,,voorstel ,,tot ,,uitbreiding ,,der ,,tegenwoordig ,,in ,,de ,,scheikunde ,,gebruikte ,,structuur-,,formules ,,in ,,de ,,ruimte2 ,,benevens ,,een ,,daarme ,,samenhangende ,,opmerking ,,omtrent ,,het ,,verband ,,tusschen ,,optisch ,,actief ,,vermogen ,,en ,,chemische ,,constitutie ,,van ,,organische ,,verbindingen4 ,illustratie ,,utrecht4--,j4 ,,greven4--#ahgd4 ,als voorloopige medeeling zij mij vergund eenige gedachten te vermelden1 waarvan de uiting tot bespreking leiden kan2 mij die ten nutte te maken1 en zoo aan de eersten meer bepaaldheid en uitbreiding te geven is mijn doel4 ,daar het uitgangspunt voor de volgende beschouwingen gevonden is in de ,chemie der ,koolstofverbindingen1 deel ik voorloopig slechts het daarop betrekking hebbende gedeelte me3 ,meer en meer blijkt1 dat de tegenwoordige constitutie-formules niet in staat zijn enkele isomerie gevallen te verklaren2 wellicht is dit te wijten aan het ontbreken eener meer bepaalde uitspraak omtrent de werkelijke ligging der atomen4 ,neemt men aan1 dat deze in een plat vlak zijn uitgebreid1 zooals b4v4 in ,isobutylalcohol 7fig4 ,i71 waar men de vier affiniteiten van elk koolstof-atoom door vier loodrecht op elkar in het plat vlak gelegen richtingen voorstelt1 zoo komt men bij toepassing op de derivaten van ,,methan 7,,ch7 7om van het eenvoudigste geval uit te gaan71 tot het volgend aantal isomeren 7de verschillende waterstof-atomen worden achtereenvolgens door univalente groepen ,r ,r1 enz4 vervangen73 ,een voor ,,ch ,r en voor ,,ch 7,r71 ,twee voor ,,ch 7,r71 7fig4 ,,ii en ,,iii71 voor ,,ch 7,r ,r7 en voor ,,ch 7,r7 ,r1 ,drie voor ,,ch 7,r ,r ,r7 en voor ,c 7,r ,r ,r ,r7 7fig4 ,,iv1 ,v en ,,vi72 welk aantal blijkbaar veel grooter is dan het tot nu toe bekende4 ,een tweede aanname brengt de theorie met de feiten in overeenstemming1 n4l4 die1 de affiniteiten van het koolstof-atoom naar de hoekpunten eens tetraders gericht te denken1 waarvan dat atoom zelf het middelpunt is4 ,het aantal isomeren vervalt dan eenvoudig tot3 ,een voor ,,ch ,r1 ,,ch 7,r71 ,,ch 7,r ,r71 ,,ch 7,r71 en ,,ch 7,r7 7,r72 doch twee voor ,,ch 7,r ,r ,r71 of algemeener voor ,c 7,r ,r ,r ,r72 want1 denkt men zich in de lijn ,r ,r 7fig4 ,,vii en ,,viii71 het hoofd in ,r1 ziende naar de lijn ,r ,r1 dan kan ,r rechts 7fig4 ,,vii7 of links 7fig4 ,,viii7 van den waarnemer zijn2 met andere woorden3 ,voor het geval de vier affiniteiten van een koolstof-atoom zijn verzadigd door vier onderling verschillende univalente groepen kunnen twee1 en niet meer dan twee verschillende tetraders worden verkregen1 die elkars spiegelbeelden zijn1 doch nooit zoo gedacht kunnen worden1 dat ze elkar bedekken1 d4i4 men heeft te doen met twee isomere structuurformules in de ruimte4 ,volgens deze hypothese verkeeren de verbindingen ,c 7,r ,r ,r ,r7 in een ander geval dan ,c 7,r7 ,r ,r1 ,c 7,r7 ,r of ,c 7,r7 welk onderscheid door de gebruikte voorstelling niet wordt uitgedrukt2 dr toch was tusschen ,c 7,r ,r ,r ,r7 en ,c 7,r7 ,r ,r even groot verschil als tusschen ,c 7,r7 ,r ,r en ,c 7,r7 ,r of tusschen ,c 7,r7 ,r en ,c 7,r74 ,dit eerste resultaat der hypothese toetsend aan de feiten1 meen ik er werkelijk in geslaagd te zijn te bewijzen1 dat verbindingen1 die zulk een koolstof-atoom bezitten 7n4l4 een gebonden aan vier onderling verschillende univalente groepen1 in 't vervolg asymmetrisch genoemd7 ten opzichte van isomerie en andere eigenschappen afwijken1 afwijkingen1 die niet in de tot nu toe aangenomen constitutie-formules opgesloten liggen4 ,,eerste ,,gedeelte4 ,i4 ,verband tusschen de asymmetrische koolstof en het optisch actief vermogen4 a4 ,elke in oplossing draaiend op het polarisatie-vlak werkende koolstof-verbinding bezit een asymmetrisch koolstof-atoom4 ,het is slechts noodig het volgend lijstje van optisch actieve verbindingen na te gaan2 in wier formules door ,c de asymmetrische koolstoffen aangegeven zijn1 om zich van de juistheid dezer opmerking te overtuigen4 ,ethylidenmelkzuur3 ,,ch4 ,c4 ,h4 ,,oh4 ,,cooh4 ,asparaginezuur3 ,,cooh4 ,c4 ,h4 ,,nh7,,ch4 ,,cooh74 ,asparagine3 ,,cooh4 ,c4 ,h4 ,,nh4 7,,ch4 ,,conh74 ,appelzuur3 ,,cooh4 ,c4 ,,oh4 ,h4 7,,ch4 ,,cooh74 ,glutarzuur3 ,,ch4 ,,oh4 ,c4 ,h4 ,,cooh4 7,,ch4 ,,cooh74 ,wijnsteenzuur3 ,,cooh4 ,c4 ,h4 ,,oh4 ,c4 ,h4 ,,oh4 ,,cooh4 ,dextrose1 ,levulose1 ,gallactose1 ,maltose1 ,sorbin1 ,eucalin1 enz43 ,,ch4 ,,oh4 ,c4 ,h4 ,,oh4 7,c ,h ,o74 ,mannit1 ,quercit1 ,pinit3 7,c ,h ,o7 ,c4 ,h ,,oh4 ,,ch ,,oh4 ,rietsuiker1 ,melksuiker1 ,melisitose1 ,melitose1 ,parasacharose en ,trehalose2 ,zetmeel1 ,inuline1 ,glycogen1 ,dextrine en ,arabine bevatten1 als saamgestelde ethers van de boven gemelde verbindingen1 ook de asymmetrische koolstof-atomen die daarin aanwezig zijn4 ,camfer1 volgens ,,kekul 7fig4 ,,xii47 ,borneol1 volgens denzelfden 7fig4 ,,xiii47 ,camferzuur1 volgens denzelfden1 ,,co ,h4 ,c4 ,h 7,c ,h ,o47 ,terpentijnolie1 waarschijnlijk geconstitueerd1 zooals in fig4 ,,xiv2 en ,menthol1 wellicht zooals in fig4 ,,xv is voorgesteld4 ,omtrent actieve alkaloiden1 eiwitstoffen1 enz4 is nog te weinig van de constitutie bekend1 om daaruit iets ten opzichte van verband tusschen structuur en actief vermogen te kunnen besluiten4 99 99 99 99 99 ,de eenige bepaalde uitzondering1 die ik op dezen regel heb kunnen vinden1 is de actieve propylalcohol van ,,chancell1 doch1 volgens een partikuliere medeeling van ,,henninger1 is het betrekkelijk klein roteerend vermogen er van aan verontreiniging toe te schrijven4 b4 ,afgeleiden van optisch actieve verbindingen verliezen het draaiend vermogen1 als de asymmetrie van alle koolstof-atomen vervalt2 in 't omgekeerde geval veelal niet4 ,enkele voorbeelden zijn hier voldoende3 ,inactief ,malon-1 ,fumar-1 en ,malenzuur uit actief ,appelzuur2 ,inactief ,barnsteen- en ,tartronzuur uit actief ,wijnsteenzuur2 ,inactief ,cymol uit actieve ,camfer1 enz4 ,daartegenover staan3 ,actief ,appelzuur uit actief ,wijnsteenzuur2 ,actief ,wijnsteenzuur uit actieve ,lactose2 ,actieve ,glucosen uit actieve ,glucosiden2 ,actief ,nitromannit uit actief ,mannit2 ,actief ,camferzuur en ,borneol uit actieve ,camfer2 ,actieve zouten en ethers uit actieve zuren1 enz4 c4 ,maakt men omgekeerd een lijstje van verbindingen1 die een asymmetrisch koolstof-atoom bevatten1 zoo is dadelijk te zien1 dat in vrij veel gevallen het omgekeerde van 7a7 niet doorgaat1 d4 i4 niet elke verbinding met een zoodanig atoom schijnt op het gepolariseerde licht te werken2 aan drie oorzaken kan dit worden toegeschreven3 #a4 ,daaraan1 dat die verbindingen bestaan uit een inactief mengsel van twee gelijk maar tegengesteld optisch actieve isomeren1 welke1 door groote overeenkomst in hunne overige eigenschappen1 moeielijk te scheiden1 en tot nu toe niet gescheiden zijn4 #b4 ,aan het in 't algemeen onvoldoend onderzoek van het rotatie-vermogen1 hetzij wegens geringe oplosbaarheid1 of wegens gering spec4 draaiend vermogen van vele verbindingen1 zooals b4v4 met mannit het geval is4 #c4 ,daaraan1 dat de voorwaarde asymmetrische koolstof0 voor optische activiteit onvoldoende is1 en niet alleen het onderling verschillen der aan een koolstof-atoom hangende groepen1 maar ook hun aard op zich zelf voorwaarde is4 ,wat ook van dat alles zij1 toch leggen de opgemerkte feiten een' waarschijnlijkheidsband tusschen constitutie en actief vermogen1 welke men1 bij gebrek aan krachtiger argumenten1 in de volgende gevallen bezigen kan3 #a4 ,een verbinding1 die het gepolariseerde licht draait1 bevat waarschijnlijk ook een asymmetrisch koolstof-atoom2 hetgeen een middel geeft1 bij eene voorloopig niet bepaalde constitutie aan zekere formule den voorkeur te geven1 waardoor men o4 a4 een keus heeft bij de poging tot synthese4 ,voorbeeld4 ,draaiend amylal alcohol kan1 met asymmetrische koolstof slechts ,,ch ,,ch4 ,,ch4 ,,oh ,c ,h tot formule hebben2 welke gedachte ook1 doch op geheel anderen grond1 door ,,erlenmeijer is uitgesproken4 #b4 ,eene verbinding1 welke tot nu geen physisch isomere heeft1 die op gepolariseerd licht werkt1 bevat met eenige mate van waarschijnlijkheid1 geen asymmetrisch koolstof-atoom2 ook dit kan op dezelfde wijze van dienst zijn1 zoo b4v4 kan ,citroenzuur1 in aanmerking nemende de vorming van ,aconitzuur en ,tricarballylzuur1 slechts ,c4 ,h4 ,,oh4 ,,cooh ,,ch4 ,,cooh ,,ch4 ,,cooh of ,c4 ,,oh4 ,,cooh ,,ch4 ,,cooh ,,ch4 ,,cooh tot constitutie hebben2 het inactief zijn geeft aan de tweede formule eenigen voorkeur2 de eerste toch bevat een asymmetrisch koolstof-atoom1 waarom ik hoop genoemd zuur volgens ,,frankland en ,,duppa's methode uit ,oxalzure- en ,jodazijnzure ether met behulp van ,zink te verkrijgen4 #c4 ,eindelijk kan men met eenige mate van waarschijnlijkheid het grensgebied der draaiende verbindingen1 d4 i4 de meest eenvoudige met actief vermogen aangeven3 ,de eenvoudigste actieve eenatomige alcohol zal b4v4 zijn3 ,,ch4 ,,ch4 ,,oh4 ,,ch4 ,,ch ,het eenvoudigste actieve eenatomige zuur3 ,,ch4 ,,ch4 ,,cooh4 ,,ch4 ,,ch ,de eenvoudigste actieve tweeatomige alcohol3 ,,ch4 ,,ch4 ,,oh4 ,,ch4 ,,oh ,de eenvoudigste actieve verzadigde koolwaterstof3 ,,ch ,,ch4 ,c4 ,h ,c ,h ,de eenvoudigste actieve aromatische koolwaterstof3 ,,ch ,,ch4 ,c ,h1 enz4 ,c ,h tevens is het waarschijnlijk1 dat enkele reeksen van actief vermogen zullen blijven uitgesloten1 zoo b4v43 ,de normale koolwaterstoffen ,,ch 7,,ch7 ,,ch ,de normale alcoholen ,,ch 7,,ch7 ,,ch ,,oh ,de normale zuren ,,ch 7,,ch7 ,,cooh1 enz4 merkwaardiger is het echter1 dat1 volgens de gemaakte opmerking1 ,c ,h ,br ,cl ,i waarschijnlijk in twee isomeren zal kunnen gesplitst worden1 die op het gepolariseerde licht werken4 ,,ii4 ,verband tusschen de asymmetrische koolstof en het aantal isomeren4 ,zoo wellicht niet de asymmetrische koolstof elke verbinding1 waarin ze voorkomt1 optisch actief maakt1 toch moet ze1 volgens de grondhypothese1 een isomerie veroorzaken1 die zich op de eene of andere wijze uit1 een isomerie die het door de tegenwoordige structuur-formules vooruitgeziene aantal1 bij aanwezigheid van n asymmetrische koolstof1 verdubbelt1 en het bij toeneming vermeerdert bij aanwezigheid van meerderen4 ,werkelijk meen ik1 dat er op verbindingen gewezen kan worden1 die deze schijnbare anomalie vertoonen1 welke ,,wislicenus met den naam van geometrische isomerie bestempelde1 wijzende op het onvoldoende der tegenwoordige voorstellingen1 zonder evenwel eene zich beter aansluitende hypothese op te werpen4 ,daaronder meen ik te mogen noemen3 ,de ,ethylidenmelkzuren1 welke n asymmetrisch koolstof-atoom hebben2 ,de ,wijnsteenzuren1 ,dibroom- en ,isodibroom barnsteenzuur1 ,citra- ,ita- en ,mesabrompyrowijnzuur1 ,citra- ,ita- en ,mesa-malzuur1 ,mannit en isomeren1 ,dextrose en isomeren1 wellicht ook ,terpentijnolie1 suikers1 enz4 met hunne isomeren1 in allen waarvan meerdere asymmetrische koolstof-atomen tot de verhooging van het aantal isomeren samenwerken4 ,,tweede ,,gedeelte4 ,tot hiertoe is alleen de invloed na-gegaan der gestelde hypothese op verbindingen1 waar de koolstof-atomen door n affiniteit aan elkaar gebonden zijn 7daargelaten enkele aromatische lichamen72 uit den aard der zaak sluit dus hier zich aan3 ,invloed der nieuwe voorstellingswijze op verbindingen met dubbelgebonden koolstof-atomen4 ,de voorstelling eener dubbelbinding wordt twee met een ribbe tegen elkar liggende tetraders 7fig4 ,,ix71 waarin ,a en ,b de bindingen der twee koolstof-atomen1 ,r1 ,r1 ,r en ,r de univalente groepen voorstellen1 waardoor de overblijvende vrije affiniteiten der koolstof-atomen zijn verzadigd4 ,zijn ,r1 ,r1 ,r en ,r dezelfde groepen1 dan is slechts n figuur denkbaar1 eveneens als alleen ,r1 en ,r of ,r1 en ,r dezelfde zijn2 zoo echter tegelijk ,r en ,r1 benevens ,r en ,r verschillen1 waarbij toch ,r en ,r1 ,r en ,r gelijk kunnen zijn1 dan worden twee figuren denkbaar1 voorgesteld in fig4 ,,ix en ,x1 wier verschil veroorzaakt wordt door de relatieve ligging der groepen ,r en ,r ten opzichte van ,r en ,r2 het verschillen dezer figuren1 welke zich tot het aantal twee bepalen1 voorspelt een geval van isomerie1 hetwelk in de vroegere voorstellingswijze niet ligt opgesloten4 ,terugkeerend tot de feiten meen ik hiervan bij organische verbindingen gevallen te hebben aangetroffen3 #a4 ,malen- en ,furmarzuur1 ten opzichte waarvan alle verklaringen der isomerie schipbreuk hebben geleden 7ik reken ook daartoe de aanname eener bivalente koolstof1 daar deze alleen bij ,kooloxyd en ,carbylaminen1 om bepaalde redenen1 zonder verdubbeling van het molekuul1 bestaan kan72 werkelijk verkeeren deze zuren in het hier-boven beschreven geval3 ,twee dubbel gebonden koolstof-atomen dragen elk twee onderling verschillende univalente groepen1 ,h en ,,cooh4 #b4 ,brom- en ,isobrommalenzuur2 de verklaring dezer isomerie is geheel dezelfde3 men heeft slechts een ,h in het ,fumar- en ,malenzuur door een ,br4 te vervangen4 #c4 ,citra-1 ,ita- en ,mesaconzuur4 ,bij aanname van ,,ch4 ,,ch4 ,,cooh4 ,,ch4 ,,cooh voor pyrowijnsteenzuur blijven voor genoemde zuren slechts de formulen3 ,,ch,c4 ,,cooh4 ,,ch4 ,,cooh en ,,ch4 ,c4 ,,cooh,,ch4 ,,cooh over2 en1 zoo niet de laatste1 volgens mijn voorstelling1 twee isomeren 7waarschijnlijk ,ita- en ,citraconzuur7 in zich sloot1 zou geen ongedwongen verklaring te geven zijn4 #d4 ,vast en vloeibaar ,crotonzuur4 ,de constitutie van het vast crotonzuur is1 volgens ,,kekul1 ontwijfelbaar3 ,,ch4 ,,ch4,,ch4 ,,cooh voor het vloeibaar crotonzuur blijft dus1 7alzoo werd er geredeneerd7 niet anders dan3 ,,ch,,ch4 ,,ch4 ,,cooh over1 ten einde het niet identiek zijn te verklaren4 ,neemt men echter de volgende feiten1 betrekking hebbende op dit zuur1 in aanmerking3 a4 ,met ,k ,o ,h gesmolten geeft het1 volgens ,m4 ,,hemilian1 uitsluitend azijnzuur1 b4 ,oxydatie-middelen zetten het1 volgens denzelfden1 in azijnzuur1 oxalzuur1 en1 indirekt uit ozalzuur1 koolzuur om1 c4 ,bij #agj-ahj gaat het1 eveneens volgens ,,hemilian1 in vast ,crotonzuur over2 zoo pleit niets vr de formule ,,ch,,ch4 ,,ch4 ,,cooh1 en alles voor een isomeer ,,ch4 ,,ch,,ch4 ,,cooh1 geheel analoog aan het ,fumar- en ,malenzuur2 werkelijk voldoet ook de formule ,,ch ,,ch,,ch4 ,,cooh1 aan de eischen1 door mijn hypothese voor de mogelijkheid van twee isomeren gesteld3 twee dubbel gebonden koolstof-atomen1 wier vrije affiniteiten elk door twee verschillende univalente groepen1 in dit geval ,h en ,,ch1 ,h en ,,cooh verzadigd zijn4 #e4 ,,geuther's ,chloorcrotonzuur en ,chloorisocrotonzuur1 waarvan tot nu toe de isomerie werd uitgedrukt door3 ,,ch,,ch4 ,cl4 ,,ch4 ,,cooh en ,,ch4 ,c,cl,,ch4 ,,cooh geven volgens ,,froelich met ,waterstof in statu nascenti de onder 7#d7 behandelde zuren1 waardoor beider constitutie ,,ch4 ,,ch4 ,c,cl4,,ch4 ,,cooh wordt1 en dus hun isomerie-geval mijn hypothese sterkt4 ,,derde ,,gedeelte4 ,ter behandeling blijven nu nog de drievoudig gebonden koolstof-atomen1 zooals b4v4 die in ,acetyleen2 de binding wordt hier voorgesteld door twee met drie hoekpunten1 dus met een grondvlak in elkar liggende tetraders 7fig4 ,,xi73 ,a ,c ,b is de drievoudige binding1 ,r en ,r zijn de univalente groepen1 waardoor de twee overblijvende koolstof-affiniteiten verzadigd worden2 de nieuwe hypothese geeft hier geen aanleiding tot afwijking van de tegenwoordig gevolgde beschouwingen4 99 99 99 99 99 ,tot besluit meen ik te mogen opmerken1 dat #a4 ,de nieuwe hypothese niets onverklaard laat1 wat door de tegenwoordige opvatting duidelijk is4 #b4 ,enkele eigenschappen en isomerin1 door de gevolgde voorstelling niet opgehelderd1 krijgen door deze beschouwingen eenig licht4 #c4 ,eindelijk sluit zich mijne opmerking omtrent in oplossing actieve verbindingen1 d4 i4 actieve molekulen1 aan ,,rammelsberg's beschouwingen omtrent actieve kristallen aan2 deze toch beweert1 voortbouwende op ,,herschell's en ,,pasteur's waarnemingen1 dat de eigenschap in vasten toestand op het polarisatie-vlak te werken 7d4 i4 dus zoowel het actief zijn van kristallen uit inactieve molekulen1 als het inactief zijn van kristallen uit actieve molekulen7 samengaat met het optreden van twee niet volkomen overeenstemmende kristalvormen1 die evenwel elkars spiegelbeelden zijn4 ,duidelijk is het1 dat men hier te doen heeft met een rangschikking van molekulen in het actieve kristal1 geheel analoog aan de asymmetrische rangschikking der atoomgroepen in het actieve molekuul volgens mijn hypothese2 eene rangschikking1 die veroorzaakt1 dat1 zoowel de door ,,rammelsberg opgesomde actieve kristallen1 als de in fig4 ,,vii en ,,viii algemeen voorgestelde actieve molekulen1 geen vlak van symmetrie bezitten4 ,utrecht1 #e ,sept4 '#gd4 ,j4 ,h4 ,,van ',t ,,hoff4 ,illustratie ,illustratie ,,stoomdruk1 ,p4 ,w4 ,,van ,,de ,,weijer4--,,utrecht4 ,colofon ,duidelijke zetfouten in de originele tekst zijn verbeterd4 ,sectie kopjes zijn uitgesplitst om meer structuur te creren4