,,schetsen ,,uit ,,de ,,dierenwereld4 ,,geteekend ,,door ,,joseph ,,wolf4 ,,gegraveerd ,,door ,j4 ,w4 en ,e4 ,,whymper4 ,,haarlem1 ,,kruseman ,,tjeenk ,,willink4 #ahgd4 ,,voorbericht4 ,de ,schetsen uit de ,dierenwereld1 die hierbij het vaderlandsche publiek worden aangeboden1 zijn een nederlandsche bewerking van een engelsch boek1 getiteld3 ,wild ,animals1 bevattende een twintigtal prachtige gravures van ,j4 ,w4 en ,edward ,whymper1 naar teekeningen van den beroemden ,joseph ,wolf1 met bijschriften van ,danil ,g4 ,elliot4 ,ieder die eenigermate bekend is met de groote vermaardheid1 welke ,wolf zich door zijne talrijke studies van het dierenleven1 vooral in ,engeland1 heeft verworven1 zal ongetwijfeld met ingenomenheid eene uitgaaf begroeten1 waardoor enkele van de gewrochten van dezen meester ook onder de oogen van het nederlandsche publiek worden gebracht1 en dit zooveel te meer daar ,wolf in zeker opzicht een oude bekende voor ons is1 of althans behoorde te zijn1 in zoover de platen1 in verscheidene prachtwerken van ,prof4 ,schlegel voorkomende1 van zijne hand zijn4 ,want1 gelijk ,whymper ons verhaalt1 was het de ,leidsche hoogleeraar zelf1 die1 nu omstreeks #cj jaren geleden1 het buitengewone talent van den toen jeugdigen kunstenaar in zijne naar de natuur gemaakte studin opmerkte en hem de eervolle taak opdroeg1 om de teekeningen te leveren voor het destijds in druk verschijnend groot werk over de ,valkenjagt4 ,de teekeningen1 die den thans in het licht verschijnenden bundel versieren1 werden door ,wolf1 op uitnoodiging van den graveur ,edward ,whymper1 expresselijk voor dit doel vervaardigd4 ,neemt men hierbij in aanmerking1 dat ze een studie van #g jaren hebben gekost en daarenboven wellicht de laatsten van dien aard zijn1 die wij van ,wolf te wachten hebben1 dan hebben ze reeds daardoor een bijzonder recht op de aandacht en belangstelling van het publiek1 inzonderheid van alle beoefenaars der natuurlijke historie4 ,doch niet alleen om die reden1 ook op zichzelf zijn deze teekeningen1 door ,whymper's verdienstelijke graveerstift tot ons gebracht1 onze belangstellende aandacht overwaardig1 en terecht gaat daarover in ,engeland maar n stem op4 ,het weekblad the ,academy zegt er o4 a4 het volgende van3 ,deze ,wilde ,dieren1 die hun prooi vervolgen en met elkander of met de menschen worstelen in den strijd om het bestaan1 zijn in de hoogste mate dramatisch1 ja zelfs tragisch te noemen4 ,iedere teekening in 't bijzonder is een meesterstuk van vinding1 de vrucht eener uitgebreide kennis van het leven der dieren1 van hunne eigenaardigheden en gewoonten1 en tegelijk volmaakt van uitvoering zoowel wat teekening als wat gravure betreft4 ,de bijschriften1 welke de platen vergezellen1 zijn bewerkt door den amerikaanschen schrijver ,danil ,g4 ,elliot1 en1 waar het noodig was1 door den deskundigen nederlandschen vertaler gewijzigd en aangevuld4 ,zij vormen een aangename en onderhoudende lectuur1 zonder evenwel aanspraak te maken op den naam van zuiver wetenschappelijke studin over het leven der wilde dieren4 ,met het oog op een en ander vertrouwen de uitgevers1 dat dit plaatwerk met ingenomenheid door het kunstlievend publiek zal worden ontvangen4 ,de ,uitgevers4 ,,inhoud4 ,,de ,,siesta4 ,,misgerekend4 ,,wat ,,is ,,er8 ,,een ,,rooversburcht4 ,,op ',t ,,kantje ,,af4 ,,het ,,gevecht4 ,,list ,,tegenover ,,kracht4 ,,snuffelaars ,,op ,,zee4 ,,een ,,tropische ,,badplaats4 ,,een ,,gelukkig ,,huisgezin4 ,,de ,,koning ,,der ,,dieren4 ,,een ,,roover ,,gevangen4 ,,de ,,dansende ,,schaduw4 ,,de ,,sneeuwval4 ,,twee ,,mededingers ,,om ,,het ,,koningschap4 ,,de ,,hinderlaag4 ,,dubbel ,,gevaar4 ,,moederliefde ,,en ,,moed4 ,,in ',t ,,nauw ,,gebracht4 ,,afgetobd4 ,,de ,,siesta4 ,hoe prachtig is de plantengroei in de tropische gewesten6 ,boomen van allerlei grootte en vorm staan daar in elkander gegroeid en verward2 bevallige klim- en slingerplanten groeien in slingers tusschen en rondom de gekronkelde boomstammen en takken1 en bovendien vindt men er tallooze planten die de diepe bosschen met duizende bloemen van allerlei kleur vervroolijken4 ,ofschoon het zeer stil is onder deze bladerrijke gewelven1 en men geen ander geluid hoort als misschien het ritselen der bladeren of het gekraak van de takken door den wind1 leven er toch eene menigte dieren in die oogenschijnlijk eenzame bosschen4 ,het wemelt er van allerlei insekten1 en vooral van prachtige vogels1 van den luidruchtigen papegaai tot het schitterende kolibrietje2 zij vliegen rond1 en zoeken de vruchten die in trossen aan de takken hangen1 of zuigen de honig uit de bloemen4 ,in de moerassen leven slangen met prachtig gekleurde fluweelen huid1 of afschuwelijke krokodillen met schubbige wapenrusting1 die met den kop alleen boven de oppervlakte van het water liggen4 ,ook menig viervoetig dier zwerft door de koele bladerrijke bosschen2 zij schuwen de groote hitte van de middagzon1 en liggen languit op den grond te sluimeren2 als de zon ondergaat1 staan zij verfrischt op en beginnen hunne nachtelijke rooftochten4 ,onder de dieren die in de tropische bosschen leven1 is de jagoear1 ook de luipaard van ,zuid-,amerika genaamd1 het meest te vreezen4 ,diefachtig1 listig1 sterk en verraderlijk1 is hij de schrik van alles wat hem omringt2 als hij honger heeft1 vreest hij zelfs den mensch niet1 maar bespringt hem1 en draagt hem in het dichte kreupelbosch waarin men onmogelijk door kan dringen4 ,daar houdt hij zijn afschuwelijken maaltijd4 ,men verwart den jagoear dikwijls met den luipaard en den panter1 want deze drie dieren gelijken zeer veel op elkander4 ,de jagoear is niet altijd gelijk geteekend1 en de beide zijden van zijn lichaam verschillen wel eens4 ,de grondkleur van zijn kort haar is bruinachtig geel en aan den buik wit2 aan de zijden heeft hij van drie tot zes lange rijen zwarte oogvlekken1 welker ringen nooit gesloten zijn2 langs de wervelkolom een rij groote en onregelmatige zwarte vlekken1 en aan de binnenzijde van de pooten zwartachtige dwarsstrepen4 ,de jagoear vertoeft het liefst in de nabijheid van groote stroomen2 hij zwemt zeer gemakkelijk1 en vangt zijn buit even goed in het water als op het land4 ,terwijl hij in het water staat1 werpt hij met een slag van zijn poot de visschen op den oever1 hetgeen door velen1 echter geheel ten onrechte1 betwijfeld wordt1 want er zijn zelfs vele huiskatten die visschen vangen4 ,des nachts zwerft de jagoear langs de rivieren rond1 valt de schildpadden aan die aan land komen1 haalt haar vleesch voorzichtig uit de schaal1 zonder deze te breken1 graaft de eieren van de schildpad uit den grond op1 en loert op de jongen4 ,de ,indianen dooden den jagoear met kleine zwaar vergiftigde pijltjes die zij uit rietjes blazen2 de jagoear blijft er zeer onverschillig voor1 want deze pijltjes veroorzaken slechts weinig pijn1 maar na verloop van een kwartier valt hij dood neder4 ,het is zeer gevaarlijk om met een vuurwapen op den jagoear te schieten1 want als de kogel niet doodelijk treft1 werpt de jagoear zich1 woedend van pijn en schrik1 op den jager4 ,de jagoear is buitengewoon sterk1 zooals uit het volgende voorval blijkt4 ,een jagoear had een paard gedood1 maar werd door eenige reizigers in zijn maaltijd gestoord1 en ontvluchtte2 kort daarna kwam hij echter terug1 sleepte zijn buit naar eene breede en diepe rivier1 die ongeveer zestig schreden afstands verwijderd was1 sloeg de tanden in het lichaam van het paard1 zwom er mede naar den overkant1 en bracht het in een nabijgelegen bosch4 ,het verschrikkelijke gebrul van den jagoear1 vermengd met het diepe1 dreunende geluid van den krokodil en de vreesselijke onweders der tropische gewesten1 maken op de reizigers een ontzachelijken indruk1 en vervullen hen met angst en schrik4 ,de jagoear is alleen des nachts bezig1 even als alle bewoners van de tropische gewesten1 zoowel menschen als dieren4 ,als de zon is opgegaan1 gaat hij op een lagen tak liggen1 en slaapt het grootste gedeelte van den dag4 ,even als alle katten kan hij zeer goed klimmen1 want met zijne scherpe klauwen klimt hij gemakkelijk bij de boomen op3 menige ongelukkige aap1 die veilig op zijn tak denkt te zitten en tegen de wereld beneden hem grijnst en gezichten trekt1 wordt eensklaps door den jagoear aangevallen1 en in triomf weg gedragen4 ,de jagoear valt geen menschen aan1 tenzij hij honger heeft of in 't nauw gebracht wordt4 ,hoe verschrikkelijk hij dan is1 kan uit het volgende voorval blijken4 ,een leekebroeder uit het klooster van den ,h4 ,franciscus te ,santa ,f had juist zijn belijdenis gedaan1 en wilde de sakristie binnentreden4 ,toen hij de deur opende1 zag hij eensklaps tegenover zich een buitengewoon grooten jagoear4 ,het dier sprong op hem los1 greep hem1 en droeg hem in een hoek om hem daar te verscheuren4 ,de wachter van het klooster1 die de angstkreten van den man hoorde1 liep er heen2 maar nauwelijks had hij gezien wat er voorviel1 of de tijger sprong op hem los1 en doodde hem even als den ander4 ,daarna ging een derde man in de sakristie2 ook deze onderging het zelfde lot4 ,een senator trachtte nu in de sakristie te komen1 door een achterkamer die met een klein deurtje er in uitkwam4 ,maar ter zelfder tijd dat de senator in de achterkamer ging1 verliet de jagoear de sakristie1 en voordat de senator met een klein gevolg binnen was gekomen1 hoorde hij de kreten3 hier is hij6 hier gaat hij6 help6 help6 ,ter zelfder tijd hoorde men het gebrul van den jagoear en de laatste kreten van een vierde slachtoffer4 ,ieder vluchtte in de kerk1 en de jagoear keerde naar de sakristie terug4 ,nu naderde de senator1 en grendelde zachtjes de deur4 ,hij boorde er een gat in1 en op deze wijze gelukte het hem het monster dood te schieten4 ,deze verschrikkelijke gebeurtenis is te verklaren doordat het klooster op de oevers van den ,rio ,bravo ligt1 die bij stormen de eilanden overstroomt1 die dicht bij de stad liggen4 ,gedurende zulk een overstrooming waren alle dieren van de eilanden verdreven1 waaronder ook de bovengenoemde jagoear1 die in de tuinen van het klooster sloop4 ,daar zag hij een deur die toevallig open stond1 en zoo kwam hij in de sakristie4 ,toen hij daar was1 begreep hij dat zijn schuilplaats door den vloed was afgesloten1 zoodat hij als in een val zat4 ,hij meende dus genoodzaakt te zijn een wanhopigen aanval op de menschen te doen1 en herhaalde dien verscheidene malen4 ,het is gelukkig voor de bewoners van ,amerika dat de jagoear nooit in troepen leeft1 want zoodra hij oud genoeg is om voor zich zelven te zorgen en een prooi te dooden1 verlaat hij zijne familie1 en leidt een eenzaam leven4 ,ware hij gewoon in troepen te leven1 evenals de wolven1 dan zou hij spoedig elk levend dier verscheuren2 want door zijn scherpen reuk1 kracht en list1 en het gemak waarmede hij in de boomen klimt1 overtreft hij bijna elk levend schepsel4 ,het zou verschrikkelijk zijn als de jagoears in troepen op hunne prooi aanvielen3 in dit geval zou niets tegen hen bestand zijn4 ,maar daar zorgt de goede natuur voor1 want zulk een dier wordt als het ware in toom gehouden door de hem ingeschapene zucht naar eenzaamheid4 ,als men de plaat beziet1 zou men niet denken dat de jagoear zulk een wreed dier is2 het is alsof men hem hoort spinnen van tevredenheid1 nu hij daar boven den koelen stroom ligt te sluimeren en hij zijne gewone sista houdt4 ,,misgerekend4 ,onder de zooltreders1 dat wil zeggen de viervoetige dieren die op de voetzool en niet op hun teenen loopen1 is de beer een van de sterksten4 ,als hij niet geplaagd wordt1 is hij onschadelijk1 en brengt zijn tijd door met in het bosch naar bessen en vruchten te zoeken1 die hij gaarne lust4 ,ofschoon hij zeer sterk en taai van leven is1 schuwt hij alle onaangename ontmoetingen1 en als hij menschen ziet1 vlucht hij liever1 ten minste als 't mogelijk is1 dan staan te blijven1 en zich te verdedigen4 ,in den zomer wordt hij zeer vet1 zoodat hij op zijn vet teerende den gestrengen winter zonder voedsel kan doorbrengen4 ,zoodra de eerste sneeuwvlokken vallen1 ziet hij om naar een geschikt leger1 liefst in een grooten1 hollen boom of in een rotsspleet4 ,dr slaat hij dan zijne woning op1 om er de treurige wintermaanden in door te slapen4 ,als hij zoo in een hollen boom overwintert1 rolt hij zich op als een kluwen1 en als hij niet gestoord wordt1 ontwaakt hij niet eerder dan wanneer alles weer begint te bloeien4 ,in alle noordelijke landen vindt men beren4 ,in de koude noordpoolstreken zwerft de groote ijsbeer over de ijsvelden en de met sneeuw bedekte vlakten van het ruwe en onherbergzame land1 en twist met de arme ,eskimo's om zijn buit4 ,in het noordelijke gedeelte van ,amerika woont de grijze beer1 de wreedste van alle soorten1 en de zwarte beer4 ,ook in ,azi1 ,afrika1 ,japan1 op de eilanden van den ,indischen ,archipel1 en in ,zuid-,amerika vindt men beren1 zoodat deze dieren bijna over de geheele aarde verspreid zijn4 ,van de buitengewone kracht van den grijzen beer verhaalt ,sir ,john ,richardson het volgende4 ,er zat een gezelschap jagers aan de ,saskatchewan-rivier bij een vuur hun eten te kooken1 toen plotseling een groote grijze beer over het schuitje sprong1 dat bij hen lag1 een man bij zijn schouder pakte en mesleepte4 ,de anderen vluchtten1 een uitgezonderd1 die zijn geweer greep en het dier volgde4 ,hij riep zijn kameraad toe dat hij bang was vuur te geven1 omdat hij ook hem kon treffen2 maar de ander smeekte hem het evenwel te doen1 omdat hij toch ter dood veroordeeld was4 ,hij vuurde daarop op den beer1 die onmiddellijk den man dien hij vasthield losliet1 en op zijn nieuwen aanvaller toeschoot4 ,maar deze ontsnapte hem1 en de beer verdween in het kreupelbosch1 waar men onderstelt dat hij gestorven is1 want niemand had den moed om er naar te gaan zien4 ,de arm van den geredden man was gebroken en hevig gekwetst1 maar herstelde later4 ,somtijds is de beer zeer nieuwsgierig1 en snuffelt dan vooral met aandacht als er iets is dat zijne reukorganen gestreeld heeft4 ,als hij op zulk een ontdekkingstocht is1 geraakt hij dikwijls in moeielijkheden die hij op een ander tijdstip zekerlijk zou hebben vermeden4 ,ik herinner mij een voorval1 waarin zijne begeerte naar een stuk vleesch zeer lastig was voor de personen die er bij tegenwoordig waren1 zoodat zij den beer slechts met veel moeite uit hun nabijheid konden houden4 ,eenige jagers hadden een eland gedood2 zij lieten het dier liggen1 gingen naar huis om te eten1 en keerden vervolgens terug om het dier aan stukken te snijden2 zij lieten hunne geweren achter1 niet denkende dat zij er behoefte aan zouden hebben4 ,de bodem waarop de eland lag1 was eenigzins heuvelachtig en bedekt met een dikke laag losse steenen4 ,toen zij hun taak half geindigd hadden1 ontdekten zij eensklaps den grijzen neus van een zwarten beer boven een heuvel1 die dicht bij hen was4 ,het duurde nu niet lang1 of zij zagen den beer in zijn geheel2 hij was zeer groot1 en waarschijnlijk een aartsvader onder zijne gelijken1 want hij werd gevolgd door niet minder dan vier andere beren van verschillende grootte1 die ook op den heuvel kwamen aanwaggelen4 ,zij kwamen nu allen wat dichter bij1 gingen zitten1 en gaven door snuiven te kennen1 dat zij op verkenning uit waren4 ,hunne neuzen zeiden hun stellig dat er iets lekkers te vinden was1 maar de onwelkome tweevoetigers schenen de ruige groep niet te bevallen4 ,om beter te kunnen zien1 kwam de patriarch1 vergezeld van de anderen1 nog een weinig dichter bij4 ,zeer betreurde het gezelschap nu het gemis van hunne wapens1 want hunne geweren lagen ongebruikt in het veld4 ,zij begonnen hard te schreeuwen1 hopende de beren daardoor verschrikt te maken4 ,maar dit hielp niets1 en zij dachten niet anders of de naderende beren zouden den dooden eland wegnemen4 ,nu begonnen zij met steenen te werpen1 waardoor een paar van de beren ernstig gekwetst werden1 zoodat de ruige dieren ten laatste maar heengingen4 ,zij keken telkens eens om1 en zoolang de eland nog in 't gezicht was1 hield de grijsneuzige patriarch tusschenbeide eens stil1 alsof hij nadacht waarom hij toch zoo'n heerlijk maal moest missen4 ,toen de onverwachte bezoekers verdwenen waren1 werd de eland spoedig aan kant gemaakt1 en liet men de beenderen en ingewanden voor de beren liggen1 die zekerlijk later daaraan gesmuld hebben4 ,de beer loopt langzaam1 en heeft een waggelenden gang2 hij zet de beide pooten van den zelfden kant te gelijkertijd neer1 en draaft nooit hard4 ,maar als hij er toe genoodzaakt wordt1 kan hij toch snel loopen1 want op de vlucht of als hij honger heeft en een prooi vervolgt1 kan een goed paard hem voor een korten tijd niet in vlugheid overtreffen4 ,gewoonlijk vreedzaam van aard1 doet de beer niet dikwijls andere dieren leed1 en bemoeit zich ook niet veel met wat hem omringt4 ,uit het volgende voorval blijkt dat hij somtijds zich zelven in groote moeielijkheden brengt4 ,een jager1 die het grootste gedeelte van den dag in een ongebaand bosch van ,noord-,amerika op de jacht was geweest1 en daardoor vermoeid was1 ging aan den oever van een meertje op den grond liggen om wat uit te rusten4 ,niet langen tijd had hij daar gelegen1 toen de stilte van het bosch eensklaps door een vreesselijk gehuil verbroken werd1 dat hoe langer hoe harder werd1 alsof er eenige woedende dieren aan 't vechten waren4 ,op eens kwam een beer uit het bosch schieten1 naderde den oever1 en zag ontsteld naar een geschikter schuilplaats rond dan het diepe meer voor hem kon zijn4 ,eenige oogenblikken daarna verscheen er een groote koegoear1 die onder vreesselijk gehuil en met uitgestrekte klauwen op den rug van zijn vijand sprong4 ,hierop volgde een hevig gevecht4 ,het was als of men slechts n dier zag1 zoo vlug draaiden zij om elkander heen4 ,zij vochten te midden van een dwarrelenden hoop haar en wol1 en onder een verschrikkelijk gebrom en gebrul4 ,spoedig verflauwde het gevecht1 want de beer viel dood neder1 door zijn woesten vijand bijna geheel aan stukken gereten4 ,nadat de koegoear aan het meer zijn dorst gelescht had1 wilde hij weer in het bosch verdwijnen1 maar nu doodde de jager hem door een goed gelukt schot4 ,hij zag dat het een wijfje was1 en de eenige verklaring die men kan geven van het vechten van twee dieren1 die zoo volkomen van elkander verschillen en beiden zoo krachtig zijn1 is dat de koegoear1 die klaarblijkelijk moeder was1 door den beer van haar jong beroofd was1 en nu door haar moederlijk gevoel gedreven werd om het kwaad te wreken1 dat hij haar had aangedaan4 ,de plaat die bij dit hoofdstuk behoort1 stelt eene gebeurtenis voor1 die aan een heer in ,noorwegen is overkomen4 ,op een wintermorgen ging hij met eenige vrienden op de berejacht1 vergezeld van eene menigte honden van allerlei ras4 ,het duurde niet lang1 of zij zagen het winterverblijf van een grooten beer4 ,na herhaalde pogingen werd het dier uit zijn warm hol gedreven en gewond4 ,nu de beer gedwongen werd om zich te verdedigen1 sprong hij op den jager los1 wierp hem ter aarde1 en ging boven op hem liggen4 ,gelukkig lag er zeer veel sneeuw1 en daar de heer wist dat zijn eenige kans op levensbehoud was1 zich niet te bewegen1 kroop hij zooveel mogelijk onder de sneeuw1 en hield zich alsof hij dood was4 ,de beer was zeer oud1 en zijne tanden waren tot op het tandvleesch afgesleten1 zoodat zij telkens afglipten1 en geen kwaad deden toen de beer het hoofd van den jager in zijn muil nam4 ,ondertusschen vielen de honden den beer aan1 en beletten hem al zijn aandacht te schenken aan den man die onder hem lag4 ,weldra kwamen de andere jagers aanloopen1 en maakten het dier spoedig af2 zij bevrijdden hun metgezel uit zijn onaangenamen en gevaarlijken toestand1 zoodat men met recht mocht zeggen dat de beer in dezen had misgerekend4 ,,wat ,,is ,,er8 ,bijna ondoordringbaar zijn de bosschen van ,afrika4 ,de boomen staan daar zoo dicht op een1 dat zij hunne takken bijna niet kunnen uitspreiden1 terwijl slinger- en klimplanten van allerlei aard van stam tot stam en van tak tot tak gaan1 en het geheele bosch tot een netwerk van hout en blad en bloem maken4 ,slechts met moeite kan de mensch zulke beletselen op zijn tocht overwinnen1 en zelfs de dieren die in deze bosschen wonen1 kunnen er nauwelijks in doordringen4 ,maar in de donkerste gedeelten1 slechts hier en daar door een straal der tropische zon verlicht1 te midden van doodelijke miasma's1 zoo noodlottig voor den ,europeaan1 heeft de gorilla zijn woning gevestigd4 ,verschrikkelijk is het uitzicht van dezen grootsten aller bekende apen4 ,het groote hoofd1 de korte dikke hals1 het dikke lijf1 de lange armen en de dunne kromme beenen1 gevoegd bij een voorkomen waaruit de laagste dierlijke driften spreken1 vormen een wezen waarvoor men bang wordt4 ,tot heden weten wij slechts weinig van de gewoonten en levenswijs van dit dier2 doch1 ofschoon er vele verhalen in omloop zijn van zijn wildheid en ontembaarheid en men zegt dat de inboorlingen bevreesd zijn om in een bosch te gaan waarin gorilla's huizen--wij meenen toch dat hij niet woester van aard zal zijn dan de andere groote apen4 ,hij leeft van wortels en vruchten die hij in menigte in het bosch kan vinden4 ,als hij verontrust wordt1 tracht hij zijn heil in de vlucht te zoeken1 en slechts als hij gewond wordt of als hij niet kan ontkomen1 verdedigt hij zich4 ,maar in die omstandigheden1 of als hij zijn jong verdedigt1 maakt zijn groote kracht den gorilla zeker tot een verschrikkelijken vijand4 ,de gorilla is veel grooter dan zijn bloedverwant1 de sjimpansee1 en1 voor zoo ver wij kunnen oordeelen1 bezit hij bij lange na zooveel verstand niet als de laatste4 ,de sjimpansee is een zeer gezellig dier1 dat zich met groote genegenheid aan zijn oppasser hecht1 en teekenen van droefheid geeft als hij van zijn vriend wordt gescheiden4 ,de groote apen leven bijna nooit in troepen2 men vindt gewoonlijk slechts eenigen bijeen4 ,de oude mannetjes zijn wilder dan de wijfjes1 en als men hen wil vangen1 bijten zij en slaan met hunne geweldige vuisten4 ,op den grond loopen zij snel1 maar ongemakkelijk1 op de vier pooten1 namelijk op de knokkels van de vingers der handen1 maar op de voetzolen van de achterste ledematen4 ,de wijfjes dragen haar jong op den rug1 of het hangt aan haar borst3 de kleine houdt zich vast aan het lange haar van de huid der moeder1 zoodat het1 zelfs als de moeder gedood is1 moeielijk valt het jong er af te trekken4 ,op de boomen vertoonen de apen zich het voordeeligst4 ,hunne lange krachtige armen stellen hen in staat ver te reiken1 en zij slingeren zich van tak tot tak1 zoo gemakkelijk en zoo vlug dat het voor een mensch onbegrijpelijk is4 ,zij brengen den nacht op de boomen door1 en verscheidene soorten zijn gewoon een dikken tak die vorksgewijs uit den stam voortkomt1 uit te zoeken1 en vervolgens dunne takken af te breken1 en daarvan een dak te vormen1 een soort van nest waarin zij zitten blijven totdat de dag aanbreekt4 ,gewoonlijk maken zij elken avond een nieuw verblijf1 en keeren zij niet altijd naar hunne woning van den vorigen nacht terug1 maar brengen den nacht door ter plaatse waar zij zich bevinden als de zon onder gaat4 ,men vindt de groote apen slechts op plaatsen waar uitgestrekte bosschen zijn1 want daar deze dieren ingericht zijn om als over de toppen der boomen te loopen1 en van tak tot tak1 door middel van hunne lange armen verder te gaan1 zouden zij niet op opene vlakten of waar de boomen ver van elkander staan1 kunnen leven4 ,als zij over een dikken tak loopen1 gaan zij in eene half opgerichte houding1 en steunen met de knokkels van de vingers op den tak4 ,heeft de aap de takken van een anderen boom bereikt1 dan grijpt hij die met beide handen1 en trekt er uit al zijn kracht aan1 om te beproeven of hij er zich wel op kan vertrouwen2 is hij hierover voldaan1 dan slingert hij zich naar den overkant1 en op deze wijze doorkruist hij spoedig eene groote uitgestrektheid van het bosch4 ,de grimassen van deze dieren1 en de manier waarop zij tevredenheid of tegenzin te kennen geven1 zijn1 vooral als zij jong zijn1 zeer grappig en kluchtig4 ,wallace had een jonge gorilla1 en als dat dier iets kreeg dat hem beviel1 dan likte hij zich de lippen af1 trok zijne wangen samen1 en sloeg zijne oogen naar boven met eene uitdrukking van de grootste tevredenheid4 ,smaakte de spijs hem niet1 dan proefde hij er even van1 en spuwde het overige uit1 en als men hem toch weer de zelfde spijs voorzette1 begon hij te huilen en te schoppen als een stout kind4 ,als hij boos of onrustig was1 sloeg hij met zijne handen in de lucht alsof hij iets wilde grijpen1 maar hij was bijzonder in zijn schik als hij den baard van ,wallace machtig kon worden1 dien hij dan zoo stevig vasthield dat men hem zonder hulp niet weder los kon maken4 ,om zijn aap genoegen te doen1 maakte ,wallace een pop van een rol of bundel van buffelhuid1 en hing die ongeveer een voet hoog boven den grond op4 ,de aap scheen daarmede zeer in zijn schik te zijn3 om dien rol kon hij zijne armen en beenen slaan1 en naar hartelust in het haar wroeten4 ,dit geluk duurde echter slechts zoo lang tot hij plotseling aan zijne moeder dacht1 want hij deed eene poging om te zuigen4 ,maar niets vindende als haar of wol1 werd hij boos1 en begon hard te gillen1 zoodat de nagemaakte moeder weder weg genomen moest worden4 ,de apen1 vooral de groote soorten1 hebben niet vele vijanden4 ,op ,borneo1 waar een van de grootste apen thuis behoort1 namelijk de orang-oetan1 beweren de inboorlingen dat hij in het bosch nooit door eenig ander dier wordt aangevallen behoudens twee uitzonderingen1 door den krokodil en den python2 wat trouwens toch zelden gebeurt4 ,als er geen vruchten meer in het bosch te vinden zijn1 zoekt de orang-oetan zijn voedsel aan den oever der rivier1 waar hij vele jonge loten vindt1 en vruchten die aan den waterkant groeien4 ,dan tracht de krokodil hem soms te grijpen2 maar de orang-oetan springt op hem1 slaat hem met handen en voeten1 verscheurt en doodt hem4 ,als een python of boa-constrictor den aap aanvalt1 grijpt de mias1 zooals men hem op ,borneo noemt1 de slang met beide handen1 en bijt haar dood4 ,de gorilla is tot heden de grootste van alle bekende soorten4 ,men heeft hem nog nooit in volwassen staat levend naar ,europa over kunnen brengen1 want als deze aap de vruchten mist waaraan hij in 't wild gewend is1 of blootgesteld wordt aan de koudere luchtstreek van noordelijker landen1 begint hij te kwijnen en sterft hij weldra aan de tering4 ,maar mocht er iemand zijn1 die lust heeft om dit woeste schepsel in vrijheid te zien1 dan moet hij naar de binnenlanden van ,afrika gaan1 naar die streken waar geene beschaving heerscht1 en waarin slechts enkele ,europeanen zijn doorgedrongen4 ,dr woont de gorilla met zijn familie1 in gezelschap van de overige wilde boschbewoners4 ,dr leven zij ongestoord1 en eten de vele vruchten die aan trossen aan de boom en hangen1 en schenken slechts weinig aandacht aan hetgeen beneden hen gebeurt4 ,maar als een ongewoon geluid de stilte van het bosch komt storen1 of als zij iets vreemds zien1 dan vluchten de wijfjes met de jongen die zij vast omklemd houden nog dieper in het bosch1 terwijl de vader en beschermer zich snel van den eenen boom naar den anderen slingert1 het voorwerp van zijne vrees tracht op te sporen voor dat hij de anderen op de vlucht volgt1 en rond ziet of er gevaar is2 en dan schijnt hij met een toornig gelaat en een heesch geluid knorrig te vragen3 ,wat is er8 ,,een ,,rooversburcht4 ,in een van de meren van de schotsche ,hooglanden staat eene eenzame rots1 het toevluchtsoord van de vogels die wij op de plaat zien afgebeeld4 ,een van deze vogels keert juist naar zijn nest terug1 en houdt het voedsel voor zijne hongerige jongen tusschen zijne klauwen4 ,reeds jaren lang wordt die ongenaakbare klip door deze vogels bewoond2 zij broeden en verzorgen er hunne jongen1 en de oppervlakte van den top der rots is bijna geheel bedekt door het nest1 dat met elk jaar grooter wordt4 ,nog nooit heeft een menschelijke voet die rots betreden1 en nog nooit heeft een hartstochtelijke eieren-verzamelaar naar de gespikkelde eieren gezocht1 die er op dat eiland liggen4 ,het is een prachtig gezicht als een visch-arend zijn prooi vervolgt4 ,met welk een bevalligheid en gemakkelijkheid zweeft hij met zijne breede vlerken door de lucht6 ,als hij weet dat alles in zijn nest in orde is1 vliegt hij naar den oever van het meer1 want dr is het water minder diep1 en kan hij dus beter de visschen zien1 waar op hij aast4 ,als hij dr is1 vliegt bij langzaam heen en weder1 en ziet aandachtig naar hetgeen er beneden hem voorvalt2 eensklaps houdt hij een oogenblik stil1 schiet als een pijl uit den boog in het water1 en verdwijnt in de bruischende golven4 ,spoedig komt hij weer te voorschijn1 en nu heeft hij een grooten visch tusschen zijne klauwen2 hij schudt de glinsterende waterdroppels uit zijne vederen1 even als een hond die in 't water geweest is1 vliegt naar zijn nest terug1 en verkondigt zijn geluk door het uiten van schrille kreten4 ,de jongen hooren het welkome geluid1 en geven door aanhoudend gepiep hunne dankbaarheid te kennen2 zij komen boven het nest uitkijken1 en met uitgerekte halzen en uitgespreide vleugelen wachten zij ongeduldig op hun verzorger4 ,vr dat de vogel in het nest gaat1 vliegt hij er in een halven cirkel om heen1 dan strijkt hij neer met den visch1 die spoedig door de scherpe bekken van de hongerige jongen aan stukken wordt gescheurd4 ,ofschoon de visch-arend zeer veel kracht in zijne klauwen heeft1 en er zware wonden mee kan toebrengen1 is hij toch een van de vreedzaamste en onschadelijkste dieren4 ,hij leeft bijna in elk werelddeel2 men vindt hem vooral langs de kusten van ,noord-,amerika1 en nu en dan op een van de binnenlandsche meren4 ,groenland wordt ook somtijds door den visch-arend bezocht1 en in den herfst van het jaar #ahgb ving de heer ,edward ,whymper op zijne tochten in dat bijna onbekende land1 een zeer schoon exemplaar van een visch-arend2 maar het gebeurt toch zelden dat deze vogel zoo ver naar het noorden trekt1 want het exemplaar van den heer ,whymper is tot heden het eenige 't welk in dat gedeelte der aarde gedrongen is4 ,zoodra de winter begint1 bezoekt de visch-arend ook dikwijls de ,antillen4 ,men vindt hem ook in ,groot-,brittanje1 ofschoon tegenwoordig niet zoo veel als vroeger4 ,hij is ook zeer algemeen in ,australi1 op de eilanden van den ,indischen ,archipel1 en in ,indi4 ,ongeveer vijf of zes soorten van deze vogels zijn bij de natuurkundigen bekend4 ,ofschoon de rivieren en meren bij de komst van den visch-arend dikwijls bevroren zijn1 en hij daardoor genoodzaakt is langen tijd te vasten1 zal hij toch nooit kleinere vogels of zoogdieren tot zijn prooi maken1 hetgeen hij door zijn snelle vlucht en sterke klauwen gemakkelijk zou kunnen doen4 ,voor de amerikaansche visschers is hij een welkome verschijning1 want hij is altijd de voorbode van eene groote hoeveelheid haringen en makrelen1 die in dichte massa's aan den oever komen zwemmen4 ,de visschers laten den visch-arend dan ook altijd ongemoeid1 want zijne verschijning voorspelt hun een overvloedig en voordeelig jaar1 en zij moeten dan ook niet zien dat een jager het waagt in hunne tegenwoordigheid op een visch-arend te schieten1 want dan zou hij er niet goed afkomen4 ,de zwemvogels hebben niets van den visch-arend te vreezen1 want hij valt hen nooit aan2 in ,amerika ziet men zelfs insekten-etende vogels een plaats op zijn nest innemen1 en er hun eigen nesten op maken1 evenals vasallen die rondom de burcht van hun machtigen heer en meester hutten bouwen4 ,de visch-arend is over 't algemeen van boven donker-bruin gekleurd1 van onderen wit1 en de kop wit met bruine vlekken2 de vederen aan den nek en hals zijn lichtgeel met bruine strepen2 van de oogen tot den opperarm loopt een breede1 donkerbruine streep1 aan de borst heeft hij enkele pijlvormige vlekken1 en de washuid en pooten zijn lichtblauw4 ,de jongen zijn van boven bruin-grijs1 van onderen zuiver wit2 de volwassene wijfjes zijn moeielijk van de mannetjes te onderscheiden4 ,onder de teenen heeft de visch-arend zeer scherpe knobbeltjes1 waardoor hij met gemak de gladde visschen kan grijpen en vasthouden4 ,in ,amerika heeft de visch-arend een gevreesden vijand in den zee-arend1 die hem dikwijls zijn prooi ontsteelt4 ,de wijze waarop hij dit doet1 is aardig om te zien4 ,als de visch-arend naar een visch zoekt1 gaat de zee-arend in een boom zitten1 volgt den visch-arend met gretige blikken1 en verliest zijn slachtoffer geen oogenblik uit het oog4 ,zoodra de visch-arend uit het water komt en zijn zegekreet laat hooren1 buigt de zee-arend zijn lichaam1 en zit op de takken heen en weer te wiegelen4 ,als nu de visch-arend zekere hoogte bereikt heeft1 vliegt de zee-arend met een schrillen kreet op1 om hem te vervolgen4 ,de ongelukkige visch-arend weet maar al te wel van waar die kreet komt1 en plotseling begint hij in wijde cirkels te vliegen2 de zee-arend doet het zelfde1 en nu trachten zij beiden boven elkander te blijven4 ,hoe bevallig en gemakkelijk zijn hunne bewegingen als zij zoo in kringen naar boven vliegen6 ,maar nu begint de visch-arend het gewicht van den visch te voelen1 en nu kan hij niet meer zoo vlug als zijne krachtige tegenpartij vliegen4 ,zoodra de zee-arend het overwicht verkrijgt1 en boven den visch-arend is gekomen1 houdt hij een oogenblik stil1 en valt op den visch-arend neer1 die1 nu hij zich moet verdedigen1 den visch laat vallen1 waarvoor hij zooveel moeite gedaan heeft4 ,nu vliegt de vrijpostige roover bliksemsnel naar beneden1 vangt den visch voor dat deze in het water valt1 en onder zegekreten draagt de zee-arend zijn gestolen buit naar den dichtst bijzijnden boom1 om den visch op zijn gemak op te peuzelen2 en de ongelukkige visch-arend vliegt weer verder om een anderen visch te zoeken4 ,op het rustige meer1 dat op onze plaat afgebeeld is1 ziet men geen gevleugelde roovers die heerschappij voeren over de vreedzame visch-arenden4 ,jaar in1 jaar uit1 leven zij veilig op de rots1 zoo veilig als in de middeneeuwen een ridder op zijn rooversburcht4 ,,op ',t ,,kantje ,,af4 ,er zijn weinig vogels die tot zoo veel bijgeloof en vrees aanleiding hebben gegeven als de uil1 en die tevens zoo geheel zonder reden verafschuwd worden4 ,in vroegere tijden beschouwde men het krijschen van dezen nachtvogel als een teeken van onheil1 vooral als men het in de nabijheid van eene woning hoorde2 en toch is er zekerlijk geen schepsel dat minder kwaad doet4 ,gelukkig verdwijnt het bijgeloof reeds bij velen1 en wordt de uil met recht gewaardeerd als een weldoende vernieler van vele insekten en krengen4 ,er zijn vele soorten van uilen1 waaronder de groote ooruil1 en de kleine uil die nauwelijks grooter is dan een musch4 ,sommige uilen gaan op roof uit als de zon hoog aan den hemel staat1 hetgeen geheel in tegenstelling is met de gewone gebruiken van de andere soorten1 zoodat er dus twee soorten van uilen zijn3 dag- en nachtuilen4 ,in de noordpoolstreken is de uil even wit als het ijs en de sneeuw die de geheele oppervlakte van het land bedekt1 zoodat hij zich gemakkelijk voor zijne vijanden kan verbergen1 en ongemerkt een dier kan naderen1 dat hij voor zijn prooi heeft uitgezocht4 ,de natuur plaatst altijd hare schepselen in zulke omstandigheden als het beste met hun gestel en uiterlijk overeenkomen1 en verzuimt nooit iets wat tot hun gemak1 geluk en bescherming bij kan dragen4 ,de groote uilen van meer zuidelijke landen hebben gespikkelde vederen1 en sommige hebben groote kuiven boven de ooren1 die den vogel een zeer grappig aanzien geven1 als hij die vederbosjes in de hoogte steekt4 ,de uil vertoeft bij dag gaarne in het dichte geboomte1 op sparren en andere boomen1 en ook wel in een hollen boom1 waarin hij zich schuil houdt zoolang de zon schijnt1 of in stomme verbazing zit te kijken naar alles wat dicht bij zijne schuilplaats komt4 ,menig dartel eekhoorntje dat over de takken huppelt of over een boomstam springt1 houdt een oogenblik stil1 en ziet naar den bezadigden en ernstigen vogel4 ,niet tevreden over de koele ontvangst van den uil1 geeft het eekhoorntje zijn ongenoegen te kennen door telkens met zijn dikken staart heen en weer te slaan1 en scheldt den uil uit door een geluid te maken als de ratel van een nachtwacht4 ,kort daarop huppelt hij maar weer verder1 om een meer gastvrijen vriend op te zoeken1 want hij ziet toch wel dat hij1 volstrekt geen indruk op zijn droomerigen buurman maakt4 ,de groote ooruil van ,amerika valt des nachts de kalkoenen aan4 ,die aanval wordt door deze vogels echter op de volgende wijze verijdeld4 ,ofschoon de uil altijd zachtjes nadert1 wordt de kalkoen toch zelden onverhoeds aangevallen1 want zoodra hij den nachtvogel bespeurt1 uit hij een waarschuwenden kreet voor zijne metgezellen1 en de kalkoen die door den uil aangevallen wordt1 buigt zijn kop en spreidt zijn staart over zijn rug uit4 ,zoo kan de uil dus niets anders machtig worden als een of twee staartpennen1 en zoodra de uil weg gevlogen is1 zoeken de kalkoenen eene andere plaats op om den slaap te vervolgen4 ,over 't algemeen verwijderen de uilen zich nooit ver van die plaatsen waar zij geboren zijn1 omdat zij daar altijd overvloed van voedsel hebben4 ,van de koude hebben zij niets te lijden1 want hunne dikke vederen zijn eene genoegzame bescherming tegen de stormen en rukwinden van het ruwe jaargetijde4 ,ofschoon zij over dag zeer rustig en traag zijn1 beginnen zij1 zoodra de nacht invalt1 zich ijverig op hunne nachtelijke tochten voor te bereiden4 ,door de donsachtige vederen van hunne vleugels kunnen zij zonder gedruisch vliegen1 en zijn zij voorbij gevlogen eer men bespeurt dat zij komen4 ,de oogen van den uil die over dag half blind in 't rond staren1 zijn des nachts helder en flikkerend1 zoodat hij elk voorwerp in de duisternis kan onderscheiden4 ,niets ontgaat zijn blik wanneer hij door de bladerrijke wouden zwerft1 en bij tusschenpoozen zijn onwelluidend gekrijsch laat hooren1 dat vele menschen een hevigen schrik aanjaagt1 en waardoor dikwijls de geheele bevolking van een dorp uit den slaap gewekt wordt1 want zijn gekrijsch klinkt als de gesmoorde kreet van een mensch die stikt of geworgd wordt4 ,tusschenbeide verlaat hij het geboomte1 en zweeft over de opene vlakten4 ,met den vos vecht hij om zijn prooi1 maar als de vos hem meester kan worden1 is er ook voor hem geen genade4 ,door alle vogels1 van de kleinsten tot de groote roofvogels1 wordt de uil gehaat en verafschuwd4 ,niet tevreden met kikvorschen en torren1 rooft hij konijnen1 korhoenders1 eekhoorntjes1 fazanten1 eenden en1 zooals wij reeds gezegd hebben1 kalkoenen4 ,de vederen1 haren en beenderen worden mede doorgeslikt1 en verteren niet1 maar voor vischgraten is hij bang en vermijdt die zorgvuldig4 ,hij houdt er zeer veel van om het gedoode dier uit het vel te halen1 en in de gevangenschap weigert hij gesnedene stukken vleesch1 want dan beneemt men hem de gelegenheid om het zelf aan stukken te scheuren4 ,de ooruil vliegt niet zeer snel1 maar gelijkmatig en zacht4 ,als hij gewond wordt1 is hij woedend2 hij zoekt zijn vijand op1 en vecht met een volharding en moed1 waarin hij zelfs den arend overtreft4 ,hierdoor hebben de inboorlingen van ,noord-,amerika een bijgeloovige vrees voor dezen vogel1 en de priesters dragen altijd een opgezetten uil met glazen oogen bij zich1 als een zinnebeeld van hun macht en beroep4 ,in het begin van ,april broedt de uil #b--c kegelronde1 witte eieren uit1 die even groot zijn als kippeneieren en eene ruwe schaal hebben4 ,het wijfje is altijd een weinig kleiner en slanker1 en heeft een dikkeren kop en langere vederbosjes dan het mannetje4 ,de kleur van den ooruil is op den rug gewoonlijk grijs1 met zeer fijne zwarte en witte stippen1 de vleugels zijn geelachtig wit met zwart1 zijn borst is wit met roestgele vlekken en grijsgele golvende dwarsstrepen1 om de oogen heeft hij zwarte ringen1 de snavel en de klauwen zijn zwart1 de pooten dicht met gele vederen bedekt1 en zijn staart is aan de onderzijde wit met zwart gestreept4 ,eenige konijnen spelen op de glinsterende sneeuw die door hunne sprongen in de lucht stuift4 ,geen enkele vijand bedreigt hen1 en vrijpostig komen zij uit hunne holen kijken4 ,maar zachtjes zweeft de groote nachtuil over de witte velden om zijn avondmaal te zoeken4 ,hij bukt en buigt zich om te onderzoeken of er iets is wat hij kan meester worden4 ,over de bevroren planten ligt een laag sneeuw2 de uil komt1 en staart naar de speelplaats van de kleine viervoetige dieren1 die onbekend zijn met het gevaar dat hen dreigt4 ,eensklaps valt de uil op hen aan1 en de verschrikte konijnen vluchten naar hunne holen2 maar hoe hard zij ook loopen1 hun vervolger vliegt nog harder1 en grijpt een van de konijnen met zijn klauwen in het vel4 ,doch het konijn biedt tegenstand zooveel het kan1 het loopt naar zijn hol3 gelukkig ligt er een boomtak voor de opening1 en terwijl zijn verschrikte metgezel over zijn lichaam heen springt1 om het gewenschte toevluchtsoord te bereiken1 trekt het ontstelde kleine dier den poot van den vogel tegen den tak1 ontworstelt zich uit de scherpe klauwen1 en verdwijnt in de opening van het hol4 ,en een loerende vos die1 voordat de vogel zich vertoonde1 geduldig gewacht had op de gelegenheid om een sprong te doen naar de konijnen1 kijkt verwonderd op als hij de doordringende kreet van dit diertje hoort1 en is getuige van eene ontsnapping die nog juist op het kantje af is4 ,,het ,,gevecht4 ,in de bosschen van ,azi leven ontelbare verscheidenheden van zoogdieren1 vogels en insekten1 terwijl de moerassen en rivieren bewoond worden door allerlei kruipend gedierte1 dat1 in het water verborgen of bedekt door de overhangende bladeren der boomen1 geduldig aan den oever op den loer ligt naar een schepsel1 dat zijn dorst aan den verkoelenden stroom komt lesschen4 ,van alle verscheurende dieren is zonder tegenspraak de gestreepte tijger1 een bloedverwant van den jagoear van ,zuid-,amerika1 het gevaarlijkst en meest te vreezen4 ,evenals deze laatste heeft hij een prachtige huid1 maar zijn karakter stemt met dat schoone uiterlijk niet overeen1 want hij is listig1 wreed1 verraderlijk en roofgierig1 en als hij door honger geplaagd wordt of op wraak bedacht is1 bestaat er zeker geen dier dat meer te duchten is4 ,en toch is de olifant niet bang voor hem1 want in een gevecht zal de tijger bijna altijd het onderspit delven2 als de olifant hem niet terstond met zijne groote slagtanden doorboort1 neemt hij den tijger met zijn slurf op om hem onder zijne pooten te vertrappen1 en dan helpen de scherpe tanden en klauwen den tijger niets1 want zij glijden af op de taaie1 dikke huid van zijn grooten tegenstander4 ,er zijn vele voorbeelden van het tam maken van tijgers en van hun onderworpenheid aan hunne verzorgers2 maar ofschoon zij aan de gevangenschap gewend raken1 en zich laten liefkozen1 verraadt hun wilde natuur zich toch op het een of ander oogenblik1 en met de snelheid van den bliksem valt de tijger den persoon aan1 wiens liefkozingen hij nog eenige oogenblikken te voren1 onder luid gespin1 heeft toegestaan4 ,een heer in ,indi had een tijger groot gebracht1 die eenige weken oud was toen hij hem kreeg4 ,de tijger volgde hem als een hond1 speelde met hem1 en verraadde nooit een trek van de wreedheid die den tijger eigen is4 ,eens op een dag zat de heer onder zijn veranda te lezen1 en1 zooals gewoonlijk1 lag de tijger naast zijn stoel4 ,eensklaps werd hij in zijne lectuur gestoord2 hij voelde dat de tijger zijn hand likte1 die over de leuning van den stoel hing1 en daarbij luid spinde4 ,naar beneden ziende1 bespeurde hij dat zijn hand bebloed was1 waardoor de wreedheid van het dier opgewekt werd4 ,zonder van houding te veranderen1 riep hij een bediende om een geweer te halen1 dat gelukkig geladen en dicht bij was1 en beval hem het dier op de plaats dood te schieten4 ,dit geschiedde1 en zoo ontsnapte die heer aan een groot gevaar1 want de flikkerende oogen van den tijger en het slaan met zijn staart toonden duidelijk aan1 dat de natuurlijke hartstochten bij het dier boven waren gekomen4 ,de tijger is bijna over geheel ,azi verspreid4 ,men vindt slechts enkelen in ,turksch ,georgia1 maar zij zijn talrijk in het ,elboerz-gebergte ten zuiden van de ,kaspische zee4 ,in ,bokhara1 aan den oever van den ,irtisj1 en ook in de ,altai-streken en aan den ,amoer zijn zij niet ongemeen2 ook in ,china en natuurlijk in ,indi ten zuiden van het ,himalaya-gebergte vindt men hen2 maar niet op ,ceylon1 ofschoon hij een inwoner is van het maleische schiereiland en van sommige groote eilanden van den ,archipel4 ,de tijgers van noordelijke landen zijn grooter en hebben dikker haar dan die van zuidelijker streken4 ,het voedsel van den tijger in ,indi bestaat uit runderen1 herten en wilde zwijnen4 ,somtijds bieden de laatsten zulk een heftigen tegenstand1 dat de tijger overwonnen en verslagen wordt2 men heeft tijgers gevonden welker lichaam geheel open gereten was1 waarschijnlijk door de scherpe slagtanden van het zwijn4 ,het is bekend dat dit dier1 tot het uiterste gedreven1 zijn slagtanden weet te gebruiken1 handiger dan een man met een mes kan omgaan4 ,de tijger is ook zeer belust op pauwen1 en een groote vlucht van deze vogels verraadt meestal de aanwezigheid van een tijger4 ,van nature is de tijger lafhartig en ontwijkt hij den aanval1 zelfs al is hij bezig met zijn prooi te verslinden4 ,men verhaalt hoe een herdersjongen in ,indi door een van deze dieren aangevallen1 maar door de buffels die hij hoedde gered werd4 ,zij vielen den tijger zoo krachtig op het lijf1 dat zij hem tot een onteerenden aftocht dwongen1 terwijl de knaap te midden van zijne hardkoppige beschermers ongedeerd bleef4 ,als de tijger honger heeft1 eet hij zelfs kikvorschen en alles wat hij slechts van dierlijk voedsel kan vinden4 ,sir ,walter ,elliot verhaalt van een tijger die door hem gedood werd en die zeer mager was1 wat veroorzaakt was door den stekel van een stekelvarken die in zijn keel was blijven zitten en hem het slikken belette4 ,een beroemd jager verhaalt dat1 toen hij eens een tijgerin gedood had1 hij1 in zijn tent terug gekomen zijnde1 een man met een olifant zond om de tijgerin te halen4 ,de man kwam terug en zei1 dat hij de tijgerin nog levend gevonden had4 ,zij gingen dus den volgenden morgen op ontdekking uit en zagen1 dat de tijgerin in een bergspleet was gevallen en vervolgens door een anderen tijger half opgegeten4 ,dezen laatsten doodden zij niet ver van daar4 ,het schijnt dus dat kannibalisme ook tot de eigenschappen van dit schoone dier gerekend kan worden4 ,de tijgerjacht behoort in ,indi tot de meest geliefkoosde uitspanningen1 waaraan evenwel vele gevaren verbonden zijn2 er zijn weinig paarden die men zoo kan africhten1 dat zij den jager in de nabijheid van een tijger brengen1 zoodat de tijgerjacht dus meestal op olifanten plaats heeft4 ,men drijft den tijger uit zijn leger1 en dringt van alle kanten op hem aan4 ,als de tijger nu tot het uiterste gedreven wordt en geen uitkomst ziet1 springt hij soms op den rug van den olifant en grijpt den jager4 ,zulke jachten hebben dikwijls een treurigen afloop4 ,er zijn ook vele gevallen bekend van reizigers die eensklaps door tijgers aangevallen werden4 ,om des nachts op reis veilig te kunnen slapen1 is het genoeg dat men een groot vuur aanlegt1 want de tijgers zijn bang voor vuur1 ofschoon het niet altijd een voldoend middel is om leeuwen op een afstand te houden4 ,ofschoon de tijger hardnekkig vervolgd wordt1 schijnt zijn getal toch niet te verminderen3 in de provincie ,kandeisth alleen werden er in de jaren #ahbe-ahbi duizend twee en dertig tijgers gedood4 ,op ,sumatra zijn geheele dorpen door de aanvallen der tijgers onbewoond geraakt2 het volk durft hen uit een godsdienstig vooroordeel niet dooden1 want zij gelooven dat doode menschen in de gedaante van tijgers terug komen4 ,de huid van den tijger is roodachtig geel1 aan de zijden met zwarte dwarsstrepen geteekend1 aan den buik zwart gestreept1 zwarte ringen op den staart1 witte onderkin en lippen4 ,als de tijger verzadigd is brult hij1 en als hij van plan is een aanval te doen laat hij een kort en scherp gehuil hooren2 een eigenaardig blazen door de neusgaten1 dat veel van niezen heeft1 geeft tevredenheid en eene vriendelijke stemming te kennen4 ,ofschoon de tijger zeer veel kracht bezit1 en door het kreupelbosch schuifelt1 zooals alle katten doen die hun prooi onverwachts aanvallen1 wordt hij toch dikwijls het slachtoffer van een ander1 even wreed en verscheurend dier4 ,de rivieren en meren in de heete landen worden bewoond door verschillende soorten van krokodillen4 ,in den ,nijl leeft de echte krokodil1 in ,suriname de kaaiman of alligator1 en in den ,ganges de gaviaal3 het is over deze laatste soort dat wij hier spreken4 ,deze groote en afschuwelijke dieren liggen f in de stralen der middagzon op een zandbank te slapen1 f geheel in het water verscholen1 behalve de oogen en neusgaten die boven de oppervlakte van het water uitkomen2 z blijven zij bewegingloos liggen wachten op een of ander dier dat bij de rivier komt4 ,als de gavialen op een zandbank liggen1 kan men hen nauwelijks onderscheiden1 want dan gelijken zij veel op doode boomstammen4 ,de gaviaal valt op tweerlei wijze aan4 ,is zijn prooi dicht bij1 dan grijpt hij het dier in zijne verschrikkelijke kaken1 en sleept het naar den bodem der rivier4 ,of wel hij blijft op de zandbank liggen1 en zoodra een dier het water nadert1 slaat hij het met zijn staart in het water1 met meer behendigheid dan een koetsier met zijn zweep4 ,als hij op die manier het dier tusschen zijne kaken heeft gekregen1 verscheurt hij het onder water4 ,de gaviaal is geheel ingericht voor het leven1 waartoe hij bestemd is4 ,hij is bedekt met schubben die samengesteld zijn uit platen van verschillende grootte1 en samengevoegd worden door vleezige scharnieren4 ,als wapen om aan te vallen of om zich te verdedigen1 bezit hij lange rijen scherpe tanden1 en den langen buigzamen staart1 waarmede hij een dier kan vermorselen2 in n woord de gaviaal is het schrikwekkendste en vreesselijkste dier dat in het water leeft4 ,zijne kleine1 groene1 glazige oogen1 zonder eenige uitdrukking1 steken boven het hoogste gedeelte van den kop uit1 zoodat het dier in staat is zijn geheele lichaam onder water te dompelen1 en toch alles te zien wat er boven het water voorvalt4 ,ofschoon zijne bewegingen gewoonlijk traag zijn1 kan hij toch zeer vlug op het land vooruit komen1 en men heeft hem dikwijls zoo haastig uit het water zien schieten1 dat men hem moeielijk met het oog kon volgen4 ,de gaviaal is de grootste van alle hagedisachtige dieren1 hij wordt dikwijls van #e tot #f meter lang4 ,evenals hij op buffels en andere zoogdieren loert1 richt hij ook onder de visschen groote verwoestingen aan1 en alle lijken die in den ,ganges geworpen worden1 worden zijn prooi4 ,de geloovige ,hindoes laten zich1 als zij op sterven liggen1 naar de heilige rivier brengen1 en worden ook somtijds door den gaviaal aangevallen en verscheurd4 ,wat de kleuren betreft1 gelijkt de gaviaal op den krokodil1 en heeft1 evenals deze1 klauwen aan de drie binnenste teenen4 ,zijne achterpooten gelijken op die van den krokodil1 maar de nekschilden op die van den alligator4 ,de eerste en vierde tand aan beide zijden van de onderkaak1 steken boven de anderen uit1 en vallen in een holte van de bovenkaak4 ,aan het eind van de kaak vormen de met kleppen bedekte neusgaten een kraakbeenig1 vooruitstekend kussen4 ,in het weefsel van het ooglid ligt een klein beenplaatje1 en onder de benedenkaak liggen een paar klieren1 die een naar muskus riekende stof afscheiden4 ,nu wij een kort overzicht hebben gegeven van de beide dieren die op de plaat zijn afgebeeld1 zullen wij zien op welke wijze zij met elkander vechten2 een gevecht1 waarbij altijd een van beiden het leven verliest4 ,de zon is zoo even opgekomen1 en wekt de gevederde boschbewoners uit hun slaap4 ,zij schudden de dauwdroppels van hunne vederen1 en hun morgengezang klinkt door het woud1 terwijl de tijger1 vergezeld van zijn wijfje1 naar den stroom gaat om zijn dorst te lesschen1 voordat hij zijn leger opzoekt waarin hij den dag zal doorbrengen4 ,zachtjes doorkruisen zij het welbekende kreupelbosch1 onverschillig voor de vroolijkheid die hen omgeeft4 ,de speelsche aap slingert zijn buigzaam lichaam door de takken1 en op het zien van zijn meest gevreesden vijand1 grijnst hij van woede en vrees4 ,de beide dieren bereiken den stroom1 maar de tijgerin die voorzichtiger is dan de tijger1 blijft in het dichte kreupelbosch staan2 de tijger stapt in het water1 en begint te drinken4 ,de gaviaal heeft misschien uren lang op die gelegenheid aan den oever liggen te wachten4 ,met een nauw merkbare beweging trekt hij zijne schubbige pooten tegen zijn lichaam1 en zoodra de tijger begint te drinken1 grijpt de krachtige gaviaal den kop van het ongelukkige dier tusschen zijne kaken4 ,met een half gesmoorden kreet van woede en schrik beproeft de tijger zich van den wreeden vijand te ontslaan1 maar deze doet wat hij kan om hem in de rivier te trekken4 ,niettegenstaande de hevige pijn grijpt de tijger hem met zijne pooten1 maar zijne scherpe klauwen glijden af op den schubbigen kop van den gaviaal4 ,stap voor stap wordt de tijger van den oever gesleurd1 ofschoon hij wanhopig tegen zijn verschrikkelijk noodlot strijdt2 maar als hij dieper in het water komt1 wordt zijn tegenstand allengs zwakker1 terwijl de gaviaal1 die nu in zijn element is1 alle krachten inspant om den kop van den tijger onder water te duwen4 ,na eenige krachtige pogingen verdwijnt hij met zijn prooi in de diepte1 en duikt naar den bodem der rivier4 ,enkele cirkels aan de oppervlakte van het water en een paar onheilspellende roode strepen zijn de eenige teekenen van het verschrikkelijke en bloedige gevecht dat hier heeft plaats gehad4 ,,list ,,tegenover ,,kracht4 ,het hert van ,canada of de wapiti van ,noord-,amerika is zeker het edelste dier dat er bestaat4 ,ofschoon hij niet zoo groot is als de eland1 is hij veel bevalliger1 en veel regelmatiger gebouwd4 ,het is een prachtig gezicht als het edele hert zijn nachtleger verlaat en naar het veld gaat1 terwijl zijn lichaam glinstert van de talrijke dauwdruppels4 ,het houdt zijn bevalligen kop recht op1 en het veeltakkige gewei rust op zijne schouders4 ,bij het minste geruisch steekt het zijne ooren op1 en de omgekrulde bovenlip en het ongeduldige trappelen met de voorpooten duiden een vurig gestel aan4 ,in den herfst is de wapiti in de volle bewustheid van zijn kracht2 dan vreest hij geen gevaar1 en vergezeld van zijne wijfjes die naar hem als haar beschermer opzien1 leeft hij zonder vrees voor de aanvallen van dieren die hem op andere jaargetijden vervolgen4 ,in den winter kan hij door de dikke sneeuw niet vluchten of zich tegen zijne vijanden verdedigen2 in de lente1 als hij uit gebrek aan het noodige voedsel mager en zwak is1 en zijn gewei mist1 dat in de eerste maanden van het jaar afvalt1 is de wapiti slechts een schim bij wat hij geweest is en nauwelijks in staat zich tegen den minste van zijne vijanden verdedigen4 ,dan vlucht hij in het kreupelhout1 en blijft zooveel mogelijk uit het gezicht1 dan schuwt hij zelfs het gezelschap van andere herten1 en blijft zoolang verborgen totdat zijn gewei weer gegroeid is4 ,de takken van zijn groot gewei groeien verbazend snel4 ,kort nadat het afgevallen is1 komt er aan elken kant van den kop een knobbeltje te voorschijn1 bedekt met eene zachte zelfstandigheid die veel op fluweel gelijkt4 ,in dit knobbeltje vloeit bloed1 dat het gewei gedurende de verdere ontwikkeling voedt4 ,de jonge horens zijn in dezen tijd zoo teeder1 dat de minste stoot of wond aan het zachte bekleedsel het aan 't bloeden maakt1 en daarom verschuilt de wapiti zich gewoonlijk totdat het gewei zijn vollen wasdom bereikt heeft4 ,als de horens hard geworden zijn1 schilfert de zachte huid die hen bekleedde in lange strooken af2 ze zijn dan zuiver wit1 maar worden door de zonnestralen spoedig bruin gekleurd4 ,gedurende de lente en den zomer leven de wijfjes met de jongen in kleine troepjes4 ,zij kunnen zich moeielijk verdedigen als de mannetjes er niet bij zijn1 en als zij door een roofdier overvallen worden1 zijn zij genoodzaakt te vluchten4 ,haar gevaarlijkste vijand is de poema1 of1 zooals men hem somtijds noemt1 de noord-amerikaansche leeuw1 dien zij gelukkig zelden ontmoeten4 ,dit dier is de grootste en sterkste tijger die in de streken leeft die door den wapiti bewoond worden4 ,ofschoon hij meestal des nachts rondzwerft1 gaat hij ook wel bij dag op roof uit1 en sluipt dan zachtjes door het bosch om het een of ander dier aan te vallen4 ,de poema is zeer listig1 zooals uit het volgende voorval blijkt4 ,een jager die het grootste gedeelte van den dag jacht gemaakt had op een poema1 zag1 toen hij een eind weegs geloopen had1 telkens de sporen van een man en van zulk een tijger1 en weldra kwam hij op het vermoeden dat het listige dier een omweg gemaakt had en achter den man gekomen was1 en zoodoende de vervolger was geworden in plaats van den vervolgde4 ,in plaats van verder te gaan1 ging hij achter een boom staan1 en wachtte met zijn geladen geweer den sluipmoordenaar af4 ,kort daarna zag hij den poema voorzichtig aan komen sluipen2 het dier besnuffelde zijn voetspoor en zocht overal om den jager4 ,deze wachtte een gunstig oogenblik af en gaf vuur2 het dier viel gelukkig op de plaats dood neder4 ,het was een mannetje van de grootste soort4 ,in den winter beproeft de poema dikwijls te vergeefs den wapiti aan te vallen1 want de wapiti's kunnen krachtigen tegenstand bieden1 en de hinde wordt gewoonlijk vergezeld van den bok1 wiens harde horens niet te minachten zijn4 ,dan brengt de tijger een bezoek aan de schaapskooi1 waar hij onder de verschrikte en hulpelooze schapen groote ontsteltenis veroorzaakt4 ,als de tijger zulk eene gelegenheid vindt1 doodt hij meer schapen dan hij noodig heeft om zijn honger te stillen4 ,wordt een tijger door een jager met zijne honden vervolgd en in 't nauw gebracht1 dan vlucht hij op een boom1 en gaat op een dikken tak liggen2 daar ziet hij rustig op zijne viervoetige vervolgers neer1 die toornig om den boom heenloopen1 en in hunne vergeefsche pogingen om bij hem te komen bij den stam op gaan staan4 ,maar nu wordt de tijger door een schot doodelijk gewond en is genoodzaakt zijne schuilplaats te verlaten2 hij valt te midden van zijne vervolgers en verdedigt zich hardnekkig4 ,zelden wordt de tijger dan ook afgemaakt1 voordat eenige honden door zijne klauwen en tanden gedood zijn4--,nu wij een overzicht gegeven hebben van zijne levenswijze en gewoonten1 zullen wij zien hoe het komt dat de tijger en de wapiti soms aan 't vechten geraken4 ,een troepje vrouwelijke wapiti's loopt door het bosch1 om eene geschikte plaats te zoeken waar zij den nacht kunnen doorbrengen4 ,nu zij niet vergezeld zijn van hare beschermers1 die in dit jaargetijde afgezonderd leven1 vertrouwen zij op haar scherp gezicht en gehoor en op hare vlugheid4 ,geen vijandig gebrul wordt in het bosch gehoord4 ,maar haar grootste vijand bespiedt de zorgelooze dieren met vurige blikken4 ,hij ziet haar gehuppel1 en sluipt op zijne fluweelen pooten naar den overhangenden tak van een bladerrijken boom1 en wacht op de komst van de herten4 ,daar ligt hij1 als uit marmer gehouwen3 men bespeurt geen ander teeken van leven als de onwillekeurige beweging van de klauwen1 die telkens van de gladde schors afglijden4 ,zachtjes komen de bevallige1 schuwe herten aanhuppelen1 zij houden telkens eens stil om te snuffelen of om met opgestoken ooren naar de komst van een vijand te luisteren4 ,maar zij hooren of ruiken niets1 en onbekend met de grootte van het gevaar1 loopen zij onder den boom door4 ,de tijger1 wiens natuurlijke wreedheid nog verhoogd is door het lange vasten1 springt eensklaps op den breeden rug van zijn slachtoffer4 ,de arme wapiti is een oogenblik als verlamd door het onverwachte van den schok1 en bezwijkt onder het gewicht van het verschrikkelijke dier2 maar de angst verleent hem nieuwe krachten en hij ijlt door het bosch1 terwijl zijn wreede vijand zijn vleesch met zijne klauwen en tanden openrijt4 ,het gebrul van den tijger en het gejammer van het gewonde hert brengt de andere boschbewoners op de been2 allen vluchten1 behalve de groote ooruil1 die in zijn slaap wordt gestoord2 hij volgt de twee dieren1 hopende zijn aandeel te krijgen in het gastmaal dat op handen is4 ,de wapiti1 wiens krachten allengs minder worden1 begrijpt dat hij zich van zijn gevaarlijken metgezel moet bevrijden1 want dat hij anders onder zijne klauwen zal bezwijken2 hij draaft voorbij de dikke boomstammen1 en schuurt er tegen aan1 vergeefs moeite doende den tijger van zijn rug af te krijgen4 ,doch al zijn moeite is vergeefs2 eensklaps ziet hij een dooden boomstam die dwars over den weg en eenige voeten boven den grond ligt4 ,de wapiti ijlt er naar toe1 bukt zich en kruipt er onder door2 de tijger schuurt met geweld tegen den boomstam aan1 zoodat hij genoodzaakt is zijn prooi los te laten2 de tijger valt1 en de wapiti verdwijnt in het dichte bosch4 ,de tijger brult van woede1 slaat met zijn langen staart en sluipt zachtjes weg2444 ,men ziet hieruit dat list dikwijls veel vermag tegenover kracht4 ,,snuffelaars ,,op ,,zee4 ,nadat het schoone schip menigen storm heeft doorgestaan1 lijdt het ten laatste schipbreuk op de kust4 ,het is door de woeste golven geheel uiteen geslagen1 en de planken liggen verstrooid op het strand4 ,de lading spoelt weg1 en de schoone zeemeeuwen vliegen er heen4 ,zij zweven boven den eetbaren voorraad1 of zetten zich neer op iets dat haar bijzonder bevalt4 ,zij betwisten elkander met schrille kreten den buit en haasten zich het geroofde in hare ivoren bekken weg te dragen4 ,zij vliegen in zwermen boven het gestrande schip1 en hare zilveren vederen steken tegen de donkere wolken af4 ,onder de zeevogels zijn er geen die bevalliger en schooner zijn dan de werkzame1 vroolijke1 zuiver witte zeemeeuwen4 ,een vlucht van deze vogels gelijkt meer op sneeuwvlokken dan op levende schepsels2 als sneeuwvlokken zweven zij over de golven of over het kale strand4 ,de zee1 die door duizende schepselen van allerlei gedaanten bewoond wordt1 zou waarlijk zeer treurig zijn indien er geene zeevogels waren om haar te vervroolijken4 ,als wij haar bouw gadeslaan1 die zoo geheel in overeenstemming is met het leven waartoe zij bestemd zijn1 zien wij hoe talrijk de middelen zijn waarover de ,schepper kan beschikken6 ,op alle zeen vindt men deze vogels1 van de groote zeemeeuw met zwarte rugvederen1 tot de kleine zeemeeuw die niet grooter is dan een zwaluw4 ,in warme landen blijven deze vogels het geheele jaar over2 maar zij verlaten de noordelijke landen zoodra de winter in aantocht is1 want dan is de zee met een ijskorst bedekt1 en zijn de meeuwen dus van haar gewone voedsel verstoken4 ,hoe bevallig ploffen zij in de zee neder om visschen te vangen6 ,overal weerklinken hare zegekreten1 somtijds ook kreten van gramschap1 als een sterkere vogel haar het voedsel ontsteelt4 ,men wordt duizelig als men de ontelbare zwenkingen van deze witte vogels gadeslaat1 maar men wordt tevens getroffen door de verscheidenheid1 schoonheid en snelheid van hunne gemakkelijke bewegingen4 ,men vindt deze bevallige vogels niet alleen langs de kusten1 maar ook honderde mijlen van het land verwijderd4 ,ofschoon zij zoo licht zijn dat men zou denken dat de wind hen mee moet voeren1 kunnen zij toch gemakkelijk een storm weerstaan2 nu eens balanceeren zij op hunne vleugels1 dan zwenken zij weder evenals schepen tegen den wind in4 ,als de zeemeeuw vermoeid is door lang te vliegen1 gaat zij op het water zitten2 zij vouwt hare lange vleugels over den rug1 en blijft dan rustig zwemmen1 onverschillig voor de golven die haar lichaam telkens in de hoogte slingeren4 ,de zeevogels maken niet allen nesten2 sommigen leggen hunne eieren in het zand1 anderen op kale rotsen2 dit zijn vooral zulke zeevogels1 die gewoon zijn op overhangende klippen te broeden en hunne jongen te verzorgen4 ,elke ledige ruimte wordt soms ingenomen door duizenden van alken1 zeekoeten en dergelijke vogels1 die hunne eieren op de rotsen leggen2 verderop vormen de zeemeeuwen een kolonie1 en voeden en verzorgen hare jongen4 ,den geheelen dag wemelt het op de rotsen van ontelbare vogels2 de een brengt voedsel aan zijne jongen en de ander gaat het zoeken4 ,als zij gestoord worden1 vliegt eensklaps de geheele bevolking op1 hetwelk een geraas geeft als of het in de verte dondert4 ,ofschoon zij in ontelbare menigte bijeen leven1 zijn zij altijd vriendschappelijk onder elkander1 en als hunne plichten vervuld zijn1 zoekt elk zijn woonplaats weer op4 ,zoo volgen die snuffelaars op zee alle hun eigenaardige levenswijze1 zonder dat de een den ander leed doet4 ,,een ,,tropische ,,badplaats4 ,in ,afrika leven de meeste groote dieren4 ,in de woestijnen zwerven kudden antelopen1 die dagen lang zonder een enkelen druppel water kunnen leven1 en de bosschen worden bewoond door kudden reusachtige olifanten1 die in statigen optocht onder de schaduwen van het geboomte voortloopen4 ,het groote1 lompe neushoorndier komt met zijne kleine1 boosaardig flikkerende oogen uit het kreupelbosch kijken en is naar allen schijn in diep gepeins verzonken2 de trotsche giraffe loopt met groote schreden door de bladerrijke bosschen4 ,ook bavianen ziet men deftig in eene plechtige vergadering bijeen2 zij beraadslagen met elkander over een of ander gewichtig onderwerp van hunne huishouding en worden door een grijzen patriarch in bedwang gehouden1 die op krachtige wijze de goede orde handhaaft4 ,de koninklijke leeuw en de luipaard zijn er ook aanwezig1 maar blijven in hun leger totdat de nacht invalt2 dan gaan zij op roof uit1 gevolgd door den lafhartigen hyena en den keffenden jakhals4 ,overal ziet men vreemde vogels1 van den langhalzigen secretaris1 die over de vlakte stapt om naar slangen te zoeken1 tot de werkzame kleine wevervogels1 die in luidruchtige groepen hunne groote nesten op de boomen maken4 ,in de rivieren leven ontelbare krokodillen1 die onbewegelijk op den oever liggen1 terwijl groote kudden nijlpaarden zich in het water vermaken4 ,dus overal dieren1 in zulk een oneindige verscheidenheid en menigte1 dat ,afrika meer op een grooten dierentuin gelijkt1 dan op een land waarin ook menschen wonen4 ,onder de viervoetige dieren trekt de olifant vooral onze aandacht1 zoowel door zijne grootte als door zijne schranderheid4 ,grooter dan de olifant van ,azi1 verschilt hij er ook nog in vele andere opzichten van4 ,hij heeft buitengewoon groote ooren2 als hij ze achterover werpt1 reiken zij voorbij de schouders en bedekken het geheele voorste gedeelte van zijn lichaam1 en als hij ze naar voren werpt1 bedekken zij den geheelen kop1 zoodat het schijnt alsof hij een paar groote1 leerachtige vleugels heeft4 ,beide sexen bezitten slagtanden1 en het wijfje heeft dus een groot voorrecht boven hare aziatische zuster1 die deze verdedigingsmiddelen mist4 ,de olifant1 die met het nijlpaard en het neushoorndier tot de orde der dikhuidigen behoort1 leeft altijd in groote troepen2 het mannetje beschermt het wijfje en de jongen als zij aangevallen worden4 ,hij heeft geen reden om bang te zijn voor de meeste wilde dieren1 ofschoon het wel eens gebeurt dat hij aan 't vechten geraakt met het ontembare neushoorndier1 dat1 als het onder het lichaam van zijn grooten tegenstander valt1 zijn langen1 scherpen hoorn in het lijf van den olifant stoot1 waardoor deze weldra dood ter aarde valt4 ,een soort van tijken en vele andere insekten leven op de huid van den olifant1 en veroorzaken hem veel last4 ,om zich van deze lastige insekten te bevrijden1 neemt hij zijn toevlucht tot een zeer schrander en krachtdadig middel4 ,hij zoekt een modderigen poel op en gaat er in liggen rollen als een varken4 ,als hij dik met de kleverige modder bedekt is1 staat hij op en is nu geheel wit1 rood of zwart1 naar de kleur van de modder2 daarna gaat hij zich in de zon droogen1 en wacht uren lang totdat de modderkorst droog en hard is geworden4 ,dan schudt hij zijn lichaam1 waardoor de modder loslaat2 alle insekten zitten nu in de harde korst1 en het schrandere dier gaat heen1 en is voor eenigen tijd weder van zijne kwelgeesten bevrijd4 ,over 't algemeen wordt de olifant zeer oud1 maar zoodra er een uit de kudde ziek wordt1 jagen de anderen hem uit hun midden4 ,nu het arme dier wel genoodzaakt wordt zijn gezelschap te verlaten1 zoekt het eene plaats op die bij de jagers onder den naam van de begraafplaats van den olifant bekend is1 en blijft daar tot aan zijn dood4 ,hoe ver deze bijzondere plaats ook verwijderd moge zijn1 toch spant hij al zijne krachten in om haar te bereiken1 alsof hij onmogelijk ergens elders zou kunnen sterven4 ,in de laatste jaren zijn de olifanten dieper in het land doorgedrongen1 want de jagers vervolgen hen hardnekkig1 vooral om de slagtanden die een zeer kostbaar handelsartikel zijn4 ,eene groote kudde van deze reusachtige dieren moet een prachtig schouwspel opleveren1 en de weinige ,europeanen die zulk een kudde in 't wild gezien hebben1 geven er opgetogene beschrijvingen van4 ,harris1 de eerste reiziger die in het ,cashan-gebergte doordrong1 spreekt van een prachtig panorama dat zich eensklaps aan zijn oog vertoonde4 ,het geheele landschap was bedekt met wilde olifanten4 ,er waren niet minder dan driehonderd bij elkander4 ,overal waren zij verspreid1 op de groene heuvels en in het dal2 het was een zwarte levende massa2 sommigen waren gedeeltelijk verborgen achter boomen die door hen vernield werden1 anderen stonden majestueus overeind1 en droegen boomtakken in hunne snuiten1 waarmede zij zich voor de vliegen beschermden4 ,op den achtergrond zag men eene blauwe bergketen1 die hier zeer steil was en een verheven en treffend schouwspel aanbood4 ,zulke tooneelen genieten dikwijls zij1 die hun leven en gezondheid veil hebben voor de wetenschap1 of voor hun geliefkoosd bedrijf1 de jacht4 ,gewoonlijk baden de wilde olifanten zich des nachts1 maar als de dag zeer warm is1 zoeken zij de rivier op om zich te verfrisschen4 ,zij gaan er zeer voorzichtig in1 houden telkens eens stil om te luisteren of zij ook een vijandig geluid hooren1 of om zich door hun buitengewoon scherpen reuk van de nabijheid van den een of anderen vijand te overtuigen4 ,in hun badplaats gaat het vroolijk toe2 de groote dieren dompelen zich geheel onder water1 of staan er in en slurpen groote hoeveelheden water in hunne snuiten op1 om het over hunne ruggen of die van hunne buren te spuiten4 ,de logge nijlpaarden1 die door de onverwachte komst van de olifanten gestoord worden1 komen boven water en werpen door hunne neusgaten dikke stralen water in de lucht2 zij openen hunne bekken1 laten de groote tanden zien en staren naar de onwelkome indringers2 grijnzende apen geven door allerlei grimassen en belachelijke gebaren hunne afkeuring over het geheele gezelschap te kennen4 ,zoo iets ziet elke reiziger in de binnenlanden van ,afrika1 en er is zeker niets wat meer het hart van de natuurvorschers verkwikt1 nadat zij weken lang omgezworven hebben en blootgesteld waren aan de woedende elementen1 aan aanvallen van wilde dieren of van wilde menschen1 dan eensklaps een tooneel voor oogen te hebben zooals wij op onze plaat zien afgebeeld1 een tooneel1 dat met recht een tropische badplaats genoemd kan worden4 ,,een ,,gelukkig ,,huisgezin4 ,van alle dieren die in de dichte bosschen der warme landen leven1 zijn er geen die belangwekkender zijn dan de onderscheidene soorten van apen en bavianen4 ,zij onderzoeken alles wat in hun bereik is1 en met een ernst die grappig is om aan te zien1 bootsen zij elkeen na4 ,de bavianen leven in troepen van n of meer familin1 die gewoonlijk bestuurd worden door een grijzen1 ernstigen aartsvader1 die de orde handhaaft1 de nieuwe leden onderricht en hen in bedwang houdt1 hetgeen somtijds geschiedt door het uitdeelen van oorvegen en klappen4 ,de apen zijn vrijpostig en listig1 en richten dikwijls groote verwoestingen in de tuinen en koornvelden aan4 ,hierin zijn zij zeer bedreven2 eenigen gaan op den uitkijk staan om de dieven te waarschuwen en in een oogenblik zijn de velden van hunnen oogst beroofd1 terwijl de buit wordt medegenomen4 ,niet alleen stelen zij eetbare waren1 maar men verhaalt ook van een kind dat door een troep bavianen gestolen werd4 ,men vond de apen rondom het kind zitten1 dat volstrekt geen letsel bekomen had4 ,zonder twijfel waren zij ernstig met elkander aan het beraadslagen1 of zij den nieuweling al of niet in hun huisgezin zouden opnemen4 ,de bavianen zijn zeer bevreesd voor slangen1 en vermijden haar zooveel mogelijk1 door op de takken der boomen of op eene hooge rots te gaan zitten1 en daar hun toorn en afkeer over het kruipend gedierte door gebaren te kennen te geven4 ,een inboorling van ,afrika bezat een tammen baviaan2 schertsenderwijze sloeg hij hem eene doode slang om den hals4 ,de baviaan bleef doodstil zitten en beefde verschrikkelijk2 hij durfde zich niet verroeren1 en toen de man de slang wegnam1 vluchtte hij in de hut van zijn meester1 en school weg in een hoek4 ,de eigenaar riep hem om bij hem te komen1 maar de baviaan weigerde1 en toen de man hem voor zijne ongehoorzaamheid sloeg1 vloog de baviaan op hem aan4 ,hierop volgde een hevig gevecht2 men kon de strijdenden bijna niet zien door het stof en door de asch van het vuur dat in de hut brandde2 eensklaps vluchtte de baviaan uit de hut1 en ging naar de bergen4 ,zijn meester was vreeselijk gewond1 en moest eenige weken het bed houden4 ,zoodra hij hersteld was1 ging hij met zijn geweer uit1 vast besloten om zich op zijn gewezen lieveling te wreken4 ,nadat hij eenigen tijd te vergeefs gezocht had1 zag hij ten laatste den baviaan met eenige kameraden op eene rots zitten en naar hem gluren4 ,oogenblikkelijk gaf hij vuur1 maar de baviaan trok zijn kop ter zijde1 en hield een van zijne kameraden als een schild voor zijn lichaam4 ,hij was zoo vlug en behendig in zijne wendingen1 dat de man genoodzaakt was1 zijn verlangen om hem te straffen op te geven1 en teleurgesteld naar huis ging4 ,de bavianen vallen ieder aan die hen te na komt1 en geven hun afkeer door schorre geluiden te kennen4 ,een reiziger verhaalt het volgende3 ,de ongastvrije behandeling der bavianen spoorde ons aan om hen eens eene bestraffing toe te dienen4 ,wij beantwoordden de uitdaging van een onbeschaamden troep apen met twee geweerschoten4 ,de bavianen gingen naar de plaats waar de eerste kogel gevallen was1 en krabden met de nagels van de vingers in het lood4 ,de tweede kogel trof een van de oudste bavianen1 een zeer grooten man1 zooals de ,hottentotten hem noemen2 hij was even groot als een newfoundlandsche hond1 en te oordeelen naar zijn eerwaardig uiterlijk1 tandeloozen bek en witte bakkebaarden1 was hij zeker een groote mijnheer geweest4 ,deze ramp verwekte eene buitengewone ontsteltenis1 en er hadden vele aandoenlijke tooneelen plaats4 ,onder een verschrikkelijk geschreeuw en gehuil liep de troep in alle richtingen weg1 de wijfjes grepen hare jongen1 drukten ze liefkozend aan de moederlijke borst1 en droegen ze in hare armen weg4 ,de baviaan is zeer stoutmoedig1 en vecht wanhopig als hij aangevallen wordt4 ,de oude mannetjes zijn zeer woest1 en kunnen vreeselijke wonden toebrengen met hunne lange1 puntige tanden1 welker binnenkanten zoo scherp zijn als een mes4 ,als een dier hen kwaad gedaan heeft1 grijpen zij het met de handen1 slaan de tanden in zijn lichaam1 en werpen het daarna weg4 ,evenals alle schepselen1 hebben ook de bavianen hunne vijanden1 waartegen hun groote listigheid toch niet bestand is4 ,den luipaard vreezen zij het meest1 want het gebeurt dikwijls dat hij een uit hun midden wegneemt4 ,dan zijn zij razend1 en zoeken zich op den luipaard te wreken1 die echter zeer onverschillig blijft voor hunne dreigende houdingen4 ,zij zoeken een veilige schuilplaats op1 trekken afschuwelijke gezichten tegen den luipaard1 en huilen van kwaadaardigheid4 ,een groote baviaan loopt voor de anderen heen en weer1 hetgeen een teeken is van woede en razernij2 tusschenbeide grijpt hij een kleinen aap1 en bijt hem in zijn lichaam om zijn wraak te koelen1 hetgeen hij natuurlijk veel liever den luipaard zou doen1 als hij maar durfde4 ,over 't algemeen zijn zij echter zeer vreedzaam2 tusschenbeide gaan zij op rooftochten uit naar de naburige velden1 waar zij zooveel eten als zij maar kunnen1 en zooveel mogelijk in hunne wangzakken en handen medenemen om het later op hun gemak op te eten4 ,dit is de bezigheid van de volwassenen1 die de noodige orde bewaren1 welke noodzakelijk is voor het welzijn van elk goed bestuurd huishouden4 ,de bavianen hebben de gewoonte om zoo dicht mogelijk bij elkander te kruipen en over dag te slapen4 ,als men zoo'n groep ziet1 schijnt het alsof zij aan elkander gegroeid zijn1 zoo dicht zitten zij op elkaar4 ,hunne oogen zijn gesloten1 en met hunne handen houden zij elkander bij het haar vast2 telkens laten zij een tevreden geknor hooren en doen zij hun best om nog dichter op elkander te gaan zitten4 ,op de plaat zien wij zulk een troepje1 naar allen schijn zijn zij zeer tevreden met hunne zitplaats en van plan een slaapje te doen4 ,een oude baviaan1 de leidsman van den troep1 zit op het einde van de samengeperste rij2 zijne armen zijn om zijne knien geslagen en hij heeft veel lust om de ondeugende jonge apen1 die op eenigen afstand zoo oneerbiedig den slaap van de ouderen verstoren1 te bestraffen en te kastijden4 ,een andere baviaan1 zonder twijfel de huismoeder1 is achter de anderen opgestaan1 en zal aanstonds in tonen van verontwaardiging haar afkeuring te kennen geven1 omdat de jonge apen1 terwijl de ouden hun namiddagslaapje doen1 zooveel kattekwaad uitvoeren4 ,eenigen van de jongere leden zijn aan 't stelen geweest1 en n er van doet alsof hij zeer verontwaardigd is over hun onfatsoenlijk gedrag4 ,maar wij kennen u1 kleine dief1 het verontwaardigd uiterlijk1 dat gij zeer goed nagebootst hebt1 bedriegt ons niet4 ,uwe dikke wangen verraden u6 ,hij zoekt een plaatsje op1 waar hij veilig is voor de nieuwsgierigheid van zijne makkers en voor de bestraffingen van den strengen ouden aartsvader4 ,de zitplaats van de bavianen is goed gekozen4 ,de warmte der zonnestralen1 die de boomen met een gouden gloed omgeven1 wordt gematigd door het zachte windje dat door de bladeren speelt2 de apen zitten hier buiten het bereik van hunne vijanden1 en het gelukkige huisgezin is zeer tevreden met zijn lot4 ,,de ,,koning ,,der ,,dieren4 ,men heeft den leeuw altijd beschouwd als den koning der dieren1 doch ten onrechte2 hij is slechts de tyran der dierenwereld4 ,hij is de moedigste aller katten1 maar niet de grootmoedigste aller dieren4 ,green trots of edelmoedigheid1 die men voorheen den leeuw toeschreef1 geven hem eene waardigheid en majesteit boven andere dieren2 zij zijn slechts de uitdrukking van het bewustzijn1 dat hij krachtig is1 zich zelven vertrouwt1 en gewoon is te zegepralen4 ,weinig schepselen kunnen hem dan ook tegenstand bieden1 en des nachts als hij op roof uit is1 verspreidt reeds zijn gebrul dat door de bosschen weergalmt1 angst en schrik onder het geheele dierenrijk4 ,als hij aan zijn maaltijd is1 zal geen enkel schepsel zich vermeten hem te storen2 allen wachten geduldig totdat hij verzadigd is1 en vergenoegen zich dan met hetgeen er overbleef4 ,zoo regeert hij over het talrijke viervoetige gedierte dat met hem dezelfde streken bewoont2 slechts weinigen die zijn gezag niet erkennen4 ,enkele dieren intusschen vreezen hem niet2 het zijn de olifant1 het neushoorndier en de buffel1 met wie hij trouwens weinig in aanraking komt4 ,toch gebeurt het somtijds dat leeuwen olifanten aanvallen4--,een reiziger die op de antelopen-jacht was1 kwam op eene plaats waar ongeveer een dozijn olifanten rustig aan hun maaltijd waren4 ,een van de olifanten die zich een weinig van de anderen verwijderd had1 werd eensklaps door een leeuw en eene leeuwin aangevallen4 ,de leeuw klom van achteren bij den olifant op1 en de leeuwin sloeg hare klauwen in zijn keel4 ,zoodra de olifant de klauwen van zijne bespringers voelde1 begon hij hard te schreeuwen1 draafde naar eene dichtbijzijnde rivier1 en sloeg met zijn slurf met zooveel kracht langs rug en zijden1 dat de leeuwen genoodzaakt werden los te laten en den aanval op te geven4 ,dezelfde reiziger verhaalt ook van een leeuw die een buffel aanviel4 ,de leeuw sprong achter op het lichaam van den buffel1 klauterde op zijn rug1 en sloeg de klauwen in zijn nek2 de buffel viel en werd spoedig afgemaakt4 ,harris verhaalt nog het volgende3 ,wij waren eens op de jacht1 en zagen een leeuw in het kreupelbosch liggen4 ,toen wij er heen reden1 schoot de leeuw eensklaps onder een hevig gebrul uit het boschje1 en rende met de snelheid van een hazewindhond over de vlakte4 ,de schoonheid van zijne dikke1 zwarte manen bracht ons in verzoeking hem te vervolgen1 en zoodra de leeuw zag dat hij achtervolgd werd1 bleef hij in een klein boschje staan1 en wachtte in eene edele en ontzagwekkende houding zijne vervolgers af4 ,maar hij rook stellig dat wij kruit bij ons hadden1 want hij verliet het boschje en ging op den top van een heuvel liggen4 ,zooals hij daar lag1 had hij veel van de steenen leeuwen die men wel aan den ingang van tuinen ziet2 hij keek ons aan en nam eene uitdagende houding aan4 ,toen de kogels hoe langer hoe dichter bij hem neervielen1 kreeg de toorn de overhand op de voorzichtigheid2 zijne oogen flikkerden2 hij begon hoe langer hoe harder te brullen en sloeg met den staart4 ,eindelijk trof een kogel zijn poot4 ,hij sprong nu naar beneden1 de staart rechtuit en de manen overeind1 met oogen die vuur schenen te schieten4 ,maar hij kon onze paarden niet inhalen1 en keerde hinkend naar den heuvel terug4 ,wij hielden niet op met schieten2 woedend verliet hij den heuvel en ijlde over de vlakte2 het bloed stroomde uit zijn bek1 en kleurde zijne manen4 ,een goed gemikte kogel stuitte hem eindelijk in zijn vaart1 hij viel voorover op zijn kop1 maakte eene buiteling en was dood4 ,de leeuw is een verscheurend dier1 hij voedt zich met het vleesch van levende dieren en van lijken4 ,somtijds valt hij menschen aan1 en men zegt dat1 als een leeuw eens menschenvleesch geproefd heeft1 hij het boven al het andere verkiest1 alle pogingen in het werk stelt om het te verkrijgen en daarvoor dagen lang op den loer blijft liggen4 ,om deze reden beschouwt men dezen menscheneter1 zooals men hem noemt1 altijd als veel gevaarlijker dan andere roofdieren1 en somtijds trekt de geheele mannelijke bevolking van een afrikaansch dorp er op uit om hem te vervolgen4 ,zijn dood verwekt de grootste vreugde1 en de overwinnaars houden de huid van het verslagene dier zegevierend in de hoogte1 opdat een ieder het zal zien4 ,de aanvallen van zulk een menschenetende leeuw zijn altijd onverhoeds4 ,des nachts sluipt hij om de legerplaats heen1 en zoekt een van de personen die om het vuur zitten tot zijn prooi uit2 hij sluipt stil naderbij1 neemt een sprong1 en grijpt het slachtoffer met zijne klauwen4 ,dat alles heeft zoo onverwacht plaats1 dat het gezelschap nauwelijks den tijd heeft om te zien wat er gebeurd is1 en geen hulp meer kan bieden4 ,de leeuw onderscheidt zich van alle andere dieren van het kattengeslacht door een haarbos aan den staart1 en door lange manen die zijn hals bedekken4 ,zijn kleur is meestal bruingeel4 ,afrika1 bovenal ,senegal1 ,barbarije1 de ,kaap de ,goede ,hoop enz4 is het vaderland van dit dier4 ,in ,azi is hij minder verbreid2 hij leeft dr in ,bengalen1 ,perzi1 in het stroomgebied van den ,indus enz4 ,de leeuw woont niet in hoogstammige bosschen1 maar in kreupelhout en rietbosschen4 ,op eene beschutte plaats graaft hij een ondiepen kuil1 en brengt daarin den dag slapende door1 om 's avonds op roof uit te gaan4 ,de leeuw en de leeuwin leven in de grootste eendracht met elkander1 en verdedigen met onbegrensden moed hunne jongen4 ,de leeuw wordt zeer oud2 te ,parijs hebben dikwijls leeuwen #dj jaren lang geleefd1 en te ,londen stierf in #agfj de beroemde leeuw ,pompejus in den ouderdom van #gj jaren4 ,de leeuwin is veel kleiner dan de leeuw1 en mist de prachtige manen1 die zulk een groot sieraad van den laatste zijn4 ,zij is driftiger en wreeder dan de leeuw1 vooral als zij jongen heeft4 ,veelal zijn er van twee tot vier jongen in een leger4 ,het zijn zeer aardige dieren1 die flauw gestreept zijn2 later verdwijnen echter die strepen4 ,eerst in het derde jaar krijgen de jongen manen4 ,in stormachtige nachten1 als de regen in stroomen nedervalt en de boomen voor de kracht van den wind moeten zwichten1 als de ondoordringbare duisternis nu en dan door bliksemstralen wordt verlicht en de echo de donderslagen herhaalt1 is de leeuw het stoutmoedigst1 en laat hij bij voorkeur zijn gebrul hooren4 ,zelfs in die duisternis ziet zijn scherp oog eenige schuwe antelopen1 die1 een schuilplaats voor den storm zoekend1 bevend bij elkander zijn gekropen4 ,met n slag van zijn poot velt hij er een4 ,dan draagt hij zijn prooi naar de rivier1 houdt een oogenblik stil om tegen het weerlicht te brullen1 en de koning der dieren begint zijn avondmaaltijd4 ,,een ,,roover ,,gevangen4 ,er zijn geen vogels die met minder geruisch vliegen dan de nachtuil4 ,als een geest zweeft hij over het landschap1 en ongemerkt nadert hij zijne slachtoffers1 die in een oogenblik van den grond geheven en in triomf weggedragen worden4 ,de uil behoort bijna in alle werelddeelen te huis4 ,ver in de noordpoolstreken1 op plaatsen waar nooit een beschaafd mensch den voet heeft gezet1 leeft de groote sneeuwuil1 die bijna even wit is als de sneeuw4 ,zelfs aan den snavel en de klauwen heeft deze uil vederen1 zoodat hij de strengste koude kan doorstaan1 en in de schemering van den noordschen winter is zijn oog even helder en scherp als dat van den arend in de stralen der zon4 ,zonder vrees en vol zelfvertrouwen op zijne krachten1 vliegt hij over de blanke velden1 of volgt de beren op hunne rooftochten op den walrus en den zeehond1 om den maaltijd met hen te deelen4 ,er zijn ook uilen die in holen onder den grond wonen en toch het daglicht niet schuwen4 ,in deze vreemde1 onderaardsche gebouwen leeft de uil in gezelschap van den prairie-hond en de ratelslang4 ,maar het valt te betwijfelen of de laatste wel altijd een welkome gast is1 want zij zal somtijds wel eens een van hare medebewoners verscheuren4 ,deze kleine holen-uilen zitten altijd aan den ingang van hunne woningen1 om1 zoodra zij een alarmkreet hooren1 met verbazende snelheid te verdwijnen4 ,zulke kolonin van drie soorten van dieren1 die zoo weinig bij elkander passen1 vindt men dikwijls in de prairien van het westen van ,amerika4 ,in de zuidelijke landen wordt de stilte van den nacht dikwijls door het gekras van den kerkuil verbroken4 ,de kerkuil vreest de nabijheid van den mensch niet2 hij wordt niet zelden op de zolders van oude gebouwen midden in groote steden gevonden1 waar hij den dag slapende doorbrengt4 ,hij is de meest gewone soort van uil in ons land1 en ten gevolge daarvan zekerlijk zoo bekend1 dat er hier geen uitvoerige beschrijving van zijn zacht1 geelachtig1 met grijs gevlekt en gestreept gevederte1 of van zijne gedaante behoeft gegeven te worden4 ,de kerkuil schuwt zeer koude luchtstreken1 en wordt daarom in ,zweden even zelden aangetroffen als in ,schotland1 doch komt des te meer voor in ,ierland1 ,engeland1 ,nederland1 ,duitschland en in de overige gedeelten van het zuidelijk ,europa1 zelfs tot ver in ,azi4 ,ook aan de ,kaap de ,goede ,hoop en in ,noord-,amerika is hij niet minder gemeen dan in ,europa4 ,de zomernachten brengt de kerkuil onophoudelijk jagende door1 en vangt dan kleine knaagdieren1 mollen1 vogels en vooral spitsmuizen4 ,hij verzamelt zelfs tegen den winter een voorraad van de laatstgenoemde diertjes4 ,in vraatzucht doet hij voor grootere roofvogels niet onder2 men vindt soms #ae doode muizen en jonge ratten in den omtrek van zijn nest4 ,waarom hij echter geen jonge duiven vermoordt1 daar hij zelfs zangvogels die in kooien aan de huizen hangen aantast1 is niet gemakkelijk te verklaren4 ,hoe dit ook zij1 hij verdient toch de onredelijke vervolging niet1 die de boeren hem aandoen1 want hij behoort tot die hoogst nuttige vogels1 zonder welke de door den mensch zoo moeielijk te verdelgen en toch zoo verderfelijke veldmuizen ontzaglijk zouden toenemen4 ,een eigenlijk nest bouwt de kerkuil niet2 hij vergenoegt zich met een hoek of een vlakken kuil in puinhoopen of in oude muren4 ,de drie tot vijf langwerpige witte1 eieren worden omstreeks drie weken lang bebroed2 de jongen worden door de ouden zorgvuldig gevoederd4 ,in de eerste jeugd gevangen1 kunnen zij tot zekere mate tam gemaakt worden1 ten minste aan de nabijheid van den mensch gewennen2 vriendelijk en vertrouwelijk worden zij echter nooit1 en een dikwijls uitgestooten kreet verkondigt hoe moeielijk het hun valt de gevangenschap te verdragen4 ,als de uil geplaagd wordt1 spert hij zijn bek wijd open en blaast als een kat1 en als hij aangevallen wordt werpt hij zich op den rug en verdedigt zich dapper met de klauwen en den bek1 waarom hij ook wel katuil wordt genoemd4 ,als de zon ondergaat opent de uil zijne groote oogen en komt uit den hollen boomstam1 waarin hij over dag geslapen heeft1 te voorschijn4 ,hij klapt eenige keeren met de kaken1 als om te beproeven of zij goed in orde zijn1 schudt zijne vederen en verlaat zijn verblijf4 ,hij maakt nu allerlei wonderlijke bewegingen1 rekt zijn hals uit en kijkt1 alsof hij bijziende is en een bril noodig heeft om goed te kunnen zien2 nu en dan draait hij den kop ver naar achteren1 op gevaar van zijn nek te verdraaien1 en verschuilt zich vervolgens weer in den boom1 dien hij juist verlaten heeft4 ,als de nacht en daarmede de duisternis invalt1 wordt hij levendiger4 ,de stilte der bosschen is hem stellig onaangenaam1 want hij uit eenige diepe keeltoonen1 die een geluid geven alsof hij geworgd wordt1 en ziet dan om zich heen1 naar allen schijn zeer voldaan over zijn muzikaal talent4 ,de maan is opgekomen en beschijnt de bladeren en de dikke boomstammen met haar zilveren licht2 duizende sterren flonkeren aan den hemel en schitteren als diamanten4 ,de geheele natuur is in rust1 en geen enkel geluid stoort de stilte die er heerscht1 behalve het geritsel der bladeren1 die door een zacht windje heen en weer bewogen worden4 ,nu vliegt de uil weg1 hij klappert met zijne vleugels en zweeft zachtjes voort4 ,met zijne wonderlijk saamgestelde oogen1 die geen daglicht kunnen verdragen1 ziet hij als door een teleskoop in de duisternis van het bosch4 ,hij vermijdt zorgvuldig de ontelbare takken1 die hij in de vlucht ontmoet1 en ziet meteen naar een prooi uit4 ,dr ontdekt hij een kleine wezel1 die eveneens een strooptocht onderneemt naar een plaats waar eenige vogels zitten2 bliksemsnel schiet de uil naar beneden1 en het vlugge1 viervoetige diertje is gevangen in de scherpe klauwen van zijn gevleugelden vijand4 ,de uil vliegt nu naar een bouwvalligen toren1 waar hij reeds dikwijls zijn maaltijd genuttigd heeft1 en waar de vleermuizen1 die er om heen fladderen1 reeds op zijne komst schijnen te wachten4 ,maar eensklaps verminderen zijne vleugelslagen1 hij slaakt een enkelen rauwen kreet1 en in plaats van naar boven te vliegen1 valt hij naar beneden4 ,de oorzaak van dit vreemde verschijnsel is op de volgende wijze te verklaren4 ,de uil had de wezel bij den rug gegrepen1 en de slanke wezel1 die haar leven niet zonder strijd wilde verkoopen1 greep den vogel bij de keel en zette er hare scherpe tanden in4 ,de roover was gevangen1 en zoodra de wezel den grond bereikte1 sprong zij weg en verdween1 terwijl het levenlooze lichaam van den vogel bleef liggen4 ,hieruit blijkt1 dat de list van een oogenschijnlijk zwak schepsel dikwijls meer kwaad doet dan de kracht van den sterke4 ,,de ,,dansende ,,schaduw4 ,er zijn weinig dieren die zoo talrijk zijn als de konijnen4 ,vlug en gemakkelijk springen zij rond op duinen en weiden2 zij zijn speelziek van aard1 en maken des nachts in het maanlicht allerlei dwaze sprongen over het gras4 ,door de natuur niet van verdedigingsmiddelen voorzien1 zijn de konijnen genoodzaakt hun heil in de vlucht te zoeken1 als zij aan hunne talrijke vijanden willen ontsnappen4 ,de konijnen houden veel van gezelligheid1 en in hunne holen zijn dikwijls honderden bij elkander4 ,deze holen zijn zeer groot2 kleine tunnels voeren naar alle richtingen1 en hebben openingen aan de oppervlakte van den grond4 ,deze openingen geven niet altijd toegang tot de eigenlijke holen1 maar dienen dikwijls meer als schuilhoeken wanneer zij vervolgd worden2 daaruit leiden weer andere loopgraven naar afzonderlijke plaatsen1 waar de jongen opgekweekt worden4 ,de konijnen zijn altijd des nachts in de weer1 ofschoon zij ook dikwijls overdag voedsel gaan zoeken4 ,maar zoodra de zon ondergaat1 begint hun leven eerst2 uit elke opening van het hol ziet men een konijn komen1 het gaat zitten en onderzoekt aandachtig den omtrek4 ,als het zeker is dat er geen gevaar te duchten is1 springt het op om zijn avondwandeling te doen1 en huppelt1 met den korten witten staart over den rug1 over het grasveld4 ,weldra echter begint deze eenzame wandeling hem te vervelen2 en daar inmiddels de maan is opgekomen1 die hare zilveren stralen over het landschap werpt1 zoekt het zijne makkers op om met elkander te spelen4 ,zij springen nu eens over elkanders rug1 en rennen dan weer door de velden4 ,tusschenbeide staken de mannetjes eensklaps hun renpartij1 trappen ongeduldig met de lange achterpooten op den grond1 en springen dan weer verder1 nog vlugger dan te voren4 ,deze dans duurt eenige uren1 totdat zij door de koelte van den nacht en door de inspanning eetlust gekregen hebben1 en aan hun avondmaaltijd gaan denken4 ,zij verdeelen zich in kleine groepjes en beginnen gras te eten4 ,maar toch kunnen zij niet laten om tusschenbeide nog eens te stoeien1 om dan weer ernstig te gaan zitten en hun maaltijd te vervolgen4 ,het konijn heeft vele vijanden4 ,de arenden en uilen grijpen het dikwijls overdag1 en halen het zelfs bij nacht uit zijn hol4 ,menig konijn ook wordt het slachtoffer van de viervoetige dieren1 die door de velden dolen om hun honger te stillen4 ,een van zijn meest gevreesde vijanden is de vos1 die altijd op den loer ligt om het in zijne stoeipartijen te overvallen4 ,door zijn scherpen reuk ontdekt de vos spoedig of er konijnen in de nabijheid zijn1 en door list en allerlei kunstgrepen is hij in staat hen onverwacht te naderen en aan te vallen4 ,zoo ook hier4 ,een vos heeft eenige konijnen ontdekt2 het is nog vroeg in den morgen1 en zij zijn al weder aan 't stoeien4 ,het kreupelboschje belet hem de konijnen te zien1 maar hij ruikt dat hier geen misverstand kan plaats hebben4 ,hij sluipt dus laag op den grond gedoken voorzichtig naar hen toe1 tilt behoedzaam de pooten op1 en zet ze zachtjes op het gras neer4 ,met zijne schitterende oogen werpt hij gretige blikken om zich heen1 en zijne spitse ooren steekt hij vooruit1 om het minste geluid op te vangen4 ,eensklaps ziet hij op eene rots de dansende schaduw afgeteekend van twee konijnen1 die met elkander spelen en stoeien4 ,al hunne bewegingen worden door deze eigenaardige soort van spiegel getrouw teruggekaatst4 ,maar ,reintje de ,vos weet zeer goed dat het slechts hunne schaduwen zijn1 en terwijl hij deze vertooning gadeslaat1 beproeft hij door het boschje te kijken en op verkenning uit te gaan4 ,weldra ziet hij hunne slanke gedaanten1 want zij komen gedurig naderbij4 ,eensklaps neemt hij een sprong4 ,een schrille kreet van het tegenspartelende konijn bewijst dat de vos gelukkig geweest is2 de verschrikte konijnen vluchten in hunne holen1 de dansende schaduw is verdwenen1 en men ziet slechts de gedaante van een vos die een levenloos konijn wegvoert4 ,,de ,,sneeuwval4 ,in landstreken waar hooge bergen zijn1 welker toppen met ijs en sneeuw zijn bedekt1 doet zich een natuurverschijnsel voor1 't welk men sneeuwval of lawine noemt4 ,zulke lawinen ontstaan doordien het bergijs soms in brokken en met sneeuw vermengd van de hooge toppen naar beneden valt4 ,in de ,boven-,alpen bijvoorbeeld vallen elken dag groote hoeveelheden sneeuw en stukken ijs van de steile hellingen en kammen met een donderend geraas naar beneden4 ,zulke lawinen worden gedeeltelijk veroorzaakt door de warmte der zonnestralen1 gedeeltelijk door de gedurige beweging van het bergijs4 ,gewoonlijk vallen zij op kale rotsen en zijn dus niet altijd gevaarlijk of schadelijk4 ,ook vallen de lawinen veelal op bepaalde plaatsen1 en als die plaatsen bekend en door de omringende rotsen binnen eene enge ruimte beperkt zijn1 kan men er somtijds zeer dicht bijstaan en het vallen van een lawine zonder levensgevaar bijwonen4 ,f4 ,galton verhaalde eenige jaren geleden in het ,alpen-dagblad1 dat dit het geval is met de lawinen die aan de noordelijke zijde van den ,jungfrau vallen4 ,hij verhaalt dat de lawine1 welke juist toen hij daarbij tegenwoordig was neerstortte1 haar komst aankondigde door een verschrikkelijk geraas en een dikke wolk stofsneeuw die ver boven zijn hoofd opstoof4 ,ik wist niet wat er gebeuren zou1 en liep weg zoo hard ik kon1 totdat ik gerust gesteld werd door te zien dat de lawine haar gewonen weg volgde4 ,ik keerde dus naar mijn vorige standplaats aan den rand der kloof terug1 om dat treffende verschijnsel bij te wonen4 ,het vallen van de sneeuwmassa's en ijsbrokken in de diepte der kloof en het geraas1 daardoor te weeg gebracht1 waren verschrikkelijk4 ,de zoogenaamde grond- en stoflawinen richten veel grooter verwoestingen aan dan de bovengenoemde ijs- of sneeuwlawinen1 want zij vallen bijna altijd op bewoonde streken1 en verpletteren duizende boomen1 gebouwen en zelfs geheele dorpen in hun val4 ,het ontstaan der sneeuwvallen is niet zoo van het toeval afhankelijk als wij1 menschen uit de vlakte1 ons dat verbeelden1 want op vele plaatsen heerscht daarin zekere regelmatigheid4 ,natuurlijk dragen daartoe de helling der rotsmuren en de rijkdom aan sneeuw van het jaargetijde het meeste bij4 ,daarom let men daarop bij het bouwen van woningen op de bergen1 en worden zulke onveilige plaatsen vermeden4 ,de ,alpenbewoner ziet niet zelden het aanstaande nedervallen of losbreken van een sneeuwval vooruit4 ,dikwijls keert hij op een verren tocht1 dicht bij zijn doel1 om en maakt liever een omweg1 wetende dat zijne voetstappen den sneeuwval aan zijne zijde kunnen doen nederstorten4 ,dit geldt vooral van de zoogenaamde stuifsneeuwvallen1 die voor de gevaarlijksten doorgaan4 ,zij vertoonen zich vooral bij hevige koude1 als de wind bij aanhoudend sneeuwen groote sneeuwhoopen tegen steil afloopende rotswanden aangewaaid heeft4 ,men noemt ze daarom ook wind- of slagsneeuwvallen1 daar zij van een vreeselijke luchtdrukking vergezeld gaan1 die alleen reeds in staat is om boomen en hutten omver te werpen4 ,daar hun nederstorten niets anders is als het afglijden van groote sneeuwmassa's1 heeft men op niet al te gevaarlijke plaatsen met goed gevolg aan den ondersten rand van zulke glijplaatsen of glippen hooge dammen van steenen opgericht1 die tot beschutting dienen van het daar beneden liggende dal4 ,de wilde dieren die in de bergen leven en aan de gevaren die hen dreigen gewoon zijn1 worden toch somtijds door deze lawinen overvallen en er onder bedolven4 ,niettegenstaande hare vlugheid komt de gems er even goed bij om 't leven als de minder vlugge marmotten1 en in de lente vindt men de geraamten der slachtoffers dikwijls in de sneeuw terug4 ,ook heeft men doode gemzen bij boomen gevonden1 onder welks takken zij geschuild hadden4 ,de takken1 die door de zwaarte van de sneeuw naar den grond gebogen waren1 hadden haar als het ware in een kooi opgesloten en verhinderd te vluchten4 ,zulke gevallen zijn echter zeldzaam1 ofschoon de gemzen in den winter dikwijls onder denneboomen schuilen4 ,sommige vogels1 zooals het korhoen en het hazelhoen1 komen ook dikwijls in de sneeuw om4 ,als de sneeuw los is1 dringen zij er in1 om zich tegen de koude of voor een of anderen vijand te beschermen1 en als zij 's avonds in de sneeuw kruipen1 blijven zij er tot den volgenden morgen in4 ,als het nu in den nacht hard begint te vriezen1 vormt zich een harde korst aan de oppervlakte2 de vogels kunnen daar niet doorheen komen en sterven van honger4 ,behalve vogels en gemzen worden soms ook grootere dieren door de sneeuw overvallen2 maar1 daar zij geen vreemdelingen op de bergen zijn1 worden zij slechts overvallen door kleine lawinen of sneeuwwolken1 die hen wel voor eenige oogenblikken bedekken maar niet dooden4 ,zulk eene gebeurtenis wordt op de nevensgaande plaat afgebeeld4 ,eenige herten loopen langzaam over een bergpas in de ,schotsche ,hooglanden en zoeken een goeden weigrond4 ,zij vermoeden geen gevaar1 en de gehoornde leider van het troepje loopt voorzichtig met gebogen kop vooruit en denkt aan niets als aan zijn voedsel4 ,de schuwe hinden steken telkens haar bevalligen kop in de hoogte1 spitsen de ooren en snuiven den frisschen bergwind op1 om te ruiken of er ook gevaar in de nabijheid is4 ,zoo gaan de dieren verder1 ondanks hun scherp gezicht en scherpen reuk toch niet in staat het gevaar waaraan zij bloot staan te voorzien4 ,op eenigen afstand1 boven het enge1 kronkelende pad 't welk zij volgen1 verheft zich een groote klip1 in een smetteloos wit gewaad gehuld4 ,zij staat daar zeer onschuldig1 en geeft niet de minste reden om te vermoeden dat zij zich weldra van de rots zal losmaken4 ,terwijl de dieren naderen1 vallen er reeds eenige sneeuwklompen naar beneden2 de bok staat stil1 beweegt zijn kop1 snuift door de neusgaten1 en de hinden kruipen schuw achter hem weg4 ,maar nu wordt alles weder stil1 en de dieren vervolgen hun weg4 ,onder de witte klip gekomen1 laat zich een onbepaald1 geheimzinnig1 dreunend geluid hooren1 en de geheele massa valt eensklaps met een donderend geraas naar beneden4 ,de ongelukkige dieren worden in een dichte wolk van sneeuw gehuld4 ,zij doen wanhopige sprongen om zich te redden1 en trachten zich met hunne hoeven een weg door de sneeuw te banen4 ,eindelijk gelukt hun dit4 ,verheugd zien zij om zich heen1 en nu de zon hen weer beschijnt1 springen zij1 gelukkig aan den sneeuwval ontkomen1 vroolijk verder4 ,,twee ,,mededingers ,,om ,,het ,,koningschap4 ,een van de treffendste gezichten op het vasteland van het westelijk halfrond zijn de groote kudden buffels1 of beter genaamd bisons1 daar er in ,noord-,amerika geen eigenlijk gezegde buffels zijn4 ,zoover het oog reikt1 ziet men niets als groote1 ruige gedaanten4 ,zij behooren tot de laatste vertegenwoordigers van de groote1 viervoetige dieren1 die in vroegere tijden in dit uitgestrekte land verblijf hielden4 ,het schijnt dat ook het geslacht der bisons weldra uitgestorven zal zijn1 want zij worden diep in het binnenland gedreven en vervolgd2 en het tijdstip kan dus niet ver meer af zijn1 dat de laatste bison voor zijne talrijke vijanden bezwijkt1 en dit geslacht even als dat zijner reusachtige voorgangers tot de geschiedenis behoort4 ,ofschoon de bison van ,amerika zeer sterk is1 vertrouwt hij toch meer op zijne vlugheid om zijne vervolgers te ontkomen1 dan gebruik te maken van de verdedigingsmiddelen die de natuur hem geschonken heeft4 ,de vorm van den bison is zeer onbevallig1 zijn groote kop hangt laag naar den grond1 alsof hij te zwaar is voor het lichaam4 ,desniettemin loopt hij in een soort van galop en met zulk een vaart1 dat een jager wel een goed paard mag hebben1 zal hij hem inhalen4 ,de stieren loopen altijd voorop en aan de kanten1 terwijl de koeien en kalveren in het midden blijven4 ,het verwarde haar hangt over hunne kleine1 schitterende oogen1 en zij draven onder wolken van stof over de vlakten4 ,wee het ongelukkige schepsel1 dat hen in den weg komt2 het wordt door de krachtige aanvoerders ter aarde geworpen en verpletterd4 ,het vleesch van den bison is zeer smakelijk1 en wordt door de ,amerikanen zelfs boven dat van tam rundvee verkozen2 vooral de tong en het vleesch van de schouders moeten een ware lekkernij zijn4 ,het vleesch wordt gedroogd en aan stukken gestampt1 en is het beste en duurzaamste voedsel voor jagers en handelsreizigers1 terwijl het vel van den bison hen tot beschutting dient tegen de strenge koude1 wanneer zij op de sneeuwvelden willen overnachten4 ,de bison is ongeveer #c meter lang1 en weegt van #fjj tot #gjj kilogram4 ,het wijfje van den bison is slanker gebouwd1 heeft een langeren hals en dunner pooten4 ,beide seksen bezitten korte1 dikke1 zwarte horens1 die naar buiten steken en ver van elkander staan4 ,over het algemeen is de kleur van het haar aan den kop zwart en aan de overige deelen van het lichaam bruin4 ,somtijds bevangt deze dieren plotseling een hevige schrik4 ,in onstuimige vaart draven zij dan voort1 totdat eensklaps de opgewonden kudde op een rotskloof stuit1 welks steile wanden loodrecht naar beneden zinken4 ,de aanvoerders deinzen terug voor de diepte die zich eensklaps vertoont1 en blijven een oogenblik staan1 als om zich gereed te maken tot een wanhopigen sprong4 ,maar opgedrongen door de massa die achter hen is1 worden zij voortgestuwd en in den afgrond neergestooten4 ,een afgrijsselijk tooneel grijpt thans plaats3 groote troepen vallen op elkander in den afgrond1 totdat de diepte met doode en stervende bisons is gevuld4 ,bij zulke gelegenheden komen er honderden om1 die een prooi worden van de gieren en wolven1 die steeds belust zijn op zulk een feest4 ,de bison behoeft geen van de dieren te vreezen1 die met hem dezelfde streken bewonen1 want als hij aangevallen wordt1 komen al zijn broeders hem te hulp4 ,slechts als hij door den pijl van een ,indiaan of door een kogel gewond is1 wordt dit groote dier het slachtoffer van zijne viervoetige vijanden4 ,de listige witte wolven vreest hij het meest1 want deze zwervelingen bespeuren spoedig dat hij zwak of ziek is1 en gaan dan in menigte op hem af1 met het doel om hem te verscheuren4 ,maar de bison bezwijkt niet zonder pogingen te doen om zijn leven te redden4 ,hij verdedigt zich met zijn krachtigen kop1 en is moedig en dapper tot het laatste oogenblik1 maar zijne knien knikken onder het gewicht van zijn lichaam1 dat door bloedverlies is verzwakt4 ,de wolven vallen hem van alle kanten aan4 ,met hunne scherpe tanden rijten zij zijne huid open1 telkens te vlug achteruit gaande om door zijne horens of hoeven getroffen te worden4 ,zijne pogingen om de sprongen van de wolven te ontduiken zijn te vergeefs2 hij spant zijne laatste krachten in1 springt op een van de wolven los1 maar valt tegelijkertijd op het lichaam van zijn vijand neer1 te zwak om den ongelijken strijd voort te zetten en niet in staat om weer op te staan4 ,de hongerige wolven vallen op hem aan1 en weldra is er van den bison niets meer over dan alleen zijn geraamte4 ,er is een ander dier dat met den bison naar de heerschappij dingt1 namelijk de grijze beer4 ,deze gevreesde inwoner van het verre westen is een zeer gevaarlijke tegenpartij zoowel voor menschen als voor dieren4 ,gelukkig valt hij zelden aan1 en als hij kan1 vlucht hij liever dan te vechten4 ,maar dit is niet het geval als hij in zijn maaltijd gestoord wordt1 of als hij niet vluchten kan1 of nog erger1 als het dier een wijfje is en jongen heeft2 dan mogen jagers en dieren wel voorzichtig zijn1 want dan is de aanval moorddadig en wanhopig4 ,de grijze beer is zeer sterk4 ,als hij een bison heeft kunnen dooden1 sleept hij het zware lichaam naar zijn hol en verscheurt het daar4 ,is hij volwassen1 dan klimt hij niet meer in de boomen1 waaraan reeds vele jagers hun leven te danken hebben4 ,de grijze beer wordt zeer zelden naar ,europa overgebracht1 en blijft in de gevangenschap zeer ruw en woest4 ,ofschoon de grijze beer een groot en lomp lichaam heeft1 kan hij toch vlug loopen1 zoodat een jager1 op een goed paard gezeten1 te nauwernood aan zijne woede ontsnapt4 ,als de grijze beer zijn vijand achtervolgt1 neemt hij groote sprongen1 brult verschrikkelijk en tracht zijn vijand met zijne scherpe klauwen te grijpen4 ,gelukkig kan hij den wedloop niet lang volhouden4 ,geraakten de bison en de grijze beer met elkander aan 't vechten1 dan zou de strijd vreeselijk zijn1 en de uitkomst er van moeielijk te voorspellen4 ,maar de beer komt niet dikwijls in aanraking met den bison1 daar hij in het dichte kreupelhout huist1 en de bison een bewoner is van de opene vlakte4 ,tusschenbeide gebeurt het toch4 ,op onze plaat wordt een grijze beer verrast door een stoot met den harden kop van den bison4 ,kunnen wij ook den afloop van het gevecht bezwaarlijk raden1 wij mogen ons verzekerd houden dat de bison al het mogelijke zal doen om zijn mededinger naar het koningschap te verslaan4 ,,de ,,hinderlaag4 ,de roofdieren gaan op verschillende wijze te werk als zij hun prooi aanvallen4 ,de wolf achtervolgt zijn slachtoffer zoo lang1 totdat het arme dier1 uitgeput van vermoeienis1 nedervalt en voor den moorddadigen aanval van zijn onvermoeiden vervolger bezwijkt4 ,maar de meeste wilde dieren liggen in hinderlaag1 en wachten geduldig tot hun prooi in de nabijheid komt4 ,eenige slangen1 zooals de boa-constrictor1 doen het zelfde3 van den tak waarop zij liggen1 schieten zij eensklaps naar beneden1 kronkelen zich om het lichaam van hun slachtoffer en verbrijzelen het4 ,het kattengeslacht1 waartoe de tijger en de leeuw behooren1 overvalt zijn prooi onverhoeds4 ,alle soorten van dit geslacht bezitten een buigzaam en lenig lichaam en pooten1 die als fluweel zoo zacht zijn4 ,zij hebben een ongeloofelijk geduld1 liggen soms uren lang op de loer1 en maken zelden een mislukten sprong4 ,de tijger kruipt laag bij den grond1 en terwijl hij achter een boschje of op een tak van een boom ligt1 met de pooten onder het lichaam opgetrokken1 volgt het listige dier alle bewegingen van zijn slachtoffer4 ,de los1 die op onze plaat staat afgebeeld1 is een der zwakkere leden van de kattenfamilie1 waarvan de leeuw en de tijger de krachtigste en grootste vertegenwoordigers zijn4 ,sommige lossen zijn zeer groot2 zij azen op geiten1 schapen en kleinere dieren1 en brengen ook dikwijls een bezoek aan het pluimgedierte1 als het ten minste niet te dicht bij een huis is2 want even als alle wilde katten1 is de los zeer schuw en bang om in de nabijheid van eene woning te komen4 ,over dag slaapt hij op de rotsen1 maar zoodra de nacht invalt1 begint hij zijne roof- en vernielingstochten4 ,zelden waagt hij het groote dieren aan te vallen1 en doet dit slechts dan1 als hij zeer veel honger heeft4 ,de klauwen van den los zijn dun1 maar toch zeer gevaarlijk1 want er zitten scherpe punten aan4 ,de leeuw en de tijger rijten met hunne scherpe klauwen de huid van hun prooi open2 zij werpen gewoonlijk hun slachtoffer met een enkelen slag van den poot ter aarde1 en scheuren vervolgens met hunne klauwen de huid open4 ,die klauwen zijn niet zelden aan de punt gespleten2 want door het gedurig aangroeien en omdat zij van onderen zachter zijn dan van boven1 begint de punt te breken en splijt4 ,daar nu deze punten op den duur zeer lang worden1 krabben de huiskatten1 om zich van dezen last te bevrijden1 op de tapijten en aan de pooten der stoelen1 gelijk de wilde katten aan de stammen en takken der boomen4 ,volgens ,darwin maakt de poema in ,patagoni1 waar weinig boomen zijn1 als zijne klauwen te lang worden1 diepe groeven in den kalen1 harden grond4 ,ofschoon er eenige soorten van lossen in de warmere luchtstreken leven1 zooals in ,spanje en in het zuiden van ,noord-,amerika1 is de los eigenlijk een bewoner van de noordelijke gewesten2 door de dikte van zijn huid lijkt het dier veel grooter en zwaarder dan het werkelijk is1 en kan het de strengste koude doorstaan4 ,hij leeft gewoonlijk in afzondering1 maar er zijn enkele soorten1 zooals de karakal van ,azi en ,afrika1 die1 verschillend van de meeste katten1 in troepen leven en hun prooi in grooten getale aanvallen4 ,de karakal heeft lange pooten en een slank lichaam en loopt zeer schielijk1 hetgeen gewoonlijk met de katten van deze afdeeling niet het geval is4 ,de karakal zwerft over de vlakten1 terwijl de andere soorten het dichte bosch verkiezen1 waar zij zich beter kunnen verschuilen4 ,de los1 die bij oudere natuurkenners ook wel lijnx geheeten werd1 is tweemaal grooter dan een gewone kat4 ,van kleur is hij van boven rosachtig1 met donkere wolken gevlekt2 hals1 borst1 buik en binnenzijde der pooten zijn wit4 ,zeer kenschetsend is een dichte kraag of bakkebaard1 die van de ooren tot onder den hals voortloopt4 ,er zijn eene menigte verscheidenheden van deze diersoort1 die door sommige geleerden als soorten beschouwd worden1 en waardoor er eene vrij groote verwarring in de boeken heerscht4 ,de hiernevens afgebeelde noemt men den poollos4 ,hij is de voslos der duitsche dierkenners1 en de canadasche los der ,engelschen en ,amerikanen4 ,hij heeft een vrij korten staart1 zeer lang en zacht haar1 en ooren die met een haarkwast zijn versierd4 ,hij is het bloeddorstigste roofdier van het noorden1 en richt grooter slachting onder het wild aan dan de wolf4 ,de los is ongeschikt om snel te loopen1 zwemt echter uitmuntend en steekt zelfs over breede rivieren heen4 ,de ,roodhuiden eten zijn wit en vast vleesch1 hetwelk niet als dat van andere katten een bijzonderen of onaangenamen reuk bezit1 maar even goed als dat van een haas moet zijn4 ,de huid van den los wordt als handelsartikel zeer op prijs gesteld1 maar is op den eenen tijd veel deugdzamer dan op den anderen1 en verschilt ook zeer naar het land waar het dier leeft4 ,jaarlijks worden duizenden van deze dieren in het noorden van ,noord-,amerika gedood1 zoodat hun getal zeer vermindert en zij wel spoedig zeldzaam zullen wezen4 ,de los loopt zeer voorzichtig1 alsof hij over elken stap dien hij doet nadenkt4 ,dit is vooral het geval wanneer hij een prooi ontdekt4 ,om die nauwkeurig gade te slaan1 klimt hij verbazend snel op de onderste takken van een boom1 en wacht dan een gunstig oogenblik af om een sprong te doen4 ,op de plaat zien wij hem ook in deze houding4 ,de geiten1 die de nabijheid van haar vijand niet vermoeden1 dwalen rond1 en komen hoe langer hoe dichter bij de noodlottige plaats4 ,de los komt evenwel nog niet te voorschijn1 want dan zouden de geiten hem zien1 maar hij luistert en verbergt zich nog dieper in zijn hinderlaag4 ,met zijne groene oogen gluurt hij rond1 en een zijner pooten heeft hij al opgeheven om den aanval te doen4 ,weldra zal zich de gelegenheid voordoen4 ,de niets kwaads vermoedende geiten komen onder den boom1 plukken de bladeren van de takken af1 en eten het korte gras4 ,terwijl de speelsche dieren met elkander stoeien1 valt de los eensklaps op zijn slachtoffer aan1 en verscheurt het met zijne tanden en klauwen2 de andere geiten1 verschrikt door dien onverwachten aanval1 loopen in alle richtingen weg4 ,als zijn prooi niet te zwaar is1 draagt de los haar in een boschje1 waar hij1 voor aller oog verborgen1 zijn maaltijd nuttigt om1 als hij zeer veel honger heeft1 nogmaals in hinderlaag te gaan liggen en een nieuwe prooi te vermeesteren4 ,,dubbel ,,gevaar4 ,wat is het koud6 ,de eenzame vlakte is geheel met sneeuw bedekt1 en door het heuvelachtige van den grond schijnt het alsof men de golven der zee ziet4 ,de vlakte bezit eene uitgestrektheid van vele mijlen gaans4 ,het korte1 groene gras dat in de lente rijkelijk versierd is met fraaie bloemen1 is nu onder de sneeuw verborgen4 ,het is een schoon gezicht3 de sneeuw glinstert in de heldere stralen van de winterzon1 die duizendvoudig terug gekaatst worden4 ,maar hoe schoon zulk een schouwspel ook moge zijn1 het sneeuwveld brengt ongemak1 lijden en dikwijls den dood over menigen bewoner van de eindelooze vlakten1 zoowel door den snerpenden wind en de koude die de beken en rivieren doet bevriezen1 als door gebrek aan voedsel1 't welk onder de sneeuw bedolven is4 ,in zulke tijden ziet men toch enkele dieren op roof uitgaan1 in de hoop iets van hunne gading te vinden4 ,op ginds heuveltje zien wij een groot dier staan2 het sluipt zachtjes over het sneeuwveld en ziet rusteloos naar alle kanten rond1 alsof het iets zoekt4 ,men ziet het dier niet dadelijk1 want het is bijna even wit als de sneeuw4 ,aan den langen neus1 de puntige ooren en den dikken ruigen staart herkennen wij den onvermoeiden zwerver1 den lafhartigen1 listigen en schranderen witten wolf uit het westen van ,amerika4 ,als er veel sneeuw ligt1 is hij in zijn element2 dan loopt hij er zachtjes over heen1 en kan zoodoende onverwachts zijn prooi overvallen4 ,wij willen hem eens volgen en zien1 of hij dezen morgen gelukkig is in zijn vangst4 ,hij gaat langzaam verder1 snuift alsof hij zijn prooi al ruikt en draait zich telkens om1 om te zien of zijne kameraden hem ook volgen4 ,daar staat een troepje katoenboomen4 ,de wolf staat even stil1 snuffelt naar alle kanten en loopt naar het boschje toe2 daar gaat hij zitten en schijnt over iets na te denken4 ,klaarblijkelijk heeft hij geroken dat er iets tusschen deze boomen te vinden is4 ,voorzichtig komt hij dichterbij en loopt om het boschje heen1 want hoewel hij honger heeft is hij te listig of te voorzichtig om er dadelijk in te gaan4 ,hij ziet stellig iets1 want hij wordt onrustig en zijne haren gaan overeind staan2 maar nu gaat hij zitten en begint hard te huilen1 zoodat het over de geheele vlakte weergalmt4 ,en nu merken wij ook waarom hij deze bewegingen gemaakt heeft4 ,terwijl de wolf zijn treurig gehuil laat hooren1 zien wij eensklaps een mannelijken wapiti uit het boschje te voorschijn komen4 ,het edele dier blijft in zijn schuilplaats1 maar de gekrulde bovenlip1 het knarsen met de tanden en de trotsche houding van den kop bereiden zijn tegenstander geen aangename ontvangst1 als hij kennis met den wapiti mocht willen maken4 ,maar dat schijnt niet de bedoeling van den wolf te zijn1 want hij gaat een weinig achteruit en laat onafgebroken zijn gehuil hooren4 ,dit geeft hem in het eerst niets1 de echo alleen herhaalt het1 maar na verloop van eenigen tijd wordt zijn gehuil uit de verte beantwoord2 hij steekt zijne ooren in de hoogte en hoort nu van alle kanten hetzelfde geluid4 ,vlug en zachtjes komen eenige gedaanten naar de plaats loopen waar zij het gehuil het eerst gehoord hebben4 ,de wapiti wordt onrustig en doet eenige stappen voorwaarts1 alsof hij een aanval wil doen1 maar hij bedenkt zich en keert naar zijn schuilhoek terug4 ,de wolven komen schielijk naar het boschje toe1 zij loopen er om heen of gaan liggen1 en schijnen te peinzen over de beste manier om den wapiti aan te vallen4 ,op eens hebben zij een besluit genomen1 want zij komen allen naar den wapiti toesnellen1 die met gebogen kop en verschrikte oogen den aanval afwacht4 ,maar nog durven zij hem niet aan2 zij gaan voor hem staan en knarsen met de tanden4 ,nu zien wij de list van de wolven2 eenigen zijn ongemerkt weggeloopen en komen op hunne achterpooten aanspringen2 zij vallen den wapiti van achteren aan en beproeven door het gesmak met hunne kaken het edele dier schrik aan te jagen4 ,de wolven hernieuwen hun aanval en zijn nu stouter dan in 't begin2 de wapiti doet ondertusschen wanhopige stooten met zijne horens4 ,eindelijk valt een van de wolven hem aan en werpt hem ter aarde2 de wapiti vliegt op hem los1 doorboort den wolf met zijne horens en werpt hem hoog in de lucht4 ,de andere wolven zijn woedend over het lot van hun metgezel2 zij vallen den wapiti allen te gelijk aan1 en nu heeft er een hevig en wanhopig gevecht plaats4 ,aan alle kanten kunnen de wolven den wapiti aanvallen1 en daar kan hij zich niet tegen verdedigen2 hij breekt door het boschje heen en ontvlucht4 ,de hongerige wolven volgen hem1 hun toornig gehuil weerklinkt door de lucht1 en zij spannen al hunne krachten in om den wapiti in te halen1 die hen allen vooruit blijft en met wanhopige sprongen door de sneeuw ijlt4 ,zoo gaan zij verder1 vervolgers en vervolgde1 vele mijlen ver4 ,kudden schuwe antelopen schrikken op en vluchten pijlsnel2 buffels kruipen bij elkander1 de stieren staan voorop1 met hunne krachtige1 harde koppen naar de begeerige wolven gekeerd1 terwijl de koeien en kalveren achter hunne dappere beschermers gaan staan4 ,de wolven zijn onvermoeid1 en met bloeddorstige oogen en uit den bek hangende tongen achtervolgen zij hun prooi mijlen ver4 ,de wapiti wordt vermoeid1 want de sneeuw hindert hem1 en door zijne scherpe hoeven breekt de ijskorst die zijn pooten openrijt en wondt4 ,zijn tong hangt uit zijn bek1 zijn ademhaling wordt sneller1 en met zijne groote1 heldere oogen ziet hij telkens naar zijne bloeddorstige vervolgers om4 ,maar hij houdt vol1 want het is een strijd op leven of dood1 en hij begrijpt dat1 als hij nu verflauwt1 hij spoedig in de macht van zijne vijanden is1 die hem oogenblikkelijk aan stukken zullen scheuren4 ,in het eerst dacht hij dat zijn vlugheid voldoende zou zijn om hem van zijne vijanden te verlossen1 maar nu hem zijne krachten beginnen te begeven1 begrijpt hij dat hij een veilige plaats moet opzoeken4 ,en die gewenschte plaats doet zich als van zelf voor2 hij bereikt eenige lage heuvelen en ziet een rivier4 ,op dit gezicht voelt hij zijne krachten herleven1 en hij rent naar den vriendelijken oever4 ,maar helaas6 in plaats van het gewenschte water1 ziet hij eene groote uitgestrektheid glinsterend ijs4 ,de wapiti aarzelt een oogenblik1 maar zijne vijanden zijn dicht bij hem3 nog n minuut en het is te laat4 ,met de kracht der wanhoop springt hij van den oever en komt neer op het gladde ijs dat onder zijn gewicht breekt4 ,de begeerigste wolven volgen hem en vallen met hem in het water4 ,een er van wordt door zijne scherpe hoeven gewond1 de stroom voert den wolf mede1 en hij verdwijnt onder de ijskorst4 ,een andere wolf keert naar den oever terug1 want het koude bad heeft zijn ijver bekoeld2 de overigen staan op den oever te huilen en zien hoe de wapiti alle moeite doet om aan het nieuwe gevaar dat hem dreigt te ontkomen4 ,de wapiti breekt het ijs met zijne voorpooten1 en duwt de stukken in het opene water4 ,langzamerhand wordt de afstand van zijne vijanden grooter1 en nu is er nog n stuk ijs tusschen hem en zijne redding4 ,half opgericht plaatst hij er zijne voorpooten op1 hij duwt het weg en heeft nu een kanaal gemaakt1 waarin hij zwemmen kan4 ,mooi en dapper gedaan6 ,de wolven staan op den oever te huilen van kwaadaardigheid2 zij volgen hem met de oogen1 en sommigen wagen zich zelfs op het ijs4 ,druipnat klimt de wapiti bij den anderen oever op1 waar hij een plaatsje zoekt om wat uit te rusten en zijne krachten terug te krijgen2--het dubbele gevaar is voorbij1 zijn leven bleef gespaard6 ,,moederliefde ,,en ,,moed4 ,ofschoon de gier-arend min of meer op een gier gelijkt1 behoort hij toch niet tot deze orde van vogels4 ,in plaats van den kalen kop1 den afzichtelijken1 kalen nek en het gerimpelde vel van den gier te bezitten1 is het lichaam van den gier-arend tot aan den snavel met vederen bedekt1 zoodat hij met zijn scherpziend oog en fraaien vorm meer heeft van den arend dan van het afschuwelijke geslacht der gieren4 ,de gier-arend vliegt zeer snel1 en is zoo stoutmoedig dat zelfs de tegenwoordigheid van menschen hem niet van zijne rooverijen terughoudt4 ,een bekend reiziger verhaalt3 ik zat eens met eenige lieden om een vuur geschaard1 waarop ons middagmaal klaar gemaakt werd2 eensklaps streek een gier-arend vlak bij ons neer1 klom bij den ketel op1 en stak er zijn poot in om er een schapenbout uit te nemen4 ,maar het kokende water bedroog hem1 zoodat hij weg vloog2 op zoo iets had hij niet gerekend4 ,kort daarna kwam hij echter terug1 en nam1 zonder acht te slaan op de personen die om het vuur zaten1 alle stukken vleesch weg die voor hen lagen4 ,toch had hij er slechts kort pleizier van1 want hij werd doodgeschoten4 ,de gier-arend is de grootste der arenden1 en bezit niet alleen minder kracht in zijne klauwen als menige kleinere roofvogel1 maar ook een in verhouding kleineren snavel4 ,hij aast bijna nooit op doode dieren3 hij doodt hen liever zelf1 en vergenoegt zich dan ook slechts in de uiterste noodzakelijkheid met rottende overblijfselen4 ,hij komt met den gier daarin overeen1 dat hij zijn prooi niet wegdraagt1 maar op de plaats zelve opeet1 en ook in zijn groote gulzigheid1 want hij eet altijd zooveel tot hij zich niet meer bewegen kan4 ,de gier-arend doodt zijn prooi niet door een stouten aanval1 en door gebruik te maken van zijn snavel en zijne klauwen1 maar vliegt boven zijne prooi heen en weder1 verblindt en bedwelmt haar door vleugelslagen1 en zoekt haar in een afgrond te werpen4 ,de gier-arend is niet sterk genoeg om groote dieren leed te doen en kiest dan ook alleen zijne slachtoffers onder zwakke en jonge schepselen4 ,in ,zwitserland vangt men den gier-arend door het zelfde middel als waarmede men de vossen vangt1 namelijk in vallen1 en in ,pimont werpen de inwoners doode paarden in diepe kloven2 spoedig komen de vogels er op los1 en eten zooveel zij maar kunnen2 daarna willen zij weg vliegen1 maar door de engte van de kloof kunnen zij de vleugels niet uitslaan1 en worden nu gemakkelijk gevangen4 ,het lichaam van den gier-arend is van boven glanzend bruinachtig zwart1 elke veder heeft een witte schacht en een witte stip op de punt4 ,zijn hals en borst zijn roestgeel1 een zwarte streep loopt van het midden van den schedel over de oogen tot den wortel van den snavel1 de aschgrauwe staartpennen met donkeren rand en de slagvederen hebben witte schachten4 ,de bek en het keelgat van den gier-arend zijn buitengewoon groot1 en het laatste is zoo rekbaar1 dat hij met gemak de grootste beten doorslikt2 zijn maag is zeer groot en verteert beenderen1 scherpe splinters1 vogelklauwen en het haar van zoogdieren4 ,zijn nest maakt hij van takken en dunne boomwortels1 en vult het met dor gras4 ,in de maand ,maart legt hij van twee tot vier vuilwitte1 bruin gevlekte eieren4 ,in de eerste jaren zijn de vederen der jongen donkerkleurig1 en eerst in het derde of vierde jaar krijgen zij verschillende kleuren4 ,als de gier-arend op den grond loopt1 doet hij zich het minst voordeelig voor1 maar in de lucht vliegt hij bevallig en gemakkelijk2 met zijne breede vleugels doorklieft hij den dampkring1 tusschenbeide gaat hij op de met sneeuw bedekte toppen der bergen zitten1 en onderzoekt met zijn doordringenden blik alle plaatsen1 om te zien of er misschien ook een of ander dier tusschen de bergen verscholen is1 dat hij onverwachts met zijne klauwen kan grijpen4 ,zijn staart stuurt hem in alle richtingen1 evenals het roer van een schip4 ,als hij over de meren vliegt die zijn beeld terugkaatsen1 of als hij naar beneden ziet1 naar de dalen die aan den voet der hooge bergen liggen1 dan verheugt hij zich in zijne kracht en vrijheid1 en laat telkens een schrillen vreugdekreet hooren4 ,maar eensklaps staakt hij zijn vlucht1 want hij heeft iets ontdekt dat zijn aandacht opwekt4 ,langs de zijden van een bijna ontoegankelijke rots springt een gems met haar eenig jong2 zij huppelen van de eene punt naar de andere1 en komen dikwijls op zulke smalle richels neer1 dat zij er nauwelijks op kunnen staan4 ,het kleine gemsje blijft dicht in de nabijheid van de moeder1 en volgt al hare bewegingen en sprongen na1 op gevaar af van in den afgrond te vallen4 ,maar zij zijn zeer zeker in hunne sprongen1 en ofschoon slechts eenige weken oud1 loopt de jonge gems zoo gemakkelijk op de gevaarlijke rotsen1 alsof zij het al jaren had gedaan4 ,zij is zoo gerust1 alsof er geen afgrond onder haar en geen doodvijand boven haar is4 ,maar wie is zoo waakzaam als eene moeder8 ,terwijl zij naar een ruimer punt springt1 altijd op hare hoede dat haar jong geen leed kan geschieden1 ziet zij dat een gier-arend van plan is haar jong aan te vallen4 ,met opgerichten kop en snuivende neusgaten wacht zij den vijand af1 en trapt ongeduldig met de voorpooten op den grond2 het jong1 dat door de bewegingen van de moeder begrijpt dat er gevaar op handen is1 schuilt achter haar4 ,ja1 dat tere schepseltje zou een heerlijke maaltijd voor den gier-arend zijn6 ,hij zal dus de oude gems met vrede laten1 die trouwens hare scherpe horens naar hem keert1 en beproeft hare aandacht van het jong af te trekken en haar door list te verwijderen4 ,telkens schiet hij half neer1 maar de gems laat zich niet om den tuin leiden4 ,nu verandert de gier-arend zijn plan van aanval2 hij komt dichter bij en wil met zijne krachtige vleugelen het jong van de smalle rots afwerpen4 ,de stoutmoedige gems verijdelt echter al zijne pogingen1 en nu beproeft de gier-arend1 die toornig is omdat hij zoo gefopt wordt1 nog eene laatste krachtige poging4 ,hij zweeft nu eens heen en weer boven de jonge gems1 houdt dan weder een oogenblik stil1 en schiet met de snelheid van den bliksem naar beneden4 ,zijne scherpe1 meedogenlooze klauwen heeft hij reeds uitgestoken om het jong te grijpen44444 maar hij komt terecht op de harde horens van de onversaagde moeder1 en ondervindt eenigermate de gewaarwording als werd hij tegen eene rots geslingerd4 ,geen schooner eereteeken voor de moeder dan die vederen uit de borst van haren wreeden vijand2 zij zijn het beste bewijs van hare moederliefde en trouw4 ,de toornige gier-arend is thans verslagen en vernederd1 en zet zich op een nabijgelegen rots neer1 in de hoop weldra een prooi te vinden1 die minder krachtig verdedigd wordt4 ,zijne gehavende vederen getuigen van de kracht1 die zulk een in vergelijking zwak dier als de gems bezit1 als zij haar hulpeloos jong tegen den vijand wil beschermen en verdedigen4 ,,in ',t ,,nauw ,,gebracht4 ,er bestaat geen norscher en wraakzuchtiger dier dan een oud wild zwijn4 ,even als zijn geheele ras toont het zeer weinig schranderheid4 ,door de dikte van zijn huid en door zijne groote kracht komt het meestal ongedeerd uit een gevecht met een ander wild dier te voorschijn4 ,de lange1 witte slagtanden1 die in zijn onderkaak zitten1 worden door de gedurige wrijving tegen de bovenkaak zoo scherp als een scheermes1 en de steken die het er mee kan geven1 zijn doodelijk4 ,er zijn vele soorten van wilde zwijnen4 ,sommigen hebben een afschuwelijk uiterlijk2 hun kop is bedekt met wratten en uitwassen1 en uit hun langen stompen snuit steken groote tanden naar buiten4 ,dit is o4 a4 het geval met het zoogenaamde wratzwijn in ,afrika1 dat het leelijkste is van alle zwijnen4 ,op sommige eilanden van den ,indischen ,archipel leeft een zwijn dat door de inboorlingen babi-roessa genaamd wordt1 van wege den vreemden en buitengewonen vorm van de slagtanden die uit de bovenkaak steken4 ,deze slagtanden zijn zeer lang en scherp1 en in plaats van naar beneden en buiten te groeien1 zooals bij de andere soorten1 steken zij aan elken kant van den neus uit beenachtige pijpjes recht in de hoogte1 en worden dan boven de oogen terug gebogen2 bij oude zwijnen worden de slagtanden ongeveer tien centimeter lang4 ,men weet niet waartoe deze tanden dienen1 want zij zijn het dier somtijds hinderlijk in zijne bewegingen en kunnen ook niet ter verdediging dienen4 ,ofschoon de babi-roessa dezelfde gewoonte heeft als het gewone zwijn1 graaft en wroet hij toch niet in den grond1 zooals de andere zwijnen altijd doen1 maar leeft van afgevallen vruchten die hij in de bosschen vindt4 ,de kleur van het wilde zwijn is altijd rosachtig zwart of bruin met grijs gemengd4 ,het maskerzwijn van ,zuid-,afrika heeft lange kwasten aan de ooren1 die puntig en dun zijn1 en bezit doorgaans een roodbruine huid1 welks haren van onderen grijsachtig wit en van boven roodbruin zijn4 ,dit dier ziet er vroolijker uit dan zijn sombere broeders4 ,men gelooft algemeen dat de zwijnen ongevoelig zijn voor slangegif1 zoodat men niet zelden een kudde zwijnen houdt op plaatsen1 die door slangen onveilig gemaakt worden1 daar de zwijnen de slangen vangen en opeten4 ,het is bekend dat het zwijn niet zelden de ratelslang vernietigt1 hoewel deze zeer vergiftig is4 ,men beweert dat al wordt het zwijn door de woedende slang gebeten1 het vergif toch niet in zijn bloed wordt opgenomen1 omdat het lichaam onder de huid overal met een dikke laag vet is bedekt4 ,daardoor ondervindt het zwijn geen schadelijke werking van het vergif4 ,zoodra het zwijn een slang ziet1 valt het1 met de borstels overeind1 op haar aan1 en onverschillig voor hare vreesselijke beten1 bijt het de slang aan stukken en eet haar op4 ,de zwijnenjacht was en is nog heden ten dage in sommige gedeelten van ,europa een geliefkoosd tijdverdrijf4 ,bij zulk een jacht behooren natuurlijk steigerende paarden1 blaffende honden en vroolijk hoorngeschetter2 de stoutmoedige jagers ontkomen dikwijls ter nauwernood aan het woedende dier1 als het naar eene plaats gedreven wordt waar de honden het omringen1 en waaruit het niet kan ontkomen4 ,dan is het zeer gevaarlijk om het zwijn te gemoet te gaan en op de punt van het korte jachtgeweer op te wachten4 ,als men niet goed treft1 of als het dier de punt van het geweer op zijde schuift1 brengen zijne slagtanden verschrikkelijke wonden toe1 of wel het zwijn vertrapt het voorwerp van zijn haat onder zijne puntige hoeven4 ,in het zuidelijke gedeelte van ,amerika leeft een klein zwijn1 algemeen bekend onder den naam van peccary4 ,het verschilt in vele opzichten van de andere zwijnen1 en behoort met eenige verwante soorten tot een ander geslacht als ons gewoon zwijn4 ,deze kleine zwijnen leven gewoonlijk in troepen1 en kennen geen vrees voor aanvallen van andere dieren4 ,zij zijn zoo wreed en stoutmoedig1 dat menschen en beesten wel genoodzaakt zijn hen te ontvluchten1 want anders loopen zij gevaar van vreesselijk gewond te worden door de korte1 scherpe slagtanden van deze dieren4 ,in vergelijking van de andere soorten is hun uiterlijk niet leelijk1 de kleur van het haar is zwart-bruin1 aan de lippen en kin wit4 ,op het vasteland van ,europa betwisten de wilde zwijnen en de wolven elkander de heerschappij4 ,de brommende1 lafhartige wolven zijn zeer gesteld op het vleesch van hun borsteligen vijand4 ,van de jonge zwijnen ondervinden de wolven niet veel tegenstand2 zij maken hen met gemak van kant1 ten minste als de vader of moeder er niet bij is om het jong te beschermen4 ,alleen in den winter1 als de grond met sneeuw bedekt is en de zwijnen half dood zijn door het lange vasten1 durven de wolven een oud wild zwijn aan te vallen4 ,zoodra de wolven dan een eenzaam ronddolend zwijn zien1 laten zij hun gehuil hooren2 hier komen andere wolven op af1 die zich bij de jacht voegen1 en nu in grooten getale hun begeerde prooi achterna ijlen4 ,het zwijn begrijpt dat gehuil wel1 dat in het dichte bosch weergalmt1 en het barsche eenzame oudje1 dat naar alle kanten met zijne bloeddorstige oogen rondziet1 draaft over de sneeuw en zoekt eene schuilplaats waar het zich beter dan op de opene vlakte tegen zijne talrijke vervolgers kan verdedigen4 ,het zwijn kent het gevaar dat hem dreigt1 en vreest dat de wolven hem in het opene bosch zullen overvallen1 want tegen zoo vele dieren is het niet bestand4 ,het gehuil wordt hoe langer hoe heviger1 de begeerige wolven komen nader2 daar ligt een omgevallen boom1 de wortels steken uit den grond1 het zwijn verschuilt zich tusschen de door elkander gestrengelde wortels die hem genoeg kunnen beschermen1 en wacht nu achter deze natuurlijke verschansing zijne vijanden af4 ,kort daarna verschijnen zijn vervolgers4 ,zij omringen zijn schuilhoek1 trachten de gevaarlijke slagtanden te ontduiken en het dier van achteren aan te vallen2 maar de wortels van den boom zijn te dik1 en al hun moeite is te vergeefs4 ,woedend dat zij zoo gefopt worden1 vallen zij het zwijn allen te gelijk aan1 hopende hierdoor de overwinning te behalen2 maar het zwijn draait zijn grooten kop naar alle kanten1 en een van de wolven valt bloedende op den grond1 terwijl de overige wolven huilende achteruit stuiven4 ,daar zit het zwijn met zijne kleine1 bloeddorstige oogen veilig in zijn schuilplaats1 met bloed en schuim om den bek1 en knort verschrikkelijk4 ,op het gehuil van de verslagen wolven komen anderen hen te hulp3 in het maanlicht vertoonen zich de schaduwen van gedaanten die naderbij komen om hunne kameraden te helpen4 ,nu wordt het gevecht nog wanhopiger en woedender dan te voren4 ,door den honger gedreven1 zien de wolven het gevaar over 't hoofd2 zij vallen het zwijn van alle kanten aan4 ,maar het zwijn is woedend1 en maakt op een onbarmhartige manier gebruik van zijne slagtanden4 ,de gesneuvelde wolven liggen om hem heen1 de sneeuw wordt rood gekleurd door het bloed dat uit hunne gapende wonden vloeit1 en hun gehuil weergalmt door het bosch4 ,de overige wolven worden nu bang1 en ontmoedigd door den dapperen tegenstand van het zwijn1 sluipen zij stilletjes weg4 ,thans komt het zwijn zegevierend te voorschijn uit de schuilplaats1 waarin het zoo deerlijk in 't nauw werd gebracht4 ,,afgetobd4 ,het gezicht van een kraai wekt bij vele menschen sombere gedachten op1 waarschijnlijk door de zwarte kleur van hare vederen4 ,zij is diefachtig van aard en neemt alles wat zij krijgen kan3 als het voorwerp ten minste niet te groot is1 brengt zij haar buit op eene verborgene plaats1 evenals de ekster en de meerkol doen4 ,het veld1 waarin juist koorn gezaaid is1 beschouwen de kraaien als haar eigendom2 als zij zulk een veld zien1 zijn zij zoo ongeduldig om er op te komen1 dat zij nauwelijks zoolang kunnen wachten tot de landbouwers vertrokken zijn4 ,het gekras der kraaien is zeer onwelluidend2 zij laten het telkens hooren1 alsof zij willen toonen dat zij spotten met andere vogels die een welluidender gezang kunnen uiten4 ,zij behooren tot de vogels die het geheele jaar door op bepaalde plaatsen blijven1 en zijn ongevoelig voor de veranderingen van de jaargetijden4 ,in den winter zitten zij op de doode takken der boomen1 die evenals de geheele natuur in een wit sneeuwkleed gehuld zijn2 men ziet haar vooral in de somberste tijden van het jaar1 als alle bloemen verwelkt zijn en de natuur van haar grootste schoonheid is beroofd4 ,zij vliegen over de sneeuw1 hare zwarte lichamen schijnen nu nog zwarter te zijn1 en onder het uiten van schrille kreten doorklieven zij de koude winterlucht4 ,zij hebben een scherp gezicht3 niets ontgaat haar doordringenden blik4 ,het arme dier1 dat voor de ruwe koude bezwijkt of dat gewond is1 behoeft niet te hopen dat het den roover zal ontkomen1 want zoodra de kraai het ziet1 schiet zij naar beneden en volgt het zoolang tot het dood is4 ,in den zomer1 als de geheele natuur in haar bekoorlijkst gewaad getooid is1 zijn deze zwarte vogels eene onaangename verschijning2 zij passen beter bij de koude van de wintermaanden4 ,het is schemeravond1 de zon is achter een dikken nevel verborgen1 en de wind giert over de eenzame vlakte4 ,de dorre takken der boomen wiegelen heen en weer1 de grond is met sneeuw bedekt1 en de geheele natuur is levenloos4 ,de wolken jagen door de lucht1 alsof zij op eene bepaalde plaats moeten wezen en bevreesd zijn1 dat zij die niet zullen bereiken4 ,de jonge boompjes bezwijken onder den last der sneeuw1 en aan de takken hangen lange1 glinsterende ijskegels4 ,men zou denken dat in zulk een tijd alle dieren in hunne schuilplaatsen blijven1 en dat niets anders als de honger hen kan verleiden om de gure koude te doorstaan4 ,doch daar komt een gewonde haas langzaam aanspringen1 hij heeft pijn1 want zijn ne poot is gebroken1 misschien wel door een moorddadig schot2 hij zoekt een schuilplaats1 die hem voor den snerpenden wind en zijne onmeedoogende vervolgers kan beschermen4 ,het is nog maar kort geleden dat hij eensklaps opgeschrikt werd door een hond die zijn schuilplaats ontdekt had2 de haas dacht misschien juist aan de heerlijke heldere zomernachten1 toen hij op het zachte gras speelde4 ,zijn leger is ver weg1 hij is verzwakt door de doodelijke wond1 en spant al zijne krachten in om eene veilige plaats te bereiken4 ,maar hij kan niet verder en verschuilt zich onder een verdorden struik1 die hem toch niet beschermen kan1 want ook daar is hij aan de strenge koude van den naderenden nacht blootgesteld4 ,helaas6 arm haasje1 geen oogenblik laat men u met vrede3 de kraaien hebben u al gezien en uwe bezwijkende krachten gadegeslagen2 daar komen zij al aanvliegen6 ,zij weten maar al te goed1 dat het niet lang meer met u zal duren2 het flauwe teeken van leven dat gij nog geeft1 schrikt haar niet af1 en weldra zullen zij u aanvallen1 gij die nog kort geleden zoo vol levenslust waart6 ,ja1 gij ontstelt6 want hare vleugels raken u al aan1 zij kunnen haar ongeduld bijna niet langer bedwingen4 ,de wind huilt en strooit de sneeuwvlokken in het rond1 en bedekt daardoor het afgetobde1 doode lichaam van den haas met eene laag sneeuw1 als wilde hij het dier in een rein doodskleed hullen6