,,wereld ,,bibliotheek ,,onder ,,leiding ,,van ,l4 ,,simons ,r4 ,,casimir ,,uit ,,de ,,ontwikkelingsgeschiedenis ,,van ,,het ,,menschelijk ,,denken ,,deel ,,ii 7,,van ,,kant ,,tot ,,heden7 ,,uitgegeven ,,door ,,de ,,maatschappij ,,voor ,,goede ,,en ,,goedkoope ,,lectuur--,,amsterdam ,,eerste ,,afdeeling4 ,,kant4 ,,hoofdstuk ,i4 ,,leven ,,en ,,werken4 #a4 ,leven en persoonlijkheid4 ,immanuel ,kant werd den #bb ,april #agbd te ,koningsbergen als zoon van eenvoudige burgers geboren4 ,zijn vader1 een zadelmaker1 was een ernstig1 eerzaam1 vlijtig handwerksman4 ,zijn moeder had een innig1 vroom gemoed1 een helder1 gezond verstand1 een open oog voor de natuur4 ,beide ouders waren op godsdienstig gebied de pitistische richting toegedaan4 ,er heerschte in het huisgezin1 waar de jonge ,immanuel opgroeide1 een ernstige1 zedelijke stemming1 wat diepen indruk op hem gemaakt heeft4 ,zijn geloof aan ,god1 aan de onsterfelijkheid der ziel1 aan 's menschen zedelijke vrijheid1 kon hij uit het ouderhuis als onwrikbare overtuiging meenemen4 ,reeds vroeg grooten aanleg vertoonende1 werd hij op raad van den huispredikant der familie1 in 't najaar van #agcb leerling van een school voor voorbereidend hooger onderwijs1 7't collegium ,fridericianum7 waar hij zeer goed latijn leerde1 maar ook onder strenge tucht van dwepers stond en waar hij heel wat godsdienstplichten vervullen moest4 ,in #agdj kwam ,kant als student aan de hoogeschool te ,koningsbergen1 waar hij in 't bizonder wis- en natuurkunde studeerde4 ,eigenlijk was de filosofische faculteit slechts een voorbereiding tot de andere4 ,kant echter1 al heeft hij de theologische gekozen en misschien zelfs als candidaat in de omgeving gepreekt1 gevoelde zich 't meest tot wis- en natuurkundige studies aangetrokken4 ,en met een natuurkundige verhandeling--zijn eerstelingsarbeid--nam hij in #agdf afscheid van de academie1 waar hij slechts weinig uitnemende leermeesters had aangetroffen4 ,naar de gewoonte dier dagen ging de onbemiddelde jonge man zijn brood als huisonderwijzer verdienen4 ,als zoodanig was hij in verschillende aanzienlijke families in ,oost-,pruisen werkzaam4 ,zoo kon hij--de zadelmakerszoon uit pitistische omgeving--de fijne1 tactvolle man der wereld worden1 die hij later1 als hij wou1 kon zijn4 ,over zijn gaven als opvoeder was ,kant zelf slecht tevreden4 ,hij wist1 naar eigen zeggen1 meer van de theorie dan van de practijk4 ,heel slecht schijnt die practijk intusschen niet geweest te zijn4 ,het is zeker geen bloot toeval1 dat velen van ,kant's leerlingen voorgingen in de afschaffing der lijfeigenschap4 ,de ingewanden keerden mij in 't lichaam om1 wanneer ik dacht aan de schande der lijfeigenschap in mijn land1 zei hij eens4 ,in #agee meende ,kant genoeg geld overgehouden en voldoende kennis vergaderd te hebben1 om zich--voorbereiding voor het professoraat--als privaatdocent te kunnen vestigen4 ,hij bleef dit tot #aggj1 toen er eerst een professoraat voor hem kwam4 ,het eenige bezoldigde ambt--het gaf nog geen honderd thaler--dat hij tot dien tijd bekleedde1 was dat van onder-bibliothecaris4 ,toch moet men zich ,kant's positie in dien tijd niet als zeer slecht voorstellen4 ,hij zelf placht dit later de gelukkigste periode van zijn leven te noemen1 en zijn werken uit die jaren zijn in een levendigen1 pittigen1 dikwijls geestigen stijl geschreven4 ,als docent stond hij ook toen in volle kracht4 ,herder1 de dichter-denker1 heeft ons het beeld van ,kant als academisch leeraar uit het begin der zestiger jaren met frissche kleuren geteekend4 ,boeiend en geestig1 zelf nimmer aanmatigend1 de waarheid boven alles liefhebbend1 zijn leerlingen liefde voor de waarheid en lust tot studie inboezemend1 gaf hij1 zonder ooit te vervelen1 college over de meest verschillende onderwerpen1 en niets wetenswaardigs was hem onverschillig4 ,na de aanvaarding van zijn professoraat heeft ,kant een geruimen tijd niets in 't licht gegeven4 ,ingespannen denkarbeid hield hem bezig4 ,in #agha kwam zijn hoofdwerk1 de critiek der zuivere rede4 ,over de geschiedenis van ,kants werken spreken we in de volgende 4 ,van zijn uiterlijk leven valt weinig te vertellen4 ,als zoovele groote wijsgeeren was ook ,kant ongetrouwd4 ,hij leidde een buitengewoon regelmatig geleerdenleven3 #e uur op1 #aj uur naar bed1 op vaste tijden arbeiden en wandelen4 ,aan tafel zag hij gaarne een paar vrienden en hij voerde het tafelgesprek ver over het uur4 ,zijn stoffelijke omstandigheden waren langzamerhand gunstig geworden3 hij liet nog een huis en een #cj4jjj thaler na4 ,een bitter verdriet werd den denker1 wiens roem zich reeds bij zijn leven over beschaafd ,europa had verspreid en om wien te hooren en te zien menschen van heinde en ver naar ,koningsbergen kwamen1 nog in zijn #gjste jaar aangedaan4 ,tijdens de regeering van ,frederik den ,groote had hij zich mogen verheugen in volle leervrijheid en achting4 ,waarschijnlijk heeft ,frederik nooit iets bijzonders van ,kant geweten1 misschien den naam niet eens gekend4 ,maar zijn minister voor onderwijszaken1 ,von ,zedlitz1 koesterde grooten eerbied voor ,kant en had zich van zijn leer op de hoogte laten brengen4 ,aan hem is dan ook de critiek der zuivere rede opgedragen4 ,de opvolger van ,frederik den ,groote was echter een bekrompen1 dweepziek man1 die ,von ,zedlitz ontsloeg en in diens plaats een zijner geestverwanten benoemde1 die de vrije gedachtenuiting zooveel mogelijk tegenging4 ,toen nu ,kant in #agid een werkje over den godsdienst uitgaf1 waarin hij o4 a4 opkwam tegen de orthodoxe opvatting van het christendom1 barstte de bom4 ,er kwam een berispend schrijven uit het kabinet des konings waarin bedreiging met strengere maatregelen1 indien hij in deze richting voortging4 ,kant overwoog ernstig wat hem te doen stond4 ,herroepen wilde hij niet4 ,hij verdedigde veeleer in een schrijven de vrijheid van den leeraar der hoogeschool1 verbond zich echter1 als gehoorzame dienaar van ,zijne ,majesteit1 niet meer over religie1 't zij de geopenbaarde1 't zij de natuurlijke1 te schrijven4 ,onder zijn onvermoeid denken is ,kant vroeg oud geworden4 ,reeds zijn werken van #agha dragen daarvan de sporen4 ,zijn laatste levensjaren zat hij in frissche oogenblikken nog aan zijn schrijftafel1 maar produceerde niet veel van beteekenis4 ,zijn vermogen om te combineeren was gewoonlijk weg1 herinnering ontbrak4 ,dwangvoorstellingen1 rijen woorden1 wijzen uit zijn kinderjaren1 drongen zich aan hem op4 ,bange droomen kwelden hem 's nachts1 onrust des daags4 ,den #ab;den ,februari #ahjd overleed hij na langzaam afsterven4 ,het is goed1 waren zijn laatste woorden4 ,hij is begraven in den ,koningsberger dom1 waar voor een passende omgeving is gezorgd4 ,persoonlijkheid4 ,kant was een flegmatische1 weinig door emoties bewogen natuur1 een verstandsmensch van taaie volharding en groote werkkracht4 ,man van groote belangstelling en ontwikkeling1 reisde hij toch zeer weinig4 ,de denker1 die ook een beteekenend aardrijkskundige was1 had nooit bergen gezien4 ,nu bood ,koningsbergen1 voor dien tijd een niet onaanzienlijke stad1 met belangrijken handel1 en in het oosten des rijks gelegen in de nabuurschap van andere volken 7,polen b4v47 veel om op te merken4 ,reisbeschrijvingen behoorden tot ,kants liefste lectuur4 ,ook sprak hij liever over andere dingen dan over wijsbegeerte4 ,hij kon op dit gebied niet best hren en verdroeg moeilijk afwijkingen van zijn meeningen4 ,met zijn voorgangers was hij over 't geheel slecht bekend4 ,de enorme belezenheid van ,leibniz was niet de zijne4 ,kant was innig vroom en van eerbied vervuld voor de religie4 ,van godsdienstvormen1 die hij ledig achtte had hij echter een besliste afkeer en kerksch was hij allerminst4 ,van den onderdaan gehoorzaamheid tegen den vorst eischend1 betoonde hij die zelf ook4 ,overigens gevoelde hij weinig voor den ,pruisischen staat4 ,hij vond de gruwelen van den oorlog verschrikkelijk4 ,den ,amerikaanschen vrijheidsoorlog bewonderde hij1 de groote beginselen der ,fransche revolutie wist hij te schatten4 ,de grootste filosoof van ,duitschland was een vrijheidlievend wereldburger1 die in zijn enge omgeving niet alleen het groote rijk der wetenschap doorzocht1 maar ook op de gebeurtenissen van 't politieke leven belangstellend 't oog hield gericht4 #b4 ,werken en ,ontwikkelingsgang4 ,de voorcritische periode4 ,toen ,kant zijn hoofdwerk schreef was hij #eg jaar oud4 ,hij had een belangwekkenden ontwikkelingsgang doorloopen1 voor hij tot den opbouw van zijn leer kwam4 ,de voortreffelijkste ,kant-kenners verschillen onderling over de invloeden1 die op ,kant hebben ingewerkt1 over de vraag1 welke richtingen achtereenvolgens de zijne zijn geweest4 ,in een populaire uiteenzetting kan op de bizonderheden niet ingegaan worden1 maar het is wenschelijk1 reeds bij den aanvang de aandacht te vestigen op het gebruik der woorden3 het schijnt1 waarschijnlijk1 enz41 die er telkens aan moeten herinneren1 dat hier nog niet alles vaststaat1 evenmin als in de biografie4 ,toen ,kant de academie verliet1 was hij in de metafysica een aanhanger van ,wolff4 ,hij dacht1 als alle rationalisten1 dat er een zekere1 gewisse kennis der wereld te verkrijgen was op redelijken grondslag4 ,echt kind der aufklrung zag hij1 het onwetende gepeupel verachtend1 in verstandsontwikkeling de taak en de waarde van den mensch4 ,op natuurwetenschappelijk gebied sloot hij zich meer aan bij ,newton en tot '#fj blijft zijn aandacht meer op natuurwetenschappelijke vraagstukken gevestigd4 ,met groote liefde behandelde hij ook kwesties van aardrijkskundigen aard4 ,had zijn roem als wijsgeerig denker niet zijn beteekenis op dit gebied overstraald1 hij zou als een baanbrekende geest op geographisch gebied zijn gehuldigd4 ,als hoogleeraar gaf hij gaarne colleges over de natuurkundige aardrijkskunde4 ,zijn scheppende beteekenis hier blijkt misschien wel 't duidelijkst uit 't volgende feit3 ,bij koninklijk besluit werd bepaald1 dat hoogleeraren bij hun colleges gebruik moesten maken van handboeken4 ,met name echter werd ,kant voor zijn college over physische geografie daarvan vrijgesteld1 omdat er444 geen handboek was4 ,omtrent #agfj wendt ,kant's blik zich meer van de buitenwereld naar de binnenwereld3 de mensch begint hem te interesseeren en hij ging inzien1 dat diens waarde niet alleen lag in zijn verstandelijke ontwikkeling4 ,hier werkte1 naar ,kant's eigen woorden1 de invloed van ,rousseau1 wiens ,emile in #agfb verscheen4 ,rousseau heeft mij terecht gebracht4 ,voor ,rousseau was het geloof aan ,god niet gevolg van verstandelijke overwegingen1 maar het ontsprong aan de behoeften van zijn gemoed4 ,de kennismaking met deze overtuiging1 haar toppunt bereikend in het3 le sentiment est plus que la raison 7het gevoel is meer dan het verstand7 mag ,kant er toe gebracht hebben1 om den rug te keeren aan de ,wolffsche natuurlijke theologie4 ,maar ook op het terrein der kennistheorie kwam een wending4 ,ook hier verliet hij het rationalisme1 om een meer empirische richting in te slaan4 ,in de jaren tusschen '#fj en '#gj is er soms een zekere sceptische toon merkbaar4 ,dikwijls duidt men deze periode1 volgend op zijn rationalistische1 aan met den naam empirisch-sceptische4 ,of die kwalificeering juist is8 ,niet onwaarschijnlijk is het1 dat ,kant's denken in dien tijd geslingerd heeft tusschen empirisme en rationalisme4 ,de invloed van ,hume1 met wiens werken hij in allen gevalle slechts gedeeltelijk bekend was1 had hem1 naar zijn eigen woorden1 uit den dogmatischen sluimer wakker geschud4 ,wanneer8 ,misschien tusschen '#fj en '#fe1 misschien tusschen '#fe en '#gj1 misschien na '#gb1 misschien heeft hij meermalen ,hume's invloed ondergaan4 ,maar in den tijd van '#fj-'gj valt ook de verschijning van ,leibniz' ,nouveaux ,essais1 7vergel4 ,i pag4 #bif7 welks lectuur weer naar het rationalisme trok4 ,we zouden dus dit kunnen zeggen3 ,het ,wolffsche rationalisme heeft ,kant na #agfj beslist verlaten4 ,tot het standpunt1 dat in '#gj1 bij de aanvaarding van het professoraat werd ingenomen1 is hij beslist nog niet gekomen4 ,hij neigt in dezen tijd sterk tot het empirisme4 ,maar het mag betwijfeld worden1 of hij in deze jaren gemeend heeft1 dat al onze kennis uitsluitend uit ervaringselementen opgebouwd was4 ,evenmin is met zekerheid te zeggen1 dat hij gewanhoopt heeft aan de mogelijkheid1 om kennis te krijgen van de dingen der zinnelijke wereld1 zooals zij zijn4 ,spreken wij dus van ,kant's sceptische-empirische periode1 dan dient dit woord met groote omzichtigheid aanvaard te worden4 ,preisschrift4 ,wiskunde en wijsbegeerte4 ,van de werken uit dezen tijd noemen wij drie3 ,in #agfc beantwoordde hij een prijsvraag4 ,in het ,preisschrift komt tot de conclusie1 dat wiskunde en wijsbegeerte niet dezelfde methode hebben4 ,onder wijsbegeerte worden dan zoowel de natuurwetenschappen als de metafysica begrepen4 ,door onderscheidene methoden van behandeling te eischen1 breekt ,kant met het rationalisme1 dat de wijsbegeerte steeds naar de wijze der meetkunde had behandeld1 zij 't niet in zoo streng wiskundigen vorm als ,spinoza4 ,wat is dan het verschil8 ,de wiskunde construeert1 de wijsbegeerte analyseert4 ,lichten we dit toe4 ,de wiskundige maakt zijn begrippen4 ,hij kan bijv4 een rechthoekigen driehoek nemen en die om een zijner rechthoekszijden laten wentelen4 ,er ontstaat dan een kegel4 ,in het begrip kegel komen niet meer kenmerken voor1 dan hij er zelf in gelegd heeft4 ,hij kan met dat begrip dus rustig verder werken4 ,maar neem nu bijv4 den natuurkundige4 ,hij heeft ijzer1 dat hij moet onderzoeken4 ,hij kan bijv4 het volgende begrip van die stof hebben3 hard1 zwaar1 zet bij verwarming uit1 kan roesten4 ,maar in dat ijzer kunnen nog andere kenmerken zitten4 ,het heeft een bepaald soortelijk gewicht3 #a d,m#c4 weegt #g1ag ,,kg4 ,het heeft een bepaalde uitzetting1 bij #a;,c4 verwarming wordt #a ,m4 #a1jjjjab1 n ,m#c4 #a1jjjjcf4 ,het heeft een bepaald smeltpunt3 bij #abjj-adjj;,c4 smelt het4 ,het is een goede geleider voor electriciteit4 ,deze kenmerken moet de natuurkundige opzoeken4 ,hij moet onderzoeken1 wat er in het begrip ijzer aanwezig is1 moet het ontleden1 analyseeren4 ,hij kan niet1 zooals de wiskundige zeggen1 dit versta ik onder ijzer1 maar heeft tot taak1 het onduidelijke1 vage begrip1 dat hij van ijzer heeft1 te verhelderen4 ,tusschen de natuurwetenschappen en de wijsbegeerte bestaat dan ook geen verschil in methode4 ,de ware methode der metafysica is in den grond dezelfde als die1 welke ,newton in de natuurkunde invoerde4 ,het onderscheid ligt in de stof1 in de te bestudeeren dingen4 ,de metafysica bestudeert de gegevens van 't feitelijk denken4 ,bewijzen voor 't ,godsbestaan4 ,in hetzelfde jaar geeft ,kant een werkje uit3 ,eenige mogelijke bewijsgrond voor het bestaan van ,god4 ,hierin critiseert hij de tot dusver gangbare bewijzen voor het bestaan van ,god1 en draagt zelf een nieuw voor4 ,op zijn critiek komen we in een ander verband 7zie bladz4 #cf v4v471 terug4 ,wat in dit werkje merkwaardig is1 dat reeds op zijn volgende opvattingen wijst1 is zijn uitspraak1 dat het wel noodig is1 dat men zich overtuige van het bestaan van ,god1 maar niet zoo noodig1 dat men het ook bewijze4 ,hoe gevaarlijk ,kant het achtte1 te veel speculaties in te stellen over het bovenzinnelijke1 blijkt uit een zijner geestigste werken3 ,droomen van een geestenziener 7#agff74 ,in dien tijd maakte een mysticus1 de ,zweed ,swedenborg 7#afhh-aggb7 verbazenden opgang4 ,hij zou dingen gezien hebben1 die in de verte gebeurden1 in verband getreden zijn met geesten van afgestorvenen1 enz4 ,op aansporing van eenige bekenden liet ,kant ,swedenborg's werken uit ,londen komen en bestudeerde ze4 ,in het bovengenoemde werkje legde hij de resultaten neer van die lectuur4 ,hij geeft eerst een geestenleer van wezens1 die tot een intelligibele wereld behooren1 niet aan plaats en tijd gebonden zijn4 ,misschien is hier een eerste kiem van ,kant's latere intelligibele wereld4 ,vervolgens schetst hij de spiritistische verschijningen1 die hij van naturalistisch-sceptisch standpunt als fantasien van een ziekelijk brein beschouwt1 dat ze in de buitenwereld als werkelijk onderstelt4 ,in het tweede deel geeft hij verslag van de theorien van ,swedenborg1 om te eindigen met een ernstig woord1 waarin hij de filosofie aanraadt1 zich te hoeden voor dergelijke bespiegelingen1 die de grenzen onzer ervaring verre te buiten gaan4 ,of het mogelijk is dat geesten1 zonder aan een lichaam gebonden te zijn1 kunnen werken en denken2 of er krachten zijn als die1 welke ,swedenborg meende te bezitten1 kan men slechts door de ervaring1 niet door redeneering alleen beslissen4 ,maar over die ervaring beschikken wij niet4 ,wij hebben geen eenstemmige ondervinding op dat gebied maar slechts de bevindingen van enkelingen1 die niet als grondslag voor een hypothese kunnen dienen1 waarover het verstand kan oordeelen1 juist1 omdat het bevindingen van slechts enkelen zijn4 ,men behoeft ze nu juist niet voor onmogelijk te verklaren1 maar men kan de zaak laten rusten4 ,noch op de metafysische bewijzen1 noch op de empirische bewijzen van ,swedenborg behoeven we de onsterfelijkheid der ziel te bouwen3 haar steun vindt ze in het zedelijk geloof4 ,kant had met het rationalisme van ,wolff gebroken4 ,hij had den invloed van ,rousseau's gevoelsfilosofie ondergaan1 en waarschijnlijk van ,hume's scepticisme2 langzamerhand waren zijn gedachten gerijpt tot zijn eigen opvatting3 het criticisme4 ,kant zelf onderscheidt in zijn leven twee groote perioden3 de voorcritische en de critische4 ,alleen de geschriften uit de laatste wilde hij later erkennen1 als zijn meening uitdrukkende4 #c4 ,werken en ,ontwikkelingsgang4 ,de critische periode4 ,men kan twijfelen aan de juistheid1 de zekerheid der tot dusver verkregen kennis4 ,dat deed ,descartes4 ,maar eenmaal een grondslag gevonden hebbende1 die onmiskenbaar zeker voor hem was1 ik heb bewustzijn1 dus ben ik1 bouwde hij daarop voort en meende zoo een zekere kennis der geheele werkelijkheid te kunnen verkrijgen4 ,descartes werd de vader van het rationalisme in de nieuwere wijsbegeerte4 ,waarin ,malebranche1 ,spinoza1 ,leibniz en ,wolff ook met hem mogen verschild hebben1 niet in de overtuiging1 dat er een geheel van kennis op redelijken grondslag was te verkrijgen4 ,zonder nader onderzoek aanvaarden deze denkers dus onze rede1 als een werktuig 7dat misschien verkeerd kon aangewend1 foutief gehanteerd worden7 om tot zekere kennis te komen van de dingen1 zooals ze zijn4 ,dit standpunt om onze rede zonder onderzoek te aanvaarden1 noemt ,kant het dogmatische4 ,anders ging ,locke te werk4 ,toen hij vastliep1 vroeg hij of het mogelijk was kennis te verkrijgen1 of ons verstand daartoe geschikt was4 ,zijn theorie werd door ,hume voortgezet en deze ondergroef theoretisch eigenlijk de mogelijkheid van wetenschap1 door het causaliteitsbeginsel te verklaren als een subjectieve verwachting zonder meer1 gevolg van associatie van voorstellingen4 7zie ,i pag4 #cba74 ,zij gingen uit van de feiten der ervaring1 volgden een inductieve methode4 ,dit standpunt nu noemt ,kant het sceptische4 ,zetten we nog even scherp de kenmerken van beide tegenover elkaar4 ,dogmatisme4 ,empirisme of ,scepticisme4 ,van te voren vertrouwen op onze ,van te voren wantrouwen jegens rede4 onze rede4 ,kennis door deductie4 ,kennis door inductie4 ,het denken geeft de ware zuivere ,de zinnen geven ons onze kennis1 kennis1 de zinnen onklare1 dikwerf denken is een veranderd waarnemen4 bedriegelijke4 ,in dezen strijd nu neemt ,kant een eigen standpunt in door zijn criticisme1 een leer1 die beide richtingen wil overspannen4 ,het criticisme wil niet onderzoeken of we kennis kunnen verkrijgen1 7hiervan met de wetenschap noodwendiger wijze uitgaan7 maar hoe en waardoor ze mogelijk is4 ,het criticisme is de eigenlijke leer van ,kant4 ,het vertoont zich1 zij 't niet in volle rijpheid in de rede1 waarmee hij in #aggj zijn hoogleeraarsambt aanvaardde4 ,in deze rede1 gewoonlijk de ,dissertatie genoemd 7,latijnsche titel3 ,dissertatio de mundi sensibilis atque intelligibilis forma et principiis--verhandeling over den vorm en de beginselen der zinnelijke en intelligibele wereld7 komen nog niet alle1 maar enkele zeer belangrijke beginselen voor der latere kennistheorie4 ,het wijst aan1 dat de waarnemer en het waargenomene samenwerken1 voor het ontstaan onzer kennis1 dat subject en object samen de kennis vormen4 ,de vorm waarin de kennis opgenomen wordt1 hangt af van het subject4 ,dit bepaalt het formeele karakter der kennis4 ,de bizondere1 speciale inhoud der waarneming1 het materieel gedeelte onzer kennis1 hangt af van 't object4 ,in onze kennis zijn dus idieele1 niet uit de ervaring komende elementen4 ,dit richt zich tegen het empirisme4 ,maar de vormen1 waarin onze kennis zich voegt1 blijven ledig1 beteekenen niets1 wanneer er geen ervaring komt1 die ze vult4 ,ook ervaring is dus noodig3 de ons door de zinnen verstrekte gegevens zijn niet als schijn te verwerpen4 ,dit richt zich tegen het dogmatisme4 ,bij deze opvattingen nu bleef ,kant niet staan4 ,doordenkende in deze richting stuitte hij op moeilijkheden4 ,wij vinden ze aangewezen in een brief aan ,marcus ,herz van #ba ,febr4 #aggb4 ,hij vroeg zich af3 ,welk recht heb ik1 om nu aan die1 door het subject meegebrachte elementen1 die absoluut onafhankelijk van de dingen zijn1 geldigheid toe te schrijven voor de wereld der dingen8 ,in het peinzen over deze en andere vragen daarmee samenhangend1 is ,kant oud en moe geworden4 ,het werk dat in #agha verscheen1 ,de critiek der zuivere rede is de arbeid van een groot1 maar een oud man4 ,het is een moeilijk te lezen werk4 ,de stijl is zwaar4 ,de zinnen zijn lang4 ,herhalingen matten af4 ,uitweidingen ontbreken niet4 ,sommige gedeelten zijn vergeleken met een eentonig1 troosteloos duinenlandschap4 ,toch heeft dit werk ongemeene beteekenis en blijft het 't hoofdwerk van den denker4 #a ,in #aghc gaf ,kant de ,prolegomena1 die de hoofdgedachten wat korter en klaarder behandelden dan de kritiek4 ,deze verscheen in #aghg in tweeden druk1 waarin zij sterke wijzigingen had ondergaan4 ,haar volgden een ,critiek der praktische rede 7#aghh7 en een der ,oordeelskracht 7#agij74 ,de critiek der zuivere rede behandelt de kennisleer1 die der practische rede de zedeleer1 die der oordeelskracht handelt over onze aesthetische waardeeringsoordeelen4 ,,hoofdstuk ,,ii4 ,,de ,,kennisleer4 #d4 ,ruimte en ,tijd4 ,inhoud en ,vorm4 ,stel eenig willekeurig ding tegenover u1 bijv4 een boek4 ,dat heeft verschillende kenmerken3 dikte1 lengte1 breedte1 kleur1 zwaarte1 enz4 ,neem een geheel ander ding3 een stoel4 ,ook die heeft zijn eigenschappen1 evenals de tafel1 waaraan ge zit1 de lamp1 die u beschijnt4 ,ge kunt u van al die dingen kenmerken veranderd denken of wegdenken1 ja1 ge zoudt u kunnen voorstellen1 dat het boek1 de tafel1 de stoel1 de lamp er in 't geheel niet waren4 ,die dingen nemen een zekere ruimte in4 ,en1 nu kunt ge u wl voorstellen1 dat die dingen er niet meer waren1 maar nit1 dat die ruimte er niet zou zijn4 ,alle dingen die we in de buitenwereld waarnemen zijn in de ruimte en die ruimte zelf is niet wegdenkbaar4 ,niet anders is het met den tijd4 ,alle gebeurtenissen1 zoowel de geestelijke als de stoffelijke1 vinden plaats in den tijd1 die evenmin wegdenkbaar is4 ,ruimte en tijd zijn aanschouwingsvormen4 ,het zijn geen begrippen4 ,waarom niet8 ,nemen we bijv4 het begrip zoogdier4 ,dit heeft onder zich andere begrippen en voorstellingen3 bijv4 knaagdier1 roofdier1 de hond1 mijn paard1 enz4 ,wolff nu had gemeend1 dat ruimte en tijd abstracte begrippen waren1 verkregen1 doordat we aan alle dingen ruimte1 aan alle gebeurtenissen tijd waarnemen2 zooals we bijv4 het begrip zoogdier krijgen door aan vele dieren het zoogen der jongen1 zeven halswervels1 warm bloed1 enz4 waar te nemen en die kenmerken tot n begrip te vereenigen4 ,maar dit is onjuist4 ,immers de ruimte en de tijd hebben de afzonderlijke tijden en ruimten niet onder zich1 maar dat zijn stukken van den nen tijd1 van de ne ruimte4 ,de afzonderlijke tijden en ruimten zijn in den tijd en de ruimte1 er niet onder4 ,alles wat wij waarnemen1 nemen we dus noodwendig in de ruimte en in den tijd waar4 ,dt er ruimte en tijd is1 ontdekken wij eerst met en bij de ervaring1 maar de aanschouwingsvormen krijgen wij niet door de ervaring1 zij zijn voor de ervaring1 gegeven door de organisatie van onzen geest4 ,voor nze ervaring hebben ruimte en tijd dus een werkelijk bestaan4 ,of ze ook buiten onze ervaring bestaan1 en of anders georganiseerde wezens ook de dingen en gebeurtenissen tijdelijk en ruimtelijk geordend zouden aanschouwen1 valt voor ons niet uit te maken4 ,deze opvatting nu der ruimte maakt een verklaring mogelijk van de eigenaardigheden der wiskundige oordeelen4 ,welke zijn die8 ,nemen we een eenvoudig oordeel3 ,de som der hoeken van een driehoek is #ahj4 ,we zijn overtuigd1 dat dit niet anders kan4 ,het is noodzakelijk1 dat dit zoo is4 ,als gij zegt3 dit boek is uitgegeven in de ,wereld-bibliotheek1 zegt ge k een waarheid4 ,maar 't zou best anders kunnen zijn4 ,het zou ook uitgegeven kunnen zijn door ,wolters of ,van ,looy of wie ook4 ,maar de hoeken van een driehoek kunnen samen niet anders dan #ahj zijn4 ,eveneens zijn we overtuigd van de volstrekte nauwkeurigheid4 ,samen zijn die hoeken precies #ahj4 ,met de oordeelen uit de natuurwetenschap is dat anders4 ,zeg ik3 bij verwarming van #j op #a ,c4 zet zich een gas #a_/bgh van zijn volume uit1 dan ben ik niet zeker1 dat1 als ik ng nauwkeuriger methoden van meting vond1 ik niet een getal zou vinden dat1 zij 't ook nog zoo'n beetje1 grooter of kleiner was dan #a_/bgh4 ,en eindelijk zijn de wiskundige oordeelen algemeen geldig4 ,ik ben er zeker van1 dat de hoeken van een driehoek niet alleen hier1 in ,den ,haag1 maar ook in ,maastricht1 in ,australi1 maar ook op de maan1 op elke willekeurige plek van het heelal #ahj zijn4 ,hoe zijn die drie kenmerken te verklaren8 ,de ervaring geeft ons nooit noodwendigheid2 alleen 't feitelijk gegevene is te aanschouwen4 ,honderden malen mogen we opmerken1 dat met ,a ,b gepaard gaat1 in ons geval1 dat met het driehoek zijn gepaard gaat 't hebben van hoeken1 die samen twee rechten zijn1--nimmer kunnen we het element van noodzakelijkheid waarnemen1 dat het z met zijn en niet anders4 ,en de preciesheid kunnen we evenmin ervaren4 ,we liggen met metingen bloot voor vergissingen niet alleen1 maar bereiken nimmer absolute nauwkeurigheid4 ,en met de algemeene geldigheid is het eveneens4 ,we spreken dus iets uit over de ruimte dat we niet uit de ervaring hebben en we zijn zeker1 dat onze uitspraak doorgaat4 ,dat nu kan begrepen worden1 als wij inzien1 dat wij1 de waarnemende subjecten1 de ruimtelijke ordening aan de gewaarwordingen geven1 dat de ruimte de noodzakelijke vorm is1 waarin wij de dingen aanschouwen4 ,verduidelijke een eenvoudig beeld dit nog4 ,iemand zet een blauwen bril op4 ,hij kan nu van te voren zeggen1 dat hij1 waar hij ook komt1 de dingen1 onverschillig welke1 blauw getint zal zien4 ,dit ligt niet in de dingen1 maar in de organisatie van het zintuig1 dat nu met een blauwen bril is voorzien4 ,zoo treden wij tot de dingen1 zoodanig georganiseerd1 dat wij alles tijdelijk en ruimtelijk geordend waarnemen4 ,aan den inhoud1 aan de stof voegen we dus nog een vorm toe4 ,subject en object werken samen bij het ontstaan van kennis3 van het eerste de vorm1 van het tweede de inhoud4 ,merken we nu ten slotte op1 dat het eigenaardig karakter1 door ,kant aan ruimte en tijd toegekend1 niet hetzelfde is als het karakter der secundaire kwaliteiten4 ,de roos is niet rood1 de suiker niet zoet4 ,dat zijn opvattingswijzen van het subject1 waarop de prikkels der buitenwereld inwerken4 ,zij zijn verschillend bij de individuen onderling1 worden bepaald door de inrichting der zintuigen4 ,de ruimte en tijdaanschouwing is iets algemeen-menschelijks1 is noodzakelijk4 #e4 ,het ding op zich zelf4 ,schijn en verschijning4 ,in de ruimte en in den tijd aanschouwen we nu de dingen4 ,nemen wij de dingen waar1 zooals ze ons verschijnen1 of zooals ze zijn8 ,wij krijgen alleen verschijningen der dingen4 ,daar ligt een boek voor u4 ,ge krijgt indrukken van witachtig papier1 stevige zwarte letters4 ,dit boek nu1 dat ge waarneemt1 betrekt ge op iets buiten u1 dat de verschijning boek veroorzaakt4 ,hoe dat ding op zichzelf is2 niet voor u8 ,wij weten 't niet4 ,we nemen aan1 dat het er is4 ,maar de kennis ervan ligt buiten onze ervaring4 ,het is een grensbegrip4 ,zoo spoedig we zoover zijn1 dat we het begrip vormen van het ding1 niet zooals voor ns bestaat1 maar zooals het voor zich bestaat en op zich zelve is1 zijn we aan de grenzen van het rijk der ervaring1 en willen we meer van dit begrip zeggen1 dan gaan we buiten ons bereik4 ,we hebben dus alleen onze ervaringen van verschijningen4 ,maar1 men houde wel in 't oog1 dat deze niet hetzelfde zijn als schijn4 ,hierin ligt allereerst het verschil van ,kant met de echte idealisten4 ,de ,eleaten hadden ook van het zijnde en een wereld der verschijningen gesproken4 ,het zijnde konden wij aanschouwen noch kennen1 en wat wij waarnamen was schijn1 doxa4 7,i1 pag4 #ca74 ,uitdrukkelijk wijst ,kant er op1 dat zijn leer niet met dit idealisme mag gelijk gesteld worden4 ,de verschijningen zijn geen schijn1 maar werkelijkheid4 ,het boek dat ge ziet1 is een verschijning1 maar een realiteit1 die er niets minder werkelijk om wordt1 dat ze de verschijning is van een niet nader te kennen op zich zelf staand ding4 ,het ,kantiaansch begrip van verschijning onderscheide men dus wel van het physische4 ,een natuurkundige noemt de regenboog bijv4 een verschijnsel1 omdat hij als zoodanig niet bestaat3 het verschijnsel ontstaat door de lichtbreking der zonnestralen in de waterdropjes4 ,werkelijkheid zijn voor den natuurkundige aethertrillingen van het licht1 de waterdroppeltjes4 ,maar die droppeltjes zijn voor ,kant k verschijning1 verschijning van een op zichzelf staand ding4 ,voor ,kant bestaan dus3 #a4 ,de dingen op zichzelf1 grond van de door ons te kennen verschijningen4 #b4 ,de verschijningen4 #c4 ,onze voorstellingen van die verschijningen1 opgevat naar onzen aard4 ,we zouden dit schematisch dus kunnen voorstellen3 ,x 7ding op zich zelf7 ,y 7verschijning7 ,z 7onze voorstelling74 ,van de verhouding van ,x tot ,y kunnen we niets zeggen4 ,de verhouding van ,y tot ,z te onderzoeken1 is juist de taak der kennisleer3 we hebben gezien1 dat ,z ontstaat door de inwerking van ,y op een waarnemend subject1 dat die inwerking op egen wijze ontvangt4 ,allereerst door alle waarneming in ruimte en tijd geordend op te nemen4 ,maar ook op andere manier nog4 ,hoe1 zien we in de volgende 4 ,opmerking4 ,kant gebruikt graag vreemde1 moeilijke termen4 ,om het overzicht te vergemakkelijken1 is in het voorgaande dit gedeelte zoo eenvoudig mogelijk weergegeven4 ,wij vatten het nu kortelings samen in ,kant's terminologie4 ,het eerste gedeelte der ,kritiek der ,zuivere ,rede is de transcendentale aesthetiek1 de waarnemingsleer naar de logische wetten4 ,kant gebruikt hier transcendentaal1 wel te onderscheiden van het later te bezigen transcendent4 ,aesthetiek wordt hier in zijn eerste beteekenis genomen3 niet in die van schoonheidsleer4 7,aisthnomai ik neem waar74 ,de transcendentale aesthetiek leert1 dat ruimte en tijd aprioristische aanschouwingsvormen zijn van het waarnemende ,subject4 ,wij nemen de verschijningen waar3 ons is alleen gegeven de phenomenale wereld4 7,gr4 phainomai verschijnen74 ,onttrokken aan onze waarneming blijve de dinge an sich1 de achter de verschijning liggende noumenale wereld4 #f4 ,verstand en ,zinnelijkheid4 ,kategorien4 ,wij leerden in deel ,i ,berkeley kennen4 ,locke had als drager van een aantal kwaliteiten1 als daaraan te gronde liggend substraat een zelfstandigheid1 een groote ,x1 aangenomen4 ,berkeley had critiek uitgeoefend op dat substantiebegrip en het verklaard voor niet noodig en inconsequent4 ,hij was1 de stoffelijke wereld ontkennend1 gekomen tot z'n3 zijn is waargenomen worden4 ,is dat waar1 dan bestaat iets voor den mensch1 zoolang hij 't waarneemt4 ,dit boek bestaat dus niet voor u1 als ge uit de kamer gaat1 als ge uw oogen sluit en 't niet in de hand houdt1 enz4 ,maar het normale menschenverstand is toch wel overtuigd1 dt het boek blijft bestaan4 ,locke had het substantiebegrip gemaakt tot het substantieprobleem4 ,berkeley had het voor de zinnelijke substanties doen verdwijnen1 door de substanties te ontkennen4 ,hume1 dit voortzettend op geestelijk gebied1 had ons bewustzijn als een steeds wisselenden stroom van impressies en ideen beschouwd1 en de geestelijke substantie ontkend4 ,tegelijkertijd had de groote ,schotsche denker een nieuw probleem ontdekt3 het causaliteits-probleem4 ,helder had hij ingezien3 dat de waarneming ons nooit meer geeft dan feiten1 nimmer het noodzakelijk verband daartusschen4 ,kant stond ook voor deze feiten en vragen1 en aan hunne oplossing wijdt hij een der moeilijkste gedeelten van zijn onderzoek4 ,zijn oplossing in 't kort gezegd is deze3 ,de zinnelijkheid geeft ons waarnemingen4 ,voor de wetenschap krijgen deze eerst beteekenis wanneer het verstand er ervaringen van maakt4 ,het verstand doet dat1 door de aanschouwingen in bepaalde vormen op te vatten4 ,die vormen vr de ervaring1 zijn aprioristisch4 ,zij heeten kategorien4 ,de belangrijkste daarvan zijn substantie en causaliteit4 ,de door ons verkregen1 tijdelijk en ruimtelijk geordende gewaarwordingen kunnen nu1 doordat ze passen in een kategorie1 b4v4 die van causaliteit of substantie1 tot wetenschappelijke kennis worden4 ,lichten we dit nader toe4 ,daar ligt een steen1 waarop de zon schijnt4 ,ik voel den steen4 ,hij is warm4 ,ik zeg nu1 de steen is warm1 de zon beschijnt hem4 ,dat is een waarnemingsoordeel4 ,maar nu zeg ik3 de zon verwarmt den steen4 ,dat is een ervaring4 ,ik deel nu niet twee feiten mee1 zooals eerst1 los en op zich zelf staande1 maar een algemeene1 noodzakelijke waarheid4 ,zij geldt ook voor morgen en overmorgen1 voor ,nederland en ,belgi als voor ,rusland4 ,ik ben overtuigd dat 't moet4 ,ervaringsoordeelen nu vormen de eigenlijke wetenschap4 ,de zinnelijkheid geeft mij niet dat algemeen1 noodzakelijk geldende4 ,die biedt mij niets dan gewaarwordingen1 tijdelijk en ruimtelijk geordend4 ,het is mijn verstand1 dat die gewaarwordingen opvat in bepaalde vormen4 ,de zinnelijkheid had hare aprioristische aanschouwingsvormen3 tijd en ruimte4 ,het verstand heeft zijne aprioristische begrippen1 vormen1 waarin alle kennis gebracht wordt4 ,die vormen1 die zuivere verstandsbegrippen1 heeten kategorien4 ,zonder aanschouwingen zijn zij leeg1 gelijk zonder hen deze laatste blind zijn4 ,trachten we nog een heel eenvoudig1 aanschouwelijk beeld te vinden1 om dit toe te lichten4 ,de expeditiezaal van een groot postkantoor4 ,door vele poorten komen brieven in1 uit de bus aan 't hoofdkantoor1 uit de bussen in de stad1 uit de bijkantoren4 ,die brieven hebben alle een adres4 ,dit maakt het mogelijk1 hen te behandelen4 ,zonder adres weet men er geen raad mee4 ,nu zijn er verschillende loketten en vakken1 waarin ten slotte alle brieven terecht komen4 ,die vakjes zijn er al1 maar hun beteekenis1 hun dienst blijkt eerst1 als er de brieven in komen4 ,anders zijn ze leeg4 ,en de brieven kunnen pas verzonden worden als ze in de afdeelingen zijn1 zijn ze daarin niet1 dan zijn ze ongeordend4 ,wanneer de treinenloop anders was1 wanneer er andere communicatiemiddelen waren1 zou zoo'n zaal er heel anders kunnen uitzien1 maar n heeft ze z'n indeeling en alle brieven komen z ingedeeld terecht6 ,maar we zouden ons kunnen voorstellen1 dat in een anders ingerichte zaal heel wat anders uit die brieven zou worden4 ,brengen we deze beeldspraak over4 ,onze zinnen voeren ons gewaarwordingen toe reeds van een adres voorzien4 ,ze zijn al tijdelijk geordend en daar de tijd aprioristisch is1 is er al een element priori in onze aanschouwingen4 ,dat element nu maakt het mogelijk1 om de aanschouwingen onder te brengen in de aprioristische vakjes1 ze te rangschikken onder de verstandsbegrippen4 ,onze geest heeft nu eenmaal een bepaalde inrichting4 ,we kunnen ons wel denken1 niet voorstellen1 dat een andere geest heel anders zou zijn georganiseerd en dus van dezelfde noumenale wereld een heel anderen indruk zou kunnen krijgen1 evenals in een anders ingerichte zaal de brieven anders zouden terecht komen4 ,dit beeld geeft o4 a4 aanleiding tot n groot gevaar3 dat men meent1 dat er een opvolgend proces plaats vindt1 dat achtereenvolgens verschillende bewerkingen plaats vinden en dat de vakjes1 de verstandsbegrippen a4 h4 w4 klaar staan en men zich van hun bestaan helder bewust zou zijn1 zooals men ook de vakjes in onze zaal ziet staan4 ,dit is niet zoo4 ,wij kunnen onze ervaringen ontleden in elementen1 maar zij blijven een geheel4 ,er is niet een oogenblik1 dat we alleen nog maar gewaarwordingen hebben zonder ruimte en tijd1 dan nog maar alleen aanschouwingen1 die nog niet onder verstandsbegrippen ondergebracht zijn4 ,hier zou men met een ander beeld kunnen zeggen3 als wij vloeistof putten uit een vat1 brengen wij den vorm mee1 maar zoo spoedig we iets hebben1 hebben we de stof ook in den vorm van het ding1 waarmee wij scheppen4 ,inhoud en vorm zijn gelijkertijd gegeven4 ,ook moeten we niet meenen1 dat die verstandsbegrippen ons helder voor den geest staan4 ,zooals iemand altijd kan hebben geademd met zijn longen1 zonder ooit van zijn longen gehoord te hebben1 zoo kan iemand ook altijd zijn verstandsbegrippen aanwenden1 zonder ze zich bewust te maken4 ,ook de kategorien moeten dus vooral niet verward worden met de ingeboren begrippen1 zij zijn geen bezit van den geest1 geen bewustzijnsinhoud1 maar de werkwijze1 de organisatievorm van ons bewustzijn4 ,en dit laatste nu maakt het juist zoo moeilijk antwoord te geven op die vraag3 welke zijn dan die kategorien8 ,over welke zuivere verstandsbegrippen beschikken we8 ,het denken staat dus hier voor de moeilijke opgave1 zichzelf tot voorwerp van onderzoek te maken en te letten op die dingen1 die hem 't meest gewoon zijn1 wijl altijd weer aan gebruikt zonder extra inspanning4 7,met veel eenvoudiger dingen gaat dat gewoonlijk al zoo4 ,dat iets een eigenaardige gewoonte is in zekeren levenskring1 merkt men soms pas1 als men uit dien kring komt en andere ziet4 ,zoo herinner ik me nog een jong meisje van #af jaar1 dat met groote verbazing hoorde1 dat er ook menschen waren1 die nog niet eens f #bj4jjj hadden47 ,kant heeft1 om de kategorien te vinden1 den empirischen weg verlaten en heeft een kunstig stelsel van kategorien opgebouwd4 ,vrijwel algemeen wordt het gekunstelde hiervan erkend4 ,gevoegelijk slaan we dit dus over4 ,we zagen nu1 dat er kategorien zijn1 en dat alle waarnemingen volgens de kategorien opgenomen worden4 ,ervaring s er dus eerst door de kategorien3 zij maken de ervaring1 en omdat zij dat doen1 gelden zij voor de ervaring4 ,waarom kunnen we van te voren zeggen1 dat alle brieven hun plaats zullen vinden en z en niet anders verdeeld worden8 ,omdat die indeeling ligt aan de vakjes1 niet aan de brieven4 ,en nu kunnen we komen tot de groote stelling van ,kant3 dat de dingen zich richten naar ons1 en wij ons niet richten naar de dingen4 ,ziehier het tegendeel1 van wat tot dusver geleerd was4 ,de dingen1 op ons inwerkend1 geven afdrukken in onze ziel1 onze kennis is een weerspiegeling dier dingen4 ,kant zegt3 neen1 wij maken de dingen z1 als ze zijn1 ons bewustzijn is niet bloot ontvangend en lijdelijk3 het is actief1 het heeft spontaneteit4 ,kant heeft zichzelven dan ook met ,copernicus vergeleken4 ,deze had1 tegen den zinnelijken schijn in1 geleerd1 dat de aarde zich om de zon bewoog4 ,kant leerde1 dat de dingen zich schikten naar den mensch1 niet de mensch naar de dingen4 ,hoe kan men nu de waarnemingen1 die tot de zinnen behooren1 rangschikken onder de kategorien8 ,is er iets gemeenschappelijks8 ,waarom kan ik een tafelbord onder den cirkel rangschikken3 het is rond4 ,hebben de waarnemingen nu ook een kenmerk1 dat eveneens de kategorien toekomt8 ,ja6 ,in elke waarneming is iets tijdelijks1 dus iets aprioristisch4 ,zeer vernuftig wordt nu aangetoond1 dat elke kategorie ook overeenkomt met iets tijdelijks4 7,de kategorie-veelheid b4v4 is na elkander komen van een eenheid3 #d is #a #a #a #a2 veelheid en eenheid hooren tot het schema van de tijdrij74 ,de tijd is het gemeenschappelijke3 ,uit deze schema's nu worden weer de zuivere verstandsregelen afgeleid1 welke aan onze wetenschappelijke natuurkennis ten grondslag liggen4 ,er zijn dus evengoed aprioristische oordeelen voor de natuurwetenschap als voor de wiskunde4 ,een dier beginselen b4v4 is3 ,bij alle wisseling der verschijnselen blijft de substantie onveranderd4 ,kant ziet in de substanties iets blijvends1 dat noch verminderd noch vermeerderd wordt4 ,zelfs in het vuur gaat niets te loor4 ,dit beginsel past--desnoods zonder er zich rekenschap van te geven--de natuurkundige altijd toe4 ,hang bijv4 aan den arm eener balans een magneet en daaraan ijzervijlsel4 ,maak evenwicht4 ,verbrand het ijzervijlsel4 ,de balans slaat door4 ,het blijkt dat het ijzervijlsel zwaarder is geworden4 ,nu zegt de natuurkundige3 bij dat ijzervijlsel is wat gekomen3 het is zwaarder4 ,hij weet thans1 dat dit de zuurstof uit de lucht is1 die zich met het ijzervijlsel heeft verbonden4 ,de stof blijft en wordt niet vermeerderd4 ,zet een schaaltje water in een kamer en weeg het precies of meet het4 ,kom er na een poos bij4 ,er is minder water4 ,de natuurkundige is overtuigd1 dat er niet maar zoo water is verdwenen4 ,hij neemt aan1 dat dit water ergens is gebleven4 ,waar8 ,het is uiterst fijn verdeeld in de lucht4 ,er is een gedeelte verdampt4 ,wij zien dus1 dat ,kant hier een aprioristisch substantie-begrip aanneemt1 dat voor hem de substantie het blijvende is4 ,eveneens beschouwt hij het causaliteitsbeginsel als aprioristisch4 ,met ,hume erkent hij ten volle1 dat het niet gegeven is in de waarneming der feiten1 maar1 zegt ,kant1 het is een grondstelling van het zuiver verstand1 dat alles geschiedt naar de wet van oorzaak en werking4 ,dat wij dus1 als wij ,a en ,b oorzaak en gevolg achten1 het optreden van ,a veronderstellen1 als wij ,b zien en omgekeerd1 ,b verwachten1 als wij ,a zien1 schrijft ,kant niet toe aan een door gewenning1 door associatie ontstane verwachting1 zooals ,hume doet1 maar hij acht dit een der regelen1 waarnaar wij ervaren4 ,ge komt op een avond in uw kamer en het gas is aan4 ,nu twijfelt ge er niet aan1 of iemand moet de gaskraan opengezet hebben en de lamp aangestoken4 ,stel1 dat uw huisgenooten het zouden willen ontkennen1 dan zoudt ge zeggen3 maar het gas is toch p en met onweerstaanbaarheid moet ge aannemen1 dat iemand1 wie dan ook1 het1 op welke wijze dan ook1 opgestoken heeft4 ,ge ziet ,b en ge veronderstelt ,a4 ,ge komt op uwe kamer1 steekt een lucifer aan1 draait de kraan open3 na verwacht ge zeker1 dat het licht op gaat4 ,en doet het dit niet1 dan zoekt ge dadelijk naar de oorzaak3 de hoofdkraan was dicht1 er was lucht in de gaspijp1 er is een lek of zoo iets4 ,a was aanwezig1 ge rekent op ,b4 ,blijft ,b uit1 dan zijt ge overtuigd1 dat er andere omstandigheden1 die er anders nit zijn1 aanwezig zijn4 ,opm4 ,het hier behandelde is de ,,transcendentale ,,analytiek1 die de zuivere verstandsbegrippen opspoort1 zooals de transcendentale aesthetiek de aprioristische aanschouwingsvormen zocht4 ,deze moet aantoonen1 dat er zuivere wiskunde is1 gene1 dat er zuivere verstandsbeginselen zijn voor de natuurwetenschap4 ,kant behandelt eerst de begrippen3 de kategorien1 waarvan hij er twaalf 7#d #c7 aanneemt4 ,daarna wijst hij in de ,,deductie aan1 waarom die kategorien passen voor de werkelijkheid ook buiten ons4 ,zij maken de ervaring1 door haar algemeen-geldig en noodwendig karakter te onderscheiden van de waarneming4 ,de waarnemingen passen in de ,,schema',s en door hen kunnen de kategorien op deze worden aangewend4 ,na het transcendentale schematisme van het verstand1 behandelt ,kant de grondstellingen van het zuivere verstand1 waarvan wij twee noemden1 die behooren tot de groep van analogien der ervaring4 #g4 ,ziel1 ,wereld en ,god4 ,nemen wij een sluitrede4 ,alle metalen zijn smeltbaar4 ,goud is een metaal4 ,goud is smeltbaar4 ,het laatste oordeel grondt zich op de beide eerste4 ,maar nu kan ik ook weer vragen3 hoe kom ik aan het eerste en tweede oordeel8 ,en als ik dat aangewezen heb1 kan ik weer verder vragen4 ,kan ik zoo eindeloos doorgaan8 ,neen6 ,ik wil ten slotte komen tot iets dat vaststaat1 iets1 dat de eerste schakel is in mijn keten van conclusies4 ,als zoodanige vind ik nu3 ziel1 wereld1 ,god4 ,deze begrippen zijn onafhankelijk1 niet betrekkelijk1 maar volstrekt2 niet onvolledig1 maar volledig4 ,zij vereenigen alle ervaringen in een eenheid4 ,zinnelijkheid deed ons waarnemen1 het verstand gaf ons onze ervaringen1 het is de rede1 die ons tot deze hoogste eenheden voert1 door ,kant ideen genoemd4 ,alles1 wat wij waarnemen en ervaren1 betrekken wij op een ik1 als het waarnemend en ervarend subject4 ,dit ik is het redebegrip der ziel4 ,alles1 wat ik waarneem in1 ervaar van de natuur1 beschouw ik als een deel van een al-omvattend geheel4 ,dit geheel is de wereld4 ,dat l1 de wereld1 wordt aangezien voor het werk van een allerhoogste ,rede4 ,zoo kom ik tot de derde ,idee3 ,god4 ,deze ideen echter zijn niet in de ervaring gegeven3 ze liggen buiten de grenzen van het kenbare4 ,ze lokken ons wel1 leiden ons op den weg naar onderzoek en hebben als zoodanig waarde1 maar ze stellen onze ervaring niet samen1 zooals de verstandsbegrippen4 ,het is verkeerd om te meenen1 dat wij kennis kunnen hebben van de objecten1 die met hen overeenkomen4 ,het is een waan1 7waaraan velen zich overgeven71 dat dit kan1 en uit dien waan zijn drie zuivere wetenschappen ontsprongen4 ,op de idee der ziel heeft men de ,,rationalistische ,,zielkunde willen opbouwen4 ,kant echter kent alleen zielkunde1 op ervaring gebouwd1 op onderzoek van de gegevens van het bewustzijn berustend4 ,de onstoffelijkheid1 de eenheid en daarmee de onsterfelijkheid der ziel kan niet bewezen1 doch ook niet wederlegd worden4 ,dit is een groot voordeel1 want de zekerheid voor de onsterfelijkheid der ziel wordt ons wel anderwege gegeven4 7zie pag4 #de v4v474 ,de ,,leer ,,der ,,wereld berust op de idee wereld4 ,wanneer men over die wereld1 over den kosmos gaat handelen1 verstrikt het verstand in tegenstellingen4 ,men kan dan evengoed bewijzen1 dat de wereld een begin1 als dat zij geen begin moet hebben gehad2 dat zij ruimtelijk zoowel onbegrensd als begrensd kan zijn1 dat alle samengestelde zelfstandigheden uit enkele deeltjes bestaan1 alsook dat er niets enkels is in de wereld4 ,er is vrijheid1 d4 w4 z4 er zijn verschijningen1 die niet volgens de wet der causaliteit kunnen verklaard worden2 daar staat tegenover3 er is geene vrijheid1 maar alles geschiedt met noodwendigheid naar natuurwetten4 ,kant behandelt die tegenstellingen ook en tracht ze op te lossen4 ,merkwaardig is1 wat hij zegt van de laatste4 ,de mensch is burger van twee werelden3 als verschijning is hij onderworpen aan de natuurwetten1 als ding an sich is hij vrij4 ,in de phaenomenale wereld heerscht alleen causaliteit naar natuurwetten4 ,in de intelligibele wereld is de mensch vrij4 ,in zijn causaal bepaald karakter1 zooals dat in de phaenomenale wereld uitkomt1 weerspiegelt zich echter zijn intelligibel karakter en daarom ook is hij verantwoordelijk4 ,op de idee ,god berust de ,,speculatieve ,,theologie1 die eveneens door ,kant wordt verworpen4 ,geen der drie bewijzen voor het bestaan van ,god acht hij houdbaar4 ,allereerst verwerpt hij het door hem met onderscheiding behandelde bewijs1 dat ,gods bestaan uit de doelmatigheid der wereld afleidt4 ,het physisch-theleologisch bewijs is o4 a4 daarom niet houdbaar1 wijl het alleen maar verklaren kan dat de bouwmeester van het heelal zeer machtig en wijs1 niet almachtig en alwijs kan geweest zijn4 ,het kosmologisch bewijs stelt ,god als de eerste oorzaak4 ,maar omdat wij een eerste oorzaak willen aannemen1 ja1 bijna moeten1 om tot eenheid van kennis te geraken1 daarom mogen wij aan die hypothetisch gestelde oorzaak1 die buiten de grenzen der ervaring ligt1 geen werkelijk bestaan toekennen4 ,het ontologische bewijs 7,deel ,i1 pag4 #ahi71 dat uit het begrip ,god zijn bestaan afleidt1 wordt verworpen1 wijl het bestaan niet tot de kenmerken van een begrip behoort4 ,honderd werkelijke daalders bevatten niets meer dan honderd gedachte4 ,het bestaan zegt hoe een ding zich tot onze kennis verhoudt1 het moet bij een begrip gevoegd worden en dan krijgt men een oordeel1 waarin een bestaan wordt uitgesproken4 ,uit ,god als begrip kan ik niet zijn bestaan halen4 ,ik moet dan zeggen3 ,god is4 ,in het begrip ,god zijn dan echter geen meer kenmerken gekomen1 het is als bestaande gezet geponeerd4 ,zoo is dus de speculatieve theologie ook afgebroken4 ,het voordeel is ook weer hier1 dat daarmee meteen aan de godloochening het wapen uit de hand is geslagen4 ,men kan ook niet bewijzen1 dat ,god er niet is4 ,er is dus plaats voor geloof4 ,en gelft men eenmaal aan ,god1 dn kan de speculatieve idee het ,godsbegrip louteren en zuiveren1 en daaruit alle elementen verwijderen1 die er niet in hooren4 ,opm4 ,dit gedeelte behandelt ,kant in de transcendentale ,,dialectiek1 die dus den schijn moet behandelen1 niet de waan1 die individueel is en f door slordig waarnemen f slordig nadenken ontstaat1 maar de waan in den mensch1 die natuurlijker wijze ontstaat4 ,de rede ontwerpt hier begrippen1 die wij ideen kunnen noemen4 ,zij zijn niet konstitutief1 maar regulatief4 ,drie dezer ideen zijn er3 ziel1 wereld1 ,god4 ,deze ideen liggen buiten het gebied der ervaring3 ze zijn transcendent 7wel te onderscheiden van transcendentaal1 wat ,kant zelf helaas niet altijd heeft gedaan74 ,door deze transcendente ideen als objecten voor kennis te behandelen1 heeft men de rationeele psychologie1 kosmologie en theologie gekregen4 ,de eerste brengt tot alogische redeneeringen1 tot paralogismen1 de tweede tot de vier beroemde antinomin1 waarin these en antithese beide gerechtigd schijnen1 de derde tot de drie1 niet houdbare bewijzen voor 't ,godsbestaan4 ,overblikken wij nu de kritiek der zuivere rede4 ,onze zinnelijkheid geeft ons waarnemingen1 door de aanschouwingsvormen van ruimte en tijd1 die aprioristisch zijn1 geordend4 ,ons verstand voegt de waarnemingen onder de kategorien door middel der schema's4 ,zuivere wiskunde is mogelijk en ontleent haar algemeen geldig en volstrekt karakter aan de aprioriteit van tijd en ruimte4 ,uit de aprioriteit der kategorien volgen enkele aprioristische grondregels1 waarnaar wij onze ervaring opbouwen4 ,de dingen schikken zich naar ons4 ,het substantie- en causaliteitsbegrip zijn hier het voornaamste4 ,gaan wij de ervaring overschrijden1 dan brengt de rede ons tot de ideen van ziel1 wereld en ,god1 die ons verborgen blijven en geen eigenlijk voorwerp van kennis zijn4 ,het zijn grensbegrippen4 ,onze kennis1 die dit eerst wordt1 als we ervaringen 7geen waarnemingen7 hebben1 blijft beperkt tot de wereld der verschijnselen4 ,de achter de phaenomenale wereld gelegen noumenale wereld blijft ons verborgen4 ,we weten alleen dat ze bestaat4 ,we moeten ons hoeden voor de dwaling1 verschijning als schijn op te vatten4 ,ook de verschijningswereld is werkelijk4 ,opm4 ,we geven hier nog een kort schema4 ,,kritiek ,,der ,,zuivere ,,rede4 ,transcendentale ,transcendentale ,transcendentale aesthetiek4 analytik4 dialectiek4 -- -- -- ,ruimte en tijd4 ,kategorien4 ,de redebegrippen of ,ideen4 ,aprioristische ,zuivere -- aanschouwingsvormen4 verstandsbegrippen4 ,phaenomena4 -- ,ziel4 ,noumena4 ,deductie4 ,paralogismen der psychologie4 ,ding an sich4 -- ,wereld4 ,transcendentaal ,antinomin4 7theses en schematisme van 't antitheses7 der verstand4 rationeele kosmologie4 ,grondstellingen van 't ,god4 verstand4 7o4 a4 analogien der ervaring47 ,de substantie blijft4 ,de drie bewijzen der speculatieve theologie4 ,causaliteit4 ,,hoofdstuk ,,iii4 ,,practische ,,filosofie4 #h4 ,zedeleer4 ,evenals in de kennisleer heeft ,kant in de zedeleer ook een ontwikkelingsgang van jaren doorgemaakt1 voor hij tot de vaststaande opvattingen van de kritiek der practische rede 7#aghh7 kwam4 ,aanvankelijk oefende ,wolff grooten invloed4 ,later maakten de ,engelsche moraalfilosofen1 7,shaftesburry1 ,i1 pag4 #cji7 en ,rousseau grooten indruk4 ,ten slotte bouwde ook hier de denker een eigen trotschen bouw1 die de tijdgenooten nog meer imponeerde1 dan zijn theorie der kennis4 ,hij vertoont daarmee groote overeenkomst4 ,de kritiek der zuivere rede zoekt aprioristische beginselen te vinden1 ook wel transcendentale of formeele genoemd1 die ten grondslag lagen aan de kennis van wiskunde1 natuurwetenschap en metafysica4 ,die beginselen waren als vorm scherp onderscheiden van den inhoud der waarnemingen en ervaringen4 ,op het gebied der ethiek nu zocht ,kant ook naar een zuiver beginsel1 naar een vorm1 waaronder zich alle zedelijk voorschrift laat brengen4 ,niet een nieuw beginsel1 maar een nieuwe formule der zedelijkheid wordt in de ,kritiek der ,practische ,rede opgesteld4 ,autonomie4 ,de vorm van ons willen wordt ons niet opgedrongen1 maar voorgeschreven4 ,de wet voor den wil is geen natuurwet1 die zegt dat dit en dat zoo s en niet anders kn1 maar dat dit en dat zoo behrt4 ,de wet echter stamt uit onze practische rede evengoed a priori als de natuurwet uit de zuivere4 ,zooals daar het verstand de natuur de wetten voorschrijft1 zoo hier ook4 ,daarom is ,kant's zedeleer ,,autonoom3 niemand anders1 niets anders schrijft ons de zedewet voor4 ,wijl autonoom1 kan de zedeleer niet berusten op ,gods wil1 niet op den lust1 niet op het algemeene welzijn4 ,verworpen worden dus de moraalsystemen1 die uitgaan van ,goddelijk gebod1 van den lust 7hedonisme71 van het meegevoel1 van de sympathie1 7zie ,i1 pag4 #hd en pag4 #cbc74 ,niet op den wil van een ander1 niet op den lust 7waarvoor ieder al genoeg uit zichzelf zorgt1 en dat dus niet voorgeschreven behoeft te worden7 niet op de sympathie1 d4 i4 op den onvasten bodem van het gevoel1 kan de zedeleer berusten1 die in haar opperste beginsel van absolute geldigheid voor ieder en voor allen tijd is4 ,de goede wil4 ,er is ook maar n ding te waardeeren3 den goeden wil4 ,alle z4g4 goede dingen kunnen verkeerd aangewend worden4 ,dapperheid1 een deugd1 kan door boozen wil verkeerd worden aangewend2 evenzeer verstand1 bekwaamheid1 enz4 ,waar het dus bij de zedelijke beoordeeling op aankomt1 is niet de verrichte daad1 maar de wil die voorzat4 ,niets in of zelfs buiten de wereld is te denken1 wat onbeperkt als goed geacht kan worden1 dan de goede wil4 ,legaal en moraal4 ,er zijn daden1 die op zichzelf niet zijn af te keuren1 maar die eigenlijk toch geen voorwerp van zedelijke waardeering zijn4 ,de koopman1 die zijn klanten eerlijk behandelt1 om de klandisie niet te verliezen1 de werkman1 die zijn plicht stipt vervult1 om niet ontslagen te worden1 zij handelen beiden wettig1 legaal4 ,wij waardeeren deze handelwijze1 maar vinden ze niet zedelijk-goed4 7,natuurlijk ook niet kwaad67 ,men kan ook uit neiging1 uit gevoel1 uit sympathie1 uit welwillendheid1 den arme weldoen1 den vriend bijstaan1 uit eerzucht zich beijveren4 ,maar ook dit is nog legaal4 ,slechts wanneer men iets doet1 dat men zijn plicht acht1 zelfs tgen zijn neiging in1 dan wordt de handeling moreel4 ,de zedewet te gehoorzamen uit plichtbesef1 dat is de ware zedelijkheid4 ,rigorisme4 ,op deze laatste onderscheiding 7v4g4 ook ,i1 pag4 #adb7 is veelvuldig aanmerking gemaakt4 ,men heeft over 't geheel gemeend1 dat ,kant aan de goede handeling uit neiging en sympathie te weinig waarde toeschreef4 ,het is zeer goed mogelijk1 dat men iemand bijstaat1 zoowel uit plichtbesef als uit sympathie4 ,schiller1 die overigens niet tegenover ,kant stond1 drukte dit uit in zijn bekend versje3 ,gaarne dien ik den vriend1 doch ik doe het helaas nog met neiging4 ,en daarom kwelt het mij vaak1 dat ik de deugd niet bezit4 ,daar is geen andere raad3 probeer het1 hem te verachten1 ,en doe met afschuw dan1 wat de plicht u gebiedt4 ,maar vragen wij nu3 wat schrijft de plicht1 in wiens opvolging alleen ware zedelijkheid ligt en wiens formule uit ons zelf stamt1 dan voor8 ,het antwoord daarop geeft de kategorische imperatief4 ,handel zoo1 dat het richtsnoer van w wl tegelijk als voorschrift voor een algemeene wetgeving kan gelden4 #b ,telkens1 wanneer er dus een bepaalde daad verricht dient te worden en wij twijfelen1 of ze goed is1 kunnen wij vragen3 ,wanneer ieder naar mijn beginsel handelde1 wat zou er dan van de menschheid worden8 ,nemen we maar n practisch voorbeeld4 ,wij kunnen ons geen samenleving voorstellen zonder vertrouwen2 bestond dit niet1 alle beschaving1 alle maatschappelijk samenleven hield op4 ,vertrouwen schenden is dus verkeerd1 omdat onmogelijk gewenscht kan worden1 dat iedereen dit doet4 ,deze stelregel is de ,,kategorische ,,imperatief van ,kant4 ,een imperatief is het1 omdat de regel gebiedend optreedt1 objectief geldig is 7imperare gebieden74 ,een imperatief moet onderscheiden worden van een maxime1 een subjectieve meening van een bepaald individu4 ,kategorisch is de imperatief1 omdat ze niet aan voorwaarden gebonden is1 maar algemeen geldig4 ,ze staat tegenover de hypothetische imperatief 7als ge dokter wilt worden1 moet ge in de medicijnen studeeren7 die een gebod behelst1 dat slechts onder bepaalde voorwaarden geldt4 ,de toepassing van den kategorischen imperatief op de verschillende levensomstandigheden hangt van vele omstandigheden af4 ,hij is dus een algemeen1 a4 h4 w4 ledig beginsel1 maar kan in een andere formuleering wat concreter kleur bekomen4 ,die formuleering hangt samen met de onderscheiding van doel en middel4 ,men kan nl4 onderscheiden1 dingen1 die middel zijn1 7bijv4 voedsel1 kleeding1 woning1 kunstgenot71 en die door andere te vervangen zijn en eerst van beteekenis worden1 als ze tot iemands behoeve worden aangewend1 en dingen en personen1 die doel zijn1 die geen prijs hebben1 maar waarde4 ,dit zijn bijv4 de zedelijke gezindheid en de mensch4 ,zedelijkheid en de menschheid1 voorzooverre zij geschikt is1 zedelijkheid te hebben1 zijn het eenige wat waarde heeft4 ,en hieruit vloeit een andere formuleering van den kategorischen imperatief4 ,handel zoo1 dat gij de menschheid1 zoowel in uw eigen persoon als in den persoon van ieder ander immer tegelijk als doel1 nooit bloot als middel beschouwt4 ,een werkgever mag dus zijn werknemers niet bloot als middelen1 om zijn zaak te drijven1 beschouwen1 een veldheer zijn soldaten niet als kanonnenvleesch en meer niet1 aanzien4 ,in hoeverre hebben we nu1 ons zelven en de menschheid als doel beschouwend1 te letten op eigen zedelijke volmaking1 op het geluk van anderen6 ,bij sommige systemen staat het eene1 bij andere het laatste meer op den voorgrond4 ,ook hier treedt ,kant1 als in de kennisleer1 overbruggend op4 ,maak eigen volkomenheid en anderer geluk tot doel van uw handelingen4 ,een ander kan ik niet volkomen maken3 de volkomenheid bestaat in de gezindheid en die kan ik een ander niet schenken4 ,eigen geluk te verzorgen is geen zedelijke plicht1 dat streef ik van zelf al na4 ,wij hebben dus plichten tegen ons zelven 7volmaking van lichamelijke en geestelijke kracht7 en tegenover anderen 7hulpbetoon74 ,medelijden als gevoel verwerpt ,kant3 het is een vermeerdering van lijden2 wat hij eischt1 is medelijden als daad1 de klaarstaande hulpvaardigheid4 ,de vriendschap wordt zeer hoog geacht1 in haar is evenwicht van achting en genegenheid4 7,voor de groote1 ook zedelijke beteekenis van het huwelijk had ,kant weinig oog74 ,vatten wij het gezegde kort samen1 dan krijgen wij3 ,er is een aprioristisch formeel ethisch beginsel1 niet steunend op iemand of iets anders4 ,het verstand geeft zichzelf de wet3 onze zedeleer is autonoom4 ,dat zuivere zedelijk beginsel is de kategorische imperatief4 ,waarachtig zedelijk1 moreel1 handelt alleen1 wie zijn plicht doet tegen zijn neiging in4 ,legaal handelt hij1 die uit neiging of uit nuttigheidsoogpunt handelt4 ,voorwerp van zedelijke waardeering is alleen de goede wil4 ,de kategorische imperatief eischt1 dat wij onze persoonlijke zedelijke inzichten1 onze maximen z stellen1 dat zij algemeene objectieve zedelijke beginselen kunnen zijn2 dat wij nooit eenig mensch alleen als middel behandelen4 ,de bijzondere plichten zijn plichten tegen ons zelven 7eigen volmaking7 en anderen 7hun geluk74 #i4 ,theologie4 ,kant had de speculatieve theologie verlaten4 ,de idee ,god was een waan gebleken1 een wel natuurlijkerwijze ontstaan idee1 maar desniettemin een grensbegrip1 onze ervaring te boven gaand4 ,de bewijzen voor het bestaan ,gods waren gewogen en te licht gevonden4 ,verdween daarmee ook het geloof aan ,god8 ,en was1 met de afbraak der rationeele psychologie ook het geloof aan 's menschen onsterfelijkheid vernietigd8 ,neen4 ,noch het geloof aan ,god1 noch dat aan vrijheid en onsterfelijkheid was te loor gegaan4 ,als geloof waren zij behouden4 ,waarop bouwde zich dat8 ,had het grond8 ,ja1 die was te vinden in het zedelijk bewustzijn6 ,wij geven ons zelven de wet1 dus vrij zijn wij4 ,onomstootelijk vast staat de zedewet4 ,en van dat feit uitgaande1 weet de mensch zich burger van een intelligibele wereld1 waar vrijheid heerscht4 ,met de zuivere rede bewijs ik die vrijheid niet1 maar als postulaat vloeit ze onmiddellijk voort uit de praktische rede1 die ons de zedewet oplegt4 ,in de kennisleer is aangetoond1 dat het aannemen der vrijheid niet tgen de rede strijdt4 ,daar is de ruimte gemaakt voor de postulaten1 die de practische rede stelt4 ,en kunnen wij ons geen aanschouwelijke voorstelling maken van de andere wereld1 wij mogen toch een andere causaliteit veronderstellen voor de wereld der dingen an sich4 ,het geloof ,,aan ,,de ,,onsterfelijkheid ,,der ,,ziel is eveneens een postulaat der practische rede4 ,wat eischt de zedewet8 ,dat wij er volkomen naar zullen handelen4 ,maar in dit korte leven vindt die volkomen overeenstemming tusschen wet en leven niet plaats4 ,zoo hopen wij op een voortdurend bestaan1 opdat wij hoe langer hoe meer het zedelijk ideaal zullen kunnen naderen4 ,eveneens zijn we gerechtigd1 en dit is het derde postulaat1 aan ,god te gelooven4 ,deugd en gelukzaligheid moeten samengaan1 maar in dit leven zien wij dit dikwijls anders4 ,zoo moeten wij aannemen1 dat alleen een l-wijs1 l-goed1 l-machtig wezen1 dat de zedelijke wereld regeert1 dat de natuur geschapen heeft1 recht zal doen en de juiste verhouding zal herstellen4 ,op het zedelijk zelfbewustzijn bouwt ,kant dus de drie groote religieuze beginselen1 die hij steeds aanhing3 vrijheid1 onsterfelijkheid1 ,god4 ,niet op den godsdienst berust de moraal1 zooals zoo dikwijls geleerd was4 ,ook hier keert ,kant om4 ,aan de zekerheid van de zedewet en aan hare majesteit ontspringt ons geloof4 ,hoe is nu de verhouding tot de geopenbaarde religies8 ,de inhoud der eigenlijke religie valt samen met die der moraal4 ,de rede heeft nu na te gaan1 welke van de bijzondere toevoegselen1 die de bestaande historische godsdiensten voegen bij het zuivere redegeloof1 te rechtvaardigen zijn4 ,daarbij mag men niets van te voren aannemen1 noch verwerpen4 ,kant zelf waardeert den bijbel zeer hoog en tracht vele christelijke leerstukken een wijsgeerige beteekenis te geven1 bijv4 den zondenval1 de wedergeboorte1 de ,christusidee1 de kerk4 ,veel meer1 dan de denkers der aufklrung1 weet ,kant de historische roeping der kerk te waardeeren4 ,zij was het werktuig om de zuivere religie in hare vormen te verbreiden4 ,het wonderengeloof acht hij tegen de wetten der ervaring en niet noodig voor onze zedelijke verheffing4 ,voor den theoloog als geleerde eischt ,kant vrijheid--op den kansel heeft hij de gebruikelijke symbolen1 waarin de waarheid zich hult1 te eerbiedigen4 #aj4 ,staats-rechtsleer4 ,opvoedingsleer4 ,de zedewet eischt de gezindheid1 het recht1 de wet van den ,staat vraagt niet meer dan de handeling4 ,degene1 die de wet overtreedt1 ontvangt straf4 ,deze wordt niet gegeven1 opdat niet gezondigd wordt1 noch tot verbetering der misdadigers1 maar als vergelding3 ieder moet dt krijgen1 wat hij verdient4 ,den besten regeeringsvorm acht ,kant1 die zoowel den ,amerikaanschen vrijheidsoorlog als de ,fransche revolutie met groote belangstelling volgde1 en democratisch gezind was1 een constitutioneele monarchie4 ,de wetgevende macht hoort bij het volk1 de uitvoerende bij den koning1 de rechtspraak bij door het volk gekozen rechters4 ,erfelijke adel behoort er niet te zijn4 ,vrijheid van gedachtenuiting bevordert het algemeen welzijn4 ,men mag met grond hopen1 dat de menschheid vooruitgaat1 zoowel in zedelijk als in verstandelijk en technisch opzicht4 ,geloofde men niet aan dien vooruitgang1 dan zou men zijn plicht1 aan dezen mede te werken1 niet kunnen vervullen4 ,ook de ervaring spreekt er voor4 ,wel schijnen de steeds meer gehoorde klachten over den achteruitgang van het menschelijk geslacht daar tegen in te gaan1 maar deze bewijzen slechts1 dat de menschheid haar ideaal hooger heeft leeren stellen4 ,er is dus hoop1 dat de menschheid meer en meer den toestand van eeuwigen vrede nadert4 ,dit is het doel der geschiedenis3 uit den noodstaat tot den redestaat 7,vernunftstaat7 te komen4 ,eigenbaat1 die zekerheid wenscht voor handel en verkeer1 werkt samen met de ontwikkeling van het zedelijk bewustzijn4 ,scheidsgerecht zal misschien eenmaal den oorlog vervangen4 ,dit optimisme voor de toekomst maakte ,kant niet blind voor de vele gebreken van den mensch zooals die nu is en zoo sterk treden die soms in 't licht1 dat men wel in ,kant een voorlooper van 't pessimisme heeft willen zien4 ,over opvoeding heeft ,kant hier en daar meeningen geuit1 terwijl er ook een verzameling van aanteekeningen bestaat over dit onderwerp4 ,het is belangrijk er op te wijzen1 dat hij de tegenvoeter is van ,locke--,rousseau en ,basedow ten opzichte der zedelijke opvoeding4 ,absoluut is hij er tegen1 om de voorschriften der zedeleer door belooning aanlokkelijk te maken1 om door 't opwekken van 't eergevoel een naijver tot zedelijke inspanning te voeren1 om door de gevolgen af te schrikken van de ondeugd4 ,het kind moet langzamerhand bewust worden van het zedelijk grondbeginsel1 dat hij in verschillende omstandigheden ziet toegepast4 ,men moet het kind over bijzondere gevallen doen nadenken4 ,de natuurlijke straf van ,rousseau laat het kind opkomen voor de gevolgen van zijn daad4 ,kant wil1 dat het de schande1 niet de schade van zijn ondeugd inzie4 ,evenmin is hij er voor1 sterk op het gevoel van het kind te werken4 ,door gewenning en intooming moet het kind gedisciplineerd worden1 als voorbereiding voor de eigenlijke wilsopvoeding4 ,ondanks dit diepe theoretische verschil1 had ,kant groote sympathie voor ,basedow's inrichting te ,dessau1 die hij als een proefschool beschouwde4 ,die sympathie hing ook hiermee samen1 dat ,kant weinig voordeel ziet in het oprichten van scholen door den staat en de vorsten2 deze zullen met hun onderricht geen algemeen-menschelijke vorming nastreven1 geen wereldburgers kweeken1 maar slechts eigen bizondere doeleinden najagen4 ,de stichting van scholen is beter toevertrouwd aan weldenkende1 verlichte menschen4 ,dat ,kant1 die door een verstandige levenswijze zich zelf bij zwak lichaamsgestel vrij gezond had weten te houden1 de lichamelijke opvoeding niet ongenegen is1 behoeft nauwelijks vermelding2 evenmin dat de denker1 die op de ontwikkeling der rede zoo grooten nadruk lei1 zich ergerde aan een vormendienst kweekend godsdienstonderwijs1 dat veel onbegrepens liet van buiten leeren4 ,,hoofdstuk ,,iv4 ,,slot4 #aa4 ,schoonheidsleer4 ,de leer van het schoone 7daar ,kant aesthetica gebruikt in den zin van waarnemingsleer1 is het beter hier het woord aesthetica te vermijden7 wordt in de derde critiek behandeld1 die in indeeling zooveel overeenkomst met de eerste vertoont1 dat de stof geperst wordt in ondoelmatige vormen4 ,de critiek der zuivere rede behandelde hoofdzakelijk de werking van 't verstand4 ,die der practische rede ziet1 met haar zedeleer1 op den wil4 ,de critiek der oordeelskracht betrekt1 met hare behandeling van het schoone1 ook het gevoel in den kring der ,kant'sche onderzoekingen4 ,ook ten opzichte van het schoone neemt ,kant een standpunt in tusschen empirisme en rationalisme4 ,voor de ,engelschen 7,burke1 ,i1 pag4 #cbd7 was het mooie een zinnelijk welgevallen geweest4 ,baumgarten 7,i1 pag4 #ceg71 uit de school van ,wolff1 had het schoone gelegen geacht in het ding1 het schoonheidsgevoel als een lagere1 minder heldere kennis beschouwd4 ,ook hier weer toont ,kant de werkzaamheid van het waarnemende subject aan4 ,het schoone is niet gelijk met het ware1 dat een voorwerp van kennis is4 ,het schoone wordt ook niet begeerd1 vanwege zijn nuttigheid of zijn zedelijke waarde1 zooals nuttige en goede dingen1 maar het wordt beschouwd4 ,het schoone wordt niet1 als aangename spijze of drank zinnelijk genoten1 het wordt niet practisch gebruikt4 ,het schoone behaagt ons dus1 bevalt ons1 zonder dat wij er belang bij hebben1 het wekt een belangeloos welgevallen4 ,dat welgevallen ontstaat1 als wij1 bij de waarneming van eenig voorwerp1 fantasie en verstand in evenwicht kunnen laten werken4 ,waar wij iets gemakkelijk opvatten1 is het voor ons doelmatig4 ,zien wij bijv4 een mooie figuur1 wier lijnen wij zonder moeite volgen1 dan past dat aan bij onze opmerkzaamheid2 zonder dat die figuur een doel heeft1 en wij het doel er van vragen1 is er toch iets doelmatigs in1 voor ns4 ,de aanschouwende mensch maakt de schoonheid en het is juister te zeggen1 dat iets schoon gevonden wordt1 dan dat iets schoon is4 ,om iets schoons voort te brengen1 moet men over meer gaven beschikken dan om het te genieten4 ,hiervoor is alleen smaak noodig1 voor het eerste genie4 ,zeer mooie opmerkingen geeft ,kant over het genie 7voorzoover hij1 in afwijking van het huidige spraakgebruik1 daaronder niet het wetenschappelijk1 maar alleen het artistiek genie verstaat74 ,genialiteit is een gelukkige aanleg1 waardoor de natuur de kunst regels geeft4 ,het genie is oorspronkelijk1 scheppend3 zijn werken kunnen tot navolging opwekken1 zij kunnen niet nagebootst worden4 ,de waarachtige kunstenaar is gansch onderscheiden van den werkman3 die kan bepaalde voorschriften geven en naar vastgestelde regels handelen4 ,anders het genie4 ,hoe het genie zijn product voortbrengt1 kan hij zelf niet beschrijven of wetenschappelijk aantoonen1 daarom heeft hij het ook niet in zijn macht1 zijn scheppingen naar welgevallen en planmatig uit te denken en anderen dit in zoodanige voorschriften mede te deelen1 dat zij daardoor in staat zijn1 dergelijke producten voort te brengen4 ,met deze opvatting van het genie staat ,kant midden in zijn tijd1 die de beteekenis der scheppende fantasie1 der individueele begaving voor de kunst in helder licht had gesteld2 een tijd ook1 waarvoor genie soms ging beteekenen een mensch1 met een zich ook in de levenspractijk uitlevende1 ongebonden fantasie1 met een zucht om de schoonheid ook in het leven te zoeken en te verwerkelijken1 op van het burgerlijke fatsoen ver afliggende paden4 ,te onderscheiden van het schoone is het ,,verhevene4 ,dit kan f door zijn grootheid1 of door zijn geweld1 zijn kracht tot ons spreken 7mathematische en dynamische verhevenheid74 ,de laatste brengt ons in de stemming1 waarvan de dichter zegt3 ,betoovrend blijkt natuur1 ook als zij daagt ten strijde4 ,de blik bewondert1 schoon hij beeft4 ,aardbevingen1 overstroomingen1 stormen1 kunnen dien invloed hebben4 ,in het gevoel voor het verhevene ligt iets neerdrukkends3 de mensch gevoelt zijn eigen kleinheid4 ,maar tegelijkertijd ziet hij er iets in van de oneindigheid1 die nergens waar te nemen is4 ,niet met het verstand1 maar met de rede komt de fantasie nu in samenwerking2 de oneindigheid immers is een rede-idee4 ,terwijl wij ons dus eerst als zinnelijke mensch klein gevoelen1 worden wij weer opgeheven als rede-wezens4 ,het gevoel voor het komische1 eveneens verwant met1 maar onderscheiden van dat voor het schoone1 ontstaat wanneer een gespannen verwachting plotseling in niet overgaat #c4 ,zoo worden we als 't ware voortdurend opgewonden en loopen plotseling af4 ,veel gewicht hecht ,kant aan de hiermee gepaard gaande lichamelijke gewaarwordingen1 die ons krachtiger levensgevoel geven4 #ab4 ,kant's invloed4 ,kant's invloed is overweldigend geweest4 ,aanvankelijk begrepen zijn tijdgenooten hem niet4 ,niet tot een bepaalde partij behoorende1 meende ieder in hem een vijand1 zonder meer te zien4 ,reinhold zegt daaromtrent in zijn brieven over de ,kantiaansche ,wijsbegeerte1 dat ieder hem voor een vijand aanzag3 de dogmatici voor een scepticus1 die alle zekerheid van 't weten ondergroef1 de sceptici voor iemand1 die een nieuw dogmatisch systeem wou opbouwen1 de spiritualisten voor een materialist1 de materialisten voor een spiritualist1 enz4 ,lang duurde die miskenning niet4 ,op verschillende wijzen werkte ,kant4 ,zijn schoonheidsleer trok den grooten denker ,schiller1 en door dezen raakte ook ,goethe met ,kant bekend4 ,schiller heeft ,kant's leer van het schoone verder ontwikkeld4 ,reinhold 7#ageh-ahbc7 heeft door zijn brieven veel gedaan tot populariseering der ,kantiaansche wijsbegeerte4 ,gedeeltelijk afwijkende leer verkondigde ,maimon1 die zich met ongelooflijke moeite 7hij was een ,poolsche ,jood7 tot zoo'n hoogte had opgewerkt1 dat ,kant zei1 dat niemand als hij zoo goed de hoofdzaak had verstaan4 ,weldra werd aan alle universiteiten bijna het criticisme geleerd en leeraren1 die zich tegen ,kant verzetten1 werden van geliefde en geachte meesters vergeten grootheden4 ,van heinde en ver kwam men naar ,koningsbergen om ,kant te zien en te hooren4 ,enkele uitdrukkingen kunnen aantoonen1 welk een invloed men hem toeschreef4 ,mendelssohn sprak van den alles vernietigenden ,kant en ,jean ,paul riep in geestdrift uit1 dat ,kant met zijn zedeleer gn licht had doen opgaan1 maar zlf een glanzend zonnesysteem was4 ,ook in ons land vond de ,kantiaansche wijsbegeerte belangstelling4 ,als aanhanger daarvan deed zich kennen ,kinker 7#agfd-ahde71 een geestig schrijver1 die van #ahag-ahcj hoogleeraar in de ,hollandsche taal aan de universiteit te ,leuven was4 ,over hem als wijsgeer heeft ,prof4 v4 d4 ,wijck uitvoerig gehandeld4 ,de ,kantiaansche wijsbegeerte werd bestreden en het oude ,christelijk geloof gehandhaafd door den dichter ,rhijnvis ,feith 7#agec-ahbd71 die in #ahjf3 ,brieven aan ,sophie over den geest van de ,kantiaansche wijsbegeerte schreef1 welke door ,kinker in een vinnig geschrift3 ,brieven van ,sophie aan ,feith1 beantwoord werden4 ,het verdere verloop der waardeering blijkt uit het vervolg4 ,,tweede ,,afdeeling4 ,,de ,,tijd ,,van ,,de ,,speculatieve ,,wijsbegeerte4 #ac4 ,voorloopige opmerkingen4 ,na ,kant is er veel leven in de ,duitsche wijsbegeerte4 ,er worden groote systemen gebouwd4 ,zooals in de staatkunde in het begin der #ai;de eeuw ieder jaar haast een nieuwe politieke indeeling ontstond1 zoo kwam in de wijsbegeerte met elk jaar bijna een nieuw stelsel4 ,duitschland is het leidende land in het eerste gedeelte der #ai;de eeuw4 ,daar valt de letterkundige bloei gedeeltelijk nog samen met de wijsgeerige1 de wederopleving van het ,duitsche nationaal gevoel wordt mee bevorderd door de denkers4 ,jena is een belangrijke stad geworden4 ,daar ontmoeten elkaar denkers en dichters4 ,daar wonen allerlei bekende figuren uit de ,duitsche literatuur4 ,daar voert men zware gesprekken1 is men bezig omver te halen en weer op te bouwen4 ,daar is het brandpunt van het romantisme4 ,wat wil de romantiek8 ,het is moeilijk1 om een zoo veelsoortig zich uitlevende beweging kort te teekenen1 beweging1 die niet alleen1 niet allereerst van wijsgeerigen aard is4 #d ,zij is een zich uit den tijd van gewoel en drukte1 terugtrekken op het eigen zelf1 niet echter1 om dit in aandachtige beschouwing te vergeestelijken en te verdiepen1 zooals de mystici der middeleeuwen1 maar om dit te openbaren in de kunst1 om dit uit te leven in de artistieke scheppingen1 vooral der letterkunde4 ,ver boven het leven van allen dag1 boven de kleine burgermenschjes denkt zich de geniale kunstenaar verheven1 niet gebonden door de eischen van de heerschende moraal1 noch veel minder door die van het fatsoen4 ,de nuchtere tijd der aufklrung wijkt nu ten volle4 ,het bezadigde verstand1 dat geen diepten kent1 wijkt voor een krachtig stroomend gevoel1 dat steeds meer opborrelt4 ,het verplaatst den mensch als in een andere wereld4 ,de werkelijkheid wordt gezien onder schemer van geheimzinnigheid4 ,sprookjespozie ontstaat en de romans zijn vol van geheimzinnige verhalen1 avontuurlijke gebeurtenissen4 ,de oogen gaan open voor de schoonheid van een manenacht2 voor de stemming1 die het ,duitsche woud kan geven1 wordt het hart gevoelig4 ,het vaderland met al zijn herinneringen spreekt tot de verbeelding3 de historische roman ontstaat4 #e ,de ,schlegels1 ,tieck1 ,novalis1 zijn de mannen der romantiek1 ,schelling is hun wijsgeer4 ,vertoont de filosofie veel overeenkomst met die richting1 het is toch minder juist om de filosofie uit de eerste #dj jaren van de #ai;de eeuw die der romantiek te noemen4 ,hegel1 de grootste denker uit dien tijd1 is geen dwepend romanticus als ,schelling4 ,beter spreekt men van de speculatieve filosofie4 ,wat zijn hare kenmerken8 ,zij knoopt aan bij ,kant's leer3 de lichamelijke wereld is een verschijnsel1 die heenwijst op een absolute werkelijkheid1 de intelligibele wereld4 ,die intelligibele wereld heeft zij te bereiken met het denken3 het zuivere denken moet ons de waarheid brengen4 ,de methode is dus aprioristisch2 een opbouw van stelsels1 die niet op ervaringsgrondslag steunen1 maar van uit het denken geconstrueerd worden1 wordt beproefd4 ,zijn die eenmaal gevonden1 dan heeft men den zin der dingen verstaan1 de werkelijkheid wordt gekend4 ,drie groote speculatieve filosofen zijn er4 ,fichte1 de ethicus1 die 't meest uitgaat naar de zedenleer4 ,schelling1 de kunstenaar1 die kunst als hoogste wijsbegeerte ziet4 ,hegel1 de denker4 ,fichte vormt geen school1 ,schelling vindt geestverwanten1 ,hegel vormt een school1 die op verschillende terreinen werkzaam is4 ,zijn invloed1 hoewel dikwijls niet erkend1 steekt in onzen arbeid1 onze begrippen1 onze problemen4 ,hij heeft zich ingegraven in het geestesleven der eeuw 7,eucken74 ,de school van ,hegel vormt met haar linkerzijde den overgang tot het positivisme in ,duitschland4 ,in ,schopenhauer vindt de romantiek een pessimistischen filosoof4 ,dit gedeelte is genoemd de tijd der speculatieve filosofie4 ,want er waren ook andere1 geenszins onaanzienlijke denkers1 nevens de genoemde4 ,onder hen valt te noemen ,herbart1 die op ziel- en opvoedkundig gebied tot nu nog invloed uitoefent4 ,,hoofdstuk ,v4 ,,fichte4 #ad4 ,leven en ,werken4 ,leven4 ,de eerste der groote denkers uit dit tijdvak is ,johan ,gottlieb ,fichte1 als zoon van arme ouders den #ai ,mei #agfb te ,rammenau in ,silezi geboren2 tengevolge van zijn talent om preeken te onthouden1 door een rijk grondbezitter ontdekt2 door dezen in staat gesteld te studeeren1 en zoo student in ,jena en ,leipzig geworden4 ,uit moeilijke geldelijke omstandigheden geraakt hij1 door huisonderwijzer te ,zurich te worden4 ,hier maakt hij kennis met ,pestalozzi1 den genialen vader der #ai;de-eeuwsche opvoeding en vindt er in de nicht van den dichter ,klopstock zijn aanstaande vrouw1 wier vermogen het hem later mogelijk maakte een eigen haard te stichten4 ,van ,zurich1 waar zijn positie moeilijkheden meebracht--hij hield de ouden elke week de door hen begane opvoedkundige fouten onder de oogen6--vertrok hij naar ,jena1 waar hij kennis maakte met ,kant's wijsbegeerte4 ,wat in vroegeren tijd de lezing van ,descartes werken voor velen was1 dat was die van ,kant's boeken voor ettelijken in deze jaren3 een openbaring4 ,in geestdrift ontstoken voor de grootsche gedachten van den ,koningsberger1 tracht ,fichte hem--hij was op reis naar ,warschau1 waar hij huisonderwijzer hoopte te worden--te spreken en geeft als aanbeveling een in vijf weken ontworpen geschrift3 ,proeve eener critiek van alle openbaring4 ,het geschrift en zijn schrijver bevielen ,kant4 ,deze zorgde voor een uitgever4 ,door een vergissing 7of uit list87 liet de laatste den naam des auteurs weg1 en het publiek dat juist in dien tijd ,kant's godsdienstwijsbegeerte vol spanning verwachtte1 zag het boekje voor ,kant's werk aan4 ,toen de maker bekend was1 was ,fichte in n slag een beroemd man4 ,weldra is hij als opvolger van den naar ,kiel vertrokken ,reinhold professor te ,jena4 ,hier krijgt hij moeite met de geestelijkheid wegens ,zondagsvoordrachten met de studenten1 wier ruwe corpsmanieren hij trachtte te verzachten4 ,in #agii wordt hij wegens een tijdschriftartikel door de ,saksische regeering bij die van ,weimar van athesme beschuldigd4 ,heftig antwoordt ,fichte4 ,hij dreigt1 indien hij in 't ongelijk gesteld wordt1 met ontslag4 ,dat wordt hem nu1 zelfs met ,goethe's toestemming1 gegeven4 ,naar ,berlijn vertrokken1 vindt hij daar wlkom onthaal in den kring van bekende figuren uit de romantiek3 de gebroeders ,schlegel1 ,tieck1 ,schleiermacher4 ,hier houdt hij in #ahjh zijn gloeiende toespraken tot de ,duitsche natie1 waarin hij wederopleving van het ,duitsche land door opvoeding predikte4 ,in #ahaj wordt hij hoogleeraar aan de te ,berlijn opgerichte ,universiteit4 ,zijn plan1 om als veldprediker mee te gaan in den veldtocht van #ahac geeft hij op4 ,toch wordt hij slachtoffer van den oorlog3 zijn vrouw verpleegt gewonden1 hij wordt met koorts besmet en sterft in #ahad4 ,fichte was een schoone1 indrukwekkende1 rusteloos werkende persoonlijkheid1 van groote welsprekendheid en in sommige zijner werken van schitterenden stijl4 ,aan den indruk zijner machtige persoonlijkheid onttrok schier niemand zich4 ,zijn gesternte overstraalde door zijn licht het schijnsel van mannen als ,maimon1 ,beck1 ,reinhold en anderen2 het schitterde naast dat van ,kant met onverflauwden gloed4 ,werken4 ,fichte's werken zijn niet alle van denzelfden aard4 ,sommige zijn meer in drogen1 scholastieken vorm1 andere in vurige taal4 ,na zijn verhuizing naar ,berlijn onderging hij andere invloeden1 hij zag mr van de wereld1 stelde grooter belang in het politieke leven van die dagen1 in den gang der wereldgeschiedenis4 ,men heeft dan ook wel willen beweren1 dat er eigenlijk twee filosofien van ,fichte zijn1 die uit zijn eerste en die uit zijn tweede periode4 ,ongetwijfeld treedt in zijn latere levensjaren de belangstelling voor godsdienstige en praktisch-wijsgeerige vraagstukken meer op den voorgrond4 ,vorschers van den eersten rang 7,kuno ,fischer1 ,falckenberg7 meenen echter in zijn leer wel een ontwikkelingsgang te ontdekken1 maar geen totalen omkeer4 ,in #agid verscheen de ,grondslag der geheele wetenschapsleer4 ,in #agig gaf hij daar nog ,inleidingen op en in #ahjj verscheen3 ,de ,bestemming des menschen4 ,verder zijn te noemen3 ,de ,grondslag van het ,natuurrecht naar de beginselen der ,w4-,l4 7#agif7 en de ,zedeleer naar dezelfde beginselen 7#agih74 ,als eerste lectuur wordt aanbevolen3 7de meeste werken in ,reclams goedkoope uitgaven7 ,de toespraken tot de ,duitsche natie1 ,de bestemming van den mensch1 ,systeem der ,zedenleer en ,feiten van het ,bewustzijn 7#ahaa74 #ae4 ,theoretische filosofie4 ,fichte is een zelfstandige leerling van ,kant4 ,hij heeft niet diens leer nagepraat1 gepopulariseerd of in onderdeelen gewijzigd4 ,hij is van uit het hart dier leer zlf verder gegaan4 ,wat onderscheidde hem van ,kant8 ,deze1 die voor het oudere dogmatische standpunt van ,wolff zijn criticisme in de plaats had gesteld1 had1 door gebrek aan scherpheid en duidelijkheid geen misverstand buitengesloten en was zoo--zij het onwillens--vader geworden eener nieuwe dogmatische school1 die zwoer bij de letter van ,kant4 ,kant had1 door scherpe onderscheidingen en indeelingen1 wel bouwstoffen geleverd voor een systeem1 maar er zelf geen gebouwd2 hij had niet aangewezen1 hoe alles uit n beginsel ontsprong4 ,hij had1 in onze kennis vorm en inhoud onderscheidend1 niet aangewezen1 van waar die inhoud dan kwam4 ,hij had1 zuivere en practische rede elk haar eigen gebied aanwijzend1 nagelaten1 om aan te toonen1 hoe die beide tot n punt waren terug te voeren4 ,fichte ziet zich dus zijn taak alz gesteld3 ,een stelsel te ontwerpen1 dat alles uit n beginsel afleidend1 de zuivere en de practische rede1 de verschillende onderscheidingen van ,kant1 erkent1 maar den laatsten oorsprong zoekt van de door ,kant gegeven vormen en formules en dus nog dieper in ons zijn afdaalt4 ,welk beginsel neemt ,fichte daarvoor aan8 ,tweerlei is mogelijk4 ,men kan zeggen3 onze bewustzijnsinhoud is afspiegeling eener buiten bewuste werkelijkheid en de dingen veroorzaken die afbeelding4 ,dit is het dogmatische of realistische standpunt4 ,en men kan zeggen3 ,wij maken de dingen in zooverre wij eerst kunnen zeggen1 dat een ding er slechts daardoor is1 dat het in het bewustzijn wordt voortgebracht4 ,dit is het absoluut idealisme4 ,welke van de twee beschouwingswijzen men zal aanhangen1 hangt er van af1 wat voor een mensch men is4 ,dit is niet iets1 dat op verstandelijke redeneering berust en dat men aan een ander kan bewijzen4 ,het is een daad1 een wilsuiting4 ,fichte1 de man met den krachtigen wil1 koos de laatste4 ,trouwens1 meent hij1 pleiten er ook meer gronden voor het absoluut idealisme4 ,het realisme toch moet in gebreke blijven1 aan te toonen1 hoe uit het zijn1 voorstellingen ontstaan3 het kan dit niet4 ,het bewustzijn daarentegen is zijn en wel-bewst zijn3 het omvat dus n voorstellen n zijn en derhalve kan het zijn wel uit 't bewustzijn worden verklaard4 ,het eerste beginsel nu vanwaar ,fichte uitgaat is3 het ik zet zich zelf4 ,nooit kunnen we ons iets denken1 of wij moeten er ons zelven bij denken4 ,denk den muur en denk nu1 die den muur denkt4 ,dat zichzelf stellen van het ik is een daad1 een handeling4 ,maar--het ik wordt zich eerst bewust1 dat het ik is1 als het zich een niet-ik tegenover het ik denkt4 ,de tweede grondstelling is dus deze3 ,in het ik zet het ik een niet-ik tegenover zich4 ,deze beide stellingen1 these en antithese1 worden nu in een derde stelling 7synthese7 vereenigd3 ,in het ik zet het ik een deelbaar niet-ik tegenover een deelbaar ik4 ,het ik en niet-ik perken elkaar in4 ,waarom deelbaar8 ,het ik wordt bepaald1 bepaald door het niet-ik1 ondergaat1 lijdt daarvan den invloed en verhoudt zich in zooverre passief4 ,dit is de grondslag der theoretische filosofie4 ,maar het ik zet zich ook bepalend1 beperkend tegenover het niet-ik4 ,dit is de grondslag der practische filosofie en wij zullen zien1 hoe ,fichte1 die de activiteit den voorrang toekende in zijn leer ook aan de practische filosofie het primaat moest geven4 ,in deze drie stellingen nu zijn de grondslagen gegeven voor alle verdere wijsbegeerte4 ,geen enkele filosofie komt boven deze kennis uit1 maar elke grondige filosofie behoort tot haar terug te keeren4 ,wordt het ik zichzelf nu dadelijk bewust1 dat het zich zelven stelt8 ,neen4 ,daarvoor moet zijn werkzaamheid verschillende graden doorloopen4 ,het begint met #a4 een gewaarwording te hebben 7bijv4 van rood1 geur72 #b4 komt tot de aanschouwing1 dat die gewaarwording buiten het bewustzijn bestaat1 #c4 vormt in tijd en ruimte een beeld 7bijv4 roos7 van het aanschouwde1 #d4 brengt dat beeld onder een begrip1 een kategorie1 en daardoor tot staan4 ,er is nu een voorwerp ontstaan1 dat aangezien wordt voor de oorzaak der aanschouwing4 7,nu weet ik het dus1 dat er een roos is1 een object1 dat als oorzaak der aanschouwing is aan te merken74 #e4 ,de oordeelskracht is het vermogen1 om nu een bepaalden inhoud alleen te beschouwen 7bijv4 de kleur7 of iets weg te denken 7bijv4 den geur1 of de grootte74 #f4 ,het hoogste stadium1 de rede1 stelt ons in staat1 om van alle voorwerpen af te zien1 behalve van ons eigen ik4 ,op dit hoogtepunt vindt het ik zichzelf4 ,maar nu kan ook gevraagd worden3 hoe komt het ik er bij1 om zich door een niet-ik te beperken4 ,dat het dit doet1 weet het4 ,dt het ik dus de grond van allen bewustzijnsinhoud is1 weet het1 maar waarom dat niet-ik gesteld8 ,die vraag kan in de theoretische filosofie niet beantwoord worden4 ,zeker1 was er geen niet-ik1 dan zouden wij ook niet tot bewustheid komen van ons ik4 ,het ik wordt door het niet-ik in zichzelf teruggedreven4 ,maar dat er dan geen bewustzijn1 geen wereld zou zijn1 is geen verklaring1 waarom het ik zichzelf beperkt1 inperkt door het niet-ik4 ,wij moeten handelen1 dat is ons wezen4 ,en wij kunnen niet handelen als er niets is1 waarop onze kracht zich kan richten4 ,er moet een voorwerp zijn1 dat die handeling ondergaat1 een tegenstand1 die overwonnen wordt1 een hinderpaal1 die men uit den weg ruimt4 ,daarm is het niet-ik3 om de mogelijkheid tot handelen te schenken4 ,het ik heeft theoretisch tegenover zichzelf het niet-ik geplaatst1 om practisch te kunnen zijn4 ,en ziehier nu onze opgave6 ,de tegenover ons staande wereld moet zoodanig onzen invloed ondervinden1 dat in haar de werkzaamheid van het ik zichtbaar worde4 ,er zijn vele iks1 allemaal uitvloeiselen van het eene1 absolute ,ik3 7de ,godheid1 zegt ,fichte in zijn latere geschriften47 ,waarom heeft deze zich gespleten in de afzonderlijke individun8 ,alleen ook hierom1 dat een individu slechts handelen kan1 bewustzijn en zedelijkheid hebben4 ,het bizondere ik moet er naar streven1 absoluut te worden1 en dus de natuur te overwinnen4 #ae;a4 ,practische filosofie4 ,zedeleer4 ,elke mensch handelt1 streeft1 begeert4 ,richt zich dat handelen op voorwerpen1 zoekt het genot1 dan maakt het zich afhankelijk4 ,de mensch volgt zijn natuurdrift4 ,op deze dient echter een hooger stadium te volgen4 ,de mensch moet komen tot handelen om der wille van het handelen1 hij moet vrij zijn4 ,streeft hij hier niet naar1 blijft hij bij het zinnelijk genieten1 dan doet hij verkeerd4 ,de luiheid is het radicaal kwade4 ,in zijn streven naar de vrijheid staat de mensch nooit stil4 ,elk bereikt punt is weer uitgangspunt voor een verdere tocht4 ,de zedewet is nu deze1 dat elke verrichte daad op den weg ligt1 die naar de vrijheid loopt4 ,ieder afzonderlijke daad moet in eene rij liggen1 die mij naar de geheele geestelijke vrijheid voert4 ,nu kan een ingevolge de natuurdrift ontstane handeling best in die rij liggen4 ,het komt op een juist evenwicht aan tusschen natuur- en vrijheidsdrift4 ,ontstaat dat evenwicht1 dan heb ik een aangenaam gevoel1 sentiment van zelfachting1 en het vermogen1 dit te gevoelen1 is geweten4 ,het is dus onze taak1 onzen plicht te doen1 naar ons geweten te handelen2 ieder in zijn ambt en staat4 ,groote beteekenis voor den vooruitgang van het zedelijk leven kent ,fichte toe aan deugdgenien1 in wie de drift naar vrijheid zeer sterk was1 en die zich ver boven het lagere1 zinnelijke verheffen4 ,deze genien werken als voorbeelden1 de met hen omgaanden beschouwen de kracht1 die van hen uitgaat1 als een wonder4 ,zij worden dan ook dikwijls de godsdienststichters4 ,eveneens komt groote waarde toe aan den omgang van menschen met menschen4 ,alle individuen te zamen hebben slechts n taak3 de verwerkelijking van het ik4 ,daartoe kan elke mensch slechts door den arbeid van zijn eigen persoonlijkheid bijdragen en daarom--niet als doel maar als middel--bekomt de persoonlijkheid waarde4 ,tegelijkertijd echter waardeer ik de ethische werkzaamheid van anderen--zij zijn met mij voor hetzelfde werkzaam4 ,zoo sta ik niet alleen in dienst van de verwerkelijking der ,idee1 van het ik3 er is1 om een kerkelijke term te gebruiken1 een gemeenschap der heiligen4 ,rechtsleer4 ,de zedelijkheid wordt door ,fichte onderscheiden van het recht4 ,dit heeft betrekking op de uiterlijke verhoudingen der menschen en wordt ook weer uit n beginsel afgeleid4 ,de mensch stelt zichzelf als vrij4 ,maar tevens moet hij waarnemen1 dat er ook menschen zijn1 die dit eveneens doen4 ,in hunne vrijheid vindt zijn vrijheid haar grens4 ,zoo is de algemeene rechtsregel3 ,beperk uw vrijheid zoodanig1 dat naast u anderen ook vrij kunnen zijn4 ,in het begrip der persoonlijkheid liggen de oerrechten #f van persoonlijke 7lijfs-7vrijheid1 zekerheid van leven en eigendom4 ,wanneer nu een ander mijne rechten niet eerbiedigt1 moet ik hem dwingen4 ,er is dus dwangrecht4 ,maar om dit in 't werk te kunnen stellen1 moet er een staatsrecht zijn4 ,dit eischt1 dat de burgers elkaar wederkeerig hunne vrijheid waarborgen1 hunne rechten wederkeerig erkennen1 dat er een wetgevende macht is die den wil der gemeenschap tot wet maakt en een uitvoerende1 die voor de toepassing zorgt4 ,huwelijk4 ,in een aanhangsel van het ,natuurrecht behandelt ,fichte het huwelijk1 dat door hem zeer hoog wordt gesteld4 ,de man moet zich de groote liefde der vrouw1 die zonder rest in zijn leven moet opgaan1 waardig maken en betoonen4 ,voor de ongehuwde vrouw moeten alle beroepen openstaan1 verantwoordelijke staatsambten uitgesloten4 ,staat4 ,fichte verlangt van den staat1 dat hij het recht zal verwerkelijken4 ,hij eischt een regeeringsvorm1 waarin de volkssouvereiniteit gehuldigd wordt1 neemt ook geen recht op revolutie aan1 maar wil opzichters 7ephoren7 die zelf niet wetgevend of besturend1 het recht zullen hebben1 den vorst te ontzetten4 ,oorspronkelijk ziet ,fichte in den staat slechts een organisatie1 die het recht verzekert1 en dus het dwangrecht in beweging zet4 ,maar hij erkent ook1 dat het de taak van den staat is1 om te zorgen1 dat ieder eigendom heeft en werken kan4 ,een soort socialistischen staat denkt ,fichte zich dus1 maar toch heeft hij op de ontwikkeling van het moderne socialisme gn invloed gehad3 er zijn in z'n socialisme vele reaktionaire elementen4 ,godsdienst4 ,in zijn latere periode werd ,fichte meer door het religieuze vraagstuk geboeid4 ,de man der nimmer rustende werkzaamheid schrijft in #ahjf een vroom bespiegelend boekje3 ,aanwijzing tot zalig leven4 ,was vroeger voor hem het godsbegrip n met de zedelijke wereld-ordening1 thans is deze de openbaring van een daar achter liggend absolute1 en van dat ,absolute is het ,ik een beeld4 ,de ,geest 7 ,het ,ik7 een beeld ,gods1 de wereld een beeld des geestes4 ,het ware wezen der religie is een allesdoordringende geest van leven1 liefde1 zaligheid4 ,geschiedenis4 ,in de ,geschiedenis ziet ,fichte1 evenals in de ontwikkeling van het denken en van het zedelijk leven1 een opklimming4 ,zij geeft ons eerst een stadium te zien van onschuld1 waarin het zedelijke onbewust uit instinct wordt gedaan4 ,nu komt het tijdperk der beginnende zonde1 waarin de wet als een vreemde1 dwingende macht verschijnt1 die al of niet gehoorzaamd kan worden4 ,hierop volgt de tijd waarin wij leven3 die der voleindigde zondigheid1 waarin willekeur en zelfzucht zonder eenige beperking heerschen1 waarin men tegen alle gezag en waarheid onverschillig is4 ,maar deze tijd heeft toch het goede1 dat de menschheid leert de boeien van autoriteit af te schudden4 ,reeds wijzen enkele teekenen op de nieuwe periode der redewetenschap1 der beginnende rechtvaardigmaking1 waarin het enkel ik zich aan de rede die in het geslacht woont1 onderwerpt4 ,hare voltooing vindt de geschiedenis in het stadium der voleindigde rechtvaardigmaking en heiliging1 de tijd der redekunst4 ,de wil van den enkeling is opgeheven in het leven voor het geslacht1 alle verhoudingen worden met vrijheid overeenkomstig de rede bepaald4 ,fichte is een vurig patriot geweest4 ,in zijn toespraken schildert hij met warmte de groote beteekenis der ,duitschers4 ,dezen hebben ,luther's hervorming1 ,kant's wijsbegeerte1 ,pestalozzi's opvoedkunde voortgebracht4 ,het ,duitsche volk met zijn zin voor vrijheid en zelfstandigheid van geloof1 zal vatbaar zijn voor een opvoeding1 die1 aanwezige kiemen ontwikkelend 7geen opvoeding kan in den mensch brengen1 wat er niet in is7 een geslacht vormt1 dat zich groote doeleinden weet voor te stellen en zich daarvoor op te offeren4 ,tien jaren na zijn dood1 toen de reactie hoogtij vierde in ,duitschland1 werd een herdruk der toespraken verboden6 ,fichte heeft geen eigenlijke school gesticht1 maar toch een enormen invloed uitgeoefend n op de verdere ontwikkeling der speculatieve wijsbegeerte n op het geheele gedachtenleven van ,duitschland4 ,hij was een man van weinige1 maar groote gedachten1 en ook bij dezen was hij in 't ontwerpen grooter dan in 't uitvoeren4 ,echter1 gesteld op een keerpunt van het algemeene leven zoowel als in een kritieken tijd van zijn eigen volk1 vond hij de taak1 de geesten wakker te schudden4 ,met toegewijde trouw heeft hij die taak vervuld4 ,zijn werk1 tegelijk losmakend en bevestigend1 zijn arbeid1 onbuigzaam1 samenhoudend1 stalend1 steeds de diepten des levens toegewend1 hebben onvergetelijke en onvervreemdbare dingen tot stand gebracht4 7,eucken74 ,,hoofdstuk ,,vi4 ,,schelling ,,en ,,zijn ,,geestverwanten4 #af4 ,schelling4 ,schelling is de kunstenaar onder de speculatieve wijsgeeren en de filosoof der romantiek4 ,daarvan getuigt zijn leer1 aan herhaalde wijzigingen--zij 't niet zonder onderling verband--onderhevig en de invloeden vertoonend van tal van vroegere verschillende groote denkers1 7,kant1 ,spinoza1 ,bruno1 ,bhme1 de ,gnostici72--zijn denkmethode1 meer op fantasie dan kritisch onderzoek berustend1 meer op de overeenkomsten dan op de verschillen lettend2--zijn stijl1 soms stijgend tot die der lyrische verrukking4 ,friedrich ,wilhelm ,joseph ,schelling werd #bg ,januari #agge te ,leonberg in ,wurtemberg geboren1 schreef reeds op #ag-;jarigen leeftijd een dissertatie over den zondenval1 was in de gelegenheid in #agif en #agig te ,leipzig natuurstudie te bedrijven1 en gaf in #agig zijn ,ideen over natuurfilosofie uit4 ,in #agih komt3 ,van de wereldziel4 ,hetzelfde jaar ziet hem professor te ,jena1 waar hij een gezien lid is van den kring der romantici4 ,terwijl hij eerst op ,fichte's standpunt gestaan had1 verwijdert hij zich daarvan meer en meer4 ,na #ahjj1 waarin het ,systeem van het transcendentale ,idealisme uitkomt1 begint een nieuwe ontwikkelingsgang1 die der ,identiteitsfilosofie1 waarin de invloed van ,bruno sterk is4 ,in dezen tijd valt zijn vertrek naar ,mnchen1 als algemeen secretaris der ,academie voor beeldende kunsten4 ,in #ahji begint een derde periode1 waarin ,bhme op ,schelling inwerkt en deze zich religieuze vraagstukken toewendt 7,wijsgeerige onderzoekingen over het wezen der menschelijke vrijheid74 ,van nu aan publiceert ,schelling veel minder en stelt de verwachtingen1 die men koesterde1 teleur4 ,na professoraten te ,erlangen en ,mnchen1 komt hij #ahda te ,berlijn1 daarheen door ,koning ,willem ,,iv beroepen als tegenwicht tegen het godsdienstig radicalisme der ,hegelsche linkerzijde4 ,als tegen zijn zin zijn colleges gedrukt worden1 staakt hij die4 ,in #ahed sterft hij in ,bad ,ragaz in ,zwitserland1 nog geheel onverwacht4 ,natuurfilosofie4 ,schelling begon met een aanhanger van ,fichte te zijn1 maar weldra was diens ik1 dat een niet-ik zet1 hem te dor en te leeg1 en voldeed het hem niet meer1 de natuur als een dood voorwerp te behandelen1 dat slechts door het niet-ik is gesteld1 opdat er een te bearbeiden stof zal zijn4 ,hem geldt de natuur als een samenhangend geheel en de natuur1 bij ,fichte de asschepoetster1 wordt bij hem vorstin4 ,zij kan alleen gekend worden1 als zij met den geest gelijksoortig is3 ook de natuur is geest4 ,is dat aangenomen1 dan kan uit het zijn een voorstelling1 uit het object een subject ontstaan1 dan kan verklaard worden1 hoe uit de natuur een ik komt3 beide zijn geest4 ,hoogste ontwikkelingsvorm van de natuur is de mensch en om nu de natuur te leeren kennen1 daalt ,schelling van den mensch af tot de natuur4 ,om het wiskundig uit te drukken3 van natuur tot mensch zou een opklimmende reeks zijn1 van mensch tot natuur een afdalende4 ,de natuur staat dus niet tegenover den geest1 maar is een lager vorm1 de materie is sluimerende geest4 ,op dit beginsel wordt nu een speculatieve natuurleer opgebouwd1 die staat tegenover die van ,boyle en ,newton1 die de klad in de natuurkennis gebracht hebben4 ,het is ook niet noodig1 om de uitkomsten der speculatieve natuurleer aan de ervaring te toetsen3 het geldt het innerlijke der natuur te verstaan4 ,met koene fantasie wijst de denker aan1 hoe de geest uit de natuur ontstaat of juister1 hoe de natuur opstijgt tot den geest4 ,hij weet een schema te ontwerpen1 waarin anorganische stof1 plant en dier plaats vinden en ook de mensch4 ,in deze bereikt de geest zijn hoogtepunt door van kennen en handelen tot de kunst voort te schrijden4 ,zij is het eenig ware en eeuwige orgaan der wijsbegeerte4 ,zij opent den wijsgeer het ,heilige der ,heiligen4 ,daar brandt1 vereend in n vlam1 wat in natuur en geschiedenis gescheiden is4 ,zoo is ,schelling gekomen tot de opvatting1 dat alles eigenlijk pozie is3 het natuurgebeuren een onbewuste pozie4 ,identiteit4 ,natuur en geest waren hetzelfde3 aan beide lag een absoluut iets ten grondslag4 ,dat absolute wordt in ,schelling's tweede periode bepaald als de volkomen gelijkheid1 eenswezendheid van het reele en ideale4 ,geest en lichaam zijn de beide verschijningsvormen van dat eene ,absolute4 ,dit herinnert sterk aan ,spinoza1 wiens wiskundigen vorm ook eerst nagevolgd wordt4 ,dit absolute is nu 't voorwerp der filosofie4 ,de natuurfilosofie1 de beschouwing van den geest worden nu nder de leer van het absolute gebracht4 ,schematisch zou het zoo te zeggen zijn4 ,absolute4 -------------- ,geest ,lichaam4 ,men mag het absolute dus noch geest1 noch lichaam noemen3 het is allebei4 ,ook de afzonderlijke dingen zijn allebei1 doch daarbij is een overwicht naar n zijde4 ,het ,absolute is te formuleeren als ,a ,b2 daar zijn allebei volkomen gelijk4 ,de natuur kan voorgesteld worden door ,a ,b4 ,het objectieve overheerscht4 ,de geest is ,a ,b4 ,hier is ,b1 het subjectieve1 het voornaamste4 ,later heeft ,schelling deze leer1 onder aanknooping aan ,giordano ,bruno1 verder ontwikkeld1 en toegepast zoowel op de natuur als op religie en wetenschap4 ,theologie4 ,er is dus een ,absoluut iets1 geest noch lichaam1 subject noch object4 ,maar nu doet zich een vraag voor1 waarvoor ,schelling zich vooral door een zijner leerlingen zag geplaatst3 ,wt is de grond1 dat het ,absolute zich scheidt8 ,waarom zien wij een wereld van aparte dingen1 die onvolkomen zijn8 ,eigenlijk staat ,schelling hier weer voor de oude vraag naar de oorzaak van het booze4 ,hij neemt een oplossing aan1 die herinnert aan die van ,bhme 7,i #bbf74 ,de grond voor scheiding1 voor 't verkeerde moet in het ,absolute liggen4 ,er bestaat een irrationeel element in de wereld4 ,god kan eerst dan ,god zijn1 als hij zich zelf verwezenlijken kan4 ,het ontstaan der bijzondere dingen is als 't ware een afval1 is de zondenval4 ,de geheele geschiedenis is een terugstreven naar de eenheid1 en de opname der enkeldingen in het ,absolute is de verlossing4 ,langzamerhand dus verdwijnt de macht van het kwade1 het wordt alleen een mogelijkheid1 zooals zij aanvankelijk in ,god was4 ,de werkelijkheid van het kwaad1 die in den vrijen wil des menschen was gelegen1 houdt op4 ,vatten wij de voornaamste punten uit ,schelling's leer op1 dan krijgen wij in drie stadin dit3 ,er is een ik1 en een niet-ik4 ,dat niet-ik is geen doode natuur1 maar ook geest4 ,daarom is1 van uit de natuurfilosofie op te stijgen tot den mensch1 wien in de kunst het heiligdom geopend wordt 7#a74 ,maar aan den mensch en natuur1 ideel en reel1 subject en object1 ligt iets absoluuts te gronde1 waarin die onderscheidingen niet bestaan1 en waaruit geest en natuur voortkomen4 ,dat ,absolute is de identiteit van geest en natuur 7#b74 ,nu kan echter de vraag oprijzen1 hoe uit het ,absolute de enkeldingen kunnen voortkomen en het booze ontstaan3 de grond ligt in een irrationeel element in de godheid1 ,god zelf moet zich ontwikkelen4 ,maar de mensch met zijn vrijheid maakt het mogelijke booze tot werkelijkheid1 die eerst weer verdwijnt1 als1 na voleinding der geschiedenis1 alles weer in het ,absolute wordt opgenomen 7#c74 #ag4 ,schelling's geestverwanten4 ,zonder een eigenlijke school te vormen heeft ,schelling op een groot aantal mannen invloed uitgeoefend die ieder in een bepaalde richting werkzaam waren4 ,zoo is te noemen de natuurfilosoof ,lorenz ,oken 7#aggi-ahea7 die1 uit een oerslijm alles latend opkomen1 het al zich in den mensch zelven laat kennen4 ,de dieren1 onder het zoogdier vertegenwoordigen ieder een zin3 de visch de reuk1 de worm het gevoel1 de vogel het gehoor enz4 ,hij komt tot wonderlijke invallen3 ,de aether is #a in #c1 de andere elementen zijn slechts het drie van den aether1 tezamen #d4 ,de gezichtszenuw is een georganiseerde lichtstraal4 ,okens natuurfilosofie vooral bracht deze wetenschap in minachting bij de natuurvorschers4 ,de lektuur van zijn werken heeft grooten invloed uitgeoefend op ,fechner4 ,de identiteitfilosoof ,wagner 7#agge-ahda7 oefende invloed uit op den ,nederlander ,land4 ,de godsdienstfilosoof ,krause oefende een tijdlang invloed uit in ,belgi1 ,frankrijk en ook in ,spanje4 ,zijn taal is moeilijk4 ,hij voert nieuwe stammen in1 maakt ellenlange woorden4 ,dit maakt de lectuur zwaar4 ,in ,ahrens vond hij een vertaler1 die zijn werken in vloeiend ,fransch overbracht4 ,vandaar de groote invloed in evengenoemde landen4 ,ook in onze literatuur ontmoet men zijn naam een enkele maal4 ,vrijzinnig katholiek verkondigde hij een eigen leer1 waaraan diepte van gevoel wordt toegeschreven4 ,de meest zelfstandige en beteekenendste der geestverwanten van ,schelling is ,schleiermacher4 ,schleiermacher4 ,hij werd #agfh uit een predikantenfamilie te ,breslau geboren1 studeerde theologie1 gaf in #agii zijn ,toespraken over de religie uit1 werd in #ahji prediker en 7na de oprichting der universiteit7 professor te ,berlijn en stierf #ahci4 ,schleiermacher was een man1 die talrijke invloeden op zich liet inwerken1 maar ze tot een levend geheel met een persoonlijk kenmerk wist samen te voegen4 ,hij trachtte zooveel mogelijk uitersten en eenzijdigheid te vermijden1 maar werd daardoor wel eens wat mat4 ,zijn grooten naam dankt hij voornl4 aan zijn theologische werkzaamheid3 de grootste theoloog1 dien het ,protestantisme sedert den ,hervormingstijd had gehad4 7,vorlnder74 ,wij bepalen ons dus hier tot zijn godsdienstwijsbegeerte4 ,schleiermacher1 al wilde hij dit niet met zoovele woorden erkennen1 naderde zeer dicht tot het ,spinozistische panthesme 7,i4 bl4 #bfb74 ,in ,god vallen willen en kunnen1 verstand en wil samen4 ,men moet in ,god niet het persoonlijkheidselement leggen3 dat is het oneindige eindig maken1 dat is een overblijfsel uit mythologische tijden4 ,god heeft nooit zonder de wereld bestaan en in ons en in de dingen kennen wij hem slechts4 ,in den wettelijken gang der wereld grijpt ,god niet door wonderen in4 ,alles geschiedt met noodzakelijkheid4 ,als alle enkeldingen zijn wij slechts toestanden in het leven van het ,al4 ,het gewone onsterfelijkheidsgeloof is weinig vroom1 dat hoopt op een schadeloosstelling in het hiernamaals4 ,vroomheid1 ziedaar de kern van ,schl4 godsdienstwijsbegeerte4 ,zij zetelt noch in het verstand1 noch in den wil1 maar in het gevoel4 ,wij voelen de tegenwoordigheid van het oneindige1 en alle godsdienstige handelingen en voorstellingen bekomen alleen waarde door het religieus gevoel4 ,dat gevoel zelf is een gevoel van afhankelijkheid1 ontsproten uit ons vurig verlangen naar het oneindige1 uit de zucht naar eenwording met ,god4 ,ook voor de zedeleer en de paedagogiek heeft ,schleiermacher beteekenis1 en eindelijk voor de geschiedenis der wijsbegeerte door voortreffelijke ,platovertalingen4 ,,hoofdstuk ,,vii4 ,,hegel ,,en ,,zijn ,,school4 #ah4 ,leven en persoonlijkheid4 ,de meestomvattende en de meest logische onder de groote speculatieve denkers werd #bg ,augustus #aggj uit een ambtenaarsfamilie te ,stuttgart geboren2 studeerde1 tegelijk met ,schelling1 theologie in ,tbingen4 ,klassieke studies trekken hem aan en met zijn vriend1 den dichter ,hlderlin1 deelde hij de bewondering voor de ,grieksche en de ,romeinsche oudheid4 ,ook wijsbegeerte trok zijn belangstelling3 ,kant en ,rousseau werden gelezen4 ,van #agic-'if was hij huisonderwijzer te ,bern1 daarna tot #ahjj te ,frankfort4 ,aanvankelijk was hij een medestander van ,schelling1 en toen ook hij naar het brandpunt der wijsgeerige beweging1 ,jena1 was gekomen1 gaf hij in gemeenschap met dezen een tijdschrift uit4 ,maar te groot het verschil tusschen beiden1 dan dat samengaan op den duur mogelijk was4 ,schelling1 de man van het schitterende1 spelende vernuft1 de snl-wisselende en ongestadig-veranderende1 de verbeeldingrijke kunstenaarsnatuur4 ,hegel1 de man die niet spoedig in beweging kwam1 even onbeholpen in het dagelijksch leven1 als op den katheder1 geen kunstenaarsnatuur maar een intellectualist1 met logische gestrengheid een eenmaal aangenomen beginsel ontwikkelende1 volhardend bouwende1 drdenkend en doordnkend4 ,in zijn gedachtenwereld verdiept1 kon hem de slag bij ,jena1 die het ,pruisische rijk deed wijken voor ,napoleon's veldheersgenie1 nauwelijks belang inboezemen3 in den nacht ervoor had hij zijn ,phaenomenologie van den geest voltooid1 inleiding op zijn latere geschriften en openbaring van eigen standpunt4 ,het slecht bezoldigde buitengewone hoogleeraarsschap is niet houdbaar3 hij gaat als journalist naar ,bamberg1 vandaar in #ahjf naar ,neurenberg1 als rector van een gymnasium4 ,hier geeft hij voorbereidend wijsgeerig onderwijs1 wat gunstig op zijn stijl werkt4 ,in dezen tijd verschijnt zijn logica 7#ahab1 #ahaf74 ,in #ahaf komt hij dan in ,heidelberg als hoogleeraar en geeft in dezen tijd zijn ,encyclopedie uit4 ,zijn laatste jaren brengt ,hegel als professor te ,berlijn door1 waar hij #ad ,nov4 #ahca aan de cholera sterft4 ,in ,berlijn stond ,hegel op het toppunt van zijn roem4 ,man van bewonderenswaardige vlijt en veelomvattend weten gaf hij hier colleges over tal van onderwerpen die hij wijsgeerig behandelde1 aan een geestdriftige bezielde leerlingenschaar1 saamgekomen van heinde en ver1 die geboeid werd1 niet door uiterlijke welsprekendheid1 maar door de geweldige grootschheid van het gebouw1 dat hij voor hen deed oprijzen4 ,dat blijkt nu nog uit zijn geschriften4 ,nog nooit heeft iemand1 die den moeitevollen arbeid ondernam1 aan het onderzoek van ,hegel's geschriften verbonden1 zich aan een gevoel van bewondering kunnen onttrekken voor de architectonische kracht van dezen denker4 7,dr4 ,ritter74 ,ook bij de autoriteiten stond ,hegel in hoog aanzien4 ,toen men zich van ,napoleon bevrijden moest1 hadden de vorsten hunnen volken groote beloften gedaan4 ,maar nu de geweldenaar verjaagd was en de vorsten weer veilig bezit hadden genomen van hun troon1 waren die beloften van volksvrijheden vergeten4 ,reactie op kerkelijk en staatkundig gebied vierde hoogtij4 ,hegel was--gevolg zijner wijsbegeerte--conservatief gezind en zoo stond hij ook bij de leidende staatsmachten in hoog aanzien4 ,men merke wel op1 dat ,hegel conservatief was uit hoofde zijner wijsbegeerte en niet1 om den vorst te believen4 ,na zijn dood gaf eene vereeniging van vrienden van den vereeuwigde zijne werken uit1 waarvan een aantal bewerkt naar de colleges4 ,die werken zijn in een moeilijken1 niet dadelijk te begrijpen stijl geschreven en schrikken1 door het gebruik van een groot aantal kunsttermen nog meer af4 ,toch hebben ze een grooten invloed uitgeoefend op het geestesleven der #ai;de eeuw en ze gaan voort1 dat te doen op de #bjste4 #ai4 ,methode4 ,hegel's systeem is een absoluut idealisme4 ,ook voor hem is al het bestaande geestelijk4 ,het ,absolute is geest1 en tweeheid van zijn en denken moet verworpen worden4 ,zij zijn wezensgelijk1 er is identiteit4 ,maar beslist verwerpt ,hegel de ,schellingsche identiteit1 door hem den nacht genoemd1 waarin alle katten grauw zijn4 ,de natuur staat niet naast het denken1 maar er onder4 ,keert ,hegel dan tot ,fichte terug1 voor wien de natuur slechts bestond1 opdat het ik een object tegenover zich zou hebben1 waarop het zijn krachten kon richten8 ,geenszins4 ,de natuur staat wel onder den geest1 maar zij is niet een dood ding4 ,zij is een deel van het proces der ontwikkeling waarin het ,absolute 7,idee1 ,rede7 voortschrijdt4 ,aanvankelijk is alles in het ,absolute4 ,dit moet een weg1 een langen1 met veel treden opstijgenden weg doorloopen om zich zelf te leeren kennen1 zich zelf te vinden4 ,heeft het dat gedaan1 dan is het doel der ontwikkeling bereikt4 ,in dien weg ligt de natuur4 ,het ,absolute is eerst an-sich1 aan zich4 ,nu komt het buiten zich1 het komt tot anders-zijn4 ,dit is de natuur4 ,daarop stijgt het tot levenden geest1 wiens hoogste trap is het kennen van zich zelf4 ,dan bestaat het ,absolute weer an-sich1 maar ook fr sich1 voor zich zelven4 ,in alles wat er is1 openbaart zich het absolute1 de rede4 ,al het werkelijke is redelijk1 al het redelijke werkelijk4 ,de werkelijkheid is niet van de rede verlaten en de rede niet van de werkelijkheid4 ,hegel staat met ,fichte en ,schelling tegenover ,kant1 in zooverre hij een stelsel1 een systeem geeft1 in zooverre hij zich niet wil bepalen tot kennis der verschijningen4 ,de dingen an sich3 het ,absolute moet gekend worden4 ,uit de gelijkheid van zijn en denken volgt1 dat de wetten van het denken ook voor het zijn gelden4 ,ontwerpt ,hegel dus een logica1 dan is die niet alleen een wetenschap van ons denken4 ,hare formules en indeelingen gelden ook voor de geheele werkelijkheid1 voor het zijn4 ,logica is bij ,hegel meteen metafysica4 ,bij zijn onderzoekingen nu volgt ,hegel de z4g4 dialectische methode4 ,elk begrip vindt zijn begrenzing in zijn ontkenning4 ,maar444 zoo we deze ontkenning weer ontkennen1 komen we tot een nieuw begrip4 ,dit derde begrip omvat de beide voorgaande4 ,deze zijn er in opgeheven en in p-geheven4 ,de tegenspraak is verdwenen1 zij bestaat niet meer1 zij is weg1 opgeheven4 ,dat komt1 omdat beide begrippen onder een nieuw gebracht zijn1 dat rijker is4 ,zij zijn daarin p-geheven4 ,maar dit nieuwe begrip zelf wordt weer uitgangspunt voor een dergelijke redeneering4 ,het dor denkende1 komt men tot zijn negatie4 ,beide zijn dan weer op te heffen in de ontkenning dezer ontkenning4 7,zie het voorbeeld hieronder74 ,schematisch dus3 a -- niet a ------------ ,a -- niet ,a ------------ ,b -- niet ,b ------------ ,c -- niet ,c ------------ ,d enz4 ,zoo bouwt ,hegel een geheel systeem van begrippen1 die dus voor denken en werkelijkheid gelden4 ,er is in zijn dialectische methode eenheid van tegendeelen4 ,hegel's systeem is dus een1 in streng wetenschappelijken vorm gegoten1 logisch stelsel4 ,het is een absoluut1 idealistisch1 identiteits-systeem1 dat een doorgaande ontwikkeling van het ,absolute leert1 dat1 eerst op zich zelf bestaand1 in de natuur anders wordt1 en voortschrijdt tot den geest1 die zich ten slotte zlf herkent1 zoodat het absolute nu ook voor zich bestaat4 ,de wijsbegeerte nu heeft ten taak deze ontwikkeling te schetsen4 ,grootscher taak is haar nooit opgedragen4 ,hegel's groote kennis en bouwend vermogen stelt hem in staat een volledig systeem te ontwerpen van die ontwikkeling4 ,de hoofdlijnen van den plattegrond van dit gebouw geven wij in een schema1 blz4 #hh--hi en we voegen bij enkele belangrijke dingen eenige nadere mededeelingen4 #bj4 ,het systeem4 ,logica4 ,hegel begint dus met de logica1 waarin hij de begrippen ontwerpt1 die het zijn omvatten4 ,hier volgt hij zijn dialectische methode1 waarin alles in zijn tegendeel omslaat4 ,wat is het algemeenste begrip8 ,zijn4 ,maar dit zuivere begrip zijn heeft geen inhoud of hoedanigheid4 ,denken wij het door1 dan komen wij dus tot niet-zijn1 maar1 als het gedacht wordt bestaat het als gedachte en niet-zijn wordt dus zijn4 ,wat is nu het begrip1 dat beiden omspant8 ,het worden4 ,overgang van zijn tot niet zijn1 van niet-zijn tot zijn is worden4 ,de knaap1 die jongeling wordt1 is jongeling en nog niet4 ,in het worden zijn zijn en niet-zijn opgeheven4 ,na de logica volgt de natuurfilosofie1 vrij algemeen als het minst belangrijke en minst oorspronkelijke en geslaagde deel erkend4 ,de algemeene beschouwing is hier1 dat de rede zich zinnelijk voorstelt1 om door de natuur tot den geest te komen4 ,alleen hij1 die in 't buitenland geweest is1 kent het vaderland4 ,de natuur is het land der vreemdelingschap voor de idee1 waarin zij verwijlen moet1 om rijker in 't vaderland terug te keeren4 ,van de natuur komen wij tot den geest1 die zich openbaart als3 subjectieve1 objectieve en absolute geest4 ,het wezen1 de bestemming van den geest is de vrijheid4 ,deze bestemming moet bereikt worden1 de voorhanden aanleg ontwikkeld en verwerkelijkt4 ,dit gebeurt langzamerhand en de geest wordt hoe langer zoo meer onafhankelijk van de natuur4 ,de leer van den subjectieven geest als ziel van een lichaam is de anthropologie1 die handelt over de dingen1 die de geest in zooverre hij met het lichaam is verbonden1 vertoont4 7,onderscheid van ras1 volk1 geslacht1 talent1 geestesziekten1 slapen en waken74 ,hier geeft dus ,hegel1 wat thans voor een gedeelte onder de gewone zielkunde1 voor een ander deel onder de psychiatrie1 voor een derde gedeelte onder de speciale psychologie valt4 ,waarnemen1 herinneren1 denken1 enz4 wordt in de psychologie behandeld4 ,de subjectieve geest is ten slotte tot vrijheidsbewustzijn gekomen en tracht nu die vrijheid te verwezenlijken als objectieve geest in de wereld van recht en zedelijkheid4 ,de leer van den ,,objectieven geest is de schitterendste schepping van ,hegel1 in 't bijzonder dan zijn staatsrecht en zijn wijsbegeerte der geschiedenis4 ,de vrijheid moet werkelijkheid worden4 ,het recht brengt de uitwendige vrijheid1 de moraliteit de innerlijke1 de zedelijkheid beide vereenigend1 de volkomen vrijheid4 ,het recht is oorspronkelijk een verzameling van verboden inperking van den wil4 ,het recht is aleerst eigendomsrecht1 het is het recht der persoonlijkheid1 eigendom te bezitten4 ,zonder eigendom geen persoonlijkheid4 ,in een verdrag treedt die persoonlijkheid tot anderen in verhouding en het strafrecht is de ontkenning van de ontkenning van het recht4 ,onrecht1 negatie van recht is er1 als de bijzondere wil zich verzet tegen den algemeenen4 ,waar de bijzondere wil zich1 door goede gezindheid1 naar den algemeenen voegt1 is moraliteit4 ,deze ligt in het terrein der subjectieve gezindheid4 ,maar de goede gezindheid is niet het hoogste1 er blijft een tegenspraak tusschen bedoeling en uitvoering2 het geweten1 rechter op deze trap over goed en kwaad1 kan falen4 ,ook de tegendeelen legaliteit en moraliteit moeten verzoend worden en dat geschiedt in de zedelijkheid4 ,de zede is een in de gemeenschap heerschende gewoonte1 die door den enkeling niet gevoeld wordt als een van buiten komend gebod1 maar als iets uit eigen wezen voortspruitend4 ,aan de zede dankt dit terrein zijn naam zedelijkheid4 ,allereerst nu wordt het familierecht behandeld 7,huwelijk1 enz47 ,de echt is niet1 als bij ,kant1 een zuivere rechtsverhouding1 noch een bloote aangelegenheid van 't gevoel1 hij is een zedelijke verbintenis4 ,de leer der burgerlijke gezelschappen doet o4 a4 recht wedervaren aan de corporaties van burgers4 ,ook de leer der standen 7die samenhangen met hun beroep3 voortbrengende- nijverheids- en denkende stand7 vindt zijn behandeling4 ,familie en burgerlijke samenleving vinden hunne vereeniging in den staat1 wiens beste regeeringsvorm de grondwettelijke1 erfelijke monarchie is4 ,na ,hobbes heeft misschien geen denker zoo grooten eerbied voor den staat gekoesterd als ,hegel4 ,zooals een staat is1 moet hij op dat oogenblik zijn4 ,evengoed als men van de natuur toegeeft1 dat men haar nemen moet zooals zij is1 moet men dat ook met den staat doen4 ,de ,idee heerscht ook in dit gebied1 ook hier is de werkelijkheid niet van de rede verlaten1 ook hier is het werkelijke redelijk4 ,men moet den staat als historisch geworden beschouwen1 niet wijzer willen zijn dan de rede1 die zich in den staat heeft ontwikkeld4 ,geen wijsbegeerte kon ons leeren1 hoe de wereld zijn moet3 zij komt daarvoor steeds te laat4 ,eerst als de schemering begint1 vangt ,minerva's uil aan te vliegen4 ,de geschiedenis is niet anders dan het proces1 dat de werkelijkheid doorloopt1 om tot den staatsvorm te komen3 ,inderdaad is hier een grandioose opvatting4 ,elk volk is slechts een punt van de lijn1 een ontwikkelingsmoment4 ,groote mannen dienen slechts1 om de ontwikkeling mee te verwezenlijken2 het is de list van de ,rede dat zij hen daarvoor gebruikt1 terwijl zij hun eigen belangen meenen te dienen4 ,maar alles gaat naar het ne3 de vrijheid4 ,bij de ruwe ,oostersche volken acht zich slechts n vrij3 de despoot1 die over allen regeert4 ,in de ,grieksche en ,romeinsche republieken zijn meerderen vrij1 het ,christendom maakt allen vrij4 ,in ieder dezer drie groote perioden zijn weer onderafdeelingen te onderscheiden4 ,in de geschiedenis der ,oostersche volken komt eerst met de ,perzen een waarachtige staat met een despoot4 ,het is de knapenleeftijd der menschheid4 ,griekenland is het land1 waar de menschheid haar jongelingsleeftijd doorloopt in vreugde aan leven en aan schoonheid4 ,maar noch hier1 noch in ,rome is de vrijheid in aller bewustzijn3 er zijn nog slaven4 ,jezus brengt een persoonlijke vrijheid1 de ,germanen een politieke4 ,nu is de menschheid in haar kennende grijsheid1 de tijd der volkomen rijpheid1 waarin de mensch na volending van zijn levensloop in zichzelf terugkeert4 ,van de komst van ,christus tot #ahbj moet de menschheid nog door verschillende stadin3 ,karel de ,groote1 't leenstelsel1 de reformatie1 enz4 #ba4 ,het systeem4 7,vervolg74 ,de absolute geest4 ,subjectieve en objectieve geest vinden weer hunne hooger eenheid in den absoluten geest4 ,in dezen zijn de tegenstellingen van subject en object1 denken en zijn opgeheven4 ,het absolute aanschouwt zich zelf in de kunst1 stelt zich zelf voor in de religie en denkt zich1 begrijpt zich in begrippen1 in de wijsbegeerte4 ,,hegel',s ,,systeem4 ,,logica4 ,,natuurfilosofie4 ,,filosofie ,,van ,,den ,,geest4 --------------------- ------------------------------ ---------------------------------------- ------------ zijn wezen begrip4 mechanica physica organica4 subjectieve geest objectieve geest absolute geest4 7zie hieronder47 ------------------------ ---------------------------------------- ----- -------------------------------- subj4 begrip obj4 begrip4 anthropologie phaenomenologie psychologie4 ,recht ,moraliteit ,zedelijkheid4 -------- ,idee4 ---------------------------------------- -- eigendomsrecht verdragsrecht strafrecht4 ---------------------------------------- familie burgerlijke samenleving staat4 o4a4 o4a4 7huwelijk1 standen1 ,,geschiedenis4 erfrecht1 vereenigingen4 a4 despotische staat opvoeding47 7n vrij oostersch volk74 b4 republiek 7eenigen vrij1 ,grieken en ,romeinen74 c4 const4 erf4 mon41 7allen vrij1 ,germanen74 absolute geest4 ---------------------------------------- -------------------------- kunst religie filosofie4 ---------------------------------------- ----- symbolisch1 klassiek1 romantisch1 van ,eleaten enz4 tot ,hegel6 architectuur1 beeldhouwkunst1 schilderkunst1 muziek4 ---------------------- pozie4 ---------------------------------------- ---------------------------------------- --- natuurreligie subjectieve vrijheid absolute religie4 ------------------------ ------------------------------ 7,chinezen1 ,bramanen1 enz4 ,joden1 ,grieken1 ,romeinen4 7,christendom74 verhevenheid1 schoonheid1 nuttigheid4 ,kunst4 ,de kunst kan zich hoofdzakelijk in drierlei vorm openbaren4 ,eerst symbolisch4 ,dan heeft de vorm de overhand op den inhoud1 op de idee1 die uitgedrukt moet worden4 ,deze wordt slechts vermoed4 ,is er volkomen harmonie van beide1 dan ontstaat vervolgens de klassieke kunst1 die de schoonste is1 maar toch nog onder moet doen voor de derde trap1 de romantische kunst1 waarin de zinnelijke verschijning op den achtergrond treedt en de geestelijke1 innerlijke zijde meer optreedt4 ,elke kunst kan de drie vormen vertoonen1 maar de architectuur is toch in hoofdzaak symbolisch1 de beeldhouwkunst klassiek1 de muziek en schilderkunst romantisch4 ,de pozie is de alles in zich sluitende kunst4 ,godsdienst4 ,op godsdienstig terrein nam ,hegel ook zijn eigen standpunt in4 ,hij verwierp het dogmatisch orthodox geloof1 dat aan de letter vasthield4 ,maar ook het rationalisme bevredigde hem niet en de op gevoelsgronden berustende theologie van ,schleiermacher was hem onaannemelijk4 ,de religie is een zich in beelden voorstellen van het ,absolute4 ,dat begint met de oostersche natuurgodsdiensten1 waarvoor nog weer een lager trap ligt van afgodendienst1 toovenarij4 ,hooger dan de oostersche 7,chineesche1 ,bramaansche1 enz41 die ieder hun eigen kenmerk hebben7 staan de religies der geestelijke persoonlijkheid1 der vrije subjectiviteit1 die van de ,joden 7verhevenheid71 ,grieken 7schoonheid71 ,romeinen 7nuttigheid74 ,de absolute religie van 't ,christendom volgt hierop4 ,de dogma's van het ,christendom laten hunne wijsgeerige verklaring toe4 ,zij zijn allegorisch te interpreteeren4 ,hegel roemt1 dat hij goed ,lutheraan en ,christen is4 ,de menschwording van ,jezus1 zijn zoendood beteekent1 in wijsgeerige spraak overgezet3 ,god gaat in de zondige wereld1 hij negeert zichzelf4 ,de menschwording van ,christus is de zelfnegatie van het ,absolute4 ,de negatie dezer negatie is ,christus' ,lijden1 ,dood en ,opstanding4 ,god was ,god-mensch geweest en wordt weer ,god3 vereenigt daarin zijn god- en mensch zijn4 ,wijsbegeerte4 ,ten slotte blijft er over1 deze ontwikkeling in begrippen te denken3 ,het ,absolute begrijpt zichzelf4 ,dit is filosofie4 ,het begrijpen der geheele ontwikkeling haar taak4 ,ook de filosofie doorloopt stadin4 ,van de ,eleaten af1 die het zijn opstelden1 over ,heraclitus 7worden71 ,atomisten 7an sich zijn71 ,plato1 ,aristoteles 7begrip71 ,cartesius 7bewustzijn71 ,kant-,fichte 7zelfbewustzijn7 loopt de lijn tot ,hegel1 waar het ,absolute zich zelf kent4 ,zijn leer is de sluitsteen der filosofie4 ,elke filosofie is de begripmatige uitdrukking van haar tijd1 treedt als bezinning over den tijd op1 als de tijd rijp is en klaar1 om overwonnen te worden4 ,de uil vliegt als de morgen daagt3 de zelfbezinning begint als een andere tijd aanbreekt4 #bb4 ,hegel's school4 ,toen ,hegel stierf waren er tal van leerlingen1 die den vereerden meester aanhingen4 ,maar weldra zou blijken1 dat niet allen eenstemmig dachten4 ,er kwam een splitsing1 voornamelijk door de verhouding tot den godsdienst teweeggebracht4 ,hegel had gezegd1 dat de religie opgeheven is in de wijsbegeerte1 die wel denzelfden inhoud heeft1 maar zich deze niet voorstelt1 doch hem in begrippen uitdrukt4 ,sommigen nu1 de behoudende richting1 later de rechterzijde genoemd1 legden nadruk op het gelijke van den inhoud3 zij wilden den godsdienst handhaven4 ,anderen daarentegen schonken de meeste aandacht aan den anderen vorm3 zij wenschten de religie op te heffen4 ,zij vormden de radicale vleugel1 later de linkerzijde genoemd4 ,in het bizonder nu gold dit verschil drie kwesties3 ,god1 ,christus1 ,onsterfelijkheid4 ,had ,hegel bijv4 aan een persoonlijke onsterfelijkheid geloofd8 ,had hij een thestisch godsbegrip verkondigd1 een persoonlijken ,god geleerd8 ,of was de rede1 allen menschen gemeen1 slechts het onsterfelijke8 ,was zijn godsbegrip panthestisch8 ,maar ook ten opzichte der wijsbegeerte kon men twee kanten uit4 ,men kon meenen1 dat bij ,hegel haar ontwikkeling was afgesloten1 dat in zijn stelsel het ,absolute zich zelf had herkend4 ,maar men kon ook1 ,hegel's dialectische methode aanvaardend1 de ontwikkeling na hem voortzetten1 tegen hem handelen1 zooals hij zich verhouden had tegenover de hem voorafgaande denkers1 hm opheffen1 zooals hij hn opgeheven had4 ,tusschen die rechter- en linkerzijde nu stond een centrum in4 ,de mannen daarvan hebben zich groote verdiensten verworven4 ,de geschiedenis werd druk door hen beoefend3 van ,hegel hadden zij geleerd1 dat historie iets anders is dan feitenopsomming4 ,zeller verwierf zich groote verdienste voor de geschiedenis der ,grieksche filosofie4 ,de onlangs overleden ,kuno ,fischer1 7geb4 #bc ,juli #ahbd7 schreef de uitvoerige geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte en was langen tijd de roem der ,heidelbergsche universiteit4 ,hij zag in filosofie de geschiedenis der filosofie en wist die zoowel in zijn werken als voordrachten met grootsche lijnen en groote kennis te teekenen4 ,aldus zingt ,liebmann hem toe3 ,dit alles #g leert gij2 luistrende jongrenschaar ,volgt de welsprekendheid1 uwen lippen ontvloeid1 ,zij leert1 verwondert zich1 ziet zich opnieuw ,der menschheid hoogste gedachten verjongen4 ,de zoogenaamde ,hegelsche linkerzijde verdient dien naam niet2 zij is van ,hegel wel uitgegaan1 maar heeft zijn leer verlaten4 ,op ,marx en ,lassalle die er ook toe gerekend worden1 komen we terug in het hoofdstuk over ,socialisme en ,individualisme4 ,hier spreken wij over twee denkers1 die zich vooral op godsdienstig gebied hebben bekend gemaakt4 ,strauss en ,feuerbach4 ,strauss4 ,strauss 7#ahjh-ahgd7 studeerde eerst theologie te ,tbingen1 gaf in #ahce een leven van ,jezus uit1 dat groot opzien baarde en de splitsing in de school bracht4 ,hij ontkent daarin1 dat wij den historischen ,jezus zouden kennen1 wij kennen den ,christus van 't geloof4 ,hij verwerpt echter het dilemma1 waarvoor de orthodoxie hem zou willen plaatsen3 het bijbelverhaal te gelooven of voor bewust verzinsel te houden4 ,hij ziet er mythen in1 waarin in historisch kleed bovenzinnelijke feiten zijn uitgedrukt4 ,niet ,jezus1 maar de zich ontwikkelende menschheid is de god-mensch3 op haar past eerst de idee van deze4 ,dezelfde kritiek1 die hij op de leer van ,jezus toepaste1 oefende hij later uit op de dogma's van het christelijk geloof4 ,verzoening tusschen gelooven en weten wordt verworpen4 ,langen tijd heeft ,strauss zich meer met literairen arbeid bezig gehouden4 ,zoo schreef hij o4 a4 een bekend werk over ,voltaire4 ,op zijn ouden dag1 in #ahgb deed hij de wereld nog eens opzien door zijn werk3 ,het oude en het nieuwe geloof4 ,hij stelt de vraag1 of de beschaafden van dien tijd zich nog ,christenen mogen noemen1 welke vraag ontkennend wordt beantwoord4 ,de beschaafde weet1 dat niet onthouding1 vlieding der wereld en armoede die door het ,christendom worden geleerd1 de hefboomen der beschaving zijn2 maar humaniteit en vooruitgang komen van kunst1 wetenschap1 rijkdom1 productie4 ,wij willen niet als het christendom tweeheid van wereld en ,god1 schepping en schepper1 want1 daar het levensproces begin noch einde heeft1 hebben wij geen ,schepper noodig4 ,maar wordt nu de vraag gesteld of wij nog godsdienst hebben1 dan luidt het antwoord bevestigend4 ,immers1 wij bezitten een gevoel van afhankelijkheid tegen het ,al4 ,dat bewustzijn oefent grooten invloed uit op onze zedelijkheid4 ,het vormt onze religie1 die niet onder de vormen der kerk wordt gebracht4 ,de koude godsdienstvormen bieden niets voor het gevoel en de fantasie4 ,maar door deelneming aan de belangen van staat en menschheid1 door de kunst1 in 't bizonder door de muziek1 verkwikken we onze ziel1 verheffen we ons4 ,zoo keert de oude ,strauss tot de opvatting terug van zijn jeugd3 een eeredienst van 't genie1 door onzen da ,costa geteekend3 ,zie hier uw goden3 ,kunst1 ,kracht en ,industrie6 ,en voorts geen eerdienst meer dan de eerdienst van 't ,genie6 ,feuerbach4 ,ludwig ,feuerbach1 zoon van een zeer beroemd rechtsgeleerde1 broer van een schilder van naam werd #ahjd geboren4 ,aanvankelijk voor theologie studeerende1 brengen ,hegel's colleges hem tot de studie der wijsbegeerte4 ,hegel noemt hij zijnen tweeden vader4 ,in #ahcj geeft hij zijn gedachten over dood en onsterfelijkheid uit4 ,reeds uit dien tijd dateeren de eerste verschijnselen1 die wijzen op een scheiding van ,hegel4 ,nadat hij een poosje in ,erlangen had gedoceerd1 ging hij in ,bruckberg wonen1 waar zijn vrouw aandeel in een fabriek had4 ,hier heeft hij #be jaar gewoond en veel geschreven4 ,in #ahda kwam uit3 ,het wezen van het ,christendom waarin hij wel de dogma's zeer scherp critiseert1 maar zich sympathiek verhoudt tegenover de gevoelens1 waaruit ze ontstaan zijn4 ,langzamerhand ging de fabriek slecht4 ,ten slotte zag ,feuerbach zich genoodzaakt naar een andere plaats te verhuizen1 waar hij al den last van geldzorgen ondervond en verstoken was van wetenschappelijke hulpmiddelen4 ,toen zijn benarde omstandigheden bekend werden1 werd er veel moeite gedaan in en buiten ,duitschland1 om iets voor hem te doen en bij zijn begrafenis in #ahgb bleek1 dat de man1 schijnbaar langen tijd vergeten1 vereerders en vrienden had4 ,een voortreffelijke lijkrede van ,scholl schilderde voor 't eerst de beteekenis van ,feuerbach4 ,ten opzichte der religie leert hij1 dat de mensch ,god maakt4 ,god is het ideaal1 dat wij ons1 buiten ons1 verwezenlijkt denken4 ,in hem leggen wij onze wenschen1 onze hoop1 ons verlangen4 ,wat de mensch looft en prijst is ,god1 wat hij verwerpt is het goddelooze4 ,god is het boek1 in hetwelk de mensch zijn hoogste gevoelens en verlangens geschreven heeft4 ,de hemel van den mensch is een bloemlezing1 ontstaan door eenige uit al de bloemen der wereld te kiezen4 ,zoowel van den hemel van den beschaafde als van den natuurmensch geldt dit4 ,uit den ,god en den hemel van den mensch kan men zijn beschaving leeren kennen4 ,de goddelijke eigenschappen zijn die1 welke de mensch op een gegeven ontwikkelingstrap het hoogste schat4 ,dat ,god persoonlijk gedacht wordt beteekent dat persoonlijk leven het hoogste is4 ,god is liefde6 ,niets is er1 dat een liefdevol gemoed overtreft4 ,jezus1 ,god heeft geleden6 ,lijden voor anderen is schoon4 ,de ,god der christenen is een traan van liefde1 in stille1 diepe verborgenheid geschreid over de ellende der menschen4 ,onze ,god is ons ideaal1 buiten ons als werkelijk bestaand geacht4 ,tegenover dat ideaal gevoelen wij ons1 met onze kleinheden en onvolmaaktheden nietig1 vergetend1 dat ,god ons eigen goede zelf1 zeer vergroot1 is4 ,ook de kerkelijke sacramenten als doop en avondmaal hebben hunne beteekenis1 zij doen ons zien1 van hoe groote1 zedelijke beteekenis ook brood en wijn en water zijn4 ,alles1 ook het geringste1 wordt geadeld4 ,hier treft ,feuerbach samen met het ,calvinisme1 dat ook overal de eere ,gods zoekt4 ,treffend is zijn sluiting3 ,heilig zij ons daarom het brood1 heilig de wijn1 maar ook heilig het water4 ,amen6 ,op wijsgeerig gebied nadert ,feuerbach later zeer tot het materialisme1 maar hij is er geen aanhanger van geworden4 ,hij wil n4l4 niet van de stof uitgaan maar van de gewaarwording4 ,deze is hem het eerste1 zoowel op het gebied der kennistheorie1 als op dat der metafysica4 ,zeer scherp echter weet hij zijn standpunt niet af te bakenen tegenover het materialisme en voor de beteekenis van onzen lichamelijken toestand voor den geestelijken1 heeft hij veel oog4 ,treffend komt dit uit in een bespreking van een werkje van ,moleschott3 ,de leer der voedingsmiddelen is van groote zedelijke en staatkundige beteekenis4 ,de spijzen worden tot bloed1 het bloed tot hart en hersenen1 deze tot stof voor gedachten en gevoelens4 ,het voedsel van den mensch is de grondslag voor zijn vorming en opvoeding4 ,wilt gij het volk verbeteren1 zoo geef het in plaats van uitroepen tegen de zonde1 beter eten4 ,de mensch is1 wat hij eet4 ,strauss en ,feuerbach hadden zich van ,hegel afgewend4 ,de volgende tijden1 die een honger hadden naar feiten1 waren der speculatieve filosofie weinig gezind4 ,de reactie1 de moedeloosheid na het jaar #ahdh1 dat zoovele illusies van vrijheid en vooruitgang had opgewekt1 die nu niet vervuld waren1 maakte de menschen meer geschikt om ,schopenhauer's pessimisme te waardeeren4 ,toch bleef1 zij het op menig punt onbewust1 ,hegel's geest werken4 ,in het begin der #bjste eeuw kwam in ons land zijn leer tot meer aanzien en vond geestdriftige aanhangers door het optreden van den ,leidschen hoogleeraar ,bolland4 ,bolland4 ,gerardus ,johannes ,petrus ,josephus ,bolland werd #i ,juni #aheg te ,groningen geboren4 ,zijn vader overleed vroeg4 ,zijn moeder voedde hem op in 't katholieke geloof1 dat hij later verliet4 ,na verschillende lotswisselingen was hij onderwijzer in ,groningen en ,katwijk1 studeerde dan te ,jena in de ,engelsche taal1 werd leeraar in die taal aan het gymnasium ,willem ,,iii te ,batavia4 ,hier werd zijn lust tot de studie der wijsbegeerte opgewekt en aanvankelijk sloot hij zich aan bij ,von ,hartmann4 ,in #ahif kwam hij als opvolger van ,land als hoogleeraar in de wijsbegeerte aan de ,leidsche hoogeschool1 vooral door toedoen van zijn ouden beschermer ,prof4 ,cosijn en den minister ,mr4 ,s4 van ,houten4 ,bolland1 man van machtige welsprekendheid1 groote kennis 7bijv4 op theologisch en taalkundig gebied71 vurige kracht1 onverschrokken waarheidsliefde en moed1 wist een schare jongeren om zich te verzamelen en trok ook in andere academiesteden veel belangstelling1 met name in ,utrecht1 ,amsterdam en ,delft4 ,allerlei stelsels van wijsbegeerte overdacht hij4 ,bij geen vond hij vrede4 ,hij kwam ten slotte tot de bestudeering van ,hegel's werken zelf1 die hij tot dusver alleen had leeren kennen uit geschiedenissen der wijsbegeerte1 uit overzichten van anderen4 ,na aandachtige studie bleek hem1 dat hij toen de gezochte waarheid had4 ,sedert tracht hij de methode van ,hegel ingang te doen vinden en leidt zijn leerlingen op tot verstaan van den meester1 tegenover wien hij zich overigens zelfstandig verhoudt4 ,bolland heeft sommige werken van ,hegel opnieuw uitgegeven en van kantteekeningen voorzien4 ,van zijn eigen werken noemen wij zijn standaardwerk3 ,zuivere ,rede4 ,zijn artikelen werden meest opgenomen in de ,nieuwe ,gids of ,het ,tweemaandelijksch ,tijdschrift4 ,als inleiding tot de lectuur zijner werken leenen zich het best de gestenografeerde verslagen van redevoeringen3 het gesproken woord wordt geprezen boven zijn geschreven1 al wordt ook hier van getuigd3 hij doet de wijsheid ,nederlandsch spreken1 en hoe meer hij zijn hoogtepunt nadert1 hoe meer hem dit gelukt4 ,bolland heeft zich1 behalve met wijsgeerige1 ook met maatschappelijke en theologische vraagstukken beziggehouden4 ,sommige artikelen lokten hevig verzet uit 7kwestie ,schaepman-,bolland over ,petrus en ,rome74 ,een met veel liefde geschreven studie over leven1 persoonlijkheid en werken1 geeft ,dr4 ,j4 ,a4 van den ,bergh van ,eisinga in ,mannen van ,beteekenis1 ,deel ,,xxxviii1 afl4 #e4 ,opm4 ,van de geestverwanten van ,bolland zijn te noemen de gebroeders ,van den ,bergh van ,eisinga4 ,de een1 zijn biograaf1 trad als privaat-docent te ,utrecht op met een rede over allegorische interpretatie en in diens preekenbundel3 ,rust een weinig1 geeft ,bolland een voorbeeld van een gebed voor de gemeente4 ,toen ,prof4 ,jelgersma een open brief aan zijn collega schreef1 vatte o4 a4 ,grondijs de pen op om zijn meester te verdedigen4 ,in het laatste tiental jaren staat ,bolland1 meer dan hem zelf lief is1 in het brandpunt eener opmerkzaamheid1 die niet zelden meer bijkomende bijzonderheden dan zijn eigenlijke leer en werk betreffen4 ,,hoofdstuk ,,viii4 ,,schopenhauer4 #bc4 ,leven en ,persoonlijkheid4 ,inleidende opmerkingen4 ,het romantisme had1 in afkeer van den tijd der verlichting1 nieuwe idealen gezocht4 ,aan de aufklrung had historische zin ontbroken1 het romantisme leefde gaarne in 't verleden4 ,zijn dichters zongen van voorbijgeganen tijd en voelden zich thuis in ridderburcht of middeleeuwsche stad4 ,zijn denkers hadden de groote beteekenis der historische ontwikkeling begrepen en ,hegel was tot een machtig stelsel gekomen van geschiedkundige ontwikkeling4 ,in die ontwikkeling leerde het ,absolute zichzelf kennen4 ,de historie was ontwikkeling2 voortgaande1 voortschrijdende tot hooger4 ,zij had beteekenis1 zij had een eenige beteekenis4 ,wie geloofde aan1 wie overtuigd was van dien ontwikkelingsvoortgang1 mocht hoopvol op 't leven zien4 ,waar de werkelijkheid niet zonder ,rede was1 daar was zij nooit te verwerpen4 ,zoo kon er zekere tevredenheid met het bestaande komen3 ,hegel was verzoend1 ,hegel was het eens met den ,pruisischen regeeringsvorm4 ,de speculatieve wijsbegeerte had in ,hegel haar toppunt bereikt3 de methode was aangegeven1 de door het ,absolute doorloopen ontwikkelingsgang gevonden1 ja1 het eindpunt bereikt4 ,de religie was geen vijandige macht voor het weten1 veeleer lager trap1 waarop de absolute geest zich bevond4 ,de mensch vond zijn bestemming1 zijn plicht in de zedelijkheid1 die hem bond aan de gemeenschap van andere redebegaafde wezens4 ,scherp tegenover deze wijsbegeerte staat nu ,schopenhauer4 ,geniaal gevoelsmensch en toch zonder hart1 grillige persoonlijkheid1 vat vol tegenstrijdigheden1 ontwerpt hij een stelsel van wijsbegeerte1 dat1--gedragen als het is door n persoonlijkheid1 doorleefd en zelf ervaren als het is door een rijken geest1--een eenheid is1 en toch door de kenmerken dier persoonlijkheid1 grillige overgangen1 onverzoende tegenstrijdigheden bezit en den invloed van vele denkers toont ondanks de oorspronkelijkheid4 ,hoe geheel andere persoonlijkheid dan die van ,hegel1 welk een andere vorm van werk4 ,het staat er ook in leer tegenover4 ,het leert het onredelijke1 het irrationeele der geschiedenis en der werkelijkheid1 eerder schepping van den duivel1 dan zelfverwezenlijking der ,rede4 ,verdere ontwikkeling brengt niet tot grooter geluk3 elke schrede verder doet meer de ellende1 den jammer1 de onredelijkheid der wereld inzien4 ,schopenhauer wordt de vader van het pessimisme in de #ai;de eeuw4 ,hij staat tegenover ,hegel1 tegenover den mensch1 en1 als we zullen zien1 tegenover den denker4 ,toch behoort ook hij nog tot het tijdperk der speculatieve wijsbegeerte4 ,door den tijd1 waarop zijn hoofdwerk verschijnt 7#ahai74 ,door een gelijken voedingsbodem4 ,hij heeft ,kant bestudeerd1 hij heeft ,fichte gehoord1 met ,hegel gedebatteerd4 ,door zijn hoofdbeginsel1 om van uit het subject1 uit de bewustzijnhebbende persoonlijkheid1 de wereld te verklaren4 ,toch duidt ,schopenhauer ook over dezen tijd heen4 ,de groote denkers ervan zijn voor hem opsnijders1 windmakers2 kritische geesten als ,herbart pedanten4 ,hij hecht aan ervaring4 ,hij wordt niet gelezen4 ,eerst1 als de glorie der speculatieve school voorbij is1 wordt hij bekend4 ,de ,hegel'sche school heeft zich gesplitst4 ,het vertrouwen is gedeeltelijk geschokt1 de belangstelling gedoofd4 ,de stem van den meester1 wiens werken onduidelijk zijn1 klinkt niet meer4 ,de politieke toestanden veranderen4 ,het besef wordt levendig in vele ,duitsche hoofden--nog meer wordt het gevoel wakker in vele harten--dat er n eenig ,duitschland hoort te zijn1 vrij van ,middeleeuwsche vorsten1 krachtig door volksvrijheid en invloed4 ,de ,februarirevolutie van ,parijs slaat over naar ,weenen1 ,berlijn4 ,hoop van beter tijd vertoont zich4 ,grondwetten komen1 beloften worden gedaan4 ,een groot ,duitsch rijksparlement daagt in ,frankfort4 ,de schoone droom zal in vervulling gaan4 ,i,jdele verwachting4 ,in ,frankrijk komt de rust4 ,hongarije wordt bedwongen1 zij het in bloed1 ,weenen tot rust gebracht4 ,duitsche vorsten en vorstjes gevoelen zich weer zeker4 ,het oude gaat1 zij 't met wijziging1 zijn gang4 ,ontgoocheling komt4 ,neen1 zucht de ontmoedigde1 de wereld is een jammerdal4 ,de denker1 die dit verkondigd heeft1 vindt bijval4 ,oorzaak van allen bijval is homogeniteit1 heeft hij zelf gezegd en ondervonden4 ,na #ahej ongeveer begint zijn roem4 ,op het midden der eeuw oefent ,schopenhauer zijn invloed uit1 niet alleen op de wijsgeeren van 't vak1 maar ook op tal van niet-geschoolden4 ,nederland leest hem gretig4 ,zijn pessimisme sluipt in veler harten in4 ,naklanken vindt men er in literair werk der laatste tientallen jaren4 ,schopenhauer heeft naast speciaal wijsgeerige1 algemeene cultuur-beteekenis4 ,hij behoort tot de meest gelezene schrijvers4 ,dit rechtvaardige een eenigszins uitvoerige behandeling1 ook van zijn leven en persoonlijkheid1 die zoo grooten invloed uitoefenden op zijn leer4 ,fichte's woord1 dat het er van afhangt1 welke mensch men is1 wat voor filosofie men heeft1 schijnt voor ,schopenhauer geschreven4 ,leven4 ,in ,danzig werd ,schopenhauer den #bbsten ,februari #aghh geboren als zoon van een rijken1 aanzienlijken koopman van ,hollandsche afkomst4 ,zijn vader was een man van somberen aard1 onderhevig aan toorn en angstbuien1 van prikkelbaar gestel1 al wist hij zich te bedwingen4 ,een wereldburger1 die zijn zoon in het groote boek der wereld wilde laten lezen1 hem veler landen spraken laten leeren en hem ,arthur noemde1 omdat die naam in vele talen gelijk bleef4 ,zijn vrouw had den veel ouderen man meer om zijn geld en de aangename positie1 die hij haar kon verschaffen1 getrouwd1 dan uit liefde1 en op een behaaglijk landgoed leefde zij een idyllisch-achttiende eeuwsch leven met hondjes en mooie lammetjes4 ,zij was een opgewekte1 geestige1 vroolijke1 ietwat lichthartige vrouw1 graag de zonzijde van 't leven zoekend4 ,toen ,danzig1 eerst een vrije stad1 bij ,pruisen kwam1 trok de familie naar ,hamburg4 ,arthur's vader wilde republikein blijven4 ,de ouders reisden met hun kind in ,frankrijk en ,engeland4 ,zoo kende ,schopenhauer later1 7beter dan de meeste ,duitschers7 zijn ,fransch en ,engelsch uitstekend1 en van rijke belezenheid getuigen zijn werken4 ,op een school in ,hamburg werd ,schopenhauer voor den handel opgeleid en in ,hamburg bleef hij werkzaam1 toen zijn moeder1 na den dood des vaders1 naar ,weimar trok1 waar zij weldra een gevierde persoonlijkheid werd4 ,op haar theeavonden kwam ,goethe en met hem kwamen tal van anderen4 ,op #ag-;jarigen leeftijd komt er een keer1 voor altijd beslissend4 ,op mijn #ag;de jaar1 zonder alle schoolgeleerdheid1 werd ik door de ellende des levens zoo aangegrepen als ,boeddha in zijn jeugd1 toen hij ziekte1 ouderdom1 smart en dood zag4 ,de waarheid1 welke luide en duidelijk uit de wereld sprak1 overwon weldra de ook mij ingeprente ,joodsche #h dogma's en mijn slotsom was1 dat deze wereld niet het werk van een algoed wezen kon zijn1 maar veeleer dat van den duivel1 die schepselen in het aanzijn had geroepen1 om zich in den aanblik hunner ellende te vermeien4 ,daarop wezen de feiten en het geloof1 dat het zoo was1 kreeg de overhand4 ,deze gemoedsstemming was hem altijd min of meer eigen geweest4 ,met zijn moeder door ,frankrijk reizende1 had hij niet kunnen genieten van het schoone van het landschap1 daar hij telkens moest denken aan het ellendige leven van de bewoners der hutten4 ,zeer werd ,schopenhauer's pessimistische stemming verscherpt door den strijd tegen de ontwaakte hartstochten4 ,hij schijnt een zeer sterk zinnelijk gestel gehad te hebben1 heeft nooit anders 7schrijft hij zelf7 dan lichamelijke liefde voor een vrouw gevoeld1 en kon op zijn ouden dag welsprekend-ontroerd getuigen van het geluk1 bevrijd te zijn van den boei der zinnelijke aandriften #i4 ,bekend is zijn vers3 ,o ,wellust1 o ,helle1 ,o zinnen1 o liefde4 ,niet te bevreed'gen1 ,en niet te verwinnen4 ,gij hebt mij getrokken ,uit hoogten des hemels1 ,mij nedergeworpen ,in 't stof dezer aarde4 ,daar lig ik in boeien4 ,zijn aandrang om te studeeren werd steeds sterker4 ,eindelijk kreeg hij verlof4 ,in korten tijd was hij voorbereid voor de universiteit1 waar hij eerst medicijnen studeerde4 ,weldra trok de wijsbegeerte zijn aandacht4 ,hij studeerde ,kant1 ,plato4 ,in beiden waardeerde hij1 dat ze een scheiding hadden gebracht3 de eerste tusschen de wereld der verschijnselen1 de phenomenale wereld1 en die der dingen op zich zelf1 de noumenale2 de tweede tusschen de eigenlijk alleen bestaande wereld der ideen1 en die van den schijn1 de doxa 7,i1 #ig1 #ih74 ,die scheiding komt overeen met het dualisme van eigen persoon3 hij ervoer bitter en pijnlijk den afstand tusschen de wereld der ideen en die der grove zinnelijkheid4 ,ook de leer der ,hindoes bestudeerde hij en in 't ,christendom en in 't ,boeddhisme stelde hij 't hoog1 dat zij beide meer spraken van een verlosser1 dan van een schepper4 ,in #ahac trok hij niet mee uit ten strijde4 ,hij had besloten om het leven1 dat een onaangenaam ding was1 aan studie te wijden4 ,in de stilte van ,rudolstadt voltooide hij zijn dissertatie1 een werk van groote beteekenis voor de kennistheorie3 ,over den viervoudigen wortel van de stelling van den voldoenden grond4 ,met ,kant erkent hij1 dat onze kennis een bepaalden vorm heeft1 die ligt in de inrichting van onzen geest en niet afhangt van de dingen buiten ons4 ,het is echter niet noodig1 verschillende vormen aan te nemen3 wij kunnen met n vorm uitkomen1 die reeds bij ,kant een voorname plaats innam3 de oorzakelijkheid1 den voldoenden grond4 ,geen onzer voorstellingen bestaat op zich zelf4 ,ze zijn allemaal verbonden en steeds is de voldoende grond het beginsel waarnaar die voorstellingen zijn verbonden4 ,maar aangezien deze laatste van verschillenden aard kunnen zijn1 vertoont de voldoende grond zich ook in verschillende vormen4 ,allereerst kunnen wij 't oog wenden op de gewone feiten der ervaring1 op de aanschouwingen3 een dolksteek doodt een man4 ,dan is er te spreken van oorzaak en gevolg4 ,ook de zuivere aanschouwingen1 de voorstellingen van ruimte1 kunnen met elkaar in verbinding staan4 ,in een driehoek hebben we gelijke hoeken1 als er gelijke zijden zijn4 ,hier is de grond voor de gelijke hoeken het aanwezig zijn van gelijke zijden4 ,hier is geen voorafgaan en volgen1 zooals bij oorzaak en gevolg3 hier is gelijker tijd bestaan4 ,de voldoende grond vertoont zich hier als zijnsgrond4 ,aan onze wilsbesluiten gaat overleggen vooraf4 ,het op reis willen gaan is bijv4 verbonden met de voorstelling van het leerzame of het genoeglijke van zoo'n reis4 ,die voorstelling treedt als beweegreden1 als motief op4 ,ook hier is voorafgaan en volgen1 maar niet als bij de oorzaak1 in de stoffelijke1 doch in de geestelijke wereld4 ,wanneer ik redeneer1 dan grond ik mijn gevolgtrekking op voorafgaande stellingen4 ,zeg ik3 #b dezer boekjes kosten #hj cent1 dan is dat gegrond op het feit1 dat n boekje #dj cent kost4 ,dat is de kengrond van mijn latere bewering4 ,kengrond en gevolgtrekking behelzen waarheden1 die tegelijkertijd bestaan4 ,wil ik een oordeel waar noemen1 dan moet daar een voldoende grond voor zijn1 die in dit geval de kengrond is4 ,in vierderlei vorm treedt de voldoende grond dus op3 als oorzaak1 zijnsgrond1 motief1 kengrond4 ,we hebben gezien1 dat ,spinoza bijv4 en zijn tijdgenooten grond en oorzaak niet onderscheidden4 7,i1 pag4 #bfc74 ,schopenhauer doet dit wel en het wordt hem tot verdienste gerekend4 ,voor het bizondere gebied der causaliteitstheorie ligt misschien wel ,schopenhauer's grootste verdienste in de verbetering der heerschende terminologie4 ,men zou verkeerd handelen door deze verdienste gering te schatten4---- ,geen enkele zijner theorien misschien kan door de latere wetenschap zonder voorbehoud worden overgenomen1 maar veel van hetgeen ons thans klaar voor oogen ligt zou ook verborgen zijn gebleven1 wanneer niet de flikkering van zijn genie de plaatsen had doen kennen1 waar voor den scherpen blik des onderzoekers het antwoord op eeuwenoude vragen te vinden was4 7,heymans74 ,in #ahai komt ,schopenhauer's hoofdwerk3 ,de ,wereld als wil en verschijnsel4 ,het trok geen aandacht4 ,een reis naar ,itali1 met een zich weer geven aan het volle leven1 volgde4 ,een privaatdocentschap aan de universiteit te ,berlijn bereidt teleurstelling4 ,geen toehoorders voor de colleges1 door den nog onbekenden docent gezet op hetzelfde uur1 waarop ,hegel zijn beroemde lessen over de logica gaf4 ,de cholera drijft hem uit ,berlijn4 ,hij vestigt zich nu in ,frankfort4 ,leeft daar van zijn inkomen1 niet zonder koopmanstakt 7de uitdrukking is zacht71 uit het dreigend failliet van een handelshuis gered4 ,eenzaam1 regelmatig1 weinig met menschen omgaand1 voornaam als de zoon van den patricir uit een vrije rijksstad1 verbitterd over zijn miskenning1 die hij houdt voor een samenspanning van jaloerschen1 leeft hij daar1 tot in zijn levensavond nog de zon gaat schijnen4 ,zijn roem komt op4 ,hij krijgt leerlingen4 ,zijn werken kan hij laten herdrukken4 ,begeerig1 elk droppeltje van den laten roem te genieten1 vraagt hij zijn leerlingen om toezending van alle beoordeelingen van zijn werken4 ,in volle kracht nog1 geestelijk en lichamelijk gezond1 sterft hij plotseling #ba ,september #ahfj4 ,de man1 die van der jeugd af1 den dood had gevreesd1 had een zacht uiteinde4 ,naast de genoemde werken van ,schopenhauer staan verhandelingen over de ethiek4 ,populair1 geestig en boeiend zijn vele opstellen uit de ,parerga en de ,prolegomena4 7,bundels ,opstellen74 ,schopenhauer is in zijn werken zichzelf3 zij dragen een stuk subjectief karakter4 ,de goddelijke onpartijdigheid van den doctor ,angelicus1 van ,thomas van ,aquino1 de geslepenheid als van een kristal1 zooals bij ,spinoza1 is hem vreemd4 ,tal van uitvallen maken op ons den indruk1 niet van een wijsgeer te zijn4 ,een paar voorbeelden4 ,over ,hegel3 ,daarom zou ik mijn scherpzinnige landgenooten aanraden1 dat1 wanneer zij er weer trek in hebben een alle-dagskop #cj jaar lang als een grooten geest uit te bazuinen1 zij toch niet zoo'n bierhuishoudersphysionomie als ,hegel had1 kiezen mogen1 op wiens gezicht de natuur met haar duidelijkste handschrift het haar zoo gewone alle-dags-mensch geschreven had4 ,over de vrouw3 ,de vrouwen denken in haar hart1 dat de bestemming van den man is1 om geld te verdienen1 de hare daarentegen het er door te brengen1 indien mogelijk1 reeds bij het leven van den man1 maar minstens na zijn dood4 ,maar aan den moed1 om zijn overtuiging eerlijk te zeggen1 ontleenen zijn werken een groote aantrekkelijkheid4 ,en als ,paulsen over de eischen van den filosofischen stijl spreekt1 zegt hij van ,schopenhauer3 ,wanneer ,schopenhauer anders geen verdienste had1 was het reeds niet gering te noemen1 dat hij de mogelijkheid getoond heeft1 in de ,duitsche taal diepe en oorspronkelijke gedachten klaar en begrijpelijk en daarbij krachtig en indrukwekkend uit te spreken4 ,het hangt ook samen met de eerlijkheid1 het rechtuite van zijn denken4 ,omdat het hem ernst is1 wat hij te zeggen heeft1 bittere1 en dikwijls grimmige ernst1 behoeft hij niet aan de taal te knutselen2 vandaar den nadrukkelijken eenvoud van zijn stijl4 ,hij roemt ergens de reinheid1 den eenvoud der ,grieksche wijsbegeerte1 't zijn z'n eigen deugden4 #bd4 ,leer4 ,kennisleer4 ,schopenhauer is het met ,kant eens1 dat wij van de wereld slechts de verschijning kennen4 ,de wereld is verschijnsel4 ,wij ordenen de verschijnselen onder den voldoenden grond met zijn vierledigen wortel4 ,de gewaarwordingen1 die ik krijg1 betrek ik op een oorzaak buiten mij1 ruimtelijk van mij onderscheiden1 in den tijd gebeurende4 ,de geheele wereld vertoont zich aan mij als een stoffelijk gebeuren4 ,voor de wereld der verschijnselen geldt een materialistische verklaring4 ,maar ,schopenhauer is geen materialist4 ,het stoffelijke1 de heele stoffelijke wereld bestaat slechts als mijn voorstelling4 ,ik mag mijn spiegelbeeld niet tot werkelijkheid en mij zelven niet tot het beeld maken4 ,achter die verschijnselen nu zit nog een wereld der dingen an sich4 ,kant had de kennis daarvan voor transcendent1 de ervaring te buiten gaande1 verklaard4 ,geen zijner opvolgers uit de idealistische periode had dat ook gedaan4 ,men had de geheele werkelijkheid uit den mensch willen opbouwen4 ,ook ,schopenhauer wil dit4 ,hij ziet een weg1 om tot de wereld der dingen an sich te komen4 ,wij moeten letten op ons eigen bewustzijn4 ,daarin vinden wij een kern van het bestaande1 het wezen1 dat ook den grondslag zal uitmaken voor onze beschouwing van het heelal1 dat ook daarvan als de innerlijke essence zal gelden4 ,wat vinden wij nu als kern voor ons zijn8 ,den wil4 ,het wezen van de wereld is wil4 ,de wereld is wil en verschijning4 ,wat verstaat de denker onder den wil8 ,het woord heeft een andere beteekenis dan gewoonlijk4 ,het is niet de overlegging1 de afweging van motieven1 maar de drang1 de drift die in ons heerscht4 ,gevoelens van angst1 vrees1 hoop1 verwachting worden ook onder het begrip ondergebracht4 ,het wordt uitgebreid tot de natuur buiten den mensch4 ,het wordt kracht4 ,in het vallen van den steen ter aarde1 in het aantrekken van het ijzer door den magneet1 openbaart zich de wil4 ,ons wezen is dus onze wil4 ,ons lichaam is niet iets1 dat van dien wil verscheiden is1 maar is de uitwendige vorm waaronder zich de wil objectiveert4 ,in het bewustzijn gezien is er wil1 van buiten lijkt dat voor den toeschouwer het lichaam4 ,als ik dus mijn arm oplicht1 is mijn wil daar niet de oorzaak van3 dat is mijn wil1 van buiten gezien4 ,de bolle zijde van den lepel is niet de oorzaak van de holle4 ,het is dezelfde1 maar van een andere zijde bezien4 ,a ziet bol1 wat ,b hol ziet4 ,elke drift objectiveert zich weer in bepaalde lichaamsdeelen4 ,de groote driften zijn die voor 't zelfbehoud en voor 't behoud der soort4 ,de honger is objectief tanden1 mond1 slokdarm1 maag1 enz4 ,de geslachtsdrift de genitalin4 ,de geheele natuur nu is een doorwerking van den wil1 die van trap tot trap stijgt1 nergens rust heeft1 maar steeds verder gedreven wordt1 rusteloos1 eindeloos4 ,die blinde1 irrationeele drang openbaart zich in anorganische verschijnselen evengoed als in organische bij plant en dier4 ,die drang neemt de kennis als middel in haar dienst1 en444 ontdekt zijn eigen jammerlijkheid4 ,niet het intellect is het eerste1 maar de wil en daarna het verstand2 de voorstellingen zijn slechts middel van den wil1 om zich beter te handhaven in den strijd om het bestaan1 waarin het n gedrang en gewirwar is1 waar de plant het water en de lucht verteert1 de dieren dieren en planten eten1 de mensch water1 lucht1 plant1 dier4 ,maar als de wil zoover is1 dat het bewustzijn is ontstaan1 rust hij niet4 ,hij bedriegt ons4 ,hij toovert ons voor1 dat deze wereld goederen van waarde bezit4 ,wij jagen ze na1 om onszelf4 ,wij bereiken ze1 opdat hij besta4 ,wij meenen in de bevrediging van den heftigsten en sterksten lust ons eigen genot te zoeken1 wij doen den wil voortleven in het geslacht4 ,wij hebben lief en meenen1 dat het persoonlijke neiging is4 ,de wil voert ons die vrouw tegemoet1 bij wie door ons het beste nageslacht verwekt wordt4 ,de oppervlakkige optimist1 blijft in de illusie leven1 maar de pessimistische denker doorziet het bedrieglijk spel en moet weigeren er aan mede te doen4 ,hij moet niet ja1 hij moet nn tegen het leven zeggen4 ,het leven is een troostelooze zaak4 ,de ervaring leert1 dat het verdriet1 het lijden de overhand heeft op de vreugde4 ,vreugde is alleen iets negatiefs1 afwezigheid van kwaad4 ,gezondheid1 jeugd1 vrijheid1 veiligheid1 worden eerst gewaardeerd1 als ze ontbreken4 ,gewoonte stompt wel voor het genieten af1 maar als we de goederen niet meer hebben1 is er nieuw lijden4 ,het uitnemendste van het leven is lijden1 moeite1 verdriet1 angst4 ,hoe ons daaruit te redden8 ,hoe te ontkomen8 ,hoe is er verlossing mogelijk8 ,verlossing4 ,kunst4 ,de kunst verlost ons6 ,als wij ons verdiepen in een kunstwerk1 staat het rad van den tijd stil4 ,het willen houdt op4 ,de begeerte zwijgt4 ,we zijn verlost van den blinden drang4 ,zeer hoog stelt ,schopenhauer onze ,hollandsche schilderkunst1 waarin alles zoo stil is en vredig en rustig4 ,ook de muziek acht hij bizonder hoog4 ,in de melodie trilt als 't ware het bewegen van den wil1 zijn heffingen en dalingen4 ,de trillende snaar is de mensch zelf4 ,het kost echter inspanning1 om zoo tegenover de kunst te staan1 niet ieder gelukt dat4 ,ook is de verlossing1 die de kunst geeft1 maar tijdelijk4 ,er is een blijvende1 te vinden op den weg der heiligmaking1 der onthouding van het zinnelijke2 der askese4 ,schopenhauer komt hier tot groote bewondering voor de heiligen zooals het ,boeddhisme en het oudste ,christendom die gekend hebben4 ,zij hebben afstand weten te doen van wereldsche genietingen4 ,zij hebben zich weten los te maken van de bekoringen der zinnen1 van de verleiding des vleesches4 ,zeker1 zij vallen wel eens terug4 ,zelfkastijding wordt dan geoefend4 ,langzamerhand stijgt de mensch tot een toestand waarin de drang tot zwijgen is gebracht4 ,hij glijdt over in het ,nirwana1 een toestand die den nog in het willen bevangene een niets-zijn toeschijnt4 ,graag gebruikt ,schopenhauer termen1 aan het ,boeddhisme ontleend4 ,hij acht het niet noodig1 dat de filosoof een heilige zij4 ,zijn taak is1 in heldere1 strenge begrippen de wereld te denken1 uit te drukken4 ,hij vindt den heilige als hoogste ideaal4 ,hij buigt zich daarvoor in deemoed4 ,maar voor zijn eigen persoon slaat hij misschien andere wegen in4 ,het is opmerkelijk dat ,schopenhauer alleen oog heeft voor de verlossing van het individu4 ,niet voor die van het menschelijke geslacht4 ,de geschiedenis1 een blind alogisch spel1 brengt die niet4 ,ethiek4 ,in de ethiek verkondigt hij het medelijden als een oerphaenomeen4 ,de mensch die lijdt1 wordt zich bewust1 dat hij eenswezend is met andere menschen4 ,dat in hem zich dezelfde wil openbaart4 ,wanneer wij een ander onrecht willen doen1 gedreven door den wil1 worden wij ons bewust1 dat de gepijnigde n is met ons4 ,wij willen hem nu vreugde bereiden4 ,hoe kan dat8 ,alleen door verdriet weg te nemen1 lijden te verzachten4 ,medelijden is dus de grondslag van de zedeleer4 ,invloed4 ,een eigenlijke school heeft ,schopenhauer niet gesticht4 ,toch was zijn invloed groot4 ,bij ,hartmann en ,nietzsche zullen we dien ontmoeten4 ,het pessimisme wordt tot zijn radicaalste uiting gebracht door ,philips ,mainlnder1 7,pseudoniem voor ,philips ,batz1 die leefde van #ahda-ahgf71 die in zijn boek ,filosofie der verlossing de wereld als de uiting van een stervenden ,god beschouwde1 die naar niet-zijn streeft4 ,hij beval den dood van 't ras door geslachtelijke onthouding of van 't individu door zelfmoord aan4 ,hij zelf koos consequent het laatste4 ,de studie der ,oostersche wijsbegeerte wordt vooral beoefend door den ,kielschen hoogleeraar ,deussen1 die veel met ,schopenhauer overeenkomt4 ,en van de met hem verwante kunstenaars noemen we den grooten operadichter ,richard ,wagner4 ,deze wilde ,schopenhauer's leer laatste grondslag van alle verdere geestelijke en zedelijke cultuur gemaakt zien4 ,,hoofdstuk ,,ix4 ,,herbart4 #be4 ,leven1 ,metafysica4 ,inleidende opmerkingen4 ,de groote mannen van den tijd der speculatieve filosofie waren ,fichte1 ,schelling1 ,hegel4 ,met hen in sommige opzichten verwant1 maar een andere waarde aan 't leven hechtend1 was ,schopenhauer1 wiens hoofdwerk wel in dezen tijd verschijnt1 maar wiens invloed in het midden der #ai;de eeuw begint4 ,fichte1 en na hem ,schelling en ,hegel1 knoopten aanvankelijk bij ,kant aan1 maar waren eigen wegen gegaan3 zij hadden geacht1 dat het mogelijk was het wezen der dingen1 niet alleen hunne verschijningen te kennen4 ,en daartoe geraakt men niet langs den weg der ervaring1 maar langs dien der bespiegeling1 die haar uitgangspunt vond in den mensch zelf4 ,de bouwers dezer systemen waren koningen geweest in het rijk der gedachte4 ,hun roem had ,schopenhauer overschitterd4 ,hun faam had der menigte zoo in de ooren geklonken1 dat ook de namen van enkele anderen nauwelijks gehoord worden4 ,die denkers hier bedoeld1 waren mannen1 die zich met de richting van hun tijd niet konden vereenigen1 die bezwaar hadden tegen de modefilosofie als een hunner zeide1 die zich meer aansloten bij het criticisme van ,kant4 ,zij worden wel genoemd de mannen der oppositie tegen het constructieve idealisme4 ,zij vertegenwoordigen de critische onderstrooming in den idealistischen tijd4 ,drie namen worden vooral genoemd3 ,beneke1 ,fries1 ,herbart4 ,liever1 dan van alle drie iets te geven1 blijven wij wat uitvoeriger staan bij ,herbart4 ,hij is ongetwijfeld verreweg de belangrijkste van het drietal2 hij is tevens in ons land en in onzen tijd een zeer bekend denker1 vooral in de opvoedkundige wereld4 ,leven4 ,johan ,friedrich ,herbart werd als zoon van een rechterlijk ambtenaar den #d ,mei #aggf te ,oldenburg geboren4 ,zijn jeugd was niet aangenaam3 eigen lichaamszwakte1 geen begrijpen van elkaar der beide ouders4 ,in #agii komt hij in ,jena4 ,na veel moeite verkreeg hij van den vader1 die liever een broodgevend beroep gekozen zag1 verlof1 om althans voor een jaar wijsgeerige colleges te volgen4 ,onder den indruk van ,fichte1 maar niet met blinde overgave4 ,critisch staat hij tegenover diens opmerkingen bij een door hem ingezonden stuk1 dat vragen en zwarigheden behelsde4 ,schelling's leer wordt gecritiseerd4 ,na de universiteit huisonderwijzer in ,zwitserland1 waar hij ,pestalozzi leerde kennen4 ,had noch het opvoedkundig ideaal der nieuw-humanisten1 noch dat der aufklrung hem kunnen bekoren1 was hij er tegen geweest1 om den kinderen de zaak zoo gemakkelijk te maken1 gelijk de ,philantropijnen deden1 in ,pestalozzi's opvoedkunde zag hij meer4 ,de kennismaking in ,zwitserland is van blijvenden invloed geweest op ,herbart's opvoedingsleer4 ,in #ahjb vestigt ,herbart zich als privaat-docent in ,gttingen4 ,zijn leer is nu in hoofdtrekken klaar4 ,hij doceert niet alleen wijsbegeerte maar ook paedagogiek4 ,in #ahje wordt hij--geleerdheid en bekwaamheid van doceeren stonden in goeden roep--buitengewoon hoogleeraar met #cjj thaler salaris4 ,dan in #ahji naar ,koningsbergen4 ,hier hoogleeraar op ,kant's katheder4 ,bemoeienis niet alleen met de theoretische opvoedkunde1 maar ook met practische opleiding van aanstaande leeraren4 ,in #ahcc keert ,herbart naar ,gttingen terug als gewoon hoogleeraar4 ,zich bezig houdend met zijn colleges en studies1 in 't bizonder vervuld van zijn opvoedkundig streven1 bemoeide de in de politiek conservatief gezinde denker1 zich weinig met andere dingen4 ,in #ahda stierf hij4 ,herbart was een scherpzinnig denker1 een groot geleerde1 een hoogstaande1 nuchtere1 bezonnen persoonlijkheid4 ,koel en hoog op 't eerste gezicht4 ,afkeerig van verkondigen van subjectieve meeningen4 ,begaafd met groote liefde voor de waarheid1 een leven leidend van strenge plichtsbetrachting4 ,uitgangspunt4 ,herbart sluit aan bij ,kant4 ,hij erkent ook1 dat wij alleen de verschijningen der dingen hebben4 ,het dogmatisme is door ,kant voor eeuwig vernietigd4 ,maar achter de verschijnselen ligt een ding an sich4 ,voor ,kant is dat een grensbegrip1 voor ,herbart is het iets meer4 ,uit onze gewaarwordingen besluiten we tot het zijn4 ,zooveel verschijning1 zooveel verwijzing naar een zijn4 ,dat zijn1 dat werkelijke bestaat1 er is iets werkelijks1 iets reaals4 ,herbart staat dus niet geheel op 't zelfde standpunt van ,kant1 hij noemt zich zelf ergens een ,kantiaan van het jaar #ahbh3 er was vooruitgang sedert ,kant4 ,tegenstrijdigheden4 ,de taak1 die ,herbart voor de filosofie acht weggelegd is bearbeiding onzer begrippen4 ,deze zijn vol tegenstrijdigheden4 ,die moeten verwijderd worden4 ,en dit kan alleen door de leer van de realen4 ,toonen we dit aan voor een paar begrippen1 waarin ,herbart tegenstrijdigheden meent te ontdekken3 verandering1 ik1 inherentie4 ,daar is water4 ,dat bevriest en morgen is datzelfde water ijs4 ,hier ligt een tegenspraak4 ,wij zeggen3 er is hetzelfde water1 ,a ,a4 ,wij nemen hier het identiteitsbeginsel aan4 ,maar tegelijkertijd zeggen wij3 ,a is vandaag water1 morgen is ,a ijs1 m4 a4 w4 ,a is vandaag ,a1 morgen niet ,a4 ,dit strijdt tegen het grondbeginsel der contradictie3 ,iets kan niet tezelfder tijd wl iets en niet iets zijn4 ,er ligt dus in alle verandering een tegenstrijdigheid4 ,neem een horloge4 ,ge zit het4 ,leg het voor uw oor4 ,ge hrt het4 ,betast het4 ,ge krijgt gewaarwordingen van koude en gladheid4 ,ge hebt dus verschillende gewaarwordingen4 ,ge betrekt die op n ding1 het horloge4 ,dit is tegelijk tikkend1 glad1 wit en koud4 ,a is ,b1 en ,c1 en ,d4 ,het ding bezit een veelheid van eigenschappen4 ,hier ligt een tegenstrijdigheid3 het inherentieprobleem4 ,wij praten van onze ziel als van een eenheid4 ,het ,ik denkt1 doet1 begeert1 voelt1 enz4 ,ook hier eenheid en veelheid4 ,en wat is dit ik eigenlijk8 ,het ik stelt zichzelf voor4 ,bepaal nu eens dat zichzelf1 enz4 ,dat is weer dat1 wat zichzelf voorstelt4 ,om dus het ik te bepalen1 moeten we tot in het eindelooze teruggaan44 ,ook hier dus weer tegenstrijdigheden4 ,verandering-1 inherentie- en ik-probleem eischen oplossing4 ,oplossing4 ,herbart neemt aan een reale4 ,als taak der filosofen stelt hij1 de tegenstrijdigheden uit de begrippen te verwijderen4 ,laat ons zien1 hoe hij deze weet te doen verdwijnen door zijn leer der realen4 ,ziehier de grootsche hypothese1 die herinnert aan de ,eleaten1 ,democritus en ,leibniz4 ,de wereld bestaat uit ondeelbare1 eeuwig gelijk blijvende1 niet verder deelbare1 zichzelf handhavende realen1 die ieder weer hun eigenaardige eigenschappen hebben4 ,niet oneindig1 maar zeer groot1 is het aantal realen4 ,voor ,democritus hadden er ook atomen bestaan4 ,maar hun verschil was er een geweest van vorm en grootte4 ,het onderling verschil tusschen de realen van ,herbart is een qualiteitsverschil1 een hoedanigheidsonderscheid4 ,vandaar dat hij zijn leer betitelt als qualitatief atomisme4 ,gevoeglijk zou zij ook te vergelijken zijn met de leer der ,eleaten4 ,dezen hadden het eenige1 onveranderlijke zijnde tegenover de wereld der verschijnselen gesteld1 de wereld waarvan we gn waarachtige kennis1 slechts doxa1 meening hadden4 ,ook ,herbart stelt eenige1 onveranderlijke realen1 geen zijnde1 maar zijnden4 ,zijn leer zou meervoudig ,eleatisme kunnen heeten4 ,die realen handhaven zich zelf4 ,zij willen blijven bestaan tegenover storingen van andere verschijnselen4 ,alle gebeuren is een reeks zelfhandhavingen van realen die met elkaar in betrekking komen4 ,wat is nu verandering8 ,ik zie vandaag ,a1 morgen ,a#a1 van ,a door een verschil onderscheiden4 ,een reaal verandert niet4 ,maar tegelijk met ,a neem ik nu het reaal ,b waar1 en daardoor ontstaat het verschil4 ,verandering bestaat dus eigenlijk niet4 ,alleen kan een mensch zich met n reaal verschillende andere samendenken4 ,vertoont zich een ding dus achtereenvolgens als ,a1 ,a#a1 ,a#b1 ,a#c1 dan moet er telkens een andere samenvoeging van realen zijn die ik waarneem4 ,een dergelijke oplossing nu wordt gegeven van het inherentie probleem4 ,een ding1 waarin ik verschillende eigenschappen waarneem1 is een verzameling van realen1 elk met zijn eigen hoedanigheid4 ,wat is ons ik8 ,niet anders dan een verzameling1 een complex1 evenals een ding4 ,het ik-probleem valt onder het inherentieprobleem4 ,in het ik is velerlei bijeen3 deels een samengestelde voorstelling1 die echter niet nauwkeurig bepaald is1 van datgene wat tot het ik behoort1 deels een nog veel grooter en meer en meer aangroeiende kring van voorstellingen van andere zaken2 en deze onderscheiding geeft aanleiding om te spreken van een ik en van een niet ik4 ,en wat blijkt hieruit voor ons onderzoek8 ,dat men het ik kan beschouwen als eene verbinding van vele en velerlei kenmerken2 dat het dus hoort in de rij der vroeger beschouwde dingen met vele1 veranderlijke kenmerken en dientengevolge valt onder het logisch hoogere begrip van het ons bekende probleem der inherentie4 ,de geheele werkelijkheid bestaat dus uit realen die bij storingen van buiten zich zelf handhaven4 ,alle gebeuren berust daarop4 ,alle geschieden1 alle verandering hangt dus af van de betrekking1 waarin het eene reaal staat tot het andere4 ,en door die verschillende betrekkingen aan te nemen1 zijn tegenstrijdigheden op te lossen1 zijn de begrippen te bearbeiden4 ,het doel der wijsbegeerte is bearbeiding der begrippen4 ,haar methode die der betrekkingen4 ,wij zagen dus1 dat1 wanneer een ding ons morgen anders schijnt dan gisteren1 wanneer het verschil vertoont1 dat dit komt1 omdat het in betrekking is gekomen tot andere realen4 ,maar gisteren en vandaag is er dan toch een reaal geweest1 uitgangspunt als 't ware der reeksen die ik zie1 die gelijk is gebleven4 ,die reale is de substantie4 ,zoo is er1 op geestelijk gebied ook een reaal1 een substantie3 de ziel4 ,die ziel komt met andere in betrekkingen1 er ontstaan een reeks zelfhandhavingen3 dat zijn de voorstellingen4 ,maar die moeten niet opgevat worden1 in gewonen zin1 zoo als wij spreken van de voorstelling van een huis1 een park1 enz4 ,want deze voorstellingen zijn niet enkel4 ,herbarts voorstellingen zijn de enkelvoudige gewaarwordingen1 bijv4 n toon #aj4 ,en hiermede gaan wij over tot ,herbarts psychologie4 ,psychologie4 ,aan deze wetenschap kent ,herbart een zeer voorname plaats toe en hij is een harer uitnemendste vertegenwoordigers4 ,hij weet van zijn zielkunde een samenhangend1 stelselmatig geheel te maken1 dat de zielkundige verschijnselen niet als een meer of minder los naast elkaar staande groep van verschijnselen opvat1 maar er verbinding in weet te brengen door ze te ordenen onder algemeene beginselen4 ,maar ook is ,herbarts zielkunde niet aan ervaring1 menschenkunde1 scherpen blik gespeend4 ,menige pagina zijner werken getuigt van voortreffelijk waarnemen4 ,wat is het groote beginsel1 vanwaar uit ,herbart de psychologie beschouwt8 ,het hangt samen met zijn metafysica4 ,het bewustzijnsleven is resultaat van het werken der voorstellingen4 ,deze werken op elkaar in naar bepaalde wetten4 ,zooals er voor de buitenwereld een mechanica is1 die de wetten der beweging opspoort1 zoo moet er een mechanica van voorstellingen komen4 ,dit heeft doen spreken van ,herbarts voorstellingsmechanisme4 ,de disparate voorstellingen kunnen verbindingen aangaan1 bijv4 de woordklank roos1 het gezichtsbeeld roos1 de geur1 enz4 ,zijn voorstellingen gelijksoortig1 dan vindt er versmelting plaats1 bijv4 het waarnemingsbeeld van een roos met het herinneringsbeeld4 ,zijn voorstellingen1 die elkaar tegen gesteld zijn1 tegelijk in 't bewustzijn1 dan belemmeren ze elkaar1 bijv4 twee kleuren4 ,er is dus verbinding1 versmelting1 belemmering4 ,bij n elkaar komen ontstaan rijen 7bijv4 van een gebeurtenis7 bij gelijk zijn groepen 7beeld van een plein of kamer bijv47 ,elke voorstelling nu handhaaft zich zelf1 ze verdwijnen dus niet4 ,is zij niet in het bewustzijn1 dan komt dat1 omdat ze belemmerd wordt4 ,in haar zelf vindt ze een kracht1 om naar boven te komen1 om te stijgen4 ,reproductie1 opnieuw bewust worden van voorstellingen kan door associatie ontstaan1 maar dus ook spontaan3 als de belemmeringen wegvallen4 ,uit de verhoudingen der voorstellingen ontstaat het gevoel1 het streven1 de wil4 ,deze zijn nu geen afzonderlijke vermogens der ziel4 ,heftig bestrijdt ,herbart de vroeger heerschende vermogenstheorien1 die aan de ziel aparte vermogens1 b4v4 voorstellingsvermogen1 gevoelvermogen1 begeervermogen toekende4 ,zooals ,herbarts metafysica in innig verband staat met zijn zielkunde1 leidt deze weer tot de opvoedkunde4 ,het karakter van den mensch hangt af van bepaalde overheerschende voorstellingsmassa's4 ,hoe langer die bestaan1 hoe meer invloed ze uitoefenen en hoe sterker gewoonten ontstaan1 die andere in toom houden4 ,onze wil wordt bepaald door onze voorstellingen1 van deze hangt ons handelen af4 ,herbart is een voorstander van het determinisme4 ,zonder dit ware opvoeding onmogelijk4 ,hoe zou1 als er geen inwerking mogelijk was1 als de voorstellingen niet bepalend werkten1 ooit iets gedaan kunnen worden met hoop op resultaat8 ,ook aan de afwijkende verschijningen op het gebied van 't bewustzijnsleven alsmede aan het psychisch leven van groepen wijdt ,herbart eenige aandacht1 zij het lang niet in die mate als thans het geval is bij de zielkundigen4 ,ethica4 ,doch de zielkunde is niet de eenige hulpwetenschap voor de opvoedkunde4 ,zij geeft de middelen aan4 ,het doel wordt aangewezen door de zedekunde4 ,op welk ethisch standpunt staat ,herbart8 ,de ethica is een onderdeel van de aesthetica4 ,wanneer wij bijv4 een goed klinkend accoord1 een samentreffen van eenige bij elkaar passende tonen hooren1 vinden wij dat onwillekeurig mooi1 tegenover een wan-klank4 ,onze belangen1 onze wil blijven buiten die beoordeeling4 ,onwillekeurig schenken wij onze goed- of afkeuring4 ,dit belangelooze is het kenmerk van aesthetische oordeelen4 ,nu kan het oordeel ook gegeven worden over een menschelijke handeling4 ,ook deze kunnen we karakteriseeren als mooi of leelijk1 en tengevolge daarvan kan het voornemen ontstaan om zich eveneens te gedragen4 ,begeeren wij iets1 zien wij daden van anderen1 dan kunnen wij beoordeelen1 of die opkomende begeerte1 die verrichte daad in overeenstemming is met dat voornemen4 ,dan ontstaat een zedelijk oordeel4 ,ter laatster instantie berust dit op een schoonheidsoordeel4 ,zooals ,kant en ,fichte nu een algemeen zedelijk beginsel gezocht hebben1 tracht ,herbart ook beginselen te vinden1 waarnaar de zedelijk-ethische waardeering plaats vindt1 en die ons als richtsnoer kunnen dienen in bizondere gevallen4 ,van deze beginselen kent ,herbart er vijf3 de vijf practische ideen1 die1 ook in overeenstemming met zijn methode1 berusten op betrekkingen4 ,zij zijn de idee der innerlijke vrijheid1 der volkomenheid1 der welwillendheid1 van het recht1 der billijkheid4 ,en uit haar vloeien vijf ideen voort voor de maatschappij1 voor de samenleving der individuen4 ,wat is de inhoud dezer tien ideen8 ,de idee der innerlijke vrijheid leert ons1 dat dit handelen goed is1 hetwelk geschiedt overeenkomstig ons zedelijk inzicht3 zij heeft dus betrekking op de verhouding tusschen inzicht en wil4 ,we zouden hier kunnen spreken van een wetgevenden wil en een uitvoerenden4 ,de overeenstemming tusschen beide is de zedelijke vrijheid4 ,het komt er echter niet alleen op aan1 dat we willen zooals ons inzicht voorschrijft1 maar ook1 dat we krachtig1 energiek willen1 dat ons willen veelzijdig 7zonder versnippering7 zij1 dat er harmonie bestaat tusschen de verschillende richtingen van den wil4 ,het krachtige1 rijke1 gezonde 7harmonieuse7 willen behaagt en dit vindt zijn uitdrukking in de idee der volkomenheid4 ,maar--de wil van den mensch kan niet alleen in betrekking staan tot eigen inzicht1 tot eigen wil 7in anderen tijd1 in andere omstandigheden7 maar ook tot den wil van anderen4 ,en hieruit ontspringen de overige drie ideen4 ,wanneer ,a den wil van ,b kent of zich dien voorstelt en dat willen goedkeurende1 onberispelijk vindende1 bevrediging van ,b's willen begeert1 dan is er welwillendheid aanwezig4 ,deze doet zonder meer aangenaam aan4 ,het kan zijn1 dat de welwillende door gebrekkige kennis1 door onwetendheid verkeerd handelt3 het willen van ,b kan slecht zijn1 de middelen1 gekozen om hem te helpen1 ondoelmatig of verkeerd1 maar daaronder lijdt niet de waardeering der gezindheid4 ,noch behaagt de daad1 die uit welwillendheid zou kunnen voortgekomen zijn1 maar haar motieven in iets anders vindt1 7bijv4 ijdelheid1 berekening74 ,letten wij goed op3 de gezindheid alleen is reeds voorwerp van waardeering3 zij behoeft nog niet tot handelen te komen4 ,de verhouding bestaat hier ook niet tusschen twee werkelijke1 in de buitenwereld optredende willen1 maar tusschen een voorstellende1 en een voorgestelde wil4 ,waar tw willen in de buitenwereld optreden1 waar ,a zich bijv4 richt op ,q en ,b ook1 waar tusschen ,a en ,b strijd ontstaat over ,q1 daar treedt een andere verhouding op4 ,wij vinden dien strijd leelijk1 wij keuren hem af4 ,hij moet dus vermeden worden4 ,men kan hem ontgaan door de welwillendheid1 7een of beide doet afstand7 maar gewoonlijk worden er afspraken gemaakt1 waaraan zich te houden1 recht is4 ,het eerbiedigen van de afspraken1 het blijven binnen de gestelde grens1 wekt waardeering4 ,hier hebben we de idee van het recht4 ,eindelijk billijken wij het1 wanneer hij1 die wel doet1 wl ontvangt1 en omgekeerd4 ,er is verstoord evenwicht1 als een daad onvergolden is4 ,op deze waardeering bouwt ,herbart de idee van de vergelding1 waaronder ook de begrippen schuld1 opzet1 vallen4 ,welke regelen gelden nu voor het leven van gemeenschappen8 ,hier gaan wij de omgekeerde volgorde4 ,met de vergeldingsidee komt overeen die van het loonsysteem1 het onrecht wordt in de samenleving gestraft4 ,daar is het noodig1 regelen te treffen1 die1 daar de strijd ontbranden kan1 dien kunnen voorkomen1 door rechtsregelen te treffen4 ,met de idee van het recht correspondeert de rechtsstaat4 ,maar het is eveneens noodig1 dat er in die samenleving zooveel mogelijk geluk voor allen zij4 ,met de idee der welwillendheid komt het beheersysteem overeen4 ,zooals voor het individueele leven de idee der welwillendheid het voornaamste is en buiten haar om recht en vergelding niet mogen uitgeoefend worden of toegepast1 zoo moet in de maatschappij nooit bij vergelding1 bij straf dus en bij rechtsregelen het geluk van allen vergeten worden2 mag het beheersysteem niet uit het oog verloren worden4 ,maar de gemeenschap als geheel1 moet ook trachten1 tot zoo krachtige en zoo groot mogelijke ontvouwing van alle krachten te komen4 ,zooals het individu geleid wordt door de idee der volkomenheid1 heersche in de gemeenschap het beschavingssysteem4 ,ten slotte moet ook in de maatschappij overeenstemming zijn tusschen inzicht en wil3 er moet getracht worden de vier zooeven genoemde ideen ingang te doen vinden4 ,in de bezielde maatschappij is dus de afgeleide idee gegeven1 die overeenstemt met de zedelijke1 de innerlijke vrijheid van den enkeling4 ,de politiek heeft nu tot taak de regelen te geven voor de wijze1 waarop de staat en de maatschappij moeten gebracht worden tot opvolging der ideen4 ,de paedagogiek doet hetzelfde voor het individu4 #bf4 ,opvoeding4 ,de ,herbartsche ,school4 ,het is de verdienste1 de zeer groote verdienste van ,herbart geweest1 dat hij een systeem gegeven heeft van opvoedkunde4 ,naast de theoretische wijsbegeerte1 die vraagt naar het zijn1 en die knnen wil1 staat de practische1 die voorschriften voor handelen zoekt4 ,beurtelings zagen we een van beide overwogen4 ,tijden1 dat de filosofie alleen levensleer was1 waren geen eigenlijke bloeitijdperken voor het denken4 ,kant had1 met zijn scheiding van theoretische 7zuivere7 en practische rede beide deelen van de wijsbegeerte recht gedaan4 ,ook hierin is ,herbart een ,kantiaan4 ,ook hij heeft theoretische en practische wijsbegeerte gescheiden4 ,en in deze laatste sluit hij bij ,kant aan in zijn bepalen van het schoone als een belangeloos beoordeelen1 in het niet aan de ervaring ontleend zijn der ethische grondbegrippen4 ,maar ,herbart gaat verder4 ,hij beantwoordt niet alleen de vraag3 he zijn de regels voor ons handelen4 ,hij begrijpt1 dat zich oogenblikkelijk daarop de vraag moet voordoen3 ,hoe voeden we dan onze kinderen op1 hoe richten we een staat in8 ,die laatste vraag had van oudsher veel meer de belangstelling der wijsgeeren getrokken dan de eerste4 ,eigenlijk is ,herbart de eerste1 die een wetenschappelijk stelsel van opvoedkunde ontwerpt4 ,locke had waardevolle aanteekeningen gegeven1 ,rousseau geestdrift verwekt4 ,kant's meeningen zijn niet te minachten444 omdat444 ze van ,kant zijn4 ,maar ,herbart bouwt4 ,deze verdienste is hem noch door voor- noch door tegenstanders ontzegd4 ,natuurlijk blijft hier dan nog ruimte voor tweerlei waardeering4 ,wat is--los van alles--de waarde der opvoedkunde8 ,heeft zij niet geringe beteekenis1 waar in de opvoeding opvoeder en opvoedeling beide individuen zijn1 ieder met eigen aard8 ,is het daar mogelijk1 algemne of zelfs veelvuldig geldende voorschriften te geven8 ,en aangenomen de waarde van de voorschriften op zich zelve1 heeft het geven daarvan invloed op den opvoeder3 zal het voorschrift op zijn daden invloed uitoefenen8 ,en dan de tweede vraag3 is de paedagogiek van ,herbart de juiste1 verdient zij wijziging in de grondslagen1 of alleen in onderdeelen en eischt zij verder voortbouwen op eenmaal gelegd fundament8 ,maar ,herbart's verdienste mag daarom grooter of kleiner worden2 dat hij--de eerste en tot dusver eigenlijk de eenige--een paedagogisch stelsel gebouwd heeft1 dat1 in nauwen samenhang met zijn leer1 toch ruimte bood voor verdere practische ontwikkeling1 heeft hem invloed tot nu1 bezorgd4 ,aan de ethiek ontleent de paedagogiek haar doel4 ,dit moet zijn een zedelijk sterk karakter te vormen4 ,deugd is het einddoel4 ,middel geeft de psychologie1 die leert1 dat de wil door voorstellingen beheerscht wordt4 ,het onderwijs zelf is dus middel tot opvoeding mee1 alle onderwijs zij opvoedend tevens4 ,door aanknooping aan 't bekende wekke het onderwijs belangstelling1 door geleidelijke1 streng methodische behandeling der leerstof moeten heldere begrippen ontstaan4 ,niet door kunstmiddelen1 gelegen buiten het onderwijs1 maar door de goede behandeling er van1 door het inzicht1 moet de belangstelling komen4 ,en1 opdat er bepaalde samenhangende voorstellingsmassa's ons willen zullen bepalen1 moet de leerstof zooveel mogelijk met elkaar in verband gebracht worden3 liefst om n middelpunt gerangschikt4 ,rijk zij het willen en daarom zij de keuze der leerstof veelzijdig1 veelzijdige belangstelling opwekkend4 ,bij de zedelijke opvoeding onderscheide men wel tusschen regeering en tucht4 ,de eerste is slechts betooming van drift en natuurlijke ongebondenheid1 moet brengen tot legaal handelen4 ,zij werkt met verschillende maatregelen 7gebod1 verbod1 straf7 en ten slotte wordt door de gewenning het kind gewoon betamelijk te handelen4 ,maar eerst als men tracht zedelijk inzicht aan te brengen1 als gezindheid gekweekt wordt1 is er echt zedelijke opvoeding4 ,dit is het gebied van de tucht4 ,de autoriteit van den opvoeder treedt gaandeweg op den achtergrond4 ,samenvatting4 ,overblikken wij nog kort ,herbart's leer3 ,filosofie is bearbeiding der begrippen en zij doet dit door de methode der betrekkingen en valt uiteen in een aantal bijzondere wetenschappen4 ,de werkelijkheid bestaat uit een niet oneindig aantal1 qualitatief verschillende realen1 die zich nooit veranderen4 ,zij handhaven zich zelf4 ,alle gebeuren is niets anders dan zelfhandhaving der realen4 ,de mensch kent rst dat gebeuren1 maar zooveel schijn1 zooveel verwijzing naar een zijn3 uit de ervaring klimt hij op tot de realen4 ,deze leer van het qualitatieve atomisme stelt in staat tegenstrijdigheden op te lossen die in de begrippen liggen4 ,met haar wordt het probleem der verandering verklaard1 door haar het inherentie-probleem1 waaronder het ik-probleem valt4 ,de ziel is een der realen1 haar zelfhandhavingen zijn voorstellingen4 ,deze zijn het primaire van alle bewustzijnsverschijnselen4 ,vermogens der ziel bestaan niet4 ,uit het spel der voorstellingen1 uit hare betrekkingen ontstaan gevoel1 begeerte1 wil4 ,de voorstellingen determineeren den wil4 ,de zedeleer is een onderdeel der aesthetica4 ,wij vonden sommige daden belangeloos1 schoon4 ,er zijn vijf beginselen1 waarnaar onze zedelijk-aesthetische oordeelen tot stand komen4 ,daaruit volgens vijf beginselen voor de staatsleer4 ,op ethiek1 die het doel aangeeft en psychologie die de middelen aanwijst1 is de opvoedkunde gebouwd1 welke door onderricht1 dat alzijdige belangstelling wekt1 langs den weg van gewenning en regeering den leerling tot de tucht en daardoor tot ware zedelijkheid brengt4 ,herbart heeft vele navolgers gevonden4 ,allereerst zijn er vele zielkundigen geweest1 die zich bij hem aansloten en door degelijke leerboeken en studies bijdroegen tot de beoefening en vooruitgang dier wetenschap4 ,het zou hier te ver voeren1 die namen te noemen en wij bepalen ons tot enkele4 ,drobisch en ,waitz zijn als zielkundigen meer bekend4 ,vooral een werk van den laatste1 waarin hij handelt over de statistiek der moraal in verband met wilsvrijheid is interessant en nu nog opmerkelijk4 ,lazarus en ,steinthal hielden zich bezig met taalstudies en hebben op 't gebied der taalkunde besliste verdienste4 ,zij stichtten een belangrijk tijdschrift voor taalwetenschap en volkszielkunde4 ,in het ,tijdschrift voor filosofie en paedagogiek vindt de ,herbartsche school in ,duitschland haar orgaan4 ,ook de opvoedkundige ideen werden verder ontwikkeld4 ,met name is hier te noemen ,tuiscon ,ziller 7#ahag-'hb71 die voor de practijk de beginselen van den meester uitwerkte4 ,rein1 hoogleeraar te ,jena1 onder wiens leiding een groote encyclopaedie der opvoedkunde verschijnt1 7thans in #b;den druk7 en die in ,jena een middelpunt van veel paedagogisch streven is1 kan thans gelden als het hoofd der ,herbartiaansche paedagogen4 ,met eere is hier ook te noemen ,strmpell1 die door een degelijk werk over de niet-normale kinderen 7,paedagogische ,pathologie7 den grondslag lei1 en de stoot gaf voor belangwekkende studie's op dit gebied4 ,in ons land wordt de ,herbartsche school voornamelijk vertegenwoordigd door ,j4 ,geluk en ,h4 de ,raaf4 ,geluk1 vroeger hoofd der school te ,dinteloord1 was een man van groote kennis1 veelzijdig weten1 die zich door eigen studie een groote kennis van talen en wijsgeerige vraagstukken had eigen gemaakt en wiens ,herbartiaansch standpunt hem niet verhinderde1 ook met de psychologie der ,engelschen en ,franschen op de hoogte te zijn4 ,hij schreef een uitnemend werk over ,herbart's ,opvoedingsleer1 een zeer degelijk ,woordenboek voor opvoeding en onderwijs 7,groningen #ahhb7 en verder tal van artikelen4 ,h4 de ,raaf1 tot voor korten tijd directeur der kweekschool voor onderwijzers te ,middelburg1 gaf eerst een eenvoudige zielkunde voor onderwijzers naar ,herbart's beginselen1 stichtte met ,geluk een ,nieuw ,tijdschrift voor paedagogiek1 sedert herdoopt in ,opvoedkundig tijdschrift1 en heeft later de leer van ,herbart hier ingang willen doen vinden door bewerkingen van zijn leer4 ,eerst gaf hij ,herbart's ,paedagogiek 7,groningen #aijc7 een vertaling van een der meer populaire werken over opvoedkunde van ,herbart1 toegelicht met aanhalingen uit andere werken van den schrijver1 en voorafgegaan door een goed geschreven levensschets1 die van piteit tegenover en kennis van den meester getuigt4 ,daarop volgde ,herbart's ,metafysica1 ,psychologie en ,ethiek1 7,groningen #aije7 voorzien van een orinteerende inleiding4 ,aan de psychologie en aethica gaan eveneens inleidingen vooraf4 ,beide boeken zijn1 door hun helderen vorm1 uitnemende inleidingen op ,herbart en zullen hem1 die dezen denker nader wil leeren kennen1 goed te stade komen4 ,buiten de kringen van de beroepsopvoeders schijnt in ons land ,herbart's leer weinig aandacht getrokken te hebben4 ,de paedagogiek als wetenschap in ,nederland4 ,opm4 ,het is hier de plaats1 om een enkel woord te wijden aan de opvoedkunde in ,nederland4 ,zij deelt niet in de belangstelling1 welke zij in ,duitschland geniet4 ,academische docenten in de paedagogiek zijn daar velen1 en de paedagogiek pleegt daar opgenomen te worden in den kring der wijsgeerige wetenschappen4 ,sommige denkers1 bijv4 ,paulsen1 ,ziehen1 toonen levendige belangstelling in paedagogische vraagstukken4 ,in ,engeland en ,amerika verheugt zich de kinderzielkunde en in verband daarmee ook wel de opvoedkundige studie in bloei4 7,james3 zielkunde en opvoedkunde1 ook in het ,hollandsch vertaald2 ,stanley ,hall1 ,monroe47 ,ten onzent wordt van den aanstaanden opvoeder1 voor zoover academisch opgeleid1 geenerlei vorming voor zijn beroep geischt1 theoretisch noch practisch4 ,in ons land is er slechts n privaat-docent in de opvoedkunde 7,dr4 ,gunning #aa71 die zich over het geheele terrein der paedagogiek beweegt1 maar de meeste liefde voor de geschiedenis der opvoedkunde schijnt te gevoelen4 ,van de vier hoogleeraren in de wijsbegeerte 7die trouwens1 vergeleken bij andere landen1 reeds een te groote hoeveelheid vakken hebben te doceeren7 geeft geen1 voorzooverre mij bekend1 college's in paedagogiek4 ,alleen bezitten we van de hand van prof4 ,ritter te ,utrecht ,paedagogische fragmenten4 ,meer belangstelling hebben de psychiaters getoond voor de opvoedkundige vraagstukken4 ,van de hand van eenige medici bezitten wij artikelen of brochures of dissertaties over proeven met schoolkinderen4 ,van vele dezer onderzoekingen lag de prikkel in het feit1 dat er vrij algemeen over overlading wordt geklaagd4 ,bij hen1 die het lager onderwijs dienen1 is veel grooter lust tot studie der paedagogiek4 ,het ,ned4 ,onderw4 ,genootschap heeft een voortreffelijke paedagogische bibliotheek ondergebracht in de ,a'damsche universiteitsbibliotheek4 ,verder verschijnen een menigte boeken1 tijdschriftartikels1 voordrachten over allerlei onderwerpen4 ,toch laat ook hier de beoefening der paedagogiek dikwijls nog te wenschen over4 ,gelukkig--dat met dezen slechten stand der theoretische paedagogiek een bloeiend schoolwezen gepaard gaat1 dat1 groote gebreken vertoonend1 toch over 't geheel niet behoeft onder te doen voor dat van de meeste cultuurlanden van ,europa4 ,algemeene samenvatting4 ,zoo kunnen wij dus dit tweede gedeelte eindigen4 ,de tijd der speculatieve filosofie is het eerste derde deel der #ai;de eeuw4 ,aanvangend bij ,fichte1 loopt de groote idealistische strooming over ,schelling naar ,hegel1 die een school nalaat1 welke1 zich splitsend1 overgaat in het positivisme4 ,een tijdlang daarna werden de idealistische systemen min of meer vergeten4 ,in #ahij nog schrijft ,heymans1 dat het geslacht dergenen die nog in hun waarheidsgehalte gelooven1 uitsterft of uitgestorven is4 ,voor het denken van dezen tijd hebben deze systemen alle beteekenis verloren4 ,zij zijn dood2 en het dient tot niets ze telkens weer uit hunne graven te voorschijn te halen1 om te bewijzen1 dat zij dood zijn4 ,thans echter openbaart zich in ons land een sterke belangstelling in ,hegels leer1 toe te schrijven aan het optreden van ,bolland4 ,omstreeks het midden der #ai;de eeuw begint het pessimisme van ,schopenhauer aandacht te trekken1 na eerst een tijdlang onopgemerkt verkondigd te zijn4 ,aansluitend bij ,kant komt ,herbart1 die de vader wordt van een belangrijke ziel- en opvoedkundige school1 die tot op dezen tijd vooral op de theorie der opvoeding haar invloed doet gelden1 en in ons land in ,de ,raaf en ,geluk haar vertegenwoordigers vindt4 ,herbart is de scherpzinnigste onder de denkers die tijdens het idealisme een critische onderstrooming vormden4 ,schematisch geven we nog even een overzicht4 ,de toelichtende jaartallen1 die wij voor het gemak naast het schema laten drukken1 moeten den tijd1 waarin de denkers leefden en hunne werken verschenen1 aangeven4 ,zij zijn in drie groepen verdeeld3 ,i4 ,de denkers4 ,,ii4 ,de bij hun leven verschenen en in hun tijd verschenen werken4 ,,iii4 ,de werken na dezen tijd verschenen1 die aangeven1 hoe door den loop der #ai;de eeuw invloed bleef uitgaan van de wijsgeeren uit dezen tijd4 ,,de ,,tijd ,,der ,,speculatieve ,,filosofie ,,was ,in den staat3 ,tijd van reactie4 ,onderdrukking van het liberale beginsel3 ,heilige ,alliantie der vorsten4 ,in de literatuur3 ,tijd van romantiek4 7,tieck1 ,novalis1 ,hlderlin1 ,schlegel47 ,jena is het brandpunt4 ,in de filosofie3 ,tijd van idealisme en pessimisme met een critischen onderstroom4 ,,idealisme4 ,,pessimisme4 ,,onderstroom4 --------------------- ,fichte ,schelling ,hegel4 ,schopenhauer4 ,herbart4 ,schleiermacher4 ,mainlnder4 ,school4 ,krause4 ,hartmann4 ,wagner4 ,nietzsche4 ,psychologen3 ,wagner4 ,drobisch4 ,lazarus4 ---------------------------- ,steinthal4 ,waitz1 etc4 ,rechterzijde4 ,centrum4 ,linkerzijde4 historici en ,godsdienstwijsbeg43 ,paedagogen3 aesthetici3 ,strauss4 ,ziller4 ,erdman4 ,feuerbach4 ,strmpell4 ,zeller4 ,rein4 ,vischer4 ,economen3 ,geluk4 ,kuno ,fischer4 ,lasalle4 ,de ,raaf4 ,marx4 ,bolland4 ,,eenige ,,toelichtende ,,jaartallen4 #agfj-ahad4 ,fichte4 #agge-ahed4 ,schelling4 #aggb-ahca4 ,hegel4 #aggh-ahfj4 ,schopenhauer4 #aggf-ahda4 ,herbart4 #agid4 ,fichte's ,wissenschaftslehre4 #agih4 ,schelling1 ,van de wereldziel4 #agii4 ,schleiermacher1 ,toespraken over den godsdienst4 #ahjg4 ,hegel1 ,phaenomenologie van den ,geest4 #ahab-ahaf4 ,hegel1 ,logica4 #ahac4 ,herbart's ,inleiding in de ,philosophie4 #ahaf4 ,herbart's ,leerboek der ,psychologie4 #ahai4 ,schopenhauer1 ,de wereld als wil en voorstelling4 #ahba4 ,hegel's ,rechtsfilosofie4 #ahbi4 ,herbart's ,algemeene ,metafysica4 #ahcd-ahec4 ,joh4 ,e4 ,erdmann's ,geschiedenis der wijsbegeerte4 #ahce4 ,strauss1 ,het leven van ,jezus4 #ahci4 ,zeller's studies over ,plato4 #ahda4 ,feuerbach1 ,het wezen van het ,christendom4 #ahda4 ,schopenhauer's ethiek4 #ahdb4 ,drobisch1 ,zielkunde4 #ahdg-aheb4 ,zeller's ,geschiedenis der ,grieksche wijsbegeerte4 #ahdi4 ,waitz1 ,zielkunde als natuurwetenschap4 #ahdf-aheh4 ,vischer1 ,aesthetica4 #aheg4 ,kuno ,fischer begint zijn geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte4 #ahfg4 ,marx1 ,het ,kapitaal4 #ahfi4 ,hartmann1 ,filosofie van het onbewuste4 #ahgb4 ,strauss1 ,het oude en het nieuwe geloof4 #ahgf4 ,mainlnder's filosofie der ,verlossing4 #ahha4 ,dood van ,tuiscon ,ziller4 #ahhb4 ,geluk's ,woordenboek4 #ahif4 ,bolland1 hoogleeraar te ,leiden4 ,het wereldraadsel4 #aijd4 ,bolland1 ,zuivere ,rede4 #aije4 ,de ,raaf1 ,herbart's ,metafysica4 #aijh4 ,dood van ,ed4 ,zeller4 ,,derde ,,afdeeling4 ,,de ,,tijd ,,van ,,het ,,positivisme4 #bg4 ,inleidende ,opmerkingen4 ,het begin der #ai;de eeuw is op literair gebied de tijd der romantiek4 ,op wijsgeerig gebied die van 't idealisme4 ,na den bloei dezer richting komt een tijd van inzinking4 ,men is gedesillusioneerd4 ,men wendt zich af van de groote systemen4 ,men keert zich naar de detailwetenschappen4 ,i,jverig onderzoek op elk gebied wordt de leus1 onderzoek naar feiten en samenhang van feiten1 op welk gebied dan ook4 ,maar wat men ook mag zoeken1 gn metafysica4 ,misschien1 dat men nog erkennen wil1 dat er iets achter de ons gegeven verschijnselen ligt1 dat er mr ligt in de gegeven dingen1 dan wij meenen2 maar dan is het toch onkenbaar en doen wij dwaas1 daaraan tijd en kracht te geven4 ,als leeuwen opgesloten in een kooi1 moeten we niet trachten1 de ijzeren tralies te buigen of te vermorzelen2 dat zal ons toch niet gelukken4 ,laat ons liever probeeren1 de kooi te leeren kennen1 het in die kooi zoo gezellig mogelijk te hebben4 ,inderdaad doen in dezen tijd de speciale wetenschappen groote schreden4 ,de physica ontwikkelde zich meer en meer1 de scheikunde deelde in dien vooruitgang4 ,darwin stelde zijn grootsche ontwikkelingshypothese op1 ,robert ,mayer vond de stelling1 dat alle energie behouden blijft1 dat er omzetting van vorm der energie moge plaats vinden maar gn vermeerdering of vermindering4 ,historische studies werden ijverig bedreven4 ,kleine tijdperken werden met ijver bestudeerd1 grootere met minder voorliefde4 ,de filologie spitste haar beste krachten op de critische behandeling van teksten4 ,de theologie beoefende ijverig de bijbelcritiek1 plukte en rafelde en twijfelde aan elk feit zoolang1 tot de critiek soms in hypercritiek scheen te ontaarden4 ,groote schatten van kennis werden opgehoopt en verzameld4 ,in het onderwijs was de geest van ,pestalozzi doorgedrongen4 ,kennis verspreidde zich in alle lagen der bevolking door goed ingericht volksonderwijs4 ,welk een betere organisatie bracht niet in ons land de onderwijswet van #aheg vergeleken met die van #ahjf4 ,voor de middenklasse1 die geen academische vorming begeerde1 kwamen ,hoogere ,burgerscholen1 waar niet het verleden1 maar het heden de leerstof zou leveren3 moderne talen1 wis- en natuurkunde werden er de hoofdvakken4 ,niet ,latijn en ,grieksch zooals op 't gymnasium4 ,op politiek gebied verdween na #ahdh de tijd der reactie gedeeltelijk4 ,in ,frankrijk en ,engeland1 in ,duitschland in sommige staten1 in ons land was de volksinvloed 7een invloed van den nijveren of handeldrijvenden of grondbezittenden middelstand7 op de regeering merkbaar4 ,op maatschappelijk gebied brachten de vele uitvindingen der #ai;de eeuw geweldige veranderingen4 ,de oude1 vaderlijke verhouding tusschen werkgever en werknemer verdween bij grooter worden van het getal arbeiders1 gevolg van grooter inrichtingen4 ,machines en installaties eischten meer geld dan het eenvoudige bedrijf van vroeger1 er kwam opeenhooping van kapitaal in enkele handen4 ,daartegenover begon een stand van werkenden te komen1 wien gering loon werd uitbetaald4 ,vrije concurrentie spoorde aan tot zoo zuinig mogelijk inkoopen van arbeidskracht4 ,de kerk begon terrein te verliezen4 ,het rationalisme der #ah;de eeuw was niet verdwenen1 had sporen nagelaten4 ,de rustige rust na ,napoleons val had ook in de kerk invloed doen gelden4 ,in ons land was het aanvankelijk pays en vree tot ook hier het modernisme doordrong1 dat1 in onbarmhartige critiek op het oude en overgeleverde1 voor velen de kerk sloot4 ,voerende geesten wendden zich af van haar1 zochten niet zelden anderen werkkring4 ,wel ontbrak ook hier niet de reactie en met name in het godsdienstige ,nederland hield een niet gering deel der natie vast aan oude ,calvinistische leerstellingen4 ,dit alles duurt tot '#fj1 '#gj4 ,dan komt een reactie die in ons land1 dat de geestesstemmingen der groote cultuurlanden misschien iets later weerspiegelt1 omstreeks '#hj duidelijk wordt4 ,omstreeks '#fj wordt in de wijsbegeerte de leus vernomen3 terug naar ,kant6 ,lange geeft zijn ,geschiedenis van het materialisme1 die onder doorloopende waardeering van wat gedaan is door de materialistische denkers1 steeds de klip aantoont waarop alle materialistische levensverklaring moet vastloopen4 ,de nood der arbeidende klasse grijpt aan1 maar niet op idealistisch-utopistischen grondslag tracht men tot verandering te komen4 ,karl ,marx wil het socialisme wetenschappelijk grondvesten4 ,de regeeringen beginnen met sociale wetgeving4 ,de literatuur verandert zich1 brengt het hartstochtelijk zoeken naar het nieuwe1 de behoefte aan dieper levensgevoel tot uiting1 zoekt nieuwe vormen1 nieuwe taal4 ,de politieke constellatie verandert4 ,frankrijk wordt een republiek1 het herstelde ,duitsche rijk gaat in economischen bloei snel vooruit1 ,itali wordt een eenheidsstaat4 ,de verachting der wijsbegeerte begint langzaam op te houden4 ,de tijd van het positivisme ligt derhalve zoo ongeveer in het tweede derde der eeuw4 ,maar vr we de afzonderlijke denkers bespreken1 past drierlei opmerking4 ,het positivisme kon gaan bloeien1 toen het idealisme uitbloeide4 ,maar onjuist is het1 om het bloot als reactie daartegen te beschouwen4 ,reeds eenvoudige historische feiten bewijzen dit3 ,comte1 de groote ,fransche positivist leeft ten tijde van ,schelling en ,hegel4 ,leerzaam is het volgende tabelletje3 #agih ,cabanis4 ,fichte4 ,verband tusschen lichaam en ,wetenschapsleer4 geest van den mensch4 #ahji ,lamarck4 ,schelling4 ,zologische wijsbegeerte4 ,over de vrijheid4 #ahcj ,comte4 ,hegel's werken uitgegeven ,positieve filosofie4 7#ahcb74 #ahcd ,bentham's leer der moraal ,fichte's nagelaten verschijnt4 geschriften komen uit4 ,wat is n4l4 het positivisme8 ,het wil uitgaan van de werkelijkheid1 van de gegevens1 zooals die zich objectief aan ons voordoen4 ,en dan van onderen op wil het stijgen tot een omvattende kennis der geheele realiteit1 evengoed als het idealisme dat wou van boven af4 ,en evenzeer als dit1 zoekt het in de geschiedenis en wil in deze1 naar ,kant's programma1 de leidende beginselen1 de stuwende krachten ontdekken1 om zoo den loop der geschiedenis te leeren verstaan4 ,comte1 evengoed als ,hegel1 stelt een ontwikkelingsgang op der menschheid1 ziet lijn en verloop in de historie4 ,ook het positivisme zet zich schrap tegenover het gebrek aan historischen zin der aufklrung4 ,veeleer dan een dochter van 't idealisme1 die haar moeder 't leven rooft1 is het positivisme een in ,frankrijk geboren zuster1 die weldra het ,kanaal oversteekt1 en1 uit vrees van te vervallen in het idealisme der ,duitsche1 uit vrees voor verlies van 't ervarings-standpunt1 duidelijke feiten van 't bewustzijnsleven over 't hoofd ziet4 ,er past een tweede opmerking4 ,zooals er ten tijde van 't idealisme critische denkers leefden1 die later hunne waardeering vonden en aanhang verwierven1 zoo werken er in deze jaren van het midden der eeuw wijsgeeren1 die n hn jongeren vinden4 ,onder hen is vooral te noemen ,gustaaf ,theodoor ,fechner4 ,tot recht verstand kome een derde opmerking4 ,de tijdgrenzen staan niet precies vast voor deze periode en het woord positivisme wordt als een titel gebruikt1 die niet alles omvat wat in dit gedeelte gegeven wordt4 ,wij gaan achtereenvolgens de ,franschen na2 zien1 hoe daar in ,comte het positivisme tot zijn hoogtepunt komt1 na eerst voorbereid te zijn4 ,in ,engeland leeren we den strijd over de zedeleer kennen1 de richting van het ,utilisme vertegenwoordigd door de beide ,mill's1 van wie de zoon tevens was een uitnemend beoefenaar der logica4 ,we zien ,darwin zijn grootsche hypothese opstellen en maken kennis met de ontwikkelingsleer van ,spencer4 ,in ,nederland weerspiegelen zich deze bewegingen4 ,opzoomer wordt hier de verkondiger van de wijsbegeerte der ervaring1 bij hem sluit zich aan zijn leerling ,allard ,pierson1 en aanvankelijk ook ,van der ,wijck4 ,in de literatuur worden dan vele begrippen door ,multatuli gepopulariseerd1 die1 door puntige1 scherpe wijze van zeggen in ons land langen tijd een invloed kreeg1 die oorspronkelijker en veel dieper denkers soms ontzegd bleef4 ,en1 even als in 't begin der nieuwe geschiedenis gaat ook nu van ,itali prikkelende kracht uit3 een deel der positivistische school werpt zich op de leer van den misdadigen mensch4 ,in ,duitschland wordt het materialisme verkondigd door ,bchner1 ,vogt1 ,moleschott4 ,de leer van kracht en stof doet opgeld4 ,,hoofdstuk ,x4 ,,het ,,fransche ,,positivisme4 #bh4 ,inleiding4 ,de psychologische school4 ,in de revolutie had de aufklrung gezegevierd4 ,condillacs wijsbegeerte werd de wijsbegeerte van ,frankrijk4 ,bij hem sloten zich een aantal denkers aan4 ,in 't bijzonder te noemen is hier de arts ,cabanis1 die met veel ijver het verband tusschen onze stoffelijke en geestelijke verschijnselen bestudeerde4 ,bizonder gewichtig is1 dat hij in de zielkunde het begrip van het levensgevoel invoerde4 ,condillac had geleerd1 dat alles in onze bewustzijnsverschijnselen tot waarneming1 tot zinnelijke gewaarwording was terug te voeren4 7,i #ccd74 ,cabanis nu wijst er op1 dat ons ook uit ons organisme1 uit onze hersenen1 gewaarwordingen toevloeien1 ja1 reeds voor onze geboorte4 ,deze vage gevoelens vormen het levensgevoel4 ,ondanks enkele zijner uitingen rekent men ,cabanis niet tot de materialisten4 ,napoleon was de leer van ,condillac niet gunstig gezind4 ,met persvrijheid was het gedaan4 ,de aanhangers van ,condillacs leer1 die vooral psychologen waren1 trokken zich in engeren kring terug1 schaarden zich in ,auteuil om ,cabanis4 ,tot dien kring hoorde ook ,maine de ,biran 7#agff-ahbd74 ,deze merkwaardige man1 iemand van diep gevoel1 bestudeerde zijn eigen zieleleven met de objectieve belangstelling van een theoreticus4 ,hem boeide vooral het probleem van de verhouding tusschen activiteit en passiviteit in onze ziel3 in hoeverre wordt deze door de indrukken van buiten beheerscht1 in hoeverre beheerschen wij deze4 'n ,zeer belangrijken kijk op den denker1 die geen groote activiteit bezat en er niet toe gekomen is1 om zijn theorien geheel uit te werken1 geeft zijn3 ,intiem dagboek in #aheg uitgegeven4 7,zijn werken werden eerst lang na zijn dood bekend47 ,toch werd hij door zijn hartstocht voor psychologisch waarnemen de vader der nieuwe ,fransche zielkundige school4 ,tot zijn vrienden en geestverwanten behoorde de beroemde natuurkundige ,ampre1 die in wijsgeerig opzicht dicht bij hem stond4 ,het autoriteitsbeginsel4 ,tegenover deze school nu stond een richting1 die zoo van #ahae-ahcj1 toen onder de ,bourbons de reactie in ,frankrijk hoogtij vierde1 in eere was4 ,zij wees terug naar het geloof als eenig heil1 naar de autoriteit van staat en kerk als onontbeerlijk4 ,ondanks epigrammen1 guillotine en sluitredenen stond de kerk nog rechtop4 ,het menschdom had afdoende bewezen1 dat de rede geen leidsvrouw kon zijn4 ,het geloof bood een vast steunpunt4 ,reeds in #ahjb had de letterkundige ,chateaubriand zijn beroemd werk over het christendom 7le genie du christianisme7 geschreven en ,joseph de ,maistre werd de verkondiger van het autoriteitsbeginsel4 ,buig u voor koningen1 edellieden1 voor paus en kerkelijke autoriteiten4 ,laten zij beslissen wat waar1 goed en nuttig is4 ,zelfs de natuurwetenschap moet het ontgelden4 ,als zij verklaart dat vloed en eb ontstaan door de aantrekkingskracht der maan1 als ze beweert1 dat water uit twee deelen waterstof tegen n deel zuurstof is samengesteld1 dan noemt de ,maistre dit dogma's die betwijfeld kunnen worden4 ,ons verstand begrijpt toch niet alles4 ,tal van onverklaarde dingen doen zich aan ons op4 ,de oorlog bijv4 door het verstand vervloekt1 blijkt door geheel de schepping heen een middel tot bewaring van 't leven4 ,zoek den vrede in de kerk4 ,laat de paus de wereld regeeren1 hij is onfeilbaar4 ,het ongeluk voor de menschheid is begonnen met de ,hervorming1 een der grootste euveldaden6 ,het zette zich voort in de #ah;de eeuw1 samenspanning tegen geloof en kerk1 waarbij de godslasterlijke hansworst ,voltaire voorging4 ,zooals de aufklrung alles aan de kerk en de papen weet1 alles toeschreef aan opzet en bedrog1 zoo doet de ,maistre het aan de aufklrung4 ,cousin4 ,onder het koningschap van ,lodewijk ,philippe was ,cousin1 7#agib-ahfa7 begaafd redenaar1 schitterend stylist1 de alleenheerscher op wijsgeerig gebied4 ,hij doceerde aan de ,normaalschool1 de inrichting1 waar alle leeraars voor hoogere betrekkingen worden opgeleid4 ,in elke filosofie iets waars ziende1 werd hij een eclecticus1 die verschillende elementen tot een systeem vereenigde4 ,dit waardeeren der verschillende stelsels bracht hem tot de bestudeering van de geschiedenis der wijsbegeerte4 ,op dit terrein hebben hij en zijn leerlingen besliste verdiensten4 ,aan zijn ,platovertalingen werd reeds herinnerd4 ,tegenover de ,normaalschool stond de polytechnische ,hoogeschool4 ,hier ontstond het positivisme van ,comte4 #bi4 ,august ,comte4 ,leven en ,persoonlijkheid4 ,merkwaardigen vooruitgang hadden de natuur- en scheikunde te zien gegeven4 ,tal van verschijnselen waren ontdekt1 voor tal van reeds bekende een juister verklaring gevonden4 ,zouden die ontdekkingen geen invloed uitoefenen op andere wetenschappen8 ,zouden zij niet nuttiger kunnen zijn dan alleen op 't enge gebied van eenige afzonderlijke vakken8 ,het antwoord kon niet twijfelachtig zijn4 ,altijd had de groeiende ervaring der menschheid ingewerkt op haar godsdienst1 kunst1 staatsleven4 ,nooit geheel hadden zij zich kunnen onttrekken aan de macht der feiten4 ,zouden ze het n dan wel doen1 nu die feiten zoo vele waren1 zoo luide spraken8 ,het was onmogelijk4 ,wat er te doen bleef1 dat was een wetenschap van den geest op te bouwen1 even positief als de scheikunde1 de natuurkunde4 ,dan waren alle bizondere wetenschappen positief4 ,en deze te zamen zouden een geheele wijsbegeerte leveren1 die1 even stellig als nu de natuurwetenschappen1 even onbetwistbaar zou zijn1 evengoed ontzag zou inboezemen1 en dus een algemeene denkwijze bevorderen4 ,de stelligheid moest zich zoo met de algemeenheid en de algeheelheid vereenigen4 ,dan zoude er meer autoriteit komen en gehoorzaamheid aan 't gezag4 ,het zat er dip in3 de behoefte aan autoriteit in de eerste jaren der #ai;de eeuw4 ,eens was er een tijd geweest1 toen de menschen met eerbied bezield waren voor de kerk1 een gemeenschappelijk ideaal hadden1 zich n voelden1 zich bogen en daarin en daardoor samen werkten4 ,dien tijd hadden de ,middeleeuwen te zien gegeven met de kerkelijke hirarchie4 ,maar de hervorming was gekomen en had tot desme en andere halfslachtigheden geleid1 die noch het eerbiedig ontzag voor de kerk1 noch dat voor de feiten bezaten4 ,dan had ,de ,maistre recht gehad1 die onomwonden weer eerbied voor de kerk1 herstel der ,middeleeuwsche gehoorzaamheid eischte4 ,doch die tijd was voorbij4 ,critiek en nadenken hadden onherstelbaar het geloof aan de kerkelijke leerstellingen vernietigd4 ,teruggaan was onmogelijk4 ,vooruit lag de weg6 ,men moest komen tot het allen ontzag inboezemende positivisme1 de leer1 gegrond op de positieve wetenschappen4 ,die leer te ontwerpen1 haar door te voeren voor de practijk zoowel als haar met groote kennis van feiten te argumenteeren1 ziedaar de levenstaak en het werk van ,august ,comte4 ,hij werd den #ai;den ,januari #agih uit een streng katholieke familie geboren1 maar reeds op zijn #ad;de jaar kwam het in den jongen tot een crisis3 hij voelde1 dat het leven zich moest verjongen en vernieuwen1 dat het tot dusver gevolgde geloof niet houdbaar was4 ,hoe moest die jonge geest voedsel vinden aan de polytechnische hoogeschool1 waarheen hij werd gezonden6 ,daar heerschte onder de leerlingen een vrije1 republikeinsche geest en met de liefde voor de exacte wetenschappen verbond zich een levendige belangstelling in mensch en maatschappij3 hier ontmoetten in jonge menschen met warme harten en heldere hoofden stelligheid en menschelijkheid elkaar4 ,wie weet1 welk een intens leven een poos geheerscht heeft aan de polytechnische hoogeschool te ,delft #ab1 vindt een ,hollandsche parallel4 ,een studentenopstootje is voor de regeering aanleiding om de school te sluiten en de studenten her en der te verspreiden4 ,maar ,comte houdt het niet uit buiten ,parijs3 hij keert er terug1 vult nu met studies in andere vakken zijn kennis aan1 komt in aanraking met ,de ,saint ,simon en ondergaat1 als zoo menigeen1 diens machtigen invloed4 ,de liefde voor de ,middeleeuwen1 die zoo wel georganiseerd waren1 deelt hij met dezen1 en hij gevoelt belangstelling voor sociale vragen3 had niet het positivisme ook een belangrijke sociale roeping4 ,in #ahbb verschijnt zijn eerste belangrijke werk4 ,het wekt bevreemding1 belangstelling4 ,het komt op tegen vrijheid1 het eischt autoriteit1 maar gegrondvest op inzicht1 op buigen voor de wetten van het verstand4 ,de politiek moet tot een positieve wetenschap worden gemaakt4 ,men moet ook hier de wetten leeren kennen1 om daaruit de noodige voorschriften voor de practijk af te leiden4 ,die wetten te vinden1 die leer te ontwerpen wordt nu levenstaak4 ,en aan een kleinen1 maar zr uitgelezen kring1 leest hij in #ahbf zijn positieve filosofie voor4 ,hij breekt dien cursus af4 ,waarschijnlijk tengevolge van overspanning1 wordt hij tijdelijk krankzinnig4 ,met groote energie weet zijn vrouw--een trouwe1 toegewijde vrouw1 met wie ,comte 't echter op den duur niet meer vond--haar rechten te handhaven tegenover ,comte's ouders1 en hem uit 't klooster te houden4 ,in #ahbi is de cursus voltooid3 in #ahcj verschijnt deel ,i1 in #ahce ,,ii1 in #ahch ,,iii1 #ahci ,,iv der positieve filosofie4 ,op de wandelingen bedacht ,comte zijn werken4 ,zijn uitnemend geheugen stelde hem de stof1 zonder naslaan1 ter beschikking en in betrekkelijk korten tijd waren zijn boeken neergeschreven4 ,hun vorm is niet steeds aangenaam4 ,somtijds zijn ze wat langdradig #ac4 ,toch zijn ze begrijpelijk en de stijl1 hoewel niet mooi1 getuigt van ernst en is helder4 ,na het jaar #ahcj1 toen ,frankrijk liberaler werd geregeerd1 had ,comte op een professoraat in de positieve filosofie gehoopt4 ,het kwam niet4 ,evenmin een professoraat in de wiskunde4 ,hij verdiende zijn brood met schrijven1 les geven4 ,bovendien was hij examinator voor de polytechnische school4 ,tot dit ambt--bijna schreef men hier1 vergeleken met den man die 't bekleedde3 baantje--werd men elk jaar benoemd door den raad van leeraren4 ,toen nu ,comte in de voorrede van een zijner werken een tamelijk heftigen aanval had gedaan op de wiskunde en gezegd1 dat zij n onder de natuurwetenschappen stond1 toen hij de hoogleeraren der polytechnische school hunne wiskundige eenzijdigheid had verweten1 ontging hem zelfs dit4 ,zorgen1 armoede stonden voor de deur3 de groote man moest weer privaatlessen gaan geven4 ,maar vele belangstellenden in ,frankrijk en daarbuiten1 7in ,engeland o4 a4 ,stuart ,mill en ,grote #ad71 zorgden voor ondersteuning4 ,in denzelfden tijd scheidde ,comte ook van zijn vrouw4 ,zij bleef zich haar leven lang interesseeren voor zijn werk en zijn ideen4 ,een nieuwe zenuwcrisis brak aan4 ,een merkwaardige verandering treedt er nu in ,comte op4 ,hij was van jongsaf mystiek aangelegd4 ,hij had een sterke behoefte in zich gehad1 zich geheel aan iemand te kunnen overgeven1 met al de kracht van zijn gevoel4 ,in een jonge vrouw1 ,clotilde de ,vaux1 vond hij eindelijk haar1 die hij zocht4 ,zij werd voor hem1 wat ,beatrice voor ,dante geweest was4 ,toen zij na een jaar stierf1 bleef hij haar vereeren3 zij was voor hem de verpersoonlijking der menschheid4 ,en hiermede ging ,comte over tot zijn godsdienstige periode4 ,hij zag zich nu geroepen1 om ook een religie te stichten1 die het gevoel recht deed en toch ook op positieven grondslag rustte4 ,bij dit streven vervreemdden vele vrienden van hem4 ,in zijn godsdienst1 met nieuwe plechtigheden en vormen1 wenschten ze hem niet te volgen4 ,comte zelf op zijn beurt was het laatst van zijn leven gesloten voor al wat de buitenwereld hem aanbood4 ,hij trachtte zich te isoleeren1 verdiepte zich in muziek1 ,italiaansche en ,spaansche pozie1 las in ,thomas ,kempis' ,navolging van ,christus 7,i1 #aih71 overal in plaats van ,god de menschheid lezend4 ,hij las niet anders4 ,zijn tijd van leeren was voorbij4 ,hij had nu de kennis wel opgedaan1 noodig om zijn systeem te bouwen4 ,het laatst van zijn leven voelde hij zich gelukkig4 ,zijn uiterlijk getuigde het4 ,voor ,comte was zijn religie een rustplaats waar zijn denken de herinnering aan het grootste en beste dat hij in de menschheid gevonden had1 verzamelde1 en van waar hij hoopvol de toekomst tegenblikte1 welke het onophoudelijk voortschrijdende menschelijk geslacht te verwachten had4 ,de liefde als beginsel1 de orde als grondslag1 de vooruitgang als doel--dat was het motto van de religie der menschelijkheid4 7,hffding74 ,den #e;den ,augustus #aheg stierf ,comte4 ,de drie stadin4 ,in de ontwikkeling der menschheid onderscheidt ,comte drie trappen3 de theologische1 de metafysische1 de positieve4 ,aanvankelijk heeft de menschheid weinig waarnemingen4 ,zij kent niet zeer vele feiten4 ,maar de mensch heeft toch behoefte1 om de feiten1 die hij waarneemt1 te verbinden tot een eenheid4 ,hier nu komt de fantasie te hulp4 ,zij bouwt den mensch de voorstellingen van goden of van een god1 die alles scheppen1 of schept4 ,dit stadium heeft zijn groote beteekenis4 ,het verstand wordt althans in werking gezet3 er worden verklaringen gezocht4 ,het gevondene wordt als volstrekte werkelijkheid aanvaard4 ,twijfel bestaat niet4 ,er is dus een allen menschen gemeene grondslag van godsdienst en zedelijkheid4 ,een goed georganiseerd samenleven is mogelijk4 ,er is autoriteit4 ,in den staat heerscht de koning en hij oefent in het wereldlijke het gezag1 dat de godsdienst in het geestelijke oefent4 ,ook deze trap van de menschheid wordt nog niet in eens bestegen4 ,eerst komt het fetischisme4 ,dat ziet alle voorwerpen bezield aan4 ,het denkt zich de voorwerpen in overeenstemming met 's menschen geest4 ,nu volgt het veelgodendom1 dat vele krachten aanneemt4 ,oorzaak van bewegingen zijn verschillende1 een hoogere wereld toebehoorende goden4 ,daarop volgt het eengodendom3 het verheft zich tot n ,god4 ,het denken is hoe langer hoe abstracter geworden4 ,het monothesme is de overgang naar het tweede stadium3 het metafysische4 ,hierin wordt de werkelijkheid niet langer verklaard uit n persoonlijk wezen1 maar uit beginselen1 ideen4 ,deze worden niet als de goden bij het theologisch stadium1 door de fantasie opgesteld1 maar door de rede1 en zij worden bewezen4 ,alle beginselen1 die de metafysica opstelt1 monden uit in n groot beginsel3 de natuur4 ,in dezen tijd ontbreekt alle autoriteit4 ,er is geen allen gemeenzame grond van recht en zedelijkheid4 ,egosme heerscht4 ,in dien staat heerscht nu niet de koning maar de juristen zijn de leidende mannen4 ,ook aan het staatswezen legt men n beginsel ten gronde3 de volkssouvereiniteit4 ,voor ,comte is het metafysisch stadium niet dan een overgangstijdperk1 een tusschenstadium dat moet voeren tot het laatste1 het positieve4 ,hier regeert de waarneming en men stelt wetten op voor algemeene of bijzondere feiten4 ,de mensch is overtuigd van de vastheid en algemeene geldigheid der natuurwetten4 ,deze worden niet tot n wet teruggebracht1 zooals in de voorgaande stadia alles tot n ,god en tot n beginsel4 ,dat kan niet4 ,er zijn verschillende groepen van verschijnselen1 ieder met eigen aard4 ,toch komt er een zkere eenheid3 een subjectieve1 die hierin bestaat1 dat voor alle feitengroepen n zelfde studiemethode wordt aangewend3 de positieve4 ,en door deze eenheid van methode kan er nu ook een algemeen geldende moraal komen3 er is meer autoriteit4 ,er komt nu ook samenwerking tusschen de menschen in de voortbrenging der aardsche goederen4 ,daarom treedt1 in het positieve stadium1 de industriestaat op4 ,de natuur wordt bewerkt4 ,doordat men haar wetten kent1 werkt men met vrucht4 ,men ziet1 en kan vooruit zien4 ,de indeeling der wetenschappen4 ,comte zag als zijn taak1 de positieve wijsbegeerte te ontwerpen4 ,hij wilde daarbij niet1 zagen we1 als de theologen of de metafysica alles tot n beginsel terugbrengen4 ,er waren verschillende groepen van verschijnselen1 die niet tot elkaar kunnen worden herleid en dientengevolge waren er ook verschillende wetenschappen1 die elk zelfstandig waren door de behandelde stof1 maar alleen de positieve methode gemeen hadden4 ,deze wetenschappen moeten in een goede rij worden geklassificeerd1 haar volgorde moet vastgesteld worden4 ,als leidend beginsel wordt hierbij aangenomen het intreden in het positieve stadium4 ,zoo worden dan gegeven3 wiskunde1 sterrenkunde1 natuurkunde1 scheikunde1 biologie1 sociologie4 ,met deze indeeling gaat ook gepaard de meerdere of mindere eenvoud4 ,wiskunde is een eenvoudige1 sociologie de meest samengestelde wetenschap4 ,en de eenvoudige wetenschappen omvatten het meest3 zij komen terug in andere4 ,een verschil van methode gaat hiermee gepaard4 ,de meetkunde is deductief4 ,zij bewijst het bijzondere uit het algemeene4 ,die methode is haar zoo eigen1 dat zij over 't hoofd ziet1 dat haar rste beginselen1 de grondstellingen1 de axioma's vanwaar zij uitgaat1 aan de ervaring ontnomen zijn4 ,comte staat hier dus--en hem verwante denkers volgen hem hierin na--tegenover die denkers1 welke redelijke niet van de ervaring stammende elementen in onze kennis aannemen4 ,volgens hen begingen ,comte en de zijnen de fout1 dat zij uit empiristisch vooroordeel1 en uit liefde voor de feiten1 eenvoudige1 maar sprekende gegevens uit het bewustzijnsleven over 't hoofd zagen en dat zij1 verkeerdelijk de wiskundige axioma's uit de ervaring lieten stammen4 ,hun algemeen geldend1 noodwendig volkomen nauwkeurig karakter kunnen zij niet verklaren4 ,we zullen zien1 hoe deze1 aan ,kant aanknoopende beschouwingswijze na het positivisme weer opkwam4 ,de sociologie moet inductief te werk gaan1 de wetten zoeken die het leven der gemeenschap beheerschen4 ,en heeft zij die wetten eenmaal1 dan is er toepassing op bijzondere gevallen mogelijk1 kan zij deductief te werk gaan4 ,de wetenschappen verschillen dus naar eenvoud1 omvang1 methode4 ,comte houdt het voor absoluut onmogelijk1 dat er een overgang kan komen tusschen de verschillende groepen4 ,hij houdt sterk vast aan de afscheiding4 ,planten- en dierenrijk zijn absoluut gescheiden4 ,zij gaan niet geleidelijk in elkaar over4 ,in elk rijk staan de soorten weer vast4 ,geen soort ontstaat uit de andere4 ,in het gebied der natuurkunde staat de eene groep verschijnselen naast de andere1 treedt er niet mee in verbinding4 ,hier heeft ,comte's geestesrichting in haar zucht tot het hebben van een stevig houvast hem belet1 de in zijn tijd reeds opgekomen ontwikkelingstheorien te waardeeren4 ,zij hadden hem kunnen doen zien1 dat er toch veel op de overgangen wijst4 ,de grens tusschen planten en dieren is1 als wij in de onderste soorten komen1 bijna niet meer te trekken4 ,robert ,mayer ontdekte1 dat beweging zich in warmte omzette1 dat warmte beweging was4 ,hij verbond tw gebieden1 die ,comte streng gescheiden achtte en de richting van herleiding deed nog verder een groote schrede1 toen de eenheid van licht en electrische verschijnselen werd aangetoond4 ,de ontwikkelingshypothese heeft zich vruchtbaarder bewezen dan ,comte dacht en de gescheidenheid der verschijnselengroepen bleek niet zoo streng als hij meende4 ,voor zielkunde als afzonderlijke wetenschap is geen plaats in ,comtes systeem4 ,hij verwerpt de subjectieve methode van zelfwaarneming4 ,hoe8 ,de geest neemt zich zelf waar4 ,splitst hij zich dan misschien in twee gedeelten3 een waarnemend en een waargenomen8 ,neen1 een objectieve methode is noodig4 ,het verstand moet aan zijn resultaten 7bijv4 kunst1 geschiedenis1 wetenschap7 bestudeerd worden4 ,hier vergat ,comte weer het belangrijke1 eenvoudige1 onomstootelijke beginsel1 dat ons allerrst zijn gegeven onze eigen bewustzijnsverschijnselen en dat de waarneming er van in objectieven zin1 als hij wilde1 een middellijk waarnemen is4 ,toch heeft het zijn nut gehad1 dat ,comte tegenover de zelfwaarneming ook wees op de waarneming van psychische elementen1 zooals zich dat openbaarde in verschillende producten3 allerwege wordt thans in de zielkunde de middellijke waarneming naast de zelfwaarneming gezet4 ,en eveneens heeft het zijn groote beteekenis1 dat hij den mensch niet als eenling wil beschouwd hebben1 maar op de omgeving1 op het milieu gelet hebben4 ,een groot deel der zielkunde wordt ondergebracht onder de sociologie4 ,sociologie4 ,dit woord vond ,comte uit1 en ondanks taalkundige bezwaren heeft het zich gehandhaafd om de leer der maatschappij aan te duiden4 ,de sociologie omvat de staathuishoudkunde1 de zedeleer1 een groot deel der zielkunde en aan haar is een groot deel van ,comtes werk gewijd4 ,de mensch moet niet als enkeling beschouwd worden3 de individu is veeleer een abstractie4 ,men moet evenmin de verschillende elementen der samenleving1 recht1 zeden1 staatsinstellingen1 apart beschouwen3 het eene hangt met het andere samen4 ,het is zeer dwaas1 om n punt1 bijv4 staatsinstellingen geheel te willen veranderen1 zonder dat de leidende ideen1 de zeden gewijzigd zijn4 ,doorloopend invloed oefenen de deelen op elkaar uit4 ,wijzigen de denkbeelden zich1 dan komen er ook veranderde staatsinstellingen4 ,deze op hun beurt kunnen na langen tijd ook wel iets bijdragen tot omvorming der ideen4 ,wat is de grondslag van het samenleven8 ,niet het slim overleg van enkele booze individuen die het nut er van zagen1 zooals de aufklrungstijd wou leeren3 om het nut te ondervinden1 moet men eerst een poos samengewoond hebben4 ,neen1 de grond is gelegen in een drang naar gezelligheid4 ,ook hier is het gevoel de kennis voorafgegaan4 ,in de samenleving ontwikkelt zich ook het altrusme1 de tegenstelling van egosme4 ,natuurlijk mag de zorg voor eigen zelf nooit verdwijnen1 maar het moet ondergeschikt worden4 ,verstand1 dat ons aantoont wat goed is1 sympathie1 die ons niet uitsluitend in eigen dienst doet arbeiden1 bevorderen het altrusme4 ,in den kring van de samenleving--de familie--heerscht vooral de sympathie1 in den staat het verstand4 ,de positieve wetenschap begunstigt de ontwikkeling van het altrusme veel meer dan de katholieke kerk4 ,deze toch kan niet de behoeften van het verstand bevredigen1 leert den enkeling zorgen voor eigen zieleheil4 ,gene daarentegen scherpt de menschen in1 dat er alleen ontwikkeling is in de samenleving4 ,toekomstig geluk hangt af van verbreiding van positivistisch inzicht4 ,opvoeding werkt daaraan mee4 ,komen de ideen maar eerst1 dan volgen de noodige staatsinstellingen van zelf4 ,er is nu eerst maar eens behoefte aan een tijd1 die de idee laat doorwerken1 die niet te veel verandering brengt4 ,comte zelf heeft aanvankelijk niet verwacht1 dat die tijd zoo spoedig zou komen4 ,maar later meende hij1 dat hij er al de beginteekenen van zag4 ,het was in dien tijd zijner godsdienstige stemmingen4 ,zien wij nog even1 wat hij hier uitvond of liever bedacht4 ,godsdienst4 ,comte gaat nu nog eens een leer opstellen3 hij wil een positieven godsdienst stichten1 die het gevoel recht doet wedervaren4 ,om van uit het individu tot de wereld te komen1 neemt hij de ethiek als zevende en laatste1 meest ingewikkelde wetenschap aan1 waarin al de anderen teruggevonden worden4 ,door haar wordt de menschheid het middenpunt1 waarom zich alles beweegt4 ,ja1 de menschheid wordt het groote wezen le grand tre1 dat wij vereeren4 ,de menschheid omvat alle levenden1 dooden1 die voor haar heil gewerkt hebben1 allen1 die nog zullen komen4 ,er komt een eeredienst4 ,aan het hoofd staan algemeen ontwikkelde wijsgeeren1 als priesters1 die tevens dichters1 opvoeders en geneesheeren zijn4 ,er zijn bepaalde ceremonin2 er zijn sacramenten4 ,er is een kalender1 waarin iedere maand1 iedere dag benoemd is naar een groot man1 die gearbeid heeft voor het welzijn der menschheid4 ,er vinden herdenkingsfeesten ter eere van die weldoeners plaats4 ,in de particuliere kerken worden personen vereerd1 die den mensch persoonlijk nader hebben gestaan en het ideaal der menschheid voor hem representeeren4 ,er zijn een aantal feestdagen4 ,er zijn drie maal daags uitstortingen van het hart 7gebeden7 er zijn #i sacramenten1 waaronder ook de dood behoort1 de overgang van het objectief bestaan in het voortleven in de gedachten der menschheid4 ,zijn religie der menschelijkheid is het katholicisme zonder christendom4 ,in ,frankrijk1 ,brazili1 ,chili1 ontstonden enkele gemeenten in den zin van ,comte4 ,opvolger als hoogepriester was ,lafitte4 ,maar deze bedachte godsdienst schoot geen wortel4 ,zij interesseert ons verder niet uit wijsgeerig oogpunt1 en niet op dit gebied ligt de groote beteekenis van den ,franschen denker4 ,staat4 ,in den ideaalstaat der positivisten zal de macht berusten in handen der patricirs der hoofdmannen van de nijverheid1 7bankiers1 fabrikanten1 grondbezitters74 ,zij zullen hun macht niet aanwenden tot eigen verrijking1 maar tot nut van het algemeen4 ,zoo ze verkeerd handelen1 zullen wijsgeeren1 vrouwen en arbeiders1 die het verstand1 het gevoel en de kracht vertegenwoordigen1 hen samen tegenwerken4 ,de openbare meening zal eveneens een macht in den staat zijn4 ,werkstaking zal eventueel geoorloofd zijn4 ,de arbeider zal niet in kommervolle omstandigheden moeten leven4 ,hij zal een woning met minstens #g kamers1 een jaarlijksch loon van een achttien honderd gulden hebben4 ,in dit laatste zien wij1 dat ,comte sterk den invloed ondergaan had van het ,socialisme dier dagen4 ,in tegenstelling van het latere1 door ,marx opgestelde ,socialisme1 was het utopistisch3 het bouwde een ideaalstaat1 en beschreef tot in kleinigheden1 hoe alles door de voortbrenging en de verdeeling der goederen zou zijn geregeld4 7,zie hoofdstuk3 ,individualisme en ,socialisme74 ,,hoofdstuk ,,xi4 ,,het ,,engelsche ,,positivisme4 #cj4 ,inleidende opmerkingen4 ,in elk der drie groote cultuurlanden1 ,duitschland1 ,frankrijk1 ,engeland1 hebben we een eigenaardige geestesrichting ontmoet4 ,in ,engeland1 het land met den nuchteren zin1 dat den blik op het practische richtte1 was het empirisme in een of anderen vorm steeds heerschend4 ,daar verbond zich ook de wijsbegeerte licht met politiek en staathuishoudkunde3 in het land met aloude volksvrijheden was de belangstelling levendig voor kwesties van staatsbestuur1 en snelle ontwikkeling op het gebied van handel en industrie bracht onwillekeurig de aandacht op staathuishoudkundige vragen4 ,wat beeld vertoont ,engeland ons in de jaren van ,kant1 ,hegel1 ,comte8 ,de stormen der revolutie waren er overheen gegaan4 ,het had ,napoleon met l zijn macht bestreden en tal van oorlogen hadden veel van de natie gevraagd2 hadden de aandacht meer op het buiten- dan op het binnenland gericht4 ,weldra echter kwam--na ,napoleon's val--beweging1 een schijnbaar politieke1 maar inderdaad een economische444 ,napoleon had met zijn continentaal stelsel een belangrijken slag toegebracht aan ,engelands handel en nijverheid3 de invoer van waren uit ,engeland of door ,engelsche schepen naar het vasteland was verboden4 ,toen nu ,napoleon naar ,st4 ,helena was verbannen1 het continentaal stelsel was opgeheven1 overstroomde ,engeland de andere ,europeesche landen met zijn voortbrengselen4 ,en deze1 die daardoor eigen bedrijf een felle1 bijna doodende mededinging zagen aangedaan1 bouwden een beschermenden muur om hun land3 zij hieven hoogere invoerrechten6 ,verslappende invloed op ,engelands nijverheid3 werkeloosheid2 door afdanking van arbeiders armoede tot hongerlijdens toe4 ,het graan duur4 ,beschermende rechten weren den vrijen invoer van buitenlandsch graan4 ,engeland1 tot nu k een landbouwenden staat1 doormaakt de crisis tot modernen nijverheidsstaat4 ,de machines ontrooven een deel der arbeiders ook nog van hun werk4 ,hongeroptochten1 indrukwekkende meetings1 maar ook dreigende storing van orde4 ,regeering en parlement zien alleen het laatste1 achten alleen orde-handhaving plicht van de overheid1 en de orde wordt gehandhaafd1 waar noodig1 zelfs waar niet noodig1 met geweld en in bloed1 en over lijken heen4 ,bedwinging aldus van onlusten en bij terugkeerende welvaart herstel van uitwendige rust2 maar geen inwendige vrede4 ,de katholieken nog steeds niet geheel vrij en van staatsambten uitgesloten4 ,het kiesstelsel voor het ,lagerhuis een bespotting van wat het behoort te zijn4 ,sommige oude stadjes1 oude burchten1 vaardigen een afgevaardigde af1 gekozen door misschien een tiental kiezers of nog minder4 ,nijvere1 volkrijke steden1 later opgekomen1 niet in de gelegenheid om hare verlangens in 't parlement kenbaar te maken4 ,hervorming van 't kiesrecht1 afschaffing der korenwetten1 bevrijding der katholieken1 ziehier de drie groote dingen1 die men vraagt1 waarvoor men pleit4 ,een groep radicale denkers ontstaat1 die op godsdienstig1 politiek1 maatschappelijk1 wijsgeerig terrein samenwerken1 in de ,westminster review weldra hun orgaan vinden4 ,met deze groep denkers houden we ons eerst bezig4 ,bentham is hier te noemen1 die de leer welke ,adam ,smith 7,i1 pag4 #cbe7 opgesteld heeft voor de economie1 uitbreidt over het heele leven4 ,james ,mill1 die de psychologie van de #ah;de eeuw voortzet1 verdiept4 ,zijn zoon1 ,john ,stuart ,mill is de centrale denker van dezen tijd3 wijsgeer1 maar ook practisch staatsman1 maar ook publicist1 die met zijn pen en scherp en helder denken verlichting en vrijheid dient4 ,centraal1 wijl ook in hem alle draden van 't ,engelsche leven uit dien tijd samenloopen4 ,hij wordt geboren en opgevoed in den kring1 die de #ah;de-eeuwsche aufklrung voortzet4 ,hij vindt in zijn eigen persoon de breuk1 het failliet van het stelsel4 ,de invloed van den hartstochtelijken1 somberen denker ,carlyle1 die in ,engeland de reactie op de aufklrung1 het dichterlijk idealisme van ,duitschland vertegenwoordigt1 openbaart hem de waarde der levende persoonlijkheid4 ,aan ,comte's leer trekt hij zich nu naar boven4 ,en ook de vereering van de vrouw ontbreekt niet4 #ca4 ,bentham1 ,james ,mill4 ,bentham behoort eigenlijk meer thuis in een geschiedenis der rechten1 maar ook als ethicus heeft hij beteekenis4 ,jeremias ,bentham 7#agdh-ahcb7 stelde zich de vraag1 van welk beginsel onze zedelijke inzichten moesten uitgaan en vond dat hierin1 dat elk mensch lust boven leed verkoos4 ,het kwam er dus maar op aan1 om voor het grootst aantal menschen het grootst mogelijke geluk te vinden4 ,de groote vraag is nu hoe de eenling er toe gebracht wordt1 om ook het geluk van anderen te willen4 ,smith had op staathuishoudkundig gebied geleerd1 dat het in 't algemeen voor 't geheel 't best uitkwam1 wanneer ieder zijn eigen belang op zijn eigen wijze zocht4 ,er zou dan een samenspel en evenwicht van belangen ontstaan1 waarbij niet een1 maar allen welvoeren4 ,welnu1 ditzelfde ziet ,bentham op ethisch gebied gebeuren4 ,de verstandige mensch ziet in1 dat hij anderen niet kan missen1 dat zij hem moeten bijstaan1 om zijn geluk te vormen4 ,de openbare meening keurt verder die dingen goed1 welke in het algemeen belang zijn en naarmate de ontwikkeling voortschrijdt1 zal inzicht in 't algemeen belang grooter worden4 ,dan zullen dus ook juister oordeelen geveld worden door de publieke opinie4 ,en deze is een macht1 wordt dat meer en meer1 drijft dus ook den mensch tot handelen in 't algemeen welzijn4 ,wij zien hier dus de scherpst mogelijke tegenstelling tusschen ,kant en ,bentham4 ,beide hoofdrichtingen zijn in de ethiek der #ai;de eeuw blijven bestaan4 ,maar niet zonder toenaderingen1 verzoeningspogingen4 ,kants rigorisme1 dat eigenlijk alleen het plichtmatige handelen tegen de neiging in1 zedelijke waarde toekent1 wordt verlaten door velen die andere zijner grondgedachten aanhangen4 ,en omgekeerd zal niet ieder1 die overigens nauwe verwantschap vertoont met de utilisten en de associatiepsychologen1 het ontstaan der belangstelling1 die den enkeling tot het algemeen welzijn voert1 op dezelfde wijze verklaren als ,bentham4 ,geven we uit het heden twee voorbeelden ,paulsen--,hffding4 ,paulsen1 de schrijver van een bekend stelsel van zedeleer 7,system der ,ethik7 die zich in zijn kennistheorie eng bij ,kant aansluit en overigens zeker dichter bij ,kant dan bij de ,engelsche ,utilisten staat1 gaat niet mee met ,kant's algemeene geldigheid van het zedelijk beginsel4 ,ook hij baseert zich op het welvaartsbeginsel4 ,de zedelijke wetten zijn ervaringswetten4 ,het heillooze van den leugen bijv4 berust op het groote nadeel voor het gemeenschapsleven4 ,maar zou de leugen ook nog verwerpelijk zijn als hij steeds bedrieger en bedrogene tot heil strekte8 ,de zaak is den mensch werkelijk niet zoo gemakkelijk gemaakt1 dat een hem inwonend vermogen1 practische rede of geweten genaamd1 met een eenvoudige inrichting 7het brengen van een bijzonder geval onder een algemeenen regel7 zijn leven onfeilbaar zou leiden4 ,wel bestrijdt hij het hedonisme dat volgens hem in ,bentham en ,mill te voorschijn treedt4 ,daartegenover stelt hij het energisme4 ,het hedonisme zegt3 het hoogste goed is lust4 ,het energisme zegt3 leven is handelen en het hoogste goed is gelegen in een bepaalde wijze van handelen en leven4 ,ik geloof1 dat het recht op de zijde van het energisme is4 ,de analytische zielkunde dwaalt1 wanneer zij meent1 dat overal de voorstelling van lust de beweegreden voor menschelijk handelen is4 ,tot zoover ,paulsen4 ,de auteur van een ander1 veelgelezen handboek der ethiek1 de ,kopenhager ,hoogleeraar ,hffding1 sluit zich zr eng aan bij ,bentham1 maar wijzigt diens leer1 door den overgang tot behartiging van 's naasten belangen anders te verklaren4 ,hij meent dat er tusschen ,bentham en ,kant een verzoening is te vinden1 welke hij beproeft te geven4 ,bentham1 7die zelf een zeer belangelooze persoonlijkheid was1 spoedig tot medelijden met anderen bewogen en dus ook in dat opzicht met ,helvetius overeenstemde1 wiens werken hij hoogschatte en met wiens leer de zijne overeenkomst vertoont71 trad ook met veel kracht op tegen het ,engelsche recht1 dat1 met zijn vele sluipwegen een waar doolhof was1 onvatbaar voor een leek1 leidde tot dure en lange processen1 en dan nog niet altijd voldoende rechtszekerheid gaf #ae4 ,hij eischte codificatie 7't woord is van hem afkomstig7 der wetten zoodanig1 dat ieder ze kon verstaan4 ,van stemrechtverbetering was hij een warm voorstander4 ,bentham1 die in een conservatieve omgeving opgevoed was1 ,karel ,i als een martelaar1 alle revolutie als duivelswerk had leeren beschouwen1 kwam door zijn latere leer in lijnrechten strijd met de orthodoxen op kerkelijk1 met de conservatieve ,tories op staatkundig gebied4 ,maar reeds verwijdert hij zich van den aufklrungstijd en het revolutiedeaal2 niet de rechten van den mensch1 maar die der gemeenschap erkent hij en slechts dr heeft het individu recht1 waar dat recht strekt tot heil der gemeenschap1 waar het meewerkt1 om het grootst mogelijk geluk voor het grootste aantal te bewerkstelligen4 ,james ,mill4 ,uit geheel andere kringen was de latere vriend en medestander van ,bentham ,james ,mill afkomstig4 ,deze1 den #f ,april #aggc in ,zuid-,schotland geboren1 was de zoon van een dorpsschoenmaker en een meer ontwikkelde moeder4 ,door haar invloed vooral werd ,james voor studie bestemd1 daarin later voortgeholpen door een vermogend edelman1 ,sir ,john ,stuart4 ,theologiestudie beviel hem niet4 ,op dertigjarigen leeftijd gaat hij naar ,londen4 ,moeilijke tijden wachten4 ,met harden arbeid moet hij voor zich en zijn steeds talrijker wordend gezin het brood verdienen4 ,zijn hervormingsgezind streven lijdt daarbij echter geen schade4 ,zijn geschiedenis van ,britsch-,indi toont welk een uitnemend kenner van ,indische toestanden hij is4 ,hij komt in dienst der ,oostindische compagnie1 die gebruik maakt van zijn kennis en zijn critiek niet vreest4 ,tot hooger posten opgeklommen1 krijgt hij een meer onbezorgd bestaan en kan zich aan zijn studies blijven wijden en werkzaam zijn voor de kiesrechthervorming4 ,hij was dit niet alleen door zijn geschriften1 maar ook door zijn woord1 door zijn invloed op een hem omringende groep van jongelui4 ,van uit zijn studeerkamer nam hij leidend deel aan den slag1 die eindigde met de overwinning2 in #ahcb moesten de lords hun verzet opgeven en de reform-bill aannemen1 die beter kiesrecht schonk4 ,mill1 practischer dan ,bentham1 had nog niet op algemeen kiesrecht aangedrongen1 maar slechts hervorming en uitbreiding tot den middenstand gewenscht2 met de toeneming van ontwikkeling zou er dan ook verdere uitbreiding van kiesrecht kunnen komen4 ,voor de wijsbegeerte ligt ,mills beteekenis op zielkundig gebied door zijn werk3 ,ontleding van den geest4 7,analysis of the ,mind7 waarin hij de associatietheorie verder ontwikkelde4 ,gaan we nog even na1 wat deze inhoudt4 ,het kan zijn1 dat een waargenomen voorwerp u aan een ander doet denken1 een portret van den persoon aan hem die het voorstelt1 een schouwburg aan den ,amsterdamschen enz4 ,wij zeggen dan1 dat die beide voorstellingen geassocieerd zijn en wij hebben hier een associatie door gelijkheid4 ,hoort ge de beginwoorden van een bekend vers1 dan komen u de volgende in 't bewustzijn4 ,ge hebt die woorden herhaaldelijk na elkander opgenomen1 er is een associatie ontstaan4 ,twee dingen kunnen ook tegelijk bestaan en waargenomen worden3 de meubels van een kamer bijv4 ,stelt ge u dan het bureau voor dan kunt ge komen tot de boekenkast1 de gordijnen1 enz4 ,dit is een associatie door aanraking1 aanraking in ruimte of tijd4 ,voor ,mill bestaat nu eigenlijk alleen de aanrakingsassociatie4 ,tot haar brengt hij alle verschijnselen op zielkundig gebied terug4 ,de associatie is het psychologisch verschijnsel1 het verschijnsel bij uitnemendheid4 ,bentham had zijn geheele ethiek ontwikkeld van uit n beginsel1 lust gaat boven onlust4 ,mill bouwt eveneens op n beginsel zijn geheele zielkunde3 wat eens waargenomen1 ervaren is1 kan gereproduceerd worden1 als een waarneming1 die er mee geassocieerd is1 weer wordt gedaan4 ,het bewustzijn wordt dus beheerscht door de ervaring1 door dat1 wat zich aan de waarneming aanbiedt4 ,deze geeft de enkelvoudige voorstellingen en door de verbinding van deze ontstaan alle verdere bewustzijnsverschijnselen3 fantasie1 oordeelen1 gevoel1 willen4 ,in laatste instantie wordt het voelen dus door de waarneming beheerscht4 ,dus is er ook mogelijkheid1 een bepaalde richting te geven aan het menschelijk geestesleven1 als de opvoeding1 de maatschappij1 de wetgever maar zorgen voor bepaalde voorstellingen en voorstellingscomplexen4 ,de associatiepsychologie kon allereerst kritisch werken4 ,tal van oordeelen1 op godsdienstig1 maatschappelijk en politiek gebied1 die den radicalen als vooroordeelen golden1 konden ontleed worden1 er kon aangetoond worden1 dat zij op verbinding van bepaalde voorstellingen berustte en men kon den oorsprong daarvan gaan zoeken4 ,maar zij kon ook opbouwend werken1 waar zij de mogelijkheid aangaf1 op de toekomst in te werken4 ,zoo kon een der aanhangers er bijv4 toe komen opvoeding te definieeren als het aanbrengen van gewenschte associaties4 #cb4 ,thomas ,carlyle4 ,geen wijsgeer in engeren zin4 ,geen dichter ook4 ,geen politicus4 ,een letterkundige1 maar een die in kunst levensdoel noch hoogste levensuiting zag4 ,een historieschrijver1 maar die niet de methodische1 critische behandeling van historiestukken en bronnen toepaste zooals nu de historicus4 ,maar een levende verbinding van velerlei elementen1 die op heel het ,engelsche denken machtig gewerkt heeft en hier behoort1 omdat hij de levende reactie belichaamt tegen het realisme1 wijl hij ,duitschland1 ,duitschland's nige dichter ,goethe vooral--maar ook zijn denkers--doet spreken tot ,engeland4 ,die man was geen ,engelschman maar behoorde tot het zwijgende1 sombere1 ernstig-werkende1 matige1 meer aan de ,germanen verwante volk der ,schotten4 ,hij werd #agie in ,zuid-,schotland geboren1 studeerde te ,edinburg1 was bezig met onderwijs geven1 verdiende daarna zijn onderhoud met literairen broodarbeid en woonde sedert #ahcd bij ,londen in ,chelsea tot 't einde van zijn leven4 ,een trouwe steun1 wier zelfopoffering hij niet doorzag en die hij tot zijn ontzetting eerst na haar dood uit haar dagboek leerde kennen1 vond hij in zijn vrouw ,jane ,welsh4 ,tot de merkwaardigste werken van ,carlyle uit wijsgeerig oogpunt behooren ,sartor resartus1 ,verleden en ,heden 7past and present7 en zijn studies over de ,duitschers1 en verder ,helden en ,heldenvereering4 #af ,carlyle1 godsdienstig opgevoed1 onderging den invloed der utilistische levensbeschouwing1 die hem ten slotte de wereld als dood en ledig liet zien4 ,merkwaardig is zijn breuk hiermee1 door hem zelf beschreven4 ,op een wandeling in #ahba komt hij tot verzet tegen die opvatting4 ,hij durft er neen tegen zeggen4 ,het eeuwig-ik is een gedurig protest tegen de mechanische theorien4 ,carlyle was oorspronkelijk geloovig geweest4 ,hij had zijn hoop en geloof laten varen4 ,hij was onder den invloed van het utilisme gekomen4 ,maar vollen vrede had hij daarbij niet kunnen vinden4 ,hij had dit steeds beschouwd als een overblijfsel van zijn vroeger geloof1 als een nawerking1 die hij bestrijden moest4 ,bij al zijn strijd echter was zijn eigen ik1 zijn persoonlijkheid blijven bestaan4 ,deze was iets anders dan een bundel samenwerkende voorstellingen1 haar streven niet alleen een begeerte naar lust4 ,het bestaan der levende persoonlijkheid lgenstrafte de theorien der associatie zielkunde en der utilisten4 ,er was een persoonlijkheidskern4 ,en daardoor kon hij nn zeggen tegen de leer1 waarvan hij zich los worstelt4 ,het zal wel lang duren1 voor op het eeuwig nn het eeuwig j volgt1 voor de rechte weg gevonden is4 ,maar--hij is terug van den verkeerden weg4 ,het eeuwige nn is begin van ,nieuw leven4 ,hier zien wij ,carlyle n met ,fichte4 ,hem schijnt de natuur slechts een reeks verschijnselen1 het is het kleed der godheid4 ,hij erkent1 evenals de ,duitsche idealisten1 achter de verschijnselen een werkelijkheid4 ,de verhouding tot die werkelijkheid is religie4 ,het is in alle opzichten waar1 dat het voornaamste in den mensch zijn godsdienstig geloof is4 ,ik versta hier niet onder geloof de kerkleer1 die hij belijdt1 de geloofsartikelen1 die hij wil onderschrijven en in kerkleer of anderszins openlijk bevestigt1 dit niet geheel en in menig opzicht dit geheel niet4 ,wij zien menschen van alle geloofsbelijdenissen tot bijna iederen graad van waardigheid of onwaardigheid geraken4 ,dit noem ik geen geloof1 dit belijden en beweren1 dat dikwijls slechts een belijden en beweren is uit de buitenwerken van den mensch1 uit de streek van louter verstandelijke redeneering1 of uit nog oppervlakkiger deelen4 ,maar hetgeen een mensch werkelijk gelooft2 en dat geschiedt dikwijls genoeg zonder dat hij het beweert zelfs tegenover zichzelf1 veel minder tegenover anderen2 wat iemand metterdaad ter harte neemt1 en wat hij voor zeker houdt aangaande zijn levensbetrekking tot dit geheimzinnig heelal en zijn plicht en bestemming daarin1 dat is in alle omstandigheden voor hem het voornaamste en daaruit komt al het overige voort4 ,dat is zijn religie4 ,het komt dus op de persoonlijke verhouding aan tot het achter de verschijnselen liggende4 ,op ethisch gebied heeft ,carlyle evenmin vrede met het utilisme4 ,een paar pagina's uit ,helden en ,heldenvereering zullen dit duidelijk maken3 ,toen ik onlangs1 zonder het mij te hebben voorgenomen1 sprak over ,bentham's theorie over den mensch en 's menschen leven1 noemde ik haar terloops een armzaliger stelsel dan dat van ,mahomed4 ,ik voel mij verplicht te zeggen1 nu dat eenmaal is uitgesproken1 dat zulks mijn besliste meening is4 ,niet dat iemand een beleediging zou bedoelen tegen den persoon van ,jeremias ,bentham1 of tegen degenen1 die hem achten en gelooven2 ,bentham zelf en zelfs zijn geloofsrichting schijnen mij vergelijkender wijs lofwaardig toe4 ,het is een welbewust zijn1 wat de geheele wereld op een lafhartige1 halfslachtige manier bezig was te worden4 ,laat het tot een crisis komen1 wij zullen of den dood of de genezing verkrijgen4 ,ik noem deze grove1 machinale ,nuttigheidsleer een toenadering tot nieuw geloof4 ,het was een afleggen van huichelarij1 een tot zichzelf zeggen3 welnu1 deze wereld is een doode1 ijzeren machine2 haar god is zwaartekracht en zelfzuchtige ,honger2 laat ons beproeven1 wat er met remmen1 met in evenwicht houden1 met een goed samenstel van tanden en rondsels van gemaakt kan worden4 ,er is iets volledigs1 iets mannelijks in de wijze waarop het ,benthamisme uitkomt voor wat het waarheid acht2 gij kunt het ,heldhaftig noemen1 ofschoon het een ,heldenmoed is met uitgestoken oogen6 ,het is het hoogtepunt en het onverschrokken ,ultimatum van wat in een minder volledigen vorm het gansche bestaan van den mensch in die achttiende eeuw beheerschte4 ,mij schijnt het toe1 dat alle ontkenners van het goddelijke1 en alle geloovigen met den mond1 verplicht zijn1 indien zij moed en eerlijkheid bezitten1 aanhangers van ,bentham te zijn4 ,de leer van ,bentham is ,heldenmoed met uitgestoken oogen2 het menschelijk geslacht1 evenals een ongelukkige ,simson1 met uitgestoken oogen malende in den ,philistijnschen molen1 grijpt stuiptrekkend de pijlers van zijn molen2 stort alles in puin1 maar brengt toch eindelijke bevrijding4 ,van ,bentham bedoelde ik niets kwaads te zeggen4 ,maar dit zeg ik en zou ik willen1 dat iedereen1 wist en ter harte nam1 dat hij1 die niets dan werktuigelijkheid in het ,heelal waarneemt1 op de noodlottigste wijze het geheim van het ,heelal heeft gemist4 ,dat alle goddelijkheid zou verdwijnen uit 's menschen begrip omtrent dit ,heelal1 schijnt mij letterlijk de grofste dwaling1--ik wil het ,heidendom niet onteeren door het een ,heidensche dwaling te noemen--waartoe menschen kunnen vervallen4 ,het is niet waar1 het is onwaar tot in de diepste kern4 ,een mensch1 die zoo denkt1 zal verkeerd denken over alle dingen in de wereld2 deze moederzonde trekt alle overige gevolgtrekkingen aan1 die hij kan maken4 ,men zou het de erbarmelijkste van alle zinsbegoochelingen kunnen noemen1--hekserij zelfs niet uitgesloten4 ,hekserij vereert ten minste een baarlijken ,duivel2 maar deze leer dient een dooden ,duivel van ijzer1 noch ,god1 noch zelfs een ,duivel4 ,al wat edel1 goddelijk1 bezield is1 valt hierbij uit het leven weg4 ,daar blijft alom in het leven een verachtelijk doodshoofd staan1 het werktuigelijke hulsel gespeend van alle ziel4 ,hoe kan een mensch heldhaftig handelen8 ,de ,leer der ,drijfveeren zal hem leeren dat het1--onder meerdere of mindere bedekking1--niets is dan een ellendig verlangen naar genot en vrees voor pijn2 dat ,honger naar toejuiching1 naar geld of welk voedsel ook1 het einddoel is van 's menschen bestaan4 ,godloochening kortom--iets1 dat zich zelf inderdaad vreeselijk straft4 ,ik bedoel1 dat de mensch geestelijk een verlamde is geworden2 dit goddelijk ,heelal een doode1 werktuigelijke stoommachine1 gedreven door drijfveeren1 remmen1 evenwichten en ik weet niet wat al meer4 ,ook op sociaal gebied is ,carlyle de man der persoonlijkheid4 ,hij ziet niet het eenig heil in kiesrechthervorming en afschaffing van graanrechten4 ,wat hij eischt1 is het persoonlijk element tusschen werkgever en werknemer4 ,aangrijpend schildert hij de sociale ellende in zijn ,past and ,present1 dat met ,schiller's ,ernst is het leven tot motto1 in #ahdc verscheen4 ,het gevoel van saamhoorigheid1 van broederschap is onder de menschen verdwenen3 ,een arme vrouw kan alleen haar zusterschap bewijzen door aan typhus te sterven4 ,eerst als zij door haar ziekte een gevaar wordt1 begint men naar haar om te zien4 ,als zij een bron van besmetting is1 dn begrijpt men1 dat zij een mnsch is van gelijke beweging3 eerder niet4 ,in ,carlyle's geschiedenisopvatting komt dit zelfde persoonlijke element tot zijn recht2 hier ook vestigt hij de aandacht op de helden4 ,de helden1 het zijn de voerders van het menschelijk geslacht1 de voorbeelden4 ,het zijn niet slechts de krijgshelden1 maar ook de helden1 die denker1 dichter1 profeet waren4 ,voor wat de menigte zocht te bereiken1 zijn zij de eerste vormers4 ,in het gemoed der groote mannen zijn de werken1 die wij rondom ons in de wereld zien1 ontsprongen4 ,in hen werken stille krachten1 die ten slotte de rijpe vrucht in de wereld doen verschijnen4 ,de held vindt de verborgen gedachten der tijden1 die hij1 door woord of voorbeeld den menschen verkondigt en daardoor brengt hij ze vooruit4 ,en vooral in nzen tijd hebben we ze noodig1 om ons te redden uit den socialen nood4 ,zoo groot was zijn vereering van helden1 dat hij op zijn ouden dag het wederopstaan van het ,duitsche rijk begroetend met blijdschap1 het annexeeren van ,elzas-,lotharingen verdedigend1 in ,bismarck een held zag4 ,hoogelijk waardeerde hij diens eigenhandigen gelukwensch op zijn #hjsten verjaardag en terwijl hij de ,bath-orde afwees1 accepteerde hij de orde van ,pruisen3 ,pour le mrite4 #ag ,misschien klemde hij zich daarom zoo gretig vast aan dit verschijnsel omdat het hoop gaf en steun aan zijn geschiedenisbeschouwing1 die hij anders in het heden niet kon vinden4 ,hij ziet slechts weinige helden1 onze tijden zijn zwak1 onze menschen weinig geneigd tot ernstigen arbeid4 ,half doordachte woorden schrijft men en spreekt men1 onrijpe gedachten worden verkondigd1 het zwijgen1 het stille zijn is verleerd--bewondering1 eerbied is verdwenen4 ,of niet het lichaamslijden1 waaraan ,carlyle voortdurend leed1 invloed heeft uitgeoefend op zijn stemmingen8 ,op elk gebied1 wijsgeerig1 ethisch1 sociaal1 historisch1 legt ,carlyle dus den nadruk op het persoonlijke4 ,hij is de reactie der persoonlijkheid tegen het utilisme en positivisme1 tegen de filosofie van oorzaken en werkingen4 ,met zijn eerbied voor de persoonlijkheid nadert ,carlyle intusschen niet ,nietzsche's ideaal3 dat de grooten1 de helden het doel der geschiedenis zijn1 aan welks verwezenlijking allen ondergeschikt zijn4 ,zij zijn de stuwende krachten in de historie4 ,heldenvereering1 indien gij wilt1 maar dan1 vrienden1 hierin vooral bestaande1 dat wij zelven een heldengeest bezitten4 ,een heele wereld van ,helden1 geen wereld van lakeien1 waar geen heldenkoning kan regeeren1 dt bedoelen wij4 ,ja1 vrienden4444 heldenkoningen1 een heele wereld niet onheldhaftig1 dat is de veilige en gelukkige haven1 waarheen de ,opperste machten ons drijven door deze stormbewogen zeen4 ,naar die haven willen wij1 o vrienden1 laten alle trouwe menschen1 welk vermogen ook in hen zij444 daarheen drijven4 ,daar--of anders in den afgrond van den oceaan--zullen wij komen6 #cc4 ,john ,stuart ,mill4 ,leven en ,persoonlijkheid4 ,de beroemder zoon van een beroemden vader werd #bj ,mei #ahjf geboren1 en ontving z'n opvoeding van deze4 ,een merkwaardige opvoeding1 waaronder zwakker kind bezweken zou zijn1 en die ook voor ,mill haar schaduwzijden had4 ,op drie-jarigen leeftijd begint hij met ,grieksch1 op tien-jarigen met ,latijn2 wiskunde1 algemeene geschiedenis1 natuurkunde1 zedeleer1 economie1 logica1 al die dingen is de jonge ,john ,stuart meester op een tijd1 dat een ander jongeling nauwelijks het bestaan van sommige dier wetenschappen vermoedt4 ,een verblijf in #ahbj in ,zuid-,frankrijk doet hem goed1 verruimt zijn blik4 ,zijn opvoeding is ,john ,stuart blijven prijzen en hij meende1 dat lk kind die zou kunnen doormaken4 ,doch herhaalde zwaktetoestanden en tijden van zenuwoverspanning1 gebrek aan geheugen voor positieve feiten1 schijnen wel in verband te staan met die vroegrijpe ontwikkeling4 ,spel ontbrak4 ,was er tijd1 zoo waren de kameraadjes er niet4 ,in #ahbb komt ,mill onder invloed van ,bentham's leer1 die hem bekoorde door hare logische samenvattende helderheid4 ,met andere bekwame lui grondvest hij een genootschap voor utilisme1 en een debatingclub1 waar tal van vraagstukken worden behandeld4 ,in #ahbc komt hij in ,india-house in dienst van het besturend lichaam der ,o4 ,i4 ,compagnie4 ,geldzorgen1 als zijn vader gekend had1 blijven hem bespaard4 ,hij klimt op tot hoogere salarissen 7ten slotte f #bd4jjj7 bij een werktijd 7nominaal #f uren1 werkelijk #c uren71 die hem tijd laat voor studie4 ,als in #aheh het bestuur der kolonin aan den staat overgaat1 weigert ,mill in staatsdienst te treden4 ,een jaarlijksch pensioen van f #ah4jjj stelt hem in staat1 onbekommerd te leven4 ,bij ,mill vertoont zich in #ahbf een merkwaardige crisis3 hij gevoelt zich als lamgeslagen4 ,hij1 gewend om alles analytisch te beschouwen1 verliest alle belangstelling4 ,de wereld schijnt hem dood1 hij voelt zich zelf een automaat4 ,wat baat hem al zijn kennis1 zijn scherp ontledend vermogen1 als geen stuwende begeerten aanwezig zijn4 ,hij is als een schip1 dat1 goed uitgerust en met een roer1 doch zonder zeil1 niet voortkomt4 ,lichamelijk lijden voegt zich er bij4 ,de slaap wijkt4 ,maar er komt herstel4 ,bij zijn lectuur stoot hij op een passage1 die hem tot schreiens toe beweegt4 ,hij is dus niet zoo dood1 zoo ongevoelig als hij meende3 hij kon nog deernis gevoelen met menschenlot en menschenleed4 ,in dezen tijd maakt hij kennis met meer conservatief gezinde geesten1 wiens conservatisme meer voornaamheid van stemming en gezindheid was1 dan ijver1 om het nieuwe te weren uit egostisch hangen aan 't oude4 ,de waarde van pozie en kunst wordt hem--die overigens steeds een sterk en levendig gevoel voor natuurschoon had bezeten--bewust4 ,hij heeft gezien1 dat ze iets anders waren1 dan ,bentham's nuchtere beschouwing had geleerd4 ,mill heeft de subjectieve zijde van het leven gevonden4 ,en meteen is hij in nadere aanraking met het socialisme gekomen4 ,hij sluit zich niet bij de theorien aan1 door een ,saint ,simon1 een ,fournier verkondigd1 maar ondergaat haar invloed1 maar weet ze te waardeeren1 als heilzaam tegengif4 ,in de jaren omstreeks #ahdj valt dan een nadere kennismaking met ,comte4 ,bijna zonder critiek1 geeft ,mill zich aan diens stelsel over1 genspireerd door den stouten opzet der drie stadin1 de kloeke wetenschapsindeeling1 de stellige beslistheid van ,comte's uitspraken4 ,maar1 als deze laatste religiestichter wordt1 scheiden zich de wegen der denkers1 scheiding1 uiterlijk te voorschijn geroepen door ,comte's eisch1 om de ondersteuning1 hem door ,mill voor eenmaal bezorgd1 blijvend te genieten1 zoolang hij zonder betrekking was4 ,in #ahdc verschijnt het hoofdwerk van ,mill1 zijn beroemde logica4 ,daarnaast staan nog een groot aantal werken en opstellen1 waarvan vele zich meer op sociaal-economisch gebied bewegen4 ,zijn belangstelling voor deze studies schrijft ,mill voor een groot gedeelte toe aan zijn latere vrouw4 ,deze was eerst gehuwd met een zekeren heer ,taylor4 ,mill bezocht haar geregeld4 ,hij bewonderde haar geest1 haar belangstelling1 haar aandacht voor persoonlijke dingen1 vroeg ook om haar oordeel bij zuiver theoretische discussies4 ,in haar vond hij de aanvulling van wat hem ontbrak en daardoor misschien heeft hij in haar zooveel meer gezien dan zijn kennissen4 ,zijn familie verzette zich hardnekkig tegen ,mills genegenheid1 maar toen ,taylor gestorven was1 huwde hij haar en leidde een hoogst gelukkig leven tot den dood van zijn vrouw in '#eh4 ,van toen af was voor hem de grootste bekoring van het leven weg4 ,hij bleef intusschen ijverig werken4 ,van #ahfe tot #ahfg was hij lid van het lagerhuis1 waar hij zich aansloot bij den linkervleugel der liberale partij onder ,gladstone4 ,geen groot redenaar1 oefende hij toch een weldadigen invloed uit4 ,gladstone getuigde van hem3 ,de bijzondere gaven van ,mill waren ons al vr hij in het parlement kwam wl bekend4 ,maar wat ons daar1 mij tenminste geopenbaard werd1 was de ongewone adel van zijn karakter4 ,ik pleegde hem zoo schertsenderwijze den heilige van het rationalisme te noemen4 ,ik behoef niet te zeggen1 dat ik zijn verschijnen met vreugde begroette en zijn verdwijnen diep beklaagde1 en wel in het belang van het geheele ,lagerhuis4 ,in elke partij1 in elke politieke richting1 zijn zulke mannen--ik moet het met smart bekennen--zeldzaam4 ,het laatste deel van zijn leven bracht ,mill1 die in zijn stiefdochter een vriendelijke verzorgster van zijn huis had gevonden1 gaarne in ,avignon1 in 't ,zuiden van ,frankrijk1 door4 ,hier overleed hij den #e;den ,mei #ahgc1 een der grootste en edelste geesten der #ai;de eeuw1 wiens levensbeschrijving elkeen een leering zou kunnen zijn en wiens werken wezenlijk tot vooruitgang van het menschelijk denken hebben bijgedragen4 ,wenden we ons allereerst tot zijn hoofdwerk3 de logica4 ,logica4 ,het empirisch standpunt4 ,zoo we in dit kort bestek een compleet overzicht gaven van ,mill's ,logica1 die niet zeer beknopt is1 #ah zou dat niet veel meer worden dan een opsomming van titels der hoofdstukken4 ,bepalen we ons er toe1 enkele punten aan te wijzen4 ,mill staat in zijn logica op empirisch standpunt4 ,hij wil alles uit de ervaring afleiden4 ,nemen we bijv4 de wiskundige waarheden1 waaraan wij volkomen nauwkeurigheid1 noodwendigheid1 algemeene geldigheid toekennen4 ,we zeggen bijv4 dat twee lijnen1 die evenwijdig zijn1 elkaar nooit zullen snijden1 hoe ver we ze ook verlengen4 ,de ervaring heeft ons vaak evenwijdige lijnen gegeven4 ,we hebben die nooit zien samenkomen4 ,we generaliseeren dus1 maken de waargenomen gevallen tot een algemeen verschijnsel4 ,er blijft over te vragen1 wat de grond is van ons geloof in axioma's1 welke de inductie1 waarop zij berusten8 ,ik antwoord dat zij proefondervindelijke waarheden zijn2 generalisatie's van waarnemingen4 ,hun noodwendigheid is het gevolg van herhaald waarnemen1 van vaste associaties4 ,er is geen meer algemeen bekend feit in de menschelijke natuur1 dan de uiterste moeilijkheid om op 't eerste gezicht iets als mogelijk te begrijpen dat in tegenspraak is met een ervaring1 die ons gewoon is en lang bestaan heeft4 ,deze moeilijkheid is een noodwendig gevolg van de fundamenteele wetten van den menschelijken geest4 ,wanneer wij dikwijls twee dingen samen gezien of gedacht hebben en wij ze in geen geval gescheiden hebben gezien1 dan is het volgens de grondwet der associatie een ontzettende moeilijkheid1 welke ten slotte onoverkomelijk wordt1 om ze gescheiden te denken4 ,dit komt het meest uit bij onontwikkelde personen1 die in het algemeen absoluut niet in staat zijn om twee dingen1 welke in hunnen geest stevig verbonden zijn1 te scheiden1 #ai en zoo menschen met een ontwikkeld verstand in dit opzicht eenigen voorsprong hebben1 dan komt dit1 omdat zij meer gezien1 gehoord en gelezen hebben1 en daar zij er meer aan gewoon zijn1 hunne verbeelding te oefenen1 hebben zij hunne waarnemingen en gedachten op verschillende wijzen samengesteld1 en zijn zij er voor behoed1 om vele dezer onverbrekelijke verbindingen te vormen4 ,maar deze voorsprong heeft noodwendiger wijze zijn grenzen4 ,de man van het meest geoefende verstand is onderworpen aan de algemeene wetten van ons opvattend vermogen4 ,zoo dagelijksche gewoonte hem gedurende langen tijd twee feiten geeft te aanschouwen1 die samengaan1 en hij gedurende dien tijd door geenerlei voorval of bedoeling er toe gebracht is1 om ze afzonderlijk te denken1 zal hij er1 gedurende verloop van tijd onbekwaam toe worden1 zelfs bij de sterkste inspanning2 en de veronderstelling1 dat de twee feiten in de natuur zouden kunnen gescheiden worden1 zal ten slotte in zijn geest optreden met al de kenmerken van een onbegrijpelijk verschijnsel4 ,daarvan zijn in de geschiedenis der wetenschap merkwaardige gevallen3 voorbeelden1 dat de verstandigste menschen dingen als onmogelijk1 wijl onbegrijpelijk verwierpen1 die het nageslacht444 gemakkelijk vond te begrijpen en die nu door iedereen voor waar erkend worden4 ,zelfs de twee grondwetten van ons denken worden door ,mill uit de ervaring afgeleid4 ,dat wij ons steeds moeten denken1 dat ,a en niet-,a elkaar buitensluiten1 en dat er tusschen ,a en niet-,a geen derde mogelijk is1 wordt een generalisatie genoemd4 ,indien wij onze opmerkzaamheid naar buiten richten1 vinden wij1 dat licht en duisternis1 geluid en stilte1 beweging en rust1 gelijkheid en ongelijkheid1 voorafgaan en volgen1 opeenvolging en gelijktijdigheid1 eenig positief verschijnsel1 wat dan ook1 en zijn negatief onderscheidene verschijnselen zijn1 die juist tegenover elkaar staan1 en dat het eene altijd afwezig is1 wanneer het andere aanwezig is4 ,ik beschouw dan ook het grondbeginsel1 waar 't hier om gaat1 7het beginsel van de tegenspraak3 ,a en niet-,a kunnen niet tegelijkertijd bestaan7 als een generalisatie uit al deze feiten4 ,al onze oordeelen berusten ten slotte op ervaring4 ,herhaaldelijk zegt ,mill1 dat de afleiding slechts gaat van het bijzondere tot het bijzondere4 ,zoo we dus in eenigerlei redeneering deductief te werk gaan1 zoo eenige wetenschap deductief is1 dan ligt er toch aan de algemeene grondbeginselen1 die het uitgangspunt vormen1 bewust of onbewust1 inductie ten grondslag4 ,uit deze beschouwingen volgt1 dat deductieve wetenschappen444 alle1 zonder uitzondering1 inductieve wetenschappen zijn2 dat hare inductie op ervaring berust4 ,hare gevolgtrekkingen zijn alleen waar als berustend op zekere veronderstellingen1 die de waarheid benaderen of dat althans behooren te doen1 maar die zelden1 indien ooit1 volkomen waar zijn4 ,voor ,mill verliezen dus ook de wiskundige wetenschappen hun absoluut zeker karakter1 ook zij berusten op veronderstellingen1 die de waarheid zoo nauwkeurig mogelijk benaderden4 ,causaliteit4 ,zeer groote verdiensten heeft ,mill zich verworven door na te gaan1 in welke gevallen wij een bepaald verschijnsel de oorzaak van een ander noemen4 ,hij heeft daarvoor de wetenschappen geraadpleegd1 en gevraagd3 wanneer noemt men daar iets oorzaak8 ,mill vindt nu vijf regels4 ,geven wij eerst de voorbeelden1 daarna de formuleering4 #a4 ,we vinden in de natuur verschillende kristallen4 #bj ,we zullen nagaan1 onder welke omstandigheden kristallen ontstaan4 ,een reeks van gevallen zien wij4 ,in allerlei vloeistoffen1 in allerlei stoffen1 onder verschillende temperaturen1 in onderscheidene omgeving zien wij kristallen ontstaan4 ,maar in al die gevallen is iets gemeenschappelijks4 ,dit nl41 dat kristallen alleen ontstaan1 wanneer een of andere stof in een vloeistof is4 ,we nemen dus aan1 dat het zijn in een vloeistof een voorwaarde voor het ontstaan van kristallen1 een oorzaak of althans een medeoorzaak is4 ,we kunnen de verschillende omstandigheden door letters voorstellen1 ,a1 ,b1 ,c1 ,d1 enz41 het verschijnsel door ,v1 dat dus het gevolg moet zijn van een of meer dier omstandigheden4 ,we kunnen 't nu aldus overzichtelijk voorstellen4 ,a1 ,b1 ,c1 ,d1 4444444444 ,v ,a1 ,e1 ,f1 ,g1 4444444444 ,v ,a1 ,h1 ,i1 ,k1 4444444444 ,v ------------------------ ,a1 oorzaak 44444444444 ,v ,in al die omstandigheden treedt het verschijnsel op3 ,v4 ,wat ze gemeen hebben is ,a4 ,dit is dus de oorzaak of medeoorzaak van ,v3 ,geformuleerd luidt de regel3 ,indien twee of meer gevallen van het te onderzoeken verschijnsel slechts n omstandigheid gemeen hebben1 dan is die omstandigheid1 waarin alleen de gevallen overeenstemmen1 de oorzaak 7of het gevolg7 van het gegeven verschijnsel4 ,er is echter n groote moeilijkheid om dezen regel toe te passen4 ,men weet namelijk nooit1 of er ook onbekende omstandigheden zijn1 die de oorzaak kunnen zijn4 ,nemen we een eenvoudig voorbeeld4 ,een goochelaar heeft een doosje1 waarin een popje1 dat soms het deksel opendoet1 en er uit springt4 ,het doet dit alleen1 wanneer er met het zwarte stokje van den toovenaar drie maal in 't rond gezwaaid is1 'tzij de man 'tzelf1 'tzij een der kinderen 't doet4 ,de omstandigheden1 waaronder dit verschijnsel1 't openspringen van het kistje1 optreedt1 stemmen alleen schijnbaar overeen in 't zwaaien van het stokje en de kinderen1 die dit zien1 houden met hunne gegevens dat zwaaien terecht voor de oorzaak van het openspringen4 ,de kinderen hebben de omstandigheid1 die de werkelijke oorzaak is 7bijv4 het drukken op een knopje7 niet gezien4 ,in het dagelijksch leven zal men dus deze methode zeer veelvuldig onjuist zien toegepast1 waar men de aanwezigheid van een bepaalde omstandigheid in velerlei gevallen opmerkt1 deze als de oorzaak aanneemt1 zonder er om te denken1 of men alle andere omstandigheden volledig kent4 ,maar ook in de geschiedenis der wetenschap komt het voor1 dat men bepaalde omstandigheden over 't hoofd ziende1 een verkeerde omstandigheid als oorzaak aannam4 #b4 ,iemand wordt geschoten1 hij sterft4 ,wij meenen dat de door het schot veroorzaakte wonde de doodsoorzaak is4 ,er was eerst een groep omstandigheden1 waaronder de man leefde4 ,daar is een tweede groep1 waaronder de man sterft4 ,die tweede groep verschilt van de eerste alleen door de wonde4 ,deze is de oorzaak4 ,dit is de methode van verschil en wij kunnen dezen regel opstellen3 ,indien een geval1 waarin het te onderzoeken verschijnsel zich voordoet1 met een geval1 waarin het zich niet voordoet1 alle omstandigheden1 behalve n1 gemeen heeft1 die alleen optreedt in het eerste geval1 dan is de omstandigheid1 waarin de twee gevallen verschillen1 de uitwerking1 de oorzaak of een gedeelte van de oorzaak van het verschijnsel4 ,brengen wij dit verschijnsel onder een schema1 dan krijgen wij ,a1 ,b1 ,c1 ,d1 ,e1 44444444444444 ,v ,b1 ,c1 ,d1 ,e1 444444444 niet ,v ------------------------------- ,a oorzaak of medeoorzaak van ,v4 #c4 #ba ,stel dat we eenige akkers hebben4 ,drie er van zijn bemest met chili-salpeter1 vier er van zijn onbemest gebleven4 ,de drie eerste leveren een veel beter oogst dan de vier laatste4 ,waarin stemmen de drie akkers o4 a4 overeen8 ,dat ze chilisalpeter hebben4 7,ze stemmen misschien ook overeen in grondsoort1 ligging1 besproeiing74 ,en waarin verschillen die vier andere akkers van de andere drie3 dat ze geen van allen bemest zijn4 ,de omstandigheid1 die dus optreedt in alle gevallen waarin zich het verschijnsel voordoet1 blijft afwezig in alle gevallen1 waarin het verschijnsel zich niet voordoet4 ,de omstandigheid wordt nu voor de waarschijnlijke oorzaak of medeoorzaak van het verschijnsel gehouden4 ,deze vereenigde methode van verschil en overeenstemming kunnen we aldus voorstellen ,a1 ,b1 ,c1 ,d1 444444444444444444 ,v ,a1 ,b1 ,c1 ,e1 444444444444444444 ,v ,b1 ,f1 ,g1 4444444444444 niet ,v ,b1 ,c1 ,h1 4444444444444 niet ,v -------------------------------- ,a waarschijnlijke oorzaak 444 ,v ,naar ,heymans' gewijzigde formuleering luidt ze3 ,wanneer twee of meer gevallen1 in welke een nieuwe toestand intreedt1 een of meer omstandigheden gemeen hebben daaronder slechts een1 welke in twee of meer gevallen1 waarin de nieuwe toestand niet intreedt1 ontbreekt1 zoo verklaart men die omstandigheid voor de waarschijnlijke oorzaak of medeoorzaak van den nieuw intredenden toestand4 ,opm4 ,mill wil dat de gevallen1 waarin de toestand optreedt1 slechts alleen in de ne omstandigheid zullen overeenstemmen en dat de gevallen1 waaronder het verschijnsel niet optreedt1 eveneens slechts n ding gemeen hebben1 nl4 de afwezigheid van de omstandigheid aanwezig in de eerste gevallen4 ,voor ,mill wordt dus het schema ,a1 ,b1 ,c1 ,d1 44444444444444444 ,v ,a1 ,e1 ,f1 ,g1 44444444444444444 ,v ,q1 ,r1 ,s1 444444444444 niet ,v ,t1 ,u1 ,v1 444444444444 niet ,v ------------------------------- ,a oorzaak of medeoorzaak van ,v #d4 ,we hebben een groep omstandigheden en een groep verschijnselen4 ,we weten1 van vroeger1 dat sommige omstandigheden de oorzaak zijn van sommige verschijnselen4 ,trekken we af1 dan kunnen we zeggen1 dat de overblijvende omstandigheden de oorzaken zijn der overblijvende verschijnselen4 ,deze methode1 die van het overblijvende1 is een wijziging der tweede1 haar schema ,a1 ,b1 ,c1 ,d1 444444444444 ,v ,a1 ,b1 ,c1 ,d1 ,e1 444444444 ,v ,v#a ------------------------------- ,e oorzaak _/ mede-oorz4 ,v#a ,haar regel luidt3 ,trek van eenig verschijnsel dat gedeelte af1 dat door voorgaande inductie bekend is als het gevolg van zekere omstandigheden1 en het overblijfsel van het verschijnsel is gevolg van de overblijvende omstandigheden4 #e4 ,het gebeurt wel eens1 dat we een vermoede oorzaak niet kunnen verwijderen noch in alle gevallen1 waarin het verschijnsel optreedt1 deze alleen als gemeenschappelijke omstandigheid hebben4 ,willen we den invloed van de aarde op de slingerbeweging nagaan1 dan kunnen wij de aarde niet wegnemen4 ,evenmin is de aarde alleen de gemeenschappelijke omstandigheid in alle gevallen1 waarin er een slingerbeweging plaats vindt4 ,de zon bijv4 is ook altijd aanwezig4 ,dit zelfde geval doet zich voor1 waar wij den invloed van de maan op de aarde willen bestudeeren3 zij is niet weg te denken1 noch alleen als gemeenschappelijke omstandigheid in alle verschijnselen 7bijv4 die van eb en vloed7 aanwezig4 ,welke is hier de weg om tot kennis te geraken8 ,de vermeende oorzaak kan in verschillende graden optreden4 ,de slingerbeweging kan aan de linie en aan de polen plaats vinden1 dichter of verder van het middelpunt der aarde af4 ,de maan staat niet altijd even dicht bij de aarde en haar invloed is niet steeds even sterk4 ,wanneer nu1 met veranderingen in den graad van het verschijnsel ook gelijkrichtige veranderingen in den graad van de omstandigheden1 waarin het zich voordoet1 gepaard gaan1 kunnen wij die omstandigheden houden voor oorzaak of medeoorzaak4 ,voor dit punt krijgen wij dit schema3 ,a#a1 ,b1 ,c1 ,d1 444444444444444444 ,v#a ,a#b1 ,b1 ,c1 ,e1 444444444444444444 ,v#b ,a#c1 ,b1 ,c1 ,f1 444444444444444444 ,v#c ---------------------------------- ,a oorzaak of mede-oorzaak van ,v ,onder woorden gebracht3 ,een verschijnsel1 dat op eenigerlei wijze verandert1 wanneer een ander verschijnsel op eenige manier verandert1 is of de oorzaak of het gevolg van dat verschijnsel1 of is er door eenig feit van oorzakelijk verband mee verbonden4 ,john ,mill heeft op deze wijze aangewezen hoe de wetenschappen te werk gaan1 wanneer zij de oorzaken van gegeven verschijnselen onderzoeken4 ,hij heeft deze wetten niet opgesteld1 zonder zijn voorgangers gehad te hebben4 ,bacon met zijn tabellen had al eenig vermoeden der methode van verschillen1 en de groote sterrekundige ,herschel gaf reeds zeer belangrijke aanwijzigingen in deze richting4 ,denkfouten4 ,een uitvoerig en interessant onderzoek wijdt ,mill aan de denkfouten1 ook daarmee een navolger en voortzetter van ,bacon's werk4 ,bacon had reeds gewezen op de idlen1 op de dwaalbegrippen1 waarvan wij ons moeten zuiveren1 om tot juiste kennis te komen4 ,mill tracht nu een indeeling te ontwerpen van de gebruikelijkste fouten4 ,hij zondert natuurlijk zulke uit1 die ontstaan uit gebrek aan belangstelling1 onattentheid enz4 en die we dagelijks veelvuldig zien voorkomen4 ,de eerste groep vormen die oordeelen welke wij z maar1 zonder behoorlijken grond aannemen4 ,daartoe behooren bijv4 volstrekt onbewezen bijgeloovigheden1 als dat ,vrijdag een ongeluksdag is2 algemeene uitspraken zonder grond 7dat is altijd zoo geweest1 en zal altijd zoo blijven71 enz4 ,vervolgens kan de fout zitten in de redeneering en de afleiding1 allereerst door gebrekkig waarnemen4 ,men let soms alleen op de gevallen waarin een ding uitkomt1 niet op die1 waarin 't niet doorgaat4 ,men ziet omstandigheden over 't hoofd1 die juist gewichtig zijn4 ,iemand moet bijv4 een rustkuur doormaken en neemt in dien tijd ook geneesmiddelen in4 ,hij zal aan de laatste zijn herstel toeschrijven1 zonder aan de rust1 die hem zooveel goed deed te denken4 ,de derde groep toont ons de generalisatie4 ,van n feit1 of eenige feiten1 schrijdt men voort tot een regel3 een fout1 door reizigers bijv4 dikwijls begaan1 die uit een paar gevallen besluiten tot iets algemeens4 ,zij zien in een streek bijv4 eenige menschen met rood haar3 in die streek zijn de menschen roodharig4 ,kinderen zijn er erg gauw bij1 om ons van altijd te spreken1 als iets n of een paar maal is voorgekomen4 ,beide1 onvoldoende waarneming en generalisatie1 zijn inductie-fouten4 ,wanneer we in een deductieve redeneering een fout maken1 krijgen we redeneer-fouten4 ,een heel eenvoudig voorbeeld is dit3 ,alle visschen zijn zwemmende dieren4 ,alle zwemmende dieren zijn visschen4 ,in dezen krassen vorm komen ze wel niet vaak voor1 maar in ingewikkelde redeneeringen wordt toch dikwijls dezelfde fout begaan4 #bb ,ten slotte berusten vele fouten op verwarring1 waaraan vooral de taal schuld kan zijn4 ,sterke drank geeft sterkte6 ,zoo een redeneering als deze3 ,plannenmakers moet men niet te zeer vertrouwen4 ,hij heeft een plan gemaakt4 ,men moet hem niet vertrouwen4 ,de fout zit hierin1 dat onder plannenmaken thans iets anders verstaan wordt dan iemand die een plan maakt4 ,zeer dikwijls dekken de feitelijke beteekenis van het woord en zijn afkomst elkaar niet meer4 ,sommigen weten reeds door een afkeurend woord te gebruiken1 aan hun redeneeringen een schijn van waarheid te geven4 #bc ,in het laatste geval heeft men dus1 in tegenstelling van de drie voorgaande gevallen1 zich de gronden van waar men uitging1 niet helder voorgesteld4 ,schematisch samengesteld krijgen wij dus een overzicht van de denkfouten1 dat er aldus uitziet3 ,,denkfouten4 ------------------------------------ ,,zonder ,,redeneering4 ,,met ,,redeneering4 -------------------- ,de grond duidelijk ,de grond niet #a4 ,denkfouten priori voorgesteld4 duidelijk 7er wordt iets als voorgesteld4 waar gesteld74 ------------------- ,inductief4 ,deductief4 ---------------- #e4 ,verwarring4 #b4 ,waarneming4 #c4 ,generalisatie4 #d4 ,redeneering4 ,ethologie4 ,mill wil ook de methoden nagaan van andere wetenschappen1 die hij op positieve basis wil vestigen4 ,er moet komen een wetenschap van den menschelijken geest4 ,het is mogelijk om een karakterleer van den mensch te ontwerpen door toepassing en combinatie der algemeene beginselen4 ,voor ongelijkheid door aanleg1 had ,mill weinig oog4 ,dat blijkt al uit zijn opmerking1 dat ieder gewoon kind bij zijn opvoeding 't even ver had kunnen brengen4 ,en ook op een ander punt houdt hij die gelijkheid vol3 hij ziet in het verschil tusschen man en vrouw geen eigenlijk wezensverschil4 ,man en vrouw zijn van nature gelijk3 slechts de eeuwenlange anders zijnde opvoeding heeft de vrouw vernederd1 ze intellectueel de mindere van den man gemaakt4 ,mill heeft over ethica1 politiek en economie nog zeer behartigenswaardige werken en artikelen geschreven1 die blijk geven van zijn groote kennis en scherp verstand4 ,het zou ons te ver voeren1 hierop in te gaan4 ,genoeg1 dat hij in de ethiek in hoofdpunten de leer van zijn vader en van ,bentham trouw bleef4 ,in de politiek bleef hij een radicaal die volksvrijheden bepleitte1 en die hoe langer zoo meer begon in te zien1 dat maatschappelijke vragen nog ernstiger waren dan politieke1 en die zich tegen het opkomend ,socialisme vrijer verhield dan menig zijner tijdgenooten en geestverwanten4 ,terwijl hij meende een echt volgeling te zijn van ,adam ,smith was hij dit inderdaad niet meer4 ,het blijke uit het volgende3 ,wanneer men kiezen moest tusschen het ,communisme met al zijn kansen en den tegenwoordigen toestand der maatschappij met al haar lijden en ongerechtigheden1444 wanneer de instelling van het persoonlijk bezit met zich bracht als een noodzakelijk gevolg1 dat de opbrengst van den arbeid zoo verdeeld werd1 als dat thns geschiedt--bijna in omgekeerde evenredigheid met den arbeid--dan zouden alle bezwaren van het ,communisme niets meer wegen dan kaf in de weegschaal444 ,ten opzichte der religie bleef ,mill's standpunt onzeker1 maar in 't laatst van zijn leven komt hij toch meer tot waardeering van den godsdienst4 ,in ,engeland stichtte ,mill wel geen eigenlijke school1 maar hij had medestanders die in zijn geest werkten4 ,alexander ,bain1 een bekend zielkundige en schrijver van goede werken over de leiders van het ,utilisme1 verdient hier genoemd te worden naast den ouderen ,whewell1 den schrijver van een verdienstelijke geschiedenis der wetenschappen4 ,,hoofdstuk ,,xii4 ,,de ,,ontwikkelingsfilosofie4 #cd4 ,historische opmerkingen4 ,voor het naeve denken zijn tal van dingen z1 als ze zijn1 en het veronderstelt1 dat ze er altijd zoo geweest zijn4 ,in het hoofd van een ongeschoolden ,drentschen herder kwam het vroeger misschien niet op1 te vragen1 waar die groote keien toch vandaan kwamen4 ,ze wren er4 ,een overigens lang niet dom meisje1 van tegen de #bj1 dat men eens op eenvoudige manier het ontstaan van den regen wou verklaren1 keek met verwijtenden blik1 alsof men heiligschennis beging4 ,in haar denken werd alles1 wat in de natuur geschiedde1 tot een directe werking der ,godheid gemaakt1 die niet verder nagespoord kn of behorde te worden4 ,niet verschillend in wezen is het denken van tal van menschen1 die het bestaande niet verder afleiden1 maar alles terugbrengen tot een schepping of een eenmaal bestaanden toestand4 ,al spoedig echter moet in het verstand1 dat tot nadenken over gegeven ervaringen komt1 het denkbeeld eener ontwikkeling optreden4 ,aan ons strand zien wij duinen4 ,bij heftigen wind zien we ze verstuiven4 ,op het strand hoopt zich zand op tegen een steentje1 een schelpje1 een of ander voorwerp4 ,er ontstaat als 't ware een klein duintje4 ,zoo komt men allicht tot de gedachte1 dat de duinen ontstaan zijn1 geworden1 zich ontwikkeld hebben4 ,men ziet in den mensch ontwikkeling4 ,een kind groeit op4 ,het leert loopen1 spreken4 ,zijn denken1 zijn voelen neemt toe4 ,maar ook weet men uit overlevering of uit geschriften iets van vroegere geslachten4 ,zij hebben ook in hunne werken1 hunne gebouwen1 bijv4 sporen van hun bestaan nagelaten4 ,het nageslacht blijkt verder dan het voorgeslacht4 ,zoo kan de vraag zich voordoen1 of misschien niet alleen de mensch1 maar ook de menschheid zich ontwikkelt4 ,koene geesten beperken zich niet tot voor de hand liggende ervaringen4 ,zij durven stoute verbindingen van voorstellingen aan4 ,zoo ze in een bergstreek dierresten vinden1 die aan zeedieren hebben behoord1 dan laten ze zich niet afschrikken door het groote verschil tusschen berg en zee3 zij wagen de veronderstelling1 dat dze aarde-hoogten aan de zee haar ontstaan hebben te danken4 ,de veelvuldigheid der gegevens van de ervaring trachten zij onder algemeene formuleering of wetten te brengen4 ,zij durven daarbij tot het einde doordenken4 ,en zoo komt ons in de ,grieksche wijsbegeerte eigenlijk van haar eerste ontstaan af al de ontwikkelingsgedachte tegen1 de gedachte dat het n bestaande geworden is uit het vreger bestaande1--en geen van eeuwigheid vaststaande vorm is1 dat het hoogere op het lagere berust en zich daaruit ontwikkelt4 ,herinneren wij nog vluchtig aan enkele punten1 die wij vroeger reeds behandelden4 ,empedocles reeds laat de dieren ontstaan1 uit levensvatbare combinaties 7,i1 #ci74 ,bij ,spinoza 7,i1 #bfe7 zagen wij1 hoe deze uit een eenvoudig zedelijk beginsel zich het geheele zedeleven ontstaan denkt1 terwijl ook het staatsleven zich ontwikkelt4 ,montesquieu 7,i1 #ccc7 had oog gehad voor de ontwikkeling van het zedelijk gevoel2 al iets meer oog gehad dan de andere mannen der aufklrung1 en ,lessing had op godsdienstig terrein willen aantoonen1 hoe er een zekere vooruitgang in de godsdienstvormen was 7,i1 #cee74 ,kant en ,laplace hadden de ontwikkeling in ons zonnestelsel aangetoond3 ,als oorsprong was een oernevel gesteld1 die1 in draaiing gekomen1 zich gesplitst had3 uit haar hadden de planeten zich losgemaakt1 van deze weer de manen4 ,terwijl ,kepler de wetten had opgesteld1 volgens welke de planeten zich nu feitelijk bewegen1 hadden zij de vraag willen beantwoorden3 vanwaar die planeten met hare beweging8 ,de idealistische filosofie was de ontwikkelingsgedachte--zij het in anderen vorm--gunstig geweest3 de geheele werkelijkheid was zelfontwikkeling van het ,absolute2 voor ,fichte zoowel als voor ,hegel was de geschiedenis een ontwikkelingsproces4 ,in het begin der #ai;de eeuw werd op natuurwetenschappelijk gebied de ontwikkeling overal aangewezen4 ,lyell toonde aan1 dat de verschillende aardlagen spraken van een vorming door dezelfde krachten1 die nu nog op onze aarde inwerken4 ,op geestelijk gebied zijn hier de associatie-psychologen te noemen1 die uit verbinding van voorstellingen den geheelen rijkdom van het psychisch leven laten opkomen4 ,ook de ontwikkelingsgedachte is dus evenmin als een andere uit de lucht komen vallen3 ook zij had hare voorloopers en de stand der wetenschap was zoodanig1 dat een geniale geest haar in scherpte en klaarheid kon opstellen3 ,spencer deed dit voor de wijsbegeerte1 ,darwin voor de natuurlijke historie4 ,maar de hypothese van den laatste werkte zoo vruchtbaar1 dat zij op schier elk gebied haar invloed doet gelden en deed gelden4 ,zooals bij het uiteinde der middeleeuwen ,kepler en ,galile staan en met hun werk blijvenden invloed uitoefenen op het wijsgeerig denken1 zoo staat ,darwin in de #ai;de eeuw als een keerpunt4 #ce4 ,charles ,darwin4 ,leven4 ,charles ,darwin werd den #ab;den ,februari #ahji in ,shrewsbury geboren4 ,studies in medicijnen en theologie boezemden hem geen belang in4 ,gaarne ging hij dus de reis om de wereld met de ,beagle maken 7#ahca-ahcf71 die hem gelegenheid gaf tot veelvuldige waarnemingen #bd4 ,zoo trof het hem bizonder1 wat hij op de ,galapagos eilanden1 #aajj ,k4,m4 van ,zuid-,amerika verwijderd1 zag4 ,daar trof hij nl4 een aantal diersoorten aan1 die alleen op die eilanden1 en nergens anders te vinden waren1 maar tot geslachten behoorden1 welke alleen in ,zuid-,amerika inheemsch waren4 ,het scheen wel1 dat er n grondvorm was geweest en dat die zich zoo omgevormd had1 dat sommige op het vasteland1 andere op de eilanden konden leven4 ,elk eiland had dan weer zijn eigen soorten4 ,het was hoogst verrassend1 omringd te zijn door nieuwe vogels1 nieuwe reptilin1 nieuwe schelpdieren1 nieuwe insecten en nieuwe planten--en toch door tallooze kleine bizonderheden in lichaamsbouw1 zelfs door het stemgeluid en gevederte der vogels een helder beeld voor oogen te zien van de gematigde streken van ,patagoni of van de heete droge woestijnen in ,noord-,chili4 ,waarom--zoo vroeg ik mij af--werden op deze kleine plekjes land444 de oorspronkelijke bewoners hier naar ,amerikaansche typen geschapen en bewerktuigd1 terwijl zij444 zoowel in soort als in aantal zich anders verhouden dan die op het vasteland1 en dus ook in de wisselwerking verschillen4 ,en dat ieder eiland zijn eigen soort had1 die overeen kwam met een andere soort op een ander eiland1 viel ,darwin bizonder op4 ,na de reis zette ,darwin1 die in #ahci met zijn nicht getrouwd was1 zich neer1 om de verslagen van zijn reis te schrijven4 ,sedert verliep zijn leven als een echt geleerdenleven4 ,in #ahci komt zijn werk over den oorsprong der soorten1 in #ahga dat over de afstamming van den mensch4 ,den #ai;den ,april #ahhb stierf hij4 ,terecht mocht hij in zijn levensbeschrijving zeggen3 ,ik geloof goed gehandeld te hebben met mijn leven aan de wetenschap te wijden4 ,hoe kwam ,darwin er toe1 uit zijn waarnemingen zijn hypothese op te bouwen8 ,in #ahch was er van de hand van den staathuishoudkundige ,malthus een belangrijk werk verschenen over het bevolkingsvraagstuk1 dat op ,mill en zijn medestanders een diepen indruk maakte1 en ook aan ,darwin's gedachten een stoot gaf in bepaalde richting4 ,malthus was sterk getroffen door de toeneming der bevolking4 ,uit elk paar ouders konden natuurlijk veel meer dan #b afstammelingen komen4 ,de groote vraag was of de toeneming der voedingsmiddelen met dien bevolkingsaanwas gelijken tred zou houden4 ,hierop antwoordde de ,engelsche econoom ontkennend4 ,de bevolking wies harder aan3 nl4 in een meetkundige reeks1 tegen de middelen van onderhoud in een rekenkundige #be4 ,we kunnen dit dus zoo uitdrukken3 #a #b #d #h #af #cb 444 ,bevolkingsaanwas1 #a #b #c #d #e #f 444 ,productieaanwas4 ,den tijd1 tusschen twee termen te verloopen1 schatte ,malthus op #be jaar4 ,volgens die berekening zou na #bjj jaar de bevolking staan tot de bestaansmiddelen als #bef3i4 ,na #cjj jaar als #djif3ac4 ,na een #cjjj jaar zou 't verschil onnoemelijk zijn4 #bf ,het juiste evenwicht kon hersteld worden1 doordat oorlog1 epidemien1 hongersnood1 ellende1 prostitutie en andere verschrikkelijke plagen een opruiming onder 't menschelijk geslacht hielden4 ,in zekeren zin lag er dus in die plagen een wijze beschikking der ,voorzienigheid4 ,op ,mill en de zijnen oefende nu ,malthus invloed uit door zijn leer der zelfbeheersching 7moral restraint74 ,de mensch zou langzamerhand tot het inzicht komen1 geen huwelijk te mogen sluiten voor hij de noodige bestaansmiddelen bezat1 en in het huwelijk door onthouding tot gezinsbeperking komen4 ,mill nu hoopte juist dat dus bij toeneming van inzicht en zedelijke zelfbeheersching de toestand der arbeidende klasse ook beter zou worden4 ,malthus' leer werkte dus mee1 om hem op vooruitgang te doen hopen4 ,voor ,darwin lag het uitgangspunt ergens anders4 ,er werden te veel menschen geboren4 ,er gingen velen te niet4 ,de overblijvenden waren de sterkeren4 ,ziehier een punt1 vanwaar uit ,darwin verder ging4 ,er komen in de geheele natuur veel minder kiemen tot ontwikkeling dan er zijn4 ,een visch legt kuit3 een enorm aantal eitjes1 waarvan slechts een gering gedeelte tot ontwikkeling komt4 ,van de zaden van een plant geldt hetzelfde4 ,allerlei omstandigheden verhinderen allen tot vollen wasdom te komen4 ,welke kiemen nu geraken tot volle ontwikkeling8 ,welke individuen blijven leven in den strijd om 't bestaan1 in den struggle for life4 ,de sterksten1 de meest geschikten4 7,survival of the fittest74 ,in een zandstreek zal een grijsachtige haas1 wiens kleur wat met den grond overeenkomt1 een voorsprong hebben3 hij wordt niet zoo gauw ontdekt4 ,in de poolstreken met hun vele ijs en sneeuw leeft een wit dier in betrekkelijk gunstige omstandigheden4 ,dat wezen1 dat zich dus het meest bij bepaalde omstandigheden aanpast1 blijft leven1 heeft de meeste kans op voortbestaan4 ,nu komt er een tweede factor bij4 ,de dieren dragen hunne kwaliteiten over op hun nageslacht4 ,ten slotte is er dus een geslacht dieren of planten1 dat die eigenschappen bezit1 welke het mogelijk maken in dat milieu te leven4 ,in de woestijn zullen we planten vinden1 die weinig vocht noodig hebben4 ,hare bladeren zijn leerachtig1 doen weinig vloeistof verdampen4 ,in een moerassige streek treft men gewassen aan1 welke veel vocht noodig hebben4 ,in de diepten der zeen leven visschen1 bestand tegen den geweldigen druk1 die het water op hen uitoefent4 ,er is dus niet een teleologische1 maar een mechanische verklaring mogelijk van de geschiktheid van sommige organische wezens voor bepaalde streken4 ,deze verklaringsmogelijkheid werd een leidende hypothese voor de natuuronderzoekers2 men ging niet uit van het beginsel3 dit dier leeft onder die omstandigheden1 en heeft daartoe die inrichting gekregen1 maar men zei3 het dier kwm onder omstandigheden1 het verkreeg nuttige eigenschappen1 de nuttige eigenschappen gingen over op de nakomelingen4 ,darwin tast nu weer verder het soortbegrip aan4 ,de afzonderlijke soorten van planten en dieren1 zooals wij die kennen1 staan niet vast4 ,zij zijn geworden1 door de verandering die een organisme ondergaat in verschillende omstandigheden4 ,darwin kwam op een cht-wetenschappelijke methode tot zijn hypothese4 ,eerst had hij een omvangrijk feitenmateriaal verzameld en zorgvuldig onderzocht4 ,daarop had hij zijn hypothese gebouwd1 die deze feiten in samenhang zou kunnen brengen en zou kunnen verklaren4 ,nu bleef hem nog over zijn hypothese te verifieren1 ze te toetsen aan de gegevens4 ,die toetsing liep gunstig af voor zijn veronderstelling4 ,in ,engeland hadden de dierenfokkers1 door acht te geven op allerlei gewenschte kenmerken1 door doelmatige kruising en uitkiezing van geschikt fokvee1 allerlei variteiten weten voort te brengen3 dat sprak voor het overerven van eigenschappen4 ,uitgestorven diersoorten1 waarvan men dikwijls versteeningen vond1 geleken op thans levende1 maar waren dikwijls eenvoudiger vormen der nu bestaande soorten4 ,opmerkelijk is ook1 dat sommige planten en dieren1 wier eieren en zaden licht door wind en stroomend water konden worden verspreid1 een groote verbreiding bezitten1 en dat verder iedere streek haar kenmerkende planten en dieren bezit4 ,in landstreken1 die zich vroeg van andere afgescheiden hebben 7bijv4 ,australi71 vindt men dan ook een meer eigenaardige en afwijkende ontwikkeling4 ,vergelijkt men verder verschillende soorten die nog al van elkaar afstaan1 met elkaar op lager ontwikkelingstrap1 bijv4 in den foetustoestand1 #bg dan blijkt1 dat ze veel overeenkomst vertoonen en dus met elkaar verwant zijn4 ,tal van wezens bezitten ook nog overblijfselen van organen 7rudimentaire organen71 die getuigen van een vroegere periode1 toen zij nog hun nut hadden1 maar die nu verloren gegaan zijn4 ,op tal van wijzen vond zijn hypothese dus bevestiging4 ,hij ging nu over tot uitbreiding en doorvoering zijner leer4 ,als de dier- en plantensoorten ontstaan waren uit lagere vormen1 geldt dit dan ook van den mensch8 ,hier antwoordt hij zonder voorbehoud ja3 ook de mensch heeft zich tot de hoogte1 waarop hij nu staat1 ontwikkeld uit lager vormen6 ,tusschen mensch en dier bestaan groote verschillen4 ,zeker4 ,maar zijn die grooter1 dan die tusschen een hoogstaand dier als een aap en een worm8 ,ook een dier vertoont psychisch leven4 ,dieren kunnen door ervaring leeren1 geven blijk van geheugen1 herinnering1 associatie1 overleg4 ,ook gevoel ontbreekt niet1 zelfs niet dat voor schoonheid4 ,medegevoel is aanwezig4 ,door zijn uitgebreide kennis in staat gesteld1 kon ,darwin daar tal van bewijzen voor bijbrengen4 ,zelfs tal van mannen1 die zich overigens met zijn leer konden vereenigen1 keerden zich van ,darwin af1 toen hij deze zijn hypothese tot den mensch uitstrekte4 ,bij sommigen ging de afkeer over tot tegenzin en afschuw4 ,hoe8 ,de met rede en zedelijk gevoel begaafde mensch een ontwikkeld dier1 eigenlijk een beest6 ,onze edelste aandoeningen1 onze verhevenste gedachten1 onze kunst1 onze wetenschap en onze godsdienst ontsprongen aan eigenschappen1 die het dier reeds bezat8 ,de mensch1 geschapen naar ,gods beeld en gelijkenis zou een dier zijn8 ,het was onmogelijk zeiden niet alleen de theologen1 maar ook tal van anderen4 ,darwin zelf meende1 dat zijn theorie geenerlei bedenkelijks meebracht voor moraal of menschenwaarde4 ,wat wij nu bezaten1 behield waarde1 en bleef schoon1 ook al kwam 't uit lager vormen voort4 #bh ,was het mooier1 zich den mensch te denken als gevallen engel8 ,ongetwijfeld is de mensch door zijn zedelijk gevoel ver verheven boven het dier1 maar dat zedelijk gevoel heeft zich ontwikkeld uit het ook bij het dier reeds aanwezige medegevoel en uit den gezelligheidszin4 ,en ook hier mag de kracht die overal elders werkt1 gewerkt hebben3 een menschengemeenschap1 waar in de moreele gevoelens 7die welke op het welzijn der gemeenschap gericht waren7 sterk waren1 had een voorsprong4 ,darwin zag zich ook voor de vraag geplaatst1 of hij nu de wereld voor het werk van een doelbewuste intelligentie zou aanzien of van een toeval4 ,tegen het eerste verzette zich veel4 ,zou de kat geschapen zijn1 met het doel om met de muis te spelen8 ,maar ook het laatste kon ,darwin niet aannemen4 ,het scheen hem toe1 dat het een vraag was1 die boven de menschelijke kennis lag3 men moet zich onthouden4 ,zijn plicht kon de mensch echter doen4 ,darwin staat op het standpunt van het agnosticisme3 het ontkent niet en bekent niet1 het weet niet4 ,darwin's invloed is reusachtig geweest4 ,hij heeft de lijnen getrokken voor het denken van den modernen dier- en plantkundige4 ,voor dezen blijven dan een groot aantal speciale vragen over om op te lossen4 ,een dier heeft een kleine afwijking4 ,hoe ontstaat die8 ,ontstaan de variteiten misschien sprongsgewijze8 ,erven alle verworven eigenschappen over8 ,vindt die overerving steeds van ouder op kind plaats1 of ook bij voorkeur van grootouder op kleinkind8 ,welk aandeel heeft de vader1 de moeder8 ,gelijkt de zoon meer op den een1 de dochter meer op de andere8 ,de zielkundige bestudeert de erfelijkheid van geestelijke eigenschappen4 #bi ,sedert ,darwin gaat men de evolutie1 de geleidelijke ontwikkeling na van tal van menschelijke instellingen1 gebruiken enz41 bijv4 het huwelijk1 #cj den eigendom1 de straf4 ,aanvankelijk een hypothese voor het gebied der natuurlijke historie1 werd ,darwin's leer een werkhypothese ook voor tal van andere wetenschappen2 ook de geestelijke ondergingen den invloed van ,darwinisme3 taal1 zedeleer1 rechtsleer1 strafrecht1 staatsleer4 ,wij staan nu nog te dicht bij de ontdekking van ,darwin om haar beteekenis geheel te overzien1 maar waarschijnlijk zullen die in de toekomst van overwegend belang blijken te zijn4 #cf4 ,herbert ,spencer4 ,leven en ,persoonlijkheid4 ,een zeldzaam voorbeeld van groote energie1 werkzaamheid en volharding4 ,een man1 die trots betrekkelijk geringe wetenschappelijke voorbereiding1 het geheel der wetenschappen overzien en beheerscht heeft1 als niet velen4 ,die ondanks een wankelende gezondheid en moeilijke geldelijke omstandigheden zijn levenstaak1 die hij zich gekozen had1 in een trouwen1 toegewijden arbeid van #cf jaren vervulde4 ,spencer werd in #ahbj te ,derby geboren als zoon van een bekwaam en goed ontwikkeld onderwijzer4 ,hij bezocht de school van vader en oom1 toonde voor de wiskundige vakken aanleg1 maar was door een zekere vroege zelfstandigheid een lastige leerling1 die niet voor alles belangstelling had en niet bij alles ijver toonde4 ,zijn opvoeding werd voltooid bij een anderen oom1 een geestelijke van breede ontwikkeling en vooruitstrevende gezindheid4 ,deze kon den jongen neef echter niet bewegen de universiteit te bezoeken3 hardnekkig verzette hij er zich tegen4 ,zoo was ,spencer's opzettelijk onderwijs op #ag-;jarigen leeftijd afgeloopen en bleef hij van de voordeelen eener universitaire vorming verstoken4 ,dit heeft echter op zijn werk ook een gunstigen invloed gehad4 ,hij werd er misschien te zelfstandiger denker door1 die1 zich weinig bekommerend om het oordeel van anderen en niet vragend naar wat voorgangers geleerd hadden1 zijn genoegen meer vond in eigen opbouwen dan in het tot zich nemen van door anderen gevonden kennis4 ,aanvankelijk zou ,spencer het beroep van zijn vader kiezen4 ,weldra werd hij ingenieur bij den aanleg van spoorwegen4 ,dan weer had hij goed bezoldigde bezigheden1 dan weer was hij zonder werk3 gevolg van de wilde spoorweg-speculaties in dien tijd1 waardoor tijdperken van koortsige haast en spanning in den bouw afwisselden met perioden van slapte4 ,ten slotte ging ,spencer in ,londen wonen en trachtte hier zijn brood als schrijver te verdienen4 ,er verschenen verschillende werken van zijn hand en hij kwam in aanraking met verschillende mannen van beteekenis uit die dagen1 o4 a4 met ,mill4 ,langzamerhand was het denkbeeld in hem gerijpt1 dat het mogelijk zou zijn1 op alle gebied de ontwikkelingsgedachte door te voeren en hij ontwierp het plan van een stelsel van ontwikkelingswijsbegeerte4 ,hij dacht zijn systeem in een twintigtal jaren te kunnen voltooien4 ,maar waarvan in dien tijd te leven8 ,hij trachtte een geschikt ambt te krijgen1 dat hem genoeg vrijen tijd liet4 ,ondanks hulp en aanbeveling van mannen als ,mill1 ,huxley en anderen1 gelukte het hem niet4 ,hij besloot toen1 het tch te wagen1 en gaf in #ahfj een prospectus uit1 waarin hij inteekenaars vroeg op zijn werken4 ,in hoofdzaken is ,spencer bij de uitvoering van zijn plan trouw gebleven aan de reeds in het prospectus getrokken lijnen4 ,aanvankelijk had de schrijver geen voorspoed4 ,er werden zeer weinig van zijn werken verkocht1 hij leed er groote verliezen op4 ,in #ahfg moest hij zijn inteekenaren mededeelen1 het werk niet te kunnen voortzetten4 ,hulp werd aangeboden1 7,mill wou de geheele geldelijke risico voor zijn rekening nemen71 maar ,spencer meende die niet te moeten aanvaarden4 ,als reeds vroeger kwam hem een erfenis te hulp4 ,een ,amerikaansch bewonderaar1 prof4 ,joumann1 die voor de verbreiding van ,spencer's ideen in ,amerika veel gedaan heeft1 bracht een #gjjj dollar op uiterst kiesche wijze bijeen4 ,weldra waren de slechte jaren nu voorbij4 ,spencer kon hulp nemen1 in #ahge waren al zijn verliezen gedekt en ten slotte trok hij nu voor zijn bescheiden behoeften een ruim inkomen uit zijn werken4 7,van zijn ,opvoeding bijv41 waarvan eerst slechts #bjj exemplaren met moeite verkocht werden1 zijn nu meer dan #ej4jjj geplaatst74 ,ongelukkig liet zijn gezondheid te wenschen over4 ,reeds in #ahee had hij zich met het schrijven van zijn zielkunde z overwerkt1 dat hij een anderhalf jaar rust moest nemen en sedert dien tijd aan slapeloosheid en slechte spijsvertering leed4 ,herhaaldelijk viel hij weer in1 en meer dan eenmaal wanhoopte hij aan de voltooing van zijn arbeid4 ,dit was ook de reden1 dat hij zijn ethiek1 die hij als het belangrijkste beschouwde1 liet voorafgaan aan zijn sociologie4 ,vooral de jaren van #ahhf tot #ahhi waren droevig4 ,in dezen tijd heeft hij zijn levensbeschrijving 7in #aijd in twee deelen na zijn dood verschenen7 gedicteerd1 die naast zeer vele belangrijke dingen1 ook minder beteekenende bevat4 ,zij draagt sterk het merk1 geschreven te zijn door een zenuwzwak man1 die voor zijn lichamelijke kwalen een overgroote belangstelling koestert4 ,toch richtte de grijsaard zich weer op en in #ahif verscheen het laatste deel van het groote werk3 een nationale gebeurtenis voor ,engeland4 ,in #ahih ging ,spencer van ,londen--waar hij steeds1 7behoudens een paar grootere reizen1 o4 a4 naar ,amerika en door zijn gezondheid geischte uitstapjes naar het vasteland7 gewoond had1 naar ,brighton1 dat met zijn milder klimaat beter voor hem was4 ,hier overleed hij #h ,december #aijc4 ,spencer was een denker4 ,hij is geen mensch1 maar een intellect4 ,hij trachtte in alles het algemeene1 het groote te zien1 de beginselen1 die er aan ten grondslag lagen4 ,zijn gewone conversatie was zelfs boekachtig4 ,hij was ongehuwd3 de filosofie was een ijverzuchtige meesteres1 die niet een andere naast zich duldde4 ,van kinderen hield hij veel3 hun gezelschap was voor hem een aangename tijdverpoozing4 ,alle eervolle onderscheidingen 7ridderorden1 eeredoctoraten1 lidmaatschappen van geleerde genootschappen7 wees ,spencer af4 ,hij zag er geen bevordering in van wetenschap1 maar 't omgekeerde4 ,bij een wedren geeft men een minder paard een voorsprong4 ,hier doet men het omgekeerde4 ,een geleerde1 die al naam heeft1 steunt men4 't ,wordt zoo voor den jongeren geleerde nog moeilijker4 ,al het hartstochtelijke1 het naar het mystieke gaande1 het vage1 was hem onbegrijpelijk4 ,hij kon 't niet meevoelen4 ,niet bevreemdend is het dus1 dat ,carlyle en hij zich niet tot elkaar gevoelden aangetrokken3 ,carlyle had nooit een pedanter jongmensch gezien en ,spencer geen mensch1 bij wien het denken1 dat van hartstocht vrij moest zijn1 er zoozeer door benvloed werd4 ,het onkenbare4 ,godsdienst en ,wetenschap4 ,agnosticisme4 ,spencer's systeem zou biologie1 psychologie1 sociologie en ethiek bevatten4 ,hij zou eerst met vlijt alle gegevens verzamelen1 nagaan in hoeverre voor bepaalde gebieden reeds wetten waren opgesteld en gevonden1 om daarna die deelen tot een eenheid te vereenigen4 ,maar1 aan de behandeling der onderdeelen laat hij een werk ,de grondstellingen 7,eerste ,beginselen1 ,first ,principles7 voorafgaan4 ,allereerst spreekt hij over het onkenbare1 het ,absolute en de verhouding van godsdienst en wetenschap4 ,aan alle verschijnselen1 zooals zich die aan ons openbaren1 't zij in onze ikheid1 't zij in de buitenwereld1 ligt een werkelijk iets ten gronde1 waarvan de verschijnselen slechts openbaringen zijn4 ,voor ons nu staat open de kennis der verschijnselen1 maar de wetenschap van het ,absolute is ons ontzegd4 ,dat het bestaat1 is zeker4 ,maar er meer van te weten is onmogelijk4 ,de godsdiensten1 op welken trap van ontwikkeling en hoe verschillend ook1 hebben toch iets gemeenschappelijks4 ,ze hebben altijd naar het aan de overzijde der ervaringen liggende gewezen1 ze hebben het besef wakker gehouden1 dat er een geheim was1 een niet te kennen mysterie4 ,aan de laagste godsdiensten scheen dat geheim gemakkelijk op te lossen4 ,maar naarmate de godsdiensten voortschreden1 zagen zij hoe langer hoe meer in1 dat het mysterie niet te doorgronden was3 ,het ,absolute was niet voor te stellen4 ,onder geenerlei menschelijke gedaante of vorm4 ,maar daarmee had men opgegeven het te kennen1 want wij beschikken alleen over naar menschelijke analogie gedachte of met gegevens der menschelijke ervaring opgebouwde voorstellingen4 ,de fout der religie is geweest1 dat zij op het terrein der verschijnselen wou komen1 dat zij wou spreken1 waar het woord was aan de wetenschap4 ,voor den vrede tusschen deze beide1 elkaar vijandige machten is het noodig1 dat de religie ophoude ongodsdienstig te zijn en zich niet begeve op het terrein der wetenschap4 ,en deze laatste moet ophouden onwetenschappelijk te zijn3 ,zij mag niet komen op het gebied van den godsdienst4 ,zij heeft te beseffen1 dat er een onkenbaar iets is1 het ,absolute1 waarvan de verschijningen openbaringen zijn4 ,en het pogen om dit te willen1 en de bewering1 om dit te kunnen doorgronden1 moet zij opgeven4 ,in den eerbied voor het ,onkenbare komen wetenschap en godsdienst samen4 ,hier hebben wij een grondwaarheid van de grootst mogelijke zekerheid1 waarin alle godsdiensten het met elkaar en met de wijsbegeerte1 die haar bizondere leerstellingen bekampt1 het eens zijn4 ,zullen godsdienst en wetenschap verzoend worden1 dan moet de grondslag der verzoening deze diepste1 uitgebreidste en grootste waarheid zijn1 dat de ,macht1 die zich in het ,heelal openbaart1 absoluut onnaspeurbaar is4 ,waarom moet de wetenschap zich ook buigen voor het ,absolute8 ,het denken gaat steeds voort met verklaringen te vinden4 ,wat is dat1 verklaren8 ,terugbrengen van een verschijnsel tot een reeds bekend1 algemeener4 ,zoo worden de warmteverschijnselen uit beweging der kleinste deeltjes1 der moleculen verklaard4 ,beweging is een algemeener waarheid4 ,maar kunnen wij nu met dat terugbrengen eindeloos doorgaan8 ,kennelijk niet4 ,ten slotte komen wij tot een waarheid1 die niet nader verklaard kan worden1 niet onder een andere1 algemeene gebracht4 ,dit wordt wel eens door den wetenschappelijken onderzoeker vergeten4 ,gewoon1 dat een nog niet bekend gebied nog nader bekend worden kan1 dat verklaringen1 die nog niet te geven zijn in een bepaalden tijd1 toch gevonden worden1 ziet hij over 't hoofd1 dat het stellige weten de geheele sfeer van het denken niet kan vullen4 ,aan de uiterste grenzen der ontdekkingen rijst de vraag op1 zal de vraag steeds oprijzen3 ,wat ligt aan de overzijde8 ,geen verklaring1 hoe diep ook1 kunnen wij ons denken1 die de vraag3 ,wat is de verklaring dezer verklaring8 zou buitensluiten4 ,stellen wij ons de wetenschap als een altijd grooter wordende bol voor1 dan kunnen wij zeggen1 dat elke vergrooting van zijn oppervlakte hem in omvangrijker aanraking brengt met het hem omgevende niet-weten4 ,in de buiten- zoowel als in de binnenwereld bevindt de man der wetenschap zich te midden van eeuwige veranderingen1 waarvan hij begin noch einde kan ontdekken4 ,wanneer hij de ontwikkeling der dingen nogmaals nagaand1 de hypothese opstelt1 dat het ,heelal eens in een ongeordenden toestand bestond1 dan vindt hij het toch absoluut onmogelijk1 zich voor te stellen1 hoe het kwam1 dat het zoo bestond4 ,en het is evenzoo1 als hij nadenkt over de toekomst3 hij kan geen grens bepalen voor de oneindige reeks van verschijnselen1 die zich voor hem ontvouwen4 ,wendt hij den blik naar binnen1 dan vindt hij eveneens dat de beide draden van het bewustzijn buiten zijn greep liggen3 ja1 buiten zijn vermogen1 om zich voor te stellen1 dat ze bestaan hebben of zullen bestaan4 ,zoowel objectieve als subjectieve dingen vindt hij beide gelijk onnaspeurbaar1 wat hunne substantie of hun oorsprong betreft4 ,naar alle richtingen plaatsen zijn onderzoekingen hem voor een onoplosbaar raadsel en hoe langer hoe meer begrijpt hij1 dat het inderdaad niet op te lossen is4 ,hij kent de grootheid en de kleinheid van den menschelijken geest1 tegelijkertijd zijn macht1 alles te omvatten wat binnen de ervaring ligt1 en zijn onmacht tegenover alles1 wat buiten en boven de ervaring is4 ,hij gevoelt in haar geheele sterkte de totale onbegrijpelijkheid van het eenvoudigste proces1 wanneer dit op zich zelf wordt beschouwd4 ,beter1 dan iemand anders weet hij1 dat niets1 in zijn diepste wezen1 kan gekend worden4 ,spencer is dus agnosticus4 7,het woord is van ,huxley1 die in een gezelschap1 gevraagd zijnde naar zijn beschouwing daarvan1 om een naam te hebben voor het zich onthouden van een oordeel over het absolute1 zei1 dat hij een agnosticus was74 ,hij is de grootste agnosticus der #ai;de eeuw4 ,wel heeft zich ook bij ,spencer een gemoedsbehoefte geldend gemaakt1 maar hij is nooit verder gegaan1 dan zijn wetenschappelijk geweten hem veroorloofde4 ,hij heeft de vraag overwogen1 of het misschien een ethisch postulaat zou zijn1 om het ,onkenbare als persoonlijk te denken3 maar hij verwerpt dit4 ,de keuze ligt niet tusschen persoonlijkheid en iets lagers3 er is een bestaansvorm1 die misschien hoog boven het persoonlijke staat #ca4 ,naarmate ,spencer ouder werd1 naderde ook hij meer tot den godsdienst3 ,op zijn #gcste jaar stelt hij overdenkingen op1 waaruit blijkt1 dat hij zich ernstig met godsdienstige vragen bezig hield4 ,hij zag voor zich de oneindige wereld met zijn zonnestelsel1 zijn komen en gaan1 zijn vollen rijkdom van ontbloeiend leven1 en hij moest de vraag stellen3 ,waartoe dat alles8 ,en zijn laatste woorden luiden dan ook3 ,ik ben er toe gekomen het godsdienstig geloof1--dat op de een of andere wijze de plaats inneemt1 die verstandelijke uitlegging zoekt in te nemen1 maar waarin ze faalt en des te meer faalt1 naarmate zij het probeert--met een sympathie te beschouwen1 die op gemeenzaamheid van behoefte berust4 ,ik gevoel1 dat mijn anders denken van de ongeschiktheid komt1 de gegeven oplossingen aan te nemen1 verbonden met den wensch1 dat er oplossingen mogen worden gevonden4 ,taak der filosofie4 ,der wetenschap is dus een bepaald gebied aangewezen4 ,wat is nu de taak der filosofie8 ,om onze kennis tot eenheid te brengen4 ,het einddoel1 dat de filosofie zich stelt1 is volkomen n gemaakte1 genificeerde kennis 7completely unified knowledge74 ,de bizondere wetenschappen schrijden voort van stap tot stap4 ,zij stellen voor een beperkt gebied wetten op4 ,verschillende gebieden worden onder een algemeener wet vereenigd4 ,zoo'n algemeener wet is in graad1 niet in aard verscheiden van een onder haar staande1 meer bizondere4 ,de wijsbegeerte nu verhoudt zich tot de wetenschappen als deze zich tot haar deelen4 ,zij zoekt dus de meest omvattende algemeene beginselen1 die voor alle ervaringen gelden4 ,wij beginnen met de algemeene beginselen aan te nemen1 en wanneer de uit die beginselen afgeleide gevolgtrekkingen of zij zelve door de gegevens der ervaring bevestigd worden1 dan blijken ze juist te zijn4 ,om dat te kunnen doen1 moeten we dus kunnen vergelijken3 gelijkheid en verscheidenheid opmerken1 is de grondslag van ons denken4 ,voor nu over te gaan tot de behandeling der bizondere vragen1 handelt ,spencer nog over eenige begrippen1 die de natuurkundige gebruikt1 als stof1 ruimte1 tijd1 kracht1 en over enkele grondwaarheden der physica4 ,het is voor ons van belang1 op te merken1 dat ,spencer daaronder rekent de stelling1 dat de beweging steeds voortduurt1 dat de stof niet vernietigd kan worden4 ,spencer nadert hier dichter tot ,kant1 zooals ook op andere punten1 dan vele andere ,engelsche denkers4 ,hij wijst er op1 dat er eigenlijk geen bewijs is voor deze stelling4 ,onderzoekt men bijv4 of iets voor en na een proef gelijk van gewicht is gebleven1 dan zet men toch al vooruit1 dat de kracht1 waarmede de gewichten1 met welke men weegt1 aangetrokken worden1 gelijk blijft4 ,de ontwikkelingsgedachte4 ,de schitterendste schepping van ,spencer is zeker zijn doorvoering der ontwikkelingsgedachte op allerlei gebied4 ,beginnen we met een eenvoudig voorbeeld1 de ontwikkeling der maatschappij4 ,daar leven ergens een menigte menschen4 ,hier een familie1 daar een familie1 ginds nog een1 enz4 ,die families gaan samenwonen1 zij vereenigen zich tot een stam4 ,en later zien wij stammen zich tot een volk vereenigen4 ,en ook die volkeren vereenigen zich weer tot bonden1 die zekere algemeene regels eerbiedigen4 ,er vindt plaats een samentrekking1 een vereenigen van aparte deelen tot meeromvattende geheelen4 ,maar er gebeurt tevens iets anders4 ,in die eerste stam was ieder zoowat gelijk4 ,ieder oude ,bataaf bijv4 jaagde1 vischte1 voerde oorlog1 dobbelde1 dronk1 sliep4 ,de een was vrijwel gelijk aan den ander4 ,maar--er komt splitsing4 ,er ontstonden edelen--vrijen--lijfeigenen4 ,daarmee komt verschil van beroep4 ,dit neemt toe4 ,de ,middeleeuwen zien de ridders als oorlogsstand1 de geestelijken als de stand der wetenschap1 poorters en lijfeigenen als landbouwers1 handwerkslieden4 ,die arbeidsverdeeling gaat op elk gebied door4 ,op elk terrein des levens schier werkt de splijtzwam4 ,de wetenschap splitst zich1 telkens komen nieuwe takken4 ,het gaat zoo in den oorlog4 ,een admiraal is geen generaal meer4 ,de eene generaal voert weer artillerie1 een andere cavalerie1 een derde infanterie aan4 ,de barbier is geen geneesheer meer en de huisdokter ziet tal van specialiteiten naast zich opkomen voor oog1 oor1 neus1 keel1 ingewandsziekten1 enz4 ,op het gebied van den lichamelijken arbeid vertoont zich deze splitsing zeer sterk4 ,de ,germaansche vrouw bebouwde het land1 bereidde haar brood en mede1 weefde haar linnen4 ,broodbakken en kleerenmaken gaat niet meer samen4 ,ja1 de broodbakker splitste zich in brood- en banketbakker4 ,een kleermaker1 die een geheel pak maakt1 is uitzondering4 ,er is een coupeur die de stof snijdt1 er zijn voor onze groote confectie-magazijnen jassen-1 vesten- en broekenmakers4 ,in ,amerika is die arbeidsverdeeling in sommige fabrieken zoover doorgevoerd1 dat een man bijv4 den geheelen dag niets te doen heeft1 dan een varken op een bepaalde plaats in de keel te stooten4 ,uit de gelijksoortigheid die aanvankelijk heerscht1 is de ongelijksoortigheid geworden4 ,er is splitsing gekomen4 ,maar--er is nog een derde punt op te merken4 ,in die zoo veelvuldig gesplitste maatschappij is een veel inniger samenwerking der deelen dan in de oorspronkelijk gelijkaardige4 ,denken we even aan de innige verbinding1 waarin wij staan4 ,neem dit boek voor u4 ,wat een menschen werken1 ieder naar zijn bekwaamheid1 daartoe samen4 ,de auteur schreef het1 maar hij had daartoe een reeks andere boeken1 papier1 pennen1 inkt noodig4 ,de zetter zet het4 ,vrienden van den auteur corrigeeren het4 ,de drukker drukt4 ,inbinden door den binder4 ,verzending van copie en drukproeven en boeken door de post en door het bestelhuis van den boekhandel4 ,hoeveel meer menschen hebben b4v4 niet samengewerkt1 om den huidigen mensch een borrel te schenken1 dan bij de oude ,batavieren1 om hem een slok zoete mede te kunnen geven4 ,en die samenwerking gaat zoo geregeld1 zoo ongemerkt1 dat men ze zich gewoonlijk niet eens bewust wordt4 ,voor uwe kleeding en uw voedsel hebben menschen uit alle werelddeelen gewerkt4 ,er heeft dus samenwerking plaats1 die hoe langer hoe meer harmonie brengt4 ,wat wij hier nu met een eenvoudig voorbeeld uit de ontwikkeling der menschheid toelichten1 voert ,spencer op alle gebied door4 ,het geldt bijv4 voor ons bewustzijnsleven1 waar zich uit een gelijksoortige massa de onderscheidingen ontwikkelen4 ,de talen ontwikkelen zich uit bepaalde grondtalen1 splitsen zich1 verrijken zich4 ,de kunsten doen eveneens4 ,schilderen en schrijven en beeldhouwen is eerst een3 de oudste teekeningen van sommige volken zijn meteen hun geschriften1 hun schrijven4 ,de ,egyptenaar teekent en zijn teekeningen zijn z'n taal4 ,muziek en dans en pozie zijn eerst samen1 maar krijgen ieder hun eigen karakter4 ,in de natuur is het niet anders4 ,de oudere vormen van planten en dieren die men vindt1 vertoonen veel eenvoudiger bouw4 ,de kiemen of de foetussen van vele organismen vertoonen meer gelijkheden die de ontwikkelde individuen net hebben3 in de eerste maanden kan men bijv4 aan een menschelijke foetus niet zien1 of het een jongen of een meisje is4 ,wij zien dus een voortschrijding van het gelijksoortige tot het ongelijksoortige4 ,wanneer we dit nu in algemeene formuleering zeggen1 krijgen wij3 ,de ontwikkeling heeft drie kenmerken4 #a4 ,concentratie of integratie3 vereeniging van elementen4 ,eenvoudigste voorbeeld3 opeenhooping van zanddeeltjes4 #b4 ,differentiering4 ,er komen verschillen4 ,het homogene wordt heterogeen1 het gelijksoortige ongelijksoortig4 #c4 ,determinatie4 ,die differentiering brengt met zich mede een overgaan uit een vage1 chaotische toestand1 tot een bepaalde1 waarin orde is4 ,samenvattend zeggen wij dus3 ,ontwikkeling is een verandering van een vage onsamenhangende homogeniteit tot een bepaalde1 samenhangende heterogeniteit door aanhoudende integreeringen en differentieringen en determinaties4 ,deze ontwikkelingsformule is zeer omvattend4 ,zij wijst een diep-gaande overeenkomst aan tusschen de ontwikkelingsgeschiedenis van den mensch1 7zijn geestelijk als lichamelijk leven71 de menschheid1 de aarde1 het zonnestelsel4 ,inderdaad een machtige1 grootsche hypothese1 welke op te stellen en met rijk feitenmateriaal te ondersteunen ,spencer's inspanning waard was4 ,tegenover de ontwikkeling staat het te niet gaan4 ,als er eenmaal een volkomen harmonie zal zijn1 zullen storende krachten optreden4 ,er is dus een afwisseling van ontstaan en vergaan1 het wereldworden geschiedt rhytmisch4 ,maar1 als het eene systeem teniet gegaan is1 zullen weer andere kunnen ontstaan4 ,biologie4 ,bizondere waarde hecht ,spencer aan de biologie4 ,ook voor de practijk zal zij groote beteekenis hebben4 ,hij ontwikkelt hier de gedachte1 dat er een voortdurende aanpassing plaats vindt4 ,op een organisme werken krachten in4 ,het ondergaat nu veranderingen1 die het geschikter maken om te leven in de omstandigheden1 waarin het geplaatst is4 ,verworven eigenschappen kunnen overerven4 ,aan dezen regel houdt ,spencer vast en in zijn laatste levensjaren heeft hij dien nog met warmte verdedigd4 ,wanneer men aannam1 dat verworven eigenschappen overerfden1 zou er hoop zijn op spoediger vooruitgang van het menschelijk geslacht4 ,op het gebied der kennistheorie en der ethiek geeft de ontwikkelingsgedachte ,spencer gelegenheid op te treden tusschen ,locke1 ,mill eener-1 ,kant anderzijds4 ,hij erkent met ,kant en tegen ,mill1 dat onze eerste denkwetten priori zijn en niet uit de ervaring van het individu stammen4 ,maar in laatste instantie zijn ze toch op ervaring gegrond3 het is de ervaring van millioenen generaties1 die nu voor ons een absoluut noodwendig karakter heeft4 ,met de intutieve ethiek is 't eveneens4 ,ook daarin zit de ervaring van langen tijd4 ,er is geen sympathie1 omdat 't nut die vroeg1 neen3 er was sympathie1 die bleek nuttig voor de welvaart van 't geheel en zoo heeft ze zich in de menschen staande gehouden4 ,ook het ethisch leven vertoont de integratie1 differentiering en determineering4 ,er is veel meer samenhang bij ethisch handelen1 meer concentratie1 wat bijv4 in de zelfbeheersching uitkomt4 ,bij egosme is de gezichtskring eng4 ,wie ethische doeleinden zoekt1 ontwikkelt meer2 alles wat in hem is1 is niet beperkt door eigenbelang3 differentiering4 ,het ethisch leven is bepaald door vaste beginselen en lijnen1 is niet1 als bij den egost speelbal van allerlei invloed3 determinatie4 ,de hoogste trap is de organische moraliteit3 het goede wordt niet uit plicht1 uit nood gedaan4 ,zooals een moeder zich haar kind1 de kunstenaar zich zijn werk geeft1 volbrengt degene1 die organische moraliteit bezit1 zijn plicht4 ,ook in het staatsleven heeft de evolutie1 de geleidelijke ontwikkeling een groote rol4 ,men moet niet te spoedig van opvoeding en wetten verandering verwachten3 er is een lange ontwikkelingsweg noodig4 ,de opvoeding moet dus het individu en een volk zoo spoedig mogelijk in aanraking brengen met de werkelijkheid1 opdat er aanpassing plaats vinde #cb4 ,men mag wel hopen1 dat er vooruitgang zal komen1 en een staat zich verder zal ontwikkelen4 ,spencer's invloed is zeer groot geweest4 ,zijn werken zijn vertaald in bijna alle ,europeesche talen1 in 't ,chineesch en ,japansch4 ,in de wetenschap werd de ontwikkelingsgedachte op allerlei gebied toegepast4 ,wij kunnen thans wel zeggen1 dat op schier geen wetenschappelijk terrein de evolutionistische gedachte zonder invloed is gebleven4 ,het spreekt1 dat ,spencer in een werk1 dat #cf jaar voor zijn ontstaan noodig had en over zoo een massa feiten liep1 detailfouten maakte1 dat hij zijn inzichten wijzigde4 ,zijn grootsche formule intusschen wordt bij onze tegenwoordige kennis door velen uitermate geschikt geacht1 om licht te werpen op vele feiten en als een richtsnoer te dienen bij onderzoek4 ,,hoofdstuk ,,xiii4 ,,het ,,positivisme ,,in ,,nederland4 #cg4 ,inleidende ,opmerkingen4 ,werpen we een vluchtigen blik op de ontwikkeling van het wijsgeerig denken in ons land #cc4 ,in de ,middeleeuwen was er in de ,nederlanden een levendige belangstelling voor de wetenschappen4 ,voor de verspreiding deed de door ,geert ,grote gestichte ,broederschap des ,gemeenen ,levens zeer veel4 ,in de kloosters bloeide hier en daar een innige mystiek4 ,de ,navolging van ,christus is de schoonste vrucht4 ,aan de ,renaissance had ons land haar deel4 ,agricola en ,gansfort waren kenners der klassieken1 ,erasmus een bezadigde1 fijne geest van bekende geleerdheid #cd4 ,dirk ,volckertszoon ,coornhert gevoelde zich tot het ,stocisme der ,romeinen aangetrokken en vertaalde ,cicero's ,plichten en ,botius' ,vertroosting der ,wijsbegeerte in goed ,hollandsch proza4 ,na onzen opstand tegen ,spanje komen de ,hoogescholen3 ,leiden 7#aege71 ,groningen 7#afad71 ,utrecht 7#afcf71 het athenem te ,amsterdam4 ,ook in ,franeker en ,harderwijk waren1 in de #ai;de eeuw opgeheven1 inrichtingen voor ,hooger ,onderwijs4 ,daar werd onderricht gegeven in wijsbegeerte1 meestal in de leer van ,aristoteles1 in de middeleeuwsche scholastiek1 pasklaar gemaakt voor het ,protestantisme4 ,in de hevige twisten der godgeleerden onderling werd de wijsbegeerte betrokken en hare vertegenwoordigers zelf streden dikwijls tegen elkaar op heftige wijze4 ,het verblijf van ,descartes hier te lande was gunstig voor de verspreiding zijner denkbeelden4 ,naast ,geulincx1 den meest beteekenende1 op wiens werk de aandacht weer gevestigd te hebben1 een der verdiensten van ,land is1 waren er een aantal andere ,cartesianen4 ,heftigen strijd hadden deze soms te voeren met de ,calvinistische predikanten en professoren in de theologie1 onder wie ,voetius te noemen is4 ,na ,descartes deed ,spinoza zijn invloed gelden1 doch niet in die mate en erkende vertegenwoordigers van zijn systeem vindt men niet opgegeven #ce4 ,de aufklrungstijd deed zijn invloed zeer in ,nederland gevoelen4 ,i,jverig werd hier in de #ah;de eeuw allerlei natuurstudie beoefend 7,i1 #ccf7 en menig werk1 dat in het buitenland niet verschijnen kon1 verscheen hier4 ,newton's leer werd hier ingevoerd door 's ,gravesande1 in #agag hoogleeraar geworden4 ,moeielijke vraagstukken ging men liefst uit den weg4 ,de toon werd verdraagzamer4 ,de scherpe puntjes slepen af4 ,in 't kort1 het geheele beeld dat ons de achttiende eeuw vertoont1 in politiek1 letteren en kunst1 openbaart zich ook op wijsgeerig gebied3 vervlakking en verbreiding1 geen verdieping2 rust en vrede en veilig bezit1 geen strijd1 om te verwerven noch om te verdedigen4 ,over het geheel kenmerken zich de laatste dagen van de republiek der vereenigde ,nederlanden door een neiging om de tegenstellingen van het maatschappelijk leven glad te slijpen1 en de hoedanigheden te vertoonen van gematigde1 verdraagzame1 zelfbeheerschende lieden1 die meer bezorgd zijn voor het behoud hunner reputatie van fatsoen en achtbaren wandel1 dan begeerig naar den lof van hen1 met wien ze toch wel nooit in persoonlijke aanraking zullen komen4 ,door al de gevoeligheid van den vrijen burger op het stuk van eigen waardigheid loopen de pretenties van een ijdel man goede kans op wreede bespotting1 zoodat althans een vertoon van bescheidenheid verplicht wordt gerekend1 en de bittere polemieken1 waarin zich in den ouden tijd sekten en scholen botvierden een veel zachter1 anderen zouden zeggen makker1 vorm hebben aangenomen4 ,sedert het opkomen der nieuwere philosophie1 zal men aan de ,nederlandsche hoogescholen bijna geen wijsgeerig onderricht ontdekken1 dat niet het merkteeken draagt hetzij van ,fransche1 of ,engelsche1 of ,duitsche schrijvers1 al naar de invloeden die bij de ontwikkeling der onderscheiden personen overwegend waren4 ,als er in de wijsbegeerte sprake kan zijn van een vaderlandschen smaak1 dan kan die bewoording dienen om afkeer aan te duiden van paradoxen en van overhaaste gevolgtrekkingen1 gepaard aan verlangen naar juiste inlichting1 en tevens1 sinds de ,sokratische scholen beter bestudeerd zijn1 een grooten eerbied voor de hoofdmannen dezer scholen als toonbeelden van helder verstand en van oog voor al wat goed en schoon is4 7,land74 ,toen ,kant beroemd begon te worden1 deed zich ook in ,nederland zijn invloed gelden1 en mogen we1 wat wel bijna zeker is1 in den roman ,sara ,burgerhart #cf een getrouwe afspiegeling zien van het leven onzer gegoede gezinnen van dien tijd1 dan maakte zijn wijsbegeerte zelfs een voorwerp van dagelijksche conversatie uit4 ,we wezen er reeds op1 hoe ,kinker zijn aanhanger was4 ,de ,amsterdammer ,van ,hemert is naast hem te noemen4 ,i,jverige belangstelling betoonde ,nederland in 't begin der #ai;de eeuw ook in de ,grieksche wijsbegeerte4 ,tiberius ,hemsterhuis 7#afhe--agff7 had hier de liefde voor de studie van 't ,grieksch weer opgewekt2 zijn zoon ,franois 7#agbb--agij71 een groot ,haagsch heer1 was een bewonderaar van ,plato en vierde jaarlijks den geboortedag van ,socrates4 ,in 't begin der eeuw was ,van ,heusde de ster van ,utrecht1 meer een fijn en smaakvol letterkundige1 dan een wijsgeer4 #cg ,het idealisme vond hier eveneens aanhang4 ,in de jaren omstreeks '#cj werd belangstelling voor ,hegel getoond in den ,haag4 ,de hoogleeraar ,martinus van der ,hoeven1 zoon van den bekenden godgeleerde en kanselredenaar ,abraham des ,amorie van der ,hoeven hield in #ahfj voordrachten over wijsbegeerte te ,amsterdam voor een groot publiek1 dat1 geboeid door een zeldzaam machtige welsprekendheid1 met de grootste belangstelling naar de uiteenzetting der verschillende stelsels luisterde4 ,quack1 die het leven van den ongelukkigen geleerde 7hij verviel eerst in waanzin en sleepte later nog na genezing een ellendig1 somber bestaan voort7 beschreven heeft1 deelt enkele fragmenten uit zijn redevoeringen mee1 die recht schijnen te geven1 hem tot een aanhanger der idealistische wijsbegeerte te rekenen4 ,maar ook het positivisme deed zijn invloed gelden4 ,er waren er hier1 die ,comte stoffelijk steunden4 ,en in ,opzoomer vond dan de school van ,mill en ,comte een glanzenden vertegenwoordiger1 die op het geestelijk leven van de #ai;de eeuw in ons vaderland een diepen invloed oefende4 #ch4 ,opzoomer4 ,cornelis ,willem ,opzoomer werd in #ahba te ,rotterdam geboren1 studeerde te ,leiden in de rechten1 werd in #ahde voor de beantwoording eener prijsvraag bekroond1 promoveerde in hetzelfde jaar tot meester in de rechten1 en werd het volgende jaar tot hoogleeraar in de wijsbegeerte aan de ,universiteit te ,utrecht benoemd4 ,hij aanvaardde zijn ambt met eene rede3 ,de wijsbegeerte den mensch verzoenende met zich zelven4 ,hij toonde eerst aan1 hoe er een stadium van onschuld is1 waarin de mensch zijn zinnen vertrouwt en geen twijfel kent4 ,zoo wandelt hij voort in kalmen vrede met zich zelven1 in den ochtend des levens1 door het zachte morgenrood beschenen4 ,maar nu komt1 na de onschuld van het geloof1 de strijd van het onderzoek4 ,de vraag ontstaat3 van waar onze kennis8 ,van ,locke tot ,fichte loopt de weg4 ,hoe komen de voorwerpen tot onze kennis8 was de groote levensvraag geworden4 ,de vereeniging van de twee leden dier tegenstelling was de taak1 die het denken zich voorstelde4 ,men begon met alle waarheid in de voorwerpen te plaatsen1 en het denkende subject als een blooten wasklomp te beschouwen1 die de indrukken slechts in zich opnam en bewaarde4 ,het scepticisme was de periode van overgang1 en toonde aan1 dat die voorwerpen door den strijd1 die ze kenmerkte1 ons tot geene ware kennis konden leiden4 ,daarom beproefde de geest zijne taak van den anderen kant te vervullen4 ,de waarheid werd in den denkenden geest overgebracht en de voorwerpen waren alleen voortbrengselen zijner handelingen1 alleen zijne voorstellingen4 ,ieder der leden van de groote tegenstelling was op zijne beurt op den voorgrond geplaatst1 en had het andere lid uit zich voortgebracht4 ,van de voorwerpen uitgaande had de wijsbegeerte tot materialisme gevoerd2 van den geest zich verheffende had zij het idealisme tot haar resultaat4 ,in geen van beide richtingen had zich de mensch bevredigd gevonden4 ,er moest dus een derde standpunt worden gezocht3 ,de verzoening van het weten1 en in deze periode moeten hart en verstand niet met elkaar in strijd zijn4 ,de verzoening heeft ,opzoomer dan gevonden in een godsdienstig-wijsgeerig stelsel1 dat zich nauw bij ,krause aansluit1 dat in n punt van ,hegel verschilt4 ,deze plaatst ons op den rechten weg1 maar wij moeten n stap verder gaan3 ,god moet niet alleen opgevat worden als het beginsel1 dat in de wereld1 in het uiterlijke werkt1 maar als de geest1 die behalve deze werkzaamheid1 nog een innerlijk bestaan heeft1 dat hem boven de wereld verheft1 evenals het denken1 gevoelen en willen den geest verheft boven de werkzaamheid1 die hij in het lichaam vertoont4 ,op dit standpunt nu is er verzoening4 ,wijsbegeerte en godsdienst1 vroeger telkens verdeeld en elkander de zege betwistende1 zijn thans ten innigste verbroederd4 ,wat de hoogste waarheid der laatste is1 dat is tevens de hoogste1 de alomvattende waarheid der eerste4 ,slechts hierin bestaat het verschil1 dat de godsdienst nog onmiddellijk en zonder bewustheid datgene is1 waartoe de wijsbegeerte met volkomen bewustzijn zich verheven heeft4 ,deze rede deed een storm van verontwaardiging opgaan4 ,misschien ware het zelfs gelukt1 ,opzoomer van zijn katheder te dringen1 indien hij niet in die bange dagen door een schild van achtbare mannen ware gedekt geworden1 die geregeld naast de studenten op de collegebanken plaats namen om zijne lessen aan te hooren4 7v4 d4 ,wijck74 ,in #ahdh1 nadat ,opzoomer twee jaren professor is geweest1 ontplooit hij een nieuw vaandel3 dat der ervaringswijsbegeerte4 ,als ervaringswijsgeer heeft hij zijn machtigen invloed doen gelden4 ,hij steunde hoofdzakelijk op buitenlandsche voorgangers4 ,beschamend staan de natuurwetenschappen daar voor ons2 en als zij ons1 die met den geest1 met den staat1 met de maatschappij ons bezig hielden1 ernstig afvragen3 wat hebben uwe navorschingen in zoovele eeuwen tot stand gebracht8 ,welke waarheid hebt gij vastgesteld8 ,welke verbetering van het lot uwer medemenschen is van u uitgegaan8 vernederend zal onze bekentenis zijn4 ,de wijsbegeerte heeft de groote leenspreuk van ,bacon3 nut en vooruitgang6 in den wind geslagen1 en het vergeten1 dat onderzoek tot kennis1 kennis tot voorspellen1 voorspellen tot handelen ons leiden moet4 ,maar de harde les der ondervinding1 die het gebouw harer stelsels heeft omvergeworpen1 is niet vruchteloos geweest4 ,waar ijdele bespiegeling het meest woekerde1 daar zelfs hooren wij overal het woord3 laten wij terugkeeren tot de ervaring1 tot den weg1 ons door ,bacon gewezen4 ,als onmiddellijke voorgangers noemt hij zelf ,herschel1 ,whewell1 ,mill en ,comte4 ,na de bespreking van ,mill's logica behoeven wij niet uitvoerig op die van ,opzoomer in te gaan #ch4 ,hij bepaalt zich tot het behandelen der middelen om kennis te verkrijgen en toont zich afkeerig van alle diepere bespiegeling1 maar zijn heldere uiteenzettingen1 zijn aanwijzen van fouten1 die men licht begaat bij wetenschappelijk onderzoek1 zijn ook nu nog zr leerzaam4 ,vor de tegenwoordige hooger-onderwijswet 7#ahgg7 was het volgen van colleges voor de wijsbegeerte verplichtend voor een veel grooter aantal studenten dan thans en daardoor had ,opzoomer1 die zeer welsprekend was en zijn leerlingen wist te bezielen1 enormen invloed4 ,men onderschatte dien voor de geheele beoefening der wetenschappen in ons vaderland niet4 ,opzoomer's aanbeveling van ervaring was in #ahdh in zeker opzicht nieuw en in ieder opzicht nuttig4 ,wij leven zoo snel en vergeten zoo gauw1 dat wij telkens gevaar loopen ondankbaar te worden tegenover hen1 die den goeden weg gewezen hebben1 toen deze nog niet zoo algemeen gevolgd werd4 ,in #ahga vertelde ,helmholtz1 dat hij in #ahcb tot groote tevredenheid zijner superieuren een voordracht had gehouden over de operatie van bloedader-gezwellen1 maar hij had nog nooit een bloedader-gezwel zien opereeren4 ,in #ahdh was het een verdienste van ,opzoomer1 ervaring tot de blijde boodschap van den dag te maken4 ,thans weten allen1 dat1 zoo men de feiten wil leeren kennen1 welke tot een kring van onderzoek behooren1 men die feiten zelve moet laten spreken en niet maar vragen3 ,wat zeggen anderen er over8 ,hoe oordeelt de doorluchtige ,a en wat zegt de scherpzinnige ,b8 ,thans weten allen dat een wetenschappelijk man de werkelijkheid niet verwringt naar zijn inzichten1 maar zijn inzichten richt naar de werkelijkheid4 ,men weet dit zoo goed en zoo algemeen ook om deze reden1 dat ,opzoomer in zijn lessen over logica 444 het aan duizenden heeft ingeprent4 ,door zijn woord heeft hij de kracht van menig vooroordeel gebroken en den groei der wetenschap bevorderd4 ,wat hij wil is1 dat men ook op geestelijk gebied onvoorwaardelijk buige voor het gezag der feiten1 ijverig zij in het verzamelen van gegevens1 schijn en werkelijkheid zorgvuldig onderscheide1 allerwege vorsche naar het verband van oorzaak en gevolg1 zich niet aan woordenspel bezondige en niet de uitkomst van onderzoek vaststelle vr nog het onderzoek begonnen is4 7v4 d4 ,wijck74 ,opzoomer onderscheidt vijf kenbronnen der waarheid4 ,zinnelijke waarneming levert ons de ruwe bouwstof1 waaruit de natuurkennis wordt opgetrokken 7#a74 ,maar de mensch is ook een waardeerend wezen4 ,hij staat niet alleen verstandelijk1 maar ook gevoelend tegenover de dingen4 ,hij registreert niet alleen1 maar taxeert ook4 ,sommige verwekken een aangenaam of een onaangenaam gevoel1 andere worden schoon1 derde goed genoemd4 ,en zoo zijn er dus nog drie kenbronnen van waarheid3 gevoel van lust en onlust1 schoonheidsgevoel1 zedelijk gevoel4 7#b--d74 ,behandelt ,opzoomer in zijn3 ,de weg der wetenschap vooral de eerste kenbron1 in zijn3 ,de waarheid en haar kenbronnen #ci wordt gesproken over het zinnelijk-1 het schoonheids- en het zedelijk gevoel4 ,de vijfde kenbron1 het godsdienstig gevoel1 heeft ,opzoomer niet zoo spoedig behandeld4 ,hij deed het in3 ,de ,godsdienst 7#ahfd7 en ,onze ,godsdienst 7#ahge74 ,door zijne beschouwingen werd ,opzoomer het hoofd eener geheele theologenschool en oefende hij ook grooten invloed uit op 't kerkelijk leven4 ,hij verwerpt beslist alle bewijzen voor 't bestaan van ,god1 maar meent1 dat het wl bestaan ,gods ons blijkt uit ons gevoel van afhankelijkheid aan een hoogere macht4 ,eindelijk gevoelt zich de mensch zelfs in zijn bestaan afhankelijk van een hoogere macht1 wier wetten hij tevens in de uitspraken van zijn zedelijk gevoel opmerkt4 ,dit gevoel is de bouwstof der godsdienstleer4 ,nadrukkelijk verklaart 7,opzoomer71 dat niemand de kracht vinden zou om1 desnoods onder verzet van de geheele wereld1 te ijveren voor wat hem goed en noodig schijnt1 indien hij niet geloofde1 geloofde aan de souvereiniteit van het zedelijke4 ,dit is teleologie1 vertrouwen1 dat het leven van den mensch1 dat de wereld1 waarin dat leven geworteld is1 zin heeft1 ook al zijn wij niet in staat1 dien zin te noemen2 het is geloof zonder bewijs1 maar hetwelk bestaan zal1 zoolang de handen niet verslappen en de mensch niet in lustelooze traagheid nederzinkt4 ,in de eerste periode van zijn denken achtte ,opzoomer zich in staat den diepsten grond der dingen te peilen4 ,later zeide hij met ,goethe3 het schoonste geluk van den denkenden mensch bestaat in het uitvorschen van wat begrijpelijk is1 in rustige vereering van het onnaspeurlijke4 ,opzoomer is er vrijwel in geslaagd te toonen1 dat vereering van den diepsten grond van wat is en geschiedt tot de onuitroeibare trekken der menschelijke natuur behoort4 7v4 d4 ,wijck47 ,behalve op wijsgeerig gebied maakte ,opzoomer zich ook grooten naam als rechtsgeleerde4 ,levendige belangstelling toonde hij ook voor de schoone kunsten4 ,het groote succes zijner dochter1 de zoo begaafde romanschrijfster ,wallis1 was voor hem een groot genoegen4 ,haar man1 de ,hongaarsche hoogleeraar ,von ,antal1 schreef in 't ,duitsch een zeer goed overzicht van de geschiedenis der wijsbegeerte in de ,nederlanden4 ,opm4 ,tot ,opzoomer's leerlingen behooren ,allard ,pierson en ,jhr4 v4 d4 ,wijck4 ,pierson heeft over tal van belangrijke onderwerpen in 't ,hollandsch geschreven4 ,een ,levensbeschouwing en ,wijsgeerig onderzoek zijn uit wijsgeerig oogpunt 't voornaamste4 ,zijn biografie geeft ,prof4 ,a4 ,s4 ,naber2 een fijne studie over hem1 voornamelijk als wijsgeer1 ,jhr4 v4 d4 ,wijck in ,mannen van ,beteekenis4 ,deze laatste vond op zijne beurt zijn levensbeschrijver in zijn opvolger op den ,utrechtschen ,leerstoel3 ,dr4 ,p4 ,h4 ,ritter4 7,mannen van ,beteekenis1 ,,xxxv1 #b--c74 ,v4 d4 ,wijck ging later in de kennisleer andere inzichten dan ,opzoomer huldigen4 ,de grijze geleerde is nu ook nog na zijn #gjste jaar werkzaam en geeft zijn fijn-geschreven en gedachte artikelen meest in ,onze ,eeuw4 #ci4 ,multatuli4 ,multatuli is geen wijsgeer geweest1 maar een letterkundige4 ,hij heeft echter een tijdlang een grooten invloed gehad op ons geestelijk leven4 ,hij heeft afbrekend gewerkt4 ,maar ook opbouwend4 ,voor velen is hij de verkondiger van een nieuw ideaal geweest4 ,en van menige moderne gedachte is hij de voorlooper4 ,multatuli is de heraut geweest van aufklrungsidealen4 ,hij heeft die in omloop gebracht door zijn schitterenden stijl4 ,in de wetenschap was geen zijner ideen schier nieuw1 maar nieuw waren ze wel voor menigeen1 die ze bij hem las4 ,de man der wetenschap zei misschien dezelfde dingen1 maar voorzichtig1 behoedzaam1 ,multatuli sprak zijn gevoelens uit met de grootst mogelijke scherpte4 ,den godsdienstigen twijfel heeft hij geuit in zijn bekend ,gebed van den ,onwetende4 ,het is de aloude klacht van het twijfelend godsdienstig gemoed1 van het geslingerd hart1 maar nieuw voor ,nederlandsche ooren in dezen vorm4 ,de bijbelcritiek was niet onbekend in ,nederland4 ,multatuli plaatste in eens de bijbelverhalen naast de mythen der ,grieken1 ,jahwe der ,isralieten naast ,zeus4 ,dat onder schijn en mom van godsdienst allerlei ongerechtigheid kon schuil gaan1 had ,nederland al meer dan twee eeuwen uit ,vondel's ,roskam kunnen leeren1 als het 't niet had willen hooren en lezen uit den bijbel1 het klassieke boek van den godsdienst1 zelf4 ,maar ,multatuli teekende met scherpe lijnen de figuren van ,droogstoppel en dominee ,wawelaar1 van de oefenende juffrouw ,laps4 ,dat er in alle bizondere religies 't algemeen menschelijke te waardeeren was1 hadden de #ah;de-eeuwsche desten1 ook hier geen onbekenden1 reeds verkondigd4 ,multatuli laat ons reizen met een goed geloovig katholiek1 brengt ons bij ,mahomedanen1 doet het geloof meevoelen van een orthodox-protestant straatprediker4 ,dat niet alles om den mensch is1 was sedert ,copernicus' dagen gemeengoed van het ,europeesch wetenschappelijk denken4 ,maar met n beeld weet ,multatuli dat toe te lichten1 zooals hij met n scherp gezegde de ondoelmatigheden in de natuur1 het leven van het eene schepsel ten koste van het andere1 weet aan te geven4 ,hij heeft het1 door herhaald betoog of leerend voorbeeld zijn volk willen inprenten1 dat het natuurgebeuren naar vaste wetten geschiedt4 ,het was bekend en het wonderengeloof was door velen eveneens verlaten3 ,multatuli zette 't in het helderste licht4 ,de lust tot studie der natuur1 de afkeer van wijsbegeerte zat er diep in omstreeks '#ej en '#fj4 ,multatuli vroeg telkens om natuurkunde1 om physica1 maar om 's hemelswil geen bovennatuurkunde1 geen metafysica4 #dj ,zuiveren wilde hij de menschen van dwaling1 maar geen nieuwe levensbeschouwing1 geen nieuwe dwaling er voor in de plaats geven4 ,hij begeerde te varen zonder lek4 ,dat er hooger zedelijkheid was dan enghartig tijdsfatsoen1 had men in ,nederland ook van ,jezus kunnen leeren1 die der gevallen vrouw vergevende woorden toevoegde en het ,koninkrijk ,gods stelde boven wet en gerechtigheid4 ,maar een groot deel van ons volk scheen het duidelijker te worden toen ,multatuli het uitsprak1 dat zedelijkheid niet zede is4 ,en het jonge ,nederland vooral dweepte met den man1 die leeraarde1 dat de zedelijkheid boven den navel woont4 ,zoo heeft ,multatuli dus geen nieuwe ideen uitgesproken in wetenschappelijken zin4 ,maar toch wel in deze beteekenis1 dat hij zei1 wat nieuw was voor velen zijner lezers4 ,dat kwam1 doordat hij zich richtte tot veel breeder kringen1 doordat hij een aan 't paradoxale grenzenden vorm koos4 ,als ik een beeld zou mogen gebruiken1 zou 't dit zijn3 ,multatuli verhoudt zich ongeveer tot de wetenschap zooals de ,fransche ,aufklrung tot de ,engelsche4 ,en zooals de ,fransche verlichting op heel het cultuurleven der #ah;de eeuw haar merk zette1 zoo oefende ,multatuli in ,nederland een geweldigen invloed uit3 het geestesleven der #ai;de eeuw1 vooral van tal van kringen buiten die der wetenschap1 is zonder ,douwes ,dekker niet te verstaan4 ,nu de blinde vereering van zijn persoon en werken vrij wel geweken is1 nu de menschen mr en dieper kennis willen dan ,multatuli kon geven1 is misschien ook de tijd gekomen1 om af te zien van uitsluitend wroeten in zijn privaat leven1 op te houden met kleingeestige discussies over 't al of niet ware van sommige feiten uit de ,havelaarzaak1 en in hem den dichterlijken denker te zien1 die bewegend werkte op het geestesleven in ons land1 en wiens werken in woorden uitdrukten wat er onbewust leefde in vele hoofden en harten4 ,,hoofdstuk ,,xiv4 ,,het ,,positivisme ,,in ,,andere ,,landen4 #dj4 ,de crimineele anthropologie4 ,inleidende opmerkingen4 ,itali was niet zonder invloed geweest op de ontwikkeling van het denken4 ,in de ,middeleeuwen had het aan de scholastiek haar grootsten denker gegeven3 ,thomas van ,aquino4 ,de renaissance was er begonnen en had er gebloeid in letterkunde1 schilderkunst en beeldhouwkunst4 ,zij had zich daar voortgezet4 ,de natuurfilosofen die1 zonder zelf het zaad te zaaien1 waarvan wij nu den oogst genieten1 toch onkruid gewied hadden en den grond losgewoeld1 ,campanella1 ,telesio1 ,bruno waren ,italianen4 ,wat ,huxley was voor ,darwin1 onvermoeid verbreider van ideen1 was ,bruno voor ,copernicus4 ,en eindelijk was een der grondleggers der moderne natuurwetenschap een ,italiaan3 ,galilei4 ,het staatsrecht en de staatsleer had er zijn beoefenaars gevonden3 naast en boven ,campanella staat ,macchiavelli4 ,itali wekt op4 ,itali spoort aan1 prikkelt tot onderzoek1 gaat voor op nieuwe banen4 ,maar aan ,engeland1 ,frankrijk en ,duitschland is 't beschoren1 het daar begonnene voort te zetten4 ,gedurende twee en een halve eeuw leidt ,itali niet4 ,er is filosofie1 maar zij oefent geen merkwaardigen of beteekenenden invloed uit4 ,in de laatste helft der #ai;de eeuw wordt dat anders4 ,het positivisme doet er zijn intocht4 ,robert ,ardigo1 die zich van 't katholicisme afwendt1 is misschien in dezen tijd voor ,itali de grootste denker4 ,maar voor 't ,europeesch geestesleven krijgt ,itali beteekenis door zijn positief psychologische school1 die ook nu weer meer prikkelend en vonkenslaand is1 dan voltooiend en bouwend4 ,in 't bizonder richtte zich de aandacht op den misdadiger #da en hieraan gaf ,caesare ,lombroso1 hoogleeraar in de gerechtelijke geneeskunde te ,turijn1 een grooten stoot4 ,voor een niet-deskundige is het gewenscht zich tot het constateeren van dit feit te bepalen4 #db ,hij kreeg daar verschillende leerlingen en medestanders1 o4 a4 de in ons land ook bekende ,enrico ,ferri4 ,in #ahhe kon ,lombroso het eerste congres voor studie van den misdadigen mensch te ,rome organiseeren1 dat sedert door congressen te ,genve1 ,brussel1 ,parijs en ,amsterdam gevolgd werd4 ,ook in ons land ontmoette de studie van den misdadiger veel belangstelling4 ,van de geneeskundigen zijn te noemen de psychiaters ,jelgersma en ,winkler en ,dr4 ,aletrino1 die zich als privaat-docent te ,amsterdam vestigde en een ,leerboek der ,crimineele ,anthropologie uitgaf4 ,van de hoogleeraren in het recht zijn te vermelden de ,utrechtsche hoogleeraar ,simons1 die zijn aandacht vooral ook aan de kwestie der gevangenisstraf wijdde en de ,amsterdamsche professor ,van ,hamel1 die groote belangstelling betoonde voor de berechting en behandeling der misdadige jeugd4 ,hij begreep1 dat deze niet maar zoo gewoon gestraft kon worden en vooral door zijn initiatief kwamen overal vereenigingen tot stand1 die zich aan de verwaarloosde #dc jeugd wijdden4 7,pro ,juventute74 ,de wetgever bleef niet achter1 door de z4g4 kinderwetten te ontwerpen4 ,bovendien tracht ,van ,hamel zijn leerlingen zooveel mogelijk vertrouwd te maken met nieuwe strafrechterlijke beschouwingen4 ,in den laatsten tijd hebben in ons land juristen en psychiaters elkaar ook steeds meer gezocht4 ,onder de wijsgeeren1 die zich met deze kwesties bezighielden1 is te noemen ,prof4 ,heymans1 die tegen sommige uitspraken van ,aletrino opkwam4 ,zijn leerling ,mr4 van ,dijk leverde zeer belangrijke ,bijdragen tot de psychologie van den misdadiger1 gebouwd op een streng zielkundig onderzoek4 ,verder is te noemen ,mr4 ,roos1 de bewerker van onze crimineele statistiek1 die pas een leer der oorzaken van de misdaad 7,crimineele ,aetiologie7 in 't licht zond4 #dd ,wij kunnen dus zeggen1 dat zich de studie van den misdadiger in ons land in een levendige belangstelling verheugt1 en dat ziel- en geneeskundige en rechtsgeleerde elkaar op dit terrein ontmoeten4 ,dat de misdadiger gestraft diende te worden1 stond steeds vast4 ,de groote vraag was1 of 't geschieden moest omdat gezondigd was1 of als voorbehoedmiddel voor de toekomst3 opdat niet gezondigd zou worden4 ,nu rees echter de vraag3 handelt die misdadiger geheel uit vrijen wil8 ,zijn er omstandigheden1 welke dan ook1 die hem op een of andere manier tot de misdaad brengen4 ,heeft de misdadige kenmerken1 die hem typeeren8 ,en zoo ja1 vloeien uit de dan verkregen inzichten ook gevolgen voort voor de practijk van rechtspleging en bestraffing8 ,met de laatste vraag behoeven wij ons niet bezig te houden4 ,zij is van zuiver rechtskundigen aard4 ,alleen is het misschien goed1 op te merken1 hoe dwaas de populaire meening is1 dat de beoefenaars van de wetenschap van den misdadigen mensch dezen zouden willen vertroetelen4 ,er zijn onder hen zeker een aantal1 die op meer doelmatige bestraffing aandringen en verbetering van misstanden eischen1 maar er is niemand die het recht der gemeenschap om te straffen1 ontkent4 ,er zijn zelfs zeer overtuigde aanhangers van de doodstraf onder4 ,gaan we over tot de eerste vraag3 wat zijn de kenmerken van den misdadiger1 de oorzaken van de misdaad8 ,lombroso dan vat den misdadiger op als een atavistisch verschijnsel4 ,onder atavisme verstaan wij een terugkeer tot nu overwonnen en verlaten ontwikkelingsvormen4 ,de mensch bijv4 kan zijn ooren1 hoewel hij nog oorspieren heeft1 niet meer bewegen4 ,hij heeft het niet meer noodig4 ,er zijn echter nog menschen die dit kunnen doen en wij noemen dit dan een atavistisch verschijnsel4 ,volgens ,lombroso nu is1 wat wij nu misdaad noemen1 regel geweest bij de natuurvolken4 ,de misdadiger is dus achter bij de ontwikkeling der gemeenschap1 hij is niet meegekomen4 ,hij vertegenwoordigt een veel lager beschavingsstandpunt en komt daardoor in botsing met ons huidig standpunt en de nu bestaande maatschappij4 ,aanvankelijk meende ,lombroso die misdadigerskenmerken in den schedel te vinden2 later1 toen dit niet opging1 vond hij ze anders 7bijv4 veel hoofdhaar1 weinig baardhaar1 afwijkende ooren1 tatoeering1 dieventaal1 zucht om troepen te vormen1 enz47 ,in die kenmerken zag hij dan weer een bevestiging zijner opvatting van den misdadiger als een atavistisch verschijnsel4 ,ook de natuurvolken bijv4 tatoeerden zich4 ,er is nu voor ,lombroso een bepaald misdadigerstype1 de geboren misdadiger4 ,tegen ,lombroso's leer zijn vrij wat bedenkingen ingebracht4 ,men wees er bijv4 op1 dat zijn grondstelling1 dat1 wat bij ons misdaad is1 gewoonte zou geweest zijn bij de natuurvolken1 niet waar kn zijn3 zoo'n maatschappij had nooit tot ontwikkeling kunnen komen4 ,lombroso's misdadigerskenmerken vond men ook bij tal van andere1 eerbare menschen en omgekeerd waren ze bij lang niet alle misdadigers aanwezig4 ,de door ,lombroso opgemerkte dingen waren niet de kenmerken van misdadigers1 maar van menschen met bepaalde zielsafwijkingen4 ,heftig botste de ,italiaansche school op 't congres te ,rome met ,lacassagne1 die de voorganger werd der ,fransche school4 ,deze wou niet in den persoon van den misdadiger de oorzaken der misdaad zoeken1 maar in de omgeving1 waarin hij geboren was en opgroeide1 in de maatschappij1 in het sociaal milieu4 ,de maatschappij heeft de misdadigers die zij verdient4 ,verbeter de maatschappij4 ,berust niet lijdelijk in de aangeboren eigenschappen van den misdadiger1 maar stel het sociale initiatief er tegenover4 ,het is duidelijk1 dat deze richtingen niet uitsluitend tegenover elkaar staan1 maar dat er geleerden gekomen zijn1 die n aan het milieu n aan de persoonlijke eigenschappen van den misdadiger invloed hebben toegekend4 ,ten onzent heeft ,aletrino1 die ook als letterkundige naam had1 met warm gevoel aangedrongen op betere behandeling van den misdadiger4 ,hij acht dezen niet toerekenbaar4 ,dat sluit geen straf uit3 't ,zou verkeerd zijn te meenen1 dat men1 wanneer de ontoerekenbaarheid van het individu algemeen erkend wordt1 niet meer een wet zal mogen maken en toepassen1 waardoor de maatschappij beveiligd wordt tegen handelingen1 die tot schade zijn voor haar instandhouding2 dat men de verantwoordelijkheid van het individu voor zijne daden zal mogen opheffen4 ,evengoed toch als ieder individu zich verzet tegen een directen of indirecten aanval1 zal de maatschappij1 de verzameling der individuen dit doen4 ,toch hoopt ,aletrino op veel beter tijden4 ,het kwaad worde niet langer met kwaad vergolden4 ,eens zal de tijd komen6 ,hoog door de eeuwen draagt de galm vooruitgang2 uit ver-wijkend duister kleurt 't licht2 wijder en wijder ruimt het zacht-juichen gulden van helderen zonneglans6 ,en dieper uit ons binnenste zangt een lievend voelen omhoog voor hen die lijden1 hooger en hooger1 dwingend onze handen zich te strekken naar hen1 die naast ons staan1 onze voeten dwingend te gaan den lijdensgang van hun leven4 ,en eerst1 wanneer wij zver zullen zijn dat wij kunnen voelen voor anderen1 zooals wij voelen ons eigen bestaan1 dan eerst naderen wij de verwerkelijking van het doel1 het einddoel van allen arbeid1 van alle weten3 voor anderen het leven dragelijk te maken4 ,het was de rede1 waaruit dit fragment genomen is1 die ,heymans zijn artikel3 ,sommige uitwassen der crimineele anthropologie deed schrijven4 #da4 ,het ,materialisme4 ,de tijd van het idealisme was in ,duitschland voorbij4 ,die van het natuuronderzoek brak aan4 ,het voerde niet1 zooals in ,frankrijk en ,engeland1 tot positivisme4 ,het midden der #ai;de eeuw is voor ,duitschland de tijd van het materialisme4 ,bij de oude ,grieken leerden we deze leer kennen in dualistischen vorm bij ,democritus4 ,alles was voor hem stof1 doch de ziel bestond uit fijne1 gladde atomen3 een aparte stof4 ,in de nieuwe geschiedenis vernieuwden ,gassendi en ,hobbes het materialisme4 ,voor den ,engelschen denker was alles1 wat bestond1 stof en beweging van stof4 ,dan kwam de achttiende eeuw in ,frankrijk4 ,hier bloeide het materialisme1 werd in een stelsel ondergebracht1 werd door een rijke verzameling van feiten gestut4 ,vooral ,la ,mettrie en ,holbach dienen hier genoemd te worden4 ,waren tot dusver ,engeland en ,frankrijk de landen geweest1 waar het materialisme aanhangers had gevonden1 thans was het in de eerste plaats ,duitschland4 ,het vervulde hier een eigenaardige taak1 er schijnbaar niet van te verwachten3 het bevredigde de behoefte der ,duitsche gemoederen aan idealen gedurende een tijd1 waarin die niet best konden gedijen2 het was een wijsbegeerte voor een onwijsgeerigen tijd1 die echter niet zonder deze blijven kon4 ,degenen1 die in ,duitschland als verkondigers dezer levens- en wereldbeschouwing optraden1 zijn voor een deel scherpzinnige natuuronderzoekers of bekwame geneeskundigen geweest1 maar allen waren dwepers voor menschenrechten1 stoffelijken en zedelijken vooruitgang1 verbetering van het lot der minder bedeelden1 verbreiding van kennis in ruimer kring4 ,een groot onrecht doet men den mannen van het materialisme1 als ,bchner1 ,vogt en ,moleschott aan1 wanneer men hen houdt voor wat men in het dagelijksch leven materialisten pleegt te noemen4 ,dat in ,duitschland deze richting kwam1 behoefde niet te verwonderen4 ,er werd overal een nieuw leven waargenomen4 ,de pozie1 het proza gingen andere wegen3 de groote bloei der ,duitsche romantiek was voorbij4 ,in de politiek had men groote verwachtingen gehad1 men hoopte op meer burgerrechten en volksvrijheden1 op een eenig ,duitschland4 ,op het gebied van nijverheid en mijnbouw was vooruitgang4 ,de eerste spoorwegen kwamen1 talrijke bergwerken werden ontgonnen4 ,duitschland bleef--dit zij wel te verstaan--achter bij ,frankrijk en ,engeland4 ,eerst thans1 onder het keizerrijk1 groeit het tot een groot-nijverheidsstaat1 botsen belangen van jonkerdom en groot-grondbezit met die van arbeiders zoowel als met die van handel en nijverheid2 eerst thans gaat men in ,pruisen stormloopen op een verouderd kiesstelsel voor den landdag1 dat sommige soortgelijke gebreken heeft als het vroegere ,engelsche4 ,men denke zich dus bij dit nieuwe leven nog niet een te sterke groeicrisis1 maar er was toch een op het practische1 op verkrijgen en bezitten1 op maken en voortbrengen gerichte neiging1 in n woord3 de blik wendde zich naar de stoffelijke wereld4 ,de ,engelsche geleerde weet zich in te perken4 ,hij zal liever blijven staan bij een afzonderlijk gebied en dan de grenzen trekken4 ,de ,duitsche gaat verder4 ,hij ziet steeds n stuk van de werkelijkheid4 ,hij gaat nu de geheele werkelijkheid beschouwen als gelijksoortig aan dt stuk1 waarmee hij bezig is4 ,zoo staat voor hem de geheele wereld als stoffelijk verschijnsel4 ,en het groote publiek1 dat zich vooral in dien tijd bezighield met het stoffelijke1 kon in die opvatting vrede vinden4 ,bij het materialisme kon zich ook gemakkelijk het verzet aansluiten tegen de kerk en de heerschende machten4 ,het loochende het bestaan van ,god1 het wilde van de kerk niets weten4 ,en met die oppositie tegen de kerk1 nog n der steunpilaren van den staat1 kon gepaard gaan een min of meer levendige beweging tegen den staat4 ,het materialisme greep snel om zich heen4 ,het bleef niet beperkt tot den engen kring van geleerden1 ja1 vond bij de vakwijsgeeren niet allereerst gunstige opname4 ,de geheele groote kring van beschaafden en niet-gestudeerden1 die niet zonder wetenschappelijke belangstelling was1 kocht gretig ,bchner's ,kracht en ,stof1 waarvan een groot aantal drukken verschenen4 ,de stellige en zekere toon1 die in een populair werk dikwijls beter bevalt1 dan de voorzichtige1 onderstellende1 welke zuiver wetenschappelijke werken eigen is2 de groote menigte van feiten1 die medegedeeld werden1 de licht te begrijpen taal1 werkten daartoe mee4 ,uitdrukkelijk zegt ,bchner1 dat niet duidelijk geschreven1 onbegrijpbare dingen de moeite van het drukken niet waard zouden zijn4 ,het materialisme vond ook in ons land--weer wat later dan het midden der eeuw--zijn aanhangers4 ,reeds de ,gnestet kant er zich spottend tegen in zijn ,leekedichtjes4 ,het is de vereeniging de ,dageraad1 die de vrije gedachte bevorderen wil1 welke veel in deze richting gedaan heeft4 ,zij bezorgde in #ahid ter gelegenheid van de #gjste verjaring van ,bchner een ,volksuitgave van ,kracht en ,stof1 wijdde een bijzonder nummer van haar orgaan aan ,moleschott4 ,in wetenschappelijk-wijsgeerige kringen vindt het materialisme thans zeer weinig aanhangers4 ,schetsen wij nog even in hoofdzaak de trekken van het #ai;de-eeuwsch materialisme4 ,er bestaan atomen1 die een bepaalden vorm hebben en beweging4 ,anders is er niet4 ,al wat bestaat1 is verbinding van atomen1 alle gebeuren een beweging van atomen4 ,dit geldt--en ziehier het kernpunt--ook voor het geestelijke4 ,dit is niet iets aparts4 ,de mensch evenmin4 ,het organisch leven is te verklaren uit natuur- en scheikundige werkingen4 ,ons lichaam heeft pompen en hevels4 ,er vinden allerlei scheikundige werkingen en natuurkundige processen in plaats1 die we ook in de buitenwereld zien4 ,het eigenaardige is1 dat hier alles veel samengestelder is1 veel fijner4 ,maar we behoeven niet een bijzondere levenskracht aan te nemen4 ,een veldslag is ook een verbazend ingewikkeld ding1 maar we nemen geen aparte slagkracht aan4 ,op dit oogenblik kennen we nog niet alle verrichtingen en kunnen we alles nog niet verklaren4 ,maar we komen toch hoe langer zoo verder4 ,telkens ontdekt de wetenschap nieuwe dingen4 ,ten slotte zullen we precies inzien1 hoe1 door samenwerking van velerlei dingen1 juist ons organisme werkt1 zooals het werkt4 ,het geestelijk leven nu is een product van het hersenleven4 ,er is een innige verbinding tusschen hersenen en bewustzijnsleven4 ,men kan een hond stuk voor stuk de ziel wegsnijden1 door zijn hersens weg te snijden4 ,men ziet het geestelijk leven gebonden aan het hersenleven4 ,het is er1 om het wat heel grof uit te drukken1 een afscheiding van1 als de urine van de nieren1 de gal van den lever4 ,de mensch met zijn karakter wordt bepaald door ouders1 voedsel1 lucht1 kleeding1 woning4 ,zielkunde kon eigenlijk niet meer voor de materialisten bestaan3 er is hersenwerking en zenuw- en zintuigwerking4 ,die te bestudeeren is taak der physiologie4 ,de eenige1 laatste werkelijkheid zijn de atomen1 is de stof4 ,anders niet4 ,een metafysica bestaat niet4 ,de voltooide natuurwetenschap zal de voltooide wijsbegeerte zijn4 ,zij zal ons alle raadselen ontsluieren4 ,theologie bestaat evenmin4 ,god kennen wij niet4 ,onze lieve ,heer is een inbeeldingsproduct uit oude1 bijgeloovige tijden4 ,helaas dat sommige wijsgeeren hem de voordeur uitzetten om hem de achterdeur onder andere namen3 het ,onkenbare1 de ,idee1 het ,absolute1 weer binnen te halen4 ,allemaal nawerking van de vrees van den oermensch4 ,eerst dan verdwijnt die vrees1 als de zon der wetenschap opgaat4 ,onsterfelijkheid in gewonen zin bestaat niet4 ,we zagen het ontstaan van het materialisme en de hoofdpunten der leer4 ,wie verkondigden het8 ,het knoopt zich hoofdzakelijk aan drie namen3 ,vogt1 ,bchner1 ,moleschott4 ,over elk dus een kort woord4 ,moleschott werd in 's ,hertogenbosch geboren4 ,hij genoot een eenvoudige1 degelijke opvoeding2 studeerde in de medicijnen1 vestigde zich in ,utrecht1 vond dan samenwerking met ,donders1 zag geen kans zich in ,nederland aan zuivere studie te kunnen wijden en vertrok naar ,heidelberg4 ,hier vestigde hij zich als privaatdocent1 maar ontving een waarschuwing wegens materialistische leer 7#bf ,juli #ahed74 ,oogenblikkelijk schreef ,m4 den minister1 dat hij afzag van onderwijs geven aan een ,universiteit1 waar geene leervrijheid heerschte4 ,hij vertrok naar ,zurich1 vandaar naar ,turijn1 dan naar ,rome4 ,hier stierf hij in #ahic1 als zeer beroemd geleerde en bemind arts4 ,zijn leven 7tot zijn vertrek naar ,turijn7 heeft ,m4 beschreven in een eenvoudig werkje3 ,voor mijn vrienden4 ,levensherinneringen4 ,het ,duitsche werkje geeft een aardigen kijk op het wetenschappelijk leven ook in ons land4 ,moleschotts bekendste werk is ,de ,kringloop van het leven1 dat in #aheb verscheen en verscheidene herdrukken beleefde4 ,stof en leven gaan samen4 ,de bergwerker haalt phosphorzure kalk uit de aarde1 de boer bemest er zijn land mee1 daar groeit tarwe1 die misschien den grootsten denker voedt4 ,er vinden allerlei omzettingen van stof1 geen vernietigingen plaats4 ,onder allerlei vormen blijft de stof bestaan4 ,moleschott was zich zeer wel bewust1 dat overal kracht en stof samen gingen2 en dat men de zaak ook omkeeren kon1 en evengoed letten op de werking der kracht1 die ook geestelijk zijn kan4 ,er is dus een zekere twee-eenheid van kracht en stof4 ,eerst tegenover het spiritualisme wil hij materialist heeten4 ,in #aheb verscheen ,moleschott's werk4 ,de echte materialisme-strijd begon na het congres van dierkundigen te ,gttingen van #ahed1 waar ,vogt botste met ,wagner4 ,deze had gezegd1 dat de tegenwoordige stand der wetenschap het toeliet1 zich de menschen uit n ouderpaar ontstaan te denken1 zooals in den ,bijbel1 wiens scheppingsverhaal niet om de wetenschap te verwerpen was1 stond te lezen4 ,in zaken van religie was hem het eenvoudige kolenbrandersgeloof het liefste4 ,er was een afzonderlijke ziele-zelfstandigheid1 die zich van de ouders op de kinderen voortplantte4 ,de ziel bespeelde het lichaam1 als een hand de piano4 ,tegen dezen fabrikant der echte onvervalschte ,gttingsche zielensubstantie trad ,vogt met een heftig strijdschrift 7#ahee7 op3 ,bijgeloof en ,kolenbrandersgeloof1 terwijl hij later een meer wetenschappelijk werk schreef4 ,vogt1 geboren #ahag1 #ahdg professor te ,giessen1 was in het revolutiejaar #ahdh rijksbestuurder geweest1 ondervond moeilijkheden en was van #aheb-ahie hoogleeraar te ,genve4 ,zijn verbreiding vond het materialisme door ,bchners veel gelezen ,kracht en ,stof4 7,eerste uitgave #ahed71 dat ook in ons land druk werd en nog wel wordt gelezen4 ,tegenwoordig staat de bekende hoogleeraar ,ernst ,hckel het naast aan het materialisme4 ,van filosofische zijde worden hem inconsequenties in zijn systeem verweten1 zoodat hij niet--als hij al tot de filosofie behoort--mag gelden voor een zuiver vertegenwoordiger4 ,,samenvatting4 ,de tijd van het positivisme plaatst ,engeland en ,frankrijk weer meer op den voorgrond1 ,duitschland komt iets op den achtergrond4 ,in den staat merken we een doorwerken der liberale gedachte op4 ,engeland breidt het kiesrecht uit1 ,frankrijk verjaagt de ,bourbons1 het revolutiejaar #ahdh doet ook in ,duitschland zijn invloed gelden4 ,de bezittende1 geld verwervende burgerklasse komt meer en meer op als toonaangeefster in maatschappij en staat4 ,het lot der arbeidende klassen verontrust sommige edele gemoederen en zij ontwerpen toekomstbeelden eener socialistische maatschappij4 ,maar de regeeringen doen weinig1 een krachtige arbeiderspartij of een vakorganisatie bestaat nog niet4 ,de groei der bizondere wetenschappen1 die zich alle meer richten op dtailstudie1 is bewonderenswaardig4 ,met name maken de ,natuurwetenschappen snelle vorderingen4 ,in ,frankrijk ontstaat de positivistische school4 ,comte deelt met zijn tegenstanders de behoefte aan autoriteit en vaste beginselen4 ,hij is afkeerig van metafysica3 deze geeft een overgangsstadium4 ,gemoedsbehoeften tracht hij te bevredigen door een bedachten godsdienst1 die weinigen met hem aanhangen4 ,maine de ,biran is te beschouwen als de vader der psychologische school1 die een fijnen blik had voor allerlei bewustzijnsverschijnselen4 ,in ,engeland wordt de wijsbegeerte der achttiende eeuw voortgezet4 ,james ,mill voltooit de associatie-zielkunde1 ,bentham breidt het beginsel1 dat ,smith in de ,staathuishoudkunde invoerde1 uit over het geheele zedelijke leven4 ,terzelfder tijd vindt het ,duitsche idealisme zijn vertegenwoordiger in ,carlyle den ,schot1 die de reactie der persoonlijkheid op het utilisme is4 ,john ,stuart ,mill1 die zich zeer tot ,comte gevoelt aangetrokken1 schept hier zijn logica4 ,in ,engeland ontstaat de ontwikkelingsfilosofie4 ,spencer brengt1 ondanks talrijke bezwaren1 zijn groot werk tot stand en voert de ontwikkelingsgedachte door over het heele levensgebied4 ,darwin schept zijn hypothese over de natuurwetenschappen1 maar zijn beginselen dringen overal door4 ,duitschland wendt zich af van de wijsbegeerte4 ,het belangrijkste verschijnsel is de materialisme-strijd1 omstreeks #ej-fj4 ,in ons land weerspiegelen zich die bewegingen4 ,we leerden ,opzoomer kennen1 die na de aanvaarding van zijn ambt het vaandel der ervaringswijsbegeerte hoog gaat houden en op het godsdienstig leven grooten invloed uitoefent4 ,multatuli wordt de heraut van vele ,aufklrungsidealen en populariseert wetenschappelijke meeningen4 ,in ,itali doet het positivisme zijn intocht4 ,lombroso sticht er de crimineel-anthropologische school1 die de leer van den geboren misdadiger verkondigt en weldra bestrijding vindt in de ,fransche ,school1 die meer den nadruk legt op het sociaal milieu4 ,ons land neemt deel aan die beweging en hier wordt ,aletrino de gevoelvolle pleitbezorger voor milder en doelmatiger behandeling van den misdadiger4 ,met nieuwe inzichten hield onze regeering rekening in verschillende wetten4 ,hoe de verschillende denkers en werken van de #ai;de eeuw verspreid zijn1 blijkt uit de volgende jaartallen4 ,eerst de denkers der drie groote cultuurlanden1 daarna hunne werken4 ,vervolgens de ontwikkelings- en de positieve filosofie in ,nederland4 ,eindelijk de crimineele anthropologie4 ,,de ,,tijd ,,van ,,het ,,positivisme4--,,verloop ,,van ,,het ,,positivisme4 ,,toelichtende ,,jaartallen4 #agff-ahbd4 ,maine de ,biran4 #agib-ahfd4 ,victor ,cousin4 #agih-aheg4 ,auguste ,comte4 #agdh-ahcb4 ,jeremias ,bentham4 #agge-ahcf4 ,james ,mill4 #agie-ahha4 ,carlyle4 #agid-ahff4 ,whewell4 #ahjf-ahgc4 ,john ,stuart ,mill4 #ahji-ahhb4 ,charles ,darwin4 #ahbj-aijd4 ,herbert ,spencer4 #ahbe-ahie4 ,huxley4 #ahbb-ahic4 ,moleschott4 #ahag-ahie4 ,vogt4 #ahbd-ahii4 ,ludwig ,bchner4 #ahcj-ahdb4 ,comte's cursus van positieve filosofie4 #aheb4 ,positivistische catechismus4 #ahbi4 ,mill's ,ontleding van de verschijnselen van den menschelijken geest4 #ahcd4 ,bentham's ,deontology4 #ahcc4 ,carlyle's ,sartor ,resartus4 #ahdc4 ,carlyle's ,verleden en ,heden4 #ahdc4 ,mill's ,logica4 #ahei4 ,darwin's ,ontstaan der soorten door natuurlijke teeltkeus4 #ahfc4 ,huxley3 ,getuigenissen voor de plaats van den mensch in de samenleving4 #ahfh4 ,haeckel's ,natuurlijke scheppingsgeschiedenis4 #aheb4 ,moleschott's ,kringloop van het leven4 #ahee4 ,vogt3 ,kolenbrandersgeloof en ,wetenschap4 #ahed4 ,bchner's ,kracht en ,stof4 #ahba-ahib4 ,c4 ,w4 ,opzoomer4 #ahca-aijf4 ,allard ,pierson4 #ahcf- ,jhr4 ,b4 ,h4 ,c4 ,k4 v4 d4 ,wijck4 #ahdf4 ,de wijsbegeerte den mensch verzoenende4 #ahea4 ,de weg der wetenschap4 #ahei4 ,de ,waarheid en hare kenbronnen4 ,pierson3 ,een levensbeschouwing4 #aijf4 ,v4 d4 ,wijck3 ,afscheidscollege4 #ahid4 ,steinmetz3 ,over de eerste ontwikkeling van de straf4 #ahie4 ,wijnaendts-,francken2 ,de evolutie van het huwelijk4 #ahbj-ahhg4 ,multatuli 7,eduard ,douwes ,dekker74 #ahfa4 ,max ,havelaar4 ,ideen4 #ahga4 ,lombroso3 ,de misdadige mensch4 #ahhe4 ,eerste congres voor crimineele anthropologie te ,rome4 #ahii4 ,aletrino treedt op als privaat-docent te ,amsterdam in de crimineele anthropologie4 #aijc-aijd4 ,aletrino's ,leerboek der crimineele anthropologie4 #aijh4 ,roos3 ,crimineele aetiologie4 ,,vierde ,,afdeeling4 ,,de ,,herleving ,,der ,,wijsbegeerte4 #db4 ,inleidende ,opmerkingen4 ,het midden der #ai;de eeuw had een afkeer van diepe bespiegeling4 ,dit bleef niet4 ,tegen het laatst der eeuw kwam er een eind aan4 ,niet langer was wijsbegeerte en metafysica een schrikbeeld1 waarvoor de echte onderzoeker uit den weg ging4 ,lotze1 de bekwame geneesheer1 was bespot1 omdat hij aan filosofie deed4 ,men verhaalt de anecdote1 dat een paar collega's1 die hem op straat zagen aankomen1 tegen elkaar zeiden3 ,laat ons afslaan1 want anders moeten wij met ,lotze loopen en die doet tegenwoordig aan filosofie4 ,en onzer hoogleeraren in de wijsbegeerte vertelde eens in 't openbaar1 dat in zijn studententijd hij alleen1 soms nog met een ander1 op de collegebanken zat in het college voor wijsbegeerte4 ,op dezen tijd van ijverige detailstudie en specialiseering paste zoo juist de treffende schildering van ,da ,costa1 die wel den vooruitgang roemde1 maar klaagde over de eenzijdigheid door miskenning van den zusterband4 ,thans is dat geheel anders4 ,tal van wijsgeerige werken van den tegenwoordigen tijd beginnen1 vooral als ze voor een ruimer kring van lezers bedoeld zijn1 met een of andere inleiding1 waarin op dit feit gewezen wordt4 ,nemen we n voorbeeld #de4 ,wie zich in 't midden der eeuw ten taak gesteld zou hebben1 in het publiek over wijsbegeerte te spreken1 zou ongetwijfeld niet in zijn voornemen geslaagd zijn4 ,ook onder de meest ontwikkelden zijner tijdgenooten zou hij de toehoorders voor zijn rede niet gevonden hebben4 ,bovendien zou hij aanleiding gegeven hebben tot het vermoeden1 dat hij in de eeuw der natuurwetenschappen zoo iets als de kunst om goud te maken zou willen aanprijzen4 ,maar444 niemand heeft zich toen die taak opgelegd--niemand had het ook kunnen doen4 ,naar de algemeen heerschende overtuiging der wetenschap van dien tijd1 had de wijsbegeerte zich zelf overleefd4 ,zij scheen een gestorven levensuiting1 die tot een voorbijgegaan tijdvak van geestesontwikkeling behoorde en nu slechts kon beschouwd worden als een zaak van zuivere geleerdheid1 als voorwerp van historisch onderzoek4 ,in dien tijd ook kon het woord gesproken worden1 dat de geschiedenis der filosofie hetzelfde was als de wetenschap der wijsbegeerte--een woord dat wel paste bij den toenmaligen stand der wijsgeerige wetenschap1 maar dat haar in den grond alle toekomst en leven ontzei4 ,zich bezighouden met vragen naar den aard onzer kennis1 met een wereldbeschouwing1 gold niet voor vol uit wetenschappelijk oogpunt4 ,ieder specialist in een tak of takje van de exacte wetenschap1 van de taalkunde of van de geschiedenis meende met geringschatting neer te kunnen zien op de wetenschap van ,plato en ,kant4 ,te vergeefs was het1 dat uit de rijen der natuuronderzoekers zelf enkele stemmen werden vernomen1 die er voor waarschuwden1 dat men de wijsbegeerte niet moest verwarren met de jongste bespiegelende stelsels1 en die vorderden1 dat men1 waar de ongeldige aanspraken der filosofie werden teruggewezen1 ook niet hare geldige zou negeeren4444 't ,is waar1 men had eene wijsbegeerte1 maar sprak niet van haar als zoodanig1 want men hield haar heelemaal niet voor filosofie4 ,en toch was die leer van ,kracht en ,stof evengoed wijsbegeerte2 alleen1 zij was slechter dan eenig stelsel1 door de wijsgeerige bespiegeling opgebouwd4 ,sedert is de toestand geheel veranderd4 ,in ruimen kring is de deelneming in het begrijpen van wijsgeerige vragen en onderzoekingen ontwaakt en niet het minst bij de natuurkundigen4 ,het is duidelijk1 dat wij nog te dicht bij deze periode staan1 om er een goed overzicht over te hebben4 ,welke oorzaken waren er voor die verandering8 ,met welke andere verschijnselen hing zij samen8 ,wie zijn1 onder de thans levende en werkende denkers1 de belangrijkste8 ,zullen zij1 die nu druk van zich doen spreken1 misschien weldra vergeten zijn8 ,en zal ons nageslacht het werk waardeeren van denkers1 op wie ons oog nauwelijks valt8 ,zoo biedt dit gedeelte schier onoverkomelijke moeilijkheden aan den geschiedschrijver4 ,nog moeilijker wordt het voor den populairen geschiedenisschrijver1 die meest uit de tweede hand werkt4 ,de groote geschiedenissen der wijsbegeerte zijn uiterst kort over dezen tijd4 ,zoo blijft dus hier de keuze in hooge mate subjectief en aanvechtbaar4 ,geven we althans enkele hoofdpunten aan van den geheelen ommekeer op wetenschappelijk gebied4 ,er kwam in 't algemeen belangstelling voor den mensch en voor het geestelijke en voor 't algemeene4 ,dit bleek op allerlei terrein4 ,de taalwetenschap veranderde2 zij koos zich een nieuwe taak4 ,niet langer wilde de philologie uitsluitend poetsen en wrijven aan een tekst1 om een mogelijk onjuiste lezing te herstellen1 en niet langer was het opsporen van varianten1 afwijkende lezingen1 de voorname taak van hem1 die een dichter uitgaf4 ,achter den tekst wilde men een levende persoonlijkheid1 door de woorden heen wilde men de ziel van den schrijver4 ,en met die ziel wilde men meeleven4 ,de geschriften der ouden spraken ons van hun leven1 hun bestaan1 en dat leven1 dat bestaan werd het voorwerp van studie4 ,de cultuur te leeren kennen1 ziedaar de taak der philologie4 ,uitbreiding1 uitzetting van grenzen1 tot verflauwing der grenzen toe4 ,verwerpen van scheidslijnen en grensmuren3 het algemeene en het persoonlijke werd gezocht4 ,enkele feiten uit de letterkundige geschiedenis van ons land wijzen die kentering aan1 spreken van terugkeer naar het persoonlijk element4 ,er ontstaat in ons land een dichterschool1 die begint met ,perk1 den fieren individualist1 die zegt3 ,de duizend die zich zelf niet wezen konden1 ,bezitten saam een waarheid1 die hen bindt4 ,hun is 't geloof1 dat spreekt uit duizend monden4 ,maar wie1 wat menschlijk waar is1 zelf ontgint1 ,voelt zich aan zich door zich alleen gebonden ,en weet1 dat hij voor zich slechts waarheid vindt4 #df ,ziedaar de fiere leuze3 de waarheid voor zichzelf4 ,in de ,nieuwe ,gids vindt die school haar orgaan1 en ze spreekt--zij 't nog aarzelend--in haar eersten jaargang uit1 dat1 wat de jongeren willen1 metafysica is4 ,haar verwante dichters3 ,van ,eeden en ,gorter toonen in hunne verzen wijsgeerige belangstelling4 ,in de uit den kring der ,nieuwe ,gids later voortgekomen tijdschriften3 ,de ,twintigste ,eeuw en de ,beweging1 vinden wijsgeerige artikelen een gul onthaal4 ,in de waardeering van dichters en schrijvers werd meer gezocht naar het directe1 trad het schoonheidselement op den voorgrond4 ,leerzaam zijn bijv4 in dat opzicht ,albert ,verwey's bloemlezingen uit oudere dichters4 ,in de jongste geschiedenis der ,nederlandsche letteren van ,kalff wordt dat persoonlijk element in de behandeling der geschiedenis aangetroffen4 ,in de romans der jongste tijden treft nauwkeurige karakterontleding1 scherpe zielkundige blik4 ,dikwijls wendt de aandacht zich tot het ziekelijke1 het afwijkende4 ,ook de geschiedkundige wetenschap kenterde4 ,de tijden zijn voorbij1 dat iemand het als zijn levenstaak kon beschouwen1 de ,duitsche geschiedenis van #aebe-aecj te bestudeeren4 ,onze geschiedkundigen gaan weer geheelen geven1 trachten te komen tot een geheele ontwikkelingsgeschiedenis1 van ons volk bijv41 een taak1 waaraan ,blok #bj jaar werkte4 ,en ook over methode en aard van geschiedenis schrijven wordt nagedacht4 ,de geneeskunde toonde veel belangstelling in het geestesleven van den mensch4 ,de psychiatrie1 voor enige jaren nog het stiefkind aan onze ,nederlandsche ,universiteiten1 heeft haar hoogleeraar aan elke ,academie en zelfs de ,vrije ,universiteit1 die nog geen medische faculteit heeft1 bezit althans een professor in zielsziekten4 ,van de hand van ,winkler1 ,jelgersma en ,wiersma bezitten wij een aantal belangrijke onderzoekingen4 ,we wezen reeds op de samenwerking die in den laatsten tijd gekomen is tusschen geneesheer en rechtsgeleerde4 ,trouwens1 ook in den staat zag men een meer op den voorgrond treden van het persoonlijkheidselement4 ,het ,manchestersysteem1 het stelsel van ,adam ,smith1 had heftige aanvallen te verduren4 ,het ging niet aan1 om den mensch bloot als leverancier van een bepaalde hoeveelheid arbeid te beschouwen4 ,er werd daartegen opgemerkt1 dat de staathuishoudkunde van de veronderstelling uitgaat1 dat de mensch zijn eigen belang zoekt en kent1 en dat dit de groote drijfveer is1 waarmee men rekening houden moet in 't productieproces4 ,maar geenszins ontkent de economie1 dat andere factoren meewerken1 dat zich andere invloeden doen gelden4 ,de natuurkundige1 die zijn slingerwetten berekent1 weet1 dat hij een denkbeeldigen slinger beschouwt3 hij ziet bijv4 af van den tegenstand1 dien de slinger van de lucht ondervindt4 ,zoo doet de staathuishoudkundige alsof alleen bepaalde factoren meewerkten voor de voortbrenging en verdeeling der goederen3 maar hij wt dat er meer zijn4 ,het was ,heymans die dat in zijn proefschrift verdedigde1 en wel de oude oeconomie verdedigde1 maar erkende dat zij niet het geheele maatschappelijke proces omvatte1 en dat zij zich dus uitbreiden zou tot sociologie4 ,de tijd van het utopische socialisme was voorbij4 ,marx had een meer systematisch verkondigd4 ,de arbeiders begonnen zich op solieden grondslag te organiseeren4 ,de regeeringen betraden den weg der sociale wetgeving4 ,in ,duitschland ging ,bismarck voor4 ,in ons land werden de eerste schuchtere schreden gezet ook omstreeks het jaar '#hj4 ,het begon met een drankwet1 die beoogde beperking van het aantal drinkgelegenheden1 en met een wet tegen overmatigen arbeid van kinderen4 ,het zette zich na een tiental jaren voort in een leerplichtwet1 een woningwet1 een wet op de verzekeringen tegen de geldelijke gevolgen van ongevallen4 ,de socialisten zelf aanvaardden sommige dezer wetten1 als kleine afbetalingen op groote schuld1 als middelen1 om de arbeidersklasse iets weerbaarder te maken in den strijd om macht en recht1 die komen zou4 ,het socialisme werd meer en meer een levensbeschouwing1 voor velen een geloof1 waarin zij rust en bevrediging vonden4 ,aanvankelijk stelde het zich tegenover de heerschende machten in staat en kerk3 het was over 't geheel anti-godsdienstig2 zijn wijsbegeerte was het materialisme4 ,maar het ,erfurter congres1 in #ahie gehouden1 verklaarde den godsdienst uitdrukkelijk voor ieders eigen zaak 7privatsache74 ,het socialisme als zoodanig was er noch voor1 noch tegen4 ,in ons land ook bleef het socialisme niet kerk- of godsdienstvijandig gezind4 ,er kwam een groep van predikanten1 behoorende tot de verschillende schakeeringen van de moderne protestanten1 die in hun orgaan de ,blijde ,wereld een verzoening van christendom en socialisme bepleitten4 ,het socialisme was zeer goed vereenigbaar met de grondstellingen van het christendom4 ,een voor 't groote publiek onbekende1 schrijvende onder het pseudoniem van ,h4 van ,treslong1 gaf een zeer merkwaardig boek3 ,civitas1 inleiding tot de metafysica der gemeenschap1 waarin in wondermooi ,hollandsch op de wijsbegeerte van het psychisch monisme een collectivistisch gemeenschapsleven gebouwd werd4 ,en reeds organiseerden zich enkele protestantsch-orthodoxe christenen tot een ,socialistische partij4 ,misschien zijn dit de teekenen1 dat men steeds minder in het socialisme een de geheele werkelijkheid omvattende levensbeschouwing zal gaan zien4 ,ook het kerkelijk leven veranderde in ons land4 ,in het midden der eeuw was de bijbelcritiek doorgedrongen tot breede kringen4 ,het moderne protestantisme had critisch1 rationalistisch gewerkt4 ,de huidige modernen keeren gedeeltelijk terug4 ,van sommigen hunner mag men vragen3 ,zijt gij nog wel modernen8 ,het voldoen aan gemoedsbehoeften treedt sterker op den voorgrond4 ,het vroomheidselement wordt meer zichtbaar4 ,het orthodox protestantisme verscherpt tegelijkertijd zijn beginselen1 verdiept zijn levensbeginselen en de ,vrije ,universiteit tracht ,gereformeerde religie te verzoenen met huidige wetenschap1 en dient een richting1 die tracht ook in de politiek de religie tot leidend beginsel te maken4 ,het katholicisme bleef niet achter in deze algemeene beweging4 ,in de politiek eerst bondgenooten der liberalen1 scheidden de katholieken zich later van dezen af1 sedert ,paus ,leo 7#ahfd7 gewaarschuwd heeft tegen moderne dwalingen4 ,de wijsbegeerte van ,thomas van ,aquino komt weer in eere4 ,hare studie wordt door den paus aanbevolen4 7,encycliek ,aeterni ,patris #ahgi74 ,in ,duitschland komen wijsgeerige tijdschriften in deze richting4 ,belgi krijgt te ,leuven hare katholieke universiteit en zijn ,institut de philosophie1 dat ,thomistisch is1 maar zich niet alleen handhaven1 maar ook verrijken1 maar ook verwijderen van het gebrekkige ten doel stelt4 ,st4 ,thomas moet beschouwd worden als een lichttoren en niet als een grenssteen4 ,in ons land kwam ,de ,groot de ,thomistische ,wijsbegeerte te ,amsterdam doceeren en de katholieken ontvingen van de hand van ,beysens en ,aengenent een volledig stel leerboeken der wijsbegeerte4 #dg ,het laatst der #ai;de eeuw ziet een dieper religieus leven dan het midden4 ,of juister1 terwijl de propaganda van het midden der eeuw doorwerkt1 komen al weer andere pogingen op4 ,ook de ,,opvoedkundige ideen worden gewijzigd4 ,het opvoedingsideaal uit den tijd van het positivisme1 zeer veel feitenkennis1 wordt verlaten4 ,gevolgen van dat onderwijsideaal waren voor het lager onderwijs de wet van #aheg en die van #ahgh2 voor het middelbaar onderwijs de wet van #ahfc met hare ,hoogere ,burgerscholen1 met eene onmogelijke hoeveelheid leerstof in vijf jaren door te werken2 voor het hooger onderwijs de wet van #ahgh1 die een menigte afzonderlijke doctoraten instelde en bijna voor geen studie eenige filosofische propadeusis eischte4 ,een treurig besluit4 ,de wijsbegeerte als geheel genomen kan de hoogescholen missen1 maar hoogescholen1 die probeeren het zonder de wijsbegeerte te doen1 zullen op den langen duur blijken aan den hoofdoorsprong te tornen van hun eigen inzetting4 7,land47 ,van allerwege nu komt verzet4 ,luide wordt geprotesteerd tegen onze eenzijdige intellectueele ontwikkeling en wordt meer handigheid1 practischheid1 geschiktheid voor 't werkelijke leven geischt4 ,aan de andere zijde wordt aangedrongen op ethische en aesthetische opvoeding4 ,op 't laatste terrein ging ,duitschland voor4 ,sedert het geruchtmakende boek3 ,rembrandt als opvoeder verscheen1 dat het fiasco der intellectueele opvoeding verkondigde en nu den kunstenaar tot wegwijzer wilde1 werden allerlei energieke pogingen gedaan1 het aesthetisch element meer tot zijn recht te laten komen4 ,engeland zag zijn ,league voor zedelijk onderricht4 ,ons land1 getrouw aan zijn rol1 volgde1 het nieuwe voorzichtig overnemend4 ,het vroeg van ,zweden en ,denemarken zijn handenarbeid1 van ,duitschland zijn aesthetica1 en sommigen pogen een stekje van ,engeland's ,league op ,nederland's bodem over te planten1 dat intusschen niet zoo spoedig schijnt te gedijen als de van ,engeland herwaarts gekomen sport4 ,terwijl de middenstand zijn behoefte aan onderwijs gevoelt en het aantal burgerscholen toeneemt1 worden toch ernstige pogingen gedaan om uit de verwarrende en overladende hoeveelheid feitenkennis weg te komen4 ,voor het ,hooger onderwijs gevoelt men weer meer voor het algemne3 wordt gesproken van een algemeen doctoraat in de letteren bijvoorbeeld4 ,de wijsbegeerte aan onze hoogescholen verheugt zich in belangstelling1 gedeeltelijk zeker het gevolg der algemeene tijdsstrooming1 gedeeltelijk ook van den grooten invloed1 uitgaand van twee harer bekendste vertegenwoordigers aan onze universiteiten1 ,bolland en ,heymans4 ,invoering van eenig voorbereidend wijsgeerig onderricht op de gymnasia wordt bepleit4 ,er is dan ook in ons land evenals in geheel beschaafd ,europa1 een sterke belangstelling in wijsgeerige vragen4 ,deze richt zich gedeeltelijk op een levensbeschouwing4 ,men zoekt te komen tot een theorie der waarden4 ,is het leven op zichzelf waard1 geleefd te worden8 ,en welke zijn de waarden die men in het leven zoeken moet8 ,langs welke wegen moet men ze zoeken8 ,deze vragen worden gesteld door verschillende denkers4 ,ik wijs hier b4v4 op de nieuwste poging in die richting van den bekenden zielkundige ,munsterberg en op den ,amerikaanschen psycholoog ,james1 met zijn leer van het pragmatisme1 dat leert1 dat wij er zijn om elkaar te behouden1 dat het ware het nuttige is1 een leer1 die in ,nederland bij de theologen veel belangstelling ontmoette 7de ,bussy74 ,wezen we er reeds op1 dat er een nieuwe belangstelling in ,hegel was waar te nemen1 over 't geheel keeren velen in ,duitschland tot 't idealisme terug4 ,een klein bewijs4 ,van ,falckenberg's geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte kwam de eerste druk in '#he1 de tweede in #ahib1 de derde in '#ih1 de vierde in #aija4 ,het sneller op elkaar volgen der latere drukken wordt toegeschreven aan vermeerderde belangstelling en meer sympathie voor de richting4 ,falckenberg wil1 onder aansluiting aan de ervaring en met meer belangstelling voor de resultaten der natuurwetenschappen1 een hernieuwing van het idealisme1 vooral ook van het ethisch idealisme4 ,wij moeten het ethisch idealisme in het leven zoowel als in de wetenschap immer weder verwerven om het te bezitten4 ,in 't bizonder is in deze richting werkzaam de ,jenaer hoogleeraar ,eucken1 die onder de moderne denkers ,fichte het naast staat1 en in zijn3 ,levensbeschouwingen der groote denkers een rijk en diep werk gegeven heeft4 ,er is een neiging tot de practische filosofie4 ,de vraag dringt zich op3 he te leven4 ,er is een kamp om levensinhoud4 ,in ons land openbaart zich dat leven sterk4 ,de op verschillende plaatsen opgerichte vereenigingen voor wijsbegeerte trachten in de behoefte aan voorlichting te voorzien1 tellen leden van allerlei leeftijd en ontwikkeling en zien hun vergaderingen evenzeer door vrouwen als mannen bezocht4 ,het ,tijdschrift voor ,wijsbegeerte geeft gelegenheid ook in ,nederland wijsgeerige artikelen in een vakblad te plaatsen1 al betoonden zich1 zooals reeds gezegd is1 de groote tijdschriften vriendelijk voor de wijsbegeerte4 #dh ,in sommige kringen valt belangstelling waar te nemen voor oostersche godsdiensten4 ,de staatsman ,van ,houten introduceerde hier vroeger reeds een kort overzicht van het ,boeddhisme als leerstof1 en thans is er veel belangstelling4 ,weer anderen schijnen het mysticisme van ,swedenborg te gaan hernieuwen3 ook 't spiritisme vindt zijn aanhangers en beoefenaars4 ,maar ook op ,,theoretisch gebied is er verandering en kentering4 ,hier valt vooral te constateeren de verandering van de houding der natuurwetenschap en het herleven der ,kantstudie4 ,de natuurkundigen stellen hypothesen op4 ,dat zijn voortbrengselen van het denken4 ,en zoo worden ze tot de vraag gebracht3 ,welke geldigheid bezitten die onderstellingen8 ,welke waarde komt er aan toe8 ,ze worden er toe geleid1 om ook te letten op het aandeel1 dat de mensch zelf heeft in den opbouw der natuurwetenschappen4 ,ze bestudeeren de zintuigen en de hersenen van den mensch4 ,maar444 dit leidt alweer tot de bestudeering der zielkunde4 ,er komt de vraag op3 ,omvat de kennis der natuur de geheele werkelijkheid8 ,voor het materialisme was 't antwoord ja geweest4 ,voor menig modern natuurkundige is dat niet meer zoo4 ,we kunnen hier enkele namen noemen1 we kunnen hier op mannen wijzen1 die in hun leven zelfs den overgang van natuurwetenschap tot wijsbegeerte aantoonen4 ,ernst ,mach 7geboren #ahch7 was eerst in ,praag hoogleeraar in de natuurkunde1 bekleedde later een leerstoel voor wijsbegeerte te ,weenen4 ,wilhelm ,wundt 7geb4 #ahcb7 begon met medicijnen te studeeren1 werd later een op den voorgrond tredend zielkundige en stichtte het belangrijke laboratorium voor proefondervindelijke zielkunde4 ,maar niet alleen in de ,duitsche landen merken we deze stemming4 ,engeland is hier eveneens te noemen1 waar de beroemde natuurkundige ,maxwell zich bezighield met onderzoekingen op het gebied der kennisleer4 ,hij wilde de eerste beginselen zijner wetenschap klaar en duidelijk leeren kennen4 ,dat de natuurkundige beseft dat zijn wetenschap slechts een deel der werkelijkheid omvat1 komt zoo duidelijk uit in het slot van een lezing1 gehouden door onzen beroemden landgenoot ,lorentz4 ,ook wanneer wij het wagen1 onze gedachten te laten gaan over den samenhang tusschen de stoffelijke en de geestelijke verschijnselen1 houden wij de fijne organisatie der materie in het oog4 ,het is verre van mij1 geestelijke werkingen tot processen in de materie te willen terugbrengen2 het ongelijksoortige kan men niet uit elkaar afleiden4 #di ,maar wel kan men de opvatting voorstaan dat aan elken toestand en elke werkzaamheid van onzen geest een bepaalde gesteldheid en een bepaalde verandering der hersenen beantwoordt4 ,zal zulk een korrespondentie tot in de kleinste bijzonderheden toe bestaan1 dan moet1 dit is duidelijk1 het aantal elementen1 waaruit de hersensubstantie is opgebouwd1 ontzettend groot zijn4 ,hoe groot het moet zijn1 kunnen wij niet zeggen1 maar wanneer wij weten1 dat een milligram materie een aantal atomen bevat1 veel grooter dan het gezamenlijke aantal letters in alle boeken der ,leidsche ,universiteitsbibliotheek1 en aan den rijkdom van gedachten denken1 die in de rangschikking der letters ligt opgesloten1 dan gevoelen wij eenigszins dat werkelijk de materieele veranderingen in de hersenen genoeg verscheidenheid kunnen bieden om de afspiegeling te zijn van een hooge en ingewikkelde geesteswerkzaamheid4 ,maar ik zou gevaar loopen1 de grenzen der physica te overschrijden1 wat niet in mijne bedoeling ligt en door u niet kan worden gewenscht4 ,de natuurkundige1 en dit geldt voor ons allen1 moet er zich toe beperken1 op zijne wijze in het boek der wereld te lezen4 ,zonder zich te laten terneerdrukken door het besef1 dat de diepe zin hem verborgen blijft1 gevoelt hij zich in zijne pogingen gesterkt door de overtuiging1 dat zich binnen de grenzen van het bereikbare1 naarmate hij verder gaat1 uitgestrekte en onverwachte vergezichten voor hem zullen openen4 ,stellen wij tegenover deze rede van een der grootmeesters der huidige ,natuurwetenschap een zin van ,bchner3 ,het bewustzijn is1 even als het denken1 slechts eene verrichting1 eene werking1 eene arbeidsverloop van bepaalde hersendeelen1 dan is het wel duidelijk hoezeer de natuurkunde van thans verwijderd is van het materialisme4 ,eindelijk wijzen wij op de herleving der ,kantstudie4 ,in #ahfe verscheen een boek van ,otto ,liebmann3 ,kant und die ,epigonen4 ,het refrein van elk hoofdstuk was3 ,derhalve moet men tot ,kant teruggaan4 ,in 't bijzonder moet ook genoemd worden ,friedrich ,albert ,lange1 de schrijver van een der uitnemendste wijsgeerige werken3 ,geschiedenis van het ,materialisme4 ,lange werd #ahbh bij ,solingen geboren1 studeerde in ,bonn1 werd leeraar aan een gymnasium1 legde zijn betrekking neder1 om zich als redacteur en drukker-uitgever aan de verbreiding van democratische ideen te wijden1 ging naar ,winterthur1 werd in #ahgj professor in ,zrich1 in #ahgb in ,marburg1 waar hij in #ahge overleed4 ,te midden van zijn drukke bezigheden bezat hij tijd en kracht om wetenschappelijken arbeid te leveren3 ,zijn hoofdwerk is de bovengenoemde geschiedenis in #ahff verschenen4 #ej ,van de ,grieken af tot op den modernen tijd1 gaat hij1 in verband met het geheele cultuurleven der besproken tijden1 de ontwikkeling van 't materialisme na4 ,zijn uitgebreide kennis stelt hem in staat1 menig nieuw gezichtspunt te openen1 menig denker onder juister licht te plaatsen4 ,al geschiedschrijvende nu1 wijst ,lange er steeds op1 hoe het materialisme als leidend1 en regelend beginsel te aanvaarden is voor de natuurstudie4 ,voor de wijsbegeerte is het de eerste1 de laagste1 maar vergelijkenderwijs ook de stevigste trap4 ,zoo belangrijk is het1 dat het beter is in de natuurwetenschap krasse materialisten1 dan verwarde idealistische koppen te hebben4 ,het materialisme is echter niet volledig4 ,het vraagt niet naar aard en grenzen onzer kennis4 ,het kan nooit het kenmerkend eigenaardige der bewustzijnsverschijnselen verklaren4 ,aan ,kant wordt daarom een belangrijke plaats in de wijsbegeerte toegekend4 ,zijn groote verdienste is voor ,lange de ontdekking1 dat wij ons niet naar de dingen richten1 maar deze zich naar ons4 ,minder waarde hechtte hij aan ,kants practische filosofie3 ,de geheele practische filosofie is het veranderlijke en vergankelijke deel der ,kantiaansche wijsbegeerte4 ,alleen haar plaats is onvergankelijk4 ,met warm gevoel pleit ,lange voor een ethisch idealisme4 ,hij is niet vijandig aan kerk en godsdienst4 ,zooals het christendom de psalmen en zijn kerkdienst heeft overgenomen1 zou hij in den toekomstigen godsdienst bijv4 het lied willen behouden3 ,o hoofd vol bloed en wonden4 ,in een schitterend slothoofdstuk spreekt ,lange over het standpunt van het idealisme4 ,hier vallen godsdienst en zedeleer en schoonheid samen4 ,de religie geeft waarde aan de wereld van het zijnde4 ,ook het sociale vraagstuk is een van zedelijke orde4 ,het komt er op aan1 dat er een streven ontstaat naar menschelijke volkomenheid in de menschelijke samenleving in plaats van het zoeken naar eigen persoonlijk voordeel4 ,sedert ,langes dagen is de studie van ,kant levendig4 ,de opgave der boeken en artikelen over ,kant geschreven is reeds enorm4 ,een afzonderlijk tijdschrift is verschenen onder redactie van ,vaihinger4 ,zorgvuldige uitgaven van zijn gezamenlijke werken komen uit4 ,ook ons land deelde in de hernieuwde ,kantstudie4 ,bellaar ,spruyt1 in leven hoogleeraar te ,a'dam hing zijn kennistheorie aan4 ,zijn college over de geschiedenis der wijsbegeerte werd1 voornamelijk door de zorgen van ,prof4 ,kohnstamm uitgegeven en kan eigenlijk beschouwd worden als een historische inleiding tot ,kantstudie4 ,het besluit3 dat de moeielijke weg van ,kant de eenige is1 die overblijft om n de wetenschap te vrijwaren voor de aanmatiging der metafysica1 en het goed recht van een wereldbeschouwing1 die de verbindende kracht van idealen erkent1 voor de critiek van het empirisme4 ,ook van der ,wyck1 ,opzoomers leerling1 verliet het empirisme voor ,kants criticisme4 ,de jong gestorven ,marchie van ,voorthuysen wijdde ernstige studies aan ,kant4 ,de belangstelling was wakker1 de nieuw-,kantianen1 op meer of minder punten van elkaar en hun meester verschillend1 vormen een belangrijke groep4 ,liebmann's roep is gehoord4 ,men is op ,kant teruggegaan4 ,uit het tegenwoordige kiezen wij allereerst de groote tegenstelling3 individualisme en socialisme1 die op ons leven zoo sterken stempel drukt4 ,en dan knoopen wij de bespreking van het psychisch monisme en eenige belangrijke bijzondere wijsgeerige wetenschappen vast aan ,fechner en eenige met hem verwante moderne denkers4 ,opmerking4 ,gebrek aan plaatsruimte noodzaakt1 om hier de behandeling van twee moderne stelsels uit te schakelen4 ,allereerst moet gezwegen worden van het belangrijke stelsel van ,eduard von ,hartmann1 die de grondvester werd van de filosofie van het onbewuste4 ,een korte bespreking van het werk van v4 ,hartmann als pessimist geeft ,dr4 ,scheffer in zijn werk3 ,het wijsgeerig pessimisme van den jongsten tijd4 ,in ,mannen van ,beteekenis wordt hij door ,dr4 den ,hartogh behandeld4 ,verder ontbreekt de behandeling der ,immanente ,wijsbegeerte1 die vooral onder de natuurkundigen haar vertegenwoordigers heeft4 7,mach1 ,ostwald ,avenarius74 ,zij wil een wetenschap die zich alleen aan de feiten houdt en geen hypothesen opstelt4 ,ook de bekende hoogleeraar ,ziehen behoort tot deze richting4 ,als met haar verwant te beschouwen is ,dr4 der ,mouw1 de schrijver van het werk over3 ,absoluut ,idealisme4 ,,hoofdstuk ,,xv4 ,,individualisme ,,en ,,socialisme4 #dc4 ,inleidende ,opmerkingen4 ,in de #ai;de eeuw treedt de strijd tusschen individualisme en socialisme op den voorgrond4 ,die strijd vertoont zich in allerlei vorm4 ,hij heeft betrekking op verschillend gebied4 ,hij hangt samen met onderscheidene vraagstukken4 ,het individualisme heeft oog voor den mensch als persoonlijkheid4 ,het welzijn1 de ontwikkeling van den enkeling is hoogste levensdoel2 daarop zij menschelijk streven gericht4 ,niet de ontwikkeling der zedelijke persoonlijkheid1 wier krachten ten goede komen aan de gemeenschap1 is doel4 ,maar de bevordering van alles1 wat het geluk1 de macht1 de sterkte van den enkeling voor hem zelf vermeerdert1 staat op den voorgrond4 ,dit is het onderscheid tusschen het individualisme1 zooals we het nu zullen leeren kennen1 en de persoonlijkheidsfilosofie die een ,carlyle op voetspoor der ,duitsche idealisten in ,engeland had verkondigd4 ,dat individualisme is tweerlei4 ,aan elk individu wordt de les gepredikt zich zelf te zoeken1 eigen macht te willen4 ,die leer van het onbeperkte egosme verkondigt ,stirner4 ,maar ook kan die leer slechts zijn voor enkelen die het waard zijn1 slechts een leer voor sommige hoogstaanden4 ,dit is het individualisme van ,nietzsche4 ,stirner is een plebejer4 ,nietzsche een aristocraat4 ,hoe geheel anders het ,,socialisme1 zooals dat in zijn strengsten en wetenschappelijksten vorm door ,marx werd verkondigd4 ,het is ontroerd over de groote ellende der arbeidende klassen4 ,er is een buitengewoon groote vooruitgang van voortbrenging gekomen4 ,het door stoom gedreven werktuig bracht steeds meer voort4 ,de arbeider werd een deel der machine4 ,niet voor hem waren de voordeelen4 ,zij kwamen een kleine groep ondernemers ten goede1 wier winst en kapitaal groeiden4 ,het lijden der armen1 hun lange werktijd1 hun klein loon1 hun werkeloosheid1 de afbeuling van vrouwen en kinderen1 't was vreeselijk om aan te zien4 ,was het niet mogelijk om voortbrenging en verdeeling der aardsche goederen zoo te regelen1 dat er brood en geluk was voor allen8 ,edele harten1 bewogen met de ellende1 spraken hun vloek over het tegenwoordige uit1 zongen zangen van betere toekomst4 ,er is socialistisch gevoel in de verzen van vele dichters uit de jaren van '#dj en '#ej4 ,er werden plannen verzonnen1 allerlei plannen1 die verbetering zouden brengen3 oprichting van dit1 inrichting van dat4 ,anderen gingen zoover1 een geheel toekomstbeeld te ontwerpen der wordende maatschappij4 ,ook ,comte zagen we onder dien invloed 7,,ii1 pag4 #afa74 ,marx deed noch 't een noch 't ander4 ,hij trachtte de ontwikkelingswet der maatschappij na te gaan4 ,hij vond1 dat de tegenwoordige toestand een tijdvak was1 dat noodwendig moest komen1 hij voorspelde even zeker een nieuw tijdvak1 dat1 krachtens de wet der maatschappelijke ontwikkeling zelf1 zou ontstaan4 ,voor ,nietzsche is er eigenlijk alleen geschiedenis van groote persoonlijkheden4 ,voor ,marx is er geschiedenis van productiewijze en toestanden3 de personen maken de geschiedenis niet3 de geschiedenis maakt hn4 ,zal er doelmatige productie komen1 dan moet er leiding1 straffe leiding zijn4 ,dan moet er gezag zijn1 dat regelt4 ,er moet onderwerping zijn in vast verband4 ,dat autoritaire1 dat gezaghebbende stuit sommigen tegen de borst4 ,ook zij wenschen heil voor ieder1 en ieder gezind1 niet zich1 maar de gemeenschap te dienen4 ,maar dat niet ten koste van wat hun 't onontbeerlijkste en schoonste goed schijnt3 de persoonlijke vrijheid4 ,zoo ontstaat het anarchisme4 #dd4 ,stirner4 ,jong-,hegelianen4 ,reeds ,heraclitus 7,i1 #ai7 wezen wij er op1 hoe van ,hegel1 zlf conservatief1 zeer radicale stroomingen uitgingen4 ,strauss en ,feuerbach 7,,ii1 #ic v4v47 hadden niet zijn leer1 wel zijn methode aanvaard4 ,en door die dialectische methode waren ze gekomen tot geheel andere opvattingen van den godsdienst1 dan de meester zelf4 ,feuerbach1 het ,godsbegrip onderzoekende1 had geleerd1 dat eigenlijk niet ,god den mensch naar ,zijn beeld geschapen had1 maar de mensch ,god naar zijn beeld4 ,het zedelijk ideaal des menschen was als buiten den mensch zelfstandig bestaande gedacht en daarvoor knielde de mensch4 ,op staatkundig gebied nu werd een zelfde leer ontworpen door de ,jong-,hegelianen4 ,hegel's methode werd gretig opgevangen door jonge1 aan de wetenschap zich wijdende mannen1 die1 daardoor geleid werden om straks in het kamp van het socialisme te gaan dienen1 doch die1 wat zij ook deden en schreven1 in al hun uitingen en redevoeringen altijd lieten zien1 dat zij eens gestudeerd hadden1 nacht en dag1 in de boeken van den eenigen ,hegel4 ,het eigendom nu1 zoo redeneerde men1 hing ook innig samen met den mensch4 ,maar men had het van den mensch afgenomen1 buiten hem geplaatst1 evenals zijn ,godsbegrip1 en evenals voor ,god knielde hij nu voor eigendom en geld1 dat hij de rol van meester had laten spelen4 ,hierin moest verandering komen4 ,alle beperking moest vervallen4 ,vrijheid was noodig6 ,stirner's ,leven4 ,het gistte op allerlei manieren4 ,een zeer eigenaardige kring had men in #ahdj en #ahda1 die geregeld samenkwam in een bierhuis bij ,hippel4 ,die heetten de vrijen van ,hippel4 ,studenten1 kunstenaars1 journalisten1 sommige vrije vrouwen1 vereenigden zich daar4 ,ontelbare glazen bier drinkend1 en groote rookwolken uitblazend1 zat men daar de diepste1 meest ingewikkelde en moeilijkste problemen te bespreken4 ,in dezen kring werd ook een jong leeraar1 ,caspar ,schmidt1 ingeleid4 ,hij was in #ahjf te ,bayreuth geboren1 verloor vroeg zijn vader1 trok met zijn moeder mee naar andere plaatsen1 kwam op twaalfjarigen leeftijd weer bij een oom in ,bayreuth terecht1 liep 't gymnasium af1 studeerde letteren en behaalde den graad van candidaat4 ,daarmee kreeg hij een gedeeltelijke bevoegdheid tot lesgeven4 ,tot 'n doctoraat kwam hij--waarschijnlijk door geldgebrek--niet4 ,hij trouwde met een meisje uit 't huis waar hij inwoonde4 ,zij overleed bij de geboorte van hun kind1 dat eveneens stierf4 ,hij stond weer alleen en zat1 zwijgend toeluisterend bij ,hippel4 ,hij had een betrekking als leeraar aan een meisjesschool gekregen4 ,hij werd meer en meer gewaardeerd in den kring der vrijen4 ,in #ahde verraste hij al zijn bekenden met het merkwaardige boek3 ,de ,eenige en zijn eigendom4 ,het kwam uit onder zijn studentennaam4 ,zijn voorhoofd 7,stirn7 was zeer hoog4 ,daarnaar heette men hem ,stirner4 'n ,oogenblik lachte 't geluk hem toe4 ,hij vond de liefde van een bemiddeld meisje1 ,marie ,dnhart1 aan wie ook zijn boek is opgedragen4 ,hij huwde haar4 ,als leeraar neemt hij ontslag4 ,met 't geld van zijn vrouw begint hij een melkzaak4 ,ze gaat niet3 handelstalenten ontbraken onzen schrijver4 ,ook het huwelijk is ongelukkig4 ,echtscheiding volgt4 ,eenzaam en arm als vroeger gaat ,stirner weer door 't leven4 ,met vertaalwerk voorziet hij in zijn onderhoud4 ,in #ahef sterft hij aan den beet van een giftige vlieg4 ,hij wordt vergeten4 ,maar als ,nietzsche optreedt1 wordt de aandacht weer gevestigd op ,stirner1 in wiens werk men reeds ,nietzsche's leer in knop meent te vinden4 ,op zijn graf wordt een gedenksteen geplaatst4 ,van zijn werk komen herdrukken en vertalingen1 'n levensbeschrijving verschijnt #ea4 ,stirner's boek4 ,het is een merkwaardig boek3 dat de ,eenige en zijn eigendom4 ,men hoort er de gesprekken in van de vrijen bij ,hippel4 ,het is hier en daar zonderling van bouw en stijl4 ,daar hangt een atmosfeer van bier en tabakswalm uit lange ,duitsche pijpen over dit boek4 ,maar de grondtoon is diep en ernstig3 ,het predikt onder alle vormen het egosme4 ,mij gaat niets boven mij zelve4 ,waarom zou ik voor een ander1 voor ,god1 voor het vaderland leven1 voor de menschheid8 ,zij leven toch ook voor zichzelf8 ,zoo wil ik ook voor mij zelf leven4 ,ik wil mijn zaak op niets stellen4 ,niemand kan mij gebieden4 ,ook niet de staat4 ,hier komt het woord recht niet te pas4 ,alleen 't woord macht4 ,zoover mijn macht gaat1 gaat mijn eigendom4 ,waar ik voor te waken heb1 is1 dat ik van mijzelf waarde maak4 ,niet een partij1 een familie1 een vaderland bindt mij4 ,wij moeten egosten zijn en beminnen met de liefde van 't egosme4 ,wat ik zoek is mijn genot4 ,niet het genot van den mensch als soort1 maar van mijzelf als enkeling4 ,wat daaraan bevorderlijk is1 waardeer ik en juich ik toe1 onder wat naam het ook optreedt4 ,max ,stirner heeft geen oog voor de ellende der arbeiders4 ,armoede is minderwaardigheid4 ,wie weinig macht heeft1 wie dus weinig bezit1 heeft zich zelve niet meer waard weten te maken4 ,den liberalen staat verwerpt hij4 ,diens vrijheid komt neer op zijn onderwerping aan en door de wet4 ,verwerpelijk is het communisme dat de maatschappij heer over ons maakt4 ,zoek maar naar uw macht4 ,dan wordt al 't andere1 ook de vrijheid1 de gelijkheid u wel toegeworpen4 ,stirner's leer is de ontkenning der zedeleer4 ,alle band is verbroken4 ,de mensch1 die alles gebruiken1 niets eerbiedigen1 en niets gehoorzamen moet1 die niets boven zich erkent1 die voor zichzelf de eenige is3 ziedaar het ideaal van ,stirner4 ,de mensch doe als de bloem1 die al haar krachten inspant en aanwendt1 om van de wereld zoo goed en zoo veel als zij kan te genieten en te verteren4 ,wenden wij ons van dit individualisme tot de theorie van den bermensch1 die ,nietzsche heeft verkondigd4 #de4 ,nietzsche4 ,leven4 ,hij werd #ae ,october #ahdd te ,rocken bij ,ltzen geboren uit een domineesfamilie van vaders- en moederszijde1 die misschien wel afstamde van een oud adellijk ,poolsch geslacht4 ,op deze niet zekere afstamming mocht de jonge ,nietzsche zich gaarne verhoovaardigen4 ,toen ,friedrich #e jaar was1 stierf z'n vader aan hersenverweeking1 toegeschreven aan een val4 ,zoo werd de jongen opgevoed door vrouwen4 ,hij leerde strenge tucht kennen op de school te ,schulpforta1 die hij1 voorbereid voor de universiteit1 verliet1 nog vaststaande in het christelijk geloof waarin hij opgevoed was4 ,omdat hij toch iets moest kiezen en niets met voorliefde begeerde1 koos hij klassieke philologie4 ,hij studeerde eerst te ,bonn en daarna te ,leipzig onder den grooten taalkundige ,ritschl4 ,op diens aanbeveling werd hij op #bd;jarigen leeftijd hoogleeraar te ,bazel1 nog vr zijn promotie4 ,de ,leipziger faculteit schonk hem eershalve den doctorstitel4 ,er werd een zware taak op de jonge schouders geladen4 ,misschien t zwr4 ,college geven en philologie studeeren toch was voor ,nietzsche een tk1 al vervulde hij die zeer zorgvuldig4 ,zijn lessen werden geroemd4 ,aan den grooten ,duitschen oorlog mocht hij--,zwitsersch burger geworden--niet deelnemen als soldaat3 hij trok mee als ziekenverpleger1 deed een ziekte op1 die hem niet meer verliet4 ,zijn gezicht werd minder4 ,maag-1 hoofd- en oorpijnen kwelden hem4 ,in #ahgf lei hij zijn taak neer aan het paedagogium1 waar hij ,grieksch doceerde1 in #ahgh gaf hij het professoraat op4 's ,zomers leefde hij in 't ,engadin1 's winters aan de ,riviera4 ,zijn ziekte nam toe4 ,schier onduldbare pijnen moest hij lijden4 ,in n jaar had hij #aai dagen van zware pijn4 ,zijn zwak gezicht hield hem buiten boeken en wetenschap1 zijn gezondheid maakte hem eenzaam4 ,bijwijlen scheen hij de vertwijfeling nabij4 ,langzamerhand beterde zijn toestand iets4 ,hij ging door met schrijven4 ,toen in #ahhi brak plotseling de waanzin uit4 ,hij was in ,turijn4 #d ,januari schrijft hij een briefje aan ,brandes met groote letters op potloodlijntjes als voor een kind1 onderteekend3 de gekruisigde4 ,de waanzin was ingetreden4 ,hij vond trouwe verpleging4 ,eerst bij zijn moeder in ,naumburg4 ,na haar dood bij zijn zuster in ,weimar4 ,hier bezweek het lichaam3 #aa jaar1 nadat het bewust leven opgehouden had3 #bf ,augustus #aijj4 ,persoonlijkheid4 ,nietzsche's filosofie wordt gedragen door1 is en met zijn persoonlijkheid4 ,hij is het tegendeel van ,spencer4 ,hij is subjectief in de hoogste mate4 ,hij is een denker1 hij is grooter kunstenaar4 ,krachtig1 levendig1 sterk1 diep is zijn gevoel4 ,het is niet het weeke1 overvloeiende zachte gevoel van ,rousseau1 het is geweldig1 forsch4 ,nietzsche is hartstochtelijk--maar zinnelijkheid is hem vreemd4 ,teedere vriendschap heeft hij voor vrouwen gevoeld3 nooit een heerlijke1 overweldigende liefde #eb4 ,bijzonder ook hechtte hij o4 m4 aan krachtige vriendschap4 ,hij had echter zijn vrienden niet lief1 maar het ideaal1 dat hij zich naar hen vormde2 en bleek dan later1 dat hij had mis-gezien1 dan verliet hij zijn vrienden3 zijn eerlijkheid verbood hem te blijven4 't ,pijnlijkst is dit gebleken uit zijn breuk met ,richard ,wagner4 ,nietzsche was dus niet de eenzame1 van menschen afkeerige natuur1 waarvoor men hem heeft gehouden4 ,hij werd door zijn gruwelijk lijden vereenzaamd4 ,hij was in den omgang uiterst hoffelijk1 en al wat voornaam was1 had zijn sympathie4 ,het burgerlijke1 het platte1 stootte hem af4 ,geestelijke of stoffelijke slordigheid1 vuilheid1 gemeenheid waren hem onduldbaar4 ,verbazend sterk was zijn lust tot arbeid en onbuigbaar zijn wil4 ,vele zijner werken werden geschreven met een minimum van kracht4 ,zijn hevig lijden genas hem van een pessimistische wereldopvatting3 hij wilde ja zeggen tegen het leven en hij verdroeg4 ,eigenlijk bestuurde maar n passie zijn leven3 hij wlde de waarheid1 of liever hij wilde zoeken1 wat hm waarheid was4 ,hij heeft dat doel nagejaagd met schier onbegrensde energie4 ,hij heeft alles doorzocht1 elke gedachte tot het einde durven doordenken1 onder misschien zoo hevig geestelijk leed1 als niet door een ander kan worden bevroed4 ,hartstochtelijk heeft hij gezocht tot wel zijn verstand1 niet zijn wil gebroken was4 ,men eert ,nietzsche niet door hem te prijzen of hem te beklagen2 lof heeft hij afgewezen1 en medelijden1 tegenover een hoogstaande geuit1 heeft hij zelf steeds een onkieschheid gevonden4 ,men heeft gevraagd3 zijn ,nietzsche's werken niet de werken van een waanzinnige8 ,er is zelfs beweerd3 zij zijn geschreven tusschen de verblijven in krankzinnigengestichten in4 ,het laatste is beslist tegengesproken4 ,het eerste moet waarschijnlijk ontkend worden4 ,ongetwijfeld is er een ziekelijke trek in ,nietzsche4 ,hij schiep zijn werken als in geestvervoering4 ,gedachten stroomden hem toe4 ,allerlei beelden drongen zich op4 ,alles ging licht en als met ingeving1 als in een scheppingsroes4 ,het komt bij meer kunstenaars voor4 ,misschien mag zoo'n korte tijd van krachtig-scheppend leven meer van zijn gestel gevraagd hebben1 dan hij kon verdragen4 ,er is hier aan een ongelukkige wisselwerking te denken4 ,zijn snel1 geestvervoerend produceeren bevorderde zijn periodes van zwakte2 hoe vaker deze kwamen1 hoe minder zelfbedwang en matiging hij dan weer had bij 't werken en hoe grooter de op den arbeid gevolgde uitputting4 ,maar zelfs in #ahhh gevoelt hij zich gezond4 ,hij schreef1 dat zijn hoofd helder was1 zijn pols kalm 7#fj slagen71 zelfs de duizeligheid van de koorts kende hij niet4 ,de waanzin brak ook nog betrekkelijk plotseling en onverwacht uit4 ,had een beroerte een eind aan zijn leven gemaakt1 vr hij zielsziek werd 7de beroerte1 waarop hij soms hoopte7 dan zou men er denkelijk nooit aan gedacht hebben in zijn werken de voortbrengselen van een krankzinnige te zien4 ,werken en ,ontwikkelingsgang4 ,nietzsche heeft zich steeds beziggehouden met de vraag3 ,wat is de waarheid in de kultuur8 ,wat is de groote waarde in de beschaving8 ,hij is begonnen met de kunst als zoodanig te beschouwen4 ,hij verliet haar en meende nu aan de wetenschap en de kennis de grootste beteekenis te moeten toeschrijven4 ,maar dit is slechts een overgangsstadium4 ,hij keert tot zijn oude liefde terug4 ,hij wordt weer kunstenaar en schept het schitterende symbool van ,zarathustra1 die den bermensch predikt1 die een andere rangorde geeft aan de levenswaarden1 die het medelijden en 't christendom wil bannen4 ,elk dier perioden heeft haar eigen werken4 ,gaan we1 alvorens de eigenlijke kern der leer van ,nietzsche te behandelen1 enkele dier werken na4 ,hij maakte zich bekend door zijn werk3 ,de geboorte der tragedie2 hij voer voort door zijn ,niet-actueele beschouwingen 7,unzeitgemsze ,betrachtungen74 ,hij begint met zich tegen ,david ,strauss 7zie #ic7 te kanten4 ,strauss is het beeld der verwaande middelmatigheid1 die alles1 wat niet in haar kraam past1 ongezond noemt4 ,strauss is het type van den burgerlijken philister1 die heenglijdt over de diepste vragen van wereld en lijden en 'n luchthartig optimisme kweekt4 ,het is een der scherpste strijdschriften van ,duitschland4 ,hoe geheel anders is de toon1 die klinkt uit de vierde beschouwing3 ,wagner in ,bayreuth4 ,nietzsche had vriendschap met ,wagner gesloten in #ahfi en had den musicus1 die toen in ,tribschen woonde1 herhaaldelijk bezocht4 ,er was een groote innigheid en vertrouwdheid ontstaan4 ,toen het theater te ,bayreuth zou worden opgericht1 dacht ,nietzsche er een oogenblik aan1 zijn professoraat neer te leggen en door lezingen het werk van ,bayreuth te steunen4 ,hij woonde de schitterende feesten in ,bayreuth bij ter gelegenheid van de eerste steenlegging1 hij was in #ahgf bij de uitvoering der trilogie4 ,en toen begon zijn geloof in ,wagner een knak te krijgen4 ,en terwijl hij reeds gevoelde1 dat niet blijven kon wat geweest was1 schreef hij zijn geestdriftig vereerend ,wagner in ,bayreuth4 ,wagner had door een daad getoond1 muziek en pozie te kunnen vereenigen1 de wijsheid uitte zich bij hem in den concreten vorm der kunst1 hij had het ,grieksche treurspel in zijn muziekdrama doen herleven1 de opvoering van #ahgf was een gebeurtenis1 die op allerlei gebied gevolgen na zich zou sleepen4 ,zoo lofzong ,nietzsche4 ,maar444 hij verliet ,wagner en ,bayreuth ontmoedigd4 ,eerst onthield hij zich van uitingen in 't publiek2 pas later kwam hij er toe1 om uitvoerig en scherp te schrijven4 ,wagner is geen vernieuwer meer voor hem1 slechts een handig navolger1 die uit allerlei elementen der #ai;de eeuw iets schijnbaar nieuws heeft getooverd1 dat echter geen groote innerlijke waarde heeft4 ,tusschen deze beide niet-actueele beschouwingen staan er andere3 over de geschiedenis1 haar voor- en nadeel voor 't leven1 en over ,schopenhauer als opvoeder4 ,geschiedenis kan haar nut hebben4 ,waar zij den mensch met eerbied vervult voor 't groote1 dat het verleden opleverde1 sterkt zij1 en wekt op tot hooger opvoering van het menschelijk ideaal4 ,zoo zij van een schoonen voorbijgeganen tijd spreekt tot hen1 wier eigen tijd droevig en leelijk is1 kan zij dat heden verfraaien met illusies van 't verleden2 waar zij komt tot hen1 die gebogen liggen onder een last van dat verleden1 kan zij1 door te leeren dat alles voorbijgaan moet1 dien druk afnemen4 ,maar zij beteekent niets voor het werkelijke leven1 wanneer ze komt met de aanspraken eener objectieve wetenschap1 die de waarheid in zichzelf heeft4 ,geschiedenis moet steeds persoonlijk zijn4 ,alleen door hen1 die de toekomst zien en meemaken1 kan geschiedenis geschreven worden1 wijl het groote van het verleden door hen begrepen wordt4 ,de geschiedenis1 niet opgevat als zooeven geschetst1 vult het hoofd met een groot aantal nuttelooze feiten4 ,zij wekt bovendien het krachtverlammend gevoel1 dat men slechts tot de epigonen1 navolgers behoort2 ze ontneemt ons iets van onze oorspronkelijke scheppingskracht4 ,de geschiedenis kan bovendien een luchthartig optimisme bevorderen3 zij kan het succes van de ruwe daad prediken4 ,en eigenlijk is toch alleen die mensch grt1 die zichzelf geweest is4 ,reeds hier doemt de theorie van den bermensch op4 ,er zal volgens ,nietzsche een tijd komen1 dat men niet langer eene geschiedenis der menschheid zal schetsen1 maar alleen rekening zal houden met de alleenstaande individuen4 ,zij volgen elkander niet op volgens eene wet van historischen voortgang1 maar zij leven buiten den tijd en zijn tijdgenooten1 dank zij de geschiedenis1 die dat samenbestaan mogelijk maakt2 zij leven zooals die republiek van genien1 eenmaal door ,schopenhauer beschreven2 de eene reus roept den anderen aan door de verlaten tusschenruimten der eeuwen heen en boven de hoofden der woelige en luidruchtige dwergen1 die overal om hen heen dwarrelen1 vervolgen die hoogverheven geesten hun edel onderhoud4 ,het doel der geschiedenis is tot verbindingsteeken tusschen hen te dienen en zoodoende steeds opnieuw de geboorte van het genie voor te bereiden en te bewerken4 ,neen6 het doel der menschheid ligt niet in het eindpunt van haren loop--het ligt in de meest volmaakte exemplaren1 die zij heeft voortgebracht4 ,boven de geschiedenis stelt ,nietzsche kunst en godsdienst4 ,zij zijn niet on- maar overhistorisch4 ,deze opvatting herinnert aan ,schopenhauer4 ,diens werken waren ,nietzsche bij toeval in handen gekomen1 en toen hij eenmaal iets van den grimmigen wijze gelezen had1 besloot hij geen bladzijde ongelezen te laten4 ,in ,wagner had hij den kunstenaar gezien1 in ,schopenhauer zag hij den wijsgeer1 die der moderne beschaving den weg kon wijzen4 ,zoo schildert hij ,schopenhauer als opvoeder4 ,hij prijst hem als een vrijen man1 die moed houdt1 stout1 eerlijk1 als bijna niemand4 ,de mensch naar ,schopenhauer draagt heldhaftig het lijden der wereld4 ,niet door illusie laat hij zich verblinden1 hij ziet het kloekmoedig in de oogen4 ,nietzsche's geschrift over ,wagner was eigenlijk de laatste toon van zijn liefde1 de stervenszang3 met de beschouwing over ,schopenhauer ging het eveneens4 ,nooit geheel was ,nietzsche leerling van ,schopenhauer4 ,en weldra verzette hij zich tegen het pessimisme4 ,hij wilde niet neen1 hij wilde ja1 volmondig ja zeggen tegen het leven4 ,eerst had hij ja tegen het leven willen zeggen1 omdat het schoon was3 de kunst was waard1 gediend te worden4 ,nu komt de tweede periode3 de dienst der wetenschap4 ,gewijd aan de nagedachtenis van ,voltaire verscheen een verzameling aphorismen in #ahgh1 een werk voor vrije geesten onder den titel3 ,menschliches allzumenschliches4 ,hier komt hij dichter bij de ,aufklrung4 ,vroeger1 in de geboorte der tragedie1 was ,socrates hem het type geweest van dien nuchteren philister1 die den heerlijken schoonheidszin der ,grieken vijandig was4 ,thans komt er waardeering voor ,socrates4 ,het ,engelsche utilisme gaat niet geheel en al zonder waardeering uit4 ,kennis1 ,verlichting6 ,de waarheid is het eenige goed1 waarvoor geen offer1 zelfs dat der menschheid1 te groot is4 ,maar een streng wetenschappelijke methode past toch niet bij ,nietzsche4 ,hij wil liever intutief raden dan verstandelijk logisch afleiden4 ,hij zocht de avonturen der kennis4 ,hij wordt kunstenaar in de wetenschap4 ,door de ontgoocheling over ,wagner en de kunst werd ,nietzsche de wetenschap toegevoerd4 ,hij vluchtte tot haar1 om voor zich zelf te vluchten4 ,daarbij merkt men den dwang1 dien hij zichzelf moest opleggen4 ,de moeilijk getemperde gloed zijner hartstochtelijke ziel is nog in de koelste zinnen1 die hij zich zelven weet te ontwringen1 te gevoelen1 en door de vijandigste wendingen tegen de kunst en de kunstenaars komt zijn slechts met geweld bedwongen heimwee naar de oude dierbare illusies gluren4 ,te midden der scepsis tegenover de kunst is hij kunstenaar gebleven2 slechts het voorwerp1 dat hij artistiek behandelt1 is een ander geworden4 ,zooals vroeger tegenover het werk van ,wagner1 zoo is hij nu tegenover de wetenschap dichter4 ,hem trokken de aesthetische zijden der kennis aan3 hij geraakte over de volstrekte zekerheid1 de strengheid der wiskunde1 der werktuigkunde in verrukking4 7,riehl74 ,waar zoo de wetenschappelijke methode inging tegen zijn overtuigingen1 daar is 't niet te verwonderen1 dat hij haar verliet4 ,eenmaal spotte hij3 dat zijn geen vrije geesten3 zij gelooven nog aan de waarheid4 ,wie het geloof aan de waarheid opgeeft1 geeft het vertrouwen in de wetenschap op4 ,zoo breekt de derde periode aan1 die de eigenlijke leer1 als er bij dezen denker van een leer gesproken mag worden1 zou brengen4 ,in ,aldus sprak ,zarathustra wordt dat gegeven in hoog-artistieken vorm1 in symbolische inkleeding4 ,het is zijn hoofdwerk en hij1 die het in heel korten tijd1 in geestvervoering schreef1 heeft het gevoeld en geuit1 dat het een mchtig werk was4 ,in wat hierna komt is misschien minder zelfbedwang1 meer oratorie4 ,bovenmate bitter en honend wordt de uitdrukking soms4 ,nietzsche heeft er zelf eens op gewezen1 dat hij er van hield de sterkste dingen sterk te zeggen1 en men dus wel deed1 zijn gezegden iets zwakker op te vatten4 ,vooral de werken van #ahhh3 ,de ,antichrist en ,de wil tot macht vertoonen die teekenen sterk4 ,minder is dat het geval met zijn ,genealogie der ,moral4 7,afstamming der zedeleer74 ,nietzsche's leer4 ,de kernpunten van ,nietzsche's leer zijn3 het aantoonen van het verval der tegenwoordige beschaving door kuddemoraal en levensontkenning1 het komen der nieuwe cultuur door den bermensch1 de noodzakelijkheid van een verandering in de rangorde der waarden1 het geloof aan den eeuwigen wederkeer der werelden4 ,behandelen wij elk kortelings4 ,onze tegenwoordige cultuur is een cultuur van ontaarding4 ,de menschheid verslapt4 ,zij is in het diepst van haar wezen pessimistisch4 ,zij heeft geen levenswil en levensmoed4 ,zij zegt neen tot het leven4 ,haar godsdienst1 haar wijsbegeerte is de leer van het medelijden4 ,men moet met anderen mede-lijden4 ,de zedeleer1 ook van ,schopenhauer bereikt haar toppunt in3 ,beleedig niemand1 steun1 zooveel gij kunt4 ,niemand zoekt meer zichzelf te zijn1 de een wil op den ander steunen1 om het gemakkelijk te krijgen4 ,er moet het geluk komen der kudde in groene weiden1 waarin ieder gelijk is4 ,er heerscht slavenmoraal4 ,stellen wij een lijst op van dingen1 die ons waardevol toeschijnen1 dan komt daarop het medelijden bovenaan1 de rechtvaardigheid4 ,wie machtig is1 en anderen aan zich onderwerpt1 is de booze4 ,het oude ,romeinsche rijk had een betere leer1 het erkende de macht4 ,maar het ,christendom1 uit het ,jodendom voortgekomen1 heeft zijn bange kruipende1 bevende slavenmoraal aan de wereld opgedrongen1 heeft die door ,luther's ,hervorming nog eenmaal doen zegevieren1 toen de renaissance het fiere zelfgevoel weer ten troon hief4 ,wat noodig is1 is de rangorde der waarden veranderen4 ,het medelijden moet onderaan1 de machtsuitoefening bovenaan4 ,verwerp toch het medelijden3 het vermeerdert de som van lijden in de wereld2 het is den groote1 die een masker zoekt1 waaronder hij zijn lijden mag verbergen1 een beleediging1 het is hem een onkieschheid4 ,aanvaard de smart4 ,nietzsche zelf heeft zijn gruwelijk lijden in de oogen gezien4 ,hij heeft het pessimisme l de feiten toegegeven1 waarop het zich beroept1 maar hij heeft er een andere gevolgtrekking uit gemaakt4 ,hij heeft er door geleerd1 zich niet te buigen1 zich niet te vernederen1 het leven te dragen1 te aanvaarden4 ,hij wilde wat was1 en door dat te willen1 werd hij heer4 ,komen moet de bermensch4 ,de mensch van nu is slechts een brug tusschen dier en een hoogeren levensvorm voor den mensch4 ,waarom zou de ontwikkeling niet een ng hooger type kunnen voortbrengen1 dan de tegenwoordige mensch is8 ,o1 de bermensch1 zooals die ons in ,zarathustra geteekend wordt1 zal sterk zijn en krachtig6 ,eenzaam is hij3 slechts weinigen verstaan hem4 ,hij weerstaat alle verzoekingen4 ,zijn medelijden zelfs voor die hem 't meest ontroert1 overwint hij4 ,wat is de stelregel van zijn deugd8 ,het goede wordt met het sterke1 het slechte met het zwakke gelijk gesteld4 ,wat is goed8 ,alles1 wat het gevoel van macht1 den wil tot macht1 de macht zelf in den mensch verhoogt4 ,wat is slecht8 ,alles1 wat uit zwakheid voortkomt4 ,wat is geluk8 ,het gevoel daarvan1 dat de kracht groeit1 dat een tegenstand overwonnen wordt4 ,de bermensch heeft een zwaar leven4 ,hij heeft het verdragen1 niet langer aan ,god te gelooven1 hij heeft een diepen blik in alle leed4 ,men moet er zich wel voor hoeden1 te meenen1 dat de moraal van den bermensch voor allen geldt4 ,zij is slechts een leer voor weinigen1 niet voor de veel te velen4 ,klagend wordt gevraagd1 waarom zij1 die het niet kunnen1 het ook zoo zwaar zullen hebben8 ,de omzetting aller waarden beteekent vooral geen loslaten van alle hartstochten4 ,zeker1 er is1 naast de slavenmoraal een heerenmoraal 7volgens ,nietzsche de zedeleer van twee rassen74 ,de mensch der wildernis het blonde beest oefende zijn macht uit1 had kracht4 ,maar evenmin als ,rousseau1 de apostel der natuur een eenvoudigen teruggang tot den natuurstaat verkondigde 7,i1 #cdg7 wil ,nietzsche tot dat blonde dier terugkeeren4 ,de heerenmoraal van nu is niet de vrijbrief voor allen hartstocht4 ,nietzsche is op dit punt zeer misverstaan4 ,velen1 die ongetwijfeld door hem tot de veel te velen zouden gerekend zijn1 meenden als bermensch smadelijk te moeten neerzien op de kuddedieren en in ,nietzsche's leer een vrijbrief voor ongebondenheid te vinden4 ,misverstand6 ,uitdrukkelijk zegt hij1 dat hij1 maar op gansch andere gronden dan tot dusver1 sommige dingen voor goed en andere voor kwaad houdt1 die men ook zoo acht1 en zeer stellig waarschuwt hij tegen het loslaten van den teugel der passies4 ,nog zijt gij niet vrij1 gij tracht nog naar vrijheid4 ,gij wilt in de vrije hoogte1 naar de sterren dorst uwe ziel4 ,maar ook uw slechte driften dorsten naar vrijheid4 ,uwe wilde honden willen in de vrijheid1 zij blaffen van begeerte in hunnen kelder1 wanneer uw geest alle gevangenissen tracht te openen4 ,de bevrijde van geest moet zich nog reinigen2 rein moet nog zijn oog worden4 ,het is duidelijk1 dat ,nietzsche met de tegenwoordige richting van den staat geen vrede kon hebben4 ,van democratie heeft hij een afkeer4 ,het christendom met zijn gelijkheid voor ,god heeft de democratie bevorderd4 ,ja1 zelfs in de natuurwetenschap1 met haar zucht om vaste wetten op te stellen1 waaraan alles gehoorzaamt1 zit die zucht naar gelijkheid4 ,het socialisme1 dat een maatschappelijke inrichting wil1 waarin minder strijd en zorg zal zijn1 is misschien de dood voor het ontstaan van groote mannen4 ,slaat men niet het oog op het welzijn van een enkele1 maar op het doel der menschheid1 dan is het zeer de vraag1 of in dien georganiseerden toestand welke het socialisme eischt1 even groote gevolgen der menschheid kunnen ontstaan1 zooals de ongeorganiseerde toestanden voor het verleden ze opgeleverd hebben4 ,waarschijnlijk groeit de groote mensch en het groote werk in de vrijheid der wildernis4 ,andere doeleinden dan groote menschen en groote werken heeft de geschiedenis niet4 ,herhaaldelijk ontmoetten wij ,nietzsche's afkeer van 't christendom4 ,toch begon hij met christen te zijn4 ,wat hem in 't christendom tegenstaat1 is zeker ook geweest de groote klove tusschen leer en levenspractijk1 maar vooral het prediken der naastenliefde1 het intoomen der kracht4 ,nietzsche's geringe historische zin mag er toe bijgedragen hebben1 om hem de beteekenis van 't christendom te doen onderschatten4 ,vooral in ,de antichrist heeft hij geen woorden genoeg1 om het te geeselen1 te brandmerken4 ,toch is hij een religieuze natuur4 ,er zit godsdienstige stemming in zijn gemoed1 in zijn werken4 ,zijn godsdienst zelve heeft hem tot athest gemaakt4 ,de bermensch vervangt nu het ideaal4 ,blijft op aarde1 mijn broeders1 raadt ,zarathustra aan4 ,en hij beseft nu hoe onmetelijk driest het loochenen van ,gods bestaan is4 ,het ,heiligste en ,machtigste1 dat de wereld bezat1 is onder onze messen doodgebloed4 ,is de grootheid dezer daad niet te groot voor ons8 ,moeten wij niet zelven tot ,goden worden1 om harer slechts waardig te schijnen4 ,sterk moet hij zijn1 die 't ,godsgeloof heeft opgegeven4 ,zoo hij er gn gewin uit weet te maken1 een voortdurende overwinning1 dan is 't een groot verlies4 ,nietzsche's athesme is niet van platten aard noch goedkoop4 ,het is de vrucht van een felle zieleworsteling4 ,naar hij meent1 door hem zelf gevonden1 maar een aansluiting bij de oude ,grieken1 is ,nietzsche's geloof aan den eeuwigen wederkeer4 ,de som der krachten is bepaald1 heeft een zekere grootte4 ,eveneens dus het aantal combinaties1 dat ontstaan kan uit de werking der krachten4 ,hoe groot het aantal dier samenstellingen ook mag zijn1 het is bepaald4 ,de tijd is oneindig4 ,na verloop van tijd kan dus eenzelfde combinatie terugkeeren4 ,en met noodzakelijkheid vloeit daar dan uit voort1 dat alle andere combinaties weer eveneens ontstaan4 ,alles1 wat is1 keert dus weer1 net zoo1 als 't geweest is1 tot in eeuwigheid toe4 ,het geheele leven is niets dan een zandlooper1 die om en om wordt gezet4 ,deze leer flitste als een bliksemschicht in ,nietzsche's gedachten op1 toen hij vertoefde in ,maria ,sils 7,augustus #ahha74 ,hij is in haar blijven gelooven4 ,zij scheen hem overweldigend4 ,als ons leven steeds weer z terugkwam1 als het is1 dan rijst de vraag1 f wij dat willen4 ,of wij1 eeuwig opnieuw1 elk moment weer zullen doormaken8 ,ook hier heeft ,nietzsche ja gezegd4 ,hij heeft zich zoo sterk gemaakt dat hij ja zegt3 ik wil een beteekenis geven aan mijn stukje leven4 ,ik wil belang stellen in dat wonderbaar combinatiespel1 waaruit reeds zooveel schoone en goede dingen zijn voortgekomen1 waaraan de geboorte van den mensch te danken is en dat eenmaal wellicht den bermensch zal voortbrengen 7,lichtenberg74 ,te middernacht1 als de oude torenklok slaat1 heeft ,zarathustra zijn metgezellen overtuigd1 hij heeft hen doen begrijpen1 dat smart het losgeld is om 's levens schoonheid te begrijpen1 en in raadselachtige verzen openbaart hij nu de eeuwige wederkeer3 't ,wee roept3 verga4 ,maar alle lust wil eeuwigheid4 ,wil diepe1 diepe eeuwigheid4 ,een school heeft ,nietzsche niet gesticht4 ,hij kon die niet stichten4 ,hij vond lezers1 hij vond vereerders4 ,hij werkte diep in op de #ai;de eeuw1 hij doet het nog op de #bjste4 ,niet alleen dat hij den ,duitschen stijl zoo schoon maakte is zijn verdienste1 maar hij bracht ook tot denken1 hij verscherpte problemen4 ,zijn prediking van harde mannelijkheid1 flinkheid en stevige wilskracht mag groot nut gedaan hebben in een tijd1 waarin zooveel gebrek was aan energie en moed4 ,zijn eigen1 mannelijk1 kloek het lijden-dragend leven1 geeft waarde aan zijn prediking1 om het leven niet te ontkennen1 maar te bevestigen4 ,opm4 ,van de ,hollandsche werken over ,nietzsche vestig ik de aandacht op het stuk van prof4 ,van der ,wijck in ,mannen en ,vrouwen van ,beteekenis1 op de inaugureele oratie van prof4 ,de ,boer3 ,nietzsche en de ,wetenschap en op het heldere werk van ,lichtenberger3 ,nietzsche's filosofie1 vertaald door ,mevrouw ,franois-,mertens 7v4 ,looy's internationale bibliotheek74 ,onder de ,duitsche werken dient allereerst genoemd ,riehl3 ,nietzsche4 7,frommans ,klassiker4 ,no4 ,,vi74 #df4 ,karl ,marx4 ,welk een man6 ,wijsgeerig denker1 staathuishoudkundige1 onvermoeid arbeider1 organisator en tacticus1 zelfopofferend en voor een beginsel een moeilijk leven vol toewijding levend1 toch scherpe en bitter hatende persoonlijkheid4 ,zeldzame vereeniging van velerlei talenten1 die de incarnatie is geworden van het socialisme der #ai;de eeuw4 ,tot hem convergeert dan ook geheel de beweging van het collectivistische socialisme van onze eeuw4 ,hij nam al die aanklachten1 al die grieven1 al die uitingen van ergernis1 al die pogingen om tot rechtvaardiger inrichting der maatschappij te komen1 al die aanloopen1 al die plannen1 al die voorstellen van sociale hervorming1 die in de richting eener organisatie der gemeenschap gedurende de eerste helft der negentiende eeuw aan het woord kwamen1 in zich op4 ,hij verwerkte ze tot een vast aannsluitend systeem4 ,het werd een ontzettend en vlammend programma1 dat hij aldus ontrolde1 moeilijk en zwaar te begrijpen voor de verstandigen en verlichten onzer eeuw1 maar uiterst verstaanbaar voor de onderdrukten en ellendigen1 de zwoegende armen van geest4 ,daar is maar n woord waarmede men hem volkomen karakteriseert3 het is het woord geweldig4 ,andere figuren uit de wereld der socialisten hadden ook over veel wetenschap en veel bewegingskracht te beschikken1 maar deze man weet zijn reusachtige geleerdheid en zijn ongemeene strategische talenten dermate te combineeren1 dat hij huiverende beklemming verwekt4 ,hij is te duchten voor de al te gelukkige spelers der middenklasse1 en voor hen1 die met geladen geweer en met holle woorden zouden willen regeeren4 ,hem drijft voort de verontwaardiging1 die bijna een passie van haat wordt tegen de thans nog heerschende maatschappij4 ,voor 't eerst bespeurt men in de geschriften van dezen socialist geen enkel woord van liefde4444 ,hoonlachend beschimpt hij de gebreken onzer tegenwoordige samenleving4 ,bittere humorist1 spot hij met de lijmerige lamlendigheid onzer grootheden4 ,zijn verontwaardiging kiest telkens feller uitdrukkingen1 want de passie van den haat die hem drijft is niet in de eerste plaats een haat tegen personen1 maar een haat die opvlamt bij het vergelijken der bestaande werkelijkheid met den nieuwen maatschappelijken vorm die zal komen4 ,zijn socialisme resumeert zich dan ten slotte in een doordringenden kreet naar sociaal recht4 7,quack74 ,deze merkwaardige man werd den #e;den ,mei #ahah te ,trier geboren4 ,hij behoorde tot een heel oude1 geleerde rabbijnenfamilie2 zijn vader echter was advocaat4 ,karl voltooide zijn universitaire studies met een dissertatie over ,epicurus4 ,daarna ging hij in de journalistiek1 destijds een moeilijk vak voor een vrijzinnigen geest4 ,hij schreef eerst uitsluitend over politieke kwesties1 maar werd door deze tot de maatschappelijke vraagstukken gebracht4 ,den #d;den ,juni #ahdc trouwde hij met ,jenny1 dochter van den baron van ,westphalen4 ,in haar vond hij een liefdevolle1 zelfopofferende vrouw1 die alles1 smaad1 vervolging en armoede met haar man heeft gedeeld4 ,haar aristocratische afkomst merkte men het meest aan de groote hoffelijkheid1 waarmee zij de arbeiders1 die aan ,marx' tafel kwamen1 wist te behandelen4 ,na de opheffing van zijn blad door de regeering--de redactie had hij trouwens reeds eerder neergelegd--ging hij naar ,parijs1 waar toen reeds vele ,duitsche uitgewekenen leefden4 ,hij maakte hier kennis met ,engels1 die hem in vele dingen zoo trouw ter zijde zou staan4 ,uit ,parijs gewezen--waar hij zijn standpunt tegenover de ,jong-,hegelianen had bepaald1 wier speculaties hij verwierp 7voor ,hegel zelf bleef hij steeds den grootsten eerbied koesteren7--ging hij naar ,brussel1 waar hij zich aan ernstige studies wijdde4 ,het revolutiejaar #ahdh bracht hem terug4 ,hij redigeerde een tijdlang een blad te ,keulen4 ,toen de opstand bedwongen was1 werd hem een proces aangedaan wegens hoogverraad4 ,vrijspraak volgde4 ,de regeering gebruikte toen een voorwendsel en zette hem het land uit4 ,marx vestigt zich te ,londen4 ,hier leidt hij de geweldige organisatie der ,internationale onder de leus1 waarmee het door hem opgesteld ,communistisch manifest van #ahej besloot3 ,proletarirs aller landen vereenigt u4 ,hier in ,londen werkte hij hard4 ,allereerst voor de pers en voor 't levensonderhoud4 ,verder verrichtte hij zuiver wetenschappelijken arbeid4 ,vrucht daarvan was het in #ahfd verschenen werk3 ,het kapitaal1 #a;e deel4 ,de latere deelen werden niet door hem1 maar naar zijne aanteekeningen uitgegeven4 ,de ,commune van #ahga sloeg de ,internationale uiteen4 ,marx bleef stil doorwerken te ,londen3 correspondeerende en aan zijn boek werkende4 ,voor de ,duitsche socialisten bleef hij een trouw raadgever4 ,waar besluiten tegen zijn zin werden genomen1 wist hij te zwijgen1 als dat noodig was4 ,in #ahha overleed zijn vrouw4 ,marx' laatste levensjaren waren somber3 bij het groote leed voegde zich lichamelijk lijden4 ,beide verdroeg hij heldhaftig4 ,hij stierf #ad ,maart #ahhc1 zittende voor zijn schrijftafel4 ,twaalf jaar later overleed zijn trouwe en trouwhartige medewerker ,engels4 ,marx is voor de geschiedenis der wijsbegeerte van groote beteekenis door zijn opvatting der geschiedenis4 ,zij is dezelfde als bij ,hegel en toch weer nt andersom4 ,voor ,hegel was de geschiedenis de zelfontwikkeling der ,idee4 ,alles wat was in natuur1 staat en maatschappij vormde een bepaalde trap van haar ontwikkeling4 ,marx meent1 dat ,hegel deze ontwikkeling op den kop heeft gezet4 ,niet de ontwikkeling der idee is primair4 ,wat er het eerst is1 is de productiewijze4 ,de wijze van voortbrenging der aardsche goederen bepaalt de ideen van godsdienst1 recht1 zedelijkheid en kunst4 ,de productiewijze is de onderbouw1 het andere de bovenbouw4 ,wentelt de eerste1 dan gaat het andere mee4 ,met zijn groote historische kennis en zijn scherp critisch ontledend verstand spoort nu ,marx van allerlei veranderingen de economische basis op4 ,elke periode1 elk tijdvak van menschelijk samenleven heeft haar eigen maatschappelijke verhoudingen1 en in samenhang daarmee haar eigen recht1 godsdienst1 kunst1 zedelijkheid4 ,maar zoo'n periode verandert4 ,in de wereldgeschiedenis zelf werkt een ontwikkelingsdrang1 die met ijzeren noodlottige zekerheid naar een nieuw tijdvak brengt4 ,zoo heeft de oudheid moeten wijken voor de middeleeuwen1 deze zijn veranderd in den nieuwen tijd1 waarin de kapitalistische productiewijze heerscht4 ,de werkgever ontvangt arbeid van den arbeider4 ,deze verkoopt dien voor minder dan zijn waarde is4 ,de kapitalist nu geniet de meerwaarde van den arbeid zijner werklieden4 ,het kapitaal hoopt zich op4 ,het proletariaat vermeerdert4 ,de middenstand verdwijnt4 ,zoo komen er twee groote klassen tegenover elkaar te staan3 de kapitalisten en de proletarirs1 de onteigenaars en de onteigenden4 ,verzoening tusschen deze beide is niet mogelijk3 er is een strijd van belangen4 ,de klassenstrijd bestaat4 ,marx predikt dien niet4 ,hij constateert hem4 ,hij brengt de menschen tot bewustzijn van zijn bestaan4 ,in dien strijd zal het proletariaat overwinnen4 ,de onteigenaars van nu1 die de producenten van hun productiemiddelen gescheiden hebben1 zullen onteigend worden4 ,maar niet door bloedige revoluties1 straatlawaai en opstootjes moet die strijd worden gestreden4 ,volgens de ontwikkelingswet der maatschappij komt die tijd toch4 ,het eenige wat gedaan kan worden1 is het proces een beetje verhaasten4 ,bij de geboorte der nieuwe maatschappelijke verhoudingen kan men de diensten van den verloskundige bewijzen4 ,de moeielijkheden van den overgang1 de revoluties1 zijn de barensween der nieuwe faze4 ,men moet zich niet verlustigen in utopistische schilderingen van den toekomststaat3 die komt volgens de vaste wet der ontwikkeling4 ,en met de wenteling van den onderbouw komt ook de verandering in den bovenbouw3 een nieuwe zedelijkheid1 een nieuw recht1 een nieuwe kunst komt4 ,zoo komt een schoone tijd1 waarin organisatie van arbeid is1 gemeenschappelijke voortbrenging1 gemeenschappelijk eigendom van al wat voor die voortbrenging noodig is4 ,de leer van ,marx1 het historisch-materialisme1 vond vurige aanhangers4 ,zij gaf een formule voor het verklaren van tal van verschijnselen4 ,zoo werkte ze wetenschappelijk4 ,zij wees den weg voor de practijk4 ,zoo werkte ze practisch4 ,natuurlijk wekt ze ook verzet4 ,van den kant der burgerlijke ideologen4 ,zoo schreef ten onzent ,treub een critiek op het economisch-wijsgeerig stelsel van ,karl ,marx4 ,maar ook in 't eigen kamp4 ,er kwamen er1 die meer wilden doen voor de dadelijke verbetering van 't lot van den arbeider1 die misschien minder vertrouwden op de noodzakelijke komst der nieuwe maatschappij4 ,dat revisionisme vond ook in ons land aanhang4 ,volgens sommigen dreigt het als splijtzwam in de sociaal-democratie1 die ten onzent1 in v4 d4 ,goes1 ,gorter1 ,henriette ,roland ,holst-v4 d4 ,schalk e4 a4 nog steeds haar overtuigde ,marxisten vindt4 ,ook scheidde zich de wijsgeerige levensbeschouwing van ,marx van het socialisme4 ,wij wezen op ,civitas1 op de ,blijde ,wereldgroep1 op de ,christen-socialisten4 ,zij allen schijnen aan te toonen1 dat men1 op den bodem eener andere levensbeschouwing dan die van het historisch-materialisme staande1 toch in staatkundig en maatschappelijk opzicht voorstander zijn kan van een socialistische gemeenschap4 ,,hoofdstuk ,,xvi4 ,,het ,,psychisch ,,monisme4 #dg4 ,fechner4 ,inleidende opmerkingen4 ,wij wezen er op1 hoe er ten tijde van de speculatieve wijsbegeerte een critische onderstroom was geweest1 die in ,herbart zijn bekendsten vertegenwoordiger vond4 ,eveneens waren er in den tijd van het positivisme en het materialisme denkers1 die hunne aandacht wijdden aan vraagstukken1 welke 't meerendeel hunner tijdgenooten geen belangstelling konden inboezemen4 ,daaronder is in de eerste plaats ,gustaaf ,theodoor ,fechner te noemen1 wiens leer thans meer en meer aanhang vindt4 ,hierom plaatsen wij de behandeling in dit gedeelte4 ,wij zouden zijn leer de lijnrechte tegenstelling van het materialisme kunnen noemen4 ,terwijl dit leert1 dat al het bestaande stof is en onze bewustzijnsverschijnselen slechts een product van bepaalde stoffelijke verrichtingen1 leert ,fechner1 dat het stoffelijke niets anders is dan de wijze1 waarop het geestelijke1 dat zichzelf als van psychischen aard verschijnt1 zich aan een ander vertoont4 ,een zelfde proces is van binnen gezien geestelijk1 van buiten stoffelijk4 ,dit geldt niet voor den mensch alleen4 ,fechner breidt het uit over heel de wereld4 ,zijn leer is dus monistisch3 er is maar n soort werkelijkheid3 het psychische4 ,vandaar den naam psychisch monisme1 7ook ideel1 spiritualistisch monisme74 ,alles wat bestaat1 is psychisch4 ,zoo ontmoet men voor dit standpunt ook den naam panpsychisme4 ,fechner's leven en ontwikkelingsgang4 ,den #ai;den ,april #ahja werd ,fechner uit een ernstige1 kunstminnende1 verlichte predikantenfamilie te ,groszsrchen geboren4 ,hij verloor zijn vader vroeg4 ,reeds op zestienjarigen leeftijd had hij zijn gymnasiale studin achter den rug4 ,hij ging in de geneeskunde studeeren1 die destijds1 niet geleid door ervaring en onderzoek1 in een treurigen toestand verkeerde4 ,het ging ,fechner dan ook als ,helmholz 7vg4 ,,ii1 blz4 #bcj74 ,hij was doctorandus in de geneeskunde1 maar kon geen eenvoudig verband leggen4 ,hij ging de practijk dan ook niet beoefenen1 maar legde zich toe op de studie der natuurkunde1 die toen begon te bloeien4 ,in 't bizonder maakte hij zich verdienstelijk met onderzoekingen op 't gebied der electriciteit4 ,met zeer geringe hulpmiddelen wist hij veel tot stand te brengen4 ,met het vertalen van leerboeken en 't schrijven van artikelen voorzag hij in zijn onderhoud4 ,in #ahcd werd hij hoogleeraar in de natuurkunde4 ,hij ging door met zijn onderzoekingen1 was door beloften verplicht te blijven schrijven4 ,zijn lichaam leed hieronder4 ,door vele proeven over de kleurgewaarwordingen waren zijn oogen verzwakt4 ,in #ahdj werd hij ziek4 ,deze ziekte duurde drie jaren4 ,zij werd beslissend voor ,fechner's leven4 ,soms was hij op den rand van 't graf en scheen hij blind1 verlamd en krankzinnig te zullen worden4 ,zelfs gesprekken vermoeiden4 ,eenzaam1 in doodelijke verveling gingen de dagen voorbij4 ,maar moedig weerstond hij alle gedachten aan zelfmoord1 en vast was hij besloten1 alle pijn zoolang te dragen1 als hij 't uithouden kon4 ,gelukkig kwam beterschap4 ,einde #ahdc was hij hersteld4 ,zijn professoraat was aan een ander gegeven4 7,fechner zelf ontving een wachtgeld1 dat tot #abej thaler werd gebracht74 ,fechner begeerde 't ook niet terug4 ,zijn belangstelling had een andere richting aangenomen4 ,de wijsbegeerte had voortaan zijn hart4 ,in #ahdf schrijft hij over 't hoogste goed4 ,hierin geeft ,fechner zijn eudaimonistische zedeleer4 ,doel van ons handelen moet zijn1 een zoo groot mogelijke hoeveelheid lust te verkrijgen4 ,die lust moet echter die van het geheel1 niet die van den enkeling zijn4 ,godsdienstig wordt deze zedeleer1 door de beschouwing1 dat ,god zelf ook vreugde heeft aan de vermeerdering van lust1 dat zijn wil gericht is op de grootste mate van lust1 die in de wereld mogelijk is4 ,voor ons is het grootste geluk gelegen in de overtuiging1 dat wij ons willen met den wil ,gods in overeenstemming gebracht hebben4 ,belangrijker voor den opbouw van ,fechner's leer is het in #ahdh verschenen werk3 ,nanna1 over het zieleleven der planten4 ,met zeer rijke kennis1 met fijne onderscheidingen en met groote fantasie tracht ,fechner hier aan te toonen1 dat ook aan de planten bewustzijnsleven toekomt4 ,dit is de voorbereiding voor zijn leer1 dat er al-bezieling is4 ,in de ,zend ,avesta van #ahea spreekt hij deze geheel uit4 ,al de latere beschouwingen en opvattingen van den denker1 zijn reeds als in kiem in dit werk voorhanden4 ,hij voert hier het beginsel der bezieling door van de planten tot onze aarde1 van deze tot ons zonnestelsel met zijn planeten1 tot de geheele wereld4 ,dit bezielde ,al is de ,godheid1 waarin de menschen leven1 bewegen en zijn1 en ,fechner die1 zelf vroom opgevoed1 ook den invloed had ondergaan van de godsdienstige sfeer1 waaruit zijn vrouw kwam1 tracht aan te toonen1 dat zijn leer overeenkomt met de hoofdpunten van den christelijken godsdienst4 ,uitvoerig handelt hij ook over de onsterfelijkheid1 waarover hij reeds eerder had geschreven in zijn werkje3 ,boekje van het leven na den dood 7#ahcf7 onder den naam van ,dr4 ,mises1 7het pseudoniem waaronder hij zijn aesthetische en humoristische geschriften uitgaf71 en later in tweeden druk onder eigen naam verschenen4 ,fechner heeft behalve in een kleiner werkje3 7,die ,seelenfrage7 nog eenmaal zijn wereldbeschouwing ontvouwd in3 ,de dagbeschouwing tegenover de nachtbeschouwing4 7,die ,tagesansicht gegenber der ,nachtansicht74 ,de dagbeschouwing is de beschouwing van het levende1 bezielde al2 het geloof aan een doode1 mechanische werkelijkheid is de nachtbeschouwing4 ,experimenteele zielkunde4 ,behalve grondvester der monistische metafysica is ,fechner ook de vader der proefondervindelijke zielkunde4 ,hij heeft het experiment in de zielkunde ingevoerd4 ,hij begon onderzoekingen omtrent den onderscheidsdrempel4 ,nemen we een lijn van #e1j ,m4 en een van #e1b4 ,we zien1 dat de laatste langer is dan de eerste4 ,zien wij dat ook van een lijn van #e ,m4 en #e1ja ,m48 ,neen4 ,het verschil is te klein4 ,het moet minstens 7gemiddeld7 #aj c4,m4 zijn4 ,dit even waarneembare verschil wordt door ,fechner onderscheidsdrempel genoemd4 ,dit verschijnsel van den onderscheidsdrempel doet zich ook voor bij waarnemingen uit andere zintuiggebieden4 ,weber nu had ontdekt1 dat de verhouding tusschen twee prikkels1 die door den onderscheidsdrempel gescheiden zijn1 standvastig is4 ,kan men een lijn van #ea d4,m4 en #ej d4,m4 nog even als verschillend groot onderscheiden1 dan is dit eveneens het geval bij lijnen van #ajb d4,m4 en #ajj d4,m41 #fc en #fj enz4 ,de verhouding is #ea 3 #ej4 ,voor geluiden is die bijv4 #d 3 #c1 voor licht #aja 3 #ajj4 ,fechner stelde1 naar verschillende methoden1 uitvoerige onderzoekingen in omtrent dit verschijnsel4 ,hij noemde de gevonden wet de wet van ,weber4 ,over 't geheel gaat1 althans voor prikkels van middelmatige sterkte1 die wet ook volgens de nieuwere onderzoekingen door4 ,fechner was echter met dit resultaat niet tevreden4 ,hij wilde nu ook een wet vinden1 die de verhouding aangaf tusschen de sterkte van den prikkel en die der gewaarwording4 ,inderdaad vond hij die ook #ec doch volgens de meeste zielkundigen is zij niet bestand tegen het hedendaagsch onderzoek4 ,fechner zelf is zijn wet steeds blijven verdedigen4 ,hij noemde de door hem gestichte wetenschap3 psychophysica4 ,zij ging uit van de grondgedachte1 dat men psychische verschijnselen kon meten door physische1 daar dit steeds de uitwendige zijde van iets geestelijks was4 ,in #ahfj verschenen de ,elementen der psychophysica1 en nadat dit werk uitverkocht was1 kwam in #ahhb ,herziening van de hoofdpunten der psychophysica4 ,daarnaast staan kleine geschriften over dit onderwerp4 ,door exacte onderzoekingsmethoden toe te passen op geestelijke verschijnselen1 legde ,fechner den grondslag voor de experimenteele zielkunde4 ,zij stelt proeven in bij een aantal proefpersonen1 onder zoo nauwkeurig mogelijk bepaalde omstandigheden4 ,nemen we een eenvoudig voorbeeld4 ,onthoudt in 't algemeen een kind van #aj jaar beter of minder dan een man van #cj8 ,kies nu bijv4 #ab letters3 medeklinkers1 en laat die kinderen van buiten leeren op een bepaalde wijze1 bijv4 door ze telkens die twaalf letters luid op te laten herhalen1 achter elkaar4 ,noteer voor elk kind1 hoeveel malen het die letters moet herhalen en hoeveel tijd het noodig heeft4 ,bepaal het gemiddelde4 ,neem nu1 onder zooveel mogelijk dezelfde omstandigheden een aantal mannen4 ,herhaal dezelfde proef en dezelfde berekeningen4 ,kom ook hier weer tot een gemiddelde4 ,de beide gevonden waarden laten zich vergelijken en geven het antwoord op de vraag4 ,wundt heeft het eerste groote laboratorium voor deze onderzoekingen gesticht1 eenigszins tot verbazing van ,fechner zelf1 die zulk een grootsche vlucht niet had verwacht4 ,thans zijn er bijna over geheel de beschaafde wereld laboratoria4 ,in ons land wordt de proefondervindelijke zielkunde beoefend door den ,groningschen hoogleeraar ,heymans #ed1 die weldra over een nieuw1 wel klein1 maar naar de eischen ingericht laboratorium zal te beschikken hebben4 ,aesthetica4 ,bizondere verdiensten heeft ,fechner zich ook nog verworven door zijn aesthetische studin4 ,hij had veel belangstelling voor kunst en kunstcritiek4 ,hij trachtte nu later de wetten te vinden1 waardoor ons mooi-vinden wordt beheerscht4 ,hij wilde daarbij van ervaring uitgaan4 ,hij vroeg bijv4 een groot aantal menschen1 welke figuren uit een aantal rechthoeken ze mooi vonden1 of liet ze de figuren samenstellen1 die ze 't mooist achtten4 ,eveneens paste hij nauwkeurige metingen toe op verschillende kunstwerken4 ,zoo wilde hij een aesthetica grondvesten1 die1 van eenvoudige feiten1 van ervaring uitgaand1 een schoonheidsleer1 van onderen1 zou worden in tegenstelling met eene1 welke uit het begrip van schoonheid hare eischen wou afleiden1 een aesthetica van boven af4 ,naast formeele elementen 7eenheid in verscheidenheid7 wijst ,fechner ook nog een ander element aan1 dat bij 't mooi vinden van iets onze oordeelen bepaalt3 het associatieve4 ,de indruk1 dien wij van een kunstwerk ontvangen1 is verbonden met tal van andere voorstellingen1 die1 meer of minder duidelijk1 in 't bewustzijn worden geroepen4 ,deze meer of min bewuste voorstellingen nu zijn dikwijls beslissend voor de aesthetische waardeering4 ,rood op de wangen b4v4 doet denken aan jeugdige gezondheid en groeikracht1 rood op een neus aan ziekte4 ,daarom behaagt het eene1 mishaagt het andere4 ,het schoonvinden van een mensch1 een landschap1 berust dikwijls op associaties4 ,fechner heeft zijn onderzoekingen verzameld in zijn ,voorschool der ,aesthetica1 die geen volledige schoonheidsleer geeft1 maar verschillende punten op zeer belangwekkende wijze behandelt4 ,het werk verscheen in #ahgf4 ,fechners leven was een echt geleerden-leven4 ,rustig ging het daarheen1 nu en dan afgewisseld door reizen4 ,zijn ouderdom was1 door het afsterven van vrouw en vrienden1 betrekkelijk eenzaam1 maar werd verlicht door vele blijken van liefde en hoogachting4 ,tot hoogen leeftijd bleef zijn geest helder4 #f ,nov4 nog werkte hij1 #ah ,nov4 #ahhg overleed hij4 ,fechner was een zeer zeldzame1 buitengewoon begaafde persoonlijkheid4 ,aan de scherpzinnigheid1 de nauwgezetheid en het geduld van den natuuronderzoeker paarde hij de rijke fantasie en het diepe gevoel van den kunstenaar4 ,hij was kinderlijk vroom1 eenvoudig1 welwillend in den omgang4 ,hij hield van discussie1 maar verbitterde nooit1 en vergaf steeds4 ,wie met hem omgingen achtten en beminden hem4 ,het voor hem opgericht standbeeld te ,leipzig draagt als opschrift de godsdienstige formuleering zijner levensbeschouwing3 ,in ,god leven1 bewegen en zijn wij4 ,aanhangers van 't monisme4 ,zonder een school te stichten1 heeft ,fechner toch onder de thans levenden vele aanhangers4 ,allereerst zij genoemd ,friedrich ,paulsen4 #ee ,deze bekende ,berlijnsche hoogleeraar schreef een ,inleiding in de wijsbegeerte1 waarin hij de verschillende wijsgeerige problemen behandelt met een geschiedkundig overzicht en zichzelf stelt op 't standpunt van 't psychisch-monisme4 ,veel aandacht wijdt ,paulsen ook aan de religie en haar verhouding tot de wetenschap4 ,zoowel bij deze kwestie als in zijn kennistheorie toont hij zich meer aan ,kant verwant 7hij schreef voor ,frommans-,klassiker het nummer over ,kant7 dan ,fechner1 die eerst leefde in een tijd toen ,kant vergeten was en zijn leer reeds klaar had1 toen de ,kantstudie herleefde4 ,door zijn eenvoud zoowel als door zijn warmen1 schoonen stijl heeft ,paulsen veel lezers gevonden en wordt zijn boek als de meest geschikte inleiding tot 't monisme geprezen4 ,ook zijn ,systeem der ethica verwierf veel waardeering4 ,naast de theoretische vragen worden daarin ook een aantal vragen van practischen aard boeiend behandeld4 ,voor opvoedkundige kwesties toonde ,paulsen mede veel belangstelling1 met name voor de geschiedenis van het onderwijs4 7,zie ook ,,ii1 #acb74 ,in ,amerika vond het monisme zijn verdediger in ,strong1 die in #aijj zijn werk uitgaf3 ,waarom de geest een lichaam heeft en vooral van kennistheoretisch en zielkundig standpunt uit het monisme opbouwt4 ,hij verdedigt het en vergelijkt het vooral met de beschouwingen van ,engelsche en ,amerikaansche schrijvers4 ,hij beperkt zich tot de verhouding tusschen ziel en lichaam4 ,in dit opzicht vertoont hij een groote overeenkomst met ,heymans4 ,deze gaf in #aije zijn ,einfhrung in die ,metaphysik4 ,na de verschillende stelsels critisch beschouwd1 en het onvoldoende aangetoond te hebben1 ontwikkelt hij het psychisch monisme4 ,veel meer dan bij ,fechner staat hier het kennis-theoretisch standpunt op den voorgrond4 ,in de kennistheorie 7door den schrijver ontwikkeld in zijn3 ,gesetze und ,elemente des ,menschlichen ,denkens1 ,tweede druk1 ,leipzig #aije7 heeft ,heymans een eigen richting4 ,hij staat op hetzelfde standpunt1 dat ,kant naar ,heymans' opvatting voor en in #aggj innam1 en dat hij 't analytische zou willen noemen4 ,locke 7vg4 ,i1 #bie7 had den oorsprong onzer kennis nagegaan4 ,voor de aanhangers der genetische richting waartoe ook ,hume behoorde1 was er in de ervaring geen voldoende grond voor sommige gegevens van 't bewustzijn en nu trachtten zij die anders te verklaren1 b4v4 door associatie 7zie bijv4 ,hume's verklaring van 't causaliteitsbeginsel in ,i1 pag4 #cai74 ,daarmee echter was zekerheid onzer kennis1 zoodra zich deze uitstrekt over de ervaringsgegevens1 onmogelijk4 ,kant had dit gevoeld en hij had de voorwaarden bestudeerd1 waaronder iets tot wetenschap werd 7zie ,,ii1 pg4 #cai74 ,hij en de latere criticisten zeggen dus3 wij noemen iets waar1 als het aan de voorwaarden voldoet1 dat het een gepaste1 behoorlijke verbinding is4 ,die gepastheid dringt zich aan ons op4 ,maar of nu die voorstellingen overeenstemmen met de werkelijkheid1 daarover laten wij ons niet uit4 ,heymans nu1 zich plaatsende op het standpunt1 dat ,kant in en vr #aggj innam1 wil allereerst trachten den inhoud onzer denkaxioma's te leeren kennen4 ,heeft hij die gevonden1 door een nauwkeurig onderzoek der wetenschap1 die ze gebruikt1 dan tracht hij ze te verklaren4 ,deze analytische methode hecht dus meer dan de critische aan het empirisch onderzoek der denkverschijnselen4 ,daardoor echter wil zij komen tot kennis der door de genetische richting verworpen aprioristische onderstellingen van het denken4 ,en zij gelooft dat er ten slotte waarheid door het denken wordt gevonden1 d4 i4 dat er overeenstemming is met een buitenbewuste werkelijkheid4 ,we wezen er reeds op1 dat ,heymans ook de experimenteele zielkunde beoefent4 ,vooral op het gebied der belemmering hebben zich zijn onderzoekingen #ef bewogen4 ,in den laatsten tijd heeft hij zich bezig gehouden met de zielkunde der verschillen tusschen mensch en mensch1 sexe en sexe1 leeftijd en leeftijd enz4 ,deze tak der zielkunde werd door hem speciale psychologie genoemd4 ,vooral de bewerking van levensbeschrijvingen en enqutes leverden hier het materiaal4 ,het gelukte ,heymans een indeeling in achten van karakters tot stand te brengen4 ,voor zoover schrijver dezes bekend1 verscheen daaromtrent nog niets in den handel #eg maar in het werk van ,mr4 v4 ,dijk3 ,bijdragen tot de psychologie van den misdadiger vindt men een korte uiteenzetting der indeeling4 #dh4 ,hoofdtrekken van 't psychisch monisme4 ,er is een buitenwereld4 ,het psychisch monisme1 uitgaande van de zekerheid van ons bewustzijn1 bestrijdt de richtingen1 die willen blijven staan bij onze bewustzijnsverschijnselen4 ,de ontkenning van zulke werkelijkheden 7d4 i4 werkelijkheden buiten ons bewustzijn7 is een volmaakt logische theorie van waarneming2 daar het feit1 dat zij maakt1 dat de voorwerpen ophouden te bestaan wanneer wij ophouden1 ze waar te nemen1 er geen voldoende argument tegen is4 #eh ,maar zij geeft ons een verminkte en onsamenhangende opvatting van de wereld1 en leidt logisch tot solipsisme4 7,strong47 ,dit solipsisme nu brengt bij consequente toepassing tot de absolute scepsis3 ,het laatste woord van 't empirisme is dus de opheffing van alle weten1 de absolute scepsis 7,heymans74 ,er is echter grond1 om het bestaan eener buitenwereld aan te nemen4 ,die is gelegen in het voor ons bewustzijn onmiddellijk evidente causaliteitsbeginsel en de door de ervaring voortdurend gegeven bevestiging van de daarop gegronde verwachtingen4 ,stel u een gedachtenreeks voor4 ,zeg bijv4 op3 ,wien ,neerlands bloed4 ,daar ziet ge bij 't eerste woord van den tweeden regel iets1 bij de vier voelt ge iets1 bij de vijfde hoort ge een geluid4 ,andere voorstellingen komen tusschen uw voorstellingsrij in4 ,we kunnen dat schematisch dus voorstellen3 a -- b -- ,x -- c -- d -- ,y -- e enz4 ,x en ,y zijn optredende gewaarwordingen1 waarvoor we geen voldoenden grond vonden in ons bewustzijn4 ,op grond van 't causaliteitsbeginsel schrijven wij 't toe aan iets buiten ons4 ,we nemen dus aan dingen buiten ons4 ,nu doet zich de vraag voor3 van welken aard zijn ze8 ,ze schijnen ons anders toe dan ons eigen bewustzijn nl4 stoffelijk4 ,maar stof is slechts een verschijningswijze1 geen realiteit4 ,hoe verklaren we dat8 ,de ideale waarnemer4 ,we willen een oogenblik een veronderstelling maken4 ,we nemen aan1 dat er een mensch is1 die het vermogen bezit1 om1 door uw schedel heen1 alles te zien1 wat er in uw hersenen gebeurt4 ,ook de geringste1 de kleinste verandering ontgaat hem niet4 ,deze man nu houdt zijn aandacht gericht1 volkomen gericht op uw hersenen4 ,we zullen hem den idealen waarnemer noemen4 ,ziehier nu de onderstelling van het monisme3 ,telkens1 wanneer er in u een of ander bewustzijnsverschijnsel plaats grijpt1 krijgt de ideale waarnemer een gewaarwording die voor hem de gewaarwording van iets stoffelijks is4 ,stel1 dat er in w bewustzijn een reeks processen plaats vindt3 ,a -- ,b -- ,c -- ,d -- ,e -- ,f4 ,dan krijgt de ideale waarnemer een reeks waarnemingen van hersenverschijnselen3 a -- b -- c -- d -- e -- f4 ,uw hersenen zijn dus steeds de waarneming van een ander4 ,op zichzelf bestaan zij niet4 ,nu moeten wij wel onderscheiden inhoud en voorwerp der waarneming van den idealen waarnemer4 ,lichten we dit even toe4 ,wanneer wij bijv4 een kleur zien1 is de inhoud onzer waarneming dat roode4 ,het voorwerp onzer waarneming zijn echter de trillingen van den ether4 ,de inhoud der waarneming van den waarnemer is een grijsachtige1 niet te stevige1 met windingen voorziene1 bewegende substantie3 de hersenen4 ,het voorwerp dat hij waarneemt1 is w bewustzijnsverschijnsel en niets anders4 ,een bewustzijnsproces is dus voor u psychisch4 ,een ander1 die het waarneemt1 ziet het als stoffelijk4 ,zoo is een lepel van binnen gezien hol1 van buiten bol4 ,welk recht heeft het monisme1 om te onderstellen1 dat aan elk bewustzijnsverschijnsel bij u1 een gewaarwording bij den ,i4 ,w4 beantwoordt8 ,het grondt deze hypothese op de bekende feiten omtrent den samenhang tusschen geestelijk leven en hersenen4 ,hersenziekten1 beleedigingen brengen geestelijke storingen mee4 ,vergiften en andere stoffen1 die op de hersenen inwerken1 oefenen invloed uit op 't bewustzijn2 bijv4 alcohol1 broom4 ,er is zekere evenredigheid tusschen hersenontwikkeling en geestelijke ontwikkeling4 ,vooral ,heymans vestigt op al deze verschijnselen de aandacht4 ,met goeden grond mag men dus aannemen1 dat bij voortschrijding van de kennis der hersenen en hun werking het materiaal1 waarop zich deze hypothese stut1 zal vergrooten4 ,de eerste stelling van het psychisch monisme is dus deze3 ,het proces in 't bewustzijn is de eenige realiteit1 die1 van buiten gezien1 als stoffelijk1 als hersenverschijnsel verschijnt4 ,dit is intusschen nog een zeer beperkt gebied4 ,we vragen niet alleen naar den aard onzer hersenverschijnselen4 ,beantwoorden aan de van buiten waargenomen stoffelijke verschijnselen van ademhaling1 spijsvertering1 bloedsomloop ook psychische realiteiten8 ,hiervan bemerken we toch niets in ons bewustzijn4 ,hier vinden we een oplossing door het feit van den prikkeldrempel1 de onderbewuste voorstellingen1 in verband met het ontwikkelingsbegrip4 ,wanneer gij in een boeiend boek leest1 dan hoort gij bijv4 niet1 dat iemand u wat vraagt4 ,toch krijgt gij wel een voorstelling4 ,zij blijft beneden den drempel van uw bewustzijn4 ,zij is een onderbewuste voorstelling4 ,ze kan misschien wel bewust worden4 ,het is best mogelijk dat ge na een poosje in eens beseft1 dat er u iets gevraagd werd1 en ge geeft 't antwoord4 ,onderbewuste voorstellingen kunnen ook invloed uitoefenen zonder bewust te worden4 ,bij oordeelen van ervaren menschen zullen zij dikwerf meewerken3 allerlei vroegere ervaringen1 niet bewust1 werken mee bij 't vormen van 't oordeel4 ,van het geheele bezit onzer voorstellingen is slechts een gering gedeelte bewust4 ,het kan zijn1 dat een groot aantal voorstellingen slechts even boven den bewustzijnsdrempel is1 bijv4 als men soest1 na den eten1 vlak voor den slaap4 ,het verband tusschen de voorstellingen is dan gering4 ,het kan ook wezen1 dat sommige weinige voorstellingen zr ver boven den drempel zijn1 bijv4 bij opmerkzaamheidskramp4 ,ons bewustzijn is als een zee met golven3 soms is er een weinig hooge1 meer uitgebreide golf boven het niveau1 boven den drempel2 soms is er een golf met groote kamhoogte4 ,het bestaan van een drempel1 beneden welke een groot aantal onderbewuste1 niet zonder invloed zijnde voorstellingen verkeert1 en waarboven zich de bewuste voorstellingen verheffen1 is voor ,fechner's systeem van zeer veel belang4 ,bewuste voorstellingen nu kunnen onderbewust worden4 ,wij kunnen dit al aan tal van voorbeelden uit 't dagelijksch leven opmerken4 ,fietsen bijv4 wordt eerst geleerd1 daarna doen we 't onbewust werktuigelijk4 ,zoo gaat 't een kind met 't loopen4 ,in aansluiting nu aan de evolutie-theorie kan worden aangenomen1 dat ademhalen bijv4 eerst bewust is gebeurd1 maar langzamerhand onderbewust is geworden in verloop van tijden4 ,de psychische verrichting1 waarvan ademhaling enz4 de stoffelijke verschijningswijzen zijn1 zijn als onderbewust te beschouwen4 ,ons geheele lichaam wordt beschouwd als de stoffelijke verschijningswijze onzer geestelijke persoonlijkheid4 ,paulsen vestigt er de aandacht op1 dat dit niet alleen de opvatting van ,fechner is1 maar dat ook ,schopenhauer deze beschouwingswijze voorstond4 7,zie pag4 #aaj74 ,er is echter1 zagen wij1 een buitenwereld4 ,die naam is misschien niet geheel juist4 ,zij zou ons doen denken1 dat de andere realiteiten1 de andere werkelijkheden dan u zelf1 buiten uw bewustzijn waren4 ,ruimte is 7zie ,kant7 een opvattingsvorm1 een aanschouwingsvorm van den waarnemer4 ,we kunnen dus zeggen3 wij nemen andere dingen waar als buiten ons4 ,van welken aard zijn die andere dingen8 ,hier gaat de redeneering door verschillende trappen3 ,de zekerheid1 de gegrondheid der onderstelling wordt geringer4 ,gij ziet andere menschen4 ,zij verschijnen u als lichamen4 ,maar--op grond van analogie met wat gij bij u zelven opmerkt1 kent ge hun met practische zekerheid bewustzijn toe4 ,voor de hoogere dieren valt er zeker evenmin aan te twijfelen4 ,maar als wij van de hoogere tot de lagere dieren afdalen1 is er dan een grens1 waarbij 't bewust leven totaal ophoudt8 ,en de planten1 die weer in hun laagste vormen met de lagere diervormen overeenkomen8 ,hier worden we aan ,fechner's ,nanna herinnerd4 ,het bewustzijn der planten4 ,planten en dieren verschillen ongetwijfeld veel in hun hoogere1 niet in hun lagere vormen4 ,waarschijnlijk heeft zich 't bewustzijn der planten op een andere wijze ontwikkeld en kenmerkt het zich door een groote mate van ontvankelijkheid voor indrukken1 weinig spontanieteit1 veel receptiviteit4 ,ook de plant ademt1 voedt zich1 plant zich voort4 ,bij den mensch zijn dit grootendeels onderbewuste processen1 omdat hij zijn opmerkzaamheid door hoogere dingen in beslag ziet genomen4 ,dit hoogere bewustzijn ontbreekt bij de planten3 daarom is het lagere misschien des te levendiger4 ,de planten bewegen zich slechts tengevolge van prikkels der buitenwereld4 ,maar dat kan met bewustzijn gepaard gaan1 evengoed als bij ons4 ,de planten hebben geen zenuwstelsel2 maar is een zenuwstelsel absoluut noodig voor bewustzijn8 #ei ,aarde4 ,mensch1 dier en plant ontspringen aan de aarde4 ,uit haar komt 't bewuste leven1 tot haar gaat 't terug4 ,zou zij zelve niet bewust zijn8 ,de aarde is voor ,fechner weer een bewustzijn1 dat in de menschen zijn toppen heeft4 ,de aarde heeft zich1 van buiten gezien1 ontwikkeld1 gesplitst4 ,zoo mag ook haar bewustzijn zich gedifferentieerd hebben1 zooals wij dat ook bij den mensch leerden kennen4 ,fechner's theorie vindt hier steun in ,spencer's ontwikkelingsleer1 zooals door ,heymans opgemerkt wordt4 ,de aarde is weer een omvattend bewustzijn1 dat den mensch in zich bevat1 zooals deze verschillende voorstellingen4 ,de aarde gelijkt op de menschen in vele punten3 dag en nacht--waken en slapen1 de kringloop van 't water--kringloop van 't bloed1 enz4 ,maar er is ook verschil4 ,de aarde staat boven den mensch en wat deze bezit1 behoeft zij niet opnieuw te hebben4 ,haar oogen heeft zij in den mensch4 ,bij deze beschouwing moet men den mensch niet als tegenover de aarde en los van haar beschouwen1 maar als een deel4 ,wereld4 ,steeds stouter schrijdt de hypothese voort4 ,de planeten zijn weer bewustzijnseenheden1 in ons zonnestelsel weer tot een hoogere eenheid verbonden4 ,ten slotte is alles deel van n groot wereldbewustzijn4 ,men heeft hier steeds te denken aan het onderbewuste en den drempel4 ,boven een algemeen onbewust niveau verheffen zich verschillende toppen4 ,en ,heymans vooral vestigt de aandacht er op1 dat de theorie op dit punt steun vindt in de theorie van ,spencer en dat er niets is1 wat haar weerspreekt4 ,het blijft voor hem een hypothese1 die zich echter1 door meer feitenmateriaal gestut en door verdere ontwikkeling der wetenschap1 eenmaal tot den rang eener stevige theorie zal kunnen verheffen4 ,godsdienst4 ,fechner duidt dit alomvattende wereldbewustzijn aan met den naam ,god4 ,de aarde is middelaar tusschen mensch en ,god1 de planeten zijn als ,engelen te beschouwen4 ,paulsen gaat minder ver in het zoeken van analogien met den ,christelijken godsdienst4 ,toch meent hij dat er voor den godsdienst een afzonderlijke plaats is waar die niet strijdt met de wetenschap1 en dat het godsbegrip van 't monisme de gemoedsbehoeften kan vervullen4 ,ook hij noemt het wereldbewustzijn ,god4 ,voorzichtiger laat zich ,heymans uit4 ,hij acht het ongewenscht1 om het ,wereldbewustzijn den naam ,god te geven1 al is 't gebruik1 dat de wijsgeeren de laatste en hoogste realiteit zoo noemen4 ,het is misschien verwarrend2 de beide begrippen dekken elkaar niet4 ,moeilijk kan men bijv4 aan het wereldbewustzijn der psychisch-monisten volkomen heiligheid toeschrijven4 ,bovendien is het minder kiesch1 dit woord te gebruiken tegenover hen1 voor wie het de gangbare beteekenis heeft4 ,maar het monisme kan toch eenige behoeften1 en daaronder zeer belangrijke1 van het godsdienstig gemoed vervullen4 ,het geeft den mensch de troost1 dat hij niet alln staat in den arbeid voor 't geheel4 ,hij heeft hoogere1 gelijkgerichte machten boven zich4 ,zijn doel zal dus verwezenlijkt kunnen worden4 ,de mensch heeft dan ook het diepe gevoel van saamhoorigheid met het geheel2 en hij weet dat hij mede verantwoordelijk is voor de toekomst1 omdat zijn arbeid1 zij 't nog zoo gering1 niet verloren kan gaan4 ,in deze leer vindt het onsterfelijkheidsgeloof ook een plaats4 ,de mensch blijft deel van het omvattender aardbewustzijn1 behoudt een zekere zelfstandigheid1 maar kan misschien verbindingen aangaan1 eerst met meer1 dan met minder verwante bewustzijnseenheden #fj4 ,het is misschien goed1 om nog even het psychisch monisme te vergelijken met andere stelsels4 ,maken wij daarvoor gebruik van 't ook in ,i gegeven klokkenvoorbeeld4 ,wij hebben dus twee1 geheel met elkaar overeenkomende klokken4 ,denken we ons de eene met bewustzijn begaafd4 ,de klok denkt3 die klok tegenover mij wordt door mij benvloed en zij oefent invloed op mij4 ,het dualisme 7,descartes74 ,ik en die klok worden telkens weer gelijk gezet door iemand achter ons zittend4 ,het occasionalisme 7,geulincx1 ,malebranche74 ,ik en die klok zijn door een bekwaam uurwerkmaker zoo vervaardigd1 dat wij steeds gelijk loopen4 ,vooruitbepaalde harmonie 7,leibniz74 ,ik en die klok worden beide door n zelfde uurwerk1 dat wij niet kunnen waarnemen1 bewogen4 ,leer van het onbekende derde 7,spinoza74 ,neem nu aan1 dat die klok ontdekt1 dat die tweede klok haar eigen spiegelbeeld is4 ,er is dus maar n klok die zich ook nog op een andere wijze voordoet4 ,psychisch monisme 7,fechner1 e4 a474 ,kwam nu de klok op het singuliere denkbeeld het spiegelbeeld voor de werkelijke klok1 zichzelf voor het spiegelbeeld te houden1 dan had men het materialisme4 7,hobbes1 ,la ,mettrie1 ,vogt etc47 ,uit dit beeld moge vooral blijken1 dat het psychisch monisme niet gelijk is met het spinozisme1 maar nog veel minder--wat ook wel eens gebeurt--met het lijnrecht er aan tegengestelde materialisme mag verward worden4 ,strong en ,heymans leggen er nog den nadruk op1 dat het psychisch monisme de eenvoudigste verklaring is1 eenvoudiger dan de andere hypothesen1 en een zeer geschikte werkhypothese4 ,ik zal de laatste zijn om te beweren1 dat 7het7 helder tot den bodem en ontdaan van alle moeilijkheden is4 ,maar het is op gezonde wijsgeerige beginselen gebaseerd2 het stelt ons1 als geen andere hypothese in staat1 de feiten te construeeren2 en zijn moeilijkheden zijn wel duister1 maar niet tegenstrijdig 7,strong74 ,de theorie van het psychisch monisme is eenvoudiger1 dan welke andere ook 7,heymans74 ,,inhoud ,,van ,,deel ,,ii4 ,,eerste ,,afdeeling4 ,,kant4 ,,hoofdstuk ,i4 ,bladz4 ,,leven ,,en ,,werken #g #a4 ,leven en persoonlijkheid #g #b4 ,werken en ,ontwikkelingsgang #ab ,de voor-critische periode4 ,preisschrift4 ,bewijzen voor 't ,godsbestaan4 #c4 ,werken en ,ontwikkelingsgang #ag ,de ,critische periode4 ,,hoofdstuk ,,ii4 ,,de ,,kennisleer #ba #d4 ,ruimte en ,tijd4 ,inhoud en ,vorm #ba #e4 ,het ding op zich zelf4 ,schijn en verschijning #be #f4 ,verstand en ,zinnelijkheid #bg ,kategorien4 #g4 ,ziel1 ,wereld en ,god #cd ,overzicht van de kritiek der zuivere rede4 ,,hoofdstuk ,,iii4 ,,practische ,,filosofie #dj #h4 ,zedeleer #dj ,autonomie4 ,de goede wil4 ,legaal en ,moreel4 ,rigorisme4 #i4 ,theologie #de #aj4 ,staats-rechtsleer4 ,opvoedingsleer #dg ,,hoofdstuk ,,iv4 ,,slot #ej #aa4 ,schoonheidsleer #ej #ab4 ,kant's invloed #ec ,,tweede ,,afdeeling4 ,,de ,,tijd ,,van ,,de ,,speculatieve ,,wijsbegeerte4 #ac4 ,voorloopige ,opmerkingen #eg ,,hoofdstuk ,v4 ,,fichte #fj #ad4 ,leven en ,werken #fj #ae4 ,theoretische ,filosofie #fc #ae;a4 ,practische ,filosofie #ff ,zedeleer4 ,rechtsleer4 ,huwelijk4 ,staat4 ,godsdienst4 ,geschiedenis4 ,,hoofdstuk ,,vi4 ,,schelling ,,en ,,zijn ,,geestverwanten #gb #af4 ,schelling #gb ,natuurfilosofie4 ,identiteit4 ,theologie4 #ag4 ,schelling's geestverwanten #gf ,schleiermacher4 ,,hoofdstuk ,,vii4 ,,hegel ,,en ,,zijn ,,school #gi #ah4 ,leven en ,persoonlijkheid #gi #ai4 ,methode #ha #bj4 ,het systeem #hd ,logica4 #ba4 ,het systeem 7vervolg7 #hg ,de absolute geest4 ,schema van 't systeem4 ,kunst4 ,godsdienst4 ,wijsbegeerte4 #bb4 ,hegel's ,school #ia ,strauss4 ,feuerbach4 ,bolland4 ,,hoofdstuk ,,viii4 ,,schopenhauer #ajj #bc4 ,leven en ,persoonlijkheid #ajj #bd4 ,leer #aji ,kennisleer4 ,verlossing4 ,kunst4 ,ethiek4 ,invloed4 ,,hoofdstuk ,,ix4 ,,herbart #aae #be4 ,leven4 ,metafysica4 ,inleidende ,opmerkingen4 ,leven4 ,uitgangspunt4 ,tegenstrijdigheden4 ,oplossing4 ,psychologie4 ,ethica4 #bf4 ,opvoeding4 ,de ,herbartsche ,school4 #abg ,samenvatting4 ,de paedagogiek als wetenschap in ,nederland4 ,,algemeene ,,samenvatting ,,der ,,tweede ,,afdeeling4 ,,schema ,,en ,,jaartallen4 ,,derde ,,afdeeling4 ,,de ,,tijd ,,van ,,het ,,positivisme4 #bg4 ,inleidende ,opmerkingen #ada ,,hoofdstuk ,x4 ,,het ,,fransche ,,positivisme #adg #bh4 ,inleiding #adg ,de psychologische ,school4 ,het autoriteitsbeginsel4 ,cousin4 #bi4 ,august ,comte #aej ,leven en persoonlijkheid4 ,de drie stadin4 ,de indeeling der wetenschappen4 ,sociologie4 ,godsdienst4 ,staat4 ,,hoofdstuk ,,xi4 ,,het ,,engelsche ,,positivisme #afc #cj4 ,inleidende opmerkingen #afc #ca4 ,bentham4 ,james ,mill #afe #cb4 ,thomas ,carlyle #aga #cc4 ,john ,stuart ,mill #agh ,leven en ,persoonlijkheid4 ,logica4 ,het empirisch standpunt4 ,causaliteit4 ,denkfouten4 ,,hoofdstuk ,,xii4 ,,de ,,ontwikkelingsfilosofie4 #cd4 ,historische opmerkingen #aie #ce4 ,charles ,darwin #aih #cf4 ,herbert ,spencer #bjf ,leven4 ,het onkenbare4 ,de ontwikkelingsformule4 ,,hoofdstuk ,,xiii4 ,,het ,,positivisme ,,in ,,nederland4 #cg4 ,inleidende opmerkingen #bbb ,kort overzicht van de wijsbegeerte in de ,nederlanden4 #ch4 ,opzoomer #bbf ,de ,inaugureele oratie4 ,de ervaringswijsbegeerte4 ,zijn leerlingen4 #ci4 ,multatuli #bcc ,,hoofdstuk ,,xiv4 ,,het ,,positivisme ,,in ,,andere ,,landen #bcf #dj4 ,de crimineele anthropologie ,lombroso4 ,de ,fransche ,school4 ,nederland4 ,aletrino4 #da4 ,het materialisme in ,duitschland #bdb ,ontstaan en aard der leer4 ,de groei der natuurwetenschappen en der techniek4 ,de denkers4 ,moleschott4 ,vogt4 ,bchner4 ,,algemeene ,,samenvatting ,,van ,,de ,,derde ,,afdeeling ,,en ,,jaartallen #bdi ,,vierde ,,afdeeling4 ,,de ,,herleving ,,der ,,wijsbegeerte4 #db4 ,inleidende opmerkingen #beg ,de kentering4 ,het jaar '#hj in ons land4 ,godsdienst1 staatkunde en literatuur4 ,de verandering bij de katholieken4 ,herleving der ,thomistische wijsbegeerte4 ,de universiteiten4 ,wederopbloei van het idealisme4 ,de natuurwetenschappen4 ,maxwell4 ,mach4 ,wundt4 ,herleving der ,kantstudie4 ,lange4 ,cohen4 ,bellaar ,spruyt4 v4 d4 ,wijck4 ,,hoofdstuk ,,xv4 ,,individualisme ,,en ,,socialisme4 #dc4 ,inleidende opmerkingen #bgd #dd4 ,stirner #bgf ,de jong-,hegelianen4 ,de vrijen van ,hippel4 #de4 ,nietzsche en de ,moraal van den bermensch #bhj #df4 ,marx en het socialisme #bid ,,hoofdstuk ,,xvi4 ,,het ,,psychisch ,,monisme4 #dg4 ,fechner #cjj ,inleidende opmerkingen4 ,f's leven en ontwikkelingsgang4 ,experimenteele zielkunde4 ,aesthetica4 ,aanhangers van 't monisme4 ,paulsen4 ,strong4 ,heymans4 #dh4 ,hoofdtrekken van het psychisch monisme #caj ,het bestaan van een buitenwereld4 ,aard daarvan4 ,het wereldbewustzijn4 ,de godsdienstfilosofie van 't monisme4 ,,aanteekeningen #a ,het is aanbevelenswaard1 het met een toelichting te lezen4 ,die van ,vaihinger1 voorzoover voltooid1 wordt zeer geprezen4 #b ,dat is niet hetzelfde1 als het er dikwijls mee gelijkgestelde3 ,wat gij niet wilt1 dat u geschiedt444 #c ,bij een anecdote spannen we ons eerst in om te begrijpen en zien dan ineens dat er niets is4 ,vandaar ook1 dat we om een niet dadelijk begrepen anecdote na uitleg niet lachen3 het plotselinge is er af4 #d ,belangstellende lezers verwijs ik naar ,haym1 ,die ,romantische ,schule4 #e ,hij ontstond eveneens in ons land na een rede van ,d4 ,j4 v4 ,lennep over de belangrijkheid van ,hollands oudheden voor gevoel en verbeelding4 #f ,misschien komen hier de ,rechten van den ,mensch uit den tijd der ,fransche revolutie om den hoek4 #g ,de geschiedenis der wijsbegeerte1 in korte trekken weergegeven4 #h ,schopenhauer beschouwde het ,christendom als pessimistisch1 het ,jodendom als optimistisch4 #i ,ik weet niet1 in hoeverre hier aan ,schopenhauer's invloed of aan verwantschap met hem gedacht moet worden1 maar het is opmerkelijk1 dat in onze tegenwoordige literatuur het thema van de scheiding van geestelijke en lichamelijke liefde1 van drift en sympathie1 veel voorkomt4 ,en ook de schildering van het leed van den hartstocht ontbreekt niet4 ,vooral de namen van ,marcellus ,emants en den hem geestverwanten ,de ,meester zijn hier te noemen4 #aj ,in de ervaring is het enkele zelden gegeven4 ,bij nader psychologisch onderzoek blijkt dikwijls1 dat een schijnbaar enkelvoudige gewaarwording samengesteld is4 ,een toon op een piano heeft bijv4 nog zijn bepaalde bijtonen1 waardoor het timbre ontstaat1 dat een piano onderscheidt van een ander muziekinstrument4 #aa ,schrijver der inleiding tot het ,mierenboekje4 #ab ,de roman3 ,barthold ,meryan van ,cornlie ,huygens geeft er een aardig beeld van4 #ac ,in een ,duitsch werk leest men3 ,heden ten dage leest wel niemand ,comte's werken meer4 ,men vergenoegt zich met een goed betrouwbaar overzicht4 #ad ,beroemd historicus1 schrijver van een warm boek over de ,grieksche geschiedenis1 dat ook nu nog waarde heeft4 #ae ,dickens1 die in zijn romans zoovele ,engelsche misstanden gehekeld heeft1 geeft op sommige rechtstoestanden interessante kijkjes1 bijv4 in ,david ,copperfield4 #af ,vertaling met inleiding en aanteekening in de ,wereld-,bibliotheek4 #ag ,pruisische ridderorde die1 behoudens zeer enkele uitzonderingen1 alleen aan hoogst verdienstelijke mannen gegeven wordt en daarom nog waarde heeft4 ,in ons land zijn o4 a4 de prof4 ,de ,goeie en ,lorentz ridder in die orde4 ,er zijn een twintigtal buitenlandsche ridders4 #ah ,om een denkbeeld te geven van den omvang3 de logica1 zou1 in de ,wereld-bibliotheek gedrukt1 ongeveer #aj nummers bevatten4 #ai ,het dagelijksch leven biedt van ,mill's opmerking talrijke1 eenvoudige1 treffende voorstellingen4 ,het was vroeger sommige menschen niet mogelijk zich een predikant zonder hoogen hoed te denken4 ,het is een ,duitscher bijv4 bijna niet mogelijk om zich ons openbaar onderwijs zonder godsdienstonderricht voor te stellen4 ,tal van ontwikkelde menschen kunnen zich niet losmaken van de idee1 dat socialisten alles willen deelen of anarchisten alleen bommengooiers zijn4 #bj ,in de wetenschap verstaat men onder kristallen lichamen1 begrensd door een bepaald stelsel van vlakken1 die onder bepaalde hoeken op elkaar staan1 bijv4 kandijklontjes1 sneeuwvlokken1 zoutkorrels4 #ba ,zooals ,mill dezen regel toelicht1 komt hij niet voor in 't gegeven denken4 ,hij wordt hier met een wijziging voorgedragen1 ontleend aan ,heymans3 ,gezetse und ,elemente des menschlichen ,denkens4 #bb ,een aardig voorbeeld uit de kinderwereld4 ,grootvader gaat vertellen1 want hij steekt een pijp op en altijd als grootvader vertelt1 rookt hij4 #bc ,stel dat men bepleit1 dat een drankzuchtig ambtenaar niet ontslagen1 maar verpleegd hoort te worden1 en dat nu gevraagd wordt3 wat nut er in steekt een dronken vent te handhaven4 #bd ,dit reisverhaal is verschenen in de ,wereld-bibliotheek nos4 #fc-ff4 ,de ,galapagos eilanden worden beschreven in deel ,,ii1 ,hoofdstuk ,,xvii1 pag4 #bhe v4v4 #be ,een meetkundige reeks is een rij van getallen1 waarbij de volgende uit de voorgaande ontstaan door vermenigvuldiging2 terwijl dit bij een rekenkundige geschiedt door optelling met een zelfde getal4 #bf ,de wet van ,malthus blijkt niet door te gaan4 ,de productie blijft niet zoo achter bij den bevolkingsaanwas1 en deze gaat niet in een meetkundige reeks4 ,voor ,nederland zie men bijv4 ,de ,studies in ,volkskracht1 onder redactie van ,l4 ,simons1 waarin ,dr4 ,g4 ,w4 ,bruinsma schrijft3 ,de wet van ,malthus1 voor ,nederland toegelicht 7,serie ,i1 no4 #b74 #bg ,foetus--nog niet geboren wezen4 #bh ,men wordt hier onwillekeurig herinnerd aan 't geliefkoosde beeld van onzen dichter ,van ,eeden3 de uit donkere slijkmassa's opgroeiende waterlelie4 #bi ,een hoogst belangrijk onderzoek is daaromtrent ondernomen door onze landgenooten1 de hoogleeraren ,heymans en ,wiersma4 ,op denzelfden voet zal dit nu in ,schotland nagevolgd worden4 #cj ,hierover schreef ,dr4 ,wynandts ,francken een ,hollandsch werk4 ,over de ontwikkeling van de straf schreef de ,amsterdamsche hoogleeraar ,steinmetz 7in 't ,duitsch74 #ca ,ik kan niet nalaten er attent op te maken1 hoe dit denkbeeld door ,paulsen is opgevat in zijn3 ,inleiding tot de filosofie1 het bekende werk1 dat sedert #ahib #ad drukken beleefde4 444 ,paulsen dan zegt 7,i1 #b1 #i734444 ,dit zou algemeen toegestemd worden1 wanneer er geen bezorgdheid was1 dat er aan ,gods ,waardigheid iets te kort zou gedaan worden1 wanneer ,hem het praedicaat van een persoonlijk wezen onthouden bleef4 ,er zou dan slechts overblijven1 hem een onpersoonlijk ,wezen te noemen1 en daarmee zou hij in de rij der onder-menschelijke wezens gesteld worden4 ,maar deze bezorgdheid heeft geen grond4444 ,om echter een einde te maken aan die bezorgdheid1 zou men ,god een boven-persoonlijk wezen 7ber-persnliches ,wesen7 kunnen noemen1 niet om zijn wezen daardoor te bepalen1 maar om aan te duiden1 dat ,gods wezen in de richting van vermeerdering1 niet van vermindering van menschelijk-geestelijk leven te zoeken is4 #cb ,van ,spencer's ,opvoeding bestaat een ,hollandsche vertaling van ,leopold4 #cc ,afzonderlijk verscheen3 ,j4 ,p4 ,n4 ,land1 ,de ,wijsbegeerte in de ,nederlanden4 ,het werk1 door den auteur zelf niet geheel voltooid1 is door ,mr4 ,van ,vollenhoven voor den druk gereed gemaakt1 en bevat ook een belangrijk levensbericht van de hand van ,prof4 ,c4 ,bellaar ,spruyt4 ,lezing zij aanbevolen aan wie zich interesseert voor dit onderwerp4 #cd ,zie zijn ,samenspraken1 door ,dr4 ,singels vertaald in de ,wereldbibliotheek1 waarin binnenkort ook een vertaling verschijnt van het beroemde3 ,lof der ,zotheid4 #ce ,een aardige teekening van een ,spinozistisch predikant geeft ,schimmel in zijn roman3 ,sinjeur ,semeyns4 #cf ,zie ,wereldbibliotheek4 #cg ,over hem ,dr4 ,laske3 ,ph4 ,w4 van ,heusde4 #aijh4 #ch ,zij1 die geen ,engelsch lezen1 of ,fransch of ,duitsch 7,mill is daarin vertaald71 zullen met de lezing van ,opzoomer's3 ,de weg der wetenschap hun voordeel kunnen doen4 ,het boekje is beknopt en helder4 ,de eerste druk verscheen #ahea1 de tweede vier weken later4 7,amsterdam1 ,gebhard en ,comp474 #ci ,amsterdam1 ,gebhard en ,co4 #ahei4 ,ook dit is een helder1 beknopt werk4 #dj ,metafysica beteekent na de fysica1 omdat ,aristoteles geschrift over de eerste beginselen n de fysica geplaatst was4 #da ,zie bijv4 het in de ,wereldbibliotheek opgenomen werk van ,sighele3 ,de menigte als misdadiger4 #db ,lombroso's-theorien worden vrijwel verlaten4 ,zoo hij nog geprezen wordt1 geschiedt dit om zijn enorme vlijt1 zijn groot feitenmateriaal1 dat hij verzamelde1 maar vooral om zijn stimuleerenden invloed4 ,tal van geleerden hebben zich intusschen zeer gergerd aan zijn minder nauwgezette onderzoekingsmethoden1 zijn veel te haastige conclusies4 #dc ,belangstellende lezers vinden beknopte maar vrij volledige en zakelijke inlichtingen in ,klootsema's ,misdeelde ,kinderen4 #dd ,deze naam werd indertijd voorgesteld door ,prof4 ,van ,hamel4 #de ,alois ,riehl1 ,philosophie der ,gegenwart4 #df ,vergelijk3 ,de drager der mythologische wereldvoorstelling is de geest der massa1 die der wijsbegeerte de geest van den enkeling4 7,paulsen47 #dg ,j4 ,th4 ,beysens schreef de systematische werken 7,logica1 ,criteriologie1 ,metaphysica1 ,zielkunde72 ,aengenent1 het ,handboek voor de ,geschiedenis der ,wijsbegeerte4 7,amsterdam1 v4 ,langenhuysen74 #dh v4 d4 ,wijck schrijft in ,onze ,eeuw1 ,bolland o4 a4 in ,de ,twintigste ,eeuw1 ,de ,boer in ,de ,beweging1 ,heymans in ,de ,gids4 #di ,cursiveering van mij4 #ej ,het boek geeft veel mr1 dan de titel belooft4 ,het is een bijna volledige geschiedenis der wijsbegeerte1 getuigend van groote en zeer zorgvuldige studie2 en kan als een scherpzinnige inleiding tot studie van wijsbegeerte dienen4 ,goedkoope ,duitsche uitgave bij ,reclam1 duurdere en mooier bij ,baeseker1 en bij ,alfred ,krner4 #ea ,de indruk1 dien het nu nog op jonge ,duitsche gemoederen maakt1 ziet men bijv4 geteekend in ,stilgebauers roman ,gtz ,krafft4 #eb ,men hoort soms beweren1 ten onrechte1 dat ,nietzsche heel zinnelijk geweest moet zijn4 'n ,man van zoo grooten hartstocht in gevoel en taal zou geen passie gekend hebben6--,intusschen blijkt1 dat menschen van zijn type weinig sexueelen hartstocht kennen4 7,heymans1 ,klassificatie v4 karakters74 #ec ,zij luidt3 ,de gewaarwording is evenredig aan den logarithmus van den prikkel4 #ed ,zie ,gids #ahif4 ,een laboratorium voor experimenteele psychologie4 #ee ,tijdens de correctie lees ik1 dat ,paulsen op #fb;jarigen leeftijd te ,berlijn overleden is4 #ef ,soms komt een zwakke prikkel niet tot bewustzijn of slechts flauw1 wijl ze door een grootere belemmerd wordt4 ,we zien bijv4 overdag de sterren niet4 ,bij hevige pijn gevoelt men een klein pijntje niet4 ,in een roezemoezige zaal wordt 't vallen van een speld niet gehoord4 #eg ,wel in de ,voordrachten der ,secties voor ,wetenschappelijken arbeid4 ,no4 #h4 #eh ,wanneer wij met ,berkeley zeggen dat zijn is waargenomen worden4 #ei ,onder de correctie lees ik1 dat de zoon van ,charles ,darwin in een natuurwetenschappelijke lezing ook het bewustzijn van planten heeft verdedigd4 #fj ,ik verwijs naar ,fechner's boekje1 ook in ,hollandsche vertaling verschenen4