,,internationale ,,bibliotheek4 ,,henri ,,lichtenberger ,hoogl4 aan de ,universiteit te ,nancy4 ,,nietzsche',s ,,philosophie4 ,,vertaling ,,van ,mevr4 ,m4 ,,fran,,ois-,,merkus4 ,,met ,,voorwoord ,,van ,prof4 ,jhr4 ,b4 ,h4 ,c4 ,k4 ,,van ,,der ,,wijck4 ,das schnellste ,thier1 das euch trgt zur ,vollkommenheit1 ist ,leiden4 7,meister ,eckhard47 ,,amsterdam--,s4 ,l4 ,,van ,,looy4 #aijc4 ,dr4 ,mbius spreekt in zijn geschrift over ,nietzsche van diens vreemd ooglijden en dementia paralytica op een toon1 die doet vermoeden1 dat volgens den genoemden arts ,nietzsche misschien niet ten allen tijde het etherisch1 zuiver geestelijk wezen is geweest als hoedanig hij door zijne zuster en ook door ,prof4 ,lichtenberger op de elfde bladzijde van het hier bijgaande boek wordt afgeschilderd4 ,ook valt het te betwijfelen of een man zonder andere blakende passie dan die voor waarheid1 zulke vlammende woorden en onvergelijkelijk schoone beelden voor zijne gedachten zou hebben gevonden als waarover ,nietzsche steeds heeft beschikt4 ,neen1 waarschijnlijk wist ,nietzsche bij eigen ervaring wat disharmonie der instinkten beteekent en hoe zij1 zooals hij het zelf zegt1 een ijzeren druk1 besnijding van sommige onder hen noodig maakt4 ,in alle andere opzichten is ,lichtenberger1 naar ik meen1 er in geslaagd zich van overdrijving vrij te houden4 ,dit is voorwaar geen geringe lofspraak4 ,om er zich van te overtuigen1 hoore men hoe er op #be ,aug4 #aijj bij het rouwfeest ter eere van ,nietzsche door uitnemende mannen gesproken werd4 ,zijn leven1 zei ,dr4 ,ernst ,horneffer1 werd de groote school van onafhankelijkheid voor alle tijden4 ,men vraagt verbaasd3 hoe8 ,hij brak iederen brug achter zich af1 d4w4z4 scheurde zich eerst van ,schopenhauer1 toen van ,wagner los en werd zoo een figuur als men heden elders niet te aanschouwen krijgt3 een kluizenaar naar den geest4 ,de trotsche koning in het rijk van het onzinnelijke is niet dood2 bij hem vergeleken zijn wij1 die om zijn lijkbaar staan1 schimmen2 ik zie hem hoog oprijzen uit zijn graf2 aan zijne voeten werpt zich de wereld4 ,een ander redenaar1 ,prof4 ,dr4 ,curt ,breysig zeide3 ,nietzsche heeft een nieuw proza geschapen voor onzen nieuwen tijd1 die aan de marmeren plastiek van ,goethe niet meer genoeg heeft444444 ,hij is de ziener1 die aan de door ,comte gestichte wetenschap der maatschappij nieuwe gedachten van wijde strekking heeft toegevoerd4 ,ook waar hij dwaalt in de dtails1 zoodat wij hem moeten bestrijden1 staat hij toch boven ons1 en trekt ons omhoog444444 ,hij is de wegwijzer naar een nieuwe toekomst voor ons geslacht4 ,slechts ,buddha1 ,zarathustra en ,jezus hebben even groote dingen gewild en bereikt voor geheele groepen van volken en voor aeonen4 ,zijn ideaal is niet het slappe geluk1 dat door toewijding en aaneensluiting der menschen in staat en maatschappij verkregen wordt1 maar juist het tegendeel van wat door ,christus werd gewild4 ,enkele goddelijke menschen1 die geheel op eigen voeten staan en om hun heerlijke onafhankelijkheid van alles1 ook van den zinnenlust1 waard zijn vergood te worden en de vereering te ontvangen1 welke tot dusver aan den almachtigen ,christengod werd bewezen3 ziedaar het doel van het bestaan van ons geslacht1 de reden waarom wij tot het leven ,,ja moeten zeggen en ons verblijden over de eeuwige wederkomst op aarde4 ,het is verkwikkend1 na zulke buitensporigheden te hebben aangehoord1 met het kalme1 bezonnen boek van ,prof4 ,lichtenberger kennis te maken4 ,lichtenberger werft geen adepten voor ,nietzsche2 door zijne onpartijdige beschouwingen bevrijdt hij eer hen1 die reeds gevangen zijn4 ,uit de keuze van het motto voor zijn boek blijkt terstond1 dat ,lichtenberger er in geslaagd is de parel van blijvende waarde uit de geschriften van ,nietzsche op te visschen4 ,dat motto1 aan ,meister ,eckhard ontleend1 luidt aldus3 ,das schnellste ,thier1 das euch trgt zur ,vollkommenheit1 ist ,leiden4 ,welnu1 dezelfde gedachte keert telkens bij ,nietzsche terug4 ,hij is er van overtuigd1 dat de mensch zonder tegenspoed en ellende zijn hooge bestemming niet bereiken kan4 ,het leven is een leelijk geschenk1 waarvan de verstandige mensch liefst verschoond zou blijven1 want er valt niet van te genieten4 ,zoo klaagt de genotzuchtige ,schopenhauer4 ,alsof er geen hooger maatstaf dan lust denkbaar ware6 ,nietzsche verdedigt het leven en ook het lijden1 dat het leven met zich brengt4 ,weet gij niet1 roept hij uit1 dat enkel de tucht van het leed1 van het groote leed1 de menschen tot dusver omhoog heeft gebeurd8 ,het bepaalt bijna den rang van een mensch1 hoe diep hij lijden kan4 ,als een fiere held droeg ,nietzsche zijn eigen langdurig en dikwijls zwaar lijden1 omdat hij waardeerde wat in het leven groot en machtig1 wat verheffend is4 ,hij had van den mensch een hoogen dunk en wilde dat het leven zich in de hoogte zou bouwen1 van trap tot trap stijgen tot het heerlijk bestaan van den bovenmensch4 ,hij stelde zich voor1 dat de vuile en harde slavenarbeid van duizenden steeds onontbeerlijk zou zijn en dat er niet licht een tijd zou komen1 waarin allen alle vruchten der beschaving zouden plukken1 maar troostte zich dan met de gedachte1 dat een volk de omweg is1 dien de natuur neemt om enkele koninklijke figuren voort te brengen4 ,de lectuur van ,nietzsche heeft1 vrees ik1 velen in de laatste jaren op een dwaalspoor gebracht4 ,kwajongens lezen bij hem van kuddedieren en wanen zich genien1 als ze dien term overnemen en met minachting op den nijveren burger neerzien4 ,ook wekt het grof misverstand als ,nietzsche zegt3 handel volgens uwe instinkten4 ,zeker1 zoo te handelen is het volle en gezonde leven1 maar enkel dn1 als de instinkten gezond zijn1 niet1 als zij een moeder verlokken om met haar minnaar huis en kroost te ontvluchten4 ,nietzsche's bewondering voor ,cesare ,borgia is zelfmisleiding3 schoonheid1 levensvreugde en kracht zonder een zweem van goedheid zijn voor iemand met een fijn besnaard gemoed eer een huiveringwekkend dan een aantrekkelijk schouwspel4 ,maar het is niet noodig ,nietzsche tegen te spreken1 daar hij op al deze punten zich zelf reeds heeft weerlegd en zijn geschriften naast het gif bijna overal het tegengif behelzen4 ,bij nauwkeurige vergelijking blijkt het1 dat de immoralist1 zooals ,nietzsche dat wil zijn1 op de keper beschouwd een man van den plicht is4 ,uit medelijden1 om de ,gesammtentartung te voorkomen1 verwerpt hij de thans geijkte soort van medelijden4 ,van ,nietzsche's ,uebermensch heeft ,hartmann gezegd1 dat hij niet ten dienste der menschheid werkt1 maar1 aan den beer van een menagerie gelijk1 er enkel is om te toonen hoe verbazend groot hij is4 ,mag ik vragen of ,hartmann ter wille der menschheid de philosofie beoefent1 dan wel om aan zijn eigen intellectueele behoefte te voldoen8 ,laat mij hier herhalen wat ik vroeger reeds in een geschrift over ,nietzsche zei3 ,de menschheid verstaat haar weldoeners verkeerd4 ,genie is opgegaarde kracht1 welke zich ontladen moet3 zij stroomt naar buiten1 omdat het haar natuur is zich in daden om te zetten1 niet omdat het zedelijke plicht is4 ,dat de gewrochten van het genie aan de menschheid ten goede komen1 is een buitenkans1 waarover men zich verheugen mag1 maar die niet door een ,shakespeare of ,rafael bedoeld wordt1 als zij hunne heerlijke kunstgewrochten tot stand brengen4 7,mannen van ,beteekenis4 #ahid ,afl4 #e74 ,nietzsche's ,uebermensch is de hoog begaafde1 de ongewone persoonlijkheid1 die niet door de massa getrokken wordt1 maar haar tot zich omhoog trekt4 ,zeker1 ,nietzsche's geschriften zijn gevaarlijk voor den onmondige naar den geest1 maar werken als een versterkend staalbad voor hem die weet te onderscheiden4 ,daarenboven kan men thans op ongevaarlijke wijze met ,nietzsche kennis maken1 door ,lichtenberger's boek daartoe in staat gesteld4 ,,van ,,der ,,wijck4 ,utrecht1 ,januari #aijc4 ,,hoofdstuk ,i4 ,,nietzsche',s ,,karakter4 ,i4 ,men zou zich1 dunkt mij1 een zeer verkeerd oordeel vormen over ,nietzsche1 wanneer men zijne werken uitsluitend beschouwde als de beschrijving van een wijsgeerig stelsel4 ,even verkeerd zou het zijn als men zou willen trachten zelf een bepaald stelsel op te bouwen1 geleid door de gedachten door hem in de acht deelen van zijne volledige werken neergelegd4 ,toch is het misschien noodig en zeker gewenscht te trachten de verschillende denkbeelden in een systeem te rangschikken1 wil men ,nietzsche juist leeren beoordeelen als denker en zich niet alleen tevreden stellen met hem oppervlakkig te bewonderen als een talentvol schrijver1 een overtuigend moralist of als den schepper van schitterende losse gedachten of vernuftige aphorismen4 ,maar alvorens de leer van ,nietzsche te bestudeeren1 dient men doordrongen te zijn van de gedachte1 dat die leer volgens ,nietzsche's eigen bekentenis1 niet is een geheel van abstracte waarheden1 die bestemd zijn voor het algemeen begrip1 maar bovenal het levend beeld van een persoonlijk karakter1 een zeer bijzonder temperament2 dat het in waarheid is de oprechte en hartstochtelijke bekentenis van eene zeldzaam fijn besnaarde ziel4 ,nietzsche's philosophie is1 om te beginnen1 streng individualistisch3 ,wat zegt u uw geweten8 vraagt hij3 gij moet worden die gij zijt4 #a ,de mensch moet dus bovenal zichzelf kennen1 zijn lichaam1 zijne neigingen1 zijne vermogens2 dan moet hij zijn levensregel vormen naar zijne persoonlijkheid1 zijne eerzucht bepalen naarmate zijner erfelijke of verworven geschiktheid en zooveel mogelijk voordeel trekken zoowel van zijne natuurlijke gaven als van de uitwendige gebeurtenissen1 die het leven hem geeft2 ten slotte moet hij zoo goed mogelijk zijne natuur verbeteren door de kunst1 wil hij stijl geven aan zijn karakter en aan zijn leven4 ,een ieder volbrengt die taak naar eigen krachten2 er zijn geen algemeene regels voor het zichzelf-worden4 ,nietzsche is vast overtuigd van de aangeboren ongelijkheid der individun en volgens hem moet een ieder zijn eigen waarheid1 zijn eigen zedeleer scheppen1 want wat voor den een goed of slecht1 nuttig of nadeelig is1 behoeft het daarom voor den ander niet te wezen4 ,al wat de denker doen kan is dus1 welbeschouwd1 de geschiedenis zijner ziel meedeelen1 zeggen op welke wijze hij zichzelf heeft ontdekt1 in welke geloofsovertuigingen hij innerlijken vrede heeft gevonden1 zijne tijdgenooten aansporen om te doen zooals hij deed3 zichzelven zoeken en zichzelven vinden2 hij houdt er echter geen eigenlijke leer op na1 hij wil niet de leermeester zijn van eene gedwee kudde leerlingen3 ,ik ga heen1 mijne leerlingen1 geheel alleen6 sprak ,zarathustra tot zijne getrouwen4 ,en ook gij moet heengaan1 geheel alleen6 ,zoo wil ik het4 ,in waarheid geef ik u dezen raad mee3 gaat heen1 verre van mij en maakt u los van ,zarathustra6 ,of beter nog3 schaamt u over hem6 wellicht heeft hij u bedrogen4444 ,gij zegt dat gij in ,zarathustra gelooft8 ,maar wat is u ,zarathustra8 ,gij zijt mijne geloovigen3 maar wat beteekenen alle geloovigen8 ,gij zocht uzelven nog niet2 toen hebt gij mij gevonden4 ,zoo doen alle geloovigen3 en juist daarom beteekent alle geloof zoo weinig4 ,en nu beveel ik u mij te verliezen en uzelven te vinden2 wanneer gij allen mij verloochend zult hebben1 dan eerst zal ik tot u wederkeeren4 #b ,en evenals ,nietzsche zich onderscheidt van alle dogmatici door niet te beoogen de menschheid een nieuw credo1 een geheel ineengezette verzameling leerstelsels te brengen1 zoo ook verschilt hij van de meeste wijsgeeren en mannen van de wetenschap omdat hij zich niet uitsluitend tot het verstand van zijne lezers1 maar tot den geheelen mensch wendt4 ,hij gevoelt niet veel voor de menschelijke rede1 voor wat men noemt ziel1 geest4 ,het sentiment en de rede zijn1 volgens hem1 de werktuigen en tegelijk de speelbal van eene verborgen macht1 die hen beheerscht en hen gebruikt tot haar eigen doeleinden3 ,achter uwe gevoelens en uwe gedachten1 o mijn broeder1 staat een machtige meester1 een onbekende wijze--hij heet ,ik4 ,hij is in uw lichaam1 hij is uw lichaam4 #c ,het lichaam met zijne instincten1 met den wil van kunnen1 die het bezielt3 dat is volgens ,nietzsche de groote rede van den mensch2 terwijl de kleine rede1 waarop hij zoo gaarne trotsch is en wier oppermachtige onafhankelijkheid hij zoo dikwijls roemt1 niets is dan een weliswaar waardevol1 doch tevens zeer onvolkomen en broos werktuig1 dat die ,ikheid dienen moet tot het uitstrekken van hare macht4 ,wil dus de eene mensch invloed uitoefenen op den ander1 dan moet hij vr alles zich doen begrijpen1 zich doen gevoelen door die geheimzinnige ,ikheid2 al het overige telt niet mee4 ,niets is vruchteloozer dan bepaald logisch een philosophisch stelsel te willen afleiden en het verstand door redelijke bewijsgronden te willen overtuigen4 ,de meeningen van hoogere orde1 die ons leven1 onze daden besturen1 die ten slotte vaststellen wat ,nietzsche noemt de tafel van waarden1 die bepalen wat goed of kwaad is1 laten zich niet verklaren2 de mensch leeft die1 hoe ook2 de beste er van zijn die1 welke de ontwikkeling van den persoon of van de soort het meest bevorderen4 ,voor ,nietzsche is een boek dus in de eerste plaats eene daad4 ,waar hij zijn invloed wil doen gelden op zijne tijdgenooten is dat niet door zijne kennis of wetenschap1 door het algemeene en onpersoonlijke in hem1 maar integendeel door zijne geheele persoonlijkheid1 door zijn geheele wezen4 ,hij is niet alleen denker1 maar tevens profeet2 hij roept de menschheid niet toe3 ,ik geef u de waarheid1 eene onpersoonlijke1 algemeene waarheid1 onafhankelijk van mijn wezen1 eene waarheid1 waarvoor alle menschelijke rede buigen moet1 maar integendeel3 ,hier ben ik met mijne neigingen1 mijne geloofs-1 mijne waarheidsideen en ongetwijfeld ook mijne dwalingen en zooals ik ben1 zeg ik ja tot het bestaan1 tot zijne vreugde en zijne smart2 ziet of ook gij uw geluk kunt vinden in de denkbeelden1 die het mijne schiepen4 ,waar de meeste wijsgeeren zich juist beroemen op het onpersoonlijk denken1 het zich losmaken van hun ik1 hun oog licht doen worden1 volgens ,goethe's schoone uitdrukking1 maakt ,nietzsche daarentegen zijne persoonlijkheid tot het middenpunt zijner philosophie2 hij brengt zijn leven door met zichzelf te zoeken en ons den uitslag zijner onderzoekingen mee te deelen4 ,zijne philosophie is dus bovenal de geschiedenis zijner ziel4 ,zarathustra1 dat ideaal type van denker en profeet1 wiens moreel karakter hij zoo aangrijpend dichterlijk beschrijft in een van zijne beroemdste werken1 is zoowel de verpersoonlijking van zijn streven en droomen als in zekeren zin het levend betoog van zijn leven4 ,het is dus met het onderzoek van ,nietzsche's persoonlijkheid1 zooals zij spreekt uit zijne werken en uit de herinneringen van zijne bloedverwanten en vrienden1 dat deze studie dient te beginnen4 ,,ii4 ,volgens eene vrij onzekere overlevering1 die ,nietzsche echter gaarne voor waar hield1 stamden hij en de zijnen af van eene adellijke ,poolsche familie1 ,nitzky geheeten1 die in het begin der #ah;e eeuw naar aanleiding van de vervolgingen tegen de ,protestanten1 naar ,duitschland zou zijn uitgeweken2 het komt ons trouwens zeer waarschijnlijk voor1 dat door ,nietzsche's aderen eenig adellijk bloed vloeide4 ,wellicht zou dat feit zelfs kunnen verklaren1 dat bij hem juist die aristocratische gevoelens de bovenhand hadden1 die1 naar het schijnt1 slechts zelden voorkwamen in de weliswaar achtenswaardige en ontwikkelde1 doch vrij burgerlijke omgeving1 waarin hij geboren was4 ,nietzsche was de zoon van een ,pruisisch dorpspredikant4 ,volgens zijne zuster toonde hij van af zijne kinderjaren eene zeer bijzondere natuur4 ,tegelijk geestkrachtig1 verfijnd en hartstochtelijk1 eene natuur1 die door menigen trek reeds deed denken aan het ideaal van de ,herrnnaturen1 aan den man van goede geboorte1 wiens neigingen en moreel geloof hij later zou beschrijven4 ,zoo jong als hij was1 leerde hij zichzelf beheerschen1 steeds meester van zichzelf blijven en stocijnsch alle physieke smarten trotseeren2 hij had steeds eerbied voor anderen en eerbiedigde zichzelf1 nam daarbij steeds nauwkeurig alle vormen en goede manieren in acht2 ook zocht hij gaarne de eenzaamheid2 dan scheidde hij zich af van zijne makkers1 maar dwong toch hunne achting af door de vroegrijpe waardigheid in zijne houding en manieren4 ,daarentegen hechtte hij zich met hart en ziel aan enkele uitverkoren vrienden2 ook treft bij hem een aangeboren weerzin tot alles wat gemeen is1 de vrees voor allen twijfelachtigen omgang1 de voortdurende1 pijnlijkste zorg voor netheid tot in het overdrevene toe1 zoowel physiek als moreel1 en het verafschuwen van alle liegen en verbergen4 ,een graaf ,nitzky moet niet liegen1 zei hij als kleine jongen tot zijn zuster4 ,zijne aristocratische neigingen1 die reeds zoozeer te voorschijn traden in zijne kinderjaren1 ontwikkelden zich meer en meer in hem als volwassen man en teekenden zijn moreel karakter4 ,zoowel in zijn leven als in zijne geschriften toont ,nietzsche een heldhaftigen en overheerschenden wil1 een teeder en vurig hart en een fijnen geest1 die onuitsprekelijk gevoelig is voor al wat schoon of gemeen is1 voor harmonie of wanklank4 ,nietzsche bezat dus bovenal eene zeldzame ziel4 ,hij verafschuwde alle zwakheid1 uitstel of halfheid4 ,een van de meest grootsche en tragische figuren van ,ibsen is zeker ,domin ,brand1 die1 onfeilbaar trouw aan zijne trotsche leus3 ,alles of niets1 den weg volgt1 dien hij gekozen heeft zonder zich ooit door eenige hindernis te laten ontmoedigen1 onmeedoogend voor zich en voor anderen2 die zonder sidderen zijn geluk1 zijn naam1 zijn leven en meer dan dat1 het geluk en het leven van vrouw en kind opoffert aan zijn trotschen wil2 die zonder weifelen1 met een bloedend hart al zijn leed doorleeft2 ,domin ,brand1 de zoo verheven en tevens vreeselijke held1 die bewondering en angst verwekt tot het oogenblik dat zijne diepbedroefde en overspannen ziel verzinkt in de duisternis van waanzin en dood4 ,en evenals ,brand is ,nietzsche de man van alles of niets evenals hij volgt hij zonder eenige weifeling zijn wil tot het einde toe4 ,maar daar hij geen man van handelingen is1 doch een denker1 is zijne heldhaftigheid wellicht minder zichtbaar of in het oog vallend4 ,wij zijn te weinig gewoon het gedachteleven tragisch op te nemen om te begrijpen dat er gelijke waarde bestaat tusschen den heldenmoed van den krijgsman1 den zendeling of den onderzoeker1 van hen dus1 die lijden en sterven voor hun vaderland1 voor het geloof of de wetenschap1 en dien van den wijsgeer1 die aan de eischen van zijne overheerschende rede zijne liefste droombeelden opoffert en zichzelf dwingt zijne gedachten tot het laatste toe uit te denken en tot in den grond te onderzoeken4 ,onwillekeurig twijfelen wij aan de hevigheid van de smarten van het denken wanneer wij die vergelijken bij de physieke en gelooven wij nauwelijks aan de gevaren1 die verbonden zijn aan het intellectueel zoeken wanneer wij denken aan die van het reele leven4 ,toch geloof ik dat er bijzondere1 wellicht abnormale naturen bestaan1 die den stillen strijd tusschen hun denken en hun verborgen lijden met zijne onzichtbare gevaren even ernstig en smartelijk reel doormaken als den strijd van het leven n dat zij niet minder wilskracht moeten bezitten dan de krijgsman of de zeeman om die gevaren aan te durven en te bestrijden zonder bezwijken4 ,daarom ook was ,nietzsche m4i4 zonder in 't minst te pochen1 gerechtigd tot opschrift van een zijner werken de volgende woorden van ,turenne te kiezen3 ,karkas1 gij siddert6 ,o1 hoeveel erger nog zoudt gij sidderen zoo gij wist1 waarheen ik u brengen ga4 ,nietzsche's moreele geestkracht werd1 zooals het geval is bij vele heldhaftige naturen1 getemperd door zijn groote behoefte aan vriendschap1 bewondering en teederheid4 ,hij had innig behoefte aan eene sympathieke omgeving1 waarin hij zich geheel geven kon2 te allen tijde vond hij dan ook vrienden1 die hij hartstochtelijk liefkreeg1 maar enkele dier vriendschapsbanden werden helaas op droevige wijze verbroken4 ,nietzsche had n4l4 de gevaarlijke gewoonte zijne vrienden van de ideale zijde te bezien3 vrij als hij was van allen nijd1 werd hij onmiddellijk getroffen door al het opmerkelijke in de personen van zijne omgeving en was het hem eene behoefte in gedachte hun wezen te verfraaien2 hij dichtte hun meer schoonheid1 grootheid en stijl toe dan hun eigenlijk toekwam4 ,in de opwinding en geestdrift zijner liefde sloot hij de oogen voor hunne gebreken en menschelijke zwakheden en zag hij uitsluitend hunne volkomenheden2 vandaar dat hij zich van zijne vrienden wel een goedgelijkend1 doch steeds gedealiseerd beeld vormde4 ,zoo b4v4 heeft hij gedweept met ,schopenhauer en ,richard ,wagner1 die in zijne vurige verbeelding het ideaal van den philosoof en van den kunstenaar voorstelden1 en zelfs met ,paul ,re1 een achtenswaardig1 oordeelkundig denker van den tweeden rang1 wiens werken hij verre boven hunne waarde schatte4 ,wel heeft die behoefte tot idealiseeren van zijne vrienden ,nietzsche1 gedurende de oogenblikken in hun bijzijn doorgebracht1 van een intenser geluk vervuld1 maar tevens werd zij de bron van wreede teleurstellingen4 ,een mensch1 die1 zooals hij1 nooit de werkelijkheid uit het oog verloor en zijne onveranderlijk geestelijke eerlijkheid nooit prijsgaf aan een droombeeld1 moest eenmaal ontdekken hoe groot het onderscheid was tusschen den werkelijken mensch1 dien hij liefhad en het gedealiseerde beeld1 dat hij zich had geschapen4 ,vandaar die onvermijdelijke ontgoochelingen en verkoelingen tot zelfs een volkomen verbreken van teedere vriendschapsbanden4 ,verderop zullen wij de geschiedenis nagaan van zijne verhouding tot ,wagner1 eene periode1 die juist dien ommekeer in vriendschap treffend weergeeft4 ,maar laat ons bovenal opmerken dat juist die onstandvastigheid in zijne vriendschap1 die hun1 die er het slachtoffer van waren1 zooveel leed bezorgde en die zoo streng en zoozeer ten onrechte veroordeeld werd door de critiek--dat juist dat gevoel zijn oorsprong heeft gevonden in zijne edelmoedige behoefte aan bewonderen en achten4 ,nietzsche behoorde niet tot de afgunstige of critiseerende menschen1 die van een groot man alleen de slechte zijde willen zien en onwillekeurig alles wat zij waarnemen trachten te verkleinen2 in zijne aangeboren liefde voor al wat schoon en grootsch was1 bleef hij zoolang mogelijk blind voor de onvolkomenheden van zijne vrienden en weefde hij daarentegen eene schoone legende om hun beeld2 hij overdreef hunne waarde en vond het steeds nog tijd genoeg om van inzichten te veranderen4 ,zeer zeker was dat eene dwaling1 maar tevens de dwaling van eene edele ziel4 ,zoodoende werd voor ,nietzsche de vriendschap een bron van groote vreugde1 maar eveneens van onnoemelijke droefheid2 aan die vriendschap heeft hij wellicht de schoonste momenten van zijn leven te danken gehad1 maar de wreede teleurstellingen1 die zij hem baarde1 leerden hem ook het volslagen allnstaan kennen4 ,veel heeft hij geleden omdat hij begreep hoe hij zich nooit volkomen aan zijne vrienden zou kunnen uiten en dat hij juist door zijne bijzondere natuur1 zijn hooger staan1 onvermijdelijk tot geestelijke eenzaamheid gedoemd was4 ,de onmogelijkheid om zich te uiten is wel het toppunt van zich alln gevoelen1 schreef hij aan zijne zuster1 het verschil tusschen twee naturen is gelijk een masker1 dat ondoordringbaarder is dan een ijzeren3 alleen tusschen gelijken kan eene ware1 algeheel volkomene gemeenschap bestaan4 ,tusschen gelijken6 ,bedwelmend woord vol troost1 hoop en zaligheid voor hem1 die steeds eenzaam moest blijven1 die nooit den mensch heeft mogen vinden1 die volkomen bij hem paste1 hoe en waar hij ook heeft gezocht2 voor hem1 die in den dagelijkschen omgang steeds de man van zachte1 welwillende toegefelijkheid was en steeds bereid om in te schikken2 voor hem1 die door moeilijke ervaringen geleerd had zich steeds in te houden en hoffelijk te blijven1 maar tevens voor hem1 die ze bij oogenblikken heeft gekend1 die gevaarlijke en smartelijke uitbarstingen van het intiemste leven1 die momenten1 waarin zijn verborgen wanhoop1 zijne gesmoorde verlangens1 zijne wild opbruischende liefde weer bovenkwamen1 die momenten van plotselingen waanzin1 waarin de eenzame den eerste den beste beschouwt als een vriend1 hem door den hemel toegezonden1 als een onschatbaar geschenk1 en een oogenblik later hem vol walging van zich afstoot1 zichzelf diep verachtend1 omdat hij voelt hoe hij het slachtoffer werd van een vernederenden1 innerlijken val1 hoe hij aan zijn eigen ik ontrouw werd1 aan dat ik niet langer genoeg had4 ,een diepvoelend mensch heeft vrienden noodig tenzij hij nog een ,god bezit6 #d ,nietzsche's fijne en teedere geaardheid blijkt ook uit zijne verhouding tot de vrouwelijke sexe1 alhoewel ook op dat punt zijn karakter somtijds gruwelijk miskend is4 ,er wordt van hem gezegd dat hij1 evenals zijn meester1 ,schopenhauer1 een diep en onbeschaamd verachter van de vrouw was en telkens worden enkele harde woorden van hem aangehaald1 als3 ,gaat gij met vrouwen om8 vergeet dan de zweep niet6 of3 ,eene geleerde vrouw heeft natuurlijk eene of andere physiologische abnormaliteit4 ,men komt echter tot andere gedachten zoodra men ,nietzsche's werken nader leert kennen2 dan begrijpt men1 wat ons ook verderop duidelijk wordt1 dat hij alleen neerziet op de gemancipeerde vrouw1 die zich met den man wil meten op litterarisch1 wetenschappelijk of economisch gebied4 ,waar hij echter opkomt tegen de vrouw als schrijfster of als beambte1 toont hij tevens een aangeboren en kinderlijke achting1 een diep medelijden en eene oprechte teederheid voor het ,eeuwig-,vrouwelijke zooals hij het opvat4 ,in zijn particulier leven schijnt ,nietzsche dan ook die aangeboren achting gevoeld te hebben voor alle vrouwen1 die hij goed leerde kennen4 ,hoe weinig ons tot nog toe ook bekend moge wezen van zijn leven1 zoo weten wij toch1 dat hij meer dan eens zijne volle vriendschap en zijn volle vertrouwen aan eene vrouw geschonken heeft1 zoo o4a4 aan zijne zuster1 ,mevrouw ,frster-,nietzsche1 die nog maar kort geleden zijne kinderjaren en zijne academische loopbaan zoo treffend heeft beschreven2 aan ,mejuffrouw ,malvida van ,meysenburg1 de schrijfster van de ,gedenkschriften eener ,idealiste2 ,mevrouw ,lou ,andreas-,salom1 wie hij gedurende eenigen tijd zijn intellectueelen en moreelen strijd toevertrouwde en dan de jonge vrouw1 met wie hij te ,bayreuth kennis maakte en aan wie hij brieven schreef1 die van zeldzame bekoring en fijn gevoel spraken #e4 ,uit het weinige dus1 dat wij weten van zijne verhouding tot de vrouw1 wordt het ons duidelijk1 dat zoo hij nooit de overweldigende passie en hare stormen heeft gekend1 hij des te dieper de teerdere bekoring van de vrouwelijke aanhankelijkheid heeft ondervonden4 ,nietzsche's zuster1 de vertrouwde vriendin van zijne jonge jaren1 zegt dat haar broeder geen passioneele liefde kende en onbekend bleef met alle lagere hartstochten4 ,zijn eenige hartstocht bestond in het zoeken naar de waarheid--al het overige maakte slechts een voorbijgaanden indruk op hem4 ,later heeft hij het meermalen betreurd nooit de eigenlijke passieliefde te hebben gekend1 maar zijne sympathie voor elke vrouw1 hoe bekoorlijk zij ook mocht zijn1 ging altijd spoedig over in eene zachte hartelijke vriendschap #f4 ,het is waarlijk alsof ,nietzsche enkel met zijne ziel heeft liefgehad en dat die liefde1 vrij van alle sensueele en pathologische elementen1 zich heeft opgelost in eene bijna geheel onzelfzuchtige teederheid4 ,en daarom ook moet die denker1 die zoo gesloten van karakter was1 vooral in de dagen van zijn lijden en zijne ziekte1 in de dagen van zijne eenzaamheid1 de zachte1 stille bekoring gevoeld hebben1 die voortvloeien uit de vriendschap der vrouw4 ,naar onze meening is ,nietzsche's gevoelsleven zeer verschillend geweest van dat van ,goethe 7den dweeper7 of van ,schopenhauer 7den realist7 in de liefde1 maar tevens was het rijker en vruchtbaarder dan men zou denken4 ,voor ons wordt hij de idealist in liefde en in vriendschap en dat teere1 verfijnde idealisme1 dat in eene middelmatige natuur slechts een bewijs van zwakheid zou wezen1 verleent aan zijn mannelijk1 onafhankelijk karakter daarentegen eene bekoring te meer4 ,wat ,nietzsche bovenal teekent als aristocraat is wel zijne duidelijke voorliefde voor al wat schoon van lijnen1 wat zuiver1 wat sierlijk en hoffelijk van vormen is1 evenals zijn groote tegenzin in alle gemeenheid1 vuilheid en slordigheid4 ,die aangeboren verfijnde smaken1 hem alleen eigen1 maakten1 dat hij reeds in zijne kinderjaren zich afzonderde van zijne schoolmakkers en dat hij later het ,duitsche studentenleven met zijn weinige vormelijkheid1 zijne burgerlijke hartelijkheid en al te materialistische bierfuiven verfoeide2 die zelfde smaken waren hem als aangeboren1 zoo elementair sterk spraken zij uit zijn geheele wezen en zoo duidelijk deden zij zich gevoelen in al zijne werken1 terwijl zij tevens de meeste zijner sympathien en antipathien verklaarden4 ,want juist zijn gevoel voor schoone vormen verklaart zijne liefde voor de beschaving der ,oudheid1 voor de ,renaissance en voor den ,franschen geest van de ,x,v,i,ide1 de ,x,v,i,i,ide en zijn eigen eeuw2 en juist die afschuw van alle plebesche burgerlijkheid doet hem zulk een streng oordeel vellen over de apostelen van den christelijken godsdienst1 in wie hij eene slavenziel vermoedt1 over ,luther1 wiens lompen boerenaard hij verfoeit1 over de ,fransche revolutie1 over de geheele democratische1 feministische1 socialistische en anarchistische beweging van dien tijd1 over het ,duitsche keizerrijk en de actueele ,duitsche beschaving4 ,en bovenal ziet hij neer op alle gebrek aan physieke1 intellectueele of moreele distinctie op gebrek aan tact en goede vormen2 op dat punt waren zijne smaken zeer veeleischend en verfijnd4 ,de meesten zijner analysen besluit hij met het constateeren van het al of niet voorname in een of ander gevoelen4 ,hij veracht alle ijdelheid1 omdat hij den aard van den minderen man ziet in hem1 die1 om zichzelf te kunnen hoogachten1 de goedkeuring van anderen noodig heeft4 ,hij veroordeelt het medelijden1 omdat hij van eene edele ziel eischt1 dat zij haar leed in zichzelve opsluit en dientengevolge niet tracht het leed van anderen te doorgronden1 maar zelfs terugschrikt zoo zij het bij toeval ontdekt2 medelijden vragen is volgens hem een gebrek aan waardigheid en medelijden schenken een gebrek aan tact4 ,zelfs de waarheid1 die hij met hart en ziel zoekt1 mag1 volgens hem1 niet onbescheiden of ruw reel wezen2 hij vindt haar geen waarheid meer wanneer men haar den sluier afrukt en het komt hem niet welvoegelijk voor alles te willen begrijpen1 te willen zien en aanraken4 ,in verband daarmee haalt hij de volgende woorden aan1 die een kind tot zijn moeder sprak3 ,is het waar1 dat onze ,lieve ,heer overal is8 ,dat vind ik toch niet behoorlijk4 ,in plaats dus van een cynicus te zijn1 waarvoor men hem zoo dikwijls heeft gehouden1 begreep hij juist de fijnste en meest kiesche gevoelens van de ziel4 ,zoo geeft hij b4v4 als volgt de psychologische analyse van dat instinctief voelen1 dat in elke diepgevoelende ziel de behoefte doet leven zich aan den blik der menigte te onttrekken door een sluier die haar eigenlijk wezen verbergt3 ,de trots en de intellectueele walging van een ieder1 die veel geleden heeft444 de trots van den uitverkorene in de wetenschap1 van den ingewijde1 die reeds gedeeltelijk ten doode is gedoemd1 moet telkens een nieuw masker zoeken om alle aanraking te ontwijken van de onbescheidenheid en het medelijden van hen1 die zijn leed niet kunnen begrijpen4 ,diepgevoelde smart veredelt3 zij schept hoogere dingen4 ,een van hare beste maskers is wel het epicurisme samengaande met een zichtbaren overmoed om alle lijden licht op te nemen en zich zoo min mogelijk gevoelig te toonen voor alle droefheid en diepte van het leven4 ,er zijn menschen met een helder verstand1 die door dat verstand miskenning weten te verwekken1 die menschen willen miskend worden4 ,er zijn mannen van de wetenschap1 die zich door die wetenschap een schijn van opgeruimdheid weten te geven1 omdat1 volgens hun oordeel een wetenschappelijke geest samengaat met een oppervlakkig zieleleven2 die menschen verbergen hun zieleleven achter die valsche gevolgtrekking4 ,en ook zij zijn er1 die menschen vol geestelijke vrijheid en moed1 die aan de geheele wereld trachten te verbergen1 dat hun hart zoo hoog trotsch en ach1 toch zoo ongeneeslijk gebroken is 7zoo b4v4 het cynisme van ,hamlet1 de geschiedenis van ,galiani74 ,zelfs de waanzin is somtijds het middel om het zelfbewust pessimisme te verbergen4 ,de plicht van de verfijnde menschenliefde is dus alle maskers te ontzien en niet zonder gegronde redenen het menschelijk leed te onderzoeken en te ontleden #g4 ,zoo ook het volgend aphorisme1 dat dezelfde gedachten weergeeft3 ,sterveling1 wie zijt gij8 ,gij volgt uw levensweg zonder te kunnen spotten of te kunnen liefhebben2 uw blik is ondoorgrondelijk en droefgeestig1 als peilde hij steeds opnieuw den diepen afgrond der ziel3 wat zoekt gij daar8 ,uw boezem kent geen zuchten1 uw mond tracht zijne walging te verbergen1 uwe hand geeft zich niet4 ,sterveling1 wie zijt gij8 ,wat hebt gij misdreven8 ,zoek hier uwe rust3 hier is gastvrijheid voor allen6 ,wie gij ook moogt wezen--wat verlangt gij op dit oogenblik8 ,wat kan ik u geven om u op te beuren8 ,zeg het mij3 al wat ik bezit1 bied ik u aan6 ,om mij op te beuren8 ,o1 nieuwsgierige1 weet gij wat gij zegt8 ,geef het mij dan--in vredesnaam6 ,wat dan8 ,spreek6--,wat8 ,o1 nog een masker6 een nieuw masker6 #h ,die fijne ontledingen van een wellicht bijzonderen1 maar tevens zoo in-waar gevoelden zielstoestand1 geven zeker niet het werk van een cynicus weer1 maar daarentegen wel den zieletrots1 die ook spreekt uit ,zarathustra's antwoord tot de menigte3 ,gij vraagt mij1 waarom8 ,maar ik behoor niet tot hen1 die het waarom van hunne ziel kunnen verklaren4 #i ,daaruit blijkt wel de trots van den wijzen1 zelfstandigen mensch1 die alleen van zijn eigen wil afhangt1 die de smart heeft overwonnen1 van den mensch1 die zich boven het noodlot heeft verheven2 en juist die mannelijke trots van den zelfbewusten mensch is wel de hoofdtrek in ,nietzsche's karakter2 hij geeft dien weer in zijne schoone inleiding tot ,zarathustra3 ,toen de zon zijn hoogste punt had bereikt1 zag hij vragend omhoog--want hij hoorde den krijschenden kreet van een vogel4 ,toen zag hij een arend1 die in groote bogen het luchtruim doorkliefde en eene slang met zich voerde--niet als prooi1 maar als vriend1 want om den nek van den arend had de slang zich zacht gekronkeld4 ,dze zijn mijne dieren1 sprak ,zarathustra vol innige vreugde4 ,het meest trotsche en het wijste dier1 die ooit geschapen zijn1 moeten de wereld verlichten6 ,zij wilden zien of ,zarathustra nog leefde1 en waarlijk1 leef ik nog wel8 ,ik heb onder de menschen veel meer gevaren ontdekt dan onder de dieren2 en de gangen van ,zarathustra zijn vol gevaren4 ,o1 mochten mijne dieren mij den juisten weg wijzen6 ,toen hij dat gezegd had1 zuchtte ,zarathustra en fluisterend sprak hij tot zichzelf3 ,o1 dat ik wijzer ware1 zoo wijs als mijn slang4 ,maar dat kan niet3 ik vraag het onmogelijke3 laat ik dan maar trachten mijnen trots steeds samen te doen gaan met mijn verstand4 ,en mocht ooit mijn verstand mij verlaten--want1 ach1 hoe licht ontvlucht het ons6--moge dan mijn trots nog n worden met mijnen waanzin6 #aj ,,iii4 ,de eenige groote passie in ,nietzsche's leven is het zoeken naar de waarheid geweest4 ,laten wij dus trachten na te gaan hoe hij tot dien drang is gekomen en op welke wijze hij daaraan uiting heeft gegeven4 ,nietzsche behoorde tot eene van die vrome en ontwikkelde families1 waarin een hoog godsdienstig gevoel samengaat met de behoefte aan wetenschap4 ,zijn vader en zijn grootvader waren beide domin geworden na eene grondige academische studie en ook zijne moeder en grootmoeder sproten voort uit een predikantsgezin4 ,het lag daarom in den aard der zaak1 dat de jeugdige ,nietzsche bestemd werd voor de loopbaan zijner vaderen4 ,zijne speelmakkers hebben hem niet anders gekend dan ernstig1 bescheiden en zacht1 gesloten van karakter en hoogst godsdienstig1 niet alleen in woorden1 maar ook in daden2 op zesjarigen leeftijd werd hij door zijne klassegenooten reeds de kleine domin genoemd4 ,tot den dag zijner bevestiging--hij was toen zeventien jaar oud--kende hij geen twijfel in zijn geloof en toen hij drie jaren later1 bij het verlaten van het gymnasium van ,pforta1 waar hij zijn graad behaalde1 volgens een oud gebruik aan die instelling eigen1 schriftelijk den leeraren1 die hem tot het leven hadden ingeleid1 dank zei1 waren zijne eerste woorden gericht tot ,god3 ,hem1 wien ik bijna alles verschuldigd ben1 zeg ik bovenal dank2 door welke daad kan ik ,hem mijne innige dankbaarheid meer betoonen dan door ,hem met hart en ziel te aanbidden in het levendig besef van zijne groote liefde--van eene liefde1 die mij het schoonste uur mijns levens heeft geschonken8 ,moge ,god mijn trouwe steun zijn en mij steeds behoeden6 #aa ,toch was sedert enkele jaren reeds in ,nietzsche's ziel eene omwenteling gaande1 die ,mevrouw ,frster-,nietzsche ons duidelijk maakt in hare documenten4 ,de protestant1 die flauw overhelt tot een liberaler geloof1 zal nooit de wetenschap doen afhangen van den godsdienst1 maar hij is daarentegen wel overtuigd1 dat het godsdienstig geloof en de vrije wetenschap samengaan2 bij alle studie1 hetzij zij de natuur1 de geschiedenis of de wijsbegeerte betreft1 mag en moet hij dus de waarheid zoeken1 zonder eenig voorbehoud1 zonder vooruit den wil in zich te hebben in de wetenschap de verdediging van den godsdienst te vinden4 ,het vrije zoeken naar de waarheid in de overtuiging dat juist dat vrije onderzoek onwillekeurig dwingt tot godsdienst1 is een van de kenteekenen van het ,protestantisme en vooral van het modern ,duitsch ,protestantsch geloof4 ,de liefde voor ,god en de overtuiging dat die liefde de leiddraad moet zijn van ons geheel bestaan1 vereenigen zich in zijne oogen--in theorie althans--met de liefde voor de waarheid en de overtuiging dat juist die liefde voor wat waar is ons geheele leven moet beheerschen4 ,tot die gedachten kwam ,nietzsche in zijne studiejaren4 ,van af dat oogenblik gevoelde hij een sterk verlangen in zich om alles te weten1 alles te begrijpen1 toen kwam hij er toe een uitvoerigen catalogus te maken van alle verschillende wetenschappen1 waaraan hij zich zou willen wijden1 maar toch besloot hij met de woorden3 ,bovenaan staat de godsdienst1 die vaste basis van alle wetenschap4 #ab ,toch verloor hij gaandeweg en zonder hevige schokken dat vaste geloof aan het nzijn van godsdienst en wetenschap4 ,in #ahfb1 het jaar na zijne bevestiging1 schreef hij een merkwaardig philosophische studie over het ,noodlot en de ,geschiedenis1 eene studie1 die ons verraadt hoe hij reeds dien onmetelijken oceaan van denken in zich gevoelde1 hoe hij ze reeds vermoedde1 die zeen van twijfel1 maar hoe hij tevens begreep dat het dwaasheid was voor een nog zoo weinig zelfbewusten geest1 zich op eene dergelijke reis te wagen zonder kompas of loods4 ,en van af toen werd het hem duidelijk1 dat het geheele ,christelijk geloof op hypothesen berust2 dat het bestaan van ,god1 de onsterfelijkheid1 het gezag van den ,bijbel1 alle ingeving1 enz4 te allen tijde raadselen zullen blijven4 ,ik heb getracht alles te ontkennen1 maar ach1 het is zoo gemakkelijk alles af te breken2 maar daarna moet men weer opbouwen6 ,en zelfs het afbreken is moeilijker dan men denken zou2 onze overtuigingen zijn zoo geheel voortgesproten uit de indrukken van onze kinderjaren1 uit den invloed van onze ouders en onze leermeesters dat die ingewortelde vooroordeelen niet licht worden uitgeroeid door logische argumenten of een eenvoudig willen4 ,de macht der gewoonte1 de behoefte aan een ideaal1 het breken met de begrippen van de bestaande wereld1 het te loor gaan van alle maatschappelijke vormen1 de twijfel1 die ons bang doet vragen of de menschheid gedurende tweeduizend jaren het slachtoffer is geweest van eene hersenschim1 het besef van eigen vermetelheid en gewaagde gissingen1 al die verschillende gewaarwordingen strijden onophoudelijk in ons tot de ure aanbreekt1 waarin ons arm hart door bittere ervaring of droeve ondervinding gedwongen wordt opnieuw in het oude1 kinderlijk geloof zijne toevlucht te zoeken4 #ac ,hij blijft een ,christen1 maar zijn ,christendom wordt zuiver symboliek4 ,zoo schreef hij3 ,het ,christendom is bovenal eene zaak van het gemoed2 eerst1 wanneer het ,christendom om zoo te zeggen n is geworden met ons geheele wezen en tot ons gemoedsleven behoort1 zijn wij ware ,christenen4 ,de voornaamste leerstellingen van het ,christendom houden niets anders in dan de waarheid van het menschelijk hart2 zij zijn slechts symbolen1 en zoo moet eene hoogere waarheid weer tot zinnebeeld dienen van eene waarheid1 die nog hooger staat4 ,gelukzalig worden door het geloof beteekent niets anders dan wat neergelegd is in de overoude waarheid1 dat alleen het hart en niet de kennis ons het ware geluk kan schenken4 ,het geloof1 dat ,god als mensch tot ons is gekomen1 leert ons1 dat de mensch zijn geluk niet zoeken moet in de oneindigheid1 maar op de aarde zijn koninkrijk ,gods moet weten te stichten444 ,te midden van bitteren twijfel en inwendigen strijd bereikt de menschheid haar rijpen leeftijd3 zij ontdekt in eigen boezem de geboorte1 de kracht en het einde van den godsdienst #ad ,eer nog drie jaren waren verloopen had ,nietzsche den beslissenden stap gedaan4 ,het was hem duidelijk geworden1 dat de mensch de keus heeft tusschen twee overtuigingen3 hij moet f het godsdienstig geloof kiezen en zonder onderscheid alle ideen aannemen1 die zijne voorvaderen hem nalieten3 alleen dus in het subjectief wezen van het geloof zijn geluk en zijnen zielevrede zoeken 7wat trouwens geen enkel bewijs is van de objectieve waarheid van dat geloof72 of hij moet den moeilijken1 eenzamen weg van den onderzoeker inslaan en niet alleen geluk en vrede willen vinden1 doch bovenal de waarheid1 hoe pijnlijk en verschrikkelijk die ook wezen moge2 zoo gaat hij voort1 menigmaal met onvasten tred en de ziel vervuld van angst1 met een ongerust geweten en een bloedend hart naar het eeuwig doel1 het ,ware1 het ,schoone1 het ,goede4 #ae ,zoodra ,nietzsche vr het groote kruispunt stond was hem slechts ne keuze mogelijk1 want hij zou aan zijne sterkste neigingen ontrouw zijn geworden en tegen zichzelve in hebben gehandeld1 zoo hij niet het geleidelijk pad van het geloof vaarwel had gezegd om met heldenmoed den moeilijken weg van het vrije onderzoek in te slaan4 ,toen ,nietzsche zich van het ,christendom afscheidde1 kende hij ten volle het gewicht van de daad1 die hij volbracht4 ,in al zijne werken noemt hij den ,dood van ,god de voornaamste gebeurtenis in de geschiedenis der menschheid1 de grootste omwenteling in 's menschen bestaan1 eene omwenteling1 die eerst nu begint zich te laten gevoelen en nog eeuwen noodig zal hebben om haar doel te bereiken4 ,in ,die ,frhliche ,wissenschaft gaf hij op treffende wijze deze gedachte weer in de woorden van een waanzinnige1 die bij helder daglicht1 met eene aangestoken lantaarn ,god loopt te zoeken3 ,waar is ,god8 riep hij uit1 ik zal het u zeggen6 ,wij hebben hem vermoord1--gij en ik4 ,wij allen zijn zijne moordenaars6 ,hoe toch konden wij dat doen8 ,hoe hebben wij den oceaan leeg kunnen drinken8 ,wie gaf ons de spons1 waarmee wij den geheelen horizon konden uitvegen8 ,o1 waarom hebben wij de aarde losgemaakt van de zon8 ,waarheen drijft zij nu1 waarheen drijven wij allen8 ,verre van alle zonnen8 ,want vallen wij nu niet in een eeuwig onverbroken val1 dan achteruit1 dan zijwaarts1 dan vooruit1 naar alle1 alle kanten8 ,bestaat er nog hoogte en diepte of dwalen wij door eene oneindige leegte8 ,gevoelen wij niet de kilheid van die ledige oneindigheid8 ,wordt het niet steeds kouder en wordt de nacht niet steeds duisterder8 ,moeten wij niet op het middaguur licht ontsteken8 ,o1 hoort gij ze niet1 de schreden van de doodgravers1 die ,god gaan begraven8 ,o1 ruikt gij hem niet1 den stank van den verrottenden ,god8 ,want ook ,goden vergaan6 ,god is dood6 ,god zal dood blijven en wij zijn het1 die hem hebben vermoord6 ,welke troost rest ons nog1 ons1 de vreeselijkste aller moordenaars8 ,aan onze messen kleeft het bloed van het heiligste en het machtigste1 dat de wereld bezat2 wie zal ooit die bloedvlekken uitwisschen8 ,welke wateren kunnen ons ooit zuiveren8 ,welke feesten van boetedoening of heilige spelen zullen wij moeten uitvinden8 ,gaat1 in waarheid1 de grootheid van deze daad niet boven onze krachten en zullen wij niet zelve ,goden moeten worden1 alleen reeds om waardig te schijnen zulk eene daad te hebben volbracht8 ,o1 nooit te voren geschiedde zoo iets grootsch--die daad maakt1 dat allen1 die n ons zullen komen tot eene wereldperiode van hoogere wijding zullen behooren dan alle geslachten ooit te voren4 ,de waanzinnige zweeg en zag opnieuw zijne toehoorders aan en zij beantwoordden zijn blik stilzwijgend en angstig4 ,toen plotseling wierp hij zijne lantaarn neer2 zij brak en het licht ging uit3 ,ik kom te vroeg1 riep hij1 de dagen zijn nog niet gekomen4 ,die verschrikkelijke gebeurtenis is nog in wording3 zij nadert1 maar nog heeft de menschheid geen juist besef van hare nadering4 ,de bliksem1 de donder en het sterrelicht1 maar evenzoo de daad hebben tijdruimte noodig om het gezicht en het gehoor te bereiken1 ook al zijn zij geschied4 ,deze daad is verder van u dan het verste gesternte--en toch hebt gij die daad volbracht6 #af ,doch1 al was ,nietzsche zich volkomen bewust van de ernst der daad1 die hij beging1 zoo maakte hij zich toch zonder groote schokken of geestelijken strijd los van het ,christendom1 want hem bracht die stap niet in opstand1 omdat het traditioneele ,christendom n was met zijne aangeboren neigingen2 het kostte hem evenmin moeite of strijd om zijne ,christelijke plichten te vervullen als om die aangeboren neigingen te volgen #ag1 en omgekeerd behoefde ook zijn verstand niet den minsten dwang uit te oefenen op die neigingen om hem er toe te brengen zich van zijn geloof af te scheiden4 ,nietzsche heeft later nooit den drang in zich gevoeld om vrijwillig de oogen te sluiten voor den ,dood van ,god of om het stilzwijgen op te leggen aan zijne rede en zijn toevlucht te zoeken in de armen van den godsdienst4 ,hij scheidde zich van het ,christendom af1 niet alleen omdat hij het bestaan van ,god logisch weerlegd oordeelde1 maar in de eerste plaats omdat zijn godsdienstig gevoel hem niet toeliet zich te blijven hechten aan een bedriegelijk en denkbeeldig geloof4 ,nietzsche werd athest door den godsdienst2 vandaar dat de overgang hem geen moreele angst of wanhoop kostte4 ,het wordt ons duidelijk1 zegt hij1 hoe in waarheid de ,god der ,christenen werd overwonnen door de ,christelijke zedeleer zelf1 door het steeds strenger toegepast begrip van eerlijkheid1 door het ,christelijk geweten1 dat1 verscherpt door den biecht1 een anderen en hoogeren vorm aannam in het wetenschappelijk geweten1 in die intellectueele zuiverheid1 waarnaar men boven alles streefde4 #ah ,zoodoende begrijpt men de wonderlijke overgangen in ,nietzsche's ziel4 ,als goed ,protestant had hij steeds geloofd n in de waarheid n in den traditioneelen ,god1 zonder in zijne aanbidding het eene begrip van het andere af te scheiden4 ,toch behoorde zijn godsdienst in werkelijkheid aan den ,god van waarheid en toen het hem gaandeweg duidelijk werd dat hij kiezen moest tusschen ,god en de ,waarheid1 bleef hij ook in werkelijkheid getrouw aan zijn godsdienstzin door het historisch en traditioneel geloof op te offeren aan zijne innerlijke diepste overtuiging4 ,zoo werd ,nietzsche's leven en denken voortaan uitsluitend geleid door die overtuiging1 wier juisten oorsprong wij hebben leeren kennen1 want ,nietzsche kon zijn leven niet afscheiden van zijn denken en leefde zijn athesme evenals hij zijn ,christendom had geleefd4 ,gedrongen door dien almachtigen drang naar wetenschappelijke eerlijkheid1 heeft ,nietzsche stuk voor stuk het geheele gebouw afgebroken1 dat de vroegere menschheid op het geloof aan ,god als fundament1 had opgericht4 ,hij geloofde niet meer aan het idee van goedheid en orde in de natuur door de ,voorzienigheid daarin gelegd1 hij zag in de geschiedenis niet langer het bewijs van de goddelijke leiding of de aanduiding van een moreelen wil1 die het lot der menschheid bestuurde2 hij beschouwde de gebeurtenissen in ons leven niet meer als beproevingen1 die ,god ons oplegde om ons tot gelukzaligheid te voeren4 ,hij onderzocht alle soorten van geloof1 die in den loop der eeuwen de menschheid troost hadden geschonken en de waarde1 die zij daaraan hadden gehecht4 ,en vast besloten zijne denkbeelden tot het uiterste toe door te denken1 trok hij de zedeleer en zelfs den waarheidszin in twijfel2 hij vroeg zich af hoe ver men gaan mag met goed boven kwaad en waarheid boven dwaling te stellen2 en naarmate zijn drang tot ontkennen grooter werd1 zag hij het positief doel van zijn streven helderder opdoemen en werd hij zich meer en meer bewust van zijn persoonlijk oordeel over het raadsel van het bestaan2 het luidt3 ,alle goden zijn dood1 nu moet de ,uebermensch leven4 #ai--,toen ,nietzsche zijn ,god verloor1 vond hij zichzelf4 ,terecht heeft men meermalen de vele wijzigingen in ,nietzsche's denken gedurende de verschillende perioden van zijn leven besproken1 de veranderingen in zijne ideen bestudeerd en heeft men de opeenvolgende punten nagegaan1 waarlangs het begrip van zijn ideaal zich gaandeweg tot rijpheid ontwikkelde4 ,hij was zichzelf geheel bewust van die overgangen en vergeleek ze bij het vervellen van een slang4 ,hij wist het1 dat bij het verlaten van de heilige wijkplaats van het geloof hem niets anders wachtte dan een onnoembaar aantal moeilijkheden1 maar het leven was voor hem niet langer eene plicht1 een feit of een droombeeld2 het werd in zijne oogen een object1 dat de onderzoeker behoeft #bj4 ,hij gevoelde zich als een zoekend1 onvermoeid strijder1 die zoowel uit zijne nederlagen als uit zijne overwinningen eene nuttige les weet te trekken1 of als de rotsbeklimmer1 die1 steeds bereid zijn leven te wagen1 tegen de steilste hellingen opgaat en zonder rust of weifelen van top tot top stijgt1 die den horizon steeds ziet veranderen1 maar vast besloten zich niet te laten ontmoedigen1 de strengste koude1 de diepste afgronden1 de grootste eenzaamheid en de guurste sneeuwstormen trotseert om hooger1 steeds hooger te stijgen4 ,zoo vond ,nietzsche1 die het leven beschouwde als iets1 dat telkens opnieuw zichzelf moet overtreffen1 dat voortdurend veranderen een hoofdelement in zijn bestaan1 wat niet wegneemt1 dat zijn leven ook van eene grootsche eenheid getuigde1 want het werd geheel en al beheerscht door eenzelfden drang1 den wil om altijd en ten koste van alles trouw aan zichzelf te blijven4 ,hij heeft zijn geheele leven gewijd aan dat ne groote vraagstuk3 ,wat is voor den mensch1 wat dus voor mij1 het doel van het leven1 wanneer ,god niet bestaat8 ,aan de oplossing van dat vraagstuk heeft ,nietzsche zijne volle1 mannelijke geestkracht geschonken3 ,onpersoonlijkheid heeft op aarde noch in den hemel eenige waarde1 schreef hij1 voor alle groote vraagstukken is de groote liefde noodig en die liefde kan alleen bestaan in den machtigen1 sterken geest1 die door een vaste basis zeker is van zichzelf4 ,er bestaat een groot verschil tusschen den denker1 die persoonlijk staat tegenover zijn vraagstuk en in de oplossing er van zijne bestemming ziet1 zoowel in zijne diepste droefheid als in zijn hoogste geluk1 en hem1 die in een geheel onpersoonlijk onderzoek1 alleen met de voelhorens van het koel en nieuwsgierig denken te werk gaat4 ,de laatste vindt niets--dat is zeker--want moge een groot vraagstuk zich al eens laten vatten1 toch laat het zich niet door de koudbloedigen en lafhartigen vasthouden4 #ba ,nietzsche vond werkelijk in het groote vraagstuk1 dat hem aan den ingang van het leven wachtte1 zijne bestemming1 zijn geluk en zijn ongeluk2 hij vatte het aan met vollen moed en streed er tegen met onbedwingbare kracht1 evenals ,isral tegen ,god4 ,en toen de waanzin zijn bewust leven afsneed1 juichte hij over zijne overwinning4444 ,was niet dat het bewijs van eene schoone bestemming8 ,,iv4 ,nietzsche was niet slechts denker1 maar ook artiest en zijne liefde voor de kunst ontwikkelde zich al even vroegtijdig en even diep als zijne liefde voor wetenschap en godsdienst4 ,bovenal trok hem de muziek aan1 eene liefhebberij1 die erfelijk was in zijne familie2 als kind reeds was hij vol geestdrift voor de groote klassieken der ,duitsche ,toonkunst1 voor ,bach1 ,beethoven1 ,mozart en ,haydn1 ,schubert en ,mendelssohn en later ook voor ,wagner1 die reeds spoedig een zijner geliefkoosde meesters werd4 ,op zijn negende jaar componeerde hij kleine stukjes1 waarna spoedig zijne aangenaamste uitspanning bestond in fantaiseeren en in zoet gedroom de vingers over de toetsen te doen glijden2 toch verwaarloosde hij de ernstige studie der muziek niet1 doch met de nauwgezetheid1 die hem in alles eigen was1 legde hij er zich grondig op toe en bracht het vrij ver op de piano2 vooral las hij veel muziek en later beoefende hij ook samenspel en bestudeerde hij compositieleer4 ,hij schijnt er zelfs een oogenblik aan gedacht te hebben zich geheel aan de muziek te wijden2 in een dagboek1 dat van #ahfi dagteekent1 schreef hij dat hij1 ingeval de omstandigheden er mee toe hadden geleid1 wellicht de muzikale kunst tot levensdoel had gekozen4 ,daar hij echter gevoelde dat zijne krachten niet hoog genoeg stonden1 zag hij van de kunstenaarsloopbaan af1 maar zijne liefde voor de muziek bleef hem zijn leven lang bij en nooit begaf hem die bijzondere gave van fantaiseeren1 die ,mevrouw ,cosima ,wagner in verrukking bracht en nog in #ahgg te ,rosenlaui de bewondering opwekte van den keizer en de keizerin van ,brazili4 ,en het sterkst gevoelde hij zich aangetrokken tot de duistere vraagstukken in de muzikale aesthetica1 die hij trachtte te doorgronden zoowel met het oog van den wijsgeer als met dat van den kunstenaar4 ,ook de dichtkunst trok ,nietzsche reeds in zijne jonge jaren aan2 zijne zuster heeft verscheidene gedichten uit zijne jeugd bewaard1 waarvan de meesten behoorden tot de jaren #aheh-ahfd2 die gedichten spreken van een diep1 fijn gevoel en eene groote gemakkelijkheid in versbouw4 ,later1 in verschillende tijdperken van zijn leven1 vooral in #ahgg1 #ahhb1 #ahhd en #ahhh schreef hij een vrij groot aantal gedichten1 meestal van philosophischen aard1 die hier en daar uitnemend schoon zijn4 ,maar1 al mocht zijne liefhebberij tot dichten nooit geheel hebben opgehouden1 zoo heeft hij toch vooral aan de beoefening der pozie zijne kracht als prozaschrijver te danken4 ,ik weet wel dat sommige ,duitsche critici tegen ,nietzsche als stylist opkomen en ik erken dat een vreemdeling niet de meest bevoegde persoon is om den stijl te beoordeelen van een werk1 dat niet in zijne moedertaal is geschreven2 toch meen ik dat in onze dagen de ,duitsche kritiek bijna algemeen de hooge litterarische waarde van ,nietzsche's werken erkent4 ,voor den ,franschman althans is het een genot zijne geschriften zoo vol kleuren en toch zoo juist1 zoo krachtig en tevens zoo buigzaam1 zoo rijk aan schilderachtige uitdrukkingen en heldere zegswijzen te lezen4 ,zijn zinnebouw getuigt dat een fijnvoelend penkunstenaar1 met nauwkeurige zorg en kunstvaardigheid1 zichzelf bewust van zijne wijze van arbeiden1 aan het werk is geweest1 en toch blijft hij natuurlijk en frisch1 los en levendig1 zooals men zelden vindt in ,duitsch proza1 dat juist door zijn zwaren1 omvangrijken bouw den ,franschman dikwijls onaangenaam klinkt4 ,nietzsche's stijl is door en door waar gevoeld en lyrisch2 men ziet in zijne teerste psychologische analysen1 in zijne meest abstracte redeneeringen1 dat hij niet alleen met de menschelijke rede1 maar met zijn geheele wezen denkt1 en dat hij in elk zijner gedachten een deel van zichzelf heeft gegeven4 ,hij is dus niet alleen een schitterend moralist1 zooals b4v4 ,amiel1 die meester in het scheppen van aphorismen1 maar kan ook1 waar het noodig is1 zich verheffen tot de meest gevoelvolle lyriek4 ,toch is het zeer zeker overdreven het prozagedicht ,zarathustra te vergelijken bij ,goethe's ,faust2 ,nietzsche's werk is veel minder begrijpelijk voor de menschheid dan dat van ,goethe en ik geloof niet dat het ooit ten volle in den smaak kan vallen van anderen dan hen1 die tot den beknopten kring behooren van verfijnde--wellicht zelfs eenigszins fin de sicle geesten4 ,daarentegen dunkt mij dat de lezer1 die vertrouwd is geraakt met zijn symbolieken1 dithyrambischen stijl en met de1 op het oog onsamenhangende taal van dat werk1 dat zoo eenig in zijne soort is1 zich niet zal kunnen onttrekken aan eene vreemd intense1 bijna physieke ontroering1 aan eene aandoening1 die ook sommige orkestwerken in ons verwekken4 ,in dit dichterlijk proza gevoelt men de hartstochtelijke liefde voor muziek van den schrijver en het is te begrijpen1 dat een van de meesters der jongere ,duitsche school1 ,richard ,strauss1 ,nietzsche's ,zarathustra koos tot onderwerp van een zijner meest bekende symphonische gedichten4 ,v4 ,nietzsche1 de aristocraat van natuur1 vol liefde voor waarheid en kunst1 ,nietzsche1 zoowel intellectueel ontwikkeld als fijngevoelend1 vol wilskracht en hartstocht1 ,nietzsche de denker1 de geleerde1 de muziekliefhebber en de dichter geeft ons een buitengewoon rijk en gecompliceerd wezen te aanschouwen4 ,maar die verscheidenheid van gevoelens1 neigingen en bekwaamheden bederven in hem niet1 zooals in zoovele moderne geesten1 zijne eigenlijke persoonlijke nheid4 ,het is b4v4 geheel onjuist hem te vergelijken met ,heine1 die zijn leven lang geslingerd werd tusschen de macht van het gevoel en die van het verstand1 die athest was naar zijne rede en toch behoefte aan godsdienst gevoelde1 die somtijds in de liefde geloofde en dan weer sceptisch er tegenover stond en die1 hoewel zijn abstract redeneeren hem tot democratie en socialisme bracht1 toch in zijn hart aristocraat bleef4 ,nietzsche had een juisten blik op de ingewikkelde samengesteldheid der hedendaagsche ziel4 ,hoe eenvoudig1 schreef hij1 was de mensch van het oude ,griekenland1 in het beeld1 dat hij van zichzelf vormde6 ,hoeveel verder zijn wij in onze kennis van den mensch6 ,maar daarentegen1 hoe ingewikkeld en vol bochten is onze ziel en de voorstelling1 die wij er ons van maken wanneer wij onszelven vergelijken bij de ,grieken4 ,zoo wij een beeld wilden en durfden maken naar onze eigen ziel 7maar daartoe zijn wij te laf7 zouden wij een labyrinth moeten kiezen als model4 #bb ,hij wist trouwens te goed van hoeveel waarde juist die gecompliceerdheid van de ziel van onzen tijd voor den wijsgeer is1 die de waarheid zoekt1 want naarmate zijne gevoelens eene grootere verscheidenheid en meerdere ontwikkeling bezitten en de doolhof zijner ziel uit diepere en duisterder dwaalgangen bestaat1 vindt hij in zichzelf een rijker bron voor studie4 ,daarom ook gevoelde ,nietzsche de behoefte om zijn onderzoekingsveld steeds verder uit te breiden en krachtig gaf hij dien drang weer in een aphorisme getiteld3 ,de ,zucht van den ,zoeker4 ,o1 hoe groot is mijn dorst naar weten6 ,mijne ziel kent geen belangeloosheid1 want in haar is eene ik-heid1 die naar alles vraagt1 die niet alleen met eigen oogen en handen1 maar ook met die van anderen zou willen zien en vasthouden1 eene ik-heid1 die niets wil prijsgeven van wat haar zou kunnen toebehooren6 ,o1 hoe verbrandt die dorst mijne ziel6 ,kon ik mezelven slechts terugvinden in honderden andere wezens6 ,hij1 die niet bij ondervinding eene zucht als deze heeft gekend1 weet ook niet wat de zucht1 de passie naar waarheid beteekent6 #bc ,maar al moet de mensch al zijne gevoelens1 zoowel de goede als de kwade dienstig weten te maken aan het zoeken naar de waarheid1 al beschouwt hij zijn leven en zijn wezen als objecten tot proefnemingen1 zoo moet hij toch zorgen dat zijne persoonlijke nheid daar niet onder lijdt4 ,want zoodra de centrale kracht1 de wil verflauwt en niet ten koste van alles1 in volle gestrengheid alle neigingen beheerscht1 zoodra de ziel het tooneel wordt van den strijd tusschen de vele verschillende neigingen1 die blindelings om den voorrang vechten zonder weerhouden te worden door eene of andere leidende macht1 dan moet de mensch onherroepelijk vallen4 ,de anarchie der instincten is een van de ernstigste teekenen van verval en komt alleen voor bij die ontaarde wezens1 wien eigenlijk niets rest dan de dood4 ,in ,nietzsche1 die een buitengewoon sterken wil bezat1 bestond geen vrees voor het verlies der harmonische nheid van zijne persoonlijkheid2 hij kende geen inwendigen strijd1 geen twijfelen of schipperen2 ondanks zijne gecompliceerdheid was hij een man uit n stuk waar hij denken en handelen moest want voor hem waren denken en handelen n3 zijn geheele wezen denkt en handelt2 al wat in hem is1 zijne bekwaamheid1 zijn wil1 zijn denken1 zijn gevoel1 zijn kunstzin1 alle vereenigen zich onwederstaanbaar tot n geheel om hem tot het verlangde doel te brengen4 ,zijne levensgeschiedenis zal ons de ontwikkeling toonen van eene persoonlijkheid1 die even machtig als rijk was en die1 zichzelve reeds vroeg bewust van het doel1 dat hij voor oogen had1 zonder weifelen dat doel najoeg2 hij zal zich wel eens hebben vergist en zich hebben laten misleiden door een of anderen invloed van buiten1 maar de zekerheid van zijne overtuiging voerde hem steeds terug naar zijn eigen juist gekozen pad2 hij wist de groote verscheidenheid van de bijzondere gaven en bekwaamheden1 die hem ten dienste stonden1 te onderwerpen aan zijn doel1 te leiden tot de verovering van zijn ideaal en samen te doen werken tot de vervulling van de groote taak1 die hij voor oogen had1 tot den dag1 waarop hij na lange jaren van strijd en inspanning1 volkomen zelfkennis en zelfbeheersching had verkregen en toen gaf hij in de ingewikkelde en toch harmonische ziel van ,zarathustra de vele verlangens van zijn eigen aristocratische1 profetische en artistieke natuur weer4 ,,hoofdstuk ,,ii4 ,,nietzsche',s ,,intellectueele ,,emancipatie4 7#ahfi-ahgi74 ,i4 ,nietzsche's uiterlijk leven is niet rijk aan bijzonderheden geweest en kan in weinig woorden vermeld worden4 ,op #ae ,october #ahdd werd hij geboren te ,rcken1 waar zijn vader domin was2 op zijn vijfde jaar was hij een wees en volgde hij zijne familie naar ,naumburg1 waar hij zijn eerste onderwijs ontving4 ,op veertien jaar 7,oct4 #aheh7 ging hij in den kost op de oude bekende school van ,schulpforta1 waar tal van beroemde geleerden1 o4a4 ,klopstock1 ,fichte1 ,schlegel1 ,ranke hunne studin hadden begonnen4 ,zes jaren later 7,sept4 #ahfd7 verliet hij die school met zijn einddiploma en begon hij zijne academische studie4 ,de keuze van een loopbaan was moeilijk voor hem omdat zijn drang tot algemeene ontwikkeling hem verre hield van alle speciale richting4 ,een oogenblik helde hij over tot de muziek1 maar daarna besloot hij de klassieke philologie te bestudeeren4 ,hij bracht een jaar door aan de universiteit te ,bonn 7#ahfd-fe7 en toen twee jaren te ,leipzig 7#ahfe-fg7 waar hij zich voornamelijk toelegde op de ,grieksche philologie en een der lievelingsleerlingen werd van ,ritschl1 destijds de grootste ,duitsche philoloog4 ,daarna vervulde hij zijne militaire plichten1 die echter na eenigen tijd werden onderbroken door een ongeluk te paard1 dat eene langdurige behandeling eischte4 ,vervolgens keerde hij naar ,leipzig terug om zich voor zijn doctoraal te bekwamen4 ,maar na korten tijd1 in ,februari #ahfi1 nog vr zijne promotie1 werd hij tot professor benoemd aan de universiteit van ,basel en de ,leipzigsche faculteit verleende hem zonder examen den doctorstitel4 ,tien jaren lang leidde ,nietzsche het vreedzame1 doch veeleischend professorale leven2 hij gaf zijne colleges zooveel zijne steeds verminderende gezondheid hem toeliet en doceerde tevens ,grieksch in de hoogste klasse van het ,baselsche ,pdagogium 7eene inrichting1 die den overgang vormde van het gymnasium tot de universiteit74 ,gedurende het schooljaar leefde hij zeer teruggetrokken1 maar toch werd hij hoog gesteld door zijne geheele omgeving1 al bewoog hij zich slechts in een kleinen kring van intieme vrienden1 waartoe in de eerste plaats behoorde de kunsthistoricus ,jacob ,burckhardt2 voorts bezocht hij dikwijls ,richard ,wagner en zijne vrouw1 ,mevrouw ,cosima ,wagner1 in hun buitenverblijf ,tribschen bij ,lucern1 waar hij steeds als een vriend des huizes werd ontvangen2 in de jaren #ahfi-ahgb 7waarna de ,wagners naar ,bayreuth vertrokken7 logeerde hij er drie en twintig keeren4 ,gedurende zijne ,paasch-1 ,pinkster-1 of groote vacanties maakte ,nietzsche doorgaans eene reis door het ,oberland1 naar het meer van ,genve of de ,italiaansche meren4 ,het eenig belangrijk feit in zijn kalm bestaan is de oorlog van #ahgj geweest1 waaraan hij deelnam als vrijwillig ziekenverpleger1 maar zijn gestel bleek niet bestand te zijn tegen de aangrijpende vermoeienissen en binnen korten tijd keerde hij ernstig ziek huiswaarts4 ,dit treurig intermezzo daargelaten1 bepalen de groote gebeurtenissen in ,nietzsche's leven zich tot het scheppen van zijne letterkundige en philosophische werken1 die hoofdzakelijk over de volgende twee onderwerpen handelen3 de studie van de ,grieksche oudheid en de kritiek over de moderne beschaving4 ,zijn eerste groote werk ,die ,geburt der ,tragdie 7#ahgb71 dat vrij veel naam maakte en eene levendige polemiek #bd in het leven riep1 gold in de eerste plaats het ,helleensche probleem en gaf een schets van de algemeene philosophie1 die de ,grieksche beschaving in zich sloot4 ,zijne volgende werken als zijne ,unzeitgemsze ,betrachtungen zijn gewijd aan de studie van hedendaagsche vraagstukken4 ,de beide eerste ,unzeitgemszen ,david ,strausz 7#ahgc7 en ,vom ,nutzen u4 ,nachtheil der ,historie fr das ,leben 7#ahgd71 zijn gedurfde aanslagen op de tegenwoordige ,duitsche beschaving en het overdreven beoefenen van de geschiedenis4 ,in de beide laatste werken ,schopenhauer als ,erzieher 7#ahgd7 en ,richard ,wagner in ,bayreuth 7#ahgf7 schetste ,nietzsche de beide genien1 die hem waardig schenen de meesters te worden van het jongere geslacht en dat geslacht te leiden tot een hooger doel dan dat van den modernen ,philister4 ,in #ahgf echter kwam er eene groote verandering zoowel in ,nietzsche's uiterlijk als in zijn innerlijk leven4 ,de groote ommekeer in zijn gemoedsleven werd toen veroorzaakt door het verbreken van zijn intimiteit met ,wagner4 ,de feesten te ,bayreuth 7,augustus #ahgd7 gaven den genadeslag aan hunne vriendschap2 later zullen wij zien wat de oorzaak werd van den twist1 die in ,nietzsche's leven de bron van eene groote droefheid was4 ,omtrent dienzelfden tijd werd hij door zijne gezondheid1 die reeds in het begin van #ahge en #ahgf veel geleden had door hevige aanvallen van zijne ziekte1 gedwongen voor een jaar verlof te nemen2 dat jaar bracht hij door in ,itali1 ,sorrento 7tot ,mei #ahgg7 en in het ,zwitsersch gebergte4 ,na dien rusttijd trachtte hij ondanks de wederkeerende aanvallen van zijne kwaal1 zijne bezigheden weer op te nemen en hervatte hij zijn cursus2 in #ahgh gaf hij ,menschliches ,allzumenschliches4 ,ein ,buch fr freie ,geister uit en een jaar later ,vermischte ,meinungen und ,sprche en ,der ,wandrer und sein ,schatten4 ,toch was zijne gezondheid te zeer geschokt om hem toe te staan zijne professorale plichten waar te nemen en zich in vollen ernst zoowel daaraan als aan zijne persoonlijke studien te wijden2 einde #ahgg werd hij reeds op zijn verzoek ontslagen uit zijne betrekking aan het ,pdagogium en in #ahgi moest hij ook afzien van zijn verderen professoralen werkkring aan de ,universiteit4 ,daarna stond hij weer voor een nieuw leven van onzekerheid en onbestendigheid1 een smartelijk1 broos en eenzaam leven1 maar tevens vrij en onafhankelijk1 een leven1 waarin hij elk oogenblik van uitstel1 dat de dood hem gaf1 wijden kon aan de uitvoering van zijn grootschen1 philosophischen arbeid4 ,,ii4 ,het was niet uit drang of uit overtuiging dat ,nietzsche tegen het einde van zijn verblijf te ,schulpforta besloot de academische loopbaan te volgen en zich aan de philologie te wijden1 want een der voornaamste redenen1 die hem tot dat besluit brachten1 was zuiver negatief2 hij vond geen enkele loopbaan geschikter voor zichzelf en voor geen andere was hij beter toegerust n door zijn natuurlijken aanleg en zijne bekwaamheden1 n door zijne voorafgaande studien4 ,hij verwachtte als professor vele vrije uren voor zijne persoonlijke studie te hebben1 bovendien eene nuttige betrekking en eene volkomen onafhankelijke positie1 zoowel maatschappelijk als politiek #be4 ,deze overwegingen van lagere orde oefenden den grootsten invloed uit op de bepaling zijner keuze1 maar toch stonden naast die practische redenen ook andere meer intellectueele1 die ,nietzsche de philologie deden kiezen4 ,de voornaamste reden was zijn verlangen om een meester te worden op het een of ander zeer bepaalde gedeelte van het groote veld der wetenschappen1 want ,nietzsche was zelf al te zeer overtuigd van het gevaar1 dat de drang naar algemeene ontwikkeling1 die hem juist zoo eigen was1 in zich sloot2 hij begreep te goed1 dat het zoeken naar alle richtingen1 het veroveren van eene oppervlakkige1 algemeene kennis zonder het voldoend zelfbedwang te bezitten om die universeele nieuwsgierigheid te beheerschen1 noodzakelijk eindigen moest in dilettantisme en juist zijn innig nauwgezet en fijnvoelend geweten had geen voldoening kunnen vinden in onvolmaakte en halve kennis4 ,reeds in zijne jonge jaren gevoelde hij een steeds toenemenden afkeer van den vertegenwoordiger der moderne beschaving1 den journalist1 den litterator1 die niets is en toch bijna alles vertegenwoordigt1 die den rol van den kenner speelt en in alle bescheidenheid ook diens geld1 roem en eer inoogst4 #bf ,de kennis1 waarnaar hij streefde1 was de ware1 grondige kennis van den meester in de wetenschap1 van hem1 die door in een beperkten kring geduldig en nauwgezet te arbeiden1 tot bepaalde resultaten komt2 zijn doel was een nuttig arbeider te worden op een of ander gebied van het ruime veld der wetenschap2 en1 van dat punt uitgaande1 gevoelde hij zich aangetrokken tot de philologie om de strenge methode1 de nauwkeurigheid aan hare kleinste onderzoekingen verbonden1 juist dus door het droge en dorre1 dat dien tak der wetenschap voor het groote publiek ongenietbaar maakt4 ,bovenal ook trok hem het inactueele1 het ,unzeitgemsze1 7eene uitdrukking aan ,nietzsche eigen7 in de philologie aan4 ,de alledaagsche mensch verwijt doorgaans den oudheidkenner dat hij zijn tijd verknoeit aan de studie van verre1 doode en onnutte zaken in stede van zich aan de vragen van zijn tijd te wijden2 ,nietzsche daarentegen is dankbaar dat de philologie geen practisch nut beoogt1 maar tot het veld van den aristocraat1 den mandarijn van den geest behoort2 hij is dankbaar dat hare aanhangers bovenal de behoefte gevoelen aan overpeinzing1 stilzwijgen en een verstandig1 geduldig1 langzaam werken1 dat de menschheid van ons tegenwoordig luidruchtig1 druk en oppervlakkig bestaan niet meer kent4 ,de philologie1 zegt hij1 is eene schoone kunst1 omdat zij hare aanhangers dwingt in de eerste plaats zich af te zonderen en zich tijd te gunnen2 eene kunst1 die hen stilzwijgendheid en geduld leert4 ,zij is de kunst van den edelen bewerker en kenner van het woord1 die elk stukje fijn1 bedaard1 kortom lento moet bearbeiden om tot het gewenschte resultaat te komen4 ,daarom ook is de philologie juist nu zoo noodig en trekt en lokt zij ons te meer in deze dagen van drukken arbeid of beter gezegd van haastigen1 onverkwikkelijken drift1 waarin het alleen geldt zoo spoedig mogelijk met alles af te doen en met oude zoowel als nieuwe werken klaar te komen4 ,de philologie daarentegen kan nooit snel iets ten einde brengen1 wat het ook zijn moge2 zij leert juist lezen1 langzaam en grondig1 van alle zijden overwegend1 diepdenkend en voorzichtig in hare gevolgtrekkingen2 zij leert lezen met eene fijnvoelende hand en een scherp oog4 #bg ,te meer ook wilde ,nietzsche gaarne zijn leven wijden aan de philologie1 omdat hij vast besloten was in die wetenschap niet uitsluitend ijverig en zonder persoonlijk oordeel te werk te gaan en zich niet te verliezen in de pragmatieke1 micrographische studie van het kleine om daaruit eigen nieuwe gevolgtrekkingen te maken2 hij wilde zich evenmin tevreden stellen met een onvruchtbare verzameling van nuttelooze en doellooze opmerkingen1 maar als philosoof en artiest de philologie bestudeeren4 ,zijn vaste overtuiging was1 dat het klassiek ideaal een onsterfelijk model blijft1 ook voor onze dagen1 en dat geen industrieele vooruitgang1 geen voortreffelijke schoolregeling of politieke opvoeding van de menigte ons ooit zouden kunnen weerhouden van den terugkeer tot een lageren graad van beschaving1 zoodra wij geen eerbied en bewondering meer gevoelen voor den edelen eenvoud en de groote1 stille waardigheid der ,grieksche kunst4 ,en bovendien had hij de overtuiging dat die ,helleensche kunst1 die door de beijveraars van den wetenschappelijken vooruitgang en van moderne ideen zoo diep veracht werd1 in werkelijkheid verre boven de onze stond1 dat de ,grieken het raadsel van het bestaan beter hebben begrepen dan wij en dat zij daarom niet alleen in smaak1 maar ook over het algemeen in de kunst van leven in den waren zin1 ons hebben overtroffen4 ,zoodoende werd in ,nietzsche's oogen de taak van den philoloog buitengewoon grootsch en schoon1 want het was hem niet te doen om eene of andere tekst uit te pluizen of om nieuwe gissingen op te werpen1 maar wel om den ouden ,griekschen geest te doen herleven1 om te leeren hoe die geest zich heeft weten te verheffen tot de volkomenheid1 die uit de nagelaten werken spreekt4 ,het was hem te doen om de physieke toestanden1 de godsdienstige begrippen1 de politieke en maatschappelijke regeling1 zelfs de ethnologische of de klimaatinvloeden te bestudeeren1 die de ,grieksche natie in staat hebben gesteld zulk een hooge ontwikkeling te bereiken1 die de ,helleensche geschiedenis eene zoo hooge plaats hebben doen innemen in de evolutie van de ,europeesche beschaving en haar nog tot een voorbeeld doen stellen aan den tegenwoordigen tijd4 ,toen ,nietzsche professor werd aan de ,universiteit van ,basel stelde hij zich den grootschen taak voor1 door eene grondige studie van de ziel der oudheid1 de eeuwige vragen der menschheid te onderzoeken4 ,de philologie1 zoo besloot hij zijne inauguratie-rede1 is geen ,muze of ,gratie1 maar een ,goddelijke bode2 en evenals vroeger de ,muzen afdaalden tot de bedroefde en klagende landlieden van ,beoti1 zoo gaat nu de ,godsbode tot een wereld van sombere kleuren en droeve beelden1 vol diep1 ongeneeslijk leed1 en geeft ons troost in de schoone1 heerlijke figuren van een wonderbaar licht1 ver en gelukkig oord1 die zij door hare verhalen ons voortoovert4 #bh ,nietzsche ondernam het groote vraagstuk van de ,grieksche cultuur met buitengewonen ijver en na het lezen van deel ,,ix en ,x van zijne volledige werken1 staat men verstomd over den velen en omvangrijken arbeid1 dien hij in de tien jaren van zijn professorale loopbaan tot stand bracht1 waarbij men niet moet vergeten1 dat hij in dienzelfden tijd zich tegelijk bezighield met philosophie1 litterarische kritiek1 ,wagneriaansche propaganda en ,grieksche philologie4 ,en die philologische werken alleen zijn reeds zeer uitgebreid4 ,die ,geburt der ,tragdie met hare voorafgaande studien #bi geven slechts een klein gedeelte weer van zijne werkkracht en wanneer men de lijst inziet van al de cursussen en lezingen1 die door ,nietzsche tusschen #ahfi en #ahgi #cj gehouden werden1 begrijpt men eerst welk eene verscheidenheid van onderwerpen hij weet te behandelen2 daarvan waren onder die1 welke tot zijn geregelden cursus behoorden1 de volgende wel de voornaamste3 de geschiedenis der ,grieksche litteratuur1 die der geestelijke oudheidkunde1 de rhetorica1 de rythmus en de geschiedenis der ,grieksche philosophie tot en met ,plato4 ,tegelijkertijd verdiepte hij zich in nasporingen betreffende de ,grieksche wijsgeeren van af ,thales tot ,socrates1 wierp hij eene nieuwe theorie op over de ,grieksche metriek1 maakte hij philologische en historische commentaren op de ,choephoren en bewerkte hij de aesthetica van ,aristoteles1 ,demosthenes en ,cicero4 ,daarbij stelde hij zich voor in een cyclus van professorale lezingen1 die zeven of acht jaren zou duren1 al de takken der ,grieksche cultuur te behandelen en daarna tien jaren van zijn leven te wijden aan een groot werk1 n4l4 de synthese van zijn eigen beslist oordeel over het ,helleensch vraagstuk4 ,maar al die voorgenomen werken hebben niet verder mogen komen dan tot fragmenten of ontwerpen1 want van af #ahgf stond ,nietzsche's gezondheid hem niet langer de vele bibliotheekstudie toe1 die hij behoefde voor de noodige nasporingen en daarbij gevoelde zijn geest zich tot andere vraagstukken aangetrokken1 wat niet wegneemt1 dat de nog bestaande schetsen ons voldoende op de hoogte zijner denkbeelden stellen en ons aantoonen1 hoe nauwgezet hij zijn philologischen arbeid beoefende4 ,hoe men verder ook oordeelen moge over zijne geestelijke richting1 over zijne methode en over de waarde der resultaten1 toch moet men erkennen1 dat hij in de volle oprechtheid zijner overtuiging zijn uitersten best heeft gedaan om zich volkomen te vereenzelvigen met de wetenschap1 die hij onderwijzen moest4 ,het is evenwel onze bedoeling niet ,nietzsche's philologische werken te beschrijven of te behandelen2 het is ons alleen te doen om de philosophische gevolgtrekkingen te leeren kennen1 welke hij uit zijne nasporingen gehaald heeft4 ,zijn doel was immers het raadsel van het bestaan te zoeken door de ,grieksche oplossing van dat raadsel te bestudeeren2 wij moeten dus nagaan hoe1 volgens hem1 die oplossing was en welke waarde hij daaraan hechtte4 ,nietzsche's uitgangspunt is de metaphysica van ,schopenhauer en evenals die groote pessimist1 beschouwt ook hij den wil als de kern van de wereld2 ook hij gelooft dat die wil n is met alle wezen en zijne bevestiging vindt in de algeheele schepping4 ,die wil is een smartelijk verlangen1 dat het menschelijk bestaan in zijne vaste overtuiging van overwonnen te zullen worden1 tot een onafgebroken strijd maakt en zich laat verklaren als het willen zonder reden1 het altijd lijden1 het sterven--zoo voortgaande van eeuw tot eeuw1 totdat onze planeet in kleine schilvers afbrokkelt4 ,door het verstand is de wereld niet te verklaren1 want de rede heeft berekend dat in ieder leven het quantum lijden verre boven de hoeveelheid geluk staat en daaruit besluit zij dat de mensch er naar streven moet den wil in zich te vernietigen2 want1 wanneer nmaal die wil niet meer is1 moet de uiterlijke wereld vanzelve instorten1 omdat zij slechts het voorwerp is van den wil1 ontstaan uit de daad van het individueel willen bestaan4 ,maar1 vervolgt ,nietzsche1 en hierin wijkt hij af van ,schopenhauers leer1 de wereld1 die volgens de rede niet verklaard kan worden1 is wellicht een aesthetisch phenomeen1 het visioen1 van een hoogstaand artiest1 het wonderkunstwerk1 dat zijnen schepper de hoogste aesthetische weelde doet smaken4 ,en1 die hypothese aannemende1 is het de plicht van den mensch zich zooveel mogelijk in te werken in dat schoonheidsvisioen door in zich den zin voor het schoone te ontwikkelen1 zich te verdiepen in bespiegelingen over het heelal en zichzelf uitsluitend van uit het standpunt van het schoone te beschouwen2 zoo gevoelt men bij het voortbrengen van een kunstwerk wellicht iets van de oneindige vreugde van den grooten schepper4 ,de mensch nu opgevat volgens de leer der individuatie1 als een zelfstandige persoonlijkheid1 zich bewegende in de wereld der phenomenen1 is een kunstenaar door de gave van het scheppingsvisioen4 ,hij kan1 hetzij direct als scheppend kunstenaar1 hetzij indirect door in bespiegeling van de kunst het innerlijk zien sterk op te wekken1 beelden in zich scheppen van het uiterlijk leven1 die hem met artistieke vreugde vervullen4 ,de hoofdzaak in de aesthetische daad is het scheppen van een innerlijk beeld1 het is dus een visioen1 een droom van de uiterlijke wereld1 niet alleen van hare schoonheid en vreugde1 maar ook van hare verschrikkingen en haar leed4 ,dat vermogen om zich beelden uit het werkelijk leven te scheppen noemt ,nietzsche het ,apollinisch vermogen4 ,tot de ,apollinische kunst behooren in de eerste plaats3 de beeldhouwkunst1 de schilderkunst en het heldendicht2 zij geven den droom weer1 dien de mensch wil voortdroomen1 die hem gelukkig maakt ondanks het volle besef1 dat die droom niet de werkelijkheid beduidt4 ,de ,apollinische mensch ontsnapt dus aan het pessimisme door de bespiegeling van het schoone en hij spreekt tot het leven3 ,ik neem u aan1 omdat uw beeld schoon is2 gij zijt waard mijn droom te zijn6 ,maar het wezen van den mensch wordt niet alleen bepaald door den grondregel van de individuatie1 want hij gevoelt dat hij ook zelf aan een wil toebehoort en een klein deel uitmaakt van dien grooten wil1 die het heelal beheerscht1 dat hij n is met al wat leeft en lijdt in dat heelal4 ,zoo gevoelt de mensch in den toestand van opwinding en extase1 die in hem wordt verwekt1 hetzij door narcotische middelen of door natuurverschijnselen als b4v4 den terugkeer der lente1 dat de afzondering door de individuatie1 die hem alleen doet staan in het heelal1 plotseling vervalt en hij zich bewust wordt van zijn nzijn met de geheele natuur4 ,dien toestand noemde ,nietzsche den ,dionysischen staat4 ,de natuurlijke taal van den ,dionysischen mensch is de muziek1 die volgens ,schopenhauer de directe uiting is van den eeuwigen1 oorspronkelijken wil en het volledig beeld weergeeft van dien eeuwigen wil1 die de basis vormt van het heelal4 ,in den ,dionysischen staat wordt de mensch zich eerst ten volle de algemeene wereldsmart bewust en leert hij de illusie en de droefheid van de individuatie kennen2 hij zou daardoor overhellen tot eene pessimistische opvatting van het heelal1 zoo hij niet tevens doordrongen werd van het bewustzijn zijner eeuwigheid1 omdat zijn individueele wil n is met den grooten wereldwil4 ,en staande vr het schrikbeeld der vernietiging van al wat sterfelijk is1 zooals voor den dood van een tragischen held1 gevoelt hij in zich de zekerheid1 dat het eeuwige leven van den wil niet lijden kan onder den dood van het individu4 ,de ,dionysische mensch onttrekt zich dus aan het pessimisme omdat hij de eeuwigheid van den wil ziet in den onafgebroken stroom van phenomenen en hij spreekt tot het leven3 ,ik neem u aan1 want gij zijt het eeuwige leven6 ,de ,grieken hebben zich dank zij die beide weldadige illusien1 de ,apollinische en de ,dionysische illusie1 gedurende den schoonsten tijd hunner beschaving boven alle pessimisme weten te verheffen en daardoor waarde geschonken aan hun leven4 ,het ,grieksche optimisme spruit1 volgens ,nietzsche1 dus niet voort uit de aangeboren eigenschap om het leven licht op te nemen en de oogen te sluiten voor alle menschelijk leed1 maar uit een hoogere en edeler bron1 want de ,grieksche traditien betreffende het allereerste bestaan1 de koperen eeuw en den tijd der ,titanen1 bewijzen te goed hoezeer ook zij het universeele lijden beseften4 ,en ter staving van zijne bewering haalt ,nietzsche het antwoord aan1 dat ,silenus1 de metgezel van ,dionysus1 aan koning ,midas gaf op diens verzoek hem te zeggen1 wat het beste is voor den mensch3 ,o geslacht van ndaagsche ongelukkigen1 zonen van het noodlot en de smart1 waarom dwingt gij mij u te zeggen1 wat u niet aangenaam zal zijn te vernemen8 ,het hoogste goed1 dat voor u echter onbereikbaar blijft1 is het nietgeboren zijn1 het nietbestaan4 ,en het beste1 dat daarop volgt1 is zoo vroeg mogelijk te sterven4 ,juist dat lijdensvermogen1 dat ten volle kunnen gevoelen al de verschrikkingen en smarten van het bestaan1 bracht de ,grieken1 in hunne behoefte aan voortleven1 tot het scheppen van de schitterende olympische godenwereld4 ,zoo werd de ,grieksche godheid de hoog zegepralende schepping van den ,apollinischen geest4 ,om zich te behoeden voor den afschuw der werkelijkheid1 die het vermoedde1 bracht het ,grieksch genie eene godenwereld voort en gaf daarin het schitterend visioen weer van het leven1 zooals het volgens de eigenlijke waarde geleefd moest worden4 ,en in zijn angst om te worden overweldigd door het pessimisme1 geloofde de mensch aan de goden1 die hij zich zelf geschapen had3 het leven kreeg in zijne oogen opnieuw waarde omdat het zich ontspon in een heelal1 dat door zulke schoone goden beheerscht werd4 ,homerus is het sprekend type van den ,apollinischen ,griek1 van den kunstenaar1 die weliswaar naief1 maar daarbij gewild en verfijnd naief is4 ,de ,romeinsche dichtkunst is het zegelied der ,grieksche beschaving nadat zij de verschrikkingen der ,titaansche eeuw heeft overwonnen2 zij geeft het toppunt aan van de ,apollinische illusie1 die den ,griekschen mensch als artiest in eigen oogen de droefheid en het leelijke van het reele leven kon doen verbloemen4 ,weldra echter ontstond tegenover de ,apollinische leer de ,dionysische geest of beter1 de tragische geest4 ,die ,dionysische geest had zich over de geheele oude wereld verspreid en bij de ,barbaren gaf hij aanleiding tot de verschrikkelijkste orgien1 waarbij de mensch in den meest dierlijken staat verviel en zijne zinnelijke en wreede neigingen niet meer in toom wist te houden4 ,de ,grieken gaven ondanks hunnen afkeer van al wat barbaarsch was1 toe aan de besmetting1 die daarom te gemakkelijker grond vond1 omdat ook zij den ,dionysischen aard in zich voelden1 maar hunne orgien werden nooit dierlijk2 het waren feesten1 waarin de natuur hare verlossing vierde en de mensch in verrukking geraakte over zijn gevoel van gemeenschap met het heelal4 ,uit die ,dionysische orgien sproot de ,grieksche tragedie voort4 ,zooals bekend is1 vindt de ,grieksche tragedie haren oorsprong in een koor van saters4 ,voor de ,grieken nu waren de saters natuurgeesten1 die onverdelgbaar waren en achter alle beschaving stonden om alleen reeds door hunne verschijning elk begrip van beschaving te verduisteren en den slagboom1 die den mensch van de natuur afscheidt1 te doen vallen1 daarmee aantoonende1 dat de natuur door alles heen zichzelve blijft en in eeuwigheid zal blijven voortbrengen ondanks de onophoudelijke wisseling van geslachten en volken4 ,de ,griek maakt van den sater een wezen1 dat enkel natuur is1 vrij van alle beschaving1 maar daarom toch geen dierlijk wezen2 hij heeft iets verhevens en goddelijks in zich en verpersoonlijkt de hoogste natuurgevoelens van den mensch2 hij is een wezen vol geestdrift1 dat in verrukking wordt gebracht door de nadering der godheid en tegelijk is hij vol medegevoel en medelijden1 want hij deelt in het lijden van ,dionysus2 hij is in de grondigste natuurwijsheid ingewijd en vormt het zinnebeeld van de almachtige levensvruchtbaarheid1 die de ,grieken vol godsdienstigen eerbied bewonderden4 ,in zijn oorsprong was het koor der saters de uiting van het gansche publiek1 ten prooi aan de ,dionysische opwinding2 door dans en muziek wekte dat koor in den toeschouwer die heilige geestdrift op1 die alle herinnering aan beschaving en alle gevoel van individualiteit uit hem verdreef en hem zelf tot een sater maakte1 deelende in die groote opgewondenheid4 ,en wanneer dan allen zich eenstemmig aan die heilige vervoering hadden overgegeven1 rees plotseling te midden van dat opgetogen koor het stralend beeld van den god ,dionysus als eene openbaring voor alle toeschouwers4 ,zoo deed de ,dionysische verrukking een ,apollinisch visioen ontstaan1 dat niets anders was dan de eigenaardige en plastische uiting van den onbepaalden en muzikalen zieletoestand1 die geboren was uit die mystieke opwinding4 ,de ,grieksche tragedie is dus ten slotte eene daadwerkelijke uiting van den ,dionysischen zielstoestand1 die door middel van een ,apollinisch beeld verklaard en in zekeren zin gespecialiseerd wordt voor oogen en verstand4 ,in hare eigenlijke inspiratie is zij muzikaal2 zij is het zegelied van den wil1 die zijn onsterfelijkheid beseft tegenover de voortdurende wisseling der dingen en door haren vorm is zij plastisch en ontleent zij hare stof aan de ,apollinische visioenen4 ,de nige held van alle tragedie is de god ,dionysus4 ,in den beginne is hij slechts een visioen van het koor der saters en zoo is de tragedie in haren oorsprong zuiver lyrisch2 zij is de hymne gewijd aan dien god1 waardoor het koor zijn visioen aan de toeschouwers openbaart4 ,later werd dat visioen geobjectiveerd en op het tooneel nagebootst om zich des te sterker van de verbeelding der toeschouwers meester te kunnen maken2 het tooneel waarop de tragedie zich bewoog1 stelde zinnebeeldig den wolkenlijst voor1 waarin de goddelijke verschijning zich vertoonde aan de bacchanten1 die in de hoogste extase door het dal dwaalden en die door het koor werden vertegenwoordigd4 ,later manifesteerde ,dionysus zich niet meer als god1 maar nam hij de verschillende plastische vormen van den held aan en verpersoonlijkte hij zich in de tragische figuur van ,prometheus of van ,oedipus4 ,want1 wel beschouwd1 zijn al die helden der oude mythen van den ,homerisch en tijd uitspruitsels van den god3 ,dionysus1 den eenigen waren held van alle tragedie1 die onder het masker van den strijdenden held1 in verschillende vormen verschijnt2 hij is1 om zoo te zeggen1 in het netwerk van den individueelen wil ingeweven4 ,in zijne woorden en daden is de godheid als een dwalend wezen1 dat strijdt en lijdt en dat hij ons als zoodanig in de scherpe omlijning van het ,episch visioen verschijnt1 is te danken aan de tusschenkomst van ,apollo1 den tolk der droomen1 die met behulp van die symbolieke verschijning aan het koor zijne ,dionysische extase duidelijk maakt4 ,in werkelijkheid echter is de tragische held die lijdende ,dionysus1 die in de mythe bedoeld wordt1 die god1 die in zichzelf de smart der individuatie ondervindt1 die1 volgens de legende1 als klein kind door de ,titanen verscheurd werd en als zoodanig onder den naam ,zagreus werd aangebeden2 daarmee werd bedoeld dat de verscheuring van den god1 het beeld van zijne smart1 gelijk stond met eene metamorphose in lucht1 water1 aarde en vuur en dat de individuatie bijgevolg beschouwd moest worden als de bron en de oorsprong van alle smarten1 als een noodlottig iets op zichzelf4 ,uit den glimlach van ,dionysus werden de goden geboren1 uit zijne tranen de menschen4 ,in zijn toestand van verscheurde godheid vertoonde ,dionysus een tweevoudig beeld3 hij was zoowel de wreede1 verwilderde demon als de zachte1 vreedzame heerscher4 ,doch de heldendichters vestigden alle hoop op eene hernieuwde geboorte van ,dionysus1 wat voor ons zooveel beteekent als het verlangen naar het einde der individuatie1 en ter eere van de komst van dien derden ,dionysus weerklonk de vreugdezang van den heldendichter4 ,die hoop alleen kon een licht van vreugde doen stralen op het aanschijn van de verbrokkelde wereld1 die zich in tallooze individun oploste1 wat door de mythe symbolisch werd voorgesteld door het beeld van de eeuwig treurende ,demeter1 die voor het eerst weer vreugde kende toen haar gezegd werd1 dat zij nog nmaal ,dionysus zou baren4 #ca ,zoo deden de ,grieksche tragieken de wereld der ,homerische goden1 wier stralenkrans reeds begon te verflauwen1 opnieuw herleven en benuttigden zij de ,grieksche visioenen als sprekende zinnebeelden om hunne opvatting van het heelal onder een plastischen vorm te verklaren4 ,onder hun invloed werden die mythen vervuld van muziek en ,dionysische wijsheid1 en zoo1 krachtig gemaakt door den ,dionysischen geest1 opgewekt door de tooverkracht der muziek1 uit zich de oude ,homerische mythe vr haar heensterven1 nog in den meest sprekenden vorm3 ,nog nmaal verheft hij zich als een held1 die gewond werd2 en de overvloed zijner krachten1 de vrede en de wijsheid1 die de dood hem beloven1 zij allen lichten op in zijne oogen in een laatsten1 machtigen weerschijn4 #cb ,in die periode van de tragische wijsheid1 die zich volgens ,nietzsche het sterkst openbaarde in het drama van ,aeschylus en die hij in zijne natuurlijkste uiting terugvond in de philosophie van ,heraclites1 lag volgens hem het toppunt der ,grieksche beschaving en toen hij1 zestien jaren later1 in vol zelfbewustzijn1 het werk zijner jongere jaren nog eens naging1 besefte hij dat zijne voornaamste verdienste daarin bestond1 dat hij in ,die ,geburt der ,tragdie voor het eerst den diepen zin van den ,dionysischen geest onder de ,grieken had doen uitkomen4 ,de orgienstaat verklaard als een gevoel van overvloeiende levenskracht1 waarin zelfs de smart een prikkel is1 heeft mij den weg getoond1 die tot het besef van dat tragisch gevoel leidt1 dat zoowel door ,aristoteles als door onze hedendaagsche pessimisten zoozeer miskend wordt4 ,de bevestiging van het leven tot in zijne moeilijkste en meest geduchte problemen1 de ,wil om te leven1 zich hoogvoelend in het bewustzijn van zijne onuitputtelijke vruchtbaarheid ondanks de vernietiging van de schoonste typen der menschheid--dat noem ik den ,dionysischen geest en daarin vond ik den sleutel tot de ziel van den tragischen dichter4 ,de tragische ziel verlangt niet bevrijd te worden van vrees en van medelijden1 zij tracht niet zich los te maken van een gevaarlijken hartstocht door eene hevige uitbarsting van dien hartstocht uit te lokken--volgens de opvatting van ,aristoteles--neen3 zij wil door medelijden en vrees heen zelve de eeuwige wordingsvreugde zijn1 die vreugde1 die ook het genot van vernietigen kent4444 #cc ,toch moest in ,griekenland de ,dionysische geest wijken voor den geest der wetenschap4 ,nadat de ,grieken zich hadden losgemaakt van het pessimisme1 hetzij dan door de bespiegeling van het schoone of door het bewustzijn der eeuwigheid van den wil1 zochten zij een nieuwen steun in de redelijke kennis van het heelal4 ,de wetenschap is ook een machtig wapen tegen het pessimisme1 want evenals de kunstenaar tot het leven spreekt3 ,ik neem u aan omdat uw beeld schoon is1 zegt de geleerde3 ,ik neem u aan1 omdat gij waard zijt gekend te worden4 ,hij vindt in het wetenschappelijk ontdekken evenveel genot als de kunstenaar in het ,apollinisch visioen en van dat standpunt uitgaande1 is de wetenschappelijke illusie niet minder bevredigend dan de ,apollinische of de ,dionysische2 men moet hierbij echter niet vergeten1 dat de weldadige uitwerking van de wetenschap in de daad zelve van het onderzoek ligt en niet in de gevonden waarheid2 en juist de groote dwaling1 waaraan de wetenschap zich meestal schuldig maakt1 is hare overtuiging1 dat zij niet alleen de wereld kan leeren kennen1 maar haar ook kan leiden en verbeteren4 ,in haar kinderlijk optimisme gelooft zij naiefweg dat de wereld zoowel in haar geheel als in hare onderdeden te begrijpen is1 dat de hoogste deugd bestaat in wetenschap1 dat onwetendheid de bron is van alle kwaad en dat de mensch door middel van wetenschap alle deugden1 zelfs die van den tragischen held bereiken kan4 ,socrates is het eerste1 groote rationalistische type in ,griekenland4 ,bij hem sprak de rede zoo sterk1 dat zij om zoo te zeggen1 de plaats van het gevoel innam4 ,de normale mensch wordt tegen de dwalingen van zijn gevoel gewaarschuwd door zijn verstand2 bij ,socrates daarentegen was het omgekeerde waar en het gevoel1 die welbekende demon1 wiens stem hij somtijds vernam1 waarschuwde hem voor de dwalingen zijner logica6 ,toch1 hoewel hij een minder edele figuur was dan de ,griek van den tragischen tijd1 wist ,socrates zijne tijdgenooten te boeien door de groote macht zijner redeneerkunde en door zijn bewonderenswaardigen dood2 hij verliet in volle kalmte en zonder eenig leedwezen het leven en bevestigde in zijn sterven zijn onomstootelijk vertrouwen in zijne ideen en zijn kalm optimisme4 #cd ,de ,socratische geest doodde de ,grieksche tragedie4 ,voor de rechtbank der rede moest de ,dionysische tragedie noodzakelijk vallen1 juist door het irrationeele1 illogische1 muzikale element in haar4 ,een tragedie bewijst niets en brengt geen enkele nuttige waarheid aan het licht2 zij is daarentegen eigenlijk immoreel1 want zij vertoont de vernietiging van de schoonste exemplaren der menschheid en zoo er nu1 naar het wetenschappelijk optimisme beweert1 een noodzakelijk verband bestaat tusschen wetenschap1 deugd en het ware geluk1 wordt de tragische moraal eene gevaarlijke ketterij4 ,de dichterlijke gerechtigheid moet in alle geesteswerken zegevieren en zoo was voor ,socrates de ,esopische fabel de hoogste vorm der kunst4 ,socrates veroordeelde trouwens niet alleen de tragische kunst1 maar over het algemeen de ,helleensche cultuur3 hij was de verpersoonlijkte rede en de ,grieken daarentegen gehoorzaamden aan de hoogere gevoelswetten2 zij zagen de macht en de schoonheid van het leven terwijl hij de logica en de zelfbewustheid er van verlangde en zoo verschijnt hij ons als de besliste verachter van den geest zijner tijdgenooten4 ,hij alleen te midden van hen1 bekende niets te weten en hij zag juister dan zij allen4 ,hij liet zijn blik gaan over alle beroemde ,atheensche figuren1 over staatslieden en redenaars1 dichters en kunstenaars en zag in1 dat al die mannen1 die zoo zeker van zichzelve en zoo vast overtuigd van hunne kennis waren1 in waarheid naar de drijfveeren van het gevoel leefden en handelden zonder helder bewustzijn van hun doen4 ,zoo vond hij overal1 waar hij den blik heenwendde1 slechts illusie1 dwaling en eene dwaze zelfingenomenheid1 en in naam zijner overheerschende rede1 in zijne bewustheid van de vertegenwoordiger eener nieuwe beschaving te zijn1 veroordeelde hij de geheele ,helleensche cultuur zonder ooit te vermoeden dat de oude wereld1 die hij verwoestte1 verre boven de nieuw ontkiemende stond4 ,wat beduidt uit een zuiver historisch oogpunt beschouwd1 ,nietzsche's theorie over de evolutie der ,grieksche cultuur8 ,het zou wellicht gewaagd zijn die vraag reeds nu te willen beantwoorden1 maar het is zeker1 zooals ,nietzsche zelf zeer goed wist1 dat hij door philosophie en philologie samen te doen werken1 geheel afweek van de strekking1 die bij de hedendaagsche geleerden de overhand heeft4 ,de positieve mensch1 die alleen preciese feiten wil1 weinig neiging gevoelt tot intellectueele avonturen en niet de minste aantrekking vindt in het onderzoek van vraagstukken1 die niet door de wetenschap kunnen worden opgelost1 die mensch is van zelve geneigd ,nietzsche's methode te veroordeelen en tal van zijne beweringen1 die volkomen tegenstrijdig zijn met de voorstelling1 die men zich gewoonlijk van de ,grieken maakt1 zonder verder debat te verwerpen4 ,zoo ,nietzsche nmaal eene plaats moet innemen in de geschiedenis der philologie1 zal het zijn als de inwijder en bevorderaar van leidende begrippen1 die de mannen van het vak slechts te onderzoeken of te verbeteren hebben2 en wanneer voor het ,dionysisch probleem1 zooals ,nietzsche het stelde1 ooit eene oplossing werd gevonden1 overeenkomende met de oplossing1 die ,nietzsche er van schetste1 zou hij ongetwijfeld recht hebben op de dankbaarheid en de achting van die philologen1 die hem zoo hard verstooten hebben4 ,de toekomst zal ons de waarheid leeren1 maar ook al zouden ,nietzsche's begrippen geenerlei objectieve waarde voor de kennis der ,grieksche ziel bezitten1 zoo blijven zij toch van het hoogste belang voor de geschiedenis van ,nietzsche's denken4 ,ergens zegt hij3 ,ik ben verre van te meenen1 dat ik ,schopenhauer juist begrepen heb1 maar door ,schopenhauer heb ik mijzelve iets beter leeren kennen4 #ce ,zoo kan men ook zeggen1 dat het niet zeker is of ,nietzsche de ,grieken juist begrepen heeft en misschien heeft het zelfs geen nut en is het niet eens mogelijk te weten wat de aard der ,grieken in werkelijkheid was2 wellicht is het beeld1 dat men zich van de klassieke oudheid vormt1 niet anders dan de wonderbare bloem1 dien het verlangen van den ,germaan naar het ,zuiden deed ontkiemen4 #cf ,maar daarentegen kon men wel met zekerheid zeggen dat ,nietzsche aan de studie van de ,grieksche oudheid het begrip van den ,dionysischen geest en van de tragische cultuur te danken heeft en juist dat begrip van dien wil1 die zich verheft tot het bewustzijn zijner eeuwigheid ondanks het menschelijk lijden en den dood1 komt overeen met een der diepste zielegevoelens van ,nietzsche en werd de spil van zijne geheele philosophie4 ,welke dus ook de intrinsieke waarde van ,die ,geburt der ,tragdie moge zijn1 voor ons blijft zij de verdienste houden van ons aan te toonen1 hoe ,nietzsche door den invloed der ,grieksche cultuur zich van zijn eigen ikheid bewust werd4 ,,iii4 ,wil men ,nietzsche's aangenomen standpunt gedurende den eersten tijd van zijn denkersleven tegenover de hedendaagsche beschaving bepalen1 dan zou men hem volgens de gegevens ons hierboven duidelijk geworden1 kunnen beschouwen als den tragischen philosoof1 die te midden eener socratische beschaving leeft4 ,nietzsche vat het menschelijk bestaan op als een heldhaftigen strijd tegen alle dwaling en illusie4 ,hij aanschouwt de wereld met den blik van den pessimist3 de natuur is in zijne oogen een te duchten en dikwijls kwaadwillige kracht en de geschiedenis komt hem ruw en zinneloos voor4 ,hij weerstaat met de grootste wilskracht de verleiding van het alledaagsch optimisme1 wil niet toegeven aan de illusie1 waardoor de mensch zichzelf tracht wijs te maken dat alles even goed en schoon is in de wereld en gelooft evenmin dat het leven ons ooit een enkel oogenblik van ware vreugde kan schenken2 hij laat zich niet misleiden door den gelukschijn1 die den gewonen mensch bedriegt4 ,volgens hem is dus het doel van den hoogstaanden mensch1 zonder genade alles te bestrijden wat verkeerd is1 alle dwaling te verdrijven1 alle valsche of overschatte waarde aan te toonen en onmeedoogend te zijn voor alle zwakheden1 laagheden en leugens der beschaving4 ,ik veronderstel1 zoo schreef hij1 eene vereeniging van menschen1 die alle even besloten en uit n stuk zouden zijn1 die geen omzichtigheid zouden kennen en den naam van vernietigers zouden aannemen2 die menschen zouden alles aan hun oordeel onderwerpen en zich opofferen voor de waarheid4 ,al wat slecht en onwaar is1 moet aan het licht komen4 ,wij willen niet voor den tijd samenstellen want wij weten niet of wij ooit zullen kunnen opbouwen en of het zelfs niet beter ware nooit op te bouwen4 ,er zijn luie pessimisten1 die zich schikken in het leven1 maar tot die categorie zullen wij nooit behooren4 #cg ,het ideaal1 dat hij ons ter bewondering en ten voorbeeld geeft1 is de mensch naar ,schopenhauers begrip1 de mensch1 die weet1 dat het ware geluk onmogelijk is1 die het materialistisch en grof welzijn1 dat de algemeene menschheid behaagt1 verfoeit en veracht en die alles vernietigt wat vernietigd moet worden zonder zich aan eigen leed of aan dat van anderen1 zij het ook door hemzelve berokkend1 te storen2 de mensch1 die op zijn droeven gang gesteund wordt door zijnen onomstootelijken wil om tot elken prijs waar en oprecht te blijven4 #ch ,maar in plaats van evenals ,schopenhauer daaruit tot de ontkenning van het willen leven te besluiten1 bewondert en eerbiedigt ,nietzsche met den ,dionysischen ,griek dien ,wil1 die eeuwig het leven verlangt en het steeds weet te rechtvaardigen4 ,hij is weliswaar een pessimist1 maar zijn pessimisme brengt hem niet tot de overtuiging dat gelatenheid noodzakelijk is1 wel daarentegen heldenmoed1 en het ascetisme beschouwt hij niet als een ideaal1 maar als een teeken van vermoeidheid en ontaarding4 ,van dien tijd af zegt hij3 ,het pessimisme is praktisch onmogelijk en kan niet logisch zijn4 ,het nietzijn kan het doel niet wezen4 #ci ,dientengevolge predikte hij niet zooals de pessimist1 dat de mensch zich los moet maken van het leven en alleen naar het ,nirvna moet verlangen1 maar vindt hij alles goed wat in den mensch den wil tot leven helpt versterken en een doel of een belang te meer geeft aan het bestaan1 kortom alles1 wat het leven meer waarde geeft4 ,evenals de ,grieken uit den tragischen tijd was ,nietzsche in den grond individualist en aristocraat3 hij bewonderde de ,helleensche beschaving vooral1 omdat zij zoovele superieure menschen heeft voortgebracht1 want daarin was immers voor hem het eigenlijk doel van het leven gelegen4 ,de tragische held1 de mensch naar ,schopenhauer's idee1 is niet alleen de hoogste en schoonste vorm van het bestaan1 neen1 hij is tevens het doel van dat bestaan4 ,evenals ,flaubert of ,renan beweert ,nietzsche dat een volk slechts als hulpmiddel dient aan de natuur om een dozijn groote mannen voort te brengen en stelt hij als beginsel vast1 dat de menschheid verplicht is hare krachten steeds te wijden aan het scheppen van geniale individun2 dat is haar doel en geen ander4 #dj ,de opvoeding der jeugd zal dus moeten strekken tot het aankweeken van het genie en men zal haar slechts op n enkel doel moeten wijzen3 dat is het ontstaan en de ontwikkeling van den wijsgeer1 den kunstenaar en den heilige te bevorderen en zoodoende mee te werken aan de hoogste volmaking der natuur4 ,men moet den jongeling leeren zichzelf als een gebrekkig voortbrengsel der natuur te beschouwen1 maar tevens achting te gevoelen voor het kunstgenie en het schoone doel van die onvermoeidbare arbeidster en haar met al zijne macht te helpen een volgend maal haar doel nader te komen4 ,hij zal dan begrijpen1 dat de kennis van zijne eigen persoonlijkheid met de daaruitvolgende onvoldaanheid de basis vormt van alle cultuur1 en hij zal zeggen3 ,boven mij zie ik iets verheveners1 iets menschelijkers dan ik zelve ben2 helpt mij allen dit ideaal bereiken zooals ik hm zal helpen1 die denkt en lijdt evenals ik1 opdat nmaal de mensch geboren worde1 die volkomen en oneindig zal zijn in kennis en liefde door bespiegeling en scheppingsmacht2 de mensch1 die in de volheid zijns wezens leeft te midden der natuur en die de rechter en de maatstaf aller dingen zal zijn4 #da ,niet langer mag aan het toeval de zorg worden overgelaten om uit de middelmatige menigte het geniaal individu te verwekken2 de menschheid moet daarentegen in hare volle zelfbewustheid door keuze en juiste opvoeding een heldengeslacht kweeken4 ,zoo is het mogelijk1 zegt ,nietzsche1 om door eene gelukkige vinding geheel andere en veel machtiger typen van groote mannen te verwekken dan de1 welke tot nog toe door toevallige omstandigheden ontstonden4 ,de redelijke aankweeking van den hoogstaanden mensch dus--dat is het veelbelovend wereldvooruitzicht6 #db ,nietzsche houdt stand tegenover alle gevolgtrekkingen uit zijne leer1 zelfs tegenover de hardste en wreedste4 ,hij weet dat het voortbrengen van en aristocraat een geheel leger van slaven meesleept en zonder eenige aarzeling beaamt hij dat4 ,de slavernij behoort onvermijdelijk tot alle hooge beschaving1 zegt hij1 en dat is zeer zeker eene waarheid1 die alle verdere illusie omtrent de absolute waarde van het leven uitsluit2 het is als de gier1 die aan den lever van den hedendaagschen ,prometheus1 den kampioen der beschaving knaagt4 ,de middelmatige1 gewoon voortgroeiende menschheid zal nog veel meer moeten lijden om het enkelen olympischen genien mogelijk te maken groote kunstwerken voort te brengen4 #dc ,zoo kan dus de cultuurvooruitgang niet in het minst het lot van den minderen man verzachten4 ,de werklieden1 die tot de ,x,i,xde eeuw behooren1 zijn niet gelukkiger dan de slaven uit den tijd van ,pericles en wanneer op onze wetenschappelijke en optimistische beschaving een tijd van tragische cultuur volgde zooals ,nietzsche die eigenlijk verlangt1 zou het lot der werklieden en der misdeelden er niets beter om worden4 ,in plaats van uitgezogen te worden door eene categorie van kapitalisten1 die geen grootheid of zielenadel kennen1 zouden zij een roemrijk keur van genien doen leven1 maar zij zouden er niettemin slaven om blijven4 ,de tragische mensch heeft dus niet alleen de wraak en den haat der onderdrukten1 der paria's van de beschaving te duchten1 maar hij moet een veel gevaarlijker vijand overwinnen1 hij moet zich losmaken van het medelijden1 dat zijn eigen hart verscheurt en dat hem wanneer hij daaraan gehoor gaf1 aan het stoffelijk welzijn der menschheid zijne cultuur zou doen opofferen4 ,hij stuit dus tegen de onverbiddelijke wet1 die het heelal beheerscht en hem1 die leven wil1 of beter nog1 gedoemd is tot leven in deze wereld vol lijden en dood1 er toe dwingt in zich die innige en smartelijke tegenstrijdige waarheid te gevoelen1 die het eigenlijk wezen van alle leven en alle wording is3 ,elk oogenblik verslindt het voorgaande2 elke geboorte sleept den dood van eene ontelbare hoeveelheid wezens mee--derhalve zijn voortbrengen1 leven en vermoorden slechts n4 ,men zou dus de cultuur1 die zegeviert1 kunnen vergelijken bij den overwinnaar1 die terugkeert van zijne zegetochten1 druipend van bloed en eene bende overwonnenen en slaven achter aan zijne zegekar meeslepend4 #dd ,wij moeten dus1 zoo besluit ,nietzsche1 indien wij oprecht jegens onszelven willen zijn1 op dat punt afstand doen van alle optimistische illusie4 ,de hedendaagsche ,europeaan1 die zich in zijn naief rationalisme verbeeldt1 dat de wetenschap tot geluk leidt en die het geluk van alle menschen beschouwt als het doeleinde van alle beschaving1 tracht de ellende van het groote slavenvolk1 die ontegenzeggelijk de voorwaarde der hedendaagsche maatschappij is1 te ontkennen2 hij zou de slachtoffers van den arbeid willen misleiden door de waardigheid van den arbeid op te hemelen2 hij zou den bankroet der wetenschap willen verbergen door te verkondigen dat het edeler is zijn brood in het zweet zijns aanschijns te verdienen dan in werkeloosheid voort te leven4 ,welk een treurig sophisme1 waaraan trouwens niemand tegenwoordig meer gelooft1 noch de proletarir1 die socialist werd1 noch de rijke1 die de overtuiging van zijn recht op genot verloren heeft4 ,men moet dus wel onvoorwaardelijk toegeven dat slavernij de beschamende en treurige keerzijde van alle beschaving is2 men kan haar alleen verzachten en minder smartelijk maken en den slaaf daardoor zijn lot gemakkelijker doen dragen1 en op dat punt won de tijd der middeleeuwen het met zijne fodale organisatie van den tegenwoordige4 ,toch1 zoolang de maatschappij zal bestaan1 zullen er machtigen en bevoorrechten zijn1 die hunne grootheid op de ellende der verdrukte menigte bouwen en daarvan te haren koste gebruik maken4 ,nietzsche kwam door zijne gevoelens1 zijne theorien en zijne verwachtingen dus in vollen opstand tegen de heerschende strekking van zijn tijd4 ,de hedendaagsche beschaving is in den grond socratisch2 hij1 die de moderne begrippen deelt1 is van zelf een beslist rationalist2 hij gelooft in de wetenschap en aan haar beschavenden invloed1 is overtuigd1 dat zij den mensch tot het geluk moet voeren en beschouwt het algemeen geluk te midden eener goed georganiseerde maatschappij als het ideaal1 dat de menschheid voor oogen staat4 ,nietzsche echter was het door zijne aristocratische neigingen en tragische overtuigingen volkomen oneens met zijn tijdgenooten en bovenal met de ,duitsche4 ,bij de wording van het ,duitsche keizerrijk1 toen de ,duitsche legerscharen onder den kreet3 ,god met ons6 de overwinning hadden behaald1 schreeuwde hij zijn diepen afkeer van het ,christendom uit4 ,toen geheel ,duitschland met ,hegel meende1 dat de ,staat alleen reden van bestaan aan het individu gaf1 verheerlijkte hij juist het individu en geloofde hij niet1 dat de ,staat ten opzichte der beschaving eene groote rol speelde4 ,toen een ieder beweerde1 dat de overwinningen van ,sadowa en ,sedan te danken waren aan de ,duitsche schoolmeesters en dat de ,duitsche beschaving de ,fransche had overwonnen1 zeide hij1 dat er geen ,duitsche beschaving bestond en dat de ,franschen daarentegen werkelijk eene nationale beschaving bezaten2 dat de ,duitschers1 terwijl zij barbaren waren en bleven1 het recht niet hadden in eigen beschaving te gelooven1 en dat de overwinningen van #ahgj door hen in hunnen waan te versterken1 het ongeluk der overwinnaars konden worden en den ,duitschen geest konden doen opofferen aan het ,duitsche keizerrijk4 ,en toen het ,germaansche chauvinisme zijn toppunt had bereikt1 bleef hij in den grond onverschillig voor alle vaderlandslievende opwinding2 toen de slag van ,wrth gansch ,europa deed dreunen1 peinsde hij in een stil ,alpendal over den ,griekschen geest1 en eenigen tijd later1 onder de wallen van ,metz1 bleef het leven der ,grieken zijne hoofdgedachte2 en eindelijk1 toen de vrede gesloten was1 uitte hij zijne overtuiging1 dat de eeuw der nationaliteiten ten einde liep1 dat wij aan den vooravond van eene ,europeesche beschavingsperiode stonden en dat een vrije geest zich boven de toevallige antipathien1 die de volken verdeelden1 moet weten te verheffen3 ,het is zoo klein-steedsch zich aan te sluiten bij zienswijzen1 die eenige duizenden mijlen verder reeds niet meer bestaan4 ,het ,oosten en het ,westen zijn krijtstrepen1 die getrokken zijn om ons schrik aan te jagen4 ,ik wil trachten vrij te zijn1 denkt eene jeugdige ziel1 en zij zou zich moeten laten weerhouden1 omdat twee volken elkander toevallig haten en er oorlog tusschen hen wordt gevoerd1 omdat eene oceaan twee werelddeelen scheidt1 of omdat een nieuwe godsdienst1 die tweeduizend jaren lang niet heeft bestaan1 nu de heerschende in hare omgeving is6 #de ,nietzsche zag duidelijk in hoe zijne gevoelens en denkwijze de vooroordeelen van zijn tijd voor het hoofd stootten2 hij gevoelde zich inactueel 7unzeitgemss71 zooals hij het zelf uitdrukte2 het was hem niet mogelijk iets te gevoelen voor wat zijne tijdgenooten opwond1 en daarentegen stelden zij niet het minste belang in de vele grootsche ondernemingen1 die in zijne oogen de ,europeesche beschaving moesten bevorderen1 zooals b4v4 ,richard ,wagner's grootsche idee om te ,bayreuth een modeltheater te scheppen4 ,vandaar ook1 dat hij in het voorjaar van #ahgc1 toen hij met ,wagner en diens vrienden vreesde1 dat het groote ,bayreuthsche werk zou vallen door de apathie van het publiek1 de onbedwingbare behoefte gevoelde om openlijk met zijne tijdgenooten te breken en hun ronduit zijn weerzin en verachting te kennen te geven4 ,dat was de oorsprong van zijne ,unzeitgemsze ,betrachtungen4 #df ,de eerste dier ,unzeitgemssen is tegen den beroemden criticus ,david ,strausz gericht en tevens tegen het boek1 waarin die schrijver zijn oordeel over godsdienst en beschaving geeft3 ,der ,alte und der ,neue ,glaube en voornamelijk tegen het tweede deel van dat werk1 waarin ,strausz naar zijne opvatting het ideaal van de toekomstmaatschappij beschrijft4 ,maar eigenlijk valt ,nietzsche minder ,strausz zelf en zijn boek aan dan zijne vele bewonderaars1 die in de geloofsbelijdenis van den verouderden grooten man het doel van den vooruitstrevenden geest zagen4 ,en vooral bestrijdt hij den ,philister--niet den ,philister1 die zich schaamt het te zijn of den goedigen1 gemthlichen ,philister1 maar wel hem1 die in zelfvoldoening op beschaving pocht1 den ,bildungsphilister1 zooals hij hem noemt1 en wiens best geslaagd type ,strausz voor hem vertegenwoordigt4 ,die soort ,philister beoefent op eerbare wijze een of ander nuttig beroep1 hetzij dat van ambtenaar1 militair of koopman1 maar toch vindt hij het noodig in alle groote vragen van den tijd belang te stellen1 op de hoogte te blijven van de laatste vorderingen der wetenschap1 de geschiedenis van het verleden te leeren kennen1 zich op te winden voor de herleving van het ,duitsch keizerrijk en stichting te zoeken in het lezen der beste ,duitsche schrijvers en het hooren der beste ,duitsche muziek4 ,strausz gelooft niet aan het paradijs der ,christenen en evenmin aan het bestaan van ,god1 maar geen nood3 ondanks zijn athesme is hij een uitstekend mensch4 ,hij wacht er zich wel voor aan zijne leerlingen te verkondigen1 dat de wereld een onverbiddelijk mechanisme is en dat des menschen doel alleen daarin bestaat zich niet door de raderen der machine te laten grijpen2 maar daarentegen leert hij1 dat de noodzakelijkheid1 m4a4w4 oorzaak en gevolg in het heelal de eigenlijke ,rede is--wat dus neerkomt op vergoding der werkelijkheid en bewondering van het succes4 ,zoo ook geeft hij zedelijk geen enkel nieuw gevaarlijk standpunt aan2 hij zou b4v4 den individu niet ronduit durven aanraden al zijne vermogens zoo vrij mogelijk te ontwikkelen en zichzelf te zijn zonder eenig voorbehoud of berouw1 maar na de natuurlijke ongelijkheid der menschen te hebben aangetoond1 laat hij er dadelijk een gezegde op volgen1 dat alle voorschriften der traditioneele moraal weer onderschrijft1 n4l43 ,vergeet nooit1 dat alle anderen ook menschen zijn en bijgevolg1 ondanks de individueele verscheidenheid1 zijn zij gelijk aan u en stellen zij dezelfde eischen als gij4 ,en wat ,nietzsche bovenal ergert1 is dat ,strausz deelt in het wantrouwen der ,philister ten opzichte van geniale naturen2 hij noemt alles ongezond wat buiten de bescheiden sfeer van zijn begrip ligt2 zoo kan volgens hem de ,i,xe symphonie van ,beethoven alleen in den smaak vallen van hen1 die het zonderlinge voor mooi en het wanstaltige voor verheven houden en hij meent ,schopenhauer1 dien hij verfoeit1 te kunnen weerleggen met de volgende aardige woordenscherts3 ,zoo de wereld slecht is1 is de gedachte1 die dat denkt1 ook slecht2 de pessimist is dus een slecht denker1 waaruit volgt1 dat de wereld goed is6 ,voor ,nietzsche is ,strausz dus het type van de verwaande middelmatigheid1 die zichzelf een hooger recht op het bestaan toekent2 hij is een vreesachtig denker1 die altijd halverwege staan blijft en zijne gedachten niet durft uitdenken2 hij is de optimist1 die lafhartig de oogen sluit voor het noodzakelijk lijden der menschheid1 de ,philister1 die verkondigt1 dat het de plicht van allen is als ,philister te leven en die1 in plaats van de ontwikkeling der geniale individuen te bevorderen1 hun het recht tot bestaan ontzegt1 zoodra zij zich boven de algemeene middelmatigheid verheffen4 ,in het tweede deel der ,unzeitgemszen valt ,nietzsche niet n enkel mensch of eene klasse menschen aan1 maar hij verzet zich daarin tegen eene volgens hem gevaarlijke dwaling in de moderne beschaving1 tegen het misbruik der historische studie4 ,de geschiedenis is een weldoende factor in alle beschaving zoolang zij ten dienste van het leven strekt en leert of helpt beter leven4 ,de monumentale geschiedenis plaatst den werkzamen mensch voor de onsterfelijke werken van het verleden en spoort zijne scheppende werkkracht aan door in hem het verlangen op te wekken de groote mannen van het verleden waardig te worden1 de overlevering hunner glorie voort te zetten en niet slechts voor het alledaagsch en middelmatig genot van het tegenwoordige te leven1 maar het ideaal der menschheid steeds verder en hooger te voeren4 ,de traditioneele geschiedenis1 die achting en liefde voor het doode1 verre leven inboezemt1 is een onwaardeerbare weldaad voor alle menschen en volken1 die door de omstandigheden tot de weinig begunstigden behooren of aan een onbarmhartig bestaan onderworpen zijn1 want voor hen verfraait zij het tegenwoordige door op het verleden te wijzen en over hun bescheiden of moeilijk1 hun donker of gevaarlijk bestaan verspreidt zij een zacht troostend licht van pozie4 ,de critische geschiedenis1 die het verleden voor de rechtbank der rede roept1 het nauwkeurig onderzoekt en het ten slotte veroordeelt1 omdat al wat is1 waard is te verdwijnen en dientengevolge te veroordeelen is1 die soort geschiedenis is een sterk wapen voor hen1 die door den zwaren last van het verleden verdrukt worden en zich daarvan moeten bevrijden1 willen zij voortleven4 ,de geschiedenis wordt echter eene misdadige en te duchten macht1 zoodra zij zich voordoet als eene wetenschap1 die onafhankelijk van het leven is1 die zich vermeet in zichzelve eene absolute waarde te zien en tot leus aanneemt3 fiat veritas1 pereat vita4 ,dan wordt zij een stervensbeginsel in plaats van een levensbeginsel2 dan vult zij den mensch met eene hoeveelheid onvruchtbare kennis1 die hem tot een encyclopedisch woordenboek maakt in plaats van hem tot het daadwerkelijke te voeren en daarenboven houdt zij de ontwikkeling zijner persoonlijkheid tegen1 want zij verwekt in hem het neerdrukkend gevoel1 dat hij een epigoon1 een nakomer is1 die de geschiedenis wel leeren kan1 maar die zelf geen geschiedenis kan maken4 ,toch1 zoo zeggen de voorstanders der historische cultuur1 heeft de geschiedenis1 zij haar ook alle andere waarde ontzegd1 deze verdienste1 dat zij ons menschen en zaken met objectieve billijkheid leert beoordeelen4 ,maar ,nietzsche antwoordt3 ,dat is niet zoo4 ,in werkelijkheid noemt men dien historicus objectief1 die het verleden waardeert naarmate de vooroordeelen van zijn tijd het hem doen begrijpen en subjectief noemt men hem1 die van de heerschende denkbeelden afwijkt2 zoo ook heeft het geen nut1 dat de historicus onpartijdig blijft of wel als belangeloos toeschouwer voor het probleem staat1 dat hij bestudeert1 maar integendeel3 hij alleen is waard de geschiedenis te schrijven1 die het best meewerkt aan den opbouw van het tegenwoordige2 slechts de mensch van ervaring1 de hoogstaande mensch kan geschiedenis schrijven4 ,hij1 die in zijn bestaan geen momenten telt1 waarin hij grooter en verhevener is geweest dan alle anderen1 zal nooit de grootheid en de verhevenheid van het verleden begrijpen4 ,de geest der vervlogen eeuwen blijft steeds een orakelspreuk en gij zult die nooit leeren kennen1 zoo gij niet tot de bouwmeesters van de toekomst1 tot de zieners van het tegenwoordige behoort4 #dg ,dit overdreven opvoeren van de beteekenis der geschiedenis sleept daarenboven nog een noodlottig gevolg mee3 het begunstigt den ergerlijksten vorm van het optimisme1 den eerbied voor de ruwe daad1 de bewondering van het succes4 ,de historicus meent in de universeele evolutie het spoor van een of andere hoogere rede te vinden en zoekt tot hoofdbrekens toe1 hoe die evolutie ontstaan is en waarheen zij leiden moet4 ,maar de mensch is alleen groot geweest naarmate hij de noodzakelijkheid heeft weten te weerstaan en tegen het blind en dom toeval heeft gestreden--om kort te gaan1 naarmate hij zichzelf is geweest en zoo is dan ook de ware geschiedenis niet de geschiedenis der menigten1 maar die der geniale individuen3 ,er zal een tijd komen1 zoo besluit ,nietzsche1 dat men wijselijk niet langer een plan van de universeele evolutie of van de geschiedenis der menschheid zal schetsen2 een dag waarop men niet meer uit een algemeen gezichtspunt met de massa's rekening zal houden1 maar daarentegen met de alleenstaande individuen1 wier serie als het ware een brug vormt over de woeste wateren der wording4 ,zij volgen elkander niet op volgens eene wet van historischen voortgang1 maar zij leven buiten den tijd en zijn tijdgenooten dank zij de geschiedenis1 die dat samenbestaan mogelijk maakt2 zij leven zooals die republiek van genien1 eenmaal door ,schopenhauer beschreven3 de eene reus roept den anderen aan door de verlaten tusschenruimten der eeuwen heen en boven de hoofden der woelige en luidruchtige dwergen1 die overal om hen heen dwarrelen1 vervolgen die hoogverheven geesten hun edel onderhoud4 ,het doel der geschiedenis is tot verbindingsteeken tusschen hen te dienen en zoodoende steeds opnieuw de geboorte van het genie voor te bereiden en te bewerken4 ,neen6 het doel der menschheid ligt niet in het eindpunt van haren loop--het ligt in de meest volmaakte exemplaren1 die zij heeft voortgebracht4 #dh ,,iv4 ,nietzsche stelt zich echter in zijne ,unzeitgemsze ,betrachtungen niet tevreden met den strijd tegen de hedendaagsche strekkingen1 die hij te veroordeelen en gevaarlijk acht1 maar hij begint tegelijkertijd aan het gebouw der toekomst te arbeiden4 ,in de beschaving van onzen tijd zoekt hij de voorboden van eene nieuwe richting1 van eene hervorming van den publieken geest en eene herleving van den ,dionysischen geest2 hij zoekt moderne genien1 die in staat zijn de jeugd naar een nieuw doel te leiden en haar te onttrekken aan het ontzenuwend optimisme en den neerdrukkenden cultus van het stoffelijk welzijn2 en voor zich zoekt hij opvoeders1 die hem helpen zichzelf begrijpen en hem openbaren wie hij is en waarheen hij gaat4 ,in de eerste plaats meende ,nietzsche die meesters gevonden te hebben in ,schopenhauer en ,wagner4 ,einde #ahfe1 toen hij te ,leipzig in de philologie studeerde1 werd hij in ,schopenhauers philosophie ingewijd4 ,het toeval wilde1 dat hij bij ,rohn1 den opkooper van oude boeken ,die ,welt als ,wille und ,vorstellung kocht en van het eerste oogenblik af werd hij ingepalmd door de grootsche vooruitzichten1 die dat boek hem openbaarde en meer nog door de persoonlijkheid van den philosoof1 die hij uit het werk leerde kennen4 #di ,later zeide hij3 ,ik behoor tot die lezers van ,schopenhauer1 die nadat zij eene enkele bladzijde van hem gelezen hebben1 met vaste zekerheid weten1 dat zij eiken regel door hem geschreven1 van den eerste tot den laatste zullen lezen en naar elk woord zullen luisteren1 dat van zijne lippen vloeit4 ,mijn vertrouwen in hem was dadelijk onbegrensd en na het verloop van negen jaren is het onveranderd gebleven4 #ej ,hij erkende1 zij het ook voorloopig en onder benefice van inventaris1 ,schopenhauers voornaamste hypothesen4 ,hierboven is gezegd1 dat ,nietzsche in ,die ,geburt der ,tragdie tot basis van zijne uiteenzetting ,schopenhauers theorien aanneemt over den ,wil als een op zichzelfstaand iets1 over de wereld als voorstelling1 over de indivduatie als oorzaak van alle lijden en over de muziek als de directe uiting van den wil4 ,in dat zelfde werk begroet hij ,schopenhauer als den ,messias van eene tragische cultuur1 die bestemd is om de socratische cultuur van den modernen tijd te vervangen en wier hoofdtrek als volgt wordt geteekend3 ,in plaats van de ,wetenschap wordt voortaan de ,wijsheid het hoogste doel--de ,wijsheid1 die zich niet laat misleiden door de bedriegelijke hersenschimmen der ,wetenschappen1 maar den blik vestigt op het gansche wereldbeeld en in eene opwelling van sympathie en liefde het universeel lijden tracht te beseffen als haar eigen leed4 #ea ,in #ahgb geeft hij hetzelfde idee weer in een klein artikel over het verband tusschen ,schopenhauer's philosophie en de ,duitsche cultuur1 waarin hij in beginsel de hoofdgedachten der eerste drie ,unzeitgemsze ,betrachtungen neerlegt4 #eb ,in #ahgd1 in zijn derde ,unzeitgemsze1 ,schopenhauer als ,erzieher spreekt ,nietzsche zijne innige dankbaarheid uit tot den denker1 die hem in de wereld van den geest heeft ingewijd en verklaart hij den heilzamen invloed1 dien de ideen van den grooten pessimist op de hedendaagsche ziel kunnen uitoefenen4 ,de hedendaagsche mensch1 zegt hij1 zoekt zichzelf1 en om nu uit te vinden wat zijne ware natuur1 zijne ware ikheid is1 kan niemand hem beter helpen dan een goede meester1 d4w4z4 niet een meester1 die hem voorschrijft dezen of genen bepaalden weg te volgen of hem meer uitgebreide arbeidsmiddelen ten dienste stelt1 maar een opvoeder1 die hem van alles bevrijdt1 wat hem belemmert in het doordringen tot die ikheid1 die diep in ons aller aard verscholen ligt4 ,dien meester vond ,nietzsche in ,schopenhauer4 ,in hem zag hij dadelijk den philosoof1 die intellectueel volkomen rechtschapen en in al zijne geschriften geheel oprecht was4 ,schopenhauer spreekt tot zichzelf1 of1 wil men hem een toehoorder toedichten1 zoo zij het een zoon1 die door zijn vader onderwezen wordt4 ,zijne woorden klinken vrij1 flink en welwillend2 zij zijn blijkbaar gericht tot een toehoorder1 die met liefde naar hem luistert4 ,zijne redevoeringen1 waarin zich een sterke ziel openbaart1 eene ziel1 die zeker is van zichzelve1 boeien ons van af het eerste woord2 het is ons alsof wij in een dennenbosch komen2 in lange teugen ademen wij de lucht in en een plotseling welzijn doet zich gevoelen4 ,zoo zijn wij ook bij ,schopenhauer als in een oord1 waar men steeds dezelfde opwekkende lucht inademt en waar die eenvoud en die onnavolgbare natuurlijkheid heerschen1 die het bijzonder voorrecht zijn van hen1 die zich meester gevoelen van hun eigen weelderig thuis4 #ec ,in ,schopenhauers school leerde ,nietzsche de werkelijkheid inzien1 zooals zij is in al hare leelijkheid en met al het leed1 dat zij meesleept2 en tevens leerde hij begrijpen1 dat het genie tegen zijn tijd moet strijden1 wil het tot volle zelfbewustheid komen en dat hij in den strijd tegen de vooroordeelen1 de zwakheden en de zonden zijner tijdgenooten in werkelijkheid zijn eigen individualiteit reinigt door alle vreemde elementen en parasieten1 die van buiten af tot hem zijn gekomen1 te verwijderen en het zuivere goud van zijn genie te ontdoen van alle slakken en alliage4 ,en ten slotte vond ,nietzsche in ,schopenhauer de verklaring van het tragische leven1 zooals ook hij die begreep3 ,een gelukkig leven is onmogelijk3 het schoonste dat de mensch geven kan is een herosch bestaan1 een bestaan dus1 waarin hij1 na zich aan eene zaak gewijd te hebben1 die tot eenig algemeen welzijn strekken kan en na ontelbare moeilijkheden te hebben overwonnen1 ten slotte overwinnaar blijft1 doch slechts ten halve of in het geheel niet beloond wordt4 ,dan staat hij bij de ontknooping van dat bestaan als de prins in ,gozzi's ,re ,corvo1 versteend1 doch in eene edele houding en met een grootsch gebaar4 ,zijn nagedachtenis blijft leven en als een held wordt hij gevierd en zijn wil1 die gedurende zijn geheele leven door beproevingen en zorgen1 door miskenning en ondankbaarheid der menschen geteisterd werd1 sterft in het hart der nirwana4 #ed ,nietzsche meende dus in ,schopenhauer de philosophische en moderne uiting der ,dionysische wijsheid1 die hij bij de ,grieken zoozeer bewonderde1 gevonden te hebben4 ,en evenals het ,schopenhauer gegeven werd het genie niet alleen in zichzelf te leeren kennen1 maar ook buiten hem1 in ,goethe1 een der schoonste voorbeelden van den vrijen1 sterken man te mogen bewonderen1 zoo had ,nietzsche het voorrecht intiem om te gaan met een der machtigste genien van den tijd3 ,richard ,wagner4 ,nietzsche's bewondering voor ,wagner ontstond reeds in zijne jongelingsjaren2 nadat hij tot zijn zestiende jaar een onverzoenlijk classicus1 een bewonderaar uitsluitend van ,mozart en ,haydn1 ,schubert en ,mendelssohn1 ,beethoven en ,bach was geweest en bepaald neerzag op de1 volgens hem1 toekomstmuziek van ,liszt en ,berlioz1 eindigde hij toch met ,wagner's werken mooi te vinden en ging zelfs zijne bewondering over in geestdrift toen hij ,tristan en ,isolde leerde kennen4 ,in #ahfh werd hij aan ,wagner1 die toen te ,leipzig bij de familie ,brockhaus vertoefde1 voorgesteld en in het volgend jaar werd hij1 zooals reeds gezegd1 een der intieme vrienden van ,wagner1 dien hij dikwijls opzocht op zijne buitenplaats ,tribschen4 ,gedurende enkele jaren leefden wij samen voor alle groote1 zoowel als voor alle kleine dingen1 schreef ,nietzsche in #ahhh1 van weerskanten bestond een onbegrensd vertrouwen4 #ee ,ongeveer #ahgb1 toen ,die ,geburt der ,tragdie werd uitgegeven1 bereikte de vriendschap van den jongen philosoof voor den grooten artiest zijn toppunt4 ,toen schreef hij aan een zijner vrienden3 ,ik heb een verbond gesloten met ,wagner en gij kunt u nauwelijks voorstellen hoe groot onze intimiteit is en hoezeer onze plannen overeenkomen4 #ef ,en in zijn vriendschapsdrang zijne gehechtheid niet alleen in woorden1 maar ook in daden willende toonen1 had hij in datzelfde voorjaar bijna zijne professorale loopbaan onderbroken om eene tourne van lezingen te houden ten bate van het ,bayreutsch werk4 ,wagners vertrek naar ,bayreuth 7,april #ahgb7 gaf niet de minste verandering in hunne verhouding3 ,nietzsche zocht ,wagner meermalen op in zijne nieuwe woonplaats en was ook tegenwoordig bij het kunstenaarsfeest1 dat op #bb ,mei #ahgb te ,bayreuth gegeven werd ter eere van de eerste steenlegging van ,wagners theater4 ,in #ahgf woonde hij op dringend verzoek van den componist de repetities van de ,tetralogie bij en was hij getuige van den beslisten triomf der groote hervorming1 die ,wagner in de dramatische kunst had ondernomen4 ,eenige dagen voor zijne aankomst zond hij zijn vrienden een exemplaar van het vierde nommer der ,unzeitgemszen1 getiteld3 ,richard ,wagner te ,bayreuth1 waarin hij eene doordringende1 schitterende analyse gaf van ,wagner als kunstenaar en als moreele persoonlijkheid en daarop eene geestdriftige lofspraak op het groote hervormingswerk1 waarin hij geslaagd was1 liet volgen4 ,hij noemde ,wagner den modernen ,aeschylus1 bij wien de tragische wijsheid zich niet langer in den philosophischen vorm uitte1 zooals bij ,schopenhauer1 maar daarentegen in den levenden1 concreten vorm van onvergelijkelijk grootsche kunstwerken4 ,in hem zag hij een ,dionysisch genie1 dat niet enkel in woorden de wereld van gevoelens1 die in hem bruischte1 kon weergeven en daarom een dithyrambisch dramaturg was geworden1 en door zijne bijzondere samenstelling alle kunsten in zich vereenigde3 tooneelkunst1 muziek en dichtkunst in alle zijne gevoelens uitende4 ,het dramaturgisch genie1 schreef ,nietzsche1 dat zijne volkomen ontwikkeling1 zijne volle rijpheid bereikt heeft1 is een afgewerkt geheel zonder eenige onvolkomenheid of leemte2 het is de waarlijk vrije kunstenaar1 wien het niet mogelijk is anders dan in alle bijzondere takken der kunst tegelijk te denken2 het is de verzoenende bemiddelaar tusschen de twee oogenschijnlijk tegenovergestelde werelden van pozie en muziek2 die de nheid en de integraliteit van onze kunstfaculteit herstelt1 die nheid1 die door het verstand niet begrepen en door redeneering uit niets kan worden afgeleid1 maar zich alleen in daden toont4 ,wagners groote werk1 de schepping van een muziekdrama1 waarin de ,grieksche tragedie herleeft en de uitvoering van dat drama te ,bayreuth mag een der meestzeggende gebeurtenissen in de geschiedenis der ,europeesche beschaving heeten1 want hij stelde zich niets minder voor dan de ,grieksche cultuur te midden der moderne wereld te doen herleven1 en daar alles samenhangt met het gebouw der beschaving is het niet mogelijk eene ernstige1 ware hervorming in de theaterkunst teweeg te brengen zonder tevens groote veranderingen in moreel1 opvoeding en politiek te bewerken4 ,zoo kon dus de triomf van het ,bayreuthsche werk1 mocht het beslist en duurzaam blijken1 begroet worden als de dageraad van een nieuw tijdperk in de menschheid4 ,enkele weken1 nadat ,nietzsche zijne lofrede op ,wagner geschreven had1 verliet hij ,bayreuth diep ontmoedigd en ten doode toe vermoeid en bedroefd3 de schoonste droom zijner jeugd was plotseling vervlogen--zijn geestdrift voor ,wagner was verstomd4 ,vanwaar die groote omwenteling8 ,v4 ,nietzsche zegt in eene zijner voorreden1 dat de meeste zijner geschriften niet de gevoelens van het oogenblik1 waarop hij die schreef1 weergaven1 maar bovenal die gevoelens1 die reeds uitgeleefd waren en plaats hadden gemaakt voor nieuwe ideen4 ,vandaar ook dat zijn geschrift3 ,schopenhauer als ,erzieher tot een tijd behoorde1 waarin hij reeds niet meer aan pessimisme of aan ,schopenhauer geloofde4 ,en evenzoo was ,r4 ,wagner te ,bayreuth eigenlijk eene dankbare hulde aan een moment uit mijn verleden1 aan een der schoonste oogenblikken van mijn geluk en tevens aan het gevaarlijkste van mijn bestaan444 het was in werkelijkheid een breuk en een vaarwel4 #eg ,de nieuwe documenten1 die van de laatste jaren dateeren en ons in staat stellen ,nietzsche's oorspronkelijke gedachten tot in de kleinste bijzonderheid te volgen1 bevestigen niet alleen zijn gezegde1 maar bewijzen bovendien ongetwijfeld1 dat ,nietzsche1 ten tijde dat hij zorgvuldig vermeed in zijn uit te geven geschriften een enkel woord te zeggen1 dat niet tot ,schopenhauers of ,wagners lof strekte1 ver weg was van zijne gedachten zonder voorbehoud aan die beide meesters over te geven1 maar daarentegen ijverig trachtte zich los te maken van hun overheerschenden invloed4 ,zoo week hij reeds in den beginne van ,schopenhauer af op het punt van hoofdstellingen4 ,van af #ahfg geeft hij zijn twijfel te kennen omtrent de fondamenteele hypothesen van het geheele stelsel1 omtrent de eigenschappen die ,schopenhauer aan den wil toekent1 omtrent den wil als zijnde het eigenlijk wereldwezen1 en omtrent het bestaan als een op zichzelf staand iets #eh4 ,en reeds vroeg weerlegt hij de pessimistische gevolgtrekkingen1 die uit ,schopenhauers systeem voortvloeien2 hij wil geen philosophische onderwerping of nihilisme en zijn scepticisme gaat zoover1 dat hij peinst over waarheid en leugen uit een extra-moreel oogpunt beschouwd1 en het einde zijner overpeinzingen is1 dat hij de philosophie van de wanhopige wijsheid veroordeelt1 die philosophie1 die tot elken prijs waarheid verlangt1 ook zelfs daar1 waar zij het bestaan der menschheid aan de wetenschap zou moeten prijsgeven1 en dat hij de tragische wijsheid ophemelt1 die na alle methaphysiek ontkend te hebben1 de kennis ten dienste van den schoonsten levensvorm stelt1 aan de kunst alle rechten weergeeft1 die de wetenschap haar wilde ontnemen1 en eindigt met het voor den mensch noodzakelijk te vinden1 illusie te willen4 #ei ,nietzsche's oordeel over ,wagner was niet minder vrij4 ,in #ahff vond hij1 dat in de ,walkre groote fouten stonden tegenover wonderbaar schoone momenten #fj en in den loop zijner voorbereidende studien voor ,die ,geburt der ,tragdie1 schetste hij ter verklaring der tusschenkomst van het koor in ,beethovens ,i,xe symphonie1 eene theorie1 die regelrecht tegenover die van ,wagner stond2 #fa een andermaal wierp hij tegen de ,wagneriaansche opvatting van het muzikaal drama eene zienswijze op1 die daarvan geheel afweek2 volgens hem moest de zanger in het orkest afdalen1 waardoor op het tooneel niets meer over zou blijven dan de enkele handeling2 de menschelijke stemmen en het orkest moesten die in gebaren weergegeven actie verklaren2 dan zou het zijn als vroeger in de oorspronkelijke tragedie3 de scenische verwezenlijking van een apollinisch vizioen van het koor1 dat door den ,dionysischen geest in vervoering wordt gebracht4 #fb ,nietzsche's twijfel nam toe1 toen hij werkte aan zijn ,r4 ,wagner te ,bayreuth en in zijne schetsen vindt men reeds tal van ideen1 #fc die hij later in ,der ,fall ,wagner uitwerkte4 ,hij zegt daarin wat hij het bovenmatige acht in ,wagners karakter en gaven1 en dat hij in ,bach en ,beethoven eene zuiverder natuur vindt2 hij laat zich gaan tot eene strenge beoordeeling van ,wagners politiek leven1 van zijne verhouding tot de revolutionnairen en den koning van ,beieren1 ook van zijn anti-semitisme2 hij twijfelt zeer aan ,wagners waarde1 niet als integraal kunstenaar1 maar wel als specialist1 als musicus1 dichter of dramaticus1 zelfs als denker2 hij ontdekt reactionnaire elementen in hem1 zooals zijne sympathie voor de middeleeuwen en het ,christendom1 zijne bouddhistische neigingen1 zijne voorliefde voor al wat wonderbaar was1 zijn ,duitsch patriotisme1 en hij is sceptisch gestemd ten opzichte van den reelen invloed1 dien ,wagners hervorming op ,duitschland kan uitoefenen4 ,om kort te gaan1 op hetzelfde oogenblik1 dat ,nietzsche ,wagner openlijk lof toezwaait1 blijkt hij1 ondanks zijn bewering dat hij aan ,wagners muziek zijn meest zuiver en helschitterend geluk verschuldigd is1 niet meer of minder dan een ketter in het ,wagneriaansch geloof te zijn4 ,hoe die schijnbare dubbelhartigheid te verklaren8 ,nietzsche zelf geeft ons als volgt de reden van zijn gedrag aan3 ,eerst gelooven wij in den wijsgeer1 zegt hij naar aanleiding van zijne verhouding tot ,schopenhauer4 ,dan zeggen wij3 moge hij die beweringen ook niet geheel juist kunnen staven1 zoo blijven de beweringen er niet minder juist om4 ,en ten slotte komen wij tot de volgende overtuiging3 die beweringen zijn ons feitelijk onverschillig1 maar de natuur van dien mensch weegt tegen honderden stelsels op4 ,hij moge als onderwijzend leeraar ontelbare malen dwalen1 zoo blijft toch zijne eigen persoonlijkheid gelijk hebben en daaraan alleen hebben wij ons te houden4 ,in den philosoof is wat in eene philosophie nooit zijn zal3 de oorzaak van vele philosophie1 het genie4 #fd ,dat paradoxaal aphorisme verklaart geheel juist de groote wijziging in ,nietzsche's gevoelens ten opzichte van ,wagner en ,schopenhauer4 ,hij begon met veel voor hunne werken te gevoelen1 daarna gingen zijne liefde en achting ook over tot de personen zelve3 hij had1 hen lief als mensch en als genie1 onafhankelijk van hun werken en daarom ontweek hij zorgvuldig elke gevoelige daad1 die hun groote vriendschap verstoren kon en onthield hij zich bovenal van elke publieke critiek over al wat in hunne werken niet in zijn smaak viel4 ,maar ten slotte brak het oogenblik aan1 waarin hij erkende1 dat het onderscheid tusschen de opvattingen zijner meesters en de zijne te groot was1 om daarover in alle eerlijkheid jegens zichzelven te kunnen zwijgen2 toen heeft hij met diepe droefheid in het hart gehoor gegeven aan de gebiedende eischen van zijn denkersgeweten en wendde hij zijne critiek tegen zijne opvoeders4 ,hij zag de dwaling in1 waarin hij tegenover hen verkeerde1 hij begreep1 dat hij in zijn omgang met hen niet getracht had hen naar waarheid te begrijpen1 maar daarin zijne eigen ikheid wilde leeren kennen4 ,en op die wijze was hij tot een schijnbaar paradoxaal maar eigenlijk geheel logisch resultaat gekomen3 in plaats van zichzelf te vormen naar ,schopenhauer of ,wagner had hij hen daarentegen naar zijn eigen beeld vervormd4 ,zijn teekening van ,schopenhauer gaf van den werkelijken ,schopenhauer slechts een onvolkomen beeld en daarentegen beschreef hij daarin met groote juistheid het ideaal van den tragischen wijsgeer naar zijne eigen opvatting4 ,hetzelfde geldt betreffende zijn beeld van ,wagner en zijne apologie van het ,bayreuthsch idee2 hij week ook daarin af van de objectieve werkelijkheid om de geidealiseerde figuren van den ,dionysischen kunstenaar1 eene soort ,zarathustra vr diens wording1 te schetsen en reeds vooruit dat middaguur1 dat later in ,zarathustra voorkomt1 te beschrijven1 dat uur1 waarop de uitverkorenen samenkomen en zich aan hunne meest verheven taak wijden4 ,in plaats dus van zijne modellen uit te schilderen1 beschreef ,nietzsche in hen zijn innerlijken droom4 #fe ,hij begreep nu1 dat hij in denken en gevoelen te ver stond van ,schopenhauer en ,wagner4 ,eerst had hij in het pessimisme een wapen gezien tegen het wetenschappelijk optimisme2 de pessimistische beoordeeling van het heelal kwam hem voor als de fiere plicht van elk oprecht geweten4 ,daarentegen had hij nooit zonder voorbehoud de nihilistische gevolgtrekkingen aangenomen1 die ,schopenhauer uit zijne premissen afleidde1 zijnde3 het medelijden tot de hoogste deugd verheven en de vernietiging van het willen leven als zijnde het doel van het bestaan4 ,maar1 daar hij juist toen geheel opging in den strijd tegen de socratische cultuur van zijn tijd1 kon hij niet veel tijd besteden aan de weerlegging van die nihilistische strekkingen of van het ,christelijk ascetisme4 ,gaandeweg evenwel zag hij in1 dat het nihilistisch gevaar niet onderdoet voor het optimistisch en dat1 waar in onze eeuw de ,philister in zijne middelmatigheid en voldaanheid groeit1 die eeuw tevens van verval getuigt in hare levensmoeheid en haar verlangen naar vrede en niet-zijn4 ,van toen af hield een nieuw vraagstuk ,nietzsche's geest bezig1 en tot het einde van zijn bewust leven liet het hem niet meer los4 ,hij vroeg zich af3 ,waaruit ontstaat dat modern verval8 ,welke zijn de symptomen1 die het karakteriseeren en de teekenen die het openbaren8 ,tot hoever gaan diepte en uitgestrektheid van het nihilistisch kwaad8 ,hoe is het te genezen8 ,van het oogenblik af1 dat hij zich op dat standpunt had gesteld1 veranderde ,nietzsche's oordeel over ,schopenhauer en ,wagner geheel4 ,zij1 die eertijds zijne bondgenooten waren in den strijd tegen het modern optimisme1 werden zijne vijanden in den oorlog tegen het nihilisme en gevaarlijke vijanden om de kracht der betoovering1 die zij eenmaal op hem en meer algemeen nog op den tegenwoordigen tijd uitoefenden4 ,hij begreep dat zijne groote vriendschap voor die beide opvoeders hoogst gevaarlijk voor hem was geweest en dat1 wanneer hij zich niet bijtijds aan hun invloed had onttrokken1 hij nooit zichzelf was geworden en zich nooit volkomen bewust zou zijn geweest van zijne philosophie over den ,uebermensch1 wier kiem reeds gelegen was in de opvatting van de ,dionysische wijsheid1 zooals hij die in zijne ,geburt der ,tragdie verklaarde4 ,ook in een ander opzicht had ,nietzsche zich bedrogen in zijne vereering van ,wagner1 hierin n4l4 dat hij1 de aanbidder van den schoonen vorm1 de bewonderaar van den grootschen klassieken stijl der ,grieken en ,franschen1 zich had kunnen laten verblinden en misleiden door den al te bloemrijken en overladen stijl van het ,wagneriaansche drama1 dat hij zich had laten beetnemen door de kunsten van een geniaal comediant1 van een voortreffelijk goochelaar4 ,hij had een oorspronkelijk genie gezien1 vol kracht en overvloeiend van levensvruchtbaarheid1 in een ultra-geraffineerd decadent1 in een van die nakomers1 die aan den avond van een hoog ontwikkeld tijdperk1 zoo wonderbaarlijk handig gebruik weten te maken van alle stoffen1 die in vorige eeuwen verzameld werden en zeldzame1 knappe1 ingewikkelde werken voortbrengen van schitterende en streelende kleuren als die van een herfstlandschap of een zonsondergang2 werken1 die evenwel meer buitengewoon dan waarlijk schoon zijn en waaraan de ware adel1 de aangeboren volkomenheid1 die zeker van zichzelve zegepralend uitstraalt1 ontbreekt4 ,het ,wagneriaansch drama vertegenwoordigde volgens ,nietzsche den vlammenden stijl in de muziek1 het was de artistieke uiting1 die met onze eeuw van verval samen moest gaan4 ,wagner heeft tot de kleinste hoeken der moderne ziel doorzocht en is dus een gids van waarde voor den denker1 die die moderne ziel tot in hare verborgenste diepten wil leeren kennen4 ,het is noodig ,wagneriaan te zijn geweest444 maar men moet zich van de heerschappij van dien grooten toovenaar weten te bevrijden3 dat is een levensvoorwaarde4 ,de grootste gebeurtenis in mijn leven was eene genezing1 zegt ,nietzsche verder4 ,wagner is slechts eene mijner ziekten geweest4 #ff ,het spreekt van zelf1 dat de slachtoffers van ,nietzsche's kritiek evenmin die ondergrondsche evolutie in zijne ideen als de fijne1 teere beweegredenen van zijne vreemde handelwijze begrepen4 ,schopenhauer was dood en kon niet tegen hem opkomen1 maar ,wagner1 die meer dan levend was1 zag in de afvalligheid van zijn leerling een waar verraad4 ,nietzsche's diepe droefheid op de ,bayreuthsche feesten1 toen hem plotseling met ondragelijke helderheid duidelijk werd wat hij tot nog toe slechts flauw gevoeld had1 n4l4 de groote afstand tusschen den idealen ,wagner zijner droomen en den reelen ,wagner--die droefheid had den meester niet kunnen ontgaan2 zij had hem diep gekrenkt4 ,en toen1 twee jaren later1 ,nietzsche in zijn ,menschliches ,allzumenschliches 7#ahgh7 de nieuwe richting zijner denkbeelden verkondigde en met de meeste omzichtigheid1 zonder ,wagners naam ergens te noemen1 de strekking van het ,wagneriaansch werk critiseerde1 werd de breuk tusschen meester en leerling volkomen4 ,want ,wagner1 alhoewel hij ,nietzsche oprecht liefhad1 beschouwde hem tevens eenigszins als een instrument voor zijn werk en het kwam hem niet meer dan natuurlijk voor1 dat ,nietzsche's eerzucht zich bepalen zou tot den rang van eersten apostel van het ,wagnerianisme4 ,vandaar ook1 dat ,nietzsche's afvalligheid hem bijna evenveel ergernis als smart veroorzaakte1 want hij zag in hem den eerzuchtige1 die onder zijne bescherming getracht had naam te maken om hem dan plotseling te verlaten zonder andere reden dan de aandacht tot zichzelf te willen trekken1 een ondankbare1 die zijne oude vriendschap opofferde aan eene ziekelijke reclame-behoefte4 ,en ,nietzsche van zijn kant zag ondanks het diepe leed1 dat de breuk met zijn meester hem veroorzaakte1 in diens wrok een bewijs van kleingeestigheid en kleinzieligheid1 en al bleef hij1 ondanks het verschil hunner meeningen1 voor den gewonen mensch ,wagner de oprechtste vriendschap gevoelen1 zoo beschouwde hij zich van toen af door niets meer gebonden tegenover den publieken ,wagner1 wiens denkbeelden hij bestreed en aarzelde hij niet eenige jaren later tegen zijn vroegeren vriend eene dier hartstochtelijke vlugschriften te richten1 die zooveel opzien gebaard hebben3 ,der ,fall ,wagner 7#ahhh7 en ,nietzsche contra ,wagner 7#ahhh74 ,nietzsche's gedrag tegenover ,wagner is met recht zeer verschillend beoordeeld4 ,de aanhangers van den grooten meester hebben zich over het geheel zeer streng en m4i4 tevens zeer onrechtvaardig betoond jegens den afvallige van het ,wagnerianisme2 zij hebben ,nietzsche's ontrouw toegeschreven hetzij aan eerzuchtige berekeningen1 hetzij aan gekrenkte ijdelheid en bovenal aan een begin van geestesstoring4 ,te zamen genomen komen hunne beoordeelingen op het volgende neer4 ,tot #ahgf is ,nietzsche de man geweest1 die ,wagner het best begreep1 zijne ,unzeitgemsze over het ,bayreuthsch werk is de schoonste analyse van het ,wagneriaansch genie1 die ooit geschreven is1 maar die groote geest1 die nmaal beloofde een buitengewoon denker te worden1 werd bevangen door eene soort ziekelijke duizeligheid1 die hem er toe dreef met alle heiligste overtuigingen der menschheid en eveneens met het gezond verstand te breken en zijn individueel gewicht bovenmatig te overdrijven2 die duizeligheid heeft hem ten slotte tot waanzin gebracht4 ,onnoodig te zeggen1 dat ik die zienswijze verre van mij werp1 daar zij het gebrek heeft ,nietzsche's intellectueele ontwikkeling met behulp van eene al te beknopte en al te eenvoudige psychologie te verklaren1 want uit het feit1 dat hij ,wagner in volle oprechtheid bestreden heeft na hem niet minder oprecht bewonderd te hebben1 volgt niet noodzakelijk1 dat hij krankzinnig of oneerlijk was2 dit heb ik althans getracht duidelijk te maken4 ,maar aan den anderen kant zijn ,nietzsche's vrienden1 die de onbetwistbare verdienste hadden de ware drijfveeren van zijne handelwijze aan het licht te brengen1 weer te zeer geneigd geweest de onschuld van hun beschermeling te bewijzen4 ,hij had zich bedrogen in zijne bewondering voor ,wagner2 dat was zijn recht1 maar gegeven den juisten aard zijner gevoelens voor ,wagner in #ahgf1 mocht hij dan ,r4 ,wagner te ,bayreuth schrijven in den dithyrambischen vorm1 dien hij koos8 ,hier reeds vraagt men zich af of dit1 zoo al geen geveinsdheid1 toch geen onvoorzichtigheid is geweest van ,nietzsche's kant2 velen althans zullen vinden1 dat het vreemd is op die wijze te spreken over een meester1 dien men op het punt staat te verlaten4 ,en verder had ,nietzsche na eenmaal ,wagner te ,bayreuth geschreven te hebben1 het recht later ,der ,fall ,wagner te schrijven8 ,op dat punt zullen de meeningen verschillen1 zooals zij trouwens over de waarde van ,nietzsche's geheele moraal over het algemeen uiteenloopen4 ,hij is voor zich logisch geweest 7dat staat buiten allen twijfel71 toen hij ,wagner met evenveel geestdrift bestreed als hij hem bewonderd had2 aan zijne intellectueele oprechtheid deed hij de grootst denkbare opoffering door niet zonder smart1 maar zonder eenige zwakheid eene der grootste genegenheden1 die hij ooit gevoeld had1 prijs te geven4 ,maar tal van aanhangers der oude moraal zullen vinden1 dat er niets te bewonderen valt in die opoffering1 dat ,nietzsche slechts persoonlijk1 anders gezegd egost is geweest van het begin tot het einde zijner verhouding tot ,wagner1 dat hij reeds dadelijk1 in plaats van zich aan zijnen opvoeder te geven1 zichzelf in den omgang met ,wagner heeft gezocht en daarna1 toen hij nmaal zijne dwaling omtrent ,wagner had ingezien1 liever de trouw der vriendschap aan zijne eigen ikheid prijsgaf dan de minste zijner persoonlijke overtuigingen op te offeren4 ,ik herhaal het3 die handelwijze is niet alleen onaantastbaar1 maar zeer schoon1 wanneer het menschelijk leven als eenig doel beoogt de ontwikkeling van het genie1 en wanneer1 zooals ,nietzsche zegt3 de onpersoonlijkheid noch in den hemel1 noch op aarde eenige waarde heeft4 ,dat is evenwel een gezichtspunt1 waarvan althans niet een ieder uitgaat en daarom geloof ik ook1 dat ,nietzsche's handelwijze voor velen onzer tijdgenooten raadselachtig blijven zal4 ,velen zullen geneigd zijn in zijn roman met ,wagner niet anders te zien dan den schok--een zeer belangrijken schok uit een aesthetisch en intellectueel1 maar minder zeggend uit een moreel oogpunt--tusschen twee hoogstaande individualiteiten1 die beiden even zelfbewust1 hard tegen elkander zijn gebotst omdat geen van beide aan hunne vriendschap een brokje egosme kon prijsgeven4 ,zoo zal elk1 naarmate zijnen moreelen drang tot individualisme of altrusme1 geneigd zijn ,nietzsche's gedrag met meer of minder sympathie1 onverschilligheid of gestrengheid te beoordeelen4 ,tot slot van deze discussie ,nietzsche's schoon aphorisme1 ,sterrenvriendschap1 waarin hij in een1 naar zijne zienswijze natuurlijk onpersoonlijken vorm maar met zulk eene hooge gevoelsuiting de werkelijk zoo treurige geschiedenis van zijne vriendschap en zijnen breuk met ,wagner heeft beschreven3 ,wij waren vrienden en zijn vreemdelingen voor elkander geworden4 ,maar het is zoo en wij verbergen het elkander niet alsof wij er ons voor moesten schamen4 ,wij zijn als twee schepen1 waarvan elk zijn eigen doel en eigen weg heeft2 wij kunnen elkander wel ontmoeten en samen feestvieren zooals wij vroeger deden--en op dat oogenblik lagen beide schepen zoo vreedzaam in dezelfde haven1 onder dezelfde stralen der zon1 dat het was alsof zij hun doel reeds hadden bereikt en nooit anders dan nzelfde doel hadden gehad4 ,maar toen dreef de almachtige noodzakelijkheid van onze taak ons verre uiteen1 naar verschillende zeen en klimaten2 nu wellicht zullen wij elkander nooit weerzien--wellicht zullen wij elkander ook wel weerzien1 maar zonder elkander te herkennen1 zoo zeer zullen wij veranderd zijn door de zee en door de zon4 ,wij moesten vreemdelingen voor elkander worden3 dat was de wil van onze hoogere wet1 maar daarom ook moet elk onzer de achting van den ander waardiger worden6 ,zoo ook moet de herinnering aan onze vervlogen vriendschap steeds heiliger worden6 ,er bestaat zeker een groote kromme lijn1 de loopbaan eener ster1 waarin onze zoo geheel verschillende wegen en doeleinden begrepen zijn als korte segmenten--laat ons trachten ons tot die gedachte te verheffen6 ,maar ons leven is te kort en ons gezicht te beperkt om ons meer te kunnen doen zijn dan vrienden in den zin van die hoogverheven mogelijkheid4 ,en zoo willen wij gelooven aan onze sterrenvriendschap ondanks onze vijandschap op aarde4 #fg ,,hoofdstuk ,,iii4 ,,nietzsche ,,als ,,philosoof4 7#ahgh-ahhh74 ,i4 ,gedurende de negen jaren1 die op zijn afscheid van de ,baselsche universiteit volgden1 was ,nietzsche's leven slechts n lange strijd tegen de ziekte1 die zijne gezondheid ondermijnde en ten slotte zijn hardnekkigen weerstand overwon3 in de eerste dagen van #ahhi werd ,nietzsche door waanzin aangetast2 zijn worstelen duurde elf jaren1 die hij1 zonder eenige hoop op beterschap1 te ,jena1 te ,nauenburg en te ,weimar doorleefde zonder zijnen arbeid te kunnen vervolgen en zonder zich bewust te zijn van het jaarlijksch toenemen van zijnen roem2 eindelijk op #bf ,augustus #aijj stierf hij te ,weimar4 ,daar men somtijds getracht heeft zijne geheele philosophie af te breken door haar voor het werk van een krankzinnige te doen doorgaan1 is het onze plicht naar de documenten1 die ,mevr4 ,frster-,nietzsche uitgaf1 een kort overzicht te geven van de voornaamste feiten1 die in staat zijn ons den geestestoestand van ,nietzsche gedurende de jaren van respijt1 die hij had in zijne ziekte1 te verklaren4 ,nietzsche behoorde tot eene familie1 waarin een hooge ouderdom bijzonder veel voorkwam4 ,het meerendeel der broeders1 zusters en oudere bloedverwanten van zijnen vader werden ouder dan zeventig1 tachtig of zelfs negentig jaren en diezelfde hooge ouderdom kwam voor in de familie zijner moeder1 terwijl onder al zijne voorgangers geen enkel geval van waanzin voorkwam4 ,daarentegen stierf zijn vader op #cf jarigen leeftijd aan hersenverweeking--zoo meldt een dagboek uit ,nietzsche's kinderjaren1 en volgens mevrouw ,frster-,nietzsche was die ziekte uitgebroken ten gevolge van een val1 dien haar vader elf maanden te voren van eene trap had gedaan4 ,nietzsche schijnt een buitengewoon sterk gestel gehad te hebben1 evenals allen van zijn geslacht en zijn eenig gebrek was eene groote bijziendheid1 die hem zoowel gedurende zijne studie als in zijne militaire dienstjaren zeer hinderlijk was4 ,zijne gezondheid schijnt eerst verminderd te zijn naar aanleiding van de ernstige ziekte1 die hij in #ahgj uit ,frankrijk meebracht4 ,van af dat oogenblik openbaarden zich bij hem periodieke hoofdpijnen1 gepaard gaande met braken1 maag- en oogpijnen4 ,reeds in #ahge werden die aanvallen ernstiger en gedurende den winter1 vooral tegen ,december en ,januari deden zij zich zeer hevig gevoelen4 ,de winter van #ahgf op #ahgg1 dien ,nietzsche in het ,zuiden doorbracht1 schonk zijne ziekte geen duurzame beterschap4 ,in #ahgi keerden de aanvallen menigvuldiger en heviger terug dan te voren3 van af ,januari #ahgi tot ,januari #ahhj telde ,nietzsche honderd achttien dagen van vreeselijke pijnen4 ,zoo bracht hij drie jaren tusschen leven en dood door zonder zich te laten ontmoedigen in den strijd tegen de pijn1 die hem martelde1 besloten om te leven en zijne philosophische taak af te maken2 gedurende het ergste zijner ziekte werkte hij zelfs aan een deel aphorismen ,morgenrthe 7#ahhj-ahha71 dat1 zooals hij later zei1 geschreven werd met een minimum van kracht en gezondheid4 ,en in zijne energische kracht slaagde hij er in zijne pijn te overwinnen4 ,van af #ahhb kwam er eene merkbare verbetering in zijnen toestand2 zijne winters bracht hij in het ,zuiden door bij ,genua of ,nice en zijne zomers in den hoogen ,engadin1 waar hij zich zeer hechtte aan het dorpje ,sils-,maria4 ,dank zij die voorzorgen leidde hij een vrij dragelijk leven1 dat hij aan eene intense letterkundige productie wijdde4 ,hij schreef en gaf achter elkander de volgende werken uit3 ,die frhliche ,wissenschaft 7#ahha-ahhb71 de vier deelen van ,also sprach ,zarathustra 7#ahha-ahhe71 ,jenseits von ,gut und ,bse 7#ahhe-ahhf71 ,zur ,genealogie der ,moral4 ,eine ,streitschrift 7#ahhg74 ,en in #ahhh verdubbelde zijn intellectueele ijver3 al werkende aan het groote werk1 waarin hij de besliste uiting zijner denkbeelden wilde weergeven1 ,der ,wille zur ,macht4 ,versuch einer ,umwerthung aller ,werthe1 schreef hij in het voorjaar ,der ,fall ,wagner 7,mei en ,juni71 's zomers de ,dithyramben an ,dionysos 7,augustus7 en ,gtzen-,dmmerung oder wie man mit dem ,hammer philosophirt 7einde ,augustus1 begin ,september72 van #c tot #cj ,september schreef hij het eerste deel van ,der ,wille zur ,macht1 ,der ,anti-,christ en tegen half ,december redigeerde hij nog ,nietzsche contra ,wagner4444 ,eenigen tijd daarna1 in de eerste dagen van ,januari brak de waanzin uit4 ,niet met juistheid kennen wij de ziekte1 waaraan ,nietzsche geleden heeft en zij schijnt ook de doktoren1 die hem behandelden1 in verlegenheid gebracht te hebben4 ,zijne zuster1 die hem meermalen met bewonderenswaardige toewijding heeft opgepast1 geloofde1 dat zijne ziekte accidenteel en niet aangeboren was3 naar haar oordeel lag de oorzaak in de ziekte1 die hij in #ahgj in de ambulance had opgedaan en waarna hij1 in plaats van langen tijd rust te zoeken tot herstel van de ondervonden physieke en moreele schokken1 slechts half beter zijnde1 opnieuw aan het werk was getogen4 ,volgens mevrouw ,frster-,nietzsche was de gezondheid van haren broeder langzamerhand vernietigd door overwerking1 gepaard aan slechte hygine en misbruik van medicamenten4 ,toch is het moeilijk1 wanneer men den aard van ,nietzsche's ziekte kent1 geheel de hypothese van een erfelijken invloed van zich af te zetten1 en ,nietzsche zelf bedroog zich daaromtrent niet1 want hij was er van overtuigd1 dat de kiem zijner ziekte van zijnen vader kwam en gedurende zijn hevige crisis in #ahhj verwachtte hij elk oogenblik de cerebrale congestie die hem uit zijn lijden zou verlossen4 #fh ,hieruit mag men echter niet besluiten1 dat in ,nietzsche de waanzin verborgen gehuisd heeft gedurende zijn geheele leven en op al zijne werken invloed heeft uitgeoefend4 ,weliswaar heeft het gerucht geloopen1 dat ,nietzsche herhaalde malen in een gesticht werd genterneerd en dat hij zijne voornaamste werken geschreven zou hebben tusschen twee verblijven in een krankzinnigengesticht #fi1 maar die praatjes zijn zoowel door ,nietzsche zelf in het laatste jaar van zijn bewust leven #gj als door de personen zijner omgeving aan wier getuigenis men zonder bepaalde tegenbewijzen moeilijk zou kunnen twijfelen1 categorisch weerlegd4 ,zelfs schijnt de ziekte1 ook gedurende de hevigste aanvallen1 bij hem geen enkele intellectueele dwaling te hebben veroorzaakt1 welk feit herhaaldelijk door ,nietzsche1 zoowel als door zijne zuster bevestigd werd4 ,zoo schreef hij in #ahhh3 ,gedurende de martelingen1 die mijn hoofd mij deed ondergaan1 gepaard met brakingen drie dagen achtereen1 behield ik eene buitengewone helderheid van denken en kon ik met groote koelbloedigheid vraagstukken oplossen1 waarvoor ik in normalen toestand1 de noodige vlugheid of scherpzinnigheid1 de noodige koelheid van hoofd mis4444 ,alle ziekelijke troebelen van het verstand1 zelfs die halve verdooving1 die koorts meebrengt1 zijn mij tot den huidigen dag vreemd gebleven4 #ga ,mijn pols1 schreef hij ook1 was even langzaam als die van ,napoleon ,i 7 #fj74 ,toch dient gezegd te worden dat ,nietzsche's voornaamste werken behooren tot de dagen tusschen #ahhb en #ahhg toen zijn toestand veel beter werd4 ,en ten slotte blijkt het1 dat zijn waanzin zeer plotseling is uitgebroken4 ,noch in zijne geschriften1 noch in de brieven1 die hij einde #ahhh tot den beroemden ,deenschen criticus ,brandes richtte1 kan men het minste teeken van waanzin vinden3 hoogstens vindt men in de allerlaatsten eenige symptomen van ziekelijke opwinding4 ,daarentegen liet een briefje1 dat hij op #d ,januari #ahhi aan ,brandes schreef1 geen twijfel meer toe omtrent ,nietzsche's geestestoestand3 #gb dat was wel het werk van een krankzinnige4 ,bovenstaande feiten vernietigen m4i4 allen twijfel3 ,nietzsche's werken werden geschreven ten tijde1 dat hij nog in het volle genot zijner vermogens verkeerde4 ,wil men niettemin toch geen waarde hechten aan zijne leerstellingen onder voorwendsel1 dat zijn verstand1 alvorens geheel tot waanzin over te slaan1 reeds aangetast kon wezen door die ziekte1 dan blijft dat toch niets meer dan eene mogelijkheid1 die door geen enkel positief feit gestaafd wordt4 ,hoogstens kan men er uit afleiden1 dat men ,nietzsche's theorien met buitengewone omzichtigheid moet onderzoeken alvorens die aan te nemen2 maar dwingt de meest elementaire intellectueele eerlijkheid ons niet tot een zelfde onderzoek bij elke philosophische theorie8 ,of wil men reeds bij voorbaat ,nietzsche's theorien verzwakken onder voorwendsel1 dat zij het werk waren van een zieke1 een ontaarde en dat zij bijgevolg niet anders kunnen zijn dan ongezond8 ,niets komt mij echter onvruchtbaarder voor dan twee soorten van genien te willen onderscheiden1 de gezonde en de ziekelijke genien1 daar het mij toch geheel onmogelijk schijnt de juiste grenslijn tusschen beide categorien te bepalen4 ,er bestaat geen gezondheid op zichzelve1 zegt ,nietzsche1 en alle pogingen om een dergelijk iets te bepalen1 hebben jammerlijk gefaald4 ,gij moet rekening houden met uw doel1 uwen horizon1 uwe krachten1 uwe neigingen en uwe dwalingen en bovenal met de innige overtuiging en de droombeelden van uwe ziel2 dan eerst kunt gij beslissen wat1 ook voor uw lichaam1 het woord gezondheid beduidt4 ,er bestaan dus ontelbaar veel soorten van gezondheid van het lichaam en hoe grooter de mogelijkheid wordt voor het individu om het hoofd op te heffen1 zooveel te meer zal het dogma van de gelijkheid aller menschen1 het begrip van eene normale gezondheid te niet gaan en bij de medici dat van een normale hygine en den normalen loop eener ziekte verflauwen4 ,dan eerst zal de tijd gekomen zijn om over de gezondheid en de ziekte der ziel na te denken en in beginsel vast te stellen1 dat ieders eigen deugd de gezondheid zijner ziel is en in dat geval zal het zeer wel mogelijk zijn1 dat die gezondheid bij den een gelijkt op datgene1 dat bij den ander juist ongezond is4 ,dan nog rest de groote vraag1 te weten of wij zonder ziekte zouden kunnen leven1 juist met het oog op de ontwikkeling van onze deugd1 en of de zieke ziel niet even onmisbaar is voor onze dorst naar zelfkennis en zelfbewustzijn als de gezonde1 kortom1 of het willen van uitsluitend gezondheid niet een vooroordeel en eene lafheid zou zijn1 wellicht een zeer verflauwd overblijfsel van barbaarschheid1 een reactionnaire neiging4 ,onder bovenstaande voorwaarden zullen wij geheel onpartijdig ,nietzsche's theorien kunnen bestudeeren2 wij weten alleen1 dat zij het werk van eene buitengewone natuur waren1 en zijn besloten dat werk met evenveel onafhankelijkheid van geest te onderzoeken als wij gedaan zouden hebben wanneer de schrijver in plaats van lange jaren aan waanzin te hebben geleden1 in #ahhi neergeveld ware door de beroerte1 die hij reeds negen jaren vroeger verwachtte1 in welk geval waarschijnlijk niemand er aan gedacht zou hebben in zijn werk de hersenschimmen van een krankzinnige te zien4 ,,ii4 ,mijne formule voor de grootheid van een mensch1 schreef ,nietzsche in zijn dagboek van #ahhh1 is amor fati3 geen enkel feit willen veranderen4 ,noch in het verleden1 noch in de toekomst1 tot in de eeuwigheid niet2 niet alleen het noodlot verdragen1 nog minder het verhelen--alle idealisme is een leugen tegen het noodlot--maar het lief hebben4 ,zoo leert ook ,zarathustra aan zijne volgelingen3 ,de wil is eene scheppende kracht4 ,al dat is zoo blijft slechts een fragment1 een raadsel1 een verontrustend toeval tot den dag1 waarop de scheppende wil zegt3 ,ik wilde het zoo61 tot den dag1 waarop de scheppende wil zegt3 ,ik wil het zoo6 ,ik zal het altijd zoo willen6 ,overeenkomstig deze moraal wist ,nietzsche zijne ziekte te willen2 hij leed zonder zwakheid of zwetserij1 zonder te pronk te loopen met zijne smarten1 zonder tragischdoenerij en zonder wanhoop2 zijn eenig streven was zooveel mogelijk voordeel te trekken uit de smarten1 die hij leed en zoo goed mogelijk het leven1 zooals het hem gegeven was1 te ontginnen4 ,het staat niet aan ons hem te beklagen1 want niets geeft ons het recht hem ons medelijden op te dringen1 maar hij heeft recht op onzen eerbied4 ,de eerste weldaad1 die hij in zijne ziekte vond was1 dat zij hem verloste van zijn professoraal en philologisch vak1 want sedert lang reeds was hem zijne levenswijze te ,bazel te veel en hij gevoelde duidelijk1 dat niet de philologie1 maar de philosophie zijn levensdoel was4 ,dat is zeker1 schreef hij in #ahge1 dat het feit van een enkelen regel geschreven te hebben1 die waard is door de toekomstige geleerden verklaard te worden1 mij veel zwaarder weegt dan de lof van den grootsten criticus4 ,en naarmate zijne ware bestemming hem duidelijker werd1 gevoelde ,nietzsche1 dat zijn werkkring aan de universiteit hem tot last werd1 want om plichtmatig zijne betrekking te vervullen1 offerde hij zijne beste uren op aan eene studie1 die van weinig of geen belang was voor de groote taak1 die hij zich ten doel had gesteld4 ,zijne ziekte bespaarde hem de pijn1 die alle breken met het verleden meebrengt en dwong hem tot een geheel ander leven2 voortaan verkeerde hij in de grootste eenzaamheid en alle lezen werd hem jarenlang onmogelijk2 hij was gedwongen tot rust en nietsdoen en dientengevolge keerde hij in tot zichzelve en stond alleen tegenover zijne ikheid4 ,en die ikheid1 die vroeger verstoord werd door het uitwendige leven1 die begraven werd onder eene opeenhooping van geleerdheid en door vreemde invloeden werd belemmerd1 die ikheid begon opnieuw te spreken1 eerst zacht fluisterend1 dan luider en luider3 ,nooit1 zegt ,nietzsche in zijn dagboek van #ahhh1 heb ik mijzelve meer vreugde geschonken dan gedurende mijne smartelijkste lijdensjaren4444 ,die terugkeer tot mijzelve was mij als eene hoogere genezing6 ,de physieke genezing was er slechts een gevolg van4 ,ook nog uit een ander oogpunt wist ,nietzsche partij te trekken van de levensvoorwaarden1 die zijne ziekte hem voorschreef2 hij heeft n4l4 genoeg geestkracht gehad om in zijn zorgwekkenden gezondheidstoestand een bijzonder belangrijk psychiologisch verschijnsel te zien en zichzelf waar te nemen met de koelbloedigheid en de objectiviteit van den geleerde1 die een merkwaardig object onderzoekt4 ,gewoon als hij was eene philosophie niet als een geheel van abstracte1 onpersoonlijke waarheden te beschouwen1 maar als de uiting van een temperament1 van eene persoonlijkheid1 overwoog hij van zelf met bijzondere belangstelling het volgend vraagstuk3 ,welken invloed oefenen gezondheid of ziekte op het denken van den wijsgeer uit1 want wanneer het lichaam1 onze groote rede lijdt1 moet onze kleine rede onvermijdelijk het gevolg van dat lijden ondervinden2 dientengevolge kan men de verschillende philosophische leerstellingen niet langer beoordeelen naar de hoeveelheid objectieve waarheid1 die zij inhouden1 maar moet men ze beschouwen als pathologische verschijnselen2 men kan zich dan afvragen of deze of gene theorie of overtuiging een teeken van gezondheid of wel van verval is bij hem1 die haar verkondigt4 ,nu zal het natuurlijk een denker des te gemakkelijker vallen dat vraagstuk op te lossen1 naarmate hij bij ondervinding meer of minder verschillende gezondheidstoestanden heeft doorgemaakt en dientengevolge in zekeren zin meer of minder philosophien heeft doorleefd4 ,nietzsche ging dus met wetenschappelijke nieuwsgierigheid1 die in zijn geval van zekere grootheid getuigde1 na welke de uitwerking was1 die zijne ziekte op zijne denkbeelden veroorzaakte en op welke wijze het physiek lijden in zijn denken weerklank vond4 ,in de eerste plaats merkte hij op1 dat het lijden hem wantrouwend stemde ten opzichte van het leven en hem weerspannig maakte tegen de troostende en verfraaiende droombeelden1 die zoo welkom zijn aan hen1 die het leven goedertieren behandelt4 ,ik twijfel er aan1 zegt hij1 dat de smart ons beter maakt1 maar ik weet1 dat zij ons diepzinniger maakt4 ,om langdurige lichamelijke kwellingen te weerstaan1 moet de mensch eene zeer groote mate van zelfbedwang uitoefenen1 hetzij door de wilskracht van den ,indiaan1 die ondanks de hevigste folteringen tot het einde toe zijne zegevierende vijanden trotseert1 hetzij door zich als de heilige of de fakir over te geven aan eene volkomen zelfverloochening in eene algeheele verzaking van den wil4 ,de mensch1 die zonder bezwijken een dergelijke beproeving doorstaat1 leert de levensproblemen met een steeds helderder ziend wantrouwen beschouwen en meedoogenloos weigert hij de werkelijkheid mooi te vinden2 hij weert alle verfraaiende en troostende hypothesen af en gevoelt een boosaardigen dorst naar wraak tegen het leven1 naar vergelding2 hij wil vergoeding zoeken voor al het leed1 dat het leven hem berokkent door het vlak in de oogen te zien en het alle sluiers en bedriegelijke sieraden1 die dienen moeten om de menschheid te verleiden en te bedriegen1 te ontrukken4 ,mocht hij het leven nog liefhebben1 dan is zijne liefde als die van den jaloerschen minnaar1 die de vrouw nog liefheeft1 die hem bedrogen heeft en hem wantrouwen inboezemt4 ,verder merkte ,nietzsche op1 dat het lijden--zij het ook door eene schijnbaar paradoxale gevolgtrekking--hem tot optimisme had gebracht4 ,zijne ziekte leerde hem n4l4 bij ondervinding de uitwerking kennen1 die physiologische depressie op den geest van den denker veroorzaakt4 ,hij zag hoe het lijden langzamerhand den trots der wijsgeerige rede tracht te knakken1 hoe het die rede wil brengen tot zwakheid1 gelatenheid en droefheid en hij zoekt de oorden van toevlucht en rust op1 de zonneplekjes in het rijk van den geest1 waar het denken der zieken en ontaarden eenige verzachting voor zijne ellende vindt4 ,en uit zijne opmerkingen besloot hij1 dat alle philosophie1 die vrede boven oorlog stelt1 alle moraal1 die van het geluk eene negatieve verklaring geeft1 alle metaphysica1 die een staat van evenwicht en bepaalde rust beschouwt als het einddoel van de evolutie en alle aesthetisch of godsdienstig verlangen naar eene betere wereld1 naar een of ander hiernamaals1 in den grond waarschijnlijk niets anders is dan een teeken van ontaarding2 hij meende te begrijpen1 dat alle pessimistische of quietistische theorien slechts aantoonden1 dat degenen1 die haar uitvonden1 aan een of andere physiologische kwaal leden4 ,en daar hij genezen wilde1 wilde hij ook optimisme4 ,de ondervindingen1 die hij gedurende zijne ziekte had opgedaan1 maakten hem de ware oorzaak van het pessimisme duidelijk en daarom verzamelde hij alle levenskracht1 die in hem was om zich tegen het leed te verzetten en physiek1 zoowel als moreel een beslissenden strijd tegen zijne ziekte te voeren4 ,dank zij zijn geestkracht bleef hij overwinnaar2 hij werd optimist en herwon zijne gezondheid3 ,in zekeren zin ontdekte ik het leven opnieuw1 schreef ,nietzsche in zijn dagboek van #ahhh1 ik vond mijzelve terug en genoot van al het goede1 zelfs van het kleinste zooals een ander het moeilijk zou kunnen doen1--van mijn wil om te genezen en te leven maakte ik mijne wijsbegeerte4 ,men merke dan ook op1 dat de jaren1 waarin mijne levenskracht tot zijn minimum daalde1 dezelfde waren1 waarin ik ophield pessimist te zijn2 de drang naar zelfbehoud verbood mij eene philosophie van ontzegging en ontmoediging4 ,,iii4 ,de eerste daad in ,nietzsche's philosophisch leven1 zijne ,geburt der ,tragdie is de schitterende bevestiging van een nieuw1 n4l4 het tragisch ideaal en tevens een opgetogen lofspraak op ,aeschylus1 ,schopenhauer en ,wagner1 in wie hij de voornaamste vertegenwoordigers van dat ideaal erkent4 ,en evenzoo eindigde ,nietzsche in de laatste jaren van zijn bewust leven opnieuw met de nog meer zegepralende en bezielde bevestiging van zijn ideaal1 van datzelfde ideaal1 dat hij reeds als jongeling in zich had bespeurd1 want de philosophie van den ,uebermensch1 die ,zarathustra onderwijst1 komt in den grond bijna geheel overeen met de tragische philosophie4 ,tusschen die twee zelfde perioden nu van een bevestigen vol vreugde en vertrouwen1 strekt zich een tijd van ontkennen en uitermatige critiek uit als eene depressie1 die twee bergtoppen scheidt4 ,nietzsche was overijld aan het bouwen gegaan en moest inzien dat zijne bouwmaterialen niet sterk waren4 ,wij hebben opgemerkt1 dat hij aan het einde van zijne eerste levensperiode staafde1 dat ,schopenhauers pessimisme en ,wagners decadente kunst niets met zijn eigen innerlijke en oorspronkelijke overtuiging hadden uit te staan en dat hij begreep hoe noodig het was al zijne ideen zonder onderscheid aan een strenge critiek te onderwerpen om er met vaste hand de vreemde elementen en parasieten1 die er in geslopen waren1 uit te roeien4 ,in de tweede helft van zijn leven doorliep ,nietzsche nog nmaal1 doch nu in omgekeerde richting1 den weg1 dien hij gedurende de eerste helft had gevolgd4 ,na meedoogenloos alle valsche waarden1 die hij nog in zijne eerste werken erkende1 te hebben vernietigd1 verhief hij zich opnieuw van ontkennen tot bevestigen en ging hij over van de koele onversaagdheid van den criticus tot de quasi mystieke vervoering van den profeet4 ,de eerste werken uit ,nietzsche's eigenlijk philosophische periode1 ,menschliches ,allzumenschliches1 ,vermischte ,meinungen und ,sprche1 ,der ,wandrer und sein ,schatten1 ,morgenrthe1 die1 zooals wij zeiden1 geschreven werden gedurende den tijd dat zijne gezondheid het ernstigst bedreigd werd1 spreken van het diepe wantrouwen in het leven1 dat zijne ziekte in hem gewekt had2 de geest1 die er uit spreekt1 is scherp en koud en ,nietzsche doet zich er in kennen als de onbarmhartige verwoester1 die tegen alle godsdienstige1 metaphysieke en moreele begrippen stormloopt2 hij vergelijkt zich daarin bij een mijnwerker1 die de basis der meest vaststaande dogmen ondermijnt en langzaam1 geduldig en zeker zijne onderaardsche gangen uitbreidt1 ver van het daglicht en ver van het menschelijk oog4 ,menschliches is een verwoede aanval op het romantisch pessimisme1 en in het bijzonder op ,schopenhauer1 wiens leerstellingen ,nietzsche1 als hij zijne vroegere meening verloochent1 hooghartig verstoot2 hij verwerpt nu de hypothese van den wil als een op zichzelf staand iets1 terwijl hij die nog aannam in ,die ,geburt der ,tragdie en ontkent in het algemeen de noodzakelijkheid van het geloof in een op zichzelf staand iets2 hij bestrijdt de moraal van het medelijden1 de verheerlijking van de zelfverloochening1 de leer1 die den mensch voorhoudt1 dat hij van alle persoonlijke en egoste verlangens afstand moet doen en hij neemt zelfs niet langer aan1 dat het doel van de menschheid bestaat in het voortbrengen van het genie1 zooals hij nog in ,schopenhauer als ,erzieher schreef1 maar verkondigt1 dat zij over het geheel genomen geen bepaald doel voor oogen heeft4 ,in ,der ,wandrer und sein ,schatten tracht ,nietzsche die schaduw te onderzoeken1 die uit alle dingen vloeit zoodra de zon der kennis ze beschijnt #gc2 want al te goed weet hij welk eene verkeerde voorstelling men zich van alles maakt1 wanneer men het alleen onder het licht der idealistische kennis bestudeert1 daar men dan alleen de verlichte zijden ziet1 terwijl de schaduwzijden voor den blik verborgen blijven1 en daarom moet de denker1 die zich een volledig beeld der werkelijkheid wil scheppen1 haar ook van de donkere zijde leeren bezien4 ,in de ,morgenrthe eindelijk onderwerpt ,nietzsche die waarde aan de critiek1 die door den mensch te allen tijde als de hoogste waarde wordt beschouwd1 n4l4 het geloof aan de moraal4 ,hij toont aan1 dat het gevoel van plicht niet uit een bovennatuurlijken oorsprong voortkomt en evenmin van overheerschende of besliste waarde is1 dat er geen eeuwige en onverzettelijke wet bestaat voor goed en kwaad en dat de moraal1 die den mensch dwingt jegens zichzelf waar te zijn ten koste van alles1 ten slotte zichzelve vernietigt3 de mensch wordt immoralist door de moraal1 evenals hij athest wordt door den godsdienst3 zijn intellectueele eerlijkheid dwingt hem er toe zijne critiek op de moraal zelve toe te passen en de wettigheid van hare leerstellingen in twijfel te trekken4 ,het ideaal van het leven1 zooals ,nietzsche het zich voorstelt1 komt in die dagen eenigszins het ideaal van den positivist nabij4 ,hij neemt aan1 dat zich in de eerste dertig levensjaren van elk sterveling in zekeren zin eene evolutie herhaalt1 die de geheele menschheid wellicht dertig duizend jaren heeft gekost4 ,in zijne kinderjaren is de moderne mensch godsdienstig2 dan verliest hij het geloof in ,god en de onsterfelijkheid en vindt hij gedurende eenigen tijd zijn steun in de strengere bekoring der metaphysica1 doch ook deze bevredigt hem weldra niet meer en wordt hem gaandeweg slechts een aesthetisch geloof1 eene warme vereering van de kunst4 ,ten slotte laat de wetenschappelijke geest zich meer en meer gelden en drijft den mensch tot een nauwkeurige studie van geschiedenis en natuur1 en in den man der wetenschap1 den vrijen geest1 die zich van alle illusie en vooroordeel heeft losgemaakt1 ziet ,nietzsche gedurende eenigen tijd het schoonste type der hoogstaande menschheid4 ,de vrije geest is een intellectueel pessimist en moet eene sterke1 moreele gezondheid bezitten om zich niet tot wanhoop en nihilisme te laten gaan1 want niet ongestraft kan de mensch den sluier der dwaling1 die hem van alle kanten omringt1 verscheuren en de werkelijkheid in de oogen zien4 ,het geheele menschelijk leven is diep in dwaling verzonken en het individu kan het uit die put niet verlossen zonder door en door vijandig gestemd te worden tegen zijn verleden1 zijne tegenwoordige drijfveeren bespottelijk te vinden en met smaad en verachting neer te zien op de hartstochten1 die ons doen hopen op de toekomst en op een toekomstig geluk4 #gd ,hij kan evenwel1 zoo hij een moedig en energisch temperament bezit1 in zijne wetenschap zelve de beweegredenen vinden om niet aan wanhoop toe te geven3 pessimistische kennis bevrijdt hem n4l4 van de zorgen1 die den alledaagschen mensch vervolgen en1 waar hij geen belang meer stelt in datgene1 dat waarde heeft voor alle anderen1 geniet hij te meer en te vrijer van het aanschouwen der dingen2 vrij van alle vrees is het hem een genot boven de menschelijke beweging1 boven gewoonten1 vooroordeelen en wetten te zweven2 hij leeft uitsluitend om zijne kennis te verrijken en vindt zijne grootste belooning in het begrijpen in en om zich van de noodzakelijke wetten der wereld-evolutie en wellicht een voorgevoel te hebben van wat de toekomst van het menschelijk geslacht beduidt4 ,meent gij1 dat zulk een leven met een dergelijk doel te moeilijk en van alle bekoring ontbloot is8 ,welnu1 dan hebt gij nog niet ondervonden1 dat er geen honig zoo zoet is als de honig der wetenschap en dat de drukkende wolken der droefheid als de zware borsten zijn1 waaruit gij de versterkende melk zult putten4 ,wanneer dan de ouderdom komt1 zult gij het begrijpen waarom gij de stem van die natuur zijt gevolgd1 en hoe die natuur de wereld door het genoegen leidt4 ,het leven1 welks toppunt de ouderdom is1 heeft nog een tweede toppunt in de wijsheid1 die de uitstraling van eene bestendige vreugde is en beide1 wijsheid en ouderdom zult gij vinden op den top van uwen laatsten opgang1 want zoo heeft de natuur het gewild4 ,dan slaat de ure1--berust er in--dat de nevel des doods nadert4 ,moge dan uwe laatste beweging een oprichten naar het licht en uw laatste zucht een zegelied der wijsheid zijn6 #ge ,van af #ahhb echter begint de toon van ,nietzsche's werken onmerkbaar te veranderen2 wel zet hij tot het einde toe den strijd voort tegen de meeningen van zijn tijd en zoo draagt een zijner laatste werken1 ,gtzendmmerung1 den beteekenisvollen bijtitel3 ,wie man mit dem ,hammer philosophirt en komen in de ,genealogie der ,moral en in de ,antichrist somtijds ongehoorde aanvallen op het ,christendom en op diens ascetisch ideaal voor1 maar tusschen het oorlogzuchtig trompetgeschal1 de kreten van woede en haat en de uitingen van bitteren spot door klinken nu de lyrische1 geestdriftvolle tonen van een zegelied4 ,na vele jaren van ziekte en lijden1 waarin hij van den eenen dag op den andere leefde in voortdurende afwachting van den dood1 herademt hij en droomt hij weer van betere dagen4 ,dit boek1 zeide hij1 sprekende van ,die frhliche ,wissenschaft1 dat in #ahhb geschreven was1 is slechts de vreugdekreet1 die op lange dagen van ellende en onmacht volgde1 het is de juichende zang van de wederkeerende krachten1 het herlevend geloof in een morgen en een overmorgen1 het plotseling besef en voorgevoel van een toekomst1 die zich voor mij opende1 van aanstaande avonturen1 ruime zeen en nieuwe doeleinden1 waarnaar ik streven kon1 waarin ik gelooven kon4 #gf ,hij ontkwam aan de heerschappij zoowel van de ziekte1 die den horizon van zijn leven verduisterde1 als van zijn onhandelbaren trots1 die niet buigen wilde voor smart en zichzelf dwong het hoofd op te houden krachtens het fiere grondbeginsel1 dat een zieke het recht niet heeft pessimist te zijn4 #gg ,nu gevoelde hij de vreugdevolle opwinding van herwonnen gezondheid en het was hem als eene zonnige lente na een strengen winter4 ,die gemoedsstemming stond hem niet toe zich langer tevreden te stellen met het ideaal van den vrijen geest1 zooals hij het in zijn ,menschliches beschreven had2 want dien vrijen geest ontbrak het aan vreugde2 het leed had hem eenigszins somber gestemd en hij had zich nog niet geheel losgemaakt van den geest der traagheid1 van dien hoogen1 almachtigen demon1 dien men als den meester der wereld beschouwt #gh2 hij kon nog niet dansen en zich vrij en vroolijk op den stroom van het leven bewegen4 ,dan ontwaakt in ,nietzsche's denken een nieuw visioen van de toekomst en zijne kunstenaarsverbeelding toovert hem de schitterende figuur van den profeet ,zarathustra voor1 van den man1 die1 na een tienjarig verblijf in de woestijn1 waarin hij opging in het genot van zijn denken en zijne eenzaamheid1 zich tot de menschheid begeeft om haar den godsdienst van den ,uebermensch en den leer van het ,eeuwig ,wederkeeren te verkondigen1 den man1 die in zijn eenzame grot de zuiverste exemplaren der verhevene1 maar lijdende menschheid1 de menschen van het groot verlangen1 van de diepe verachting en van de grootste walging1 die eenmaal plaats moeten maken voor den ,uebermensch1 om zich heen vereenigt1 hen van hun pessimisme geneest door hun het visioen der toekomst voor oogen te houden en ten slotte sterft op het oogenblik1 dat hij den hoogsten graad van wijsheid bereikt en dat de zon van zijn bestaan in het zenith staat1 op het groote middaguur den zegepraal van zijn leer met zijn dood bekrachtigende4 ,het is ons doel in de beide volgende hoofdstukken een kort begrip van ,nietzsche's philosophie te geven door eerst het negatieve gedeelte van zijne leer te verklaren1 zijnde de kritiek over den hedendaagschen mensch en over diens overtuigingen en gevoelens1 en daarna het positieve gedeelte3 den godsdienst van den ,uebermensch en van het ,eeuwig ,wederkeeren4 ,ik weet1 dat deze wijze van te werk gaan aan ernstige tegenwerpingen bloot staat1 en wel in de eerste plaats1 omdat ,nietzsche's ideen1 onder systematischen vorm verklaard1 een dogmatischen schijn verkrijgen1 dien zij eigenlijk niet hebben en ook niet bedoelen4 ,zeker is het althans1 dat ,nietzsche's denken van #ahgh tot #ahhh niet onveranderd is gebleven2 hierboven toonde ik aan1 dat er tegen #ahhb een groote keer in kwam en zonder moeite zou men tusschen de tijdruimten van #ahgh tot #ahhb en die van #ahhb tot #ahhh nog andere meer of minder belangrijke afwijkingen kunnen aantoonen4 ,daarbij is ,nietzsche geen schoolphilosoof en wil hij het ook niet zijn4 ,de waarheid op zichzelve is hem geheel onverschillig2 het is hem niet te doen om stellingen te bewijzen door logische argumenten en nog minder om een fraai samenhangend1 goed geordend systeem ineen te zetten en evenmin geeft hij zich de moeite de meeningen1 die hij als fout beschouwt1 door beredeneering te weerleggen4 ,zijn wijze van procedeeren is steeds dezelfde2 hij zegt3 ,mijn gevoel doet mij in dezen of genen mensch of menschengroep ontaarde of verachtelijke wezens zien of wel in een of andere theorie of meening een ziekelijk beginsel vinden en ik strijd er tegen zooals men tegen een natuurlijke plaag of eene ziekte strijdt4 ,wanneer het dan waar is1 dat ik een levensbeginsel vertegenwoordig en mijn tegenstanders daarentegen een stervensbeginsel1 komt mij noodzakelijk de overwinning toe2 in het tegenovergesteld geval moet ik niet minder noodzakelijk vallen en daar ik slechts n ding wil1 den triomf van het leven1 zal ik mij zoowel over mijne overwinning als over mijne nederlaag kunnen verheugen2 al het overige is mij onverschillig4 ,is het dus niet onvoorzichtig een systeem van ,nietzsche te vormen1 zooals men er een van ,kant of ,schopenhauer vormt1 terwijl men opmerkt hoe weinig plaats de logische waarheid innam in zijne overwegingen8 ,zoo ik er dan toch toe overging1 in plaats van ,nietzsche's werken stuk voor stuk te beschouwen1 een algemeen overzicht te geven van de voornaamste vraagstukken1 die hij behandelde1 en van de oplossingen1 die hij er aan gaf1 is dat in de eerste plaats omdat ,nietzsche herhaalde malen op dezelfde vraagstukken terugkwam2 eerst gaf hij het probleem vluchtig aan1 om het daarna weer op te nemen1 het te onderzoeken en er zich in te verdiepen1 totdat hij er een besliste oplossing voor gevonden had4 ,door nu zijne werken elk afzonderlijk te ontleden1 loopt men kans telkens weer aan de uiteenzetting van dezelfde onderwerpen te beginnen4 ,en daarenboven1 wat voor mij trouwens de voornaamste reden is1 al schat ,nietzsche de logica niet hoog en al hecht hij niet aan het zoeken naar de waarheid op zichzelf1 zoo wil dat geenszins zeggen1 dat zijn denken onsamenhangend en onlogisch was--verre van dien4 ,ik ben er zelfs van overtuigd1 dat ,nietzsche wel degelijk een systeem van nauw samenhangende denkbeelden heeft uitgedacht en dat hij het alleen niet onder systematischen vorm heeft gebracht1 omdat zijn gezondheidstoestand hem dwong zijne gedachten te uiten in den vorm van aphorismen1 die hij uit het hoofd en al loopende1 zonder schrijven1 kon opstellen1 terwijl het hem om zuiver materieele redenen onmogelijk was de uitvoering van groote werken te ondernemen4 ,het is trouwens opmerkelijk1 dat de werken uit het laatste gedeelte van ,nietzsche's leven van eene veel nauwkeuriger bewerking getuigen dan die van #ahgb tot #ahhb3 ,zur ,genealogie der ,moral is ondanks de uitwendige verdeeling in aphorismen wel degelijk een verhandeling1 en zoo zou ook ,der ,wille zur ,macht1 te oordeelen naar het eerste gedeelte1 dat alleen afgemaakt werd1 een veel systematischer werk zijn geworden dan al de vorige4 ,ik meen dus ,nietzsche's denken niet verkeerd voor te stellen door het onder den van zelf eenigszins kunstmatigen vorm van eene soort philosophisch leerstelsel weer te geven1 ook al heeft hij zelf die wijze van verklaring nooit gekozen4 ,ik zal trouwens trachten mijnen lezers door menigvuldige citaten eene sprekende voorstelling te geven van dat werk zoo vol kleur en leven en zoo vrij van alle schoolsche pedanterie1 waarin men bij elke bladzijde gevoelt1 dat de schrijver hart en ziel gelegd heeft in de studie der vraagstukken1 die1 volgens zijn schilderachtige uitdrukking1 een borstelige huid vol stekels hebben1 weinig geschikt om geaaid en gestreeld te worden4 ,,hoofdstuk ,,iv4 ,,nietzsche',s ,,systeem4 ,,negatief ,,gedeelte3 ,,de ,,mensch4 ,i4 ,elk tijdperk1 elke beschaving bezit1 wat ,nietzsche noemt1 zijne waardetafel1 wat zeggen wil1 dat het de hierarchie der waarden erkent1 de eene zaak boven de andere stelt en de eene daad boven de andere verkiest2 zoo staat1 om een voorbeeld te noemen1 naar het oordeel van dat tijdperk waarheid boven dwaling en gaat een daad van medelijden boven een wreede daad4 ,de bepaling van die waardetafel nu1 en in het bijzonder het vaststellen der hoogste waarden1 is het hoofdfeit der wereldgeschiedenis1 omdat die rangschikking der waarden de bewuste of onbewuste handelingen van elk individu bepaalt en ons oordeel over die handelingen rechtvaardigt4 ,het vraagstuk der waardebepaling staat dus voor den wijsgeer bovenaan en ,nietzsche heeft er zijne beste krachten aan gewijd4 ,de slotsom zijner overpeinzingen was als volgt3 de waardetafel1 die door de hedendaagsche ,europeesche beschaving erkend wordt1 is verkeerd opgesteld en moet van onderen tot boven herzien worden2 men moet beginnen met het omwerken van alle waarden 7,umwerthung aller ,werthe71 bijgevolg moet men de orientatie van ons geheele leven veranderen en de hoofdbeginselen1 waarop al onze meeningen berusten1 wijzigen4 ,tegen het einde van zijn bewust leven zag ,nietzsche's verbeelding1 die door de steeds toenemende duisternis1 die hem omringde1 of wellicht ook door de nadering van de crisis1 waarin zijn verstand ten onderging1 ten hoogste overspannen was1 in die philosophische revolutie het uitgangspunt van eene ontzaglijke omwenteling der menschheid4 ,ik zweer u1 zoo schreef hij aan ,brandes op #bj ,nov4 #ahhh1 dat de gansche aarde over twee jaren in stuiptrekkingen zal terneerliggen4 ,ik ben een noodlot4444 ,ich bin ein ,verhngniss4 #gi ,de moderne mensch plaatst aan het hoofd zijner waardetafel een zeker getal absolute waarden1 die hij boven alle bespreking acht en die hem tot maatstaf voor de waardeering der werkelijkheid dienen4 ,onder die algemeen erkende waarden zijn b4v4 het ,ware en het ,goede begrepen1 want zoo een feit ons ooit onbetwistbaar voorkomt1 is het wel1 dat waarheid beter is dan leugen2 kan men van eene of andere bewering of theorie bewijzen1 dat zij onjuist is1 dan ontneemt men haar alle geloofwaardigheid en het geloof in waarheid en oprechtheid ten koste van alles is wellicht een van onze meest gevestigde overtuigingen4 ,zoo hebben zelfs de stoutste denkers bevreesd stilgestaan voor het probleem van goed en kwaad3 ,kant zag de waarheid1 die boven alle rede en alle bespreking stond1 in het bestaan van zijn categorisch imperatief1 handel zoo1 dat uw gedrag tot algemeenen regel gesteld kan worden4 ,en zelfs ,schopenhauer1 al critiseerde hij de ,kantsche theorie van den plicht1 erkende toch1 dat alle menschen het praktisch er over eens zijn1 den inhoud der moreele wet samen te vatten in3 ,neminum laede1 immo omnes1 quantum potes1 juva3 ,doe niemand kwaad en help anderen zooveel gij kunt4 ,de wijsgeeren hebben de wettigheid der moreele overtuigingen nooit in twijfel durven trekken en hebben zich alleen opgehouden met het zoeken naar den grondslag der moraal1 naar het redelijk waarom 7dat er praktisch niets toe doet7 van het oordeel1 dat voortdurend over alle menschelijke daden uit naam van het moreel geweten geveld wordt en waarvoor de geheele wereld vol eerbied buigt4 ,tegen die overtuigingen nu1 die in onzen tijd het innerlijk leven van bijna alle menschen beheerschen1 tegen de vereering van de waarheid en den godsdienst der moreele wetten trekt ,nietzsche ten strijde2 in plaats van die overtuigingen eerbiedig aan te nemen als een feit1 waarover niet valt te twisten1 en te erkennen als eene autoriteit1 wier bevoegdheid men zonder heiligschennis niet kan onderzoeken1 beschouwt hij haar eenvoudig als een vraagstuk en ziet hij er niet tegen op zich helder af te vragen3 ,waarom liever waarheid dan dwaling8 waarom liever goed dan kwaad8 ,en na het vraagstuk aldus gesteld te hebben1 lost hij het met dezelfde stoutmoedigheid op en kiest als gedragsregel voor den waarlijk vrijen mensch de leus van die geheimzinnige orde der ,moordenaars1 die de kruisvaarders in het ,heilige ,land ontmoetten3 ,niets is waar2 alles mag4 ,voor ,nietzsche zijn dan ook al die metaphysische1 geheimzinnige en bovenmenschelijke wezenlijkheden1 wier bestaan de mensch te allen tijde om zich heen heeft verondersteld en die hij onder verschillende namen als ,god1 de wereld der ,dingen op zichzelf1 de ,waarheid en het ,categorisch ,imperatief vereerd heeft1 niet anders dan spoken onzer verbeelding4 ,de onmiddellijke en eenige werkelijkheid1 die het ons gegeven is te kennen1 is de wereld van onze verlangens en hartstochten4 ,al onze daden1 onze luimen en onze gedachten worden ten slotte door onze neigingen beheerscht en die neigingen komen alle weer voort uit n enkele oorspronkelijke neiging1 de wil tot macht1 die1 volgens ,nietzsche's hypothese1 op zichzelf alleen voldoende is om alle levensuitingen1 waarvan wij getuige zijn1 te verklaren4 ,elk levend wezen1 hetzij plant1 dier of mensch1 tracht in eigen kracht te winnen door andere wezens en andere krachten aan zijn heerschappij te onderwerpen en die aanhoudende poging nu1 die voortdurende strijd1 waarin elk wezen telkens weer zijn eigen leven op het spel zet om in kracht toe te nemen1 is de grondwet van ons bestaan4 ,alle openbaringen van het leven worden zonder uitzondering door neigingen bestuurd2 streeft de mensch naar deugd1 waarheid of kunst1 zoo heeft hij dat alleen te danken aan eene natuurlijke neiging1 die hem ter eigen voldoening tot eene bepaalde wijze van handelen drijft en zoo is ook de waarheid1 waaraan de geleerde zijn leven offert1 oorspronkelijk te danken aan den wil tot macht1 die zijne heerschappij wil vergrooten4 ,door eene zonderlinge afwijking echter is de mensch er toe gekomen dat1 wat hij ter bevrediging van eigen behoeften zelf geschapen had1 als zijn ideaal te aanbidden en in plaats van te zeggen3 ,ik leef om mijne neigingen te bevredigen en krachtens die wet zal ik het goede en de waarheid zoeken naarmate mijn wil tot macht het mij toestaat1 neemt hij als beginsel aan3 ,het goede en de waarheid moeten ter wille van henzelve gezocht worden2 men moet het goede doen1 omdat het het goede is en naar waarheid streven uit liefde voor de waarheid2 het leven van den mensch heeft slechts waarde naarmate hij zijn eigen belangen aan dat ideaal doel weet te onderwerpen en hij moet dus in naam van dat ideaal zijne persoonlijke neigingen beteugelen en zelfzucht als een kwaad beschouwen4 ,de mensch nu1 die aldus redeneert en daarnaar handelt1 wordt in werkelijkheid ook door zijn neigingen daartoe gedreven1 want neiging is ten slotte de drijfveer van al onze handelingen1 alleen zijn zijne neigingen bedorven4 ,de neigingen der menschen zijn trouwens niet alle even gezond2 enkele zijn normaal en helpen de levenskracht vermeerderen1 maar andere weer zijn ziekelijk en werken verzwakkend4 ,lichamelijke ziekten hebben natuurlijke oorzaken en ontwikkelen zich volgens de wetten van het organisme1 maar zij eindigen toch met het lichaam te verwoesten en moeten dus door den medicus bestreden worden4 ,evenzoo gaat het met de ziekten der persoonlijkheid3 zij hebben een natuurlijken oorsprong1 maar hunne gevolgen zijn er niet minder noodlottig om4 ,naarmate nu in het gegeven individu normale of ziekelijke neigingen den boventoon voeren1 zal hij een schoon exemplaar der menschheid of een ontaarde worden4 ,men vindt dus aan den eenen kant menschen1 die gezond naar lichaam en ziel zijn1 die ja zeggen tot het bestaan1 die zich gelukkig gevoelen in het leven en waardig zijn dat leven te doen voortduren1 en aan den anderen kant vindt men zieken1 onmachtigen1 decadenten1 wier levensinstinct verminderd is en die neen zeggen tot het bestaan1 menschen1 die tot den dood en het niet-zijn overhellen en niet langer trachten1 of althans niet moesten trachten1 het leven te doen voortduren4 ,dat is een natuurlijke physiologische waarheid1 waartegen niets te zeggen valt3 het leven verkeert inderdaad in een staat van vooruitgang of van verval en het neemt toe of af in kracht2 de mensch is een plant1 die het eene oogenblik ellendig voortsukkelt en het andere schitterend ontluikt1 van alle kanten krachtige loten uitwerpend4 ,op die waarheid nu grondt ,nietzsche zijn waardetafel4 ,hij redeneert als volgt3 ,ik weet niet of het leven op zichzelf goed of slecht is2 niets is feitelijk zoo onnut als het eeuwigdurend getwist tusschen optimisten en pessimisten en wel om de goede reden1 dat niemand ter wereld in staat is de waarde van het leven te beoordeelen3 de levende mensch niet1 omdat hij deel van het debat uitmaakt en zelf het voorwerp van het geschil is1 en de doode evenmin1 omdat hij dood is4 #hj ,niemand kan dus zeggen wat het leven in zijn geheel waard is en ik zal te eeuwigen dage niet te weten komen of het beter voor mij ware te zijn of niet te zijn4 ,van af het oogenblik echter1 dat ik leef1 wil ik1 dat het leven in en om mij zoo overvloedig1 zoo weelderig en zoo tropisch mogelijk zij4 ,ik zal dus ja zeggen tot al wat het leven schooner maakt en het meer waarde en intensiteit geeft4 ,zoo het mij duidelijk wordt1 dat dwaling en illusie tot ontwikkeling van het leven dienen kunnen1 zal ik ja zeggen tot dwaling en illusie en zoo ik de overtuiging heb1 dat neigingen1 die door de actueele moraal met den naam slecht bestempeld worden1 als hardheid1 wreedheid1 sluwheid1 brutale vermetelheid1 een twistziek humeur1 strekken tot vermeerdering der menschelijke levenskracht1 zal ik ja zeggen tot kwaad en zonde2 en zoo mij bewezen wordt1 dat leed zoowel als genoegen de opvoeding van het menschelijk geslacht bevordert1 zal ik ja zeggen tot het leed4 ,daarentegen zal ik neen zeggen tot al wat de levenskracht der menschelijke plant vermindert en zoo ik ontdek1 dat waarheid1 deugd1 het goede1 alle waarden in n woord1 die tot nog toe door den mensch gehuldigd en eerbiedigd zijn1 het leven benadeelen1 zal ik neen zeggen tot de wetenschap en de moraal4 ,in het volgend hoofdstuk zullen wij nagaan op welke wijze zich1 volgens ,nietzsche1 de hedendaagsche waardetafel gevormd heeft1 vanwaar die waarden afkomstig zijn en welken zielstoestand zij bij den modernen ,europeaan openbaren4 ,,ii4 ,in den loop van mijne zwerftochten door de talrijke soorten van verfijnde of grove moraal1 die tot nu toe op aarde geheerscht hebben of er nog heerschen1 heb ik enkele trekken opgemerkt1 die mij samenhangend voorkwamen en die steeds tegelijk te voorschijn traden1 zoodat zich ten slotte twee grondtypen aan mij openbaarden1 die door een aanzienlijk verschil gescheiden waren4 ,er bestaat een ,herrnmoral en een ,sklavenmoral4 ,de bepaling der waarden is tot stand gekomen f in een ras van overheerschers1 dat zich bewust was van den afstand1 die het van het onderdrukte geslacht scheidde en daarop trotsch was1 f te midden van onderdanen1 slaven en minderen van alle soort4 #ha ,in het begin van de ,europeesche beschaving ziet men telkens opnieuw het feit zich voordoen1 dat die beide typen der moraal in het leven roept3 een oorlogzuchtig geslacht1 eene bloeddorstige bende valt een vreedzamer en minder strijdvaardig geslacht aan1 onderwerpt het en gebruikt het ten eigen bate4 ,op die wijze ontstonden de ,grieksche en de ,romeinsche beschaving en vestigden zich in dagen van nog jongeren datum de ,germaansche koninkrijken op de overblijfselen van het ,romeinsche keizerrijk4 ,de bloeddorstige mensch1 de aristocraat1 weet zelf de waarde van menschen en zaken te bepalen3 hij weet wat voor hem op zichzelf nuttig of schadelijk1 goed of slecht is en zijne moraal is niet anders dan het vreugdevol bewustzijn van zijne volmaaktheid en zijne kracht4 ,hij noemt goed al wie zijn gelijke is1 den edelman1 den meester1 en slecht noemt hij zijn mindere1 den boer1 den slaaf1 dien hij veracht4 ,het goede is in zijne oogen dus niet anders dan het totaal van de physieke en moreele hoedanigheden1 die hij bij zichzelf en zijne gelijken hoogschat2 hij is er trotsch op sterk en machtig te zijn1 anderen en zichzelf te kunnen beheerschen en voor zichzelf en anderen hard te kunnen zijn2 en daarom huldigt hij diezelfde hoedanigheden ook in anderen4 ,daarentegen veracht hij zwakheid en lafhartigheid onder welken vorm ook1 hetzij bangheid1 vleierij1 laagheid1 nederigheid en bovenal leugen2 hij gevoelt niets voor medelijden of belangeloosheid1 die deugden1 die juist in onze dagen zoo hoog staan1 want in zijn oogen zijn die gevoelens eenigszins misplaatst en zelfs in zekeren zin belachelijk in een meester of chef2 maar kracht1 stoutmoedigheid1 list en zelfs wreedheid bewondert hij1 omdat die hoedanigheden hem het overwicht in den strijd verzekeren1 en wat het modern geweten het meest kwetst1 is dat hij bovenal de vaste overtuiging bezit jegens niemand anders dan zijne gelijken plichten te hebben en tegenover den slaaf en den vreemdeling geheel naar willekeur te kunnen handelen en zonder eenig bezwaar zoo hard of zacht voor hem te kunnen zijn als hem goeddunkt4 ,daarentegen heeft hij strenge verplichtingen jegens zijne gelijken3 hij moet zich in dankbaarheid1 zoowel als in wraak getrouw betoonen en het goede1 zoowel als het kwade in gelijke mate beantwoorden2 hij is algeheele verknochtheid schuldig aan zijn vriend en aan zijn meester en moet toegevend zijn voor den ouderdom2 eerbied voor de traditie is hem aangeboren en verre van in vooruitgang te gelooven1 huldigt hij het verleden en ziet hij onwelwillend op de jongere geslachten neer4 ,de aristocratische moraal is hard en onverdraagzaam1 want daar de adel zich over het algemeen in de minderheid weet te midden van een stil vijandelijke omgeving1 moet hij tot elken prijs die hoedanigheden van zijn geslacht1 die hem de overwinning bezorgd hebben1 in ongeschonden staat behouden2 voor hem is dat eene quaestie van leven of dood4 ,daarom zijn ook gewoonten1 die betrekking hebben op de opvoeding der jeugd1 op het huwelijk en op de verhouding tusschen jongeren en ouderen zeer streng1 want alles is er op berekend om ontaarding te voorkomen en het oorspronkelijk type van het ras zoo zuiver en zoo vast mogelijk in stand te houden4 ,en eindelijk heeft een aristocratisch ras zijn god1 die alle deugden verpersoonlijkt1 waaraan het zijne macht te danken heeft en aan wien het door offeranden zijne dankbaarheid betoont voor hetgeen het geworden is4 ,die god1 dien de aristocraat naar zijn eigen beeld schept1 moet bijgevolg nuttig of schadelijk1 vriend of vijand1 slecht of weldoend zijn1 want hij is in werkelijkheid de wil tot macht1 die de meesters ter overwinning heeft geleid en hen sterk en gelukkig heeft gemaakt1 de eeredienst1 dien zij hem wijden is dan ook de uiting van hunne vreugde om te leven1 van hunne zelfvoldoening over hun schoonheid en macht4 ,geheel verschillend is het tweede groote moreele type1 het type van de slavenmoraal1 de moraal van den zwakke1 den overwonnene4 ,terwijl in den meester trots en vreugde over het leven de overheerschende gevoelens zijn1 heeft juist de zwakke eene pessimistische neiging om het leven te wantrouwen en haat hij instinctmatig den machtige1 die hem onderdrukt1 want men moet inderdaad niet vergeten1 dat de edele rassen voor de minderen verschrikkelijke vijanden zijn geweest2 zoo vol ontzag en toegevendheid als zij voor elkander waren1 zoo weinig erkenden zij een wet1 zoodra het den vreemdeling gold2 op hem wreekten zij de zelfbeheersching1 die zij in acht moesten nemen tegenover hunne gelijken2 tegen hem was alles geoorloofd1 geweld1 moord1 plundering1 pijniging2 tegenover hem werden de edelen weer verscheurende dieren1 grootsch en verschrikkelijk in hunne kracht1 vroolijk en welgemoed terugkeerende van hunne bloedige tochten1 overtuigd van den roem hunner daden1 die waard waren door de dichters bezongen te worden4 ,in de oogen van hunne slachtoffers waren zij afschuwelijke1 vreeselijke monsters3 ,die dwaze1 belachelijke vermetelheid der edele rassen1 die zich zoo plotseling openbaarde1 het onverwachte en onwaarschijnlijke van hunne ondernemingen1 hunne onverschilligheid en verachting voor alle veiligheid1 voor hun leven en hun welzijn1 hunne verbazende zielekalmte1 hun groot genot om te vernietigen1 te overwinnen en wreed te zijn1 dat alles te zamen maakte voor de slachtoffers hunner ondernemingen het beeld uit van den barbaar1 den boozen vijand1 van den ,goth of den ,vandaal b4v4 #hb ,zoo wordt de sterke en machtige mensch1 de goede in de meestermoraal1 de booze in de slavenmoraal4 ,het booze is in de oogen van den zwakke al wat gewelddadig en hard is1 al wat schrik en vrees aanjaagt2 het goede moet dus omgekeerd al die deugden in zich sluiten1 die door de meesters veracht worden en voor de verdrukten en lijdenden het bestaan verzachten1 als medelijden1 zachtheid1 geduld1 nijverheid1 nederigheid en welwillendheid2 de goede1 die in de ,herrnmoraal door den schrikwekkenden en sterken krijgsman wordt vertegenwoordigd1 wordt in de slavenmoraal de vreedzame en zachtmoedige mensch1 waarop men zelfs in zekeren zin neerziet1 omdat hij al te onschadelijk en te goedhartig is4 ,,iii4 ,wij zullen nu de waardetafel1 die de slaven erkennen1 van meer nabij bekijken1 want in hun midden ontstonden de ,christelijke moraal en godsdienst1 waarop het geheele systeem der moderne waarden berust4 ,de bende slaven1 de kudde zwakken en onterfden1 alle soorten van ontaarden vinden hunnen natuurlijken meester in den priester4 ,wat nu is een priester8 ,de priester moet zelf een ontaarde zijn om de behoeften van zijne zieke stamgenooten te kennen en in hun midden te kunnen leven1 maar hij moet zijn heerschersinstinct intact hebben gehouden om het vertrouwen der lijders te kunnen winnen1 hun vrees in te boezemen en hun hoeder1 hun steun1 hun tiran en hun god te worden4 ,in de eerste plaats dwingt zijn zending hem de zwakken tegen de sterken te verdedigen en dientengevolge wordt hij de gezworen vijand der meesters2 tegenover hen maakt hij zonder gewetensbezwaren van alle middelen gebruik1 in het bijzonder van de wapens der zwakken1 list en leugen2 hij wordt zelf een verscheurend dier1 dat bijna evenzeer te duchten is als dat1 welk hij bestrijdt4 ,maar daarbij blijft het niet3 hij moet ook de kudde tegen zichzelf1 tegen de verkeerde gevoelens1 die zich van zelf uit alle ophoopingen van zieken ontwikkelen1 verdedigen2 met wijsheid en hardheid moet hij alle begin van anarchie en elk teeken van ontbinding bestrijden2 ook moet hij handig omgaan met den licht ontplofbaren wrok1 die steeds te midden der scharen ontstaat en de ontploffing zoo leiden1 dat zij kudde noch herder beschadigt4 ,dat is dus de historische zending van den priester3 aan den eenen kant is zij nuttig omdat zij onheilen voorkomt door de menigte ontaarden aan tucht te gewennen1 maar aan den andere is zij eigenlijk noodlottig1 omdat zij den loop der natuurlijke evolutie belemmert4 ,de natuurlijke haven voor zwakken1 zieken en alle soort van pessimisten is de weldadige dood1 die alle lijden verdooft1 het vreedzaam rustoord1 de onschendbare wijkplaats van alle onwelkome wezens2 maar juist bij hen1 wier levenskracht verminderd is1 verdedigt de wil tot macht zich instinctmatig tegen vernietiging3 door hun de werkelijkheid valsch voor te stellen1 blaast hij hun nieuwe redenen tot leven in1 hij geeft hun middelen aan om hun lijden te bedriegen en misleidt hen in de oorzaak van hunne kwaal4 ,de priester nu maakt zeer handig gebruik van die natuurlijke neiging3 hij leidt haar1 spoort haar aan1 overdrijft haar en maakt haar tot zijn heerscherstaf en zoo wordt hij de beschermer van eene bende tallooze zieken1 maar tot welken prijs8 ,dat zullen wij verder zien4 ,onder de ,joden1 dat priesterras1 dat zich ondanks de kwade levensomstandigheden1 waarin het verkeert1 door wonderen van taaiheid staande heeft gehouden1 is wat ,nietzsche noemt de slavenopstand in de moraal begonnen4 ,de ,joden1 zegt hij1 zijn de ergste tegenstanders van de vereffening der aristocratische waarden geweest 7goed edel machtig schoon gelukkig godwelgevallig72 met eene verbijsterende logica hebben zij getracht haar omver te werpen2 zij hebben haar met de haken van den diepsten haat1 den haat van den onmachtige aangegrepen en niet meer losgelaten4 ,alleen de ongelukkigen1 zeggen zij1 zijn goed1 alleen de armen1 de onmachtigen en de zwakken2 en alleen de lijdenden1 de ellendigen1 de zieken en leelijken zijn vroom en godwelgevallig2 hun alleen behoort het geluk4 ,maar gij1 edelen en machtigen1 die in alle eeuwigheid slecht1 wreed1 zinnelijk1 onverzadigbaar en goddeloos zijt1 gij zult ook te eeuwigen dage ongelukkig1 verdoemd en verworpen blijven6 #hc ,het ,christendom heeft die nieuwingestelde waardetafel van het ,jodendom gerfd3 de ,christelijke priester heeft niets anders te doen gehad dan het werk van den ,joodschen priester voort te zetten en is nu1 na een strijd van tweeduizend jaren1 overwinnaar gebleven4 ,de eerste daad van de groote omkeering der waarden is de hypothese van de ziel en den vrijen wil geweest4 ,in werkelijkheid bestaat er geen ziel afgescheiden van het lichaam1 en ook geen vrije wil1 evenmin als er trouwens een niet vrije wil bestaat2 er bestaan alleen sterke willen1 die zich in krachtige uitwerkingen openbaren en zwakke willen1 wier handelingen minder krachtig zijn4 ,uitspraken als de bliksem verplettert of de machtige overwint zijne tegenstanders zijn eigenlijk noodelooze herhalingen1 want de bliksem is geen wezen1 dat al of niet kan verpletteren2 hij is alleen bliksem op het oogenblik1 dat hij verplettert2 zoo ook bestaat de som der krachten1 die zich in de daden van een machtig mensch openbaren1 uitsluitend in en door die openbaringen zelve4 ,het algemeen bewustzijn heeft echter krachtens een volkomen willekeurige hypothese het wezen van het verschijnsel3 den wil van zijne uitingen gescheiden2 het veronderstelt achter de menschelijke daden1 achter de zichtbare uitwerkingen van den wil tot macht1 een wezen1 eene ziel1 die de oorzaak is van die uitwerkingen en die ziel wordt beschouwd als eene wezenlijkheid1 aan wie het vrij staat zich naar willekeur te openbaren en zus of zoo te handelen4 ,toen nu eenmaal de illusie van den vrijen wil ontstaan was en erkend werd1 kon de slaaf zich1 in zijne verbeelding althans1 gelijk stellen met den meester en kon hij dien zelfs overtreffen1 want zoo de waarde van een mensch niet in de som zijner beschikbare krachten ligt1 maar alleen in het gebruik1 dat hij van zijn vrijen wil maakt1 is er niets1 dat den zwakke verhinderen kan het van den sterke te winnen en wel om de volgende reden3 de machtige handelt als machtige1 maar daarmee handelt hij verkeerd1 want het is slecht als machtige te handelen2 de zwakke wil als zwakke handelen 7hij zou trouwens niet anders kunnen7 en hij heeft gelijk1 want het is goed als zwakke te handelen waaruit volgt1 dat de zwakke beter is dan de sterke4 ,met bewonderenswaardigen gloed heeft ,nietzsche de geheimzinnige en bedriegelijke wijze beschreven1 waarop de slaven in hun diepen wrok er in slaagden1 in gedachte de meesters te verkleinen en zichzelve als martelaren en heiligen voor te doen3 ,wil iemand afdalen in den geheimzinnigen afgrond1 waar men zien kan hoe op aarde een ideaal wordt gemaakt6 ,wie heeft er den moed toe64444 ,komaan3 van hier uit daalt de blik op die sombere werkplaats neer4 ,wacht even1 gij vermetele3 uw gezicht moet eerst wennen aan dat valsch en twijfelachtig licht64444 ,zoo6 nu is het goed6 ,spreek6 ,wat gebeurt daar in de diepte4 ,zeg mij nu wat gij ziet1 gevaarlijk nieuwsgierig mensch1 nu ben ik het1 die luister4 ,ik zie niets1 maar ik hoor des te meer4 ,uit alle hoeken en gaten komt een geheimzinnig1 geniepig zacht gemurmel en gefluister4 ,het is alsof men er liegt1 want eene honigachtige zoetheid omkleeft elk geluid4 ,de zwakheid wordt er door een of anderen goocheltoer in deugd veranderd1 daaraan valt niet te twijfelen1 gij hadt wel gelijk4 ,en verder6 ,en de onmacht1 die zich niet verweren kan1 wordt goedheid1 bange laagheid wordt nederigheid2 onderwerping aan hen1 die men haat1 gehoorzaamheid 7en die gehoorzaamheid1 zoo zeggen zij1 geldt een wezen1 dat die onderwerping eischt en dat zij ,god noemen74 ,de lijdzaamheid der zwakken1 de lafhartigheid1 waarvan zij overloopen1 de gedweeheid1 die aan de deur blijft staan en vreedzaam blijft wachten1 worden bestempeld met den fraaien naam geduld--dat zeker ook al voor deugd doorgaat2 hun ik kan mij niet wreken wordt ik wil mij niet wreken1 of zelfs ik vergeef het hun 7want zij weten niet wat zij doen--maar wij weten wel degelijk wat zij doen67 ,zij spreken ook van hunne vijanden liefhebben--en zij zweten er van4444 ,en verder6 ,zij gevoelen zich ongetwijfeld ellendig1 al die kuipers en valschemunters1 al houden zij elkander zoo warm mogelijk1 maar zij vertellen mij1 dat hunne ellende het teeken is1 dat ,god hen heeft onderscheiden en uitverkoren1 want slaat men niet juist de honden1 waarvan men het meest houdt2 misschien ook is die ellende slechts eene voorbereiding1 een proeftijd1 eene school4444 misschien zelfs nog meer3 iets1 dat eenmaal met reusachtigen interest zal worden afgelost1 niet met goud1 maar met geluk4 ,dat noemen zij de zaligheid4 ,en verder6 ,nu geven zij mij te kennen1 dat zij niet alleen beter zijn dan de machtigen en de meesters der aarde1 wier spuwsel zij moeten oplikken 7niet uit angst1 o neen1 volstrekt niet uit angst1 maar1 omdat ,god beveelt alle oppermacht te eerbiedigen7 maar dat zij veel beter bedeeld zijn of nmaal althans beter bedeeld zullen zijn dan zij4 ,genoeg6 genoeg6 ik houd het niet langer uit4 ,geef mij lucht6 lucht6 ,die kraam1 waarin het ideaal gemaakt wordt1 lijkt mij van leugenstank vervuld4 ,neen6 een oogenblik nog6 ,gij hebt ons niets verteld van het kunstwerk van die toovenaars1 die alle zwart in wit1 in melk en onschuld weten te veranderen4 ,hebt gij niet opgemerkt1 waarin hunne grootste geslepenheid bestaat1 wat hun brutaalste1 gekste1 leepste en kunstigste greep is8 ,let op6 ,die duizendpooten vol nijd en haat--wat maken die juist van nijd en haat8 ,hebt gij die woorden in hunnen mond gehoord8 ,zoudt gij1 naar hunne gesprekken te oordeelen1 vermoeden te midden van menschen vol wrok te zijn84444 ,ik begrijp u en nog eenmaal houd ik mijne ooren open 7helaas6 en mijn neus dicht74 ,nu begrijp ik eerst wat zij sedert lang reeds zeiden3 ,wij1 de ,goeden1 wij zijn de ,rechtvaardigen2 wat zij vragen noemen zij niet wraak1 maar den triomf van het recht2 wat zij haten1 heet niet hun vijand1 neen6 zij haten het onrecht1 de goddeloosheid2 het geloof1 dat hen bezielt1 is niet de hoop op wraak1 de verrukking der zoete wraak 7zoeter dan honing1 zeide reeds ,homerus71 maar de zegepraal van ,god1 van den rechtvaardigen ,god over de goddeloozen2 en zij1 die zij liefhebben op aarde1 zijn niet hunne broeders in den haat1 maar hunne broeders in de liefde1 zooals zij hen noemen1 alle ,goeden en ,rechtvaardigen der aarde4 ,en hoe betitelen zij dat verdichtsel1 dat hen troost over al het leed van het leven1 hun zinsbedrog van een toekomstgeluk1 waarop zij bij voorbaat reeds korting krijgen8 ,wat8 ,hoor ik goed8 ,dat noemen zij3 het laatste oordeel2 en de komst van hunne heerschappij3 het koninkrijk ,gods2 in afwachting daarvan leven zij in geloof1 in liefde en in hoop4 ,genoeg6 genoeg6 #hd ,zoo wordt nu het ideaal van den slaaf gevormd en zijne tafel van moreele waarden opgesteld4 ,hij leeft al naar het uitkomt1 opgehouden door de troostende verdichtsels1 die hij verzonnen heeft1 maar zijne physiologische depressie1 de oorspronkelijke oorzaak van zijne zwakte blijft hem drukken en hij lijdt en mort over zijne kwaal4 ,dan treedt de priester op1 niet om de ziekte1 die hem plaagt1 te genezen en evenals de medicus de ware1 physieke oorzaak te bestrijden1 maar uitsluitend om den patint de smart1 die hij lijdt1 te doen vergeten4 ,met dat doel maakt hij eerst gebruik van narcotische middelen1 die de pijn verdooven1 maar niet de minste genezing aanbrengen voor de physiologische kwaal1 waaruit die pijn voortvloeit4 ,hij behandelt den zieke hypnotisch en schrijft hem eene leefregel voor1 die geschikt is om zijn physiek zoowel als zijn intellectueel leven tot een strict minimum terug te brengen2 met behulp van ascetische middelen1 van lichamelijke kastijding1 van systematische versuffing brengt hij zijn patint in eene soort physieke en moreele verdooving1 die hem minder gevoelig voor smart maakt en gelukt het somtijds zelfs hem tot bijna totale ongevoeligheid te brengen4 ,door die behandeling maakt hij van den ontaarde een fakir1 een heilige4 ,in vele gevallen stelt de priester zich ook tevreden met den patint eene geregelde1 machinale werkzaamheid voor te schrijven1 die zijne aandacht in beslag neemt en hem in eene soort automaat verandert1 die geen tijd heeft aan zichzelf te denken4 ,of wel hij schrijft hem eene gemakkelijk te verkrijgen aangename bezigheid voor1 als naastenliefde in elken vorm3 welwillendheid1 barmhartigheid1 wederkeerige hulp1 enz4 ,en eindelijk vindt hij nog een middel in het verzamelen van zijne zieken tot eene groote kudde1 waarin zij door de vele kleine afleidingen1 die in het maatschappelijk leven voorkomen1 hunne persoonlijke kwalen vergeten4 ,maar naast die onschuldige middelen gebruikt hij in zijne behandeling een geneesmiddel1 dat even gevaarlijk als doeltreffend is1 een vreeselijk vergif1 dat den zieke zijne pijn doet vergeten1 maar tegelijkertijd meer dan ooit zijn organisme vernielt4 ,dat vergif is het bewustzijn van zonde4 ,het begrip van zonde vindt zijn natuurlijken oorsprong in twee spontaan en buiten alle priesterlijke tusschenkomst ontstane gevoelens van het menschelijk hart3 het slechte geweten en het geloof in eene schuld1 die de mensch aan de godheid heeft4 ,het slechte geweten is1 volgens ,nietzsche1 het gevolg van de diepe neerslachtigheid1 die zich van den mensch meester maakte1 toen hij van den staat van wilde1 eenzame dierlijkheid1 waarin hij oorspronkelijk verkeerde1 overging tot eene georganiseerde maatschappij en deel van eene kudde uitmaakte4 ,de staat is oorspronkelijk waarschijnlijk eene vreeselijke dwingelandij geweest1 die eene bende roofzieke1 machtige menschen1 die slechts op plundering en oorlog uit waren1 aan een vreedzaam ras hebben opgelegd4 ,op eenmaal werden de levensvoorwaarden der overwonnenen totaal verstoord en niet langer konden hen de natuurlijke neigingen1 die zij tot nog toe gevolgd hadden1 tot leiddraad in het leven strekken2 voortaan moesten zij zelfbeheersching genoeg bezitten om zich geduldig te gedragen en hun wil te bedwingen1 zoodra hij dreigde hunne meesters te mishagen2 zij moesten nu met overleg en nadenken gaan handelen4 ,alle neigingen te zamen maken evenwel een totaal van kracht uit1 dat zich noodzakelijk in uitingen openbaren moet2 wordt die kracht nu zoodanig samengeperst1 dat zij niet meer naar buiten werken kan door onmiddellijke reactie1 zoo zal zij in eene latente kracht veranderen en haar bestaan door inwendige werking uiten4 ,door eene dergelijke metamorphose nu is het slechte geweten ontstaan2 het is het gevolg van de drukking1 die de natuurlijke neigingen van den mensch moesten doorstaan ten tijde van hunnen overgang van onafhankelijkheid tot slavernij4 ,evenals een wild dier1 gemarteld door heimwee naar het vrije woestijnleven1 zichzelf aan de tralin van zijne kooi pijnigt1 zoo martelde de oorspronkelijke mensch zich in zijne dienstbaarheid en gevangenschap4 ,zijn levensinstinct1 belemmerd in zijne uitingen naar buiten1 openbaarde zich in eene soort innerlijke gisting1 en van af dat oogenblik bezat de mensch een innerlijk leven1 dat hem tot een veel belangwekkender wezen maakte dan de zegevierende1 redelooze mensch maar dat hem tevens tot een zieke stempelde4 ,het besef van een schuld jegens de godheid is aan den anderen kant eene der vroegste uitingen van den godsdienstigen geest4 ,oorspronkelijk meende elk geslacht1 dat het zijn voorspoed aan de voorgaande geslachten te danken had1 en dat de voorvaderen1 die na hunnen dood machtige geesten geworden waren1 een weldadigen invloed op het lot hunner nakomelingen bleven uitoefenen4 ,maar alle diensten moeten betaald worden en zoo kregen de menschen het gevoel dat zij eene schuld jegens hunne voorouders hadden aangegaan en hun1 in ruil voor hunne bescherming1 offeranden verschuldigd waren2 vandaar de vereering der voorvaderen1 die men in het begin van elke beschaving terugvindt4 ,langzamerhand echter nam die vereering1 die de mensch oorspronkelijk voor al zijne voorvaderen gevoelde1 een anderen vorm aan en gold zij weldra uitsluitend den eersten voorvader van zijn geslacht2 daarna werd die eerste voorvader tot een god verheven en die god was des te machtiger en te meer te vreezen1 naarmate het volk1 dat hem vereerde1 in voorspoed leefde4 ,naarmate nu1 dat de grootheid van dien god steeg1 moest ook het gevoel van de schuld jegens hem grooter worden en bijgevolg de angst om hem niet genoeg te geven1 toenemen4 ,krachtens die logica steeg in den mensch het besef van afhankelijkheid van zijnen god tot het maximum van intensiteit1 toen de eenige ,christengod alle heidensche goden had overwonnen en zich als overheerscher van het grootste gedeelte van ,europa deed gelden4 ,toen begon de mensch te denken1 dat de schuld te groot was om ooit afgedaan te kunnen worden en dat hij tegenover zijnen ,god stond als een insolvent schuldenaar tegenover zijnen schuldeischer en bijgevolg blootgesteld was aan de hevigste straffen4 ,in zijnen angst trachtte de mensch toen op alle wijzen de verantwoording van die schuld van zich af te schuiven2 hij wierp hem op zijn eersten voorvader1 die zich1 volgens hem1 den vloek van ,god op den hals gehaald had2 hij vond de erfzonde en het dogma van de voorbeschikking uit2 hij beschuldigde de natuur m zich en de neigingen n zich en beschouwde hen als de oorsprong van het kwaad2 hij vervloekte het heelal en verlangde naar het niet of naar een ander leven en ten slotte gaf hij aan het vraagstuk1 dat hem vervolgde1 de volgende paradoxale oplossing3 ,de schuld1 die de mensch aan ,god heeft1 is te groot om ooit door hem afgelost te kunnen worden4 ,god alleen kan ,god voldoen4 ,in zijne liefde voor de menschheid nu heeft ,god zichzelf geofferd om zijnen insolventen schuldenaar te verlossen2 hij is mensch geworden en heeft zich opgeofferd en door die liefdedaad heeft hij die menschen verlost1 die hij zijner waardig achtte4 ,wanneer men nu in gedachte dat tragisch besef van eene schuld jegens de godheid samensmelt met het gevoel van een slecht geweten1 verkrijgt men de zonde4 ,de mensch1 die een slecht geweten heeft1 ondervindt eene ziekelijke behoefte om zichzelf leed te bezorgen2 hij ziet natuurlijk niet in1 dat de ware oorzaak van die behoefte in de hevige en plotselinge samenpersing van zijnen wil tot macht1 van zijne natuurlijke neigingen ligt1 maar hij weet daarentegen wel1 dat hij jegens de godheid eene groote schuld draagt en nooit in staat zal zijn die af te lossen2 daaruit volgt vanzelf1 dat hij die schuld als de reden beschouwt1 waarom hij zichzelf die smarten oplegt1 want hij wil door pijnen zijne vertoornde schuldeischers vermurwen en zijne zonde boeten4 ,dat besef van zonde1 dat nu was ontstaan1 werd de staf1 waarmee de priester de zielen beheerschte4 ,door dat besef had hij vat op de ongelukkige menigte en maakte hij zich meester van alle lijdende schapen1 die hij op zijnen weg ontmoette4 ,hij ging naar de ontaarden1 die1 ten prooi aan eene physieke kwaal1 waarvan de aard hun onbekend was1 angstig naar de reden er van1 of meer nog naar den schepper zochten1 die voor de depressie1 waarin zij verkeerden1 verantwoordelijk was1 en hij schonk al dien ongelukkigen de overtuiging1 dat zijzelve de eigenlijke oorzaak van hun lijden waren1 dat dat lijden beschouwd moest worden als eene geringe boete voor al de zonden1 waaraan zij schuldig waren en dat zij het bijgevolg niet met gelatenheid1 maar met vreugde1 als zijnde eene door ,god gezonden beproeving1 moesten aanvaarden4 ,de ongelukkigen geloofden het2 in hunne wanhoop namen zij de verklaring aan1 die hij hen van hun lijden gaf en lieten zij zich gedwee het verschrikkelijk vergif van het geloof in de zonde inenten4 ,toen heerschte er door vele eeuwen heen eene sombere theorie van boetvaardige zondaren1 die door een langdurig martelaarschap den dood tegemoet gingen met een ziek lichaam1 verslapte zenuwen en een kranken zielstoestand1 die ten prooi waren aan hevige buien van wanhoop of aan waanzinnige vervoering1 naar martelingen dorstten en door het vaste beeld van zonde en eeuwige vervloeking werden vervolgd4 ,wat ten slotte volgens ,nietzsche het ,christendom kenteekent1 is1 dat het als godsdienst en als zedelijk ideaal eindigt in het nihilisme4 ,het heeft eene geheele wereld van zuivere hersenschimmen in het leven geroepen3 het heeft denkbeeldige oorzaken1 als ,god1 de ziel1 de geest1 de vrije wil1 denkbeeldige gevolgen1 de zonde1 de genade en verhoudingen tusschen denkbeeldige wezens1 ,god1 de geesten1 de zielen verzonnen2 het heeft eene denkbeeldige natuurlijke wetenschap uitgevonden1 gegrond op de miskenning der natuurlijke oorzaken2 eene fictieve psychologie1 die eene onjuiste verklaring der physiologische verschijnselen 7als de verklaring van het lijden als gevolg der zonde7 tot basis had en eene denkbeeldige theologie1 het koninkrijk ,gods1 het eeuwige leven4 ,terwijl de ,christen zijne denkbeeldige wereld schiep1 vervloekte hij het werkelijk heelal en stelde hij de natuur1 als bron van alle kwaad1 tegenover ,god1 bron van alle goed4 ,de oorsprong van de ,christelijke illusie laat zich dus gemakkelijk verklaren3 die illusie ontstond uit den haat tegen de werkelijkheid en is de vrucht van eene ontaarde menschheid1 die meer smart dan vreugde kent1 van eene vermoeide1 lijdende menschheid1 die naar pessimisme en ontkenning van het leven overhelt1 die naar terugkeer tot het niet verlangt4 ,,iv4 ,het voornaamste feit in de geschiedenis van ,europa is de tegenwoordig bijna algemeene triomf van de slavenmoraal op de heerenmoraal3 bijna overal erkent de mensch de waardetafel1 die ontstaan is uit den wrok der slaven1 uit het physiologisch en psychologisch bederf der ontaarden en uit de bewuste of onbewuste leugen van hunne natuurlijke hoofden1 de ascetische priesters4 ,gedurende tweeduizend jaren heeft er een verwoede strijd geheerscht tusschen ,rome1 de erfgename van de ,grieksche traditie en haar aristocratisch ideaal1 de bakermat van het sterkste en edelste ras1 dat ooit bestaan heeft1 en ,judea1 het land van wrok en haat1 het vaderland van den priesterlijken geest4 ,judea overwon4 ,de ,renaissance1 die in hare vlucht door ,luther en het ,protestantisme wordt tegengehouden2 het ,fransch aristocratisch en klassiek ideaal1 dat na twee eeuwen van grootheid in de bloedige ,revolutieplaag ten onder gaat2 ,napoleon1 dat eenig1 bovenmenschelijk en wellicht onmenschelijk heerschertype1 die door het ,heilig ,verbond overwonnen wordt2 dat zijn de opeenvolgende feiten1 die het ideaal der slaven ter overwinning hebben geleid4 ,heden ten dage verkeert ,europa geheel in verval3 overal doen zich onweerlegbare verschijnselen voor van verminderende levenskracht en het staat te vreezen1 dat het menschelijk geslacht zal ophouden te groeien en langzamerhand tot eene verachtelijke middelmatigheid zal vervallen4 ,de slavenmoraal beheerscht in onzen tijd het modern geweten onder den weidschen naam van godsdienst der lijdende menschheid4 ,laat ons eens van nabij zien wat die naam in werkelijkheid inhoudt4 ,de psychologische analyse van het medelijden toont ons in de eerste plaats1 dat dat gevoel1 dat door onze tegenwoordige moralisten zoo hoog geroemd wordt1 volstrekt niet zoo belangeloos en zoo bewonderenswaardig is als het ons voorkomt1 want in werkelijkheid schuilt in medelijden eene groote mate van zelfzuchtig genoegen4 ,wij doen anderen goed zooals wij hun kwaad doen1 uitsluitend om ons het gevoel van onze macht bewust te zijn en hen om zoo te zeggen aan onze heerschappij te onderwerpen4 ,de mensch1 die sterke1 edele neigingen heeft1 zoekt zijnen gelijke op om tegen hem te strijden en hem door zijne kracht het hoofd te doen buigen voor zijne overmacht2 daarentegen ziet hij neer op een al te gemakkelijke prooi en verwijdert hij minachtend hen1 die hij niet waard acht zich met hem te meten4 ,de zwakke echter stelt zich juist tevreden met eene middelmatige prooi en eene gemakkelijke overwinning2 nu is een zieke of een ongelukkige niet erg te duchten en daarbij neemt de mensch altijd liever eene weldaad dan eene smart aan2 bijgevolg weet de barmhartige zeker1 dat hij een minimum van weerstand zal ontmoeten en zonder het minste gevaar eene overwinning zal behalen4 ,het medelijden is dus eene deugd voor middelmatige zielen en levert trouwens geen enkel bezwaar op1 zoolang het ook slechts op middelmatige zielen wordt toegepast2 daarentegen wordt het een gebrek aan achting en bijna eene laagheid1 zoodra het zich tot eene edele ziel wendt1 want eene edele ziel verbergt haar verdriet1 hare smart en hare gebreken en verdedigt zich zoowel tegen welwillendheid als tegen kwaadwillendheid2 de lijdende1 misdeelde1 afzichtelijke mensch heeft dus het recht de onbescheiden getuigen van zijne ellende en leelijkheid te haten en hen te verfoeien1 die zich niet schamen naar iets1 dat voor aller blik verborgen moest blijven1 te kijken en den ongelukkige met een medelijden te overstelpen1 dat hij niet gevraagd heeft4 ,maar dat niet alleen3 het medelijden is niet enkel een weinig belangrijk gevoel1 maar het is tevens een neerdrukkend gevoel4 ,laten wij ons eens den godsdienst van het lijden der menschheid algemeen voorstellen onder de menschen4 ,wat zal er dan gebeuren8 ,de totale som van leed zal verre van minder te zijn geworden1 juist vermeerderd zijn1 daar een ieder bij zijne eigen smarten nog een deel der smarten van anderen zal moeten dragen4 ,zoodoende is het medelijden een beginsel1 dat de levenskracht verzwakt1 want het verergert het verlies aan krachten1 dat het leed reeds meebrengt en maakt de smart aanstekelijk4 ,een nog ernstiger nadeel van den godsdienst van het medelijden is1 dat hij de normale wet der uitkiezing1 wier doel het is de misdeelde wezens1 die weinig kans hebben als overwinnaar uit den strijd om het bestaan te komen1 te doen verdwijnen1 tegenwerkt4 ,alle godsdienst van het medelijden1 als b4v4 het ,christendom1 strekt tot bescherming van het bestaan der ontaarden1 en daarin ligt trouwens de voornaamste reden van het succes1 dat die soorten van godsdienst te allen tijde behaald hebben1 want zwakken en zieken komen in overvloed voor1 terwijl de volkomen gezonde mensch1 die in alle opzichten goed geslaagd is1 eene uitzondering maakt4 ,bij alle hoogere diersoorten vindt men eene meerderheid van misdeelde1 ontaarde wezens1 die noodlottig tot lijden gedoemd zijn en het menschelijk geslacht maakt daarop geen uitzondering1 eer het tegendeel1 want daar de mensch op de ladder van het bestaan een hooger type is1 wel voor volmaking het meest vatbaar1 maar dat nog licht verandert en nog geen vasten1 beslisten vorm heeft aangenomen1 staat juist hij in het bijzonder aan het toeval blootgesteld en is bij zijne soort de verhouding tusschen de mislukte en de goed geslaagde exemplaren nog grooter dan bij alle andere diersoorten4 ,de godsdienst van het medelijden begaat dus de fout van eene menigte onnutte levens1 die door de wet der uitkiezing veroordeeld zijn1 te verlengen2 hij behoudt en vermeerdert de ellende dezer wereld1 maakt dientengevolge het heelal leelijker en het leven waard ontkend te worden2 en is eigenlijk niet anders dan een practische vorm van het nihilisme4 ,die godsdienst is daarbij gevaarlijk voor het bestaan van de moreele gezondheid van de schoone exemplaren der menschheid1 want het zien van ellende1 misvorming en afzichtelijkheid is het meest te duchten gevaar voor den hoogstaanden mensch3 het leidt hem tot afschuw van het leven hetzij door verregaande walging of door diep medelijden4 ,het medelijden kan eene verwoestende ziekte worden1 die eene edelmoedige natuur1 die de noodige hardheid mist om het te weerstaan1 geheel verdelgen kan4 ,het ,christendom en de godsdienst van het medelijden hebben met goed gevolg het verval van het ,europeesch ras bevorderd en de voortbrenging van verheven menschen1 de evolutie van de menschheid naar den ,uebermensch belemmerd4 ,zoo wij nu den godsdienst van het lijden niet langer naar zijn gevolgen beoordeelen1 maar als een symptoom beschouwen1 begrijpen wij onmiddellijk wat de beteekenis er van is4 ,dat overvloeien van medelijden van den tegenwoordigen tijd is een duidelijk bewijs1 dat de mensch de smart hoe langer hoe meer vreest1 dat hij verweekt en verwijfd is en dat hij1 beheerscht door zijn instinct als lid der kudde1 steeds banger wordt voor al wat zijne veiligheid en rust zou kunnen verstoren4 ,hij ontvlucht niet alleen eigen smart maar kan ook niet langer de gedachte aan smart bij anderen verdragen en zelfs durft hij niet eens meer in naam van het recht doen lijden1 wat wel degelijk aan de zwakheid van zijn karakter en volstrekt niet aan zielegrootheid of aan edelmoedige minachting van het geleden onrecht is toe te schrijven4 ,de barmhartige strekt zijn medelijden uit tot over schuldigen en misdadigers4 ,in het leven der volken komt een oogenblik1 waarop de maatschappij zoodanig gezonken en ontzenuwd is1 dat zij zelfs partij trekt voor den mensch1 die haar schendt1 voor den misdadiger en dat nog wel met de meeste ernst4 ,straffen6 het feit op zichzelf van straffen houdt voor hem iets onrechtvaardigs in2 en zeker is het1 dat de gedachte aan straf en aan de noodzakelijkheid van straffen hem pijn doet en vrees aanjaagt2 zou het niet voldoende zijn den misdadiger onschadelijk te maken8 ,waarom dan hem straffen64444 ,straffen is zoo pijnlijk6 #he ,het ideaal1 dat het lid der kudde najaagt1 is1 dat een ieder de zekerheid van een klein deel geluk met zoo min mogelijk smart verkrijge2 het leed wordt beschouwd als iets1 dat afgeschaft moest worden4 #hf ,nietzsche daarentegen--en dat is misschien eene der schoonste zijden van zijne leer--heeft de overtuiging1 dat lafhartigheid1 de vrees voor smart eene der verachtelijkste hoedanigheden ter wereld is1 want de smart is juist de groote opvoedster der menschheid en heeft haar hare schoonste titels bezorgd3 ,gij zoudt zoo mogelijk--en dat zoo mogelijk is de grootste dwaasheid--de smart willen afschaffen4 ,en wij8 ,wij willen1 naar het schijnt1 het leven harder en slechter zien worden dan het ooit geweest is6 ,het welzijn zooals gij het opvat1 is geen doel--neen1 in onze oogen is dat een einde2 een toestand1 die den mensch onvermijdelijk tot een belachelijk1 verachtelijk wezen en zijne vernietiging wenschelijk zou maken6 ,in de levensschool der smart1 der groote smart--weet gij het niet8--onder dien harden leermeester alleen heeft de mensch al zijne vorderingen gemaakt4 ,de spanning van de ziel1 die zich onder het gewicht der smart stram zet en sterk leert worden1 de siddering1 die zich van haar meester maakt als zij voor groote rampen staat1 hare vindingrijkheid en haar moed om het ongeluk te dragen1 om het uit te staan1 het te verklaren en het zich ten nutte te maken1 al hare diepte1 hare geheimzinnigheid1 hare geveinsdheid1 hare wijsheid1 list en grootheid3 heeft zij die niet alle te danken aan de leerschool der smart1 gevormd en gefatsoeneerd door de groote smart4 ,in den mensch woont een schepsel en een schepper2 er is in hem iets1 dat materie1 fragment1 overbodig1 klei1 modder1 onzin en chaos is2 maar er is ook in hem een schepper1 een beeldhouwer1 de hardheid van den hamer1 de bespiegeling van den kunstenaar1 de vreugde van den zevenden dag3 begrijpt gij die tegenstelling8 ,en ook1 dat uw medelijden tot het schepsel in den mensch gaat1 tot dat1 wat gevormd1 gebroken1 gesmeed1 verscheurd1 verbrand1 door het vuur gehaald en gezuiverd moet worden1 tot dat wat noodzakelijk lijden moet en tot lijden is geschapen8 ,en ons medelijden--begrijpt gij niet1 waarheen juist ons medelijden gaat als het zich verzet tegen uw medelijden als zijnde de grootste zwakheid en lafhartigheid8 ,voortaan dus3 medelijden tegen medelijden4 #hg ,een tweede ernstig teeken van verval is de bijna algemeene triomf van het democratisch ideaal in ,europa4 ,ondanks de oogenschijnlijke tegenstelling tusschen dat ideaal en het ,christelijk godsdienstig ideaal staan die beide door hunne hoofdstrekking in werkelijkheid gelijk4 ,in het ,christendom1 den godsdienst van het menschelijk leed1 zoowel als in den godsdienst der gelijkheid vindt men de volgende zelfde hoofdtrekken3 haat van den zwakke tegen den sterke en verlangen naar een leven zonder smart4 ,het ,christendom maakt alle menschen gelijk voor ,god en belooft hen een volkomen geluk aan de andere zijde van het graf2 de democraat wil de gelijkheid der menschen voor de wet en spoort hen aan op aarde hun droom van volkomen geluk te verwezenlijken2 zijn doel is eene maatschappij te vormen1 waaruit alle ongelijkheid gebannen zou zijn en waarin alle menschen dezelfde rechten1 dezelfde plichten en een gelijk aandeel in het geluk zouden hebben1 waarin geen heerschappij meer zou bestaan en niemand meer te gehoorzamen of te bevelen had1 waarin geen meesters of slaven1 geen rijken of armen meer zouden voorkomen1 maar enkel eene vormlooze massa geheel gelijkstaande burgers4 ,dat is het eenige ideaal van alle democraten1 onverschillig of zij zich republikeinen1 socialisten of anarchisten noemen4 ,zij streven er alle naar elke hoogere autoriteit te verdrijven1 ,god noch heer te erkennen en alle voorrechten af te schaffen2 de anarchisten zijn op dat punt alleen logischer dan de socialisten en toonen meer haast om hun doel te bereiken4 ,zij allen verbroederen zich in een zelfden afkeer van het straffend recht en zijn geneigd alle straffen als onrechtvaardig te beschouwen2 ook deelen zij dezelfde gevoelens omtrent den godsdienst van het medelijden1 den afschuw van alle smart en de overtuiging1 dat het leed afgeschaft moet worden4 ,zij gelooven alle in de kudde zelve en meenen1 dat elk individu zijn eigen1 bijzonder geluk kan en moet vinden in het geluk van het geheele maatschappelijke lichaam en dat dat maatschappelijk geluk alleen te bereiken is door het medelijden van elk afzonderlijk voor allen en door algemeene verbroedering4 ,die ideen hebben zoo vasten voet gekregen in het modern geweten1 dat ,europa reeds bijna geen menschen meer voortbrengt1 die in hooge mate het heerschersinstinct bezitten2 zoo is het karakter van een echten meester als ,napoleon een hoogst zeldzame uitzondering in onze dagen en het heeft dan ook eene buitengewone bewondering gewekt bij de menschheid1 die zich van zelve altijd tot de meesters wendt1 die in staat zijn haar te leiden4 ,over het algemeen voeren de regeerende personen van den tegenwoordigen tijd hunne macht slechts met eene soort stille wroeging uit1 zoo algemeen worden de waarden der slavenmoraal erkend4 ,om zich tegen hun slecht geweten te waarborgen1 zoeken zij hunne toevlucht in huichelachtige sophismen en trachten zij hunne bevoorrechte positie met de voorschriften der heerschende moraal overeen te brengen3 zij beschouwen zich als de uitvoerders van bevelen1 die van eene hoogere macht uitgaan 7de traditie1 de wet1 ,god71 als de eerste dienaren van het land of als de werktuigen van het algemeene goed4 #hh ,dezelfde neiging tot gelijkmaking uit zich ook in de wijze1 waarop de hedendaagsche ,europeaan de verhouding tusschen man en vrouw beschouwt4 ,voor ,nietzsche is de natuurlijke ongelijkheid der geslachten eene noodzakelijke wet1 want volgens hem is de oorzaak dier ongelijkheid1 dat de liefde voor den man van minder belang is dan voor de vrouw4 ,liefde is in het leven van den man slechts eene episode2 zijn sterkste neiging is het verlangen naar macht1 de wil om zijne heerschappij steeds verder uit te strekken2 een onafgebroken strijd tegen de krachten der natuur en tegen den wedijverenden wil van anderen1 de voortdurende bevestiging van zijne persoonlijkheid--ziedaar de groote taak1 waaraan hij zijne krachten wijden moet4 ,zoo hij zich alleen aan liefde overgaf en zijn geheele leven1 al zijne gedachten en werkkracht aan de vrouw zijner liefde offerde1 zou hij niets meer zijn dan een slaaf en een lafaard1 die niet waard was man te heeten en de liefde eener vrouw te bezitten4 ,in het leven der vrouw daarentegen zijn de liefde en het kind alles4 ,alles in het leven der vrouw is een raadsel1 leert ,zarathustra1 en alles in de vrouw heeft slechts ne oplossing1 die baring heet4 ,de liefde is in haar bestaan dus de beslissende gebeurtenis4 ,in tegenstelling met den man moet zij haar eer en roem er in leggen de eerste in de liefde te zijn en zich geheel en volkomen naar lichaam en ziel te geven aan den meester1 dien zij gekozen heeft2 in die verloochening van haar eigen wil moet zij haar geluk zoeken en zij zal des te meer bewondering verdienen en des te volkomener zijn naarmate zij zich meer volkomen en beslist geeft4 ,het geluk van den man1 zegt ook ,zarathustra1 heet3 ik wil4 ,het geluk van de vrouw heet3 hij wil4 ,de vrouw1 die liefheeft1 moet zich geheel aan den man geven en hij moet die gave mannelijk aanvaarden3 zoo is de wet der liefde1 die tragische en somtijds smartelijke wet1 die beide geslachten tot een niet op te heffen antagonisme dringt4 ,de vrouw is geschapen om te beminnen en te gehoorzamen1 maar wee haar zoo de man uit verveling of onbestendigheid genoeg van zijne verovering krijgt1 de gave1 die zij hem offerde1 gering vindt en nieuwe liefde1 nieuwe aandoeningen zoekt6 ,de man moet heerschen en beschermen2 hij moet rijk en machtig genoeg van aard zijn om zoo te zeggen twee levens te leven1 om zijn eigen geluksdeel te veroveren en tevens haar1 die alle hoop op hem gevestigd heeft1 gelukkig te maken2 wee hem1 zoo die zware taak hem te veel wordt en zoo hij1 waar liefde tot hem kwam de kracht miste om de vlam dier liefde aan te wakkeren2 bedrogen liefde gaat over in verachting en de vrouw draagt hem1 dien zij harer onwaardig vindt en dien zij beschuldigt haar haar doel te hebben doen missen1 een onverzoenlijken haat toe4 ,de tegenwoordige tijd neemt even ongaarne dat natuurlijk antagonisme tusschen man en vrouw als de even natuurlijke tegenstelling tusschen man en slaaf aan1 en evenals men getracht heeft den slaaf te verheffen1 zoo tracht men de vrouw te vergoden4 ,nietzsche nu is verre van den eeredienst van het ewig weibliche als wettig te erkennen en in de vrouw een hooger wezen met meer verfijnde neigingen en een juister moreel gevoel te zien1 een wezen1 dat de macht heeft de menschheid tot haar hoogste doel te voeren4 ,volgens hem behoort den man de hoofdrol2 hij moet de meester en de gevreesde meester zijn1 want hij heeft de grootste physieke kracht1 het meest ontwikkeld verstand1 het edelmoedig hart en den vasten1 energischen wil4 ,de vrouw is bedachtzaam2 zij bezit in hoogere mate dan de man een zeker practisch verstand1 dat haar de dingen naar waarde doet schatten en haar vlug de middelen doet vinden om het gegeven doel te bereiken2 maar haar aard is minder rijk en minder diep dan die van den man2 zij blijft meer aan de oppervlakte der dingen1 is beuzelachtig en somtijds bekrompen en pedant4 ,de man moet voor den strijd worden opgeleid1 leert ,zarathustra1 en de vrouw voor de ontspanning van den strijder2 al het overige is dwaasheid4 #hi ,de vrouw is geen afgod2 zij is slechts een breekbaar en kostbaar stuk speelgoed1 dat evenwel ook gevaarlijk is en daardoor voor den man des te meer waarde heeft4 ,zij is te duchten zoodra hartstocht1 hetzij liefde of haat1 haar verteert1 want in haar meer dan in den man bleef de oorspronkelijke ongebondenheid der neigingen behouden2 men vindt bij haar de sluwe lenigheid van de kat1 den klauw van den tijger1 die zich plotseling onder den fluweelen poot doet gevoelen1 de naeve zelfzucht1 de onhandelbare1 tegenstrevende natuur en de verwarrende1 onlogische zonderlingheid van hartstochten en verlangens4 ,daarom heeft zij een sterken meester noodig1 die in staat is haar te leiden en zoo noodig hare buitensporigheden tegen te gaan4 ,maar al boezemt zij aan den eenen kant vrees in1 aan den anderen kant kan zij ook betooveren door hare teere1 fijne bevalligheid1 door de gave om zich te tooien1 zich physiek en moreel onder duizend verschillende vormen te vertoonen2 en bovenal boezemt zij medelijden in1 heel veel medelijden1 omdat zij meer blootgesteld schijnt te zijn aan smart1 omdat zij lichter te treffen is1 meer liefde behoeft en tot meer ontgoocheling is gedoemd dan alle andere schepselen4 ,het is trouwens niet de verafgoode vrouw1 die ,nietzsche's toorn het meest gaande maakt2 hij verfoeit bovenal en vervolgt met zijn wreedst sarcasme de gemancipeerde vrouw1 de vrouw1 die geen vrees meer voor den man gevoelt1 die er niet meer aan denkt zich te geven1 maar met hem op gelijken voet wil staan1 de vrouw1 die de hulde en het ontzag van het sterke geslacht voor de zwakkere vrouw bijna als eene beleediging beschouwt en in den strijd om het bestaan met den man wil wedijveren4 ,geen vrouw staat hem zoozeer tegen als de pedante blauwkous1 die het waagt zich met litteratuur1 wetenschap of politiek te bemoeien1 zoo niet nog erger de vrouwelijke ambtenaar1 die in de moderne maatschappij1 waarin de geest van nijverheid den aristocratischen geest van strijd heeft overwonnen1 naar juridische en economische onafhankelijkheid streeft1 luidruchtig tegen de slavenrol opkomt1 die men haar opdringt en drukke veldtochten organiseert om dezelfde rechten als de man te verkrijgen4 ,nietzsche waarschuwt de vrouw1 dat zij op den verkeerden weg is1 zoo zij zich met den man wil meten en dat zij bezig is haren invloed te verliezen en in de publieke achting hare eigen waarde te verminderen4 ,haar belang bestaat daarin1 dat zij den mannen verschijnt als een wezen van eene geheel andere orde1 als een verafstaand1 moeilijk te bereiken1 te begrijpen en te regeeren wezen1 dat flauw te vreezen en tevens zeer teer is1 dat medelijden opwekt en ontzien moet worden4 ,en daarentegen berooft zij zichzelve van dien stralenkrans van geheimzinnigheid en ontwent zij het vrouwelijk schaamtegevoel1 dat bij de minste aanraking van het leelijke en gemeene siddert2 zij begeeft zich vrijwillig onder de menigte en tracht er zich doorheen te wringen en haar weg te banen door het gedrang der egoste begeerten4 ,de vrouw verliest hare pozie6 zij brengt onder den naam van kunstcultuur1 vooral door het misbruik van ,wagneriaansche muziek1 haar zenuwgestel in de war en wordt hare natuurlijke roeping1 het ter wereld brengen van schoone kinderen1 ontrouw4 ,om kort te gaan3 gansch ,europa wordt leelijk2 het dreigt een groot ziekenhuis te worden1 waarin eene weinig belangwekkende menigte wemelt1 die geen groote smart1 maar ook geen groote vreugde kent1 die in middelmatigheid en onmacht gelijk staat en op aarde een doodsch1 hopeloos en doelloos bestaan voortsleept4 ,ziet6 zoo leert ,zarathustra1 ik toon u den laatsten mensch4 ,wat is liefde1 schepping1 begeerte8 ,wat is eene ster8 ,zoo vraagt de laatste mensch en hij knipoogt4 ,de aarde is klein geworden en op de aarde huppelt de laatste mensch1 die alles verkleint4 ,zijn geslacht is even onuitroeibaar als de bladluis2 de laatste mensch leeft het langst4 ,wij hebben het geluk ontdekt1 zeggen de laatste menschen en zij knipoogen4 ,zij hebben de streken1 waar men een moeilijk leven leidt1 verlaten1 want zij hebben behoefte aan warmte4 ,men heeft ook zijnen buurman lief en drukt zich tegen hem aan1 omdat men behoefte aan warmte heeft4 ,ziek worden en wantrouwen is in hunne oogen eene zonde3 men loopt er voorzichtig4 ,wel dwaas1 die over steenen of menschen struikelt4 ,een weinig vergif van tijd tot tijd3 dat geeft schoone droomen4 ,en veel vergif tot slot om aangenaam te sterven4 ,men werkt nog wel1 want werken geeft afleiding1 maar men zorgt er voor1 dat die afleiding geen inspanning wordt4 ,armoede of rijkdom duldt men niet langer1 want beide geven te veel zorgen4 ,wie zou nu nog willen bevelen8 ,en wie gehoorzamen8 ,beide kosten te veel moeite4 ,geen herder en ene groote kudde6 ,allen willen hetzelfde2 allen staan gelijk en wie anders denkt1 begeeft zich vrijwillig in het krankzinnigengesticht4 ,wij hebben het geluk ontdekt1 zeggen de laatste menschen en zij knipoogen4 #ij ,v4 ,de slavenmoraal1 het ascetisch ideaal1 de priesterlijke heerschappij berusten1 de een zoowel als de ander1 op een waarlijk grootsch geheel van leugens1 wat niet zeggen wil1 dat ,nietzsche daarin eene wederlegging van het ,christendom ziet1 want de waarheid op zichzelve heeft voor hem geen waarde2 maar hij ziet er een gevaar en een dreigenden ondergang in4 ,de kudde ontaarden en haar herder1 de ascetische priester immers zijn gedwongen voor de duidelijkheid der feiten de oogen te sluiten1 willen zij tegenover de herhaalde logenstraffingen der werkelijkheid hunne valsche waardetafel en hunne fantastische verklaring van het heelal staande houden2 want zoo de zieke zich zijnen werkelijken toestand bewust werd en leerde inzien waar gezondheid schuilt1 zoo hij bemerkte1 dat de geheele geneeswijze van den priester daarin bestaat1 dat hij hem misleidt omtrent den waren aard zijner ziekte door hem eene kunstmatige opwekking te geven1 die in werkelijkheid de kwaal verergert in plaats van haar weg te nemen1 dan zou het geheele ,christelijk gebouw onmiddellijk instorten2 de ontaarde zou werkelijke genezing zoeken bij den medicus of in den dood4 ,de priester vermoedt nu instinctmatig dat gevaar en daarom tracht hij steeds het geloof staande te houden onder zijne volgelingen1 d4w4z4 de onberedeneerde1 instinctmatige overtuiging1 die met feiten geen rekening houdt4 ,dat geloof is eigenlijk niets anders dan de wil om1 tot elken prijs1 eene illusie1 die men voor het leven noodig acht1 te behouden2 het is de vrees1 dat de werkelijkheid wellicht slecht mocht zijn en1 dat zij zich den mensch mocht openbaren1 voordat hij sterk genoeg is haar te dragen4 ,te allen tijde heeft de priester dus de leekenwijsheid1 de positieve wetenschap1 die de wereld buiten alle godsdienstgeloof om wil bestudeeren1 als zijn ergsten vijand beschouwd en alle middelen kwamen hem veroorloofd voor om den mensch te verhinderen zich zonder eenige vooringenomenheid tegenover de dingen te plaatsen1 de werkelijkheid1 zooals zij is1 hare macht op hem te laten uitoefenen en oprecht en waar tegenover zichzelf te zijn4 ,dat juist is wat ,nietzsche hem niet vergeven kan4 ,wil men den bitteren toon vol haat begrijpen1 die uit elke bladzijde van de ,antichrist spreekt en zich niet tevreden stellen met een symptoom van naderenden waanzin in de vinnige woorden van dat heftig requisitoir te zien1 7wat trouwens eene gemakkelijke1 maar misschien wat korte manier is om zich van een moeilijk vraagstuk af te maken7 dan moet men nagaan1 hoezeer ,nietzsche in zijne diepste gevoelens getroffen werd door den geest van het ,christendom1 zooals hij het zag4 ,hij vergeeft het ,christendom gaarne al het leed1 dat het de menschheid berokkend heeft1 want1 waarom zou de mensch niet lijden1 zoo het leed hem veredelt en het is trouwens een feit1 dat het godsdienstig geloof menige bijzonder belangwekkende ziel gevormd heeft4 ,ook erkent hij zonder eenig bezwaar1 dat over het geheel genomen de opstand der slaven in de moraal het menschelijk type noemenswaardig verrijkt heeft en het voornaamste feit1 het aangrijpendst drama der wereldgeschiedenis blijft1 en gaarne zelfs bewondert hij de meesterlijke logica1 die uit de leugens van den ,christelijken priester spreekt en de ongeloofelijke dosis geestkracht1 die hij bezitten moest om gedurende twee duizend jaren eene denkbeeldige waardetafel staande te houden1 en nog meer zou hij hem bewonderen1 zoo hij in hem een verdorven1 maar zich daarvan zelfbewusten wil kon zien1 die zich geen illusies maakt omtrent het doel1 dat hij beoogt1 noch omtrent de middelen1 die hij daartoe te baat neemt4 ,wat ,nietzsche evenwel tegenstond en hem geheel in opstand bracht1 zoodra hij het beeld1 dat hij zich van het ,christendom gevormd had1 aanschouwde1 was die gansche omgeving van onoprechtheid1 die het omhult1 die dubbelzinnige mengeling van bedrog en verblindheid1 die leugenachtige onschuld1 die1 volgens hem1 den geloofsmensch kenteekent4 ,de diepste gevoelens van zijn aristocratischen aard1 zijn onhandelbaar geweten1 zijne liefde voor physieke en moreele netheid1 zijn moed om zijne gedachten tot het einde toe uit te denken1 kwamen op tegen die dubbelzinnigheid2 vol walging keerde hij zich af van die menschen1 wier vrijwillige illusie zulk een integreerend deel van hun bestaan is geworden1 dat zij zelve niet meer onderscheiden1 wanneer zij zich bedriegen of wanneer zij oprecht zijn1 die in alle onschuld1 zonder zich eenig kwaad bewust te zijn1 liegen en vrijwillige of meerendeels onvrijwillige gevangenen zijn van de illusie1 waarin zij leven1 en hij verklaarde dan ook plechtig het ,christendom schuldig aan de vergiftiging van de intellectueele en moreele atmosfeer in ,europa4 ,ondanks al hare pogingen heeft de ,kerk evenwel de wetenschap niet kunnen verhinderen zich te ontwikkelen en het menschelijk denken niet kunnen weerhouden de werkelijkheid der dingen in het gelaat te zien4 ,in ,europa bestaat tegenwoordig een geheel leger van geleerden1 bijna alle materialisten1 positivisten of athesten1 die buiten alle geloof leven en dikwijls zelfs op alle godsdienstgevoel minachtend neerzien4 ,die schijnen ons op het eerste gezicht de natuurlijke tegenstanders van de priesterlijke heerschappij toe en hoe komt het dan1 dat hunne levensopvatting1 die op de waarneming der werkelijkheid berust1 niet reeds lang een einde aan de christelijke illusie heeft gemaakt8 hoe komt het1 dat de vrienden van natuur en gezondheid er niet in geslaagd zijn den bijna algemeenen triomf van de door het ,christendom vastgestelde waarden te beletten8 ,nietzsche's antwoord is vindingrijk en origineel4 ,de mannen der wetenschap1 zegt hij1 gelooven niet in de wetenschap en stellen dus tegenover het godsdienstig ideaal geen nieuw ideaal2 of1 wanneer zij wel in de wetenschap gelooven en het levensprobleem willen oplossen1 ontleenen zij de stof voor die oplossing aan het ascetisch ideaal4 ,met andere woorden3 de mannen der wetenschap zijn of middelmatige werklieden1 die niet in staat zijn eene nieuwe waardetafel te maken1 of geraffineerde1 verheven asceten1 wier ideaal eigenlijk niet verschilt van dat van den priester4 ,zoo om te beginnen de gewone geleerde1 de eerzame werkman in de wetenschap4 ,nietzsche vergelijkt hem oneerbiedig met eene oude jongejuffrouw1 want evenals zij is hij onvruchtbaar1 hoogst eerbaar1 eenigszins belachelijk en in zijn hart weinig ingenomen met zijn lot4 ,laten wij eens van nabij zien1 voegt hij er bij1 wat de man der wetenschap beduidt4 ,in de eerste plaats behoort hij tot een niet edel geslacht1 dat de deugden der niet edele geslachten bezit1 m4a4w4 de deugden der geslachten1 die niet heerschen1 die geen macht hebben en zichzelve niet kunnen bevredigen2 hij is een arbeider1 die zich gewillig laat indeelen1 weet altijd zijn evenwicht te bewaren en overschrijdt de middelmaat niet1 in kunde noch in behoeften2 hij ontdekt instinctmatig zijne gelijken en begrijpt wat zij noodig hebben1 als b4v4 het kleine hoekje onafhankelijkheid1 waar buiten men niet rustig werken kan1 de noodige schatting van eerbetoog en goedkeuring1 den zonnestraal van roem en de voortdurende toewijding van eigen waarde en nut1 die onvermijdelijk is1 wil men het zelfwantrouwen1 dat diep in het hart van alle afhankelijke menschen1 van alle dieren eener kudde schuilt1 steeds opnieuw bedwingen4 ,de geleerde heeft billijkerwijze ook de kwalen en gebreken van een niet edel geslacht3 hij is vervuld van kleinzieligen nijd en ontdekt met den blik van den lynx al wat laag is in eene natuur wier grootheid voor hem onbereikbaar is4 ,en wat bovenal den geleerde slecht en gevaarlijk maken kan is zijn geheim bewustzijn van de middelmatigheid van zijn geslacht1 dat jezutisme der middelmatigheid1 dat instinctmatig den ondergang van den uitzonderingsmensch bevordert en steeds elken gespannen boog tracht te breken of eigenlijk te ontspannen1 wel heel voorzichtig met zorgzame hand en een indringerig medelijden1 maar niettemin te ontspannen1 want het jezutisme houdt er de bijzondere kunst op na steeds het uiterlijk van den godsdienst van het medelijden aan te kunnen nemen4 #ia ,de geleerde is1 over het algemeen1 ongetwijfeld geheel los van alle positief geloof en vooral den ,duitschen geleerde kost het moeite het probleem van den godsdienst ernstig op te vatten2 hij is geneigd neer te zien op den godsdienst en ondervindt een natuurlijken afkeer van de intellectueele onoprechtheid1 die hij bij alle geloovigen veronderstelt2 alleen door de geschiedenis te bestudeeren wordt het hem mogelijk zich tot een zekeren eerbied1 vermengd met vrees of dankbaarheid voor het werk1 dat de godsdienstige mensch verricht heeft1 te verheffen1 maar die eerbied blijft geheel intellectueel1 want zijne eigen gevoelens maken hem alle sympathie voor den persoon onmogelijk en doen hem in de practijk den godsdienstigen mensch en zijns gelijken ontwijken2 in den grond van zijn hart is hij doordrongen van het idee1 dat de geloofsmensch een lager menschelijk type is1 dat verre wordt overtroffen door den man der wetenschap4 ,hoe groot is zijne dwaling6 welk een afgrond scheidt niet dat schoone type1 den godsdienstmensch met zijn sterken wil1 den mensch1 die weliswaar ziek is1 maar dank zij dien wil zegerijk tegen zijne ziekte strijdt1 dien schepper van waarden1 die zich zeker voelt van het doel1 waarnaar hij streeft--en den braven geleerde1 den verwaanden dwerg1 die in zichzelf noch in wetenschap gelooft en werktuigelijk1 mechanisch werkt om zich te bedwelmen1 om niet tot nadenken te komen en alle lastige problemen van zich af te schuiven1 die weliswaar een geschikt arbeider1 nuttig in zijne soort als landman1 metselaar of schrijnwerker1 maar tevens door en door middelmatig blijkt te zijn1 goed om door anderen geleid en gedrild te worden1 maar volkomen de kracht missende om eene nieuwe waarde te scheppen en lang en krachtig een wil te willen4 #ib ,en zelfs wanneer wij ons dat middelmatig type in zijne hoogste volkomenheid denken en ons de verwezenlijking van den objectieven mensch1 in wien zich het zuiverste wetenschappelijk instinct1 geheel onbezoedeld ontwikkeld heeft1 voorstellen--wat verkrijgen wij dan nog8 ,niets meer dan eenen spiegel1 d4w4z4 een werktuig en geen wil4 ,de objectieve mensch1 zegt ,nietzsche1 is een spiegel1 steeds klaar staande om den indruk op te vangen van al wat gekend wil worden2 voor geen andere vreugde toegankelijk dan kennen en weerspiegelen1 wacht hij1 totdat de dingen naar hem toe komen en dan ontplooit hij zich tot eene zoo effen1 gevoelige oppervlakte1 dat de lichtste voetstappen en het schuiven van een spook zelfs eenen indruk moeten achterlaten op de zachte huid4 ,wat hij dan nog overhoudt aan persoonlijkheid komt hem toevallig1 willekeurig en dikwijls lastig voor1 zoozeer is hij er aan gewoon geraakt niets meer te zijn dan eene halte1 waar vreemde vormen en dingen hunnen indruk achterlaten4 ,hij heeft geen wil en geen tijd meer om zich met zijn eigen ik bezig te houden en hij is kalm1 niet bij gebrek aan zorgen1 maar omdat hij zijne persoonlijke zorgen niet durft aanraken en behandelen4 ,eischt men van hem liefde of haat1--ik bedoel liefde of haat1 zooals ,god1 de vrouw en het dier die opvatten1--dan doet en geeft hij wat hij kan1 maar het moet u niet verbazen zoo het niet veel is en zoo hij1 juist op dat punt1 zwak getint1 broos1 raadselachtig en onstandvastig blijkt te zijn4 ,zijne liefde is gewild en zijn haat is een kunstmatig product1 eene handigheid1 iets ijdels en overdrevens4 ,hij is alleen juist getint1 naarmate hij objectief kan blijven en alleen in zijn kalm universalisme is hij nog natuur en natuurlijk4 ,zijne steeds effen gladgestreken ziel kan geen ja of neen meer zeggen2 hij beveelt niet en vernietigt evenmin3 ,ik veracht bijna niets1 zegt hij met ,leibniz4 #ic ,kortom1 de objectieve mensch is ook niets meer dan een werktuig1 een zeldzaam zuiver1 fijn1 zeer verstelbaar en zeer kostbaar werktuig1 maar1 evenals de arbeider der wetenschap eene soort slaaf1 want hij heeft een meester noodig1 die hem voor een of ander doel gebruikt4 ,door zichzelf is hij niets1 bijna niets2 hij is het doel niet1 dat de menschheid beoogt en evenmin het uitgangspunt van eene nieuwe beweging2 hij is geen eerste oorzaak en evenmin een meester1 maar alleen een leege1 buigzame vorm1 die zich naar elke soort inhoud kan wijzigen1 een veronpersoonlijkt mensch in het geheel niet iemand voor eene vrouw1 tusschen twee haakjes1 eindigt ,nietzsche ironisch4 ,al even onmachtig1 maar om eene andere reden zijn alle soorten van sceptici4 ,de mannen der wetenschap zijn werkers1 betere of mindere werktuigen1 maar de sceptici zijn temperamenten1 die verzwakt zijn door eene overdreven cultuur1 zielen1 die geen kracht meer bezitten om te willen1 bijgevolg decadenten4 ,er bestaan trouwens ontelbare variteiten van sceptici1 van af den middelmatigen verwaande1 den liefhebberijdenker1 die de voordeelige en gedistingeerde houding van den dilettant tracht aan te nemen1 tot de smartbewogen ziel1 die het geheim van het heelal heeft willen ontcijferen en die op hare zwerftochten door het rijk van den geest zoodanig verwelkt1 afgesleten en verminderd is1 dat er niets van haar overbleef dan eene ijdele schim zonder eenige vastheid4 ,zarathustra1 de profeet van den ,uebermensch1 sleept ook een van die arme1 zwervende schimmen achter zich aan2 zij heeft hem op al zijne wetenschappelijke tochten vergezeld en hem volgend1 alle troostend geloof afgezworen1 alle afgoden vernield1 het geloof in alle groote namen en groote woorden prijsgegeven en ten slotte haar doel uit het oog verloren2 nu dwaalt zij zonder liefde1 zonder verlangen of vaderland1 droef en zwijgend rond in het heelal4 ,en de anders zoo harde profeet slaat jegens haar een zacht medelijdenden toon aan3 ,gij zijt mijne schim1 zegt hij treurig4 ,het gevaar1 dat gij loopt1 is niet gering1 gij vrije geest1 gij reiziger6 ,gij hebt een slechten dag gehad2 pas op1 dat de avond niet nog slechter voor u worde6 ,voor lichtzinnigen als gij wordt ten slotte eene gevangenis nog eene weldaad4 ,zaagt gij ooit1 hoe opgesloten misdadigers slapen8 ,zij slapen rustig1 want zij genieten van hunne nieuwe veiligheid4 ,waak vooral1 dat gij niet eindigt met u gevangen te geven aan een bekrompen geloof1 aan een harde en strenge illusie6 ,want voor u is voortaan al wat klein en hecht is1 eene verzoeking1 eene verleiding4 ,gij hebt uw doel verloren64444 ,en zoo hebt gij ook uwen weg verloren6 ,arme1 dwalende1 fladderende ziel1 arme vermoeide vlinder64444 #id ,de wetenschap brengt echter niet alleen objectieve menschen en sceptici voort--zij heeft ook hare geloovigen4 ,en niet altijd stelt zij zich tevreden met feiten te constateeren en te zeggen3 wat weet ik er van8 ,zij wil ook somtijds eenen wil doen gelden en eene waardetafel uitschrijven4 ,op welke wijze gaat zij dan te werk8 ,in elke wijsbegeerte1 zegt ,nietzsche1 komt een oogenblik1 waarop de overtuiging van den wijsgeer voor den dag komt of1 om het in de woorden van een oud mysterie uit te drukken3 ,adventavit asinus pulcher et fortissimus4 #ie ,m4a4w4 elk wijsgeer tracht zijn systeem als eene zuiver logische schepping1 als het werk van de zuivere rede voor te stellen4 ,dat nu is eene illusie1 want het bewust leven wortelt bij elk mensch in zijn onbewust leven en zijne begeerte om de waarheid te leeren kennen1 hoe belangeloos zij ook schijnen moge1 staat in werkelijkheid slechts ten dienste en onder den invloed van eene machtiger en meer verborgen neiging4 ,in elk systeem1 hoe onpersoonlijk en meetkundig juist ook voor het oog1 schuilt eene geloofsbekentenis2 de theorien van een wijsgeer zijn zooveel als zijne biecht en zijn gedenkschrift4 ,in waarheid is hij niet een zuiver intellectueel1 maar een listig advokaat1 die de zaak van zijne vooroordeelen1 en meestal van zijne moreele vooroordeelen bepleit2 en zelfs is hij een weinig nauwgezet advokaat en bezit hij minder eerlijkheid dan de priester1 daar hij zijne overtuigingen voor vastgestelde waarheden wil laten doorgaan4 ,die overtuigingen nu1 die op den bodem van elk philosophisch systeem voorkomen en er om zoo te zeggen het levensbeginsel van uitmaken1 zijn eenvoudig aan het ascetisch ideaal ontleend en de priester en de wijsgeer zijn doorgaans zonder het te weten1 geen vijanden1 maar bondgenooten4 ,neemt b4v4 ,kant1 den vader der ,duitsche philosophie3 ,kant is voor ,nietzsche slechts een nauwelijks vermomd ,christen4 ,hij staaft1 dat zijn geheele philosophische arbeid tot strekking heeft twee der gevaarlijkste dwalingen van de menschheid voor een aanval der rede te vrijwaren1 t4 w4 het begrip van eene werkelijke wereld in tegenstelling met de schijnwereld1 en het geloof in de absolute waarde van de moreele wet1 van het categorisch imperatief4 ,die beide begrippen nu zijn eigenlijk niets anders dan de metaphysische verklaring der voornaamste leerstellingen van het ,christendom4 ,want wat is1 om te beginnen1 het geloof in eene werkelijke wereld afgescheiden van eene schijnwereld8 ,niets anders immers dan het philosophisch equivalent van het grondbegrip van alle theologie3 ,god is de eerste oorzaak van het heelal1 dat de zinnen waarnemen en het ware leven van den mensch is het leven in ,god4 ,in het brein der metaphysici heeft het bestaand begrip van den goeden ,god1 den ,god der lijdende menschheid1 eene fijne1 hooge en minder gekleurde gedaante aangenomen2 zij hebben het veranderd in een reusachtige spin1 die uit eigen stoffen de wereld weeft2 zij hebben er het ideaal1 den zuiveren geest1 het absolute1 het wezen op zichzelf van gemaakt4 #if ,dat wezen op zichzelf1 die wezenlijke wereld nu zijn eenvoudig het niet1 eene illusie1 wier heengaan ,nietzsche in de volgende woorden vertelt3 ,hoe de echte wereld eindelijk een sprookje werd4 ,geschiedenis eener dwaling4 #a4 ,de ware wereld1 die voor den ,wijze1 den ,vrome en den ,deugdzame toegankelijk is1 leeft in hem1 hij is die wereld4 7,de oudste vorm van dat begrip1 die betrekkelijk vernuftig1 eenvoudig en overtuigend is4 ,omschrijving van dat axioma3 ,ik1 ,plato1 ben de waarheid74 #b4 ,de ware wereld1 die nu nog ontoegankelijk is1 maar den ,wijze1 den ,vrome en den ,deugdzame 7den berouwhebbenden zondaar7 beloofd werd4 7,voortgang van dat idee3 het wordt fijner1 misleidend1 onbegrijpelijker1 het wordt vrouw1 het wordt ,christin74 #c4 ,de ware wereld1 ontoegankelijk1 onbewijsbaar1 raadselachtig1 die evenwel1 in gedachten slechts bestaand1 toch eene troost1 eene verplichting1 een gebod is4 7,op den achtergrond nog steeds de oude zon1 maar nu gezien door den nevel van de critiek2 het begrip fijn1 bleek1 noordelijk1 ,knigsbergsch geworden74 #d4 ,de ware wereld1 ontoegankelijk8 ,in ieder geval nooit bereikt1 en omdat zij nooit bereikt werd1 is zij onbekend4 ,haar verdwijnen geeft ons troost noch verlossing of verplichting1 want waartoe zou iets onbekends ons kunnen verplichten8 7,morgenschemering4 ,eerste geeuw der rede4 ,gekraai van den haan van het positivisme74 #e4 ,de ware wereld1 een begrip1 dat nergens toe dient en niet eens eene verplichting oplegt1 een onnut en overbodig geworden begrip3 in zijn verdwijnen een wederlegd begrip3 laten wij het afschaffen4 7,klaarlichte dag4 ,ontbijt3 terugkeer van gezond verstand en vroolijkheid2 ontsteld blozen van ,plato2 sabbath van alle vrije geesten74 #f4 ,wij hebben de ware wereld afgeschaft3 welke wereld houden wij nu over8 ,zal het de schijnwereld zijn8 ,welneen6 ,tegelijk met de ware wereld hebben wij de schijnwereld afgeschaft4 7,middag1 oogenblik van de kortste schaduw2 einde van de langste dwaling2 toppunt der menschheid3 ,incipit ,zarathustra74 #ig ,de ,christengod was1 zooals wij gezien hebben1 de ,god van al wat lijdt en tot den dood overhelt4 ,in plaats van evenals de heidensche goden de vreugdevolle toejuiching van het bestaan1 den wil tot macht1 die ja zegt tot al wat het leven geeft te verpersoonlijken1 stelde hij al datgene voor1 dat in het hart van den ontaarden mensch wrok tegen het werkelijk leven en hoop op een denkbeeldig bestaan hiernamaals aanwakkert4 ,de ware wereld der metaphysici is eigenlijk geheel hetzelfde3 zij is een klank zonder eenigen reelen inhoud4 ,de ,christengod is het symbool van eene negatie1 die der wijsgeeren is het zuiver ,niet4 ,zoo is ook de wil1 die dien ,god zoekt1 niet anders dan de zucht naar het niet4 ,nu nog hebben de meest vooruitstrevende wijsgeeren1 zij1 die zich vrij van allen godsdienst en alle vooroordeel wanen1 een onverzettelijk geloof in de waarheid en al die sceptici1 die objectieven1 die agnostici1 die zich op stoicynsche wijze alle onbewijsbare hypothesen ontzeggen1 die zich aan het vaststellen van kleinigheden houden om alle haastige generalisatie en de daaruitvolgende fouten te vermijden1 die geen ja of neen willen uitspreken over alle vraagstukken1 die aan twijfel onderhevig zijn--al die goede geesten1 die nauwgezetten van geest die de intellectueele en moreele keur der menschheid voorstellen1 zijn eigenlijk asceten4 ,laten wij hun geloof slechts ontleden4 ,de wil om tot elken prijs de waarheid te bereiken kan op twee manieren verklaard worden2 het kan beduiden3 ,ik wil onder geen enkele voorwaarde bedrogen worden1 of3 ,ik wil onder geen voorwaarde anderen of mijzelven bedriegen4 ,de eerste verklaring nu is onwaarschijnlijk4 ,de mensch zou zeker uit voorzichtigheid en uit vrees naar waarheid kunnen verlangen1 zoo het hem duidelijk was1 dat waarheid bovenal weldadig werkt2 maar dat is niet zoo en wanneer ooit eene waarheid zich gaandeweg aan verlichte geesten opdringt1 is het wel deze1 dat illusie minstens even weldadig en even noodzakelijk voor de menschheid is als waarheid4 ,voor ,nietzsche is illusie en leugen wellicht de hoofdvoorwaarde van het leven4 ,het verkeerde van een oordeel1 zegt hij1 is voor ons niet een bezwaar tegen dat oordeel1 en juist op dat punt klinkt onze taal wellicht het zonderlingst in moderne ooren4 ,voor ons is de quaestie als volgt3 in hoeverre is dat oordeel nuttig voor het behoud en de ontwikkeling van het leven1 voor het behoud of de verbetering van de soort8 ,en in beginsel zijn wij geneigd te beweren1 dat de meest onjuiste meeningen 7in de eerste plaats behooren daartoe de synthetische meeningen7 in onze oogen het onmisbaarst zijn2 dat1 wanneer de menschheid weigerde de verzinsels der logica aan te nemen1 de werkelijkheid naar de zuiver denkbeeldige wereld van het onvoorwaardelijke1 het absolute te meten en het leven voortdurend naar die waarde te vervalschen1 zij niet zou kunnen leven2 dat afzien van verkeerde begrippen zooveel als afzien van het leven1 de ontkenning van het leven zou zijn4 #ih ,zoo evenwel leugen weldadig en waarheid noodlottig kan zijn--wat ook de moderne belijder van de waarheid tot elken prijs wel voelt--streeft de man der wetenschap dus niet naar waarheid uit eigenbelang of uit vrees1 maar alleen1 omdat hij onder geen voorwaarde zichzelf of anderen bedriegen wil4 ,in zijne ziel en in zijn geweten kent hij de waarheid een zoo hoogen prijs toe1 dat alles1 tot zelfs het geluk en het bestaan der menschheid er aan onderworpen moeten worden4 ,hij gelooft in de waarheid als in eene absolute1 metaphysische waarde1 of om het duidelijk te zeggen3 hij noemt waarheid wat de ,christen ,god noemt4 ,en ,nietzsche besluit3 ,het lijdt geen twijfel1 dat de waarheidlievende mensch1 waarheidlievend in den uitersten1 gevaarlijken zin1 dien het geloof in de wetenschap veronderstelt1 dat die mensch daardoor zijn geloof in eene andere wereld dan die van het leven1 de natuur en de geschiedenis bevestigt2 en van af1 dat hij die andere wereld aanneemt1 wat blijft hem dan over voor het tegenovergestelde1 voor deze wereld1 voor onze wereld--niet anders dan haar te ontkennen6 ,men begrijpt evenwel wat ik zeggen wil3 n4l4 dit1 dat ons geloof in de wetenschap altijd op eene metaphysische overtuiging berust en dat ook wij1 de hedendaagsche denkers1 de athesten1 de anti-metaphysici het vuur1 dat in ons gloeit aan den brand ontleenen1 dien eene veelduizendjarige overtuiging ontstoken heeft1 aan het ,christelijk geloof1 dat ook ,plato's geloof was1 dat ,god waarheid is en dat waarheid goddelijk is4 #ii ,de moderne apostel der waarheid heeft de hoogste waarden van onze oude waardetafel niet in twijfel durven trekken2 hij heeft zich niet durven afvragen3 ,wat is de waarde der waarheid8 of1 wat op hetzelfde neerkomt3 ,wat is de waarde van het categorisch imperatief1 van de moraal1 die ons gebiedt de waarheid te achtervolgen8 ,op den drempel van het ontzettend probleem van ,waarheid en ,moraal is hij stil blijven staan2 hij heeft zich niet afgevraagd3 ,waarom moet de mensch tot elken prijs die ,natuur leeren kennen1 waarin wij thans eene eeuwig blinde1 domme kracht vermoeden1 die volkomen ongevoelig voor goed of kwaad is en zeer vruchtbaar steeds nieuwe levens voortbrengt en dan weer opoffert1 die hardvochtig is en zonder eenig verstand samenstelt4 ,waarom inderdaad zou de mensch alles aan eene dergelijke godheid opofferen8 ,van uit dat oogpunt gezien komt de zucht naar waarheid ,nietzsche voor als de moderne vorm van die ascetische wreedheid1 die den mensch te allen tijde gedreven heeft het kostbaarste dat hij bezat1 aan zijnen ,god te offeren4 ,oorspronkelijk bestonden die offeranden aan de godheid in menschelijke wezens1 b4v4 het offeren van den eerstgeborene2 later1 onder het ,christendom offerde de asceet hem al zijne natuurlijke neigingen4 ,en wat bleef er ten slotte nog over te offeren8 ,moest men niet eindigen met ,god alles te offeren wat troost geeft1 wat heiligt en geneest1 alle hoop1 alle geloof in eene verborgen harmonie1 in zaligheid en in toekomstige rechtvaardigheid8 ,heeft men niet ,god zelf ten offer moeten brengen en uit wreedheid voor zichzelf den steen1 het onverstand1 de traagheid1 het noodlot en het niet moeten aanbidden8 ,god aan het niet offeren--voor het geslacht1 dat in onze dagen tot rijpheid komt1 was het weggelegd zich tot dat paradoxaal mysterie van uiterste wreedheid te verheffen4 ,en wij allen weten er iets van4 #ajj ,zoo is dus de apostel der wetenschap1 de nauwgezette van geest1 die zich niet achter het scepticisme verschuilt1 maar in waarheid gelooft1 die den moed vindt een ideaal te scheppen en eene hooge intellectueele en moreele waarde vast te stellen1 in den grond een asceet1 die het menschelijk bestaan voor een onbekend hiernamaals negeert1 een pessimist1 die zich van het leven afkeert1 omdat hij zich niet aan de illusie en de leugen1 die voor alle leven noodzakelijk zijn1 wil overgeven1 een nihilist1 die1 evenals de ,christen1 in waarheid de menschheid in den afgrond des doods tracht te drijven4 ,,hoofdstuk ,v4 ,,nietzsche',s ,,systeem 7,,vervolg74 ,,positief ,,gedeelte3 ,,de ,,uebermensch4 ,i4 ,ons modern ,europa is1 volgens ,nietzsche1 zeer ziek2 overal doen zich teekenen van een niet te ontkennen verval voor2 het is alsof eene drukkende moeheid zich van den hedendaagschen mensch heeft meester gemaakt en hij1 na den langen weg1 die van den aardworm tot den aap en van den aap tot den mensch voert1 te hebben afgelegd1 in den tegenwoordigen tijd bestendigheid en rust zoekt1 hetzij in verachtelijke middelmatigheid of in den dood4 ,hier wil de gelijkheidlievende democraat hem tot het leelijk en verachtelijk dier der kudde maken2 daar willen de ,christelijke priester1 de wijsgeer1 de moralist hem van de aarde losmaken door hem een denkbeeldig hiernamaals voor te houden1 waaraan hij zijn leven offeren moet4 ,de democratische staat is een ontaarde vorm van den staat2 de godsdienst van het lijden is eene ziekenmoraal en de ,wagneriaansche kunst1 die in onze dagen zegeviert1 eene kunst van verval4 ,verdorvenheid en pessimisme komen op alle sporten1 zelfs op de hoogste1 der moderne beschaving voor en de exemplaren der hoogere menschheid1 wien ,zarathustra in zijne grot gastvrijheid verleent1 zijn alle1 zonder uitzondering1 decadenten1 onwelkome wezens1 die om hun eigen bestaan lijden1 verregaande walging gevoelen bij het zien van den modernen mensch1 en zich zelve verachten4 ,zoo b4v4 de pessimistische profeet1 die overal verschijnselen van dood ziet en zegt3 ,alles is ijdelheid1 niets dient tot iets meer1 het is overbodig te zoeken1 er zijn geen gelukzalige eilanden meer6 ,voorts de twee koningen1 die hun koninkrijk verlaten hebben1 omdat zij1 waar zij niet de eerste onder de menschen waren1 niet langer anderen wilden regeeren4 ,dan de nauwgezette van geest1 de objectieve geleerde1 die zijn leven offert aan de studie van de hersens van den bloedzuiger2 en de oude toovenaar1 de eeuwige komediant1 die alle rollen speelt en alle menschen bedriegt1 maar zichzelf niet meer misleiden kan1 die1 het hart vol walging en droefheid1 een echt genie zoekt2 of de laatste ,paus1 die zich niet troosten kan over ,gods dood2 voorts de afzichtelijkste mensch1 de moordenaar ,gods1--want ,god is gestorven1 van het diepste medelijden vervuld1 toen hij de afzichtelijkheid en ellende der menschheid zag2 dan de vrijwillige bedelaar1 die1 van den overdreven beschaafden mensch walgende1 het geluk zocht bij de koeien1 die vreedzaam in hunne weide liggen te herkauwen2 en eindelijk de schaduw1 de scepticus1 die op zijn tocht door alle rijken der gedachten1 zichzelf verloren heeft en voortaan doelloos door het heelal zwerft4 ,al die vertegenwoordigers der hoogste ,europeesche beschaving lijden aan eene vreeselijke kwaal en kruipen onrustig1 somber en ontdaan door het leven als een tijger1 die zijn sprong gemist heeft of een dobbelaar1 die een slechten worp gedaan heeft4 ,het volk en al wat het volk geluk noemt1 staat hun tegen en aan den anderen kant bestaan al de hoogste waarden1 die de menschheid vroeger onder den naam van ,god1 ,waarheid1 ,plicht vereerde1 voor hen niet meer2 materiele voldoening bevredigt hen niet langer en zij gelooven aan geen ideaal meer4 ,zal dus de menschheid haren loop moeten staken1 zich van het leven losmaken en tot het niet overhellen8 ,neen1 zegt ,nietzsche1 verval leidt niet noodzakelijk tot nietzijn2 het kan ook de toestand zijn1 die aan een nieuw leven en een hoogeren graad van gezondheid voorafgaat4 ,het is natuurlijk onmogelijk terug te gaan en de menschheid terug te voeren tot hetgeen zij in vroegere tijden was3 men moet steeds vooruitgaan1 d4w4z4 stap voor stap verder in het verval doordringen4 #aja ,maar evenals de bladeren in den herfst geel worden en afvallen om in de lente nieuw groen te geven1 kan ook het hedendaagsch verval het voorspel zijn van herleving en kan de menschheid door haren dood een hoogeren levensvorm doen ontstaan4 ,uit dat oogpunt kan men1 volgens ,nietzsche1 de woorden verval1 ontbinding1 verderf wellicht beschouwen als onverdiend verachtelijke termen om den herfst der beschaving aan te duiden2 de menschheid1 die zwanger gaat van een nieuwe wereld1 lijdt barenssmarten en daarom ook is het ,zarathustra's doel niet het lijden der hoogstaande menschen te verzachten1 want hij weet1 dat de mensch steeds meer lijden moet1 wil hij de hoogste toppen beklimmen1 en dat de innerlijke droefheid van den verheven mensch en zijn afkeer van de menigte en van zichzelf noodig zijn om hem aan te sporen en hem hooger op te drijven4 ,dat hijzelf een gebrekkig voortbrengsel der menschheid is1 doet er niet toe1 want hoe kostbaarder van gehalte een voorwerp is1 hoe zeldzamer het is en hoeveel te meer waardeverlies er noodig zal wezen om er een volkomen geslaagd exemplaar van te verkrijgen4 ,de hoogere mensch is als eene vaas1 waarin de toekomst der menschheid wordt bereid1 waarin alle kiemen1 die eenmaal in het volle daglicht zullen ontluiken1 stil gisten1 koken en werken1--en meer dan n van die kostbare vazen barst of breekt4444 ,maar dat zegt niets1 want zoo die mensch mislukt is1 behoeft de menschheid het nog niet te zijn--en wat nog1 wanneer ook de menschheid mislukt is6 ,de mensch is1 volgens ,nietzsche's beroemde vergelijking1 een koord1 dat tusschen het dier en den ,uebermensch gespannen is2 hij is geen doel1 maar een brug1 een doorgang4 ,dat de mensch dus verga1 opdat de ,uebermensch leve4 ,ik onderwijs u den ,uebermensch1 zegt ,zarathustra tot het verzamelde volk4 ,de mensch is iets1 dat overtroffen moet worden4 ,wat hebt gij gedaan om het te overtreffen8 ,alle wezens hebben tot nog toe iets hoogers geschapen dan zijzelve waren1 en gij zoudt de ebbe van dat reusachtig getij willen zijn en liever tot het dier teruggaan dan den mensch overtreffen4 ,wat is de aap voor den mensch8 ,een voorwerp van spot of van schaamte en smart4 ,en zoo moet de mensch voor den ,uebermensch een voorwerp van spot1 schaamte en smart worden4 ,ziet1 ik leer u den ,uebermensch kennen4 ,de ,uebermensch is de reden van bestaan der aarde4 ,uw wil moet zeggen3 ,dat de ,uebermensch de reden van bestaan der aarde zij4 #ajb ,,ii4 ,wat is de ,uebermensch en hoe zal de mensch hem kunnen verwekken8 ,men kan den ,uebermensch als volgt bepalen3 als den staat1 dien de mensch bereiken zal1 wanneer hij van de tegenwoordige heerschappij der waarden1 van het ,christelijk1 democratisch of het ascetisch ideaal1 dat in geheel modern ,europa gangbaar is1 afstand gedaan zal hebben om tot die waardetafel terug te keeren1 die door de edele rassen1 de meesters1 die zelve hunne waarden scheppen inplaats van haar van buiten af te ontvangen1 erkend worden4 ,dat wil zeggen1 de bedoeling is niet achteruitgaan en na eene eeuwenlange beschaving het blonde beest dier oorspronkelijke tijden doen herleven2 de mensch moet niets van de nieuwe kennis1 aanleg en krachten1 die hij in den loop zijner smartelijke ondervindingen verkregen heeft1 verliezen1 maar hij moet de oude waardetafels1 die hem in zijn tegenwoordigen gang naar hooger belemmeren1 te niet doen en er nieuwe geboden voor in de plaats stellen4 ,de mensch zal den ,uebermensch doen ontstaan door auto-suppressie 7,selbstaufhebung7 zooals ,nietzsche het meermalen uitdrukt4 ,die overgang van mensch tot ,uebermensch kan in zekeren zin vergeleken worden bij de evolutie1 die volgens ,schopenhauer1 den asceet voortbrengt4 ,in de oogen van den grooten pessimist kan de smart den mensch ten eerste er toe brengen van zijn individueelen wil afstand te doen en bijgevolg tot zelfmoord voeren2 maar dat is niet genoeg1 want om gered te worden moet hij niet alleen van den individueelen levensvorm1 die hem ten deel viel1 afstand doen1 maar tevens van het willen leven over het algemeen3 alleen op die voorwaarde kan hij vrede vinden4 ,in ,nietzsche's ideen nu is ook de smart de machtige prikkel1 die den mensch tot gelukzaligheid voert3 de mensch lijdt in de eerste plaats om hetgeen hij is als individu2 hij kent den hevigen1 smartelijken afkeer van zijn eigen ik en die afkeer drijft hem tot ascetisme en pessimisme2 in dien zielstoestand verkeeren de hoogere menschen1 die ,zarathustra in zijn hol verzamelt4 ,maar1 zegt de profeet1 gij lijdt nog niet genoeg naar mijnen zin6 ,want gij lijdt om wat gij zijt1 maar gij hebt nog niet geleden om wat de mensch is1 ihr leidet an euch1 ihr littet noch nicht am ,menschen4 #ajc ,eerst wanneer hij dien hoogsten graad van smart en afkeer bereikt heeft1 zal de mensch in de overmaat zelve van zijne smart de noodige geestkracht vinden om den laatsten stap te doen en zichzelf op te offeren voor de geboorte van den ,uebermensch4 ,als het pessimisme zijn toppunt bereikt heeft1 zal het het zegevierend optimisme voortbrengen4 ,wij zullen verder zien1 waarin volgens ,nietzsche1 de ,uebermensch van den bestaanden mensch verschillen zal4 ,een der meest kenmerkende verschillen tusschen de moraal van den ,uebermensch en de algemeen erkende moraal van onzen tijd1 is wel1 dat de laatste alle menschen zonder onderscheid geldt1 terwijl de eerste juist door haar hoogeren inhoud voor slechts enkele verheven geesten kan weggelegd zijn4 ,het hedendaagsch ,europa is1 zooals wij hebben opgemerkt1 beslist democraat en gelooft aan de natuurlijke gelijkheid der menschen2 ,nietzsche daarentegen gelooft aan de natuurlijke ongelijkheid der menschen en wil eene aristocratische maatschappij1 verdeeld in bepaalde klassen1 die elk afzonderlijk hunne voorrechten en hunne plichten hebben4 ,de lagere kaste bestaat uit de mindere soort1 de middelmatige menschen1 uit hen1 die uit natuurlijke roeping tot het raderwerk van de groote sociale machine behooren1 want niet alleen landbouw1 handel en nijverheid1 maar ook wetenschap en kunst eischen werklieden1 die voldoening vinden in het nauwkeurig volbrengen van eene bijzondere taak1 waartoe zij de noodige geschiktheid bezitten1 en die zich bescheiden tevreden stellen met gehoorzaam en gedwee aan den gezamenlijken arbeid mee te werken4 ,dat zijn blijkbaar slaven ofwel gexploiteerden1 want zij onderhouden de hoogere kasten ten koste van zichzelve en zijn hun gehoorzaamheid verschuldigd2 ontberingen en lijden kunnen hun dan ook niet bespaard worden1 want de werkelijkheid is hard en slecht4 ,in een goed geregelden staat evenwel moeten juist die middelmatigen een betrekkelijk veiliger1 rustiger en vooral gelukkiger bestaan hebben dan hunne meerderen1 daar zij geen verantwoording dragen en zich maar behoeven te laten leven4 ,voor hen is het godsdienstig geloof een onschatbare weldaad1 want het werpt een gouden zonnestraal op de ellende van hun half dierlijk bestaan en leert hen in alle nederigheid tevreden over zichzelve zijn1 het geeft hun zielevrede en veredelt in hunne oogen de harde noodzakelijkheid van een anders wil te moeten dulden2 het schenkt hun de weldadige illusie1 dat er eene wereldorde voor alle dingen heerscht en dat ook zij hunne aangewezen plaats1 hun nuttigen werkkring in die wereldorde hebben gekregen4 ,aan u behoort geloof en slavernij6 dat is het deel1 dat ,zarathustra hun in zijne ideale maatschappij toedenkt4 ,boven hen staat de kaste der leiders1 der beschermers van de orde en der krijgslieden en aan hun hoofd staat de koning1 hun aller chef4 ,zij oefenen in zekeren zin het materieel gedeelte van de macht uit en vormen het tusschenliggend raderwerk1 dat den wil der werkelijke heerschers aan de menigte overbrengt4 ,en de hoogste kaste1 die der meesters1 der wijzen en scheppers van waarden zet ten slotte het geheele sociale organisme in beweging en moet op aarde en onder de menschen dezelfde rol spelen als ,god volgens het ,christelijk idee in het heelal doet4 ,het is dus voor de meesters en voor hen uitsluitend1 dat de moraal van den ,uebermensch geschapen is4 ,die moraal onderscheidt zich niet alleen van de traditionneele moraal door hare qualiteit van aristocratische wet for the happy few1 maar zij wederlegt haar volkomen1 omdat zij anti-idealist is4 ,volgens de ,christelijke of ascetische moraal is die mensch deugdzaam1 die zijn leven naar een ideaal vormt en zijne zelfzuchtige neigingen aan den dienst van ,waarheid en ,goed opoffert4 ,de wijze daarentegen is1 volgens ,nietzsche1 boven alles een schepper van waarden en ziet daarin zijn levenstaak4 ,niets heeft in werkelijkheid op zich zelf eenige waarde1 want de wereld is eene onverschillige materie1 die geen ander belang heeft dan dat1 wat wij haar geven2 de ware wijsgeer is dus de mensch1 die in zijne persoonlijkheid macht genoeg bezit om de wereld1 waarin de menschen belang stellen #ajd te scheppen2 hij is de geniale dichter1 in wiens ziel de waardetafel ontstaat1 waarin de menschen1 die tot een gegeven tijd behooren1 gelooven1 en die bijgevolg al hunne daden bepaalt4 ,hij is een overpeinzer1 maar zijn visioen is niet anders dan de hoogste wet1 die geheele geslachten in beweging brengt en alle groote daden der menschheid zijn slechts de zichtbare en concreete uiting van zijn denken4 ,hij schept volkomen vrij en onafhankelijk zonder acht te slaan op goed of kwaad1 op waarheid of dwaling2 hij schept zijne waarheid1 zijne moraal4 ,hij is een onversaagd beproever 7,versucher71 die voortdurend nieuwe levensvormen zoekt en in den loop van zijne gevaarlijke proeven1 onbevreesd zoowel zijn eigen leven en geluk als die van alle mindere schepselen1 die hij achter zich aan sleept1 in de waagschaal stelt4 ,hij is een vermetel en grootsch speler1 die met het noodlot eene reusachtige partij speelt1 om leven of dood4 ,volgens ,nietzsche heeft dus de wijze geen vreedzame natuur2 hij belooft den menschen geen vrede en rustig genot van de vruchten van hunnen arbeid1 maar spoort hen aan tot den krijg en spiegelt hun hoop op zege voor4 ,gij zult uwen vijand opzoeken1 zegt ,zarathustra1 gij zult uwen strijd strijden1 gij zult voor uw denkbeeld vechten6 ,en zoo uw denkbeeld valt1 moet uwe rechtschapenheid zich over zijn val verheugen6 ,gij zult den vrede liefhebben1 omdat hij een middel is tot nieuwen strijd2 en korte vrede zal u liever zijn dan lange4 ,ik raad u niet aan te werken2 ik raad u geen vrede aan1 maar overwinning4 ,dat uw arbeid strijd en uw vrede overwinning zij64444 ,gij zegt1 dat eene goede zaak zelfs den oorlog heiligt1 maar ik zeg u1 dat de goede strijd elke zaak heiligt4444 ,tot vijand moet gij slechts te haten1 maar niet te verachten tegenstanders hebben1 want gij moet trotsch zijn op uwe vijanden1 dan zal het succes van uw vijand ook uw succes zijn6 #aje ,de oorlog1 de openlijke strijd tusschen mededingende en tegenstrijdige krachten is1 volgens ,nietzsche dan ook het machtigst instrument van vooruitgang2 hij toont aan1 waar kracht en waar zwakheid1 waar physieke en moreele gezondheid en waar ziekte zich bevinden2 hij is een van die gevaarlijke proeven1 die de wijze onderneemt om het leven te bevorderen en de waarde van een denkbeeld of eene gedachte met het oog op de ontwikkeling van het leven1 te beproeven4 ,oorlog is dus weldadig en goed op zichzelf en ,nietzsche voorspelt dan ook zonder de minste spijt of aandoening1 dat ,europa een tijd van groote oorlogen tegemoet gaat1 een tijd1 waarin de volken onderling zullen vechten om de opperheerschappij der wereld4 ,waar de oude waardetafel het medelijden onder de eerste waarden rangschikte1 leert ,zarathustra daarentegen1 dat de wil de hoogste deugd is3 ,dit1 mijne broeders1 is de nieuwe wet1 die ik u verkondig3 ,wordt hard6 #ajf ,de schepper moet inderdaad hard zijn als de diamant of als de schaar van den beeldhouwer om het vormloos blok van het toeval naar zijn zin te modelleeren1 om nieuwe waarden in te voeren1 op gansche geslachten zijn indruk na te laten1 den wil van de toekomstmaatschappij zelfs te kneden en er als in ijzeren tafels zijn eigen wil in te griften4 ,voor hem is medelijden geen deugd1 maar eene sterke verzoeking en het grootste aller gevaren2 de laatste zonde van ,zarathustra1 de ergste aanval1 dien hij te doorstaan heeft1 is die van het medelijden4 ,van uit zijn eenzaam hol hoort hij in de diepte van zijn dal de wanhoopskreten van de hoogere menschen weerklinken2 smeekend roepen zij hem toe3 ,kom6 kom6 kom6 het is tijd1 hoog tijd6 #ajg ,zoo hij deernis voor hunne ellende voelt en hem het hart week wordt bij het zien van hun lijden1 is het met hem gedaan2 dan is hij overwonnen4 ,zarathustra heeft al zijne geestkracht noodig om de verzoeking te weerstaan4 ,terwijl hij door zijn rijk trekt om de wanhopenden te zoeken1 die hem aanroepen1 dringt hij door in een zoo verlaten oord1 dat het aan het rijk des doods doet denken4 ,daar staken zwarte en roode rotspunten uit2 geen grasje1 geen ster1 geen vogelenzang4 ,het was een dal1 dat alle dieren ontvluchtten en waar alleen afschuwelijke1 dikke1 groene slangen kwamen sterven als zij oud waren geworden2 daarom noemden de herders dat dal de slangendood4 ,in dat dal stuit hij plotseling tegen eene aan den weg liggende1 onnoembare1 afschuwelijke1 nauwelijks menschelijke gedaante en op het oogenblik dat hij1 overmand door schaamte bij het zien van zooveel afzichtelijkheid1 dat vervloekte oord zoo spoedig mogelijk wil verlaten1 dringt een stem tot hem door als de hik van een stervende of als het water1 dat 's nachts in eene verstopte leiding opborrelt3 ,zarathustra6 ,zarathustra6 ,raad mijn raadsel6 ,spreek1 spreek6 ,wat is de wraak tegen den getuige84444 ,zeg mij nu wie ik ben6--,en op eenmaal1 door diepe deernis getroffen1 zakt ,zarathustra ineen als een eik1 die1 na lang den bijl des houthakkers te hebben weerstaan1 plotseling zwaar ter aarde stort en door zijn val juist hem doet schrikken1 die hem neer wilde vellen4 ,maar weldra herrijst hij en zijn gelaat teekent hardheid3 ,ik herken u1 zegt hij met ijzeren stem3 ,gij zijt de moordenaar ,gods6 ,laat mij mijn weg vervolgen4 ,gij hebt hem niet kunnen dulden1 die u voortdurend en in al uw leelijkheid zag1 gij afschuwelijkste aller menschen6 ,en gij hebt u op dien getuige gewroken4 #ajh ,zoo is ,zarathustra overwinnaar gebleven in de beproeving1 die ,gods dood was4 ,de ,god der liefde is dood1 verstikt door het medelijden1 dat hij gevoelde bij het zien van al de onreinheid1 van de diepst verborgen bezoedeling der menschheid2 zijn medelijden kende geen kieschheid3 hij heeft de duisterste1 de onreinste hoeken der menschelijke ziel doorzocht en daarom is hij gestorven1 want de mensch kon zulk een getuige van zijne laagheid niet dulden4 ,zarathustra daarentegen is vervuld van diepe schaamte2 hij heeft den blik neergeslagen voor het afschuwelijk gezicht van menschelijke ellende en zijns weegs willen gaan1 omdat hij besefte1 dat het edeler en waarlijk grootscher is zijnen weg te vervolgen dan zijn leven te verspillen en zichzelf te verliezen door hulp te verleenen bij een ongeluk1 dat door niemand meer goed te maken is4 ,en zoodoende heeft hij niet alleen den dood afgewend1 maar hij heeft ook de liefde van den afzichtelijksten mensch gewonnen1 want door zijn stilzwijgen en zijne onthouding heeft hij de diepe ellende1 de groote leelijkheid1 die hem voor oogen kwam1 eerbiedigd2 hij heeft hem zijn medelijden bespaard4 ,de monsterachtigste mensch1 die ,god en de barmhartigen haatte1 buigt vrijwillig het hoofd voor de hardheid van ,zarathustra en neemt zijne gastvrijheid aan4 #aji ,de wijze moet1 volgens ,nietzsche1 dus hard zijn voor zichzelf en voor anderen4 ,hij doet1 wat hemzelf betreft1 afstand van alle welvaart1 rust en vrede1 want hij weet1 dat de menschheid zich niet tot een bepaald doel ontwikkelt1 maar dat alles in eene voortdurende wording verkeert en dat het leven iets is1 dat zichzelf steeds opnieuw moet overtreffen #aaj2 en daarom weet hij ook1 dat het individu zich nooit vleien kan de haven bereikt te hebben1 maar dat alle vrede voor hem het middel tot een nieuwen strijd is en zijn leven een onafgebroken reeks van gevaarlijke avonturen moet zijn4 ,hij zoekt dus geen geluk1 maar alleen de opwinding van het spel en zoo hij een mooien worp doet1 vraagt hij zich dadelijk af3 ,speel ik niet met valsche dobbelsteenen8 ,ook weet hij1 dat vreugde en smart steeds samengaan2 wel kan de mensch zonder groote vreugde of diepe smart door het leven gaan1 maar daarmee brengt hij zijne levenskracht tot het minimum1 want hij1 die groote vreugde wil kennen1 moet ook noodzakelijk diepe smart ondervinden en elke slingering naar eene zijde wordt onmiddellijk vereffend door eene tegenovergestelde slingering4 ,de schepper van waarden1 die in het leven gelooft en het leven zoo vol en krachtig mogelijk wil1 verlangt dus ook de grootst mogelijke slingeringen om het evenwichtspunt3 hij wil zoowel het hoogste toppunt der vreugde als dat der smart1 de meest bedwelmende overwinningen en de vreeselijkste nederlagen leeren kennen2 hij moet zijne diepste smart en zijne hoogste verwachting tegelijk tegemoet gaan en zoowel naar zege als naar vernietiging verlangen4 #aaa ,zarathustra sterft als hij het toppunt van zijn bestaan bereikt4 ,de ,uebermensch is zoowel de hoogste overwinning als het einde van den mensch4 ,evenals de wijze hard voor zichzelf moet zijn1 moet hij het ook voor anderen zijn1 want er zijn ellenden1 waarvoor verlichting onmenschelijk is en er zijn mislukten1 wier dood men niet moet voorkomen4 ,overal1 zegt ,zarathustra1 weerklinkt de stem van hen1 die den dood prediken en de aarde is vol menschen1 wien de dood gepredikt moet worden1 of zoo men wil het eeuwige leven1 mits zij maar spoedig verdwijnen4 #aab ,tot de pessimisten1 de ontmoedigden1 de melancholieken1 de barmhartigen1 kortom tot alle soorten van asceten1 die overal verkondigen3 ,het leven is slechts lijden1 moet de wijze zeggen3 ,zorgt dan1 dat gij aan een leven dat slechts lijden is1 spoedig een einde maakt6 ,dat uwe moraal zij3 ,gij moet uzelve dooden6 ,gij moet spontaan uit het leven treden6 #aac ,want de wereld moet geen gasthuis vol zieken en moedeloozen worden1 waarin de gezonde mensch uit walging en medelijden sterft4 ,om aan de geslachten der toekomst het neerdrukkend schouwspel van ellende en afzichtelijkheid te besparen1 moeten wij hen1 die rijp voor den dood zijn1 dood laten gaan en den moed bezitten om hen1 die vallen1 niet tegen te houden1 maar hun val te bevorderen4 ,de wijze moet dus het lijden van anderen dulden en zelfs moet hij doen lijden zonder aan medelijden toe te geven1 evenals de chirurg met vaste en zekere hand zijn insnijmes hanteert zonder zich aan de martelingen van den patint te storen4 ,dat alleen is wat de meeste ware zielegrootheid eischt4 ,wie1 zegt ,nietzsche1 zal ooit iets groots bereiken1 zoo hij de kracht en den wil mist om groote smarten te veroorzaken8 ,smart kunnen dragen zegt niet veel2 zwakke vrouwen en zelfs slaven zijn meesters in die kunst2 maar niet toegeven aan innerlijke wanhoop en verscheurenden twijfel als men een groote smart veroorzaakt en de kreten dier smart hoort1 dat is groot1 dat is eene voorwaarde voor alle grootheid4 #aad ,eindelijk moet ook de wijze onder alle levensomstandigheden de kalmte van den goeden speler1 de vroolijke onschuld van het dartelend kind1 de blijde bevalligheid van den danser toonen4 ,in de parabel van de ,drei ,metamorphosen des ,geistes leert ,zarathustra1 dat de menschelijke ziel eerst gelijk de kameel moet zijn1 die gedwee de zwaarste lasten draagt3 zij doorstaat geduldig de ergste beproevingen en onderwerpt zich vrijwillig aan de ruwste tucht om eene zware last van ondervinding op te doen4 ,daarna moet zij worden als de leeuw1 die ,ik wil zegt en al wie zijne vrijheid bedreigt1 met zijne klauwen neervelt2 zij moet den grooten draak der ,wet overwinnen1 die op elk zijner gouden schubben in vlammende letters heeft staan3 ,gij moet en zich gewelddadig losmaken van het juk van het ideaal1 van waarheid en goed1 dat hem vroeger zulk een lieve last was4 ,en wil zij ten slotte vruchten dragen en nieuwe waarden scheppen na de oude vernietigd te hebben1 zoo moet zij worden als het spelend kind3 ,het is al onschuld en vergetelheid2 het is een steeds opnieuw beginnen1 een spel1 een rad1 dat uit zichzelf draait1 eene eerste impulsie1 een heilig ja4 #aae ,zoo moet ook de ziel1 die zich tot de hoogste toppen verheffen wil1 leeren spelen en zich in alle onschuld vroolijk vermaken2 zij moet luchtig en zorgeloos worden1 den demon der traagheid in welken vorm ook1 overwinnen en afzien van pessimisme en melancholie1 van deftige manieren en tragische standen1 van stuursche ernst en onverdraagzame stijfheid3 ,wee hen1 die lachen6 zei de oude ,wet en dat is volgens ,zarathustra de grootste godslastering4 ,de wijze moet juist het goddelijke lachen leeren3 hij moet zijn doel niet met loome schreden en als met weerzin naderen1 maar al dansend en vliegend1 want als hij lachen kan1 zal hij zich over zijne nederlagen troosten en als hij dansen en vliegen kan1 zal hij vroolijk en lustig als de onweerswindvlagen over de moeras der melancholie heenstrijken4 ,de mensch moet buiten zichzelf leeren dansen en buiten zichzelf leeren lachen1 m4a4w4 hij moet zich boven zijn eigen ik verheffen en zichzelf overvleugelen op de wieken van den lach en den dans4 ,dat is de hoogste raad1 dien ,zarathustra's wijsheid ons geeft3 ,dien krans van lachen1 dien krans van rozen heb ik mijzelf op het hoofd gezet2 zelf heb ik mijn vroolijk lachen geheiligd4 ,dien krans van lachen1 dien krans van rozen werp ik u1 mijne broeders1 toe4 ,ik heb het lachen geheiligd3 verheven menschen1 leert lachen6 #aaf ,,iii4 ,hij1 die evenals ik1 door eene of andere raadselachtige nieuwsgierigheid gedrongen1 getracht heeft de hypothese van het pessimisme tot in zijne uiterste gevolgen uit te denken1 heeft zichzelf wellicht meteen de oogen geopend voor het tegenovergesteld ideaal1 dat n4l4 van den vroolijken1 levendigen mensch1 die zich gelukkig gevoelt te leven1 die niet alleen geleerd heeft zich te onderwerpen en het verleden en het tegenwoordige te dulden1 maar opnieuw het verleden en het tegenwoordige1 zooals het was en zooals het is1 wil doorleven tot in de eeuwigheid toe1 die zonder ophouden da capo roept1 niet alleen tot zijn eigen leven1 maar tot de geheele wereldcomedie1 en dat niet alleen tot die comedie1 maar in waarheid tot het ,wezen1 dat die comedie verlangt en haar noodzakelijk maakt1 omdat het zichzelf steeds opnieuw wil en zichzelf zoodoende noodzakelijk maakt4 ,welnu1 zou dat niet zijn circulus vitiosus deus8 #aag ,het was in ,augustus #ahha te ,sils ,maria1 dat in ,nietzsche's brein als een bliksemflits de hypothese van het ,eeuwig ,wederkeeren ontsproot1 die de basis en tevens de bekroning der leer van den ,uebermensch is4 ,men kan haar als volgt samenvatten3 ,de som der krachten1 die het heelal vormen1 blijkt vast en bepaald te zijn4 ,het is ten minste niet denkbaar1 dat zij afneemt1 want in dat geval1 hoe gering de afname ook zij1 zou zij zijn verzonken in den oneindigen tijd1 die den tegenwoordige is voorafgegaan2 evenmin kunnen wij ons voorstellen1 dat zij onbepaald toeneemt1 want om als organisme voort te groeien zou zij gevoed moeten worden en wel zoodanig1 dat zij een overschot van krachten verkreeg2 vanwaar dan zou dat voedsel1 die groeistof voortkomen8 ,een onbepaald toenemen van de krachten van het heelal veronderstellen is dus zooveel als in een voortdurend wonder gelooven4 ,er rest dus niets dan de hypothese der vaste en bepaalde som van krachten1 van eene niet oneindige som dus4 ,stellen wij ons nu die krachten voor als volkomen bij toeval op elkander reageerende1 een zuiver combinatiespel1 waarin de eene combinatie noodzakelijk de volgende doet ontstaan2 wat zal er dan in de eeuwigheid der tijden gebeuren8 ,in de eerste plaats moeten wij aannemen1 dat die krachten nooit den evenwichtstoestand hebben bereikt en dien ook nooit zullen bereiken1 want zoo die combinatie--die op zichzelf ons niet onmogelijk toeschijnt--ooit voorkwam1 zou zij er reeds geweest zijn in den oneindigen tijd1 die den onzen is voorafgegaan en de wereld zou voor goed stil staan1 daar het onmogelijk is zich voor te stellen1 dat het eenmaal verkregen evenwicht ooit weer verbroken zou worden4 ,wij staan dus voor het feit1 dat eene vaste som van krachten eene onafgebroken reeks van combinaties voortbrengt4 ,daar nu de tijd oneindig en de som van krachten bepaald is1 moet er een oogenblik komen1 dat1 hoe groot men ook de som dier krachten stelle en hoe reusachtig men zich het getal combinaties ook denke1 de natuurlijke en onberekenende kansrekening eene reeds voorgekomen combinatie zal doen ontstaan1 maar die combinatie zal tengevolge van het algemeen determinisme de geheele serie der reeds voorgekomen combinaties meeslepen1 zoodat de wereldevolutie tot in het oneindige dezelfde phasen terugbrengt en eeuwig een reusachtigen cirkel doorloopt4 ,elk afzonderlijk leven is slechts een onmerkbaar fragment van den geheelen cirkel en elk individu heeft dus reeds oneindig vele malen hetzelfde leven doorleefd en zal het eeuwig opnieuw herleven4 ,alle toestanden1 waarin de menschheid verkeeren kan1 heeft zij reeds doorgemaakt en niet nmaal maar ontelbare malen4 ,zoo ook dit oogenblik3 het was al eens en al vele malen en zoo zal het ook terugkomen zoodra alle krachten weer verdeeld zijn evenals nu2 en evenzoo gaat het met het oogenblik1 dat het tegenwoordige voortbracht en met het oogenblik1 dat het tegenwoordige zal voortbrengen4 ,mensch6 uw geheele leven zal als een zandlooper steeds omgekeerd worden en zal steeds opnieuw verloopen1 daar elk een dier levens van het andere slechts gescheiden wordt door de groote minuut1 die noodig is om al de toestanden1 die u deden ontstaan1 in den wereldcirkel weer te doen voorkomen4 ,dan zult gij elke smart en elke vreugde1 elken vriend en elken vijand1 elke verwachting en elke dwaling1 elken grashalm en elken zonnestraal en de geheele regeling aller dingen terugvinden4 ,die cyclus1 waarvan gij een korrel zijt1 schittert opnieuw en in elken cyclus van het menschelijk bestaan komt altijd een uur1 waarin eerst bij een individu1 vervolgens bij velen en eindelijk bij allen de machtigste gedachte1 die van het ,eeuwige ,wederkeeren van alle dingen ontwaakt--dat is voor de menschheid telkens weer het middaguur4 ,die hypothese omtrent de wereldevolutie vervulde tegelijk ,nietzsche1 van af het oogenblik1 dat zij aan zijn denkershorizon verscheen1 van groot enthousiasme en onbeschrijfelijken afschuw4 ,eerst hield hij die gedachte voor zich en een algemeen overzicht van zijn nieuwe leer1 het ,eeuwig ,wederkeeren1 dat hij in den zomer van #ahha reeds geschetst had1 bleef onafgemaakt4 ,in een aphorisme van ,die frhliche ,wissenschaft sprak ,nietzsche voor het eerst het denkbeeld van een ,eeuwig ,wederkeeren uit als eene soort verontrustend paradox4 ,hij veronderstelt daarin1 dat een demon in een eenzaam uur die hypothese in het oor van den denker komt fluisteren4 ,zoudt gij u niet ter aarde werpen1 zoo besluit hij1 zoudt gij niet tandenknarsend den demon vervloeken1 die zoo tot u gesproken had8 ,of hebt gij het onbeschrijfelijk oogenblik doorleefd1 waarin gij hem antwoorden kondt3 ,gij zijt een god en nooit vernam ik goddelijker woord6 ,zoo die gedachte zich meester maakte van u1 zooals gij zijt1 zou zij u vervormen en wellicht verpletteren4 ,de vraag3 wilt gij dat nog eens en eeuwig8 op elk oogenblik van uw leven gesteld1 zou als een loodzware last op geheel uw werkvermogen drukken1 tenzij gij uzelf en het leven zoozeer liefhadt1 dat gij niets anders meer dan die hooge en eeuwige wijding en bevestiging verlangdet6 #aah ,nietzsche dacht er in dien tijd aan tien jaar van zijn leven te wijden aan de studie der natuurlijke historie te ,weenen of ,parijs om voor zijn hypothese een wetenschappelijke basis te vormen en na een jarenlang stilzwijgen als de profeet van het ,eeuwig ,wederkeeren weer ten tooneele te verschijnen4 ,al heel spoedig echter besloot hij dat plan op te geven om verschillende redenen1 waaronder voornamelijk deze1 dat een oppervlakkig onderzoek van het vraagstuk van uit een wetenschappelijk oogpunt hem dadelijk deed inzien1 dat het onmogelijk was zijne leer van het ,eeuwig ,wederkeeren volgens de atomische theorie te verklaren2 #aai maar zijne onverklaarde en onverklaarbare hypothese bleef toch het middenpunt van zijn denken en het ,eeuwig ,wederkeeren is het grootsche denkbeeld1 dat ,zarathustra in bedekte termen en met eene soort heiligen afschuw aan de menschheid verkondigt4 ,het is inderdaad te begrijpen1 dat een vreeselijke angst zich van ,nietzsche's ziel meester maakte1 zoodra hij in het ,eeuwig ,wederkeeren geloofde en de volle beteekenis van die hypothese begreep1 want men kan zich geen oplossing van het levensprobleem denken1 dat op het eerste gezicht zoo ontmoedigend is4 ,de wereld beteekent niets2 zij is het werk van het blinde noodlot en spruit voort uit het mathematisch en zinneloos spel der krachten1 die zich onderling combineeren en bij toeval een zeker getal mogelijke groepeeringen vormen2 de wereldevolutie leidt tot niets1 maar gaat oneindig voort1 zich steeds bewegende in denzelfden cirkel1 en het leven dat wij thans leiden1 zullen wij eeuwig opnieuw beginnen zonder hoop op eenige verandering2 elk oogenblik van droefheid1 smart of walging zullen wij ontelbare malen juist zoo opnieuw doorleven4 ,denkt eens aan welk eene uitwerking die openbaring op ontaarden1 zieken1 pessimisten1 op al diegenen moet hebben1 wier smarten werkelijk veel meer zijn dan hunne vreugden8 ,voor de meeste menschen is weliswaar een denkbeeld als dat van het ,eeuwig ,wederkeeren1 zelfs wanneer het niet a priori verworpen wordt1 volkomen onschuldig1 daar het een zuiver abstract en intellectueel iets blijft1 omdat onze verbeelding niet sterk genoeg is om het te verwezenlijken en de begrippen1 die ons verstand opneemt ons gevoelsleven over het algemeen weinig of niet aandoen4 ,nietzsche daarentegen leefde zijne theorien2 hij philosopheerde met zijn geheele wezen en dan is het te begrijpen1 dat het ,eeuwig ,wederkeeren hem bij oogenblikken als eene nachtmerrie was1 die hem het bloed in de aderen deed stollen en het hart deed stilstaan4 ,en nu ook zien wij zijn hardheid voor de ongelukkigen en onterfden van het leven onder een geheel ander daglicht2 nu begrijpen wij1 dat hij bij de gedachte aan die ongelukkigen uitriep3 ,mogen zij gauw sterven6 mochten zij zich dooden of gauw gedood worden1 die ongelukkigen1 voordat zij de algeheele diepte van den lijdensafgrond1 die hen wacht1 gepeild hebben en het monsterachtig lot1 dat hen dwingt eeuwig en zonder mogelijke verlossing hun kruis mee te slepen1 hebben leeren kennen6 ,en men begrijpt ook1 dat hij zich afgevraagd heeft of de menschheid in haar geheel in staat zou zijn zich die leer eigen te maken zonder plotseling in eene duizeling van wanhoop en afschuw ten onder te gaan en dat hij het denkbeeld van het ,eeuwig ,wederkeeren beschouwd heeft als een toetssteen1 die door zijne aanraking allen zou vernietigen1 wier levenskracht niet sterk genoeg is om de openbaring van zulk eene waarheid te dragen4 ,er is inderdaad eene bijzondere mate van zielskracht1 eene zeldzame levensenergie noodig om zonder angst het denkbeeld van het ,eeuwig ,wederkeeren te verdragen en hij alleen heeft daartoe de macht1 wiens persoonlijkheid sterk genoeg is om te kunnen zeggen3 zoo het leven op zichzelf geen beteekenis heeft1 weet ik er een aan te geven4 ,ik ben een stukje van de natuur1 die zichzelve steeds opnieuw wil en zonder ophouden eeuwig denzelfden cirkel doorloopt3 ik wil mij dus verheffen tot het punt1 waarop ik als kunstenaar van de onvergelijkelijke pracht van het vruchtbare leven genieten kan als van het schoonste aller schouwspelen4 ,ik wil belang stellen in dat wonderbaar combinatiespel1 waaruit reeds zooveel schoone en goede dingen zijn voortgesproten1 waaraan de geboorte van den mensch te danken is en dat nmaal wellicht den ,uebermensch zal voortbrengen4 ,met hart en ziel wil ik wenschen1 dat het blind toeval eenmaal moge slagen in de schepping van een of ander wonderbaar1 verblindend1 boven den mensch staand wezen2 in die verwachting wil ik althans leven en mijn geheele bestaan zal door die ne gedachte geleid worden2 ik wil1 dat de cirkel1 waarin het leven zich eeuwig beweegt1 een zoo schitterend en wonderbaar diadeem zij als mogelijk is en zal dus in vreugde en vol bewustzijn mijn leven op het spel zetten1 hopende1 dat mijn worp eene mooi resultaat moge opleveren en zoo ik verlies1 zal ik mij troosten met de gedachte1 dat een ander ten minste den mooien worp gooit of zal gooien1 dien ik verwachtte en dat zoodoende de pracht van het leven niet verminderen zal4 ,door dat visioen verblind en koortsig opgewonden door de reusachtige partij1 die hij met het toeval speelt1 zal de mensch al zijn nederlagen1 zijne smart en ellende leeren beschouwen als het noodige losgeld voor zijne overwinningen en zijne vreugde1 als den prikkel1 die hem dwingt steeds vooruit te streven1 zichzelf te overtreffen en de verwezenlijking van hoogere combinaties na te jagen4 ,en wanneer hij dan het totaal van zijn bestaan opmaakt1 zal hij zien1 dat de som zijner vreugden die zijner smarten overtreft en zal hij de gedachte aan het eeuwig weer doorleven van het reeds doorleefde vol geestdrift aannemen4 ,tot die gevolgtrekking komen de verheven menschen1 die ,zarathustra in zijn hol heeft verzameld4 ,nadat hij hun zijne nieuwe waardetafel heeft voorgehouden en hun de ware schoonheid en grootheid van het leven heeft aangetoond1 nadat hij hen van hun pessimisme genezen heeft en hunne ziel1 die onder den last van walging en droefheid dreigde te bezwijken1 heeft verlicht1 vereenigt hij hen bij het vallen van den avond voor zijne grot onder den schitterenden sterrenhemel4 ,en zij stonden stilzwijgend bij elkander--allen waren oud1 maar hun hart was getroost en vol moed en elk voor zich was verbaasd1 dat het op aarde zoo goed was4 ,en het stilzwijgen van den geheimzinnigen nacht sprak steeds duidelijker tot hun hart4 ,toen geschiedde het grootste wonder van dien dag zoo rijk aan wonderen2 de afzichtelijkste mensch begon nog eens1 en nu voor het laatst1 te blazen en te borrelen en toen hij eindelijk woorden kon uiten1 ontvloeide eene ronde1 zuivere1 eene juiste1 diepe vraag aan zijne lippen--en allen1 die haar hoorden1 voelden hun hart in den boezem kloppen4 ,o gij allen1 mijne vrienden1 zeide de afzichtelijkste mensch1 wat dunkt u er van8 ,uit liefde voor dezen dag gevoel ik mij voor de eerste maal gelukkig het leven geleefd te hebben4 ,en het is niet genoeg die getuigenis af te leggen4 ,het doet goed op aarde te leven2 een enkele dag1 een enkel feest met ,zarathustra heeft mij de aarde leeren liefhebben4 ,is dt het ,leven8 zal ik aan den ,dood vragen4 ,welnu--dan nog eens6 ,mijne vrienden1 wat dunkt u er van8 ,wilt gij niet met mij tot den ,dood zeggen3 ,is dat het leven8 ,dan1 uit liefde voor ,zarathustra--nog eens6 #abj ,zarathustra is dus geslaagd2 de afzichtelijkste mensch1 het afschuwelijk monster1 wiens haat ,god vermoord heeft1 de vertegenwoordiger van alle ellenden1 van alle nederlagen en afzichtelijkheden der menschheid1 heeft de schoonheid van het leven ontdekt1 hij heeft begrepen1 dat de smart het noodige losgeld is voor alle geluk en heeft ja gezegd tot het bestaan4 ,terwijl de profeet1 door zijne discipelen omringd1 het hooge genot van dat uur der overwinning smaakt1 slaat een oude klok met zware stem langzaam middernacht2 plechtig uur1 waarop de scheidende en de aanbrekende dag elkander ontmoeten en de dood het leven de hand reikt2 middernacht1 uur van diep stilzwijgen1 waarin de ernstige ziel zich aan diepe1 innerlijke overpeinzingen overgeeft en de meest verborgen geheimen ontcijfert4 ,en terwijl de oude torenklok1 de stille vertrouweling van alle smarten en vreugden der menschheid1 met hare twaalf slagen het oogenblik verkondigt1 waarop opnieuw de geheimzinnige overgang van den dood in het leven plaats vindt1 openbaart ,zarathustra in raadselachtige verzen als eene soort mystieke psalm1 het grootsch denkbeeld van het ,eeuwig ,wederkeeren aan de hoogere menschen3 ,eins6 ,o ,mensch6 ,gieb ,acht6 ,zwei6 ,was spricht die tiefe ,mitternacht6 ,drei6 ,ich schlief1 ich schlief1-- ,vier6 ,aus tiefem ,traum bin ich erwacht3-- ,fnf6 ,die ,welt ist tief1 ,sechs6 ,und tiefer als der ,tag gedacht4 ,sieben6 ,tief ist ihr ,weh--1 ,acht6 ,lust--tiefer noch als ,herzeleid3 ,neun6 ,weh spricht3 ,vergeh6 ,zehn6 ,doch alle ,lust will ,ewigkeit-- ,elf6 --,will tiefe1 tiefe ,ewigkeit6 ,zwlf6 #aba ,,hoofdstuk ,,vi4 ,,besluit4 ,nietzsche heeft het1 voor een ,duitsch wijsgeer vrij zeldzaam voorrecht genoten1 gelezen en betwist te worden niet alleen door mannen van het vak1 maar ook door het groote publiek4 ,in de laatste tien jaren vooral heeft de ,nietzscheliteratuur aanzienlijke afmetingen verkregen2 de meeste tijdschriften en dagbladen op wijsgeerig of letterkundig gebied hebben artikels over ,nietzsche's persoon of over zijne werken gegeven2 hij is thans in de mode evenals ,wagner of ,botticelli1 ,ibsen of ,ruskin en tal van denkers aarzelen niet in hem den oorspronkelijksten en diepsten denker van het modern ,duitschland1 den eersten moralist der eeuw1 den ,darwin der moraal te zien4 ,maar1 evenals hij zijne enthousiaste aanbidders heeft1 bezit hij zijne verwoede tegenstanders1 die hem meedoogenloos voor onwetend1 dom1 verward en voor den verwoester der publieke gezondheid en moraal uitmaken4 ,tusschen die twee vijandelijke kampen blijft het gros van het publiek1 geloof ik1 vrijwel besluiteloos2 aan den eenen kant gevoelt het zich aangetrokken door het modernisme van ,nietzsche en door het schijnbaar vreemde in zijne ideen1 maar aan den anderen kant is het niet vrij van een gevoel van wantrouwen en vraagt het zich af1 tot hoeverre men waarde moet hechten aan de schitterende paradoxen van den denker1 die in die mate van alle algemeen erkende meeningen afwijkt4 ,tot besluit dezer studie willen wij trachten de voornaamste tegenwerpingen tegen ,nietzsche's theorien en de waarde1 die wij daaraan hechten1 mee te deelen1 zonder evenwel zoo dwaas te zijn in enkele bladzijden de ware oplossing van de samengestelde en fijne problemen1 die het geldt1 te willen geven4 ,nietzsche's werk is uit tweerlei oogpunt beoordeeld3 enkelen hebben er vooral op gewezen1 dat het dwalingen bevat1 wat feiten of meeningen betrof en anderen hebben meer getracht te bewijzen1 dat het uit een moreel oogpunt gevaarlijk was4 ,in de eerste plaats heeft men dus de waarde van ,nietzsche's argumenten ter verklaring zijner stellingen tegengesproken4 ,hij tracht--om een duidelijk voorbeeld te geven--door argumenten1 die hij aan de taalkunde ontleent1 te bewijzen3 dat de waarden1 die door de vroegere beschaving erkend werden1 aristocratisch waren en in het vervolg der tijden door slavenwaarden vervangen zijn2 tot staving van die bewering haalt hij het ,latijnsch bonus aan1 dat hij terugvoert tot een oorspronkelijken vorm duomus 7van duo1 twee7 en verklaart door mensch van tweedracht1 van strijd2 zoo ook brengt hij het ,duitsch ,gut overeen met het woord ,god en den volksnaam ,gothen en haalt hij de verschillende beteekenissen aan van het ,duitsch schlecht1 schlicht1 dat zoowel eenvoudig1 algemeen 7ein schlichter ,mann1 een man van het volk7 als slecht beteekent4 ,bral nu constateert1 dat de meeste taalkundige bewijzen1 die ,nietzsche aanhaalt1 onjuist of verkeerd uitgelegd zijn4 ,ook heeft men op grond der anthropologie en der geschiedenis de hypothese van het blonde1 eenzame roofdier1 dat ,nietzsche aan den oorsprong der ,europeesche beschaving veronderstelt1 tegengesproken4 ,het schijnt1 dat de voorhistorische mensch zelfs al het dier eener kudde was1 dat gevoelens van sympathie en solidariteit reeds bij hoogere apensoorten voorkomen en dat de ,germaan van den tijd der groote strooptochten1 die bij ,nietzsche juist de hoofdrol speelde1 toen hij zijn beeld van den blonden wilde gaf1 een krachtig1 maar vreedzaam landman was1 die geen oorlog voerde ter wille van moord en doodslag1 maar om bebouwbaren grond te veroveren4 ,de meeste van ,nietzsche's historische theorien1 zijne hypothese van de ,joodsche opheffing der slaven1 zijne portretten van ,jezus en den apostel ,paulus in de ,antichrist1 zijne stellingen omtrent de ontwikkeling van het ,christendom en de ascetische moraal1 zijne meeningen over de ,hervorming en ,luthers rol zijn uitgemaakt voor fabels2 zijne psychologische analysen1 zijne verklaring van slecht geweten1 zijne theorien over het begrip zonde teruggebracht tot het materieel begrip schuld1 zij allen zijn valsch verklaard en het ideaal van den ,uebermensch naar zijne opvatting heeft men uit een biologisch oogpunt gecritiseerd3 ,de biologische waarheid1 zegt ,nordau1 is1 dat een voortdurende zelfdwang eene noodzakelijke levensvoorwaarde is voor sterken en zwakken2 hij is de werkzaamheid der hoogste en menschelijkste hersencentra en zoo deze niet geoefend worden1 sterven zij uit1 d4w4z4 de mensch houdt dan op mensch te zijn en de zoogenaamde ,uebermensch wordt een ,untermensch of dier2 door de ontspanning of opheffing der remkrachten van de hersenen vervalt het organisme zonder genade aan de anarchie van zijn constitutief gedeelte en die anarchie leidt onverbiddelijk tot verval1 ziekte1 waanzin en dood4 ,ten slotte is ook de leer van het ,eeuwig ,wederkeeren door niemand geloofd en zelfs een criticus als ,brandes1 die ,nietzsche zoozeer toegedaan was1 noemt ,zarathustra's mysticisme weinig overtuigend4 ,welke gevolgtrekkingen moet men nu met het oog op de waarde van ,nietzsche's werk uit al die kritieken maken8 ,in de eerste plaats moeten wij vaststellen1 dat ,nietzsche zich1 vooral in de tweede periode van zijn bestaan1 niet uitgeeft voor een geleerde en er ook niet voor zou kunnen doorgaan1 want zijne gezondheid en vooral de toestand van zijne oogen verbood hem gedurende vele jaren bijna geheel alle soorten van lectuur en hij is specialist geweest uitsluitend in de philologie1 waarvan hij van af #ahgi met meer op de hoogte bleef4 ,in alle andere takken van natuurlijke of historische wetenschappen is hij slechts dilettant1 wat hij ook gaarne erkent1 want hij stelt zich niet tot taak deze of gene tak der wetenschap te bevorderen of de resultaten der wetenschap te verspreiden1 maar hij wil uitsluitend nieuwe problemen vormen of oude problemen onder nieuwe vormen stellen2 het is zijn verlangen niet op de wetenschap zelve1 maar op de ziel der geleerden te werken en daarom heeft hij in zekeren zin gelijk slechts eene ondergeschikte waarde te hechten aan de feiten1 waarmee hij zijne theorien bijlicht4 ,zijne etymologie en zijne hypothesen omtrent de verschillende beteekenissen der woorden b4v4 zijn in waarheid noch heel zeker1 noch heel overtuigend1 maar dat laat hem eigenlijk koud1 want de feiten1 die hij aanhaalt1 dienen in zijne gedachten bovenal om aan te toonen1 hoe men de studie der moreele vraagstukken met behulp van taalkunde zou kunnen aanvaarden en om de taalkundigen aan te sporen hunne onderzoekingen in die richting te sturen2 de intrinsieke waarde van zijne beweringen is in zijne oogen van geheel ondergeschikt belang en al bleef er geen enkele van zijne technische opmerkingen over1 dan zou ,nietzsche toch ondanks alles volgens eigen opvatting een nuttigen arbeid geleverd hebben1 zoo het hem gelukken mocht door zijne opmerkingen de nieuwsgierigheid van een taalkundige te prikkelen en hem aan te sporen die soort vraagstukken onder handen te nemen4 ,nu heeft men zich juist in den laatsten tijd veel moeite gegeven om door middel van taalkundige feiten sociale feiten te verklaren en zich in 't bijzonder door vergelijkende taalstudie een denkbeeld der voorhistorische beschaving te maken4 ,daarmee bedoel ik niet ,nietzsche de eer te geven van die concidentie1 maar alleen aan te toonen hoe een idee door hem geuit en op waarschijnlijk onjuiste feiten gebaseerd1 daarom nog niet van belang ontbloot behoeft te zijn4 ,daarbij moet men1 om de waarde van de mogelijke fouten in ,nietzsche's theorien juist te beoordeelen1 niet vergeten1 dat zijn geheele werk volkomen subjectief is1 terwijl juist de vereering van de objectieve waarheid1 zooals ,nietzsche terecht opmerkt1 de sterkst moderne vorm van het godsdienstgevoel is4 ,wij eischen instinctmatig van den geleerde een diep ontzag voor de werkelijkheid en verlangen hem zoo onpartijdig en zoo onpersoonlijk mogelijk te zien4 ,wel weten wij in waarheid1 dat zuiver objectivisme slechts een lokaas is en dat niemand zijne persoonlijkheid volkomen af kan schudden en de dingen zien kan1 zooals zij werkelijk zijn2 dat alle waarheid dus in zekere mate individueel is en dat de hoofdzaak van een wetenschappelijk werk wellicht niet in datgene bestaat1 dat de schrijver aan de werkelijkheid heeft ontleend1 maar veeleer in dat1 wat hij er zelf in gelegd heeft4 ,desondanks gelooven wij ontegenzeggelijk in eene objectieve of1 wat op hetzelfde neerkomt1 algemeen subjectieve waarheid en stellen wij over het algemeen een schrijver hooger1 naarmate hij met wat wij noemen de objectieve waarheid meer blijkt overeen te komen4 ,natuurlijk kunnen wij ook op ,nietzsche dien maatstaf toepassen1 maar wij moeten daarbij niet uit het oog verliezen1 dat ,nietzsche in de eerste plaats zichzelf heeft willen zoeken en leeren kennen4 ,wij hebben gezien hoe hij1 volgens zijn eigen bekentenis1 zijne opvoeders ,schopenhauer en ,wagner heeft beschouwd1 hoe het hem steeds minder te doen is geweest om te weten wat zij op zichzelve waren dan om hetgeen zij hem omtrent zijn eigen persoon konden openbaren2 hij heeft eene legende van hen gemaakt1 waarvan de objectieve waarheid ten zeerste is tegengesproken1 en hij heeft zelf erkend1 dat hij in werkelijkheid in ,schopenhauer als ,erzieher en in ,r4 ,wagner in ,bayreuth zichzelf zoowel als wijsgeer als als artiest beschreven heeft4 ,met dezelfde oogen nu als hij ,schopenhauer en ,wagner heeft aangezien1 bekeek ,nietzsche in zekeren zin de geheele werkelijkheid2 hij heeft haar in buitengewoon eigenaardige en aantrekkelijke legenden veranderd1 die evenwel misschien belangrijker zijn als uitingen van ,nietzsche's persoonlijkheid dan als beschrijving of verklaring der uiterlijke wereld4 ,nu is het duidelijk1 dat het1 zoodra men zich op dat standpunt plaatst om ,nietzsche's werk te beoordeelen1 van ondergeschikt belang is te weten of zijne ideen omtrent een of ander punt in de geschiedenis1 de anthropologie of de biologie1 al of niet met die ideen overeenkomen1 die algemeen erkend worden als objectieve waarheid1 en om diezelfde reden is het ook1 om ,nietzsche's waarde op prijs te stellen1 van geen hoofdbelang1 uitvoerig na te gaan wat hij aan zijne voorgangers te danken heeft gehad4 ,wel is het zeker1 dat hij1 ondanks zijn trachten naar volkomen oorspronkelijkheid1 bewust of onbewust den invloed zijner tijdgenooten heeft ondergaan en dat zijne gedachten1 gezuiverd van de aanvallende en paradoxale wending1 die zijne pen er aan geeft1 dikwijls veel minder nieuw blijken te zijn dan ons bij den eersten aanblik toescheen4 ,het onverdraagzaam individualisme1 de vereering der ikheid1 de vijandigheid tegen den staat1 het protest tegen de leer van gelijkheid1 de vereering der menschheid vindt men alle1 bijna even sterk uitgesproken als bij ,nietzsche1 terug bij een half vergeten denker1 ,max ,stirner1 wiens voornaamste werk3 ,der ,einzige und sein ,eigenthum 7#ahdc7 de moeite waard is van uit dat oogpunt met ,nietzsche's geschriften vergeleken te worden4 ,de ontwikkeling van de persoonlijkheid1 van de eenige en onvergelijkelijke ikheid is ook de voornaamste leerstelling van den ,deen ,sren ,kierkegaard1 die door zijne ,christelijke neigingen daarentegen volkomen van ,nietzsche's ideen afwijkt4 ,het aristocratisch ideaal1 dat ,nietzsche zoo hoog stelt1 komt voor in de correspondentie van ,flaubert en vooral in de ,dialogues ,philosophiques van ,renan2 in ,eugen ,dhring vindt ,nietzsche een medestrijder tegen het pessimisme en met ,edouard de ,hartmann deelt hij zijn afkeer van socialisten en anarchisten1 het geloof in de ongelijkheid der menschen en den beschavenden invloed van den oorlog en de overtuiging1 dat het medelijden niet als de basis van alle moraal beschouwd kan worden4 ,zijne leer van het ,eeuwig ,wederkeeren komt reeds voor in l'ternit par les astres van ,blanqui en in l',homme et les ,socits van ,dr4 ,le ,bon4 ,maar1 al kan men gemakkelijk bewijzen dat ,nietzsche door zijne leerstellingen bij dezen of genen zijner tijdgenooten vergeleken kan worden1 zoo moet men toch toegeven1 dat hij juist door zijne persoonlijkheid hemelsbreed verschilt van hen1 die omtrent zekere punten dezelfde ideen verkondigen als hij4 ,en hij gevoelt zelfs eene instinctmatige en zeer oprechte antipathie tegen de meesten van die zoogenaamde bondgenooten2 in ,renan haat hij de priesternatuur2 ,hartmann maakt hij uit voor kwakzalver en ,dhring verfoeit hij1 omdat hij een in den grond plebeschen geest1 eene soort karikatuur van zichzelf in hem ziet4 ,hij is er blijkbaar ten zeerste op gesteld niet met hen verward te worden1 niet uit schrijverseigenliefde1 die ongunstig stemt tegen alle mededingers1 maar omdat hij zich geheel verschillend van hen gevoelt door zijne moraal en dat naar zijn oordeel de persoon van den wijsgeer van veel meer belang is dan zijn werk4 ,het spreekt vanzelf1 dat men die zienswijze niet tot in het uiterste moet drijven en onder voorwendsel van ,nietzsche's persoonlijkheid veel belangrijker te vinden dan zijn werk1 aan het laatste alle waarde moet ontzeggen2 dat zou verkeerd en onrechtvaardig zijn1 want volgens mijne vaste overtuiging1 kunnen zoowel de historicus als de wijsgeer in zijne werken tal van opmerkingen vinden1 die op zichzelve en niet alleen als uitingen van ,nietzsche's persoonlijkheid hoogst belangrijk zijn4 ,elders trachtte ik aan te toonen van hoeveel belang zijne meeningen omtrent ,wagner--in ,r4 ,wagner in ,bayreuth en in ,der ,fall ,wagner--voor den historicus zijn1 die zich een juist oordeel over de waarde van den kunstenaar wil maken1 en het staat buiten twijfel1 dat ook op vele andere punten ,nietzsche's ideen dienen in aanmerking te komen en eene diepere beschouwing waard zijn4 ,hiermee bedoel ik1 dat de waarde van ,nietzsche's werk niet uitsluitend en zelfs niet hoofdzakelijk in het objectief belang ligt1 dat zijne ideen vertegenwoordigen en daaromtrent onderschrijf ik ten volle het oordeel1 dat ,brandes over hem geeft1 als hij hem vergelijkt met zijne gehate tegenstanders1 de ,engelsche wijsgeeren3 ,wanneer men tot hem komt na de ,engelsche wijsgeeren bezocht te hebben1 dringt men door in eene geheel nieuwe wereld4 ,de ,engelschen zijn alleen geduldige geesten1 wier overheerschende neiging is alle stukjes aan elkander te hechten en tal van bijzonderheden met elkander te verbinden om zoodoende eene wet te vinden4 ,de besten hunner zijn genien naar ,aristoteles4 ,zelden oefenen zij door hunne persoonlijkheid eenige aantrekkingskracht uit en hun ikheid schijnt meestentijds weinig samengesteld te zijn4 ,zij zijn meer waard door wat zij doen dan door wat zij zijn4 ,nietzsche daarentegen is1 evenals ,schopenhauer1 een profeet1 een ziener1 een kunstenaar2 hij heeft minder waarde door wat hij doet dan door wat hij is4 #abb ,om zijn werk naar waarde te kunnen schatten moet men het niet ter hand nemen als een wetenschappelijk boek1 waarvan de waarde niet afhangt van de geestelijke hoogte van den schrijver1 maar van de hoeveelheid exacte en vooral nieuwe kennis1 die het inhoudt4 ,voor ,nietzsche kan dezelfde paradox gelden1 die hij op ,schopenhauer toepaste1 n4l43 de leer van den denker komt er weinig op aan1 want elk wijsgeer kan zich vergissen2 wat echter meer waarde heeft dan elk systeem is de zielewaarde van den denker zelf3 ,er is in een wijsgeer dat1 wat men nooit in eene wijsbegeerte vindt2 n4l4 de oorzaak van vele wijsbegeerten1 de groote mensch4 ,nog rest ons het tweede bezwaar tegen ,nietzsche's werk te onderzoeken1 n4l4 dat het1 naar veler bewering1 uit een moreel oogpunt verderfelijk zou zijn4 ,het ergst verwijt men ,nietzsche zijne reactionnaire neigingen1 zijn voorgewend cynisme1 zijn dilettantisme1 zijn egosme en zijne hardheid jegens zwakken1 en in ,duitschland vooral beschouwt men de verspreiding van zijne leer en de vorming van eene ,nietzsche school als een publiek gevaar4 ,welke waarde moet men nu hechten aan die aanvallen1 die voortdurend in alle studien over ,nietzsche voorkomen8 ,in de eerste plaats moeten wij erkennen1 dat zekere ideen van ,nietzsche1 zoo zij verkeerd begrepen worden1 wel degelijk tot schijnbare rechtvaardiging van zeer verkeerde moreele ideen kunnen dienen2 met aphorismen van ,nietzsche kan men b4v4 het grofste egosme en het dolzinnigste dilettantisme trachten te verontschuldigen en toch is het gewis niet genoeg een arrivist 7om het gangbaar neologisme te gebruiken7 of een anarchist in de letteren te zijn1 alle soorten van godsdienstige en moreele vooroordeelen over boord te werpen en kalm zijne tijdgenooten te verachten1 om met recht te kunnen zeggen1 dat men volgens ,nietzsche leeft4 ,nietzsche kent geen toegevendheid voor hen1 die den ,uebermensch spelen willen en ,zarathustra vraagt hen1 die hem op zijne gevaarvolle tochten volgen willen1 welke hunne rechten zijn3 ,zijt gij eene nieuwe kracht en eene nieuwe wet8 ,eene eerste beweging8 ,een rad1 dat uit zichzelf draait8 ,kunt gij de sterren dwingen om u heen te draaien8 ,helaas1 zoovelen worden verteerd door de ongezonde dorst naar hooger1 zoovelen worden door wanhopende eerzucht gekweld4 ,bewijs mij1 dat gij niet een van die dorstigen1 van die eerzuchtigen zijt6 ,helaas1 er zijn zoovele groote gedachten1 die geen andere uitwerking dan die van een oorvijg hebben1 zij doen opzwellen en geven meer leegte4 ,gij beweert vrij te zijn6 ,maar ik wil weten1 welke de gedachte is1 die u beheerscht en niet wat gij voor last hebt afgeschud4 ,behoort gij tot hen1 die het recht hebben een last af te schudden8 ,want er zijn er1 die met de dienstbaarheid1 waarin zij leefden1 alles hebben afgeworpen1 wat hun eenige waarde gaf4 #abc ,nietzsche verkondigt zeer duidelijk1 dat zijn leer slechts een klein getal uitverkorenen geldt en dat de middelmatige menigte in gehoorzaamheid en geloof moet leven4 ,men heeft dus geen recht zijne theorien te veroordeelen alleen omdat middelmatigen en onmachtigen1 overloopende van ijdelheid1 aan hem enkele voorschriften1 willekeurig afgescheiden van het geheel zijner leer1 ontleenen om hunne egoste genotzucht of hun buitensporigen drang naar grootheid te rechtvaardigen4 ,vele moralisten echter veroordeelen niet alleen de duidelijke buitensporigheden van enkele weinig aanbevelenswaardige apostels van den ,uebermensch1 maar beschouwen de authentieke en juist opgevatte leer van ,nietzsche als gevaarlijk4 ,wat nu beteekent hun vijandig oordeel8 ,nietzsche is beslist individualist en dat op zichzelf is voldoende om hem in zekeren zin a priori de afkeuring van vele geesten op den hals te halen1 want in werkelijkheid is de hedendaagsche mensch tegelijk individu en dier der kudde 7zooals ,nietzsche zegt71 hij is ook lid van eene meer of minder belangrijke groep1 van een gezin1 een volk1 van de menschheid4 ,hij zoekt dus voor zich geluk1 macht en volkomenheid en hij zoekt tevens geluk1 macht en ontwikkeling voor de kudde1 waartoe hij behoort4 ,in de practijk doen zich trouwens in het leven van elk individu tal van gevallen voor1 die naar zijne overtuiging--terecht of ten onrecht--strijd verwekken tusschen zijn persoonlijk belang en het belang der kudde2 het is dus hoofdzaak voor hem te weten welk der beide belangen wijken moet ter wille van het ander4 ,nu komt het mij voor1 dat die keuze alleen plaats kan hebben uit geloofsovertuiging of als eene soort weddingschap4 ,wij wedden eigenlijk altijd en moeten het wel doen door onze daden1 en meestal ook theoretisch door een of ander moreel beginsel aan te nemen of op eene andere wijze goed en kwaad te bepalen4 ,door het feit dus1 dat alle menschen tegelijk individu en dier der kudde zijn1 bestaan er twee hoofdsoorten van weddingschappen1 die in den mensch de overhand hebben al naar gelang de zorg voor zijne eigen persoon of die voor de kudde1 waartoe hij behoort1 het sterkst spreekt4 ,de een heeft de neiging1 hetzij door daden1 hetzij in beginsel zijn eigen geluk of de volmaking van zijne eigen persoonlijkheid aan het belang der kudde op te offeren--hij wedt dus ten gunste van de altrustische moraal2 de ander is daarentegen geneigd het geluk of de volmaaktheid der kudde aan het belang zijner persoonlijkheid te onderwerpen--hij wedt dus ten gunste van de individualistische moraal4 ,nietzsche1 zooals wij gezien hebben1 wedt uitsluitend voor het individu4 ,de meerderheid der beschaafde menschen nu1 in onze dagen1 wedt zooal niet in daden1 toch minstens in theorie door de stellingen1 die zij verkondigt1 ten gunste van de moraal der kudde en die volkomen radicale tegenstelling van beginselen is voldoende om tusschen ,nietzsche en de aanhangers der democratische en humanitaire leer eene onvermijdelijke vijandschap te stichten1 want de afschuw1 dien de kudde voor ,nietzsche ondervindt1 is de natuurlijke terugslag van den verwoeden haat1 dien hijzelf gevoelt tegen de voorstanders van het altrusme4 #abd ,het is evenwel niet noodig op onverdraagzame wijze ten gunste van eene der beide fundamenteele strekkingen te wedden1 want men kan ook individualisme en altrusme beiden voor wettig houden en zich eene harmonische ontwikkeling van elk dier beide strekkingen voorstellen4 ,ik geloof trouwens1 dat niemand zeggen kan door zijne daden op streng consequente wijze1 hetzij ten gunste van zuiver individualisme of van een beslist altrusme te hebben gewed1 en zoo aarzelt men ook hoe langer hoe meer1 ook in theorie1 de individualistische en vooral ook den kuddegeest1 zooals ,nietzsche doet1 te veroordeelen4 ,men neemt de hierarchie der neigingen aan en erkent1 dat die hierarchie tot zekere mate van het eene tijdstip op het andere1 van het eene volk op het andere en zelfs van het eene individu op het andere veranderen kan4 ,welnu1 zoodra men zich op dat standpunt plaatst1 kan men over ,nietzsche's werk niet langer een beslist oordeel vellen4 ,men zal b4v4 als volgt kunnen redeneeren3 ,nietzsche's moraal is een der zuiverste typen van individualistische en aristocratische moraal1 een schoon en logisch specimen van moreele weddingschap en uit dien hoofde is zij reeds een waardevol document voor allen1 die stijl en eenheid in hun leven willen brengen--evenzoo goed als ,tolsto's moraal b4v41 die eene niet minder logische weddingschap is1 gegrond op eene hypothese die bijna lijnrecht tegenover die van ,nietzsche staat4 ,het feit trouwens dat ,nietzsche eene radicale oplossing van het moreele vraagstuk geeft1 sluit de waarschijnlijkheid uit1 dat hem velen hetzij practisch of theoretisch volgen zullen en zijn werken zullen voortzetten1 want om de leer van den ,uebermensch werkelijk in praktijk te brengen moet men eene dosis geestkracht bezitten1 zooals hoogst zelden voorkomt en ,nietzsche erkent zelf1 dat die zoo buitengewoon beschaafde wezens1 die hij zich als genien voorstelde1 wellicht nooit anders dan in zijne verbeelding bestaan hebben4 ,daarbij is het moeilijk om1 van het theoretisch standpunt uit1 veel verder te gaan dan ,nietzsche2 enkelen zijner volgelingen als ,alexander ,tille #abe of ,rudolf ,steiner #abf hebben op eenige punten de leer van hun meester kunnen voltooien of verbeteren1 maar het schijnt juist om den bijzonderen en vrstrevenden aard van zijne leer1 niet denkbaar1 dat hij ooit de stichter eener school zal zijn2 hij zal naar alle waarschijnlijkheid een eenzame zijn voor het nageslacht1 zooals hij het geweest is in zijn denkersleven4 ,daarentegen ligt het in den aard der zaak1 dat zijne leer misschien een vrij aanzienlijken invloed kan uitoefenen door1 hetzij in het individu1 hetzij in een volk de individualistische neigingen te versterken en ons oordeel over dien invloed kan goed of slecht zijn naarmate het individu of het volk is1 waarop hij wordt uitgeoefend1 want die invloed kan natuurlijk het moreel evenwicht van menschen1 wier egostische neigingen toch reeds uitermate ontwikkeld zijn1 helpen verstoren1 maar hij kan ook omgekeerd andere naturen tot harmonie voeren door hen tegen zekere uitersten en gevaren der verschillende vormen van humanitaire1 democratische of ascetische moraal te wapenen1 en van uit dat oogpunt kan ,nietzsche's werk1 dunkt mij1 een weldadigen invloed uitoefenen op onzen tijd1 die niet juist door overvloed van physieke en moreele geestkracht uitmunt4 ,weinig denkers hebben zoo sterk als hij den mensch weten te dwingen zichzelf te zien zooals hij is en geheel oprecht jegens zichzelf te zijn2 weinig moralisten hebben zoo wreed al die kleine leugens ontmaskerd1 die de ziel noodig heeft om hare zwakheid1 hare lafhartigheid1 haar onmacht en middelmatigheid te verbergen1 weinig psychologen hebben de armzalige1 kleingeestige of gemeene werkelijkheid1 die zoo dikwijls onder de schoone woorden medelijden1 naastenliefde1 belangeloosheid1 schuilgaat1 scherper aan het licht gebracht4 ,nietzsche blijkt een onmeedoogend zieledokter te zijn3 de leefregel die hij voorschrijft1 is streng en gevaarlijk te volgen1 maar versterkend3 hij schenkt geen troost aan hen1 die hem hun leed komen klagen1 hij laat hunne wonden bloeden1 maar hardt hen tegen smart2 hij geneest zijne zieken f volkomen--f hij doodt hen4 ,de menigte gevoelt eenige vrees voor hem en ziet hem wantrouwend en angstig aan2 zij vraagt zich af of hij niet een slecht mensch is en mompelt zelfs den naam van beul2 zij gaat hem uit den weg en zoekt liever genezing bij den geneesheer1 die haar met zachte hand behandelt en haar vertroostend toespreekt1 die haar een minder gevaarlijken leefregel oplegt en minder forsch in zijne behandeling is1 en misschien heeft zij geen ongelijk1 maar aan den anderen kant bezit hij ook eene groep getrouwen1 die juist op zijne ruwheid1 zijne onhandelbare oprechtheid1 zijn geheele karakter gesteld zijn en de zekerheid zijner wetenschap en de uitnemendheid zijner methode hoog roemen4 ,ook zij1 geloof ik1 dwalen niet in hunne bewondering en liefde1 want zij begrijpen terecht1 dat hij niet uit gevoelloosheid of omdat hij geen smart kent1 zoo hard is voor de lijdende menschheid1 en weten1 dat het leven integendeel voor hem buitengewoon hard is geweest2 daarom vinden zij1 dat zijn tragisch lot hem wellicht het recht heeft geschonken minder toegevend te zijn voor menschelijke ellende en zwakheid en zij nemen vol eerbied den hoed af voor den moedigen1 trotschen denker1 die ondanks de martelingen van eene ongeneeslijke kwaal er nooit toe gekomen is het leven te vervloeken en die1 met dood of waanzin steeds voor oogen1 tot het einde toe zonder eenige zwakheid zijnen lofzang op het eeuwig jong en vruchtbaar leven heeft volgehouden en staande is gebleven trots de smart1 die zijn verstand heeft kunnen vernietigen1 maar zijn bewusten wil niet heeft doen buigen4 ,,aanhangsel4 ,zeer merkwaardig is het1 dat de zoo karakteristieke en oogenschijnlijk geheel oorspronkelijke leer van het ,eeuwig ,wederkeeren1 die hypothese1 die voor ,nietzsche als de kroon op zijn werk en als eene soort mysterie was1 wier openbaring de geheele menschheid beroeren moest1 tezelfder tijd door twee ,fransche denkers is uitgedacht en uitgewerkt1 n4l4 door ,blanqui in #ahga en door ,dr4 ,gustave ,le ,bon in #ahha1 hetzelfde jaar1 waarin zij te ,sils ,maria plotseling aan ,nietzsche's denkershorizon verrees4 ,en het merkwaardigst van alles is1 dat die omstandigheid geheel toevallig was1 want ,le ,bon had geen flauw vermoeden van het bestaan van ,blanqui's theorie toen hij ,l',homme et les ,socits schreef en van ,nietzsche kan met zekerheid gezegd worden1 dat hij zijne voorgangers niet gekend heeft2 mevrouw ,frster-,nietzsche heeft haren broeder nooit over een van beiden hooren spreken en hunne werken komen in zijne bibliotheek niet voor2 daarbij is #ahha een der jaren1 waarin ,nietzsche's ziekte het ergst is geweest en zijne hoofdpijnen en zijne zwakke oogen hem bijna alle nieuwe lectuur onmogelijk maakten4 ,wij moeten dus wel aannemen1 dat de drie denkers1 onafhankelijk van elkander1 tot de hypothese van het ,eeuwig ,wederkeeren zijn gekomen4 ,blanqui's theorie vinden wij in l',eternit par les ,astres1 een soort prozagedicht1 dat de groote drijver in #ahga gedurende zijne gevangenschap in het fort ,le ,taureau gemaakt heeft1 en dat begin #ahgb gedeeltelijk in de ,revue ,scientifique en in zijn geheel als boek verscheen4 ,men vindt er een overzicht van in ,geffroy's l',enferm 7,parijs #ahig7 pag4 #chi-dha1 terwijl de overeenkomst tusschen ,blanqui's cosmogonische ideen en ,nietzsche's theorie niet lang geleden door ,rett in een artikel van ,la ,plume is aangetoond4 ,evenals ,nietzsche neemt ,blanqui aan1 dat aan den eenen kant ruimte en tijd onbepaald zijn en dat aan den anderen kant de combinaties1 die de natuur door middel van al hare elementen voortbrengen kan1 een beperkt getal niet overschrijden2 voor al hare werken bezit zij een honderdtal gewone lichamen en een wereldgietvorm1 het stello-planetenstelsel4 ,het getal mogelijke combinaties van die gewone lichamen is reusachtig groot1 maar toch eindig en met behulp van al die combinaties moet de dubbele oneindigheid van ruimte en tijd gevuld worden2 naast de origineele1 de type combinaties moeten dus herhalingen zonder tal voorkomen om de oneindigheid te vullen2 bijgevolg ontwikkelen zich op alle mogelijke wijzen ontelbaar vele exemplaren van deze aarde en alle denkbare verscheidenheden van onze planeet bestaan ergens en herhalen zich onbepaald4 ,zoo gaat ook het bestaan van elk individu tot een onbepaald getal exemplaren3 ,hij heeft volledige dubbelgangers en variaties van dubbelgangers1 die zijne persoon voortdurend vermenigvuldigen en vertegenwoordigen1 maar slechts brokken van zijn lot afscheuren4 ,al wat men hier op aarde had kunnen zijn1 is men ergens anders en buiten het geheele leven1 van de geboorte tot den dood1 dat men op tal van aarden doormaakt1 doorleeft men er op andere tienduizend verschillende vormen van4444 ,wat ik op dit oogenblik in een kerker van het fort de ,stier schrijf1 heb ik geschreven en zal ik in alle eeuwigheid schrijven op eene tafel1 met eene pen en gekleed1 onder geheel dezelfde omstandigheden4444 ,tevergeefs zou men den stroom der eeuwen op kunnen gaan om een enkel oogenblik te vinden1 waarin men niet geleefd heeft1 want het heelal is niet begonnen en bijgevolg de mensch evenmin4444 ,op dit huidige oogenblik herhaalt zich dag aan dag het geheele leven van onze planeet van zijne geboorte af tot zijn dood toe1 in al zijne bijzonderheden met al zijne misdaden en ellenden1 op tallooze sterren4 ,wat wij vooruitgang noemen ligt in elke planeet opgesloten en verdwijnt met haar4 ,altijd en overal in het aardsche kamp hetzelfde drama1 dezelfde tooneelversiering op hetzelfde nauwe tooneel2 eene woelende menschheid1 van eigen grootheid doordrongen1 zich wanende het heelal te zijn en in een kerker levende als in eene oneindigheid1 dan zinkende met den aardbol1 die met de diepste verachting den last van haren hoogmoed gedragen heeft4 ,en dezelfde eentonigheid1 dezelfde onbewegelijkheid in de vreemde sterren4 ,het heelal herhaalt zich eindeloos en trappelt fier op de plaats1 en de eeuwigheid speelt onveranderlijk in het oneindige dezelfde voorstellingen af4 ,zooals men ziet bestaat er eene bijna volledige overeenkomst tusschen de hypothesen1 die ,blanqui van de ,spectrale analyse en de cosmogonie van ,laplace meende te kunnen afleiden en de theorie van het ,eeuwig ,wederkeeren1 die ,nietzsche door moreele beschouwingen vond en die hij door wetenschappelijke onderzoekingen wilde staven4 ,nietzsche komt meer op de onbepaalde opeenvolging der zelfde phenomenen in de oneindigheid van tijd1 terwijl ,blanqui meer het tegelijkbestaan van dezelfde phenomenen in de oneindige ruimte op het oog heeft1 maar in den grond vindt het idee van den gevangene van de ,stier zich bijna volkomen terug in dat van den eenzame te ,sils-,maria4 ,niet minder treft ons de overeenkomst tusschen de redeneering van ,nietzsche en die van ,dr4 ,le ,bon4 ,laatstgenoemde zegt in ,l',homme et les ,socits 7,paris #ahha7 t4 ,,ii pag4 #dbj3 ,maar de tijd is eeuwig en de rust kan niet eeuwig zijn4 ,die stilzwijgende1 doode bol zal niet altijd als eene koude massa door de ruimte voortrollen4 ,wij kunnen ons slechts in gissingen verdiepen omtrent zijne verre toekomst1 maar geen enkele dier gissingen geeft ons het recht te zeggen1 dat hij eeuwig traag zal blijven4 ,hetzij hij door de aantrekkingswet1 die ons zonnestelsel naar onbekende streken in de ruimte voert1 zich met andere stelsels vereenigt2 hetzij de schok van een ander hemellichaam zijne temperatuur zoozeer verhoogt1 dat hij in damp opgaat1 hij is zonder eenigen twijfel bestemd om eene nieuwe nevelster te vormen1 waaruit door eene zelfde serie evolutien als de door ons beschrevene1 eene nieuwe wereld zal voortspruiten1 die ook weer bestemd is nmaal bewoond te worden1 totdat ook zij op hare beurt vergaat1 en dat zoo voort zonder dat wij een einde kunnen voorzien aan die eeuwige serie van geboorte en vernietiging4 ,want1 hoe zou zij kunnen eindigen zoo zij nooit begonnen is8 ,zoo het evenwel dezelfde elementen van elke wereld zijn1 die na haar vergaan tot de vorming van andere werelden dient1 spreekt het vanzelf1 dat dezelfde combinaties1 d4w4z4 dezelfde werelden1 door dezelfde wezens bewoond1 zich vele malen herhaald hebben1 want1 daar een gegeven aantal atomen slechts een beperkte hoeveelheid combinaties kan vormen en de tijd onbeperkt is1 zijn natuurlijk alle mogelijke ontwikkelingsvormen reeds lang tot stand gekomen en kunnen wij slechts vroegere combinaties herhalen4 ,vele malen moeten reeds beschavingen en werken als de onze ons heelal zijn voorafgegaan en zooals ,sisyphus steeds hetzelfde rotsblok voortrolt1 herhalen wij voortdurend dezelfde taak1 zonder dat iets ooit een einde aan dat noodlottige altijd kan maken4 ,welke onbekende oorden der hemelen zou het hoogste nirwana1 de laatste rust1 die zich de oude ,indische godsdiensten voorstellen1 kunnen herbergen8 ,schimmen van vergane tijden1 die voor eeuwig in de mist der eeuwen schijnt verzonken te zijn en die de tooverstaf der wetenschap willekeurig aanroept1 hoopt niet op rust1 gij zijt onsterfelijk4 ,zonder verdere commentaren leg ik den lezers van ,nietzsche die overeenkomsten voor4 ,het spreekt van zelf1 dat men er zeer verschillende gevolgtrekkingen uit maken kan3 sommigen zullen er een nieuw bewijs voor ,nietzsche's gebrek aan oorspronkelijkheid in zien1 maar anderen zullen het integendeel verdienstelijk van hem vinden1 dat hij aan eene astronomische beschouwing en zuiver wetenschappelijke hypothese de diep tragische pozie en verheven moreele beteekenis gegeven heeft1 die zij miste of althans niet in die hooge mate bezat bij de ,fransche denkers1 die haar het eerst uitvonden4 ,ik voor mij vind die toevallige overeenkomst daarom vooral van belang1 omdat zij ons aantoont1 dat een der oogenschijnlijk meest paradoxale ideen van ,nietzsche niet eigenlijk de zuiver persoonlijke schepping is van eene abnormale en ziekelijke verbeelding1 maar dat het in zekeren zin tusschen #ahga en #ahha in de lucht gezweefd heeft1 getuige1 dat drie zoo verschillende denkers als ,nietzsche1 ,blanqui en ,le ,bon het langs verschillende wegen gevonden hebben en1 dat ,nietzsche dus1 zelfs in zijne mystieke theorie van het ,eeuwig ,wederkeeren de vertegenwoordiger is van eene bestaande strekking der moderne ziel4 #abg ,,inhoud4 ,bladz4 ,voorwoord ,v ,i4 ,nietzsche's karakter #a ,,ii4 ,nietzsche's intellectueele emancipatie 7#ahfi-ahgi7 #bg ,,iii4 ,nietzsche als philosoof 7#ahgh-ahhh7 #ga ,,iv4 ,nietzsche's systeem4 ,negatief gedeelte3 ,de ,mensch #hh ,v4 ,nietzsche's systeem 7vervolg74 ,positief gedeelte3 ,de ,uebermensch #abi ,,vi4 ,besluit #adg ,aanhangsel #afb ,,aanteekeningen #a ,deel ,v1 #bfi4 ,wij zullen ,nietzsche aanhalen uit de eerste uitgave zijner ,werken1 die uit #ab deelen bestaat 7,leipzig1 #ahie-ig74 #b ,d4 ,,vi1 #aad s4 #c ,d4 ,,vi1 #dg4 #d ,aangehaald door ,mevr4 ,frster-,nietzsche in een artikel der ,zukunft1 #b ,oct4 #ahig1 pag4 #ab4 #e ,uitgegeven in ,cosmopolis1 ,mei #ahig1 pag4 #dgj4 #f ,mevr4 ,frster-,nietzsche1 ,das ,leben ,fr4 ,nietzsche's1 ,i4 #ahj4 #g ,d4 ,,vii1 #beh4 #h ,d4 ,,vii1 #bfb4 #i ,d4 ,,vi1 #ahf4 #aj ,d4 ,,vi1 #bij4 #aa ,mevr4 ,frster-,nietzsche4 ,das ,leben ,fr4 ,nietzsche's1 ,i1 #aid4 #ab ,intiem dagboek #be ,oct4 #ahei4 ,mevr4 ,frster-,nietzsche4 ,das ,leben ,fr4 ,nietzsche's1 ,i1 #abe4 #ac ,mevr4 ,frster-,nietzsche4 ,als boven1 ,i1 #cad4 #ad ,id4 ,ibid1 ,i1 #cba4 #ae ,brief van ,juni #ahfe2 ,mevr4 ,frster-,nietzsche ,aangeh4 ,w4 ,i4 #baf4 #af ,d4 ,v1 #afc4 #ag ,mevr4 ,lou ,andreas-,salom4 ,f4 ,nietzsche in seinen ,werken1 s4 #dh4 #ah ,d4 ,v1 #cjb4 #ai ,d4 ,,vi1 #aae4 #bj ,d4 ,v1 #bde4 #ba ,d4 ,v1 #bgf4 #bb ,d4 ,,iv1 #afg4 #bc ,d4 ,v1 #bja4 #bd ,die ,geburt der ,tragdie werd zeer heftig aangevallen door ,wilamowitz-,mllendorf 7,zukunfts-philologie6 eine ,erwidrung auf ,f4 ,nietzsche's ,geburt der ,tragdie ,berlijn #ahgb72 zij werd door ,r4 ,wagner verdedigd in een open brief aan ,nietzsche die #bc ,juni #ahgb verscheen in de ,norddeutsche ,allgem4 ,zeitung 7gereproduceerd in ,ges4 ,schriften van ,wagner1 t4 ,,ix1 #cej7 en door een der intieme vrienden van ,nietzsche1 ,erwin ,rohde 7,afterphilologie-,sendschreiben eines ,philologen an ,r4 ,wagner1 #ahgb74 ,daarop antwoordde ,wilamowitz zijne tegenstanders 7,zukunft-,philologie6 #btes ,stck4 ,eine ,erwidrung auf die ,rettungsversuche fr ,f4 ,nietzsche's ,geburt der ,tragdie ,berlijn1 #ahgc74 #be ,dagboek van #ahfe1 en een brief van #ahfh aan ,erwin ,rohde4 ,mevr4 ,frster-,nietzsche4 ,aangeh4 ,w4 ,d4 ,i1 #aij1 #baa1 #bgj4 #bf ,w4 ,v1 #cai4 #bg ,d4 ,,iv1 #aj4 #bh ,d4 ,,ix1 #bc4 #bi ,die voorbereidende en aanvullende werken zijn in deel ,,ix van de volledige werken1 blz4 #be e4 v41 verschenen4 ,de vergelijking tusschen die studien en den definitieven tekst toont duidelijk aan1 dat ,die ,geburt der ,tragdie eigenlijk slechts een fragment is van een uitvoeriger werk dat ,nietzsche voor oogen had en dat hij om verschillende redenen vereenvoudigd heeft4 #cj ,een opgave van de cursussen en lezingen1 die door ,nietzsche te ,bazel gehouden zijn1 vindt men in het werk van ,mevr4 ,f4-,n4 ,i1 #cbd4 #ca ,d4 ,i1 #gc4 #cb ,d4 ,i1 #gf4 #cc ,d4 ,,viii1 #agc4 #cd ,nietzsche werd gaandeweg steeds vijandiger tegen ,socrates2 later zelfs zag hij in hem het type van den plebejer en den decadent1 de volmaakte tegenstelling van den aristocratischen en van levenskracht overvloeienden ,griek van het tragische tijdperk4 ,het nihilisme spreekt uit het oogenblik van zijn sterven als hij tot ,creton zegt3 ,ik ben ,esculapus een haan schuldig1 want daarmee bekende hij het leven te beschouwen als eene ziekte en dus in den grond een pessimist te zijn ondanks zijn schijnbaar optimisme4 ,zie ,d4 ,v1 #bfd en ,,viii1 #fc4 #ce ,d4 ,x1 #bhe4 #cf ,d4 ,,ix1 #f4 #cg ,d4 ,x1 #cgf4 #ch ,d4 ,i1 #dbg4 #ci ,d4 ,,ix1 #dg4 #dj ,d4 ,i1 #ddb4 #da ,d4 ,i1 #ddc4 #db ,d4 ,,ix1 #cge4 #dc ,d4 ,,ix1 #ih4 #dd ,d4 ,,ix1 #ii4 #de ,d4 ,i1 #cij4 #df ,buiten de vier ,unzeitgemszen1 die hij van #ahgc tot #ahgf uitgaf1 ontwierp ,nietzsche er nog tal van andere1 die gedeeltelijk niet af zijn gewerkt en gedeeltelijk zijn overgegaan in ,menschliches ,allzumenschliches4 ,in ,deel ,x van zijne ,werken vindt men schetsen voor de ,unzeitgemszen1 getiteld3 ,die ,stadt1 ,der ,weg zur ,freiheit1 ,der ,staat1 ,lesen und ,schreiben en eene zeer ver gedreven studie over ,wir ,philologen waarin reeds de kiem verschijnt van ideen die later in ,zarathustra tot ontwikkeling kwamen4 #dg ,d4 ,i1 #ccg4 #dh ,d4 ,i1 #cfd4 #di ,mevr4 ,frster-,nietzsche4 ,i1 #bca4 #ej ,d4 ,i1 #cih4 #ea ,d4 ,i1 #abh4 #eb ,d4 ,,ix1 #cfe4 #ec ,d4 ,i1 #cih4 #ed ,d4 ,i1 #dbi4 #ee ,brandes4 ,menschen und ,werke4 ,frankfort1 #ahie1 p4 #aci4 #ef ,mevr4 ,frster-,nietzsche4 #eg ,d4 ,,iii1 #d4 #eh ,fragment einer ,kritik der ,schopenhauerischen ,philosophie1 aangeh4 door ,mevr4 ,frster-,nietzsche1 ,i1 #cdc4 #ei ,ueber ,wahrheit und ,lge im aussermoralischen ,sinne4--,der ,philosoph4--,die ,philosophie im ,bedrngniss4 ,w4 ,x1 #afa2 zie ook pag4 #bjd1 enz4 #fj ,brief van #aa ,oct4 #ahff1 aangehaald door ,mevr4 ,frster-,nietzsche1 ,i1 #bej4 #fa ,d4 ,,ix1 #acg4 #fb ,d4 ,,ix1 #aee4 #fc ,d4 ,x1 #cig-dbe4 #fd ,d4 ,x1 #bhf4 #fe ,zie het dagboek van #ahhh 7,ecce homo7 aangeh4 door ,mevr4 ,frster-,nietzsche1 ,,ii1 #a1 pag4 #ajf en #bei4 #ff ,d4 ,,viii1 #b4 #fg ,d4 ,v1 #bab4 #fh ,dagboek van #ahhh 7,ecce homo7 en brief van #ad ,januari #ahhj1 aangehaald door ,mevr4 ,frster-,nietzsche1 ,,ii1 #a1 p4 #cbg en #ccf4 #fi ,m4 ,nordau4 #gj ,brandes1 ,menschen u4 ,werke1 p4 #adj4 #ga ,dagboek van #ahhh 7,mevr4 ,frster-,nietzsche1 ,,ii1 #a1 pag4 #cbh72 brief van #aj ,april #ahhh 7,brandes1 ,menschen u4 ,werke1 pag4 #adj74 #gb ,brandes heeft de brieven1 die hij van ,nietzsche ontvangen had1 uitgegeven in ,menschen u4 ,werke1 p4 #bac enz4 ,de brief van #d ,jan4 #ahhi is met groote letters geschreven op papier1 dat als voor een kind met potlood gelinieerd is1 en bevat het volgende3 ,dem ,freunde ,georg4--,nachdem du mich entdeckt hast1 war es kein ,kunststck mich zu finden3 die ,schwierigkeit ist jetzt die1 mich zu verlieren4444 ,der ,gekreuzigte4--,eenigszins valt hieruit nog te begrijpen wat ,nietzsche bedoeld heeft met die vreemde woorden1 waarin hij zich verbeeldt n te zijn met ,jezus ,christus4 #gc ,d4 ,,iii1 #ahh4 #gd ,d4 ,,ii1 #eb4 #ge ,d4 ,,ii1 #bfg4 #gf ,d4 ,v1 #d4 #gg ,d4 ,,iii1 #i4 #gh ,d4 ,,vi1 #aeg4 #gi ,brandes4 ,menschen und ,werke1 p4 #bbc4 #hj ,d4 ,,viii1 #fh1 #hh4 #ha ,d4 ,,vii1 #bci4 #hb ,d4 ,,vii1 #cbb4 #hc ,d4 ,,vii1 #cac4 #hd ,d4 ,,vii1 #cbi-cca4 #he ,d4 ,,vii1 #acd4 #hf ,d4 ,,vii1 #fd4 #hg ,d4 ,,vii1 #ahj4 #hh ,d4 ,,vii1 #acj2 ,d4 ,,vi1 #bdh4 #hi ,d4 ,,vi1 #if4 #ij ,d4 ,,vi1 #ai4 #ia ,d4 ,,vii1 #adh4 #ib ,d4 ,,vii1 #hb4 #ic ,d4 ,,vii1 #aej4 #id ,d4 ,,vi1 #cih4 #ie ,d4 ,,vii1 #af4 #if ,d4 ,,viii1 #bce4 #ig ,d4 ,,vii1 #hb4 #ih ,d4 ,,vii1 #ab4 #ii ,d4 ,v1 #bge4 #ajj ,d4 ,,vii1 #gi4 #aja ,d4 ,,viii1 #aee4 #ajb ,d4 ,,vi1 #ac4 #ajc ,d4 ,,vi1 #dba4 #ajd ,d4 ,v1 #bca4 #aje ,d4 ,,vi1 #fg4 #ajf ,d4 ,,vi1 #cab4 #ajg ,d4 ,,vi1 #cea4 #ajh ,d4 ,,vi1 #chd4 #aji ,d4 ,,vi1 #chb2 ,d4 ,v1 #bfj4 #aaj ,d4 ,,vi1 #afg4 #aaa ,d4 ,v1 #bjd4 #aab ,d4 ,,vi1 #fe4 #aac ,d4 ,,vi1 #fd4 #aad ,d4 ,v1 #bde4 #aae ,d4 ,,vi1 #ce4 #aaf ,d4 ,,vi1 #dbh1 #dcj4 #aag ,d4 ,,vii1 #hj4 #aah ,d4 ,v1 #bfe4 #aai ,mevr4 ,lou ,andreas-,salom1 ,f4 ,nietzsche in seinen ,werken1 p4 #bbd4 #abj ,d4 ,,vi1 #dfa4 #aba ,d4 ,,vi1 #ccb1 #dga4 #abb ,brandes4 ,menschen u4 ,werke1 #aii4 #abc ,d4 ,,vi1 #ia4 #abd ,waar wij ,nietzsche voorstellen als den vijand van de altrustische moraal1 wil dat niet zeggen1 dat wij in hem een verstokt egost zien zonder medelijden of liefde want zijn egosme spruit juist voort uit overmaat van gevoeligheid en is in den grond niet anders dan een verheven en verfijnd altrusme1 dat door auto-suppressie in individualisme veranderd is4 ,nietzsche staat dus naast den grooten medelijdende en lijnrecht tegenover den arrivist1 en zooals hij athest is door den godsdienst en immoreel door zijn diep moreel geweten1 is hij egost door altrusme4 #abe ,a4 ,tille1 de schrijver van ,von ,darwin bis ,nietzsche 7,leipzig #ahie71 ziet in ,nietzsche den eersten moralist1 die uit de evolutionistische theorie en uit de leer van de natuurlijke uitkiezing practische gevolgtrekkingen heeft gemaakt voor den gedragslijn van het leven4 ,darwin beschouwde de leer1 die naar hem genoemd werd1 vereenigbaar met de humanitaire en democratische christelijke ethica en ,tille nu toont aan hoe die opvatting door eene serie ,engelsche en ,duitsche denkers afgebroken werd en hoe eindelijk het ja van ,darwin een beslist neen werd bij ,nietzsche4 ,aan ,nietzsche komt volgens ,tille de eer toe de algemeene grondslagen voor de moderne wetenschappelijke moraal te hebben gelegd en het is verder aan de specialisten om de practische toepassing van zijn grondstellingen op alle takken der moreele wetenschap te bestudeeren4 #abf ,r4 ,steiner is de schrijver van ,wahrheit und ,wissenschaft en van ,die ,philosophie der ,freiheit 7,weimar #ahid7 en in laatstgenoemd werk vult hij ,nietzsche's theorie op een belangrijk punt aan4 ,nietzsche n4l4 die den mensch vrij naar zijne instincten wil doen handelen1 zet alle menschelijke instincten op eene lijn1 zoowel die1 welke zijn materieele leven als die1 welke zijn geestelijk leven leiden2 daardoor kan men hem tegenwerpen dat zijn ,uebermensch niet vrij is1 maar daarentegen de slaaf van zijne instincten1 want het kan voorkomen dat zijn lagere instincten de hoogere de baas zijn4 ,steiner nu voorkomt die tegenwerping door te leeren dat de mensch1 wil hij waarlijk vrij zijn1 niet alleen geheel gezonde natuurlijke instincten moet hebben1 maar tevens1 wat hij noemt een moreele verbeeldingskracht1 die hem in staat stelt voor zichzelf redenen tot handelen te scheppen4 #abg ,het spreekt van zelf dat de theorie van het ,eeuwig ,wederkeeren lang vr de #ai;de eeuw bestaan heeft en om haren oorsprong te vinden zou men terug moeten gaan tot de wijsbegeerte van de oude ,grieken4 ,bij de aangehaalde voorbeelden wil ik nog een merkwaardige getuigenis uit de #ai;de eeuw meedeelen1 een schets van de geheele theorie voorkomende in hoofdstuk ,,xx van ,heine's ,reis van ,mnchen naar ,genua4 ,weet dan1 dat de tijd oneindig is1 maar dat de dingen in den tijd eindig zijn2 zij kunnen zich oplossen in oneindig kleine deelen1 maar die deeltjes1 die atomen zijn eindig in getal evenals de vormen1 die ,god met die deeltjes scheppen kan1 zoodat volgens de eeuwige combinatiewetten van dat eeuwig weer beginnen1 alle vormen1 die reeds op aarde zijn voorgekomen1 op nieuw zullen verschijnen en elkander weer zullen ontmoeten1 aantrekken1 afstooten1 omhelzen en weer verliezen1 telkens weer als vroeger4444 ,hierin mag men echter niet de bron zoeken voor ,nietzsche's theorie want in de oude uitgaven van ,heine komt die passage niet voor en ,nietzsche heeft haar dus niet gekend4 ,men heeft hier weer te doen met een ontmoeting evenals tusschen ,nietzsche1 ,blanqui en ,le ,bon4