,opmerkingen van de bewerker ,tekst die in het originele werk schuin gedrukt is1 is in deze e-tekst tussen liggende streepjes weergegeven2 tekst staat voor gespatierde tekst4 ,superscript tekst is weergegeven als tekst4 ,alle klein-kapitalen zijn vervangen door ,,hoofdletters4 ,meer opmerkingen van de bewerker zijn te vinden aan het einde van de tekst4 ,,de ,,heilige ,,oorlog1 ,,gevoerd ,,door ,,koning ,,elschaddai ,,tegen ,,di,,bolus4 ,,door ,,john ,,bunyan1 met eene levensbeschrijving van den auteur1 honderd platen en aanteekeningen4 ,,opnieuw ,,nauwkeurig ,,uit ,,het ,,engelsch ,,overgezet4 ,,amsterdam1 ,h,,veker ,,zoon4 ,afbeelding3 ,,bunyans ,,geboortehuis ,,te ,,elstow4 ,,het ,,leven ,,van ,,john ,,bunyan4 ,i4 ,,zijne ,,geboorte ,,en ,,opvoeding4 ,john ,bunyan werd geboren in het jaar #afbh4 ,zijne geboorteplaats heette ,elstow1 een dorp1 dat zich noch op schilderachtige ligging noch op een romantisch verleden beroemen kan2 't ligt in ,bedfordshire4 ,had dus de ontwikkeling van zijn genie afgehangen van de indrukken1 die een grootsche1 prachtige natuur op hem maakten in zijne jeugd1 dan zou de jonge wereldburger inderdaad in een slechte bakermat geweest zijn4 ,er zijn rondom of bij ,elstow geen bergen1 geen watervallen1 geen fonteinen1 geen afgronden of holle wegen4 ,het is een land van tarwe en gerst -- een land1 waar de inwoners zonder schroom of armoede hun brood mogen eten2 maar koper of ander metaal wordt er niet in den schoot der aarde gevonden4 ,van ,bunyans voorouders maakt de geschiedenis geene melding4 ,zelfs van zijn vader en moeder is maar zeer weinig bekend4 ,het dorpsregister bevat zelfs geen bepaalde aangifte van zijne geboorte4 ,en huwelijk staat vermeld met twee geboorteberichten1 twee doopsbedieningen en zes aangiften ter begrafenis1 die zijne familie betreffen4 ,die familie was behoeftig en onbekend4 ,niet alleen dat de huisvader in het zweet zijns aanschijns zijn brood moest eten1 maar de bezigheid1 waarmede hij dit brood verdiende1 was zelfs eene der allergeringste4 ,hij was een ketellapper1 die op zijn beroep reisde1 en van plaats tot plaats den geheelen omtrek afliep1 maar toch te ,elstow zijne woonplaats hield4 ,het kwam den vader voor1 dat het voor zijn jongen geen kwaad kon hem iets te laten leeren4 ,al was ,john uit geringe en onaanzienlijke ouders geboren1 bestond er toch geen reden1 dat ook hij altijd in dien geringen en onaanzienlijken stand zou blijven4 ,wellicht zou een goede opvoeding nog iets van zijn jongen maken4 ,niet ver vandaar1 te ,bedford1 was eene kostelooze school voor de kinderen der armen4 ,nu behaagde het ,god in het hart zijner ouders te geven1 dat zij hem daarheen zonden om lezen en schrijven te leeren1 waarin hij dan ook slaagde op dezelfde wijze als honderd andere kinderen der schamele klasse4 ,maar hij kwam niet veel verder4 ,zooals hij later zelf bekende1 maakte hij slechts weinig vorderingen1 en later vergat hij grootendeels weer wat hij reeds wist4 ,hij werd spoedig van school genomen1 want vader had hem noodig en leerde hem de geheimen van de ketellapperskunst4 ,zijne goddeloosheid was daarentegen zeer vroegtijdig op stuitende wijze ontwikkeld4 ,daarin was hij niet achterlijk4 ,in het vloeken1 zweren1 liegen en godslasterlijke taal uitslaan zocht hij zijns gelijken4 ,hij was de belhamel bij alles wat op het dorp voorviel op dit gebied -- een voorlooper en verleider der dartele jeugd in allerlei ijdelheden en ongebondenheid4 ,om de ,heilige ,schrift gaf hij niets1 een nieuwsblad of een tooneelstukje was hem oneindig veel aangenamer4 ,met oude fabelen en tooverkunsten was hij vertrouwd4 ,uitgezonderd het zevende gebod1 waarvan hij verklaarde zich angstvallig te hebben onthouden1 was hij in- en uitwendig een schender van alle geboden4 ,de begeerte was zelfs groot bij hem om de maat der zonde vol te maken1 en het was zijne studie te weten te komen wat kwaad er nog te bedrijven viel1 en zich dan te haasten ook dat te doen1 uit vrees1 dat hij sterven mocht1 vor hij ook van dien verboden boom had gegeten4 ,in zijn zeventiende of achttiende jaar trok ,john ,bunyan uit als soldaat om deel te nemen aan den strijd1 die toen was uitgebroken tusschen het ,parlement en den koning4 ,alle waarschijnlijkheid pleit er voor1 dat hij een koningsgezinde was1 ofschoon het algemeen gevoelen hem aan de zijde van de oppositie plaatst4 ,het bewijs is er niet voor te leveren2 maar zijn flink en loyaal karakter is later zoo duidelijk gebleken1 dat het maar nauwelijks te gelooven valt1 dat zulk een man de wapens opgevat heeft tegen zijn souverein1 en daarbij de omgang met zijne kameraden in hunne losbandigheid zou er meer voor pleiten1 dat hij met de ,edelen megevochten heeft dan met de ,puriteinen4 ,rupert was zijn held1 niet ,cromwell4 ,eenmaal vooral was hij in groot gevaar4 ,bij het beleg van ,leicester werd hij onder den troep1 die den aanval doen moest1 gecommandeerd4 ,maar een ander krijgsman kreeg verlof in zijne plaats te gaan4 ,in het begin van het gevecht werd zijn plaatsvervanger door een musketkogel getroffen en sneuvelde4 ,dit voorval trof ,bunyan zeer2 het scheen eene waarschuwing van den ,heere te zijn om zijne booze wegen te verlaten4 ,en dit was de eenige waarschuwing niet4 ,reeds menigmaal tevoren had hij gevaar geloopen van een plotselingen dood te sterven4 ,meer dan eens werd hij uit het water gered toen hij reeds meer dan half was verdronken4 ,deze redding bleef niet zonder uitwerking op zijn gemoedsleven4 ,de goedheid en barmhartigheid ,gods leidde hem tot bekeering4 ,maar niet op eenmaal4 ,hij werd ongelukkig dag en nacht4 ,vreeselijke droomen en visioenen kwelden hem4 ,toch deed hij nog wel me als uitspattende jongelieden onder de groene boomen van het dorp hunnen moedwil botvierden4 ,maar zijn geweten was open1 hij gevoelde zich een verloren man4 ,opdat hij al deze gedachten uit zijn brein zou kunnen verbannen1 dompelde hij zich opnieuw in de oude zonden4 ,hij kwam meer en meer in opstand tegen ,god1 gevende er nu zijn werk geheel aan ten einde nog meer tijd te hebben om zich aan allerlei uitspattingen over te geven4 ,daardoor bleef hij dan ook dikwijls dagen lang zonder verdienste en had geen brood om te eten4 ,sommige vrienden hadden medelijden met hem1 en raadden hem1 onder meer1 zich in het huwelijk te begeven4 ,met een goede vrouw aan zijne zijde zou het beter gaan1 en moest hij den ondergang1 die hem dreigde1 ontkomen4 ,hij nam hunnen raad ter harte en het was zijn geluk1 dat zijn oog viel op een jonge dochter1 wier vader een godzalig man werd gerekend4 ,voorzichtige menschen zouden dit huwelijk roekeloos hebben genoemd4 ,zelfs velen zijner vrienden hebben het dwaas en onbezonnen geacht1 en dat kon niet anders1 want om van het andere niet te spreken -- zij bezaten geen stoel of tafel1 geen enkel stuk huisraad4 ,wat moest daarvan komen8 ,het was een groot waagstuk2 later moge het blijken toch goed geweest te zijn1 maar voorzeker is het niemand aan te raden op zulke voorwaarden en in zulke omstandigheden een huwelijk aan te gaan4 ,afbeelding3 ,,bunyan ,,beluistert ,,het ,,gesprek ,,der ,,vrouwen4 ,toch was vrouw ,bunyan niet geheel zonder uitzet de zijne geworden4 ,zij bracht twee boeken mede ten huwelijk2 het eene heette3 de ,praktijk der ,godzaligheid01 en het andere3 ,des menschen vlakke weg naar den hemel04 ,zoo diep was hij echter gezonken1 dat hij niet vlug meer lezen kon1 en dat zij hem moest helpen om het verzuimde weder in te halen4 ,zeer ingenomen met hare liefde tot hem en haar voorkomende vriendelijkheid1 luisterde hij gaarne naar hare gesprekken en las met haar die mooie boeken4 ,terwijl zij zoo samen lazen1 legde zij alles nader uit1 en deed al haar best hem te bewegen om toch een godsdienstig leven te leiden4 ,het tehuis van hare jeugd was zoo gelukkig geweest1 hoe aangenaam zou het zijn als ook haar echtelijke woning een even gelukkig tehuis worden mocht6 ,daarvoor was alle gelegenheid2 wanneer haar man slechts haren vader na wilde volgen1 dan zou hunne woning1 hoe armoedig1 ook weldra een huis ,gods1 eene poorte des hemels wezen4 ,tot op zekere hoogte won het deze vrouwelijke1 vindingrijke liefde4 ,hij deed ijverig mede in den huisgodsdienst en ging ook meestal tweemaal daags naar de kerk4 ,zooveel liefde droeg hij de bedienaars van het ,evangelie toe1 dat hij zich wel aan hunne voeten had kunnen neerleggen en hen over zich heen laten loopen4 ,hun naam1 hun gewaad1 hun dienst bracht hem in verrukking4 ,de ,zondag te ,elstow was een vreemdsoortige afwisseling van ernst en vroolijkheid4 ,er werd tweemaal dienst gedaan in de kerk1 waarbij deze vol volk liep en het ,gebedenboek niet ongebruikt bleef2 maar was de kerk uit dan begonnen er allerlei pretjes1 dansen1 kermisvermakelijkheden en wat niet al6 ,beide in de godsdienstoefeningen en de vermakelijkheden1 waartoe de gemeente van ,elstow door dezelfde klok werd opgeroepen1 deed ,bunyan mede4 ,hij was een flinke vent bij het klokkeluiden en ten allen tijde gereed het touw met forsche hand te trekken1 wanneer er iets af te kondigen viel1 of alle bewoners van den omtrek moesten worden samengeroepen4 ,op zekeren ,zondag1 nadat hij de gemeente in de kerk geluid had1 nam hij zijn gewone plaats in naast zijne vrouw1 deed mede in het gezang en wachtte de prediking af4 ,de prediker was een verstandig en ernstig man1 en zette duidelijk uiteen het zondige van het sabbathschenden4 ,die preek deed kracht4 ,bunyan was getroffen4 ,het was nu voortaan uit met de overtreding van het vierde gebod voor zoover het ,john ,bunyan betrof4 ,hij wilde het voortaan met zijn gansche hart opvolgen4 ,laat zijne vrouw er van verzekerd wezen1 dat zijn hart nu eens en voor goed getroffen is6 ,de indruk was voorbijgaande4 ,vor hij goed en wel gegeten had was de preek uit zijne gedachten -- was hij al weer gereed naar de oude vermakelijkheden te gaan en daarvan ten volle te genieten4 ,zoo gezegd1 zoo gedaan4 ,dienzelfden namiddag was hij op de dorpsweide en hield zich bezig met uit alle macht de kat uit de ton te knuppelen4 ,eensklaps hoorde hij eene stem uit den hemel4 ,een oogenblik stond hij weifelend daar1 toen wierp hij zijn knuppel weg en eindigde het spel4 ,hij stond aan den grond genageld als ware hij een standbeeld1 bevende bij het hooren der vraag1 die een bovennatuurlijke stem tot hem richtte3 ,wilt gij uwe zonden vaarwel zeggen en naar den hemel gaan8 ,of uwe zonden aan de hand houden en in de hel terecht komen80 ,het kwam hem voor1 dat ,christus daar vor hem stond en hem van aangezicht tot aangezicht aanstaarde1 en dat nu de straf1 die hij zoo dubbel verdiend had1 aan hem zou voltrokken worden4 ,niet vele minuten waren noodig voor de verandering4 ,hij hoorde1 hij dacht na1 hij trok een besluit1 en het gevolg was1 dat hij erkende niets anders dan de verdoemenis verdiend te hebben4 ,als dat zoo wezen moest dan kon hij even goed voor iets anders als voor sabbathschenden verdoemd worden1 want zijne zonden waren vele1 -- en hij keerde terug naar het spel1 deed als de beste weer me1 en niemand bemerkte aan hem welk eene verandering er in zijn binnenste geweest was en welk eene worsteling hij had doorgemaakt4 ,desniettemin bleef zijn geweten niet rustig4 ,zijne vrouw bleef aanhoudend alle pogingen aanwenden om hem voor ,christus te winnen1 en de gelegenheden waren menigvuldig1 waarbij hij bestraft werd4 ,gij goddelooze ellendeling60 zeide eene vrouw op zekeren dag tot hem1 toen hij volgens zijne gewoonte stond te vloeken en te zweren en den luiaard uithing langs de straten1 -- gij goddelooze ellendeling2 ik hoorde mijn leven lang zulk vloeken niet4 ,gij alleen zijt voldoende om de geheele jeugd van ons dorp te bederven40 ,hij was beschaamd1 en dat te meer omdat zij1 die hem bestrafte1 een onverschillig en slecht wijf was4 ,hij wenschte toen met zijn gansche hart1 dat hij nog eens weder een klein kind worden kon1 en dat hij nog eens kon leeren spreken zonder vloeken en zweren4 ,de bestraffing van die vrouw droeg vrucht4 ,hij hield op met vloeken1 begon zijn ,bijbel te lezen en werd een onberispelijk man beide in zijne woorden en in zijn leven4 ,zijne buren begonnen de verandering op te merken4 ,zij begonnen hem te prijzen1 beide achter zijn rug en in zijn gezicht4 ,dit deed hem pleizier en hij werd er grootsch op4 ,er was geen man in gansch ,engeland1 die ,god beter kon dienen dan hij en die den ,heere meer welbehagelijk was4 ,nu scheen alles in orde4 ,zelfverloochening werd van hem geischt1 en hij nam moedig zijn kruis op4 ,hij was hartstochtelijk verzot op het dansen1 en het geheele jaar deed hij er aan me2 des zomers in de dorpsweide en des winters in een danszaal of ander gebouw4 ,maar nu gevoelde hij1 dat dansen onheilig was1 en daar hij zoo heilig mogelijk wilde worden1 gaf hij het op4 ,zijne oude makkers kwamen hem verlokken1 en de muziek klonk verleidelijk in zijne ooren2 maar hij was vast besloten nooit meer te dansen1 en hij danste ook nooit meer4 ,een andere geliefkoosde uitspanning was het klokkeluiden4 ,dit1 gevoelde hij1 moest ook worden afgeschaft4 ,de godsdienstigheid1 die hij nu had aangenomen1 vereischte1 dat hij het onmiddellijk opgaf4 ,toch1 hij hield er zooveel van en hij verlangde er zoozeer naar1 dat hij het weder ter hand nam4 ,ten laatste evenwel gaf hij aan zijn geweten gewonnen spel en ofschoon hij wel den klokketoren beklom1 hij luidde niet meer4 ,misschien was het zelfs al erg genoeg zich op de plaats te bevinden4 ,een van de klokken mocht eens op zijn hoofd vallen als een oordeel ,gods4 ,om dit ongeval te voorkomen plaatste hij zich altijd zo dat er geen klok maar een balk boven zijn hoofd was4 ,echter ook hier gevoelde hij zich niet veilig meer1 want door het verschrikkelijke en aanhoudende luiden konden die balken wel eens breken en dan viel hij toch dood4 ,aldus bevreesd geworden ging hij heen en durfde de deur van den toren nooit meer binnentreden4 ,hij bleef aan de deurpost staan2 maar was hij ook daar wel veilig8 ,de toren mocht eens omvallen en wat dan8 ,dat was zijne vrees4 ,doodgeslagen te worden door de goddelijke gerechtigheid1 te sterven als door een oordeel ,gods1 was in zijn oog zeer erg2 daarmede zou zijne belijdenis te schande worden en zijn toegang tot den hemel bemoeielijkt4 ,hij zou daarom in dit opzicht zijne handen in onschuld wasschen1 en hij hield woord2 hij zag naar het klokkeluiden niet meer om4 ,zijn weg was nu volmaakt voor den ,heere4 ,eene merkwaardige verandering had er plaats gehad in zijn leven en zijne gewoonten4 ,hij was nu ten minste zeker van eene plaats in het ,paradijs4 ,de verandering was dan ook wonderdadig1 en zijne vrouw kon hare vreugde niet genoeg uitspreken4 ,nu ging haar huishouden zooals het bij vader ook gegaan was4 ,haar huwelijksuitzet1 die twee boeken n4l4 had vrucht gedragen4 ,de ,praktische godzaligheid0 werd belichaamd in het leven van haren man1 en de vlakke weg naar den hemel0 werd door haar ,john en haarzelve met allen lust en ijver bewandeld4 ,ongelukkig was het alles zelfbedrog4 ,de zoo wonderlijk veranderde en hervormde man zelf is onze zegsman in dezen2 hij was niet overgegaan uit den dood tot het leven en aldus een nieuw schepsel geworden in ,jezus ,christus4 ,niettegenstaande de verandering in zijn gedrag was er geene verandering gekomen in zijn hart4 ,tot op dat oogenblik toe moest hij nog altijd wedergeboren worden door den ,heiligen ,geest4 ,onder de beschrijvers van ,bunyans leven zijn niet allen het met elkander eens omtrent zijn geestelijk leven4 ,dat is geen wonder1 want hun oordeel hangt af van hun eigen geestelijke ervaring4 ,sommigen hebben den draak gestoken met zijne bekentenissen over zijn onbekeerden toestand4 ,zij ontkennen1 dat hij eertijds zoo verhard of zoo diep gezonken was4 ,zij meenen1 dat hij in een dweepachtigen toestand verkeerde en daarom zichzelven niet juist beoordeelen kon2 dat hij naarmate zijn gemoedsleven gesteld was ook in zelfvertrouwen of zelfverwerping tegenover ,god leefde2 dat al wat hij tot dusverre ondervond en doormaakte1 grootendeels inbeelding was1 of ook dat hij reeds vernieuwd was en geene bekeering meer behoefde4 ,maar die zoo spreken hebben het mis1 en de man van ,elstow had het bij het rechte eind4 ,bekeering in het uitwendige leven is nog geene vernieuwing der natuur4 ,hoe goed en prijselijk op zichzelve1 is zij onvoldoende tot zaligheid4 ,tot den mensch in zijn besten staat verklaart het ,woord ,gods duidelijk3 ,gij moet wedergeboren worden40 ,dat ,bunyans opvatting van dit feit1 zijne waardeering van deze waarheid zeer gestreng was1 en ook zijne uitdrukkingen daaromtrent zeer sterk zich uitlaten1 mag worden toegegeven2 maar de zaak blijft waar3 hoeveel voorbereidend werk der genade ook aan zijn hart had plaats gevonden1 hij was nog onherboren met al zijne deugd en braafheid4 ,dat was eveneens het geval met de ,israelieten1 die onbekend met de gerechtigheid ,gods1 en zichzelven eene eigengerechtigheid oprichtende1 zich nog nooit eens recht en in waarheid tegenover de goddelijke gerechtigheid hadden geplaatst4 ,hij had den naam1 dat hij leefde1 maar was dood4 ,ook was ,bunyans gestel zeer gevoelig4 ,zijne gedachten en indrukken waren in de minderheid1 wanneer zij soms niet op eene krachtige wijze de overhand namen over zijn gemoed4 ,waar zijne buren onbewogen bleven was hij diep getroffen2 terwijl zij niets ongewoons zagen smolt hij weg in tranen of sprong op van vreugd4 ,deze bijzonderheid moet wel in het oog worden gehouden1 opdat niet het bijkomstige met het wezenlijke verward worde1 en woorden en handelingen niet aan de groote verandering des harten toegeschreven worden1 die uitsluitend in het temperament van den man hun oorsprong vinden1 die de verandering onderging4 ,de bekeering is noodig tot zaligheid2 maar er kan wel bekeering plaats hebben zonder dat ons inwendige leven zo verootmoedigd is1 dat wij van onszelven als van padden walgen1 of dat wij zoo aangedaan worden over de liefde ,gods1 dat wij haar bewonderen zelfs in de kraaien1 die de insecten uit de opgeploegde voren pikken4 ,onze nieuwe geboorte kan even zeker zijn als van den ,christenreiziger naar de eeuwigheid1 al hebben wij nooit met hem gedacht1 dat de duivel ons aan de kleederen trok1 en al hebben wij nooit met den booze gesproken1 of zijn ook nooit in eene flauwte gevallen bij de gedachte1 dat ,christus met onze arme zielen medelijden heeft4 ,ieder mensch ervaart ook in het geestelijk leven overeenkomstig zijn temperament4 ,bunyan werd dan ook veel meer aangedaan bij een grooten en sterken stormwind dan door een zachte stem4 ,en toch geschiedde de groote daad van zijne wedergeboorte uit ,god1 zijn overgang van den dood in het leven ongemerkt4 ,geen bepaald oogenblik is in zijn veelbewogen leven aan te geven1 waarop de nieuwe schepping plaatshad4 ,al wat hij hieromtrent aanvoert rechtvaardigt het denkbeeld1 dat het een werk van den tijd was4 ,langzamerhand bemerkte hij1 dat hij ,gode welgevallig was1 ofschoon hij onophoudelijk bekennen moest dat hij struikelde en misdeed4 ,zijne eigengerechtigheid1 zijne ,gode welgevalligheid in eigen oog verdween1 zooals bij ieder onzer1 die een even dierbaar geloof deelachtig zijn2 zijne struikelingen werden zo menigvuldig1 dat hij van een hoogmoedige farizer een wanhopige ellendeling werd4 ,,ii4 ,,zijne ,,bekeering ,,en ,,belijdenis4 ,zijn handwerk bracht hem eens naar ,bedford1 en gelukkig was het voor hem1 dat hij zijne bezigheden op straat had4 ,een paar arme vrouwen zaten daar aan hare deuren toen hij voorbijkwam4 ,het gebeurde nu1 dat hij zijn kruiwagen daar vlak bij neerzette en haar gesprek afluisterde4 ,zij zagen er zoo godsdienstig uit1 en misschien was er ook voor hem wel gelegenheid om een gesprek met haar aan te knoopen1 waartoe hij op dit oogenblik wel geneigd was4 ,toen hij daar zoo luisterend neerzat werd hij verbaasd4 ,geen preek in de kerk van ,elstow had hem ooit van de noodzakelijkheid der wedergeboorte ingelicht1 noch over de arglistigheid van het menschelijk hart of de aanvechtingen van den booze1 of de genade van den ,heiligen ,geest1 noch ook over de souvereiniteits ,gods en zijne barmhartigheid in ,christus ,jezus gesproken4 ,de zaken1 welke deze vrouwen bespraken grepen hem nu met alle kracht aan4 ,in geval zij waarheid spraken1 dan ontbrak hem ten eenenmale elk kenmerk van een echt godzalig man4 ,en toch scheen alles zoo waar te wezen4 ,die vrouwen waren zoo eenvoudig in hare manieren en zoo gelukkig2 er was zulk eene zalving in al wat zij zeiden1 dat hij wel moest toegeven1 dat zij zeer verstandig en oprecht waren4 ,toen zij haar gesprek geindigd hadden1 was het werk aan den kruiwagen gedaan4 ,het had wel lang geduurd1 want het werd telkens afgebroken daar hij met zijn gansche ziel belangstelde in dat gesprek2 maar nu was hij ook gewillig om zich alleen in ,jezus ,christus te beroemen en het vertrouwen in het vleesch1 dat hij tot dusverre koesterde1 op te geven4 ,afbeelding3 ,,bunjan ,,leest ,,luthers ,,schriften4 ,bunyan zocht kennis te maken met deze onwaardeerbare vriendinnen4 ,zij waren zeer vriendelijk en gedienstig1 en deden al haar best om hem den weg ,gods bescheidenlijk en volledig uit te leggen4 ,twee uitwerkselen sproten daaruit voort -- het eene was3 een groote weekheid en teederheid des harten om aan te nemen1 wat de ,heilige ,schrift leert1 en het andere een voortdurende geneigdheid van het gemoed om over de dingen1 die hij hoorde en las na te denken en te peinzen4 ,het ,schriftwoord stond nu aan hem vervuld te worden1 dat hij de waarheid zou verstaan en dat de waarheid hem vrij zou maken4 ,maar die geesteswerking ging slechts langzaam voort4 ,eenige lieden1 die de genade ,gods veranderden in ontuchtigheid1 ontmoetten hem1 en deden hun best om hem met hunne dwalingen te besmetten4 ,de duivel bracht hem bovendien in grooten strijd evenals het kind1 dat door de booze geesten werd gescheurd en gekweld1 toen de vader het tot ,jezus wilde brengen4 ,welk recht had hij om te zeggen1 dat hij het ware zaligmakende geloof bezat8 ,hij bezat niet het minste bewijs1 dat hij tot de uitverkorenen behoorde4 ,hij kon niet weten of de dag der genade voor hem niet reeds voorbij was4 ,op deze aanvechtingen antwoordde hij zoo goed hij kon4 ,hij worstelde dikwijls1 maar nu en dan lag hij onder4 ,doe eens een wonder10 zeide de ingeving des boozen op zekeren morgen tot hem4 ,zeg tot de diepe poelen in de waadplaats der paarden dat ze droog worden1 en tot het droge3 word een modderpoel40 ,hij was reeds bezig dit bevel in ,gods naam uit te voeren1 toen de gedachte in zijn hart opkwam3 ga eerst eens onder gindsche heg op uwe knien liggen en bid ,god1 dat ,hij u bekrachtige4 ,dit uitstel was zijne redding2 hij bemerkte het gevaar en ontsnapte er aan4 ,houd maar niet vast aan uwe hoop10 was de inblazing van den volgenden dag4 ,als ,god u in zijne oneindige barmhartigheid niet heeft uitverkoren tot een vat ter eere en ter barmhartigheid1 helpt al uw werken en bidden en zwoegen niet met al40 ,hij zag het groote bezwaar1 dat zich aldus krachtig aan hem voordeed1 en stond er voor4 ,weken lang was hij ter neder geslagen en gedrukt1 tot op eenmaal een tekst der ,schriftuur in zijn hart kwam1 die betrekking had op het eenvoudig komen tot ,god en zich aan ,hem toe te vertrouwen4 ,deze woorden vertroostten hem wel zeer en strekten hem tot aanmoediging1 maar tot zijn spijt kon hij ze in zijn ,bijbel niet vinden4 ,hij zocht overal en zette ook anderen aan het zoeken1 maar er ging meer dan een jaar voorbij eer die woorden waren gevonden1 on toen kwam het uit1 dat ze in de ,apocryfe boeken stonden4 ,daar nu de ,apocryfe boeken volstrekt geen gezag hadden1 gaf hij ook al den moed weer op tot hij weldra tot de ontdekking kwam1 dat een bijna gelijkluidende tekst in de wezenlijke ,heilige ,schrift stond1 en daarop kon hij nu staat maken4 ,zoo bracht hij dan den booze tot zwijgen4 ,hij mocht zich aan ,god toevertrouwen en alle geslachten van oudsher getuigden dat iemand1 die dat deed1 niet beschaamd zou worden4 ,o1 hij stelde al zijne hoop op den ,heere1 en vermocht niet uit te spreken met welk een smachtend verlangen der ziel hij tot ,christus riep om hem te redden1 opdat hij toch eindelijk eens bekeerd mocht worden4 ,tot op dezen tijd hield hij zijne geestelijke worsteling voor zichzelven4 ,maar ten laatste deed zich eene gelegenheid voor1 waardoor hij bewogen werd om zijn hart eens uit te storten voor die arme vrouwen te ,bedford1 die hem zoo vriendelijk in de waarheid hadden ingeleid4 ,zij luisterden met toegenegenheid naar zijne verhalen en antwoordden dan ook naar hun beste weten4 ,maar het duurde niet lang of zij moesten hem het antwoord schuldig blijven1 niet wetende hoe zulke mysterin konden worden opgeklaard4 ,misschien zou hun leeraar1 de predikant ,gifford1 hem terecht kunnen helpen4 ,zij verzochten dien te mogen spreken en wisten ook te bewerken1 dat ,bunyan ten huize van dien leeraar uitgenoodigd werd4 ,niets beters had kunnen gebeuren4 ,giffords helder oordeel en uitgebreide kennis brachten de weelderige1 ja onstuimige verbeeldingskracht van zijn nieuwen vriend onder tucht en beperking4 ,gezelschappen1 die hij met zijne gemeenteleden in het bijzonder hield1 waarop gehandeld werd over de wegen des ,heeren met zijn volk1 en die dienen moesten tot hunne geestelijke opbouwing1 werden door dezen getrouwen dienstknecht reeds sedert lang gehouden1 en tot deze gezelschappen werd nu ook de ketellapper van ,elstow toegelaten4 ,vele van zijne misvattingen werden ongemerkt verbeterd1 en een dieper besef van wat eigenlijk de wil ,gods is1 wortelde in zijn gemoed4 ,hier werd hem vooral aangeraden zijn hart te gewennen aan meer onbepaalde en innige gehoorzaamheid aan den ,geest ,gods1 zooals deze zich openbaart in zijn heilig ,woord4 ,het eerste gevolg hiervan was eene vernieuwing zijner droefenis4 ,het kwam hem nu voor1 dat hij een zeer groot zondaar was4 ,hoe meer hij hierover nadacht1 des te meer beefde hij4 ,hij werd overstelpt door de kracht en den invloed zijner onstuimige verbeelding4 ,het kwam hem voor1 dat hij gelijk was aan een kind1 dat eene of andere bedelares onder haar lompen verborgen had om daarmede weg te loopen ver van vrienden en magen4 ,hij hoorde eene stem achter zich aanroepen wel een halve mijl ver4 ,hij oordeelde1 dat de toestand van een hond of een pad vrij wat verkieselijker was dan de zijne4 ,hij zou duizend pond sterling hebben willen geven voor een enkelen traan4 ,hij was er nu zeker van1 dat hij van den duivel bezeten was4 ,toch bleef hij temidden van dit alles aanhouden in het gebed en in zijn onderzoek der ,heilige ,schrift1 op hoop tegen hoop hopende4 ,het gebeurde eens1 dat hij zeer droevig in de woning van een buurman zat1 toen het woord op zijne ziel werd gedrukt3 ,als ,god vor ons is1 wie zal dan tegen ons zijn80 ,spoedig daarop toen hij in het veld wandelde1 kreeg hij dat andere woord3 ,vrede makende door het bloed des kruises40 ,daarna bij zijn eigen huiselijken haard zittende1 viel hem dit woord in3 ,overmits dan de kinderen des vleesches en bloeds deelachtig zijn1 zoo is ,hij ook desgelijks derzelven deelachtig geworden1 opdat ,hij door den dood teniet doen zou dengenen1 die het geweld des doods had40 ,deze druiven0 zooals hij ze noemde1 of kleine bezoekjes0 of aanrakingen0 deden hem wel goed2 maar ze werden als bij ,petrus gezicht op het dak spoedig weer opgetrokken in den hemel4 ,meer goed zou het hem echter gedaan hebben wanneer hij die vertroostende woorden vastgehouden had1 wanneer hij geloofd had dat zij van kracht bleven en dienen konden om hem tot vrede te brengen4 ,hij lette veel te veel op zijne gemoedsgesteldheid4 ,de waarborg voor zijne vertroosting in ,christus en het anker zijner hoop lag niet in zijn gevoel1 maar in de goddelijke verzekering1 dat ,christus zijne zonden door zijne zelfofferande had weggenomen4 ,gedurende een korte tusschenpoos van evangelische rust1 was het ,bunyans vurig verlangen toch eens de bevinding van een oud godzalig man te mogen lezen1 die honderd jaar vor hem geleefd had4 ,het kwam hem voor1 dat de nieuwere godsdienstige boeken slechts dogmatisch en oppervlakkig waren1 en hunne schrijvers de diepten ,gods niet kenden4 ,hem viel een afschrift in handen van ,luthers werk over den brief aan de ,galaten4 ,het was zo oud1 dat het bijna in stukken viel toen hij het vasthield2 maar hoe hardhandig hij ook wezen mocht door zijn ruw handwerk en den omgang met den kruiwagen en zijn gereedschap1 zoo ging hij toch zeer voorzichtig om met dit handschrift en in korten tijd was het in zijn bezit4 ,het kwam hem voor als een oude bekende2 zoozeer was ,luther een man van gelijke bewegingen als hij4 ,geen boek ter wereld was hem zoo dierbaar als dit1 uitgezonderd de ,bijbel4 ,deze vreedzame tusschentijd was maar kort1 en de volgende aanvechting was eene van de allerergste4 ,gedurende een geheel jaar en bijna zonder tusschenpozen werd hij verzocht om ,christus te verkoopen4 ,dit vreeselijke denkbeeld werd door hem gekoesterd met eene bepaaldheid1 die wij ons maar kwalijk kunnen verbeelden4 ,op zekeren morgen op zijn bed liggende1 werden de woorden door hem gehoord3 ,verkoop hem1 verkoop hem1 verkoop hem60 en dat met eene duidelijkheid of eene menschenstem tot hem sprak4 ,hij gaf ten antwoord3 ,neen1 neen1 voor geen duizenden en millioenen60 ,maar ten laatste1 nadat hij er lang en breed over had nagedacht ging het door zijn ziel3 ,laat ,hem dan maar varen als ,hij weg wil60 en hij gevoelde1 dat zijn hart hierin volkomen toestemde4 ,nu bleef er niets over dan de worm1 die nooit sterft4 ,hij plofte neer evenals een vogel1 die uit den top van een boom werd geschoten1 in verschrikkelijke wanhoop en vertwijfeling1 en twee jaren lang leed hij een nameloos leed4 ,nu en dan kwamen woorden van ,christus hem weer een weinig hoop geven1 maar dit duurde slechts kort en dan klonk het weer in zijn binnenste3 ,gij hebt uwen ,zaligmaker verkocht en daarom zijt gij verdoemd40 ,dit voorval was zeker van een zonderlingen aard3 het verdient1 voorwaar6 in geen opzicht navolging1 maar kan ons beter en dieper inzicht geven in den jammerlijken toestand van ons eigen hart1 en het zondige der zonde duidelijk in het licht stellen4 ,ook kan het ons inleiden in de verleidingen des satans1 onzen grooten vijand1 die nimmer slaapt of sluimert4 ,bunyan verhaalt een anderen toestand van tijdelijke verademing1 waarvan hij zelf niet weet hoe hij dien noemen zal4 ,toen hij weder op het punt stond van angst en kommer in een te krimpen1 was het hem of hij door de vensters het gesuis van eenen wind hoorde1 die met een liefelijke stem tot hem sprak3 ,waart gij ooit weigerachtig om door het bloed van ,christus gerechtvaardigd te worden80 ,zijn hart antwoordde rondborstig3 neen40 ,toen viel dat andere woord met kracht op zijne ziel3 ,ziet toe1 dat gij dien1 die spreekt1 niet verwerpt40 ,dit maakte een zonderling diepen indruk op zijn geest1 en legde al die verontrustende gedachten het zwijgen op1 die1 als losgelaten helhonden1 hem onophoudelijk aanblaften en tegengrijnsden4 ,de kracht van dit teeken hield drie of vier dagen aan1 en toen begonnen de oude twijfelingen weer4 ,later echter kwam hij tot wezenlijke en voortdurende bevrijding4 ,terwijl hij over een weiland liep1 viel dat woord krachtig in zijne ziel3 ,uwe gerechtigheid is in den hemel40 ,met het oog zijns geloofs zag hij ,jezus aan de rechterhand ,gods gezeten1 als zijne eigen persoonlijke gerechtigheid1 zoodat waar hij ook was en wat hij ook deed1 ,god nooit tot hem zeggen kon3 ,gij mist mijne gerechtigheid10 omdat deze altijd voor ,gods oog blonk in ,christus1 die en is met zijn volk4 ,niet de goede gesteldheid des harten van den geloovige maakt zijne gerechtigheid uit1 ook maakt zij die niet grooter of beter1 evenmin minder of slechter1 sedert ,christus zelf er borg voor staat1 die gisteren en heden dezelfde is4 ,niets minder dan eene poort des hemels was dat weiland voor ,bunyan4 ,toen en daar geraakte hij uit de slavernij der eigengerechtigheid en van het inwonend bederf in de heerlijke vrijheid der kinderen ,gods4 ,hij somde nu in zijn geest al de tekortkomingen op1 die voor zijne rekening lagen1 en daaruit besluitende tot de zwakheid van zijn geloof in het gebed1 de onverschilligheid van zijne ziel voor het voortdurend gevaar1 waarin zij verkeerde1 zijne verkeerde handelwijze om ,god als het ware de wet voor te schrijven in de behandeling van zijn geestelijk leven1 bemerkte hij1 dat hij toch nu van veel dwaling en wangestalten verlost was1 en dat hij evenals ,job na zijne rampspoeden en strijd dubbel gezegend was en wel tweemaal zooveel bezat als hij eerst had bezeten4 ,een zeer karakteristieke uitspraak wordt in zijn levensbericht gevonden1 deze namelijk3 sprekende over de dierbare woorden van ,jezus3 ,die tot ,mij komt zal ,ik geenszins uitwerpen10 zegt hij3 ,o1 over dat ,johannes zes1 dat gezegende woord1 heb ik heel wat met satan te worstelen gehad1 eer ik het mijn eigendom noemen mocht40 ,het was voor anderen reeds lang duidelijk geweest1 dat hun vriend ,jezus toebehoorde1 maar nu geloofde hij het zelf ook4 ,wel vermocht hij niet met juiste zekerheid het oogenblik aan te geven1 waarop hij volkomen werd veranderd en omgezet1 maar dat hij werkelijk in ,god leefde stond nu bij hem vast4 ,het eerste wat hij nu uit de ,heilige ,schrift leerde1 was ,christus voor de menschen te belijden4 ,daarom openbaarde hij nu ook zijne begeerte om tot de kerk zijner keuze over te gaan1 om daarin te wandelen volgens ,christus' bevel4 ,hij werd met liefde ontvangen1 en nadat hij gedoopt was werd ook hij opgenomen onder de leden van die gemeenschap4 ,toen hij deel nam aan het ,heilig ,avondmaal was het hem1 of hij ingedompeld werd in de kracht van ,christus' dood4 ,zeer dierbaar waren hem de woorden3 ,doe dat tot mijne gedachtenis40 ,omstreeks dien tijd werd hij aangetast door eene krankheid1 die wel longtering scheen te wezen4 ,hij herstelde1 maar stortte weder in1 tot hij eindelijk volkomen genas en toen zeer sterk werd4 ,gedurende zijne krankheid maakte hij weder verscheidene bevindelijke toestanden door2 maar over het algemeen mocht hij zich toch in den ,heere verblijden4 ,vrouw10 zeide hij1 toen hij in beterschap toenemende bij den haard zat1 staat er ergens in de ,schrift dit woord3 ,ik ben tot ,jezus gekomen800 ,zij herinnerde het zich niet4 ,daarna zochten zij eenige minuten met elkar1 toen een tekst uit de ,hebren in zijne gedachten schoot4 ,vrouw1 nu weet ik het3 ja ik weet het3 wij zijn gekomen tot ,jezus den middelaar van het ,nieuwe ,verbond400 ,toen ging hij weder naar zijn bed1 maar hij kon moeielijk stil blijven liggen1 zooveel genoot hij in den ,heere zijn ,god4 ,toen zijne gezondheid hersteld was1 nam hij met allen ijver de plichten waar1 die aan zijn lidmaatschap waren verbonden1 zijn leeraar ter zijde staande in de godsdienstige gezelschappen en bijeenkomsten en bij het krankbezoek4 ,zijne geschiktheid tot dit werk was zoo klaarblijkelijk1 dat zijne medeleden hem met algemeene stemmen tot diaken zijner kerk aanstelden4 ,aldus bediende hij nu het heiligdom als koster en deed dienst als diaken voor armen en kranken4 ,nadat hij zijne woonplaats van ,elstow naar ,bedford had overgebracht1 nam hij die betrekking aan en diende daarin trouw4 ,omstreeks dezen tijd werd hij weduwnaar2 maar de omstandigheden1 waaronder dit plaats vond1 zijn ons niet bekend4 ,een oogopslag in het notulenboek van den kerkeraad van ,bedford kan ons overtuigen1 in welke hooge achting hij stond bij zijne broederen4 ,bij gelegenheid eener bijeenkomst1 gehouden op den #bgsten der zesde maand van 't jaar #afeg1 was de diakendienst door ,john ,bunyan verricht overgedragen aan ,john ,pernie1 omdat hij niet langer zijnen dienst kon vervullen1 daar zijn tijd zoo bezet was met het prediken des ,woords40 ,eenige zijner medeleden hadden begeerd1 dat hij hun een woord ter opwekking zou toespreken in hun bijzonder gezelschap1 en ofschoon hij er zeer tegen op zag1 was het toch gebeurd en werd het allen daarna duidelijk welke uitnemende gaven hij had voor dit werk4 ,nu werd hij menigmaal uitgenoodigd op de naburige dorpen te prediken4 ,nauwelijks had dit eenige maanden zoo voortgeduurd1 toen zijne geschiktheid en bekwaamheid op dit punt zo treffend aan het licht traden1 dat zijne medeleden niet langer aarzelden om hem tot de bediening des ,woords te beroepen4 ,zij spraken hierover met den leeraar der gemeente1 die hunne overtuiging in deze deelde4 ,de uitslag was1 dat na ernstig en plechtig gebed1 met vasten verbonden1 ,john ,bunyan werd geordend tot de openbare evangelie-prediking4 ,met groote vreeze en onder veel beving bij het gezicht op zijne eigen zwakheid1 schikte hij zichzelven tot dezen arbeid1 echter niet zonder veel aanmoediging en vertroosting1 die de ,heilige ,geest hem uit de ,heilige ,schrift deed toekomen4 ,later werd hij bij uitnemendheid aangemoedigd door den grooten toeloop1 dien zijne prediking wekte1 waar honderden van alle kanten toestroomden4 ,velen beleden met blijdschap1 dat zij door hem waren wakker geschud1 zoodat het ,woord ,gods met kracht op zijn gemoed werd gedrukt3 ,de zegen desgenen1 die verloren ging1 kwam op mij2 en het hart der weduwe deed ik vroolijk zingen40 ,de nood was hem nu ook opgelegd en weldra klonk het in zijn binnenste3 ,wee mij1 als ik u het ,evangelie niet verkondig60 ,job4 #bi 3 #ac4 ,afbeelding3 ,,bunyan ,,wordt ,,gevangen ,,genomen4 ,,iii4 ,,zijn ,,lijden ,,om ,,des ,,gewetens ,,wil4 ,de oude vraag werd weldra ook aan ,bunyan gedaan3 ,door wat macht doet gij deze dingen1 en wie heeft u deze macht gegeven80 ,het antwoord lag voor de hand4 ,zijne gave om het ,evangelie te verkondigen was zijne autoriteit2 bijzonderlijk daar deze gave opgemerkt en opgewekt was geworden door de gemeente1 waartoe hij behoorde4 ,onder nauwgezet onderzoek en ernstig gebed hadden zijne medebroeders hem tot dezen dienst geroepen1 en in hunne roeping had hij de stemme ,gods herkend4 ,de ordening1 waarmede hij geordend was1 mocht dus veilig wettig heeten4 ,maar nu gebeurde het1 dat de toenmalige ,engelsche regeering een andere soort van ordening eischte4 ,niemand werd door haar tot den predikdienst toegelaten dan zij1 die aan eene academie des rijks gestudeerd hadden en vervolgens onder haar toezicht geordende leeraren1 alleen met uitzondering van de zoodanigen1 die door algemeene stemmen door het volk waren gekozen4 ,bunyan ontkende het recht van den staat om zich als rechter op dit gebied op te werpen1 en sloeg geen acht op de waarschuwing1 zijn eigen weg vervolgende4 ,een klacht werd tegen hem ingediend1 en het werd hem verboden te ,eaton te prediken4 ,zijne broeders hielden raadsvergadering1 en na eene bedestond op den #c;en ,maart #afeh namen zij maatregelen voor zijne verdediging4 ,zij waren in zooverre voorspoedig1 dat de vervolging hier eindigde4 ,met de herstelling van de ,stuarts op den troon kwam een der krachtigste aanvallen op de godsdienstvrijheid aan het licht1 welke het clericale dispotisme ooit beproefd heeft te doen4 ,zulk eene bediening als van ,john ,bunyan was op de strengste straffen verboden4 ,hij kon alleen zijn werk doen onder voortdurend levensgevaar4 ,het eenige wat hij tot zijne veiligheid doen kon1 was zich stilhouden4 ,voor een tijd besloot hij dit laatste te doen1 met deze uitzondering echter1 dat hij in strenge vermomming nu en dan in alle stilte1 op verwijderde en afgelegen plaatsen het ,woord verkondigde en onder bedekking der duisternis weer naar huis terugkeerde4 ,deze handelwijze stuitte hem evenwel geweldig tegen de borst1 daar hij alle vermomming verachtte1 en ten laatste vatte hij het voornemen op maar weer in het openbaar te spreken1 alle gevaar trotseerend4 ,verzocht zijnde te ,samsell te komen prediken1 waar de dorpelingen zeer begeerig waren om het ,woord ,gods te hooren1 antwoordde hij1 dat hij1 zoo het ,god behaagde1 aan hunne uitnoodiging zou voldoen4 ,een groote menigte kwam uit de omliggende plaatsen samen en de prediker was op den bepaalden tijd op zijn post4 ,maar groote teleurstelling wachtte hem4 ,de gezaghebbers vernomen hebbende1 dat hij kwam1 hadden hunne maatregelen genomen om de wetten te handhaven4 ,hunne dienaren stonden op de wacht1 en waren reeds voorzien van eene volmacht voor zijne gevangenneming1 in geval hij het wagen zou te prediken4 ,hij was van het gevaar verwittigd1 en de vraag rees op of de dienst niet tot later zou worden uitgesteld4 ,het was waarschijnlijk1 dat ze hem vangen zouden1 ofschoon er nog een kleine hoop bestond1 dat hij mocht ontsnappen4 ,hij wilde nu geen enkel woord hooren van te gaan vluchten4 ,hij meende1 dat wanneer ,god hem in zijne barmhartigheid had uitverkoren om verloren zondaars in zijn omgeving het ,evangelie te verkondigen1 het een groote ontmoediging voor alle ,christenen zou zijn wanneer hij nu lafhartig op de vlucht ging4 ,en verder meende hij1 dat de wereld uit zijne vreesachtigheid aanleiding zou nemen om het ,evangelie te lasteren1 en zoo werd de gedenkwaardige bijeenkomst te ,samsell dan gehouden4 ,hij had het voorgebed uitgesproken1 waarop al de aanwezigen een plechtig amen0 hadden gezegd4 ,toen las hij zijnen tekst af op een toon1 die beide van vrees en moed getuigde1 en wel de woorden3 ,gelooft gij in den ,zoon van ,god80 ,hij begon dien te verklaren toen de officier van justitie binnenkwam en hem op de plaats zelve gevangen nam4 ,daar hij op de daad betrapt werd bleef er geen keus meer over2 hij moest zich onderwerpen en de gevangene ging met den officier mede1 zooals deze van hem verlangde4 ,maar de broeders konden goedsmoeds wezen1 al werd hun prediker ook als een dief en moordenaar weggeleid4 ,gode zij dank1 hij was dat niet4 ,integendeel1 in zulke gevallen is het verreweg beter de vervolgde dan de vervolger te wezen4 ,maak wat haast10 zeide de politieman2 men wacht u daar buiten40 ,maar toch was het reeds te laat in den avond om nog verder te trekken en werd het eenige oogenblikken later aan den gevangene vergund nog dien eenen nacht in vrijheid te blijven1 onder borgstelling4 ,in den morgen evenwel ontmoette ,bunyan den overheidspersoon en volgde hem naar het gerechtshof4 ,de officier ,wingate begon eerst een vriendschappelijk gesprek1 waarin hij beweerde1 dat een ketellapper niet prediken mocht4 ,dat1 werd hem geantwoord1 hangt af van des ketellappers hoedanigheden en begaafdheden4 ,maar hij wist wel1 dat de wet hem het prediken verbood1 werd weder aangevoerd4 ,waarom het niet liever nagelaten8 ,als hij dit beloven wilde en de boete betalen1 dan was hij vrij4 ,zijne vrienden zouden zeker gaarne voor hem de boete betalen1 of borg voor hem spreken2 het staatsstuk was reeds opgemaakt1 hij behoefde het slechts te teekenen1 en alles was in orde4 ,en wat behelsde dat stuk8 ,dat hij afstand doen zou van het prediken4 ,nu1 zij moesten het zelf maar weten1 maar1 zoo waar als de waarheid waarheid was1 zoodra hij losgelaten werd zou hij weer dadelijk aan het prediken gaan4 ,de griffier en de klerk maakten toen zijn vonnis gereed1 want hij moest naar de gevangenis4 ,toen hij werd weggeleid kwam dr4 ,lidall1 een oude kennis van hem1 de gerechtszaal binnen4 ,eene zeer zonderlinge samenspraak had plaats4 ,de dokter noemde hem een afstammeling van den welbekenden kopersmid ,alexander1 die de apostelen tegenstond4 ,bunyan herinnerde den dokter evenwel dat de apostelen werden tegengestaan door priesters en farizen even goed als door koperslagers1 en dat er hoogstwaarschijnlijk afstammelingen van deze priesters en farizen dicht in de nabijheid waren4 ,lidall was buiten zichzelven van boosheid en ging heen1 een strenge straf voor ,bunyan vragende4 ,maar deze legde zijne woorden uit met ernst en bescheidenheid4 ,de uitslag was dat hij op den #ac;en ,november voor de groote kerkelijke overheid van ,engelands kerk werd veroordeeld4 ,nog eene poging werd aangewend om hem te redden4 ,een zekere heer ,forbes wendde alle moeite aan om hem te overtuigen1 dat hij best deed allen geestelijken arbeid op te geven4 ,met vriendelijkheid en ernst beweerde hij1 dat hij volstrekt geen reden en nog minder recht had om te gaan prediken4 ,maar deze redeneering werd op eene zeer onderdanige1 maar tevens standvastige manier tegengesproken4 ,weg met hem naar de gevangenis60 dat was het slot4 ,zoo vertrokken zij dan1 en hij verliet het gerechtshof1 groote moeite hebbende om te verzwijgen1 dat hij den vrede ,gods met zich mededroeg3 maar hij hield zich stil en betrad de gevangenis met groote vertroosting in zijn gemoed4 ,bij de eerstvolgende zitting van het hof werd eene aanklacht tegen hem ingebracht1 waarin hij werd beschuldigd van zich op duivelaardige en verderfelijke wijze te hebben onthouden van de openbare godsdienstoefening in de kerk1 en in plaats daarvan allerlei oefeningen en gezelschappen te hebben gehouden vlak tegen de wetten des lands in4 ,hem werd vergund een advocaat te nemen1 die voor hem pleitte1 maar dit weigerde hij4 ,wat hij te zeggen had vermocht hij zelf wel te zeggen4 ,in eene beteekenis van het woord1 die zeker niet de slechtste was1 kon hem geen verzuim der godsdienstoefeningen worden vermeden1 integendeel bezocht hij ze zeer getrouw4 ,maar ging hij dan wel naar de dorpskerk of de stadskerk8 ,neen2 de reden waarom kon hij ook duidelijk uiteenzetten4 ,het haalde hem buitendien spot en verachting genoeg op den hals1 dat hij de groote kerk0 voorbijging1 en menigmaal kwam hij in verzoeking op dit punt1 maar ,bunyan bleef zijn ouden gang gaan en liet zich niet van zijn stuk brengen4 ,hij was geen vijand van het gouvernement4 ,hij beleed plechtig1 dat hij nog tot die ouderwetsche vaderlanders behoorde1 die er zich op toelegden ,god te vreezen en den koning te eeren4 ,maar hij durfde den ,koning der koningen niet ongehoorzaam zijn1 en daar deze verordend had1 dat iedereen moest handelen naar de mate der gaven hem geschonken1 zoo moest ook hij1 gevangene1 het ,woord ,gods bedienen4 ,hij was even bereid als ieder der rechters op de groene kussens daar voor hem gezeten1 om aan den keizer te geven wat des keizers was2 maar hij mocht de dingen ,gods aan den keizer niet geven4 ,zoo was dan zijne straf onvermijdelijk en luidde zijn vonnis opnieuw3 ,gij moet terugkeeren naar de gevangenis1 en daar drie maanden in zitten2 aan het eind van die drie maanden1 wanneer gij u niet onderwerpt1 eerbiedig naar de kerk gaat en belooft u van prediking te onthouden1 moet gij uit het koninkrijk verbannen worden1 en wanneer gij dan na een bestemden dag1 die u zal worden medegedeeld1 nog in dit koninkrijk vertoeft1 zult gij zonder genade worden opgehangen40 ,en zoo kreeg de gevangenbewaarder dan ,bunyan weder in den kerker4 ,die kerker was een van de jammerlijkste uit het geheele koninkrijk2 hij zelf noemde haar een hol04 ,daar waren slechts twee cellen in op eene binnenplaats1 waterpas gelegen met den oever der ,ouse4 ,dertig personen zouden er in hebben kunnen vertoeven1 maar meermalen waren er zestig dag en nacht bij elkander opgesloten4 ,voor een man van twee en dertig jaar oud1 gewoon aan de vrije beweging in de vrije lucht1 moest zulk een nauwe opsluiting dan al zeer onverdragelijk wezen4 ,eene enkele week daar doorgebracht zou voldoende zijn om zijn besluit te doen wankelen4 ,hij zou zulk eene vernedering en jammer voorzeker kwalijk langer kunnen uithouden4 ,als er hem maar de gelegenheid toe geboden werd zou hij wel spoedig herroepen4 ,zoo dachten de rechters en daarom zonden zij den vrederechter om hun gevangene van hunne goede bedoelingen jegens hem te verzekeren1 en hem toch over te halen van hunne kwijtschelding gebruik te maken1 door maar alleen dit eene te beloven3 niet meer te prediken4 ,die heer drong daar sterk bij hem op aan4 ,hij zeide onder anderen1 dat het toch wel zonde en jammer was1 dat zulk een man dar moest zitten onder gauwdieven en schelmen2 maar het zou nog veel erger worden1 wanneer de rechtsdag weder aanbrak1 want dan werd het nog harder vonnis uitgesproken4 ,het zal slecht met u afloopen10 zeide ,cobb2 men zal u inderdaad uit ons land wegjagen of nog erger dan dat40 ,het gesprek duurde vier uren1 maar het had geene uitwerking4 ,paulus erkende1 dat de machten1 welke in zijne dagen leefden1 uit ,god waren en toch werd hij meermalen in de gevangenis gezet4 ,jezus ,christus zeide tot ,pilatus1 dat hij geen macht over ,hem zou gehad hebben als het hem van boven niet gegeven was1 en toch stierf hij onder ,pilatus2 en toch hoopte de gevangene1 dat de vrederechter niet zou durven zeggen3 ,paulus en ,christus verzetten zich tegen de overheid4 ,de wet gaf twee wegen aan de hand1 waar langs zij gehoorzaamd kon worden4 ,in gevallen1 die voor het geweten des menschen duidelijk als recht en billijk te boek stonden1 was hij ook verplicht volstrekt en onmiddellijk te gehoorzamen1 en ,bunyan wilde dit doen zelfs al moest het zijn leven kosten4 ,maar in gevallen1 waarin des menschen geweten gekwetst werd1 moest hij lijdelijk gehoorzamen1 en dus alles dragen wat hem opgelegd werd met geduld en onderworpenheid4 ,en ook hiertoe was ,bunyan bereid tot den dood toe4 ,toen ,cobb aldus het vaste besluit van den gevangene vernomen had1 zat hij stil neder en zeide niets meer4 ,de gevangene bedankte hem voor zijn vriendelijk en aangenaam gesprek1 en zoo vertrokken zij met het gebed1 dat zij elkander in den hemel mochten wederzien4 ,hoe walgelijk en ongezond het hol ook wezen mocht1 ,bunyan keerde derwaarts weder om de gevolgen af te wachten4 ,het gebeurde daarna1 dat er eene kroning plaats had1 en volgens de nationale gewoonte verkregen alle gevangenen1 alleen de allerergste uitgezonderd1 de vrijheid terug4 ,voor ,bunyan echter was er geen pardon4 ,zijne vijanden wisten hem als zo gevaarlijk voor het algemeen belang af te schilderen1 dat zijne hoop werd teleurgesteld en hij gevangen bleef4 ,zijne vrouw -- omstreeks een jaar vor zijne gevangenneming was hij hertrouwd -- begaf zich met een rekest naar ,londen1 maar er kwam niets van terecht4 ,de eenige kans1 die nog overbleef was het met de rechters te beproeven1 die aangekomen waren om in den rechtsdag zitting te nemen4 ,zij zouden uit kracht van het kroningspardon hem kunnen vrijlaten4 ,bij hunne aankomst begeerde hij tot hen te mogen gaan en van hen kwijtschelding der straf te vragen1 maar hij mocht niet naar hen gaan4 ,nu bleef alleen over dat zijne vrouw gaan zou4 ,goedhartig en verstandig als zij was1 verkreeg zij toegang tot de rechters1 zelfs meermalen1 en zij bracht het zelfs zoover1 dat zij een lang gesprek met haar voerden4 ,goed en warm bepleitte de vrouw de zaak van haar man2 maar ofschoon de president der rechtbank inderdaad met hare droefenis begaan was1 hij wilde toch niet voor haar tusschenbeiden treden4 ,er waren wel een paar wegen1 langs welke het vonnis kon vernietigd worden1 maar zij had de middelen niet om deze dure processen te voeren1 en daarom duurde de gevangenschap voort4 ,opdat hij zichzelven van onderhoud zou voorzien en ook nog iets voor zijn huisgezin verdienen1 werkte ,bunyan als schoenlapper in de gevangenis1 en kreeg daarvan meer te doen dan hij af kon4 ,bij tusschenpoozen las hij in de weinige boeken1 die onder zijn bereik waren1 maar het ,woord ,gods ging boven alles en werd geregeld onderzocht4 ,afbeelding3 ,,de ,,oude ,,gevangenis ,,te ,,bedford4 ,weder werden pogingen aangewend bij den volgenden rechtsdag en ook bij het ,hof der ,gezworenen1 om hem in vrijheid te krijgen4 ,onveranderlijk werd de vraag gesteld3 ,wil hij het prediken opgeven80 ,wilde hij dit1 dan was er geen hindernis4 ,maar dat wilde hij niet laten1 daarom bleef die hindernis bestaan4 ,zes jaren lang bleef hij in ditzelfde hol toeven1 en verduurde daar al de vuiligheid en ongezondheid1 welke eene eeuw later ,howard1 den vriend der gevangenen1 aanleiding gaf op welsprekende wijze hun lot als onuitstaanbaar te schetsen4 ,er kwamen tijden1 waarin hij geheel ter neergeslagen was4 ,de scheiding van zijne vrouw en hulpbehoevende kinderen neep hem menigmaal als het ware het vleesch van de beenderen1 en dat niet alleen omdat hij zoo innig aan hen was gehecht2 maar ook omdat zij maar al te zeer1 ook uitwendig1 in zijn lijden deelden1 en hij hen door vrij te wezen had kunnen onderhouden4 ,arm kind60 zeide hij tot zijn blinde dochter1 welk een smart hebt gij toch in deze wereld voor uw deel gekregen6 ,gij moet honger lijden4 ,koude en naaktheid en duizend andere jammeren komen daarbij1 ofschoon ik voor mij niet verdragen kon1 dat de wind op u blies40 ,maar weer tot zichzelven komende1 kreeg hij nieuwe kracht en gaf al zijn hulpelooze kleinen in ,gods hand4 ,hij liet zijn huis op vrouw en kinderen nederstorten1 maar het moest zoo zijn en kon niet anders4 ,hij begreep zeer goed1 dat hij eindelijk van zijn land en volk zou verbannen worden en in den vreemde sterven1 of dat zijne gevangenis in de galeien eindigen zou2 maar toch kon hij zijn recht niet opgeven om het ,woord ,gods te prediken4 ,verlossing uit zijn lijden zou hem zeer aangenaam geweest zijn1 want hij zuchtte er vaak onder1 bezwaard zijnde2 maar hij mocht die niet betalen met ontrouw aan ,christus4 ,twaalf jaren lang duurde zijne gevangenis2 sommigen zijner cipiers waren hem vriendelijk en toegenegen1 anderen daarentegen onvriendelijk en lastig4 ,aan de vriendelijkheid van sommigen moet het toegeschreven worden1 dat hij nu en dan de gevangenis mocht verlaten4 ,niet slechts werd het hem in zijn kerker meer dragelijk gemaakt1 maar zelfs werd hem soms verlof gegeven zijne broeders te gaan bezoeken1 nadat hij beloofd had op zijn woord van eer terug te keeren4 ,deze zaak werd verklapt en op zekeren avond werd een bode door de overheden gezonden om den cipier wakker te roepen en hem te vragen ,bunyan eens te laten voor den dag komen4 ,nu gebeurde dit juist op een dag dat ,bunyan uit geweest was1 maar hij stond onmiddellijk gereed en ontmoette den bode4 ,zoo was toch alles in orde4 ,slechts een uur tevoren was hij teruggekeerd1 en dat wel zeer haastig1 want hij had aan zijn hart gevoeld1 dat zijne vijanden hem op het spoor waren4 ,welke vriendelijkheden hunne ondergeschikten hem ook mochten bewijzen1 de overheidspersonen en regeerders wisten van geen de minste barmhartigheid4 ,ten langen leste daagde er toch verlossing op4 ,in ,maart van het jaar #afgb vaardigde de koning een besluit uit1 waarbij alle dissenters 7afgescheidenen71 uitgezonderd de ,papisten1 vergunning kregen openbare godsdienstoefening te houden1 aan zulke plaatsen en onder zulke leeraars als van tijd tot tijd zouden worden erkend4 ,de bedoeling van dit besluit was de invrijheidstelling der afgescheidenen1 die op verschillende plaatsen in de gevangenis zaten4 ,daarom werden nu ook pogingen gedaan om hunne loslating te bewerken1 in het bijzonder door vele ,kwakers1 wier broeders het grootste getal der lijders om des gewetens wille uitmaakten4 ,door de onvermoeide en kostbare nasporingen van ,george ,offor zijn feiten ontdekt1 die vele onder het volk verspreide en algemeen geloofde misvattingen over de wijze1 waarop deze lijders in vrijheid kwamen1 aan het licht hebben gebracht1 en tevens is de ware toedracht der zaak geopenbaard4 ,al die gebeurtenissen zijn door ,offor in eene meesterlijk geschreven levensschets van ,bunyan opgenomen4 ,wat hier nu volgt geeft er eene korte opsomming van4 ,gij hebt mij wel meer gezien10 zeide een afgezant der ,kwakers tot koning ,karel4 -- ,waar dan80 -- ,aan boord van het schip1 dat u veilig naar ,frankrijk overbracht na het gevecht van ,worcester40 -- ,ja1 dat herinner ik mij40 -- ,en herinnert gij u dan niet1 dat een kaper ons nazat1 en dat sommigen onzer u naar den oever roeiden1 en dat en onzer u op de schouders nam1 door het bruisende water waadde1 en u hoog en droog naar een naburig dorp droeg80 -- ,ja wel04 -- ,de man1 die u toen op de schouders droeg1 was ik1 en nu kom ik u vragen1 dat gij toch vriendelijk handelen wilt met mijne broeders in hunne droefenis1 zooals wij toen vriendelijk geweest zijn jegens u40 ,de koning herinnerde zich die gebeurtenis volkomen4 ,deze man1 ,richard ,carver1 was bij een groot gevaar een vriend in nood geweest4 ,hij verdiende wel eene belooning1 dat was waar2 maar dissenters waren zoo dweepachtig1 dat als men hen uit de gevangenis liet1 zij dadelijk alles weer zouden doen als tevoren1 en dus spoedig naar den kerker teruggezonden worden4 ,de oude zeeman zette echter zijn pleidooi voort en beduidde den koning1 dat de wetten1 die hen weder naar de gevangenis terug zouden zenden1 slechte wetten waren1 die herroepen dienden te worden4 ,de goedhartige koning ,karel vergunde den ,kwaker zijn verzoek nogmaals te mogen herhalen4 ,geen tijd werd verspild1 en andere ,kwakers voegden hun smeekschrift bij dat van ,carver1 terwijl deze zijn rekest uitstrekte tot alle afgescheidenen van welken naam ook4 ,eenig uitstel had plaats1 maar op den #ac;en ,september van het jaar #afgb werd een bevelschrift geteekend1 waarbij ,john ,bunyan vrij verklaard werd4 ,hij bevond1 dat zijne zaak geheel verloopen was1 en dat hij weer van voren af aan beginnen moest alsof hij pas op de wereld kwam4 ,vor zijne bevrijding was hem een verlofschrift van den koning gezonden1 't welk behelsde1 dat hij prediken mocht1 en daar de predikant ,gifford dood was1 zoo werd door diens gemeente besloten1 dat hij hun herder en leeraar worden zou1 ingeval hij in hunne begeerte bewilligde4 ,volgens de aanwijzingen der apostelen was hij de gevangene des ,heeren geweest4 ,hij had met vreugde de berooving zijner goederen aangezien1 zijn leven niet dierbaar achtende voor hemzelven1 opdat hij het ,hoofd der gemeente mocht navolgen4 ,het verbod dat hij niet prediken mocht1 was eene onteering geweest1 eene schande ,christus aangedaan4 ,het verbod om vrij uit het hart te mogen bidden was eene onteering van den ,heiligen ,geest4 ,hij had geen ander doel gehad dan pal te staan voor de eere ,gods4 ,zijne gehoorzaamheid aan de hemelsche overheid noodzaakte hem tot ongehoorzaamheid aan de aardsche overheid4 ,hij kon de clericale wet niet houden omdat die met de goddelijke wet streed4 ,hij ging naar de gevangenis en daar zou hij tot aan zijn dood gebleven zijn2 niet aangevuurd door eene dwaze dweepzucht of wanhopige partijzucht1 maar uit diepen eerbied voor ,god en zijn ,woord4 ,als ziende ,hem1 die onzichtbaar is1 gaf hij het groote voorrecht niet op zijn hart ongedwongen te mogen uitstorten voor den ,heere1 of durfde hij de bediening1 die hij van den ,heere ,jezus ontvangen had1 vaarwel zeggen1 wel wetende1 dat het ,evangelie zich openbaart als eene genadekracht ,gods4 ,,iv4 ,,zijne ,,bediening ,,als ,,herder ,,en ,,leeraar4 ,bunyan geloofde1 dat hij zijn ambt van ,god gekregen had4 ,deze overtuiging lag als een last op zijne schouders4 ,als een vuur in zijne beenderen was het verlangen in hem om de blijde tijding aan anderen te brengen4 ,sedert lang was hij de dienaar zijner medegevangenen geweest2 ook in de gevangenis had hij van ,jezus getuigd4 ,maar nu mocht hij weer openbaar getuigen1 en wat was zijne prediking stichtelijk6 ,wat ging er eene kracht uit van zijne getuigenis der waarheid6 ,hij verhaalt van zekere gelegenheid1 toen hij in de kamer der gevangenis zich buiten staat gevoelde meer dan vijf woorden te spreken4 ,de vergadering wachtte en de tekst was over het heilige ,jeruzalem1 afdalende uit den hemel van ,god4 't ,was of eene schittering van de paarlen poorten zijne oogen verblindde1 en hij zelf vermoedde1 dat hij meer zou te zien krijgen4 ,hij stortte zijn hart uit voor ,god1 en kreeg zulk eene toestrooming van geestelijke gedachten1 dat al de aanwezigen verzadigd en verblijd werden4 ,toen hij allen hun bescheiden deel gegeven had hield hij nog een korf vol over4 ,zulke oefeningen waren niet weinig geschikt geweest om hem voor te bereiden voor het werk der bediening als herder en leeraar der gemeente van ,christus4 ,door het voortdurend ernstig ,bijbelonderzoek en het gebruik1 dat hij van zijne gaven gemaakt had1 was hij een welsprekend man geworden1 machtig in de ,schriften4 ,bij zijne loslating vond hij een groote vergaderzaal1 die keurig netjes was ingericht en waar het volk bij menigten samenstroomde4 ,ernstig en diep bestudeerde hij zijn onderwerp1 dan predikte hij1 en daarna1 volgens zijne opvatting in dezen1 schreef hij uit wat hij gezegd had tot later gebruik4 ,zijne hulpbronnen waren slechts weinige2 vooral in het eerst had hij geene andere dan het ,woord ,gods en het gebed4 ,hij vond zijne hulp en zijne inspiratie bij een hoogere bron1 zooals hij zelf voortdurend verklaarde4 ,water uit zijne eigen regenbak te putten was zijn genot1 een ander te mogen verblijden met wat ,god hem had geschonken door de kracht van ,woord en ,geest verheugde hem4 ,de groote bijbelkennis van ,bunyan kwam uit in elke preek1 die hij deed4 ,het gebruik1 dat hij van de ,schrift maakte1 was niet slechts voortdurend1 maar ook recht gepast en krachtig2 hij toonde steeds aan zonder het zelf te vermoeden1 dat het ware geloof en de zuivere prediking nooit anders dan schriftuurlijk zijn4 ,daarbij drukte hij zich zeer klaar en eenvoudig uit4 ,hij zeide dat woorden1 die goed verstaan worden1 tot het gemoed doordringen1 terwijl hooge en geleerde uitdrukkingen slechts de lucht slaan4 ,in geen enkel opzicht gaf zijne bazuin een onzeker geluid4 ,zijn prediking was dadelijk te verstaan4 ,het geringe volk hoorde hem gaarne1 terwijl de meer ontwikkelden zich nooit over zijne woorden beklaagden4 ,hij was begrijpelijk zonder plat te zijn1 en krachtig zonder brutaal te wezen4 ,in het uitspreken zijner redevoeringen had hij het voorrecht een scherpe en vlugge blik1 een mooie stem en een aangenaam talent te bezitten4 ,zoowel door de natuur als de genade was hij geschikt gemaakt om een goed prediker van ,jezus ,christus te wezen4 ,geen wonder dus1 dat zijne kerk altijd opgepropt was van toehoorders en dat menigeen daar getroffen werd1 terwijl vele belangstellenden moesten buiten staan4 ,daar ging kracht uit van dezen prediker1 dat werd in den ganschen omtrek openbaar1 terwijl allerlei lieden zijn onderricht begeerden4 ,op bepaalde tijden bezocht hij de omliggende dorpen1 en bijgemeenten werden gevormd1 die tot op heden bestaan4 ,nu en dan bracht hij ook een bezoek aan de hoofdstad1 waar hij bijna even populair was als tehuis4 ,eene enkele aankondiging was voldoende om hem een groot gehoor te verzekeren4 ,een ooggetuige zegt3 ,ik heb eens eene prediking van hem bijgewoond1 waar1 naar ik gis1 twaalf honderd menschen samen kwamen1 en dat nog wel des morgens om zeven uur op een werkdag1 in den donkeren wintertijd4 ,ook woonde ik eene prediking bij op den dag des ,heeren in eene vergaderzaal te ,londen1 waar meer dan drie duizend waren opgekomen1 zoodat de helft zich genoodzaakt zag uit gebrek aan plaats weer heen te gaan1 en ,bunyan zelf kon slechts met moeite door een achterdeur als over de schouders der hoorders heen zijn predikstoel bereiken04 ,het was een zeer aandoenlijk schouwspel wanneer hij op afgelegen plaatsen optrad1 meestal voor een duizendtal personen en dat nog wel midden in den nacht4 ,zijn groote beroemdheid vervulde hem met zorg4 ,hij verontmoedigde zich des te dieper voor den ,heere4 ,indien hem geen groote genade van den hemel ware geschonken1 dan zou hij zijn gaan roemen buiten de maat1 en de duivel zou hem verstrikt hebben4 ,god liet ook toe1 dat zijn knecht werd gekastijd4 ,er kwamen kwade geruchten in omloop1 die hem onteerden4 ,er werd verzekerd1 dat hij het zevende gebod had geschonden en het negende evenzeer4 ,zekere heer ,beaumont kwam plotseling te sterven4 ,zijne dochter1 die eerst door hem op straat was gezet omdat zij ,bunyans prediking volgde1 was daarna weder in gunst ontvangen nadat zij beloofd had niet langer onder dat volk0 op te gaan4 ,zij had spoedig spijt van die belofte en smeekte haar vader haar toch verlof te geven om naar de preek te gaan luisteren4 ,op zekeren avond toen de oude heer reeds ter rust was gegaan1 zocht zij hem op zijne slaapkamer op en sprak zoo ernstig met hem1 dat hij tot tranen bewogen werd4 ,in den loop van dien nacht kwam de vader te sterven4 ,nu liep het gerucht dat hij vermoord was1 dat zijne dochter hem vergiftigd had1 en dat haar leeraar haar hierin was behulpzaam geweest4 ,dit gerucht bracht heel den omtrek in beweging4 ,deze vrouw was eene moordenares en haar prediker leefde met haar in ontucht4 ,ofschoon echtgenoot en vader was hij een schandelijk overspeler1 zoo niet nog erger dan dat6 ,het gerecht zou hem straffen4 ,een onderzoek werd ingesteld1 nu ook naar andere lasteringen1 die reeds in omloop waren4 ,maar met dit onderzoek eindigde ook de gansche zaak4 ,de lasteraars werden door den lijkschouwer aan de kaak gesteld1 en ernstig wegens hunne vermetelheid bestraft1 terwijl de leeraar zeide3 ,ik roep ,god tot getuige aan1 dat ik onschuldig ben4 ,niet dat ik uit of van mijzelven van eenige goddeloosheid ben teruggehouden2 maar ,god heeft mij in zijne genade bewaard1 zooals ik bid1 dat ,hij altoos doen zal40 ,afbeelding3 ,,bunyan ,,in ,,de ,,gevangenis4 ,dit zooveel opspraakmakende leed werkte mede ten goede4 ,de prediking won aan kracht1 en de prediker kwam in nog grooter roep als een goed dienstknecht van ,jezus ,christus4 ,uitnoodigingen kwamen tot hem van andere en grootere gemeenten4 ,hij kreeg beroepen1 die zijn inkomen aanmerkelijk zouden vermeerderd hebben en hem in staat gesteld een grooten staat te voeren4 ,maar hij was onbeweeglijk4 ,de stad ,bedford met hare nabuurschap was zijn kring1 met dien verstande echter1 dat hij ook als de gelegenheid zich aanbood elders ging prediken4 ,hij werd nu in de wandeling altijd bisschop ,bunyan0 genaamd en ontzag moeite noch arbeid om naar verwijderde streken heen te reizen1 waar het volk zijne hulp noodig had4 ,het was hem nu vergund te prediken en raad te geven zonder dat iemand hem eenigszins mocht hinderen1 en ofschoon hij voortdurend bleef ontkennen1 dat hij deze vergunning behoefde1 kwam zij hem toch ten goede4 ,van zijne roeping als leeraar liet hij zich nooit aftronen1 evenmin door goed als kwaad gerucht4 ,zijn vriend ,charles ,doe getuigt daarvan3 ,toen ,bunyan eens op weg naar ,cambridge was1 ontmoette hem iemand van de universiteit1 die tot hem zeide3 ,hoe durft gij prediken1 aangezien gij den oorspronkelijken tekst niet kent en geen geleerde zijt80 ,toen antwoordde ,bunyan3 ,hebt gij den oorspronkelijken tekst80 -- ,ja01 zeide de academie-man4 ,zoo1 zijt gij in het bezit van de oorspronkelijke handschriften1 die door de pennen der profeten en apostelen zijn geschreven80 vroeg ,bunyan verder4 -- ,neen0 zeide de ander1 maar wij hebben de echte copin van het oorspronkelijke40 -- ,hoe weet gij dat80 -- ,hoe80 herhaalde de ander4 ,hoe8 ,wel wij gelooven1 dat wij de ware en echte copin van den grondtekst bezitten40 -- ,juist10 zeide ,bunyan1 en zoo geloof ik nu ook1 dat de ,engelsche vertaling een echte en zuivere copie van den grondtekst is40 ,en de geleerde mijnheer ging door4 ,het zaad des ,woords viel in goede aarde4 ,vele werden bekeerd en den ,heere toegevoegd4 ,de gemeente1 die onder zijne hoede stond1 werd voortdurend uitgebreid1 en als een onderherder arbeidde hij voortdurend aan haar welzijn4 ,op de bediening der sacramenten was hij zeer stipt en daarin zeer getrouw4 ,zij waren de genade niet1 maar wel genademiddelen1 die niemand verzuimen mocht4 ,het laatste avondmaal veranderde niet in het lichaam en bloed des ,heeren2 maar het stelde het voor4 ,en deze leeraar geloofde1 dat de berouwhebbende zondaar en de pasbekeerde geloovige ze niet mochten verzuimen1 of zij verzuimden een voorrecht en begingen eenen misslag4 ,hij zorgde voor het krankbezoek met veel medelijden en liefde4 ,waar soms strijd tusschen de broeders ontstond1 trad hij onmiddellijk tusschen beiden4 ,voor zoekenden naar de waarheid in hunne menigvuldige aanvechtingen en bekommering1 was hij een trouw en vriendelijk raadgever4 ,met de leden1 die naar elders vertrokken waren1 hield hij briefwisseling1 er in toestemmend1 dat zij elders zich bij eene zusterkerk aansloten1 die op denzelfden bodem stond4 ,de tucht op degenen1 die zich vergrepen1 paste hij met alle gestrengheid toe4 ,hij zelf ging eerst met de zoodanigen in de eenzaamheid2 gelukte het hem dan niet de dwalenden terecht te brengen1 dan moesten de broeders er aan tepas komen4 ,alle tuchtiging1 die hij oplegde1 moesten de broeders goedkeuren of verzachten4 ,hij handelde daarin geheel eenstemmig met hen4 ,de haast1 waarmede hij strafte1 werd weder goedgemaakt door de haast waarmede hij vergaf4 ,menigmaal hief hij de tuchtroede op of verzachtte de kastijding aanmerkelijk1 waar hij groot berouw en oprechte schuldbekentenis bespeurde1 zoodat de tucht diende tot opbouwing van het allerheiligst geloof4 ,bunyan matigde zich geen monopolie aan voor den dienst des ,evangelies4 ,hij achtte zich gesteld over de broederschap des ,heeren1 als voorganger en herder der gemeente4 ,maar hij zag in ieder lid der gemeente een medearbeider en droeg hun zulke bedieningen op als het best voor hen pasten4 ,de jongere en oudere leden leerden hunne voorrechten en verplichtingen kennen2 allen beijverden zich in 's ,heeren dienst1 om elkander op te voeden in het ,evangelie1 elkanders lasten te dragen en alzoo de wet van ,christus te vervullen4 ,langs deze verschillende wegen werd zorg gedragen voor de kudde over welke de ,heilige ,geest hem tot een opziener gesteld had4 ,hij voedde haar met het brood des levens2 hij bracht haar tot werken des geloofs2 hij oefende haar in godzaligheid2 hij bezielde allen met zelfverloochenenden ijver2 hij hield haar terug van een zelfvertrouwen1 dat gevaarlijk wezen zou1 en van verachtering in het geloof1 dat eenmaal den heiligen overgeleverd is4 ,v4 ,,zijn ,,loopbaan ,,als ,,schrijver4 ,bunyan was vertrouwd met de behandeling der pen4 ,het schrijven was hem daarbij een genot4 ,de opstellen gingen van zijn hart naar zijn hoofd en dan kwamen ze door zijne vingers op het papier4 ,het moet intusschen worden toegestemd1 dat de handeling van het schrijven zelf hem veel moeite kostte en zeer langzaam ging4 ,te oordeelen naar de vroegste staaltjes van zijn pennekunst1 moet het hem heel wat tijd gekost hebben zijn dunste boek voor de pers gereed te maken4 ,de geest was zonder twijfel de pen ver vooruit4 ,hij werd auteur in #afef1 bijna tegelijkertijd toen hij prediker werd1 en zijn eerste werk was een strijdschrift4 ,het droeg den titel3 ,eenige ,evangelische waarheden volgens de ,schriftuur uitgelegd40 ,het doel daarvan was zich te verzetten tegen enkele dwalingen1 waaraan zekere ,kwakers leden1 namelijk de geringschatting van de ,schrift en van het offerbloed des ,lams in het plaatsvervangend lijden4 ,het werd dadelijk beantwoord1 en op dat antwoord gaf hij een buitengewoon scherp wederantwoord4 ,andere boeken volgden en toen werd hij gevangen gezet4 ,maar het schrijven hield niet op1 want de nood drong hem zijne pen geen rust te laten4 ,hij moest zijne familie ondersteunen1 en ofschoon hij een gevangene was1 toch moest hij zijn eigen kost verdienen4 ,daar nu het schoenlappen daartoe niet voldoende was1 schreef hij nu en dan korte stukjes1 welke zijne vrienden lieten drukken om ze langs de straten te verkoopen4 ,ze gingen zoo goed van de hand1 dat de liedjeszangers bij ,newgate en ,londen ,bridge zijn portret en handteekening op hunne prullerij plaatsten1 ten einde ze ingang te doen vinden bij het volk4 ,als een bewijs van vriendschap voor hen1 die zijne prediking gevolgd waren1 en voor wie ze gezegend was geweest1 schreef hij een kort verhaal van hetgeen ,gods barmhartigheid voor hem gedaan had4 ,deze levensbeschrijving1 die van zijne geboorte tot zijne gevangenneming loopt1 is een der merkwaardigste autobiographin1 die ooit uitkwamen4 ,zij bevat inderdaad de aanleidende oorzaak voor ieder punt zijner bekeering1 al wat hij ondervond1 dat invloed uitoefende op zijne inwendige wijding tot het leeraarschap4 ,de lezer van deze levensschets heeft dan ook grootendeels den man zelf hooren spreken1 zij is in hoofdzaak wat ,bunyan zelf geschreven heeft4 ,de ernstige toon1 waarin het geheel gesteld is1 komt vooral uit in de volgende zinsnede1 die bewonderenswaardig heeten mag4 ,god speelde er niet mede toen hij mij tot overtuiging der waarheid bracht2 de duivel speelde er niet mede toen hij mij verzocht2 en evenmin speelde ik er mede1 toen de angsten der hel op mij nederkwamen2 en daarom mag ik er ook niet mede spelen als ik deze dingen verhaal2 maar ik leg ze daar klaar en duidelijk neder1 juist zooals ze gebeurd zijn40 ,de titel1 welke hij aan zijn boek gaf3 ,overvloedige genade bewezen aan den grootsten der zondaren10 was de beste1 dien hij kiezen kon4 ,meer doorwrochte uitgaven volgden1 waarvan het in gereedheid brengen onder ,bunyans omstandigheden inderdaad verbazing wekt4 ,zij waren diepdoordachte studin over groote waarheden1 als1 de rechtvaardigmaking door het geloof1 de wederopstanding der dooden1 en ofschoon nieuwere werken deze in onze theologische scholen hebben verdrongen1 ze zijn toch maar zelden overtroffen evenmin in hunne overtuigingskracht als in hun diep inzicht1 terwijl ze blijk dragen hoe nauwgezet hij de waarheid toepaste en ook anderen tot ernstige toepassing drong4 ,de eenige hulpbron1 die bij zijne letterkundige werken hem als hulpmiddel diende1 was een ,concordance1 en het ,boek der martelaren van ,fox20 -- de eenige plaats1 waar hij schrijven kon1 zijne cel1 waar hij ieder oogenblik werd gestoord en hij zoo goed als geene geriefelijkheden krijgen kon4 ,de toon van zijne werken in de gevangenis was grootendeels de polemische1 en somtijds was de strijder zelfs hardvochtig en gestreng4 ,jegens den predikant ,fowler1 die eene ondubbelzinnige ontkenning en verloochening van het #ac;e artikel van zijne eigen kerk had geschreven1 zegt ,macaulay dat hij woest0 was4 ,hij was voorzeker wel wat ruw1 maar ,fowler was op zijn minst al even ruw1 en beiden verloren veel te veel de bescheidenheid uit het oog4 ,het laatste werk1 dat uit zijne gevangenis naar de pers ging1 was getiteld3 ,eene belijdenis van mijn geloof1 en eene verdediging van mijn praktijk40 ,het had de strekking om zijne praktijk te verdedigen1 dat ,christenen als ,christenen aan 's ,heeren avondmaal mochten deelnemen4 ,het was volgens ,bunyans gevoelen genoeg1 dat iemand het bewijs leverde van een geloof in de liefde werkende4 ,dat zoo iemand nog niet gedoopt was na de belijdenis van zijn geloof1 betreurde de ,baptisten-predikant ernstig1 maar ofschoon hij zich om des gewetens wille van zulk eene indompeling ook voorloopig onthield -- de godzaligheid van zijn wandel was daar het bewijs van -- zoo bleef toch zijn recht op de voorrechten der kerk onaangeroerd1 en te ,bedford mocht hij ze allen genieten4 ,een groot geroep ging er na deze uitgave op onder de ,baptisten1 en deze openbare mededeeling werd als een onteering van den ,heere aangezien4 ,maar ,bunyan volhardde stillekens in zijne overtuiging1 wel bewust1 dat de almachtige ,god zijn schild was1 en duldde alles1 naar hij zeide tot het mos op zijne oogleden groeien zou40 ,er was een ander boek1 dat in het licht gegeven is vor onze auteur de gevangenis verliet -- dat boek1 hetwelk inderdaad zijn naam vereeuwigd heeft4 ,de ,pelgrimsreis0 werd begonnen en geindigd in de gevangenis4 ,dit boek werd hem als het ware ingegeven en kwam zonder moeite op papier1 zich aan hem opdringende met groote zoetvloeiendheid en innig gevoel1 als in de bekoorlijkheden van een droomgezicht4 ,hij was bezig een ander boek te schrijven1 toen hij eensklaps aan dit begon4 ,twintig denkbeelden drongen zich aan hem op1 en vor hij die neergeschreven had weer twintig andere4 ,hij zette met genot de pen op het papier4 ,terwijl hij ophield of rustte kwam het denkbeeld1 en wachtte hij maar weer dan kwam er weder een ander1 tot hij eindelijk in alle opzichten verblijd en verwonderd was over wat hij had geschreven4 ,hij behandelde dit onderwerp geheel uit zichzelven1 geen enkele menschelijke ziel was hem daarbij behulpzaam2 hij had niet zooals anders vooraf bouwstoffen opgezameld4 ,hij had geene inspiratie gezocht1 noch bij het plechtig geklots van vele wateren1 noch bij den prachtigen aanblik van een ,oosterschen hemel1 noch in de plechtige eenzaamheid1 of zelfs in de afzondering bij verheven natuurtooneelen4 ,hij was bewoner van een hol en hij was altijd een zwerveling geweest in het weinig romantische land aan den oever der ,ouse4 ,maar tot zijne onuitsprekelijke vreugde had hij ,christen temidden van wonderveel en groote zonden heengevoerd naar de liefelijke bergen1 en door het land van doodschaduwen naar het ,paradijs van ,god4 ,de bouwstof en de wijze van bewerking was alles het zijne1 en geen mensch kwam er iets van te weten vor het afwas4 ,in de gevangenis zat ook een zekere ,marsom1 door wiens familie bericht is1 dat toen de ,christenreis0 gereed was1 ,bunyan die aan al zijne medegevangenen voorlas1 om van hen te weten te komen of hij het werk zou laten drukken al dan niet4 ,men was er niet eenstemmig over4 ,sommigen zeiden3 ,john1 laat het drukken10 anderen zeiden3 ,niet doen40 ,sommigen zeiden3 ,het kan goed doen10 anderen meenden van niet4 ,marsom vroeg of hij het nog eens overlezen mocht en na het nauwkeurig bestudeerd te hebben1 ried hij aan1 dat het zonder mankeeren moest worden gedrukt4 ,toch gebeurde het niet vr #afgh1 en toen was dit boek onmiddellijk populair en wel in bijzonder groote mate4 ,binnen tien jaren werden er twaalf herdrukken van bezorgd en in ,engeland alleen hadden #ajjjjj exemplaren hunnen weg gevonden vor ,bunyans dood4 ,van dien tijd af is het een gevierd boek gebleven4 ,het is in den schouwburg opgevoerd4 ,de romanschrijvers hebben er van geprofiteerd4 ,allerlei letterkundigen hebben het aangehaald en vele schrijvers er hunne beelden aan ontleend4 ,de kritiek heeft het onder handen genomen en het op allerlei wijzen ontleed1 zoodat alle schoonheden en gebreken in het helderste licht verschenen zijn4 ,door vertaling is het populair geworden bij schier alle natin onder den hemel4 ,kunstenaars hebben hun uiterste best gedaan om de schoone tafereelen af te beelden4 ,de ,geschiedenis van ,meester ,kwaad01 met nog een of twee andere boeken volgden op de uitgave van den ,christenreis01 en toen kwam in #afhb ,de ,heilige ,oorlog04 ,het valt gemakkelijk uit de inleiding op te maken1 dat bij de beschrijving van ,menschziel1 eerst in bezit genomen door ,diabolus en dan heroverd door ,immanuel1 de schrijver zichzelven op het oog heeft4 ,de beschrijving is geheel op militaire wijze1 de bijzonderheden uit het krijgsmansleven zijn herinneringen uit zijn eigen militaire loopbaan bij het beleg van ,leicester1 vandaar dus zijne beelden4 ,de eerste aanval van den duivel1 die met zulk een spoedig succes bekroond werd in de vervreemding van den mensch van zijn ,maker1 is wonderschoon verhaald1 en zoo ook de vleeschwording van den ,zone ,gods tot verlossing van den verloren mensch4 ,wellicht wordt dit nog overtroffen door de vernieuwde pogingen van den ,booze om den mensch weder in zijne macht te brengen4 ,de diepzinnige filosofie van de beelden1 die gebruikt worden1 is volkomen in overeenstemming met den geest1 die hier lichamelijk voorgesteld wordt4 ,het bovennatuurlijke1 het dichterlijke en het evangelische gaan hand aan hand4 ,ook dit boek beleefde vele herdrukken gedurende het leven van den schrijver en wordt nog voortdurend gretig gevraagd1 maar toch niet in die mate als de onovertroffen inhoud verdient4 ,het is het beste menschelijke richtsnoer voor hem1 die wenscht te weten hoe de wet der zonden in zijne leden woelt en door ,satanische macht daarin is gekomen1 en hoe ook door de inwerkende genade des ,heiligen ,geestes die macht in toom kan worden gehouden4 ,afbeelding3 ,,bunyan ,,predikende ,,in ,,de ,,open ,,lucht4 ,binnen een paar jaren werd het tweede deel van de ,christenreis0 uitgegeven1 de ,christinnereis10 waarin wij ,christens vrouw en kinderen met hunne geburin ,barmhartigheid achter hem naar den hemel zien trekken4 ,andere medereizigers1 wier namen eene zeer diepe karakterkennis verraden1 voegen zich bij het gezelschap en onder het voortreffelijk geleide van ,grootmoedig01 bereiken zij eindelijk hunne bestemming4 ,het is heerlijk om te zien hoe het vlakke veld opgevuld is met paarden en wagenen en trompetters om de pelgrims te begroeten1 waar zij en voor en de gouden stad binnentrekken4 ,de groote rijkdom en afwisseling van ,bunyans denkbeelden komt in dit tweede deel vooral uit waar men ze vergelijkt met het eerste4 ,de reis van ,christen was meestal een zware en moeielijke worsteling om de zegepraal2 de reis van ,christina was grootendeels een aangename reis naar het vaderhuis4#a #a ,van ,de ,christen- en ,christinnereis naar de eeuwigheid0 verscheen bij de uitgevers van dit werk en geheel in dezelfde wijze van uitvoering eene volksuitgave met #ajj uitstekende platen en portret van den schrijver1 in prachtigen stempelband1 tot den geringen prijs van #d4be4 ,christina's zonen waren achtergebleven als een groote zegen voor de strijdende kerk2 de droomer begreep1 dat hij daarvan in de toekomst nog wel wat te zeggen zou hebben4 ,zijn vermoeden werd waarschijnlijk vervuld1 ten minste in zooverre dat hij ook nog een derde deel onder handen heeft gehad2 want enkele jaren na zijn dood kondigde zijn uitgever1 ,nathaniel ,ponder aan1 dat hem het manuscript was toevertrouwd en dat het binnenkort het licht zou zien4 ,er werd evenwel niets meer van die uitgave van ,ponder vernomen4 ,wel kwam er later iets uit1 dat een derde deel beteekenen moest2 maar het was eene vervalsching4 ,alle innerlijke en uitwendige bewijzen zijn voorhanden1 dat het volstrekt niets te maken heeft met den wezenlijken droomen-droomer1 en zijne twee echte droomen04 ,weder andere boeken volgden tot omstreeks zestig boekdeelen1 waaronder verscheidene van aanzienlijke grootte1 ,bunyans werken uitmaken4 ,velen daarvan waren polemisch1 maar allen hadden betrekking op de fundamenteele waarheden des ,christendoms4 ,in vele gevallen bestonden zij uit eene uitbreiding van zijne predikaties1 wanneer de overtuiging zich van hem meester maakte1 dat zij zeer geschikt waren om goddelooze lezers te doen ontwaken uit hunnen doodslaap en de vromen tot dieper overtuiging te brengen4 ,hij wilde nuttig zijn niet alleen voor zijn eigen tijdgenooten1 maar ook voor de toekomstige geslachten4 ,het was inderdaad een moeilijke taak om al de tegenwerpingen der verachtende spotters naar eisch te beantwoorden1 maar hij vervulde die taak4 ,het was een hard werk al de verschillende moeielijkheden op te lossen van tuchtelooze en huichelachtige gemoederen1 maar hij deed dat werk4 ,hem woog de zware verantwoordelijkheid om de gemeente ,gods te waarschuwen tegen de menigvuldige verzoekingen om de waarheid te ontkennen of te verminken1 op het hart1 en hij onttrok zich niet aan die taak1 maar arbeidde hieraan ijverig1 zoowel op den predikstoel als in de pers4 ,zijne leer leefde in duizenden zijner tijdgenooten1 die hij nooit gezien had1 en hij wist hen te vervullen met bewonderende liefde voor het ,evangelie van ,gods genade4 ,beide door zijne eenvoudige werken als daar is ,het boek voor jongens en meisjes01 en door zijne diepzinnige geschriften1 als b4 v4 ,de ,genadewet ontvouwd01 werd het volk over het algemeen aangetrokken2 het hield die geschriften dankbaar in waarde1 en werd er krachtig door overtuigd4 ,niet en was er onder al die zestig deelen1 waarvan niet veilig kon gezegd worden1 dat zijn onderwerp waardig1 zijne taal verstaanbaar1 zijne redeneering vloeiend1 zijne inkleeding smaakvol1 zijne oprechte bedoeling doorzichtig1 zijn toon die van ,boanerges en ,barnabas was2 nu eens verontrustend en verschrikkelijk1 dan weer vertroostend -- altijd geschikt om zijne lezers een inzicht te geven in het ware zaligmakende geloof4 ,als eene proeve van zijne aangrijpende welsprekendheid1 diene het volgende3 ,luiaards1 onverschilligen1 slaapt gij dan altijd8 ,zijt gij nu vast besloten den slaap des doods te slapen8 ,zullen noch boodschappen van den hemel noch van de hel u wakker maken8 ,zult gij dan maar altijd zeggen3 ,nog een weinig slapens1 nog een weinig sluimerings1 noch een weinig handvouwens al nederliggende8 ,o1 dat mijne oogen tranenbeeken waren1 en dat ik een hart vol medelijden met u hadde6 ,hoe zou ik u dan beklagen6 ,hoe zou ik u beweenen6 ,arme1 verloren1 stervende ziel6 ,hoe hard is mijn hart1 dat ik niet over u wegsmelt in tranen6 ,indien gij maar een lid van uw lichaam verloort1 of een kind1 of een vriend1 dan zou het nog zoo erg niet wezen2 maar arme mensch1 het is ,,uwe ,,ziel6 ,indien die naar de hel verwezen werd voor n dag1 of voor een jaar1 of zelfs voor duizend jaren1 dan ware het vergelijkender wijze nog te overkomen2 maar het is voor eeuwig6 ,o die ontzettende ,,eeuwigheid6 ,welk een zielverbrijzelend woord zal dat voor u wezen als tot u gezegd wordt3 ,gaat weg van mij1 gij vervloekten1 in het eeuwige vuur1 dat den duivel en zijnen engelen bereid is600 ,afbeelding3 ,,bunyans ,,laatste ,,liefdewerk4 ,in zijn omgang met bekommerden en wankelmoedigen ging hij met groote wijsheid te werk4 ,lees hier wat hij tot hen zegt3 ,niets is eene meer algemeene kwaal onder ons menschen1 dan dat er velen zijn1 die twijfelen aan de genade ,gods1 en dat bekomt een zondaar toch wel het allerslechtste4 ,de wet te verbreken is inderdaad reeds dwaas genoeg2 maar de genoegzaamheid der genade te betwijfelen is nog erger dan dwaasheid en zonde1 erger dan al wat slecht heeten moet4 ,daarom1 wanhopende zielen -- want het is tot u dat ik spreek -- werpt uw wantrouwen weg1 schudt uit uwe slaafsche vrees1 hangt al uwen argwaan aan den kapstok1 en gelooft1 dat gij daartoe een zeer voldoende reden hebt1 want daar stroomt eene rivier voor uwe voeten4 ,laat uw gebrek aan vroomheid en goede werken u niet het minste verhinderen4 ,dit is eene rivier van het water des levens3 stroomen van genade en barmhartigheid ziet gij daar4 ,en wanneer gij ziet dat zij1 die vreezen van honger te sterven1 mondvoorraad opdoen te ,tunbridge1 ,epsom1 ,bath en elders1 opdat zij voor lange reizen op de wateren uitgerust zijn2 zorgt gij dan1 dat gij voorzien zijt van levend water1 dat gij niet behoeft te koopen1 maar dat u wordt aangeboden om niet4 ,o1 laat dan uwe ziel niet ophouden noch u terughouden door vrees of twijfel2 maar drinkt1 drinkt en leeft in eeuwigheid40 ,ook voor den geloovige1 die zich in ,christus verheugt1 had hij een woord op zijn pas4 ,het is zoo heerlijk en ,gode zoo aangenaam1 wanneer ,christenen wandelen waardiglijk hunne roeping1 hun staat en hun toestand3 in alle dingen getrouw aan wat ,god van hen maakte4 ,dan zijn zij als de bloemen in den tuin4 ,waar de tuinman ze geplant heeft daar staan ze1 en van den hysop1 die aan den wand uitwast1 tot den ceder van den ,libanon toe is van hen allen hunne vrucht ook hunne heerlijkheid4 ,en aangezien de stam1 waarop zij ingent zijn1 de vruchtbaarste stam is1 en het sap1 dat door hen heenvloeit het vruchtbaarste sap1 en de ,kweeker onzer zielen de wijste hovenier1 zoo vertrouwen wij alles aan ,hem toe ook wat ons vreemd toeschijnt1 alleen zorg dragende1 dat wij rijk worden in goede werken4 ,daardoor toont gij immers1 dat gij geen geschilderd vuur zijt1 dat geen warmte afgeeft2 geen geschilderde bloemen1 die geen geur hebben2 geen geschilderde boomen1 waaraan nooit vruchten groeien40 ,,vi4 ,,zijn ,,levenseind4 ,lijden om des gewetens wil bleef ,bunyans deel tot het einde4 ,zijn weinige gehechtheid aan de staatskerk en zijne evangelische getrouwheid brachten hem dikwijls in onaangenaamheden met de overheid1 en deze heeft hem meer dan eens van zijne goederen beroofd4 ,zijn kerkgebouw werd zelfs eene wijle gesloten en hij moest zijne vergaderingen in het open veld houden4 ,temidden van al deze onzekerheid voor de toekomst vermaakte hij aan zijne innig geliefde vrouw alles wat zijn eigendom was bij een document1 dat gedagteekend is van den #bcsten ,december #afhe4 ,hij1 ,john ,bunyan1 kopersmid1 gaf1 door innige liefde gedreven1 aan haar alle goederen1 die hij bezat1 zoowel roerend als onroerend1 en alle schuldvorderingen1 waar die ook mochten gevonden worden40 ,aldus op alles voorbereid was hij tijdig en ontijdig in zijn ,meesters werk4 ,zijn roem groeide telkens aan4 ,van alle zijden werd het hem moeielijk gemaakt door overstelpende bezigheden4 ,hij werd beter met boeken vertrouwd1 en zijne groote kennis der menschelijke maatschappij bracht hem eigenaardige voordeelen aan4 ,alles werd tot zijn doel aangewend2 hij kon alles gebruiken2 menigmaal werden onderwerpen uit het dagelijksch leven aangehaald om als illustratin te dienen1 en niet minder staatkundige gebeurtenissen of de geschiedenis van den dag4 ,als hofprediker van den ,lord ,mayor van ,londen1 tot welk ambt hij eens geroepen werd1 of als gast der eenvoudige hutbewoners in afgelegen dorpen1 wien hij na het landelijk maal het ,evangelie prediken zou1 altijd was hij dezelfde1 altijd bleek zijne vurige begeerte om anderen nuttig te wezen en tot ,god te leiden4 ,in het voorjaar van #afhh leed hij veel door de zweetziekte1#b en het scheen zelfs1 dat hij er aan sterven zou4 ,gedeeltelijk herstelde hij wel weer1 en eindelijk meende men zelfs1 dat hij zijne volle kracht terugbekomen had4 ,maar zijn einde was op handen en het duurde niet lang of het kwam4 ,eer zelfs dan hij of zijne zoo innig aan hem verkleefde echtgenoote vermoed hadden1 want hij stierf waar zij hem niet bijtijds kon bereiken1 twee dagreizen van huis4 #b ,deze vreemde ziekte1 die slechts een verloop van enkele uren had1 meestal met doodelijk einde1 sleepte omstreeks dien tijd in ,engeland vele honderden ten grave4 ,hij was door een jongeling zeer dringend verzocht eene poging te doen om hem met zijn vader te verzoenen1 die gedreigd had hem te zullen onterven4 ,daar was in het geheel geen kans op dan alleen door een persoonlijk bezoek1 en daartoe moest ,bunyan eene reis ondernemen van ,bedford naar ,reading1 een afstand van vijftig mijlen4#c ,hij ondernam dien tocht te paard en slaagde zoo goed in zijne opofferende onderneming1 dat de vader er in toestemde zijn zoon te vergeven en de bedreiging introk4 ,zeer verblijd over den goeden uitslag1 besloot ,bunyan ,londen op de terugreis aan te doen1 waar die jongeling woonde4 ,hij wilde hem zelf de goede tijding brengen4 ,het weder was buitengewoon onstuimig en de reis viel hem zuur4 ,toen hij de woning van zijn vriend ,shaddoks op ,sneeuwheuvel bereikte1 overviel hem de koorts1 en ofschoon er eerst alle hoop was op zijn herstel1 stierf hij tien dagen later4 ,de datum is onzeker1 daar de opgaven verschillen tusschen den #ab;en1 #ag;en en #casten ,augustus #afhh4 #c ,ongeveer achttien uren4 ,afbeelding3 ,,bunyans ,,graf ,,in ,,bunhill ,,fields4 ,bunyans dood was een waardig besluit van zijn leven4 ,zijne lenden waren omgord en zijne lamp brandende4 ,hij bleef getrouw tot den dood4 ,hij blies den laatsten adem uit1 verzegelende1 dat ,god waarachtig is4 ,wat zoudt gij beter voor mij kunnen begeeren10 zeide de stervende tot de omstanders1 dan wat ,god mij te zien geeft in het heerlijk visioen1 waarmede ,hij mij verwaardigt8 ,mijne begeerte is1 dat gij heilig moogt leven en eenmaal komen om het te zien4 ,ik ga naar den ,vader van onzen ,heer ,jezus ,christus1 die mij zonder twijfel uit kracht van het verzoenend bloed van zijnen ,zoon1 aannemen zal1 ofschoon ik een zondaar ben4 ,weent niet over mij4 ,wij zullen elkander eerlang weder ontmoeten om het nieuwe lied te zingen en eeuwig samen gelukkig te zijn40 ,hij wist1 dat hij in den hemel een beter en onsterfelijk leven tegemoet ging4 ,het lichaam werd te ,bunhill ,fields begraven temidden van vele treffende bewijzen van algemeene liefde en eerbied4 ,te ,bedford was de smart hevig1 in het bijzonder bij de gemeente1 die nu herderloos was1 maar niet minder in heel den omtrek4 ,het was nog geen veertien dagen geleden1 dat zij hunnen herder1 leeraar1 vriend en stadgenoot hadden zien wegrijden op zijn ,samaritanentocht der barmhartigheid naar ,berkshire1 en toen zag hij er niet minder sterk uit dan vroeger1 een krachtig1 flink gebouwd man van zestig jaren4 ,sommigen hunner hadden hem eerbiedig goeden dag gezegd1 anderen meer familiaar en vriendschappelijk gegroet4 ,en nu was hij reeds dood en begraven4 ,bij zijne bijzondere vriendelijkheid voor een verstootene had hij zijn leven ingeboet4 ,in den dienst van zijnen ,heer en ,heiland was hij ingesluimerd en tot zijne vaderen vergaderd4 ,grootmoedige1 eerwaardige ,bunyan6 ,gij rust van uwen arbeid en uwe werken volgen u na4 ,uw loopbaan was moeielijk1 maar gij waart standvastig4 ,gij werdt zwaar beproefd en diep bedroefd1 maar gij bleeft getrouw4 ,uw pelgrimsreis van deze wereld naar de toekomende loopt evenwijdig met uw eigen1 bewonderenswaardigen1 onnavolgbaren droom1 van het begin af tot aan het zegevierend en ,god verheerlijkend einde4 ,afbeelding ,,inleiding4 ,in ,de ,heilige ,oorlog0 bezitten wij een van de meesterstukken onder de allegorische werken van den ,onsterfelijken ,bunyan4 ,met zijn ,christenreis naar de eeuwigheid0 vergeleken is het eene allegorie van geheel verschillende stijl en karakter1 voorstellende een andere gestalte der bevinding4 ,bunyans ,heilige ,oorlog mag met alle recht genoemd worden de geschiedenis van 's menschen ziel40 ,in dit opzicht verschilt deze tegenwoordige beeldspraak van het vroegere werk van den uitstekenden droomer2 de ,christenreis0 handelt over de uitwendige omstandigheden van eens ,christens pelgrimstocht1 in zooverre zij voor het geestelijk leven voordeelig of schadelijk zijn1 en daardoor invloed uitoefenen op de innerlijke gemoedswerkzaamheden van den ,christen4 ,de ,heilige ,oorlog behandelt de inwendige worstelingen der ziel1 en gaat vandaar tot de uitwendige gevolgen over1 waar zij 's menschen geluk en vrede bewerken4 ,de ,pelgrimstocht beschrijft de vijanden van buiten1 die de ziel aanvallen1 terwijl de ,heilige ,oorlog de inwendige vijanden beschrijft1 die alle menschelijk geluk1 ja zijn leven bedreigen4 ,uit deze oorzaak hebben velen de gelijkenis van den ,heiligen ,oorlog0 zelfs als een veel geestelijker werk dan de ,christenreis0 beschouwd1 en wellicht is dit eerste daarom ook door de groote menigte minder verstaan en gewaardeerd4 ,deze leerrijke gelijkenis is een ontleder van het hart in de geestelijke ontleedkunde der ziel4 ,zij is een geestelijke spiegel1 die doet uitblinken wat de mensch was1 wiens slaaf hij werd1 welke oorlogen en gevechten1 welke worstelingen en aanvallen gewaagd en uitgestreden moeten worden1 vor ,christus weder op den troon zit in het hart en de verloren ,menschenziel kan zingen het nieuwe lied1 dat de herwonnen ,menschenziel waardig is4 ,de twee groote denkbeelden1 die het geheele werk beheerschen zijn de ,verloren en ,herwonnen ,menschenziel1 en doen ons denken aan ,miltons ,verloren en ,herwonnen ,paradijs4 ,de eerste zinspeling1 toegepast op de stad ,menschziel heeft het oog op 's menschen ziel in het algemeen1 maar verder in het bijzonder op dat wezen1 hetwelk ziel genaamd1 's menschen ik aanduidt1 waarop eens ,gods beeld en zegel werd gedrukt4 ,het was ,gods handenwerk1 en evenals al ,gods werken1 werd het zeer goed0 genoemd4 ,het was onder al ,gods scheppingen het naast in gelijkenis en het innigst in liefde aan ,god verwant3 ,god schiep den mensch naar zijn beeld40 ,de ziel werd geschapen om ,gods tempel te wezen1 de plek1 waar zijn troon stond4 ,het kasteel van ,menschziel is het hart2 de wallen zijn het lichaam of het vleesch1 en de poorten de vijf zinnen -- vandaar hun zeer verstaanbare benamingen4 ,de bewoners van de stad zijn het verstand1 het geweten1 de wil1 de lusten1 de gedachten -- de duizenden gedachten1 die in de ziel rondwriemelen4 ,dit zijn de mannen1 vrouwen en kinderen der stad1 aldaar ontvangen1 geboren1 gevoed1 en aldus opgroeiende in daden ten goede of ten kwade4 ,deze koninklijke verblijfplaats viel in de vernielende handen van satan of ,dibolus en zijne hoofdmannen2 de woorden veraanschouwelijkende van den wijsten der koningen -- die samenvatting van de geschiedenis der menschheid3 -- ,ziet1 dit heb ik gevonden1 dat ,god den mensch goed gemaakt heeft2 maar zij hebben vele vonden gezocht40 ,pred4 #g3bi4 ,dit droevig einde van de gevallen ,menschenziel wordt nu aanleiding tot de openbaring van ,gods heerlijkheid4 ,dit breken van het heilig verbond tusschen ,god en den mensch brengt al dadelijk den ,zone ,gods in het geding2 deze komt de gevallen creatuur te hulp4 ,immanuel maakt nu met zijnen ,vader een verbond1 dat ,hij zelf de ziel onder de souvereiniteit van ,god zal terugbrengen2 en dit vervult ,hij door zijn dood en zijne offerande en de daarop volgende werkingen van den ,heiligen ,geest4 ,maar intusschen heeft ,satan den troon in ,menschziel opgeslagen en daar een nieuwe regeering aangesteld4 ,de overweldiger moet verjaagd worden4 ,diensvolgens begint de worsteling1 en hier daalt de allegorie af tot het bijzondere2 tot uw ziel en de mijne4 ,de ziel wordt door ,christus hernomen2 maar daar zijn nog die loerende handlangers van ,dibolus1 het zaad des boozen in het hart1 het overschot van het onkruid1 het overblijfsel van den ouden mensch0 en de bedorven natuur4 ,deze veroorzaken menigmaal geestelijke schade aan de ziel2 zij bedroeven den ,heiligen ,geest1 en drijven somtijds ,christus weg van zijnen troon4 ,satan treedt spoedig weder binnen1 en moet weder verhuizen4 ,afwisselend geluk en tegenspoed zijn de toestanden van ons eigen geestelijk leven1 brengende ons dichter bij ,christus of houdende ons verder van ,hem verwijderd dan weleer4 ,zoo is de aard van dit onnavolgbare werk -- ,,de ,,heilige ,,oorlog4 ,wij wilden nu slechts de aandacht van den godzalige en den goddelooze1 van het vrijgemaakt kind ,gods en den gekluisterden slaaf des satans1 van den zwakke in het geloof en den bevenden1 twijfelenden ,christen op dit wondervolle tooneel van strijd vestigen4 ,afbeelding ,afbeelding ,,hoofdstuk ,i4 ,,menschziel1 ,,haar ,,oorsprong ,,en ,,afval4 ,in mijne omwandeling1 terwijl ik vele landstreken en gewesten doorreisde1 gebeurde het mij1 dat ik in dat wijdberoemde land kwam1 het ,heelal genaamd4 ,dat is een zeer groot en wijd gebied2 het ligt tusschen de twee polen en juist in het midden der vier hemelstreken4 ,het is eene overvloedig bewaterde en rijkelijk van heuvelen en dalen voorziene streek1 aangenaam gelegen en grootendeels1 ten minste op de plaats waar ik was1 zeer vruchtbaar1 goed bevolkt en in een overheerlijk klimaat4 ,de inwoners van dat land zijn niet allen van denzelfden aard1 noch spreken eenerlei taal1 noch hebben dezelfde zeden1 manieren of godsvereering1 maar verschillen zooveel van elkander als de eene planeet van de andere4 ,sommigen zijn rechtschapen en anderen mismaakt1 evenals dat in andere landschappen pleegt te zijn4 ,zooals ik zeide1 in dit land moest ik reizen en mijn zwerftocht aldaar duurde zo lang tot ik heel wat van de moedertaal1 zeden en gewoonten dergenen1 met wie ik verkeerde1 leerde kennen4 ,en1 om u de waarheid te zeggen1 ik was zeer met al wat ik zag en hoorde ingenomen2 ja1 zoo gevoelde ik mij daar op mijn gemak1 dat ik zeker voortdurend tot aan mijn dood toe als inboorling onder hen had blijven leven1 als mijn ,meester mij niet naar huis teruggeroepen had1 om daar werk voor ,hem te doen1 en mijn gedanen arbeid te overzien4 ,nu is er in dat aangename land1 het ,heelal1 eene zeer schoone1 bekoorlijke stad of gemeente1 ,menschziel geheeten1 eene stad wat hare bouworde aangaat zoo buitengewoon1 wat hare ligging betreft zoo gemakkelijk1 wat hare privilegin aangaat zoo voordeelig -- 7ik zeg dit met het oog op haar oorsprong7 -- dat van haar1 evenals vroeger van het land1 waarin zij gebouwd is1 met alle recht kan gezegd worden3 zij heeft haars gelijke niet onder den geheelen hemel4#d #d ,menschziel4 -- ,in het heelal heeft de stad haar gelijke niet4 7,hand4 #ag 3 #bh74 ,wat de ligging van deze stad aangaat3 zij is gelegen tusschen de twee werelden2#e en haar eerste ,fondeerder en ,bouwmeester was1 volgens de beste en authentiekste bescheiden1 die ik machtig worden kon1 zekere ,el-,schadda4#f ,deze bouwde haar tot zijn eigen vermaak4 ,hij maakte haar tot een spiegel en tot eene heerlijkheid van al zijne werken1 ja tot een meesterstuk boven al het andere1 wat ,hij in dit land had daargesteld4 ,zoo goed was de stad ,menschziel1 dat toen zij eerst gebouwd was1 naar ons bericht wordt1 zelfs de goden nederdaalden om haar te komen zien en van vreugde vroolijk te zingen4 ,en evenals ,hij haar maakte aangenaam voor het gezicht1 zoo gaf hij haar ook macht over al het omliggende land4 ,ja1 aan allen was geboden ,menschziel als hunne hoofdstad te erkennen1 en allen brachten haar gaarne als zoodanig hunne hulde4 ,de stad had dan ook van haren koning macht en last gekregen om van allen heerendiensten te eischen en allen ten onder te brengen2 die haar in eenig opzicht miskenden4 ,gen4 #a 3 #bf4 #e ,tusschen de twee werelden4 -- ,tusschen de tegenwoordige en toekomende wereld4 #f ,el-,schaddai4 -- ,god de almachtige4 ,in het midden van deze stad was een zeer beroemd en aanzienlijk paleis opgericht2 wegens zijne sterkte kon het wel een kasteel genoemd worden2 wegens zijne aangenaamheid een paradijs1 wegens zijne uitgebreidheid eene plaats1 die de gansche wereld omsloot4 ,deze plaats begeerde de koning ,el-,schadda alleen voor zichzelven te behouden1 en voor niemand anders met ,hem2 ten deele tot zijn eigen vermaak en ten deele ook opdat de schrik der vreemden niet over deze stad zou komen4 ,van deze plaats maakte ,elschadda ook eene vesting1 maar liet hare bewaring enkel aan de burgers der stad over4 ,pred4 #c 3 #aa4 ,de muren der stad waren wl gebouwd1 ja zo vast en sterk waren zij gemetseld en zo dicht saamgedrongen1 dat1 ware het niet gebeurd door de lieden der stad zelven1 zij in eeuwigheid niet konden bewogen of verbroken worden4 ,want hierin bestond de voortreffelijke wijsheid van ,hem1 die ,menschziel bouwde1 dat de muren nooit konden worden opgebroken noch zelfs eenigszins beschadigd door den allermachtigsten vijandelijken potentaat1 't en ware dat de inwoners zelven daarin bewilligden4 ,deze beroemde stad had vijf poorten om er in te komen en er uit te gaan1 en deze waren1 evenals de wallen of muren1 ondoordringbaar1#g en konden nooit of nimmer geopend of gesloten worden buiten den wil en de toelating van hen1 die daar binnen woonden4 ,de namen van deze poorten waren3 ,oorpoort1 ,oogpoort1 ,mondpoort1 ,neuspoort en ,voelpoort4 #g ,evenals de wallen of muren ondoordringbaar4 -- ,zonder 's menschen eigen toestemming was het1 zelfs voor ,satan zelf1 onmogelijk hem van ,god te doen afvallen4 ,afbeelding3 ,,diabolus ,,uit ,,den ,,hemel ,,geworpen ,nog andere dingen waren aan deze stad ,menschziel eigen1 die als gij ze bij de reeds genoemde voegt1 u een nog overvloediger bewijs zullen geven van de heerlijkheid en sterkte dezer plaats4 ,zij had voortdurend een voldoenden voorraad binnen hare muren2 zij bezat de beste1 meest gezegende en voortreffelijkste wetten1 die ooit in de wereld bekend waren4 ,daar was niet en schelm1 oproermaker of verrader binnen hare wallen2 't ware alle oprechte lieden1 trouw en innig met elkar verbonden1 en dit is -- zooals gij weet -- van groot belang4 ,en boven dit alles bezat zij 7zoolang zij aan haren koning ,el-,schadda getrouw bleef7 zijn steun1 zijne bescherming1 en was zij zijn vermaak4 ,nu was er op zekeren tijd een ,dibolus1#h een zeer groote en machtige reus1 die een aanslag waagde op deze beroemde stad ,menschziel1 ten einde haar in te nemen en tot zijne eigen woonplaats te maken4 #h ,dibolus4 -- ,satan1 aanklager1 tegenstander4 ,deze reus was koning der zwarten1 en de roofzuchtigste vorst der wereld4 ,met uw believen zullen wij eerst over de afkomst van dezen ,dibolus spreken en dan over zijne verovering van de beroemde stad ,menschziel4 ,deze ,dibolus is inderdaad een groot en machtig vorst en toch tegelijkertijd arm en ellendig4 ,wat zijne afkomst betreft1 zoo was hij in den beginne een van ,koning ,el-,schadda's dienstknechten1 door ,hem daartoe gemaakt en opgenomen in de allerhoogste en machtigste plaatsen1 ja hij was zelfs tot de hoogste posten en waardigheden in 's konings gebied verheven4 ,deze ,dibolus was gemaakt tot een zoon des dageraads0 en bezat een schoone plaats1 die hem veel heerlijkheid en glans gaf en een inkomen1 dat zijn ,lucifershart wel had kunnen voldoen1 ware het niet onverzadelijk geweest en wijd gapend als de hel zelve4 ,jes4 #ad 3 #ab4 ,hij1 zich aldus in grootheid en eere verhoogd ziende1 en toch naar hooger staat en trap strevende1 deed niet anders dan bij zichzelven overleggen hoe hij er toe komen mocht tot een ,heer over alles te worden verheven en het gansche opperbestuur te bezitten onder ,el-,schadda4 ,dit nu bewaarde de ,koning voor zijn ,zoon1 en had het dezen reeds verleend4 ,daarom hield hij nu eerst raad met zichzelven wat in dezen het best te doen ware1 en daarna openbaarde hij zijne gedachte ook aan sommigen zijner gezellen1 en slaagde er in hen over te halen4 ,zoo kwamen zij dan ten laatste tot dit plan1 dat zij een aanslag zouden wagen op 's ,konings ,zoon om hem te verderven1 opdat de erfenis hunne werd4 ,om kort te gaan1 het verraad werd1 zooals ik zeide1 besloten1 de tijd bepaald1 het wachtwoord gegeven1 de oproerlingen op een vastgestelde plaats bijeengeroepen en de aanslag beproefd4 ,daar nu de ,koning en zijn ,zoon altijd en overal alles zien1 zoo kon geen enkele plek in hun gebied voor hen verborgen wezen2 en daar ,hij altijd zijn ,zoon liefheeft als zichzelven1 zoo moest ,hij wel grootelijks vertoornd en beleedigd wezen door wat ,hij aanschouwde4 ,wat kon ,hij nu ook anders doen dan hen bij de eerste poging1 die zij in het werk stelden1 van verraad overtuigen1 van oproer aanklagen1 hun de verschrikkelijke samenzwering1 die zij bestonden1 voor oogen houden1 en hen allen onmiddellijk uit iederen post van vertrouwen1 van eer1 voorrang of voordeel1 dien zij bekleedden1 ontzetten8 ,dit gedaan zijnde verbande hij hen ook van zijn hof1 wierp hen neder in dien verschrikkelijken afgrond1 waar zij met ketenen vastgebonden1 nooit meer de minste gunst uit zijne handen verwachten kunnen1 maar onder het oordeel moeten blijven1 dat ,hij bepaald heeft en dat eeuwig duren zal4 #b ,petr4 #b 3 #d4 ,jud4 #f4 ,aldus uit alle posten van vertrouwen1 voordeel en eere verstooten zijnde1 en wetende1 dat zij de gunst van hunnen vorst voor eeuwig verloren hadden1 verbannen van zijn hof en in dien allerakeligsten put des afgronds nedergeworpen1 voegden bij hunnen vorigen hoogmoed alle woede en boosaardigheid tegen ,el-,schadda en zijnen ,zoon1 waartoe zij in staat waren4 ,derhalve in groote woede en furie1 al brullende omloopend van plaats tot plaats1 om1 waar zij wellicht iets vinden mochten dat 's ,konings eigendom was1 dat te schenden1 ten einde zich op ,hem te wreken -- zoo gebeurde het ten laatste1 dat zij in dit ruime landschap het ,heelal kwamen1 en recht op de stad ,menschziel aanliepen4 ,alsnu in aanmerking nemende1 dat deze stad een van de meesterstukken en de vermaking van ,koning ,el-,schadda was1 zoo wisten zij niet beter te doen dan na genomen raadslag1 een aanval op de stad te wagen4 ,ik zeide3 zij wisten dat ,menschziel den ,koning ,el-schadda toebehoorde1 want zij waren er bij tegenwoordig toen ,hij haar bouwde en voor zich opsierde4 ,toen zij nu die plaats gevonden hadden juichten zij geweldig van vreugde en brulden haar tegen als een leeuw zijne prooi1 zeggende3 ,nu hebben wij den schat gevonden1 en nu weten wij hoe ons op ,koning ,el-,schadda te wreken voor hetgeen ,hij ons gedaan heeft60 ,zoo zaten zij dan neder en riepen een krijgsraad bijeen1 onderzoekende langs welken weg en op wat wijze zij het zouden aanleggen om deze beroemde stad ,menschziel voor zich te bemachtigen4 ,vier zaken werden toen voorgesteld en besproken4 #a ,petr4 #e 3 #h4 ,afbeelding3 ,,krijgsraad ,,van ,,di,,bolus4 ,ten eerste1 of het best was1 dat zij allen zich tot dit doel voor de stad vertoonden4 ,ten tweede1 of het wel geraden was zich voor de stad neder te slaan in hun lompen en bedelaarsgewaad1 want hun prachtige kleeding was nu verscheurd en vernield4 ,ten derde1 of het goed zou zijn aan de stad ,menschziel hun oogmerk te ontdekken en het doel1 waarmede zij kwamen1 bloot te leggen1 dan of men haar liever zou aanvallen langs valsche wegen en met bedriegelijke woorden4 ,ten vierde1 eindelijk1 of het niet best was1 dat aan eenigen hunner een bijzonderen last gegeven werd om hun geluk te beproeven1 ten einde en of meer van de voornaamste lieden der stad neder te schieten1 of men niet oordeelde dat daardoor hun zaak en voornemen des te beter bevorderd werd4 ,op de eerste dezer voorstellen werd ontkennend geantwoord1 namelijk1 dat het niet best zou wezen dat allen zich voor de stad zouden vertoonen1 daar de verschijning van zoo velen de stad verschrikken en ontstellen kon1 terwijl het waarschijnlijk was1 dat weinigen of enkelen hunner dit niet doen zouden4 ,en om dezen raad ingang te doen vinden werd er bijgevoegd1 dat indien ,menschziel verschrikt werd of alarm begon te slaan1 het dan onmogelijk zijn zou die stad in te nemen4 ,want10 zeide ,dibolus -- hij was het namelijk1 welke dien raad gaf -- want niemand kan haar nemen zonder haar eigen toestemming4 ,laat daarom slechts weinigen of een enkele ,menschziel aanvallen2 en volgens mijn gevoelen01 zoo besloot ,dibolus1 moet ik dat zelf doen40 ,en allen stemden daarin toe4 ,nu kwam het tweede voorstel aan de orde1 namelijk of zij zich aan ,menschziel zouden vertoonen in hun havelooze plunje4 ,daarop werd eveneens ontkennend geantwoord4 ,o neen1 geenszins1 want ofschoon de stad ,menschziel er op ingericht was om met onzichtbare dingen om te gaan en daarvan ook reeds voordezen ervaring had gehad1 toch zagen zij nooit eenig medeschepsel in zulk een droevigen en haveloozen staat4 ,dit was het advies van den trotschen ,alecto4 ,toen zeide ,apollyon3 ,die raad is uitmuntend1 want zoo slechts en onzer haar verscheen zooals wij nu zijn1 dan zouden daardoor noodzakelijk zulke denkbeelden in hen oprijzen en zich vermenigvuldigen1 welke hen in ontsteltenis des geestes brengen zullen en hen dringen op hunne hoede te zijn4 ,en gebeurt dit01 ging hij voort1 dan is het1 zooals vorst ,dibolus zegt1 voorzeker tevergeefs aan de inneming der stad te denken40 ,toen zeide de sterke reus ,belzebub3 ,het reeds gegeven advies is zeer goed1 want ofschoon de lieden van ,menschziel zulke wezens als wij eertijds waren ook al gezien hebben1 tot hiertoe zagen zij nooit zulke wezens als wij nu zijn2 en het dunkt mij best te wezen tot hen te komen1 in zulk eene gedaante als waarmede zij bekend zijn1 en waarmede zij zich reeds vertrouwd maakten04 ,toen dit tot algemeen genoegen besloten was1 moest er nu worden besproken in welke gedaante1 gestaltenis of vermomming ,dibolus zich zou voordoen1 wanneer hij zich opmaakte om ,menschziel de zijne te maken4 ,daarop zeide de een dit1 de ander wat anders4 ,ten laatste antwoordde ,lucifer1 dat volgens zijne gedachte1 het best was dat zijn meester het lichaam van een of ander schepsel1 over hetwelk de bewoners der stad heerschappij hadden1 zou aannemen4 ,want01 zeide hij1 deze zijn hun niet alleen bekend1 maar daar deze onder hen staan1 zullen zij zich nooit verbeelden1 dat een aanslag op de stad bedoeld wordt4 ,en om nu allen te verblinden1 laat hem het lichaam aandoen van een dezer beesten1 die men in ,menschziel meent dat wijzer is dan al de overigen40 ,dit advies werd door allen toegejuicht1 en zoo werd dan bepaald1 dat ,dibolus den draak zou gebruiken1 aangezien deze in die dagen even familiaar met de stedelingen van ,menschziel was als tegenwoordig een vogeltje met een knaap4 ,want er was niets in de slang toen zij in haar oorspronkelijken staat verkeerde1 dat eenigen schrik kon wekken4 ,nu gingen zij tot het derde voorstel over4 ,gen4 #c 3 #a4 ,openb4 #bj 3 #a1 #b4 ,dit gold de vraag of zij hun voornemen en bedoeling openlijk zouden toonen bij hunne komst te ,menschziel1 ja dan neen4 ,ook dit werd ontkennend beantwoord2 na het tevoren beslotene sprak dit dan ook als vanzelf4 ,menschziel was een sterke stad1 een sterk volk woonde daarin2 de wallen en poorten waren ondoordringbaar 7om nu nog niets te zeggen van haar kasteel71 en in geenen deele kon iets op haar gewonnen worden zonder haar eigen goedvinden4 ,bovendien01 zeide ,legioen 7want hij was het1 die dit antwoord gaf71 wanneer wij ons oogmerk blootleggen konden zij wel eens om hulp naar hunnen ,koning zenden1 en als dat gedaan werd1 dan weet ik wel hoe het met ons gesteld zal zijn4 ,laat ons daarom in gehuichelde oprechtheid tot haar komen1 ons voornemen met allerlei leugenen bedekkend2 laat ons vleierij en pluimstrijkende woorden gebruiken2 dingen voorgevende1 die nooit bestaan zullen1 en beloften doende1 die nooit vervuld zullen worden4 ,dit is de weg om ,menschziel te winnen en te maken1 dat zij hare poorten voor ons opent1 ja1 zelfs1 dat zij verlangend wordt dat wij tot haar inkomen4 ,en de reden waarom ik denk1 dat dit plan gelukken zal1 ligt hierin1 dat het volk van ,menschziel eenvoudig en onnoozel is2 allen zijn daar eerlijk en oprecht2 tot op heden weten zij nog niet wat het is met bedrog1 leugen en huichelarij te worden aangevallen4 ,zij zijn vreemd aan leugenachtige en verachtelijke lippen1 daarom kunnen wij aldus vermomd1 door niemand hunner worden onderkend2 onze leugens zullen voor echte waarheid doorgaan en onze veinzerijen voor oprechte handelingen4 ,in hetgeen wij hun beloven zullen zij ons gelooven1 vooral indien wij in al onze leugenen en huichelachtige woorden groote liefde voor hen veinzen en alleen hun voordeel en hunne heerlijkheid als ons eenig doel voorstellen40 ,hier viel niets tegen in te brengen en het voorstel ging er zoo glad en vlot door als een waterval1 die langs eene steilte nerstort4 ,daarom gingen zij nu over tot het laatste denkbeeld4 ,afbeelding3 ,,di,,bolus ,,en ,,zijn ,,raad ,,op ,,weg ,,naar ,,menschziel4 ,zou men nu niet aan eenigen uit hun midden bevel geven en of meer der voornaamste burgers uit de stad neder te vellen tot bevordering van hun doel en oogmerk8 ,deze vraag werd bevestigend beantwoord en de burger1 die aangewezen werd als het eerste slachtoffer1 was een zekere heer ,tegenstand1 of anders genoemd1 kapitein ,tegenstand4 ,hij was een voornaam man in ,menschziel1 deze kapitein ,tegenstand1 een man1 dien de reus ,dibolus en zijn komplot meer vreesden dan alle anderen in ,menschziel samen4 ,maar wie zou nu deze krijgslist wagen en dezen moord uitvoeren8 ,hiertoe werd aangewezen zekere ,tisiphone1 een der booze geesten uit den poel des vuurs4 ,aldus hun krijgsraad geindigd zijnde1 stonden zij op en beproefden nu ook te doen wat zij besloten hadden4 ,zij trokken naar ,menschziel op1 ofschoon allen op en na onzichtbaar1 en deze ene naderde de stad evenmin in zijne eigen gedaante1 maar in het lichaam der slang4 ,zoo maakten zij zich op en zetten zich neder voor de ,oorpoort1 want dat was de plaats1 waar gehoor verleend werd aan allen buiten de stad1 evenals de ,oogpoort de plaats was1 waar men uitzag4 ,zooals gezegd is1 de reus legde de bende1 die hem volgde1 in een hinderlaag1 met het oog op kapitein ,tegenstand een boogschot van de stad af4 ,dit gedaan zijnde kwam hij dicht voor de poort en vraagde om audientie en gehoor4 ,hij had nu niemand bij zich dan alleen zekeren ,kwaderust1 die in alle moeielijke gevallen zijn woordvoerder was4 ,zooals gezegd is3 voor de poort staande1 blies hij1 naar de manier van dien tijd1 op zijne trompet om audientie1 waarop de opperhoofden van ,menschziel zich vertoonden4 ,de heer ,oprecht1 de heer ,vastewil1 de heer burgemeester ,verstand1 de heer griffier ,geweten en kapitein ,tegenstand kwamen op den muur om te zien wie daar was en wat er aan de hand was4 ,de heer ,vastewil sprak het eerst1 hij keek over den muur naar beneden wie daar voor de poort stond1 vragende met welk doel hij kwam en waarom hij de stad ,menschziel door zulk ongewoon rumoer verschrikte4 ,dibolus begon toen1 alsof hij een lam geweest ware1 eene redevoering te doen1 en sprak3 ,mijne ,heeren van de beroemde stad ,menschziel1 ik ben1 zooals gij bemerken kunt niet ver van u verwijderd1 maar integendeel u zeer na1 een dergenen1 die door den ,koning verplicht is u te huldigen en allen dienst te bewijzen1 die in mijn vermogen is4 ,opdat ik nu mijne verplichtingen nakome zoo wat mijzelven betreft als ook jegens u1 heb ik u iets van groot belang mede te deelen4 ,vergunt mij daarom audientie en hoort mij geduldig aan4 ,vooreerst zal ik u de verzekering geven1 dat ik niet mijzelven bedoel maar u2 -- niet mijn maar uw voordeel zoek ik door deze mijn handeling1 gelijk genoegzaam en ten volle zal blijken wanneer ik u mijne meening zal blootgesteld hebben4 ,want1 edele heeren1 ik ben1 om u de waarheid te zeggen1 gekomen om u te toonen hoe gij groot zult kunnen worden en eene volkomen verlossing erlangen van eene slavernij1 waarin gij1 zonder het zelf te bemerken1 gevangen ligt40 ,dit deed de stad ,menschziel de ooren spitsen4 ,wat is dat dan8 ,o1 als het u belieft1 zeg ons wat dat is80 vraagden zij4 ,en hij antwoordde3 ,ik heb u wat te zeggen aangaande uwen ,koning1 zijne wet betreffende1 en daarom betreft het ook u4 ,wat uw ,koning aangaat1 ik weet ,hij is groot en machtig2 maar toch is al wat ,hij u gezegd heeft niet waarachtig en evenmin tot uw voordeel4 #a4 ,het is niet waar1 want hetgeen1 waarmede ,hij u tot dusverre bedreigd heeft1 zal niet geschieden1 of vervuld worden1 ofschoon gij ook al deedt wat u verboden is4 ,maar zoo er al gevaar ware1 welk eene slavernij is het dan nog altijd in vrees te leven voor de strengste straffen1 die bedreigd zijn1 op zulk een kleine overtreding als het eten eener onnoozele vrucht6 #b4 ,aangaande zijne wetten1 deze -- ik moet het zeggen1 -- zijn onredelijk duister en ondragelijk4 ,onredelijk omdat de straf niet gevenredigd is aan de misdaad3 er is een groot onderscheid tusschen het leven en een appel1 daartusschen bestaat geene vergelijking2 toch moet het eerste aan den laatste worden opgeofferd volgens ,el-,schadda's wet4 ,maar die wet is ook duister1 en om u in de war te brengen1 daar eerst is gezegd gij moogt van alles eten1 en later wordt het eten van ene vrucht u verboden4 ,en dan ten laatste1 moet het u toch wel onverdragelijk wezen1 dat diezelfde vrucht1 welke u verboden is1 7indien zij u ten minste verboden is71 juist diegene is1 welke alleen de kracht heeft1 om1 als gij ze eet1 u een voorrecht te bezorgen1 dat u tot dusverre onbekend bleef4 ,dit wordt duidelijk door den naam des booms zelven2 hij is genoemd3 de boom der kennis des goeds en des kwaads40 ,en bezit gij die kennis wel8 ,neen1 neen1 nooit kunt gij er achter komen hoe aangenaam1 hoe begeerlijk het is iemand verstandig te maken1 zoolang gij in uws ,konings gebod blijft berusten4 ,waarom zoudt gij in onwetendheid en blindheid blijven volharden8 ,waarom zoudt ge niet uitgebreid worden in kennis en wetenschap8 ,en nu1 o gij inwoners van de beroemde stad ,menschziel1 om meer in het bijzonder tot uzelven te spreken1 gij zijt geen vrij volk6 ,gij wordt in knechtschap en slavernij gehouden1 en dat door geen andere hinderpaal dan een ernstige bedreiging1 waarvoor geen andere grond wordt opgegeven dan een3 ,zoo wil ik het hebben2 zoo moet het zijn60 ,is het dan niet naar te moeten denken1 dat deze zelfde zaak1 die u verboden is1 indien gij ze doen mocht1 u tot wijsheid en eere brengen zou8 ,want dan zullen uwe oogen geopend worden en gij zult als ,god zijn4 ,de zaken nu aldus staande10 zeide hij1 moet gij dan niet toestemmen1 dat gij kwalijk door eenigen vorst in grooter slavernij en knellender dienstbaarheid kondt gehouden worden1 dan waaronder gij heden ten dage leeft8 ,gij wordt overheerscht en ligt in velerlei ellenden1 zooals ik u duidelijk getoond heb4 ,want welke slavernij is grooter dan blind te worden gehouden8 ,zal u de rede zelve niet leeren1 dat het beter is oogen te hebben dan die te missen8 ,en is het niet beter in vrijheid rond te loopen dan in een donkere1 stinkende spelonk te zijn opgesloten80 ,afbeelding3 ,,dood ,,van ,,tegenstand4 ,onderwijl ,dibolus deze woorden tot ,menschziel sprak1 schoot ,tisiphone#i op kapitein ,tegenstand1 daar deze op den muur stond1 en trof hem doodelijk#aj aan het hoofd1 zoodat hij1 tot verbazing van de lieden der stad en tot aanmoediging van ,dibolus dood over den muur viel4 ,nu kapitein ,tegenstand dood was1 7en hij was de eenige krijgsman in de geheele stad7 ontzonk aan de arme ,menschziel op eenmaal alle moed1 en durfden zij daarbinnen niet langer weerstand bieden4 ,maar dit was nu juist wat ,dibolus begeerde4 ,toen trad ,kwaderust1 ,dibolus' redenaar1 tevoorschijn1 en hij maakte zich op om tot ,menschziel te spreken4 ,zijne aanspraak volgt hier3 #i ,tisiphone beteekent een verraderlijke geest4 #aj ,trof ,tegenstand doodelijk4 -- ,wanneer de onrust des gewetens gedood is1 vindt de vleierij licht ingang4 ,edele heeren01 begon hij4 ,mijn ,meester treft het wel1 dat hij heden zulk een stil en aandachtig gehoor bij u vindt2 en het is te hopen1 dat wij u verder zullen overhalen om onzen goeden raad niet in den wind te slaan4 ,mijn ,meester heeft zeer groote liefde voor u1 en ofschoon hij wel weet1 dat hij hierdoor gevaar loopt den toorn van ,koning ,el-,schadda op te wekken1 toch zal zijne liefde tot u maken dat hij verder gaat4 ,het is niet noodig1 dat er nog een enkel woord gesproken worde om de waarheid van hetgeen hij heeft gezegd te bevestigen2 hij sprak geen woord of het droeg de getuigenis voor zijne waarheid in zichzelven2 de naam van den boom maakt hier reeds een eind aan alle tegenspraak4 ,daarom zal ik ditmaal u alleen dezen raad geven1 indien mijn ,meester het mij veroorlooft0 7en dit zeggende maakte hij voor ,dibolus een zeer diepe buiging73 let op zijne woorden1 ziet naar den boom en de veelbelovende vrucht daaraan2 bedenkt daarbij dat gij nu nog maar weinig weet en dat dit de weg is om meer te weten1 en als dan uw verstand niet geneigd is om zulk een goeden raad aan te nemen1 dan zijt gij de lieden niet waarvoor ik u hield40 ,maar toen de burgers der stad zagen1 dat de boom goed was tot spijze1 en dat hij een lust was voor de oogen1 ja een boom1 die begeerlijk was om verstandig te maken1 deden zij zooals ,kwaderust hen aanraadde2 zij namen en aten daarvan4 ,maar dit wilde ik u reeds vroeger verhalen1 dat terwijl ,kwaderust deze verleidelijke woorden tot het volk sprak1 de heer ,oprecht eensklaps nederzeeg#aa op de plaats1 waar hij stond1 en niet meer tot bewustzijn gebracht kon worden4 ,zijn plotselinge dood was veroorzaakt hetzij door een pijlschot uit het leger in hinderlaag1 of door eene beroerte of hartsbeklemming2 sommigen meenen1 dat hij vergiftigd werd door den stinkenden adem van dien leelijken ,kwaderust1 en daar houd ik het wel het naaste voor4 ,zoo stierven dan deze beide brave mannen4 ,brave mannen noem ik hen1 want zij waren het sieraad en de heerlijkheid van ,menschziel1 zoolang zij daarin woonden4 ,daar bleef nu geen enkele edele ziel in ,menschziel over of zij allen vielen af en onderwierpen zich aan ,dibolus4 ,zij werden zijne slaven en lijfeigenen1 zooals gij nog hooren zult4 #aa ,oprecht eensklaps dood nederzeeg4 -- ,alle zonde is meer of min onoprechtheid en tegen beter weten in4 ,deze twee edelen dood zijnde handelde nu de rest der inwoneren van de stad niet anders dan als lieden1 die het ,paradijs der dwazen gevonden hebben2 zij wilden de proef nemen of de woorden van den reus waarheid bevatten6 ,eerst deden zij wat ,kwaderust hun aanried2 zij zagen de vrucht aan en werden er door bekoord2 zij overlegden eerst1 namen daarna en aten er van4 ,nauwelijks hadden zij dat gedaan of zij werden er dronken van1 en zetten de poorten open2 beide de ,oorpoort en de ,oogpoort1 en zoo lieten zij ,dibolus met al zijn gevolg binnentrekken1 vergetende den goeden ,el-,schadda en zijne wetten1 mitsgaders het oordeel1 dat ,hij onder zulke plechtige bedreigingen had uitgesproken1 wanneer zij die kwamen te verbreken4 ,dibolus nu ingang in de poorten der stad gekregen hebbende trok door tot het middelpunt om zijne verovering zoo zeker te maken als hij maar kon2 en daar hij te dezer tijd bemerkte1 dat de toegenegenheid der inwoners sterk tot hem overhelde1 zoo vond hij het geraden het ijzer te smeden terwijl het heet was1 en weder eene verleidelijke redevoering te houden4 ,helaas1 mijn arme ,menschziel6 ik heb u nu dezen dienst bewezen1 dat ik u tot groote eer en vrijheid den weg heb gebaand6 ,maar ach1 ach6 mijn lieve ,menschziel1 nu moet ge er een hebben1 die u verdedigt2 want wees er verzekerd van1 dat als ,el-,schadda hoort wat er gebeurd is1 hij stellig komen zal2 het zal hem smarten1 dat gij zijne banden hebt verbroken en zijne touwen van u afgeworpen4 ,wat wilt gij nu doen8 ,wilt gij toelaten1 dat u na deze bevrijding1 uwe voorrechten weder afhandig gemaakt worden8 ,of wilt gij uzelven helpen80 ,afbeelding3 ,,vastewil ,,ontvangt ,,zijne ,,aanstelling4 ,toen zeiden zij allen tegelijk tot dezen braambosch3 ,regeer gij over ons04 ,dit verzoek nam hij aan en werd koning van ,menschziel4 ,dit gedaan zijnde moest hij nu ook in het bezit worden gesteld van het kasteel1#ab en daarmede van de gansche sterkte der stad4 ,daartoe trad hij ook het kasteel binnen2 dat kasteel1 hetwelk ,el-,schadda in ,menschziel gebouwd had tot zijn eigen lust en vermaak2 -- nu was het een spelonk en een fort voor den reus ,dibolus geworden4 #ab ,in het bezit van het kasteel4 -- ,van het hart des menschen4 ,hij nu aldus dit prachtige paleis of kasteel in bezit genomen hebbende1 maakte daarvan een vesting voor zichzelven1 en versterkte het met allerlei voorraad tegen ,koning ,el-,schadda1 of tegen ieder1 die trachten zou het te hernemen of onder zijne gehoorzaamheid terug te brengen4 ,dit was in orde1 maar hij achtte zich nog niet veilig genoeg1 en daarom was nu weder zijn eerste werk de stad een nieuw aanzien te geven2 het ene opbouwende en het andere afbrekende of nederwerpende1 naar zijn eigen welgevallen2 maar vooral moesten de heer burgemeester ,verstand en de griffier ,geweten uit ambt en macht gezet worden4 ,wat den burgemeester aangaat1 ofschoon hij een verstandig man was en ook met al de overigen had toegestemd in de overgave van de stad aan den reus2 toch achtte ,dibolus het niet raadzaam hem in zijn vorige luister en heerlijkheid te laten omdat hij een vrziend man was4 ,daarom maakte hij hem niet alleen blind door hem uit ambt en macht te ontzetten1 maar hij bouwde ook een hoogen muur en een sterken toren tusschen de zonnestralen en de vensters van des burgemeesters paleis1 door middel waarvan zijn woning geheel en al duister werd gemaakt1 zoo donker als de duisternis zelve4 ,hij1 nu aldus van het licht afgesloten zijnde1 werd zo blind als een die blindgeboren is4 ,in dit huis bleef die heer nu opgesloten als in eene gevangenis1 en hij mocht op zijn woord van eer niet verder gaan dan zijne eigen palen strekten4 ,al had hij nu al een hart gehad om iets voor ,menschziel te doen1 wat kon hij voor haar doen of waarin kon hij haar van dienst wezen8 ,maar1 zoolang ,menschziel in de macht van ,dibolus was1 7en zij was dit zo lang als zij hem gehoorzaam bleef1 te weten tot zij door een oorlog uit zijne hand verlost werd7 -- was mijnheer ,verstand veeleer een hinderpaal#ac voor die vermaarde stad dan haar voordeelig4 #b ,cor4 #aj 3 #d1 #e4 ,efeze #d 3 #ah1 #ai4 #ac ,was mijnheer ,verstand veeleer een hinderpaal -- ,het verstand1 bedorven door de zonde en gevangen onder de gehoorzaamheid des ongeloofs1 is een van de grootste hinderpalen voor de bekeering4 ,wat den heer griffier of stadssecretaris betreft1#ad hij was eer de stad ingenomen was een welbelezen man1 zeer ervaren in al 's ,konings wetten1 en om de volle waarheid te zeggen1 ook een man van moed en trouw1 met een rappe tong en een goed hoofd4 ,dibolus kon dezen ,geweten in het geheel niet verdragen1 omdat ofschoon hij ook zijne toestemming tot het binnenrukken in de stad gegeven had1 het ,dibolus geenszins gelukken wilde door zijne valschheden1 listen en bedriegerijen dezen man tot zijn slaaf te maken4 ,wel is waar was hij zeer vervreemd van zijn vroegeren ,koning1 en met vele van de nieuwe wetten van den reus ingenomen2 maar dit alles baatte niet1 daar hij niet geheel de zijne was4 ,hij kon zoo nu en dan eens weder aan ,el-,schadda denken en voor diens wetten vreezen1 en dan kon hij beginnen ,dibolus tegen te spreken met een stem zoo krachtig als het gebrul van een leeuw4 ,ja1 hij kon ook nu en dan als hij het op zijn lijf kreeg1 7want gij moet weten dat hij soms zeer zonderlinge kuren en luimen had71 de geheele stad ,menschziel in rep en roer brengen door zijn verschrikkelijke stem4 ,om die reden nu mocht de nieuwe koning van ,menschziel hem volstrekt niet lijden4 #ad ,wat den heer ,griffier betreft4 -- ,men moet alle trappen der zonde doorloopen hebben1 zal het geweten geheel toegeschroeid en tot zwijgen gebracht zijn4 ,dibolus vreesde den secretaris meer dan een der andere heeren1 die in ,menschziel levend gebleven waren1 omdat1 zooals ik zeide1 zijne woorden geheel ,menschziel deden trillen en beven als voor ratelende donderslagen en donderbussen4 ,daar de reus hem nu niet geheel aan zijne zijde kon krijgen1 stond hem niets anders te doen dan te overleggen wat in het werk te stellen ware om dien ouden edelman te verschalken en hem door uitspattingen en verwildering in het verstand te verstompen en zijn hart hoe langer hoe meer te verharden op de wegen der ijdelheid4 ,en wat hij beproefde dat volbracht hij ook3 hij verwilderde den man langzaam aan2 hier een weinig en daar een weinig trok hij hem in de zonde en goddeloosheid1 tot die hoogte1 dat hij eindelijk niet alleen verwilderd was en zoo als in het begin bezoedeld2 maar nu zo diep gezonken1 dat hij schier geen enkele gewetenszaak meer van de zonde maakte4 ,maar dit was dan ook het verste punt1 waartoe hij hem brengen kon1 verder kon ,dibolus niet gaan4 ,daarom bedacht hij er iets anders op en dat was om de lieden der stad wijs te maken3 die oude heer secretaris is gek1 gij moet u niet aan hem storen40 ,als bewijs daarvoor bediende hij zich van zijne vlagen4 ,als de man goed bij zijn verstand is01 vervolgde hij1 waarom is hij dan niet altijd zoo8 ,maar het gaat hem als alle gekken1 die hun kuren en vlagen hebben1 en daarin allerlei dolzinnigheden uitbraken2 die oude suffige heer60 ,door dit een en ander wist hij het schier zover te brengen1 dat ,menschziel de woorden1 die de heer ,geweten sprak1 niet achtte1 in den wind sloeg1 ja zelfs verachtte4 ,want behalve wat ik u heb medegedeeld1 wist ,dibolus ook nog raad om te maken dat die heer1 wanneer hij vroolijk was weder alles loochende en herriep wat hij in zijne vlagen gezegd en bevestigd had4 ,dit was inderdaad de naaste weg om hem bespottelijk te maken en er voor te zorgen1 dat niemand meer op hem lette4 ,hij sprak nu ook nooit meer over ,koning ,el-,schadda dan wanneer hij er toe gedwongen werd4 ,bovendien was hij thans zoo ongestadig in zijne handelingen1 dat hij den eenen tijd hevig uitvoer tegen hetgeen hij een ander maal stillekens liet begaan4 ,somtijds scheen hij wel vast ingeslapen1 ja of hij dood was1 en dat nog wel bij gelegenheden1 dat de geheele stad op het luidruchtigst feest vierde en naar de pijpen van ,dibolus danste4 ,afbeelding3 ,,het ,,standbeeld ,,van ,,di,,bolus ,,opgericht4 ,daarom wanneer ,menschziel door de donderende stem van den heer griffier ,geweten werd opgeschrikt1 en dit ,dibolus werd aangezegd1 zoo zeide hij1 dat al die woorden van den ouden sukkel volstrekt niet voortkwamen uit liefde tot haar of uit medelijden met haar1 maar alleen uit een gekke bui1 waarin hij er op verzot was te praten -- en daardoor stelde hij het volk dan weer tevreden4 ,en om nu geen enkelen bewijsgrond ongebruikt te laten ten einde hen in zijne klauwen te houden1 zoo beweerde hij en herhaalde dit dikwijls3 ,o1 ,menschziel1 bemerkt gij wel1 dat niettegenstaande al dat getier van den ouden heer en het geraas van zijn donderende stem1 gij niets te hooren krijgt van ,el-,schadda zelven60 ,die snoode leugenaar en bedrieger6 alsof elk geroep van den heer griffier tegen de zonde van ,menschziel niet de stemme ,gods tot hen was1 die van zijnentwege tot hen kwam4 ,maar hij ging voort en sprak3 ,gij ziet1 dat hij niet veel geeft om het verlies en den opstand van ,menschziel1 en dat hij er zich niet moeielijk om maken zal om haar tot verantwoording te roepen waarom zij zich aan mij heeft overgegeven4 ,hij weet1 dat hoewel gij eertijds de zijne waart1 gij nu wettig de mijne zijt geworden1 en zoo heeft hij zijne hand van ons afgetrokken1 latende ons rustig in elkanders bezit40 ,behalve dit1 o ,menschziel10 ging hij voort1 bedenk eens hoe ik u geholpen heb tot het uiterste van mijn vermogen toe1 en dat wel met het beste wat ik heb of wat voor u in de geheele wereld te vinden is4 ,ik durf dan ook gerust zeggen1 dat de wetten en gebruiken1 waaronder gij nu leeft1 en waardoor gij mij huldigt1 u heel wat meer genoegen en verkwikking geven dan het ,paradijs1 hetwelk gij eerst bezat1 u ooit geven kon4 ,uwe vrijheid is1 gelijk gij zelf weet1 door mij ook grootelijks vermeerderd en uitgebreid1 daar ik u vond als een gekortwiekt volk4 ,ik heb u geen enkelen band aangelegd1 gij hebt geene wetten of rechten van mij te vreezen2 ik roep niemand uwer tot verantwoording over uwe handelingen behalve alleen dien dolleman -- gij weet wien ik bedoel2 ik heb u vergund allen als vorsten te leven1 ieder in het zijne met even weinig last van mij als ik van u heb40 ,aldus stilde ,dibolus de stad ,menschziel en stelde haar weder tevreden wanneer de griffier haar somtijds eens lastig viel2 ja1 hij kon zelfs met deze vervloekte redeneeringen de geheele stad tegen den ouden heer in woede en opstand brengen4 ,ja1 nog erger1 het gemeen zou hem zelfs wel hebben willen vermoorden6 ,zij hebben vaak genoeg gewenscht1 dat hij op duizend mijlen afstands van hen zat3 zijn gezelschap1 zijne woorden1 zijn gezicht alleen maar1 vooral wanneer zij zich herinnerden hoe hij van ouds hen placht te dreigen en te veroordeelen 7want in dit alles was hij nu zeer verwilderd7 -- kon hen in groote benauwdheid en ontsteltenis brengen4 ,maar al deze wenschen en dreigingen waren tevergeefs1 ofschoon het mij een raadsel is hoe hij nog onder hen in het leven kon blijven ten ware door de kracht en de wijsheid van ,el-,schadda4 ,bovendien1 zijn huis was sterk als een kasteel en stond dicht bij een vestingwerk van de stad4 ,wanneer dan het gepeupel hem wilde vermoorden1 zette hij de sluizen open1 en liet er zulk een watervloed in stroomen1 dat hij allen in den omtrek dreigde te verdrinken4 ,maar om nu den griffier ,geweten eens daar te laten en op den heer ,vastewil terug te komen1 een ander adelijk persoon der stad ,menschziel2 -- deze heer ,vastewil was van even hooge afkomst als maar iemand anders in de gansche stad1 en zulk een vrijheer1 dat maar weinigen hem evenaarden1 zoo hij hen niet allen overtrof4 ,hij had ook eenige bijzondere privilegin in die vermaarde stad4 ,daarbenevens was hij een man van groote sterkte1 vastbesloten moed en dapperheid1 zoodat niemand hem gemakkelijk van zijn stuk kon brengen4 ,of het nu uit trotschheid op zijn stand1 privilegin1 sterkte of wat dan ook ware 7voorzeker was het uit hoogmoed op het een of ander71 maar hij wilde geen slaaf wezen in ,menschziel2 daarom besloot hij onder ,dibolus dienst te nemen op voorwaarde1 dat hij volgens zijn stand en staat een aanzienlijk heerscher of regent#ae zou worden in ,menschziel4 ,en een heethoofd als hij was1 zoo begon hij reeds bijtijds2 want deze man was een van de eersten1 die1 toen ,dibolus zijne verleidelijke redevoering aan de ,oorpoort hield1 zijne woorden toestemden1 en zijn raad aannamen als zeer goed1 namelijk om voor hem de poort te openen en hem in de stad toe te laten4 ,daarom had ook ,dibolus genegenheid voor hem opgevat1 en hem eene betrekking bezorgd4 ,zijn moed en dapperheid opmerkende was hij zelfs begeerig hem onder zijne grooten te stellen en van hem gebruik te maken in alle zaken van het hoogste belang4 #ae ,zoolang 's menschen wil niet bekeerd is1 is de mensch nog niet bekeerd4 ,daarom maakte ,satan hem ook tot gouverneur van het kasteel -- het hart2 en van de wallen -- het vleesch1 en wachter der poorten -- de zinnen4 ,afbeelding3 ,,zinnelijke ,,lust4 ,,burgemeester4 ,zoo liet hij hem dan halen en sprak met hem over de heimelijke zaken1 die hij op zijn hart had2 maar er waren niet vele beweegredenen noodig om hem daartoe over te halen4 ,want evenals hij eerst gewillig geweest was ,dibolus in de stad toe te laten1 zoo was hij nu ook gewillig hem te dienen4 ,zoodra de tiran de gewilligheid van dien edelman bemerkte om hem te dienen en dat zijne gedachten hem reeds waren onderworpen1 maakte hij hem dadelijk kapitein van het kasteel1 gouverneur van de wallen en bewaarder der poorten van ,menschziel2 ja er was zelfs een artikel in zijne aanstelling1 dat zonder hem niets gedaan mocht worden in de geheele stad4 ,daardoor kon of mocht er nu niets gedaan worden in gansch ,menschziel1 dat niet in alles overeenstemde met ,dibolus welbehagen1 want hij en de heer ,wil waren het volkomen eens4 ,ook had hij een zekeren klerk1 genaamd ,bedenken1#af een man1 die in ieder opzicht altijd sprak als zijn meester1 want hij en zijn heer waren het in beginsel eens1 en in de praktijk verschilden zij ook niet noemenswaardig4 ,zo kwam het nu1 dat ,menschziel er toe gebracht werd de lusten van den wil en het vleeschelijk bedenken te volbrengen4 ,rom4 #h 3 #g4 #af ,bedenken4 -- ,het bedenken is onderworpen aan den wil en doet wat hij gebiedt4 ,o1 ik kan het niet half uitdrukken welk een ellendeling deze edelman ,vastewil zich betoonde en hoe hij zich gedroeg toen de macht hem in handen gegeven was4 ,vooreerst begon hij met gladweg te loochenen1 dat hij eenigen dienst schuldig was aan zijn vroegeren vorst1 dat zijn wettige heer eenig recht op hem had4 ,daarna zwoer hij een duren eed van trouw aan zijn grooten meester ,dibolus1 en daarop in zijne bediening1 ambt en voorrechten bevestigd zijnde1 kunt gij u niet half verbeelden welk een armzalig werk deze werkmeester in de stad ,menschziel tot stand bracht4 ,hij haatte den heer ,geweten met een doodelijken haat2 hij wilde hem nooit onder zijne oogen dulden1 noch een woord uit zijn mond hooren2 hij sloot de oogen als hij hem soms bij geval ontmoette en stak zijne vingers in zijne ooren als hij zijn stemgeluid vernam4 ,evenmin duldde hij1 dat eenig deel der wet van koning ,el-,schadda ergens in de stad te zien ware4 ,zijn klerk ,bedenken had nog eenige oude gescheurde perkamenten1 waarop de wet van den goeden ,el-,schadda stond1 in zijn huis1 maar toen de heer ,vastewil die zag wierp hij ze dadelijk achter zijn rug4 ,alleen had de oude secretaris ,geweten nog eenige wetten in zijne studeerkamer en daar kon heer ,vastewil1 hij deed wat hij vermocht1 niet aankomen4 ,daarom begon hij nu te vertellen1 dat de vensters van het oude burgemeestershuis veel te groot en te licht waren voor ,menschziel4 ,zelfs het licht van een kaars kon hij niet verdragen4 ,alzoo mocht aan gouverneur ,vastewil niets meer behagen dan wat zijn heer ,dibolus aangenaam was4 ,neh4 #i 3 #bf4 ,niemand evenaarde hem in het uitbazuinen langs 's heeren straten van koning ,dibolus braaf karakter1 wijs gedrag en groote heerlijkheid4 ,hij zwierde langs de wegen van ,menschziel om de voortreffelijkheden van zijn manhaftigen vorst uit te schreeuwen1 en stelde zich daarbij aan als ware hij de gemeenste van al het gespuis der stad4 ,waar of wanneer hij deze schavuiten maar ontmoette1 altijd maakte hij zich met hen gemeenzaam4 ,in alle kwade praktijken mocht hij handelen zonder last of bevel en was geheel zijn eigen baas4 ,de heer ,vastewil had ook een gezant of bediende1 ,meester ,genegenheid#ag genaamd1 iemand van zeer verkeerde grondstellingen en wiens leven daarmede overeenstemde2 hij was geheel aan het vleesch overgegeven en daarom noemde men hem ook wel ,oneerlijke ,bewegingen4 ,daarbij kwam nog eene ,vleeschelijke ,begeerlijkheid1 de dochter van ,bedenken1 die hem sprekend geleek4 ,deze twee verliefden op elkar1 verloofden zich en traden in het huwelijk1 en als ik het wl heb1 dan teelden zij vele kinderen1 als daar zijn ,onkuisch1 ,zwartmuil en ,bestraffinghater4 ,dit drietal waren zwarte knapen4 ,daarbij kregen zij ook nog drie dochters1 namelijk ,waarheid-verachtster1 ,god-verzaakster en de jongste heette ,wraak4 ,deze groeiden op en huwden weder in de stad1 zoodat dit goddeloos gebroed sterk voortteelde1 te veel om ze allen te noemen4 ,maar dit in het voorbijgaan4 ,rom4 #a 3 #bf4 #ag ,meester ,genegenheid1 een bediende of gezant van den ,wil4 ,wanneer de genegenheden den vleeschelijken ,wil dienen gaan zij over in lage zinnelijke genegenheden4 ,toen de reus zich op deze wijze in de stad genesteld had1 dezen had aangesteld en anderen afgezet naar zijn goeddunken1 begon hij ook te denken aan eene gedaanteverandering van ,menschziel zelve4 ,midden op de markt en op de poorten van het kasteel stond een standbeeld van den gezegenden koning ,el-,schadda4 ,dit beeld was keurig gegraveerd1 en wel in goud1 en1 het geleek koning ,el-,schadda beter dan eenig andere gelijkenis ter wereld4 ,laaghartig beval hij dat dit beeld zou vernield worden en dit bevel werd even laaghartig uitgevoerd door de hand van ,meester ,onwaarheid4 ,nu moet gij bovendien weten1 dat toen ,dibolus de vernieling van dit beeld bevolen had en deze was uitgevoerd door ,meester ,onwaarheid1 hij dezen zelfden persoon last gaf daarvoor in de plaats te stellen het afgrijselijke afschrikwekkende standbeeld van zijne ,dibolische ,majesteit1#ah tot grooten smaad van den vroegeren koning en tot vernedering van de stad ,menschziel4 #ah ,standbeeld van zijne ,dibolische ,majesteit4 -- ,het beeld ,gods wordt veranderd in het beeld van den satan1 terwijl iedere gedachtenis aan den ,schepper en zijn kunstgewrocht vernield wordt4 ,daarenboven maakte ,dibolus scheurpapier van alle overblijfsels der wetten en statuten van koning ,el-,schadda1 die in de stad ,menschziel gevonden werden1 te weten dezulken1 die betrekking hadden op de leer en de zeden1 met alle burgerlijke en huishoudelijke verordeningen4 ,alles wat daarop betrekking had trachtte hij te vernietigen4 ,om kort te gaan er bleef geen enkel spoor van het goede ,menschziel over1 dat hij en gouverneur ,vastewil niet zochten te vernietigen2 want het was hun oogmerk ,menschziel te verdierlijken1 ja het onder de behandeling van ,onwaarheid in een zinnelijk zwijn om te scheppen4 ,aldus alle wetten en goede ordonnantin vernietigd hebbende1 zette hij zijn voornemen door om ,menschziel geheel van haren koning ,el-,schadda te vervreemden2 daartoe liet hij zijne eigen ijdele verordeningen1 statuten en bevelen afkondigen1 in alle plaatsen1 die onder ,menschziel ressorteerden nl4 de zoodanigen1 die vrije inwilliging van alle lusten des vleesches1 van de begeerlijkheid der oogen en den hoogmoed des levens toestonden2 welke niet uit ,el-,schadda zijn1 maar uit de wereld4 ,hij moedigde alle overdaad en goddeloosheid aan en bevorderde die4 ,ja1 hij ging nog verder om de goddeloosheid in de stad ,menschziel ten top te voeren1 hij beloofde haar vrede1 genot1 vreugde en voorspoed als zij zijne wetten onderhield1 met de verzekering1 dat zij nooit voor een rechterstoel zou worden geroepen voor wat zij ook misdeed4 ,laat dit nu tot een proefje verstrekken aan hen1 die zoo gaarne hooren verhalen wat buiten hun weten in verre landen gebeurd is4 #a ,joh4 #b 3 #af4 ,menschziel op deze wijze geheel aan zijne voeten gelegd en onder het juk gebracht zijnde1 werd er voortaan niets meer in gehoord en gezien dan wat diende om het te verdierlijken4 ,daar hij nu den ,burgemeester en den ,stadssecretaris van ,menschziel uit hunne bediening had ontslagen1 en wel wetende1 dat de stad vor hij tot haar kwam1 een van de oudste en beroemdste rijken der wereld uitmaakte1 -- daarbij vreezende1 dat als hij haren luister niet staande hield1 zij hem te eeniger tijd mocht verwijten1 dat hij haar vernederd had -- om al die redenen koos hij zelf voor haar een nieuwen ,burgemeester en een anderen ,stadssecretaris1 die mannen naar zijn hart waren en hem behaagden4 ,de naam van den ,burgemeester1 die ,dibolus aanstelde1 was ,zinnelijke lust1 iemand die beide oogen en ooren miste4 ,al wat hij deed1 't zij als mensch of als beambte1 deed hij volgens natuurdrift als de beesten4 ,en hetgeen hem nog onedeler maakte1 7hoewel niet zoozeer in het oog van ,menschziel dan wel van degenen1 die treurden over haar diep verval7 was1 dat hem nooit iets goeds bevallen kon1 maar dat alleen het kwaad naar zijn smaak was4 ,de nieuwe ,stadssecretaris was de heer ,griffier ,godvergeter1 een niet minder booze gast4 ,hij kon niets onthouden dan wat slecht was1 en slechtheid te doen was zijn vermaak4 ,hij stelde er zijne eer in dingen te doen1 die schandelijk en schadelijk waren1 beide voor de stad ,menschziel zelve en al haar inwoners4 ,deze beiden nu door hun voorbeeld en gezag1 door hun macht en dreiging1 vooral ook door hun glimlachen om al wat kwaad is1 oefenden een jammervollen invloed uit en brachten het gemeene volk op zeer gevaarlijke wegen4 ,want wie bemerkt niet altijd en overal1 dat1 waar degenen1 die hooge posten bekleeden1 slecht en bedorven zijn1 allen die onder hen staan1 ja1 het geheele land slecht en bedorven wordt8 ,bovendien verhief ,dibolus verscheidene lieden in ,menschziel tot den adelstand1 makende hen eereburgers en overheden der stad4 ,hij deed dit met het voornemen om1 des noodig1 uit hen raadslieden1 officieren1 gouverneurs en magistraatspersonen te kiezen4 ,hier zijn de namen van de voornaamsten hunner3 de heer ,ongeloof1 de heer ,hoogmoed1 de heer ,vloeker1 de heer ,hoereerder1 de heer ,hardhart1 de heer ,onbarmhartig1 de heer ,toorn1 de heer ,onwaarheid1 de heer ,leugenminnaar1 de heer ,valschevrede1 de heer ,dronkenschap1 de heer ,bedrog1 de heer ,godverzaker -- ik noem er u dertien4 ,van dit gezelschap was de heer ,ongeloof de oudste en de heer ,godverzaker de jongste4 ,daarna werden ook mindere waardigheidsbekleeders gekozen1 als schepenen1 gerechtsdienaars1 advocaten en dergelijke2 maar allen waren lieden van dezelfde soort als de voorgaanden1 zijnde vaders1 broeders1 neven of verwanten van hen1 die ik reeds noemde1 en daarom laat ik hunne namen kortheidshalve maar weg4 ,toen de reus zoover met zijn arbeid gekomen was1 kwam het hem in den zin eenige sterkten of kasteelen te bouwen1 en hij maakte er drie1 die hij ondoordringbaar achtte4 ,de eerste noemde hij het fort ,tegenweer1 omdat het opgericht was om de gansche stad te bestrijken en te beletten1 dat zij van haar ouden koning iets meer te hooren kwam4 ,de tweede sterkte noemde hij ,middernachtshol1 omdat zij gebouwd werd om ,menschziel ook buiten kennis te houden van zichzelve4 ,de derde heette ,zoetezonde1 omdat hij daarmede ,menschziel verdedigde tegen alle begeerten naar het goede4 ,het eerste dezer kasteelen lag dicht bij de ,oogpoort1 opdat deze daardoor zooveel mogelijk zou worden verduisterd2 het tweede was gebouwd in de nabijheid van het oude kasteel om het zooveel doenlijk in de schaduw te plaatsen2 en het derde stond midden op de markt4 ,de persoon1 dien ,dibolus gouverneur over de eerste sterkte maakte1 was een zekere ,inspijt-van-,god1 een zeer godslasterlijke booswicht3 hij was medegekomen met al dat gespuis1 dat het allereerst tegen ,menschziel optrok1 en behoorde daar ook bij4 ,de gouverneur van ,middernachtshol was een zekere ,lichthater1 en behoorde bij datzelfde rot1 en de gouverneur van ,zoetezonde heette ,minnaar des vleesches2 ook hij was een snoode gast1 maar was niet geboortig uit hetzelfde land als zijne collegas4 ,deze gast schiep meer behagen in het uitzuigen eener vleeschelijke lust dan in het bezit van ,gods heerlijke ,paradijs4 ,en nu achtte ,dibolus zich veilig4 ,hij had ,menschziel ingenomen en zich daarin versterkt2 hij had de oude waardigheidsbekleeders afgezet en nieuwe aangesteld2 hij had het standbeeld van ,el-,schadda vernield en het zijne daarvoor in de plaats gesteld2 hij had al de oude wetboeken verscheurd en zijne eigen ijdele leugens afgekondigd2 hij had nieuwe magistraatspersonen en raadsheeren aangesteld1 nieuwe sterkten gebouwd en ze van getrouwe lieden voorzien4 ,en dit alles had hij gedaan met het oog op de mogelijke komst van den goeden ,el-,schadda of diens ,zoon1 die hij wel verwachten kon1 dat een aanval op hem doen zouden4 ,,hoofdstuk ,,ii4 ,,voorbereidselen ,,over ,,en ,,weer4 ,nu kunt gij u toch best voorstellen1 dat het niet lang behoefde te duren of de een of ander deelde aan den goeden koning ,el-,schadda mede1 hoe zijn ,menschziel in het groote ,heelal-gebied verloren was gegaan1 en hoe de afvallige reus ,dibolus1 eenmaal een van ,zijner ,majesteits dienaren1 nu een opstandeling tegen zijn koning1 zich van haar had meester gemaakt4 ,ja1 deze tijdingen werden tot den koning gebracht en wel tot in de kleinste bijzonderheden4 ,eerst werd hem bericht hoe ,dibolus tegen ,menschziel was opgetrokken1 dat door een eenvoudig en oprecht volk bewoond1 geen erg had in sterkte1 slimheid1 leugen en bedriegelijke geesten1 die hij tegen haar aanvoerde4 ,verder hoe hij verraderlijk gedood had den zeer edelen en dapperen kapitein ,tegenstand1 toen hij met de rest van het volk der stad op den muur stond4 ,verder hoe die brave heer ,oprecht dood viel1 zooals sommigen zeiden vergiftigd door den verpestenden adem van ,kwaderust toen deze met zijn duivelschen mond den edelen en rechtvaardigen vorst ,el-,schadda lasterde4 ,de boodschappers verhaalden al verder hoe de lieden der stad1 nadat deze ,kwaderust een korte toespraak tot hen gehouden had ten gunste van ,dibolus1 zijn meester1 geloovende1 dat hij waarheid sprak1 er in toestemden om de ,oorpoort1 de voornaamste van alle stadspoorten1 te openen en hem met zijn gespuis inlieten1 zoodat hij in het bezit kwam van het wijdvermaarde ,menschziel4 ,zij verhaalden verder hoe ,dibolus met den heer burgemeester en den stadssecretaris gehandeld had1 hen uit alle ambt en bediening ontzettende4 ,nog verder werd aan koning ,el-,schadda bericht1 dat de heer ,vastewil een rebel en een afvallige geworden was1 evenals de heer ,bedenken zijn klerk1 en dat zij beiden zooveel oproer en schelmerij in de stad aanrichtten en allen leerden in hunne goddelooze wegen te wandelen4 ,hij hoorde1 dat deze heer ,vastewil in groote gunst stond bij ,dibolus en dat deze alle sterkten in ,menschziel in zijne hand gegeven had1 terwijl ,meester ,bedenken de afgezant van den heer ,vastewil was in diens meest oproerige ondernemingen4 ,ja01 zeide een der boodschappers1 dit monster ,vastewil heeft openlijk zijn koning ,el-,schadda afgezworen en zich plechtig aan ,dibolus verbonden60 ,afbeelding3 ,,el-,,schadda ,,ontvangt ,,tijding ,,van ,,menschziel4 ,ook ging de boodschapper voort3 ,benevens dit alles heeft de nieuwe koning1 of liever oproerige tiran1 over de eens zoo beroemde maar nu in ellende verzinkende stad ,menschziel1 een burgemeester en een griffier op eigen hand aangesteld4 ,als burgemeester benoemde hij ,zinnelijke lust1 en als griffier ,godvergeter1 twee van de allergeringsten uit de stad ,menschziel40 ,deze betrouwbare getuige ging al voort en verhaalde welk nieuw soort van adeldom ,dibolus had ingesteld1 en dat deze verscheidene sterke forten of kasteelen in ,menschziel had gebouwd4 ,hij vertelde1 wat ik bijna vergeten had1 dat ,dibolus de stad in de wapens had geroepen en hen in den wapenhandel geoefend om des te beter ,el-,schadda1 hunnen ,koning1 weerstand te kunnen bieden1 wanneer hij haar kwam opeischen4 ,deze berichtgever deed zijn verhaal niet in het geheim1 maar voor het volle hof1 voor den ,koning1 zijn ,zoon1 zijn hoogen ,raad1 hoofdofficieren en edelen1 waar deze allen tegenwoordig waren om naar hem te luisteren4 ,en als gij nu eens gezien hadt1 welk een indruk het hooren van deze tijdingen op hen maakte1 dan zoudt gij u verwonderd hebben over de smart1 de droefenis1 de verslagenheid van geest1 die hen allen aangreep bij de gedachte1 dat dit vermaarde ,menschziel nu genomen was4 ,alleen de ,koning en zijn ,zoon voorzagen dit alles reeds sedert lang1 ja zelfs hadden zij reeds voldoende voorzien in hetgeen noodig was om ,menschziel weder te herstellen1 al hadden zij er ook nog met niemand over gesproken4 ,echter zij wilden ook deelnemen in de algemeene droefheid over het verlies van ,menschziel en spraken hun leedgevoel zeer duidelijk uit4 ,de ,koning zeide openlijk1 dat het hem smartte aan zijn hart1 en gij kunt er op rekenen1 dat het met zijn ,zoon niet anders was gesteld4 ,daardoor werden nu allen overtuigd1 dat zij groote liefde en groot medelijden voor de vermaarde stad ,menschziel voelden4 ,daarop gingen de ,koning en zijn ,zoon in hunne binnenkamer1 waar zij altijd samen raadpleegden over hetgeen zij voornemens waren te doen4 ,zij hadden daar vroeger reeds afgesproken1 dat indien zij al toelieten1 dat ,menschziel in der tijd verloren ging1 het toch voorzeker zou worden heroverd2 en wel heroverd langs zulk eenen weg1 dat beiden de ,koning en zijn ,zoon daarbij eeuwige roem en heerlijkheid behalen zouden4 ,waarom dan ook na deze beraadslaging1 de ,zoon van ,el-,schadda1 -- een uitnemend persoon vol liefde1 en die altijd groot medelijden aan den dag legde met hen1 welke in droefenis verkeerden1 maar die een doodelijken haat in zijn binnenste koesterde tegen ,dibolus1 omdat deze het op zijn kroon en waardigheid toelegde1 -- waarom dan ook1 zeg ik1 deze ,zoon van ,el-,schadda1 na zijnen ,vader er de hand op te hebben gegeven1 beloofde1 dat hij zijn dienaar wilde zijn in het herwinnen van ,menschziel1 daarin vastberaden te werk zou gaan en zich daarover later niet te zullen berouwen4 ,de hoofdzaak van dit raadsbesluit kwam hierop neder1 dat op een bepaalden tijd1 door beiden vastgesteld1 de ,zoon des ,konings eene reis zou doen in de landstreek ,heelal1 en dat ,hij daar langs een weg van gerechtigheid en waarheid1 door voor de zonden en dwaasheden van ,menschziel te boeten1 het fondament zou leggen voor hare volkomen verlossing uit de macht van ,dibolus en zijne onderdrukking4 ,gen4 #f 3 #e1 #f4 ,bovendien besloot ,immanuel op een bepaalden tijd een oorlog te beginnen tegen den reus ,dibolus omdat hij bezit genomen had van de stad ,menschziel1 en dat hij door de kracht zijner hand hem uit zijne sterkten1 waar hij zich genesteld had1 zou uitdrijven en die tot zijne woonplaats maken4 ,dit alles nu besloten zijnde zoo werd bevel gegeven aan de ,opperste ,secretarie van het hof om een verslag op te stellen van hetgeen bepaald was1 en te zorgen1 dat dit zou worden publiek gemaakt in alle hoeken van het koninkrijk des ,heelals4 ,een klein uittreksel uit den inhoud van dit geschrift1 kunt gij1 als gij wilt1 hier lezen3 ,laat allen1 die het aangaat1 nu weten1 dat de ,zoon van ,el-,schadda1 den grooten ,koning1 door een verbond met zijn ,vader zich heeft verplicht zijn ,menschziel tot hem weder te brengen2 ja uit kracht van zijne grenzelooze liefde wil hij haar zelfs in veel gelukzaliger toestand brengen dan waarin zij ooit verkeerd heeft eer ,dibolus haar veroverde40 ,de papieren werden bovendien op verschillende plaatsen aangeplakt tot geen geringe ergernis van ,dibolus1 want nu01 dacht hij1 zal ik worden aangevallen en mijne bezitting mij worden ontnomen40 ,maar toen dit plan en voornemen in het paleis van den ,koning en zijn ,zoon werd vernomen1 wie kan vertellen hoe de hoogedele hoofdlieden en edele vorsten1 die daar waren1 dat opnamen6 ,eerst fluisterden zij het tot elkander en daarna begon het door het geheele paleis te weerklinken1 terwijl allen het glorierijke voornemen en het heerlijke verbond van den ,koning en zijn ,zoon ten gunste van het ellendige ,menschziel bewonderden6 ,ja1 de hovelingen konden nauwelijks iets voor hunnen ,koning verrichten of zij vlochten daarin eenig bericht aangaande de groote liefde des ,konings en zijns ,zoons voor de vermaarde en ongelukkige stad ,menschziel4 ,afbeelding3 ,,wachten ,,aan ,,de ,,poorten ,,van ,,menschziel4 ,evenmin konden deze raadsheeren1 kapiteins en vorsten zich vergenoegen met deze tijding aan het hof te laten blijven berusten1 zij maakten dat1 zelfs eer het officieele verslag daarvan volkomen in orde was1 die goede tijding reeds overal verteld werd in het landschap ,heelal4 ,daardoor kwam zij dan ook1 zooals ik reeds zeide1 ter ooren van ,dibolus tot zijne niet geringe verlegenheid2 want gij kunt wel begrijpen1 dat het hooren van zulke voornemens en plannen tegen hem1 hem verschrikken moest4 ,na er eenigen tijd over te hebben nagedacht1 verzon hij de vier volgende zaken4 ,eerstens4 ,dat dit nieuws1 deze goede tijdingen namelijk1 zoo eenigszins mogelijk voor de ooren van ,menschziel zouden verborgen gehouden worden2 want01 zeide hij1 als zij eens tot de wetenschap kwamen1 dat ,el-,schadda1 hun vroegere koning1 en ,immanuel zijn ,zoon het goede voor de stad ,menschziel zoeken1 wat zou daar dan anders voor mij uit kunnen voortvloeien dan dat zij tegen mij opstaan en onder zijne heerschappij terugkeeren80 ,om nu dit voornemen te vervullen vernieuwde hij zijne vleierij jegens den heer ,vastewil en gaf hem ook strengen last en bevel om toch dag en nacht wacht te houden bij al de poorten van de stad1 maar vooral bij de ,oorpoort en de ,oogpoort1 want ik hoor01 zeide hij1 van een besluit1 dat ons allen tot verraders verklaart en dat ,menschziel tot zijne eerste slavernij terugkeeren moet4 ,ik hoop1 dat het maar verzinseltjes zijn2 maar toch mag zulk eene tijding in geenendeele in ,menschziel bekend worden1 opdat het volk niet verontrust worde4 ,ik vermoed1 ,mijnheer1 dat het ook voor u geen welkome tijding wezen kan1 en ik ben zeker dat zij het voor mij niet is2 en daarom denk ik het wijs en van het uiterste belang al zulke rumoeren den kop in te nijpen vor zij ons volk in de war brengen4 ,daarom begeer ik1 ,mijnheer1 dat gij in deze zaak zult handelen zooals ik zeg4 ,laat ons iederen dag sterke wachten zetten aan elke poort van de stad4 ,houd ook aan en onderzoek al degenen1 die gij bemerkt1 dat van verre tot ons komen om handel te drijven1 en laat ze onder geen voorwendsel in ,menschziel worden toegelaten tenzij gij wel overtuigd zijt1 dat zij ons uitmuntend gouvernement gunstig zijn gestemd4 ,ook beveel ik10 ging ,dibolus voort1 dat er voortdurend spionnen de stad op en neer wandelen1 met macht en last om alles te onderdrukken wat zij eenigszins in ons nadeel bemerken te zijn1 en wat ,el-,schadda en ,immanuel zou kunnen begunstigen40 ,dit werd alles overeenkomstig zijn bevel gedaan2 de heer ,vastewil gehoorzaamde zijn heer en meester en volgde gewillig het bevel op1 en met allen vlijt waartoe hij in staat was1 hield hij alles buiten en onderdrukte elke tijding voor ,menschziel aangaande deze dingen4 ,ten tweede4 ,dit gedaan zijnde legde ,dibolus1 opdat hij ,menschziel zoo onneembaar maken zou als hij maar kon1 aan al het volk der stad een nieuwen eed op en maakte met hen een verschrikkelijk verbond1 te weten1 dat zij nooit hem of zijne regeering zouden verlaten1 noch bedriegen1 noch zijne wetten zoeken te veranderen2 maar dat zij hem als hun wettigen koning zouden erkennen1 getrouw blijven en verdedigen tegen een iegelijk1 die nu of voortaan door eenig voorwendsel1 wet of instelling1 hoe dan ook1 op de stad ,menschziel aanspraak maken zou4 ,hij dacht hierbij1 naar het scheen1 dat ,el-,schadda geene macht had om hen te ontslaan van dit verbond met den dood en dit voorzichtig verdrag met de hel4 ,en die onnoozele stad ,menschziel had op dit alles niets tegen1 zag geen gevaar1 in dit monsterverbond1 maar als ware het een splintertje geweest in den bek van een walvisch1 slikte zij het door zonder eenigen schroom4 ,was zij er wel eenigszins door ontroerd8 ,o1 neen1 integendeel1 zij roemden op hunne getrouwheid aan den tiran1 hun voorgewenden koning1 zwerende1 dat zij nooit zouden wankelen1 nooit hun ouden heer voor een nieuwen verruilen4 ,aldus kluisterde ,dibolus het arme ,menschziel vast4 ,jes4 #bh 3 #ae4 ,ten derde4 ,de jalousie1 die zich nooit sterk genoeg waant1 dreef hem aan tot nog meerdere heldendaden1 en dat was om ,menschziel1 zoo mogelijk1 nog meer tot uitspattingen aan te hitsen4 ,hij liet dan zekeren heer ,vuil1 een verachtelijk1 wulpsch en beestachtig persoon1 geschriften opstellen en die boven de poorten van het kasteel plaatsen1 waarbij hij verlof gaf aan al zijne getrouwe aanhangers en zonen in ,menschziel om alles vrijelijk te volbrengen wat hunne zinnelijke lusten streelen kon1 en dat niemand hen daarin kon verhinderen of tegenstaan op straffe van zich het ongenoegen van hunnen vorst op den hals te halen4 ,dit deed hij om deze navolgende redenen3 #a;e4 ,dat de stad ,menschziel daardoor al zwakker en zwakker worden zou en des te meer ongeschikt om als de tijdingen kwamen1 die van hare verlossing getuigden1 daaraan geloof te slaan of daarop te hopen1 omdat men algemeen denkt3 hoe grooter zondaar des te minder kans op barmhartigheid4 #b;e4 ,de tweede reden was1 dat als misschien ,immanuel1 de ,zoon des grooten ,konings1 hunne verschrikkelijke en afschuwelijke handelingen zag1 hij berouw mocht krijgen1 dat hij een verbond had aangegaan om zulk volk te verlossen1 en er van mocht afzien het uit te voeren4 ,want hij wist1 dat ,el-,schadda heilig is en dat ook zijn ,zoon ,immanuel heilig is1 ja hij wist dit bij ondervinding1 want om zijne eigen zonden was ,dibolus uit de hoogste sfeeren verjaagd4 ,weshalve hij zeer rationeel tot dit besluit kwam1 dat wegens hare gruwelijke zonde het ook zoo gaan zou met ,menschziel4 ,toch nog vreezende1 dat ook dit touw breken zou bedacht hij nog iets anders4 ,afbeelding3 ,,di,,bolus ,,roept ,,menschziel ,,te ,,wapen4 #c;e4 ,hij wilde verder alle gemoederen in ,menschziel doordringen van het denkbeeld1 dat ,el-,schadda een leger aangeworven had om de stad te verderven4 ,dit deed hij om alle tijdingen1 die tot haar komen mochten aangaande eene voorgenomen verlossing krachteloos te maken1 want01 dacht hij1 als ik dit gerucht maar eerst in omloop breng1 zullen alle daarna komende tijdingen1 die hun oor bereiken1 daardoor verslonden worden2 want wat anders zal ,menschziel zeggen wanneer zij hoort1 dat zij verlost moet worden1 dan dat de eigenlijke bedoeling van ,el-,schadda is haar te vernielen80 ,tot dat einde riep hij de gansche burgerschap op het marktplein bijeen1 en daar sprak hij haar met een bedriegelijke tong aldus aan3 ,mijne heeren en goede vrienden1 gij allen zijt1 zooals gij weet1 mijne wettige onderdanen en lieden der beroemde stad ,menschziel4 ,gij weet1 van den eersten dag af1 dat ik onder u verkeerde tot op dit oogenblik1 hoe ik mij in uw midden heb gedragen1 en welke vrijheden en groote voorrechten gij onder mijne regeering hebt genoten1 naar ik hoop tot uwe en mijne eer en niet minder tot uw en mijn genot4 ,welnu1 beroemde stad ,menschziel1 er loopt daarbuiten een gerucht1 dat de stad kan verontrusten en dat mij om uwentwil leed doet1 want ik ontving daar juist door de post van den heer ,lucifer1 die altijd goed op de hoogte is van alles1 een brief1 waarin staat1 dat uw oude heer en koning ,el-schadda een leger werft om tegen u op te trekken1 ten einde u met wortel en tak uit te roeien4 ,en dit is nu de oorzaak1 o ,menschziel1 dat ik u heb opgeroepen om te raadplegen wat in dezen nood het best zij te doen4 ,wat mij zelf betreft1 ik ben maar alleen en kan mij gemakkelijk uit de voeten maken1 als ik mijn eigen welzijn zocht en mijn ,menschziel in het gevaar alleen wilde laten1 maar mijn hart is innig aan u verbonden1 en zoo onwillig ben ik om u te verlaten1 dat ik met u wil staan en vallen1 wat mij dan ook overkomen moge4 ,wat zegt gij1 o geliefde ,menschziel6 ,wilt gij nu uw ouden vriend verlaten of hem bijstaan80 ,toen riepen zij allen als een eenig man en uit enen mond3 ,sterven moet wie u ontrouw wordt60 ,toen zeide ,dibolus weder3 ,het is tevergeefs voor ons op genade te hopen2 want deze koning weet van geen kwartier geven4 ,ja1 misschien zal hij1 als hij pas tot ons komt1 over eene dusgenaamde barmhartigheid spreken1 opdat hij daardoor des te eer en des te gemakkelijker zich meester make van de stad ,menschziel4 ,wat hij nu daarover zal believen te zeggen1 geloof er geen letter of tittel of jota van2 want al zulke taal dient maar om ons te verschalken en dan ons de slachtoffers van zijne armzalige zegepraal te maken1 terwijl wij daar liggen te wentelen in ons bloed4 ,daarom is het mijn plan1 dat wij hem tegenstaan tot den laatsten man toe1 en hem in geen enkel opzicht gelooven2 want door die deur dreigt het gevaar binnen te sluipen4 ,maar zullen wij ons aldus door dit gevlei om hals laten brengen8 ,ik hoop toch1 dat gij te veel weet van de regelen der staatkunde om u zoo jammerlijk onder het juk te laten brengen40 ,maar onderstelt nu eens1 dat als hij eenmaal de stad in handen kreeg1 hij sommigen van ons spaarde1 dat hij enkele onderdanen in het leven liet1 wat zal dat u baten1 die opperhoofden zijt in deze stad1 in het bijzonder u1 die ik zoo hoog verheven heb1 en die uwen adelstand verdiend hebt door innige gehechtheid aan mij8 ,en stel nogmaals1 dat hij sommigen uwer kwartier gave1 houdt u er toch van verzekerd1 dat hij u een slavernij zal brengen1 evenals die u vroeger gekneld hield of erger dan die1 en wat hebt gij dan aan uw leven8 ,zult gij het bij hem zoo prettig en aangenaam hebben als tegenwoordig bij mij8 ,neen1 neen1 gij zult gebonden worden door wetten1 die u zullen knellen1 en gij zult genoodzaakt worden te doen wat gij nu haat en verafschuwt4 ,ik ben voor u als gij voor mij zijt2 en het is beter dapper en met eere te sneuvelen dan als jammerlijke slaven te leven4 ,maar dit zeg ik u1 dat een slavenleven nog te goed geacht zal worden voor ,menschziel1 als de stad valt4 ,bloed1 bloed1 niets anders dan bloed6 dat roept iedere toon uit ,el-,schadda's trompet1 die van verre weerklinkt4 ,eilieve1 neemt het ter harte2 ik hoor1 dat hij komt4 ,op1 staat in de wapens2 waar gij nu nog eenige rust hebt1 zoo wil ik u nog eenige krijgslisten leeren4 ,ik heb eene wapenrusting voor u1 die geschikt is om u van top tot teen te harnassen4 ,zoodoende kunt gij niet gekwetst worden door wat hij ook tegen u begint1 als gij deze wapenrusting maar stevig aangespt4 ,komt daartoe in mijn kasteel1 gij zijt er welkom1 en harnast u tegen den oorlog4 ,daar is een helm1 een borstharnas1 zwaard en schild1 die maken zullen dat gij als mannen vechten kunt40 ,daar hebt gij eerst mijn helm of hoofdbedekking1 het is de hoop1 dat het nog wel goed afloopen zal of dat gij eindelijk nog wel goed zult doen welk leven gij ook tot dusverre leefdet4 ,deze helm is in het bezit van allen1 die voorgeven1 dat zij toch vrede hebben al wandelen zij ook in de goddeloosheid hunner harten om de dronkenen te doen tot de dorstigen4 ,dat is een beproefd stuk wapen1 en al wie het bezit en het vast kan houden1 wordt al dien tijd door geen pijl1 spies of zwaard gewond4 ,zet dat hoofdbedeksel op en gij kunt menigen stoot weerstaan1 geliefd ,menschziel40 ,deut4 #bi 3 #ai4 ,mijn borstwapen is een ijzeren borstharnas4 ,ik heb het in mijn eigen land gesmeed en al mijne soldaten zijn daarmede gewapend4 ,om het u duidelijk te zeggen1 het bestaat uit een hard hart1 een hart zoo hard als ijzer en zoo ongevoelig1 ongevoelig als een steen4 ,doet ge dat aan dan zal de barmhartigheid u niet verteederen noch het oordeel u verschrikken4 ,daarom is het zoo hoog noodig voor allen1 die ,el-,schadda haten1 en onder mijne banieren willen strijden40 ,openb4 #i 3 #i4 ,mijn zwaard is eene tong1 die in het helsche vuur gescherpt is1 en die maar niets liever doet dan kwaad spreken van ,el-,schadda1 zijn ,zoon1 zijn wegen en zijn volk4 ,gebruikt dit zwaard1 het is beproefd wel duizendmaal1 de duizenden verdubbeld4 ,wie het bezit1 vast houdt en er dat gebruik van maakt1 dat ik begeer1 kan nooit door mijn vijand overwonnen worden40 ,ps4 #eg 3 #e2 #fd 3 #d4 ,jac4 #c 3 #f4 ,mijn schild is ongeloof1 of wilt ge het liever noemen3 in twijfel trekken van de waarheid des woords1 van alle oordeel1 dat ,el-,schadda uitspreekt over goddelooze menschen4 ,gebruikt dit schild3 daar heeft hij al menigen aanval op gedaan en somtijds1 is het1 wel is waar1 verbrijzeld2 maar toch staat geschreven in het boek der oorlogen van ,immanuel tegen mijne dienaren1 dat hij belet werd menig goed werk te doen ter zake van hun ongeloof4 ,welnu1 dit zeer machtige wapen te handhaven valt zeer gemakkelijk1 men heeft dan maar geloof te weigeren aan alles wat waar is op welke wijze het ook wordt bewezen of betuigd4 ,spreekt hij van oordeel1 let er niet op2 spreekt hij van barmhartigheid1 geeft er niet om2 -- of hij al belooft1 ja zelfs zweert1 dat hij ,menschziel goed wil doen wanneer het tot hem wederkeert1 laat hem maar praten1 trekt de waarheid van al wat hij zegt in twijfel2 want op die wijze hanteert gij het schild des ongeloofs voortreffelijk1 zooals al mijne getrouwe dienaren doen1 en wie anders handelt heeft mij niet lief1 dien reken ik mijn vijand40 ,bovendien01 zeide ,dibolus verder1 heb ik nog een uitmuntend wapen1 dat bestaat uit een doffen1 onverschilligen en gebedloozen geest1 die spot met alle roepen om genade4 ,o1 ,menschziel1 maak daar ook gebruik van4 ,wat1 roepen om genade6 ,doe dat nooit als gij de mijne wezen wilt6 ,ik weet dat gij dappere mannen zijt1 en nu ben ik ook zeker1 dat ik u gekleed heb in beproefde wapenen4 ,waarom zoudt gij dan nog tot ,el-,schadda om genade roepen8 ,laat dat verre van u zijn6 ,benevens dit alles heb ik nog mokers1 vuurbranders1 vuurpijlen1 dood en verderf1 al te maal goed wapentuig en dat een uitmuntende uitwerking zal doen40 ,nadat hij aldus zijne mannen met eene wapenrusting en allerlei geweer had voorzien1 sprak hij hen wederom aan met woorden als deze3 ,bedenkt nu1 dat ik uw rechtmatige koning ben en dat gij mij een eed gezworen en met mij in een verbond getreden zijt om mij en mijne zaak getrouw te blijven4 ,ik zeg u3 bedenkt dit en beschouwt u als flinke en dappere mannen van ,menschziel4 ,bedenkt ook al de vriendelijkheid1 die ik u voortdurend heb betoond1 en dat ik u zonder dat gij mij het verzoekt allerlei uitwendige dingen heb geschonken4 ,daarom eischen die voorrechten1 goedgunstigheden1 voordeelen en eereposten1 waarmede ik u begiftigd heb1 ook een rechtmatige vergelding van uwe hand1 o mijne mannen van ,menschziel1 gij mannen als leeuwen6 ,wanneer was de tijd geschikter dan thans om dit te toonen1 waar anderen mijne heerschappij over u gaan betwisten8 ,nog en woord en ik eindig4 ,kunnen wij nu maar staande blijven en dezen schok doorstaan1 dan twijfel ik niet of de geheele wereld is binnen kort in ons bezit4 ,komt die dag1 o mijne getrouwen1 dan maak ik u allen koningen1 vorsten en opperhoofden2 welke gelukkige dagen zullen wij dan beleven60 ,dibolus op deze wijze zijne knechten en vasallen in ,menschziel tegen hunnen wettigen koning1 den goeden ,el-,schadda gewapend en in het harnas gejaagd hebbende1 ging over tot het verdubbelen zijner wachten aan de stadspoorten1 en trok zichzelven terug in het kasteel1 dat zijn bijzondere sterkte was4 ,zijne vasallen1 ten einde hunne toegenegenheid en voorgewenden 7ofschoon laaghartigen7 moed te toonen1 oefenden zich dagelijks in den wapenhandel en onderwezen elkander daarin2 zij daagden hunne vijanden uit en zongen den lof van hunnen tiran4 ,hierdoor toonden zij wat mannen zij zouden wezen als het eens zo hoog liep1 dat het kwam tot een werkelijken oorlog tusschen ,el-,schadda en hunnen koning4 ,,hoofdstuk ,,iii4 ,,de ,,kapiteins ,,van ,,el-,,schadda4 ,,het ,,beleg4 ,nu was al dien tijd de goede koning1 koning ,el-,schadda1 bezig voorbereidselen te maken om een leger te zenden ten einde ,menschziel te herwinnen en van de tirannie van hun voorgewenden koning ,dibolus te verlossen2 maar het dacht hem goed dit leger niet dadelijk te geven in de hand van den dapperen ,immanuel1 zijn ,zoon1 maar van sommigen zijner dienaren1 om eerst door hen den geest van ,menschziel te onderzoeken of zij wellicht zo tot de gehoorzaamheid aan hunnen koning zouden worden teruggebracht4 ,dit leger bestond uit meer dan veertig duizend1 al te maal getrouwe manschappen1 want zij kwamen uit des konings eigen hof en waren zijne uitgelezenen4 ,zij kwamen op ,menschziel aan onder het geleide van vier dappere generaals1 die ieder hoofdman over tien duizend waren4 ,hier zijn hunne namen en titels4 ,de naam des eersten was kapitein ,boanerges1 de naam des tweeden kapitein ,overtuiging1 de naam des derden was kapitein ,oordeel en de naam des vierden kapitein ,strafoefening4 ,deze waren de hoofdlieden1 die op ,menschziel werden afgezonden4 ,dit viertal werd nu1 zooals gezegd is1 vooruitgezonden om den eersten aanval te doen2 want de koning was gewoon in al zijne oorlogen deze vier in den voortocht te stellen2 zij waren dan ook zeer stout en forsch1 mannen1 juist geschikt om het ijs te breken1 en zich een weg te banen langs de snede van hun zwaard1 terwijl al hunne manschappen hun daarin geleken4 ,aan ieder van deze hoofdlieden gaf de ,koning eene banier1 opdat hij deze zou ontplooien1 wegens de eerlijkheid zijner zaak en het recht1 dat hij op ,menschziel had4 ,eerst werden dan aan kapitein ,boanerges1 want hij was het opperhoofd1 tienduizend manschappen gegeven4 ,zijn vaandeldrager was vaandrig ,donder2 hij droeg de zwarte kleur en zijn onderscheidingsteeken was drie brandende donderbussen4 ,de tweede hoofdman was kapitein ,overtuiging4 ,ook aan hem werden tienduizend manschappen toevertrouwd4 ,de naam van zijn vaandeldrager was ,droefheid2 hij droeg de bleeke kleur en zijn wapenschild prijkte met een opengeslagen wetboek1 waaruit vuurvlammen spatten4 ,de derde hoofdman was kapitein ,oordeel1 en onder hem ook tienduizend manschappen4 ,de naam van zijn vaandrig was ,vreeze2 hij droeg de roode kleur1 en op zijn wapenschild stond een vurige brandende oven4 ,de vierde hoofdman was kapitein ,strafoefening2 ook hij gebood over tienduizend man4 ,zijn vaandrig heette ,gerechtigheid4 ,zijne kleuren waren eveneens rood1 maar op zijn banier prijkte een onvruchtbare boom met een bijl aan den wortel4 ,op zekeren dag hield koning ,el-,schadda over deze vier hoofdlieden en hun legertros1 soldaten en onderofficieren eene wapenschouwing2 riep hen allen bij hunne namen op1 en onderrichtte hen in hetgeen zij voor hunnen koning moesten gaan uitvoeren4 ,toen de koning zijne krachten gemonsterd had1 deelde hij aan elk der kapiteins hunne bijzondere lastgeving mede1 en maande hen aan ten aanhoore van al hunne heirscharen1 om getrouw en moedig op hun post te staan om die lastgeving uit te voeren4 ,die lastgeving was voor ieder hunner in hoofdzaak dezelfde2 wat vorm1 naam1 titel1 plaats en rang der kapiteins betrof1 daarin waren maar zeer kleine afwisselingen4 ,ik zal u hier een verslag geven van hetgeen hun lastbrief in hoofdzaak inhield4 ,afbeelding3 ,,de ,,kapiteins ,,van ,,el-,,schadda4 ,de last van den grooten ,koning ,el-,schadda1 ,koning van ,menschziel1 aan zijn welvertrouwden en edelen hoofdman1 den ,kapitein ,boanerges1 voor zijne oorlogsverklaring aan de stad ,menschziel4 ,o1 gij ,boanerges1 een mijner dappere en donderende aanvoerders over tienduizenden mijner edele en moedige dienaren1 ga heen in mijnen naam1 in deze uwe kracht1 naar het ellendige ,menschziel4 ,als gij daar komt biedt haar dan eerst vredesvoorwaarden aan4 ,gebied haar dat zij1 het juk der tirannie van dien goddeloozen ,dibolus afschuddende1 tot mij1 haar wettigen ,vorst en ,heer1 terugkeere4 ,gebied haar tevens1 dat zij zich reinige van alles wat hem behoort in de stad ,menschziel4 ,maar zie vooral toe1 dat gij goede waarborgen hebt aangaande de oprechtheid van hare gehoorzaamheid4 ,wanneer zij zich in waarheid onderwerpt1 doe gij dan alles wat in uw vermogen is om een vesting voor mij op te richten in de vermaarde stad ,menschziel2 en veroorzaak niet het minste leed aan den geringsten inwoner1 die daarin leeft en zich voor mij wil verootmoedigen2 maar behandel dien integendeel als uwen vriend en broeder4 ,al dezulken heb ik lief en ze zullen mij dierbaar wezen4 ,o1 zegt het hem1 dat ik ter bestemder tijd tot hen zal komen en doet het hun weten1 dat ik genadig ben4 #a ,thess4 #b 3 #g-aa4 ,maar wanneer zij1 niettegenstaande uwe opeisching en uw bevel1 weerstand biedt1 tegen u opstaat en rebelleert1 dan gebied ik u1 dat gij gebruik maakt van al uwe wijsheid1 kracht1 macht en sterkte1 om haar weder tot mij te brengen door eenen sterken arm4 ,vaarwel40 ,zoo ziet gij hier den inhoud van hun lastbrief2 want1 zooals ik tevoren zeide1 ze waren allen eenerlei voor de overige kapiteins4 ,weshalve zij1 allen en een iegelijk1 zijn gezag hebbende ontvangen uit huns konings hand1 en dag en plaats van hun aantreden bepaald zijnde1 verschenen in zulk een wapendosch als aan hun ambt en roeping paste4 ,na een nieuw onderhoud met ,el-,schadda1 trokken zij voorwaarts met vliegende vaandels om tegen de vermaarde stad ,menschziel op te trekken4 ,kapitein ,boanerges bestuurde de voorhoede1 kapitein ,overtuiging en kapitein ,oordeel vormden den middentocht en kapitein ,strafoefening bracht de achterhoede mede4 ,zij hadden een grooten weg af te leggen1 want de stad ,menschziel lag zeer ver van het hof van ,el-,schadda verwijderd en zij marcheerden door landen en gewesten van vele volken1 niemand last of nadeel doende1 maar overal zegenend waar zij kwamen4 ,ook leefden zij op 's konings kosten langs al den weg dien zij gingen4 ,efez4 #b 3 #ac1 #ag4 ,zo vele dagen gereisd hebbende1 kwamen zij ten laatste in het gezicht van ,menschziel1 en toen zij haar zagen konden de kapiteins zich in het eerst niet onthouden den jammerlijken staat der stad te beweenen1 want zij bemerkten hoe zij aan den wil van ,dibolus was onderworpen en reeds gewoon in zijne wegen en inzettingen te wandelen4 ,om kort te gaan1 de kapiteins sloegen zich voor de stad neder1 en trokken toen op naar de ,oorpoort1 want dat was de plaats1 waar men gehoor kreeg4 ,hunne tenten opgeslagen hebbende en zich daar legerend maakten zij zich tot den aanval gereed4 ,de lieden der stad voor het eerst zulk een prachtig leger1 dat zoo goed ingericht was1 onder zulk eene uitmuntende discipline stond1 en in zoo schitterende wapenrusting zijn vliegende vaandels ontplooide1 bemerkende1 konden niet anders doen dan onmiddellijk hunne woningen verlaten om het aan te staren4 ,maar de listige vos ,dibolus1 die bang was1 dat zijn volk bij dit gezicht op een plotselinge opeisching der stad de poorten zou openen en de kapiteins binnenlaten1 kwam in alle haast uit zijn kasteel en liet hen terugtrekken naar het midden der stad1 waar hij deze leugenachtige en bedriegelijke redevoering tot hen hield3 ,mijneheeren10 zeide hij2 ofschoon gij mijn getrouwe en veel geliefde vrienden zijt1 kan ik toch niet nalaten u eene kleine bestraffing te geven wegens uwe onvoorzichtige handelwijze1 daar gij uit uwe woningen zijt gegaan om te kijken naar dat groote en machtige leger1 dat sedert gisteren zich hier heeft vertoond en een beleg gaat beginnen tegen de vermaarde stad ,menschziel4 ,weet gij wel wie ze zijn1 vanwaar ze komen en wat hun oogmerk is met onze goede stad8 ,zij zijn het1 van wie ik u reeds lang geleden heb verteld1 dat zij komen zouden om deze stad te vernielen1 en tegen wie ik u van top tot teen gewapend heb1 en deze groote sterkten heb opgericht4 ,waarom hebt gij dan niet veel eer zelfs bij hunne eerste verschijning het uitgeschreeuwd1 de vuurbakens aangestoken en de geheele stad in alarm gebracht1 opdat wij allen in staat van verdediging geraakten en hen met groote verachting en tegenweer ontvangen hadden8 ,dan hadt gij u mannen getoond naar mijn hart1 terwijl door hetgeen gij gedaan ,hebt1 gij mij bijna bevreesd gemaakt hebt -- ik zeg bijna bevreesd -- dat wanneer wij en zij eens vlak tegenover elkander komen te staan1 ik bij u gebrek aan moed zal ontdekken om het tegen dien vijand uit te houden4 ,waarvoor heb ik bevolen dat er patrouilles zouden rondloopen en dat gij uwe wachten aan de poort verdubbelen zoudt8 ,waarom heb ik getracht u zoo hard te maken als ijzer1 en uwe harten als een stuk van een molensteen8 ,was dat1 naar uwe meening1 opdat gij u als vrouwen aanstellen zoudt1 en dat gij als een troep onnoozelen naar uwe doodvijanden zoudt gaan staan kijken8 ,foei1 foei1 stelt u in staat van tegenweer1 roert de trom1 loopt samen als dappere krijgers1 opdat uwe vijanden mogen weten1 dat gij mannen zijt en dat zij nog heel wat te doen zullen hebben eer zij deze stad ,menschziel in hun bezit krijgen40 ,afbeelding3 ,,di,,bolus ,,bestraft ,,menschziel4 ,ik zal nu ophouden met u te bestraffen en niet meer op u schelden1 maar dan eisch ik ook1 dat ik voortaan zulke dingen niet meer zie4 ,laat voortaan niemand uwer1 zonder eerst bevel van mij ontvangen te hebben1 het wagen zijn hoofd over den muur te steken4 ,gij hebt mij nu gehoord1 doet wat ik u bevolen heb en dan zal ik veilig in uw midden blijven wonen1 en zorg voor u dragen als voor mijzelven in alles wat onze veiligheid en heerlijkheid bevorderen kan4 ,vaarwel60 ,nu werden de mannen van ,menschziel zeer ontroerd2 't was of eene panische schrik hen allen had bevangen2 zij draafden maar onophoudelijk door de straten van ,menschziel1 luid roepende3 ,help6 ,help6 ,deze mannen1 die de wereld in oproer gebracht hebben1 zijn ook hier gekomen40 ,niemand hunner kon zich voortaan meer rustig houden1 maar voortdurend riepen en schreeuwden zij als mannen1 die van hun zinnen beroofd waren3 ,de verwoesters van onzen vrede en van ons volk zijn hier gekomen60 ,dit hoorde ,dibolus4 ,ha60 zeide hij bij zichzelven1 zoo gaat het goed2 zoo wilde ik het hebben2 nu toonen zij dat zij aan hun vorst gehecht zijn6 ,houd u maar zoo10 riep hij1 en laat ze dan de stad eens innemen als ze kunnen60 ,eer nu 's konings leger drie dagen voor ,menschziel had gelegen1 beval kapitein ,boanerges zijn trompetter naar de ,oorpoort te gaan1 en daar in naam van den grooten ,el-,schadda de stad ,menschziel op te eischen om gehoor te geven aan de boodschap1 die hij in zijns ,meesters naam tot haar bracht4 ,de trompetter1 wiens naam was3 ,ziet toe hoe gij hoort0 ging heen zooals hem geboden was naar de ,oorpoort en blies daar op zijne trompet om gehoor1 maar er was niemand1 die voor den dag kwam of eenig antwoord gaf1 of uitkeek1 want zoo had ,dibolus het geboden4 ,zoo keerde dan de trompetter tot zijn kapitein terug en vertelde hem wat hij gedaan had en hoe hij was gevaren1 waarover de kapitein zeer bedroefd was1 maar hij verzocht den trompetter naar zijne tent te gaan4 ,weder zond kapitein ,boanerges zijn trompetter naar de ,oorpoort om daar gehoor te verzoeken2 maar ze hielden zich weder stil1 kwamen niet voor den dag1 noch wilden hem eenig antwoord geven1 zoo nauwkeurig volgden zij het bevel van ,dibolus hunnen koning op4 ,toen hielden de kapiteins en de andere veldoversten een krijgsraad om samen te overleggen wat verder te doen zij om ,menschziel te bemachtigen2 en nadat zij met elkander beraadslaagd hadden wat de inhoud van hun lastbrief hun in dezen gebood1 zoo kwamen zij tot het besluit om door de hand van den voornoemden trompetter nog eenmaal te zenden1 en voor de derde keer dezelfde oproeping te laten hooren4 ,maar zou deze opnieuw geweigerd worden of de stad zich voortdurend stil houden1 dan bepaalden zij1 en verzochten den trompetter dit ook aan de onwilligen mede te deelen1 dat zij alle middelen1 die in hunne macht stonden1 zouden aanwenden om de ongehoorzamen met geweld onder het gezag van hunnen koning te doen bukken4 ,luk4 #ad 3 #bc4 ,zoo gebood dan kapitein ,boanerges zijn trompetter weder naar de ,oorpoort te gaan1 en in naam van den grooten koning ,el-,schadda een luide sommatie te doen hooren om zonder dralen bij de ,oorpoort te verschijnen ten einde aldaar gehoor te verleenen aan 's konings voortreffelijkste kapiteins4 ,de trompetter ging heen en deed wat hem bevolen was4 ,bij de ,oorpoort blies hij op zijne trompet en deed eene derde oproeping aan ,menschziel hooren4 ,hij zeide bovendien1 dat indien zij weigerden aldus te doen1 de kapiteins van zijn vorst met een krachtigen arm op hen zouden aanvallen en hen met geweld dwingen tot gehoorzaamheid4 ,jes4 #eh 3 #a4 ,toen stond de heer ,vastewil op1 hij1 die gouverneur van de stad was1 wij herkennen hem als dien afvallige over wien vroeger is gesproken1 en die de poorten bewaakte4 ,met ruwe en trotsche woorden vraagde hij aan den trompetter wie hij was1 vanwaar hij kwam1 en wat wel de oorzaak zijn mocht1 dat hij zulk een geweldig leven aan de poort maakte1 zulke onverdragelijke woorden tot ,menschziel sprekende4 ,de trompetter antwoordde3 ,ik ben een dienaar van den edelen kapitein ,boanerges1 generaal van het leger des grooten konings ,el-,schadda1 tegen wien gij en de gansche stad ,menschziel gerebelleerd hebt en uwe hand hebt opgeheven4 ,mijn meester1 de kapitein1 heeft een speciale boodschap voor deze stad1 en tot u1 als een van hare burgers2 eene boodschap1 die gij rustig zult moeten aanhooren of anders moet gij maar afwachten wat er komt40 ,toen zeide de heer ,vastewil3 ,ik zal uwe woorden aan mijnen heer bekendmaken1 en zal daarna hooren wat hij zegt40 ,maar de trompetter antwoordde3 ,onze boodschap is niet bestemd voor den reus ,dibolus1 maar voor de ellendige stad ,menschziel2 ook zullen wij er volstrekt niet op letten welk antwoord door hem wordt gegeven1 noch door een ander in zijne plaats4 ,wij zijn naar deze stad gezonden om haar van onder zijn wreede tirannie te verlossen1 en haar over te halen zich1 zooals zij in vorige tijden deed1 te onderwerpen aan den allervoortreffelijksten koning ,el-,schadda40 ,toen zeide de heer ,vastewil3 ,ik zal uwe boodschap aan de stad overbrengen40 ,toen riep de trompetter3 ,heerschap1 bedrieg ons toch niet1 want door dat te doen fopt gij uzelven het meest40 ,hij voegde daar nog bij3 ,wij zijn besloten1 als gij u niet langs een vreedzamen weg onderwerpt1 u den oorlog aan te doen en door geweld ten onder te brengen40 ,en ten bewijze1 dat ik u thans de waarheid zeg1 zal het u een teeken zijn1 dat gij de witte vlag met hare vurige brandende donderkogels morgen ochtend op den heuvel zult zien wapperen tot verachting van uwen vorst en tot een teeken van onderwerping aan uwen ,heer en wettigen ,koning40 ,afbeelding3 ,,kapitein ,,strafoefening4 ,zoo keerde dan de heer ,vastewil van de wallen terug1 en de trompetter kwam in het kamp4 ,toen deze laatste in het kamp was teruggekeerd1 kwamen al de kapiteins en officieren samen om van hem te weten te komen of hij gehoor bekomen had en wat de uitwerking van zijne boodschap was4 ,de trompetter begon aldus3 ,toen ik mijne trompet geblazen had en luid tot de stad om gehoor geroepen kwam de heer ,vastewil1 gouverneur der stad en bewaarder der poorten1 voor den dag bij den klank mijner trompet en gluurde over den muur4 ,hij vraagde mij wie ik was1 vanwaar ik kwam en waarom ik zooveel leven maakte4 ,zoo deelde ik hem mijne boodschap mede1 op wiens gezag en in wiens naam ik sprak4 ,daarop ging hij eindelijk van mij af1 zeggende3 ik zal het aan de lieden der stad mededeelen40 ,alsnu sprak de dappere ,boanerges3 ,laat ons nu een wijle stil op onze hoede liggen en zien wat deze oproermakers doen zullen40 ,toen de tijd nu daar was1 dat ,menschziel aan den dapperen ,boanerges en zijne medgezellen antwoord geven moest1 werd bevolen1 dat alle krijgslieden van het gansche leger van ,el-,schadda als een eenig man in de wapens zouden staan en zich gereed houden om1 mocht de stad hooren1 haar onmiddellijk in genade te ontvangen1 en zoo niet1 dan haar te dwingen tot onderwerping4 ,daar bliezen de trompetters door het gansche leger opdat alle krijgers gereed zouden wezen voor het werk van dien dag4 ,maar toen zij1 die binnen de stad ,menschziel waren1 het geluid der trompetten vernamen in het legerkamp van ,el-,schadda1 en daaruit opmaakten dat dit met geen ander doel geschiedde dan op de stad storm te loopen1 geraakten zij in groote ontsteltenis des harten4 ,maar nadat zij zich weer een weinig hersteld hadden1 maakten ook zij toebereidselen tot den oorlog om zich te verdedigen als die storm begon4 ,in het uiterste oogenblik wilde nu ,boanerges hun antwoord vernemen en zond zijn trompetter uit om ,menschziel op te roepen tot het hooren der boodschap van ,el-,schadda4 ,deze ging uit en blies1 en de mannen der stad kwamen voor den dag1 maar maakten de ,oorpoort zoo stijf vast als zij maar konden4 ,toen zij nu allen den muur beklommen hadden1 begeerde kapitein ,boanerges den burgemeester te zien1 maar de heer ,ongeloof was toen burgemeester1 want hij was aangesteld in de plaats van ,vleeschelijke ,lust4 ,zoo kwam dan ,ongeloof voor den dag en plaatste zich op den muur1 maar toen kapitein ,boanerges hem gezien had1 riep hij uit3 ,dat is hij niet4 ,waar is de heer ,verstand1 de oude burgemeester der stad ,menschziel8 ,aan hem wilde ik mijne boodschap bekendmaken40 ,zach4 #g 3 #aa4 ,toen sprak de reus1 7want ,dibolus was ook megekomen7 tot den kapitein3 ,heer hoofdman1 gij hebt de vrijpostigheid gebruikt om ,menschziel viermaal op te roepen tot onderwerping aan uwen koning1 uit wiens naam en op wiens gezag1 dat weet ik niet en daar wil ik ook niet over twisten4 ,maar ik vraag u wat de reden is van al dit rumoer1 of wie gij wel zijt als gij uzelven kent80 ,kapitein ,boanerges1 wiens kleuren zwart waren en wiens vaandel drie brandende donderbussen vertoonde1 sloeg geen acht op den reus of op zijne woorden1 maar richtte zich tot de stad ,menschziel4 ,laat het onder u bekend zijn01 zoo sprak hij1 o1 ongelukkig en oproerig ,menschziel1 dat de genadigste van alle koningen1 de groote ,vorst ,el-,schadda1 mijn ,meester1 mij tot u gezonden heeft met eene boodschap0 7en dit zeggende liet hij aan het volk zijn grooten bezegelden lastbrief zien7 om u onder zijn gezag terug te brengen4 ,hij heeft mij bevolen1 ingeval gij naar mijne roepstem wilt hooren1 mij jegens u te gedragen alsof gij mijne vrienden en broeders waart2 maar hij heeft evenzeer geboden1 dat indien gij na de oproeping tot onderwerping1 nog volhardt met uwe rebellie1 wij trachten moeten ons met geweld van u meester te maken40 ,toen stond kapitein ,overtuiging op1 en sprak 7hij was het1 die de bleeke kleuren droeg en een wijd geopend wetboek in zijne vlag had74 ,hoor1 o ,menschziel6 ,gij1 o ,menschziel1 waart eens beroemd wegens uwe onschuld1 maar nu zijt gij ontaard door leugen en bedrog4 ,gij hebt gehoord wat mijn broeder1 kapitein ,boanerges1 gezegd heeft1 en gij zult wijs wezen en het zal een geluk voor u zijn1 als gij de vredesvoorwaarden aanneemt1 die u aangeboden zijn1 en dat nog wel door eenen tegen wien gij hebt gerebelleerd1 een die de macht heeft u te verpletteren1 want zulk een is ,el-,schadda onze koning4 ,wie kan bestaan voor zijnen toorn8 ,als gij zeggen wildet1 dat gij niet gezondigd hebt noch oproerig tegen onzen koning gehandeld1 dan zou uw gansche gedrag sedert den dag1 dat gij zijn dienst verlaten hebt 7en dat was reeds het begin van uwe zonde7 tegen u getuigen4 ,wat beduidde dan toch uw luisterend oor naar den tiran1 en waartoe hebt gij hem tot koning aangenomen8 ,waarom hebt gij de wetten van ,el-,schadda verworpen en zijt gehoorzaam geweest aan ,dibolus8 ,ja1 wat beduidt dit dan1 dat gij de wapens hebt opgevat en de poorten gesloten voor ons1 den getrouwe dienaren van uwen koning8 ,laat u dan raden en neemt mijns broeders uitnoodiging aan1 en laat den tijd van genade niet voorbijgaan1 maar onderhandelt spoedig met uwe tegenpartij4 ,ach1 ,menschziel6 ,laat toch niet toe1 dat gij van de genade vervallen zoudt en in duizend ellenden geraken door het vleiend gesnap van ,dibolus6 ,misschien zal die aartsleugenaar en bedrieger nog trachten u te doen gelooven1 dat wij ons eigen voordeel zoeken in dezen onzen dienst2 maar weet1 dat het alleen gehoorzaamheid aan onzen ,koning en liefde tot uw geluk is1 dat ons tot deze onderneming heeft gebracht4 ,rom #c 3 #aj1 #ai-bc2 #af 3 #ag1 #ah4 ,ps4 #ej 3 #ba1 #bb4 ,luk4 #ab 3 #eh1 #ei4 ,verder zeg ik u1 o1 ,menschziel1 merk toch eens op of het niet een wonderbare genade is1 dat ,el-,schadda zich zoo diep vernedert als hij doet3 waar hij nu door ons als tusschenpersonen tot u spreekt in den weg van onderhandeling en der liefelijke overtuiging1 opdat gij u aan hem zoudt onderwerpen4 ,heeft hij u zoo noodig als wij er zeker van zijn1 dat gij hem behoeft8 ,neen1 neen2 maar hij is genadig1 en wil niet dat ,menschziel sterve1 maar tot hem wederkeere en leve40 #b ,cor4 #e 3 #ah-ba4 ,afbeelding3 ,,de ,,rede ,,van ,,ongeloof4 ,toen stond kapitein ,oordeel op1 die de roode kleuren droeg en die op zijn vaandel had een brandenden oven4 ,hij sprak aldus3 ,o1 gij inwoners van ,menschziel1 die zoolang in opstand en verraad geleefd hebt tegen koning ,el-,schadda1 weet1 dat wij heden niet uit onszelven op deze plaats komen1 en met eene boodschap1 die wij zelf hebben bedacht of om onszelven op u te wreeken2 het is de koning1 mijn ,meester1 die ons gezonden heeft om u tot zijne gehoorzaamheid weder te brengen4 ,weigert gij langs een vreedzamen weg1 dan zijn wij verplicht u daartoe te dwingen4 ,denkt nooit bij uzelven1 noch duldt dat de tiran ,dibolus u overhale om te denken1 dat onze koning niet in staat is u neder te werpen en u onder zijne voeten te leggen2 want ,hij is de formeerder van alle dingen en als ,hij de bergen aanraakt rooken zij4 ,ook zal de poort van 's konings barmhartigheid niet altijd open staan1 want de dag1 die branden zal als een oven1 staat voor de deur1 ja1 hij haast om te komen en sluimert niet4 ,o1 ,menschziel1 is het gering in uwe oogen1 dat onze koning u genade laat aanbieden en dat na zoo vele waarschuwingen8 ,ja1 hij steekt nog zijn gouden schepter u toe1 en wil nog zijn toorn niet tegen u loslaten2 zult gij hem tergen tot hij dat doet8 ,zoo ja1 let dan op hetgeen ik zeg3 voor u is die poort niet eeuwig open4 ,als gij zegt3 ,gij zult ,hem niet aanschouwen1 daar is nochtans gerichte voor zijn aangezicht1 wacht gij dan op ,hem2 ja omdat er grimmigheid bij ,hem is1 wacht u1 dat ,hij u misschien niet als met en klop wegstoote1 zoodat u een groot rantsoen daar niet van af zou kunnen brengen40 ,zou ,hij uwen rijkdom achten1 dat gij niet in benauwheid zoudt zijn1 of eenige versterking van kracht8 ,neen1 neen1 geen goud of rijkdom of geweld4 ,hij heeft zijn troon bereid ten gerichte1 want ziet de ,heere zal met vuur komen1 en zijne wagenen zijn als een wervelwind1 om met grimmigheid zijnen toorn hiertoe te wenden1 en zijne scheldingen met vuurvlammen4 ,zie derhalve toe1 o ,menschziel1 opdat niet1 nadat gij het oordeel de goddeloozen vervuld hebt1 hij kome en u aangrijpe met oordeel en gerichten40 ,job4 #cf 3 #ag1 #ah4 ,ps4 #i 3 #h4 ,jes4 #ff 3 #ae4 ,terwijl kapitein ,oordeel zijne toespraak tot ,menschziel hield werd door sommigen opgemerkt1 dat ,dibolus sidderde1 maar hij ging met zijne aanspraak voort en sprak3 ,o1 gij ellendige ,menschziel1 wilt gij nog uwe poorten niet openzetten om ons te ontvangen1 de afgezanten van uwen koning1 en die er zich in verheugen zouden als zij u zagen leven8 ,zal uw hart bestaan en zullen uwe handen het uithouden in den dag1 dat hij met u in het gezicht zal treden8 ,ik zeg1 kunt gij het verdragen als gij gedwongen zult worden uit te drinken1 als ware het zoete wijn1 die zee van toorn1 welke de koning voor ,dibolus en zijne engelen bereid heeft8 ,bedenk deze dingen en doe dat bijtijds40 ,ezech4 #bb 3 #ad4 ,toen stond op de vierde kapitein1 de edele hoofdman ,strafoefening1 en sprak3 ,o1 gij stad ,menschziel6 eertijds beroemd1 maar nu gelijk aan een onvruchtbare tak2 eenmaal het vermaak van den ,allerhoogste1 maar nu een hol van ,dibolus1 hoor ook naar mij en luister naar de woorden1 die ik spreken zal in den naam van den grooten ,el-,schadda4 ,zie1 de bijl ligt reeds aan den wortel der boomen3 alle boom1 die geen goede vrucht voortbrengt1 wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen4 ,matth4 #c 3 #g-aj4 ,gij1 o stad ,menschziel1 zijt tot dusverre zulk een onvruchtbare boom geweest1 gij droegt niets dan doornen en distelen4 ,uw kwade vruchten toonen het duidelijk1 dat gij geen goede boom zijt1 uwe druiven zijn druiven van gal1 hunne bezin zijn bitter4 ,gij hebt tegen uwen koning gerebelleerd1 en o wee6 de kracht en macht van ,el-,schadda zijn de bijl1 die aan uwen wortel is neergelegd4 ,wat zegt gij8 ,wilt gij omkeeren8 ,ik herhaal het3 zeg mij eer de eerste slag valt3 wilt gij wederkeeren8 ,onze bijl moet eerst bij den wortel worden gelegd vor hij nog aan den wortel raakt3 eerst moet ik dien bijl bij uwen wortel leggen bij wijze van waarschuwing voor hij aan den wortel raakt als eene strafoefening4 ,en daartusschen in wordt de tijd1 u tot bekeering gegund1 begrensd -- dit is al de tijd1 dien gij nog hebt4 ,wat wilt gij doen8 ,wilt gij u overgeven of zal ik slaan8 ,als ik mijn bijl laat vallen1 ,menschziel1 dan gaat gij onder1 want ik heb in last niet slechts den bijl bij den boom neer te leggen1 maar ook toe te slaan1 niets zal dit vonnis kunnen voorkomen dan uwe overgave aan onzen koning4 ,wat zal er dan anders van u worden1 o ,menschziel1 indien genade het niet verhindert1 dan dat gij uitgehouwen en in het vuur geworpen wordt8 ,deut4 #cb 3 #cb4 ,afbeelding3 ,,de ,,eerste ,,aanval ,,op ,,oorpoort4 ,o1 ,menschziel1 geduld en verdraagzaamheid duren niet eeuwig3 ze mogen een jaar twee1 drie kracht doen1 maar als men drie jaren lang in opstand leeft 7en het is bij u al veel langer7 dan volgt niets dan3 ,houw hem af30 of1 ,gij zult hem namaals uithouwen60 ,en durft gij waarlijk denken1 dat dit maar bedreigingen zijn1 of dat onze koning zijn woord niet volbrengt8 ,o ,menschziel1 gij zult bevinden dat in de woorden van onzen koning1 wanneer zij door zondaars licht geacht worden niet alleen bedreigingen1 maar gloeiende kolen opgesloten liggen4 ,gij zijt tot hiertoe een dorre boom geweest1 wilt gij voortgaan dat te blijven8 ,uwe zonden hebben dit leger voor uwe wallen gebracht1 en dat zal het oordeel der verwoesting in uwe stad brengen ,gij hebt gehoord wat de kapiteins gezegd hebben1 maar tot op dit oogenblik sluit gij uwe poorten4 ,spreek op1 ,menschziel1 wilt gij zoo voortgaan -- of wilt gij de vredesvoorwaarden aannemen80 ,luk4 #ac 3 #g1 #i4 ,maar de stad ,menschziel weigerde deze uitnemende toespraken van die vier dappere generaals te hooren2 ofschoon wel eenige klank daarvan tegen de ,oorpoort sloeg1 zoo kon de kracht daarvan die toch niet openbreken4 ,eindelijk begeerde de stad nog eenigen tijd om op deze opeisching te antwoorden4 ,de kapiteins zeiden1 dat indien die van de stad ,kwaderust tot hen wilden uitwerpen1 opdat zij hem loon naar werk mochten geven1 haar dan nog eenigen tijd tot overleg zou gegeven worden4 ,maar zoo zij dien niet over den muur wierpen1 dan zou haar ook geen tijd meer gegund zijn4 ,want01 zeiden zij1 wij weten1 dat zoolang deze ,kwaderust in ,menschziel ademt1 alle goede overleggingen zullen worden afgebroken en niets dan schade en ellende volgen40 ,toen besloot ,dibolus1 die daar eveneens tegenwoordig was1 en nu in vrees verkeerde dat hij ,kwaderust zijn redenaar verliezen zou1 zelf aan de kapiteins des konings antwoord te geven4 ,maar eensklaps van gedachte veranderend beval hij aan den burgemeester1 den heer ,ongeloof1 dit te doen1 zeggende3 ,mijnheer1 geef gij aan dit boevengespuis eens antwoord en spreek zoo luid1 dat heel ,menschziel u kan hooren en verstaan40 ,zoo begon dan ,ongeloof op ,dibolus bevel en sprak3 ,mijne heeren1 gij hebt1 zooals wij gewaar worden1 u hier tegen ons gelegerd om onzen vorst te verontrusten en onze stad te beleedigen3 maar vanwaar gij komt willen wij niet weten en wat gij zegt willen wij niet gelooven4 ,inderdaad gij vertelt ons in uwe verschrikkelijke redevoeringen1 dat gij dit gezag ontleent aan ,el-,schadda1 maar met welk recht gij dit doet1 willen wij niet weten4 ,gij hebt alzoo op dat voornoemde gezag deze stad gesommeerd om haren heer vaarwel te zeggen en zich onder de hoede van den grooten ,el-,schadda1 uwen koning1 over te geven4 ,gij vertelt haar leugenachtige dingen1 namelijk1 dat hij haar1 als zij zich overgeeft1 alle gedane beleedigingen wil vergeven4 ,verder hebt gij1 om de stad ,menschziel bang te maken1 gedreigd met groote en jammerlijke verwoestingen1 waarmede zij dan zou gestraft worden als zij naar uwe woorden niet luistert4 ,welnu1 kapiteins1 vanwaar gij dan ook komt1 en al zijn uwe bedoelingen dan ook nog zoo recht en goed1 toch moet gij weten1 dat noch koning ,dibolus1 noch ik1 zijn dienaar ,ongeloof1 noch iemand uit ons dapper ,menschziel eenigszins acht slaat op uwe personen1 uwe boodschap1 of den koning1 dien gij zegt dat u gezonden heeft4 ,wij vreezen zijne macht1 zijne grootheid en zijne wraak niet en willen ons op uwe sommatie niet overgeven4 ,wat den oorlog aangaat1 dien gij ons wilt aandoen1 daarin zullen wij ons verdedigen zoo goed wij kunnen4 ,weet1 dat wij niet stil zullen zitten bij die verdediging4 ,en nu om kort te gaan1 want ik wil niet lang tot u spreken1 ik verklaar u dat wij u aanzien voor een partij landloopers en vagebonden1 die1 alle gehoorzaamheid aan uwen koning uitgeschud hebbende1 u samen hebt vereenigd om het land af te loopen en van plaats tot plaats te trekken ten einde u best te doen1 eenerzijds door pluimstrijkende woorden 7want daarin zijt gij zeer geoefend71 anderzijds door bedreigingen1 de eene of andere onnoozele stad of vesting of dorpsbuurt te verschalken1 zoodat zij zich aan u overgeven4 ,maar daaronder behoort ,menschziel waarlijk niet4 ,ten slotte dus3 wij vreezen u niet1 wij gelooven u niet en wij willen aan uwe oproeping geen gevolg geven4 ,wij sluiten onze poorten voor u toe en zullen u buiten onze stad houden4 ,ook willen wij niet langer dulden1 dat gij daar voor ons u nederslaat2 want ons volk moet rustig leven en uwe verschijning mag het niet verontrusten4 ,gaat daarom maar heen1 scheert u weg met pak en zak of anders schieten wij eens eenige kogels op u af1 die u dat wel leeren zullen60 ,luk4 #aa 3 #ba1 #bb4 ,deze rede van den ouden ,ongeloof1 werd ondersteund door den diepbedorven ,vastewil in woorden als deze3 ,heeren1 wij hebben gehoord wat gij vraagt en al de drukte uwer bedreigingen en het geklank van uwe sommatie2 maar wij vreezen uwe sterkte niet1 wij letten niet op uwe bedreigingen1 maar blijven stil en rustig wat wij waren4 ,wij gelasten u bovendien1 dat gij binnen drie dagen ophoudt u in ons gebied te vertoonen1 anders zult gij weten wat het is den leeuw ,dibolus wakker te maken1 wanneer hij in zijne stad ,menschziel slaapt60 ,afbeelding3 ,,de ,,twee ,,kanonnen4 ,de griffier ,goedvergeter voegde er nog het volgende bij3 ,mijne heeren1 zooals gij bemerkt1 hebben wij met beleefde en vriendelijke woorden uw lompe en nijdige toespraken beantwoord4 ,dat is uw geluk2 maar ik hoorde ook dat mijne ,meesters u bevel gaven spoedig en stil te vertrekken2 maakt van die gunst gebruik en pakt u weg4 ,anders mochten wij eens naar buiten komen en op u aanvallen ten einde u de scherpte onzer zwaarden te doen gevoelen4 ,maar dat ligt niet in onzen aard1 want evenals wij zelf van een stil en gerust leven houden1 zoo hinderen wij ook anderen niet40 ,toen juichte de gansche stad ,menschziel van vreugde alsof door ,dibolus en zijn gevolg al een groot voordeel op deze kapiteins was behaald4 ,zij luidden de klokken en liepen zingend en dansend langs de wallen4 ,dibolus keerde ook naar zijn kasteel terug1 en de burgemeester en de griffier naar hunne woningen1 maar de heer ,vastewil droeg eerst nog bijzondere zorg1 dat de poorten door dubbele wachten zouden bewaard worden en met dubbele grendels en bouten verzegeld4 ,vooral zorgde hij1 dat de ,oorpoort het zekerst gesloten bleef en nog veel versterkt werd1 want daar zochten 's konings heirlegers het eerst en het meest binnen te dringen4 ,de heer ,vastewil maakte zekeren ouden snaak ,vooroordeel genaamd1 een boosaardig en laatdunkend persoon1 kapitein der wacht bij die poort en gaf hem zestig onderhoorige manschappen1 die allen doof waren en daarom zeer geschikt voor dezen dienst1 aangezien zij geen woord van de kapiteins en hunne soldaten verstonden4 ,daar nu de kapiteins het antwoord der groote heeren hadden vernomen en bemerkten1 dat zij bij de oude inwoners der stad geen gehoor konden krijgen1 dat bovendien ,menschziel besloten was aan 's konings leger slag te leveren1 maakten zij zich gereed tot dien slag1 om alzoo door een machtigen arm te trachten hun oogmerk te bereiken4 ,eerstens versterkten zij hunne legermacht tegen de ,oorpoort1 want zij wisten1 dat zoo zij daar niet konden binnendringen er geen invloed op de stad viel uit te oefenen4 ,dit gedaan stelden zij de overige manschappen in hunne plaatsen2 waarna zij als wachtwoord noemden3 ,gij moet wedergeboren worden40 ,toen bliezen zij op de trompetten en die van de stad beantwoordden dat geklank met schot op schot4 ,zoo ving dan de strijd aan4 ,nu hadden die van de stad op de ,oorpoort twee groote kanonnen geplaatst2 het eene heette ,hooggevoelend en het andere ,hardnekkig4 ,op deze twee stukken waren zij dan al zeer trotsch1 ze waren in ,dibolus kasteel door zijn eigen geschutgieter ,opgeblazen gegoten1 en 't was waarlijk een kwaadaardig tuig4 ,maar de kapiteins waren zo voorzichtig en waakzaam1 dat ofschoon sommige kogels vlak langs hunne ooren vlogen1 ze toch niemand raakten4 ,de inwoners twijfelden niet of zij brachten door deze twee kanonnen ,el-,schadda's leger heel wat schade toe en beveiligden hunne poort zeer2 maar zij hadden geen reden op de uitwerking daarvan te roemen1 gelijk uit het vervolg zal blijken4 ,behalve deze had de stad ,menschziel nog enkele kleine stukjes geschut1 die eveneens tegen het leger van ,el-,schadda werden gericht4 ,die van het leger evenwel vochten dapper1 bezield met een vuur1 dat eerst werkelijk dapperheid genoemd kon worden1 en stormden op de stad en de ,oorpoort los4#ai ,zij wisten1 dat ingeval zij deze niet openbraken het tevergeefs zou zijn1 den muur te bestormen4 ,nu hadden 's ,konings kapiteins verscheidene slingers en twee of drie stormrammen medegebracht4 ,met deze groote slingers wierpen zij op de huizen en het volk der stad en met hunne stormrammen rammeiden zij de ,oorpoort4 #ai ,op de oorpoort los4 -- ,het geloof is uit het gehoor4 ,het leger en de stad hadden verscheidene schermutselingen en korte ontmoetingen met elkar1 terwijl de kapiteins hunne krijgslisten te werk stelden om den toren1 die tegenover de ,oorpoort gebouwd was1 open te breken of neder te werpen1 en daardoor den ingang door de poort te bespoedigen4 ,maar ,menschziel stond dit alles door2 de woede van ,dibolus1 de dapperheid van den gouverneur ,vastewil1 het bestuur van den ouden burgemeester ,ongeloof1 en den griffier ,goedvergeter hadden ten gevolge1 dat het waarlijk wel scheen of al de kosten aan deze zomerexpeditie besteed verloren waren1 en al het voordeel aan de zijde van ,menschziel bleef4 ,maar toen de kapiteins zagen hoe de zaken stonden1 trokken zij zich in goede orde terug en sloegen hunne winterkwartieren op4 ,nu moet gij ook weten1 dat aan weerzszijden groote verliezen geleden werden1 waarvan hier eene opnoeming volgt4 ,toen 's konings kapiteins het hof verlieten en optrokken om tegen ,menschziel te krijgen1 ontmoetten hen drie jonge mannen1 die er zeer krijgshaftig uitzagen4 ,het waren inderdaad ook zeer nette mannen vol moed en verstand4 ,zij wilden in het leger dienst nemen4 ,hunne namen waren ,overlevering1 ,menschenwijsheid1 ,menschelijke uitvinding4 ,zoo stelden zij zich dan voor de kapiteins en boden hunne diensten aan ,el-,schadda aan4 ,de kapiteins deelden hun voornemen mede en vermaanden hen toch niet al te ras met hunne dienstaanbieding te zijn2 maar de jonge mannen antwoordden1 dat zij alle zaken van tevoren hadden overgelegd1 en dat zij1 vernomen hebbende welk een tocht 's konings kapiteins ondernamen1 hen juist tegemoet waren gegaan om onder hen dienst te nemen4 ,daarom nam kapitein ,boanerges1 aangezien zij moedige mannen waren1 hen aan in zijn gevolg en deelde hen in zijne compagnie in1 zoodat zij mede in den oorlog trokken4 ,toen nu de oorlog begonnen was1 deed een compagnie van den heer ,vastewil uit een achterlaag der stad een uitval op de achterhoede van kapitein ,boanerges1 in welke korte maar scherpe schermutseling deze drie jonge lieden werden verrast en als gevangenen naar de stad gevoerd4 ,de tijding daarvan werd aan ,dibolus overgebracht en verheugde de lieden van zijn kasteel niet weinig4 ,toen liet ,dibolus den heer ,vastewil roepen om van hemzelven de zekerheid dezer zaak te kennen4 ,deze verhaalde hem alles4 ,daarna liet de reus de gevangenen komen en als zij gekomen waren vraagde hij hun vanwaar zij kwamen1 wie zij waren en wat zij in het leger van ,el-,schadda te maken hadden2 en dat vertelden zij hem4 ,toen zond hij hen naar de hoofdwacht terug4 ,niet vele dagen daarna liet hij hen weder roepen en vraagde hun of zij genegen zouden zijn hem te dienen en tegen hunne vroegere kapiteins te strijden4 ,zij verhaalden hem toen1 dat zij niet zoozeer uit godsdienstige beweegredenen handelden dan wel naar de grillen van het noodlot en1 daar zijn heerschap gewillig was hen te onderhouden1 zij ook gewillig waren hem te dienen4 ,nu was er in ,menschziel een zekere kapitein ,iets of ,neutraal1 die veel te doen had in de stad2 tot dezen kapitein zond ,dibolus die jonge mannen met een eigenhandig schrijven1 hetwelk aldus luidde3 ,afbeelding3 ,,de ,,derde ,,opeisching ,,der ,,stad4 ,veelgeliefde ,neutraal6 ,deze drie mannen1 houders van den onderhavigen brief1 hebben begeerte mij in den oorlog te dienen2 daarom weet ik niets beters te doen dan hen onder uwe bevelen te plaatsen4 ,ontvang hen daarom in mijnen naam1 en als gij hen noodig hebt1 gebruik hen dan tegen ,el-,schadda en zijne mannen4 ,vaarwel60 ,zoo kwamen zij dan en hij ontving hen1 makende twee hunner onderofficier2 maar ,menschelijke uitvinding maakte hij zijn vaandrig4 ,maar laat ons naar het leger terugkeeren4 ,die van het leger behaalden ook eenige voordeelen op de stad4 ,zoo wierpen zij het dak in van het paleis des burgemeesters ,ongeloof1 waardoor hij veel meer bloot lag dan tevoren4 ,bijna hadden zij den heer ,vastewil met een slinger ter aarde geworpen1 maar hij stond weder op en bleef gespaard4 ,de leden van den raad evenwel kwamen er minder goed af2 de heeren ,vloeker1 ,hoereerder1 ,boosheid1 ,leugenaar1 ,dronkenschap en ,bedrieger werden met een enkel schot zwaar gewond4 ,zij maakten ook die twee kanonnen1 welke op den toren van de ,oorpoort stonden1 onbruikbaar1 en deden ze diep in den modder nederstorten4 ,het leger van ,el-,schadda had1 zooals gezegd is1 de winterkwartieren betrokken1 en zich aldaar zoodanig verschanst1 als dat voor hun koning het voordeeligst en voor den vijand het nadeeligst was1 terwijl zij telkens groote beweging brachten in de stad ,menschziel4 ,en dit gelukte hun zoo uitnemend1 dat zij den belegerden heel wat overlast aandeden4 ,want nu kon ,menschziel in het geheel niet meer zoo gerust slapen als tevoren1 ook konden zij niet meer in stille gerustheid als eertijds hunne drinkgelagen houden2 want van uit het legerkamp van ,el-,schadda kwamen zoo menigvuldige1 luide en verschrikkelijke alarmkreten1 nu eens aan de eene poort en dan aan eene andere1 ook soms wel aan alle poorten tegelijk1 dat al hun vroegere vrede verbroken was4 ,ja1 deze beroeringen waren zo menigvuldig1 en wel in den tijd dat de nachten het langst en de koude het strengst waren1 dat die winter de lieden van ,menschziel heugen zou4 ,nu eens klonken alleen de trompetten en dan weder waren deze vergezeld van geweldige slingersteenen1 die in de stad geworpen werden4 ,somtijds marcheerden tienduizend van 's konings soldaten rondom de stadsmuren1 en dat wel te middernacht1 terwijl zij onophoudelijk schoten en krijgsgeschreeuw aanhieven4 ,dan weer werden enkelen in de stad gewond en hun geroep en klagelijk schreeuwen werd in de stad vernomen tot haar groote ongerustheid4 ,ja1 zij werden zo benard door hen1 die hen ingesloten hielden1 dat ik gerust durf beweren1 dat zelfs de rust van ,dibolus in die dagen menigmaal werd verstoord4 ,in deze dagen begonnen1 naar mij bericht werd1 verscheidene gemoederen binnen ,menschziel verontrust te worden door allerlei gedachten1 overleggingen en denkbeelden4 ,sommigen zeiden3 ,dat is op die manier geen leven40 ,anderen antwoordden3 ,o1 't zal wel spoedig weer overgaan40 ,dan stond een derde op en sprak3 ,laat ons tot ,koning ,el-,schadda terugkeeren en daardoor een eind maken aan al deze ellende01 terwijl weer een vierde met de vrees voor den dag kwam3 ,zou hij ons wel willen vergeven60 ,daarbij kwam1 dat die oude heer griffier1 die griffier was eer ,dibolus de stad nam1 ook hoe langer hoe harder begon te praten1 en zijne woorden klonken nu het volk van ,menschziel als sterke donderslagen in de ooren4 ,geen geluid was nu zoo ontzettend voor ,menschziel als zijne stem vereenigd met het schieten en de alarmkreten der kapiteins4 ,nu begon er ook gebrek in ,menschziel te komen1 daar de dingen1 die hare ziel zich eertijds gelusten liet van haar waren weggenomen4 ,al hare begeerlijke dingen waren omfloersd en daar was verbranding in plaats van schoonheid4 ,rimpels en schaduwen des doods waren op de inwoners4 ,o1 hoe verheugd zou nu ,menschziel geweest zijn als zij maar rust en vrede had gehad1 al had zij in armoede moeten leven6 ,luk4 #ae 3 #ad1 #ae4 ,de kapiteins lieten nu midden in den winter door den mond van ,boanerges trompetter nog eene opeisching tot ,menschziel komen1 om zich toch aan den koning1 den grooten koning ,el-,schadda1 over te geven4 ,zij deden dit eenmaal en andermaal en ten derden male1 nog altijd hopende1 dat ,menschziel gewillig mocht worden bevonden om zich over te geven op eene vriendelijke uitnoodiging4 ,ja1 mij is zelfs verteld1 dut de stad gewillig zou geweest zijn om zich over te geven op dit oogenblik1 als niet de oude heer ,ongeloof zich daartegen had verzet en de heer ,vastewil niet zoo wankelend in zijn besluiten ware geweest4 ,ook ,dibolus begon te razen4 ,op die manier waren zij volstrekt niet eensgezind omtrent de overgave der stad2 daarom bleven zij in hunne droefheid en in hunne vreeze liggen4 ,afbeelding3 ,,ongeloof ,,brengt ,,verslag ,,uit4 ,ik zeide dat de kapiteins tot driemaal over een trompetter zonden4 ,de eerste maal kwam deze met woorden van vrede1 hun zeggende1 dat de edele kapiteins van ,el-,schadda medelijden hadden met de ellende der arme stad ,menschziel1 die haar eigen geluk en welvaren in den weg stond4 ,hij zeide bovendien1 dat de kapiteins hem hadden gelast mede te deelen1 dat als de arme stad zich wilde overgeven en zich vernederen1 al hare afdwalingen en haar opstand zouden worden vergeven en vergeten1 en haar nog op het gemoed gedrukt hebbende1 dat zij toch zichzelve niet langer zou in den weg staan of zelf de oorzaak wezen1 dat zij jammerlijk omkwamen1 zoo keerde hij terug naar het kamp4 ,de tweede maal dat de trompetter kwam1 behandelde hij haar een weinig harder1 want na geblazen te hebben deelde hij haar mede1 dat haar voortgezette halsstarrigheid den geest der kapiteins verbitterde1 en dat zij besloten waren de stad ,menschziel in te nemen of voor hare muren te sterven4 ,de derde keer sprak hij nog harder woorden on verhaalde1 dat waar zij zoo ontzettend goddeloos bleef1 hij nu niet zeker meer wist of de kapiteins tot barmhartigheid of tot oordeel gestemd waren4 ,zij hadden hem alleen de boodschap meegegeven3 ,beveel de stad1 dat zij de poorten opent60 ,daarna keerde hij zich om en ging weder naar het leger terug4 ,deze drie opeischingen1 en voornamelijk de laatste twee1 verschrikten de stad zoozeer1 dat er dadelijk eene raadsvergadering belegd werd1 waarvan de uitslag was1 dat de heer ,vastewil zich naar de ,oorpoort zou begeven om daar bij trompetgeschal de kapiteins tot een mondgesprek uit te noodigen4 ,dit gebeurde2 de heer ,vastewil blies de trompet en de kapiteins kwamen in hunne harnassen met al hunne tienduizenden1 die hunne voetstappen volgden4 ,toen vertelden de lieden der stad aan de kapiteins1 dat zij hunne opeischingen hadden gehoord en dat zij met hen en hunnen koning ,el-,schadda wilden onderhandelen op de artikelen en voorwaarden1 die zij op last van hun vorst thans wilden vaststellen1 en die hierop moesten uitloopen1 dat zij en volk met hen worden zouden4 ,die voorwaarden luidden3 #a;e4 ,dat de tegenwoordige burgemeester ,ongeloof met den heer ,goedvergeter en den dapperen ,vastewil onder koning ,el-,schadda de bestuurders der stad zouden blijven en in hunne tegenwoordige ambten bevestigd worden4 #b;e4 ,dat niemand1 die tegenwoordig onder den reus diende1 door ,el-,schadda zou worden weggejaagd of uit huis en haard verdreven1 noch eenigszins in de vrijheid gekrenkt1 die hij tot dusverre onder ,dibolus had genoten4 #c;e4 ,dat aan al de burgers der stad zou worden vergund de privilegin en rechten te behouden1 die hun eertijds vergund waren en waaronder zij nu onder ,dibolus zoo lang geleefd hadden1 die hun eenige heer en beschermer al dien tijd geweest was4 #d;e4 ,dat geen nieuwe wetten zouden worden ingesteld1 noch gerechtsdienaren of andere beambten onder hen aangesteld1 zonder hun eigen keus en goedvinden4 ,dit zijn nu onze vredesvoorwaarden1 en alleen op die voorwaarden willen wij ons aan uwen koning onderwerpen40 ,maar toen de kapiteins deze geringe toegeefelijkheid en deze hooge en trotsche eischen hadden gehoord1 waren zij volstrekt niet tevreden en hielden bij monde van kapitein ,boanerges de volgende toespraak3 ,o1 gij inwoners van ,menschziel1 toen ik uwe trompet hoorde klinken om met ons een mondgesprek te houden1 was ik inderdaad zeer blijde4 ,toen gij daarop zeidet1 dat gij gewillig waart u aan onzen koning te onderwerpen was ik nog meer verheugd4 ,maar toen gij door uw zot geklap en onzinnige voorwaarden het struikelblok uwer ongerechtigheden opnieuw voor uw aangezicht legdet1 veranderde mijne vreugde in droefenis en de hoop op uwe onderwerping in smart en vrees4 ,ik denk dat de oude ,kwaderust1 de geboren vijand van ,menschziel1 deze artikelen heeft opgesteld1 die gij ons nu als vredesvoorwaarden voorhoudt2 maar waarlijk zij mogen niet in de ooren klinken van eenigen mensch1 die in dienst van koning ,el-,schadda staat of eenige betrekking op hem heeft4 ,daarom weigeren en verwerpen wij gezamenlijk1 en dat wel met de hoogste verachting de ons voorgestelde artikelen als zijnde die de grootste der ongerechtigheden4 #b ,tim4 #b 3 #ai4 ,maar o ,menschziel1 wanneer gij uzelve in onze handen wilt overgeven1 of beter gezegd in de handen van onzen koning1 en het aan hem wilt overlaten zulke bepalingen voor u te maken als goed zullen wezen in zijne oogen1 7en ik durf u verzekeren1 dat ze door u als de beste en voordeeligste bevonden zullen worden7 dan willen wij u aannemen1 en met u in vrede leven2 maar als gij uzelve niet in de handen van ,el-,schadda onzen koning wilt toevertrouwen1 dan blijft alles zooals het is en zullen wij weten wat wij te doen hebben40 ,toen riep de oude ,ongeloof1 de burgemeester der stad1 luide van den muur1 en zeide3 ,wie zou er zoo dwaas zijn1 die1 zooals wij nu1 uit de handen van zijne vijanden verlost is1 om dan het heft uit eigen hand te geven en zich in den blinde aan een onbekende te onderwerpen8 ,ik voor mij zal nooit in zulk een onbepaald voorstel toestemmen4 ,kennen wij het karakter en de handelwijze van dien koning8 ,door sommigen wordt gezegd1 dat hij boos tegen zijne onderdanen is1 wanneer zij maar een haarbreed van den weg afwijken1 dien hij hun voorschrijft2 en anderen beweren1 dat hij veel meer van hen eischt dan zij volbrengen kunnen4 ,daarom komt het mij voor1 o ,menschziel1 dat gij goed moet overleggen wat u in dezen te doen staat1 want als gij u aan een anderen hebt overgegeven zijt gij uw eigen heer en meester niet meer4 ,uzelven over te geven aan een bepaald gezag is de grootste dwaasheid der wereld1 want gij zoudt er u stellig over berouwen1 maar nooit recht hebben u er over te beklagen4 ,weet gij nu wel1 wanneer gij de zijne zijt geworden1 wie van u hij zal dooden en wie hij in het leven zal behouden1 en of hij wellicht niet ons allen om het leven zal brengen en uit zijn land een nieuw volk zenden om deze stad te bewonen80 ,afbeelding3 ,,oude ,,ongeloof ,,aangevallen ,,door ,,verstand4 ,deze toespraak van den burgemeester ontstelde hen allen en wierp al hun grond der hope op een accoord omver4 ,daarom keerden de kapiteins terug naar hunne tenten en de burgemeester naar het kasteel van zijn ,koning4 ,dibolus wachtte daar reeds zijne terugkomst af1 want hij had gehoord1 dat er eene ontmoeting had plaatsgevonden4 ,zoodra hij de kamer binnenkwam groette ,dibolus hem met een3 ,welkom1 edele heer6 ,wat heeft er heden plaatsgevonden80 ,daarop vertelde de heer ,ongeloof hem met gedempte stem de geheele zaak1 zeggende3 ,zo en zo spraken de kapiteins1 en zo en zo heb ik gesproken40 ,dibolus was zeer blijde dit te hooren en zeide3 ,mijn waarde burgemeester1 mijn getrouwe heer ,ongeloof2 ik heb altijd op uwe trouw gerekend en die nog nooit valsch bevonden4 ,ik beloof u1 dat als wij dezen berg overkomen1 een veel heerlijker betrekking dan die van ,menschziels burgemeester u zal ten deel vallen4 ,ik zal u mijn algemeenen afgezant maken1 ambassadeur aan alle hoven1 ja wat meer zegt1 gij zult de eerste na mij zijn en alle natin regeeren4 ,gij zult hun banden aanleggen naar uwen lust1 en niemand mijner vasallen zal meer vrijheid genieten dan die in uwe ketenen wil wandelen40 ,nu trad de burgemeester uit het paleis van ,dibolus alsof hij een groote gunst ontvangen had1 waarom hij met groote deftigheid daarheen ging en zichzelven reeds vleide met de schitterende verwachtingen1 die hij nu koesterde4 ,doch terwijl de burgemeester en ,dibolus het aldus best samen eens waren1 bracht dit afwijzen der dappere kapiteins ,menschziel tot muiterij4 ,want terwijl de oude ,ongeloof het kasteel binnenging om met zijn meester te raadplegen1 kwamen de oud-burgemeester1 die vor ,dibolus in ,menschziel kwam aan het hoofd stond1 namelijk de heer ,verstand1 en de oude griffier ,geweten in de stad om kennis te nemen van hetgeen aan de ,oorpoort had plaats gegrepen4 ,gij moet weten1 dat zij niet hadden mogen tegenwoordig zijn bij de beraadslagingen1 die gehouden waren1 anders zouden zij voorzeker ten gunste der kapiteins gesproken hebben2 maar nu kwamen zij om te vernemen wat er gebeurd was4 ,daarna verzamelden zich enkelen uit de stad rondom hen en die brachten hun aan het verstand hoe verstandig en zedelijk de eisch der kapiteins was en welke slechte gevolgen voortspruiten zouden uit de verwaande woorden van den ouden ,ongeloof1 den burgemeester1 die zoo weinig eerbied had getoond voor de kapiteins en hun koning1 en hoe hij hen allen onnoozel weg van ontrouw en verraad beschuldigde4 ,want wat minder dan dat01 zeiden zij1 kon uit zijne woorden worden afgeleid toen hij beweerde hun eisch niet te kunnen vervullen1 en voegde daar nog bij dat de koning ons wilde vernielen waar hij ons tevoren betuigd had op zijn woord van eer1 dat hij ons wilde genadig zijn80 ,de menigte werd daardoor overtuigd van het kwaad1 dat de oude ,ongeloof had aangericht1 en begon saam te scholen op alle pleinen en op de hoeken van alle straten van ,menschziel4 ,eerst begonnen zij te morren1 daarna er openlijk over te spreken en daarna liepen zij uit alle macht rond al schreeuwende3 ,o1 die dappere kapiteins van ,el-,schadda6 ,waren wij maar onder hun bestuur en onder dat van hunnen koning ,el-,schadda60 ,toen de burgemeester er nu erg in kreeg dat ,menschziel in opstand was1 kwam hij neder om het volk te stillen1 en vermeende hen met zijne fiere houding en zijn forsch voorkomen op eenmaal te bedaren2 maar toen zij hem zagen1 vielen zij op hem aan en zouden hem stellig een ongeluk hebben toegebracht1 had hij zich niet in zijne woning teruggetrokken4 ,desniettemin belegerden zij met alle macht het huis waar hij was1 om het boven zijn hoofd te laten instorten2 maar het was een te sterk kasteel en daarom gelukte hun dit niet4 ,zoo greep hij dan weder moed1 opende een venster en sprak van daar het volk op de volgende wijze aan3 ,mijne heeren1 wat is toch de reden1 dat hier zulk een oproer is uitgebarsten80 ,toen antwoordde de heer ,verstand3 ,de reden is1 dat gij en uw meester niet recht hebt gehandeld1 en niet naar behooren tot de kapiteins van ,el-,schadda hebt gesproken4 ,in drie dingen hebt gij verkeerd gedaan4 ,het eerste is1 dat gij den heer ,geweten en mijzelven niet hebt opgeroepen om naar uw gesprek te hooren4 ,het tweede1 dat gij zulke vredesvoorwaarden aan de kapiteins hebt voorgesteld1 die zij onmogelijk konden aannemen of hun ,el-,schadda moest maar vorst in naam wezen1 en ,menschziel zou de macht behouden om in alle wetteloosheid en ijdelheid te leven1 en dus zou daar uit volgen1 dat ,dibolus hier toch koning bleef2 ,dibolus koning in werkelijkheid en de andere alleen koning in naam4 ,en het derde is1 dat gij nadat de kapiteins ons getoond hadden op welke voorwaarden zij ons wilden aannemen1 gij met uwe zoutelooze1 goddelooze en ongepaste redeneering alles weer hebt omvergeworpen40 ,afbeelding3 ,,verstand ,,en ,,geweten ,,gevangen ,,genomen4 ,toen de oude ,ongeloof deze toespraak gehoord had riep hij3 ,verraad6 ,verraad6 ,te wapen6 ,te wapen6 o gij alle getrouwe vrienden van ,dibolus binnen ,menschziel60 ,verstand sprak toen3 ,mijnheer1 gij kunt aan mijne woorden de beteekenis hechten1 die u behaagt1 maar ik ben zeker dat de kapiteins van zulk een voornaam heer eene betere behandeling van u verdiend hadden40 ,daarop antwoordde de oude ,ongeloof3 ,dit is maar weinig beter4 ,maar heerschap1 wat ik sprak1 dat sprak ik voor mijn vorst1 voor zijne regeering en tot rust van het volk1 dat gij door uwe onwettige handelingen dezen dag tegen ons hebt opgezet40 ,toen antwoordde de oude ,griffier1 wiens naam ,geweten was1 en zeide3 ,heerschap1 gij mocht wel niet zooveel afdingen op hetgeen de heer ,verstand gesproken heeft1 want het is zeer duidelijk1 dat hij de waarheid heeft gesproken en dat gij een vijand van ,menschziel zijt4 ,wees dan overtuigd van de boosheid en verkeerdheid uwer stoute en vermetele taal1 en van de droefheid1 die gij den kapiteins hebt aangedaan1 en niet het minst van de schade1 die gij daardoor aan ,menschziel hebt berokkend4 ,hadt gij de voorwaarden aangenomen1 het geklank der trompetten en het krijgsrumoer zou reeds van rondom deze stad zijn verdwenen2 maar dat droevige geluid klinkt voort en uw gebrek aan wijsheid is daarvan de oorzaak40 ,toen zeide oude ,ongeloof3 ,mijnheer1 zoo ik het beleef1 zal ik uwe boodschap aan ,dibolus overbrengen1 en daar zult gij een antwoord op uwe woorden ontvangen4 ,intusschen zullen wij het goede voor de stad zoeken en u niet om raad vragen40 ,verstand sprak daarop3 ,heerschap1 uw vorst en gij zijt beiden vreemdelingen in ,menschziel en geene ingeborenen aldaar3 en wat kan er nu anders gebeuren dan dat gijlieden1 als gij ons in nog grooter ellende hebt gebracht1 en gij geen anderen uitweg ziet om uzelven te redden1 ons in de steek laat1 onze stad in brand steekt en temidden van den rook u wegpakt8 ,wij blijven in de ellende achter40 ,ongeloof antwoordde3 ,mijnheer1 gij vergeet dat gij onder een gouverneur leeft en dat gij u als een onderdaan hebt te gedragen2 weet dat als mijnheer de koning hooren zal wat heden door u geschied is1 hij u daar kleinen dank voor weten zal40 ,terwijl nu deze edellieden op zulk eene wijze met elkander in twist waren1 kwamen van de wallen en poorten der stad de heeren ,vastewil1 ,vooroordeel1 ,kwaderust en verscheidene anderen van den nieuwbakken adel en eereburgerij1 en zij vraagden naar de reden van dezen oploop4 ,daarop begon een ieder op eigen gelegenheid te vertellen wat er gaande was1 zoodat zij niets duidelijk konden verstaan of begrijpen4 ,toen werd er stilte geboden en de vos ,ongeloof begon te spreken4 ,mijnheer01 zeide hij1 hier staan een paar bedorven edellieden1 die als gevolg van hun slecht begrip of vrees1 ook op raad van een zekeren heer ,misnoegen1 deze gansche bende oproerig tegen mij in het harnas gejaagd1 en aldus getracht hebben onze stad aan het muiten te doen slaan tegen onzen vorst40 ,toen stonden al de ,dibolus-mannen daar tegenwoordig op1 en bevestigden1 dat deze dingen aldus waren4 ,toen nu zij1 die het met de heeren ,verstand en ,geweten hielden1 bemerkten1 dat het hun slecht bekomen kon omdat kracht en macht aan de andere zijde waren1 kwamen zij toeloopen om hen te helpen1 zoodat er aan beide zijden een groote menigte stond4 ,nu hadden zij1 die aan ,ongeloofs kant stonden1 wel gewild1 dat die twee oude edellieden maar dadelijk naar de gevangenis werden gebracht2 maar die aan den anderen kant stonden1 wilden dit niet toelaten4 ,daarna begonnen de twee partijen weder tegen elkander aan te gaan4 ,de ,dibolusvrienden riepen om den ouden ,ongeloof1 ,goedvergeter1 de nieuwe edellieden en hunnen grooten ,dibolus4 ,de andere partij riep om ,el-,schadda1 de kapiteins1 hunne wetten1 hunne barmhartigheid en prezen hunne voorwaarden en manieren4 ,deze twist duurde eenigen tijd voort en toen kwamen zij van woorden tot daden1 zoodat er van beide zijden slagen vielen4 ,de goede oude edelman ,geweten werd tweemaal door een ,dibolus-man ter neder geworpen2 de persoon1 die dit deed1 heette ,verdooving4 ,ook de heer ,verstand was bijna afgemaakt en dat wel met een handboog1 maar de persoon1 die er me schoot1 kon niet te best mikken4 ,toch kwamen die van de andere zijde er ook niet allen heelhuids af4 ,daar was een zekere ,overijling1 een ,dibolus-man1 dien de hersens ingeslagen werden door den heer ,gemoed1 een dienaar van den heer ,vastewil4 ,ook deed het mij lachen toen ik zag hoe den ouden ,meester ,vooroordeel een beentje werd gelicht en hij in den modder tuimelde1 want nog niet lang geleden was hij tot kapitein aangesteld van eene compagnie ,dibolus-mannen tot nadeel van de stad4 ,nu was hij onder de voet geraakt1 en ik kan u verzekeren1 dat eenigen van de ,verstandspartij hem den schedel intrapten4 ,zoo ook de heer ,iets4 ,deze was temidden van de troebelen een groot man geworden2 maar toch waren beide zijden tegen hem omdat hij aan niemand getrouw was4 ,ze hadden hem om zijne trotschheid een been gebroken1 en het speet hun dat het zijn nek niet was geweest4 ,nog veel meer ongelukken hadden aan beide zijden plaatsgevonden2 maar het was een wonder te zien hoe onverschillig ,vastewil dit alles aanzag3 hij scheen geen meerdere notitie te nemen van het een dan van het ander2 alleen heeft men opgemerkt1 dat hij glimlachte toen de oude ,vooroordeel in den modder viel4 ,zoo ook toen kapitein ,iets 7,neutraal7 daar aan kwam strompelen1 gaf hij er weinig acht op4 ,toen nu het oproer gestild was1 zond ,dibolus om de heeren ,verstand en ,geweten1 en sloot hen beiden in de gevangenis als de aanstokers van deze muiterij in ,menschziel4 ,daardoor begon de stad nu weer rustig te worden en de gevangenen werden zeer hard behandeld4 ,zelfs had ,dibolus hen gaarne van kant geholpen2 maar de tegenwoordige tijd paste niet voor een rechtsgeding1 waar de oorlog aan alle poorten woedde4 ,maar laat ons naar onze geschiedenis wederkeeren4 ,de kapiteins1 toen zij van de poort waren teruggekeerd1 en in het kamp teruggekomen1 riepen een krijgsraad op om te beraadslagen wat verder gebeuren zou4 ,sommigen zeiden3 ,laat ons nu heengaan en op de stad aanvallen60 ,maar het meerendeel vond toch geraden hen nog eerst eene nieuwe opeisching te doen toekomen1 en de reden daarvoor was1 dat naar uit alles scheen te blijken1 de stad meer tot overgave geneigd scheen dan vroeger4 ,en als01 zeiden zij1 sommigen in een weg van toenadering verkeeren1 zouden wij door ruwheid en hardheid hen afstooten2 wij moeten hun door onze oproeping opnieuw toonen1 dat wij gewillig zijn hen aan te nemen40 ,nadat nu diensvolgens besloten was1 werd weder een trompetter geroepen en de woorden in zijn mond gelegd1 terwijl hem geboden werd zich te haasten en voorspoed toegewenscht4 ,het duurde dan ook maar kort of de trompetter trok af4 ,bij den muur gekomen zijnde liep hij regelrecht op de ,oorpoort aan en blies daar uit alle macht zooals hem geboden was4 ,die van binnen kwamen nu dan ook uit om te zien wat er gaande was en de trompetter hield de volgende toespraak3 ,o1 gij beklagenswaardige stad ,menschziel1 met uw verharde hart6 hoe lang zult gij nog volharden in uwe zondige slechtigheden1 en uw vermaak vinden in uwe schande8 ,tot dusverre versmaadt gij alle aanbiedingen van vrede en verlossing4 ,hoe kunt gij de heerlijke aanbiedingen van ,el-,schadda in den wind slaan en de leugens en valschheden van ,dibolus vertrouwen8 ,meent gij1 dat als ,el-,schadda u zal hebben overwonnen de herinnering aan dit uw verkeerd gedrag u eenigen vrede of troost zal brengen8 ,of dat gij ,hem met uwe snorkende woorden verward zult maken als een sprinkhaan8 ,spaart hij u ook uit vrees voor u8 ,denkt gij sterker te wezen dan hij8 ,ziet eens op naar den hemel en aanschouwt de sterren hoe hoog ze zijn8 ,kunt gij de zon tegenhouden in haren loop8 ,kunt gij de maan beletten licht te geven8 ,kunt gij het heir der starren tellen of de flesschen des hemels ontsluiten8 ,kunt gij de wateren der zee oproepen en laten die over de aarde stroomen8 ,kunt gij alle hoogmoedigen vernederen en hen met het aangezicht in het stof doen liggen8 ,dit zijn nu nog maar enkele van 's konings werken1 in wiens naam wij heden tot u komen1 opdat gij u onder zijn gezag zoudt schikken4 ,daarom roep ik u nogmaals op in zijnen naam1 dat gij uzelven aan zijne kapiteins zoudt overgeven40 ,bij deze oproepingen schenen de bewoners van ,menschziel stil te staan1 niet wetende wat daarop te antwoorden4 ,om die reden kwam ,dibolus schielijk voor den dag en wilde zelf een antwoord geven2 hij begon dan ook1 maar richtte zijne toespraak tot de lieden van ,menschziel4 ,mijne heeren en getrouwe onderdanen10 aldus ving hij aan1 als het waar is wat deze opeischer gezegd heeft aangaande de grootheid van hunnen koning1 zoo zult gij door zijne schrik voortdurend in slavernij worden gehouden en als een slak versmelten4 ,hoe kunt gij1 zelfs waar hij op een afstand is1 de gedachte aan zulk een machtig vorst verdragen8 ,en waar gij hem u zelfs op een afstand niet voorstellen kunt1 hoe zult gij dan zijne tegenwoordigheid verdragen8 ,ik1 uw vorst1 ga gemeenzaam met u om en gij moogt met mij spelen als met een graskriek of huismusch4 ,bedenk daarom wel wat uw voordeel wezen zal en welke voorrechten ik u altijd heb bewezen4 ,en als nu verder alles eens waar is wat deze man heeft gezegd1 vanwaar komt het dan dat de onderdanen van ,el-,schadda overal zoo in slavernij zuchten8 ,niemand in het ,heelal is zoo ongelukkig als zij1 niemand zoo vertrapt en vernederd4 ,o1 mijn arm ,menschziel6 waart gij toch zoo traag om mij te verlaten als ik traag ben om u aan uw lot over te geven4 ,maar nu zeg ik u3 de ure der beslissing is gekomen2 de kogel moet door de kerk1 vrijheid zult gij bezitten als gij haar weet te gebruiken1 ja een koning bezit gij altijd als gij hem maar weet lief te hebben en te gehoorzamen40 ,na deze toespraak verhardde de stad ,menschziel wederom haar hart tegen de kapiteins van ,el-,schadda4 ,de gedachte aan zijne grootheid deed de inwoners sidderen1 en de gedachte aan zijne heiligheid deed hen in wanhoop wegzinken4 ,daarom na een korte beraadslaging met de partij van ,dibolus1 zonden zij den trompetter met dit woord terug1 dat zij van hunne zijde besloten waren hunnen koning aan te kleven en zich nimmer aan ,el-,schadda over te geven2 en dat het daarom ook nutteloos was hun nog verdere opeischingen te zenden1 aangezien zij liever wilden sterven dan zich over te geven4 ,en nu schenen de zaken dan al zeer slecht te gaan1 hoe langer hoe meer achteruit1 namelijk1 zoo dat ,menschziel weldra buiten het bereik van iedere roepstem wezen zou4 ,maar de kapiteins1 die wisten wat hun koning vermocht1 verloren daarom nog den moed niet4 ,zij zonden nog een nieuwe oproeping1 veel scherper en gestrenger dan de voorgaande4 ,maar hoe meer zij zonden des te afkeeriger werd de stad4 ,gelijk zij hen riepen1 alzoo gingen zij van hun aangezicht weg -- zij riepen wel van den ,allerhoogste1 maar niet een verhoogde ,hem4 ,hos4 #aa 3 #b1 #g4 ,,hoofdstuk ,,iv4 ,,immanuels ,,leger4 ,,de ,,aanval4 ,zoo hielden zij dan op langs dezen weg met de stad te handelen en sloegen een anderen in4 ,tot dit doel vergaderden zich de kapiteins tot eene gedachtenwisseling over hetgeen nu te doen ware1 ten einde de stad uit de heerschappij van ,dibolus te verlossen4 ,toen stond de edele kapitein ,overtuiging op1 en sprak3 ,broeders1 ziet hier mijne meening4 ,eerstens moeten wij onophoudelijk onze slingersteenen in de stad werpen1 en haar dag en nacht aldus belegerend1 voortdurend de onrust aldaar gaande houden4 ,daardoor zullen wij ook haar onstuimigen geest in bedwang houden2 want zelfs een leeuw kan men temmen door hem voortdurend lastig te vallen4 ,ten tweede geef ik den raad1 dat wij een verzoekschrift opstellen aan onzen ,koning en heer ,el-,schadda1 waarin wij hem den toestand van ,menschziel mededeelen en zijne vergiffenis vragen1 dat wij niet beter geslaagd zijn1 en ernstig de hulp van ,zijne ,majesteit inroepen om ons meer krachten te zenden en een welbespraakten aanvoerder daarbij1 opdat het voordeel1 dat wij reeds behaald hebben1 niet weder verloren ga1 maar door een algeheele verovering van ,menschziel gevolgd worde40 ,in deze denkbeelden van den edelen kapitein ,overtuiging stemden allen als een eenig man mede1 en een verzoekschrift werd onmiddellijk opgesteld1 en door een vertrouwd man aan den koning gezonden4 ,de inhoud was daarvan als volgt3 ,allergenadigste en overheerlijke ,koning1 heer der hoogere wereld en bouwmeester der stad ,menschziel6 ,wij hebben1 geduchte souverein1 op uw bevel ons leven in de waagschaal gesteld1 en een oorlog begonnen tegen de vermaarde stad ,menschziel4 ,toen wij tegen haar optrokken1 deden wij volgens onzen lastbrief eerst vredesvoorwaarden hooren4 ,maar1 groote ,koning1 zij namen onzen raad lichtvaardig op en wilden naar onze bestraffing niet luisteren4 ,zij hebben hunne poorten toegesloten en ons buiten hunne stad gehouden4 ,ook haalden zij hunne kanonnen voor den dag en schoten op ons en deden ons zooveel nadeel als hun mogelijk was4 ,maar wij hebben de stad met alarm op alarm verontrust1 haar telkens gepast geantwoord en daardoor ook wel eenig voordeel op haar behaald4 ,matth4 #bb 3 #e4 ,spreuk4 #a 3 #be4 ,zach4 #g 3 #aa-ac4 ,afbeelding3 ,,het ,,verzoekschrift ,,aan ,,el-,,schadda ,,gericht4 ,dibolus1 ,ongeloof en ,vastewil zijn onze groote tegenstanders2 nu hebben wij onze winterkwartieren betrokken1 maar toch zo1 dat wij voortdurend met een vaste hand de stad benauwen4 ,hadden wij maar een enkelen flinken vriend in de stad1 dan zou zulk een ons geholpen hebben en aan onze oproeping eenige kracht bijgezet om hen over te halen zich over te geven2 maar daarbinnen waren niet anders dan vijanden1 niet en1 die ten gunste van onzen koning sprak4 ,daarom1 ofschoon wij gedaan hebben wat wij vermochten1 volhardt ,menschziel in haren opstand tegen u4 ,nu1 ,koning der koningen1 moge het u behagen dit niet welgelukken van uwer dienaren pogen te vergeven4 ,zend gij1 ,heere1 naar onze begeerte1 meer krachten naar ,menschziel1 opdat zij worde onderworpen1 en een man aan het hoofd daarvan1 die de stad beide beminnen en vreezen mocht4 ,wij spreken niet aldus omdat wij onwillig zijn den oorlog te voeren 7want wij zijn besloten te sterven of te overwinnen72 maar opdat de stad ,menschziel voor ,uwe majesteit moge gewonnen worden4 ,wij bidden bovendien ,uwe ,majesteit1 dat wij na het eindigen van dezen oorlog en de overwinning dezer stad weder gebruikt mogen worden tot uitvoering van uwe genadige en heerlijke plannen en oogmerken4 ,amen40 ,dit verzoekschrift aldus opgesteld1 werd met allen spoed naar den koning gezonden door de hand van een zeer goed man1 genaamd ,liefde tot ,menschziel4 ,toen dit rekwest in het paleis van den koning kwam1 aan wien kon het toen beter overhandigd worden dan aan 's konings zoon8 ,hij nam het aan en las het omdat de inhoud hem best beviel2 ook voegde hij er met eigen hand nog eenige dingen bij1 die hij noodig achtte en droeg het toen eigenhandig naar den koning4 ,het daar gehoorzaam overgeleverd hebbende1 maakte hij insgelijks van zijne eigen macht gebruik en beval het mondeling aan4 ,nu werd de koning verheugd op het zien van het verzoekschrift1 maar nog meer verblijdde hij zich omdat zijn zoon het ondersteunde6 ,het behaagde hem zeer te vernemen hoe zijne kapiteins zich rondom ,menschziel gelegerd hadden en daar zoo van ganscher harte met de verovering bezig waren1 zoo standvastig in hun besluit1 en reeds in het bezit van sommige voordeelen op de vermaarde stad ,menschziel4 ,daarom riep de koning zijn zoon ,immanuel tot zich1 en deze antwoordde3 ,ziet1 hier ben ik1 ,vader40 ,toen zeide de koning3 ,gij kent even goed als ik zelf den toestand der stad ,menschziel1 en wat wij hebben voorgenomen en wat gij gedaan hebt om haar te verlossen4 ,kom nu1 mijn zoon1 en bereid u tot den oorlog1 want gij zult naar mijn leger te ,menschziel vertrekken4 ,gij zult aldaar voorspoedig zijn en de stad veroveren40 ,toen zeide 's konings zoon3 ,uwe wet is in het midden mijns ingewands2 ik heb lust om uwen wil te doen4 ,dit is de dag1 waarnaar ik verlangd heb1 en het werk1 waarop ik gewacht heb4 ,geef mij daarom die versterking mede1 welke gij in uwe wijsheid noodig keurt1 en ik zal heengaan en de ellendige stad ,menschziel van ,dibolus verlossen1 en uit zijne hand redden4 ,dikwijls heeft mijn hart in mijn binnenste gebloed over die ellendige stad2 maar nu ben ik verheugd en blijde40 ,en dat zeggende ging hij springende over de bergen1 uitroepende3 ,niets is mij te dierbaar voor ,menschziel2 de dag der wrake is voor u gekomen1 en hoe verheug ik mij1 dat mijn ,vader mij gemaakt heeft tot den oversten leidsman harer redding en zaligheid4 ,ik zal beginnen met al diegenen te plagen1 die eene plaag geweest zijn voor de stad en zal haar uit hunne hand verlossen60 ,hebr4 #aj 3 #g4 ,hebr4 #b 3 #aj4 ,toen des konings zoon aldus had gesproken1 scheen er een licht door het geheele hof2 allen verheugden zich en alle gesprekken liepen over hetgeen ,immanuel voor die vermaarde stad ,menschziel ging doen4 ,gij kunt u niet half begrijpen hoe de hovelingen waren ingenomen met dit voornemen van den prins2 ja1 zoo waren zij in deze zaak belangstellende1 dat de hoogste edelen en eerste stafofficieren van het koninkrijk onder ,immanuel wilden dienen om mede te helpen ten einde de stad ,menschziel voor ,el-,schadda te herwinnen4 ,toen werd besloten1 dat er enkelen vooruit zouden gaan om aan het leger bericht te brengen1 dat ,immanuel op de komst was om ,menschziel te herwinnen1 en dat hij zulk een machtig en onverwinnelijk leger zou medebrengen1 dat het niet te weerstaan was4 ,hoe gereed waren die hooggeplaatsten aan het hof om als boodschappers en couriers dienst te doen1 ten einde deze tijdingen aan het kamp vor de stad ,menschziel te brengen4 ,toen nu de kapiteins bemerkten1 dat de koning zijn zoon ,immanuel zenden wilde1 en dat deze evenzeer begeerig was om dien tocht te ondernemen1 gaven zij allen een vreugdekreet als bewijs hunner blijdschap1 zoodat de aarde er van beefde4 ,ja1 de bergen gaven er antwoord op met hunne echo's en ,dibolus zelf sidderde als een aal4 ,want gij moet weten1 dat ofschoon de stad ,menschziel zelve met het plan in het geheel niet was bekend geworden 7want helaas1 daarvoor waren zij al te zeer verbijsterd1 zijnde hun vermaak en hunne lusten het voornaamste wat zij zochten71 ,dibolus1 hun beheerscher wist het wel2 want hij had zijne spionnen1 die voortdurend rondzwierven en hem bericht brachten van alle dingen4 ,deze verhaalden hem wat aan het hof tegen hem besloten was1 en dat ,immanuel binnen kort zou komen om hem te overweldigen4 ,nu was er geen mensch aan het hof1 noch groote in het rijk1 dien ,dibolus zoo vreesde als dezen prins2 want1 als gij u herinnert wat ik u gezegd heb1 dan weet gij dat ,dibolus het gewicht van zijne hand reeds gevoeld had1 zoodat zijne komst hem het meest in angst joeg4 ,daar nu1 zooals ik u verhaald heb1 alles was in orde gebracht en 's konings zoon het hoofd der legermacht1 maakte deze zich op den bestemden tijd tot zijn tocht gereed1 nemende met zich een groote macht en vijf kapiteins4 ,afbeelding3 ,,kapitein ,,geduld ,,en ,,zijn ,,vaandrig ,,lijdzaamheid4 ,de eerste was de beroemde kapitein ,geloof4 ,hij voerde de roode kleur en de heer ,belofte droeg die2 tot wapen had hij het heilige lam op een gouden schild2 en tienduizend manschappen volgden hem4 ,joh4 #a 3 #bi4 ,efez4 #f 3 #af4 ,de tweede was de beroemde kapitein ,hoop4 ,hij voerde de blauwe kleur2 zijn vaandeldrager was de heer ,verwachting1 en tot een wapen bezat hij drie gouden ankers4 ,ook hem volgden tienduizend manschappen4 ,hebr4 #f 3 #ai4 ,de derde was de moedige kapitein ,liefde4 ,zijn vaandeldrager was de heer ,ontferming2 hij voerde de groene kleuren en had tot wapen eene vrouw1 die drie naakte weezen omhelsde4 ,ook hem volgden er tienduizend4 #a ,cor4 #ac4 ,de vierde heette kapitein ,onschuld1 een dapper gezagvoerder4 ,zijn vaandeldrager was de heer ,oprecht4 ,de witte kleur was de zijne en drie gouden duiven zijn wapen4 ,matth4 #aj 3 #af4 ,de vijfde was de flinke1 trouwe en zeer beminde kapitein ,geduld4 ,zijn vaandeldrager heette ,lijdzaamheid4 ,hij voerde de zwarte kleur met drie pijlen door een gouden hart tot wapen4 ,dit waren nu de kapiteins van ,immanuel1 hunne vaandrigs1 hunne kleuren en hunne wapens1 en de manschappen1 die hunne voetstappen volgden4 ,zoo ging dan de dappere vorst naar ,menschziel op weg4 ,kapitein ,geloof voerde de voorhoede aan1 en kapitein ,geduld de achterhoede2 de andere drie vormden den middentocht1 de prins zelf reed op zijn wagen aan haar hoofd4 ,hoe klonken de trompetten1 hoe glinsterden de wapenrustingen1 hoe wapperden de vaandels in den wind6 ,des prinsen wapenrusting was van goud en schitterde als de zon aan het firmament1 de wapenrusting des kapiteins was van staal en had het voorkomen van blinkende sterren4 ,bovendien waren er enkelen van het hof1 die vrijwillig dienst hadden genomen uit liefde tot den koning en belangstelling in de stad ,menschziel4 ,immanuel had toen hij zich opmaakte om de stad ,menschziel te herwinnen1 op het bevel van zijn vader vier en vijftig stormrammen medegenomen en twaalf slingers om daarmede steenen te werpen4 ,ieder daarvan was van zuiver goud1 en deze namen zij mede in het hart van het leger1 terwijl zij naar ,menschziel trokken4 ,zoo legerden zij zich tot binnen een mijl afstands van de stad1 daar hielden zij halt om de vier eerste kapiteins af te wachten1 die hun kennis van zaken moesten geven4 ,daarna marcheerden zij weer op1 rondom ,menschziel1 maar toen de oude gedienden1 welke daar reeds lagen1 zagen welke nieuwe krachten aangekomen waren om zich met hen te vereenigen1 hieven zij zulk een vreugdegeroep aan1 dat de muren van ,menschziel daverden en ,dibolus hevig sidderde4 ,zoo zetten zij zich voor de stad neder1 niet slechts gelijk de andere kapiteins gedaan hadden voor de poorten1 maar zij omringden haar geheel1 aan alle zijden1 van voren en van achteren1 zoodat nu ,menschziel kon uitzien waar zij wilde1 maar altijd zag zij een vijandige macht zich tegen haar stellende4 ,ook werden nog verschansingen tegen haar opgeworpen4 ,de berg ,genadig was aan de eene zijde2 de berg ,rechtvaardig aan de andere2 verder maakten zij nog verscheidene lagere hoogten1 die als kleinere batterijen moesten dienst doen2 als ,zuivere ,waarheidsheuvel1 en ,zonder-,zonde1 waarop vele slingers geplaatst en tegen de stad gericht werden4 ,op den berg ,genade stonden er vier en op ,gerechtigheid even zooveel1 en de overigen waren op verschillende punten verdeeld4 ,vijf van de beste stormrammen1 dat is van de zwaarste1 waren op den berg ,opmerken1 eene batterij vlak bij de ,oorpoort opgeworpen1 teneinde die open te rammeien4 ,toen nu de lieden der stad die menigte soldaten zagen1 die tegen hen waren opgetrokken1 en de stormrammen en slingers1 mitsgaders batterijen1 die waren opgeworpen1 tegelijk met de glinsterende wapenrustingen en de wuivende vaandels1 werden zij wel gedwongen te overleggen wat zij doen zouden4 ,die overleggingen konden nu echter bezwaarlijk van stoutmoedigen aard wezen1 integendeel ze werden telkens meer vreesachtig2 want ofschoon zij vroeger wel eens gemeend hadden dat zij genoegzaam verzekerd waren1 zoo begonnen zij nu toch te twijfelen of het wel goed met hen zou afloopen4 ,toen de goede prins ,immanuel ,menschziel aldus had belegerd1 begon hij eerst de witte vlag uit te steken1 die men gewoonlijk op de gouden slingers plaatste1 welke op den berg ,genade stonden4 ,dit deed hij om twee redenen3 #a;e om aan ,menschziel te verstaan te geven1 dat hij haar wilde genadig zijn wanneer zij tot hem terugkeerde1 en #b;e opdat zij des te minder te verontschuldigen zouden zijn wanneer hij hen moest vernielen omdat zij in hun oproer volhardden4 ,zoo werd dan de witte vlag met de drie gouden duiven uitgehangen1 en dat wel twee dagen achter elkar om hun tijd te geven zich te bedenken4 ,doch zij sloegen geen acht en gaven geen antwoord op dit gunstig zinnebeeld4 ,toen gaf de prins opnieuw bevel en zij zetten de roode vlag op den berg genaamd ,gerechtigheid4 ,het was de roode vlag van kapitein ,oordeel1 wiens wapen was de brandende oven2 en deze stond toen ook verscheidene dagen achtereen in den wind te wapperen4 ,maar evenals zij dat met de witte vlag gedaan hadden1 toen die uithing1 zoo handelden zij nu ook met de roode2 zij deden er hun voordeel niet mede4 ,daarna beval hij dat zijne mannen de zwarte vlag der verwoesting tegen hen zouden uithangen1 welks zinnebeeld was de drie brandende donderkogels4 ,menschziel bleef daarbij evenwel onaandoenlijk als tevoren4 ,maar toen de prins zag1 dat noch genade1 noch gerechtigheid1 noch oordeel het hart van ,menschziel konden bereiken1 werd hij door diep medelijden bewogen en sprak3 ,voorzeker1 dit vreemdsoortige gedrag van de stad ,menschziel moet veeleer voortspruiten uit onwetendheid aangaande de oorlogsmanieren1 dan wel uit een geheime en stille verachting van ons en een veronachtzamen van hun eigen welzijn2 of als zij de oorlogsmanieren kent dan toch niet die1 welke ik gebruik met mijn vijand ,dibolus40 ,daarom zond hij naar de stad ,menschziel om haar te laten weten wat hij met deze teekens en vlaggen bedoelde1 -- hij deed dit om te weten te komen of zij wilden kiezen1 en wat zij kozen1 't zij genade en barmhartigheid1 of rechtvaardigheid en oordeel4 ,zij sloten intusschen hunne poorten met dubbele grendels toe1 versterkten ze met bouten en maakten ze zoo stevig vast als zij slechts vermochten4 ,ook werden al weder hunne wachten verdubbeld en versterkt4 ,dibolus was daarbij druk in de weer om de stad tot tegenweer aan te moedigen4 ,afbeelding3 ,,de ,,oorpoort ,,wordt ,,gebarrikadeerd4 ,zoo gaven dan ook de lieden der stad een antwoord aan 's prinsen afgezanten in hoofdzaak hierop neer komende3 ,groote ,heerscher1 wat aangaat hetgeen gij door uwen afgezant aan ons hebt laten voorstellen1 namelijk of wij uwe barmhartigheid willen aannemen dan wel vallen door uwe gerechtigheid1 zoo zijn wij door de wet gebonden u geen positief antwoord te geven2 want het is tegen de wetten1 ordonnantin en koninklijke besluiten van onzen koning1 dat wij vrede of oorlog maken zonder hem4 ,maar dit willen wij wel doen -- wij zullen onzen koning verzoeken op den muur te komen en u daar zulk een bescheid te doen als hij zal denken oorbaar en voor ons voordeelig te zijn40 ,toen de goede prins ,immanuel dit antwoord hoorde en de slavernij en afhankelijkheid van het volk zag en hoe gaarne zij in de ketens van den tiran ,dibolus bleven1 smartte het hem aan zijn hart2 en inderdaad als hij te eeniger tijd bemerkte1 dat iemand zich tevreden gevoelde in de slavernij van den reus1 zoo deed hem dit altijd leed4 ,maar om tot ons onderwerp terug te keeren4 ,nadat de lieden der stad dit nieuws aan ,dibolus hadden medegedeeld1 bovendien1 dat de prins zich daar gelegerd had en hem bij den muur verwachtte om een antwoord1 weigerde hij te komen2 hij pochte luid1 maar in zijn hart was hij bevreesd4 ,daarna echter zeide hij3 ,ik zal toch zelf naar de poort gaan en geven hun zulk een antwoord als ik zal goedvinden40 ,zoo ging hij dan naar de ,mondpoort en richtte zich tot ,immanuel1 7maar in eene taal1 die de stad niet verstond7 op deze wijze3 ,o1 gij groote ,immanuel1 heer der geheele wereld1 ik ken u1 dat gij de zoon zijt van den grooten ,el-,schadda4 ,waarom zijt gij hier gekomen om mij te kwellen en mij uit mijne bezitting te verjagen8 ,deze stad ,menschziel is de mijne1 zooals gij zeer wel weet en dat wel met een dubbel recht4 #a;e ,is zij mijn uit recht van verovering4 ,ik won haar in het open veld1 en zal men den machtige zijn roof ontnemen of den wettig gevangene bevrijden8 #b;e ,is zij mijn wegens hare onderwerping4 ,zij heeft de poorten harer stad vrijwillig voor mij geopend2 zij heeft mij trouw gezworen en mij openlijk tot haren koning verkozen2 zij heeft ook haar kasteel in mijne handen gesteld1 ja1 zij heeft al hare krachten mij vrijwillig onderworpen4 ,bovendien heeft deze stad u afgezworen1 ja zij heeft uwe wetten verworpen1 uwen naam en uw beeld en al wat het uwe is achter haren rug geworpen2 zij heeft mijne wetten aangenomen en mijn naam1 mijn beeld en al wat van mij is daarvoor in de plaats gesteld4 ,vraag dit maar aan uwe kapiteins en zij zullen u wel mededeelen1 dat ,menschziel in antwoord op hunne oproepingen1 liefde en gehechtheid aan mij heeft getoond1 maar verachting en wrevel voor u en het uwe4 ,nu zijt gij toch de ,rechtvaardige en de ,heilige1 en gij kunt geene ongerechtigheid doen4 ,vertrek dan1 bid ik u1 laat van mij af en gun mij het bezit van mijne wettige erfenis40 ,deze redevoering werd gehouden in de taal van ,dibolus zelf2 want ofschoon hij tot iedereen in zijne eigen taal kan spreken 7anders kon hij ook niet allen in verzoeking brengen zooals hij doet7 toch heeft hij eene eigen taal1 en dat is de spraak uit den helschen afgrond of de zwarte put4 ,daarom verstond de stad ,menschziel 7arme stumpert67 hem niet1 en kon zij ook niet zien hoe hij zich in allerlei bochten kronkelde1 terwijl hij daar stond voor ,immanuel den vorst4 ,ja1 zij hielden hem bij dit alles voor iemand van groote macht1 dien men onmogelijk kon wederstaan4 ,zoodat1 terwijl hij aldus stond te smeeken1 dat hij toch zijne woning in ,menschziel mocht houden en dat ,immanuel hem niet met geweld mocht verjagen1 de inwoners op zijne dapperheid pochten1 zeggende3 ,wie is in staat hem den oorlog aan te doen80 ,toen deze voorgewende koning nu een eind gemaakt had met hetgeen hij wilde zeggen1 stond ,immanuel1 de gouden prins1 op en sprak3 ,gij1 groote bedrieger1 ik heb in mijns ,vaders naam en ook in mijn eigen naam1 en in het belang van deze ellendige stad ,menschziel iets tot u te zeggen4 ,gij geeft voor een recht1 een wettig recht te hebben op deze arme stad1 terwijl het zeer duidelijk is voor het gansche hof mijns ,vaders1 dat de toegang1 die gij tot de poorten van ,menschziel hebt verkregen1 slechts door leugen en valschheid heeft kunnen plaats hebben4 ,gij beloogt mijn ,vader1 gij beloogt zijne wet en alzoo bedroogt gij het volk van ,menschziel4 ,gij geeft voor1 dat het volk u aangenomen heeft voor zijn koning1 hoofdman en wettigen heer2 maar dat gebeurde ook door gebruik te maken van bedrog en leugentaal4 ,welnu1 indien leugen1 eigenwilligheid1 zondige kracht en alle vormen van afschuwelijke huichelarij1 in mijns ,vaders hof 7waaruit gij moest verbannen worden7 kunnen doorgaan voor billijkheid en recht1 dan zal ik voor u bekennen1 dat gij een wettige verovering hebt gedaan4 ,maar1 helaas1 welke roover1 welke tiran1 welke duivel is er niet1 die op die manier geene veroveringen zou kunnen maken8 ,maar ik kan het u duidelijk voor oogen stellen1 o ,dibolus1 dat gij in al uw voorgeven van eene verovering der stad niet een enkel woord waarheid hebt gesproken4 ,meent gij dit recht te zijn dat gij mijn ,vader een leugen in den mond legdet en hem aan ,menschziel voorsteldet als den grootsten bedrieger ter wereld8 ,en hoe noemt gij uwe uitlegging1 waar gij de rechte bedoeling der wet uitmuntend verstondt8 ,was het ook goed1 dat gij alzoo een prooi maaktet van de onnoozelheid en eenvoudigheid van de thans zoo ellendige stad ,menschziel8 ,gij haaldet ,menschziel over door haar allerlei geluk te beloven in hare overtreding van mijns ,vaders wet1 die gij kendet1 en kennen kondt1 als gij alleen maar uwe eigen ondervinding hadt geraadpleegd1 wel wetende1 dat dit de weg was tot ondergang4 ,zoo hebt gij dan1 o meester in de vijandschap1 mijns ,vaders beeld in ,menschziel smadelijk verbroken en het uwe daarvoor in de plaats gesteld1 tot groote verachting van mijn ,vader en verergering van uw misdrijf1 gelijk ook tot onnoemelijke schade van de verloren stad ,menschziel4 ,afbeelding3 ,,di,,bolus ,,beroep ,,op ,,immanuel4 ,gij hebt boven dit alles1 alsof dit maar weinig ware1 niet alleen deze plaats bedrogen en bedorven1 maar door uwe leugens en bedriegelijk gedrag hebt gij haar nog van hare verlossing afkeerig gemaakt4 ,hoe hebt gij haar opgehitst1 tegen mijns ,vaders kapiteins1 en gemaakt1 dat zij strijdt tegen degenen1 die haar uit uwe slavernij willen verlossen6 ,al deze dingen en nog veel meer hebt gij gedaan1 tegen licht en beter weten aan en ten spijt van mijn ,vader en zijne wet1 en dat met het voornemen om de ellendige stad ,menschziel voor eeuwig onder zijn ongenoegen te doen vervallen4 ,ik ben nu gekomen om den smaad1 dien gij mijn ,vader aangedaan hebt1 te wreeken1 en met u in het gericht te treden wegens de lasteringen1 waarmede gij het arme ,menschziel geleerd hebt zijnen naam te lasteren4 ,ja1 op uw kop1 gij vorst van den helschen afgrond1 zal ik het verhalen4 ,wat mij zelf betreft1 o ,dibolus1 ik ben tot u gekomen met een wettige macht1 en met het doel om door eene machtige hand1 deze stad ,menschziel uit uwe brandende vingeren te verlossen4 ,deze stad ,menschziel is de mijne1 o ,dibolus1 en dat door een onbetwistbaar recht1 zooals allen zullen inzien1 die naarstig de oudste en autentieke bescheiden willen onderzoeken2 en ik zal mijn recht daarop verdedigen tot beschaming van uw aangezicht4 ,eerstens is de stad ,menschziel door mijn ,vader gebouwd en door zijne hand gefatsoeneerd4 ,het paleis1 dat in het midden der stad is1 heeft hij gebouwd tot zijn eigen genoegen4 ,daarom is deze stad ,menschziel van mijn ,vader1 en dat met alle recht1 en hij1 die dit tegenspreken wil1 liegt tegen zijne eigen ziel4 ,ten tweede is1 o gij opperste leugenaar1 deze stad ,menschziel de mijne1 omdat ik mijns ,vaders erfgenaam ben1 zijn eerstgeborene en de lieveling van zijn hart4 ,ik ben daarom tegen u opgetrokken uit kracht van mijn eigen recht1 ten einde mijne erfenis weder uit uwe hand te lossen4 ,hebr4 #a 3 #b4 ,joh4 #ae 3 #af4 ,maar verder1 al heb ik een recht op ,menschziel als mijns ,vaders erfgenaam1 zoo ontving ik het evenzeer als een geschenk4 ,het was het zijne en hij gaf het mij2 ook heb ik nooit mijn ,vader bedroefd1 zoodat hij het van mij zou genomen hebben en u gegeven hebben4 ,evenmin ben ik genoodzaakt geworden door geldelijke verlegenheid mijn geliefde stad ,menschziel aan u te verkoopen4 ,menschziel is mijn lust en mijn leven1 de vreugde van mijn hart4 ,maar ,menschziel is ook mijn eigendom omdat ik het gekocht heb4 ,o ,dibolus1 ik heb het mij gekocht4 ,merk nu eens op1 eerst was het van mijn ,vader en mij omdat ik erfgenaam ben1 en daarna omdat ik het voor een duren prijs heb gekocht4 ,volgt dan daar niet uit1 dat bij wettig recht de stad ,menschziel mij toebehoort1 en dat gij een overweldiger1 een tiran1 een verrader zijt als gij het in uw bezit houdt8 ,ik zal u ook zeggen wat de oorzaak was1 dat ik het kocht4 ,menschziel had tegen mijn ,vader overtreden1 en mijn ,vader had gezegd1 dat ten dage als zij zondigde1 zoo zou zij sterven4 ,nu is het eer mogelijk dat hemel en aarde voorbijgaat1 dan dat het woord van mijn ,vader gebroken wordt4 ,daarom toen ,menschziel gezondigd had door naar uwe leugenen te luisteren1 ben ik daar tusschen getreden en bij mijn ,vader borg gebleven1 lijf voor lijf1 en ziel voor ziel1 dat ik zou boeten voor ,menschziels overtreding1 en mijn ,vader heeft daarin berust4 ,zoo heb ik dan toen de bestemde tijd gekomen was1 lijf voor lijf en ziel voor ziel gegeven1 leven voor leven en bloed voor bloed1 en aldus heb ik mijn dierbaar ,menschziel verlost4 ,jes4 #ej 3 #a4 ,ook heb ik dit niet ten halve gedaan3 mijns ,vaders wet en recht zijn voldaan1 de straf is voor de misdaad geboet1 en op gansch wettige wijze is ,menschziel verlost4 ,evenmin ben ik heden eigenwillig tot u gekomen1 maar op mijns ,vaders bevel2 hij was het1 die tot mij zeide3 ga heen en verlos ,menschziel60 ,daarom zij het u nu bekend1 o bronwel van alle bedrog1 en zij het ook bekend aan de dwaze stad ,menschziel1 dat ik thans niet tegen u ben opgetrokken zonder mijn ,vader4 ,en nu10 besloot de met goud gekroonde prins1 heb ik een woord tot de stad ,menschziel40 ,zoodra hij echter daarvan repte om tot de verdwaasde stad ,menschziel te spreken1 werden alle poorten weder dubbel gesloten en iedereen ontving bevel hem geen gehoor te geven4 ,daarom ging hij voort3 ,o1 ongelukkige stad ,menschziel1 ik ben met medelijden over u vervuld4 ,gij hebt ,dibolus tot uwen koning aangenomen1 en zijt de voedstervrouw geworden van booze geesten1 die tegen uw souvereinen ,heer opstaan4 ,uwe poorten hebt gij voor hem geopend1 maar voor mij hebt gij ze toegesloten2 gij hebt hem gehoor gegeven1 maar voor mijne roepstem uwe ooren gestopt4 ,hij bracht u in ellende en gij hebt beiden hem en al wat hij u bracht ontvangen4 ,ik kom u redding brengen1 maar gij ziet mij niet aan4 ,bovendien hebt gij uwe heiligschennende handen uitgestoken naar al wat in u mij toebehoorde1 en hebt uzelven met al wat het mijne was aan hem gegeven2 aan hem1 mijn vijand en den grootsten tegenstander van mijn ,vader4 ,gij hebt u voor hem gebogen en u aan hem onderworpen1 gij hebt beloofd en gezworen1 dat gij de zijne zoudt zijn4 ,arm ,menschziel1 wat zal ik u doen8 ,zal ik op u aanvallen8 ,zal ik u vermorzelen of zal ik u redden8 ,wat zal ik u doen8 ,u met den grond gelijk maken of u stellen tot een toonbeeld van vrije genade8 ,wat zal ik u doen8 ,hoor daarom1 o hoor1 gij stad ,menschziel1 hoor naar mijne woord1 en gij zult leven4 ,ik ben genadig1 ,menschziel1 en gij zult mij barmhartig bevinden2 sluit mij niet buiten uwe poorten40 ,hoogl4 #e 3 #b4 ,o1 ,menschziel1 het is mijn doel noch mijn roeping om u kwaad te doen4 ,waarom ontvlucht gij uwen vriend en hecht u zoo vast aan uwen vijand8 ,inderdaad1 ik wensch dat gij1 zooals het u past1 bedroefd zijt over uwe zonden1 maar wanhoop niet aan uw leven2 deze groote legermacht is niet hier om u kwaad te doen1 maar om u van de slavernij te verlossen en onder mijn gezag terug te brengen4 ,joh4 #ab 3 #dg4 ,luk4 #i 3 #ef4 ,mijn doel is1 inderdaad1 alleen ,dibolus1 uwen koning1 en al zijne duivelsche geesten den oorlog aan te doen2 want hij is de sterke1 die het huis bewaakt1 en ik wil hem er uit hebben2 zijn vaten moet ik hem ontrooven1 zijn wapenrusting moet ik van hem nemen1 ik moet hem uit zijn nest jagen en van zijne verblijfplaatsen eene woning voor mijzelven maken4 ,en dat1 o ,menschziel1 zal ,dibolus ondervinden1 wanneer hij in ketenen geklonken mijne voetstappen volgt als een gevangene1 en ,menschziel zal zich bij dit gezicht verblijden4 ,ik zou wel op zulk eene wijze van mijne macht gebruik kunnen maken1 dat hij dadelijk moest heengaan en het opgeven2 maar ik heb in mijn hart voorgenomen zo met hem te handelen1 dat de rechtvaardigheid van den oorlog1 dien ik hem aandoe1 door allen zal worden erkend4 ,hij heeft ,menschziel met bedrog genomen1 en houdt het met geweld en bedrog vast1 en ik zal hem naakt en bloot stellen voor aller oog4 ,al mijne woorden zijn waarheid4 ,ik ben machtig om te helpen en zal mijn ,menschziel uit zijne hand verlossen40 ,deze toespraak was in de eerste plaats voor ,menschziel bestemd1 maar ,menschziel wilde er niet naar hooren4 ,zij sloten de ,oorpoort1 barrikadeerden die met ijzers en bouten1 en zetten daar wachters1 die de bewoners van ,menschziel moesten beletten tot hem uit te gaan1 en die niemand uit het leger in de stad mochten toelaten4 ,dit alles deden zij omdat ,dibolus op zulk een ontzettende wijze hunne zinnen had verblind1 en hen opgezet tegen hun wettigen heer en vorst4 ,daardoor kwam nu ook geen stem1 of boodschapper1 noch eenig geluid1 dat van den glorierijken koningszoon uitging1 de stad binnen4 ,toen nu ,immanuel zag1 dat ,menschziel op die wijze in hare zonde verhard was en dat zijne woorden veracht werden1 zoo riep hij zijn leger samen1 en liet al zijne heirscharen weten1 dat zij op het bestemde uur gereed moesten zijn4 ,daar er nu geen andere wettige weg was om in de stad ,menschziel te komen1 en daar vooral de ,oorpoort zoo zorgvuldig gesloten bleef1 zoo beval hij zijne kapiteins en gezagvoerders om hunne stormrammen voor den dag te halen1 en al hunne slingeraars en manschappen te richten op de ,oorpoort en de ,oogpoort1 teneinde de stad in te nemen4 ,als nu ,immanuel alle dingen had gereed gemaakt om ,dibolus slag te leveren1 zond hij nogmaals naar de stad ,menschziel een vreedzame boodschap of zij zich ook wilde overgeven of dat zij nu besloten was het tot het uiterste te wagen8 ,zij riepen dan met ,dibolus1 hunnen koning1 een krijgsraad samen en bepaalden weder eenige voorwaarden1 die ,immanuel zouden worden aangeboden of hij daarin mocht bewilligen1 en die door iemand uit de stad tot hem zouden worden gezonden4 ,wie kon die boodschap doen8 ,nu woonde in de stad een oud man1 een duivelskind1 zijn naam was ,onbuigzaam1#bj die zeer stijf op zijn stuk stond1 een uitmuntend werktuig voor ,dibolus4 ,deze man werd uitgezonden en hem in den mond gelegd wat hij zeggen moest4 ,zoo kwam dan deze in het leger van ,immanuel1 en toen hij daar aankwam werd een tijd bepaald1 waarop hem gehoor zou worden gegeven4 ,na een paar duivelsche plichtplegingen begon hij aldus te spreken3 ,groot en machtig ,heer1 opdat het allen bekend zij welk een goedhartig vorst mijn meester is1 heeft hij mij gezonden om u te zeggen1 dat hij1 liever dan een oorlog met u te beginnen1 genegen is de helft van de stad ,menschziel in uwe handen over te geven4 ,ik moet daarom maar weten of ,uwe ,majesteit gewillig is dit voorstel aan te nemen40 ,titus #a 3 #af4 #bj ,die zekere heer ,onbuigzaam1 blijkt op het einde zijn naam te volle te verdienen1 ofschoon hij in het eerst de buigzaamheid zelf schijnt te wezen4 ,al dat toegeven is geen toegeven1 't is alles satanische list4 ,al dat wenden en keeren doet denken aan de kronkelingen van de slang4 ,toen zeide ,immanuel3 ,de geheele stad is mijn eigendom1 zoowel omdat zij mij gegeven is als omdat ik haar gekocht heb40 ,toen antwoordde ,onbuigzaam3 ,heerschap1 mijn meester heeft gezegd1 dat hij er ook in toestemt1 dat gij den titel hebt van ,heer over alles1 als hij maar een deel voor zich in bezit mag houden40 ,luk4 #ac 3 #be4 ,maar ,immanuel sprak3 ,alles is wettig het mijne1 niet slechts in naam1 maar in werkelijkheid1 daarom wil ik ook de eenige ,heer en bezitter van alles wezen1 f ik wil er niets van hebben40 ,toen ging ,onbuigzaam al weer voort3 ,heerschap1 ziet toch eens hoe toegevend mijn meester is2 hij zegt dat hij tevreden zal wezen1 als hij maar eene plek in ,menschziel heeft daar hij wonen mag1 en u ,heer en ,meester zal laten van al het overige40 ,hand4 #e 3 #a-e4 ,maar daarop antwoordde de gouden prins3 ,al wat mij de ,vader geeft zal tot mij komen1 en van al wat ,hij mij geeft -- zal ik niets verliezen -- zelfs niet een haar van het hoofd4 ,ik zal hem daarom zelfs het kleinste hoekje in ,menschziel niet vergunnen1 ik wil het alles zelf hebben40 ,toen sprak ,onbuigzaam weder3 ,maar1 mijnheer1 onderstel dat mijn meester kon besluiten u de gansche stad over te geven alleen met dit voorbehoud1 dat hij somtijds wanneer hij in deze streken komt1 daar als oude kennis1 en als een doortrekkend man eens een paar dagen1 eene week of eene maand kwam verblijven4 ,kan zelfs deze kleine zaak niet vergund worden80 ,toen zeide ,immanuel3 ,hij kwam als een doortrekkend reiziger tot ,david en bleef niet lang bij hem en toch had het ,david zijne ziel kunnen kosten4 ,ik wil niet toestaan1 dat hij er ooit weer binnenkomt40 #b ,sam4 #ab 3 #a-e4 ,toen zeide ,onbuigzaam3 ,heer1 gij schijnt wel zeer hard te wezen4 ,onderstel1 dat mijn meester alles toestemt wat ,uwe ,majesteit zegt1 met deze uitzondering1 dat zijne vrienden en bekenden in ,menschziel vrijheid mogen genieten om in de stad handel te drijven en daar hunne tegenwoordige woonplaats mogen behouden4 ,dat wordt toch wel toegestemd1 ,mijnheer80 ,toen zeide ,immanuel3 ,neen1 dat is tegen den wil van mijn ,vader2 want allen en een iegelijk1 die van ,dibolus aanhang nu of later in de stad gevonden worden1 zullen hunne bezittingen1 hunne vrijheid en hun leven verliezen40 ,rom4 #f 3 #ac4 ,col4 #c 3 #e4 ,daarop antwoordde ,onbuigzaam3 ,maar1 ,heerschap1 mag dan mijn meester en groote ,heer niet door brieven of doortrekkende reizigers of bij voorkomende gelegenheden1 als hij alles in uwe handen overgeeft eene soort van vriendschap en gemeenschap met de stad onderhouden80 ,joh4 #aj 3 #h4 ,immanuels antwoord was3 ,neen1 op geenerlei wijze1 aangezien zulk eene gemeenschap1 vriendschap1 toegenegenheid of kennismaking zal strekken tot verderf van ,menschziel1 en haar vrede met mijn ,vader in gevaar brengen40 ,de heer ,onbuigzaam voegde daar nog bij3 ,maar1 groote ,heer1 mijn ,meester heeft veel vrienden en die hem dierbaar zijn in ,menschziel1 mag hij dan niet als hij uit overmaat van goedheid vertrekt1 hun eenige bewijzen van zijne goedertierenheid bij wijze van gedachtenis achterlaten1 waarop zij na zijn vertrek kunnen staren als panden van oude vriendschap en tot herinnering1 dat hij eens hun koning was1 en van den goeden1 vroolijken tijd1 dien zij samen hebben doorgebracht1 toen hij en zij samen in vrede leefden80 ,rom4 #f 3 #ab1 #ac4 ,toen zeide ,immanuel3 ,neen1 want als ,menschziel de mijne wordt1 zoo zal ik niet toelaten1 dat er het minste overblijfsel1 ja dat zelfs het stof van ,dibolus1 dat hij achterlaat1 als gift of gedachtenis aan iemand in ,menschziel geschonken zij1 om de verschrikkelijke herinnering van die jammerlijke vriendschap levendig te houden40 ,afbeelding3 ,,onbuigzaam ,,naar ,,immanuel ,,gezonden4 ,o1 ,heer01 zeide toen ,onbuigzaam1 ik heb nog maar en ding voor te stellen en dan is mijn lastbrief ten einde4 ,onderstel dat1 wanneer mijn meester uit ,menschziel is weggegaan1 iemand1 die daar woont of later wonen zal1 zoo iets belangrijks en bijzonders aldaar te doen heeft1 dat indien het verzuimd wordt de geheele zaak daaronder lijden zou1 en die belangrijke zaak kan door niemand anders gedaan worden dan door mijn meester1 zou dan niet aan die persoon gelegenheid gegeven worden om mijn meester te zijnen huize te ontvangen8 ,of zelfs1 werd dit niet toegestaan1 dat zij dan elkander mochten ontmoeten in een der naburige dorpen ten einde samen raad te plegen80 #b ,kon4 #a 3 #c1 #f1 #g4 ,dit was de laatste der voorstellen1 die ,onbuigzaam aan ,immanuel had voor te stellen in naam van zijn meester ,dibolus2 maar ,immanuel wilde niets toestaan1 want hij zeide3 ,er kan geen geval1 geen zaak van welken aard ook in ,menschziel voorkomen wanneer uw meester zal vertrokken zijn1 die niet door mijn ,vader kan worden in orde gebracht4 ,bovendien zou het een groote verachting wezen van mijns ,vaders wijsheid en verstand als iemand uit ,menschziel toegelaten werd naar ,dibolus uit te gaan om raad te plegen4 ,in ieder denkbaar geval kunnen zij hunne begeerten met bidden en smeeken met dankzegging bij mijnen ,vader bekend maken4 ,en verder3 werd dit toegestaan1 dan zou eene deur worden opengehouden voor ,dibolus en de zijnen in ,menschziel om een komplot te maken en verscheidene verraderlijke dingen te doen tot mijns ,vaders verdriet en tot vernieling der stad40 #a ,sam4 #bh 3 #ae4 #b ,kon4 #a 3 #b1 #c4 ,toen de heer ,onbuigzaam dit antwoord gehoord had1 nam hij afscheid van ,immanuel en vertrok1 zeggende1 dat hij zijn meester bericht zou brengen4 ,zoo kwam hij dan ook bij ,dibolus1 zijn meester1 te ,menschziel en verhaalde hem de geheele zaak en hoe ,immanuel niets wilde toegeven2 dat als hij er eens uitging hij dan voor altijd buiten de stad was gebannen en hij er nooit meer iets mede mocht te doen hebben4 ,toen ,menschziel en ,dibolus dit verhaal der dingen hadden vernomen1 besloten zij met algemeene stemmen hun uiterste best te doen om ,immanuel buiten ,menschziel te houden en om den ouden ,kwaderust1 van wien wij tevoren gehoord hebben te zenden om dit aan den prins en zijne kapiteins te berichten4 ,zoo kwam dan die oude heer boven op de ,oorpoort staan1 en riep tot het leger om gehoor1 en nadat hij dat bekomen had sprak hij3 ,ik heb van mijn hoogen vorst en heer in last u te verzoeken aan uwen prins te berichten1 dat ,menschziel en haar koning vastelijk besloten zijn samen te staan of te vallen2 en dat het tevergeefs is wanneer uw prins ,immanuel vermeent ooit ,menschziel weder in handen te krijgen1 tenzij hij bij machte is haar met geweld te nemen40 ,zoo gingen dan de kapiteins en verhaalden aan ,immanuel wat die ,kwaderust gezegd had1 waarop de prins antwoordde3 ,ik moet de kracht van mijn zwaard beproeven1 want ik zal geenszins van hier vertrekken eer ik ,menschziel van haren vijand verlost heb1 welke oproeren zij ook heeft aangericht1 en hoe menigmaal zij mij ook heeft verstooten60 ,daarop gaf hij bevel aan kapitein ,boanerges1 kapitein ,overtuiging1 kapitein ,oordeel en kapitein ,strafoefening om onmiddellijk met bazuingeschal en vliegende vaandels en krijgsgeschal naar de ,oorpoort op te trekken4 ,ook wilde hij1 dat kapitein ,geloof zich bij hen voegen zou4 ,immanuel gaf bovendien bevel1 dat de kapitein ,goede ,hoop en kapitein ,liefde zich voor de ,oogpoort zouden in slagorde stellen4 ,de overige kapiteins en hunne manschappen moesten zich elders rondom de stad gereed houden en de voordeeligste stellingen tegenover de stad innemen1 en alles gebeurde zooals hij het geboden had4 ,efez4 #f 3 #ag4 ,daarop werd uitgeroepen dat het wachtwoord zou wezen ,immanuel04 ,toen ontstond er een oorverdoovend geraas1 de stormrammen werden aangelegd1 en de slingers zweepten groote steenen door de lucht1 die in de stad neerkwamen4 ,zoo begon de strijd4 ,dibolus voerde nu zelf de lieden der stad tot den strijd aan en wel bij elke poort1 daarom was haar tegenstand zooveel te krachtiger1 helscher en beleedigender voor ,immanuel4 ,verscheidene dagen achtereen werd de goede prins op deze wijze door ,dibolus en ,menschziel tegengestaan1 terwijl het inderdaad de moeite waard was te zien hoe flink ,el-,schadda's kapiteins zich in den oorlog gedroegen4 ,afbeelding3 ,,de ,,kapiteins ,,van ,,immanuel ,,beloond4 ,daar hebt gij eerst kapitein ,boanerges2 ofschoon de anderen niet bij hem achterstonden2 deze deed driemaal zulke krachtige aanvallen op de ,oorpoort1 dat deze poorten en deuren kraakten en schudden4 ,kapitein ,overtuiging1 die ,boanerges trouw terzijde stond1 deed wat hij vermocht1 en beiden1 bemerkende dat de poort begon te kraken1 bevalen dat de stormrammen er maar voortdurend tegen spelen zouden4 ,daar kapitein ,overtuiging zich wat dicht bij de poort waagde1 kreeg hij drie wonden in den mond#ba en werd teruggedreven4 ,toen kwamen de vrijwilligers in het leger en dit moedigde de kapiteins opnieuw aan4 #ba ,in deze worsteling werd kapitein ,overtuiging gewond4 -- ,wij worstelen menigmaal tegen onze overtuigingen in1 en brengen het soms zo ver1 dat wij ze op een of ander punt tot zwijgen doemen4 ,toch doen deze aanvallen van ons overtuigend geweten den booze in ons afbreuk2 de zekerheid en stille gerustheid worden geschokt en verdreven4 ,om deze kapiteins voor hunne dapperheid te beloonen zond de prins hen naar zijne eigen tent1 en beval1 dat zij daar een weinig zouden uitrusten en zich herstellen4 ,ook werd er onmiddellijk voor gezorgd1 dat kapitein ,overtuiging van zijne wonden genezen werd4 ,de prins vereerde ieder hunner een gouden keten en sprak hun moed in4 ,meent evenmin1 dat kapitein ,goede ,hoop of kapitein ,liefde achteraan kwamen in dit wanhopige gevecht1 want deze gedroegen zich zo kloek aan de ,oogpoort1 dat zij haar bijna openbraken4 ,ook deze ontvingen loon van hunnen vorst evenals de overigen der hoofdlieden1 omdat zij zich rondom de stad zoo dapper weerden4 ,in deze worsteling werden verscheidene officieren van ,dibolus gewond of gedood1 en ook vele lieden uit de stad bekwamen blessuren4 ,onder de gesneuvelde officieren behoorde zekere kapitein ,pocher4 ,deze ,pocher had gemeend1 dat niemand de deuren der ,oorpoort noch het hart van ,dibolus kon doen beven4 ,naast hem werd een zekere kapitein ,zekerheid neergeslagen1 die gewoon was in stille gerustheid te leven en voor een spreekwoord had aangenomen1 dat de blinden en lammen in ,menschziel alleen wel in staat waren de poorten der stad tegen ,immanuel te verdedigen4 ,dezen kapitein ,zekerheid werd door kapitein ,overtuiging met een tweesnijdend zwaard het hoofd gekloofd1 toen deze drie wonden in den mond kreeg4 #b ,sam4 #e 3 #f4 ,behalve dezen was er nog een hoofdman ,bluffer1 een snoode boef1 een aanvoerder van een troep1 die vuurbranden1 pijlen en doodelijke werktuigen aandroegen4 ,deze man kreeg aan de ,oogpoort van kapitein ,goede ,hoop een doodelijke wonde in de borst4 ,zoo was er ook een mijnheer ,gevoelig1 geen kapitein1 maar een opstoker tot opstand4 ,hij kreeg eene wond in het oog1 van de hand van een van ,boanerges' soldaten4 ,de kapitein zou hem zelf wel gedood hebben1 maar hij maakte een spoedigen terugtocht4 ,maar nooit in mijn leven zag ik ,vastewil zoo tam2 hij was volstrekt niet in staat zijn gewone handelwijze te volgen1 en sommigen zeggen1 dat hij ook eene wond gekregen had in het been4 ,men had hem ten minste uit het leger van den prins in de verte zien hinken4 ,ik zal u geen nauwkeurige opsomming geven van de soldaten1 die in de stad gedood werden2 velen werden er verminkt1 gewond en velen schoten er het leven bij in4 ,toen zij zagen1 dat de ,oorpoort wankelde en de ,oogpoort bijna geheel opengebroken was1 ook dat verscheidene van hunne kapiteins waren geslagen1 versmolt het hart van velen1 die ,dibolus aanhingen4 ,ook vielen er velen door de slingersteenen1 die met kracht in de stad werden geworpen4 ,onder de burgers behoorde een zekere ,goedhater1 die ook een ,dibolist was4 ,deze kreeg een doodelijke wond in ,menschziel1 maar waaraan hij eerst later stierf4 ,de heer ,kwaderust1 gij kent hem wel1 die het eerst met ,dibolus meekwam toen hij ,menschziel belaagde1 ontving ook gevaarlijke wonden in zijn hoofd2 ik heb zelfs hooren zeggen1 dat zijn hersenpan gescheurd was4 ,dit heb ik ten minste opgemerkt1 dat hij in later tijd nooit meer in staat was zooveel kwaad in ,menschziel te doen als voorheen4 ,de oude heer ,vooroordeel en ,neutraal zetten het op een loopen4 ,toen nu deze worsteling voorbij was gaf de prins bevel1 dat weder de witte vlag op den berg ,genade zou worden geheschen1 in het gezicht der stad1 om te toonen1 dat ,immanuel ,menschziel in hare ellende wilde genadig zijn4 ,afbeelding3 ,,griffier ,,geweten ,,verontrust4 ,toen evenwel ,dibolus de witte vlag der genade zag waaien1 en hij wist wel1 dat dit niet voor hem was1 zoo bedacht hij een andere list1 namelijk hij wilde beproeven of ,immanuel zijn beleg niet wilde opbreken en heengaan op belofte van hervormingen4 ,zoo kwam hij dan in den avond naar de poort wandelen1 een heel poosje nadat de zon was ondergegaan1 en riep om een gesprek met ,immanuel1 die onmiddellijk tot hem kwam1 en ,dibolus sprak3 ,nademaal gij door het uitsteken van de witte vlag bekend maakt1 dat gij op vrede en rust gesteld zijt1 zoo dacht het mij goed u te zeggen1 dat wij zeer bereid zijn die aan te nemen op zulke voorwaarden als gij wel zult willen goedvinden4 ,ik weet dat godsvrucht u behaagt en dat gij zeer gesteld zijt op heiligheid1 ja1 dat een groote drangreden om ,menschziel den oorlog aan te doen1 juist hierin gelegen is1 dat gij haar tot een heilige woonplaats maken wilt4 ,welnu1 wend u met uwe legermacht van de stad af en ik zal maken1 dat ,menschziel voor u buigt4 ,ik zal alle daden van vijandschap tegen u doen ophouden1 en ben gewillig om uw afgezant te worden1 en gelijk ik u tevoren heb tegengestaan1 zoo wil ik u in de toekomst in ,menschziel dienen4 #a;e4 ,zal ik ,menschziel bewegen u als ,heer te ontvangen1 en ik weet1 dat zij dit te eerder zullen doen als zij weten1 dat ik uw afgezant ben4 #b;e4 ,zal ik haar toonen waarin zij gedwaald heeft1 en dat alle ongerechtigheid den weg des levens in den weg staat4 #c;e4 ,zal ik haar de heilige wet uitleggen1 waarnaar zij zich heeft te gedragen en weer goed maken wat zij bedorven heeft4 #d;e4 ,zal ik bij haar aandringen op de hooge noodzakelijkheid eener hervorming naar den eisch uwer wet4 #e;e4 ,opdat geen van deze dingen verzuimd worden zal ik op mijn eigen kosten en gezag een voldoende bediening in ,menschziel oprichten en in stand houden1 en predikatin laten doen tot leering en vermaning4 #f;e4 ,zult gij als een teeken van onze onderwerping aan u ons jaar op jaar de schatting opleggen1 die gij noodig keurt1 en die wij u brengen40 ,toen zeide ,immanuel tot hem3 ,o1 gij enkel bedrog1 hoe dikwijls zijt gij veranderd in uw bedriegelijke wegen opdat gij dit ,menschziel maar in uw bezit zoudt mogen behouden2 dit ,menschziel dat het mijne is1 en waarop ik onbetwistbare rechten bezit6 ,reeds menigmaal zijt gij met uwe voorslagen gekomen1 en deze laatste is geen zier beter dan de vorigen4 ,waar het u niet gelukt is te bedriegen als gij uw ware zwarte gedaante vertoondet1 daar verandert gij u nu in een engel des lichts1 en doet u thans voor als een leeraar der gerechtigheid4 #b ,cor4 #aa 3 #ad4 ,maar dit zij u bekend1 o ,dibolus1 dat uwe voorstellen allen voor niets geacht moeten worden1 omdat zij allen op bedrog zijn toegelegd4 ,gij bezit evenmin vreeze ,gods als liefde tot de stad ,menschziel4 ,uit welken anderen grond kunnen dan deze uwe woorden voortkomen dan uit list en bedrog8 ,hij1 die uit list of eigenwil alles kan voorstellen wat hem behaagt1 en dat om hen ongelukkig te maken1 die hem gelooven1 verdient gehoor noch geloof in alles wat hij zegt4 ,indien dan gerechtigheid zulk een voortreffelijke zaak is in uw oog1 waarom hebt gij dan vroeger de goddeloosheid zoo toomeloos bedreven8 ,maar dat is tot daar aan toe4 ,gij spreekt van hervormingen in ,menschziel1 en dat gij1 als het mij behaagt1 de eerste wilt wezen in dat hervormingswerk1 ofschoon gij zeer goed weet1 dat de hoogste trap van gerechtigheid1 die een mensch bereiken kan1 toch nooit baten kan om den vloek weg te nemen1 die op ,menschziel rust4 ,de wet1 eenmaal door ,menschziel gebroken1 heeft den vloek tegen haar doen uitspreken1 en nooit kan door eenige gehoorzaamheid in de toekomst1 wat daar achter ligt worden weggenomen of hersteld1 in geen geval eene hervorming1 die door een duivel wordt voorgesteld of uitgevoerd4 ,gij weet zelf zeer goed1 dat al wat gij gezegd hebt niets anders is dan bedrog1 en dat dit de laatste kaart is1 die gij uitspelen kunt4 ,velen zijn er1 die u spoedig herkennen zullen als gij hun uw gespleten klauwen laat zien1 maar in uw witte gedaante1 in uwe verandering in een engel des lichts wordt gij van weinigen aangezien4 ,maar gij zult1 o ,dibolus1 alzoo met mijn ,menschziel niet leven1 want daarvoor heb ik het te lief4 ,bovendien ben ik niet gekomen om ,menschziel aan te sporen tot goede werken om daardoor te leven2 deed ik dat1 dan zou ik u gelijk wezen2 maar ik ben gekomen opdat zij door mij en door hetgeen ik voor haar gedaan heb met mijnen ,vader zou worden verzoend1 al heeft zij ,hem ook door hare zonden tot toorn getergd1 en al kan zij langs den weg der wet op geene genade meer hopen4 ,gij spreekt van het onderwerpen dezer stad aan het goede1 dat niemand van uwe hand begeert4 ,ik ben door mijn ,vader gezonden om haar zelf te bezitten1 en haar te besturen met mijne eigen hand in zulk eene overeenstemming met hem als hem welbehagelijk wezen zal4 ,daarom wil ik haar zelf hebben2 ik zal u onttroonen en uitwerpen1 ik zal mijn eigen standaard in het midden van haar planten4 ,ik zal haar ook regeeren door nieuwe wetten1 nieuwe dienaren1 nieuwe grondregels en nieuwe instellingen2 ja1 ik zal deze stad ter nederwerpen en weder opbouwen2 men zal haar niet meer herkennen1 en zij zal de heerlijkheid der gansche aarde zijn40 ,toen ,dibolus dit hoorde en bemerkte1 dat hij in al zijn list en bedrog ontdekt was1 stond hij daar versuft en als tot het uiterste gebracht2 maar daar in zijn binnenste woelde de fontein van ongerechtigheid1 woeste kwaadaardigheid en opstand tegen ,el-,schadda en zijn ,zoon beiden4 ,wat kon hij dan anders doen dan zich weder gereed maken om een nieuw gevecht te beginnen tegen den edelen prins ,immanuel8 ,zoo krijgen wij dus weder een nieuw gevecht voor de stad ,menschziel te zien4 ,klimt dan op de heuvelen1 gij die gaarne den oorlog aanschouwt of krijgstooneelen bijwoont1 en ziet aan beide zijden welke noodlottige slagen daar worden uitgedeeld1 terwijl de een zoekt de stad te behouden en de ander er zich van meester te maken4 ,dibolus keerde van de wal terug naar zijne grootste sterkte1 die hij in het hart der stad ,menschziel bezat2 ,immanuel keerde ook zijn aangezicht naar het leger1 en beiden maakten zich ieder op zijne wijze gereed op nieuw slag te leveren4 ,afbeelding3 ,,verstand ,,en ,,geweten ,,stellen ,,een ,,verzoekschrift ,,op4 ,dibolus tot het uiterste wanhopig omdat hij de beroemde stad ,menschziel niet behouden kon1 besloot zooveel nadeel als maar mogelijk was toe te brengen aan het leger van den prins en de stad zelve2 want1 helaas1 het was geenszins het geluk der stad1 dat hij bedoelde1 maar integendeel haar uiterste verwoesting1 dit blijkt duidelijk genoeg4 ,daarom beval hij ook aan zijne officieren1 dat wanneer zij bemerkten1 dat zij de stad niet langer houden konden1 zij daar zooveel nadeel en verwoesting zouden aanrichten als maar mogelijk was1 doende mannen1 vrouwen en kinderen weenen4 ,want01 zeide hij1 't is beter1 dat wij deze plaats met den grond gelijk maken en als een puinhoop achterlaten1 dan haar zo te verlaten1 dat zij nog een geschikte woning voor ,immanuel is40 ,mark4 #i 3 #bf1 #bg4 ,immanuel daarentegen1 wetende1 dat de nu volgende worsteling beslissend zou wezen en hij zich dus meester van de stad zou zien1 gaf een koninklijk bevel uit aan al zijne officieren1 voorname kapiteins en krijgslieden1 dat zij zich kloek zouden houden als echte krijgers tegen ,dibolus en zijn aanhang1 maar dat zij barmhartig1 zachtmoedig en vriendelijk moesten wezen jegens de oude inwoners van ,menschziel4#bb ,bindt den strijd aan met hem en de zijnen01 zeide de edele vorst1 en laat het heetst van het gevecht op hem aankomen60 #bb ,dit laatste bevel van ,immanuel is karakteristiek1 en toont hoe ,hij den booze en het booze haat1 maar den zondaar liefheeft4 ,,hoofdstuk ,v4 ,,de ,,capitulatie ,,en ,,hare ,,gevolgen4 ,de bestemde dag gekomen zijnde1 werd het bevel gegeven en stonden de mannen van den prins dapper in de wapens en richtten evenals vroeger hunne beste krachten tegen de ,oorpoort en ,oogpoort4 ,het wachtwoord luidde3 ,menschziel is gewonnen60 ,zoo vielen zij dan op de stad aan4 ,dibolus daarentegen stond hen tegen met zijne beste krachten1 en inderdaad zijne grooten en opperhoofden vochten eenigen tijd zeer fel en wreed tegen 's prinsen leger4 ,maar na drie of vier flinke aanvallen door den prins en zijn edele kapiteins werd de ,oorpoort opengebroken2#bc de bouten en grendels1 waarmede hij was toegemaakt1 braken in duizend stukken4 ,toen klonken de trompetten1 juichten de kapiteins1 beefde de stad1 en trok ,dibolus zich in zijn hol terug4 ,toen nu 's prinsen leger de poort had opengebroken kwam hij zelf daar en stelde er zijn troon4 ,hij plantte ook zijn standaard op een berg1 dien zijn volk daartoe opzettelijk had opgeworpen en die de heuvel ,ziet toe hoe gij hoort0 genoemd werd4 ,daar hield de prins nu zijn verblijf1 te weten dicht bij den ingang der poort4 ,hij beval ook1 dat de gouden slingers nu op de stad zouden worden gericht1 en voornamelijk het kasteel zouden bestoken1 omdat daar ,dibolus en zijn complot zich hadden teruggetrokken4 ,van de ,oorpoort liep de straat regelrecht uit op het huis van den heer griffier1 die namelijk griffier was vor ,dibolus de stad innam1 en vlak bij zijn huis stond het kasteel1 dat ,dibolus sedert lang tot zijn verfoeielijk hol gemaakt had4 ,daarom lieten de kapiteins zeer gezwind die straat schoonvegen door middel van hunne slingers1 zoodat hun nu de weg openstond tot het hart der stad4 ,toen gaf de prins bevel1 dat de kapiteins ,boanerges1 ,overtuiging en ,oordeel voorwaarts rukken zouden naar het paleis van den ouden edelman en op zijne poort aanvallen4 ,de kapiteins rukten met vliegende vaandels en in volle wapenrusting1 de stad ,menschziel binnen1 om de woning van den griffier ,geweten te bestormen1 die bijna even sterk was als het kasteel4 ,de stormrammen1 die zij bij zich hadden1 rammeiden de deuren van het kasteel4 ,toen zij aan het huis van den heer ,geweten gekomen waren1 klopten zij aan en vraagden binnengelaten te worden4 ,de oude edelman1 niet ten volle hun oogmerk verstaande1 hield zoolang het gevecht duurde zijne poorten gesloten4 ,daarom1 nadat ,boanerges tevergeefs gevraagd had binnengelaten te worden1 zoo liet hij een stoot geven met den kop van een stormram1 en deze deed den ouden man beven en zijn huis op de fondamenten schudden4 ,toen kwam de griffier af naar de poort en vraagde met bevende lippen wie daar waren4 ,boanerges antwoordde3 ,wij zijn de kapiteins en gezagvoerders van den grooten ,el-,schadda en den gezegenden ,immanuel1 zijn ,zoon1 en wij eischen uw kasteel op voor het gebruik van onzen edelen vorst40 ,intusschen gaf de stormram de poort nog een stoot4 ,deze deed den ouden edelman nog meer beven2 toen durfde hij niet anders dan de poort openen1 en 's konings krijgsmacht trok binnen1 namelijk de drie bovengenoemde kapiteins4 ,het huis van den griffier was eene zeer gemakkelijke en welgelegen verblijfplaats voor ,immanuel1 niet alleen omdat het zoo dicht bij het kasteel stond en zoo sterk was1 maar ook omdat het zoo groot van omvang was en vlak tegenover ,dibolus' spelonk1 waarin hij zich thans had verscholen1 niet voor den dag durvende komen4 ,wat den griffier zelven betrof1 de kapiteins hielden voor hem hun voornemen nog bedekt1 en het groote doel van ,immanuel bleef hem verborgen1 zoodat hij niet wist wat hij er van denken moest en wat het einde zou wezen van zulk een donderend krijgsrumoer4#bd #bc ,de ,oorpoort wordt eerst opengebroken4 -- ,wanneer de ,geest des ,heeren langen tijd met den mensch geworsteld heeft door de bediening des ,woords en de genademiddelen1 zoo gaat eindelijk het oor open voor de roepstem van boven4 ,maar het is ,immanuel om het hart te doen en daarom richt ,hij zich nu op het middelpunt van 's menschen wezen4 #bd ,de oude griffier ,geweten is zeer verschrikt en wordt ook niet dadelijk in alle plannen ingewijd4 ,als het geweten wakker wordt dan vreest het ,gods rechtvaardigheid en kan zich niet voorstellen1 dat al die vreeselijke oordeelen en schrikkelijke overtuigingen enkel zijn tot behoudenis der ziel4 ,afbeelding3 ,,di,,bolus ,,verslagen4 ,het werd nu ook weldra bekend in de stad hoe het huis van den ouden griffier was ingenomen1 zijne kamers allen waren bezet en zijn paleis tot een oorlogstuighuis gemaakt4 ,en zoodra verspreidde dit gerucht zich niet naar buiten of allen waren zeer ontsteld4 ,ieder deelde dit bericht aan zijne vrienden mede1 en evenals een sneeuwbal bij het rollen niet verliest1 zoo was binnen korten tijd de stad er mede vervuld1 en ieder meende1 dat men van den prins niets anders te verwachten had dan verderf en ondergang4 ,de oorzaak hiervan was1 dat de griffier maar voortdurend beefde en de kapiteins alles voor hem bedekt hielden4 ,dit maakte ook1 dat menigeen kwam aanloopen om het met eigen oog te zien4 ,maar wanneer zij dan de kapiteins in het paleis zagen en de stormrammen spelende op de poorten van het kasteel om die omver te stooten1 zoo werden zij nog meer ontsteld4 ,en zooals ik zeide1 de eigenaar van het huis maakte dit alarm niet minder1 want al wie bij hem kwam en met hem sprak1 verhaalde hij1 dat hij niet anders dan dood en verderf vreesde en verwachtte voor ,menschziel4 ,gij allen zult mij toestemmen10 zeide de edelman1 gij allen weet1 dat wij verraders geweest zijn jegens dien eertijds zoo verachten1 nu zoo zegevierenden en heerlijken vorst ,immanuel1 want nu ziet gij voor uwe oogen hoe hij ons niet slechts dicht ingesloten houdt1 maar zich toegang heeft verschaft binnen onze poorten4 ,bovendien ,dibolus ontvlucht hem1 en nu heeft hij1 zooals gij ziet1 van mijn huis eene vesting gemaakt1 om vandaar uit het kasteel te bestormen1 waar ,dibolus zich bevindt4 ,ik voor mij1 heb grootelijks gezondigd door mij stil te houden als ik spreken moest1 en door de gerechtigheid te verdraaien als ik ze uitoefenen moest4 't ,is waar1 ik heb ook wat geleden door de handen van ,dibolus omdat ik mij aan de wetten van ,el-,schadda hield2 maar wat zal mij dat baten8 ,zal dat weer goedmaken al het toegeven aan de oproerlingen en al het verraad1 dat ik mede gepleegd heb1 en al wat ik toegelaten heb in de stad ,menschziel8 ,o1 ik beef als ik denk wat het einde wezen zal van dit treurig en schrikkelijk begin60 ,terwijl deze dappere kapiteins aldus bezig waren in het huis van den ouden ,griffier1 was kapitein ,strafoefening elders bezig in het verzekeren van de achterstraten en muren4 ,hij zat den heer ,vastewil overal na1 hij gunde hem geen oogenblik rust in eenigen hoek2 hij vervolgde hem zoo hardnekkig1 dat al zijne mannen van hem verwijderd werden en hij blijde was zijn hoofd in een hol te kunnen versteken4 ,ook sloeg deze krijgsman drie van ,vastewils officieren ter aarde4 ,de en was de oude ,vooroordeel1 hij wiens hersenpan reeds gescheurd werd4 ,deze persoon was door ,vastewil aangesteld als wachter van de ,oorpoort1 en viel door de hand van kapitein ,strafoefening4 ,zoo was er ook een heer ,hardnekkig1 die eveneens tot ,vastewils officieren behoorde en het opzicht had over de twee kanonnen1 die op de ,oorpoort geplant waren4 ,ook hij viel door de hand van kapitein ,strafoefening4 ,behalve deze was er nog een derde3 hij heette kapitein ,verrader1 een laaghartig man1 maar in wien ,vastewil groot vertrouwen stelde4 ,deze viel met de anderen4 ,afbeelding3 ,,de ,,dorre ,,plaatsen4 ,bovendien maakte hij eene geweldige slachting onder 's heeren ,vastewils soldaten1 velen van hunne stoutste en brutaalste manschappen doodende1 en velen verwondend1 die nog voor ,dibolus pal stonden4 ,maar dit waren allen ,dibolus-mannen1 er was niemand onder uit de oorspronkelijke inwoners der stad4 ,andere oorlogsdaden werden al evenzeer door de andere kapiteins verricht4 ,aan de ,oogpoort1 waar kapitein ,goede ,hoop en kapitein ,liefde het bevel voerden1 werd ook een groote strafoefening gehouden2 want kapitein ,goede ,hoop sloeg met eigen hand zekeren hoofdman ,blinddoek1 die de poort bewaakte4 ,deze ,blinddoek had duizend man onder zich en zij vochten met mokers4 ,zoo vervolgde hij ook diens manschappen1 sloeg er velen dood1 verwondde vele anderen en maakte1 dat de rest zich in alle hoeken en gaten ging verbergen4 ,ook stond bij die poort de welbekende ,kwaderust4 ,hij was een grijsaard1 wiens baard tot aan zijn gordel reikte4 ,wij kennen hem als ,dibolus' redenaar3 hij had heel wat kwaad gedaan in de stad en viel nu door de hand van kapitein ,goede ,hoop4 ,wat zal ik zeggen8 ,de ,dibolus-mannen lagen in deze dagen dood in iederen hoek der stad1 ofschoon er altijd nog veel te veel in leven bleven4 ,nu kwamen op zekeren dag de oude griffier ,geweten en de heer ,verstand en enkele andere opperhoofden der stad1 7te weten dezulken1 die wisten dat zij met ,menschziel staan en vallen moesten17 bij elkar1 en na eene raadsvergadering te hebben gehouden1 stelden zij gezamenlijk een verzoekschrift op1 om dat aan ,immanuel te brengen terwijl hij in de poort van ,menschziel was gezeten4 ,de inhoud van dat verzoekschrift hield in1 dat zij1 oude inwoners van ,menschziel1 de stad1 die nu zoo jammerlijk ellendig was1 hunne schuld beleden en zeer bedroefd waren1 dat zij ,zijne ,majesteit beleedigd hadden1 tevens hem biddende1 dat hij hen in het leven mocht sparen4 ,op dit verzoekschrift gaf hij in het geheel geen antwoord en dat verontrustte hen nog te meer4 ,intusschen gingen de kapiteins1 die in het huis van den griffier waren1 maar voort met hunne stormrammen het kasteel te bestormen4 ,zoo werd dan ook na eenigen tijd de groote poort van het kasteel1 die ,ondoordringbaar heette1 opengebroken en in splinters geslagen1 en daardoor stond de toegang tot het hol van ,dibolus nu open4 ,toen werd er eene boodschap gezonden naar de ,oorpoort1 waar ,immanuel voortdurend op zijn troon zat1 om hem te laten weten1 dat er eene opening was gemaakt in ,dibolus' kasteel4 ,wat klonken toen weder de trompetten door 's ,prinsen legerkamp6 ,nu was de oorlog toch dicht bij zijn einde en ,menschziel zelve zou spoedig in vrijheid worden gesteld4 ,toen stond de ,prins van zijn zetel op1 en nam met zich diegenen zijner mannen1 welke voor dezen tocht het geschiktst waren4 ,zoo marcheerden zij dan op naar het huis van den griffier langs de straat van ,menschziel4 ,de ,prins was gekleed in een gouden wapenrusting en zijn standaard werd voor hem uitgedragen2 maar hij hield zijn aangezicht in een vasten plooi1 zoodat niemand daarop 't zij liefde of gramschap lezen kon4 ,terwijl hij daar nu zoo langs de straat reed1 kwamen de burgers der stad allen uit hunne deuren en aan hunne vensters2 ze waren allen verstomd door de heerlijkheid van zijn persoon en den glans1 die hem omringde1 maar tevens zeer verwonderd1 dat hij zijn gelaat in zulk een stijven plooi hield1 want nu sprak hij meer tot hen door zijne daden dan door woord of glimlach4 ,maar nu legde het arme ,menschziel 7zooals wij allen in zoodanig geval geneigd zijn te doen7 de houding van ,immanuel uit zooals ,jozefs broeders ,jozef beschouwden3 geheel op de verkeerde wijze4 ,want01 dachten zij1 als ,immanuel ons liefhad1 zou hij ons dat wel toonen door zijn woord of zijn gelaat2 maar daar hij dit niet doet1 zoo haat hij ons zeker4 ,welnu1 als ,immanuel ons haat1 dan zal alles in ,menschziel gedood worden en de stad tot een puinhoop40 ,zij wisten1 dat zij hadden overtreden1 dat zijns ,vaders wet door hen geschonden was1 en dat zij tegenover hem gemeene zaak hadden gemaakt met ,dibolus2 dat hij van dit alles kennis droeg1 want zij waren overtuigd1 dat hij was als een engel ,gods om alle dingen te weten1 die op aarde gebeuren2 en dit deed hen nu denken1 dat hun vooruitzicht ellendig was en dat de goede ,prins hen zou vernielen4 ,daarbij dachten zij3 ,welke tijd is geschikter voor hem om dit te doen dan nu1 daar hij ,menschziel thans geheel in zijne hand heeft80 ,en daarbij trok dit in het bijzonder mijne aandacht1 dat de inwoners van ,menschziel ofschoon zij vreesden1 niet anders konden dan diep voor hem nederbuigen2 ja1 zij waren gereed het stof van zijne voeten te lekken4 ,ook wenschten zij duizendmaal1 dat hij hun ,heer en ,hoofd mocht worden en hen in zijne bescherming nemen4 ,ook spraken zij met elkander over de schoonheid van zijn persoon1 en hoezeer hij in grootheid en voortreffelijkheid alle wereldgrooten overtrof4 ,maar wat hunzelven aanging1 och armen6 hunne gedachten veranderden elk oogenblik en gingen van het eene uiterste tot het andere4 ,ja1 door dit tusschen vrees en hoop geslingerd worden werd ,menschziel als een bal1 die door een wervelwind wordt voortgejaagd4 ,toen hij nu bij de poorten van het kasteel was gekomen1 beval hij ,dibolus voor hem te verschijnen en zich in zijne handen over te geven4 ,maar o1 hoe onwillig was dat beest om voor den dag te komen6 ,hoe worstelde hij daar tegen6 ,hoe kromde hij zich in duizend bochten6 ,toch moest hij voor den ,prins komen4 ,toen beval ,immanuel en zij vatten ,dibolus aan1 hem met zware ketenen bindende1 om hem te bewaren voor het vonnis1 dat hij over hem had uitgesproken4 ,maar ,dibolus stond op en smeekte voor zichzelven ,immanuel1 dat hij hem toch niet naar den afgrond zenden zou1 maar toelaten dat hij in vrede ,menschziel verliet4 ,afbeelding3 ,,ontwaakte-,,begeerte ,,en ,,beweener ,,voor ,,den ,,prins4 ,toen ,immanuel hem nu overwonnen en in ketenen gebonden had1 leidde hij hem naar de marktplaats1 en daar voor het oog van gansch ,menschziel ontdeed hij hem van zijne wapenrusting1 waarop hij eertijds zoo pochte4 ,dit was een van de glorierijke daden van ,immanuel1 waar hij zulk eene overwinning op zijn vijand behaalde4 ,terwijl men den reus uitkleedde gaven de gouden trompetten van den ,prins hun aangenaam geluid1 de kapiteins klapten in de handen en het geheele leger hief een vreugdegeschrei aan4 ,toen werd ,menschziel opgeroepen om te zien het begin der zegepraal van ,immanuel over hem1 dien zij zoo hun gansche vertrouwen hadden gegeven en op wien zij zoo gepocht hadden in de dagen toen hij hen vleide4 ,aldus ,dibolus naakt uitgestroopt hebbende voor de oogen van ,menschziel en van alle dienaren des ,prinsen gaf hij bevel1 dat hij met ketenen aan zijn zegewagen zou worden gebonden4 ,daarna een deel van zijne macht1 te weten kapitein ,boanerges en kapitein ,overtuiging tot bewaking van het kasteel achterlatende1 indien soms ,dibolus volgelingen nog mochten trachten het in te nemen of in bezit te houden1 reed hij in zegepraal over hem heen1 langs de straten van ,menschziel de ,oogpoort uit naar de vlakte1 waar zijn legerkamp was opgeslagen4 ,coll4 #b 3 #ae4 ,maar gij kunt u niet verbeelden1 of ge mocht het gezien hebben zooals ik1 welk eene vreugde er in ,immanuels leger was toen zij daar den tiran gebonden zagen door de hand van hun edelen vorst en aan de wielen van zijn zegekar gekluisterd4 ,zij riepen uit3 ,hij heeft de gevangenis gevangen genomen en de overheden en machten heeft hij uitgetogen2 ,dibolus is aan de kracht van zijn zwaard onderworpen en tot een voorwerp van aller verachting gemaakt60 ,ook de vrijwilligers en die megekomen waren om den strijd aan te zien juichten met zulk eene blijde stem en zongen op zulke welluidende muziek1 dat zij die de hooge sfeeren bewonen1 en in de hooger plaatsen zijn gezeten hunne vensteren opendeden1 en hunne hoofden naar buiten staken om de oorzaak van die groote blijdschap aan te zien4 ,luk4 #ae 3 #g1 #aj4 ,de lieden der stad1 voor zoovelen dit mede aanschouwden1 waren terwijl zij het aanzagen1 als tusschen hemel en aarde4 ,wel konden zij niet zeggen wat de uitslag van deze dingen wezen zou voor zoover hun aanging2 maar alles geschiedde langs een zoo heerlijken weg1 en ik weet niet hoe ik het noemen zal1 maar alles scheen de stad als het ware toe te lachen1 zoodat hun hoofd en hart en al hunne zinnen vervuld waren met de aanschouwing der dingen die ,immanuel deed4 ,toen nu de edele vorst dit deel van zijne zegepraal over zijn vijand ,dibolus volbracht had1 gaf hij hem aan aller smaad en verachting in het openbaar over1 en daarna hem bevel gegeven hebbende ,menschziel onmiddellijk te verlaten1 liet hij hem uitgaan uit het midden des legers4 ,daar ging ,dibolus door woeste en onbewoonde plaatsen1 zoekende rust1 maar die niet vindende4 ,matth4 #ab 3 #dc4 ,nu waren de kapiteins ,boanerges en ,overtuiging beiden mannen van groot aanzien3 hunne aangezichten waren als de aangezichten der leeuwen1 en hunne woorden klonken als een bruischende zee4 ,zij hielden voortdurend hun verblijf in het huis van den heer ,geweten4 ,toen aldus die groote en machtige ,prins zijne overwinning op ,dibolus had volvoerd1 hadden de lieden der stad meer gelegenheid op de daden van deze edele kapiteins te letten4 ,die kapiteins deden alles met zulk een ernst en waren zoo indrukwekkend in al hunne handelingen1 dat de stad onder voortdurende vreeze werd gehouden en zij voor de toekomst nog altijd in twijfel verkeerden1 zoodat zij kwalijk wisten wat rust of gemak1 vrede of hoop beduidde4 ,ook woonde de prins toen zelf niet in de stad ,menschziel1 maar in zijn koninklijke tent in het midden van zijns vaders heirmacht4 ,zoo gaf hij echter op zekeren bestemden tijd speciale bevelen aan kapitein ,boanerges om ,menschziel op te eischen1 om al de burgers te laten komen in het kasteel en dan voor hun aangezicht de heeren ,verstand1 ,geweten en ,vastewil in bewaring te nemen1 en hen streng te laten bewaken tot zijn welbehagen aangaande hen voor de toekomst zou openbaar worden4 ,het opvolgen van dit bevel maakte waarlijk de vreezen en angst in de stad niet minder2 nu waren dan hun donkere vooruitzichten omtrent dat droevig lot van ,menschziel wel terdege bevestigd4 ,welken dood zij sterven zouden en hoe lang hunne strafoefening zou duren waren gedachten1 die alle hoofden bezighielden2 ja er waren1 die vreesden dat ,immanuel hen allen in den afgrond werpen zou1 die akelige plaats1 daar ,dibolus zoo bang voor was2 want zij wisten1 dat zij het hadden verdiend4 ,anderen meenden1 dat zij met het zwaard zouden worden onthalsd in het gezicht hunner stad2 in ongenade gevallen te zijn bij een zoo goed en heilig vorst1 o dat maakte hen zoo droevig6 ,ook was de stad in groote onrust met het oog op de mannen1 die in gijzeling werden gehouden1 want dat waren hun gidsen en leidslieden1 en als nu deze mannen werden weggenomen1 dan moest het immers eindigen met den ondergang van gansch ,menschziel4 ,daarom wisten zij niets beters te doen dan gezamenlijk met de mannen1 die gevangen zaten een verzoekschrift opstellen tot den prins1 en dit zonden zij op door de hand van zekeren heer ,begeerte-tot-leven4 ,de man ging heen1 kwam aan het verblijf van den vorst en bood daar het rekwest aan1#be dat van den volgenden inhoud was4 #be ,het rekwest wordt gebracht door den heer ,begeerte-tot-leven4 ,nu bidt ,menschziel wel1 maar dat gebed wordt bezield door den naam van den verzoeker4 't ,is alleen om lijfsbehoud te doen4 ,groote en wonderbare ,heerscher1 ,overwinnaar van ,dibolus en van de stad ,menschziel6 ,wij1 de ellendige inwoners van deze beklagenswaardige plaats1 smeeken u nederig dat wij genade mogen vinden in uwe oogen4 ,gedenk toch onze vorige overtredingen niet1 noch de groote zonden van de machtigen onzer stad1 maar spaar ons naar de grootheid uwer goedertierenheid6 en laat ons niet sterven1 maar voor uw aangezicht leven1 zoo zullen wij gewillig zijn om uwe knechten te wezen1 en om als het u behagen mocht zelfs de kruimkens onder uwe tafel op te lezen4 ,amen40 ,zoo begaf zich dan deze smeekeling met zijn verzoekschrift naar den ,prins2 en de ,prins nam het uit zijne hand aan1 maar zond hem in alle stilte weg4 ,deze stilte1 dit zwijgen bedroefde de stad ,menschziel3 maar nu in aanmerking nemende1 dat zij smeekschriften moesten indienen of sterven daar zij voor het oogenblik niets anders konden doen1 zoo beraadslaagden zij weder met elkaer en zonden een nieuw rekwest in4 ,het was alzoo in denzelfden geest en vorm gesteld als het vorige4 ,afbeelding3 ,,het ,,berouw ,,van ,,menschziel4 ,maar toen het verzoekschrift opgesteld was1 wisten ze weer niet door wien het te zenden4 ,die het de eerste maal gebracht had mocht het niet weder doen1 want ze meenden dat hij op eene of andere wijze den prins beleedigd had4 ,zoo deden zij dan eene schoorvoetende poging om kapitein ,overtuiging hun rekwest in handen te geven2 maar hij antwoordde1 dat hij voor verraders wilde noch durfde tusschenbeiden treden en bij den prins ,immanuel geen voorspraak wilde wezen voor rebellen4 ,dat neemt niet weg10 zeide hij1 dat onze vorst goed is1 en dat gij het wel kunt wagen door de hand van iemand uit uwe stad een verzoekschrift op te zenden1 maar dan moest hij ook komen met den strop om zijn hals en op niets pleitende dan genade40 ,wel stelden zij dit uit vrees zoo lang uit als zij maar eenigszins konden1 maar bang zijnde dat nog meer uitstel gevaarlijk worden zou1 zoo kwamen zij er toch toe om onder veel angst en vreeze een adres op te stellen en in te zenden door de hand van zekeren ,ontwaakte ,begeerte4#bf ,die heer ,ontwaakte ,begeerte woonde in een zeer jammerlijke woning binnen ,menschziel en men had zich tot dusverre niet met hem bemoeid maar nu moest hij naar den prins4 ,toen zij dit aan dezen armen man voorstelden zeide hij3 ,hoe zou ik anders kunnen dan al mijn best doen dat ,menschziel van de verwoesting bewaard blijve80 ,zij gaven hem dan vrijmoedig het verzoekschrift over en deelden hem mede hoe hij zich tot den prins moest wenden en wat hij had te zeggen2 daarna wenschten zij hem een gelukkigen tocht4 ,toen de man aan des ,prinsen tent gekomen was vraagde hij evenals de eerste om den prins te spreken4 ,dat woord werd aan ,zijne ,majesteit overgebracht en ,immanuel kwam naar buiten4 ,toen ,ontwaakte ,begeerte den ,prins zag viel hij vlak op zijn aangezicht ter aarde en riep uit3 ,o1 dat ,menschziel voor uw aangezicht mocht leven60 en daarbij bood hij het verzoekschrift aan4 ,toen de ,prins dat gelezen had begaf hij zich een weinig ter zijde en weende1 maar zich verstellende keerde hij tot den man terug1 welke daar nog altijd schreiende aan zijne voeten lag en sprak toen voor het eerst deze woorden tot hem3 ,keer weder naar uwe plaats1 ik zal uw verzoek in overweging nemen40 #bf ,ontwaakte ,begeerte is weder een hoogere trap van geestelijke ervaring4 ,de ziel kent nu haar toestand en begeert iets beters en hoogers4 ,nu kunt gij wel denken1 dat de lieden van ,menschziel1 die hem gezonden hadden1 met groot verlangen uitzagen naar zijne terugkomst1 in angst en vreeze1 dat hun verzoek mocht verworpen zijn4 ,ten laatste zagen zij den boodschapper terugkomen4 ,pas was hij binnen de stad of zij vraagden hem hoe hij gevaren was1 wat ,immanuel zeide en of hun verzoek ook van de hand was gewezen4 ,maar hij antwoordde1 dat hij zwijgen zou tot hij aan de gevangenis kwam bij den heer burgemeester ,vastewil en den secretaris4 ,daarom spoedden zij zich dan voort naar het gevangenhuis1 waar de grooten van ,menschziel gebonden lagen4 ,o1 welk een groote menigte stroomde daar samen om te vernemen wat de boodschapper zeide4 ,toen hij zich nu voor de tralies der gevangenis vertoonde keek de burgemeester naar buiten zoo wit als een doek en ook de secretaris beefde4 ,toch vraagden zij3 ,verhaal ons1 goede vriend1 wat de groote prins tot u zeide40 ,daarop antwoordde ,ontwaakte ,begeerte3 ,toen ik aan de tent van den grooten heer kwam en naar hem vraagde1 kwam hij terstond4 ,zoo boog ik mij neder aan zijne voeten en leverde mijn verzoekschrift in1 want de grootheid van zijn persoon en de heerlijkheid van zijn voorkomen maakten1 dat ik onmogelijk op mijne voeten kon blijven staan4 ,toen hij het verzoekschrift aannam riep ik uit3 ,o1 dat toch ,menschziel voor uw aangezicht mocht leven60 ,hij verwijderde zich daarop een weinig en toen terugkomende zeide hij tot uw knecht3 ,ga heen naar uwe plaats en ik zal uw verzoek in overweging nemen40 ,de bode voegde daar nog bij3 ,de vorst tot wien gij mij gezonden hebt is zulk een schoon en heerlijk personaadje1 dat wie hem ziet hem tegelijkertijd moet liefhebben en vreezen4 ,ik voor mij kan niet anders doen2 maar ik weet niet wat het einde van deze dingen wezen zal400 ,bij het hooren van dit antwoord waren zij allen versuft1 beiden zij1 die in de gevangenis zaten1 en zij1 die daar nieuwsgierig omheen stonden2 want zij wisten niet welke uitlegging zij aan deze woorden zouden geven4 ,toen nu de gevangenis door de menigte verlaten was begonnen de gevangenen onderling ,immanuels woorden te bespreken4 ,de heer burgemeester zeide1 dat dit antwoord niet getuigde van een toornig aangezicht2 maar ,vastewil zeide1 dat er kwaad achter stak en de secretaris dat het een doodvonnis inhield4 ,degenen1 die daar in de nabijheid stonden en intusschen heengingen1 zoodat ze niet al te best konden hooren wat de gevangenen spraken1 hadden maar een gedeelte van dat gesprek opgevangen1 daarom schepten enkelen troost uit die boodschap en anderen begrepen er verschrikking in te moeten hooren1 en zoo verstond niemand het juist4 ,maar gij kunt u moeielijk voorstellen welk eene opschudding daardoor in ,menschziel ontstond en welk eene verwarring daar heerschte4 ,afbeelding3 ,,de ,,gevangenen ,,voor ,,immanuel4 ,degenen1 die aan de gevangenis geweest waren1 doorliepen de stad1 de een dit roepende1 de ander vlak het tegenovergestelde1 en beiden meenden dat zij de volle waarheid vertelden1 want zij hadden met hun eigen ooren gehoord wat de burgemeester en de secretaris vertelden4 ,de een riep3 ,wij moeten allen gedood worden10 een ander daarentegen3 ,wij zullen allen nog gered worden10 een derde schreeuwde1 dat de prins niets meer met ,menschziel wilde te doen hebben1 en een vierde1 dat de gevangenen spoedig ter dood zouden worden gebracht4 ,en1 zooals gezegd1 ieder stond er voor in1 dat hij het bij het rechte einde had4 ,om die reden liep nu alles verward dooreen en kon niemand rust vinden voor het hol van zijnen voet4 ,zelfs zoover ging het met dit verwarde gerucht1 dat sommigen luide verzekerden3 de ,prins zou gansch ,menschziel met het zwaard vernielen4 ,intusschen werd het donker en bracht het ellendige ,menschziel een kommervollen nacht door4 ,voor zoover ik kon nagaan kwam evenwel al deze verschrikking voort uit het woord van den secretaris1 dat 's prinsen antwoord een doodvonnis bevatte4 ,dit verschrikte de stad2 want eertijds hadden de inwoners van ,menschziel het er stellig voor gehouden1 dat de griffier een ziener was en dat zijne uitspraak als een godspraak kon worden beschouwd4 ,daardoor was ,menschziel dus slechts een verschrikker van zichzelve4 ,nu begonnen zij eerst recht te gevoelen wat de gevolgen waren van opstand en rebellie en onwettigen tegenstand tegen hunnen vorst4 ,ik zeg1 dat zij nu door vrees en schrik de gevolgen1 de vruchten van hunne hardnekkigheid plukten1 en wie leden daar meer onder dan de hoofden en voornaamsten der stad6 ,maar om kort te gaan1 toen de schrik een weinig over was en de gevangenen wat tot zichzelven gekomen waren1 grepen zij ook weder een weinig moed1 en stelden een derde verzoekschrift#bg op1 waarvan de inhoud hier volgt3 #bg ,een derde verzoekschrift4 ,menschziel leert de groote les dat men altijd bidden moet en niet vertragen4 ,ditmaal bestaat het gebed meest in schuldbelijdenis4 ,prins ,immanuel de ,groote1 heer der gansche wereld en meester der barmhartigheid1 -- wij1 uwe arme1 ellendige1 goddelooze1 stervende onderdanen uit de stad ,menschziel1 belijden voor uwe groote en heerlijke majesteit1 dat wij tegen uwen ,vader en u gezondigd hebben en niet meer waard zijn uw ,menschziel genoemd te worden1 maar veeleer om in den afgrond te worden geworpen4 ,als gij ons dooden wilt1 zoo hebben wij het verdiend4 ,als gij ons wilt verdoemen1 kunnen wij niet anders zeggen dan dat het rechtvaardig is4 ,wij hebben geen reden tot klagen1 wat gij ook doet en hoe gij u jegens ons gedraagt4 ,maar o1 laat barmhartigheid heerschen en laat zij zich tot ons uitstrekken6 ,laat uwe ontferming op ons nederzien en ons van onze ongerechtigheden bevrijden2 dan zullen wij zingen van uwe barmhartigheid en uwe oordeelen6 ,amen40 ,dit rekwest moest nu weder naar den prins worden gezonden1 maar wie zou het bij hem brengen8 ,sommigen zeiden3 ,laat het hem doen1 die ook het eerste bracht20 maar anderen keurden dat af omdat hij geen betere uitkomst had verkregen4 ,nu leefde er nog een oud man in de stad1 wiens naam was ,goede ,werken -- een man1 die alleen dien naam droeg1 maar die niets had van de bedoelde zaak4 ,de griffier was er evenwel zeer tegen1 dat deze zou gezonden worden1 want10 zeide hij1 wij zijn nu in grooten nood en pleiten om genade1 waarom zouden wij dan een man kiezen1 wiens naam reeds in tegenspraak is met zijn verzoekschrift8 ,moeten wij nu vriend ,goede ,werken onzen bode maken1 wanneer wij een rekwest indienen om barmhartigheid80 ,afbeelding3 ,,de ,,klokken ,,geluid4 ,bovendien10 ging de edelman voort1 als de ,prins hem eens vroeg3 hoe is uw naam8 dat best kan gebeuren1 en hij moest dan zeggen3 de oude ,goede ,werken10 wat denkt gij dat ,immanuel dan antwoorden zou8 ,ha zoo8 leeft oude ,goede ,werken nog in ,menschziel8 ,laat dan ,goede ,werken u ook uit uwen nood verlossen6 ,en zegt hij dat1 dan ben ik er zeker van1 dat wij verloren zijn2 want geen duizendtal ,goede ,werken kunnen ,menschziel redden40 ,toen de secretaris zijne redenen opgegeven had waarom ,goede ,werken niet met het verzoekschrift naar ,immanuel gaan zou1 waren de andere gevangenen en opperhoofden van ,menschziel er ook op tegen1 en wilden zij ,ontwaakte ,begeerte opnieuw met deze zending belasten4 ,zoo lieten zij hem dan roepen en begeerden dat hij wederom heenging1 en hij was daartoe dan ook dadelijk gereed4 ,maar zij smeekten hem1 dat hij toch met geen enkel woord of handeling den prins zou beleedigen1 want door dat te doen01 zeiden zij1 ,zoudt gij ,menschziel in tallooze ellende brengen40 ,toen nu ,ontwaakte ,begeerte bemerkte1 dat hij weder gaan moest verzocht hij dat ze hem zekeren heer ,beweener zouden medegeven4 ,deze ,beweener was een naaste buurman van ,ontwaakte ,begeerte1 een arm man van een verbroken geest en die zeer goed spreken kon bij een verzoekschrift2 daarom stonden zij dan ook toe1 dat hij met hem gaan zou4 ,zoo maakten zij zich dan gereed1 ,ontwaakte ,begeerte deed een koord om zijn hals en ,beweener vergezelde hem handenwringende4 ,zoo kwamen zij aan de tent van den ,prins4 ,waar zij nu voor de derde maal terug kwamen zoo bekroop hen de vrees1 dat hun herhaald aankloppen den prins hinderlijk wezen mocht4 ,daarom1 toen zij aan de deur der tent waren genaderd1 zoo maakten zij eerst eene verontschuldiging voor henzelven en hunne herhaalde komst1 waardoor zij het ,immanuel zoo lastig maakten1 en zij zeiden1 dat zij niet zoo vaak terugkwamen omdat zij er behagen in vonden hem lastig te wezen of zichzelven te hooren spreken1 maar dat de nood hen drong4 ,zij konden1 zeiden zij1 nacht noch dag rusten wegens hunne overtredingen tegen ,el-,schadda en zijn zoon ,immanuel4 ,zij zeiden ook1 dat zij toch niet hoopten1 dat eenig wangedrag van ,ontwaakte ,begeerte bij het laatste bezoek ,zijne ,majesteit mocht beleedigd hebben1 en hij daarom met geen beteren troost was teruggekeerd4 ,na dit alles nu gezegd te hebben1 wierp ,ontwaakte ,begeerte zich evenals de eerste maal op den grond aan de voeten van ,immanuel1 roepende3 ,o1 dat toch ,menschziel voor uw aangezicht mocht leven60 daarmede gaf hij zijn verzoekschrift over4 ,de ,prins dan het verzoekschrift gelezen hebbende1 wendde zich weder een wijle ter zijde als de eerste maal1 en daarna terugkomende op de plaats waar de smeekeling lag1 vraagde hij naar zijn naam en wat er in hem werd gevonden in de schatting van de burgers van ,menschziel1 dat men boven velerlei anderen hem had uitgekozen om deze boodschap te doen4 ,daarop zeide de man tot den prins3 ,o1 dat het toch niet kwaad zij in mijns heeren oogen1 dat ik tot u kwam1 en wat vraagt gij naar den naam van zulk een dooden hond als ik ben8 ,sla geen acht1 bid ik u1 op hetgeen ik ben1 omdat er1 zooals gij zeer wel weet1 zulk een groote afstand bestaat tusschen u en mij4 ,waarom de lieden der stad mij gezonden hebben1 zullen zij zelven het best weten2 maar het kan nooit wezen omdat zij meenden1 dat ik bij mijnen ,heer in bijzondere gunst sta4 ,wat mij aangaat1 ik heb een walg aan mijzelven1 wie zou dan met mij bijzonder ingenomen zijn8 ,toch zou ik begeeren te leven1 en dat begeer ik ook voor de lieden der stad1 en waar beiden zij en ik aan groote overtredingen schuldig staan1 zoo hebben zij mij gezonden en kom ik in hun naam u barmhartigheid vragen4 ,laat het u daarom behagen barmhartigheid te bewijzen2 maar vraag niet wie uw dienstknecht is40 ,toen zeide de prins3 ,en waarom is uw medgezel met u gekomen in deze gewichtige zaak80 ,zoo verhaalde ,ontwaakte ,begeerte aan ,immanuel1 dat hij een arme buurman van hem was1 en een van zijne beste vrienden4 ,en zijn naam1 als het ,uwe ,majesteit niet mishaagt1 is ,beweener van ,menschziel4 ,ik weet1 dat er velen van dien naam zijn en daaronder ook wel bedriegers1 maar ik hoop1 dat het mijnen ,heer toch niet mishagen zal1 dat ik mijn armen buurman heb medegebracht40 ,toen viel ook ,beweener op zijn aangezicht ter aarde en sprak voor zichzelven3 ,o1 mijn ,heer1 wat ik ben weet ik zelf niet1 noch of mijn naam slechts voorgewend dan wel waar is1 vooral wanneer ik begin te bedenken wat sommigen gezegd hebben1 namelijk dat de heer ,berouw mijn vader is geweest4 ,goede lieden hebben soms slechte kinderen en de oprechten kweeken soms huichelaars4 ,mijne moeder noemde mij bij dien naam van mijne wieg af1 maar of dit nu gebeurd is wegens de ijlheid van mijn hoofd dan wegens de weekheid van mijn hart1 kan ik niet vertellen4 ,ik zie onreinheid in mijn eigen tranen en goddeloosheid op den bodem van mijne gebeden4 ,maar ik smeek u0 7en bij dit alles weende die man zeer71 dat gij toch onze overtredingen niet wilt gedenken1 noch onze ongerechtigheden en tekortkomingen aanzien1 maar beide mijne zonden en die van ,menschziel verschoonen en niet langer wachten met het verheerlijken van uwe genade aan ons40 ,nadat zij aldus hunne smeekingen voor zijn aangezicht hadden neergeworpen stonden zij bevende op en wachtten het antwoord af4 ,de ,prins sprak3 ,de stad ,menschziel heeft grootelijks tegen mijnen ,vader gerebelleerd1 daarin dat zij hem als haar koning verworpen heeft en zich tot een overheid koos een leugenaar1 moordenaar en weggeloopen slaaf4 ,want dezen ,dibolus1 uw voorgewende vorst1 eertijds zoo hoog door u geschat1 stond op tegen mijn ,vader en mij1 in ons eigen paleis in het hoogste hof1 meenende daar overheer en koning te worden4 ,maar daar is hij nog juist bijtijds ontdekt en gevangen genomen1 voor zijne goddeloosheid in ketenen geklonken en in dien afgrond geworpen tegelijk met hen1 die zijne metgezellen waren4 ,die onverlaat heeft zich aan u vertoond en gij hebt hem aangenomen4 ,dit is nu en was reeds langen tijd een groote beleediging voor mijnen ,vader en daarom zond mijn ,vader een machtig leger naar u heen om u weder tot zijne gehoorzaamheid terug te brengen4 ,maar gij weet hoe deze manschappen1 hunne kapiteins en raadsheeren door u werden geacht en wat zij uit uwe hand ontvingen4 ,gij stondt tegen hen op1 gij sloot uwe poorten voor hen1 gij bondt den strijd met hen aan1 gij vocht tegen hen en vor ,dibolus4 ,daarom zonden zij tot mijnen ,vader om meerdere strijdkrachten en ik kwam met mijne manschappen om u tot onderwerping te brengen4 ,maar zooals gij de dienaars behandeld hebt1 hebt gij ook den ,meester behandeld4 ,gij stondt evenzeer vijandig tegenover mij en sloot ook voor mij uwe poorten1 en hieldt u doof voor mijn roepstem1 en hieldt den tegenstand zoo lang vol als gij maar kondt4 ,maar nu heb ik u met geweld onderworpen4 ,riept gij ook om genade zoolang gij nog hoop hadt het tegen mij uit te houden8 ,maar nu ik de stad ingenomen heb roept gij4 ,waarom riept gij niet eer toen de witte vlag mijner barmhartigheid en de zwarte vlag des oordeels tegenover elkander uithingen8 ,nu ik weer ,dibolus overwonnen heb komt gij mijne gunst zoeken1 maar waarom hielpt gij mij niet tegen dien machtigen reus8 ,toch wil ik uw verzoekschrift in overweging nemen en het beantwoorden zooals het meest strekken kan om mij te verheerlijken4 ,afbeelding3 ,,vreugde ,,in ,,het ,,leger ,,van ,,immanuel4 ,gaat heen en verzoekt kapitein ,boanerges en kapitein ,overtuiging1 dat zij de gevangenen tot mij uitbrengen1#bh hier in het leger1 en reeds morgen1 en zegt tot kapitein ,oordeel en kapitein ,strafoefening1 dat zij in het kasteel moeten blijven om alles in de stad ,menschziel in rust te houden totdat gij verder van mij hooren zult40 ,en daarna keerde hij zich om en trok zich in zijn koninklijke tent terug4 #bh ,breng de gevangenen tot mij uit4 ,de gevangen en gebonden ziel is niet op eenmaal en onmiddellijk verlost2 zij moet het ernstig gevoelen welk eene droevige zaak het is tegen den ,heere te zondigen4 ,zoo keerden dan ook onze beide smeekelingen om en zochten den terugweg op1 het antwoord van den vorst overleggende4 ,het kwam hun zoo voor1 dat er niet veel hoop was op genade en barmhartigheid1 en dat de vorst te diep gekrenkt was om hun te kunnen gehoor verleenen4 ,zoo kwamen zij dan ook tot de plaats waar de gevangenen in hunne ketenen nederlagen1 maar hun droevige gemoedsgesteldheid was oorzaak1 dat zij in het eerst geen enkel woord konden uitbrengen4 ,aan de poorten der stad hadden reeds honderden inwoners hen opgewacht en hun toegeroepen3 ,welke tijding brengt gij mede8 ,wat heeft de ,prins gezegd80 maar zij antwoordden daar niet op tot zij aan de gevangenis gekomen waren1 terwijl de schare hen op de hielen volgde4 ,toen zij een weinig bekomen waren1 deelden zij het eerste gedeelte van ,immanuels antwoord aan de gevangenen mede1 te weten wat hij gezegd had van hunne booze handelingen tegenover den koning en hun verbond met ,dibolus1 hoe zij voor hem gevochten hadden1 naar hem geluisterd1 zich door hem hadden laten regeeren en den ,prins met zijne mannen veracht4 ,dit maakte dat de gevangenen bleek begonnen te zien2 maar de boodschappers gingen voort en spraken3 ,hij zeide1 dat hij desniettemin ons verzoekschrift in overweging wilde nemen en daarop zulk een antwoord geven als hem het meest verheerlijken zal40 ,en toen deze woorden gesproken waren slaakte ,beweener een zeer diepe zucht4 ,daarop werd al het volk droevig en verslagen2 allen meenden hun doodvonnis ontvangen te hebben4 ,nu was er onder het volk ook een oud edelman1 wiens naam luidde ,onderzoeker4 ,deze vraagde aan de boodschappers of zij nu alles verteld hadden wat ,immanuel had gezegd en zij riepen3 ,o1 neen1 dat is waar40 ,daarop vraagde ,onderzoeker3 ,nu1 wat heeft hij dan nog meer tot u gezegd80 ,toen bedachten zij zich een oogenblik en daarna kwam alles er uit3 ,de ,prins verzocht ons ook de kapiteins ,boanerges en ,overtuiging te gelasten morgen de gevangenen tot hem uit te brengen1 en de kapiteins ,oordeel en ,strafoefening te vragen zoolang opzicht te houden over het kasteel en de stad tot wij meer van hem zouden hooren40 ,ook voegden zij nog daarbij3 ,toen de prins dit gezegd had keerde hij ons onmiddellijk den rug toe en verwijderde zich40 ,maar o1 dit laatste bericht brak alle hoop op eenmaal af4 ,eensklaps ging er een eenparige jammertoon uit aller mond ten hemel4 ,daarop bereidde ieder der drie gevangenen zich tot den dood1 terwijl de griffier sprak3 ,dit was het juist1 dat ik vreesde60 ,zij meenden stellig1 dat morgen eer de zon onderging hun levenslamp zou zijn uitgebluscht1 en alle lieden der stad geloofden niet anders dan dat een dergelijk vonnis hen allen treffen zou4 ,dien ganschen nacht bracht de stad ,menschziel door in geween1 zak en asch4 ,toen de tijd gekomen was om naar den ,prins te gaan1 kleedden de gevangenen zich in rouwgewaad met stroppen om hunne halzen1 en de gansche stad ,menschziel vertegenwoordigde zich op de wallen in diepen rouw gekleed1 opdat de ,prins door het gezicht van al dien rouw tot medelijden mocht worden gestemd4 ,al wat zich in ,menschziel bewoog liep als razend en wanhopig door de straten1 de een luid schreiend en kermend1 de ander in stomme smart4 ,afbeelding3 ,,menschziel ,,in ,,feestgewaad4 ,zoo was dan de tijd gekomen1 waarop de gevangenen moesten vertrekken en voor den ,prins verschijnen4 ,dit was de optocht1 waarin zij gingen4#bi ,kapitein ,boanerges ging met eene wacht vooruit en kapitein ,overtuiging kwam achteraan1 met de gevangenen in ketenen geslagen in hun midden4 ,deze laatste gingen diep gebogen en dropen weg van treurigheid1 maar de kapiteins gingen met vliegende vaandels en volle wapenrusting4 #bi ,de gevangenen werden uitgeleid4 ,het komen van eene overtuigde ziel tot ,christus gaat niet anders dan met ,boanerges voorop en ,overtuiging tot achterhoede4 't ,was een jammerlijk gezicht dat drietal met stroppen om hunnen hals1 telkens zich op de borst slaande1 terwijl zij het niet waagden hunne oogen ten hemel op te heffen4 ,toen zij midden in het leger van den ,prins kwamen deed de heerlijkheid daarvan hunne droefheid nog vermeerderen4 ,zij konden zich nu niet langer inhouden1 maar riepen overluid3 ,o ongelukkige menschen6 ,o rampzalige inwoners van ,menschziel60 terwijl zij met hunne ketenen rammelden1 welk geluid hun angstkreet nog akeliger maakte4 ,voor de deur van 's ,prinsen tent gekomen knielden de gevangenen eerbiedig neer1 terwijl iemand naar binnen ging om den ,prins van hunne aankomst te verwittigen4 ,toen beklom de ,prins een prachtigen troon en liet ze inbrengen2 zij kwamen bevende voor hem1 terwijl hun aangezicht van schaamte bloosde1 en wierpen zich onmiddellijk ter aarde4 ,maar de ,prins zeide tot kapitein ,boanerges3 ,zeg den gevangenen1 dat zij op hunne voeten staan moeten40 ,toen stonden zij weder sidderend vlak voor den vorst1 die tot hen sprak3 ,zijt gij die mannen1 die eertijds dienaren waart van ,el-,schadda80 ,en zij antwoordden3 ,ja1 heer1 ja60 ,toen ging de prins voort3 ,zijt gij dan ook die mannen1 die toelieten1 dat alles bedorven en ingenomen werd door dien afschuwelijken ,dibolus80 ,en zij antwoordden ,wij deden zelfs meer dan dit toelaten1 ,heer1 want wij verkozen hem zelf tot meester40 ,toen ging de prins voort3 ,zoudt gij er mede tevreden geweest zijn1 dat uwe slavernij onder zijne tirannie uw leven lang voortgeduurd had80 ,en zij antwoordden3 ,ja1 heer1 ja2 want zijne wegen waren aangenaam voor ons vleesch en wij waren vervreemd geworden van betere dingen40 ,en wenschtet gij ook van harte10 ging hij voort1 toen ik optrok tegen ,menschziel1 dat ik de overwinning over ulieden niet behaald had80 -- ,ja1 ,heer1 ja60 antwoordden zij met schaamte4 ,toen zeide de ,prins3 ,en welke straf meent gij nu wel1 dat gij van mijne hand verdient door deze en nog zoovele andere groote zonden80 ,en zij antwoordden3 ,beiden den dood en het verderf1 ,heer1 wij hebben niets minder verdiend40 ,hij vraagde verder of zij dan niets tot verschooning van zichzelven hadden in te brengen4 ,maar zij antwoordden3 ,wij kunnen niets anders zeggen heer1 dan dat gij rechtvaardig zijt en wij schuldig40 ,toen zeide de ,prins3 ,en waarom zijn er stroppen om uwen hals8 ,de gevangenen antwoordden3 ,die stroppen zijn bestemd om ons er mede te binden op de gerichtsplaats1 wanneer het u niet behaagt ons barmhartigheid te bewijzen40 ,zoo vraagde hij dan al verder1 of al de lieden van ,menschziel het met hen eens waren in deze belijdenis8 ,en zij antwoordden3 ,ja1 al de inboorlingen van ,menschziel1 ,heer1 maar wat de ,dibolusmannen aangaat1 die tot ons inkwamen toen de reus ons in bezit nam1 van hen kunnen wij niets zeggen40 ,spreuk4 #e 3 #bb4 ,toen beval de ,prins dat er een heraut zou worden geroepen1 en dat deze door het midden van het gansche leger van ,immanuel gaan zou om uit te roepen bij den klank der trompet1 dat de ,prins1 de zoon van ,el-,schadda1 in den naam van zijn ,vader en tot zijns ,vaders heerlijkheid een volkomen overwinning behaald had op de stad ,menschziel2 en dat de gevangenen hem zouden navolgen al roepende3 ,amen40 ,dit gebeurde zooals hij bevolen had1 terwijl de muziek der hooge plaatsen overheerlijk speelde en de kapiteins1 die in het leger waren1 juichten1 en de soldaten overwinningsliederen zongen ter eere van den ,prins2 de vaandels wapperden in den wind en overal was groote vreugde2 alleen de mannen van ,menschziel bezweken schier van verlangen om van dit alles het einde te weten4 ,toen liet de ,prins de gevangenen weder roepen om nogmaals voor hem te staan1 en zij kwamen weder bevende voor hem4 ,maar hij sprak tot hen3 ,de zonden1 ongerechtigheden1 overtredingen1 die gij met de gansche stad ,menschziel gedurende al dien tijd tegen mijnen ,vader en mij bedreven hebt1 mag ik u uit naam van mijnen ,vader vergeven1 en dat doe ik bij dezen40 ,en dit gezegd hebbende1 gaf hij hun1 op perkament geschreven en verzegeld met zeven zegelen een groot en algemeen pardon1 bevelende aan den heer burgemeester1 den heer ,vastewil1 en den heer griffier te willen zorgen1 dat dit pardon op morgen als de zon opging1 door de gansche stad ,menschziel zou worden gehoord4 ,bovendien liet de ,prins de gevangenen hun rouwgewaad uittrekken en gaf hun sieraad voor assche en vreugdeolie voor treurigheid en het gewaad des lofs voor een benauwden geest4 ,jes4 #fa 3 #c4 ,toen gaf hij aan ieder hunner drie gouden kleinodin en kostbare steenen1 en nam hunne stroppen af en hing gouden ketenen om hunnen hals en gouden ringen in hunne ooren4 ,toen nu de gevangenen de genadige woorden van ,prins ,immanuel hoorden en al wat hun gedaan werd bemerkten1 vielen zij schier in zwijm2 want de genade1 de weldadigheid1 het pardon gingen allen zoo schielijk in hun werk1 waren zoo overheerlijk en verrassend1 dat zij niet in staat waren zooveel goedheid te verdragen4 ,ja1 de heer ,vastewil bezweek schier geheel2 maar de ,prins liep op hem toe1 omvatte hem met zijn eeuwige armen1 omhelsde hem1 kuste hem en sprak hem moed in1 daar alles naar het woord der belofte zou worden gedaan4 ,ook omhelsde hij en kuste de anderen1 die ,vastewils medgezellen waren1 zeggende3 ,neem dit aan als een teeken van mijne liefde1 gunst en medelijden1 en nu belast ik u1 mijnheer de griffier1 dat gij aan de stad ,menschziel mededeelt wat gij gehoord en gezien hebt40 ,afbeelding3 ,,de ,,intocht ,,van ,,immanuel4 ,toen werden hunne ketenen voor hun aangezicht in stukken gebroken en in de lucht geslingerd1 terwijl hunne voetstappen onder hen werden vastgemaakt4 ,toen vielen zij neder aan de voeten van den ,prins1 kusten zijne voeten en maakten die nat met hunne tranen2 ook riepen zij uit met luide stemmen3 ,gezegend zij de heerlijkheid des ,heeren van uit deze plaats60 ,toen werden zij verzocht op te staan en aan de stad ,menschziel te gaan vertellen wat de ,prins gedaan had4 ,hij beval ook1 dat lieden met fluiten en trommelen voor hen zou uitgaan en spelen in de geheele stad ,menschziel4 ,toen werd vervuld waar zij nooit naar hadden uitgezien en kwam in hun bezit wat zij nooit gedroomd hadden4 ,de ,prins liet ook den edelen kapitein ,geloof roepen en beval1 dat hij en eenige zijner officieren voor de edellieden van ,menschziel zouden heentrekken en rukken met vliegende vaandels de stad binnen4 ,ook ontving deze kapitein ,geloof last om ten tijde als de griffier het algemeen pardon in de stad ,menschziel zou aflezen1 alsdan met vliegende vaandels de ,oogpoort in te rijden met tienduizend mannen en zijn gevolg4 ,hij moest dan doortrekken de hooge straat op tot in het kasteel1 en nemen dat in bezit tot zijn ,heer daar binnen kwam4 ,bovendien moest aan de kapiteins ,oordeel en ,strafoefening geboden worden die sterkte aan hem af te staan1 ,menschziel te verlaten en spoedig tot den ,prins in het leger terug te keeren4 ,alzoo was nu de stad verlost van de verschrikkingen der vier eerste kapiteins en hunne manschappen4 ,welnu1 ik heb u verteld hoe de gevangenen door den edelen vorst ,immanuel behandeld werden en hoe zij zich voor hem gedroegen en hoe hij ze met fluit en trommel weder naar huis zond4 ,nu moet gij u eens voorstellen hoe die van de stad1 die niets anders verwachtten te hooren dan een vonnis des doods1 en daarom niet anders dan in droefenis konden verkeeren1 alsof ze met doornen gegeeseld werden1 deze verandering van zaken vernamen4 ,hunne gedachten konden zich in het eerst op geen ander punt bepalen2 zij verkeerden voortdurend in groote onzekerheid1 ja hunne harten waren gelijk een weegschaal1 die door een bevende hand wordt vastgehouden4 ,maar ten laatste toen zij telkens over den muur keken1 meenden zij toch iets te zien terugkeeren1 en nu dachten zij weder3 wie zouden dat wezen8 ,ten laatste herkenden zij hunne gevangenen2 maar wie beschrijft de verwondering hunner harten1 toen zij bemerkten onder welk een geleide en met hoeveel eerbewijzen zij terugkeerden4 ,zij gingen naar het leger in het zwart1 maar keerden nu in het wit terug2 zij gingen uit naar het leger met stroppen om hun hals en keerden nu terug met gouden ketenen omhangen2 zij gingen uit naar het leger met hunne voeten in ketenen1 maar kwamen terug met ontbonden en vroolijke voetstappen2 zij gingen uit naar het leger met den dood voor oogen en kwamen terug in de volle verzekerdheid des levens2 zij gingen uit naar het leger met bezwaarde harten1 maar kwamen terug met trommelen en pijpen4 ,toen zij nu voor de ,oogpoort gekomen waren1 waagde de arme bezwaarde stad ,menschziel het1 een kreet te doen opgaan1 en het was zulk een kreet dat de kapiteins in 's ,prinsen leger bij dat geluid kwamen toeloopen4 ,ach1 die arme bezwaarde harten6 wie zal hun dit euvel duiden1 daar hunne doodgewaande vrienden weder in het leven waren teruggekeerd2 want het was hun als een leven uit den dood de oudsten van ,menschziel in zulk een glans te zien verschijnen4 ,zij hadden naar niets anders uitgezien dan naar den bijl en het blok2 maar ziet1 vreugde en blijdschap1 groote vertroosting en zulke welluidende muziek bereikten hen1 dat er een zieke gezond van worden zou4 ,afbeelding3 ,,immanuels ,,feest4 ,toen zij dan binnenkwamen begroetten zij elkander met een3 ,welkom6 welkom6 en gezegend is hij1 die u spaarde60 ,zij voegden daarbij3 ,wij zien het wel1 dat het goed met u afgeloopen is1 maar hoe moet het nu gaan met de stad ,menschziel8 ,zal het ook met ons goed afloopen80 ,toen antwoordden de heer griffier en de burgemeester3 ,o1 goede tijding6 ,een blijde boodschap van het goede6 ,groote vreugde voor de stad ,menschziel60 ,toen slaakten zij een nieuwen vreugdekreet1 die de aarde deed beven4 ,hierna vraagden zij meer naar de bijzonderheden1 hoe het in het leger was toegegaan en welke boodschap zij van ,immanuel voor de stad hadden meegekregen4 ,zoo verhaalden zij hun dan alle voorvallen uit het leger en alles wat de ,prins hun gedaan had4 ,dit maakte1 dat de stad zich verwonderde over de wijsheid en genade van vorst ,immanuel4 ,toen verhaalden zij wat zij uit zijne hand ontvangen hadden voor de inwoners der stad1 en de griffier sprak luide deze woorden3 ,pardon1 volkomen vergiffenis voor ,menschziel6 ,menschziel zal dit morgen ochtend te weten komen60 ,daarop gaf hij bevel1 dat alle lieden van ,menschziel morgen ochtend zich op het marktplein vereenigen zouden om dit pardon1 deze algemeene schuldvergiffenis1 te hooren voorlezen4 ,maar wie kan nu zich voorstellen welk eene verandering1 welk een geestdrift deze keer der dingen in het voorkomen der stad ,menschziel teweegbracht6 ,geen enkel burger der stad kon dien nacht slapen van louter vreugde2 in ieder huis was er vreugde1 zang en muziek en allerlei vroolijkheid2 elkander het geluk van ,menschziel te vertellen en naar deze verhalen te luisteren was al wat een ieder te doen had1 en het besluit van dit alles was3 ,veel meer dan dit zal de opgaande zon ons nog brengen6 ,wie had gisteren kunnen vermoeden1 dat de dag van heden zulk een dag voor ons zijn zou6 ,en wie had durven denken toen onze gevangenen met ijzeren ketenen beladen uitgingen naar de legerplaats1 dat zij met gouden ketenen omhangen zouden wederkeeren6 ,ja1 zij1 die zichzelven veroordeelden toen zij zich naar hunnen rechter begaven1 werden door zijn eigen mond vrijgesproken1 niet omdat zij onschuldig waren1 maar door 's ,prinsen barmhartigheid alleen1 en met pijpen en trommelen naar huis gezonden4 ,maar is dit de gewone handelwijze van de vorsten8 ,zijn zij gewoon zulke gunsten aan verraders te bewijzen8 ,neen1 dit is alleen het werk van ,el-,schadda en ,immanuel1 zijn zoon40 ,de morgen brak dan aan4 ,de heer burgemeester1 de heer ,vastewil en de heer griffier ,geweten kwamen af naar het marktplein op den tijd door den prins bepaald1 waar het volk der stad hen reeds stond op te wachten4 ,toen zij er kwamen waren zij gekleed in die glorierijke gewaden1 welke de prins hun den vorigen dag had aangetrokken1 en de straat werd door hunne heerlijkheid verlicht4 ,zij drongen door naar de ,mondpoort1 die aan het benedeneind der marktplaats was1 omdat deze van oude tijden af de plaats was1 waar publieke zaken werden behandeld4 ,zoo stonden zij daar in hunne toga's en hunne eereteekenen waren voor hen uitgedragen4 ,nu was de nieuwsgierigheid van het volk groot om de volle beteekenis van het pardon te vernemen4 ,toen stond de secretaris recht op zijne voeten en eerst met de hand gewenkt hebbende om stilte1 las hij met luider stemme de schuldvergiffenis4 ,maar toen hij kwam aan deze woorden2 de ,heere1 de ,heere ,god1 barmhartig en genadig1 vergevende de ongerechtigheid1 de overtreding en zonden4 ,alle godslastering en zonde zullen vergeven worden10 toen konden zij zich niet langer inhouden van vreugde4 ,want gij moet weten dat ieder mensch in de stad in dit pardon begrepen was1 niet n uitgezonderd4 ,exod4 #cd 3 #f4 ,matth4 #ab 3 #ca4 ,toen de griffier geindigd dit gewichtige stuk te lezen draafden de burgers over de muren en wallen#cj al huppelende en springende van blijdschap1 en bogen zich zevenmaal op hun aangezicht ter aarde tegenover de tent van ,prins ,immanuel4 ,een luide vreugdekreet ging op en al het volk riep3 ,dat ,immanuel eeuwig leve60 ,toen werd aan de jongelieden last gegeven dat zij al de klokken van ,menschziel luiden zouden4 ,zoo luidden dan de klokken en gingen de lofliederen op en klonk de muziek in ieder huis van ,menschziel4 #cj ,de burgers over de wallen en muren draafden4 ,bunyan zelf legt in eene noot zijne bedoeling daarmede uit4 ,de wallen beteekenen het vleesch2 dit vleesch nu wordt onder den voet getreden1 waar de ziel van vreugde over de verlossing overstelpt is4 ,zoo beduidt ook het klokkeluiden de liefelijke gedachten en lofverheffingen1 welke uit de ziel omhoog stijgen4 ,en nu vertoont zich kapitein ,geloof in de vesting4 ,het geloof komt voor den dag1 het laat zich zien beiden aan ,immanuel en aan de geredde ,menschziel4 ,toen de prins de drie gevangenen met vreugde1 met trommelen en pijpen naar huis gezonden had1 beval hij aan zijne kapiteins met al de legerofficieren en soldaten gereed te wezen op morgen tegen het oogenblik1 dat de griffier het pardon had afgelezen om dan naar zijn welbehagen te handelen4 ,toen nu de morgen gekomen was en de griffier het pardon had voorgelezen1 zoo beval ,immanuel1 dat alle trompetten van het leger zouden worden geblazen1 en dat alle vlaggen en vaandels zouden worden geplant1 de helft daarvan op den berg ,genade en de andere helft op den berg ,gerechtigheid4 ,hij beval ook dat al de kapiteins zich zouden vertoonen in hun volle wapenrusting en dat de soldaten vreugdegejuich zouden aanheffen4 ,en evenmin hield kapitein ,geloof1 die in het kasteel getrokken was1 zich schuil1 maar hij vertoonde zich aan den torentrans van het fort met al zijne officieren en muziekanten in volle wapenrusting1 zich nu eens wendende naar de stad en dan naar 's ,prinsen legerkamp4 ,,hoofdstuk ,,vi4 ,,intocht ,,van ,,den ,,vorst4 ,aldus heb ik u nu getoond de wijze waarop en den weg waarlangs ,immanuel er toe geraakte om die vermaarde stad ,menschziel te herwinnen en uit de hand en macht van den reus ,dibolus te verlossen4 ,toen nu de ,prins de uitwendige blijken van vreugde had aan den dag gelegd1 beval hij dat zijne kapiteins en hunne manschappen onder de muren van ,menschziel een spiegelgevecht zouden houden1 en dit deden zij dadelijk4 ,maar o1 met welk eene behendigheid1 vaardigheid1 nauwkeurigheid en moed voerden deze krijgslieden hunne bewegingen uit voor het oog van ,menschziel1 dat in stomme bewondering dit spiegelgevecht aanstaarde6 ,zij marcheerden vooruit1 nu eens allen in ene richting1 dan weer tegen elkander in2 zij verdeelden zich1 openden de gelederen1 sloten ze weer2 maakten front1 vergrootten de gelederen1 lieten dan den rechtervleugel naar het front trekken1 dan den linker2 daarna weder naar de achterhoede -- en twintig manoeuvres meer1 maar alles met de grootste nauwkeurigheid en sierlijkheid in hunne wendingen en bewegingen4 ,nooit hadden de lieden van ,menschziel zoo iets gezien1 daarom klom hunne verbazing ten top4 ,maar daarna voegde zich daarbij het gebruik maken van hunne wapens in het spiegelgevecht2 en toen toonden zij niet minder behendigheid en nauwkeurigheid1 en werden niet minder bewonderd ook1 beiden door die van de stad en door mij4 ,toen deze handeling geschied was kwam de geheele stad ,menschziel tot den ,prins uit in het leger om hem voor zijne overvloedige genade te danken en hem nederig te smeeken1 dat hij nu met hen wilde medegaan naar ,menschziel en daar voor altijd zijne residentie houden4 ,zij deden dit op de nederigste manier1 zich zeven maal voor hem ter aarde buigende4 ,toen zeide hij3 ,vrede zij ulieden60 en nader tredende raakten zij de punt van zijn gouden schepter aan4 ,daarop smeekten zij3 ,o1 dat vorst ,immanuel met zijne kapiteins en krijgslieden voor altijd in ,menschziel wilden wonen1 en dat zijne slingers en stormrammen binnen in haar mochten worden opgesteld ten dienste van den ,prins en tot versterking van ,menschziel4 ,want10 zeiden zij1 wij hebben ook plaats voor uwe oorlogswerktuigen en overvloedige ruimte om een magazijn van krijgsvoorraad op te richten4 ,o1 doe dat1 ,immanuel1 en gij zult voor eeuwig ons tot een koning en een hoofd wezen4 ,ja1 regeer gij naar al de begeerte uwer ziel en maak gouverneurs en vorsten uit uwe kapiteins en oorlogsmannen1 wij willen uwe knechten zijn en uwe wetten zullen ons in alles besturen40 ,zij voegden daar nog meer bij en baden zijne majesteit daar toch wel bijzonder op te letten1 want10 zeiden zij1 indien nu1 na al die genade1 welke gij ons bewezen hebt1 uwe arme stad ,menschziel weer door u en uwe kapiteins zou worden verlaten1 wanneer gij nu van ons weggingt1 nu gij ons zooveel weldadigheid hebt bewezen en ons zooveel barmhartigheid getoond1 wat zal daar dan anders op volgen1 dan dat het zou worden alsof onze vreugde nooit bestaan had1 en onze vijanden zullen opnieuw terugkeeren en ons nog woedender aanvallen dan in het eerst4 ,daarom smeeken wij u1 o gij begeerlijke onzer oogen en kracht en leven van onze arme stad1 neem onze gelofte aan1 waar wij u als onzen heer uitroepen en kom in het midden van ons wonen2 laat ons uw volk zijn4 ,bovendien1 heer1 wij weten het niet1 maar het kan wezen dat nog vele ,dibolusmannen de stad bespieden1 en zij zullen ons verrassen wanneer gij ons zult verlaten hebben1 en ons weder in de handen van ,dibolus overgeven4 ,wie weet welke voornemens1 complotten of samenspanningen alreeds onder hen plaats hebben6 ,o1 dat wij toch nooit weder in hunne handen vallen4 ,laat het u daarom behagen ons paleis als uwe residentie te aanvaarden en de beste huizen der stad tot een woonplaats voor uwe mannen40 ,toen zeide de ,prins3 ,als ik in uwe stad kom1 wilt gij dan toelaten1 dat ik alles doe wat ik in mijn hart heb tegen mijne en uwe vijanden8 ,ja1 wilt gij mij helpen in hetgeen ik daartoe onderneem80 ,zij antwoordden3 ,wij weten niet wat wij doen zullen1 wij hadden eertijds ook niet gedacht1 dat wij zulke verraders jegens ,el-,schadda worden zouden als wij bewezen hebben te zijn4 ,wat zullen wij daarom thans tot mijnen ,heer zeggen8 ,laat hem geen vertrouwen stellen in zijne heiligen2 maar laat hem wonen in ons kasteel en van onze stad eene vesting maken2 laat hem zijne edele kapiteins en zijne krijgshaftige soldaten over ons zetten2 ja1 laat hem ons overwinnen door zijne genade1 en dan zal hij voorzeker met ons zijn1 en ons helpen zooals hij dat deed op dien dag en dien morgen toen ons pardon ons voorgelezen werd4 ,wij zullen instemmen daarmede1 onze heer1 en met al uwe wegen1 en zullen met uw woord de machtigen aanvallen4 ,nog en woord en uwe knechten hebben uitgesproken1 en zullen hierin mijn ,heer niet meer lastig vallen4 ,wij kennen de diepte der wijsheid van u1 onzen vorst1 niet4 ,wie is er1 die met reden zou hebben kunnen denken1 dat uit al die bittere beproevingen1 waarmede wij beproefd geweest zijn1 zulk eene zoetigheid zou voortvloeien als wij nu genieten6 ,maar1 ,heer1 laat uw licht voor ons henengaan en uwe liefde ons achtervolgen3 ja1 neem ons bij de hand en leid ons door uwen raad en laat die ons altijd bijblijven1 opdat alles ten beste van uwe knechten uitloope2 en kom in ons ,menschziel en doe er wat u behaagt4 ,o1 heer1 kom tot ons ,menschziel1 doe er wat u behaagt1 als ge ons maar bewaart voor de zonde en ,uwe ,majesteit leert dienen60 ,toen zeide de ,prins tot de stad ,menschziel3 ,ga heen1 keer terug naar uwe woning in vrede4 ,ik zal volgaarne al uwe begeerten inwilligen2 ik zal mijne koninklijke tent verlaten1 ik zal morgen mijn leger van voor de ,oogpoort doen oprukken en zal de stad ,menschziel binnenrijden4 ,ik zal zelf bezit nemen van uw kasteel en zal mijne soldaten over u stellen2 ja ik zal nu dingen doen in ,menschziel1 die nooit bij eenige natie1 landstreek of koninkrijk gebeurd zijn onder den wijden hemel40 ,toen slaakten de mannen van ,menschziel een vreugdekreet en keerden in vrede naar hunne woningen terug4 ,daar vertelden zij aan hunne kinderen en vrienden al het goede1 dat ,immanuel beloofd had aan ,menschziel te doen4 ,en morgen10 zeiden zij1 zal hij onze stad binnenrijden en maken woningen bij ons in ,menschziel40 ,toen gingen de inwoners van ,menschziel met groote haast naar buiten naar de groene boomen en weiden om takken en bloemen te verzamelen1 ten einde die op de straten te strooien hun koning tegemoet2 ze maakten ook guirlandes en andere versieringen om hunne vreugde aan den dag te leggen en hunnen ,immanuel waardig te ontvangen1 ja zij strooiden de gansche straat vol van de ,oogpoort tot de deuren van het kasteel1 de plaats1 waar de prins wonen zou4 ,ook bereidden zij voor zijne komst de beste muziek1 die de stad bijeenbrengen kon om voor hem bij zijnen intocht te spelen4 ,op den bepaalden tijd deed hij dus zijne intrede in ,menschziel en werden de poorten voor hem opengezet2 daar wachtten ook de oudsten en bestuurders van ,menschziel hem op ten einde hem duizendmaal welkom te heeten4 ,hij stond dan op en ging ,menschziel binnen1 hij en al zijne dienaren4 ,de oudsten gingen huppelende voor hem uit tot zij aan de poorten van het kasteel waren genaderd4 ,de ,prins was gekleed in zijn gouden wapenrusting2 hij reed op zijn koninklijken wagen1 de trompetten klonken rondom hem1 de vlaggen waren ontplooid2 zijne tienduizenden volgden hem op den voet en de oudsten van ,menschziel gingen voor hem uit4 ,en nu waren de muren van die vermaarde stad opgevuld met de inwoners1 die zich daar verzamelden om de nadering van den ,prins aan het hoofd van zijn koninklijk leger gade te slaan4 ,evenzoo waren alle vensters1 balkons1 ja zelfs de daken der huizen gevuld met lieden van allerlei stand en leeftijd1 om het goede te aanschouwen wat hunne stad te beurt viel4 ,toen hij nu de stad was binnengetrokken tot op de hoogte van het huis van den griffier1 gaf hij bevel1 dat iemand naar kapitein ,geloof zou gaan om te vragen of het kasteel gereed was gemaakt tot de ontvangst 7want de toebereidselen aldaar waren opgedragen aan dezen kapitein74 ,daarom werd nu ook aan kapitein ,geloof gelast1 dat hij met zijne strijdmacht naar buiten zou komen om zijn vorst te ontmoeten1 en volgens dat bevel werd ook gedaan4 ,zoo geleidde hij hem dan in het kasteel4 ,daarna logeerde de ,prins dien nacht daar binnen met al zijne machtige kapiteins en oorlogsmannen tot groote vreugde der stad ,menschziel4 ,hand4 #ae 3 #i4 ,efez4 #c 3 #ai4 ,de eerste bezigheid van de lieden der stad was nu zorg te dragen1 dat de kapiteins en krijgslieden van 's prinsen leger onder hen zouden worden ingekwartierd4 ,niemand zocht zich er van af te maken1 maar integendeel ieder had spijt1 dat hij er nog niet meer kon bergen3 want elke burger van ,menschziel had zooveel achting voor ,immanuel en zijne mannen1 dat niets hem meer griefde dan dat hij het gansche leger niet herbergen kon4 ,zij rekenden het eene eer hen te mogen verzorgen1 en wilden hen gaarne op hunne wenken bedienen alsof zij hunne lijfknechts waren geweest4 ,ten laatste werd het aldus bepaald3 kapitein ,onschuld zou worden ingekwartierd bij den heer ,rede2 kapitein ,geduld zou wonen bij den heer ,gemoed4 ,deze heer ,gemoed was eertijds ,vastewils klerk geweest1 namelijk tijdens den opstand4 ,verder werd besloten1 dat kapitein ,liefde zou verblijf houden bij den heer ,genegenheid2 dat kapitein ,goede ,hoop zou worden ingekwartierd bij den ,burgemeester4 ,wat het huis van den griffier aangaat1 hij zelf begeerde dat de kapiteins ,boanerges en ,overtuiging zich daar zouden vestigen1 aangezien hij zoo vlak bij het kasteel woonde1 en door den prins was verordend1 dat ingeval het noodig worden mocht alarm te slaan in de stad ,menschziel1 dit dan van hem zou uitgaan4 ,in zijn groot paleis logeerde hij bovendien hunne manschappen4 ,wat de kapiteins ,oordeel en ,strafoefening aangaat1 de heer ,vastewil nam hen en hunne mannen tot zich1 omdat hij onder het oppergezag van den ,prins voor het welzijn der stad had te zorgen1 evenals hij van tevoren onder den tiran ,dibolus aan haar verderf had medegeholpen4 ,zoo werden ook de overige troepen van ,immanuels gevolg in de stad gehuisvest2 maar kapitein ,geloof bleef met zijn volk voortdurend in het kasteel4 ,rom4 #f 3 #ai4 ,efez4 #c 3 #ag4 ,afbeelding3 ,,het ,,standbeeld ,,van ,,di,,bolus ,,vergruisd ,,tot ,,stof4 ,nu meenden de oudsten en hoofden van ,menschziel1 dat zij zich nooit van den ,prins zouden kunnen verzadigen2 zijn persoon1 zijne woorden1 zijne handelingen waren zoo bekoorlijk1 zoo begeerlijk en aantrekkelijk voor hen1 dat zij hem baden toch niet altijd binnen de muren van het kasteel te vertoeven1 maar ook dikwijls hunne straten te bezoeken4 ,want10 zeiden zij1 geliefde ,opperheer1 uwe tegenwoordigheid1 uw glimlach1 uw blikken1 uwe woorden zijn het leven1 de kracht1 de zenuwen der stad ,menschziel40 ,benevens dit begeerden zij ook1 dat zij zonder ophouden of bezwaren toegang mochten hebben tot zijn persoon1 waarom hij beval1 dat de poorten zouden openstaan1 opdat zij telkens mochten kunnen zien wat daar plaats had en het koninklijk paleis ongehinderd konden binnentreden4 ,wanneer hij sprak dan hielden allen zich stil om naar hem te luisteren1 en als hij wandelde1 dan was het hun een genot zijne voetstappen na te treden4 ,nu maakte op zekeren tijd ,immanuel een feest voor de mannen van ,menschziel1 en op den feestdag kwam al het stadsvolk naar het kasteel om deel daaraan te nemen4 ,de maaltijd bestond uit allerlei buitenlandsche gerechten -- een spijze1 die niet op de akkers van ,menschziel groeide1 noch in het gansche koninkrijk het ,heelal -- 't was eene spijze die van zijns ,vaders hof kwam4 ,zoo werd dan disch na disch bezet en toegericht en ieder mocht vrijelijk eten4 ,maar telkens als nieuwe gerechten werden opgedragen1 zeiden zij tot elkander3 ,wat is dit80 want zij wisten niet hoe zij het noemen zouden4 ,zij dronken ook van het water1 dat wijn geworden was en waren zeer vroolijk met hem4 ,daar was muziek al den tijd1 dat zij aan tafel zaten1 en men at het brood der engelen en honig1 die uit den rotssteen was gedropen4 ,zoo at ,menschziel de spijze1 die bijzonder voor het hof bestemd was1 ja zij hadden daarvan overvloed4 ,ps4 #gh 3 #bd1 #be4 ,ook moet ik niet vergeten u te vertellen1 dat er muzikanten bij den maaltijd tegenwoordig waren1 die evenmin uit de stad ,menschziel hun afkomst hadden noch uit heel dien omtrek2 zij waren opperzangmeesters aan het hof van koning ,el-,schadda4 ,nadat nu de maaltijd was afgeloopen onderhield ,immanuel zich nog langen tijd met zijne gasten4 ,hij gaf hun moeielijke raadselen op of geheimzinnige uitspraken door zijns ,vaders secretaris opgesteld2 dergelijke zijn nog nooit in eenig koninkrijk gemaakt omdat niemand ,el-,schadda evenaart in wijsheid en verstand4 ,vele van deze raadsels waren gemaakt op koning ,el-,schadda zelf en op zijn zoon1 tevens betrekking hebbende op zijne oorlogen met ,menschziel4 ,immanuel zelf legde hen eenige van die raadselen uit2 maar o wat werden zij toen verhelderd in het verstand6 ,zij zagen wat zij nimmer hadden gezien2 zij hadden zich niet kunnen verbeelden1 dat zooveel diepe zaken verborgen lagen onder enkele zoo eenvoudige woorden4 ,ik zeide u reeds wien deze raadselen betroffen1 en als zij uitgelegd waren dan zag ieder duidelijk in dat het zoo was4 ,ja het gebeurde ook wel1 dat de zaken zoo duidelijk en klaar waren1 dat er geene uitlegging bij noodig was1 maar dat zij alleen ,immanuel behoefden aan te zien om geheel achter de beduidenis te komen4 ,zij wenkten dan ook reeds elkander toe1 en konden niet nalaten te zeggen3 ,dat is het lam30 ,hij zelf is het offer40 ,hij is de rots6 ,daar is de roode vaars6 ,dat is de deur en dat is de weg60 en zoo nog veel meer4 ,daarna liet hij de inwoners van ,menschziel gaan4 ,maar niemand kan zich verbeelden hoe dat volk met deze behandeling was ingenomen6 ,o1 zij waren overstelpt van vreugde2 zij waren dronken van bewondering toen zij zagen en begrepen wat hun ,immanuel voor hen was1 en welke geheimen hij hun ontsloot4 ,en toen zij tehuis kwamen en in hunne eenzaamheid teruggekeerd waren konden zij niet anders1 dan van zijne daden zingen1 ja zelfs zo waren zij van hem vervuld1 dat zij in hunnen slaap zijn lof zongen4 ,nu was het in het hart van den prins ,immanuel om de stad ,menschziel te vervormen en haar zulk een voorkomen te geven als hem het meest behaagde en ook het meest dienstig was tot versterking en verfraaiing4 ,hij voorzag ook tegen invallen van buiten of verraad van binnen1 alles uit liefde voor ,menschziel4 ,ten eerste gebood hij nu1 dat de slingers1 die hij van zijns ,vaders hof had megebracht toen hij den oorlog tegen ,menschziel ondernam1 op de borstweringen van het kasteel en op de torens gezet werden1 want hij had ook verscheidene torens laten bouwen4 ,ook had hij zelf een instrument uitgevonden1 dat met bijzondere juistheid steenen wierp uit het kasteel en uit de ,mondpoort2 een onweerstaanbaar krijgswerktuig1 dat altijd doel trof4 ,het droeg geen naam1 maar werd aan kapitein ,geloof toevertrouwd om er in buitengewone gevallen gebruik van te maken4 ,afbeelding3 ,,zinnelijke ,,lust ,,wordt ,,naar ,,de ,,rechtbank ,,gevoerd4 ,toen dit gedaan was riep hij den heer ,vastewil tot zich en gaf hem het bevel over de poorten1 de wallen en de torens der stad4 ,ook stelde hij het staande leger onder zijn gezag met bijzonderen last om te waken tegen alle oproer en opschudding1 die den vrede van onzen koning en van de goede stad ,menschziel zou kunnen storen4 ,evenzeer gaf hij hem in last1 dat als hij sommigen der ,dibolusmannen in eenigen hoek der stad verborgen vond1 hij dan aanstonds de hand aan hen slaan moest of hen in verzekerde bewaring nemen1 opdat zij naar de wet mochten worden gestraft4 ,toen riep hij den heer ,verstand tot zich1 den ouden burgemeester1 die dadelijk uit zijn ambt was ontzet toen ,dibolus de stad innam4 ,hij herstelde hem nu in zijn ambt en wel voor zijn leven4 ,hij verzocht hem ook een paleis voor zich te bouwen vlak bij de ,oogpoort1 en dan moest het een sterk paleis zijn op de manier van een toren ter verdediging4 ,hij verzocht hem daarbij de boeken der openbaring en uitlegging der mysterin al zijne levensdagen ijverig na te lezen1 opdat hij zijn ambt waardiglijk mocht bekleeden4 ,hij maakte ook den heer ,kennis tot secretaris of griffier1#ca niet om den ouden edelman ,geweten te verstooten1 maar omdat hij voor dezen een beter ambt had1 dat hij hem later zou opdragen4 #ca ,kennis wordt griffier1 terwijl het ,geweten een hoogeren post bekomt4 ,kennis is het geheugen de herinnering der ziel4 ,jezus zegt3 ,dit is het eeuwige leven1 dat zij u kennen1 den eeuwigen waarachtigen ,god en ,jezus ,christus1 dien ,gij gezonden hebt40 ,joh4 #ag 3 #c4 ,toen beval hij dat het beeld van ,dibolus zou weggenomen worden van de plaats waar het opgesteld was1 en dat zij het volkomen moesten vernielen1 het tot puin vergruizen en dan naar alle winden verstrooien buiten de muren der stad4 ,maar het beeld van ,el-,schadda zijn vader moest weder worden opgericht en nevens het zijne op de poort van het kasteel geplaatst4 ,het moest sierlijker gemaakt worden dan ooit tevoren aangezien zijn vader en hij thans in meerdere genade dan eertijds tot de stad ,menschziel gekomen waren4 ,hij wilde ook dat zijne naam duidelijk zou worden gegraveerd op de buitenmuur der stad1 en wel in het fijnste goud ter eere van ,menschziel4 ,openb4 #bb 3 #d4 ,nadat dit alles geschied was gaf ,immanuel last1 dat die drie groote ,dibolusmannen gevat zouden worden1 welke zooveel ellende hadden aangericht2 te weten de twee burgemeesters ,ongeloof en ,zinnelijke ,lust met den secretaris ,goedvergeter4 ,benevens hen waren er nog enkelen1 die ,dibolus tot edellieden en eereburgers in ,menschziel gemaakt had1 die door de hand van den nu zeer ijverigen en getrouwen heer ,vastewil werden gevat4 ,hier zijn hunne namen3 ,jonkheer ,godverzaker1 jonkheer ,hardhart en ,jonkheer ,valsche ,vrede4 ,de eereburgers waren de heeren ,zonder ,waarheid1 ,zonder ,medelijden1 en ,hoogmoed4 ,deze werden in de gevangenis gezet en de naam van den cipier was ,waarachtig4 ,deze ,waarachtig was een dergenen1 die ,immanuel mede gebracht had van zijns vaders hof1 toen hij den oorlog tegen ,menschziel aanving4 ,hierna gaf de ,prins bevel1 dat de drie sterkten1 die op aanstoken van ,dibolus door zijne mannen in ,menschziel gebouwd waren1 moesten worden afgebroken en geheel vernield4 ,van deze sterkten1 hare namen en gouverneurs hebt gij reeds tevoren gelezen4 ,maar dit werk ging langzaam wegens de grootte dier vestingen en de steenen1 het ijzer en lood1 dat er aan was4 ,het duurde lang eer al dat puin was opgeruimd4 ,,hoofdstuk ,,vii4 ,,eenen ,,meester ,,dienen4 ,toen dit alles geschied was gaf de ,prins bevel1 dat de ,burgemeester en de raadsleden van ,menschziel een gerechtshof zouden samenroepen om de ,dibolusmannen1 welke in preventieve gevangenis zaten onder bewaring van den cipier ,waarachtig te vonnissen4#cb #cb ,het gericht en de terechtstelling der ,dibolus-mannen4 ,het onderscheid moet nooit uit het oog worden verloren tusschen de ingeborenen der stad en degenen1 die ,dibolus medebracht bij zijnen intocht4 ,de eersten kunnen worden vernieuwd en wedergeboren2 de laatsten moeten worden gedood en uitgedreven4 ,toen nu de tijd daar was en het gerechtshof gezeten1 werd aan den cipier ,waarachtig bevel gegeven de gevangenen voor de balie te brengen1 hetgeen ook geschiedde4 ,volgens de gewoonten van ,menschziel werden zij voorgebracht met ketenen beladen4 ,daar zaten de ,burgemeester1 de ,griffier en de gansche achtbare vergadering4 ,eerst werd de jurie gekozen en daarna werden de getuigen bezworen4 ,de namen der jurieleden waren deze3 de heeren ,geloof1 ,waarachtig hart1 ,oprecht1 ,kwaadhater1 ,godlief1 ,goede werken1 ,i,jveraar voor ,god en ,ootmoedig4 ,de namen der getuigen waren3 de heeren ,allesweter1 ,waarheidspreker1 ,leugenhater en de heer ,vastewil met zijne mannen1 als er nog meer noodig mochten zijn4#cc #cc ,de drie getuigen ,allesweter1 ,waarheidspreker en ,leugenhater slaan terug op onzen vorm van getuigenis afleggen3 #a;e de waarheid -- #b;e de volle waarheid -- #c;e niets dan de waarheid4 ,zoo werden dan de gevangenen voor de balie gebracht en sprak de heer ,doe-recht 7want hij was de stadsklerk73 ,brengt ,godverzaker vor1 cipier60 ,godverzaker trad vooruit4 ,toen zeide hij tot hem3 ,hef uwe hand op4 ,gij staat hier bekend onder den naam van ,godverzaker1 een indringer in de stad ,menschziel1 omdat gij boosaardig en onbeschaamd hebt gezegd en staande gehouden1 dat er geen ,god is1 en dat diensvolgens ook alle godsdienst overbodig is4 ,dit hebt gij gedaan tegen de eer en heerlijkheid van den koning en tegen den vrede en de veiligheid der stad ,menschziel4 ,wat hebt gij hiertegen in te brengen8 ,zijt gij schuldig aan hetgeen u ten laste gelegd is of niet80 ,godverzaker3 ,niet schuldig40 ,de klerk3 ,roep de getuigen1 de heeren ,allesweter1 ,waarheidspreker en ,leugenhater binnen40 ,afbeelding3 ,,het ,,verhoor ,,van ,,hardhart4 ,en ze kwamen binnen4 ,toen zeide de klerk3 ,gij getuigen voor den koning1 ziet dezen gevangene1 die hier voor de rechtbank staat1 aan1 kent gij hem80 ,daarop antwoordde heer ,allesweter3 ,ja1 heer1 wij kennen hem4 ,zijn naam is ,godverzaker2 hij is jarenlang een zeer gevaarlijk en verleidelijk persoon geweest in de stad ,menschziel40 ,de klerk4 ,zijt gij er wel zeker van1 dat gij hem kent80 ,allesweter4 ,hem kennen6 ,ja1 mijnheer4 ,ik ben vroeger maar al te dikwerf in zijn gezelschap geweest dan dat ik hem nu niet kennen zou4 ,hij is een ,dibolusman en de zoon van een ,dibolusman4 ,ik ken beiden1 zijn vader en zijn grootvader40 ,de klerk4 ,zeer wel2 hij is aangeklaagd onder dezen naam en wordt beschuldigd te hebben gezegd en staande gehouden1 dat er geen ,god is1 en dat men dus ook met godsdienst zich niet moet bezighouden4 ,wat zegt nu gij1 getuigen des konings1 is hij schuldig of niet80 ,allesweter4 ,mijnheer1 hij en ik waren eens in de ,ondeugdstraat bij elkar en hij sprak toen zeer openlijk over allerlei meeningen en gevoelens4 ,daar hoorde ik hem toen zeggen1 dat hij1 wat hem betreft1 volstrekt niet gelooft dat er een ,god is4 ,maar10 voegde hij er bij1 daarom kan ik mij toch wel houden of ik het geloof en1 al naar het gezelschap1 waarin ik mij bevind1 mij meer of minder godsdienstig aanstellen400 ,de klerk4 ,gij zijt er toch wel zeker van dat hij dat gezegd heeft80 ,allesweter4 ,op den eed1 dien ik gezworen heb1 hij heeft dat gesproken40 ,toen zeide klerk3 ,gij1 mijnheer ,waarheidspreker1 wat hebt gij als 's konings getuige hierbij te voegen80 ,waarheidspreker4 ,mijnheer1 ik was eertijds een groot vriend en metgezel van hem1 hetgeen mij thans meer spijt dan ik zeggen kan1 en ik heb hem zeer dikwijls met grooten ophef hooren zeggen dat er geen ,god is1 noch engel1 noch geest40 ,klerk4 ,waar hoordet gij hem dat zeggen80 ,waarheidspreker4 ,in de ,zwartmondstraat en in de ,godslasteraarsgang1 en o1 op nog zooveel andere plaatsen60 ,de klerk4 ,weet gij nog meer van hem80 ,waarheidspreker4 ,ik ken hem als een ,dibolusman en als de zoon van een ,dibolusman1 die verschrikkelijk was in zijne ontkenning der ,godheid4 ,zijns vaders naam was ,nimmergoed1 die ook nog meer kinderen had dan dezen ,godverzaker4 ,meer heb ik niet te zeggen40 ,de klerk4 ,mijnheer ,leugenhater1 zie gij den gevangene aan4 ,kent hij hem80 ,leugenhater4 ,o1 ja1 mijnheer1 deze ,godverzaker is een van de snoodste boeven1 die ik ooit ontmoet heb4 ,ik heb hem hooren zeggen1 dat er geen ,god is2 ik heb hem ook hooren zeggen1 dat er geene toekomende wereld is1 noch zonde1 noch strafoefening hiernamaals4 ,bovendien heb ik hem de uitdrukking hooren doen1 dat het even goed is een huis der ontucht te bezoeken als eene preek te gaan hooren40 ,de klerk4 ,waar hoordet gij hem deze dingen zeggen80 ,leugenhater4 ,in de ,dronkaardstraat1 juist naast het ,ratelsteegje1 in het huis van meester ,goddeloosheid40 ,de klerk4 ,zet hem weer vast1 cipier1 en laat ,zinnelijke ,lust voor het gerecht verschijnen40 -- ,en zich tot dien persoon wendende ging hij voort3 ,zinnelijke ,lust1 gij zijt hier onder dezen naam aangeklaagd1 als een indringer in de stad ,menschziel1 omdat gij op een duivelsche en verraderlijke wijze door uwe vuile handelingen en vuile woorden anderen geleerd hebt1 dat het voor een mensch geoorloofd en zelfs nuttig is aan zijne vleeschelijke lusten toe te geven1 en dat gij1 wat u aangaat1 uzelven1 noch uw zondig vermaak ooit hebt verloochend en dat ook nooit doen zoudt zoolang uw naam ,zinnelijke ,lust is4 ,wat zegt gij daarop8 ,zijt gij schuldig of onschuldig80 ,toen antwoordde ,zinnelijke ,lust3 ,mijnheer1 ik ben een man van hooge afkomst en ben gewoon aan vermaak en weelde4 ,ik ben niet gewoon mij in mijne handelingen te laten dwingen of regeeren1 maar volg steeds mijn wil als eene wet4 ,het komt mij zelfs vreemd voor1 dat ik heden ter verantwoording word geroepen voor datgene wat niet alleen ik1 maar verreweg de meeste menschen doen1 en 't zij in het openbaar of in het verborgen meestal wordt toegestemd en goedgekeurd40 ,de klerk4 ,heerschap1 aan uw hooge afkomst is ons niets gelegen1 ofschoon dit tegen u pleit1 want hoe hooger hoe beter gij hadt moeten zijn2 maar wat ons nu bezig houdt is de beschuldiging tegen u ingebracht4 ,wat zegt gij daarvan8 ,zijt gij schuldig of niet80 ,afbeelding3 ,,valsche-,,vrede1 ,,zijn ,,vader1 ,,moeder ,,en ,,betrekkingen4 ,niet schuldig60 zeide hij4 ,de klerk4 ,roep dan nu weer de getuigen opdat zij hunne getuigenis afleggen4 ,gij1 getuigen des konings1 wat hebt gij in te brengen tegen dezen mensch8 ,eerst gij1 ,allesweter1 kent gij hem80 ,allesweter4 ,ja1 mijnheer1 ik ken hem4 ,zijn naam is ,begeerlijkheid4 ,hij was de zoon van zekeren ,dierlijk of ,beestachtig1 en zijne moeder baarde hem in de ,vleeschstraat1 zij was de dochter van zekeren ,boozelust4 ,ik ken zijn gansche geslacht40 ,de klerk4 ,goed4 ,gij hebt zijne aanklacht gehoord4 ,wat zegt gij daarvan8 ,is hij schuldig aan hetgeen hem te laste wordt gelegd80 ,allesweter4 ,mijnheer1 hij is inderdaad een groot man zooals hij gezegd heeft en duizendmaal grooter in goddeloosheid dan van afkomst40 ,de klerk4 ,maar wat weet gij van zijne bijzondere daden en handelingen80 ,allesweter4 ,ik weet1 dat hij een leugenaar is1 een vloeker1 een sabbatschender1 een echtbreker en een onkuische4 ,ik ken hem als schuldig aan eene menigte ongerechtigheden4 ,hij is een zeer snood mensch40 ,de klerk4 ,maar waar was hij gewoon zijne ongerechtigheden te bedrijven8 ,in een of anderen verborgen hoek of openbaar en met schaamteloosheid80 ,allesweter4 ,door de gansche stad1 mijnheer40 ,de klerk4 ,kom1 mijnheer ,waarheidspreker1 wat hebt gij voor onzen koning te zeggen tegen dezen gevangene80 ,waarheidspreker4 ,al wat de eerste getuige gezegd heeft weet ik waar te zijn en nog veel meer daarbij40 ,de klerk4 ,meester ,begeerlijkheid1 hoort gij wat deze heeren zeggen80 ,zinnelijke ,lust4 ,ik was altijd van oordeel1 dat het gelukkigste leven1 hetwelk een mensch leiden kon op deze aarde1 was zich in niets te bedwingen wat de begeerte van zijn hart hem opgeeft4 ,ik ben nooit aan deze mijne opinie ontrouw geweest1 maar heb daarin al mijne dagen geleefd4 ,daarbij was ik nooit zoo hardvochtig1 dat wat ik voor mijzelven zoet vond1 ik dit anderen zou hebben verboden40 ,toen zeide het hof3 ,er is genoeg uit zijn eigen mond om hem te veroordeelen4 ,men brenge hem weg1 cipier1 en brenge ,ongeloof voor40 ,ongeloof werd voor de rechters gesteld4 ,meester ,ongeloof10 zeide de klerk1 gij zijt hier bij dien naam aangeklaagd als een indringer in de stad ,menschziel1 omdat gij goddelooslijk1 toen gij overste in deze stad waart1 u tegen den koning ,el-,schadda hebt verzet als hij kwam om de stad op te eischen1 ten einde die weder in zijn bezit te krijgen4 ,ja1 gij hebt u tegen den naam1 de legermacht en de zaak des konings gesteld1 en handeldet eveneens als ,dibolus1 uw hoofdman2 gij hebt de stad oproerig gemaakt en u met alle macht tegen den koning verweerd4 ,wat zegt gij op deze beschuldiging8 ,zijt gij schuldig of niet80 ,toen zeide ,ongeloof3 ,ik ken ,el-,schadda niet2 ik heb mijn ouden vorst lief2 ik rekende het mijn plicht getrouw te wezen in het mij toevertrouwde werk1 en te doen al wat in mijn vermogen was om den geest der mannen van ,menschziel op te zetten tegen vreemdelingen en gelukzoekers1 tegen wie ik gevochten heb voor mijnen heer4 ,ook ben ik daarin nog niets veranderd en zal ook niet veranderen uit vrees of onrust omdat gij op dit oogenblik bezit genomen hebt van de stad en hare sterkten40 ,toen sprak het hof3 ,de man is1 zooals gij ziet1 onverbeterlijk2 hij houdt met groote onbeschaamdheid zijne ongerechtigheid staande en belijdt zijn opstand onbewimpeld2 daarom3 breng hem weg1 cipier1 en breng ,goedvergeter voor40 ,goedvergeter verscheen voor het gerecht4 ,de klerk4 ,meester ,goedvergeter1 gij zijt hier bij dezen naam aangeklaagd als een indringer in ,menschziel1 omdat gij1 toen al de zaken van ,menschziel in uwe handen berustten1 ten eenenmale vergeten hebt die ten goede te besturen1 maar u hebt gevoegd bij ,dibolus1 om tegen koning ,el-,schadda en zijne kapiteins partij te kiezen4 ,uw gedrag was tot oneer van dien koning en tot verguizing zijner wetten1 terwijl gij daardoor ,menschziel aan den rand van haren ondergang bracht4 ,wat zegt gij hierop1 zijt gij hieraan schuldig of niet80 ,toen antwoordde deze persoon3 ,gij edelen en heeren1 te dezer tijd mijne rechters1 wat de aanklacht betreft1 waarbij ik dusdanig beschuldigd word1 schrijf toch goedgunstig mijne vergeetachtigheid toe aan mijnen ouderdom en niet aan boos opzet2 aan de zwakheid mijner hersenen en niet aan de onverschilligheid van mijn gemoed4 ,wanneer gij dat doet1 zal uwe goedheid1 ofschoon ik schuldig ben1 mij wel niet al te zwaar straffen40 ,hierop gaf het hof tot wederantwoord3 ,o1 ,goedvergeter1 ,goedvergeter6 uwe vergeetachtigheid kwam niet slechts voort uit zwakheid1 maar zij was opzettelijk1 gij waart maar al te zeer ongenegen goede en deugdzame dingen in uw geheugen te bewaren4 ,wat kwaad was kondt gij wl onthouden1 maar aan het goede kondt gij zelfs niet denken4 ,gij zoekt u van uwen ouderdom en voorgewende zwakheid te bedienen en het hof te verblinden en uwe misdaden te bemantelen en te bedekken4 ,maar laat ons eens hooren wat 's konings getuigen tegen u te zeggen hebben4 ,getuigen1 is hij schuldig of niet80 ,leugenhater4 ,mijnheer1 ik heb dezen ,goedvergeter hooren zeggen1 dat hij het nooit zelfs een kwartier lang uithouden kon aan het goede te denken40 ,de klerk4 ,waar hoordet gij hem dat zeggen80 ,leugenhater4 ,in de ,ondeugdstraat1 in de woning1 waarnaast de ,toegeschroefde ,conscientie uithangt40 ,de klerk4 ,mijnheer ,allesweter1 wat kunt gij zeggen tegen dezen gevangene80 ,allesweter4 ,mijnheer1 ik ken dezen boozen man wel4 ,hij is een ,dibolusman en zijn vader was dat ook4 ,deze heette ,nietsbeminnaar1 en ik heb hem dikwijls hooren zeggen1 dat de gedachte aan het goede alleen hem de zwaarste last was1 die in de wereld te dragen valt40 ,de klerk4 ,waar hebt gij hem dit hooren zeggen80 ,allesweter4 ,in de ,vleeschstraat tegenover de kerk40 ,toen zeide de klerk3 ,kom gij nu1 ,waarheidspreker1 en geef getuigenis tegen dezen gevangene omtrent hetgeen1 waarvoor hij hier terecht staat voor dit eerwaarde hof40 ,waarheidspreker4 ,mijnheer1 ik heb hem hooren zeggen1 dat hij liever aan de vuilste dingen dacht dan aan hetgeen in de ,heilige ,schriftuur staat40 ,afbeelding3 ,,opgeblazen ,,verdedigt ,,zichzelven4 ,de klerk4 ,waar hoordet gij hem deze schandelijke woorden spreken80 ,waar8 ,in verscheidene plaatsen1 maar vooral in de ,vuilsteeg1 in het huis van ,schaamteloos1 waar de ,verworpeling uithangt1 naast de herberg1 die den naam draagt3 de ,ingang tot den afgrond40 ,het hof sprak hierop3 ,mijne heeren1 gij hebt de beschuldiging gehoord en het getuigenverhoor4 ,cipier1 breng ,hardhart nu voor40 ,en dit geschiedde4 ,de klerk4 ,meester ,hardhart1 gij zijt bij dezen naam aangeklaagd als een indringer in deze stad ,menschziel1 omdat gij de gansche stad met de jammerlijkste onboetvaardigheid en verharding bezet hebt1 haar terughoudende van alle verbrijzeling en droefheid over hare zonden1 gedurende al den tijd dat zij van den gezegenden koning ,el-,schadda afgevallen was en tegen hem in opstand heeft geleefd4 ,wat zegt gij op deze aanklacht1 zijt gij hieraan schuldig of niet80 ,hardhart antwoordde3 ,ik beken1 mijne heeren1 dat ik zoolang ik leef niet geweten heb wat verbrijzeling of droefheid beduidt4 ,ik ben onaandoenlijk2 ik geef om niemand2 ook kan ik door menschelijke smarten niet worden gekweld2 hun treurigheid noch jammerklacht dringt in mijn hart door4 ,als ik iemand kwaad doe of beleedig1 is het voor mij muziek zijn kermen en klagen te hooren40 ,het hof sprak3 ,gij ziet1 dat deze mensch een rechte ,dibolusman is en zichzelven duidelijk heeft uitgesproken4 ,breng hem weg1 cipier1 en laat ,valsche ,vrede voorkomen40 ,valsche ,vrede1 gij zijt hier bij dezen naam aangeklaagd als een indringer in ,menschziel1 omdat gij op eene goddelooze ja1 duivelsche manier haar1 terwijl zij in afval en helschen opstand tegen haren koning leefde1 in een valschen1 gevaarlijken1 ja1 verdoemelijken vrede hebt gebracht en gehouden1 een stille gerustheid1 die den koning tot oneer strekt1 zijne wet bespot en groote schade en nadeel werkte voor ,menschziel4 ,wat zegt gij hierop8 ,zijt gij daaraan schuldig of niet80 ,valsche ,vrede antwoordde daarop3 ,edele heer en gij allen1 die nu als rechters over mij zit1 ik beken dat mijn naam ,vrede is1 maar dat ik ,valsche ,vrede zou heeten1 ontken ik ten sterkste4 ,indien mijne heeren gelieven te vernemen bij al degenen1 die mij kennen en bij mijne geboorte en naamgeving tegenwoordig waren1 zoo zullen zij allen getuigen1 dat mijn naam niet ,valsche ,vrede maar ,vrede is4 ,om die reden kan ik tegen deze aanklacht niets inbrengen1 dewijl daarin mijn naam niet is genoemd4 ,mijn karakter is overeenkomstig mijn waren naam4 ,ik ben altijd een man geweest1 die lust had in vrede en lust te leven en hetgeen ik zelf beminde1 dacht mij ook voor anderen goed4 ,daarom als ik eenige mijner vrienden in moeite zag of met groote onrust worstelend1 zoo heb ik getracht hen tot vrede te brengen zooveel ik kon4 ,ik zou dit mijn gehouden gedrag kunnen ophelderen4 ,toen onze stad zich eerst begon af te keeren van de wegen van ,el-,schadda en eenigen bij zichzelven onrust waren over hetgeen zij gedaan hadden1 heb ik dadelijk als iemand1 die met de ongerustheid van een ander medelijden heb1 getracht een middel uit te vinden om hen weder gerust te stellen4 ,toen de wegen der oude wereld en van ,sodom nog bestonden1 en er iets voorviel1 dat hen1 met de gewoonten van die tijden instemmende1 hinderde1 was ik ook dadelijk aan het werk om hen weder te bedaren1 en maakte1 dat zij hunnen handel weder voortzetten konden zonder onrust of overlast4 ,toen de oorlog eerst begon tusschen ,el-,schadda en ,dibolus waren er nu en dan ook eenigen benauwd en vreesden het verderf van ,menschziel4 ,maar ik heb door goede raadgevingen en allerlei middelen getracht hen weder tot vrede te brengen4 ,derhalve1 omdat ik ten allen tijde een man geweest ben van zulk een goedaardigen inborst1 met en woord een vredemaker1 7en een vredemaker is volgens het oordeel van sommigen toch een zeer goed mensch71 zoo verzoek ik u1 mijne heeren1 die den naam draagt van voor de gerechtigheid en billijkheid van ,menschziel in te staan1 toch door uw hof beschouwd te worden als iemand1 die niet verdient onmenschelijk behandeld te worden4 ,integendeel verwacht ik door u in vrijheid gesteld te worden en uw verlof te ontvangen om hen1 die mij valschelijk beschuldigen1 in rechten te vervolgen40 ,toen riep de klerk3 ,deurwaarder1 roep eene proclamatie uit60 en de deurwaarder riep uit3 ,aangezien de gevangene voor deze rechtbank ontkent1 dat de naam1 waarbij hij is opgeroepen1 zijn echte naam is1 zoo laat het hof bekend maken1 dat als hier iemand tegenwoordig gevonden wordt1 die aan het hof daaromtrent eenige informatin kan geven1 hij gelieve voor den dag te komen om den origineelen en rechten naam van den gevangene te bewijzen2 want de gevangene beweert zijne onschuld40 ,toen kwamen er twee voor het hof1 die begeerden1 dat het hun vergund mocht worden alles te zeggen wat zij over dezen gevangene aan de rechtbank konden voorleggen4 ,de naam des eenen was ,waarheidonderzoeker1 en de naam des anderen was ,waarheidsgetuige4 ,hun werd dan eerst gevraagd of zij den man1 die daar voor hen stond kenden en wat zij aangaande zijne zelfrechtvaardiging wisten4 ,toen sprak de heer ,waarheidonderzoeker3 ,mijne heeren1 ik4444440 ,maar het hof wenkte hem toe te zwijgen1 en de president sprak3 ,neen1 eerst den eed doen40 ,hij zwoer den eed en ging toen voort3 ,mijne heeren1 ik ken dezen man en heb hem gekend van zijn eerste kindsheid af1 en ik kan getuigen1 dat zijn naam ,valsche ,vrede is4 ,ik kende zijn vader1 wiens naam was ,pluimstrijker2 en zijne moeder werd vor zij getrouwd was mejuffrouw ,vleister genaamd4 ,toen deze twee getrouwd waren1 duurde het niet lang of deze zoon werd geboren1 en dadelijk bij zijne geboorte kreeg hij reeds dien naam ,valsche ,vrede4 ,ik ben lang zijn speelgenoot geweest1 ofschoon ik wat ouder ben dan hij4 ,ik weet het nog zeer goed1 dat als zijne moeder hem van het spel terugriep1 hij dan niet komen wilde en zij schreeuwde3 ,valsche ,vrede1 kom gauw1 anders krijgt ge slaag60 ,ja1 ik herinner mij zelfs dat hij nog aan de borst lag1 ofschoon ik toen ook nog maar klein moet geweest zijn1 hoe zijne moeder met hem aan de deur zat en hem op hare armen wiegde4 ,toen riep zij wel twintig maal3 mijn kleine ,valsche ,vrede6 mijn lieve ,valsche ,vrede6 mijn zoete ,valsche ,vrede6 hoeveel houd ik van u1 mijn kind60 ,zijn peetoom weet het ook maar al te goed1 ofschoon hij de onbeschaamdheid heeft gehad het in het openbaar te ontkennen40 ,afbeelding3 ,,oude ,,ongeloof ,,ontvlucht ,,uit ,,de ,,gevangenis4 ,toen moest ook de heer ,waarheidsgetuige spreken1 en nadat hij beedigd was1 zeide ook hij wat hij wist4 ,mijne heeren1 al wat de eerste getuige gezegd heeft is waar4 ,zijn naam is ,valsche ,vrede1 want hij gaf voor1 dat wie hem anders noemden hem spot- en scheldnamen gaven4 ,maar dat was in den tijd toen ,valsche ,vrede een groot man was en de ,dibolusmannen het rijk in hadden in ,menschziel40 ,de president van het hof sprak3 ,mijne heeren1 gij hebt gehoord wat deze twee mannen onder eede betuigd hebben tegen dezen gevangene voor onze rechtbank4 ,en gij1 ,valsche ,vrede1 gij hebt uwen naam ontkend1 ofschoon het nu duidelijk blijkt1 dat deze getuigen1 die eerlijk zijn1 en onder een eed staan1 u als zoodanig kennen4 ,wat uwe klacht aangaat1 dat gij valschelijk beschuldigd zoudt wezen1 zoo moet gij weten1 dat gij niet van allerlei boosheid zijt beticht omdat gij een vredemaker zijt onder uwe naburen1 maar omdat de stad ,menschziel door u op goddelooze en slimme wijze bij haren afval en haar oproer is staande gehouden2 -- bij haar oproer tegen haren koning in een valschen1 leugenachtigen en verdoemeniswaardigen vrede is gesust1 als om haar in slaap te wiegen1 en te doen volharden bij haar verzet tegen ,el-,schadda's wetten1 en om aldus rijp te worden voor de verwoesting en voor alle ellenden1 die gekomen zijn en nog komen konden4 ,al wat gij voor uzelven gepleit hebt1 bestaat hierin1 dat ge uwen naam hebt verloochend2 maar hier ziet gij1 dat wij getuigen hebben1 die bewijzen1 dat gij die man wl zijt4 ,wat dien vrede aangaat1 waarop gij zoo pocht1 dat gij dien onder uwe buren bewaard hebt3 die vrede is geenszins de metgezel der heiligheid en der waarheid1 maar heeft geen grondslag1 daar hij steunt op een leugen en is beide bedriegelijk en verdoemelijk zooals de groote ,el-,schadda heeft gezegd4 ,uwe klacht heeft u dus geenszins verlost van hetgeen door getuigen tegen u is ingebracht1 maar veeleer drukt alles even sterk op u4 ,laat ons nu de getuigen roepen1 die het feit zullen bevestigen1 en laat ons hooren wat zij voor onzen koning tegen dezen gevangene hebben in te brengen40 ,de klerk vraagt aan den getuige ,allesweter wat hij te zeggen heeft1 en deze antwoordt3 ,deze mensch heeft sedert langen tijd voorzoover mij heugt1 er zijn werk van gemaakt de stad ,menschziel in een zondige rust te houden temidden van al hare goddeloosheid en afdwalingen1 en ik heb hem hooren zeggen3 ,kom1 kom1 laat ons alle onrust op zijde zetten1 op welken grond het dan ook zij2 laat ons maar trachten een stil en gerust leven te leiden1 al ontbreekt er ook een goed fondament aan400 ,en gij1 ,leugenhater10 zeide de klerk1 wat hebt gij te zeggen80 ,ik heb hem hooren zeggen1 dat vrede1 al is het langs een onrechtvaardigen weg1 toch nog beter is dan onrust met waarheid40 ,de klerk4 ,waar hoordet gij hem dat zeggen80 ,op het ,gekkenhuisplein in de woning van een zekeren ,onnoozel1 waar het ,zelfbedrog uithangt1 en hij sprak dat wel twintig maal40 ,wij mogen nu de moeite wel sparen10 zeide de klerk1 om meerdere getuigen op te zoeken4 ,dit bewijs is klaar en voldoende4 ,zet hem maar weer1 cipier1 en laat ,onwaarheid voor de vierschaar brengen40 ,meester ,onwaarheid1 gij zijt aangeklaagd bij dezen naam als een indringer in ,menschziel1 omdat gij overal tot oneer van ,el-,schadda en op gevaar af van den algeheelen ondergang der vermaarde stad ,menschziel1 er uw werk van gemaakt hebt om al de overblijfselen1 die er nog van ,el-,schadda's wetten en van zijn beeld in ,menschziel gevonden werden1 nadat zij haren koning had verlaten en dien boozen tiran was toegevallen1 ten eenenmale te onteeren en geheel te verwoesten4 ,wat zegt gij8 ,zijt gij hieraan schuldig of niet80 ,niet schuldig1 mijnheer60 ,toen werden de getuigen geroepen en de heer ,allesweter moest eerst spreken4 ,hij zeide het volgende3 ,mijnheer1 deze man was niet slechts tegenwoordig bij het omverhalen en verbrijzelen van het beeld van ,el-,schadda1 maar hij deed het zelfs met eigen schendige hand4 ,ik heb het met eigen oogen gezien1 hij deed het met grooten ijver op het bevel van ,dibolus4 ,ja1 hij deed nog meer dan dit1 want hij was het ook1 die het gehoornde beeld van ,dibolus daarvoor in de plaats zette4 ,ook was hij het1 die op verzoek van ,dibolus alles aan stukken scheurde en vernietigde1 wat nog van de wetten en instellingen van ,el-,schadda was overgebleven in het zoo deerlijk geschonden ,menschziel40 ,afbeelding3 ,,ontmoeting ,,tusschen ,,ongeloof ,,en ,,di,,bolus4 ,de klerk4 ,wie zag hem dit doen behalve gij80 ,leugenhater4 ,ik1 ,mijnheer1 en nog velen met mij2 want dit geschiedde niet in het geheim maar in het openbaar1 voor aller oog4 ,ja1 hij schepte er zelfs vermaak in het in 't openbaar te doen1 hij droeg daar roem op40 ,de klerk4 ,wel1 ,onwaarheid1 hoe kondt gij het durven wagen u nog voor onschuldig uit te geven1 waar gij bekend zijt als de bedrijver van zulke misdaden40 ,onwaarheid4 ,mijnheer1 ik dacht1 dat ik toch iets moest zeggen2 en zooals mijn naam is zoo sprak ik4 ,ik ben daar vroeger wel eens goed mede uitgekomen en hoopte1 dat ik ook thans mij er wel weer uitredden zou op die wijze40 ,de klerk4 ,breng hem weg1 cipier1 en breng ,onbarmhartig voor40 -- ,onbarmhartig1 gij zijt bij dezen naam aangeklaagd als een indringer in ,menschziel1 omdat gij verraderlijk en goddeloos alle ingewanden der barmhartigheid hadt uitgeschud1 en niet wildet dulden1 dat de arme ,menschziel haar eigen ellende beweende1 toen zij zich van haar wettigen koning had losgescheurd1 maar dat gij alle moeite hebt aangewend om haar van berouw en bekeering terug te houden4 ,wat zegt gij op deze beschuldiging8 ,schuldig of onschuldig80 ,neen10 zeide ,onbarmhartig1 al wat ik gedaan heb diende slechts om mij en anderen wat op te vroolijken zooals mijn ware naam aanduidt2 want ik heet niet ,onbarmhartig maar ,lustig1 en ik kon niet verdragen dat ,menschziel in droefgeestigheid verviel40 ,de klerk4 ,wat1 loochent gij uwen naam8 ,laat dan de getuigen komen4 ,wat zegt gij1 getuigen1 tegen dezen man80 ,allesweter4 ,de naam van dezen man is ,onbarmhartig1 hij heeft zich altijd zoo genoemd en zijne handteekening is ook zoo2 ik heb die dikwijls gezien onder brieven van aanbelang4 ,het is echter een eigenschap der ,dibolus-mannen1 dat zij hunne namen vervalschen4 ,gierigheid dekt zich met den naam van ,spaarzaamheid2 ,hoovaardig weet zich als het voorkomt den naam van ,netheid of ,sierlijk te geven2 en zoo doet al de rest ook40 ,de klerk4 ,heer ,waarheidspreker1 wat getuigt gij80 ,waarheidspreker4 ,ik ken hem als ,onbarmhartig2 ik heb hem van kindsbeen af gekend en hij heeft alle goddeloosheid uitgevoerd1 die in zijne beschuldiging tegen hem is ingebracht2 maar er is een geslacht1 dat geheel onkundig is van het gevaar om verloren te gaan2 daarom noemen zij allen droefgeestig1 die ernstige gedachten hebben en voor dat gevaar vreezen40 ,toen zeide de klerk3 ,breng ,opgeblazen voor den rechterstoel1 cipier40 ,het gebeurde en de klerk ging voort3 ,mijnheer ,opgeblazen1 gij zijt bij dezen naam aangeklaagd als een indringer in ,menschziel1 omdat gij op verraderlijke en duivelsche manier de stad hebt aangespoord om de oproepingen van koning ,el-,schadda1 bij monde van zijne kapiteins gedaan1 maar luchtig en hooghartig op te nemen4 ,bovendien leerdet gij de inwoners smadelijk en verachtelijk van hunnen grooten koning te spreken1 ja1 gij moedigdet hen daarenboven aan1 zoowel door woord als voorbeeld om de wapens tegen koning ,el-,schadda en zijn grooten zoon op te vatten4 ,zijt gij niet schuldig hieraan8 ,wat zegt gij80 ,opgeblazen4 ,mijne heeren1 ik ben altijd een man van moed en dapperheid geweest2 en ben niet gewoon zelfs onder de donkerste wolken te loopen zuchten of mijn hoofd te laten hangen als een bies4 ,het heeft mij ook nooit behaagd1 dat iemand voor zijn tegenstander het zeil streek1 al had deze tienmaal het voordeel aan zijne zijde4 ,ik was niet gewoon te bedenken wie mijn vijand was of welke zaak hij tegen mij had in te brengen4 ,het was mij voldoende1 dat ik alles moedig doorstond1 dat ik mij verdedigde als een man en overwinnend uit den strijd kwam40 ,de ,president van het hof4 ,meester ,opgeblazen1 gij zijt niet voor dit gerecht aangeklaagd omdat gij zulk een dapper man zijt1 noch wegens uwe vastberadenheid in tijden van nood of gevaar1 maar omdat gij misbruik gemaakt hebt van uwe voorgewende dapperheid om de stad ,menschziel tot daden van opstand en oproer tegen den grooten koning en zijn zoon ,immanuel op te zetten4 ,dit is de misdaad1 waarvan gij zijt beschuldigd40 ,maar hij gaf daarop geen antwoord4 ,toen nu het rechtsgeding tot dusverre gekomen was en alle gevangenen waren ondervraagd en terechtgesteld1 ging het hof over tot het vellen van het vonnis2 daartoe moest de jurie zich verwijderen en de president sprak hen aldus aan3 ,gij1 heeren leden der jurie1 zijt hier tegenwoordig geweest en hebt deze mannen gezien2 gij hebt de beschuldigingen gehoord1 die tegen hen zijn ingebracht1 alsmede hunne verdediging of verantwoording tegenover het getuigenverhoor4 ,nu blijft er voor u niets meer te doen overig dan dat gij u een weinig verwijdert om te overleggen op welke wijze gij naar waarheid en gerechtigheid over hen vonnis zult vellen voor de eer onzes konings40 ,toen verwijderde zich de jurie en ging in de eenzaamheid beraadslagen1 namelijk de heeren ,geloof1 ,waarachtig hart1 ,oprecht1 ,kwaadhater1 ,godlief1 ,waarheiddienaar1 ,hemelschgezind1 ,bescheiden1 ,dankbaar1 ,goedewerken1 ,i,jveraar voor ,god en ,ootmoedig4#cd #cd ,de jurie neemt zitting en oordeelt4 ,hier wordt de ziel voorgesteld als tot zichzelve ingekeerd en nu zelf een rechtvaardig vonnis uitsprekende over alle boosheid en goddeloosheid1 waarover zij zich nu schaamt en bedroeft4 ,de heer ,geloof was president en begon te spreken4 ,mijne heeren10 zeide hij1 wat mij betreft1 zoo oordeel ik1 dat de mannen1 die heden voor de vierschaar hebben gestaan1 allen des doods schuldig zijn40 -- ,en ik10 zeide ,waarachtig hart1 ben het geheel met u eens60 -- ,welk een weldaad is het10 zeide de heer ,kwaadhater1 dat zulk boeventuig in hechtenis is60 ,afbeelding3 ,,de ,,grondwet ,,wordt ,,voorgelezen4 ,voorzeker10 zeide de heer ,godlief1 dit is een van de aangenaamste dagen1 die ik ooit beleefde1 waarop zij worden gevonnisd60 ,de heer ,waarheiddienaar voegde daarbij3 ,ik weet1 dat zoo wij hen ter dood veroordeelen1 ,el-,schadda zelf ons vonnis goedkeuren zal60 -- ,daar twijfel ik niet aan10 zeide ,hemelschgezind1 als zulke monsters ons ,menschziel zullen uitgeworpen zijn1 welk een goddelijke stad zal het dan wezen60 ,de heer ,bescheiden sprak3 ,wat mij aangaat zoo is het mijne gewoonte niet mijn oordeel haastig uit te spreken1 maar wat deze lieden aangaat1 hunne wanbedrijven zijn zo openbaar en de getuigenissen tegen hen zoo handtastelijk1 dat hij wel moedwillig blind zou moeten wezen1 die zeggen zou3 deze lieden behoeven niet te sterven600 -- ,god zij geloofd60 riep de heer ,dankbaar1 dat deze verraders achter grendel en slot zijn60 -- ,ik voeg mijn dank daarbij op mijn bloote knien10 zeide de heer ,ootmoedig2 en de heer ,goede ,werken sprak3 ,ik ben er ook zeer verblijd om40 ,de ijverige en oprechte heer ,i,jveraar voor ,god zeide nog ten slotte3 ,laat hen afgesneden worden2 zij zijn voor ,menschziel een pest geweest en hebben haar verderf gezocht40 ,hiermede waren zij het dus allen eens en zoo kwamen zij weder binnen de gerechtszaal4 ,de klerk riep nu en voor en hunne namen af1 waarop zij insgelijks en voor en moesten antwoorden1 en nadat dit door het gansche twaalftal was gedaan werd hun gevraagd of zij het allen eens waren omtrent het onderhavige rechtsgeding4 ,daarop antwoordden de leden der jurie eenstemmig3 ,ja40 ,de klerk vraagt verder3 ,wie van u zal het woord voeren80 ,onze president10 werd geantwoord4 ,de klerk4 ,nu1 gij mannen der jurie1 die samen gekomen zijt in naam van onzen ,heer den ,koning om hem te dienen in zake leven en dood1 gij hebt gehoord het rechtsgeding van elk der gevangenen voor de rechtbank alhier3 wat zegt gij8 ,zijn ze schuldig aan hetgeen hun te laste gelegd is1 of onschuldig80 ,de president antwoordde uit aller naam3 ,schuldig60 ,de klerk3 ,cipier1 pas op uwe gevangenen40 ,dit geschiedde in den morgen en in den namiddag ontvingen zij het vonnis des doods1 beschreven volgens de wet4 ,de gevangenbewaarder zulk een bevel ontvangen hebbende zette hen alleen in den binnensten kerker1 om daar tot op den dag van de uitvoering van het vonnis te worden bewaard1 hetwelk den volgenden morgen aan hen zou worden voltrokken4 ,maar ziet wat gebeurt er8 ,een van de gevangenen1 ,ongeloof genaamd1 breekt uit den kerker los in den tusschentijd1 die er verliep tusschen dat het vonnis werd uitgesproken en dat de terechtstelling zou plaats hebben4 ,hij vluchtte uit ,menschziel en verstak zich waar hij maar kon in holen en spelonken1 loerende er op om eene gelegenheid te vinden1 waarbij hij ,menschziel weder eenig leed kon toebrengen als wraak over zijn tegenwoordig vonnis4#ce #ce ,het ontsnappen van ,ongeloof is een der meesterlijke trekken uit ,bunyans pen4 ,ten slotte kan elke zonde tot ongeloof worden teruggebracht en is dit de bron daarvan4 ,toen nu de cipier ,waarachtig bemerkte1 dat hij zijn gevangene verloren had werd hij ten hoogste ontsteld1 want om de waarheid te zeggen1 die gevangene was de ergste van allen4 ,daarom liep hij naar den ,burgemeester1 naar den ,griffier en naar den heer ,vastewil om van hen het bevel te ontvangen1 dat door de gansche stad ,menschziel naar hem zou worden gezocht4 ,dat bevel werd gegeven en overal werd gezocht1 maar zulk een persoon als de aangeduide vond men in de gansche stad ,menschziel niet4 ,al wat men te weten kon komen was1 dat hij een wijle aan den buitenkant der stad had staan te loeren en dat hij hier en daar sommigen schalkachtig had toegelachen1 toen hij zich wegmaakte uit de stad4 ,ook meenden een paar hem over de markt te hebben zien gaan4 ,kort nadat hij weg was1 kwam er een zekere heer ,ziener1 die getuigde1 dat hij heengegaan was1 wandelende door dorre streken totdat hij ,dibolus1 zijn vriend1 ontmoette1 en dat was juist bij ,hellepoortsheuvel4 ,het was inderdaad voor den ,reus een droevige geschiedenis1 die ,ongeloof hem te verhalen had aangaande al de veranderingen1 die ,immanuel in ,menschziel gemaakt had2 hoe hij algemeen pardon had gegeven1 zijne soldaten overal in de stad ingekwartierd1 het beeld van ,dibolus ter neder geworpen1 eenige ,dibolus-mannen gearresteerd en veroordeeld1 en hoe hij de eenige gelukkig ontkomene was4 ,bij het hooren van dit verhaal stiet ,dibolus een gehuil uit1 snoof met zijn neus in den wind als een draak en deed de lucht van zijn gebrul weerklinken4 ,ook zwoer hij1 dat hij niet rusten zou vor hij zich hierover op ,menschziel gewroken had1 en die twee beraadslaagden reeds dadelijk tezamen hoe zij de stad weder zouden kunnen bemachtigen4 ,afbeelding3 ,,immanuels ,,fontein4 ,het meest10 zeide ,ongeloof1 hindert het mij1 o mijn vader1 dat die ,vastewil1 die oproerling1 die1 zooals wij meenden1 ons nooit in de steek zou hebben gelaten1 zich geheel heeft omgekeerd en nu in groote eere is bij ,immanuel1 evenals hij het ook was bij u4 ,hij heeft dan ook op last van zijn vorst alle ,dibolus-mannen laten vatten en veroordeelen2 acht van de beste en trouwste vrienden van mijn heer zitten in den kerker1 ik1 de negende1 ben het nu ontkomen om het u aan te zeggen60 ,zoo brak de dag der terechtstelling aan en de gevangenen in ,menschziel zouden worden gedood4 ,zij werden naar het kruis geleid en dat door ,menschziel zelve op de plechtigste manier2 want de ,prins zeide1 dat dit moest geschieden door de handen der inwoners1 opdat ik zien mag10 zeide hij1 de bereidwilligheid mijner verloste ,menschziel om mijn woord te houden en mijne geboden te doen1 en opdat ik ,menschziel in deze handelwijze kan zegenen en toejuichen4 ,bewijzen van oprechtheid behagen mij zeer2 laat daarom ,menschziel beginnen met zelf de hand te slaan aan deze ,dibolus-mannen1 om hen te vernielen40 ,rom4 #h 3 #ac en #f 3 #ab-ad4 ,gal4 #e 3 #bd4 ,zoo sloeg hen dan de stad ,menschziel naar het woord van hunnen vorst2 maar toen de gevangenen uitgebracht werden om te worden gekruisigd1 kunt gij maar kwalijk gelooven welk een moeilijk werk ,menschziel had om hen ter dood te brengen4 ,deze booze mannen1 wetende dat zij sterven moesten en ieder in hun binnenste aan ,menschziel een doodelijken haat toedragende1 stonden hunne bewaarders en geleiders tegen en verdedigden zich wanhopig4 ,daarom zagen de mannen van ,menschziel zich genoodzaakt om hulp te roepen tot de kapiteins van den ,prins en de soldaten4 ,nu had de groote ,el-,schadda een ,geheimschrijver in de stad1 die de mannen van ,menschziel liefhad4#cf ,deze was zonder dat zij het wisten op de plaats der terechtstelling tegenwoordig4 ,pas hoorde hij hun hulpgeschrei of hij stond op van zijne plaats en kwam hen te hulp4 ,hij legde zijne handen op de handen der mannen van ,menschziel4 ,zoo kruisigden zij dan de ,dibolus-mannen die een plaag1 eene geeseling1 eene schande voor de stad ,menschziel waren geweest4 ,rom4 #h 3 #ac4 #cf ,een geheimschrijver4 ,de inwoning des ,heiligen ,geestes4 ,,hoofdstuk ,,viii4 ,,de ,,nieuwe ,,grondwet4 ,toen nu dit goede werk gedaan was1 kwam de ,prins neder om te zien en een bezoek te brengen aan de menschen van ,menschziel en eens vertrouwelijk met hen te spreken1 ten einde hunne handen te sterken in zulk een ,godewelgevallig werk4 ,hij zeide tot hen1 dat hij hen in deze hunne handeling had beproefd en bevonden had1 dat zij beminnaars waren van zijn persoon1 onderhouders van zijne wetten en dat zij naijverig waren op zijne eer4 ,hij zeide bovendien om hen te toonen1 dat zij hierbij niets zouden verliezen noch hunne stad verzwakken1 dat hij iemand hun ten hoofdman wilde geven1 uit hun midden gekozen1 die de wet aan duizend stellen zou ten voordeele en ten zegen van de nu weer bloeiende stad ,menschziel4 ,zoo riep hij dan een persoon1 wiens naam was ,wachter1 en verzocht hem spoedig naar het kasteel te gaan1 en daar te vragen naar zekeren heer ,ondervinding1 die den edelen kapitein ,geloof als adjudant was toegevoegd1 en hem te verzoeken mede te gaan4 ,zoo deed de boodschapper wat hem bevolen was4 ,de jeugdige edelman was bezig zijn heer te bewonderen1 terwijl hij het leger monsterde en exerceeren liet op de binnenplaats van het kasteel4 ,toen zeide ,wachter tot hem3 ,mijnheer1 de ,prins begeert1 dat gij dadelijk bij ,zijne ,hoogheid komen zult40 ,zoo kwam hij dan tot ,zijne ,majesteit en maakte een diepe buiging voor hem4 ,nu kenden de lieden der stad den heer ,ondervinding wel1 want hij was binnen ,menschziel geboren en opgevoed2 zij wisten1 dat hij een man was van een goed gedrag1 groote dapperheid en veel geduld2 bovendien was hij een zeer vriendelijk mensch1 goed bespraakt en voorspoedig in zijne ondernemingen4 ,daarom waren de harten der lieden van de stad vol vreugde toen zij bemerkten1 dat ook de ,prins zoo met den heer ,ondervinding was ingenomen1 dat hij hem kapitein wilde maken over een bende krijgsvolk4 ,zoo bogen zij zich dan eenstemmig voor ,immanuel en riepen luide en vroolijk3 ,immanuel1 leef in eeuwigheid60 ,toen zeide de ,prins tot den jongen edelman1 wiens naam ,ondervinding was3 ,ik heb goedgevonden u eene post van eer en vertrouwen in mijne stad ,menschziel te geven40 ,de jonkman boog het hoofd en viel op eene knie4 ,en ,immanuel ging voort3 ,gij zult kapitein wezen over duizend man in mijn geliefde stad ,menschziel40 ,toen zeide de kapitein3 ,leve de koning60 ,zoo gaf dan de ,prins bevel aan 's konings secretaris1 dat hij voor ,ondervinding eene aanstelling zou gereed maken1 en zeide3 ,breng die dan tot mij opdat ik er mijn zegel op zette40 ,en aldus geschiedde het2 alles werd in orde gemaakt en door de hand van ,wachter aan den nieuwen kapitein gezonden4 ,afbeelding3 ,,de ,,schuilplaats ,,der ,,di,,bolonisten4 ,zoodra nu de kapitein zijne aanstelling ontvangen had1 blies hij op de bazuin om vrijwilligers op te roepen en de jongelingen kwamen toeloopen2 ja1 de voornaamsten en opperhoofden der stad zonden hunne zonen om onder zijne bevelen te staan4 ,aldus wierf kapitein ,ondervinding zich een compagnie om ,immanuel te dienen4 ,hij had tot luitenant zekeren heer ,verstandig en tot zijn adjudant den heer ,geheugen4 ,zijne onderofficieren behoef ik niet te noemen4 ,hun uniform en hunne vaandels waren wit en hun wapenschild een doode leeuw en een doode beer4 ,toen dit alles in orde was keerde de ,prins tot zijn paleis terug4 #a ,sam4 #ag 3 #cf1 #cg4 ,nauwelijks was hij daar wedergekeerd of de oudsten der stad1 namelijk de ,burgemeester1 de ,griffier en de heer ,vastewil1 kwamen tot hem om hem te bedanken voor zijn goede zorgen en zijn teeder medelijden1 waarmede hij opnieuw de stad ,menschziel aan zich verplicht had4 ,na eenigen tijd van aangenaam onderhoud keerden zij1 eerbiedig afscheid nemende1 weder naar hunne woningen4 ,immanuel bepaalde nu ook een dag1 waarop hij hunne grondwet zou vernieuwen4 ,ja1 hij wilde die vernieuwen en uitbreiden aangezien er vele gebreken in waren1 en het was zijn doel het juk van ,menschziel te verlichten4 ,dit deed hij zonder dat zij hem er zelfs om gevraagd hadden1 uit eigen vrije beweging4 ,zoo zond hij dan om hunne oude wet1 en nadat hij die ingezien had1 legde hij die ter zijde en sprak3 ,wat oud is en verouderd1 is nabij de verdwijning4 ,de stad ,menschziel moet een andere en betere wet hebben met nieuwe en meer bestendige voorrechten40 ,hier is een schets van wat hij instelde3 ,hebr4 #h 3 #ac4 ,matth4 #aa 3 #bh1 #cj4 ,ik1 ,immanuel1 de ,vredevorst en de groote liefhebber der stad ,menschziel1 vergun en geef in naam mijns ,vaders en uit mijne eigen barmhartigheid en goedertierenheid aan mijne geliefde stad ,menschziel3 ,ten eerste1 vrije1 volkomene en eeuwige vergiffenis van alle kwaad1 beleediging en ongelijk1 gepleegd tegen mijn ,vader1 mij1 hunne naburen en zichzelve4 ,hebr4 #h 3 #ab4 #a ,joh4 #a 3 #i4 ,ten tweede1 geef ik haar deze heilige wet en mijn testament met al wat daarin bevat is tot haar eeuwigen vrede en eeuwige vertroosting4 ,joh4 #ag 3 #h1 #ad4 #b ,cor4 #g 3 #a4 ,ten derde1 geef ik haar een deel van diezelfde genade en goedertierenheid1 die in mijns ,vaders hart en het mijne woont4 #b ,petr4 #a 3 #d4 ,ten vierde1 geef en vermaak ik haar onbepaald de wereld en wat daarin is ten haren beste2 en zij zal die macht daarover hebben1 welke bestaanbaar is met de eer en heerlijkheid mijns ,vaders en haar welzijn1 ja1 ik geef haar de beneficin van leven en dood en de tegenwoordige en toekomende dingen4 ,deze voorrechten zullen geene andere stad1 gemeente of vereeniging gegund worden dan ,menschziel alleen4 #a ,cor4 #c 3 #ba1 #bb4 ,ten vijfde1 geef ik haar ten allen tijde een vrijen toegang tot mij in mijn paleis -- zoowel daarboven als hierbeneden1 -- om hare nooden mij bekend te maken1 en ik geef haar bovendien de belofte1 dat ik zal luisteren naar al hare grieven en die herstellen4 ,matth4 #g 3 #g4 ,hebr4 #aj 3 #ai-bb4 ,ten zesde1 ik begunstig de stad ,menschziel met onbepaalde macht en gezag om op te sporen1 te vatten1 tot slaven te maken en te vernielen alle ,dibolus-mannen1 die ooit of immer in de stad zullen worden aangetroffen4 ,ten zevende1 ik geef aan mijn geliefde stad ,menschziel volmacht om niet te dulden1 dat er ooit reizigers1 vreemdelingen of wie ook vrijen toegang zullen hebben binnen hare muren of deel hebben aan hare uitnemende voorrechten4 ,maar alle vergunningen1 privilegin en voorrechten1 die ik aan de vermaarde ,menschziel geef1 zijn voor de oude inboorlingen en trouwe burgers1 voor hen en voor hunne rechtmatige afstammelingen en kinderen na hen4 ,efez4 #d 3 #bb4 ,col4 #c 3 #e-i4 ,maar alle ,diabolus-mannen van welk soort1 geboorte1 landstreek of koninkrijk ook zullen daarvan uitgesloten zijn en er geen deel aan hebben40 ,dit is maar een klein uittreksel van de oneindig schoone privilegin1 die bij wijze van grondwet door ,immanuel aan ,menschziel werden gegeven4 ,toen zij ze ontvangen had bracht men ze ter plaatse1 waar de afkondiging zou plaats hebben1 op het marktplein1 en daar las de ,griffier ze aan al het volk voor4 ,dit gedaan zijnde1 werd de wet teruggebracht naar het kasteel en daar gegraveerd op de poorten in letters van goud1 opdat de stad ,menschziel met al hare inwoners ze altijd in het gezicht zouden hebben en de gezegende vrijheid aanschouwen1 die hun ,vorst hun had verleend1 zoodat hunne vreugde en liefde tot ,immanuel onophoudelijk werd gevoed4 #b ,cor4 #c 3 #c4 ,jer4 #ca 3 #cc4 ,hebr4 #h 3 #aj4 ,welk eene vreugde1 welk een troost nu de harten der goede lieden in deze gelukkige stad vervulde1 kan men zich nauwelijks verbeelden6 ,de klokken luidden1 de muziekanten speelden1 het volk danste1 de kapiteins juichten1 de vaandels waaiden in den wind1 de zilveren trompetten werden geblazen1 en de ,dibolus-mannen waren nu maar blijde1 dat zij zich konden versteken1 want zij zagen er uit als degenen1 die al lang dood zijn geweest4 ,toen dit voorbij was zond de ,prins weder om de oudsten van ,menschziel en beraadslaagde met hen over een ministerie1 dat hij in hun midden wilde vestigen1 zulk een ministerie1 dat hen aangaande de tegenwoordige en toekomende dingen zou inlichten en hen in alles onderwijzen4 ,want10 zeide hij1 gij zijt van uit uzelven niet in staat den wil mijns ,vaders te kennen en diensvolgens evenmin te doen1 wanneer gij geene leeraren en leidslieden hebt40 ,jer4 #aj 3 #bc4 ,afbeelding3 ,,dagelijksche ,,lezing ,,begonnen ,,in ,,menschziel ,bij deze tijding kwam1 toen de oudsten van ,menschziel die aan het volk hadden medegedeeld1 de gansche stad tezamen2 want het behaagde hen1 evenals alles wat de ,prins thans deed aan het volk behaagde1 en allen zonder onderscheid smeekten ,zijne ,majesteit1 dat hij maar dadelijk zulk eene bediening onder hen wilde invoeren1 die hen beide wet en oordeel1 instelling en gebod leerde verstaan1 opdat zij in al wat goed en liefelijk was zouden worden ingewijd4 ,zoo verhaalde hij hun1 dat hij hun verzoek zou inwilligen1 en dat hij er twee onder hen wilde aanstellen met dit doel2 de een kwam van zijns vaders hof en de andere was een ingeborene van ,menschziel4 ,hij1 die van het hof komt10 zeide de ,prins1 is een persoon van niet mindere waardigheid en macht dan mijn vader en ik4 ,hij is de ,opperste ,geheimschrijver van mijns ,vaders huis1 want hij is en was altijd de opperste uitlegger van al mijns ,vaders wetten1 een persoon in alle geheimen ingewijd en kennende alle verborgenheden even goed als mijn ,vader en ik4 ,inderdaad is hij dan ook n met ons van natuur1 even beminnenswaard1 even trouw en waarachtig1 en hij staat in eeuwige betrekking tot de stad ,menschziel4 #b ,petr4 #a 3 #ba4 #a ,cor4 #b 3 #aj4 #a ,joh4 #e 3 #g4 ,en deze persoon10 zeide de ,prins1 moet uw opperste leermeester wezen1 want hij is het en hij alleen1 die u klaar en duidelijk in alle hooge en bovennatuurlijke dingen kan onderwijzen4 ,hij en hij alleen is het1 die de wegen en handelwijzen van mijn ,vader kent2 ook kan niemand gelijk hij openbaren hoe het hart van mijnen ,vader ten allen tijde1 in alle dingen1 onder alle omstandigheden jegens ,menschziel is gestemd1 want evenals niemand de dingen des menschen weet dan de geest des menschen1 die in hem is1 zoo weet niemand de dingen mijns ,vaders dan deze voorname en machtige ,geheimschrijver4 ,ook kan niemand gelijk hij aan ,menschziel verhalen hoe en wat zij doen moet om in de liefde mijns ,vaders te blijven deelen4 ,hij kan ook alleen verloren dingen terechtbrengen1 het verledene u herinneren en de toekomst u bekendmaken4 ,deze leeraar moet daarom noodzakelijk den voorrang hebben1 beide in uwe toegenegenheid en oordeel1 boven uwen anderen leermeester2 zijne persoonlijke waardigheid1 de uitnemendheid van zijn onderwijs1 de groote behendigheid1 die hij bezit om u te helpen om verzoekschriften op te stellen aan mijn ,vader2 dit alles moet u de verplichting opleggen om hem lief te hebben1 hem te vreezen en op te passen1 dat gij hem niet beleedigt4 ,joh4 #ad 3 #bf2 #af 3 #ac4 #a ,joh4 #b 3 #bg4 ,deze persoon kan leven en kracht leggen in alles wat hij zegt3 en kan u dat ook in het hart prenten4 ,deze persoon kan zieners van u maken en u leeren de toekomstige dingen te vertellen4 ,met dezen persoon moet gij al uwe verzoekschriften tot mijn ,vader en mij bespreken1 en zonder zijne voorlichting en raad mag niemand de stad of het kasteel van ,menschziel binnentreden1 want dat zou zijn edele persoonlijkheid kwetsen4 #a ,thess4 #a 3 #e1 #f4 ,jud4 #bj4 ,efez4 #f 3 #ah4 ,rom4 #h 3 #bf4 ,openb4 #b 3 #g1 #aa1 #ag1 #bi4 ,efez4 #d 3 #cj4 ,jez4 #fc 3 #aj4 ,pas op1 zeg ik u1 dat gij zijne bediening niet miskent2 want als gij hem bedroeft zal hij zich vijandig tegen u over stellen1 en mocht hij zoodanig door u worden getergd1 dat hij u den oorlog aandoet1 dan zou u dit meer leed brengen dan twaalf legioenen krijgslieden van mijns ,vaders hof4 ,maar1 zooals ik zeide1 wanneer gij naar hem luistert en hem liefhebt1 wanneer gij u aan zijn onderwijs onderwerpt en zijnen omgang zoekt1 gemeenschap met hem houdende1 dan zult gij hem tienmaal beter vinden dan de geheele wereld en haar bezit1 ja hij zal de liefde mijns ,vaders in uw hart uitstorten en de inwoners van ,menschziel zullen de wijsten en gezegendsten van alle volken zijn40 ,toen liet de ,prins tot zich roepen den ouden edelman1 die eertijds ,griffier of ,secretaris van ,menschziel geweest was1 namelijk den heer ,geweten4 ,hij deelde hem me1 dat aangezien hij wel bekend was met de wetten van het gouvernement1 en daarbij wel bespraakt om aan de inwoners den wil zijns ,meesters uit te leggen en te openbaren in alle aangelegenheden1 zoo werd hij aangesteld tot deze bediening in de goede stad ,menschziel4 ,gij moet u vooral toeleggen10 zeide de ,prins1 op het onderwijs van alle deugden en burgerlijke plichten2 maar gij moet nooit trachten of voorgeven een openbaarder te zijn van de hooge en verborgen dingen1 die in den boezem van ,el-,schadda1 mijnen ,vader1 besloten liggen2 want deze dingen weet niemand noch kan iemand openbaren dan mijns ,vaders ,geheimschrijver alleen4 ,gij zijt een inboorling der stad ,menschziel1 maar de heer ,oppergeheimschrijver is een inboorling van mijns ,vaders paleis1 daarom evenals gij kennis draagt van alle wetten en instellingen dezer stad1 zoo draagt hij kennis van al de dingen mijns ,vaders4 ,daarom1 o ,mijnheer ,geweten1 ofschoon ik u gemaakt heb tot een bedienaar1 leeraar en prediker voor de stad ,menschziel1 toch wat de dingen aangaat1 die de heer ,oppergeheimschrijver kent en aan dit volk zal onderwijzen1 zoo moet gij een leerling en scholier van hem wezen evenals al de andere burgers van ,menschziel4 ,afbeelding3 ,,de ,,prins ,,bekleedt ,,het ,,volk4 ,gij moet daarom in alle hooge en bovennatuurlijke dingen tot hem gaan om onderricht en vingerwijzing1 want de inspiratie van dezen persoon moet iedereen het rechte verstand geven4 ,daarom1 o1 gij heer ,griffier1 houd u klein en wees nederig1 en bedenk1 dat de ,dibolus-mannen1 die hun eerste beginsel niet bewaarden1 maar afvallig werden nu gevangen liggen in den afgrond4 ,wees daarom tevreden met uwen post4 ,job4 #cb 3 #h4 ,ik heb u mijns ,vaders officier van justitie gemaakt in die dingen1 waarvan ik tevoren gesproken heb1 en daarom gebruik uwe macht om de lieden van ,menschziel te onderwijzen1 en om hen te tuchtigen en te kastijden1 wanneer zij niet gewillig zijn om u te hooren en uwe bevelen te doen4 ,en nu1 ,mijnheer1 dewijl gij oud zijt1 en door vele wederwaardigheden reeds verzwakt1 daarom geef ik u vrijheid om wanneer gij wilt tot mijne fontein te gaan en daar vrijelijk van mijn druivenbloed te drinken1 want mijne kanalen stroomen altijd van louter wijn4 ,aldus doende zult gij alle onreinheid en schadelijke stoffen van uw hart en uwe maag afdrijven4 ,ook zullen uwe oogen er door worden verlicht en uw geheugen versterkt om al de wetten1 die des konings edele ,geheimschrijver u leert te zien en te onthouden40 ,hebr4 #i 3 #ad4 ,toen de ,prins aldus den voormaligen ,secretaris of ,griffier den post van minister in ,menschziel had geschonken1 en de man dien dankbaar had aanvaard1 richtte ,immanuel zich in een bijzondere toespraak tot de lieden der stad zelven4 ,ziet gij nu10 zeide de ,prins tot hen1 mijne liefde en zorg8 ,ik heb bij al wat verleden is nog deze barmhartigheid gevoegd om u leeraars en predikers te geven2 den hoogedelen ,oppergeheimschrijver om u in alle diepe en verheven mysterin te onderrichten1 en dezen edelman0 -- wijzende op den heer ,geweten -- om u alle menschelijke en huishoudelijke zaken te leeren1 want daarin bestaat zijne roeping4 ,hij behoeft het daarom niet na te laten alle dingen1 die hij uit den mond van den ,oppergeheimschrijver heeft gehoord1 aan u mede te deelen1 alleen mag hij zich niet onderwinden zelf in eigen persoon een uitlegger en openbaarder der verborgenheden te zijn2 want dit ligt alleen op den weg van den ,oppergeheimschrijver zelven4 ,hij mag daarover spreken en dat mogen de overige burgers van ,menschziel ook doen1 ja als de gelegenheid zich aanbiedt mag en moet hij die zelfs zeer aandringen tot nut van het algemeen4 ,deze dingen wil ik derhalve1 dat gij zult waarnemen en doen1 want zij bevorderen uw leven en de lankheid uwer dagen4 ,bovendien1 geliefde heer ,griffier en gij allen1 die in de stad ,menschziel woont -- gij moet u hechten aan hetgeen hij u heeft te leeren en uit te leggen tot uwen troost voor de toekomende wereld1 die ik het voornemen heb u te geven als deze wereld oud en versleten is2 want daartoe moet ge geheellijk en alleen uw toevlucht nemen tot de leer1 die uw eerste en opperste leermeester u onderwijst4 ,ja1 de heer ,geweten zelf moet niet trachten het leven te putten uit datgene1 hetwelk hij zelf openbaart2 zijne afhankelijkheid daaromtrent is duidelijk in de leer van den anderen prediker4 ,laat de heer ,geweten aldus zorg dragen1 dat hij geen andere leer aanneemt1 die hem niet is megedeeld door zijn oppersten leeraar1 of die hem alleen is duidelijk geworden door zijne eigen kennis40 ,nadat nu deze dingen in de vermaarde stad waren ingesteld1 ging de ,prins voort aan de oudsten der gemeente een noodzakelijke aanwijzing te geven hoe zij zich hadden te gedragen omtrent de hoogedele kapiteins1 die hij van zijns ,vaders hof had medegebracht of gezonden4 ,deze kapiteins10 zeide hij1 hebben de stad ,menschziel lief en zij zijn uitverkoren mannen1 uitverkoren uit velen om in de oorlogen van ,el-,schadda tegen ,dibolus te dienen tot behoudenis der stad ,menschziel4 ,daarom beveel ik u1 gij inwoners van deze nu bloeiende stad1 dat gij u niet onbetamelijk jegens hen gedraagt1 want ofschoon zij harten en aangezichten hebben als leeuwen wanneer zij ten strijde worden geroepen tegen de vijanden des konings en de vijanden van ,menschziel1 zoo zal het evenwel gebeuren1 dat wanneer ,menschziel hen slechts een weinig ongenoegen geeft of droefheid veroorzaakt hunne aangezichten daardoor bedrukt en verslagen zullen worden1 ja1 gij zult hen verzwakken en den moed benemen4 ,gedraagt u derhalve1 o mijne beminden1 niet onvriendelijk jegens mijne kloekmoedige kapiteins en dappere oorlogshelden2 maar hebt hen lief1 voedt en ondersteunt hen en zet uw hart op hen1 en zij zullen niet alleen voor u strijden1 maar ook maken1 dat alle ,dibolusmannen1 die het er op blijven toeleggen om u zoo mogelijk ten val te brengen en te verderven1 van u zullen wegvlieden4 ,indien te eeniger tijd iemand uit uw midden ziek of zwak of onbekwaam ware tot den liefdedienst waartoe uwe harten geneigd zijn1 en dien zij bij gezondheid en welstand ook waarnemen1 zoo veracht of verwerpt hen dan niet1 maar moedigt hen liever aan1 al zijn ze zwak en den dood nabij2 want ze zijn uwe beschermers1 uw garnizoen1 uwe muren1 uwe poorten1 uwe sloten en grendelen4 ,en hoewel gij als ze zwak zijn1 weinig bijstand van hen hebt te wachten1 ja zij dan zelfs uwe hulp noodig hebben1 zoo weet gij toch tot welke oorlogsdaden zij in staat zijn wanneer het hun welgaat4 ,bedenkt daarbij1 dat zoo zij zwak zijn1 gij niet sterk kunt wezen1 en zoo zij sterk zijn1 gij niet zwak kunt zijn4 ,uwe behoudenis is dus nauw verbonden aan hun gezondheid en welvaren en aan het goede1 dat gij hun doet4 ,en bedenkt ook dat als zij ziek zijn1 hunne krankheid aanstekelijk is voor de stad ,menschziel4 ,hebr4 #ab 3 #ab4 ,jes4 #ce 3 #c4 ,openb4 #c 3 #b4a ,thess4 #e 3 #ad4 ,deze dingen heb ik u gezegd1 omdat ik uw welvaren en uwe eere bemin4 ,neem u daarom in acht1 o mijn ,menschziel1 dat gij nauwgezet zijt in alle dingen1 die ik u opdraag en dat niet slechts als eene stadsgemeente aan uwe bestuurders1 wachters en hoofdlieden1 maar ook aan u als afzonderlijke personen1 omdat uw welzijn afhangt van het inachtnemen der bevelen van uwen ,heer4 ,afbeelding3 ,,ververschingen ,,naar ,,menschziel ,,gebracht4 ,verder1 o1 mijn ,menschziel1 moet ik u waarschuwen1 niettegenstaande de hervormingen1 die thans onder u gewerkt zijn1 dat gij altijd noodig hebt waakzaam en op uwe hoede te wezen1 omdat ik er zeker van ben1 en gij zult het later ook zelf bemerken1 dat er nog ,dibolus-mannen in de stad zijn overgebleven2 ,dibolus-vrienden1 die onverzoenlijk zijn1 en dat nu reeds1 terwijl ik bij u ben1 hoeveel te meer wanneer ik van u zal gegaan zijn4 ,zij zullen samenspannen en allerlei complotten maken1 zich op allerlei wijzen inspannen1 allerlei uitvindingen doen en wat dies meer zij1 om u te brengen tot een toestand1 erger dan de ,egyptische slavernij4 ,ze zijn innige vrienden van ,dibolus1 weest daarom voorzichtig4 ,zij waren eertijds gewoon met hunnen vorst verblijf te houden in uw kasteel1 toen ,ongeloof burgemeester van de stad was2 maar sinds mijne komst aldaar houden zij zich meer op in de buitenwerken langs de wallen2 daar hebben zij zich holen en kelders en spelonken gemaakt4 ,daarom1 o ,menschziel1 zal uw werk in dit opzicht wel moeielijk en hard zijn2 gij moet ze grijpen1 inkerkeren en ter dood brengen volgens mijns ,vaders wil4 ,ook kunt gij u niet geheel van hen ontdoen1 of gij moest al de wallen van uwe stad slechten en dat zou ik u toch niet raden4 ,vraagt gij mij3 wat zullen wij dan doen8 ,wel1 weest op uwe hoede en gedraagt u als mannen2 bespiedt hunne holen1 vindt hunne verblijfplaatsen uit2 valt hen aan en maakt geen vrede met hen4 ,waar zij zich ook verstoppen1 loeren of in hinderlaag liggen1 hoe zij zich ook soms vernederen1 of welke voorstellen van vrede zij u doen1 laat u niet met hen in1 en tusschen u en mij zal alles wl zijn4 ,en opdat gij hen des te beter weet te onderscheiden en te onderkennen uit de inboorlingen van ,menschziel1 zal ik u hier in het kort hunne namen opgeven4 ,luistert3 ,hoererij1 ,onreinheid1 ,moord1 ,toorn1 ,onkuischheid1 ,bedrog1 ,boosoog1 ,dronkenschap1 ,brasserij1 ,afgoderij1 ,tooverij1 ,twist1 ,afgunst1 ,nijd1 ,oproer en ,ketterij4 ,deze zijn de voornaamsten dergenen1 die u voor eeuwig zoeken te verderven2 deze zijn spionnen en indringers in ,menschziel4 ,onderzoekt nu maar ijverig de wetten van uwen koning2 daar zult gij eene beschrijving van hen vinden en de merkteekenen1 waaraan gij hen zeker herkennen zult4 ,mark #g 3 #ba1 #bb4 ,rom4 #g 3 #ah4 ,deze boosdoeners zullen1 o ,menschziel1 7en hoe blijde zou ik wezen als gij hiervan stellig overtuigd waart7 indien gij toelaat1 dat zij ongehinderd rondom de stad heen en weder loopen1 als slangen en adders weldra uwe ingewanden verteeren1 uwe kapiteins vergiftigen1 uwe soldaten de zenuwen afsnijden1 de sloten en grendels verbreken en het thans zoo bloeiende ,menschziel maken tot een dorre1 huilende wildernis1 een puinhoop4 ,derhalve opdat gij moed moogt hebben om deze booswichten1 waar gij ze ook betrapt1 te grijpen1 zoo geef ik aan de heeren ,geloof1 ,vastewil en den ,griffier1 mitsgaders aan alle ingezetenen der stad volkomen macht en last om alle slag van ,dibolus-mannen op te zoeken1 te grijpen en ter dood te brengen door hen aan een kruis te hangen waar of wanneer gij hen vindt1 hetzij schuilende binnen de stad of rondzwervende rondom de muren4 ,ik zeide u tevoren1 o ,menschziel1 dat ik een geregelden leerdienst onder u heb ingesteld1 maar ook dat gij behalve die twee voorname leeraren nog meer onderwijzers hebt2 want mijne vier eerste kapiteins1 die tegen ,dibolus en de zijnen in ,menschziel optrokken1 zullen eveneens1 als de nood het eischt en zij daartoe worden verzocht1 de ingezetenen in het bijzonder onderwijzen en in het openbaar goede en heilzame voorbeelden geven1 die u in den rechten weg zullen leiden4 ,ja1 zij zullen zoo het noodig is1 een wekelijksche of zelfs dagelijksche bijeenkomst houden om daarin goede lessen te geven1 die u als ge ze inachtneemt1 ten einde toe zullen ten goede komen4 ,draagt toch vooral zorg geen van die allen te sparen1 welke ik u geboden heb te kruisigen4 ,dit zal ik u nog zeggen3 ik heb u daar die booswichten en snoodaards met hunne namen voor oogen gesteld1 maar ik zeg u ook dat sommigen hunner zich aan u zullen voordoen in een andere gedaante alsof ze zeer godsdienstig zijn2 deze zullen u1 als ge niet waakt1 zooveel schade en nadeel toebrengen als gij u maar nauwelijks kunt verbeelden4 ,weest daarom waakzaam en matig1 en laat u niet bedriegen40 ,toen de ,prins aldus de stad ,menschziel hervormd had en haar onderwezen in hetgeen haar nuttig wezen kon1 bepaalde hij een anderen dag1 waarop het zijn voornemen was1 als het volk der stad saamgekomen was1 de stad ,menschziel met een eereteeken te begiftigen1 -- een kenmerk1 dat haar boven alle volken1 koninkrijken en tongen1 die op den ganschen aardbodem woonden1 zou onderscheiden4 ,het duurde niet lang of die bestemde dag was gekomen en vorst en volk ontmoetten elkander in 's konings paleis1 waar ,immanuel eerst een korte toespraak tot hen hield en daarna deed wat hij beloofd had4 ,mijn dierbaar ,menschziel10 zeide hij1 wat ik nu gereed sta te doen is geschikt om u aan gansch de wereld kenbaar te maken als de mijne en u alzoo ook in uwe eigen oogen te verheffen boven alle verraders1 welke in u mochten binnensluipen40 ,toen beval hij1 dat zij1 die hem dienden1 uit zijne schatten deze witte blinkende kleederen zouden tevoorschijn brengen1 die ik10 zeide hij1 heb gekocht en voor mijn ,menschziel weggelegd40 ,zoo werden dan die witte kleederen uit zijne schatkameren gehaald1 en voor de oogen des volks vertoond4 ,bovendien was het hun vergund ze aan te nemen en aan te trekken1 ieder naar dat het hem past10 zeide hij4 ,zoo werden dan alle burgers in het wit gekleed1 in fijn wit linnen1 overheerlijk rein en glanzend4 ,openb4 #ai 3 #h4 ,toen zeide de ,prins tot hen3 ,dit1 o ,menschziel1 is mijn liverei en het kenmerk1 waaraan men mijne onderdanen van anderer dienaren onderscheidt4 ,ja1 deze vergun ik aan allen1 die de mijnen zijn1 en zonder die is het niemand meer geoorloofd mijn aangezicht te zien4 ,draag ze daarom om mijnentwil1 die ze u gaf1 en aldus zult gij bij de gansche wereld als de mijnen bekend wezen40 ,nu kunt gij u verbeelden hoe ,menschziel schitterde6 ,zij was helder als de zon1 klaar als de maan en ontzagwekkend als een leger met banieren4 ,de ,prins voegde daar verder nog bij3 ,geen vorst1 potentaat of machthebber in het gansche heelal geeft deze liverei behalve ik zelf4 ,daarom zult gij hierdoor als de mijnen uitblinken4 ,en waar ik nu aan u mijne liverei gegeven heb1 zoo zal ik u daaromtrent ook mijne bevelen geven1 en zorg1 dat gij mijne woorden goed onthoudt4 ,afbeelding3 ,,immanuel ,,vertrekt ,,uit ,,menschziel4 ,eerstens4 ,draagt dit kleed dagelijks1 opdat gij niet1 in gebreke daarvan1 aan anderen zoudt toeschijnen de mijnen niet te wezen4 ,pred4 #i 3 #h4 ,ten tweede4 ,houdt het altijd wit1 want als het bezoedeld wordt is het eene schande voor mij4 ,openb4 #c 3 #d4 ,ten derde4 ,schort het daarom op en omgordt u1 opdat het niet door het slijk slepe4 ,ten vierde4 ,past op1 dat gij het niet verliest1 anders wandelt gij naakt en zullen de lieden uwe schaamte zien4 ,ten vijfde4 ,maar als gij het mocht bezoedelen1 hetgeen mij zeer zou smarten en waarover ,dibolus zeer vroolijk wezen zou1 spoedt u dan voort om te doen wat in mijne wet geschreven staat1 opdat gij moogt staan en niet vallen voor mij en mijnen troon4 ,dit is aldus de weg1 die maakt dat ik u niet verlaat1 maar voor altijd in deze mijne stad ,menschziel zal wonen40 ,luk4 #ba 3 #cf4 ,openb4 #g 3 #ad-ag4 ,en nu was de stad ,menschziel met hare inwoners als een zegel op ,immanuels rechterhand4 ,waar was nu eene stad of plaats1 die zich met ,menschziel kon vergelijken8 ,eene stad1 verlost uit de hand en de macht van ,dibolus2 eene stad1 die de koning ,el-,schadda liefhad en waarheen hij ,immanuel gezonden had1 om haar van den vorst over den put des afgronds te redden2 ja1 eene stad1 waarin ,immanuel gaarne woonde en die hij tot zijne koninklijke residentie had uitverkoren2 eene stad1 die hij voor zichzelven versterkt had en sterk gemaakt door de kracht van zijn heirmacht4 ,wat zal ik meer zeggen8 ,menschziel had nu den voortreffelijksten vorst1 gouden kapiteins en krijgslieden1 krijgsvoorraad1 en daarbij kleederen wit als sneeuw4 ,zal nu ,menschziel ook in staat zijn deze voorrechten te waardeeren en te gebruiken tot het doel1 waartoe ze haar zijn gegeven8 ,toen dit alles nu naar het welbehagen van den ,prins was in orde gebracht1 beval hij dat zijn standaard op de gebouwen van het kasteel zou worden geplaatst4 ,en daarna bracht hij haar menigmaal een bezoek4 ,geen dag mocht nu meer voorbijgaan of de oudsten van ,menschziel moesten tot hem komen in zijn paleis4 ,dan wandelden zij samen rond en spraken over alle groote dingen1 die hij gedaan had1 en wat hij beloofde in de toekomst voor de stad ,menschziel te doen4 ,dit gebeurde menigmalen met den ,burgemeester1 den heer ,vastewil en den eerlijken prediker ,geweten4 ,maar o hoe genadig1 hoe nederbuigend en teeder gedroeg deze gezegende ,prins zich thans jegens de stad ,menschziel6 ,in al de straten1 tuinen1 boomgaarden1 ja overal ging hij rond om te zien of de arme ook zijn deel kreeg2 ja hij kuste die armen1 en was iemand krank dan legde hij hem de handen op en maakte hem gezond4 ,en wat de kapiteins betreft1 van dag tot dag1 ja soms van uur tot uur kwam hij hen bemoedigen met zijne vereerende tegenwoordigheid en aangename gesprekken4 ,gij moet dan ook weten1 dat een glimlach van hem meer kracht en leven in hen stroomen deed dan iets anders onder den hemel had kunnen doen4 #b ,cor4 #f 3 #af4 ,de ,prins wilde hen ook dikwijls te gast hebben2 nauwelijks eene week ging voorbij of een feestmaal had plaats4 ,gij zult u herinneren1 dat wij reeds melding gemaakt hebben van een feest1 dat zij samen vierden2 maar nu werd dat feestvieren meer een gewone zaak2 iedere dag mocht nu wel een feestdag voor ,menschziel heeten4 ,en als zij dan naar huis terugkeerden zond hij hen niet ledig weg2 ieder moest wat hebben3 een ring1 een gouden keten1 een armband1 een edelgesteente of iets dergelijks2 zoo dierbaar was ,menschziel hem thans1 zoo liefelijk was het in zijne oogen4 #a ,cor4 #e 3 #h4 ,ten andere4 ,wanneer de oudsten en burgers niet bij hem kwamen1 dan zond hij hun een overvloedigen voorraad spijze1 die van het hof kwam1 wijn en brood1 die voor zijns ,vaders disch waren toebereid2 ja zulke lekkernijen zond hij hun en overdekte daarmede hunne tafel1 dat ieder1 die ze aanschouwde1 erkennen moest3 dergelijke zijn in geen ander koninkrijk gezien4 ,en verder4 ,wanneer ,menschziel hem niet zoo vaak bezocht als hij zulks begeerde1 dan ging hij tot hen uit1 klopte aan hunne deuren en begeerde toegelaten te worden1 opdat de vriendschap onderhouden bleef2 wanneer zij hoorden en hem open deden1 zooals zij gewoonlijk deden als zij tehuis waren1 dan vernieuwde hij zijn vroegere liefde en bevestigde die door nieuwe bewijzen van zijn gunst4 ,afbeelding3 ,,vreeze-,,gods ,,op ,,het ,,feest ,,van ,,vleeschelijke ,,gerustheid4 ,en was het nu niet verrukkelijk te zien1 dat in diezelfde plaats1 waar ,dibolus zijne woonplaats had1 en zijne knechten onderhield tot groote schade van ,menschziel1 de ,vorst der vorsten nu met hen aanzat etende en drinkende1 terwijl al zijne hoofdmannen1 krijgsvolk1 trompetters met de zangers en zangeressen van zijn ,vader daar rondom hem stonden6 ,nu vloeide de beker van ,menschziel over1 nu stroomde er zoete wijn in hunne bekers en aten zij de fijnste meelbloem en dronken melk en honig uit den rotssteen4 ,nu zeiden zij3 hoe groot is zijne goedheid6 want sedert ik aangenaam was in zijne oogen heeft hij mij bovenmate verheerlijkt6 ,nog stelde de gezegende ,prins een nieuwen overheidspersoon in de stad aan1 die een zeer goed man was4 ,hij heette ,vrede ,gods4 ,deze officier werd gesteld over heer ,vastewil1 den ,burgemeester1 den ,griffier1 den tweeden prediker1 den heer ,verstand1 en over alle inboorlingen der stad ,menschziel4 ,hij zelf was geen inboorling1 maar kwam met den ,prins van 's konings hof4 ,hij was een zeer vertrouwde vriend van kapitein ,geloof en kapitein ,hoop2 sommigen zeggen1 dat zij bloedverwanten waren en ik geloof het ook4 ,deze man nu werd aangesteld tot algemeenen gouverneur der stad1 waar kapitein ,geloof hem ter zijde stond4 ,ik heb duidelijk opgemerkt1 dat zoolang alle dingen in ,menschziel naar den zin van dezen goedhartigen edelman gedaan werden1 ieder er volkomen gelukkig was4 ,nu waren er geen twisten of veten1 geen vechtpartijen of scheldwoorden in de gansche stad1 ieder hield zich nauwgezet bij zijn eigen werk4 ,de wachters1 de officieren1 de soldaten1 allen gehoorzaamden hem4 ,en wat de vrouwen en kinderen betreft1 ook zij waren vroolijk aan hunne bezigheden1 zij zongen bij den arbeid van den morgen tot den avond1 zoodat in de gansche stad niet anders werd gehoord en gezien dan harmonie1 rust1 vreugde en gezondheid4 ,en dit duurde zoo den geheelen zomer4 ,col4 #c 3 #ae4 ,rom4 #ae 3 #ac4 ,,hoofdstuk ,,ix4 ,,gevaar ,,voor ,,menschziel4 ,maar nu was er een man in de stad1 wiens naam was ,vleeschelijke-,gerustheid4 ,deze persoon bracht na al deze barmhartigheid aan deze plaats bewezen de stad ,menschziel in een groote en jammervolle slavernij4 ,een korte beschrijving van hem en zijn werk moet hier volgen4 ,toen ,dibolus voor het eerst bezit nam van deze stad1 bracht hij een groot getal ,dibolus-mannen met zich mede1 allen lieden van eigen soort4 ,onder deze nu was er een1 die ,zelfbedrog heette1 een voornaam heer en zoo aanzienlijk als toen ter tijd niemand anders in de stad4 ,dibolus bemerkende1 dat deze zeer werkzaam1 stout en onbeschaamd was1 gebruikte hem menigvuldig en tot zeer gewichtige zaken1 die hij dan ook met veel beteren uitslag vervulde dan eenig ander persoon1 die met hem uit den put des afgronds gekomen was1 waarom hij hem zeer bevorderde en naast den heer ,vastewil plaatste4 ,daar de heer ,vastewil in die dagen heel wat met ,zelfbedrog ophad1 gaf hij hem zijne dochter1 mejuffrouw ,zonder ,vrees tot vrouw4 ,welnu uit deze echt van ,zelfbedrog en mejuffrouw ,zonder ,vrees werd ,vleeschelijke-,gerustheid geboren4 ,vandaar kwam het dat in ,menschziel zulke vreemde vermenging had plaats gehad1 dat het soms moeilijk was uit te vorschen of zij echte afstammelingen van inboorlingen waren of niet2 want de heer ,vleeschelijke-,gerustheid had van moeders zijde den echten ouden burger ,vastewil tot vader1 terwijl hij van vaders zijde een ,dibolus-man was4 ,deze ,vleeschelijke-,gerustheid nu1 had waarlijk treffende gelijkenis met vader en moeder1 hij was zelfbedrog en vreesde niets en daarbij was hij zeer werkzaam en vlug4 ,daar was niets nieuws1 geen nieuwe leer1 geen nieuwe mode of handelwijze of welke verandering het ook zij in ,menschziel1 of hij was er bij van het begin tot het einde4 ,maar eene eigenschap had hij daarbij van zich nooit te voegen bij de minderheid of bij die het verloren2 de sterkste zijde koos hij steeds4 ,toen nu ,el-,schadda1 die machtige1 en ,immanuel zijn zoon aan ,menschziel den oorlog verklaarden1 ten einde het te veroveren1 leefde ,vleeschelijke-,gerustheid reeds in de stad en maakte hij zich reeds zeer druk onder het volk1 het aanmoedigend tot opstand en hen opwekkende om toch in den tegenstand tegen 's konings troepen te volharden4 ,maar toen hij zag1 dat de stad was ingenomen en omgeschapen in een residentie van den grooten ,prins ,immanuel1 toen hij daarbij ook zag wat er van ,dibolus kwam1 hoe hij vernederd en verjaagd was en hoe verder alles plaatsvond zooals wij hebben beschreven1 keerde hij op eenmaal zijn mantel om1 en evenals hij tevoren ,dibolus tegen den ,prins gediend had1 ging hij nu den ,prins dienen tegen ,dibolus4 ,afbeelding3 ,,de ,,burgemeester ,,wacht ,,aan ,,de ,,poort4 ,nadat hij een weinig kennis genomen had van ,immanuels doen en handelwijze1 voegde hij zich weder bij de burgers en begon ook weer als van ouds over het een en ander me te praten4 ,hij wist1 dat de macht en sterkte van ,menschziel zeer groot waren1 en dat het voorzeker de burgerij zeer behagen zou wanneer hij daarover roemde en hen prees4 ,zoo begint hij dan listiglijk met de macht en grootheid van ,menschziel te roemen en haar als onverwinnelijk voor te stellen4 ,nu eens verheerlijkte hij hare kapiteins en hare slingerwerktuigen en stormrammen2 dan weer had hij allerlei schoons te vertellen van hare fortificaties en kasteelen1 eindelijk wees hij hen op de duidelijke verzekering van hunnen vorst1 dat ,menschziel voor altijd gelukkig zou wezen4 ,toen hij nu bemerkte1 dat sommigen der burgers met zijne gesprekken zeer waren ingenomen en zich gaarne door hem lieten vleien1 maakte hij er zijn werk van van straat tot straat te wandelen1 huis in huis uit te gaan1 de burgers en voor en te bezoeken1 en ten langen laatste bracht hij er ,menschziel toe naar zijne pijpen te dansen en telkens toe te nemen in vleeschelijke gerustheid1 tot zij eindelijk zoo onbezorgd waren als hij zelf4 ,van het praten kwam het tot maaltijden1 en van deze feestdagen zelfs tot spotternij4 ,zoo kwam uit het en het andere voort4 ,nu was ,immanuel nog in de stad en zag deze dingen aan4 ,hij bemerkte dat de ,burgemeester1 de heer ,vastewil en de ,griffier ook al door het gebabbel van dezen ,dibolus-man waren medegesleept1 vergetende de waarschuwing1 die hun vorst hun had gegeven om toch door geen enkele ,dibolische streek zich te laten verschalken4 ,hij had hun immers duidelijk aangetoond1 dat hunne veiligheid niet afhing van de tegenwoordige kracht en sterkte der stad alleen1 maar veel meer van het gebruik1 dat zij daarvan maakten1 en van de inwoning van ,immanuel in haar kasteel4 ,want de rechte leer van ,immanuel was1 dat de stad ,menschziel toch zou toezien om nooit de liefde van hem of zijn ,vader te vergeten1 zich aldus gedragende1 dat zij in deze liefde bleven om daaruit kracht te putten4 ,en dit was nu immers geenszins de weg om daarin te blijven1 namelijk waar zij zoo verliefd geraakten op dezen ,dibolus-man1 en dan nog wel op zulk een persoon als deze ,vleeschelijke-,gerustheid was1 zoodat zij zich door hem bij den neus lieten nemen4 ,zij hadden naar hun ,prins moeten luisteren2 hunnen ,prins moeten vreezen1 hunnen ,prins beminnen1 en dezen nietswaardigen deugniet met steenen steenigen4 ,ze hadden moeten blijven wandelen in de wegen1 door den ,vorst hun voorgeschreven1 want dan zou hun vrede geweest zijn als eene rivier en hunne gerechtigheid als de golven der zee4 ,toen nu ,immanuel bemerkte1 dat door de slimme handelwijze van den heer ,vleeschelijke-,gerustheid de harten der lieden van ,menschziel jegens hem waren verkoeld en hun werkdadige liefde jegens hem verminderd1 begon hij eerstens met den ,oppergeheimschrijver hun staat en toestand te beweenen1 zeggende3 ,o1 dat mijn volk naar mij had geluisterd en dat ,menschziel in mijne wegen gewandeld had6 ,ik zou het met de vetste tarwe hebben gevoed1 en zou hen gelaafd hebben met honig uit den rotssteen40 ,daarna sprak hij in zijn hart3 ik zal terugkeeren naar het hof en naar mijne eigen plaats gaan opdat ,menschziel hare schuld in dezen leere kennen en inzien40 ,en zoo deed hij dan ook weldra1 want zij maakten1 dat hij weg moest door dat zij hem veronachtzaamden4 ,ziet hier wat ze deden4 #a;e4 ,zij hielden op hem volgens hunne gewoonte te komen bezoeken2 neen1 ze kwamen niet meer als tevoren in het koninklijk paleis4 #b;e4 ,het kon hen niet meer schelen of hij hen kwam bezoeken in hunne woningen4 #c;e4 ,zij verzuimden nu tot de liefdemaaltijden te komen1 die hij steeds voor hen gereed maakte4 ,hij liet hen wel roepen1 maar zij kwamen niet en verheugden er zich niet meer mede4 #d;e4 ,zij wachtten niet langer tot hij hun raad gaf1 maar zij begonnen eigenwijs en zelfvertrouwend te worden1 besluitende1 dat zij nu sterk genoeg waren en onoverwinnelijk1 en dat ,menschziel veilig was boven het bereik van elken vijand en dat hun toestand voor eeuwig onbewogen blijven zou4 ,nu1 zooals gezegd is1 ,immanuel bemerkende1 dat door den invloed van ,vleeschelijke-,gerustheid de stad ,menschziel hare afhankelijkheid van hem en zijn ,vader niet meer gevoelde en waagde hem te beleedigen1 zoo betreurde hij eerst haar staat en toen stelde hij middelen in het werk om haar te doen verstaan1 dat haar tegenwoordige weg gevaarlijk was4 ,daartoe zond hij den ,oppergeheimschrijver tot haar om haar zulke wegen te ontraden4 ,toen deze tot de burgers kwam vond hij hen juist bij den heer ,vleeschelijke-,gerustheid aan tafel en met hem in gesprek4 ,alzoo bemerkende1 dat zij niet over dingen met hem wilden spreken1 die hen goed konden doen1 werd hij bedroefd en ging weg4 ,pas had hij dit aan den ,prins verhaald1 of deze was daar zoo boos en bedroefd om1 dat hij maatregelen nam om naar zijns ,vaders hof terug te keeren4 ,de manier waarop hij daarbij handelde1 was deze3 #a;e4 ,ofschoon hij nog in ,menschziel bleef zoo hield hij zich meer verborgen en afgezonderd dan eertijds4 #b;e4 ,zijn toespraak was1 als hij tot hen kwam1 niet meer zoo aangenaam en vertrouwelijk als tevoren4 #c;e4 ,ook zond hij evenmin als in verleden tijden aan de burgers lekkernijen van zijn eigen tafel4 #d;e4 ,ook als zij hem nog nu en dan bezochten1 wilde hij niet meer zoo dadelijk hen te woord staan1 zooals zij hem vroeger altijd bereid hadden gevonden4 ,zij moesten nu een of tweemaal kloppen1 maar het scheen1 dat hij hen niet opmerkte1 terwijl vroeger als hun voetstap maar vernomen werd1 hij reeds opstond en hen tegemoet ging om hen onderweg te ontmoeten1 te omhelzen en aan zijn hart te drukken4 ,maar ,immanuel hield zich maar zoo2 het was zijn doel op deze wijze hen tot nagedachten te brengen opdat zij tot hem wederkeerden4 ,maar1 helaas1 zij merkten het niet op1 zij kenden zijne wegen niet1 zij werden er niet door getroffen en vergaten de vorige gunstbewijzen4 ,wat deed hij dan nu8 ,hij verwijderde zich stillekens uit zijn paleis en begaf zich naar de stadspoort4 ,zoo verliet hij dan ,menschziel totdat het arme volk zijne overtreding leerde kennen en zeer ernstig zijn aangezicht zocht4 ,ook de heer ,vrede ,gods legde zijne bediening neer en wilde voor het tegenwoordige niets meer met de stad te doen hebben4 ,ezech4 #aa 3 #ba4 ,hos4 #e 3 #ae4 ,lev4 #bf 3 #ba-bd4 ,afbeelding3 ,,boodschappers ,,gaande ,,naar ,,en ,,komende ,,van ,,menschziel4 ,aldus gedroegen zij zich verkeerd jegens hem en hij bij wijze van tegenstelling gedroeg zich ook verkeerd jegens hen4 ,maar1 helaas1 te dezer tijd waren zij zoo verhard in hunne wegen en hadden zij de leer van ,vleeschelijke-,gerustheid zo ingedronken1 dat het vertrek van den ,prins hen niet trof2 zij bemerkten het niet eens1 dat hij wegging en daarom bedroefde zijne afwezigheid hen ook niet4 ,jer4 #b 3 #cb4 ,nu gebeurde het op zekeren tijd1 dat deze oude heer ,vleeschelijke-,gerustheid een feest aanrichtte voor de burgers van ,menschziel1 en daar kwam ook een zekere heer ,vreeze ,gods bij1 een edelman1 die eertijds groote achting genoot in ,menschziel4 ,helaas1 het voornemen van ,vleeschelijke-,gerustheid was ook dezen heer te misleiden evenals de rest1 daarom had hij hem thans met zijne buren op het feest verzocht4 ,op het bestemde uur kwam hij dan ook met de andere gasten4 ,ze gingen aan tafel en dronken samen1 maar deze eene man1 ,vreeze ,gods1 deed niet me2 want hij zat daar als een vreemdeling1 die er in het geheel niet bij behoort4 ,dit bemerkte de gastheer en sprak hem aan3 ,mijnheer ,vreeze ,gods10 zeide hij1 zijt gij niet wel8 ,gij schijnt naar lichaam of ziel krank te wezen of misschien wel beiden tegelijk4 ,ik heb eene hartsterking voor u1 door ,vergeet-het-,goede klaar gemaakt2 indien gij daar een droppel of wat van neemt1 zal het u recht prettig en vroolijk maken1 en daardoor dan ook meer geschikt voor dit lustige gezelschap40 ,daarop antwoordde de goede oude heer zeer vriendelijk3 ,ik bedank u wel voor al uwe beleefdheden en voorkomendheid2 maar wat uwe hartsterking betreft1 daarin heb ik geen lust4 ,ik zal slechts en woord spreken tot de inwoners van ,menschziel4 ,gij ingeborenen van ,menschziel1 gij oudsten en voornaamsten der stad1 hoe is het mogelijk1 dat gij u zoo vroolijk en blijde gedragen kunt1 waar onze goede stad in zulk een beklagenswaardigen toestand verkeert80 ,toen zeide de heer ,vleeschelijke-,gerustheid3 ,gij hebt slaap noodig1 mijn goede man1 dat geloof ik vast4 ,leg u als het u belieft neer en slaap eens uit1 dan kunnen wij in dien tusschentijd vroolijk zijn40 ,daarop antwoordde de goede man het volgende3 ,mijnheer1 wanneer gij een eerlijk hart bezat1 zoudt gij niet kunnen handelen zooals gij doet en gedaan hebt40 ,toen zeide de heer ,vleeschelijke-,gerustheid3 ,wat dan80 ,vreeze ,gods4 ,ik bid u val mij niet in de reden4 ,het is waar1 dat de stad ,menschziel sterk was en op ene voorwaarde ondoordringbaar en onneembaar2 maar gij1 de lieden der stad zelven1 hebt haar verzwakt1 en daarom ligt zij thans voor hare vijanden open4 ,nu is het geen tijd om elkander te vleien1 of om stil te zitten2 gij1 mijnheer1 hebt ,menschziel beroofd en de eere van haar genomen2 gij hebt de stad nedergeworpen1 de poorten opengebroken1 gij hebt hare grendels en sloten weggenomen4 ,en om mij nu nauwkeurig uit te drukken1 ,mijne heeren van ,menschziel1 van dien tijd af1 dat gij zoo groot zijt geworden1 is de sterkste van ,menschziel weggenomen2 hij is opgestaan en heengegaan4 ,wanneer iemand de waarheid mijner woorden in twijfel trekt1 dan zal ik hem alleen beantwoorden met deze wedervraag3 waar is de ,prins ,immanuel8 ,waar heeft iemand onzer hem gezien8 ,wanneer hoordet gij van hem of proefdet iets van zijne kostelijke lekkernijen8 ,gij zijt nu bezig feest te vieren met de ,dibolische monsters1 maar hij is uw vorst niet4 ,daarom zeg ik1 ofschoon de vijanden van buiten1 als gij u goed gehouden hadt1 geen prooi van u hadden kunnen maken1 zoo zijn1 sedert gij gezondigd hebt1 uw vijanden binnen in u1 u reeds te sterk60 ,toen ,vleeschelijke-,gerustheid dit hoorde riep hij3 ,o foei1 ,vreeze ,gods6 ,foei wat is dat voor taal8 ,zult gij dan nooit uwe bloohartigheid afleggen8 ,zijt gij dan nog altijd bang voor het vogelgeschrei8 ,wie doet u kwaad8 ,ik houd het geheel met u1 alleen met dit onderscheid1 dat gij het twijfelen bemint1 en ik ben gaarne verzekerd van de zaak4 ,waarom vervalt gij dan nu tot uwe eigen schande en tot onze schrik in zulke droefgeestige redenen1 daar gij beter deedt te eten en te drinken en vroolijk te zijn80 ,maar ,vreeze ,gods antwoordde weder3 ,met recht mag ik droevig wezen1 want ,immanuel is van ,menschziel weggegaan4 ,hij is weggegaan1 zeg ik1 en gij zelf hebt hem verdreven2 ja ,hij is zo stillekens afgetrokken1 dat hij de edelen van ,menschziel geen kennis gegeven heeft van zijn vertrek4 ,en als dit nu niet als een teeken van zijne gramschap is te beschouwen1 dan heb ik van den weg der ,godzaligheid geene kennis4 ,en gij1 mijne heeren edelen6 tot u richt ik in het bijzonder het woord4 ,dat gij u zoo trapsgewijze van hem vervreemd hebt1 heeft hem genoodzaakt zich ook langzamerhand van u terug te trekken1 hopende dat gij daardoor gevoelig zoudt worden en uzelven verootmoedigen4 ,maar ziende1 dat gij daarop geen acht sloegt noch de beginselen van zijnen toorn en zijne oordeelen hebt ter harte genomen1 zoo heeft hij deze plaats verlaten1 dat heb ik met eigen oogen gezien4 ,terwijl gij aldus roemt is uwe sterkte vergaan1 en gij zijt gelijk aan den man1 wien vroeger de haarlokken op zijne schouders hingen1 maar nu zijn ze afgesneden4 ,gij moogt evenals dezen uwen gastheer uzelven uitschudden en denken1 dat gij zult uitgaan als in vroegere tijden1 maar daar gij zonder uwen vorst niets vermoogt en hij van u is geweken1 zoo verandert vrij uwe feesten in jammerklachten en uwe vreugde in klaagliederen40 ,toen begon onmiddellijk de tweede leeraar1 de oude heer ,geweten1 die vroeger griffier van ,menschziel was1 hem op deze wijze te helpen4 ,inderdaad1 mijne broeders01 zeide hij1 ik vrees1 dat deze oude heer ons de waarheid zegt3 ik voor mij heb mijn heer en vorst in langen tijd niet gezien2 ik herinner mij zelfs den juisten datum niet meer1 en ik kan de vraag van ,vreeze ,gods niet beantwoorden4 ,ik twijfel en ik vreeze1 dat het noodlottig met ons gesteld is40 ,vreeze ,gods4 ,neen1 ik weet1 dat gij hem niet vinden zult in gansch ,menschziel1 want is hij heengegaan1 en wel om den wille van de schuld der oudsten1 omdat zij zijn goede gunsten met onverschilligheid beantwoord hebben40 ,afbeelding3 ,,onheilig ,,aan ,,de ,,poort ,,des ,,afgronds4 ,toen zag de heer ,geweten er uit alsof hij dood neervallen zou en desgelijks alle aanwezigen uitgezonderd de heer van het huis4 ,allen zagen bleek van schrik4 ,zich daarna een weinig hersteld hebbende en zich overtuigd hebbende1 dat ,vreeze ,gods de waarheid sprak1 begonnen zij samen te overleggen wat in dezen te doen ware4 ,de gastheer had zich intusschen verwijderd1 want het ging hem niet naar den zin2 maar allen werden overtuigd1 dat hij hen in de ellende gebracht had1 en dat zij daardoor de liefde van ,immanuel verbeurd hadden4 ,daarbij kwam een woord van hunnen vorst weer versch in hun geheugen terug aangaande hetgeen zij met de valsche profeten doen zouden4 ,het eind van deze beraadslaging was1 dat zij het gansche huis van den heer ,vleeschelijke ,gerustheid boven zijn hoofd in brand staken1 want het bleek1 dat hij ook een ,dibolus-man was4 ,toen dit geschied was deden zij hun best om hunnen vorst ,immanuel in het oog te krijgen4 ,zij zochten hem1 maar zij vonden hem niet4 ,daardoor werden zij nog meer overtuigd van de waarheid van 's heeren ,vreeze ,gods woorden1 en hiermede kwam ook een groote droefheid over hen1 omdat zij wel inzagen1 dat dit alles hun eigen schuld was4 ,hoogl4 #e 3 #f4 ,nu begaven zij zich tot den ,oppergeheimschrijver1 tot hem1 dien zij vroeger geweigerd hadden te hooren1 en dien zij met hunne handelingen zoo hadden gegriefd4 ,zij wilden omdat hij een ziener was1 van hem te weten komen waar ,immanuel was1 en hoe zij hunnen heer een verzoekschrift zouden toezenden1 maar de ,oppergeheimschrijver wilde hen niet tot eene samenkomst toelaten1 tot hen uitkomen4 ,jes4 #fc 3 #aj4 ,efez4 #d 3 #aj4 #a ,thess4 #e 3 #ai4 ,o1 welk een nevelachtige en donkere dag was het nu voor ,menschziel6 ,een dag van wolken en donkerheid4 ,nu zagen zij in hoe dwaas zij geweest waren1 en welk eene schade al het gesnater van ,vleeschelijke-,gerustheid hun had bezorgd6 ,maar wat het hun nog verder kosten zou1 dat wisten zij niet2 maar de heer ,vreeze ,gods kwam in hoog aanzien en er werd op hem gezien als een profeet4 ,toen de sabbatdag was aangebroken1 gingen zij uit om hunnen tweeden leeraar te hooren prediken2 maar o1 wat liet hij dezen dag een donderslagen en bliksemschichten door de vergadering gaan4 ,zijn tekst was3 ,die de valsche ijdelheid onderhouden1 verlaten hunne weldadigheid40 ,maar er was zulk eene kracht in die preek en zulk eene verootmoediging op het aangezicht der hoorders te lezen1 dat nog maar zelden of ooit zulk eene prediking had plaats gehad4 ,het volk1 dat uit de kerk kwam1 was maar kwalijk in staat hun woning weder te bereiken en de volgende week hun gewone bezigheden te doen1 zo waren zij verbroken en ter neergeslagen door die ernstige verkondiging4 ,jona #b 3 #h4 ,maar hij hield niet alleen ,menschziel hare zonden voor1 maar beefde ook voor zichzelven onder het gevoel van zijne eigen schuld4 ,o riep hij uit1 ongelukkige1 die ik ben6 dat ik zulke booze stukken gedaan heb6 ,en dat nog wel ik1 een leeraar1 die door den vorst aangesteld is om ,menschziel te onderrichten en zijne wet te verklaren1 dat ik de eerste geweest ben om mede af te vallen in de ongerechtigheid4 ,ik had tegen den afval met luider stem behooren te waarschuwen1 maar ik liet ,menschziel afdwalen en ,immanuel uit haar midden wegdrijven1 ja1 zich verwijderen uit hare landpalen4 ,met deze dingen beschuldigde hij ook al den adel en de heeren van ,menschziel1 zoodat allen even bedroefd waren4 ,omtrent dezen tijd brak er ook een zware ziekte in de stad uit1 waardoor de meeste inwoners getroffen werden4 ,ja1 ook de kapiteins en het krijgsvolk geraakten daardoor aan het uitteeren1 en dit had al eenigen tijd plaats gehad eer het openbaar werd4 ,ware in dezen staat van zaken een vijand gekomen om de stad te belegeren1 het zou er treurig hebben uitgezien4 ,hoeveel bleeke aangezichten1 hoeveel slappe handen en zwakke1 knikkende knien1 hoeveel struikelende menschen waren nu langs de straten te zien6 ,hier hoorde men zuchten1 ginds gekerm1 elders lagen er eenigen als aan den oever des doods4 ,ook de kleederen1 die ,immanuel hun gegeven had1 waren in een slechten staat1 haveloos1 gescheurd1 bemorst en onrein zagen zij er uit1 en aan sommigen hingen ze zoo los om de leden1 dat er gevaar bestond ze ieder oogenblik te verliezen4 ,hebr4 #ab 3 #ab1 #ac4 ,jes4 #c 3 #bd4 ,openb4 #c 3 #b4 ,toen men nu eenige dagen in dezen naren staat doorgebracht had liet de heer ,geweten een vastendag uitroepen1 opdat een ieder zich zou verootmoedigen wegens zijne goddelooze handelingen jegens ,el-,schadda en diens zoon4 ,hij verzocht ,boanerges op dien vastendag te prediken1 hetgeen deze ook deed1 en ter bestemder tijd voor het volk optrad met de woorden3 ,houwt hem uit1 waartoe beslaat hij onnuttelijk de aarde80 ,nu1 hij hield daarover een zeer scherpe preek4 ,hij toonde aan bij welke gelegenheid die woorden waren gesproken1 namelijk omdat de vijgeboom dor en onvruchtbaar was4 ,daarna verklaarde hij hun de beteekenis dezer vermaning als dienende tot bekeering of algeheele verwoesting4 ,ook wees hij op het gezag1 dat dit woord had als door ,el-,schadda zelven gesproken4 ,en de toepassing van die preek was van dien aard1 dat het arme ,menschziel sidderde en beefde4 ,deze predikatie evenals de voorgaande vermocht veel op het hart der lieden2 zij was dienstig om degenen1 die door de eerste preek wakker geschud waren1 ook wakker te houden4 ,de gansche stad was nu vol droefheid en weeklacht4 ,luk4 #ac 3 #g4 ,afbeelding3 ,,di,,bolonisten ,,verkleed ,,op ,,de ,,markt4 ,nadat de kerk uit was kwamen de lieden samen om te raadplegen wat in dezen te doen ware4 ,maar de tweede prediker der stad sprak3 ,ik wil niets doen uit mijzelven zonder geraadpleegd te hebben met mijn buurman ,vreeze ,gods4 ,want daar hij in het eerst meer van onzen vorst en diens handelingen wist dan wij1 zoo zou het ook nu kunnen wezen1 dat hij ons wist te raden1 daar wij naar het goede pad willen terugkeeren40 ,zoo werd dan om ,vreeze ,gods gezonden1 die aanstonds verscheen en zich aldus liet hooren3 ,ik ben van oordeel1 dat ,menschziel in deze hare benauwdheid een ootmoedig rekwest aan hare beleedigden vorst ,immanuel moet aanbieden om hem te verzoeken1 dat hij in gunst en genade tot haar wederkeere en niet voor eeuwig den toorn behoude40 ,de stedelingen stemden hierin volmondig toe en het verzoekschrift werd opgesteld4 ,maar wie zou het nu brengen8 ,ten laatste kwam men overeen1 dat de ,burgemeester het doen zou4 ,dit gebeurde4 ,de ,burgemeester begaf zich op weg naar het hof van ,el-,schadda1 waar ,immanuel1 de vorst van ,menschziel1 zich bevond1 en hij kwam daar ook aan4 ,maar de poort was gesloten en een sterke macht bewaakte die1 zoodat de afgezant langen tijd moest buiten blijven staan4 ,daarom verzocht hij1 dat iemand tot den ,prins mocht gaan om hem mede te deelen wie daar buiten aan de poort stond en wat hij kwam doen4 ,zoo gebeurde het dan ook4 ,er was iemand1 die aan ,el-,schadda en zijn ,immanuel berichtte1 dat de ,burgemeester van ,menschziel daar buiten stond en verzocht in tegenwoordigheid van den ,prins te worden toegelaten2 maar de vorst wilde niet afkomen of toelaten1 dat hem de poort ontsloten werd4 ,zijn antwoord luidde3 ,zij hebben mij den rug gekeerd1 en niet het aangezicht1 maar nu in dezen tijd hunner benauwdheid zeggen zij tot mij3 sta op en behoud ons4 ,maar kunnen zij nu niet gaan tot hunne ,vleeschelijke-,gerustheid1 tot wien zij zich begaven als zij mij verlieten1 en maken hem in deze benauwdheid tot hunnen leidsman en beschermer8 ,waarom komen zij mij nu in hunnen angst zoeken1 daar zij zich in hunnen voorspoed van mij hebben afgekeerd80 ,klaagl4 #c 3 #h1 #dd4 ,jer4 #b 3 #bg1 #bh4 ,dit antwoord maakte1 dat de heer ,burgemeester zwart werd in zijn aangezicht1 hij was beroerd1 verpletterd1 als in zijn binnenste verscheurd4 ,nu begon hij weder te gevoelen wat het te zeggen was geweest gemeenzaam te worden met een ,dibolus-man als ,vleeschelijke-,gerustheid4 ,maar ziende dat er voor dit oogenblik aan het hof weinig uitkomst was zoomin voor hem als voor de stad1 sloeg hij op zijne borst en keerde weenende terug1 den ganschen weg langs het beklagenswaardig ,menschziel betreurende4 ,en als hij nu in het gezicht der stad genaderd was1 zoo gingen de oudsten en edelen om hem te begroeten en te vernemen welk wedervaren hij gehad had4 ,maar hij antwoordde hen op een zoo droevigen toon1 dat zij allen het uitschreeuwden1 klaagden en weenden4 ,zij wierpen ook asch op hunne hoofden en deden een zak om hunne lenden1 gaande al weenende door de stad4 ,toen de overige burgers dit vernamen1 jammerden zij met hen me4 ,dit was voor hen allen een dag van tuchtiging1 ontsteltenis1 benauwdheid en angst4 ,nadat zij nu weder een weinig bedaard waren1 kwam het stadsvolk weder samen om te beraadslagen wat hun nu te doen stond4 ,wederom vraagden zij het advies van den ouden heer ,vreeze ,gods1 en deze zeide hun1 dat er geen ander en geen beter middel was dan maar voortdurend requesten te zenden naar het hof2 ook al werden ze met bestraffing of met stilzwijgen beantwoord1 toch maar telkens opnieuw hunne smeekschriften opzenden4 ,want10 zeide hij1 het is ,el-,schadda's gewoonte de menschen te laten wachten om hun lijdzaamheid te leeren1 en zij1 die in nood zitten1 moeten gewillig zijn om te verbeiden40 ,zoo vatten zij dan weder moed en zonden weder en weder en nogmaals weder2 nu ging er geen dag1 ja nauwelijks een uur voorbij1 of men ontmoette in den omtrek der stad een rijdenden postbode1 die op zijn hoorn blies van ,menschziel af tot aan het paleis van ,el-,schadda2 en die allen droegen smeekbrieven of verzoekschriften ten gunste van ,menschziel1 of keerden van het hof terug4 ,ja1 de weg was vol boodschappers1 gaande en komende1 die elkander ontmoetten en dit duurde zoo voort dien ganschen harden kouden wintertijd4 ,,hoofdstuk ,x4 ,,een ,,diabolisch ,,complot4 ,wanneer gij het nog niet vergeten zijt1 dan herinnert gij u hoe ik u tevoren mededeelde1 dat1 nadat ,immanuel ,menschziel had ingenomen en vernieuwd1 er nog heel wat loerende ,dibolusmannen overbleven1 die zich in de holen en spelonken verscholen4 ,de namen van sommigen hunner zijn ook genoemd1 als daar zijn ,onreinheid1 ,overspel1 ,moord1 ,toorn1 ,overdaad1 ,bedrog1 ,boosoog1 ,lastering en vooral die gevaarlijke booswicht1 de oude ,gierigheid4 ,tegen hen had de goede ,prins aan den heer ,vastewil en de anderen1 ja1 aan de gansche stad bevelen gegeven ze op te zoeken1 te grijpen en ten onder te brengen1 ten einde alzoo de vijanden van hunnen vorst uit de gezegende stad weg te doen4 ,doch zij hadden dezen last niet volvoerd1 en verzuimd de ,dibolisten na te speuren en vast te zetten of te verdoen4 ,wat deden nu deze booswichten8 ,zij verkloekten zich en staken langzamerhand het hoofd weder op4 ,nu en dan vertoonden zij zich aan de burgers en sommigen van dezen begonnen1 helaas1 maar al te gemeenzaam met hen om te gaan1 tot groot nadeel der stad1 zooals later zal blijken4 ,afbeelding3 ,,ziekten ,,in ,,menschziel4 ,deze overgebleven ,dibolus-mannen1 bemerkende1 dat ,menschziel zijnen vorst beleedigd1 en hij zich aan de stad onttrokken had en weggegaan was1 maakten onderling eene samenzwering tot verderf der stad4 ,zoo kwamen zij op zekeren tijd samen in den schuilhoek van ,boosheid1 een oud heer1 die ook tot de ,dibolus-mannen behoorde1 en overlegden daar hoe zij de stad weder in de handen van hunnen heer zouden overleveren4 ,de een raadde dit1 de ander wat anders1 tot ten laatste de heer ,onkuisch voorsloeg1 dat enkelen hunner zich aan de inwoners van ,menschziel als dienstknechten zouden aanbieden4 ,indien het hun gelukt als zoodanig geplaatst te worden1 zouden zij voor ons en onzen heer het innemen der stad veel gemakkelijken10 zeide hij4 ,maar ,moord1 die booswicht1 stond op en sprak3 ,dat mag heden niet geschieden1 want ,menschziel is nu in beroering en zeer boos omdat zij reeds eenmaal door onzen vriend ,vleeschelijke-,gerustheid is verschrikt4 ,wij moeten geschikter tijd afwachten4 ,daarenboven hebben zij in last ons te grijpen en te verslaan1 waar zij ons ook vinden4 ,laat ons dan listig zijn als de vossen40 ,zoo werden zij het dan samen eens1 dat en hunner uit aller naam een brief zou gaan brengen aan ,dibolus1 waarin men hem alles zou mededeelen zoowel aangaande de ongenade1 waarin ,menschziel bij zijnen vorst viel1 als aangaande hun plan in dezen4 ,die brief werd spoedig opgesteld en was van den volgenden inhoud3 ,aan onzen grooten heer1 den vorst ,dibolus1 wonende op den bodem der hel4 ,groote vader en machtige vorst ,dibolus1 wij uwe getrouwe aanhangers1 nog overgebleven in de rebelleerende stad ,menschziel1 die ons aanzijn van u ontvangen hebben en uit uwe hand leven2 -- wij kunnen onmogelijk langer met onverschilligheid aanzien1 dat gij aldus veracht1 onvriendelijk behandeld en versmaad wordt door de inwoners dezer stad4 ,ook is uwe afwezigheid ons hoogst onaangenaam1 dewijl zij tot onze schade dient4 ,de reden1 waarom wij thans aan onzen heer schrijven1 is omdat wij nog niet alle hoop hebben opgegeven1 dat deze stad nog eenmaal weder uwe woning worde2 want zij is grootelijks van haren heer afgeweken en hij is tegen haar vertoornd en van haar weggegaan1 ja1 ofschoon zij telkens opnieuw tot hem zenden1 dat hij toch mocht wederkeeren1 zoo kunnen zij hem niet bewegen of een goed woord van hem loskrijgen4 ,er heeft ook onlangs eene hevige ziekte geheerscht1 die nog aanhoudt1 en dat niet onder lieden van den geringen stand1 maar onder de aanzienlijksten en de hoogste rangen4 ,wij1 ,dibolus-mannen1 blijven echter gezond en wel1 sterk en levenslustig1 zoodat wij oordeelen1 dat zij door hunne overtreding ter eener zijde en hunne ziekte en zwakheid ter anderer zijde gansch en al voor uwe macht open liggen4 ,zoo het derhalve bestaan kan met uw geduchte wijsheid1 en is naar den raad van uwe vorsten om nog eens een aanslag op ,menschziel te wagen1 laat het ons dan weten1 en wij zijn gereed ons uiterste te doen om haar in uwe hand over te leveren4 ,zoo echter hetgeen wij zeggen door u niet geschikt geoordeeld wordt1 laat ons dan uwe meening met een paar woorden weten2 want wij zijn bereid uwen raad in alles op te volgen1 al hing er ons leven van af4 ,aldus gegeven onder onze eigen hand1 na voorafgaand overleg ten huize van den heer ,boos1 die nog levend overgebleven is1 in onze begeerlijke stad ,menschziel60 ,toen ,onheilig met dezen brief aan den ,hellepoortsheuvel kwam1 7want hij was de bode71 klopte hij aan de koperen poort om te worden binnengelaten4 ,daarop deed de deurwachter ,cerberus de poort open en nam den brief aan1 welken hij onmiddellijk aan ,dibolus overgaf met de woorden3 ,tijding uit ,menschziel1 ,mijnheer6 ,zij komt van vertrouwde vrienden40 ,nu kwamen uit alle hoeken van den afgrond ,belzebul1 ,lucifer1 ,apollyon met al de rest van dat gespuis voor den dag om te vernemen wat er gaande was4 ,men opende den brief en las hem in tegenwoordigheid van ,cerberus4 ,die lezing was luid genoeg om hetgeen er in stond in alle hoeken van den afgrond te doen weerklinken4 ,onmiddellijk werd bevel gegeven1 dat van louter blijdschap de doodsklok zou worden geluid1 hetgeen ook gebeurde1 en alle helsche vorsten verheugden zich1 dat ,menschziel nog het onderspit zou delven4 ,de klokkeluider riep3 ,de stad ,menschziel -- komt wonen -- bij ons -- in de hel6 ,maak plaats dan -- voor ,menschziel -- in de diepte der hel60 ,dit alles bewees1 dat zij hoopten ,menschziel weer machtig te worden4 ,afbeelding3 ,,onheilig ,,voor ,,di,,bolus4 ,nadat deze akelige plechtigheid volbracht was1 kwamen zij weder samen om te overleggen welk antwoord zij aan hunne vrienden zenden zouden4 ,omdat de zaak spoed vereischte lieten zij het geheel aan vorst ,dibolus over1 oordeelende1 dat hij de eigenlijke vorst en heer der stad was4 ,hij stelde dan naar eigen goedvinden een brief op en zond hem door dezelfde hand terug1 die de tijding gebracht had4 ,hier is de inhoud3 ,aan ons geslacht1 de hoogmogende ,dibolus-mannen1 die nog wonen in de stad ,menschziel4 ,dibolus1 de groote vorst1 wenscht een gelukkigen uitslag aan die goede ondernemingen1 raadslagen en voornemens1 die gij uit liefde tot onze eer en heerlijkheid in uwe harten koestert1 om ze uit te voeren tegen ,menschziel4 ,beminde kinderen en leerlingen1 ,mijneheeren ,onkuisch1 ,overspel en de anderen6 ,wij hebben hier in ons eenzaam verblijf uw aangename letteren ontvangen door de hand van onzen vertrouweling ,onheilig1 en om te toonen hoezeer wij er ons over verheugden1 hebben wij van blijdschap onze klokken geluid4 ,hoe blijde zijn wij dat wij nog vrienden in ,menschziel hebben1 en dat haar ,prins vertoornd is weggegaan4 ,ook hoorden wij met genoegen van hunne ziekte en uwe gezondheid4 ,hoe blijde zouden wij ook wezen1 konden wij deze stad weder in onze macht krijgen1 en daartoe zullen wij geen enkele helsche list sparen4 ,natuurlijk wordt gij dan ook weder onze kapiteins en overheden4 ,wij komen met sterkere macht dan de eerste maal1 want zijn wij er nu weder meester van1 dan blijft zij de onze voor eeuwig1 aangezien het eene wet van hun vorst is1 dat1 zoo wij hen ten tweeden male overwinnen1 zij dan ons ongestoord en wettig eigendom blijft4 ,doet dan nog nauwkeuriger onderzoek en tracht al de zwakke zijden van ,menschziel te bespieden4 ,gij moet ons ook eens laten weten welk middel u het beste voorkomt om hen te krenken1 namelijk door hen tot een loszinnig leven te verleiden of hen tot wanhoop en vertwijfeling te brengen1 of wel de stad te laten in de lucht springen door ons buskruit van hoogmoed en zelfbedrog4 ,houdt u gereed om van binnen een ijselijk wapengeschrei aan te heffen1 wanneer wij van buiten vaardig zijn om storm te loopen4 ,bovendien moeten wij deze dingen met haast doen4 ,al de zegeningen des afgronds zijn over u6 ,gegeven aan den mond van den put des afgronds door gemeene toestemming van al de vorsten der duisternis om gezonden te worden1 naar het geweld1 dat wij nog in ,menschziel uitoefenen1 door de hand van den heer ,onheilig4 ,door mij1 ,dibolus40 ,deze brief werd nu naar ,menschziel gezonden tot de ,dibolus-mannen1 welke daar overbleven in de wallen4 ,toen nu deze ,onheilig weder in ,menschziel was teruggekeerd1 begaf hij zich onmiddellijk naar de woning van heer ,boos1 want daar kwam de troep samen4 ,bemerkende1 dat hun afgezant gezond en wel was teruggekeerd1 verheugden zij zich1 en hunne blijdschap nam nog toe toen zij den brief van ,dibolus hadden gelezen4 ,zij vraagden ,onheilig naar den welstand van al hunne bekenden in den put des afgronds1 en zetten zich daarna weder aan het beraadslagen4 ,het eerst werd bepaald1 dat zij alles voor ,menschziel zouden stil houden4 ,laat het toch niemand merken welk voornemen wij tegen hen koesteren10 zeiden zij4 ,na eenig heen en weer praten stond de heer ,bedrog op en zeide3 ,echte ,dibolus-vrienden1 luistert4 ,onze heeren en machtigen uit den afgrond stellen ons drie wegen voor4 ,de eerste is de weg der loszinnigheid1 de tweede die van den wanhoop1 en de derde het doen springen van alles door hoogmoed en zelfbedrog4 ,ik voor mij geloof dat haar hoogmoedig te maken wel iets helpen zal en dat loszinnigheid ook wel eenige uitwerking kan hebben2 maar konden wij haar tot wanhoop brengen1 dan hadden wij het rechte punt geraakt4 ,dan zouden wij haar in de eerste plaats aan de hartelijke liefde van haar vorst doen twijfelen1 en dat zal hem zeer tegenstaan4 ,werkt dit een weinig door dan zullen zij wel ophouden verzoekschriften naar hem op te zenden -- dan is het uit met al dat smeeken en kermen om hulp en bijstand2 want dan ligt de sluitrede voor de hand3 ,waartoe zal dit alles dienen800 ,en in dezen raad van ,bedrog stemden zij eenparig toe4 ,maar nu deed zich de vraag voor3 hoe zullen wij dit ons voornemen ten uitvoer brengen8 ,en dezelfde heer beantwoordde die vraag als volgt3 ,laat zoovelen van onze vrienden als die niet schromen zich voor hunnen vorst in het gevaar te begeven1 zich vermommen1 andere namen aannemen1 en als boeren verkleed naar de markt gaan4 ,laat hen zich aanstellen als wilden zij in de stad ,menschziel dienen als knechten en arbeiders4 ,laat hen zich voor hunne meesters zoo diep mogelijk buigen4 ,indien ,menschziel hen dan huurt1 zullen zij in korten tijd zoo verdorven worden1 dat zij het ongenoegen van hunnen vorst geheel over zich brengen1 en hem zo vertoornen1 dat hij hen uit zijn mond spuwt4 ,is dit geschied1 dan zal onze vorst op hen aanvallen1 en zij vallen ons als vanzelf in de klauwen40 ,afbeelding3 ,,di,,bolus' ,,haat ,,en ,,kwaadaardigheid4 ,dit voorstel was nog maar kwalijk gedaan of het werd toegejuicht en al de ,dibolus-mannen drongen zich voorwaarts om zulk een schoonen buit machtig te worden4 ,er werden er nu een drietal uitgezocht1 n4 l4 de heeren ,gierigheid1 ,onreinheid en ,gramschap4 ,gierigheid noemde zich ,spaarzaam1 ,onreinheid veranderde zijn naam in ,geoorloofd-vermaak1 en ,gramschap noemde zich ,voortvarendheid4 ,op zekeren marktdag lieten zich deze drie vroolijke klanten op den markt vinden1 aangenaam voor het oog en in schapenvachten gekleed1 die zoo wit waren1 ja1 bijna zoo wit als de kleederen van ,menschziel2 ook konden zij de taal van ,menschziel duidelijk spreken4 ,toen zij op de markt gekomen waren en aan de burgers hun dienst aangeboden hadden1 werden zij ook spoedig gehuurd1 want zij eischten maar weinig loon en beloofden hunnen meesters trouwen dienst4 ,de heer ,gemoed huurde ,spaarzaam2 en de heer ,vreeze ,gods huurde ,voortvarendheid2 ,geoorloofd ,vermaak ging niet zoo spoedig van de hand2 hij kon zoo vlug als de anderen geen meester krijgen1 want het was in de vasten4 ,maar toen deze bijna uit was1 kreeg ook hij een dienst bij den heer ,vastewil als lijfknecht4 ,zoo hadden nu allen meesters4 ,toen deze booswichten op die wijze in de huizen der lieden van ,menschziel waren1 begonnen zij daar aldra veel kwaads te doen2 want listig en boos als dit gebroed was1 zoo bedierven zij de huisgezinnen en sarden hunne meesters2 vooral ,spaarzaam en ,geoorloofd-vermaak4 ,hij1 die onder den naam van ,voortvarendheid doorging1 behaagde ook zijn meester zoo niet1 want deze zag weldra1 dat hij een huichelachtige deugniet was4 ,en pas had de schelm dit bemerkt of hij pakte zich het huis uit1 of anders zou zijn meester hem zonder twijfel hebben opgehangen4 ,toen nu deze fielten het zoo ver gebracht hadden en alles zooveel mogelijk hadden bespied en bedorven wat zij konden1 beraadslaagden zij op welken tijd ,dibolus van buiten den aanval zou wagen1 en zij hem van binnen ondersteunen4 ,zij kwamen overeen1 dat een marktdag daarvoor de geschiktste tijd zou wezen2 want dan waren de stedelingen het drukste4 ,men kan dit als een vaste regel aannemen1 wanneer de menschen het drukste zijn in hunne bezigheden1 dan vreezen zij het minst voor een overval4 ,de ,dibolus-mannen zouden dan ook het best den tijd hebben1 meenden zij1 om te ontsnappen4 ,dit alles besloten zijnde1 schreven zij een brief en zonden dien weer op door de hand van ,onheilig4 ,hij luide ongeveer als volgt3 ,de heeren der ijdelheid zenden aan den grooten en machtigen ,dibolus1 uit onze holen en spelonken in en om de wallen van ,menschziel groetenis4 ,onze groote heer en onderhouder van ons leven1 ,dibolus6 hoe blijde waren wij als wij uwe vaderlijke bereidwilligheid vernamen om ons behulpzaam te wezen ten einde ,menschziel in het verderf te storten4 ,rom4 #g 3 #ba4 ,gal4 #e 3 #ag4 ,wij hebben dan eerst overwogen dat helsch drievoudig ontwerp1 dat gij ons in uwen laatsten brief voorsteldet1 en besloten eindelijk dat het ons best voorkwam haar te voeren in eene zee van wanhoop4 ,wij hebben gemeend op tweerlei wijzen dit ontwerp uit te voeren4 ,ten eerste door de stad zoo goddeloos te maken als wij maar kunnen1 en daarna u te verzoeken de stad op een gegeven oogenblik aan te vallen4 ,als gij dan een leger van twijfelmoedigheid meebrengt zult gij wel het best van allen slagen4 ,op die wijze moeten wij winnen1 en als de poel zijn mond opent1 zullen zij zich in wanhoop daarin storten4 ,reeds hebben wij drie van onze vertrouwelingen onder hen gezonden1 die zich vermomd en hunne namen veranderd hebben1 te weten ,gierigheid1 ,onreinheid en ,gramschap4 ,deze laatste diende onder den naam van ,voortvarendheid bij den heer ,vreeze ,gods1 maar die oude heer heeft hem weggejaagd4 't ,had hem bijna zijn leven gekost4 ,de anderen hebben het beter getroffen1 maar alle werkten mede om ons plan tot wijsheid te brengen4 ,nu stellen wij u voor1 dat gij de stad aanvalt op een marktdag1 omdat zij dan het zorgeloost zijn en het minst aan een overval denken2 zij kunnen zich dan het minst verdedigen1 en wij1 uwe getrouwen1 zullen gereed staan om u van binnen te helpen4 ,in de verwarring zal alles gelukken4 ,indien uwe slangenkoppen en draken onzen heer een beteren weg kunnen wijzen1 laat ons dan spoedig uw wil kennen4 ,aan de monsters van den put des afgronds uit het huis van ,boos1 in ,menschziel1 door de hand van ,onheilig40 ,al de dagen dat deze helsche booswichten aldus tot verderf der stad samenspanden1 was de arme stad in een jammervollen toestand1 eensdeels omdat zij ,el-,schadda en zijn zoon zoo zwaar beleedigd hadden1 en anderdeels omdat de vijanden van binnen nieuwe kracht kregen2 en verder omdat zij op al hunne verzoekschriften om vergeving en genade tot dusverre nog geen vriendelijk antwoord hadden ontvangen4 ,door de loosheid en listen van de inwonende ,dibolisten was hun toestand eer erger dan beter geworden4 ,de krankheid bleef ook al heerschen in ,menschziel1 zoowel onder de kapiteins als de burgers der stad1 en hunne vijanden waren kloek en sterk2 zij schenen nu wel ten hoofd en ,menschziel ten staart geworden4 't ,was dan ook in dien tijd dat voormelde brief naar den afgrond werd gezonden1 en ,onheilig dien aan ,hellepoortsheuvel aan ,cerberus overhandigde4 ,toen deze twee elkander weder ontmoetten1 waren zij straks zoo gemeenzaam met elkar als de eene bedelaar met den ander1 en begonnen een gesprek over de zaken van ,menschziel en de plannen tegen haar gesmeed4 ,de portier ving aan3 ,wel1 mijn oude vriend1 zijt gij daar weder aan ,hellepoortsheuvel2 hoe blij ben ik u te zien40 ,onheilig3 ,ja1 mijnheer1 ik kom hier in het belang der stad ,menschziel40 ,cerberus4 ,ik bid u1 hoe staat het thans met de stad80 ,afbeelding3 ,,onheilig ,,keert ,,uit ,,den ,,afgrond ,,terug4 ,onheilig4 ,naar het mij voorkomt in een besten toestand2 ten minste wat ons aangaat1 want zij hebben zeer afgenomen in godsvrucht en dat doet ons goed4 ,hun ,heer is ook zeer op hen vertoornd1 en wij hebben grooten invloed op hen en komen in hunne huizen4 ,ook heerscht er eene erbarmelijke ziekte onder hen1 die hen zwak maakt2 zoodat wij goede hope hebben het eindelijk nog te winnen40 ,geen tijd zoo geschikt als deze10 antwoordde ,cerberus1 de helhond1 om dit oogmerk te bereiken4 ,ik wensch het van harte om de arme ,dibolus-mannen1 welke ouder gedurige vrees voor hun leven in ,menschziel wonen40 ,onheilig antwoordde3 ,het plan is zoo goed beraamd1 en zij zijn maar onnoozele duiven2 ze hebben geen hart in hun lijf4 ,alles wel beschouwd moeten wij het winnen40 ,cerberus4 ,het is zooals gij zegt1 ga binnen bij de heeren1 hier4 ,ik heb uwen brief reeds overgegeven en zij zullen u een goede belooning geven40 ,onheilig trad dan binnen en als ,dibolus hem ontmoette1 riep hij hem toe3 ,welkom1 gij trouwe dienaar1 ik ben verblijd over den brief60 ,ook de andere overheden van den afgrond groetten hem1 waarop ,onheilig antwoordde3 ,dat ,menschziel aan mijnheer ,dibolus gegeven worde1 en dat hij eeuwig haar koning zij60 ,en daarop gaven de holle afgrond en de gapende muil van de hel zulk een akelig geluid1 dat er de bergen van schudden4 ,dit gold daar voor muziek4 ,nadat zij nu den brief besproken en overwogen hadden1 overlegden zij ook welk antwoord zij wedergeven zouden4 ,de eerste was ,lucifer1 die zijn advies gaf in deze woorden4 ,het eerste plan van de ,dibolus-mannen zal wel gelukken1 n4 l4 om langs allerlei middelen en wegen ,menschziel goddeloos te maken4 ,er is geen betere weg dan deze tot verderf der ziel4 ,onze oude vriend ,bileam sloeg vor eenige jaren juist dezen zelfden weg in1 en het gelukte hem best4 ,laat dit dan regel bij ons wezen en ten allen tijde ons doel1 er is niets in de wereld1 dat dit tegenstaan kan1 dan alleen de genade1 waaraan1 naar ik hoop1 deze stad geen deel heeft4 ,maar wat het andere punt betreft om op een marktdag te komen en vallen de stad aan1 daar moeten wij eerst nog eens goed over denken2 want het kon wel eens wezen1 dat zij op dien dag dubbele wachten uitzetten1 en dat zij ons op zulk eene wijze opwachtten1 dat al hunne burgers te wapen liepen4 ,dan waart gij bedrogen en onze vrienden geraakten in gevaar40 ,num4 #ca 3 #af4 ,openb4 #b 3 #ad4 ,toen zeide de groote ,belzebul3 ,hetgeen deze overste gezegd heeft dient wel in aanmerking genomen te worden1 maar hij zou zich toch kunnen vergissen4 ,wij moeten daarom eerst eens trachten te weten te komen of de stad ,menschziel kennis draagt van haar vervallen staat en van het voornemen1 dat wij tegen haar hebben opgevat1 zoodat zij hare wachten zou uitzetten op de marktdagen4 ,sluimeren zij en zijn ze slaperig1 welnu1 dan kunnen wij het best op een marktdag beproeven4 ,maar hoe komen wij dat nu te weten8 ,wacht1 laat ons ,onheilig binnen roepen1 die weet het wel40 ,zoo werd dan ,onheilig binnengeroepen1 en men stelde hem de vraag voor1 waarop hij aldus antwoordde3 ,mijne heeren1 voor zoover ik weet is ,menschziel tegenwoordig vervallen in haar geloof en hare liefde2 ,immanuel1 haar vorst heeft haar den rug toegekeerd2 wel zendt zij vele verzoekschriften aan hem1 maar hij maakt geen haast om die te beantwoorden4 ,ook wordt er niet veel meer hervormd40 ,wel01 zeide ,dibolus1 ik ben er best mede tevreden1 dat zij traag zijn om zich te hervormen1 maar ik vrees hunne verzoekschriften4 ,toch toont de loszinnige wandel dezer burgers1 dat zij weinig ter harte nemen hetgeen zij aan ,immanuel vragen2 en is hun hart er niet bij1 dan zijn die dingen niet veel waard40 ,indien de zaken aldus staan met ,menschziel10 zeide ,belzebul1 als ,onheilig daar zegt1 zoo behoeven wij er niet zoo lang over te praten op welken dag wij den aanval zullen doen2 dan is er geen kracht in al hunne verrichtingen40 ,maar nu begon ,apollyon en sprak3 ,mijn oordeel in deze zaak is1 dat wij zoo zoetjes aan moeten voortgaan en de dingen niet te haastig behandelen4 ,laat onze vrienden binnen ,menschziel slechts voortgaan de stad te verontreinigen en te besmetten door haar meer n meer in de zonde te verstrikken2 er is niets1 dat haar zooveel kwaad doet als de zonde4 ,indien dit wel gelukt1 zal ,menschziel vanzelf wel nalatig zijn in het waken1 in het aanbieden van verzoekschriften en al het andere1 dat tot hare vastigheid dienen kan4 ,zij zullen hun ,immanuel vergeten1 en zijne tegenwoordigheid niet begeeren4 ,kunnen wij hen tot zulk een leven krijgen1 zoo zal hun vorst niet licht tot hen komen4 ,onze vertrouwde vriend ,vleeschelijke-,gerustheid met en van zijne listen1 dreef hem uit de stad2 waarom zouden de heeren ,gierigheid en ,onreinheid hem samen niet buiten de stad kunnen houden8 ,en dit zeg ik u1 dat twee of drie ,dibolus-mannen1 die in ,menschziel worden opgenomen1 meer doen zullen om ,immanuel buiten de stad te houden en haar aan ons over te leveren1 dan een leger van een legioen1 dat wij zouden kunnen uitzenden om tegen haar te strijden4 ,afbeelding3 ,,profaan ,,en ,,boos4 ,laat dus de onzen maar lustig voortgaan binnen ,menschziel met alle denkbare list en behendigheid1 en laat hen voortdurend onder deze of gene vermomming eenigen van de hunnen uitzenden om zich met het volk van ,menschziel te vermaken1 en het zal niet eens noodig zijn1 dat wij een oorlog met hen beginnen4 ,en mocht dit toch het geval zijn1 dan verzeker ik u1 dat hoe zondiger zij zijn1 zij ook des te onmachtiger zullen wezen4 ,daarenboven neemt eens het ergste wat gebeuren kan1 namelijk dat ,immanuel tot hen wederkeerde1 waarom zou hij door diezelfde redenen nog niet eenmaal kunnen worden uitgedreven8 ,waarom zou hij niet voor eeuwig van hen kunnen scheiden1 en gebeurt dat1 dan gaan immers ook zijne kapiteins1 zijne soldaten1 zijne stormrammen weg1 en ,menschziel blijft naakt en bloot achter4 ,zal de aldus beroofde stad dan niet vanzelf hare poorten voor u openzetten als in de dagen van ouds8 ,maar dit is een werk van tijd1 niet van eenige dagen40 ,nauwelijks had ,apollyon gedaan of ,dibolus barstte in groote woede en grimmigheid uit en bepleitte zijne zaak aldus3 ,mijne heeren en machthebbers van dezen afgrond1 oprechte en getrouwe vrienden1 met groot ongeduld heb ik naar uw lange redevoeringen geluisterd4 ,mijn gapende muil en ledige buik verlangt zoo smachtend naar het weder in bezit nemen van mijn beroemde stad ,menschziel1 dat wat er ook van komen moge1 het mij onmogelijk is den afloop van zoo langdradige handelwijzen af te wachten4 ,ik moet zonder uitstel trachten door alle mogelijke middelen mijn onverzadelijken kolk des afgronds te vullen met ziel en lichaam der stad ,menschziel4 ,leent daarom uwe hoofden1 harten1 handen1 waar ik heenga om mijne stad te herwinnen60 ,toen de edelen en vorsten van den put des afgronds de brandende begeerte van ,dibolus zagen om de ellendige stad ,menschziel te verslinden1 hielden zij op met tegenwerpingen te maken2 maar het moet gezegd worden1 dat volgens den raad van ,apollyon handelend1 de verwoesting der stad veel grooter zou geweest zijn4 ,maar nu waren zij bereid hun opperheer met alle macht bij te staan1 daar zij hem later weder noodig konden hebben voor andere ontwerpen4 ,zoo overlegde men dan met hoeveel en met welke soldaten ,dibolus zou optrekken tegen de stad ,menschziel om haar in te nemen4 ,na eenig beraadslagen werd algemeen toegestemd dat het een leger van machtige twijfelaars wezen zou4 ,tusschen de twintig en dertig duizend scheen hun voldoende4 ,het besluit van den breeden raad hield dus in1 dat ,dibolus nu onmiddellijk den trom zou laten roeren om volk aan te werven in het land van ,twijfelzucht1 dat niet verre van ,hellepoortsheuvel aflag2 altemaal volk1 dat hij uitmuntend kon gebruiken tegen de ellendige stad ,menschziel4 ,ook werd vastgesteld1 dat de heeren zelven hem in den oorlog zouden bijstaan en te dien einde het leger commandeeren en aanvoeren4 ,zij stelden dan wederom een brief op en zonden dien aan de ,dibolus-mannen1 die intusschen ,menschziel begluurden en op de terugkomst van ,onheilig wachtten4 ,wij zullen dezen brief maar niet in zijn geheel wedergeven4 ,wij weten reeds hoe men daar in die nare en duistere hellespelonk schreef4 ,zij ontkenden ook thans niet1 dat zij bezield waren met het allervergiftigste oogmerk en bedoelen tegen de stad ,menschziel4 ,al dat helsche gebroed verheugde zich in de aanvankelijk goede uitkomst en maakte nu ook de verdere pogingen bekend1 die door hen zouden worden aangewend4 ,dat het leger van ,dibolus volgens den raad der ,dibolus-mannen uit de stad van enkel twijfelaars zou zijn samengesteld1 meer dan twintig duizend in getal4 ,allen wakkere mannen en van schrikbarend voorkomen10 aldus stond in den brief1 lieden van ouds in den oorlog gewoon1 en die den trommel wel hooren mogen40 ,het helsche geschrift eindigde aldus3 ,wat den tijd onzer komst vor ,menschziel betreft1 zoo is nog niet bepaald of het een marktdag of wel een nacht1 die op een marktdag volgt1 zal wezen4 ,houdt gij u in ieder geval gereed bij het hooren van onzen trommelslag4 ,de edele heeren ,lucifer1 ,belzebul1 ,apollyon1 ,legio en al de anderen groeten u1 gelijk ook ,dibolus zelf1 en wenschen u denzelfden voorspoed1 dien wij genieten40 ,onheilig had in het naar huis gaan weder een gesprek met den portier ,cerberus1 die hem naar de boodschap vraagde1 welke hij had megekregen2 waarop ,onheilig antwoordde1 dat al de plannen der ,dibolus-mannen in de stad waren goedgekeurd4 ,en10 vraagde ,cerberus1 is het ,dibolus' voornemen om zelf mee op te trekken80 ,voorzeker10 was het antwoord en dat wel met meer dan twintig duizend man1 altemaal twijfelaars1 in den oorlog geoefend40 ,toen werd ,cerberus vroolijk en riep uit3 ,als er zulke maatregelen genomen zijn1 dan zou ook ik wel mede optrekken willen aan het hoofd van een duizendtal1 om mijne dapperheid te toonen40 ,welnu10 zeide ,onheilig1 waarom zou dat niet kunnen geschieden8 ,maar ik heb nu haast en moet voort40 ,ja1 haast u1 mijn vriend1 en zeg aan de vrienden binnen ,menschziel1 dat ook ,cerberus hen laat groeten en van ijver brandt om hen te hulp te komen40 ,zoo namen dan die twee afscheid en keerde ,onheilig naar ,menschziel terug1 in de legerplaats van den heer ,boos1 waar de ,dibolus-mannen hem reeds verwachtten1 en met graagte den brief lazen en alles vernamen wat ,onheilig te zeggen had4 ,aldus was nu de tegenwoordige toestand der ongelukkige stad ,menschziel2 zij had haren vorst beleedigd en hij was heengegaan2 zij had de machten der hel aangemoedigd door hare dwaasheid1 en tot haar eigen verderf hen tot zich gelokt4 ,wel had de stad hare zonde leeren beseffen1 maar de ,dibolus-mannen roerden zich in hare ingewanden2 zij riep1 maar ,immanuel was heengegaan en hare kreten bereikten niet meer zooals vroeger zijn oor4 ,bovendien wist zij niet wanneer en of hij wel ooit zou terugkeeren4 ,daarbij kende zij de listige aanslagen van den vijand niet en hoe gereed deze stond om tegen haar op te trekken met het gansche komplot der hel4 ,afbeelding3 ,,krijgsraad ,,in ,,menschziel4 ,wel zond zij voortdurend verzoekschriften naar den vorst1 maar hij beantwoordde die met stilzwijgen4 ,zij verzuimde zich te hervormen en dat was ,dibolus naar den zin2 want hij wist1 dat1 indien zij de ongerechtigheid in haar hart toeliet1 haar koning haar gebed niet hooren zou2 daarom werd zij nu al zwakker en zwakker en was als een rollend blad voor den wind4 ,zij riep tot haren koning om hulp en duldde ,dibolus-mannen in haren boezem3 wat kon daarom haar koning voor haar doen8 ,ja1 daar scheen nu wel eene vermenging plaats te hebben in ,menschziel1 want de burgers der stad en de ,dibolus-mannen wandelden samen langs de straten4 ,zelfs dachten de mannen van ,menschziel er aan om met hen vrede te sluiten1 daar de krankheid binnen de stad zoo doodelijk was geweest1 en zij zoodanig daardoor waren gedund en verzwakt1 dat het toch tevergeefs zou wezen tegen hen te vechten4 ,de zwakheid van ,menschziel was de kracht van hare vijanden1#cg en de zonde van ,menschziel in het voordeel der ,dibolus-mannen4 ,zoo begonnen dan reeds deze lieden zich te verbeelden1 dat zij de stad in eigendom konden krijgen2 beiden schenen nu reeds het bezit daarvan met elkander te deelen4 ,ja1 de ,dibolus-mannen groeiden aan en namen toe1 terwijl de stad zelf verminderde4 ,meer dan elfduizend mannen1 vrouwen en kinderen waren aan de ziekte gestorven4 #cg ,de zwakheid van ,menschziel was de kracht harer vijanden4 ,bunyan beschrijft meesterlijk den ellendigen toestand der ziel1 die buiten ,gods gemeenschap in ,christus leeft1 omdat zij die heeft verzondigd4 ,alles is krachteloos2 't is vorm wat er nog overblijft van godsdienstige verrichtingen1 een vorm der godzaligheid1 maar die de kracht daarvan verloochent4 ,,hoofdstuk ,,xi4 ,,het ,,complot ,,ontdekt4 ,volgens het welbehagen van ,el-,schadda was daar iemand in de stad1 die ,toezicht heette1 een groot vriend der inwoners en die ,menschziel liefhad4 ,deze man had tot gewoonte aangenomen om overal in de stad te luisteren en op te letten1 of hij ook iets te hooren of te zien kreeg1 dat kwade gevolgen hebben kon4 ,hij vertrouwde de ,dibolus-mannen evenmin binnen als buiten de stad4 ,nu gebeurde het eens1 dat deze heer ,toezicht op eene plaats1 genaamd ,kwaadheuvel1 kwam1 waar de vrienden van ,dibolus plachten saam te komen2 zoo hoorde hij eenig gemompel1 7gij moet weten1 dat het nacht was71 en sloop zachtkens naderbij om beter te kunnen luisteren wat daar besproken werd4 ,al dadelijk ving hij een gesprek op1 waarin iemand verklaarde1 dat het niet lang meer duren zou of ,dibolus was meester van de stad ,menschziel1 en dat dan al de burgers met het zwaard zouden worden gedood1 al 's konings kapiteins verjaagd en al zijne soldaten uit de stad gedreven4 ,hij voegde daarbij1 dat er reeds een leger van twintig duizend strijdbare mannen bij ,dibolus gereed stond om dit voornemen tot werkelijkheid te brengen2 het zou geen maand meer duren1 of dit alles was gebeurd4 ,nauwelijks had ,toezicht dit gehoord of hij begaf zich naar het huis van den ,burgemeester en stelde er dezen mede in kennis4 ,de ,burgemeester zond dadelijk naar den heer ,geweten1 die het ambt van tweeden prediker waarnam1 opdat hij alarm zou roepen in de stad4 ,de ,oppersecretaris was nog ongesteld4#ch ,zoo liet dan ook even spoedig de heer ,geweten de klok luiden en kwam het volk samen1 waarop hij hen dadelijk eene korte vermaning gaf om toch waakzaam te wezen1 en tevens het nieuws1 dat ,toezicht bracht1 bekend maakte4 ,een vreeselijke samenzweering is tegen ons gesmeed10 zeide hij2 de heer ,toezicht1 die er de man niet naar is om iets leugenachtigs bekend te maken1 heeft het ons ontdekt4 ,ik zal hem roepen1 dan kunt gij hem zelf hooren40 #ch ,de oppersecretaris was nog ongesteld4 ,de ,heilige ,geest was bedroefd en daarom geweken4 ,de ziel ondervond de kracht des ,geestes niet1 echter niet omdat de ,geest ongesteld0 wezen zou2 maar omdat er geene gemeenschapsoefening met hem is4 ,dit gebeurde en ,toezicht verhaalde nauwkeurig al wat hij op ,kwaadheuvel van de ,dibolusmannen vernomen had4 ,ieder moest er de waarheid van inzien1 vooral nadat de prediker gezegd had3 ,het is volstrekt niet bevreemdend1 dat de ,dibolus-mannen zulke ontwerpen smeden2 want door onze eigen schuld hebben wij ,el-,schadda beleedigd1 zijn zoon ,immanuel aanleiding gegeven onze stad te verlaten en ons zeer verzwakt2 terwijl wij in veel te vriendschappelijke verstandhouding met dat slechte volk leven4 ,de krankheid1 die in onze stad is1 verzwakt ons2 menig dapper en goed burger is gestorven en de ,dibolus-mannen worden hoe langer hoe sterker4 ,bovendien heb ik van ,toezicht vernomen1 dat er verscheidene brieven heen en weer geschreven zijn naar en van ,dibolus1 die niets liever ziet dan den ondergang der stad40 ,afbeelding3 ,,begeerlijkheid ,,wordt ,,gevangen ,,genomen4 ,toen ,menschziel dit alles hoorde hief zij hare stem op en weende4 ,toezicht stemde daarmede in4 ,intusschen beraamden zij plannen om een nieuw verzoekschrift aan ,el-,schadda en zijn zoon op te zenden4#ci ,ook zochten zij de kapiteins op en verzochten hen toch goed wacht te houden en gereed te zijn tegen een mogelijken overval2 hunne wapenrusting na te zien1 en vooral goeden moed te hebben4 #ci ,plannen om een nieuw verzoekschrift op te zenden4 ,nood leert bidden2 maar dat gebed voldeed niet aan de vereischten van een ootmoedig geloofsgebed1 dat verhooring vindt4 ,ook de ,christelijke deugden werden weder beoefend met meer ijver1 terwijl de waakzaamheid toenam4 ,dit alles is prijzenswaard1 maar 't kan werk zijn in eigen kracht en eigengerechtigheid kweeken4 ,het geestelijk leven is een nauw leven4 ,toen de kapiteins dit hoorden1 zij die allen ,menschziel in waarheid liefhadden1 schudden zij zich uit evenals ,simson toen hij van de hinderlaag der ,filistijnen hoorde1 en kwamen zij dadelijk samen om te beraadslagen wat er te doen stond4 ,zij besloten tot het volgende4 #a;e4 ,dat de poorten zouden worden gesloten en met bouten en grendelen voorzien1 en dat alle in- en uitgaande lieden nauwkeurig zouden worden onderzocht4 ,daardoor meenden zij te kunnen ontdekken wie de personen waren1 die met ,dibolus in verbintenis stonden4 #a ,cor4 #af 3 #ac4 ,klaagl4 #c 3 #dj4 #b;e4 ,vervolgens zou een nauwkeurig onderzoek worden ingesteld binnen de stad2 huiszoeking gedaan bij iederen burger of daar ook ,dibolus-mannen verborgen waren4 ,hebr4 #ab 3 #ae1 #af4 #c;e4 ,verder1 dat ieder bij wien een ,dibolus-man gevonden werd1 om het even wie het ook wezen mocht1 die huisvesting en voedsel aan dat gespuis verleend had1 op een openbare plaats tot zijn groote schaamte en schande zou worden te pronk gezet4 ,jer4 #b 3 #cd2 #e 3 #bf4 ,ezech4 #af 3 #eb4 #d;e4 ,dat een openbare vast- en bededag zou worden uitgeroepen1 opdat de gansche stad ,menschziel zich verootmoedigde wegens hare overtredingen tegen haar grooten ,vorst en ,heere4 ,allen1 die daar niet mede instemden en voortgingen met hunnen arbeid op den bededag1 zouden voor ,dibolus-mannen gehouden worden en hunne ongerechtigheid dragen4 ,jol #a 3 #ad2 #b 3 #ae1 #af4 #e;e4 ,ook werd nog besloten1 met hunne dringende smeekschriften om hulp1 tijding naar het hof te zenden van hetgeen de heer ,toezicht had ontdekt en openbaar gemaakt4 ,jes4 #cg 3 #d4 #f;e4 ,terwijl eindelijk den heer ,toezicht uit naam der stad werd dank gezegd voor hetgeen hij had gedaan en hem de post van schout bij nacht werd opgedragen4 ,volgens deze besluiten werd nu ook gehandeld en de nieuwe schout bij nacht bekleedde zijn post met grooten ijver en opoffering van eigen rust en gemak4 ,de man was altijd ijverig in de weer1 en lag op zijn loer wanneer hij vermoeid was van het omzwerven4 ,inderdaad1 ,menschziel had dien post aan niemand beter kunnen opdragen dan aan dezen persoon4 ,niet vele dagen daarna als hij zijne onderzoekingstochten ook tot ver buiten de stad voortzette1 kwam hij bij ,hellepoortsheuvel in het land der ,twijfelaars1 waar hij tot zijn schrik vernam1 dat ,dibolus reeds alles gereed had om op te trekken4 ,daarom kwam hij met haast terug en riep de oudsten van ,menschziel samen1 en deed hun verslag van hetgeen hij vernam1 in het bijzonder ook dat ,dibolus den ouden heer ,ongeloof tot opperbevelhebber van zijn leger had aangesteld1 dat dit leger uit meer dan twintig duizend man bestond1 die allen ,twijfelaars waren4 ,dibolus had het voornemen alle voorname vorsten van den helschen afgrond tot kapiteins aan te stellen1 en vele prinsen van het ,zwarte ,woud stonden met den hellevorst in betrekking4 ,de ,twijfelaars hadden zich ook verpraat1 niet wetende met welk doel onze ,schout bij nacht hen uithoorde en aan den heer ,toezicht verteld1 dat de reden waarom de oude heer ,ongeloof veldmaarschalk was geworden hierin bestond1 dat niemand aan ,dibolus trouwer was dan hij1 en hij sedert zijne ontvluchting uit ,menschziel deze stad doodelijk was blijven haten1 naar niets vuriger verlangende dan zich op haar te kunnen wreken wegens den smaad hem aangedaan4 ,ook is niemand beter dan hij met de stad bekend omdat hij er eertijds heerschte4 ,dit alles deelde de trouwe schout bij nacht mede4 ,toen nu de kapiteins van ,menschziel met de oudsten der stad dit alles vernamen1#dj begrepen zij dat niets beter was dan onmiddellijk de wetten uit te voeren1 die hun ,vorst tegen de ,dibolus-mannen had uitgevaardigd4 ,in het huis van den heer ,gemoed en van den grooten heer ,vastewil woonden nog twee daarvan4 ,bij den eerste woonde ,begeerlijkheid1 maar die zijn naam veranderd had in ,spaarzaam4 ,bij den laatste vond men ,onreinheid1 maar die zich ,geoorloofd ,vermaak liet noemen4 ,de kapiteins en oudsten namen nu deze twee gevangen en gaven hen over aan den stokbewaarder ,getrouwe1 die hen zwaar met ketenen belaadde en zoo nauw opsloot1 dat ze de tering kregen en in de gevangenis stierven4 ,hunne meesters moesten ook in het openbaar boete doen1 dat wil zeggen3 in eene openbare plaats zich vertoonen om volledige schuldbelijdenis af te leggen4#da #dj ,toen nu de kapiteins van ,menschziel dit alles vernamen4 ,bij de zonden der ziel voegde zich nu de listen des satans1 die het op den ondergang van het kind ,gods gemunt heeft4 ,maar uit hetgeen hier medegedeeld wordt1 blijkt1 dat zijne listen ons niet onbekend zijn4 #da ,schuldbelijdenis afleggen4 ,de ziel begint alles te onderzoeken en alles te belijden1 en wat beleden is wordt vergeven4 ,daarna trachtten de kapiteins en oudsten nog meerdere ,dibolus-mannen machtig te worden en in hunne kuilen en spelonken na te speuren2 maar ofschoon zij de afdruksels hunner voetstappen duidelijk zagen1 zoo was het hun onmogelijk hen te grijpen1 zelfs waar zij hun onaangenamen geur roken4 ,dat gebroed wist zich wonderwel te verschuilen4 ,toch heerschte nu ,menschziel met een sterken arm over de ,dibolisten1 zoodat het hun geraden was zich schuil te houden4 ,er was een tijd geweest1 dat ze op klaarlichten dag langs de straten durfden wandelen1 maar die tijd was voorbij4 ,ze vlogen nu als nachtuilen in het duister4 ,alle burgers zagen hen nu voor hun doodvijanden aan1 zoo goed had de heer ,toezicht zijn werk verricht4 ,afbeelding3 ,,verdedigingswerktuigen ,,in ,,menschziel4 ,omtrent dezen tijd nu had ,dibolus zijn leger volkomen gereed4 ,hij zelf was opperheer1 ,ongeloof veldmaarschalk2 van de generaals zullen wij later spreken2 maar hier zijn de namen van de kapiteins met hunne vaandrigs en wapenen4 #a;e4 ,kapitein ,woede2 deze was een hoofdman over de ,twijfelaars aan de ,verkiezing4 ,hij voerde eene roode vlag1 die gedragen werd door vaandrig ,vernieler1 en een groote roode draak was zijn wapen4 ,openb4 #ab 3 #c1 #d1 #ac1 #ae-ag4 #b;e4 ,daarna kwam kapitein ,uitzinnig1 deze was gesteld over de ,twijfelaars aan de ,roeping4 ,zijn vaandeldrager heette ,donkerheid2 zijn vaandel was vaal en zijn wapen prijkte met drie vurige slangen4 ,num4 #ba 3 #f4 #c;e4 ,toen volgde kapitein ,verdoemenis2 deze was een hoofdman over de ,twijfelaars aan de ,genade4 ,ook zijne vlag was rood en werd gedragen door ,geen-,hoop-op-pardon1 terwijl een duister hol zijn wapen was4 ,matth4 #bb 3 #ac4 ,openb4 #i 3 #a4 #d;e4 ,nu kwam kapitein ,onverzadelijk1 een hoofdman over de ,twijfelaars aan het ,geloof4 ,zijn vaandel was rood en ,verslinder droeg het1 terwijl een paar opgesperde kaken zijn wapen vertoonden4 ,spreuk4 #bg 3 #bj4 #e;e4 ,ook was een kapitein ,zwavel1 gesteld over de ,twijfelaars aan de ,volharding der heiligen4 ,de heer ,vuurbrand droeg het roode vaandel1 terwijl een blauwe en stinkende vuurvlam zijn wapenschild sierde4 ,ps4 #aa 3 #f ,openb4 #ad 3 #aa4 #f;e4 ,kapitein ,torment1 die een hoofdman was over de ,twijfelaars aan de ,opstanding4 ,zijn vaandel was bleek en de heer ,knagend droeg het met een zwarte worm in zijn wapen4 ,mark4 #i 3 #dd4 #g;e4 ,kapitein ,zonder-rust1 een hoofdman over de ,twijfelaars aan de ,zaligheid1 voerde het roode vaandel met een afzichtelijk doodsbeeld tot wapen1 dat ,rusteloos droeg4 ,openb4 #ad 3 #aa1 #f 3 #h4 #h;e4 ,de achtste kapitein heette de heer ,graf4 ,hij was gesteld over de ,twijfelaars aan de heerlijkheid2 had een vaal en bleek vaandel1 dat vaandrig ,verderf droeg1 en zijn wapenschild prijkte met een bekkeneel en gekruiste doodsbeenderen4 ,jer4 #e 3 #af4 #i;e4 ,eindelijk was er ook nog een kapitein ,wanhoop1 die een aanvoerder was van de ,twijfelaars aan de gelukzaligheid4 ,zijn vaandrig heette ,vertwijfeling1 die een roode vlag droeg met een gloeiend ijzer en een hard hart tot wapen4 #a ,tim4 #d 3 #b4 ,rom4 #b 3 #e4 ,dit waren zijne kapiteins1 met hunne manschappen en wapens en vlaggen4 ,zeven generaals stonden boven die kapiteins1 namelijk de heer ,belzebul1 de heer ,lucifer1 de heer ,legioen1 de heer ,apollyon1 de heer ,python1 de heer ,cerberus en de heer ,belial1 en veldmaarschalk ,ongeloof was hun overste4 ,nog waren daar vrijwilligers uit het ,zwarte ,woud1 die tot hoofdlieden van honderd werden aangesteld4 ,de verzamelplaats van deze strijdmacht was ,hellepoortsheuvel4 ,vandaar braken zij op en marcheerden rechtstreeks op de stad ,menschziel aan4 ,gelukkig1 dat tengevolge van ,toezichts waarschuwing de poorten waren gesloten en met dubbele wachten bezet2 de slingers stonden op hunne standplaatsen1 en alles was gereed4 ,ook konden de ,dibolus-mannen in de stad niet zooveel kwaad doen als zij zich hadden voorgenomen1 want ,menschziel was nu ontwaakt4 ,maar ach1 het arme volk werd zeer verschrikt1 toen de vijanden zich eerst vertoonden en vooral toen zij hun trom roerden4#db ,deze was dan ook ijselijk om te hooren2 de lieden beefden voor dit geluid wel zeven mijlen ver1 althans voor zoover zij wakker waren4 ,ook zwaaiden de vaandrigs onophoudelijk met hunne afgrijselijke vaandels4 #a ,petr4 #e 3 #h4 #db ,de trom van ,dibolus1 die ,menschziel zoo zeer verschrikte1 beduidt de aanvechtingen en verschrikkingen des satans als hij op de wet wijst1 die den zondaar veroordeelt1 en van dood en verdoemenis gewaagt als rechtvaardig door de ziel verdiend4 ,dit zijn de verschrikkingen des ,boozen4 ,toen ,dibolus voor de stad kwam sloeg hij zijne legermacht op voor de ,oorpoort en deed daarop een geduchten aanval1 meenende1 dat zijne vrienden in ,menschziel gereed waren ook iets te beginnen1 maar daarvoor was gezorgd door de kapiteins4 ,dit viel hem tegen2 hulp kreeg hij niet1 maar wel leed zijn leger veel schade van de slingersteenen1 die de dappere kapiteins moedig op de zijnen wierpen2 daarom zag hij zich genoodzaakt achteruit te trekken1 buiten het bereik van de slingeraars4 ,jak4 #d 3 #g4 ,in den omtrek wierp hij nu vier sterkten tegen de stad op1 waarvan de eerste1 naar zijn eigen naam1 ,dibolus heette1 om daardoor de arme stad nog meer te verschrikken4 ,hij meende haar te bespringen als een leeuw zijn buit1 en verwachtte1 dat zij van schrik voor hem zou nedervallen4 ,maar de kapiteins en soldaten hielden zich zoo flink1 dat hij wijken moest1 waardoor de inwoners moed grepen4 ,op de hoogte aan de noordzijde der stad opgeworpen1 plantte de tiran zijn standaard1 ijselijk om aan te zien2 want hij had door eene satanische kunst daarin een wapen aangebracht bestaande uit een vurige vlam1 waarin een afbeeldsel der stad ,menschziel brandde4 ,hij gaf ook bevel1 dat zijn tamboer alle nachten de muren der stad zou naderen#dc en daar den trommel slaan ten einde met de lieden over de overgave te onderhandelen4 ,overdag durfde hij niet wegens de slingers1 maar 's nachts meende hij hen door dien afgrijselijken trommelslag uit den slaap te houden en zoo bang te maken1 dat zij eindelijk bevende van angst hem inlieten4 ,deze tamboer deed zooals hem geboden was1 en als hij dat akelig geluid maakte was er duisternis en benauwheid in de stad en scheen zelfs het licht des hemels verduisterd te worden4 ,nooit hoorde men op aarde zulk een oorverdoovend geluid1 alleen de stem van ,el-,schadda wanneer hij spreekt1 uitgezonderd4 ,menschziel meende dan ook niet anders dan verslonden te zullen worden4 ,jes4 #e 3 #cj4 #dc ,zijn tamboer moest des nachts de muren der stad naderen4 ,dit is uwe ure en de macht der duisternis10 zeide ,jezus4 ,alle boos werk is in den nacht het meest voorspoedig4 ,de schrik des nachts is voor den ,christen anders niet zoo ijselijk als hij maar nabij zijn ,god leeft4 ,maar juist in zulke dagen van afval en achteruitgang1 wanneer dan de ziel is ontwaakt1 zoo wordt zij des nachts maar al te vaak vreeselijk gekweld door visioenen en droomen1 waarin de booze de hand heeft4 ,afbeelding3 ,,de ,,vreezelijke ,,kapitein ,,graf ,,en ,,zijn ,,standaard-,,drager ,,verderf4 ,nu hield hij ook deze toespraak3 ,o ,menschziel6 ,mijn meester heeft mij bevolen u te zeggen1 dat zoo gij u gewillig onderwerpt1 gij het goede dezes lands zult genieten2 maar zoo gij hardnekkig weigert1 zal hij u met geweld aantasten60 ,echter niemand gaf hem antwoord1 want al het volk liep naar de kapiteins in het kasteel1 zoodat zij hem kwalijk hoorden spreken4 ,zoo keerde hij dan tot zijn meester terug4 ,dibolus ziende1 dat hij op deze wijze ,menschziel niet aan zich onderwerpen kon1 zond den volgenden nacht nogmaals een tamboer1 maar zonder trommel om de burgers te laten weten1 dat hij genegen was eene overeenkomst te sluiten4 ,dit onderhoud liep echter ook op niets uit1 want alles bestond hierin1 dat hij de stad opeischte4 ,de burgers gaven hem niet eens antwoord1 want zij herinnerden zich wat het hun de eerste maal gekost had naar hem te hooren4 ,toen zond hij voor de derde maal een bode1 dien schrikkelijken kapitein ,graf1 welke voor de muren van ,menschziel deze toespraak tot haar hield3 ,o1 gij ingezetenen van de rebelleerende stad ,menschziel6 ik eisch in den naam van den prins ,dibolus1 dat gij zonder tegenstreven de poorten uwer stad openzet en den grooten heer toelaat daarbinnen te komen4 ,maar zoo gij blijft rebelleeren en wij de stad met geweld komen in te nemen1 dan zullen wij u als het graf verslinden4 ,derhalve zegt het nu1 of gij naar ons hooren wilt of niet4 ,de reden van dezen eisch is omdat mijn heer zonder twijfel uw prins en overste is1 waarvoor gij hem ook zelf erkend hebt4 ,en de schande1 die mijn heer aangedaan is toen ,immanuel hem zoo verachtelijk behandelde1 zal toch niet kunnen uitwerken1 dat hij zijn recht op u verliezen zou4 ,overweegt dan nu wat ge wilt4 ,geeft ge u dadelijk over1 dan wordt onze oude vriendschap vernieuwd2 maar weigert ge nog en rebelleert gij1 verwacht dan niets anders dan vuur en zwaard40 ,toen de machtelooze stad ,menschziel dezen parlementair en zijnen eisch vernomen had1 werd zij wel des te meer verslagen1 maar gaf toch aan dien kapitein geen antwoord2 daarom moest hij heengaan gelijk hij gekomen was4 ,zij overlegden samen wat te doen en besloten eindelijk opnieuw bij den ,oppergeheimschrijver om raad te vragen4 ,ofschoon hij nog niet geheel hersteld was zoo ontving hij hen toch en zij verzochten hem om de volgende drie zaken4 #a;e4 ,dat hij hen weder in gunst wilde aannemen1 zich niet langer zoo aan hen onttrekken1 en hun nu wilde gehoor geven waar zij hunne ellende hem bekend maakten4 ,maar hij antwoordde daarop als vroeger1 dat hij nog ongesteld was en daarom niet kon doen als tevoren4 #b;e4 ,dat zij hem verzochten hun toch te willen raad geven in deze gewichtige zaak1 daar ,dibolus voor de stad gekomen was met meer dan twintig duizend ,twijfelaars1 en dat hij en zijne veldoversten zeer wreed waren1 waarom zij hen ook zeer vreesden4 ,maar hij antwoordde3 ,gij moet de wet van uwen ,vorst maar eens inzien1 om te weten wat u daarin wordt bevolen40 #c;e4 ,dat hij hen toch helpen mocht om een verzoekschrift aan ,el-,schadda op te stellen en dat hij er zijne hand onder zetten mocht als een teeken1 dat hij het hierin met hen eens was4 ,want ,hoogedele ,heer10 zeiden zij1 wij hebben reeds verscheiden verzoekschriften opgezonden1 doch kunnen geen bevredigend antwoord krijgen2 maar als gij er uw hand onder zet dan zal alles ten gunste der stad ,menschziel uitloopen40 ,maar ook hierop antwoordde hij1 dat zij hunnen vorst ,immanuel hadden beleedigd en bedroefd1 en dat zij nu maar moesten handelen1 zooals zij zelf het best konden4#dd #dd ,handelen zooals zij zelf het best konden4 ,de ziel moet de geopenbaarde waarheid in het ,woord raadplegen en daarnaar handelen4 ,eerst gehoorzaamheid en dan offeranden4 ,de ,heilige ,geest bezielt alleen het gebed1 dat in volkomen ootmoed en onderwerping en uit gehoorzaam geloof wordt opgezonden4 ,bunyan heeft dit willen voorstellen in de schijnbare wederstreving des ,heiligen ,geestes4 ,de ,heere heeft een twist met de inwoners des lands4 ,afbeelding3 ,,nederlaag ,,van ,,di,,bolus ,,en ,,zijn ,,leger ,,voor ,,immanuel4 ,,hoofdstuk ,,xii4 ,,het ,,smeekschrift ,,van ,,menschziel4 ,het antwoord1 dat de ,oppergeheimschrijver hun gaf1 viel als een molensteen op de harten der burgers1 ja het bedroefde hen zo1 dat zij niet wisten wat te doen2 toch durfden zij geenszins het verlangen van ,dibolus bevredigen4 ,ook wisten zij niet1 of hunne kapiteins nu den eenig goeden weg volgden4 ,de arme stad ,menschziel was nu van tween gedrongen2 hare vijanden vielen op haar aan en hare vrienden wezen het af haar te helpen4 ,klaagl4 #a 3 #c4 ,toen stond de burgemeester op1 wiens naam was ,verstand1 en hij begon het antwoord van den ,geheimschrijver te overleggen tot hij eindelijk nog troost putte uit de schijnbaar harde woorden van dien edelman4 ,eerstens01 zeide hij1 dit volgt onvermijdelijk uit zijne woorden1 dat wij om onze zonden nog moeten lijden4 ,toch straalt er in door1 dat wij eindelijk van onze vijanden zullen verlost worden1 en dat ,immanuel na deze groote verdrukking ons helpen zal40 ,de reden waarom de burgemeester die woorden van den ,oppergeheimschrijver zoo fijn onderzocht was hierin gelegen1 dat deze meer dan een profeet was en al zijne woorden stellig kwamen4 ,zoo namen zij dan afscheid van hem en keerden tot hunne kapiteins terug1 die nadat zij alles gehoord hadden het met den burgemeester eens waren4 ,zoo spraken zij dan ook den burgers moed in en raadden hen aan zo moedig tegen ,dibolus en zijn aanhang te strijden als hun maar eenigszins mogelijk was4 ,ieder begaf zich daarop naar zijn post1 de kapiteins1 de burgemeester1 de gewezen secretaris en de heer ,vastewil4 ,de kapiteins waren begeerig voor hun vorst te strijden en handteerden het krijgsgeweer met vermaak4 ,het eerste antwoord kreeg ,dibolus met de slingers1 des morgens vroeg toen de zon opging4 ,de reus had het gewaagd nader te komen1 maar o1 de slingersteenen vlogen hem en zijn volk als horselen om de ooren4 ,en evenals er voor ,menschziel niets verschrikkelijker was dan zijn trom1 zoo was er voor hem niets gevaarlijker dan ,immanuels slingers4 ,daarom was hij genoodzaakt verder van de stad te wijken4 ,toen liet de burgemeester de klok luiden en beval1 dat men den ,oppergeheimschrijver zou gaan bedanken1 omdat door zijne woorden de stad was bemoedigd1 hetgeen de onderleeraar ook deed4 ,zach4 #i 3 #ae4 ,toen ,dibolus bemerkte1 dat zijne kapiteins1 soldaten en machtige edelen verschrikt en verslagen waren door de gouden slingers van den vorst der stad ,menschziel1 zoo bedacht hij iets anders1 en zeide3 ,ik zal hen door vleierij en pluimstrijkende woorden in mijne macht zien te krijgen40 ,derhalve kwam hij spoedig terug1 maar nu niet met zijn trommel1 noch met kapitein ,graf1 maar zijne lippen suikerzoet gemaakt hebbende1 deed hij zich voor als een lieftallig vorst1 die vreedzaam was en zich volstrekt niet wreeken wilde1 maar slechts het welzijn der stad beoogde4 ,hij hield1 nadat hij zich vertoond had de volgende rede3 ,o1 gij beminde mijns harten1 beroemde stad ,menschziel6 ,hoeveel nachten heb ik doorgebracht om te overleggen hoe ik u ten goede mocht wezen4 ,verre1 zeer verre zij het van mij1 dat ik begeeren zou u den oorlog aan te doen1 indien gij maar handelbaar waart en u gewillig aan mij overgaaft4 ,gij weet1 dat gij van ouds de mijne waart1 en dat zoolang gij mij voor uwen heer erkendet en ik u als mijne onderdanen beschouwde1 u niets ontbroken heeft van al wat u aangenaam was en vermaak kon bezorgen4 ,bedenk toch1 dat zoolang gij de mijne waart1 gij nooit zulke bange1 nare en moeielijke uren hebt doorgebracht als sedert gij tegen mij zijt opgestaan4 ,ook zult ge voortaan geen rust meer genieten voordat wij het weder samen zijn eens geworden4 ,laat mij nu zooveel op u vermogen1 dat gij mij weder inhaalt1 en ik zal u al uwe oude voorrechten teruggeven1 en nog vele nieuwe bovendien1 zoodat gij weder de vrijheid zult hebben om te bezitten en te genieten al wat van ,oost en ,west aanlokkelijk voortkomt4 ,nooit zal ik iemand iets vergelden wat gij mij ook hebt aangedaan4 ,ook zullen nooit mijne vrienden binnen in u1 die op u loeren en zich versteken1 u eenigszins meer schadelijk zijn4 ,integendeel zij zullen uwe dienaren wezen en u alles geven wat gij van hen begeert4 ,ik behoef hier niets meer bij te voegen1 gij kent hen en zijt dikwijls in hun gezelschap vroolijk geweest4 ,waarom zouden wij dan in zulk eene vijandschap leven8 ,laat ons de oude vriendschap vernieuwen4 ,weest het eens met uwe vrienden2 ik durf vrijmoedig tot u spreken omdat ik u innige liefde toedraag4 ,mijn hart klopt voor u4 ,lieve vrienden1 doet mij derhalve geen meerdere moeite aan en uzelven geen angst en vreeze4 ,vlei u niet met de macht uwer kapiteins en denk niet1 dat ,immanuel spoedig komt4 ,ik ben tegen u opgetrokken met een sterk en onverschrokken leger2 al de vorsten van den afgrond staan aan het hoofd daarvan4 ,mijne kapiteins zijn vlugger dan arenden1 sterker dan leeuwen en roofzuchtiger dan avondwolven4 ,wat is ,og van ,bazan8 ,wat is ,goliath van ,gath8 ,ja1 wat zijn honderd zulke reuzen tegen een mijner minste kapiteins8 ,hoe zou ,menschziel dan ooit kunnen denken1 dat zij mijne macht ontkwame60 #a ,petr4 #e 3 #h4 ,openb4 #ab 3 #aj4 ,matth4 #d 3 #h1 #i4 ,luk4 #d 3 #f1 #g4 ,afbeelding3 ,,wreed ,,en ,,pijniger4 ,dibolus had nauwelijks deze bedriegelijke rede geindigd of de burgemeester antwoordde daarop3 ,o1 ,dibolus1 vorst der duisternis en leermeester van alle bedrog6 ,uwe pluimstrijkende1 leugenachtige woorden hebben wij gehoord1 en wij kennen u bij ondervinding4#de ,reeds al te diep proefden wij uit den beker des verderfs1 zouden wij dan weder naar u hooren en ons aan u verbinden1 terwijl wij de wetten verbreken van onzen ,el-,schadda8 ,zou dan onze vorst ons niet voor eeuwig verstooten8 ,en als wij van hem verworpen zijn1 kan dan de plaats1 die hij voor u bereid heeft1 eene rustplaats voor ons wezen8 ,bovendien1 gij zijt van alle waarheid ontbloot en hebt die voor goed van u afgeschud2 wij voor ons zijn eerder bereid door uwe hand te sterven dan ons door u te laten verstrikken40 #de ,dibolus vleiende taal wordt nu beter doorzien dan in het eerst4 ,zijne listen zijn ons niet onbekend1 is het nu4 ,toen de satan voor het eerst kwam was ,menschziel onbewust van wat haar te wachten stond als zij luisterde en toegaf4 ,nu wist zij het ten volle uit lange smartelijke ondervinding4 ,zij was door schade wijs geworden4 ,toen nu de tiran zag1 dat er met onderhandelen weinig voor hem bij den burgemeester viel te winnen1 verviel hij in een helsche woede en voerde weder zijn leger ,twijfelaars op de stad aan4 ,opnieuw liet hij den trommel roeren opdat zijn volk gereed zou zijn tot den strijd1 hetgeen ,menschziel deed beven1 en rukte met zijne krijgsmacht voorwaarts4 ,kapitein ,wreed en kapitein ,pijniger plaatste hij aan de ,voelpoort en beval1 dat zij zich daar zouden nederslaan om zich tot den aanval gereed te houden4 ,ook zorgde hij dat kapitein ,zonder-rust te hulp zou komen4#df ,voor de ,neuspoort plaatste hij de kapiteins ,zwavel en ,graf2 maar aan de ,oogpoort zette hij dat grijnzend aangezicht van kapitein ,wanhoop4 ,daar plantte deze ook zijn afgrijselijke standaard4 ,kapitein ,onverzadelijk zou ,dibolus ter zijde staan en moest zorg dragen voor de te rooven buit1 zoo van menschen als goederen4 #df ,de kapiteins ,wreed1 ,pijniger en ,zonder-rust4 ,nu dreigementen niet hielpen en pluimstrijkende woorden vruchteloos bleven1 gaat hij tot dadelijkheden over4 ,nu komen de vervolgingen en het onthouden van rust ook op den dag des ,heeren4 ,mondpoort hielden de burgers om uitvallen te doen1 daarom bewaarden zij die zeer krachtig4 ,ook was dat de weg waarlangs hunne verzoekschriften naar den koning gingen4 ,van den top dezer poort speelden de kapiteins met hunne slingers op den vijand4 ,nu was het ,dibolus' voornemen om ,mondpoort met slijk te versperren4 ,waar de reus aldus allerlei toebereidselen maakte om de stad van buiten aan te vallen1 waren de kapiteins en soldaten bezig zich van binnen te verdedigen1 zij bereidden hunne slingers1 richtten hunne banieren op1 bliezen op hunne bazuinen en ordenden zich in afdeelingen naar zij het noodig keurden4 ,ook kregen de soldaten bevel zich bij het geluid der bazuinen tot den strijd gereed te houden4 ,de heer ,vastewil nam den post op zich om tegen de rebellen daar binnen te waken1 en te doen wat hij kon om hen voor den dag te halen en te verworgen4 ,en inderdaad sedert hij boete gedaan had over zijn bedreven kwaad1 toonde hij grooten ijver en liefde voor den koning4 ,hij greep onder anderen zekeren ,vroolijk en zijn broeder ,dartel1 de twee zoons van dien ,geoorloofd ,vermaak1 welke in de gevangenis kwijnde1 die nog in wezen waren1 en nagelde ze met zijne eigen handen aan het kruis4 ,de reden1 waarom hij hen ophing1 was deze3 nadat hun vader in handen van den cipier ,getrouwe was overgeleverd1 begonnen deze zonen huns vaders rol te spelen en met de dochters van hunnen heer te gekken en te boerten4 ,ja1 zelfs was er een sterk vermoeden1 dat zij de grenzen der betamelijkheid overschreden4 ,dit was den huisvader ter oore gekomen4 ,om billijk te wezen1 wilde hij hen niet op losse geruchten vatten4 ,hij zette zijne twee knechts1 ,naspeurder en ,alverteller1 op den uitkijk2 deze betrapten hen aldra1 en deelden dat aan hunnen heer mede4 ,toen nu de heer ,vastewil ten volle van de waarheid overtuigd was1 nam hij de twee jonge boeven en voerde hen naar de ,oogpoort1 waar hij hen aan zeer hooge kruisen hing1#dg in het gezicht van kapitein ,wanhoop en ,dibolus' standaard4 #dg ,waar hij hen aan zeer hooge kruisen hing4 ,nu blijkt dat het ,menschziel ernst wordt4 ,de zonde wordt aangegrepen en gekruist1 zelfs de boezemzonde in eigen binnenste4 ,het vleesch wordt gekruist met de begeerlijkheden4 ,eene heerlijke vrucht van het lijden6 ,deze flinke daad van den moedigen ,vastewil diende tot groote beschaming van kapitein ,wanhoop1 ontmoedigde het leger van ,dibolus1 en deed de aanhangers van den reus binnen de stad sidderen1 terwijl de kapiteins van den ,prins er zeer door werden bemoedigd4 ,dibolus zag nu duidelijk1 dat de burgers der stad genegen waren tegen hem te strijden en dat hij op zijne vrienden daarbinnen niet hopen kon4 ,nog meer proeven gaf de edele ,vastewil van zijn oprechte gehechtheid aan zijn vorst1 zooals weldra zal blijken4 ,de kinderen van ,spaarzaam1 die bij den heer ,gemoed inwoonden1 heetten ,afnijper en ,inhalig4 ,een daarvan was zelfs getrouwd met eene dochter van ,gemoed1 wier naam was ,houd-het-kwade-vast4 ,toen deze bemerkten hoe de heer ,vastewil met ,vroolijk en ,dartel gedaan had1 trachtten zij te vluchten2 maar de heer ,gemoed zette hen in zijn huis gevangen1 en gedachtig aan de wet1 dat alle ,dibolus-mannen moesten sterven1 liet hij hen in ketenen naar de markt slepen en hing hen eveneens op4 ,afbeelding3 ,,de ,,kapiteins ,,zetten ,,de ,,verdediging ,,voort4 ,de burgers werden hierdoor aangemoedigd nog nauwkeuriger onderzoek te doen2 maar het gebroed van ,dibolus hield zich nu zo schuil1 dat men het onmogelijk vinden kon4 ,eerst was ,dibolus met zijn leger op het gezicht van deze kloeke daden wel een weinig ontmoedigd1 maar aldra veranderde zijne kleinmoedigheid in woedende dolheid en brieschend als een leeuw vloog hij op tot den strijd4 ,den stedelingen en kapiteins was een hart onder den riem gestoken2 en daar zij stellig geloofden1 dat zij nog eenmaal zouden triomfeeren1 vreesden zij niet4 ,de ,onderleeraar hield eene predikatie over den tekst uit ,gen4 #di 3 #ai4 ,aangaande ,gath1 eene bende zal hem aanvallen1 maar hij zal haar aanvallen aan het einde40 ,daarin toonde hij aan1 dat ofschoon ,menschziel er nu zeer ellendig aan toe was2 zij toch voorzeker zou overwinnen4 ,dibolus liet weder zijn trom roeren2 maar de kapiteins der stad1 dat hoorende1 bliezen op hunne zilveren trompetten4 ,trommen waren in ,menschziel niet4 ,toen kwam ,dibolus leger op de stad aan om die in te nemen1 terwijl de kapiteins op ,mondpoort de slingers lieten werken en de slingeraars van den muur het hunne deden4 ,in ,dibolus leger hoorde men niet anders dan vervaarlijk tieren en lasteren2 maar in de stad verstandige redeneeringen1 gebeden en psalmen4 ,de vijanden braakten allerlei scheldwoorden uit op het geluid van hun trom2 maar die van de stad bliezen voortdurend op hunne heerlijke trompetten en wierpen met slingersteenen4 ,zoo hield deze strijd aan vele dagen achtereen4 ,alleen hielden zij nu en dan een weinig rust1 opdat de soldaten zich konden verkwikken en de kapiteins zich tot een nieuwen aanval gereed maken4 ,de kapiteins van ,immanuel waren gekleed in zilveren wapenrusting en die der soldaten was van wel beproefd metaal4 ,de soldaten van ,dibolus waren in het ijzer gekleed1 dat zoo was ingericht1 dat het ,immanuels schoten kon weerstaan4 ,in de stad waren sommigen licht gewond en anderen vrij ernstig4 ,het ergste van alles was1 dat er geen geneesmeester in ,menschziel was omdat ,immanuel afwezig was4#dh ,toch werden zij door de genezende bladeren van een boom van sterven bewaard1 ofschoon hunne wonden grootelijks vervuilden en sommigen zelfs een ondragelijken stank van zich afgaven1 vooral bij den heer ,rede1 die aan het hoofd gewond was4 ,een andere gewonde was de heer burgemeester zelf2 die was in zijn oog getroffen4 ,een derde geblesseerde was de heer ,gemoed2 hij kreeg eene verwonding in zijn maag4 ,daarbij kwam nog de brave ,onderleeraar1 die een schot ontving niet verre van het hart2 maar geen dezer wonden waren doodelijk4 ,vele minderen waren insgelijks getroffen1 sommigen zelfs doodelijk4 ,openb4 #bb 3 #b4 ,ps4 #ch 3 #e4 #dh ,geen geneesheer in ,menschziel2 maar wl genezende bladen4 ,zeer goed wordt door onzen ,bunyan hier onderscheid gemaakt tusschen het bezit van ,christus zelf en dat van zijne gaven4 ,ware de ,geneesmeester er zelf geweest1 dan zou zijne tegenwoordigheid alleen alle kranken gezond hebben gemaakt4 ,hier ziet men ook het onderscheid tusschen genezingen door het geloof en door de middelen1 waarbij ,christus meer indirect zijne kracht openbaart4 ,in het leger van ,dibolus was het getal gewonden en verslagenen buitengewoon groot4 ,de kapiteins ,woede en ,wreed beiden4 ,de kapitein ,verdoemenis werd genoodzaakt te wijken en zich zeer verre van de stad te begeven2#di de standaard van ,dibolus was nedergeworpen en zijn vaandeldrager ,veelkwaad werden door een slingersteen de hersenen ingeworpen tot groot verdriet van zijn vorst4 ,velen van de ,twijfelaars werden ook nedergeveld1 hoewel er nog genoeg in het leven bleven om ,menschziel te doen beven en sidderen4 ,daar evenwel te dezer dage de overwinning voortdurend aan de zijde van ,menschziel was gebleven1 zoo gaf dit grooten moed aan de lieden1 en ,dibolus leger was als met eene wolk bedekt4 ,den volgenden dag rustte ,menschziel en er werd gelast1 dat de klokken zouden worden geluid en de trompetten geblazen1 en toen dit gebeurde juichten al de kapiteins4 #di ,kapitein ,verdoemenis moest wijken -- zeer ver van de stad4 ,zoo is er dan nu geene verdoemenis voor degenen1 die in ,christus ,jezus zijn1 die niet naar het vleesch wandelen1 maar naar den ,geest40 ,afbeelding3 ,,de ,,genezende ,,bladeren4 ,de heer ,vastewil zat ook niet ledig1 maar bewees van binnen belangrijke diensten met het oog op de aanhangers van ,dibolus4 ,hij ontdekte den heer ,neutraal van wien eertijds verhaald is1 dat hij eene wijle onder ,boanerges had gediend1 maar aldra was gevangen genomen en in ,dibolus dienst was overgegaan4 ,ook vatte hij een zekeren ,losvoet1 die een verspieder van dat gespuis was1 hetwelk in ,menschziel huisde4 ,deze twee zond de heer ,vastewil naar den cipier ,getrouwe1 met bevel hen in de ijzers te klinken4 ,hij had het oogmerk hen te kruisigen wanneer dit het meest dienstig kon wezen tot ontmoediging van den vijand4 ,ook de heer burgemeester1 ofschoon hij niet zoo werkzaam kon zijn als tevoren1 wegens de ontvangen wonde1#ej gaf bevel aan alle burgers van ,menschziel1 om toch vooral goed wacht te houden en op hunne hoede te zijn1 terwijl de heer ,geweten als leeraar zijn uiterste best deed om alle goede leering in de harten des volks levendig te houden4 #ej ,de burgemeester wegens de ontvangen wonde niet zoo werkzaam4 ,het verstand heeft ook zijn onvermogen leeren inzien om alles te doorgronden4 ,het heeft zich gevangen gegeven onder de gehoorzaamheid des geloofs4 ,,hoofdstuk ,,xiii4 ,,een ,,middernachtelijke ,,uitval4#ea #ea ,een middernachtelijke uitval schetst den overmoed1 waarin het behaalde voordeel de ziel brengt4 ,onze wapenen des ,geestes zijn verdedigingswapenen4 ,niet lang daarna werden de kapiteins met de kloeksten in de stad het samen eens om een uitval te wagen4 ,zij wilden des nachts het leger van ,dibolus overvallen4 't ,was jammer1 dat zij het in den nacht deden2 want de nacht is altijd de beste tijd voor den vijand en ,menschziel nadeelig4 ,maar hun moed was zeer groot en de laatste overwinningen lagen nog zoo versch in het geheugen4 ,toen de bepaalde nacht daar was1 wierpen de dappere kapiteins het lot wie van hen het eerst zou uittrekken om op ,dibolus en zijn leger aan te vallen4 ,allen waren even vurig en even dapper2 allen hadden hun leven en al hunne kracht voor de goede zaak over4 ,de eer van hun koning en het welzijn der stad gold hun boven alles4 ,daarom moest het lot beslissen wie vooraan trekken zou4 ,het lot viel op kapitein ,geloof4 ,hij zou met de kapiteins ,ondervinding en ,goede ,hoop de voorhoede aanvoeren4 ,zoo geschiedde het4 ,zij deden een uitval op het leger1 dat zich tegen hen verschanst had1 en vielen juist midden in het kamp hunner vijanden4 ,dibolus en zijne mannen1 zeer gewoon aan den nachtelijken arbeid1 maakten dadelijk alarm en waren onmiddellijk gereed hun slag te leveren1 even alsof zij een overval hadden verwacht4 ,van beide zijden werd zwaar gevochten2 de helletrom werd lustig geroerd1 terwijl de trompetten een aangenaam geluid gaven4 ,kapitein ,onverzadelijk wachtte reeds op roof4 ,de kapiteins van den ,prins vochten dapper1 zelfs beter dan men van hen zou verwacht hebben in hun nog zwakken gezondheidstoestand2 zij verwondden velen en maakten1 dat het gansche leger van ,dibolus de vlucht moest nemen4 ,maar toen die kloeke helden kapitein ,geloof1 ,goede-,hoop en ,ondervinding den vijand najaagden en er velen in de pan hakten1 struikelde de eerste en viel1 waardoor hij zich dusdanig bezeerde1 dat hij niet kon opstaan vor kapitein ,ondervinding hem hielp4 ,het volk geraakte daardoor in verwarring en de arme ,geloof was zoo vol pijn1 dat hij bij iederen voetstap luidkeels jammerde4 ,dit deed de beide andere kapiteins verflauwen1 want zij meenden1 dat kapitein ,geloof het besterven zou1 en nu had ook het andere volk geen lust tot vechten meer4 ,dibolus1 die alles opmerkte hoewel hij tot op het uiterste was gebracht1 zag dat er een groot rumoer onder degenen was1 die hem vervolgden en maakte daaruit op1 dat de kapiteins verwond of gedood waren4 ,eerst stond hij stil1 toen gebood hij om te keeren en viel zijne vervolgers met zulk een helsche razernij aan1 dat het hem gelukte tusschen de drie kapiteins in te komen4 ,daar hakte hij er zoo razend en wild op los1 dat het volk met bloed en wonden bedekt1 in wanorde en moedeloosheid teruggeslagen1 blijde was de poort weder te kunnen bereiken en behouden binnen de stad te komen4 ,het overige leger van den ,prins1 ziende hoe slecht de voorhoede gevaren was1 trok nu ook terug en allen gingen de ,mondpoort weder binnen4 ,hiermede eindigde deze schermutseling2 maar ,dibolus was zoo in zijn schik met deze nachtelijke overwinning1 dat hij zich verbeeldde nu binnen weinige dagen geheel ,menschziel aan zich te zullen onderwerpen4 ,daarom trok hij den volgenden dag rondom de stad en eischte met groote driestheid1 dat men hem dadelijk liet binnentrekken en zich aan hem overgaf4 ,ook begonnen de ,dibolus-mannen daarbinnen weer eenigen moed te scheppen4 ,de manhaftige burgemeester gaf evenwel een kloek antwoord4 ,hij gaf aan den reus te verstaan1 dat als hij iets won1 het dan door geweld zou moeten gebeuren1 want zoolang hun vorst ,immanuel in leven was1 waren zij besloten ,menschziel nooit aan een ander over te geven4 ,daarop begon de heer ,vastewil te spreken1 en zeide3 ,dibolus1 gij meester en heer van de spelonk der duisternis en vijand van alle goed6 ,wij1 arme inwoners der stad1 dragen te veel kennis van uwe wetten en uwe regeering1 van uw oogmerk en bedoelen dan dat wij ons aan u zouden kunnen onderwerpen4 ,toen wij eertijds toelieten1 dat gij ons verschalktet als een vogel1 die den strik nog nooit heeft gezien1 waren wij zonder kennis en ondervinding2 maar sedert wij overgebracht zijn uit de duisternis tot het licht1 zijn wij ook overgebracht uit de macht des satans tot ,god4 ,en ofschoon wij door uwe listen en de sluwheid der ,dibolus-mannen van binnen veel verlies geleden hebben en in groote zwarigheid zijn gebracht1 zullen wij echter nooit onze wapens afleggen en ons aan zulk een tiran als gij zijt overgeven4 ,neen1 dan sterven wij liever bij de verdediging van het laatste bolwerk40 ,deze ernstige redevoering van den ,burgemeester alsook de woorden van den heer ,vastewil1 deed ,dibolus al vrij wat bedaren1 ofschoon hij spoedig daarop in nieuwe woede ontstak4 ,ook werden de inwoners er door versterkt en was het als een pleister op de wond van kapitein ,geloof4 ,inderdaad in zulk een benauwden tijd waren zulke moedige woorden der hoofden des volks als waterdroppelen op een dorstig land4 ,de heer ,vastewil toonde zich intusschen ook een man in daden1 want terwijl de kapiteins en soldaten in het veld waren1 hield hij de wacht in de stad1 en waar hij een ,dibolus-man vond1 daar moest deze de kracht zijner hand en de scherpte van zijn zwaard ondervinden4 ,hij verwondde onder dit gespuis ,spotter1 ,overmoed1 ,neuswijs en ,murmureerder2 dit waren heeren1 en verscheidene van het mindere soort kwamen er niet beter af4 ,de aanleiding1 die hij daartoe kreeg was de afwezigheid der kapiteins1 waarvan deze vagebonden gebruik wilden maken om een oproertje te verwekken4 ,daarop waren de anderen in allerijl naar hunne holen teruggekropen4 ,afbeelding3 ,,de ,,val ,,van ,,kapitein ,,geloof4 ,deze moedige daad van den heer ,vastewil woog eenigszins op tegen de nederlaag der kapiteins en deed ,dibolus weten1 dat ,menschziel zoo gemakkelijk niet te nemen viel4 ,de tiran klapwiekte trotsch met zijne vleugelen en maakte zich tot een nieuwen aanval gereed4 ,waar ik hen eens geslagen heb daar kan ik het meer doen1 dacht hij4 ,dies beval hij zijn volk zich tegen een bestemd uur op den dag gereed te houden1 en al hunne macht aan de ,voelpoort te concentreeren om te beproeven of men daar ook inbreken kon4 ,het wachtwoord1 dat hij aan de zijnen gaf1 was ,helsch vuur04 ,laat toch01 zeide hij1 wanneer wij in de stad mogen binnendringen1 't zij een gedeelte onzer macht of het geheele leger1 dat woord niet worden vergeten1 laat er niets anders binnen de stad gehoord worden dan helsch vuur6 helsch vuur60 ,laat de trom zonder ophouden worden geslagen1 en alle vlaggen uitwaaien6 ,houdt u mannelijk tegen ,menschziel en overwint60 ,toen het bestemde nachtelijk uur geslagen was en alles gereed1 deden zij een onverwachten aanval op de ,voelpoort1 en stieten eindelijk na eene hevige worsteling die poort wijd open4 ,ach1 deze poort was zeer zwak en daarom het gemakkelijkst in te nemen4 ,toen de tiran het zover gebracht had1 stelde hij daar zijne kapiteins ,pijniger en ,zonder-rust1 terwijl hij zelf zich verder in de stad waagde4 ,maar 's ,prinsen kapiteins kwamen op hen af en maakten het hun lastig genoeg1 zich flink verwerende4 ,evenwel drie hunner1 de beste en kloekmoedigste1 waren verwond en onbekwaam dienst te doen zooals zij begeerden1 en de overigen hadden hunne handen vol met de ,twijfelaars en hunne aanvoerders4 ,zoo worstelde het al voort in de straten der stad en de kapiteins ziende1 dat zij het niet konden uithouden1 begaven zich in allerijl naar het kasteel1 als de voornaamste sterkte der stad4 ,dit wilden zij tot elken prijs voor hunnen vorst behouden2 het was het kroondomein4 ,daar nu de kapiteins in het kasteel waren gevloden nam de vijand zonder veel tegenstand bezit van de stad en verspreidde zich daar in alle hoeken1 onophoudelijk roepende3 ,helsch vuur1 helsch vuur60 zoodat een wijle door de gansche stad niets anders gehoord werd dan deze legerkreet vergezeld van ,dibolus trom4 ,nu hingen er wel donkere wolken boven ,menschziel en had het niets anders dan zijn ondergang voor oogen4 ,dibolus kwartierde zijne soldaten bij de burgers in1 ja zelfs het huis van den ,onderleeraar was zo vol van deze buitenlanders1 dat zij er kwalijk in konden1 en niet beter ging het met de woningen van de heeren ,burgemeester en ,vastewil4 ,ach1 er was geen hut1 stulp of schuur1 die niet van dit ongedierte wemelde2 zelfs dreven zij hier en daar de inwoners der stad uit hunne woningen1 waar de ,twijfelaars zich te bed legden en aan tafel zetten4 ,ach1 arm ,menschziel1 nu smaakt gij de vruchten der zonde en welk een venijn er stak in de vleiende woorden van ,vleeschelijke ,gerustheid6 ,alles waar zij de hand aanlegden beschadigden zij2 zelfs staken zij de stad op sommige plaatsen aan brand2 kleine kinderen werden in stukken gescheurd4 ,dat kon nu niet anders gaan1 want welke barmhartigheid1 welk medelijden of welk geweten kan men bij een buitenlandschen ,twijfelaar onderstellen8 ,ook werden vrouwen en maagden geschonden en beestachtig mishandeld1 zoodat er sommigen zelfs van stierven en onbegraven langs de straat lagen4 ,nu scheen ,menschziel dan ook niets anders te wezen dan een hol der draken1 een voorportaal der hel1 eene plaats van uiterste donkerheid4 ,nu lag ,menschziel daar als een huilende wildernis1 bedekt met doornen en distelen1 allerlei onkruid en onreinheid1 terwijl de inwoners er ellendig aan toe waren4 ,ook den heer ,geweten hadden zij verwond en zijne wonden waren zo ingekankerd1 dat hij dag noch nacht rusten kon1 maar als voortdurend op een pijnbank lag4 ,hadde ,el-,schadda hem niet bewaard1 dan zouden ze hem zeker doodgeslagen hebben4 ,den heer burgemeester mishandelden zij zoo vreeselijk1 dat ze hem bijna de oogen uitsloegen1 en ware de heer ,vastewil niet in het kasteel geweken1 dan was ook hij omgekomen1 want hun voornemen was hem in stukken te houwen4 ,zij zagen hem dan nu ook aan als een der ergste vijanden van ,dibolus4 ,dagen achtereen kon men nu ,menschziel doorwandelen1 dat men nauwelijks en godsdienstig man in de stad ontmoette4 ,welk een treurige toestand6 ,overal zag men niet anders dan ,twijfelaars4 ,rood-rokken en zwart-rokken liepen bij troepen door de straten en vervulden de huizen met hun liederlijke liederen1 leugenachtige verhalen en lasterlijke taal tegen ,el-,schadda en zijn zoon4 ,ook leefden de ,dibolus-mannen in de wallen en holen op1 en kwamen zelfs open en vrij voor den dag1 wandelend in gezelschap der ,twijfelaars4 ,ja1 zelfs hadden zij meer vrijmoedigheid om zich in het openbaar te vertoonen dan de inboorlingen zelven4 ,toch waren ,dibolus en zijne mannen niet met ,menschziel tevreden4 ,zij werden daar geenszins behandeld als de kapiteins en soldaten van ,immanuel4 ,de burgers toonden hun overal een stuursch gelaat1 en nooit kregen zij iets voor hun levensonderhoud of zij moesten het met geweld halen4 ,men verbergde alles voor hen wat men maar eenigszins kon1 en wat men niet verbergen kon stond men tegen wil en dank af4 ,zij hadden dat vreemde volk gaarne zien heengaan1 maar1 ach arme6 zij waren nu hunne gevangenen en werden tot alles gedwongen4 ,rom4 #g4 ,de kapiteins lieten ook uit het kasteel telkens hunne slingers op hen spelen1 hetgeen den vijand zeer verbitterde4 ,wel is waar ondernam ,dibolus het dikwijls de poorten van het kasteel open te breken2 maar de heer ,vreeze ,gods was poortwachter gemaakt1 en hij was een man van beleid en dapperheid1 daarom trachtten zij tevergeefs zoolang hij leefde dit werk ten uitvoer te brengen4 ,daarom bleven alle aanvallen van ,dibolus vruchteloos4 ,ik kon somtijds den wensch niet onderdrukken1 dat deze man het geheele bestuur van ,menschziel op zich genomen had6 ,afbeelding3 ,,menschziel ,,ingenomen4 ,zoo ging het in de stad wel omtrent twee en een half jaar4 ,menschziel was nu het tooneel van den oorlog2 de inwoners waren in verborgen plaatsen en holen gedreven en alle heerlijkheid lag in het stof4 ,welke rust kon er nu zijn8 ,welken vrede kon men genieten8 ,welke zon zou nu schijnen8 ,hadden de vijanden nog buiten de muren en poorten gelegen1 dan zou die tijd voldoende geweest zijn om hen uit te hongeren2 maar nu waren zij binnen de stad1 deze was hun legerplaats1 zij maakten daarbinnen hunne loopgraven en sterkten tegen het kasteel4 ,zij hielden daar huis tot zij alles weggeroofd zouden hebben en wachtten er op het kasteel te verbreken en te verwoesten4 ,ach1 welk een armzalige plaats was nu dat eertijds zoo gelukkig ,menschziel6 ,,hoofdstuk ,,xiv4 ,,ziet1 ,,hij ,,bidt40 ,nadat de stad ,menschziel al dien tijd in dezen droevigen staat verkeerd had en geen rekwest1 aan hun vorst gezonden1 noch rechtstreeks beantwoord was1 kwamen de inboorlingen1 namelijk de oudsten en opperhoofden samen1 en na hunne ellende beweend1 en het droevig oordeel1 waaronder zij zuchtten1 beklaagd te hebben1 vatten zij nogmaals het voornemen op alles in een dringend verzoekschrift aan ,immanuel bloot te leggen4 ,maar nu stond de heer ,vreeze ,gods op en zeide1 dat hij te weten was gekomen1 dat hun ,heer en ,vorst nooit een verzoekschrift van dezen aard aannam dan wanneer het gegeven was door de hand van den ,oppergeheimschrijver4 ,om deze reden01 sprak hij1 hebt gij nog geen gehoor ontvangen40 ,toen zeiden zij1 dat zij dan een rekwest zouden opstellen en verzoeken dien ,edelman daaronder zijne handteekening te plaatsen1 maar ook dit had hij geweigerd2 waarop de heer ,vreeze ,gods weder aanmerkte1 dat hij stellig wist1 dat de ,oppergeheimschrijver nooit zijne hand zette onder eenig rekwest in welker samenstelling hij niet zelf de hand gehad had4 ,onze ,vorst kan in dit opzicht niet bedrogen worden1 want hij kent het schrift en het werk van zijn ,geheimschrijver uit alles wat men hem voorlegt10 zeide hij4 ,deze hooge personage woonde in het kasteel met de andere hoofden4 ,men bedankte daarom den heer ,vreeze ,gods voor zijn raad1 en de hoofden begaven zich onmiddellijk naar de kamers van den ,oppergeheimschrijver1 hem nauwkeurig met het doel van hunne komst bekend makende1 en hem verzoekende toch uit hun naam een rekwest op te stellen aan ,immanuel1 den zoon van den almachtigen ,el-,schadda1 en aan hun ,koning en ,heer1 die zijn eeniggeboren zoon was4 ,toen zeide die edelman tot hen3 ,welk verzoekschrift is het1 dat gij door mij begeerdet op te stellen80 ,maar zij antwoordden3 ,onze ,heer weet beter dan wij hoe wij er aan toe zijn1 en hoe wij van onzen ,vorst zijn afgeweken en ontaard4 ,ook weet gij in welk een oorlog wij gewikkeld zijn en welk een leger tegen ons ,menschziel is opgetrokken1 zoodat wij nu voortdurend op voet van oorlog leven4 ,mijnheer weet bovendien welk een onmenschelijke behandeling onze mannen1 vrouwen en kinderen onder hunne handen hebben te doorstaan1 en hoe onze inwonende ,dibolus-mannen thans met trotschheid door onze straten wandelen4 ,laat daarom onze heer naar de wijsheid ,gods1 die in hem is1 een verzoekschrift opstellen voor zijn ellendige knechten1 aan den grooten ,immanuel40 ,goed01 antwoordde de ,oppergeheimschrijver1 ik zal het verzoekschrift opstellen en er ook mijne handteekening onder plaatsen40 ,toen zeiden zij3 ,wanneer mogen wij het komen halen80 ,maar hij antwoordde3 ,gij zelf moet bij het opstellen tegenwoordig zijn1 ja1 gij zelf moet uwe begeerten daarin uitdrukken4 ,wl zal de hand en de pen mijne zijn2 maar de inkt en het papier moeten van u wezen1 hoe kunt gij anders zeggen1 dat het uw verzoekschrift is8 ,ik behoef het voor mijzelven niet te doen1 want ik heb niets misdaan40 ,hij voegde daar nog bij3 ,geen verzoekschrift gaat in mijn naam naar den ,vorst1 en evenmin tot zijn ,vader1 dan wanneer het volk daarin zijn gansche hart en ziel heeft uitgedrukt2 want die moeten er bij ingesloten worden40 ,zoo stemden zij dan van ganscher harte met deze woorden in1 en een verzoekschrift werd klaar gemaakt4 ,maar nu was de vraag3 ,wie zal het wegbrengen80 ,de ,oppergeheimschrijver raadde aan1 dat kapitein ,geloof dit doen zou1 omdat hij een welbespraakt man was4 ,afbeelding3 ,,de ,,verwoesting ,,in ,,menschziel4 ,zoo lieten zij hem dan roepen en droegen hem dit werk op4 ,wel01 zeide deze1 ik neem gaarne dat werk op mij en hoewel ik kreupel ben1 zal ik het toch zoo spoedig doen als mij mogelijk is40 ,de inhoud van het verzoekschrift was als volgt3 ,o1 onze ,heer en souvereine ,vorst ,immanuel1 machtige lankmoedige ,prins6 ,genade is op uwe lippen uitgestort1 en bij u is genade en schuldvergiffenis ofschoon wij tegen u hebben gerebelleerd4 ,wij1 die niet meer waard zijn uw ,menschziel genaamd te worden1 of uwe zegeningen voortaan te genieten1 smeeken u en uwen ,vader met u1 onze overtredingen uit te delgen4 ,wij belijden1 dat gij alle recht hebt ons te verwerpen2 maar och1 doe dat niet om uws naams wil3 ,zie onze ellende aan en laat uwe ingewanden over ons rommelen6 ,wij zijn van alle kanten ingesloten1 ,heer2 onze eigen afdwalingen kastijden ons2 de ,dibolus-mannen binnen onze stad verschrikken ons1 en het leger uit den bodemloozen afgrond onderdrukt ons4 ,uwe genade kan ons redden1 maar anders weten wij niet waarheen ons te wenden4 ,bovendien1 genadige ,vorst1 hebben wij onze kapiteins verzwakt en zijn ze ontmoedigd1 krank en sommigen hunner zelfs ernstig gewond door de kracht van den tiran4 ,ja1 zelfs diegenen onzer kapiteins1 waarop wij eertijds ons vertrouwen het meeste stelden1 zijn verminkt4 ,onze vijanden daarentegen zijn vol leven en gezondheid1 zij beroemen zich ons weldra als een buit te zullen verslinden4 ,ze zijn op ons aangevallen met vele duizenden ,twijfelaars1 die allen even grimmig en onbarmhartig zijn en ons tegenstaan zoowel als u4 ,onze wijsheid is weg1 onze kracht is weg1 omdat ,gij van ons zijt weggegaan4 ,wij hebben niets meer wat wij het onze kunnen noemen dan zonde1 schande en schaamte voor uw aangezicht4 ,heb medelijden met ons1 o ,heer1 heb medelijden met uwe ellendige stad ,menschziel en red ons uit de handen onzer vijanden4 ,amen40 ,met dit verzoekschrift vertrok de dappere kapitein ,geloof4 ,hij ging de ,mondpoort uit en het gelukte hem in alle stilte het hof van ,immanuel te bereiken4 ,hoe het kwam weet ik niet1 maar het kwam uit en bereikte zelfs de ooren van ,dibolus4 ,dat hij er kennis van kreeg bleek duidelijk hieruit1 dat hij de stad dreigde en riep3 ,gij hardnekkige en oproerige ,menschziel1 ik zal u dat verzoekschriften indienen wel afleeren60 ,ja1 hij wist ook wie de overbrenger geweest was en dat maakte hem beide bang en woedend4 ,dies beval hij dat zijn tamboer weder de trom zou roeren1 iets dat ,menschziel dan al zeer slecht verdragen kon4 ,toen nu de trom was geroerd en de mannen van ,dibolus bijeengeroepen1 sprak de reus hen aan3 ,o1 gij stoutmoedig ,dibolus-volk6 u zij bekend1 dat er in deze oproerige stad verraad is gesmeed2 want ofschoon zij in onze macht zijn1 hebben die ellendige inwoners van ,menschziel zich verstout naar het hof van ,immanuel om hulp te zenden4 ,dit zeg ik u om u te leeren op uwe hoede te zijn4 ,daarom1 mijne getrouwen1 beveel ik u haar te meer te kwellen4 ,rooft hare vrouwen en maagden1 slacht hare kinderen1 slaat haar ouden den schedel in en steekt haar zelve in brand4 ,gij kunt haar niet te veel kwaad doen2 ik zal u beloonen40 ,dit was zijn bevel1 maar er gebeurde nog iets tusschen dit voornemen en de uitvoering1 waarop de reus niet gerekend had en dat de inwoners van ,menschziel maar nauwelijks hadden durven hopen4 ,pas had ,dibolus dit zoo besteld of hij marcheerde op het kasteel aan en eischte dat op4 ,maar de heere ,vreeze ,gods antwoordde daarop1 dat noch hem1 noch zijnen volgelingen de poorten zouden worden geopend1 en sprak de overtuiging uit1 dat ,menschziel na nog eene wijle geleden te hebben1 verlost1 versterkt1 volmaakt en bevestigd zou worden4 ,toen zeide ,dibolus3 ,geef mij dan de mannen over1 die het rekwest hebben overgeleverd en vooral kapitein ,geloof1 die het aan uw ,prins gebracht heeft4 ,als ik dien slaaf in handen heb dan zal ik de stad verlaten40 ,daarop trad iemand uit zijn gevolg op1 n4 l4 ,slecht1 en sprak3 ,mijnheer biedt u zeer veel aan2 het is immers beter voor u1 dat en mensch sterve#eb dan eene gansche stad verloren ga40 ,maar de heer ,vreeze-,gods vraagde3 ,hoe lang zou ,menschziel buiten den poel blijven1 zoo zij haren kapitein ,geloof aan ,dibolus had overgegeven8 ,zoo gaat dan de stad verloren als ,geloof verloren gaat2 als de een weg is moet de andere wijken40 ,toen ,slecht daarop niets antwoordde sprak de burgemeester3 ,o gij verwoester6 het zij u bekend1 dat wij naar uwe woorden niet hooren zullen4 ,wij zijn besloten zoolang er en kapitein1 en man1 en slinger1 en steen overblijft1 u tegenstand te bieden60 #eb ,het is beter dat en mensch sterve6 ,deze ,kajafas-raad is duidelijk genoeg4 ,met schijnbare wijsheid en voorzichtigheid gaf de hoogepriester van ,isral dien raad met het oog op ,jezus ,christus4 ,bunyan heeft begrepen1 dat de satan het hem had ingegeven1 en daarom legt hij dezen die woorden in den mond met het oog op kapitein ,geloof1 de hand waarmede men ,christus aangrijpt4 ,afbeelding3 ,,kapitein ,,geloof ,,ontvangt ,,het ,,verzoekschrift4 ,maar ,dibolus antwoordde3 ,hoopt gij nog8 ,wacht gij nog8 ,ziet gij nog uit naar hulp en verlossing8 ,gij hebt naar ,immanuel gezonden1 maar uw goddeloosheid kleeft aan uwe zoomen1 en uwe onnoozele verzoekschriften beduiden toch niets4 ,hoeveel zondt gij er vroeger reeds op8 ,denkt gij1 dat gij het nu winnen zult8 ,gij zult bedrogen uitkomen2 want niet alleen ik ben tegen u1 maat ,immanuel evenzeer4 ,ja1 ,hij is het zelf1 die mij tegen u heeft uitgezonden4 ,waar hoopt gij dan nog op8 ,door welke middelen wilt gij het ontkomen80 ,de burgemeester antwoordde3 ,voorwaar1 wij hebben gezondigd1 maar daaruit zult gij bij ,immanuel geen voordeel trekken2 want in groote getrouwheid heeft hij gezegd3 ,die tot ,mij komt zal ,ik geenszins uitwerpen40 ,hij heeft ook gezegd1 dat alle zonde en lastering den menschen zal vergeven worden4 ,daarom durven wij niet wanhopen2 maar willen blijven uitzien1 wachten en hopen op onze verlossing40 ,intusschen was kapitein ,geloof van ,immanuels hof wedergekeerd en droeg een pakket onder den arm4 ,de heer burgemeester zulks verstaande onttrok zich aan het geraaskal van den woedenden tiran1 en liet hem tegen de muren van het kasteel praten4 ,hij sloop weg naar het verblijf van den kapitein en vraagde naar de reis en den welstand van het hof1 alsmede welk nieuws hij medebracht4 ,ach1 de tranen stonden hem in de oogen4 ,maar kapitein ,geloof zeide3 ,houd moed1 mijnheer1 alles zal nog wel terecht komen40#ec ,dit zeggende haalde hij zijn pakket voor den dag en deed het open1 waaruit de burgemeester en de anderen opmaakten1 dat er goede tijding was4 ,daar nu de tijd des welbehagens daar was1 zond hij om alle kapiteins en oudsten der stad1 die in het kasteel hun verblijf hielden of op wacht waren4 ,daarop kwamen allen en verwelkomden hem1 waarna hij uit zijn pakket verscheidene brieven voor den dag haalde4 ,de eerste was voor den burgemeester4 #ec ,houd moed1 ,mijnheer1 alles zal nog wel terecht komen4 ,het geloof houdt zich vast als ziende den ,onzienlijke1 en krijgt bij ,geestes licht telkens dieper inzicht in de geopenbaarde waarheid4 ,dit wordt in de allegorie voorgesteld door de medegebrachte brieven4 ,het getuigenis ,gods moet gelezen als een brief persoonlijk tot u gericht4 ,de ,prins was zeer vergenoegd1 dat deze edelman zijn ambt zoo getrouw had waargenomen in alle gewichtige aangelegenheden1 die hem in ,menschziel waren opgedragen4 ,ook gaf hij hem zijn welgevallen te kennen over zijne kloekmoedigheid en getrouwheid voor den ,prins tegen ,dibolus4 ,aan het slot stond1 dat hij weldra zijn loon ontvangen zou4 ,de tweede brief was voor den heer ,vastewil1 waarin te kennen gegeven was1 dat zijn ,vorst ,immanuel wel verstaan had1 hoe dapper hij voor zijn heer geweest was in zijn afwezen en toen zijn naam in verachting was bij de ,dibolus-mannen4 ,ook dat hij zich zoo flink gehouden had in het opsporen en ophangen der ,dibolus-mannen1 die in hunne holen lagen4 ,hem zou eveneens zijn loon niet ontgaan4 ,de derde brief was voor den ,onderleeraar1 waarin vermeld stond hoezeer de ,prins zich verheugde1 dat hij zoo eerlijk en getrouw zijn ambt had waargenomen in het bestraffen en vermanen en waarschuwen4 ,ook gaf de ,vorst zijn welgevallen te kennen over den vast- en bededag toen ,menschziel het verdorven had en dat hij daarbij de hulp van kapitein ,boanerges had ingeroepen4 ,alles wist de ,prins en voor alles zou de ,onderleeraar beloond worden4 ,een vierde brief was voor den heer ,vreeze ,gods4 ,daarin stond1 dat zijn ,heer had opgemerkt1 hoe hij de eerste in gansch ,menschziel geweest was1 die ,vleeschelijke ,gerustheid had openbaar gemaakt4 ,daarenboven gaf zijn ,heer hem te verstaan1 dat hij alle tranen en klaagliederen over ,menschziel in gedachten zou houden en zijne kloekmoedige houding in de feestzaal van ,vleeschelijke ,gerustheid niet vergeten4 ,ook dat hij de poorten van het kasteel zoo goed had bewaard en de stedelingen geleerd hoe zij een verzoekschrift moesten inzenden1 dat kracht deed4 ,daarom zou ook hij binnenkort zijn loon ontvangen4 ,daarna kwam er nog een brief1 die aan de gansche stad ,menschziel was geschreven1 waaruit zij verstonden1 dat hunne dikwijls herhaalde verzoekschriften aan hunnen ,heer bij hem in gedachtenis waren en dat zij nu in de toekomst daarvan de vrucht zouden zien4 ,hun ,vorst betuigde daarin1 dat het hem recht aangenaam was1 dat zij hun hart en hunne zinnen er nu ter dege op gezet hadden om in zijne wegen te wandelen1 en dat noch de vleierij noch de dreiging van ,dibolus1 noch al zijne foltering hen kon bewegen zich over te geven4 ,onder aan den brief stond nog1 dat hun ,heer de stad ,menschziel achtergelaten had in de handen van den ,oppergeheimschrijver en onder het bestuur van kapitein ,geloof3 ,gedraagt u naar hun onderwijs en begeeren en gij zult ter bekwamer tijd uwen loon ontvangen40 ,nadat de brave kapitein ,geloof zijne brieven aan hun adres had afgeleverd1 ging hij naar de kamer van den heer ,oppergeheimschrijver en bracht daar eenigen tijd door in een vertrouwelijk gesprek4 ,die twee waren zeer met elkander vertrouwd4 ,de ,oppergeheimschrijver had den kapitein ,geloof hartelijk lief1 en zond hem menige verkwikking van zijne eigen tafel1 ja1 toonde hem een vriendelijk gelaat1 waar de rest van ,menschziel nog bewolkt was4 ,toen zij nu een wijle met elkander gesproken hadden1 begaf de kapitein zich ter ruste4 ,doch niet lang daarna zond de ,geheimschrijver weder om hem1 die na eene beleefde buiging vraagde3 ,wat heeft mijnheer tot zijn dienaar te zeggen80 ,waarop de ,oppergeheimschrijver hem ter zijde nam en met groote gunstbetooning overlaadde4 ,daarna sprak hij3 ,ik heb u tot onderkoning gemaakt over de gansche stad ,menschziel2 zoodat van dezen dag af alle inwoners der stad op uw woord zullen opstaan en gij zult hen uit- en inleiden4 ,uit kracht van uwe waardigheid moet gij ook voor uwen ,vorst en de stad ,menschziel den oorlog voeren1 en naar uwe bevelen zullen de andere kapiteins handelen40 ,afbeelding3 ,,di,,bolus' ,,tamboer4 ,onder zulke omstandigheden kon het niet uitblijven of de burgers moesten beginnen te beseffen welk een invloed deze heer kapitein aan het hof bezat2 want wie er ook ooit tot ,immanuel werd afgezonden1 wie hunner had zoo spoedig en zulk een goed antwoord van daar teruggebracht als deze kapitein8 ,wat doen zij nu8 ,nadat zij zichzelven hadden verweten1 dat zij in hunne benauwdheid niet meer gebruik van hem hadden gemaakt1 zonden zij door de hand van den ,onderleeraar tot den ,geheimschrijver om hem te verzoeken1 dat toch al wat zij hadden of deden gesteld mocht worden onder het bestuur1 de zorg en de hoede van kapitein ,geloof4 ,zoo ging dan de ,onderleeraar met deze boodschap en ontving tot antwoord1 dat dit alreede was geschied1 daar de heer ,geloof tot ,onderkoning was aangesteld4#ed ,daarop boog hij zich en ging heen om dit nieuws aan de burgers der stad te verhalen4 ,maar dit alles geschiedde in het diepste geheim omdat de vijanden nog zulk een groote macht hadden in ,menschziel4 #ed ,de onderleeraar kreeg de boodschap dat alreede was geschied wat hij begeerde4 ,hiermede wordt aangeduid hoe de ziel het met ,god is eens geworden1 hoe ,gods ,geest met onzen geest getuigt1 en hoe de belofte bewaarheid wordt3 eer ze roepen zal ik antwoorden4 ,afbeelding3 ,,kapitein ,,geloof ,,overhandigt ,,het ,,verzoekschrift4 ,,hoofdstuk ,,xv4 ,,de ,,belofte ,,van ,,zijne ,,komst4 ,maar laat ons tot ,dibolus terugkeeren4 ,toen deze zag hoe kloekmoedig de heer burgemeester hem had weerstaan en de woorden van heer ,vreeze-,gods overdacht1 sloeg hij aan het woeden en riep een krijgsraad bijeen om zich op ,menschziel te wreken1 waarop al de vorsten van den poel samenkwamen en de oude ,ongeloof vooraan om samen te beraadslagen wat er te doen stond4 ,het besluit van dien raad was1 dat zij trachten moesten het kasteel hoe eer hoe beter te bemachtigen2 want zij rekenden zich1 en terecht1 geen meester van de stad zoolang zij dat kasteel niet hadden4 't ,was ,apollyon1 die den doorslag gaf en sprak3 ,mijne broederschap1 ik heb u twee dingen voor te stellen1 waarvan het eerste is3 laat ons weder de stad verlaten en in het veld kampeeren2 want ons verblijf in de stad doet ons geen goed1 omdat het kasteel nog in de handen onzer vijanden is1 en het is ons onmogelijk dat in te nemen zoolang die stoute gast ,vreeze-,gods de poortwachter is4 ,wanneer wij ons nu naar buiten begeven1 zullen zij zich verheugen en wellicht zorgeloos worden1 en dat zou hun nadeeliger kunnen worden dan iets dat wij doen4 ,ook zullen de kapiteins dan wellicht hun schuilhoek verlaten1 een uitval doen1 ons achtervolgen en gij weet hoe slecht dit hun bekomen is4 ,kunnen wij hen maar in het veld lokken1 zoo zullen wij in een achterlage achter de stad ons verschuilen1 en een deel van ons zal die binnentrekken en ook het kasteel veroveren40 ,afbeelding3 ,,kapitein ,,geloof ,,tot ,,luitenant ,,van ,,den ,,prins ,,bevorderd4 ,eerst wilde ,belzebul daar niet van weten en voerde aan1 dat deze onderneming tevergeefs zou wezen omdat zij het kasteel niet zouden verlaten4 ,hij stelde dus andere middelen voor2 maar de anderen meenden dat ,apollyons raad beter was1 hoewel zij moesten toegeven1 dat het ook bijzonder dienstig wezen zou als zij middelen wisten te bedenken om hen aan het zondigen te brengen4 ,wij hadden gerust onze ,twijfelaars thuis kunnen laten1 wanneer wij hen geen meester kunnen doen worden van het kasteel10 zeiden zij1 want ,twijfelaars1 die van verre staan1 zijn gelijk aan beschuldigingen1 die men met goede bewijzen wederleggen kan4 ,kunnen wij hen echter in het kasteel krijgen en maken1 dat zij dat in bezit nemen1 dan hebben wij een goeden dag4 ,laat ons daarom terugtrekken naar het open veld2 maar eerst moeten wij nog raadplegen met onze vertrouwde aanhangers hier in de stad1 die ons moeten helpen om haar door verraad in onze handen te spelen4 ,waarlijk wij moeten hen aan het zondigen helpen1 hierin heeft ,belzebul groot gelijk1 en dan de stad uit40 #b ,petr4 #b 3 #ah-ba4 ,toen had ,lucifer nog het volgende te zeggen3 ,al wat dusver voorgesteld is1 is goed1 en om dat te bevorderen1 moeten wij de burgers niet meer zoo verschrikken1 noch door onzen trommel noch door martelingen4 ,laat ons maar ver weg trekken en doen of wij geen acht op hen slaan2 want de vreeze houdt hen wakker en doet hen op tegenweer bedacht zijn4 ,gij weet1 dat ,menschziel eene marktstad is1 die veel vermaak schept in den koophandel1 laat nu sommigen onzer zich aanstellen als kooplieden of boeren uit vergelegen plaatsen1 die ter markt komen om hunne koopwaar aan den man te brengen4 ,laat ons die desnoods verkoopen voor den halven prijs6 ,maar die dit doen1 moeten ons zeer getrouw wezen1 ik wil hun mijn kroon tot belooning geven als zij er in slagen4 ,er komen mij er daar twee in gedachten1 die bijzonder geschikt zijn voor dit werk4 ,de een heet3 ,muguitzuiger-kemeldoorzwelger en de ander is ,alles-in-de-,waagschaalzetter-om-een-kl eine-winst4 ,deze mannen met zulke lange namen zijn uitmuntend tot ons doel4 ,en wat dunkt u als wij daar eens bijvoegden1 's ,werelds-,goed en ,aardsche ,rijkdom8 ,die beiden zijn zeer listig en zeer bescheiden4 ,laat dezen met eenige anderen hun best doen en laat het volk slechts rijk en zat worden1 dan zullen wij bij hen winnen4 ,bedenk maar eens op welke wijze wij ,laodicea overwonnen hebben6 ,als zij nu zat worden en wij hen niet verontrusten1 zoo zullen zij hunne ellende vergeten en daarbij in slaap vallen en hun kasteel niet langer bewaken4 ,ja1 zelfs zouden wij zoover kunnen gaan1 door hen met allerlei overvloed te bezwaren1 dat zij van hun kasteel een pakhuis maakten en er het oorlogsvolk uit wegnamen4 ,derhalve zoo wij onze goederen en koopwaar binnen weten te krijgen1 zoo denk ik1 dat de stad al half gewonnen is4 ,ook hunne kapiteins zullen het dan benauwd genoeg krijgen4 ,kent gij niet de gelijkenis van den rijken dwaas8 ,en weet gij niet1 dat als het hart overladen is met brasserij en dronkenschap en de zorgvuldigheden des levens1 dat dan den mensen alle kwaad overkomt1 eer hij er om denkt8 ,bovendien is het niet goed voor een volk1 dat zij met onze goederen vervuld zijn1 wanneer zij niet eenigen der onzen in huis hebben1#ee zoogenaamd als dienaars1 maar eigenlijk om alles tot ons te trekken4 ,waar is er een burger van ,menschziel1 die vol is van 's werelds goed en niet tot zijn knecht of oppasser heeft een zekeren ,overdadig1 of ,dartel1 of ,wellust1 of ,loos1 of ,pocher1 of nog anderen van onze getrouwen8 ,deze nu1 zouden het kasteel kunnen in de lucht laten springen of ongeschikt maken langer eene vesting van ,immanuel te zijn4 ,op deze wijze gaat het beter dan door een groot leger4 ,ik blijf dus bij mijn raad4 ,laat ons dien nu spoedig uitvoeren en wegtrekken40 ,openb4 #c 3 #ag4 ,luk4 #h 3 #ad4 ,luk4 #ba 3 #cd1 #cf4 #ee ,bovendien is het niet voor een volk1 dat zij met onze goederen vervuld zijn1 zoo zij niet een der onzen in huis hebben4 ,de ,heere zeide3 ,maakt u vrienden uit den onrechtvaardigen ,mammon1 opdat zij u ontvangen in de eeuwige tabernakelen40 ,de satan weet zeer goed1 dat wereldsche schatten uitmuntend te gebruiken zijn in 's ,heeren dienst en daarom stuurt hij er zijn volk op af om ons te helpen die te beheeren en daardoor eigenlijk aan 's ,heeren dienst te onttrekken4 ,men wake en bidde vooral als men rijk is6 ,wat deze hellevorst geraden had werd voor een helsch meesterstuk geacht4 ,maar ziet nu eens hoe het uitkwam6 ,pas was de vergadering van ,dibolus uiteengegaan of kapitein ,geloof ontvangt een brief van ,immanuel1 waarvan de korte inhoud was1 dat hij hem op den derden dag in de vlakke velden van ,menschziel zou ontmoeten4 ,de kapitein begreep deze boodschap niet4 ,hem in het veld ontmoeten6 zeide hij1 wat bedoelt ,prins ,immanuel daarmede8 ,daarom nam hij den brief en ging er mede naar den ,opperleeraar en ,geheimschrijver1 want deze was een ziener in al 's konings zaken1 ,menschziel ten goede4 ,dezen edelman vroeg hij om raad4 ,nadat de ,opperleeraar den brief stilzwijgend had gelezen zeide hij3 ,het ,dibolus-komplot heeft een groote beraadslaging gehad en zij hebben daar besloten tot het uiterste verderf van ,menschziel4 ,van die zijde dreigt een groot gevaar4 ,zij maken zich gereed de stad te verlaten en zich weder in het veld te begeven om vandaar uit nieuwe helsche maatregelen te nemen4 ,maar zorg gij nu1 dat gij tegen den derden dag gereed zijt1 want dan komt ook de ,prins met een groot leger in het veld tegen den opgang der zon1 bij het aanbreken van den dag4 ,hij zal dan het leger van ,dibolus van voren aangrijpen en gij van achteren1 en zoo zal het ganschelijk vernield of verstrooid worden40 ,afbeelding3 ,,de ,,krijgsraad ,,der ,,boozen4 ,nauwelijks had kapitein ,geloof dit gehoord of hij begaf zich naar de andere kapiteins en deelde hun mede welk een brief hij ontving en hoe de ,opperleeraar hem al wat in ,immanuels schrijven duister was had uitgelegd4 ,hij zeide hun daarenboven wat hij en de anderen doen moesten om aan het oogmerk van ,immanuel te beantwoorden4 ,toen waren al de kapiteins vroolijk en op bevel van den onderkoning werden al de trompetten op het kasteel geblazen en maakten een overheerlijke muziek1 waaraan gansch ,menschziel zich verkwikte en die ,dibolus ook hoorde4 ,toen stond ,dibolus op eenmaal stil en zeide3 ,wat zou toch dit trompetgeschal te beduiden hebben8 ,ze hebben paarden noch zadels1 noch spijze4 ,wat overkomt dezen aemechtigen lieden1 dat ze zoo vroolijk en blijde zijn80 ,toen antwoordde hem een van zijn eigen volk en sprak3 ,dit is uit vreugde1 dat hun ,prins ,immanuel komt om de stad ,menschziel te verlossen2 tot dit doel trekt hij aan het hoofd van een leger op1 en die verlossing is nabij40 ,de inwoners van ,menschziel waren ook zeer bewogen door deze melodieuse tonen en zij spraken er met elkander over4 ,dit kan ons geen leed doen10 zeide de een4 ,neen10 zei een ander1 dit is een lied der verlossing40 ,de ,dibolus-mannen beraadslaagden nog in alle haast en kwamen tot het besluit1 dat het toch maar best was de stad te verlaten4 ,ze zouden hun voornemen nu ook uitvoeren1 en kwam er een leger opdagen het dan in het open veld ontmoeten4 ,op den tweeden dag begaven zij zich dan ook buiten de stad en sloegen hun legerkamp op het vlakke veld op2 maar vlak in het gezicht van de ,oogpoort1 en wel zoo indrukwekkend en afgrijselijk als hun slechts mogelijk was4 ,zij waren nu ook in het open veld gelegerd met het oog op een mogelijke vlucht1 die daar gemakkelijker viel dan in de stad4 ,want waarlijk de stad zou hen tot een put en afgrond zijn geworden als vorst ,immanuel zich daar legerde4 ,toen nu het oogenblik gekomen was1 dat de kapiteins op ,dibolus' leger zouden aanvallen1 bereidde een ieder zich zorgvuldig voor den slag4 ,kapitein ,geloof had hun des nachts gezegd1 dat zij in den morgenstond hunnen ,prins in het veld zouden ontmoeten4 ,dit maakte hen des te vuriger om tegen den vijand op te rukken4 ,deze woorden3 ,morgen zult gij den ,prins in het vlakke veld zien60 waren als olie in een brandend vuur4 ,ze hadden hem zoo langen tijd gemist en zagen reikhalzend naar hem uit4 ,als het nu tijd was trok kapitein ,geloof met al de strijdmacht van ,menschziel naar buiten eer het dag was1 de ,mondpoort uit4 ,toen allen gereed stonden stelde hij zichzelven aan het hoofd en gaf aan de andere kapiteins het wachtwoord1 en deze weder aan hunne officieren en soldaten4 ,dat wachtwoord luidde3 ,het zwaard van den ,prins ,immanuel en het schild van kapitein ,geloof40 ,dit wachtwoord klonk in de taal der burgers van ,menschziel als3 ,het woord ,gods en het geloof60 ,daarop vielen zij nu het leger van ,dibolus aan en begonnen het rondom te omsingelen en te benauwen4 ,afbeelding3 ,,geloof ,,te ,,wapen ,,geroepen4 ,kapitein ,ondervinding wilde men in de stad laten1 omdat hij nog altijd niet genezen was van de wonden1#ef die ,dibolus hem in den laatsten slag had toegebracht4 ,maar toen hij bemerkte1 dat al de kapiteins aan den strijd deelnamen1 eischte hij zijne krukken en strompelde daarmede zoo goed het ging ook de stad uit4 -- ,neen01 zeide hij1 ik kan hier niet zoo gemakkelijk blijven liggen1 waar mijne broeders in de hitte van den strijd trekken en vorst ,immanuel zich aan hen in het veld zal vertoonen40 ,toen de vijanden dezen man met zijne krukken zagen waren zij te meer verslagen4 ,welke geest1 dachten zij1 is nu in die mannen van ,menschziel gevaren1 dat zij zelfs op krukken tegen ons willen vechten6 ,intusschen waren de kapiteins er op aangevallen en maakten een flink gebruik van hunne wapenen1 terwijl zij luide juichten3 ,het zwaard van ,prins ,immanuel en het schild van kapitein ,geloof40 #ef ,kapitein ,ondervinding krank aan zijne wonden4 ,de bevinding van den ,christen is aan allerlei afwisseling onderworpen en heeft haar ebbe en vloed4 ,er hebben worstelingen des geloofs plaats1 waarin zij duchtig wordt gekwetst en het hard te verantwoorden heeft4 ,naar de maat van iemands geloof is ook zijne ondervinding4 ,wanneer het geloof taant1 is ook de ondervinding zeer zwak2 toch kan het herdenken van 's ,heeren daden den moed des geloofs weer aanwakkeren4 ,dit is eigenaardig door ,bunyan voorgesteld in de allegorie1 dat deze kreupele kapitein naar zijne krukken vraagt en mede naar buiten strompelt4 ,dibolus bemerkte hoe stoutmoedig hij omsingeld werd en vreezende1#eg dat hun tweesnijdend zwaard er dapper op inhakken zou1 viel hij 's ,prinsen leger aan met doodelijke woede1 en zoo begon de slag4 ,die ,dibolus het eerst aanvielen1 waren kapitein ,geloof en de heer ,vastewil1 de een benauwde hem aan de ene zijde en de ander aan den anderen kant4 ,de slagen van den heer ,vastewil waren als die van een reus2 want die man had een sterken arm en hij viel op de ,twijfelaars aan de ,verkiezing aan1 want dit was ,dibolus lijfwacht4 ,inderdaad1 hij hield hen een wijle duchtig bezig1 hakkende er geweldig op in4 ,kapitein ,geloof benauwde diezelfde compagnie van den anderen kant en aldus geraakten zij in groote wanorde4 ,kapitein ,goede ,hoop had de ,twijfelaars aan de ,roeping voor zijne rekening genomen en dat volk was waarlijk sterk genoeg1 maar de kapitein was ook zeer dapper en werd nog bovendien door kapitein ,ondervinding en zijne troepen bijgestaan4 ,zoo werden dan ook de ,twijfelaars aan de ,roeping tot wijken gedrongen4 ,de rest van het leger was zeer verwoed2 't scheen1 dat zij allen in het besef verkeerden1 dat het er nu op aan kwam1 er op of er onder voor altijd2 daarom werd aan alle zijden wanhopig gevochten4 ,toen commandeerde de ,oppergeheimschrijver1 dat de slingers van het kasteel daaronder spelen zouden4 ,de slingeraars konden mikken op een haar en brachten ook veel bij tot de overwinning4 ,eenigen tijd was ,dibolus' volk zeer verward en begonnen de meesten er al over te denken de vlucht te kiezen voor 's ,prinsen kapiteins4 ,maar neen1 zij verzamelden zich weer en vielen stoutmoedig op de achterhoede aan4 ,zij brachten dar zulk eene geweldige botsing teweeg1 dat 's vorsten leger verflauwde4 ,eensklaps herinnerden dezen zich echter1 dat zij het aangezicht van hunnen ,prins zouden zien1 en dat deed hen weder moed grijpen1 zoodat de strijd opnieuw hevig werd4 ,daarop juichten de kapiteins en riepen3 ,het zwaard van ,prins ,immanuel en het schild van kapitein ,geloof60 ,dit deed ,dibolus terugdeinzen in de meening1 dat er versterking was aangekomen4 ,maar ,immanuel verscheen nog niet4 ,de overwinning was nu eenigen tijd twijfelachtig en van weerszijden trok men een weinig terug4 ,in deze oogenblikken van twijfelmoedigheid riep kapitein ,geloof zijn volk toe en moedigde hen aan om toch vol te houden4 #eg ,dibolus wordt verschrikt door de stoutmoedigheid van 's ,prinsen kapiteins4 ,de duivel is bang voor het geloof en als hij zelfs gewonden met moed ziet vervuld1 speurt hij in hen de kracht ,gods1 die in hunne zwakheid wordt volbracht4 ,afbeelding3 ,,het ,,zwaard ,,van ,,vastewil ,,en ,,het ,,schild ,,van ,,kapitein ,,geloof4 ,afbeelding3 ,,de ,,vlucht4 ,mijne vrienden1 dappere soldaten01 riep hij1 mijne broeders1 allen bezield met hetzelfde oogmerk1 dat ook het mijne is4 ,het verblijdt mij zeer u allen thans voor onzen ,prins in het veld te zien1 als een groote heirmacht1 die doordrongen is van liefde jegens ,menschziel4 ,gij hebt u tot dusverre mannen van moed en trouw betoond1 zoodat ,dibolus nog geen voordeel op ons behaald heeft4 ,grijpt nu allen weder den ouden moed en toont u mannen als tevoren1 en weinige oogenblikken na dezen aanval zult gij zien1 dat uw ,prins zich te velde vertoont4 ,nog dezen aanval op ,dibolus1 -- en dan komt ,immanuel60#eh #eh ,immanuel komt4 ,de belofte is stellig en vast3 ,ziet uw koning komt tot u0 maar hij komt eerst op het uiterste oogenblik1 als er ten bloede toe gestreden is en de lijdzaamheid een volmaakt werk heeft gehad4 ,dan zijn echter alle smarten en wonden vergeten en wordt door zijne nabijheid in de ziel niet alleen iedere vijand verslagen maar ook alle wonden genezen4 ,sta op1 ,heere1 tot uwe rust1 ,gij en de ark uwer sterkte6 ,dat uwe priesters bekleed worden met gerechtigheid en uwe gunstgenooten juichen4 ,want de ,heere heeft ,sion verkoren4 ,hij heeft het begeerd tot zijne woonplaats4 ,ik zal mijne vijanden met schaamte bekleeden2 maar op haar zal zijne kroon bloeien4 ,ps4 #acb4 ,,hoofdstuk ,,xvi4 ,,de ,,terugkomst ,,van ,,den ,,vorst4 ,nauwelijks had kapitein ,geloof deze redevoering tot zijne soldaten gesproken of een zeker man genaamd ,spoed#ei kwam te post aan het leger van den ,prins met de boodschap1 dat ,immanuel in het gezicht was4 ,zoodra ,kapitein ,geloof dit blijde nieuws vernam1 deelde hij het onmiddellijk aan de anderen mede en deze weder aan hunne manschappen1 waardoor het gansche leger1 als waren het mannen uit den dood opgestaan1 zich opmaakte om den vijand aan te vallen1 roepende als tevoren3 ,het zwaard van ,prins ,immanuel en het schild van kapitein ,geloof60 #ei ,zekere heer ,spoed4 ,menschziel strijdt nu den goeden strijd des geloofs4 ,de twijfel is op de vlucht gedreven3 de twijfelaars zijn de stad uit4 ,beter is de openlijke strijd met vijanden van buiten dan met inwendig bederf en ongeloof4 ,nu kan de heer ,spoed van 's ,prinsen leger komen4 ,nu is er weer gemeenschap tusschen de ziel en ,immanuel4 ,die van den reus spanden ook alle krachten in1 maar in dezen laatsten strijd verloren zij den moed1 en velen der ,twijfelaars vielen gedood ter aarde4 ,nadat zij nu nog ruim een uur in het heetst van het gevecht hadden doorgebracht1 hief kapitein ,geloof zijne oogen op1 en ziet1 daar kwam ,immanuel aan met vliegende vaandels en klinkende trompetten1 terwijl de voeten dergenen1 die hem volgden1 nauwelijks de aarde aanraakten4 ,met zulk eene snelheid spoedden zij zich voort om bij de kapiteins te komen1 die maar voortdurend bleven strijden4 ,kapitein ,geloof wendde zich nu met de zijnen stadwaarts en liet voor ,dibolus het veld ruim4 ,daarop trok ,immanuel voorwaarts en zoo was de vijand tusschen hen ingesloten4 ,toen viel kapitein ,geloof met de zijnen wederom op hen1 en ziet1 zoo langzamerhand ontmoetten ,immanuel en kapitein ,geloof elkander over de verslagenen heen1 die zij onder hunne voeten vertraden4 ,toen ook de andere kapiteins zagen1 dat de ,prins gekomen was en dat het ,dibolus-leger tusschen ,zijner ,majesteits en kapitein ,geloofs troepen werd ingesloten en in de pan gehakt1 zoo juichten zij met een groot gejuich1 zoodat er de aarde van spleet1 roepende3 ,het zwaard van ,immanuel en het schild van ,geloof60 ,dibolus zich zoo geheel ingesloten ziende zocht met de andere vorsten van den afgrond eene opening om te ontvluchten1 latende al zijn volk in de steek4 ,al dit volk viel voor het aangezicht van den prins en zijne heirkracht2 er bleef nauwelijks een ,twijfelaar in het leven2 de dooden lagen verspreid over de vlakte als mest op het land4 ,toen de slag geindigd was kwam alles weder in orde1 en alle kapiteins en oudsten van ,menschziel kwamen samen om ,immanuel te begroeten4 ,hij lachte hen vriendelijk toe1 en zeide3 ,vrede zij ulieden60 ,daarna stelden allen zich in het gelid om naar ,menschziel op te trekken1 ook de ,prins met zijne versche legermacht1 die hij nu had medegebracht4 ,alle poorten werden opengezet om hem waardig te ontvangen4 ,ook de poorten van het kasteel werden wijd geopend en de oudsten en overheden stelden zich daar om hem bij het intrekken te verwelkomen4 ,toen hij nu de poorten naderde riepen zij3 ,heft uwe hoofden op1 gij poorten1 en verheft u1 gij eeuwige deuren1 opdat de koning der eere inga60 ,en anderen zeiden3 ,wie is die koning der eere80 ,waarop het antwoord weder klonk3 ,de ,heere1 sterk en geweldig in den strijd4 ,heft uwe hoofden op1 gij poorten1 ja verheft u1 gij eeuwige deuren1 opdat de koning der eere inga60 ,ps4 #bd4 ,verder was verordend door de oversten van ,menschziel1 dat langs den geheelen weg van de stadspoort tot die van het kasteel voortdurend liederen zouden worden gezongen door diegenen1 welke het meeste verstand van muziek hadden4 ,alzoo werd er een beurtzang aangeheven toen ,immanuel zijn intocht deed1#fj nu en dan afgewisseld door trompetgeschal4 ,en toen hij aan de poorten van het kasteel kwam klonk het3 ,zij hebben uwe gangen gezien1 o ,god6 de gangen mijns ,gods1 mijns konings1 in het heiligdom60 ,de zangers gingen vor1 de speellieden achter1 in het midden de trommelende maagden4 ,ps4 #fh 3 #be1 #bf4 #fj ,het binnentreden van ,immanuel4 ,hier keert ,jezus in de ziel terug na vele droevige dagen van afwezigheid4 ,de groote waarheid1 dat ,jezus nooit met de zonde kan samenwonen1 wordt hier duidelijk gemaakt4 ,hoe weinig er noodig is om die innige gemeenschap te verstoren en hoeveel er moet geschieden eer al de gevolgen van onze onbedachte handelwijze zijn uitgewischt4 ,john ,bunyan neemt het niet licht op met de zonde4 ,door schade en schande geleerd is de blijdschap der opnieuw verloste ziel onuitsprekelijk groot4 ,men gevoelt in de beschrijving1 dat ,bunyan tevergeefs tracht den indruk weer te geven4 ,welkom aan de poorten1 godgewijde liederen1 bloemen en eerebogen1 saluutschoten1 muziek1 enz4 ,afbeelding3 ,,de ,,beenderen ,,der ,,twijfelaars ,,begraven4 ,ook wachtten de kapiteins elk op zijn post hunnen ,prins op toen hij de poorten van ,menschziel binnenreed4 ,kapitein ,geloof was de eerste1 dan volgde ,goede-,hope2 daarna kapitein ,liefde1 met anderen van zijn gezelschap4 ,het laatst kwam kapitein ,geduld met de overige hoofdlieden1 sommige ter rechter-1 anderen ter linkerzijde4 ,zoolang de intocht duurde wapperden alle vlaggen1 klonken de trompetten en was er groot gejuich onder de soldaten4 ,de ,prins zelf was weder gekleed in zijne wapenrusting van geslagen goud2 de pilaren van zijn koets waren van zilver1 de vloer van goud1 het verhemelte van purper en het binnenste was bespreid met liefdeblijken voor de dochters van ,menschziel4 ,hoogl4 #c 3 #aj4 ,de ,prins vond de straten bestrooid met lelin en bloemen en van boven kunstig overdekt met triomfbogen van de groene takken der boomen1 die rondom de stad stonden1 terwijl ieder voor zijn huis eene versiering had aangebracht2 dat alles diende om den ,prins te vereeren2 en overal waar hij voorbijkwam klonk het gejuich3 ,gezegend is hij1 die daar komt in de naam zijns ,vaders ,el-,schadda40 ,ps4 #aah 3 #bf4 ,voor de poort van het kasteel werd ,zijne ,majesteit weder begroet door de oudsten van ,menschziel1 n4 l4 de ,burgemeester1 de heer ,vastewil1 de ,onderprediker1 de heer ,kennis en de heer ,gemoed met anderen uit den adel dezer plaats4 ,zij bogen voor hem neder1 kusten het stof van zijne voeten1 dankten1 zegenden en prezen ,zijne ,majesteit omdat hij hun niet tegen was wegens hunne zonden1 maar medelijden had gehad met hunne ellende en nu in barmhartigheid tot hen wederkeerde om voor eeuwig hun ,menschziel op te bouwen4 ,zoo trok hij dan regelrecht het kasteel binnen2 want dat was het koninklijk paleis en de plaats1 waar zijne eere woonde4 ,alles was daar reeds door den ,oppergeheimschrijver en den kapitein ,geloof gereed gemaakt4 ,maar nu naderde hem al het volk van ,menschziel binnen het kasteel om te weenen en te kermen en hunne goddeloosheid te bejammeren4 ,zij bogen zich bij het binnenkomen zeven maal voor hem ter aarde en weenden1 terwijl zij den ,prins vergeving vraagden1 hem smeekende1 dat hij als van ouds onder hen wilde wonen4 ,waarop de ,prins antwoordde3 ,weent niet1 maar gaat uws weegs1 eet het vette en drinkt het zoete1 en zendt deelen aan uwe broeders3 want de blijdschap des ,heeren is uwe sterkte4 ,ik ben tot ,menschziel wedergekeerd met ontferming en mijn naam zal daardoor verhoogd en verheerlijkt worden40 ,ook omhelsde hij de burgers1 kuste hen en drukte hen aan zijn hart4 ,neh4 #h 3 #aa4 ,bovendien gaf hij aan de oudsten van ,menschziel en aan iederen machthebber der stad een gouden keten en een ring4 ,ook zond hij aan hunne vrouwen oorsieraden1 juweelen1 armbanden en dergelijken1 en aan de echte kinderen van ,menschziel deelde hij kostelijkheden uit4 ,toen ,immanuel al deze dingen voor het beroemde ,menschziel gedaan had1 zeide hij eerst tot hen3 ,wascht uwe kleederen1 en doet uwe versierselen aan1 en komt daarna in mijn kasteel terug40 ,zoo gingen zij dan heen om zich te wasschen naar de fontein1 die geopend was voor ,juda en ,jeruzalem4 ,daar maakten zij hunne kleederen wit en stonden daarna rein en versierd voor ,immanuel4 ,pred4 #i 3 #h4 ,zachar4 #ac 3 #a4 ,openb4 #g 3 #ad1 #ae4 ,nu was er muziek en dans door de gansche stad1 omdat hun ,vorst hen weder vereerde met zijne tegenwoordigheid en met het licht van zijn aangezicht2 de klokken werden geluid en de zon scheen vriendelijk op hen voor een langen tijd4 ,ook deed de stad thans meer voortdurend en ernstig onderzoek om de nog overgebleven ,dibolus-mannen in de wallen uit te vinden en te vernielen2 want er waren er toch nog van dat gespuis1 die de handen hunner onderdrukkers hadden weten te ontkomen4 ,de heer ,vastewil was thans een veel grooter verschrikker voor hen dan hij ooit tevoren geweest was1 daar zijn hart nu ten volle was overgebogen om hen op te zoeken en te dooden4 ,hij vervolgde hen dag en nacht en bracht hen in zware verdrukking zooals nog later blijken zal4 ,toen nu alles zoover weder in orde was werd door den ,prins order gegeven1 dat de burgers der stad zonder verder uitstel er sommigen zouden uitzenden om naar de vlakte te gaan ten einde de beenderen der ,twijfelaars te begraven1#fa opdat de stank en uitwaseming daarvan de lucht niet besmetten zouden in de beroemde stad4 ,dit moest ook gebeuren1 omdat zoolang ,menschziel bestond de nagedachtenis van deze hare groote vijanden zou worden weggedaan4 #fa ,de lijken der ,twijfelaars worden begraven4 ,het leger der ,twijfelaars is verslagen2 een volkomen nederlaag overdekt hen met schande en smaad en ondergang4 ,maar de ,christen krijgsman heeft nog niet alles gedaan zoolang de onbegraven lijken nog in het gezicht zijn4 ,ook de nagedachtenis der zonde moet uit den weg geruimd4 ,de herinnering aan vroegere schuld kan schaden en in verzoeking brengen2 daarom al wat er aan herinnert weg4 ,afbeelding3 ,,kapitein ,,paus4 ,zoo werd dan bevel gegeven door den ,burgemeester1 dat verstandige en vertrouwde vrienden tot dit noodige werk zouden worden gebruikt1 en de heer ,vreeze ,gods en zekere edelman ,oprecht werden tot opzieners hierover aangesteld4 ,verscheidene menschen waren daar druk mede4 ,sommigen groeven de kuilen1 anderen begroeven de lijken1 en nog anderen liepen maar rond om naarstig te zoeken of zij nog botten en beenderen vonden1 die van een ,twijfelaar afkomstig waren4 ,zij moesten daarbij dan een kenteeken plaatsen opdat de doodgravers ze vinden zouden4 ,alle naam en nagedachtenis der ,dibolus-mannen moest op die wijze worden weggeruimd en uitgedelgd van onder den hemel en dat de kinderen1 in ,menschziel later geboren1 niet weten zouden wat een doodsbeen van een ,twijfelaar was4 ,deze lieden deden dan ook zooals hun geboden was4 ,zij begroeven de ,twijfelaars en alle beenderen en stukken daarvan waar zij ze vonden1 en zoo werd de vlakte gereinigd4 ,ook nam de heere ,vrede ,gods weder zijn post waar als in vroeger dagen4 ,er was nu van al de ,twijfelaars aan de ,verkiezing1 noch aan de ,roeping1 noch aan de ,volharding1 noch aan de ,genade1 noch aan de ,opstanding of de ,zaligheid1 of de ,heerlijkheid niets meer te bespeuren4 ,al de kapiteins1 n4l4 ,woede1 ,wreed1 ,verdoemenis1 ,onverzadelijk1 ,zwavel1 ,torment1 ,zonder-,rust1 ,graf en ,wanhoop waren met den ouden veldmaarschalk ,ongeloof op de vlucht gegaan of gewond4 ,zoo ook de zeven legerhoofden ,belzebul1 ,lucifer1 ,legio1 ,apollyon1 ,belial1 ,python en ,cerberus1 die als generaals dienst hadden gedaan4 ,daardoor waren dan ook hunne manschappen verslagen en door ,immanuels macht op de vlucht gejaagd4 ,zelfs hunne wapenen1 die akelig en verschrikkelijk waren1 met hunne banieren en vaandels werden met hen begraven1 zoodat er niets meer viel te zien of te ruiken1 dat aan een ,dibolistischen ,twijfelaar herinnerde4 ,,hoofdstuk ,,xvii4 ,,het ,,leger ,,der ,,mannen ,,des ,,bloeds4#fb #fb ,de mannen des bloeds4 ,dit is eene nieuwe uitvinding van ,satan4 ,hij beproeft door vervolging de ziel te kwellen en afvallig te maken4 ,eerst deed hij het met den twijfel in iederen vorm1 en geheel geeft hij dit wapen nooit op2 maar nu moet een ander beproefd1 waarvan hij beter gevolg verwacht -- uitwendige folteringen1 vuur en zwaard1 brandstapel en moordschavot4 ,maar dit is dan ook de laatste toevlucht van eene slechte zaak4 ,als alle argumenten vruchteloos blijken1 dan blijft woest geweld over4 ,de geschiedenis des ,bijbels en der kerk beide leeren dit4 ,daarop wordt hier in den vorm van de kapiteins der bloedmannen gewezen1 waarvan ,kan de eerste en de ,paus de laatste is4 ,toen nu de tiran weder aan ,hellepoortsheuvel was gekomen1 vergezeld van zijn ouden vriend ,ongeloof1 daalde hij onmiddellijk in den put neer en daar voor eene poos met hunne gezellen hun treurig lot beklaagd hebbende en tevens het groot verlies1 dat zij leden1 overdacht1 zoo werden zij eindelijk woedend en zwoeren1 dat zij zich wreeken zouden over het verlies der beroemde stad ,menschziel4 ,daarom beraadslaagden zij al dadelijk weer over hetgeen gedaan kon worden2 want hunne holle buiken en verslindende keelen lieten hun dag noch nacht met rust4 ,iedere dag scheen hun een halve eeuw4 ,zij besloten daarom andermaal de stad ,menschziel aan te tasten met een gemengd leger van ,twijfelaars en ,bloeddorstigen4 ,laat ons dit volk nader beschrijven4 ,de ,twijfelaars dragen hunnen naam naar hunne natuur zoowel als van het koninkrijk1 waar ze geboren zijn4 ,het komt met hunnen aard overeen iedere uitspraak en ieder woord van ,immanuel in twijfel te trekken1 en hun land heet het land der ,twijfeling1 liggende naar het noorden tusschen het gewest der ,duisternis en de ,vallei der schaduwen des doods4 ,van het land der duisternis en de ,vallei der schaduwen des doods wordt somtijds gesproken als van hetzelfde gewest2 maar dat is onjuist4 ,ze liggen dicht bij elkar1 maar het land der ,twijfeling ligt daar tusschen4 't ,was dus al soortgelijk volk als dat van de laatste maal4 ,de ,bloeddorstigen zijn een volk1 dat zijn naam heeft naar de boosheid hunner natuur en de woede1 die in hen is tegen de stad ,menschziel4 ,hun land ligt onder de ,hondster en door haar worden zij ook geregeerd4 ,de naam van die streek is de provincie ,walg-van-het-,goede2 zij ligt verre van het land der ,twijfelaars1 maar grenst er aan ene zijde toch aan1 aangezien beide landen uitkomen aan ,hellepoortsheuvel4 ,toch kunnen zij zich best met de ,twijfelaars vereenigen omdat zij gelijken haat koesteren tegen ,immanuel4 ,uit deze twee landen riep ,dibolus eene lichting op van #bejjj man1 n4l4 #ajjjj ,twijfelaars en #aejjj ,bloeddorstigen4 ,verschillende generaals werden over hen aangesteld1 maar de oude ,ongeloof was weder veldmaarschalk4 ,vijf van de zeven kapiteins1 die den vorigen tocht mede gemaakt hadden1 werden nu ook aangesteld2 de anderen werden verlaagd tot vaandeldragers4 ,de ,twijfelaars stonden nu onder de vorsten ,belzebul1 ,lucifer1 ,apollyon1 ,legioen en ,cerberus4 ,maar ,dibolus rekende deze ,twijfelaars volstrekt niet voor de voornaamsten2 want hij had hunne dapperheid wel beproefd maar die te licht bevonden2 daarom diende hun aantal alleen om zijn leger te vergrooten2 maar zijn grootste vertrouwen stelde hij op de ,bloeddorstigen4 ,dat waren zeer ruwe gasten en hij wist wat al schelmstukken zij vroeger gepleegd hadden4 ,deze nu stonden onder de bevelhebbers ,kan1 ,nimrod1 ,ismal1 ,ezau1 ,saul1 ,absalom1 ,judas en ,paus4 ,kapitein ,kan was over twee benden1 nl4 de ,vurige en de ,nijdige ,bloeddorstigen4 ,zijn vaandel had een roode kleur en zijn wapen was een moordknods4 ,gen4 #d 3 #h4 ,kapitein ,nimrod was ook over twee benden1 te weten de ,wreedaardige en de ,sluipende ,bloeddorstigen4 ,zijn vaandel was ook rood en zijn wapen de groote ,bloedhond4 ,gen4 #aj 3 #h1 #i4 ,afbeelding3 ,,kapitein ,,geloof ,,en ,,kapitein ,,geduld ,,versterken ,,de ,,stad4 ,kapitein ,ismael was ook over twee benden1 n4l4 de ,spottende en de ,lasterende ,bloeddorstigen4 ,ook zijn vaandel was rood en zijn wapen3 iemand1 die ,abrahams ,isak bespotte4 ,gen4 #ba 3 #i1 #aj4 ,kapitein ,ezau had ook twee benden1 n4l4 de ,murmureerende ,bloeddorstigen en de ,wraakgierige ,bloeddorstigen4 ,eveneens was zijn vlag rood1 maar zijn wapen was3 iemand1 die heimelijk loerde op ,jakobs ondergang4 ,gen4 #bg 3 #da-de4 ,kapitein ,saul voerde het bevel over de ,bloeddorstigen1 die zonder reden gebelgd waren1 en diegenen1 welke helsche woede openbaarden4 ,zijn rood vaandel was versierd met drie bloedige pijlen op ,david geworpen4 #a ,sam4 #ah 3 #aj2 en #ai 3 #aj2 en #bj 3 #cc4 ,kapitein ,absalon bestuurde de ,bloeddorstigen1 die om wereldsch voordeel wel een vader wilden vermoorden1 en de mannen des bloeds1 die vriendelijk met iemand omgaan tot zij hem het zwaard in het hart steken4 ,zijn rood vaandel voerde ten wapen een vadermoorder4 #b ,sam4 #ae4 ,kapitein ,judas was gesteld over de voor geld verradende ,bloeddorstigen en hen1 die dit verraad plegen met een kus4 ,zijn rood vaandel droeg ten wapen dertig zilverlingen en een strop4 ,matth4 #bf 3 #ad-af1 #di4 ,kapitein ,paus had maar ene bende1 want hij weet alle geesten tot een en te brengen als zij onder hem dienst nemen4 ,ook zijne vlag was rood en zijn wapen vertoonde een brandstapel met een martelaar daarop4 ,openb4 #ac 3 #g1 #h4 ,de reden nu waarom ,dibolus zoo spoedig met deze nieuwe legermacht kwam opdagen was1 dat hij zulk een groot vertrouwen stelde in deze mannen des bloeds2 want hoewel zijne ,twijfelaars hem tevoren veel dienst bewezen hadden zoo waren zij minder betrouwbaar gebleken2 maar dit volk kon1 naar hij dacht1 de proef doorstaan4 ,hij wist dat deze mannen als bloedhonden zich vastklemden aan alles wat onder hun bereik kwam1 al ware het vader of moeder1 zuster of broeder1 ja al ware het de vorst der vorsten in eigen persoon4 ,zelfs was het hun eenmaal gelukt ,immanuel uit het koninkrijk ,aardbodem te verdringen1 waarom zouden zij nu niet hetzelfde doen met de stad ,menschziel8 ,toen nu dit groote leger door generaal ,ongeloof aangevoerd optrok1 was juist de heer ,toezicht uit ,menschziel op kondschap uitgegaan1 en bracht hij dan ook onmiddellijk tijding van hunne komst4 ,dadelijk werden de poorten gesloten en alles op voet van oorlog ingericht4 ,dibolus legerde zijne nieuwe ,twijfelaars bij de ,voelpoort en de ,bloeddorstigen voor de ,oog- en ,oorpoorten4 ,de heer ,ongeloof zond nu in naam van ,dibolus1 van zichzelven1 van de ,bloedmannen en alle anderen eene opeisching aan ,menschziel zoo heet als gloeiend ijzer1 dreigende bij weigering aanstonds geheel ,menschziel te verbranden4 ,het was er nu niet zoozeer om te doen de stad te veroveren dan wel om haar uit te roeien van onder de levenden4 ,al wilden zij zich overgeven1 dat was nog niet genoeg2 zij wilden het bloed der lieden van ,menschziel uitzuigen2 wanneer zij geen bloed slurpten1 konden zij niet leven4 ,daarom had ,dibolus ook die ,bloedhonden tot het allerlaatste bewaard1 om als alles vruchteloos bleek door hen de stad te verdelgen4 ,jes4 #ei 3 #g4 ,jer4 #bb 3 #ag4 ,toen nu de burgers deze gloeiende opeisching ontvangen hadden1 veroorzaakte zij onder hen groote ontsteltenis1 en liepen hunne gedachten zeer door elkander4 ,maar in minder dan een half uur tijds waren zij overeengekomen die opeisching tot den ,prins te brengen1 en schreven daaronder3 ,heere1 verlos ons van de mannen des bloeds60 ,ps4 #ei 3 #c4 ,hij nam het geschrift aan1 bezag en overwoog het2 ook aanschouwde hij in gunst wat ,menschziel daar zoo kort en bondig onder geschreven had4 ,toen riep hij den edelen kapitein ,geduld en beval hem zijne macht met zich te nemen en goed op te letten naar dien kant1 waar ,menschziel nu belegerd was4 ,daarna belastte de ,prins1 dat kapitein ,goede ,hope1 kapitein ,liefde en de heer ,vastewil de andere zijde der stad zouden bewaren4 ,en ,ik01 zeide de ,vorst1 zal mijn standaard planten op de wallen van het kasteel2 waakt gijlieden tegen de ,twijfelaars40 ,ook beval hij nog1 dat kapitein ,ondervinding zijn volk op de markt zou laten exerceeren1 en dat wel dag aan dag voor de oogen des volks4 ,deze belegering was langdurig en de vijand deed menigen verwoeden aanval1 vooral de ,bloeddorstigen1 door welken zij menigmaal zeer onzacht behandeld werden4 ,maar aan ,oor- on ,oogpoort1 waar kapitein ,zelfverloochening de zorg was opgedragen1 hadden zij de handen vol4 ,deze kapitein ,zelfverloochening was nog jong1#fc maar zeer dapper en een burger van ,menschziel evenals kapitein ,ondervinding4 ,ook hij was over duizend manschappen aangesteld4 ,deze kapitein deed nu en dan een uitval op hen1 en richtte dan veel schade onder den vijand aan2 maar het liep voor hem niet geheel zonder kleerscheuren af2 want hij droeg verscheidene litteekens4 #fc ,kapitein ,zelfverloochening bewijst nu goede diensten4 ,inderdaad onder alle ,christelijke deugden1 die in het lijden geoefend worden1 is zelfverloochening wel die1 welke het meest geoefend wordt1 en het eigen ik heeft daar eene leerschool om te worden verkleind en ten onder gebracht4 ,zelfverloochening is de tucht des ,christens4 ,afbeelding3 ,,de ,,aanraking ,,der ,,lippen4 ,nadat er eenigen tijd was doorgebracht waarin het geloof1 de hoop en de liefde van de stad ,menschziel beproefd waren1 riep ,prins ,immanuel op zekeren dag zijne kapiteins en oorlogsvolk samen en verdeelde hen in twee compagnin4 ,daarna beval hij hen op een bepaalden tijd zeer vroeg in den morgen op den vijand een uitval te doen1 zeggende3 ,laat de eene helft van u op de ,twijfelaars aanvallen en de andere helft op de ,bloeddorstigen4 ,die ge van de ,twijfelaars in handen krijgt moet ge keelen zoodra het u mogelijk is2 maar de ,bloeddorstigen zult gij niet dooden1 maar levend grijpen40 ,zeer vroeg in den morgen had de uitval plaats4 ,de kapiteins ,goede ,hoop en ,liefde1 ,oprecht en ,ondervinding trokken op de ,twijfelaars aan1 en de kapiteins ,geloof1 ,geduld en ,zelfverloochening op de ,bloeddorstigen4 ,de eerste helft marcheerde in slagorde voorwaarts2 maar de ,twijfelaars wachtten hen niet eenmaal af en gingen1 gedachtig aan de laatste nederlaag voor 's ,prinsen volk1 op de vlucht4 ,deze zaten hen na en doodden er velen1 maar allen konden zij thans niet meester worden4 ,van degenen1 die ontkwamen1 gingen sommigen naar huis en anderen doolden als zwervelingen bij troepjes om4 ,intusschen deden zij heel wat kwaad bij de ,barbaren1 die zich evenwel niet tegen hen verzetten1 maar zich gewillig tot slaven lieten maken4 ,daarna wilden zij zich nog wel eens vertoonen voor de muren der stad1 maar dat duurde gewoonlijk niet lang1 want als de kapiteins ,geloof1 ,goede ,hoop en ,ondervinding zich maar even lieten zien1 dan liepen ze haastig weg4 ,zij1 die tegen de ,bloeddorstigen uitgetrokken waren sloegen niemand dood1 maar zij zochten hen slechts te omringen4 ,deze bloedmannen1 ziende dat ,immanuel niet in het veld was1 meenden1 dat hij ook niet in ,menschziel was1 en daarom zagen zij deze vreemde handelwijze aan als eene onhandigheid van de kapiteins4 ,zij verachtten hen daarom meer dan zij hen vreesden4 ,maar de kapiteins wisten wel wat ze deden en eindelijk1 bijgestaan door de overigen1 die de ,twijfelaars hadden weggejaagd1 kregen zij ze geheel in het net en namen ze allen gevangen4 ,ze zouden nu gaarne op de vlucht gegaan zijn1 want hoe wreed en hardvochtig dat bloeddorstige volk ook zij wanneer ze regeeren1 zijn ze lafhartig als ze eens gevoelen met hun meerdere kennis te maken4 ,zoo werden ze dan voor den ,vorst gebracht4#fd #fd ,de mannen des bloeds worden gevonnisd4 ,zeer fijn is hier de blik van den allegorist4 ,de inwendige zonde moet zonder genade sterven2 maar de uitwendige oorzaken tot zonde1 afval of vervolging niet alzoo2 zij worden nog gespaard sommigen om tot bekeering te komen1 anderen om beter te worden ingelicht en anderen voor het oordeel ,gods4 ,wij zien hier drie bronnen onwetendheid1 ijver zonder verstand en nijd4 ,ontfermt u wel sommiger01 zegt apostel ,judas4 ,maar let nu eens op ,saulus van ,tarsen1 die meende ,gode een dienst te doen met de vervolging der broeders1 die hij later lief kreeg4 ,en ,jezus bad1 ,vader vergeef het hun1 want ze weten niet wat ze doen4 ,toen deze dit volk vor zich had1 bemerkte hij dat1 ofschoon zij uit n land kwamen1 zij toch in drie ,graafschappen waren verdeeld4 ,de eerste die voorkwamen waren uit het land der ,blinden2 deze hadden alles wat ze ooit misdeden in hunne onwetendheid gedaan4 ,de tweede soort kwam uit het graafschap der ,blinde ,i,jveraars1 en zij deden alles uit bijgeloof4 ,de derde soort kwam uit het land der ,boosheid uit de stad ,nijd4 ,zij hadden gehandeld uit wraakzucht en onverzoenlijkheid4 #a ,tim4 #a 3 #ac-ae4 ,matth4 #e 3 #dd4 ,luk4 #f 3 #bb4 ,joh4 #af 3 #a1 #b4 ,handel4 #i 3 #e1 #f4 ,openb4 #i 3 #bj1 #ba4 ,joh4 #h 3 #dj-dc4 ,de eersten van dezen1 n4 l4 die uit het land der ,blinden kwamen1 toen zij zagen waar zij zich bevonden en tegen wien zij gestreden hadden1 beefden als een riet en stonden daar weenende voor den ,prins4 ,zoovelen van hen als hem om genade smeekten1 die raakte hij met zijn gouden schepter de lippen aan4 ,zij1 die uit het land der ,blinde ,i,jveraars kwamen1 verschilden hierin van de voorgaanden1 dat zij voor hun recht pleitten1 daar ,menschziel eene stad was1 wier zeden en gewoonten wijd verschillend waren van alle andere plaatsen4 ,zeer weinigen van deze soort konden er toe gebracht worden hun kwaad in te zien2 maar die het deden en om genade smeekten1 verkregen ook gunst van den ,prins4 ,en nu zij1 die uit de stad ,nijd in het landschap ,boosheid kwamen1 die weenden niet en die verdedigden zich ook niet1 die hadden geen berouw1 maar stonden daar hunne tong kauwende van angst en smart1 omdat zij hun wraak op ,menschziel niet konden ten uitvoer brengen4 ,deze laatsten nu met al de anderen1 die geen pardon vraagden voor hun misdaden1 liet hij stevig in banden slaan om zich weldra op den algemeenen gerechtsdag te verantwoorden over alles wat zij tegen ,menschziel en haren koning bedacht en gedaan hadden4 ,die groote dag des oordeels zou voor het geheele rijk des ,heelals worden gehouden en ieder zich afzonderlijk moeten vertoonen4 ,en hiermede hebben wij genoeg gezegd van dit tweede leger1 dat tegen ,menschziel opgetrokken was4 ,,hoofdstuk ,,xviii4 ,,houd ,,moed6 ,,menschziel60 ,nu waren er nog een stuk of drie personen1 die uit het land der ,twijfelaars afkomstig waren1 en na den nederlaag hier en daar rondgedoold hebbende1 het eindelijk weer waagden de stad binnen te komen4 ,zij wisten1 dat er nog oude ,dibolus-mannen in ,menschziel verborgen zaten4 ,ze durfden nergens anders aankloppen dan bij deze1 daar de burgers hen niet geduld zouden hebben4 ,weldra ontmoetten zij in een achterhoek zekeren ouden schelm1 die den naam droeg ,twijfelaar-aan-het-kwaad4 ,bij hem moesten ze wezen1 want hij was een echte ,dibolus-man4#fe ,deze schurk verwelkomde hen1 beklaagde hun rampspoed en gaf hun ververschingen4 ,nadat dit geschied was vraagde hij hun1 of zij allen uit ene stad waren1 en zij antwoordden3 ,neen1 zelfs niet uit dezelfde provincie40 ,ik10 zeide de een1 ben nog een overgeblevene van de ,twijfelaars aan de ,verkiezing en deze mijn maat behoort onder de ,twijfelaars aan de ,roeping40 -- ,en ik10 zeide de derde1 ben een ,twijfelaar aan de ,zaligheid1 terwijl wij nog een gezel hebben uit de ,twijfelaars aan de ,genade40 ,zij waren allen den ouden gast even welkom en hij ondervroeg hen verder naar het leger en den strijd1 waarvan zij hem volledig bescheid gaven4 't ,was toch een flink leger van tienduizend ,twijfelaars01 zeide de oude weer1 hoe kwam het dat gij zoo dra op de vlucht gingt80 -- ,onze generaal10 antwoordden zij1 was de eerste1 die het op een loopen zette40 -- ,die lafaard6 ,wie was hij80 -- ,wel1 hij is vroeger ,burgemeester van ,menschziel geweest4 ,maar noem geen lafaard2 want niemand heeft ooit ,menschziel meer kwaad gedaan dan hij4 ,hij heet ,ongeloof4 ,hadden ze hem gekregen dan zou hij stellig opgehangen zijn60 -- ,ik zou wel willen10 antwoordde de oude schurk weder1 dat deze #ajjjj ,twijfelaars hier binnen de stad lagen en dat ik hun aanvoerder ware60 -- ,o1 mocht dat eens waar zijn60 riepen zij1 en wel zo luid1 dat ,twijfelaar-aan-het-kwaad hen vermaande toch zachtjes te spreken4 -- ,waarom80 vraagden de ,twijfelaars van buiten4 ,wel1 omdat de ,prins zelf1 de ,oppergeheimschrijver en al hunne kapiteins en soldaten zich tegenwoordig binnen de stad ophouden4 ,en bovendien is er een zekere heer ,vastewil1 een gezworen vijand van ons2 deze is bewaarder der poorten1 en zoekt allerlei slag van ,dibolus-vrienden op om ze te dooden4 ,als hij u in den neus krijgt dan zijt gij weg al was ook uw hoofd van goud40 #fe ,het complot wordt ontdekt4 ,die oude ,twijfelaar aan het kwade huisvest toch nog verborgen in de ziel en houdt bij zich in huis de vreemde ,twijfelaars op on onthaalt hen4 ,de twijfel in den vorm van ketterij komt nu nog voor den dag4 't ,is een overblijfsel van 's vijands leger1 maar 't schijnt onschuldiger4 ,er is zelfs eene gedaante der godzaligheid1 een omloop of bedekking van waarheden1 maar een kern van leugen1 die door ,gods ,woord openbaar wordt gemaakt en naar eisch bestraft4 ,afbeelding3 ,,de ,,samenzweerders ,,gevangen ,,genomen4 ,maar ziet1 terwijl zij spraken stond een getrouw soldaat van den heer ,vastewil1 die ,naarstigheid heette1 al luisterend onder den luifel van dit oude huis en hoorde alles wat er verhandeld werd4 ,die soldaat was een man1 op wien de heer ,vastewil staat maken kon en die hem innig liefhad4 ,hij ging onmiddellijk naar zijn overste1 en vertelde hem alles4 ,de heer ,vastewil kende ,twijfelaar-aan-het-kwade best2 in den tijd van den afval waren ze goede vrienden1 maar nu wist hij hem niet te wonen2 daarom was hij zeer verheugd1 dat ,naarstigheid zijne woonplaats had ontdekt4 ,zoo gingen zij beiden dan naar de aangewezen plaats en toen vernam de heer ,vastewil met eigen ooren wat er verhandeld werd4 ,hij aarzelde nu niet langer1 maar trapte de deur open en legde de hand op het gespuis1 waarna ,getrouwe1 de cipier1 geroepen werd om hen naar de gevangenis te brengen4 ,nadat dit geschied was kreeg de ,burgemeester er 's morgens bericht van en hij verheugde zich zeer over deze zaak1 niet alleen omdat dit drietal was gevat1 maar ook omdat die oude schavuit nu in den kerker zat1 want hij was een groote onruststoker in ,menschziel geweest en voor den ,burgemeester persoonlijk een groote kwelling4 ,nu moesten die vijf lieden ook onderzocht worden1 en op den bestemden dag vergaderde het hof en werden zij voor de balie gebracht4 ,de heer ,vastewil had macht genoeg om hen zonder vorm van proces stillekens van kant te helpen2 maar het dacht hem meer tot eer van den ,prins te wezen1 tot troost van ,menschziel en tot ontmoediging van den vijand1 wanneer hij hen in het openbaar richtte4 ,toen de rechters dan gezeten en de getuigen bezworen waren1 werden de gevangenen onderzocht4 ,de rechters waren dezelfde1 die ,onwaarheid en ,onbarmhartig met al de hunnen onderzocht en gevonnisd hadden4 ,afbeelding3 ,,naarstigheid ,,staat ,,op ,,de ,,wacht4 ,eerst was de beurt aan den ,ouden ,twijfelaar-aan-het-kwaad2 hij had de andere ,twijfelaars geherbergd en verzorgd2 men beval hem zijne beschuldiging te hooren1 terwijl hij de vrijheid kreeg zich ook te verantwoorden4 ,zijne beschuldiging luidde3 ,gij1 ,twijfelaar-aan-het-kwaad1 wordt beschuldigd een inkruiper in ,menschziel te wezen1 dewijl gij van nature een ,dibolus-man zijt1 iemand die medegewerkt hebt tot het verderf der stad4 ,gij wordt hier ook beschuldigd1 dat gij 's konings vijanden hebt begunstigd en opgehouden1 ja ze in uw huis hebt geherbergd en vriendelijk verzorgd1 hun eten en drinken verleenende1 in strijd met onze goede wetten4 ,gij hebt gewenscht aan het hoofd van een leger ,twijfelaars te staan binnen de stad ,menschziel om ,dibolus macht hier weder groot te maken en de stad in zijne handen te spelen4 ,wat is uw antwoord80 ,mijnheer10 zeide hij1 ik begrijp de beteekenis van deze beschuldiging niet4 ,want de man1 die door u beschuldigd wordt1 heet ,twijfelaar-aan-het-kwaad2 ik heet daarentegen ,nauwkeurig-,onderzoek4 ,er moet dus een groot misverstand wezen1 daar ik1 vredelievend mensch1 die bang ben van iemand kwaad te denken1 hier voor de rechters ben geroepen4 ,ik vertrouw1 dat de heeren dat onderscheid zullen inzien2 ik geloof toch1 dat men wel ter dege nauwkeurig onderzoek mag instellen zelfs onder de slechtste menschen zonder daarom strafschuldig te zijn40 ,toen sprak de heer ,vastewil1 want hij was een der getuigen3 ,mijne ,heeren1 ,eerwaardige rechters1 ,magistraten van de stad ,menschziel6 gij hebt allen gehoord met uwe ooren1 dat deze gevangene zijn naam ontkent en daarmede zijne beschuldiging meent te ontloopen2 maar ik weet wie hij is en hoe hij heet4 ,ik heb hem meer dan dertig jaar gekend2 want hij en ik waren tot mijne schaamte vroeger gemeenzame vrienden1 toen ,dibolus heerschappij voerde over onze stad4 ,ik getuig1 dat hij een ,dibolus-man is van natuur1 een groote vijand van onzen ,prins ,immanuel en de stad ,menschziel4 ,hij heeft in den tijd van den opstand zeker twintig nachten in mijn huis gelogeerd4 ,ik heb hem nu in langen tijd niet gezien en geloof ook1 dat hij bij de komst van ,immanuel zijne vroegere woning heeft verlaten4 ,maar hij is de man en niemand anders60 ,het hof sprak toen tot den gevangene3 ,hebt gij niets meer te zeggen80 -- ,ja1 ,mijneheeren10 zei hij1 want al wat daar tegen mij is ingebracht komt slechts uit en mond2 het is niet wettig iemand ter dood te brengen op eene getuigenis van minder dan twee40 ,toen stond ,naarstigheid op en zeide3 ,mijneheeren1 toen ik op zekeren nacht op wacht stond hoorde ik om den hoek der ,kwade straat in het huis van dezen grijsaard praten2 ook bemerkte ik dat daar buitenlanders bij waren1 die niet veel goeds in den zin hadden40 ,ik dacht3 wat hoor ik daar toch8 en zachtjes nadertredende1 dicht bij het venster van zijn huis om goed te luisteren of ik het niet wl had1 dat daar eene samenrotting plaats had van ,dibolus-mannen4 ,ik hoorde nu eene uitlandsche taal1 maar daar ik veel gereisd heb1 verstond ik die wel4 ,zulk eene taal hoorende in zulk een armoedig kot als waar deze mensch woont1 zoo legde ik mijn oor aan een kier van het luik en vernam toen het volgende4 ,deze oude heer ,twijfelaar-aan-het-kwaad vraagde aan de andere ,twijfelaars wat zij voor volk waren1 waar zij vandaan kwamen en wat zij hier deden8 ,en zij antwoordden op al die vragen4 ,hij vraagde mede hoe sterk zij geweest waren1 en zij zeiden3 tienduizend man4 ,hij vraagde hun ook waarom zij geene meerdere mannelijke aanvallen op ,menschziel beproefd hadden8 ,zij zeiden1 omdat hun kapitein zoo bloohartig was1 dewijl hij op de vlucht was gegaan in plaats van voor zijn vorst te strijden4 ,toen wenschte die oude schelm daar1 7ik heb het nauwkeurig gehoord7 dat al die tienduizend ,twijfelaars in de stad mochten wezen1 en dat hij aan hun hoofd mocht zijn gesteld om met hen overwinningen te behalen4 ,hij gebood hun ook zeer stil te spreken en zich zeer verborgen te houden2 want zeide hij1 als ze u vinden en krijgen1 dan moet gij er aan als was ook uw hoofd van enkel goud40 ,hierop zeide het hof3 ,wel ,twijfelaar-aan-het-kwaad1 hier is nu de tweede getuige tegen u en zijne getuigenis is volkomen in orde4 ,hij zweert1 dat die mannen bij u waren1 dat gij ze vriendelijk ontvingt en met hen beraadslaagdet in stilte opdat het niet gehoord werd40 ,hij antwoordde3 ,dat die mannen in mijn huis kwamen is waar2 maar is het dan eene misdaad vreemdelingen te herbergen8 ,wat dien wensch aangaat1 dat een leger ,twijfelaars in de stad mocht komen daarvan is niets tegen getuige gezegd4 ,wel wenschte ik dat volk daar1 om gevat te worden ten goede van ,menschziel1 en den raad1 dien ik hun gaf1 komt alleen omdat ik zoo ongaarne zie dat menschen gestraft worden2 ik gun niemand iets kwaads1 zelfs niet aan de vijanden40 ,maar de ,burgemeester antwoordde1 dat het wel eene deugd was vreemdelingen te herbergen1 maar geen vijanden van den koning1 dat was verraad2 maar dat het in ieder geval voldoende is een ,dibolus-man te wezen om des doods schuldig te zijn4 ,ik zie wel10 sprak hij1 hoe deze zaak zal afloopen2 ik moet sterven wegens mijn naam en mijne herbergzaamheid60 ,toen werden de buitenlandsche ,twijfelaars voor het gerecht geroepen4 ,eerst kwam ,twijfelaar aan de ,verkiezing voor4 ,zijne beschuldiging werd gelezen1 en daar hij een buitenlander was1 bracht een tolk die in zijne taal over2 te weten1 dat hij een vijand van ,immanuel was1 een hater van de stad ,menschziel en hare wetten4#ff #ff ,twijfelaar aan verkiezing1 ,roeping enz4 ,bunyan heeft hier het oog op ,rom4 #h 3 #bi4 ,de trap1 die hier voorgesteld wordt en door de ziel langzamerhand verstaan1 geeft de daden ,gods aan beginnende bij de eeuwigheid1 de verkiezing of voorverordineering1 en eindigend evenzeer in de eeuwigheid -- de verheerlijking6 ,men lette evenwel op het onderscheid1 tusschen aan eene zaak te twijfelen1 omdat zij ons nog niet recht duidelijk is1 en haar geheel te betwijfelen4 ,de rechter vraagde hem of hij wilde pleiten3 maar hij antwoordde1 dat hij bekende een ,twijfelaar aan de ,verkiezing te zijn4 ,dat was zijn godsdienst1 waarin hij opgebracht was1 en moest hij nu om zijn godsdienst sterven1 zoo stierf hij als martelaar4 ,daarop werd hem gezegd1 dat het in twijfel trekken der ,verkiezing gelijk stond met het loochenen van een groot en voornaam leerstuk van het ,evangelie4 ,het was een verwerpen van de alwetendheid1 macht en souvereiniteit van ,god1 die met zijne schepselen handelde naar zijn welbehagen4 ,daardoor zou men de stad ,menschziel doen struikelen in haar geloof en maken1 dat zij hare zaligheid zocht in de werken en niet in de genade4 ,daarom moest hij naar de landswet sterven4 ,afbeelding3 ,,dwaasheid ,,opgehangen4 ,toen kwam ,twijfelaar aan de ,roeping en werd verhoord4 ,zijne beschuldiging kwam in hoofdzaak met de vorige overeen1 behalve dat hij ook de ,roeping van ,menschziel loochende4 ,de rechter gaf ook hem gelegenheid zich te verdedigen4 ,hij antwoordde1 dat hij nooit kon gelooven1 dat er zulk eene bijzondere en krachtige roeping bestond als ,menschziel vermeende1 maar alleen een algemeene roeping1 eene roepstem van het woord1 en dat ,god op geene andere wijze aan de ziel werkte dan door vermaning tot het vermijden van het kwaad en betrachten van het goed met eenige daarbij gevoegde beloften4 ,daarop liet zich de rechter aldus hooren3 ,gij zijt een ,dibolus-man en hebt een groot deel van de beproefdste waarheden van ,prins ,immanuel ontkend2 want hij heeft ,menschziel geroepen en zij heeft eene zeer bepaalde en krachtige stem van haren ,vorst gehoord1 door welke zij levend geworden is en met hemelsche genade vervuld2 toen is zij begeerig geworden met haren ,vorst gemeenschap te oefenen1 hem te dienen1 zijn wil te doen en al hare zaligheid te verwachten van zijn welbehagen4 ,omdat gij nu deze goede leer verworpen hebt zult gij den dood sterven40 ,daarop kwam de ,twijfelaar aan de ,genade en hoorde zijne beschuldiging aan1 waarop hij antwoordde1 dat ofschoon hij al geleefd had in het land der ,twijfelaars zijn vader een farizer was1 die in zuivere vormen leefde1 en temidden zijner buren geacht was1 en dat deze hem onderwees en leerde gelooven1 dat ,menschziel nooit door vrije genade zalig zou worden4 ,de rechter antwoordde3 ,de wet is in dezen zeer duidelijk1 want die zegt ten eerste3 niet uit de werken1 ontkennenderwijs en daarna3 uit genade zijt gij zalig geworden4 ,uw ,godsdienst is naar het vleesch en zijne werken1 en de werken des vleesches behooren ten onder te worden gebracht4 ,bovendien berooft gij ,god van zijne eere en geeft dien aan een zondig menschenkind4 ,gij verklaart1 dat ,christus werk niet noodzakelijk1 genoegzaam en voldoende was4 ,gij versmaadt het werk des ,heiligen ,geestes en steunt op den vleeschelijken wil4 ,gij zijt een ,dibolus-man2 de zoon van een ,dibolus-man en daarom moet gij sterven40 ,rom4 #c4 ,efez4 #b4 ,toen het hof zoover genaderd was gingen de rechters met elkander raadplegen en keurden hen allen des doods schuldig4 ,de ,griffier opstaande zeide tot de gevangenen3 ,gij1 die hier voor den rechterstoel staat1 zijt allen wettig onderzocht en schuldig bevonden aan hoog verraad tegen ,immanuel onzen ,vorst en ,menschziel gesmeed4 ,uw vonnis is eenerlei2 gij moet sterven40 ,en onmiddellijk werd tot de uitvoering van dit vonnis overgegaan4 ,allen werden gekruisigd op de plaats1 waar ,dibolus zijn laatste leger samentrok2 alleen de ,twijfelaar-aan-het-,kwaad werd aan zijne eigen deur1 op den hoek der ,kwade straat opgehangen4 ,zoo was ,menschziel van deze hare vijanden verlost3 maar nu werd nog een strikt bevel gegeven dat de heer ,vastewil met zijn dienaar ,naarstigheid nog voortvaren zouden1 het overschot van het complot op te sporen4 ,hunne namen waren ,slecht1 ,goed-,verwerper1 ,slaafsche vrees1 ,zonder-,liefde1 ,wantrouwen1 ,vleesch en ,onwillig4 ,ook de kinderen van ,twijfelaar-aan-het-kwaad moesten worden gevat en zijne woning afgebroken4 ,de kinderen heetten ,twijfel1 ,wettisch1 ,ongeloof1 ,verkeerde-,gedachten-van-,christus1 ,belofte-besnoeier1 ,gevoelsleven en ,eigenliefde4 ,hunne moeder was vrouw ,zonder-hoop1 eene nicht van den ouden ,ongeloof en eene dochter van baas ,duister4 ,de heer ,vastewil voerde dit bevel uit4 ,hij ving ,slecht bij den weg1 en hing hem op tegenover den ,molsgang4 ,deze ,slecht had kapitein ,geloof in ,dibolus handen overgegeven4 ,ook ,goedverwerper werd op de markt gevat en gevonnisd4 ,binnen de stad leefde nu nog een arme vrome man1 die ,overdenking heette4 ,hij had in de dagen van den afval weinig attentie getrokken1 maar nu was hij in achting4 ,hem werd nu al het bezit van ,goedverwerper overgegeven1 zoodat hij rijk werd en met zijne vrouw ,vroom1 des ,griffiers dochter en zijn zoon ,weldenkend in vreugde leefde4 ,nu werd nog ,belofte-besnoeier gevat1 een groot booswicht1 die heel wat van 's konings geld besnoeid had4 ,hij werd veroordeeld om te pronk te staan en door alle inwoners van ,menschziel gegeseld te worden4 ,daarna moest hij hangen4 ,die straf was wel gestreng maar niet onverdiend2 want alle eerlijke handelaars weten welk kwaad de geldsnoeiers uitvoeren4 ,afbeelding3 ,,huiszoeking ,,naar ,,vleeschelijk ,,gevoelen4 ,men ving ook ,vleeschelijk gezind en zette hem vast1 maar hij brak los en ontkwam4 ,die leelijkert hield zich daarna schuil binnen de stad1 en spookte des nachts rond als de lieden sliepen4 ,daarom werd er eene kennisgeving uitgevaardigd1 dat al wie hem in ,menschziel vond1 hem vangen en dooden moest1 en tot loon zou hij aan 's konings tafel eten en bewaarder der schatten worden4 ,maar hoevelen er ook op uitgingen1 ze konden hem maar niet te pakken krijgen4 ,ook ,verkeerde ,gedachten werd gegrepen2 maar deze had reeds de tering en stierf daaraan4 ,eigenliefde onderging hetzelfde lot2 velen in ,menschziel waren met hem vermaagschapt en wilden hem dus sparen2 maar de heer ,zelfverloochening zeide3 ,indien zulke booswichten binnen ,menschziel geduld worden1 dan leg ik mijn post neer60 ,hij ontrukte hem dus aan het volk en sloeg hem de hersens in4 ,de dappere daad van den kapitein hoorde de ,prins en deze verhief hem tot den adelstand4 ,ook de heer ,vastewil ontving lof voor zijn ijver4 ,nu grepen die twee een bijzonderen moed en vielen samen op ,gevoelsleven en ,wettisch aan1 hen inkerkerend tot ze stierven4 ,maar ,ongeloof was zulk een looze vos1 dat ze hem niet machtig konden worden wat zij ook deden4 ,hij en enkele anderen bleven daarom nog over totdat ,immanuel zelf hen zou verdelgen4 ,toch bleven zij in kuilen en spelonken1 en werden ze soms gezien1 dan zette de gansche stad hen na4 ,ja1 zelfs wierpen de kinderen hen met steenen4 ,nu geraakte ,menschziel in een staat van vrede en rust2 haar vorst bleef bij haar1 de kapiteins ondersteunden haar1 de soldaten deden hun plicht en zij zelve dreef veel koophandel met een vergelegen land4 ,jes4 #cc 3 #ag4 ,phil4 #c 3 #bj4 ,,hoofdstuk ,,xix4 ,,immanuels ,,toespraak ,,tot ,,menschziel4 ,nu bepaalde de ,prins een zekeren dag1#fg waarop hij op de markt het gansche volk bijeen wilde zien1 hun bevelen geven aangaande de toekomst2 hun zeggende wat tot hun troost zou dienen en tot verderf der ,dibolus-mannen4 ,op dien dag kwam hij aanrijden op zijn wagen en al de zijnen omringden hem in groot uniform4 ,de ,prins opende den mond en sprak aldus3 #fg ,de ,prins bepaalde een dag1 waarop allen op de markt naar hun kwamen luisteren4 ,wat in de ,christenpelgrimsreis het land ,beulah genoemd wordt is de toestand der ziel1 die nu gereinigd en geheiligd1 in het genot der gemeenschap met haren ,immanuel verkeert4 ,hij spreekt liefelijke woorden tot haar1 troost haar en vermaant haar4 ,maar er volgen ook waarschuwingen4 ,hij leidt haar terug al den weg1 dien zij gegaan heeft in afdwaling en bekeering1 voor het eerst en bij vernieuwing4 ,wij zouden dit laatste hoofdstuk wel de sleutel kunnen noemen tot al de voorgaande1 waarin de schrijver zelf alles uitlegt en verklaart4 ,o1 gij mijn geliefd ,menschziel4 ,vele en groot zijn de voorrechten1 die ik aan u heb te koste gelegd4 ,ik heb u van anderen afgezonderd en voor mijzelven uitverkoren1 niet wegens uwe waardigheid1 maar om mijns naams wil4 ,ik heb u ook verlost1 niet alleen van de verschrikkingen van mijns ,vaders wet1 maar uit ,dibolus hand4 ,dit deed ik omdat ik u liefheb1 en omdat ik er mijn hart op gezet heb om u wl te doen en u den weg tot de hemelsche vreugd te banen4 ,daarom heb ik ook voor u en voor uwe ziel eene volkomen genoegdoening gegeven1 en u mij tot een eigendom gekocht4 ,dit geschiedde niet tot een vergankelijken prijs1 maar dien mijns bloeds1 hetwelk ik vrijwillig op de aarde heb uitgestort om u de mijne te maken4 ,daar ik u volkomen met mijn ,vader heb verzoend1 zoo heb ik u ook eene woning besteld bij mijn ,vader in de ,koninklijke stad1 waar dingen zijn1 o ,menschziel1 die geen oog gezien heeft en geen oor gehoord1 en in geens menschen hart zijn opgekomen4 ,daarenboven weet gij hoe ik u heb gered uit de hand van al uwe vijanden1 die u tegen mijn ,vader deden rebelleeren en die u ten verderve zouden hebben gebracht4 ,eerst kwam ik tot u met mijne ,wet1 daarna met mijn ,evangelie om u te doen ontwaken en u mijne heerlijkheid te toonen1 en gij weet wat gij waart1 wat gij zeidet1 wat gij deedt1 en hoe dikwijls gij tegen mijn ,vader en mij opstondt4 ,nochtans heb ik u niet verlaten zooals gij heden te dage ziet2 maar ik ben tot u gekomen2 ik heb geduld met u gehad1 op u gewacht1 en u daarna omhelsd uit enkel genade en goedertierenheid4 ,hoewel gij u moedwillig in het verderf hadt gestort1 zoo wilde ik zulks toch niet gedoogen4 ,ik omringde u1 ik onderwierp u1 ik bracht er uw hart toe om uwe zaligheid niet langer te verwaarloozen4 ,en toen ik nu eene volkomen overwinning op u behaald had1 zoo gebruikte ik die tot uw voordeel4 ,gij ziet ook welk een groot getal van mijns ,vaders heirmacht binnen uwe muren gelegerd zijn1 die tot onderwerping uwer vijanden dienst doen4 ,gij kent al mijne kapiteins1 bevelhebbers1 soldaten1 oorlogstuig van buitengewone kracht1 zooals het in geen ander koninkrijk voorkomt in alle deelen van het heelal4 ,mijne dienstknechten zijn ook de uwe tot bescherming en reiniging en heerlijkheid2 want gij zijt geschapen om alzoo toebereid te worden4 ,daarenboven weet gij hoe ik uwe afkeeringen heb genezen4 ,ja1 ik ben toornig op u geweest1 maar mijn toorn is nu van u afgekeerd en heeft uwe vijanden getroffen4 ,niet wegens uwe goedheid1 maar omdat ik u bleef liefhebben4 ,alleen wegens uwe ongerechtigheid heb ik mijn aangezicht eene wijle voor u verborgen4 ,de afkeering kwam van u1 maar de wederkeer van mij4 ,ik maakte uwe zoetigheid tot bitterheid1 uw dag tot nacht1 uw effen weg tot een doornig pad1 tot beschaming van allen1 die uw verderf zochten4 ,ik was het1 die maakte1 dat ,vreeze-,gods ,menschziel niet verliet4 ,ik wekte uw geweten op1 uwen wil en uwe genegenheid tegelijk met uw verstand4 ,ik gaf weder leven in u opdat mijn ,menschziel mij zoeken zou1 en daarmede vondt gij genezing1 geluk en zaligheid4 ,ik verdreef voor de tweede maal het ,dibolus-complot en overwon het met mijn aangezicht4 ,afbeelding3 ,,de ,,dood ,,van ,,eigenliefde4 ,en nu1 mijn ,menschziel1 ik ben tot u wedergekeerd in vrede en al uwe overtredingen tegen mij zijn uitgedelgd alsof ze niet geschied waren4 ,ook zal het u niet vergaan als in het begin1 maar ik zal nog meer1 nog grooter dingen voor u doen4 ,nog eenen kleinen tijd -- o ontzet u daarover niet1 wees niet bevreesd -- maar ik zal u afbreken en al uwe steenen en uw houtwerk en muren overbrengen naar mijn eigen land1 het koninkrijk mijns ,vaders1 en bouwen u daar weder op1 veel heerlijker dan gij nu zijt1 opdat mijn ,vader in u wone4 ,ja1 gij zult veel heerlijker worden dan eenig koninkrijk op aarde4 ,daartoe is dan ook uwe stad in den aanbeginne bestemd2 ik zal haar maken tot een gedenkzuil mijner ontferming1 ja1 tot een wonderteeken4 ,daar zullen dan de ingezetenen van ,menschziel dat alles zien1 wat zij hier niet vermochten te aanschouwen en hen1 die hen overtreffen1 gelijken4 ,daar zult gij in gemeenschap met mij1 met mijnen ,vader en zijn ,oppergeheimschrijver genieten wat hier nooit genoten kan worden al leefdet gij hier ook duizend jaar4 ,dar zult gij niet meer vreezen voor de moordenaars en ,dibolus en de zijnen zullen u niet meer verschrikken4 ,daar zullen geen samenzweringen meer tegen u gesmeed worden1 noch voornemens tegen u gedacht2 dar zult gij geen kwaad gerucht meer hooren noch iets1 dat u verschrikt4 ,ook ,dibolus trommel niet1 die u deed beven4 ,daar zult gij ook geene kapiteins of oorlogsmannen meer behoeven4 ,smart noch jammer overkomt u meer4 ,daar zal geen heuvel noch bolwerk meer tegen u worden opgeworpen1 en ,dibolus zal er zijn standaard niet meer planten1 die ontzettende1 verschrikkelijke standaard6 ,daar zal u droefheid noch rouw meer ontmoeten1 en nooit of nimmer zal eenig ,dibolist de macht hebben u weder te bekruipen1 zich in uwe grachten te legeren of in uwe wallen te nestelen1 of zich binnen uwe grenzen te vertoonen1 alle de dagen der eeuwigheid4 ,het leven zal daar langer duren dan gij het hier zoudt kunnen begeeren en nochtans zal het altijd zoet en nieuw zijn1 door geene kwalen des ouderdoms ooit gekweld2 zonder de minste stoornis of hinder tot in der eeuwen eeuwigheid4 ,daar zult gij er velen ontmoeten1 die als gij gedeeld hebben in ellende en smart1 die ik ook heb uitverkoren en verlost en voor mijns ,vaders hof bewaard4 ,zij zullen zich in uw geluk verheugen en gij u in het hunne4 ,er zijn dingen in mijns ,vaders paleis1 o ,menschziel1 die nooit gezien zijn van het begin der wereld af1 die mijn ,vader in zijn schathuis heeft opgelegd2 die dingen zullen u verblijden4 ,ik heb u gezegd1 dat ik u verplaatsen wil en elders overplanten1 en daar zal ik u vaststellen en bevestigen1 waar zij zijn1 die u beminnen2 die zich nu reeds van uit de verte over u verblijden2 maar hoeveel grooter zal hunne vreugde zijn als zij u in zulk een staat van eer en heerlijkheid bij zich zien6 ,mijn ,vader zal om u zenden om u te laten halen en zij zullen u met zich voeren en u veilig geleiden naar de eeuwige woningen4 ,zoo heb ik u dan alles getoond wat na dezen met u geschieden zal1 maar nu zal ik u ook zeggen wat uwe roeping is1 en wat gij te doen hebt tot ik u bij mij kom halen1 volgens hetgeen daarvan gezegd is4 ,eerstens zult gij uwe kleederen witter houden dan ooit4 ,ik had ze u gegeven zonder vlek of rimpel toen ik de eerste keer bij u kwam1 maar gij hebt ze bezoedeld en verkreukt4 ,pas er nu beter op1 dat zal wijs van u wezen4 ,ze zijn wit uit hunnen aard2 maar houdt ze zoo wat ik u bidden mag2 dit zal uw wijsheid en uwe eere zijn4 ,de koning zal lust hebben in uwe schoonheid1 en de wereld zal zien1 dat gij de mijne zijt4 ,gij weet dat daar eene fontein geopend is voor alle onreinheid2 wasch ze daarin voortdurend4 ,als uwe kleederen wit zijn zal de wereld u als de mijnen aanzien4 ,als uwe kleederen wit zijn dan heb ik vermaak in uwe gangen2 want dan zullen uwe voetstappen overal wezen gelijk aan een bliksemstraal1 zoodat allen1 die het aanschouwen1 hunne oogen voelen schemeren4 ,versier u derhalve met mijne geboden en maak rechte gangen voor uwe voeten naar mijne wet4 ,dan en zo zal de koning lust in uwe schoonheid hebben2 daar hij uw ,heer is zoo buig u voor hem neder4 ,ps4 #ae4 ,verzuim daarom vooral niet1 o mijn ,menschziel1 gebruik te maken van mijne fontein4 ,opdat gij uwe kleederen rein en onbesmet zoudt houden gelijk ik u bevolen heb1 heb ik juist die fontein voor u daargesteld4 ,neem daarom telkens weer de moeite ze te wasschen en wandel nooit in een vuil gewaad4 ,niet alleen dat dit mij tot oneer en smaad verstrekt en mij op het allermeeste mishaagt1 maar het zal uzelven ook zeer tot nadeel strekken en u van allen troost berooven4 ,laat daarom uwe kleederen of eigenlijk mijne kleederen1 die ik u gegeven heb1 niet door het vleesch bezoedeld of bevlekt worden4 ,houd ze wit en laat op uw hoofd geene olie ontbreken4 ,zach4 #ac 3 #a4 ,jud4 3 #bc4 ,afbeelding3 ,,ik ,,leef ,,en ,,gij ,,zult ,,leven4 ,mijn geliefd ,menschziel6 ik heb u dikwijls verlost van de aanslagen1 complotten1 samenzweringen en aanvallen van ,dibolus1 en voor dit alles eisch ik niets van u dan dat gij mij geen kwaad voor goed vergeldt2 maar dat gij in uw gemoed mijne liefde bewaart en nooit de duurzaamheid mijner genegenheid tot ,menschziel vergeet4 ,laat dit vooral u aansporen te wandelen in den u voorgestelden regel1 gedachtig aan al de weldaden1 die ik aan u heb besteed4 ,van ouds waren de offerdieren met touwen aan het altaar verbonden4 ,gedenk wat ik u gezegd heb1 o mijne rijk gezegende en beweldadigde6 ,o1 mijn ,menschziel1 ik ben levend en ben dood geweest4 ,ik leef en zal niet meer sterven4 ,ik leef opdat gij niet sterft4 ,omdat ik leef zult ook gij leven4 ,ik verzoende u door het bloed van mijn kruis1 en verzoend zijnde zult gij leven door mij4 ,ik zal voor u bidden en voor u strijden4 ,niets kan u kwaad doen dan de zonde1 niets kan u voor uwe vijanden doen vreezen dan de zonde4 ,niets kan u ontsieren en verachtelijk maken dan de zonde4 ,pas daarom op voor de zonde4 ,en weet gij waarom ik nog toeliet1 dat er ,dibolusmannen in uwe muren wonen8 ,dat is om u waakzaam te doen blijven en u te doen zien wat gij aan mijn kapiteins en legerbenden hebt1 en wat mijne genade voor u is4 ,het is ook opdat gij zoudt weten in welk een beklagenswaardigen staat gij eens waart2 ik meen toen niet alleen sommigen maar allen1 niet slechts binnen uwe muren1 maar ook binnen uw kasteel1 in uwe forteressen woonden1 o1 ,menschziel6 ,al zou ik ze allen slaan1 die daar binnen zijn1 daar zijn er zooveel buiten u1 die u in slavernij zouden voeren4 ,waren de vijanden binnen in u geheel vernietigd1 die van buiten zouden u slapende vinden4 ,dan zouden zij als in een oogenblik mijn ,menschziel opzwelgen4 ,ik heb hen derhalve nog in u gelaten1 maar niet tot hinder of schade voor u 7hoewel zij dat zeer begeeren71 maar ten uwen beste1 waartoe zij dus moeten medewerken1 zoo gij maar waakt en bidt en strijdt4 ,weet derhalve1 dat waartoe zij u ooit verzoeken mogen1 het nooit mijn oogmerk is1 dat u dit verre van mij drijve1 maar juist integendeel dichter tot mijnen ,vader en mij brenge1 en u leere klein in eigen oog te zijn4 ,wees dus op uwe hoede en strijd den goeden strijd des geloofs4 ,toon mij uwe liefde en laat niets anders uwe genegenheid opwekken4 ,bedenk voortdurend wat mijne kapiteins en soldaten voor u hebben gedaan en wees dankbaar4 ,voed ze en verzorg ze1 want dat komt ,menschziel ten goede4 ,toon mij dan uwe liefde1 o1 mijn ,menschziel6 en laat hen1 die binnen uwe muren zijn1 uwe genegenheden nooit aftrekken van hem1 die u verlost heeft4 ,ja1 laat het gezicht van een ,dibolonist uwe liefde tot mij nog versterken4 ,ik ben een- en andermaal gekomen om u te bevrijden van de giftige pijlen1 die u den dood zouden hebben aangedaan3 kom dan nu ook op voor mij1 uwen vriend1 o ,menschziel6 en sta tegenover alle ,dibolusmannen pal1 en ik zal uwe zaak verdedigen voor mijn ,vader en zijn gansche hof4 ,heb mij lief temidden van alle verzoekingen en ik zal u liefhebben niettegenstaande al uwe zwakheden4 ,bedenk1 o ,menschziel1 wat mijne kapiteins1 soldaten en oorlogstuigen voor u gedaan hebben4 ,zij hebben voor u gestreden2 zij hebben om uwentwil veel geleden2 zij hebben heel wat van u verdragen1 en bleven toch uwen welstand bevorderen4 ,hadt gij hen niet gehad om u te helpen1 ,dibolus had zeker een eind aan u gemaakt4 ,koester hen dan1 mijne geliefde1 en verzorg hen goed4 ,als gij u wel gedraagt zullen zij u ook zeer genegen zijn en u veel liefde bewijzen4 ,wanneer gij hen kwalijk handelt zullen zij krank worden en zeer verzwakken4 ,maak mijne kapiteins niet ziek2 want zoo zij krank zijn kunt gij niet sterk wezen2 zoo zij verflauwen of bezwijken kunt gij niet dapper of kloekmoedig wezen voor uwen koning4 ,ook moogt gij niet altijd leven bij gevoel1 maar door het geloof aan mijn woord4 ,ook moet gij dat doen als gij mij niet ziet en ik van u verwijderd schijn2 ik draag u toch eeuwig op mijn hart4 ,bedenk1 geliefde1 hoe innig ik u bemin en hoe getrouw mijne liefde is4 ,ik leg u geen anderen last op dan dien gij reeds kent en draagt4 ,houd wat gij hebt opdat niemand uwe kroon neme4 ,waak totdat ik kom60 ,,inhoud4 ,bladz4 ,,het ,,leven ,,van ,,john ,,bunyan #c ,i4 ,,zijne ,,geboorte ,,en ,,opvoeding #c ,,ii4 ,,zijne ,,bekeering ,,en ,,belijdenis #h ,,iii4 ,,zijn ,,lijden ,,om ,,des ,,gewetens ,,wil #ad ,,iv4 ,,zijne ,,bediening ,,als ,,herder ,,en ,,leeraar #ai ,v4 ,,zijn ,,loopbaan ,,als ,,schrijver #bb ,,vi4 ,,zijn ,,levenseind #bh ,,inleiding #ca ,i4 ,,menschziel1 ,,haar ,,oorsprong ,,en ,,afval #cc ,,ii4 ,,voorbereidselen ,,over ,,en ,,weer #ej ,,iii4 ,,de ,,kapiteins ,,van ,,el-,,schadda4 ,,het ,,beleg #eh ,,iv4 ,,immanuels ,,leger4 ,,de ,,aanval #hj ,v4 ,,de ,,capitulatie ,,en ,,hare ,,gevolgen #ih ,,vi4 ,,intocht ,,van ,,den ,,vorst #aah ,,vii4 ,,eenen ,,meester ,,dienen #abd ,,viii4 ,,de ,,nieuwe ,,grondwet #ach ,,ix4 ,,gevaar ,,voor ,,menschziel #aej ,x4 ,,een ,,diabolisch ,,complot #aeh ,,xi4 ,,het ,,complot ,,ontdekt #agj ,,xii4 ,,het ,,smeekschrift ,,van ,,menschziel #agh ,,xiii4 ,,een ,,middernachtelijke ,,uitval #ahc ,,xiv4 ,,ziet1 ,,hij ,,bidt60 #ahh ,,xv4 ,,de ,,belofte ,,van ,,zijne ,,komst #aic ,,xvi4 ,,de ,,terugkomst ,,van ,,den ,,vorst #bjb ,,xvii4 ,,het ,,leger ,,der ,,mannen ,,des ,,bloeds #bjf ,,xviii4 ,,houd ,,moed1 ,,menschziel60 #baj ,,xix4 ,,immanuels ,,toespraak ,,tot ,,menschziel #bah ,opmerkingen van de bewerker ,in de browserversie van dit boek 7zie www4gutenberg4org7 zijn ook de illustraties en versierde tekstkaders zichtbaar1 mogelijk ontbreken die in andere versies1 afhankelijk van de gebruikte hard- en software en hun instellingen4 ,inconsistenties in taalgebruik 7spelling1 afbrekingen1 spatiring1 gebruik van hoofdletters1 enz47 zijn niet veranderd1 behalve zoals hieronder aangegeven4 ,dit geldt ook voor eigennamen1 waarvan verschillende varianten in het boek voorkomen4 ,op verschillende plaatsen lijken woorden weggevallen te zijn2 deze zijn niet toegevoegd behalve zoals hieronder aangegeven2 evenmin zijn ongebruikelijke of foute zinsconstructies gecorrigeerd4 ,pag4 #ahf1 ,rom4 #g43 mogelijk is het versnummer weggevallen4 ,pag4 #bbb1 ,jud4 3 #bc43 waarschijnlijk is het hoofdstuknummer weggevallen4 ,aangebrachte veranderingen3 ,overduidelijke 7zet7fouten zijn stilzwijgend gecorrigeerd2 aanhalingstekens en andere leestekens zijn waar nodig stilzwijgend toegevoegd of gecorrigeerd4 ,in het originele werk zijn drie soorten noten aanwezig3 genummerde voetnoten1 ongenummerde voetnoten en noten in de tekst 7met verwijzingen naar ,bijbelboeken74 ,de ongenummerde voetnoten zijn behandeld als voetnoten1 waarbij de verwijzing op de meest geigende plaats in de betreffende pagina is ingevoegd4 ,beide soorten voetnoten zijn verplaatst naar het einde van de betreffende alinea4 ,de noten in de tekst zijn tussen vierkante haken aan het eind van de betreffende alinea geplaatst4 ,pag4 #h3 ,nummer ,,ii4 toegevoegd ,pag4 #fd3 brondocument3 waartoe gij hem tot koning aangenomen8 veranderd in3 waartoe hebt gij hem tot koning aangenomen8 ,pag4#gf3 brondocument3 ,desniettemin belegerden zij met alle macht het huis1 waar hij was om het boven zijn hoofd te laten instorten veranderd in3 ,desniettemin belegerden zij met alle macht het huis waar hij was1 om het boven zijn hoofd te laten instorten ,pag4 #ajc3 brondocument3 welk eene vreugde er ,immanuels leger was veranderd in3 welk eene vreugde er in ,immanuels leger was ,pag4 #afe3 brondocument3 ,,heilig 7in illustratie7 veranderd in3 ,,onheilig 7in onderschrift7 ,pag4 #bbb3 brondocument3 kunt niet dapper of kloekmoedig wezen veranderd in3 kunt gij niet dapper of kloekmoedig wezen4