreden1 bv4 ,bannez1 de ,salmanticenses1 ,billuart1 ,summa ,s4 ,thomae #agdg ,i #dfd sq41 maar door de ,molinisten en ,congruisten ,suarez1 ,bellarminus1 ,lessius enz4 ook verig verdedigd4 ,vrees voor het ,calvinisme en ,jansenisme kwam aan de leer der scientia media in de ,roomsche kerk ten goede1 en langzamerhand vond ze in meer krassen of gematigden zin b schier alle ,roomsche theologen ingang1 cf4 deel ,i #ic1 ,karl ,werner1 ,der h4 ,thomas v4 ,aq4 ,,iii #chi-ddb4 ,id4 ,gesch4 der kath4 ,theol4 #ih f4 ,g4 ,schneemann1 ,die ,entstehung der thomistisch-molinistischen ,controverse1 ,ergnzungshefte zu den ,stimmen aus ,maria ,laach1 n #i4 #ac4 #ad4 ,schwane1 ,d4 ,g4 der neuern ,zeit ,s4 #cg-ei4 ,petavius1 de ,deo ,,iv c4 #f4 #g enz4 ,de ln van ,augustinus was daarmede verlaten en die van ,origenes weder opgenomen4 ,zoo had de ,grieksche theologie van den beginne aan gedaan1 ,damasc41 de fide orth4 ,,ii c4 #cj4 ,de ,roomsche theologie volgde4 ,ook de ,lutherschen1 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii c4 #h sect4 #ac1 ,quenstedt1 ,theol4 ,i #caf1 ,buddeus1 ,instit4 #bag1 ,reinhard1 ,dogm4 #aaf enz41 en de ,remonstranten1 ,episc41 ,inst4 ,,iv sect4 #b c4 #ai1 ,limborch1 ,theol4 ,chr4 ,,ii c4 #h4 #bi waren de scientia media niet ongenegen4 ,in den nieuweren td leeren velen1 ongeveer op dezelfde wze1 dat ,god ook werkelk kennis krgt uit de wereld als medium scientiae4 ,h kent het toevallig-toekomstige wel als mogelk vooruit1 maar leert eerst uit de wereld1 dat het al of niet werkelk wordt4 ,voor alle gevallen weet ,h echter sein dem ,thun der ,creatur1 wie es auch ausfalle1 angemessenes ,thun2 ,h stelde wel het schema van het wereldplan vast maar laat de ,ausfllung aan het schepsel over1 ,dorner1 ,gl4 ,i #cai-cbc4 ,rothe1 ,ethik #db4 ,martensen1 ,dogm4 #aaf4 ,kahnis1 ,dogm4 ,i #cdc4 ,grtillat1 ,theol4 syst4 ,,iii #bcg s4 ,scretan1 ,la civilisation et la croyance #ahhg p4 #bfj s4 enz4 ,daarentegen werd op het voetspoor van ,augustinus zulk een nuda praescientia en scientia media door de ,gereformeerden verworpen1 ,voetius1 ,disp4 ,i #bed-beh4 ,twissus1 de scientia media1 ,op4 ,,iii p4 #a sq4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iii qu4 #ac4 ,moor1 ,i #fei sq4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,,iv #bha v4 ,nu loopt b de scientia media de vraag niet hierover1 of de dingen onderling niet menigmaal in een conditioneel verband tot elkander staan1 dat ,gode bekend is en door ,hemzelf is gewild4 ,indien dit alleen met de scientia media werd bedoeld1 zou ze zonder bezwaar kunnen worden aangenomen1 gelk ,gomarus1 ,disp4 theol4 ,x #cj sq4 en ,walaeus1 ,loci ,comm4 ,op4 ,i #agd-agf1 cf4 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 r4 ,k4 #fd ze in dien zin opnamen en erkenden4 ,maar de leer der scientia media beoogt iets anders2 z wil de pelagiaansche opvatting van de wilsvrheid in overeenstemming brengen met de alwetendheid4 ,de wil der schepselen nl4 is krachtens zn aard indifferent4 ,h kan het eene zoowel als het andere doen4 ,h is door zne natuur noch door de velerlei omstandigheden1 waarin h geplaatst is1 gedetermineerd4 ,deze kunnen invloed oefenen op den wil1 maar ten slotte blft de wil vr en kiest naar het hem lust4 ,deze wilsvrheid is natuurlk niet te rmen met een besluit ,gods2 ze bestaat wezenlk in independentia a decreto ,dei4 ,god heeft dien wil niet bepaald1 maar heeft hem vr gelaten2 ,h kon hem niet bepalen1 zonder hem te vernietigen4 ,god moet tegenover den wil der redelke schepselen eene afwachtende houding aannemen4 ,h ziet toe1 wat deze doen zal4 ,maar nu is ,h alwetend4 ,h kent dus alle mogelkheden1 alle toevallig-toekomstige dingen1 en kent ook de absoluut toekomstige dingen vooruit4 ,dienovereenkomstig heeft ,h zne besluiten genomen4 ,indien een mensch in bepaalde omstandigheden de genade zal aannemen1 heeft ,h hem uitverkoren ten leven2 indien h niet zal gelooven1 heeft ,h hem verworpen4 ,nu is het duidelk1 dat zulk een leer van die van ,augustinus en ,thomas in beginsel afwkt4 ,b dezen toch gaat de voorwetenschap aan de dingen vooraf en kan er niets tot aanzn komen dan door den wil ,gods4 ,non fit aliquid nisi omnipotens fieri velit1 ,aug4 ,enchir4 #ie4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ad art4 #i ad #c4 ,niet de wereld maar de besluiten zn het medium1 waaruit ,god alle dingen kent1 ,thomas1 ,i qu4 #ad art4 #h4 ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #cg art4 #a4 qu4 #a4 ,en het toevallige en vre kan dus in zn verband en orde zeker en onfeilbaar worden gekend4 ,het is waar1 dat de scholastiek op dit punt zich soms al anders uitdrukte dan ,augustinus4 ,anselmus b4 v4 zeide1 dat de praescientia geene necessitas interna en antecedens maar alleen eene necessitas externa en consequens meebracht4 ,cur ,deus homo #af4 ,en ,thomas oordeelde1 dat ,god de futura contingentia wel eeuwig en zeker kent secundum statum1 quo actu sunt1 secundum suam praesentialitatem1 maar dat z in hunne causae proximae toch contingent en ongedetermineerd waren1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ad art4 #ac4 ,maar dat neemt niet weg1 dat ze toch met het oog op de causa prima volkomen zeker zn en dus niet toevallig kunnen heeten2 en elders zegt ,thomas toch ook weer1 omne quod est1 ex eo futurum fuit antequam esset1 quia in causa sua erat ut fieret1 cf4 ,billuart ,i #ddj sq4 ,maar in de leer der scientia media worden de toevallige en vre dingen ook toevallig en vr tegenover ,god en wel niet alleen tegenover zne praedestinatio maar ook tegenover zne praescientia4 ,immers1 evenals b ,origenes1 zn de dingen hier niet omdat ,god ze kent1 maar ,god kent ze vooruit omdat ze zn zullen4 ,de volgorde is dus niet3 scientia necessaria1 scientia visionis1 decretum creandi etc41 maar scientia necessaria1 scientia media1 decretum creandi etc41 scientia visionis1 ,jansen1 ,prael4 ,,ii #aaj sq4 ,god kent de vre daden der menschen niet uit zn eigen wezen1 uit zne decreten1 maar uit den wil der schepselen1 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,iv #eb4 ,god wordt dus van de wereld afhankelk1 ontvangt kennis uit de wereld1 welke ,h uit zichzelf niet hebben of verkrgen kon1 en houdt dus in zne scientia op1 n1 eenvoudig1 onafhankelk1 d4 i4 ,god te zn4 ,het schepsel omgekeerd wordt voor een groot deel geheel van ,god onafhankelk2 het heeft wel het esse en het posse van ,god indertd ontvangen1 maar het heeft nu het velle geheel in eigen hand4 ,het beslist geheel souverein en brengt al of niet iets tot realiteit1 zonder dat er een besluit ,gods aan voorafgaat4 ,iets kan dus tot existentie komen zonder ,gods wil2 het schepsel is schepper1 autonoom1 souverein2 en heel de wereldgeschiedenis wordt aan het bestuur ,gods onttrokken en in de handen van den mensch gelegd4 ,deze beslist en dan komt ,god met zn aan die beslissing beantwoordend plan4 ,indien zulk eene beslissing nu nmaal voorviel1 b4 v4 b ,adam1 dan was dat nog te denken2 maar zulke beslissingen van meer of minder ernstigen aard komen duizenden malen in ieder menschelk leven voor2 wat is er dan te denken van een ,god1 die altd door al die beslissingen afwacht en voor alle mogelkheden alle mogelke plannen gereed heeft2 wat blft er zelfs van het schema van het wereldplan over1 welks ,ausfllung aan den mensch is overgelaten2 en wat is eene regeering waard1 waarin de ,koning de slaaf zner onderdanen is8 ,en dat is hier in de scientia media met ,god het geval4 ,god ziet toe en de mensch beslist4 ,niet ,god is het1 die onderscheid maakt tusschen de menschen2 dezen onderscheiden zichzelf4 ,genade wordt uitgedeeld naar verdiensten1 de praedestinatie hangt af van de goede werken2 wat de ,schrift allerwege bestrdt en ,augustinus in ,pelagius verwierp1 wordt door het ,jezuitisme tot rechtzinnige1 ,roomsche leer gekt1 ,billuart1 ,i #dgi4 ,want wel beroepen zich de voorstanders der scientia media op vele plaatsen der ,h4 ,schrift1 maar geheel ten onrechte4 ,immers1 de ,schrift erkent zeer zeker1 dat de dingen door ,god in allerlei verband tot elkander gezet zn en dat dit verband dikwerf ook van conditioneelen aard is1 zoodat het eene niet geschieden kan1 tenz iets anders vooraf vervuld z4 ,zonder geloof is er geen zaligheid1 zonder arbeid geen spze1 enz4 ,maar al de teksten1 die de ,jezuiten aanhaalden voor de scientia media bewzen niet1 wat er bewezen moest worden4 ,z spreken wel van voorwaarde en vervulling1 van gehoorzaamheid en belofte1 van onderstelling en gevolg1 van wat er in het eene of in het andere geval geschieden zal4 ,maar z zeggen geen van alle1 dat ,god1 al is het ook dat ,h tot menschen menschelk spreekt en met hen op menschelke wze handelt en onderhandelt1 niet in elk bzonder geval geweten en bepaald zou hebben1 wat zekerlk geschieden moest4 ,tusschen het louter mogelke1 dat alleen als idee in ,god is en nooit werkelk zal worden1 en het zeker werkelke1 dat door ,gods besluit is vastgesteld1 is er geen gebied meer1 dat door den wil des menschen kan beheerscht worden4 ,iets behoort altd of tot het een of tot het ander4 ,indien het alleen mogelk is en nooit werkelk wordt1 is het object der scientia necessaria2 en indien het inderdaad eens werkelk wordt1 is het inhoud der scientia libera4 ,er ligt daar niets meer tusschen1 er is geen scientia media4 ,maar bovendien1 de scientia media bereikt ook niet1 wat z bereiken wil4 ,z wil de wilsvrheid in den zin van indifferentia overeenbrengen met de praescientia4 ,nu zegt z1 dat deze1 als scientia media opgevat1 de menschelke handelingen niet noodzakelk maakt maar geheel vr laat4 ,en dat is ook zoo1 maar dan houdt z ook op praescientia te zn4 ,als ,god toch zeker vooruit weet1 wat een mensch in een gegeven geval doen zal1 dan kan ,h dit alleen vooruit zien1 als de motieven den wil in ne richting determineeren en deze dus niet in indifferentie bestaat4 ,omgekeerd1 bestaat deze in indifferentia1 dan is er geen kennis1 geen berekening van te voren van mogelk1 dan is er alleen scientia post factum4 ,gods praescientia en de wil als willekeur sluiten elkander uit4 ,si enim scit1 zeide daarom ,cicero reeds1 certe illud eveniet2 sin certe eveniet1 nulla fortuna est4 ,daarom moet de oplossing van het probleem met ,augustinus in eene andere richting worden gezocht4 ,de wilsvrheid bestaat niet gelk later blken zal in indifferentia1 in willekeur of toeval1 maar in lubentia rationalis4 ,en deze is met de praescientia ,dei zoo weinig in strd dat z veeleer door deze geponeerd en gehandhaafd wordt4 ,de wil met zne natuur1 zne antecedenten en motieven1 zne beslissingen en gevolgen is opgenomen in den ordo causarum1 qui certus est ,deo ejusque praescientia continetur1 ,aug4 de civ4 ,v #i4 ,in de kennisse ,gods liggen de dingen onderling juist in datzelfde verband1 waarin z voorkomen in de werkelkheid4 ,niet de praescientia is het en niet de praedestinatio1 die zoo nu en dan van boven invalt en dwingt1 maar elke beslissing en handeling is gemotiveerd door wat er aan voorafgaat4 ,en zoo1 in dat verband1 is ze opgenomen in de scientia ,dei4 ,het contingente en vre is overeenkomstig zn eigen1 door ,god gekenden en gewilden aard1 ingeschakeld in den ordo causarum1 die in de wereldgeschiedenis ons allengs openbaar wordt4 #i4 ,de kennisse ,gods draagt1 onder een ander gezichtspunt beschouwd1 den naam van wsheid4 ,het onderscheid van beide is algemeen bekend4 ,alle talen schier hebben voor deze twee begrippen ook verschillende woorden4 ,ieder weet1 dat geleerdheid1 wetenschap1 kennis en wsheid lang niet hetzelfde zn en volstrekt niet altd met elkaar gepaard gaan4 ,een eenvoudig man munt dikwerf in wsheid boven een geleerde uit4 ,beide rusten op onderscheidene vermogens in den mensch4 ,kennis bekomen we door studie1 wsheid door inzicht4 ,gene komt discursief1 deze intuitief tot stand4 ,kennis is theoretisch2 wsheid is practisch1 teleologisch1 z stelt de kennis in dienst van een doel4 ,kennis gaat buiten den wil om1 wsheid is wel eene zaak des verstands maar wordt dienstbaar aan den wil4 ,kennis gaat daarom dikwerf geheel buiten het leven om1 maar wsheid hangt ten nauwste met het leven saam1 z is ethisch van aard1 z is wellevenskunst10 de eigenschap1 de handeling van hem1 die een recht gebruik van zne meerdere kunde maakt1 en tot de beste einden de beste middelen kiest4 ,de etymologie wst reeds op dit onderscheid4 ,ws komt van wzen1 toonen en is de eigenschap van hem die de richting aanwst2 sapiens1 van sapere1 cf4 1 smaken1 duidt aan1 dat iemand door eigen ervaring een juist zelfstandig oordeel heeft gekregen2 hangt waarschnlk ook met samen en heeft dan dezelfde grondbeteekenis4 ,ook b de ,oostersche volken treffen w dit onderscheid aan1 maar met belangrke wziging4 ,gelk in het ,westen de kennis op den voorgrond staat2 zoo in het ,oosten de wsheid4 ,de ,oostersche volken leven veel meer uit aanschouwing dan uit het abstracte denken2 ze werken niet met begrippen maar met de beelden der zaken zelve2 z leven subjectief dichter b hun hart en staan objectief nader b de onmiddellke realiteit des levens4 ,niet in het hoofd1 maar in het hart1 in den wortel der persoonlkheid ontmoeten subject en object elkander1 en stooten elkaar op de hardste wze af of trekken elkander op de teederste wze aan4 ,het is alsof de substantin der dingen door levenssympathie overvloeien in elkaar4 ,dat ,oostersch karakter treffen we intens en diep ook in ,israel aan4 ,ook hier moest te harer td de chokma opkomen1 van vast1 dicht1 stevig zn1 subst4 degelkheid1 ,tchtigkeit4 ,maar ze kwam hier in dienst der openbaring4 ,de echte1 ware wsheid is geen vrucht van 's menschen verstand maar wortelt in de vreeze des ,heeren en bestaat in die zedelke ,tchtigkeit1 welke naar 's ,heeren wet zich richt en in een zedelk leven zich openbaart1 ,deut #d3f-h1 ,ps4 #ai3h1 #aaa3aj1 ,job #bh3bh1 ,spr4 #a3g1 #i3aj4 ,en toen later het inzicht dieper indrong in de openbaring ,gods in natuur en in wet1 kreeg z eene zelfstandige plaats1 ontwikkelde z eene eigen litteratuur en gaf hare gedachten in een eigen vorm weer1 in den vorm van spreuken1 4 ,naast verstand en kennis wordt nu in de ,schrift ook wsheid aan ,god toegeschreven4 ,h heeft1 sprekende door het woord1 de wereld geschapen1 ,gen4 #a3c1 ,ps4 #cc3f1 #ajg3bj1 #aai3aje1 #adg3ae1 #adh3e1 ,jes4 #dj3h1 #dh3ac4 ,in den eersten td wordt in de schepping vooral ,gods macht en verhevenheid opgemerkt4 ,maar langzamerhand dringt de ,israelietische geest1 door de vreeze des ,heeren gevoed en geleid1 dieper door in natuur en wet1 en bewondert erin zne aanbiddelke wsheid4 ,beide1 de wereld en de openbaring ,gods onder ,israel1 worden uit die wsheid afgeleid1 ,job #i3d1 #ab3ac1 #ag1 #cg-ch1 ,jes4 #dj3bh1 ,ps4 #ajd3bd1 ,deut4 #d3f-h1 ,jer4 #aj3ab1 ,ps4 #ai3h1 en in ,spr4 #h3bb v41 ,job #bh3bc v41 wordt die wsheid1 door en met welke ,god alle dingen heeft voortgebracht1 persoonlk voorgesteld4 ,het ,n4 ,test4 trekt deze ln door en schrft niet alleen op verschillende plaatsen ,gode wsheid toe1 ,rom4 #af3bg1 #a ,tim4 #a3ag1 ,judas #be1 ,op4 #e3ab1 #g3ab1 maar zegt ook1 dat de wereld door het woord ,gods is geschapen1 ,joh4 #a3b1 ,hebr4 #aa3c1 en ziet ,gods wsheid vooral geopenbaard in de dwaasheid des kruises1 #a ,cor4 #a3ah1 in ,christus1 #a ,cor4 #a3bd1 in de gemeente1 ,ef4 #c3aj1 in heel de leiding ,gods met ,israel en de ,heidenen1 ,rom4 #aa3cc4 ,cf4 ,hooykaas1 ,wsheid onder ,hebren #ahfb1 ,j4 ,f4 ,bruch1 ,die ,weisheitslehre der ,hebrer #ahea4 ,burger art4 ,weisheit in ,herzog4 ,oehler1 ,die ,grundzge der altt4 ,weisheit #ahed4 ,id4 ,theol4 des ,a4 ,t4 #bce f4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #edh f4 ,delitzsch1 ,comm4 ber das ,salom4 ,spruchbuch1 ,einl4 ,cremer1 ,wrterbuch s4 v4 4 ,knig1 ,der ,offenbarungsbegriff des ,a4 ,t4 #ahhb ,i #aid f4 ,smend1 ,lehrb4 der altt4 ,rel4 ,s4 #ejh f4 ,schleiermacher1 ,chr4 ,gl4 #afh1 #afi4 ,frank1 ,syst4 der chr4 ,wahrh4 ,i #bed f4 ,deze leer der ,schrift over het ,goddelk woord en de ,goddelke wsheid werd inzonderheid door ,philo in verbinding gebracht met de 4 ,daardoor werd de grondslag gelegd voor de logosleer1 die in den locus de trinitate nader ter sprake komt4 ,maar de ideenleer van ,plato had later nog eenmaal een machtigen invloed op de christelke theologie1 en nu door het neo-platonisme heen4 ,zoo kwam ze tot ,augustinus1 die haar eene plaats aanwees in de theologie4 ,maar natuurlk moest h ze daartoe op belangrke punten wzigen4 ,vooreerst zn de ideen niet eene eigene wereld1 1 naast en buiten ,god1 maar z zn in ,god en maken den inhoud van zn denken uit4 ,has autem rationes ubi arbitrandum est esse nisi in mente creatoris1 #hc qu4 qu4 #df4 ,gen4 ad litt4 ,,iv #f1 #bd1 #bi4 ,v #ac4 ,ze zn ,gods gedachten over al het geschapene1 zoowel voor als na de schepping en dus eeuwig en onveranderlk1 want er kan in ,god niets zn dan wat eeuwig en onveranderlk is1 ib4 en de trin4 ,,iv #a4 de civ4 ,,xi #e4 ,in ,deo enim novum exstitisse consilium1 ne dicam impium1 ineptissimum est dicere1 de ord4 ,,ii #ag4 ,toch zn die ideen in ,gods verstand niet n met zne zelfkennis noch ook met den ,logos of den ,zoon1 gelk door vroegere patres wel eens gezegd was4 ,augustinus handhaaft het essentieel onderscheid tusschen ,god en wereld en vermdt het pantheisme4 ,aliter ergo in illo sunt1 quae per illum facta sunt2 aliter autem in illo sunt ea1 quae ipse est1 de ,gen4 ad litt4 ,,ii #f4 ,ter andere zde kan ,augustinus niet anders denken1 dan dat ,god naar ideen alle dingen geschapen heeft4 ,daarin komt zne wsheid uit4 ,sic ergo sapientia ,dei1 per quam facta sunt omnia1 secundum artem continet omnia1 antequam fabricet omnia1 tract4 #a in ,ev4 ,joan4 ,omnia ratione sunt condita1 #hc qu4 qu4 #df n4 #b4 ,non enim quidquam fecit ignorans4 ,nota ergo fecit1 non facta cognovit1 de ,gen4 ad litt4 ,v #h4 de trin4 ,,xv #ac4 de civ4 ,,xi #aj4 ,de schepping is eene realiseering van gedachten ,gods4 ,daarom bestaat er tusschen de ideen en de schepselen ook een nauw verband4 ,de ideen zn de voorbeelden en vormen der dingen1 principales formae1 rationes rerum1 stabiles atque incommutabiles1 #hc qu4 qu4 #df n4 #b2 en daarom niet alleen van de soorten maar van alle individueele dingen4 ,cum omnia ratione sint condita14444 singula igitur proprisis sunt creata rationibus1 ib4 en de civ4 ,,xi #aj4 de ,gen4 ad litt4 ,,iii #ab1 #ad4 ,v #ad1 #ae4 ,maar toch wordt deze beschouwing niet altd vastgehouden4 ,soms komen de ideen b ,augustinus ook weer voor als typen en voorbeelden1 die langzamerhand zich realiseeren en eerst in den nieuwen hemel en de nieuwe aarde volkomen verwezenlkt worden1 de ,gen4 ad litt4 ,v #aa4 ,ook is het verband niet duidelk1 waarin volgens ,augustinus de ideen en de schepselen staan4 ,de ideen zn in ,god niet alleen als voorbeelden1 maar z zn ook werkzame krachten1 immanente principia in de dingen4 ,h verkoos daarom de vertaling van door rationes boven die van ,cicero door formae of species1 #hc quaest4 qu4 #df4 de ,gen4 ad litt4 ,i #ah1 ,,ii #af1 ,,ix #ah4 ,de ideen zn als het ware in de dingen zelve neergelegd4 ,ideen en schepselen staan niet dualistisch als en 1 als waar en onwaar1 als onveranderlk en veranderlk naast en tegenover elkaar1 maar de ideen zn de ziel en het principe der dingen2 de beweging komt den schepselen toe ex illis insitis rationibus1 de ,gen4 ad litt ,,iv #cc4 ,en voorts is de causaliteit der ideen toch altd weer bemiddeld door den wil ,gods2 deze is de eigenlke en laatste oorzaak van het zn der dingen1 de civ4 ,,xxi1 #h1 cf4 ,gangauf1 ,metaph4 ,psych4 des h4 ,aug4 ,s4 #gg f4 ,ritter1 ,gesch4 der chr4 ,philos4 ,,ii #caj f4 ,dr4 ,e4 ,melzer1 ,des ,aug4 ,lehre vom ,kausalittsverhltniss ,gottes zur ,welt #ahib ,s4 #e f4 ,behalve b ,augustinus1 vinden we deze leer der ideen ook b ,clemens ,alex4 ,strom4 ,,iv c4 #be1 ,v c4 #c4 ,tertull4 de an4 #ah4 ,eusebius1 ,praep4 evang4 l4 #ad c4 #dd4 ,orig4 op ,joh4 #a3a4 ,dionysius1 de div4 nom4 c4 #e4 en later b ,anselmus1 ,monol4 c4 #h sq4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #ce4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ae4 qu4 #dd art4 #c4 ,s4 c4 ,g4 #ed4 ,sent4 ,i dist4 #cf4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #ce4 ,petavius1 ,theol4 dogm4 ,,iv c4 #i-aa4 ,scheeben1 ,kath4 ,dogm4 ,i #feg f4 ,simar1 ,lehrb4 der ,dogm4 #c;e ,aufl4 ,freiburg #ahic ,s4 #adg f41 en ook b ,geref4 theologen als ,polanus1 ,synt4 theol4 p4 #bfg4 #bfh4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #bja4 ,voetius1 ,disp4 ,i #beh sq4 ,twissus1 de scientia media #afci p4 #cab sq4 ,later is deze leer van de ideen bna geheel uit de dogmatiek verdwenen4 ,het woord idee is in de nieuwere philosophie ook van beteekenis veranderd4 ,vroeger verstond men onder idee het voorbeeld der dingen in den scheppenden geest ,gods1 terwl begrip was de afdruk der dingen in den kennenden geest4 ,maar in de nieuwe philosophie is idee de benaming geworden voor die begrippen1 die niet uit de zienlke waarneming maar door zuiver denken worden verkregen 7,cartesius71 waarvan er geen ervaring en dus geen wetenschappelke zekerheid is 7,kant71 die alleen onmiddellk in het gevoel of de rede kunnen worden erkend 7,jacobi74 ,toch herinnert het spraakgebruik nog dikwerf1 althans in onze en in de duitsche taal1 aan de oude beteekenis4 ,het woord sluit nog altd1 vooral op kunstgebied1 de gedachte in van een objectief voorbeeld1 1 en derhalve van eene ideale volmaaktheid4 ,men spreekt dan van de idee van ,god1 de vrheid1 de kunst1 de wetenschap1 het ware1 het goede1 het schoone enz4 ,op ,god toegepast1 drukt de idee uit1 dat ,god alles met wsheid heeft gemaakt1 dat de wsheid de eersteling zns wegs1 is1 ,spr4 #h3bb1 ,col4 #a3ae1 ,op4 #c3ad4 ,god is niet minder dan een kunstenaar4 ,evenals deze zne idee in het kunstwerk realiseert1 zoo schept ,god alle dingen naar de gedachten1 die ,h zich gevormd heeft4 ,de wereld is een kunstwerk ,gods4 ,h is kunstenaar en bouwmeester van het gansche heelal4 ,god werkt niet onbewust1 maar wordt b al zne werken door de wsheid1 door zne ideen geleid4 ,maar er is ook onderscheid tusschen ,god en een aardsch kunstenaar4 ,de gedachten ,gods zn absoluut oorspronkelk1 uit zn eigen wezen genomen1 eeuwig1 onveranderlk2 ja1 ze zn met zn ,goddelk wezen n4 ,de ideen in ,god zn de essentia ,dei zelve1 in zoover deze het voorbeeld is der geschapene dingen en in eindige schepselen uitgedrukt en nagevolgd kan worden4 ,elk schepsel is een openbaring ,gods en participeert aan het ,goddelk zn4 ,de aard dezer participatie bestaat niet daarin1 dat de schepselen modificaties zn van ,gods wezen1 of dat de schepselen dat zn ,gods realiter in zichzelf hebben ontvangen4 ,maar ieder schepsel heeft zn eigen zn1 doordat het in zne existentie een ectype is van het ,goddelk wezen4 ,om de veelheid en den rkdom der ideen ,gods1 in het geschapene gerealiseerd1 is de wsheid ,gods te noemen1 ,ef4 #c3aj4 ,maar toch is de wsheid ,gods ne en zne idee van de wereld is ne1 langzamerhand in den loop der eeuwen zich ontvouwend en het reele heenleidende naar het voorgestelde doel4 ,van wege dit archetypisch karakter der ideen in ,god is er ook geen eigenlke idee van de zonde als zoodanig4 ,de zonde toch is geen eigen zn1 maar eene vermindering van zn1 eene deformatie2 z is wel object en inhoud van ,gods kennis1 z wordt door de wsheid ,gods wel dienstbaar gemaakt aan zn glorie2 maar ze is op zich zelve geen idee zner wsheid1 geen straal van zn licht1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ae art4 #c4 ,wel echter komt die wsheid uit in de schepping1 de ordening1 de leiding en regeering aller dingen4 ,z is en blft de 1 opifex1 ,spr4 #h3cj1 1 ,wsh4 #g3ba1 die alle dingen schept1 regeert en heenleidt naar hunne bestemming1 d4i4 naar de verheerlking van ,gods naam4 #aj4 ,b de deugden van ,gods verstand behoort eindelk nog de waarachtigheid ,gods4 ,het hebr4 woord 1 1 adi4 komt van het verb4 vastmaken1 bouwen1 steunen1 intr4 vast zn1 hi4 zich vasthouden aan1 vertrouwen op1 zeker zn van iets en duidt aan1 subj4 het vasthouden aan iets1 geloof1 1 en obj4 de vastheid1 betrouwbaarheid1 waarheid van den persoon of de zaak waarop men zich verlaat4 ,de hebr4 woorden zn in de ,,lxx nu eens door 1 1 dan door 1 1 1 weergegeven1 en zoo in 't ned4 door waar1 waarachtig1 trouw2 het begrip had in het gewone grieksch en zoo ook in ,,lxx en ,n4 ,t4 te bepaalde beteekenis1 dan dat het de hebr4 woorden voldoende weergeven kon1 het moest daarom aangevuld worden door de woorden enz4 ,reeds de naam ,ihvh drukt uit1 dat ,h blft die ,h is4 ,h is waarheid en zonder onrecht1 1 verkeerdheid1 verdraaidheid1 ,deut4 #cb3d1 ,jer4 #aj3aj1 ,ps4 #ca3f1 #b ,chron4 #ae3c4 ,er ligt hier beide in1 n dat ,h is de waarachtige1 wezenlke ,god tegenover de afgoden1 die zn1 ,deut4 #cb3ba enz41 n dat ,h als zoodanig zne woorden en beloften ten allen tde gestand doet en waar maakt1 zoodat ,h volkomen betrouwbaar is4 ,h toch is geen man1 dat ,h liegen of berouw hebben zou1 ,num4 #bc3ai1 #a ,sam4 #ae3bi4 ,al wat van ,hem uitgaat1 draagt den stempel der waarheid4 ,telkens is er sprake van zne weldadigheid1 1 en trouw1 ,gen4 #bd3di1 #dg3bi1 ,joz4 #b3ad1 #b ,sam4 #b3f1 #ae3bj1 ,ps4 #dj3aa1 van zne goedertierenheid1 1 en waarheid1 ,gen4 #bd3bg1 ,ex4 #cd3f1 ,ps4 #eg3d1 #fa3h1 #hi3ae enz4 ,zne woorden1 rechten1 paden1 werken1 geboden1 wetten1 zn alle loutere waarheid1 #b ,sam4 #g3bh1 ,ps4 #ai3aj1 #be3aj1 #cc3d1 #aaa3g1 #aai3hf1 #adb1 #aea1 ,dan4 #d3cg4 ,zne waarheid en trouw openbaart zich op aarde zoo rk en heerlk1 dat ze reikt tot aan de wolken1 ,ps4 #cf3f1 ,ex4 #cd3f4 ,h bevestigt zn woord telkens met te zweren b zichzelven1 ,gen4 #bb3af enz41 ,hebr4 #f3ac4 ,daarom heet ,h menigmaal een rots1 die door zne onveranderlke vastheid steun biedt aan zne gunstgenooten1 ,deut4 #cb3d1 #ae1 #ah1 #cj1 #cg en in vele eigennamen1 ,num4 #a3e1 #f1 #aj1 #c3ce1 #cd3bh1 en voorts in #b ,sam4 #bb3c1 #cb1 ,ps4 #ah3c1 #cb1 #ai3ae1 #bh3a1 #ca3c1 #ga3c1 #add3a1 ,jes4 #bf3d4 ,en als zulk een ,god der waarheid en der trouw houdt ,h het verbond1 ,deut4 #d3ca1 #g3i1 ,ps4 #dj3aa1 ,hos4 #ab3a enz4 en is ,h een volkomen betrouwbare toevlucht voor al zn volk1 ,ps4 #ca3f1 #cf3f v41 #dc3c1 #ed3g1 #eg3d1 #ga3bb1 #if3ac1 #adc3a1 #adf3f enz4 ,eveneens heet ,h in het ,n4 ,t4 de 2 d4 i4 alleen die ,god is de waarachtige1 wezenlke ,god1 die zich in ,christus heeft geopenbaard1 ,joh4 #ag3c1 #a ,joh4 #e3bj4 ,en al wat ,h openbaart is louter waarheid4 ,h is een in tegenstelling van alle menschen1 ,joh4 #c3cc1 ,rom4 #c3d4 ,zn woord is de waarheid1 zn evangelie is waarheid1 ,christus is de waarheid1 ,joh4 #ad3f1 #ag3ag1 ,ef4 #a3ac4 ,ja1 ,h is nu nog1 die ,h altd was4 ,het ,n4 ,test4 is vervulling en bevestiging van zne beloften in de dagen des ,o4 ,v4 ,h heeft gedacht aan zn verbond en eed1 ,luk4 #a3fh-gc4 ,h is getrouw1 1 daarin dat ,h de ,god des verbonds is en blft en de zaligheid volkomenlk schenkt1 #a ,cor4 #a3i1 #aj3ac1 #a ,thess4 #e3bd1 #b ,thess4 #c3c1 ,hebr4 #aj3bc1 #aa3aa1 #a ,joh4 #a3i4 ,h kan zichzelf niet verloochenen1 #b ,tim4 #b3ac4 ,al zne beloften zn in ,christus ja en amen1 #b ,cor4 #a3ah1 #bj4 ,christus is 1 ,openb4 #a3e1 #c3ad1 #ai3aa4 ,en daarom is ,h en kan ,h wezen het onveranderlke voorwerp onzer 1 cf4 ,wendt1 ,der ,gebrauch der ,wrter 1 und im ,n4 ,t41 ,stud4 u4 ,krit4 #ahhc ,s4 #eaa-edg4 ,cremer1 ,wrterbuch #ahie ,s4 #aji-abf4 ,de ,schrift bezigt dus het woord waarheid in verschillenden zin4 ,en ook de philosophie onderscheidt gewoonlk drierlei begrip van waarheid nl4 veritas in essendo 7in rebus71 in significando 7in verbis71 in cognoscendo 7in intellectu71 of veritas metaphysica1 ethica en logica1 ,liberatore1 ,inst4 philos4 ed4 #h1 ,romae #ahee ,i #gj sq4 ,schmid1 ,der ,begriff des ,wahren in ,gutberlet's ,philos4 ,jahrbuch #ahic ,s4 #ce-dh1 #adj-aej4 ,mastricht1 ,theol4 ,,ii1 #ad1 #e4 ,moor1 ,comm4 in ,marck ,i #fgf4 ,metaphysische1 ontologische waarheid bestaat daarin1 dat een of ander voorwerp1 een persoon of zaak1 al datgene is1 wat tot zn wezen behoort4 ,zoo is goud1 dat er niet alleen als goud uitziet1 maar het wezenlk is1 echt1 waar1 waarachtig goud4 ,waarheid in dezen zin staat tegenover valschheid1 onechtheid1 delheid1 niet-zn4 ,z is eene eigenschap van alle zn als zn1 z is met de substantie n4 ,vooral ,augustinus sprak dikwerf van de waarheid in deze beteekenis4 ,alle zn is als zoodanig waar en schoon en goed4 ,er is wel rke verscheidenheid in de mate van zn2 er is graadonderscheid onder de schepselen4 ,maar alle dingen hebben toch pro suo modo van ,god het zn ontvangen en participeeren aan het ,goddelk zn1 cf4 b4 v4 de civ4 ,,xi #bc1 de nat4 boni c4 ,manich4 c4 #ai4 ,maar van dit zn der schepselen klimt ,augustinus op tot ,god4 ,in de ,schrift wordt ,god de waarachtige genoemd tegenover de afgoden1 die delheid zn4 ,en zoo is b ,augustinus ,god het waarachtige1 eenige1 eenvoudige1 onveranderlke1 eeuwige zn4 ,met zn zn vergeleken is het zn der schepselen een niet-zn te achten4 ,god is summum esse1 summa veritas1 summum bonum4 ,h is louter essentia4 ,h heeft niet1 maar ,h is de waarheid4 ,o veritas quae vere es1 ,conf4 ,x #da4 ,,vii #aj4 ,,xii #be4 ,maar voorts is ,god ook de waarheid in den tweeden bovengenoemden1 d4 i4 in ethischen zin4 ,onder veritas ethica is te verstaan de overeenstemming tusschen iemands wezen en zne openbaring1 in woord of in daad4 ,wie anders zegt dan h denkt1 is onwaarachtig1 een leugenaar4 ,waarheid in dezen zin staat tegenover leugen4 ,b ,god nu is er volkomen overeenstemming tusschen zn zn en zne openbaring1 ,num4 #bc3ai1 #a ,sam4 #ae3bi1 ,tit4 #a3b1 ,hebr4 #f3ah4 ,het is onmogelk1 dat ,god liege of zichzelven verloochene4 ,en eindelk is ,god ook de waarheid in logischen zin4 ,deze bestaat in overeenstemming van het denken met de werkelkheid1 conformitas of adaequatio intellectus et rei4 ,onze begrippen zn waar1 wanneer z zuivere afdruk zn van de werkelkheid4 ,in dezen zin staat waarheid tegenover dwaling4 ,god is nu ook daarom de waarheid1 wl ,h alle dingen kent gelk ze werkelk zn4 ,zn kennen is juist1 onveranderlk1 adaequaat4 ,ja1 ,h is in zn kennen de waarheid zelve1 gelk ,h in zn zn de ontologische waarheid is4 ,de kennisse ,gods is levende1 absolute1 adaequate waarheid4 ,z is niet verkregen uit onderzoek en nadenken over de dingen1 maar is essentieel in ,god en gaat aan de dingen vooraf4 ,z is met het wezen ,gods n en is dus substantieele waarheid4 ,daarom is ook zn woord1 zn wet1 zn evangelie zuivere waarheid4 ,ze zn alle gelk ze wezen moeten4 ,nu zn deze drie beteekenissen van het begrip waarheid wel onderscheiden1 maar ze zn toch ook weder n4 ,deze eenheid bestaat daarin1 dat waarheid altd in alle drie beteekenissen is overeenstemming van denken en zn1 van het ideele en het reele zn4 ,god is de waarheid in metaphysischen zin1 want ,h is de eenheid van denken en zn4 ,h is volkomen zichzelven bewust4 ,h is ,god in waarachtigen zin1 ten volle beantwoordende aan de idee ,gods1 die in ,hemzelf is4 ,h is de waarheid in ethischen zin1 want ,h openbaart zich1 spreekt1 handelt1 verschnt gelk ,h waarlk is en denkt4 ,en ,h is de waarheid in logischen zin1 want ,h denkt de dingen gelk ze zn1 of liever1 de dingen zn gelk ,h ze denkt4 ,h is de waarheid in vollen1 absoluten zin4 ,en daarom is ,h de prima veritas1 de oorspronkelke waarheid1 de bron van alle waarheid1 de waarheid in alle waarheid2 de grond van de waarheid1 van het ware zn aller dingen1 van hun kenbaarheid en denkbaarheid2 het ideaal en de archetype van alle waarheid1 van alle ethische zn1 van alle regelen en wetten waarnaar het wezen en de openbaring aller dingen beoordeeld en genormeerd moet worden2 de bron en de oorsprong van alle kennis der waarheid op alle terrein1 het licht waarin w alleen het licht kunnen zien1 de zon der geesten4 ,te invoco ,deus veritas1 in quo et a quo et per quem vera sunt1 quae vera sunt omnia1 ,aug4 ,solil4 ,i #a4 ,cf4 verder ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #af en #ag4 ,i1 #b qu4 #c art4 #g4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #ei-fb4 ,,iii c4 #ea4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #h art4 #a4 ,scheeben1 ,kath4 ,dogm4 ,i #egh f4 #ffc f4 ,gerhard1 ,loci ,theol4 ,,ii c4 #h sect4 #af4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #bg4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #bbf-bdb4 ,l4 ,meyer1 ,verhand4 over de ,godd4 eigensch4 ,,iv bl4 #a-hh4 ,d4 ,god als de ,heilige4 #aa4 ,onder de ethische deugden komt de eerste plaats toe aan de goedheid ,gods4 ,ook uit de natuur is deze bekend4 ,b ,plato was de idee van het goede met de ,godheid n4 ,maar het woord goed heeft verschillenden zin4 ,de oorspronkelke en eerste beteekenis van goed schnt geen innerlke qualiteit maar eene relatie tot iets anders aan te duiden4 ,b ,socrates was het goede identisch met het nuttige1 met wat goed1 bruikbaar1 nuttig was voor een ander1 ,xen41 ,memor4 ,,iv #f1 #h v42 een absoluut goed is er dus niet1 er is alleen een relatief goed2 nut en schade zn de maatstaf van goed en kwaad4 ,de grieksche ethiek bleef op dit standpunt staan2 de vraag naar het hoogste goed valt saam met die naar het geluk2 goed is dat1 wat allen begeeren1 ,plato1 ,symp4 #bjd ,e4 v4 ,arist4 ,nic4 ,eth4 ,i #b4 ,vandaar de gewone definitie3 bonum est id quod omnia appetunt1 b4 v4 b ,dionys41 de div4 nom4 c4 #d4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #e art4 #a4 qu4 #af art4 #a en #c4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #ch4 #dj4 ,sent4 ,i dist4 #h art4 #c4 ,de utilistische moraal houdt zich aan deze beteekenis van het woord goed1 en grondt daarop hare leer1 cf4 ,paulsen1 ,system der ,ethik #ahhi ,s4 #aga f4 ,wundt1 ,ethik #ahhf ,s4 #ah f4 ,en ,fr4 ,nietzsche heeft daarop heel zne revolutie der moraal gebouwd2 goed was oorspronkelk zooveel als voornaam1 sterk1 machtig1 schoon1 en slecht was de benaming van den schlichten1 gemeinen ,mann1 ,zur ,genealogie der ,moral ,s4 #f4 ,nu heeft het woord goed inderdaad dikwerf deze beteekenis1 als w spreken van een goed huis1 een goede vriend enz41 en daarmede aanduiden1 dat een persoon of zaak zekere eigenschappen bezit en ergens voor deugt4 ,goed heeft dan geen eigen inhoud1 maar ontvangt dien van het doel1 waartoe iemand of iets dienen moet1 en wisselt daarom b de verschillende volken in beteekenis4 ,de ,griek denkt er b aan schoonheid1 1 de ,romein aan voorname geboorte en rkdom1 de ,germaan aan wat passend en tchtig is2 en daarmee in verband verschilt ook de beteekenis van 1 virtus1 deugd4 ,dit goede in algemeenen zin bevat onder zich het nuttige1 het aangename1 het aesthetisch en het ethisch goede1 bonum utile1 bonum delectabile en bonum honestum1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #e art4 #f1 ,i #b qu4 #ii art4 #e enz4 ,in al deze beteekenissen is goed nog een relatief begrip en duidt aan id quod omnia appetunt4 ,maar toch gaat het woord in deze beteekenis niet op4 ,w spreken ook van een bonum in se4 ,de beteekenis van goed als bonum morale of honestum vormt daartoe den overgang4 ,het zedelk goede is op zichzelf goed1 afgedacht van alle voor- of nadeelige gevolgen2 het heeft absolute waarde4 ,volgens de ,schrift is ,god het inbegrip van alle volmaaktheden4 ,alle deugden zn in absoluten zin in ,hem aanwezig4 ,de ,schrift noemt ,hem slechts enkele malen goed in absoluten zin1 1 ,mr4 #aj3ah1 ,luk4 #ah3ai2 ,h is 1 ,mt4 #e3dh4 ,maar welke deugd z ,gode ook toeschrft1 z gaat altd van de onderstelling uit1 dat deze ,hem toekomt in volstrekten zin4 ,kennis1 wsheid1 macht1 liefde1 gerechtigheid enz4 komen ,hem toe op geheel eenige1 d4 i4 ,goddelke wze4 ,deze zne goedheid is dus n met zne absolute volmaaktheid4 ,in ,hem is idee en realiteit n4 ,h is louter 1 actus purissimus4 ,h behoeft niets te worden1 maar is wat ,h is eeuwiglk4 ,h heeft geen doel buiten zich1 maar is zelfgenoegzaam1 1 1 1 ,ps4 #ej3i v41 ,jes4 #dj3bh v41 ,hab4 #b3bj4 ,h ontvangt niets maar geeft alleen4 ,alles heeft ,hem1 ,h heeft niets of niemand van noode4 ,h bedoelt altd zichzelf1 omdat ,h in iets minder dan zichzelf niet rusten kan4 ,wl ,hzelf is de absoluut-goede1 de volmaakte1 kan en mag ,h iets anders niet beminnen dan in en om zichzelven4 ,h kan en mag met minder dan de absolute volmaaktheid niet tevreden zn4 ,waar ,h anderen bemint1 bemint ,h in hen zichzelven1 zn eigen deugden1 werken1 gaven4 ,over de goedheid ,gods1 in den zin van volmaaktheid1 cf4 ,august41 de nat4 boni c4 ,manich4 #a1 de trin4 ,,viii #c4 ,pseudodion41 de div4 nom4 c4 #ac4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #d-f1 c4 ,gent4 ,i #bh4 ,petavius1 de ,deo ,,vi c4 #a sq4 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii c4 #h sect4 #aj4 #ag4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #ach sq4 #cbf sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #i enz4 ,daarom is ,h ook absoluut zalig in zichzelven1 als het inbegrip van alle goed1 van alle volmaaktheid4 ,aristoteles zeide reeds1 dat ,god daarom de zalige was1 wl ,h de eenheid was van denken en gedachte en boven alle begeeren1 streven1 willen1 volkomen verheven was1 ,zeller ,,iii #cfg f4 ,en ten allen tde hebben z1 die het primaat stelden in het verstand1 b ,aristoteles zich aangesloten en de zaligheid in het denken1 het kennen1 de contemplatie gezocht1 cf4 ,thomas ,s4 ,theol4 ,i #b qu4 #c art4 #d4 ,er lag hierin waarheid1 inzoover absolute zaligheid een toestand is van rust1 met geen streven naar een doel vereenigbaar is en ook het bewustzn onderstelt4 ,zaligheid is alleen eigen aan redelke wezens4 ,het onbewuste b von ,hartmann1 is1 evenals de wil b ,schopenhauer1 absolute onzaligheid1 die zelf verlossing behoeft1 ,hartmann1 ,philos4 des ,unbew4 ,,ii #dcd4 ,religionsphilosophie ,,ii #aeb f4 ,drews zegt dan ook1 dat de eigenschap der volmaaktheid ,gode niet kan worden toegekend2 een volmaakte ,god ware een totes ,abstraktum en zou de wereld niet kunnen verklaren2 een ,god1 die alles had1 die volkomen zalig en zichzelf genoeg was1 heeft geen verandering1 geen wereld van noode1 ,die deutsche ,spekulation seit ,kant1 ,,ii #eic f4 ,maar juist deze leer van de absolute onzaligheid ,gods maakt behoedzaam1 om b ,god en mensch het primaat toe te schrven aan den wil1 gelk ,duns ,scotus en velen na hem deden4 ,veel juister is daarom het standpunt van ,bonaventura1 die de zaligheid stelde in beide1 in verstand en wil1 ,sent4 ,,iv dist4 #di pars #a art4 #a qu4 #d1 #e4 ,gelk de zaligheid des menschen ziel en lichaam en al zne vermogens omvatten zal1 zoo bestaat ze b ,god niet alleen in zne volmaakte kennis maar eveneens in zne volmaakte macht1 goedheid1 heiligheid enz4 ,beatitudo status est omnium bonorum aggregatione perfectus1 ,boethius1 de cons4 philos4 #d4 ,over de zaligheid ,gods1 ,august4 de civ4 ,dei ,,xii #a4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bf1 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii c4 #h sect4 #ai4 ,zanchius1 ,,ii #aee sq4 ,polanus1 ,,ii c4 #ag4 ,maar wat goed is in zichzelf1 is goed ook voor anderen4 ,en ,god is als de volmaakte en zalige het hoogste goed voor zne schepselen1 bonum summum quod omnia appetunt2 fons bonorum omnium2 bonum omnis boni2 bonum unum necessarium et sufficiens1 finis bonorum omnium1 ,ps4 #d3g1 #h1 #gc3be1 #bf4 ,h alleen is het bonum quo sit fruendum1 maar schepselen zn bona1 quibus sit utendum1 ,august4 de doctr4 chr4 ,i c4 #c sq4 de trin4 ,x #aj4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #a4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #a4 ,vooral ,augustinus heeft ,god dikwerf zoo als summum bonum voorgesteld1 de trin4 ,,viii #c1 ,enarr4 in ,ps4 #bf1 de doctr4 chr4 ,i #g1 cf4 ,anselmus1 ,prosl4 c4 #bc-be4 ,in ,hem is alles en in ,hem is alleen1 wat alle schepselen zoeken en noodig hebben4 ,h is het summum bonum voor alle schepselen1 schoon voor deze in verschillende mate1 naar gelang ze meer of minder aan zne goedheid deel hebben1 ,hem meer of minder genieten kunnen4 ,h is het1 naar wien alle schepselen bewust of onbewust1 willens of onwillens streven1 het voorwerp van aller begeeren4 ,en het schepsel vindt geen rust dan in ,god alleen1 ,august4 ,conf4 ,i #a4 ,zoo werd het hoogste goed door de christelke theologie ten allen tde in ,god gesteld1 en het kwam in de gedachte niet op1 om dat hoogste goed te zoeken in eenige zedelke daad of deugd van het schepsel1 in den plicht 7,kant71 in het rk ,gods 7,ritschl71 in de liefde 7,drummond7 of in eenig ander creatuur4 ,maar voorts als summum bonum is ,god ook de overvloedige fontein van alle goeden1 ,ned4 ,gel4 art4 #a4 ,deus1 cum perfecte bonus sit1 perpetuo beneficus est1 ,athenagoras1 ,leg4 pro christ4 n4 #bf4 ,er is geen goed in eenig schepsel dan uit en door ,hem4 ,h is de causa efficiens1 exemplaris et finalis van alle goed1 hoe onderscheiden dit ook in de schepselen moge zn4 ,al het natuurlk1 zedelk en geestelk goed heeft zn oorsprong in ,hem4 ,de ,h4 ,schrift is een lofzang op de goedheid des ,heeren4 ,uit haar wordt de schepping afgeleid1 en alle leven en zegen voor mensch en voor beest1 ,ps4 #h1 #ai1 #cf3f-h1 #fe3ab1 #adg3i1 ,mt4 #e3de1 ,hd4 #ad3ag1 ,jak4 #a3ag4 ,z breidt zich uit over al zne werken1 ,ps4 #ade3i en duurt in eeuwigheid1 ,ps4 #acf4 ,telkens wordt heel de schepping opgeroepen1 om ,gods goedheid te loven1 #a ,chr4 #af3cd1 #b ,chr4 #e3ac1 ,ps4 #cd3i1 #ajf3a1 #ajg3a1 #aah3a1 #acf3a1 ,jer4 #cc3aa enz4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #ede f4 ,dionysius1 de div4 nom4 c4 #d1 die de goedheid ,gods op verheven wze schildert en vergelkt b de zon1 die alles verlicht1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #f1 vooral art4 #d4 c4 ,gent4 ,i c4 #dj1 #da4 ,petavius1 de ,deo ,,vi c4 #c4 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii c4 #h sect4 #aj4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 ,,ii c4 #bj4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii col4 #cbf-cdb enz4 ,deze goedheid ,gods treedt in verschillende vormen op1 naar gelang van de objecten1 waarop z zich richt4 ,nauw verwant met haar is de goedertierenheid1 a4 v4 1 stringere1 binden1 1 verwant met 1 #b ,cor4 #aj3a4 ,soms wordt ze in algemeenen zin gebruikt1 #a ,chr4 #af3cd1 maar meest duidt ze aan ,gods bzondere gunst tot zn volk1 de genegenheid1 waarmee ,h gebonden is aan zne gunstgenooten1 aan ,jozef1 ,gen4 #ci3ba1 ,israel1 ,num4 #ad3ai1 ,david1 #b ,sam4 #g3ae1 #bb3ea1 ,ps4 #ah3ea1 #a ,chr4 #ag3ac1 de vromen1 ,ps4 #e3h4 ,z staat in verband met ,gods verbond1 ,neh4 #a3e1 is principe van vergeving1 ,ps4 #f3e1 #ca3ag1 #dd3bg1 #aji3bf1 ,klaagl4 #c3bb1 van genade1 ,ps4 #ea3c1 van troost1 ,ps4 #aai3gf1 duurt eeuwig1 ,jes4 #ed3h1 #aj en is beter dan het leven1 ,ps4 #fc3d4 ,in al haar rkdom heeft z zich geopenbaard in ,christus1 ,rom4 #b3d1 #b ,cor4 #aj3a1 ,ef4 #b3g1 ,col4 #c3ab1 ,tit4 #c3d en betoont zich nu aan de geloovigen1 leidende hen tot bekeering1 ,rom4 #b3d1 #aa3bb1 ,gal4 #e3bb1 cf4 ,delitzsch op ,ps4 #d3d4 ,cremer s4 v4 4 ,de goedheid ,gods heet1 als ze bewezen wordt aan ellendigen1 barmhartigheid1 1 1 viscera1 misericordia1 ,n4 ,t4 1 4 ,van deze barmhartigheid ,gods maakt de ,schrift ieder oogenblik gewag1 ,ex4 #cd3f1 ,deut4 #d3ca1 #b ,chr4 #cj3i1 ,ps4 #hf3ae1 #ajc3h1 #aaa3d1 #aab3d1 #ade3h enz41 in tegenstelling met de menschen1 #b ,sam4 #bd3ad1 ,spr4 #ab3aj1 ,dan4 #i3i1 #ah4 ,z is veelvuldig1 #b ,sam4 #bd3ad1 ,ps4 #aai3aef1 groot1 ,neh4 #i3ai1 ,ps4 #ea3ac1 zonder einde1 ,klaagl4 #c3bb1 teeder als van een vader1 ,ps4 #ajc3ac1 wordt bewezen aan duizenden1 ,ex4 #bj3f en keert na kastding weer1 ,jes4 #ad3a1 #di3ac v41 #ed3h1 #ee3g1 #fj3aj1 ,jer4 #ab3ae1 #cj3ah1 #ca3bj1 ,hos4 #b3bb1 ,mich4 #g3ai enz4 ,in het ,n4 ,t4 heeft ,god1 de ,vader der barmhartigheid1 #b ,cor4 #a3c1 zne barmhartigheid geopenbaard in ,christus1 ,luk4 #a3ej v41 die een barmhartig hoogepriester is1 ,mt4 #ah3bg1 #bj3cd enz4 ,hebr4 #b3ag en ,h toont voorts den rkdom zner barmhartigheid1 ,ef4 #b3d in de behoudenis der geloovigen1 ,rom4 #i3bc1 #aa3cj1 #a ,cor4 #g3be1 #b ,cor4 #d3a1 #a ,tim4 #a3ac1 ,hebr4 #d3af1 enz41 cf4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ba art4 #c4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #cgj sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #bc4 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii c4 #h sect4 #aa4 ,de sparende goedheid ,gods tegenover strafwaardigen heet lankmoedigheid1 of 1 1 1 4 ,meermalen is ook van deze deugd ,gods sprake in de ,schrift1 ,ex4 #cd3f1 ,num4 #ad3ah1 ,neh4 #i3ag1 ,ps4 #hf3ae1 #ajc3h1 #ade3h1 ,jon4 #d3b1 ,joel #b3ac1 ,nah4 #a3c4 ,z heeft zich betoond in heel den td vr ,christus1 ,rom4 #c3be1 en wordt ook nu nog naar het voorbeeld van ,christus1 #a ,tim4 #a3af1 #b ,petr4 #c3ae1 menigmaal aan zondaren bewezen1 ,rom4 #b3d1 #i3bb1 #a ,petr4 #c3bj1 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 ,,ii c4 #bd4 ,veel rker is de goedheid ,gods1 waar ze bewezen wordt aan zulken1 die niets goeds maar alle kwaads hebben verdiend2 dan draagt ze den naam van genade1 1 a4 v4 zich buigen1 neigen1 1 v4 ,dit woord duidt ook aan de gunst1 welke door den eenen mensch b den ander gevonden of aan den ander geschonken wordt1 ,gen4 #cj3bg1 #cc3h1 #aj1 #dg3bi1 #ej3d enz41 ,luk4 #b3eb4 ,van ,god gebezigd1 heeft ze echter nooit de schepselen in het algemeen noch ook de ,heidenen maar alleen zn volk tot object4 ,z wordt bewezen aan ,noach1 ,gen4 #f3h1 ,mozes1 ,ex4 #cc3ab1 #ag1 #cd3i1 ,job1 cap4 #h3e1 #i3ae1 ,daniel1 cap4 #a3i1 aan de zachtmoedigen en ellendigen1 ,spr4 #c3cd1 ,dan4 #d3bg1 en dan vooral aan ,israel als volk4 ,zne verkiezing en leiding1 zne uitredding en verlossing en al de weldaden die het in onderscheiding van andere volken ontving1 zn alleen aan ,gods genade te danken1 ,ex4 #ae3ac1 #af1 #ai3d1 #cc3ai1 #cd3f1 #g1 ,deut4 #d3cg1 #g3h1 #h3ad1 #ag1 #i3e1 #bg1 #aj3ad v4 #cc3c1 ,jes4 #ce3aj1 #db3ba1 #dc3a1 #ae1 #ba1 #ed3e1 #fc3i1 ,jer4 #c3d1 #ai1 #ca3i1 #bj1 ,ezech4 #af1 ,hos4 #h3ad1 #aa3a enz4 ,in historie en wet1 in psalmodie en profetie is altd de grondtoon3 niet ons1 o ,heer1 maar ,uwen naam geef eer1 ,ps4 #aae3a4 ,h doet alles om zns naams wil1 ,num4 #ad3ac v41 ,jes4 #dc3ba1 #be v41 #dh3i1 #aa1 ,ezech4 #cf3bb enz4 ,en daarom wordt die genade ook telkens geroemd en verheerlkt1 ,ex4 #cd3f1 #b ,chron4 #cj3i1 ,neh4 #i3ag1 ,ps4 #hf3ae1 #ajc3h1 #aaa3d1 #aaf3e1 ,jon4 #d3b1 ,joel #b3ac1 ,zach4 #ab3aj4 ,in het ,n4 ,test4 blkt die genade nog rker en dieper van inhoud te zn4 beteekent in objectieven zin schoonheid1 bevalligheid1 gratie1 ,luk4 #d3bb1 ,col4 #d3f1 ,ef4 #d3bi1 en subjectief gunst1 genegenheid van de zde van den gever en dank1 vereering van de zde van den ontvanger4 ,in ,god duidt z aan zne vrwillige1 ongehoudene1 onverdiende genegenheid1 die bewezen wordt aan schuldige zondaren en in plaats van het vonnis des doods hun de en de schenkt4 ,als zoodanig is z een deugd en eigenschap ,gods1 ,rom4 #e3ae1 #a ,petr4 #e3aj1 die zich betoont in de zending van ,christus1 die vol is van genade1 ,joh4 #a3ad v41 #a ,petr4 #a3ac en voorts in de schenking van allerlei geestelke en lichamelke weldaden1 die alle gaven der genade en zelve genade zn1 ,rom4 #e3bj1 #f3a1 ,ef4 #a3g1 #b3e1 #h1 ,phil4 #a3b1 ,col4 #a3b1 ,tit4 #c3g enz4 en alle verdiensten van 's menschen zde ten eenenmale uitsluiten1 ,joh4 #a3ag1 ,rom4 #d3d1 #af1 #f3ad1 #bc1 #aa3e v41 ,ef4 #b3h1 ,gal4 #e3c1 #d1 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #dbe f4 ,cremer s4 v4 ,de leer der genade werd in de christelke kerk het eerst ontwikkeld door ,augustinus1 maar men dacht daarb gewoonlk niet aan de genade als deugd ,gods1 maar aan de weldaden1 die door ,god uit genade in ,christus aan de gemeente werden geschonken4 ,onder de eigenschappen ,gods wordt de genade gewoonlk niet behandeld4 ,wel ontbreekt dit begrip der genade1 nl4 als virtus ,dei niet2 ,thomas zegt b4 v4 quandoque tamen gratia ,dei dicitur ipsa aeterna dilectio1 secundum quod dicitur etiam gratia praedestinationis1 in quantum ,deus gratuito et non ex meritis aliquos praedestinavit sive elegit1 ,s4 ,theol4 ,,ii #a qu4 #aaj art4 #a41 cf4 ,schwetz1 ,theol4 dogm4 cath4 ,i #ahea p4 #aic4 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii c4 #h sect4 #aa qu4 #d4 ,musculus1 ,loci ,communes #aefg p4 #cag sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #ba4 ,zanchius ,op4 ,,ii #cdb-ceh1 maar terstond wordt de genade toch genomen in ruimer zin1 gelk ze eerst later in de dogmatiek1 in den locus de salute ter sprake moet komen4 ,cf4 ook ,lange1 art4 ,gnade in ,herzog1 ,dogm4 ,,ii #ah4 ,voorts treedt de goedheid ,gods als liefde op1 als z niet enkele weldaden slechts1 maar zichzelve geeft4 ,in het ,o4 ,test4 is er nog niet zoo dikwerf van deze liefde als eigenschap ,gods sprake1 maar toch ontbreekt ze volstrekt niet1 ,deut4 #d3cg1 #g3h1 #ac1 #aj3ae1 #bc3e1 #b ,chron4 #b3aa1 ,jes4 #ca3c1 #dc3d1 #dh3ad1 #fc3i1 ,jer4 #ca3c1 ,hos4 #aa3a1 #d1 #ad3e1 ,zef4 #c3ag1 ,mal4 #a3b4 ,en niet alleen deugden en eigenschappen1 zooals het recht en de gerechtigheid1 ,ps4 #aa3g1 #cc3e1 #cg3bh1 #de3h1 maar ook personen zn haar object1 ,ps4 #gh3fh1 #adf3h1 ,spr4 #c3ab1 ,deut4 #d3cg1 #g3h1 #ac1 #bc3e1 #b ,chron4 #b3aa1 ,jer4 #ca3c1 ,mal4 #a3b4 ,veel klaarder treedt deze liefde ,gods in het ,n4 ,t4 aan het licht1 nu ,god zichzelven gegeven heeft in den ,zoon zner liefde4 ,het ,hebr4 wordt niet weergegeven door 1 hetwelk de gewone naam voor de zinnelke liefde is1 noch ook door 1 het woord voor de liefde tusschen bloedverwanten1 maar door 1 hetwelk aan het gewone grieksch vreemd is en ook b ,philo en ,josephus niet voorkomt maar juist geschikt is om de volle1 reine1 ,goddelke liefde aan te duiden1 evenals het latnsche caritas 7dilectio7 in onderscheiding van amor4 ,de verhouding van ,vader en ,zoon wordt als een leven der liefde geteekend1 ,joh4 #c3ce1 #e3bj1 #aj3ag1 #ad3ca1 #ae3ai1 #ag3bd1 #bf4 ,maar in ,christus1 die zelf liefheeft en zne liefde bewezen heeft in zne overgave1 ,joh4 #ae3ac1 openbaart die liefde zich ook jegens de menschen1 niet alleen de wereld of de gemeente in het algemeen1 ,joh4 #c3af1 ,rom4 #e3g1 #h3cg1 #a ,joh4 #d3i1 maar ook individueel en persoonlk1 ,joh4 #ad3bc1 #af3bg1 #ag3bc1 ,rom4 #i3ac1 ,gal4 #b3bj4 ,ja1 ,god heeft niet lief1 maar ,h is liefde1 #a ,joh4 #d3h1 en zne liefde is grondslag1 bron1 voorbeeld van de onze1 #a ,joh4 #d3aj4 ,nu kan er wel van ,gods liefde in het algemeen tot de schepselen en tot de menschen gesproken worden1 1 amor complacentiae en 1 amor benevolentiae1 maar de ,schrift bezigt daarvoor toch meest het woord goedheid1 en spreekt in den regel van ,gods liefde evenals van zne genade alleen in betrekking tot het volk of de gemeente1 die ,h verkoren heeft1 1 amor amicitiae1 ,oehler1 ,theol4 des ,alt4 ,test4 #ha4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 #ede f4 ,smend1 ,altt4 ,religionsgesch4 #aig f4 ,cremer1 s4 v4 ,deze liefde is nu wel niet in dien zin het wezen ,gods1 dat z het middenpunt en het hart daarin uitmaakt en de andere eigenschappen hare modi zn1 ,schleiermacher1 ,chr4 ,gl4 #afg4 ,schoeberlein1 ,princip u4 ,system der ,dogm4 #ahha ,s4 #abi4 ,dorner1 ,glaub4 ,i #dcg4 ,oosterzee1 ,dogm4 #ej1 want alle eigenschappen zn zn wezen in gelken zin2 in ,god is geen hooger en lager1 geen minder en meer1 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #bjc4 ,thomasius1 ,christi ,person und ,werk1 ,i ,s4 #aje4 ,doedes1 ,leer van ,god #bca4 ,maar toch is de liefde zeer zeker met het ,goddelk wezen identisch4 ,z is onafhankelk1 eeuwig1 onveranderlk als ,god zelf4 ,z heeft in ,hem haar oorsprong en keert ook door de schepselen heen tot ,hem weder4 ,pseudodionysius sprak daarom van de ,goddelke liefde tamquam sempiternus circulus1 propter bonum1 ex bono1 in bono1 et ad bonum indeclinabili conversione circumiens1 in eodem et secundum idem et procedens semper et manens et remeans1 de div4 nom4 c4 #d #ad4 ,cf4 ,augustinus1 de trin4 ,,viii #f-ab4 ,,ix #f4 ,x #a4 ,conf4 ,,iv #ab4 ,solil4 ,i #b4 de vera relig4 c4 #df4 ,lombardus1 ,sent4 ,,iii dist4 #cb1 #a4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bj4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #ia4 ,scheeben1 ,dogm4 ,i #fib f4 ,gerhard1 ,loci theol4 loc4 ,,ii c4 #h sect4 #aa qu4 #b4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #cei sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #bb4 #ab4 ,met de goedheid ten nauwste verwant is de heiligheid ,gods4 ,vroeger werd z omschreven als ab omni scelere libera et omnino perfecta et omni ex parte immaculata puritas1 ,pseudodion41 de div4 nom4 c4 #ab #b1 cf4 verder ,suicerus1 s4 v4 4 ,dikwerf wordt ze naast de bonitas1 perfectio en pulchritudo ,dei niet afzonderlk behandeld2 noch ,lombardus1 noch ,thomas brengen haar ter sprake4 ,b de ,protestantsche theologen was de omschrving der heiligheid ,gods wezenlk dezelfde2 z bestond in moralis perfectio1 puritas1 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #bh4 ,synopsis1 ,,vi #dj4 ,mastricht1 ,theor4 pract4 theol4 ,,ii c4 #ai4 ,l4 ,meyer1 ,verh4 over de ,goddel4 eigensch4 ,,iii #aae v4 en werd nu eens meer met de gerechtigheid1 dan met de goedheid1 en ook wel met de waarachtigheid en wsheid ,gods in verband gebracht1 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 ,s4 #gc1 cf4 ,bretschneider1 ,syst4 ,entw4 #chb f4 ,hase1 ,hutt4 ,rediv4 #fc4 ,het onderzoek van het bbelsch begrip heilig heeft echter allengs eene andere opvatting doen opkomen4 ,allen erkennen thans1 dat het begrip heiligheid in ,o4 en ,n4 ,t4 eene verhouding van ,god tot de wereld uitdrukt4 ,maar er is verschil over1 van wat aard en karakter die relatie is4 ,menken dacht daarb met het oog op teksten als ,hos4 #aa3i1 ,jes4 #eg3ae1 ,ezech4 #bj3i v4 aan ,gods nederbuigende goedheid en genade1 ,versuch einer ,anleitung zum eigenen ,unterricht in den ,wahrh4 der h4 ,s4 #cte ,aufl4 #ahcc cap4 #a #i4 ,baudissin meende echter1 dat in de heiligheid ,gods veeleer zne volstrekte verhevenheid en macht boven alle creaturen werd uitgedrukt1 ,stud4 zur semit4 ,religionsgesch41 #btes ,heft1 ,leipzig #ahgh ,s4 #c-adb1 en werd in dit gevoelen gesteund door ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,ii #hi f41 en ook door ,prof4 ,h4 ,p4 ,smith1 ,presb4 and ,ref4 ,rev4 ,jan4 #ahij p4 #db etc4 met beroep op plaatsen als ,num4 #bj3ac1 ,jes4 #e3af1 ,ezech4 #bj3da1 #bh3be1 #cf3bj-bd1 en de verbinding van heerlk1 verheven met heilig in plaatsen als ,jes4 #fc3ae1 #fd3aa1 ,jer4 #ag3ab1 ,ezech4 #bj3dj enz4 ,verwant is daarmede de opvatting van ,schultz1 die b de heiligheid ,gods denkt aan ,gods verterende majesteit1 aan zne ongenaakbaarheid en onschendbaarheid1 aan den oneindigen afstand1 die hem scheidt van alle schepsel1 en daarvoor verwst naar ,ex4 #ae3aa1 #a ,sam4 #b3b1 #f3bj1 ,jes4 #f3c1 #h3ad1 #aj3ag1 ,altt4 ,theol4 #eed f41 cf4 ook ,kuenen1 ,g4 v4 ,isr4 ,i #dg v4 ,hofmann1 ,schriftbeweis ,i #hc1 in hoofdzaak ook ,smend1 ,altt4 ,religionsgesch4 #ccc f4 ,omdat er zoo het grootste verschil over was1 welke eigenschap ,gods er toch wel door de heiligheid werd aangeduid1 hebben anderen gemeend1 dat dit begrip hoegenaamd geen innerlke1 wezenlke qualiteit1 maar alleen eene relatie aanduidt1 en dus zuiver en alleen een ,verhltnissbegriff is4 ,het eerst werd de heiligheid zoo opgevat door ,diestel1 ,jahrb4 f4 d4 ,theol4 #ahei ,s4 #c-fb1 en sedert wordt z door velen als de juiste aangenomen1 vooral door ,otto ,schmoller1 ,die ,bedeutung von im ,a4 ,t41 in ,festgruss an ,rudolf von ,todt zum ,dr4 jubilum1 von seinen ,freunden u4 ,schlern1 ,stuttgart #ahic ,s4 #ci-dc1 cf4 ook ,delitzsch art4 ,heiligkeit in ,herzog4 ,cremer1 ,wrterbuch s4 v4 ,issel1 ,der ,begriff der ,heiligkeit im ,n4 ,t4 ,leiden1 #ahhg4 ,r4 ,schrter1 ,der ,begriff der ,heiligkeit im ,a4 u4 ,n4 ,t4 ,leipzig1 ,fock #ahib4 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godsd4 ,,ii #bfj-bhj4 ,de stam 1 verwant met 1 wordt meest afgeleid van den wortel met de beteekenis van snden1 scheiden en drukt dus uit3 afgesneden1 afgezonderd zn4 ,het verb4 komt voor in ni4 pi4 hi4 hithp41 het adj4 is en het subst4 2 het oppositum is 1 van 1 facere1 ,lev4 #aj3aj1 #a ,sam4 #ba3e1 #f1 ,ezech4 #dh3ad1 #ae4 ,het is verwant met maar toch ook duidelk onderscheiden van 1 rein1 dat tot oppositum heeft 1 ,lev4 #aj3aj4 ,het woord heilig wordt nu allereerst gebezigd van allerlei personen en zaken1 die van het algemeen gebruik zn afgezonderd en in eene bzondere relatie tot ,god en zn dienst zn gesteld4 ,zoo is er sprake van heilig land1 ,ex4 #c3e1 heilige verzameling1 ,ex4 #ab3af1 heilige sabbat1 ,ex4 #af3bc1 heilig volk1 ,ex4 #ai3f1 heilige plaats1 ,ex4 #bi3ca1 heilige zalf1 ,ex4 #cj3be1 heilige rok1 ,lev4 #af3d1 heilig jubeljaar1 ,lev4 #be3ab1 heilig huis1 ,lev4 #bg3ad1 heilige akker1 ,lev4 #bg3ba1 heilige tiende1 ,lev4 #bg3cj1 heilig water1 ,num4 #e3ag1 heilige vaten1 ,num4 #af3cg1 heilige koe1 ,num4 #ah3ag1 heilig leger1 ,deut4 #bc3ad1 heilig goud1 ,jos4 #f3ai1 heilig brood1 #a ,sam4 #ba3d1 heilige ark1 #b ,chron4 #ce3c1 heilig zaad1 ,ezra #i3b1 heilige stad1 ,neh4 #aa3a1 heilig verbond1 ,dan4 #aa3bh1 heilig woord1 ,ps4 #aje3db1 van den tempel als heiligdom1 ,ex4 #ae3ag met zn heilige en heilige der heiligen1 en ook van de engelen of de kinderen ,israels als de heiligen1 ,deut4 #cc3b1 #c1 ,job #e3a1 #ae3ae1 ,ps4 #af3c1 #aj1 #cb3f1 #hi3f1 #h1 #bj1 ,spr4 #i3aj1 #cj3c1 ,dan4 #d3ag1 #g3ah1 #bb1 #be1 #bg1 #g3ba1 ,hos4 #ab3a1 ,zach4 #ad3e4 ,in al deze gevallen drukt het begrip heilig nog niet eene inwendige1 zedelke eigenschap uit1 maar duidt slechts aan1 dat de zoo aangeduide personen of voorwerpen aan den ,heere zn gewd en in eene bzondere verhouding staan tot zn dienst1 en dus van het gemeene terrein zn afgezonderd4 ,in deze eigenaardige verhouding tot ,god staan de personen en zaken1 die heilig worden genoemd1 echter niet vanzelf4 ,er is veeleer van nature een afstand en verwdering1 een onderscheid en tegenstelling tusschen ,god en zn schepsel4 ,in zichzelve is heel de wereld 1 profaan1 niet staande in de gemeenschap met ,god en niet geschikt tot zn dienst4 ,ook kunnen de personen en zaken zichzelven niet heiligen en in die bzondere relatie tot ,god zich stellen1 welke door het woord heilig wordt uitgedrukt4 ,de heiliging gaat alleen van ,god uit4 ,h is het1 die ,israel1 priesterschap1 tempel1 altaar1 bzondere plaatsen1 personen en voorwerpen heiligt1 in zn dienst en gemeenschap overbrengt1 en van het onheilige afzondert4 ,ik ben de ,heere1 die u heilig1 ,ex4 #ca3ac1 ,lev4 #bj3h1 #ba3h1 #ae1 #bc1 #bb3i1 #af1 #cb1 ,ezech4 #bj3ab1 #cg3bh4 ,deze heiliging van personen of zaken door den ,heere geschiedt nu op tweerlei wze3 negatief door een volk1 persoon1 plaats1 dag1 voorwerp uit te verkiezen en van alle andere af te zonderen1 en positief door deze personen of zaken naar bepaalde regelen te wden en te doen leven4 ,god heiligt den sabbat1 niet alleen door hem af te zonderen van de andere dagen der week maar ook door daarop te rusten en hem te zegenen1 ,gen4 #b3b1 #c1 ,ex4 #bj3aa1 ,deut4 #e3ab4 ,h heeft het gansche volk van ,israel geheiligd1 door het te verkiezen uit alle volken der aarde1 door het op te nemen in zn verbond en het zne wetten bekend te maken1 ,ex #ai3d-f4 ,de heiligheid ,gods is het principe van heel de wetgeving1 van de zedelke en van de ceremonieele geboden1 van de gansche heilsopenbaring aan ,israel1 want deze bedoelt niet anders dan dat ,israel heilig z1 ,ex4 #ai3d-f1 ,lev4 #aa3dd1 #de1 #ai3b1 #bj3bf4 ,israel is heilig1 doordat ,god het tot zn eigendom neemt1 tot het volk komt1 onder hen woont en hun tot een ,god is1 ,ex4 #ai3d-f1 #bi3dc-df4 ,en binnen dezen kring heiligt ,h nu weer in het bzonder de eerstgeborenen1 door ze zich toe te eigenen1 ,ex4 #ac3b1 het volk1 doordat ze zich wasschen en alzoo zich voorbereiden1 om ,god te ontmoeten1 ,ex4 #ai3aj1 #ad1 den berg1 door hem af te palen1 ,ex4 #ai3bc1 de priesterschap door zalving1 offerande1 bloedsprenging en bzondere kleeding1 ,ex4 #bh3c1 #da1 #bi3a v4 #ba1 den tabernakel en het altaar door zalving1 ,ex4 #bi3cg1 #dj3i v4 ,lev4 #h3aj1 #aa1 ,num4 #g3a1 de zalfolie1 door ze op bzondere wze te laten bereiden1 ,ex4 #cj3bb v41 de ,nazireers1 door hen naar bepaalde regelen te doen leven1 ,num4 #f3b v4 enz4 ,en wat zoo heilig is1 deelt in een eigen leven1 draagt een eigen karakter1 is van 't gemeene leven en de gemeene wet onderscheiden2 het mag b4 v4 niet aangeroerd1 ,ex4 #ai3bc1 #bd1 niet gegeten1 ,ex4 #bi3cc1 niet gebruikt worden1 ,ex4 #cj3cb v41 het heiligt datgene1 wat er mede in aanraking komt1 ,ex4 #cj3bi1 ,lev4 #aj3b v41 ,num4 #a3ea1 #ec1 #c3aj1 #ch1 ,jes4 #h3ad4 ,nu is de positieve handeling1 waardoor iets heilig wordt1 niet altd uitgedrukt2 soms schnt de heiliging in niets anders te bestaan dan in afzondering1 ,lev4 #be3aj1 #bg3ad1 ,joz4 #g3ac1 #bj3g1 ,rich4 #ag3c1 #a ,sam4 #g3a1 #b ,sam4 #h3aa1 #a ,chron4 #ah3aa enz4 ,maar heiligen is toch iets meer dan alleen afzonderen1 het is door middel van wassching1 zalving1 offerande1 bloedsprenging enz4 iets ontdoen van dat karakter1 hetwelk het met alle dingen gemeen heeft1 en er een anderen1 eigen stempel op drukken1 dien het overal dragen en vertoonen moet4 ,nu wzen de ceremonin1 die ter heiliging noodig waren1 duidelk aan1 dat ook de onreinheid en zondigheid van het schepsel hierb in aanmerking komt1 welke juist op die wze moest weggenomen worden4 ,wassching1 offerande1 bloedsprenging1 zalving dienden ter ontzondiging en toewding1 ,lev4 #h3ae1 #af3af1 ,job #a3e enz4 ,heilig en rein zn daarom synoniemen1 ,ex4 #cj3ce1 ,lev4 #af3ai4 ,maar daarom gaat het begrip heilig in die zedelke reinheid niet op4 ,wel is deze niet uitgesloten1 maar z is niet de eenige noch zelfs de eerste beteekenis4 ,heilig is in het ,o4 ,t41 vooral in de wet1 veel ruimer van zin4 ,heel de onderscheiding en tegenstelling van uitwendige en inwendige reinheid enz4 is van uit een later standpunt op dat der ,mozaische wetgeving overgedragen4 ,maar heilig is datgene1 wat door ,ihvh verkoren en afgezonderd is1 wat door bzondere ceremonin van het gemeen karakter is ontdaan en een eigen karakter heeft ontvangen1 en nu in dezen nieuwen toestand naar de daarvoor gestelde wetten leeft4 ,israel is een heilig volk1 omdat het door ,god is verkoren en afgezonderd1 in een verbond is opgenomen en nu naar al zne wetten1 ook de ceremonieele enz4 heeft te leven4 ,heilig is datgene1 dat in alles beantwoordt aan de speciale wetten1 die ,god daarvoor heeft gegeven2 heiligheid is volkomenheid1 niet in zedelken zin alleen1 maar in dien ganschen zin1 waarin de eigenaardige wetgeving van ,israel ze opvat1 in religieusen1 ethischen1 ceremonieelen1 in- en uitwendigen zin4 ,dit begrip der heiligheid wordt echter dan eerst ten volle duidelk wanneer we nagaan1 in welken zin het op ,god wordt toegepast4 ,cremer heeft er terecht op gewezen1 dat de heiligheid niet allereerst eene verhouding aanduidt van beneden naar boven1 maar van boven tot beneden1 en dat ze in de eerste plaats ,gode toekomt en daarna in afgeleiden zin ook aan schepselen4 ,schepselen zn niet heilig in zichzelf4 ,z kunnen ook zichzelf niet heiligen4 ,alle heiliging en alle heiligheid gaat van ,god uit4 ,ihvh is heilig1 en daarom wil ,h een heilig volk1 eene heilige priesterschap1 eene heilige woning enz41 ,ex4 #ai3f1 #bi3dc1 ,lev4 #aa3dd1 #de1 #ai3b1 #bj3bf1 #ba3h1 ,deut4 #bh3i1 #aj4 ,meermalen wordt aan ,ihvh dit praedikaat toegekend1 ,lev4 #aa3dd1 #de1 #ai3b1 #bj3bf1 #ba3h1 ,joz4 #bd3ai1 #a ,sam4 #b3b1 #f3bj1 ,ps4 #bb3d1 #ii3e1 #i1 ,jes4 #e3af1 #f3c enz4 ,jesaia gebruikt dikwerf den naam van ,heilige ,israels1 cap4 #bi3bc1 #dj3be1 #dc3ae1 #di3g1 #fb3ab1 cf4 #b ,kon4 #ai3bb1 ,ezech4 #ci3g1 ,hab4 #a3ab1 #c3c4 ,en voorts wordt er ook gesproken van ,gods heiligen naam1 ,lev4 #bj3c1 #bb3cb1 #a ,chron4 #af3ce1 ,ps4 #ii3c1 #ajc3a1 #aaa3i enz41 heiligen arm1 ,jes4 #eb3aj1 heilige majesteit1 #b ,chr4 #bj3ba4 ,nu heet ,ihvh in de eerste plaats zoo1 wl ,h zich in eene bzondere relatie tot ,israel gesteld heeft2 heilig is ook b ,god allereerst een ,verhltnissbegriff4 ,jahveh's heiligheid openbaart zich daarin1 dat h ,israel tot zn volk heeft aangenomen1 zichzelf aan ,israel gaf en onder hen wonen ging1 ,ex4 #bi3dc-df1 ,lev4 #aa3dd1 #de1 #bj3bf1 ,ps4 #aad3a1 #b4 ,doch deze relatie is geen abstractie1 maar is rk van inhoud4 ,god heeft zelf deze relatie geregeld in de wetten1 die ,h aan ,israel gaf4 ,heel de wetgeving van ,israel heeft haar principe in de heiligheid van ,ihvh en haar doel in de heiliging des volks4 ,wat de heiliging van ,ihvh inhoudt1 wordt openbaar in de gansche wet2 en het volk is heilig1 wanneer het daaraan beantwoordt4 ,als ,heilige is ,h degene1 die zich aan ,israel gaf en onder ,israel woont1 maar nu ook verder zich houdt aan zn woord1 trouw blft aan zn verbond1 ,ps4 #hi3ce v4 en ,israel telkens weer uitredt en verlost4 ,god is de ,heilige ,israels1 die ,israel toebehoort en die zoo is1 als zne wet ,hem kennen doet4 ,uit zne heiligheid vloeit voor ,israel voort3 redding1 ,ps4 #bb3d1 #e1 #hi3ai1 #ih3a1 #ajc3a1 #aje3c1 #ade3ba1 gebedsverhooring1 ,ps4 #c3e1 #bj3g1 #bh3b1 troost1 ,jes4 #e3af1 ,hab4 #a3ab1 vertrouwen1 ,ps4 #bb3d1 #e1 #cc3ba1 ,jes4 #aj3bj4 ,zne heiligheid laat niet toe1 dat ,h ,israel verderve4 ,als de ,heilige is ,h de ,schepper1 ,verlosser en ,koning ,israels1 ,jes4 #dc3ad1 #ae1 #di3g1 #ed3e1 #fb3ab4 ,en zoo wordt ,h door zn volk1 dat verlost is1 als de ,heilige gedankt en geprezen1 ,ps4 #cj3e1 #ga3bb1 #ig3ab1 #a ,chron4 #af3aj1 #ce4 ,maar tegelk is deze heiligheid ,gods ook principe van straf en kastding4 ,als ,israel zn verbond verbreekt1 zn naam ontheiligt1 zne wetten overtreedt1 dan is het juist de heiligheid ,gods1 die ,hem tot straf aanspoort2 zne heiligheid eischt dat ,israel heilig z en ,hem heilige1 ,lev4 #aa3dd1 #de1 #ai3b1 #bj3g1 #bf1 #ba3h4 ,ingeval van ongehoorzaamheid1 kastdt ,h ,israel1 #a ,kon4 #i3c-g1 #b ,chron4 #g3af-bj4 ,dezelfde heiligheid1 die principe is van verlossing en voorwerp van lof1 is voor de overtreders beginsel van verderving en voorwerp van vreeze4 ,heilig is dan synoniem van verig1 ,joz4 #bd3ai1 groot en vreeselk1 ,ex4 #ae3aa1 ,ps4 #ii3c1 #aaa3i1 van heerlk en verheven1 ,jes4 #f3c1 #eg3ae4 ,niemand is ,hem als ,heilige gelk1 ,ex4 #ae3aa1 #a ,sam4 #b3b1 ,jes4 #dj3be4 ,hem heiligen is ,hem vreezen1 ,jes4 #h3ac1 #bi3bc4 ,als menschen zn naam en zn verbond ontheiligen1 dan heiligt ,h zichzelf door recht en gerechtigheid1 ,jes4 #e3af1 ,ezech4 #bh3bb4 ,maar ook dan vergeet ,h zn volk niet4 ,zne heiligheid blft voor ,israel de oorzaak der verlossing1 ,jes4 #f3ac1 #aj3bj1 #bg3ac1 #bi3bc1 #bd1 #dc3ae1 #di3g1 #eb3aj enz4 ,jer4 #ea3e1 ,hos4 #aa3h1 #i1 en zal zich eindelk daarin openbaren1 dat ,h de ,heidenen zal doen weten dat ,h de ,heere is1 ,jer4 #ej3bi1 ,ezech4 #cf3bc1 #ci3g en ,israel verlost en reinigt van alle ongerechtigheden1 ,ezech4 #cf3be v41 #ci3g4 ,dit laatste leidt nu rechtstreeks henen naar de heiligheid in ,nieuw-,testamentischen zin4 ,reeds de keuze van het grieksche woord is van beteekenis4 van 1 duidt aan wat eerwaardig is1 ,phil4 #d3h1 #a ,tim4 #c3h1 #aa1 ,tit4 #b3b2 drukt alleen eene relatie uit tot de ,godheid1 #a ,cor4 #i3ca1 #b ,tim4 #c3ae1 ,hebr4 #h3b1 #i3h enz42 heeft de beteekenis van rein1 kuisch1 #b ,cor4 #aa3b1 ,tit4 #b3e enz4 ,deze woorden worden nimmer van ,god gebruikt4 ,god wordt in het ,n4 ,t4 alleen genoemd 1 ,op4 #ae3d1 #af3e1 cf4 ,hebr4 #g3bf en vooral 1 ,luk4 #a3di1 ,joh4 #ag3aa1 #a ,joh4 #b3bj1 #a ,petr4 #a3ae1 #af1 ,op4 #d3h1 #f3aj4 ,in het ,o4 ,test4 is de heiligheid ,gods nog niet duidelk naast en in onderscheiding van alle andere volmaaktheden ,gods bepaald4 ,z duidt daar nog aan de gansche relatie1 waarin de ,heere tot ,israel en ,israel tot den ,heere staat4 ,daarom kan ,ihvh de ,heilige ,israels heeten1 die zich geheel en al aan ,israel gegeven heeft en het langs allerlei wegen als zn eigendom handhaaft en bewaart4 ,daarom is ook van de zde des volks de heiliging niet alleen religieus en ethisch maar ook ceremonieel1 burgerlk1 politiek van aard4 ,gelk de heiligheid in ,god nog niet naast andere deugden is begrensd1 zoo is z ook aan de zde van ,israel heel het volk naar alle zden omvattend4 ,maar als in het ,n4 ,t4 verschnt1 ,mk4 #a3bd1 ,luk4 #d3cd1 ,hd4 #c3ad1 #d3bg1 die met de wereld de diepste tegenstelling vormt1 ,joh4 #ae3ah en zichzelven in absoluten zin ,gode heiligt en wdt1 ,joh4 #ag3ai1 dan houdt de heiligheid ,gods op beginsel van straf en kastding te wezen1 en wordt z in den ,heiligen ,geest1 die in het ,o4 ,t4 nog maar enkele malen zoo heet1 ,ps4 #ea3ac1 ,jes4 #fc3aj1 doch thans geregeld dien naam draagt1 het principe van de heiliging der gemeente4 ,deze is thans het 1 #a ,petr4 #b3e1 #i1 ,ef4 #b3ai1 #e3bg1 bestaande uit 1 1 1 ,ef4 #a3a1 #d1 ,col4 #a3b1 #bb1 #c3ab1 #a ,cor4 #g3bd1 geheel en al van de zonde bevrd en gereinigd en eeuwiglk met ziel en lichaam ,gode gewd4 ,de heiligheid1 welke ,ihvh zich geven doet aan ,israel en ,israel geheel en al opeischt voor zn dienst1 openbaart zich ten slotte het hoogste daarin1 dat ,god zich in ,christus aan de gemeente geeft en deze verlost en reinigt van alle ongerechtigheden4 #ac4 ,b de heiligheid ,gods behoort ook zne heerlkheid4 ,de ,schrift bezigt daarvoor de woorden en 2 van het verbum 1 zwaar1 gewichtig zn1 is de verschning van hem1 die gewichtig1 voornaam is2 daarnaast is ook in gebruik 1 dat de heerlke verschning aanduidt van hem1 wiens naam wd verbreid is1 en 1 hetwelk die verschning aanduidt in haar glans en schoonheid1 ,delitzsch op ,ps4 #h3f4 ,het grieksche woord daarvoor in ,,lxx en ,n4 ,t4 is 1 de erkenning1 die iemand geniet of waarop h aanspraak heeft1 subjectief dus de erkenning1 die iemand toekomt of feitelk geschonken wordt1 de roem of eer1 waarin h deelt1 syn4 met en 1 ,op4 #e3ab1 opp4 1 #b ,cor4 #f3h2 en objectief de verschning1 gestalte1 het aanzien1 de pracht1 glans1 heerlkheid van een persoon of zaak1 die zich vertoont1 of de persoon of zaak zelf in hunne heerlke verschning1 en dan verwant met 1 1 1 ,jes4 #ec3b1 #a ,cor4 #aa3g4 ,de 1 geeft daarom te kennen de glans en heerlkheid1 die van alle deugden ,gods en van heel zne zelfopenbaring in natuur en bovenal in genade onafscheidelk is1 de heerlke gestalte1 waarin ,h allerwege tegenover schepselen optreedt4 ,deze heerlkheid en majesteit1 waarmede ,god bekleed is en die al zn doen kenmerkt1 #a ,chron4 #af3bg1 ,ps4 #bi3d1 #if3f1 #ajd3a1 #aaa3d1 #aac3d enz41 openbaart zich in de gansche schepping1 ,ps4 #h1 ,jes4 #f3c1 maar wordt toch vooral gezien op het terrein der genade4 ,z verschnt aan ,israel1 ,ex4 #af3g1 #aj1 #bd3af1 #cc3ah v4 ,lev4 #i3f1 #bc1 ,num4 #ad3aj1 #af3ai enz4 ,deut4 #e3bd4 ,z vervulde den tabernakel en den tempel1 ,ex4 #dj3cd1 #a ,kon4 #h3aa en deelde zich mede aan heel het volk1 ,ex4 #bi3dc1 ,ezech4 #af3ad enz4 ,bovenal wordt ze aanschouwd in ,christus1 den ,eeniggeborene1 ,joh4 #a3ad en door ,hem in de gemeente1 ,rom4 #ae3g1 #b ,cor4 #c3ah1 welke verwacht de zalige hope en verschning der heerlkheid van den grooten ,god en van haren ,zaligmaker ,jezus ,christus1 ,tit4 #b3ac4 ,meermalen wordt z met de heerlkheid ,gods in verband gebracht4 ,ex4 #bi3dc1 ,jes4 #f3c en daarom ook beschreven als een vuur1 ,ex4 #bd3ag1 ,lev4 #i3bd en als eene wolk1 #a ,kon4 #h3aj1 #aa1 ,jes4 #f3d4 ,zonder twfel denkt de ,schrift b die wolk en dat vuur aan zinnelk waarneembare1 creatuurlke vormen1 waaronder zich ,gods tegenwoordigheid kenbaar maakte1 cf4 deel ,i #bdi4 ,iets anders is het echter met het licht1 waarmede de heerlkheid ,gods dikwerf vergeleken en waaronder ze telkens voorgesteld wordt4 ,licht is in de ,schrift het beeld van waarheid1 heiligheid en zaligheid1 ,ps4 #dc3c1 ,jes4 #aj3ag1 ,ps4 #ig3aa4 ,deze vergelking is zoo eenvoudig en natuurlk1 dat er waarlk de onderstelling niet voor noodig is1 dat ,ihvh oorspronkelk een zonnegod was1 ,kuenen1 ,g4 v4 ,i4 ,i #dh v4 #bdj v4 #bdi4 #bfg1 evenmin als de benaming rotssteen op eene vroegere periode van steendienst behoeft te wzen1 ,kuenen1 ,i #cib-cie4 ,het licht der zon en het vuur des hemels leveren aan den ,israeliet de stof voor de beschrving der deugden van ,iahveh1 maar h is zich duidelk daarb bewust1 in beeld te spreken4 ,gelk de donder zne stem is1 ,ps4 #ajd3g1 ,am4 #a3b1 ,jes4 #cj3cj1 zoo is het licht der natuur zn kleed1 ,ps4 #ajd3b4 ,wat het licht in de natuur is1 bron van kennis1 van reinheid1 van vreugde1 dat is ,god in het geestelke4 ,h is het licht der vromen1 ,ps4 #bg3a1 zn aangezicht1 zn woord verspreidt licht1 ,ps4 #dd3d1 #hi3af1 #aai3aje1 in zn licht alleen zien z het licht1 ,ps4 #cf3aj4 ,h zelf is louter licht1 zonder duisternis en vader van al wat licht is1 #a ,joh4 #a3e1 #a ,tim4 #f3af1 ,jak4 #a3ag1 en is naar de belofte1 ,jes4 #i3a1 #fj3a1 #ai1 #bj1 ,mich4 #g3h1 in ,christus als het licht verschenen1 ,mt4 #d3af1 ,luk4 #b3cb1 ,joh4 #a3d1 #c3ai1 #h3ab1 #a ,joh4 #b3bj1 zoodat nu zne gemeente licht is in ,hem1 ,mt4 #e3ad1 ,ef4 #e3h1 #a ,thes4 #e3e1 en het volle licht tegemoet gaat1 ,op4 #ba3bc v4 #bb3e1 ,col4 #a3ab4 ,de ,joden dachten later b deze aan een geschapen1 zichtbaren glans1 aan een ,lichtleib1 waardoor ,h zne tegenwoordigheid in de schepping kenbaar maakte en vatten haar in de schechina zelfs op als een persoonlk subject1 ,weber1 ,system der altsyn4 pal4 ,theol4 #ahhj ,s4 #afj1 #agi-ahd4 ,uit de ,joodsche theologie is deze meening overgegaan in de theosophie4 ,bhme beschrft de heerlkheid ,gods als een ,leib des ,geistes1 als een ,reich der ,herrlichkeit ,gottes1 das ewige ,himmelreich1 worin die ,kraft ,gottes wesentlich ist1 tingiert vom ,glanz und ,kraft des ,feuers und des ,lichts1 als een ongeschapen hemel1 een parads1 ,joh4 ,claassen1 ,jakob ,bhme1 sein ,leben und seine theos4 ,werke ,i #aeg1 ,,ii #fa1 en zoo ook ,baader1 ,joh4 ,claassen1 ,fr4 v4 ,baaders ,leben u4 theos4 ,werke ,,ii #ij f4 ,oetinger1 ,die ,theol4 aus der ,idee des ,lebens1 herausgeg4 von ,j4 ,hamberger #aheb ,s4 #aac f4 #aag f4 ,delitzsch1 ,bibl4 ,psych4 ,s4 #di f4 ,keerl1 ,der ,mensch das ,ebenbild ,gottes ,,ii #ag f4 #aac4 ,id4 ,die ,lehre des ,n4 ,t4 von der ,herrlichkeit ,gottes1 ,basel #ahfc4 ,onder de ,luthersche theologen was er vroeger reeds strd over1 of ,god in eigenlken 7,dannhauer1 ,chemniz7 dan wel in oneigenlken 7,musaeus e4 a47 zin licht werd genoemd1 ,m4 ,vitringa1 ,doctr4 chr4 relig4 ,i #aci4 ,in de ,oostersche kerk hechtte zelfs het concilie van ,constantinopel in #adca zne goedkeuring aan de leer van een ongeschapen1 ,goddelk licht1 dat van het wezen ,gods onderscheiden was1 ,kurtz1 ,lehrb4 der ,kirchengesch4 #fi1 #b4 ,toch kan deze meening niet worden goedgekeurd4 ,de ,schrift leert duidelk de geestelkheid en de onzichtbaarheid ,gods4 ,het aannemen van een heerlkheid ,gods1 als eene plaats1 1 gestalte1 1 1 1 als een 1 van een lichaam1 een rk1 een hemel1 die z het dan ook ongeschapen1 toch van zn wezen onderscheiden zou zn1 is met bovengenoemde eigenschappen en evenzoo met de eenvoudigheid ,gods in strd4 ,ook als de ,schrift van ,gods aangezicht1 heerlkheid en majesteit gewaagt1 spreekt ze in beeld4 ,maar gelk alle volmaaktheden1 zoo komt ook deze in zne schepselen uit4 ,z is mededeelbaar4 ,er is in het geschapene een zwakke glans van de onuitsprekelke heerlkheid en majesteit1 die ,god bezit4 ,gelk de schepselen ons opleiden1 om van ,gods eeuwigheid en alomtegenwoordigheid1 van zne gerechtigheid en genade te spreken1 zoo doen z ons iets kennen van de heerlkheid ,gods4 ,toch is ook hier de analogie geen identiteit4 ,reeds in de taal komt dit uit4 ,b de schepselen spreken we van mooi1 schoon1 fraai2 maar de ,schrift heeft voor de schoonheid ,gods een eigen naam1 dien van heerlkheid4 ,daarom verdient het ook geen aanbeveling1 om met de kerkvaders1 scholastici en ,roomsche theologen van de pulchritudo ,dei te spreken4 ,augustinus sprak reeds in dien zin4 ,h ging uit van de grondstelling3 ,omne quod est1 in quantum est1 verum1 bonum1 pulchrum est4 ,nu is er in het zn en dus ook in het ware1 goede en schoone onderscheid1 rangordening1 opklimming4 ,naarmate iets meer zn heeft1 heeft het ook meer waarheid1 goedheid en schoonheid4 ,alles is schoon in zn soort4 ,singula opera ,dei4444 inveniuntur habere laudabiles mensuras et numeros et ordines in suo quaeque genere constituta1 de ,gen4 c4 ,manich4 ,i #ba4 ,inest enim omnibus quoddam naturae sui generis decus1 de ,gen4 ad litt4 ,,iii #ad4 ,alle schepselen dragen daarom b tot de schoonheid van het geheel4 ,maar alle schoonheid der schepselen is vergankelk en veranderlk2 ze zn niet schoon door zichzelve1 maar door participatie aan eene hoogere1 absolute schoonheid4 ,ondervraag alle schepselen3 ,respondent tibi omnia3 ecce1 vide1 pulchra sumus4 ,pulchritudo eorum1 confessio eorum1 ,serm4 #bda4 ,die hoogste schoonheid1 waarheen alle schepselen wzen1 is ,god4 ,h is summum esse1 summum verum1 summum bonum en ook de hoogste onveranderlke schoonheid4 ,ista pulchra mutabilia quis fecit1 nisi incommutabilis pulcher8 ib4 ,god is de hoogste schoonheid1 wl in zn wezen absolute eenheid en maat en orde is4 ,hem ontbreekt niets1 en er is niets overtolligs in ,hem1 de ord4 ,i #bf4 ,,ii #ea4 de beata vita #cd4 c4 ,acad4 ,,ii #i4 ,ritter1 ,gesch4 der christl4 ,philos4 ,,ii #bhi f4 ,ook in deze opvatting van ,augustinus is de invloed van het neoplatonisme niet te miskennen1 dat de ,godheid eveneens beschouwde als de hoogste schoonheid en de oorzaak van al het schoone1 ,zeller ,v #dhc f4 ,maar zoo heeft deze gedachte van ,augustinus toch ingang gevonden b ,dionysius1 de div4 nom4 c4 #d #g4 ,bonaventura1 ,breviloquium ,pars ,i c4 #f4 ,petavius1 ,theol4 dogm4 ,,vi c4 #h4 ,scheeben1 ,kath4 ,dogm4 ,i #ehi f4 enz4 ,daarentegen spraken de ,prot4 theologen liefst van de majestas en gloria ,dei1 ,gerhard1 ,loci theol4 ,i c4 #h sect4 #ah4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #ca4 ,mastricht1 ,theor4 pract4 theol4 ,,ii c4 #bb4 ,synopsis pur4 theol4 ,,vi #dc4 ,in de heerlkheid ,gods komt zne grootheid en verhevenheid uit1 gelk ze zoo menigmaal in de psalmen en profeten geschilderd wordt1 ,ps4 #ajd1 ,jes4 #dj1 ,hab4 #c4 ,ze heet grootheid en verhevenheid1 inzoover ze in het schepsel eerbiedige bewondering en aanbidding wekt4 ,ze wordt heerlkheid genoemd1 in zoover ze stemt tot dank en roem en eere4 ,ze wordt majesteit geheeten1 inzoover z in verband staat met zne absolute dignitas en onderwerping eischt van alle creatuur4 #ad4 ,aan ,god als den ,heilige komt ten slotte nog toe de deugd der gerechtigheid4 ,de woorden 1 1 duiden aan den staat van iemand1 die met eene wet overeenkomt4 ,de eerste beteekenis schnt eene forensische te wezen2 is h1 die in een proces voor den rechter gelk heeft en daarom vrgesproken moet worden1 oppos4 ,deut4 #be3a4 ,het is ook het woord voor hem1 die gelk heeft in een twist of woordenstrd1 ,job #aa3b1 #cc3ab1 #cb1 ,jes4 #da3bf2 en het substantief kan daarom ook aanduiden de juistheid of waarheid van eene bewering of uitspraak1 ,ps4 #eb3e1 ,spr4 #af3ac1 ,jes4 #de3bc4 ,vervolgens beteekent het dan in het algemeen1 dat iemand gelk heeft1 al komt er ook geen proces en geen rechtbank b te pas2 dat h het recht aan zne zde heeft1 rechtvaardig en goed is en met de wet overeenstemt1 ,gen4 #cj3cc1 #ch3bf1 #a ,sam4 #bd3ah1 ,ps4 #ae3b4 ,van hier wordt het ook op religieus terrein overgebracht en op ,god toegepast4 ,in den ,pentateuch wordt ,god nog slechts tweemaal genoemd1 ,ex4 #i3bg1 ,deut4 #cb3d4 ,gods gerechtigheid komt eerst uit in de geschiedenis1 in zne regeering der wereld en in zne leiding van ,israel1 en wordt daarom ook het meest door de psalmisten en profeten ontwikkeld4 ,z openbaart zich over heel de wereld1 tot zelfs in de dieren des velds1 ,ps4 #cf3g4 ,god is een ,rechter der gansche aarde1 ,gen4 #ah3be4 ,z bestaat daarin1 dat ,god een iegelk vergeldt naar zn werk1 den rechtvaardige en den goddelooze onderscheiden behandelt1 ,gen4 #ah3be4 ,maar nu is het opmerkelk1 dat de eene zde dezer gerechtigheid1 n4l4 die1 naar welke ,god den goddelooze straft1 de justitia vindicativa1 in de ,schrift veel minder op den voorgrond treedt dan die andere1 waarnaar ,h den rechtvaardige bevestigt4 ,diestel in zn artikel1 ,die ,idee der ,gerechtigheit vorzglich im ,a4 ,t41 ,jahrb4 f4 deutsche ,theol4 ,v #ahfj1 #btes ,heft1 ,s4 #agc-bec heeft hierop terecht de aandacht gevestigd en heeft b velen1 vooral b ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,ii #ajb-aai1 instemming gevonden4 ,de zaak zelve1 die later in de dogmatiek als justitia vindicativa werd uitgedrukt1 ontbreekt niet4 ,integendeel1 ,god houdt den schuldige geenszins onschuldig1 ,ex4 #bj3g1 ,nah4 #a3c4 ,h verschoont niet1 ,ezech4 #g3d1 #i1 #bg1 #h3ah1 #i3aj4 ,h neemt geen persoon en geen geschenk aan1 ,deut4 #aj3ag1 en oordeelt onpartdig1 ,job #ac3f-ab1 #bb3b-d1 #cd3aj-ab1 #ce3f1 #g4 ,h is rechtvaardig en al zne oordeelen zn recht1 ,ps4 #aai3acg1 #abi3d2 ook wordt het straffen der goddeloozen meer dan eenmaal met zne gerechtigheid in verband gebracht1 ,ex4 #f3e1 #g3d1 ,ps4 #g3ab1 #i3e-i1 #bh3d1 #fb3ac1 #gc1 #if3aj1 #ac1 #b ,chron4 #ab3e-g1 ,neh4 #i3cc1 ,kl4 #a3ah1 ,jes4 #e3af1 #aj3bb1 ,dan4 #i3ad1 ,rom4 #b3e1 #b ,thess4 #a3e-aj4 ,maar toch is het waar1 dat het straffen der goddeloozen meest uit den toorn ,gods wordt afgeleid en dat de gerechtigheid in de ,schrift vooral optreedt als principe des heils voor het volk ,gods4 ,de toorn ,gods wordt in het hebr4 door vele woorden aangeduid1 1 1 1 1 1 1 meest vertaald door toorn1 toornigheid1 meest weergegeven door grimmigheid1 meest overgezet door verbolgenheid1 ,,lxx en ,n4 ,t4 door 1 den inwendigen1 en 1 den naar buiten zich openbarenden toorn1 samen verbonden1 ,rom4 #b3h4 ,deze toorn1 waarvan de grondwoorden deels met het begrip branden samenhangen1 deels eene heftige1 niet te bedwingen beweging des gemoeds uitdrukken1 wordt dikwls vergeleken b een vuur1 ,lev4 #aj3f1 ,deut4 #cb3bb1 ,ps4 #ba3aj1 een brand1 ,deut4 #cb3bb1 #b ,kon4 #bc3bf1 ,ps4 #b3ab1 ,jes4 #cj3bg1 ,jer4 #ae3ad1 #ag3d1 en wordt daarom heet1 hittig1 ,ps4 #eh3aj1 ,deut4 #ac3ag1 #b ,chron4 #bh3aa1 ,job #bj3bc1 ,jes4 #ac3i1 #ac1 en rookende genoemd1 ,deut4 #bi3cj1 ,ps4 #gd3a4 ,h wordt opgewekt en ontstoken door ,israels theocratische zonden tegen het verbond ,gods1 zooals eedbreuk1 ,jos4 #i3bj1 ontheiliging van den dienst ,gods1 ,lev4 #aj3f1 ,num4 #a3ec1 #af3df1 #ah3e1 afgoder1 ,deut4 #i3ai1 de zonde van ,manasse1 #b ,kon4 #bc3bf1 ,david1 #a ,chron4 #bg3bd1 en vooral door de zonden1 waaraan het volk zich schuldig maakte en waardoor het allerlei straffen heeft verdiend1 ,jes4 #db3bd1 #be1 ,jer4 #g3bj1 #ba3e1 #cb3ca enz4 ,kl4 #b3b v41 #c3dc1 ,ezech4 #e3ac v41 #g3c1 #ac3ac enz4 ,zach4 #g3ab v4 ,deze toorn is schrikkelk1 ,ps4 #gf3h1 en werkt schrik1 ,ps4 #b3e1 #ij3g1 smart1 ,job #ba3ag1 ,ps4 #ajb3aa1 straf1 ,ps4 #f3b1 #ch3b1 ,jer4 #aj3bd1 verwoesting1 ,jer4 #db3ah1 #b ,chron4 #bi3h enz4 cf4 ,job #i3e1 ,ps4 #ba3aj1 #ef3h1 #he3e4 ,blkens ,deut4 #f3ae1 #bi3bj1 #cb3ba1 ,job #af3i1 ,nah4 #a3b is met dien toorn de haat1 de wraak en de ver verwant4 ,de haat heeft bna altd de zondige daden1 ,deut4 #af3bb1 ,ps4 #de3h1 ,spr4 #f3af1 ,jer4 #dd3d1 ,hos4 #i3ae1 ,am4 #e3ab1 ,zach4 #h3ag1 ,op4 #b3f1 en slechts enkele malen de zondige personen1 ,ps4 #e3f1 ,mal4 #a3c1 ,rom4 #i3ac1 tot object4 ,de wraak 1 1 die ,gode wordt toegeschreven1 ,nah4 #a3b1 #a ,thess4 #d3f en ,hem uitdrukkelk wordt voorbehouden1 ,deut4 #cb3ce1 ,rom4 #ab3ai1 ,hebr4 #aj3cj1 openbaart zich ook nu soms wel in oordeel en gericht1 ,num4 #ca3b1 #c1 ,richt4 #e3b1 #aa3cf1 #af3bh1 #b ,sam4 #d3h1 #bb3dh1 ,ps4 #ah3dh1 #ii3h1 maar zal zich toch eerst in al haar kracht openbaren in de toekomst1 in den dag der wrake1 ,deut4 #cb3da1 #db1 ,ps4 #id3a1 #adi3g1 ,jes4 #cd3h1 #ce3d1 #ei3ag1 #fa3b1 #d1 ,jer4 #df3aj1 #ej3ae1 #bh1 #ea3aa1 ,ezech4 #be3adv41 ,micha #e3ad4 ,de ver ,gods1 1 die meermalen voorkomt1 ,ex4 #bj3i1 #cd3ad1 ,deut4 #d3bd1 #e3i1 #f3ae1 ,jos4 #bd3ai1 ,nah4 #a3b wordt daardoor opgewekt1 dat ,israel1 de bruid van ,ihvh1 zne rechten als bruidegom en man krenkt door andere goden na te hoereeren1 ,deut4 #cb3af1 #ba1 #b ,kon4 #ad3bb1 ,ps4 #gh3eh1 ,ezech4 #h3c1 #e en openbaart zich daarin1 dat ,ihvh nu ook znerzds ,israel tot jaloerschheid verwekt door een ander volk te verkiezen1 ,deut4 #cb3ba1 ,ps4 #gi3e1 ,ezech4 #e3ac1 #af3ch1 #bc3be1 ,rom4 #aj3ai4 ,naast al deze deugden wordt nu de gerechtigheid ,gods meestentds in bonam partem opgevat en naar die zde beschreven1 naar welke z de rechtvaardigen in het gelk stelt en tot eere en heil verheft4 ,daarin bestaat vooral de van ,ihvh1 dat ,h de gerechtigheid der rechtvaardigen erkent1 in het licht stelt en triumfeeren doet4 ,h is rechtvaardig omdat ,h heil beschikt aan de vromen1 hen bevestigt1 ,ps4 #g3aj1 uithelpt1 #ca3b1 antwoordt1 #fe3f1 verhoort1 #adc3a1 uitredt1 #adc3aa1 levend maakt1 #aai3dj1 vrspreekt1 #cd3bc1 recht doet1 #ce3bc enz41 terwl de goddeloozen niet komen tot zne gerechtigheid1 #fi3bh1 #bi4 ,de gerechtigheid van ,ihvh vormt daarom geen tegenstelling met zne goedertierenheid1 gelk de toorn doet1 ,ps4 #fi3bev41 maar is daarmede verwant en synoniem1 ,ps4 #bb3cb1 #cc3e1 #ce3bh1 #dj3aa1 #ea3af1 #hi3ae1 #ade3g1 ,jes4 #de3ba1 ,jer4 #i3bd1 ,hos4 #b3ah1 ,zach4 #i3i4 ,de betooning der gerechtigheid ,gods is tegelk betooning van zne genade1 ,ps4 #ig3aa1 #ab1 #aab3d1 #aaf3e1 #aai3ae-ai4 ,zelfs de vergeving der zonden is aan die gerechtigheid ,gods te danken1 ,ps4 #ea3af1 #ajc3ag1 #a ,joh4 #a3i4 ,de openbaringen van die gerechtigheid1 1 zn daarom heilsweldaden1 daden van redding en verlossing1 ,richt4 #e3aa1 #a ,sam4 #ab3g1 ,ps4 #ajc3f1 ,jes4 #de3bd1 #be1 ,micha #f3e4 ,vooral b ,jesaia komt dit soteriologisch karakter der gerechtigheid ,gods treffend uit4 ,israel is wel een zondig volk en is daarom ook zwaar gestraft1 #dc3bf1 #dh3a1 #ec3aa1 #eg3ab1 #ei3d1 #fd3e1 maar desniettemin is ,israel tegenover de ,heidenen in zn recht2 het heeft in weerwil van al zne overtredingen eene rechtvaardige zaak voor1 het heeft toch ten slotte het recht aan zne zde4 ,als het dan ook genoeg is gekastd1 zal ,gods gerechtigheid opwaken en ,israel in dit zn recht erkennen en uit al zn ellende verlossen1 #dj3av41 #ed3e1 #gv41 #eg3aev41 #fa3av4 enz4 ,en zoo is het met alle vromen4 ,persoonlk zn ze zondaren1 staan ze schuldig aan allerlei ongerechtigheid en zn ze een arm en ellendig volk4 ,maar ze staan eene rechtvaardige zaak voor1 z vertrouwen op den ,heere1 en z maken er staat op1 dat ,god hun recht doen zal1 hun twistzaak zal twisten en hen kronen zal met zn heil1 ,ps4 #ag3av4 #ah3ba1 #bb1 #cd3af1 #ajc3f1 #adj3ac4 ,en ook in het ,n4 ,test4 bestaat ,gods bepaaldelk daarin1 dat ze in ,christus een zoenmiddel biedt1 waardoor ,h zoowel zelf blkt als ook kan 1 en voorts aan de znen vergeving schenkt1 #a ,joh4 #a3i en heil beschikt1 ,joh4 #ag3be1 #b ,tim4 #d3h4 ,meer nog1 ten slotte wordt zelfs de toorn en ver1 de haat en wraak aan de redding en verlossing van zn volk dienstbaar4 ,zn toorn is na een weinig tds volbracht1 ,ps4 #cj3f1 #gh3ch1 #he3d1 #ajc3i1 ,jes4 #aj3be1 #dh3i1 #ea3bb1 #ed3h1 ,jer4 #c3abv4 #cb3cg1 ,ezech4 #dc3g-i1 ,dan4 #i3af1 ,hos4 #ad3e1 ,micha #e3ah1 en zn ver tegen ,israel heeft een einde1 ,ezech4 #af3db1 #cf3fv4 ,zach4 #h3bv4 ,dan zal zn toorn en ver en wraak zich tegen de vanden zns volks keeren in den grooten dag des toorns en der wrake1 ,deut4 #cb3da1 #db4 ,jes4 #ac3bv41 #bf3aa1 #cj3bgv41 #cd3h1 #ce3d1 #db3aa1 #ei3ag1 #fa3b1 #d1 #fc3cv41 ,jer4 #aj3be1 #df3aj1 #ej3ae1 #bh1 #ea3aa1 ,klaagl4 #c3ff1 ,ezech4 #be3adv41 #ch3ai1 #ci3be1 ,micha #e3ad1 ,nah4 #a3b1 ,hab4 #c3ab1 ,zef4 #a3aev41 #b3b enz41 en daardoor voor ,israel ten zegen en ter verlossing verstrekken1 #b ,kon4 #ai3ca1 ,jes4 #i3f1 #cg3cb1 ,joel #b3ah1 ,zach4 #a3ad1 #h3b4 ,en evenzoo zegt het ,n4 ,t41 dat1 al rust ,gods toorn nu reeds op de goddeloozen1 ,joh4 #c3cf1 ,ef4 #b3c1 #a ,thess4 #b3af1 toch die toorn in al zne schrikkelkheid eerst openbaar worden zal in de toekomst1 ,mt4 #c3g1 ,luk4 #c3g1 #ba3bc1 ,rom4 #e3i1 #a ,thess4 #a3aj1 #e3i1 ,ef4 #e3f1 #c3f1 ,openb4 #f3af1 #ag1 #aa3ah1 #ad3aj1 #af3ai1 #ai3ae4 ,over de gerechtigheid ,gods in de ,schrift1 cf4 behalve ,diestel en ,ritschl t4 a4 p41 ,ortloph in eene verhandeling over de gerecht4 ,gods1 ,zeits4 f4 luth4 ,theol4 u4 ,kirche #ahfj4 ,kautzsch1 ,ueber die ,derivata des ,stammes im altt4 ,sprachgebrauch1 ,tbingen #ahha4 ,koenig1 ,de vi vocis in libris prophetarum1 ,paris #ahid4 ,cremer1 s4 v4 ,kstlin1 in ,herzog #e1 #caa en ,stud4 u4 ,krit4 #ahib1 #ctes ,heft ,s4 #dbc-dbe4 ,oehler1 ,theol4 des ,a4 ,t4 #dg4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 ,s4 #edj f4 ,smend1 ,altt4 ,religionsgesch4 #cfc f4 #daj f4 ,kuenen1 ,g4 v4 ,isr4 ,i #fev4 ,a4 ,fricke1 ,der paulin4 ,grundbegriff der 1 errtert auf ,grund von ,rom4 #c3ba-bf4 ,leipzig ,bhme #ahhh4 ,h4 ,beck1 ,die 4 bei ,paulus1 ,neue ,jahrb4 f4 deutsche ,theol4 #ahie1 #btes ,heft ,s4 #bdi-bfa1 en verdere litt4 later in den locus de justificatione4 ,over den toorn ,gods3 ,lactantius1 de ira ,dei4 ,tertull4 de ira ,dei4 ,bartholomi1 ,vom ,zorne ,gottes1 ,jahrb4 f4 d4 ,theol4 #ahfa v4 #bef-bgg4 ,weber1 ,vom ,zorne ,gottes #ahfb4 ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,ii ,s4 #aai-aef4 ,diestel1 t4 a4 p4 ,s4 #aic f4 ,lange art4 in ,herzog1 ,kbel in ,herzog4 ,oehler #dh4 ,schultz1 ,s4 #efj f4 ,smend ,s4 #ii f4 ,cremer s4 v4 enz4 ,in de dogmatiek kreeg het begrip gewoonlk een ruimer zin4 ,soms werd het zoo breed genomen1 dat er ook de volmaaktheid of heiligheid ,gods onder viel2 gerechtigheid was dan de deugd zelve en inbegrip van alle deugden2 b ,god bestaande in de volmaakte overeenstemming met zichzelven1 justitia divina4 ,maar gewoonlk werd z toch in navolging van ,aristoteles in enger zin opgevat4 ,deze omschreef ze in zne ethiek als 1 ' 2 ze is slechts mogelk in eene maatschapp van wezens1 die eene grootere of kleinere hoeveelheid goederen kunnen bezitten2 onder de goden bestaat z niet1 omdat er geen mate is voor hun bezit1 en onder de redelooze schepselen evenmin1 omdat er onder hen van geen eigendom sprake is4 ,de justitia onderstelt dus allereerst1 dat er rechten bestaan1 die door den wetgever geschonken zn1 justitia dominica1 legislativa1 dispositiva2 vervolgens1 dat die rechten over en weer b verdragen1 contracten worden geerbiedigd1 justitia commutativa2 en eindelk dat die rechten1 welke er bestaan1 worden gehandhaafd1 justitia distributiva1 en wel door loon1 justitia remunerativa1 of door straf1 justitia vindicativa2 in al die deelen was de gerechtigheid constans et perpetua voluntas jus suum cuique tribuendi4 ,dit alles werd overgedragen op ,god2 en zoo kreeg het begrip der gerechtigheid in de dogmatiek een veel ruimer zin dan in de ,schrift4 ,nu is hiertegen geen overwegend bezwaar1 mits het onderscheid in het spraakgebruik maar in het oog gehouden wordt1 want de zaken zelve1 die in de dogmatiek onder de justitia ,dei worden behandeld1 komen alle klaar in de ,h4 ,schrift voor4 ,zelfs is er een voordeel aan verbonden1 omdat z gelegenheid biedt1 om de gerechtigheid ,gods in heel haar omvang tegen hare bestrders te handhaven4 ,de ,gnostieken in het algemeen en vooral ,marcion maakten eene scherpe tegenstelling tusschen wet en evangelie1 werken en geloof1 vleesch en geest1 en zoo ook tusschen den ,god des toorns1 der wrake1 der gerechtigheid1 die zich in het ,o4 ,t4 openbaarde1 en den ,god der liefde en der genade1 die in het ,n4 ,t4 in ,christus zich bekend had gemaakt1 ,harnack1 ,d4 ,g4 ,i #bbh f42 en later is wezenlk in denzelfden zin de gerechtigheid1 bepaaldelk de straffende gerechtigheid1 als in strd met zne liefde1 door velen aan ,god ontzegd4 ,nu doen zich b de justitia ,dei vele moeilkheden voor2 b ,god is er toch geen recht denkbaar1 dat boven ,hem staat en waaraan ,h zich te houden heeft1 want zn wil is de hoogste wet2 rechten hebben schepselen tegenover ,hem niet1 want z hebben alles van ,hem ontvangen en ,hem niets wedervergolden2 op belooning kunnen z geen aanspraak maken1 want ook1 wanneer z alles gedaan hebben wat z schuldig waren te doen1 zn z onnutte dienstknechten2 en ook schnt niets in zne natuur ,hem tot straffen te dwingen2 waarom zou ,h1 die de ,almachtige is1 niet kunnen vergeven zonder voldoening of straf8 ,om echter niet te ver van het bbelsch begrip der gerechtigheid af te dwalen1 is het verkieslk1 om al deze vragen niet hier maar straks b den wil en de vrheid ,gods ter sprake te brengen4 ,de gerechtigheid is in de ,h4 ,schrift geen eigenschap van het dominium absolutum ,gods maar rust op zedelken grondslag4 ,al is het toch1 dat een schepsel uitteraard geen rechten tegenover ,god hebben kan1 ,rom4 #aa3ce1 #a ,cor4 #d3g en al is er van eene justitia commutativa geen sprake1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ba art4 #a1 het is toch ,god zelf1 die aan zne schepselen als het ware rechten geeft4 ,ieder schepsel heeft in de creatie een eigen aard ontvangen2 er zn wetten en ordinantin voor alle geschapene dingen2 er zn rechten1 die in het bestaan en in de natuur van al het znde liggen opgesloten4 ,bovenal zn er zulke rechten gegeven aan de redelke schepselen1 en onder deze wederom voor alle terreinen1 waarop z zich bewegen1 voor verstand en hart1 ziel en lichaam1 kunst en wetenschap1 gezin en maatschapp1 godsdienst en zedelkheid4 ,en als die rechten door den mensch verbeurd en verzondigd zn1 dan richt ,god b ,noach een foedus naturae en b ,abraham een foedus gratiae op1 waarin ,h wederom aan zne schepselen uit genade allerlei rechten toekent en zichzelven onder eede tot handhaving dier rechten verbindt4 ,zoo is er door ,gods genade eene gansche rechtsorde gesteld1 beide in natuur en genade1 met allerlei inzettingen1 ordinantin en wetten1 die ,hzelf handhaaft en heerschen doet4 ,deze inzettingen en rechten worden echter in de ,schrift niet uit ,gods gerechtigheid afgeleid1--welke gerechtigheid zou ,hem daartoe ook verplichten8--maar uit zne heiligheid en genade4 ,en zeker is dit juister1 dan dat ze met den naam van justitia legislativa worden aangeduid4 ,toch is dit niet verkeerd1 als er maar niet b gedacht wordt1 dat ,god krachtens eene of andere gerechtigheid alle die rechten aan zne schepselen gaf en geven moest4 ,dit is er echter juist in1 dat ,god de ,hoogste ,wetgever is1 en dat heel de rechtsorde op alle gebied wortelt in ,hem4 ,alle recht1 wat het ook z1 heeft zn laatsten en diepsten grond1 niet in een contrat social noch in een zelfstandig natuurrecht1 noch in de historie1 maar alleen in den wil ,gods1 en in dien wil1 niet als dominium absolutum gedacht1 maar als een wil van goedheid en genade4 ,gods genade is de bron van alle recht4 ,maar voorts handhaaft ,god die rechtsorde ook op alle terrein des levens2 ,h1 die de gerechtigheid zelve en de bron van alle recht is1 is ook de judex1 de vindex justitiae4 ,zne justitia legislativa sluit de justitia judicialis in4 ,recht is geen recht1 wanneer het niet gehandhaafd wordt1 desnoods met dwang en straf4 ,wel is deze niet vanzelf met de rechtsorde gegeven4 ,zonder zonde zou toch de rechtsorde hebben bestaan2 maar ze zou zonder dwang door alle schepsel vrwillig en uit liefde zn gehoorzaamd4 ,het is de zonde1 die het recht noodzaakt1 overeenkomstig zne natuur1 zich met geweld en dwang te doen eerbiedigen4 ,niet het recht op zichzelf maar wel het karakter van dwang1 dat het thans dragen moet1 is door de zonde noodzakelk geworden4 ,maar zoo weinig is dit karakter van dwang toevallig of willekeurig1 dat er thans geen recht zonder dat karakter denkbaar is en ons eigen geweten daaraan zelf getuigenis geeft4 ,de zedelke orde is zoo weinig met de rechtsorde in strd1 dat z deze veeleer draagt1 eischt en steunt4 ,het recht is een belangrk stuk der moraal4 ,de gerechtigheid is juist de weg1 waarin de genade en liefde ,gods gehandhaafd en tot triumf verheven wordt4 ,z1 die met ,marcion tusschen gerechtigheid en genade eene tegenstelling aannemen1 miskennen het verband tusschen zedelke en rechtsorde1 en verstaan niet de majesteit en de heerlkheid van het recht4 ,de justitia ,dei moet daarom krachtens haar aard eene justitia judicialis en dus eenerzds eene justitia remunerativa en andererzds eene justitia vindicativa zn4 ,niet alsof het schepsel ooit uit zichzelf op eenig loon zou kunnen aanspraak maken of in zichzelf niet zonder straf vergeving zou kunnen ontvangen2 maar ,god is het aan zn verbond1 aan het eenmaal door ,hem ingestelde recht1 aan zn naam en eere verplicht1 om zn volk tot heil te brengen en de goddeloozen te straffen4 ,zoo kan alleen het recht tot heerschapp en triumf komen4 ,er ligt waarheid in het fiat justitia1 pereat mundus2 maar de ,schrift stelt toch schooner deze gedachte op den voorgrond1 dat er recht geschieden moet1 opdat de wereld behouden worde4 ,cf4 ,irenaeus1 adv4 haer4 ,,iii #be ,,iv #ci sq4 ,tertullianus1 adv4 ,marc4 passim4 ,orig4 de princ4 ,,ii #e1 #c4 ,pseudodion4 de div4 nom4 #h #g4 ,anselmus1 ,prosl4 c4 #i sq4 ,lombardus1 ,sent4 ,,iv #df en de comm4 van ,thomas en ,bonaventura1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ba4 ,gerhard1 ,loc4 ,,ii c4 #h ,sect4 #ab4 ,quenstedt ,i #bib4 ,hollaz #bfh4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #cid sq4 ,polanus1 ,synt4 ,,ii c4 #bf4 ,voetius1 ,disp4 ,i #cci-djb4 ,owen1 on div4 justice1 ,works #ahfb ,x #dha-fbd4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,v4 ,moor ,i #fgd sq4 #iif sq4 ,meer1 ,de ,godd4 eigensch4 ,,iv #hiv4 ,e4 ,god als ,souverein4 #ae4 ,b al de behandelde deugden komen ten slotte nog die1 welke ,gode eigen zn als ,souverein4 ,god is de ,schepper1 en dus de ,eigenaar1 ,bezitter1 ,heer van alles2 niets bestaat of bezit iets buiten ,hem2 ,h alleen heeft absolute zeggenschap2 ,zn wil beslist altd en over alles4 ,van dien souvereinen wil1 1 1 ,dan4 #d3ce1 #f3ah1 1 is dan ook in de ,h4 ,schrift telkens sprake4 ,die wil is de laatste oorzaak aller dingen1 van hun zn en hun zoo-zn4 ,daaruit wordt alles afgeleid1 de schepping en onderhouding1 ,op4 #d3aa1 de regeering1 ,spr4 #ba3a1 ,dan4 #d3ce1 ,ef4 #a3aa1 het lden van ,christus1 ,luk4 #bb3db1 de verkiezing en verwerping1 ,rom4 #i3ae v41 de wedergeboorte1 ,jak4 #a3ah1 de heiligmaking1 ,phil4 #b3ac1 het lden der geloovigen1 #a ,petr4 #c3ag1 ons leven en lot1 ,jak4 #d3ae1 ,hd4 #ah3ba1 ,rom4 #ae3cb1 zelfs de kleinste en nietigste dingen1 ,mt4 #aj3bi enz4 ,en dienovereenkomstig werd ook in de christelke theologie en zichzelven onder eede tot handhaving dier rechten verbindt4 ,zoo is er door ,gods genade eene gansche rechtsorde gesteld1 beide in natuur en genade1 met allerlei inzettingen1 ordinantin en wetten1 die ,hzelf handhaaft en heerschen doet4 ,deze inzettingen en rechten worden echter in de ,schrift niet uit ,gods gerechtigheid afgeleid1--welke gerechtigheid zou ,hem daartoe ook verplichten8--maar uit zne heiligheid en genade4 ,en zeker is dit juister1 dan dat ze met den naam van justitia legislativa worden aangeduid4 ,toch is dit niet verkeerd1 als er maar niet b gedacht wordt1 dat ,god krachtens eene of andere gerechtigheid alle die rechten aan zne schepselen gaf en geven moest4 ,dit is er echter juist in1 dat ,god de ,hoogste ,wetgever is1 en dat heel de rechtsorde op alle gebied wortelt in ,hem4 ,alle recht1 wat het ook z1 heeft zn laatsten en diepsten grond1 niet in een contrat social noch in een zelfstandig natuurrecht1 noch in de historie1 maar alleen in den wil ,gods1 en in dien wil1 niet als dominium absolutum gedacht1 maar als een wil van goedheid en genade4 ,gods genade is de bron van alle recht4 ,maar voorts handhaaft ,god die rechtsorde ook op alle terrein des levens2 ,h1 die de gerechtigheid zelve en de bron van alle recht is1 is ook de judex1 de vindex justitiae4 ,zne justitia legislativa sluit de justitia judicialis in4 ,recht is geen recht1 wanneer het niet gehandhaafd wordt1 desnoods met dwang en straf4 ,wel is deze niet vanzelf met de rechtsorde gegeven4 ,zonder zonde zou toch de rechtsorde hebben bestaan2 maar ze zou zonder dwang door alle schepsel vrwillig en uit liefde zn gehoorzaamd4 ,het is de zonde1 die het recht noodzaakt1 overeenkomstig zne natuur1 zich met geweld en dwang te doen eerbiedigen4 ,niet het recht op zichzelf maar wel het karakter van dwang1 dat het thans dragen moet1 is door de zonde noodzakelk geworden4 ,maar zoo weinig is dit karakter van dwang toevallig of willekeurig1 dat er thans geen recht zonder dat karakter denkbaar is en ons eigen geweten daaraan zelf getuigenis geeft4 ,de zedelke orde is zoo weinig met de rechtsorde in strd1 dat z deze veeleer draagt1 eischt en steunt4 ,het recht is een belangrk stuk der moraal4 ,de gerechtigheid is juist de weg1 waarin de genade en liefde ,gods gehandhaafd en tot triumf verheven wordt4 ,z1 die met ,marcion tusschen gerechtigheid en genade eene tegenstelling aannemen1 miskennen het verband tusschen zedelke en rechtsorde1 dezen heen naar de kabbala en het neoplatonisme4 ,hier had ,plotinus al geleerd1 dat ,god causa sui1 product was van zn wil en macht en dat dus de wil het laatste zn was en voorafging aan het verstand4 ,en evenzoo maakte nu ,schelling den wil tot het laatste principe zoowel van het bestaan van het oneindige als van het eindige zn4 ,reeds in zne philosophische onderzoekingen over het wezen der menschelke vrheid van het jaar #ahji nam h dit standpunt in4 ,es gibt1 zeide h1 in der letzten und hchsten ,instanz gar kein anderes ,seyn als ,wollen4 ,wollen ist ,urseyn und auf dieses allein passen alle ,prdicate desselben3 ,grundlosigkeit1 ,ewigkeit1 ,unabhngigkeit von der ,zeit1 ,selbstbejahung4 ,die ganze ,philosophie strebt nur dahin1 diesen hchsten ,ausdruck zu finden1 ,werke ,i #g ,s4 #cej4 ,in ,god en in de schepselen moet onderscheiden worden tusschen het wezen1 zoover het bestaat1 en het wezen1 zoover het alleen grond van bestaan is1 ib4 #ceg4 ,god heeft den grond van zn bestaan in zichzelven1 d4 i4 in eene van ,god zelf onderscheidene natuur1 ib4 #ceh4 ,deze natuur is als het ware die ,sehnsucht1 die das ewige ,eine empfindet1 sich selbst zu gebren2 z is wil1 aber ,wille in dem kein ,verstand ist1 und darum auch nicht selbstndiger und vollkommener ,wille1 indem der ,verstand der ,wille in dem ,willen ist4 ,dennoch ist sie ein ,willen des ,verstandes1 nmlich ,sehnsucht und ,begierde desselben2 nicht ein bewusster1 sondern ein ahnender ,wille1 dessen ,ahndung der ,verstand ist1 ib4 #cei4 ,maar zoo is het nu ook met alle dingen4 ,z zn iets anders dan ,god en kunnen toch niet buiten ,god zn4 ,deze tegenspraak is alleen zoo op te lossen1 dass die ,dinge ihren ,grund in dem haben1 was in ,gott selbst nicht ,er selbst ist1 d4 h4 in dem1 was ,grund seiner ,existenz ist1 ib4 #cei4 ,de dingen hebben hun grond in deze donkere natuur1 in dezen onbewusten wil ,gods4 ,wel is er nu in de wereld regel1 orde en vorm op te merken1 evenals in ,god ook uit de donkere natuur het licht van den geest en van de persoonlkheid is opgegaan4 ,aber immer liegt noch im ,grande das ,regellose1 als knnte es einmal wieder durchbrechen1 und nirgends scheint es1 als wren ,ordnung und ,form das ,ursprngliche1 sondern als wre ein anfnglich ,regelloses zur ,ordnung gebracht worden1 ib4 #cei4 ,heel het wereldproces wordt door ,schelling afgeleid uit de tegenstelling van natuur en geest1 van duisternis en licht1 van het reele en het ideale principe1 die samen van alle eeuwigheid in ,god zelven aanwezig zn4 ,door dit standpunt is ,schelling het rationalisme van ,hegel te boven gekomen en is h van de grootste beteekenis geworden voor de latere philosophie4 ,h heeft de gedachten1 die h in zn onderzoek over de menschelke vrheid reeds had uitgesproken1 in zn latere geschriften1 ,stuttgarter ,privatvorlesungen van #ahab1 ,werke ,i #g ,s4 #dag f41 ,denkmal der ,schrift von den gttlichen ,dingen des ,herrn ,f4 ,h4 ,jacobi van #ahab1 ,werke ,i #h ,s4 #ai f4 en vooral in zne ,philosophie der ,offenbarung1 ,werke ,,ii #cter u4 #dter ,band1 wel nader en in theistischen zin uitgewerkt4 ,maar h is aan zn primaat van den wil getrouw gebleven en is daarin gevolgd door ,schopenhauer en von ,hartmann4 ,nu is het waar1 dat de wil b deze wsgeeren geen wil in eigenlken zin is1 maar niets dan een onbewust begeeren1 een blinde drang1 eene donkere natuur4 ,maar ten deele werd dit door henzelven erkend4 ,schelling zegt uitdrukkelk1 dat de wil zonder verstand geen zelfstandige en volkomen wil is1 indem der ,verstand der ,wille in dem ,willen ist1 ,werke ,i #g1 #cei4 ,schopenhauer rekende het bewustzn wel tot de verschning van den wil en achtte het gebonden aan individualiteit en hersens1 ,die ,welt als ,wille u4 ,vorst4 ,,ii #cgj1 maar schoof toch tusschen den wil en de verschningswereld de ideen in1 die de eeuwige vormen en voorbeelden der dingen waren1 ib4 ,i #aed4 ,en von ,hartmann spreekt van het ,onbewuste ook weer als subject en als berbewusst1 ,philos4 des ,unbew4 ,,ii #ahf4 ,de existentie der dingen wordt bepaald door den wil1 maar de essentie door het intellect1 ,schelling1 ,werke1 ,,ii #c ,s4 #eg-fb4 ,hartmann1 ,philos4 des ,unbew4 ,i #ajj f4 ,,ii #dce f4 #ddf f4 ,doch ook afgedacht van deze erkentenis1 is hunne philosophie voor het theisme van groote beteekenis4 ,z heeft de onhoudbaarheid aangetoond van het rationalistisch en idealistisch pantheisme4 ,god is niet te denken zonder wil1 vrheid en macht4 ,wel is daartegen ingebracht1 dat alle willen een begeeren en streven was en dus een bews van onvolkomenheid1 van onbevredigdheid1 van onrust1 die in ,god niet vallen kan4 ,en de mystiek heeft daarom gezongen3 ,wir beten1 es geschehe1 mein ,herr und ,gott1 dein ,wille2 ,und siehe1 ,er hat nicht ,wille1 ,er ist eine ewige ,stille 7,angelus ,silesius74 ,maar deze tegenwerping berust op eene verkeerde opvatting van den wil4 ,zeker1 willen is dikwls een streven naar iets1 dat niet bezeten wordt2 maar als de wil nu dat begeerde verkregen heeft en daarin rust en geniet1 dan is ook dat rusten en genieten eene daad en werkzaamheid van den wil1 ja de hoogste en krachtigste werkzaamheid1 cf4 later de leer van den wil4 ,zulk een wil nu1 die in het verkregene rust en geniet1 is er ook in schepselen en is niets dan de liefde1 die haar voorwerp omhelst en daarin zalig is4 ,indien zulk een rust en genieting niet tot den wil gerekend wordt1 is ze f voor het schepsel onbereikbaar1 d4 i4 dan is er geen zaligheid voor het schepsel mogelk2 f indien die zaligheid toch wel eenmaal aan het schepsel geschonken zal worden1 kan ze niet anders bestaan dan in vernietiging van den wil1 in verdooving van het bewustzn en in algeheele onderdrukking der persoonlkheid4 ,in de pantheistische mystiek wordt daarom de zaligheid gedacht als een verzinken1 een opgaan1 een verslonden worden der ziel in ,god1 d4 i4 in een nirvana4 ,zoo leert echter de ,schrift en de christelke theologie niet4 ,de zaligheid doodt den wil niet maar brengt hem tot zne hoogste activiteit2 want liefde is de rkste1 krachtigste energie van den wil4 ,zoo nu is er ook een wil in ,god4 ,zn willen is niet een streven naar een goed1 dat ,h missen zou en zonder hetwelk ,h niet zalig kan zn4 ,want ,h is de ,algenoegzame en de ,volzalige in zichzelven4 ,h is zelf het hoogste goed1 voor zne schepselen en ook voor zichzelven4 ,h kan in niets anders rusten dan in zichzelven2 wl ,h ,god is1 kan ,h niet zalig zn dan door en in zichzelven4 ,zne liefde is zelfliefde en daarom absolute1 ,goddelke liefde4 ,en die absolute zelfliefde is niets anders dan een willen van zichzelven1 de hoogste1 volstrekte1 ,goddelke energie van zn wil4 ,object van ,gods wil is dus ,god zelf4 ,niet in dien zin1 alsof ,h product ware van zn wil1 alsof ,h zichzelven veroorzaakt had en causa sui ware1 cf4 boven bl4 #abd1 want dat bracht weer in ,god het worden en streven en dus het onvolmaakte over4 ,maar wel alzoo1 dat ,god zichzelven eeuwiglk wil met eene voluntas complacentiae1 dat ,h eeuwig zichzelf met ,goddelke liefde mint en in zichzelven volkomen zalig is4 ,zn wil is sapientissima ejus propensio in se ipsum tanquam summum bonum2 h is ook geen vermogen of kracht in ,god1 maar subject1 actie en object van dien wil is met ,gods wezen n2 1 en vallen met zn wezen saam1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #de4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ai art4 #a4 c4 ,gent4 ,i #gb sq4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #bdf4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #ai enz4 ,de ,schrift spreekt echter ook van een wil ,gods in betrekking tot het geschapene4 ,gelk de kennisse ,gods tweerlei is1 scientia necessaria en libera1 zoo is ook de wil ,gods als propensio in se ipsum en als propensio in creaturas te onderscheiden4 ,maar evenals de scientia libera ,god niet van de schepselen afhankelk maakt maar ,hem uit zn eigen wezen bekend is1 zoo is ook de wil ,gods1 die zich richt op de creaturen1 niet dualistisch te stellen naast den wil1 die zn eigen wezen tot object heeft4 ,de ,schrift leert uitdrukkelk1 dat ,god alia a se wil en spreekt telkens van zn wil in betrekking tot de schepselen1 maar z voegt er als in n adem b1 dat ,god die schepselen niet wil uit behoefte1 maar alleen om zns zelfs1 om zns naams wil1 ,spr4 #af3d4 ,de schepping is dus niet te denken als een object1 dat buiten en tegenover ,hem staat1 dat ,h mist en waarnaar ,h streeft om het te bezitten1 of waardoor ,h iets hoopt te verkrgen1 wat ,h niet heeft4 ,want uit ,hem en door ,hem en ook tot ,hem zn alle dingen4 ,h vindt zn doel niet in de schepselen1 maar deze vinden hun doel in ,hem4 ,quae extra se vult1 ea etiam quodam modo sunt in ,deo1 in quo sunt omnia1 ,zanchius1 ,,ii #bdf4 ,h wil de schepselen niet om iets1 dat z zn of dat in hen is1 maar ,h wil ze om zichzelven4 ,h blft zn eigen doel4 ,h richt zich nooit op de creaturen als zoodanig maar door deze heen op zichzelven4 ,uit zichzelven gaande1 keert ,h tot zichzelven weer4 ,het is ne propensio in se ipsum tanquam summum finem et in creaturas propter se ut media2 zne liefde tot zichzelven neemt die tot de schepselen in zich op en keert door deze heen weer tot zichzelve terug4 ,daarom is zn willen1 ook in betrekking tot de schepselen1 nooit een streven naar eenig nog te verkrgen goed1 en dus ook geen teeken van onvolmaaktheid en onzaligheid2 maar zn willen is altd ook in en door de schepselen heen1 volstrekte zelfgenieting1 volkomen zaligheid1 ,goddelke rust4 ,rust en arbeid is in ,god n2 zne zelfgenoegzaamheid is tevens absolute actuositeit1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ai art4 #b4 c4 ,gent4 ,i #ge1 #gf4 #af4 ,ofschoon ,god echter met ne en dezelfde eenvoudige daad zichzelven en de schepselen wil1 toch dient de wil ,gods door ons met het oog op de verschillende objecten onderscheiden te worden4 ,in het pantheisme is deze onderscheiding onmogelk1 omdat de wereld daar het wezen ,gods zelf is4 ,maar de ,schrift kent aan de schepselen een wel niet onafhankelk maar toch eigen1 van ,gods wezen onderscheiden1 zn toe2 en daarom kunnen de schepselen niet in denzelfden zin en op dezelfde wze object van zn wil zn1 als ,h dat zelf met zn wezen is4 ,de wil ,gods1 waarmede ,god zichzelven wil1 is propensio in se tanquam finem2 de wil1 die de schepselen tot object heeft1 is propensio in creaturas tanquam media4 ,gene is necessaria evenals de scientia simplicis intelligentiae2 ,god kan niet anders dan zichzelf beminnen2 ,h verlustigt zich in zichzelven eeuwiglk en met ,goddelke noodzakelkheid4 ,deze wil ,gods is daarom boven alle willekeur verheven1 maar zoo toch niet onvr en gedwongen2 vrheid en noodzakelkheid vallen hier saam4 ,geheel anders staat het echter met den wil ,gods1 die de schepselen tot object heeft4 ,de ,schrift spreekt van dezen wil zoo absoluut mogelk4 ,god doet al wat ,hem behaagt1 ,ps4 #aae3c1 ,spr4 #ba3a1 ,dan4 #d3ce4 ,h is aan niemand rekenschap schuldig en verantwoordt geene van zne daden1 ,job #cc3ac4 ,menschen zn in zne hand als leem in de hand des pottebakkers1 ,job #aj3i1 #cc3f1 ,jes4 #bi3af1 #cj3ad1 #fd3h1 ,jer4 #h3av41 volken zn als een druppel1 een stofje1 als niets geacht1 ,jes4 #dj3aev4 ,het is even dwaas1 dat een mensch tegen ,god zich verheft1 als dat een bl zich beroemt tegen dien1 die er mede houwt1 of dat eene zaag pocht tegen dien1 die ze trekt1 ,jes4 #aj3ae6 ,er is geen recht van den mensch b ,god2 niemand kan ,hem vragen3 ,wat doet ,g8 ,zal ook het leem tot zn formeerder zeggen3 ,wat maakt ,g1 ,job #i3bv41 #aa3aj1 ,jes4 #de3i8 ,zoo zwge dan de mensch en legge de hand op den mond1 ,job #ci3cg4 ,en het ,n4 ,t4 leert niet anders4 ,god kan met het zne doen wat ,h wil1 ,mt4 #bj3ae4 ,het zn en z-zn hangt enkel af van ,gods wil1 ,openb4 #d3aa4 ,deze is laatste grond van alles4 ,ontferming en verharding hebben daarin haar oorzaak1 ,rom4 #i3ae-ah4 ,in de gemeente deelt de ,h4 ,geest gaven uit1 gelk ,h wil1 #a ,cor4 #ab3aa4 ,en een mensch heeft tegen ,gods vre beschikkingen niets in te brengen1 ,mt4 #bj3acv41 ,rom4 #i3bj1 #ba4 ,op deze gronden werd in de christelke theologie1 evenals de scientia visionis1 zoo ook de voluntas ,dei1 welke de schepselen tot object had1 steeds libera genoemd4 ,augustinus zeide1 dat de wil ,gods de laatste en diepste grond van alle dingen was1 de civ4 ,,xxi #h4 de trin4 ,,iii #g4 #ai2 een diepere grond is er niet4 ,op de vraag1 waarom ,god de wereld schiep1 is er maar n antwoord3 quia voluit2 wie dan nog verder vraagt naar eene oorzaak voor dien wil1 majus aliud quaerit1 quam est voluntas ,dei2 nihil autem majus inveniri potest1 de gen4 c4 ,man4 ,i #b4 de civ4 ,v #i2 en zoo sprak met hem heel de christelke kerk en theologie1 bv4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ai art4 #e4 ,calvn1 ,inst4 ,,iii #bc1 #b4 ,allen leerden1 wel niet dat ,god plus en melius handelen kon dan ,h deed1 want ,h handelt altd op ,goddelke1 volmaakte wze2 maar dat ,h toch de dingen plura en majora en meliora had kunnen maken1 dan ,h ze gemaakt heeft1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #dd4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #be art4 #e en #f4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #ahd-ahg4 ,voetius1 ,disp4 ,i #dbf4 #efd4 ,v #aea4 ,burmannus1 ,synopsis ,i #da1 #da4 ,de zedewet werd door sommigen wel eeuwig en natuurlk genoemd1 en beschouwd als uitdrukking van ,gods wezen2 maar er werd daarin toch ook weer onderscheid gemaakt tusschen het wezenlke en toevallige en van vele geboden kon in bzondere omstandigheden dispensatie worden verleend1 ,voetius1 ,disp4 ,i #cdg sq4 ,moor ,,ii #fad sq4 ,de vleeschwording en voldoening was volgens velen niet volstrekt noodzakelk2 ,god had ook wel1 indien ,h gewild had1 kunnen vergeven zonder voldoening en moet niet noodzakelk de zonde straffen1 ,athan4 c4 ,ar4 ,,iii4 ,gregorius ,naz4 ,or4 #i4 ,damasc4 de fide orth4 ,,iii #ah4 ,aug41 de trin4 ,,xiii #aj4 ,lombardus1 ,sent4 ,,iii dist4 #bj4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,,iii qu4 #a art4 #b4 ,petavius1 de incarn4 ,,ii c4 #ac4 ,calvn1 ,inst4 ,,ii #ab1 #a4 ,comm4 op ,joh4 #ae3ac4 ,zanchius1 ,,viii #add-adf4 ,martyr1 ,loci1 cl4 #b c4 #ag4 ,pareus op ,rom4 #e4 ,twissus1 ,vindic4 gr4 #afeb ,i #aec sq4 e4 a4 zooals ,vossius1 ,roell1 ,vogelsang1 ,b4 ,s4 ,cremer1 cf4 ,m4 ,vitringa ,i #agj4 ,schultens1 ,waersch4 op den catech4 van ,comrie1 bl4 #aih-bbb4 ,nog sterker kwam deze wsheid ,gods uit in de verkiezing en verwerping1 waarvoor geen enkele grond is aan te geven en die alleen rust in het souvereine welbehagen ,gods4 ,van een recht van eenig schepsel tegenover ,god kan geen sprake zn2 eene justitia commutativa is er niet1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ba art4 #a4 ,polanus1 ,synt4 ,,ii c4 #bf4 ,voetius1 ,disp4 ,,ii #ceh4 ,wl een schepsel b ,god geen verdiensten kan hebben1 is er ook geen justitia remunerativa in eigenlken zin1 ,thomas1 ,i qu4 #ba art4 #a4 ,ned4 ,geloofsbel4 art4 #bd4 ,conf4 ,westm4 c4 #af4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,x #bhh4 ,zelfs stelden sommigen1 dat ,god1 ofschoon ,h van dit recht nooit gebruik maakt1 den onschuldige tdelk of eeuwig zou kunnen straffen1 ,perkins1 ,werken ,i #ggb4 ,twissus1 ,vind4 ,i #afe4 #agi4 #cbd sq4 ,amyraldus1 ,synt4 thesium ,i #bcg4 ,zoo kwamen vele theologen1 uitgaande van de absolute vrheid ,gods1 op de ln van het middeleeuwsch nominalisme4 ,duns ,scotus was het1 die het pelagiaansch begrip der wilsvrheid als absolute indifferentie consequent op ,god toepaste4 ,in ,sent4 ,i dist4 #h qu4 #e betoogt h tegen ,aristoteles en ,avicenna1 dat er behalve ,god niets noodzakelk is4 ,de wereld is in haar geheel en in haar deelen contingent1 z is voor ,god onnoodig4 ,op de vraag1 waarom ,god dit nu gewild heeft en het eene liever heeft gewild dan het andere1 geeft ,scotus ten antwoord3 indisciplinati est quaerere omnium causas et demonstrationem4444 ,principii enim demonstrationis non est demonstratio2 immediatum autem principium est voluntatem velle hoc ita quod non est aliqua causa media inter ista2 sicut immediatum est1 calorem esse calefactivum1 licet hoc sit naturalitas1 ibi autem libertas1 et ideo hujus1 quare voluntas voluit hoc1 nulla est causa1 nisi quia voluntas est voluntas4 ,sicut hujus1 quare calor est calefactivus1 nulla est causa1 nisi quia calor est calor1 quia nulla est prior causa1 ,sent4 ,i dist4 #h qu4 #e n4 #bd4 ,men moet blven staan b dit woord3 ,voluntas ,dei vult hoc2 er is geen oorzaak prior ratione voluntatis1 ib4 ,aan dit beginsel blft ,scotus getrouw b al hetgeen in den td is en geschiedt4 ,als heel de wereld toevallig is1 dan kan dit haar karakter alleen daardoor bewaard worden1 dat ,god1 de eerste oorzaak1 haar toevallig veroorzaakt4 ,nu veroorzaakt ,god de wereld door verstand en wil4 ,het toevallige kan echter niet liggen in ,gods verstand1 inzoover het aan den wil voorafgaat1 want dit verstand intelligit mere naturaliter et necessitate naturali4 ,het moet dus liggen in den wil1 ,sent4 ,i dist4 #ci qu4 #e n4 #ad4 ,deze ,goddelke wil nihil aliud respicit necessario pro objecto ab essentia sua2 ad quodlibet igitur aliud contingenter se habet1 ita quod posset esse oppositi1 ib4 n4 #bb4 ,nu erkent ,scotus wel1 dat de kennis ,gods aan den wil voorafgaat en dat de ideen in ,god1 ofschoon onderscheiden van zne essentia1 zn vr zn besluit1 ,sent4 ,i dist4 #ce qu4 unic4 n4 #g sq4 ,maar de wil is het toch1 die uit al die mogelke ideen kiest en bepaalt1 welke realiteit zullen erlangen4 ,de wil is de oorzaak aller werkelkheid4 ,en eerst tengevolge van deze wilsbeslissing weet ook het verstand1 wat werkelk worden zal1 ib4 dist4 #ci qu4 #e n4 #bc sq4 ,god heeft dus de wereld geschapen met absolute vrheid1 al is het ook dat ,h het besluit daartoe van eeuwigheid genomen heeft1 ib4 ,,ii dist4 #a qu4 #b n4 #e4 ,natuurlk werd de menschelke wilsvrheid daarom door ,scotus ook zoo volstrekt mogelk opgevat2 de wil is vr ad oppositos actus en ad opposita objecta1 ib4 ,i dist4 #ci qu4 #e n4 #ae sq42 h wordt door niets gedetermineerd1 h kan evengoed een lager als een hooger goed kiezen1 h is zelf alleen de volkomene oorzaak van zne handelingen2 non autem bonitas aliqua objecti causat necessario assensum voluntatis sed voluntas libere assentit cuilibet bono et ita libere assentit majori bono sicut minori1 ib4 ,i dist4 #a qu4 #d n4 #af4 ,nihil aliud a voluntate est causa totalis volitionis in voluntate1 ,,ii dist4 #be qu4 #a n4 #bb4 ,zelfs gaat de wil aan het verstand vooraf1 want al is het dat het verstand aan den wil het object van zn streven biedt1 de wil richt toch het verstand op het object2 en de zaligheid ligt formeel niet in het verstand maar in den wil1 ,,iv dist4 #di qu4 #d4 ,voorts erkent ,scotus wel1 dat de liefde tot ,god1 voorgeschreven in de eerste tafel der wet1 noodzakelk en natuurlk is1 maar de geboden der tweede tafel zn positief en hadden ook anders kunnen zn1 ,,iii dist4 #cg qu4 unica4 ,in betrekking tot de incarnatie leert ,scotus1 dat de ,logos1 indien ,h wilde1 ook wel eene andere natuur dan de menschelke kon aannemen1 b4 v4 die van een steen1 ,,iii dist4 #b qu4 #a n4 #e sq4 ,de incarnatie zou waarschnlk ook buiten de zonde hebben plaats gehad en was ook in den toestand der zonde niet volstrekt noodig2 ,god had ook op andere wze kunnen verlossen1 ,,iii dist4 #g qu4 #c n4 #c4 ,,iii dist4 #bj qu4 unica4 ,de verdiensten van ,christus waren niet voldoende in zichzelve1 maar werden als zoodanig door ,god aangenomen1 ,,iii dist4 #ai qu4 unica4 ,op zichzelf beschouwd1 naar ,gods potentia absoluta gerekend1 zou ,god den zondaar ook buiten de verdiensten van ,christus de zaligheid hebben kunnen schenken1 en zou de zondaar ook voor zichzelven hebben kunnen voldoen1 als ,god zne werken maar voor voldoende had willen rekenen1 ,,iv dist4 #ae qu4 #a n4 #d sq4 cf4 ook ,,iv dist4 #a qu4 #f n4 #d sq4 ,de transsubstantiatie is mogelk1 quia una substantia potest totaliter incipere et alia totaliter desinere1 ,,iv dist4 ,,ii qu4 #a n4 #d4 ,zelfs kan ,god een persoon of zaak gedurende een tempus intermedium in zn bestaan doen ophouden1 zonder dat daarmede de identiteit verloren gaat1 ,,iv dist4 #dc qu4 #a n4 #d4 ,toch ging ,scotus nog niet zoover als sommige mohammedaansche theologen1 die alle dingen van oogenblik tot oogenblik lieten geschapen worden door den wil ,gods zonder onderling verband1 zonder natuurwetten1 zonder substanties en qualiteiten1 ,ritter1 ,gesch4 der christl4 ,philos4 ,,iii #gcb f4 ,h erkent ideen in ,god1 die aan den wil voorafgaan2 acht de liefde tot ,god noodzakelk en natuurlk2 gelooft aan eene natuurlke kennis van ,god1 aan eene wereldorde en natuurwet1 en zegt ook1 dat menschwording en voldoening naar de potentia ,dei ordinata noodzakelk waren4 ,maar toch verheft ,scotus de vrheid en almacht zoozeer1 dat althans de middelen1 die leiden moeten tot het doel1 geheel willekeurig worden1 ,ritter1 ,gesch4 d4 christl4 ,philos4 ,,iv #chh f4 ,stckl1 ,gesch4 der ,philos4 des ,m4 ,a4 ,,ii #hcb f4 ,baur1 ,dreiein4 u4 ,menschw4 ,gottes ,,ii #fdb f4 ,ritschl1 ,jahrb4 f4 d4 ,th4 #ahfe ,s4 #bih f4 ,dorner1 in ,herzog #c1 #gce f4 ,door anderen werd dit principe der vrheid en almacht ,gods nog verder ontwikkeld4 ,geheel in den geest van ,scotus1 beweerde b4v4 ,occam1 dat ,god naar zne potentia absoluta de zaligheid schenken kan zonder wedergeboorte en den wedergeborene kan verdoemen2 dat ,h vergeven kan zonder voldoening en werken van den zondigen mensch als voldoende kan aanmerken2 dat de ,vader mensch had kunnen worden in plaats van den ,zoon1 en dat de ,zoon ook wel de natuur van een steen of een ezel had kunnen aannemen2 dat ,god van alle geboden der zedewet dispensatie kan verleenen enz41 ,stckl1 ,philos4 des ,m4 ,a4 ,,ii #ajah f4 ,dit nominalistisch standpunt werd later ingenomen in de eerste plaats door de ,jezuiten maar dan voorts door de ,socinianen1 ,fock1 ,der ,socin4 #daf f41 de ,remonstranten1 ,apol4 ,conf4 c4 #bd4 ,episc41 ,instit4 theol4 ,v sect4 #e c4 #c1 door ,cartesius1 ,resp4 sextae1 ,amst4 #afed p4 #afj sq41 door ,cartesiaansche theologen1 zooals ,burmannus1 ,synopsis ,i c4 #bj #f4 c4 #ba #ai sq41 en in deze eeuw o4a4 nog door ,charles ,scrtan1 ,philosophie de la libert #ahdi ,i #cje ,s4 ,op dit standpunt is de wil in ,god geheel losgemaakt van zn wezen en van al zne deugden2 h bestaat in niets anders dan formeele willekeur4 ,schepping1 vleeschwording1 voldoening1 goed en kwaad1 waar en onwaar1 loon en straf1 alles had evengoed anders kunnen zn dan het feitelk is4 ,er is niets natuurlk meer1 alles is positief4 ,maar juist dit nominalisme deed de christelke theologie op hare hoede zn4 ,al zeide z ook met ,augustinus1 dat de wil ,gods de laatste grond aller dingen was1 z wachtte zich toch dezen wil van alle natuur te ontdoen en in pure willekeur te laten opgaan4 ,vooreerst nam z b de leer van ,god haar uitgangspunt niet in de voluntas maar in de essentia ,dei4 ,de scientia simplicis intelligentiae ging logisch aan de scientia visionis vooraf1 evenals de voluntas necessaria aan de voluntas libera4 ,de zelfkennis en de zelfliefde was in ,god volstrekt noodzakelk2 en de kennis en de wil1 die de schepselen tot object hebben1 zn daarvan niet dualistisch gescheiden1 maar staan er mede in het nauwste verband4 ,de scientia visionis is gebonden aan de scientia simplicis intelligentiae en de voluntas libera aan de voluntas necessaria4 ,volgens het consequente nominalisme is niet alleen de existentie maar ook de essentie der dingen uitsluitend door den formeelen wil in ,god bepaald en vastgesteld2 eigenlk is er dus in ,god geen scientia simplicis intelligentiae1 waarin alle mogelkheden begrepen zn1 er is alleen in ,hem eene scientia visionis1 die volgt op den wil4 ,maar volgens de christelke theologie lagen alle mogelkheden in de scientia simplicis intelligentiae opgesloten1 en daaruit put de scientia visionis en brengt de wil ze tot realiteit4 ,de existentie der dingen hangt dus wel af van den wil ,gods1 maar de essentie van zn verstand4 ,leibniz bouwde hierop voort en zeide1 dat ,god wel vr was1 om al of niet de wereld1 den mensch1 de dieren1 de planten te scheppen1 maar als ,h ze schiep moest ,h ze scheppen naar de idee1 die zn bewustzn zonder en vr den wil daarvan zich gevormd had4 ,gegeven de wil ,gods om te scheppen1 moet de wereld juist zoo zn als ze is4 ,z is daarom de best mogelke en hangt in alle deelen zoo innig saam1 dat qui unum bene novit1 omnia novit1 ,theod4 ,i #g4 #eb ,,ii #afi s4 ,pichler1 ,die ,theol4 des ,leibniz ,i #bci s4 cf4 ook ,schelling1 ,werke ,,ii #c ,s4 #eg-fb4 ,hartmann1 ,philos4 des ,unb4 ,i #ajj f4 ,,ii #dce f4 #ddf f4 ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 ,i #dfj f4 ,vervolgens leerde de ,schrift allerwege1 dat ,god de wereld door het woord1 door den ,logos schiep en onderhield4 ,z berustte dus op gedachten ,gods4 ,god handelde niet willekeurig en toevallig maar met de hoogste wsheid4 ,al konden dus ook door ons de redenen voor zn handelen niet worden opgespoord1 z waren toch voor ,hem aanwezig4 ,en naar die redenen werd dan ook door de christelke theologie gezocht4 ,de schepping had haar oorzaak in zne goedheid of liefde2 voor de toelating der zonde werden allerlei redenen opgegeven2 vleeschwording en voldoening waren misschien niet absoluut noodzakelk maar deze weg van verlossing was toch de geschiktste en uitnemendste1 ,petavius1 de incarn4 ,,ii c4 #e sq42 en al durfden velen de potestas absoluta niet beperken1 allen erkenden toch1 dat ,h van dit volstrekte recht geen gebruik maakte en kwamen dus in de potestas ordinata weer geheel met elkaar overeen4 ,en eindelk werd op concrete punten het nominalisme beslist verworpen2 de zedewet kan geen anderen inhoud hebben dan ze heeft1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i #b qu4 #ajj art4 #h4 ,becanus1 de lege naturae ,,iii c4 #c qu4 #d4 ,suarez1 de lege ,i c4 #ae4 ,voetius1 ,disp4 ,i #cfd-djb4 ,maresius1 ,syst4 theol4 ,,vii #d4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iii qu4 #ah en ,,xi qu4 #b4 ,heidegger1 ,corp4 ,theol4 ,,iii #hi1 #ij2 het straffen der zonde is noodzakelk1 ,can4 ,dordr4 ,,ii #a4 ,voetius1 ,disp4 ,i #ceh sq4 ,,ii #bdj sq4 ,moor ,i #fhc sq4 #iif-ajcd1 en evenzoo de vleeschwording en voldoening1 ,iren4 adv4 haer4 ,,iii #bj4 ,anselmus1 ,cur ,deus homo4 ,heid4 ,cat4 vr4 #aa4 #dj4 ,avondmaalsform4 der ,ned4 ,ger4 ,kerken4 ,trigland1 ,antapol4 c4 #d4 ,voetius1 ,disp4 ,,ii #bch sq4 ,turretinus1 de satisf4 ,christi ,,ii #af sq4 ,owen1 de justitia divina4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,v enz42 en de macht ,gods werd zoo omschreven1 dat z het doen van tegenstrdige dingen uitsloot1 zie straks b n4 #ah4 ,op deze wze is het nominalisme in de christelke theologie zoo niet overwonnen dan toch teruggedrongen en beperkt4 ,als de voluntas libera omschreven werd als propensio in creaturas propter se ut media1 dan lag daarin ook reeds een principiel verzet tegen den wil ,gods als absolute willekeur opgesloten1 want het karakter der middelen is door den aard van het einddoel bepaald4 ,vandaar dan ook1 dat de theologie1 ofschoon den wil ,gods voorop stellende en daartoe steeds terugkeerende1 toch altd ook weer gezocht heeft naar motieven voor dien wil4 ,het realisme streefde ernaar1 om de wereld te begrpen als n harmonisch geheel1 waarin niets willekeurig was en alles zne plaats had1 tot zelfs de zonde toe1 en dat als geheel dienstbaar was aan de verheerlking van ,gods naam4 ,als de aard eener wetenschap bestaat in het rerum cognoscere causas1 kan de theologie ook aan zulk een onderzoek zich niet onttrekken4 ,alleen1 voor elk beoefenaar der wetenschap1 en inzonderheid voor den theoloog1 is ootmoed en bescheidenheid een eerste plicht4 ,h mag niet ws zn boven hetgeen men behoort ws te zn4 ,alle wetenschap is gebonden aan haar voorwerp2 z mag de verschnselen1 die z waarneemt1 niet ter wille van eenige vooropgezette theorie vervalschen of ontkennen4 ,zoo is ook de theologie ten strengste gebonden aan de feiten en getuigenissen1 welke ,god in natuur en ,schrift haar kennen doet4 ,z moet deze laten staan1 onverzwakt en onverminkt4 ,als z ze niet verklaren kan1 heeft z hare onwetendheid te belden4 ,de wil van ,god1 die in die feiten zich uitspreekt1 is voor haar het einde van alle redeneering4 ,z berust ten slotte in zne souvereiniteit4 ,in dien zin blft het woord van ,augustinus waarachtig3 voluntas ,dei cujusque creaturae natura est4 ,z laat zich noch door het pantheisme verleiden1 dat de wereld noodzakelk maakt1 want er is onderscheid tusschen ,god en wereld1 tusschen zne voluntas necessaria en voluntas libera2 noch ook door het deisme1 dat de wereld maakt tot een product van het toeval1 want heel die wereld is eene openbaring van ,gods wsheid4 ,en z houdt tegen beide staande1 dat de wereld eene daad is van ,gods vren1 souvereinen wil en dat ,god voor dezen wil zne wze en goede redenen heeft gehad4 ,voor ons is iets goed enkel en alleen1 omdat ,god het wil2 ,god zelf kan nooit iets willen1 dan omdat het op zichzelf of om iets anders goed is1 ,voetius1 ,disp4 ,i #chg4 ,w zien bna nooit in1 waarom ,god het eene gewild heeft en het andere niet1 en w moeten het daarom zoo voorstellen1 dat ,h het eene evengoed als het andere had kunnen willen4 ,maar in ,god valt eigenlk geen keuze1 die immers altd onzekerheid1 weifeling1 beraadslaging onderstelt4 ,h weet eeuwiglk1 vast1 onveranderlk wat ,h wil4 ,in zn wil valt geen willekeur1 geen toeval1 geen onzekerheid1 maar enkel eeuwige bepaaldheid en onveranderlkheid4 ,het contingente is eigen aan het schepsel1 en met eerbied gezegd is het ,god zelfs niet mogelk1 om dit karakter aan het schepsel te ontnemen4 ,in ,god alleen is existentia en essentia n2 alle creatuur sluit als zoodanig1 krachtens haar eigen aard1 de mogelkheid in1 dat z niet bestond4 ,maar ,god heeft met eeuwigen en onveranderlken wil alle schepselen als contingent gewild4 ,daarom is het ons niet mogelk en zelfs ook niet geoorloofd1 hooger dan tot den wil ,gods op te klimmen4 ,want alle pogen daartoe loopt er op uit1 om voor het schepsel een grond in ,gods wezen te zoeken1 het dus noodzakelk en eeuwig en ,goddelk te maken1 en van zn creatuurlk1 d4 i4 contingent karakter te ontdoen4 ,in zoover heet de wil ,gods1 die het geschapene tot object heeft1 vr4 ,maar deze vrheid sluit de andere deugden ,gods1 zne wsheid1 goedheid1 gerechtigheid enz4 niet uit4 ,immers1 dat is ook onder schepselen niet de ware vrheid van wil1 welke langen td van twfel1 overleg en beslissing noodig heeft2 maar dat is de hoogste vrheid1 welke in eens1 uno intuitu1 n het doel n de middelen vaststelt en van geen aarzeling weet4 ,en zulk eene vrheid is er ook in ,god2 eene vrheid1 die niet als door de andere deugden ,gods gebonden of daarvan op nominalistische wze onafhankelk te denken is1 maar zulk eene vrheid1 die daarom in absoluten zin vr is wl z de vrheid is van een ws1 rechtvaardig1 heilig1 barmhartig en almachtig ,god4 ,als ,augustinus1 ,thomas1 ,calvn enz4 dan ook zeiden1 dat er geen causa was voor den wil ,gods1 dan bedoelden z daarmede1 dat de wil ,gods1 als n met zn wezen1 geen causa achter of boven zich heeft1 waarvan die wil afhankelk ware4 ,maar z wilden daarmede geenszins zeggen1 dat die wil zonder ratio was1 dat h in den zin van ,schopenhauer een blinde1 alogische wil was4 ,integendeel1 de wil ,gods is met zn wezen1 met zne wsheid1 goedheid en al zne deugden n1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ai art4 #e4 ,en daarom kan hart en hoofd des menschen in dien wil berusten1 want het is de wil1 niet van een blind noodlot1 van een onberekenbaar toeval1 van eene duistere natuurmacht1 maar de wil van een almachtig ,god en van een goedertieren ,vader4 ,zne souvereiniteit is eene souvereiniteit van onbegrensde macht1 maar ook eene souvereiniteit van wsheid en genade4 ,h is ,koning en ,vader tegelk4 ,cf4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorz4 ,i #deb-ehe4 ,scheeben ,i #fha f4 ,dorner ,i #daj f4 ,id4 ,gesammelte ,schriften #cda f4 ,mller1 ,lehre v4 d4 ,snde ,,ii #ahj f4 ,ebrard1 ,dogm4 #ga f4 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrh4 ,i #bhc f4 ,hodge1 ,i #djb4 #ag4 ,de schepping levert echter nog meer en nog andere moeilkheden op voor de leer van den wil ,gods4 ,gelk ,god en wereld onderscheiden zn en daarom de wil ,gods voor ons in propensio in se en in creaturas uiteenvalt1 zoo is er ook in de wereld onder de schepselen weer allerlei onderscheid4 ,en dat onderscheid rust op eene verschillende relatie1 waarin ,god zich met zn wezen1 zn kennen en willen1 tot de schepselen stelt4 ,god wil niet alles op dezelfde wze1 in denzelfden zin1 met dezelfde energie van zn wezen2 dan toch zou er geen verscheidenheid onder de schepselen mogelk zn1 dan ware alles een eenvormig eenerlei4 ,maar terwl ,h alle creaturen wil propter se ut media1 wil ,h deze meer dan gene1 naar de mate als z meer rechtstreeksche en geschikte media zn tot zne verheerlking4 ,god is een ,vader voor al zne schepselen1 maar ,h is het in bzonderen zin voor zne kinderen4 ,zne genegenheid tot alwat ,h schiep1 staat beneden die tot de gemeente1 en tot deze beneden die tot ,christus1 den ,zoon zns welbehagens4 ,er wordt eene providentia generalis1 specialis en specialissima onderscheiden4 ,en zoo ook maken w in den wil ,gods1 die zich richt op de schepselen1 weer zooveel onderscheid als er schepselen zn4 ,want even rk als die gansche wereld is de voluntas ,dei libera4 ,deze is dus niet te denken als eene indifferente potentie1 als eene blinde kracht1 maar als rke1 volle1 levende1 ,goddelke 1 sprinkader van al dat rke leven1 dat de schepping ons te aanschouwen geeft4 ,maar nu is er in die wereld n ding1 dat voor de leer van den wil ,gods bzondere moeilkheid baart1 en dat is het kwade1 beide als malum culpae en als malum poenae1 in ethischen en in physischen zin4 ,het kwade moge nog zoozeer onder ,gods bestuur staan1 het kan toch niet in denzelfden zin en op dezelfde wze object van zn wil zn als het goede4 ,met het oog op die gansch verschillende en lnrecht tegenover elkander staande objecten moeten w in den wil ,gods zelven weer onderscheid maken4 ,de ,schrift gaat ons daarin voor4 ,er is een groot verschil tusschen den wil ,gods1 die ons voorschrft1 wat w te doen hebben1 ,mt4 #g3ba1 #ab3ej1 ,joh4 #d3cd1 #g3ag1 ,rom4 #ab3b1 en den wil ,gods1 die zegt1 wat ,h doet en doen zal1 ,ps4 #aae3c1 ,dan4 #d3ag1 #be1 #cb1 #ce1 ,rom4 #i3ah1 #ai1 ,ef4 #a3e1 #i1 #aa1 ,op4 #d3aa4 ,de bede1 dat ,gods wil geschieden moge1 ,mt4 #f3aj1 heeft een gansch anderen zin dan het kinderlk berustende3 ,uw wil geschiede1 ,mt4 #bf3db1 ,hd4 #ba3ad4 ,en zoo zien we in de historie telkens dien wil ,gods in tweerlei zin optreden4 ,god beveelt ,abraham zn zoon te offeren en laat het toch niet geschieden1 ,gen4 #bb4 ,h wil dat ,pharao ,israel late trekken en verstokt toch zn hart1 dat h alzoo niet doe1 ,ex4 #d3ba4 ,h laat aan ,hizkia aanzeggen1 dat h sterven zal en voegt toch vftien jaren aan zn leven toe1 ,jes4 #ch3a1 #e4 ,h verbiedt den onschuldige te veroordeelen en toch is ,jezus overgegeven naar den bepaalden raad en voorkennis ,gods1 ,hd4 #b3bc1 #c3ah1 #d3bh4 ,god wil de zonde niet1 ,h is verre van goddeloosheid1 ,h verbiedt en straft ze strengelk1 en toch bestaat ze en staat ze onder zn bestuur1 ,ex4 #d3ba1 ,joz4 #aa3bj1 #a ,sam4 #b3be1 #b ,sam4 #af3aj1 ,hd4 #b3bc1 #d3bh1 ,rom4 #a3bd1 #bf1 #b ,thess4 #b3aa enz4 ,h wil aller zaligheid1 ,ezech4 #ah3bc1 #cb1 #cc3aa1 #a ,tim4 #b3d1 #b ,petr4 #c3i1 en ontfermt zich toch1 wiens ,h wil1 en verhardt1 dien ,h wil1 ,rom4 #i3ah4 ,reeds spoedig kwam in de theologie de onderscheiding op tusschen dezen tweerlei wil ,gods4 ,tertullianus spreekt al van een verborgen1 hoogeren en een lageren of minderen wil1 de exhort4 #b sq4 ,augustinus wst er op1 dat ,god zn goeden wil menigmaal volbrengt door den kwaden wil der menschen1 ,enchir4 c4 #aja4 ,later kreeg deze tweerlei wil den naam van voluntas 1 beneplaciti1 arcana1 decernens1 decretiva en voluntas 1 signi1 revelata1 praecipiens4 ,de naam voluntas signi is daaraan ontleend1 dat deze wil ons significat quid ,deo gratum sit et nostri sit officii en door ons gekend wordt uit de vf signa3 praeceptio1 prohibitio1 consilium1 permissio1 operatio4 ,door de scholastiek in den breede uitgewerkt1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #de4 ,hugo ,victorinus1 de ,sacram4 ,lib4 #a ,pars #d4 ,id4 ,summa ,sent4 tract4 #a cap4 #ac4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ai art4 #aa1 #ab enz41 werd ze door de ,roomsche theologie algemeen overgenomen1 ,petavius1 de ,deo lib4 ,v c4 #d1 #f1 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii #afj4 ,perrone1 ,,ii #aii4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,ii #aef enz4 ,maar met bzondere voorliefde werd ze toch behandeld in de ,geref4 theologie1 ,calv4 ,inst4 ,i c4 #ah #c1 #d4 ,musculus1 ,loci ,comm4 p4 #igh sq4 ,martyr1 ,loci ,comm4 p4 #fc b4 sq4 ,ursinus1 ,tract4 theol4 p4 #bcg sq4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #bea sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #ai enz4 cf4 ,schweizer1 ,gl4 der ev4 ref4 ,k4 ,i #cei-cfh4 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 #fh f4 ,daarnaast kwamen nog andere onderscheidingen van den wil ,gods1 vooral die in voluntas antecedens en consequens1 welke reeds b ,tertullianus1 adv4 ,marc4 ,,ii #aa1 ,chrysostomus1 ,ep4 ad4 ,eph4 #a3e en ,damascenus1 de fide orth4 ,,ii c4 #bi voorkomt1 en die in voluntas absoluta en conditionata1 efficax en inefficax1 die al b ,augustinus gevonden wordt1 ,enchir4 c4 #ajb sq4 de civ4 ,,xxii c4 #a en #b4 ,ook deze onderscheidingen kunnen goed worden verstaan1 in dezen zin nl4 dat ,god antecedenter en conditionate vele dingen wil1 b4 v4 de zaligheid aller menschen1 die ,h toch consequenter en absolute niet wil en daarom niet geschieden laat4 ,zanchius t4 a4 p4 zegt dan ook dat al deze onderscheidingen op hetzelfde neerkomen2 en evenzoo oordeelen ,hyperius1 ,meth4 theol4 p4 #aee-aei4 ,walaeus1 ,op4 ,i #ahj4 ,voetius1 ,disp4 ,v #hh4 enz4 ,maar ofschoon ,luther in zn boek de servo arbitrio zeer scherp onderscheid had gemaakt tusschen den ,deus absconditus en revelatus1 de ,lutheranen verwierpen deze onderscheiding in voluntas beneplaciti en signi1 althans in calvinistischen zin1 ,gerhard1 loc4 #b c4 #h sect4 #ae4 ,baier1 ,comp4 theol4 pos4 ,i c4 #a #bb4 ,buddeus1 ,instit4 theol4 dogm4 ,,ii c4 #a #bi4 ,de ,arminianen volgden dat voorbeeld1 ,episcopius1 ,instit4 theol4 ,,iv sect4 #b c4 #ba4 ,limborch1 ,theol4 ,christ4 ,,ii c4 #i #i4 ,en de ,roomsche theologen behielden de onderscheiding nog wel in naam b1 maar verklaarden haar zoo1 dat de wil ,gods altd was voluntas beneplaciti1 verdeeld in voluntas antecedens en consequens en dat de voluntas signi niets was dan eene gedeeltelke openbaring van dien wil1 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii #afj4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 ,,ii #aef4 ,kleutgen1 ,theol4 d4 ,vorz4 ,i #efd f4 ,zoo is het geschied1 dat eenerzds de ,roomschen enz4 eigenlk alleen de onderscheiding in voluntas antecedens en consequens 7absoluta en conditionata7 hebben behouden1 en de ,gereformeerden alleen die in voluntas beneplaciti en signi 7decernens en praecipiens1 arcana en revelata7 met verwerping van die der voluntas antecedens en consequens1 ,maccovius1 ,collegia theol4 disp4 #a-h4 ,nic4 ,gurtler1 ,instit4 theol4 #agcb cap4 #c #aje4 ,moor ,i #egf4 ,mastricht1 ,theor4 pract4 theol4 ,,ii c4 #ae #bd en #bg sq4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iii qu4 #ae1 #af4 ,het verschil komt hierop neer1 dat de ,roomschen1 ,lutherschen1 ,remonstranten enz4 uitgaan van de voluntas signi2 deze is de eigenlke wil1 daarin bestaande1 dat ,god de zonde niet wil maar alleen wil toelaten1 dat ,h aller zaligheid wil1 aan allen de genade aanbiedt enz42 en als de mensch dan beslist heeft1 schikt ,god zich daarnaar1 bepaalt ,h wat ,h wil1 de zaligheid van wie gelooft1 het verderf van wie niet gelooft4 ,de voluntas consequens volgt op de beslissing van den mensch1 en is niet de eigenlke1 wezenlke wil ,gods maar de handeling ,gods naar aanleiding van het gedrag van den mensch4 ,daarentegen gingen de ,gereformeerden uit van de voluntas beneplaciti en hielden deze voor den eigenlken1 wezenlken wil ,gods2 die wil gaat altd door1 bereikt steeds zn doel en is eeuwig en onveranderlk2 de voluntas signi daarentegen is het voorschrift ,gods1 in wet en evangelie1 dat geldt als regel voor ons gedrag4 ,nu is het de doorgaande leer der ,schrift1 beide in #j4 en ,n4 ,test41 dat de wil van ,god eeuwig1 onveranderlk1 onafhankelk1 krachtdadig is4 ,niet nu en dan wordt dit uitgesproken1 bv4 ,ps4 #cc3aa1 #aae3c1 ,dan4 #g3be1 ,jes4 #df3aj1 ,mt4 #aa3bf1 ,rom4 #i3ah1 ,ef4 #a3d1 ,op4 #d3aa enz4 maar de gansche ,schrift getuigt daarvan2 alle deugden ,gods eischen dit2 de gansche historie van kerk en wereld levert daarvoor bews4 ,en dienovereenkomstig leerde de christelke theologie1 vooral sedert ,augustinus1 dat de wil ,gods eenvoudig1 eeuwig1 onveranderlk is1 wl h n is met zn wezen1 ,aug4 ,conf4 ,,xii #ae4 ,de voluntas antecedens is eigenlk geen wil in ,god1 magis potest dici velleitas quam absoluta voluntas1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ai art4 #f4 ,de voluntas signi heet maar in metaphorischen zin in ,god voluntas1 sicut cum aliquis praecipit aliquid1 signum est quod velit illud fieri1 ib4 art4 #aa4 ,de eigenlke wil in ,god is de voluntas beneplaciti1 en deze is met ,gods wezen n1 is onveranderlk en wordt altd volbracht1 ib4 art4 #f en #g4 c4 ,gent4 ,i #gb sq4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #de-dh en de comm4 ,thomas1 ,bonaventura e4a4 ,het pelagianisme heeft deze ln ten onrechte verlaten1 en eene machtelooze begeerte1 een onvervulden wensch in ,god tot wil verheven4 ,daarmede heeft het aan heel 't wezen1 aan alle deugden ,gods te kort gedaan4 ,want indien de velleitas de eigenlke en wezenlke wil van ,god is1 dan wordt ,h van zne almacht1 wsheid1 goedheid1 onveranderlkheid1 onafhankelkheid enz4 beroofd2 heel het wereldbestuur wordt dan aan zne voorzienigheid onttrokken2 een onverzoenbaar dualisme wordt er geschapen tusschen ,gods bedoeling en het resultaat der wereldgeschiedenis2 de uitkomst is dan voor ,god eene eeuwige teleurstelling2 het wereldplan is mislukt1 en ,satan viert aan het einde triumf4 ,nu beweert het pelagianisme wel1 dat het zoo handelt in het belang van ,gods heiligheid1 en dat het deze beter dan ,paulus en ,augustinus1 dan ,thomas en ,calvn handhaaft1 omdat ,god in hun stelsel de auteur der zonde wordt4 ,maar dit is niet meer dan schn2 de zonde blft op het standpunt van ,pelagius even onverklaarbaar als op dat van ,augustinus2 ja1 de heiligheid komt hier veel beter tot haar recht4 ,want het is meer in overeenstemming met de ,schrift en heel het christelk geloof1 aan te nemen1 dat ,god de zonde om wze1 schoon voor ons onbekende redenen1 in zekeren zin gewild heeft1 dan dat ,h1 ze in geen enkel opzicht willende1 toch duldt en toelaat4 ,dit laatste toch komt juist zne heiligheid en almacht te na1 cf4 later in de leer van de zonde4 ,daarb komt1 dat de ,schrift1 schoon theologisch de voluntas beneplaciti vooropstellende1 toch tevens in de voluntas signi handhaaft1 hoe en op wat wze ,h de zonde niet wil4 ,in de signa van verbod1 vermaning1 waarschuwing1 kastding1 straf enz4 daalt ,h tot ons af1 en zegt ,h wat ,h van ons verlangt4 ,omdat de mensch een redelk1 zedelk wezen is1 handelt ,god met hem niet als met een stok en een blok1 maar spreekt en handelt met hem overeenkomstig zn aard4 ,gelk een vader aan een kind het gebruik van een scherp mes verbiedt1 en toch zelf het zonder schade hanteert1 zoo verbiedt ,god aan zne redelke schepselen de zonde1 die ,hzelf toch gebruiken kan en werkelk gebruikt tot verheerlking van zn naam4 ,de voluntas beneplaciti en de voluntas signi strden daarom ook niet met elkaar1 gelk de gewone tegenwerping luidt4 ,want vooreerst is de voluntas signi eigenlk niet de wil van ,god1 maar slechts zn bevel en voorschrift1 dat geldt als regel voor ons gedrag4 ,in de voluntas signi zegt ,h niet1 wat ,h doen zal2 z is geen wet voor zn handelen2 z schrft niet voor1 wat ,god moet doen2 maar ,h zegt daarin1 wat w hebben te doen2 z is een regel voor ons gedrag1 ,deut4 #bi3bi4 ,z heet dus slechts in metaphorischen zin voluntas ,dei4 ,wel wordt hiertegen ingebracht1 dat de voluntas signi toch alzoo heet1 wl z is een signum voluntatis in ,deo1 en dus met zne voluntas beneplaciti moet overeenstemmen4 ,ten tweede z daarom opgemerkt1 dat dit ook inderdaad zoo is2 de voluntas signi is een aanduiding van hetgeen ,god wil1 dat w zullen doen4 ,de voluntas beneplaciti en de voluntas signi staan niet lnrecht tegenover elkaar1 zoodat ,god naar de eerste de zonde wel en naar de tweede de zonde niet wil1 naar de eerste niet aller zaligheid wil en naar de tweede wel enz4 ,ook naar de voluntas beneplaciti toch schept ,god geen behagen in de zonde1 z is geen voorwerp van zn welgevallen1 ,h plaagt niet uit lust tot plagen4 ,en omgekeerd wil ,h evenmin naar de voluntas signi als naar de voluntas beneplaciti1 dat alle menschen1 hoofd voor hoofd1 zalig worden2 dat kan met het oog op de historie door niemand in ernst worden geleerd2 feitelk wordt het allen in #a ,tim4 #b3d door iedereen tot een grooteren of kleineren kring beperkt4 ,beide staan zoo weinig tegenover elkaar1 dat de voluntas signi juist de weg is1 waarin de voluntas beneplaciti wordt volbracht4 ,in den weg van vermaningen en waarschuwingen1 verboden en bedreigingen1 voorwaarden en eischen voert ,god zn raad uit4 ,en de voluntas beneplaciti handhaaft alleen1 dat de mensch1 ,gods gebod overtredende1 geen enkel oogenblik van ,god onafhankelk wordt1 maar in datzelfde moment den raad ,gods dient en een z het ook onwillig instrument wordt van zn glorie4 ,niet de voluntas signi alleen1 maar ook de voluntas beneplaciti is heilig en ws en goed1 en zal juist in den weg der wet en der gerechtigheid aan het einde als zoodanig openbaar worden4 ,daarom1 ten slotte1 dient de onderscheiding van beide ook te worden gehandhaafd4 ,het is het probleem van recht en feit1 van idee en historie1 van het zedelke en het werkelke1 van wat behoort te geschieden en van wat inderdaad geschiedt1 dat ons hier tegemoet treedt4 ,wie de voluntas signi loochent1 doet te kort aan de heiligheid ,gods1 aan de majesteit der zedewet1 aan den ernst der zonde4 ,wie daarentegen de voluntas beneplaciti ontkent1 komt in strd met de almacht1 de wsheid1 de onafhankelkheid1 de souvereiniteit ,gods4 ,op beide standpunten loopt men gevaar1 om f met een oppervlakkig optimisme de oogen voor de werkelkheid te sluiten1 en al het werkelke redelk te noemen f met een eenzdig pessimisme het bestaan te vervloeken en te wanhopen aan wereld en lot4 ,het theisme echter zoekt geen oplossing in het schrappen van een van beide termen van het probleem1 maar erkent en handhaaft ze beide2 het ziet de lnen van het redelke en werkelke ieder oogenblik in de geschiedenis elkander snden en kruisen2 het leidt beide terug tot de souvereiniteit ,gods en heeft van deze de hooge gedachte1 dat z ook door het onredelke en zondige heen haar heiligen en wzen raad tot uitvoering zal brengen tot glorie van des ,heeren naam4 ,hierin komt toch schitterend uit zne ,goddelke souvereiniteit1 dat ,h in der menschen dwaasheid zne wsheid1 in hun zwakheid zne kracht1 in hun zonde zne gerechtigheid en genade verheerlkt4 #ah4 ,de souvereiniteit ,gods openbaart zich ten slotte in zne almacht1 die echter na het reeds gezegde minder uitvoerige behandeling behoeft4 ,in de ,schrift wordt nooit en nergens aan de macht ,gods een grens gesteld4 ,reeds in de namen ,el1 ,elohim1 ,el ,schaddai1 ,adonai treedt het denkbeeld van macht op den voorgrond4 ,voorts heet ,h 1 voor wiens aangezicht niemand kan bestaan1 ,deut4 #g3bav41 1 ,jes4 #a3bd1 1 wiens naam is ,ihvh ,zebaoth1 ,jer4 #cb3ah1 ,job #i3d1 1 ,job #cf3e1 1 ,ps4 #bd3h1 1 1 ,mt4 #aa3be1 ,op4 #a3h1 #bb3e1 d4 i4 de ,heer1 de ,eigenaar1 de ,heerscher1 die autoriteit en opperhoogheid bezit2 de ,koning1 die in eeuwigheid over alle dingen regeert1 ,ex4 #ae3ah1 #bi3aj1 #ic-ii1 #b ,k4 #bi3ae1 ,jer4 #aj3g1 #aj enz41 maar vooral ,koning is over ,israel en als zoodanig het regeert1 beschermt en tot de zaligheid leidt1 ,num4 #bc3ba1 ,deut4 #cc3e1 ,richt4 #h3bc1 #a ,sam4 #h3g1 ,ps4 #aj3af1 #bd3g1 #dh3c1 #gd3ab1 ,jes4 #cc3bb1 #da3ba1 #dc3ae enz41 en evenzoo in het ,n4 ,t4 de 1 ,mt4 #e3cc1 #a ,tim4 #a3ag1 de 1 #a ,tim4 #f3ae1 cf4 ,op4 #ai3af2 1 #b ,cor4 #f3ah1 ,op4 #a3h1 #d3h1 #aa3ag2 1 #a ,tim4 #f3ae2 die beide de 1 1 potestas1 het recht1 het gezag en de bevoegdheid1 ,mt4 #bh3ah1 ,rom4 #i3ba en de 1 1 potentia1 de geschiktheid en de macht tot handelen1 ,mt4 #f3ac1 ,rom4 #a3bj bezit4 ,maar voorts blkt de almacht ,gods uit al zne werken4 ,de schepping1 de onderhouding1 de verlossing van ,israel uit ,egypte1 de natuur met hare ordinantin1 de geschiedenis van ,israel met hare wonderen prediken luide en duidelk de almacht ,gods4 ,psalmisten en profeten komen op deze groote daden telkens terug en wenden ze aan tot vernedering voor den hoogmoedige en tot troost voor den geloovige4 ,h is sterk van vermogen1 ,jes4 #dj3bf1 schept aarde en hemel1 ,gen4 #a1 ,jes4 #db3e1 #dd3bd1 #de3ab1 #ah1 #dh3ac1 #ea3ac1 ,zach4 #ab3a1 handhaaft hunne ordinantin1 ,jer4 #e3bb1 #aj3aj1 #ad3bb1 #bg3e1 #ca3ce1 formeert regen en wind1 licht en duisternis1 het goede en het kwade1 ,am4 #c3f1 #d3ac1 #e3h1 ,jes4 #de3e-g1 #ed3af4 ,h maakt stom en sprekend1 dood en levend1 redt en verderft1 ,ex4 #d3aa1 ,deut4 #cb3ci1 #a ,sam4 #b3f1 #b ,kon4 #e3g1 ,ex4 #ae1 ,deut4 #bf3h1 #bi3b1 #cb3ab1 #a ,sam4 #ad3f1 ,hos4 #ac3ad1 ,mt4 #aj3bh1 ,luk4 #ab3bj4 ,h heeft volstrekte macht over alle dingen1 zoodat niets ,hem kan weerstaan1 ,ps4 #h1 #ah1 #ai1 #bd1 #bi1 #cc1 #ajd enz4 ,job #e3i-bg1 #i3dv41 #ab3ad-ba1 #cd3ab-ae1 #cf3cg4 ,niets is ,hem te wonderlk1 alle dingen zn ,hem mogelk1 ,gen4 #ah3ad1 ,zach4 #h3f1 ,jer4 #cb3bg1 ,mt4 #ai3bf1 ,luk4 #a3cg1 #ah3bg2 ,h kan uit steenen ,abraham kinderen verwekken1 ,mt4 #c3i4 ,h doet al zn welbehagen1 ,ps4 #aae3c1 ,jes4 #ad3bd1 #bg1 #df3aj1 #ee3aj1 en niemand kan ,hem dagvaarden1 ,jer4 #di3ai1 #ej3dd4 ,en bovenal komt zne uit in de werken der verlossing1 in de opwekking van ,christus1 ,rom4 #a3d4 ,ef4 #a3bj1 in de werking en versterking des geloofs1 ,rom4 #af3ae1 ,ef4 #a3ai1 in de uitdeeling der genade boven bidden en denken1 ,ef4 #b3bj1 #b ,cor4 #i3h1 #b ,petr4 #a3c1 in den opstanding ten jongsten dage1 ,joh4 #e3bev4 enz4 ,en deze macht ,gods is eindelk ook de bron van alle macht en gezag1 van alle kracht en sterkte in de schepselen4 ,van ,hem is de heerschapp des menschen1 ,gen4 #a3bf1 ,ps4 #h1 het gezag der overheid1 ,spr4 #h3ae1 ,rom4 #ac3a-af1 de krachts zns volks1 ,deut4 #h3ag1 #ah1 ,ps4 #fh3cf1 ,jes4 #dj3bf v4 de sterkte des paards1 ,job #ci3bb1 het geweld des donders1 ,ps4 #bi3d1 #fh3cd enz4 ,in n woord1 zns is de sterkte4 ,ps4 #fb3ab1 en ,hem komt toe de kracht en de sterkte1 ,ps4 #if3g1 ,op4 #d3aa1 #e3ab1 #g3ab1 #ai3a4 ,geheel in overeenstemming met hunne leer over den wil en de vrheid ,gods1 cf4 boven bl4 #bajv4 omschreven nu de nominalisten de almacht ,gods z1 dat ,god door haar alles kan wat ,h wil niet alleen1 maar ook alles willen kan4 ,onderscheidende tusschen de potentia absoluta en ordinata1 oordeelden z1 dat ,god naar gene ook zondigen1 dwalen1 lden1 sterven1 een steen of een dier worden kon1 brood in het lichaam van ,christus kon veranderen1 tegenstrdige dingen kon doen1 hetgeen geschied was ongedaan kon maken1 valsch kon maken wat waar was en waar wat valsch was enz4 ,naar zne potentia absoluta is ,god dus louter willekeur1 zuivere potentie zonder eenigen inhoud1 die niets is en alles worden kan1 cf4 ,chamier1 ,panstr4 ,cath4 ,,ii l4 #b c4 #c #e4 ,voetius1 ,disp4 ,i #daa1 #dbg4 ,principieel is dit het standpunt van allen1 die het primaat van den wil huldigen1 en daarom is dit gevoelen later telkens teruggekeerd en komt het niet alleen in het ,christendom maar ook onder andere godsdiensten1 vooral b den ,islam1 voor4 ,aan de andere zde staan z1 die zeggen1 dat ,god alleen kan wat ,h wil en dat ,h1 hetgeen ,h niet wil1 ook niet kan4 ,het mogelke valt met het werkelke saam4 ,wat geen werkelkheid wordt1 is ook niet mogelk4 ,god heeft zne macht ten volle uitgeput in de wereld4 ,dit was reeds de meening van ,plato en ,plotinus1 ,zeller1 ,philos4 d4 ,gr4 ,,ii #ibh ,v #dif f41 en voorts van enkele kerkvaders1 ,petavius1 de ,deo ,v c4 #f1 maar werd in de ,middeleeuwen vooral geleerd door ,abaelard1 ,deus non potest facere aliquid praeter ea quae facit1 ,introd4 theol4 ,,iii c4 #e4 ,en zoo oordeelden later de ,cartesiaansche theologen1 ,burmannus1 ,synopsis ,i c4 #ba #bd1 #bf c4 #be #aj1 #aa4 ,braun1 ,doctr4 foed4 ,i #b c4 #c #g sq4 ,wittichius1 ,theol4 pacif4 #aii sq4 voorts ,spinoza1 ,cogit4 metaph4 ,,ii c4 #i4 ,eth4 ,i prop4 #af1 #ag4 ,schleiermacher1 ,gl4 #ed4 ,strauss1 ,gl4 ,i #ehb f4 ,schweizer1 ,chr4 ,gl4 ,i #bdf f4 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 #djc-djf4 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godg4 ,,ii #aab v4 enz4 ,de ,schrift veroordeelt zoowel het eene als het andere standpunt4 ,z zegt ter eene zde uitdrukkelk1 dat ,god vele dingen niet kan2 ,h kan niet liegen1 geen berouw hebben1 niet veranderen1 niet verzocht worden1 ,num4 #bc3ai1 #a ,sam4 #ae3bi1 ,hebr4 #f3ah1 ,jak4 #a3ac1 #ag1 1 #b ,tim4 #b3ac2 zn wil is immers met zn wezen n1 en de potentia absoluta1 die de macht ,gods losmaakt van zne andere deugden1 is niets dan eene dele en ongeoorloofde abstractie4 ,aan den anderen kant verklaart de ,schrift even beslist1 dat het mogelke veel verder zich uitstrekt dan het werkelke1 ,gen4 #ah3ad1 ,jer4 #cb3bg1 ,zach4 #h3f1 ,mt4 #c3i1 #ai3bf1 ,luk4 #a3cg1 #ah3bg4 ,en hieraan hield zich de christelke theologie4 ,augustinus zegt eenerzds1 dat ,gods wil en macht niet van zn wezen onderscheiden zn4 ,homo aliud est quod est1 aliud quod potest4444 ,deus autem cui non est aliud substantia ut sit1 et alia potestas ut possit1 sed consubstantiale illi est quidquid ejus est et quidquid est1 quia ,deus est1 non alio modo est et alio modo potest2 sed esse et posse simul habet1 quia velle et facere simul habet1 tract4 #bj in ,ev4 ,joan4 n4 #d4 ,conf4 ,,xi #aj1 ,,xii #ae4 ,wel bestaat ,gods almacht daarin1 dat ,h kan wat ,h wil1 certe non ob aliud vocatur omnipotens1 nisi quoniam quidquid vult potest1 de civ4 ,,xxi #g4 ,maar ,god kan niet alles willen1 ,h kan zichzelf niet verloochenen4 ,quia non vult non potest1 quia et velle non potest4 ,non enim potest justitia velle facere quod injustum est1 aut sapientia velle quod stultum est1 aut veritas velle quod falsum est4 ,unde admonemur ,deum omnipotentem non hoc solum1 quod ait apostolus3 negare se ipsum non potest1 sed multa non posse4444 ,deus omnipotens non potest mori1 non potest mutari1 non potest falli1 non potest fieri1 non potest vinci1 ,serm4 #bad4 ,maar dan verder betoogt ,augustinus1 dat dit geen gebrek aan macht is1 maar juist ware1 volstrekte almacht4 ,het zou juist onmacht zn1 wanneer ,h dwalen1 zondigen kon enz4 ,serm4 #bac1 #bad1 de civ4 ,v #aj4 ,vooral heldert ,augustinus dat op in betrekking tot de stelling1 die dikwerf tegen de almacht ,gods wordt ingebracht1 dat ,god het gedane niet ongedaan kan maken4 ,deze uitspraak kan toch tweerlei zin hebben4 ,vooreerst kan men er mee bedoelen1 dat ,god het feit1 dat geschied is1 te niet doet2 maar dit is geen zin1 want een feit1 dat geschied is1 is niet meer en kan niet en behoeft niet te niet worden gedaan4 ,maar ten tweede kan men er mee bedoelen1 dat ,god het feit1 dat geschied is1 in het menschelk bewustzn ongedaan make1 zoodat dit nu meenen gaat dat het niet is geschied4 ,maar ook dit heeft geen zin1 want ,god die de waarheid is zou dan wat waar is onwaar moeten maken4 ,andere theologen hebben in gelken zin over ,gods almacht gesproken en hebben slechts herhaald wat ,augustinus gezegd had4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #db-dd4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #be4 ,s4 c4 ,gent4 ,,ii c4 #f-aj4 ,bonaventura1 ,breviloquium ,i c4 #g4 ,petavius1 de ,deo ,v c4 #g4 ,gerhard1 ,,ii c4 #h sect4 #i4 ,buddeus1 ,instit4 theol4 dogm4 ,,ii c4 #a #cj4 ,musculus1 ,loci ,comm4 p4 #ieb sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #bi4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #aei sq4 ,voetius1 ,disp4 ,i #djc sq4 ,v #aac sq4 ,alsted1 ,theol4 schol4 did4 p4 #ic-if4 ,mastricht1 ,theor4 pract4 theol4 ,,ii c4 #bj4 ,chamier1 ,panstr4 ,cath4 ,,ii l4 #b c4 #a-c4 ,leydecker1 ,fax ,veritatis p4 #afc sq4 #bcc sq4 enz4 ,bepaaldelk werd door de ,geref4 theologen de onderscheiding in potentia ,dei absoluta en ordinata slechts tot op zekere hoogte erkend4 ,de nominalisten hadden deze misbruikt1 om te beweren1 dat ,god naar de eerste alles doen kon1 ook wat met zne natuur in strd was1 en betoogden daarmede ook vooral de leer der transsubstantiatie4 ,daartegen kwam ,calvn op en h verwierp zulk een commentum potentiae absolutae als profaan1 ,inst4 ,,iii c4 #bc #a1 #e1 cf4 ,i #af1 #c1 ,,ii #g1 #e1 ,,iv #ag1 #bd4 ,comm4 in ,jes4 #bc3i1 ,luk4 #a3ah4 ,de ,roomschen beschuldigden daarom ,calvn1 dat h de almacht ,gods beperkte en alzoo loochende1 ,bellarminus1 de gratia et lib4 arb4 ,,iii c4 #ae4 ,maar ,calvn ontkende daarom niet1 dat ,god meer kon doen dan ,h feitelk deed1 maar h bestreed alleen zulk eene potentia absoluta1 die niet gebonden ware aan zn wezen en deugden en dus ook allerlei tegenstrdige dingen kon doen4 ,zoo opgevat1 in den zin van ,augustinus en ,thomas1 werd genoemde onderscheiding ook algemeen door de ,geref4 theologen aangenomen1 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,ii c4 #bi4 ,alsted1 ,theol4 schol4 did4 p4 #if4 ,heidegger1 ,corpus theol4 ,,iii #aji4 ,synopsis pur4 theol4 ,,vi #cf4 ,mastricht1 ,,ii #bj1 #ac4 ,en zoo verstaan1 is deze onderscheiding ook goed te keuren4 ,het pantheisme zegt wel1 dat ,god en wereld correlata zn1 en dat ,god geen eigen zn en leven1 geen eigen bewustzn en wil heeft in onderscheiding van de wereld4 ,maar het mengt alzoo alles op hopelooze wze dooreen1 en brengt ook in het denken eene grenzelooze verwarring aan4 ,god en wereld1 eeuwigheid en td1 oneindigheid en eindigheid1 zn en worden1 het mogelke en het werkelke1 het noodzakelke en het toevallige enz41 zn geen woorden van denzelfden inhoud en dezelfde beteekenis4 ,de wereld is van dien aard1 dat ons denken haar het karakter van contingentie niet ontnemen kan4 ,de gedachte van haar niet-bestaan sluit niet de minste logische tegenstrdigheid in4 ,er kunnen motieven zn1 waarom ,god de wereld in het aanzn geroepen heeft2 de kosmos kan in zn geheel en in elk zner deelen belichaming van ,goddelke gedachten zn2 maar het is onmogelk1 om het ontstaan der wereld logisch1 zonder den wil van een almachtig ,god1 te verklaren4 ,en daarom blft er naast het werkelke een gebied voor het mogelke over4 ,god gaat in de wereld niet op1 de eeuwigheid stort zich niet leeg in den td1 oneindigheid is niet identiek met de som van al het eindige1 de alwetendheid valt niet saam met den gedachteninhoud der redelke schepselen4 ,en zoo is de almacht ,gods nog oneindig verheven boven de onbegrensde macht1 welke in de wereld tot openbaring komt4 ,cf4 ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 #dii f4 ,dorner ,i #dda f4 ,ebrard #agi f4 ,philippi ,,ii #ei f4 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 ,s4 #ejc-ejf4 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrheit ,i #bdi f4 ,grtillat ,,iii #bef s4 ,hodge ,i #djf v4 ,shedd ,i #ceh v4 #bg4 ,,de ,,personeele ,,namen ,,gods4 #a4 ,hooger nog dan in de wezensnamen stgt ,gods openbaring in de nomina personalia1 welke ons de onderscheidingen doen kennen1 die er in de eenheid van zn wezen bestaan4 ,deze openbaring begint reeds in het ,o4 ,test4 ,wel komt z daar nog niet volledig voor1 gelk de kerkvaders en latere theologen dikwerf met miskenning van het historisch karakter der openbaring hebben geleerd2 maar evenmin is het juist1 dat z daar ganschelk nog niet te vinden zou zn1 zooals na de ,socinianen en de ,remonstranten1 door ,semler1 ,herder1 ,doederlein1 ,bretschneider1 ,dogm4 ,i #efe f4 ,hofmann1 ,schriftbeweis ,i #ij f41 e4 a4 werd geleerd1 cf4 ,walch1 ,bibl4 theol4 sel4 ,,ii #fhg4 ,het ,o4 ,t4 doet het trinitarisch bestaan van ,god slechts onduidelk kennen1 het is de oorkonde der wordende triniteitsleer1 ,petavius1 de trin4 ,,ii c4 #g4 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #abd f4 #adh f4 ,maar het bevat toch1 niet in enkele op zich zelf staande teksten alleen maar vooral in het organisme zner openbaring momenten1 die voor de leer der drieenheid van de hoogste beteekenis zn4 ,vooreerst komt de naam ,elohim in aanmerking4 ,dat deze in zn pluralisvorm geen bews is voor de triniteit1 werd reeds vroeger1 bl4 #ajd1 opgemerkt4 ,maar toch is het opmerkelk1 dat deze naam b de voorstanders van het monotheisme om zn vorm nooit bezwaar heeft ontmoet4 ,dit is alleen daaruit te verklaren1 dat h geen reminiscentie aan het polytheisme bevat1 maar de ,godheid aanduidt in haar volheid en rkdom van leven4 ,de ,god der openbaring is geen abstracte eenheid1 maar de levende1 waarachtige ,god1 die in de oneindige volheid van zn leven de hoogste verscheidenheid insluit4 ,reeds terstond b de schepping komt dat uit4 ,elohim schept door te spreken en door het uitzenden van zn ,geest4 ,het woord1 dat ,god spreekt1 is geen klank1 maar eene kracht1 zoo groot1 dat ,h daardoor de wereld schept en onderhoudt2 ,h spreekt en het is er1 ,gen4 #a3c1 ,ps4 #cc3f1 #i1 #adg3ah1 #adh3h1 ,jol #b3aa4 ,dat woord door ,god gesproken1 van ,hem uitgaande en dus van ,hem onderscheiden1 wordt later als wsheid gehypostaseerd in ,job #bh3bc-bg1 ,spr4 #h3bb v4 cf4 ,spr4 #c3ai1 ,jer4 #aj3ab1 #ea3ae4 ,die wsheid is van eeuwigheid door ,god bezeten1 bereid1 aangesteld1 doorzocht1 als zn voedsterling en werkmeesteres1 waardoor ,h alle dingen schiep en onderhoudt4 ,maar niet alleen door het woord en de wsheid1 ook door den ,geest ,gods komt het werk der schepping en der onderhouding tot stand1 ,gen4 #a3b1 ,ps4 #cc3f1 #ajd3cc1 #aci3g1 ,job #bf3ac1 #bg3c1 #cb3h1 #cc3d4 ,jes4 #dj3g1 #ac1 #ei3ai4 ,terwl het woord de middelaar is1 waardoor ,god alle dingen in het aanzn roept1 is het zn ,geest1 waardoor ,h immanent is in al het geschapene1 en het alles levend maakt en versiert4 ,zoo komt reeds volgens de leer des ,o4 ,t4 in de schepping uit1 dat alle dingen hun ontstaan en voortbestaan danken aan eene drievoudige causa4 ,elohim en kosmos staan niet dualistisch naast elkaar1 maar de wereld1 door ,god geschapen1 heeft zn ,woord tot objectief1 zn ,geest tot subjectief principe4 ,de wereld is eerst door ,god gedacht en komt daarom door zn almachtig spreken tot stand1 en als z realiteit ontvangen heeft1 staat ze niet buiten en tegen ,hem over maar blft rusten in zn ,geest4 ,nog duidelker komt in het ,o4 ,t4 deze drievoudige oorzaak uit op het terrein der bzondere openbaring1 in het werk der herschepping4 ,dan is het niet meer ,elohim alleen1 maar ,jahveh1 die zich openbaart1 die zich kennen doet als den ,god des verbonds en des eeds1 der openbaring en der geschiedenis4 ,maar ook als zoodanig openbaart ,h zich niet rechtstreeks en onmiddellk1 ,ex4 #cc3bj4 ,het is wederom door zn ,woord1 dat ,h zich kennen doet en zn volk redt en bewaart1 ,ps4 #ajg3bj4 ,en drager van dat woord der heilsopenbaring is de ,malak ,ihvh1 de ,gezant des ,verbonds4 ,niet altd1 waar de uitdrukking ,engel ,gods of ,engel des ,heeren in het ,o4 ,t4 voorkomt1 is aan den angelus increatus te denken1 gelk ,hengstenberg meende4 ,in #b ,sam4 #bd3afv41 #a ,kon4 #ai3e-g1 #b ,kon4 #ai3ce1 ,dan4 #c3be1 #bh1 #f3bc1 #aj3ac1 hebben we aan een gewonen engel te denken1 evenals ook in ,mt4 #a3bj1 #bh1 ,luk4 #a3aa1 #b3i1 ,hd4 #e3ai1 #h3bf1 #aj3c1 #ab3g1 #bc1 #bg3bc1 ,jud4 #i1 ,op4 #ab3g4 ,over andere plaatsen kan er twfel bestaan1 zooals ,num4 #bb3bbv41 ,jos4 #e3ac1 #ad1 ,richt4 #b3a-ad1 #f3aa-bd1 #ac3b-bc4 ,maar in de plaatsen1 deel ,i #bej genoemd1 gaat het subject1 dat in den engel des ,heeren spreekt en handelt1 ver boven een geschapen engel uit4 ,de kerkvaders vr ,augustinus zagen eenparig in dezen ,engel des ,heeren eene theophanie van den ,logos1 cf4 de aanhalingen b ,trip1 ,die ,theophanien in den ,geschichtsbchern des ,a4 ,t4 ,leiden #aheh ,s4 #bj-da4 ,dikwerf werd deze opvatting echter verbonden met de meening1 dat de ,vader eigenlk onzichtbaar1 ongenaakbaar1 onuitsprekelk is maar dat de ,zoon zich kan openbaren en het principe aller openbaring is2 zoo b ,justinus ,martyr1 ,theophilus1 ,irenaeus1 ,tertullianus4 ,maar deze scheiding en tegenstelling tusschen den ,vader en den ,zoon werd door de latere kerkvaders1 ,athanasius1 de drie ,cappadocirs enz4 terecht bestreden4 ,de ,zoon was waarachtig ,god en dus even onzichtbaar als de ,vader4 ,zoo werd de opvatting van ,augustinus voorbereid1 die ook de theophanien ,gods in het ,o4 ,t4 altd door geschapene engelen bemiddeld dacht1 de trin4 ,,iii #aa1 de civ4 ,,xvi c4 #bi4 ,de scholastieke en ,roomsche theologen namen gewoonlk deze exegese van ,augustinus over1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ea art4 #b en #c ad #e4 ,i #b qu4 #ih art4 #c4 ,sent4 ,,ii dist4 #h qu4 #a art4 #f4 ,petavius1 de trin4 ,,viii c4 #b4 ,scheeben1 ,kath4 ,dogm4 ,i #ghd f4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,ii #bde enz4 ,luther en ,calvn dachten nu eens aan een geschapen1 dan aan den ongeschapen engel1 ,trip1 #di-eh2 maar de latere ,protest4 uitleggers verstonden die plaatsen meest van den ,logos1 vooral ook in tegenstelling met de ,socinianen1 ,remonstranten en ,rationalisten1 die er niets dan angelophanien in zagen4 ,terwl ,hofmann1 ,baumgarten1 ,delitzsch b de laatste opvatting zich aansluiten1 is de oude opvatting weer verdedigd door ,stier1 ,hengstenberg1 ,keil1 ,kurtz1 ,ebrard enz41 ook ,philippi1 ,kirchl4 ,glaub4 ,,ii #aia-aif4 ,het verschil tusschen deze twee uitleggingen is niet zoo groot als het schnt4 ,de voorstanders der oud-kerkelke opvatting moeten immers erkennen1 dat de ,logos eene menschelke gedaante heeft aangenomen2 en ,augustinus en de znen moeten toegeven1 dat in dien geschapen engel de ,logos zich op eene gansch bzondere wze openbaarde1 ,rivetus b ,trip #fe4 ,en daarb komt1 dat de plaatsen1 waar van den engel des ,heeren sprake is1 niet alle kunnen opgevat worden in denzelfden zin4 ,zooveel staat dan ook vast1 dat in den ,malak ,ihvh1 die b uitnemendheid dien naam draagt1 ,god en dan bepaaldelk de ,logos op geheel eenige wze tegenwoordig was4 ,dat blkt duidelk daaruit1 dat ,h1 schoon van ,jehovah onderscheiden1 toch ook met ,hem n is in naam1 in macht1 in verlossing en zegening1 in aanbidding en eere1 deel ,i #bej4 ,trip1 t4 a4 p4 #ajj f4 ,deze exegese wordt bovendien aanbevolen door heel de ,o4 en ,n4 ,t4 ,schrift1 ,job #cc3bc1 ,ps4 #cd3h1 #ce3e1 ,spr4 #h3bbv41 #cj3d1 ,jes4 #i3e1 ,hos4 #ab3e1 #f1 ,mich4 #e3f1 ,zach4 #a3h-ad1 #c3av41 #ab3h1 ,mal4 #c3a1 ,joh4 #h3ef1 #eh1 cf4 ,joh4 #a3a-e1 #a ,cor4 #aj3d1 #i2 en ,hd4 #g3cj1 #ce1 #ch1 ,gal4 #c3ai1 ,hebr4 #b3b zn hiermede niet in strd4 ,en gelk ,jahveh zich nu b de herschepping objectief openbaart door zn woord1 in den ,malak ,ihvh2 zoo doet ,h dit subjectief in en door znen ,geest4 ,de ,geest ,gods is het principe van alle leven en heil1 van alle gaven en krachten binnen het terrein der openbaring2 van moed1 ,richt4 #c3aj1 #f3cd1 #aa3bi1 #ac3be1 #a ,sam4 #aa3f1 van lichamelke kracht1 ,richt4 #ad3f1 #ae3ad1 van kunstvaardigheid1 ,ex4 #bh3c1 #ca3c-e1 #ce3ca-ce1 #a ,chr4 #bh3ab1 van regeerbeleid1 ,num4 #aa3ag1 #be1 #a ,sam4 #af3ac1 van verstand en wsheid1 ,job #cb3h1 ,jes4 #aa3b1 van heiligheid en vernieuwing1 ,ps4 #ea3ac1 ,jes4 #fc3aj1 cf4 ,gen4 #f3c1 ,neh4 #i3bj1 #a ,sam4 #aj3f1 #i1 van profetie en voorspelling1 ,num4 #aa3be1 #bi1 #bd3b1 #c1 ,mich4 #c3h enz4 ,in bzondere mate zal ,h rusten op den ,messias1 ,jes4 #aa3b1 #db3a1 #fa3a1 maar daarna ook uitgestort worden over alle vleesch1 ,joel #c3a1 #b1 ,jes4 #cb3ae1 #dd3c1 ,ezech4 #cf3bf1 #bg1 #ci3bi1 ,zach4 #ab3aj en allen geven een nieuw hart en een nieuwen geest1 ,ezech4 #cf3bf1 #bg4 ,over den ,h4 ,geest in het ,o4 ,t43 ,kleinert1 zur altt4 ,lehre vom ,geiste ,gottes1 ,jahrb4 f4 d4 ,th4 #ahfg ,s4 #c-fj4 ,oehler1 ,theol4 des ,a4 ,t4 #agh f4 #bad f4 ,smend1 ,altt4 ,religionsgesch4 #dei f4 ,warfield1 ,the ,spirit of ,god in the ,old ,test41 ,presb4 and ,ref4 ,rev4 ,oct4 #ahie p4 #ffe-fhg4 ,dit drievoudig ,goddelk principe1 dat aan schepping en herschepping ten grondslag ligt1 en heel de oeconomie der ,o4 ,t4 openbaring draagt1 wordt nu enkele malen ook saam vermeld4 ,de drievoudige herhalingen in ,dan4 #i3ai1 ,zach4 #a3c1 ,jes4 #f3c1 #cc3bb komen hiervoor niet in aanmerking2 alleen de hoogepriesterlke zegenbede1 ,num4 #f3bd-bf wst in het drievoudig karakter van haar zegening op een drierlei openbaring ,gods terug en is zoo het ,o4 ,t4 voorbeeld van den apostolischen zegen1 #b ,cor4 #ac3ac4 ,de meervoudsvormen in ,gen4 #a3bf1 #bg1 #c3bb1 ,jes4 #f3h enz4 missen genoegzame kracht1 wl z op dezelfde wze als de pluralis ,elohim te verklaren zn1 cf4 boven bl4 #ajd4 ,van meer beteekenis zn plaatsen als ,gen4 #ai3bd1 ,ps4 #de3h1 #aaj3a1 ,hos4 #a3g1 wl z op eene zelfonderscheiding in het ,goddelk wezen wzen4 ,en het klaarst wordt eene drievoudige zelfonderscheiding in het ,goddelk wezen aangeduid in ,ps4 #cc3f1 ,jes4 #fa3a1 #fc3i-ab1 ,hagg4 #b3e1 #f4 ,velen hebben vroeger ook in de drie mannen1 die aan ,abraham verschenen1 ,gen4 #ah1 eene openbaring der triniteit gezien1 b4 v4 ,witsius1 ,oec4 foed4 ,,iv #c #c-h4 ,anderen meenden1 dat een van de drie de ,logos was en de andere twee gewone engelen waren1 b4v4 ,calvn1 ,kantt4 ,statenvert41 ,moor ,i #hjg4 ,veel aannemelker is echter de exegese van ,augustinus1 de civ4 ,,xvi #bi1 volgens wien de drie mannen drie geschapen engelen waren1 in wie ,jahveh echter op bzondere wze zich openbaarde en tegenwoordig was4 ,litt4 over de triniteit in het ,o4 ,t4 b ,m4 ,vitringa ,i #bac sq4 #bah sq4 #b4 ,deze gedachten des ,o4 ,t4 zn in velerlei richting vruchtbaar geweest4 ,vooreerst zn ze overgenomen en verder uitgewerkt in de apocriefe litteratuur4 ,in de ,spreuken van ,jezus ,sirach neemt de wsheid eene breede plaats in4 ,z is uit ,god en vr alle dingen door ,hem geschapen1 en ze blft b ,hem tot in eeuwigheid4 ,z is uitgespreid over al ,gods werken1 maar heeft haar rustplaats toch vooral in ,zion en is te vinden in de wet1 c4 #a3a-dj en cap4 #bd1 cf4 ook ,baruch1 c4 #c3i-d3d4 ,maar verder gaat het boek der ,wsheid1 #f3bb-i4 ,hier wordt de wsheid zoo gehypostaseerd1 dat haar ,goddelke eigenschappen en werken worden toegeschreven4 ,z is duidelk van ,god onderscheiden1 want z is de adem zner kracht1 een uitvloeisel zner heerlkheid1 een afschnsel van zn licht1 #g3be1 #bf4 ,maar z is ook ten innigste met ,god verbonden1 leeft met ,hem mede1 is ingewd in zne kennis en kiest die ideen uit1 welke uitgevoerd zullen worden1 #h3c1 #d4 ,z is de op zn troon1 kent al zne werken en was b de schepping der wereld tegenwoordig1 #i3d1 #i4 ,ja1 z is het zelve1 die alles schept en regeert en vernieuwt1 #g3bg1 #h3a1 #e4 ,z is identisch met ,gods ,woord1 #i3a1 #b1 cf4 #af3ab1 #ah3ae1 #af en met zn ,geest1 #a3d-g1 #i3ag1 #ab3a4 ,reeds in dit boek der ,wsheid is de invloed der ,grieksche wsbegeerte merkbaar1 vooral #g3bbv41 maar veel sterker is dit het geval b ,philo4 ,de verhouding ,gods tot de wereld werd reeds onderzocht door ,plato4 ,uit de onderscheiding en tegenstelling van en leidde ,plato af1 dat1 evenals gene een zinlk object in de werkelkheid1 zoo deze een eeuwig en onveranderlk znde1 d4 i4 eene idee1 tot voorwerp moest hebben4 ,deze ideen1 ofschoon eigenlk niets anders dan algemeene begrippen1 werden door ,plato verheven tot metaphysische principia1 tot eigen substantin1 tot een soort tusschenwezens1 naar welke de den kosmos gevormd heeft en die dus de en de der dingen zn4 ,hoewel ,aristoteles deze ideenleer aan eene scherpe kritiek onderwierp1 is toch de gedachte1 dat aan alle dingen een intelligent1 geestelk principe ten grondslag lag1 niet meer uit de grieksche philosophie verloren gegaan4 ,vooral de ,stoa legde er nadruk op1 dat een ,goddelke rede de grond was van alle verschnselen4 ,ze bezigde daarvoor den naam 1 omdat alle zn en leven uit dien logos als uit een zaad ontkiemt en sprak ook wel in plurali van 1 om daarmede naast de eenheid ook de verscheidenheid der alles scheppende natuurkracht aan te duiden1 ,zeller1 ,philos4 d4 ,gr4 ,,iv #aei1 #afj1 cf4 #adj noot4 ,zelfs de later zoo veelbeteekenende onderscheiding van en is aan de ,stoa ontleend1 ib4 #fg noot4 ,deze grieksche leer van de idee1 den en den was nu reeds vr ,philo met de leer van het ,o4 ,t4 over het woord en de wsheid in verbinding gebracht1 ,zeller1 ib4 ,v #bff4 ,maar toch is het vooral ,philo geweest1 die al deze verschillende elementen1 ,platonische ideenleer1 ,stoische logosleer1 ,oudtest4 wsheidsleer enz4 tot n stelsel versmolten heeft4 ,h gaat daarb uit van het dualisme van ,god en wereld4 ,god is 1 onbeschrfbaar2 w kunnen slechts zeggen1 dat ,h is1 niet wat ,h is4 ,daarom kan ,h ook niet in onmiddellke aanraking met de materie staan4 ,voordat ,god de zinlke wereld schiep1 maakte ,h een plan en beeldde ,h in zn denken den uit1 de ideen1 als en aller dingen4 ,deze ideen worden nu door ,philo voorgesteld als de krachten1 waardoor ,god in de wereld werken kan1 en nu eens meer dan minder beeldrk1 nu eens meer dan minder persoonlk beschreven als dienaars1 stadhouders1 gezanten1 middelaars1 als en krachten1 als banden en zuilen1 die door ,mozes engelen en door de ,grieken daemonen werden genoemd1 als gedachten1 die zich bevinden in het ,goddelk denken en ongeschapen en oneindig zn als ,god zelf4 ,deze ideen zn nu ook vele in aantal1 maar ze vinden hun eenheid in den logos1 de idee1 die alle ideen1 de kracht die alle krachten1 het boek dat alle gedachten in zich bevat1 de zelf4 ,en op dezelfde wze als de ,goddelke ideen1 zoo wordt ook deze logos beschreven1 nu eens meer als eene eigenschap ,gods en n met zne wsheid en dan meer als een wezen1 van ,god onderscheiden4 ,h staat als het ware tusschen ,god en wereld in en heeft aan beide deel2 h is niet ongeschapen als ,god en toch ook niet geschapen als de eindige dingen2 h is plaatsvervanger1 gezant1 tolk1 stadhouder1 engel1 werktuig1 beeld1 schaduw ,gods1 ja zn eerstgeboren zoon1 zn oudste zoon in onderscheiding van de wereld die zn jongste zoon is2 ,philo noemt hem zelfs ,god1 maar 4 ,zeller stelt helder in het licht1 dat de logos b ,philo1 evenals de ,goddelke ideen1 dit dubbele karakter draagt en dragen moet4 ,h is een tusschenen daarom een dubbel wezen1 eene eigenschap ,gods en toch een persoon1 noch identisch met ,god noch ook een schepsel als de wereld1 eene idee in het denken ,gods en eene kracht in de wereld1 heen en weer zwevend tusschen eene onpersoonlke eigenschap en eene persoonlke zelfstandigheid1 maar daarom juist geschikt geacht als middelaar tusschen ,god en de wereld1 cf4 ,zeller1 ,philos4 d4 ,gr4 ,v #cgj-chf1 en litt4 over ,philo aldaar #cch1 daarb ook nog ,max ,heinze1 ,die ,lehre v4 ,logos in der gr4 ,philos4 #ahgb4 ,schrer1 ,neut4 ,zeitgesch4 #fec f4 ,meer-,weiss1 ,ev4 ,joh4 #f;e ,aufl4 ,s4 #eb f4 ,jean ,rville1 ,la doctrine du ,logos1 ,paris #ahha4 ,kuenen1 ,volksgodsd4 en wereldgodsd4 #afc v4 ,weiszcker1 ,das apost4 ,zeitalter der chr4 ,kirche #ahij ,s4 #edi f4 ,hatch1 ,griechentum and ,christentum #ahib ,s4 #abi f4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 ,s4 #eeb f4 ,kaftan1 ,das ,verhltniss des evang4 ,glaubens zur ,logoslehre 7,gottschick1 ,zeits4 f4 ,th4 u4 ,k4 ,,vii #ahig #a;es ,heft ,s4 #a-bg7 ,anathon ,aall1 ,geschichte der ,logosidee in der griech4 ,philosophie4 ,leipzig ,reisland #ahif4 ,theol4 ,stud4 v4 ,dr4 ,danbanton1 ,,xi #ahic #b;e aflev4 ,in de joodsche theologie is deze leer der tusschenwezens nog verder ontwikkeld4 ,als volkomen transcendent kan ,god niet onmiddelk met de schepselen in verbinding treden4 ,h heeft daartoe allerlei tusschenwezens van noode4 ,als ,h niets anders wil doen dan de aanwezige krachten in natuur en menschheid leiden1 dan bedient ,h zich van engelen4 ,maar indien ,h scheppend of herscheppend in de wereld wil werken1 treden er hypostasen op1 die ofschoon schepselen znde toch ,goddelke attributen dragen1 omdat ze repraesentanten ,gods zn4 ,zulke hypostasen zn ,metraton1 de ,gods2 ,memra1 het woord ,gods2 ,schechina1 de tegenwoordigheid van ,gods heerlkheid2 ,bath ,kol1 de stem ,gods1 die openbaringen geeft en orakels verkondigt2 ,ruach hakkodesch1 de geest die van ,god uitgaat en hoogere kennis meedeelt1 ,eisenmenger1 ,entdecktes ,judenthum1 ,i #bfe f4 ,,ii #cic f4 enz4 ,weber1 ,system der altsyn4 palst4 ,theol4 #agb-ahi4 ,herzog #b1 #bcj f41 #ac1 #deh f4 #c4 ,hoewel de ,spreuken van ,jezus ,sirach zich nog vr eng aansluiten b de kanonische litteratuur1 is er in het boek der ,wsheid1 b ,philo en in de joodsche theologie een invloed der philosophie te bespeuren1 die van de gedachten des ,o4 ,t4 hoe langer hoe verder afdwalen doet4 ,vooreerst is er een verschil in beginsel4 ,de leer der tusschenwezens is b ,philo en de latere joodsche theologie geboren uit de platonische tegenstelling van ,god en wereld1 waarvan in de ,o4 ,test4 boeken nog geen spoor valt op te merken4 ,het woord en de wsheid zn in het ,o4 ,t4 geen bemiddelende tusschenwezens tusschen ,god en wereld in1 maar ze staan geheel en al aan de zde ,gods1 behooren ,hem toe1 en zn de principia der geschapene wereld4 ,b ,philo echter nemen de tusschenwezens eene onmogelke plaats in3 zn noch ,god noch schepsel1 noch persoon noch eigenschap1 noch zelfstandigheid noch kracht1 maar hebben deel aan beide2 ze wisschen de grensln uit1 die in het ,o4 ,t4 altd het schepsel van den ,schepper scheidt en bereiden de philosophie van het gnosticisme en de kabbala voor4 ,in de tweede plaats is er een niet minder groot verschil in het karakter1 dat de leer van het woord en de wsheid in de ,schrift en dat de leer der tusschenwezens b ,philo draagt4 ,b ,philo is de logos in zne eerste beteekenis gelk met de rede1 het denken1 de gedachte in ,god en dus als zoodanig ,gode immanent1 niets dan een eigenschap4 ,eerst in zne tweede beteekenis wordt die logos tot woord1 dat van ,god uitgaat en eene bemiddelende plaats tusschen ,god en wereld inneemt4 ,in het ,o4 ,test4 is echter het woord niet eerst rede en gedachte ,gods1 veel minder een ideaal wereldbeeld1 een 1 maar het gesproken woord1 waardoor ,h alle dingen schept en onderhoudt4 ,en ook de wsheid in ,job en ,spreuken wordt voorgesteld niet als eene eigenschap ,gods1 maar persoonlk als door ,god van eeuwigheid bezeten en geordend en b de schepping aller dingen geraadpleegd en doorzocht4 ,ten derde hebben de tusschenwezens b ,philo en de joodsche theologen geen soteriologische beteekenis4 ,wel dienen ze tot verlichting en tot meedeeling van kennis1 maar van een verband tusschen die tusschenwezens en den ,messias is geen sprake4 ,ze dringen zelfs de leer van den ,messias als openbaring der waarheid en als verwerver des heils op den achtergrond4 ,en nu is het wel waar1 dat ook in het ,o4 ,t4 de verbinding tusschen woord en wsheid1 knecht ,gods en ,messias1 ,malak ,ihvh en ,davidide1 nog niet duidelk voltrokken wordt4 ,de lnen loopen nog naast elkander4 ,maar ze naderen toch elkaar4 ,elohim en ,jahveh is dezelfde ,god4 ,h1 die als ,elohim door ,woord en ,geest de wereld schept en onderhoudt1 is het ook die als ,jahveh door zn ,malak ,israel geleid heeft1 door den knecht van ,jahveh zn volk redden en door den ,messias uit ,davids huis eeuwiglk regeeren en hen allen door zn ,geest vernieuwen en heiligen zal4 ,en deze lnen1 die in het ,o4 ,t4 hoe langer hoe meer elkander naderen1 loopen uit op ,hem1 die de ,logos is1 de profeet1 priester en koning1 in wien ,god tot zn volk komt en eeuwiglk onder hen woont4 ,voor ,philo ware eene menschwording van den logos eene ongermde gedachte geweest4 ,in het ,n4 ,test4 is deze juist de hoogste openbaring ,gods4 ,eindelk kan hier nog bgevoegd1 dat de leer der tusschenwezens b ,philo enz4 niet afgewerkt is en geen grens heeft4 ,philo brengt wel eenige eenheid in de ,goddelke ideen door ze samen te vatten in den logos1 maar hetzelfde wat h van dezen zegt1 spreekt h ook telkens van alle ,goddelke ideen uit4 ,in de joodsche theologie neemt het aantal tusschenwezens hoe langer hoe meer toe4 ,het is eene emanatie1 als b de aeonen in het gnosticisme4 ,het dualisme wreekt zich ten einde toe4 ,de tusschenwezens brengen geen gemeenschap tusschen ,god en wereld tot stand1 wl ze feitelk geen van beide zn4 ,de wereld blft toch altd weer buiten en tegenover ,god staan4 ,de beteekenis van den ,geest ,gods wordt niet ingezien4 ,in het ,o4 ,t4 neemt deze leer des ,geestes eene groote plaats in4 ,in de apocriefe litteratuur1 b ,philo en in de joodsche theologie wordt ze schier geheel verwaarloosd4 ,de ,geest is hoogstens alleen nog een ,geest van voorspelling1 aan enkelen geschonken1 ,zeller1 ,v #chd1 ,weber1 #ahd f41 maar niet meer de ,geest des ,o4 ,test41 die schepping en herschepping afsluit en voltooit4 ,om al deze redenen is er een principieel onderscheid tusschen de ontwikkeling1 die de trinitarische gedachten des ,o4 ,t4 gevonden hebben in de apocriefe litteratuur1 b ,philo en de ,joden1 en die1 welke eraan gegeven is in het ,n4 ,test4 ,het ,n4 ,test4 moge eenige woorden met ,philo enz4 gemeen hebben en van ,christus ook spreken als 1 1 1 1 enz42 verder gaat de overeenstemming niet4 ,het ,n4 ,t4 is in het grieksch geschreven1 in de 1 in de taal die bestond en allerwege gesproken werd4 ,het schiep geen nieuwe taal4 ,de gedachten ,gods hebben aangenomen het der menschelke taal4 ,maar in die woorden heeft ,god een nieuwen inhoud gelegd4 ,er is overeenstemming in vorm1 de inhoud verschilt4 ,philo en ,johannes hebben niet meer dan den naam van ,logos gemeen4 ,meer en meer wordt dit ingezien en erkend1 ,harnack1 ,dogmengesch4 ,i #he1 #ii4 ,trip1 ,die ,theophanien des ,a4 ,t4 #abf-abi4 ,dorner1 ,entw4 der ,lehre v4 d4 ,person ,christi ,i #cj f4 ,godet1 ,comm4 sur l',evang4 de ,saint ,jean ,i p4 #bab-bba4 ,meer-,weiss1 ,komm4 ber das ,ev4 des ,joh4 #f;e ,aufl4 ,s4 #ej f4 ,weiss1 ,bibl4 ,theol4 des ,n4 ,t4 #cte ,aufl4 ,s4 #fbd4 ,orr1 ,christian ,view of ,god and the world #eaj-eab4 ,cremer1 ,wrterbuch der neut4 ,grcitt s4 v4 4 ,cf4 ook ,max ,mller1 ,theosophie oder ,psychol4 ,religion1 ,leipzig ,engelmann #ahie1 #abte ,vorlesung4 #d4 ,het ,n4 ,test4 bevat de zuivere ontwikkeling van de trinitarische gedachten des ,o4 ,t4 ,maar nu treden deze in een veel helderder licht1 niet door abstracte redeneeringen over het wezen ,gods1 maar door de zelfopenbaring ,gods in verschning1 woord en daad4 ,even sterk als in het ,o41 wordt in het ,n4 ,test4 de eenheid ,gods uitgesproken4 ,er is maar n wezen1 dat ,god1 1 ,elohim heeten kan1 ,joh4 #ag3c1 #a ,cor4 #h3d1 maar deze ne1 waarachtige ,god openbaart zich in de oeconomie des ,n4 ,t41 bepaaldelk in de feiten van vleeschwording en uitstorting1 als ,vader1 ,zoon en ,geest4 ,in die feiten treden geen absoluut nieuwe principia uit4 ,het zn dezelfde1 die ook in de schepping en in de oeconomie des ,o4 ,t4 werkzaam waren4 ,de ,vader1 die meest in verhouding tot den ,zoon en tot zne kinderen dezen naam draagt1 is dezelfde1 die ook als ,schepper aller dingen ,vader heeten kan1 ,mt4 #g3aa1 ,luk4 #c3ch1 ,joh4 #d3ba1 ,hd4 #ag3bh1 #a ,cor4 #h3f1 ,hebr4 #ab3i2 alle dingen zn uit ,hem1 #a ,cor4 #h3f4 ,de ,zoon1 die vooral in zne geheel eenige verhouding tot ,god alzoo genaamd wordt1 is dezelfde1 die als ,logos met den ,vader alle dingen geschapen heeft1 ,joh4 #a3c1 #a ,cor4 #h3f1 ,col4 #a3ae-ag1 ,hebr4 #a3c4 ,en de ,heilige ,geest1 die vooral met het oog op zn werk in de gemeente zn naam ontvangen heeft1 is dezelfde1 die met ,vader en ,geest in de schepping alle dingen versiert en voltooit1 ,mt4 #a3ah1 #d3a1 ,mr4 #a3ab1 ,luk4 #a3ce1 #d3a1 #ad1 ,rom4 #a3d4 ,voorts is het de algemeene leer der ,n4 ,t4 schrvers1 dat deze drie1 ,vader1 ,zoon en ,geest1 geen andere zn1 dan die ook in de oeconomie des ,o4 ,t4 aan de vaderen in woord en daad1 in profetie en wonder zich hebben geopenbaard4 ,de ,oudtest4 naam ,jahveh1 door onvoldoende weergegeven1 ontvouwt zn inhoud ten volle in den ,n4 ,t4 naam 1 boven bl4 #aac4 ,in den vleeschgeworden ,zoon van ,god wordt de vervulling gezien van alle ,oudt4 profetie en schaduw1 van profeet en koning1 van priester en offerande1 van knecht ,gods en ,davidide1 van ,malak ,ihvh en wsheid4 ,en in de uitstorting des ,h4 ,geestes is tot stand gekomen wat het ,o4 ,t4 had beloofd1 ,hand4 #b3afv4 ,maar het ,n4 ,t41 hoewel zich aansluitende b het ,o4 ,t41 blft daarb niet staan2 het gaat er ver boven uit4 ,veel duidelker dan in het ,o4 ,t4 treedt nu aan het licht dat de ,god des ,verbonds een drieenig ,god is en zn moet1 dat er drierlei principe optreedt in het werk der zaligheid4 ,niet enkele teksten1 maar heel het ,n4 ,test4 is in dezen zin trinitarisch4 ,alle heil en zegen en zaligheid heeft haar drievoudige oorzaak in ,god1 ,vader1 ,zoon en ,geest4 ,we zien deze drie terstond optreden b de geboorte van ,jezus1 ,mt4 #a3ahv41 ,luk4 #a3ce en b zn doop1 ,mt4 #c3af1 #ag1 ,mk4 #a3aj1 #aa1 ,luk4 #c3ba1 #bb4 ,jezus' onderws is geheel trinitarisch4 ,h verklaart ons den ,vader en beschrft ,hem als ,geest1 die het leven heeft van zichzelf1 ,joh4 #d3bd1 #e3bf1 en in geheel eenigen zin zn ,vader is1 ,mt4 #aa3bg1 ,joh4 #b3af1 #e3ag4 ,h onderscheidt zichzelf van den ,vader1 maar is toch zn eengeboren1 eigen1 veelgeliefde ,zoon1 ,mt4 #aa3bg1 #ba3cg-ci1 ,joh4 #c3af enz41 n met ,hem in leven1 heerlkheid1 macht1 ,joh4 #a3ad1 #e3bf1 #aj3cj4 ,en ,h spreekt van den ,h4 ,geest1 die ,hem zelf leidt en bekwaamt1 ,mk4 #a3ab1 ,luk4 #d3a1 #ad1 ,joh4 #c3cd1 als van een anderen ,paracleet1 dien ,h van den ,vader zenden zal1 ,joh4 #ae3bf en die overtuigen1 leeren1 in de waarheid leiden1 troosten en eeuwig blven zal1 ,joh4 #ad3af4 ,en vr h heengaat1 trekt ,jezus dit alles saam in 1 d4 i4 in den nen ,goddelken naam1 in sing41 waarin zich toch drie onderscheidene subjecten1 1 en 1 allen opzettelk met het artikel genoemd1 openbaren4 ,dit onderws wordt door de apostelen voortgezet en uitgebreid2 allen kennen en roemen eene drievoudige1 ,goddelke oorzaak des heils4 ,het welbehagen1 de voorkennis1 de verkiezing1 de macht1 de liefde1 het koninkrk is des ,vaders1 ,mt4 #f3ac1 #aa3bf1 ,joh4 #c3af1 ,rom4 #h3bi1 ,ef4 #a3i1 #a ,petr4 #a3b enz4 ,het middelaarschap1 de verzoening1 de zaliging1 de genade1 de wsheid1 de gerechtigheid is des ,zoons1 ,mt4 #a3ba1 #a ,cor4 #a3cj1 ,ef4 #a3aj1 #a ,tim4 #b3e1 #a ,petr4 #a3b1 #a ,joh4 #b3b enz4 ,en de wedergeboorte1 vernieuwing1 heiligmaking1 gemeenschap is des ,h4 ,geestes1 ,joh4 #c3e1 ,joh4 #ad-af1 ,rom4 #e3e1 #h3ae1 #ad3ag1 #b ,cor4 #a3ba1 #bb1 #a ,petr4 #a3b1 #a ,joh4 #e3f enz4 ,en evenals ,jezus zn onderws ten slotte saamvat in den naam des ,vaders1 des ,zoons en des ,h4 ,geestes1 zoo stellen ook de apostelen deze drie telkens naast elkander en op ne ln1 #a ,cor4 #h3f1 #ab3d-f1 #b ,cor4 #ac3ac1 #a ,petr4 #a3b1 #a ,joh4 #e3d-f1 ,openb4 #a3d-f4 ,cf4 over de triniteit in 't ,n4 ,t4 ,baur1 ,dreiein4 u4 ,menschw4 ,gottes ,i #hj f4 ,hahn1 ,theol4 des ,n4 ,t4 ,i #ajf f4 ,philippi1 kirchl4 ,gl4 ,,ii #bjj f4 ,dorner1 ,chr4 ,gl4 ,i #cca f4 ,sartorius1 ,christi ,person u4 ,werk ,i #dd f4 ,beck1 ,chr4 ,gl4 ,,ii #dj f4 enz4 ,ook ,biedermann1 ,chr4 ,dogm4 ,,ii #cg erkent1 dat de trinitarische leer van ,god wortelt in de ,schrift1 cf4 ,strauss ,i #dji-dbe4 ,lipsius1 ,dogm4 #bda1 #bdb4 ,f4 ,a4 ,b4 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 #dbf4 ,de tekst #a ,joh4 #e3g is om zne twfelachtige echtheid boven niet genoemd4 ,h ontbreekt in alle grieksche codices1 behalve in een paar uit de #af;e eeuw2 in alle latnsche codices vr de #h;e eeuw2 in bna alle vertalingen4 ,voorts wordt h nooit aangehaald door de grieksche patres1 ook niet in den ariaanschen strd1 en evenmin door de lat4 patres1 ,hilar4 ,ambros4 ,hieron4 ,august1 enz4 ,indien h aangehaald of ondersteld wordt b ,tert41 dan bestond h #aij4 ,indien b ,cyprianus1 dan was h bekend #bbj4 ,indien h voorkwam in de ,afra1 volgens een ,h4 ,s4 uit de #e;e en een uit de #g;e eeuw1 dan kan nog iets hooger opgeklommen4 ,de ,afra ontstond #afj in ,afrika en kwam #bej naar ,itali4 ,zeker komt de tekst voor b ,vigilius1 einde #e;e eeuw4 ,in de #af;e eeuw werd h opgenomen in de ,compl4 uitgave1 ,erasmus #c;e ed41 ,stephanus1 ,beza1 textus receptus4 ,in het verband wordt h niet geeischt4 ,verklaring van de weglating en verdwning is zeer moeilk4 ,de echtheid wordt echter nog door enkelen verdedigd1 b4v4 ,w4 ,koelling1 ,die ,echtheit von #a ,joh4 #e3g4 ,breslau #ahic4 #e4 ,de ,h4 ,schrift blft echter b deze gegevens niet staan2 z biedt nog meer en doet ons ook iets kennen van de relatin1 waarin deze drie onderscheidene subjecten1 ,vader1 ,zoon en ,h4 ,geest tot elkander staan4 ,daarvoor komt allereerst de ,vadernaam in aanmerking4 ,deze naam duidt in den algemeensten zin ,god aan als ,schepper van al zne werken1 inzonderheid van den mensch1 ,num4 #af3bb1 ,mt4 #g3aa1 ,luk4 #c3bh1 ,joh4 #d3ba1 ,hd4 #ag3bh1 #a ,cor4 #h3f1 ,ef4 #c3ae1 ,hebr4 #ab3i4 ,in het ,o4 ,test4 krgt deze naam theocratische beteekenis2 ,god is de ,vader van ,israel1 wl ,h het door zne wondere mogendheid schiep en bewaarde1 ,deut4 #cb3f1 ,jes4 #fc3af1 #fd3h1 ,mal4 #a3f1 #b3aj1 ,jer4 #c3ai1 #ca3i1 ,ps4 #ajc3ac1 ,rom4 #i3d2 in het ,n4 ,t4 gaat deze beteekenis over in de ethische1 in welke ,god de ,vader is van zne kinderen1 ,mt4 #f3d1 #h1 #i1 ,rom4 #h3ae enz4 ,maar in geheel eenigen1 metaphysischen zin is ,god ,vader van den ,zoon4 ,jezus maakt altd een wezenlk onderscheid tusschen de verhouding1 waarin ,hzelf en waarin anderen1 de ,joden1 de discipelen1 tot den ,vader staan1 ,mt1 #aa3be-bg1 ,luk4 #bb3bi1 ,joh4 #b3af1 #e3ag1 #bj3ag enz4 ,h noemde ,god zn eigen ,vader1 1 ,joh4 #e3ah4 ,en duidelk wst de ,schrift aan1 dat de ,vadernaam niet in de eerste plaats geldt van ,god in betrekking tot ,israel en de geloovigen1 maar integendeel oorspronkelk van de verhouding des ,vaders tot den ,zoon1 ,joh4 #ad3f-ac1 #ag3bf4 ,god is in eigenlken1 oorspronkelken zin ,vader van den ,zoon1 ,h heeft den ,zoon lief1 ,joh4 #e3aiv41 #aj3ag1 #ag3bd1 #bf1 en deze liefde gaat van den ,vader door den ,zoon op anderen over1 ,joh4 #af3bg1 #ag3bf4 ,deze verhouding van den ,vader tot den ,zoon is niet geworden in den td maar z is van eeuwigheid1 ,joh4 #a3ad1 #h3ch1 #ag3e1 #bd4 ,en daarom wordt ,god door de apostelen telkens in bzonderen zin genoemd de ,vader van onzen ,heere ,jezus ,christus1 ,rom4 #ae3f1 #a ,cor4 #ae3bd1 #b ,cor4 #a3c1 ,gal4 #a3a1 ,ef4 #a3c enz4 ,het ,vaderschap van den ,zoon is zne bzondere1 personeele eigenschap4 ,h alleen is van zichzelven1 de eerste in orde van bestaan1 ,joh4 #e3bf1 en daarom ook de ,vader beide in schepping en herschepping1 uit wien alle dingen zn1 #a ,cor4 #h3f4 ,zoo in ,oud als in ,nieuw ,testament is het de ,vader1 die de eerste plaats inneemt4 ,zns is het voornemen1 ,hd4 #d3bh1 ,ef4 #a3aa1 het welbehagen1 ,mt4 #aa3bf1 ,ef4 #a3i1 het initiatief in schepping en verlossing1 ,ps4 #cc3f1 ,joh4 #c3af1 de en de 1 ,mt4 #f3ac1 ,rom4 #a3bj1 ,ef4 #a3ai1 de gerechtigheid1 ,gen4 #ah3be1 ,deut4 #cb3d1 ,joh4 #ag3be1 ,rom4 #c3bf1 #b ,tim4 #d3h1 de goedheid1 de wsheid1 de onsterfelkheid1 het ontoegankelke licht1 ,mt4 #ai3ag1 ,rom4 #af3bg1 #a ,tim4 #f3af4 ,daarom draagt h ook telkens den naam van ,god in bzonderen zin4 ,h is ,elohim1 ,jahveh ,elohim1 ,el ,eljon1 ,el ,schaddai1 1 ,joh4 #ag3c1 1 #a ,cor4 #h3f1 #a ,tim4 #b3e1 die als ,god en ,vader genoemd wordt naast den ,heere ,jezus ,christus en den ,h4 ,geest1 #a ,cor4 #ab3f1 #b ,cor4 #ac3ac1 #a ,thess4 #a3c1 ,op4 #a3f4 ,zelfs noemt ,christus ,hem niet alleen zn ,vader maar ook zn ,god1 ,mt4 #bg3df1 ,joh4 #bj3ag1 ,hebr4 #a3i1 #b3ag1 #e3a1 #aj3g1 #i1 en heet ,hzelf de ,christus ,gods1 ,luk4 #i3bj1 #a ,cor4 #c3bc1 ,op4 #ab3aj4 ,ten onrechte is hieruit echter door de ,arianen van vroeger en later td afgeleid1 dat alleen de ,vader ,god is1 en ,zoon en ,geest1 hoewel ,gode na verwant1 toch buiten het ,goddelke wezen staan4 ,want vooreerst kent de ,schrift1 gelk straks nader blken zal1 aan ,zoon en ,geest evengoed ,goddelke namen1 eigenschappen1 werken en eere toe als aan den ,vader4 ,en voorts verdient het opmerking1 dat de ,schrift nergens zegt dat de ,vader alleen de waarachtige ,god is1 maar wel dat de ,vader is de alleen waarachtige ,god1 iets wat in de kerkelke triniteitsleer ten volle wordt erkend4 ,vervolgens maken alle die plaatsen geen tegenstelling tusschen den ,vader eenerzds en den ,zoon en den ,geest andererzds1 maar tusschen den ,vader1 als den eenigen ,god1 en de goden der ,heidenen4 ,dan volgt uit de uitspraken1 dat de ,vader de eenige waarachtige ,god1 alleen ws1 alleen goed1 alleen onsterfelk is1 geenszins1 dat niet ook ,zoon en ,geest deszelfden ,goddelken wezens zn en diezelfde eenheid1 wsheid1 goedheid en onsterfelkheid deelachtig zn1 evenmin als uit #a ,cor4 #h3f volgt1 dat alleen ,christus en niet ,god onze ,heer is1 door welken alle dingen zn en w door ,hem4 ,en eindelk kan de ,vader daarom alleen ws1 alleen goed enz4 genoemd worden1 wl ,h alles van zichzelven bezit1 is1 ,zoon en ,geest daarentegen hetzelfde wezen en dezelfde eigenschappen bezitten door mededeeling4 ,de naam van ,god1 aan den ,vader in het bzonder toegekend1 duidt aan1 dat ,h in de ,goddelke oeconomie de eerste is2 het is als het ware een ambtsnaam1 aanduiding van zn rang en plaats1 gelk er onder de menschen1 die allen dezelfde natuur deelachtig zn1 toch ook onderscheid is van stand en van eere1 ,august1 de trin4 ,i c4 #f4 ,,vi c4 #i4 ,petavius1 de trin4 ,,ii c4 #d4 ,,iii c #a4 #b4 ,mastricht1 ,theol4 theor4 pract4 ,,ii c4 #be4 #f4 ,verder wordt ons ook licht verspreid over de immanente verhoudingen ,gods door de namen1 die de ,zoon draagt in de ,schrift4 ,deze namen zn zeer vele in getal1 slaan meest op zne historische verschning en komen daarom later in den locus de ,christo ter sprake4 ,maar er zn er ook onder1 die ,hem toekomen vr en afgedacht van zne vleeschwording4 ,vooreerst komt de naam ,logos in aanmerking4 ,er zn verschillende redenen opgegeven1 waarom ,christus dezen naam draagt4 ,het woord is vertaald door ratio1 sermo1 verbum1 en dan weder opgevat als verbum interius of exterius1 ,petavius1 de trin4 ,,vi c4 #a4 ,het uitgangspunt voor de benaming ligt echter ongetwfeld in de doorloopende leer der ,schrift1 dat ,god zich in schepping en herschepping openbaart door het woord4 ,door het woord schept1 onderhoudt en regeert ,god alle dingen1 en door het woord vernieuwt en herschept ,h ook de wereld4 ,het evangelie heet daarom ook het woord ,gods1 4 ,johannes noemt ,christus den ,logos1 omdat ,h het is1 in en door wien ,god zich openbaart1 zoowel in schepping als in herschepping1 ,joh4 #a3c1 #ad4 ,in het ,oude ,testament treedt echter het woord1 waardoor ,god zich openbaart1 eerst op b de schepping4 ,de hypostase en het eeuwig bestaan van dat woord wordt niet uitgesproken4 ,in ,spreuken #h wordt de wsheid wel persoonlk en eeuwig voorgesteld maar ook in nauw verband gebracht met de schepping2 met het oog op deze is z door ,god bereid1 aangesteld1 doorzocht1 vs4 #bb1 #bc4 ,de ,arianen leidden uit het van vs4 #bb1 ,,lxx 1 ,syr4 ,trg4 1 cf4 ,sirach #a3d1 #i1 #bd3h af1 dat de ,zoon niet eeuwig gegenereerd maar vr alle dingen geschapen was4 ,en de kerkvaders beweerden daartegenover dat moest overgezet worden door 1 ,aq4 ,symm41 of possedit1 ,hieron41 of dat dit woord niet sloeg op het wezen des ,zoons maar op zn ambt en waardigheid b schepping en herschepping4 ,zonder twfel is het laatste het geval4 ,er is hier geen sprake van eene eeuwige generatie1 maar er wordt alleen gezegd1 dat ,god de wsheid bereidde1 1 en aanstelde1 1 dat z geboren werd1 1 vr en met het oog op de schepping1 ,petavius1 de trin4 ,,ii c4 #a4 ,maar het ,n4 ,testament gaat hier ver boven uit4 ,johannes zegt niet alleen1 dat ,h1 in en door wien ,god zich openbaart1 een persoon is1 maar h verklaart uitdrukkelk1 dat deze ,logos in den beginne was1 4 ,h werd niet ,logos1 ,h is er niet eerst toe bereid en aangesteld b de schepping2 ,h was als persoon en van nature ,logos1 ,logos van eeuwigheid4 ,en voorts was ,h zelf 1 ,h stond in verkeer met ,god1 vs4 #b1 1 vs4 #ah1 voorwerp zner eeuwige liefde en zelfmededeeling1 #e3bf1 #ag3bd4 ,daarom kon ,h ook den ,vader volkomen openbaren1 omdat ,h zne ,goddelke natuur1 zn ,goddelk leven1 zne ,goddelke liefde enz4 van eeuwigheid deelachtig en van nature ,logos was4 ,god deelde zich mede aan ,hem1 daarom kan ,h ,god mededeelen aan ons4 ,de ,logos is de absolute openbaring ,gods1 want ,god heeft zich met al zne volheid eeuwiglk aan ,hem medegedeeld4 ,een andere naam is die van ,zone ,gods4 ,in het ,o4 ,test4 heeft deze naam meestal theocratische beteekenis4 ,israel heet zoo1 omdat het door ,god verkoren1 geroepen1 aangenomen is1 ,ex4 #d3bb1 #ai3e1 ,deut4 #a3ca1 #h3e1 #ad3a1 #cb3f1 #ah1 ,jes4 #fc3h1 ,jer4 #ca3i1 #bj1 ,hos4 #aa3a1 ,mal4 #a3f1 #b3aj4 ,in het ,n4 ,test4 komt daarvoor de gemeente in de plaats1 welke bestaat uit door aanneming of door geboorte4 ,bepaaldelk is de titel zoon ,gods ook menigwerf een ambtsnaam1 voor de rechters ,ps4 #hb3f1 voor de engelen1 ,job #ch3g1 en vooral ook voor den koning1 #b ,sam4 #g3aa-ad1 ,ps4 #hi3bg1 #bh4 ,in ,psalm #b3g zegt ,jahveh tot den over ,sion gezalfden ,koning3 1 1 ,,lxx 1 ,vulg4 genui te2 ten dage1 toen de ,heere ,hem zalfde en aanstelde tot koning1 heeft ,h ,hem tot ,zoon gegenereerd en ,hem het recht gegeven op de wereldheerschapp4 ,ten aanzien van ,david slaat dit terug op het besluit ,gods in #b ,sam4 #g1 en ten aanzien van den door ,david afgeschaduwden ,messias wordt het in ,hebr4 #a3e1 #e3e verklaard van de eeuwigheid1 cf4 vs4 #b1 #c1 in welke ,christus als de ,zoon door den ,vader is gegenereerd1 d4 i4 in welke ,h voortgebracht is als het afschnsel van ,gods heerlkheid en het uitgedrukte beeld zner zelfstandigheid4 ,en dat ,h dit was1 is nu volgens ,hd4 #ac3cc1 ,rom4 #a3c krachtig bewezen in de opstanding4 ,in ,micha #e3a is eene verwante gedachte uitgedrukt4 ,de ,heerscher over ,israel1 die eens uit het kleine ,bethlehem zal voortkomen1 bestaat reeds van ouds4 ,zne uitgangen als ,heerscher1 van ,god uit1 zn reeds van de dagen der eeuwigheid4 ,h was ,heerscher van eeuwigheid1 ,h heeft dit getoond in de geschiedenis van ,israel en z komt ,h eens zichtbaar uit ,bethlehem te voorschn4 ,de benaming ,zoon ,gods1 op den ,messias toegepast1 gaat ongetwfeld uit van de theocratische beteekenis dezer uitdrukking in het ,o4 ,testament4 ,het is niet waarschnlk1 dat de bezetenen1 ,mt4 #h3bi1 cf4 #d3c1 de ,joden1 ,mt4 #bg3dj1 de ,hoogepriester1 ,mt4 #bf3fc1 of ook zelfs de discipelen althans in den eersten td1 ,joh4 #a3ej1 #aa3bg1 ,mt4 #af3af den vollen inhoud van deze benaming hebben verstaan4 ,maar b ,christus krgt deze naam toch eene veel diepere beteekenis4 ,wel heet ,h nu en dan als middelaar en koning ,gods ,zoon in theocratischen zin1 ,luk4 #a3ce1 ofschoon ook dan de adoptiaansche voorstelling1 dat h naar zne ,goddelke natuur ,zoon is door generatie en naar zne menschelke natuur door adoptie1 gelk beweerd werd door de ,socinianen1 ,remonstr4 ,conf4 art4 #c4 ,apol4 ,conf4 art4 #c4 ,limborch1 ,theol4 ,christ4 ,,ii #ag1 #aj4 ,b4 ,s4 ,cremer1 cf4 ,archief v4 ,kerk4 ,gesch4 v4 ,ned4 ,,viii #dai-dbh1 ,calv4 ,inst4 ,,ii #ad4 #f4 ,moor1 ,i #gee sq4 enz41 in de ,schrift geen steun vindt4 ,maar ,christus is niet eerst als een koning onder ,israel in den td tot ,zone ,gods aangenomen4 ,h heet niet ,gods ,zoon om zne bovennatuurlke geboorte1 gelk de ,socinianen leerden en ,hofmann1 ,schriftbeweis ,i #aaf f4 nog tracht te betoogen4 ,h draagt dien naam ook niet in ethischen zin1 zooals velen meenen1 ,weiss1 ,bibl4 ,theol4 #ag4 ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,ii #ig4 ,scholten1 ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii #bjf e4 a4 ,h is het ook niet eerst geworden door zn middelaarschap en zne opstanding1 waarvoor men zich beroept op ,joh4 #aj3cd-cf1 ,hand4 #ac3cb1 #cc1 ,rom4 #a3d4 ,maar ,h is ,zoon ,gods in metaphysischen zin1 van natuur en van eeuwigheid4 ,h is hoog verheven boven engelen en profeten1 ,mt4 #ac3cb1 #ba3bg1 #bb3b1 en staat in geheel eenige verhouding tot ,god1 ,mt4 #aa3bg4 ,h is de geliefde ,zoon1 in wien de ,vader zn welbehagen heeft1 ,mt4 #c3ag1 #ag3e1 ,mark4 #a3aa1 #i3g1 ,luk4 #c3bb1 #i3ce1 de eengeboren ,zoon1 ,joh4 #a3ah1 #c3af1 #a ,joh4 #d3i v41 de eigen ,zoon1 ,rom4 #h3cb1 de eeuwige ,zoon1 ,joh4 #ag3e1 #bd1 ,hebr4 #a3e1 #e3e1 wien de ,vader gaf 1 ,joh4 #e3bf1 die den ,vader gelk is in kennis1 ,mt4 #aa3bg1 in eer1 ,joh4 #e3bc1 in macht b schepping en herschepping1 ,joh4 #a3c1 #e3ba1 #bg1 in werkzaamheid1 ,joh4 #aj3cj1 in heerschapp1 ,mt4 #aa3bg1 ,luk4 #aj3bb1 #bb3bi1 ,joh4 #af3ae1 #ag3aj1 en juist om dit zn ,zoonschap veroordeeld is tot den dood1 ,joh4 #aj3cc1 ,mt4 #bf3fc v4 ,in de derde plaats komt hier nog de naam ,beeld ,gods ter sprake4 ,wel kan de mensch b analogie zoo genoemd worden maar ,christus is het in volstrekten zin4 ,h was vr zne menschwording als ,logos1 als ,zoon1 ,rom4 #a3c1 #d1 #h3c1 ,gal4 #d3d1 1 ,phil4 #b3f1 rk1 #b ,cor4 #h3i1 bekleed met heerlkheid1 ,joh4 #ag3e1 en is nu daarin door zne opstanding en hemelvaart teruggekeerd4 ,zoo was ,h dan en is ,h thans nog 1 ,col4 #a3ae1 #b ,cor4 #d3d1 1 ,hebr4 #a3c1 d4i4 niet de uitstraling zelve1 1 maar het door uitstraling1 weerkaatsing bewerkte of ontstane beeld1 1 van ,gods heerlkheid en de uitdrukking1 de afdruk van de zelfstandigheid1 van het wezen des ,vaders4 ,als zoodanig is ,h 1 ,col4 #a3ae1 ,op4 #a3ad1 de in vergelking met alle schepsel eerstgeborene en dus bestaande vr alle schepsel en niet gelk de schepselen gemaakt of geschapen1 1 1 maar geboren1 1 in wien alles geschapen werd1 2 en is ,h tevens 1 1 1 ,col4 #a3ah1 1 ,rom4 #h3bi1 naar wiens beeld de geloovigen worden vernieuwd1 #b ,cor4 #c3ah1 ,phil4 #c3ba4 ,de uitdrukking sluit ,christus niet b de schepselen in maar sluit ,hem juist daarvan uit4 ,h stond als eenig- en eerstgeborene1 als ,zoon en ,logos1 als adaequaat beeld ,gods tot den ,vader van eeuwigheid in eene geheel eenige relatie4 ,en wel wordt ,christus nu als ,middelaar voorgesteld als afhankelk van den ,vader en staande onder den ,vader1 zoodat ,h een gezondene1 een knecht1 een volbrenger van het werk des ,vaders is1 gehoorzaam tot den dood toe en eens zn koninkrk aan den ,vader overgevend1 maar nooit wordt daarmede aan zne wezenseenheid te kort gedaan4 ,in ,joh4 #ad3bh zegt ,jezus1 dat zn heengaan tot den ,vader voor de discipelen eene oorzaak van vreugde is1 4 ,daarmede drukt ,h niet uit1 dat de ,vader grooter is aan macht1 wat door ,joh4 #aj3bh-cj bepaald weersproken wordt2 maar ,h denkt aan de verhouding1 waarin ,h thans in zne vernedering staat tot den ,vader4 ,nu is deze grooter4 ,maar deze mindere grootte van ,jezus zal juist ophouden1 wanneer ,h tot den ,vader gaat1 en daarom kunnen zne discipelen zich over zn heengaan verblden2 ,h is juist in wezen en natuur aan den ,vader gelk1 ofschoon thans in ambt en stand minder dan de ,vader4 ,h is geen schepsel1 maar was en is en blft ,god1 boven alles te przen in der eeuwigheid1 ,joh4 #a3a1 #bj3bh1 ,rom4 #i3e1 ,hebr4 #a3h1 #i1 #b ,petr4 #c3ah1 #a ,joh4 #e3bj1 ,openb4 #a3h1 #aa1 cf4 ook misschien #b ,thess4 #a3ab1 ,tit4 #b3ac1 #b ,petr4 #a3a4 ,de poging1 vroeger reeds door de ,socinianen en thans door ,ritschl1 ,schultz1 ,kaftan1 ,pfleiderer e4a4 aangewend1 om den naam 1 van ,christus gebezigd1 niet als wezens- maar als ambtsnaam op te vatten1 vereischt later in de leer over ,christus breedere bespreking4 ,thans z alleen opgemerkt1 dat deze benaming b ,christus onwaar is1 indien ,h niet werkelk ook de ,goddelke natuur deelachtig is1 ,lipsius1 ,theol4 ,jahresbericht ,x #cgh4 #g4 ,ten slotte geeft de ,h4 ,schrift ons ook eenig inzicht in de immanente relatin ,gods door den naam des ,heiligen ,geestes4 ,vooraf verdient het opmerking1 dat de leer des ,h4 ,geestes door al de ,schriften van ,oud en ,nieuw ,verbond dezelfde is4 ,hoewel in het ,n4 ,test4 veel klaarder geopenbaard1 is z in beginsel ook in het ,o4 ,t4 aanwezig4 ,het ,n4 ,t4 is zich bewust geen andere leer des ,geestes te geven1 dan die in het ,o4 ,t4 gevonden werd2 het was dezelfde ,h4 ,geest1 die eertds door de profeten sprak1 ,mt4 #bb3dc1 ,mk4 #ab3cf1 ,hd4 #a3af1 #bh3be1 ,hebr4 #c3g1 #aj3ae1 #a ,petr4 #a3aa1 #b ,petr4 #a3ba1 in ,noachs dagen getuigde1 #a ,petr4 #c3ai1 door ,israel werd weerstaan1 ,hd4 #g3ea1 die het geloof werkte1 #b ,cor4 #d3ac1 die op den ,messias neerdalen en in de gemeente wonen zou1 ,mt4 #ab3ah1 ,luk4 #d3ah1 #ai1 ,hd4 #b3af4 ,hoewel nu het ,goddelk wezen ,geest is1 ,joh4 #d3bd1 en heilig is1 ,jes4 #f3c1 zoo is de ,heilige ,geest toch in de ,schrift eene aanduiding van een bzonder persoon in het ,goddelk wezen1 onderscheiden van ,vader en ,zoon4 ,h draagt dezen naam om zn bzonderen modus subsistendi4 ,geest beteekent eigenlk wind1 adem4 ,de ,h4 ,geest is de adem des ,almachtigen1 ,job #cc3d1 de ,geest zns monds1 ,ps4 #cc3f1 die door ,jezus vergeleken wordt b den wind1 ,joh4 #c3h en geblazen wordt op zne discipelen1 ,joh4 #bj3bb1 cf4 #b ,thess4 #b3ah4 ,de ,geest is ,god als het immanente levensprincipe in al het geschapene4 ,en heilig heet ,h1 omdat ,h zelf in eene bzondere relatie tot ,god staat en alle dingen in eene bzondere relatie tot ,god stelt4 ,h is niet de ,geest van een mensch1 van een schepsel1 maar de ,geest van ,god1 de ,heilige ,geest1 ,ps4 #ea3ac1 ,jes4 #fc3aj1 #aa4 ,gelk de adem uit onzen mond1 zoo gaat de ,geest uit van ,god en houdt alle schepsel levend4 ,daarom heet ,h de ,geest ,gods1 de ,geest des ,heeren1 de ,geest des ,vaders1 ,gen4 #a3b1 ,jes4 #aa3b1 ,mt4 #aj3bj1 en ook de ,geest van ,christus1 de ,geest des ,zoons1 ,rom4 #h3b1 #i1 #a ,cor4 #b3f1 #b ,cor4 #c3ag1 #ah1 ,phil4 #a3ai1 ,gal4 #c3b1 #d3f1 #a ,petr4 #a3aa1 staande voor den troon ,gods en des ,lams1 ,op4 #a3d1 #c3a1 #d3e1 #e3f4 ,deze uitgang des ,geestes wordt in de ,schrift met verschillende namen aangeduid4 ,meestal wordt het zoo uitgedrukt1 dat de ,geest door ,god of door ,christus gegeven1 ,num4 #aa3bi1 ,neh4 #i3bj1 ,jes4 #db3a1 ,ezech4 #cf3bg1 ,joh4 #c3cd1 #a ,joh4 #c3bd1 #d3ac1 gezonden of uitgezonden1 ,ps4 #ajd3cj1 ,joh4 #ad3bf1 #ae3bf1 #af3g1 ,gal4 #d3f1 ,op4 #e3f1 uitgegoten of uitgestort1 ,jes4 #cb3ae1 #dd3c1 ,joel #b3bh1 ,zach4 #ab3aj1 ,hd4 #b3ag1 #ah1 van ,god nedergedaald1 ,mt4 #c3af1 in het midden van ,israel gesteld1 ,jes4 #fc3aa1 ,hagg4 #b3f1 op iemand gelegd1 ,mt4 #ab3ah1 op iemand geblazen is1 ,joh4 #bj3bb enz4 ,maar er wordt ook gezegd1 dat de ,geest uitgaat1 1 ,joh4 #ae3bf4 ,dit had bepaaldelk plaats op den ,pinksterdag4 ,daarom treedt de persoonlkheid des ,h4 ,geestes ook thans eerst duidelk op4 ,in het ,o4 ,test4 is er wel onderscheid tusschen ,god en zn ,geest4 ,maar de aard van dat onderscheid blft duister4 1 1 ,joh4 #g3ci4 ,maar nu wordt van ,hem als van een persoon gesproken4 ,h wordt aangeduid als 1 ,joh4 #ae3bf1 #af3ac1 #ad1 1 ,joh4 #ae3bf1 cf4 #a ,joh4 #b3a1 1 ,joh4 #ad3af1 die van zichzelven spreekt in den eersten persoon1 ,hd4 #ac3b1 wien allerlei persoonlke vermogens en werkzaamheden worden toegeschreven1 als onderzoeken1 #a ,cor4 #b3aj1 #aa1 oordeelen1 ,hd4 #ae3bh1 hooren1 ,joh4 #af3ac1 spreken1 ,hd4 #ac3b1 ,op4 #b3g enz4 #ad3ac1 #bb3ag1 willen1 #a ,cor4 #ab3aa1 leeren1 ,joh4 #ad3bf1 bidden1 ,rom4 #h3bg1 getuigen1 ,joh4 #ae3bf1 enz4 en die met ,vader en ,zoon gecoordineerd en op ne ln wordt geplaatst1 ,mt4 #bh3ai1 #a ,cor4 #ab3d-f1 #b ,cor4 #ac3ac1 ,op4 #a3d4 ,dit nu kan niet1 tenz ,h ook waarachtig ,god z4 ,gelk zne persoonlkheid1 zoo komt ook de ,godheid des ,h4 ,geestes eerst in het ,n4 ,t4 duidelk aan het licht4 ,z blkt allereerst daaruit1 dat in weerwil van het onderscheid1 hetwelk tusschen ,god en zn ,geest bestaat1 het toch volkomen hetzelfde is1 of ,god dan of zn ,geest iets zegt1 in ons woont1 door ons veracht wordt1 ,jes4 #f3i en ,hd4 #bh3be1 ,jer4 #ca3ca en ,hebr4 #aj3ae1 ,ps4 #ie3g1 #h en ,hebr4 #c3g-i1 ,hd4 #e3c en #d1 ,rom4 #h3i en #aj1 #a ,cor4 #c3af en #f3ai1 ,ef4 #c3bb4 ,dit komt dan alleen tot zn volle recht1 wanneer met het personeele onderscheid de wezenseenheid gepaard gaat4 ,voorts worden allerlei ,goddelke eigenschappen even goed aan ,gods ,geest als aan ,god zelven toegeschreven3 bv4 eeuwigheid1 ,hebr4 #i3ad1 alomtegenwoordigheid1 ,ps4 #aci3g1 alwetenheid1 #a ,cor4 #b3aj1 #aa1 almacht1 #a ,cor4 #ab3d-f1 en wederom onderstelt dit dat de ,geest wezensn is met ,god zelven4 ,hetzelfde is het geval met de ,goddelke werken van de schepping1 ,gen4 #a3b1 ,ps4 #cc3f1 ,job4 #cc3d1 ,ps4 #ajd3cj1 en van de herschepping4 ,ja1 in deze komt vooral zne ,godheid duidelk uit4 ,h is het1 die ,christus door zne zalving heeft bekwaamd tot zn ambt1 ,jes4 #aa3b1 #fa3a en ,luk4 #d3ah1 ,jes4 #db3a en ,mt4 #ab3ah1 ,luk4 #a3ce1 ,mt4 #c3af1 #d3a1 ,joh4 #c3cd1 ,mt4 #ab3bh1 ,hebr4 #i3ad1 ,rom4 #a3d1 die de apostelen toerust tot hun bzondere taak1 ,mt4 #aj3bj1 ,luk4 #ab3ab1 #ba3ae1 #bd3di1 ,joh4 #ad3af v41 #ae3bf1 #af3ac v41 enz4 die aan de geloovigen allerlei gaven en krachten uitdeelt1 #a ,cor4 #ab3d-aa1 en die bovenal in de gemeente wonen doet de volheid van ,christus4 ,de ,h4 ,geest staat tot ,christus in dezelfde verhouding als ,christus tot den ,vader4 ,gelk de ,zoon niets heeft en niets doet en niets spreekt van zichzelven maar alles ontvangt van den ,vader1 ,joh4 #e3bf1 #af3ae1 zoo neemt de ,h4 ,geest alles uit ,christus1 ,joh4 #af3ac1 #ad4 ,gelk de ,zoon van den ,vader getuigt en den ,vader verheerlkt1 ,joh4 #a3ah1 #ag3d1 #f1 zoo op zne beurt de ,h4 ,geest den ,zoon1 #ae3bf1 #af3ad4 ,gelk niemand tot den ,vader komt dan door den ,zoon1 ,mt4 #aa3bg1 ,joh4 #ad3f1 zoo kan niemand zeggen ,jezus den ,heere te zn dan door den ,h4 ,geest1 #a ,cor4 #ab3c4 ,er is geen gemeenschap met ,god dan door den ,geest4 ,maar die ,geest schenkt dan ook al de weldaden1 die ,christus verworven heeft1 de wedergeboorte1 ,joh4 #c3c1 de overtuiging van zonde1 ,joh4 #af3h-aa1 het kindschap1 ,rom4 #h3ae1 de vernieuwing1 ,tit4 #c3e1 de liefde ,gods1 ,rom4 #e3e1 allerlei geestelke vruchten1 ,gal4 #e3bb1 de verzegeling1 ,rom4 #h3bc1 #b ,cor4 #a3bb1 #e3e1 ,ef4 #a3ac1 #d3cj1 de opstanding1 ,rom4 #h3aj4 ,ja1 door den ,geest hebben w met niemand minder dan met den ,zoon en den ,vader zelven rechtstreeksche1 onmiddellke gemeenschap4 ,de ,h4 ,geest is ,god zelf in ons1 ,joh4 #ad3bc v41 #a ,cor4 #c3af1 #f3ai1 #b ,cor4 #f3af1 ,gal4 #b3bj1 ,col4 #c3aa1 ,ef4 #c3ag1 ,phil4 #a3h1 #ba4 ,wie kan dat alles ons schenken1 wie kan ,god zelven in onze harten doen wonen1 dan een1 die zelf ,god is8 ,daarom komt ,hem ook ,goddelke eer toe4 ,h staat naast ,vader en ,zoon als oorzaak van alle heil1 ,mt4 #bh3ai1 #a ,cor4 #ab3d-f1 #b ,cor4 #ac3ac1 ,op4 #a3d4 ,in zn naam worden w gedoopt1 ,mt4 #bh3ai4 ,van ,hem is alle leven en kracht4 ,h is de auteur onzer gebeden1 ,zach4 #ab3aj1 ,rom4 #h3ae1 #af4 ,en daartegenover wordt de gemeente gewaarschuwd ,hem te bedroeven1 ,jes4 #fc3aj1 ,ef4 #d3cj2 zelfs is de lastering tegen den ,h4 ,geest onvergefelk1 ,mt4 #ab3ca1 #cb4 ,oudere litteratuur over den ,h4 ,geest wordt opgegeven door ,walch1 ,bibl4 theol4 sel4 ,i #ge sq4 #bda1 waaronder vooral ,owen1 ,discourse on the ,holy ,spirit #afgd1 holl4 #agdf1 de aandacht verdient1 en door ,dr4 ,kuyper1 ,het werk van den ,h4 ,geest1 #ahhh in de voorrede2 nieuwere litteratuur vooral b ,m4 ,beversluis1 de ,h4 ,geest en zne werkingen volgens de ,schriften des ,n4 ,v4 #ahif bl4 ,,vii1 waaronder vooral in aanmerking komen ,j4 ,glol1 ,der ,h4 ,geist in der ,heilsverkndigung des ,paulus #ahhh4 ,h4 ,gunkel1 ,die ,wirkungen des ,h4 ,geistes u4s4w4 ,gtt4 #ahhh4 ,voorts nog ,synopsis der dogm4 moraltheol4 ,lehre von der ,wirksamkeit des ,h4 ,geistes zunchst nach dem h4 ,thomas von ,aquin1 von ,dr4 ,i4 ,e4 ,pruner1 ,lycealprogramm fr das ,jahr #ahia ,eichsttt4 ,w4 ,koelling1 ,preumatologie oder die ,lehre von der ,person des ,h4 ,geistes1 ,gtersloh #ahid4 ,dr4 ,g4 ,smeaton1 ,the doctrine of the ,holy ,spirit #ahhb4 #h4 ,in al deze openbaringsmomenten biedt de ,h4 ,schrift ons natuurlk nog geen uitgewerkt dogma over de triniteit4 ,maar z leert toch1 dat de ne naam ,gods zich eerst ten volle in dien van ,vader1 ,zoon en ,geest ontvouwt4 ,z spreekt het klaar en duidelk uit1 dat alle werken ,gods naar buiten1 beide in schepping en herschepping1 eene drievoudige ,goddelke causa hebben4 ,z laat er geen twfel over bestaan1 dat deze drievoudige causa drie onderscheidene subjecten zn1 welke in persoonlke verhouding tot elkander staan4 ,en z bevat daarmede al de gegevens1 waaruit de theologie het dogma der triniteit opgebouwd heeft4 ,de philosophie had er niets wezenlks aan toe te voegen2 zelfs de logosleer is nieuwtestamentisch4 ,alleen wachtte het alles op den td1 dat de ratio christiana genoegzaam ontwikkeld zou zn1 om het heilig mysterie1 dat hier voorlag1 in te denken4 ,b de apostolische vaders is daarvan nog geen sprake4 ,z spreken de ,h4 ,schrift na1 zonder nog den diepen zin en het onderling verband der waarheden te verstaan1 en ze bezigen uitdrukkingen1 die in lateren td niet meer te verdedigen zouden zn4 ,toch zn ze ook voor het dogma der triniteit van 't hoogste belang1 inzoover ze beide de ebionietische en de docetische richting bestrden en in sterker of zwakker bewoordingen uitspreken de hooge1 boven de engelen verhevene natuur van den ,christus4 ,het dogma der triniteit1 zoo blkt reeds b den aanvang1 is niet geboren uit eene philosophische redeneering over het wezen ,gods1 maar uit het nadenken over de feiten der openbaring1 over den persoon en het werk van ,christus4 ,in het dogma der triniteit ging het van den aanvang af om de ,godheid van ,christus1 om het absoluut karakter van het ,christendom1 om de waarheid der openbaring ,gods1 om de waarachtige verzoening der zonden1 om de volstrekte zekerheid der zaligheid4 ,b de apost4 vaders nu neemt ,christus eene geheel eenige plaats in2 praedicaten worden ,hem toegekend1 die geen schepsel toekomen4 ,h heet ,zoon1 eigen1 eenige1 eengeboren ,zoon ,gods1 ,clemens1 #a ,cor4 #cf4 ,ignat41 ,rom4 #a4 ,eph4 #bj4 ,smyrn4 #a4 ,diogn4 #i4 #aj4 ,barn4 #g4 #ab41 afschnsel van ,gods majesteit1 scepter zner majesteit1 ,clemens1 #a ,cor4 #af4 #cf4 ,heer der aarde1 wien alles onderworpen is1 ,schepper aller dingen1 ,rechter van levenden en dooden1 ,barn4 #g4 #ab4 ,diogn4 #g4 ,did4 ,apost4 #af4 ,polyc4 ,phil4 #a4 #b4 #f4 #ab1 heilige1 onbegrpelke ,logos1 die als een ,god1 1 op aarde is gezonden1 ,diogn4 #g4 en heeten mag1 ,clemens1 #b ,cor4 #a4 ,ign41 ,rom4 #c4 ,smyrn4 #a4 #aj4 ,eph4 #a4 #ah4 #ai4 ,en ,vader 7,god71 ,zoon 7,christus7 en ,geest worden samen genoemd1 ,clemens1 #a ,cor4 #df4 ,ign4 ,eph4 #i4 ,magn4 #ac4 ,van den ,h4 ,geest is weinig sprake b de apost4 vaders1 maar ,h wordt toch van ,vader en ,zoon onderscheiden en naast deze gesteld2 alleen ten aanzien van den ,pastor van ,hermas1 ,sim4 ,v #e4 #f4 is er verschil1 of h den ,h4 ,geest met den ,zoon vereenzelvigt of daarvan onderscheidt1 ,baur1 ,dreiein4 u4 ,menschw4 ,i #acd en daartegen ,dorner1 ,entwicklungsgesch4 ,i #aia-bje4 ,als in de tweede eeuw de gnosis optreedt1 ontwaakt ook het christelk denken4 ,de ,godheid van ,christus krgt dogmatisch belang en wordt daarom ook veel duidelker uitgesproken4 ,justinus ,martyr geeft aan ,christus meermalen den naam van ,god1 zelfs van 1 c4 ,tryph4 #cd4 #ef4 #eh4 #aac4 #abf enz4 en kent ,hem allerlei verheven praedicaten toe4 ,h is de eerstgeborene der schepping1 de aanvang van een ander geslacht1 toegerust niet met een enkel charisma maar met al de krachten des ,geestes1 in het bezit niet van een van den logos1 maar van den ganschen logos1 1 machtig om het menschelk geslacht te vergoddelken en daarom zelf ,god1 c4 ,tr4 #hg4 #ach4 ,apol4 ,,ii #aj4 #ab4 ,duidelk leert h voorts het voorbestaan van ,christus1 niet als kracht slechts maar als persoon1 c4 ,tr4 #abh4 ,wl de ,vader verborgen1 onuitsprekelk1 boven td en ruimte verheven is1 c4 ,tr4 #abg4 ,apol4 ,,ii #f41 zn alle openbaringen onder het ,o4 ,t4 en ook in de ,heidenwereld openbaringen van den ,logos1 c4 ,tr4 #abg4 ,apol4 ,i #df4 #fa4 #fc4 ,apol4 ,,ii #aj4 #ac4 ,zelfs bestond ,h b de schepping2 het woord ,gen4 #a3bf is tot ,hem gesproken1 c4 ,tr4 #fb4 ,maar de immanente verhouding tusschen ,vader en ,zoon is b ,justinus nog niet duidelk4 ,het schnt1 dat de ,logos1 die wel een ander is dan de ,vader ' 1 door den ,vader eerst voor en ten behoeve van de schepping is gegenereerd1 en wel niet door deeling ontstond1 maar toch voortgebracht werd des ,vaders1 gelk het eene licht ontstoken wordt aan het ander en gelk het woord uit onzen mond uitgaat1 ,apol4 ,,ii #f4 c4 ,tr4 #fa4 #ajj4 #abh4 ,daarom heet h 1 1 ,apol4 ,i #df4 #eh4 ,de generatie wordt genoemd 1 maar meest 1 c4 ,tr4 #fb4 #gf4 #abi4 ,apol4 ,i #bc4 #b4 #f1 en de ,logos heet in zoover een of 1 c4 ,tr4 #fb4 #aad4 #abi4 ,de eenheid ,gods zoekt ,justinus daardoor te handhaven1 dat de ,zoon wel een ander is dan de ,vader ' 1 c4 ,tr4 #ef en ondergeschikt is aan den ,vader4 ,de ,zoon is 1 ,apol4 ,i #cb2 ,h neemt de tweede plaats1 1 in1 ,apol4 ,i #ac2 ,h heeft alles van den ,vader ontvangen1 c4 ,tr4 #hf1 is ,god en ,heer1 wl de ,vader het gewild heeft1 c4 ,tr4 #abg1 en is 1 c4 ,tr4 #abf4 ,justinus heeft dus op onderscheidene punten nog eene gebrekkige voorstelling4 ,het verborgen wezen des ,vaders in tegenstelling met den ,zoon1 de generatie des ,zoons door den wil des ,vaders en ten behoeve der schepping1 de subordinatie des ,zoons aan den ,vader zn later door de kerk verworpen4 ,sommigen hebben ,justinus daarom een ,ariaan genoemd1 maar ten onrechte4 ,want vooreerst bestond deze kwestie nog niet ten tde van ,justinus2 en voorts zn er b hem onderscheidene elementen1 die vlak tegen het gevoelen van ,arius ingaan2 h leert beslist en duidelk de ,godheid van den ,zoon1 h zegt dat de ,zoon niet geschapen maar gegenereerd is en heldert dit op met de later zeer gewone beelden van woord en licht2 h ziet het belang van de ,godheid van ,christus voor heel het werk der zaligheid1 voor de waarheid van het ,christendom helder in4 ,daarom noemt h ook meermalen den ,vader1 den ,zoon en den ,geest samen als het voorwerp onzer aanbidding1 ,apol4 ,i #f4 #ac4 #fj4 #fa4 #fe4 #fg2 en al is het dat h aan den ,zoon de en aan den ,geest de toekent1 ,justinus spreekt de persoonlkheid des ,h4 ,geestes en zne onderscheidenheid van den ,zoon in deze plaatsen duidelk uit4 ,wel heeft men hiertegen zich beroepen op ,apol4 ,i #cc1 maar deze plaats leert niets anders dan dat ,justinus onder in ,luk4 #a3ce niet den persoon des ,h4 ,g4 maar den ,logos verstond1 eene exegese1 die ook b anderen voorkomt4 ,voorts staat ook vast1 dat ,justinus niet den ,geest tot de engelen of in het algemeen tot de schepselen rekent4 ,maar over de ,goddelke natuur van den ,h4 ,geest en over zne ontologische verhouding tot ,vader en ,zoon vinden w b ,justinus zoo goed als niets4 ,het religieus belang van de leer des ,h4 ,geestes werd nog niet gevoeld4 ,de ,geest wordt nog alleen opgevat als ,geest der profetie1 die de profeten en apostelen heeft geinspireerd en ,christus heeft bekwaamd4 ,maar van eene voortdurende noodzakelke werking des ,h4 ,geestes in de gemeente heeft ,justinus geen besef4 ,de objectieve openbaring ,gods in den ,logos schnt voldoende2 de subjectieve illuminatie wordt in hare noodzakelkheid niet doorzien1 cf4 ,semisch1 ,,ii #cje-ccc4 ,schwane1 ,dogmengesch4 ,i #gi f4 ,eindelk komt b ,justinus ,martyr zeer duidelk uit1 van welken aard de invloed der grieksche philosophie in de christelke theologie is geweest4 ,dat er zulk een invloed is geoefend en niet het minst b ,justinus1 wordt door niemand ontkend4 ,maar die invloed is juist het meest merkbaar in die elementen van ,justinus' leer1 welke later door de kerk zn uitgebannen1 n4l4 in zne onderscheiding tusschen den en 1 in zne voorstelling van den ,zoon als 1 in zne leer van den verborgen ,god1 in zn stellen van den ,zoon buiten het ,goddelk wezen4 ,alle andere elementen1 de ,logosnatuur van ,christus1 de praexistentie1 de generatie1 de schepping aller dingen door den ,logos1 het ,zoonschap1 de ,godheid van ,christus zn door ,justinus met bewustheid aan de ,schrift ontleend en uit de ,schrift betoogd1 cf4 ,semisch1 ,justin der ,martyrer ,,ii #bie f4 ,de gebreken1 die der triniteitsleer b ,justinus aankleven1 worden door de volgende apologeten1 ,theophilus1 ,tatianus1 ,athenagoras niet vermeden4 ,tatianus1 ,or4 c4 ,gr4 #e1 zegt wel1 dat1 inzoover alle dingen in ,god hun grond hebben1 ze alle idealiter1 als ,logos1 in ,hem bestaan1 maar deze ,logos wordt voortgebracht door den wil ,gods en is 2 1 4 ,b ,theophilus bestaat de ,logos wel vr de schepping als 1 wl ,h is 1 maar ,h wordt toch door den ,vader tot gegenereerd ten behoeve der schepping1 ad ,autol4 ,,ii #aj4 #bb4 ,athenagoras1 ,leg4 pro ,chr4 c4 #aj1 leert evenzoo1 dat de ,logos wel eeuwig bestond1 wl ,god de eeuwige is1 maar ,h is toch het eerste des ,vaders1 wl ,h als de idee en de energie der dingen van ,god uitging4 ,gelk ,theophilus het eerst van eene in ,god sprak1 ad ,autol4 ,,ii #bf1 zoo verbindt ook ,athenagoras ,god ,vader1 ,god ,zoon en den ,h4 ,geest1 die in de profeten werkzaam was en een uitvloeisel ,gods is1 uit ,god uitgaat en in ,hem terugkeert1 zooals de straal uit de zon1 en noemt ze het voorwerp der christelke vereering1 ib4 c4 #aj4 #ab4 ,maar b het onderscheid der drie personen wordt hun eenheid niet voldoende gehandhaafd4 ,de ,vader is de ne1 ongeworden1 eeuwige1 onzichtbare ,god1 en ,zoon en ,geest zn met ,hem n niet in wezen1 maar in geest en macht1 ib4 c4 #bd4 ,de eerstvolgende ontwikkeling van de triniteitsleer1 vooral bestaande in uitbanning der philosophische elementen1 is te danken aan drie mannen1 die elk het zne hebben bgedragen tot den bouw van het christelk dogma4 ,irenaeus is de krachtige bestrder van het gnostisch ,godsbegrip en van de opvatting van den ,logos als wereldidee4 ,nu en dan toont ook h de oude voorstelling niet geheel te hebben overwonnen2 h noemt den ,vader nog den onzichtbaren1 verborgen ,god in tegenstelling met den ,zoon1 adv4 haer4 ,,iv #bj1 #aj4 ,maar toch bestrdt h de opvatting van ,god als en de emanatie der aeonen zoo kras mogelk1 en handhaaft het schriftuurlk onderscheid van ,schepper en schepsel4 ,de ,logos wordt als het ware van zne tweeslachtige natuur ontdaan en geheel naar de zde ,gods overgebracht4 ,de ,logos is geen schepsel1 maar een hypostatisch woord1 ,,iii #h1 praexistent1 ,,ii #f4 ,,iv #ab1 waarachtig ,god1 ,,iv #aj4 #ad enz4 ,ook de onderscheiding van en is te verwerpen ,,ii #ag4 #ah4 ,want behalve dat deze onderscheiding aan de persoonlkheid van den ,logos tekort doet en zne generatie in verband brengt met de schepping1 de ,logos mag niet voorgesteld worden als het verstand en de rede ,gods4 ,god toch is eenvoudig1 geheel geest1 geheel verstand1 geheel gedachte1 geheel logos1 ,,ii #af4 #dh1 zoodat n de ,zoon n de ,vader waarachtig ,god zn4 ,de eenheid van ,vader1 ,zoon en ,geest wordt door ,irenaeus zeer duidelk uitgesproken1 hun ,goddelke natuur wordt nadrukkelk gehandhaafd1 ze worden telkens samen genoemd1 ,,iv #f4 #bj1 #cc4 ,de generatie des ,zoons geschiedde niet in den td1 de ,zoon heeft geen begin gehad1 ,h bestond eeuwig met ,god ,,ii #ah4 ,,iii #bb4 ,,iv #cg4 ,maar ,irenaeus schiet tekort in de aanwzing1 hoe in de eenheid toch de drieheid bestaat en hoe ,vader ,zoon en ,geest1 ofschoon ne ,goddelke natuur deelachtig1 toch onderscheiden zn4 ,hier wordt h door ,tertullianus aangevuld en verbeterd4 ,wel staat deze b ,irenaeus achter in de overwinning van het gnostisch dualisme4 ,h maakt tusschen ,vader en ,zoon onderscheid als tusschen een ,deus invisibilis et invisus en een ,deus visibilis et visus1 adv4 ,prax4 #ad4 #ae4 ,op allerlei wze en met allerlei argumenten betoogt h dat onderscheid1 met den naam ,logos1 met de menschwording1 met de theophanien enz4 ,ja1 de ,logos komt b ,tertullianus eerst tot het volle zoonschap en tot zelfstandige persoonlkheid door de drie momenten van het spreken ,gods1 de generatie1 en de menschwording heen1 adv4 ,pr4 #f4 #g1 zoodat er een td was waarin de ,zoon niet was1 adv4 ,hermog4 #c4 ,maar al is het1 dat h tegen het patripassianisme in de onderscheiding der personen te ver gaat1 aan de andere zde tracht h juist daarom te meer in de drieheid de eenheid en in de eenheid de drieheid vast te houden4 ,de drie personen zn unius substantiae1 unius status1 unius potestatis1 unus ,deus4 ,z zn onderscheiden1 wat de ordo en de oeconomia aangaat1 ,oeconomiae sacramentum unitatem in trinitatem disponit4 ,ze zn drie non statu1 sed gradu1 en toch de ne ,god1 ex quo et gradus isti et formae et species in nomine ,patris1 ,filii et ,spiritus ,sancti deputantur4 ,gelk een straal der zon ook zon is1 zoo zn er verschillende species1 formae1 effigies1 moduli in de ne en ongedeelde substantie4 ,de drie personen zn dus unum1 niet unus4 ,de ,zoon is een ander dan de ,vader en de ,geest is weder een ander1 maar de naam ,god en ,heer is hun gemeen4 ,ze zn unus ,deus1 ze zn niet te scheiden4 ,zooals stam en tak1 bron en stroom1 zon en straal niet gescheiden kunnen worden1 zoo ook niet de ,vader en de ,zoon4 ,de trinitas doet dus de monarchia niet te niet4 ,de ,zoon is wel een ander dan de ,vader maar niet divisus1 separatus4 ,er is distinctio1 distributio1 geen diversitas en divisio4 ,het is eene unitas ex semetipsa derivans trinitatem1 adv4 ,prax4 #b sq4 ,zoo kneedt ,tertullianus de stroeve latnsche taal1 om en de unitas en de trinitas in ,god gelkelk te handhaven2 zoowel formeel als materieel is h voor het dogma der triniteit van de grootste beteekenis geweest4 ,in weerwil dat h het subordinatianisme niet altd te boven komt en het ontologische1 kosmologische en soteriologische in de triniteitsleer te weinig onderscheidt1 h heeft de begrippen en de woorden aan de hand gedaan1 die het dogma der triniteit ter uitdrukking van zne ware meening van noode had4 ,h heeft de ,logos-speculatie door de filiatio vervangen en daardoor de ontologische triniteit voor goed van de kosmologische speculatie losgemaakt4 ,en h is de eerste geweest1 die beproefd heeft1 om de triniteit der personen af te leiden niet uit den persoon des ,vaders1 maar uit het wezen ,gods4 ,terwl ,tertullianus echter de ontologische triniteit nog niet van het kosmologische en soteriologische proces vr maakt1 is het ,origenes1 die ze geheel en al opvat als een eeuwig proces in het wezen ,gods zelf4 ,de generatie is eene 1 de princ4 ,i #b1 #d4 ,het licht kan niet zn zonder te schnen2 zoo kan de ,vader niet wezen zonder den ,zoon1 ib4 ,i #b4 #b4 #d4 #g4 #aj4 ,er was geen td1 waarin de ,zoon niet was1 ib4 ,i #b4 #b4 #d4 c4 ,cels4 ,,viii #ab4 ,de ,vader is niet ,vader vr den ,zoon maar per filium1 de princ4 ,i #b4 #aj4 ,er is geen scheiding1 1 c4 ,cels4 ,,iv #ad4 #af4 ,alle ,goddelke eigenschappen zn ,vader en ,zoon gemeen2 de ,zoon is n met den ,vader2 niet naast maar in ,god vereeren w den ,zoon1 c4 ,cels4 ,,viii #ab4 #ac4 ,de ,zoon heeft dezelfde wsheid1 waarheid1 rede als de ,vader1 ,h is 1 1 1 c4 ,cels4 ,v #da4 ,maar om nu in deze eenheid en gelkheid het onderscheid vast te houden1 roept ,origenes het subordinatianisme te hulp en gaat achter ,tertullianus terug in het afleiden der triniteit niet uit 't wezen ,gods maar uit den persoon des ,vaders4 ,en zoo kwam ,origenes er toe1 om den ,vader voor te stellen als 1 1 of 1 1 als dan de ,zoon1 als de ne gansche ,godheid1 boven alle zn verheven1 onzienlk1 onbegrpelk2 en den ,zoon als zonder artikel1 als ' 1 zooveel minder dan de ,vader als de wereld minder is dan de ,zoon1 cf4 ,dorner1 ,entw4 ,i #feb f4 ,vergelk over de leer der triniteit vr ,nicea behalve de dogmengesch4 v4 ,mnscher1 ,harnack1 ,schwane1 ,thomasius ook nog ,dr4 ,c4 ,p4 ,caspari1 ,der ,glaube an die ,trinitt ,gottes in der ,kirche der #c ersten ,jahrh4 nachtgewiesen1 ,leipzig ,faber #ahid4 ,scheeben ,i #gif f4 ,petavius1 de trinitate1 appendix #a4 ,forbesius a ,corse1 ,instit4 hist4 theol4 #afde ,lib ,i c4 #a-e4 ,g4 ,bull1 ,defensio fidei ,nicaenae1 #agjc4 #i4 ,de kerk volgde echter ,origenes niet4 ,z verwierp zn subordinatianisme en sprak te ,nicea de ware1 volle ,godheid des ,zoons uit4 ,deze beldenis droeg geheel en al een religieus karakter4 ,z handhaafde het soteriologisch principe van 't ,christendom4 ,maar van nu aan veranderde de beteekenis der triniteitsleer4 ,nicea sprak het onderscheid uit in ,god1 en leerde dat ,vader1 ,zoon 7en ,geest7 ,god waren2 't kwam er nu voorts op aan om in dit onderscheid de eenheid te handhaven4 ,vr ,nicea had men moeite om uit de eenheid ,gods tot een drieheid te komen2 nu is het omgekeerd4 ,van nu aan krgt 't trinitarisch dogma een eigen1 zelfstandige waarde1 eene theologische beteekenis4 ,athanasius met de drie ,cappadocirs en ,augustinus zn het1 die op deze wze het dogma uitwerken en voltooien4 ,athanasius heeft beter dan iemand in zn td begrepen1 dat met de ,godheid van ,christus en de drieenheid het ,christendom stond of viel4 ,aan de verdediging dezer waarheid heeft h zn gansche leven en al zne krachten gewd4 ,h streed voor geen philosophisch probleem maar voor de christelke religie zelve1 voor de openbaring ,gods1 de leer der apostelen1 het geloof der kerk4 ,de triniteit is het hart van het ,christendom4 ,daardoor is het principiel van het ,jodendom1 dat het onderscheid in ,god loochent1 en van het ,heidendom1 dat de eenheid ,gods ontkent1 onderscheiden1 ,athan4 ad ,serap4 ,i #bh4 ,b ,athanasius wordt dan ook de philosophische vermenging van ontologie en kosmologie geheel verbannen4 ,h verwerpt het gnostisch dualisme tusschen ,god en de wereld1 dat door ,arius werd overgenomen1 en alle soort van tusschenwezens1 c4 ,ar4 ,,ii #bf4 ,de triniteit heeft1 zegt h1 niets vreemds met zich gemengd1 ze bestaat niet uit den ,schepper en iets gewordens1 maar ze is geheel en volmaakt ,goddelk1 ibid4 ,daarom is de triniteit ook eene eeuwige4 ,er is in ,god niets toevalligs2 ,h wordt niets1 ,h is alles eeuwiglk4 ,gelk de triniteit altd was1 zoo is en blft ze1 en in haar de ,vader1 de ,zoon en de ,geest1 ad ,serap4 ,,iii #g4 c4 ,ar4 ,i #ah4 ,de ,vader was altd ,vader2 het behoort1 anders dan b ons1 tot zne natuur om ,vader te zn1 de decr4 nic4 syn4 #ab4 ,evenals de zon niet te denken is zonder licht en de bron niet zonder water1 zoo is de ,vader niet te denken zonder ,zoon2 ,god is niet 2 ,h spreekt altd1 c4 ,ar4 ,,ii #b4 ad ,serap4 ,,ii #b4 ,wie de triniteit loochent1 maakt ,god tot een levenloos principe of komt tot de leer van de eeuwigheid der wereld1 c4 ,ar4 ,i #ad4 ,en eeuwig is daarom ook de generatie en de existentie des ,zoons4 ,er was noch voor den ,vader noch voor den ,zoon een td dat ,h niet was1 c4 ,ar4 ,i geheel4 ,deze ,zoon kan geen schepsel zn en is niet voortgebracht door den wil ,gods maar is gegenereerd uit zn wezen1 c4 ,ar4 ,i #be4 ,en datzelfde wordt1 hoewel minder dikwerf en breedvoerig1 gezegd van den ,h4 ,geest1 ad ,serap4 ,i #bj1 #ba enz4 ,deze drie personen zn waarlk onderscheiden2 ze zn niet drie deelen van n geheel1 niet drie namen voor ne zaak4 ,de ,vader is alleen ,vader en de ,zoon is alleen ,zoon en de ,geest is alleen ,geest1 c4 ,ar4 ,,iii #d4 ,,iv #a4 ad ,serap4 ,,iv #d1 #f1 #g4 ,maar daarb handhaaft h de eenheid zoo1 dat z alle drie zn en ne 7b ,athanasius nog zooveel als 7 en dezelfde eigenschappen hebben1 c4 ,ar4 ,,iii #c1 #d1 de decr4 nic4 syn4 #ai-be2 dat de ,vader de en de is1 c4 ,ar4 ,,iv #a42 dat de drie personen in elkander bestaan1 ad ,serap4 ,i #ad ,,iii #f1 c4 ,ar4 ,,iii #f1 en n zn in hunne werking1 ad ,serap4 ,i #bh4 ,cf4 ,fr4 ,lauchert1 ,die ,lehre des h4 ,athan4 d4 ,gr4 ,leipzig #ahie ,s4 #aj-fe4 ,schwane1 ,dogmengesch4 ,,ii #hc-ajh4 ,deze triniteitsleer van ,athanasius vinden we ook in hoofdzaak1 alleen nader door namen1 beelden1 vergelkingen opgehelderd1 b ,basilius in zn ,libri ,v tegen ,eunomius1 in zn geschrift de ,spiritu ,sancto en in vele van zne brieven en homilin1 b ,gregorius ,nyss4 in zne ,libri ,,xii c4 ,eunomium en in zne oratio catechetica1 en b ,gregorius ,naz4 in zne #e ,orationes theologicae4 ,johannes ,damasc4 vat het resultaat saam en sluit zich vooral aan b ,greg4 ,naz41 de fide orthod4 ,i c4 #h4 ,heel de ,grieksche kerk heeft deze leer op de concilin1 waarvan z de eerste zeven erkent1 aanvaard en wkt van het ,westen alleen in het filioque af4 #aj4 ,in het ,westen werd na ,tertullianus en ,cyprianus de leer der triniteit vooral krachtig verdedigd en uit de ,schrift bewezen door ,hilarius in zn #ab boeken de trinitate1 die echter zeer weinig bevatten over den ,h4 ,geest en daarom waarschnlk vroeger den titel droegen3 de fide contra ,arianos2 en dan meer speculatief en diepzinnig door ,augustinus4 ,zne #ae boeken de trinitate zn het diepste wat over dit dogma geschreven is4 ,h vat daarin niet alleen saam1 wat door vroegere patres over dit onderwerp gezegd is1 maar h behandelt het ook zelfstandig en brengt er belangrke wzigingen in4 ,vooreerst gaat ,augustinus uit1 niet van den persoon des ,vaders maar van het ne eenvoudige1 alle samenstelling uitsluitende wezen 7essentia7 ,gods en spreekt daarom de volstrekte eenheid der drie personen sterker uit1 dan ooit vr hem is geschied4 ,elke persoon is zoo groot als de gansche triniteit1 de trin4 ,,viii #a4 #b4 ,in elken persoon is het geheele1 zelfde1 ,goddelke wezen1 zoodat er niet drie ,goden1 drie almachtigen enz4 zn maar slechts n ,god1 n almachtige enz4 ,v #h4 ,het onderscheid der personen kan daarom ook niet liggen in attributen of accidentin1 die de eene persoon zou hebben en de andere niet1 maar alleen in de relaties onderling4 ,vader is en heet de eerste persoon1 omdat ,h in eene bzondere verhouding staat tot ,zoon en ,geest enz4 ,v #e4 evenals ook de benaming ,heer1 ,schepper enz4 de relatie ,gods tot schepselen aanduidt maar geen verandering in ,hem teweegbrengt1 ib4 #af4 #ag4 ,in de tweede plaats moest ,augustinus nu elke tegenstelling verwerpen1 die er vroeger tusschen den ,vader en den ,zoon werd gemaakt4 ,de ,zoon is als waarachtig ,god niet minder verborgen en onzichtbaar dan de ,vader en is volkomen den ,vader gelk4 ,elk subordinatianisme wordt gebannen4 ,augustinus gaat nog verder dan ,athanasius4 ,deze liet nog eenige ondergeschiktheid gelden1 c4 ,ar4 ,i #ei1 maar ,augustinus heeft alle gedachte overwonnen1 alsof de ,vader de eigenlke1 oorspronkelke ,god ware4 ,h gaat uit van de essentia ,dei1 die in alle drie gelkelk woont4 ,ofschoon h de uitdrukking fons of principium deitatis nog voor den ,vader gebruikt1 de trin4 ,,iv #bj1 ze heeft toch b hem een anderen zin4 ,ze duidt niet aan1 dat de ,godheid logisch eerst in den ,vader bestond en door ,hem aan den ,zoon en den ,geest werd medegedeeld1 maar de ,vader kan alleen zoo heeten1 omdat ,h niet als ,god maar als persoon ,vader is van den ,zoon4 ,en in dezen zin wordt ook de formule van ,nicea ,deus de ,deo door hem verklaard1 de trin4 ,,vii #b4 #c4 ,daarom kwam ,augustinus ook tot eene andere opvatting van de theophanien in het ,o4 ,test4 ,vroeger had men daarin altd en uitsluitend openbaringen van den ,logos gezien1 omdat de ,vader verborgen was1 maar ,augustinus schrft ze ook aan den ,vader en den ,geest toe1 die evengoed als de ,zoon zich kunnen openbaren en immers niet van die des ,zoons zn te scheiden1 de trin4 ,,ii en ,,iii4 ,en eindelk heeft ,augustinus meer dan eenig kerkvader vr hem naar beelden1 gelkenissen der triniteit1 vestigia trinitatis gezocht1 en alzoo den samenhang der leer van ,god met die van den ganschen kosmos in het licht gesteld1 de trin4 ,,ix-,,xv4 ,cf4 ,schwane1 ,,ii #agc-aid4 ,gangauf1 ,des h4 ,augustinus specul4 ,lehre v4 ,gott dem ,dreieinigen1 ,augsburg #ahhc ,s4 #bji f4 ,mnscher- v4 ,coelln1 ,dogmengesch4 ,i #bde f4 ,harnack1 ,d4 ,g4 ,,ii #bid f4 enz4 ,zoo heeft ,augustinus voltooid1 wat ,tertullianus begonnen had4 ,er is in het ,westen eene andere opvatting van de triniteit dan in het ,oosten en daarom kon men later in het filioque niet tot overeenstemming komen4 ,het ,westen sloot zich b ,augustinus aan en heeft zne leer van de triniteit overgenomen en op verschillende punten1 dikwerf op spitsvondige wze uitgewerkt4 ,het symbolum1 dat ten onrechte naar ,athanasius heet1 is grootendeels in zn geest en door het ,oosten nooit aangenomen1 ,harnack1 ,d4 ,g4 ,,ii #bih f4 ,karl ,mller1 ,symbolik1 ,erl4 ,deichert #ahif ,s4 #ea f4 ,de triniteitsleer is later in de ,west4 ,kerk vooral nog behandeld door ,dionysius1 de div4 nom4 c4 #b4 ,erigena1 de div4 nat4 ,i #fb4 ,,ii #cb4 #ce4 ,alcuinus1 de fide sanctae et individuae trinitatis1 ,migne ,,ci col4 #i-fd1 en voorts door de scholastici1 ,anselmus1 ,monol41 de incarnatione verbi en de processione ,sp4 ,s4 ,hugo ,vict4 de ,sacramentis1 lib4 ,i pars #c4 ,lombardus1 ,sent4 lib4 ,i en de commentaren op dat werk1 ,richard ,vict41 ,libri #f de trinitate4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bg-dc4 c4 ,gent4 ,,iv c4 #b-bf4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,i c4 #b-f enz4 ,en op denzelfden ,augustiniaanschen grondslag rust de triniteitsleer in de ,roomsche1 ,petavius1 de trinitate1 libri ,,viii2 in de ,luthersche1 ,gerhard1 ,loci ,loc4 ,,iii enz41 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 ,s4 #hg f42 en in de ,geref4 theologie1 ,calv4 ,inst4 ,i #ac4 ,zanchius1 de tribus ,elohim1 ,op4 ,i #a-efd4 ,polanus1 ,synt4 theol4 lib4 #c4 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 #hj-ih4 ,in den nieuweren td is de leer der triniteit wel meest zeer vereenvoudigd maar in kerkelken zin geleerd en verdedigd door ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,ii #aag-bbd4 ,ebrard1 ,chr4 ,dogm4 #ie-aed1 ,bhl1 ,dogm4 #aac-abc4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #dfb4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #bdi4 ,aug4 ,hopkins ,strong1 ,system4 ,theology1 #c ed4 ,new-,york ,armstrong #ahij p4 #add-agj enz4 #aa4 ,dit dogma heeft echter ten allen tde ernstige bestrding gevonden4 ,niet alleen van buiten1 van de zde der ,joden1 ,weber1 ,system der altsyn4 pal4 ,theol4 #adg f41 en der ,mohammedanen1 b4 v4 ,averroes1 ,stckl1 ,philos4 d4 ,m4 ,a4 ,,ii #hi1 waartegen dan de ,christenen verdedigend optraden1 litt4 b ,walch1 ,bibl4 theol4 sel4 ,i #hha sq4 #hif sq4 ,maar ook binnen de grenzen des ,christendoms werd dit dogma zoowel vr als na zne vaststelling door velen weerstaan4 ,in de beldenis der triniteit klopt het hart der christelke religie2 elke dwaling is afgeleid uit of b dieper doordenken te herleiden tot eene afwking in de leer der drieenheid4 ,z is zulk een wezenlk bestanddeel van het christelk geloof1 dat z in de beldenis der unitariers nog nawerkt4 ,allen1 die op den naam van ,christenen gesteld zn1 blven spreken van ,vader1 ,zoon en ,geest1 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 #dbe4 ,des te meer is echter de leer der triniteit in haar kerkelken vorm bestreden en telkens anders voorgesteld4 ,maar de geschiedenis van dit dogma toont duidelk1 dat de kerkelke vorm1 waarin deze waarheid vervat is1 alleen in staat is1 om de zaak1 waarom het te doen is1 onvervalscht te handhaven4 ,nu bestaat het groote probleem b dit dogma daarin1 dat de eenheid des wezens de drieheid der personen niet teniet doe noch ook omgekeerd de drieheid der personen de eenheid des wezens opheffe4 ,en daarom dreigt er altd gevaar1 om of ter rechter of ter linkerzde af te dwalen en alzoo te vervallen tot ,sabellianisme of tot ,arianisme4 ,het ,arianisme werd in de #b;e en #c;e eeuw voorbereid door de ,ebionieten1 de ,alogi1 ,theodotus1 ,artemon1 ,paulus van ,samosata1 die in ,christus wel een mensch zagen1 op bovennatuurlke wze geboren en b den doop gezalfd met den ,h4 ,geest1 bekwaamd tot zn werk en tot ,heer verhoogd1 maar die zne praexistentie en ,godheid beslist ontkenden4 ,het waren de aanhangers eener adoptiaansche ,christologie1 ,harnack ,d4 ,g4 ,i #afj4 #faf f4 ,in de vierde eeuw wordt deze leer voorgestaan door ,lucianus en zn leerling ,arius en dan voorts door ,atius en ,eunomius4 ,arius leerde blkens een geschrift 1 waarvan ,athanasius c4 ,ar4 ,i ons fragmenten bewaard heeft1 dat ,god1 wl en zonder aanvang1 volstrekt eenig is4 ,h is onuitsprekelk1 onbegrpelk1 kan niet rechtstreeks met het eindige gemeenschap hebben1 kan zn wezen1 dat juist in bestaat1 niet meedeelen4 ,alles buiten ,hem is dus geschapen1 geworden door zn wil4 ,h is niet ,vader van eeuwigheid1 maar ,vader door en van de schepselen4 ,maar voordat ,god tot de schepping der wereld overging1 bracht ,h tot bemiddeling1 als een soort tusschenwezen1 eene zelfstandige of voort1 die in de ,schrift den naam draagt van wsheid1 zoon1 logos1 beeld ,gods enz41 en door wien ,god alle dingen heeft geschapen1 en evenzoo ook nog eene derde1 lagere nl4 den ,heiligen ,geest4 ,deze ,logos is niet gegenereerd uit het wezen ,gods en heeft niet het wezen met den ,vader gemeen1 want dan waren er twee ,goden1 maar is geschapen of geboren 1 is een of ,gods1 voortgebracht 4 ,er was dus een td1 dat ,h niet was1 1 1 al is ,h ook geschapen 1 d4i4 vr de wereld4 ,deze ,logos was daarom niet met den ,vader1 maar geheel van ,hem gescheiden1 veranderlk1 zoowel het kwade als het goede kunnende kiezen4 ,maar ,h was toch een 1 ,h koos het goede1 werd daardoor onveranderlk1 en is als het ware tot een ,god geworden4 ,deze ,logos is ook mensch geworden1 heeft de waarheid verkondigd1 onze verlossing bewerkt en is nu onze eere1 maar niet onze aanbidding waardig1 ,harnack1 ,d4 ,g4 ,i #aid f4 ,het ,arianisme was sterk en vond vele aanhangers1 niet het minst onder hen1 die na de bekeering van keizer ,constantn om allerlei overwegingen tot het ,christendom waren overgegaan4 ,bovendien leeren ons de geschriften van ,athanasius1 welke geduchte wapenen z meebrachten in den strd4 ,z beriepen zich vooreerst op eene reeks van ,schriftplaatsen1 die de eenheid ,gods1 ,deut4 #f3d1 #cb3ci1 ,joh4 #ag3c1 #a ,cor4 #h3f1 de geboorte of wording des ,zoons1 ,spr4 #h3bb1 ,col4 #a3ae1 zne ondergeschiktheid aan den ,vader1 ,joh4 #ad3bh1 #a ,cor4 #ae3bh1 ,hebr4 #c3b1 zne onwetendheid1 ,mark4 #ac3cb1 ,joh4 #aa3cd1 zne beperkte macht1 ,mt4 #bh3ah en goedheid1 ,luk4 #ah3ai1 zne toenemen in wsheid1 ,luk4 #b3eb1 zn lden1 ,joh4 #ab3bg1 #ac3ba1 ,mt4 #bf3ci1 #bg3df1 zne verheffing tot ,heer en ,christus uitspraken1 ,hd4 #b3cf1 ,phil4 #b3i1 ,hebr4 #a3d enz4 ,voorts betoogden z met vele aanhalingen1 dat z vele vroegere kerkvaders aan hunne zde hadden4 ,dan ontleenden z verschillende argumenten aan de ,aristotelische1 nominalistisch opgevatte1 philosophie1 en betoogden daarmede de eenigheid en de ,gods4 ,en eindelk wezen z de zwakheden en de tegenstrdigheden aan1 die der christologie van ,nicea aankleefden2 waarb vooral dit argument eene groote plaats innam1 dat1 als de ,zoon gegenereerd was1 ,h daardoor van ,god als den ongeborene1 1 wezenlk onderscheiden en dus in den td was ontstaan4 ,het ,sabellianisme werd in de tweede en derde eeuw voorbereid door ,notus1 ,praxeas1 ,epigonus1 ,cleomenes1 die leerden1 dat in ,christus de ,vader zelf geboren was1 geleden had en gestorven was1 dat ,vader en ,zoon dus namen waren voor denzelfden persoon in verschillende relatin1 vr en in de menschwording1 an sich en in zne historische verschning1 of ook dat de ,goddelke natuur in ,christus de ,vader1 en de menschelke natuur1 de 1 de ,zoon was4 ,dit monarchianisme1 patripassianisme of modalisme werd in de derde eeuw voorgestaan en verder ontwikkeld door ,sabellius4 ,vader1 ,zoon en ,geest zn dezelfde ,god2 het zn drie namen voor nzelfde wezen1 dat h noemde1 doch niet tegelkertd1 maar in drie opeenvolgende energin of stadin4 ,god bestond eerst in het prosopon1 de verschning1 den modus des ,vaders nl4 als ,schepper en ,wetgever2 daarna in het prosopon des ,zoons als ,verlosser van menschwording tot hemelvaart2 en eindelk in het prosopon des ,h4 ,geestes als ,levendmaker4 ,sabellius beriep zich daarb vooral op ,deut4 #f3d1 ,ex4 #bj3c1 ,jes4 #dd3f1 ,joh4 #aj3ch4 ,sabellius nam dus ook den ,h4 ,geest op in het wezen ,gods1 plaatste ,zoon en ,geest op gelke ln met den ,vader1 en leerde voorts eene historische successie in de openbaringen ,gods1 een worden in ,god zelven1 ,hippolytus1 ,philos4 ,,ix4 ,epiphanius1 ,haeres4 #fb4 ,orig4 de princ4 ,i #b4 ,athanas4 c4 ,ar4 ,,iv4 ,harnack ,d4 ,g4 ,i #fgd f4 #ab4 ,beide richtingen zn in de christelke kerk rechts en links van de kerkelke triniteitsleer alle eeuwen door blven bestaan4 ,het wezen van het ,arianisme ligt in de loochening van de homoousie van ,vader en ,zoon1 in de bewering dat de ,vader alleen en in volstrekten zin de eenige waarachtige ,god is4 ,natuurlk is de ,zoon dan een minder en lager wezen1 staande buiten de natuur ,gods2 maar over de plaats1 die den ,zoon toekomt tusschen ,god en de schepselen-wereld kan dan verschil bestaan2 het ,arianisme laat allerlei speling toe4 ,de afstand tusschen ,god en wereld is eindeloos en op ieder punt van dien afstand kan den ,zoon eene plaats worden toegekend1 van de plaats naast ,god op znen troon af tot die naast de schepselen1 engelen of menschen1 toe4 ,zoo is het ,arianisme dan ook in verschillende vormen opgetreden4 ,vooreerst in den vorm van het subordinatianisme3 de ,zoon is dan wel eeuwig1 gegenereerd uit het wezen des ,vaders1 geen schepsel en niet uit niets voortgebracht1 maar ,h is toch minder dan en ondergeschikt aan den ,vader4 ,de ,vader alleen is 1 1 de zoon is 1 ontving zne natuur door mededeeling van den ,vader4 ,zoo werd geleerd door ,justinus1 ,tertull41 ,clemens1 ,origenes enz41 ook door de ,semiarianen1 ,eusebius van ,cesarea en ,eusebius van ,nicomedie1 die den ,zoon plaatsten en ,hem aan den ,vader noemden1 later door de ,remonstranten1 ,conf4 art4 #c4 ,arminius1 ,op4 theol4 #afbi p4 #bcb sq4 ,episc4 ,instit4 theol4 ,,iv sect4 #b c4 #cb4 ,limborch1 ,theol4 ,christ4 ,,ii c4 #ag #be2 door de supranaturalisten1 ,bretschneider1 ,dogm4 ,i #fab f4 ,knapp1 ,gl4 ,i #bfj4 ,muntinghe1 ,theol4 ,christ4 pars theor4 #acd sq4 enz41 en door zeer vele theologen in den nieuweren td1 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrh4 ,i #bjg f4 ,beck1 ,chr4 ,gl4 ,,ii #abc f4 #acd f4 ,twesten1 ,,ii #bed4 ,kahnis1 ,i #cec1 #cih4 van ,oosterzee ,,ii #eb4 ,doedes1 ,ned4 ,gel4 #ga v4 ,vervolgens is het in zne oude gedaante1 die het b ,arius had1 wederom opgetreden b vele theologen na de ,hervorming1 vooral in ,engeland4 ,milton b4 v4 leerde1 dat ,zoon en ,geest geschapen waren door den vren wil des ,vaders vr de schepping1 en slechts den naam van ,god droegen om hun ambt1 evenals de rechters en overheden in het ,o4 ,t41 de doctr4 christ4 ed4 ,summer #ahbg lib4 ,i c4 #e4 #f1 en evenzoo met geringe wzigingen ,w4 ,whiston1 wiens arianisme vele tegenschriften in het leven riep1 ,walch ,bibl4 theol4 sel4 ,i #ieg f41 ,s4 ,clarke1 ,the scripture doctrine of the trinity #agab1 ,p4 ,maty1 ,lettre d'un thologien un autre thologien sur le mystre de la ,trinit #agbi1 ,dan4 ,whitby1 ,harwood1 vele ,remonstranten hier te lande1 en in dezen td de ,groninger theologen1 ,hofstede de ,groot1 ,de ,gron4 ,godg4 #afjv4 ,een derde vorm van ,arianisme kwam op in het ,socinianisme4 ,de ,vader is de eenige1 waarachtige ,god4 ,de ,zoon is een door ,god onmiddellk1 door bovennatuurlke ontvangenis geschapen1 heilig mensch1 die vr zne ontvangenis niet bestond en door ,god met dit doel werd voortgebracht1 om aan de menschen eene nieuwe wet te prediken4 ,na vervulling van dezen last is ,h verhoogd in den hemel en ,goddelke genade deelachtig geworden4 ,de ,geest is niets anders dan eene kracht ,gods1 ,cat4 ,racov4 qu4 #id-aij1 cf4 ,f4 ,socinus1 in ,bibl4 patr4 ,polon4 ,i #ghi sq41 ,crell1 de uno ,deo ,patre libri duo1 e4 a41 b ,trechsel1 ,protest4 ,antitrinitarier ,,ii #bba f4 #bcc f4 ,dit ,socinianisme verbreidde zich van ,polen naar ,duitschland1 ,nederland1 ,engeland en ,amerika1 vond in deze beide laatste landen tolken in ,john ,biddle1 ,nathanael ,lardner1 ,theoph4 ,lindsey1 ,joseph ,priestley1 stichter der ,unitarian ,society enz41 en ging in unitarisme over4 ,het ,socinianisme kon het supernaturalisme1 dat het eerst nog aannam1 op den duur niet handhaven2 ,jezus werd een gewoon mensch1 z het ook een voorbeeld van vroomheid en zedelkheid1 het ,christendom raakte geheel los van zn persoon4 ,zoo werd ook geleerd door het rationalisme1 ,wegscheider1 ,instit4 theol4 #ia4 ,de moderne theologie staat op hetzelfde standpunt4 ,en ,ritschl heeft zakelk niet anders gedaan dan het ,socinianisme vernieuwd4 ,jezus is een mensch geweest door ,god bekwaamd1 om het koninkrk der hemelen op aarde te stichten en is daarna verhoogd tot den rang van ,god en ,heer der gemeente4 ,in heel deze rationalistische beschouwing van de triniteitsleer is er natuurlk nog veel minder behoefte aan ,goddelke genade1 en daarom komt de ,h4 ,geest hierb nauwelks ter sprake2 zne ,godheid en meestentds ook zne persoonlkheid wordt ontkend4 #ac4 ,ook het ,sabellianisme kan optreden in verschillende vormen4 ,het heeft met het ,arianisme de loochening der drieheid in het ,goddelk wezen gemeen1 maar zoekt nu de eenheid ,gods te verkrgen1 niet door ,zoon en ,geest buiten ,gods wezen te plaatsen1 maar door beide er zoo in op te nemen1 dat alle onderscheid tusschen de drie personen verdwnt4 ,het onderscheid tusschen de personen ligt volgens de triniteitsleer der kerk in de personeele eigenschappen1 bepaaldelk in de eeuwige generatie4 ,worden deze geloochend1 dan komen de personen los naast elkander te staan en treedt het tritheisme op4 ,daarvan werden in de oudheid beschuldigd de monophysieten ,johannes ,askusnages en ,johannes ,philoponus1 ,baur1 ,,ii #ac f41 en in de middeleeuwen ,roscellinus1 cf4 ,anselmus1 de fide trinitatis et de incarnatione verbi4 ,later rees eene dergelke aanklacht tegen ,th4 ,sherlock1 omdat h in het ,goddelk wezen drie oneindige geesten aannam1 ,walch ,bibl4 theol4 sel4 ,i #igb2 voorts tegen ,roell1 omdat h de generatie bestreed1 ,examen v4 h4 ,ontw4 v4 ,toler4 ,v,i,i,ie ,sam4 bl4 #ajv4 ,moor1 ,i #gce4 #gfa-gga2 vervolgens ook tegen ,lampe en ,sibelius1 omdat z bezwaar hadden in de formule per communicationem essentiae1 ,moor1 ,i #gdd-gee4 ,ypey en ,dermout1 ,gesch4 der ,n4 ,h4 ,kerk ,,iii #bjb en aant4 #hdv4 ,archief v4 ,kerk4 ,gesch4 door ,kist en ,royaards ,,viii #daiv4 ,wordt daarb het wezen ,gods nog in platonisch-realistischen zin opgevat1 dan gaat het tritheisme over in tetradisme1 dat aan ,damianus van ,alexandrie werd te laste gelegd1 ,baur1 ,,ii #bi f4 ,wl echter zulk eene drieheid van individueele1 gescheiden wezens1 1 1 niet met de eenheid ,gods is overeen te brengen1 kan deze ook alzoo worden gehandhaafd dat ,vader1 ,zoon en ,geest dezelfde persoon en hetzelfde wezen zn2 dit patripassianisme werd in de tweede eeuw door ,praxeas geleerd4 ,of ook kan men met ,marcellus van ,ancyra en ,photinus van ,sirmium ,zoon en ,geest beschouwen als eigenschappen in ,god1 die slechts ten behoeve van schepping en herschepping van ,god uitgingen en zelfstandig1 persoonlk werden4 ,de ,logos was wel eeuwig als 2 de ,vader was nooit zonder ,logos1 h was 2 maar deze ,logos is eerst ,zoon1 geworden in den td2 ,god breidt zich uit in den td tot ,zoon en ,geest en keert dan weder in zichzelven terug1 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #ace-aej4 ,daaruit wordt dan vanzelf het modalistisch monarchianisme geboren1 dat in de drie personen slechts drie openbaringsmodi van het ne ,goddelke wezen ziet4 ,dit was de eigenlke leer van ,sabellius1 en later keert deze opvatting van het dogma der triniteit telkens terug4 ,van modalisme is ook de speculatie over de triniteit b ,erigena1 de div4 nat4 ,i #ac en b ,abaelard1 ,introd4 ad theol4 ,i #g niet vr4 ,maar duidelker komt dit te voorschn b de pantheistische secten in de ,middeleeuwen1 b ,joachim van ,floris1 ,amalrik van ,bena1 ,david van ,dinant1 die een tdperk des ,vaders1 des ,zoons en des ,geestes onderscheidden en het laatste nab achtten1 ,reuter1 ,gesch4 der relig4 ,aufkl4 im ,m4 ,a4 ,,ii #ahc-bdi4 ,in de ,hervormingseeuw kwam het anabaptisme in oppositie tegen de kerkelke triniteitsleer4 ,de waarachtige ,god is de ,god in ons1 deze is de wezenlke ,christus1 en het ,woord1 de ,geest in ons is de waarachtige ,god1 b4 v4 ,camillo b ,trechsel ,,ii #ie f4 ,david ,joris leerde1 dat ,god n was en zich achtereenvolgens als ,vader1 ,zoon en ,geest openbaarde in drie tdperken van geloof1 hoop en liefde1 die begonnen waren met ,mozes1 ,christus en hemzelven1 ,trechsel ,i #dd f4 ,cramer in ,ned4 ,archief v4 ,kerk4 ,gesch4 ,v #a-ade4 ,,vi #bhi-cfh4 ,maar vooral ,servet besteedde aan dit dogma al de kracht van zn denken2 in drie geschriften onderwierp h het in zn kerkelken vorm aan eene scherpe kritiek en trachtte het ook positief nieuw op te bouwen1 de trinitatis erroribus libri septem #aeca1 dialogorum de trinitate libri duo #aecb1 en ,christianismi restitutio #aeec4 ,servet heeft geen woorden1 scherp genoeg1 om de kerkelke triniteitsleer te veroordeelen4 ,z is in zne oogen tritheistisch1 atheistisch1 een tricipex monstrum1 tricipex cerberus1 tripartitus ,deus4 ,daartegenover gaat h uit van de stelling1 dat het ,goddelk wezen niet gedeeld kan worden1 en dat er daarom1 ter handhaving der ,godheid van ,christus en van den ,h4 ,geest1 geen personen maar alleen disposities1 apparities1 modi ,gods mogen aangenomen worden4 ,de ,vader is het gansche wezen ,gods1 de eenige ,god4 ,maar ,h bedient zich van den ,logos1 die reeds vr ,christus bestond1 echter niet als persoon doch als woord1 rede1 gedachte1 om zich in de schepping en onder het ,o4 ,test4 te openbaren en in ,christus mensch te worden4 ,de ,logos nam in ,christus niet de menschelke natuur aan maar werd in ,hem vleesch4 ,de mensch ,christus is daarom de waarachtige ,zoon ,gods1 ,god woont ten volle in ,hem4 ,en evenzoo is de ,h4 ,geest1 die niet reel van den ,logos onderscheiden maar in ,hem begrepen is1 de modus der zelfmededeeling ,gods4 ,door ,hem woont ,god in alle schepselen in en deelt ,h aan alle zn leven mede4 ,aan het einde van het proces houdt de triniteit weder op1 ,trechsel ,i #fe f4 #ajc f4 #abj f4 ,de gnostische en theosophische elementen1 die hier wederom in de triniteitsleer voor den dag kwamen1 namen straks b ,bhme1 ,zinzendorf en ,swedenborg nog toe4 ,b ,bhme is de triniteit het resultaat van een proces1 waarvan de donkere natuur1 het licht der idee en de wil in de ,godheid de grondslagen en de factoren zn1 ,claassen1 ,jakob ,bhme ,,ii #be f4 ,zinzendorf noemde zichzelf wel trinitariissimus maar ging toch eigenlk van een gnostisch ,godsbegrip uit4 ,god an sich was onbereikbaar1 verborgen1 ondoorgrondelk1 doch ,h openbaart zich in ,christus4 ,deze is de eigenlke ,schepper aller dingen1 de ,jehovah des ,o4 ,test41 die vleesch geworden is en het voorwerp is onzer aanbidding4 ,in ,hem wordt ook de triniteit openbaar1 echter niet met immanente verhoudingen van generatie1 spiratie enz41 maar als eene heilige familie4 ,de eerste persoon is de ,vader1 de ,h4 ,geest is de moeder1 ,christus is de ,zoon1 en in die familie wordt nu de enkele geloovige en de gemeente opgenomen als de bruid des ,zoons1 die evenals ,eva uit ,adams zde1 op gansch realistische wze uit de zde en het bloed van ,christus geschapen wordt1 ,plitt1 ,zinzendorffs ,theol4 ,i #baa f4 ,,ii #bd4 #acc f4 ,,iii #ad f4 ,nog sterker trad ,swedenborg tegen de triniteitsleer op4 ,h zag er evenals ,servet niets dan tritheisme in4 ,god is n1 maar ,h is in ,christus openbaar geworden als ,vader1 ,zoon en ,geest1 die zich verhouden als ziel1 lichaam en de van beide uitgaande werkzaamheid1 ,swedenborg1 ,die ware christl4 ,religion1 #bte ,aufl4 ,stuttgart #ahgc ,s4 #bda f4 ,deze theosophie heeft de triniteitsleer der nieuwe philosophie voorbereid4 ,in het stelsel van ,spinoza met zne ne onveranderlke substantie was er nog geen plaats voor4 ,b ,kant worden de drie personen vervangen door drie qualiteiten2 de ware godsdienst bestaat in het geloof aan ,god als heilig wetgever1 goed regeerder en rechtvaardig rechter1 ,rel4 innerhalb u4 s4 w4 #afh f4 ,schleiermacher oefende op het dogma der triniteit eene strenge kritiek1 en erkende er alleen dit ware in1 dat ,god met de menschheid is vereenigd1 zoowel in den persoon van ,christus als in den ,gemeingeist der ,kirche1 ,gl4 #agj-agb1 cf4 ook ,lipsius1 ,dogm4 #cfh1 ,schweizer1 ,chr4 ,gl4 #ajc f4 ,scholten1 ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii #bch4 ,volgens ,schelling en ,hegel bevatte het dogma eene diepe philosophische gedachte1 die z aldus vertolkten3 ,god is geest1 denken1 idee1 en het behoort dus tot zne natuur1 om zich voor te stellen1 te denken1 te objectiveeren4 ,de inhoud van dat denken kan echter geen gedachte zn zooals b den mensch1 maar moet realiteit wezen4 ,god brengt daarom denkende zichzelven voort1 objectiveert zich1 en wel in de wereld1 die de eigenlke ,zoon ,gods is1 en keert dan uit die ,selbstentusserung door het bewustzn der menschheid heen in den ,geest weder tot zichzelven terug1 ,schelling1 ,werke ,i #e ,s4 #bid4 ,i #f ,s4 #bh f4 ,i #g ,s4 #ef f4 ,hegel1 ,werke ,,xi #abj f4 #abi f4 ,,xii #aha f4 ,het groote verschil tusschen deze speculatie en de kerkelke triniteitsleer werd nu wel door ,strauss1 ,gl4 ,i #dib f4 ingezien4 ,maar desniettemin scheppen nog velen behagen in eene dergelke wsgeerige constructie1 ,biedermann1 #aei4 ,pfleiderer1 ,grundriss #abb4 ,anderen vergenoegen zich er mee1 om in de ne persoonlkheid ,gods drie potenties1 momenten1 krachten te onderscheiden1 ,schelling in zne latere periode1 ,rothe1 ,ethik #bc f4 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 #dch-ddf4 ,en eindelk brengen velen het niet verder dan tot eene openbaringstriniteit ,gods in natuur 7schepping71 geschiedenis 7,christus7 en geweten 7gemeente71 ,hase1 ,hutt4 ,rediv4 #gj4 de ,wette1 ,dogm4 #ga4 ,kaftan1 ,das ,wesen der chr4 ,rel4 #chh4 #ad4 ,de leer der triniteit is in de christelke religie het dogma en dus ook het mysterie b uitnemendheid4 ,zoodra de gegevens1 welke de ,h4 ,schrift voor haar biedt1 object werden van het theologisch denken1 ontwaakte de behoefte aan allerlei namen en uitdrukkingen1 welke in de ,h4 ,schrift niet voorkwamen1 en die toch onmisbaar bleken1 om de waarheid eenigermate1 z het ook ook gebrekkig1 weer te geven1 en tegen misvatting en bestrding te handhaven4 ,de ,arianen en vele richtingen in later td1 zooals de ,socinianen1 de ,anabaptisten1 de ,remonstranten1 de ,bbelsche theologen enz4 keuren het gebruik van zulke onschriftuurlke namen af4 ,maar de christelke theologie verdedigde steeds hun recht en hun waarde1 ,august41 de trin4 ,,vi #aj4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #bi art4 #c4 ,calvn1 ,inst4 ,i #ac1 #e4 ,moor ,i #gaj-gab4 ,m4 ,vitringa ,i #aia-aie4 ,gerhard1 ,loc4 ,,iii c4 #b4 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,ii #adi f4 ,de ,schrift is ons immers ook niet gegeven1 om eenvoudig nagesproken maar om nagedacht en in eigen taal te worden weergegeven2 ,jezus en de apostelen hebben haar alzoo gebruikt en door redeneering verdere gevolgtrekkingen uit haar afgeleid2 de ,schrift is geen wetboek en ook geen dogmatiek maar het principium der theologie2 als woord ,gods bindt z niet alleen in haar letterlke woorden maar ook in hetgeen wettig uit haar afgeleid wordt1 cf4 deel ,i #ebh4 ,voorts is er geen nadenken over de waarheid der ,schrift en dus geen enkele theologische werkzaamheid mogelk1 zonder van zulke woorden1 die niet in de ,schrift voorkomen1 gebruik te maken4 ,niet alleen in de triniteitsleer1 maar ook b elk ander dogma en in heel de theologie worden uitdrukkingen en termen gebezigd1 die in de ,schrift niet te vinden zn4 ,met deze namen is dus de zelfstandigheid van den ,christen1 het recht der theologie gemoeid4 ,en eindelk dienen deze niet1 om nieuwe dogmata buiten de ,schrift om of in strd met haar in te voeren1 maar juist om de waarheid der ,schrift tegen de ketter te handhaven4 ,ze hebben veel meer negatieve dan positieve beteekenis4 ,z wzen de lnen aan1 binnen welke het christelk denken zich te bewegen heeft1 om niet de waarheid der openbaring onder de handen te verliezen4 ,onder den schn van ,schriftuurlkheid is de ,bbelsche theologie altd verder van de ,schrift afgedwaald2 en met hare niet-bbelsche termen is de kerkelke orthodoxie altd weer in haar ,schriftuurlk karakter gerechtvaardigd4 ,zoo kwamen ook in de leer der triniteit allengs allerlei ongewone namen op1 zooals 1 1 1 1 1 1 1 unitas1 trinitas1 substantia1 personae1 nomina1 gradus1 species1 formae1 proprietates enz4 ,de beteekenis dezer termen stond echter eerst lang niet vast4 ,het woord werd wel gewoonlk van het ne wezen ,gods gebezigd1 maar diende toch b ,origenes1 ,athanasius1 ,gregorius ,nyss4 nog dikwerf1 om de drie personen in dat ne wezen aan te duiden4 ,athanasius verdedigde zich tegen het ,sabellianisme uitdrukkelk daarmede1 dat h den ,zoon niet maar met den ,vader noemt1 ,expos4 fid4 c4 #b4 ,evenzoo werd het woord nu eens van het wezen1 dan weer van de drie personen gebruikt2 en men zeide dus nu eens dat er maar ne en dan weer1 dat er drie in ,god waren4 ,maar het ,sabellianisme zag in de personen slechts openbaringsvormen van het ne wezen4 ,daartegenover moest de kerk er nadruk op leggen1 dat die personen werkelk bestaande zelfstandigheden waren in het ,goddelk wezen4 ,en daarvoor werd de naam gebruikt4 ,basilius in zn brief bracht hierin meer gelkmatigheid1 door het wezen ,gods met en de drie personen met of aan te duiden2 elke heeft dus eigen bestaan1 1 is 1 en is door 1 1 1 1 1 1 van de andere onderscheiden4 ,en hierb sluit het spraakgebruik van de beide ,gregoriussen en voorts van ,joh4 ,damascenus en van de grieksche theologie en kerk zich aan4 ,petavius1 de trin4 ,v c4 #a sq4 ,schwane1 ,dogmengesch4 ,,ii #ii4 #aea f4 ,dorner1 ,entw4 ,i #iad f4 ,harnack1 ,,ii #beb4 ,hatch1 ,griech4 u4 ,christ41 deutsch von ,preuschen #ahib ,s4 #bjj f4 ,in het ,westen was de verwarring niet zoo groot4 ,door ,tertullianus was de term essentia of substantia voor het wezen en de naam persona of subsistentia voor de personen vastgesteld4 ,latere kerkleeraars en symbolen namen dit spraakgebruik over4 ,hilarius in zn werk de trinitate spreekt constant van una essentia1 substantia1 natura1 genus en van tres personae1 die door proprietates van elkander onderscheiden zn4 ,augustinus keurde het af1 om het grieksche door substantia weer te geven4 ,substantia en essentia liet zich in het latn niet zoo onderscheiden als en in het grieksch4 ,men kon in het latn niet spreken van una essentia en tres substantiae4 ,veeleer was substantia gelk het grieksche 1 en essentia klonk in de latnsche ooren altd nog vreemd en ongewoon4 ,het latn behield daarom de uitdrukking una substantia en tres personae4 ,toch werd het woord substantia door ,augustinus liefst geheel vermeden1 zoowel voor het wezen als voor de personen4 ,want substantia duidde in het latn1 in onderscheiding van accidens1 den drager der eigenschappen aan als bestaande in zich zelven4 ,omdat die tegenstelling in ,god niet vallen kan1 daar wezen en eigenschappen in ,hem n zn1 achtte ,augustinus het beter1 om het ,goddelk wezen als essentia aan te duiden1 de trin4 ,v #h4 ,,vii #d4 ,en gelk in het ,oosten noodig was om tegenover het ,sabellianisme op de zelfstandigheid1 de 1 der drie personen nadruk te leggen1 zoo hielden de ,latnen tegenover het ,arianisme vast1 dat de drie personen geen drie substantiae1 maar drie personae waren4 ,de ,scholastiek breidde deze terminologie nog uit en gaf een vast schema1 dat later algemeen1 ook in de theologie der ,reformatie1 overgenomen werd4 ,in ,god is n wezen1 una essentia1 unitas naturae1 en drie personen1 tres personae1 trinitas personarum4 ,deze drie personen zn in dat wezen n1 1 coessentiales1 en bestaan wederkeerig in elkander1 1 circumincessio personarum4 ,maar z zn onderscheiden4 ,want er zn in ,god duae emanationes3 per modum naturae en per modum voluntatis2 tres hypostases3 ,pater1 ,filius1 ,spiritus ,s42 quatuor relationes3 paternitas1 filiatio1 spiratio activa en passiva2 quinque notiones3 innascibilitas1 paternitas1 filiatio1 spiratio activa en passiva2 tres proprietates personales3 ,pater1 qui est ingenitus1 ,filius1 qui est genitus1 ,spiritus ,sanctus1 qui est spiratus1 ,bonaventura1 ,brevil4 ,i c4 #c4 #d cf4 ,anselmus1 ,monol4 c4 #bi sq4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #bb sq4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bg-cb enz4 #ae4 ,om de leer der triniteit wel te verstaan1 dienen drie vragen beantwoord3 wat geeft het woord wezen te kennen8 wat wordt er met het woord persoon aangeduid8 ,en welke is de verhouding tusschen wezen en persoon en tusschen de personen onderling8 ,wat het begrip wezen aangaat1 ,aristoteles omschreef als eene substantie1 ' 1 o 4 ,en zoo werd het woord ook eerst in de theologie gebruikt en op de drie personen zoowel als op het ne wezen toegepast4 ,maar allengs werd in een anderen zin gebezigd en werd het de aanduiding van het wezen1 de natuur1 de essentia van een ding1 wat ,aristoteles genoemd had 4 ,zoo werd het synoniem met 4 ,sommigen achtten dit woord1 wl afkomstig van 1 evenals natura van nasci1 minder geschikt om het wezen ,gods aan te duiden1 ,greg4 ,naz4 ad ,evagr41 ,dionys4 de div4 nom4 c4 #b4 ,maar dit woord werd toch ingeburgerd in de theologie evenals het woord natuur1 en vond steun in #b ,petr4 #a3d4 1 1 substantia1 essentia1 natura werd de constante naam voor het ne wezen ,gods1 de ,godheid in het algemeen1 afgedacht van hare 1 subsistentia en van hare 1 modi subsistendi1 dus voor de ,goddelke natuur1 gelk z aan alle drie personen gemeenschappelk is4 ,dit wezen ,gods is n en eenvoudig1 essentieel onderscheiden van alle creaturen en in 't bezit van al die eigenschappen1 welke vroeger behandeld zn4 ,de onderscheiding tusschen dit wezen en de drie personen in ,god vindt hare analogie in de schepselen4 ,b deze maken w onderscheid tusschen het wezen en de individuen4 ,paulus1 ,johannes1 ,petrus zn allen dezelfde menschelke natuur deelachtig maar zn als personen van het wezen en van elkander onderscheiden1 ,basilius1 ,epist4 #dc4 ,maar er dreigt hier aanstonds een dubbel gevaar4 ,het nominalisme vat het wezen1 het algemeene slechts op als een naam1 een begrip en komt in de leer der triniteit dus tot tritheisme2 het excessieve realisme denkt b het wezen aan eene achter en boven de personen staande zelfstandigheid en komt dus tot tetradisme of sabellianisme4 ,zelfs ,gregorius van ,nyssa overwon dit overdreven realisme niet geheel4 ,ten betooge1 dat de ,godheid ne is en er niet van drie ,goden gesproken mocht worden1 ontkende h de toepasselkheid van het getal ook op eindige schepselen4 ,het was volgens hem een misbruik1 om van hen1 die ne natuur deelachtig zn1 in het meervoud en dus van vele menschen te spreken1 ad ,ablabium1 cf4 ,petavius1 de trin4 ,,iv c4 #i4 ,schwane ,,ii #aef f4 ,dorner1 ,entw4 ,i #iaf f4 ,zoo wordt echter het onderscheid tusschen het wezen in ,god en in de schepselen over het hoofd gezien4 ,er is zonder twfel analogie1 en vanwege die analogie mogen w ook b ,god van zn wezen spreken4 ,maar die analogie onderstelt toch tegelk een zeer belangrk verschil4 ,het begrip van het wezen des menschen is een soortbegrip2 de menschelke natuur heeft wel reel bestaan en is geen flatus vocis1 z is aanwezig wel niet buiten en boven de menschen1 maar toch in iederen mensch4 ,doch z bestaat in ieder mensch op eene eigene1 eindige wze2 de menschen zn evenals de goden in het polytheisme wel - maar niet - of 4 ,de menschelke natuur is in de verschillende menschen niet tota en niet numero eadem2 en de menschen zn daarom niet alleen distincti maar ook divisi4 ,in ,god is dat alles anders4 ,de ,goddelke natuur is niet te denken als een abstract soortbegrip en evenmin als eene substantia buiten1 boven1 achter de personen2 z bestaat in de personen en in elk van deze tota en numero eadem4 ,de personen zn dus wel distincti maar niet divisi4 ,z zn -1 -1 4 ,z zn door geen plaats of td of wat ook gescheiden4 ,allen zn ze dezelfde ,goddelke natuur en volmaaktheden deelachtig4 ,het is ne en dezelfde ,godheid1 die in de drie personen1 in allen en in elk in 't bzonder bestaat1 zoodat er in ,god maar n ,eeuwige1 n ,almachtige1 n ,alwetende is1 n ,god met n verstand1 n wil1 ne macht1 ,symb4 ,athan4 n4 #i-ah4 ,het woord wezen handhaaft dus de waarheid1 die in de ,schrift steeds op den voorgrond wordt geplaatst1 in het monotheisme ligt opgesloten en ook door het unitarisme verdedigd wordt4 ,welke onderscheidingen er in het ,goddelk wezen ook mogen bestaan1 z mogen en kunnen niet tekort doen aan de eenheid der natuur4 ,want in ,god is de eenheid niet gebrekkig en beperkt maar volmaakt en absoluut4 ,onder schepselen sluit alle verscheidenheid uit den aard der zaak ook minder of meer scheiding en verdeeling in4 ,al wat creatuur is1 bestaat noodzakelk in de vormen van ruimte en td en dus naast en na elkaar4 ,maar de eeuwigheid1 de alomtegenwoordigheid1 de almacht1 de goedheid enz4 sluiten krachtens heur aard alle scheiding en deeling uit4 ,god is absolute eenheid en eenvoudigheid1 zonder samenstelling of verdeeling1 en die eenheid is zelve niet ethisch1 niet contractueel van aard1 gelk onder menschen1 maar volstrekt1 en dus geen accidens aan het wezen1 maar met het wezen ,gods zelf n4 #af4 ,maar nu ligt de heerlkheid van de beldenis der triniteit juist hierin1 dat die eenheid1 hoe absoluut ook1 verscheidenheid niet uit- maar insluit4 ,het wezen ,gods is geen abstracte eenheid1 geen afgetrokken begrip1 maar een volheid van zn1 een oneindige rkdom van leven1 die in de verscheidenheid juist de hoogste eenheid ontvouwt4 ,die zelfonderscheidingen1 welke de ,h4 ,schrift nu onder den naam van ,vader1 ,zoon en ,geest in het ,goddelk wezen ons kennen doet1 worden in de theologie aangeduid met het woord persoon4 ,in het ,oosten bezigde men daarvoor eerst 1 correspondeerende aan het hebr4 1 aangezicht1 uiterlke verschning1 rol4 ,maar dit woord was voor misverstand vatbaar2 ,sabellius zeide1 dat de ne ,goddelke of verschillende aannam4 ,daartegenover betoogden de kerkvaders1 dat de drie in het ,goddelk wezen niet maar verschningen1 openbaringsvormen1 doch dat z waren1 dat z bestonden 4 ,zoo werd het woord door 1 vervangen1 welk woord eerst grondslag1 onderbouw1 vastheid beteekent1 en dan datgene aanduidt1 wat werkelk en niet maar in schn bestaat1 of ook datgene1 wat in zichzelf bestaat in onderscheiding van accidentia1 die inhaereeren in iets anders1 cf4 ook #b ,cor4 #i3d1 #aa3ag1 ,hebr4 #a3c1 #c3ad1 #aa3a en ,cremer s4 v4 ,in het latn bezigde men het woord persona1 dat eerst het masker1 dan de rol van een acteur aanduidde1 daarna de conditio1 qualitas1 status1 waarin iemand optreedt en zoo in de rechtstaal het jus standi in judicio te kennen gaf4 ,dit begrip was dus ook vr zwevend1 en b ,tertullianus wisselt het nog met allerlei andere woorden af1 nomen1 species1 forma1 gradus1 res4 ,toch bleef dit woord in het latn behouden1 ook toen in het ,oosten reeds door vervangen was2 want het woord was in het latn door geen geschikt woord weer te geven2 substantia kon men niet bezigen1 omdat dit al voor het wezen in gebruik was4 ,maar dit verschil in uitdrukking gaf herhaaldelk tusschen het ,oosten en het ,westen aanleiding tot misverstand4 ,de ,grieken dachten b het latnsche persona aan hun woord 1 en de ,latnen verstonden het grieksche in den zin van hun substantia4 ,over en weer verweet men elkaar de armoede der taal4 ,toch leerde men zakelk geheel hetzelfde1 nl4 dat de drie personen geen modi maar zelfstandigheden waren4 ,zoo kreeg dus het woord 1 persona in de kerkelke taal tot wezenlk kenmerk de zelfstandigheid1 1 subsistentia1 subsistens1 suppositum4 ,dezen zin heeft het woord nog b ,athanasius en de ,cappadocirs4 ,maar later kreeg het woord persona er nog een karaktertrek b4 ,als persona toch niets aanduidde dan 1 het in zichzelf bestaande1 tegenover accidens1 dan kon het ook wel van zaken gebezigd worden4 ,in den christologischen strd werd men tegenover ,nestorianisme en ,monophysitisme gedrongen tot nog scherper bepaling van natuur en persoon2 en zoo kwam toen1 in het aan ,boethius toegeschreven de duabus naturis et una persona ,christi1 de definitie van persona op als naturae rationabilis individua substantia4 ,het woord drukte nu tweerlei uit3 zelfstandigheid en redelkheid of zelfbewustheid4 ,deze beteekenis heeft het in de scholastiek1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #bc cf4 #be1 #bf4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #bi4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #bc qu4 #a en dist4 #be1 en voorts ook in de oudere ,roomsche1 ,luth4 en ,geref4 dogmatiek1 ,petavius1 de trin4 ,,iv c4 #i4 ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 ,s4 #ij f4 ,beza1 ,tract4 theol4 ,i #fdf4 ,zanchius1 ,op4 ,i #ac4 ,maresius1 ,syst4 theol4 ,,iii #g4 ,synopsis pur4 theol4 ,,vii #h enz4 ,eerst sedert de vorige eeuw kwam de bepaling op1 dat het wezen der persoonlkheid ligt1 niet in het in zichzelf bestaan1 maar in zelfbewustzn en zelfbepaling4 ,deze definitie moge nu voor de menschelke persoonlkheid juist zn1 hoewel ze ook dan nog aan bedenking onderhevig is1 maar z is in elk geval geen juiste omschrving van het woord persoon in de leer der triniteit4 ,hier toegepast1 zou z leiden tot tritheisme1 d4 i4 tot drie persoonlkheden1 ieder met een afzonderlk zelfbewustzn en zelfbepaling4 ,zelfs de definitie van ,boethius past veelmeer in de leer van ,christus dan in die der triniteit4 ,en dat is ook telkens gevoeld4 ,richard van ,st4 ,victor bestreed ze1 omdat ze sprak van individua substantia en omschreef persoon daarom als divinae naturae incommunicabilis existentia1 de trin4 ,,iv #ba4 ,calvn sprak alleen van subsistentia in ,dei essentia1 ,inst4 ,i #ac1 #f1 cf4 ,alting1 ,theol4 probl4 nova ,,iii qu4 #ca4 ,en allen erkenden de waarheid van het woord van ,augustinus3 w spreken van personen1 non ut illud diceretur1 sed ne taceretur1 de trin4 ,v #i4 ,,vi #aj1 cf4 ,anselmus1 ,monol4 c4 #cg1 #ch4 ,calvn1 ,inst4 ,i #ac1 #b-d1 en voorts ,braun1 ,der ,begriff ,person in seiner ,anwendung auf ,trinitt und ,incarnation1 ,mainz #ahif4 ,persoon duidt in het dogma der triniteit niets anders aan1 dan dat de drie personen in het ,goddelk wezen geen modi zn maar elk op eigene wze bestaan4 ,zelfs op het redelke en zelfbewuste in dit begrip valt de nadruk volstrekt niet2 want dit vloeit vanzelf daaruit voort1 dat z des zelfden wezens en alle deugden1 dus ook de kennis en wsheid deelachtig zn4 ,wat echter in het woord persoon wordt uitgedrukt1 is dat de eenheid des ,goddelken wezens zich ontplooit in een drievoudig bestaan4 ,het is eene unitas1 ex semetipsa derivans trinitatem4 ,de personen zn geen drie openbaringsmodi van de ne ,goddelke persoonlkheid1 maar het ,goddelk wezen bestaat niet anders dan als driepersoonlk1 juist omdat z absolute1 ,goddelke persoonlkheid is4 ,in den mensch hebben w daarvan slechts eene zwakke analogie4 ,persoonlkheid b menschen komt alleen daardoor tot stand1 dat er een subject is dat zichzelf als object tegenover zich stelt en zich met zichzelf weer samenvat2 drie momenten constitueeren het wezen der menschelke persoonlkheid1 maar b ons zn dat slechts momenten2 in ,god zn het1 wl er in ,hem geen td of ruimte1 geen uitbreiding en geen deeling is1 drie 1 drie bestaanswzen van het ne en zelfde wezen4 ,deze analogie van de menschelke persoonlkheid moet echter nog op eene andere wze worden aangevuld4 ,de menschelke natuur is te rk1 om in n enkel mensch of persoon te worden belichaamd1 z breidt daarom in vele menschen zich uit en komt eerst in de menschheid tot haar volle ontplooiing4 ,zoo ook ontplooit het ,goddelk wezen zne volheid in drie personen2 maar deze zn geen drie individuen naast en gescheiden van elkaar1 maar in en binnen het ,goddelk wezen de drievoudige zelfonderscheiding1 welke de ontplooiing des wezens in de persoonlkheid opneemt en deze alzoo driepersoonlk maakt4 ,de ontvouwing der menschelke natuur is van tweerlei aard2 in den enkelen mensch tot persoonlkheid en in de menschheid tot vele individuen1 die saam ook weer een eenheid1 eene persoonlkheid vormen gelk ,christus met de gemeente n volkomen man is1 #a ,cor4 #ab3ab1 ,ef4 #d3ac4 ,deze dubbele ontvouwing1 die in de menschheid geen andere zn kan1 is in ,god ne2 de ontplooiing van zn wezen tot persoonlkheid valt saam met die van zn wezen tot personen4 ,de drie personen zn de in en uit en door en binnen het wezen tot volkomene zelfontvouwing gebrachte ne ,goddelke persoonlkheid4 #ag4 ,hieruit is af te leiden1 in welken zin de derde bovengenoemde vraag naar de verhouding van wezen en persoon en van de personen onderling beantwoord moet worden4 ,b ,tertullianus zn de drie personen unius substantiae1 unius status1 unius potestatis sed unus ,deus2 z zn drie non statu sed gradu1 unum1 niet unus2 z zn unus ,deus1 ex quo et gradus isti et formae et species in nomine ,patris1 ,filii et ,spiritus ,sancti deputantur4 ,er is distinctio1 distributio1 geen diversitas en divisio4 ,athanasius en de ,cappadocirs omschreven de als 1 en gaven daarmede te kennen1 dat z1 n in wezen1 toch elk een eigen existentia hadden en in wze van bestaan verschilden4 ,het onderscheid tusschen wezen en persoon en de personen onderling lag dus in de wederkeerige verhouding1 1 in het ,vader-1 ,zoon- en ,geestzn1 in de eigenschappen van 771 77 en 774 ,breeder werd dit uitgewerkt door ,augustinus4 ,h leidt de trinitas niet af uit den ,vader maar uit de eenheid1 uit de deitas en acht ze niet toevallig1 maar wezenlk aan ,god eigen4 ,het behoort tot zn wezen1 drieenig te zn4 ,in zoover is het persoon-zn met het wezen zelf identisch4 ,non enim aliud est ,deo esse1 aliud personam esse sed omnino idem1 de trin4 ,,vii #f4 ,indien toch het zn aan ,god toekwam in absoluten en het persoon-zn in relatieven zin1 dan zouden de drie personen niet n wezen kunnen zn4 ,elk persoon is daarom gelk aan het gansche wezen en evenveel als de beide andere of als alle drie saam4 ,b schepselen is dit niet zoo4 ,en mensch is niet zooveel als drie menschen4 ,at in ,deo non ita est2 non enim major essentia est ,pater et ,filius et ,spiritus ,sanctus simul quam solus ,pater aut solus ,filius1 sed tres simul illae substantiae sive personae1 si ita dicendae sunt1 aequales sunt singulis1 de trin4 ,,vii #f4 ,in summa trinitate tantum est una quantum tres simul sunt nec plus aliquid sunt duae quam una1 et in se infinita sunt4 ,ita et singula sunt in singulis et omnia in singulis et singula in omnibus et omnia in omnibus et unum omnia1 ib4 ,,vi #aj4 ,ipsa trinitas tam magnum est1 quam unaquaeque ibi persona1 ib4 ,,viii #a4 ,daarom kan het onderscheid tusschen wezen en persoon en personen onderling niet liggen in eenige substantie1 maar alleen in de onderlinge relaties4 ,quidquid ergo ad seipsum dicitur ,deus1 et de singulis personis singulariter dicitur1 id est1 de ,patre et ,filio et ,spiritu ,sancto1 et simul de ipsa trinitate non pluraliter sed singulariter dicitur1 de trin4 ,v #h4 ,quidquid autem proprie singula in eadem trinitate dicuntur1 nullo modo ad seipsa sed ad invicem1 aut ad creaturam dicuntur et ideo relative1 non substantialiter ea dici manifestum est1 ib4 c4 #aa4 ,en dienovereenkomstig zeide de latere theologie1 dat wezen en persoon niet re maar ratione verschilden1 echter niet ratione ratiocinante1 d4 i4 rationaliter1 nominaliter1 gelk ,sabellius meende1 maar ratione ratiocinata4 ,het onderscheid bestond niet in eenige substantie doch alleen in relatie1 maar dit onderscheid was dan toch werkelk1 objectief1 in ,gods openbaring gegrond4 ,wezen en persoon verschillen niet re maar toch realiter2 het verschil bestaat in een modus subsistendi maar is toch een reel verschil4 ,de persoon is eene bestaanswze van het wezen2 en de personen onderling verschillen dus1 gelk de eene bestaanswze van de andere1 of naar het gewone voorbeeld1 gelk de opene van de geslotene hand verschilt1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #bh sq4 ,petavius1 de trin4 ,,iv c4 #aj4 #aa4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorz4 ,i #cej f4 ,calvn1 ,inst4 ,i #ac1 #f4 #af-bj4 ,zanchius1 ,op4 ,i #ba sq4 ,moor ,i #gac sq4 ,turretinus1 ,th4 ,el4 ,,iii qu4 #bg enz4 ,indien dit onderscheid van wezen en persoon en van personen onderling in een enkel woord moet worden aangegeven1 is er inderdaad niet veel meer van te zeggen4 ,maar duidelker wordt dit onderscheid toch1 als w de relatin zelve indenken1 waardoor het in het ,goddelk wezen tot stand komt4 ,ofschoon de ,h4 ,schrift streng monotheistisch is1 kent z aan ,zoon en ,geest toch ,goddelke natuur en volmaaktheden toe en plaatst hen met den ,vader op ne ln4 ,vader1 ,zoon en ,geest zn alzoo onderscheidene subjecten in het ne en zelfde ,goddelke wezen4 ,en als zoodanig dragen z dan ook verschillende namen1 hebben z bzondere personeele eigenschappen en treden z altd op in eene zekere vaste orde1 zoowel ad intra als ad extra4 ,het onderscheid der personen ligt dus geheel en al in de zoogenaamde 1 1 proprietates1 personeele eigenschappen1 nl4 paternitas 71 innascibilitas71 generatio activa1 spiratio activa1 filiatio 7generatio passiva en spiratio activa71 processio 7spiratio passiva74 ,deze voegen nu uit den aard der zaak niets nieuws1 geen nieuwe substantie aan het wezen toe4 ,een mensch1 die vader wordt1 verandert niet van wezen maar treedt alleen op in eene tot dusver hem vreemde relatie4 ,het wezen ,gods is van het ,vader-zn1 het ,zoon-zn en het ,geest-zn niet zakelk1 substantieel maar alleen ratione1 relatione onderscheiden4 ,het ne en zelfde wezen is en heet ,vader1 wanneer het gedacht wordt in zne relatie tot datzelfde wezen in de relatie des ,zoons4 ,en de personen onderling verschillen dus alleen daarin1 dat de een ,vader1 de ander ,zoon en de derde ,geest is4 ,onder menschen vinden w hiervan slechts eene zwakke gelkenis1 maar die toch tot opheldering dienen kan4 ,onder menschen is het vaderschap en zoonschap ook wel niets dan eene relatie1 doch die relatie onderstelt een persoonlk1 individueel subject1 dat van die relatie de drager is1 maar overigens nog buiten dat vaderschap en zoonschap op allerlei wze bestaat4 ,het vaderschap is maar eene toevallige eigenschap van het mensch-zn2 sommige menschen worden nooit vader2 wie het wordt1 is het langen td niet geweest en houdt het ook weer langzamerhand op te zn enz4 ,het mensch-zn gaat dus in het vaderschap of zoonschap lang niet op4 ,zoo is het echter niet in het ,goddelk wezen4 ,het ,god-zn valt volkomen met het persoon-zn samen4 ,quemadmodum hoc illi est esse1 quod ,deum esse1 quod magnum1 quod bonum esse1 ita hoc illi est esse1 quod personam esse1 ,aug4 de trin4 ,,vii #f4 ,het ,goddelk wezen gaat dus1 om zoo te zeggen1 b elk der drie personen in het ,vader-1 ,zoon- en ,geest-zn volkomen op4 ,de paternitas1 filiatio en processio zn geen bkomende eigenschappen b het wezen1 maar de eeuwige bestaansvormen van1 de eeuwige1 immanente relatin in het wezen4 ,b menschen valt de ontplooiing der ne menschelke natuur uiteen2 ze geschiedt deels in den enkelen mensch1 doordat h wordt tot persoonlkheid2 ze heeft voorts plaats in de menschheid1 wier leden alle de menschelke natuur op eene bzondere wze representeeren2 ze komt eindelk ook tot stand in de geslachts- en verwantschapsrelatin1 die ook telkenmale eene zde van de menschelke natuur ons kennen doen4 ,in de menschen valt deze drievoudige ontplooiing der natuur uiteen in ruimte en td2 z is wezenlk uitbreiding4 ,in ,god echter is er geen scheiding of deeling4 ,de ontplooiing van zn wezen tot persoonlkheid neemt die van zn wezen tot personen en tevens die van zn wezen tot de immanente relatin1 welke door de namen ,vader1 ,zoon en ,geest worden uitgedrukt ineens1 terstond1 absoluut1 volkomen in zich op4 ,zoo is ,god de archetype van den mensch2 wat in de menschheid uiteenvalt1 naast elkaar ligt1 uiteengespreid wordt in de vormen van ruimte en td1 dat is in ,god eeuwig en eenvoudig aanwezig4 ,de processiones in zn wezen brengen tegelkertd in ,god zne absolute persoonlkheid1 zne drievuldigheid en zne immanente relatin tot stand4 ,z zn de absolute archetypen van al die processiones1 waardoor in den enkelen mensch1 in het gezin en in de menschheid de menschelke natuur tot haar volledige ontvouwing komt4 ,daarom zn de drie personen wel elk een ander1 alius1 maar niet aliud2 de drieheid is uit en in en tot de eenheid2 de ontvouwing des wezens heeft plaats binnen het wezen en doet dus aan de eenheid en eenvoudigheid des wezens niet te kort4 ,voorts zn de drie personen1 schoon niet aliud1 toch wel alii1 onderscheidene subjecten1 1 subsistentiae1 die juist daardoor het wezen ,gods in het wezen zelf tot absolute ontvouwing brengen4 ,en eindelk zn die drie personen onderling door generatie en spiratie op absolute wze elkander verwant2 hun onderscheidenheid als subjecten valt met hun immanente verwantschapsrelatin volkomen saam4 ,de ,vader is enkel en eeuwig ,vader1 de ,zoon is enkel en eeuwig ,zoon1 de ,geest is enkel en eeuwig ,geest4 ,en omdat ze elk zichzelf zn op eenvoudige1 eeuwige1 absolute wze1 daarom is de ,vader ,god en de ,zoon is ,god en de ,h4 ,geest is ,god4 ,de ,vader is het als ,vader1 de ,zoon als ,zoon1 de ,h4 ,geest als ,h4 ,geest4 ,en wl z alle drie ,god zn1 zn z ne ,goddelke natuur deelachtig1 en is er dus n ,god1 ,vader1 ,zoon en ,h4 ,geest1 die te przen is tot in eeuwigheid4 #ah4 ,nadat alzoo de leer der triniteit in het algemeen is uiteengezet1 dienen thans de drie personen afzonderlk te worden besproken4 ,de eerste persoon is de ,vader en zne personeele eigenschap is de paternitas of ook de 4 ,in den ariaanschen strd speelde dit woord eene groote rol4 ,het werd uit het gewoon grieksch overgenomen4 ,plato noemde de ideen 2 ,aristoteles noemde zoo de stof2 de ,gnostieken spraken van ,god als 1 ingenitum1 ,iren4 adv4 haer4 ,i #a4 ,van hen namen ,paulus van ,samosata en de ,arianen1 ,atius en ,eunomius dit spraakgebruik over1 om daarmede de homoousie van den ,zoon en den ,geest met den ,vader te bestrden4 ,de drukte1 in tegenstelling met alle schepsel1 ,gods eigenlk wezen uit4 ,de ,zoon echter is niet 2 ,h heet in de ,schrift en ook de orthodoxie noemt ,hem gegenereerd2 dus kan ,h niet ,god1 maar moet ,h een schepsel wezen2 w mogen niet 1 d4 i4 aannemen1 ,athanasius1 c4 ,ar4 ,i #ca sq4 de decr4 nic4 syn4 #bh sq4 ,basilius1 adv4 ,eunom4 ,,ii #be sq4 enz4 ,nu bestaan er echter in het grieksch twee woorden3 a4 v4 1 gignere1 generare en a4 v4 1 fieri2 het laatste is veel ruimer dan het eerste en duidt alles aan wat voortgebracht wordt en een begin heeft van bestaan1 hetz door schepping1 generatie of voortplanting4 ,deze beide woorden werden eerst nog niet altd duidelk onderscheiden2 men wees er alleen op1 dat het woord of in verschillenden zin kon gebezigd worden en in den eenen zin niet en in den anderen zin wel op den ,zoon kon toegepast worden4 ,maar langzamerhand werd het gebruik1 om tusschen beide woorden onderscheid te maken4 ,alle drie personen konden dan in tegenstelling met alle schepsel1 heeten2 geen hunner was voortgebracht op de wze der creaturen2 geen1 hunner had een begin van bestaan4 ,de agenesie was eene eigenschap van het ,goddelk wezen en aan alle drie personen gemeen4 ,maar daarvan moest de onderscheiden worden4 ,deze was eene eigenschap van den ,vader alleen4 ,de ,zoon kon heeten1 niet omdat ,h als een schepsel in den td was1 voortgebracht maar wl ,h van eeuwigheid uit het wezen des ,vaders was gegenereerd1 cf4 ,athan41 ,basil4 ,gregor4 t4 a4 p4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i c4 #h4 ,augustinus1 de trin4 ,v c4 #c4 ,petavius1 de trin4 ,v c4 #a-c4 ,suicerus1 s4 v4 ,maar de kerkvaders merkten er tegelk b op1 dat deze eigenschap1 nl4 de 1 bepaaldelk aan den persoon en niet aan het wezen toekwam4 ,het wezen is in de drie personen n en hetzelfde1 maar de agennesie is eene relatie in het wezen4 ,gelk ,adam en ,eva en ,abel hetzelfde wezen deelachtig zn1 ofschoon ze dat op verschillende wze ontvingen1 zoo is ook in ,god het wezen n1 schoon dit in de drie personen op verschillende wze bestaat1 ,athan4 de decr4 nic4 ,syn4 #h4 ,gregor4 ,naz4 ,orat4 theol4 ,v4 ,daarb komt nog1 dat de naam negatief is en alleen zegt1 dat de ,vader boven generatie verheven is1 maar h zegt niets positiefs aangaande ,gods natuur2 eigenlk is h dus ook geen aanduiding van den persoon des ,vaders1 want het esse en het ,vader-zn is volstrekt niet hetzelfde1 ,basilius1 adv4 ,eun4 ,i #i4 #ae4 ,greg4 ,naz4 ,orat4 theol4 ,,iii4 ,august4 de trin4 ,v #e4 ,daarom is de naam van ,vader te verkiezen boven dien van 1 ,basilius1 adv4 ,eun4 ,i #e4 ,de ,schriftuurlke naam van ,vader duidt veel beter dan die van de personeele eigenschap van den eersten persoon aan4 ,in de paternitas ligt eene positieve relatie opgesloten tot den tweeden persoon4 ,de naam ,vader is ,gode nog meer eigen dan de naam van ,god1 want deze laatste is een algemeene naam1 een nomen dignitatis1 maar de ,vadernaam in het ,n4 ,t4 is evenals die van ,ihvh in het ,o4 ,t4 een nomen proprium1 aanduiding van eene personeele eigenschap ,gods4 ,wie ,gode den ,vadernaam ontzegt1 doet ,hem nog grooter oneer aan1 dan wie zne schepping ontkent4 ,deze ,vadernaam is dan ook geen overdrachtelke spreekwze van menschen op ,god overgebracht4 ,veeleer is de verhouding omgekeerd4 ,het vaderschap op aarde is eene verre1 zwakke gelkenis van het ,vaderschap ,gods1 ,ef4 #c3ae4 ,god is ,vader in waarachtigen en volkomenen zin4 ,onder menschen is een vader ook weer zoon van een ander en een zoon op zn beurt ook weer vader2 onder menschen is een vader alleen niet in staat1 om een zoon voort te brengen2 onder menschen is het vaderschap tdelk en in zekeren zin toevallig1 niet wezenlk met het mensch-zn verbonden2 het begint eerst laat en het houdt spoedig1 in elk geval b den dood1 weer op4 ,maar in ,god is dat gansch anders4 ,h is enkel en louter en geheel ,vader2 ,h is alleen ,vader1 ,h is ,vader van natuur2 ,h is ,vader eeuwiglk1 zonder begin en einde1 en daarom moet ook de generatie eene eeuwige zn en de ,zoon even eeuwig als de ,vader1 want als de ,zoon niet eeuwig ware1 kon de ,vader ook niet eeuwig zn4 ,de eeuwigheid van het ,vaderschap brengt de eeuwigheid van het ,zoonschap mee2 wie den ,vader noemt1 noemt vanzelf daarin ook den ,zoon1 ,athanasius1 c4 ,ar4 ,i #bc4 #bh4 ,greg4 ,naz4 ,orat4 theol4 ,,iii #e4 #ag4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i #h4 ,hilarius1 de trin4 ,,xii #bd4 ,om deze relatie van den ,vader tot den ,zoon en tevens tot den ,h4 ,geest werd de ,vader dikwerf genoemd 1 1 1 1 1 principii expers1 sui ipse origo1 suae causa substantiae1 sui principium2 en voorts 1 1 1 1 principium1 causa1 radix1 fons1 origo1 caput enz4 van den ,zoon en den ,geest of van de gansche ,godheid1 ,petavius1 de trin4 ,v #e4 ,suicerus1 s4 v4 #ai4 ,de bzondere eigenschap van den tweeden persoon in de triniteit is de filiatio4 ,in de ,schrift draagt ,h verschillende namen1 die zne verhouding tot den ,vader aanduiden1 zooals woord1 wsheid1 logos1 zoon1 eerstgeboren1 eeniggeboren1 eenige zoon1 beeld ,gods1 1 1 4 ,op deze namen en op enkele teksten boven aangehaald1 werd de leer der door ,origenes het eerst zoo genoemde eeuwige generatie1 1 gebouwd4 ,natuurlk spreken w daarmede op menschelke en dus onvolkomene en gebrekkige wze2 en de gedachte daaraan maant tot bescheidenheid1 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii #bh1 #f1 ,athan41 c4 ,ar4 ,,ii #cf4 ,basilius1 adv4 ,eun4 ,,ii #bb1 #bd4 ,greg4 ,naz4 ,orat4 ,,xx enz4 ,maar toch mogen w zoo spreken4 ,want evenals b gelkenis aan ,god mond en oor en oog wordt toegeschreven1 zoo is de menschelke generatie analogie en beeld van die ,goddelke daad1 waardoor de ,vader aan den ,zoon het leven in zichzelven geeft4 ,maar dan moet al het onvolmaakte en zinnelke daarvan ook worden weggedacht4 ,de generatie van een mensch is onvolkomen en gebrekkig2 een man heeft eene vrouw noodig1 om een zoon voort te brengen2 een man kan nooit in een kind en zelfs niet in vele kinderen zn volle beeld1 zn gansche wezen mededeelen2 een vader wordt eerst vader mettertd en houdt het ook op te zn1 en het kind wordt spoedig geheel onafhankelk van en zelfstandig tegenover den vader4 ,maar alzoo is het niet b ,god4 ,er is generatie ook in het ,goddelk wezen4 ,het is eene schoone1 b de kerkvaders telkens terugkeerende gedachte1 dat ,god vruchtbaar is4 ,h is geen abstracte1 starre eenheid1 niet 1 solitarius4 ,h is eene volheid van leven2 zne natuur is eene 1 2 z is voor uitbreiding1 ontvouwing1 mededeeling vatbaar4 ,wie dit ontkent en alle productie in het ,goddelk wezen loochent1 maakt er geen ernst mede1 dat ,god oneindig1 volzalig leven is4 ,h houdt niets dan een abstract1 deistisch ,godsbegrip over of neemt ter vergoeding op pantheistische wze het leven der wereld in het ,goddelk wezen op4 ,zonder de triniteit is ook de schepping niet te verstaan2 indien ,god zich niet mededeelen kan1 dan is ,h een duister licht1 eene drooge bron1 en hoe zou ,h zich ad extra1 aan schepselen kunnen mededeelen8 ,athan41 c4 ,ar4 ,,ii #b4 ,damasc4 de fide orth4 ,i #h4 ,maar toch is die generatie op ,goddelke wze te denken4 ,daarom is z in de eerste plaats geestelk4 ,de ,arianen brachten tegen haar vooral het bezwaar in1 dat alle generatie noodzakelk scheiding1 deeling1 1 en ook 1 medebrengt4 ,dat zou zoo zn1 als ze lichamelk1 zinnelk1 creatuurlk ware4 ,maar z is geestelk en ,goddelk1 en daarom eenvoudig1 zonder deeling of scheiding1 z geschiedt 1 ,athan41 ,expos4 fidei #b4 ,z brengt distinctio en distributio1 maar geen diversitas en divisio in het ,goddelk wezen4 1 1 ' 1 ' 1 ,athan4 de decr4 nic4 syn4 #aa4 c4 ,ar4 ,i #af4 #bh sq4 ,de generatie in ,god heeft daarom haar treffendste analogie in het denken en spreken2 en de ,schrift zelve wst daarop1 als z den ,zoon den ,logos noemt4 ,gelk de geest des menschen in het woord zichzelf objectiveert1 zoo deelt ,god in den ,logos zn gansche wezen mee4 ,maar ook hier is er weer onderscheid4 ,de mensch behoeft vele woorden1 om zne gedachte uit te drukken2 die woorden zn klanken en dus zinnelk en stoffelk2 z zn onzelfstandig en hebben geen bestand in zichzelve4 ,maar als ,god spreekt1 dan spreekt ,h in den nen ,logos zn gansche wezen uit en geeft ,hem leven in zichzelven4 ,in de tweede plaats houdt daarom de generatie in1 dat de ,vader den ,zoon genereert 1 1 1 1 1 1 gelk te ,nicea vastgesteld werd4 ,de ,arianen leerden1 dat de ,zoon door den wil des ,vaders uit niets was voortgebracht4 ,doch dit was geen generatie maar creatie4 ,scheppen is ' 2 maar generatie is ' 1 ,damasc4 de fide orthod4 ,i #h1 cf4 ,athan41 de decr4 nic4 syn4 #ac4 #bf4 c4 ,ar4 ,i #e4 #f4 ,de ,zoon is geen schepsel1 maar ,god te przen in alle eeuwigheid1 ,rom4 #i3e4 ,en daarom is ,h niet voortgebracht door den wil des ,vaders1 uit niets en in den td4 ,maar ,h is gegenereerd uit het wezen des ,vaders1 in de eeuwigheid4 ,de generatie is daarom geen eigenlk werk1 geene van den ,vader1 maar den ,vader komt toe eene 4 ,dat wil natuurlk niet zeggen1 dat de generatie eene onbewuste ongewilde emanatie is1 dat z buiten den wil en de macht des ,vaders omgaat4 ,z is niet eene daad van een voorafgaanden1 besluitenden wil1 van eene 1 gelk de schepping2 maar z is den ,vader zoo van nature eigen1 dat zn wil als voluntas concomitans daarin zn gansche welbehagen heeft4 ,z is openbaring van zne en dus ook van zne kennis1 wil en macht en van al zne deugden1 ,athan4 c4 ,ar4 ,,iii #ei-fg4 ,greg4 ,naz4 ,or4 ,,iii #f sq4 ,cyrillus ,alex4 de trin4 ,,ii4 ,hilarius1 de trin4 ,,iii #d4 ,augustinus1 de trin4 ,,xv #bj4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #f4 #g4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #da art4 #b4 ,in de derde plaats wordt daarom de generatie door de christelke kerk ook als eene eeuwige beleden4 ,de ,arianen zeiden1 dat de ,zoon er eerst niet was1 1 beriepen zich vooral op het 1 creavit van ,spr4 #h3bb1 cf4 boven bl4 #bdb4 en wezen op de antinomie1 die er tusschen de begrippen en bestaat4 ,maar indien ,vader en ,zoon dezen hun naam dragen in metaphysischen zin1 gelk de ,schrift onwedersprekelk leert1 dan is daarmede de generatie ook als eene eeuwige bewezen4 ,indien de ,zoon niet eeuwig is1 is ook ,god immers niet eeuwig ,vader2 ,h was dan ,god voordat ,h ,vader was en is eerst later in den td ,vader geworden4 ,de loochening der eeuwige generatie doet dus niet alleen tekort aan de ,godheid des ,zoons maar ook aan die des ,vaders2 z maakt ,hem veranderlk1 berooft ,hem van zn ,goddelke natuur1 ontneemt ,hem de eeuwigheid van het ,vaderschap1 en laat het onverklaard1 hoe ,god waarlk en met recht in den td ,vader heeten kan1 indien de grondslag daarvoor niet eeuwig ligt in zne natuur1 ,athan41 de decr4 nic4 syn4 #bf sq4 de sent4 ,dionysii #ad sq4 c4 ,ar4 ,i #ab sq4 ,basilius1 adv4 ,eun4 ,,ii #ad sq4 de ,spir4 ,s4 #ad sq4 ,greg4 ,naz4 ,or4 theol4 ,,iii #c sq4 ,maar die generatie is dan ook in waren zin als eene eeuwige op te vatten4 ,z is niet eens in de eeuwigheid afgeloopen en volbracht1 maar z is eene eeuwige1 onveranderlke1 en dus tegelk eeuwig voltooide en eeuwig voortgaande daad ,gods4 ,gelk de zon het licht uitstraalt1 en de bron het water uitstroomt1 zoo is de generatie eigen aan de natuur des ,vaders4 ,de ,vader was nooit en is nooit zonder generatie4 ,h genereert altd4 1 ' 1 ,orig4 in ,jerem4 hom4 ,,ix #d1 de princ4 ,i #b1 #b4 ,gods genereeren is spreken en zn spreken is eeuwig1 4 ,athan4 c4 ,ar4 ,i #ad4 #bj4 ,,iv #ab4 de sent4 ,dion4 #ae4 #af4 ,damascenus1 de fide orth4 ,i #h4 ,aug4 de trin4 ,,vi #a4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #db art4 #b4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,,iii c4 #d4 ,voetius1 ,disp4 ,v #fcb4 ,synopsis pur4 theol4 ,,viii #aa4 ,scholten1 ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii #bjg4 #bj4 ,de derde persoon in de triniteit draagt den naam van den ,h4 ,geest1 en zne personeele eigenschap is de 1 1 processio1 spiratio4 ,de leer des ,h4 ,geestes is in de christelke theologie altd slechts in het gevolg van de leer des ,zoons behandeld4 ,b den tweeden persoon liep de strd schier uitsluitend over zne ,godheid2 zne persoonlkheid stond over het algemeen vast4 ,maar b den ,h4 ,geest werd de strd voornamelk gevoerd over zne persoonlkheid2 indien deze erkend werd1 volgde zne ,godheid van zelve2 met de ,godheid des ,zoons moest ook die van den ,h4 ,geest worden aangenomen4 ,de ,pneumatomachen van vroeger en later td brachten echter tegen de persoonlkheid en ,godheid des ,h4 ,geestes allerlei bezwaren in4 ,z beriepen er zich op1 dat de naam ,god nooit in de ,schrift aan den ,h4 ,geest wordt toegekend1 dat er van zne aanbidding nergens sprake is1 en dat ,h telkens wordt voorgesteld als eene kracht en eene gave ,gods2 de enkele plaatsen1 die van ,hem als een persoon spreken1 moesten als personificaties worden opgevat4 ,nu verklaarde ,gregorius van ,nazianz het groote verschil van gevoelen1 dat er in zn td over den ,h4 ,geest bestond1 daaruit1 dat het ,o4 ,test4 den ,vader duidelk had geopenbaard maar minder duidelk den ,zoon1 en dat het ,n4 ,test4 de ,goddelke natuur des ,zoons wel in helder licht had gesteld1 maar de ,godheid des ,h4 ,geestes nog slechts duister aangeduid had4 ,nu echter woont de ,h4 ,geest onder ons en maakt zich klaar aan ons bekend1 ,orat4 ,v4 ,hierin ligt eene onmiskenbare waarheid4 ,de persoonlkheid en de ,godheid des ,h4 ,geestes staan niet zoo objectief buiten en tegen ons over1 als die van den ,vader en den ,zoon4 ,de naam1 dien ,h draagt1 drukt die persoonlkheid niet uit1 gelk die van ,vader en ,zoon4 ,de oeconomie des ,h4 ,geestes1 n4l4 de heiligmaking1 teekent zich niet zoo helder voor ons bewustzn af als die van schepping1 vleeschwording en voldoening4 ,w leven zelven in die oeconomie1 de ,h4 ,geest woont in ons en onder ons1 en daarom richt zich het gebed minder tot ,hem dan tot den ,vader en tot den ,middelaar4 ,h is veelmeer de auteur dan het voorwerp des gebeds4 ,daarom was de persoonlkheid of althans de ,godheid des ,h4 ,geestes langen td in de kerk in geschil4 ,het religieus belang dezer leer werd in den eersten td niet gevoeld4 ,de ,geest werd gewoonlk wel in zne persoonlkheid erkend maar alleen beschouwd als ,geest1 die in het verledene zn werk had verricht1 de profeten en apostelen had verlicht en ,christus had toegerust en bekwaamd tot zn ambt4 ,de noodzakelkheid der gratia interna werd nog niet ingezien2 er was nog geen bewuste1 levendige behoefte aan eene almachtige1 ,goddelke werking der genade in het hart2 de unio mystica1 de gemeenschap tusschen ,god en den mensch1 werd nog niet in haar diepte gepeild2 de objectieve openbaring ,gods in ,christus scheen voldoende1 en eene subjectieve illuminatie werd nog niet noodig geacht1 cf4 boven #beav4 ,zoodra de gemeente dieper haar eigen leven indacht en zich rekenschap trachtte te geven niet alleen van de objectieve maar ook van de subjectieve principia des heils1 beleed z met vreugde de persoonlkheid en de ,godheid des ,h4 ,geestes4 ,en zoo is het alle eeuwen door gegaan4 ,de loochening van het persoonlk bestaan en de ,goddelke natuur van den ,h4 ,geest komt altd bewust of onbewust uit een rationalistisch1 pelagiaansch1 deistisch principe voort2 ze hoort thuis in den kring der ,arianen1 ,socinianen1 ,remonstranten enz4 ,hieruit blkt ook terstond1 dat de beldenis van de persoonlkheid en ,godheid des ,h4 ,geestes niet voortgekomen is uit de philosophie maar uit het hart der christelke religie zelve1 uit het geloof der gemeente4 ,er is met haar evenals met de ,godheid des ,zoons een diep religieus belang1 er is met haar de christelke religie zelve gemoeid4 ,dit staat toch op grond der ,schrift ontwfelbaar vast1 dat de ,h4 ,geest het subjectieve principe is van alle heil1 van wedergeboorte1 geloof1 bekeering1 heiligmaking enz41 dat er m4 a4 w4 geen gemeenschap is met ,vader en ,zoon dan in en door den ,h4 ,geest4 ,en nu n van beide3 de ,h4 ,geest is een schepsel1 hetz dan eene kracht1 eene gave1 een persoon1 f waarachtig ,god4 ,indien ,h een schepsel is1 dan kan ,h ons niet inderdaad en in der waarheid ,god zelf1 den ,vader en den ,zoon met al hunne weldaden deelachtig maken2 dan kan ,h niet het principium zn van het nieuwe leven in den ,christen en in de gansche gemeente2 dan is er geen waarachtige gemeenschap van ,god en mensch1 dan blft ,god boven en buiten ons1 en woont ,h niet in de menschheid in als in zn tempel4 ,maar een schepsel is de ,h4 ,geest niet en kan ,h niet zn4 ,want ,h staat in dezelfde verhouding tot den ,zoon als deze tot den ,vader1 en maakt ons den ,zoon en den ,vader deelachtig1 cf4 boven #bdh4 ,h is even nauw aan den ,zoon verbonden als deze aan den ,vader4 ,h is in den ,zoon1 en deze is in ,hem4 ,h is ' 4 ,h is de ,geest der wsheid en der waarheid1 der kracht en der heerlkheid1 de ,geest1 door wien ,christus de gemeente heiligt en in wien ,h haar zichzelven en al zne weldaden1 de 1 de 1 de unio mystica met ,god deelachtig maakt4 ,h1 die ons ,god zelven schenkt1 moet zelf waarachtig ,god wezen4 ,b dit soteriologisch belang komt dan nog de theologische beteekenis van de persoonlkheid en ,godheid des ,h4 ,geestes4 ,zonder deze komt het niet tot eene waarachtige eenheid van ,vader en ,zoon2 wie de ,godheid des ,h4 ,geestes loochent1 kan die van den ,zoon niet staande houden2 eerst in den ,goddelken persoon des ,h4 ,geestes sluit de triniteit zich af1 komt de eenheid des wezens in de drieheid der personen en de drieheid der personen in de eenheid des wezens tot stand4 ,met de ,godheid des ,h4 ,geestes staat en valt het gansche dogma der triniteit1 het mysterie des ,christendoms1 het hart der religie1 de waarachtige1 wezenlke gemeenschap onzer zielen met ,god4 ,dit werd door de kerkvaders begrepen en daarom hebben z met de ,godheid des ,zoons ook die des ,geestes verdedigd1 cf4 ,athanasius in zne brieven aan ,serapion1 ,gregorius ,naz4 in zne oratio theol4 de ,spiritu ,sancto1 ,basilius in zn derde boek tegen ,eunomius en in zn ,liber de ,spiritu ,sancto1 ,gregorius ,nyss41 vooral in zn schrven aan ,ablabius1 ,hilarius1 de trinitate libri ,,xii enz4 ,het ,symbolum ,constant4 ,i sprak het geloof uit 1 1 1 1 1 4 ,en sedert beldt de gansche ,christenheid haar geloof 1 ,basilius b ,hahn1 ,bibl4 der ,symbole und ,glaubensregeln der alten ,kirche #ahig ,s4 #bgj4 #ba4 ,de relatie1 waarin de ,h4 ,geest staat tot ,vader en ,zoon1 wordt door zn naam en tevens door vele verba1 gegeven1 gezonden1 uitgestort1 geblazen worden1 uitgaan1 nederdalen enz4 eenigermate bekend gemaakt1 bl4 #bdf4 ,de christelke theologie duidde haar aan als 1 1 1 1 1 1 1 processio1 spiratio enz4 ,liefst werd z als eene 1 spiratio gedacht4 ,de ,schrift gaf daar grond voor1 als z den ,h4 ,geest 1 noemde en meermalen met adem en wind vergeleek1 ,ps4 #cc3f1 ,job #cc3d1 ,joh4 #c3h1 #bj3bb1 ,hd4 #b3b enz4 ,maar overigens nam de theologie hier b de omschrving der spiratie bescheidenheid in acht4 ,evenals de generatie moest ze gedacht worden als eeuwige mededeeling des zelfden wezens2 ook moest ze van de generatie onderscheiden zn1 wl de generatie aan den ,zoon en de spiratie aan den ,h4 ,geest het leven in zichzelven gaf1 ,athan4 ad ,serap4 ,i #ae sq4 ,greg4 ,naz4 ,or4 theol4 ,v #g sq4 ,basilius1 de ,spir4 ,s4 #df sq4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,i #h2 maar men gevoelde de moeilkheid van nadere bepalingen4 ,augustinus zeide3 quid autem inter nasci et procedere intersit de illa excellentissima natura loquens1 explicare quis potest8 ,non omne quod procedit1 nascitur2 quamvis omne procedat quod nascitur4 ,sicut non omne quod bipes est homo est1 quamvis bipes sit omnis qui homo est4 ,haec scio4 ,distinguere autem inter illam generationem et hanc processionem nescio1 non valeo1 non sufficio1 c4 ,maxim4 ,,iii #ad4 de trin4 ,,xv #ag4 #bj4 ,tract4 #ii in ,joann4 enz4 ,toch werd er wel naar eenig onderscheid gezocht4 ,en dit werd dan daarin gevonden1 dat de ,zoon alleen van den ,vader uitging1 maar de ,h4 ,geest van beiden1 ,august1 de trin4 ,,xv #bf1 of daarin dat ,h van ,vader en ,zoon uitging ut datus1 non ut natus1 ,august4 de trin4 ,v #ad ,petavius1 de trin4 ,,viii c4 #ac4 ,vooral werd er echter op gewezen1 dat de ,h4 ,geest daarom niet de ,zoon des ,zoons kon zn1 omdat dan de trias een zou worden en er geen einde zou komen aan de levensbeweging in het wezen ,gods1 ,basilius1 adv4 ,eunom4 ,v4 ,de ,h4 ,geest is ' 1 ,basilius1 de ,sp4 ,s4 #de4 ,de triniteit is voor geen vermeerdering en voor geen vermindering vatbaar1 z is 1 ,athan4 c4 ,ar4 ,i #ah4 ,wel antwoordt ,augustinus eenmaal op de bedenking der ,arianen1 dat de ,vader machtiger was dan de ,zoon1 indien alleen de eerste een ,zoon kon genereeren door wien alles geschapen werd3 absit autem ut1 quomodo putas1 ideo sit ,pater potentior ,filio1 quia creatorem genuit ,pater1 ,filius autem non genuit creatorem4 ,neque enim non potuit sed non oportuit4 ,maar hoe dit te verstaan z1 wordt in het onmiddellk volgende opgehelderd4 ,immoderata enim esset divina generatio1 si genitus ,filius nepotem gigneret ,patri4444 nec impleretur generationis series1 si semper alter ex altero nasceretur1 nec eam perficeret ullus1 si non sufficeret unus1 c4 ,maxim4 ,arian4 ,,iii #ab4 ,in illa vero essentia trinitatis nullo modo alia quaelibet persona ex eadem essentia potest exsistere1 de trin4 ,,vii #f4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bg art4 #e4 ,eindelk werd vooral door ,thomas en de znen het onderscheid tusschen generatie en spiratie alzoo aangegeven1 dat de generatie plaats had per modum intellectus1 de spiratie per modum voluntatis4 ,dit onderscheid was reeds lang daardoor voorbereid1 dat de generatie vergeleken werd b het denken en spreken1 en de ,h4 ,geest werd voorgesteld als de liefde1 die ,vader en ,zoon met elkander verbindt4 ,in de ,middeleeuwsche en ,roomsche theologie werd deze onderscheiding schier algemeen1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bg4 c4 ,gent4 ,,iv #ac4 #ae sq4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,i c4 #c4 ,thomas1 ,bonav4 e4a4 in ,sent4 ,i dist4 #ac4 ,petavius1 de trin4 ,,vii c4 #ac enz4 ,de ,protestantsche theologen namen wel allen een zeker onderscheid aan tusschen generatie en spiratie evenals tusschen ,zoon en ,geest2 ze erkenden ten deele ook wel de juistheid der bovengenoemde onderscheidingen1 ,melanchton1 ,loci ,comm41 de ,filio4 ,alsted1 ,theol4 schol4 p4 #acg4 #ade4 ,maresius1 ,syst4 ,theol4 ,,iii #bh2 maar velen durfden hier toch niet zoo zeker spreken en achtten deze onderscheiding niet schriftuurlk en niet bescheiden genoeg1 ,quenstedt1 ,theol4 did4 polem4 ,i #chg sq4 ,hollaz1 ,examen theol4 p4 #cda4 ,zanchius1 ,op4 ,i #bee4 ,voetius1 ,disp4 ,v #aci4 ,synopsis pur4 theol4 ,,ix #ad4 ,moor ,i #gia4 #bb4 ,toch ontwikkelde zich allengs in de leer der triniteit een aanmerkelk verschil tusschen het ,oosten en ,westen4 ,de ontologische processie van den ,zoon uit den ,vader werd in de tweede eeuw opgevat als eene eeuwige generatie2 en zoo moest ook voor den ,h4 ,geest1 die toch niet los naast ,vader en ,zoon kon blven staan1 eene soortgelke processie worden aangenomen4 ,de relatie van den ,geest tot ,vader en ,zoon moest worden vastgesteld4 ,athanasius leerde te dien aanzien1 dat de ,h4 ,geest beide ,geest des ,vaders en des ,zoons of van ,christus heet1 dat ,h diezelfde 1 1 1 in betrekking tot den ,zoon bezit als de ,zoon tot den ,vader1 ,ep4 ad ,serap4 ,i #ba4 ,,iii #a4 ,h wordt gezegd van den ,vader uit te gaan1 1 omdat ,h van den ,logos1 1 die uit den ,vader is1 gezonden en gegeven wordt1 ib4 ,i #bj4 ,als des ,vaders1 is de ,h4 ,geest altd in de handen van den ,vader1 die ,hem zendt en den ,zoon die ,hem draagt1 en kan van ,hen niet gescheiden worden1 ,expos4 fidei #d4 de sent4 ,dionys4 #ag4 ,h is niet de broeder of zoon des ,zoons1 maar is de ,geest des ,vaders1 gelk de ,zoon zoon des ,vaders is1 ,ep4 ad ,serap4 ,i #af4 ,,iv #c4 ,maar al wordt ,h niet ,zoon genoemd1 ,h is toch niet 1 want ,h heet de ,geest der wsheid en van het kindschap2 als w den ,geest hebben1 hebben w den ,zoon en omgekeerd4 ,waarom echter de een ,zoon en de ander ,geest heet1 is onbegrpelk1 maar alzoo leert de ,schrift1 ib4 ,,iv #d4 #e4 ,h is 1 ib4 ,i #bd4 #bf4 ,,iv #c1 met den ,zoon vereenigd1 1 gelk de ,zoon met den ,vader1 ib4 ,i #ca4 ,athanasius leert dus zeer duidelk eene afhankelkheid des ,geestes van den ,zoon maar spreekt toch niet uit1 dat ,h uitgaat van den ,vader en den ,zoon4 ,de drie ,cappadocirs spreken in denzelfden geest2 z leeren duidelk1 dat de ,h4 ,geest tot den ,zoon staat als de ,zoon tot den ,vader1 dat ,h in orde op den ,zoon volgt1 dat de ,geest ons den ,zoon en den ,vader schenkt1 dat ,h uitgaat van den ,vader en na en met den ,zoon gedacht wordt1 dat ,h is uit den ,vader door den ,zoon1 1 en dat alleen aan de drie personen elk een eigen naam schenkt1 ,greg4 ,naz4 ,or4 theol4 ,v #i4 ,basilius1 adv4 ,eun4 ,,iii #a4 sq4 de ,sp4 ,s4 ,v4 enz42 maar de uitgang de ,geestes van den ,zoon wordt door geen hunner uitgesproken4 ,men kan ook niet zeggen1 dat deze door hen geloochend of bestreden werd1 want deze vraag was toen nog niet aan de orde gekomen4 ,vandaar1 dat er b ,greg4 ,nyss41 ,epiphanius1 ,dydimus1 ,cyrillus e4 a4 ook wel uitdrukkingen voorkomen1 die den uitgang des ,h4 ,geestes ook uit den ,zoon schnen te leeren4 ,ze gebruiken de praeposities en 2 zeggen1 dat de ,h4 ,geest alles uit ,christus neemt1 en dat ,christus de bron is van den ,h4 ,geest1 ,joh4 #g3ch2 ze spreken uit1 dat ,h is uit het wezen des ,vaders en des ,zoons en dat ,h 1 het beeld1 de mond1 de adem des ,zoons is2 ze erkennen1 dat ,h de derde persoon is1 bestaande na den ,zoon en alles van den ,vader door den ,zoon ontvangt enz41 ,petavius1 de trin4 ,,vii c4 #c-g4 ,maar de ontwikkeling der triniteitsleer nam in het ,oosten toch eene andere richting dan in het ,westen4 ,cyrillus leerde tegen ,nestorius1 die ,christus afhankelk maakte van den ,h4 ,geest en zoo de orde der personen omkeerde1 geheel in overeenstemming met de grieksche patres1 dat de ,geest uitging van den ,vader door den ,zoon1 1 b ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #bjd4 ,damascenus zegt evenzoo1 dat de ,geest ook ,geest des ,zoons is1 wl ,h door ,hem is geopenbaard en medegedeeld2 dat ,h van1 1 den ,vader uitgaat 2 maar h verwerpt uitdrukkelk1 dat ,h is uit den ,zoon en uit ,hem zn bestaan heeft1 ,zoon en ,geest worden herleid tot ne oorzaak1 1 de fide orthod4 ,i #h4 #ab4 ,en dit is de leer der grieksche kerk gebleven1 ,conf4 orthod4 qu4 #i4 #ga4 ,schaff1 ,creeds of ,christ4 ,,ii #bhb4 #cej4 ,het ,oosten bleef b de theologie der patres staan4 ,het ,westen ging echter verder4 ,tertullianus was reeds begonnen1 om de triniteit niet uit den ,vader maar uit het wezen ,gods af te leiden1 en h zeide ook al3 spiritum non aliunde puto quam a ,patre per filium1 adv4 ,prax4 c4 #d4 #be4 ,hilarius stelt den ,geest in dezelfde verhouding tot den ,zoon als den ,zoon tot den ,vader1 en zegt1 dat de ,geest van den ,vader uitgaat en van den ,zoon gezonden en uitgedeeld wordt1 ja den ,zoon tot auctor heeft1 de trin4 ,,ii #d4 ,,viii #bj4 ,maar vooral ,augustinus ging boven de grieksche patres uit4 ,h vat de drie personen op als relaties in de ne1 eenvoudige ,godheid en moest den ,geest daarom in relatie stellen niet alleen tot den ,vader maar ook tot den ,zoon4 ,duidelk leert ,augustinus dan ook1 dat ,h4 ,geest in verhouding staat1 refertur1 tot ,vader en tot ,zoon1 dat ,h is ineffabilis quaedam patris filiique communio4 ,in de namen ,vader en ,zoon ligt wel is waar alleen de wederkeerige relatie uitgedrukt en niet die tot den ,geest2 onze taal is er te arm toe4 ,maar de ,geest heet toch eene gave des ,vaders en des ,zoons4 ,h heeft beide tot principium2 fatendum est patrem et filium principium esse spiritus sancti4 ,maar deze zn dan geen twee principia1 evenmin als ,vader1 ,zoon en ,geest drie principia der schepping zn4 ,neen1 ,vader en ,zoon zn unum principium van den ,geest4 ,de ,zoon heeft ook dit1 dat ,h mede den ,geest van zich doet uitgaan1 van den ,vader ontvangen2 want de ,zoon kan in niets van den ,vader onderscheiden zn dan daardoor dat ,h ,zoon is1 de trin4 ,v #aa-ae4 ,,xv #ag4 #bf4 de ,symb4 ,,ii #i4 ,deze leer van den uitgang des ,h4 ,geestes wordt dan na ,augustinus gevonden in het symbool der synode van ,toledo #djj1 in den brief van ,leo ,i aan ,turribius1 in het ,athanasianum n4 #bb1 en in het symbool van de derde synode van ,toledo #ehi1 die het filioque inlaschte in den tekst van het ,constantinopolitanum1 ,denzinger n4 #ih4 #aac4 #acf4 ,de kerk en de theologie in het ,westen volgde ,augustinus1 en nam het filioque telkens weer tegen het ,oosten in bescherming1 ,denzinger1 n4 #bbd4 #bdb4 #bid4 #cee4 #chb4 #che4 #ehf4 #eih4 #hfh4 #hgc4 ,alcuinus1 de processione ,sp4 ,s4 ,anselmus1 de processione ,sp4 ,s4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #aa4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #cf4 ,petavius1 de trin4 ,,vii2 en de ,reformatie sloot zich hierb aan4 ,maar het ,oosten bleef in weerwil van alle pogingen tot overeenstemming op het oude standpunt staan1 tot zelfs op de conferentie der ,oud-,katholieken te ,bonn in #ahge toe1 ,harnack1 ,d4 ,g4 ,,ii #bge f4 #bhe f4 ,schwane1 ,dogm4 ,,ii #aih f4 ,,iii #adf f4 ,schaff1 ,creeds of ,christ4 ,,ii #ede sq4 ,de vruchteloosheid van al deze pogingen is te opmerkelker1 omdat het verschil zoo gering schnt te zn4 ,de ,grieken leeren niet subordinatiaansch en erkennen de volle homoousie der drie personen2 z stellen den ,h4 ,geest ook wel ter dege in eene zekere relatie tot ,christus1 die ,hem zendt en uitdeelt2 z hebben er ook geen bezwaar in1 om te zeggen dat ,h van den ,vader uitgaat door den ,zoon1 1 per filium4 ,omgekeerd heeft de ,westersche kerk uitgesproken1 dat de uitgang van ,vader en ,zoon niet verstaan mocht worden als van twee principia uitgaande en in twee spirationes bestaande maar als ex uno principio en unica spiratione1 ,denzinger n4 #chb4 #ehf4 ,paus ,leo erkende1 dat de opname der uitdrukking filioque in het oude symbool formeel onjuist was1 ,schwane ,,ii #bji2 zelfs de formule ex patre per filium vond als zoodanig in het ,westen geen bezwaar1 ,denzinger1 #ehf4 #hfh4 ,schaff1 ,creeds ,,ii #eeb4 ,en toch is geen overeenstemming verkregen4 ,de ,grieken behielden altd het eene groote bezwaar1 dat1 als de ,h4 ,geest ook uitging van den ,zoon1 er in de ,godheid twee principia1 twee kwamen4 ,dat wst terug op eene andere leer van ,god en op eene andere practk der godzaligheid4 ,de bestrding van het filioque is in de grieksche kerk nog het laatste overblfsel van het subordinatianisme4 ,hoezeer de drie personen ook volkomen n en gelk worden gedacht1 die eenheid en gelkheid komt aan ,zoon en ,geest slechts toe uit den ,vader4 ,deze is 4 ,indien de ,h4 ,geest dus ook uitgaat van den ,zoon1 komt deze naast den ,vader te staan1 en wordt het beginsel der eenheid gebroken en een soort van ditheisme gehuldigd4 ,voor de ,grieken ligt de eenheid des wezens en de wortel der triniteit niet in de ,goddelke natuur als zoodanig maar in den persoon des ,vaders4 ,h is de eenige 4 ,de drie personen zn geen drie relatin in het wezen1 geen zelfontvouwing der ,godheid1 maar de ,vader is het1 die zn wezen meedeelt aan ,zoon en ,geest4 ,maar daaruit volgt1 dat ,zoon en ,geest nu ook naast elkander komen te staan en beiden op gelke wze hun 1 hun principium hebben in den ,vader4 ,in beiden openbaart zich de ,vader4 ,de ,zoon doet ,hem kennen1 de ,geest doet ,hem genieten4 ,de ,zoon openbaart den ,vader niet in en door den ,geest1 de ,geest leidt niet tot den ,vader door den ,zoon4 ,maar beiden zn tot op zekere hoogte zelfstandig2 beiden openen een weg tot den ,vader4 ,orthodoxie en mysticisme1 verstand en wil staan dualistisch naast elkaar4 ,en deze eigenaardige verhouding van orthodoxie en mysticisme is het kenmerk der grieksche vroomheid4 ,de leer staat buiten1 boven het leven2 z dient alleen voor het hoofd2 z is een geschikt object voor theologische speculatie4 ,daarnaast is er eene andere bron voor het leven in de mystiek des ,geestes2 deze welt niet op uit de kennis maar heeft haar eigen oorsprong1 en voedt het gemoed4 ,hoofd en hart staan niet in de rechte verhouding2 voorstelling en aandoening zn totaal gescheiden2 de ethische verbinding ontbreekt4 ,cf4 deel ,i #gj4 ,harnack ,d4 ,g4 ,,ii #bhe f4 ,kattenbusch1 ,vergl4 ,confessionskunde ,i #cah f4 ,schmid1 ,symbolik ,s4 #cj f4 ,k4 ,mller1 ,symbolik #bbj4 #bc4 ,deze immanente verhoudingen der drie personen in het ,goddelk wezen treden ook naar buiten in hunne openbaringen en werken4 ,wel zn alle opera ad extra aan de drie personen gemeenschappelk eigen4 ,opera ,deitatis ad extra sunt indivisa1 servato ordine et discrimine personarum4 ,het is altd de ne en zelfde ,god1 die in schepping en herschepping optreedt4 ,maar in die eenheid wordt de orde der drie personen bewaard4 ,de ontologische triniteit spiegelt zich ook in de oeconomische af4 ,en daarom worden aan elk der drie personen bzondere eigenschappen en werken toegeschreven1 niet met uitsluiting der beide andere personen1 gelk ,abaelard meende1 ,introd4 ad theol4 ,i c4 #g-ad1 maar zoo dat daarin de orde uitkomt1 welke ook in de ontologische triniteit tusschen de personen bestaat4 ,deze eigenschappen zn hun dus niet propriae maar appropriatae1 en de ,h4 ,schrift gaat daarin voor1 boven bl4 #bch4 #bdj4 ,met beroep op ,mt4 #bh3ai en #a ,cor4 #h3f zegt ,hilarius1 dat de ,vader is de auctor1 uit wien alles is2 de ,zoon1 de ,eengeborene1 door wien alles is2 en dat de ,h4 ,geest eene gave in allen is4 ,er is dus ne macht1 n zoon1 ne gave4 ,niets ontbreekt aan deze volmaaktheid4 ,in den ,vader is de aeternitas1 in den ,zoon is de species in imagine1 in den ,geest is de usus in munere1 de trin4 ,,ii #a4 ,hilarius kent deze eigenschappen aan de drie personen toe1 omdat de ,vader de is en zonder principium2 de ,zoon het beeld des ,vaders1 die ,hem openbaart in zne heerlkheid2 de ,h4 ,geest eene gave van ,vader en ,zoon1 die ons de gemeenschap met ,god deelachtig maakt4 ,augustinus maakte hiertegen eenig bezwaar1 de trin4 ,,vi #aj en gaf het onderscheid anders aan3 in ,patre unitas1 in ,filio aequalitas1 in ,spiritu ,sancto unitatis aequalitatisque concordia2 et tria haec unum omnia propter ,patrem1 aequalia omnia propter ,filium1 connexa omnia propter ,spiritum ,sanctum1 de doctr4 christ4 ,i #e4 ,in zn werk de trinitate ontwikkelde h deze distinctie nog breeder4 ,hier schrft h aan den ,vader de macht1 aan den ,zoon de wsheid1 aan den ,h4 ,geest de goedheid of liefde toe4 ,dit mag echter niet zoo verstaan worden1 dat de ,vader eerst ws en goed werd door de wsheid des ,zoons en de goedheid des ,h4 ,geestes4 ,want ,vader1 ,zoon en ,geest zn allen dezelfde ,goddelke natuur en dezelfde ,goddelke eigenschappen deelachtig4 ,maar toch is het geoorloofd1 de genoemde eigenschappen in oeconomischen zin aan de drie personen toe te kennen1 de trin4 ,,vii #a sq4 ,,xv #g4 ,latere theologen namen deze distinctie over1 ,erigena1 de div4 nat4 ,i #ac4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ci art4 #g4 #h4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,i c4 #f4 ,sent4 ,i dist4 #ca art4 #a qu4 #c en art4 #b qu4 #c4 ,hugo ,vict4 de ,sacr4 ,i pars #c c4 #bg4 ,daaraan beantwoordt ook een oeconomisch onderscheid in de opera ad extra4 ,deze zn wel alle wezenswerken1 maar elk der drie personen neemt daarb toch die plaats in1 welke beantwoordt aan de orde van zn bestaan in het ,goddelk wezen4 ,de ,vader werkt van zichzelven door den ,zoon in den ,geest4 ,de ,h4 ,schrift duidt dit onderscheid duidelk aan in de zoogenaamde praepositiones distinctionales 1 en 1 #a ,cor4 #h3f1 ,joh4 #a3c1 #ad2 de dikwerf hiervoor bgebrachte tekst ,rom4 #aa3cf is niet trinitarisch in te deelen1 en ,col4 #a3af is slechts schnbaar in strd met dit gebruik der praeposities4 ,men zag dit onderscheid1 dat de ,schrift tusschen de drie personen maakt1 reeds vroeg in en wees er met nadruk op1 ,iren4 adv4 haer4 ,v #ah4 ,athanasius beroept zich meermalen op ,ef4 #d3f en zegt dat ,god als ,vader is boven allen1 en als ,zoon door allen en als ,geest in allen1 en dat de ,vader alle dingen schept en herschept door den ,zoon in den ,geest1 ,ep4 ad ,serap4 ,i #ad4 #bh4 ,,ii #f4 #g4 ,basilius werd aangeklaagd1 omdat h in zn gebed nu eens den ,vader dankte en dan weer 4 ,h verdedigt in zn geschrift de ,spiritu ,sancto de eerste uitdrukking1 omdat ,zoon en ,geest ns wezens zn met den ,vader en daarom dezelfde eere moeten ontvangen en spreekt breedvoerig over het onderscheid der praeposities1 de ,sp4 ,s4 #c sq4 ,tegen de ,arianen betoogt h1 dat de ongelke praeposities niet de ongelkheid der personen bewzen1 maar eene bepaalde orde aanduiden in hun bestaan en werkzaamheid4 ,de ,vader is de 1 de ,zoon de 1 de ,geest de 1 de ,spir4 ,s4 n4 #ba4 #bb4 #ch4 ,deze zelfde onderscheiding keert b alle latere theologen terug1 cf4 ook ,schelling1 ,werke ,,ii #c ,s4 #cda f4 ,alle werken ,gods naar buiten hebben n principium1 nl4 ,god1 maar ze komen tot stand door de cooperatie der drie personen1 die zoowel in de werken der schepping als in die der verlossing en der heiligmaking een eigen plaats innemen en een eigen taak vervullen4 ,alles gaat uit van den ,vader1 wordt volbracht door den ,zoon1 en voltooid in den ,h4 ,geest4 ,ja1 tot op zekere hoogte worden ook de werken naar buiten onder de drie personen verdeeld4 ,gregorius van ,nazianz verklaarde1 gelk boven reeds gezegd is1 het groote verschil van meening over den ,h4 ,geest in zn td daaruit1 dat deze eerst door zne inwoning in de gemeente zich duidelk bekend maakte1 ,orat4 theol4 ,v #bf4 ,er is door het pantheisme in zne verschillende vormen van de waarheid1 door ,gregorius uitgesproken1 veel misbruik gemaakt4 ,telkens is van ,montanus af tot ,hegel toe de meening opgekomen1 dat de drie personen drie successieve perioden vertegenwoordigden in de geschiedenis der kerk4 ,daardoor werd de oeconomische triniteit losgemaakt van haar metaphysischen grondslag1 het wezen ,gods neergetrokken in den stroom van het worden en de kosmogonie omgezet in eene theogonie4 ,het is juist de strd der patres geweest1 om in de christelke theologie dit paganistisch1 pantheistisch element uit te bannen1 ,god als den ,znde los te maken uit de evolutie van het worden1 en de triniteit dus op te vatten als eene eeuwige levensbeweging in het ,goddelk wezen zelf4 ,ook ,gregorius van ,nazianz leert in bovengenoemde woorden niet1 dat de ,godheid des ,zoons en des ,h4 ,geestes eerst later is geworden2 h tracht beide zoo beslist mogelk uit de ,schrift te bewzen4 ,maar ,god is wel in zne zelfopenbaring te rade gegaan met de vatbaarheid der menschen4 ,het was gevaarlk1 zoo zegt ,gregorius t4 a4 p41 om zoolang de ,godheid des ,vaders nog niet werd erkend1 die des ,zoons te leeren1 en de ,godheid des ,h4 ,geestes ons als het ware op te leggen1 zoolang die des ,zoons nog niet werd beleden4 ,h heeft ons niet willen overladen met spze en niet in eens door het volle licht der zon onze oogen willen verblinden4 ,alle werken naar buiten1 schepping1 onderhouding1 regeering1 vleeschwording1 voldoening1 vernieuwing1 heiligmaking enz4 zn werken der gansche triniteit4 ,maar desniettemin wordt in oeconomischen zin de schepping meer bepaald aan den ,vader1 de verlossing aan den ,zoon1 de heiligmaking aan den ,h4 ,geest toegeschreven4 ,gelk in de ontologische triniteit de ,vader in orde de eerste is1 en de ,zoon de tweede en de ,h4 ,geest de derde2 zoo is ook in de historie der openbaring de ,vader gegaan vr den ,zoon en deze wederom vr den ,h4 ,geest4 ,de oeconomie des ,vaders was inzonderheid die des ,o4 ,testaments1 ,hebr4 #a3a2 de oeconomie des ,zoons begon met de vleeschwording2 en de oeconomie des ,h4 ,geestes trad in met den ,pinksterdag1 ,joh4 #g3ci1 #ad3ae4 ,de ,vader komt van zichzelven1 maar de ,zoon komt niet dan gezonden door den ,vader1 ,mt4 #aj3dj1 ,mk4 #i3cg1 ,luk4 #i3dh1 ,joh4 #c3af1 #e3bc1 #cj1 #cg1 #f3chv4 enz41 en wederom komt de ,h4 ,geest niet1 dan gezonden door beiden1 ,joh4 #ad3bf1 #af3g1 ,august4 tract4 ,,vi in ,joann41 de trin4 ,,ii #e4 ,,iv #bj4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #ad-ag4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #dc4 ,petavius1 de trin4 ,,viii c4 #a4 ,maar deze zending in den td is eene afspiegeling van de immanente verhouding der drie personen in het wezen ,gods1 en heeft haar grondslag in de generatie en spiratie4 ,de vleeschwording des ,woords heeft haar eeuwige archetype in de generatie des ,zoons1 en de uitstorting des ,h4 ,geestes is zwakke analogie van de processie uit ,vader en ,zoon4 ,daarom besloten de kerkvaders uit de relatin1 die er tusschen de drie personen in den td voor der menschen oog zich vertoonden1 tot hunne eeuwige immanente verhoudingen4 ,en dit volkomen terecht4 ,want zegt ,augustinus1 de ,zoon kan niet daarom gezonden heeten omdat h vleesch geworden is1 maar ,h is en heet gezonden1 opdat ,h vleesch worden zou4 ,er is door den ,vader niet in den td een woord gesproken1 dat de eeuwige ,zoon gezonden zou worden4 ,sed utique in ipso ,dei verbo quod erat in principio apud ,deum et ,deus erat1 in ipsa scilicet sapientia ,dei sine tempore erat1 quo tempore illam in carne apparere oporteret4 ,itaque cum sine ullo initio temporis in principio esset verbum1 et verbum esset apud ,deum et ,deus esset verbum2 sine ullo tempore in ipso verbo erat1 quo tempore verbum caro fieret et habitaret in nobis4 ,quae plenitudo temporis cum venisset1 misit ,deus filium suum1 factum ex muliere1 id est1 factum in tempore1 ut incarnatum verbum hominibus appareret1 quod in ipso verbo sine tempore erat1 in quo tempore fieret4 ,ordo quippe temporum in aeterna ,dei sapientia sine tempore est4 ,cum itaque hoc a patre et filio factum esset1 ut in carne filius appareret1 congruenter dictus est missus ille qui in ea carne apparuit1 misisse autem ille qui in ea non apparuit4 ,quoniam illa quae coram corporeis oculis foris geruntur1 ab interiore apparatu naturae spiritalis existunt2 propterea convenienter missa dicuntur4 ,en ditzelfde geldt van de zending des ,h4 ,geestes4 ,facta est enim quaedam creaturae species ex tempore in qua visibiliter ostenderetur spiritus sanctus4444 ,haec operatio visibiliter expressa et oculis oblata mortalibus missio ,spiritus ,sancti dicta est1 non ut ita appareret ejus ipsa substantia1 qua et ipse invisibilis et incommutabilis est sicut pater et filius1 sed ut exterioribus visis hominum corda commota a temporali manifestatione venientis ad occultam aeternitatem semper praesentis converterentur1 de trin4 ,,ii c4 #e cf4 ,petavius1 de trin4 ,,viii c4 #a #g-ab4 ,de ,h4 ,geest was reeds gave1 voordat ,h aan iemand geschonken werd4 ,quia sic procedebat ut esset donabile1 jam donum erat et antequam esset cui daretur4 ,aliter enim intelligitur cum dicitur donum1 aliter cum dicitur donatum4 ,nam donum potest esse et antequam detur1 donatum autem nisi datum fuerit1 nullo modo dici potest1 ib4 ,v c4 #ae4 ,de zending in den td staat dus in het nauwst verband met de eeuwige processie in het ,goddelk wezen4 ,en terwl nu ,zoon en ,geest in vleeschwording en uitstorting onder zichtbare gedaante verschenen zn1 voltooit zich deze hunne zending in hun onzichtbaar komen in de harten aller geloovigen1 in de gemeente des ,zoons1 in den tempel des ,h4 ,geestes4 ,de ,zoon en de ,geest zn eeuwiglk uitgegaan van den ,vader1 opdat ,h zelf door en in ,hen zou komen tot zn volk en ,god ten slotte wezen zou alles in allen4 #bd4 ,de triniteitsleer gaat het begrip des menschen zoo verre te boven1 dat men van den beginne af zich er op toelegde1 om ze door beelden op te helderen of door redeneering te bewzen4 ,vooreerst was het al opmerkelk1 dat het getal drie in de ,schrift zulk eene rke en diepe beteekenis had4 ,er is daar sprake van drie deelen der schepping1 hemel1 aarde en hetgeen onder de aarde is2 drie volkengroepen naar de drie zonen van ,noach2 drie bedeelingen van het genadeverbond1 vr1 onder en na de wet2 drie patriarchen2 drie deelen van den tabernakel2 drie hoofdfeesten2 drie deelen des ,o4 ,testaments2 drie jaren van ,jezus' openbare werkzaamheid2 drie ambten2 drie dagen van ,jezus' begrafenis tot de opstanding2 drie kruisen op ,golgotha2 drie talen in het opschrift boven ,jezus' kruis2 drie geliefde discipelen2 drie getuigen1 #a ,joh4 #e3h2 drie christelke hoofddeugden2 drie soorten van lust1 #a ,joh4 #b3af2 drie ween1 ,op4 #h3ac enz41 een drievoudigen zegen2 een drievoudige handeling b het buigen1 zegenen2 een driedaagsch vasten1 drie gebedstden des daags enz41 ,zckler4 ,theol4 ,nat4 #fhb f4 #fif f4 ,bhr1 ,symb4 des mos4 ,cultus1 #b;e ,aufl4 #ahgd4 ,herzog #ag1 #daj f4 ,doch niet alleen in de ,schrift bekleedt het getal drie zulk een ruime plaats1 maar ook daarbuiten is dit getal van groote beteekenis4 ,voor de christelke triniteitsleer werd analogie gezocht niet alleen in de tusschenwezens1 die allengs in de ,joodsche theologie opkwamen1 ,weber1 ,syst4 der altsyn4 pal4 ,theol4 #agb f41 en de drie ,sephiroth1 1 en 1 waarvan de kabbala sprak1 ,ad4 ,franck1 ,la ,kabbale #ahdc4 ,agrippa van ,nettesheim b ,stckl1 ,gesch4 d4 ,philos4 des ,m4 ,a4 ,,iii #dac cf4 ,,ii #bcf4 ,maar men vond sporen en aanduidingen der triniteit ook in de ,trimurti der ,indirs1 ,brahma1 ,vishnu en ,ciwa2 in de drie vormen van den chineeschen ,tao2 in de drie germaansche hoofdgoden1 ,odin1 ,thor en ,loki2 en in andere chaldeeuwsche1 egyptische en grieksche voorstellingen der goden4 ,vooral wees men met zekere voorliefde op eene uitspraak van ,hermes ,trismegistus en op de drie principia1 welke ,plato ter verklaring der wereld aannam1 de hoogste 7het znde1 het goede71 de wereld der ideen en de 1 ,pfanner1 ,syst4 theol4 gentilis purioris1 ,basil4 #afgi cap4 #c4 ,moor1 ,comm4 in ,marck ,i #hhe-hij4 ,tholuck1 ,die specul4 ,trinittslehre des spteren ,orients #ahbf4 ,lange1 ,chr4 ,dogmatik ,,ii #adc f4 ,kahnis1 ,luth4 ,dogm4 ,i #ceb4 ,baur1 ,chr4 ,lehre v4 d4 ,dreieinigkeit ,i #aj f4 #ah f4 #cc f4 ,delitzsch1 ,apol4 #bhf4 ,zckler1 ,theol4 ,nat4 #fhi1 cf4 ook ,schelling1 ,werke ,,ii #b ,s4 #gh4 ,,ii #c ,s4 #cab f4 ,maar al deze analogien zn polytheistisch en kunnen daarom moeilk met de christelke triniteitsleer vergeleken worden4 ,van meer waarde zn dan nog de physische analogien1 die men gezocht heeft in de natuur4 ,justinus ,martyr bediende zich1 in navolging van ,philo1 van het beeld van het vuur1 dat een ander ontstekend1 toch hetzelfde blft4 ,tertullianus zeide1 dat ,god den ,logos voortbracht1 sicut radix fruticem et fons fluvium et sol radium1 en sprak van bron1 vloed en stroom1 van wortel1 stam en kroon enz4 ,deze beelden keerden b de latere kerkvaders en theologen telkens terug en werden uitgebreid en vermeerderd4 ,hoe meer men alles indacht1 hoe meer het bleek1 dat alle ding in drien bestond4 ,de ruimte met hare drie afmetingen2 de td met zne drie momenten2 de natuur met hare drie rken2 de wereld der stof1 des geestes en van beider verbinding in den mensch2 de lichamen in hun vasten1 vloeibaren en gasvormigen toestand2 de krachten der aantrekking1 der afstooting1 en van beider evenwicht2 de drie functin der menschelke ziel1 1 en of de drie vermogens1 hoofd1 hart en hand2 de drie factoren van het huisgezin1 man1 vrouw en kind1 cf4 echter ,augustinus1 de trin4 ,,xii #e sq42 de drie standen in de maatschapp1 ,lehr-1 ,wehr- en ,nhrstand2 de drie ideale goederen van het ware1 goede en schoone2 de drieklank in de muziek1 bestaande uit den grondtoon met zn terts en quint2 de regenboog en zn vele kleuren2 de zon met haar vigor1 splendor1 calor1 haar levendmakende1 verlichtende en verwarmende kracht2 de drie grondkleuren1 geel1 rood en blauw enz4 zn in vroeger en later td als analogien der christelke triniteit gebezigd1 ,delitzsch1 ,syst4 d4 christl4 ,apol4 #ahgj ,s4 #bhb f4 ,zckler1 ,theol4 ,naturalis #ahfj ,s4 #fgb f4 ,hooger staan de logische analogien1 die men opgespoord heeft4 ,augustinus wst er telkens op1 dat elk ding in de eerste plaats een zn1 eene eenheid1 eene maat1 esse1 unitas1 mensura1 modus1 moet hebben2 in de tweede plaats een zekeren vorm1 species1 om iets bepaalds en van andere dingen onderscheiden te zn2 en eindelk tusschen dat algemeene en dit bzondere eene zekere relatie en overeenstemming1 ordo1 bezitten moet4 ,stof1 vorm of schoonheid en harmonie tusschen beide of liefde zn de grondvormen en de momenten van alle zn1 de trin4 ,,vi #aj4 de vera relig4 c4 #g4 de vita beata #cd4 cf4 ,gangauf1 ,des h4 ,augustinus specul4 ,lehre v4 ,gott d4 ,dreieinigen #ahhc ,s4 #bji f4 ,omne quod est1 aliud est quo constat1 aliud quo discernitur1 aliud quo congruit1 #hc quaest4 qu4 #ah4 ,de ,middeleeuwsche theologie werkte dit op allerlei wze uit en zocht allerwege eene trias op te sporen4 ,z vond analogie der triniteit in het trivium van grammatica1 dialectica1 rhetorica2 in de drie wsgeerige vakken1 logica1 physica1 ethica2 in de drie personen der grammatica2 in het activum1 passivum en medium2 in den singularis1 dualis en pluralis2 in de drie grondvocalen en in de radices trilitterales der hebr4 taal2 in de dispositio1 elocutio en actio der rhetorica2 in de definitio1 divisio en argumentatio der dialectica2 in de drie vormen der poezie1 epos1 lyriek en drama2 in de drie trappen der mystiek1 cogitatio1 meditatio1 comtemplatio of fides1 ratio1 contemplatio1 of via purgativa1 illuminativa1 unitiva enz4 ,dionysius ,areopagita deelde zne hemelsche hierarchie1 en ,dante zne divina ,comoedia naar het drietal in4 ,in de nieuwere philosophie is de drieheid tot formeele heerschapp gekomen4 ,kant vond volgens ,hegel1 ,werke ,,ii #cg1 als b instinct de tripliciteit terug en schematiseerde daarnaar de organen der kennis1 de vermogens der ziel1 de kategorien1 de ideen der rede enz4 ,maar eerst in de uit ,kant afgeleide idealistische philosophie van ,fichte1 ,schelling en ,hegel werd deze tripliciteit tot eene dialectische methode4 ,het idealisme wil de dingen begrpen als een product van het bewustzn1 als eene ontvouwing der idee4 ,die idee moet daarom als levend1 zich bewegend en produceerend worden gedacht4 ,dat kan alleen1 als ze altd in eene tegenspraak verkeert tusschen hetgeen z is en hetgeen z doet1 en deze tegenspraak dan in een derde oplost en verzoent4 ,de wet der tegenspraak is het wezen des geestes4 ,zoo schrdt de idee in al hare ontvouwingen en ontwikkelingen voort door de momenten van positie1 negatie1 limitatie2 thesis1 antithesis1 synthesis2 an-sich1 fr-sich1 an-und-fr-sich4 ,de gansche wereld ontwikkelt zich in het ,schema der ,dreieinigkeiten40 ,de logika met haar leer van het zn1 liet wezen en het begrip1 beschouwt den ,geist an sich2 de natuurphilosophie in de drie vormen van mechanica1 physica en organica heeft het te doen met den ,geist fr sich1 den geest in zn anderszn1 in zn zelfvervreemding2 de ,geestesphilosophie met haar subjectieven1 objectieven en absoluten geest behandelt den ,geist an und fr sich1 den geest in zn terugkeer tot zichzelf1 in zn zichzelf bewust worden1 ,windelband1 ,gesch4 der ,philos4 #ahib ,s4 #dfd f4 #dha f4 ,rmelin1 ,reden und ,aufstze #ahhh ,s4 #dg f4 ,door den invloed dezer philosophie werd de tripliciteit aan tal van wsgeerige en godgeleerde stelsels ten grondslag gelegd4 ,niet genoeg echter1 dat op allerlei wze analogien voor de triniteit werden opgespoord2 er werden ook pogingen aangewend om haar zelve positief te bewzen1 en hetz dan uit het wezen van het denken of uit dat der liefde als noodzakelk af te leiden4 ,de ,logosleer zoowel in de ,schrift als in de grieksche philosophie deed onwillekeurig en vanzelf in het menschelke denken en spreken een beeld zien van het trinitarisch proces in het ,goddelk wezen4 ,justinus ,martyr1 c4 ,tr4 c4 #fa1 ,tatianus1 ,or4 c4 ,gr4 c4 #e1 ,tertullianus1 c4 ,prax4 c4 #e sq41 ,lactantius1 ,inst4 ,,iv #bi enz4 bedienen zich al van deze vergelking4 ,athanasius en de ,cappadocirs hebben de generatie telkens als een kennen ,gods van zichzelven in zn beeld1 als een eeuwig spreken van een woord voorgesteld2 ,vader en ,zoon verbonden zich als en 1 bv4 ,athan4 c4 ,ar4 ,,ii #ce sq4 ,greg4 ,naz4 ,or4 theol4 ,,iv #bj1 en vooral ,gregorius van ,nyssa1 ,or4 catech4 c4 #a-c4 ,maar inzonderheid ,augustinus vond in den inwendigen1 redelken mensch duidelke sporen van de triniteit4 ,en h vond ze op verschillende wze en in verschillende richting4 ,vooreerst vond h ze in de drieheid van esse1 nosse en velle2 essentia1 scientia1 amor2 mens1 notitia1 amor1 ,conf4 ,,xiii #aa1 de civ4 ,,xi #bf-bh1 de trin4 ,,ix #d4 #e4 ,vervolgens ontdekte h er sporen van in de vermogens der ziel1 bepaaldelk in de zinnelke waarneming1 die tot stand komt door een voorwerp1 ipsa res1 door een beeld daarvan in het oog1 visio1 en de intentio animi1 welke het zintuig op het voorwerp richt1 de trin4 ,,xi c4 #a4 #b2 en deze trinitas blft1 ook als het voorwerp verdwnt1 want dan wordt een beeld daarvan in de memoria bewaard1 maakt de uitwendige aanschouwing voor de interna visio plaats1 en blft het de wil1 die beide verbindt1 ib4 c4 #d sq4 ,de meeste gelkenis der triniteit vindt ,augustinus echter in de zelfkennis van den menschelken geest1 de trin4 ,,ix #d sq4 ,x #i sq4 ,,xiv #f sq4 ,,xv #f sq4 ,h noemt de trinitas1 die h hier vindt1 gewoonlk met de namen mens1 notitia1 amor 7dilectio71 of memoria1 intelligentia1 voluntas4 ,eerst is de geest memoria1 d4i4 bewustzn zoo van andere dingen als van zichzelven2 er is nl4 een bewustzn1 eene scientia die nog geen eigenlke kennis is2 in den geest als memoria liggen vele notitiae verborgen1 ook van zichzelven2 iemand kan iets weten1 ook al denkt h er op het oogenblik niet aan1 de trin4 ,,xiv c4 #f4 #g4 ,maar uit dien geest als memoria1 uit de scientia1 welke in de memoria bewaard wordt1 wordt nu door de cogitatio1 door het denken1 het kennen1 de intelligentia voortgebracht4 ,in die intelligentia vormt de geest een adaequaat beeld van zichzelf1 begrpt en kent en aanschouwt zichzelf4 ,mens igitur quando cogitatione se conspicit1 intelligit se et recognoscit4 ,en deze zelfkennis en zelfaanschouwing is een voortbrengen3 gignit ergo intellectum hunc et cognitionem suam4 ,en deze twee nu worden vereenigd door den wil of de liefde4 ,haec autem duo gignens et genitum dilectione tertia copulantur1 quae nihil est aliud quam voluntas fruendum aliquid appetens vel tenens1 de trin4 ,,xiv #f4 ,zoo is ,augustinus er diep van overtuigd1 dat alle schepselen1 als werken van ,god ,drieenig1 in meerdere of mindere mate ook vestigia of indicia trinitatis vertoonen1 de trin4 ,,vi #aj4 ,,xv #b4 ,bovenal zoekt h een imago trinitatis in den mensch1 die naar het beeld van ,god ,drieenig is geschapen1 ib4 de civ4 ,,xi #bf4 ,heel de schepping was voor ,augustinus een spiegel ,gods4 ,op allerlei wze tracht h dan ook de overeenkomst aan te toonen tusschen de trinitas1 die h in de schepselen1 inzonderheid in den mensch1 ontdekt1 en de trinitas in het ,goddelk wezen4 ,de trias bestaat b beide daarin1 dat alle drie n en gelk zn1 dat elk der drie in de beide andere en deze weer in den eenen en alzoo omnia in omnibus zn1 de trin4 ,,ix #e4 ,x #aa4 ,maar daarb verheelt h zich niet1 dat al deze vergelkingen maar analogien en beelden zn1 en dat er b de overeenkomst ook zeer groot onderscheid bestaat4 ,zoo is de trinitas in den mensch niet de mensch zelf maar iets in of aan den mensch1 terwl in ,god de triniteit ,hzelf en de drie personen de ne ,god zn4 ,de memoria1 intelligentia en amor zn in den mensch slechts krachten1 maar de drie personen zn in het ,goddelk wezen drie subjecten4 ,b den mensch zn die drie krachten dikwerf ongelk en dienen om elkander aan te vullen1 maar in het ,goddelk wezen is er volkomen eenheid en gelkheid der personen1 de trin4 ,,xv #g4 #ag4 #bj sq4 ,augustinus bedoelde dan ook niet1 met deze analogien en beelden de triniteit apriori te bewzen2 h ging uit van het geloof1 h nam ze aan op grond van ,gods woord2 alleen poogde h ze aposteriori in de gansche natuur aan te wzen en denkend op te helderen1 de vera relig4 #g4 de trin4 ,i #a4 ,v #a4 ,,ix #a4 ,de eerste zeven boeken van zn werk de trinitate zn dan ook hoofdzakelk gewd aan bewzen uit de ,schrift2 en eerst in de laatste acht boeken zoekt h ze uit natuur en mensch te bevestigen4 ,en eindelk voegde h er nog aan toe1 dat deze trinitas in den menschelken geest wel door een ieder kon opgemerkt worden maar toch alleen door den geloovige als beeld van het drievuldig wezen ,gods kon worden erkend4 ,z is wel wezenlk eigen aan den geest des menschen en is door de zonde niet uitgeroeid2 maar z is toch verduisterd en wordt door het geloof vernieuwd1 als de mensch ,god weer leert meminisse1 intelligere et amare4 ,en volkomen worden we eerst zn beeld1 als we ,hem zien zullen van aangezicht tot aangezicht1 de trin4 ,,xiv #ab sq4 ,ibi esse nostrum non habebit mortem1 ibi nosse nostrum non habebit errorem1 ibi amare nostrum non habebit offensionem1 de civ4 ,,xi #bh4 ,deze bewsvoering voor de triniteit uit het denken is door velen overgenomen1 bv4 ,erigena1 de div4 nat4 ,,ii #cb4 ,anselmus1 ,monol4 c4 #bi-fg4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #c1 #f-bc4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #de art4 #g4 ,s4 c4 ,gent4 ,,iv #bf4 ,sent4 ,i dist4 #c qu4 #b art4 #c4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,,ii c4 #ab4 ,itiner4 mentis c4 #b-d4 ,sent4 ,i dist4 #c art4 #a en #b4 ,duns ,scotus1 ,sent4 ,i dist4 #c qu4 #i4 ,hugo ,vict4 de ,sacr4 ,i pars #c c4 #ba sq4 ,luther1 b ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,i #ii f4 ,melanchton1 ,loci ,comm4 loc4 #c4 ,enarratio symb4 ,nic41 ,corpus ,ref4 ,,xxiii col4 #bce1 ,explicatio ,symb4 ,nic4 ib4 col4 #cei sq4 ,examen ,ordinandorum1 ib4 col4 #c4 ,jak4 ,schegk1 ,contra ,antitrinitarios b ,trechsel1 ,die protest4 ,antitrin4 ,,ii #chj f4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 p4 #bjb4 ,zanchius1 ,op4 ,i col4 #cef sq4 ,keckermann1 ,syst4 ,theol4 #afjc p4 #bj sq4 ,poiret1 ,cogitationum rationalium de ,deo1 anima et malo libri quatuor #afgg1 b ,baur1 ,chr4 ,lehre v4 d4 ,dreieinigkeit ,,iii #cae f4 ,mornaeus1 de verit4 relig4 christ4 c4 #e4 ,leibniz1 ,syst4 ,theol4 ,mainz1 #ahbe p4 #cj4 ,lessing1 ,erziehung des ,mensch4 #gc4 ,schelling1 ,werke ,,ii #c ,s4 #cae4 ,twesten1 ,dogm4 ,,ii #aid-baf4 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #ada4 ,bilderdk1 ,opst4 v4 godg4 en zedek4 inhoud ,i #bdv4 ,kuyper1 ,de ,schrift1 het woord ,gods #ahgj4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #ahc enz4 ,maar in verband met deze bewsvoering voor de triniteit uit het denken bedient ,augustinus zich nog van eene andere1 nl4 uit de liefde4 ,h gaat uit van de uitspraak der ,schrift3 ,god is liefde1 en toont aan1 dat er in de liefde altd eene drieheid is1 amans et quod amatur et amor4 ,in de liefde is altd een subject en een object en een band tusschen beide4 ,immo vero vides trinitatem1 si caritatem vides1 de trin4 ,,viii #h4 ,,ix #a4 #b4 ,ook deze speculatie is door velen nagevolgd1 vooral door ,richard ,vict4 de trinitate ,,iii c4 #b sq4 ,de volheid der ,goddelke liefde1 evenals die der ,goddelke goedheid1 zaligheid en heerlkheid vorderen eene meerderheid van personen in het ,goddelk wezen1 want de liefde verlangt een object en wel een1 dat aan den liefhebbende gelk is4 ,maar deze liefde is dan eerst volkomen1 wanneer beiden1 h die liefheeft en h die geliefd wordt1 een derde in hun beider liefde opnemen en door hem wederkeerig geliefd worden4 ,en evenzoo vinden we deze redeneering b ,bonaventura1 ,sent4 ,i dist4 #b art4 #a4 qu4 #b41 en in den nieuweren td b ,j4 ,mller1 ,die christl4 ,lehre v4 d4 ,snde ,,ii #aha f4 ,sartorius1 ,lehre v4 d4 heiligen ,liebe ,i ,s4 #aa f4 ,liebner1 ,christ1 ,dogm4 ,i #fi f4 ,schberlein1 ,grundlehren des ,heils #ahdh ,s4 #bb f4 ,peip1 art4 ,trinitt1 ,herzog #af1 #dfe f4 ,dorner1 ,chr4 ,glaub4 ,i #dae f4 ,ges4 ,schriften #cde f4 enz4 ,naast deze meer algemeene speculaties uit het verstand en den wil ,gods zn nog andere constructies der triniteit beproefd4 ,de merkwaardigste is die der theosophie1 welke onder invloed van het neoplatonisme1 het gnosticisme en de kabbala wederom kort voor de ,hervorming optrad in ,pico van ,mirandola1 ,reuchlin1 ,nettesheim1 ,paracelsus2 dan in ,jakob ,bhme haar eigenlken wsgeer vond en in deze eeuw weer door ,schelling en ,baader werd voorgestaan4 ,schelling gaat daarvan uit1 dat het werkelke zn niet uit een zuiver denken is te verklaren4 ,het wat der dingen moge uit de rede worden afgeleid2 het dat der dingen is daaruit onmogelk te verklaren4 ,de essentie en de existentie der dingen wzen op verschillende principia terug1 ,philos4 der ,offenb41 ,werke1 ,,ii #c ,s4 #eg f4 ,daarom is beide het deisme en het pantheisme te verwerpen1 ,,ii #b ,s4 #fh f4 ,god mag niet eleatisch als een abstracte eenheid worden opgevat4 ,h is eene ,all-einheit1 eene ,mehrheit1 die de eenheid van het deisme en de alheid van het pantheisme met elkander verbindt1 ib4 #gc4 ,reeds in het begrip ,gods zn drie momenten te onderscheiden2 vooreerst dat van het zn-kunnende1 het subject1 de wil1 vervolgens dat van het zuiver-znde1 het object1 de idee1 en eindelk de identiteit van beide1 het subject-object1 ,,ii #b ,s4 #bd f4 ,,ii #c ,s4 #bje f4 ,in deze drie is het begrip van het absolute voltooid2 het is daardoor geest1 volmaakte geest1 ,,ii #c ,s4 #bch f41 persoonlk en zelfbewust1 ,,ii #b ,s4 #gc f41 een ,einzelwesen1 ,,ii #c ,s4 #agd4 ,maar al is het ook1 dat w denkende eerst door deze drie heen tot den volmaakten ,geest komen1 toch is ,h daarom niet uit deze voortgekomen4 ,integendeel1 de ,geest is het eerste en draagt deze drie momenten als immanente ,bestimmungen in zich1 ,,ii #c ,s4 #bdj f4 ,de volmaakte1 absolute ,geest is alzoo de an sich1 fr sich en bei sich seiende ,geist1 ib4 #bea f4 ,maar in dien ,geest ligt ook verborgen dat wat zn zal4 ,h is vre ,geest en kan zichzelven buiten zich openbaren1 ib4 #bfa4 ,de drie ,bestimmungen1 die de ,geest in zichzelf heeft1 worden de ,potenzen van een buitengoddelk zn1 ib4 #bgb4 ,schelling leidt heel de schepping1 de mythologie en de openbaring uit de scheiding en vereeniging der drie ,potenzen af2 z zn de vormen aller mogelkheden1 de principia1 de 1 van alle zn1 ,,ii #b ,s4 #fa1 #aab1 ,,ii #c ,s4 #bfg f4 ,deze kosmogonie is b ,schelling echter tegelkertd eene theogonie4 ,in de ontwikkeling der wereld verheffen de ,potenzen in ,god zich op steeds hooger trap2 in de openbaring ,gods aan zne schepselen wordt ,h tevens zichzelf openbaar4 ,de drie ,bestimmungen in den absoluten geest1 de drie ,potenzen in de wereldschepping en de mythologie banen den weg1 om de ne en zelfde ,godheid als drie personen te begrpen1 ,,ii #c ,s4 #caf4 ,de absolute ,geest wordt tot ,vader1 ,zoon en ,geest in het historisch verloop der openbaring4 ,god1 n4l4 niet eene bzondere gestalte maar de gansche ,god1 de absolute persoonlkheid1 kan ,vader heeten1 niet alleen als ,urheber van alle dingen1 maar ook in zoover ,h door de eerste ,potenz van zn wezen de tweede dwingt om zichzelve te realiseeren1 ,,ii #c ,s4 #caa1 #cbb1 maar ,h is niet werkelk ,vader b het begin en den voortgang van het proces1 maar eerst aan het einde1 ib4 #cce f4 #cci4 ,de tweede gestalte is de ,zoon1 wiens generatie niet eeuwig is maar betrekking heeft op het zn des ,zoons buiten den ,vader en daarom aanvangt in het moment der schepping2 de ,zoon is daarom eerst ten volle ,zoon aan het einde van het proces1 ib4 #cab1 #cah1 #cba f4 #ccj f4 ,en ditzelfde geldt van de derde ,potenz1 #ccc f4 ,aan het einde is de gansche ,godheid in drie van elkander onderscheidene personen verwerkelkt1 die noch drie onderscheidene ,goden noch ook slechts drie onderscheidene namen zn1 #cce1 #ccg4 ,door deze speculatie bracht de nieuwere philosophie het trinitarisch dogma wederom in eere4 ,het ontbrak niet aan pogingen1 om de triniteit denkend te construeeren1 vooral uit het wezen des geestes1 der zelfbewustheid1 der persoonlkheid1 ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 ,i #ddd f4 ,dorner1 ,chr4 ,gl4 ,i #dje f4 ,j4 ,h4 ,fichte1 ,deutinger1 ,rosenkrantz en anderen1 cf4 ,drews1 ,die deutsche ,spekul4 seit ,kant ,i #bhe-eca4 ,gnther ging zelfs zoo ver1 dat h1 evenals ,raymundus de ,sabunde1 ,raymundus ,lullus en enkele andere rationalisten1 het onderscheid tusschen articuli puri en mixti verwierp1 de drieenheid ook tot de redewaarheden rekende en uit den aard van het zelfbewustzn bewsbaar achtte1 ,drews ,i #ddg f4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorzeit ,i #cii-dea4 #be4 ,kerk en theologie namen over het algemeen tegenover deze philosophische constructies der triniteitsleer eene zeer gereserveerde houding aan4 ,hoogstens willen z van bewzen voor de triniteit alleen aposteriori iets weten1 ten einde het dogma op te helderen2 maar ook dan nog waarschuwden velen tegen de poging1 om voor deze leer steun te zoeken in de rede4 ,meer dan eenig ander was het dogma der triniteit een mysterie1 dat natuur en rede verre te boven ging en alleen uit de bzondere openbaring gekend kon worden4 ,evenals ,augustinus nam ,thomas wel vestigia trinitatis in de schepping aan en poogde ze ook a posteriori door redeneering toe te lichten4 ,maar h verklaarde uitdrukkelk1 dat de triniteit niet door de rede kenbaar was1 want de schepping is een werk der gansche triniteit en toont dus wel de eenheid des wezens maar niet het onderscheid der personen4 ,qui autem probare nititur trinitatem personarum naturali ratione1 fidei dupliciter derogat2 ten eerste door aan de waardigheid des geloofs dat alleen onzienlke dingen tot object heeft1 te kort te doen1 en ten tweede1 door anderen van het geloof af te houden1 als ze gaan denken1 dat ons geloof op zoo zwakke gronden steunt1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #cb art4 #a1 cf4 ook ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #c n4 #f en de commentaren op die plaats4 ,calvn zag weinig nut in de analogien en bewzen1 die uit natuur en mensch voor de triniteit werden bgebracht1 ,inst4 ,i #ac1 #ah4 ,i #ae1 #d4 ,comm4 in ,gen4 #a3bf4 ,en vele ,geref4 en ,luth4 theologen oordeelden op dezelfde wze1 ,hyperius1 ,meth4 theol4 p4 #aaa4 ,zanchius1 ,op4 ,i #cef sq4 ,walaeus1 ,op4 ,i #bcf4 ,synopsis pur4 theol4 ,,vii #ad4 ,mastricht1 ,theol4 theor4 pract4 ,,ii #bd1 #ba4 ,gerhard1 ,loci theol4 ,,iii #bc-cb4 ,quenstedt1 ,theol4 ,i p4 #bfe sq4 ,hollaz1 ,examen theol4 p4 #cdd enz41 cf4 in den nieuweren td ,bhl1 ,dogm4 #hj4 ,beck1 ,glaub4 ,,ii #abi4 ,zonder twfel is nu tegenover allen1 die de leer der triniteit op redelke gronden willen doen rusten1 staande te houden1 dat de kennis dezer leer alleen aan ,gods bzondere openbaring is te danken4 ,de ,schrift is de eenige en laatste grond voor de leer der drieenheid2 de rede kan hoogstens a posteriori deze leer eenigermate door het denken ophelderen4 ,maar toch zn de bgebrachte redeneeringen tot toelichting van het triniteitsdogma niet van alle waarde ontbloot4 ,vooreerst geeft de ,schrift er zelve ons vrheid toe1 als z zegt1 dat de gansche schepping en vooral de mensch een werk is van den drieenigen ,god4 ,zeer zeker zn alle werken ,gods naar buiten ongedeeld en aan alle drie personen eigen3 in deze werken staat dus veelmeer de eenheid ,gods dan het onderscheid der personen op den voorgrond4 ,maar in die eenheid kan toch de verscheidenheid niet ontbreken4 ,en de ,schrift zelve duidt daarmede aan1 dat alle schepselen vestigia1 en de mensch de imago trinitatis vertoonen zal4 ,hoezeer dan ook de zonde objectief de openbaring ,gods in zne werken omfloersd en subjectief ons oog verduisterd heeft1 het kan niet apriori worden ontkend1 dat het door de openbaring verlichte verstand in de natuur sporen ontdekken kan van dien ,god1 dien het in de ,schrift leerde kennen als drieenig in zn wze van bestaan en werken4 ,daar komt b1 dat al deze redeneeringen ongetwfeld niet in staat zn om het dogma der triniteit te bewzen4 ,geen van die alle kan of mag zn de grond van ons geloof4 ,we zouden de waarheid aan de bespotting onzer tegenstanders prsgeven1 indien w ze aannamen op zoo zwakke gronden1 als onze rede vermag b te brengen1 ,thomas ,s4 ,theol4 ,i qu4 #cb art4 #a1 qu4 #df art4 #b4 ,s4 c4 ,gent4 ,i c4 #i4 ,maar deze redeneeringen zn toch wel in staat1 om verschillende tegenwerpingen te weerleggen1 die tegen het dogma worden ingebracht1 ib4 c4 ,gent4 ,i c4 #i2 ze hebben wel de kracht om aan te toonen1 dat het noch onmogelk noch ongermd is1 wat de openbaring ons leert1 ib4 ,s4 ,theol4 ,,ii #b qu #a art4 #e ad #b2 en ze zn b machte te betoogen1 dat het geloof der tegenstanders onvoldoende is en met de rede zelf in strd1 ib4 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #a art4 #h4 ,voetius1 ,disp4 ,i p4 #a sq4 ,zoo ongermd is de leer der triniteit toch niet1 als ze aan een oppervlakkig rationalisme van vroeger en later td voorkwam4 ,met eene berekening1 dat n geen drie en drie geen n kan zn1 is ze niet omvergeworpen4 ,veeleer is de philosophie telkenmate en ook weer in deze eeuw tot de leer der triniteit teruggekeerd en heeft althans eenigermate haar rken zin en hare diepe beteekenis ingezien4 ,daar komt eindelk nog b dat deze redeneeringen den samenhang opsporen en bewaren tusschen natuur en genade1 tusschen schepping en herschepping4 ,het is nzelfde ,god1 die ons schept en onderhoudt en die ons herschept naar zn beeld4 ,de genade verheft zich wel boven de natuur1 maar is met haar niet in strd4 ,herstellend wat door de zonde in haar bedorven is1 verheldert en volmaakt z ook wat er in haar nog van ,gods openbaring is overgebleven4 ,het denkend verstand plaats de triniteitsleer midden in het rke leven van natuur en menschheid4 ,de beldenis van den ,christen is geen eiland in den oceaan1 maar een hooge bergtop1 vanwaar heel de schepping wordt overzien4 ,en het is de taak van den christelken theoloog1 om de openbaring ,gods in haar verband met en beteekenis voor heel het leven duidelk in het licht te stellen4 ,het christelk denken blft onbevredigd1 zoolang niet al het znde tot ,god drieenig is teruggeleid en de beldenis der drieenheid ,gods niet midden in het centrum van ons denken en leven is geplaatst4 ,de analogien en bewzen1 voor de triniteit bgebracht1 strekken dan ook niet om het dogma te demonstreeren1 maar ze dienen vooral om het veelzdig nut en de rke beteekenis aan te toonen1 die er in deze beldenis ligt opgesloten voor het leven en het kennen der schepselen4 ,ze zn ten slotte geboren niet uit eene zucht naar dele speculatie en ongepaste nieuwsgierigheid1 maar uit een diep religieus belang4 ,indien ,god drieenig is1 dan moet dat van de hoogste beteekenis zn1 want het is alleen uit en door en tot ,god1 dat alle dingen zn4 ,vooreerst dan doet de triniteit ons ,god kennen als den waarachtig ,levende4 ,reeds door de kerkvaders werd opgemerkt1 dat de dwaling van deisme en pantheisme1 van monisme en polytheisme door de triniteit vermeden1 en het ware1 dat in al die ideen over ,god verborgen lag1 in de triniteit was opgenomen4 ,het deisme graaft eene klove tusschen ,god en zn schepsel1 heft beider verwantschap op en houdt voor ,god niets dan een abstracte eenheid1 een puur zn1 een eentonige en eenvormige existentie over1 het bevredigt noch het hoofd noch het hart1 het is de dood der religie4 ,het pantheisme brengt ons ,god wel nader maar maakt ,hem aan het schepsel gelk1 wischt de grensln tusschen creator en creatura uit1 berooft ,hem van een eigen zn en leven en ondermnt den godsdienst4 ,maar de christelke leer der triniteit doet ,god kennen als wezenlk onderscheiden van de wereld en toch als een eigen1 zalig leven deelachtig4 ,god is eene volheid van zn1 4 ,h is niet onvruchtbaar1 4 ,h is het absolute zn1 de ,eeuwige1 die is en was en komen zal1 maar in dat zn de eeuwig levende1 de eeuwig voortbrengende4 ,men heeft de triniteit trachten afteleiden uit het denken en willen ,gods1 uit zne liefde1 goedheid1 volmaaktheid enz4 ,bedoeld als wsgeerige constructies der triniteitsleer1 laten z alle te wenschen over4 ,de constructie uit het denken brengt het tot geen onderscheid van personen1 maakt de processie van den derden persoon niet duidelk en moet met het oog op dezen overgaan tot en zich aanvullen met de constructie uit den wil ,gods4 ,de afleiding der triniteit uit de liefde stuit op dezelfde bezwaren en weet de processie des ,h4 ,geestes niet in het licht te stellen4 ,maar toch is het waar1 dat deze en alle andere eigenschappen eerst leven en realiteit verkrgen door de triniteit4 ,buiten en zonder deze zn ze namen1 klanken1 ledige begrippen4 ,als eigenschappen van een drieenig ,god beginnen ze te leven voor hoofd en voor hart4 ,eerst door haar verstaan we1 dat ,god in zichzelven1 ook afgedacht van de wereld1 de onafhankelke1 de eeuwige1 de alwetende1 de algoede1 de liefde1 de heiligheid en de heerlkheid is4 ,de triniteit doet ons ,god kennen als de volheid van zn1 het waarachtige leven1 de eeuwige schoonheid4 ,ook in ,god is er eenheid in de verscheidenheid1 verscheidenheid in de eenheid4 ,ja deze orde en harmonie is in ,hem op absolute wze aanwezig4 ,b schepselen is daarvan slechts eene zwakke analogie4 ,of de eenheid of de verscheidenheid komt niet tot haar recht4 ,schepselen bestaan in ruimte en td1 staan naast elkaar en doordringen elkander niet4 ,er is eenheid alleen door attractie1 door wil en genegenheid1 eene zedelke eenheid1 die verbreekbaar en wankel is4 ,en waar diepergaande1 physische eenheid bestaat1 b4 v4 tusschen de vermogens der ne substantie1 is er onzelfstandigheid1 en neemt de eenheid het onderscheid in zich terug4 ,maar in ,god is beide aanwezig3 absolute eenheid en absolute verscheidenheid4 ,het is nzelfde wezen1 dat door drie supposita gedragen wordt4 ,er is hier de hoogste gemeenschap1 gemeenschap deszelfden wezens1 en tegelk de hoogste verscheidenheid1 verscheidenheid van personen4 ,daarom kunnen1 indien ,god drieenig is1 de drie personen niet anders dan als gedacht worden4 ,het arianisme in zne velerlei vormen denkt het wezen ,gods niet in en bevredigt daarom het denken niet4 ,indien er onderscheidingen zn1 niet buiten maar in en binnen het ,goddelk wezen1 dan moeten deze onderscheidingen1 d4 i4 deze personen allen wezensgelk zn4 ,in ,god kan niets bestaan1 wat iets anders of iets minder dan ,god ware4 ,er is geen overgang tusschen ,schepper en schepsel4 ,vader1 ,zoon en ,geest zn allen hetzelfde wezen deelachtig en waarachtig ,god1 of ze zinken neder tot het creatuur4 ,er is op christelk standpunt geen derde mogelk4 ,maar evenzoo wordt hierdoor het sabellianisme in zn verschillende modi veroordeeld4 ,want de homoousie der drie personen heeft dan alleen zin en beteekenis1 als deze waarlk en realiter van elkander onderscheiden zn1 als onderscheidene dragers van eenzelfde substantie4 ,de verscheidenheid der subjecten1 die in de openbaring ,gods1 in schepping en herschepping1 naast elkander optreden1 komt op uit de verscheidenheid1 die in het wezen ,gods zelf tusschen de drie personen bestaat4 ,er zou naar buiten geen onderscheid in de eenheid kunnen zn1 indien z niet innerlk1 ad intra1 bestond4 ,in de tweede plaats is de triniteit van het hoogste belang voor de schepping4 ,deze is alleen te handhaven b de beldenis van een drieenig ,god4 ,daardoor alleen is het toch mogelk1 om eenerzds tegen het deisme het verband en andererzds tegen het pantheisme het onderscheid van ,god en wereld te handhaven4 ,de schepping is niet te denken als een zuiver toeval en evenmin als eene zelfontwikkeling van het ,goddelk wezen4 ,z moet haar grondslag hebben in ,god en toch geen moment vormen in zn innerlk levensproces4 ,hoe zou dit beide te handhaven zn anders dan door de drieenheid ,gods8 ,het leven ,gods is ,goddelk rk2 het is vruchtbaar2 er is actie1 productie in4 ,en de triniteitsleer spreekt daarom ook van de generatie des ,zoons en de processie des ,h4 ,geestes4 ,beide deze daden zn wezenlk onderscheiden van de schepping2 gene zn immanente verhoudingen1 deze is een opus ad extra2 gene zn genoegzaam in zichzelve1 ,god heeft de schepping niet noodig1 ,h is leven1 zaligheid1 heerlkheid in zichzelven4 ,maar toch staat de schepping met deze vruchtbaarheid ,gods in het nauwste verband4 ,want vooreerst heeft ,athanasius terecht opgemerkt1 dat indien het ,goddelk wezen onvruchtbaar is en zichzelf niet mededeelen kan1 er ook van geen openbaring ,gods naar buiten1 d4 i4 van geen mededeeling ,gods in en aan zn schepsel sprake kan zn4 ,de leer van de onmededeelbaarheid van het ,goddelk wezen door generatie en processie aan ,zoon en ,geest brengt mede1 dat de wereld los staat naast1 buiten1 tegenover ,god4 ,god is dan absoluut verborgen1 1 1 het onbewuste1 ,ungrund2 de wereld openbaart ,hem niet2 er is geen kennisse ,gods mogelk4 ,daarentegen leert het dogma der triniteit1 dat ,god zich meedeelen kan1 absoluut aan ,zoon en ,geest1 relatief dus ook aan de wereld4 ,want de mededeeling1 die er plaats heeft in het ,goddelk wezen1 is naar de gedachte van ,augustinus1 het voorbeeld1 de archetype van het werk ,gods in de schepping4 ,de ,schrift wst telkens op het nauwe verband1 dat tusschen ,zoon en ,geest eenerzds1 en de schepping andererzds bestaat4 ,de benamingen ,vader1 ,zoon 7woord1 wsheid71 ,geest duiden zeer zeker immanente relatin aan1 maar weerspiegelen zich toch ook in de verhoudingen1 die in de werken ,gods naar buiten tusschen de drie personen aanwezig zn4 ,uit den ,vader zn alle dingen2 in den ,zoon liggen de ideen van alle zn2 in den ,geest zn de principia van alle leven4 ,de generatie en processie in het ,goddelk wezen zn de immanente daden ,gods1 die eene schepping en openbaring ,gods naar buiten mogelk maken4 ,daaruit eindelk is te verklaren1 dat alle werken ,gods naar buiten dan eerst genoegzaam worden gekend1 als hun trinitarisch bestaan wordt ingezien4 ,de voorbeelden1 boven genoemd1 zn ten deele zeer gezocht en in elk geval niets meer dan analogien4 ,maar de philosophie van ,plato af tot von ,hartmann toe is altd weer1 bewust of onbewust1 tot een drietal principia of teruggekeerd1 waaruit de schepping in haar geheel en in hare deelen kon worden verklaard4 ,er ligt een groote waarheid in1 dat de schepping ons overal vestigia trinitatis vertoont4 ,en omdat deze vestigia zich het duidelkst in den mensch vertoonen en h zelfs imago trinitatis heeten mag1 daarom spoort h als het ware door een immanenten drang allerwege deze vestigia op4 ,in de trias komt eerst uit de volkomenheid van het schepsel1 de afgerondheid van het systeem1 de harmonie der schoonheid4 ,hoe hooger iets staat in de schepselenr1 des te meer streeft het de trias tegemoet4 ,en zelfs in de afdwalingen van den mensch op godsdienstig gebied is er nog iets van deze werking te bespeuren4 ,schelling's poging om ook de mythologie trinitarisch te duiden1 is toch nog iets meer geweest dan eene geniale phantasie4 ,in de derde plaats is de triniteit van het hoogste gewicht voor de christelke religie4 ,met de beldenis van ,gods drieenheid staat en valt het gansche ,christendom1 de geheele bzondere openbaring4 ,z is de kern van het christelk geloof1 de wortel aller dogmata1 de substantie van het nieuwe verbond4 ,uit dit religieus1 christelk belang heeft dan ook de ontwikkeling der kerkelke triniteitsleer haar aanvang genomen4 ,het ging b haar waarlk niet om een metaphysisch leerstuk of wsgeerige bespiegeling1 maar om het hart en het wezen der christelke religie zelve4 ,zoozeer wordt dit gevoeld1 dat allen1 die nog prs stellen op den naam van ,christen1 eene zekere triniteit erkennen en huldigen4 ,in elke christelke beldenis en dogmatiek is de diepste vraag deze1 hoe ,god n en toch weer drievoudig kan zn4 ,en al naar gelang deze vraag beantwoord wordt1 komt in alle stukken der leer de christelke waarheid minder of meer tot haar recht4 ,in de triniteitsleer klopt het hart van heel de openbaring ,gods tot verlossing der menschheid4 ,voorbereid in het ,oude ,verbond1 treedt z daarom eerst duidelk in ,christus aan het licht4 ,de religie kan met niets minder dan ,god zelven toe4 ,in ,christus nu komt ,god zelf tot ons1 en in den ,h4 ,geest deelt ,h ons zichzelven mede4 ,het werk der herschepping is door en door trinitarisch4 ,uit en door en in ,god zn alle dingen4 ,het is n ,goddelk werk van het begin tot het einde1 en toch drievoudig onderscheiden2 het wordt besloten door de liefde des ,vaders1 de genade des ,zoons en de gemeenschap des ,h4 ,geestes4 ,en dienovereenkomstig wst het geloofsleven van den ,christen op drie principia terug1 gelk de ,ned4 ,gel4 art4 #i zegt1 dat w de leer der drieenheid kennen zoo uit de getuigenissen der ,heilige ,schrift als uit de werkingen der drie personen1 voornamelk uit degene1 die w in ons gevoelen4 ,w weten ons kinderen van den ,vader1 verlost door den ,zoon en met beiden in gemeenschap door den ,h4 ,geest4 ,alle heil en zegen komt ons uit ,god drieenig toe4 ,in dien naam worden w gedoopt2 die naam is de hoofdsom onzer beldenis2 van dien naam daalt alle zegen op ons neer2 aan dien naam brengen w eeuwiglk dank en eere2 in dien naam vinden w rust voor het hart1 vrede voor onze conscintie4 ,de ,christen heeft een ,god boven en voor en in zich4 ,aan de leer der triniteit is daarom de zaligheid in dit en het toekomende leven verbonden1 al is het ook1 dat w de mate der kennis niet kunnen bepalen1 die ook van dit mysterie eisch is voor een oprecht geloof4 #bh4 ,,de ,,raad ,,gods4 #a4 ,tot dusver handelden w over het ,goddelk wezen1 gelk het is en bestaat in zichzelf4 ,niet in dien zin1 alsof w over ,god dachten en spraken1 buiten zne openbaring in natuur en ,schrift om4 ,immers w kunnen van ,god niet spreken dan op grond van zne openbaring2 als w ons onderwonden zne namen op onze lippen te nemen1 spraken w van ,hem als ,christenen1 onderwezen door zn ,woord4 ,maar toch handelden w over ,god1 gelk ,h blkens zne openbaring in zichzelf bestaat4 ,en w leerden ,hem kennen als het eeuwige wezen1 dat tegelk het hoogste zn en het hoogste leven is1 als summum esse1 louter essentia en tevens als ipsissima 1 actus purissimus1 totus actuosus2 ,h werkt altd4 ,thans dalen w tot zne werken af4 ,die werken zn de schepselen1 opera ad extra4 ,maar voordat w deze kunnen beschouwen1 rst de vraag3 ,welk is het verband tusschen ,god1 gelk ,h in zichzelf bestaat en deze zne werken8 ,en dat verband wordt aangegeven in den ,raad ,gods1 die de opera essentialia ad intra1 d4 i4 de besluiten omvat4 ,deze worden ons in de ,schrift niet in het afgetrokkene beschreven1 maar in de historie zelve ons voor oogen gesteld4 ,god is ,heer der gansche aarde en betoont dat van dag tot dag in de schepping1 onderhouding en regeering aller dingen4 ,en zoo is het ook met de verkiezing en de verwerping4 ,deze worden in het ,o4 ,t4 niet als eeuwige besluiten geteekend1 maar z treden ons op iedere bladzde als feiten in de historie tegemoet4 ,van den aanvang af gaat het menschelk geslacht in tween uiteen1 in de heilige linie van ,seth1 ,gen4 #d3be1 #bf1 #e3a-cb en de meer en meer van ,god zich vervreemdende van ,kain1 ,gen4 #d3ag-bd4 ,als beide geslachten zich vermengen en de ongerechtigheid doen toenemen1 vindt ,noach alleen genade in de oogen des ,heeren1 ,gen4 #f4 ,na den zondvloed wordt de zegen uitgesproken over ,sem en ,japhet1 de vloek daarentegen over ,kanaan1 ,gen4 #i3be-bg4 ,uit ,sems geslacht wordt ,abraham verkoren1 ,gen4 #ab4 ,van zne zonen is niet ,ismael maar ,izak de zoon der belofte1 ,gen4 #ag3ai-ba1 #ba3ab1 #ac4 ,onder ,izaks zonen wordt ,ezau gehaat en ,jakob geliefd1 ,gen4 #be3bc1 ,mal4 #a3b1 ,rom4 #i3aa1 #ab4 ,van de zonen van ,jakob krgt elk een eigen rang en taak1 en ontvangt ,juda het primaat1 ,gen4 #di4 ,terwl alle andere volken tdelk voorbgegaan worden en hun eigen wegen wandelen1 wordt ,israel alleen uitverkoren door den ,heere tot een volk des eigendoms4 ,deze verkiezing1 1 1 ,hos4 #ac3e1 ,am4 #c3b1 is niet geschied om ,israels waardigheid maar alleen naar ,gods ontfermende liefde1 ,deut4 #d3cg1 #g3f-h1 #h3ag1 #i3d-f1 #aj3ae1 ,ezech4 #af3av4 ,am4 #i3g en deze liefde is van oude dagen af1 ,jer4 #ca3c4 ,z had tot object ,israel als volk en natie1 ofschoon duizenden het verbond verbraken en er onderscheid is tusschen ,israel naar het vleesch en naar de belofte1 ,rom4 #b3bh1 #bi1 ,rom4 #i-aa4 ,en z had tot doel1 dat ,israel den ,heere toebehooren1 zn volk en eigendom wezen1 en in heiligheid voor zn aangezicht wandelen zou1 ,ex4 #ai3e1 ,deut4 #g3f1 #ad3b1 #bf3ah1 ,ps4 #ace3d1 ,mal4 #c3ag4 ,in den kring van ,israel is er dan telkens weer sprake van een bzondere verkiezing tot een waardigheid of dienst1 zoo b4 v4 van ,jerusalem en ,sion tot eene woning des ,heeren1 ,deut4 #ab3e1 #ad3bc1 #a ,kon4 #aa3cj1 #b ,k4 #ba3g1 ,ps4 #gh3fh1 #gj1 van ,mozes tot middelaar des ,o4 ,verbonds1 ,ex4 #c1 van ,levi tot het priesterschap1 ,deut4 #ah3e1 #ba3e1 van ,saul en ,david tot koning1 #a ,sam4 #aj3bd1 #b ,sam4 #f3ba1 van de profeten tot hun ambt1 #a ,sam4 #c1 ,jes4 #f1 ,jer4 #a1 ,ezech4 #a-c1 ,am4 #c3g1 #h1 #g3ae1 bovenal van den ,messias tot ,verlosser van zn volk1 die de ,israel1 de knecht des ,heeren b uitnemendheid is1 ,jes4 #da3h1 #db3a1 #dd3a1 #de3d enz4 ,toch ofschoon deze verkiezing in het ,o4 ,t4 meest als feit in de historie optreedt en alzoo met de roeping zelve samenvalt1 toch berust ze op eene voorkennis en voorbepaling ,gods4 ,in het algemeen leert het ,o4 ,testament1 dat ,god alle dingen schept1 onderhoudt en regeert door het woord en met wsheid1 ,ps4 #cc3f1 #ajd3bd1 ,job #ch1 ,spr4 #h enz41 zoodat alles berust op gedachte ,gods4 ,maar er wordt ook uitdrukkelk gezegd1 dat ,god het toekomstige weet en vooraf verkondigt1 ,jes4 #da3bb1 #bc1 #db3i1 #dc3i-ab1 #dd3g1 #df3aj1 #dh3cv41 ,amos #c3g4 ,in de profetie maakt ,h van te voren de dingen bekend1 welke en zooals ze geschieden zullen1 ,gen4 #c3adv4 #f3ac1 #i3bev4 #ab3bv4 #ae3acv4 #be3bc1 #di3hv4 enz4 ,de levensdagen van een mensch zn alle reeds te voren bepaald en in 't boek ,gods geschreven1 voordat er nog een in het aanzn getreden is1 ,ps4 #aci3af1 #ca3af1 #ci3f1 ,job #ad3e4 ,de rechtvaardigen zn geschreven in het boek des levens1 gelk de burgers van een stad of een rk zn opgeteekend1 en hebben daarin de verzekering1 dat z deel zullen hebben aan het leven in de gemeenschap met ,god in de theocratie van ,israel1 ,ex4 #cb3cb1 ,ps4 #hg3f1 ,ezech4 #ac3i1 ,jer4 #ag3ac1 ,ps4 #fi3bi2 in ,jes4 #d3c en ,dan4 #ab3a wordt dit verder zoo ontwikkeld1 dat aan het theocratisch heil in de toekomst z deel zullen hebben1 die opgeschreven zn ten leven4 ,de ,nieuwtest4 gedachte wordt hier voorbereid1 dat het boek des levens de namen bevat van de erfgenamen des eeuwigen levens4 ,en alle dingen geschieden naar den raad ,gods4 ,b ,hem is wsheid en macht1 raad1 en verstand1 ,job #ab3ac1 ,spr4 #h3ad1 ,jes4 #i3e1 #aa3b1 #bh3bi1 ,jer4 #cb3ai4 ,h kiest daardoor altd de beste wegen tot bereiking van zn doel1 heeft niemands raad noodig1 en is vreeselk1 verre verheven1 boven den raad der heiligen en van allen1 die rondom ,hem zn1 ,jes4 #dj3ac1 ,jer4 #bc3ah1 #bb1 ,ps4 #hi3h4 ,gods raad is zne bepaalde gedachte1 zn vast besluit over alle dingen1 ,jes4 #ad3bd-bg1 ,dan4 #d3bd4 ,die raad is wel verborgen1 ,job #ae3h maar komt in de historie zelve tot werkelkheid4 ,want naar dien raad geschiedt alles1 h bestaat in eeuwigheid1 niemand kan hem weerstaan1 ,jes4 #bd vs4 #bd-bg1 #df3aj1 ,ps4 #cc3aa1 ,spr4 #ai3ba2 en daartegenover wordt de raad der vanden vernietigd1 ,neh4 #d3ae1 ,ps4 #cc3aj1 ,spr4 #ba3cj1 ,jer4 #ai3g4 #b4 ,het ,n4 ,test4 stelt dezen raad ,gods in nog veel helderder licht4 ,niet alleen zn ,gode al zne werken van eeuwigheid bekend1 ,hd4 #ae3ah 7cf4 echter de variae lectiones71 maar alles geschiedt naar den bepaalden raad en voorkennis ,gods4 ,het ,n4 ,t4 woord duidt aan den wil ,gods als berustend op raad en overleg1 en is daarin van 1 den wil als wil1 onderscheiden1 cf4 ,ef4 #a3aa 4 ,zulk een raad ,gods gaat er aan alle dingen vooraf4 ,h omvat alles1 ,ef4 #a3aa1 ook de zondige daden der menschen1 ,hd4 #b3bc1 #d3bh1 cf4 ,luk4 #bb3bb4 ,god heeft de woonplaats der volken zoowel in td als in uitbreiding te voren bepaald1 1 ,hd4 #ag3bf4 ,gods wil wordt openbaar ook in de verderving van ,judas1 ,joh4 #ag3ab1 in de overgave der ,heidenen1 ,rom4 #a3bd1 in de verwerping van ,ezau1 ,rom4 #i3ac1 in de verharding van de goddeloozen1 ,rom4 #i3ah1 in de verwekking van ,pharao1 ,rom4 #i3ag1 in het verdragen van de vaten des toorns tot het verderf toebereid1 ,rom4 #i3bb1 in het gezet zn 77 van ,christus niet alleen tot eene opstanding maar ook 1 ,luk4 #b3cd1 tot een 1 ,joh4 #c3ai-ba1 tot een 1 #a ,petr4 #b3g1 #h1 cf4 #a ,thess4 #e3i1 ,judas vs4 #d4 ,maar vooral heeft de toch betrekking op het werk der verlossing1 ,luk4 #g3cj1 ,hd4 #ac3cf1 #bj3bg1 ,hebr4 #f3ag4 ,en het ,n4 ,t4 is rk in woorden1 om dezen raad ,gods nader te omschrven4 ,z spreekt van 1 welbehagen1 welgevallen1 ,mt4 #aa3bf1 ,luk4 #b3ad1 #aj3ba1 ,ef4 #a3e1 #i1 ,phil4 #b3ac1 #b ,thess4 #a3aa2 1 voornemen1 ,rom4 #h vs4 #bh1 #i3aa1 ,ef4 #a3aa1 #c3aa1 #b ,tim4 #a3i2 1 voorkennis1 ,rom4 #h3bi1 #aa3b1 #a ,petr4 #a3b2 1 uitverkiezing1 ,mk4 #ac3bj1 ,hd4 #i3ae1 #ac3ag1 #ae3g1 ,rom4 #i3aa1 #aa3e1 #bh1 #a ,cor4 #a3bg1 #bh1 ,ef4 #a3d1 #a ,thess4 #a3d1 #b ,petr4 #a3aj1 ,jak4 #b3e2 1 ,rom4 #h3bi1 ,cor4 #b3g1 ,ef4 #a3e1 #aa2 cf4 ook ,hd4 #ac vs4 #dh waar gezegd wordt1 dat er zoovelen geloofden1 1 d4 i4 niet als er zich geschikt hadden of subjectief gepraedisponeerd waren maar als er verordend1 besteld waren ten eeuwigen leven2 en ook nog ,ef4 #b3aj1 waar van de goede werken der geloovigen gezegd wordt1 dat ,god ze 4 ,de woorden zn aldus onderscheiden3 duidt aan1 dat ,god in het werk der zaligheid niet naar willekeur of toeval maar naar een vast plan1 naar een onveranderlk voornemen te werk gaat2 wzigt dit aldus1 dat dat voornemen niet allen omvat1 maar dat het een ' 1 ,rom4 #i3aa1 een verkiezend voornemen is1 zoodat niet allen maar velen tot de zaligheid komen2 let op de personen1 die in dit verkiezend voornemen ,gods het object zn niet van zne nuda praescientia maar van zne dilectio practica2 terwl eindelk meer ziet op de middelen1 welke ,god beschikt1 om deze gekenden te brengen tot de voor hen bepaalde bestemming4 certitudinem eventus indicat1 personarum singularitatem1 mediorum ordinem4 ,de verkiezing is certa per 1 determinata per 1 ordinata per 1 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iv qu4 #g4 ,de eeuwigheid van dit voornemen ligt niet vanzelf reeds opgesloten in de praepositie 1 waarmede de woorden zn samengesteld1 maar wordt toch duidelk uitgesproken in ,ef4 #c3aa1 #b ,tim4 #a3i1 cf4 ,mt4 #be3cd1 #a ,cor4 #b3g1 ,ef4 #a3d4 ,wel is beweerd1 dat ,paulus in ,rom4 #i niet handelt over de absolute vrmacht en het eeuwig besluit ,gods1 maar alleen over een ,verhalten ,gottes1 das in der ,zeit1 in der ,geschichte seine ,ursachen wie seine ,wirkungen hat1 ,w4 ,beyschlag1 ,die paulin4 ,theodicee ,rm4 ,,ix-,,xi1 #bte ,aufl4 ,halle #ahie4 ,dr4 van ,dk1 ,de leer der verkiezing volgens het ,n4 ,t41 ,studin ond4 red4 van de la ,saussaye1 ,valeton en ,van ,dk ,,iv #c;e stuk4 ,buhl1 ,der ,gedankengang von ,rm4 #i-aa1 ,stud4 u4 ,kr4 #ahhg ,s4 #bie-cbb4 ,kbel1 ,herzog #ab1 #aeh4 ,maar deze bewering wordt door ,rom4 #i weerlegd4 ,immers1 de ' gaat duidelk aan de feiten der historie vooraf2 de geschiedenis dient dus om dat voornemen1 dat al bestond1 vast te doen blven1 ,rom4 #i3aa4 ,aan ,sara wordt lang te voren een zaad der belofte beloofd1 v4 #i4 ,voordat de kinderen van ,izak geboren waren1 had ,god al gezegd1 dat de meerdere den mindere zou dienen1 vs4 #aa4 ,de verzen #ae-ah leeren dat de verkiezing haar oorzaken niet heeft in de werken maar enkel en alleen in den wil van den roepende4 ,zeer zeker spreekt ,rom4 #i van een handelen ,gods in den td maar de oorzaak van dat handelen valt buiten den td1 ligt alleen in ,gods wil en welbehagen4 ,daarb komt1 dat de causa electionis elders ook duidelk alleen en uitsluitend aan ,gods genade1 liefde1 welbehagen toegeschreven wordt1 ,mt4 #aa3be1 ,luk4 #ab3cb1 ,ef4 #a3e1 #i1 #aa1 #b ,tim4 #a3i1 #aj4 ,zelfs is het niet juist1 om b ,rom4 #i3ba hetz uitsluitend met het supralapsarisme aan de massa incorrupta of met ,augustinus en het infralapsarisme alleen aan de massa corrupta te danken4 ,paulus denkt hier in 't geheel niet aan deze onderscheiding4 ,wat h zeggen wil1 is alleen dit1 dat ,god het absolute recht heeft1 om aan zne schepselen die bestemming te geven1 welke ,hem goeddunkt1 cf4 ,jes4 #aj3ae1 ,jer4 #ah1 ,mt4 #bj3ae4 ,van het standpunt van het absolute recht heeft een schepsel niets tegen zn ,schepper te zeggen4 ,paulus weerlegt alle bedenkingen tegen de verkiezing niet daarmede1 dat z rechtvaardig en billk is maar met een beroep op de souvereiniteit en het absolute recht ,gods4 ,evenals het ,n4 ,t4 de eeuwigheid der verkiezing duidelker uitspreekt dan het ,o4 ,t41 zoo vat het die verkiezing ook meer individueel en persoonlk op4 ,terwl in het ,o4 ,t4 het volk van ,israel als het object der verkiezing voorkomt1 zn het hier bzondere personen1 die in ,christus verkoren zn1 saam zn lichaam vormen en den naam van dragen1 ,mt4 #bd3ca1 ,luk4 #ah3g1 ,hd4 #ac3dh1 ,rom4 #h3cc1 ,ef4 #a3d1 ,tit4 #a3a1 #b ,tim4 #b3aj1 #a ,petr4 #a vs4 #a1 #b1 #i enz4 ,vooral blkt dit ook uit het boek des levens1 waarin de namen zn opgeschreven van de erfgenamen des eeuwigen levens1 ,luk4 #aj3bj1 ,hebr4 #ab3bc1 ,phil4 #d3c1 ,op4 #c3e1 #ac3h1 #bj3ab1 #ba3bg1 #bb3ai4 ,eindelk is het de duidelke leer van het ,n4 ,test4 dat de verkiezing haar doel heeft1 niet in een aardsch leven in ,kanaan1 noch ook in eene eminente plaats in het ,godsrk1 maar bepaaldelk in de hemelsche zaligheid4 ,wel is er binnen de gemeente ook weer eene verkiezing tot een of ander ambt of dienst1 bv4 van de apostelen1 ,luk4 #f3ac1 ,joh4 #f vs4 #gj enz41 maar de eigenlke verkiezing heeft tot doel de heiligheid1 ,ef4 #a3d1 het kindschap1 ,ef4 #a3e1 de zaligheid1 #b ,thess4 #b vs4 #ac1 het eeuwige leven1 ,hd4 #ac3dh1 de gelkvormigheid aan ,christus1 ,rom4 #h3bi1 ,joh4 #ag3bd1 de verheerlking ,gods1 ,ef4 #a vs4 #f1 #ab4 ,ook in ,rom4 #i handelt ,paulus niet over eene hoogere of lagere plaats in het ,godsrk1 maar h maakt onderscheid in ,israel zelf tusschen kinderen des vleesches en kinderen der belofte4 ,h spreekt bepaald van vaten ter eere en van vaten ter oneere1 4 ,h plaatst ontferming en verharding tegenover elkander1 en laat in vs4 #ad en #ai tegenwerpingen aan het woord komen1 wier ernst juist de leer van zulk eene vrmachtige verkiezing onderstelt4 #c4 ,ook buiten de christelke religie is er over praedestinatie en wilsvrheid velerlei strd gevoerd4 ,de philosophie is beurtelings gekomen tot een pantheistisch determinisme of tot eene deistische vrheidsleer4 ,de ,joden schrven den mensch ook in den toestand van zonde de wilsvrheid toe1 ,weber1 ,system #bbc4 ,in het ,mohammedanisme is over praedestinatie en wilsvrheid een strd gevoerd1 die in veel opzichten analoog is aan dien in de christelke kerk4 ,in den ,islam is ,god de volstrekte almacht1 de absolute willekeur1 tegenover welke de mensch volkomen ldelk is4 ,daartegen kwam in de tweede eeuw der ,hedjra verzet van den kant der ,motazelieten1 die den vren wil verdedigden1 de voorbeschikking bestreden en niet de almacht maar de gerechtigheid beschouwden als het wezen ,gods1 ,houtsma1 ,de strd over het dogma tot op ,el-,ash'ari1 ,leiden #ahge4 ,kuenen1 ,volksgodsd4 en wereldgodsd4 #ahhb blz4 #dj v42 verg4 ook den strd in de school van ,ramanuja in ,indi1 die dikwerf met dien van ,gomaristen en ,arminianen vergeleken is1 ,saussaye1 ,rel4 gesch4 ,i #ddh4 ,in de christelke kerk legde men in den eersten td tegenover het heidensche noodlot en het gnostische naturalisme allen nadruk op de zedelke natuur1 de vrheid en de verantwoordelkheid van den mensch en kon daarom de leer der ,schrift over den raad ,gods niet tot haar recht doen komen4 ,de mensch was wel in meerdere of mindere mate door de zonde bedorven maar bleef toch nog vr en kon de aangebodene genade ,gods aannemen4 ,eene absolute praedestinatie en eene onwederstandelke genade werd niet geleerd2 de raad ,gods bestond in de praescientia en de daarvan afhankelke bepaling van loon of straf4 ,god geeft aan het ongeloof over hen1 van wie h vooruit weet dat z niet zullen gelooven1 en ,h verkiest degenen1 wier verdiensten ,h vooruit heeft gezien1 ,justinus1 c4 ,tryph4 #ada4 ,iren4 adv4 haer4 ,,iv #bi4 ,tertull4 adv4 ,marc4 ,,ii #bc enz41 cf4 ,mnscher--v4 ,coelln ,i #cef f4 ,hagenbach1 #dh en #eg4 ,calvn1 ,inst4 ,,ii #b1 #d1 #i4 ,dit is wezenlk het standpunt gebleven van de grieksche kerk4 ,de mensch is door de zonde verzwakt en sterfelk geworden4 ,toch kan h nog het natuurlk goede willen en ook de aangeboden genade 7gratia praeveniens7 aannemen of verwerpen4 ,neemt h ze aan1 dan wordt h door die genade ondersteund 7gratia cooperans71 en moet tot den einde toe volharden1 want h kan nog altd afvallen4 ,degenen1 die de genade aannemen en volharden1 heeft ,god te voren gekend en voor de zaligheid bestemd4 ,de anderen1 ofschoon ,h voluntate antecedente aller zaligheid wil1 laat ,h liggen in hun val en bestemt hen ten verderve1 ,damascenus1 de fide orthod4 ,,ii #bi1 #cj4 ,conf4 orthod4 qu4 #bf-cj4 ,in de wze van uitdrukking sloot ,pelagius zich b de ouderen aan1 maar h leerde toch1 door miskenning van de door de kerkvaders steeds tegelk gehandhaafde leer van de verlossing1 iets wezenlk nieuws1 ,harnack1 ,d4 ,g4 ,,iii #ahc4 ,de zonde was b hem geen hebbelkheid of toestand1 maar alleen eene daad1 welke de menschelke natuur met haar vren wil volkomen ongeschonden laat4 ,de genade bestaat daarin1 dat ,god aan den mensch door de schepping het posse in natura schenkt en voorts in de wet en de leer en het voorbeeld van ,christus hem een auxilium divinum biedt2 deze gratia per ,christum wordt echter geschonken secundum merita aan zulken1 die hun vren wil goed gebruiken4 ,de praedestinatie eindelk was niets dan een vooruitzien ,gods van de vre daden en verdiensten der menschen en de daaraan beantwoordende vooruitbepaling van loon en straf4 ,eigenlk is er dus geen praedestinatie van de zde ,gods1 noch tot de genade1 noch tot de zaligheid2 ze hangt geheel af van de praevisio der goede daden van den mensch4 ,alleen kwam ,pelagius b den kinderdoop in eene groote moeilkheid1 want deze werd zonder eenige verdiensten geschonken2 en h kon zich daaruit niet redden dan door allerlei uitvluchten en inconsequenties4 ,de leer van ,pelagius werd eenigszins verzacht in het in de ,middeleeuwen zoo genoemde semipelagianisme van ,johannes ,cassianus1 abt in ,marseille1 leerling van ,chrysostomus en goed bekend met de grieksche patres4 ,deze leerde wel1 dat de zonde de menschelke natuur bedorven had4 ,doch de mensch was niet dood1 maar krank4 ,h was gelk aan een zieke1 die zichzelf niet genezen maar toch de medicn tot zich nemen en naar genezing verlangen kan2 aan iemand1 die in een put gevallen1 zichzelf niet redden maar toch het toegeworpen touw aangrpen kan4 ,de zondige mensch kan daarom de genade niet verdienen1 maar toch wel aannemen1 en1 door haar ondersteund1 volharden4 ,en ,god schenkt die genade aan hen1 van wie ,h vooruit heeft gezien1 dat z haar zouden aannemen en in haar zouden volharden2 zoo ook b kinderen en volken4 ,h onthoudt ze daarentegen aan hen1 van wie h het tegendeel voorziet4 ,en hierin bestaat de praedestinatie en reprobatie2 z hangt af van de praescientia ,dei aangaande de houding des menschen tegenover de aangeboden genade4 ,nostrum est velle1 ,dei perficere4 ,cf4 ,g4 ,j4 ,vossius1 ,historia ,pelagianismi #afah1 betere editie #afee4 ,wiggers1 ,pragm4 ,darstellung des ,aug4 u4 ,pelag4 #ahca-cc4 ,wrter1 ,der ,pelag4 nach seinem ,ursprunge und seiner ,lehre1 ,freiburg #ahff4 ,munscher-v4 ,coelln ,i #cga f4 ,harnack1 ,d4 ,g4 ,,iii #aea f4 ,schwane1 ,dogm4 ,,ii #eab f4 ,mller1 art4 ,pelagius in ,herzog4 ,reeds lang vr den pelagiaanschen strd leerde ,augustinus de praedestinatie4 ,h kwam daartoe door zne studie van den brief aan de ,romeinen1 ,reuter1 ,augustin4 ,studien #ahhg ,s4 #e f41 en wilde hierin niets anders geven dan de leer der ,schrift1 de dono pers4 c4 #ai4 ,h gaf ze reeds in zne quaestiones ad ,simplicianum van het jaar #cig en ontwikkelde ze dan breeder in zne geschriften de correptione et gratia #dbg1 de praedestinatione sanctorum en de dono perseverantiae #dbh of #dbi4 ,augustinus maakt onderscheid tusschen praescientia en praedestinatio4 ,gene is ruimer dan deze4 ,praedestinasse est hoc praescisse1 quod 7,deus7 fuerat ipse facturus1 de dono persev4 #ah4 de praed4 sanct4 #aj4 #ai4 ,de praedestinatie is niets anders dan praescientia scilicet et praeparatio beneficiorum ,dei1 quibus certissime liberantur quicunque liberantur1 de dono pers4 #ad4 ,deze praedestinatie geschiedt niet naar verdienste of waardigheid maar uit loutere genade2 niet om maar tot het geloof1 non eliguntur quia crediderunt sed eliguntur ut credant1 de praed4 sanct4 #ag4 ,alle menschen waren immers gelk1 eene massa damnata1 de civ4 ,,xiv #bf4 de praed4 sanct4 #h4 de nat4 et gr4 #d4 #h enz4 ,vooral komt dit uit in de praedestinatie van jonge kinderen1 van wie er sommigen zonder doop verloren gaan en anderen door den doop behouden worden1 de praed4 sanct4 #ab4 ,enchir4 #ih4 ,de praedestinatie heeft haar eenige oorzaak in den souvereinen wil ,gods1 in zne absolute vrmacht4 ,h is niemand iets schuldig1 en kan rechtvaardig allen verdoemen1 maar naar zn welbehagen maakt ,h het eene vat ter eere en het andere ter oneere1 de praed4 sanct4 #h4 ,naast de praedestinatie komt dus de reprobatie te staan4 ,augustinus rekent deze meermalen tot de praedestinatie4 ,h spreekt van een praedestinare ad aeternam mortem1 de an4 et ejus orig4 ,,iv #aj4 de civ4 ,,xxii #bd1 van praedestinati ad sempiternum interitum1 in ,joh4 ,ev4 tract4 #dh1 van mundus damnationi praedestinatus1 ib4 #aaa1 van ,judas als perditioni praedestinatus1 ib4 #ajg enz4 ,de tekst #a ,tim4 #b3d werd daarom door ,augustinus in beperkten zin en op verschillende wze verklaard1 ,enchir4 #ajc4 de corr4 et gr4 #ad4 ,meestal echter wordt praedestinatie opgevat als voorbeschikking ter zaligheid4 ,b het goede is er praedestinatie noodig1 b het kwade is praescientia voldoende1 ofschoon deze toch ook weer niet louter passief1 doch actief wordt opgevat4 ,want ,god verordineert niet op dezelfde wze tot het verderf en tot de daartoe leidende middelen1 nl4 de zonden1 als ,h verordineert tot de zaligheid en tot de middelen1 die daartoe strekken4 ,de praedestinatie is nl4 b ,augustinus altd eene praedestinatio adaequata1 d4 i4 tot de zaligheid en daarom ook tot de genade4 ,tot de praedestinati behooren ook z1 die nu nog niet gelooven of zelfs nog niet geboren zn4 ,maar hun getal staat vast en is onveranderlk4 ,in den td komen z tot ,christus1 ontvangen den doop1 het geloof en bovenal ook het donum perseverantiae4 ,want dit wordt alleen aan de praedestinati geschonken4 ,of iemand gepraedestineerd is1 kan h alleen daaruit weten1 dat h ten einde toe volhardt4 ,want ,god heeft in de kerk sommigen opgenomen die niet verkoren zn en niet volharden1 opdat de praedestinati zich niet verheffen en valsche rust zouden zoeken1 de corr4 et gr4 #ac4 ,waarom ,god nu slechts sommigen behoudt en anderen verloren laat gaan1 is eene geheimenis4 ,onrechtvaardig is het niet1 want ,h is niemand iets schuldig4 ,de reprobatie is een daad van gerechtigheid1 gelk de praedestinatie een daad van genade was4 ,in beide maakt ,god zne deugden openbaar1 de civ4 ,,xiv #bf1 cf4 ,wiggers1 ,i #bij f4 ,schwane ,,ii #eeg f4 ,baltzer1 ,des h4 ,aug4 ,lehre ber ,prdest4 und ,reprob4 ,wien #ahga4 ,rottmanner1 ,der ,augustinismus4 ,mnchen #ahib4 #d4 ,het pelagianisme werd tegelk met het nestorianisme veroordeeld op het concilie te ,efese #dca4 ,de strd tusschen de volgelingen van ,augustinus1 ,prosper1 ,hilarius1 den anonymen schrver van de vocatione omnium gentium1 ,lucidus1 ,fulgentius e4 a41 en de ,semipelagianen1 ,cassianus1 ,faustus van ,reji1 den ongenoemden schrver van het veelbesproken boek ,praedestinatus1 dat in de vfde eeuw ontstond en door den ,jesuit ,sirmond in #afdc werd uitgegeven1 ,gennadius1 ,vincentius van ,lerinum e4 a4 kwam eerst op de ,synode van ,orange #ebi tot eene beslissing4 ,hier werd aan de eene zde duidelk geleerd1 dat de gansche mensch door de zonde van ,adam bedorven is1 can4 #a4 #b1 van zichzelf niets heeft dan mendacium et peccatum1 can4 #bb1 en dat beide initium en augmentum fidei te danken is niet aan onszelven1 aan onze natuurlke krachten1 aan onzen vren wil1 maar aan de genade1 aan de infusio1 operatio1 inspiratio1 illuminatio van den ,h4 ,geest in ons1 die onzen wil buigt 7corrigens7 van ongeloof tot geloof1 can4 #c-h4 ,maar aan den anderen kant wordt van den vren wil alleen gezegd1 dat h door de zonde verzwakt1 infirmatum1 attenuatum is1 can4 #h4 #ac4 #be1 dat alle gedoopten door de in den doop ontvangen genade1 ,christo auxiliante et cooperante1 kunnen en moeten vervullen1 si fideliter laborare voluerint1 hetgeen tot de zaligheid behoort1 can4 #ac4 #be2 en wordt er voorts van de absolute praedestinatie1 de gratia irresistibilis1 de particulariteit der genade geheel gezwegen4 ,deze onbeslistheid werkte schadelk4 ,duidelk kwam dit uit in den ,gottschalkschen strd4 ,velen stonden toen reeds op semipelagiaansch of pelagiaansch standpunt1 ,hinkmar1 ,rhabanus1 ,erigena1 en behaalden op de synode van ,quierzy #hec de overwinning4 ,maar er waren ook tal van geleerde mannen1 die zich volstrekt niet vinden konden in de veroordeeling van ,gottschalk en de uitspraken van ,quierzy4 ,daartoe behoorden ,prudentius1 ,remigius1 ,ratramnus1 ,lupus e4 a42 z verdedigden eene gemina praedestinatio2 de praedestinatio ad gloriam is zonder eenige verdienste1 geschiedt niet om praevisa fides1 merita1 maar is oorzaak van de praedestinatio ad gratiam1 fidem1 merita enz42 de praedestinatio ad damnationem echter sluit niet op die wze de praedestinatio ad peccata in1 maar is1 althans als reprobatio positiva1 van de praescientia en permissio der zonden afhankelk4 ,vandaar dat #a ,tim4 #b3d nog beperkt werd opgevat1 niet van alle menschen hoofd voor hoofd maar van vele of allerlei menschen werd verstaan1 en dat het ongermd werd geacht1 dat ,christus voor alle menschen1 dus ook voor de ,heidenen1 die nooit van ,hem hooren1 en zelfs ook voor den mensch der zonde1 den antichrist1 zou hebben voldaan4 ,op dit standpunt stond ook nog de synode van ,valence #hee4 ,cf4 ,h4 ,schrrs1 ,der ,streit ber die ,prdest4 in ,,ix ,jahrh4 ,freiburg #ahhd4 ,niemeer1 ,de strd over de leer der praedest4 in de #i;de eeuw1 ,gron4 #ahhi4 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,iii #dbh f4 ,denzinger1 n4 #bhc sq4 ,en dit is in hoofdzaak ook nog het standpunt der scholastiek4 ,de praedestinatio ad mortem wordt liefst niet met dezen naam genoemd1 omdat het dan zoo licht den schn krgt1 dat ze als een middel de praedestinatio ad peccata meebrengt1 maar ze wordt gewoonlk behandeld onder den naam van reprobatio2 soms wordt deze dan in negatieve en positieve onderscheiden2 de eerste is ante praevisa merita en eene daad van souvereiniteit1 de tweede is echter afhankelk van en volgt op de praescientia en het besluit tot toelating van de zonden4 ,vandaar dat #a ,tim4 #b3d nog in beperkten zin wordt opgevat1 en eene benevolentia ,dei universalis1 en eene algemeene voldoening van ,christus nog niet wordt geleerd1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #dj en #da met de comm4 van ,thomas1 ,bonaventura1 ,scotus1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ai en #bc4 c4 ,gent4 ,,iii #afc4 ,maar het nominalisme1 de afwzing van de ,reformatie en het jezuitisme hebben de ,roomsche kerk en theologie hoe langer hoe verder van ,augustinus en ,paulus verwderd4 ,rome sloeg de roepstem tot hervorming niet straffeloos in den wind en stelde te ,trente het volgende dogma vast3 #a door de zonde is het liberum arbitrium wel viribus attenuatum et inclinatum1 maar niet amissum et extinctum1 ,trid4 sess4 #f cap4 #a en can4 #e2 de mensch kan vr de justificatio nog vele natuurlke dingen doen1 die volstrekt geen zonde maar waarlk goed zn1 ib4 can4 #g4 #b4 ,tot het goede in bovennatuurlken zin1 tot geloof1 hoop1 liefde1 tot de justificatio1 tot het verwerven van het eeuwige leven is de door de erfzonde van de dona superaddita beroofde1 natuurlke mensch niet in staat4 ,daartoe behoeft h meer dan de vires naturae en legis doctrina1 nl4 de divina gratia1 de praeveniens ,spiritus ,sancti inspiratio1 ib4 can4 #a-c4 #c4 ,deze gratia divina wordt b de kinderen der geloovigen geschonken in den doop1 en bestaat b de volwassenen daarin1 dat ,god hen objectief roept door het evangelie en subjectief hun hart aanraakt per ,spiritus ,sancti illuminationem4 ,deze genade is onverdiend1 praeveniens1 gratia gratis data1 ib4 cap4 #e4 #d4 ,deze genade is echter niet onwederstandelk4 ,z wekt den mensch wel op1 helpt en beweegt hem1 en maakt hem geschikt om zich te wenden tot zne justificatio1 en tot vre toestemming aan de genade2 maar h kan de inspiratie des ,h4 ,geestes beide recipere en abjicere1 ib4 cap4 #e4 ,indien h deze genade aanneemt1 en door haar opgewekt en bewogen met ,god medewerkt en zich door de zeven praeparationes geschikt maakt en voorbereidt1 se disponat ac praeparet1 voor de justificatio1 dan ontvangt h deze in den doop uit genade en alleen volgens een door de scholastiek zoo genoemd meritum ex congruo1 ib4 cap4 #f en #h en can4 #d4 #e4 ,de gratia infusa der justificatio blft weerstaanbaar en verliesbaar1 maar aangenomen en bewaard1 stelt z in staat om goede werken te doen en volgens een meritum ex condigno het eeuwige leven te verdienen1 ib4 c4 #i-af4 #f4 ,hiermede in overeenstemming heeft ,rome ,augustinus' leer van de absolute praedestinatio beslist verworpen4 ,z heeft echter daarb steeds den naam van ,augustinus vermeden1 van zne leer b zne aanhangers eene caricatuur gemaakt en deze veroordeeld4 ,het bovengenoemde boek ,praedestinatus stelt het voor1 alsof er in de vfde eeuw in ,gallie eene secte van ultra-praedestinatianen bestaan had1 en geeft het ,augustinisme weer in paradoxe stellingen1 die geen volgeling van ,augustinus ooit heeft geleerd1 ,harnack ,,iii #bbe f4 ,en evenzoo is in ,gottschalk1 ,bradwardina1 ,wiclif1 ,hus1 ,bajus1 ,jansenius1 ,quesnel onder een valschen naam het echte ,augustinisme veroordeeld1 ,denzinger ,enchir4 #dgg sq4 #hha sq4 #iff sq4 #abaf sq4 ,harnack ,,iii #fbh-fdj4 ,het ,tridentinum spreekt zich zeer voorzichtig over de praedestinatie uit4 ,eenerzds schnt het eene verkiezing te leeren1 want het zegt1 dat niemand in dit leven mag vaststellen se omnino esse in numero praedestinatorum1 want alleen uit speciale openbaring kan men weten quos ,deus sibi elegerit1 ,,vi cap4 #ab en can4 #ae4 #af4 ,maar aan de andere zde leert het uitdrukkelk1 dat ,christus gezonden is1 opdat omnes adoptionem filiorum reciperent1 dat ,h voor allen voldaan heeft1 ,,vi cap4 #b en #c1 dat de mensch de genade aannemen of verwerpen1 behouden of verliezen kan1 en veroordeelt de leer3 justificationis gratiam non nisi praedestinatis ad vitam contingere2 reliquos vere omnes qui vocantur vocari quidem sed gratiam non accipere utpote divina potestate praedestinatos ad malum1 ib can4 #ag1 alsof dit laatste weder door iemand en z werd geleerd6 ,de kerk laat deze beide reeksen van uitspraken onverzoend naast elkander staan2 maar de theologie heeft steeds en op allerlei wze eene overeenstemming beproefd4 ,vooreerst leeren bna alle ,roomsche theologen1 dat ,god voluntate antecedente aller zaligheid wil en daarom ook ,christus voor allen heeft laten voldoen2 deze voluntas antecedens strekt zich zelfs tot de ongedoopt stervende kinderen en tot de ,heidenen uit4 ,maar naar zne voluntas consequens1 die rekening houdt met het goede of slechte gebruik dat de menschen van hun vrheid en van de genade maken1 wil ,god niet de zaligheid van allen4 ,de praedestinatio wordt hier in den beginne reeds van de praescientia afhankelk4 ,vervolgens is allengs onder hen opgekomen en algemeen aangenomen het onderscheid tusschen de praedestinatio complete en incomplete sumpta1 adaequata en inadaequata4 ,onder de eerste wordt verstaan de praedestinatie beide ad gratiam et ad gloriam2 onder de laatste die1 welke op ne van beide betrekking heeft4 ,de bedoeling van deze onderscheiding is1 dat de praedestinatio ad gratiam en die ad gloriam niet onafscheidelk verbonden zn2 men kan de praedestinatio ad gratiam deelachtig zn en de genade des geloofs en der rechtvaardigmaking ontvangen hebben en toch deze weer verliezen en zoo verstoken zn van de praedestinatio ad gloriam4 ,deze scheiding was aan de ,middeleeuwsche theologen1 ,anselmus1 ,lombardus1 ,thomas enz4 onbekend1 wordt nog door sommigen bestreden maar dringt hoe langer hoe verder door4 ,wat nu de praedestinatio ad primam gratiam betreft1 deze heet b allen in tegenstelling met het pelagianisme onverdiend1 ,rom4 #i3af1 ,joh4 #f vs4 #dd2 ze geschiedt niet ob praevisa merita2 ook is z in tegenstelling met het semipelagianisme voorafgaande aan den wil des menschen1 gratia praeveniens1 praecedens4 ,omdat nu de praedestinatio ad primam gratiam de aanvang is van de praedestinatio completa of adaequata1 kan er gezegd worden1 dat de geheele praedestinatio genade is en onverdiend1 wl ze is gratuita in causa1 terwl ze b de ,thomisten gratuita in se is4 ,maar dit sluit niet uit1 dat deze praedestinatio ad primam gratiam en tot elke volgende genade niet eene zekere orde volgen zou2 volgens ,molina heeft ,god door de scientia media vooruitgezien1 dat sommige menschen van de telkens aangeboden genade een goed gebruik zouden maken en heeft dienovereenkomstig de uitdeeling der genade besloten4 ,ook heeft ,h vooruitgezien1 dat de heiligen door hun gebeden of door merita de congruo voor anderen de genade verwerven zouden1 en dienovereenkomstig besloten ze dezen te schenken4 ,iemand kan niet voor zichzelven de praedestinatio ad primam gratiam verdienen1 maar de heiligen kunnen het wel voor anderen1 en bovenal is ,christus causa nostrae praedestinationis4 ,de praedestinatio ad gloriam is volgens de ,augustinianen en ,thomisten zooals ,sylvius1 ,thoma1 ,salmanticenses1 ,gonet1 ,gotti1 ,billuart1 ,alvarez1 ,lemos1 ,goudin enz41 en ook volgens ,bellarminus en ,suarez wel absoluut2 ,god heeft eerst besloten om aan sommigen de zaligheid te schenken vr en afgezien van alle verdiensten en daarna besloten1 hen door de genade zoo te bewerken1 dat z die zaligheid door hunne werken konden verdienen4 ,maar de ,molinisten1 ,molina1 ,valentia1 ,vasquez1 ,tanner1 ,lessius1 ,becanus1 ,petavius1 ,lapide enz4 verdedigen de praedestinatio ad gloriam post praevisa merita4 ,wat eindelk de reprobatio aangaat1 zn de ,augustinianen en ,thomisten verdeeld2 sommigen sluiten zich geheel b ,augustinus aan1 zn infralapsarisch en laten het besluit der verwerping volgen op de erfzonde en op deze alleen1 zoodat de reprobatie eene justa derelictio in eadem massa is 7,gonet1 ,gotti1 ,gazzaniga72 anderen onderscheiden tusschen een negatief maar absoluut decreet1 om aan sommigen de zaligheid niet te schenken1 en een ander besluit1 om de genade te onthouden1 de zonde toe te laten1 en te straffen 7,alvarez1 ,estius1 ,sylvius1 ,salmanticenses72 nog anderen verstaan onder het besluit der verwerping niets dan den wil ,gods1 om toe te laten1 dat sommigen door eigen schuld verloren gaan 7,billuart1 ,goudin71 cf4 ,c4 ,pesch1 ,praelect4 ,,ii #bag sq4 ,jansen1 ,prael4 ,,iii #aga sq4 ,maar tegen hen staan de ,molinisten over1 die de zoogenaamde reprobatio negativa1 d4 i4 een absoluut1 aan de zonde voorafgaand1 souverein besluit1 geheel verwerpen en leeren1 dat ,god voluntate antecedente aller zaligheid wil1 en voorts alleen eene reprobatio positiva aannemen1 d4 i4 een besluit ,gods1 om hen1 wier zonde en ongeloof ,h vooruitgezien heeft1 eeuwig te straffen4 ,de reprobatio is dus in elk opzicht post praevisa merita1 en dan volgens enkelen zooals ,hinkmar nog alleen eene praedestinatio der straf voor de goddeloozen1 maar niet van de goddeloozen voor de straf4 ,cf4 ,bellarminus1 de gr4 et lib4 arb4 ,,ii c4 #i-ae4 ,becanus1 ,theol4 schol4 ,i tract4 #a c4 #ad-af4 ,petavius1 de ,deo1 #a4 ,x4 ,theol4 ,wirceb4 ed4 #c ,paris4 #ahhj ,,iii #aha-bhe4 ,billuart1 ,summa ,s4 ,thomae1 geheel ,tom4 ,,ii4 ,daelman1 ,theologia ,i p4 #aii-caf4 ,schwetz1 ,theol4 dogm4 ,,ii #aba4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 ,,ii #afe-bbf4 ,jansen1 ,prael4 theol4 ,,ii #ace-agg4 ,simar1 ,dogm4 p4 #eef-egf enz4 #e4 ,de ,reformatie ging tot ,paulus en ,augustinus terug en vond in de beldenis van ,gods vrmachtige verkiezing de kracht1 om tegen het pelagianisme der ,roomsche kerk op te treden4 ,alle ,hervormers waren hierin eenstemmig4 ,luther leerde en verdedigde de praedestinatie in den eersten td even sterk als ,zwingli en ,calvn4 ,h heeft haar ook nimmer herroepen1 al is het ook1 dat h later tegen de ,wederdoopers meer en meer nadruk legde op de openbaring ,gods in woord en sacrament1 ,j4 ,mller1 ,lutheri de praedest4 et lib4 arb4 doctrina #aheb4 ,schweizer1 ,die protest4 ,centraldogmen ,i #eg-id4 ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,i #afe f4 #bhf f4 ,,ii #cb f4 ,weber1 ,luthers ,streitschrift de servo arbitrio1 ,jahrb4 f4 d4 ,theol4 #ahgh ,s4 #bbi-bdi4 ,max ,staub1 ,das ,verhltniss der menschl4 ,willensfreiheit zur ,gotteslehre bei ,luther u4 ,zwingli1 ,zurich #ahid4 ,melanchton leerde eerst volkomen hetzelfde1 ,loci ,comm4 #aeba1 cap4 de hominis viribus adeoque de libero arbitrio1 en ook in zn comm4 op ,rom4 #i1 maar kwam sedert #aebg en in de latere uitgaven der ,loci van #aece af en in de ,conf4 ,aug4 variata van #aedj1 tot eene steeds verdere afwking van de praedestinatie en tot een open beldenis van het synergisme1 ,schweizer ,i #cha f4 ,dit synergisme werd evenals het universalisme van ,sam4 ,huber door de echte ,lutheranen1 zooals ,flacius1 ,wigand1 ,amsdorf1 ,hesshusius e4 a4 beslist verworpen1 ,frank1 ,theol4 der ,concordienformel ,,iv #aeb4 ,art4 ,synerg4 in ,herzog4 ,en de ,formula concordiae sprak zoo sterk mogelk uit1 dat de mensch van nature onbekwaam is tot eenig geestelk goed en dat het geloof in volstrekten zin eene gave ,gods is4 ,dit had er toe moeten leiden1 om ook de absolute praedestinatie te aanvaarden4 ,maar in ,luther woonde van den aanvang af toch een eenigszins andere geest dan in ,zwingli en ,calvn4 ,de beldenis der praedestinatie rustte b hem alleen op anthropologische gronden1 op het diep bederf der zonde en de onmacht van den mensch4 ,als de mensch maar geen verdienste had en alleen van de genade afhing1 scheen er genoeg gedaan4 ,luther vermeed daarom hoe langer hoe meer de speculatieve leer der praedestinatie1 de voluntas beneplaciti1 den verborgen ,god1 hield zich aan de bediening van woord en sacrament1 aan welke de genade gebonden is1 en stelde den universeelen heilswil ,gods1 voluntas signi1 steeds meer op den voorgrond4 ,h zag de verandering van ,melanchton in zake dit leerstuk zwgend aan1 en bleef staan b de leer van de rechtvaardiging uit het geloof4 ,de praedestinatie had geen zelfstandige theologische beteekenis2 ze was van secundair belang4 ,de synthetische methode in deze leer werd bestreden2 men volgde de analytische1 van onderen op2 men leidde haar niet af uit de idee ,gods maar alleen uit den toestand van den mensch1 ,schweizer1 ,i #cih4 #dde4 #dff4 ,vandaar dat het synergisme van ,melanchton nog wel bestreden1 maar langzamerhand ook de praedestinatie zelve ter zde gesteld werd4 ,hesshusius bracht tegen ,calvn en ,beza reeds in1 dat hun leer een fatum invoerde en ,god tot auteur der zonde maakte #aefj-fa4 ,marbach trad in #aefa te ,strassburg tegen ,zanchius op4 ,andreae leerde nog wel eene verkiezing1 wier oorzaak alleen lag in ,gods genade1 maar hield zich overigens aan de prediking van het evangelie en bleef b de tweede oorzaken1 geloof en ongeloof staan1 ,schweizer1 ,i #dgg f4 ,de ,formula concordiae leert zoo beslist mogelk het servum arbitrium maar laat de absolute en particuliere praedestinatie rusten en houdt zich aan den universeelen en ernstigen wil van ,god in het evangelie4 ,ze loochent de electie niet1 ze roept ook de praescientia niet tot hulp1 ze is het nog eens met het ubi et quando visum est ,deo der conf4 ,aug42 de verkiezing is onvoorwaardelk en heeft haar oorzaak alleen in ,gods wil4 ,maar ze vereenzelvigt electie en praedestinatie1 ze laat de reprobatie afhangen van de praescientia2 en nadat ze de electie heeft geleerd1 voegt ze er terstond aan toe1 uit vrees voor allerlei gevaar of misbruik1 dat men niet beproeven moet om over dat verborgen besluit te speculeeren1 maar dat men den raad ,gods beschouwen moet in ,christus1 in het evangelie1 welks prediking universeel is en ernstig1 en dat de oorzaak van het verderf alleen 's menschen ongeloof is4 ,god wil dat allen zalig worden2 ,h wil niemands zonde en niemands dood4 ,na de ,formula concordiae1 vooral ook in den strd tegen ,hubers universalisme1 kwam onder de ,lutherschen1 zooals ,gerlach1 ,hunnius1 ,lyser1 de voorstelling op1 dat ,god voluntate antecedente aller zaligheid wil1 maar voluntate consequente alleen de zaligheid van hen1 wier geloof en zaligheid h vooruit had gezien4 ,tegen het einde der eeuw wordt steeds beslister tusschen praescientia en praedestinatio onderscheiden1 de praedestinatie is gelk aan de electie1 en is afhankelk van ,christus' verdienste1 de oorzaak der verwerping ligt in 's menschen zonde4 ,de ,saksische visitatieartikelen van #aeib1 door ,hunnius opgesteld1 en de geschriften van ,hunnius de providentia dei et aeterna praedestinatione #aeig en de libero arbitrio #aeih leeren dit duidelk4 ,de bemiddeling wordt gezocht in den ernst1 waarmede de natuurlke mensch van de middelen der genade gebruik maken kan1 ,schweizer ,i #ebf-ehe4 ,heppe1 ,dogm4 d4 d4 ,pr4 ,,ii #a-gi4 ,maar b deze leer konden de ,lutherschen niet blven staan4 ,toen op de ,synode te ,dordrecht de ,remonstranten veroordeeld waren1 voelden z zich hoe langer hoe meer tot dezen aangetrokken4 ,ofschoon de ,gereformeerden altd tusschen ,lutherschen en ,remonstranten onderscheid maakten1 oordeelden de eersten steeds meer1 dat in de ,remonstranten hun eigen leer veroordeeld was1 ,schweizer1 ,centr4 ,,ii #bjf f4 ,de ,luthersche theologen der #ag;e eeuw naderden de ,remonstrantsche beldenis4 ,z leeren eerst eene voluntas ,dei antecedens1 welke ,christus voor allen sterven deed1 aller zaligheid wil en dan allen het evangelie aanbiedt1 en daarna eene voluntas consequens1 welke de zaligheid werkelk besluit te schenken aan hen1 quos in ,christum finaliter credituros esse praevidit1 en het verderf bereidt aan hen1 die de genade finaliter weerstaan1 ,quenstedt1 ,theol4 did4 polem4 ,,iii p4 #a-gd4 ,hollaz1 ,examen theol4 p4 #ehe-fdi4 ,gerhard1 ,loci theol4 loc4 ,,vii ,schmid1 ,dogm4 der ev4 luth4 ,k4 #aif f4 ,in #agbd verklaarde ,mosheim1 dat de #e artikelen van de ,remonstranten de zuivere ,luthersche leer behelsden1 ,schweizer1 ,,ii #baj4 ,het pietisme1 rationalisme1 supranaturalisme en heel de geestesrichting der achttiende eeuw was de leer der praedestinatie niet genegen2 de voluntas antecedens verdrong de voluntas consequens geheel en al2 en onder de praedestinatie werd niets anders verstaan1 dan het algemeene besluit ,gods1 om de menschen door het geloof in ,christus te zaligen1 ,wegscheider1 ,inst4 theol4 #adg4 ,bretschneider1 ,dogm4 ,,iii #abg f4 ,reinhard1 ,dogm4 #dci f4 ,herder achtte het een geluk1 dat de strd over de genade in den stroom der vergetelheid begraven was en riep uit3 ,verdorren msse die ,hand1 die ihn je daraus hervorhebt1 ,vom ,geist des ,christ4 #aed4 ,leibniz spande zich nog in1 om de wilsvrheid met de praedestinatie te vereenigen1 ,tichler1 ,theol4 des ,leibniz ,i #ceg f4 ,maar ,kant sprak open uit1 dat de mensch nog eene moralische ,anlage had en dus kon wat h moest1 ,religion1 ed4 ,rosenkranz #ej f4 #f4 ,terwl de ,lutherschen het oorspronkelk standpunt van ,luther en van geheel de ,reformatie meer en meer prsgaven1 zn de ,gereformeerden daaraan getrouw gebleven2 de oorzaak der scheuring is dus niet b hen te zoeken4 ,zwingli leerde de praedestinatie zoo beslist mogelk1 niet alleen op anthropologische gronden maar ook vooral op theologische gronden1 aan het wezen ,gods ontleend1 ,anamnema de ,providentia1 ,opera ,,iv #gi sq4 ,calvn sprak in de eerste uitgave zner ,institutie nog zeer zacht en bescheiden1 maar kwam door zne studie van den brief aan de ,romeinen1 ,april #aech-aeda in ,strassburg1 tot steeds beslister beldenis1 zoowel ten aanzien van 's menschen onvrheid1 ,,ii c4 #b1 als ten opzichte van de verkiezing1 ,,iii c4 #ba sq4 ,hoewel zich wachtend voor de paradoxen van ,luther en ,zwingli en soms de praedestinatie meer onderstellend dan leerend1 bv4 in den ,catech4 ,ecclesiae ,genev4 met voorrede aan den coetus van ,oostfriesland1 b ,niemeyer ,conf4 ,ref4 #abc sq41 trad h toch met kracht voor haar op1 waar ze ontkend en bestreden werd4 ,h verdedigde ze tegen ,alb4 ,pighius van ,kampen in zn geschrift3 ,defensio sanae et orthodoxae doctrinae de servitute et liberatione humani arbitrii #aedc4 ,tegen ,bolsec schreef h de aeterna ,dei praedestinatione #aeeb4 ,tegen ,rome richtte h zn ,acta ,synodi ,tridentinae cum antidoto #aedg4 ,en h rustte niet1 voordat zne leer in geheel het reformatorisch ,zwitserland1 bepaaldelk in ,zurich1 waar ,bullinger eene gematigde1 infralapsarische opvatting voorstond1 ingang gevonden had1 ,schweizer1 ,centr4 ,i #bee-bib4 ,door ,calvn is de leer der praedestinatie opgenomen in de beldenis van alle ,gereformeerde kerken4 ,toch is er van den beginne af groot verschil geweest in de wze van voorstelling1 zoowel in de confessies als onder de theologen4 ,afgedacht van de ,repetitio ,anhaltina van #aegi b ,niemeyer1 p4 #fch1 de confessio ,sigismundi van #afac1 ib4 #fej1 het colloquium ,lipsiense van #afca1 ib4 #ffa sq4 #ffd sq41 welke de ,gereformeerde leer slechts onzuiver teruggeven1 is er onder de beldenisschriften een onmiskenbaar verschil4 ,de ,catechismus ,genevensis van ,calvn spreekt heel niet over de praedestinatie2 de ,heidelb4 ,catechismus maakt van de verkiezing maar even gewag1 vr4 #eb1 #ed2 de ,anglikaansche confessie spreekt alleen van praedestinatio ad vitam en geeft haar tot object eos quos 7,deus7 in ,christo elegit art4 #g2 de ,confessio ,helv4 ,,ii van ,bullinger art4 #aj en de ,conf4 ,scotic4 ,i art4 #h spreken ongeveer in gelken geest2 de ,confessio ,gallic4 art4 #ab en ,belgica art4 #ah en de ,formula cons4 ,helv4 #d-f zn beslist maar sober en infralapsarisch2 het strengst en meest calvinistisch laten zich uit de consensus ,genevensis1 de canones van ,dordrecht1 de ,lambeth articles opgesteld door ,dr4 ,whitaker #aeie1 b ,schaff1 ,creeds of ,christ4 ,,iii #ebc1 de ,iersche artikelen van #afae1 ib4 #ebf1 de ,westminster ,confessie c4 #c4 ,en evenzoo is er groot onderscheid onder de theologen4 ,er waren er altd1 die de leer der praedestinatie1 uit vrees voor misbruik behandelden a posteriori1 van beneden op1 ,trigland1 ,kerck4 ,gesch4 #gi1 #hd1 #he v4 #ib v4 #ii4 ,ze hielden meer van de methode1 om op te klimmen uit het gevolg tot de oorzaak1 uit de vrucht tot den wortel1 en om uit het geloof en de bekeering tot de verkiezing te besluiten en deze dan aan te wenden tot troost en verzekering1 dan dat z apriori uit de idee ,gods de praedestinatie en electie afleidden4 ,daartoe behoorden vooral ,bullinger1 ,ursinus1 ,olevianus1 ,boquinus1 ,hyperius1 ,sohnius e4 a41 ,heppe ,dogm4 des d4 ,protest4 ,,ii #a-gi1 ,gooszen1 in zne beide werken over den ,heidelb4 ,catech4 #ahij en #ahic4 ,dr4 van 't ,hooft1 ,de ,theol4 van ,h4 ,bullinger #ahhh1 cf4 mn art4 ,calv4 en ,geref41 ,vre ,kerk1 ,febr4 #ahic4 ,maar dit is geen verschil in soort en in beginsel4 ,al de genoemde theologen hebben meermalen duidelk en onomwonden hun instemming met de ,calvinistische leer der praedestinatie betuigd1 ,trigland1 ,kerck4 ,gesch4 #ei-gi4 ,schweizer1 ,centr4 ,i passim1 cf4 ,,ii #aaj4 ,omgekeerd wilden ook de ,calvinisten ten allen tde soberheid en voorzichtigheid in de behandeling van dit leerstuk4 ,calvn bracht ze in den catech4 ,genev4 niet ter sprake4 ,dordt1 canones ,i #ab1 #ad en ,westminster1 conf4 c4 #d #h waarschuwen tegen dele en nieuwsgierige onderzoekingen4 ,vele theologen behandelden in den eersten td de leer der verkiezing niet in den locus de ,deo maar in den locus de salute1 ,calvn zelf1 ,inst4 ,,iii c4 #ba-bd4 ,martyr1 ,loci ,comm4 #aehj p4 #bbi4 ,sohnius1 ,op4 ,i #bef4 ,,ii #db4 ,musculus1 ,loci ,comm4 cap4 #bd4 ,heid4 ,catech4 vr4 #ed4 ,conf4 ,belg4 art4 #af4 ,gall4 art4 #ab enz4 ,z volgen dus eerst de orde van den apostel ,paulus1 die uit de leer der zonde en der genade in ,rom4 #i-aa tot de verkiezing opstgt en ook in ,ef4 #a3c uitgaat van de zegeningen van ,christus4 ,maar gelk ,paulus1 daar aangekomen1 dan ook apriori uit de verkiezing alle heilsweldaden afleidt1 ,rom4 #h3bi v4 ,ef4 #a3d v41 zoo maakt ook b de ,gereformeerden de analytische methode allengs voor de synthetische plaats4 ,het geloofsleven was wel de voorwaarde1 onder welke de beldenis der verkiezing opkwam1 maar het feit der verkiezing was toch de bron van alle heil1 fundamentum ac prima causa bonorum omnium4 ,dit was de overtuiging niet alleen van ,calvn1 maar ook van ,melanchton1 ,hemming1 ,bucer1 ,olevianus enz41 b ,heppe1 ,dogm4 d4 d4 ,prot4 ,,ii #ab4 #bj4 #bg4 #gj4 ,musculus zegt uitdrukkelk3 w behandelen de verkiezing na het geloof1 niet alsof ze daarop eerst volgen zou maar opdat w van daaruit als van den stroom ad ipsum fontem zouden opzien1 ,loci p4 #ecd4 ,de systematische orde en het theologisch belang eischten1 dat de praedestinatie in den locus de ,deo behandeld werd4 ,zoo was reeds geschied door de scholastiek1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #dj1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bc2 zoo geschiedde ten deele ook nog door de ,lutherschen1 ,gerhard loc4 ,,vii2 en zoo werd de gewone orde b alle ,gereformeerden1 ,hyperius1 ,meth4 ,theol4 p4 #ahb4 ,beza1 ,tract4 ,theol4 ,i #aga ,,iii #djb4 ,polanus1 ,synt4 ,,iv c4 #f-aj4 ,zanchius ,op4 ,,ii #dgf4 ,junius1 ,maccovius1 ,maresius1 ,mastricht enz41 hetz ze dan behandeld werd b de leer der eigenschappen ,gods of ook in een afzonderlken locus na de triniteit4 ,dit verschil in orde is op zichzelf niet principieel en behoeft dit niet te zn4 ,maar toch is het niet toevallig1 dat de apriorische orde meest door de ,gereformeerden is gevolgd1 en daarentegen de aposteriorische orde1 die de praedestinatie behandelt aan den ingang of in 't midden van den locus de salute1 langzamerhand in gebruik gekomen is b de ,lutherschen1 de ,remonstranten1 de ,roomschen en de meeste nieuwere dogmatici4 ,ook dan echter bestaat het verschil niet daarin1 dat de ,gereformeerden de praedestinatie op speculatieve manier afleiden uit een apriorisch1 wsgeerig1 deterministisch ,godsbegrip en de anderen zich houden aan de openbaring ,gods in ,christus4 ,want ook de strengste ,calvinisten willen in den locus de ,deo en in dien de decretis niets anders geven dan de leer der ,schrift1 den inhoud van ,gods openbaring4 ,maar b de ,gereformeerden heeft de praedestinatie niet alleen een anthropologisch en soteriologisch1 maar vooral ook een theologisch belang4 ,het gaat in haar niet allereerst om de zaligheid des menschen maar om de eere ,gods4 ,ook met de synthetische1 apriorische orde is een diep religieus belang gemoeid4 ,de bewering1 dat deze orde een nominalistisch ,godsbegrip zou onderstellen en een dor1 levenloos dogma zou bieden1 gelk sommigen meenen1 bv4 ,jahrb4 f4 d4 ,theol4 #ahfh ,s4 #ajg-aaj4 ,schneckenburger1 ,vergl4 ,darst4 ,i #ee4 ,doedes1 ,ned4 ,geloofsbel4 #ahe1 #bjc v4 de ,cock1 ,is de leer der absolute praedest4 uitgangspunt of resultaat van de leer der ,geref4 ,kerk4 #ahfh1 is daarom van allen grond ontbloot4 ,dor en abstract kan de leer der praedestinatie behandeld worden evengoed in het midden als in het begin der dogmatiek4 ,waarachtig1 zaligmakend geloof is er noodig1 niet alleen om de verkiezing1 maar ook om alle andere dogmata1 ook die over ,god1 de triniteit1 den mensch enz4 te belden4 ,gave deze overweging den doorslag1 dan moesten alle dogmata na den locus de salute verplaatst worden4 ,de dogmatiek beschrft echter de waarheid niet1 gelk ze subjectief tot het bewustzn der geloovigen komt1 maar gelk ,god ze objectief in zn woord heeft voorgesteld1 cf4 deel ,i #di1 #ej4 ,de synthetische methode handhaaft alleen voldoende het religieus belang van de eere ,gods1 cf4 ,kbel1 ,herzog #ab1 #ade f4 #g4 ,onder de ,gereformeerden rees er spoedig nog een ander verschil1 dat van supra- en infralapsarisme4 ,het wortelt principieel reeds in den strd van ,augustinus tegen de ,pelagianen4 ,b dezen4 was de volgorde der besluiten aldus3 #a4 het besluit om den mensch te scheppen1 #b4 om op grond van den voorgezienen maar niet te voren bepaalden val ,christus te zenden1 voor allen te laten voldoen1 aan allen te laten prediken1 en hun allen te schenken eene gratia sufficiens1 en #c4 om op grond van voorgezien geloof en volharding eenerzds en van voorgezien ongeloof ter andere zde sommigen te verkiezen ten eeuwigen leven en anderen te bestemmen voor de eeuwige straf4 ,b ,augustinus was de volgorde eene gansch andere4 ,soms brengt h de reprobatie ook tot de praedestinatio1 boven #cba1 maar ook als h dat niet doet1 vat h de praescientia niet negatief en passief maar actief op4 ,de wil ,gods is toch rerum necessitas1 de ,gen4 ad litt4 ,,vi #ae2 wat contra ,dei voluntatem geschiedt1 geschiedt nog niet praeter ejus voluntatem2 de toelating is positief te denken1 nec utique nolens sinit sed volens1 ,enchir4 #ie4 #ajj4 ,de supralapsarische voorstelling1 dat de reprobatie een daad is van ,gods souvereiniteit1 ligt hier reeds in opgesloten4 ,meestentds echter spreekt ,augustinus in betrekking tot den val van ,gods praescientia en permissio1 de civ4 ,,xiv #aa4 de trin4 ,,xiii #ab enz4 ,het besluit van schepping en van toelating van den val is dan het eerste2 en daarop volgt dan het tweede besluit van verkiezing en verwerping4 ,deze onderstellen beide het gevallen menschelk geslacht1 de massa corrupta1 ,enchir4 c4 #ih sq4 de corr4 et4 gr4 #g sq4 ,augustinus is in zne voorstelling dus doorgaans infralapsarisch2 h gaat niet achter den val terug2 h ziet in de verwerping eene daad van ,gods gerechtigheid4 ,bonus est ,deus1 justus est ,deus4 ,potest aliquos sine bonis meritis liberare1 quia bonus est2 non potest quemquam sine meritis damnare1 quia justus est1 c4 ,jul4 ,,iii c4 #ah4 ,maar ,augustinus plaatst het besluit van verkiezing en verwerping ook niet verder vooruit4 ,alleen de erfzonde gaat er aan vooraf4 ,deze is tot verwerping genoegzaam4 ,de dadelke zonden blven b het besluit der verwerping buiten rekening1 ofschoon ze in aanmerking komen b de bepaling van de mate der straf4 ,augustinus kwam tot deze orde door hetgeen ,paulus van ,jacob en ,ezau zegt1 ,rom4 #i3aa en door het lot van vroegstervende ongedoopte kinderen1 ,enchir4 c4 #ib-ii4 de civ4 ,,xvi #ce1 de dono pers4 c4 #h sq4 c4 ,julianum ,,iv c4 #h4 ,toch1 al is de erfzonde genoegzame reden tot verwerping1 z is ook b ,augustinus de laatste en diepste oorzaak niet4 ,op de vraag1 waarom ,god sommigen verworpen1 anderen verkoren2 en ook1 waarom ,h dezen bepaald verworpen en genen verkoren heeft1 is er geen antwoord dan de wil en het welbehagen ,gods4 ,h ontfermt zich diens ,h wil en ,h verhardt dien ,h wil1 ,enchir4 #ie4 de praed4 sanct4 #h4 #i4 de corr4 et gr4 #h4 ,eindelk volgt dan een derde besluit ten aanzien van de middelen1 die tot het doel leiden4 ,b de verwerping trekt ,augustinus de ln niet door4 ,wel leert h1 dat ,god ook in de zonde positief en actief optreedt2 ,god is peccatorum ordinator1 ,conf4 ,i #aj2 ,h oordeelde het goed1 dat de zonde er zn zou1 ,enchir4 #bg4 #if4 de civ4 ,,xxii #a2 ,h straft zonde met zonde1 c4 ,jul4 ,v #c4 de gr4 et lib4 arb4 #ba2 maar de verwerping stelt h meest negatief voor als een praeterire et derelinquere1 en rekent ze doorgaans niet tot de praedestinatie1 maar vereenzelvigt deze met de electie en subsumeert dan beide1 verkiezing en verwerping1 onder de providentia4 ,daarentegen is er wel eene praedestinatie tot de middelen ter zaligheid4 ,de praedestinatie of electie is nl4 b ,augustinus altd eene praedestinatio ad gloriam1 en deze brengt nu vanzelf de praedestinatio ad gratiam mede4 ,de verkiezing is dus niet geschied om het voorgezien geloof of de voorgeziene goede werken2 z is ook niet geschied om ,christus4 ,maar z is verkiezing tot het einddoel en dus tot de middelen d4 i4 ,christus1 die zelf ook gepraedestineerd is1 en alzoo tot de roeping1 den doop1 het geloof1 de gave der perseverantie2 de praedestinatie is eene voorbereiding der genade4 ,wie dus verkoren zn1 komen langs den weg der genade in ,christus onfeilbaar tot de hemelsche zaligheid1 de corr4 et gr4 #g4 #i4 #ac4 de praed4 sanct4 #aj4 #ai4 de dono pers4 #ah4 ,vele volgelingen van ,augustinus kwamen daarom later tot de leer der gemina praedestinatio1 boven #cbc4 ,naast de praedestinatio ad gloriam kwam gecoordineerd te staan eene praedestinatio ad mortem4 ,deze echter kon toch niet in denzelfden zin worden opgevat als gene2 en daarom werd ze onderscheiden in reprobatio negativa en positiva4 ,de reprobatio negativa gaat dan aan den val vooraf en is eene daad van souvereiniteit2 ze is evenmin om verdiensten geschied als de verkiezing1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #da4 #a2 z sluit in de voluntas permittendi aliquem cadere in culpam en is causa derelictionis1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bc art4 #c1 cf4 echter ,daelman1 ,theol4 ,i #bif-cjc1 ,billuart1 ,summa ,s4 ,thomae ,,ii #dei sq4 ,en zoo leerden vele ,thomisten1 ,alvarez1 ,salmanticenses1 ,estius1 ,sylvius enz41 dat de negatieve reprobatie aan den val voorafging en louter eene daad van ,gods vrmacht en welbehagen was1 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,ii #bag sq4 ,alleen werd deze supralapsarische reprobatie geheel negatief opgevat1 als het besluit ,gods1 om sommige menschen niet te verkiezen1 te laten vallen en daarna te bestemmen tot de eeuwige straf 7reprobatio positiva74 ,zakelk nu hebben ,luther1 ,zwingli1 ,calvn en alle supralapsarische ,gereformeerden niet anders geleerd4 ,de ,roomschen stellen het wel anders voor1 en leggen aan de ,praedestinatianen in de vfde eeuw1 aan ,gottschalk1 ,bradwardina1 ,wiclif1 en vooral aan de ,hervormers ten laste1 dat z eene praedestinatio ad peccata leerden en ,god tot auteur der zonde maakten1 ,bellarminus1 de amiss4 gr4 et stat4 pecc4 ,,ii c4 #b sq4 ,petavius1 de ,deo ,x c4 #f sq4 ,mhler1 ,symbolik #ab4 ,maar dit geschiedt alleen1 om eigen semipelagiaansch standpunt te handhaven en met ,augustinus en ,thomas in overeenstemming te brengen4 ,de wzigingen1 die de ,hervormers in de leer van ,augustinus en ,thomas hebben aangebracht1 zn behalve de leer van de verzekerdheid der zaligheid ondergeschikt en raken het wezen der zaak niet4 ,met hen leerden z1 dat de uitverkiezing niet geschiedde ob praevisa merita1 maar bron was van geloof en goede werken2 dat de praedestinatio ad gloriam onfeilbaar die ad gratiam meebracht2 dat de reprobatio negativa niet te verklaren was als eene daad van gerechtigheid maar moest opgevat worden als eene daad van souvereiniteit1 voorafgaande aan de zonde2 dat deze reprobatio negativa het besluit meebracht1 om de zonde toe te laten1 en sommigen in hun val te laten liggen2 en dat de reprobatio positiva met die zonde rekening hield4 ,maar daaraan voegden z nu dikwerf nog toe1 dat de begrippen van praescientia en permissio1 schoon op zichzelf niet verkeerd1 niet zuiver passief konden of mochten worden opgevat en1 indien dit geschiedde1 toch niet de minste oplossing boden1 en dat de onderscheiding van reprobatio negativa en positiva weinig waarde had4 ,daardoor kwamen alle drie ,reformatoren tot de zoogenaamde supralapsarische voorstelling van de leer der praedestinatie1 volgens welke de beide besluiten van verkiezing en verwerping te beschouwen zn als daden van ,gods souvereiniteit1 voorafgaande aan die omtrent den val1 de zonde en de verlossing in ,christus4 ,calvn met name blft dikwerf met opzet b de naaste oorzaken van zaligheid en verderf staan en redeneert dan op infralapsarische wze4 ,een verworpene zoeke de oorzaak zner straf niet in ,gods besluit maar in het bederf zner natuur1 dat eigen schuld is1 ,inst4 ,,iii #bc1 #i4 ,verkorenen en verworpenen waren beiden even schuldig1 maar ,god is barmhartig jegens genen1 rechtvaardig jegens dezen1 ib4 ,,iii #bc1 #aa4 ,onder het leem1 ,rom4 #i3ba zn de gevallen menschen te verstaan1 van wie ,god sommigen verkiest en anderen overlaat exitio suo1 cui natura obnoxii sunt omnes1 comm4 op ,rom4 #i3ba1 de aet4 praedest4 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #bhg4 ,de val in ,adam is propinqua reprobationis causa1 comm4 op ,rom4 #i3aa4 ,god haat in ons niets dan de zonde1 ,c4 ,r4 ib4 #bie4 #cae4 ,en van deze voorstelling1 quod ex damnata ,adae sobole ,deus quos visum est eligit1 quos vult reprobat1 zegt ,calvn1 sicuti ad fidem exercendam longe aptior est1 ita maiore fructu tractatur4444 sicuti non solum ad pietatem potius conducit1 sed magis videtur mihi theologica1 plus convenable la chrestient et aussi pour plus difier1 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #cag4 ,maar dit bevredigt ,calvn toch niet4 ,de zonde moge de naaste oorzaak der verwerping zn1 z is niet de laatste1 ,c4 ,r4 ib4 ,immers1 het kan niet zoo voorgesteld worden1 dat ,god den mensch zonder voorafgaand plan besloot te scheppen1 dan toezag en afwachtte wat de mensch doen zou en daarna eerst1 dit van te voren wetende1 tot verkiezing en verwerping overging4 ,de praescientia en de permissio geven geen oplossing1 want ,god had1 den val te voren wetende1 hem kunnen verhinderen2 ,h heeft hem dus vrwillig toegelaten wl ,h dit goed oordeelde1 ,inst4 ,i #ah1 #a4 ,,ii #d1 #c4 ,,iii #bc1 #f-h4 ,c4 ,r4 ib4 #cei4 ,,xxxvii #bia4 #bid4 ,daarom is ,adams val1 de zonde in het algemeen en al het kwade niet alleen door ,god voorzien maar ook door ,hem in zekeren zin gewild en bepaald1 ib4 ,er moet daarom1 schoon voor ons verborgen1 eene reden zn1 waarom ,god den val heeft gewild2 er is nog een altius ,dei consilium1 dat aan den val voorafgaat1 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #bhh4 ,als ,pighius dan ook aan ,calvn tegenwerpt1 dat op zn standpunt discretionem inter electos ac reprobos priorem fuisse hominis lapsu in mente divina1 dan geeft ,calvn wel ten antwoord1 dat ,pighius de causae proximae et remotae verwart1 dat ieder verworpene de causa proxima in zn eigen zonde moet zoeken en dat ook op het andere standpunt gelke bezwaren blven bestaan1 maar h wst de gevolgtrekking van ,pighius niet af2 er is een arcanum ,dei consilium1 dat aan den val voorafgaat1 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #bif sq4 ,de verwerping evenals de verkiezing heeft haar laatste en diepste oorzaak in ,gods wil1 ,inst4 ,i #ah1 #b4 ,,iii #bb1 #aa4 ,,iii #bc1 #a1 #b1 #g1 #h4 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #bgh1 #cag4 enz4 ,b ,calvn wisselt dus de supralapsarische voorstelling met de infralapsarische af1 ,rivetus1 de praed4 et elect4 nomine et objecto1 ,op4 ,,ii4 ,twissus1 ,vind4 gr4 #afeb ,i #aje sq4 ,petavius1 de ,deo ,x c4 #f sq4 ,kreyher1 ,die ,erwhlungslehre ,zw4 u4 ,calv4 ,stud4 u4 ,krit4 #ahgj1 #ctes ,heft4 ,later werd het supralapsarisme geleerd door ,beza1 ,tract4 theol4 ,i #aga-bje4 #cfj sq4 ,,iii #djb-djg4 ,piscator1 de gratia ,christi4 ,polanus1 ,synt4 ,,iv c4 #g-aj4 ,ferrius1 ,specimen schol4 orthod4 c4 #bf4 ,withaker1 ,op4 ,i #fib4 ,perkins1 ,werken ,i #gfa-hjf4 ,twissus1 ,op4 ,i #ce1 sq4 ,gomarus1 ,op4 #affd ,i #dbh sq4 ,,ii #bd sq4 ,maccovius1 ,loci ,c4 c4 #be4 ,voetius1 ,disp4 ,i #ced sq4 ,heydanus1 ,corpus theol4 ,i loc4 #c4 ,burman1 ,synopsis ,i c4 #ch #ac sq4 ,wittichius1 ,theol4 pacif4 #bee sq4 ,comrie1 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,,vi en ,,vii1 vooral bl4 #cgf v4 ,kuyper1 ,heraut #ehd4 ,naar de supralapsarische voorstelling gaat er aan alle besluiten een weten ,gods van alle mogelkheden vooraf1 scientia simplicis intelligentiae4 ,naar den regel quod ultimum est in executione1 primum est in intentione1 stelde ,god in zne eerste besluit het doel vast1 waartoe ,h alle dingen scheppen en regeeren zou1 nl4 om in de eeuwige zaligheid en in de eeuwige straf van bepaalde mogelke menschen1 creandi et labiles1 zne deugden1 bepaaldelk zne barmhartigheid en zne gerechtigheid1 te openbaren4 ,opdat deze deugden zouden kunnen geopenbaard worden1 moest een tweede besluit vaststellen1 dat er een menschheid zou bestaan in zoo deerniswaardigen en ellendigen toestand1 dat ze object van die barmhartigheid en gerechtigheid kon wezen4 ,opdat zulke menschen er kwamen1 moest in een derde besluit worden bepaald1 dat een mensch zou geschapen worden1 versierd met ,gods beeld en hoofd van de menschheid1 en dat die mensch permissione efficaci vallen zou en al zne nakomelingen in zn val zou meesleepen4 ,en eindelk moest ,god in een vierde besluit aanwzen1 hoe zne barmhartigheid aan de uitverkorenen bewezen zou worden in de beschikking van een ,middelaar1 in de gave des geloofs en in de bewaring ten einde toe1 en hoe andererzds zne gerechtigheid in de verworpenen openbaar zou worden in de vre onthouding der zaligmakende genade ,gods en in de overgave aan de zonden4 ,de verkiezing en verwerping ging in deze volgorde der decreten niet alleen aan geloof en ongeloof1 aan vernieuwing en verharding1 maar ook aan den val en aan de schepping vooraf4 ,er deed zich hier echter terstond n bezwaar voor4 ,het was vaststaande ,geref4 leer1 dat de verkiezing van ,christus en van de gemeente plaats had in n besluit1 in verband met elkaar1 en dus tot object had den ,christus mysticus4 ,doch in de supralapsarische orde wordt de verkiezing der gemeente losgemaakt van die van ,christus en van deze gescheiden door het besluit van schepping en val4 ,aan dat bezwaar trachtte ,comrie tegemoet te komen1 ,ex v4 't ,ontw4 v4 ,tol4 ,,vii #cdfv41 en h leerde daarom1 dat de verkorenen vr het besluit van schepping en val verkoren zn tot vereeniging met den ,christus4 ,deze vereeniging is zoo innig en onverbrekelk1 dat1 wanneer die verkorenen vallen zullen1 gelk daarna in 't besluit wordt bepaald1 ,christus die verkoren was tot ,hoofd1 nu ook verkoren zal worden tot ,middelaar der verzoening4 ,door ,comrie werd dus ingezien dat de verkiezing der gemeente als het lichaam van ,christus niet te scheiden was van die van ,christus tot ,hoofd der gemeente4 ,en zoo plaatste h beider verkiezing vr het besluit der schepping en van den val4 ,de verkiezing kreeg dus nu b de mogelke menschen ook een mogelken ,christus tot object4 ,de kerken hadden echter steeds in deze supralapsarische voorstelling bezwaar4 ,ze is in geen enkele confessie opgenomen4 ,op de synode te ,dordrecht waren er wel enkele aanhangers van dit gevoelen1 vooral ,gomarus en ,maccovius1 ,acta syn4 ,dordr4 ,sess4 #ajg1 v4 d4 ,tuuk1 ,joh4 ,bogerman1 bl4 #bbd v41 ,kist en ,royaards1 ,archief v4 ,kerkgesch4 ,,iii #ahca bl4 #eje v4 ,ook wilden de afgevaardigden van ,zuid-,holland en ,friesland in deze kwestie liever geen beslissing4 ,maar al de oordeelen van in- en uitlandsche theologen1 ook zelfs van ,genve1 waren infralapsarisch4 ,en de synode omschreef de electio als dat besluit ,gods1 quo4444 e universo genere humano1 ex primaeva integritate in peccatum et exitium sua culpa prolapso4444 elegit1 ,can4 ,i #g4 ,z veroordeelde het supralapsarisme niet1 z liet het privaat gevoelen van ,gomarus voor wat het was maar accepteerde het niet1 van der ,tuuk bl4 #bbg v4 ,alleen de synode te ,westminster liet in cap4 #c van haar confessie dit vraagstuk met opzet onbeslist en koos tusschen infra- en supralapsarisme geen part4 ,en voorts vond het infralapsarisme onder de theologen steun b ,martyr1 ,loci ,c4 #bcb sq4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #dhe sq41 die door ,vitringa ,,ii #da ten onrechte onder de supralapsaristen gerekend worden1 ,bogerman b van der ,tuuk bl4 #bbf1 #cdi1 ,polyander1 ,rivetus1 ,walaeus1 ,h4 ,alting1 ,molinaeus1 ,wendelinus1 ,spanheim1 ,fr4 ,turretinus1 ,heidegger enz41 vooral ook ,maresius1 die in verschillende geschriften het infralapsarisme verdedigde tegen ,voetius1 en anderen1 cf4 ook ,walch1 ,bibl4 theol4 sel4 ,,ii #ajbd sq4 #h4 ,toch vond ook deze zachtere vorm van de leer der praedestinatie spoedig tegenspraak4 ,in de eeuw der ,reformatie werd ze reeds bestreden door ,erasmus1 ,bibliander1 ,pighius1 ,bolsec1 ,trolliet1 ,castellio1 ,ochinus e4 a4 ,de ,socinianen loochenden geheel de praedestinatie1 leerden alleen een besluit ,gods om aan hen die zne geboden onderhouden het eeuwige leven te schenken en de anderen te straffen1 en offerden aan de wilsvrheid van den mensch zelfs ,gods alwetendheid op1 ,socinus1 ,praelect c4 ,,xiii4 ,crell1 de ,deo et ejus attrib4 c4 #cb4 ,fock1 ,der ,socin4 #fec f4 ,hier te lande ontmoette ze b velen bezwaar1 zooals ,coolhaes1 ,duifhuis1 ,coornhert1 ,sybrants1 ,herberts1 ,wiggerts en dan vooral b ,arminius4 ,deze verstond onder de praedestinatie het eeuwig besluit ,gods1 om degenen1 van wie ,h vooruitzag1 dat z krachtens de gratia praeveniens gelooven en krachtens de gratia subsequens volharden zouden1 in en om en door ,christus te zaligen1 en de anderen1 die niet gelooven of volharden zouden1 te straffen1 ,arminii ,opera #afbi p4 #aai1 #bhc1 #chi enz4 ,arminius bedoelde nog1 de noodzakelkheid der genade en het geloof als gave vast te houden2 en zne volgelingen beproefden ditzelfde in hunne remonstrantie van het jaar #afaj art4 #c en #d1 b ,scholten ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii #deh4 ,maar deze genade was toch altd wederstandelk1 art4 #d1 #e1 en de algemeene wil van ,god1 om alle menschen te behouden1 de algemeene voldoening van ,christus1 het algemeene aanbod van de genoegzame middelen der genade1 en het bezwaar van de dan toch altd weer vaste en zekere praescientia ,dei ten aanzien van wie wel en niet gelooven zouden1 noodzaakten1 om de beslissing hoe langer hoe meer neer te leggen in de handen van den mensch1 ,scholten ,,ii #dgb v4 ,in de latere remonstrantsche geschriften komt dit duidelk uit1 in den brief van ,episcopius aan het ,gereformeerde buitenland1 in de tweede remonstrantie van het jaar #afag1 b ,schweizer1 ,centr4 ,,ii #hi f4 #ajf f41 in de confessie en apologie der confessie b ,episcopius1 ,opera ,,ii #fi f4 #ie f41 in de dogmatische werken van ,uytenbogaert1 ,onderwzing in de christ4 leer1 #b;e ed4 #afdj1 ,episcopius1 ,opera ,i #daj sq4 ,limborch1 ,theol4 ,christ4 ,,ii c4 #ah sq4 en ,,iv4 ,het remonstrantisme heeft het rationalisme voorbereid4 ,wel werd het op de synode te ,dordt veroordeeld1 maar als geestesrichting vond het in de #ag;e en #ah;e eeuw hoe langer hoe meer in alle kerken en landen ingang4 ,zelfs kreeg het van ,gereformeerde zde steun in de school te ,saumur4 ,hier leerde ,amyraldus een dubbel besluit4 ,god besloot eerst in het algemeen1 dat allen zonder onderscheid1 die geloofden in ,christus1 zalig zouden worden2 maar door zne praescientia wetende1 dat niemand uit zichzelf gelooven kon1 voegde ,h aan het eerste1 algemeene en conditioneele besluit een tweede1 bzonder en absoluut decreet toe1 om aan enkelen de genade des geloofs te schenken en hen te behouden1 ,trait de la prdestination #afcd4 ,synt4 thesium in acad4 ,saumur4 #affe pars ,,ii p4 #ajg sq4 cf4 ,rivetus1 ,opera ,,iii #hbh-heb4 ,spanhemius1 de gratia univers4 #ah4 #dj4 ,examen v4 h4 ,ontwerp v4 ,toler4 ,,vi #aie v4 ,,vii #cad v4 #dej v4 ,schweizer1 ,centr4 ,,ii #bbe f4 ,scholten ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii #fab v4 ,walch1 ,bibl4 ,,ii #ajbh4 ,het eerste1 algemeene besluit drong1 indien het iets beteekende1 het tweede geheel op zde4 ,in weerwil van de veroordeeling in de ,formula consensus van #afge can4 #d-f drong het door en leidde b ,pajon tot loochening van de gratia efficax4 ,in alle ,geref4 kerken won eene arminiaansche richting veld4 ,al de richtingen en secten1 die in de #ag;e en #ah;e eeuw opkwamen1 neonomianisme1 deisme1 quakerisme1 methodisme enz4 toonden zwakkere of sterkere verwantschap met ,arminius4 ,slechts enkele theologen hielden hier en daar stand1 zooals ,comrie1 ,holtius en ,brahe hier te lande1 ,boston en de ,erskine's in ,schotland1 en vooral ook ,jonathan ,edwards #agjc-ageh in ,amerika4 ,diepere studie van natuur1 geschiedenis en mensch heeft in deze eeuw de onhoudbaarheid van het deistisch pelagianisme aangetoond4 ,en daarvoor is een pantheistisch of materialistisch1 een meer ethisch of meer physisch getint determinisme in de plaats getreden4 ,natuurlk is er b schn van overeenkomst tusschen dit determinisme en de leer der praedestinatie een principieel onderscheid4 ,in het pantheisme en materialisme is er voor een raad ,gods in het geheel geen plaats2 er blft slechts ruimte voor een onbewust noodlot1 eene blinde natuur1 een alogischen wil4 ,toch hebben velen de kerkelke leer der praedestinatie in zulk een deterministischen zin verstaan en verklaard1 ,biedermann1 #hdg f4 ,strauss ,,ii #cfb f4 #dfb f4 ,scholten1 ,l4 ,h4 ,k4 passim1 vooral ,,ii #dec-fje1 ,de vre wil1 #ahei bl4 #che v4 ,hartmann1 ,religionsphilosophie ,,ii #agd f4 #baf f4 #bga f4 ,op dit standpunt heet het3 so gewiss jeder ,mensch zum ,bsen nicht bloss prdisponirt sondern auch prdeterminirt ist1 so gewiss ist auch jeder zum ,guten nicht bloss prdisponirt sondern prdeterminirt4444 so gewiss es keinen schlechthin ,verworfenen giebt1 so gewiss keinen schlechthin ,erwhlten1 denn auch der ,verworfenste trgt die ,gnade in gewissem ,grade in sich und auch der ,begnadeste ist nicht vom aktuellen ,bsen eximirt1 ,hartmann1 ib4 #bag4 ,in den grond komt hiermede ook ,schleiermacher overeen1 ,chr4 ,gl4 ,,ii #aag-abj2 want wel gaat h van de kerkleer uit en houdt h aan de openbaring in ,christus vast1 doch h onderscheidt verkiezing en verwerping alleen ten opzichte van den td2 er zn geen verworpenen in strengen zin1 ieder zou onder andere omstandigheden hier reeds bekeerd geworden zn of komt later tot bekeering4 ,alle gedachten van vroeger en later td keeren in de nieuwere theologie terug4 ,vooreerst trachten velen heel de leer der praedestinatie te ontgaan door de opmerking1 dat de eeuwigheid geen td is vr den td1 dat de besluiten ,gods dus niet als vr vele eeuwen klaar en gereed kunnen gedacht worden1 maar dat heel de praedestinatie met verkiezing en verwerping niets anders is1 dan het in der td zich openbarende eeuwige immanente handelen en regeeren ,gods2 de besluiten zn niets anders dan de feiten der historie zelve1 ,schweizer1 ,christl4 ,glaub4 ,,ii #bed f4 ,lipsius ,dogm4 #edj4 ,op deze wze wordt echter heel het onderscheid tusschen eeuwigheid en td1 tusschen ,god en wereld uitgewischt en het theisme voor het pantheisme ingeruild4 ,daarom nemen anderen wel een eeuwig besluit ,gods aan1 maar dat in niets anders bestaat dan in de voluntas antecedens1 waarb ,god aller zaligheid van harte wenscht en wil4 ,in de geschiedenis wordt echter dit algemeene besluit1 althans tdelk1 particulier4 ,want ,god gaat b de uitvoering daarvan historisch te werk4 ,object van de verkiezing zn geen individueele personen1 maar de gemeente4 ,god roept volken1 en ,h doet dat successief1 naarmate z in den loop der tden onder zne leiding ontvankelk en rp geworden zn voor de hoogere religie van het ,christendom4 ,en onder die volken roept ,h ook weer de bzondere personen successief en in verband met hun volk1 hun aanleg1 hun opvoeding4 ,de verkiezing van het eene volk en van den eenen mensch is dus niet ten koste maar ten bate van anderen4 ,niet allen kunnen de eersten zn4 ,de nu tdelk voorbgegane1 d4 i4 verworpene volken en personen komen later in dit of waarschnlk na dit leven tot waarachtige bekeering4 ,in elk geval is er geen besluit der verwerping van ,gods zde1 dat bepaalde personen van de zaligheid uitsluiten zou2 hoogstens is er van 's menschen zde een blvende tegenstand en eene positieve verharding mogelk1 welke hem eeuwig verloren doet gaan1 ,martensen #bjf f4 ,lipsius #eda-edh4 ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #aab f4 ,luthardt1 ,komp4 der ,dogm4 #cb f4 ,nitzsch1 ,evang4 ,dogm4 #fjg4 ,nog anderen gaan weer een schrede verder en leeren1 dat er b dat algemeen besluit nog een ander bzonder besluit is gevoegd1 waarin ,god bepaalde hen te zaligen1 wier geloof en volharding h vooruitgezien en geweten heeft1 en daarentegen de andere eeuwig te straffen4 ,maar allen stemmen daarin overeen1 dat z de beslissing voor de eeuwigheid toekennen aan de macht van den mensch4 ,toch weer op verschillende manier4 ,de kracht1 om de genade aan te nemen of te verwerpen1 komt volgens den een aan den mensch reeds toe uit de schepping of uit de paedagogische leiding van ,gods algemeene voorzienigheid1 ,j4 ,mller1 ,dogm4 ,abhandl4 #bdc f4 ,id4 ,lehre v4 d4 ,snde ,,ii #cac f4 ,nitzsch1 ,syst4 d4 ,chr4 ,lehre #add4 ,kbel in ,herzog #ab1 #afa1 cf4 #ae1 #aab4 ,ebrard1 ,dogm4 #cbe4 #cdd1 ook ,ch4 de la ,saussaye in mne ,theol4 van ch4 d4 l4 ,s4 #fdv42 volgens den ander uit de gratia praeparans en antecedens1 welke den mensch geschonken wordt in den doop of in de prediking van wet en evangelie1 ,kliefoth1 ,acht ,bcher von der ,kirche #ahed cf4 ,mller1 ,dogm4 ,abhandl4 #bdg f4 ,sartorius1 ,lehre v4 d4 h4 ,liebe ,i #agd f4 ,thomasius1 ,christi ,person u4 ,werk ,,ii #bgh4 #bhf4 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrh4 #dj4 #da4 ,dorner1 ,glaub4 ,,iii #gjc-gbd4 ,lipsius #eda2 of ook wordt de verzoening daarin gezocht1 dat de genade geschonken wordt aan hen1 die de natuurlke krachten van den wil goed gebruiken en met ernst ,gods woord onderzoeken enz41 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,iv #a1 ,s4 #gb f41 cf4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,,ii #eaa4 ,eindelk wordt nog door enkelen de praedestinatie in ,augustiniaanschen zin geleerd1 zooals ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #ece s4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #cic s4 ,strong1 ,syst4 ,theol4 ,new-,york #ahij p4 #aga s4 ,bhl1 ,dogm4 #abd f4 #ebg f4 enz4 ,opmerkelk is het1 dat in ,amerika de ,luthersche kerken1 vereenigd in de ,missouri-synode het ,calvinisme genaderd zn1 ,dieckhoff1 ,der missour4 ,prdestinatismus u4 die ,concordienformel1 ,rostock #ahhd1 daarentegen de ,cumberland ,presbyterian ,church de ,westminster confessie in ,arminiaanschen geest gewzigd heeft1 ,schaff1 ,creeds ,,iii #gga4 ,b de revisie der ,westminster confessie1 die voor enkele jaren in ,schotland en ,amerika aan de orde werd gesteld1 brachten velen ook bezwaren in tegen de leer der verkiezing en der verwerping1 het verloren gaan van vroegstervende kinderen en van ,heidenen1 en in het algemeen tegen het eenzdig uitgaan der confessie van de souvereiniteit ,gods met miskenning van zne universeele liefde4 #i4 ,onder den ,raad ,gods is te verstaan zn eeuwig besluit over al wat in den td zn of geschieden zal4 ,de ,schrift gaat er allerwege van uit1 dat alwat is en geschiedt1 realiseering is van ,gods gedachte en wil1 en zn voorbeeld en grondslag vindt in ,gods eeuwigen raad1 ,gen4 #a1 ,job #bh3bg1 ,spr4 #h3bb1 ,ps4 #ajd3bd1 ,spr4 #c3ai1 ,jer4 #aj3ab1 #ea3ae1 ,hebr4 #aa3c1 ,ps4 #cc3aa1 ,jes4 #bd3bd-bg1 #df3aj1 ,spr4 #ai3ba1 ,hd4 #b vs4 #bc1 #d3bh1 ,ef4 #a3aa enz4 ,het is reeds het voorrecht van den mensch1 om na overleg en beraad te handelen4 ,b een redelk wezen gaat aan de daad de gedachte1 het voornemen vooraf4 ,veelmeer is dit het geval b den ,heere onzen ,god1 zonder wiens weten en willen niets in het aanzn treden kan4 ,onder ,christenen kan er dan ook over het bestaan van zulk een raad des ,heeren geen verschil bestaan4 ,alleen het pantheisme1 dat geen eigen1 van de wereld onderscheiden1 leven en bewustzn in ,god erkent1 kan daartegen bezwaar inbrengen4 ,maar dit komt daardoor voor de keuze te staan1 om f den logos in de wereld te loochenen en deze uit een blinden wil af te leiden1 f den logos in de wereld te erkennen maar dan ook in ,god eene bewustheid aan te nemen1 die de ideen aller dingen bevat4 ,de logos in de wereld onderstelt den logos in ,god4 ,er zou geen gedachte in de schepping kunnen wezen1 als deze niet geschapen ware met verstand en met wsheid4 ,deze gedachte des ,heeren die in de schepping belichaamd wordt is verder niet te denken als een onzeker denkbeeld1 waarvan de realiseering twfelachtig blft2 z is geen nuda praescientia1 welke uit de schepselen haar inhoud ontvangt2 geen plan1 ontwerp1 voornemen1 waarvan de uitvoering verdeld worden kan4 ,maar ze is beide tegelk1 eene daad van ,gods verstand en van zn wil4 ,daarom spreekt de ,schrift van raad1 van gedachten zns harten1 ,ps4 #cc3aa1 van raad van znen wil1 ,ef4 #a3aa1 van voorbestemming en voorverordineering1 ,hd4 #b3bc1 #d3bh1 ,rom4 #h3bi2 ,god spreekt en het is1 ,h gebiedt en het staat4 ,de raad ,gods is van dien aard1 dat h te zner td de uitvoering noodzakelk medebrengt4 ,h is krachtdadig1 ,jes4 #ad3bg1 ,ps4 #aae3c1 #ace3f1 onveranderlk1 ,jes4 #df3aj1 ,ps4 #cc3aa1 ,hebr4 #f3ag1 ,jak4 #a3ag1 onafhankelk1 ,mt4 #aa3bf1 ,ef4 #a3i1 ,rom4 #i3aa1 #bj1 #ba4 ,toch is er tusschen het besluit en de uitvoering onderscheid evenals tusschen ,gods wezen en zne werken naar buiten4 ,het besluit ,gods is een opus ad intra1 immanent in het ,goddelk wezen1 eeuwig en staande buiten den td4 ,wel is daartegen ingebracht1 dat de eeuwigheid niet kan en niet mag gedacht worden als een td vr den td4 en dat de raad ,gods en zne verkiezing dus ook niet mag verstaan worden als een besluit1 dat eeuwen te voren genomen werd4 ,deze opmerking is ook juist op zichzelve4 ,de eeuwigheid is essentieel onderscheiden van den td4 ,de raad ,gods is evenmin als de generatie eene daad ,gods in het verleden2 h is eene eeuwige daad ,gods1 eeuwig voltooid en eeuwig voortgaande1 buiten en boven den td1 ,martyr1 ,loci ,comm4 p4 #bcj;b4 ,h is geen vrucht van allerlei redeneering en overweging1 zoodat ,god eerst een td lang zonder besluit1 besluiteloos1 zonder wil zou geweest zn1 zooals ,scaliger terecht opmerkte1 ,moor1 ,comm4 in ,marck4 ,i #ijj4 ,vitringa ,,ii #ac4 ,heppe1 ,s4 #aja-ajb4 ,en h is evenmin te denken als een plan1 dat ergens gereed ligt en nu op uitvoering wacht4 ,maar de raad ,gods is de eeuwig werkzame wil ,gods1 de willende besluitende ,god zelf1 niet iets toevalligs in ,god maar met zn wezen n4 ,god kan niet als niet willende1 als besluiteloos gedacht worden1 ,maccovius1 ,loci ,comm4 #abi4 ,mastricht ,,iii #a1 #bh4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iv #a1 #g4 ,examen v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 #f;e ,sam4 #afd-aff4 ,maar daarmede blft toch de raad ,gods als een opus ad intra gehandhaafd1 door niets dan door ,god zelven bepaald1 onderscheiden van de werken ,gods in den td1 ,hd4 #ae3ah1 ,ef4 #a3d4 ,inhoud en voorwerp van dezen raad ,gods zn alle dingen1 welke in den td zn en geschieden zullen1 in n woord de wereldidee1 de 4 ,deze wereldidee staat met het wezen ,gods in nauw verband1 maar mag toch niet met het wezen ,gods en dus ook niet met den ,zoon1 den ,logos vereenzelvigd worden4 ,ze staat tot het wezen ,gods in dezelfde verhouding1 als het ,weltbewusstsein tot het zelfbewustzn ,gods4 ,de zelfkennisse ,gods put zich in de wereld niet uit1 evenmin als zne macht of eenige van zne deugden4 ,maar wel is de wereld een geschikt instrument1 om al ,gods deugden op creatuurlke wze tot openbaring te brengen4 ,de wereldidee is zoo door ,god geconcipierd1 dat z zne heerlkheid kan uitstralen en zne volmaaktheden naar de mate van het schepsel tot aanschouwing brengen kan4 ,z is een spiegel1 waarin ,god zn beeld vertoont4 ,z is de creatuurlke reflex van zn aanbiddelk wezen2 eindige1 beperkte1 inadaequate maar toch ware en getrouwe afdruk van zne zelfkennis4 ,in betrekking tot de wereld zelve is deze raad ,gods daarom beide causa efficiens en causa exemplaris4 ,causa efficiens1 want al het creatuurlk znde kan uiteraard slechts tot bestaan komen door en tengevolge van het besluit en den wil ,gods4 ,het besluit is de baarmoeder aller dingen1 ,zef4 #b3b4 ,al wat is1 vindt zn laatsten1 diepsten grond in het welbehagen ,gods1 in de 4 ,hooger kunnen w niet opklimmen4 ,waarom alle dingen zn en zoo zn1 vindt voor ons zn laatste antwoord in het ,deus voluit1 in zn absolute souvereiniteit4 ,maar de raad ,gods is ook causa exemplaris van al wat is en geschiedt4 ,w denken de dingen1 nadat en zooals ze zn4 ,voor ,god zn de dingen1 nadat en zooals ze door ,hem zn gedacht4 ,gelk ,mozes den tabernakel maken moest naar de afbeelding1 op den berg hem getoond1 ,hebr4 #h3e1 gelk alle in hemel en aarde uit den ,vader genoemd wordt1 ,ef4 #c3ae1 zoo is al het tdelke een beeld van het eeuwige1 al het znde eene afschaduwing van het gedachte1 en in den diepsten grond al wat is en geschiedt eene weerkaatsing van het ,goddelk wezen4 ,hoewel er aanmerking op gemaakt is1 wl de wereldidee niet met ,gods wezen samenvalt1 kan toch het woord van ,thomas in goeden zin verstaan worden1 ,deus secundum essentiam suam est similitudo omnium rerum1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ae art4 #a4 qu4 #dd art4 #c1 cf4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #cf4 ,polanus1 ,synt4 p4 #bfh4 ,gomarus1 ,theses ,theol4 ,,ix #bh-cj4 ,amesius1 ,medulla ,theol4 ,i #g4 #ac sq4 ,heidegger1 ,corpus ,theol4 ,v #ab4 ,turret4 ,th4 ,el4 ,,iv #a1 #g4 ,mastricht ,,iii #a1 #bh4 ,moor ,i #ijc sq4 ,daarom is deze raad ,gods niet anders te denken dan als een enkel1 eenvoudig besluit4 ,op de ,westminster synode was er discussie over1 of men van besluit in sing4 of in plur4 zou spreken4 ,de confessie gebruikt het woord alleen in het enkelvoud4 ,en inderdaad is de wereldidee in het ,goddelk bewustzn ne eenvoudige conceptie4 ,gelk ,minerva geheel volwassen uit ,jupiters hoofd te voorschn komt1 gelk het genie plotseling en ineens de idee van een kunstwerk grpt1 zoo is in het zelfbewustzn ,gods de wereldidee eeuwiglk voltooid4 ,maar evenals een kunstenaar zne conceptie slechts langzamerhand uitvoeren kan1 zoo spreidt ,god de ne gedachte van znen raad stuksgewze in den td voor de oogen zner schepselen uit4 ,de wereldidee is ne2 maar zich realiseerende ontplooit z zich in al haar rkdom in de vormen van ruimte en td4 ,in schepselen en op creatuurlke wze1 dat is buiten zich1 kan ,god zne liefde en zoo al zne deugden niet anders openbaren dan in de vormen van lengte en breedte1 van diepte en hoogte1 ,ef4 #c3ah1 #ai4 ,zoo alleen leeren w iets kennen van ,gods veelvuldige wsheid en van zn onnaspeurlken rkdom4 ,maar zoo legt het ne1 eenvoudige en eeuwige besluit ,gods zich in den td voor onze oogen ook in een veelheid van dingen en gebeurtenissen uiteen1 welke elk weer op een moment in het ne besluit ,gods terugwzen en ons op menschelke wze van vele besluiten ,gods doen spreken4 ,af te keuren is dit spraakgebruik niet1 indien maar de eenheid van het besluit in ,god en het onverbrekelk verband aller bzondere besluiten vastgehouden en erkend wordt4 #aj4 ,in den raad ,gods is allereerst dat besluit te onderscheiden1 dat vroeger algemeen met den naam van providentia werd aangeduid4 ,het woord 1 providentia1 voorzienigheid beteekent oorspronkelk niets anders dan het vooruitzien1 het vooruit zorgen1 het vooruit overleggen4 ,zoo werd het woord ook eerst in de theologie opgevat4 ,de voorzienigheid ,gods werd daarom tot de besluiten gerekend en b den wil ,gods ter sprake gebracht4 ,ze werd dan omschreven als ratio ordinis rerum in finem1 d4 i4 als die daad van ,gods verstand en wil1 waardoor ,h van eeuwigheid alle dingen heeft geordend tot een door ,hem vastgesteld doel4 ,als zulk eene ratio ordinis is z wel te onderscheiden van de uitvoering in den td1 d4 i4 van de exsecutio ordinis1 die meer bepaald den naam droeg van gubernatio1 ,boethius1 de consol4 phil4 ,,iv pr4 #f4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #ce n4 #a4 ,thomas4 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bb art4 #a4 c4 ,gent4 ,,iii #gg4 ,en zoo wordt de providentia als een besluit ,gods opgevat1 behalve door vele ,roomsche theologen1 ,petavius1 de ,deo ,,viii4 ,theol4 ,wirceb4 ,,iii p4 #age sq4 ,perrone1 ,prael4 ,,ii #bcc c4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,ii #aeh1 ook in den eersten td door vele ,geref4 theologen1 ,ursinus1 ,explic4 ,catech4 qu4 #bg4 ,zanchius ,op4 ,,ii #cbd1 #dcf4 ,maresius1 ,syst4 theol4 ,,iv #ai4 ,conf4 ,helv4 ,,ii art4 #f1 cf4 later over de regeering ,gods4 ,in dezen zin is de providentia een consilium of decretum1 waarnaar als naar het exemplar ,god in den td alle dingen onderhoudt en regeert4 ,maar later is de naam providentia het meest in gebruik gekomen voor de daad der onderhouding en regeering zelve1 gelk ,zwingli1 ,calvn1 ,polanus1 de ,synopsis enz41 ze reeds in dien zin na de schepping behandelen4 ,de naam doet minder ter zake1 maar wel is van belang1 dat het besluit ,gods alle dingen omvat1 niet alleen de bepaling van den eeuwigen staat der redelke schepselen 7praedestinatio71 maar de ordening en rangschikking van alle dingen zonder onderscheid4 ,en dit werd oudtds door den naam providentia aangeduid4 ,de praedestinatie kwam dus niet los op zichzelve te staan1 maar hing samen met het besluit ,gods over alle dingen en was daarvan slechts eene bzondere toepassing4 ,gelk ,zwingli het uitdrukte3 est autem providentia praedestinationis veluti parens2 de praedestinatio is de providentia zelve1 inzoover ze betrokken wordt op het eeuwig lot van menschen en engelen4 ,de ,gereformeerden drukten dit in engere aansluiting aan de ,schrift1 die van geen spreekt1 door den raad ,gods uit4 ,deze omvat alle dingen en heeft dus in de eerste plaats betrekking op de wereld in haar geheel4 ,alles1 ook in de onbewuste natuur1 is en geschiedt naar den raad ,gods4 ,aan alle dingen liggen zn ordinantin ten grondslag4 ,hemel en aarde1 licht en duisternis1 dag en nacht1 zomer en winter1 zaaing en oogst enz4 zn beide in hun eenheid en in hun verscheidenheid geordend door ,hem1 die wonderlk is van raad en groot van daad1 ,gen4 #a3ad1 #bf1 #bh1 #h3bb1 ,ps4 #ajd3e1 #i1 #aai3ij1 #ia1 #adh3f1 ,job #ch3aj v41 ,jes4 #bh3bi1 ,jer4 #e3bd1 #ca3be v41 #cc3bj1 #be4 ,voorzoover nu de raad ,gods de redelooze natuur tot object heeft1 wordt h1 behalve door de ,manichen enz4 schier eenparig erkend4 ,en ook is er nog groote eenstemmigheid1 wanneer zulk een raad en bestel ,gods in meer specialen zin aangenomen wordt voor de redelke schepselen4 ,de schepping van het menschelk geslacht1 ,gen4 #a3bf1 de verdeeling der volken1 ,gen4 #aa1 de bepaling van hunne tden en hunne woning1 ,hd4 #ag3bf1 het onderscheid tusschen volken en menschen in gave1 aanleg1 rang1 stand1 rkdom1 staat enz41 ,deut4 #cb3h1 ,spr4 #bb3b1 ,mt4 #be3ae2 zelfs de ongelkheid binnen de gemeente in allerlei gaven1 #a ,cor4 #d3g1 #ab3g-aa1 ,rom4 #ab3d v4 vinden haar diepste oorzaak in den wil ,gods4 ,alle zn en alle verscheidenheid van zn is slechts te verklaren uit zn welbehagen4 ,de grond van het bestaan en van het z bestaan aller dingen rust alleen in ,god4 ,dat iets is en dat het juist dit en niet iets anders is2 dat er velerlei zn en leven is2 dat er eindelooze verscheidenheid onder de schepselen is in soort1 geslacht1 duur1 rang1 stand1 bezit enz4 is alleen ,gods welbehagen4 ,en dit welbehagen onderstelt niet maar schept zn object4 ,als de dieren spreken konden en met hun ,schepper twistten1 omdat z niet1 als w1 menschen zn1 zou ieder dat ongermd achten1 zegt ,augustinus1 de verbis apost4 sermo #aa1 cf4 ,calv4 ,inst4 ,,iii #bb1 #a4 ,en inderdaad past aan geen schepsel iets anders dan te berusten in het welbehagen ,gods4 ,er is eigenlk maar keuze tusschen deze twee1 dat het schepsel f zn eigen maker z en dus ophoude schepsel te wezen1 f dat het schepsel schepsel blve van het begin tot het einde en dus zn bestaan en zoo bestaan alleen te danken hebbe aan ,god4 ,zoodra echter die raad ,gods ook uitgebreid werd tot de zedelke wereld1 is er van allerlei kant oppositie gekomen4 ,hier had de raad ,gods zn einde1 dit was het speciale domein van den mensch1 hier trad de mensch op als de schepper van zn eigen lot4 ,ten einde de vrheid1 de verantwoordelkheid1 de schuld enz4 te handhaven1 heeft ,pelagius tusschen de natuurlke en de zedelke wereld1 tusschen het posse en het velle onderscheid gemaakt en de laatste aan den raad en de voorzienigheid ,gods onttrokken4 ,en alle pelagianisme is er op uit1 om de zedelke wereld voor een deel of in haar geheel zelfstandig te maken tegenover ,god4 ,deze poging verdient echter op zich zelve en gansch in het algemeen reeds afgewezen te worden4 ,vooreerst is ze in strd met de ,schrift4 ,want wel handhaaft de ,schrift de zedelke natuur des menschen ten allen tde zoo sterk mogelk1 maar nooit zoekt ze dat daardoor te doen1 dat z eene dualistische scheiding maakt tusschen natuurlke en zedelke wereld en deze laatste aan ,god onttrekt4 ,gods raad gaat over alle dingen1 ook over het zedelke1 over het kwade zoowel als over het goede4 ,vervolgens is zulk eene scheiding feitelk onmogelk4 ,de wereldidee is n organisch geheel4 ,physis en ethos staan in het nauwste verband en grpen ieder oogenblik in elkaar in4 ,onderscheid is er zeer zeker2 maar scheiding is er nergens2 er is geen punt in de schepping aan te wzen1 waar de raad en het bestuur ,gods eindigt en de onafhankelke wil en daad van het schepsel begint4 ,bovenal in deze eeuw heeft de historische en organische beschouwing deze pelagiaansche scheiding op ieder punt verdreven en veroordeeld4 ,maar verder zou dit dualisme het grootste en belangrkste deel der wereld aan ,gods raad ontnemen en in handen spelen van toeval en willekeur4 ,ja niet alleen aan ,gods raad en wil1 maar zelfs aan zne kennis wordt dan voor een groot deel de wereld onttrokken4 ,indien ,god en zn schepsel niet anders dan als concurrenten kunnen gedacht worden en de een zne vrheid en zelfstandigheid slechts behouden kan ten koste van den ander1 dan moet ,god hoe langer hoe meer beperkt worden in zn weten en willen2 het pelagianisme bant ,god uit de wereld1 het leidt tot deisme en atheisme1 en zet de willekeur1 de dwaasheid van den mensch op den troon4 ,daarom moet de oplossing van het probleem in eene andere richting gezocht worden1 n4l4 alzoo dat ,god1 doordat ,h ,god en de wereld zn creatuur is1 door zn oneindig groot weten en willen de zelfstandigheid en vrheid der schepselen niet vernietigt maar juist schept en handhaaft4 #aa4 ,b de providentia generalis en specialis verheft het pelagianisme zich echter nog niet in zn volle kracht2 deze erkent het tot op zekere hoogte4 ,maar dan vooral treedt het bestrdend op1 wanneer de eeuwige staat der redelke schepselen1 het bzonder besluit der praedestinatie ter sprake komt4 ,nu is de praedestinatie slechts eene nadere toepassing van den raad1 de providentia ,gods4 ,evenmin als er scheiding te maken is tusschen de natuurlke en de zedelke wereld1 is er een grens aan te wzen tusschen wat betrekking heeft op den tdelken en wat betrekking heeft op den eeuwigen staat der redelke schepselen4 ,toch heeft het pelagianisme hier de praedestinatie voor de praescientia ingeruild en de voorverordineering omschreven als dat besluit ,gods1 waarb ,h eeuwige zaligheid of straf heeft bepaald voor hen1 wier volhardend geloof of ongeloof h te voren had gezien4 ,hoe algemeen deze voorstelling nu ook in de christelke kerk is aangenomen--ze wordt immers gedeeld door de ,grieksche1 ,roomsche1 ,luth41 ,remonstr41 ,anabapt41 ,methodist4 kerk enz4--z wordt toch n door de ,schrift1 n door de religieuse ervaring n door het theologisch denken beslist weersproken4 ,ten eerste leert de ,schrift duidelk en klaar1 dat geloof en ongeloof1 zaligheid en verderf niet maar een object is van de nuda praescientia ,dei1 doch bepaald van zn wil en besluit4 ,de in ,rom4 #h3bi1 #aa3b1 #a ,petr4 #a3b1 cf4 ,hd4 #b3bc is geen passief vooruit weten1 geen toestand van het bewustzn maar evenals het hebr4 ,hos4 #ac3e1 ,am4 #c3b enz41 eene aan de realiseering in de historie voorafgaande zelfbepaling ,gods1 om tot de objecten zner voorkennis in eene bepaalde verhouding te treden2 ze staat met de 1 en in het nauwste verband en is eene daad zner 4 ,ten tweede is het leer der ,schrift1 dat het geloof niet voortkomen kan uit den natuurlken mensch1 #a ,cor4 #b3ad1 dat het eene gave ,gods is1 ,ef4 #b3h1 ,phil4 #a3bi1 #a ,cor4 #d3g1 en dat het dus niet aan de verkiezing voorafgaat maar deze onderstelt en haar vrucht en werking is1 ,rom4 #h3bi1 ,ef4 #a3d1 #e1 ,hd4 #ac3dh4 ,ten derde is het het eenparig getuigenis van alle religieuse1 christelke ervaring1 dat de zaligheid beide in objectieven en in subjectieven zin enkel en alleen ,gods werk is4 ,in de leer moge iemand pelagiaansch wezen1 in de practk van het christelk leven1 in het gebed bovenal1 is ieder ,christen ,augustiniaansch4 ,dan sluit h allen roem uit en geeft ,gode alleen de eer4 ,augustinus zeide daarom terecht1 dat het geloof der oude kerk aan ,gods genade zich niet zoozeer in de opuscula als in de gebeden had uitgesproken1 de dono pers4 #bc1 cf4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,i #af4 ,ten vierde is de praescientia ,dei toch van dien aard1 dat haar object als ontwfelbaar zeker vooruit geweten wordt en dan is ze gelk aan de praedestinatie2 indien het object echter totaal toevallig en willekeurig is1 is ook de praescientia niet te handhaven4 ,volgens de ,grieksche1 ,roomsche en ,luthersche kerken1 en zelfs ook volgens de ,remonstranten in hun remonstrantie1 die allen de praedestinatie door de praescientia zoeken te ontwken1 is het getal dergenen1 die gelooven en zalig zullen worden1 even vast en zeker als volgens ,augustinus en de ,gereformeerden4 ,augustinus zeide3 certus est praedestinatorum numerus qui neque augeri potest neque minui1 de corr4 et gr4 #ac4 ,en zoo wordt geleerd door ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #dj4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bc art4 #f4 #g1 cf4 qu4 #bd en alle ,roomsche theologen1 al verschillen ze ook daarin1 dat sommigen die zekerheid der uitkomst meer afleiden uit den wil1 en anderen1 zooals ,molina e4 a41 meer uit het weten ,gods1 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,ii #bdi4 ,pesch1 ,prael4 theol4 ,,ii #bje4 ,jansen1 ,prael4 theol4 dogm4 ,,iii #adc4 ,de ,luthersche theologen hebben later wel de praedestinatie laten afhangen van de praescientia maar toch de zekerheid en onveranderlkheid der uitkomst nooit in twfel getrokken1 ,gerhard1 ,loci ,theol4 loc4 ,,vii #bab sq4 ,quenstedt1 ,theol4 did4 polem4 ,,iii p4 #bj4 ,hollaz1 ,examen theol4 p4 #fda4 ,de ,schrift sprak op vele plaatsen1 ,dan4 #ab3a1 ,mt4 #bd3bd1 #be3cd1 ,joh4 #aj3bh1 ,rom4 #h3bi-cj1 #a ,petr4 #a3b-d te duidelk en te sterk1 dan dat deze onveranderlkheid kon ontkend worden4 ,zoowel formaliter als materialiter1 beide naar quantiteit en qualiteit1 staat het getal dergenen1 die zalig worden1 volgens de beldenis van alle christelke kerken onwrikbaar vast4 ,maar indien dit erkend en ingedacht wordt1 is de praescientia met de providentia en praedestinatio n en hetzelfde4 ,god heeft vooruit geweten wie gelooven zouden1 en weet dat eeuwig en onveranderlk4 ,zoo zullen dezen in den td ook zeker en onfeilbaar komen tot het geloof en tot de zaligheid4 ,voor vrheid in den zin van toeval en willekeur blft er op dit standpunt nergens eenige ruimte over4 ,de praescientia sluit de praedestinatio in4 ,zegt men1 gelk ,castellio1 b ,schweizer1 ,centrald4 ,,ii #bgh1 dat ,god het toevallige juist als toevallig vooruit geweten heeft1 dan valt men in de gedachtenln van ,augustinus terug en kan men daardoor evengoed de vrheid met de praedestinatie in overeenstemming brengen4 ,de vraag is juist1 of het vre1 toevallige als zoodanig zeker en onfeilbaar eeuwig geweten kan worden4 ,zoo ja1 dan heeft ,augustinus gelk en is heel de leer der praescientia onnoodig4 ,zoo neen1 dan moet men verder gaan en ook de praescientia ontkennen2 dan moet de uitkomst van de wereldgeschiedenis volstrekt toevallig en als zoodanig onberekenbaar en onweetbaar blven4 ,cicero heeft dit reeds ingezien en daarom ook de praescientia ontkend1 cf4 boven #bjhv4 ,later volgden hem de ,socinianen1 de ,remonstranten1 ,episc4 ,inst4 theol4 ,,iv sect4 #b c4 #ah4 ,vorstius b ,scholten ,,ii #dib en vele theologen in den nieuweren td1 die ter handhaving van de creatuurlke vrheid eene zelfbeperking ,gods in zn weten1 willen en kunnen hebben aangenomen1 ,weisse1 ,philos4 ,dogm4 #eji4 ,martensen #aae4 #aaf4 ,rothe1 ,ethik #db4 ,dorner1 ,gl4 ,i #cai f4 ,hofstede de ,groot1 ,inst4 theol4 nat4 ed4 #c p4 #ahc e4 a41 cf4 ,scholten1 ,l4 ,h4 ,k4 ,,ii #dij4 ,toch hebben de christelke kerken deze consequentie niet aangedurfd4 ,alle belden de providentia en de praescientia ,dei4 ,alles geschiedt in den td1 gelk het eeuwiglk door ,god geweten wordt4 ,het eindresultaat en de daartoe leidende wegen en middelen staan in ,gods praescientia vast4 ,zoo beschouwd1 is de leer der praedestinatie geen beldenis der ,geref4 kerk alleen1 geen private meening van ,augustinus en ,calvn1 maar een dogma der gansche ,christenheid4 ,er is verschil in den naam1 waarmede ze genoemd wordt2 in de wze1 waarop ze voorgesteld wordt2 maar zakelk is er overeenstemming1 d4 i4 alle christelke kerken en theologen belden1 dat alles is en geschiedt en uitkomt1 gelk ,god het eeuwiglk weet4 ,in dien zin kon ,augustinus terecht zeggen3 praedestinationis hujus fidem1 quae contra novos haereticos nova sollicitudine defenditur1 nunquam ecclesia ,christi non habuit1 de dono pers4 c4 #bc2 en ,prosper3 praedestinationem ,dei nullus catholicus negat1 b ,perrone ,,ii #bdi4 ,alle christelke kerken hebben haar in de confessie in meerder of minder mate ter sprake gebracht4 ,ja1 er kan gezegd1 hetz men pelagiaansch of augustiaansch denke1 de zaak waarover men denkt blft er toch dezelfde om4 ,de historie verandert niet4 ,de feiten en het verband der feiten in de wereldgeschiedenis bestaan gelk ze zn1 onafhankelk van de valsche of ware voorstelling1 die w er ons van vormen1 ,schweizer1 ,ref4 ,dogm4 ,i #gc4 ,het onderscheid ligt alleen hierin1 dat de ,gereformeerden met de ,schrift in de hand en met ,augustinus tot voorbeeld niet b de tweede oorzaken zn blven staan1 maar tot de eerste oorzaak1 d4 i4 den wil ,gods1 durfden opklimmen en daarin alleen voor hun denken en leven rust hebben kunnen vinden4 ,de leer der praedestinatie heeft haar onverwinlke kracht en gestrengheid in de feiten der wereldhistorie1 gelk z door ,gods woord worden verklaard als de uitvoering van zn eeuwigen raad4 ,z is zelve niet hard en streng1 maar huiveringwekkend ernstig zn de feiten1 waarop z gebouwd is1 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,,ii #cdi4 ,en het pelagianisme bevredigt daarom niet1 wl het op ieder punt van het leven en van de geschiedenis der menschheid met de ontzaglke werkelkheid in botsing komt4 ,het is een oppervlakkig vernis1 dat den mensch wel bedriegt maar de werkelkheid niet verandert4 #ab4 ,toch komt het pelagianisme1 schoon in het algemeen reeds onhoudbaar gebleken1 op ieder speciaal punt in de leer der praedestinatie zn aanval hervatten4 ,ten eerste neemt het eene voluntas of decretum ,dei antecedens en conditionatum aan1 om aan alle gevallen menschen eene genoegzame genade aan te bieden4 ,het beroept zich daarvoor op verschillende teksten der ,h4 ,schrift1 ,jes4 #e3c1 ,jer4 #ea3i1 ,ezech4 #ah3bc1 #cb1 #cc3aa1 ,mt4 #bc3cg1 ,joh4 #c3af1 ,rom4 #aa3cb en vooral #a ,tim4 #b3d en #b ,petr4 #c3ai4 ,pelagianen1 ,semipelagianen1 ,roomschen1 ,lutherschen1 ,remonstranten1 onder de ,gereformeerden de ,amyraldisten en alle universalisten van vroeger en later td nemen zulk een eerste algemeen besluit aan4 ,dit besluit komt echter terstond in conflict met de werkelkheid4 ,alle eeuwen door is slechts een klein gedeelte der menschheid met het evangelie bekend geweest4 ,feitelk is de genade in de historie der menschheid niet universeel maar particulier4 ,wel zn er verschillende pogingen beproefd1 om dit feit met het algemeene besluit in overeenstemming te brengen4 ,de ,pelagianen hebben de grens tusschen natuur en genade uitgewischt en ook in de lex naturae een weg ter zaligheid gevonden4 ,vele ,roomsche theologen oordeelen1 dat de genade geschonken wordt of zal worden aan allen1 die een goed gebruik maken van het licht en de kracht der natuur4 ,de oude ,lutheranen zeiden1 dat de genade in den td van ,adam1 ,noach en de apostelen1 ,rom4 #aj3ah universeel was geweest maar alleen door de zonde der menschen weer beperkt was4 ,en nieuwere theologen zn gekomen tot de leer1 dat het evangelie der genade nog na den dood zal gepredikt worden aan alle infideles negativi4 ,maar al deze hypothesen gaan buiten de ,schrift om en kunnen het feit van de particulariteit der genade niet te niet doen4 ,indien dit feit echter vast staat1 rst de vraag1 waarom het evangelie aan den een wordt gepredikt en aan den ander niet8 ,waarom wordt de een in een christelk1 en de ander in een heidensch land geboren8 ,de ,pelagianen en ,semipelagianen trachtten ook dit te rechtvaardigen met de overweging1 dat ,god ook b deze praedestinatio ad primam gratiam gerekend had met de natuurlke verdiensten van den mensch en het gebruik1 dat h van zn natuurlke krachten had gemaakt4 ,maar ,augustinus weerlegde deze praedestinatio ad primam gratiam ob praevisa merita ex voluntate naturali afdoende1 door te wzen op de kinderen1 die geen zoodanige verdienste hadden en van welke sommige gedoopt en andere ongedoopt stierven4 ,de ,roomsche kerk heeft dit punt dan ook steeds in het pelagianisme bestreden1 de gratia praeveniens vastgehouden en de eerste genade onverdiend genoemd1 cf4 b ,denzinger1 n4 #aga4 #fgi4 ,metterdaad stuit het pelagianisme b de kinderen op een onoverkomelk bezwaar4 ,de praedestinatio ad primam gratiam1 d4 i4 het geboren worden in een christelk land of het later bekend worden met het evangelie is geheel onverdiend en onvoorwaardelk4 ,hier b het begin1 b het eerste besluit kan de praedestinatie niet anders dan als absoluut en inconditioneel worden opgevat4 ,waarom de een met het evangelie bekend wordt en de ander ervan verstoken blft1 de een dus in de mogelkheid wordt gesteld om eeuwig zalig te worden en de ander niet1 is uit den mensch niet te beantwoorden4 ,ieder moet hier1 of h wil of niet1 berusten in den wil en het welbehagen ,gods4 ,ten tweede zoekt het pelagianisme zich te handhaven b de praedestinatio ad gratiam efficacem4 ,de werkelkheid leert1 dat niet allen1 die het evangelie hooren1 dit aannemen met een waar geloof4 ,vanwaar dit onderscheid8 ,het pelagianisme zegt1 dat de gratia1 die aan allen geschonken wordt1 in zichzelve sufficiens is1 en dat nu de wil des menschen beslist1 of die gratia efficax zal zn en blven al dan niet2 b het pelagianisme is er dus eigenlk geen besluit meer na dat van de universeele aanbieding der genade4 ,van nu aan is alles overgelaten aan de beslissing van den mensch4 ,god heeft het zne gedaan2 ,h gaf het posse2 de mensch bezit het velle4 ,maar geen enkele christelke confessie heeft dit pelagiaansche standpunt durven innemen4 ,alle hebben in zwakker of sterker zin eene gratia efficax1 een donum fidei geleerd1 en dus ook een tweede besluit in de praedestinatie onderscheiden4 ,alleen rees dan de vraag1 aan wie deze gratia efficax1 deze gratia habitualis1 infusa1 d4 i4 het ware geloof geschonken werd4 ,op dit punt heerscht velerlei verwarring4 ,maar toch is in ,rome1 b de ,lutherschen1 b de ,remonstranten enz4 langzamerhand de leer opgekomen1 dat de genade des geloofs geschonken wordt aan hen1 die van de gratia prima1 d4 i4 de prediking van het evangelie1 de verlichting des ,h4 ,geestes enz4 een goed gebruik maken en doen wat in hun vermogen is1 quod in se est4 ,wel is dit geen meritum ex condigno1 maar toch een meritum ex congruo4 ,god bindt zich in de uitdeeling van de gave des geloofs aan den ernst van het menschelk streven4 ,de praedestinatio ad ulteriores gratias is een besluit1 niet van ,gods souvereiniteit1 maar van zne gerechtigheid of billkheid4 ,het is billk1 dat ,god het geloof en de vergeving schenke aan wie zn best heeft gedaan4 ,toch is ook deze voorstelling beide met de ,schrift en met de werkelkheid in strd4 ,wel is de mensch verplicht tot geloof en bekeering en wordt h daartoe ook door de prediking van het evangelie vermaand4 ,maar uit de verplichting is geen besluit te trekken tot de macht2 uit het du sollst volgt nog geenszins het du kannst4 ,hoe zou de zondige en bedorven mensch ook de macht bezitten1 om het evangelie al of niet aan te nemen en van de gratia prima al of niet een goed gebruik te maken8 ,waar zou h die macht aan ontleenen1 aan zichzelven1 aan de inwerking van den ,logos1 aan de genade des doops8 ,de voorstanders der aan allen aangeboden gratia sufficiens zn er zelf verlegen mede4 ,en de ,schrift leert zoo duidelk mogelk1 dat de mensch gansch onwillig en onmachtig is1 dat het geloof eene onverdiende gave der genade is1 dat de zaligheid ook subjectief ,gods werk is4 ,natuur en genade mogen in verband staan2 er is tusschen beide een wezenlk onderscheid en geen geleidelke overgang2 van een meritum ex congruo is noch in de ,schrift noch in de werkelkheid sprake4 ,kinderkens gaan de wzen en verstandigen1 en tollenaren en zondaren gaan de farisen voor in het koninkrk der hemelen4 ,ten derde en ten laatste zoekt het pelagianisme zne positie nog te behouden b de praedestinatio ad gloriam4 ,ook al gelooft iemand in waarheid en al heeft h daardoor de vergeving en het recht ten leven ontvangen1 het is volstrekt niet zeker1 dat h dat geloof behouden en alzoo de zaligheid verwerven zal4 ,er is daarom b ,god nog een derde besluit noodig1 nl4 om de zaligheid te schenken aan hen1 wier volharding in het geloof ten einde toe ,h eeuwiglk heeft voorzien4 ,maar in versterkten zin keeren al de bovengenoemde bezwaren hierb terug4 ,het besluit ,gods wordt geheel conditioneel en verliest het karakter van een wil en een besluit2 het is niets dan een wensch1 welks vervulling geheel onzeker is2 ,god ziet ldelk toe en neemt eene afwachtende houding aan2 de mensch beslist1 willekeur en toeval zitten op den troon2 zelfs b de geloovigen is de einduitkomst nog geheel onzeker2 ieder oogenblik is er afval der heiligen mogelk4 ,de scheiding der praedestinatio ad gratiam van die ad gloriam is voorts geheel met de ,schrift in strd2 z maakt1 dat de keten des heils1 ,rom4 #h3bi op ieder punt verbroken kan worden2 z lost het ne werk der herschepping op in eene reeks van menschelke daden en handelingen1 die los1 zonder samenhang naast elkander staan en alle continuiteit missen4 ,en eindelk wordt b deze leer heel het werk ,gods in de zaliging van zondaren miskend en geloochend2 de ,schrift legt altd en overal den sterksten nadruk op de trouwe en onveranderlkheid ,gods1 op de eeuwigheid van zn verbond1 op de vastheid van zne beloften2 maar van dit alles is er b het pelagianisme geen sprake meer4 ,de ,heere kent niet degenen die de znen zn2 zn verbond en zne goedertierenheid wankelen wel van oogenblik tot oogenblik2 er worden wel schapen gerukt uit ,jezus' hand2 het is niet waar1 dat ,god verheerlkt1 alwie ,h gekend1 geroepen en gerechtvaardigd heeft4 ,het zuivere1 consequente pelagianisme is de volkomen omverwerping van alle ,christendom en religie4 ,daarom is het ook door geen enkele christelke kerk aanvaard4 ,hoezeer de leer de praedestinatie door semipelagiaansche inmengselen b de ,roomsche en de ,luthersche kerk onzuiver is geworden1 ze wordt toch door alle beleden4 ,de praedestinatie is zakelk een dogma van heel de ,christenheid4 #ac4 ,het woord praedestinatie1 1 is in de christelke theologie echter in zeer verschillenden zin gebezigd2 nu eens had het ruimer dan enger beteekenis4 ,op pelagiaansch standpunt is ze niets anders dan het besluit1 om hun1 wier geloof en volharding ,god vooruitgezien heeft1 de eeuwige zaligheid te schenken1 en om anderen1 wier zonden en ongeloof ,h voorzag1 te bestemmen tot de eeuwige straf4 ,schepping1 val1 ,christus1 de prediking van het evangelie en de aanbieding der genade aan allen1 volhardend geloof en ongeloof gaan aan de praedestinatie vooraf1 zn niet in haar opgenomen maar vallen buiten haar2 z zelve is niets anders dan het bestemmen ten eeuwigen leven of tot de eeuwige straf4 ,hier heeft praedestinatie den engsten zin1 maar hangt ze ook geheel van de nuda praescientia ,dei af1 is ze onzeker en den naam van praedestinatie niet waard2 niet ,god maar de mensch maakt de geschiedenis en stelt haar resultaat vast4 ,dit gevoelen is boven genoegzaam weerlegd en behoeft niet meer besproken te worden1 cf4 nog ,perkins1 ,werken ,i #ghh v4 ,twissus1 ,op4 ,i #ffi sq4 ,maar breeder behandeling verdient het belangrk verschil tusschen het infra- en supralapsarisme4 ,dit bestaat feitelk toch in niets anders dan in een enger of ruimer omschrving van het begrip der praedestinatie4 ,augustinus n4l4 beperkte het woord in dubbelen zin4 ,ten eerste liet h het besluit der praedestinatie volgen op dat van de schepping en den val2 en ten tweede nam h het woord gewoonlk in bonam partem1 vereenzelvigde de voorverordineering met de verkiezing en duidde het besluit der reprobatie liefst met den naam van praescientia aan4 ,praedestinatie zegt wat ,god doet1 n4l4 het goede1 maar praescientia ziet op wat de mensch doet1 n4l4 het kwade1 de dono pers4 c4 #ag-ai4 de praed4 sanct4 c4 #aj4 ,b dit spraakgebruik sloot over het algemeen de scholastiek1 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #dj1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bc1 de ,roomsche1 ,denzinger1 ,enchir4 #bgi4 #bhe4 #bif4 ,trid4 ,,vi can4 #f1 en de ,luthersche theologie zich aan1 ,mller1 ,symb4 ,bcher ,s4 #eed4 ,de infralapsarii onder de ,gereformeerden lieten op dezelfde wze het besluit van schepping en val aan dat van verkiezing en verwerping voorafgaan2 maar terwl de meesten hier na den val geen bezwaar hadden1 om ook de verwerping onder de praedestinatio op te nemen en alzoo van eene gemina praedestinatio te spreken1 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iv #i4 #f1 oordeelden anderen het beter1 om het woord praedestinatie tot de verkiezing te beperken1 en de verwerping afzonderlk daarnaast onder een eigen naam te behandelen1 ,hyperius1 ,methodus ,theol4 #ahc sq4 ,martyr1 ,loci ,c4 #bca-bcc4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #dgi4 ,keckermann1 ,syst4 theol4 #afjc p4 #bif4 ,pareus op ,rom4 #h3bi1 #cj1 ed4 #afji p4 #efb4 ,indien nu het woord praescientia niet in pelagiaanschen zin wordt opgevat en de reprobatie niet aan den wil ,gods onttrokken wordt1 gelk b de latere ,roomschen en ,lutherschen1 dan is dit een verschil in naam maar niet in de zaak zelve1 ,mastricht1 ,theol4 ,,iii #b1 #bd4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iv #g1 #d4 ,stapfer1 ,wederl4 ,godg4 ,v #dff v4 ,maar kenmerkend voor het infralapsarisch gevoelen is1 dat schepping en val in het besluit aan de verkiezing en verwerping voorafgaan4 ,daarentegen wordt door het supralapsarisme de praedestinatie zoo uitgebreid1 dat ze ook de schepping en den val in zich opneemt als middelen1 die tot het einddoel1 den eeuwigen staat der redelke schepselen1 leiden4 ,beide voorstellingen van de praedestinatie1 zoowel de supra- als de infralapsarische1 zn in de ,geref4 kerk en theologie steeds naast elkander erkend4 ,de ,ned4 beldenisschriften zn infralapsarisch1 maar geen kerkelke vergadering1 ook die van ,dordrecht niet1 heeft ooit een supralapsarir bemoeilkt4 ,de ,lambethsche artikelen van #aeie1 opgenomen in de ,iersche confessie van #afae cap4 #c1 en de confessie van ,westminster laten het vraagstuk met opzet onbeslist4 ,de ,geref4 ,godgeleerden hebben altd aan beide voorstellingen het burgerrecht toegekend1 ,voetius1 ,disp4 ,v #fjb-fjg4 ,twissus1 ,op4 ,i #ej4 ,spanheim1 disp4 de praedest4 #h4 #i4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,,vii #bif4 #chc v4 ,spanheim placht te zeggen1 dat h op den katheder supra-1 in het onderwzen der gemeente infralapsarir was1 ,ex4 v4 h4 ,ont4 v4 ,tol4 ,,vii #bif4 ,en inderdaad staan beide op ,gereformeerden grondslag4 ,aan de eene zde leeren de supralapsarii even beslist als de infralapsarii1 dat ,god geen auteur der zonde is1 maar dat deze haar oorzaak heeft in den wil des menschen4 ,god als de ,almachtige moge den val hebben bepaald en ook in en door de zonde zn regiment uitoefenen2 ,h blft heilig en rechtvaardig1 de mensch valt en zondigt vrwillig1 door eigen schuld4 ,cadit homo1 providentia ,dei sic ordinante1 sed suo vitio cadit1 ,calv4 ,inst4 ,,iii #bc1 #h4 ,en ook zn de supralapsarii niet tot hunne voorstelling gekomen door philosophisch denken1 maar z gaven haar1 wl z haar meer in overeenstemming achtten met de ,h4 ,schrift4 ,evenals ,augustinus tot zne leer der praedestinatie kwam door de studie van ,paulus1 zoo heeft de leer der ,schrift over de zonde ,calvn tot zn supralapsarisme geleid4 ,h gaf daarin naar zn eigen verklaring geen philosophie maar de waarheid naar het ,woord ,gods1 ,inst4 ,i #ah4 ,,iii #ba-bc4 ,en aan de andere zde erkennen de infralapsarische ,gereformeerden ten volle1 dat ,god den val en de zonde en veler eeuwige straf niet door eene nuda praescientia vooruitgezien maar in zn besluit opgenomen en bepaald heeft1 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iv #i1 #f4 ,over de decreten zelve en hun inhoud is er dus heel geen verschil4 ,beiden ontkennen den vren wil1 verwerpen het geloof als oorzaak der verkiezing en de zonde als oorzaak der verwerping1 en bestrden alzoo het pelagianisme2 beiden berusten ten slotte in het souvereine welbehagen ,gods4 ,er is alleen verschil over de orde der decreten4 ,de infralapsarir houdt zich aan de historische1 causale2 de supralapsarir verkiest de ideele1 teleologische orde4 ,gene vat het begrip praedestinatie in enger zin op en laat schepping1 val1 providentia eraan voorafgaan2 deze neemt onder de praedestinatie alle andere besluiten op4 ,daar valt de nadruk op de veelheid1 hier op de eenheid der besluiten2 daar hebben alle besluiten tot op zekere hoogte een eigen1 zelfstandige beteekenis1 hier zn de voorafgaande alle aan het laatste besluit ondergeschikt4 #ad4 ,het beroep op de ,schrift brengt dit geschil niet tot oplossing4 ,want terwl het infralapsarisme gesteund wordt door al die plaatsen1 waar verkiezing en verwerping betrekking hebben op de gevallen wereld en voorgesteld worden als daden van barmhartigheid en gerechtigheid1 ,deut4 #g3f-h1 ,mt4 #ab3be1 #bf1 ,joh4 #ae3ai1 ,rom4 #i3ae1 #af1 ,ef4 #a3d-ab1 #b ,tim4 #a3i1 zoekt het supralapsarisme zne sterkte in al die teksten1 welke ,gods absolute souvereiniteit uitspreken1 vooral ook in betrekking tot de zonde1 ,ps4 #aae3c1 ,spr4 #af3d1 ,jes4 #aj3ae1 #de3i1 ,jer4 #ah3f1 ,mt4 #bj3ae1 ,rom4 #i3ag1 #ai-ba4 ,het feit1 dat elk van beide voorstellingen op eene zekere groep van teksten steunt en daarb eene andere niet genoeg tot haar recht doet komen1 bewst reeds beider eenzdigheid4 ,het infralapsarisme verdient lof om zne bescheidenheid1 het geeft geen oplossing maar blft b de historische1 causale orde staan1 het schnt minder hard en rekent meer met de eischen der practk4 ,bevredigen doet het echter niet1 omdat de verwerping evenmin als de verkiezing te begrpen is als eene daad van ,gods gerechtigheid4 ,geloof en goede werken zn niet de oorzaak der verkiezing en zoo is ook de zonde niet de oorzaak der verwerping2 deze ligt alleen in ,gods vrmachtig welbehagen1 het besluit der reprobatie gaat dus steeds in zekeren zin aan het besluit om de zonde toe te laten vooraf4 ,bovendien1 indien ,god het besluit der verwerping eerst nam na dat van de toelating der zonde1 komt altd de vraag weer op3 maar waarom heeft ,h die zonde dan toegelaten8 ,bestond die toelating in eene nuda praescientia1 en is de val feitelk eene verdeling van ,gods plan geweest8 ,maar dat kan en mag een ,gereformeerde1 ook al is h infralapsir1 nooit zeggen4 ,h moet den val toch ook in zekeren zin opnemen in ,gods besluit en te voren bepaald laten zn4 ,maar waarom heeft ,god dan den val permissione efficaci besloten8 ,het infralapsarisme heeft hierop geen antwoord dan alleen ,gods welbehagen1 maar zegt dan hetzelfde als het supralapsarisme4 ,de verwerping is niet te verklaren als eene daad van ,gods gerechtigheid1 want de eerste zonde is in elk geval toegelaten door ,gods souvereiniteit4 ,het infralapsarisme komt1 teruggaande1 toch weer b het supralapsarisme uit2 indien het dit niet zou willen1 zou het tot de praescientia de toevlucht moeten nemen4 ,en daar komt dan eindelk nog b1 dat het het besluit der verwerping plaatst na den val1 maar waar ergens8 ,heeft ,god besloten1 velen te verwerpen alleen na de erfzonde2 komt deze b het besluit der verwerping alleen in aanmerking1 en rekent ,god heel niet b dit ontzettend besluit met de peccata actualia8 ,indien de verwerping tot ,gods gerechtigheid moet herleid worden1 waarom ze dan liever niet geplaatst1 niet na het intreden der erfzonde alleen maar na het volbrengen der peccata actualia door ieder te verwerpen mensch in het bzonder8 ,dat leerde nu wel ,arminius1 die ook de zonde van het voorgezien ongeloof er onder opnam4 ,maar dat ging natuurlk niet voor een ,gereformeerd theoloog4 ,de reprobatie hing dan van de nuda praescientia1 d4 i4 van den mensch af1 de zondige daden des menschen werden dan de laatste en diepste oorzaak der verwerping1 en daarom bleef men vr willekeurig b het besluit der verwerping terstond na den val staan4 ,maar feitelk leerde het daarom in betrekking tot alle peccata actualia volkomen hetzelfde als het supralapsarisme2 de reprobatie gaat wel niet aan de erfzonde maar toch aan alle andere zonden vooraf4 ,het infralapsarisme schnt zachter en billker te zn1 maar dit blkt toch b dieper nadenken niet veel meer dan schn te wezen4 ,het supralapsarisme heeft dus ongetwfeld voor1 dat het van alle dele pogingen1 om ,god te rechtvaardigen1 afziet en b verwerping en verkiezing beide rust in ,gods souverein1 onbegrpelk maar toch altd ws en heilig welbehagen4 ,en toch is het1 zoo niet meer1 dan toch minstens even onbevredigend als het infralapsarisme4 ,het neemt den schn van eene oplossing aan1 maar geeft die feitelk op geen enkel punt en in geen enkel opzicht4 ,vooreerst toch is de openbaring van al ,gods deugden zonder twfel het einddoel van al ,gods wegen1 maar het gaat niet aan om met het supralapsarisme terstond in dit einddoel de wze op te nemen1 waarop hiernamaals deze gloria ,dei in den eeuwigen staat zner redelke schepselen tot openbaring zal komen4 ,want die eeuwige staat1 beide van zaligheid en van verderf1 is niet het einddoel zelf1 maar een middel1 om al ,gods deugden op creatuurlke wze tot openbaring te brengen4 ,het is immers niet te zeggen1 dat ,god zne eer niet had kunnen openbaren in de zaliging van allen1 indien dit ,hem behaagd had4 ,het is ook niet juist1 dat ,god in den eeuwigen staat der verlorenen uitsluitend zne gerechtigheid1 en in dien der verkorenen uitsluitend zne barmhartigheid openbaart4 ,ook in de gemeente1 die gekocht werd door het bloed des ,zoons1 wordt zn recht openbaar2 en ook in de plaats des verderfs zn er nog spranken van zne barmhartigheid4 ,einddoel van al ,gods werken is en moet zn zne heerlkheid2 maar de wze1 waarop deze heerlkheid schitteren zal1 is daarmee niet vanzelf gegeven2 deze is door zn wil bepaald1 en ofschoon ,god ook daarvoor wze en heilige redenen heeft gehad1 w kunnen niet zeggen1 waarom ,h juist dit middel heeft gewild1 waarom ,h veler verderf en niet aller behoud heeft bepaald4 ,bovendien stuit het supralapsarisme daarb op het bezwaar1 dat het aan het besluit der verkiezing en verwerping slechts mogelke menschen en1 gelk ,comrie er aan toevoegde1 een mogelken ,christus tot object geeft4 ,wel is dit laatste element1 door anderen uit de supralapsarische voorstelling verwderd1 ,kuyper1 ,de vleeschwording des ,woords bl4 #bjbv4 ,maar daarmede is het principe niet weggenomen1 waaruit deze dwaling voortkwam4 ,indien de verkiezing slechts mogelke menschen tot object heeft1 brengt z logisch die van een mogelken ,christus mede1 wl de verkiezing van de gemeente en haar ,hoofd niet gescheiden kan worden4 ,maar afgedacht hiervan1 de verkiezing en verwerping1 die slechts homines creandi et labiles tot object heeft1 is nog niet het eigenlke1 doch slechts een voorloopig besluit4 ,het supralapsarisme moet straks toch weer tot de infralapsarische orde voortschrden4 ,want nadat eerst mogelke menschen verkoren en verworpen zn1 volgt daarna het besluit1 om deze mogelke menschen werkelk te scheppen en te laten vallen1 en moet dan toch weer het besluit volgen om nu die niet meer slechts in de idee als mogelk gedachte maar nu ook in het besluit als werkelk bestaande gedachte menschen deels te verkiezen deels te verwerpen4 ,de logische orde in het supralapsarisme laat dus alles te wenschen over4 ,eigenlk is het van het infralapsarisme alleen hierin onderscheiden1 dat het op de wze van het ,amyraldisme aan de infralapsarische reeks van besluiten een besluit aangaande mogelkheden vooraf laat gaan4 ,maar wat is zulk een besluit aangaande mogelke menschen1 waarvan volstrekt nog niet vaststaat of ze werkelk zullen zn8 ,homines possibiles zn er oneindig vele in het bewustzn ,gods1 die nooit zullen zn4 ,het besluit der verkiezing en der verwerping heeft dus non-entia tot object1 en niet bepaalde1 ,gode b name bekende personen4 ,eindelk is er nog deze moeilkheid aan het supralapsarisme verbonden1 dat het de eeuwige straf op dezelfde wze en in denzelfden zin tot object van ,gods wil maakt als het eeuwige leven der zaligen1 en dat het de zonde1 welke tot die eeuwige straf leidt1 op dezelfde wze en in denzelfden zin tot een middel maakt als de verlossing in ,christus een middel is tot de eeuwige zaligheid4 ,hierover is onder ,gereformeerden geen verschil1 dat de zonde en de straf door ,god gewild en bepaald is4 ,het is ook volkomen waar1 dat woorden als permissio en praescientia feitelk niets geven tot oplossing der moeilkheden4 ,de vragen blven toch immers precies dezelfde3 waarom heeft ,god1 alles vooruitwetende1 den mensch zoo geschapen1 dat h vallen kon en den val niet verhinderd8 ,waarom liet ,h allen vallen in nen8 ,waarom laat ,h niet aan allen het evangelie prediken en schenkt ,h niet aan allen het geloof8 ,in n woord1 als ,god vooruitziet en toelaat1 doet ,h dat volens of nolens4 ,het laatste is onmogelk4 ,zoo is dan de permissio eene permissio efficax1 eene daad van zn wil4 ,ook is het begrip der permissio zonder eenige waarde of kracht tegenover de beschuldiging1 dat ,god de auteur der zonde is1 want wie iemand laat zondigen en verloren gaan1 terwl ,h het verhinderen kon1 is even schuldig als wie hem tot de zonde aanspoort4 ,maar andererzds is ook hierover geen verschil1 dat de zonde1 schoon niet znde praeter ,dei voluntatem1 toch is en blft contra ejus voluntatem2 dat z niet alleen een middel is om te komen tot het einddoel1 maar dat z is eene verstoring van ,gods schepping1 en dat de val van ,adam dus geen vooruitgang maar zeer zeker een val is geweest4 ,en ook dit staat wel vast1 dat het denken de woorden permissio1 praescientia1 praeteritio1 derelictio wel afkeuren kan1 maar dat niemand andere1 betere woorden aan de hand kan geven4 ,zelfs de strengste supralapsarir kan die woorden niet missen1 noch op den kansel noch in den katheder1 ,frank1 ,theol4 der ,concordienformel ,,iv1 #adh4 #bgb4 ,want al moge men aannemen1 dat er is eene praedestinatio ad mortem2 van eene praedestinatio ad peccatum heeft onder de ,gereformeerden niemand durven spreken4 ,allen zonder onderscheid1 ,zwingli1 ,calvn1 ,beza1 ,zanchius1 ,gomarus1 ,comrie enz4 hebben vastgehouden1 dat ,god niet de auteur is der zonde1 dat de mensch niet is geschapen tot de verdoemenis1 dat in de verwerping ook de strengheid zner gerechtigheid uitkwam1 dat de verwerping niet is de causa1 het principium1 maar alleen de causa per accidens1 de remotio principii is van de zonde1 dat de zonde niet is de causa efficiens maar wel de causa sufficiens van de reprobatie enz4 ,daarom is het supralapsarisme1 en gelukkig ook1 altd inconsequent1 het begint met een stouten aanloop1 maar deinst spoedig achterwaarts en valt in het eerst verworpen infralapsarisme terug4 ,b de voorstanders van het supralapsarisme komt dit duidelk uit4 ,bna allen aarzelen om de reprobatio in haar geheel en zonder eenige restrictie aan de zonde te laten voorafgaan4 ,de ,thomisten onderscheidden tusschen reprobatio negativa en positiva2 de eerste ging aan schepping en val vooraf1 de tweede volgde er op1 cf4 boven #cbf4 ,deze onderscheiding keert ook telkens b de ,geref4 theologen1 z het ook in meer of minder gewzigden vorm terug4 ,niet alleen wordt door allen erkend1 dat het besluit der reprobatie te onderscheiden is van de condamnatio1 die van dat besluit de uitvoering is1 in den td geschiedt en de zonde tot oorzaak heeft1 ,beza1 ,tract4 theol4 ,i #agf4 ,polanus1 ,syst4 theol4 p4 #bea4 #bed4 ,maar in het besluit der verwerping zelve wordt door velen onderscheid gemaakt tusschen een voorafgaand1 meer algemeen decreet ,gods1 om in sommige homines creabiles et labiles zne deugden1 bepaaldelk zne barmhartigheid en gerechtigheid te openbaren1 en een daaropvolgend1 bepaald decreet1 om die homines possibiles ook werkelk te scheppen1 te laten vallen en zondigen en om hun zonden te straffen1 ,beza1 ,i #agc4 #agf4 #agg1 cf4 ,,iii #djc4 ,piscator b ,twissus1 ,i #ea-eb1 ,perkins1 ,werken ,i #gfc4 ,twissus1 ,i #ga4 ,maccovius1 ,loci ,comm4 p4 #bbb4 #bcg4 ,voetius1 ,disp4 ,v #fjb sq4 ,mastricht1 ,theol4 theor4 pract4 ,,iii #b1 #ab4 ,ex4 v4 h4 ontw4 v4 ,tol4 ,,vii #cgev4 ,moor ,,ii #ff4 #fg4 #ae4 ,zoo is het noch aan het supra- noch aan het4 infralapsarisme gelukt1 om b dit probleem de oplossing te geven en de alzdigheid der ,schrift tot haar recht te doen komen4 ,voor een deel is dit te verklaren uit de eenzdigheid1 waaraan z zich beide schuldig maken4 ,vooreerst is het niet juist1 gelk zoo straks reeds werd gezegd1 om den finis supremus van alle dingen te omschrven als de openbaring van ,gods barmhartigheid in de verkorenen en van zne gerechtigheid in de verlorenen4 ,voorzeker is de heerlkheid ,gods en de manifestatie van zne volmaaktheden het einddoel van alles2 maar de dubbele staat van zaligheid en rampzaligheid is in dat einddoel niet opgenomen en verhoudt zich daartoe als middel4 ,het is volstrekt niet te bewzen1 dat met dit einddoel van ,gods glorie die dubbele staat gegeven moest zn4 ,indien ,h opera ad extra tot stand brengt1 kan ,h daarmede nooit iets anders bedoelen dan de eere van zn naam4 ,maar dat ,h die eere op deze en op geene andere wze zoekt1 hangt alleen van zne vrmacht af4 ,afgedacht hiervan echter1 is het ook niet waar1 dat ,gods gerechtigheid alleen in den rampzaligen staat der verlorenen en zne barmhartigheid alleen in de zaligheid der verkorenen tot openbaring zou komen1 want ook in den hemel straalt zne gerechtigheid en heiligheid1 en ook in de hel is er nog iets van zne barmhartigheid en goedertierenheid4 ,in de tweede plaats is het onjuist1 om de rampzaligheid der verlorenen voor te stellen als doel der praedestinatie4 ,wel is de zonde niet tot eene nuda praescientia en permissio ,dei te herleiden4 ,val en zonden en eeuwige straf zn opgenomen in het besluit ,gods1 en in zekeren zin door ,god gewild4 ,maar dan toch altd slechts in zekeren zin en niet op diezelfde wze als genade en zaligheid4 ,in deze heeft ,h een welgevallen1 maar zonde en straf zn zn lust1 zne vreugde niet4 ,als ,h de zonde dienstbaar maakt aan zne eere1 doet ,h dat door zne almacht1 maar het is tegen haar natuur4 ,en als ,h de goddeloozen straft1 verheugt ,h zich niet in hun lden op zichzelf1 maar viert ,h daarin den triumf zner deugden1 ,deut4 #bh3fc1 ,ps4 #b3d1 ,spr4 #a3bf1 ,klaagl4 #c3cc4 ,zoo er daarom eenerzds met het oog op het alomvattende en onveranderlke van ,gods raad geen bezwaar tegen is1 om van eene gemina praedestinatio te spreken1 is toch de praedestinatie in het eene geval niet van denzelfden aard als in het andere4 ,praedestinatio est constitutio finis et ordinatio mediorum ad finem2 cum aeterna damnatio non sit finis hominis1 sed tantum extremum1 ideo reprobationis genus non proprie praedestinatio constitui potest4 ,pugnant enim haec inter sese1 ordinare ad finem et ordinare ad damnationem4 ,omnis enim finis sua natura est optimum quid et perfectio rei2 damnatio autem est extremum malum et summa imperfectio1 ita ut impropria sit locutio1 qua dicitur1 ,deum nonnullos homines praedestinasse ad damnationem1 ,keckermann1 ,syst4 theol4 #afjc p4 #bif1 cf4 ,twissus ,i #ec ,a4 ,hoe sterk en hoe veelvuldig de ,schrift dan ook zegt1 dat zonde en straf door ,god bepaald zn2 de woorden 1 1 bezigt z toch schier uitsluitend van de praedestinatio ad gloriam4 ,in de derde plaats is het ook nog om eene andere reden minder juist1 om de praedestinatio ad mortem aeternam te coordineeren met en evenzeer als einddoel te stellen als de praedestinatio ad vitam aeternam4 ,object van de verkiezing zn niet maar enkele menschen1 evenals van de verwerping1 maar in de verkiezing is het menschelk geslacht onder een nieuw ,hoofd1 n4l4 ,christus1 object1 en dus worden door de gratia niet slechts enkele individuen maar het menschelk geslacht zelf met heel den kosmos behouden4 ,en in deze behoudenis van het menschelk geslacht en van de wereld komen niet enkele deugden ,gods tot openbaring1 zoodat daarnaast nog een eeuwig verderf zou noodig zn om zne gerechtigheid te openbaren1 maar in het voltooide ,godsrk komen alle deugden en volmaaktheden ,gods tot ontvouwing1 zne gerechtigheid en zne genade1 zne heiligheid en zne liefde1 zne souvereiniteit en zne barmhartigheid4 ,en deze status gloriae is dus het eigenlke rechtstreeksche1 z het ook aan zne eere ondergeschikte doel1 dat ,god met zne schepping beoogt4 ,in de vierde plaats dwaalden supra- en infralapsarisme daarin1 dat z alwat aan het einddoel voorafging als middelen onderling in gesubordineerde verhouding plaatsten4 ,nu zn de middelen vanzelf ondergeschikt aan het einddoel maar daarom nog niet aan elkaar4 ,de schepping is maar niet een middel voor den val1 en deze maar niet een middel voor genade en verharding1 en deze wederom niet enkel een middel voor zaligheid en rampzaligheid4 ,er dient toch wel bedacht1 dat de decreten even rk zn aan inhoud als de gansche wereldgeschiedenis1 want deze is de ontvouwing van gene4 ,wie zou nu in staat zn1 om deze wereldhistorie saam te vatten in een logisch schema van enkele begrippen8 ,schepping1 val1 zonde1 ,christus1 geloof1 ongeloof enz4 staan volstrekt niet alleen in verhouding van middelen tot elkaar1 zoo dat het voorgaande als het ware wegvallen kan1 als het volgende is bereikt4 ,ze zn onderling niet gesubordineerd maar ook gecoordineerd1 gelk ,twissus ,i #ga reeds opmerkte4 ,de schepping heeft waarlk niet alleen daartoe plaats gehad1 opdat de val zou kunnen intreden1 maar z gaf aan eene wereld het aanzn die blven zal ook in den staat der heerlkheid4 ,de val geschiedde niet alleen daartoe1 dat er een creatura miserabilis zou zn1 maar h houdt als feit zne beteekenis met al de gevolgen1 die er uit voortgekomen zn4 ,christus is niet maar een ,middelaar geworden1 wat voor de verzoening der zonde voldoende ware geweest2 maar ,god heeft ,hem ook verordineerd tot ,hoofd der gemeente4 ,de gansche wereldhistorie is niet een middel1 dat wegvalt als 't einde is bereikt1 maar werkt door en laat vruchten na in de eeuwigheid4 ,en de electie en reprobatie zelve loopen hier op aarde niet als twee rechte lnen naast elkaar1 maar in de ongeloovigen is veel1 wat niet uit de verwerping voortvloeit en in de geloovigen is veel1 wat niet aan de verkiezing is te danken4 ,eenerzds onderstellen beide de zonde en zn daden van barmhartigheid en gerechtigheid1 ,rom4 #i3ae1 ,ef4 #a3d1 en ze zn beide toch ook daden van ,goddelke vrmacht en souvereiniteit1 ,rom4 #i3aa1 #ag1 #ba4 ,evenzoo is ,adam ook vr den val reeds een type van ,christus1 #a ,cor4 #ae3dg v4 en toch is de vleeschwording altd in de ,schrift op den val van het menschelk geslacht gebouwd1 ,hebr4 #b3ad v4 ,soms spreekt de ,schrift z sterk1 dat de verwerping volkomen gecoordineerd wordt met de verkiezing en de eeuwige straf door ,god evenzeer beoogd wordt als doel als de eeuwige zaligheid4 ,luk4 #b3cd1 ,joh4 #c3ai-ba1 #a ,petr4 #b3g1 #h1 ,rom4 #i3ag1 #ah1 #bb enz41 maar soms valt de mors aeterna geheel weg in de beschrving der toekomst2 het einde zal zn de zegepraal van het ,godsrk1 de nieuwe hemel en aarde1 het nieuwe ,jeruzalem1 waar ,god alles in allen zal zn1 #a ,cor4 #ae1 ,op4 #ba1 #bb2 alles is aan de gemeente ondergeschikt gelk deze aan ,christus1 #a ,cor4 #c vs4 #ba-bc2 de verwerping is geheel gesubordineerd aan de verkiezing4 ,daarom ten slotte is noch de supra-1 noch de infralapsarische voorstelling van de praedestinatie in staat1 om de volle rke waarheid der ,schrift in zich op te nemen en ons theologisch denken te bevredigen4 ,het ware in het supralapsarisme is1 dat alle besluiten saam eene eenheid vormen2 dat er een einddoel1 is1 waaraan alles ondergeschikt en dienstbaar is2 dat de zonde niet ongedacht en onverwacht voor ,god in de wereld kwam maar in zekeren zin door ,hem is gewild en bepaald2 dat de schepping reeds terstond op de herschepping aangelegd en b ,adam vr den val reeds op den ,christus gerekend is4 ,maar het ware in het infralapsarisme is1 dat de besluiten1 schoon n1 toch ook met het oog op hun objecten onderscheiden zn2 dat er in die besluiten niet alleen eene teleologische maar ook eene causale orde valt op te merken2 dat schepping en val niet daarin opgaan1 dat ze slechts middelen zn voor het einddoel2 dat de zonde bovenal en in de eerste plaats eene verstoring der schepping is geweest en op en voor zich zelve nooit door ,god kan zn gewild4 ,in het algemeen is de formuleering van het einddoel aller dingen1 n4l4 dat ,god zne gerechtigheid openbaart in de verworpenen en zne barmhartigheid in de verkorenen1 toch al te eenvoudig en te sober4 ,de status gloriae zal zoo onbeschrfelk rk en heerlk zn4 ,w verwachten een nieuwen hemel1 eene nieuwe aarde1 een nieuwe menschheid1 eene herstelde schepping1 eene immer voortgaande door geen zonde ooit meer gestoorde ontwikkeling4 ,en daaraan werken schepping en val1 ,adam en ,christus1 natuur en genade1 geloof en ongeloof1 electie en reprobatie1 alle te zamen1 ieder op zne wze mede1 niet alleen na maar ook naast en met elkaar4 ,ja1 de tegenwoordige wereld met hare geschiedenis is ook op zichzelve reeds eene voortgaande openbaring van ,gods deugden4 ,z is niet alleen middel voor de hoogere en rkere openbaring1 die komt1 maar ook in zichzelve van waarde4 ,z blft daarom door en voortwerken ook in de toekomstige bedeeling en zal aan de nieuwe menschheid voortdurende stoffe geven tot aanbidding en verheerlking ,gods4 ,daarom is er onder de besluiten1 evenals onder de feiten der wereldhistorie1 niet alleen eene causale en eene teleologische1 maar ook eene organische orde4 ,w kunnen ons in onze beperktheid slechts stellen op het eene of op het andere standpunt2 en daarom komen de voorstanders eener causale en die van eene teleologische wereld- en levensbeschouwing ieder oogenblik met elkander in strd4 ,maar voor ,god is dat gansch anders4 ,h overziet het geheel4 ,alle dingen zn eeuwig present in zn bewustzn4 ,zn raad is ne enkelvoudige conceptie4 ,en in dien raad staan alle bzondere besluiten in datzelfde verband1 waarin de feiten der geschiedenis aposteriori aan ons nu ten deele blken en eenmaal ten volle zullen blken te staan4 ,dat verband is zoo rk en gecompliceerd1 dat het niet in een enkel woord van infra- of supralapsarisch is weer te geven4 ,het is beide causaal en teleologisch2 het voorafgaande werkt op het volgende in maar het toekomstige bepaalt ook reeds het verleden en het heden4 ,er is rke1 alzdige ,wechselwirkung4 ,gelk in een organisme alle leden samenhangen en wederkeerig elkander bepalen1 zoo is de wereld een kunstwerk ,gods1 waarvan alle deelen onderling organisch verbonden zn4 ,en van die wereld beide in hare lengte en breedte is de raad ,gods de eeuwige idee4 #af4 ,hieruit wordt duidelk1 in welken zin de reprobatie tot de praedestinatie te rekenen is4 ,let men alleen op het feit1 dat de raad ,gods alle dingen omvat1 dan is er alle recht1 om van eene gemina praedestinatio te spreken4 ,ook de zonde1 het ongeloof1 de dood en de eeuwige straf staan onder het bestuur ,gods4 ,niet alleen baat het feitelk niets1 of men hier liever van praescientia en permissio dan van praedestinatio spreekt4 ,maar de ,schrift getuigt in dezen ook zoo beslist en stellig mogelk4 ,het is waar1 dat z van de verwerping als eeuwig besluit weinig gewag maakt4 ,des te meer echter laat ze haar als daad ,gods optreden in de historie4 ,h verwerpt ,kan1 ,gen4 #d3e1 vervloekt ,kanaan1 ,gen4 #i3be1 drft ,ismael uit1 ,gen4 #ba3ab1 ,rom4 #i3g1 ,gal4 #d3cj1 haat ,ezau1 ,gen4 #be3bf1 ,mal4 #a3b1 #c1 ,rom4 #i3ac1 ,hebr4 #ab3ag1 laat de ,heidenen wandelen op hunne eigene wegen1 ,hd4 #ad3af2 zelfs binnen den kring der openbaring is er dikwerf van eene verwerping door den ,heere van zn volk en van bzondere personen sprake1 ,deut4 #bi3bh1 #a ,sam4 #ae3bc1 #bf1 #af3a1 #b ,kon4 #ag3bj1 #b ,kon4 #bc3bg1 ,ps4 #ec3f1 #gh3fg1 #hi3ci1 ,jer4 #f3cj1 #ad3ai1 #ca3cg1 ,hos4 #d3f1 #i3ag4 ,maar in die negatieve verwerping treedt ook menigmaal eene positieve handeling ,gods op1 bestaande in haat1 ,mal4 #a3b1 #c1 ,rom4 #i3ac1 vervloeking1 ,gen4 #i3be1 verharding en verstokking1 ,ex4 #g3c1 #d3ba1 #i3ab1 #aj3bj1 #aj3bg1 #aa3aj1 #ad3d1 ,deut4 #b3cj1 ,jos4 #aa3bj1 ,ps4 #aje3be1 #a ,sam4 #b3be1 ,joh4 #ab3dj1 ,rom4 #i3ah1 in verdwazing1 #a ,kon4 #ab3ae1 #b ,sam4 #ag3ad1 ,ps4 #ajg3dj1 ,job #ab3bd1 ,jes4 #dd3be1 #a ,cor4 #a3ai1 in verblinding en verdooving1 ,jes4 #f3i1 ,matth4 #ac3ac1 ,mk4 #d3ab1 ,luk4 #h3aj1 ,joh4 #ab3dj1 ,hd4 #bh3bf1 ,rom4 #aa3h4 ,gods bestuur gaat over alle dingen en ook in de zonden der menschen heeft ,h zne hand4 ,h zendt een leugengeest1 #a ,kon4 #bb3bc1 #b ,chr4 #ah3bb1 port door ,satan ,david aan1 #b ,sam4 #bd3a1 #a ,chr4 #ba3a en beproeft ,job1 cap4 #a1 noemt ,nebucadnezar en ,cyrus zne knechten1 #b ,chr4 #cf3bb1 ,ezra #a3a1 ,jes4 #dd3bh1 #de3a1 ,jer4 #bg3f1 #bh3ad enz41 en ,assyrie de roede zns toorns1 ,jes4 #aj3ev4 ,h geeft ,christus over aan zne vanden1 ,hd4 #b3bc1 #d3bh1 stelt ,hem tot een val en opstanding1 tot eene reuke des doods en des levens1 tot een oordeel en tot een steen des aanstoots1 ,luk4 #b3cd1 ,joh4 #c3ai1 #i3ci1 #b ,cor4 #b3af1 #a ,petr4 #b3h4 ,h geeft de menschen over aan hunne zonden1 ,rom4 #a3bd1 zendt eene kracht der dwaling1 #b ,thess4 #b3aa1 verwekt ,simei om ,david te vloeken1 #b ,sam4 #af3aj1 cf4 ,ps4 #ci3aj1 een ,farao om zne kracht te betoonen1 ,rom4 #i3ag en den blindgeborene1 om zne heerlkheid te openbaren1 ,joh4 #i3c4 ,zeker mag in al deze werken ,gods de eigen zonde des menschen niet voorbgezien worden4 ,in de verharding ,gods verhardt de mensch zichzelf1 ,ex4 #g3ac1 #bb1 #h3ae1 #i3ce1 #ac3ae1 #b ,chron4 #cf3ac1 ,job #i3d1 ,ps4 #ie3h1 ,spr4 #bh3ad1 ,hebr4 #c3h1 #d3g4 ,jezus spreekt in gelkenissen1 niet alleen opdat maar ook omdat de ongeloovigen niet zien noch hooren1 ,mt4 #ac3ac4 ,god geeft de menschen aan de zonde en de leugen over1 wl ze zich dit waardig hebben gemaakt1 ,rom4 #a3bd1 #b ,thess4 #b3aa4 ,en het is a posteriori1 dat de geloovigen in de ongerechtigheden der vanden het bestuur en de hand des ,heeren zien1 #b ,sam4 #af3aj1 ,ps4 #ci3aj4 ,maar desniettemin wordt in dit alles ook de wil en de mogendheid ,gods openbaar4 ,h betoont in dit alles zne vrmachtige souvereiniteit4 ,h schept het goede en het kwade1 het licht en de duisternis1 ,jes4 #de3g1 ,am4 #c3f1 den goddelooze tot den dag des kwaads1 ,spr4 #af3d1 doet alles wat ,hem behaagt1 ,ps4 #aae3c1 handelt met de inwoners der aarde naar zn welgevallen1 ,dan4 #d3ce1 neigt aller hart gelk ,h wil1 ,spr4 #af3i1 #ba3a1 richt aller gang1 ,spr4 #bj3bd1 ,jer4 #aj3bc1 maakt uit hetzelfde leem vaten ter eere en ter oneere1 ,jer4 #ah1 ,rom4 #i3bj1 ontfermt zich diens ,h wil en verhardt dien ,h wil1 ,rom4 #i3ah1 stelt tot ongehoorzaamheid1 #a ,petr4 #b3h1 schrft op ten oordeel1 ,jud4 #d1 en heeft veler namen niet geschreven in het boek des levens1 ,op4 #ac3h1 #ag3h4 ,deze veelvuldige1 sterke uitspraken der ,schrift worden iederen dag bevestigd in de geschiedenis der menschheid4 ,de verdedigers der reprobatie hebben dan ook altd een beroep gedaan op die schrikkelke feiten1 waaraan de geschiedenis zoo rk is1 ,calvn1 ,c4 ,r4 ,,xxxvii #bhi sq4 ,er is zooveel onredelks in de natuur1 zooveel onverdiend lden1 zooveel rampen zonder oorzaak1 zoo ongelke1 onbegrpelke lotsbedeeling1 zoo schreiende tegenstelling van vreugde en smart1 dat voor elk die nadenkt slechts de keuze overblft1 om f met het pessimisme deze wereld te verklaren uit den blinden wil van een onzaligen ,god1 f op grond van de ,h4 ,schrift in den geloove te berusten in den souvereinen en vrmachtigen1 maar altd toch1 hoe onbegrpelk ook1 wzen en heiligen wil van ,hem1 die eens over deze raadselen des levens het volle licht zal doen opgaan4 ,de al of niet aanneming van een besluit der verwerping heeft haar oorzaak dan ook niet in eene kleinere of grootere mate van liefde en medelden4 ,het onderscheid tusschen ,augustinus en ,pelagius1 ,calvn en ,castellio1 ,gomarus en ,arminius ligt niet daarin1 dat de laatsten zooveel zachter en liever1 gemoedelker en medeldender menschen waren4 ,maar het is hierin gelegen1 dat genen de ,schrift in haar geheel1 ook in deze hare leer1 hebben aanvaard2 dat z theistisch waren en altd wilden zn en ook in deze ontroerende feiten des levens den wil en de hand des ,heeren hebben erkend2 dat z de werkelkheid in al haar schrikkelkheid onder de oogen hebben durven zien4 ,het pelagianisme strooit bloemen op de graven1 maakt van den dood een engel1 ziet in de zonde eene zwakheid1 houdt verhandelingen over het nut der tegenspoeden1 en acht deze wereld de beste1 die mogelk is4 ,het ,calvinisme is van zulk een oppervlakkig gebazel en gebeuzel niet gediend4 ,het rukt zich den blinddoek van de oogen1 het wil niet leven in een ingebeelden waan1 het aanvaardt den ernst des levens in zn volle diepte1 het komt op voor de rechten des ,heeren ,heeren1 en buigt in ootmoed en aanbidding neer voor den onbegrepen1 souvereinen wil van ,god almachtig4 ,en daardoor blkt het in den grond veel barmhartiger te zn dan het pelagianisme4 ,hoe diep ,calvn den ernst gevoelde van wat h zeide1 blkt uit zn decretum horribile1 ,inst4 ,,iii #bc1 #g4 ,geheel ten onrechte is dit woord hem tot een verwt gemaakt4 ,het pleit niet tegen ,calvn1 het pleit voor hem4 ,het decretum als leer van ,calvn1 is niet horribile2 maar de werkelkheid is verschrikkelk1 die van dat besluit ,gods de openbaring is1 die alzoo door ,schrift en geschiedenis wordt geleerd1 die voor ieder denkend mensch1 hetz h ,pelagius of ,augustinus volge1 volkomen dezelfde blft1 en die door geen waanvoorstellingen ook maar in 't minst kan worden te niet gedaan4 ,en te midden van die schrikkelke werkelkheid brengt nu het ,calvinisme niet deze oplossing maar wel dezen troost aan1 dat het in al wat geschiedt den wil en de hand erkent van een almachtig ,god1 die tevens een barmhartig ,vader is4 ,het ,calvinisme geeft geen oplossing maar doet den mensch rusten in ,hem1 die woont in een ontoegankelk licht1 wiens oordeelen ondoorzoekelk1 wiens wegen onnaspeurlk zn4 ,daarin rustte ,calvn4 ,testis enim mihi erit ,dominus1 cui conscientia mea subscribet1 sic me stupenda haec ipsius judicia quotidie meditari1 ut nulla me plus aliquid sciendi curiositas sollicitet1 nulla mihi de incomparibili ejus justitia obrepat sinistra suspicio1 nulla me obmurmurandi libido prorsus titillet1 de aet4 praed4 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #caf4 ,en in die ruste des gemoeds wachtte h den dag af1 waarin h zien zou van aangezicht tot aangezicht en de oplossing van deze raadselen ontvangen zou1 ,inst4 ,,iii #bc1 #b4 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #cff4 #ag4 ,hoezeer echter de verwerping eenerzds met volle recht tot de praedestinatie gerekend mag worden1 toch is z niet in denzelfden zin en op dezelfde wze inhoud van ,gods besluit als de verkiezing4 ,de voorstanders der gemina praedestinatio hebben dit ook ten allen tde erkend4 ,als het ging om de souvereiniteit ,gods1 om de stellige en ondubbelzinnige getuigenissen van zn woord1 om de niet weg te cferen feiten der historie1 dan waren z even onverbiddelk als de apostel ,paulus en wilden z van geen toegeven of bemiddelen weten4 ,dan kwamen z soms tot harde uitspraken1 die het pelagiaansch gezinde hart van den mensch hinderen kunnen4 ,zoo zeide ,augustinus eens1 dat ,god ook dan niet kon beschuldigd worden1 als ,h sommigen onschuldig had willen verdoemen4 ,si humanum genus1 quod creatum primitus constat ex nihilo1 non cum debita mortis et peccati origine nasceretur et tamen ex eis creator omnipotens in aeternum nonnullos damnare vellet interitum2 quis omnipotenti creatori diceret3 quare fecisti sic8 de praed4 et gratia #af4 ,en sommige theologen1 ook onder de ,gereformeerden1 hebben gesproken in denzelfden geest4 ,wie iets beseft van de onvergelkelke grootheid ,gods en de nietigheid van het schepsel2 en wie daarb bedenkt1 hoe w menigmaal het zwaarste lden van mensch en dier met het onverschilligste gemoed kunnen aanzien1 bovenal als het aan ons eigen belang1 aan de kunst of aan de wetenschap1 dienstbaar is2 die verliest den moed1 om ,augustinus of anderen om zulk eene uitspraak hard te vallen1 laat staan1 om ,god tot verantwoording te roepen4 ,als het om recht gaat1 enkel en alleen om recht1 welk recht kunnen w laten gelden tegenover ,hem1 die ons uit het niet te voorschn riep en alles schonk1 wat w hebben en zn8 ,maar desniettemin1 al kan een oogenblik zoo gesproken worden tegenover iemand1 die meent ,god van onrecht te mogen aanklagen1 bna alle ,gereformeerden1 met ,calvn aan het hoofd1 hebben toch ten slotte zulk een dominium absolutum beslist en met verontwaardiging verworpen1 boven bl4 #bab v4 ,de oorzaak1 waarom ,god het eene of het andere gewild1 dezen verkoren en genen verworpen heeft1 moge ons geheel onbekend zn4 ,zn wil is altd ws en heilig en goed en heeft voor alle ding zne rechtvaardige redenen gehad4 ,zne macht is niet te scheiden van zne gerechtigheid1 ,calvn1 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #caj4 #cfa4 ,als maar eerst het recht en de eere ,gods waren erkend1 rieden alle ,gereformeerden de voorzichtigste en teederste behandeling van de leer der praedestinatie aan1 en waarschuwden tegen dele en nieuwsgierige onderzoekingen4 ,nos ergo nimis acutos esse non convenit2 modo ne interea1 quod ,scriptura clare docet ac experientia confirmat1 vel negemus verum esse vel tanquam ,deo minus consentaneum carpere audeamus1 ,calvn1 ibid4 #cff4 ,zwingli1 ,op4 ,,viii #ba4 ,beza1 ,tract4 theol4 ,i #aig4 ,martyr1 ,loci ,c4 ,,iii c4 #a4 ,westm4 conf4 b ,schaff1 ,creeds ,,iii #faj4 ,can4 ,dordr4 ,i #ab4 #ad enz4 ,ofschoon ,god kent degenen1 die de zne zn en het getal der uitverkorenen klein wordt genoemd1 bene sperandum est tamen de omnibus1 neque temere reprobis quisquam est annumerandus1 ,conf4 ,helv4 ,,ii b ,niemeyer1 ,coll4 ,conf4 #dhb4 ,piscator1 ,aphorismi #afad p4 #bbc4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #dig sq4 ,voorts hielden allen staande1 dat de zonde1 schoon niet praeter1 toch wel terdege was contra ,dei voluntatem4 ,wel kon z niet de oorzaak1 de causa efficiens en impulsiva1 van het besluit der verwerping zn1 want z zelve volgde immers in den td op het eeuwig besluit en zou1 indien z de oorzaak zelve ware1 alle menschen hebben moeten doen verwerpen4 ,maar z was toch causa sufficiens1 en van de eeuwige straf bepaald de causa meritoria4 ,immers1 er is onderscheid tusschen het besluit der verwerping en de verwerping zelve4 ,het eerste heeft zne laatste en diepste oorzaak alleen in ,gods wil2 maar de verwerping zelve houdt met de zonde rekening4 ,het besluit der verwerping realiseert zich door de eigen schuld des menschen heen1 ,polanus1 ,synt4 #bea4 ,twissus1 ,vind4 gr4 ,i #bgc sq4 ,perkins1 ,werken ,i #gfi4 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,,iv #ad4 ,synopsis pur4 theol4 ,,xxiv #ej4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,,vii #dde4 ,heppe1 ,dogm4 #acb4 ,daarom is dit besluit ook geen fatum1 dat den mensch tegen zn wil voortdrft2 geen ,damocleszwaard1 dat dreigend boven zn hoofd hangt4 ,het is niet anders dan de ,goddelke idee van de werkelkheid zelve4 ,in het besluit liggen oorzaken en gevolgen1 voorwaarde en vervulling1 ligt heel het verband der dingen juist zoo aaneengeschakeld1 als we dat in de werkelkheid aanschouwen4 ,zonde1 schuld1 ellende1 straf hebben in het besluit diezelfde natuur en diezelfde onderlinge verhouding als in de wereld der dingen zelve4 ,w zien dat besluit1 dat ons niet van te voren is geopenbaard1 allengs in zne gansche volheid zich ontvouwen in de historie2 b ons is het en moet het zn de zuivere reflex in ons bewustzn van de werkelkheid4 ,w denken de dingen nadat ze zn4 ,maar b ,god is het besluit de eeuwige idee van de werkelkheid1 gelk die allengs in den td zich ontplooit4 ,zne gedachten der dingen gaan aan hun zn vooraf4 ,en nu zegt het besluit der verwerping alleen1 dat die gansche1 zondige werkelkheid1 heel die wereldhistorie in het onderling verband harer gebeurtenissen1 haar laatste oorzaak heeft1 niet in zichzelve--hoe zou dit ook kunnen8--maar buiten zichzelve in de gedachte en in den wil ,gods4 ,het besluit verandert niets aan de werkelkheid2 deze is en blft volkomen dezelfde1 of men ,augustinus of ,pelagius volgt2 maar het doet den geloovige belden1 dat ook die schrikkelke wereld1 waarvoor de ,manichen een 1 het pessimisme een blinden onzaligen wil1 en velen een noodlot of toeval invoeren1 er is naar den wil van ,hem1 die nu ons in geloof doet wandelen maar eens in den dag aller dagen zich rechtvaardigen zal voor alle creatuur4 ,geheel onjuist is dus de voorstelling1 alsof de raad ,gods in het algemeen en het besluit der verwerping in het bzonder eene enkele1 naakte1 wilsbeschikking ware aangaande iemands eeuwig lot4 ,het mag niet zoo worden voorgesteld1 alsof voor een mensch alleen het einde ware bepaald en h nu1 wat h ook doe1 met geweld daarheen gedreven werd4 ,het besluit is even onoverzienbaar rk als de werkelkheid4 ,het is de sprinkader van al het znde4 ,het omvat in eene enkele conceptie het einde met de wegen1 het doel met de middelen4 ,het is geen transcendente macht1 die van boven naar willekeur1 nu en dan eens in de werkelkheid ingrpt en ze heendrft naar het einde4 ,het is de ,goddelke1 immanente1 eeuwige idee1 die haar volheid ten toon spreidt in de vormen van ruimte en td1 en wat b ,god n is successief in lengte en breedte voor onzen beperkten blik ontvouwt4 ,het besluit der verwerping ligt dus ook niet los naast alle andere besluiten1 ook niet naast dat der verkiezing4 ,zonde en genade1 straf en zegen1 gerechtigheid en barmhartigheid liggen in de werkelkheid niet dualistisch naast elkaar1 alsof de verworpene enkel met zonde en straf1 de verkorene uitsluitend met genade en zegen werd bezocht4 ,immers1 de geloovigen zondigen nog dagelks en struikelen in velen4 ,zn deze zonden der geloovigen nu een uitvloeisel der verkiezing8 ,niemand zal het beweren4 ,wel worden die zonden door ,god wederom aan hun zaligheid dienstbaar gemaakt en werkt alles den geroepene ten goede mee1 ,rom4 #h3bh4 ,doch daartoe zn die zonden niet uit zichzelve en van nature geschikt1 maar alleen1 wl ,god als de ,almachtige uit het kwade nog het goede kan doen voortkomen4 ,de zonden zn dus geen middelen ter zaligheid1 zooals de wedergeboorte1 het geloof4 ,ze zn geen praeparatio gratiae maar1 in zichzelve beschouwd1 negatio gratiae1 ,becanus1 ,theol4 schol4 ,i tr4 #a c4 #ad qu4 #c n4 #ab-bj4 ,daarom heeft ook voor de geloovigen de wet nog beteekenis2 daarom worden ze vermaand hunne verkiezing vast te maken met vreeze en beving2 daarom is er ook b de geloovigen soms van tdelke verharding en verwerping sprake4 ,maar ook omgekeerd deelen de reprobati in vele zegeningen1 die niet als zoodanig uit het besluit der verwerping maar uit de goedheid en genade ,gods hun toevloeien4 ,ze ontvangen vele natuurlke gaven1 leven1 gezondheid1 kracht1 spze1 drank1 vroolkheid enz41 ,mt4 #e3de1 ,hd4 #ad3ag1 #ag3bg1 ,rom4 #a3ai1 ,jak4 #a3ag enz41 ,god laat zich hun niet onbetuigd4 ,h verdraagt hen met veel lankmoedigheid1 ,rom4 #i3bb4 ,h laat hun het evangelie zner genade verkondigen en heeft geen lust in hun dood1 ,ezech4 #ah3bc1 #cc3aa1 ,mt4 #bc3bg1 ,luk4 #ai3da1 #bd3dg1 ,joh4 #c3af1 ,hd4 #ag3cj1 ,rom4 #aa3cb1 #a ,thess4 #e3i1 #a ,tim4 #b3d1 #b ,petr4 #c3ai4 ,de ,pelagianen leiden uit deze plaatsen af1 dat het ,gods eigenlke1 wezenlke wil is1 dat alle menschen hoofd voor hoofd zalig worden1 en dat er dus geen voorafgaand besluit der verwerping is4 ,dat leeren deze teksten niet4 ,maar wel erkennen ze dit als den wil ,gods1 dat ook aan de reprobati met alle middelen der genade gearbeid wordt tot hunne zaligheid4 ,deze media gratiae nu vloeien niet als zoodanig uit het besluit der verwerping voort4 ,ze kunnen daartoe worden misbruikt2 ze kunnen strekken om den mensch onontschuldigbaar te stellen1 te verharden en zn oordeel te verzwaren1 evenals de zon koesteren maar ook verschroeien kan4 ,maar in zichzelf1 van nature zn ze geen media reprobationis maar media gratiae ad salutem1 ,synopsis ,,xxiv #ed sq4 ,heppe p4 #acd4 #ace4 ,verkiezing en verwerping moge dus op eene finale en totale scheiding uitloopen2 hier op deze aarde kruisen z zich als het ware telken male4 ,dat wst er op1 dat ze beide op en voor zichzelf geen einddoel zn en geen causa finalis voor ,god zn geweest4 ,beide zn middelen voor de gloria ,dei1 die het laatste doel en dus de diepste grond aller dingen is4 ,begin en einde1 reden en doel van al het znde is dus iets goeds4 ,zonde en straf kan nooit op zichzelf en om zichzelf door ,god zn gewild4 ,ze strden met zn natuur4 ,h is verre van goddeloosheid1 en ,h heeft geen lust tot plagen4 ,h doet het niet van harte4 ,ze kunnen dus alleen door ,god gewild zn als middelen voor een ander1 beter1 grooter goed4 ,zelfs is er groot verschil tusschen verkiezing en verwerping4 ,al wat ,god doet1 doet ,h om zns zelfs wil4 ,ook de verkiezing heeft haar oorzaak en doel alleen in ,god4 ,maar in het werk1 dat ,h door de verkiezing tot stand brengt1 verlustigt ,h zich4 ,daarin schitteren zn eigen deugden ,hem tegen4 ,de nieuwe schepping is een spiegel zner volmaaktheden4 ,maar dat1 wat ,h naar het besluit der verwerping uitvoert1 is niet rechtstreeks en in zichzelf het voorwerp van zn welgevallen4 ,de zonde is niet zelve een goed4 ,z wordt een goed alleen1 wl ze en in zoover ze tegen haar natuur en ondanks haarzelve door ,goddelke almacht gedwongen wordt ter verhooging van ,gods eer4 ,z is zdelings een goed1 omdat ze onderworpen1 bedwongen1 overwonnen wordt en alzoo ,gods grootheid1 macht1 gerechtigheid toont4 ,want hierin komt zne souvereiniteit ten slotte het schitterendst uit1 dat ,h het kwade nog ten goede weet te leiden1 ,gen4 #ae3bj en dienstbaar maakt aan de zaligheid der gemeente1 ,rom4 #h3bh4 #a ,cor4 #c3ba-bc1 aan de heerlkheid van ,christus1 #a ,cor4 #ae3bdv41 ,ef4 #a3ba1 #bb1 ,phil4 #b3i1 ,col4 #a3af1 aan de glorie van zn naam1 ,spr4 #af3d1 ,ps4 #ea3f1 ,job #a3ba1 ,joh4 #i3c1 ,rom4 #i3ag1 #bb1 #bc1 #aa3cf1 #a ,cor4 #ae3bh4 #ah4 ,zoo loopt de praedestinatie ten slotte op de verkiezing uit2 in deze bereikt z haar einde en komt z tot haar volle realiteit4 ,in haar hoogsten vorm is z het besluit ,gods aangaande de openbaring zner deugden in den eeuwigen1 heerlken staat zner redelke schepselen1 en de schikking der daartoe leidende middelen4 ,ook zoo mag de verwerping niet worden vergeten4 ,eerst tegenover deze donkere keerzde treedt de verkiezing zelve in het heerlkste licht4 ,het is van aangrpenden ernst1 dat ook op dit hoogste terrein1 waar het gaat om het eeuwig wel en het eeuwig wee van de redelke schepselen1 de dag opkomt uit den donkeren nacht1 het licht geboren wordt uit de duisternis4 ,het schnt1 dat de wet overal doorgaat1 dat velen geroepen zn en weinigen uitverkoren4 ,er ligt eene diepe waarheid in het spreekwoord1 dat de dood des eenen het brood des anderen is4 ,darwins leer van the survival of the fittest heeft eene algemeene geldigheid en is van kracht door de gansche schepping heen4 ,duizenden bloesems vallen af1 opdat enkele zouden rpen tot vrucht4 ,millioenen van levende wezens worden er geboren en slechts enkele blven in het leven4 ,duizenden menschen arbeiden in het zweet van hun aanschn1 opdat enkelen zich zouden kunnen baden in weelde4 ,rkdom1 weelde1 kunst1 wetenschap1 al het hooge en edele wordt gebouwd op den grondslag van armoede1 ontbering1 onkunde4 ,nooit en nergens gaat het in de wereld toe naar de gelkmatige verdeeling der socialisten4 ,er is geen gelkheid op eenig terrein4 ,overal is er verkiezing naast en op den grondslag der verwerping4 ,de wereld is niet ingericht naar de farizeesche wet van werk en loon2 verdienste en rkdom hebben niets met elkander te maken4 ,en ook op het hoogste terrein is het alleen ,goddelke genade1 die onderscheid maakt4 ,gelk alle besluiten1 zoo heeft ook de verkiezing haar diepste oorzaak in het welbehagen ,gods4 ,de ,pelagianen van alle gading hebben deze besluiten steeds willen opvatten als daden van ,gods gerechtigheid1 waarin ,h te werk ging naar de verdienste van den mensch4 ,god laat zich in zne besluiten bepalen door de voorgeziene gedragingen van het schepsel4 ,h biedt aan allen de zaligheid aan4 ,h schenkt het geloof aan wie van dit aanbod door zn natuurlke of ook door geschonken bovennatuurlke kracht een goed gebruik maakt4 ,h zaligt1 wie in het geloof volhardt ten einde toe4 ,nu is er wel onder de besluiten eene zekere orde2 z omvatten beide het doel en de middelen4 ,aan het gebed zner kinderen heeft ,god in zn besluit de verhooring verbonden4 ,als ,h besloten heeft regen te geven in de droogte1 heeft ,h tevens vastgesteld1 dat zn volk er ,hem om bidden zal en dat ,h den regen geven zal als verhooring op hun gebed4 ,in zn besluit heeft ,h verband gelegd tusschen zonneschn en warmte1 zaaiing en oogst1 luiheid en armoede1 kennis en macht enz41 en zoo ook tusschen zonde en straf1 ongeloof en verderf1 geloof en zaligheid4 ,de harmonie tusschen de verschnselen en gebeurtenissen in de werkelke wereld is een volkomen afdruk van de harmonie in de wereld der gedachten en besluiten ,gods1 ,edwards1 ,works ,,ii #ead4 ,de ,schrift blft menigmaal b deze causae secundae staan1 en ook de ,gereformeerden hebben hare beteekenis ten volle erkend4 ,maar deze tweede oorzaken zn daarom de laatste en diepste oorzaak nog niet4 ,en aan het onderzoek daarnaar kan men niet ontkomen4 ,van alle kanten dringen de vragen zich aan ons op4 ,waarom is er zoodanig verband tusschen de verschnselen en gebeurtenissen onderling1 als we telkens in de wereld waarnemen8 ,een beroep op de natuur der dingen is geen afdoend antwoord1 want ook die natuur is van ,god en door ,hem bepaald4 ,de wetenschap kan het dat constateeren1 maar z onderstelt het znde en weet niet1 waarom het zoo is en zn moet4 ,waarom er causaliteit is tusschen de schepselen onderling1 waarom elk schepsel dat is wat het is1 waarom er zoo eindelooze verscheidenheid onder de schepselen is1 in aard1 natuur1 geslacht1 soort1 macht1 verstand1 rkdom1 eer enz42 binnen den kring van het geschapene is er geen oorzaak voor te vinden4 ,en zoo ook onder de redelke schepselen2 waarom sommige engelen tot de eeuwige heerlkheid zn bestemd en van de anderen de val en het verderf is voorgezien en bepaald2 waarom juist die menschelke natuur1 welke ,christus aannam1 tot deze eere verwaardigd werd2 waarom de eene mensch binnen1 de ander buiten het ,christendom wordt geboren2 waarom de een in karakter1 aanleg1 gezindheid1 opvoeding zooveel boven den ander vr heeft2 waarom het eene kind vroeg sterft en als een kind des verbonds in den hemel wordt opgenomen en het ander buiten het verbond zonder genade den dood ingaat2 waarom de een tot het geloof komt en de ander niet2 het zn altemaal vragen1 waarop geen schepsel antwoorden kan4 ,de besluiten ,gods zn niet te begrpen als daden van eene gerechtigheid1 die handelt naar werk en verdienste4 ,bovenal blkt b de engelen duidelk1 dat de laatste oorzaak van hun verkiezing en verwerping moet liggen in den wil ,gods4 ,want ook al neemt men de praescientia te baat1 zeggende1 dat ,god de volharding van sommige en den val van andere engelen heeft vooruitgezien1 zoo gaat deze praescientia dan toch aan hun schepping vooraf4 ,waarom heeft ,god dan die engelen geschapen1 wier val ,h voorzag8 ,waarom gaf ,h hun geen genoegzame genade om staande te blven1 gelk als de anderen8 ,er is hier eene reprobatie1 die enkel en alleen rust op ,gods souvereiniteit1 ,bellarminus1 de gr4 et lib4 arb4 ,,ii c4 #ag4 ,twissus1 ,vind4 gr4 ,i #gf4 ,aan de andere zde is de verkiezing niet op zichzelve altd eene daad van barmhartigheid of als zoodanig te verklaren4 ,b de verkiezing van ,christus en van de goede engelen is er van zonde en dus van barmhartigheid geen sprake4 ,en de verkiezing van menschen is wel eene daad van barmhartigheid1 maar toch niet alleen uit de barmhartigheid te verklaren4 ,want dan had ,god allen barmhartig moeten zn1 wl allen ellendig waren4 ,en zoo is de verwerping wel eene daad van gerechtigheid geweest maar niet uit de gerechtigheid alleen te verklaren1 want dan waren allen verworpen geworden1 ,twissus1 ,vindic4 gr4 ,,iv #aaa sq4 ,onderling mogen de besluiten dus in verband staan1 z zelve zn als daden ,gods niet conditioneel1 maar absoluut1 daden van ,gods volstrekte souvereiniteit4 ,er is door ,god een oorzakelk verband gelegd tusschen zonde en straf1 en ,h handhaaft dat in ieders conscientie2 maar het besluit der reprobatie vindt niet in de zonde en het ongeloof1 maar in den wil ,gods zn diepste oorzaak1 ,spr4 #af3d1 ,mt4 #aa3be1 #bf1 ,rom4 #i3aa-bb1 #a ,petr4 #b3h1 ,op4 #ac3h4 ,zoo ook is er een causaal verband tusschen geloof en zaligheid1 maar het besluit der verkiezing is niet door het voorgezien geloof veroorzaakt2 veeleer is de verkiezing de oorzaak van het geloof1 ,hd4 #ac3dh1 #a ,cor4 #d3g1 ,ef4 #a3d1 #e1 #b3h1 ,phil4 #a3bi4 ,zelfs ,christus kan niet als causa electionis worden beschouwd4 ,wel is deze uitdrukking voor eene goede uitlegging vatbaar4 ,thomas zegt terecht1 dat ,christus de oorzaak is van onze praedestinatie1 niet als daad of besluit beschouwd1 maar met het oog op haar einde en doel4 ,sic enim ,deus praeordinavit nostram salutem1 ab aeterno praedestinando1 ut per ,jesum ,christum compleretur1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bd art4 #d4 ,en zoo werd ook door sommige ,gereformeerden gesproken van ,christus als causa of fundamentum electionis1 of van onze verkiezing per en propter ,christum1 ,hyperius1 ,meth4 ,theol4 p4 #aic4 ,conf4 ,belg4 art4 #af4 ,conf4 ,helv4 ,,ii art4 #aj4 ,martinius op de ,synode te ,dordrecht #afah_/ai1 sess4 #fe4 #fg4 ,maresius1 ,syst4 ,theol4 ,,iv #da4 ,christus is inderdaad wel causa of fundamentum electionis1 inzoover de verkiezing in en door ,hem wordt gerealiseerd2 ,h is ook de causa meritoria van de zaligheid1 die het doel der verkiezing is2 ,h is ook de middelaar en het hoofd der uitverkorenen4 ,het besluit der verkiezing is ook met het oog op den ,zoon1 uit liefde tot ,hem genomen1 ,heidegger1 ,corpus ,theol4 ,v #ca4 ,de gemeente en ,christus zn samen1 in eenzelfde besluit1 in gemeenschap met en voor elkander1 verkoren1 ,ef4 #a3d4 ,maar daarom is ,christus als middelaar de causa impulsiva1 movens1 meritoria van het besluit der verkiezing nog niet4 ,in dien zin is ,christus wel de oorzaak der verkiezing genoemd door vele ,roomschen1 door de ,remonstranten1 in hun declaratio circa art4 #a de praedest41 b ,m4 ,vitringa ,,ii #ee1 door de ,lutherschen1 ,form4 ,conc4 b ,mller ,s4 #gje4 #gbj4 #gbc1 ,quenstedt ,,iii #ag4 #ca sq4 en door vele nieuwere theologen1 ,hofmann1 ,schriftbew4 ,i #bbi1 ,meyer op ,ef4 #a3e1 ,kbel in ,herzog #ab1 #aef enz4 ,maar de ,gereformeerden hebben dit terecht bestreden1 ,martyr1 ,loci ,c4 #bcf4 ,polanus1 ,synt4 ,,vi #bg4 ,voetius1 ,disp4 ,,ii #bfg4 ,twissus1 ,vindic4 gr4 ,i #aci sq4 ,turretinus1 ,el4 ,,iv qu4 #aj4 ,moor ,,ii #ah sq4 ,immers1 ,christus is zelf object der praedestinatie en kan daarom haar oorzaak niet zn4 ,h is eene gave van de liefde des ,vaders en deze gaat dus aan de zending des ,zoons vooraf1 ,joh4 #c3af1 ,rom4 #e3h1 #h3bi1 #b ,tim4 #a3i1 #a ,joh4 #d3i4 ,de ,zoon heeft den ,vader niet tot liefde bewogen1 maar de verkiezende liefde is opgekomen uit den ,vader zelven4 ,en zoo leert de ,schrift dan allerwege1 dat de oorzaak van alle besluiten niet in eenig schepsel ligt maar alleen in ,god zelven1 in zn wil en welbehagen1 ,mt4 #aa3bf1 ,rom4 #i3aav4 ,ef4 #a3dv4 ,en juist daarom is de leer der verkiezing1 beide voor den ongeloovige en voor den geloovige1 tot zulk een onuitsprekelk rken troost4 ,indien het naar recht en verdienste ging1 dan waren allen verloren4 ,maar nu het naar genade gaat1 is er ook voor den ellendigste hoop4 ,indien werk en loon de maatstaf ware in het koninkrk der hemelen1 dan werd het voor niemand geopend4 ,of ook indien naar de leer van ,pelagius de deugdzame om zne deugd en de farizer om zne gerechtigheid ware uitverkoren1 dan ware de arme tollenaar buitengesloten4 ,het pelagianisme is zoo meedoogenloos hard4 ,maar de verkiezing belden1 dat is1 in den onwaardigste der menschen1 in den diepst gezonkene nog een schepsel ,gods en een voorwerp zner eeuwige liefde te erkennen4 ,de verkiezing dient niet1 gelk ze zoo dikwerf gepredikt wordt1 om velen af te stooten maar om allen uit te noodigen tot den rkdom van ,gods genade in ,christus4 ,niemand mag gelooven dat h een verworpene is1 want elk wordt ernstig en dringend geroepen en is verplicht te gelooven in ,christus tot zaligheid4 ,niemand kan het gelooven1 want zn leven zelf en alwat h geniet is een bews1 dat ,god geen lust heeft in zn dood4 ,niemand gelooft het ook werkelk1 want zoo had h de hel reeds op aarde4 ,maar de verkiezing is een bron van troost en kracht1 van nederigheid en ootmoed1 van vertrouwen en beslistheid4 ,de zaligheid des menschen ligt onwankelbaar vast in het genadige en almachtige welbehagen ,gods4 #ai4 ,en deze heerlkheid der verkiezing blkt nog schooner1 wanneer w ten slotte letten op haar voorwerp en doel4 ,in de vroegere dogmatiek werd dat object gewoonlk gespecialiseerd4 ,engelen1 menschen en ,christus werden als haar voorwerp behandeld4 ,over de menschen is er geen verschil2 hetz vr of na het geloof1 hetz vr of na den val1 allen nemen aan1 dat menschen het eigenlke object der praedestinatie en der electie zn4 ,dit is niet in dien zin te verstaan1 dat menschen1 volken1 geslachten1 of ook de gemeente in het algemeen1 zonder nadere bepaling en in tegenstelling met de individuen en bzondere personen het voorwerp der verkiezing zouden zn1 gelk ,schleiermacher1 ,gl4 #aai4 ,lipsius #ebe f4 ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #aab-acj e4 a4 beweren4 ,deze voorstelling toch is eene loutere abstractie1 wl menschheid1 volk1 geslacht1 gemeente slechts in bzondere personen bestaat2 ze wordt ook door de ,schrift weersproken1 want deze leert eene personeele verkiezing1 ,mal4 #a3b1 ,rom4 #i3aj-ab ,jakob1 ,hd4 #ac3dh 1 ,rom4 #h3bi 1 ,ef4 #a3d 1 ,gal4 #a3ae ,paulus2 de namen der verkorenen staan geschreven in het boek des levens1 ,jes4 #d3c1 ,dan4 #ab3a1 ,luk4 #aj3bj1 ,phil4 #d3c1 ,op4 #c3e enz4 ,maar toch is het waar1 dat die uitverkorenen in de ,schrift niet los en atomistisch worden beschouwd1 maar als n organisme4 ,z zn het volk ,gods1 het lichaam van ,christus1 de tempel des ,h4 ,geestes4 ,z zn dan ook in ,christus verkoren1 ,ef4 #a3d1 tot leden van zn lichaam4 ,beide1 ,christus en de gemeente zn dus opgenomen in het besluit der praedestinatie4 ,daarom zeide ,augustinus reeds3 sicut ergo praedestinatus est ille unus1 ut caput nostrum esset1 ita multi praedestinati sumus1 ut membra ejus essemus1 de praed4 sanct4 c4 #ae1 cf4 de corr4 et gr4 c4 #aa4 de dono pers4 c4 #ad4 ,de synode van ,toledo #fge sprak in denzelfden geest1 b ,denzinger n4 #bcb1 en de scholastiek handelde breedvoerig over de praedestinatie van ,christus1 vooral in aansluiting aan ,rom4 #a3e1 ,thomas1 ,sent4 ,i dist4 #dj qu4 #aa4 ,,iii qu4 #aj4 ,s4 ,theol4 ,,iii qu4 #bd4 ,s4 c4 ,gent4 ,,iv c4 #i4 ,petavius1 de incarn4 verbi lib4 ,,xi c4 #ac4 #ad4 ,de ,lutherschen ontkenden dit echter1 omdat z de praedestinatie opvatten als verkiezing uit zonde tot zaligheid door de barmhartigheid ,gods1 ,quenstedt1 ,theol4 did4 polem4 ,,iii p4 #ah4 #dc4 ,maar des te meer deden de ,gereformeerden het uitkomen1 dat ,christus ook door ,god was verordineerd en met de gemeente saam het object van ,gods verkiezing was4 ,er was zelfs nog verschil over1 of ,christus object was van de praedestinatie alleen of ook van de electie4 ,sommigen zooals ,calvn1 ,c4 ,ref4 ,,xxxvii #gad4 ,gomarus1 ,op4 ,i #dcj4 ,marck4 ,,vii #e4 ,moor1 ,,ii #ee4 ,kuyper1 ,heraut #bhf4 #bhg zeiden1 dat ,christus bestemd was tot middelaar1 om de zaligheid voor de znen tot stand te brengen2 de verkiezing der menschen ging dus logisch aan de voorverordineering van ,christus tot middelaar vooraf4 ,maar anderen1 zooals ,zanchius1 ,op4 ,,ii #ece sq4 ,polanus1 ,synt4 ,,iv #h4 ,synopsis #bd1 #bd4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,thol4 ,,vii #cdd-cec4 ,heppe1 ,dogm4 der4 w4 ref4 ,k4 ,s4 #abe f4 ,kuyper1 ,uit het ,woord ,,ii #cad beschouwen ,christus ook als voorwerp der verkiezing1 wl ,h bestemd was niet alleen tot middelaar maar ook tot hoofd der gemeente2 de verkiezing van ,christus ging dan logisch vr die der gemeente4 ,nu is ongetwfeld waar1 dat ,christus is verordineerd tot middelaar1 om al datgene te doen wat tot zaliging des menschen van noode was2 en even zeker is1 dat ,christus niet door de ontferming ,gods verkoren is uit zonde en ellende tot heerlkheid en zaligheid4 ,maar de ,schrift spreekt toch menigmaal ook b den ,messias van ,gods verkiezing1 ,jes4 #db3a1 #dc3aj1 ,ps4 #hi3d1 #bj1 ,mt4 #ab3ah1 ,luk4 #bc3ce1 #bd3bf1 ,hd4 #b3bc1 #d3bh1 #a ,petr4 #a3bj1 #b3d4 ,deze verkiezing draagt terecht dien naam1 omdat de ,zoon van eeuwigheid door den ,vader tot middelaar is aangewezen1 en bovenal omdat de menschelke natuur van ,christus uit loutere genade en zonder eenige verdienste tot vereeniging met den ,logos en tot het ambt van middelaar is bestemd4 ,maar hierdoor is ,christus alleen nog object van de praedestinatie1 wl deze in onderscheiding van de verkiezing juist de schikking der middelen tot het einde omvat4 ,de ,schrift echter zegt anderzds even sterk1 dat de gemeente verkoren is in en tot ,christus1 om zn beeld te dragen en zne heerlkheid te aanschouwen1 ,joh4 #ag3bb-bd1 ,rom4 #h3bi2 ,christus is niet slechts bestemd tot middelaar maar ook tot hoofd der gemeente2 alles is door ,hem maar ook tot ,hem geschapen1 #a ,cor4 #c3bc1 ,ef4 #a3bb1 ,col4 #a3af v4 ,niet alsof daarmede ,christus de grond en het fundament onzer verkiezing werd4 ,maar de verkiezing der gemeente is de allereerste weldaad aan de gemeente2 en ook deze weldaad heeft reeds in gemeenschap met ,christus plaats1 en heeft niet tot grond maar juist tot doel1 dat alle andere weldaden1 wedergeboorte1 geloof enz4 door ,christus aan de gemeente worden medegedeeld4 ,in dezen zin gaat de verkiezing van ,christus logisch aan de onze vooraf4 ,maar hoe men deze logische orde zich ook dacht1 alle ,gereformeerden zeiden1 dat ,christus en zne gemeente saam1 dat de ,christus mysticus het eigenlk object der verkiezing was4 ,uno et indiviso decreto omnes1 ,christus et nos1 electi sumus1 ,mastricht1 ,theol4 theor4 pract4 ,,iii #c1 #h4 ,heidegger1 ,corpus ,theol4 ,v #cj4 ,ook hierb bleven ze echter niet staan4 ,in overeenstemming met ,augustinus1 ,enchir4 #ajj1 de ,scholastici1 ,thomas ,s4 ,theol4 ,i qu4 #bc art4 #a ad #c en in tegenstelling met de ,lutherschen1 ,quenstedt ,,iii p4 #ah1 #dc1 namen z ook de engelen in het besluit der praedestinatie op4 ,de ,schrift gaf daar aanleiding toe1 #a ,tim4 #e3ba1 #b ,petr4 #b3d1 ,jud4 #f1 ,mt4 #be3da1 en dit voorbeeld van ,christus leerde1 dat de verkiezing niet altd een toestand van zonde en ellende onderstelt4 ,hoezeer dan ook de in de ,schrift als eene afzondering uit de volken1 ,gen4 #ab3a1 ,deut4 #g3f1 #cj3c1 ,jer4 #bi3ad1 #ea3de1 ,ezech4 #aa3ag1 ,hos4 #aa3a1 ,hd4 #b3dj1 ,phil4 #b3ae1 #a ,petr4 #b3i enz4 en het getal der uitverkorenen dikwerf als zeer klein beschouwd wordt1 ,mt4 #g3ad1 #bb3ad1 ,luk4 #ab3cb1 #ac3bc1 #bd2 in die wordt toch de wereld behouden4 ,niet enkele menschen uit de wereld1 maar de wereld zelve is het voorwerp van ,gods liefde1 ,joh4 #c3af1 #ag1 #d3ad1 #f3cc1 #ab3dg1 #b ,cor4 #e3ai4 ,in ,christus zn alle dingen in den hemel en op aarde met ,god verzoend2 onder ,hem worden ze alle vergaderd tot n1 ,ef4 #a3aj1 ,col4 #a3bj4 ,de wereld1 door den ,zoon geschapen1 is ook voor den ,zoon als haren erfgenaam bestemd1 ,col4 #a3af1 #b ,petr4 #c3ac1 ,op4 #aa3ae4 ,en zoo is het niet een toevallig en willekeurig aggregaat1 maar een organisch geheel1 dat in de verkiezing door ,god is gekend en in de verlossing door ,christus is behouden4 ,reconciliatus mundus ex inimico liberabitur mundo4 ,ecclesia sine macula et ruga ex omnibus gentibus congregata atque in aeternum regnatura cum ,christo1 ipsa est terra beatorum1 terra viventium1 ,aug4 de doctr4 chr4 ,,iii #cd1 cf4 ,perkins1 ,werken ,i #ggj4 ,twissus1 ,vind4 gr4 ,i #cab4 ,en juist1 omdat het object der verkiezing een volmaakt organisme is1 daarom is z zelve niet anders te denken dan als een vast en bepaald besluit ,gods4 ,in een aggregaat is het aantal deelen geheel onverschillig4 ,maar al wat organisch bestaat1 berust op maat en getal4 ,christus is door ,god verkoren tot ,hoofd1 de gemeente tot zn lichaam2 en samen moeten z opwassen tot een volkomenen man1 in welken ieder lid zn eigene plaatse bekleedt en zn eigen taak vervult4 ,de electie is de ,goddelke gedachte1 het eeuwig bestek van dien tempel1 dien ,h in den loop der eeuwen bouwt en waarvan ,h zelf de ,kunstenaar en de ,bouwmeester is4 ,aan den bouw van den tempel is alles ondergeschikt en dienstbaar4 ,gelk alle besluiten ,gods uitloopen in dat der verkiezing1 zoo werkt heel de geschiedenis van wereld en menschheid mede tot de komst van het koninkrk ,gods4 ,zelfs z1 die in dat koninkrk geen burgers zn1 zegt ,calvn1 in salutem nascuntur electorum1 ,c4 ,r4 ,,xxxvi #cfj4 ,polanus1 ,synt4 #beb4 ,schepping en val1 onderhouding en regeering1 zonde en genade1 ,adam en ,christus1 dragen elk op zne wze b tot het tot stand brengen van dit ,godsgebouw4 ,en dit gebouw zelf wordt opgetrokken tot eere en tot verheerlking ,gods4 1 1 1 #a ,cor4 #c3ba-bc4 ,,hoofdstuk ,v4 ,over de wereld in haar oorspronkelken staat4 #bi4 ,,de ,,schepping4 #a4 ,de uitvoering van den raad ,gods begint met de schepping4 ,deze is de aanvang en grondslag van alle openbaring ,gods en daarom ook het fundament van alle religieuse en ethische leven4 ,het ,oudtest4 scheppingsverhaal is zoo verheven schoon1 dat het nergens zne wedergade vindt en door allen1 ook door natuurvorschers als ,cuvier en von ,humboldt1 om strd is geprezen4 ,das erste ,blatt der mosaischen ,urkunde hat mehr ,gewicht als alle ,folianten der ,naturforscher und ,philosophen 7,jean ,paul74 ,en daarna treedt die schepping in de geschiedenis der openbaring telkens weer op den voorgrond4 ,de ware religie onderscheidt zich van het eerste oogenblik af daardoor van alle andere godsdiensten1 dat z de verhouding van ,god tot wereld en mensch opvat als die van den ,schepper tot zn schepsel4 ,de gedachte aan een zn buiten en onafhankelk van ,god komt in de ,schrift nergens voor4 ,god is de eenige en volstrekte oorzaak van alwat is4 ,h heeft alles geschapen door zn ,woord en ,geest1 ,gen4 #a vs4 #b1 #c1 ,ps4 #cc3f1 #ajd3bi1 #adh3e1 ,job #bg3c1 #cc3d1 ,jes4 #dj vs4 #ac1 #dh3ac1 ,zach4 #ab3a1 ,joh4 #a3c1 ,col4 #a3af1 ,hebr4 #a3b enz4 ,er stond niets tegen ,hem over2 geen stof1 die ,hem bindt1 geen kracht1 die ,hem beperkt4 ,h spreekt en het is1 ,gen4 #a3c1 ,ps4 #cc3i1 ,rom4 #d3ag4 ,h is de onbeperkte bezitter van hemel en aarde1 ,gen4 #ad3ai1 #bb1 ,ps4 #bd3b1 #hi3ab1 #ie3d1 #e4 ,er is geen grens aan zne macht2 ,h doet alwat ,hem behaagt1 ,jes4 #ad vs4 #bd1 #bg1 #df3aj1 #ee3aj1 ,ps4 #aae3c1 #ace3f4 ,alle dingen zn uit en door en tot ,hem1 ,rom4 #aa3cf1 #a ,cor4 #h3f1 ,hebr4 #aa vs4 #c4 ,de wereld is het product van zn wil1 ,ps4 #cc3f1 ,op4 #d vs4 #aa2 z is de openbaring zner deugden1 ,spr4 #h3bbv41 ,job #bh vs4 #bcv41 ,ps4 #ajd3a1 #acf3ev41 ,jer4 #af3ab en heeft haar doel in zne eere1 ,jes4 #dc3ag1 ,spr4 #af3d1 ,rom4 #aa3cf1 #a ,cor4 #h3f4 ,deze leer der schepping1 die in de ,schrift zulk eene alles beheerschende plaats bekleedt1 wordt niet voorgedragen als eene wsgeerige verklaring van het wereldprobleem4 ,z geeft zeer zeker ook een antwoord op de vraag naar den oorsprong aller dingen2 maar z heeft toch bovenal eene religieus-ethische beteekenis4 ,er is geen rechte verhouding tot ,god denkbaar dan op haar grondslag4 ,z plaatst ons in die relatie tot ,god1 waarin w behooren te staan4 ,en daarom is ze van uitnemend practische waarde4 ,z dient1 om de grootheid1 de almacht1 de majesteit en tevens de goedheid1 de wsheid1 de liefde ,gods te doen uitkomen1 ,ps4 #ai1 ,job #cg1 ,jes4 #dj2 en z versterkt daarom het geloof1 bevestigt het vertrouwen op ,god1 troost in het lden1 ,ps4 #cc3f v41 #fe3fv41 #hi3ab1 #aba3b1 #acd3e1 ,jes4 #cg3af1 #dj3bhv41 #db3e enz42 z wekt op tot lof en dank1 ,ps4 #acf3cv41 #adh3e1 ,op4 #ad vs4 #g2 stemt tot nederigheid en ootmoed en doet den mensch zne geringheid en nietigheid gevoelen tegenover ,god1 ,job #ch vs4 #dv41 ,jes4 #bi3af1 #de3i1 ,jer4 #ah3f1 ,rom4 #i3bj4 #b4 ,de leer der schepping wordt alleen uit de openbaring gekend2 ze wordt verstaan door het geloof1 ,hebr4 #aa3c4 ,de ,roomschen leeren wel1 dat z ook uit de natuur door de rede kan worden opgespoord1 ,thomas1 ,sent4 ,,ii dist4 #a qu4 #a art4 #b4 ,s4 c4 ,gent4 ,,ii #ae4 #af4 ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorz4 ,,ii #gie f4 ,scheeben1 ,dogm4 ,,ii #e4 #f1 en het ,vaticanum verhief dit zelfs tot een dogma1 de fide c4 #b can4 #b4 ,maar de historie der godsdiensten en der philosophie pleit hier niet voor4 ,het ,mohammedanisme leert wel de schepping uit niets maar heeft deze aan het ,joden- en ,christendom ontleend1 ,zckler1 ,gesch4 der ,beziehungen zw4 ,theol4 und ,naturw4 #ahgg ,i #dbf f4 ,de heidensche kosmogonien zn alle polytheistisch en tegelk theogonie2 z nemen alle een ,urstof aan1 hetz deze als een chaos1 als een persoonlke principe1 als een ei of soortgelk gedacht wordt2 en eindelk zn ze f meer emanatistisch1 zoodat de wereld een uitvloeisel ,gods is1 f meer evolutionistisch1 zoodat de wereld zich meer en meer vergoddelkt1 f meer dualistisch1 zoodat de wereld een product is van twee vandige beginselen1 ,wuttke1 ,die ,kosmogonien der heidn4 ,vlker vor der ,zeit ,jesu und der ,apostel1 ,haag #ahej4 ,lenormant1 ,les origines de l'histoire d'aprs la ,bible et les traditions des peuples orientaux1 ,paris #ahhj4 ,zckler in ,herzog #ac1 #fca f4 ,ook de chaldeeuwsche ,genesis1 die overigens merkwaardige parallelen biedt met die van het ,o4 ,test41 maakt hierop geen uitzondering4 ,z is tegelk theogonie en laat uit de tiamat1 welke chaotisch alles in zich verbergt1 door ,bel de wereld vormen1 ,saussaye1 ,lehrb4 der ,rel4 ,i #cda f4 ,de grieksche wsbegeerte zoekt f materialistisch den oorsprong der dingen in een stoffelk element 7,jonische ,school1 ,atomisten71 f pantheistisch in het ne1 eeuwige1 onveranderlke zn 7,elea7 f in het eeuwige worden 7,heraclitus1 ,stoa74 ,zelfs ,anaxagoras1 ,plato en ,aristoteles kwamen boven een dualisme van geest en stof niet uit2 ,god is geen schepper1 maar hoogstens een formeerder der wereld 774 ,de scholastici beweerden wel1 dat ,plato en ,aristoteles eene schepping uit niets hebben geleerd1 maar dit werd door anderen1 o4 a4 door ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #a p4 #a art4 #a qu4 #a1 terecht bestreden4 ,de ,grieken kenden een 7natura7 en 7mundus7 maar geen 7creatura74 ,het ,christendom behaalde op deze heidensche theogonie en kosmogonie de zege in den strd tegen het gnosticisme1 dat ter verklaring der zonde naast den hoogsten ,god een lageren ,god of eene eeuwige aannam4 ,maar toch kwamen de paganistische verklaringen van den oorsprong der dingen telkens ook in de christelke eeuwen weer boven4 ,reeds in het boek der ,wsheid #aa3ag wordt gezegd1 dat ,gods almachtige hand de wereld geschapen heeft uit 2 en dezelfde uitdrukking komt ook b ,justinus ,martyr voor1 ,apol4 ,i #aj4 #ei4 ,maar ,justinus hoeft daarb de later zoogenoemde creatio secunda op het oog en leert elders uitdrukkelk ook de schepping der materie1 ,dial4 c4 ,tr4 #e4 ,coh4 ad4 ,gr4 #bc1 cf4 ,semisch1 ,justin der ,m4 ,,ii #ccf4 ,gelk in de tweede eeuw het gnosticisme1 zoo kwam na ,nicea vooral het manicheisme op1 dat evenzoo ter verklaring der zonde naast den goeden ,god een oorspronkelk boos wezen aannam1 ,augustinus in vele geschriften1 c4 epist4 ,manich41 c4 ,faustum1 c4 ,fortunatum enz4 ,flgel1 ,mani1 seine ,lehre und seine ,schriften1 ,leipzig #ahfb4 ,kessler in ,herzog #i1 #bcc f4 ,dit dualisme vond in de ,christenheid verre verbreiding1 tot zelfs b de ,priscillianisten in ,spanje toe1 en trad b vernieuwing in de ,middeleeuwen in vele secten op1 zooals de ,bogomilen en ,katharen4 ,maar behalve het dualisme kreeg ook het pantheisme zne tolken4 ,onder invloed van het neoplatonisme leerde ,pseudodionysius1 dat de ideen en voorbeelden van alle dingen van eeuwigheid in ,god bestonden en dat zne overstroomende goedheid ,hem bewoog1 om deze ideen realiteit te geven en zich aan zne schepselen mee te deelen1 de div4 nom4 c4 #d #aj4 ,god is in de schepselen als het ware uit zne eenheid te voorschn getreden1 heeft zich in hen vermenigvuldigd en uitgestort1 de div4 nom4 c4 #b1 #aa1 zoodat ,god het algemeene zn is1 de div4 nom4 c4 #e1 #d1 het zn der dingen zelve1 de coel4 hier4 c4 #d1 #a4 ,maar toch voegt h er aan toe1 dat ,god desniettemin in zne eenheid zich handhaaft1 de div4 nom4 c4 #b1 #aa en dat ,god daarom alles is in allen1 wl ,h de oorzaak is van alles1 de coel4 hier4 c4 #e1 #h4 ,dezelfde gedachten keeren b ,erigena terug4 ,meermalen leert h uitdrukkelk eene schepping uit niets1 de div4 nat4 ,,iii #ae ,v #bd4 #cc1 maar de verhouding1 waarin h de vier naturen tot elkander stelt1 maakt zn systeem tot pantheisme4 ,de eerste natuur1 die schept en niet geschapen wordt1 d4 i4 ,god1 brengt denkend uit niets1 dat is uit zichzelf de ideen en vormen aller dingen voort in het ,goddelk woord1 ib4 ,,iii #ad4 #ag4 ,dit is de tweede natuur1 die geschapen wordt en schept4 ,deze tweede natuur is natura creata1 inzoover ze door ,god is voortgebracht2 z is creatrix1 inzoover z zelve de oorzaak en potentie der werkelke wereld is4 ,want deze tweede natuur is niet wezenlk en substantieel van de derde natuur1 d4 i4 de verschningswereld1 die geschapen wordt en niet schept1 onderscheiden2 gene is de oorzaak1 deze de werking2 het is dezelfde wereld1 nu eens in aeternitate verbi ,dei1 dan in temporalitate mundi beschouwd1 ,,iii #h4 ,het is ,god zelf1 die eerst in de ideen zichzelf schept1 dan in de schepselen afdaalt en alles in allen wordt1 om dan eindelk in de vierde natuur1 die niet schept en niet geschapen wordt1 tot zichzelf terug te keeren1 ,,iii #d4 #bj4 ,en de oorzaak van dit proces ,gods is de goedheid ,gods1 ,,iii #b4 #d4 #i1 zn streven om alles te worden1 appetitus quo vult omnia fieri1 ,i #ab4 ,buiten de christelke wereld werd het pantheisme geleerd door de wsgeeren ,avicenna #ajcf en ,averros #aaih1 door het ,sufisme1 dat in het universum eene emanatie ,gods zag2 en onder de ,joden door de kabbala1 ,stckl1 ,philos4 des ,m4 ,a4 ,,ii #bh4 #ib4 #aha4 #bcg4 ,en tegen het einde der ,middeleeuwen en in het begin van den nieuweren td kruisten al deze pantheistische1 dualistische1 emanatistische denkbeelden b de mystici1 theosophen en anabaptisten1 zooals ,floris1 ,amalrik van ,bena1 de broeders des vren geestes1 de ,libertnen1 ,eckhardt1 ,tauler1 ,servet1 ,frank1 ,schwenkfeld1 ,bruno1 ,paracelsus1 ,fludd1 ,weigel1 ,bhme dooreen2 zelfs het ,socinianisme leerde slechts eene schepping uit eene 1 materia informis1 b ,fock1 ,der ,socin4 ,s4 #dhb2 het eindige en oneindige werden te abstract naast en tegenover elkaar gesteld1 dan dat het eerste in het tweede zne oorzaak hebben kon4 ,maar toch is het pantheisme als wsgeerig stelsel eerst weer in eere gebracht door ,spinoza4 ,deze zag in de ne substantie de eeuwige en noodzakelke causa efficiens en immanens der wereld2 de wereld is de explicatie van het ,goddelk wezen1 en de bzondere dingen zn de modi1 waardoor de ,goddelke attributen van denken en uitgebreidheid op eene bepaalde wze worden gedetermineerd1 ,eth4 ,i4 ,deze philosophie vond tegen het einde der vorige eeuw hoe langer hoe meer instemming en werd door ,schelling en ,hegel verheven tot het stelsel der negentiende eeuw4 ,de bbelsche leer van de schepping werd geheel verworpen4 ,fichte zeide3 die ,annahme einer ,schpfung ist der ,grundirthum aller falschen ,metaphysik und ,religionslehre und insbesondere das ,urprinzip des ,juden- und ,heidenthums1 ,anweisung zum seligen ,leben #ahjf ,s4 #afj4 ,schelling noemde de schepping uit niets das ,kreuz des ,verstandes1 en bestreed ze beslist1 ,werke ,i #b ,s4 #dd f4 #h ,s4 #fb f4 ,in zne eerste periode leerde h de absolute identiteit van ,god en wereld2 beiden verhouden zich als wezen en vorm2 z zn hetzelfde1 onder verschillende gezichtspunten beschouwd2 ,god is niet de oorzaak van het al1 maar het al zelf1 en het al is daarom niet wordende maar een eeuwig znde1 1 ,werke ,i #d ,s4 #aag f4 #e ,s4 #bd f4 #cfe f4 #cgc f4 #f ,s4 #agd f4 ,maar in zne latere periode kwam h door ,baader onder den invloed van ,bhme en zoo van de kabbala en het neoplatonisme en zoekt nu den grond der wereld in de donkere natuur ,gods4 ,theogonie en kosmogonie zn ten nauwste verwant4 ,gelk ,god uit zne indifferentie door de tegenstelling van de principia1 natuur 7,urgrund1 ,ungrund1 duisternis7 en verstand 7woord1 licht7 tot ,geest1 liefde1 persoonlkheid zich verheft1 zoo zn deze drie tegelk de ,potenzen der wereld4 ,de donkere natuur in ,god is het blinde1 ordelooze principe1 de stof en grond van de geschapen wereld1 voor zoover ze chaos is en een chaotisch karakter draagt4 ,maar in die wereld werkt ook de ,potenz van het ,goddelk verstand1 en brengt er licht1 orde1 regel in4 ,terwl eindelk in den geest des menschen ,god zelf als ,geest zich openbaart en tot volle persoonlkheid wordt1 ,werke ,i #g ,s4 #cei f4 ,,ii #b ,s4 #ajh f4 #c ,s4 #bfb f41 cf4 boven bl4 #cje4 ,en evenzoo bekende zich ,hegel openlk tot het pantheisme1 wel niet tot dat1 hetwelk de eindige dingen zelve voor ,god houdt maar toch tot dat pantheisme1 hetwelk in het eindige en toevallige de verschning van het absolute ziet1 de versteende idee1 de bevroren intelligentie1 ,werke ,,vii #bc f4 ,uit de philosophie is dit pantheisme overgegaan in de theologie4 ,schleiermacher verwierp de scheiding van schepping en onderhouding en hield de vraag naar de tdelkheid of eeuwigheid der wereld voor onverschillig1 indien maar de volstrekte afhankelkheid aller dingen van ,god gehandhaafd bleef1 ,glaub4 #cf4 #da4 ,bovon1 ,dogm4 ,chrt4 ,i #bhi4 ,en evenzoo is ,god slechts de eeuwige immanente oorzaak en grond der wereld b ,strauss1 ,glaub4 ,i #fef f4 ,biedermann1 ,chr4 ,dogm4 #fdi f4 ,schweizer1 ,chr4 ,gl4 #ga4 ,pfleiderer1 ,grundriss der chr4 ,gl4 u4 ,sittenlehre #hd4 ,scholten1 ,dogm4 christ4 initia1 ed4 #b p4 #aaa4 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godsd4 ,,ii #agdv4 ,naast dit pantheisme is ook het materialisme opgetreden1 dat de laatste elementen van alle zn zoekt in eeuwige1 ongeworden en onvernietigbare stoffelke atomen1 en uit hun naar vaste wetten plaats hebbende mechanische en chemische scheiding en verbinding alle verschnselen1 heel de wereld tracht te verklaren4 ,het had zne voorbereiding reeds in de grieksche philosophie1 werd door ,gassendi en ,cartesius weer ingeleid in den nieuweren td2 het werd bevorderd door de engelsche en fransche philosophie der vorige eeuw2 en het trad in deze eeuw op niet als vrucht van wetenschappelk onderzoek maar als product van wsgeerig nadenken b ,feuerbach1 die de vader van het materialisme in ,duitschland kan heeten1 om dan vooral na #ahej b de beoefenaars der natuurwetenschap door allerlei bkomstige oorzaken ingang te vinden1 zooals ,vogt1 ,bchner1 ,moleschott1 ,czolbe1 ,haeckel1 ,strauss enz41 ,lange1 ,gesch4 des ,materialismus1 #d;e ,aufl4 #ahhb4 #c4 ,nu verdient het allereerst opmerking1 dat beide pantheisme en materialisme geen resultaat zn van exact onderzoek maar philosophie1 wereldbeschouwing1 stelsels van geloof1 niet van weten in strikten zin4 ,het materialisme geeft zich wel gaarne uit voor exacte natuurwetenschap1 maar het laat zich gemakkelk aantoonen1 dat het zoowel historisch als logisch vrucht is van menschelk denken1 en eene zaak is zoowel van het hart als van het hoofd van den mensch4 ,de oorsprong en het einde der dingen ligt immers buiten de grenzen van waarneming en onderzoek2 wetenschap onderstelt het zn1 en rust op den grondslag van het geschapene4 ,in zoover verkeeren pantheisme en materialisme in dezelfde conditie als het theisme1 dat in den oorsprong der dingen een mysterie beldt4 ,de eenige vraag is dus deze1 of het pantheisme en materialisme in staat zn dit mysterie te vervangen door eene begrpelke verklaring4 ,aan beide mag die eisch gesteld1 wl z juist de leer der schepping om hare onbegrpelkheid verwerpen en er een kruis des verstands in zien4 ,is het inderdaad zoo1 dat pantheisme en materialisme beter dan het theisme het denken bevredigen en daarom de voorkeur verdienen8 ,maar beide stelsels zn in de historie der menschheid zoo telken male opgekomen en weer prsgegeven2 ze zn zoo dikwerf aan ernstige1 afdoende kritiek onderworpen1 dat ze door niemand alleen om hun bevrediging voor het denken aanvaard kunnen worden4 ,andere motieven geven daarb den doorslag4 ,als de wereld niet door schepping is ontstaan1 moet z toch op eenige andere wze worden verklaard4 ,en dan doen zich1 om van het dualisme niet te spreken1 slechts twee wegen voor1 om n4l4 of de stof uit den geest of den geest uit de stof te verklaren4 ,pantheisme en materialisme zn geen zuivere tegenstellingen2 ze zn veeleer twee zden van dezelfde zaak2 ze gaan telkens in elkander over2 ze vatten hetzelfde probleem slechts van eene andere zde aan2 ze stuiten beide op gelke bezwaren4 ,het pantheisme staat voor den overgang van het denken tot het zn1 van de idee tot de werkelkheid1 van de substantie tot de modi en heeft niets geleverd1 dat naar eene oplossing gelkt4 ,het heeft wel verschillende vormen aangenomen en dien overgang onder verschillende namen aangeduid4 ,het vat de verhouding van ,god tot de wereld op als die van 1 natura naturans en naturata1 van substantie en modi1 van wezen en verschning1 van het algemeene en het bzondere1 van soort en exemplaren1 van geheel en deelen1 van idee en objectiveering1 van oceaan en golven enz41 maar met al deze woorden zegt het niets ter verklaring van die verhouding4 ,het is op pantheistisch standpunt niet te begrpen1 hoe uit het denken het zn1 uit de eenheid de veelheid1 uit den geest de stof is voortgekomen4 ,vooral is dat duidelk uitgekomen in de stelsels van ,schelling en ,hegel4 ,aan woorden was er hier geen gebrek4 ,de idee neemt eene gestalte1 een lichaam aan1 z objectiveert zich1 gaat over in haar anders-zn1 z dirimeert en differencieert zich1 z besluit vr1 om zich zu entlassen1 zu entussern1 in haar tegendeel om te slaan enz4 ,schelling1 ,werke ,i #b #fb f4 #d #bbc f4 #beg f4 ,hegel1 ,werke ,,vi #dac f4 ,,vii #bc f4 ,maar beiden vonden hierin toch eene zoo weinig bevredigende oplossing1 dat z meermalen van een afval van het absolute spraken1 waardoor de wereld was ontstaan1 ,schelling1 ib4 #f #ch f4 ,hegel1 ib4 ,,xii #agg4 ,geen wonder1 dat daarom ,schelling in zne tweede periode en evenzoo ,schopenhauer1 von ,hartmann e4 a4 aan den wil het primaat toekenden en het absolute allereerst opvatten als natuur1 als wil1 als drang1 cf4 boven bl4 #bjc v4 ,de pantheistische identiteit van denken en zn is eene dwaling gebleken2 te meer omdat de substantie1 de idee1 het ne1 het al of hoe het pantheisme het absolute noemen moge1 niet is eene volheid van zn1 maar eene zuivere potentie1 eene inhoudlooze abstractie1 een louter niets4 ,en daaruit zou de rkdom der wereld1 de veelheid van het znde kunnen worden verklaard6 ,geloove dat1 wie het kan6 ,zeer terecht zegt daarom ,kleutgen3 ,darin aber besteht die ,verschiedenheit der pantheistischen ,speculation von der theistischen1 dass jene1 von ebenso dunkeln als unerweislichen ,annahmen ber das gttliche ,sein beginnend1 in offenen ,widersprchen endet1 diese aber von sicheren ,erkenntnissen der endlichen ,dinge ausgehend1 immer hhere ,aufschlsse gewinnt1 bis sie vor dem ,unbegreiflichen steht1 nicht irre werdend1 dass ,der1 welchen sie als den ewigen und unwandelbaren ,urheber aller ,dinge erkennt1 in seinem ,sein und ,wirken ber unser ,denken erhaben sei1 ,phil4 der ,vorz4 ,,ii #hhd4 ,cf4 over het pantheisme1 art4 van ,ulrici in ,herzog4 ,doedes1 ,inl4 tot de ,leer van ,god bl4 #fhv4 #bfh met de daar aangehaalde litteratuur4 ,opzoomer1 ,wet en ,wsb4 #aheg cap4 #a4 ,pierson1 ,bespiegeling1 gezag en ervaring #ahee cap4 #a4 ,rauwenhoff1 ,wsb4 v4 d4 godsd4 #bjev4 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godsd4 ,,ii #gcv4 ,kuyper1 ,verflauwing der grenzen #ahib4 ,is4 van ,dk1 ,aesthet4 en ethische godsdienst #ahie4 ,hartmann1 ,ges4 ,studin und ,aufstze #ahgf ,s4 #edi-gbi4 ,r4 ,flint1 ,antitheistic theories #ahhe p4 #ccd4 #ecf4 ,hettinger1 ,apologie des ,christ4 ,i ,s4 #bdc f4 ,ebrard1 ,apol4 ,i #dce f4 enz41 cf4 ook deel ,i #adh-aea4 ,even onverklaard blft de oorsprong der dingen b het materialisme4 ,terwl het pantheisme het heelal laat voortkomen uit n laatste principe1 dat met de wereld samenvalt1 neemt het materialisme eene veelheid van principia aan4 ,maar deze laatste principia aller dingen zn volgens het materialisme niets anders dan ondeelbare stofdeeltjes4 ,indien de voorstanders dezer wereldbeschouwing nu aan deze hun grondstelling getrouw bleven1 zouden z aan die atomen geen enkel metaphysisch1 transcendent praedicaat mogen toeschrven4 ,het is op het standpunt van het materialisme1 goed beschouwd1 ongeoorloofd1 om van de eeuwigheid1 de ongeschapenheid1 de onvernietigbaarheid der atomen1 of ook van stof en kracht te spreken4 ,indien men zegt1 dat de wereld uit stoffelke atomen is ontstaan1 moet men daaraan ook getrouw blven4 ,atomen toch1 wl elementen der empirische wereld1 kunnen alleen empirische maar geene metaphysische eigenschappen dragen4 ,het begrip atoom sluit volstrekt niet in1 dat het van nature en per se eeuwig en onvernietigbaar is4 ,wie de atomen voor de laatste principia van alle zn houdt1 sndt zich den weg af tot speculatie en metaphysica en moet dan ook alleen uit die empirische atomen langs empirischen weg de wereld verklaren4 ,de materialist kan alleen zeggen1 dat de ervaring leert1 dat de atomen niet ontstaan en niet vergaan2 maar van eene metaphysische natuur en van metaphysische eigenschappen der atomen mag h niet spreken4 ,de natuurwetenschap1 waarop de materialist zich altd beroept1 heeft het als zoodanig met het eindige1 het relatieve1 met de natuur en hare verschnselen te doen2 z gaat altd van de natuur uit1 neemt haar als gegeven aan en kan niet doordringen tot wat achter haar ligt4 ,zoodra ze dat doet1 houdt z op physica te zn en wordt metaphysica4 ,maar het materialisme blft zichzelf niet getrouw en schrft terstond aan de atomen allerlei eigenschappen toe1 die in het begrip zelf niet liggen opgesloten en door de ervaring niet worden geleerd4 ,daarom is het materialisme geen exacte wetenschap1 geen vrucht van streng wetenschappelk onderzoek1 maar eene philosophie1 die op de ontkenning aller philosophie is gebouwd2 het ldt aan eene innerlke tegenstrdigheid2 het loochent al het absolute en maakt de atomen absoluut2 het ontkent ,gods bestaan en vergoddelkt de materie4 ,zelfs kan nog sterker gesproken worden3 indien het materialisme alle dingen uit de stof verklaren wil1 mist het alle recht om van atomen te spreken4 ,atomen zn nooit waargenomen2 niemand heeft ze ooit gezien2 het empirisch onderzoek heeft ze niet aan het licht gebracht4 ,ze dragen van huis uit eene metaphysische natuur en moesten daarom voor het materialisme reeds contrabande zn4 ,en als metaphysische substantin verkeeren ze in eene antinomie1 die door niemand nog is opgelost4 ,ze zn stoffelk en toch zullen z tegelk ondeelbaar1 onveranderlk1 oneindig in aantal1 eeuwig en onvernietigbaar zn4 ,en als dan b dat alles de materie zelve1 die als verklaringsprincipe van het heelal wordt aangenomen1 maar bekend en begrpelk ware6 ,maar juist het wezen en de natuur der stof is het allergeheimzinnigste en onttrekt zich geheel aan onze kennis4 ,w kunnen ons nog beter indenken en voorstellen wat geest1 dan wat stof is4 ,stof is een naam1 een woord1 maar w weten niet1 wat er onder te verstaan4 ,w staan hier voor een mysterie1 in zn soort even groot als het bestaan van geest1 dat om zn onbegrpelkheid door het materialisme verworpen wordt4 ,doch aangenomen1 dat er atomen zn en dat z eeuwig en onveranderlk zn1 dan is daarmede nog niets ter verklaring der wereld bereikt4 ,hoe is uit die atomen de wereld ontstaan8 ,indien de thans bestaande wereld1 of ook eene voorafgaande1 een begin heeft gehad1 moet er eene oorzaak zn1 waardoor de atomen in beweging gekomen zn en wel in zulk eene beweging1 die de tegenwoordige wereld tot resultaat had4 ,maar uit de stof is de beweging niet te verklaren1 want alle stof is van nature traag en komt alleen door een stoot van buiten in beweging4 ,een primum movens buiten de stof kan echter door het materialisme niet aangenomen worden4 ,en zoo blft er niets anders over1 dan om1 evenals de atomen1 zoo ook de beweging1 de verandering1 den td of met ,czolbe zelfs deze bestaande wereld absoluut en eeuwig te maken4 ,het materialisme wikkelt zich in altd grootere tegenstrdigheden2 het verwart het physische en het metaphysische1 worden en zn1 verandering en onveranderlkheid1 td en eeuwigheid1 en spreekt van oneindige ruimte1 oneindigen td1 oneindige wereld1 alsof het niets ware en er niet de ongermdste tegenspraak in lag4 ,ten slotte is herhaaldelk en van verschillende zden aangetoond1 dat het materialisme in gebreke blft1 om uit de mechanische verbinding van louter stoffelke en dus onbewuste1 levenlooze1 onvre1 doellooze atomen heel die geestelke wereld van leven1 bewustzn1 doel1 godsdienst1 zedelkheid enz4 te verklaren1 welke toch met niet minder kracht zich aan ons innerlk besef opdringt1 als de physische wereld aan onze zintuigen4 ,en het schnt1 dat deze kritiek op de materialisten zelven langzamerhand eenigen indruk gaat maken4 ,het materialisme in deze eeuw1 uit het pantheisme voortgekomen1 keert hoe langer hoe meer naar het pantheisme terug en neemt zelfs allerlei mystieke elementen in zich op1 ,wetensch4 ,bladen1 ,mei #ahif4 ,de lang verworpen levenskracht vindt thans weer verdedigers4 ,de atomen worden als levend1 bezield voorgesteld4 ,haeckel spreekt weer van een ,geist in allen ,dingen01 van eene gttliche ,kraft01 een bewegenden ,geist01 eene ,weltseele01 die in alle dingen woont en zoekt in dit pantheistisch monisme den band tusschen godsdienst en wetenschap4 ,maar daarmede heeft het materialisme ook zelf openlk zne onmacht beleden1 om de wereld te verklaren2 in zne armoede riep het mechanisme der atomen het dynamisch principe weer te hulp4 ,cf4 ,ulrici1 ,gott und die ,natur #ahff4 ,fabri1 ,briefe gegen den ,mater4 #ahfd4 ,hartmann1 ,ges4 ,stud4 u4 ,aufstze #ahgf ,s4 #dba f4 ,nathusius1 ,natur u4 ,philos4 ,heilbronn #ahhc4 ,t4 ,pesch1 ,die grossen ,weltrthsel ,i #aa f4 #adc f4 #ejd f4 ,,ii #aah-aga4 ,hettinger1 ,apol4 des ,christ4 ,i #afg f4 ,pfaff1 ,schpfungsgesch4 #ahha ,s4 #gbi f4 ,reusch1 ,bibel u4 ,natur #ahgf ,s4 #dc f4 ,p4 ,janet1 ,le matr1 contemporain en ,allemagne #ahfd4 ,pressens1 ,les origines #ahhc p4 #abi ,s4 ,vooral ook het pas verschenen werk van ,raoul ,pictet1 ,etude crit4 du materialisme et du spiritualisme par la physique exprimentale4 ,genve #ahig4 #d4 ,tegenover al deze richtingen hield de christelke kerk eenparig de beldenis vast3 credo in ,deum patrem1 omnipotentem1 creatorem coeli et terrae2 en z verstond onder schepping die daad ,gods1 waardoor ,h naar zn souvereinen wil heel de wereld uit het niet-zn tot een zn brengt1 dat onderscheiden is van zn eigen wezen4 ,en dit is inderdaad de leer der ,h4 ,schrift4 ,het woord beteekent oorspronkelk3 splten1 deelen1 snden 7,jos4 #ag3ae1 #ah in piel van het af houwen van bosschen71 en vandaar vormen1 voortbrengen1 scheppen4 ,het drukt op zichzelf nog niet uit1 dat iets uit niets wordt voortgebracht1 want het wordt menigmaal ook van de werken der onderhouding gebezigd1 ,jes4 #dj3bh1 #de3g1 ,jer4 #ca3bb1 ,am4 #d3ac4 ,het is synoniem van en wisselt af met 1 1 1 ,ps4 #ajd3cj4 ,maar van deze onderscheidt het zich toch daardoor1 dat het altd van het ,goddelk maken en nooit van 's menschen doen wordt gebezigd2 dat het nooit een accusativus der stof b zich heeft1 waaruit iets gemaakt wordt2 en dat het daarom juist overal de grootheid en macht van het ,goddelk werken uitdrukt1 ,delitzsch1 ,neuer ,comm4 zur ,gen4 ,s4 #dh4 ,en ditzelfde is het geval met de ,n4 ,t4 woorden 1 ,mk4 #ac3ai1 1 ,mt4 #ai3d1 1 ,hebr4 #a3aj1 1 ,rom4 #i3ab1 1 ,hebr4 #c3d1 1 ,rom4 #i3bj1 die ook niet op zichzelve een scheppen uit niets uitdrukken4 ,de term scheppen uit niets is dan ook niet letterlk aan de ,schrift ontleend maar komt het eerst voor in #b ,macc4 #g3bh1 waar gezegd wordt1 dat ,god hemel en aarde en mensch 1 ,vulg4 fecit ex nihilo4 ,men heeft bestreden1 dat deze uitdrukking in strengen zin mocht worden opgevat1 en haar eene platonische uitlegging gegeven4 ,toch verdient het de aandacht1 dat de schrver niet van 1 d4 i4 een nihilum privativum1 eene qualiteit- en vormlooze materie1 maar van d4 i4 een nihilum negativum spreekt4 ,voorts is het zelfs nog niet zeker1 dat de auteur van het boek der ,wsheid in cap4 #aa3ah de eeuwigheid eener vormlooze stof heeft geleerd2 de plaats kan zeer goed van de creatio secunda worden verstaan1 evenals dat later het geval is b ,justinus ,martyr4 ,maar hoe dit z1 de ,schrift laat te dezen opzichte geen twfel over4 ,z gebruikt den term niet1 maar leert de zaak duidelk4 ,wel heeft men gemeend1 dat ook ,gen4 #a3a-c eigenlk van een oorspronkelken1 niet geschapen chaos uitging4 ,wl naar den vorm een status constr4 is1 zouden de verzen #a-c aldus te vertalen zn3 in den beginne toen ,god hemel en aarde schiep--de aarde nu was woest en ledig enz4--1 toen sprak ,god3 er z licht4 ,in vers #b zou dan de woeste en ledige aarde b het scheppen ,gods worden ondersteld2 zoo ,ewald1 ,bunsen1 ,schrader e4 a41 cf4 ,schultz1 ,altt4 ,theol4 ,s4 #egj f4 ,maar deze vertaling is niet aannemelk4 ,vooreerst krgt de zin dan eene periodische lengte1 die in 't hebr4 weinig voorkomt1 hier terstond in het begin en naar den schrftrant van ,gen4 #a heel niet wordt verwacht en ook op de schepping van het licht veel te sterken nadruk legt2 vervolgens eischt de status constr4 van deze vertaling niet1 omdat het in denzelfden vorm zonder suffix of genitivus ook voorkomt in ,jes4 #df3aj1 cf4 ,lev4 #b3ab1 ,deut4 #cc3ba2 en ten derde ware het vreemd1 dat terwl de voorzin zeggen zou1 dat ,god hemel en aarde nog scheppen moest1 de tusschenzin den chaos reeds met den naam van aarde bestempelde en van den oorspronkelken toestand des hemels heel geen gewag maakte4 ,en daarb komt dan nog1 dat deze vertaling1 ook indien ze juist ware1 nog geenszins de eeuwigheid der woeste aarde leeren zou maar hoogstens dit in het midden zou laten4 ,dat strdt echter met geheel den geest van het scheppingsverhaal4 ,elohim wordt in ,gen4 #a niet voorgesteld als een wereldformeerder1 die op menschelke wze uit voorhanden stof een kunstwerk maakt1 maar als ,een1 die enkel sprekende1 door een louter machtwoord1 alle dingen in het aanzn roept4 ,en daarmede komt heel de ,schrift overeen4 ,god is de ,almachtige1 die oneindig verre staat boven alle creatuur1 en met alle schepselen doet naar zn souverein welgevallen2 de absolute bezitter1 van hemel en aarde1 ,gen4 #ad3ai1 #bb1 die alles doet wat ,hem behaagt1 aan wiens macht nergens een grens is gesteld4 ,h spreekt en het is1 ,h gebiedt en het staat1 ,gen4 #a3c1 ,ps4 #cc3i1 ,jes4 #dh3ac1 ,rom4 #d3ag4 ,voorts worden alle dingen in de ,schrift telkenmale beschreven als door ,god gemaakt en volstrekt van ,hem afhankelk4 ,h heeft alles gemaakt1 hemel1 aarde1 zee met al wat er op en er in is1 ,ex4 #bj3aa1 ,neh4 #i3f enz4 ,alles is door ,hem geschapen1 ,col4 #a3af1 #ag1 bestaat alleen door zn wil1 ,op4 #d3aa1 en is uit en door en tot ,god1 ,rom4 #aa3cf4 ,vervolgens wordt er nooit en nergens van eene eeuwige ongevormde stof ook maar de minste melding gemaakt4 ,god alleen is de ,eeuwige1 de ,onverderfelke2 ,h alleen is boven het worden en de verandering verheven4 ,daarentegen hebben de dingen een begin en een einde1 en zn aan wisseling onderworpen4 ,op anthropomorphe wze wordt dit uitgedrukt4 ,god bestond eer de bergen geboren waren en zne jaren houden niet op1 ,ps4 #ij3b1 ,spr4 #h3be1 #bf2 ,h heeft uitverkoren en liefgehad 1 ,ef4 #a3d1 ,joh4 #ag3bd1 cf4 ,mt4 #ac3ce1 #be3cd1 ,luk4 #aa3ej1 ,joh4 #ag3e1 ,hebr4 #d3c1 #i3bf1 #a ,petr4 #a3bj1 ,op4 #ac3h1 #ag3h4 ,en eindelk leert ,rom4 #d3ag1 ook al is daar niet bepaald van de schepping sprake1 dat ,god 1 hetgeen mogelk nog niet is1 roept en beveelt 1 alsof het ware2 het zn of niet-zn maakt voor ,hem geen onderscheid4 ,nog klaarder spreekt ,hebr4 #aa3c het uit1 dat de wereld zoo door ,god is gemaakt1 dat hetgeen gezien wordt niet geworden is 1 uit hetgeen onder de oogen verschnt4 ,eene vormlooze stof is hierdoor geheel buitengesloten2 de zichtbare wereld is niet uit 't zichtbare voortgekomen maar rust in ,god1 die door zn woord alles in het aanzn riep4 #e4 ,deze leer der ,schrift vindt in de woorden uit niets hare scherpste uitdrukking1 en is zoo van den beginne af door de christelke theologie verstaan en weergegeven1 ,hermas1 ,pastor ,i #a4 ,theophilus1 ad ,autol4 ,,ii #d4 ,tertull4 de praescr4 #ac4 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii #aj enz4 ,maar b gnostieken en manichen1 theosophen en naturalisten1 pantheisten en materialisten heeft deze leer ten allen tde weerspraak ontmoet4 ,vooral is het aan ,aristoteles ontleende3 ex nihilo nihil fit1 daartegen in het midden gebracht4 ,toch is deze bestrding geheel zonder grond4 ,vooreerst is deze regel van ,aristoteles lang zoo eenvoudig niet als h lkt2 ieder oogenblik staan we voor verschnselen1 die zich niet tot aanwezige factoren laten herleiden2 geschiedenis is geen rekensom2 het leven is geen product van chemische verbindingen2 het genie is nog iets anders en iets meer dan het kind van zn td1 en elke persoonlkheid is iets oorspronkelks4 ,maar hiervan afgezien en cum grano salis opgevat1 vindt deze regel van ,aristoteles geene tegenspraak4 ,de theologie heeft nooit geleerd1 dat het niet-zn de vader1 de bron1 het principium was van het zn4 ,ten overvloede heeft z er telkens bgevoegd1 dat de uitdrukking ex nihilo geene aanduiding was van eene te voren bestaande materie1 uit welke de wereld gevormd werd2 maar ze gaf alleen te kennen1 dat het znde eens niet was1 en dat het alleen door ,gods almachtige kracht in het aanzn is geroepen2 de uitdrukking ex nihilo staat dus met post nihilum gelk2 particula ex non designat sed excludit materiam2 de wereld heeft haar oorzaak niet in zichzelve maar alleen in ,god1 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii #ad4 ,august4 ,conf4 ,,xi #e4 ,,xii #g4 ,de ,gen4 ad litt4 ,i #a4 ,anselmus1 ,monol4 c4 #h4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #de art4 #a enz4 ,de uitdrukking werd in de christelke theologie alleen daarom zoo gaarne behouden1 omdat z bzonder geschikt was om allerlei dwaling b den wortel af te snden4 ,vooreerst deed ze dienst tegen de paganistische leer van eene 1 waarboven ook een ,plato en ,aristoteles zich niet hadden kunnen verheffen4 ,in het ,heidendom is de mensch gebonden aan de stof1 onderworpen aan zinnelkheid en natuurdienst2 h kan de gedachte niet vatten1 dat de geest vr staat tegenover en boven de stof1 en nog veel minder1 dat ,god absoluut souverein is1 door niets bepaald dan door zn eigen wezen4 ,en daartegenover leert nu de schepping uit niets de absolute souvereiniteit ,gods1 zne volstrekte onafhankelkheid2 indien ook maar een enkel stofdeel niet uit niet geschapen ware1 zou ,god niet ,god wezen4 ,in de tweede plaats sluit deze uitdrukking alle emanatie uit1 alle wezensidentiteit van ,god en wereld4 ,wel spraken de scholastici meermalen van eene emanatio of processio totius entis a causa universali1 en ook wel van eene participatie van het schepsel aan het zn en het leven ,gods4 ,maar daarmede bedoelden z geen emanatie in eigenlken zin1 alsof het ,goddelk wezen in de creaturen uitstroomde en er zich in ontplooide1 gelk het genus in zne species4 ,maar z wilden daarmede alleen zeggen1 dat ,god ens per essentiam is1 het schepsel echter ens per participationem2 de schepselen hebben wel een eigen zn1 maar dit heeft in het ,goddelk zn zne causa efficiens en exemplaris1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #de art4 #a4 ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorz4 ,,ii #hbh f4 #hii f4 ,de schepping uit niets handhaaft1 dat er tusschen ,god en wereld een essentieel onderscheid is4 ,de schepping bestaat niet in een overgang van de wereld uit een zn in ,god tot een zn buiten ,god1 noch ook uit een zn zonder ,god tot een zn door ,god1 maar uit het niet-zn tot het zn4 ,de wereld is zeker geen 1 z bestaat niet onafhankelk1 z is en blft in ,god als haar voortdurende causa immanens1 gelk later b de onderhouding tegen het manicheisme en deisme moet worden aangetoond4 ,maar z is naar de leer der ,schrift geen deel1 geen uitvloeisel van het wezen ,gods4 ,z heeft een eigen1 een ander1 een van de essentia ,dei onderscheiden wezen en zn4 ,en dat wordt door het ex nihilo uitgedrukt4 ,toch heeft de philosophie ook dezen term misbruikt4 ,evenals ,plato onder het eene eeuwige ongevormde stof verstond1 zoo duidde ,erigena zelfs ,god als nihilum aan1 voorzoover ,h boven alle kategorien en bepalingen1 boven alle zn en wezen verheven is2 dum ergo incomprehensibilis intelligitur1 per excellentiam nihilum non immerito vocitatur1 de div4 nat4 ,,iii #ai4 ,en als ,h alles uit niets te voorschn brengt1 dan wil dat zeggen1 dat ,h de sua videlicet superessentialitate producit essentias1 de supervitalitate vitas1 etc4 de div4 nat4 ,,iii #bj4 ,nog vreemder sprong ,hegel in zne ,logik met dit begrip om1 als h onder het niets verstond een ,nicht-seyn1 das zugleich ,seyn1 und ein ,seyn1 das zugleich ,nicht-seyn ist2 een niets1 dat tegelk alles is1 nl4 in potentia en niets bepaald in concreto1 ,werke ,,iii #fd4 #gc f4 ,tegen deze philosophische begripsverwarring staat de christelke theologie lnrecht over2 z verstaat onder het niets een zuiver nihil negativum en weert alle emanatie af4 ,toch ligt er ook in de emanatie eene ware gedachte1 die juist door de bbelsche leer der creatie zonder schending van het wezen ,gods gehandhaafd wordt1 veel beter dan in de philosophie4 ,de leer van de schepping uit niets geeft nl4 ten slotte aan de christelke theologie eene plaats tusschen het gnosticisme en het arianisme in1 d4 i4 tusschen pantheisme en deisme4 ,het gnosticisme kent geen creatie maar alleen emanatie en maakt daarom de wereld tot den ,zoon1 de wsheid1 het beeld ,gods in adaequaten zin2 het arianisme kent geen emanatie maar alleen creatie1 en maakt daarom den ,zoon tot een schepsel2 daar wordt de wereld vergoddelkt1 hier ,god verwereldlkt4 ,maar de ,schrift en dienovereenkomstig de christelke theologie kent beide1 emanatie en creatie2 eene tweevoudige meedeeling ,gods1 eene binnen1 eene buiten het ,goddelk wezen2 eene aan den ,zoon1 die in den beginne b ,god en zelf ,god was1 en eene aan de schepselen1 die in den td zn ontstaan2 eene van eeuwigheid en eene in den td2 eene uit het wezen en eene door den wil ,gods4 ,de eerste heet generatie1 de tweede creatie4 ,door de generatie wordt eeuwiglk het adaequate beeld ,gods meegedeeld aan den ,zoon2 door de creatie wordt slechts eene zwakke1 flauwe gelkenis ,gods meegedeeld aan het schepsel4 ,maar toch staan beide in verband4 ,zonder de generatie zou de creatie niet mogelk zn4 ,indien ,god zich niet absoluut kon meedeelen aan den ,zoon1 kon ,h veelmin in relatieven zin zich meedeelen aan zn schepsel4 ,indien ,god niet trinitarisch bestond1 ware de schepping niet mogelk1 ,athan4 c4 ,ar4 ,i #ab4 ,,ii #ef4 #gh4 #f4 ,dienovereenkomstig leert dan ook de ,h4 ,schrift1 dat ,god ,drieenig de auteur der schepping is4 ,tusschenwezens kent de ,schrift niet4 ,de ,joden dachten b den pluralis in ,gen4 #a3bf aan de engelen1 ,weber1 ,syst4 #agj4 ,de ,gnostieken lieten uit ,god eene reeks van aeonen uitgaan1 die scheppend optraden4 ,de ,arianen maakten van den ,zoon een tusschenwezen tusschen ,schepper en schepsel in1 dat1 schoon geschapen1 toch ook zelf weer schiep4 ,in de ,middeleeuwen waren velen niet ongeneigd1 om de mogelkheid eener medewerking van het schepsel b de schepping aan te nemen4 ,z kwamen daartoe1 omdat in de kerk de zondenvergeving en genade-uitdeeling inhaerent was aan het ambt1 en een priester in de mis het brood veranderen kon in het lichaam van ,christus en dus een creator sui creatoris 7,biel7 werd4 ,vandaar dat ,lombardus in de leer van de sacramenten zegt1 dat ,god ook wel posset per aliquem creare aliqua1 non per eum tanquam auctorem sed ministrum cum quo et in quo operaretur1 ,sent4 ,,iv dist4 #e n4 #c4 ,door enkelen1 zooals ,durandus1 ,suarez1 ,bellarminus gevolgd1 werd h toch door anderen zooals ,thomas1 ,scotus1 ,bonaventura1 ,richard1 ,victor enz4 weersproken1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #de art4 #e4 ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorzeit ,,ii #hdi f4 ,en hiermede stemden ook de ,gereformeerden overeen1 die meer nog dan ,roomschen en ,lutherschen alle vermenging van ,schepper en schepsel weerstonden1 ,voetius1 ,disp4 ,i #eef sq4 ,synopsis1 ,x #ad4 ,turret4 ,th4 ,el4 ,v qu4 #b4 ,heidegger1 ,corpus ,theol4 ,,vi #ad4 ,mastricht ,,iii #e1 #bj4 ,m4 ,vitringa ,,ii #ha-hb4 ,de ,schrift kent de schepping uitsluitend ,gode toe1 ,gen4 #a3a1 ,jes4 #dj3abv41 #dd3bd1 #de3ab1 ,job #i3e-aj1 #ch3bv4 ,daardoor is ,h van de afgoden onderscheiden1 ,ps4 #if3e1 ,jes4 #cg3af1 ,jer4 #aj3aa1 #ab4 ,scheppen is een ,goddelk werk1 eene daad van oneindige macht1 en daarom noch in de natuur noch in de genade mededeelbaar aan eenig schepsel1 wat het ook z4 ,maar des te eenpariger werd door de christelke theologie het werk der schepping toegeschreven aan alle drie personen in de triniteit4 ,de ,schrift liet hier ook geen twfel over4 ,god heeft alle dingen geschapen door den ,zoon1 ,ps4 #cc3f1 ,spr4 #h3bb1 ,joh4 #a3c1 #e3ag1 #a ,cor4 #h3f1 ,col4 #a3ae-ag1 ,hebr4 #a3c1 en door den ,geest1 ,gen4 #a3b1 ,ps4 #cc3f1 ,job #bf3ac1 #cc3d1 ,ps4 #ajd3cj1 ,jes4 #dj3ac1 ,luk4 #a3ce4 ,en daarb zn ,zoon en ,geest niet gedacht als oorspronkelke krachten maar als zelfstandige principia1 als auctores1 die met den ,vader het werk der schepping tot stand brengen1 gelk z met ,hem ook de ne1 waarachtige ,god zn4 ,in de christ4 kerk kwam deze leer der ,schrift niet aanstonds tot haar recht2 de ,logos werd eerst te veel opgevat als een tusschenwezen1 dat den overgang tusschen ,god en wereld bewerkte2 en de persoon en het werk des ,h4 ,geestes trad eerst nog geheel op den achtergrond1 boven bl4 #beav4 ,maar ,irenaeus zeide toch reeds1 dat ,god geen vreemde werktuigen behoefde b de schepping en ook de engelen daarb niet gebruikte1 maar dat ,h zne eigene handen heeft1 den ,logos en den ,h4 ,geest1 door wien en in wien ,h alles heeft geschapen1 adv4 haer4 ,,iv #bj4 ,klaar werd de leer der schepping als werk der gansche triniteit ontwikkeld door ,athanasius en de drie ,cappadocirs in het ,oosten en door ,augustinus in het ,westen4 ,geen schepsel1 zegt ,athanasius1 kan der schepping zn2 als de ,zoon dus met den ,vader de wereld schept1 kan ,h geen buitengoddelk1 geschapen demiurg zn1 gelk ,arius meent1 maar moet ,h de eigen ,zoon des ,vaders zn1 1 c4 ,ar4 ,,ii #ba sq4 ,maar waar de ,logos is1 daar is ook de ,geest1 en dus 1 ad ,serap4 ,,iii #e4 ,en nog sterker spreekt ,augustinus3 ab hac summe et aequaliter et immutabiliter bona trinitate creata sunt omnia1 ,enchir4 #aj1 zoodat de gansche schepping een vestigium trinitatis is1 de trin4 ,,vi #aj4 de civ4 ,,xi #bd4 ,conf4 ,,xiii #aa4 ,en zoo is deze leer het gemeengoed geworden van heel de christelke theologie1 ,joh4 ,damasc4 de fide orthod4 ,i #h4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #de art4 #f4 ,luther1 art4 ,smalc4 ,i #a4 ,calv4 ,inst4 ,i #ad1 #bj1 en ook van de verschillende confessies1 ,denzinger1 ,enchir4 ,symb4 n4 #bjb4 #bbg4 #bca4 #bcb4 #cee4 #cfg4 #eih4 ,mller1 ,die symb4 ,bcher der ev4 luth4 ,k4 #e;e ,aufl4 ,s4 #ch4 #bii4 ,niemeyer1 ,coll4 conf4 eccl4 ,ref4 p4 #hg4 #cca4 #cda enz4 ,tegenspraak vond deze leer alleen b hen1 die ook het kerkelk triniteitsdogma verwerpen en hoogstens alleen van eene schepping des ,vaders door den ,zoon willen weten maar in geen geval in de creatie een gemeenschappelk werk der drie ,goddelke personen erkennen1 zooals de ,arianen1 ,socinianen1 ,remonstranten1 ,rationalisten1 en in den nieuweren td ,martensen1 ,dogm4 #fa4 ,oosterzee1 ,dogm4 #ef1 #e en vooral ,doedes1 ,ned4 ,gel4 #abav4 ,beide dogmata staan en vallen ook met elkaar4 ,de beldenis van de wezenseenheid der drie personen brengt vanzelve mede1 dat alle opera ad extra communia en indivisa zn2 en omgekeerd is de bestrding van het trinitarisch werk der schepping bews van afwking in de leer der triniteit4 ,het komt er hier slechts op aan1 om met de ,schrift en met de kerkvaders1 zooals ,athanasius1 ten strengste onderscheid te maken tusschen ,schepper en schepsel1 en voor alle gnostische vermenging zich te wachten4 ,indien ,zoon en ,geest in de ,schrift optreden als zelfstandige principia1 als auctores der schepping1 dan zn z ook het ,goddelk wezen deelachtig2 en indien z waarachtig ,god zn1 hebben z ook deel aan het werk der schepping4 ,daarentegen wikkelt de ariaansche leer in onoplosbare moeilkheden4 ,het is niet tegen te spreken1 dat de ,schrift de schepping als een werk des ,vaders door den ,zoon leert4 ,indien de ,zoon nu beschouwd wordt als een persoon buiten het ,goddelk wezen1 is er recht tot de vraag3 aan het scheppen van den ,vader door den ,zoon is geen zin te hechten2 de ,schrift zegt het1 maar wat kan het beteekenen8 de ,vader heeft den ,zoon het scheppen opgedragen8 dan ware de ,zoon de eigenlke ,schepper4 ,vader en ,zoon hebben samen alles geschapen8 maar dan is het geen scheppen door den ,zoon1 ,doedes t4 a4 p4 #abh4 ,de leer der triniteit doet hier het ware licht opgaan4 ,gelk ,god n is in wezen en onderscheiden in personen1 zoo is ook het werk der schepping n en ongedeeld en toch in die eenheid rk aan verscheidenheid4 ,het is een eenig ,god1 die alle dingen schept1 en daarom is de wereld eene eenheid1 gelk omgekeerd de eenheid der wereld de eenheid ,gods bewst4 ,maar in dat ne ,goddelk wezen zn drie personen1 die elk in het ne werk der schepping een eigen taak vervullen4 ,niet in dien zin1 dat de schepping principaliter aan den ,vader en minus principaliter aan den ,zoon en den ,geest toekomt1 of dat de drie personen onafhankelk naast elkander werken1 elkanders arbeid aanvullen en drie gescheiden causae efficientes der schepping zn2 de spreekwze van tres causae sociae b sommige theologen vond daarom b velen bezwaar1 ,zckler1 ,gesch4 der ,bezieh4 ,i #fba f4 #fgi f4 ,er is wel coperatie1 maar geen arbeidsverdeeling4 ,alle dingen zn tegelk uit den ,vader door den ,zoon in den ,geest4 ,de ,vader is de eerste oorzaak2 van ,hem gaat het initiatief uit2 de schepping wordt daarom in oeconomischen zin bepaaldelk aan ,hem toegeschreven4 ,de ,zoon is niet het instrument maar de persoonlke wsheid1 de ,logos1 door welken alles geschapen wordt2 alles rust en heeft systeem in ,hem1 ,col4 #a3ag en is tot ,hem geschapen1 ,col4 #a3af1 niet als einddoel maar als ,hoofd en ,heer aller schepselen1 ,ef4 #a3aj4 ,en de ,heilige ,geest is de persoonlke immanente oorzaak1 waardoor alle dingen in ,god leven1 zich bewegen en zn1 hun vorm en gestalte ontvangen en heengeleid worden tot hunne bestemming4 ,cf4 boven #dagv4 ,frank1 ,syst4 d4 chr4 ,wahrh4 ,i #cbh f4 ,kuyper1 ,het werk van den ,h4 ,geest ,i #bjv4 #g4 ,toch1 al is de schepping een werk der gansche triniteit1 het kan niet ontkend worden1 dat z in de ,schrift nog in eene eigenaardige verhouding tot den ,zoon staat1 welke afzonderlke bespreking verdient4 ,het ,o4 ,test4 zegt menigmaal1 dat ,god door het woord alle dingen geschapen heeft1 ,gen4 #a3c1 ,ps4 #cc3f1 ,ps4 #adh3e1 ,jes4 #dh3ac1 door wsheid de aarde gegrond en door verstandigheid de hemelen toebereid heeft1 ,ps4 #ajd3bd1 ,spr4 #c3ai1 ,jer4 #aj3ab1 #ea3ae4 ,maar die wsheid wordt ook persoonlk voorgesteld als raadgeefster en werkmeesteresse der schepping4 ,god verwierf en bezat ze1 schikte ze1 doorzocht ze1 opdat ,h door haar als eerstelinge zns wegs1 als beginsel zner werken1 de wereld scheppen en inrichten zou4 ,en zoo was ze vr de schepping reeds b ,hem1 en gedurende de schepping werkte ze mede en verheugde zich in de werken van ,gods handen1 bovenal in de menschenkinderen1 ,spr4 #h3bb-ca1 ,job #bh3bc-bg4 ,in het ,n4 ,test4 wordt deze leer verder ontwikkeld4 ,w lezen daar niet alleen1 dat ,god alles geschapen heeft door den ,zoon1 ,joh4 #a3c1 #a ,cor4 #h3f1 ,col4 #a3ae-ag1 ,hebr4 #a3c1 maar ,christus heet daar ook 1 ,col4 #a3ae1 1 ,op4 #c3ad1 de ,alpha en ,omega1 het begin en het einde van alle dingen1 ,op4 #a3ag1 #ba3f1 #bb3f1 tot wien alles geschapen is1 ,col4 #a3ag1 om onder ,hem als het ,hoofd wederom been te worden vergaderd1 ,ef4 #a3aj4 ,christus heeft in al deze plaatsen niet slechts eene soteriologische maar ook eene kosmologische beteekenis4 ,h is middelaar der herschepping niet alleen maar ook der schepping4 ,de ,apologeten wisten met deze gedachten der ,schrift nog geen raad4 ,onder platonischen invloed staande1 zagen z in den ,logos dikwerf niet veel meer dan den 2 ze brachten ,hem ten nauwste met de wereld in verband1 hielden zne generatie door de creatie gemotiveerd en maakten tusschen de geboorte des ,zoons en de schepping der wereld nog geen genoegzaam onderscheid2 ze worstelen nog met de gnostische gedachte1 dat de ,vader eigenlk de verborgen1 onzichtbare ,godheid is en eerst door den ,logos openbaar wordt1 cf4 boven bl4 #beav4 ,al is dit gnostische element nu door de kerkvaders1 vooral ,athanasius en ,augustinus1 ook uit de theologie gebannen2 het is daarin toch telkens wedergekeerd4 ,de wortel1 waaruit deze gedachte ontspruit1 is altd een zeker dualisme1 eene meer of minder scherpe tegenstelling tusschen geest en stof1 tusschen ,god en wereld4 ,god is onzichtbaar1 ontoegankelk1 verborgen2 de wereld is indien niet anti-1 dan toch ongoddelk1 ,god-loos1 athe4 ,om deze principieele tegenstelling te verzoenen is er een tusschenwezen noodig1 en dat is de ,logos4 ,h is in betrekking tot ,god de wereldidee1 het wereldbeeld1 de 1 en in betrekking tot de wereld is ,h de eigenlke ,schepper1 het principe der mogelkheid1 dat er eene wereld komt4 ,b de ,hernhutters leidde dit er zelfs toe1 dat de ,vader geheel terugtreedt1 en ,christus de eigenlke ,schepper is2 de herschepping verslindt de schepping1 de genade vernietigt de natuur4 ,verscheiden ,vermittelungstheologen leeren1 dat de ,logos de wereld is naar hare idee1 en dat het dus gehrt zum ,wesen des ,sohnes1 sein ,leben nicht mehr im ,vater sondern auch in der ,welt zu haben2 als das ,herz des ,vaters ist er zugleich das ewige ,weltherz1 der ewige ,weltlogos1 ,martensen1 ,dogm4 #abe4 ,meyer op ,col4 #a3af4 ,deze voorstelling leidt dan vanzelf tot de leer der menschwording buiten de zonde4 ,de wereld is op zichzelve profaan1 de schepping eigenlk geen wezenlk ,goddelk werk4 ,indien ,god zal kunnen scheppen1 indien de wereld1 indien de menschheid ,hem aangenaam zal kunnen wezen1 dan moet ,h ze zien in ,christus4 ,deze is het1 in wien en om wien de wereld alleen door ,god gewild kan zn2 in wien als het hoofd en het ,centralindividuum de menschheid ,gode alleen welgevallig kan wezen2 de menschwording is noodzakelk voor de openbaring en de meedeeling ,gods1 en de ,godmensch is het hoogste doel der schepping1 cf4 ,dorner1 ,entw4 der ,lehre van der ,person ,christi ,,iii #abbg-abfb1 ,nitzsch1 ,syst4 der chr4 ,lehre ,s4 #bjd1 ,lange1 ,chr4 ,dogm4 ,,ii #bae en vooral ook ,keerl1 ,der ,mensch1 das ,ebenbild ,gottes ,,ii #a f4 ,ten slotte voltooit zich deze gedachtenreeks in de leer1 dat de schepping noodzakelk is voor ,god zelven2 ,god an sich is wel natuur1 ,urgrund1 1 1 maar om zelf tot persoonlkheid1 geest te worden1 heeft ,h de schepping noodig4 ,de schepping is de geschiedenis ,gods1 de kosmogonie is theogonie1 ,schelling1 ,werke ,,ii #b ,s4 #aji4 ,deze gnostiek is alleen principieel te overwinnen1 wanneer alle dualisme tusschen ,god en wereld b den wortel wordt afgesneden4 ,scheppen is geen lager en minder ,goddelk werk dan het herscheppen2 de natuur staat niet beneden de genade2 de wereld is niet profaan in zich zelve4 ,en zoo was er dan ook geen lager ,goddelk wezen van noode1 om den ,vader in staat te stellen tot het scheppen der wereld4 ,de christelke kerk gelooft in den ,vader1 den ,almachtige1 ,schepper des hemels en der aarde4 ,de schepping is volstrekt niet meer het werk van den ,zoon dan van den ,vader4 ,alle dingen zn uit ,god4 ,en de christelke kerk beldt van den ,zoon1 dat ,h niet minder is dan de ,vader en niet dichter b de schepselen staat maar dat ,h ns wezens is met den ,vader en met den ,geest1 en dat z samen de ne1 eeuwige1 waarachtige ,god zn1 ,schepper van hemel en van aarde4 ,maar wel neemt de ,zoon b het werk der schepping eene eigen plaats in4 ,vooral ,augustinus stelde dit in het licht4 ,ofschoon h de ideen der dingen niet met den ,logos vereenzelvigde1 gelk de ,apologeten gedaan hadden1 moest h deze toch met den ,logos in verband brengen4 ,de wereld was wel niet eeuwig maar haar idee was toch eeuwig in het bewustzn ,gods4 ,de ,vader spreekt al zn gedachten1 heel zn wezen uit in het ne1 persoonlke ,woord1 en daarom is de wereldidee ook vervat in den ,logos2 de ,logos kan daarom genoemd worden forma quaedam1 forma non formata sed forma omnium formatorum1 ,serm4 #aag1 cf4 de lib4 art4 ,,iii #af en #ag4 de trin4 ,,xi #aj4 ,,xv #ad1 cf4 ,anselmus1 ,monol4 #cd4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #cd art4 #c1 cf4 #dd art4 #c4 ,hierdoor kan de beteekenis van den ,zoon voor de schepping worden vastgesteld4 ,vooreerst is het de ,vader1 van wien het initiatief der schepping uitgaat1 die de wereldidee denkt1 maar alwat de ,vader is en heeft en denkt1 deelt ,h mede aan en spreekt ,h uit in den ,zoon4 ,in ,hem aanschouwt de ,vader de idee der wereld zelve1 niet als ware deze met den ,zoon identisch1 maar zoo dat ze in den ,zoon1 in wien zne gansche volheid woont1 ,hem voor oogen staat en te gemoet treedt4 ,in de ,goddelke wsheid ligt ook1 als deel1 als epitome1 die wsheid besloten1 welke in de schepselen gerealiseerd zal worden4 ,h is de ,logos1 door wien de ,vader alle dingen schept2 de gansche wereld is eene gerealiseerde gedachte ,gods2 een boek met groote en kleine letteren1 waaruit zne wsheid te kennen is4 ,maar niet alleen causa exemplaris is ,h1 ook 4 ,het woord1 dat ,god spreekt1 is geen klank zonder inhoud2 het is krachtig en levend4 ,het woord1 de wereldidee1 welke de ,vader uitspreekt in den ,zoon1 is eene ratio seminalis1 forma principalis1 van de wereld zelve2 daarom heet de ,zoon de 1 1 1 de eerstgeborene1 die de schepping draagt1 in wien ze rust1 uit wien ze opkomt als haar oorzaak en voorbeeld2 en daarom is dat woord1 dat de ,vader b de schepping spreekt en waardoor ,h de dingen uit het niet in het aanzn roept1 ook krachtig1 want het wordt gesproken in en door den ,zoon4 ,en eindelk is de ,zoon ook in zekeren zin de causa finalis der wereld4 ,omdat z in ,hem haar grondslag en voorbeeld heeft1 is z ook tot ,hem geschapen1 wel niet als laatste einddoel1 maar toch als ,hoofd1 ,heer en ,erfgenaam aller dingen1 ,col4 #a3af4 ,saamgevat in den ,zoon1 onder ,hem als ,hoofd vergaderd1 komen alle schepselen weer tot den ,vader1 uit wien alle dingen zn4 ,en zoo heeft de wereld haar eeuwige idee1 haar en haar in het drieenig wezen ,gods4 ,het woord1 dat de ,vader uitspreekt in den ,zoon1 is de volle uitdrukking van het ,goddelk wezen en dus ook van al datgene1 wat ook door dat woord als schepsel buiten het ,goddelk wezen bestaan zal4 ,en de spiratie1 waardoor ,vader en ,zoon principium zn van den ,geest1 bevat ook in zich het willen van die wereld1 wier idee in de ,goddelke ,wsheid is begrepen1 ,kleutgen1 ,philos4 ,,ii #hgj4 ,daarom gaat de schepping uit van den ,vader door den ,zoon in den ,geest1 opdat z in den ,geest door den ,zoon weder tot den ,vader terugkeere4 #h4 ,hierdoor valt er ook eenig licht op het moeilk probleem van de schepping en den td4 ,de ,schrift zegt eenvoudig en menschelk1 dat de dingen een begin hebben gehad4 ,z spreekt van een td vr de geboorte der bergen1 vr de grondlegging der wereld1 vr de tden der eeuwen1 ,gen4 #a3a1 ,ps4 #ij3b1 ,spr4 #h3bb1 ,joh4 #a3a1 ,ef4 #a3d1 #b ,tim4 #a3i4 ,en ook w kunnen in ons denken en spreken nimmer van dien tdvorm ons ontdoen4 ,eigenlk worden uit deze menschelke beperktheid al de bezwaren geboren1 die tegen eene schepping in den td telkens weer oprzen4 ,teruggaande met onze gedachten1 komen w ten slotte tot het eerste moment1 waarin alle ding een aanvang neemt4 ,daarvr is er niets dan de diepe stilte der eeuwigheid4 ,maar aanstonds vermenigvuldigen zich de vragen in ons hart4 ,waarmede zullen we die eeuwigheid vullen en wat werkzaamheid kan er zn1 als alle werk van schepping en onderhouding wordt weggedacht8 ,de leer der triniteit en der besluiten geeft ons hier eenig antwoord2 maar losgemaakt van de wereld1 bieden ze geen inhoud meer aan ons denken4 ,wat deed ,god dan vr de schepping1 ,h1 die niet als een ,deus otiosus gedacht worden kan1 maar die altd 1 ,joh4 #e3ag4 ,is ,h dan veranderd1 overgegaan van ledigheid tot werkzaamheid1 van rust tot arbeid8 ,hoe is de schepping1 de overgang tot de daad van schepping1 te rmen met de onveranderlkheid ,gods8 ,en waarom is ,h eerst tot die schepping overgegaan1 toen reeds eene eeuwigheid voorbgesneld was8 ,hoe is er in die boven allen td verheven eeuwigheid een moment te vinden1 waarin ,god van het niet-scheppen tot het scheppen overging8 ,en waarom koos ,h juist dat moment1 waarom begon de schepping niet eeuwen te voren8 ,al deze vragen hebben verschillende antwoorden uitgelokt4 ,het pantheisme beproefde eene oplossing te geven door te leeren1 dat in ,god wezen en werken n waren1 dat ,god geen ,schepper is geworden maar dat de schepping zelve eene eeuwige is2 de wereld heeft geen begin gehad1 z is de eeuwige zelfopenbaring ,gods2 en ,god gaat niet in duur aan de wereld vooraf maar alleen in logischen zin1 in zoover ,h aller dingen oorzaak is2 de natura naturans is niet te denken zonder natura naturata1 de substantie niet zonder attributa en modi1 de idee niet zonder verschning1 ,erigena1 de div4 nat4 ,i #gc4 #gd4 ,,iii #h4 #i4 #ag enz4 ,spinoza1 ,cogit4 metaph4 ,,ii c4 #aj4 ,hegel1 ,werke ,,vii #be f4 ,verwant is daarmede de solutie1 welke ,origenes gaf2 h verwierp wel de eeuwigheid der materie1 en leerde wel1 dat alles door den ,logos uit niets geschapen was1 de princ4 ,,ii #a2 maar ,god is niet ledig te denken1 zne almacht is eeuwig als ,hzelf1 en daarom is ,h ook van eeuwigheid beginnen te scheppen4 ,wel is de tegenwoordige wereld niet eeuwig1 de princ4 ,,iii #e1 maar aan deze wereld gingen ontelbare werelden vooraf1 gelk er ook vele op volgen zullen1 de princ4 ,i #b4 ,,iii #e4 ,dit gevoelen1 dat eigenlk van de ,stoa afkomstig is1 ,zeller1 ,philos4 der ,gr4 ,,iv #aec f41 werd door de kerk veroordeeld op het concilie te ,nicea1 maar is toch telkens weer vernieuwd1 in deze eeuw nog door ,rothe1 ,theol4 ,ethik #ej f4 ,ulrici1 ,gott u4 die ,natur #ahff ,s4 #fga f4 ,martensen1 ,chr4 ,dogm4 #fe1 #ff4 ,dorner1 ,gl4 ,i #dff f4 ,g4 ,wetzel1 ,die ,zeit der ,weltschpfung4 ,jahrb4 f4 deutsche ,theol4 #ahge ,s4 #ehb-ehh enz4 ,hierb verdient ook nog vermelding de in de scholastiek veel behandelde vraag1 of de wereld niet eeuwig had kunnen zn4 ,ter verdediging van ,aristoteles1 die de eeuwigheid der wereld leerde1 ,zeller1 ,,iii #ceg f41 werd deze vraag door sommigen bevestigend beantwoord1 o4 a4 door ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i4 qu4 #df art4 #a1 #b4 ,s4 c4 ,g4 ,,ii #ca-cg1 ,durandus1 ,occam1 ,biel1 ,cajetanus1 cf4 ,esser1 ,die ,lehre des h4 ,th4 v4 ,aq4 ber die ,mglichkeit eener anfangslosen ,schpfung1 ,mnster #ahie4 ,rolfes1 ,philos4 ,jahrb4 ,x #ahig ,heft #a4 ,door anderen werd ze echter beslist ontkend1 zooals door ,bonaventura1 ,sent4 ,i4 dist4 #dd art4 #a qu4 #d4 ,albertus ,magnus1 ,henricus van ,gent1 ,richard1 ,valentia1 ,toletus1 cf4 ,petavius1 de ,deo ,,iii c4 #e4 #f1 en evenzoo door de ,lutherschen1 ,quenstedt ,i #dba4 ,hollaz p4 #ceh1 en de ,gereformeerden1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #bb sq4 ,voetius1 ,disp4 ,i #efh4 ,leydecker1 ,fax ,verit4 #adj4 ,coccejus1 ,s4 ,theol4 c4 #ae4 ,moor ,,ii #agi ,m4 ,vitringa ,,ii #hc4 ,turret4 ,th4 ,el4 ,v qu4 #c2 slechts een enkele achtte eene eeuwige schepping mogelk1 ,burmannus1 ,synopsis ,i #da1 #bd4 ,al deze antwoorden schenken echter aan het denken geen bevrediging4 ,natuurlk is er hierover geen verschil1 dat de wereld op dit oogenblik in plaats van duizenden jaren1 ook wel reeds millioenen van eeuwen zoude hebben kunnen bestaan4 ,niemand1 die dit in het afgetrokkene ontkent4 ,maar geheel iets anders is het1 of de wereld eeuwig had kunnen zn in denzelfden zin als ,god eeuwig is4 ,dit nu is onmogelk1 want eeuwigheid en td verschillen essentieel4 ,kant zag er eene onoplosbare antinomie in1 dat de wereld eensdeels een begin moest hebben gehad1 omdat een oneindig afgeloopen td ondenkbaar was1 en dat ze toch anderdeels geen begin kon hebben1 wl een ledige td ondenkbaar is1 ,kr4 d4 r4 ,vern4 ed4 ,kirschmann1 #e;e ,aufl4 #cfj f4 ,alleen het laatste lid dezer antinomie heeft geen recht van bestaan2 met de wereld valt ook de td vanzelf weg2 er blft dan geen td en dus ook geen ledige td meer over1 ,iren4 adv4 haer4 ,,iii #h4 ,athan4 c4 ,ar4 ,i #bi4 #eh4 ,tert4 adv4 ,marc4 ,,ii #c4 adv4 ,hermog4 #d4 ,august4 de civ4 ,,xi #f4 ,dat w dat niet kunnen indenken en altd zulk eene hulpvoorstelling van een td vr den td noodig hebben1 doet hier niets ter zake en komt alleen daarvandaan1 dat ons denken in den tdvorm bestaat2 om den td weg te denken1 zou het denken zichzelf moeten wegdenken1 wat onmogelk is4 ,zoo blft alleen over het eerste lid van ,kants antinomie1 nl4 dat de wereld een begin moet hebben gehad4 ,hoe eindeloos ook verlengd1 td blft td en wordt nooit eeuwigheid4 ,er is tusschen beide een essentieel verschil1 boven bl4 #aca4 ,de wereld is niet zonder td te denken2 td is een bestaansvorm van al het eindige en geschapene2 nooit kan het praedicaat der eeuwigheid in strikten zin toekomen aan wat in den vorm van den td bestaat4 ,evenzoo berust de vraag1 of ,god dan niet van eeuwigheid had kunnen scheppen1 op de vereenzelviging van eeuwigheid en td4 ,er is in de eeuwigheid geen vroeger of later4 ,god heeft eeuwig de wereld geschapen1 d4 i4 ook in het moment1 toen de wereld het aanzn ontving1 was en bleef ,god de ,eeuwige en schiep ,h als de ,eeuwige4 ,de wereld1 ook al had z eene eindelooze reeks van eeuwen bestaan en al waren millioenen van werelden aan deze voorafgegaan1 ze blft tdelk1 eindig1 beperkt en heeft dus een begin gehad4 ,de hypothese van ,origenes geeft niet de minste oplossing2 de kwestie blft volkomen dezelfde2 ze wordt alleen eenige millioenen van jaren verschoven4 ,nog ongegronder is de vraag1 wat ,god dan deed vr de schepping4 ,ze is door ,augustinus1 ,conf4 ,,xi #ab4 ,luther1 ,calvn1 ,inst4 ,i #ad1 #a overeenkomstig ,spr4 #bf3e beantwoord4 ,z gaat uit van de onderstelling1 dat ,god in den td bestaat en dat de schepping en onderhouding zn dagelksche inspannende arbeid is4 ,maar ,god woont in de eeuwigheid1 ,h is actus purissimus1 eene oneindige volheid van leven1 zalig in zichzelven1 zonder de schepping niet ledig en door haar niet vermoeid4 ,non itaque in ejus vacatione cogitetur ignavia1 desidia1 inertia1 sicut nec in ejus opere labor1 conatus1 industria4 ,novit quiescens agere et agens quiescere1 ,august4 de civ4 ,,xii #ag4 ,en evenzoo is het met het pantheisme2 het is niet zoo oppervlakkig als het socinianisme en het materialisme1 dat eeuwigheid eenvoudig verandert in een naar voren en naar achter eindeloos verlengden td en het onderscheid tusschen eindeloos en oneindig niet kent2 het zegt niet dat ,god alle dingen is en alle dingen ,god zn2 het maakt onderscheid tusschen het zn en het worden1 natura naturans en naturata1 substantie en modi1 het al en alle dingen1 de idee en de verschning1 d4 i4 tusschen eeuwigheid en td4 ,maar op de vraag3 waarin bestaat dat onderscheid dan8 wat verband is er tusschen beide8 hoe gaat de eeuwigheid over in td8 blft het pantheisme het antwoord schuldig4 ,het geeft woorden en beelden genoeg1 maar er laat zich niets b denken4 ,het theisme echter houdt eeuwigheid en td voor twee incommensurabele grootheden4 ,ze kunnen en mogen geen van beide door ons verwaarloosd worden2 z dringen zich beide aan ons bewustzn en denken op4 ,maar w vermogen beider verband niet te doorzien2 levende en denkende in den td1 staan w bewonderend stil voor het mysterie van het eeuwige1 ongeschapene zn4 ,eenerzds staat vast1 dat ,god de ,eeuwige is2 in ,hem is geen verleden of toekomst1 geen worden of verandering2 en alwat ,h is1 is eeuwig1 zne gedachte1 zn wil1 zn besluit4 ,eeuwig is in ,hem ook de wereldidee1 die ,h denkt en uitspreekt in den ,zoon2 eeuwig is in ,hem het besluit om de wereld te scheppen2 eeuwig is in ,hem de wil1 die de wereld in den td geschapen heeft2 eeuwig is ook de daad van scheppen1 als daad ,gods1 als actio interna et immanens1 ,august4 de civ4 ,,xii #ag4 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #a n4 #b4 ,bonav4 ,sent4 ,,ii dist4 #a art4 #a qu4 #b4 ,thomas1 c4 ,gent4 ,i #hb4 ,petavius1 de ,deo ,v #i1 #i en #ac1 #e4 ,voetius1 ,disp4 ,i #efe4 ,turret4 ,th4 ,el4 ,v qu4 #c1 #af1 want ,h is geen ,schepper geworden1 zoodat ,h eerst een td lang niet en daarna wel zou hebben geschapen2 ,h is de eeuwige ,schepper1 als ,schepper was ,h de ,eeuwige en als de ,eeuwige heeft ,h geschapen4 ,de schepping bracht daarom geen verandering in ,hem2 z is niet uit ,hem gemaneerd2 z is geen deel van zn wezen2 ,h is onveranderlk dezelfde eeuwige ,god4 ,en andererzds staat vast1 ook voor het denken1 dat de wereld een begin heeft gehad en in den td is geschapen4 ,augustinus heeft terecht gezegd3 mundus non est factus in tempore sed cum tempore1 ,conf4 ,,xi #aj-ac1 de civ4 ,,vii #cj4 ,,xi #d-f4 ,,xii #ae-ag1 gelk ,plato en ,philo en ,tertullianus1 adv4 ,marc4 ,,ii #c dit al vr hem hadden gezegd en alle theologen dit later hebben herhaald4 ,een ledige td is ondenkbaar4 ,een td vr de wereld is er niet geweest4 ,de td is noodwendige bestaansvorm van het eindige4 ,h is niet afzonderlk geschapen maar met de wereld vanzelf gegeven1 geconcreerd evenals de ruimte4 ,in zekeren zin is de wereld er dus altoos geweest1 d4 i4 zoolang als er td was4 ,alle verandering valt dus niet in ,god maar in haar4 ,z is aan td d4 i4 aan verandering onderworpen4 ,z is het voortdurende worden tegenover ,god als het eeuwige en onveranderlke zn4 ,en deze beide nu1 ,god en wereld1 eeuwigheid en td1 staan in deze verhouding2 dat de wereld in al hare deelen gedragen wordt door ,gods alomtegenwoordige kracht en de td in al zne momenten doordrongen is van het eeuwige zn onzes ,gods4 ,eeuwigheid en td zn geen twee lnen1 waarvan de kortere een tdlang met de eindeloos verlengde parallel loopt2 maar de eeuwigheid is het onveranderlke middelpunt1 dat zn stralen doet uitgaan tot den ganschen omtrek van den td4 ,voor het beperkte oog van het schepsel legt z haar oneindigen inhoud in de breedte der ruimte en de lengte des tds successief uiteen1 opdat het iets zou verstaan van de onnaspeurlke grootheid ,gods4 ,maar daarom blft eeuwigheid en td toch onderscheiden4 ,dit alleen belden w1 dat het eeuwige willen ,gods1 zonder op te houden eeuwig te zn1 werkingen kan voortbrengen en voortbrengt in den td1 gelk zn eeuwig denken ook tdelke dingen tot inhoud hebben kan4 ,thomas b ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorz4 ,,ii #hga4 ,de macht van ,gods wil1 die eeuwiglk n is1 deed ontstaan wat niet was1 zonder dat in ,hem eenige verandering plaats greep4 ,god wil eeuwiglk1 wat eerst na eeuwen plaats hebben zal of vr eeuwen plaats gehad heeft4 ,en ten tde1 als het geschiedt1 is er in de dingen verandering maar in zn wezen niet4 ,una eademque sempiterna et immutabili voluntate res quas condidit et ut prius non essent egit1 quamdiu non fuerunt et ut posterius essent1 quando esse coeperunt1 ,aug4 de civ4 ,,xii #ag4 #i4 ,indien nu deze wereld1 welke ontstaan is en bestaat in den td1 essentieel van het eeuwige en onveranderlke zn ,gods onderscheiden is1 dringt zich met des te meer kracht de vraag op1 wat ,god bewoog1 om deze wereld in het aanzn te roepen4 ,de ,schrift leidt telkens alle zn en zoo-zn der schepselen tot den wil ,gods terug1 ,ps4 #cc3f1 #aae3c1 #ace3f1 ,jes4 #df3aj1 ,mt4 #aa3be1 ,rom4 #i3aev4 ,ef4 #a3d1 ,op4 #d3aa enz4 ,dat is voor ons de laatste grond1 het einde aller tegenspraak4 ,dei voluntas suprema lex4 ,voluntas conditoris rei cujusque natura est1 ,aug4 de civ4 ,,xxi #h4 ,op de vraag1 waarom de dingen er zn en zn zooals ze zn1 is er geen ander en dieper antwoord1 dan omdat ,god het gewild heeft4 ,wie dan nog verder vraagt3 waarom heeft ,god het gewild8 majus aliquid quaerit quam est voluntas ,dei2 nihil autem majus inveniri potest1 de ,gen4 c4 ,manich4 ,i #b1 cf4 boven #bjhv4 ,en dit is het standpunt van heel de christelke kerk en theologie geweest4 ,maar het pantheisme is hiermede niet tevreden en zoekt naar een dieperen grond4 ,vooral op tweerlei ws tracht het dan de wereld uit het wezen ,gods te verklaren4 ,of het stelt dat wezen als zoo overvloeiende rk voor1 dat de wereld als vanzelve daaruit voortstroomt1 en1 naarmate ze zich verder van ,hem verwderd1 het nadert en tot zinlke materie stolt4 ,dit is de leer der emanatie1 die in het ,oosten opkwam1 in ,indie en ,perzie vooral verbreiding vond en dan in de stelsels van het gnosticisme en het neoplatonisme ook tot het ,westen doordrong4 ,of het beproeft de wereld te verklaren niet uit den maar uit de 4 ,god is zoo arm1 zoo onzalig1 dat ,h de wereld noodig heeft voor zn eigen ontwikkeling2 ,h is in zichzelf louter potentia1 die niets is maar alles worden kan2 ,h moet zichzelf objectiveeren1 en door de tegenstelling met de wereld heen tot geest1 tot persoonlkheid worden in den mensch4 ,an sich is ,god nog niet het absolute1 ,h wordt dit eerst door het wereldproces2 eerst ,deus implicitus1 wordt ,h allengs ,deus explicitus4 ,de wereld is dus noodig voor ,god1 z is een noodzakelk ontwikkelingsmoment in zn wezen2 ,ohne ,welt ist ,gott kein ,gott4 ,tegenover dit pantheisme1 dat de persoonlkheid ,gods teniet doet en de wereld vergoddelkt1 handhaaft het theisme de leer1 dat de schepping eene daad is van ,gods wil4 ,maar toch is daarmede geen willekeur bedoeld4 ,zoo is de wil ,gods wel opgevat in de mohammedaansche theologie en ook b de ,nominalisten1 de ,socinianen1 de ,cartesianen4 ,de wereld is een product van loutere willekeur2 z is er1 maar had er evengoed niet of ook geheel anders kunnen zn4 ,de christelke theologie heeft zich echter meestal voor dit uiterste gewacht1 en heeft geleerd1 dat1 al was de wil ,gods in de schepping ook ten hoogste vr en al is alle dwang en noodzakelkheid uitgesloten1 toch die wil zne motieven en ,god met zne werken naar buiten zne hooge en heilige bedoelingen had1 boven bl4 #bjh-baf4 ,en zoo is er dan gevraagd1 wat ,god bewoog om deze wereld te scheppen1 d4 i4 wat doel ,h met de schepping zich voorstelde4 ,de antwoorden zn daarop verschillend geweest4 ,velen hebben in de goedheid en de liefde ,gods een genoegzaam motief tot verklaring der wereld gezien4 ,de ,schrift sprak er ook menigmaal van1 dat ,god goed is1 dat zne goedheid blkt in al zne werken1 en dat ,h al zne schepselen liefheeft en hunne zaligheid wil4 ,god kon ook niet gedacht worden als iets behoevende1 ,h kon de wereld niet geschapen hebben om iets te ontvangen1 maar alleen om zich te geven en mede te deelen4 ,zne goedheid was daarom de reden der schepping4 ,reeds ,plato1 ,timaeus p4 #bi ,d1 ,philo b ,herzog #aa1 #fdc en ,seneca1 ,epist4 #ie spraken in dien geest2 en christelke theologen zeiden ook menigmaal1 dat ,god de wereld niet uit behoefte maar uit goedheid1 niet voor zichzelven maar voor de menschen schiep4 ,deus mundum non sibi sed homini fecit1 ,tert4 adv4 ,marc4 ,i #dc4 adv4 ,prax4 #e4 ,bona facere si non posset1 nulla esset potentia2 si autem posset nec faceret1 magna esset invidia1 ,aug4 de ,gen4 ad litt4 ,,iv #af4 1 4 1 1 1 ,athan41 ,or4 c4 gentes #da1 cf4 ook ,damascenus1 de fide orth4 ,,ii #b4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ai art4 #b4 ,voetius1 ,disp4 ,i #eeh enz4 ,deze uitspraken wisselden echter telkens af met andere1 waarin ,god zelf en zne eere de oorzaak en het doel der schepping werd genoemd4 ,maar het humanisme plaatste den mensch op den voorgrond2 het socinianisme zocht zn wezen niet in de gemeenschap met ,god maar in de heerschapp over de aarde2 de leer van het natuurrecht1 van de natuurlke moraal en van de natuurlke religie maakte den mensch autonoom en onafhankelk van ,god2 ,leibniz leerde1 dat ,god door zne goedheid1 wsheid en macht zedelk gebonden was1 om uit vele mogelke werelden de beste te kiezen en deze tot aanzn te brengen2 ,kant riep door de practische ,vernunft ,god alleen te hulp1 om den mensch hiernamaals de zaligheid te verschaffen1 waarop h naar zne deugd aanspraak had4 ,en zoo werd in het rationalisme der vorige eeuw de mensch het interessantste schepsel2 alles was er om hem en aan zne volmaking dienstbaar2 de mensch was ,selbstzweck en al het andere1 ,god zelf daaronder begrepen1 was middel1 ,bretschneider1 ,syst4 ,entw4 #ddb f4 ,id4 ,dogm4 ,i #ffi4 ,wegscheider1 ,dogm4 #ie4 ,en ook thans nog leeren velen1 dat ,god aan de wereldidee1 welke ,h noodzakelk denkt1 realiteit moet geven1 omdat ,h anders zelfzuchtig en niet de hoogste liefde ware4 ,omdat ,h goed is1 wil ,h niet alleen zalig zn1 maar sticht ,h een rk der liefde en zoekt ,h de zaligheid zner schepselen2 deze is voor ,hem het einddoel1 ,rothe1 ,theol4 ,ethik4 #dj4 #da4 ,dorner1 ,chr4 ,gl4 ,i #ddh-dei4 ,martensen1 ,dogm4 #ei4 ,hofmann1 ,schriftbew4 ,i #bje f4 ,kahnis1 ,dogm4 ,i #dbh4 ,mller1 ,chr4 ,lehre v4 d4 ,snde ,,ii #ahg f4 ,schoeberlein1 ,prinzip u4 ,syst4 der ,dogm4 #fbh4 ,thomasius1 ,christi ,person u4 ,werk ,i #add4 ,james ,orr1 ,christ4 view of ,god #aee4 ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #bei f41 en ook ,hermes en ,gnther b ,kleutgen1 ,theol4 ,i #fdb f4 ,deze leer van den mensch als ,selbstzweck is echter op christelk standpunt onaannemelk4 ,natuurlk wordt in de schepping ook wel ,gods goedheid openbaar2 de ,schrift spreekt dit telkens uit4 ,maar toch is het niet juist te zeggen1 dat zne goedheid de schepping eischt1 omdat ,h anders zelfzuchtig ware4 ,god is immers de ,algoede1 de volmaakte liefde1 de volkomene zaligheid in zichzelven en heeft dus ook de wereld niet noodig1 om zne goedheid of liefde tot ontwikkeling te brengen1 evenmin als ,h haar behoeft om tot zelfbewustzn en persoonlkheid te komen4 ,vervolgens ligt het in den aard der zaak1 dat ,god er niet is om den mensch maar de mensch er alleen zn kan om ,god4 ,want hoewel de mensch in zekeren zin ,selbstzweck mag genoemd worden1 inzoover h als redelk1 zedelk wezen nooit tot een willoos instrument kan of mag worden verlaagd2 toch is h van ,god ten diepste afhankelk en heeft niets dat ,h niet heeft ontvangen4 ,god alleen is ,schepper1 de mensch is schepsel2 en reeds daarom alleen kan h het doel der schepping niet zn4 ,wl h zn oorsprong alleen in ,god heeft1 kan ,h ook in ,hem alleen zn doel hebben4 ,en eindelk is de leer1 dat de schepping haar motief in ,gods goedheid en haar einddoel in des menschen zaligheid heeft1 ook met de werkelkheid in strd4 ,het heelal gaat toch waarlk in den dienst des menschen niet op en moet toch nog een ander doel hebben1 dan om hem nuttig te zn4 ,het platte utilisme en de zelfzuchtige teleologie der vorige eeuw zn genoegzaam weerlegd4 ,het lden en de smart1 welke over de menschheid uitgestort wordt1 is uit de goedheid ,gods alleen niet te verklaren4 ,en de uitkomst der wereldgeschiedenis1 die niet alleen van de zaligheid der verkorenen maar ook van een eeuwigen triumf over de goddeloozen spreekt1 brengt nog gansch andere deugden ,gods tot openbaring dan zne goedheid en liefde alleen4 #aj4 ,de ,schrift neemt dan ook een ander standpunt in en geeft een hooger doel aan4 ,z zegt1 dat de gansche natuur eene openbaring is van ,gods deugden en eene verkondigster van zn lof1 ,ps4 #ai3a1 ,rom4 #a3ai4 ,god schiep den mensch naar zn beeld en tot zn eer1 ,gen4 #a3bf1 ,jes4 #dc3g4 ,h verheerlkt zich in ,farao1 ,ex4 #ad3ag en in den blindgeborene1 ,joh4 #i3c4 ,h schept den goddelooze tot den dag des kwaads1 ,spr4 #af3d1 ,rom4 #i3bb4 ,christus is gekomen om ,hem te verheerlken1 ,joh4 #ag3d4 ,alle weldaden der genade schenkt ,h om zns naams wil1 verlossing1 vergeving1 heiligmaking enz41 ,ps4 #aje3h1 #gh3i1 ,jes4 #dc3be1 #dh3aa1 #fj3ba1 #fa3c1 ,rom4 #i3bc1 ,ef4 #a3f v4 ,h geeft zn eer aan geen ander1 ,jes4 #db3h4 ,einddoel is1 dat alle koninkrken ,hem onderworpen zn en alle schepsel zich voor ,hem buige1 ,dan4 #g3bg1 ,jes4 #b3c-ac1 ,mal4 #a3aa1 #a ,cor4 #ae vs4 #bd v4 ,hier reeds wordt ,hem eere gebracht door al zn volk1 ,ps4 #aae3a1 ,mt4 #f3ac4 ,eens zal ,god alleen groot zn1 ,jes4 #b vs4 #c-ac1 en heerlkheid ontvangen van al zne schepselen1 ,op4 #d3aa1 #ai3f4 ,h is de ,eerste en de ,laatste1 de ,alpha en de ,omega1 ,jes4 #dd3f1 #dh3ab1 ,op4 #a3h1 #bb3ac4 ,uit en door en tot ,hem zn alle dingen1 ,rom4 #aa3cf4 ,hierop steunende1 leerde de christelke theologie schier eenstemmig1 dat de gloria ,dei het einddoel van al ,gods werken was4 ,ofschoon in den eersten td de goedheid ,gods vooral als motief der schepping wordt genoemd1 ontbreekt toch de eere ,gods als aller dingen einddoel niet4 ,zoo zegt ,athenagoras1 dat ,god propter se ipsum et elucentem in omnibus ipsius operibus bonitatem et sapientiam adductum fuisse1 ut hominem faceret1 de resurr4 mort4 #ab4 ,tertullianus zegt1 dat ,god heel de wereld schiep in ornamentum majestatis suae1 ,apolog4 #ag4 ,vooral in de middeleeuwsche theologie kwam deze gloria ,dei meer tot haar recht1 b ,anselmus1 die de eere ,gods tot principe maakt van zne leer over menschwording en voldoening1 ,cur ,deus homo c4 #aa1 maar dan verder ook b ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #a4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #dd art4 #d4 qu4 #ff art4 #b4 qu4 #ajc art4 #b4 ,s4 c4 ,gent4 ,,iii #ag4 #ah4 ,sent4 ,,ii dist4 #a qu4 #b art4 #b4 ,bonaventura ,,ii dist4 #a p4 #b enz4 ,en deze zelfde leer vinden we b de latere ,roomschen1 ,scheeben1 ,dogm4 ,,ii #ca f4 ,simar1 ,dogm4 ,s4 #bcd f4 ,kleutgen1 ,theol4 der ,vorz4 ,i #fdj-fib4 ,schwetz1 ,theol4 dogm4 ,i #cif sq4 ,jansen1 ,pract4 dogm4 ,,ii #cai sq42 dan b de ,lutherschen1 ,gerhard1 ,loci theol4 loc4 ,v c4 #e4 ,quenstedt1 ,theol4 ,i #dah4 ,hollaz1 ,examen p4 #cfj enz42 en eindelk en inzonderheid ook b de ,gereformeerden1 cf4 vooral ,edwards1 ,the end in creation1 ,works ,,ii #aic-beg4 ,het onderscheid tusschen hen en de ,lutherschen en ,roomschen bestaat niet daarin dat z de eere ,gods en deze laatsten den mensch tot einddoel stellen1 maar is hierin gelegen1 dat z deze eere ,gods tot principe hebben gemaakt van alle leer en leven1 van dogmatiek en moraal1 van huisgezin1 maatschapp en staat1 van wetenschap en kunst4 ,nergens is deze gloria ,dei zoo universalistisch toegepast als onder de belders der ,gereformeerde religie4 ,nu is er echter tegen dit einddoel aller schepselen een dubbel bezwaar ingebracht4 ,vooreerst1 dat ,god daardoor zelfzuchtig wordt1 zichzelven zoekt en de schepselen1 bepaaldelk de menschen1 tot middelen verlaagt4 ,reeds vroeger1 blz4 #agh1 is dit ter sprake gebracht en aangetoond1 dat ,god als de volmaakt goede in niets dan in zichzelven rusten en met niets minder dan zichzelven tevreden mag zn4 ,h kan niet anders dan zne eigene eere zoeken4 ,gelk een vader in zn gezin en een vorst in zn rk de hun als zoodanig toekomende eere eischen en zoeken moeten1 zoo is het ook met den ,heere onzen ,god4 ,nu kan de mensch deze hem toekomende eer alleen vragen in den naam ,gods en voor het ambt1 door ,god hem opgedragen2 maar ,god vraagt en zoekt die eere in zn eigen naam en voor zn eigen wezen4 ,omdat ,h is het hoogste en het eenige goed1 de volmaaktheid zelve1 daarom is het de hoogste gerechtigheid1 dat ,h in alle schepselen zn eigen eere zoekt4 ,en zoo weinig heeft dit zoeken van eigene eere iets met onze zelfzucht gemeen1 dat ,god veelmeer die eere1 waar ze ,hem wederrechtelk onthouden wordt1 in den weg van recht en gerechtigheid afeischt4 ,gewillig of onwillig zal alle schepsel voor ,hem de knie eens buigen4 ,gehoorzaamheid in liefde of gedwongen onderwerping is de eindbestemming van alle creatuur4 ,de andere tegenwerping luidt1 dat ,god dan toch1 alzoo zne eere zoekende1 het schepsel van noode heeft4 ,de wereld dient tot zne verheerlking2 er ontbreekt dus iets aan zne volmaaktheid en zaligheid2 de schepping voorziet in eene behoefte ,gods en draagt b tot zne volmaaktheid1 ,strauss1 ,gl4 ,i #fcc4 ,deze tegenwerping schnt onweerlegbaar2 en toch is er ook b verschillende soorten van menschelken arbeid eene analogie op te merken1 die ons het scheppen ,gods verduidelken kan4 ,op lager standpunt arbeidt de mensch1 omdat h moet2 behoefte of dwang drft hem voort4 ,maar hoe edeler de arbeid wordt1 hoe minder er voor behoefte of dwang plaatse is4 ,een kunstenaar schept zn kunstwerk niet uit behoefte of dwang1 maar naar de vre aandrift van zn genie4 ,ik stort mn boezem uit als 't vinkjen in de abeelen2 ik zing en ken geen ander doel 7,bilderdk74 ,de vrome dient ,god niet uit dwang noch door hoop op loon1 maar uit vre liefde4 ,zoo is er ook in ,god een welgevallen1 dat beide boven behoefte en dwang1 boven en oneindig verheven is1 dat in de schepping de kunstenaarsgedachten ,gods belichaamt en daarin verlustiging vindt4 ,ja1 wat in menschen slechts zwakke analogie is1 is b ,god in volstrekte oorspronkelkheid aanwezig4 ,het schepsel heeft geene zelfstandigheid buiten en tegenover ,god1 gelk de schepping van een kunstenaar4 ,god zoekt dus nooit het schepsel1 alsof dit ,hem iets geven kan1 wat ,h mist1 of iets ontnemen kan1 wat ,h bezit4 ,h zoekt het schepsel niet1 maar door het schepsel heen zoekt ,h zichzelven4 ,h is en blft altd zn eigen doel1 cf4 boven bl4 #bjg4 ,zn willen is altd1 ook in en door de schepselen heen1 volstrekte zelfgenieting1 volkomen zaligheid4 ,daarom is de wereld niet voortgekomen uit eene behoefte ,gods1 uit zne armoede en onzaligheid1 want het is ,hem in het schepsel niet om dat schepsel maar om zichzelven te doen4 ,en evenmin is haar ontstaan aan een onbedwingbaar pleroma in ,god te danken1 want ,h gebruikt alle schepsel tot zne eigene verheerlking en maakt het dienstbaar aan de verkondiging zner deugden4 #ab4 ,hieruit vloeit ook eene geheel bzondere wereldbeschouwing voort4 ,het woord schepping kan beide beteekenen1 de daad en het product van het scheppen4 ,naarmate de eerste opgevat wordt1 verandert ook de beschouwing van het tweede4 ,het pantheisme tracht de wereld dynamisch1 het materialisme mechanisch te verklaren4 ,maar beide streven ernaar1 om alles af te leiden uit n allesbeheerschend principe4 ,daar moge de wereld een zn1 waarvan ,god de ziel is1 hier een mechanisme1 dat door verbinding en scheiding der atomen tot stand komt2 in beide wordt het onbewuste1 blinde noodlot ten troon verheven3 beide miskennen den rkdom en de verscheidenheid der wereld1 wisschen de grenzen uit tusschen hemel en aarde1 stof en geest1 ziel en lichaam1 mensch en dier1 verstand en wil1 eeuwigheid en td1 ,schepper en schepsel1 het zn en het niet-zn en lossen alles op in eene doodsche eenvormigheid2 beide loochenen een doel en kunnen noch eene oorzaak noch eene bestemming aanwzen voor het bestaan der wereld en voor hare geschiedenis4 ,gansch anders is echter de beschouwing der ,schrift4 ,hemel en aarde zn van den aanvang af onderscheiden4 ,alles wordt geschapen met een eigen aard en rust op eigen door ,god daarvoor gestelde ordinantin4 ,zon en maan en sterren hebben hun eigen taak2 en plant en dier en mensch hebben een onderscheiden natuur4 ,er is de rkste verscheidenheid4 ,maar in die verscheidenheid is er ook de hoogste eenheid4 ,voor beide ligt de grond in ,god4 ,h is het1 die alle dingen schiep naar zne onnaspeurlke wsheid1 die ze voortdurend onderhoudt in hunne onderscheidene natuur1 die ze leidt en regeert naar de hun ingeschapene krachten en wetten1 en die als het hoogste goed en als aller dingen einddoel door alle dingen in hunne mate en op hunne wze nagestreefd en begeerd wordt4 ,hier is eene eenheid1 die de verscheidenheid niet vernietigt maar handhaaft1 en eene verscheidenheid1 die aan de eenheid niet te kort doet1 maar ze in haar rkdom ontvouwt4 ,krachtens die eenheid kan de wereld in overdrachtelken zin een organisme heeten1 waarin alle leden in verband staan met elkaar en wederkeerig op elkander inwerken4 ,hemel en aarde1 mensch en dier1 ziel en lichaam1 waarheid en leven1 kunst en wetenschap1 godsdienst en zedelkheid1 staat en kerk1 gezin en maatschapp enz41 ze zn wel onderscheiden maar ze zn niet gescheiden4 ,er bestaan tusschen hen allerlei betrekkingen2 een organische1 of indien men wil1 een ethische band houdt hen alle saam4 ,de ,schrift spreekt dit duidelk uit1 als z het heelal niet alleen samenvat onder den naam van hemel en aarde1 maar ook aanduidt als 1 d4 i4 het verborgene1 het onzichtbare1 het onoverzienbare1 den td in verleden of toekomst1 de eeuw1 de eeuwigheid1 de wereld1 ,pred4 #a3d1 #c3aa2 en in het ,n4 ,t4 als 1 ,joh4 #a3aj1 1 #a ,cor4 #h3f1 #ae3be v41 1 ,mk4 #aj3af1 1 ,hebr4 #a3b1 duur1 levensduur1 ,zeitalter1 wereld1 cf4 seculum a4 v4 sexus1 menschenleeftd1 wereld1 en ons wereld van waeralti1 werolt1 mannen- of menschenleeftd4 ,de namen en gaan uit van de gedachte1 dat de wereld een duur1 een leeftd heeft1 en dat er eene geschiedenis in plaats heeft1 die uitloopt op een bepaald doel4 ,het grieksche en het latnsche mundus stellen echter de schoonheid en harmonie der wereld op den voorgrond4 ,en de wereld is inderdaad beide4 ,gelk ,paulus de gemeente tegelk b een lichaam en een gebouw vergelkt en van een wassenden tempel spreekt1 ,ef4 #b3ba en ,petrus de geloovigen levende steenen noemt1 #a ,petr4 #b3e2 zoo is de wereld eene geschiedenis en een kunststuk te zamen4 ,z is een lichaam1 dat wast en een gebouw1 dat opgetrokken wordt4 ,z spreidt zich uit in de breedte der ruimte en zet zich voort in de lengte des tds4 ,noch het mechanisch principe van het materialisme noch het dynamisch principe van het pantheisme is genoegzaam tot hare verklaring2 maar wat waarheid is in beide wordt in de leer der wereld naar de ,schriften erkend4 ,z is tegelk horizontaal en verticaal te beschouwen2 z streeft van de laagste schepselen af opwaarts1 naar boven1 het licht en het leven ,gods te gemoet1 en z beweegt zich tevens voorwaarts naar een ,godverheerlkend einde4 ,zoo spreidt z ,gods deugden en volmaaktheden ten toon1 in beginsel reeds b haar aanvang1 b haar voortgaande ontwikkeling in steeds hoogere mate1 en eens volkomen aan het einde der tden4 ,augustinus is de kerkvader geweest1 die ook deze gedachten het diepst verstaan en het breedst uitgewerkt heeft4 ,in zn werk de civitate ,dei levert h eene christelke philosophie der geschiedenis2 toont h aan1 hoe de christelke wereldbeschouwing in de geschiedenis haar waarheid en haar bews vindt2 schetst h de civitas coelestis in haar oorsprong en wezen1 in hare ontwikkeling en verhouding tot de civitas terrena1 in haar einde en doel1 ,biegler1 ,die ,civitas ,dei des h4 ,aug4 ,paderborn #ahid4 ,maar tegelk neemt h daarin op de beschrving van het heelal als eene wonderschoone harmonie4 ,de wereld is b ,augustinus eene eenheid1 universum ab unitate nomen accepit1 de ,gen4 c4 ,manich4 ,i #ba4 ,doch die eenheid is geen eenvormigheid maar eindeloos rke verscheidenheid1 de civ4 ,,xi #aj4 ,god n4l4 is summum esse1 summum verum1 summum bonum1 summum pulchrum4 ,en daarom schiep ,h vele schepselen1 die in verschillende mate deelhebben aan zn zn1 aan zne waarheid1 goedheid en schoonheid4 ,aliis dedit esse amplius et aliis minus1 atque ita naturas essentiarum gradibus ordinavit1 de civ4 ,,xii #b4 ,met beroep op het woord uit het boek der ,wsheid #aa3ba3 1 zegt ,augustinus1 dat alle dingen door modus1 species1 numerus1 gradus1 ordo onderscheiden zn4 ,en daardoor brengen z juist die wereld1 die universitas tot stand1 waarin ,god naar zn welbehagen zne bona uitdeelt en die alzoo eene openbaring zner deugden is1 de div4 qu4 #hc qu4 #da4 de ord4 ,i #ai4 de ,gen4 ad litt4 ,i #i ,,ii #ac4 ,conf4 ,,xii #i4 de civ4 ,,xi #cc4 ,want al die verscheidenheid is alleen aan ,god1 niet aan de verdienste van het schepsel te danken4 ,non est ulla natura etiam in extremis infimisque bestiolis1 quam non ille constituit1 sine quibus nihil rerum inveniri vel cogitari potest1 de civ4 ,,xi #ae1 cf4 ,scipio1 des ,aur4 ,aug4 ,metaphysik1 ,leipzig #ahhf ,s4 #ca-hj4 ,en deze wereldbeschouwing is die van heel de christelke theologie geweest4 ,de wereld is n lichaam met vele leden1 ,athan4 c4 ,ar4 ,,ii #bh4 #dh4 ,de eenheid1 orde en harmonie in de wereld was b de kerkvaders een krachtig bews voor het bestaan en de eenheid ,gods1 ,athan4 ,or4 c4 gentes c4 #ci4 ,god is het middelpunt en alle schepselen groepeeren in concentrische kringen en in eene hierarchische orde zich om ,hem henen1 ,pseudodion4 de coel4 en de eccl4 hierarchia4 ,thomas vergelkt de wereld b een zuiver gestemd snarenspel1 welks harmonien ons de heerlkheid en zaligheid van het ,goddelk leven vertolken1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #be art4 #f4 ,hare deelen inveniuntur ad invicem ordinatae esse quasi partes animalis in toto1 quae sibi invicem deserviunt1 ,thomas1 ,sent4 ,,ii dist4 ,i qu4 ,i art4 #a4 ,nulla est mundi particula1 zegt ,calvn1 in qua non scintillae saltem aliquae gloriae ejus emicare cernantur1 ,inst4 ,i #e1 #a4 ,nihil in toto mundo praestantius1 nobilius1 pulchrius1 utilius1 divinius ista rerum multarum diversitate1 distinctione1 ordine1 quo una altera nobilior est1 et una pendet ab altera1 una subest alteri1 una obsequium accipit ab altera4 ,hinc enim totius mundi est ornatus1 pulchritudo1 praestantia2 hinc multiplex usus1 utilitas1 fructus nobis exoritur4 ,hinc ipsa ,dei bonitas1 gloria1 sapientia1 potentia clarius elucet1 illustratur1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #de4 ,en b allen is de wereld een theatrum1 een speculum lucidissimum gloriae divinae4 ,door deze wereldbeschouwing heeft het ,christendom zoowel de natuurverachting als de natuurvergoding overwonnen4 ,in het ,heidendom staat de mensch niet in de rechte verhouding tot ,god en daarom ook niet tot de wereld4 ,en evenzoo wordt in het pantheisme en materialisme de verhouding des menschen tot de natuur principieel vervalscht4 ,beurtelings acht h zich oneindig ver boven de natuur verheven en meent h1 dat ze geen geheimen meer voor hem heeft2 en dan weer voelt h die natuur als eene onbegrepen1 duistere1 geheimzinnige macht1 wier raadselen h niet oplossen1 aan wier macht h zich niet ontwortelen kan4 ,intellectualisme en mysticisme wisselen elkander op2 ongeloof maakt voor bgeloof plaats2 en het materialisme slaat in occultisme om4 ,maar de ,christen ziet opwaarts en beldt ,god als den ,schepper van hemel en aarde4 ,h ziet in natuur en geschiedenis de onnaspeurlkheid van ,gods wegen en de ondoorzoekelkheid zner oordeelen1 maar ,h wanhoopt niet1 want alle dingen staan onder het bestuur van een almachtig ,god en een genadig ,vader1 en zullen daarom medewerken ten goede dengenen1 die ,god liefhebben4 ,hier is er dus plaats voor liefde en bewondering van de natuur1 maar is ook alle vergoding buitengesloten4 ,hier wordt de mensch in de rechte verhouding tot de wereld gesteld1 want h is in de rechte verhouding tot ,god geplaatst4 ,daarom is de schepping ook het fundamenteele dogma2 het staat heel de ,schrift door op den voorgrond2 het is de grondsteen1 waar ,oud en ,nieuw ,verbond op rusten4 ,en deze leer sluit daarom ten slotte ook eene egostische theologie en een valsch optimisme uit4 ,zeker1 er ligt waarheid in1 dat alle dingen er zn om den mensch1 of liever om de menschheid1 om de gemeente van ,christus1 #a ,cor4 #c3ba-bc1 ,rom4 #h3bh4 ,maar die menschheid vindt haar einddoel met alle schepselen in de verheerlking ,gods4 ,daaraan is alles ondergeschikt4 ,daartoe werkt alles1 ook de zonde en het lden1 mee4 ,en met het oog daarop is de wereld doelmatig ingericht4 ,in de scholastiek werd ook de vraag behandeld1 an ,deus possit aliquid facere melius quam fecit4 ,abaelard zeide van neen1 omdat ,gods goedheid altd het beste moest willen en anders zelfzuchtig ware1 ,introd4 ad theol4 ,,iii c4 #e1 en ,leibniz redeneerde later geheel in denzelfden geest4 ,maar in ,god is geen onzekerheid1 geen keuze te denken4 ,h heeft niet uit vele mogelke werelden de beste gekozen4 ,zn wil is eeuwig bepaald4 ,een schepsel kan op zich zelf altd beter1 grooter1 schooner gedacht worden dan het werkelk is1 omdat een schepsel contingent en voor ontwikkeling en volmaking vatbaar is4 ,en zelfs is het universum als contingent ook anders en beter voor ons menschen te denken4 ,wel zeide ,thomas3 universum non potest esse melius propter decentissimum ordinem his rebus attributum a ,deo1 in quo bonum universi consistit2 quorum si unum aliquod esset melius1 corrumperetur proportio ordinis1 sicut si una chorda plus debito intenderet1 corrumperetur citharae melodia4 ,maar h voegde er aan toe3 ,posset tamen ,deus alias res facere vel alias addere istis rebus factis1 et esset aliud universum melius1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #be art4 #f ad #c1 cf4 ,lombardus1 ,sent4 ,i dist4 #dd4 ,bonaventura1 ,sent4 ,i qu4 #dd art4 #a qu4 #a-c4 ,hugo ,vict4 de ,sacr4 ,,ii c4 #bb4 ,voetius1 ,disp4 ,i #eec sq4 ,mastricht ,,iii #f1 #aa4 ,heidegger1 ,corpus ,theol4 ,,vi #ba4 ,de aard van het schepsel brengt mee1 dat het beide in zn zn en in zn zoo-zn niet anders dan als contingent kan gedacht worden4 ,maar voor ,god bestaat deze vraag niet4 ,deze wereld is goed1 omdat z beantwoordt aan het doel1 door ,hem bepaald4 ,z is noch de beste noch de slechtste1 maar z is goed1 omdat ,god haar alzoo heeft genoemd4 ,z is goed1 omdat z dienstbaar is1 niet aan den individueelen mensch maar aan de openbaring van ,gods deugden4 ,en voor wie ze zoo beschouwt1 is z ook goed1 omdat z hem ,god kennen doet1 wien te kennen het eeuwige leven is4 ,daarom zeide ,lactantius naar waarheid3 idcirco mundus factus est ut nascamur2 ideo nascimur ut agnoscamus factorem mundi ac nostri1 ,deum2 ideo agnoscimus ut colamus2 ideo colimus1 ut immortalitatem pro laborum mercede capiamus1 quoniam maximis laboribus cultus ,dei constat2 ideo praemio immortalitatis afficimur1 ut similes ,angelis effecti1 summo ,patri ac ,domino in perpetuum serviamus et simus aeternum ,dei regnum4 ,haec summa rerum est2 hoc arcanum ,dei2 hoc mysterium mundi1 ,inst4 div4 ,,vii #f4 #cj4 ,,de ,,geestelijke ,,wereld4 #a4 ,naar de ,h4 ,schrift valt de schepping uiteen in eene geestelke en eene stoffelke wereld1 in hemel en aarde1 1 1 ,col4 #a3af4 ,het bestaan van zulk eene geestelke wereld wordt in alle religies erkend4 ,behalve de eigenlke goden1 zn ook allerlei halfgoden of heron1 daemonen1 genii1 geesten1 zielen enz4 voorwerp van religieuse vereering4 ,vooral in het ,parzisme werd deze leer der engelen sterk ontwikkeld4 ,eene gansche schaar van goede engelen1 ,jazada is daar verzameld rondom ,ahuramazda1 den ,god des lichts1 gelk de ,god der duisternis ,ahriman omgeven is door een aantal booze engelen1 ,dewa's4 ,volgens ,kuenen1 ,g4 v4 ,i4 ,,ii #bed v4 en vele anderen hebben de ,joden hunne leer van de engelen vooral aan de ,perzen sedert de ,babylonische ,ballingschap ontleend4 ,maar hierin is zeer groote overdrving4 ,want vooreerst erkent ook ,kuenen1 dat het geloof aan het bestaan en de werkzaamheid van hoogere wezens oudisraelietisch is4 ,ten andere is er een groot onderscheid tusschen de angelologie in de kanonische schriften en in het joodsche volksgeloof4 ,en eindelk is er in de wederkeerige verhouding van ,judaisme en ,parzisme nog zooveel onzekers1 dat ,james ,darmesteter in zn werk over den ,zendavesta in #ahic juist omgekeerd de ,perzische engelenleer afleidt uit het ,judaisme1 cf4 ,dr4 ,geesink in de ,heraut #hcj1 en tegen ,darmesteter1 ,tiele1 ,versl4 en ,meded4 v4 d4 ,kon4 ,ak4 van ,wet4 ,letterk4 #ahie bl4 #cfd v4 ,het bestaan der engelen werd echter volgens ,hd4 #bc3h ontkend door de ,sadducen1 die daarom de engelverschningen in den ,pentateuch waarschnlk hielden voor momentane theophanien4 ,josephus laat verschillende engelverschningen onvermeld en tracht sommige natuurlk te verklaren1 bv4 ,ant4 ,,viii #ac1 #g4 ,volgens ,justinus1 ,dial4 c4 ,tr4 #abh1 werden de engelen door sommigen gehouden voor tdelke emanaties uit het ,goddelk wezen1 die na volbrenging van hare taak weder in ,god terugkeerden4 ,in later td werd het bestaan der engelen ontkend door de volgelingen van ,david ,joris1 cf4 ,hoornbeek1 ,summa ,controv4 #afec1 p4 #dac1 door de ,libertnen1 cf4 ,calvn1 ,opera ed4 ,schippers ,,viii #chc1 door ,spinoza1 ,tract4 ,theol4 pol4 ,,ii #ef en ,hobbes1 ,leviathan ,,iii c4 #cd1 die er eenvoudig openbaringen en werkingen ,gods in zagen4 ,balthazar ,bekker ging in zne ,betoverde ,werelt ,,ii c4 #f-ae zoover niet1 maar beperkte toch de werkzaamheid der engelen1 hield hen menigmaal voor menschen en leerde evenals ,spinoza1 dat ,christus en zne apostelen zich in de leer der engelen telkens naar het geloof hunner tdgenooten hadden geschikt4 ,leibniz1 ,wolff1 ,bonnet1 ,euler en de supranaturalisten trachtten hun bestaan vooral op zedelke gronden te handhaven2 van den mensch af kon er zoomin naar boven als naar beneden een vacuum formarum in de opklimmende reeks der schepselen bestaan1 ,reinhard1 ,dogm4 #ahd4 ,bretschneider1 ,dogm4 ,i #gdf f4 ,zelfs ,kant achtte het bestaan van andere denkende wezens dan de menschen niet onmogelk1 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 zw4 ,theol4 u4 ,naturw4 ,,ii #fi4 #bdi4 ,de achttiende eeuw wischte het onderscheid tusschen engelen en menschen uit1 gelk de negentiende dat tusschen menschen en dieren4 ,swedenborg bv4 had van de engelen zelf vernomen1 dat z eigenlk menschen waren2 het innerlk wezen van den mensch is een engel en de mensch is bestemd om een engel te worden1 ,die wahre christl4 ,religion1 #b;e ,aufl4 ,stuttgart #ahgc ,s4 #db4 #agh4 ,in de nieuwere theologie is er echter van de engelen weinig overgebleven4 ,rationalisten als ,wegscheider loochenen wel niet het bestaan der engelen maar ontkennen toch hun verschning1 ,inst4 theol4 #ajb4 ,marheineke liet in de tweede uitgave zner dogmatiek de paragraaf over de engelen weg4 ,strauss meende1 dat de moderne wereldbeschouwing aan de engelen hun woning had ontnomen2 z danken hun ontstaan alleen aan volkssagen1 aan de zucht1 om de massa stof in de wereld door wat meer geest te doen opwegen1 ,gl4 ,i #fga f4 ,b ,lipsius zn z maar bildliche ,veranschaulichung des lebendigen ,wirkens der gttlichen ,vorsehung en hooren ze alleen thuis in de religieuse symboliek1 ,dogm4 #eah f41 cf4 ,biedermann1 ,chr4 ,dogm4 ,,ii #eaj f4 ,en ook ,schleiermacher achtte wel hun bestaan niet onmogelk1 maar oordeelde toch1 dat ,christus en de apostelen niets positiefs over hen leerden1 wl z naar het volk zich hadden geschikt en van engelen hadden gesproken gelk w van feen en elfen1 en dat z dogmatisch en religieus voor ons geen beteekenis hadden1 ,chr4 ,gl4 #db4 #dc1 cf4 ,bovon1 ,dogm4 ,chrt4 ,lausanne #ahie ,i #big4 ,ook wie hun bestaan nog handhaaft1 verandert menigmaal hun natuur4 ,schelling hield de goede engelen voor ,potenzen1 ,mglichkeiten1 die vanwege den val niet in werkelkheid getreden waren en nu niets anders zn dan de idee of ,potenz van een individu of volk1 ,werke1 ,,ii #d ,s4 #bhd f41 cf4 ,martensen1 ,dogm4 #fh4 #fi4 ,anderen hebben de engelen veranderd in bewoners der planeten4 ,reeds vroeg vinden w de meening1 dat de planeten bewoond waren4 ,ze komt al voor b ,xenophanes en sommige ,stoicynen4 ,nadat de nieuwere astronomie eenig denkbeeld had gegeven van de ontzaglke ruimte van het heelal1 vond die gedachte weer ingang b ,cartesius1 ,wittichius1 ,allinga1 ,wilkins1 ,harvey1 ,leibniz1 ,wolff1 ,bonnet1 ,kant1 ,reinhard1 ,bretschneider1 ,swedenborg e4 a41 cf4 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 ,,ii #ee f4 ,lange1 ,gesch4 des ,mater4 #dca4 ,bchner1 ,kraft und ,stoff #ee4 ,strauss1 ,alte u4 neue ,gl4 #afe4 ,c4 du ,prel1 ,die ,planetenbewohner1 ,leipzig #ahgi4 ,c4 ,flammarion1 ,les terres du ciel4 #g ed4 ,paris #ahha4 ,id41 ,zn de hemellichamen bewoond8 holl4 vert4 door ,dr4 ,h4 ,blink1 #ahia4 ,en sommige theologen zn er zoo toe gekomen1 om b die bewoners aan engelen te denken1 ,kurtz1 ,bibel und ,astronomie1 #cte ,aufl4 ,s4 #agc f4 #cdf f4 ,keerl1 ,der ,mensch das ,ebenbild ,gottes ,i #bgh f4 ,splittgerber1 ,tod1 ,fortleben und ,auferstehung #ete ,aufl4 #ahgi ,s4 #aej4 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #cfb f4 ,k4 ,keerl1 ,die ,fixsterne und die ,engel1 ,bew4 d4 ,gl4 ,juni #ahif ,s4 #bcj f4 enz4 ,en eindelk is tegenover het materialisme eene reactie opgetreden in het spiritisme1 dat niet alleen het bestaan van afgestorven geesten erkent maar ook eene gemeenschap tusschen hen en de menschen mogelk acht en daarmede ook weer voor het geloof aan eene geestelke wereld b duizenden den weg heeft gebaand4 ,bzondere litt4 over de engelen3 ,suarez1 de angelis1 ,lugd4 #afbj4 ,jac4 ,ode1 ,comment4 de angelis1 ,traj4 #agci4 ,voetius1 ,disp4 ,v #bda-bfh4 ,kuyper1 ,heraut n #heh-iae4 ,oswald1 ,angelologie1 ,paderborn #ahhc4 #b4 ,het bestaan der engelen is wsgeerig niet te bewzen4 ,de redeneering van ,leibniz1 dat er van den mensch af gelk naar beneden zoo ook naar boven allerlei soorten van schepselen moeten wezen1 opdat er geen vacuum formarum en geen saltus naturae z1 is niet aannemelk1 wl z b consequentie het onderscheid uitwisschen zou tusschen ,schepper en schepsel en leiden zou tot een gnostisch pantheisme4 ,toch kan de philosophie nog veel minder eenig argument inbrengen tegen de mogelkheid van zulk een bestaan4 ,zoolang w toch zelven psychische wezens zn en het zieleleven niet uit stofwisseling kunnen verklaren1 maar daarvoor eene geestelke substantie hebben aan te nemen1 zoolang is ook het bestaan van eene geestelke wereld met geen enkel argument der rede of met eenig feit der ervaring in strd4 ,niet alleen ,leibniz en ,wolff1 maar ook ,schleiermacher en ,kant hebben de mogelkheid ten volle erkend4 ,de algemeenheid van het geloof aan zulk eene geestelke wereld bewst bovendien1 dat er in deze erkentenis iets anders en iets meer dan willekeur en toeval schuilt4 ,de verklaring van ,strauss1 dat de engelenwereld eene compensatie is tegenover de hoeveelheid stof in de schepping1 is geen weerlegging waard4 ,en evenmin heeft de redeneering van ,daub eenige waarde1 dat de mensch1 wl geplaatst tusschen goed en kwaad in1 naar beide kanten typen schiep en zoo tot de ideen kwam van engel en duivel1 b ,dorner1 ,chr4 ,gl4 ,i #ecf4 ,het geloof aan eene geestelke wereld is niet philosophisch maar religieus van aard4 ,het hangt ten nauwste met openbaring en wonder saam4 ,religie is niet denkbaar zonder openbaring1 en openbaring kan niet bestaan1 zonder dat er zich boven en achter deze zienlke wereld eene geestelke wereld bevindt1 welke met deze in gemeenschap staat4 ,in alle godsdiensten zn de engelen geen factoren van het religieus-ethische leven zelf1 maar van de openbaring1 waarop dit leven is gebouwd4 ,met de religie is het geloof zelf gegeven1 dat hare diepste oorzaken niet liggen binnen den kring der zienlke dingen4 ,het goede en het kwade1 beide in religieusen en ethischen zin1 wortelen in eene andere wereld dan die ons onder de oogen verschnt4 ,daar geeft het engelengeloof uitdrukking aan4 ,het maakt het wezen en het middelpunt der religie niet uit1 maar staat er toch mede in verband4 ,de transcendentie ,gods1 het geloof aan openbaring en wonder1 het wezen der religie brengt het geloof aan geestelke wezens vanzelve mede4 ,het ,diesseits bevredigt den mensch niet4 ,h dorst altd weer naar eene andere wereld1 die niet minder rk is dan deze4 ,het materialisme roept door reactie het spiritualisme op4 ,maar terwl nu in alle godsdiensten en spiritistische theorien de leer der engelen vervalscht en verdorven optreedt1 de grensln tusschen ,god en schepsel uitwischt en het onderscheid tusschen openbaring en religie miskent1 komt deze leer in de ,schrift weer zoo voor1 dat ze aan ,gods eere niets ontrooft en de religie in haar zuiverheid onaangetast laat4 ,de openbaring in de ,schrift is voor den ,christen de vaste grond ook voor zn geloof aan de engelen4 ,in vroeger td trachtte men de existentie der goede en vooral ook der kwade engelen historisch te bewzen1 uit orakels1 verschningen1 spoken1 bezetenen1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ej art4 #a4 ,zanchius1 ,op4 ,,ii #b4 ,vossius1 de orig4 et progr4 idololatriae ,i c4 #f4 ,voetius1 ,disp4 ,i #ihe-ajag4 ,v #bda enz4 ,maar deze bewzen waren evenmin overtuigend als die uit de rede4 ,daarentegen wordt het bestaan der engelen in de ,schrift zeer duidelk geleerd4 ,wel hebben ,spinoza en ,schleiermacher daartegen ingebracht1 dat ,christus en de apostelen uit accommodatie aan het volksgeloof over engelen spraken en zelven niets positiefs over hen leerden4 ,maar ,jezus en de apostelen spreken zelf onomwonden en herhaaldelk hun geloof aan de engelen uit1 b4 v4 ,mt4 #aa3aj1 #ac3ci1 #af3bg1 #ah3aj1 #bd3cf1 #bf3ec1 ,luk4 #bj3cf1 #a ,cor4 #f3c1 ,hebr4 #ab3bb1 #a ,petr4 #a3ab enz4 ,als w van elfen en feen spreken1 weet elk1 dat dit in figuurlken zin is bedoeld4 ,maar in ,jezus' td was het geloof aan de engelen algemeen2 indien z spraken van engelen1 moest ieder denken1 dat z er ook zelven aan geloofden4 ,de laatste grond voor ons geloof aan de engelen ligt daarom ook in de openbaring4 ,de christelke ervaring als zoodanig leert er niets van4 ,voorwerp des waren geloofs is de genade ,gods in ,christus4 ,engelen zn geen factoren van het religieuse leven1 geen voorwerp van ons vertrouwen1 geen object van onze aanbidding4 ,dat zn ze nergens in de ,schrift en mogen ze dus ook niet zn voor ons4 ,in de ,protestantsche confessies is er daarom van de engelen zeer weinig sprake1 ,ned4 ,gel4 art4 #ab4 ,heid4 ,cat4 vr4 #aab4 #aag4 ,niemeer1 ,coll4 ,conf4 p4 #cae4 #caf4 #dgf4 ,de ,gereformeerden inzonderheid zondigden eer in defectu dan in excessu4 ,b ,rome bekleedt de angelologie veel grooter plaats1 maar z vervalscht daar ook de religie en doet aan ,gods eere te kort4 ,hoezeer de engelen echter geen factor en object onzer religie zn1 ze zn toch in de openbaringsgeschiedenis van groote beteekenis en ontleenen daaraan vooral hunne waarde voor het religieuse leven4 #c4 ,de naam engel1 waaronder w gewoonlk heel de klasse der hoogere1 geestelke wezens samenvatten1 is in de ,schrift geen nomen naturae maar een nomen officii4 ,het hebr4 beteekent eenvoudig bode1 gezant en kan ook aanduiden een mensch1 hetz door menschen1 ,job #a3ad1 #a ,sam4 #aa3c enz41 hetz door ,god gezonden1 ,hagg4 #a3ac1 ,mal4 #b3g1 #c3a2 en evenzoo is het gesteld met 1 dat meermalen van menschen gebezigd wordt1 ,mt4 #aa3aj1 ,mk4 #a3b1 ,luk4 #g3bd1 #bg1 #i3eb1 ,gal4 #d3d1 ,jak4 #b3ae2 ten onrechte is het dan in onze ,statenoverzetting door engel in plaats van door gezant weergegeven1 b4 v4 ,mal4 #c3a1 ,op4 #a3bj enz4 ,een gemeenschappelke1 onderscheidende naam voor alle geestelke wezens saam is er in de ,schrift niet1 al worden ze ook dikwerf zonen ,gods1 geesten1 heiligen1 wachters genoemd4 ,er zn verschillende soorten en klassen van engelen1 die allen een eigen naam dragen4 ,de wereld der engelen is even rk als de stoffelke wereld2 evenals in deze allerlei schepselen zn1 die samen toch n geheel vormen1 zoo is het ook met de wereld der geesten4 ,het eerst wordt in de ,schrift de klasse der cherubnen genoemd4 ,ze treden in ,gen4 #c3bd op als bewakers van den hof4 ,in tabernakel en tempel worden ze boven de ark afgebeeld met aangezichten1 die naar het verzoendeksel gekeerd zn1 en met vleugelen1 die het verzoendeksel bedekken1 ,ex4 #be3ahv41 #cg3h1 #a ,chr4 #bh3ah1 #b ,chr4 #c3ad1 ,hebr4 #i3e en tusschen welke de ,heere woont1 ,ps4 #hj3b1 #ii3a1 ,jes4 #cg3af4 ,als ,god nederdaalt naar de aarde1 wordt ,h voorgesteld als te varen1 te rden op de cherubim1 #b ,sam4 #bb3aa1 ,ps4 #ah3aa1 cf4 ,ps4 #ajd3c1 ,jes4 #ff3ae1 ,hebr4 #a3g4 ,in ,ezechiel #a en #aj komen z voor onder den naam van 1 vier in getal1 in menschengedaante1 elk met vier vleugelen en met vier aangezichten1 nl4 van een mensch1 leeuw1 stier en arend2 terwl z eindelk in ,op4 #d3fv4 als de vier 1 elk met een aangezicht en ieder met zes vleugelen1 den troon ,gods omringen en het driewerf heilig zingen dag en nacht4 ,de naam wordt verschillend afgeleid1 nu eens van en 1 als velen 7,hengstenberg71 dan van wagen1 of ook van ar4 beangstigen1 dus z4 v4 a4 gruwelke wezens1 meest echter van een stam1 die grpen1 vasthouden beteekent1 cf4 1 ,delitzsch op ,gen4 #c3bd en ,ps4 #ah3aa4 ,even groot verschil is er over de natuur der cherubs4 ,sommigen houden ze voor mythische wezens1 anderen voor symbolische figuren1 nog anderen voor krachten ,gods in de schepping1 of ook voor oorspronkelke aanduiding van onweerswolken of stormen1 ,smend1 ,altt4 ,rel4 #ba f4 ,maar in ,gen4 #c3bd1 ,ezech4 #a1 ,op4 #d worden z toch duidelk als levende en persoonlke wezens voorgesteld2 zelfs is de menschelke gedaante in hen overwegend1 ,ezech4 #a3e4 ,wl z echter wezens van buitengewone1 menschelke kracht en heerlkheid zn1 roept de ,schrift de symbolische voorstelling te hulp1 om ons eenig denkbeeld te geven van hun geestelke natuur4 ,ze worden geteekend als 1 in wie de macht en de sterkte ,gods veel beter tot uitdrukking komt dan in den zwakken mensch4 ,z hebben de kracht van een stier1 de majesteit van den leeuw1 de snelheid van den arend en daarb de rede van den mensch4 ,op diezelfde eigenschappen wzen de vleugelen die z dragen1 en het zwaard1 waarmede z den hof bewaren4 ,uit deze voorstelling1 die geen afbeelding maar symbool is1 blkt1 dat z ook onder de engelen hooggeplaatste wezens zn1 die meer dan eenige andere schepselen1 de kracht1 de majesteit1 de heerlkheid ,gods openbaren en die daarom ook belast zn met de taak1 om b den hof van ,eden1 in den tabernakel en tempel en ook b ,gods nederdaling ter aarde te waken voor zne heiligheid1 ,dr4 ,joh4 ,nikel1 ,die ,lehre des ,a4 ,t4 ber die ,cherubim und ,seraphim1 ,breslau #ahij4 ,voorts worden in ,jes4 #f de vermeld1 waarschnlk van den arab4 stam sarufa1 nobilis fuit1 die daar ook symbolisch worden voorgesteld in menschelke gedaante maar met zes vleugelen1 waarvan twee dienen tot bedekking des aangezichts1 twee tot bedekking der voeten en twee tot het snellk uitvoeren van ,gods bevelen4 ,in onderscheiding van de cherubim1 staan z als dienaren rondom den ,koning1 die zit op zn troon1 bezingen zne eere en wachten op zne bevelen4 ,serafim zn de edelen1 cherubim zn de krachtigen onder de engelen4 ,eindelk komen b ,daniel nog twee engelen met eigennamen voor nl4 ,gabriel1 cap4 #h3af1 #i3ba en ,michael c4 #aj3ac1 #ba1 #ab3a1 die beiden in afwking van vele vroegere en latere uitleggers1 zooals de van den ,honerts1 ,burman1 ,witsius1 ,hengstenberg1 ,zahn e4 a41 voor geschapen engelen te houden zn en niet met den ,zone ,gods vereenzelvigd mogen worden4 ,ook volgens het ,n4 ,t4 zn er verschillende klassen van engelen4 ,de engel ,gabriel treedt op in ,luk4 #a3ai1 #bf4 ,michael komt voor ,judas #i1 ,op4 #ab3g1 #a ,thess4 #d3af4 ,en voorts is er onder de engelen sprake van 1 1 ,ef4 #c3aj1 ,col4 #b3aj1 1 ,ef4 #a3ba1 ,col4 #a3af1 1 ,col4 #a3af1 1 ,ef4 #a3ba1 #a ,petr4 #c3bb1 die alle op een onderscheid in rang en waardigheid onder de engelen wzen1 terwl eindelk in de ,apocalypse van ,johannes telkens zeven engelen zeer duidelk op den voorgrond treden1 c4 #h3b1 #f1 #ae3a enz4 ,daarb komt nog1 dat het getal der engelen zeer groot is4 ,de naam ,tzebaoth1 cf4 boven bl4 #aaav41 ,mahanaim1 ,gen4 #cb3a1 #b1 legioenen1 ,mt4 #bf3ec en heirleger1 ,luk4 #b3ac1 en de getallen van duizend maal duizenden wzen dit aan1 ,deut4 #cc3b1 ,ps4 #fh3ah1 ,dan4 #g3aj1 ,hebr4 #ab3ab1 ,judas #ad1 ,op4 #e3aa1 #ai3ad4 ,zulk een groot getal eischt vanzelf reeds onderscheid van orde en rang1 en te meer1 omdat de engelen niet als de menschen in familieverhoudingen tot elkander staan en dus in zoover veel meer aan elkander gelk zn4 ,de ,schrift leert dan ook duidelk1 dat er onder de engelen allerlei onderscheid is1 van rang en stand1 van waardigheid en dienst1 van ambt en eere1 zelfs van klasse en soort4 ,deze schoone1 rke gedachte van verscheidenheid in de eenheid mag niet prs gegeven worden1 ook al is ze door de ,joden en door de ,roomschen op phantastische wze uitgewerkt4 ,de ,joden maakten allerlei onderscheid tusschen de engelen1 ,weber1 ,system #afa f4 ,in de christelke kerk bleef men eerst b de gegevens der ,schrift staan1 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii #ed4 ,orig4 de princ4 ,i #e4 ,augustinus zeide nog niet te weten1 hoe de societas der engelen geordend was1 ,enchir4 #eh4 ,maar ,pseudodionysius gaf in zne geschriften de coelesti en de ecclesiastica hierarchia eene schematische indeeling4 ,uitgaande van de gedachte1 dat ,god b de schepping als het ware uit zne eenheid in de veelheid is uitgetreden1 de div4 nom4 ,,ii #aa1 leert h1 dat alle dingen van ,god uitgaan in steeds dalende reeks en zoo weder successief tot ,hem terugkeeren4 ,god is het middelpunt1 de schepselen scharen zich peripherisch om ,hem heen4 ,er is eene hierarchie der dingen1 de coel4 hier4 ,,iii #a4 ,zoodanige hierarchie is er tweerlei1 eene hemelsche en eene kerkelke4 ,de hemelsche wordt gevormd door drie klassen van engelen4 ,de eerste en hoogste klasse dient uitsluitend ,god2 z omvat de seraphim1 die onophoudelk het ,goddelke wezen beschouwen2 de cherubim1 die zne raadsbesluiten bepeinzen2 en de tronen1 die zne gezichten aanbidden4 ,de tweede klasse dient heel de zichtbare en onzichtbare schepping2 z omvat de heerschappen1 die ordenen wat naar ,gods wil geschieden moet2 de machten1 die het beslotene uitvoeren1 en de krachten1 die het ten einde brengen4 ,de derde klasse dient de aarde1 de enkele menschen en volken2 z omvat de vorsten1 die het algemeene welzn der menschen bevorderen1 de aartsengelen1 die de bzondere volken leiden en de engelen1 die voor de enkele menschen waken1 de coel4 hier4 ,,vi sq4 ,van die hemelsche hierarchie is de kerkelke een beeld1 in haar mysterin 7doop1 eucharistie1 ordinatie71 organen 7bisschop1 priester1 diaken7 en leeken 7catechumenen1 christenen1 monniken71 de eccl4 hier4 #b sq4 ,en heel deze hierarchie heeft haar oorsprong en hoofd in ,christus1 den menschgeworden ,zoon ,gods1 de eccl4 hier4 ,i #a1 en haar doel in de deificatie1 ib4 ,i #c4 ,deze indeeling van ,pseudodionysius1 die de hierarchie in hemel en op aarde doet kennen als de intieme gedachte van het ,roomsche systeem1 vond een vruchtbaren bodem4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,,ii c4 #c4 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #i4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ajh4 ,petavius1 de angelis tib4 ,,ii4 ,oswald1 ,angelologie4 ,paderborn #ahhc ,s4 #eg f4 enz4 ,er wordt nu in de ,schrift ook wel duidelk een onderscheid en rangorde der engelen geleerd4 ,ten onrechte meenen sommigen1 dat met de verschillende namen altd dezelfde engelen worden bedoeld1 alleen van verschillend gezichtspunt uit beschouwd1 ,hofmann1 ,schriftbeweis ,i #cja4 ,zelfs dient erkend1 dat deze rangorde in de ,protestantsche theologie niet genoeg tot haar recht is gekomen4 ,er is rang en orde onder die duizenden wezens4 ,god is een ,god van orde in al de gemeenten1 #a ,cor4 #ad3cc1 #dj4 ,de wereld der geesten is niet minder rk en schoon dan de wereld der stoffelke wezens4 ,maar de hierarchie der ,roomsche leer gaat ver boven de openbaring ,gods in zn woord uit4 ,z werd daarom door de ,protestanten eenstemmig verworpen1 ,calv4 op ,ef4 #a3ba4 ,voetius1 ,disp4 ,i #hhb sq4 ,rivetus1 ,op4 ,,iii #bdh sq4 ,quenstedt1 ,theol4 ,i #ddc4 #dej4 ,gerhard1 ,loc4 ,v cap4 #d ,sect4 #i4 ,en evenzoo werden alle berekeningen van het getal der engelen del en onvruchtbaar geacht2 zoo bv4 die van ,augustinus1 die het getal der engelen na sommiger val liet aanvullen door de praedestinati homines1 ,enchir4 #bi4 de civ4 ,,xxii c4 #a4 ,anselmus1 ,cur ,deus homo ,i #ah2 of van ,gregorius1 die meende dat er evenveel menschen behouden werden als er engelen staande gebleven waren1 cf4 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii #i2 of van ,willem van ,pars1 die het getal der engelen oneindig noemde2 of van ,hilarius en vele anderen1 die op grond van ,mt4 #ah3ab meenden1 dat het getal der menschen tot dat der engelen stond als n tot negen en negentig1 cf4 ,petavius1 de angelis ,i c4 #ad2 of van ,g4 ,schott1 die het getal der engelen stelde op duizend maal duizend millioenen1 b ,busken ,huet1 ,het ,land van ,rembrand ,,ii #b1 #cg4 ,en evenzoo liet men zich weinig in met de vraag1 of de engelen onderling ook in wezen en soort1 essentia en specie1 verschilden2 ,thomas leerde dit beslist1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ej art4 #d1 maar de kerkvaders zn meest van een ander gevoelen1 ,damasc4 de fide orthod4 ,,ii #c4 ,petavius1 de angelis ,i c4 #ad4 ,voetius1 ,disp4 ,v #bfa4 ,hoe velerlei onderscheid er ook onder de engelen moge bestaan1 de ,schrift gaat hier niet op in en biedt slechts enkele gegevens4 ,ten opzichte van ons treedt veel meer de eenheid dan de verscheidenheid op den voorgrond2 z hebben allen eene geestelke natuur1 heeten allen gedienstige geesten1 en vinden allen hun voornaamste werkzaamheid in de verheerlking ,gods4 #d4 ,de eenheid komt allereerst daarin uit1 dat z allen geschapene wezens zn4 ,schelling zegt wel1 dat de goede engelen1 als zuivere ,potenzen1 niet geschapen zn1 ,werke ,,ii #d ,s4 #bhd4 ,maar de schepping der engelen wordt duidelk uitgesproken in ,col4 #a3af1 en ligt opgesloten in de schepping aller dingen1 ,gen4 #a3a1 ,ps4 #cc3f1 ,joh4 #a3c1 ,rom4 #aa3cf1 ,ef4 #c3i1 ,hebr4 #a3b4 ,over den td hunner schepping is echter weinig met zekerheid te zeggen4 ,vele kerkvaders meenden met beroep op ,job #ch3g1 dat de engelen vr alle dingen geschapen waren1 ,orig4 op ,gen4 #a1 ,basilius1 ,hexaem4 hom4 #a4 ,greg4 ,naz4 ,orat4 #ch en #db4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,,ii c4 #c4 ,dionysius1 de div4 nom4 c4 #e enz41 en later oordeelden zoo de ,socinianen1 ,crell1 de ,deo et attrib4 ,i c4 #ah1 en de ,remonstranten1 ,episcopius1 ,inst4 ,theol4 ,,iv #c1 #a4 ,limborch1 ,,ii #bj1 #d1 die op deze wze het onderscheid tusschen den ,logos en de engelen verzwakten4 ,maar deze gedachte vindt in de ,schrift geen steun4 ,aan de schepping van hemel en aarde1 waarvan ,gen4 #a3a spreekt1 gaat niets vooraf4 ,job #ch3g leert wel1 dat z b de schepping tegenwoordig waren evenals de sterren1 maar niet dat z vr den aanvang der schepping reeds bestonden4 ,aan de andere zde is het zeker1 dat de engelen geschapen zn vr den zevenden dag1 toen hemel en aarde en al hun heir voltooid waren en ,god rustte van znen arbeid1 ,gen4 #a3ca1 #b3a1 #b4 ,maar voor het overige verkeeren w in het onzekere4 ,alleen mag het waarschnlk worden geacht1 dat1 evenals de aarde in ,gen4 #a3a wel reeds als aarde geschapen wordt maar toch nog toebereid en versierd moet worden1 zoo ook de hemel ook niet in n enkel oogenblik is voltooid4 ,het woord hemel is in vers #a proleptisch4 ,eerst later in de openbaringsgeschiedenis blkt1 wat daarin ligt opgesloten4 ,de ,schrift spreekt nu eens van den hemel als wolkenhemel1 ,gen4 #a3h1 #bj1 #g3aa1 ,mt4 #f3bf1 dan als sterrenhemel1 ,deut4 #d3ai1 ,ps4 #h3d1 ,mt4 #bd3bi1 en eindelk als woning ,gods en der engelen1 ,ps4 #aae3af1 #b3d1 #a ,kon4 #h3bg1 #b ,chr4 #f3ah1 ,mt4 #f3ai-ba1 ,hebr4 #d3ad1 #g3bf1 #h3a1 #b1 #i3bv4 enz4 ,gelk nu de hemel als wolken- en sterrenhemel eerst in den loop der zes dagen toebereid zn1 zoo is het mogelk en zelfs waarschnlk1 dat ook de derde hemel met zne bewoners eerst allengs is gevormd4 ,naarmate die geestelke wereld rker en voller wordt gedacht1 in verscheidenheid de stoffelke wereld nog verre overtreffend1 is het te aannemelker ook voor die toebereiding der hemelen een zeker tdsverloop te stellen1 al is het ook dat het scheppingsverhaal hierover ganschelk zwgt4 #e4 ,vervolgens blkt de eenheid der engelen daaruit1 dat z allen geestelke wezens zn4 ,hierover was echter ten allen tde groot verschil van meening4 ,de ,joden schreven hun lucht- of vuuraardige lichamen toe1 ,weber1 ,system #afa f4 ,en evenzoo werd geoordeeld door de meeste kerkvaders1 zooals ,justinus1 c4 ,tryph4 #eg4 ,orig4 de princ4 ,i #f4 ,basilius1 de ,sp4 ,s4 c4 #af4 ,tertull41 de carne ,chr4 #f4 ,augustinus1 de trin4 ,,ii #g enz4 ,op de tweede synode te ,nicea #ghg werd door den patriarch ,tarasius een dialoog voorgelezen van een zekeren ,johannes van ,thessalonika1 waarin deze betoogde1 dat de engelen fne lichamen hadden en daarom ook afgebeeld mochten worden4 ,tarasius voegde daaraan toe1 dat z beperkt in ruimte waren en in menschengestalte waren verschenen1 en daarom afbeeldbaar waren4 ,en hiermede betuigde de synode hare instemming1 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #bce4 ,maar langzamerhand werd de grens tusschen stof en geest scherper getrokken1 en schreven velen aan de engelen een zuiver geestelke natuur toe1 zooals ,pseudodion41 de coel4 hier41 ,damascenus1 de fide orth4 ,,ii c4 #c4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ej art4 #a4 qu4 #ea art4 #a4 ,het vierde ,lateraanconcilie in #abae noemde de natuur der engelen spiritualis1 ,denzinger1 ,enchir4 n4 #cee en de meeste ,roomsche en ,protestantsche theologen stemden daarmede in4 ,desniettemin is eene zekere lichaamlkheid der engelen ook later nog telkens geleerd1 door ,roomschen als ,cajetanus1 ,eugubinus1 ,bannez1 door enkele ,geref4 zooals ,zanchius1 ,op4 ,,iii col4 #fi4 ,vossius1 de idol4 ,i #b1 #f1 voorts door ,episcopius1 ,inst4 ,theol4 ,v c4 #b p4 #cdg1 ,vorstius1 ,poiret1 ,bhme1 ,leibniz1 ,wolff1 ,bonnet1 ,reinhard enz41 en in den nieuweren td o4 a4 door ,kurtz1 ,bibel und ,astronomie1 #c;e ,aufl4 ,s4 #aeb4 ,beck1 ,lehrwiss4 ,i #agf4 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #egh4 ,kahnis1 ,dogm4 ,i #ddc f4 ,vilmar1 ,dogm4 ,i #cjf4 ,keerl in ,bew4 d4 ,gl4 ,juni #ahif ,s4 #bce-bdg enz41 cf4 ,delitzsch1 ,bibl4 ,psych4 #fe f4 ,de voornaamste grond voor deze meening is1 dat het begrip van eene zuiver geestelke1 lichaamlooze natuur metaphysisch ondenkbaar is en ook onvereenigbaar met het begrip creatuur4 ,god is louter ,geest1 maar ,h is ook eenvoudig1 alomtegenwoordig1 eeuwig4 ,de engelen echter zn beperkt1 ook ten opzichte van td en plaats2 indien z zich werkelk bewegen van de eene plaats naar de andere1 dan moeten ze op hunne wze lichamelk zn4 ,en evenzoo zn de engelen niet eenvoudig als ,god maar uit materia en forma samengesteld1 en ook daarom moet hun eene zekere1 wel niet grove1 stoffelke1 maar dan toch fne1 aetherische lichamelkheid worden toegeschreven4 ,b deze overweging kwam nog de exegese1 welke b de zonen ,gods in ,gen4 #f aan engelen dacht4 ,deze uitlegging van ,philo1 ,josephus1 de ,joden1 de ,,lxx1 werd door vele kerkvaders overgenomen1 ,justinus1 ,apol4 ,i #a4 ,irenaeus1 adv4 haer4 ,,iv #af1 #b ,v #bi4 #b4 ,clemens1 ,tertull41 ,lactantius1 ,cyprianus1 ,ambrosius enz41 vond ook b ,luther ingang en werd in den nieuweren td weer verdedigd door ,ewald1 ,baumgarten1 ,hofmann1 ,kurtz1 ,delitzsch1 ,hengstenberg1 ,khler1 ,kbel e4 a4 ,verder beroept men zich voor de lichamelkheid der engelen ook nog op hunne verschningen1 op enkele bzondere teksten in de ,h4 ,schrift1 zooals ,ps4 #ajd3d1 ,mt4 #bb3cj1 ,luk4 #bj3ce1 #a ,cor4 #aa3aj1 en soms ook daarop1 dat ze als bewoners der sterren wel lichamelk moeten zn4 ,tegenover al deze argumenten staat echter de klare uitspraak der ,h4 ,schrift1 dat de engelen zn1 ,mt4 #h3af1 #ab3de1 ,luk4 #g3ba1 #h3b1 #aa3bf1 ,hd4 #ai3ab1 ,ef4 #f3ab1 ,hebr4 #a3d1 die niet huwen1 ,mt4 #bb3cj1 onsterfelk1 ,luk4 #bj3ce1 #cf1 en onzichtbaar zn1 ,col4 #a3af1 legio in ne beperkte ruimte kunnen zn1 ,luk4 #h3cj1 en als geesten geen vleesch en beenen hebben1 ,luk4 #bd3ci4 ,verder is de opvatting van de in ,gen4 #f3b als engelen en niet als menschen onhoudbaar1 want al is deze benaming meermalen voor engelen gebruikelk1 ,job #a3f1 #b3a1 #ch3g1 toch kan ze ook zeer goed menschen aanduiden1 ,deut4 #cb3e1 ,hos4 #b3a1 ,ps4 #hj3af1 #gc3ae2 en is ze in elk geval niet op de kwade engelen toepasselk1 die hier toch de zonde moeten bedreven hebben2 voorts is de uitdrukking in ,gen4 #f3b altd gebruikelk van een wettig huwelk en nooit van hoerer2 vervolgens wordt de straf over de zonde alleen aan de menschen voltrokken1 want z zn de schuldigen en van engelen is geen sprake1 ,gen4 #f3c1 #e-g4 ,ook de andere ,schriftuurplaatsen bewzen de lichamelkheid der engelen niet2 ,ps4 #ajd3d1 cf4 ,hebr4 #a3g zegt alleen1 dat ,god zne engelen als dienaren gebruikt1 evenals wind en vuur ook dienen om zne bevelen uit te voeren1 maar duidt volstrekt niet aan1 dat de engelen in wind of vuur veranderd worden2 ,mt4 #bb3cj houdt in1 dat de geloovigen na de opstanding aan de engelen gelk zullen zn1 daarin dat ze niet meer huwen1 maar bevat niets over de lichamelkheid der engelen2 en #a ,cor4 #aa3aj zegt1 dat de vrouwen als teeken van haar onderworpenheid aan den man ook in de gemeente gedekt moeten zn1 om de goede engelen niet te mishagen die in de gemeente tegenwoordig zn2 aan booze engelen1 die anders door de vrouwen verleid zouden worden1 valt hier in het geheel niet te denken4 ,wat voorts de engelenverschningen aangaat1 is het wel zeker1 dat z altd hebben plaats gehad in lichamelke1 zichtbare gedaante1 evenals ook de symboliek de engelen steeds in allerlei zichtbare vormen voorstelt4 ,maar hieruit volgt toch niets voor hunne lichamelkheid4 ,want immers ,god is ,geest en wordt toch door ,jesaia in cap4 #f aanschouwd als een ,koning1 zittende op zn troon4 ,christus is in het vleesch verschenen en is toch waarachtig ,god4 ,de engelen treden zoowel in de verschning als in de symboliek telkens in andere gedaanten op2 de voorstelling der cherubs in ,gen4 #c3bd1 boven de arke des verbonds1 b ,ezechiel en in de ,apocalypse wkt onderling zeer sterk af2 en de gedaanten1 waarin ze verschnen1 zn lang niet gelk1 ,gen4 #ah1 ,richt4 #f1 #ac3f1 ,dan4 #aj3aa1 ,mt4 #bh vs4 #c1 ,luk4 #b3i1 ,op4 #bb3h4 ,hoe deze lichamen te denken zn1 is eene andere vraag4 ,of het wezenlke dan wel schnlichamen waren1 is niet te zeggen1 ,damascenus1 de fide orthod4 ,,ii #c4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ea art4 #a-c4 ,turret41 ,theol4 ,el4 ,,vii #f1 #e4 enz4 ,het sterkste bews voor de lichamelkheid der engelen wordt echter1 gelk boven gezegd is1 aan de philosophie ontleend4 ,maar daarb is er allerlei misverstand in het spel4 ,indien lichaamlkheid alleen bedoelt1 dat de engelen beperkt zn1 zoowel in td als in ruimte1 en ook niet eenvoudig zn als ,god1 in wien alle eigenschappen zn wezen zelf zn1 dan zou aan de engelen zeker lichaamlkheid moeten toegeschreven worden4 ,maar gewoonlk sluit lichaamlkheid toch een soort van stoffelkheid in1 z het dan ook van fneren aard dan b mensch en dier4 ,en in dezen zin kan en mag b de engelen van geen lichaam sprake zn4 ,stof en geest sluiten elkander uit1 ,luk4 #bd3ci4 ,het is pantheistische identiteits-philosophie1 beide te vermengen en het onderscheid uit te wisschen4 ,de ,schrift echter handhaaft altoos het onderscheid tusschen hemel en aarde1 engelen en menschen1 geestelke en stoffelke1 onzienlke en zienlke dingen1 ,col4 #a3af4 ,indien de engelen daarom als geesten te denken zn1 staan z in eene andere1 meer vre verhouding tot td en ruimte dan de menschen4 ,eenerzds zn z niet boven alle td en plaats verheven gelk ,god1 want ze zn schepselen en dus eindig en beperkt4 ,hun komt niet toe een ubi repletivum1 alomtegenwoordigheid en eeuwigheid4 ,ter andere zde hebben ze ook geen ubi circumscriptivum1 zooals onze lichamen1 want de engelen zn geesten en hebben dus geen afmetingen van lengte en breedte1 en dus geen extensie1 geen diffusie door de ruimte heen4 ,daarom werd gewoonlk gezegd1 dat aan de engelen toekwam een ubi definitivum2 dat is1 als eindige en beperkte wezens zn z altd ergens2 ze kunnen niet op twee plaatsen tegelk zn2 hun tegenwoordigheid is niet extensief maar punctueel2 en z zn zoo vr van plaats1 dat z zich met de grootste snelheid bewegen kunnen en door geen stoffelke voorwerpen kunnen tegengehouden worden2 hun plaatsverandering is momentaan4 ,wel is zulk eene snelheid van beweging en zulk eene ,zeit- und ,raumfreiheit1 die toch geen ,zeit- und ,raumlosigkeit is1 voor ons onvoorstelbaar4 ,maar de ,schrift wst haar duidelk aan1 en in de snelheid van gedachte en verbeelding1 van licht en electriciteit1 hebben w een niet te versmaden analogie1 ,august4 de civ4 ,,xi #i4 ,damascenus1 de fide orthod4 ,,ii #c4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #eb en #ec4 ,voetius1 ,disp4 ,v #beb sq4 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,ii #cjb4 ,oswald1 ,angelologie ,s4 #bc-dc4 #f4 ,de eenheid der engelen wordt verder daarin openbaar1 dat z allen redelke wezens zn1 begaafd met verstand en wil4 ,beide deze vermogens worden herhaaldelk in de ,schrift aan de engelen1 zoowel kwade als goede1 toegeschreven1 ,job #a3fv41 ,zach4 #c3av41 ,mt4 #bd3cf1 ,mt4 #h3bi1 #ah3aj1 #b ,cor4 #aa3c1 ,ef4 #f3aa enz41 allerlei persoonlke eigenschappen en werkzaamheden komen b hen voor zooals zelfbewustzn1 ,luk4 #a3ai1 spreken1 ib41 begeeren1 #a ,petr4 #a3ab1 zich verheugen1 ,luk4 #ae3aj1 bidden1 ,hebr4 #a3f1 gelooven1 ,jak4 #b3ai1 liegen1 ,joh4 #h3dd1 zondigen1 ,joh4 #c3h enz4 ,daarb wordt hun ook eene groote macht toegekend2 de engelen zn geen schuchtere wezens1 maar een leger1 eene heirschare van krachtige helden1 ,ps4 #ajc3bj1 ,luk4 #aa3ba1 ,col4 #a3af1 ,ef4 #a3ba1 #c3aj1 #b ,thess4 #a3g1 ,hd4 #e3ai1 ,hebr4 #a3ad4 ,op grond hiervan is het onjuist1 om met ,schelling en anderen de engelen voor eigenschappen of krachten te houden4 ,maar toch blve men in de beschrving van de persoonlkheid der engelen b den eenvoud der ,h4 ,schrift4 ,augustinus onderscheidde tweerlei kennis der engelen2 eene1 die z als 't ware in den morgen der schepping1 apriori1 door de aanschouwing ,gods verkregen1 cognitio matutina1 en eene andere1 welke z als 't ware in den avond der schepping1 aposteriori1 uit de schepselen deelachtig werden1 de ,gen4 ad litt4 ,v #ah4 de civ4 ,,xi #bi4 ,de scholastici namen niet alleen deze onderscheiding over1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ed1 maar trachtten ook aard en mate van de kennis der engelen nader te bepalen4 ,hun kennis is niet1 gelk b ,god1 met hun zn en wezen identisch4 ,maar z kennen niet door zinnelke waarneming1 het onderscheid tusschen intellectus possibilis en agens is b hen niet aanwezig2 de intellectus is b hen nooit louter vermogen en nooit in rust1 maar altd werkzaam2 z kunnen niet zn zonder te kennen2 z kennen zichzelven1 hun eigen wezen1 door zichzelven1 volkomen en onveranderlk2 z kennen de geschapene dingen niet uit hunne verschning maar door aangeboren ideen1 niet door abstractie en discursief1 maar intuitief en intellectueel2 en wel kennen de engelen met hunne natuurlke krachten niet onmiddellk maar per speciem impressam1 door en tegelk met hun eigen zn2 doch in de bovennatuurlke orde1 waartoe de goede engelen verheven zn1 kennen ze ,god toch door onmiddellke aanschouwing1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ed-eh4 ,s4 c4 ,gent4 ,,ii c4 #if-aja4 ,,iii c4 #di4 ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #c art4 #d en dist4 #d art4 #c4 ,petavius1 de angelis ,i c4 #f-i4 ,kleutgen1 ,philos4 der ,vorzeit ,i #aif f4 ,oswald1 ,angelologie #dc-ea4 ,zelfs werd1 om het gebed tot de engelen en ook tot de heiligen te verdedigen1 door sommigen geleerd1 dat z1 ,god ziende die alles ziet1 in ,hem alles zagen en dus al onze nooden en behoeften kenden1 ,gregorius1 ,moral4 lib4 #ab c4 #ac4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,,ii #b qu4 #hc art4 #d4 ,,iii qu4 #aj art4 #b4 ,bellarminus1 de sanct4 beat4 ,i c4 #bf4 ,de ,protestanten waren voorzichtiger1 ze maanden tot bescheidenheid4 ,in de wze waarop w tot kennis komen1 is zooveel geheimzinnigs2 hoe veel te meer in die der engelen1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #ajh sq4 ,voetius1 ,disp4 ,v #bfg4 ,gerhard1 ,loci theol4 ,v c4 #d sect4 #e4 ,dit alleen kan gezegd worden1 dat ze rker in kennis zn dan w hier op aarde1 ,mt4 #ah3aj1 #bd3cf1 dat z hun kennis verkrgen uit hun eigen natuur1 ,joh4 #h3dd1 uit de beschouwing van ,gods werken1 ,ef4 #c3aj1 #a ,tim4 #c3af1 #a ,petr4 #a3ab en uit openbaringen1 welke ,god hun meedeelt1 ,dan4 #h1 #i1 ,op4 #a3a4 ,maar z zn toch gebonden aan de objecten1 ,ef4 #c3aj1 #a ,petr4 #a3ab4 ,z kennen niet onze1 noch elkanders verborgen gedachten des harten1 #a ,kon4 #h3ci1 ,ps4 #aci3b1 #d1 ,hd4 #a3bd1 zoodat z ook onderling eene taal van noode hebben1 om hunne gedachten mede te deelen #a ,cor4 #ac3b1 en in het algemeen op hunne wze en naar den aard hunner natuur ook sprekende en zingende ,god verheerlken kunnen1 ,petavius1 de angelis ,i c4 #ab4 ,z kennen de toekomst niet1 noch de futura contingentia1 dan alleen per conjecturam1 ,jes4 #da3bb1 #bc4 ,z kennen den dag des gerichts niet1 ,mk4 #ac3ab4 ,en hun kennis is voor toeneming vatbaar1 ,ef4 #c3aj4 ,daarb mag zeker ook nog gevoegd1 dat de kennis en macht onder de engelen zeer verschillend is4 ,ook te dezen opzichte is er verscheidenheid en orde4 ,zelfs mag uit de enkele namen1 die in de ,schrift voorkomen1 worden afgeleid1 dat de engelen niet alleen in klassen maar ook als personen onderscheiden zn en dat z elk dragen eene bzondere individualiteit1 ook al is de meening van sommige scholastici te verwerpen1 dat elke engel eene bzondere species vormt1 ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #c art4 #b4 ,thomas1 ,s4 c4 ,gent4 ,,ii #eb4 #g4 ,eindelk zn de engelen ook daarin n1 dat z allen zedelke wezens zn4 ,dit blkt zoowel uit de goede engelen1 die ,god dienen nacht en dag1 als uit de kwade1 die in de waarheid niet zn staande gebleven4 ,over den status originalis der engelen zegt de ,schrift zeer weinig4 ,alleen getuigt z1 dat ,god b het einde van het scheppingswerk alle dingen zag en ziet1 z waren zeer goed1 ,gen4 #a3ca4 ,bovendien wordt in ,joh4 #h3dd1 ,judas #f1 #b ,petr4 #b3d een goede toestand aller engelen ondersteld4 ,en ditzelfde wordt geischt door het theisme der ,schrift1 dat het manicheisme ten eenenmale buitensluit4 ,juist echter1 wl de ,schrift zoo weinig openbaart1 vond verbeelding en redeneering hier ruim spel4 ,augustinus meende1 dat de engelen in het moment zelf van hun schepping gedeeltelk gevallen en gedeeltelk waren staande gebleven2 aan de laatsten gaf ,god dus tegelk met hunne natuur de genade der perseverantie1 simul eis et condens naturam et largiens gratiam1 de civ4 ,,xii #i1 cf4 de corr4 et gr4 c4 #aa n4 #cb4 ,hierop beriep de scholastiek zich later voor hare leer van de dona superaddita ook b de engelen4 ,volgens ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #d art4 #a qu4 #b1 ,halesius1 ,lombardus1 ,scotus e4 a4 bestonden de engelen eerst een td lang in puris naturalibus en ontvingen z later het auxilium gratiae actualis4 ,thomas echter meende met anderen1 dat de onderscheiding van natuur en genade slechts logisch was te verstaan1 en dat de genade1 om staande te kunnen blven1 aan de verschillende engelen ook in verschillende mate was geschonken1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #fb art4 #c4 en #f4 ,met die genade toegerust1 konden de engelen de hoogste1 onverliesbare zaligheid verdienen1 welke bestaat in de aanschouwing ,gods1 ,petavius1 de angelis ,i #af4 ,becanus1 ,theol4 ,schol41 de ang4 c4 #b4 #c4 ,theol4 ,wirceb4 #ahhj ,,iii #dff sq4 ,pesch1 ,prael4 ,,iii #bjd sq4 ,oswald1 ,angelologie #ha f4 ,jansen1 ,prael4 ,,ii4 #cfa sq4 ,in den locus de homine zal de leer van de dona superaddita onze bzondere aandacht vragen4 ,hier z er alleen op gewezen1 dat z in elk geval b de engelen niet den minsten grond vindt in de ,schrift4 ,de ,protest4 theologie verwierp ze dan ook eenparig4 ,z vergenoegde er zich mede1 dat de engelen1 die staande bleven1 in het goede waren bevestigd4 ,en dit hield z met ,augustinus en de scholastiek vast tegenover ,origenes1 de princ4 ,i #e4 #c4 #d1 en de ,remonstranten1 die den wil der goede engelen nog voor veranderlk hielden4 ,inderdaad worden de goede engelen in de ,h4 ,schrift ons ook altd voorgesteld als eene getrouwe schare1 die onveranderlk den wil des ,heeren doet4 ,z heeten engelen des ,heeren1 ,ps4 #ajc3bj1 #ajd3d1 1 #a ,tim4 #e3ba1 1 ,deut4 #cc3c1 ,mt4 #be3ca1 engelen des lichts1 ,luk4 #i3bf1 ,hd4 #aj3bb1 #b ,cor4 #aa3ad1 ,op4 #ad3aj4 ,z zien dagelks ,gods aangezicht1 ,mt4 #ah3aj1 worden ons ten voorbeeld gesteld1 ,mt4 #f3aj2 en de geloovigen zullen eenmaal hun gelk worden1 ,luk4 #bj3cf4 #h4 ,in al deze eigenschappen van geschapenheid1 geestelkheid1 redelkheid en zedelkheid komen de engelen met de menschen overeen4 ,juist omdat in de ,schrift de eenheid der engelen op den voorgrond treedt en hun onderlinge verscheidenheid terugwkt1 bestaat er gevaar om het verschil tusschen engel en mensch over het hoofd te zien4 ,beider overeenkomst schnt het onderscheid verre te overtreffen4 ,beiden1 mensch en engel zn persoonlke1 redelke1 zedelke wezens2 beiden zn oorspronkelk geschapen in kennis1 gerechtigheid en heiligheid2 beiden kregen heerschapp1 onsterfelkheid en zaligheid2 beiden heeten in de ,schrift zonen ,gods1 ,job #a3f1 ,luk4 #c3ch4 ,en toch wordt hun onderscheid in de ,schrift daardoor ten strengste gehandhaafd1 dat wel de mensch maar nooit de engel naar ,gods beeld geschapen heet4 ,in de theologie is dit onderscheid veelszins verwaarloosd4 ,volgens ,origenes zn de engelen en de zielen der menschen van dezelfde species2 de vereeniging der ziel met het lichaam is eene straf voor de zonde en dus eigenlk toevallig4 ,origenes kwam hiertoe1 omdat h leerde1 dat alle ongelkheid uit het schepsel was4 ,god schiep alle dingen in den beginne gelk1 dat is1 ,h schiep alleen redelke wezens en die alle gelk1 engelen en zielen4 ,ongelkheid kwam onder hen door den vren wil2 sommigen bleven staan en kregen loon1 anderen vielen en kregen straf2 de zielen werden bepaald aan lichamen gebonden4 ,heel de stoffelke wereld en al de verscheidenheid die in haar aanwezig is1 is er dus door de zonde en door de verschillende mate van zonde2 z is er niet1 om ,gods goedheid te openbaren maar om de zonde te straffen4 ,deze leer van ,origenes is nu wel door de kerk verworpen1 en de theologie heeft het soortelk verschil van mensch en engel vastgehouden1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ge art4 #g4 ,maar toch is de gedachte niet geheel overwonnen1 dat de engelen1 wl alleen geestelk1 hooger staan dan de menschen1 en daarom nog meer of minstens evenveel recht hebben op den naam van beelddragers ,gods1 ,damasc41 de fide orth4 ,,ii #c4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ic art4 #c4 ,commentatores op ,sent4 ,,ii dist4 #af4 ,oswald1 ,angelologie #be enz4 ,in de hierarchie der schepselen staan de engelen1 als zuiver geestelke wezens1 het dichtst b ,god4 ,tu eras et aliud nihil1 unde fecisti coelum et terram1 duo quaedam unum prope te1 alterum prope nihil2 unum quo superior tu esses1 alterum quo inferius nihil esset1 ,aug4 ,conf4 ,,xii #g4 ,non tantum substantiam a se longinquam1 scil4 naturam corpoream1 producere debuit 7,deus71 verum etiam propinquam et haec est substantia intellectualis et incorporea1 ,bonav4 ,brevil4 ,,ii #f4 ,maar ook ,lutherschen en ,gereformeerden hebben dit onderscheid van mensch en engel te veel uit het oog verloren en de engelen beelddragers ,gods genoemd1 ,calvn1 ,inst4 ,i #ae1 #c4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,v c4 #aj4 ,synopsis pur4 theol4 ,,xii #g4 ,,xiii #ag4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,,ix #ahg4 ,moor1 ,,ii #cce4 ,gerhard1 ,loc4 ,v c4 #d sect4 #e4 ,delitzsch1 ,bibl4 ,psych4 #fc4 ,slechts enkelen zooals ,theodoretus1 ,macarius1 ,methodius1 ,tertull4 adv4 ,marc4 ,,ii #h en anderen bestreden dit1 ,petavius1 de sex4 dierum opif4 ,,ii c4 #c #d-h4 ,augustinus zegt uitdrukkelk1 ,deus nulli alii creaturae dedit quod sit ad imaginem suam nisi homini1 b ,thomas1 ,i qu4 #ic art4 #c1 cf4 ook ,maresius1 ,syst4 ,theol4 ,v #cg4 ,hoeveel overeenkomst er ook z tusschen mensch en engel1 er is niet minder groot verschil4 ,er zn wel allerlei trekken van het beeld ,gods in de engelen1 maar de mensch is alleen het beeld ,gods4 ,dat beeld ,gods ligt niet alleen in datgene wat mensch en engel gemeen hebben1 maar evenzeer in datgene wat hen onderscheidt4 ,de voornaamste punten van verschil zn deze3 vooreerst is de engel geest en als geest compleet2 de mensch daarentegen is ziel en lichaam saam2 de ziel zonder het lichaam is onvolkomen4 ,de mensch is dus een redelk maar evenzeer een zinnelk wezen2 door het lichaam is h aan de aarde gebonden1 behoort h b de aarde en de aarde b hem4 ,en van die aarde is h hoofd en heer4 ,nadat de engelen al geschapen waren1 zegt ,god dat h den mensch wil scheppen en hem heerschapp wil geven over de aarde1 ,gen4 #a3bf4 ,heerschapp over de aarde is wezenlk eigen aan den mensch1 een stuk van het beeld ,gods1 en wordt daarom door ,christus ook aan de znen teruggegeven1 die ,h niet alleen tot profeten en priesters maar ook tot koningen maakt4 ,de engel echter1 hoe sterk en machtig ook1 is dienaar in ,gods schepping2 geen heer der aarde1 ,hebr4 #a3ad4 ,ten tweede zn de engelen als zuiver geestelke wezens ook onderling niet verbonden door banden des bloeds4 ,er is onder hen geen vader en zoon1 geen physische samenhang1 geen gemeenschap des bloeds1 geen consanguinitas2 z staan1 hoe innig ook ethisch verbonden1 toch los naast elkaar1 zoodat velen vallen konden en anderen toch staande blven4 ,in den mensch is er daarom eene afschaduwing van het ,goddelk wezen1 waarin ook personen zn1 die niet alleen door wil en genegenheid maar ook door wezen en natuur n zn4 ,ten derde is er daarom wel eene menschheid1 maar in dezen zin geen ,engelheit04 ,in nen mensch vielen allen1 maar ook in nen wordt het menschelk geslacht behouden4 ,in de menschheid is een ,adam en daarom ook een ,christus mogelk4 ,de engelen zn getuigen1 de menschen zn voorwerpen van ,gods heerlkste daden1 van de werken zner genade4 ,de aarde is het schouwtooneel van ,gods wonderen2 hier wordt de strd gestreden1 hier de triomf van het ,godsrk behaald1 en de engelen wenden naar de aarde het oog en begeeren in te zien in de geheimen des heils1 ,ef4 #c3aj1 #a ,petr4 #a3ab4 ,ten vierde moge de engel de machtiger geest zn1 de mensch is toch de rkere geest4 ,in verstand en macht gaat de engel den mensch ver te boven4 ,maar door de wonderbaar rke relatin1 waarin de mensch tot ,god1 de wereld en de menschheid staat1 is h dieper van ziel en rker van gemoed4 ,de verhoudingen1 die het geslachts- en famielieleven1 het leven in gezin1 staat en maatschapp1 het leven voor arbeid1 kunst en wetenschap medebrengt1 maken ieder mensch tot eene wereld in het klein1 welke in veelzdigheid1 in diepte1 in rkdom de persoonlkheid der engelen verre overtreft4 ,daarom zn ook de rkste en heerlkste deugden ,gods alleen voor den mensch kenbaar en genietbaar4 ,engelen ondervinden zne macht1 wsheid1 goedheid1 heiligheid1 majesteit2 maar de diepten van ,gods eeuwige ontfermingen ontsluiten zich alleen voor den mensch4 ,in den mensch of beter nog in de menschheid wordt daarom alleen op creatuurlke wze het volle beeld ,gods ontvouwd4 ,ten slotte z hier nog aan toegevoegd1 dat de engelen dus ook in eene gansch andere verhouding tot ,christus staan dan de menschen4 ,dat er eene relatie bestaat tusschen ,christus en de engelen1 is ontwfelbaar4 ,vooreerst leeren toch verschillende ,schriftplaatsen1 dat alle dingen1 ,ps4 #cc3f1 ,spr4 #h3bbv41 ,joh4 #a3c1 #a ,cor4 #h3f1 ,ef4 #c3i1 ,hebr4 #a3b en met name ook de engelen1 ,col4 #a3af door den ,zoon zn geschapen1 en alzoo is ,h de ,mediator unionis van al het geschapene4 ,maar in de tweede plaats bevatten ,ef4 #a3aj en ,col4 #a3ai1 #bj de diepe gedachte1 dat alle dingen ook in relatie staan tot ,christus als ,middelaar der verzoening4 ,god heeft nl4 alle dingen door ,christus tot zichzelven verzoend en vergadert ze alle onder ,hem als het ,hoofd4 ,de relatie bestaat nu wel niet daarin1 gelk velen gemeend hebben1 dat ,christus voor de goede engelen de gratia en de gloria verworven heeft1 cf4 ,voetius1 ,disp4 ,,ii #bfb sq4 ,gerhard1 ,loci ,theol4 ,,xxxi c4 #d #db en later b de leer der voldoening2 noch ook1 zooals anderen oordeelden1 daarin1 dat de engelen membra ecclesiae zouden kunnen heeten1 cf4 ,gerhard1 ,loci ,theol4 ,,xxii c4 #f sect4 #i4 ,maar ze is toch hierin gelegen1 dat alle dingen1 die door de zonde verstoord en uiteengeslagen zn1 weder in ,christus onderling verzoend1 in hunne oorspronkelke verhouding hersteld1 en onder ,hem als het ,hoofd beenvergaderd worden4 ,christus is alzoo wel ,heer en ,hoofd1 niet ,verzoener en ,behouder der engelen4 ,alle dingen zn door ,hem geschapen1 en daarom zn ze ook tot ,hem geschapen1 opdat ,h ze verzoend en hersteld wedergeve aan den ,vader4 ,maar menschen alleen vormen de gemeente van ,christus2 z alleen is zne bruid1 de tempel des ,h4 ,geestes1 de woning ,gods4 #i4 ,met deze natuur der engelen komt hun dienst en werkzaamheid overeen4 ,duidelk maakt de ,schrift daarb onderscheid tusschen een buitengewonen en een gewonen dienst der engelen4 ,de buitengewone dienst neemt eerst een aanvang na den val1 en is noodzakelk geworden door de zonde4 ,h is een belangrk element in de bzondere openbaring4 ,w zien de engelen het eerst optreden tot bewaking van den hof1 ,gen4 #c3bd1 maar dan verschnen ze en brengen openbaringen over1 treden zegenend of straffend op in de geschiedenis der aartsvaders en der profeten1 en door heel het ,o4 ,test4 heen4 ,z verschnen aan ,abraham1 ,gen4 #ah1 ,lot1 ,gen4 #ai1 ,jakob1 ,gen4 #bh3ab1 #cb3a2 z dienen b de wetgeving1 ,hebr4 #b3b1 ,gal4 #c3ai1 ,hd4 #g3ec2 z nemen deel in den strd van ,israel1 #b ,kon4 #ai3ce1 ,dan4 #aj vs4 #ac1 #bj2 z verkondigen ,gods raad aan ,elia en ,eliza1 aan ,ezechiel1 ,daniel en ,zacharia4 ,als om te weerleggen1 dat ze geen overblfsels uit het polytheisme zn en niet tot een praehistorisch tdperk behooren1 neemt hun buitengewone dienst in de dagen des ,n4 ,t4 nog toe4 ,z komen voor b de geboorte van ,jezus1 ,luk4 #a3ac1 #cj1 #b3aj1 b zne verzoeking1 ,mt4 #d3aa1 vergezellen hem gedurende heel zn aardsche leven1 ,joh4 #a3eb1 en verschnen vooral b zn lden1 ,luk4 #bb3dc1 opstanding1 ,mt4 #bh en hemelvaart1 ,hd4 #a3aj4 ,daarna treden z nog enkele malen op in de geschiedenis der apostelen1 ,hd4 #e3ai1 #ab3g1 #ac1 #h3bf1 #bg3bc1 ,op4 #a3a1 om dan den buitengewonen dienst te staken en eerst weer op te treden b de wederkomst van ,christus1 ,mt4 #af3bg1 #be3ca1 ,mk4 #h3ch1 ,luk4 #i3bf1 #b ,thess4 #a3g1 ,judas #ad1 ,openb4 #e3b enz41 waarb z strd voeren tegen ,gods vanden1 ,op4 #ab3g1 #a ,thess4 #d3af1 ,judas #i1 de uitverkorenen verzamelen1 ,mt4 #bd3ca1 en de goddeloozen in het vuur werpen1 ,mt4 #ac3da1 #di4 ,de buitengewone dienst der engelen bestaat dus daarin1 dat z de heilsgeschiedenis in haar keerpunten begeleiden4 ,z brengen dat heil niet zelven tot stand1 maar z nemen toch deel aan de historie van dat heil4 ,z brengen openbaringen over1 beschermen ,gods volk1 bestrden zne vanden1 en doen allerlei dienst in het rk ,gods4 ,altd zn ze daarb werkzaam op het terrein der gemeente2 ook waar ze macht krgen over de natuurkrachten1 ,op4 #ad3ah1 #af3e1 of in de lotgevallen der volken ingrpen1 geschiedt dit in het belang der gemeente4 ,daarb verdringen z nooit de souvereiniteit ,gods1 noch ook zn ze bemiddelaars der gemeenschap ,gods met den mensch4 ,maar z zn gedienstige geesten in het belang van hen1 die de zaligheid berven zullen4 ,z dienen ,god in het rk der genade1 niet in dat der natuur4 ,deze buitengewone dienst is daarom vanzelf ook opgehouden met de voltooiing der openbaring4 ,terwl z vroeger telkens bzondere openbaringen hadden over te brengen en tot de aarde nederdaalden1 zn ze nu veeleer ons ten voorbeeld en klimmen w tot hen op4 ,zoolang de bzondere openbaring nog niet was voltooid1 naderde de hemel de aarde en daalde ,gods ,zoon tot ons neder4 ,nu is ,christus verschenen1 en het woord ,gods is volkomen tot ons gesproken4 ,zoo zien de engelen dan naar de aarde heen1 om van de gemeente te leeren de veelvuldige wsheid ,gods4 ,wat zouden engelen ons nog geven kunnen1 nu ,god zelf zn eigen ,zoon ons schonk8 ,maar de ,schrift spreekt ook nog van een gewonen dienst der engelen4 ,allereerst behoort daartoe dat z ,god loven dag en nacht1 ,job #ch3g1 ,jes4 #f1 ,ps4 #ajc3bj1 #adh3b1 ,op4 #e3aa2 en de ,schrift geeft den indruk1 dat ze dat doen in hoorbare klanken1 al is het ook1 dat w van het spreken en zingen der engelen ons geen voorstelling kunnen maken4 ,maar tot dien gewonen dienst behoort ook1 dat z zich verheugen over de bekeering van den zondaar1 ,luk4 #ae3aj1 waken over de geloovigen1 ,ps4 #cd3h1 #ia3aa1 de kleinen beschermen1 ,mt4 #ah3aj1 in de gemeente tegenwoordig zn1 #a ,cor4 #aa3aj1 #a ,tim4 #e3ba1 haar volgen op hare gangen door de geschiedenis1 ,ef4 #c3aj1 door haar zich laten onderwzen1 ,ef4 #c3aj1 #a ,petr4 #a3ab en de geloovigen dragen in ,abrahams schoot1 ,luk4 #af3bb4 ,z zn alzoo werkzaam coram ,deo consistendo1 hominibus piis assistendo1 atque diabolis et hominibus malis resistendo1 ,hollaz1 p4 #cij4 ,de ,schrift blft doorgaans b deze algemeene beschrving van den gewonen dienst der engelen staan en daalt niet in bzonderheden af4 ,maar de theologie heeft zich daarmede niet tevreden gesteld2 ze heeft dien op allerlei wze gespecialiseerd4 ,vooral geschiedde dit in de leer der beschermengelen4 ,de ,grieken en ,romeinen hadden iets dergelk in hunne en genii2 niet alleen schreef men aan iederen mensch een goeden en een kwaden genius toe1 maar men had ook genin van huizen1 familin1 genootschappen1 steden1 landen1 volken1 van aarde1 zee1 wereld enz4 ,de ,joden namen zeventig volken-engelen aan met beroep op ,deut4 #cb3h en ,dan4 #aj3ac1 en gaven voorts aan elken ,israliet een engel tot geleide1 ,weber1 ,system #afa f4 ,de christelke theologie nam dit spoedig over4 ,de ,pastor van ,hermas1 ,mand4 ,,vi #b kent aan iederen mensch twee engelen toe1 en stelde voorts ook heel de schepping en den ganschen bouw der kerk onder de hoede der engelen1 ,vis4 ,,iii #d4 ,met voorliefde werd deze leer der beschermengelen ontwikkeld door ,origenes4 ,soms heeft ieder mensch b hem een goeden en een kwaden engel2 soms voegt h er aan toe1 dat alleen de goede engelen van de gedoopte ,christenen het aangezicht ,gods zien2 of ook zegt h1 dat alleen de ,christenen en de deugdzamen een beschermengel hebben1 en dat ze al naar gelang van hun verdienste een lageren of hoogeren engel tot leidsman ontvangen4 ,maar voorts neemt h ook bzondere engelen aan voor kerken1 landen1 volken1 voor kunsten en wetenschappen1 voor planten en dieren2 zoo is ,raphael de engel der genezing1 ,gabriel van den oorlog1 ,michael van het gebed enz41 cf4 de princ4 ,i #h4 ,,iii #c4 c4 ,cels4 ,v #bi4 ,,viii #ca enz4 ,en zoo leerden zakelk alle kerkvaders1 al was er verschil over1 of alle menschen dan wel alleen de ,christenen een beschermengel hadden2 of ieder mensch alleen een goeden of ook een kwaden engel had2 wanneer de beschermengel aan den mensch geschonken werd1 b de geboorte of b den doop1 en wanneer h van hem genomen werd1 b het bereiken der volmaaktheid of eerst b den dood4 ,b allen stond ook vast1 dat er niet alleen beschermengelen der menschen zn maar ook van landen1 volken1 kerken1 diocesen1 provincin enz41 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #bdd4 ,later werd deze bescherming der engelen ten deele beperkt en ten deele nog uitgebreid4 ,beperkt1 in zoover sommigen op het voetspoor van ,pseudodionysius1 de coel4 hier4 c4 #ac leerden1 dat de drie hoofdklassen der engelen1 cherubim1 serafim en tronen1 ,god alleen dienden in den hemel1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #aab4 ,uitgebreid1 inzoover de scholastiek heel de voorzienigheid ,gods in natuur en geschiedenis1 inzonderheid in de beweging der sterren1 door engelen bemiddeld dacht1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #gj art4 #c4 qu4 #aaj art4 #a4 ,s4 c4 ,gent4 ,,iii #gh sq4 ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #ad p4 #a art4 #c qu4 #b4 ,beschermengelen van menschen worden door de ,roomsche theologen algemeen aangenomen en worden ook in den ,catech4 ,rom4 ,,iv c4 #i qu4 #d en #e erkend4 ,maar overigens is er over al de bovengenoemde punten onder hen groot verschil van gevoelen1 cf4 ,petavius1 de ang4 ,,ii c4 #f-h4 ,becanus1 ,theol4 schol4 tract4 ,,iii de angelis c4 #f4 ,theol4 ,wirceb4 ,paris4 #ahhj ,,iii #dhj4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,iii #baj4 ,oswald1 ,angelologie #abj f4 enz4 ,dezelfde leer vinden w b ,luther1 cf4 ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,,ii #cde2 maar de ,luthersche theologen waren meest voorzichtiger1 ,gerhard1 ,loci theol4 ,v cap4 #d sect4 #ae4 ,quenstedt1 ,theol4 did4 pol4 ,i #dej4 ,hollaz1 ,syst4 theol4 p4 #cij4 ,calvn verwierp de angeli tutelares1 ,inst4 ,i #ad1 #g4 ,comm4 op ,ps4 #ia1 ,mt4 #ah3aj en de meeste ,geref4 volgden hem1 zie vooral ,voetius1 ,disp4 ,i #hig sq42 slechts enkelen namen beschermengelen van menschen aan1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #adb sq4 ,bucanus1 ,inst4 theol4 ,,vi #bh4 ,maccovius1 ,loci ,comm4 p4 #cid4 ,rivetus1 ,alsted1 ,vossius1 ook ,hugo ,grotius op ,mt4 #ah3aj1 cf4 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 #aee4 ,m4 ,vitringa ,,ii #aag4 ,in den nieuweren td heeft de leer der beschermengelen weer steun gevonden b ,hahn1 ,weiss1 ,bibl4 ,theol4 des ,n4 ,t4 #eid4 ,ebrard1 ,dogm4 #bci4 ,vilmar1 ,dogm4 ,i #caj4 ,martensen1 ,dogm4 #fi e4 a4 ,voorts werd de gewone dienst der engelen ook nog daarin nader bepaald1 dat z met hunne voorbede voor de geloovigen op aarde ten goede werkzaam waren in den hemel4 ,ook dit werd reeds door de ,joden1 en ook door ,philo geleerd1 en dan door ,origenes1 c4 ,cels ,,viii #fd en de kerkvaders overgenomen en in de ,roomsche symbolen vastgesteld1 ,catech4 ,rom4 ,,iii c4 #b qu4 #e n4 #b4 ,ook de ,luthersche beldenisschriften spreken nog van deze voorbede1 ,apol4 ,conf4 art4 #ba4 ,art4 ,smalc4 ,,ii #b1 en evenzoo de ,luth4 dogmatici1 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,ii #cbd4 ,daarentegen werd ze door de ,gereformeerden eenparig verworpen4 ,voor dezen specialen dienst van bescherming en voorbede beroept men zich op enkele plaatsen der ,schrift1 vooral ,deut4 #cb3h1 ,dan4 #aj3ac1 #bj1 ,mt4 #ah3aj1 ,op4 #a3bj1 #b3a enz41 ,job #cc3bc1 ,zach4 #a3ab1 ,luk4 #ae3g1 ,op4 #ah3c1 en vooral ook op ,tobias #ab3ab-ae4 ,op zichzelve is deze leer van de bescherming en van de voorbede der engelen niet verwerpelk4 ,dat ,god evenals in de bzondere1 zoo ook in de algemeene openbaring zich dikwerf of zelfs geregeld van engelen bedient1 is op zichzelf niet onmogelk2 en evenmin is het ongermd1 dat de engelen voor de menschen hunne gebeden opzenden tot ,god1 daar z toch belang stellen in hun lot en de gangen van het koninkrk ,gods in de geschiedenis der menschheid nagaan4 ,maar1 hoe weinig er op zichzelf tegen in te brengen z1 de ,schrift neemt in betrekking tot bescherming en voorbede der engelen eene soberheid in acht1 welke ons ten regel moet zn4 ,in ,deut4 #cb3h lezen we1 dat ,god b de scheiding der volken reeds gedacht heeft aan zn volk ,israel en hunne woning bepaalde 1 naar het getal der kinderen ,israels1 d4 i4 zoo1 dat ,israel naar zn getal eene genoegzame erve ontving4 ,de ,,lxx heeft echter deze woorden vertaald door en gaf daardoor aanleiding tot de leer der volkenengelen4 ,de oorspronkelke tekst leert hier echter niets van en valt dus als bewsplaats geheel weg4 ,iets anders is het met ,daniel #aj3ac1 #bj4 ,daar wordt gezegd1 dat de in vs4 #e aan ,daniel verschnende gestalte stond tegenover den vorst van ,perzie en1 geholpen door ,michael1 die een der eerste vorsten vs4 #ac1 de groote vorst voor de kinderen ,israels #ab3a1 #aj3ba genoemd wordt1 dien vorst van ,perzie verdreef en b de koningen van ,perzie zne plaats innam4 ,calvn en de ,geref4 dachten b dien vorst van ,perzie gewoonlk aan de ,perzische koningen4 ,maar het schnt1 dat onder dien vorst toch iets anders1 nl4 de beschermgeest van ,perzie moet worden verstaan4 ,want vooreerst is er geen twfel aan1 of ,israel heeft zulk een beschermengel in ,michael1 die zn vorst heet1 #aj3ac1 #ba1 #ab3a2 ten tweede worden de koningen van ,perzie in #aj3ac duidelk van dien vorst onderscheiden2 en ten derde eischt de analogie1 dat de geestelke macht aan de eene zde strd voert tegen eene geestelke macht aan den anderen kant4 ,het boek ,daniel geeft ons dus werkelk de voorstelling1 dat de strd tusschen het rk ,gods en de koninkrken der wereld niet alleen hier op aarde maar ook in het rk der geesten tusschen de engelen gestreden wordt4 ,meer mag en kan er niet uit worden afgeleid4 ,er ligt volstrekt niet in1 dat elk land en volk zn eigen engel heeft4 ,maar b den geweldigen kamp1 die er tusschen ,israel en ,perzie1 dat is hier wezenlk tusschen 't rk ,gods en dat van ,satan gestreden wordt1 treden er aan weerszde engelen op1 die deelnemen aan den kamp en de volken ondersteunen4 ,nog veel minder kan uit ,op4 #a3bj enz4 worden afgeleid1 dat iedere gemeente haar engel heeft1 want onder de 1 der zeven gemeenten zn niets anders dan hare leeraren te verstaan2 ze worden toch geheel beschouwd als representanten der gemeenten2 het zn hunne werken1 die geprezen of gelaakt worden2 aan hen worden de brieven geschreven4 ,den meesten steun vindt de leer der beschermengelen in ,mt4 #ah3aj1 welke tekst ongetwfeld inhoudt1 dat eene bepaalde klasse der engelen belast is met de bescherming der kleinen1 maar waar toch in het minst niet staat1 dat aan elken uitverkorene een engel is toegevoegd4 ,dit wordt alleen gevonden in het apocriefe boek ,tobias4 ,maar daarmede verraadt deze leer der beschermengelen ook haren oorsprong4 ,z is wezenlk van heidensche afkomst4 ,z leidt bovendien tot allerlei spitsvondige vragen en dele kwestin4 ,z weet niet1 of aan iederen mensch b4 v4 zelfs nog aan den antichrist1 gelk ,thomas meende1 ,i qu4 #aac art4 #d1 of alleen aan de uitverkorenen een engel wordt toegevoegd1 of alleen een goede of ook een kwade engel allen vergezelt1 wanneer h aan iemand geschonken en van hem genomen wordt1 wat zn dienst is enz4 ,daarom mogen w niet verder gaan1 dan dat aan bepaalde klassen der engelen ook de behartiging van bepaalde belangen op aarde is opgedragen4 ,en evenzoo is het met de voorbede der engelen2 ze wordt geleerd in ,tobias #ab3af1 maar komt in de ,schrift niet voor4 ,in ,job #cc3bc is van den ,angelus increatus sprake4 ,luk4 #ae3g leert wel1 dat de engelen zich over de bekeering eens zondaars verheugen en onderstelt dus ook wel1 dat z die wenschen1 maar spreekt toch van geen voorbede in eigenlken zin4 ,en in ,op4 #h3c ontvangt een engel wel een wierookvat met reukwerk1 om de in zichzelf zondige gebeden der heiligen liefelk en aangenaam te maken voor den ,heere2 maar van voorbede wordt ook hier met geen woord melding gemaakt4 ,de engel is eenvoudig dienaar1 h richt het altaar niet op1 h bereidt het reukwerk zelf niet maar ontvangt het1 en laat alleen de gebeden met dat reukwerk opstgen tot ,god4 ,h verricht een dergelken dienst als de serafim in ,jes4 #f3f1 #g4 #aj4 ,deze leer der beschermengelen en van hunne voorbede heeft eindelk ook dit nadeel gehad1 dat ze in de practk spoedig tot eene vereering en aanbidding der engelen heeft geleid4 ,col4 #b vs4 #ah leert1 dat zulk eene reeds in den apostolischen td voorkwam4 ,theodoretus merkt in zn commentaar b die plaats op1 dat zulk een dienst der engelen in zn td nog in ,phrygie bestond en dat de synode te ,laodicea de vereering der engelen verboden had1 opdat ,god niet verlaten werd1 ,schwane1 ,d4 ,g4 ,,ii #bde4 ,vele kerkvaders waarschuwen tegen vereering en aanbidding der engelen1 ,iren4 adv4 haer4 ,,ii #cb4 ,orig4 c4 ,cels4 ,v #d1 #e4 ,,viii #ac4 ,athanasius1 c4 ,ar4 ,,ii #bc4 ,augustinus1 de vera relig4 #ee4 ,conf4 ,x #db4 de civ4 ,,viii #be enz4 ,de overtuiging is nog algemeen1 dat ,god alleen aangebeden mag worden1 en dat aan de engelen alleen eene burgerlke eer toekomt4 ,honoramus eos caritate1 non servitute1 ,aug4 de vera relig4 #ee4 ,ze zn potius imitandi quam invocandi1 de civ4 ,x #bf4 ,en nog ,gregorius de ,groote zegt in zne uitlegging op het ,hooglied cap4 #h1 dat1 sedert ,christus op aarde gekomen is1 ab ipsis etiam angelis ecclesia honoratur2 onder het ,o4 ,t4 bad ,jozua wel den engel aan1 ,jos4 #e3ai1 maar in het ,n4 ,t4 wst de engel de aanbidding van ,johannes af1 ,op4 #bb3i4 ,maar toch bewzen deze waarschuwingen juist1 dat in de practk de grenzen tusschen de aanbidding ,gods en den eerbied aan de engelen werden uitgewischt4 ,duidelk wordt de aanroeping der engelen het eerst uitgesproken door ,ambrosius1 de viduis1 cap4 #i #ee1 waar h o4 a4 zegt3 obsecrandi sunt angeli1 qui nobis ad praesidium dati sunt4 ,reeds ,eusebius maakte de onderscheiding tusschen het 1 dat tegenover de engelen ons past1 en het 1 dat ,gode alleen toekomt1 ,praep4 ,ev4 ,,vii #ae1 en zakelk vinden we deze ook al b ,orig4 c4 ,cels4 ,,viii #ac4 #eg4 ,augustinus nam ze over1 juist om de godsdienstige vereering der engelen te voorkomen1 de civ4 ,v #ae4 ,,vii #cb4 ,x #a4 ,maar weldra werd die onderscheiding gebezigd1 om de aanroeping der engelen te wettigen4 ,zoo reeds op het concilie van ,nicea #ghg en dan voorts b de scholastici1 ,lombardus1 ,sent4 ,,iii dist4 #i4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,,ii #b qu4 #ajc art4 #c4 ,trente noemde de aanroeping goed en nuttig1 sess4 #be2 de ,catech4 ,rom4 ,,iii cap4 #b qu4 #d n4 #c grondde ze daarop1 dat de engelen steeds ,gods aangezicht zien en het patrocinium salutis nostrae hebben op zich genomen2 het ,breviarium ,romanum nam ook gebeden op in festo angelorum en de ,roomsche dogmatici verdedigen haar eenparig1 ,bellarminus1 de sanct4 beatit4 ,i c4 #aa-bj4 ,petavius1 de angelis ,,ii c4 #i en #aj1 hoewel ze haar gewoonlk later b den cultus sanctorum behandelen4 ,lutherschen en ,gereformeerden en schier alle ,protestanten stonden echter sterk1 als ze deze godsdienstige vereering der engelen1 evenals ook die der heiligen verwierpen1 ,luther1 b ,kstlin1 ,l4 ,theol4 ,,ii #bc f4 ,zwingli1 ,op4 ,i #bfh sq4 #bhj sq4 ,,iii #ace sq4 enz4 ,calvn1 ,inst4 ,i #ad1 #aj-ab1 cf4 ,,iii #bj1 #bj-bd4 ,gerhard1 ,loci theol4 ,,xxvi #cgj-dhj1 over de engelen vooral #dbg4 ,quenstedt ,i #dhf sq4 ,turretinus1 ,th4 ,el4 ,,vii qu4 #i4 ,id4 ,de necessaria secessione nostra ab ecclesia ,romana1 ,genevae #afib1 disp4 #b-d de idololatria ,romana p4 #cc-aji4 ,want vooreerst is er geen enkel voorbeeld van in de ,schrift2 wel beroepen de ,roomschen zich op enkele plaatsen des ,o4 ,test4 zooals ,gen4 #ah3b1 #cb3bd1 #dh3af1 ,ex4 #bc3bj1 ,num4 #bb3ca1 ,jos4 #e vs4 #ad1 ,richt4 #ac3ag1 maar hier is overal niet van een geschapen engel maar van den ,malak ,ihvh sprake1 en in het ,n4 ,t4 is er zelfs geen schn van eenig bews te vinden4 ,maar dat niet alleen2 de engelenvereering is niet alleen zonder voorschrift en zonder voorbeeld in de ,schrift1 zoodat ,rome met eenigen schn van grond zou kunnen beweren1 dat de vereering van engelen en heiligen in de ,schrift niet verboden en dus toegelaten is1 en daarom ook feitelk haar niet oplegt en gebiedt1 maar alleen veroorlooft en nuttig rekent1 ,jansen ,prael4 theol4 ,,iii #ajjh2 ze wordt er ook positief in verboden1 ,deut4 #f3ac1 #aj3bj1 ,mt4 #d3aj1 ,col4 #b3ah1 #ai1 ,op4 #ai3aj1 #bb3i4 ,godsdienstige eer mag naar de ,schrift alleen aan ,god bewezen worden en komt aan geen schepsel toe4 ,de ,roomschen hebben dit niet geheel durven ontkennen1 maar toch met de onderscheiding van latria en dulia de vereering der engelen zoeken te rechtvaardigen4 ,nu is dit b ,rome geen onderscheid tusschen godsdienstige en burgerlke eer1 hetgeen te billken zou zn2 neen1 de vereering van engelen en heiligen1 draagt b ,rome wel terdege een godsdienstig karakter1 z het ook dat deze relatief is4 ,de dulia is een cultus religiosus4 ,maar zoo verstaan1 wordt ze n door de ,schrift n door de practk veroordeeld4 ,de ,schrift kent geen tweerlei godsdienstige vereering1 eene lagere en eene hoogere4 ,de ,roomschen geven dan ook toe1 dat latria en dulia volstrekt niet in de ,schrift zoo onderscheiden worden als z doen1 en dat ze ook etymologisch daartoe geen grond geven4 ,het hebr4 is nu eens door 1 dan door vertaald1 cf4 ,deut #f3ac en #a ,sam4 #g3c1 #a ,sam4 #ab3bj en ,deut4 #aj3ab2 aan ,israel wordt zoowel het als het van andere goden verboden1 ,ex4 #bj3e1 ,jer4 #bb3i4 ,evenzoo wordt het hebr4 door beide grieksche woorden overgezet1 ,ez4 #bj3cb1 ,jes4 #ef3f4 ,meermalen wordt van ,god gebruikt1 ,mt4 #f3bd1 ,rom4 #g3f1 #ad3ah1 #af3ah1 ,gal4 #d3i1 ,ef4 #f3g1 ,col4 #c3bd1 #a ,thess4 #a3i en wordt ook wel gebezigd van dienst jegens menschen4 ,noch etymologisch noch ,schriftuurlk zn de beide woorden zoo onderscheiden1 als ,rome dit leert4 ,heel het onderscheid is willekeurig4 ,trouwens1 het monotheisme brengt mede1 dat er maar ne godsdienstige vereering is en kan zn2 alle vereering van schepselen is f alleen burgerlk f ze doet aan het monotheisme tekort en schrft aan schepselen een ,goddelk karakter toe4 ,de praktk leert dit ook ten duidelkste4 ,al zegt men telkens1 dat engelen en heiligen slechts middelaars zn1 dat z niet zelven rechtstreeks maar ,god in hen wordt aangeroepen1 dat ,gods eer door hunne aanroeping niet verminderd maar vermeerderd wordt2 het doet alles feitelk niets ter zake1 de ervaring toont maar al te duidelk1 dat de ,roomsche ,christen op schepselen zn vertrouwen stelt4 ,bovendien1 al ware de onderscheiding op zich zelve juist1 z zou toch de godsdienstige vereering der engelen niet kunnen rechtvaardigen4 ,want indien deze redeneering ter verdediging genoegzaam ware1 zou geen afgoder en geen beeldendienst meer te veroordeelen zn4 ,de ,heidenen1 dieren en beelden aanbiddend1 wisten zeer goed1 dat deze niet de goden zelven waren1 ,rom4 #a3bc4 ,de ,joden hielden het gouden kalf niet voor ,jahveh zelf1 ,ex4 #cb3d1 #a ,kon4 #ab3bh4 ,satan1 ,christus verzoekende1 eischte volstrekt niet1 dat deze hem voor ,god zou houden1 ,mt4 #d3i4 ,en ,johannes dacht geenszins1 dat de engel1 die hem verscheen1 ,god was1 ,op4 #ai3aj4 ,en toch antwoordt ,jezus3 den ,heer uwen ,god zult g aanbidden en ,hem alleen dienen4 ,dit alleen is exclusief1 evenals de eenige ,middelaar ,christus ,jezus alle andere engelen of menschen als middelaars uitsluit4 ,maar dit is het juist1 wat door ,rome ontkend wordt4 ,evenals ,mt4 #ai3ag1 #bc3h1 ,joh4 #i3e1 #a ,tim4 #b3e1 #f3af enz4 niet uitsluiten1 dat ook menschen goed1 meester1 licht1 middelaar1 onsterfelk kunnen heeten1 zoo bewst ook volgens ,rome ,mt4 #d vs4 #aj niet1 dat ,god alleen mag worden aangebeden4 ,de engelen en heiligen zn n4l4 volgens ,rome de ,goddelke natuur zelve deelachtig2 de dona supernaturalia zn wel geschonken1 afgeleid maar zn van dezelfde natuur als het ,goddelke wezen zelf4 ,en daarin ligt b ,rome de diepste grond van de aanbidding der heiligen en engelen4 ,god deelt in de justitia supernaturalis zichzelf1 zn eigen wezen aan schepselen mee2 en daarom mogen deze ook op godsdienstige wze worden vereerd4 ,en de eigenlke gedachte van ,rome is deze3 tot esse species adorationis1 quot sunt species excellentiae1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,,ii #b qu4 #ajc art4 #c4 ,bellarminus1 de sanct4 beatit4 ,i c4 #ab4 ,petavius1 de angelis ,,ii c4 #aj4 ,jansen1 ,praet4 ,theol4 ,,iii #ajag4 ,mhler ,symb4 #eb4 #ec4 ,door de verwerping van de godsdienstige vereering der engelen heeft het ,protestantisme erkend1 dat de engelen geen onontbeerlk element zn in het religieuse leven der ,christenen4 ,z zn de bewerkers niet van ons heil1 de grond niet van ons vertrouwen1 het voorwerp niet van onze vereering2 niet met hen1 maar met ,god staan w in gemeenschap2 zelfs verschnen z ons thans niet meer en heeft alle bzondere openbaring door engelen opgehouden4 ,de engelen kunnen en mogen in de ,prot4 kerken en confessies niet die plaats innemen1 welke in de ,roomsche hun is aangewezen4 ,maar toch is daarmee niet alle beteekenis van de wereld der engelen voor de religie ontkend4 ,deze ligt allereerst daarin1 dat ,god zich b zne werken op het terrein der genade van den dienst van engelen gebruiken wil4 ,de engelen zn van buitengewone beteekenis voor het rk ,gods en zne geschiedenis2 op alle keerpunten ontmoeten w ze2 z zn bemiddelaars der opstanding1 getuigen van ,gods groote daden4 ,hun beteekenis is veelmeer van objectieven dan van subjectieven aard4 ,van gemeenschap met de wereld der engelen weten we in onze religieuse ervaring niets af4 ,noch op ons godsdienstig noch op ons zedelk leven hebben de engelen een invloed1 die onder duidelke woorden te brengen is4 ,hun waarde ligt in de geschiedenis der openbaring1 gelk de ,schrift ons die kennen doet4 ,in de tweede plaats kunnen de engelen daarom ook geen object zn van onze eerbiedige hulde1 gelk w die aan menschen bewzen4 ,zeer zeker is er eene burgerlke eer1 welke w hun te betoonen hebben4 ,maar deze is toch ook weer anders dan tegenover menschen1 die w persoonlk kennen en ontmoeten4 ,de ,roomschen betoogen de vereering der engelen ook vooral met de redeneering1 dat z als gezanten des ,allerhoogsten toch op onze hulde aanspraak hebben1 evenals in de ambassadeurs der vorsten dezen zelven worden geerd4 ,en dit is ook op zichzelf volkomen juist4 ,indien een engel ons verscheen1 zou h door ons met eerbiedige hulde moeten worden begroet4 ,en zoo geschiedde ook1 als engelen in de dagen der openbaring aan menschen verschenen4 ,alleen maar1 zulke verschningen zn er niet meer4 ,van eene hulde1 gelk de aartsvaders1 profeten1 apostelen die aan de hun verschnende engelen toebrachten1 kan b ons geen sprake zn4 ,het is niet mogelk1 om zulk een eerbied en hulde aan hen te bewzen4 ,in de derde plaats is er daarom nog wel eene eere1 die de engelen van ons ontvangen moeten4 ,maar deze eere is in geen enkel opzicht godsdienstig1 maar alleen burgerlk van aard1 in het wezen der zaak gelk aan die1 welke w aan menschen1 aan schepselen toekennen4 ,en deze honor civilis bestaat daarin1 dat w met eerbied aan hen denken en van hen spreken1 dat w hen niet in de kleinen verachten1 ,mt4 #ah vs4 #aj1 dat w gedachtig zn aan hunne tegenwoordigheid1 #a ,cor4 #aa vs4 #aj1 dat w hun verkondigen de veelvuldige wsheid ,gods1 ,ef4 #c3aj1 dat w hen doen inzien in de verborgenheden des heils1 #a ,tim4 #e3ba1 dat w door onze bekeering hun vreugde bereiden1 ,luk4 #ae3aj1 hen navolgen in het betrachten van ,gods wil1 ,mt4 #f3aj1 dat w n met hen ons gevoelen en leven in de verwachting van tot hen te gaan1 ,hebr4 #ab3bb1 dat w met hen en alle schepselen n koor vormen tot grootmaking van den ,naam des ,heeren1 ,ps4 #ajc3bj1 #ba4 ,hierin bestaat de ware vereering der engelen4 ,en indien dit goed verstaan wordt1 dan kan eindelk in de vierde plaats de leer der engelen ons ook tot troost en bemoediging zn4 ,god heeft ook deze leer ons geopenbaard1 opdat ,h ons in onze zwakheid sterken1 in onze moedeloosheid opbeuren zou4 ,w staan in den geestelken strd niet alleen4 ,w staan in verband met eene gansche wolke van getuigen rondom ons heen4 ,er is nog eene andere1 betere wereld dan deze1 waar ,god op volmaakte wze wordt gediend4 ,z is ons tot voorbeeld1 tot prikkel en aansporing1 en tevens tot heimwee en einddoel4 ,gelk de wereld der engelen in de openbaring tot ons is neergedaald1 zoo klimt de gemeente in ,christus tot haar op4 ,w zullen den engelen gelk zn en dagelks zien het aangezicht van onzen ,vader1 die in de hemelen is1 ,mastricht1 ,theol4 theor4 pr4 ,,iii #g1 #be4 ,love1 ,theol4 practica p4 #bje4 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,ii #cbj f4 ,frank1 ,chr4 ,wahrh4 ,i #cec4 v4 ,oosterzee1 ,chr4 ,dogm4 #eg1 #aj4 #ca4 ,,de ,,stoffelijke ,,wereld4 #a4 ,naast de geestelke bestaat er ook eene stoffelke wereld4 ,maar terwl de engelen in hun bestaan en wezen alleen uit de openbaring bekend en voor rede en wetenschap verborgen zn1 wordt de stoffelke wereld door allen aanschouwd en komt ze zoowel in de philosophie als in de theologie1 zoowel in de religie als in de wetenschap ter sprake4 ,hier is daarom ieder oogenblik verschil en botsing mogelk4 ,wel spreken beide1 philosophie en theologie1 over de stoffelke wereld in verschillenden zin4 ,gene vorscht den oorsprong en de natuur van alle dingen na1 maar deze gaat van ,god uit1 en leidt alles tot ,hem terug2 z heeft het met de schepselen alleen te doen1 inzoover ze werken ,gods zn en iets van zne deugden openbaren2 ook waar ze over de schepselen handelt1 is en blft ze dus altd theologie1 ,thomas1 ,s4 c4 ,gent ,,ii c4 #b sq4 ,polanus1 ,synt4 theol4 ,v c4 #g4 ,maar al is er zoo een belangrk onderscheid1 theologie en philosophie handelen toch over dezelfde wereld4 ,om botsing tusschen beide te vermden1 is wel menigmaal boedelscheiding voorgesteld3 de wetenschap zou de zichtbare dingen onderzoeken en aan religie en theologie niets overlaten dan de religieus-ethische wereld2 of nog strenger1 al het znde zou voor de wetenschap zn en alleen in waardeeringsoordeelen zou de religie mogen spreken4 ,maar zulk eene scheiding is beide theoretisch en practisch onmogelk4 ,gelk elk wetenschappelk stelsel ten slotte altd wortelt in godsdienstige overtuigingen1 zoo is er geen enkele religie1 die niet eene bepaalde beschouwing over het geschapene meebrengt4 ,alle godsdiensten hebben hunne kosmogonien1 die niet uit wsgeerige redeneering zn ontstaan maar berusten op overlevering4 ,ook ,genesis #a is geenszins eene wsgeerige wereldbeschouwing1 maar eene traditie1 die in veel opzichten met de kosmogonien der andere godsdiensten overeenstemt en toch ook op merkwaardige wze daarvan afwkt4 ,de overeenkomst bestaat daarin1 dat in alle kosmogonien de wereldformatie wordt toegeschreven aan ,god1 dat de eerste toestand een onontwikkelde en chaotische was1 dat de vorming der wereld in eenige tdperken verloopt1 van lager tot hooger opklimt en eindigt in den mensch1 die ,gode verwant is1 cf4 boven bl4 #chf4 ,maar de punten van verschil zn nog veel grooter4 ,de heidensche kosmogonien zn alle tegelk ook theogonien1 nemen alle eene ,urstof aan en leeren een chaos in eigenlken zin4 ,het verhaal in ,genesis daarentegen is streng monotheistisch1 het leert eene schepping uit niets1 en kent geen eigenlken chaos4 ,daarom is het ook ongeloofelk1 dat de ,joden dit verhaal in de ballingschap van de ,babylonirs zouden hebben overgenomen4 ,vooreerst toch was de schepping ook reeds vr de ballingschap aan de ,israelieten bekend4 ,vervolgens was dit ook reeds het geval met de zevendaagsche week1 welke op de scheppingsdagen is gegrond4 ,dan is het onwaarschnlk1 dat de ,joden een zoo belangrk stuk hunner leer van hunne overwinnaars zouden hebben overgenomen4 ,en eindelk1 waren de heidensche kosmogonien zoo door en door polytheistisch1 dat ze het monotheistisch volk van ,israel veeleer moesten afstooten dan aantrekken en zich ook maar niet zoo in een schoon1 monotheistisch verhaal als ,gen4 #a lieten omwerken4 ,veeleer pleit alles er voor1 dat w in ,genesis eene traditie bezitten1 die van de oudste tden afkomstig is1 b de andere volken allengs is verbasterd1 en door ,israel in hare zuiverheid is bewaard1 ,delitzsch1 ,neuer ,comm4 z4 ,genesis ,s4 #da4 #db4 #b4 ,in het verhaal van ,gen4 #a dient het eerste vers opgevat als de beschrving van een eigen feit4 ,in vers #b bestaat de aarde reeds1 z het ook in woesten en ledigen toestand4 ,en vers #a verhaalt den oorsprong van die aarde2 ze werd door ,god terstond als aarde geschapen4 ,nadat in vers #a maar even de hemel naast de aarde werd genoemd1 gaat vers #b terstond tot de aarde over1 de kosmogonie wordt geogonie4 ,en die aarde is van het eerste moment af aarde2 geen in aristotelischen zin1 geene materia prima1 geen chaos ook in den zin der heidensche kosmogonien4 ,ein geschaffenes ,chaos ist ein ,unding 7,dillmann74 ,wel wordt de aarde ons nu beschreven als 1 als een 1 waarover de duisternis zich uitbreidde4 ,maar dit drukt iets gansch anders uit dan wat gewoonlk onder chaos wordt verstaan4 ,het woord komt meermalen1 vooral b ,jesaia1 voor en doet overal denken aan eene ruimte1 die ledig is2 aan eene plaats1 waar geen weg en alles ongebaand en ongevormd is4 ,het woord wordt nog gevonden in ,jes4 #cd3aj en ,jer4 #d3bc1 beide malen in verbinding met 1 en drukt dezelfde gedachte uit4 ,de toestand der aarde in ,gen4 #a3b is niet die van eene positieve verwoesting maar van een nog niet gevormd zn4 ,er is geen licht1 geen leven1 geen organisch wezen1 geen vorm en gestalte der dingen4 ,nog nader wordt h daardoor verklaard1 dat h een was1 eene bruisende watermassa1 in duisternis gehuld4 ,de aarde is ' 1 #b ,petr4 #c3e1 ,ps4 #ajd3e1 #f4 ,deze ongevormde1 onontwikkelde toestand heeft naar de bedoeling van ,genesis zeker eenigen td1 hoe kort dan ook1 geduurd4 ,er wordt geen bloot logische onderstelling in beschreven1 maar een feitelke toestand4 ,alleen rst dan de vraag1 hoelang deze toestand duurde4 ,dit nu hangt weder geheel daarvan af1 of de schepping van hemel en aarde1 waarvan ,gen4 #a3a spreekt1 valt vr of binnen den eersten dag4 ,genesis geeft geen anderen indruk1 dan dat de schepping van hemel en aarde in vers #a en de ongevormde toestand der aarde in vers #b aan den eersten dag vooraf gaat4 ,immers1 in vers #b is er nog duisternis en geen licht2 de dag nu is niet en begint niet met duisternis maar met licht2 eerst door de schepping van het licht vers #c wordt de dag mogelk2 ,god noemde dan ook niet de duisternis maar het licht dag en de duisternis noemde ,h nacht1 vers #e2 de wisseling van licht en donker1 van dag en nacht kon eerst met de schepping van het licht een aanvang nemen2 eerst nadat het licht was geweest1 kon het avond en daarna weer morgen worden1 en met dezen morgen eindigde de eerste dag1 want ,gen4 #a rekent den dag van morgen tot morgen4 ,het werk van den eersten dag bestond dus niet in de schepping van hemel en aarde1 niet in het laten voortbestaan van den ongevormden toestand1 maar in de schepping van het licht en de scheiding van licht en duisternis4 ,tegen deze exegese zou nu ook volstrekt geen bezwaar bestaan1 indien niet elders stond1 dat ,god hemel en aarde in zes dagen schiep1 ,ex4 #bj3aa1 #ca3ag4 ,dit kan echter niet anders dan van de creatio secunda worden verstaan4 ,immers1 in deze beide teksten valt er de nadruk niet op1 dat ,god alles uit niets heeft voortgebracht1 maar dat ,h met de vorming van hemel en aarde zes dagen is werkzaam geweest1 en dit wordt ons tot voorbeeld gesteld4 ,duidelk is er een onderscheid tusschen wat ,god1 ,gen4 #a3a in den beginne01 cf4 ,joh4 #a3a en wat ,h1 ,gen4 #a3cv4 sprekende in de zes dagen doet2 de ongevormde toestand van ,gen4 #a3b zondert beide van elkander af4 ,de creatio prima is onmiddellk1 immediata1 z is een voortbrengen van hemel en aarde uit niets1 z onderstelt volstrekt geen voorhanden stof1 z heeft plaats gehad cum tempore4 ,maar de creatio secunda1 die met vers #c aanvangt is niet rechtstreeksch en onmiddellk1 z onderstelt de in vers #a geschapen stof en sluit zich daarb aan1 en z geschiedt bepaaldelk in tempore en wel in zes dagen4 ,vandaar dat deze creatio secunda reeds in de werken der onderhouding en regeering vooruit grpt2 z is al ten deele onderhouding en geen loutere schepping meer4 ,trouwens1 in hetzelfde moment1 als hemel en aarde in vers #a door ,god geschapen zn1 worden z ook door ,hem onderhouden4 ,de creatio gaat terstond en onmiddellk in de conservatio en gubernatio over4 ,maar toch behoort het werk der zes dagen1 ,gen4 #a3cv41 nog tot de schepping gerekend te worden4 ,want al de schepselen1 welke in die zes dagen voortgebracht zn1 licht1 uitspansel1 zon1 maan1 sterren1 plant1 dier1 mensch zn volgens ,genesis niet door immanente krachten naar vaststaande wetten uit de aanwezige stof in den weg der evolutie voortgekomen4 ,die stof was onmachtig1 om dat alles alleen langs natuurlken weg1 door immanente ontwikkeling1 voort te brengen4 ,z had er in zichzelve de geschiktheid1 de potentia niet toe2 ze had alleen eene potentia obedientialis4 ,god bracht uit de ,urstof van ,gen4 #a3a sprekende1 scheppende heel den kosmos voort4 ,b elke nieuwe formatie sloot ,h zich wel b het reeds bestaande aan1 maar het hoogere is toch niet uit het lagere voortgekomen alleen door immanente kracht4 ,er was telkens een scheppend woord van ,gods almacht toe noodig4 #c4 ,het scheppingswerk is door ,herder e4 a4 in twee ternaren verdeeld1 zoo1 dat de werken van den tweeden ternaar beantwoorden aan die van den eersten4 ,er is inderdaad overeenkomst tusschen het werk van den eersten en van den vierden dag2 maar de tweede en vfde en evenzoo de derde en zesde staan niet in zoodanig parallelisme4 ,op den vfden dag toch worden niet alleen de vogelen in het uitspansel1 maar ook de visschen en waterdieren geschapen1 wat veelmeer overeenkomt met het werk van den derden dag4 ,wel echter is er in de scheppingswerken duidelk een voortgang merkbaar van het lagere tot het hoogere1 van de algemeene onderstellingen voor het organische leven tot dit organische leven zelf in zne verschillende vormen4 ,beter is daarom de oude verdeeling van heel het scheppingswerk in drie deelen3 creatio ,gen4 #a3a1 #b1 distinctio op de eerste drie dagen1 tusschen licht en duisternis1 hemel en aarde1 land en zee1 en ornatus op den vierden tot den zesden dag1 bevolking van de toebereide aarde met allerlei levende wezens4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #gd4 ,toch is ook deze indeeling niet als strenge scheiding bedoeld1 want de planten1 op den derden dag geschapen1 strekken ook tot sieraad enz4 ,de distinctio en ornatus maken aan het tohoe wabohoe der aarde een einde4 ,de ongevormde en onontwikkelde toestand der aarde1 waarvan vers #b spreekt1 mag echter geen oogenblik als passief worden gedacht4 ,hoe lang of kort z ook bestaan hebbe1 er lagen krachten en werkingen in4 ,immers we lezen1 dat ,gods ,geest zweefde over de wateren4 ,het werkwoord beteekent3 met de vleugels over iets heenzweven1 ,deut4 #cb3aa1 en het gebruik van dit woord bewst1 dat b niet aan den wind maar bepaaldelk aan den ,geest ,gods gedacht moet worden1 aan wien ook elders het scheppingswerk wordt toegekend1 ,ps4 #cc3f1 #ajd vs4 #cj4 ,de ,geest ,gods als het principe van het creatuurlke zn en leven1 werkt vormend1 levenwekkend op de watermassa der aarde in en komt zoo tegemoet aan het scheppingswoord ,gods1 dat op de zes dagen in aansluiting aan het bestaande de verschillende formatin der schepselen in het aanzn roept4 ,het werk van den eersten dag bestaat nu in de schepping van het licht1 in de scheiding van licht en duisternis1 in de wisseling van dag en nacht1 dus ook in beweging1 verandering1 wording4 ,licht is nl4 naar de thans meest aangenomene hypothese van ,huygens geen substantie1 maar eene ontzaglk snelle undulatie of vibratie van de aetheratomen1 en dus niets dan beweging4 ,het is daarom van de lichtgevers1 zon1 maan en sterren wel te onderscheiden en gaat volgens ,genesis daaraan vooraf4 ,licht is ook de algemeenste onderstelling voor alle leven en ontwikkeling4 ,terwl de wisseling van dag en nacht alleen nog noodig is voor dier en mensch1 is het licht ook reeds eene behoefte voor de plantenwereld2 het geeft bovendien vorm1 gestalte1 kleur aan alle dingen4 ,op den tweeden dag wordt distinctie gemaakt tusschen het uitspansel1 den lucht- en wolkenhemel1 die naar optischen schn dikwerf als een gordn1 ,ps4 #ajd3b1 een sluier1 ,jes4 #dj3bb1 een saffier1 ,ex4 #bd3aj1 ,ezech4 #a3bb1 een spiegel1 ,job #cg3ah1 een dak en gewelf over de aarde heen1 ,gen4 #g3aa1 ,deut4 #aa3ag1 #bh3ab1 ,ps4 #gh3bc enz4 genoemd wordt1 en de aarde met hare wateren1 ,ps4 #bd3b1 #acf3f4 ,het werk der scheiding en onderscheiding1 op den eersten dag begonnen1 wordt op den tweeden voortgezet2 de distinctie van licht en duisternis1 van dag en nacht1 wordt nu dienstbaar gemaakt aan de scheiding van hemel en aarde2 van lucht en wolken boven1 van aarde en water beneden4 ,aan het einde van den tweeden dag ontbreken de woorden3 ,god zag dat het goed was4 ,men heeft daaruit opgemaakt1 dat het getal twee een omineus getal was of ook dat op dien dag de hel was geschapen2 maar de reden is wel deze1 dat het werk van den tweeden dag ten nauwste samenhangt met dat van den derden dag1 en eerst in de scheiding der wateren voltooid wordt2 daarna volgt dan ook de ,goddelke goedkeuring4 ,op den derden dag toch wordt de scheiding voltrokken tusschen aarde en water1 land en zee2 daarmede is de aarde geworden tot een kosmos1 met werelddeelen en zeen1 bergen en dalen1 landen en stroomen4 ,zonder twfel hebben al deze formatin niet plaats gehad dan onder de geweldigste werkingen van de in de natuur liggende mechanische en chemische krachten4 ,deze zn door het machtwoord ,gods en door de bezieling des ,geestes opgewekt en hebben aan de aarde hare kosmische gedaante gegeven4 ,van nu voortaan treden er ook andere1 n4l4 organische1 krachten op4 ,de aarde is nog naakt en kaal4 ,daarom eindigt deze dag niet1 voordat ook in het algemeen het groene is geschapen1 dat dan vooral in twee soorten zich splitst1 n4l4 in kruiden en boomen1 die elk eigen zaad hebben en alzoo zich voortplanten4 ,deze plantenwereld kon nu niet 't licht1 wel de zon ontberen4 ,maar alzoo is het niet met de dieren- en menschenwereld2 voordat deze worden geschapen1 moeten daarom eerst op den vierden dag zon1 maan en sterren worden bereid4 ,er ligt hier niet in opgesloten1 dat de stofmassa voor deze planeten toen eerst geschapen werd1 maar alleen1 dat al die duizenden planeten nu eerst op dezen dag werden1 wat ze voortaan voor de aarde zouden zn2 dat ze saam de plaats van het licht vervullen en voor de aarde zn tot teekenen van wind en weder1 van gebeurtenissen en oordeelen2 tot regeling van vaste tden voor landbouw1 scheepvaart1 feesten1 het leven van mensch en dier2 en eindelk tot berekening van dagen en maanden en jaren4 ,de vierde dag verhaalt dus de verschning van den sterrenhemel voor de aarde2 dag en nacht enz4 worden voortaan door de zon geregeld2 de aarde wordt een lid1 een deel van het heelal2 z wordt met alle andere planeten in harmonie gezet4 ,nu is de aarde als woonplaats van de bezielde1 levende wezens1 van dieren en menschen gereed4 ,op den vfden dag brengen de wateren zelve door het machtwoord ,gods alle waterdieren voort1 en de lacht wordt vervuld met allerlei gevogelte4 ,van beide soorten van dieren wordt een groote menigte geschapen1 in allerlei soort en getal4 ,en daarop volgt dan op den zesden dag de schepping van de landdieren1 die op ,gods bevel uit de aarde voortkomen1 bepaaldelk in drie soorten1 wild gedierte1 vee en kruipend gedierte2 en eindelk ook de schepping van den mensch1 die na een bepaalden raad ,gods naar zn lichaam uit de aarde gevormd en naar zne ziel rechtstreeks door ,god geschapen wordt4 ,zoo werd heel de schepping voltooid4 ,god zag alwat ,h gemaakt had1 en ziet het was zeer goed4 ,h had een welbehagen in zn eigen werk4 ,daarom rustte ,h op den zevenden dag4 ,zne rust is een gevolg van zn bevrediging en welgevallen in zne werken1 die nu als werken der schepping voltooid zn1 maar is tevens positief een zegenen en heiligen van den zevenden dag1 opdat de schepping1 in dien zevenden dag voortbestaande1 door ,god gezegend met allerlei krachten1 door ,god geheiligd tot zn dienst en eere1 nu voortaan zelve zich ontwikkele onder de voorzienigheid des ,heeren en aan hare bestemming beantwoorde4 #d4 ,dit hexaemeron is door de christelke theologie met bzondere voorliefde behandeld4 ,de litteratuur is verbazend rk1 maar is schier volledig verwerkt in het belangrke boek van ,dr4 ,zckler1 ,geschichte der ,beziehungen zwischen ,theologie und ,naturwissenschaft mit besondrer ,rcksicht auf die ,schpfungsgeschichte1 #b ,theile1 ,gtersloh #ahgg_/gi4 ,de oudste christelke uitlegging van het hexaemeron is bewaard in het tweede boek van ,theophilus' geschrift ad ,autolycum c4 #i-ch4 ,meer of min uitvoerig wordt er ook over gehandeld door ,tertullianus1 adv4 ,hermog4 c4 #ai sq41 door ,origenes in zne homilie over het hexaemeron als begin van zne #ag homilin van ,genesis1 dan vooral door ,basilius1 in ,hexaemeron homiliae ,,ix1 ,gregorius van ,nyssa1 ,apolog4 in ,hexaemeron1 ,damascenus1 de fide orthod4 lib4 ,,ii2 in het ,westen vooral door ,lactantius1 ,inst4 div4 ,,ii c4 #h-ab1 ,ambrosius1 in ,hex4 libri ,,vi1 ,augustinus1 vooral de ,genesi ad lit4 l4 ,,xii1 de civ4 ,,xi #d sq4 ,conf4 ,,xi-,,xiii enz4 ,deze werken werden door ,isidorus1 ,beda1 ,alcuinus e4 a4 gexploiteerd en blven dan de grondslag van de behandeling van het hexaemeron in de scholastiek1 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #ab-ah1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #dd-ajb1 ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #ab-ah4 ,brevil4 ,,ii c4 #a-e enz4 ,ook na de ,hervorming blft dezelfde wereldbeschouwing en dezelfde opvatting van het hexaemeron heerschen beide in de ,roomsche en de ,protestantsche theologie4 ,van ,roomsche zde zn de voornaamste bewerkingen die van ,cajetanus1 in zn commentaar op ,genesis1 ,eugubinus in zn ,cosmopoeia #aece1 ,catharinus in zne ophelderingen b de #e eerste hoofdstukken van ,genesis1 ,pererius in zn vierdeelig werk over het eerste boek van ,mozes1 ,lapide in zn bekenden commentaar1 ,molina in zn tractaat de opere sex dierum1 ,suarez in zn commentaar op het eerste deel der ,summa1 ,petavius in zn theol4 dogm41 tract4 de sex primorum mundi dierum opificio1 ,becanus1 ,theol4 schol4 tr4 ,,iv de operibus sex dierum enz4 ,van de ,lutherschen zn de voornaamste3 ,luthers commentaar op ,genesis1 ,melanchtons annotaties op ,gen4 #a-f1 ,chemniz1 ,loci ,theol4 #afaj pag4 #aji-abc1 ,quenstedt1 ,theol4 did4 pol4 ,i #dca sq4 ,hollaz1 ,syst4 ,theol4 p4 #cfa-cgc4 ,nog rker is de litteratuur b de ,gereformeerden4 ,niet alleen in commentaren over ,genesis1 van ,calvn1 ,zwingli1 ,oecolampadius1 ,musculus1 ,martyr1 ,piscator1 de ,dieu1 ,coccejus enz41 wordt deze stof behandeld4 ,en ook niet alleen in dogmatische werken als van ,polanus1 ,gomarus1 ,heidegger1 ,mastricht1 ,maresius1 ,moor enz4 komt ze ter sprake2 maar ook vele afzonderlke verhandelingen werden eraan gewd1 zooals van ,capito1 ,hexaemeron ,dei opus explicatum #aeci1 ,danaeus1 ,physice christiana1 seu christ4 de rerum creatarum origine et usu disputatio #aege1 ,zanchius1 de operibus ,dei intra spatium sex dierum creatis1 ,op4 ,,iii #bag-dhj4 ,voetius1 ,disp4 ,i #eeb-hha4 ,v #adh-bda1 ,rivetus1 ,exerc4 theol4 et schol4 in #a libr4 ,mosis1 ,op4 #afea ,i p4 #a sq4 ,hottinger1 1 i4 e4 ,historiae creationis examen theol4-philol4 ,heid4 #afei1 cf4 verder1 ,walch1 ,bibl4 theol4 sel4 ,i #bdb1 ,mart4 ,vitringa ,,ii #ic4 ,al deze werken staan op het standpunt der aristotelisch-ptolemeische wereldbeschouwing4 ,de aarde rust onbewegelk in het middelpunt van het heelal2 alle sterren en heel de hemel bewegen zich om haar4 ,dat die sterren vr in 't luchtruim zich bewogen1 kon men zich niet denken2 men stelde het zich zoo voor1 dat elke ster bevestigd was in eene sfeer4 ,men moest dus zooveel hemelsferen aannemen1 als men sterren van ongelke beweging en omlooptd waarnam4 ,en nu waren het niet de sterren maar de sferen1 welke zich bewogen en de daarin bevestigde sterren meevoerden4 ,het hemelgewelf bestaat dus uit een systeem van acht of meer concentrische sferen1 die zonder ledige tusschenruimten in elkaar geschoven zn2 de hoogste1 uiterste sfeer is die van de vaste sterren1 de eerste hemel01 gelk ,aristoteles haar noemde4 ,de aarde werd gedacht als een kogel of als een schf1 door water omgeven4 ,slechts enkelen namen aan1 dat er antipoden konden bestaan en dat er ook nog land was aan de andere zde van den oceaan2 in den regel werd dit beide verworpen4 ,deze ptolemeische wereldbeschouwing had nu natuurlk ook invloed op de exegese van het hexaemeron4 ,er zn daarin duidelk twee richtingen te onderscheiden4 ,de eene verwerpt het tdelk karakter der zes dagen1 schrft er hoogstens visionaire beteekenis aan toe1 laat alles ineens en tegelk geschapen zn1 en komt dikwerf tot allerlei allegorische verklaringen4 ,ze is vertegenwoordigd reeds door ,philo en later in de christelke kerk door ,clemens1 ,origenes1 ,athanasius1 ,augustinus1 ,erigena1 ,abaelard1 ,cajetanus1 ,canus1 ,gonzalez enz41 ook door ,mozes ,maimonides1 ,more ,nebochim ,,ii c4 #cj4 ,de andere richting houdt den letterlken zin van het scheppingsverhaal1 bepaaldelk ook van de zes dagen1 vast2 ze werd gevolgd door ,tertullianus1 ,basilius1 ,gregorius ,nyss41 ,ephraem1 ,damascenus1 en kwam daarna in de scholastiek1 in ,roomsche en ,protest4 theologie bna tot uitsluitende heerschapp1 hoewel de andere exegese van ,augustinus steeds met achting besproken en nooit verketterd werd1 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #ae1 #e4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #gd art4 #b4 ,in weerwil van dit belangrk verschil in de exegese van ,gen4 #a was er toch in de wereldbeschouwing volkomen overeenstemming4 ,het ptolemeische stelsel hield nog in den nieuweren td stand1 lang nadat ,kopernikus met zne verklaring van de beweging der hemellichamen was opgetreden4 ,het was volstrekt niet de kerk en de orthodoxie als zoodanig1 welke tegen de nieuwere wereldbeschouwing zich verzette1 gelk men zoo gaarne het voorstelt1 bv4 ,draper in zne ,gesch4 van de worsteling tusschen godsd4 en wet4 ,haarlem #ahhg4 ,maar het was het aristotelisme1 dat op ieder terrein1 zoowel op dat van wetenschap als van godsdienst1 van kunst als van kerk1 tegen den nieuweren td zich zocht te handhaven4 ,vandaar1 dat christelke kerk en theologie1 ofschoon ze thans algemeen de ptolemeische voor de kopernikaansche hypothese hebben verwisseld1 toch tot op den huidigen dag zn blven bestaan en tegen het einde dezer eeuw nog geenszins blken ten doode opgeschreven te zn4 ,het is een bews1 dat kerk en theologie aan deze wereldbeschouwingen niet zoo verbonden zn1 dat z met deze zouden staan en vallen4 ,inderdaad is niet in te zien1 waarom de kopernikaansche hypothese1 indien ze overigens de astronomische verschnselen genoegzaam verklaart1 door de christelke theologie als zoodanig verworpen zou moeten worden4 ,want wel spreekt de ,schrift altd geocentrisch en verhaalt ze ook den oorsprong der dingen van het standpunt der aarde uit1 maar z bezigt daarin diezelfde taal der dagelksche ervaring1 waarin w nog altd spreken1 ook al hebben w van de beweging der hemellichamen eene gansch andere voorstelling1 dan die algemeen heerschte in den td1 toen de bbelboeken geschreven werden4 ,zelfs kan zonder aarzeling erkend1 dat ook de bbelschrvers geen andere wereldbeschouwing hadden1 dan die toen algemeen werd aangenomen2 er is immers onderscheid tusschen auctoritas historiae en auctoritas normae1 cf4 ,i #cga-cgc4 ,uit deze taal der ,h4 ,schrift is te verklaren1 dat het wonder1 hetwelk verhaald wordt in ,jos4 #aj3ab1 #ac en #b ,kon4 #bj3i1 ,jes4 #ch3h1 aangeduid wordt door het stilstaan en terugkeeren der zon4 ,daarmede is geenszins uitgemaakt1 dat het wonder zelf bestond in een objectief stilstaan en terugkeeren der zon4 ,zonder dat het rationalistisch wordt weggexegetiseerd1 kan het en is het ook op velerlei wze verklaard1 cf4 ,dilloo1 ,das ,wunder an den ,stufen des ,achaz4 ,amst4 #ahhe4 ,ook w zouden thans dezelfde verschnselen op dezelfde wze uitdrukken2 de ,schrift verhaalt het wonder als feit1 z zegt niet1 op welke wze het tot stand kwam4 ,maar nog sterker2 ook al is in astronomischen zin de aarde voor ons het middelpunt niet meer1 z is het nog wel ter dege in religieusen en ethischen zin1 en dat blft ze voor alle menschen zonder onderscheid2 de wetenschap kan hieraan niets veranderen4 ,de mensch is in zekeren zin het zwakste van alle schepselen2 de kracht van menig dier1 de macht der natuur gaat de zne zeer ver te boven2 en toch is h de koning der aarde1 de kroon der schepping2 h is zwak als een riet1 maar h is een roseau pensant4 ,en zoo moge de aarde duizenden malen kleiner zn dan vele planeten2 z is en blft in ethischen zin het middelpunt van het heelal1 z is de eenige planeet1 geschikt tot eene woonplaats voor hoogere wezens2 hier is het koninkrk ,gods gevestigd1 hier wordt de strd tusschen licht en duisternis gestreden1 hier bereidt zich ,god in de gemeente eene eeuwige woning4 ,w blven daarom van deze aarde opwaarts zien naar boven1 vanwaar beide in physischen en ethischen zin de regen en de zonneschn en de wasdom komen moet1 zonder dat w daarmee in astronomischen zin de plaats van den hemel bepalen of zne ligging weten in het heelal4 ,dit is echter zeker oppervlakkig gezegd1 dat het wetenschappelk onderzoek aan ,god en de engelen hun woning zou hebben ontnomen4 ,want al verstoutte zich ,lalande om te zeggen1 dat h het gansche heelal had doorzocht en nergens ,god had gevonden2 het heelal met zne onmetelke ruimten is voor onzen beperkten blik nog n raadsel1 en wie ,god niet vindt in zne onmiddellke nabheid1 in geweten en hart1 in woord en gemeente1 die zal ,hem ook niet vinden in het heelal1 al wapent h zich het oog ook met den besten telescoop1 ,ebrard1 ,het geloof aan de ,h4 ,schrift en de uitkomsten van het onderzoek der natuur1 ,vert4 door ,dr4 ,a4 v4 d4 ,linde1 ,amst4 #ahfb4 ,paul ,wigand1 ,die ,erde der ,mittelpunkt der ,welt4 ,heft #add van de ,zeitfr4 des chr4 ,volkslebens4 #e4 ,de kopernikaansche wereldbeschouwing ontmoet dus b de ,christelke theologie geen bezwaar4 ,gansch anders echter is het gesteld met de hypothesen1 die heden ten dage door de wetenschap worden aangenomen voor de wording van ons planetenstelsel en van de aarde4 ,ten aanzien van het eerste stelden ,kant en ,laplace de hypothese op1 dat ons planetenstelsel en eigenlk zelfs het gansche heelal oorspronkelk n gasvormige chaos was geweest1 van zeer hooge temperatuur en draaiend van het ,westen naar het ,oosten om zne eigene as4 ,deze draaiing had tengevolge1 dat er stukken afvlogen1 die1 wl z zich in dezelfde richting bleven bewegen1 allengs den vorm van bollen aannamen1 ,haeckel1 ,natrl4 ,schpfungsgesch41 #ete ,aufl4 #ahgd ,s4 #bhe f4 ,fr4 ,pfaff1 ,schpfungsgesch4 mit bes4 ,bercksichtigung des bibl4 ,schpfungsberichts1 #cte ,ausg4 #ahha #h4 #aij f4 ,bchner1 ,kraft u4 ,stoff1 #af;e ,aufl4 #ahhh ,s4 #acj f4 ,nu verdient het allereerst opmerking1 dat deze hypothese1 hoe deistisch ook gedacht1 door ,kant volstrekt niet werd voorgedragen om ,god ter zde te stellen1 maar h oordeelde1 dat deze chaotische toestand aller materin de eenvoudigste was1 die op het niets volgen kon1 en dat die materin zelve alle zoo gevormd waren door ,god als de eerste oorzaak1 dat ze door immanente krachten1 naar vaste wetten het tegenwoordige wereldsysteem konden voortbrengen zonder eenig wonderdadig ingrpen ,gods4 ,deze hypothese is echter verder tot verklaring van den oorsprong van het heelal1 van de beweging1 van de organische wezens ongenoegzaam4 ,in het algemeen dient opgemerkt1 dat hoe primitief en chaotisch die eerste toestand van alle stof ook gedacht worde en hoevele millioenen van jaren h ook terug verlegd worde1 h toch geen rust voor het denken verschaft4 ,men zal dan f met ,kant moeten erkennen1 dat deze allereerste toestand van de creatuur in haar geheel onmiddellk van ,god afhangt en volgt op het niets1 f men zal in dien chaotischen toestand niet alleen den aanvang van het tegenwoordige wereldsysteem moeten zien1 maar ook het einde en de verwoesting van een voorafgegane wereld1 en zoo in infinitum1 en dus stof en beweging moeten vereeuwigen1 ,lange1 ,gesch4 des ,mater4 ,,ii #ebb4 ,strauss1 ,der alte u4 d4 neue ,glaube #bbe4 ,bchner1 ib4 #acc4 ,haeckel ib4 #bhh4 ,maar verder wordt deze hypothese door vele bezwaren gedrukt en verklaart z de verschnselen niet4 ,alle behoeven z hier niet besproken te worden1 bv4 niet het feit dat er ook hemellichamen zn1 die eene retrograde beweging hebben en niet van het ,westen naar het ,oosten1 maar van het ,oosten naar het ,westen draaien4 ,ze zn echter zoo gewichtig1 dat z ook door ,haeckel worden erkend4 ,alleen z er aan herinnerd1 dat1 gegeven de gasvormige nevelmassa en gegeven ook de mechanische beweging1 dit nog geenszins voldoende is1 om dit wereldsysteem te verklaren4 ,want beweging en stof is niet genoeg4 ,er moet ook richting in die beweging zn en behalve stof moet er ook nog iets anders bestaan hebben om de wereld der geestelke verschnselen te verklaren4 ,waarom is uit die nevelmassa dit wereldsysteem ontstaan1 dat overal orde en harmonie verraadt en dat b de minste afwking ineenstorten zou8 ,hoe kon door eene onbewuste1 doellooze beweging van atomen het heelal tot stand komen8 ,de kans op zulk een wereldgeheel uit zoodanigen chaotischen toestand is ten hoogste onwaarschnlk1 en eigenlk geheel onmogelk4 ,en daarb komt dan nog1 dat deze hypothese1 ook al verklaarde z de verschnselen1 toch nog eene hypothese blven zou4 ,want wat besluit is er uit de mogelkheid tot de werkelkheid te trekken8 ,a posse ad esse non valet consequentia4 ,wat bews kan er worden bgebracht1 dat het wereldsysteem nu niet op die wze zou kunnen ontstaan zn1 maar werkelk ontstaan is8 ,er is groot onderscheid tusschen eene logische onderstelling en een werkelken toestand1 die eens zou hebben bestaan4 ,als de natuurwetenschap de verschnselen onderzoekt1 tracht ze die te herleiden tot hunne eenvoudigste gedaante4 ,z neemt daarom ten slotte zeer primitieve en allereenvoudigste gegevens aan1 atomen1 aether1 chaos enz4 ,maar dit zn logische onderstellingen1 waartoe ze komt4 ,dat zulke atomen eenmaal puur als atomen1 in een allerprimitiefsten toestand hebben bestaan1 in een toestand die op het niets volgde1 dat is daarmede volstrekt niet bewezen4 ,even als de oorspronkelke elementen der dingen 7atomen1 dynamiden1 monaden71 zn ook de primitieve toestanden1 die men aan de wording vooraf laat gaan1 niets dan hulpvoorstellingen1 geen realiteit4 ,het is er mede als met dien godsdienstloozen toestand1 die tegenwoordig b het onderzoek naar den oorsprong van den godsdienst wordt aangenomen1 cf4 ,i #bjh1 of als met den natuurstaat van ,rousseau1 waaruit door contrat social de staat is voortgekomen4 ,misschien kunnen al zulke hypothesen als hulpvoorstellingen in de gedachte1 gelk de hulplnen in de mathesis1 eenigen dienst doen1 maar ze zn daarom nog geen reele verklaringen1 geen feitelke principia van het bestaande4 ,ten slotte1 wat geen wetenschap leeren kan1 leert de openbaring1 die daarb bevestigd wordt door de traditie aller volken1 nl4 dat het ,gode behaagd heeft in de vorming der wereld van het onvolkomene tot het volkomene1 van het eenvoudige tot het saamgestelde1 van het lagere tot het hoogere voort te schrden4 ,er ligt eene waarheid in de evolutieleer1 die ook door de ,schrift wordt erkend4 ,gen4 #a3b spreekt dat duidelk uit4 ,maar de toestand der schepping is daar een reele toestand2 geen chaos in eigenlken zin1 geen in aristotelischen zin1 geen prima materia zonder forma1 geen ondenkbare massa van pure atomen1 maar een toestand van vormeloosheid van aarde en hemel1 die een td lang bestond1 waarin de ,geest ,gods zwevende en broedende werkzaam was4 ,het gaat daarom niet aan1 om met vele christelke apologeten de hypothese van ,kant-,laplace zonder vorm van kritiek over te nemen en dan dankbaar te zn1 dat men haar zoo goed in ,gen4 #a3b heeft kunnen inlasschen4 ,veeleer verhaalt de ,schrift ons een reelen toestand en spreekt de wetenschap van onderstellingen1 die wetenschappelk niet houdbaar zn1 ,pfaff1 ,schpfungsgesch4 ,s4 #gca f4 ,ulrici1 ,gott und die ,natur1 #b;e ,aufl4 #ahff ,s4 #ccd-cec4 ,reusch1 ,bibel u4 ,natur1 #dte ,aufl4 #ahgf ,s4 #agi f4 ,t4 ,pesch1 ,die grossen ,weltrthsel1 #bte ,aufl4 #ahib ,,ii #cbg-ceb4 ,braun1 ,die ,kant-,laplace'sche ,weltbildungstheorie1 in ,neue ,kirchl4 ,zeitschr4 ,,iii #ites ,heft4 ,steudel1 ,christenthum und ,naturwissenschaft1 ,gtersloh #ahie ,s4 #adb f4 ,schanz1 ,ueber neue ,versuche der ,apol4 ,regensburg #ahig ,s4 #baa f4 #f4 ,een zelfde verschil1 als b de vorming van ons wereldstelsel1 doet zich voor b de ontwikkelingsgeschiedenis der aarde4 ,de geologie heeft op grond van de aardlagen en van de daarin gevonden fossilen van planten1 dieren en menschen eene hypothese gebouwd over de ontwikkelingsperioden der aarde4 ,daarnaar is de oudste periode de azoische of die der ,urformatie1 waarin vooral de eruptieve steensoorten gevormd zn en nog geen spoor van organisch leven gevonden wordt4 ,daarop is gevolgd de palaeozoische periode of die der primaire formatie1 waarin behalve allerlei steensoorten vooral ook de steenkool gevormd wordt en ook reeds planten van de laagste soort en alle klassen van dieren behalve vogels en zoogdieren worden aangetroffen4 ,in de derde1 mesozoische periode of die der secundaire formatie valt o4 a4 de krtformatie en worden allerlei planten en dieren1 ook de eerste eierleggende en zoogdieren1 gevonden4 ,de daarop volgende tertiaire of kainozoische formatie loopt van de krtformatie tot den std toe en doet behalve planten en land- en zoetwaterdieren vooral ook optreden de roofdieren en vele van de uitgestorven zoogdieren4 ,volgens een enkele1 b4v4 ,burmeister1 ,gesch4 der ,schpfung #gte ,aufl4 #ahgb ,s4 #fab leefde gelktdig met deze ook reeds de mensch in de tertiaire periode2 maar volgens de meesten is de mensch eerst opgetreden aan het einde van dit tdperk1 na den std1 in de quaternaire periode1 ,pfaff1 ,schpfungsgesch4 ,s4 #dhe f4 ,ulrici1 ,gott u4 die ,natur ,s4 #cec f4 ,reusch1 ,bibel u ,natur #ahd f4 ,zittel1 ,aus der ,urzeit1 #b;e ,aufl4 #ahge ,s4 #ecg4 ,deze leer van de geologische perioden staat ongetwfeld op veel vasteren bodem dan de hypothese van ,kant2 z berust op gegevens1 welke het onderzoek der aardlagen aan de hand doet4 ,hier draagt de strd tusschen openbaring en wetenschap dan ook een veel ernstiger karakter4 ,op vele punten is er verschil en tegenspraak4 ,ten eerste in den td1 en ten tweede in de orde1 waarin de verschillende schepselen zn ontstaan4 ,wat den td betreft1 is het verschil zeer groot4 ,de chronologie der ,,lxx wkt aanmerkelk af van die van den hebr4 tekst4 ,de kerkvaders hielden zich dikwerf aan de grieksche vertaling en berekenden dan den td van de schepping der wereld tot de inneming van ,rome door de ,gothen op #efaa jaren1 ,eusebius1 ,augustinus de civ4 ,,xii #aj4 ,in later td1 vooral sedert de ,hervorming1 gaf men algemeen aan de chronologie van den hebr4 tekst de voorkeur en berekende dan1 dat de schepping der wereld plaats gehad had in #ciej v4 ,c4 7,scaliger71 of #cihd 7,kepler1 ,petavius71 #cidc 7,bengel71 #djjd 7,usher72 de ,joden tellen thans het jaar #efeh1 cf4 ,zckler1 ,die ,lehre vom ,urstand des ,menschen #ahgi ,s4 #bhi f4 ,schanz1 ,das ,alter des ,menschengeschlechts1 ,freiburg #ahif ,s1 #a f4 ,maar men beproefde nog nauwkeuriger berekening4 ,er was ernstige strd over1 of de schepping plaats had gehad in de lente of in den herfst2 het eerste was het gevoelen van ,cyrillus1 ,basilius1 ,beda1 ,cajetanus1 ,molina1 ,lapide1 ,luther1 ,melanchton1 ,gerhard1 ,alsted1 ,polanus1 ,g4 ,j4 ,vossius enz42 het tweede werd verdedigd door ,petavius1 ,calvisius1 ,calov1 ,danaeus1 ,zanchius1 ,voetius1 ,maresius1 ,heidegger1 ,turretinus e4 a4 ,soms werd de datum nog nader bepaald1 op #be ,maart of op #bf ,october1 ,voetius ,disp4 ,i #ehg4 ,hagenbach1 ,d4 ,g4 #fcj noot4 ,daartegenover plaatsen de geologen en natuurkundigen van dezen td hunne berekeningen1 die gebouwd zn op de rotatie der aarde in verband met hare afplatting aan de polen1 de naar de oppervlakte steeds gestadig afnemende warmte der aarde1 de vorming van de delta's aan ,nl en ,mississippi1 de formatie van de aardlagen1 van de verschillende steensoorten1 vooral van de steenkool enz4 ,het zn fabelachtige getallen1 evenals b sommige heidensche volken1 die alzoo voor den ouderdom der aarde worden aangenomen4 ,cotta spreekt van eene onbegrensde tdruimte1 ,lyell van #efj millioen1 ,klein van #bjjj millioen1 ,helmholtz van #hj millioen1 en zelfs ,pfaff van minstens #bj millioen jaren1 ,pfaff1 ,schpf4 #fdj-fff1 ,id4 ,das ,alter der ,erde1 in de ,zeitfr4 des chr4 ,volkslebens ,,vii4 ,peschel1 ,vlkerkunde1 #ete ,aufl4 ,s4 #db-eb4 ,haeckel1 ,nat4 ,schpf4 ,s4 #cdj f4 ,maar in de tweede plaats is er ook zeer groot verschil tusschen het scheppingsverhaal in ,genesis en de meeningen van vele geleerden ten aanzien van de orde1 waarin de geschapene wezens zn ontstaan4 ,om slechts enkele punten te noemen3 volgens de ,schrift is wel het licht reeds geschapen op den eersten dag1 maar ons zonnestelsel is eerst gevormd op den vierden dag1 nadat op den tweeden en derden dag de aarde al toebereid en met een weelderigen plantengroei overdekt was2 volgens de geologen is de orde juist omgekeerd4 ,volgens ,genesis is op den derden dag wel het plantenrk geschapen1 maar dieren worden eerst geschapen op den vfden dag2 de geologie echter leert1 dat in de primaire of palaeozoische periode ook reeds dieren van lagere soort en visschen voorkomen4 ,genesis verhaalt1 dat alle waterdieren en alle vogelen geschapen werden op den vfden1 en alle landdieren met den mensch op den zesden dag1 maar volgens de geologie behooren enkele zoogdieren ook reeds tot de secundaire of mesozoische periode4 ,zoo blkt er dus op vele gewichtige punten verschil te bestaan4 #g4 ,natuurlk zn er verschillende pogingen tot verzoening beproefd4 ,eerst z de ideale theorie genoemd1 zoo geheeten1 wl ze alleen aan de idee1 niet aan de letter van het scheppingsverhaal zich houdt4 ,z ziet in ,gen4 #a geen historisch verhaal maar eene poetische beschrving van de scheppende daad ,gods4 ,de zes dagen zn geen chronologisch geordende tdperken van langer of korter duur1 maar alleen verschillende gezichtspunten1 van waaruit de ne geschapene wereld telkens beschouwd wordt1 om zoo aan den beperkten blik des menschen een beter overzicht te geven van het geheel4 ,aan de palaeontologie blft het dus geheel overgelaten1 om den td1 de wze en de orde van het ontstaan der verschillende perioden vast te stellen4 ,men kan zeggen1 dat deze theorie voorbereid is door de allegorische exegese1 die van oude tden in de christelke kerk ten aanzien van ,gen4 #a gebruikelk was4 ,op voorgang van ,philo en met beroep op ,sir4 #ah3a1 ,deus omnia simul creavit1 leerden ,origenes1 ,augustinus en vele anderen1 dat ,god alle dingen in eens en tegelk had geschapen2 de zes dagen zn geen werkelk op elkaar volgende tdperken maar ze duiden alleen den causalen samenhang1 de logische orde der schepselen aan1 en beschrven1 hoe de engelen successief van het geheel der schepping kennis hebben gekregen4 ,en ook b hen1 die den letterlken zin van het scheppingsverhaal vasthielden1 speelde de allegorie toch telkens nog eene groote rol2 de chaos1 het licht1 de term n dag in plaats van eerste dag2 het ontbreken der ,goddelke goedkeuring aan het einde van den tweeden dag1 het parads1 de schepping van ,eva enz4 gaven aanleiding tot vernuftige vergeestelkingen4 ,dergelke allegoriseerende1 mythologiseerende en rationaliseerende verklaringen van het scheppingsverhaal kwamen vooral in eere na de ontwaking der natuurwetenschap en werden toegepast door ,hobbes1 ,spinoza1 ,beverland1 ,burnet1 ,bekker1 ,tindal1 ,edelmann1 ,j4 ,l4 ,schmidt1 ,reimarus e4 a4 ,herder1 ,aelteste ,urkunde des ,menschengeschlechts1 zag in ,gen4 #a een schoon gedicht der oudste menschheid1 dat1 van den wordenden dag uitgaande1 de zevendaagsche week bezong4 ,de moderne philosophie en theologie is nog verder voortgeschreden1 heeft met het scheppingsverhaal ook zelfs het scheppingsbegrip verworpen1 en ziet in ,gen4 #a eene mythe1 die hoogstens nog een religieusen kern bevat4 ,christelke theologen zn zoover niet gegaan maar zn toch dikwerf om religie en wetenschap te verzoenen1 tot de allegorische opvatting van ,augustinus teruggekeerd en geven de letterlke en historische opvatting van ,genesis ,i prs4 ,daartoe behooren zeer veel ,roomsche ,godgeleerden1 ,michelis1 ,entw4 der beiden ersten ,kapitel der ,genesis #ahde en verschillende opstellen in zn tdschrift ,natur u4 ,offenbarung #ahee f4 ,reusch1 ,bibel u4 ,natur ,s4 #bea f4 ,schanz1 ,apol4 des ,christ4 ,i #bic f4 ,scheeben1 ,dogm4 ,,ii #aje f4 ,h4 ,lken1 ,die ,stiftungsurkunde des ,menschengeschl4 #ahgf4 ,gttler1 ,naturforschung u4 ,bibel #ahgg4 ,hummelauer1 ,b4 ,schfer e4 a4 cf4 ,hettinger1 ,apol4 ,,iii ,s4 #bjf enz42 maar ook tal van ,protestantsche theologen zooals ,zollmann1 ,bibel u4 ,natur in der ,harmonie ihrer ,offenbarungen #ahfi ,s4 #eb f4 ,dillmann1 ,comm4 op ,genesis4 ,riehm1 ,christ4 und ,naturwiss4 ,leipzig1 ,hinrich #ahif4 ,steudel1 ,christ4 u4 ,naturw4 ,gtersloh #ahie4 ,vuilleumier1 ,la premire page de la ,bible1 ,revue de thol4 et de philos4 ,juillet #ahif p4 #cfb-cgg4 ,sept4 p4 #cic-dah4 ,eene tweede poging tot verzoening is de restitutietheorie4 ,deze zoekt tusschen openbaring en wetenschap daardoor overeenstemming1 dat z ,gen4 #a3b en #c vaneenscheidt1 aan den chaos een langen duur van bestaan toeschrft en daarin al die verschnselen plaatst1 welke de geologie aan de hand geeft4 ,het hexaemeron1 dat met vers #c begint1 verhaalt alleen de herstelling en toebereiding der aarde voor den mensch4 ,zulk een vr lange tdruimte tusschen ,gen4 #a3a en #b werd reeds aangenomen door ,episcopius1 ,instit4 theol4 ,,iv sect4 #c c4 #c1 ,limborch1 ,theol4 ,christ4 ,,ii c4 #ai-ba e4 a41 om alzoo plaats te krgen voor den val der engelen4 ,ze werd in de vorige eeuw overgenomen door de rationalisten ,j4 ,g4 ,rosenmller1 ,j4 ,d4 ,michaelis1 ,reinhard2 vond vooral in deze eeuw ingang b de theosophen ,oetinger1 ,hahn1 ,st4 ,martin1 ,baader1 ,schelling1 ,fr4 v4 ,meyer1 ,steffens1 ,schubert1 ,keerl1 die daarin den val der engelen en de daardoor veroorzaakte verwoesting der schepping plaatsten2 en is dan ook geleerd door ,chalmers1 kardinaal ,wisemann1 ,zusammenhang zw4 ,wiss4 u4 ,offenb41 deutsch von ,haneberg1 #cte ,aufl4 #ahff ,s4 #bfc f4 ,vigouroux1 het livres saints ,,iii #ddb4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,i #dgd enz4 ,eene derde theorie1 de concordistische1 zoekt harmonie van ,schrift en wetenschap te verkrgen1 door de scheppingsdagen op te vatten als tdperken van langeren duur4 ,de exegese van de zes dagen leverde reeds vroeg bezwaar4 ,zon1 maan en sterren waren eerst geschapen op den vierden dag2 de drie daaraan voorafgaande dagen moesten dus in elk geval van een anderen aard zn dan de laatste drie4 ,basilius verklaarde het zoo1 dat ,god de drie eerste dagen bewerkte door eene emissie en contractie van het op den eersten dag geschapen licht1 ,strauss1 ,i #fba4 ,maar deze verklaring bevredigde niet allen1 b4v4 niet ,augustinus1 die soms van zne eigene ,simultan-theorie afwkt1 de ,gen4 ad lit4 ,i #af4 ,bovendien was er nog verschil over1 of het scheppingswerk op iederen dag in n moment was voltooid1 dan wel eerst in den loop van iederen dag successief tot stand kwam4 ,cartesius had nl4 gezegd1 dat uit den chaos zonder eenige scheppingsdaad ,gods de res pure naturales zouden hebben kunnen voortkomen4 ,het denkbeeld van ontwikkeling was daarmede aan de hand gedaan4 ,enkele ,cartesiaansche theologen1 zooals ,wittichius1 ,allinga1 ,braun leerden daarom1 dat elk scheppingswerk een dag in beslag nam1 cf4 ,m4 ,vitringa ,,ii #ie4 ,moor ,,ii #bab4 ,en ,whiston zei reeds1 dat de dagen moesten opgevat worden als jaren1 en werd daarin door anderen gevolgd4 ,maar vader van de concordistische theorie is de abt ,jerusalem geweest4 ,ze werd overgenomen door natuurkundigen als de ,luc1 ,cuvier1 ,hugh ,miller1 ,pfaff enz41 door theologen als ,lange1 ,delitzsch1 ,rougemont1 ,godet1 ,ebrard1 ,der ,glaube an die ,h4 ,schrift und die ,ergebnisse der ,naturforschung #ahfa4 ,luthardt1 ,apol4 ,vortrge1 #h ,aufl4 #ahgh4 ,zckler o4 a4 in ,herzog #ac1 #fdg1 ,brandt in ,bew4 d4 ,gl4 #ahfg ,s4 #cci f41 ,hengstenberg1 cf4 ,bew4 d4 ,gl4 #ahfg ,s4 #djj f41 ook ,roomschen als ,heinrich1 ,palmieri1 ,simar1 ,dogm4 #bdi1 ,pesch1 ,prael4 ,,iii #dj enz4 ,dikwerf hebben velen deze theorie met de restitutie-theorie verbonden1 en dan nog met eene overeenstemming in hoofdzaken zich tevreden gesteld4 ,hugh ,miller b4v4 liet de azoische periode samenvallen met ,gen4 #a3c1 de palaeozoische met ,gen4 #a3f-ac1 de mesozoische met ,gen4 #a3ad-bc1 de kainozoische met ,gen4 #a3bd1 ,zckler1 ,gesch4 ,,ii #edd4 ,de vierde theorie eindelk1 die wel de antigeologische is genoemd1 houdt de letterlke en historische opvatting van ,genesis ,i vast1 en zoekt de resultaten der geologie ten deele te plaatsen in de zes scheppingsdagen1 ten deele ook daarna in den td van ,adam tot ,noach1 vooral ook in den zondvloed4 ,reeds van ouds werd de zondvloed van groote beteekenis geacht4 ,men redeneerde over het totale of partieele1 dat altd in discussie is geweest1 over den bouw van de ark1 over de hoogte van den vloed enz4 ,zckler ,,ii #abb f4 ,maar geologische beteekenis kreeg de zondvloed eerst na ,newton2 ,thomas ,burnet gaf in #afhb zne ,theoria sacra telluris uit en nam daarin een zeer groot onderscheid aan tusschen den td vr en na den zondvloed2 deze wordt b hem de ondergang van eene oude en de geboorte van eene geheel nieuwe wereld4 ,het was een geweldige catastrophe1 die heel de aardoppervlakte veranderde1 oceanen en bergen het aanzn gaf1 aan het zachte lenteklimaat1 aan de weelderige vruchtbaarheid1 aan den buitengewonen levensduur der menschen vr dien td een einde maakte en vooral bewerkte1 dat de aardas1 die voorheen parallel met de as der zon stond1 schuin op de aardbaan kwam te staan4 ,deze geheel nieuwe theorie werd heftig bestreden1 o4 a4 door ,spanheim en ,leydecker1 maar werd toch ook verder ontwikkeld door ,whiston1 ,clver en vele anderen1 ,zckler ,,ii #adc-aib4 ,tegen het einde der vorige eeuw werd deze diluvialistische theorie meer en meer prsgegeven1 maar ze bleef toch nog in eere b vele rechtzinnige1 beide ,roomsche en ,protestantsche theologen1 cf4 ,keil1 op ,genesis1 en voorts anderen b ,zckler1 ,,ii #dgj-dhb1 #ghh f4 ,de voorstanders van deze poging tot verzoening blven den zondvloed des bbels vereenzelvigen met het diluvium of den std der geologie en oordeelen in verband daarmede1 dat de vloed universeel was en over de gansche aarde zich uitstrekte4 ,de meeste geologen en theologen1 zooals ,sedgwick1 ,greenough1 ,buckland1 ,hitchcock1 ,hugh ,miller1 ,barry1 ,dawson1 ,diestel1 ,dillmann1 ,pfaff1 ,kurtz1 ,michelis1 ,reusch1 ,guttler1 ook ,kuyper1 ,heraut #ibi4 #icj4 #ifb1 zn nu in den laatsten td wel van oordeel1 dat de zondvloed des bbels een geheel andere is geweest dan het diluvium der geologie en daarom ook als partieel moet worden opgevat2 universeel kan h slechts heeten1 inzoover heel het menschelk geslacht er door omkwam1 ofschoon ook dit laatste door sommigen1 zooals ,cuvier1 nog wordt ontkend4 ,maar het debat over dit belangrk en moeilk vraagstuk is nog lang niet ten voordeele van deze laatste meening beslist2 de jongste studie over den zondvloed1 van ,martin ,gander1 is een krachtig pleidooi voor de diluvialistische opvatting4 ,cf4 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 ,,ii #ghd-gia4 ,id4 in ,herzog #ac1 #fde f4 ,diestel1 ,die ,sintflut1 ,deutsche ,zeit- u4 ,streitfragen1 n4 #acg4 ,kosters1 ,de ,bb4 ,zontvloedsverhalen met de ,babyl4 vergeleken1 ,theol4 ,tdschr4 #ahhe bl4 #afav4 #cbav4 ,reusch1 ,bibel u4 ,natur #bhi f4 ,schanz1 ,apol4 ,i #cda f4 ,vigouroux1 ,les livres saints ,,iv #bci4 ,suess1 ,die ,sintfluth1 ,leipzig #ahhc4 ,jrgens1 ,war die ,sintflut eine ,erdbebenwelle8 ,st4 aus ,maria ,laach #ahhd4 ,howorth1 ,das ,mammut und die ,fluth1 #ahic4 ,girard1 ,etudes de gologie biblique4 ,le dluge devant la critique histor4 ,i ,freiburg #ahic4 ,schwarz1 ,sintflut und ,vlkerwanderungen1 ,stuttgart #ahid4 ,c4 ,schmidt1 ,das ,naturereigniss der ,sintfluth1 ,basel #ahie4 ,zckler1 ,neue ,jahrb4 f4 deutsche ,theol4 #ahie1 ,heft #c en #d4 ,martin ,gander1 ,die ,sndflut in ihrer ,bedeutung fr die ,erdgeschichte1 ,mnster #ahif4 #h4 ,deze vier pogingen1 om ,schrift en wetenschap in overeenstemming te brengen1 zn niet in elk opzicht aan elkander tegenovergesteld4 ,zelfs in de eerstgenoemde ideale theorie ligt nog eenige waarheid4 ,door allen toch wordt toegestemd dat de ,schrift niet de taal der wetenschap maar der dagelksche ervaring spreekt1 dat z ook b het verhaal der schepping op geo- of anthropocentrisch standpunt staat1 en dat z daarb geen les wil geven in geologie of eenige andere wetenschap1 maar ook b het verhaal van den oorsprong en de wording aller schepselen het boek der religie1 der openbaring1 der kennisse ,gods blft4 ,non legitur in ,evangelio dominum dixisse3 mitto vobis paracletum qui vos doceat de cursu solis et lunae2 christianos enim facere volebat1 non mathematicos1 ,august4 de actis c4 ,felice ,man4 ,i #aj4 ,moses rudi populo condescendens secutus est1 quae sensibiliter apparent1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #gj art4 #d4 ,s4 ,scriptura ex professo non tractat eas res1 quas in philosophia cognoscimus1 ,alsted1 ,praecognita #aha1 cf4 ,voetius1 ,disp4 ,v #aca4 ,hettinger1 ,apol4 ,,iii #aif4 ,maar als de ,schrift dan toch van haar standpunt uit1 juist als boek der religie1 met andere wetenschappen in aanraking komt en ook daarover haar licht laat schnen1 dan houdt ze niet eensklaps op ,gods woord te zn maar blft dat4 ,ook als ze over de wording van hemel en aarde spreekt1 geeft ze geen sage of mythe of dichterlke phantasie1 maar ook dan geeft z naar hare duidelke bedoeling historie1 die geloof en vertrouwen verdient4 ,en daarom hield de christelke theologie dan ook1 op slechts enkele uitzonderingen na1 aan de letterlke1 historische opvatting van het scheppingverhaal vast4 ,toch is het opmerkelk1 dat geene enkele confessie over het hexaemeron iets vaststelde en dat ook in de theologie allerlei uitleggingen naast elkander werden geduld4 ,augustinus vermaande reeds1 om op dit terrein niet te spoedig iets met de ,schrift in strd te achten1 om over deze moeilke onderwerpen niet dan na ernstige studie mede te spreken en om niet door onkunde zich belachelk te maken in de oogen der ongeloovige wetenschap1 de ,gen4 ad lit4 ,i #ah4 #ai4 #bj4 #ba1 cf4 ook ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #fh art4 #a4 ,de waarschuwing is door de theologen niet altd trouw ter harte genomen4 ,en toch kan de geologie ons uitnemenden dienst bewzen b de verklaring van het scheppingsverhaal4 ,gelk de ptolemeische wereldbeschouwing de theologie gedrongen heeft tot eene andere en betere verklaring van den zonnestilstand in ,jos4 #aj2 gelk ,assyriologie en ,egyptologie kostelke bdragen zn voor de uitlegging der ,schrift2 gelk de historie menigmaal de profetie eerst in hare ware beteekenis kennen doet2 zoo dienen ook de geologische en palaeontologische onderzoekingen in deze eeuw tot beter verstand van het scheppingsverhaal4 ,men bedenke toch wel1 dat de schepping en toebereiding van hemel en aarde een ,goddelk werk b uitnemendheid is1 een wonder in volstrekten zin1 vol verborgenheden en geheimenissen4 ,en toch wordt in ,genesis dit werk op zoo eenvoudige en sobere wze verhaald1 dat er haast eene disharmonie schnt te bestaan tusschen het feit zelf en de beschrving ervan4 ,achter elken trek in het scheppingsverhaal ligt eene wereld van wonderen en machtsdaden ,gods1 die door de geologie in eene onoverzienbare reeks van verschnselen voor onze oogen worden uitgestald4 ,van de feiten1 door geologie en palaeontologie aan het licht gebracht1 heeft de ,schrift en de theologie dan ook niets te vreezen4 ,ook de wereld is een boek waarvan alle bladzden door ,gods almachtige hand zn geschreven4 ,de strd ontstaat alleen daardoor1 dat zoowel de tekst van het boek der ,schriftuur als van dat der natuur dikwls zoo slecht gelezen en verstaan wordt4 ,de theologen gaan hier niet vr uit1 en hebben dikwerf in naam niet van de ,schrift maar van hun eigen onjuiste opvatting de wetenschap veroordeeld4 ,en de natuurvorschers hebben telkens de feiten en verschnselen1 die z ontdekten1 op eene wze uitgelegd en in dienst van eene wereldbeschouwing gesteld1 die noch door de ,schrift noch door de wetenschap werd gerechtvaardigd4 ,voorshands zou het aanbeveling verdienen1 dat de geologie1 die betrekkelk nog zulk eene jonge wetenschap is en wel reeds veel onderzocht heeft maar toch nog zoo eindeloos veel te onderzoeken heeft1 zich bepaalde tot het verzamelen van materiaal en van het bouwen van conclusies en het opstellen van hypothesen afzag4 ,z is daartoe nog volstrekt niet in staat en moet nog langen td geduld oefenen1 eer z daartoe bevoegd en bekwaam is4 #i4 ,wanneer deze voorloopige opmerkingen nu ter harte genomen worden1 dan is het in de eerste plaats waarschnlk1 dat de schepping van hemel en aarde in ,gen4 #a3a korter of langer td aan het werk der zes dagen in vers #c v4 is voorafgegaan4 ,de restitutietheorie is zeker aan het dwalen geraakt1 als z in ,gen4 #a3b den val der engelen en de verwoesting der aarde plaatste4 ,hiervan is toch met geen woord sprake2 er staat ook niet dat de aarde woest en ledig werd1 maar dat z dat was en dat ze z werd geschapen2 en de woestheid en ledigheid houdt geenszins in1 dat de aarde verwoest was maar dat z1 ofschoon reeds aarde1 toch nog ongevormd1 zonder gedaante of gestalte was4 ,maar overigens is het juist1 dat de schepping van hemel en aarde en de woeste en ledige toestand der aarde niet geplaatst kunnen worden binnen den eersten dag2 deze begon eerst en kon uit den aard zaak eerst beginnen met het licht4 ,de eerste dag wordt niet gevormd door de oorspronkelke duisternis en door het daarna geschapene licht1 maar h wordt gevormd door de eerste wisseling van avond en morgen1 welke na de schepping van het licht is ingetreden4 ,de duisternis1 waarvan ,gen4 #a3b spreekt1 was niet de eerste avond2 maar eerst1 nadat het licht was geschapen1 werd het avond en daarna morgen4 ,en met dien morgen was de eerste dag afgeloopen1 die met de schepping van het licht begonnen was2 de dag in ,genesis begint en eindigt met den morgen1 cf4 ,keil1 ,delitzsch e4 a4 op ,genesis4 ,ook ,augustinus1 ,conf4 ,,xii #h1 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #ab1 #a4 #b1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #gd art4 #b1 ,petavius1 de sex dier4 opif4 ,i c4 #i n4 #b e4 a4 oordeelden daarom terecht1 dat de schepping van hemel en aarde en de woeste toestand der aarde plaats hadden ante omnem diem4 ,zoo komt ook alleen tot zn recht1 dat de schepping in ,gen4 #a3a eenvoudig als een feit wordt verhaald zonder eenige nadere omschrving1 maar dat de toebereiding van de aarde1 ,gen4 #a3c v4 in den breede wordt verhaald4 ,gen4 #a3a zegt alleen1 dat ,god de ,schepper is van alle dingen1 maar maakt er geen melding van dat ,god ze schiep door zn ,woord en ,geest4 ,natuurlk wordt dit niet ontkend2 maar het staat er toch niet2 en evenmin staat er1 in hoeveel td en op wat wze ,god hemel en aarde schiep1 en hoelang de ongevormde toestand der aarde duurde4 ,eerst als het zesdaagsch werk een aanvang neemt1 wordt gezegd1 dat ook die ongevormde aarde in stand gehouden en vruchtbaar gemaakt werd door ,gods ,geest1 ,gen4 #a3b1 en dat alle dingen op en in die aarde tot stand gebracht zn door het ,woord ,gods1 ,gen4 #a3cv42 in de distinctio en ornatus der aarde gedurende de zes dagen komt ,gods wsheid uit1 ,calvn op ,gen4 #a3c4 ,maar ook al wilde men1 met het oog op ,ex4 #bj3aa1 #ca3ag1 het verhaalde in ,gen4 #a3a en #b brengen binnen den eersten dag1 dan zou daarmede alleen verkregen zn1 dat de eerste dag een gansch ongewone ware geweest4 ,h zou dan begonnen zn in het moment der schepping1 en zou eerst een td lang duister zn geweest1 ,gen4 #a3b4 ,in elk geval doet deze exegese het ware erkennen1 dat er in de boven in de tweede plaats genoemde1 concordistische theorie ligt opgesloten4 ,volmondig z toegegeven1 dat de opvatting der scheppingsdagen als tdperken naar aanleiding van de geologie is opgekomen4 ,daarmede is z echter volstrekt niet geoordeeld2 de vraag is alleen1 of de ,schrift1 zonder dat aan haar zin geweld wordt aangedaan1 deze opvatting toelaat4 ,vroeger achtte men ,jos4 #aj3ab met de ptolemeische wereldbeschouwing onvereenigbaar1 thans wordt ze op dien grond door niemand meer verworpen2 elk erkent1 dat de woorden der ,schrift eene andere opvatting toelaten1 dan die vroeger voor de eenig ware werd gehouden4 ,de profetische verwachtingen blken in de werkelkheid over veel langer tdsruimten zich uit te strekken1 dan de woorden waarin z gekleed zn1 b het eerste lezen doen vermoeden4 ,de dag van ,ihvh omvat een veel langer tdperk1 dan het woord zelf inhoudt4 ,de apostelen spraken van een weinig tds1 het einde1 den laatsten td1 de laatste ure enz41 en toch zn sedert hun woord achttien eeuwen voorbgesneld4 ,met het oog op dezen geheel eigenaardigen maatstaf1 dien de ,h4 ,schrift telkens b tdsbepalingen aanlegt1 is het apriori niet onmogelk1 dat ook de dagen in ,gen4 #a als tdperken zn op te vatten4 ,maar er zn ook positieve gegevens1 die deze exegese niet noodzakelk maar toch mogelk maken4 ,op de telkens in de ,schrift voorkomende uitdrukkingen3 in de dagen van1 ten einde van dagen 7 na vele jaren71 heel den dag 7 altd71 ten dage dat 7 toen7 enz41 wordt daarb dikwerf te veel nadruk gelegd2 de overdrachtelke beteekenis van het woord dag in ,oud en ,nieuw ,test4 b4v4 ,jes4 #b3b1 #aa1 #ac3f enz41 ,mt4 #bd3bb1 ,luk4 #aj3ab1 ,joh4 #i3d1 ,hd4 #b3bj1 #ag3ca1 ,rom4 #b3af1 #a ,cor4 #c3ac1 #a ,thess4 #e3b1 #d1 heeft evenmin genoegzame bewskracht2 en het beroep op ,ps4 #ij3d en #b ,petr4 #c3h doet ook weinig ter zake4 ,maar wel is het volgende van belang4 ,vooreerst is het1 gelk boven werd aangetoond1 in strd met ,gen4 #a1 om de creatio prima in den ongevormden toestand der aarde te brengen tot den eersten dag4 ,indien men dat echter toch doet1 wordt deze eerste dag toch in elk geval een geheel ongewone1 die met de duisternis begint en welks duur niet te berekenen is4 ,ten tweede worden de eerste drie dagen van de creatio secunda ook volgens de bedoeling van ,genesis naar een gansch anderen maatstaf berekend dan de volgende drie4 ,het wezen van dag en nacht bestaat niet in een korter of langer duur maar in de wisseling van licht en duisternis4 ,deze wisseling is voor de eerste drie dagen niet door de zon bewerkt1 welke eerst op den vierden dag werd geschapen1 maar is op eene andere wze door het in vers #c geschapen licht tot stand gekomen4 ,indien dit echter het geval is1 is de lengte van die eerste drie dagen ook niet te bepalen4 ,ten derde vloeit daaruit voort1 dat ook de volgende drie dagen op dezelfde wze en in overeenstemming met de eerste drie dagen als tdperken kunnen worden opgevat4 ,want wel zn op den vierden dag zon1 maan en sterren geschapen en is het op zichzelf dus mogelk1 dat het tweede drietal dagen door de rotatie der aarde is bepaald4 ,maar het scheppingsverhaal zegt wel1 dat zon1 maan en sterren toen gemaakt zn en hunne bestemming voor de aarde hebben verkregen1 maar het zegt met geen woord1 dat die bestemming op dienzelfden dag terstond ten volle is bereikt4 ,de scheppingsperiode zelve verkeerde in geheel andere omstandigheden1 dan die na afloop van het scheppingswerk intraden4 ,eerst toen was alles afgeloopen en bepaald4 ,ten vierde is het zeer moeilk1 om op den zesden dag te plaatsen alwat ,gen4 #a en #b daarop laten geschieden4 ,op dien dag moet dan vallen de schepping der dieren1 ,gen4 #a3bd1 #be1 de formeering van ,adam1 ,gen4 #a3bf1 #b3g1 de planting van den hof1 ,gen4 #a3h-ad1 de afkondiging van het proefgebod1 ,gen4 #b3af1 #ag1 de leiding der dieren tot en hunne naamgeving door ,adam1 ,gen4 #b3ah-bj1 de slaap van ,adam en de schepping van ,eva1 ,gen4 #b3ba-bc4 ,dit moge nu niet onmogelk zn1 waarschnlk is het toch niet4 ,ja1 als de ,schrift in ,gen4 #a3bf-ca de schepping van ,adam en ,eva in nen adem vermeldt en van alwat het tweede scheppingsverhaal daartusschen voegt1 niet het minste gewag maakt en dan toch dat alles plaatst op den zesden dag1 ,gen4 #a3ca1 is daarmede de mogelkheid1 dat de dagen tdperken zn1 voldoende bewezen4 ,ten vfde is het de bedoeling van ,genesis niet1 om aan te toonen1 dat de schepping aller dingen juist in #f #bd uren1 geen minuut korter of langer1 heeft plaats gehad4 ,maar dag duidt in het scheppingsverhaal den td aan1 waarin ,god scheppende werkzaam was4 ,met iederen morgen geeft ,h aan een nieuwe wereld het aanzn2 de avond treedt in1 als ,h deze heeft tot stand gebracht4 ,de scheppingsdagen zn werkdagen ,gods4 ,door een zesmaal vernieuwden arbeid heeft ,h de gansche aarde toebereid en den chaos in een kosmos veranderd4 ,dit wordt in het sabbatsgebod ons ten voorbeeld gesteld4 ,gelk voor ,god1 treedt ook voor den mensch na zesdaagschen arbeid de ruste in4 ,b ,israel was die scheppingstd ook de grondslag voor de indeeling van het kerkelk jaar4 ,en voor heel de wereld blft h type van de aeonen dezer bedeeling1 die eens in den wereldsabbat1 in de eeuwige ruste eindigt1 ,hebr4 #d4 ,ten zesde eindelk is er op iederen scheppingsdag veel meer geschied1 dan de sobere woorden van ,genesis ons vermoeden doen4 ,gelk in den dekaloog ne enkele zonde vele andere onder zich begrpt1 zoo wordt ook in het scheppingsverhaal van iederen dag slechts het voornaamste genoemd1 datgene1 wat voor den mensch het bekendste en het belangrkste is4 ,de ,schrift zelve bewst dat1 want het eerste scheppingsverhaal bevat niets van het parads1 de naamgeving der dieren1 ,adams slaap enz41 welke eerst in het tweede scheppingsverhaal worden vermeld4 ,en voorts leert het natuuronderzoek ons allerlei schepselen kennen1 waaraan de schrver van ,genesis geen oogenblik heeft gedacht2 allerlei chemische elementen1 vele delfstoffen en planten1 en onderscheidene soorten van dieren1 insecten1 infusiediertjes1 bacterin1 worden in ,genesis niet genoemd4 ,z moeten echter toch geschapen zn1 en dus in het hexaemeron eene plaats vinden4 ,op iederen dag is het scheppingswerk zeker veel grooter en rker geweest1 dan ,genesis ons in zn eenvoudig verheven verhaal bericht4 #aj4 ,met deze opvatting van het scheppingsverhaal zn de uitkomsten van het geologisch onderzoek zeer wel in overeenstemming te brengen4 ,maar men dient dan zeker te weten1 welke die uitkomsten zn4 ,zoodra men daarnaar echter een eenigszins nauwkeurig onderzoek instelt1 stuit men op allerlei bezwaren en wordt alles te meer onzeker1 naarmate men dieper onderzoekt en verder doordringt4 ,natuurlk heeft niemand en kan niemand eenig bezwaar hebben tegen de feiten1 welke de geologie aan het licht brengt4 ,die feiten zn evengoed woorden ,gods als de inhoud der ,h4 ,schrift1 en dus door ieder geloovig te aanvaarden4 ,maar van die feiten moet zeer streng de exegese onderscheiden worden1 welke de geologen daarvan voordragen4 ,iets anders zn de verschnselen1 welke de aarde vertoont2 iets anders de combinaties1 hypothesen1 conclusies1 welke door de onderzoekers der aarde daarmede verbonden zn4 ,ongerekend nu de volstrekt niet denkbeeldige mogelkheid1 dat ook de waarneming1 constateering en beschrving van de geologische feiten en verschnselen soms wel ter dege onder den invloed eener apriorische wereldbeschouwing staat1 leert de geologie tegenwoordig eenparig1 dat de aardoppervlakte uit verschillende lagen is samengesteld1 die alle duidelk de kenmerken dragen van in het water bezonken te zn2 dat deze aardlagen1 waar en inzoover z ergens aanwezig zn1 altd in eene zekere orde voorkomen1 zoodat b4v4 eene lagere formatie nooit tusschen hoogere inligt2 en eindelk dat deze aardlagen eene groote massa van fossilen bevatten1 die wederom niet bont dooreen in alle lagen verstrooid zn1 maar te lager van soort zn naarmate z in lagere sedimenten voorkomen4 ,dat zn de feiten2 en daarop zn dan door de geologen al die langdurige geologische perioden gebouwd1 welke vroeger reeds werden opgesomd4 ,maar juist tegen deze geologische perioden bestaan zeer ernstige bezwaren4 #a4 ,vooreerst verdient het overweging1 dat de geologie nog eene jonge wetenschap is4 ,z is nog geen honderd jaren oud4 ,in de eerste helft van haar bestaan was z b mannen als von ,buch1 de ,saussure enz4 volstrekt niet vandig aan de ,schrift2 eerst toen ,lyell e4 a4 haar in dienst van de evolutieleer stelden1 werd z een wapen ter bestrding van het bbelsch scheppingsverhaal4 ,reeds deze overweging maant tot voorzichtigheid2 als de geologische wetenschap ouder en rker wordt1 zal z op dit punt waarschnlk zichzelve herzien4 #b4 ,de geologie kan men noemen de archaeologie der aarde4 ,z leert ons toestanden kennen1 waarin de aarde vroeger verkeerd heeft4 ,maar z zegt ons natuurlk over de oorzaak1 het ontstaan1 den duur enz4 van die toestanden zoo goed als niets4 ,uit de verschnselen der aarde eene geschiedenis der aarde te willen construeeren1 lkt apriori een even hachelk ondernemen1 als om uit de archaeologische overblfselen van een volk zne geschiedenis te willen opmaken4 ,als hulpmiddel moge de archaeologie zeer nuttig zn2 z kan de historie niet vervangen4 ,de geologie biedt belangrke gegevens1 maar z kan uitteraard nooit eene ,schpfungsgeschichte leveren4 ,wie dat beproeft1 moet ieder oogenblik tot gissingen de toevlucht nemen4 ,alle geboorte1 zeide ,schelling1 is uit duisternis tot licht4 ,alle oorsprongen liggen in het duister4 ,als men ons niet zegt1 wie onze ouders en voorouders waren1 dan weten w het niet4 ,indien er geen scheppingsverhaal is1 is en blft ons de geschiedenis der aarde onbekend4 #c4 ,de geologie kan dan ook nooit tot aan het scheppingsverhaal toekomen2 z staat vanzelf op den grondslag van het geschapene en nadert ,gen4 #a niet2 z kan constateeren wat z waarneemt1 maar de oorsprongen er van niet anders dan vermoeden4 ,zeer juist en schoon zegt de geoloog ,ritter von ,holger3 ,wir haben das ,unangenehme1 dass wir erst ins ,theater gekommen sind1 nachdem bereits der ,vorhang gefallen ist4 ,wir mssen das ,schauspiel das gegeben wurde1 aus dem auf der ,bhne zurckgebliebenen ,dekorationen1 ,versatzstcken1 ,waffen u4 s4 w4 7das sind namentlich die palontologischen ,entdeckungen oder die ,versteinerungen7 zu erraten suchen1 daher ist es sehr verzeihlich1 wenn wir uns irren1 b ,trissl1 ,das bibl4 ,sechstagewerk #ahid ,s4 #gc4 #d4 ,ofschoon de aardlagen1 waar en voorzoover z ergens voorkomen1 in zekere orde gelegen zn1 toch is het evenzeer een feit1 dat z nergens alle b elkaar en compleet voorkomen1 maar sommige worden hier1 andere elders gevonden4 ,wir haben nirgends ein vollstndiges ,exemplar des ,buches der ,erde1 sondern verstreut ber dieselbe eine grosse ,menge von defecten ,exemplaren von dem verschiedensten ,formate und auf sehr verschiedenem ,materiale1 ,pfaff1 ,schpf4 #e4 ,de reeks en de orde der aardlagen en dus ook van de daarop gebouwde geologische perioden wordt daarom niet onmiddellk door de feiten aan de hand gedaan1 maar rust op eene combinatie van feiten1 die aan allerlei gissing en dwaling blootstaat4 ,er behoort naar de erkentenis der geologen zelven veel geduld en moeite toe1 om de juiste orde der aardlagen vast te stellen1 ,geikie1 ,geologie1 deutsch von ,o4 ,schmidt1 ,strassburg #ahhf ,s4 #ee4 ,pfaff1 ,schpf4 #e4 #e4 ,van de oppervlakte der aarde is nog maar een zeer klein gedeelte onderzocht1 vooral ,engeland1 ,duitschland en ,frankrk4 ,van de andere deelen van ,europa is nog weinig1 van het grootste deel van ,azi1 ,afrika1 ,nieuw-,holland enz4 is nog zoo goed als niets bekend4 ,zelfs ,hckel geeft toe1 dat nauwelks het duizendste gedeelte van de aardoppervlakte palaeontologisch is onderzocht1 ,nat4 ,schpf4 #ahgd ,s4 #cee4 ,en deze berekening is zeker niet te laag geraamd4 ,latere onderzoekingen kunnen dus nog allerlei andere feiten aan het licht brengen4 ,de hypothesen en conclusies der geologie zn dus in elk geval op een onvoldoend getal gegevens gebouwd4 #f4 ,het is een feit1 hetwelk hoe langer hoe meer van den kant der geologie erkenning vindt1 dat de td van de formatie der aardlagen volstrekt niet kan bepaald worden uit den aard en de hoedanigheid dier lagen4 ,die ,beschaffenheit der ,schichten1 zegt ,pfaff1 t4 a4 p4 #e1 giebt durchaus keinen ,anhaltspunkt an die ,hand1 um ber die ,zeit ihrer ,bildung einen ,aufschluss zu erhalten4 ,onder invloed van het darwinisme1 dat alles verklaren wilde door oneindig kleine veranderingen in oneindig groote tdsruimten1 heeft men wel van millioenen van jaren gesproken4 ,maar dat zn eenvoudig mythologische getallen1 waarvoor alle grond ontbreekt1 ,schelling1 ,werke1 ,,ii #a ,s4 #bbi4 ,de geologen weten nog volstrekt niet1 of vroeger dezelfde dan wel andere omstandigheden hebben geheerscht4 ,en zelfs b gelke omstandigheden groeit alles in de jeugd veel sneller en sterker dan in latere jaren4 ,bovendien zn al de gronden1 waarop de geologen tot dusver hun getallen bouwden1 onhoudbaar gebleken4 ,de deltavormingen1 de heffingen en dalingen van het vasteland1 de steenkoolformaties enz4 zn alle als grondslag van berekening weer prsgegeven4 ,bezadigde natuurvorschers spreken tegenwoordig dan ook geheel anders4 ,es fehlet uns jeder exacte ,massstab zur ,berechnung vorhistorischer ,ereignisse1 ,zittel1 ,aus der ,urzeit1 #b;e ,aufl4 #ahge ,s4 #eef4 #g4 ,ook de orde1 waarin de aardlagen voorkomen1 kan geen maatstaf ter berekening van den td en den duur harer formatie zn4 ,natuurlk is op eene bepaalde plaats de onderste laag ouder dan de bovenste1 maar alle recht ontbreekt1 om de verschillende aardlagen van verschillende plaatsen been te voegen en alzoo eene reeks van formaties en perioden te vormen4 ,wie jetzt in unseren ,meeren an einer ,stelle sich ,kalkniederschlge bilden1 whrend zu derselben ,zeit an anderen ,orten sich ,lagen von ,sand oder ,lehm bereinander absetzen1 so haben sich auch in frheren ,zeiten an verschiedenen ,orten gleichzeitig verschiedenartige ,schichten gebildet1 und wieder gleichartige zu verschiedenen ,zeiten1 ,pfaff1 ib4 ,de lagen uit zoogenaamd verschillende perioden zn niet constant verschillend1 en degene1 die voor even oud worden gehouden1 zn niet altd qualitatief gelk1 ,trissl #fa4 ,in denzelfden td kunnen in verschillende deelen der aarde gelke formaties hebben plaats gehad1 gelk dat nog tegenwoordig menigmaal geschiedt4 #h4 ,de td van de formatie der aardlagen en de orde van hare ligging wordt dan ook tegenwoordig bna uitsluitend bepaald naar de petrefacten1 die erin aangetroffen worden1 cf4 art4 ,geognosie b ,brockhaus4 ,de geologie is afhankelk geworden van de palaeontologie1 en deze staat heden ten dage bna schier geheel in dienst van de evolutieleer4 ,van te voren wordt als bewezen aangenomen1 dat de organische wezens van de lagere tot de hoogere zich hebben ontwikkeld2 en daarop wordt dan de orde en de duur van de sedimentformaties gebouwd4 ,omgekeerd gebruikte men dan de orde der sedimenten weer als een bews voor de evolutietheorie en maakte zich alzoo aan een circulus vitiosus schuldig4 ,nu wordt echter de evolutieleer door de palaeontologie veelmeer weerlegd dan begunstigd4 ,want in de verschillende lagen komen verschillende fossilen van planten en dieren niet voor in eenige weinige exemplaren en soorten4 ,maar b iedere laag staat de geologie in eens en plotseling voor eene onoverzienbaar rke wereld van organisch leven1 in soorten onderscheiden en door geen overgangsvormen aangevuld4 ,zelfs worden er petrefacten van planten en dieren aangetroffen1 welke sedert uitgestorven zn1 alle latere formaties in grootte en sterkte overtreffen en de natuur als het ware doen kennen in hare eerste scheppende kracht1 in hare weelderige vruchtbaarheid1 ,pfaff1 ,schpf4 #ffg-gji4 #i4 ,nu is het wel waar1 dat de fossilen niet in alle lagen bont dooreen verspreid zn1 maar dat in bepaalde lagen ook in den regel bepaalde planten en dieren voorkomen4 ,doch ook hieruit is noch voor de evolutieleer noch voor de geologische perioden iets met zekerheid af te leiden4 ,immers1 de verschillende soorten van planten en dieren waren en zn overeenkomstig haar aard en levensvoorwaarden over de oppervlakte der aarde verspreid2 ze leefden in verschillende plaatsen en zonen1 en ze moesten dus ook versteenen in de verschillende sedimenten1 die er op verschillende plaatsen gevormd werden4 ,de petrefacten zn daarom geen representanten van den td van ontstaan der organische wezens1 maar van de hoogere of diepere zonen1 in welke z leefden4 ,onderstel toch1 dat de thans levende planten en dieren over geheel de aarde heen plotseling in aardlagen begraven werden en versteenden1 dan zou noch uit de onderscheidene soorten van fossilen noch uit de verschillende lagen1 waarin z voorkwamen1 eenig besluit te trekken zn ten aanzien van den td van hun ontstaan4 ,en daarb komen dan nog allerlei andere omstandigheden1 die de indeeling en berekening der geologische perioden schier onmogelk maken1 zooals bv41 dat de onderscheidene soorten van planten en dieren in den eersten td niet zoo over de gansche aarde verbreid waren als later2 dat van tal van planten en dieren in de verschillende lagen geen petrefacten zn bewaard2 dat velerlei oorzaken sommige planten en dieren kunnen gebracht hebben in plaatsen en zonen1 waarin z van nature niet leefden2 dat dezelfde aardlagen wel doorgaans maar lang niet altd dezelfde soorten van fossilen bevatten1 en dat daarom aardlagen1 die qualitatief gelk zn en eerst in denzelfden td waren geplaatst1 later weer elders werden thuisgebracht1 omdat men er nieuwe en andere petrefacten in vond1 enz4 #aj4 ,de geologen erkennen zelf menigmaal1 dat de geologische perioden niet streng te scheiden zn4 ,vooral b de tertiaire en quaternaire periode komt dit uit4 ,hier is schier alles onzeker4 ,onzeker is de grens1 de aanvang1 het einde1 de duur dier beide tdperken4 ,onzeker is de oorzaak1 de uitgebreidheid1 de duur der zoogenaamde speriode2 er is verschil over1 of er n of meer stden moeten aangenomen worden2 en zelfs is heel het bestaan van een std nog aan ernstigen twfel onderworpen4 ,onzeker is de oorzaak1 de td en de wze1 waarop de groote voorhistorische dieren zn omgekomen1 wier fossilen soms nog geheel ongeschonden zn bewaard4 ,onzeker is het optreden van den mensch1 vr of na den std1 in de tertiaire of quaternaire periode1 tegelk met of na den mammuth1 mastodon en rhinoceros4 ,onzeker is de oorzaak van de diluviale formatin en van hare uitbreiding over heel de aarde heen4 ,onzeker is de oorzaak en de td van de berg- en gletschervormingen1 waarb alleen het feit1 dat de verschuivingen der gletschers uit het ,noorden naar het midden van ,europa voor de ,scandinavische bergen eene hoogte zouden vereischen van #ddjjj meter1 een bna onoverkomelk bezwaar oplevert enz4 #aa4 ,daarb komt nog ten slotte1 dat de ,schrift en de eenparige traditie van bna alle volken van een ontzaglken vloed verhaalt1 die een geweldigen omkeer heeft gebracht in heel den toestand der aarde4 ,volgens de ,schrift treedt er na den zondvloed een gansch andere toestand in voor mensch en aarde4 ,de menschheid vr den zondvloed onderscheidde zich door groot verstand1 krachtigen ondernemingsgeest1 titanischen moed1 langen levensduur1 sterke lichamelke ontwikkeling1 schrikkelke goddeloosheid4 ,en zonder twfel was de natuur1 het planten- en dierenrk1 daarmede in overeenstemming4 ,maar in den zondvloed komen bna alle menschen om1 vele soorten van planten en dieren sterven uit1 de natuur wordt aan banden gelegd1 een zachter bedeeling treedt in1 de bedeeling1 in welke w leven4 ,deze getuigenissen der ,schrift worden van allen kant door de geologie bevestigd4 ,de mensch uit de tertiaire periode is nog niet gevonden1 en het is niet waarschnlk1 dat h ooit gevonden zal worden2 de menschheid was toen vr den zondvloed waarschnlk nog niet over de aarde verspreid2 de zondvloed verklaart1 dat er van de menschen vr dien td geen fossilen over zn2 de schedels en beenderen1 die van menschen hier en daar gevonden zn1 waren allen afkomstig uit den quaternairen td en van de onze niet verschillend4 ,voorts leert de geologie duidelk1 dat de mensch nog gelktdig met den mammuth1 het hebr4 behemoth1 ,job #dj vs4 #aj1 heeft geleefd en dat de mammuth dus nog thuis hoort in den historischen td4 ,de algemeenheid der diluviale formaties bewst1 dat de zondvloed over heel de aarde zich moet hebben uitgestrekt4 ,de bergen zn voor een groot gedeelte in den historischen td ontstaan4 ,de oorzaken der speriode1 indien ze al bestaan heeft1 zn volkomen onbekend en kunnen dus zeer goed gelegen hebben in den zondvloed en in de daling der temperatuur1 die daarna allerwege intrad4 ,eerst door en na het diluvium heeft de aarde hare tegenwoordige gedaante gekregen4 ,tegen de vereenzelviging van diluvium en zondvloed is eigenlk maar n ernstig bezwaar1 en dat is de td4 ,de geologie plaatst den std en het diluvium gewoonlk eenige duizenden jaren vr ,christus4 ,maar eenerzds is daartegen op te merken1 dat de chronologie der ,schrift ook nog geenszins vast staat4 ,men behoeft nog niet zoo ver te gaan als de ,sacy1 die zeide3 il n'y a pas de chronologie biblique1 om toch ,voetius toe te stemmen1 als h verklaarde3 ex ,s4 ,scriptura exacta supputatio haberi non potest1 ,disp4 ,v #aec4 ,het is niet onmogelk1 dat soms geslachten zn overgesprongen en persoonsnamen als volksnamen zn bedoeld4 ,en andererzds zn de geologische berekeningen1 gelk boven gezegd is1 veel te onzeker1 dan dat daaraan een bezwaar tegen bovenstaande opvatting kan worden ontleend4 #ab4 ,wanneer w dit alles saamvatten en in rekening brengen1 dan biedt de ,schrift van het oogenblik der schepping af aan in ,gen4 #a3a tot den zondvloed toe eene meer dan genoegzame tdsruimte aan voor de plaatsing van al die feiten en verschnselen1 welke de geologie en palaeontologie in deze eeuw aan het licht hebben gebracht4 ,het is niet in te zien1 waarom deze alle niet in dien td eene plaats zouden kunnen vinden4 ,meer heeft de theologie nu ook niet te doen2 z heeft zich niet in te laten met de oorzaken dier verschnselen2 de verklaring der feiten verblve aan de geologie6 ,maar misschien kan de ,schrift daarb toch beteren dienst bewzen1 dan de natuurwetenschap gewoonlk vermoedt4 ,immers1 z wst er ons op1 dat de schepping een ,goddelk werk b uitnemendheid is4 ,er hebben b het ontstaan en de formatie der dingen krachten gewerkt1 er hebben tot den zondvloed toe toestanden bestaan1 en er heeft in dien vloed eene catastrophe plaats gehad1 gelk die na dezen td niet meer zn voorgekomen4 ,de wording wordt altd door andere wetten beheerscht dan de ontwikkeling4 ,de wetten van het creatuur zn niet de regel der creatie en veel minder die van den ,creator4 ,voorts houde zich de theologie alleen aan de onbetwistbare feiten1 welke de geologie doet kennen1 maar wachte zich voor de hypothesen en conclusies1 die de geologen daaraan toevoegen4 ,daarom ziet ze af van elke poging1 om de zoogenaamde geologische perioden met de zes scheppingsdagen te vereenzelvigen4 ,immers is het niet anders dan eene onbewsbare meening1 dat die perioden successief en in die orde op elkander gevolgd zn4 ,daarmede wordt niet ontkend1 dat b4 v4 de azoische formaties reeds van het oogenblik der schepping af begonnen zn4 ,veeleer wst alles er op1 dat ze toen onder de werking van allerlei mechanische en chemische krachten reeds een aanvang hebben genomen4 ,maar de geologie weet er niets van1 dat ze niet ook later tegelk met de palaeozoische enz4 hebben plaats gehad1 en gist beide naar de oorzaken en naar de wze van haar ontstaan4 ,en zoo is het met alle andere perioden4 ,het is zeer waarschnlk1 dat het zoogenaamde tertiaire tdperk nog tot aan den zondvloed reikt1 en dat diluvium en std met deze catastrophe samenvallen4 ,vervolgens wordt door het gelktdig voorkomen van plant- en dierfossilen in de zoogenaamde palaeozoische periode niets voor de orde van hun ontstaan beslist4 ,de geologie weet toch van het ontstaan van die organische wezens niets af2 z vindt ze maar dringt tot hun oorsprong niet door4 ,en ook z moet aannemen1 dat het plantenrk vr het dierenrk is ontstaan1 om de eenvoudige reden1 dat de dieren van de planten leven4 ,voorzoover de geologie iets over de orde van ontstaan der dingen zeggen kan1 stemt z met de ,schrift volkomen overeen4 ,eerst de anorganische schepping2 dan de organische1 beginnende met het plantenrk2 daarna het dierenrk en ook dit weder in dezelfde orde1 eerst de water-1 dan de landdieren1 en daaronder vooral de zoogdieren1 ,pfaff1 ,schpf4 #gdb4 ,zoo wachten w als ,christenen en als theologen de zekere resultaten der natuurwetenschap met eenig vertrouwen af4 ,voor diepgaand en alzdig onderzoek behoeft de theologie niet bevreesd te zn4 ,z wachte zich slechts1 om al te groote waarde te hechten aan een onderzoek1 dat nog geheel nieuw1 onnauwkeurig en onvolledig is en daarom telkens door gissingen en vermoedens wordt aangevuld4 ,ze z op hare hoede1 om al te voorbarig concessies te doen aan en overeenstemming te zoeken met zoogenaamde wetenschappelke resultaten1 die iederen dag omvergestooten en door dieper onderzoek in hunne onhoudbaarheid kunnen worden aangetoond4 ,en z hebbe als wetenschap van de ,goddelke en eeuwige dingen geduld1 totdat de wetenschap1 die haar bestrdt1 dieper en breeder hebbe onderzocht en1 gelk het in de meeste gevallen gaat en gegaan is1 zichzelve corrigeere4 ,zoo houdt de theologie beter hare waardigheid en eere op1 dan door onophoudelk zich te plooien naar de meeningen van den dag4 ,cf4 ,howorth1 ,the mammoth and the flood #ahhg4 ,bosizio1 ,das ,hexaemeron und die ,geologie1 ,mainz #ahfe4 ,trissl1 ,das bibl4 ,sechstagewerk vom ,standp4 der kath4 ,exegese u4 v4 ,standp4 der ,naturw4 #b;e ,aufl4 ,regensburg #ahid4 ,id4 ,sndfluth oder ,gletscher #ahid4 ,hahn1 ,die ,entstehung der ,weltkrper1 ,regensburg #ahie4 #cb4 ,,de ,,oorsprong ,,van ,,den ,,mensch4 #a4 ,de schepping loopt uit op den mensch4 ,in hem sluiten geestelke en stoffelke wereld zich saam4 ,volgens het eerste scheppingsverhaal is de mensch1 man en vrouw saam1 geschapen op den zesden dag1 ,gen4 #a3bfv41 nadat de schepping der landdieren was voorafgegaan4 ,ook de ,schrift leert daarin eene nauwe verwantschap van mensch en dier4 ,beide zn op denzelfden dag geschapen1 beide zn ook gevormd uit het stof der aarde4 ,maar b die verwantschap is er ook een groot onderscheid4 ,de dieren worden op ,gods bevel door de aarde voortgebracht1 ,gen4 #a3bd2 de mensch echter wordt geschapen na eene beraadslaging ,gods1 naar zn beeld1 tot een heer over alle dingen4 ,deze korte aanduidingen worden in het tweede scheppingsverhaal toegelicht en uitgebreid4 ,het eerste scheppingsverhaal geeft eene algemeene geschiedenis der schepping1 welke in den mensch haar doel en haar einde vindt2 het tweede handelt bzonder van de schepping des menschen en van de verhouding1 waarin de andere schepselen tot hem staan4 ,in het eerste bericht is de mensch het einde der natuur1 in het tweede de aanvang der geschiedenis4 ,het eerste verhaal toont1 hoe alle andere schepselen den mensch voorbereiden2 het tweede leidt de geschiedenis in van de verzoeking en van den val des menschen en beschrft daartoe vooral zn oorspronkelken toestand4 ,in het eerste bericht wordt daarom de schepping van alle andere dingen1 van hemel1 aarde1 uitspansel enz4 in den breede en in geregelde orde verhaald1 en de schepping des menschen niet uitvoerig besproken2 het tweede onderstelt de schepping van hemel en aarde1 geeft geen chronologische maar eene zakelke orde1 en zegt niet wanneer planten en dieren zn geschapen maar beschrft alleen1 in welke verhouding z naar hun wezen tot den mensch staan4 ,gen4 #b3d;b-#i houdt niet in1 dat de planten maar alleen1 dat de hof in ,eden gevormd is na den mensch2 de schepping der planten wordt door den schrver zonder twfel tusschen vers #f en #g gedacht4 ,evenzoo wordt in ,gen4 #b3ahv4 de schepping der dieren wel eerst na die van den mensch gesteld1 maar niet om daarmede den objectieven gang der schepping te beschrven1 doch alleen om aan te wzen1 dat de hulpe voor den man niet onder de dieren maar alleen in een hem gelk wezen te vinden is4 ,de beschrving eindelk van de schepping der vrouw is in geen enkel opzicht met die in ,gen4 #a in strd maar daarvan alleen eene nadere verklaring4 ,cf4 ,hengstenberg1 ,authentie des ,pentateuchs ,i #cjf f4 ,oehler1 ,altt4 ,theol4 #ah4 ,khler1 ,lehrb4 der bibl4 ,gesch4 des ,a4 ,t4 ,i #bd4 ,baumstark1 ,christl4 ,apologetik ,,ii #deh f4 ,h4 van ,eyck van ,heslinga1 ,de eenheid van het scheppingsverhaal1 ,leiden1 ,daamen #ahif4 #b4 ,deze ,goddelke oorsprong van den mensch is in de christelke kerk en theologie nimmer betwfeld4 ,maar buiten de openbaring zn er allerlei gissingen over de herkomst des menschen gewaagd4 ,vele sagen der ,heidenen schrven de schepping van den mensch nog aan de goden of halfgoden toe1 zoo bv4 b ,hesiodus1 ,op4 et ,dier4 ,lib4 ,i #bc-be4 ,ovidius1 ,metam4 ,i #hb sq4 #cfc sq4 ,en ook de wsbegeerte1 vooral van ,socrates1 ,plato1 ,aristoteles erkende in den uit het stof der aarde gevormden mensch gewoonlk een hooger1 redelk beginsel1 dat van de goden afkomstig was4 ,maar meermalen zn en in de religie en in de philosophie toch gansch andere denkbeelden gekoesterd over den oorsprong des menschen4 ,nu eens komt de mensch autochthonisch uit de aarde voort1 dan heeft h zich ontwikkeld uit een of ander dier1 of ook wordt h gehouden voor de vrucht van een of anderen boom enz41 cf4 ,andrew ,lang1 ,onderzoek naar de ontwikkeling van godsdienst1 kultus en mythologie1 ,uit het ,eng4 door ,dr4 ,l4 ,knappert ,i #ahic bl4 #adc4 #bge4 ,met het materialisme in de vorige eeuw in ,frankrk kwam deze beschouwing van den oorsprong des menschen weer in eere2 de mensch werd geheel en al1 ook naar zne psychische zde1 verklaard uit de stof4 ,sedert dien td won de idee der evolutie hoe langer hoe meer veld4 ,linnaeus #aggh en ,blumenbach #ahdj handhaafden nog het soortelk onderscheid tusschen mensch en dier4 ,maar ,kant hield den overgang des menschen uit een vroegeren dierlken tot een lateren menschelken toestand reeds voor iets1 dat vanzelf sprak1 ,kritik der ,urtheilskraft #gg-hj1 ,ueber die verschiedenen ,racen der ,menschen #agge4 ,lamarck #agdd-ahbi1 ,sint-,hilaire #aggb-ahdd1 ,oken #aggi-ahea1 von ,baer #ahcf1 ,h4 ,spencer #aheb1 ,schaaffhausen #ahec1 ,huxley #ahei1 ,ngeli #ahei waren allen reeds voorstanders van de dierlke afstamming van den mensch4 ,de philosophie leerde deze reeds lang vr de natuurwetenschap4 ,en ,charles ,darwin #ahji-ahhb was dus lang niet de eerste1 die de aan zn naam verbonden leer heeft voorgedragen4 ,zn roem is het alleen geweest1 dat h eene zeer groote menigte van waarnemingen deed1 die betrekking hadden op het leven van mensch en dier en beider verwantschap in het licht stelden2 dat h deze op eigenaardige wze wist te combineeren en in dienst te stellen van de reeds heerschende hypothese2 en dat h een weg aanwees1 waarin deze afstamming des menschen van het dier1 naar het scheen1 mogelk werd gemaakt1 ,the origin of species by means of natural selection #ahei1 holl4 vert4 ,het ontstaan der soorten1 door ,dr4 ,t4 ,c4 ,winkler1 #b;e uitg4 #ahhc4 ,the descent of man #ahga1 holl4 vert4 ,de afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus1 bewerkt door ,dr4 ,h4 ,hartogh ,heys van ,zouteveen1 #c;e dr4 #ahhd4 ,eene gansche schaar van geleerden1 ,lyell1 ,owen1 ,lubbock1 ,tylor1 ,hooker1 ,tyndall1 ,huxley1 ,moleschott1 ,haeckel1 ,hellwald1 ,bchner1 ,vogt enz4 achtte daarmee de vroegere hypothese zoo goed als bewezen en gaf ze uit voor een onomstootelk resultaat der natuurwetenschap4 ,onder het darwinisme is nu de leer te verstaan1 dat de soorten1 waarin vroeger de organische wezens werden ingedeeld geen constante eigenschappen dragen maar veranderlk zn2 dat de hoogere organische wezens uit de lagere zn voortgekomen en met name de mensch zich langzamerhand in den loop der eeuwen uit een uitgestorven apengeslacht ontwikkeld heeft2 dat het organische op zne beurt uit het anorganische is ontstaan1 en dat dus evolutie de weg is1 waarin onder de heerschapp van louter mechanische en chemische wetten al het bestaande tot aanzn is gekomen4 ,dat is de thesis of liever de hypothese4 ,deze evolutie tracht ,darwin te verklaren en mogelk te maken door de volgende overwegingen3 vooreerst leert de natuur ons allerwege kennen een struggle for life1 waaraan elk wezen deelneemt en waardoor het gedwongen wordt1 zich te ontwikkelen en te volmaken of anders te gronde te gaan2 ten tweede kiest de natuur uit tal van planten1 dieren1 menschen zulke tot voortleven en voortteling uit 7natural selection71 welke het gunstigst georganiseerd zn1 en deze natuurlke teeltkeus wordt gesteund door de sexueele teeltkeus1 waardoor ieder wfje aan het best georganiseerde mannetje de voorkeur geeft2 ten derde gaan de alzoo1 in den weg van struggle en selection verworven1 gunstige eigenschappen van ouders op kinderen of ook op kleinkinderen 7atavisme7 over1 en volmaken de organismen hoe langer hoe meer4 ,natuurlk zn dit geen bewzen1 maar alleen onderstellingen en verklaringen1 hoe naar ,darwins meening de evolutie mogelk zou zn4 ,bewzen voor de hypothese worden eigenlk alleen ontleend aan de verwantschap1 die er tusschen de organische wezens valt op te merken en die ook in physisch en psychisch opzicht tusschen dier en mensch bestaat2 aan de verandering en overerving van eigenschappen1 die we telkens in menschen- en dierenwereld waarnemen2 aan de rudimentaire organen1 die den mensch uit zn vroegeren dierlken toestand zn overgebleven2 aan de embryologie1 volgens welke de hoogere organismen als embrya de ontwikkelingtrappen der lagere doorloopen1 ,romanes1 ,de bewzen voor de theorie van ,darwin1 uit het eng4 door ,spaink1 ,amst4 #ahhd4 #c4 ,met hoeveel gezag dit darwinisme nu ook aanstonds is opgetreden1 het heeft toch van den beginne aan ernstige tegenspraak gevonden1 niet alleen b theologen en philosophen1 maar ook b allerlei natuurkundigen1 zooals ,agassiz1 ,essay on the classification #ahfe1 ,dawson1 ,die ,natur und die ,bibel1 aus dem ,engl4 ,gtersloh #ahgg1 ,ngeli1 ,entstehung u4 ,begriff der naturhist4 ,art1 #b;e ,aufl4 #ahfe4 ,mech4 phys4 ,theorie der ,abstammungslehre #ahhc4 ,wigand1 ,der ,darwinismus u4 s4 w4 #c ,bde #ahgd-gg1 en voorts ,dana1 ,flourens1 de ,beaumont1 ,jordan1 ,blanchard1 ,quatrefages1 ,oswald ,heer1 ,oscar ,fraas1 ,ad4 ,bastian1 ,r4 ,wagner1 ,pfaff1 ,klliker enz4 ,virchow herhaalt schier ieder jaar op de vergadering van natuurvorschers zn protest tegen hen1 die het darwinisme uitgeven voor een dogma4 ,duboys ,reymond sprak van sieben ,weltrthsel1 die door de natuurwetenschap niet konden worden opgelost en schreef niet lang vr zn dood1 dat w misschien weer tot het supranaturalisme terug moesten keeren4 ,de vroeger met spot verworpen levenskracht wordt weer in bescherming genomen door ,gustave ,bunge2 b ,max ,verworn1 ,wilhelm ,ostwald1 ,ed4 ,rindfleisch is eene neiging naar het pantheisme en mysticisme te bespeuren2 zelf ,haeckel prees het monisme als eenheid van religie en wetenschap aan4 ,romanes1 die beslist darwinist was1 stierf in #ahie verzoend met het geloof der ,anglikaansche kerk4 ,er is ongetwfeld eene reactie tegen het materialisme en darwinisme in aantocht4 ,en daarb komt nog de kritiek1 waaraan het darwinisme door theologen en philosophen onderworpen is4 ,ook z hebben in deze kwestie recht van spreken en hebben gewichtige bezwaren ingebracht1 cf4 ,ulrici1 ,gott u4 die ,natur #ahff4 ,gott u4 der ,mensch ,i #ahgd4 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 ,,ii #egi f4 ,id4 ,die ,lehre v4 ,urstand des ,menschen #ahgi ,s4 #aac f4 ,hartmann1 ,wahrheit u4 ,irrthum im ,darw4 #ahge4 ,carneri1 ,sittlichkeit u4 ,darw4 ,wien #ahgg4 ,weygoldt1 ,darw4 ,relig4 ,sittl4 ,leiden #ahgh4 ,hamann1 ,entwicklungslehre u4 ,darwinismus1 ,jena #ahib4 ,dutoit-,haller1 ,schpfung u4 ,entw4 nach ,bibel u4 ,naturw4 ,basel #ahib4 ,joh4 ,ranke1 ,der ,mensch1 ,leipzig #b;e ,aufl4 #ahid4 ,ebrard1 ,apol4 ,i #ceb f4 ,steude1 ,christ4 u4 ,naturwiss4 #ahie ,s4 #adh f4 ,bettex1 ,naturstudium u4 ,christ4 #b;e ,aufl4 #ahif4 ,pesch1 ,die grossen ,weltrthsel ,,ii #adg4 #aga f4 ,reusch1 ,bibel u4 ,natur #ccj f4 ,gutberlet1 ,der ,mensch1 sein ,ursprung u4 seine ,entw4 ,paderborn #ahif4 ,hettinger1 ,apol4 ,i #afg f4 ,kuenen1 ,theol4 ,tdschr4 ,x #djhv4 ,lamers1 ,nieuwe ,bdr4 ,,iii #ahev4 ,serrurier1 ,gids ,mei #ahie4 ,tdspiegel ,april #ahif bl4 #dee4 ,wet4 ,bladen ,mei #ahif4 ,salisbury in zne openingsrede van ,the britisch association of science in ,oxford ,aug4 #ahid enz4 ,met het oog op deze kentering is de theologie dikwerf al te voorbarig geweest en heeft zich al te haastig geschikt naar de evolutieleer1 b4v4 ,powell1 ,evidences of ,christianity #ahfj4 ,temple1 ,christ4 en ,natuurwetenschap1 vert4 door ,dr4 ,j4 ,w4 ,gunning1 ,haarlem #ahhg4 ,drummond1 ,de opkomst van den mensch1 #ahie4 ,carrire1 ,de zedel4 wereldorde bl4 #cfev4 enz4 ,er bestaan toch tegen het darwinisme veel te ernstige en wichtige bezwaren1 dan dat het als wetenschappelke verklaring der verschnselen aanvaard worden kan4 ,vooreerst toch is het geheel onmachtig1 om den oorsprong des levens ook maar eenigszins begrpelk te maken4 ,men nam eerst de toevlucht tot de generatio aequivoca1 d4 i4 tot het ontstaan van organische wezens door toevallige verbinding van anorganische stoffen4 ,toen de onderzoekingen van ,pasteur hare onhoudbaarheid bewezen1 greep men de onderstelling aan1 dat de protoplasmen of levenskiemen door meteoorsteenen van andere hemellichamen op de aarde waren gebracht 7,helmholtz1 ,thomson74 ,toen ook deze hypothese niet veel meer dan een inval bleek1 werd de leer verkondigd1 dat de cellen en levenskiemen1 altd naast het anorganische hadden bestaan en dus evenals stof1 kracht1 beweging enz4 eeuwig waren4 ,maar daarmede werd de ongenoegzaamheid der evolutie-theorie door de voorstanders zelven uitgesproken2 wie stof1 beweging1 leven eeuwig maakt1 lost het raadsel niet op maar wanhoopt aan de oplossing4 ,in de tweede plaats is het darwinisme ook niet in staat1 de verdere ontwikkeling van de organische wezens te verklaren4 ,de ,schrift erkent eenerzds de waarheid1 die er in de evolutie ligt1 als z planten en dieren op ,gods bevel uit de aarde laat voortkomen1 ,gen4 #a3aa1 #bj1 #bd2 maar ter andere zde zegt ze1 dat de aarde deze organische wezens alleen kon voortbrengen door een woord van ,gods almacht1 en dat die organische wezens van den beginne aan soortelk onderscheiden naast elkaar bestonden2 ze hebben allen hun eigen aard1 ,gen4 #a vs4 #aa1 #ba4 ,daardoor is niet uitgesloten1 dat binnen de soorten allerlei veranderingen kunnen plaats grpen1 en is evenmin het recht der wetenschap verkort1 om de grenzen der soorten nader aan te wzen4 ,zelfs is het volstrekt niet noodzakelk1 om in alle soorten1 welke de botanie en zologie thans opnoemt1 oorspronkelke scheppingen te zien2 het begrip van soort is nog lang niet scherp en duidelk bepaald4 ,maar het staat evenzeer vast1 dat de wezenlke verscheidenheid en ongelkheid der schepselen op ,gods scheppende almacht berust4 ,h is het1 die onderscheid maakt tusschen licht en duisternis1 dag en nacht1 hemel en aarde1 plant en dier1 engel en mensch1 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #dg4 ,en deze verscheidenheid en ongelkheid der schepselen1 bepaaldelk van de organische wezens1 blft in het darwinisme een raadsel4 ,als de mensch van het dier ware afgestamd1 zou juist het groote verschil1 dat tusschen beide bestaat en in heel het organisme uitkomt1 een onoplosbaar raadsel blven4 ,het is thans wel algemeen erkend1 dat de vele soorten van planten en dieren niet uit ne of ook zelfs uit vier of vf oorspronkelke organismen afgeleid kunnen worden2 die soorten loopen morphologisch en physiologisch veel te sterk uiteen4 ,de natural en de sexual selection zn ongenoegzaam1 om zoodanige soortveranderingen mogelk te maken1 en zn dan ook door ,darwin zelf reeds belangrk beperkt en gewzigd4 ,bovendien1 zulke overgangen uit de eene soort in de andere zn nooit noch in 't verleden noch in den tegenwoordigen td waargenomen4 ,dezelfde soorten van planten en dieren1 die w nu kennen1 bestonden ook vr duizenden jaren en traden in eens in grooten getale op4 ,de overgangsvormen1 welke de thans bestaande soorten nader tot elkaar zouden brengen1 zn nergens gevonden4 ,de palaeontologie bewst geen langzaam en rechtlnig opklimmen van de organische wezens uit het lagere tot het hoogere1 maar toont1 dat allerlei soorten van den beginne af naast elkander bestonden4 ,zulke overgangsvormen zouden echter in grooten getale te vinden moeten zn1 omdat de morphologische veranderingen zoo langzaam1 eerst in duizenden van jaren1 plaats hadden en telkens van zoo geringe beteekenis waren4 ,het laat zich niet denken1 dat deze alle toevalligerws door catastrophen zouden zn omgekomen2 te minder1 omdat al de lagere organismen tot den huidigen dag toe1 in weerwil van hunne onvolmaaktheid en ongeschiktheid tot den strd om het leven1 naast de hoogere zn blven voortbestaan4 ,daarb komt1 dat van verschillende zden1 vooral door ,aug4 ,weismann1 op goede gronden de stelling verdedigd is1 dat juist verworven eigenschappen niet overerven1 ,koster1 ,wet4 ,bladen1 ,maart #ahig bl4 #cba-cdd4 ,geheel in tegenspraak met ,darwins theorie zn de morphologische eigenschappen het minst en de physiologische het meest variabel4 ,indien die morphologische veranderingen ook zoo langzaam voortgingen en telkens zoo gering van beteekenis waren1 konden z in den struggle for life ook niets baten2 ze waren in den td van overgang eer een gebrek dan eene volkomenheid4 ,zoolang het ademen door kieuwen overging in het ademen door longen1 was het eer een beletsel dan een voordeel in den strd om het bestaan4 ,om al deze redenen deed de natuurkundige1 wiens wetenschap op feiten steunen moet1 beter1 in deze van een oordeel zich te onthouden4 ,het materialisme en het darwinisme zn beide historisch en logisch geen resultaat der experimenteele wetenschap maar der philosophie4 ,trouwens1 ,darwin zegt zelf1 dat vele der beschouwingen1 die h voordroeg1 in hooge mate bespiegelend zn1 ,afst4 des menschen ,,ii #cfe4 ,h heeft volgens ,haeckel geen nieuwe feiten ontdekt1 maar ze wel op eigenaardige wze gecombineerd en geutiliseerd1 ,nat4 ,schpf4 #ahgd ,s4 #be4 ,de groote verwantschap van mensch en dier is altd erkend en in het animal rationale uitgedrukt4 ,maar daarmede verbond men in vroeger td de monistische philosophie nog niet1 dat eene zuivere potentie1 die niets is1 zooals atomen1 chaos1 cellen enz1 toch alles worden kan4 ,dat is eerst door het pantheisme1 materialisme en darwinisme ontdekt6 ,ten derde is b het darwinisme het ontstaan van den mensch een onoplosbaar probleem4 ,positieve bewzen voor 's menschen dierlke afstamming zn er eigenlk niet4 ,de ontogenie van ,hckel kan na de weerlegging van ,bischoff en anderen niet meer als bews gelden4 ,de argumenten1 die men ontleende aan allerlei in holen gevonden menschenbeenderen en menschenschedels1 het laatst in ,ned4 ,indi1 cf4 ,prof4 ,hubrecht in ,gids ,juni #ahif1 zn beurtelings het een na het ander weer prsgegeven4 ,het onderzoek eenerzds van de anthropoide apensoorten en andererzds van allerlei beenderen1 schedels1 abnormale menschen1 mikrocephalen1 dwergen enz41 is geindigd met te constateeren1 dat het onderscheid van dier en mensch wezenlk is en altd heeft bestaan1 ,pfaff1 ,schpf4 #gba4 ,algemeen is dan ook erkend1 dat geen apensoort1 zooals ze thans bestaat of bestaan heeft1 de stam van het menschelk geslacht kan zn4 ,de sterkste verdedigers van het darwinisme geven toe1 dat er een overgangssoort moet aangenomen worden1 waarvan echter het geringste spoor tot dusver niet gevonden is4 ,virchow zeide op de vergadering van natuurvorschers in #ahid3 ,bis jetzt is noch kein ,affe entdeckt worden1 der als der eigentliche ,urvater des ,menschen betrachtet werden konnte1 auch kein ,halbaffe4 ,diese ,frage steht nicht mehr im ,vordergrund der ,forschung1 b ,hettinger1 ,apol4 ,,iii #big4 ,bovenal echter blft het darwinisme in de vierde plaats de verklaring schuldig van den mensch naar zne psychische zde4 ,darwin begon met de poging1 om alle geestelke verschnselen b den mensch1 bewustzn1 taal1 religie1 zedelkheid enz4 uit verschnselen afteleiden1 die b de dieren voorkwamen1 ,afst4 des menschen1 hoofdst4 #c en #d4 ,the expression of emotions in man and animals #ahgb1 en vele anderen zn hem daarin gevolgd4 ,maar ook deze pogingen zn tot dusver niet geslaagd4 ,evenals het wezen van kracht en stof1 de oorsprong der beweging1 het ontstaan des levens1 de teleologie1 behooren ook het bewustzn1 de taal1 de wilsvrheid1 de religie1 de zedelkheid nog tot de ,weltrthsel1 die op oplossing wachten4 ,de gedachte1 die zuiver geestelk is1 staat tot de hersenen in eene gansch andere verhouding dan de gal tot de lever en de urine tot de nieren4 ,de taal is en blft naar het woord van ,max ,mller de ,rubicon tusschen ons en het dier4 ,de psychologische verklaring van den godsdienst is onhoudbaar1 deel ,i #bjh4 ,en de afleiding van de redelkheid uit de sociale instincten laat aan de autoriteit der zedewet1 aan het kategorische van den zedelken imperatief1 aan het ,sollen0 van het goede1 aan geweten1 verantwoordelkheid1 schuldbewustzn1 berouw1 wroeging1 straf geen recht wedervaren4 ,ja1 ofschoon het darwinisme op zichzelf nog niet met het materialisme indentisch is1 toch beweegt het zich in die ln1 vindt het daar zn voornaamsten steun1 maar bereidt alzoo ook de verkeering van religie en zedelkheid voor en doodt het menschelke in den mensch4 ,het doet er niets toe1 of men al zegt1 dat het beter is1 een hoog ontwikkeld dier dan een gevallen mensch te zn2 de leer van de dierlke afstamming van den mensch tast in den mensch het beeld ,gods aan en verlaagt hem tot het beeld van orang-oetan en chimpanse4 ,en dat beeld ,gods is op het standpunt der evolutie niet te handhaven4 ,het dwingt ons terug te gaan tot de creatie1 gelk de ,schrift ze ons leert4 #d4 ,in verband met deze leer over den oorsprong des menschen komt de evolutie ook met de ,schrift in strd ten aanzien van den ouderdom1 de eenheid en de oorspronkelke woonplaats van den mensch4 ,een hooge ouderdom werd aan het menschelk geslacht toegeschreven door vele volken1 zooals de ,japanneezen1 de ,indirs1 de ,babylonirs1 de ,egyptenaren1 de ,grieken1 de ,romeinen1 die van verschillende wereldtden en van #aj en #ajj duizenden jaren spraken4 ,de nieuwere anthropologie is meermalen tot deze fabelachtige getallen teruggekeerd1 maar blft zich evenmin als de heidensche mythologie gelk2 ze varieert tusschen #aj en #bej duizend jaren en meer4 ,over het bestaan van den mensch in de tertiaire periode heerscht groot verschil van gevoelen2 het wordt door de meesten1 ook door velen1 die overigens darwinist zn1 ontkend1 zooals ,virchow1 ,mor1 ,wagner1 ,oskar ,schmidt1 ,hckel1 ,zittel e4 a4 ,de vraag is daarom ook zoo moeilk te beantwoorden1 wl de grenzen tusschen tertiaire en quaternaire periode niet zn aan te wzen4 ,maar ook al heeft de mensch in de tertiaire periode geleefd en al is h een tdgenoot van den mammuth geweest1 dan bewst dit niet dat de mensch zoo oud is1 maar dat die periode veel jonger is1 dan men oorspronkelk heeft gedacht4 ,veel onzekerder zn de berekeningen1 welke gebouwd zn op de paalwoningen die men in ,zwitserland en elders vond1 op de beenderen en schedels die in holen b ,luik1 ,amiens1 ,dusseldorf enz4 werden ontdekt1 op de deltavormingen van ,nl en ,mississippi en op de steen-1 brons- en zerperiode1 die volgens sommigen elkander chronologisch opvolgden4 ,al de berekeningen1 hierop gebouwd1 zn dan ook telkenmale door bezadigde natuuronderzoekers weersproken en weerlegd1 zooals ,fraas1 ,quenstedt1 ,pfaff1 ,dawson1 ,tylor1 ,virchow1 ,schaaffhausen1 ,kjerulf1 zelfs ,hellwald1 ,culturgesch4 ,i #aj4 ,hier nog meer dan b den ouderdom der aarde geldt het1 dat men wel getallen noemen kan1 maar dat men geen stof heeft voor eene geschiedenis in zoo langen td4 ,van veel meer waarde voor de bepaling van den ouderdom van het menschelk geslacht zn de chronologische gegevens1 welke door de historie en de monumenten van verschillende volken worden aan de hand gedaan4 ,de geschiedenis van ,indi en ,china levert geen vaste basis voor de chronologie en klimt slechts enkele eeuwen vr ,christus op4 ,maar met de geschiedenis van ,egypte en ,babyloni is het eenigszins anders gesteld4 ,hier is ongetwfeld eene oude beschaving2 ze bestaat reeds zoover w in de historie terug kunnen gaan4 ,de ,schrift zelve leert dat ook duidelk4 ,maar toch is de chronologie nog zoo onzeker1 dat er niets op te bouwen valt4 ,dit blkt afdoende daaruit1 dat de regeering van den egyptischen koning ,menes volgens ,boeckh begint in #egjb1 volgens ,brugsch in #ddee1 volgens ,lepsius in #chic1 volgens ,bunsen in #cfbc1 volgens ,wilkinson in #bfia enz42 en dat ,bunsen den historischen td voor ,babylon laat beginnen in #cghd1 v4 ,gutschmid in #bddg1 ,brandis in #bdeh1 ,oppert in #cedj enz41 ,hettinger1 ,apol4 ,,iii #beh f4 ,ieder beoefenaar der oude geschiedenis heeft zn eigen chronologie2 het is een labyrinth1 waarb de draad ontbreekt2 alleen b het volk van ,israel is er in eigenlken zin van eene geschiedenis en van eene tdrekening sprake4 ,fritz ,hommel zegt daarom terecht1 dat de chronologie voor de eerste duizend jaren vr ,christus vr vast staat1 soms tot in bzonderheden toe2 dat in de tweede duizend jaren vr ,christus slechts enkele vaste punten schnen gegeven te zn1 en dat in de derde duizend jaren1 d4 i4 vr #bjjj v4 ,chr4 alles onzeker is1 ,gesch4 des alten ,morgenlandes1 ,stuttgart #ahie ,s4 #ch4 ,trouwens1 het menschelk geslacht kan ook om andere redenen geen vele duizenden jaren vr ,christus hebben bestaan4 ,de bevolking der aarde zou dan ten tde van ,christus veel grooter zn geweest en veel meer zn verspreid4 ,en toch duizend jaren v4 ,c4 was het grootste deel der aarde nog onbewoond1 ,noord-,azi1 ,midden- en ,noord-,europa1 ,africa ten ,z4 van de ,sahara1 ,australi1 de ,zuidzee-eilanden1 ,amerika4 ,zelfs ten tde van ,christus was1 behalve in ,azi1 de menschheid voornamelk nog wonende rondom de ,middellandsche zee4 ,indien de menschheid zoo oud ware1 zouden er ook veel meer runen van steden en overblfsels van menschen gevonden zn1 die nu slechts schaarsch in getal zn en tot een deel der aarde beperkt4 ,de betrouwbaarste getallen gaan daarom niet hooger op dan tot vf zeven duizend jaren v4 ,chr41 ,pfaff1 ,schpf4 #gaj-gbh4 ,gander1 ,die ,sndflut #ahif ,s4 #gh-ij4 ,upham haalt in een artikel over ,die ,zeitdauer der geolog4 ,epochen in het tdschrift ,gaea ,,xxx #ahid ,s4 #fba f4 verschillende geleerden aan1 die den std omstreeks zeven of acht duizend jaren vr ,christus plaatsen4 ,indien w daarb bedenken1 dat er ook over de chronologie des bbels nog alles behalve overeenstemming bestaat1 dan is er ook b dit punt geen belangrk verschil tusschen ,schrift en wetenschap4 ,maar zelfs indien naar de gewone berekening de zondvloed plaats had in #bcdh v4 ,chr41 was er tot de roeping van ,abraham in #aijj een tdperk van #dej jaren1 dat voldoende is om aan ,eufraat en ,nl vr machtige rken te doen opkomen4 ,noach en zne drie zonen konden1 elk huwelk gerekend op zes kinderen1 in veertien generaties van #cc jaren1 dat is in #dfb jaren1 meer dan twaalf millioen afstammelingen hebben4 ,verg4 verder over den ouderdom van het menschelk geslacht3 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 ,,ii #gee f4 ,id4 ,lehre vom ,urstand #hg f4 ,id4 ,herzog #i1 #ehc4 ,vigouroux1 ,les livres saints etc4 ,,iii #deb s4 ,schanz1 ,apol4 des ,christ4 ,i #ccc f4 ,dessailly1 ,l'antiquit de la race humaine d'aprs les sciences contemporaines1 ,paris #ahic4 ,p4 ,schanz1 ,das ,alter des ,menschengeschlechts1 ,freiburg #ahif4 ,reusch1 ,bibel u4 ,natur #eah f4 ,hettinger1 ,apol4 der ,christ4 ,i #bha-caj4 #e4 ,de eenheid van het menschelk geslacht staat voor de ,h4 ,schrift vast1 ,gen4 #a3bf1 #f3c1 #g3ba1 #aj3cb1 ,mt4 #ai3d1 ,hd4 #ag3bf1 ,rom4 #e3abv41 #a ,cor4 #ae3bav4 #dev4 maar is door de volken1 welke buiten de openbaring leefden1 schier nooit erkend4 ,de ,grieken hielden zichzelven voor autochthonen en zagen uit de hoogte op de barbaren neer4 ,en deze tegenstelling wordt haast b alle volken gevonden4 ,zelfs werd in ,indie allengs eene scherpe scheiding tusschen de vier klassen des volks gemaakt1 en voor elk een eigen oorsprong aangenomen4 ,eerst de ,stoa sprak uit1 dat alle menschen n 1 n lichaam vormden1 waarvan elk een lid was1 en predikte daarom ook algemeene gerechtigheid en menschenliefde1 ,zeller1 ,philos4 der ,gr4 ,,iv #bhg f4 ,na de renaissance kwam hier en daar het denkbeeld weer op van een verschillenden oorsprong van het menschelk geslacht4 ,dit denkbeeld trad nu eens op in den vorm van eigenlk polygenisme b ,caesalpinus1 b ,blount en andere deisten2 deels als coadamitisme d4 i4 afstamming der verschillende rassen van verschillende stamvaders1 b ,paracelsus e4 a41 deels als praeadamitisme1 d4 i4 afstamming der wilde en donkerkleurige volken van een stamvader vr ,adam1 terwl deze dan alleen de stamvader was van de ,joden of ook van de blanke menschheid1 b ,zanini en vooral b ,isaac de la ,peyrre4 ,deze laatste gaf in #afee zonder naam van schrver1 drukker of plaats een werkje uit1 getiteld3 ,praeadamitae2 en daarachter een ,systema theologiae ex praeadamitarum hypothesi4 ,daarin werd beweerd1 dat er al lang vr ,adam menschen hadden bestaan1 met beroep op ,gen4 #d3ad1 #af1 #ag1 #f3b-d4 ,deze menschen stamden af van dat eerste paar1 welks schepping in ,gen4 #a wordt bericht4 ,in ,gen4 #b echter wordt de schepping verhaald van ,adam en ,eva1 die de stamvaders waren van de ,joden4 ,dezen overtraden de wet1 die hun in het parads was gegeven1 en vielen in nog grootere zonden dan de volken uit den eersten mensch afkomstig1 want dezen zondigden niet1 zooals ,paulus1 ,rom4 #e3ab-ad het uitdrukt1 in gelkheid der zonde van ,adam2 z overtraden geen positieve wet2 z begingen peccata naturalia maar geen peccata contra legem4 ,deze theorie maakte een td lang grooten opgang en riep van allen kant bestrders op1 ,spanheim1 ,op4 ,,iii #abdi sq4 ,turret4 ,theol4 ,el4 ,v qu4 #h4 ,marck1 ,historia ,paradisi ,,ii #b #c sq4 ,moor1 ,comm4 ,,ii #ajja-e4 ,m4 ,vitringa ,,ii #abg1 cf4 ,studien en ,bdragen van de ,moll en ,scheffer ,,iv #bch f4 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 ,i #ede f4 ,,ii #gfh f4 ,urstand #bca f4 ,maar ze raakte toch spoedig in vergetelheid4 ,slechts enkelen1 zooals ,bayle1 ,arnold1 ,swedenborg achtten ze niet geheel verwerpelk4 ,vooral toen in de vorige eeuw de kennis van de volken uitgebreid werd en het groote onderscheid in kleur1 haar1 gestalte1 gewoonte enz4 tusschen de volken werd ingezien1 toen kwamen velen weer op het denkbeeld van verschillende stamvaders1 ,sullivan #agie1 ,crger #aghd1 ,ballenstedt #ahah1 ,stanhope ,smith #agij1 ,cordonnire #ahad1 ,gobineau #ahec-ee e4 a4 ,door sommigen werd dit dienstbaar gemaakt aan de verdediging der slavern1 zooals door ,dobbs in ,ierland tegen ,wilberforce1 door ,morton1 ,nott1 ,gliddon1 ,knox1 ,agassiz e4 a4 ,een ander soort van polygenisme werd door ,schelling geleerd1 ,werke1 ,,ii #a ,s4 #ejj-eae4 ,h nam ook vele rassen van menschen aan vr ,adam1 maar deze hadden zich van een laag1 dierlk standpunt zoo opgeheven en ontwikkeld1 dat ze eindelk hem voortbrachten1 in wien het menschelke eerst tot openbaring kwam en die daarom terecht den naam van de mensch1 haadam1 dragen kon4 ,en evenzoo werd een zeker praeadamitisme geleerd door ,oken1 ,carus1 ,baumgrtner1 ,perty1 ,bunsen1 cf4 ook ,bilderdk1 ,opstellen v4 godg4 en zedek4 inh4 ,,ii #ge4 ,strauss1 ,dogm4 ,i #fhj enz4 ,daarb kwam nu na #ahfj het darwinisme1 dat vanwege zne leer der variabiliteit zeer goed monogenistisch kon zn maar toch b vele zner aanhangers polygenistisch werd4 ,de ontwikkeling van dier tot mensch heeft op verschillende tden en plaatsen plaats gehad en aan verschillende rassen het aanzn gegeven1 ,hckel1 ,schaaffhausen1 ,caspari1 ,vogt1 ,bchner enz4 ,op darwinistisch standpunt is echter de vraag naar den ouderdom van den mensch niet te beantwoorden4 ,de overgang van dier tot mensch heeft zoo langzaam plaats gehad1 dat er eigenlk geen eerste mensch is geweest4 ,tegenover dit polygenisme is het monogenisme nog verdedigd door von ,humboldt1 ,blumenbach1 ,st4 ,hilaire1 v4 ,baer1 v4 ,meyer1 ,wagner1 ,quatrefages1 ,darwin1 ,peschel1 ,ranke2 ook ,virchow acht het niet onmogelk1 ,hettinger1 ,apol4 ,,iii #bbd4 ,nu is het bestaan van volken en rassen in de menschheid zeer zeker een belangrk probleem1 waarvan de oplossing nog lang niet is gevonden4 ,het verschil in kleur1 haar1 schedel1 taal1 voorstellingen1 godsdienst1 zeden1 gewoonten enz4 is zoo groot1 en de verbreiding der ne menschheid over de gansche aarde b4v4 naar de ,zuidzee-eilanden1 naar ,amerika enz4 is zoo onbekend1 dat de gedachte aan een verschillenden oorsprong der volken haast niet verwonderen kan4 ,de ,schrift leidt het ontstaan der talen en der volken dan ook af uit eene daad ,gods1 waardoor ,h ingreep in de ontwikkeling der menschheid1 ,gen4 #aa1 cf4 ,schelling1 ,werke ,,ii #a ,s4 #id-aah4 ,lken1 ,die ,tradit4 des ,mensch4 #bgh f4 ,auberlen1 ,de goddel4 openbaring ,i4 ,kaulen1 ,die ,sprachenverwirrung zu ,babel1 ,mainz #ahfa4 ,strodl1 ,die ,entstehung der ,vlker1 ,schaffh4 #ahfh4 ,het ontstaan der volken heeft eene diepe1 religieus-ethische beteekenis en getuigt van geestelk verval4 ,hoe wilder en ruwer de menschheid wordt1 hoe meer de talen1 de voorstellingen enz4 uiteengaan4 ,naarmate men meer afgesloten leeft1 neemt het taalverschil toe4 ,spraakverwarring is gevolg van verwarring in de gedachten1 in het bewustzn1 in het leven4 ,en toch is in die gedeeldheid en scheuring nog de eenheid bewaard4 ,de taalwetenschap heeft verwantschap en eenheid van oorsprong ontdekt1 waar die vroeger in de verste verte niet werd vermoed4 ,het bestaan van rassen en volken is een feit1 en toch is de aanwzing hunner grenzen zoo moeilk1 dat er het grootste verschil over bestaat4 ,kant nam #d1 ,blumenbach #e1 ,buffon #f1 ,peschel #g1 ,agassiz #h1 ,haeckel #ab1 ,morton zelfs #bb verschillende rassen aan1 ,peschel1 ,vlkerkunde1 #caf f4 ,onder alle rassen zn er weer overgangen1 die met alle indeeling den spot schnen te drven4 ,genesis #aj houdt dan ook de eenheid der menschheid b alle verscheidenheid vast en ,joh4 von ,mller zeide niet ten onrechte3 von diesem ,kapitel muss alle ,historie anfangen4 ,tegen deze eenheid kan nu het darwinisme eigenlk geen bezwaar inbrengen4 ,het onderscheid tusschen mensch en dier is toch altd veel grooter dan tusschen de menschen onderling4 ,indien de mensch uit een dier zich ontwikkelen kon1 is niet in te zien1 waarom de gemeenschappelke oorsprong der menschheid op zichzelve bezwaar ontmoeten zou4 ,het darwinisme biedt inderdaad de middelen aan de hand1 om allerlei veranderingen binnen dezelfde soort onder allerlei invloeden van klimaat1 levenswze enz4 mogelk en begrpelk te maken4 ,in zoover bewst het aan de verdediging der waarheid uitnemenden dienst4 ,want1 hoe groot het verschil tusschen de rassen ook wezen moge1 de eenheid en de verwantschap van alle menschen treedt b dieper onderzoek toch daardoor te sterker op den voorgrond4 ,z komt daarin uit1 dat ouders van de verschillende rassen paren en vruchtbare kinderen kunnen voortbrengen2 dat iedere klasse van menschen elke zone der aarde bewonen en daar leven kan2 dat volken1 die nooit met elkander in aanraking zn geweest1 toch verschillende eigenschappen en gebruiken met elkander gemeen hebben1 zooals gebaarden1 decimaalstelsel1 huidverving1 tatoueering1 besndenis1 couvade enz42 dat tal van physiologische verschnselen b alle rassen gelk zn1 zooals de opgerichte houding1 de schedelvorm1 het gemiddeld gewicht der hersens1 getal en lengte der tanden1 de duur der zwangerschap1 het gemiddeld aantal polsslagen1 de innerlke bouw van het organisme1 van hand1 voet enz41 de gemiddelde leeftd1 de temperatuur van het lichaam1 de periodiciteit der katamenin1 de vatbaarheid voor ziekten enz42 en dat z eindelk in intellectueel1 religieus1 moreel1 sociaal1 politiek opzicht allerlei dingen gemeen hebben1 taal1 verstand1 rede1 herinnering1 kennisse ,gods1 geweten1 zondebewustzn1 berouw1 offers1 vasten1 gebed1 tradities over eene gouden eeuw1 over den zondvloed enz4 ,de eenheid van het menschelk geslacht1 door de ,schrift geleerd1 wordt door dit alles ten sterkste bevestigd4 ,z is ten slotte geen onverschillige zaak1 gelk soms is beweerd4 ,z is integendeel van het hoogste belang2 z is de onderstelling van religie en moraal4 ,de solidariteit van het menschelk geslacht1 de erfzonde1 de verzoening in ,christus1 de universaliteit van het rk ,gods1 de katholiciteit der kerk1 de naastenliefde1 zn daarop gebouwd4 ,verg4 ,zckler1 ,die einheitl4 ,abstammung des ,menschengeschlechts1 ,jahrb4 f4 d4 ,theol4 #ahfc ,s4 #ea-ij1 ,id4 ,gesch4 der ,bez4 ,,ii #gfh f4 ,id4 ,lehre vom ,urstand #bca f4 ,rauch1 ,die ,einheit des ,menschengeschlechts1 ,augsburg #ahgc4 ,th4 ,waitz1 ,ueber die ,einheit des ,menschengeschlechts und den ,naturzustand des ,menschen1 ,leipzig #ahei4 ,h4 ,ulrici1 ,gott und der ,mensch1 ,i #b ,s4 #adf f4 ,lotze1 ,mikrokosmos ,,ii ,s4 #aja f4 ,peschel1 ,vlkerkunde ,s4 #ad f4 ,reusch1 ,bibel und ,natur ,s4 #dei f4 ,schanz1 ,apol4 des ,christ ,i #cah-ccc4 ,vigouroux1 ,les livres saints ,,iv #a-abj4 ,delitzsch1 ,neuer ,comm4 zu ,genesis ,s4 #aii4 ,hettinger1 ,apol4 des ,christ4 ,i ,s4 #bbc-bhj4 #f4 ,eindelk is er ook verschil over de oorspronkelke woonplaats1 van den mensch4 ,genesis verhaalt1 dat ,god1 nadat ,h ,adam geschapen had1 een hof plantte in ,eden4 ,eden1 1 vreugde1 vreugde-land1 is dus niet hetzelfde als het parads maar is een landstreek1 waarin de hof of tuin1 1 ,,lxx 1 volgens ,spiegel van het zendsche pairidaze omtuining1 geplant werd4 ,dit parads heet dan verder hof van ,eden1 ,gen4 #b3ae1 #c3bc1 hof ,gods1 ,ez4 #ca3h1 #i1 hof van ,iahveh1 ,jes4 #ea3c1 en wordt soms met ,eden vereenzelvigd1 ,jes4 #ea3c1 ,ezech4 #bh3ac1 #ca3i4 ,verder plantte ,god dien hof in ,eden 1 van het oosten af1 oostwaarts1 tegen het oosten1 nl4 van het standpunt des schrvers uit4 ,van de landstreek ,eden ging een stroom uit om den hof te bewateren2 en van daar1 d4 i4 van dien hof uit1 b zn uitstroomen uit den hof verdeelde h zich in vier hoofden of takken1 die de namen van ,pison1 ,gihon1 ,hiddekel en ,phrath dragen4 ,de beide laatste rivieren zn de ,tiger en de ,eufraat2 maar over de beide eerste is er altd verschil geweest4 ,de kerkvaders dachten even als ,josephus b den ,pison gewoonlk aan den ,ganges en b den ,gihon aan den ,nl4 ,maar een nauwkeurig onderzoek naar de ligging van het parads werd door hen niet ingesteld4 ,het aardsche parads vloeide voor hen dikwerf met het hemelsche saam en werd dan allegorisch verklaard4 ,augustinus1 de ,gen4 ad litt4 ,,viii1 #a zegt1 dat er drie gevoelens waren over het parads4 ,sommigen vatten het op als een aardsch1 anderen als een hemelsch parads en nog anderen vereenigen beide meeningen4 ,wie het hielden voor een aardsch parads1 dachten dan1 dat het zeer hoog gelegen was geweest tusschen hemel en aarde in1 dat het zelfs reikte tot aan de maan1 of dat heel de aarde eens het parads was geweest1 of dat het gelegen had aan gene zde van den oceaan4 ,volgens sommigen was het parads na den val geheel en al verwoest1 vooral door den zondvloed2 volgens anderen bestond het nog maar1 was het door bergen en zeen ontoegankelk geworden2 en nog anderen meenden1 dat het opgenomen was in den hemel4 ,de eerste1 die de ligging van het parads geographisch trachtte aan te wzen1 was ,augustinus ,steuchus uit ,gubbio1 vandaar ,eugubinus1 #aeej4 ,in zn in #aece te ,lyon verschenen werk ,kosmopoiia ontwikkelde h de zoogenaamde ,pasitigrishypothese1 volgens welke de vier rivieren de mondingen zn van n grooten stroom1 den vereenigden ,tiger-,eufraat1 en het parads dus gelegen had in de nabheid der tegenwoordige stad ,korna4 ,deze hypothese vond veel bval b ,roomschen als ,pererius1 ,jansen1 ,lapide1 ,petavius1 ,mersenna1 b ,gereformeerden als ,calvn op ,gen4 #b3aj1 ,marck1 ,histor4 ,paradisi #agje lib4 ,i1 b ,lutherschen e4 a4 en werd gewzigd overgenomen door ,pressel1 art4 ,paradies in ,herzog4 ,omstreeks het midden der #ag;e eeuw kwam daarnaast de zoogenaamde ,armeniehypothese1 die reeds door ,rupert van ,deutz1 ,pellicanus1 ,fournier voorbereid was en dan vooral door ,reland1 ,hoogl4 te ,utrecht #agjf ontwikkeld werd4 ,deze houdt ,pison voor den ,phasis1 ,gihon voor den ,araxes1 ,havila voor ,colchis1 ,cusch voor het land der tusschen ,medi en ,susiana1 en zocht dus het parads veel noordelker1 nl4 hoog in ,armenie1 ongeveer tusschen ,erzerum en ,tiflis4 ,ze maakte nog meer opgang dan de ,pasitigris-hypothese en werd in den tegenwoordigen td nog verdedigd door von ,raumer1 ,kurtz1 ,baumgarten1 ,keil1 ,lange1 ,delitzsch1 ,rougemont enz4 ,daarentegen zocht ,friedrich ,delitzsch in zn werk3 ,wo lag das ,paradies1 ,leipzig #ahha de ligging van het parads weer zuidelker1 n4l4 in het landschap b ,babylon1 dat om zne schoonheid door de ,babylonirs en ,assyrirs tuin van den ,god ,dunias0 werd genoemd2 de stroom uit ,eden was dus de ,eufraat in zn bovenloop1 ,pison en ,gihon waren twee kanaalrivieren4 ,anderen echter zn veel verder gegaan en zien in het paradsverhaal eene sage1 die allengs van het oosten naar het westen is gewandeld en waarin ,pison en ,gihon oorspronkelk den ,indus en den ,oxus aanduiden1 ,j4 ,d4 ,michaelis1 ,knobel1 ,bunsen1 ,ewald enz4 ,anderen zien er een mythe in1 waarin ,havila het goudland der sage voorstelt en de ,gihon de ,ganges of de ,nl is1 ,paulus1 ,eichhorn1 ,gesenius1 ,tuch1 ,bertheau1 ,schrader e4 a4 ,de meeste anthropologen en linguisten rekenen in het geheel niet meer met ,gen4 #b en noemen gansch andere landen als oorspronkelke woonplaats van den mensch4 ,maar ze zn ver van eenstemmig en hebben ongeveer aan alle landen deze eer toegekend4 ,romanes1 ,klaproth1 de ,gobineau1 ,george ,browne noemden ,amerika1 ,spiller dacht aan ,groenland1 omdat de poolstreken na de afkoeling der aarde het eerst bewoonbaar waren1 ,wagner hield ,europa voor het land1 waar de aap het eerst tot mensch zich ontwikkeld had4 ,unger noemde bepaald ,stiermarken1 ,l4 ,geiger ,duitschland1 ,cuno en ,spiegel ,zuid-rusland1 ,poesche de streek tusschen ,dniepr en ,njemen1 ,benfey en ,whitney ,midden-europa1 ,warren de ,noordpool4 ,anderen als ,darwin1 ,huxley1 ,peschel e4 a4 gaven de voorkeur aan ,afrika1 omdat daar in gorilla en chimpanse de naaste verwanten van den mensch werden aangetroffen4 ,en ,link1 ,hckel1 ,hellwald1 ,schmidt vonden een zeker land ,lemuria uit1 waar de apen het eerst menschen werden en dat gelegen had tusschen ,afrika en ,australi maar toevallig aan het einde der tertiaire periode in de diepte der zee was verdwenen4 ,velen nemen daarb ook niet slechts ne oorspronkelke woonplaats van den mensch aan1 maar zn van meening dat de evolutie van dier tot mensch in verschillende deelen der aarde heeft plaats gehad1 en vereenigen alzoo het darwinisme met het polygenisme2 zoo bv4 ,hckel1 ,vogt1 ,schaaffhausen1 ,caspari1 ,fr4 ,mller enz4 ,reeds dit groote verschil tusschen de anthropologen toont1 dat de wetenschap tot dusver hier niets met eenige zekerheid vaststellen kan4 ,z verliest zich in gissingen maar weet aangaande oorsprong en woonplaats van den eersten mensch niets4 ,er is dan ook geen enkel feit1 dat ons dwingt de bepaling der ,h4 ,schrift aangaande ,eden prs te geven4 ,veeleer leveren ethnologie1 linguistiek1 historie en natuurwetenschap ons gegevens1 die ,azi als de oorspronkelke woonplaats van den mensch waarschnlk maken4 ,noch ,afrika1 noch ,europa1 noch ,amerika en nog veel minder een land als ,lemuria kan daarop zooveel aanspraak maken als ,azi4 ,hier vinden we de oudste volken1 de oudste beschaving1 de oudste talen2 heel de oude geschiedenis wst ons naar dit werelddeel heen4 ,van uit dit deel der aarde is ,europa en ,afrika1 ,australi en ook ,amerika bevolkt4 ,wel doen zich hier vele vragen voor1 waarop nog geen antwoord te geven is4 ,en vooral is het onzeker1 hoe en wanneer ,amerika bevolkt is geworden1 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 ,i #edb f4 ,peschel1 ,vlkerkunde #djb f4 ,vigouroux1 ,les livres saints ,,iv #ih s4 ,dr4 ,e4 ,schmidt1 ,die aeltesten ,spuren des ,menschen in ,n4 ,amerika1 ,n #ch en #ci van de ,deutsche ,zeit- und ,streitfragen1 ,wetenschappelke ,bladen #ahie4 ,maar deze bezwaren werpen geenszins de leer der ,schrift omver1 dat ,azi de bakermat der menschheid is4 ,over de ligging van het parads en van ,eden moge verschil van gevoelen bestaan1 zoodat het beurtelings in het midden1 oosten1 zuiden van ,azi is geplaatst2 zelfs moge de geographie niet meer kunnen worden vastgesteld2 ,schrift en wetenschap getuigen beide1 dat in ,azi de oorspronkelke woonplaats van den mensch is te zoeken1 ,peschel1 ,vlkerkunde ,s4 #ce-da4 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 passim1 vooral ,i #abh f4 #agj f4 #cie f4 #fed f4 ,,ii #ggi f4 ,id4 ,lehre vom ,urstand #baf f4 ,herzog art4 ,paradies van ,pressel1 ,herzog art4 ,eden van ,rtschi4 ,reusch1 ,bibel und ,natur1 #dih f4 ,zckler1 ,bibl4 u4 ,kirchenhist4 ,studien1 ,mnchen #ahic ,v #a-ch4 ,delitzsch1 ,neuer ,comm4 zu ,genesis ,s4 #ha f4 #cc4 ,,het ,,wezen ,,van ,,den ,,mensch4 #a4 ,het wezen van den mensch ligt daarin1 dat h ,gods beeld is4 ,de gansche wereld is eene openbaring ,gods1 een spiegel van zne deugden en volmaaktheden2 elk schepsel is op zne wze en in zne mate belichaming van eene ,goddelke gedachte4 ,maar onder alle schepselen is alleen de mensch beeld ,gods1 de hoogste en rkste openbaring ,gods en tegelk daardoor het hoofd en de kroon der gansche schepping1 imago ,dei en compendium naturae1 en te zamen4 ,zelfs ,heidenen hebben deze waarheid erkend en den mensch ,gods beeld genoemd4 ,pythagoras b ,cicero1 de senect4 c4 #ba4 ,plato1 de ,leg4 ,,iv #gac ,c4 de ,rep4 ,,iii #dae ,a4 ,x #eag4 ,ovidius1 ,met4 ,i4 ,cicero1 de ,leg4 ,i #h4 ,seneca1 de cons4 ad ,helv4 #f en anderen spreken het klaar en duidelk uit1 dat de mensch of althans zne ziel naar ,gods beeld geschapen is1 dat h ,gode verwant en zn geslacht is1 cf4 ,pfanner1 ,syst4 theol4 gent4 #afgi p4 #ahi sq4 ,en dat niet alleen1 maar schier alle volken hebben tradities van een gouden tdvak1 een aurea aetas4 ,b ,chineezen1 ,indirs1 ,eranirs1 ,egyptenaren1 ,babylonirs1 ,grieken1 ,romeinen enz4 treft men verhalen aan van een vroegeren td1 waarin de mensch in onschuld en zaligheid leefde en in gemeenschap stond met de goden4 ,ze werden door de dichters bezongen1 ,hesiodus1 ,op4 et dies #aji sq4 ,ovidius1 ,met4 ,i #hi sq4 ,verg4 ,georg4 ,i #abe sq4 ,aen4 ,,viii #cae sq4 en door de wsgeeren in hun waarheid erkend1 ,plato1 ,pol4 #bgb ,a4 cf4 ,j4 ,g4 ,friderici1 diss4 de aurea aetate quam poetae finxerunt1 ,lips4 #agcf4 ,lken1 ,traditionen des ,menschengeschl4 #ahfi4 ,zckler1 ,lehre v4 ,urstand des ,menschen #ahgi ,s4 #hd f4 ,oswald1 ,relig4 ,urgesch4 der ,menschheit #ahhg ,s4 #cg f4 ,e4 ,l4 ,fischer1 ,heidenthum und ,offenbarung1 ,mainz #ahgh4 ,zckler1 ,bibl4 u4 ,kirchenhist4 ,studien1 #ahic ,v #a f4 ,toch stelt de ,h4 ,schrift deze leer van 's menschen ,ebenbildlichkeit met ,god eerst in het ware1 volle licht4 ,het eerste scheppingsverhaal bericht1 dat ,god na opzettelke beraadslaging den mensch schiep 1 ' ' 1 ad imaginem et similitudinem nostram1 ,gen4 #a3bf1 #bg4 ,voorts wordt ,gen4 #e3a en #i3f nog herhaald1 dat ,god den mensch schiep 1 en 2 ,psalm #h bezingt den mensch als heer van het geschapene1 en ,pred4 #g3bi herinnert1 dat ,god den mensch heeft gemaakt4 ,overigens spreekt het ,o4 ,test4 weinig van den status integritatis2 ,israel was meer dan eenig ander volk een volk der hope2 zn oog was niet naar het verleden maar naar de toekomst gericht4 ,zelfs het ,n4 ,test4 spreekt betrekkelk zelden over het beeld ,gods1 waarnaar de mensch oorspronkelk geschapen werd4 ,rechtstreeks vinden we daarvan alleen melding in #a ,cor4 #aa3g1 waar de man heet1 en ,jak #c3i1 waar van de menschen gezegd wordt1 dat ze ' 2 terwl ,lukas #c3ch ,adam den zoon van ,god noemt en ,paulus met een heidensch dichter zegt3 1 ,hd4 #ag3bh4 ,zdelings echter is ook ,ef4 #d3bd en ,col4 #c3aj hier van groote beteekenis2 er is daar sprake van den of 1 dien de geloovigen moeten aandoen2 en van dezen heet het1 dat h in overeenstemming met ,god1 1 geschapen werd1 1 in gerechtigheid en heiligheid der waarheid1 en tot kennis vernieuwd wordt ' 4 ,er ligt hier in #a dat de nieuwe mensch1 dien de geloovigen aandoen1 door ,god geschapen werd2 #b dat deze nieuwe mensch in overeenstemming met ,god en naar zn beeld is gemaakt1 en #c dat die overeenstemming bepaaldelk uitkomt in de gerechtigheid en heiligheid als vrucht der gekende waarheid4 ,dit slaat echter in zooverre op de oorspronkelke schepping terug1 als de woorden1 waarvan ,paulus zich bedient1 duidelk daaraan zn ontleend2 als de tweede schepping naar heel de leer der ,schrift1 geen creatio ex nihilo is maar eene vernieuwing van wat bestond2 en als het van den geloovige deze schepping duidelk als eene hernieuwing beschrft4 ,aan ,ef4 #d3bd en ,col4 #c3aj ligt daarom de gedachte ten grondslag1 dat de mensch oorspronkelk naar ,gods beeld werd geschapen en nu in de herschepping daarnaar vernieuwd wordt4 ,maar de ,schrift verhaalt niet alleen het feit van de schepping des menschen naar ,gods beeld1 z verklaart er ons ook de beteekenis van4 ,de beide woorden en 1 en 1 zn zeker niet identisch1 maar een wezenlk1 zakelk onderscheid is er toch niet tusschen aan te wzen4 ,z worden promiscue gebruikt en wisselen zonder bepaalde reden met elkander af4 ,in ,gen4 #a3bf1 cf4 #e3c staan ze beide2 in ,gen4 #a3bg en #i3f1 cf4 ,col4 #c3aj staat alleen beeld2 in ,gen4 #e3a1 ,jak4 #c3i alleen gelkenis4 ,het onderscheid1 dat er tusschen beide bestaat1 komt hierop neer3 beteekent beeld1 zoowel ,urbild als ,abbild1 beteekent gelkheid1 zoowel ,vorbild als ,nachbild4 ,der ,begriff von ist starrer1 der von flsziger und so zu sagen geistiger2 in jenem bewiegt die ,vorstellung des ,urbilds1 in diesem die ,vorstellung des ,ideals1 ,delitzsch1 op ,gen4 #a3bf4 ,de gelkenis is eene nadere bepaling1 eene versterking en aanvulling van het beeld4 ,gelkenis is op zichzelf zwakker en ruimer dan beeld2 een dier heeft wel eenige trekken van gelkheid en overeenkomst met1 maar is toch geen beeld van den mensch4 ,beeld drukt uit1 dat ,god archetype en de mensch ectype is2 gelkenis voegt er aan toe1 dat dat beeld in allen deele met het origineel overeenkomt1 ,augustinus1 quaest4 #hc qu4 #gd4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i4 qu4 #ic art4 #i4 ,gerhard1 ,loci theol4 ,,viii #ah4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 ,v #aj enz4 ,even weinig als tusschen deze beide begrippen1 is er een wezenlk onderscheid tusschen de praeposities en 1 die hierb gebruikt worden4 ,ook deze wisselen met elkaar af2 in ,gen4 #e3a staat b 1 in vers #c evenzoo en tevens b 2 in het ,n4 ,t4 staat b 1 ,col4 #c3aj1 maar ook b 1 ,jak4 #c3i4 ,er kan hier dus niets op gebouwd worden2 alleen laat zich met ,delitzsch zeggen3 bei denkt man sich die ,urform gleichsam als ,gussform1 bei als vorgehaltenes ,muster4 ,er bestaat daarom geen grond1 om met ,bhl1 ,dogm4 #aed f4 uit die praepositie af te leiden1 dat het beeld ,gods een sfeer en element is1 waarin de mensch geschapen werd1 cf4 daartegen ,kuyper1 ,de ,vleeschwording des ,woords1 #ahhg bl4 ,,viii v4 ,daubanton1 ,theol4 ,stud4 #ahhg bl4 #dbi-ddd4 ,behalve deze woorden1 biedt de ,schrift voor den inhoud van het beeld ,gods de volgende gegevens4 ,vooreerst is het duidelk1 dat de woorden beeld en gelkenis niet iets uitdrukken in ,god maar in den mensch1 niet aanduiden de imago increata maar de imago creata4 ,de bedoeling is niet1 dat de mensch geschapen is naar iets in ,god1 dat den naam van beeld en gelkenis draagt1 zoodat b4v4 daarmede de ,zoon zou zn aangeduid2 maar de mensch is zoo naar ,god geschapen1 dat h zn beeld en gelkenis is4 ,vervolgens wordt deze schepping naar ,gods beeld in geen enkel opzicht beperkt1 noch naar de zde der archetype noch naar die der ectype4 ,er wordt niet gezegd1 dat de mensch alleen naar enkele deugden of ook naar n persoon in het ,goddelk wezen is geschapen1 noch ook1 dat de mensch slechts voor een deel1 naar de ziel of naar het verstand of naar de heiligheid alleen1 ,gods beeld en gelkenis draagt4 ,veeleer is de gansche mensch beeld der gansche ,godheid4 ,ten derde wordt de beteekenis van het beeld ,gods ons nader verklaard door den ,zoon1 die in geheel eenigen zin 1 1 1 heet1 ,joh4 #a3a1 #ad1 #b ,cor4 #d3d1 ,col4 #a3ae1 ,hebr4 #a3c1 en wien w weder gelk moeten worden1 ,rom4 #a3bi1 #a ,cor4 #ae3di1 ,phil4 #c3ba1 ,ef4 #d3bc v41 #a ,joh4 #c3b4 ,de zoon draagt nu al deze namen1 omdat ,h ,god uit ,god en licht uit licht is1 hetzelfde wezen en dezelfde deugden met den ,vader deelachtig4 ,h heet alzoo niet van wege een deel of stuk van zn wezen1 maar omdat ,h absoluut met den ,vader overeenkomt4 ,dit nu geldt op zne beurt ook van den mensch4 ,gelk de ,zoon1 zoo is de mensch als zoodanig1 geheel en al1 beeld ,gods4 ,h draagt maar niet1 h is het beeld ,gods4 ,echter natuurlk met dit verschil1 dat wat de ,zoon in absoluten zin is1 de mensch is in relatieven zin4 ,gene is de eeuwige1 eeniggeboren ,zoon2 deze is de geschapen zoon ,gods4 ,gene is het beeld ,gods binnen1 deze buiten het ,goddelk wezen4 ,gene is het beeld ,gods op ,goddelke1 deze op creatuurlke wze4 ,maar zoo is de mensch dan ook in zne mate beeld en gelkenis ,gods4 ,eindelk ten vierde wordt hier en daar ook aangewezen1 waarin dat beeld zich openbaart en naar buiten treedt4 ,nergens wordt de volle inhoud van dat beeld ,gods ontvouwd4 ,maar ,gen4 #a3bf wst duidelk aan1 dat dat beeld ,gods uitkomt in zne heerschapp over al het geschapene1 cf4 ,ps4 #h1 #a ,cor4 #aa3g4 ,de schildering van den paradstoestand in ,gen4 #a en #b toont1 dat dat beeld ,gods ook de overeenstemming met den wil ,gods insluit1 cf4 ,pred4 #g3bi4 ,en de herschepping naar het beeld van ,god of ,christus wordt voornamelk gesteld in het aandoen van den nieuwen mensch1 die o4 a4 bestaat in gerechtigheid en heiligheid der waarheid4 #b4 ,over den inhoud van het beeld ,gods heerschte in de christelke kerk aanvankelk allerlei verschil van gevoelen4 ,het werd nu eens gesteld in 's menschen lichaam1 dan in zne redelke natuur1 of in zne wilsvrheid1 dan weer in zne heerschapp of ook in andere zedelke deugden zooals liefde1 gerechtigheid enz41 cf4 plaatsen b ,suicerus s4 v4 4 ,petavius1 de sex dier4 opif4 ,,ii c4 #b4 ,mnscher-v4 ,coelln ,i #cci f4 ,hagenbach #ef4 ,maar langzamerhand komen toch twee opvattingen duidelk naast en tegenover elkander te staan1 die beide zich beroepen op de onderscheiding van en 4 ,sommigen nl4 zooals ,clemens ,alex41 ,strom4 ,,ii c4 #bb4 ,origenes1 de princ4 ,,iii #f e4 a4 merkten op1 dat ,gen4 #a3bf wel zegt1 dat ,god den mensch wil scheppen naar zn beeld en gelkenis1 maar dat ,h hem volgens vers #bg feitelk alleen schept naar zn beeld1 d4 i4 met eene redelke natuur1 opdat de mensch nu de gelkenis met ,god zelf in den weg der gehoorzaamheid verwerven en aan het einde als loon uit ,gods hand ontvangen zou4 ,anderen daarentegen waren van oordeel1 dat de mensch met het beeld1 d4 i4 de redelke natuur1 ook terstond de gelkenis als gave ontving1 en dat h1 deze door de zonde verloren hebbende1 ze door ,christus herkrgt1 ,irenaeus1 adv4 haer4 ,v #af1 #b4 ,athan4 c4 ,ar4 ,,ii #ei c4 ,gent4 #b4 de incarn4 #c4 ,de eerste opvatting1 die men de naturalistische zou kunnen noemen1 vond steun in de leer der wilsvrheid1 waardoor men de heiligheid zich niet denken kon als eene terstond aan den mensch geschonkene gave ,gods1 maar slechts als een door den mensch zelf in den weg van zedelke inspanning te verwerven goed1 ,harnack ,,ii #acd f4 ,velen leerden dan ook1 dat de eerste mensch geschapen was in een toestand1 niet van positieve heiligheid maar van kinderlke onschuld1 ,tertull41 de an4 #ch4 ,theoph41 ad ,autol4 ,,ii #bd4 #bg4 ,iren4 adv4 haer4 ,,iv #ch4 ,op zulke uitspraken beriep zich later ,pelagius1 als h het wezen en den oorspronkelken toestand des menschen stelde in zedelke indifferentie1 in niets dan formeele kiesvrheid4 ,het beeld ,gods bestaat alleen in de door ,god geschonken naturalis possibilitas perfectionis1 welke onverliesbaar is en daarom nu nog het deel is van ieder mensch4 ,god schenkt het posse1 maar onzer is het velle1 ,august4 de gratia ,christi ,i #c sq4 ,later vond deze opvatting ingang b de ,socinianen1 die het beeld ,gods alleen gelegen achtten in de heerschapp1 ,fock1 ,der ,socin4 #dhd2 b de ,wederdoopers1 die zeiden1 dat de eerste mensch als eindig1 aardsch schepsel nog niet beeld ,gods was maar het door wedergeboorte eerst worden kon1 ,menno ,simons1 ,werken #abe4 #abf4 #ahj1 cf4 ,erbkam1 ,gesch4 der prot4 ,sekten #dfa4 ,cloppenburg1 ,op4 ,,ii #add sq42 b de ,remonstranten1 ,conf4 ,v #e4 ,apol4 conf4 ib4 ,episcopius1 ,inst4 theol4 ,,iv #c1 #g4 ,limborch1 ,theol4 ,chr4 ,,ii #bd1 #e2 b de ,rationalisten en ,supranaturalisten1 ,wegscheider1 ,inst4 theol4 #ii4 ,bretschneider1 ,dogm4 #aae4 #aaf4 ,reinhard1 ,dogm4 #gj2 en b vele nieuwere theologen1 ,dorner1 ,gl4 ,i #eae4 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #bih f4 ,mller1 ,snde ,,ii #deg f4 ,beck1 ,lehrw4 ,i #ahf f4 ,chr4 ,gl4 ,,ii #cbh f4 ,martensen1 ,dogm4 #aci4 ,kahnis1 ,dogm4 ,i #dcb4 ,zckler1 ,lehre v4 ,urstand des ,menschen #ahgi ,s4 #dj f4 #ccc4 ,grtillat1 ,theol4 syst4 ,,iii #dfd ,s4 ,hofstede de ,groot1 ,gron4 ,godg4 #hiv4 ,doedes1 ,leer der ,zaligheid #bd4 ,ned4 ,geloofsbel4 #ade4 ,heid4 ,catech4 #fi enz41 die allen den status integritatis laten bestaan in een toestand van kinderlke onschuld4 ,gewoonlk houden al deze theologen nog wel vast aan de historische waarheid van zulk een oorspronkelken toestand4 ,maar zakelk komen z in de opvatting van het beeld ,gods b den eersten mensch geheel overeen met hen1 die1 de idee losmakende van het feit1 de werkelkheid van den status integritatis loochenen en het beeld ,gods alleen stellen in de vre persoonlkheid1 in de redelke of zedelke natuur1 in den religieus-ethischen aanleg1 in de bestemming des menschen tot gemeenschap met ,god1 ,kant1 ,relig4 ed4 ,rosenkranz #bg f4 ,fichte1 ,die ,bestimmung des ,menschen #ahjj4 ,hegel1 ,werke ,,xi #ahc f4 ,schleiermacher1 ,gl4 #ei-fa4 ,strauss1 ,gl4 ,,ii #gb4 ,biedermann1 ,dogm4 ,,ii #efb f4 ,lipsius1 ,dogm4 #dbj4 #ddj4 ,ritschl1 ,rechtf4 u4 ,vers4 ,,iii #cad4 ,nitzsch1 ,ev4 ,dogm4 #cjf f4 ,bovon1 ,dogm4 ,chrt4 ,i #acb4 #aci4 ,scholten1 ,l4 ,h4 ,k4 ,i #cjdv4 ,,ii #fgv4 ,ongemerkt leidt deze opvatting dan heen tot de leer der evolutie1 volgens welke het wezen des menschen gelegen is niet in wat h was of is maar in hetgeen h in eindelooze ontwikkeling door eigen krachtsinspanning worden kan4 ,het parads ligt niet achter maar vr ons4 ,een ontwikkelde aap verdient de voorkeur boven een gevallen mensch4 ,oorspronkelk het beeld dragend van orang-oetan en chimpanse1 hief de mensch allengs uit een toestand van ruwe brutaliteit tot dien van edele humaniteit zich op1 cf4 litt4 deel ,i #bcf4 #c4 ,het behoeft geen betoog1 dat de ,h4 ,schrift tegen deze leer der evolutie lnrecht overstaat4 ,de christelke kerken hebben dan ook de naturalistische1 pelagiaansche opvatting van het beeld ,gods en van 's menschen oorspronkelken toestand bna eenparig verworpen4 ,behalve de vroeger reeds weerlegde argumenten voor de darwinistische hypothese1 zn er ook eigenlk geen rechtstreeksche1 historische bewzen voor den dierlken toestand des menschen1 gelk de evolutie zich dien denkt4 ,de beenderen en schedels van menschen1 die gevonden zn1 zn b nader onderzoek alle gebleken van wezens afkomstig te zn1 in aard volkomen aan ons gelk4 ,zoover w in de historie terug kunnen gaan1 ontdekken w een toestand van vr hooge beschaving1 in ,china1 ,indi1 ,babyloni1 ,egypte2 en elk bews ontbreekt1 dat de volken aldaar uit een dierlken toestand zich hebben ontwikkeld4 ,het beroep op de zoogenaamde natuurvolken1 die overigens ook niet van alle beschaving zn ontbloot1 is van geen kracht4 ,want het is onbewsbaar1 dat z dichter dan de cultuurvolken b den oorspronkelken toestand des menschen staan4 ,veeleer is er grond om te gelooven1 dat z1 van de menschheid afgezonderd1 allengs vervallen zn tot een staat van barbaarschheid4 ,geen dier volken toch heeft zich alleen door eigen middelen uit dien toestand kunnen opheffen4 ,z dragen allen het karakter van gedegenereerden1 die1 evenals takken1 afgescheurd van den boom1 zonder nieuwe levenskracht van buiten1 wegsterven en verdwnen1 ,waitz1 ,ueber die ,einheit des ,menschengeschlechts und den ,naturzustand des ,menschen #ahei ,s4 #ccd f4 ,peschel1 ,vlkerkunde1 #ete ,aufl4 #ace f4 ,zckler1 ,gesch4 der ,bez4 ,,ii #gdd f4 ,vigouroux1 ,les livres saints ,,iv #aga s4 ,de vraag naar den primitieven toestand des menschen is dan ook eigenlk geen historische maar eene wsgeerige vraag2 die toestand gaat immers aan alle historische getuigenissen vooraf4 ,het antwoord1 dat men op die vraag geeft1 wordt bepaald door de gedachte1 die men zich vormt van den mensch4 ,hoe meer dit wezen nu wordt ingedacht1 des te meer wordt het onmogelk1 om de geschiedenis des menschen met een dierlken1 barbaarschen toestand te laten beginnen4 ,leven1 bewustzn1 taal1 godsdienst1 zede enz4 zn niet uit evolutie te verklaren1 maar onderstellen een eigen oorsprong1 eene schepping uit niets4 ,zelfs in de theologie der modernen komt dit nog uit4 ,wel ontkennen z de schepping naar ,gods beeld en den status integritatis2 maar als het op het kritiekste aankomt1 duikt eensklaps het denkbeeld van schepping weer op4 ,het bewustzn is iets specifiek menschelks2 of althans de godsdienst heeft een eigen1 oorspronkelke principe in den mensch2 of1 indien ook hier de evolutie wordt aanvaard1 dan houdt men toch b het ethische halt en handhaaft daarvan de zelfstandigheid2 het zedelk leven of de zedelke aanleg is sui generis en sui originis1 ,hoekstra1 ,wsg4 ,godsd4 ,i #av4 #ad4 #bacv4 enz4 ,maar deze positie tusschen creatie en evolutie in is een onhoudbaar standpunt4 ,het is telkens door allerlei pelagiaansche richtingen in de christelke kerk ingenomen1 omdat men zoowel in de schepping als in de evolutie bezwaar had en dus naar eene bemiddeling zocht4 ,de eerste mensch was geen dier1 maar ook geen volmaakt1 heilig mensch2 h was een onschuldig kind4 ,h was noch positief goed noch positief boos1 maar h stond tusschen beide in1 was zedelk indifferent1 kon het eene en het andere doen4 ,actu was h niets1 potentieel was h alles1 vroom en goddeloos1 heilig en onheilig1 goed en kwaad4 ,de aanleg1 het posse1 is door schepping ontstaan1 maar alwat nu op dien potentieelen grondslag wordt opgetrokken1 is 's menschen eigen wil en werk4 ,nu ligt er in deze voorstelling1 gelk w in de volgende paragraaf zien zullen1 wel iets waars1 inzoover de eerste mensch nog niet het hoogste had en dus inderdaad zich te ontwikkelen had4 ,maar hiervan afgedacht1 is z toch om vele redenen geheel onaannemelk4 ,vooreerst leert de ,schrift duidelk1 dat de mensch1 zoowel psychisch als physisch1 volwassen is geschapen1 in virili aetate1 ,august4 de ,gen4 ad lit4 ,,vi c4 #ac1 #ad4 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #ag4 ,het verhaal in ,genesis over de eerste menschen is zeer eenvoudig1 maar de toestand dier eerste menschen is niet die van eenvoudige1 onnoozele kinderen maar van volwassen1 welbewuste en vrhandelende wezens4 ,de schepping naar het beeld ,gods1 ,gen4 #a3bg1 ,pred4 #g3bi1 ,ef4 #d3bd1 ,col4 #c3aj1 de zegen der vermenigvuldiging1 ,gen4 #a3bh1 de ,goddelke goedkeuring1 ,gen4 #a3ca1 het proefgebod1 ,gen4 #b3ag1 de naamgeving der dieren1 ,gen4 #b3ai1 de uitspraak over ,eva1 ,gen4 #b3bc1 #bd1 de wze der verzoeking1 ,gen4 #c3av41 en de houding van ,adam en ,eva na den val1 ,gen4 #c3g v4 bewzen te over1 dat de eerste menschen niet indifferent maar positief goed zn geschapen4 ,het eenige tegenbews zou daaraan ontleend kunnen worden1 dat b de eerste menschen de schaamte ontbrak4 ,en die is dan ook altd door de tegenpart als een zeer krachtig argument te berde gebracht4 ,dit kan echter daarom niet gelden1 wl het geslachtsleven vr den val zeer goed aan den eersten mensch bekend was1 ,gen4 #a3bg1 #bh1 #b3bc1 #bd1 en de schaamte niet uit de ontwaking van het sexueele leven1 maar bepaaldelk uit den val wordt afgeleid4 ,ten tweede ldt deze voorstelling aan halfslachtigheid en maakt ze het probleem1 dat hier voorligt1 nog ingewikkelder4 ,halfslachtig is ze1 inzoover ze eenerzds de evolutie en toch1 op een bepaald punt aangekomen1 weer de creatie huldigt4 ,ze wil van geen schepping van actus weten1 maar neemt toch schepping van potentiae aan4 ,ze spreekt van ,fhigkeit ohne ,fertigkeit2 en acht de schepping van een kind1 beide in physischen en in psychischen zin1 eenvoudiger en redelker dan van een volwassene4 ,dit is nu op zich zelf reeds ongermd1 want wie de potentiae door schepping laat ontstaan en niet door evolutie1 kan tegen de leer van de justitia originalis en den status integritatis principieel geen bezwaar meer hebben4 ,maar het maakt de zaak ook nog moeilker te denken bovendien4 ,eene potentie ontwikkelt zich niet uit zichzelf zonder meer tot actualiteit4 ,max ,mller zeide terecht3 wenn wir es versuchen wollten1 uns den ersten ,menschen als ,kind geschaffen und allmhlich seine physischen und geistigen ,krfte entfaltend zu denken1 so knnten wir nicht begreifen1 wie er nur einen ,tag ohne bernatrliche ,hlfe zu leben vermochte1 ,vorles4 ber die ,wiss4 der ,sprache ,i ,leipzig #ahge ,s4 #daj4 ,in denzelfden geest liet ,schelling zich uit3 ,ich halte den ,zustand der ,cultur durchaus fr den ersten des ,menschengeschlechts u4 s4 w41 ,werke ,i #e ,s4 #bhf f4 #f ,s4 #eg f4 ,,ii #a ,s4 #bch f4 ,en ook ,j4 ,g4 ,fichte zeide3 ,es drngt sich die ,frage auf1 wenn es nothwendig sein sollte1 einen ,ursprung des ganzen ,menschengeschlechts anzunehmen1 wer erzog denn das erste ,menschenpaar8 ,erzogen mussten sie werden--ein ,mensch konnte sie nicht erziehen4 ,also ist es nothwendig1 dass sie ein anderes vernnftiges ,wesen erzogen1 das kein ,mensch war1 es versteht sich bestimmt nur so weit1 bis sie sich selbst untereinander erziehen konnten4 ,ein ,geist nahm sich ihrer an1 ganz so wie es eine alte ehrwrdige ,urkunde vorstellt1 welche berhaupt die tiefsinnigste1 erhabenste ,weisheit enthllt und ,resultate aufstellt1 zu denen alle ,philosophie am ,ende doch wieder zurck kommen muss1 ,grundlage des ,naturrechts #agif4 ,om n wonder te ontgaan1 moeten vele wonderen worden aangenomen4 ,ten derde ligt aan deze voorstelling de dwaling ten grondslag1 dat er geen aangeboren heiligheid bestaanbaar is4 ,heiligheid1 zoo zegt men1 is altd vrucht van strd en inspanning4 ,indien ,adam positief heilig werd geschapen1 was h noodwendig goed en ging zne vrheid te loor1 b4v4 ,rothe1 ,theol4 ,ethik #dhj f4 ,zoo komt men er toe1 om een toestand te fingeeren tusschen goed en kwaad1 heilig en onheilig in1 een indifferenten staat1 die aan het zedelke in bonam of malam partem voorafgaat1 en waaruit de mensch zich dan door vre wilsbeslissing in de eene of de andere richting ontwikkelen moet4 ,de mensch wordt dan van allen intellectueelen en ethischen inhoud beroofd1 en het beeld ,gods wordt gesteld in de pure1 naakte1 bloot formeele persoonlkheid1 ,nitzsch1 ,syst4 der chr4 ,lehre ,s4 #baa4 ,mller1 ,chr4 ,lehre v4 d4 ,snde ,i #aed f4 #dic f4 ,kahnis1 ,dogm4 ,i #dcb4 ,thomasius1 ,dogm4 ,i #aaj f4 ,beck1 ,glaub4 ,,ii #ccc4 ,doedes1 ,leer der ,zaligheid bl4 #eev4 ,zulk een begrip van persoonlkheid is echter eene loutere abstractie1 waaraan in de werkelkheid niets beantwoordt4 ,er is geen mensch denkbaar zonder bepaalde qualiteiten van verstand en wil4 ,eene volkomene indifferentie van den wil1 zonder karakter1 zonder neiging ter eene of ter andere zde1 is eenvoudig eene onmogelkheid4 ,gelk in de natuur alleen een goede boom goede vruchten kan dragen1 zoo gaat ook in het ethische leven de goede natuur aan de goede werken vooraf4 ,operari sequitur esse4 ,de ,schrift leert dan ook1 dat de heiligheid beide in schepping en herschepping eene gave ,gods is4 ,wie haar heeft1 kan haar verder ontplooien in woord en daad2 maar wie ze mist1 kan ze zich nimmer verwerven4 ,en eindelk doet deze voorstelling te kort aan de gerechtigheid ,gods1 die zn schepsel heeft laten verzocht worden boven vermogen2 aan den ernst der verzoeking1 die dan eene listige bedrieger wordt2 aan het karakter van den val1 die ophoudt eene ontzettende schuld te zn en verandert in een niet toerekenbaar ongeluk en bna niet af te wenden lot4 ,z wischt de grenzen uit1 die er bestaan tusschen den status integritatis en den status corruptionis en laat den mensch het beeld ,gods1 dat in iets zuiver formeels bestaat1 ook na den val ongestoord behouden4 ,z denkt de verhouding tusschen het formeele 7de persoonlkheid1 de wilsvrheid7 en het materieele 7het religieuse en ethische leven7 even los en dualistisch1 als ,rome deze voorstelt tusschen pura naturalia en donum superadditum1 alleen met dit verschil1 dat de heiligheid b ,rome eene vrucht der gratia is en b ,pelagius en de znen een product der willekeur4 #d4 ,naast en tegenover deze naturalistische opvatting van het beeld ,gods kwam eene andere voorstelling te staan1 die w de supranaturalistische kunnen noemen1 boven bl4 #eab4 ,z kwam niet voort uit de onderscheiding tusschen en 1 al is deze er later ook mede in verband gebracht4 ,z is ook niet gebouwd op de uitlegging van ,gen4 #a en #b1 want velen erkennen1 dat ze daar niet of althans niet letterlk voorkomt4 ,maar z is afgeleid uit de in de christelke kerk allengs opgekomen idee van den status gloriae1 waartoe de geloovigen door ,christus en zn ,geest worden verheven1 ,joh4 #a3ab1 ,rom4 #h3ad-ag1 #a ,cor4 #b3gv41 ,ef4 #a3aev41 #b ,petr4 #a3bv41 #a ,joh4 #c3a1 #b enz4 cf4 ,scheeben1 ,dogm4 ,,ii #bgb-bha4 ,langzamerhand werd deze status gloriae onder neoplatonischen invloed opgevat als een toestand1 die den staat der natuur niet alleen in ethischen maar ook in physischen zin ver te boven ging4 ,sedert de vierde eeuw trad in de christologische twisten deze gedachte zoozeer op den voorgrond1 dat de ,godheid des ,zoons en des ,geestes vooral daarmede werd betoogd1 dat z voor de menschen de auteurs van hunne vergoddelking waren4 ,het wezen van den status gloriae komt steeds meer te liggen in de visio ,dei per essentiam1 in de deiformitas1 deificatio1 in de niet slechts moreele maar physica participatio divinae naturae1 in de ,verschmelzung mit ,gott1 cf4 boven #aebv4 ,en b deze leer van den status gloriae kwam nu nog die van de verdienstelkheid der goede werken4 ,de gratia infusa1 die in den doop geschonken werd1 was beslist noodig maar stelde den mensch ook in staat1 om zulke goede werken te doen1 welke ex condigno de eeuwige zaligheid1 de visio ,dei per essentiam1 verdienen konden4 ,uit deze twee gedachten1 de mystische opvatting van 's menschen eindbestemming en de verdienstelkheid der goede werken1 is de ,roomsche leer geboren van het donum superadditum4 ,alexander ,halesius was de eerste1 die ze in eene bepaalde formule bracht4 ,de hemelsche zaligheid en de aanschouwing ,gods1 die des menschen eindbestemming is en dit ook voor ,adam was1 kan ex condigno niet verdiend worden dan door zulke goede werken1 welke met die eindbestemming in overeenstemming zn1 d4 i4 evenals deze een bovennatuurlk karakter dragen en dus uit een bovennatuurlk beginsel1 de gratia infusa1 voortvloeien4 ,de justitia1 welke ,adam nu vanzelf als mensch1 als aardsch wezen1 door de schepping bezat1 was uit den aard der zaak daartoe niet voldoende4 ,en zoo moest dus ook aan ,adam1 om zne eindbestemming te bereiken1 eene bovennatuurlke genade worden geschonken1 nl4 de gratia gratum faciens1 het beeld ,gods4 ,haec autem sublimatio creaturae rationalis est supranaturale complementum2 et ideo nec consecratio nec adoptio nec assumptio hujusmodi fit per aliquam proprietatem naturae sed per donum superadditum naturae1 consecrans naturam1 ut sit templum1 assimilans ,deo1 ut sit filius sive filia1 confoederans ,deo sive uniens per conformitatem voluntatis1 ut sit sponsa2 hoc autem fit a ,deo mediante gratia gratum faciente1 ,halesius1 ,s4 ,theol4 ,,ii qu4 #ia membr4 #a art4 #c4 ,deze leer vond algemeen ingang b de scholastici1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ie4 ,bonaventura1 ,brevil4 ,,ii c4 #aa4 #ab4 ,v c4 #a1 en de comm4 van ,thomas1 ,bonav4 ,duns ,scotus op ,sent4 ,,ii dist4 #bi2 werd opgenomen in den ,catechismus ,romanus1 ,i #b qu4 #ah1 #c1 later tegen de ,hervormers1 ,bajus1 ,jansenius1 ,quesnel verdedigd en gehandhaafd1 ,bellarminus1 de gratia primi hominis1 ,denzinger1 ,enchir4 n4 #hha sq41 en vormt een van de belangrkste en kenmerkendste loci in de ,roomsche theologie1 cf4 b4v4 ,becanus1 ,theol4 ,schol4 ,i tract4 #e4 ,casini1 ,controv4 de statu purae naturae1 afgedrukt als appendix ad librum ,,ii de opif4 sex dierum van ,petavius1 ,theol4 dogm4 ed4 #ahfh ,,iv p4 #ehg-fec4 ,theol4 ,wirceb4 ,,vii p4 #ade sq4 ,perrone1 ,prael4 theol4 ,,iii #aff-ahb4 ,kleutgen1 ,theol4 ,,ii #f-aea4 #ejg-fae4 ,scheeben1 ,dogm4 ,,ii #bci-ead4 ,id4 ,natur u4 ,gnade #ahfa4 ,schzler1 ,natur u4 ,gnade4 ,oswald1 ,relig4 ,urgesch4 der ,menschheit #ahhg ,s4 #a-fa4 ,simar1 ,dogm4 ,s4 #cbf f4 ,c4 ,pesch1 ,prael4 ,,iii #gf-aaa4 ,mhler1 ,symb4 #a enz4 ,ofschoon er echter in de hoofdzaak overeenstemming is1 is er op ondergeschikte punten toch allerlei verschil4 ,sommigen1 zooals ,halesius1 ,s4 ,theol4 ,,ii qu4 #if m4 #a4 ,bonaventura1 ,sent4 ,,ii dist4 #bi art4 #b qu4 #b4 ,albertus ,magnus1 ,duns ,scotus1 ,biel e4 a4 beweerden1 dat de bovennatuurlke gave der gratia gratum faciens onderscheiden was van de justitia originalis1 welke de mensch terstond door de schepping van nature bezat1 en ook temporeel later dan deze was geschonken4 ,volgens hen werd de mensch eerst geschapen met de justitia originalis2 door deze werd h in staat gesteld1 om de gratia gratum faciens ex congruo te verdienen2 en als h deze ontvangen had1 kon h daardoor de hemelsche zaligheid ex condigno verwerven4 ,maar ,thomas had daartegen bezwaar1 omdat de gratia gratum faciens dan ook op verdiensten rustte1 als eene persoonlke gave aan ,adam niet door hem voor al zne nakomelingen had kunnen verloren of verworven worden en dan ook niet in den doop aan kleine kinderen zonder verdienste kon geschonken worden2 daarom leerde ,thomas1 dat ,adam in het moment der schepping tegelk met de justitia originalis ook de gratia ontvangen had1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ajj art4 #a4 ,sent4 ,,ii dist4 #bj qu4 #b art4 #c4 dist4 #bi qu4 #a art4 #a4 ,trente vermeed in dit geschilpunt tusschen ,franciscanen en ,dominikanen de beslissing en sprak alleen uit1 dat ,adam de justitia en sanctitas1 in qua constitutus fuerat1 verloren had1 sess4 ,v #a4 ,ofschoon de latere theologen meest ,thomas volgden en de justitia originalis feitelk en temporeel lieten samenvallen met de gratia gratum faciens2 ideel en logisch bleef toch de opvatting dezelfde4 ,de ,roomsche theologie heeft tweerlei conceptie van den mensch3 de mensch in puris naturalibus1 zonder de bovennatuurlke genade1 is wel zondeloos1 maar heeft slechts eene natuurlke religie en deugd1 en heeft zne bestemming op aarde2 de mensch1 begiftigd met het donum superadditum van 't beeld ,gods1 heeft eene bovennatuurlke religie en deugd en heeft zne bestemming in den hemel4 ,maar met deze tweerlei idee van den mensch was men er nog niet4 ,zoodra men toch indacht1 wat tot de eene en wat tot de andere idee van den mensch behoorde1 raakte men met verschillende gaven1 aan den eersten mensch geschonken1 in verlegenheid4 ,de immortalitas en de impassibilitas konden niet in strikten zin natuurlk heeten1 want ze waren geen eigenschappen van ,adams aardsche lichaam als zoodanig en konden verloren gaan4 ,ter andere zde konden z ook geen gevolg zn van de gratia gratum faciens1 want dan zou de mensch in puris naturalibus1 zonder het donum superadditum1 vatbaar voor dood en lden zn geweest1 en de dood ware dan geen straf voor de zonde4 ,evenzoo is het met de concupiscentia gesteld4 ,de strd tusschen vleesch en geest is volgens ,rome natuurlk2 de onderwerping van het vleesch aan den geest is dus iets bovennatuurlks1 niet met de schepping vanzelve reeds gegeven2 maar ze kan toch ook niet eerst aan de gratia gratum faciens te danken zn1 want dan ware een zondeloos mensch zonder donum superadditum niet mogelk4 ,daarom moest tusschen de twee ideen1 welke ,rome zich vormt van den mensch1 nog eene derde worden ingeschoven4 ,en zoo is er dus volgens ,rome een mensch denkbaar en mogelk met dona naturalia1 praeternaturalia en supernaturalia4 ,er is eene drierlei gerechtigheid1 eene justitia naturalis1 praeternaturalis en supernaturalis4 ,geen wonder dat sommigen1 zooals ,berti1 ,norisius e4 a4 zulk een mensch1 die alleen begiftigd was met dona naturalia en praeternaturalia1 zich niet denken konden2 naar ,gods potentia absoluta ware zulk een mensch wel mogelk1 maar naar zne potentia ordinata niet2 de visio beatifica is feitelk den mensch van nature eigen1 saltem quoad inclinationem et appetitum1 ,perrone1 ,,iii #afg4 ,oswald1 ,relig4 ,urgesch4 #eb f4 ,pesch1 ,prael4 ,,iii #aji4 ,maar ook als de denkbaarheid en mogelkheid van een mensch in puris naturalibus gehandhaafd wordt1 is er nog allerlei verschil in de leer van het beeld ,gods4 ,sommigen onderscheiden beeld en gelkenis zoo1 dat het eerste de dona naturalia1 de tweede de supernaturalia omvat2 anderen zooals de ,catech4 ,rom4 laten beide op de dona supernaturalia slaan4 ,halesius1 ,bonaventura1 ,thomas enz4 dachten b de justitia originalis aan de justitia naturalis en duidden de justitia supernaturalis aan als gratia gratum faciens2 doch de ,catech4 ,rom4 en de meeste latere theologen spreken juist van de dona superaddita als justitia originalis4 ,de immortalitas1 impassibilitas1 het liberum arbitrium1 de temperatio concupiscentiae worden nu eens uit een divinum beneficium afgeleid1 dan weer uit de imago of uit de similitudo1 en ook wel tot de justitia originalis gerekend1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ie art4 #a4 ,sent4 ,,ii dist4 #ai qu4 #a art4 #d4 ,pesch1 ,prael4 ,,iii #hi sq4 ,de ,catech4 ,rom4 stelt alles naast elkaar en brengt het tot geen eenheid3 ,adam was voor geen dood en lden vatbaar divino beneficio2 zne ziel werd geschapen naar ,gods beeld en gelkenis2 bovendien werd de begeerlkheid beteugeld en aan de rede onderworpen2 en eindelk voegde ,god daaraan nog toe de justitia originalis en de heerschapp1 ,i #b qu4 #ah1 #c4 ,en b dat alles komt dan nog het verschil over de natuur der gratia gratum faciens1 over hare verhouding tot den ,geest ,gods1 tot de ziel en hare vermogens1 tot de theologische deugden1 tot de goede werken enz41 cf4 later den locus de gratia4 ,genoeg1 om te doen zien1 dat de ,roomsche leer over het beeld ,gods ook in zich zelve nog niet afgewerkt is en mede daarom het theologisch denken niet bevredigen kan4 #e4 ,vooreerst toch is deze leer gebouwd op eene onjuiste opvatting van 's menschen eindbestemming4 ,de status gratiae en gloriae1 waarin de gemeente van ,christus hier en hiernamaals deelt1 wordt in de ,h4 ,schrift op de schoonste wze beschreven1 als een kindschap ,gods1 als gemeenschap aan de ,goddelke natuur1 als aanschouwing ,gods1 als eeuwig leven1 als hemelsche zaligheid enz4 ,hierover is tusschen ,rome en ons geen verschil2 geen oog heeft het gezien1 geen oor heeft het gehoord1 het is in het hart des menschen niet opgeklommen1 hetgeen ,god in de ,n4 ,test4 bedeeling van het verbond der genade bereid heeft dien1 die ,hem liefhebben1 #a ,cor4 #b3i4 ,maar ,rome vat deze eindbestemming van den mensch1 welke door ,christus gerealiseerd is1 op als eene neoplatonische aanschouwing van en eene mystische versmelting der ziel met ,god1 cf4 boven #aebv4 en #eah4 ,en dit is niet de leer der ,h4 ,schrift4 ,al die weldaden toch1 welke ,christus voor de znen verworven heeft1 worden hun niet eerst geschonken in den staat der heerlkheid maar zn in beginsel hun deel reeds hier op aarde1 #a ,cor4 #b3i en sluiten toch ook1 volgens ,rome1 de aanschouwing ,gods per essentiam niet in4 ,het kindschap ,gods is eene vrucht des geloofs1 ,joh4 #a3ab1 ,rom4 #h3adv4 ,gal4 #d3f1 #a ,joh4 #c3a1 #b4 ,het eeuwig leven wordt hier reeds genoten en bestaat in een kennen van ,god in het aangezicht van ,christus1 ,joh4 #c3af1 #cf1 #ag3c4 ,christus is en blft de weg tot den ,vader1 tot de kennis en de aanschouwing ,gods1 ,mt4 #aa3bg1 ,joh4 #a3ah1 #ad3f1 #a ,joh4 #c3b;b4 ,de visio ,dei is alleen te verkrgen in ethischen zin1 ,mt4 #e3h1 #a ,joh4 #c3f4 ,zelfs het deelgenootschap aan de is niet iets toekomstigs alleen1 maar is een doel1 dat de schenking van ,gods beloften reeds hier op aarde beoogt1 #b ,petr4 #a3d1 en wederom ethisch vermittelt1 ,hebr4 #ab3aj4 ,ten tweede wordt nergens in de ,h4 ,schrift geleerd1 dat deze status gloriae1 die in den status gratiae op aarde reeds zn aanvang neemt1 supranaturalis en superadditus is in ,roomschen zin4 ,zeker gaat deze staat van genade en heerlkheid alle gedachte en verbeelding des menschen zeer verre te boven1 #a ,cor4 #b3i1 #ac3ab1 #a ,joh4 #c3b4 ,maar men bedenke1 dat het volgens #a ,cor4 #b de wsheid der wereld1 de geest der wereld1 de psychische mensch is1 vs4 #f1 #h1 #ab1 #ad1 voor welke deze weldaden ,gods eene verborgenheid zn2 en deze psychische mensch is de mensch1 die alleen door het animale leven zich laat leiden1 van het verstoken1 en daarom in zn verstand verduisterd is4 ,daarb komt1 dat hetgeen ,god aan de geloovigen schenkt en schenken zal1 ook voor hen zelven eene onverdiende gave der genade blft1 die hen altd weer tot bewondering en aanbidding stemt4 ,en dan mag ook niet vergeten1 dat ,christus niet alleen verwierf wat ,adam verloor maar ook wat ,adam in den weg der gehoorzaamheid verworven zou hebben4 ,daarom gaat het heilsgoed van het verbond der genade al onze gedachten zeer verre te boven2 maar er is met geen woord sprake van1 dat het een superadditum zou zn1 dat oorspronkelk b onze menschelke natuur niet hoorde4 ,ten derde is de conclusie onjuist1 welke ,rome uit deze weldaden der genade in ,christus afleidt voor den staat van ,adam vr den val4 ,rome redeneert aldus3 indien de status gloriae voor den herstelden mensch bestaat in gelkvormigheid aan ,god1 dan moet h daarin ook bestaan hebben b den eersten mensch4 ,en indien die status gloriae thans door de geloovigen niet bereikt wordt dan door den status gratiae heen1 dan geldt dit ook van ,adam vr den val4 ,het verband tusschen den status gratiae en gloriae bestaat volgens ,rome hierin1 dat de mensch in de rechtvaardigmaking de gratia infusa ontvangt en uit kracht daarvan goede werken doet1 die het eeuwige leven verdienen ex condigno4 ,dit alles brengt ,rome over op den eersten mensch4 ,ook h had tot eindbestemming den status gloriae2 dezen kon h niet bereiken dan door den status gratiae heen2 aan ,adam werd alzoo eene gratia geschonken1 waardoor h ex condigno het eeuwig leven verdienen kon4 ,evenals die status gloriae is ook die gratia krachtens haar natuur supernatureel1 boven den psychischen mensch verheven1 en dus een donum superadditum4 ,deze redeneering van ,rome is juist1 in zoover ze uit het beeld ,gods b den herstelden mensch besluit tot dat b den eersten mensch4 ,er is inderdaad niet meer dan n beeld ,gods4 ,ze is ook juist1 inzoover ze aanneemt1 dat de eindbestemming voor ,adam geen ander was dan de geloovige nu door ,christus ontvangt1 n4l4 het eeuwige leven4 ,er is werkelk maar n ideaal voor den mensch4 ,maar z is onjuist1 doordat z tusschen gratia en gloria een verband van verdienstelkheid legt en dit verder ook op ,adam toepast4 ,de meritorische waarde der bona opera kan eerst later in behandeling komen4 ,hier z er alleen op gewezen1 dat ook al ware de ,roomsche opvatting van 's menschen eindbestemming juist1 z toch nog geen recht geeft om de gratia optevatten in adaequaten1 supernatureelen zin4 ,er is immers ook zulk een verband mogelk1 dat ,god aan bepaalde werken bepaalde beloften en gaven verbindt1 zonder dat deze daarom in strikten zin1 ex condigno1 er door verdiend zn4 ,van zoodanigen aard was de belofte des eeuwigen levens aan ,adam in geval van gehoorzaamheid1 gelk de ,gereformeerden in hun leer over het foedus operum leerden1 cf4 #cb4 ,er was een verdienste ex pacto1 niet ex condigno4 ,de goede werken des menschen zn nooit de hemelsche heerlkheid waard1 ze wegen daartegen nimmer op4 ,rome voert echter de verdienstelkheid der goede werken1 beide b den geloovige en b ,adam in1 en doet daarom aan de genade te kort4 ,de genade verandert b ,rome geheel van karakter4 ,z staat niet in ethische maar in physische tegenstelling met de natuur4 ,z onderstelt niet de zonde en schuld1 maar alleen eene lagere natuur4 ,z maakt eenerzds alles tot genade en maakt daardoor juist1 dat er heel geen genade meer is4 ,immers1 de gratia is b ,adam en b den geloovige wel genade1 maar in geen anderen zin1 dan waarin ook leven1 verstand1 wsheid1 kracht enz4 genade zn4 ,er is geen reden1 om alleen het donum superadditum genade te noemen2 dat ,adam geschapen werd en verstand en wil ontving was dan evenzeer genade1 al is er ook quantitatief verschil in de gaven der genade4 ,en zoo wordt eigenlk alles genade1 wat in het eerste oogenblik door ,god aan den mensch in schepping of herschepping geschonken wordt4 ,maar ook alleen in dat eerste oogenblik4 ,want zoodra h die eerste gaven ontvangen heeft1 gaat de mensch zelf volgens ,rome door die gratia aan den arbeid2 en alles wat h nu verder ontvangt1 ontvangt h als loon voor zne verdiensten4 ,zelfs het eeuwige leven is geen genadegift ,gods meer maar een waardig1 passend1 adaequaat loon voor het werk van den mensch4 ,alleen kan het nog genadegift heeten1 omdat de kracht1 die den mensch tot verdienen in staat stelde1 genade was4 ,juist zooals oudtds de ,pelagianen zeiden3 het posse is van ,god1 het velle is van den mensch4 ,ten vierde is boven #ebj-eba aangewezen1 dat de ,roomsche leer van het donum superadditum geleid heeft en leiden moet tot drierlei conceptie van den mensch4 ,voor ,rome is er niet ne idee en ne zedewet en ne bestemming voor den mensch2 maar gelk in de andere schepselen1 zoo gaat ook in de menschenwereld de hierarchie en de rangordening door4 ,er is in het afgetrokkene een homo met justitia naturalis1 een andere met justitia praeternaturalis1 een derde met justitia supernaturalis denkbaar4 ,de eerste dezer drie menschen is eigenlk nog weinig boven het dier verheven2 h is onderworpen aan de concupiscentia1 aan de natuurlke tegenstelling tusschen vleesch en geest1 aan de vatbaarheid voor lichamelk lden en tdelken dood4 ,maar h heeft in zn wil toch nog de kracht om het goede te doen1 om de concupiscentia niet in zondige daden te laten overgaan1 en om alzoo een wel natuurlk maar toch zondeloos leven te leiden4 ,aan dit beeld is de mensch na den val vr wel gelk4 ,hoewel de erfzonde nog dikwerf niet alleen negatief maar ook positief wordt opgevat1 is ze toch hoe langer hoe meer verzwakt1 naarmate de physische tegenstelling van natuur en genade de ethische antithese van zonde en genade verving4 ,ze bestaat volgens velen alleen negatief in een verlies van dat donum superadditum1 dat aan den eersten mensch door het goedvinden ,gods geschonken werd1 bv4 ,oswald1 ,relig4 ,urgesch4 #ei1 #acg f4 ,de mensch zonder dat donum superadditum blft dus een in zn soort compleet1 volmaakt1 en hoe moeilk het valle1 vooral op den duur1 toch indien h wil zelfs zondeloos mensch4 ,en vandaar b ,rome het zachte oordeel over de ongedoopt stervende kinderen en over de ,heidenen1 die van het licht en de kracht der natuur een goed gebruik hebben gemaakt4 ,z hebben geen schuld en dus geen straf1 ontvangen eene poena damni1 geen poena sensus4 ,als zulk een homo naturalis heeft ,god echter den eersten mensch niet geschapen4 ,h gaf hem er terstond eene justitia praeternaturalis b1 en daarom was ,adam ook afgedacht van het eigenlk donum superadditum d4 i4 de gratia gratum faciens1 boven de concupiscentia1 het lden en den dood1 ook wat het lichaam betreft1 verheven4 ,dit is eene tweede idee van den mensch1 die mogelk en bestaanbaar is2 zulk een mensch had dan ,gods geboden kunnen onderhouden zonder strd van den kant des vleesches 7donum integritatis71 maar zne gerechtigheid ware toch nog natuurlk gebleven en hadde niet de visio ,dei per essentiam verdiend4 ,deze tweede conceptie van den mensch wordt nu nog eenmaal een trap hooger opgevoerd door de toevoeging van het donum superadditum1 waardoor een mensch ontstaat met justitia supernaturalis4 ,gelk door heel het ,roomsche systeem heen1 zoo treffen we ook hier b de leer van het beeld ,gods de tegenstelling aan tusschen het natuurlke en het bovennatuurlke1 tusschen het menschelke en het goddelke1 tusschen het aardsche en het hemelsche en binnen beide terreinen dan weer allerlei gradatin4 ,er is allerlei rang en klasse en stand in het ethische en religieuse4 ,niet allen staan en verheffen zich even hoog4 ,als ,god het centrum is1 groepeeren zich de schepselen in steeds wder kringen om ,hem heen4 ,het verst is de homo naturalis van ,hem verwderd1 dan de homo praeternaturalis1 daarna de homo supernaturalis4 ,en in de laatste klasse is er weer allerlei onderscheid en graad4 ,er zn clerici en leeken1 monniken en gewone menschen1 praecepta en consilia1 lagere en hoogere moraal4 ,het hoogst staat de mysticus1 die het hier op aarde reeds door meditatie en askese en oratie tot contemplatie brengt4 ,en boven de menschen staan weer de engelen1 in allerlei rangordeningen geschaard4 ,het stgt alles naar boven1 naar ,god heen2 het nadert ,hem steeds meer4 ,de versmelting der ziel met ,god is de hoogste zaligheid4 ,daarom is er in ,rome voor allen eene plaats2 het rekent met ieders vatbaarheid en geschiktheid2 het heeft een verschillend ideaal voor de onderscheidene menschen2 het stelt niet aan iedereen dezelfde zedelke en godsdienstige eischen4 ,hierop heeft ,pierson terecht nadruk gelegd2 alleen zag h voor beginsel en wezen aan1 wat slechts gevolg en verschnsel was1 ,gesch4 van het ,r4 ,kath4 ,i #bdv4 ,tegen deze in den grond neoplatonische1 areopagietische philosophie is het1 dat de ,hervorming steunende op de ,schrift is opgetreden4 ,de ,schrift kent zulk eene physische tegenstelling van het natuurlke en het bovennatuurlke niet4 ,z kent maar ne idee van den mensch1 ne zedewet1 ne eindbestemming1 ne priesterschap1 welke het deel van alle geloovigen is4 ,ten vfde blkt hieruit duidelk1 dat de reden1 waarom ,rome de justitia praeter- en supernaturalis leert1 niet hierin gelegen is1 dat anders de verliesbaarheid der justitia originalis niet te verklaren is4 ,wel brengen ,roomsche theologen steeds deze bedenking tegen de leer der ,reformatie in2 de justitia originalis behoort tot het wezen van den mensch of niet2 indien het eerste1 dan is ze onverliesbaar of1 indien ze toch te loor gaat1 dan verliest1 de mensch daarin een deel van zn wezen en houdt h op een volkomen mensch te zn4 ,maar hoezeer deze bedenking telkens wordt herhaald2 niet om haar te ontgaan1 is ,rome tot de leer van het donum superadditum gekomen4 ,rome behoudt geheel dezelfde moeilkheid4 ,want ,adam had ook eene justitia naturalis4 ,en deze justitia naturalis is wel natuurlk1 voortvloeiend uit de principia en krachten van den natuurlken mensch1 zonder bovennatuurlke hulp 7z het ook niet1 zonder de algemeene hulp der onderhouding ,gods71 en ze is toch verliesbaar en wordt door menigeen feitelk verloren4 ,en desniettemin blft ook de diepstgezonken zondaar1 van alle justitia naturalis beroofd1 toch nog mensch4 ,de verliesbaarheid en het feitelk verlies van de justitia originalis kan dus volstrekt geen dienst doen als argument tegen haar natuurlk karakter4 ,ware dat het geval1 dan zou ook de justitia naturalis1 welke ,rome leert1 den naam van supernaturalis moeten dragen4 ,de kwestie tusschen ,rome en ons is eene gansch andere4 ,verliesbaar is de justitia originalis1 wl ze is een accidens1 geen substantie4 ,maar onder de accidentia1 die alle als zoodanig verliesbaar zn1 maakt ,rome nog weer onderscheid tusschen hetgeen naturaliter accidens en hetgeen supernaturaliter accidens is1 b4v4 ,benschop in ,de ,katholiek ,,cx bl4 #ef4 ,volgens ons is heel de justitia originalis een accidens naturale2 volgens ,rome is de gratia gratum faciens een accidens supernaturale4 ,waarom8 ,niet1 om de verliesbaarheid mogelk en duidelk te maken4 ,maar omdat de mensch zonder haar een gebrekkig schepsel bleef4 ,rome leert uitdrukkelk dat het ,gode1 gegeven eenmaal dat ,h een wezen wilde scheppen bestaande uit ziel en lichaam1 uit geest en stof1 onmogelk was1 om deze beide1 ziel en lichaam1 zonder bovennatuurlke hulp in volkomen harmonie te scheppen1 evenmin als ,h een vierkanten cirkel kan maken4 ,vleesch en geest strden per se met elkander1 en ,god kan strd tusschen die twee elementen niet voorkomen zonder bovennatuurlke genade4 ,bellarminus zegt het duidelk1 dat de mensch bestaat uit vleesch en geest1 en dus deels propensio heeft ad bonum corporale1 deels ad bonum spirituale1 en dat ex his diversis vel contrariis propensionibus existere in uno eodemque homine pugnam quandam4 ,voorts leert h nu1 divinam providentiam initio creationis ut remedium adhiberet huic morbo seu languori naturae humanae1 qui ex conditione materiae oriebatur1 addidisse homini quoddam donum insigne1 justitiam videlicet originalem1 qua veluti aureo quodam freno pars inferior superiori et pars superior ,deo facile subjecta contineretur1 de gr4 pr4 hom4 c4 #e1 cf4 c4 #g4 ,hier is duidelk uitgesproken1 dat het vleesch uit zn aard tegen den geest overstaat4 ,de stof is eene macht tegenover ,god1 die wel niet per se zondig is zooals in het manicheisme1 maar toch van zeer lage orde is1 in een geheel eigene richting zich beweegt en den mensch vanzelf tot strd en tot zonde verlokt4 ,zelfs is die macht zoo groot1 dat de ratio alleen de motus animi niet of althans niet dan met groote moeite beheerschen kan4 ,er is daartoe eene bzondere1 bovennatuurlke genade van noode4 ,evenals in de wsbegeerte van ,plotinus is de materie een schepsel1 dat zeer ver van ,god afstaat1 van nature aan al het geestelke vandig is en daarom krachtdadig beteugeld moet worden4 ,ten zesde eindelk1 ,rome's leer van het donum superadditum brengt eene eigenaardige opvatting van het ,christendom mede4 ,de christelke religie dient b ,rome ook wel1 om van de zonde te verlossen2 maar in de eerste en voornaamste plaats strekt z toch1 om den mensch die gratia terugteschenken1 welke aan ,adam als een donum superadditum geschonken maar door hem verloren werd4 ,deze gratia was den mensch vr den val evenzeer noodig als thans aan ons1 en was toen evengoed bovennatuurlk als nu na den val4 ,volgens ,rome is de genade dus een donum supernaturale per se en niet per accidens1 niet alleen om der zonde wil1 ,bellarm4 de gr4 pr4 hom4 c4 #e4 ,de zonde heeft in de natuur der gratia geen verandering gebracht4 ,misschien is z door de zonde vermeerderd4 ,maar ze was vr en na den val volkomen dezelfde1 nl4 eene elevatio supra naturam4 ,dat is haar karakter en wezen4 ,het ,christendom moge dus ook nog ,erlsungsreligion wezen2 in de allereerste plaats is het geen reparatio maar elevatio naturae2 het dient1 om de natuur op te voeren boven zichzelve uit1 om den mensch te vergoddelken4 ,daartoe diende b ,adam de gratia gratum faciens1 daartoe dient thans het ,christendom4 ,deze genade is dus toen en nu dezelfde2 d4 i4 het eigenlke1 het wezenlke in het ,christendom is volstrekt niet door den val noodzakelk geworden2 het was reeds noodzakelk vr den val4 ,het ,christendom als elevatio naturae was ook reeds b ,adam voor den val4 ,de ontvangst der gratia infusa is thans gebonden behalve aan praeparationes1 bepaaldelk ook aan het geloof aan twee dogmata1 de triniteit en de incarnatie1 cf4 ,i #eahv4 ,welnu1 zoo was het ook b ,adam4 ,deze kende vr den val reeds beide1 ,becanus1 ,theol4 schol4 ,i tr4 #e c4 #b qu4 #b4 ,simar1 ,dogm4 #ccb4 ,pesch1 ,prael4 dogm4 ,,ii #hi enz4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,,ii #b qu4 #b art4 #g1 qu4 #e art4 #a4 ,de vleeschwording is daarom ook per consequentiam vr den val en zonder de zonde noodzakelk geweest4 ,m4 a4 w4 opdat de mensch ,gode gelk worde1 moet ,god mensch worden4 ,deze wet gold zoowel vr als na den val4 ,nu brengt de menschwording alleen als iets ondergeschikts de verzoening mede4 ,maar het zwaartepunt ligt b ,rome niet in de voldoening en vergeving der schuld1 maar in de menschwording ,gods en in de vergoddelking des menschen1 cf4 ,i #bbjv4 #bgfv4 #f4 ,door de ,hervormers werd deze leer eenparig verworpen1 maar voornamelk hierom1 wl ze leidde tot verzwakking der erfzonde4 ,de oppositie richtte zich vooral tegen de stelling der scholastiek3 supernaturalia amissa1 naturalia adhuc esse integra4 ,en daaruit besloot men terug tot het beeld ,gods4 ,indien de mensch door de zonde1 door verlies van het beeld ,gods1 geheel en al bedorven was1 dan moest het ook behoord hebben tot zne natuur4 ,en zoo zei ,luther1 justitiam non esse quoddam donum1 quod ab extra accederet1 separatumque a natura hominis sed fuisse vere naturalem1 ut naturae ,adae esset diligere ,deum1 credere ,deo etc41 in ,genes4 ,,iii4 ,maar ook de ,hervormers moesten onderscheid blven maken tusschen wat van het beeld ,gods overgebleven en hetgeen ervan verloren was4 ,daarvoor gebruikten z de namen van substantia1 essentia en dotes1 dona1 zelfs supernaturalia dona4 ,de ,apol4 ,conf4 noemt de kennis1 de vreeze ,gods in ,adam dona1 en de ,form4 ,conc4 spreekt van dotes in paradiso naturae concreatae1 ,mller1 ,die symb4 ,bcher der ev4 luth4 ,k ,s4 #hj4 #ha4 #ehj4 ,de ,luthersche dogmatici noemden het beeld ,gods wel natuurlk1 inzoover de menschelke natuur zonder dat beeld niet zuiver kon zn en er terstond mede geschapen werd4 ,maar z ontkenden1 dat het beeld ,gods in dien zin natuurlk was1 dat het uit de menschelke natuur vanzelf als zoodanig voortvloeide en dus een onverliesbaar1 essentieel bestanddeel van haar zou uitmaken2 en sommigen1 zooals ,gerhard1 ,quenstedt e4 a4 noemden ook bepaald de supernaturalis ,dei favor1 de gratiosa s4 trinitatis inhabitatio en de daaruit vloeiende suavitas et delectatio bepaald met den naam van dona supernaturalia1 ,gerhard1 ,loci theol4 ,,viii c4 #a-c4 ,quenstedt1 ,theol4 did4 polem4 ,,ii #a-dh4 ,hollaz1 ,ex4 theol4 #dfa-dhh4 ,evenzoo onderscheidt ,calvn tusschen de substantia animae en hare dotes1 ,inst4 ,i #ae1 #b en zegt met ,augustinus1 naturalia dona fuisse corrupta in homine per peccatum1 supernaturalibus autem exinanitum fuisse2 zelfs noemt h deze laatste adventitia1 praeter naturam1 ,,ii #b1 #ab4 ,en vele ,geref4 theologen maken in denzelfden zin onderscheid tusschen qualitates naturales en dona supernaturalia1 ,maccovius1 ,loci ,comm4 #dje sq42 de immortalitas wordt door velen niet uit ,adams natuur maar uit de gratia ,dei afgeleid1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #dig4 ,polanus ,v #bi4 ,junius1 ,op4 ,i #baa4 ,bucanus1 ,theol4 ,,xi #ab4 ,maccovius p4 #dji4 ,zelfs werd de oude onderscheiding van beeld en gelkenis door velen overgenomen en ook in dezen zin toegepast1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #dhf4 ,martyr op ,gen4 #a3bf4 ,alsted1 ,theol4 schol4 #bha4 ,toch werd het spoedig duidelk1 dat de ,protestanten1 ook waar z de uitdrukking dona supernaturalia nog behielden1 deze toch in een anderen zin opvatten dan de ,roomschen4 ,b deze laatsten is de bedoeling deze1 dat er zeer goed een mensch denkbaar en mogelk is zonder deze dona supernaturalia2 wel heeft die mensch dan als redelk zedelk wezen ook eenige kennis van ,god1 van de zedewet1 van de gerechtigheid4 ,maar er is een essentieel onderscheid tusschen de kennis1 de liefde1 de gerechtigheid in natuurlken en in bovennatuurlken zin1 tusschen den homo naturalis en supernaturalis1 tusschen den mensch en den ,christen1 tusschen de wereld en de kerk1 tusschen de natuur en de genade4 ,de genade is niet bloot eene herstelling maar eene verheffing1 aanvulling van de natuur1 eene elevatio1 sublimatio naturae4 ,dit nu werd door de ,hervorming principieel bestreden4 ,en daarom moest z komen en kwam z ook metterdaad tot de leer1 dat het beeld ,gods den mensch van nature eigen was en dat h1 zonder dat beeld1 niet anders dan in natura impura1 als zondaar1 kon bestaan4 ,maar nu was er onder de ,hervormers ook nog verschil in de opvatting van het beeld ,gods4 ,in den eersten td stelden enkele ,lutherschen het beeld ,gods ook nog wel in het wezen van den mensch en in de substantie van de ziel1 ,luther b ,kstlin1 ,i #aba1 ,melanchton1 ,hemming1 ,selnecker b ,heppe1 ,dogm4 d4 d4 ,prot4 ,i #cch f4 ,maar de ,luthersche theologie ging toch van eene andere gedachte uit4 ,haar subjectief1 soteriologisch karakter moest er toe leiden1 om het beeld ,gods alleen te zoeken in de zedelke qualiteiten1 die de eerste mensch ontving en welker verlies den mensch tot een stok en een blok in godsdienstig en zedelk opzicht maakte4 ,luther legde menigmaal al den nadruk op de gaven en liet daarin het beeld ,gods opgaan1 ,kstlin ,,ii #ceh f4 ,heppe ,i #cde4 ,de beldenisschriften spreken in denzelfden geest1 ,mller ,s4 #hj4 #egf1 en evenzoo de theologen1 ,heerbrand1 ,hunnius1 ,gerhard ,,viii c4 #a4 ,quenstedt ,,ii #c-aj1 #ag-bc4 ,hollaz1 p4 #dfd sq4 enz4 ,wel ontkennen de ,lutherschen niet1 dat ook het wezen des menschen quaedam sive divina uitdrukt2 maar het eigenlke beeld ,gods is alleen gelegen in de justitia originalis met de daaraan verbonden immortalitas1 impassibilitas1 dominium en conditio felicissima4 ,immers alleen de ,zoon is essentieel en substantieel het beeld ,gods1 ,hebr4 #a3c2 in den mensch is het eene perfectio accidentalis1 verliesbaar en verloren1 ,rom4 #c3bc1 en alleen in den geloovige vernieuwd en hersteld1 ,rom4 #h3bi1 #b ,cor4 #c3ah1 #e3ag1 ,ef4 #d3bd1 ,col4 #c3aj4 ,de ,gereformeerden echter namen van den beginne af aan ook het wezen van den mensch in het beeld ,gods op4 ,heppe1 ,dogm4 #afi4 #agj beweert ten onrechte1 dat ,calvn en ,zanchius alzoo niet hebben geleerd4 ,calvn maakt wel onderscheid tusschen de substantia animae en hare dotes1 maar zegt uitdrukkelk1 dat het beeld ,gods bestond in die tota praestantia1 qua eminet hominis natura inter omnes animantium species1 en dat het verder1 proinde1 ook bestaat in de integritas1 ,inst4 ,i #ae1 #b4 ,,ii #ab1 #f1 cf4 in ,gen4 #a3bf1 #i3f1 ,jak4 #c3i4 ,en hiermede stemmen alle ,gereformeerden overeen1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #dhf4 #fgg sq4 ,ursinus1 ,catech4 qu4 #g4 ,martyr1 ,loci ,c4 #df sq4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 ,v #cd4 ,synopsis ,,xiii #cf4 ,leydecker1 ,fax ,verit4 p4 #cie enz4 ,eerst ,coccejus1 ,s4 ,theol4 ,,xvii #ab-bd droeg weer eene andere meening voor en leerde dat de ziel en hare eigenschappen wel onderstelling1 maar niet inhoud van het beeld ,gods waren2 z waren het doek als het ware1 waarop het beeld door ,god geschilderd was1 maar dit bestond zelf alleen in de gaven blkens #b ,cor4 #c3ah1 ,ef4 #d3bd1 ,col4 #c3aj1 cf4 ook ,heidegger1 ,corp4 ,theol4 ,,vi #aai4 ,braun1 ,doctr4 foed4 ,i #b1 #ae1 #e v4 ,anderen drukten het zoo uit1 dat het beeld ,gods antecedenter in natura spirituali1 formaliter in sanctitate1 consequenter in dominio bestond1 ,turretinus1 ,theol4 ,el4 ,v qu4 #aj #f4 ,ryssenius1 ,theol4 #agh4 ,witsius1 ,oec4 foed4 ,i #b1 #aa4 ,brakel1 ,red4 ,godsd4 ,x #be4 ,meest echter bleef men spreken van het beeld ,gods in ruimer en in enger zin4 ,daarmede bleef in de ,geref4 theologie de band vastgehouden tusschen de physische en de ethische natuur des menschen1 en alzoo verder tusschen natuur en genade4 ,daarb kwam nu in de ,geref4 theologie al spoedig nog eene andere onderscheiding1 die vooral in de leer van het foedus operum werd uitgewerkt4 ,deze gaf antwoord op de vraag1 niet wat ,adam was1 maar wat ,adam worden moest4 ,eerst in deze drie punten1 het beeld ,gods in ruimer zin1 het beeld ,gods in enger zin1 en de ontplooiing of bestemming van het beeld ,gods1 d4 i4 in de leer van het werkverbond1 is de locus de imagine ,dei volledig te behandelen4 #g4 ,tusschen ,rome's leer en die van de ,reformatie over het beeld ,gods is er een diep verschil1 dat over de gansche theologie zich uitbreidt4 ,dit verschil ligt niet in de uitdrukking justitia originalis4 ,want hoewel deze term door de ,roomsche theologen in verschillenden zin wordt gebezigd1 toch duiden lateren daarmede ook wel de justitia supernaturalis aan1 boven blz4 #eai4 ,originalis kan de justitia b den eersten mensch heeten1 wl zne positieve overeenstemming met de wet ,gods hem van zn oorsprong af aan eigen is1 wl ze als zoodanig te onderscheiden is van de justitia habitualis en actualis1 en wl z b ,adam het beginsel en de wortel was van zne dadelke gerechtigheid4 ,zelfs was sedert ,thomas ook hierover geen verschil1 dat de justitia originalis ook voor heel de menschheid1 indien ,adam ware staande gebleven1 de bron van hare dadelke gerechtigheid zou geweest zn1 want ,adam ontving haar niet als persona privata maar als persona publica4 ,al het geschil liep hierover of die justitia originalis nu naturalis of1 althans ten deele1 supernaturalis was4 ,de ,hervormers beweerden het eerste4 ,daarmede wilden z niet zeggen1 dat die oorspronkelke gerechtigheid vanzelf uit de menschelke natuur1 genomen in den zin van verbinding van geest en stof1 voortvloeide noch ook1 dat z niet eene gave1 zelfs van ,gods genade in ruimen zin1 mocht heeten2 maar alleen hielden z met die uitdrukking staande1 dat het beeld ,gods1 de oorspronkelke gerechtigheid1 van de idee van den mensch onafscheidelk was2 dat ze de normale staat1 de harmonie1 de gezondheid van den mensch was2 dat zonder haar de mensch geen waar1 volkomen1 normaal mensch kan zn4 ,indien de mensch dat beeld ,gods verliest1 dan verliest h geen substantie en blft h wel mensch1 maar h wordt een abnormaal1 krank1 geestelk dood mensch1 een zondaar2 dan ontbreekt hem iets wat tot zn aard en natuur behoorde1 gelk den blinde het gezicht1 den doove het gehoor1 den kranke de gezondheid4 ,b ,rome kan de mensch de justitia supernaturalis missen en toch een goed1 waar1 volkomen zondeloos mensch zn1 met eene justitia naturalis1 die in haar soort zonder eenig gebrek is4 ,maar volgens de ,protestanten kan dat niet4 ,er is geen status medius tusschen den mensch als beeld ,gods en den mensch als zondaar4 ,h is zoon ,gods1 zn geslacht1 zn beeld1 of h is kind des toorns1 dood in zonden en misdaden4 ,als de mensch dat beeld ,gods1 deze volmaakte gerechtigheid door het geloof in ,christus weder ontvangt1 dan is dat wel een donum supernaturale maar supernaturale per accidens2 h ontvangt terug1 wat tot zn wezen behoort1 gelk de blinde die weder ziende wordt4 ,deze leer nu is gegrond op de ,h4 ,schrift1 die nergens b de schepping van den mensch van dona supernaturalia spreekt2 ,rome beroept zich dan ook niet op ,gen4 #a3bf1 #ca1 ,pred4 #g3bi enz41 maar op de voorstelling des ,n4 ,t4 van den status gratiae en gloriae1 die echter geenszins als bews dienen kan4 ,de ,schrift gaat er allerwege van uit1 dat de mensch ,gode verwant en zn geslacht is2 de dienst van1 de liefde tot1 de gemeenschap met ,god is geen donum superadditum maar den mensch oorspronkelk1 van nature eigen4 ,god eischt den mensch geheel1 met verstand1 hart1 ziel1 lichaam en alle krachten voor zn dienst en voor zn liefde op4 ,de zedewet is ne voor alle menschen1 in alle tden en houdt het zedelk ideaal voor allen even hoog4 ,er is geen lagere en hoogere gerechtigheid1 geen tweerlei moraal1 geen dubbel soort van plichten4 ,de oorspronkelke gerechtigheid is zoo natuurlk1 dat ze ook volgens de meeste ,roomsche ,godgeleerden overgerfd zou zn op ,adams nakomelingen ingeval van zne gehoorzaamheid en dat de ,heidenen nu nog van nature de dingen doen1 die der wet zn1 ,rom4 #b3ae4 ,als dan ook tegen deze reformatorische leer wordt ingebracht1 dat z in eene antinomie verkeert1 wl z de justitia originalis eenerzds naturalis en toch andererzds amissibilis en accidentalis noemt1 ,benschop in de ,katholiek ,,cx blz4 #dc1 ook ,strauss1 ,glaub4 ,i #gjh4 ,lipsius1 ,dogm4 #dcd1 dan vloeit deze bedenking alleen uit misverstand voort1 ,philippi1 ,kirchl4 ,gl4 ,,iii #djh4 ,natuurlk heet de oorspronkelke gerechtigheid1 niet omdat z in zekere substantie of essentie bestaat1 maar wl z eene natuurlke eigenschap of hoedanigheid is4 ,evenals de gezondheid tot de natuur van den mensch behoort maar daarom wel verliesbaar is1 zoo is het ook met het beeld ,gods4 ,beide1 ,rome en de ,reformatie1 komen hierin overeen1 dat de oorspronkelke gerechtigheid geen stof1 geen geestelke substantie is1 gelk de ,manichen leeren1 maar een accidens1 eene qualitas4 ,en het verschil is alleen1 of z natuurlk accidenteel dan wel1 althans voor een deel1 bovennatuurlk accidenteel is1 de ,katholiek1 ib4 bl4 #ef-fj4 ,rome leert alleen van de justitia naturalis1 dat z natuurlk accidenteel is2 de ,reformatie leert het van de gansche justitia originalis4 ,maar daarom vervalt ook1 gelk boven reeds werd gezegd1 geheel ,rome's bezwaar tegen de leer1 dat het beeld ,gods natuurlk is2 want z zelve erkent1 dat de justitia naturalis natuurlk en toch verliesbaar is en kan deze bedenking dus niet meer inbrengen tegen de leer der ,protestanten4 ,rome's leer is dan ook niet voortgekomen uit het bezwaar1 dat de natuurlkheid van de oorspronkelke gerechtigheid niet met hare verliesbaarheid te rmen is1 maar z dankt haar ontstaan aan eene gansch andere reeks van gedachten1 nl4 aan de neoplatonische opvatting van het christelk levensideaal4 ,het is dat neoplatonisme1 dat door de ,reformatie op grond der ,schrift verworpen is4 ,en daarb heeft z voor alle manicheisme zich gewacht4 ,door de zonde heeft de mensch geen substantie verloren4 ,in dezen zin is de mensch nog mensch ook na den val4 ,maar door het verlies van de oorspronkelke gerechtigheid heeft h de harmonie1 de gezondheid van zne natuur verloren1 is h geheel en al een zondaar geworden2 zne natuur in den zin van substantie1 essentie is gebleven1 maar de hem van nature eigen zedelke qualiteiten zn verloren gegaan1 cf4 ,scholten1 ,l4 ,h4 ,k4 ,i #cjiv4 ,deze schoone opvatting van het beeld ,gods en van de oorspronkelke gerechtigheid is nu in de ,gereformeerde kerk en theologie nog beter tot haar recht gekomen dan in de ,luthersche4 ,hier wordt het beeld ,gods tot de oorspronkelke gerechtigheid beperkt1 en is dus met deze geheel te loor gegaan4 ,de scheiding tusschen het geestelke en het wereldlke1 tusschen het hemelsche en het aardsche wordt hier zoo scherp doorgetrokken en in twee hemisphaeria ingedeeld1 dat het verband van natuur en genade1 van schepping en herschepping geheel wordt miskend1 cf4 ,i #bbbv4 ,de supranaturalistische voorstelling van het beeld ,gods is hier nog niet geheel overwonnen2 het staat los naast en boven de natuur1 en het verlies ervan heeft wel tengevolge1 dat de mensch in geestelke dingen geheel doof en blind is1 maar in aardsche dingen is h nog tot veel goeds in staat en tot op zekere hoogte van de genade ,gods in ,christus onafhankelk4 ,de ,gereformeerden echter hebben door hunne onderscheiding van het beeld ,gods in ruimer en enger zin het verband van substantie en qualiteit1 van natuur en genade1 van schepping en herschepping het zuiverst gehandhaafd4 ,wel is ook deze onderscheiding dikwerf nog al te mechanisch opgevat1 en behoort z organisch verder ontwikkeld te worden4 ,maar hier is toch het duidelkst uitgesproken1 dat het beeld ,gods in enger zin met dat in ruimer zin ten nauwste samenhing2 dat beide bestanddeelen het volle beeld ,gods uitmaakten2 dat niet iets in den mensch maar de mensch zelf1 de gansche mensch1 beeld ,gods was2 dat de zonde1 die het beeld ,gods in enger zin verliezen deed en dat in ruimer zin bedierf en verwoestte1 den ganschen mensch heeft aangetast1 en dat dienvolgens ook de genade in ,christus den ganschen mensch herstelt en voor zn gansche leven en arbeid1 ook in gezin1 maatschapp1 staat1 kunst1 wetenschap enz4 van de grootste beteekenis is4 #h4 ,b de behandeling van de leer van het beeld ,gods dient daarom in overeenstemming met de ,schrift en de ,geref4 beldenis deze gedachte op den voorgrond te staan1 dat de mensch niet het beeld ,gods draagt of heeft1 maar dat h het beeld ,gods is2 als mensch is h zoon1 gelkenis1 geslacht ,gods1 ,gen4 #a3bf1 #i3f1 ,luk4 #c3ch1 ,hd4 #ag3bh1 #a ,cor4 #aa3g1 ,jak4 #c3i4 ,er ligt hier tweerlei in opgesloten2 vooreerst1 dat niet iets in ,god1 eene of andere deugd en volmaaktheid met uitsluiting van andere1 dat ook niet n persoon1 b4v4 de ,zoon met uitsluiting van ,vader en ,geest1 maar dat ,god zelf1 dat de gansche ,godheid de archetype des menschen is4 ,wel is menigmaal geleerd1 dat de mensch bepaald naar den ,zoon of naar den ,christus incarnandus is gemaakt1 ,clemens ,alex4 ,strom4 ,v #ad4 ,tertull4 de resurr4 carnis c4 #f4 ,osiander1 b ,calvn1 ,inst4 ,i #ae1 #b4 ,,ii #ab1 #f4 ,hofmann1 ,schriftbew4 ,i #bij4 ,thomasius1 ,christi ,person u4 ,werk ,i #abf4 ,beck1 ,gl4 ,,ii #cbi4 ,schoeberlein in ,herzog #d1 #g4 ,martensen1 ,dogm4 #gb4 ,delitzsch1 ,bibl4 ,psych4 #gj enz4 ,maar de ,schrift zegt dat nergens4 ,z spreekt het telkens uit1 dat de mensch naar ,gods beeld is gemaakt1 dat w niet naar ,christus zn geschapen maar dat ,h ons gelk is geworden1 ,rom4 #h3c1 ,phil4 #b3g1 #h1 ,hebr4 #b3ad1 en dat w nu1 naar het beeld van ,christus herschapen1 wederom ,gode gelk worden1 ,rom4 #h3bi1 #a ,cor4 #ae3di1 #b ,cor4 #c3ah1 ,phil4 #c3ba1 ,ef4 #d3bd1 ,col4 #c3aj1 #a ,joh4 #c3b1 cf4 boven #eaa4 ,veel beter is het daarom1 om te zeggen1 dat het drievuldig wezen ,gods de archetype is van den mensch1 ,august4 de trin4 ,,xii #f4 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #af4 ,thomas1 ,s4 ,theol4 ,i qu4 #ac art4 #e1 cf4 boven blz4 #caa1 al is b de psychologische opsporing van de trinitarische momenten in het menschelk wezen ook alle behoedzaamheid in acht te nemen1 ,calvn1 ,inst4 ,i #ae1 #d4 ,comm4 in ,gen4 #a3bf4 ,synopsis pur4 theol4 ,,xiii #g4 ,quenstedt1 ,theol4 did4 pol4 ,,ii #d4 ,hollaz1 ,ex4 theol4 #dff4 ,aan de andere zde vloeit uit de leer1 dat de mensch naar ,gods beeld geschapen is1 voort1 dat dat beeld over den ganschen mensch zich uitbreidt4 ,er is in den mensch niets van het beeld ,gods uitgesloten4 ,alle schepselen vertoonen vestigia ,dei1 de mensch is imago ,dei4 ,en h is dat geheel en al1 in ziel en lichaam1 in alle vermogens en krachten1 in alle toestanden en verhoudingen4 ,de mensch is beeld ,gods1 omdat h en in zoover h waarachtig mensch is1 en h is mensch1 waarachtig1 wezenlk mensch1 omdat en in diezelfde mate als h beeld ,gods is4 ,maar natuurlk1 gelk de kosmos een organisme is en dus in sommige schepselen meer en in andere minder duidelk ,gods deugden openbaart1 zoo komt ook in den mensch als organisme het beeld ,gods hier duidelker uit dan elders1 in de ziel meer dan in het lichaam1 in de ethische deugden meer dan in de physische krachten4 ,doch dit doet niets te kort aan de waarheid1 dat de gansche mensch ,gods beeld is4 ,de ,schrift zou niet op menschelke wze van ,god kunnen en mogen spreken en alle menschelke eigenschappen op ,god mogen overdragen1 cf4 boven bl4 #ff1 indien ,god niet eerst den mensch geheel en al naar zn beeld had gemaakt4 ,en het is de taak der christelke theologie1 om dit beeld ,gods aan te wzen in heel het wezen van den mensch4 ,vergelk hierb mne ,beginselen der ,psychologie1 #ahig1 die sommige onderwerpen uit de leer van den mensch breeder behandelen1 dan de ruimte hier gedoogt4 ,allereerst is het beeld ,gods aanwsbaar in de ziel van den mensch4 ,volgens ,gen4 #b3g werd de mensch geformeerd uit het stof der aarde door inblazing van den 1 en alzoo werd h tot een 1 4 ,de adem des levens is het levensbeginsel1 de levende ziel is het wezen van den mensch4 ,door beide geeft de ,schrift aan den mensch eene eigene1 zelfstandige plaats en vermdt zoowel het pantheisme als het materialisme4 ,de namen en 1 en 1 die in de ,schrift het onzienlk bestanddeel van den mensch aanduiden1 stellen dit helder in het licht4 ,het trichotomisme1 dat principieel wortelt in het dualisme van ,plato en in de christelke kerk telkens b gnostische en theosophische richtingen ingang vond1 ziet daarin twee bzondere substantin4 ,maar ten onrechte4 ,hebr4 #d vs4 #ab en #a ,thess4 #e3bc geven evenmin eene opsomming van de wezenlk verschillende bestanddeelen van den mensch als b4v4 ,luk4 #aj3bg en bewzen dus niets4 ,ziel en geest staan in de ,schrift telkens in parallelisme en wisselen met elkander af4 ,nu eens maken lichaam en ziel1 dan lichaam en geest het wezen van den mensch uit1 ,mt4 #aj3bh1 #a ,cor4 #g3cd1 ,jak4 #b3bf4 ,de psychische werkzaamheden worden beurtelings aan den geest en aan de ziel toegeschreven1 ,ps4 #aci3ad1 ,spr4 #ai3b en ,spr4 #ag vs4 #bg1 ,ps4 #gg3g1 #a ,cor4 #b3aa1 ,num4 #ba3d en ,job4 #ba3d1 #a ,sam4 #a3aj en ,jes4 #ed3f1 ,luk4 #a3df en #dg enz4 ,sterven heet zoowel overgave van de ziel1 ,gen4 #ce3ah1 #a ,kon4 #ag3ba1 ,mt4 #bj3bh1 ,hd4 #ae3bf1 #bj3aj als van den geest1 ,ps4 #ca3f1 ,mt4 #bg3ej1 ,luk4 #h3ee1 #bc3df1 ,hd4 #g3ei4 ,soms is de geest en soms de ziel onsterfelk1 ,pred4 #ab3g1 ,mt4 #aj3bh2 en de gestorvenen heeten zielen1 ,op4 #f3i1 #bj3d en geesten1 ,hebr4 #ab vs4 #ac1 #a ,petr4 #c3ai4 ,maar ofschoon niet essentieel onderscheiden1 ze zn toch geenszins identisch4 ,geest is de mensch1 omdat h niet als de dieren uit de aarde is voortgekomen1 maar de adem des levens hem werd ingeblazen door ,god1 ,gen4 #b3g2 omdat h zn levensbeginsel van boven1 uit ,god heeft1 ,pred4 #ab3g2 omdat h een eigen geest heeft1 onderscheiden van den ,geest ,gods1 ,gen4 #da3h1 #de3bg1 ,ex4 #ce3ba1 ,deut4 #b3cj1 ,richt4 #ae vs4 #ai1 ,ezech4 #c3ad1 ,zach4 #ab3a1 ,mt4 #bf3da1 ,mk4 #b3h1 ,luk4 #a vs4 #dg1 #bc3df1 ,joh4 #aa3cc1 ,hd4 #g3ei1 #ag3af1 ,rom4 #h3af1 #a ,cor4 #b3aa1 #e3c-e1 #a ,thess4 #e3bc1 ,hebr4 #d3ab1 #ab3bc enz42 omdat h als zoodanig den engelen verwant is1 ook geestelke1 hemelsche dingen bedenken kan1 en desnoods ook zonder een lichaam kan bestaan4 ,maar ziel is de mensch1 omdat het geestelke bestanddeel b hem van het eerste oogenblik af1 in onderscheiding van de engelen1 op een lichaam is aangelegd1 voor een lichaam is georganiseerd2 omdat h door dat lichaam aan de aarde en ook voor zn hooger leven aan het zinnelke en uitwendige gebonden is2 omdat h tot het hoogere eerst van uit het lagere opklimmen kan2 omdat h dus een zinnelk1 stoffelk wezen is en als zoodanig aan de dieren verwant4 ,de mensch is een animal rationale1 un roseau pensant2 tusschen engelen en dieren instaande1 aan beide verwant en van beide onderscheiden1 in zich hemel en aarde1 de onzienlke en de zienlke dingen met elkander verbindende en verzoenende4 ,en juist als zoodanig is h beeld en gelkenis ,gods4 ,god is zeer zeker geest1 en in zoover zn ook de engelen ,hem verwant4 ,maar soms is er ook van zne ziele sprake1 en door heel de ,schrift heen worden aan ,god ook al die eigenaardig psychische aandoeningen en werkzaamheden toegeschreven1 welke wezenlk eigen zn aan den mensch4 ,in ,christus nam ,god niet de natuur der engelen maar die der menschen aan4 ,en daarom is juist de mensch1 in onderscheiding van de engelen1 beeld1 zoon1 geslacht ,gods4 ,de spiritualitas1 invisibilitas1 unitas1 simplicitas1 immortalitas van de menschelke ziel zn trekken van het beeld ,gods4 ,dit beeld zelf komt daarin uit1 dat h een heeft1 hetwelk van stonde aan tot is georganiseerd4 ,ten tweede behooren tot het beeld ,gods de vermogens van den mensch4 ,terwl de geest het beginsel en de ziel het subject des levens in den mensch is1 is naar de ,h4 ,schrift het hart het orgaan voor zn leven4 ,het is eerst centrum van het lichamelk leven1 maar dan voorts in overdrachtelken zin grondslag en bron van alle psychische leven1 van aandoeningen en hartstochten1 van begeerte en wil1 zelfs van denken en kennen4 ,uit het hart zn alle 1 ,spr4 #d3bc4 ,dit leven1 dat in het hart zn oorsprong heeft1 splitst zich dan in twee stroomen4 ,eenerzds is dat leven te onderscheiden1 dat alle indrukken1 beseffen1 gewaarwordingen1 waarnemingen1 overleggingen1 gedachten1 kennis1 wsheid omvat1 bepaaldelk in zn hoogeren vorm den tot orgaan heeft en in het woord1 de taal zich belichaamt4 ,en andererzds nemen uit het hart al de aandoeningen1 tochten1 driften1 neigingen1 genegenheden1 begeerten1 en wilsbeslissingen hun oorsprong1 die door den moeten geleid worden en zich uiten in de daad4 ,ook in al deze psychische vermogens en werkzaamheden van den mensch zn er trekken te zien van het beeld ,gods4 ,reeds de verscheidenheid en rkdom dier krachten wst op ,god terug4 ,naarmate een schepsel lager staat1 is het ook minder rk georganiseerd en dus ook minder verwant aan en vatbaar voor het hoogste goed1 hetwelk ,god is4 ,zelfs de engel staat in dit opzicht beneden den mensch4 ,juist wl de mensch zoo wonderbaar rk is georganiseerd1 kan h ,god als het hoogste goed1 op de rkste wze1 als het ware van alle zden1 in al zne deugden en volmaaktheden1 gelkvormig worden en genieten4 ,zelfs zag ,augustinus in hart1 verstand en wil 7memoria1 intellectus1 voluntas7 een analogie van het trinitarisch wezen ,gods4 ,gelk de ,vader aan den ,zoon en den ,geest het leven geeft en de ,geest van den ,vader uitgaat door den ,zoon1 zoo is het ook in den mensch het hart1 de memoria1 het diepe1 verborgene zieleleven1 dat aan intellectus en voluntas het aanzn schenkt en bepaaldelk ook den wil in orde doet volgen op het verstand4 ,rationalisme en pelagianisme maken verstand en wil van het hart los1 en zoeken in beide saam het gansche1 volle wezen van den mensch2 het mysticisme1 het bewuste1 willende leven verachtend1 trekt zich in de diepte van het gemoed terug2 de ,grieksche kerk en theologie stelt beide1 hoofd en hart1 unvermittelt naast elkaar2 maar de theologie van het ,westen heeft onder de leiding van ,augustinus al deze dwalingen vermeden2 z heeft ingezien1 dat de leer van ,god en van den mensch in het nauwste verband stond2 in de triniteit hield ze daarom de wezenseenheid1 de onderscheidenheid der drie personen1 het filioque vast1 en dienovereenkomstig leerde z ook in de psychologie1 dat het diepe1 verborgen zieleleven alleen door het ken- en het begeervermogen tot openbaring kwam en dat onder deze beide het laatste door het eerste werd geleid en bestuurd4 #i4 ,ten derde openbaart zich het beeld ,gods in de deugden van kennis1 gerechtigheid en heiligheid1 waarmede de mensch terstond geschapen werd4 ,voor eene geregelde behandeling moest boven eerst afzonderlk over de natuur en de vermogens der ziel worden gesproken1 maar dit is niet anders dan als eene logische onderscheiding bedoeld4 ,de mensch is niet als een neutraal wezen met louter indifferente potentiae geschapen1 maar h is terstond physisch en ethisch volwassen geschapen1 met kennis in het verstand1 gerechtigheid in den wil1 heiligheid in het hart4 ,voor den mensch bestaat de goedheid in zedelke volmaaktheid1 in volkomen overeenstemming met de wet ,gods1 in een heilig en volmaakt zn als ,god zelf1 ,lev4 #ai3b1 ,deut4 #f3e1 ,mt4 #e3dh1 #bb3cg1 ,ef4 #e3a1 #a ,petr4 #a3ae1 #af4 ,die wet is ne en dezelfde voor alle menschen2 de ,schrift kent geen tweerlei menschen1 geen tweerlei zedewet1 geen tweerlei zedelke volmaaktheid en bestemming4 ,indien de mensch goed geschapen is1 dan moet h geschapen zn met de justitia originalis4 ,deze is eenerzds niet op te vatten als kinderlke onnoozelheid1 maar z mag ook niet overdreven worden1 alsof de status integritatis reeds gelk ware aan den status gloriae4 ,de kennis van ,adam was eene zuivere maar toch eene beperkte en voor toeneming vatbaar2 h wandelde niet in aanschouwen maar in geloof2 h kende niet alleen intuitief maar ook discursief2 h wist de toekomst niet dan door bzondere openbaring1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #id art4 #a-c4 ,en evenzoo was het met zne gerechtigheid en heiligheid2 ze waren van den beginne aan zn eigendom1 want anders had h nooit eenig goed werk kunnen doen4 ,goede vruchten onderstellen een goeden boom2 operari sequitur esse4 ,maar die ingeschapen gerechtigheid en heiligheid moest toch door den mensch bewaard1 ontplooid en in daden worden omgezet4 ,niet alsof ,adam1 met de noodige gaven toegerust1 nu zelf in eigen kracht1 zonder en buiten ,god1 aan den arbeid moest gaan4 ,de justitia originalis was eene vre gave ,gods en ze werd van oogenblik tot oogenblik ook in hem onderhouden door de voorzienigheid ,gods4 ,ze is geen oogenblik denkbaar zonder de gemeenschap met ,god4 ,gelk de ,zoon ook reeds vr den val was ,mediator unionis1 zoo was ook de ,h4 ,geest toen reeds de werkmeester van alle kennis1 gerechtigheid en heiligheid in den mensch4 ,sommige kerkvaders betoogden dit met ,gen4 #b3g en zeiden dan1 dat de mensch eerst door den ,logos gevormd was en dat hem daarna de adem des levens1 d4 i4 de ,h4 ,geest was ingeblazen1 cf4 ,kleutgen1 ,theol4 ,,ii #eda f4 ,thomasius1 ,christi ,person und ,werk ,i #aee4 ,deze exegese was onjuist1 maar het is volkomen waar1 dat ook de mensch in statu integritatis de deugden der kennis en gerechtigheid niet bezat dan door en in den ,h4 ,geest4 ,wel is er tusschen de inwoning des ,h4 ,geestes in den mensch vr de zonde en in den toestand der zonde een groot verschil4 ,nu is die inwoning immers supra naturam1 omdat de ,h4 ,geest als het ware van buiten tot den mensch komen moet en tegen heel zn zondige natuur lnrecht overstaat4 ,b ,adam echter bestond heel die tegenstelling niet2 zne natuur was heilig en behoefde dus niet1 gelk b de geloovigen1 heilig gemaakt te worden2 z was van stonde aan geschikt voor de inwoning des ,h4 ,geestes4 ,daarom was deze b ,adam dan ook natuurlk4 ,er is geen waarachtig goed1 volmaakt mensch denkbaar zonder de gemeenschap des ,h4 ,geestes4 ,er staat geen homo naturalis in ,roomschen zin1 tusschen den gevallen1 zondigen mensch en den volmaakten1 naar ,gods beeld geschapen mensch in4 ,wie mensch is1 mensch in vollen1 waren zin1 die is en moet zn beeld ,gods1 zoon ,gods1 geslacht ,gods1 met ,hem in gemeenschap levende door den ,h4 ,geest4 ,en zoo was de mensch ook vr den val totius sacrosanctae trinitatis domicilium1 pulcherrimum ,spiritus ,sancti templum4 ,ten vierde behoort ook het lichaam des menschen tot het beeld ,gods4 ,de philosophie1 die de openbaring niet kent of verwerpt1 vervalt altd weer tot empirisme of rationalisme1 tot materialisme of spiritualisme4 ,maar de ,schrift verzoent beide4 ,de mensch heeft een 1 maar dat is psychisch georganiseerd1 en moet krachtens zne natuur wonen in een lichaam4 ,het is des menschen wezen1 om lichamelk1 zinnelk te zn4 ,daarom wordt1 zoo niet temporeel dan toch logisch1 eerst zn lichaam uit het stof der aarde gevormd en daarna hem ingeblazen de adem des levens4 ,h wordt ,adam genoemd naar de aarde1 uit welke h gevormd is4 ,h is en heet stof1 ,gen4 #b3g1 ,ps4 #ajc3ad1 ,job #aj3i1 #cc3f1 ,jes4 #b3bb1 #bi3af1 #de3i1 #fd3h1 1 #a ,cor4 #ae3dg4 ,het lichaam is geen kerker1 maar een wonderbaar kunststuk van ,god almachtig en even goed als de ziel het wezen des menschen uitmakende1 ,job #aj3h-ab1 ,ps4 #h1 #aci3ac-ag1 ,pred4 #ab3b-g1 ,jes4 #fd3h2 het is onze 1 #b ,cor4 #e3a1 ons 1 d4 i4 ons dienend orgaan1 ons gereedschap1 #a ,cor4 #ab3ah-bf1 #b ,cor4 #d3g1 #a ,thess4 #d3d1 en de leden des lichaams zn de waarmede w strden in den dienst der gerechtigheid of der ongerechtigheid1 ,rom4 #f3ac2 het behoort zoo wezenlk tot den mensch1 dat het1 ofschoon door de zonde gewelddadig van de ziel losgescheurd1 toch in de opstanding weer met haar vereenigd wordt4 ,de aard der vereeniging van ziel en lichaam is onbegrpelk1 maar z is veel nauwer1 dan het occasionalisme of de harmonia praestabilita of het systema influxus zich die denkt2 z is niet ethisch maar physisch2 z is zoo innig1 dat ne natuur1 n persoon1 n ik het subject van beide en van al hunne werkzaamheden is4 ,het is altd dezelfde ziel1 die ziet door het oog1 denkt door de hersenen1 grpt met de hand1 wandelt met den voet4 ,ofschoon niet in ieder deel des lichaams aanwezig secundum totalitatem virtutis1 is z toch in alle leden aanwezig secundum totalitatem essentiae4 ,het is n en hetzelfde leven1 dat door heel het lichaam stroomt1 maar in ieder lid op eene eigene dienovereenkomstige wze werkt en zich openbaart4 ,ook dit lichaam nu1 dat zoo innig met de ziel is verbonden1 behoort tot het beeld ,gods4 ,wel is dit niet zoo te denken1 dat ,god zelf een stoffelk lichaam heeft1 gelk de ,audianen meenden2 noch ook1 dat ,god1 den mensch scheppende1 een lichaam had aangenomen1 zooals ,eugubinus leerde2 noch ook1 dat ,god den mensch geschapen had naar den ,christus incarnandus1 gelk ,osiander oordeelde4 ,god immers is 1 ,joh4 #d3bd en heeft geen lichaam4 ,het menschelk lichaam maakt niet in zne stoffelke substantie1 als 1 maar wel in zne organisatie tot werktuig der ziel1 in zne perfectio formalis1 deel uit van het beeld ,gods1 ,augustinus1 de ,gen4 ad litt4 ,,vi #ab4 ,greg4 ,nyss41 de hom4 opif4 c4 #h4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu #ic art4 #f4 ,s4 c4 ,gent ,,iv #bf4 ,petavius1 de sex dier4 opif4 ,,ii #d1 #g sq4 ,gerhard1 ,loci ,,viii #c4 ,calvn1 ,inst4 ,i #ae1 #c4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 p4 #cbh4 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #fgg sq4 ,bucanus1 ,inst4 theol4 ,,viii #ac4 ,synopsis pur4 theol4 ,,xiii #ac4 ,mastricht1 ,,iii #i1 #cj4 ,gelk ,god1 ofschoon znde1 toch ,schepper is van eene stoffelke wereld1 die zne openbaring en verschning heeten mag1 en deze openbaring haar hoogtepunt erlangt in de menschwording1 zoo is ook de geest des menschen als ziel op het lichaam als zne verschning aangelegd4 ,de menschwording ,gods is het bews1 dat niet de engel maar de mensch naar ,gods beeld is geschapen en dat zn lichaam daarvan een wezenlk bestanddeel vormt4 ,de schepping is van den beginne aan zoo ingericht en de menschelke natuur is aanstonds zoo geschapen1 dat z vatbaar en geschikt was voor de hoogste gelkvormigheid aan en voor de innigste inwoning van ,god4 ,god zou geen mensch hebben kunnen worden1 indien ,h niet eerst den mensch naar zn beeld had gemaakt4 ,en juist1 omdat het lichaam als orgaan der ziel ook behoort tot het wezen van den mensch en tot het beeld ,gods1 daarom deelde het oorspronkelk ook in de onsterfelkheid4 ,god is niet een ,god der dooden maar der levenden1 ,mt4 #bb3cb4 ,de dood is een gevolg der zonde1 ,gen4 #b3g1 #c3ai1 ,rom4 #e3ab1 #f3bc4 ,deze onsterfelkheid bestond echter b ,adam nog niet in het non posse mori1 in het eeuwige1 onverderfelke leven1 maar slechts in het posse non mori1 in het niet zullen sterven in geval van gehoorzaamheid4 ,ze was niet absoluut maar conditioneel1 ze hing van eene ethische voorwaarde af4 ,het is daarom niet juist1 om met de ,pelagianen1 ,socinianen1 ,remonstranten enz4 te zeggen1 dat de mensch sterfelk is geschapen en de dood met het stoffelk organisme vanzelf gegeven en dus de normale1 natuurlke toestand is4 ,maar toch is er andererzds een wezenlk verschil tusschen het niet zullen sterven van ,adam1 zoolang h gehoorzaam bleef1 en het niet kunnen sterven1 dat h als loon op zne gehoorzaamheid ontvangen zou hebben4 ,evenals de kennis1 gerechtigheid en heiligheid b ,adam nog verstoken was van het donum perseverantiae1 zoo was de onsterfelkheid nog niet met het eeuwige1 onverliesbare leven n4 ,de menschelke natuur van ,adam was zoo geschapen1 dat z1 ingeval van overtreding van ,gods gebod1 sterven kon en sterven moest4 ,adam was nog aardsch uit de aarde1 eerst ,christus is de ,heer uit den hemel2 het natuurlke is eerst1 daarna het geestelke4 ,door dit lichaam was nu de mensch aan de aarde gebonden maar kon h ook over de aarde zne heerschapp uitoefenen4 ,de heerschapp over de aarde is evenals de onsterfelkheid een stuk van het beeld ,gods4 ,wel gingen de ,socinianen veel te ver1 als z in de heerschapp heel het wezen van den mensch en den ganschen inhoud van het beeld ,gods stelden2 maar toch leert ,gen4 #a3bf duidelk1 dat die heerschapp met de schepping naar ,gods beeld ten nauwste samenhangt en rechtstreeks gegeven is4 ,z is geen uitwendig toevoegsel1 z berust niet op eene daarbkomende1 bzondere beschikking2 maar de mensch1 die beeld ,gods is1 is daardoor tegelk boven alle andere schepselen verheven en tot heer en koning over hen alle aangesteld4 ,en eindelk behoort tot het beeld ,gods ook de woning in het parads1 ,gen4 #b3h-ae4 ,heiligheid en zaligheid behooren been2 ons aller geweten getuigt1 dat er tusschen deugd en geluk verband behoort te bestaan2 het ethische en het physische1 de zedelke en de natuurlke orde in de wereld1 wezen en verschning1 geest en stof mogen geen tegenstelling vormen4 ,b den gevallen mensch past daarom eene aarde1 die ligt onder den vloek2 den goddelooze wacht hiernamaals eene plaats der duisternis1 de rechtvaardige zal eens wandelen in het licht van ,gods aanschn2 de nog niet gevallen en toch nog aardsche mensch woont in een parads4 #aj4 ,alzoo is de gansche mensch beeld en gelkenis ,gods4 ,h is het naar ziel en lichaam1 naar alle vermogens1 krachten en gaven4 ,niets is in den mensch van het beeld ,gods uitgesloten2 het strekt zich even ver als het menschelke uit2 het is het menschelke in den mensch4 ,het menschelke is niet het ,goddelke zelf1 maar het is daarvan toch de eindige1 creatuurlke afdruk4 ,alwat in ,god is1 zn geestelk wezen1 zne deugden en volmaaktheden1 zne immanente zelfonderscheidingen1 zne mededeeling en openbaring in de schepping2 het vindt alles zne1 z het dan ook eindige en beperkte1 analogie en gelkenis in den mensch4 ,er ligt eene diepe waarheid in de voorstelling van de kabbala1 dat ,god1 die de ,oneindige is in zichzelven1 zich in de tien sefiroth of eigenschappen openbaart en dat deze saam den ,adam ,kadmon uitmaken1 ,franck1 ,la ,kabbale #ahdc p4 #agi2 de menschelke natuur is onder de schepselen de hoogste en volkomenste openbaring ,gods4 ,en dat is ze volstrekt niet naar hare pneumatische zde alleen1 maar evenzeer naar hare somatische zde2 z is het juist als menschelke1 d4 i4 als psychische natuur4 ,god en wereld1 geest en stof zn naar de leer der ,schrift geen tegenstellingen4 ,er is in de stof niets verachtelks en niets zondigs4 ,de zichtbare wereld is even goed eene schoone1 rke openbaring ,gods als de geestelke4 ,in de eerste spreidt ,h evengoed zne deugden ten toon als in de laatste4 ,alle schepselen zn belichaming zner ,goddelke gedachten en alle vertoonen z vestigia ,dei4 ,maar al deze vestigia1 in de geestelke en in de stoffelke wereld naast elkander verspreid1 worden saamgevat in den mensch en zoo onderling verbonden en hooger opgevoerd1 dat z duidelk vormen het beeld en de gelkenis ,gods4 ,de gansche wereld verheft zich opwaarts1 sluit zich af1 voltooit zich1 ontvangt haar eenheid1 haar doel1 haar kroon in den mensch4 ,om beeld ,gods te zn1 moest de mensch daarom wezen eene samenvatting der gansche natuur4 ,de ,joden zeiden1 dat de stof voor het menschelk lichaam door ,god uit de verschillende landen der aarde beenverzameld was1 ,weber1 ,system #bjb f41 cf4 eene ,friesche mythe b ,dr4 ,j4 te ,winkel1 ,gesch4 der ,ned4 ,lett4 ,i #bh4 ,in dezen vreemden vorm werd eene ware1 schoone gedachte uitgedrukt4 ,de mensch is als geest aan de engelen verwant en klimt tot de onzienlke dingen op2 maar h is ook burger der zienlke wereld en aan alle lichamelke schepselen verbonden4 ,er is in het menschelk lichaam geen enkele stof1 welke niet in de natuur rondom hem heen voorkomt4 ,zoo is de mensch de eenheid van de stoffelke en de geestelke wereld1 de spiegel van het universum1 vinculum1 compendium1 epitome totius naturae1 1 en juist daardoor ook beeld en gelkenis ,gods1 zn zoon en erfgenaam1 4 ,h is de profeet1 die ,god verklaart en zne deugden verkondigt2 h is de priester1 die met al het geschapene zichzelven als eene heilige offerande ,gode wdt2 h is de koning1 die in gerechtigheid alle dingen leidt en regeert4 ,en in dit alles wst h heen naar ,een1 die in nog hooger en rker zin de openbaring en het beeld ,gods is1 naar ,hem1 die de eengeborene is van den ,vader en de eerstgeborene aller creaturen4 ,adam1 de zoon van ,god1 was een type van ,christus4 #cd4 ,,de ,,bestemming ,,van ,,den ,,mensch4 #a4 ,ofschoon ,adam naar ,gods beeld geschapen was1 h was het toch niet aanstonds in den volsten zin en h was het ook niet alleen op zichzelf4 ,eerst dan staat het beeld ,gods in zn ganschen rkdom voor ons1 als w daarin ook opnemen de bestemming van den mensch1 zoowel voor dit als voor het toekomende leven4 ,in #a ,cor4 #ae3de-di stelt ,paulus de beide verbondshoofden1 ,adam en ,christus1 tegenover elkander en vergelkt hen1 niet zoozeer1 gelk in ,rom4 #e3ab-ba en #a ,cor4 #ae3bb1 ten opzichte van wat z teweegbrachten1 als wel met betrekking tot hun natuur en persoon4 ,de vergelking daalt hier het diepste af en dringt tot den wortel van beider onderscheid door4 ,de gansche ,adam1 zoo vr als na den val1 wordt tegengesteld aan den ganschen ,christus1 zoo na als vr de opstanding4 ,de eerste mensch is krachtens de schepping 1 1 2 maar de tweede mensch is door zne opstanding 1 1 1 cf4 ,w4 ,ltgert1 ,der ,mensch aus dem ,himmel1 ,greifswalder ,studien1 ,h4 ,cremer zum #be j4 ,prof4 dargebracht u4 s4 w4 ,gtersloh #ahie ,s4 #bjg-bbh4 ,ofschoon ,adam naar ,gods beeld werd geschapen1 h was1 wl aardsch uit4 de aarde1 van de aarde afhankelk2 h had immers behoefte aan sps en drank1 licht en lucht1 dag en nacht1 en had dus nog geen pneumatisch1 verheerlkt1 boven al die behoeften verheven lichaam2 zn psychisch lichaam was nog niet ten volle geworden orgaan van den geest4 ,als zoodanig staat ,adam beneden ,christus3 ,adam is de eerste1 ,christus is de tweede en laatste1 die ,adam onderstelt en op ,adam volgt2 ,adam is de mindere en lagere1 ,christus is de meerdere en hoogere2 ,adam wees dus naar ,christus henen1 h was ook vr den val reeds type van ,christus2 b de schepping van ,adam werd reeds op ,christus gerekend2 de gansche schepping1 ook die van den mensch1 was infralapsarisch2 het natuurlke is eerst1 daarna het geestelke4 ,wat ,paulus hier breed en diep uiteenzet1 is in ,gen4 #a-b zelf gegrond4 ,de mensch1 schoon en een adem des levens in zich dragende1 werd1 evenals de dieren1 eene levende ziel4 ,h kreeg vrucht van kruid en boom tot spze1 ,gen4 #a3bi1 een parads tot woonplaats1 ,gen4 #b3hv41 eene vrouw tot hulpe1 ,gen4 #b3ahv41 een gebod tot richtsnoer1 ,gen4 #b3af1 #ag1 eene bedreiging van straf in geval van overtreding1 ,gen4 #b3ag4 ,uit alles blkt1 dat de eerste mensch1 hoe hoog ook geplaatst1 het hoogste nog niet had4 ,er is een zeer groot verschil tusschen het psychische en het pneumatische1 tusschen den status integritatis en den status gloriae4 ,na de opstanding zullen buik en spze teniet gedaan worden1 #a ,cor4 #f3ac1 maar b ,adam waren beide aanwezig2 in den hemel zullen de kinderen ,gods niet meer huwen maar den engelen gelk zn1 ,mt4 #bb3cj1 doch ,adam had de hulpe eener vrouw van noode4 ,adam stond dus niet aan het einde maar aan het begin van den weg2 zn toestand was een voorloopige en tdelke1 die zoo niet blven kon1 en overgaan moest of tot hooger heerlkheid of tot een val in zonde en dood4 ,op de overtreding toch van het gebod stond de dood1 maar dus stond ook b tegenstelling op de onderhouding daarvan het leven1 en wel het eeuwige leven4 ,want niet alleen getuigt ons aller conscientie1 dat in het houden van ,gods geboden groote loon is en de overtreding ervan straf medebrengt1 maar de ,h4 ,schrift spreekt dit ook telkens uit2 z vat alle zaligheid1 aan het doen van ,gods geboden verbonden1 onder den naam van leven1 van eeuwig leven1 samen1 en kent beide in werk- en in genadeverbond maar n hoogste ideaal voor den mensch1 en dat is het eeuwige leven1 ,lev4 #ah3e1 ,ezech4 #bj3aa1 ,ps4 #ai vs4 #ab1 ,mt4 #ai3ag1 ,luk4 #aj3bh1 ,gal4 #c3ab4 ,zoo stond ,adam dus nog aan den ingang2 h had dit loon1 het eeuwige leven1 nog niet1 maar moest het verwerven1 h kon nog dwalen1 zondigen1 vallen1 sterven4 ,zne verhouding tot ,god was z1 dat h in zne gemeenschap hoe langer hoe meer toenemen1 maar ook daaruit nog vervallen kon4 ,deze eigenaardige verhouding wordt in de ,schrift misschien op ne plaats met een verbond vergeleken4 ,in ,hos4 #f3g zegt de ,heere van ,israel en ,juda1 dat z1 in weerwil van al den arbeid aan hen ten koste gelegd 1 ,,lxx 1 ,vulg41 sicut ,adam4 ,de vertaling3 als een mensch1 wordt gedrukt door het bezwaar1 dat juist van menschen in het algemeen gezegd wordt1 dat z het verbond overtraden2 en de overzetting3 als eens menschen 7verbond71 zou in elk geval vereischen1 dat het woord niet achter het subject 1 maar achter het te bepalen woord was geplaatst4 ,en zoo blft alleen de vertaling3 als ,adam1 over4 ,er ligt dan in opgesloten1 dat het gebod1 aan ,adam gegeven1 in het wezen der zaak een verbond was1 omdat het evenals dat van ,god met ,israel1 bedoelde1 om ,adam in den weg van gehoorzaamheid het eeuwige leven te schenken4 ,dit wordt nu nog versterkt1 door den parallel1 dien ,paulus in ,rom4 #e3ab-ba tusschen ,adam en ,christus trekt4 ,gelk de gehoorzaamheid van n mensch1 nl4 ,christus en de in ,hem geschonken genade voor de menschheid vrspraak1 gerechtigheid en leven bracht1 zoo is ook de ne overtreding en misdaad van den nen mensch voor de menschheid oorzaak van veroordeeling1 zonde en dood4 ,het is met ,adam als met ,christus4 ,w staan feitelk tot hem in dezelfde verhouding4 ,h is een type van ,christus1 ons hoofd1 uit wien om zne overtreding de schuld en de dood ons toekomt4 ,h is de oorzaak van ons aller dood2 w sterven allen in ,adam1 #a ,cor4 #ae3bb4 ,ook hier is de verhouding van ,adam tot ,god eene verbondsrelatie1 maar nu niet zoozeer beschreven naar de zde van ,god1 als wel naar de zde van hen1 die onder ,adam als hoofd in dat verbond zn begrepen4 #b4 ,in de christelke theologie is deze rke gedachte der ,schrift niet altd genoeg tot haar recht gekomen4 ,de naturalistische opvatting stelde het beeld ,gods alleen in den aanleg1 de nuda potentia1 de wilsvrheid1 de formeele persoonlkheid en achtte den dood zelfs natuurlk4 ,het beeld ,gods of althans de gelkenis bestond veel meer in datgene1 wat de mensch door eigen krachtsinspanning verwerven moest1 dan in hetgeen hem b de schepping terstond werd geschonken4 ,daartegenover sloeg de supranaturalistische opvatting tot een ander uiterste over en schreef aan den status integritatis een geheel bovennatuurlk karakter toe4 ,niet alleen werd de justitia originalis voor een donum supernaturale gehouden1 de onsterfelkheid als een bzonder beneficium conditoris beschouwd en alle vatbaarheid voor lden en smart aan ,adam ontzegd1 ,aug4 de civ4 ,,xiv #bf4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ig art4 #b2 maar sommigen1 zooals ,greg4 ,nyss41 ,joh4 ,damasc41 ,bhme e4 a4 oordeelden1 dat de mensch vr den val1 wl onsterfelk1 geen spze noodig had1 ,petavius1 de sex dier4 opif4 c4 #g2 de excretie zou in elk geval zonder eenige indecentia hebben plaats gehad1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ig art4 #c2 de spze des menschen zou volgens de meeste kerkvaders1 scholastici1 ,roomsche1 ,luthersche1 ,remonstrantsche en ook volgens sommige ,geref4 theologen zooals ,zwingli1 ,musculus1 ,martyr1 ,zanchius1 ,junius1 ,piscator enz4 alleen in planten en niet in vleesch hebben bestaan2 de generatie zou zonder eenigen zinnelken lust zn geschied1 en de kinderen zouden niet sprakeloos en hulpbehoevend geboren en zeer spoedig opgegroeid zn1 ,aug4 de pecc4 mer4 et rem4 ,i #cg4 #ch4 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #bj4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ih art4 #a2 velen gingen nog verder en meenden1 dat de voortplanting in het geheel niet per coitum zou geschied zn1 ,aug4 ,retract4 ,i #aj4 ,greg4 ,nyss4 de hom4 opif4 #af4 #ag4 ,damasc1 de fide orthod4 ,,ii #cj2 de mensch werd eerst androgyn geschapen1 de schepping der vrouw is reeds een bews van den val1 de ,joden b ,weber1 ,syst4 #bjb f4 ,erigena1 de div4 nat4 ,,ii #f4 #aj4 #bc4 ,,iv #ab4 ,bhme1 ,oetinger1 ,baader1 ,schelling1 ,lange1 ,dogm4 ,,ii #cbd f4 ,delitzsch1 ,bibl4 ,psych4 #ajb f4 ,hofmann1 ,weiss4 u4 ,erf4 ,i #fe f4 ,schriftbew4 ,i #djc f4 enz42 de vrouw was dus eigenlk niet het beeld ,gods en de menschelke natuur deelachtig1 cf4 b ,aug4 de trin4 ,,xii #g4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ic art4 #d4 qu4 #ii art4 #b4 ,bonav4 ,sent4 ,,ii dist4 #af art4 #b qu4 #b4 dist4 #bj art4 #a qu4 #f4 ,gerhard1 ,,viii c4 #f4 ,quenstedt1 ,,ii p4 #ae4 ,jansen1 ,gesch4 des deutschen ,volkes ,,vi #ahhh ,s4 #cie-cig4 ,zelfs werd door ,origenes1 c4 ,cels4 ,i #cb4 #cc4 de princ4 ,,ii #i de lichaamlkheid en alle ongelkheid onder de menschen uit een val der praeexistente zielen afgeleid1 of ook werd aan den mensch vr den val een gansch ander lichaam dan het onze toegeschreven1 cf4 de ,ophieten b ,hagenbach1 ,d4 ,g4 #fb1 ,bhme1 ,ant4 ,bourignon1 ,baader enz4 ,en in verband met dit alles werd het parads dikwerf zeer idealistisch of zelfs allegorisch opgevat2 de dieren zouden niet gestorven zn1 wild en onrein gedierte zou er niet geweest zn1 de roos hadde gebloeid zonder doornen1 de lucht was veel reiner1 het water veel zachter1 het licht veel helderder1 b4v4 ,luther op ,gen4 #c1 cf4 ,strauss1 gl4 ,i #gjj f4 ,toch werd door allen erkend1 dat ,adam het hoogste nog niet bezat4 ,in het proefgebod1 de kiesvrheid1 de mogelkheid van zonde en dood lag dit vanzelf opgesloten4 ,vooral ,augustinus maakte duidelk onderscheid tusschen het posse non peccare en posse non mori1 dat ,adam bezat1 en het non posse peccare en het non posse mori1 dat met de verheerlking aan den eersten mensch in geval van gehoorzaamheid geschonken zou zn en nu uit genade aan de uitverkorenen wordt verleend1 de civ4 ,,xxii #cj4 de corr4 et grat4 #aa4 ,enchir4 #ajd-ajg4 de ,gen4 ad litt4 ,,iii #b4 ,,vi #be4 ,op4 imp4 c4 ,jul4 ,v #eh4 ,,vi #e enz4 ,zelfs werd door ,augustinus van die verhouding1 waarin ,adam oorspronkelk stond1 als van een verbond1 testamentum1 pactum gesproken1 de civ4 ,,xvi #bg2 en de vertaling van de woorden door3 als ,adam1 leidde velen tot eene gelke opvatting1 ,marck1 ,histor4 ,parad4 ,,ii #f1 #g4 ,zakelk komt de leer van het later zoo genoemde werkverbond dus ook reeds b de kerkvaders voor4 ,in den toestand van ,adam1 gelk die door de scholastiek1 de ,roomsche1 de ,luthersche theologen werd opgevat1 liggen al de elementen opgesloten1 die later bepaaldelk door de ,gereformeerden in de leer over het foedus operum zn samengevat1 cf4 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #ai4 #bj4 ,van de relatie1 waarin de geloovigen door ,christus tot ,god komen te staan1 is menigmaal in de ,schrift de naam verbond gebruikelk4 ,reeds ,zwingli en ,bullinger grepen deze gedachten der ,schrift aan1 om de eenheid van ,oud en ,nieuw ,testament tegen de ,anabaptisten te verdedigen1 cf4 later b de leer van het foedus gratiae4 ,toen nu naar het voorbeeld der ,schrift de christelke religie als een verbond werd voorgesteld1 gaf ,paulus met zn parallel tusschen ,adam en ,christus er aanleiding toe1 om ook den status integritatis als een verbond te denken4 ,in onderscheiding van het foedus gratiae heette dit dan het foedus naturae of operum4 ,verbond der natuur werd het genoemd1 niet als zou het uit de natuur ,gods of die des menschen vanzelf en natuurlkerws voortvloeien4 ,maar het heette zoo1 omdat de grondslag1 waarop het verbond rustte1 d4 i4 de zedewet1 den mensch van nature bekend was1 en wl het opgericht werd met den mensch in zn oorspronkelken staat en door den mensch met de hem in de schepping geschonken krachten1 zonder bovennatuurlke genade1 gehouden kon worden4 ,toen later de naam tot misverstand aanleiding gaf1 werd h liefst door dien van foedus operum1 verbond der werken1 vervangen2 en dezen naam droeg het1 wl het eeuwige leven in dit verbond alleen te verkrgen was in den weg der werken1 d4 i4 van de onderhouding van ,gods geboden4 ,dit verbond werd nu1 als parallel van het foedus gratiae1 door de ,gereformeerden met bzondere voorliefde geleerd en ontwikkeld4 ,het komt reeds voor b ,ursinus1 ,catech4 major qu4 #i4 ,olevianus1 de subst4 foed4 grat4 #aehe ,i #h4 #i4 ,,ii #e4 ,polanus1 ,synt4 ,theol4 ,,vi #cc4 ,junius1 ,theses theol4 c4 #be4 ,wollebius1 ,theol4 ,christ4 ,i c4 #h1 enz41 hier te lande het eerst b ,trelcatius1 ,loci ,comm4 #aehg p4 #bgf4 ,gomarus1 ,oratio de foedere ,dei #aeid4 ,trelcatius ,jr4 ,instit4 ,theol4 #afjd p4 #aca4 ,cloppenburg1 ,disp4 de foedere ,dei #afdc4 ,coccejus1 ,summa doctr4 de foedere #afdh en voorts b alle theologen1 b4v4 ,mastricht1 ,theol4 ,,iii c4 #ab4 ,marck1 ,historia ,parad4 #agje ,,ii c4 #f sq4 ,moor1 ,,iii #eb-ajh1 ,m4 ,vitringa1 c4 #h4 ,comrie1 ,verhandeling over het verbond der werken vr zne uitgave van ,boston1 ,beschouwing van het verbond der genade #agda4 ,brahe1 ,aanm4 over de ,walch4 artikelen1 #ageh bl4 #abcv4 ,examen van het ,ontw4 v4 ,toler4 #aj;e ,sam4 ,j4 van den ,honert1 ,voorrede voor ,ursinus' ,schatboek bl4 #aab-add enz4 ,de beldenisschriften maken er niet met zooveel woorden melding van2 maar zakelk is het toch reeds vervat in art4 #ad en #ae der ,ned4 ,gel41 waar geleerd wordt1 dat door ,adams overtreding van het gebod des levens de geheele menschelke natuur is bedorven1 in ,zondag #c en #d van den ,heid4 ,cat41 waar de mensch naar ,gods beeld geschapen heet1 opdat h met ,god in de eeuwige zaligheid leven zou1 maar ook door ,adams val geheel bedorven wordt genoemd1 en in cap4 #c1 #b van de ,canones ,dordr41 waar het heet1 dat de bedorvenheid van ,adam op ons overgaat naar ,gods rechtvaardig oordeel02 formeel werd het werkverbond opgenomen in de ,iersche artikelen1 in de ,westm4 ,confessie en in de ,walchersche artikelen #afic4 ,voorts vond de leer van het foedus operum later ook b sommige ,roomschen1 ,scheeben ,,ii #ejj4 ,pesch1 ,prael4 ,,iii #acf en ,lutherschen ingang1 zooals ,pufendorf1 ,jaeger1 ,buddeus1 ,instit p4 #ebg e4 a41 cf4 ,vitringa ,,ii #bdb2 daarentegen werd het bestreden door ,episcopius1 ,instit4 theol4 ,,ii c4 #b4 ,limborch1 ,theol4 ,christ4 ,,iii c4 #b4 ,j4 ,alting op ,hebr4 #h3f en ,op4 ,v #cib4 ,venema1 ,korte verdediging van zn eer en leer #agce4 ,n4 ,schiere1 ,doctrina test4 et foed4 div4 omnium #agah p4 #dia sq4 en anderen4 ,het rationalisme wilde er niets van weten1 en zelfs van ,oosterzee1 ,chr4 ,dogm4 #ge zag er slechts een juridisch kunststuk in4 ,desniettemin werd het weder opgenomen door ,dr4 ,kuyper1 ,heraut #afa v4 ,hodge1 ,syst4 ,theol4 ,,ii #aag-abb4 ,dr4 ,vos1 ,de ,verbondsleer inde ,geref4 ,theologie #ahia4 #c4 ,er is tegen de verbondsleer1 gelk z in de ,geref4 theologie is ontwikkeld1 zeker in te brengen1 dat z al te veel in details is afgedaald1 en al te schoolsch behandeld is4 ,de latere theologen verdedigden het leerstuk nog wel1 maar z gevoelden er de beteekenis en het theologisch en religieus belang niet meer van2 de ziel was er uit1 en de bestrding was daarom gemakkelk4 ,maar de leer van het werkverbond rust op ,schriftuurlken grondslag en is van uitnemende waarde4 ,alle hooger leven onder redelke en zedelke schepselen draagt den vorm van een verbond4 ,verbond is in het algemeen eene overeenkomst van personen1 waarb z zich vrwillig1 ter wering van eenig kwaad of ter verkrging van eenig goed1 tegenover elkander op bepaalde voorwaarden verplichten en verbinden4 ,zulk eene overeenkomst1 hetz stilzwgend aangegaan of bepaald gestipuleerd1 is de gewone vorm voor het samenleven en samenwerken der menschen onderling4 ,liefde1 vriendschap1 huwelk1 en alle sociale cooperatie in handel1 nverheid1 wetenschap1 kunst enz4 berust ten slotte op den grondslag van een verbond1 d4 i4 op wederkeerige trouw en allerlei zedelke1 algemeen erkende1 verplichtingen4 ,het kan daarom niet verwonderen1 dat ook het hoogste1 rkste leven van den mensch1 d4 i4 de religie1 dit karakter draagt4 ,in de ,schrift is het verbond de vaste vorm1 waarin de verhouding van ,god tot zn volk voorgesteld wordt4 ,en ook waar de naam niet voorkomt1 zien w beiden toch altd als het ware in samenspraak met elkander1 met elkaar onderhandelend1 ,god den mensch noodigend tot bekeering1 herinnerend aan zne verplichtingen en zichzelf verbindend tot het schenken van alle goeds4 ,later b de leer van het verbond der genade1 zal het bbelsch begrip van in het licht worden gesteld4 ,hier z het genoeg1 aan deze algemeene notie te herinneren4 ,ook al zou de naam verbond voor de religieuse verhouding van ,adam tot ,god in de ,schrift nooit voorkomen1 ook niet in ,hos4 #f3g2 toch draagt het religieuse leven van den mensch vr den val het karakter van een verbond4 ,de ,gereformeerden waren nooit zoo eng van te staan op den naam1 indien de zaak maar vaststond2 de vocabulo dubitetur1 re salva4 ,maar achter de bestrding van den naam was meestal die van de zaak verborgen4 ,en deze kan noch mag prsgegeven1 wl verbond het wezen der ware religie is4 ,immers1 vooreerst is ,god ,schepper1 de mensch schepsel2 en daarmede is er tusschen beiden een oneindige afstand geponeerd2 er schnt tusschen beide geen gemeenschap1 geen religie mogelk te wezen2 er is alleen onderscheid1 afstand1 verwdering eindeloos4 ,indien ,god in zne souvereine hoogheid en majesteit boven den mensch blft staan1 dan is er geen godsdienst mogelk1 althans geen godsdienst als gemeenschap met ,god2 dan is de verhouding tusschen beiden volkomen weergegeven in de namen heer en knecht2 dan is het beeld van den pottebakker en het leem nog veel te zwak om die verhouding aan te duiden1 want het leem heeft nog een zn en dus rechten onafhankelk van en tegenover den pottebakker1 maar de mensch heeft niets1 dat h is of heeft buiten en tegenover ,god4 ,als er dus waarlk religie zal zn1 als er gemeenschap zal wezen tusschen ,god en mensch1 als de verhouding van beiden1 ook wel maar toch niet alleen zal wezen die van een heer tot zn knecht1 van een pottebakker tot zn leem1 doch ook die van een koning tot zn volk1 van een vader tot zn zoon1 van een moeder tot haar kind1 van een adelaar tot zn jongen1 van eene hen tot hare kiekens enz42 d4 i4 indien niet ne enkele relatie1 maar alle en allerlei relatin van afhankelkheid1 onderwerping1 gehoorzaamheid1 vriendschap1 liefde enz4 onder menschen in de religie haar voorbeeld hebben en hare vervulling erlangen1 dan moet religie het karakter dragen van verbond4 ,want dan moet ,god neerdalen van zne hoogheid1 zich neerbuigen tot zn schepsel1 zich aan den mensch mededeelen1 openbaren1 wegschenken2 dan moet ,h1 die in het hooge en verhevene en eeuwige woont1 ook wonen b dien1 die van een nederigen geest is1 ,jes4 #eg3ae4 ,dit nu is niets anders dan een verbond4 ,als de religie een verbond wordt genoemd1 dan is ze daarmede aangeduid als de ware1 echte religie4 ,dat heeft geen enkele godsdienst ooit verstaan2 alle volken trekken ,god pantheistisch neer in het creatuurlke of verheffen ,hem deistisch eindeloos er boven2 in geen van beide gevallen komt het tot ware gemeenschap1 tot verbond1 tot echte religie4 ,maar de ,schrift handhaaft beide2 ,god is eindeloos groot en nederbuigend goed2 ,h is ,souverein maar ook ,vader2 ,h is ,schepper maar ook archetype2 ,h is in n woord de ,god des verbonds4 ,in de tweede plaats is het duidelk1 dat een schepsel tegenover ,god geen enkel recht medebrengen en bezitten kan4 ,dat is uit den aard der zaak onmogelk4 ,een schepsel heeft als zoodanig alles1 was het is en wat het heeft1 aan zn ,schepper te danken2 het heeft tegenover ,god op niets aanspraak2 het kan zich op niets laten voorstaan2 het heeft hoegenaamd geen rechten of eischen2 er is van verdienste b het schepsel tegenover ,god nooit sprake en er kan geen sprake van zn2 de verhouding van ,creator en creatura sndt alle verdienste der laatste principieel en ten eenenmale af4 ,dit geldt niet alleen na maar evengoed vr den val4 ,ook toen was de mensch schepsel1 zonder aanspraak1 zonder rechten1 zonder verdienste4 ,als w gedaan hebben1 al hetgeen ons bevolen is1 dan zn w nog 1 ,luk4 #ag3aj4 ,nu is echter de religie der ,h4 ,schrift van dien aard1 dat de mensch daarin als het ware toch rechten tegenover ,god kan laten gelden4 ,h heeft immers vrheid1 om met gebed en dankzegging tot ,hem te komen1 om ,hem aan te spreken als zn ,vader1 om in allen nood en dood op ,hem te vertrouwen1 om alle goeds van ,hem te begeeren1 om zelfs de zaligheid en het eeuwige leven van ,hem te verwachten4 ,dit is nu enkel en alleen daardoor mogelk1 dat ,god in nederbuigende goedheid aan zn schepsel rechten geeft4 ,alle recht van schepselen is een geschonken goed1 een gave der genade1 onverdiend en onverplicht2 alle loon is van ,gods zde uit genade2 er is geen meritum de condigno noch ook de congruo mogelk4 ,de ware religie kan daarom niets anders zn dan een verbond1 ze heeft haar oorsprong in de nederbuigende goedheid1 in de genade ,gods4 ,dat karakter draagt de religie zoowel vr als na den val4 ,de religie is n evenals de zedewet en de bestemming van den mensch4 ,werk- en genadeverbond verschillen niet in het einddoel maar alleen in den weg1 die tot dat einddoel leidt4 ,in beide is n ,middelaar1 toen van vereeniging1 nu van verzoening2 in beide is n geloof1 toen in ,god nu in ,god door ,christus2 in beide is ne hope1 ne liefde enz4 ,de religie is altd wezenlk dezelfde1 z verschilt alleen in forma4 ,in de derde plaats3 de mensch is een redelk en zedelk wezen4 ,zoo heeft ,god hem geschapen1 en zoo behandelt ,h hem dus ook2 ,h onderhoudt wat ,h schiep4 ,god dwingt den mensch daarom niet1 want dwang is met den aard van een redelk schepsel in strd4 ,h behandelt hem niet als een redeloos creatuur1 als een plant of een dier1 als een stok en een blok1 maar ,h gaat met hem te werk als met een redelk1 zedelk1 zichzelf bepalend wezen4 ,h wil1 dat de mensch vr z en in vrheid1 gewillig1 in liefde ,hem diene1 ,ps4 #aaj3c4 ,religie is vrheid1 is liefde1 die zich niet dwingen laat4 ,en daarom moet ze van huis uit ook den vorm dragen van een verbond1 waarin ,god niet dwingend maar radend1 vermanend1 waarschuwend1 noodigend1 biddend optreedt1 en waarin de mensch ,god dient niet door dwang of geweld1 maar gewillig1 met eigen1 vre toestemming1 door liefde tot wederliefde bewogen4 ,godsdienst is in den grond der zaak geen plicht maar een voorrecht4 ,het is geen werk1 waarmede w ,gode voordeelig zn en ,hem iets toebrengen1 en aanspraak hebben op loon4 ,maar het is genade1 ,hem te mogen dienen4 ,god is nooit gehouden in ons1 w zn altd gehouden in ,hem voor de goede werken1 die w doen1 art4 #bd ,ned4 ,gel4 ,van zne zde altd de gave1 van onzen kant altoos en alleen de dank4 ,en daarom is religie niet anders denkbaar dan in den vorm van een verbond2 daarin komt z eerst tot hare volle verwezenlking4 ,zoodanig verbond heeft ,god dan ook met den eersten mensch gesloten4 ,de splinterige uitwerking van dit leerstuk z geheel ter zde gesteld4 ,maar de zaak zelve staat vast2 nadat de mensch naar ,gods beeld was geschapen1 heeft ,god hem zne bestemming aangewezen en den weg1 waarin h deze alleen bereiken kon4 ,immers1 de zedewet kon de mensch kennen zonder buitengewone openbaring1 z was geschreven in zn hart4 ,maar het proefgebod is positief1 het is niet met de natuur des menschen zelve gegeven1 het kon hem alleen bekend worden doordat ,god het hem mededeelde4 ,evenmin sprak het vanzelf1 dat de onderhouding van dat gebod het eeuwige leven schonk4 ,in dien zin is het foedus operum geen foedus naturae4 ,eerst werd dit nog niet zoo helder ingezien1 cf4 ,gomarus1 de foedere4 ,maar allengs werd het duidelk geleerd1 dat ,god in geen enkel opzicht verplicht was1 om aan den mensch1 die zne wet onderhield en daarmede niets anders deed dan wat h schuldig was te doen1 de hemelsche zaligheid en het eeuwige leven te schenken2 er is hier geen natuurlk verband tusschen werk en loon1 ,coccejus1 de foedere ,,ii #bc sq4 ,burman1 ,synops4 ,theol4 ,,ii #h1 #b1 #d4 ,marck1 ,hist4 ,parad4 p4 #dgi4 ,cloppenburg1 ,exerc4 theol4 ,,vi disp4 #e4 de foed4 ,i #h sq4 ,witsius1 ,oec4 foed4 ,i #d #aj-bc4 ,leydecker1 ,fax ,verit4 p4 #cii sq4 ,ex4 v4 h4 ,ontw4 v4 ,tol4 ,,ix #bbg v4 #bfa v4 ,x #bhh v4 #cah v4 ,brahe1 ,aanm4 over de vf ,walch4 art4 bl4 #abe v4 ,en dat is de waarheid1 die ligt in ,rome's leer van het donum superadditum4 ,het eeuwige leven is en blft eene onverdiende gave van ,gods genade4 ,maar omdat ,rome de leer van het werkverbond niet kent1 leidt het uit deze genadegifte van het eeuwige leven af1 dat ook het beeld ,gods in den mensch bovennatuurlk moet zn en laat nu door die in het beeld ,gods geschonken1 bovennatuurlke kracht het eeuwige leven toch weer ex condigno verdienen4 ,onder den schn van de genade te eeren1 voert het dus weer de verdienstelkheid der goede werken in4 ,de ,gereformeerden echter handhaafden eenerzds1 dat het beeld ,gods in den mensch natuurlk was1 en dat de mensch1 die beeld ,gods was1 de zedewet zonder bovennatuurlke openbaring kennen1 en haar zonder bovennatuurlke kracht onderhouden kon4 ,en andererzds hielden z staande1 dat een hooger staat van zaligheid1 dan die in het parads op aarde1 uit den aard der zaak nooit verdiend maar alleen door ,gods vre beschikking geschonken kon worden4 ,en deze beide gedachten vereenigden z in het foedus operum4 ,dit berust op eene vre1 bzondere1 genadige beschikking ,gods2 het gaat van ,hem uit2 ,h stelt alle deelen daarvan vast1 voorwaarde en vervulling1 onderhouding en loon1 overtreding en straf2 het is monopleurisch in oorsprong2 het wordt aan de schepping naar ,gods beeld toegevoegd4 ,de mensch znerzds1 wl naar ,gods beeld geschapen1 rust daarin en ziet in dit verbond een weg tot hooger zaligheid zich ontsloten4 ,het foedus operum doet dus beide tot zn recht komen3 de souvereiniteit ,gods1 welke de afhankelkheid van het schepsel1 de onverdienstelkheid van al zne werken insluit1 en de genade en goedertierenheid ,gods1 welke desniettemin aan het schepsel eene hoogere zaligheid dan de aardsche wil schenken4 ,gelk het proefgebod staat tot de zedewet1 zoo verhoudt zich het werkverbond tot de schepping naar ,gods beeld4 ,met het proefgebod staat of valt de gansche zedewet2 met het verbond der werken staat of valt heel het beeld ,gods in den mensch4 ,het werkverbond is de weg voor den naar ,gods beeld geschapen en nog niet gevallen mensch tot de hemelsche zaligheid4 #d4 ,het werkverbond sluit daarom nog eene andere1 schoone gedachte in4 ,het realiseert niet alleen de ware1 volle idee der religie2 het drukt ook uit1 dat de mensch vr den val1 schoon naar ,gods beeld geschapen1 het hoogste nog niet bezat4 ,hierover is voornamelk verschil met de ,lutherschen4 ,b dezen is de schepping naar het beeld ,gods de verwezenlking van de hoogste idee des menschen2 het ideaal is in ,adam ten volle bereikt2 een hooger toestand is niet mogelk4 ,adam had niets te worden1 maar alleen te blven wat h was2 h was de volle gratiosa inhabitatio ,s4 ,trinitatis deelachtig4 ,h stond daarom ook niet onder eene wet1 die hem iets positiefs te doen beval2 de wet1 die voor hem gold1 had alleen een negatieven inhoud2 eerst de zonde heeft hem onder de heerschapp der wet gebracht4 ,vandaar dat b de ,lutheranen de oorspronkelke toestand evenals b de kerkvaders dikwls zeer overdreven geschilderd wordt2 en dat de staat1 waartoe de geloovigen in ,christus worden verheven1 in het wezen der zaak gelk wordt gedacht aan dien van ,adam vr den val4 ,b den geloovige concentreert zich voor den ,lutheraan alles om de rechtvaardigmaking2 indien iemand deze deelachtig is1 dan heeft h genoeg1 is h volkomen bevredigd en zalig4 ,de zaligheid valt geheel met de vergeving saam2 er is geen behoefte om deze achterwaarts met de eeuwige verkiezing en voorwaarts met heel het christelk leven1 de goede werken1 en het eeuwige leven in verband te brengen2 noch praedestinatie noch perseverantie zn hier noodig2 de ,luthersche geloovige geniet in het heden en heeft daaraan genoeg1 ,luther b ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,,ii #cfa4 ,schneckenburger1 ,vergl4 ,darst4 des luth4 u4 ref4 ,lehrbegriffs1 ,i #ij f4 #abj f4 ,,ii #ahe f4 ,vilmar1 ,dogm4 ,i #cdj1 ,frank4 ,syst4 d4 chr4 ,wahrh4 ,i #cge4 ,anders echter de ,gereformeerden1 die wandelden in het voetspoor van ,augustinus4 ,volgens hen had ,adam het hoogste niet4 ,het hoogste is nl4 de materieele vrheid1 en bestaat in het niet meer kunnen dwalen1 zondigen1 sterven2 in het volstrekt boven alle vreeze en angst1 boven alle mogelkheid van val verheven zn4 ,dit hoogste krgen de geloovigen terstond uit genade door ,christus4 ,z kunnen niet meer zondigen1 #a ,joh4 #c3i1 z kunnen niet meer sterven1 ,joh4 #c3af2 z hebben terstond door het geloof het eeuwige1 onverliesbare leven2 hunner is de perseverantia sanctorum1 z kunnen niet meer verloren gaan4 ,christus brengt daarom de znen niet in den staat van ,adam vr den val terug2 ,h verwierf en schenkt veel meer1 nl4 ook datgene1 wat ,adam zou ontvangen hebben indien h ware staande gebleven4 ,h plaatst ons niet aan het begin maar aan het einde van den weg1 welken ,adam had af te loopen2 ,h volbracht niet alleen de passieve1 maar ook de actieve gehoorzaamheid1 bevrdt niet slechts van schuld en straf maar schenkt ook aanstonds uit genade het recht op het eeuwige leven4 ,adam echter had dit hoogste nog niet2 h had nog niet het eeuwige leven2 h ontving wel het posse stare1 maar niet het velle stare2 wel het posse si vellet maar niet het velle1 quod posset2 h had het posse non errare1 peccare1 mori1 maar nog niet het non posse errare1 peccare1 mori4 ,h verkeerde nog in de mogelkheid van zonde en dood1 en dus ook nog in eenige vreeze en angst2 zner was nog niet de volmaakte1 onveranderlke liefde1 die alle vreeze buitensluit4 ,en terecht zeiden daarom de ,gereformeerden1 dat deze mogelkheid1 dit veranderlk goed zn1 dit nog kunnen zondigen en sterven geen deel1 geen stuk1 geen inhoud van het beeld ,gods1 maar de grens1 de beperking1 de omtrek ervan was1 ,heppe1 ,dogm4 der ev4 ref4 ,k4 #aha4 ,shedd1 ,dogm4 ,theol4 ,,ii #ajd4 #aej4 ,daarom was het noodig1 dat het beeld ,gods ontplooid werd1 deze mogelkheid van zonde en dood volkomen overwon en te niet deed1 en schitterde in onvergankelke glorie4 ,tengevolge van deze opvatting van den status integritatis1 hebben de ,gereformeerden in onderscheiding van anderen b de beschrving van den paradstoestand eene przenswaardige soberheid in acht genomen4 ,adam was ,christus niet1 het natuurlke was niet het geestelke1 het parads was niet de hemel4 ,hoezeer dan ook het naturalisme z te weerstaan1 dat de macht der zonde miskent en den dood natuurlk acht2 aan de andere zde is niet minder het supranaturalisme te mden1 dat het beeld ,gods bestaan laat in een bovennatuurlk toevoegsel aan de natuur4 ,de zonde heeft volgens de ,gereformeerden alles bedorven en verwoest1 maar1 omdat z geen substantie is1 heeft z niet het wezen1 de substantie der schepping kunnen veranderen4 ,de mensch is als zondaar nog mensch gebleven2 en zoo ook zn alle andere schepselen1 aarde1 hemel1 natuur1 plant1 dier1 in weerwil van den vloek der zonde en de heerschapp der verderfenis essentieel en substantieel dezelfde gebleven4 ,gelk w boven b de religie zagen1 zoo is het ook b al het andere3 de zonde heeft geen substantie ontnomen1 de genade schenkt geen substantie terug4 ,de materia aller dingen is en blft dezelfde1 maar de forma1 in de schepping geschonken1 werd door de zonde gedeformeerd1 om in de genade weer geheel en al te worden gereformeerd1 ,voetius1 ,disp4 ,i #ggf4 ,deze ernstige en toch zoo gezonde opvatting van den paradstoestand door de ,gereformeerden komt op tal van punten uit4 ,tegen de ,lutheranen en ,remonstranten verdedigden z1 dat ,adam1 behalve aan het proefgebod1 wel ter dege ook aan de zedewet gebonden was4 ,h was niet exlex1 al volbracht h ze ook zonder eenigen dwang1 gewillig en uit liefde4 ,die zedewet was ,adam van nature bekend en behoefde dus niet gelk het proefgebod op bzondere wze geopenbaard te worden4 ,z is in wezen aan de tien geboden gelk1 maar droeg toch een anderen vorm1 want de wet op ,sinai gegeven1 onderstelt de zonden en spreekt daarom bna altd negatief3 g zult niet1 en de zedewet vr den val was veel meer positief4 ,maar juist omdat de zedewet b ,adam uit den aard der zaak geheel positief was1 maakte z de mogelkheid der zonde voor ,adams bewustzn niet duidelk4 ,b de geboden moest er dus een verbod komen1 b de zedelke wetten eene stellige wet2 b de geboden1 wier natuurlkheid en redelkheid ,adam inzag1 een gebod1 dat in zekeren zin willekeurig en toevallig was4 ,in het proefgebod werd heel de zedewet voor ,adam op n worp gezet2 het belichaamde voor hem het dilemma3 ,god of de mensch1 zn gezag of eigen inzicht1 onvoorwaardelke gehoorzaamheid of zelfstandig onderzoek1 geloof of twfel4 ,het was eene ontzettende proef1 die den weg opende tot eene eeuwige zaligheid of tot een eeuwig verderf4 ,tegen de ,coccejanen hielden de ,gereformeerden staande1 dat tot die zedewet ook het sabbatsgebod behoorde2 de mensch vr den val genoot den eeuwigen1 hemelschen sabbat nog niet2 evenals aan de wisseling van dag en nacht1 was h ook onderworpen aan die van zesdaagschen arbeid en ruste op den zevenden dag2 rustdag en werkdagen waren dus ook vr den val onderscheiden1 het religieuse leven eischte ook toen een eigen vorm en dienst en dag naast het leven der cultuur4 ,de magische1 theosophische meening1 dat de beide boomen in den hof de kracht om te dooden of levend te maken in zichzelve bezaten1 hetz dan van nature1 ,thomas1 ,suarez1 ,pererius1 ,reinhard1 ,dogm4 #bgi4 #bhi1 hetz op bovennatuurlke wze1 ,augustinus1 ,bonaventura2 hetz reeds b het eenmalig1 ,bellarminus1 de gr4 pr4 hom4 c4 #ad of b het herhaald gebruik1 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ig art4 #d1 cf4 ook ,heraut #ida2 werd door de ,gereformeerden1 ook al namen sommigen zooals ,pareus1 ,rivetus1 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #eja eerst nog eene werking van het eten der vrucht ook op het lichamelk leven aan1 met steeds grooter eenparigheid en beslistheid verworpen1 ,calvn1 op ,gen4 #b3i1 #c3bb4 ,inst4 ,,iv #ad1 #ab4 #ah4 ,marck1 ,hist4 ,parad4 ,i c4 #ag4 ,litt4 b ,m4 ,vitringa ,,ii #bbj sq4 ,deze opvatting toch is wel in overeenstemming met de ,roomsche leer der sacramenten maar heeft daarom ook voor de ,gereformeerden groot bezwaar2 z maakt het leven en den dood onafhankelk van de ethische voorwaarde1 d4 i4 van het al of niet gehoorzamen aan ,gods gebod2 z onderstelt1 dat de mensch na den val toch zou zn blven leven1 indien h maar ex opere operato had gegeten van den levensboom2 z houdt in1 dat het eeuwige leven1 in eens of langzamerhand b den mensch bewerkt kon worden door het eten van eene physische vrucht1 en miskent dus het onderscheid tusschen het natuurlke en het geestelke4 ,daarom zagen de ,gereformeerden in den levensboom liever een teeken en zegel van het verbond der werken1 dat op sacramenteele wze het leven schonk4 ,evenzoo werden door de ,gereformeerden alle theosophische bespiegelingen over eene mannelke jonkvrouw1 over de afwezigheid van den geslachtslust1 over eene magische generatie als met de ,schrift in strd eenparig verworpen1 ,marck1 ,hist4 ,parad4 p4 #bgi sq4 ,en evenmin als de schepping der vrouw reeds een zekeren val van ,adam onderstelt1 is er na het intreden der zonde eene nova species in planten- of dierenrk bgekomen2 wilde en kruipende dieren zn volgens ,voetius niet eerst na den val maar reeds op den zesden dag geschapen1 ,disp4 ,v #aia4 ,en eindelk oordeelden ,calvn1 op ,gen4 #a3bi1 #i3c en de meeste ,gereformeerden1 cf4 ,heidegger1 de libertate christianorum a re cibaria #affb4 ,voetius1 ,disp4 ,,iv #chg4 ,v #aid4 ,coccejus1 ,s4 ,theol4 ,,xx #ag4 ,marck1 ,hist4 ,parad4 p4 #cda4 ,moor1 ,,iii #ce-ch enz41 dat het vleescheten aan den mensch ook vr den zondvloed en vr den val geoorloofd was geweest4 ,dat ,gen4 #a3bi daarvan niet opzettelk spreekt1 kan als argumentum e silentio geen dienst doen2 in ,gen4 #a3cj wordt alleen de plantenwereld tusschen mensch en dier verdeeld2 maar van 's menschen heerschapp en recht over de dierenwereld is daar geen sprake2 deze zn al in ,gen4 #a3bh aan den mensch geschonken en sluiten zeker1 vooral ook met het oog op de visschen1 wel het recht om dieren te dooden en te gebruiken in4 ,terstond na den val maakt ,god zelf dierenvellen en brengt ,abel eene offerande1 die zeker ook met een offermaaltd gepaard ging4 ,de kreophagie is bovendien zeker vr den zondvloed in gebruik geweest1 en zou1 indien ,god eerst in ,gen4 #i3c daartoe het recht had gegeven1 vr dien td ongeoorloofd en zondig zn geweest4 ,gen4 #i3a-e geeft geen nieuw gebod maar hernieuwt den zegen der schepping2 het nieuwe is alleen het verbod1 om het vleesch met zne ziele1 d4 i4 met zn bloed te eten4 ,de grond voor het verbod1 ,gen4 #i3e-g1 om een mensch te dooden1 is b de dieren niet aanwezig2 z zn immers niet naar ,gods beeld gemaakt4 ,en ten slotte is niet in te zien1 waarom juist na den val en na den zondvloed het vleeschgebruik door ,god aan den mensch zou zn toegestaan2 omgekeerd zou men verwachten1 dat het recht en de heerschapp des menschen na den val beperkt zou zn2 dat het vleeschgebruik1 om verwildering tegen te gaan1 zou zn afgeschaft2 dat het vegetarianisme veel meer in overeenstemming zou geacht zn met den na val en zondvloed intredenden toestand des menschen dan de kreophagie1 cf4 ,zckler1 ,lehre vom ,urstand #bgc f4 ,khler1 ,bibl4 ,gesch4 ,i #cc f4 ,de ,gereformeerde theologie kon in al deze vraagstukken zoo gezond oordeelen1 omdat z diep doordrongen was van de gedachte1 dat ,adam het hoogste nog niet had4 ,de zonde heeft zonder twfel eene kosmische beteekenis2 z werkt blkens den dood ook in het physische in1 en heeft de gansche aarde gebracht onder den vloek4 ,zonder haar zou de ontwikkeling der menschheid en de geschiedenis der aarde eene gansch andere zn geweest1 al is het ook1 dat w ons daarvan geen voorstelling kunnen maken4 ,maar toch is andererzds de status integritatis niet te vereenzelvigen met den status gloriae2 uit dezen mag niet tot genen worden besloten2 ,jes4 #aa3f1 #fe3be zn evenmin op den toestand vr den val toepasselk als ,mk4 #ab3be1 ,luk4 #bj3cf1 #a ,cor4 #f3ac enz4 ,de forma is veranderd1 maar de materia van mensch1 plant1 dier1 natuur1 aarde is vr en na den val gelk4 ,alle essentiele bestanddeelen1 die er nu zn1 bestonden ook vr den val4 ,het onderscheid en de ongelkheid van man en vrouw1 van ouders en kinderen1 van broeders en zusters1 van verwanten en vrienden2 de menigvuldige instellingen en verhoudingen in het maatschappelk leven zooals huwelk1 huisgezin1 opvoeding enz42 de wisseling van dag en nacht1 werkdagen en rustdag1 arbeid en ontspanning1 maanden en jaren2 de heerschapp des menschen over de aarde door wetenschap en kunst enz42 z zn ongetwfeld door de zonde gewzigd en van gedaante veranderd1 maar z hebben desniettemin niet in de zonde maar in de schepping1 in de ordinantin ,gods hun beginsel en grondslag4 ,het socialisme en communisme1 ook van vele christelke secten1 strdt terecht tegen de schrikkelke gevolgen der zonde1 vooral ook op maatschappelk gebied2 maar het blft daarb niet staan1 het komt ook met de natuur der dingen1 met de scheppingsordinantin in conflict1 en draagt daardoor steeds niet een reformatorisch maar een revolutionair karakter4 #e4 ,er ligt ten slotte in de leer van het foedus operum nog eene derde gedachte opgesloten1 die van de rkste religieuse en ethische beteekenis is4 ,adam werd niet alleen geschapen2 als man was h op zichzelf incompleet2 hem ontbrak iets1 dat geen lager schepsel hem vergoeden kon1 ,gen4 #b3bj4 ,als man alleen was h dus ook nog niet het ten volle ontplooide beeld ,gods4 ,de schepping des menschen naar ,gods beeld is op den zesden dag dan eerst voltooid1 als ,god beide1 man en vrouw1 in vereeniging met elkaar1 cf4 ,gen4 #a3bg1 schept naar zn beeld4 ,toch is ook deze schepping van man en vrouw te zamen naar ,gods beeld niet het einde maar het begin van ,gods weg met den mensch4 ,het is niet goed1 dat de man2 het is ook niet goed1 dat man en vrouw alleen zn4 ,over hen beiden spreekt ,god terstond den zegen der vermenigvuldiging uit1 ,gen4 #a3bh4 ,niet de enkele mensch1 en niet man en vrouw saam1 maar de gansche menschheid is eerst het ten volle ontplooide beeld ,gods1 zn zoon1 zn geslacht4 ,het beeld ,gods is veel te rk1 dan dat het in n enkel menschenkind1 hoe rk begaafd ook1 geheel kan worden verwezenlkt4 ,eerst in eene menschheid met millioenen leden kan het eenigermate in zn diepte en rkdom worden ontvouwd4 ,gelk de vestigia ,dei verspreid zn over vele1 vele werken1 beide in ruimte en td2 zoo is de imago ,dei alleen ten voeten uit te teekenen in eene menschheid1 wier leden beide na en naast elkaar bestaan4 ,maar gelk de kosmos eene eenheid is en in den mensch zn hoofd en heer ontvangt2 gelk de door heel de wereld heen verstrooide vestigia ,dei saamgevat worden in en opgevoerd worden tot de imago ,dei van den mensch2 zoo is ook die menschheid op haar beurt als een organisme te denken1 dat juist als zoodanig eerst het ten volle ontplooide beeld ,gods is4 ,niet als een hoop zielen op een stuk grond1 niet als onsamenhangend aggregaat van individuen1 maar als uit nen bloede geschapen1 als n huisgezin1 als ne familie is de menschheid het beeld en gelkenis ,gods4 ,tot die menschheid behoort ook hare ontwikkeling1 hare geschiedenis1 haar zich steeds uitbreidende heerschapp over de aarde1 hare vooruitgang in kennis en kunst1 haar onderwerping van alle schepselen4 ,ook dit alles is ontvouwing van het beeld en de gelkenis ,gods1 waarnaar de mensch werd geschapen4 ,gelk ,god niet eenmaal b de schepping zich geopenbaard heeft maar die openbaring voortzet en vermeerdert van dag tot dag en van eeuw tot eeuw2 zoo is ook het beeld ,gods geen onveranderlke grootheid1 maar het legt zich uit en ontplooit zich in de vormen van ruimte en td4 ,het is eene ,gabe en ,aufgabe tegelk2 het is een onverdiend genadegeschenk1 dat reeds terstond in de schepping aan den eersten mensch werd verleend1 maar het is tevens beginsel en kiem van eene gansch rke1 heerlke ontwikkeling4 ,eerst de menschheid in haar geheel1 als n volkomen organisme1 saamgevat onder n hoofd1 verbreid over de gansche aarde1 als profetesse de waarheid ,gods verkondigend1 als priesteresse zich ,gode wdende1 als koninginne de aarde en heel de schepping beheerschende1 eerst z is het ten volle afgewerkte beeld1 de sprekendste en treffendste gelkenis ,gods4 ,de ,schrift leert dit alles duidelk1 als z zegt1 dat de gemeente de bruid is van ,christus1 de tempel des ,h4 ,geestes1 de woning ,gods1 het nieuwe ,jeruzalem1 waar alle heerlkheid der volken wordt samengebracht4 ,want wel wordt daarmee de status gloriae geteekend1 die nu door de zonde heen bereikt worden zal2 maar religie1 zedewet1 eindbestemming is in werk- en genadeverbond wezenlk gelk4 ,in beide is het om een rk ,gods1 om eene heilige menschheid te doen1 waarin ,god kan zn alles in allen4 ,slechts n punt in deze voorstelling eischt nog eenige nadere bespreking4 ,de menschheid is niet als een volkomen organisme te denken1 tenz z verbonden en saamgevat z in een hoofd4 ,in het foedus gratiae bekleedt ,christus dien rang1 ,h is het hoofd der gemeente2 in het foedus operum werd die plaats ingenomen door ,adam4 ,reeds ,eva werd daarom uit ,adam geschapen1 opdat deze principium totius speciei zou zn en de eenheid van het menschelk geslacht wortelen zou in de eenheid van haar oorsprong4 ,de vrouw is dus zeer zeker wel de menschelke natuur en het beeld ,gods deelachtig en z vertegenwoordigt beide op eene eigene wze en naar haar eigen aard2 maar z is beide deelachtig niet tegenover maar naast anderen en in verbinding met den man2 z is 1 1 1 z is niet zonder den man2 en ook de man1 schoon hoofd der vrouw en omdat h in de eerste plaats drager der heerschapp is1 is toch ook zonder de vrouw niet compleet1 ook h is niet zonder de vrouw1 want deze is de moeder aller levenden1 #a ,cor4 #aa3g-ab1 ,ef4 #e3bb v4 ,bovenal echter wst ,paulus ons deze eenheid der menschheid aan1 als h ,adam stelt tegenover ,christus1 ,rom4 #e3ab-ba1 #a ,cor4 #ae3bb1 #de-di4 ,de menschheid is niet alleen physisch uit nen bloede1 ,hd4 #ag3bf2 dat ware voor de menschheid niet genoeg1 het geldt immers ook van al die diersoorten1 welke in den beginne werden geschapen4 ,bovendien1 ,christus1 de antitype van ,adam1 is niet onze stamvader2 w zn niet physisch uit ,hem voortgekomen1 maar ,hzelf is uit ,adam1 zooveel het vleesch aangaat4 ,in dit opzicht zn ,adam en ,christus niet gelk4 ,maar de overeenkomst ligt daarin1 dat de menschheid in ethischen zin tot ,adam in dezelfde verhouding staat als tot ,christus4 ,op dezelfde wze als ,christus oorzaak is van onze gerechtigheid en ons leven1 is ,adam het van onze zonde en onzen dood4 ,god rekent en oordeelt in n mensch het gansche menschelk geslacht4 ,dit nu hebben de ,gereformeerden in hun leer van het foedus operum uitgedrukt4 ,daarin komt eerst1 niet maar de physische1 doch de ethische eenheid der menschheid tot haar recht4 ,en deze is voor de menschheid als organisme noodzakelk4 ,in het algemeen eischt de architectonische wet overal het monarchale systeem4 ,een kunstwerk moet beheerscht worden door ne gedachte2 eene leerrede moet n thema hebben2 eene kerk wordt voltooid in den toren2 de man is het hoofd des gezins2 in een rk is de koning drager van het gezag2 het menschelk geslacht als n organisch geheel1 als eene ethische ,gemeinschaft1 is niet denkbaar zonder een hoofd4 ,in het foedus operum bekleedde ,adam die plaats4 ,het proefgebod bewst1 dat h eene geheel exceptioneele positie innam2 h was stamvader niet alleen1 maar ook hoofd1 vertegenwoordiger van heel het menschelk geslacht2 zne daad was beslissend voor allen4 ,gelk het lot van heel het lichaam rust b het hoofd1 dat voor alle leden denkt en oordeelt en beslist2 gelk het welzn van een gezin afhangt van den man en vader2 gelk een vorst ten zegen of ten vloek kan zn voor duizenden en millioenen onderdanen2 zoo is het lot der menschheid in de handen van ,adam gelegd4 ,zne overtreding is de val geworden van heel zn geslacht2 maar zne gehoorzaamheid ware ook het leven voor al zne nakomelingen geweest1 gelk de antitype ,christus bewst4 ,indien w niet zonder ons weten in ,adam der verdoemenis konden onderworpen worden1 zouden we ook niet buiten ons toedoen in ,christus tot genade kunnen worden aangenomen4 ,werk- en genadeverbond staan en vallen met elkaar4 ,enzelfde wet geldt voor beide4 ,op de basis der physische afstamming is eene ethische eenheid gebouwd1 welke de menschheid overeenkomstig haar aard als n organisme optreden doet en hare leden niet alleen door banden des bloeds maar ook door gemeenschap aan zegen en vloek1 aan zonde en gerechtigheid1 aan dood en leven ten nauwste met elkander verbindt4 #f4 ,van hieruit valt er een nieuw licht op het vraagstuk van de voortplanting van het menschelk geslacht4 ,ten allen tde waren daarover de gevoelens verdeeld4 ,het praeexistentianisme van ,pythagoras1 ,plato1 ,plotinus1 ,philo en de latere ,joden vond onder de ,christenen slechts b weinigen ingang1 ,orig41 de princ4 ,i #f1 #b4 #h1 #c4 ,,ii #i1 #b4 c4 ,cels4 ,i #cb4 #cc4 ,henry ,more1 ,mysterium pietatis #affj4 ,kant1 ,relig4 ed4 ,rosenkranz #dd f4 ,schelling1 ,werke ,i #g ,s4 #che f4 ,mller1 ,snde ,,ii #ii f4 #ejd f4 ,de ,schrift bood er ook niet den minsten grond voor2 onze ziel is van zulk een voorbestaan zich volstrekt niet bewust en ziet in het lichaam zoo weinig een kerker en strafplaats1 dat ze huivert voor den dood2 het wortelt bovendien in een heidensch dualisme van geest en stof1 vernietigt de eenheid van het menschelk geslacht en wischt het onderscheid tusschen mensch en engel uit4 ,daarentegen bleef tusschen traducianisme en creatianisme in de christelke theologie het pleit onbeslist4 ,het eerste had in den ouden td vele voorstanders1 zooals ,tertullianus1 de an4 #ai4 #bg1 ,rufinus1 ,makarius1 ,eunomius1 ,apollinaris1 ,gregorius ,nyss41 en volgens ,hieronymus zelfs maxima pars occidentalium1 maar later werd het op enkele uitzonderingen na alleen omhelsd door de ,lutherschen1 door ,luther zelf1 die echter eerst creatianist was1 ,kstlin1 ,luthers ,theol4 ,,ii #cfe1 en dan door ,melanchton1 ,gerhard1 ,loc4 ,,viii c4 #h4 ,quenstedt1 ,i #eai4 ,hollaz1 ,ex4 #dad4 ,philippi1 ,k4 ,gl4 ,,iii #ajc4 ,vilmar1 ,dogm4 ,i #cdh4 ,frank1 ,chr4 ,wahrh4 ,i #djj4 ,delitzsch1 ,bibl4 ,psych4 #ajf f4 ,cremer in ,herzog #ad1 #bg enz4 ,het creatianisme werd oudtds verdedigd door ,clemens ,alex41 ,strom4 ,,iv #bf4 ,lactantius1 ,inst4 ,,iii #ah4 ,hilarius1 ,pelagius1 ,cassianus1 ,gennadius1 ,theodoretus1 ,athanasius1 ,gregorius ,naz41 ,cyrillus ,alex41 ,ambrosius enz4 ,hieronymus sprak er reeds van als kerkelke leer4 ,grieksche1 scholastieke en ,roomsche theologen zn dan ook allen creatianist1 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii #ag4 #ah4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #ij en #aah4 c4 ,gent4 ,,ii #hf-hi4 ,bellarminus1 de amiss4 gr4 et statu pecc4 ,,iv #b4 ,scheeben1 ,dogm4 ,,ii #agb f4 ,kleutgen1 ,philos4 ,,ii #ehc f42 en slechts enkelen1 zooals b4 v4 ,klee1 ,dogm4 ,,ii #cac f4 toonen sympathie voor het traducianisme4 ,ook de ,gereformeerden kozen op weinigen na1 zooals ,sohnius1 ,op4 ,,ii #efc4 ,martyr1 ,loci p4 #ha en in den nieuwen td vooral ,shedd1 ,dogm4 ,th4 ,,ii #bb4 #ge4 ,,iii #bej1 voor het creatianisme part1 ,calvn op ,hebr4 #ab3i4 ,zanchius1 ,op4 ,,iii #fji4 ,polanus ,v #ca4 ,voetius1 ,disp4 ,i #gih4 ,moor ,,ii #ajfd ,,iii #bhi4 ,marck1 ,hist4 ,parad4 ,,ii #d #g-i enz4 ,sommigen laten de kwestie liefst onbeslist1 ,aug4 de anima et ejus orig4 de ,gen4 ad litt4 ,x4 ,epist4 #aff ad ,hieron4 ,retract4 ,,ii #de4 #df1 ,gregorius ,magnus1 ,leo ,magnus1 ,isidorus1 ,chemniz1 ,buddeus1 ,musculus1 ,piscator1 ,maresius1 of zoeken eene bemiddeling1 ,leibniz1 ,theod4 ,i #ia4 ,rothe1 ,ethik #acf4 ,ebrard1 ,dogm4 ,i #cbg f4 ,inderdaad wegen traducianisme en creatianisme in kracht van argumenten vr wel tegen elkaar op4 ,het traducianisme beroept zich op de schepping van ,eva1 van wier ziel niet afzonderlk sprake is en die daarom heet 1 ,gen4 #b3ba1 #a ,cor4 #aa3h2 op de spreekwze der ,h4 ,schrift1 dat de nakomelingen in de lendenen der vaders begrepen en uit hunne heup zn voortgekomen1 ,gen4 #df3bf1 ,hebr4 #g3i1 #aj2 op het woord 1 bekennen1 dat tegelk eene geestelke handeling zou aanduiden2 op de voltooiing der schepping op den zevenden dag1 ,gen4 #b3b2 op het feit1 dat ook de dieren huns gelken kunnen voortbrengen1 ,gen4 #a3bh1 #e3c1 #i3d1 ,joh4 #c3f1 en vooral ook op de overerving der zonde en van allerlei psychische eigenschappen4 ,het creatianisme daarentegen vindt steun in de schepping van ,adams ziel1 ,gen4 #b3g2 in vele teksten als ,pred4 #ab3g1 ,zach4 #ab3a1 vooral ,hebr4 #ab3i1 cf4 ,num4 #af3bb1 #ag3af1 waarvan zelfs ,delitzsch1 ,bibl4 ,psych4 #aad zegt3 eine klassischere ,beweisstelle fr den ,creatianismus kann es kaum geben2 en dan bovenal op de geestelke1 eenvoudige1 ondeelbare1 onsterfelke natuur van de ziel4 ,en gelk traducianisme en creatianisme in argumenten vr wel gelk staan1 zoo zn ze beide ook even onbekwaam tot oplossing der moeilkheden4 ,het traducianisme verklaart noch den oorsprong der ziel noch de overerving de zonde4 ,wat het eerste aangaat1 moet het f komen tot de leer1 dat de ziel van het kind reeds te voren in de ouders en voorouders bestond1 dus tot eene soort van praeexistentianisme2 f dat de ziel potentieel in het zaad van man of vrouw of van beide begrepen is1 d4 i4 tot materialisme2 f dat ze door de ouders op eene of andere wze voortgebracht wordt1 d4 i4 tot creatie1 nu niet door ,god maar door den mensch4 ,en wat het tweede aangaat1 kan het traducianisme hier niets ter verklaring bdragen1 omdat de zonde niet stoffelk en geen substantie is maar eene zedelke qualiteit1 zedelke schuld en zedelke verdorvenheid4 ,even machteloos staat het creatianisme tegenover deze problemen4 ,ook al vat het de schepping der ziel zoo organisch mogelk op1 en al zegt het met ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #ag3 creando infundit eas ,deus et infundendo creat2 toch staat het verlegen b de vraag1 wanneer de ziel in het embryo wordt geschapen1 cf4 b4v4 ,polanus ,v #ca4 ,bucanus ,,viii #bf1 en hoe de anima rationalis de dan toch vroeger reeds het embryo bezielende anima vegetativa en anima sensitiva vervangt1 cf4 ,thomas1 ,s4 ,th4 ,i qu4 #aah art4 #b4 c4 ,gent4 ,,ii #ei4 #fh4 ,en de erfzonde kan door het creatianisme alleen zoo verklaard worden1 dat de ziel1 eerst rein door ,god geschapen1 door het lichaam besmet wordt1 wat echter de zonde stoffelk maakt1 ,lombardus1 ,sent4 ,,ii dist4 #ca2 of dat ,god1 op hetzelfde oogenblik dat ,h ze schept1 haar ook schuldig stelt en onrein maakt1 ,voetius1 ,disp4 ,i #ajig4 ,turretinus1 ,th4 ,el4 ,,ix #ab4 ,moor ,,iii #bhi4 ,geen wonder1 dat daarom vele ,pelagianen en ,roomschen juist op grond van het creatianisme de erfzonde in positieven zin ontkenden4 ,gangauf1 ,met4 ,psych4 des h4 ,august4 #bei4 ,oswald1 ,relig4 ,urgesch4 #aee f4 #afc f4 #ahi f4 ,argumenten en bezwaren geven daarom den doorslag niet b de keuze tusschen traducianisme en creatianisme2 z zouden veeleer nopen1 om met een non liquet te eindigen4 #g4 ,des te opmerkelker is het1 dat ,grieksche1 ,roomsche en ,gereformeerde theologen schier eenstemmig voor het creatianisme zich verklaarden1 terwl het traducianisme alleen b de ,lutherschen ingang vond4 ,dit kan geen toeval wezen2 er moet daarvoor eene reden zn4 ,en die reden ligt in de verschillende opvatting van het wezen en de bestemming van den mensch4 ,vooreerst toch stelt de ,luthersche theologie het beeld ,gods alleen in eenige zedelke eigenschappen1 in de justitia originalis4 ,gelk altd1 zoo beperkt z ook hier haar blik tot het ethisch-religieuse en voelt geen behoefte1 om dit in verband te brengen met heel het kosmische zn en op te vatten als een schakel in den ganschen raad ,gods4 ,daardoor komt nu het wezen des menschen noch tegenover de engelen noch tegenover de dieren tot zn recht4 ,want als de mensch dit beeld ,gods bezit1 dan is h vr wel aan de engelen gelk2 het verschil is in vergelking met wat ze gemeen hebben van geen beteekenis2 ook de engelen dragen het beeld ,gods4 ,en als de mensch dit beeld ,gods mist1 dan zinkt h tot de dieren af1 wordt een stok en een blok2 wat hem dan nog van de dieren onderscheidt heeft theologisch en religieus zoo weinig waarde1 dat het haast niet meer in aanmerking komt2 het groote onderscheid lag toch in het beeld ,gods en dat heeft h totaal verloren4 ,de grenzen tusschen mensch en engel en tusschen mensch en dier worden hier dus niet scherp getrokken2 de justitia originalis is het n en al1 al het andere in den mensch is ondergeschikt en theologisch haast van geen waarde4 ,maar daarom is het nu voor de ,luthersche theologie ook onverschillig1 hoe de mensch ontstaat2 of liever1 hetgeen de mensch met den engel gemeen heeft1 nl4 het beeld ,gods1 de justitia originalis1 dat moet en dat kan alleen door schepping ontstaan1 dat is in volstrekten zin eene gave2 maar alwat de mensch overigens bezit1 wordt op dezelfde wze als b de dieren overgeplant4 ,maar ,roomsche en ,gereformeerde theologen zochten1 ook al noemden z de engelen soms nog beeld ,gods1 van den aanvang af het beeld ,gods in het gansche1 en geheel eigenaardige wezen des menschen4 ,het bestond zeer zeker ook in de deugden van kennis1 gerechtigheid en heiligheid1 maar deze droegen dan zelfs b de menschen nog weer een ander karakter dan b de engelen2 en het bestond in die deugden niet alleen maar voorts in al wat menschelks is in den mensch4 ,het bestond dus ook daarin1 dat het b den mensch van stonde aan georganiseerd was voor de verbinding met een 1 en dat zn van huis uit aangelegd was op het 4 ,vr en na den val1 in den status integritatis en corruptionis1 in den status gratiae en gloriae1 altd is en blft de mensch wezenlk onderscheiden van engel en dier4 ,als h het beeld ,gods heeft1 wordt h geen engel2 als h het verliest1 wordt h geen dier2 h blft altd en eeuwig mensch en in zoover ook altd en eeuwig ,gods beeld4 ,en dit nu wordt alleen in het creatianisme voldoende gehandhaafd4 ,omdat de mensch als een gansch eigensoortig wezen bestaat1 daarom ontstaat h ook op geheel bzondere wze4 ,h is aan engel en dier verwant en toch van beide wezenlk onderscheiden2 in zn sterven verschilt h van beide en daarom ook in zn oorsprong2 ,adams schepping is anders dan die der dieren en ook anders dan die der engelen4 ,het creatianisme handhaaft alleen voldoende de specifieke eigenaardigheid van den mensch2 het weert beide pantheisme en materialisme af en eerbiedigt de grenzen tusschen mensch en dier4 ,in de tweede plaats volgt uit de ,luthersche opvatting van het beeld ,gods1 dat de moreele eenheid van het menschelk geslacht terugtreden moet achter de physische afstamming4 ,door den val hebben de menschen in en met het gansche beeld ,gods ook alle geestelke en zedelke eenheid verloren4 ,de natuurlke religie1 moraal enz4 is van schier geen beteekenis4 ,alleen de physische afstamming houdt hen saam1 en deze is tevens de oorzaak van hunne zedelke verdorvenheid4 ,de zonde1 die den mensch van alle religie en zedelkheid en het gansche beeld ,gods heeft beroofd1 kan daarom ook niet op ethische wze maar alleen door physische afstamming aller deel worden4 ,z is wel geen substantie1 ofschoon ,luther e4 a41 vooral ,flacius1 tot zeer sterke uitdrukkingen kwamen1 maar z is toch in de eerste plaats eene smet1 een bederf1 dat heel den mensch heeft aangetast en juist al het religieuse en ethische in hem doodt4 ,maar ,roomsche en ,gereformeerde theologie zeiden daartegenover1 schoon ieder op hare wze1 dat de eenheid der menschheid niet alleen was van physischen maar ook van ethischen aard4 ,physische afstamming toch is niet genoeg2 dan zouden ook de diersoorten reeds eene eenheid vormen4 ,overeenkomst in zedelke deugden zonder meer is ook ongenoegzaam1 want dan vormden ook de engelen onderling en dezen met de menschen eene eenheid4 ,diersoorten zn wel physisch uit nen bloede1 maar z zn geen corpus morale2 en engelen zn wel een eenheid maar niet in den bloede verwant4 ,de eigensoortigheid van den mensch eischt dus1 dat de eenheid der menschheid beide physisch en ethisch z4 ,en omdat de erfzonde niet physisch is maar alleen ethisch1 daarom kan z ook alleen op de ethische1 foederale eenheid der menschheid gebouwd zn4 ,physische afstamming is tot hare verklaring niet voldoende en loopt gevaar1 om ze te materialiseeren4 ,het zoogenaamde realisme b4v4 van ,shedd bevredigt niet1 noch ter verklaring der zonde uit ,adam1 noch ter verklaring van de gerechtigheid uit ,christus4 ,er is nog eene andere eenheid onder de menschen van noode1 om ze saam te doen optreden als een corpus morale1 organisch verbonden en met elkander ook in ethisch opgericht solidair4 ,en dat is de foederale eenheid4 ,op de basis van de physische moet eene ethische eenheid worden opgetrokken4 ,adam als stamvader is niet genoeg1 h moet ook wezen verbondshoofd van het menschelk geslacht1 gelk ook ,christus1 schoon in physischen zin onze stamvader niet1 toch juist als ,verbondshoofd aan zne gemeente de gerechtigheid en zaligheid schenken kan4 ,en deze moreele eenheid van het menschelk geslacht is nu alleen b het creatianisme te handhaven4 ,z draagt immers een eigen karakter1 is zoowel van die onder dieren als van die der engelen onderscheiden1 en komt dus ook op eene eigene wze1 door physische afstamming en door eene scheppende daad ,gods1 beide in verbinding met elkander1 tot stand4 ,in de derde plaats eindelk bekommert zich de ,luthersche theologie krachtens hare opvatting van het beeld ,gods weinig om de bestemming van den mensch4 ,adam had alles wat h behoefde2 h moest slechts blven wat h was2 het onderscheid tusschen het posse non en non posse peccare is van weinig gewicht2 de perseverantia is geen hooger goed1 in ,christus aan de znen geschonken4 ,en zoo had ,adam voor zne nakomelingen niets hoogers te verwerven2 h had alleen over te leveren wat h had2 traducianisme is daartoe voldoende2 voor werkverbond en creatianisme is er geen plaats4 ,maar wederom gingen de ,roomsche en ,gereformeerde theologie van eene andere gedachte uit4 ,de bestemming des menschen ligt in de hemelsche zaligheid1 het eeuwige leven1 de aanschouwing ,gods4 ,maar deze kan h alleen bereiken in den weg der gehoorzaamheid4 ,er is geen verhouding tusschen deze gehoorzaamheid en dat leven4 ,hoe kan dan toch aan den mensch die hemelsche zaligheid als een loon op zne werken worden geschonken8 ,rome zegt3 doordat hem in het beeld ,gods eene bovennatuurlke genade wordt verleend1 die hem het eeuwige leven ex condigno kan doen verdienen4 ,de ,gereformeerde zegt3 doordat ,god met den mensch een verbond opricht en hem het eeuwige leven schenken wil1 niet naar de waardigheid zner werken maar naar zne eigene genadige beschikking4 ,beiden echter stemmen daarin overeen1 dat de bestemming des menschen ligt in het eeuwige leven1 dat deze alleen te bereiken is in den weg der zedelke gehoorzaamheid1 en dat ,god de beslissing in deze zaak voor het menschelk geslacht in de handen van ,adam heeft gelegd4 ,en daarom kwamen beiden ook tot het creatianisme4 ,daartoe was immers noodig1 n dat alle menschen in het verbondshoofd ,adam begrepen waren n dat z tegelk zelf personen1 individuen1 menschen bleven met zelfstandigheid en verantwoordelkheid4 ,physische afstamming alleen zou gemaakt hebben1 dat de zonde1 die w uit ,adam kregen1 een lot ware1 een natuurproces1 eene krankheid1 die buiten onzen wil en dus buiten onze schuld omgaat4 ,dat is echter de zonde niet4 ,en ook de gerechtigheid1 die ,christus1 de laatste ,adam1 ons schenkt1 draagt dat karakter niet4 ,beide onderstellen eene foederale verhouding der menschheid tot hare hoofden4 ,en zoo handhaaft nu het creatianisme1 dat ieder mensch een organisch lid is van het groot geheel1 en tegelk1 dat h in dat groot geheel eene eigene1 zelfstandige plaats inneemt4 ,het houdt vast de eenheid van heel het menschelk geslacht en tegelk de zelfstandige beteekenis van ieder individu4 ,menschen zn geen exemplaren1 geen nummers van een soort1 ze zn ook geen los naast elkaar staande individuen gelk de engelen4 ,ze zn beide te zamen1 deelen van het geheel en individuen1 levende steenen van het ,godsgebouw4 ,het creatianisme bewaart de organische1 beide physische en moreele1 eenheid der menschheid en tegelk eerbiedigt het het mysterie der persoonlkheid4 ,ieder mensch een lid van het lichaam der menschheid en tevens toch eene eigen gedachte ,gods1 met een eeuwige beteekenis en eene eeuwige bestemming6 ,elk mensch zelf een beeld ,gods en toch dat beeld eerst ten volle in de gansche menschheid ontplooid6 ,krachtens deze eenheid viel nu wel heel de menschheid in ,adam1 haar stamvader en hoofd2 maar deze val is toch geen lot1 geen natuurproces1 h berust integendeel op eene vrmachtige beschikking ,gods4 ,en deze beschikking1 hoe vrmachtig ook1 is toch zoo weinig willekeurig1 dat z veeleer den physischen samenhang der menschheid onderstelt1 hare ethische eenheid tot stand brengt en handhaaft en niet alleen de gestrengheid ,gods maar ook den rkdom zner genade op het luisterrkst openbaren en in het licht stellen kan4 ,want als ,adam valt1 staat ,christus gereed1 om zne plaats in te nemen4 ,het genadeverbond kan het werkverbond vervangen1 omdat beide rusten op dezelfde ordinantin4 ,indien w niet konden veroordeeld worden in ,adam1 w zouden niet kunnen vrgesproken worden in ,christus4 ,hoe dus de eerste mensch ook kieze1 de schepping zal hare bestemming niet missen4 ,de kosmogonie gaat in ,genesis terstond in geogonie en deze in anthropogonie over4 ,wereld1 aarde1 menschheid zn n organisch geheel4 ,ze staan1 ze vallen1 ze worden opgericht met elkaar4 ,de vestigia ,dei in de schepping en de imago ,dei in den mensch mogen verwoest en verminkt worden door de zonde van den eersten ,adam2 ze komen door den laatsten ,adam en door zne herscheppende genade tot des te luisterrker openbaring4 ,de status integritatis bereidt door den val heen of buiten den val om den status gloriae voor1 waarin ,god zne heerlkheid op zne schepselen leggen en in allen alles wezen zal4 99 99 99 99 99 ,correcties3 ,pag4 #cc3 mesnchen0 vervangen door menschen0 7,alle menschen roepen in weerwil van74 ,pag4 #dd3 ,au0 vervangen door ,an0 7,john ,caird1 ,an introduction to the philos4 of religion74 ,pag4 #fg3 schepter0 vervangen door scepter0 7zn zetel1 troon1 voetbank1 roede1 scepter1 wapens74 ,pag4 #ga3 accomodeeren0 vervangen door accommodeeren0 7dan moet ,h tot ons neerdalen1 zich accommodeeren74 ,pag4 #ga3 anthopomorphismen0 vervangen door anthropomorphismen0 7,wie daarom het recht der anthropomorphismen bestrdt74 ,pag4 #hb3 sum0 vervangen door zum0 7,anweisung zum seligen ,leben oder ,religionslehre74 ,pag4 #he3 menseh0 vervangen door mensch0 7,de verhouding van ,god en mensch vindt haar beeld74 ,pag4 #ic3 qnas0 vervangen door quas0 7quia haec animarum sunt1 quas illa lux perfundit74 ,pag4 #ie3 heiligbeid0 vervangen door heiligheid0 7,in ,god moge naar het wezen heiligheid en barmhartigheid hetzelfde zn74 ,pag4 #aje3 0 vervangen door 0 7afwisselend met 1 dat weer versterkt wordt7 ,pag4 #ajg3 0 vervangen door 0 7waar men 1 om te verbergen74 ,pag4 #ajg3 0 vervangen door 0 7de vier letters geschreven als 1 of ook volgens ,diodorus ,siculus74 ,pag4 #aaj3 oorsponkelk0 vervangen door oorspronkelk0 7de naam ,ihvh oorspronkelk1 naar zne afleiding74 ,pag4 #aaj3 onstond0 vervangen door ontstond0 7,door verkorting ontstond de vorm74 ,pag4 #aaf3 ,dent40 vervangen door ,deut40 7,ex4 #bc3ag1 ,deut4 #aj3ag1 ,jos4 #c3ac74 ,pag4 #ada3 #cei0 vervangen door #cfi0 7,hoornbeek1 ,socin4 conf4 ,i p4 #cfh-cfi74 ,pag4 #afj3 quotve0 vervangen door quot ue0 7quot nascantur culices1 quot ue moriantur74 ,pag4 #afc3 condionata0 vervangen door conditionata0 7,de kennis der futura conditionata gaat dus vooraf74 ,pag4 #afi3 ,cristus0 vervangen door ,christus0 7de dwaasheid des kruises1 #a ,cor4 #a3ah1 in ,christus74 ,pag4 #agg3 goed0 vervangen door goede0 7een goede vriend enz474 ,pag4 #aha3 0 vervangen door 0 7lankmoedigheid1 of 1 1 1 74 ,pag4 #ahc3 0 vervangen door 0 7,het ,hebr4 wordt niet weergegeven door 74 ,pag4 #ahe3 ,relionsgesch40 vervangen door ,religionsgesch40 7,smend1 ,altt4 ,religionsgesch4 #ccc f474 ,pag4 #ahg3 aldaar0 vervangen door altaar0 7den tabernakel en het altaar door zalving74 ,pag4 #bjd3 zich selbt0 vervangen door sich selbst0 7die das ewige ,eine empfindet1 sich selbst zu gebren74 ,pag4 #bah3 condionata0 vervangen door conditionata0 7en die in voluntas absoluta en conditionata74 ,pag4 #bbb3 0 vervangen door 0 7,jes4 #a3bd1 1 wiens naam is ,ihvh ,zebaoth74 ,pag4 #bbb3 0 vervangen door 0 7wiens naam is ,ihvh ,zebaoth1 ,jer4 #cb3ah1 ,job #i3d74 ,pag4 #bce3 waar-waardoor0 vervangen door waardoor0 7het gesproken woord1 waardoor ,h alle dingen schept74 ,pag4 #bej3 schepter0 vervangen door scepter0 7afschnsel van ,gods majesteit1 scepter zner majesteit74 ,pag4 #bfa3 voooreerst0 vervangen door vooreerst0 7,z beriepen zich vooreerst op eene reeks74 ,pag4 #bfb3 doordoor0 vervangen door daardoor0 7,h daardoor van ,god als den ongeborene74 ,pag4 #bfh3 ook ook0 vervangen door ook0 7om de waarheid eenigermate1 zij het ook gebrekkig1 weer te geven74 ,pag4 #bga3 alleng0 vervangen door allengs0 7,maar allengs werd in een anderen zin74 ,pag4 #bga3 ,aristoleles0 vervangen door ,aristoteles0 7wat ,aristoteles genoemd had74 ,pag4 #bge3 ontplooing0 vervangen door ontplooiing0 7in de menschheid tot haar volle ontplooiing74 ,pag4 #bhb3 vruchbaar0 vervangen door vruchtbaar0 7gedachte1 dat ,god vruchtbaar is74 ,pag4 #bhc3 de0 vervangen door des0 7,en daarom is ,h niet voortgebracht door den wil des ,vaders74 ,pag4 #cjg3 de0 vervangen door der0 7voor de leer der drieenheid74 ,pag4 #cbb3 nitgegeven0 vervangen door uitgegeven0 7en door den ,jesuit ,sirmond in #afdc werd uitgegeven74 ,pag4 #cbf3 praedestinatia0 vervangen door praedestinatio0 7dat de geheele praedestinatio genade is74 ,pag4 #cda3 ,salmur0 vervangen door ,saumur0 7,synt4 thesium in acad4 ,saumur74 ,pag4 #cfb3 iufralapsarische0 vervangen door infralapsarische0 7toch weer tot de infralapsarische orde voortschrden74 ,pag4 #cgf3 natnur0 vervangen door natuur0 7,ze strden met zn natuur74 ,pag4 #chc3 menigmanl0 vervangen door menigmaal0 7de ,schrift spreekt toch menigmaal ook74 ,pag4 #chc3 ,christns0 vervangen door ,christus0 7gaat de verkiezing van ,christus logisch aan de onze74 ,pag4 #chd3 ,ezeeh0 vervangen door ,ezech0 7,jer4 #bi3ad1 #ea3de1 ,ezech4 #aa3ag1 ,hos4 #aa3a74 ,pag4 #chh3 materalistisch0 vervangen door materialistisch0 7zoekt f materialistisch den oorsprong der dingen74 ,pag4 #dac3 volumtate0 vervangen door voluntate0 7sempiterna et immutabili voluntate res quas condidit74 ,pag4 #dae3 antonoom0 vervangen door autonoom0 7maakte den mensch autonoom en onafhankelk van ,god74 ,pag4 #dah3 creatunr0 vervangen door creatuur0 7de eindbestemming van alle creatuur74 ,pag4 #dbc3 natunr0 vervangen door natuur0 7voor liefde en bewondering van de natuur74 ,pag4 #dbi3 0 vervangen door 0 7,het hebr4 beteekent eenvoudig bode1 gezant7 ,pag4 #ddc3 bleeds0 vervangen door bloeds0 7geen gemeenschap des bloeds74 ,pag4 #dej3 spitsvoudige0 vervangen door spitsvondige0 7tot allerlei spitsvondige vragen74 ,pag4 #dec3 0 vervangen door 0 7,evenzoo wordt het hebr4 door beide grieksche woorden74 ,pag4 #deh3 0 vervangen door 7,wel wordt de aarde ons nu beschreven als 74 ,pag4 #deh3 0 vervangen door 0 7daardoor verklaard1 dat h een was74 ,pag4 #dfj3 0 vervangen door 0 7dit woord bewst1 dat b niet aan den wind74 ,pag4 #dgi3 toegeven0 vervangen door toegegeven0 7,volmondig z toegegeven1 dat de opvatting74 ,pag4 #dhh3 persoonsmannen0 vervangen door persoonsnamen0 7en persoonsnamen als volksnamen zn bedoeld74 ,pag4 #dhh3 zie0 vervangen door ziet0 7,daarom ziet ze af van elke poging74 ,pag4 #dia3 ,peutateuchs0 vervangen door ,pentateuchs0 7,authentie des ,pentateuchs ,i #cjf74 ,pag4 #did3 #a,s#fj0 vervangen door #ahfj0 7,powell1 ,evidences of ,christianity #ahfj74 ,pag4 #die3 phvsiologisch0 vervangen door physiologisch0 7loopen morphologisch en physiologisch veel te sterk uiteen74 ,pag4 #dif3 onhouden0 vervangen door onthouden0 7van een oordeel zich te onthouden74 ,pag4 #ejd3 0 vervangen door 0 7waarin de hof of tuin1 1 ,,lxx 1 volgens ,spiegel74 ,pag4 #ejf3 ,armonie0 vervangen door ,armenie0 7veel noordelker1 nl4 hoog in ,armenie74 ,pag4 #ejh3 0 vervangen door 0 7dat ,god den mensch schiep 1 en 74 ,pag4 #eaf3 ze0 vervangen door zu0 7ohne bernatrliche ,hlfe zu leben vermochte74 ,pag4 #ebj3 natu-turalibus0 vervangen door naturalibus0 7de mensch in puris naturalibus74 ,pag4 #ebb3 verkgen0 vervangen door verkrgen0 7alleen te verkrgen in ethischen zin74 ,pag4 #efb3 ge-geschapen0 vervangen door geschapen0 7uit nen bloede geschapen74 ,pag4 #egj3 creatisme0 vervangen door creatianisme0 7voor werkverbond en creatianisme is er geen plaats74 ,uitdrukkingen als afteleiden01 toetelichten0 enz4 zn stilzwgend gewzigd in af te leiden01 toe te lichten0 enz4