,,gids ,,bij ,,de ,,studie ,,der ,,nederlandsche ,,letterkunde ,,voor ,,leerlingen ,,der ,,gymnasia1 ,h4 ,b4 ,,scholen ,,en ,,studeerenden ,,voor ,,de ,,hoofdacte4 ,,bespreking ,,van ,,verschillende ,,werken ,,door ,e4 ,,rijpma1 ,,leeraar ,,bij ,,het ,,middelbaar ,,onderwijs ,,te ,,amsterdam4 ,,eerste ,,deel4--,,vijfde ,,druk4 ,,bij ,j4 ,b4 ,,wolters' ,u4 ,m4--,,groningen1 ,,den ,,haag1 #aiah4 ,,voorbericht ,,voor ,,den ,,vierden ,,druk4 ,de voornaamste aangebrachte wijziging is het opnemen van ,gorters ,mei1 waardoor tevens 't verplaatsen van ,de ,roos van ,dekama uit het tweede deel naar 't eerste noodig werd4 ,bovendien is rekening gehouden met de nieuwe publicaties over den ,reinaert en met de jongste ,perk-studin4 ,ter aanvulling van dezen ,gids is geschreven een ,kort ,overzicht der ,nederlandsche ,letteren1 dat vooral inzicht tracht te geven in den ontwikkelingsgang van onze litteratuur4 ,amsterdam1 ,januari #aiaf4 ,e4 ,r4 ,,voorbericht ,,voor ,,den ,,vijfden ,,druk4 ,in dezen druk zijn geen wijzigingen van beteekenis aangebracht4 ,zoowel het ,kort ,overzicht als de uitgebreidere ,beknopte ,geschiedenis der ,nederlandsche ,letteren kunnen ter aanvulling van dezen ,gids gebruikt worden4 ,amsterdam1 ,september #aiah4 ,e4 ,r4 ,,van ,,den ,,vos ,,reynaerde4 ,ontstaan van de dierenverhalen4 ,indi is de bakermat van de dierenverhalen4 ,daar komen verschillende langere en kortere verhalen voor1 soms in den vorm van fabels1 soms als meer uitgebreide dierennovellen1 en in vele daarvan speelt de leeuw en daarnaast de slimme jakhals1 een voorname rol4 ,langzamerhand zijn deze vertellingen overgebracht naar 't ,westen1 gedeeltelijk door vertalingen in 't ,perzisch en ,arabisch1 en verder in 't ,grieksch en ,latijn1 maar voor een goed deel ook door mondelinge overdracht4 ,in de ,middeleeuwen bestond er reeds een levendig handelsverkeer tusschen ,oost en ,west2 door de ,kruistochten trokken groote scharen ,westerlingen naar 't wonderbare ,oosten en vertelden bij hun terugkomst wat ze daar gehoord en gezien hadden4 ,zoo kreeg men in ,west-,europa kennis van dat alles en tevens lazen daar de meer ontwikkelden de in 't ,latijn geschreven dierengeschiedenissen4 ,nu begon ook de eigen letterkunde zich van de nieuwe stof meester te maken4 ,zoo zijn in 't ,fransch een menigte verhalen 7branches7 ontstaan1 die betrekking hebben op de vele streken door den vos uitgehaald4 ,kenmerkend is dat in deze branches de uitheemsche dieren al zijn vervangen door inlandsche3 de vos is in de plaats gekomen van den jakhals4 ,oorsprong van den ,reinaert4 ,ook ons land heeft zijn dierenepos gekregen3 in de #ac;e eeuw is hier ,van den ,vos ,reynaerde geschreven1 gedeeltelijk een bewerking van een ,fransche branche nl4 ,le ,plaid 7het pleidooi74 ,een vertaling is het niet1 want soms is iets weggelaten en op andere plaatsen heel wat bijgevoegd1 terwijl in de laatste helft 7te beginnen bij ,reinaerts veroordeeling7 ook vrijwat voorkomt dat aan ,fransche verhalen is ontleend1 maar 't hoofdverhaal daarin schijnt toch eigen vinding4 ,letterkundige waarde4 ,men is 't er over eens dat onze ,reinaert ver staat boven 't origineel1 vooreerst omdat de schrijver de verschillende verhalen op heel natuurlijke wijze met elkaar in verband heeft weten te brengen en er een logisch geheel van heeft gemaakt1 en vooral omdat zijn stijl uitmunt door aanschouwelijkheid en geest4 ,daarbij komt nog dat hij aan zijn werk een typisch ,vlaamsch karakter heeft weten geven1 o4 a4 door 't geheel in ,vlaanderen te laten spelen en ,vlaamsche eigennamen te gebruiken1 zoodat men haast van een oorspronkelijk werk kan spreken4 ,tweeslachtigheid4 ,een dierenverhaal heeft altijd iets tweeslachtigs3 er wordt telkens gesproken over dieren1 maar daarachter staat de menschenmaatschappij4 ,in die dieren worden menschelijke eigenschappen of maatschappelijke toestanden gehekeld4 ,treedt dit menschelijke te veel naar voren1 dan wordt het geheel onnatuurlijk1 onaesthetisch en belachelijk4 ,zoo laten de ,fransche dichters de dieren op bankjes zitten1 blozen van schaamte1 de armen om elkaars hals slaan1 een ring aan den vinger steken en zelfs werpt men een in zwijm gevallen kip water over den kop om haar weer bij te brengen4 ,bij 't doorlezen van den ,reinaert stuit men soms ook wel op menschelijke eigenschappen bij dieren1 maar hinderlijk is dit nooit1 de dichter weet ons voortdurend de illusie te geven dat we met dieren te doen hebben1 en de eigenschappen van de verschillende dieren zijn juist typeerend voor hen1 zooals we straks zullen zien4 ,ook in dit opzicht is de ,vlaamsche clerc een meester geweest4 ,schrijver4 ,de aanvang van den ,reinaert luidt3 ,willem1 die ,madocke #a makede1 ,daar hi dicke omme wakede1 ,hem vernoide soo haerde ,dat eene avonture van ,reinaerde ,in dietsche was onghemaket bleven 7,die ,aernout niet en hadde bescreven71 ,dat hi die vite dede souken ,ende hise uten walschen bouken ,in dietsche dus hevet begonnen4 en daaruit wordt in verband met eigenaardige verschillen tusschen 't eerste en 't laatste gedeelte van den ,reinaert wel de conclusie getrokken1 dat er twee schrijvers zijn geweest3 een oudere1 ,aernout1 die 't laatste gedeelte heeft geschreven1 en een jongere1 ,willem1 die naar een ,fransche branche het eerst heeft bewerkt als inleiding voor ,aernouts verhaal1 dat hij bovendien eenigszins heeft gewijzigd4 ,bespreking van de verschillende karakters4 ,karakterteekening van ,reinaert4 ,zijn slimheid4 ,reinaert4 ,de meest in 't oog springende eigenschappen van den vos zijn z'n schranderheid en z'n moed1 die soms zelfs overslaat tot brutaliteit4 ,slim is ,reinaert in hooge mate en juist daardoor is hij ver de meerdere van alle andere dieren4 't ,verstand zegeviert over de brute kracht4 ,enkele bewijzen3 de hofdag1 waar geklaagd wordt over ,reintjes streken en waar o4 a4 blijkt op wat voor geslepen manier hij de kinderen van ,cantecleer heeft weten te pakken1 de wijze waarop ,bruin en ,tibeert beet worden genomen2 de onvergelijkelijke handigheid en brutaliteit1 waarmee hij koning ,nobel en de koningin er in laat loopen door 't verhaal van den gefingeerden schat1 en ten slotte als apotheose ,reinaert de pelgrim1 die statig zijn bedevaart naar ,rome aanvangt1 terwijl 't heele hof hem uitgeleide doet4 ,zelfs de zegen ontbreekt niet3 7vers #cjdd7 ,na dese tale ghinc hi staen ,up sine achterste twee beene ,ende maende die diere1 groot ende cleene1 ,datsi alle voer hem baden1 ,of si an sine weldaden ,gherecht deel hebben wouden4 ,si seiden alle datsi souden ,sijns ghedinken in haer ghebede4 ,wat zal de slimmerd zich verkneukeld hebben1 toen hij al die botteriken zoo vol ernst zag luisteren1 't ,beetnemen van ,cuwaert en den aartsdommen en verwaanden ,belijn is bij dit alles vergeleken kinderspel4 ,maar niet nog in 't beetnemen op zich zelf1 doch in de wijze waarop dit gebeurt1 ligt de groote verdienste4 ,hannibal1 de geniale ,punir1 behaalde zijn schitterende overwinningen vooral door 't feit dat hij studie maakte van 't karakter van zijn tegenstanders en zijn plan van aanval inrichtte naar de eigenschappen van dengene die tegenover hem stond4 ,dit is ook 't plan van aanval van ,reinaert1 hij kent de zwakheden van zijn tegenstanders4 ,tegenover den ,beer4 ,hoe weet hij ze in hun zwak aan te tasten6 ,bruun komt1 vertrouwende op z'n kolossale kracht1 vol overmoed in ,maupertuus2 maar ,reynaert behoeft hem niet te vreezen1 hij kent de onverzadelijke vraatzucht van den beer1 hij weet dat 't enkele woord honig hem ten val zal brengen4 ,en hij heeft zich niet vergist1 nauwelijks heeft hij minachtend over den honig gesproken of ,bruun roept uit3 ,helpe1 dor die doot1 ,reinaert1 ,hebdi honich dus onwaert8 ,honich es eene soete spise ,die ic voor alle gherechten prise1 ,ende voor alle gherechten minne1 ,reinaert1 helpt mi dat ics ghewinne4 ,de misdadiger van zooeven1 die door ,bruun voor den koning moest gebracht worden1 is nu al de lieve vos ,reynaert1 de edele ,reynaert1 de soete neve6 ,tegenover den ,kater4 ,ook ,tibeert is een vraat1 maar hij is veel slimmer dan de domme ,bruun en ,reynaert heeft dus met hem niet zoo'n gemakkelijk spel4 ,de looze kater weigert standvastig den nacht bij ,reynaert door te brengen1 hij kent de streken van zijn tegenpartij en is op z'n hoede1 maar als de vos zijn laatste troef uitspeelt en over vette muizen spreekt1 denkt ,tibeert nergens meer aan dan aan smullen4 ,van tegenstand is geen sprake meer1 muizen eten dat is 't eenige4 ,met hem is 't nog erger dan met ,bruun3 voor vette musen wil hij desnoods z'n heele familie geven6 ,tegenover den ,leeuw4 ,bij koning ,nobel is 't een verwante eigenschap3 ook hier begeerigheid1 nu niet naar lekker eten1 maar dorst naar goud4 ,reynaert kent weer die kwetsbare plek1 hij kent de hebzucht van den koning1 maar weet ook dat ,nobel niet zoo gemakkelijk om den tuin te leiden is4 ,vandaar dat de vos zijn best doet om zijn verhaal zoo geloofwaardig mogelijk te maken1 vandaar1 dat hij zich niet ontziet de nagedachtenis van zijn eigen vader te belasteren1 zijn trouwen verdediger ,grimbert1 den das1 te beschuldigen1 vandaar ook de nauwkeurige beschrijving van de plaats waar de schat begraven is en 't ten-getuige-roepen van ,cuwaert4 ,buitengewoon handig is dan weer de wijze waarop hij weet te voorkomen dat hij zelf mee moet gaan naar de ,kriekepit om den schat aan te wijzen4 ,moed van ,reinaert4 ,reynaerts tweede eigenschap1 zijn moed1 komt het beste uit als hij met ,grimbeert in 's konings hof komt1 want heel goed weet hij dat het zal gaan om leven of dood1 en toch zegt hij den das hem die hoechste strate te leiden en hij gaat tot voor den koning ,in alsoo bouden ghebare1 ,ghelijc of hi sconincx sone ware4 ,ook zijn aanspraak tot ,nobel is typisch brutaal4 ,trouwens gedurende 't geding verlaat hem zijn tegenwoordigheid van geest geen oogenblik4 ,spotzucht4 ,op nog n kenmerkende karaktertrek van ,reynaert moeten we wijzen1 zijn spotzucht4 ,hij voelt zelf hoe oneindig ver hij in verstand staat boven alle anderen en juist daarom kan hij niet nalaten zijn slachtoffers nog een duw achterna te geven4 ,humaan is 't niet1 maar begrijpelijk wel4 ,klauwen en tanden zijn de wapens van de andere dieren1 hoon en spot die van ,reynaert4 ,wat grinnikt hij van genoegen als hij ziet hoe de beer door de dorpelingen toegetakeld is1 en wat moet ,bruin gevoeld hebben1 toen hij den fellen roodbaard hoorde roepen3 ,nu seghet priester1 soete vrient1 ,bi den heere dien ghi dient3 ,in wat ordinen wildi u doen1 ,dat ghi draghet rooden caproen8 ,weder sidi abt so priore8 ,hi ghinc u harde na den oore ,die u dese crune hevet bescoren4 ,ghi hebt uwen top verloren ,ende uwe hantscoen af ghedaen3 ,ic wane ghi wilt singhen gaen ,van uwen complete dat ghetide4 ,bij ,tibeert is het net zoo2 zoodra de kater vast zit in den strik roept ,reynaert hoonend3 ,vindise goet ,die muse1 ,tibeert1 ende vet8 en verder3 ,tibeert1 ghi singhet als ghi et1 ,pleghet men tes coninx hove des8 ,de arme wolvin ,hersinde1 die van haar klauwen beroofd is en krimpend van pijn op den grond ligt1 moet de volgende schijnheilige woorden hooren3 ,ghi sijt1 des gheloovet mi ,een die liefste van minen maghen4 ,bedi sal ic u scoen andraghen4 ,god weet1 dat es al uwe bate4 ,ghi sult an dien hooghen aflate ,deelen ende an alt pardoen1 ,dat ic1 lieve moie1 in u scoen ,sal bejaghen over see4 ,over de eigenschappen van de andere dieren behoeft weinig gezegd te worden1 omdat juist de zwakke zijde van hun karakter 't meest naar voren treedt en daarover al gesproken is4 ,sympathiek is slechts n van allen3 ,grimbeert1 die zijn oom telkens verdedigt en tot het laatste toe hem trouw blijft3 als ,reynaert veroordeeld wordt1 verlaat ,grimbeert met al zijn magen het hof4 ,we zagen boven dat de niemand-sparende vos juist van dat vertrek gebruik maakt om zijn trouwen neef bij den koning te belasteren4 ,dat is wel een van ,reynaerts gemeenste streken1 hoewel de vrees voor den dood zijn handelwijze begrijpelijk maakt4 ,de ,reinaert als satire4 ,in 't voorgaande wezen we op het sterk ironische element in ,reynaerts karakter1 we hadden dat ook kunnen uitbreiden tot den schrijver zelf1 want het gedicht zit vol satirieke toespelingen op maatschappelijke toestanden1 die soms geweldig scherp zijn4 ,en hierin is de schrijver weer een kind van zijn tijd4 ,in de ,middeleeuwen is er veel gehekeld1 soms1 zooals ,willem het doet1 spottend en snijdend1 soms1 zooals we dat in ,maerlants werken vinden1 vol ernst en heilige verontwaardiging4 ,vooral de dienaren van de ,kerk1 die toen maar al te dikwijls onwaardige dienaren waren1 moesten het ontgelden1 dat getuigen ,maerlants ,martijnzangen1 ,der ,kerken ,claghe en zijn ,van den ,lande van ,oversee4 ,overal klachten over weelde en onzedelijk leven bij de geestelijkheid1 over verwaarloozing van hun kerkelijke plichten4 ,ook in den ,reynaert wordt de geestelijkheid niet gespaard3 heel dikwijls wordt gesproken over de priesters en gewoonlijk spelen ze geen mooie rol4 ,zoo belooft de priester wiens vrouw door ,bruun in de rivier geworpen wordt1 onmiddellijk vul pardoen en aflaet van alre sondeliker daet2 de pastoor bij wien ,tibeert muizen gaat stelen1 komt er al heel slecht weg2 de pape van ,amblois1 uit wiens kelder de wolf vleesch wil halen is een echte smulpaap3 niemand was rijker dan hij1 in z'n spiker was menech vet bake en rentvleesch in cupen1 en de geestelijke was zelf bezig een kapoen te eten1 dat alre beste hoen1 dat men in al dat lant vant4 ,eindelijk is ,belijn1 de ram1 de hofkapelaan van den koning1 een van de allerdomste dieren en bovendien iemand1 die van vrees beeft1 als ,nobel maar even boos wordt4 ,de woorden van ,tibeert1 die niet in 't gat durft kruipen1 want3 ,die papen connen soo menich baraet 7 list7 spreken boekdeelen4 ,parodie op ridderromans4 ,ook op andere punten is de ,reynaert hekelend3 zoo is't zeer waarschijnlijk dat de schrijver de ridderromans heeft willen parodieren door zijn dierenverhalen in vele opzichten den vorm te geven van een ridderroman4 ,die beginnen immers eveneens met een grootschen hofdag1 waar de grooten samenkomen en waar over allerlei avonturen gesproken wordt4 ,en hoe vaak vooral in de ,karelromans1 wordt er niet verhaald van twisten tusschen de grooten onderling en zelfs van strijd tusschen den leenheer en zijn leenmannen4 ,een samenzwering tegen 't leven van den koning als in ,carel ende ,elegast vermeld wordt1 ontbreekt niet in den ,reynaert4 ,en zoo zijn er nog wel meer punten van overeenkomst op te sporen4 ,,vondels ,,hekeldichten4 ,verdeeling4 ,de meeste en voornaamste hekeldichten van ,vondel zijn geschreven naar aanleiding van de drie volgende gebeurtenissen3 #ao4 den strijd tusschen ,remonstranten en ,contra-,remonstranten1 met alles wat daaruit voortvloeide4 #bo4 den strijd in ,engeland tusschen ,karel ,i en zijn ,puriteinsche onderdanen4 #co4 den aanval van ,willem ,,ii op ,amsterdam in #afej4 ,aan de hand hiervan is het vrij gemakkelijk een overzicht te krijgen van de meest bekende dier gedichten4 ,de burgertwisten tijdens en na het ,bestand grepen diep in 't leven en hoewel ze op economisch gebied niet veel sporen hebben nagelaten1 was hunne werking op dat van den geest zeer groot4 ,voor den hekeldichter ,vondel was deze tijd buitengewoon vruchtbaar1 het aantal en de vreeselijke scherpte van de meeste dier voortbrengselen verraadt ons1 hoe zeer hij meeleefde met de gebeurtenissen die rondom hem voorvielen4 ,gedichten op ,oldenbarnevelt4 ,we nemen van deze groep 't eerst die gedichten welke betrekking hebben op ,oldenbarnevelt4 ,de voornaamste hiervan zijn3 #ao4 ,weegschael van ,hollandt1 of de ,hollandtsche transformatie2 #bo4 ,gespreck tusschen eenen wandelaer en den galm der hofkerke2 #co4 ,het stockske van ,joan van ,oldenbarnevelt2 #do4 ,geusevesper of ,siekentroost2 en #eo4 ,jaergetyde van wylen ,heer ,joan van ,oldenbarnevelt4 ,de ,weeghschael4 #ao4 ,de ,weegschael4 ,dit gedicht is de beschrijving van een zinneprent op de zegepraal der ,contra-,remonstranten door invloed van ,maurits4 ,op de plaat ziet men een groote weegschaal1 bij de eene schaal staat ,arminius1 bij de andere ,gomarus4 ,de laatste heeft de boeken van ,calvijn en ,beza op de schaal geworpen1 de eerste legt daartegenover het gezonde verstand1 de privilegin der steden1 het gezag van de vroedschappen en vooral van ,oldenbarnevelt4 7,men vergelijke regel #h-ad4 ,op de plaat ziet men werkelijk een tabbaard op de schaal liggen47 ,gomarus schijnt te zullen verliezen1 maar plotseling werpt ,maurits zijn zwaard in de weegschaal4 ,zoo behalen door 't krachtig ingrijpen van ,maurits de ,contra-,remonstranten de overwinning4 ,het gesprek4 #bo4 ,het gesprek1 een echogedicht in den trant der ,rederijkers1 waarin ,vondel het voorstelt alsof een bezoeker van 't graf van ,oldenbarnevelt vragen doet en door den galm wordt beantwoord4 ,de vragen zijn dus z gekozen1 dat het laatste deel van 't slotwoord 't antwoord geeft op de vraag die in den geheelen zin ligt opgesloten4 ,maurits wordt hierin beschuldigd van tyrannie1 hij is de despoot die de rechten zijner onderdanen met voeten treedt4 ,het stockske4 #co4 ,het stockske1 een roerende aanspraak tot den stok die zoovele jaren den grijsaard tot steun verstrekte1 die hem de trappen hielp bestijgen1 als hij de belangen van 't land ging bepleiten in de vergaderzaal der ,staten1 die hem schraagde als de gebogen rug dreigde te bezwijken onder de beslommeringen welke 't landsbestuur meebracht1 maar die ook zijn steun was op den laatsten gang1 den gang naar 't wreede1 bloedige schavot4 ,geen wonder1 dat scherpe1 bittere woorden den dichter uit de pen vloeiden1 als hij dacht aan hem1 die dit roemvolle leven had vernietigd1 die ,hollants ,vader1 door den beul had doen sterven4 ,maurits wordt dan ook vergeleken bij ,nero1 hij is 't ,geweld1 die 't ,recht vertrad4 ,de ,geusevesper4 #do4 ,geusevesper is gemaakt voor de vier en twintig rechters van ,oldenbarnevelt4 ,vondel beweert hierin dat de rechters berouw gevoelen over hun daad 7regel #bc-bd7 en om die wroeging te verklaren1 zegt de dichter dat de gronden waarop de veroordeeling rustte1 niet zuiver waren4 ,de rechters handelden uit wreedheid1 om hun haat aan een politieken tegenstander te koelen1 en uit gierigheid 7 begeerigheid4 ,vgl4 vers #ag74 ,de goederen van den landsadvocaat werden nl4 verbeurd verklaard en brachten bij den verkoop heel weinig op1 waardoor velen goede zaken konden doen4 ,daartegenover stelt ,vondel de groote verdiensten van ,oldenbarnevelt 7vers #a-d7 en zijn onkreukbare eerlijkheid4 ,wat men van hem vertelde was onjuist1 't verhaal dat hij omgekocht zou zijn door ,spanje1 was slechts uitgestrooid om het volk tegen hem op te zetten 7vers #ac-af74 7,vergelijk hiermee wat over deze zaak bij de behandeling van den ,palamedes gezegd wordt74 ,vandaar dus die wroeging bij de rechters1 vandaar ook den raad om bij de predikanten troost te zoeken1 misschien kan de wroeging door hulp van deze ,santen verzacht worden4 ,maar dan in eens een heel andere toon4 7vs4 #bi74 ,neen er is geen troost1 geen leniging der smart te vinden1 bij geen predikant1 bij geen heilige ter wereld4 ,gij zijt schuldig1 het bloed van den grijsaard kleeft nog aan uwe handen1 het roept om wraak4 ,de ,heer1 de straffende ,god zal over u rechten6 ,deze rechters zijn een waarschuwend voorbeeld voor ieder die door haat of woede verblind1 misschien zijn handen zou willen bezoedelen met het bloed van ,vaders en ,vromen4 ,de naam ,siecke-troost is duidelijk3 de dichter stelt zich voor als een verpleger die zijne zieken bezoekt en ze troostende toespreekt2 hier echter dient het slechts om de schuld des te duidelijker te doen uitkomen1 om de wroeging nieuw voedsel te geven4 ,geusevesper beteekent letterlijk3 avondgebed voor de ,geuzen2 ,unger verklaart den geheelen titel aldus3 ,vondel neemt nu de rol van zieketrooster op zich2 doch inderdaad om hen hun vergrijp nog dieper te doen inzien1 en hij luidt als 't ware de vesperklok1 om hun geweten1 voor zooverre het nog slapen mocht1 wakker te maken4 ,jaergetyde4 #eo4 ,jaergetyde 7verjaardag71 een roerende herinnering aan de bloedige terechtstelling en tevens voor een goed deel een beschrijving daarvan 7couplet ,v-,,viii74 ,we halen voor 't goed begrijpen van 't geheel enkele regels aan uit een artikel van v4 ,heeckeren in den zevenden jaargang van ,taal en ,letteren4 ,zoo had de dichter dan in zijn verbeelding den geest van den gestorvene gezien1 zijne stem gehoord en had hem als een heilig verrezene uit de dooden zien verrijzen en gelijk dezen in ,gods vaderschoot rust zien vinden4 ,maar de stem zweeg1 de geest onttrok zich aan de menschelijke blikken1 niets ziet de dichter meer dan het bloedige lijk1 niets hoort hij dan de wind die langs het zwart gevaarte huilt4 ,nu de geest des staatsmans voor altijd is geweken1 heerscht in ,nederland niets dan nacht4 ,wel mag dus de dichter zijne oogen beklagen1 dat zij dien schim voor 't laatst hebben aanschouwd1 want met dien geest zijn ook de vrijheid en het recht uit het land verdwenen4 ,zoo eindigt dan het dichtstuk somber als de laatste tonen van het geluid eener doodsklok4444 ,als tweede groep nemen we de gedichten1 die ontstonden door de godsdiensttwisten in ,amsterdam in #afbf en volgende jaren4 ,de ,rommelpot is hiervan de meest bekende4 ,gedichten op ,amsterdamsche toestanden4 ,in ,amsterdam heerschte eenige jaren na het ,bestand een vrij groote gematigdheid onder de leden der vroedschap1 waardoor de plakkaten niet meer in al hunne scherpte werden gehandhaafd en den ,remonstranten oogluikend de oefening hunner godsdienstplichten werd toegestaan1 hoezeer de predikanten en hunne rechtzinnige volgelingen zich daartegen ook verzetten4 ,overal werden geheime bijeenkomsten gehouden1 die echter weldra meer en meer openbaar begonnen te worden4 ,gebeurtenissen in #afbf4 ,zoo werd den #ac ,april #afbf op den ,tweeden ,paaschdag een ,remonstrantsche bijeenkomst gehouden in een huis op den ,montelbaans-,burgwal of ,oude-,schans4 ,eenige kinderen die voor het huis speelden en de gemeente door hun rumoer hinderden1 werden door de vergaderden verjaagd1 eerst met woorden1 doch toen dat niet hielp door slagen4 't ,toegesnelde grauw bemerkte weldra wat er aan de hand was en begon het huis aan te vallen2 eerst werden de glazen ingeworpen1 daarna drong men naar binnen en vernielde de meubelen of wierp ze door de ramen op straat1 terwijl de ,remonstranten zich zoo goed mogelijk trachtten te redden4 ,ondertusschen hadden ,burgemeesteren en ,wethouders kennis gekregen van 't gebeurde en om de orde te herstellen en verder te bewaren1 zonden ze majoor ,nicolaas ,hasselaar met eenige stadssoldaten naar 't bedreigde huis1 dat reeds voor een goed deel door de woeste menigte was afgebroken4 ,aan zijne sommatie om uiteen te gaan werd geen gehoor gegeven2 de houding van 't volk werd steeds dreigender en zelfs begon men met steenen naar de soldaten te werpen4 ,hasselaar liet hierop het eerste gelid vuur geven en een der belhamels stortte neer met een mes tusschen de tanden en de handen vol steenen1 waarna de overigen terugdeinsden tot aan den ,montelbaanstoren4 ,de soldaten konden nu rustig het huis bezetten1 maar toch bleef het den geheelen avond onveilig en rumoerig in de buurt1 zoodat eenigen tijd later nog iemand doodgeschoten werd4 ,het woedende grauw sleepte 't lijk eerst naar 't ,huis van ,burgemeester ,jakob van ,nek en daarna voor dat van ,burgemeester ,pieter de ,vlaming van ,outshoorn1 wien zij 't voorgevallene verweten4 ,eindelijk werd het na veel drukte naar 't gasthuis gebracht4 ,vele ,contra-,remonstranten o4a4 ,simon van der ,does1 ,oud ,schepen en ,raad1 weten aan ,hasselaar het gebeurde en scholden hem voor een moordenaar4 ,ondertusschen waren drie der onruststokers gevat1 een zekere ,zwart1 kapitein in dienst der ,westindische ,compagnie1 en twee matrozen1 die op ,oost-,indi voeren4 ,een van de laatsten werd veroordeeld om gegeeseld te worden1 terwijl de beide anderen gestraft werden met het zwaart over 't hoofd4 ,vele kerkelijken vreesden voor 't leven van ,zwart1 waarom de kerkeraad een bezending naar ,burgemeesteren afvaardigde1 bestaande uit de predikanten ,adriaan ,smout en ,johannes ,kloppenburg met twee ,ouderlingen1 waaronder de ,oud-,schepen ,jan ,willemszoon ,bogaard1 om het bestuur aan te zeggen dat zy1 zo ,zwart met de doot gestraft werdt1 't gebed in de ,kerke niet voor hem doen1 noch de uitvoering van 't vonnis bywoonen zouden1 veel min hem vermaanen1 om zig tot sterven te bereiden1 alzo hy1 in een goede zaak1 geyverd hadt4 ,wagenaar teekent aan3 ,doch my is niet gebleeken1 hoe deze boodschap van de ,heeren opgenomen werdt4 ,optreden der ,predikanten4 ,de meeste predikanten veroordeelden het optreden van ,hasselaar1 ze vergoeilykten het bedrijf der plonderaren en schreeven het toe aan yver voor de ware leere4 ,ds4 ,smout ging zelfs zoo ver1 dat hij de twee belhamels noemde3 onnoozele luiden1 die deerlijk waren omgebragt4 ,alleen ,kornelis ,hanekop1 die zijne standplaats ,breda wegens de inneming van deze stad door ,spinola had moeten verlaten en nu sedert ,juli #afbe in ,amsterdam als predikant werkzaam was1 trad krachtig op tegen de onruststokers1 berispte hen en vermaande ze zich te onderwerpen aan 't gezag der wettige overheid4 ,bovendien verklaarde hij zich tegen te strenge handhaving der plakkaten ten opzichte der ,remonstranten en sprak verder openlijk uit dat de vyf ,arminiaansche punten zulke groove dwalingen niet waren1 dat zij den grondslag der zaligheid ondermynden4 ,deze handelingen maakten hem verdacht in de oogen zijner medebroeders1 zoodat de kerkeraad hem in ,november #afbf besloot te schorsen1 onder voorwendsel van lichaamszwakheid4 ,de ,rommelpot4 ,naar aanleiding van deze troebelen schreef ,vondel zijn ,rommelpot van 't ,hanekot1 waarin vooral de predikanten ,smout1 ,trigland en ,kloppenburg gehekeld worden4 ,van deze drie was ,smout stellig de hevigste1 zoodat zelfs de bezadigde ,hooft schreef1 niet te weten of men wel eenig schrijver zou kunnen aanwyzen1 die in lasteren en schelden by ,smoutius zou kunnen halen4 ,hij werd dan ook1 evenals ,kloppenburg1 ten slotte uit ,amsterdam verbannen4 ,ook ,trigland kon geweldig uitvaren1 maar zijn voornaamste wapen bleef toch steeds zijn geleerdheid1 waardoor hij voor de ,remonstranten een geduchte tegenstander was4 ,verklaring van den naam4 ,bij dit hekeldicht grijpt ,vondel niet1 zooals in andere gevallen1 naar zijn lier1 maar naar den ,rommelpot1 het oude1 wanstaltige muziekinstrument1 dat op zijn geklikklak de straatjongens aan 't schreeuwen hielp1 en de bewoners der achterwijken bij hoopen aan de voetstappen der spelers en zangers verbond4 ,zijn rommelpot zou hem sterken bij 't bezingen van de fraaie historie die in 't hanekot was voorgevallen4 ,de aanleiding tot het kiezen van dezen naam lag voor de hand1 de naam ,hanekop noodigde daartoe al uit4 ,trigland droeg reeds in de wandeling den naam van 't ,kalkoensche ,haantje1 terwijl eindelijk het optreden der strijdlustige predikanten den naam hanen rechtvaardigde3 hun alarmgeschreeuw van den kansel was reeds lang bij kraaien vergeleken1 het spreekwoord bestond reeds3 ,wie hoord' oyt haen op een preeckstoel soo relyck snacken4 ,bovendien hadden de ,contra-,remonstranten reeds vroeger een liedje in 't licht gegeven1 waarbij ze hun tegenstanders uitscholden voor ,arme ,hanen4 ,vondels groote verdienste ligt echter vooral hierin1 dat hij 't geheele gedicht door zooveel mogelijk het eens gekozen beeld heeft behouden1 en steeds de personen als hanen heeft doen optreden1 terwijl hij tevens zijn karakter als rommelpotspeler niet heeft verloochend4 ,meestal immers wordt deze musicus vergezeld door een zanger1 vaak een uitgehongerden jongen1 die de straatzangen met krijschende stem uitgalmt4 ,deze rol laat ,vondel vervullen door den ,contra-,remonstrantschen boekverkooper ,marten ,janszoon ,brandt1 die aan den ingang der ,nieuwe ,kerk woonde 7vgl4 couplet #a en #cd74 ,doorzichtige namen4 ,voor iederen persoon kiest de dichter een typeerenden naam1 waarvan we hier de meest bekende vermelden4 ,smout is 't ,haentje ,dikkop van de ,maze1 omdat hij vroeger in ,rotterdam had gewoond4 ,trigland1 die een hoogroode kleur had1 is 't ,kalkoensche ,haentje4 ,kloppenburg draagt den doorzichtigen naam van ,haentje ,klopper en ,hanekop dien van ,koppen4 ,merkwaardig is het dat ,vondel als oorzaak van het ijveren der predikanten tegen ,hanekop noemt de jaloerschheid3 ,hanekop was een zeer gewild en gezien predikant en de kerk was gevuld met een uitgelezen publiek als hij preekte3 ,alle kraejers lagen achter1 ,elck die scheen in 't kraejen schor2 ,toen begon er een gemor4 ,verhouding van staat en kerk4 ,vondel meende dat het geestelijk gezag ondergeschikt moest zijn aan het wereldlijke3 de overheid moest1 desnoods met geweld1 de roerige predikanten tot rede weten te brengen4 ,vandaar de wenk aan de ,burgemeesters 7de ,toorenwachters7 om op hanen te letten 7couplet #bi-cc74 ,dezelfde idee vinden we meer uitgewerkt in den ,harpoen4 ,oordeel van ,bakhuizen4 ,we eindigen onze bespreking van het gedicht met de volgende woorden van ,bakhuizen van den ,brink3 ,omtrent den ,rommelpot van het ,hanekot moge gelden1 hetgeen aan ,hooft vooral tegen de borst stond1 dat men die luiden leelijk en afschuwelijk in het oog der gemeente maakte1 daar zij leer en stichting bij te zoeken en uit te zuigen heeft #b2 te gereeder vergeven wij aan ,vondel zijnen stouten aanval op de ,predikanten1 om hunne eigene onverdraagzaamheid1 om de spranken van vernuft1 waarvan zijn gedicht schitterde4 ,spranken van vernuft1 zeggen wij2 en gij vraagt1 of het ,amsterdamsche gemeen wel zoo ontwikkeld was1 dat het die kon opmerken en opvangen3 en of niet1 terwijl de dichter den roem van zijne luim luisterrijk handhaafde1 juist daardoor eene andere verdienste1 van zich op het standpunt dergenen1 tot wie hij sprak te verplaatsen1 de verdienste der objectiviteit1 hem ontging8 ,indien het echter waar is1 dat ,bredero1 uit eigene ondervinding1 eene getrouwe schilderij van de zeden1 taal en denkwijze des gemeens ophing1 dan moet het inderdaad luimig en levendig1 en voor een wel aangebrachten kwinkslag te vangen geweest zijn2 dan moeten de vele laffe en nietswaardige schotschriften1 minder met de vatbaarheid des volks1 dan met de onbekwaamheid der schrijvers gestrookt hebben2 dan mogten misschien al de fijne trekken van ,vondel niet begrepen1 noch het lange gedicht in zijn geheel onthouden worden2 vele van de geestigste schimpscheuten zijn voorzeker in de ooren blijven kleven1 en het is der ernstige vroomheid van 't volk dank te weten1 dat het1 om 's dichters vroolijke invallen lagchende1 echter den eerbied voor zijne ,leeraars niet verloor4 't ,sprookje van ,reintje de ,vos4 ,in den ,rommelpot werd aan den ,oud-,burgemeester van ,amsterdam ,reinier ,pauw reeds een waarschuwing toegediend 7zie couplet #cf71 maar 't schijnt1 dat deze zijn wegen nog niet gebeterd had1 want in #afbg zag ,vondel zich genoodzaakt zijne bedreiging ten uitvoer te leggen en hem al mee een beurt te geven4 ,zoo ontstond 't ,sprookje van ,reintje de ,vos3 ,gemaekt om op de brug te zingen2 ,al zouw' er ,reintje uit zijn vel om springen4 ,weer verhaalt de dichter1 evenals in den ,rommelpot1 ons iets in allegorischen vorm1 weer is het een kip1 die bezongen wordt1 maar nu een hen die door 't looze ,reintje1 door den vos bedreigd wordt4 ,de aanleiding tot deze wijze van voorstellen was natuurlijk de naam ,reinier4 ,een ,otter in 't ,bolwerck4 ,even persoonlijk als het bovengenoemde hekeldicht is het in #afcj gedichte3 ,een ,otter in 't ,bolwerck4 ,tot verklaring hiertoe diene 't volgende4 ,toen in #afcj de predikanten ,kloppenburg en ,smout de stad moesten ruimen1 werd deze heugelijke gebeurtenis door hun felste tegenstanders1 de leden der ,academie van ,coster1 gevierd met het spelen van de ,iphigenia1 die geheel gericht was tegen 't drijven der felle ,calvinisten1 vooral tegen hunne leeraren4 ,de kerkeraad en vooral ,smout had indertijd hevig getoornd1 toen het stuk voor 't eerst werd opgevoerd en zelfs was er een bezending ouderlingen en predikanten naar 't stadsbestuur geweest1 om te trachten het spelen te beletten4 ,nu ,smout de stad had moeten verlaten1 werd zijn taak overgenomen door ,otto ,badius1 eerst predikant bij de ,duitsche1 later bij de ,hervormde ,gemeente te ,amsterdam1 die geweldig tegen het stuk en de leden der ,academie uitvoer1 wat natuurlijk een uitstekende reclame voor deze instelling werd1 zoodat de dichter in de voorrede van den zesden druk spottend kon uitroepen3 hartelijck bedanckende deze voorz4 ghestoorde uijlskuykens dat se alle de werelt met haer roepen ende krijten so gaende gemaeckt hebben1 dat de speelplaats te enghe om de aenschouwers te vatten1 ende de bus te kleen was om de penninghen te vergaren4 ,op deze gebeurtenis dichtte ,vondel ,een ,otter in 't ,bolwerck1 een zangerig volksliedje1 dat op de wijze van het veel gezongen en ook uit ,bredero bekende ,betteken voer naar ,maryemont vervaardigd was4 ,het hoofddenkbeeld moge een werkelijke aanleiding gehad hebben1 of door ,vondel verdicht zijn1 het is zeer geestig gegrepen4 ,hij veronderstelt1 dat de predikant een oog van welgevallen en liefde op de dochter van ,jan ,willemse ,boogaerd heeft geslagen1 en1 om haar hart te winnen1 zeker eenen allerzonderlingsten1 maar echter karakteristieken weg heeft ingeslagen4 ,bij de bewondering1 die de familie ,boogaerd voor strafpredikers als ,smout koesterde1 wil hij toonen1 dat hij voor dezen in profetischen ijver niet onderdoet4 ,en mocht hij het zoover gebracht hebben1 dat ook voor hem1 evenals voor zijn beide voorgangers1 de trekschuit gereed lag1 ten einde hem buiten de palen der stad te brengen1 dan zou voorzeker zijne schoone niet langer aarzelen1 eenen zoo eerwaardigen martelaar hare hand en trouw te schenken4 ,thans echter was hij tegen de ,akademie1 dien steen des aanstoots1 te velde getrokken en ,dr4 ,coster1 die tot de bloedverwanten der ,boogaerds behoorde1 maar hun voorzeker sedert lang als de ,heiden en de ,tollenaar geworden was1 werd het minst van allen gespaard4 ,het telkens wederkeerend o ,jemy1 o jemy6 drukt de bedenkelijke tronie en het onbehagelijk gehuil1 dat de jeremiaden van den ,predikant1 volgens ,vondel1 vergezelden1 voortreffelijk uit4 7,bakhuizen74 ,de ,roskam4 ,in ,mei van hetzelfde jaar verschenen twee hekeldichten1 ,roskam en ,harpoen1 die volgens ,brandt onder al 't geen hy van dat slagh had geschreven1 de kroon spannen4 't ,zijn geen gedichten1 die met het oog op bepaalde gebeurtenissen of bepaalde personen zijn geschreven1 maar meer op algemeene zaken zien2 ,vondel had zooals hij zelf in den ,roskam getuigde3 ,een kneppel onder een hoop hoenderen gesmeten3 'k ,heb weetens niemant in 't byzonder aengerant1 ,misschien wie 'k trof1 tot nut van ons belegert lant4 ,deze laatste regel geeft ons volkomen het doel aan1 waarom de dichter zijn ,roskam schreef2 hij had medelijden met zijn arm land1 dat uitgezogen werd door gewetenlooze bestuurders die slechts hun eigen voordeel op 't oog hadden en dat kon ,vondel niet aanzien zonder lucht te geven aan zijne verontwaardiging4 ,hij was de man niet1 die zou zwijgen als zijn hart hem gebood tot spreken1 met recht kon hij zeggen3 -- -- -- -- -- -- wat op 's harten gront leit1 ,dat weltme naer de keel3 ik word te stijf geperst1 ,en 't werkt als nieuwe wijn1 die tot de spon uitberst4 ,ook was zijn hart tot berstens toe gevuld door al de schandelijke dingen1 die hij om zich heen zag gebeuren1 hij moest zijn verontwaardiging luchten en greep den ijzeren roskam om de landsdieven de waarheid eens te doen gevoelen4 ,doch verbitteren alleen wilde hij niet1 hij wilde toonen1 dat ook het goede hem niet ongemerkt voorbijging1 vandaar de verheerlijking der rechtschapen bestuurders1 het loflied op de mannen die hun plicht deden1 op ,oud-,burgemeester ,cornelis ,pietersz ,hooft en den heer de ,bie4 ,burgemeester ,hooft was steeds voor ,vondel het ideaal geweest van een eerlijk1 rechtschapen regent2 het klinkdicht in #afbf vervaardigd bij den dood van dien edelen grijsaard1 getuigt van den diepen eerbied dien de dichter voor hem koesterde4 ,van vele treurige toestanden verhaalt ons de dichter3 schijnheiligheid speelt een hoofdrol1 de godsdienst wordt misbruikt om onrecht te verbergen1 de regenten zijn hebzuchtig en letten alleen op eigen voordeel4 ,hoe anders dan in de dagen van burgemeester ,hooft1 wiens leus steeds was3 ,indien 't gemeen u roept1 bezorgt het als uw eigen1 terwijl thans de hebzucht de bestuurders aandrijft1 de hebzucht ,die 't algemeen verzuimt1 en vordert slechts haer eigen4 't ,gevolg is3 telkens nieuwe lasten opgelegd aan 't volk1 't arme eselkijn1 en 't ergste is dat men daarbij nog zwetst van 't geloof6 ,de ,harpoen4 ,de ,harpoen is niet gericht tegen de regeeringspersonen1 zooals de ,roskam1 maar tegen de predikanten4 't ,gedicht is opgedragen aan ,jonkheer ,landeslot1 ,heer van ,vryburgh m4 a4 w4 aan de overheid1 die 't lot van een land in haar handen heeft en die dit land weet te maken tot een oord1 waar vrijheid1 vooral gewetensvrijheid1 heerscht4 ,de compositie is vrij wel gelijk aan die van den ,roskam1 daar stelde ,vondel den eerlijken1 trouwen burgemeester ,hooft tegenover de plichtvergeten regenten1 hier vinden we ,godefried1 het toonbeeld van een goeden herder1 tegenover ,wolfaert1 de incarnatie van den slechten predikant1 zooals ,vondel ze naar zijn meening dagelijks in ,amsterdam voor zich zag4 ,godefried is een ideaal-predikant volgens ,vondel en uit hetgeen van hem verteld wordt1 kunnen we opmaken welke eischen de dichter aan een goeden herder stelde4 ,voorop staat een goed1 zedelijk leven2 allerlei spitsvondige geloofsonderscheidingen geven niets1 men moet iemands geloof afmeten naar de daden1 niet naar de woorden4 ,godefried drong op 't weten niet zoo vierigh1 als op 't doen4 ,hijzelf ging hierin voor3 7,hij7 braght dat woeste volk tot deughdige bekeering1 ,door voorgang eer dan door zijn ongetoide lering4 ,en vooral3 ,noit moeid' hij zich met staet of werelts heerschappij1 ,gode offerde hij zijn dienst1 zijn' trou aaen zijn' ,lantsheer4 ,daartegenover staat ,wolf-aert1 7een fraaie naam voor een hrder67 die het volk opruide tegen de overheid1 de gemeente onderling verdeelde1 zoodat elk zijn medechristenen de zaligheid misgunde4 ,tegenover zulke predikanten past maar n middel3 krachtig optreden van de overheid1 zooals de wakkre heer van ,schagen inzag4 ,we wezen er reeds op1 dat ,vondel in zijn ,rommelpot aan de ,amsterdamsche burgemeesters denzelfden raad gaf3 de ,toorenwachters behooren de ,hanen goed in 't oog te houden4 ,hekeldichten op ,engelsche toestanden4 ,de hekeldichten1 die geschreven zijn naar aanleiding van den strijd tusschen ,karel ,i en de ,puriteinen zijn van veel minder beteekenis dan de reeds behandelde4 ,we kunnen hierover dus kort zijn4 ,vondel kiest de zijde van ,karel ,i vooral om twee redenen3 #ao4 ,uit godsdienstige overwegingen4 ,de ,katholieke ,vondel was tegen den fellen ,protestant ,cromwell4 ,om dezelfde redenen kiest hij in ,maria ,stuart partij voor deze vorstin en bestrijdt de ,protestantsche ,elisabeth4 ,we weten uit vroegere gedichten hoe gebeten ,vondel op de ,calvinistische ijveraars was en dit waren ,cromwell en zijn mannen immers4 #bo4 ,hij hechtte aan goddelijk recht der vorsten en moest dus den opstand afkeuren4 ,zeer duidelijk blijkt dat bv4 uit de volgende aanhaling uit den ,morgenwekker der ,sabbattisten1 waaruit we tevens zien dat ,vondel de ,engelsche predikanten gelijk stelde met mannen als ,smout en ,trigland4 ,uw predikstoelen zelfs gedyen ,u tot zoo vele baterijen1 ,waer uit men vier geeft op den ,vorst1 ,en 't heiligh ,recht der ,majesteiten4 ,iets verder lezen we in datzelfde gedicht3 ,apostolijke ,orakels leeren ,godt vreezen1 en den ,koningk eeren3 ,zoo klinkt dit nimmer faelbaer woort4 ,de ,koning is de vertegenwoordiger ,gods op aarde1 wie tegen den vorst opstaat1 vergrijpt zich aan ,god zelf2 vandaar dat ,cromwell wordt vergeleken bij ,lucifer3 ,uw scepterstormen1 geen hervormen1 ,volght ,lucifers banier in 't stormen4 ,aanslag van ,willem ,,ii op ,amsterdam4 ,de laatste groep hekeldichten die we vermelden1 hebben betrekking op den aanslag van ,willem ,,ii op ,amsterdam4 't ,voornaamste dat ons in deze gedichten treft1 is de warme liefde die ,vondel koestert voor ,amsterdam en de vereering welke hij gevoelt voor groote figuren als de ,bickers4 ,men leze bv4 de ,bikkers in ,marmer4 ,merkwaardig is verder dat hij denzelfden ,willem ,,ii1 wiens geboorte hij in de ,geboortclock bezongen had1 den zoon van den zoo vereerden ,frederik ,hendrik1 nu een tiran1 een schelm1 een zoon1 die zijne moeder de borst afsnijt1 noemt1 en hem rekent tot de ,monsters onzer ,eeuwe6 ,,palamedes4 ,ontstaan4 ,volgens ,vondels biograaf ,brandt heeft de dichter zijn drama geschreven op aanraden van den ,amsterdamschen ,schepen ,albert ,koenraadts ,burgh1 die hem eens zou hebben gezegd1 toen ze samen spraken over ,oldenbarnevelt1 maak er een treurspel van4 ,dit denkbeeld liet ,vondel niet los1 en daarom trachtte hij een verhaal uit de oudheid te vinden1 dat in hoofdzaak parallel liep met het leven van den ,landsadvocaat4 ,eindelyk quam hem de ,grieksche ,palamedes te vooren1 daar men van schryft1 dat hy1 onder deksel van het oogh naar den vyandt gewendt1 en geldt genooten te hebben1 by het gemeene volk in haat wierdt gebraght1 en door ,agamemnon en ,ulysses1 tot onvergoedbare schaade van geheel ,grieken1 gedoodt4 ,deze geschiedenis was uiterst geschikt om op ,oldenbarnevelt toegepast te worden en het gelukte dan ook ,vondel zijn ,grieksch-,nederlandsch tooneelstuk samen te stellen4 ,strekking4 ,in #afbe1 eenigen tijd nadat ,prins ,maurits was gestorven1 verscheen het spel in druk4 ,vondels optreden wekte groote verbazing en opschudding1 want ieder begreep dadelijk de strekking van het werk1 te meer daar onder den titel3 ,palamedes1 of vermoorde onnoozelheit1 een plaat stond1 voorstellende een oud man1 gelijkende op ,oldenbarnevelt1 aangegrijnsd door woedende dieren4 ,en ,vondel had het drama onder zijn eigen naam uitgegeven1 zoodat ieder dadelijk den schrijver kende4 ,gevolgen voor ,vondel4 ,een aanklacht was onvermijdelijk1 het boek werd door 't ,stedelijk ,bestuur opgehaald1 en er was zelfs sprake van den schrijver naar ,den ,haag te zenden4 ,misschien zou ,vondels hoofd er mee gemoeid zijn6 't ,werd hem in zijn huis te bang2 hij vluchtte en vond een schuilplaats bij den kunstbeschermer ,laurens ,baeck4 ,ondertusschen liep 't niet zoo'n vaart met de vervolging als 't zich eerst liet aanzien2 ,vondels vrienden deden hun best en door invloed van ,schepen ,burgh kwam de schrijver ten slotte vrij met een boete van f #cjj4 ,door dit alles was de aandacht van 't publiek zeer gespannen3 ieder wilde het veel besproken stuk lezen4 ,vandaar dat er nog in #afbe zeven drukken zijn verschenen4 't ,boek werd later vooral herdrukt in tijden dat men tegen de ,oranje's gekant was1 b4v4 in 't eerste en tweede stadhouderlooze tijdvak4 ,de ,palamedes als politieke allegorie4 ,de allegorie4 ,we zagen in 't voorgaande dat ,vondel de politieke toestanden van ons land wilde beschrijven en het tegelijk trachtte voor te stellen1 alsof zijn stuk speelde in een ander land en alsof de personen die er in optraden1 heel andere menschen waren dan hij in werkelijkheid bedoelde4 ,een dergelijk werk noemt men een politieke allegorie4 ,bij zoo'n politiek-allegorisch werk moet er overeenkomst zijn in den algemeenen loop van 't verhaal en ook overeenkomst tusschen de personen1 althans de hoofdpersonen4 ,in den ,palamedes is dat zeer duidelijk het geval4 ,palamedes was een der aanvoerders van de ,grieken voor ,troje en algemeen geacht om zijn beleid1 schranderheid en dapperheid4 ,maar enkelen benijdden zijn roem1 vooral ,ulysses en de opperbevelhebber ,agamemnon4 ,zij beschuldigden hem van heulen met den vijand1 van landverraad1 en wisten hem op deze wijze met behulp van de priesters ,calchas en ,eurypilus ten val te brengen4 ,lezen we voor ,palamedes ,oldenbarnevelt1 voor ,agamemnon ,maurits1 voor ,ulysses ,oldenbarnevelts doodsvijand ,franois van ,aerssen1 en voor ,grieksche priesters ,contra-,remonstrantsche predikanten1 dan geeft 't bovenstaande overzicht in enkele hoofdtrekken ,oldenbarnevelts strijd en val weer en tevens kennen we de personen die ,vondel onder den dekmantel van een ,grieksch verhaal heeft willen teekenen4 ,deze personen zullen we nog iets uitvoeriger nagaan4 ,palamedes ,oldenbarnevelt4 ,palamedes is ,oldenbarnevelt4 ,we wijzen hier op enkele punten van overeenkomst4 #ao ,beiden dienden hun land vol toewijding4 #bo4 ,tegen beiden werden valsche beschuldigingen ingebracht4 #co4 ,de voornaamste beschuldigingen waren3 heulen met den vijand en tevens omkooping4 #do4 ,beiden werden onschuldig ter dood gebracht4 ,in sommige verzen is 't al heel duidelijk dat ,vondel aan ,oldenbarnevelt dacht en niet aan ,palamedes1 vooral als men weet dat de laatste een man was in de kracht van zijn leven4 ,men leze bv4 het volgende gedeelte1 waarin ,palamedes' dood wordt beschreven3 d',euber vorst rees op van daer hij was gezeten ,en sprack3 o mannen1 die met onrecht zijt gebeten ,op mijne onnozelheit1 wat is dit voor een wijs1 ,dat veertighjaergen dienst en zoo veel slavernijs ,met storten van mijn bloet vergolden wort in 't ende8 ,en is 't niet in de volgende regels of de ,advocaat van 't schavot spreekt tot de verzamelde menigte8 ,so staende in 't openbaer1 met opgerechten hoofde1 ,o mannen1 zeght hy1 of uw heusheit noit geloofde1 ,al 't geen de valsheit heeft van lantverraet gedicht1 ,dat was mijn leste wensch4 'k ,heb volgens mijnen plicht ,gansch vroom1 en ongeveinst1 en openlyck gehandelt1 ,en sterf een oprecht ,grieck1 gelijck ick heb gewandelt4 ,zoo wordt nog gesproken van 't eerlyck grijze haer en tooneelen worden geschetst1 als er voorvielen bij ,oldenbarnevelts schavot bv4 het in 't bloed doopen van doeken door de omstanders4 ,agamemnon-,maurits4 ,agamemnon is ,maurits4 ,de gelijkheid springt in 't oog3 ,agamemnon is de aanvoerder van 't leger der ,grieken1 ,maurits van dat der ,nederlanders2 de macht van ,oldenbarnevelt was ,maurits een doorn in 't oog1 ,agamemnon was jaloersch op den grooten invloed van ,palamedes4 ,als men nog slechts een klein gedeelte van 't stuk gelezen heeft1 bv4 de verdediging van ,palamedes1 waarmee 't drama aanvangt1 voelt men dadelijk dat over ,maurits wordt gesproken4 ,zoo ziet ieder in de verzen waarin verhaald wordt dat ,agamemnon de vloot in zee liet steken om zijn soldaten tot een moedigen strijd te dwingen1 een toespeling op den slag bij ,nieuwpoort4 ,wichelaers-,predikanten4 ,in ,calchas en ,eurypilus zijn geteekend de ,contra-,remonstrantsche predikanten1 de bittere vijanden van ,oldenbarnevelt4 ,bepaalde personen stellen ze waarschijnlijk niet voor2 ,vondel heeft de predikanten in 't algemeen willen schilderen4 ,verhouding van ,kerk en ,staat4 ,de wichelaers zijn vooral gebeten op ,palamedes1 omdat hij hun macht trachtte te beperken en er op uit is hen buiten de staatszaken te houden4 -- -- -- -- ,my docht1 't was tijt zijn hovaerdy te toomen1 ,naerdien hy verder dan de kerck en 't outer gaet1 ,en ommesnufflen komt uit staetzucht in den raet4 ,vergelijking met ,ifigenia4 ,zeer leerzaam is de vergelijking van dit gedeelte1 of eigenlijk van den geheelen ,palamedes1 met de ,ifigenia van ,dr4 ,samuel ,coster4 ,de typeering van de predikanten is in beide stukken dezelfde4 ,zoo durft ,eurypilus in de ,ifigenia uitingen doen als de volgende3 vs4 #hhi 'k ,ben een gezante ,gods4 #ijd ,protesilaus 't schijnt ghy ,godes ,volck bespot1 ,en die dat ,volck bespot1 die spot ook selfs met ,god4 en eindelijk3 ,de ,godtheit vertoont zich in my lichaemlijck4 ,vergelijk hier b4v4 mee 't geen ,calchas in den ,palamedes zegt3 #ige ,wy sijn afdrucksels ,gods4 ,coster wenscht dat de predikant zich niet met staatszaken zal bemoeien2 hun plicht is3 #hfh ,uws ist den ,volck' in vreed1 in suyverheyt1 in leer1 ,en in geboorsaemheyt te stichten langs so meer3 ,dat is dijn ,godlijck ampt1 dat hebdy te verschaffen4 ,dit is ook de meening van ,oldenbarnevelt geweest en ,vondel had dezelfde inzichten1 zooals duidelijk uitkomt in zijn verschillende hekeldichten1 o4a4 in zijn ,harpoen1 waarin hij in ,godefried den goeden1 in ,wolfaert den slechten predikant schildert4 -- -- -- -- -- ,noit moeid' hy sich met staet ,of weerelts heerschappy4 ,dat was een der beste eigenschappen van ,godefried4 ,hooft heeft ongeveer dezelfde ideen1 wat heel duidelijk uitkomt in de alleenspraak van ,seghemont in ,baeto4 ,een andere eigenaardigheid is dat men de predikanten vaak voorstelde als indringers1 als vreemdelingen2 ,coster noemt hen in zijn ,ifigenia3 een hoop vreemde slaven1 en ,vondel in zijn ,palamedes spreekt dezelfde beschuldiging uit3 #ie ,hy is een vreemdeling4 ,op een andere plaats 7vs4 #aejb7 wordt ,calchas een verloopen ,phrijg genoemd1 een overlooper dus4 ,ook dit wierp men enkele predikanten dikwijls voor de voeten1 o4a4 ,trigland1 die oorspronkelijk ,katholiek was geweest1 en waarschijnlijk zelfs voor den geestelijken stand bestemd was1 en bovendien den ,leidschen predikant ,fabricius1 waarvan ,vondel in ,haec ,libertatis ,ergo zegt3 #eg ,een lichte ,monnik1 die zijn kap hing op den tuin1 ,stelt ,leiden nu de wet1 en maakt zich 's volks ,tribuin4 ,in de ,bede aen de oppervyanden van de voorstanders der ,vryheit tot ,leyden wordt hij betiteld als ,paep ,henrix 7vs4 #ad7 #c4 ,ulysses-,aerssen4 ,ulysses vertoont veel overeenkomst met ,franois van ,aerssen1 die door ,oldenbarnevelts steun opklom tot gezant aan het ,fransche ,hof maar de meest verbitterde tegenstander van den ,advocaat werd4 ,zoo wordt o4a4 een pamflet dat in #afag verscheen1 het ,nootwendigh ende levendig discours1 waarin ,oldenbarnevelt geducht wordt aangevallen1 gewoonlijk toegeschreven aan ,aerssen4 ,in #afah werd er een scherpe pamfletten-strijd gevoerd tusschen ,aerssen en den schoonzoon van ,oldenbarnevelt1 ,van der ,mijle4 ,nadat ,oldenbarnevelt gevallen was werd ,aerssen de leider der buitenlandsche politiek4 ,in de hekeldichten van ,vondel wordt de voormalige gezant niet gespaard2 telkens wordt op zijn minder eerlijke praktijken gezinspeeld4 ,in de ,medaellie voor de ,gommariste ,kettermeester en ,inquisiteur te ,dordrecht vinden we 't volgende3 #i4 ,hangt een van u ledematen1 ,die tot nadeel van de ,staten1 ,voor den duivel henen zeilt1 ,en het lant aan ,vrankrijk veilt1 ,die veel schatten heeft verzwolgen1 ,en staegh toeleit op vervolgen4 waarbij aangeteekend staat3 ,franois van ,aerssen1 ,heer van ,sommelsdijk1 weleer gezant van ,vrankrijk1 een vrek en gierig man1 die zich tot alles met geschenken liet omkoopen1 een bitter vijant van ,barnevelt en de ,remonstranten4 ,dezelfde getuigenis geeft ,vondel nogmaals van hem in het ,decretum horrible3 -- -- -- -- -- ,zou men dan1 om pistolettegout1 ,of heldren zonneglans van ,fransche lelikronen1 ,geen ,vaderlant verran1 en zeven vorstentroonen8 waarbij aangeteekend is1 dat ,oldenbarnevelt van den bedoelden persoon in eene zitting van de ,staten van ,holland 't volgende getuigde3 ,ik heb deesen ,aerssen tot het ,ambassadeurschap helpen promoveeren1 alzoo ik bespeurde1 dat hij gaeu was1 en heeft ook zeer goede diensten gedaan2 maer in 't jaar #afjf heeft hij in presentie van mij1 en zoo ik goede memorie heb1 mede bij de ,heeren ,van der ,aa en ,joachimi1 geproponeert om deesen landen aen de ,majesteit van ,vrankrijk op te draegen op zekere conditin3 als men de ,roomsche ,religie in het ,land zou toelaten2 en in 't jaer #afjg daer nae heeft hij nog breeder de zaak gededuceert2 welke propositie of zij eerst van den koning is voortgekomen1 dan of ,aerssen zelve die den ,koning hadt ingegeven1 kan ik wel niet zeggen2 doch zoo heb een advijs1 van een ,grooten van ,vrankrijk geschreven3 ,aujourdhuy est cecy au ,roi remonstr1 en die overgroote rijkdom van ,aerssen is mij zeer suspect4 ,aerssen behoorde tot de commissie1 die belast werd met het doorzoeken van ,oldenbarnevelts papieren4 ,fruin zegt van dit onderzoek3 ,dat geen bewijzen van schuld uit de vermeesterde papieren aan den dag is gebracht1 staat in mijn oogen met een finale vrijspraak gelijk4 ,er is een treffende overeenkomst tusschen de handelingen van ,ulysses en ,aerssen3 ,ulysses beschuldigt ,palamedes goud te hebben aangenomen van den vijand2 ,aerssen zegt in zijn pamfletten hetzelfde4 #dbb4 ,mijn vyand staet versuft1 en dut1 en is versaeght3 ,hij vind sich raedeloos1 om van de lastermonden ,en logens sich t' ontslaen1 waer mede hy wordt geschonden4 ,te meer hij sich verweert #d en na sijne onschuld tracht1 ,te meer het lastren groeyt4 ,hy is1 en blyft verdacht4 ,het krijghsvolck is gedeelt3 d' een looft hem als een vader1 ,en d' ander hem verspuwt1 en scheld voor landverrader4 ,in de laatste bedrijven van den ,palamedes is ,ulysses echter niet identiek met ,aerssen1 omdat de laatste niet tot de #bd rechters heeft behoord4 ,diomedes-,muys van ,holy4 ,diomedes is waarschijnlijk ,hugo ,muys van ,holy1 schout en burgemeester van ,dordrecht en tevens rechter van ,oldenbarnevelt4 ,hij speelde een gewichtige rol op de ,dordtsche ,synode4 ,vondel noemt hem in de ,medaellie3 ,groote lantsdief1 ,hollants kruis4 terwijl de dichter ook in den ,roskam op hem zinspeelt1 als hij spreekt over de slechte1 ontrouwe regenten3 #afc ,wat wordt er nu gespilt6 wat sou men dan bespaeren6 ,men had1 in tijt van noot1 een schatkist sonder tal3 ,maar nu is 't ,muisevreught3 de kat sit in de val4 ,het handschrift van de ,leidsche ,universiteits-bibliotheek 7zie de ,palamedes-uitgave van ,hoogstra1 blz4 ,,xxv7 zegt3 ,diomedes is ,graaf ,willem1 de ,heer van ,duivenvoorde1 de ,raadsheer ,franken1 ,pauw en andere vijanden4 ,met ,diomedes had ,vondel dan ook zeker niet n persoon op 't oog1 maar meerdere tegenstanders van den ,advocaat4 ,andere personen4 ,nestor komt op voor de belangen van ,palamedes3 misschien mogen we bij hem daarom denken aan den raadsheer ,junius die ,oldenbarnevelt verdedigde4 ,een andere pleiter voor den advocaat was de ,fransche gezant ,du ,maurier1 die op last van de ,fransche regeering verschillende vertoogen indiende om 't leven van den beschuldigde te redden4 ,frankrijk stond echter niet meer onder 't krachtige bestuur van ,hendrik ,,iv2 vandaar dat de nota's van den ,franschen gezant eenvoudig ter zijde werden gelegd4 ,thersites is volgens beide uitgaven ,gerrit ,beukelsz4 van ,santen van ,delft1 een der #bd rechters1 die volgens de overlevering den wensch uitsprak3 beul te mogen zijn om den ,advocaat te kunnen verscheuren4 ,de ,bode is misschien ,jan ,franken4 ,hij was de knecht van ,oldenbarnevelt die met hem de gevangenschap gedeeld heeft1 hem in 't naar buiten smokkelen van verschillende papieren behulpzaam is geweest en hem tot op 't schavot diensten heeft bewezen4 ,later heeft ,franken dit alles opgeteekend en is zoodoende de beschrijver geworden van de geheele lijdensgeschiedenis4 ,tweeslachtigheid van den ,palamedes4 ,tengevolge van de bewerking moest de ,palamedes een tweeslachtig stuk worden3 we heeten ons te bevinden in 't ,grieksche leger voor ,troje1 maar worden telkens in ,holland verplaatst4 ,we zouden daarvan vele voorbeelden kunnen bijbrengen1 maar zullen slechts een paar1 die heel sprekend zijn1 aanhalen4 ,ulysses wil ,palamedes niet tot gevangenschap veroordeeld hebben1 dat is hem te gevaarlijk1 misschien draeght men hem in een kist voor boeken uit4 ,een wonderlijke uitdrukking in den mond van een ,griek1 maar heel begrijpelijk voor ,nederlanders uit ,vondels tijd die zich de ontvluchting van ,oldenbarnevelts vriend ,de ,groot nog zoo goed herinnerden4 ,palamedes verdedigt zich tegen de ingebrachte beschuldigingen en wijst bovendien op 't vele1 dat 't land aan hem heeft te danken4 ,zoo heeft hij zelfs daer de naelde zwijmt1 gestaen naer vrijen pas4 ,geen ,griek heeft zeker ooit aan iets dergelijks gedacht1 nch aan een kompasnaald1 noch aan 't zoeken van een doorvaart door de ,i,jszee naar ,indi1 maar ,vondels tijdgenooten dachten natuurlijk dadelijk aan ,heemskerks pogingen1 die eindigden met de overwintering op ,nova ,zembla4 ,vergelijking met den ,ilias4 ,aan 't slot van onze beschouwing wenschen wij na te gaan in hoeverre ,vondel bij 't teekenen der hoofdpersonen zich gehouden heeft aan de ,grieksche overlevering4 ,daarvoor zullen we ,vondels karakterteekening vergelijken met die uit den ,ilias4 ,de voorstelling die ,vondel in den ,palamedes geeft van ,ulysses1 is geheel afwijkend van die welke we in den ,ilias vinden3 bij ,vondel is hij niets dan een listige schurk1 in den ,ilias daarentegen een groot en dapper krijgsheld1 wel de in vindingen rijke ,odusseus1 maar tevens de godlijke krijgsheld1 de godengeliefde4 ,een enkele aanhaling moge dit bewijzen4 ,maar thans stond er verlaten de lansenzwaaier ,odusseus2 ,geen der ,argeirs bleef1 daar allen de vlucht op het lijf viel4 ,wrevelig zeide hij nu tot het moedige hart bij zich zelven3 --,wee1 wat moet mij geschieden8 ,een schandelijke daad als ik wegvlood ,bang voor die menigte volks2 maar erger indien ik gedood word ,gansch alleen1 want ,zeus deed d' andere ,danars vluchten4 ,doch waarom overlegt mijn gemoed toch zulke gedachten8 ,immers ik weet dat de laffen zich wel onttrekken aan 't slagveld1 ,maar die de edelsten zijn in den strijd1 hunne dure verplichting ,eischt dat zij standvast blijven1 getroffen of anderen treffend4 #e ,en hierop volgt hoe de dappere held zich verdedigt tegen de ,trojanen en hen neervelt als een wild zwijn de jachthonden4 ,vondel kon ,ulyssus evenwel niet voorstellen als een dapper en edel krijgsman2 waarom natuurlijk niet8 ,in de teekening van ,diomedes merken we 't zelfde op3 van hem zegt de dichter niets goeds en toch behoort ook deze held tot de dapperste ,grieken4 ,hij staat onder bizondere bescherming van de godin ,pallas ,athene en de vijfde zang van den ,ilias #f is zelfs geheel aan zijn heldendaden gewijd4 ,hij verdrijft de dapperste ,trojanen o4 a4 ,aineas en ,hector en wondt de godin ,afrodite1 die den eerste tracht te beschermen4 ,ten slotte brengt hij zelfs met behulp van ,athene den krijgsgod ,ares een geduchte wond toe4 ,in zijn gesprek met ,ulysses 7vs4 #dee-eij7 wordt ,diomedes door ,vondel zelfs voorgesteld als een lafhartig mensch4 ,later wordt evenwel van hem gezegd3 ,ik ben een man in 't veld1 om op een moedigh paerd1 ,dat schuymbeckt1 briescht1 en krabt1 en stof werpt met sijn voeten1 ,mijn' vijand voor de vuyst1 met swaerd en speer1 t' ontmoeten4 ,hierin vinden we althans den echten ,diomedes terug4 ,agamemnon1 de aanvoerder der ,grieken1 is ook in den ,ilias een heerschzuchtig vorst1 die soms wel dapper strijdt1 maar toch op andere oogenblikken heel wat van zijn krijgsgezellen moet hooren4 ,zoo voegt ,diomedes hem toe3 -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- ,zeus ,gunde u wel door uw scepter vereerd voor allen te wezen1 ,maar moed gaf hij u niet1 de vermogendste toch van de krachten1 #g terwijl hij ook in andere gedeelten als een hoogmoedig vorst wordt geschilderd4 ,in dat laatste opzicht komt de ,agamemnon van ,vondel overeen met dien uit den ,ilias4 ,nestor is in ,vondels drama de wijze raadgever1 de verstandigste der ,grieken en evenzoo stelt hem ,homerus voor4 ,een enkele aanhaling bewijst dat duidelijk4 ,nadat zij spijzen en dranken naar begeerte des harten genoten1 ,gaf hun de grijsaard 't eerst in beraad zijn verstandigen voorslag1 ,nestor1 die bleek ook vroeger den zekersten raad te verschaffen4 #h ,calchas is de wichelaar1 de priester in 't leger der ,grieken4 ,hij is vooral beroemd door zijne voorspellingen4 ,dat hij in den ,ilias volstrekt niet als een slecht mensch wordt voorgesteld1 blijkt uit de volgende aanhaling4 -- -- -- -- -- -- -- --2 toen rees uit hun midden ,kalchas1 ,thestors zoon1 de voornaamste der vogelenwichelaars1 ,hij die naar ,ilios me aan de vloot der ,achairs tot leidsman ,ziener van alles wat is1 zijn zal en te voren geweest is1 ,was met zijn schouwenden geest1 als ,apolloon ,foibos het ingaf4 ,deze nu sprak welmeenend hun toe4 -- -- -- -- -- -- #i ,in den ,palamedes is hij geheel anders geteekend3 daar is hij de slechte priester1 die het geloof misbruikt en zijn macht aanwendt om zijn wraakzucht te bevredigen4 ,eurypilus speelt in den ,ilias een zeer ondergeschikte rol2 hij is een ,griek1 die door ,paris met diens pijlen gewond wordt4 ,zeer goed in den toon is gebleven ,thersites1 die zoowel in den ,palamedes als in den ,ilias voorgesteld wordt als een onbeschaamde schreeuwer4 ,we halen de volgende verzen aan1 die hem duidelijk typeeren4 ,er wordt in 't leger der ,grieken eene vergadering gehouden1 die geleid wordt door den aanvoerder ,agamemnon4 ,nu zat elk daar neder en hield zich bedaard op de zetels4 ,maar alleen nog schreeuwde de eindlooze zwetser ,thersites1 ,hij steeds vaardig van geest met een vloed onpassende woorden1 ,dwaaslijk1 om tegen de orde1 de vorsten te tergen met schimptaal1 ,waar het hem scheen1 dat er iets den ,argeirs belachelijk ware4 ,als men hiermee vergelijkt ,thersites' optreden tegenover ,nestor in 't vierde bedrijf van den ,palamedes1 blijkt dat ,vondel het karakter van den schreeuwer goed heeft weergegeven4 ,,gysbreght ,,van ,,aemstel4 ,ontstaan4 ,de ,gysbreght werd door ,vondel geschreven als openingsstuk voor den nieuwen schouwburg1 die in #afcg 't vroegere houten gebouw verving1 't ,is dus een gelegenheidsstuk1 zooals reeds dadelijk blijkt uit 't ,voorspel 7regel #a-e73 ,de trotse ,schouwburgh heft zijn spitse kap ,nu op1 en gaet de starren naderen1 ,en wellekoomt met dartel handgeklap ,al 't ,raedhuis1 en ons wijze ,vaderen1 ,het heiligh ,raedhuis wijd den ,schouwburgh in4 ,ook in 't stuk zelf vinden we een duidelijke aanwijzing1 namelijk in ,rafaels voorspelling1 waarin ,gysbreght gezegd wordt1 dat eens ,amsterdam een nieuwen schouwburg zal bouwen en zijn daden daar aan de overheid der stad zullen tegemoet gevoerd worden 7regel #ahdg-ahej74 ,optreden der predikanten4 ,de opvoering werd vastgesteld op den tweeden ,kerstdag #afcg1 maar de ,kerkeraad verzette zich heftig1 omdat het stuk te ,roomsch was4 ,tot een verbod kwam het niet1 alleen eenig uitstel kon verkregen worden3 den #c;den ,januari #afch werd de ,gysbrecht voor 't eerst gespeeld4 ,vondel droeg zijn treurspel op aan zijn vereerden vriend ,hugo de ,groot1 en in deze opdracht vermeldt de schrijver welke twee overwegingen hem vooral geleid hebben bij 't opbouwen van zijn werk4 ,stof uit de geschiedenis van ,amsterdam4 #a4 ,juist omdat het werk diende ter inwijding van een echt ,amsterdamsch gebouw1 nam hij zijn stof uit de geschiedenis van ,amsterdam1 immers reeds d'aeloude dichters pooghden de gedichten den volcke smaeckelijck te maken met zaecken te ververschen1 die hunne vorsten en voorouderen betroffen4 ,vergelijking met de val van ,troje4 #b4 ,vondel vergelijkt telkens den ondergang van ,amsterdam met dien van ,troje4 ,hij was nl4 bezig met de vertaling van den ,aeneis van ,vergilius1 waarin de val van ,troje en de omzwervingen van ,aeneas verhaald worden4 ,nu had hem in dit epos bizonder getroffen de beschrijving van 't brandende ,ilium1 z wil hij trachten den brand van ,amsterdam te beschrijven4 ,men vergelijke weer de opdracht1 b4v43 ,beneffens dit insicht prickelde ons hier toe de genegenheid1 om eens 7was het mogelijck7 den schoonen brand van ,troje t' ,amsterdam1 in het gezicht zijner ingezetenen1 te stichten1 en zie verder het ,voorspel1 vers #af en #ag4 't ,aeloude ,troje word herboren1 ,en gaet te gronde in 't gloeiende ,amsterdam4 ,in ditzelfde voorspel werkt ,vondel de vergelijking nog veel verder uit1 ieder der personen uit den ,gysbreght schijnt volgens deze verzen een tegenhanger te vinden in ,vergilius' epos4 ,gysbreght komt overeen met ,aeneas1 ,badeloch met ,creze1 de vrouw van ,aeneas1 ,gozewijn met den eerwaardigen koning ,priamus1 ,vosmeer de ,spie is gekomen naar 't model van ,sinon1 den ,griekschen verspieder1 die 't paard binnen ,troje wist te brengen4 ,bij 't schrijven dacht ,vondel voortdurend aan zijn ,latijnsch voorbeeld1 sommige gedeelten uit den ,gysbreght stemmen bijna letterlijk met zinnen uit den ,aeneis overeen4 ,bovendien worden vele daden van den hoofdpersoon eerst duidelijk als men weet dat hij gevormd is naar 't model van den ,trojaanschen held en dus ook ongeveer dezelfde handelingen als deze moet verrichten4 ,zoo is 't opvallend dat ,gysbreght telkens torens beklimt2 wel is dit soms noodig om een overzicht van den stand van zaken te krijgen1 maar een anderen keer is 't een navolgen van ,aeneas1 die eerst het dak van zijn eigen huis en later dat van 't paleis van koning ,priamus bestijgt4 ,in dit opzicht heeft het ,latijnsche epos een slechten invloed op ,vondels drama gehad4 ,invloed op den bouw van het drama4 ,maar ook in een ander opzicht4 ,we zagen1 dat ,vondel in 't bizonder een grooten brand wilde beschrijven1 maar hij dichtte een drama en geen epos6 ,wat in een epos heel natuurlijk is1 n4l4 een beschrijving van iets wat men gezien heeft1 is in een drama veel minder op zijn plaats1 omdat men daarin alles zooveel mogelijk op 't tooneel moet zien gebeuren4 ,de drie omvangrijke verhalen van ,arend1 ,gysbreght en den ,bode komen in 't stuk voor1 omdat ,vondel dien grooten brand wilde beschrijven4 ,dat vertellen en kalm toeluisteren maakt in een tooneelstuk een zonderlingen indruk4 ,gysbreght had wel iets nuttigers te doen1 dan kalm zitten luisteren6 ,historische waarde4 ,historische waarde van den ,gysbreght4 ,het meest eigenaardige is wel1 dat ,vondel niet het ,amsterdam van #acjd1 maar dat van #cjj jaar later beschrijft1 het machtige ,amsterdam uit de #ag;de eeuw4 ,en had hij hiervoor zijn goede redenen4 ,in #acjd was het immers niets dan een visschersdorp1 en de verovering van zoo'n onbeteekenend plaatsje was geen stof voor zijn grootsch treurspel4 ,daarom beschreef hij ,amsterdam1 zooals hij dat kende3 de groote stad vermaert in oorelogen4 ,in de opdracht zegt ,vondel dan ook3 ,wy bouwden dit treurspel op de gedachtenis ons by de schrijvers en de faem daer van nagelaeten2 en stoffeerden en bekleedden de zaeck na de wetten1 regelen en vrijheid der pozije1 hij bereidt ons er dus op voor1 dat we geen zuivere historie zullen hooren4 't ,gevolg van deze voorstelling is natuurlijk1 dat er in 't stuk tal van anachronismen voorkomen4 ,zoo waren het stadhuis1 de kerk en de beurs1 die in 't treurspel een groote rol spelen1 in #acjd natuurlijk niet aanwezig4 ,karakter van ,gysbreght4 #a4 ,gysbreght4 ,hij wordt voorgesteld als geheel onschuldig1 en dat ,vondel hierop den nadruk gelegd wil zien1 blijkt uit het feit dat hij ,aemstel zich in een monoloog van ruim #aej verzen laat verdedigen4 ,verder moet ,gysbreght een held zijn4 ,hij zelf getuigt van zijn houding gedurende het beleg3 ,en heb in 't zwaer belegh de stormen uitgestaen1 ,en dagh en nacht voor aen geworsteld op de wallen3 't ,vermoeide volck gesterckt1 en rustig uit gevallen4 en ook in den schrikkelijken nacht als ,amsterdam overrompeld wordt1 strijdt hij dapper3 ,hij zellef was de voorste1 om elleck moed te geven4 ,zijn houding in 't laatste bedrijf1 zijn antwoord aan ,voorne1 die de burcht komt opeischen1 zijn besluit om zich tot het uiterste te verdedigen1 dat alles zijn bewijzen van ,gysbreghts moed4 ,en toch als men 't heele stuk gezien of gelezen heeft1 zal niemand den indruk gekregen hebben dat ,aemstel een groot en dapper krijgsman is4 ,dat komt door de rol die ,vondel hem spelen laat3 ,gysbreght moet als ,aeneas op torens klimmen om te kunnen vertellen wat hij gezien heeft2 hij vertelt aan ,badeloch zijn wedervaren1 terwijl daar buiten de vijanden woeden in zijn stad2 hij zit kalm te luisteren naar den ,bode1 in plaats van naar buiten te snellen en te strijden tegen de aanvallers4 ,hij praat te veel en doet te weinig4 ,dat komt goed uit als we hem vergelijken met zijn broer ,arend4 ,dt is een nobele figuur1 we zien dat hij iets doet en dat pakt meer dan lange redevoeringen4 ,al dadelijk treedt hij op als man van de daad3 hij is 't1 die den vijand achtervolgd heeft en aan 't hoofd van zijn soldaten op 't tooneel komt1 hij ook is de leider van den uitval in 't laatste bedrijf en sterft strijdende voor zijn goed recht4 ,jammer dat ook deze krijgsman als de strijd op 't hevigste is door ,vondel gedwongen wordt tot werkeloosheid1 en aan zijn schoonzuster moet verhalen welke verwoestingen de vijanden in ,amsterdam hebben aangericht4 ,badeloch4 ,badeloch is het geheele stuk door de liefhebbende echtgenoote1 wat vooral aan den dag komt in het laatste bedrijf2 maar ook vroeger blijkt telkens de liefde voor haar man4 ,de rei der burghzaten is dan ook aan har gewijd6 ,in het derde en vierde bedrijf speelt ,badeloch een vrij ondergeschikte rol1 hoewel ze voortdurend op 't tooneel is3 ze is niets dan toehoorster1 maar in 't laatste bedrijf is zij de hoofdpersoon1 daar ontstaat het conflikt tusschen haar liefde voor ,gysbreght en 't besluit van dezen om zich tot het uiterste te verdedigen4 ,vosmeer de ,spie4 ,vosmeer de ,spie is uitstekend geslaagd2 vooral is mooi de wijze waarop hij ,gysbreght om den tuin weet te leiden4 ,eerst wordt de spion op norschen toon toegesproken3 ,wie zijtghe8 waer van daen8 ,wat zijtghe voor een gast8 of in wat land geboren8 maar langzamerhand wordt de burchtheer door 't verhaal van den geslepen ,vosmeer iets vriendelijker gestemd4 ,eerst ligt de ,spie gekneveld voor ,gysbreghts voeten1 maar na eenigen tijd klinkt het reeds1 nog wel gebiedend1 maar tevens met belangstelling3 ,sta op1 en heel my niets van allas wat ghy weet4 en iets later1 als de mededeelingen belangrijk schijnen te worden3 ,ontbind den knecht1 zoo magh hy onverhinderd spreeken4 ,ten slotte1 als ,gysbreght door den slimmerd geheel in de val gelokt is3 ,ga heen1 ick schenk u 't lijf4 ,de geslepenheid van ,vosmeer blijkt verder vooral uit de wijze waarop hij het ,zeepaard veilig weet binnen te loodsen4 ,eigenaardig is1 dat het verhaal voor een goed deel ontleend is aan het turfschip van ,breda4 7,men vergelijke vers #fbj-fei74 ,egmond en ,diederik4 ,willem van ,egmond en ,diederik van ,haerlem1 de beide veldheeren der belegeraars1 verschillen heel wat in karakter4 ,egmond is meer een nobele krijgsman1 terwijl ,diederik veel driftiger en ruwer is4 ,dit blijkt vooral uit hunne geheel verschillende houding bij 't ,karthuizer klooster3 ,egmond wil dit zooveel mogelijk verschoonen en heeft eerbied voor den geestelijken stand1 terwijl ,diederik zich niet van paepen laet ringelooren en het klooster desnoods in brand wil steken om zich bij de kolen te warmen4 ,egmond kent zijn krijgsmakker1 van daar zijn waarschuwing ,versteur de broeders niet1 maar hou u wat in toom1 ,noch roept niet luid1 men moght uw stem te verre hooren4 ,men leze het geheele gesprek van ,diederik met den portier en met ,willebrord eens na1 juist daarin treedt ,diederiks driftige krijgsmansaard duidelijk aan 't licht4 ,gozewijn4 ,gozewijn is de eerwaardige1 grijze priester1 die bereid is te sterven en die blij is1 dat ,god hem eindelijk in aller zielen troon zal halen4 ,de lofzang van den ouden ,simeon geeft geheel zijn gedachten weer4 ,sedert men hem als bisschop van ,utrecht afzette1 was hij dit lastigh leven moe 7vers #ajff-ajfi74 ,juist daarom kan hij niet meegaan met ,gysbreght1 die hem nog tracht te verlossen4 ,gozewijn wil sterven4 ,klaris4 ,klaris van ,velzen is geheel een van gedachte met ,gozewijn3 hij is haar maegschap na vleesch en geest te saemen4 ,dat blijkt ook als de bisschop aangevallen wordt en zij hem met haar eigen lichaam tracht te beschermen4 ,willebrord4 ,willebrord1 de abt van 't ,karthuizer klooster1 is een vrij onbeteekenend persoon1 zooals vooral blijkt uit het feit dat hij de komedie door ,egmond en enkele anderen gespeeld1 geheel voor goede munt heeft opgenomen4 ,verder heeft hij een vrij hoogen dunk van zich zelf en meent dat hij het is1 die feitelijk ,amsterdam gered heeft4 ,geen oogenblik komt de gedachte bij hem op dat men hem geducht bij den neus heeft gehad4 ,tegenover ,diederik treedt hij eerst forsch op maar eindigt toch met toe te geven4 ,de ontknooping4 ,de ontknooping en 't verschijnen van ,rafal4 ,een eerste eisch voor ieder tooneelstuk is1 dat het volgende logisch uit het voorafgaande voortvloeit2 men moet den indruk krijgen1 dat het slot zo moet zijn en niet anders4 ,laat de auteur echter een bovennatuurlijk wezen ingrijpen in de handeling1 zoodat alles plotseling heel anders wordt dan men moet verwachten1 dan spreekt men van een deus ex machina4 ,letterlijk is dit een ,god uit de machine1 m4a4w4 een godheid1 die men door middel van een machinerie op 't tooneel laat neerdalen1 om zoodoende het stuk tot een gewenscht einde te brengen4 ,tegenwoordig verstaat men er onder elk middel dat buiten den logischen samenhang van 't stuk valt1 b4v4 een armen man plotseling een onverwachte erfenis te beurt laat vallen1 zoodat hij juist daardoor zijn doel kan bereiken4 't ,is duidelijk1 dat dergelijke trucjes af te keuren zijn en ook1 dat ze vaak een uiting zijn van onmacht bij den auteur4 ,vondel liet ,rafal vooral om twee redenen verschijnen3 ,rafal4 #ao ,hij wist dat ,gysbreght niet was gedood bij de verwoesting van zijn stad en toch kon hij iemand die als held wordt voorgesteld1 den strijd niet dan in 't uiterste geval laten opgeven4 ,gysbreghts houding is dan ook volkomen consequent3 de std is verloren1 maar niet de burcht4 ,daarom moeten allen die niet weerbaar zijn1 worden weggezonden om de strijders niet noodeloos te hinderen1 terwijl de burchtheer zelf met zijn manschappen moet blijven om zich te verdedigen1 daar er wellicht nog ontzet mogelijk is4 ,is er geen andere uitkomst mogelijk1 dan rest ten slotte nog een eervolle krijgsmansdood1 een sterven met vollen roem in 't harrenas1 zooals met ,arend geschiedde4 ,dit moet dan ook iedereen van een man als ,gysbreght verwachten4 ,maar nu verschijnt ,rafal en beveelt hem zijn wettigh erf te verlaten4 ,hiermee is het historische gedeelte gered3 ,gysbreght blijft leven na den val van ,amsterdam en tevens kon hij niet beschuldigd worden uit lafheid de stad verlaten te hebben3 voor den goddelijken wil te buigen is geen schande6 #bo4 ,rafal heeft nog een andere taak te verrichten4 't ,was niet aangenaam voor de ,amsterdammers den ondergang van hunne stad te aanschouwen1 daarom verzachtte ,vondel dit1 door ,rafal den sluier die de toekomst voor ,gysbreght en de zijnen verborg1 even te laten oplichten1 zoodat aan 't slot gewezen kon worden op de verbazende vlucht die het oude ,amstelredam eens zou nemen 7vers #ahbi-ahej74 ,dat ,vondel werkelijk deze bedoeling had1 blijkt uit de opdracht1 waarin gezegd wordt3 ,of eenige ,amsterdammers moghten walgen van den zwaeren val hunner muren1 en 't verstrooien der voorouderen te hooren2 zoo wordt die bittere nasmaek verzoet1 door ,rafals voorspelling van de heerlijcke verrijsenisse der verdelgde vesten en verstroielingen4 ,ook het harde lot van ,gysbreght wordt door de schildering van den berg van geluk1 die zijne nazaten eens zullen opklimmen 7vgl4 vers #ahee-ahfd71 eenigszins verzacht4 ,,lucifer4 ,de predikanten tegen ,lucifer4 ,evenals bij den ,gysbreght trachtten de predikanten ook bij ,vondels ,lucifer de opvoering te beletten4 ,toen het stuk in #afed gespeeld werd1 wekte dit in den ,kerkeraad zooveel verontwaardiging1 dat een deputatie naar 't gemeentebestuur gezonden werd om verdere opvoeringen te verhinderen1 wat gelukte4 ,eveneens werd later het drukken en verkoopen tegengegaan4 ,het voornaamste argument der predikanten bij ,burgemeesteren was1 dat de ,hooghe ,matery1 de godheid zelve1 op 't tooneel gebracht werd4 ,vondels verdediging4 ,tegen deze bestrijding van zijn werk komt ,vondel op in 't ,berecht aen alle ,kunstgenooten en ,begunstigers der ,tooneelspelen1 dat den ,lucifer vooraf gaat4 ,hij wenscht te spreken tot onschult van tooneel en tooneeldichteren1 die ,bybelstof voorstellen1 naerdienze by wylen opspraeck onderworpen zyn1 terwijl hij iets later gewaagt van twee tooneelspelers1 die onder het spelen1 den ,christenschen ,godtsdienst willende beschimpen1 overtuight wierden van de waerheit1 diese geleert hadden uit hun deftige speelrollen1 doorgaends beter gestoffeert met pit van wysheit dan laffe redenen1 uren lang in den wint gestroit1 en eer verdrietigh dan leerzaem4 ,wie denkt bij 't laatste gedeelte niet aan een uitval tegen de predikanten8 ,vondel wijst in het ,berecht vooral op de drie volgende punten3 #a4 ,de stof is door hem niet verzonnen1 maar getrokken uit de geschriften van ,profeten of ,heiligen1 waarom de schrijver dan ook gerechtigd is te zeggen3 ,wy stuiten dan met deze goude spreucken1 en inzonderheid met ,judas ,thaddeus1 leerling en afgezant des hemelschen ,leeraers1 en ,koning aller ,koningen1 gelyck op een diamanten schilt1 alle de pylen der ongeloovigen1 die de zekerheit van der ,geesten afval zouden durven in twyfel trekken4 #b4 ,heilige stof mag door den dichter niet willekeurig veranderd worden3 we ontkennen geenszins dat heilige stof den tooneeldichter nauwer verbint en intoomt dan weereltsche historien1 of ,heidensche verziersels 7 verdichtsels74 ,de enkele veranderingen1 die ,vondel aangebracht heeft1 steunen dan ook het gezag van sommige 7niet alle67 godgeleerden4 #c4 ,bijbelstof mag op het tooneel gebracht worden2 indien het op de goede manier gedaan wordt1 geeft het geen aanstoot en vooral deze stof strekt tot leering3 ,scholieren1 en opluickende jongkheit wordt door spelen1 in talen1 welsprekentheit1 wysheit1 tucht1 en goede zeden en manieren1 geoefent1 en dit zet in de teere gemoeden en zinnen1 een ploy van voeghlyckheit en geschiktheit1 die hun1 tot in den ouderdom toe1 byblyven en aenhangen3 ja het gebeurt by wylen dat overvliegende vernuften1 by geene gemeine middelen te buigen1 noch te verzetten1 door spitsvondigheden en hooghdravenden tooneelstijl geraekt1 en buiten eigen vermoeden1 getrocken worden4 ,bouw van het stuk4 ,thans willen we het werk zelf bespreken en daarbij in 't bizonder nagaan1 hoe 't volgende telkens voortvloeit uit het voorafgaande1 om zoodoende aan te toonen1 dat de compositie van den ,lucifer in waarheid meesterlijk is4 ,oorzaak van de ontevredenheid4 ,de dichter schildert ons eerst de jaloerschheid van de engelen3 de mensch1 die later geschapen is dan zij1 wordt thans in vele opzichten boven hen bevoorrecht4 ,om dit goed te doen uitkomen1 moet de schildering die ,apollion van de eerste menschen geeft1 buitengewoon schoon zijn en niemand zal zeker kunnen ontkennen dat ,vondel hierin volkomen geslaagd is--juist deze verzen behooren tot de beste uit het geheele treurspel4 ,in 't bizonder moet nog op het volgende gelet worden3 #a4 ,apollion brengt vruchten mee1 die door ,belzebub verre gesteld worden boven 't hemelsch mann1--dat moet al jaloerschheid opwekken4 #b4 ,het ,paradijs is in vele opzichten schooner dan 't verblijf der engelen1 de edelgesteenten die men er vindt1 dooven den glans der hemelsche starren4 #c4 ,de lucht in het ,paradijs is zoeter dan de adem der engelen4 ,dat de jaloerschheid werkelijk reeds binnensluipt in 't gemoed der engelen1 blijkt uit een gezegde van ,apollion3 #hb4 ,wie zou ons ,engelsdom voor 't menschdom willen wenschen8 #d4 ,de beschrijving van 't eerste menschenpaar1 waardoor de jaloerschheid der engelen nog grooter wordt2 de menschen immers1 en vooral ,eva1 zijn schooner dan een der hemelsche geesten3 ,bejegent ,engelen1 hoe schoonze uw oogh behaeghden2 ,het zyn wanschapenhen bij 't morgenlicht der maeghden4 ,apollion kon slechts noode scheiden van 't schoone dat hij in 't ,paradijs had aanschouwd4 #e4 ,en troost blijft de engelen nog over3 zij zijn onsterfelijk1 terwijl de mensch dit voorrecht niet heeft gekregen4 ,maar ook deze laatste illusie wordt door ,apollion weggenomen2 in ,eden groeit de wonderbare levensboom3 #aha4 4444444444 zijn aert is onbederflyck4 ,hierdoor geniet de mensch het eeuwigh en onsterflyck1 ,en wort den ,engelen1 zijn' broederen1 gelyck1 ,ja overtreftze in 't eindt4 ,door deze analyse blijkt duidelijk1 hoe treffend ,vondel de oorzaken van de steeds aangroeiende jaloezie der engelen heeft geteekend2 hunne stemming wordt uitstekend weergegeven door de woorden van ,belzebub3 #ahi4 ,de mensch is machtig dus ons over 't hoofd te wassen4 ,gods besluit4 ,maar de ergernis en droefheid der gekrenkte engelen wordt nog grooter3 ,gods geheimenistolk1 de aartsengel ,gabril1 verschijnt en verkondigt ,gods besluiten4 #a4 ,de mensch zal steeds hooger stijgen3 #bah4 ,godt sloot van eeuwigheit het ,menschdom te verheffen ,oock boven 't ,engelsdom4 #b4 ,uit den mensch zal voortkomen3 het ,eeuwigh ,woort1 bekleet met been en aren4 ,hij zal plaats nemen op den troon en over hemel en aarde gebieden4 #c4 ,de engelen zullen dus ten slotte iemand die mnsch geweest is1 moeten aanbidden4 #d4 ,reeds dadelijk worden de engelen in dienst gesteld van den mensch1 hij is dus als 't ware reeds nu hun gebieder4 ,men vergelijke de regels #bfa-bhj4 ,het is te begrijpen hoe vernederd vele engelen zich moeten gevoelen--er wordt wel is waar nog niet aan een opstand gedacht1 maar toch is de bodem reeds bewerkt4 ,een enkel doortastend persoon kan in deze omstandigheden veel uitwerken4 't ,is dus zeer juist gezien van ,vondel1 dat hij thans ,lucifer laat optreden4 ,stemming van ,lucifer4 ,de aartsengel is natuurlijk met den geheelen toestand op de hoogte2 zijn zielstoestand moet ons dus doen denken aan de klachten in 't eerste bedrijf geuit4 ,dit is dan ook werkelijk het geval1 zooals uit het volgende zal blijken4 ,hij verkeert in een zeer bittere stemming3 ,lucifer1 de machtige aartsengel1 ,gods stedehouder1 de ,morgenstar1 waer voor d',aertsengelen nijgen1 moet nu duicken voor een nieuwe ster3 zijn macht verdwijnt1 een nieuwe klaerheit komt in 't licht der ,godtheit stygen4 ,aan een opstand denkt de aartsengel evenwel nog niet1 zooals blijkt uit de woorden3 #cgd4 -- -- -- -- -- ,hier gelt geen tegenspraeck3 ghy hoort ,wat ,gabril bazuint voor 's hemels goude poort4 ,invloed van ,belzebub4 ,thans komt echter ,belzebub en dit is degene1 die ,lucifer door listige middelen1 vooral door te speculeeren op de zwakheden van zijn karakter1 tot den opstand dwingt4 ,belzebub handelt op de volgende wijze3 #a4 ,hij wijst er op1 dat de mensch van zeer lage1 geringe afkomst is1 dus feitelijk ver beneden de engelen behoort te staan4 ,de ,mensch is #chi4 ,een aerdtworm1 uit een klomp van aerde en klay gekropen4 #b4 ,toch worden de engelen dienstbaar gemaakt ten behoeve van den mensch3 #dja4 ,wy zyn ter dienstbaerheit1 de menschen tot regeeren ,geboren4 #c4 ,de laatste troef3 ,zelfs ,lucifer1 die vroeger heerscher was1 moet het ,menschdom met nergeslagene oogen aanbidden2 hij moet zijn morgenstralen afleggen en het nieuwe licht met eerbied groeten4 ,hoe goed kende ,belzebub zijn meester ,lucifer6 ,nijd en hoogmoed waren de meest kenmerkende eigenschappen van den aartsengel3 zijn nijd 7afgunst7 is ons reeds gebleken uit zijn alleenspraak in 't begin van 't tweede bedrijf1 zijn hoogmoed komt thans aan den dag4 ,lang heeft hij zich ingehouden1 met verbeten woede heeft hij de woorden van ,belzebub aangehoord1 maar als deze gewaagt van het feit1 dat ,lucifer zijn plaats moet afstaan aan een ander1 dan kan de aartsengel zich niet langer inhouden en barst hij los3 #daj4 ,dat zal ik keeren1 is het anders in myn maght4 ,hier ontmoeten we het eerste symptoom van een geest tot verzet1 het eerste teeken van een mogelijken opstand4 ,en merk nu op1 hoe handig ,belzebub van dezen uitroep gebruik maakt3 daartoe wilde hij ,lucifer brengen2 zijn taak is thans den aartsengel in zijn verzet te stijven en dit doet hij door nogmaals op diens hoogmoed en eerzucht te werken4 ,hij begint zijn meester te vleien3 ,nu herken ik ,lucifer1 den machtigen vorst1 den eerste en allernaaste aan ,god1 den engel in wien wij allen ,god aanbidden--en zou zoo iemand lafhartig zwichten voor een ander8 ,en nog wel voor een jonger zoon8 ,zou hij dus toestaan1 dat het erfrecht werd geschonden8 ,lucifer windt zich al meer en meer op1 zoodat hij ten slotte uitbarst3 #dcc4 ,en liever d' eerste ,vorst in eenigh lager hof1 ,dan in 't gezalight licht de tweede1 of noch een minder4 ,dan is hij reeds geheel de trotsche ,cesar1 die de heerschappij wenscht alleen1 omdat hij wil heerschen4 ,gesprek met ,gabril4 ,thans komt ,gabril en wordt dus de eerste poging gedaan om ,lucifer op het goede spoor te brengen2 maar1 zooals te verwachten was1 gelukt het niet--de stedehouder wordt juist al meer en meer tot den opstand gedreven4 ,hij moet tegen ,gabril argumenten gebruiken1 zijn gevoelens moet hij onder woorden brengen1 hij moet ze verdedigen tegen een ander en juist dit veroorzaakt dat zijn overtuiging steeds hechter wordt4 ,duidelijk komt hier uit dat ,lucifer geheel onder invloed van ,belzebub staat1 want hij gebruikt telkens dezelfde argumenten als deze1 soms letterlijk dezelfde woorden4 ,door zijn gesprek met ,gabril wordt ,lucifer nog meer verbitterd3 tegen al 't geen hij zegt1 voert ,gods geheimenistolck niets anders aan dan dit3 ,god heeft het aldus besloten1 gij hebt slechts te gehoorzamen4 ,natuurlijk wordt iemand met een temperament als dat van ,lucifer daardoor steeds meer geprikkeld4 ,zijn prikkelbaarheid blijkt uit de wijze waarop hij ,gabril antwoordt4 ,bovendien moet er op gelet worden dat thans een nieuw argument door ,lucifer gebruikt wordt1 't is de gewone fictie1 welke door alle opstandelingen uit ,vondels dagen werd vooropgesteld3 we strijden niet tegen den vorst1 maar slechts tegen zijn dienaren1 dus feitelijk niet tegen1 maar vor den souverein4 ,deze stelling is zoowel door ,willem van ,oranje1 als door ,cromwell en ,wallenstein verkondigd4 ,gabril ontneemt den opstandeling deze illusie echter dadelijk3 't is niet noodig voor ,gods eer te strijden4 ,hij zelf weet dat beter te doen dan iemand anders4 ,god kent het punt waarin zijn hoogheid is gelegen1 veel beter dan wij4 ,we zullen verder zien dat ,lucifer niettegenstaande ,gabrils opmerking toch deze fictie tot het laatst toe volhoudt1 en telkens zijn getrouwen er aan herinnert dat ze voor ,god strijden4 ,gabril treedt ten slotte autoritair op en maakt eenvoudig een einde aan 't gesprek door ,lucifer in naam van ,god te bevelen zijn plicht te doen als stedehouder4 ,natuurlijk wordt de opgewonden aartsengel daardoor nog prikkelbaarder4 ,ophitsing door ,belzebub4 ,direct na ,gabrils vertrek is ,belzebub weer op zijn post3 ,lucifer mag geen oogenblik alleen zijn1 hij mocht eens door ,gabril tot inkeer gebracht zijn--,belzebub smeedt het ijzer als 't heet is4 ,zijn wijze van optreden is weer meesterlijk3 hoe door en door kent hij ,lucifer6 ,deze is natuurlijk verontwaardigd over ,gabrils optreden en dadelijk maakt ,belzebub van die gemoedsstemming gebruik3 hij prikkelt den aartsengel nog meer1 door hem er oogenblikkelijk aan te herinneren1 hoe hij door ,gabril als een ondergeschikte is behandeld3 #efd4 ,hy gaf ,gods oogmerck u oock scherp genoegh te ruicken4 ,dat ,lucifer gekrenkt is door ,gabrils handelwijze blijkt duidelijk uit zijn antwoord aan ,belzebub3 #efg4 ,geen minder droome hier zyn' meerder te gebin4 ,nog een laatste troefkaart speelt ,belzebub uit1 die weer berekend is op ,lucifers karakter1 hij speculeert thans op den hoogmoed van den aartsengel4 ,denk er om1 als ge u verzet1 wordt ge verpletterd--wees dus verstandig1 sta niet op6 ,dat is te veel voor ,lucifer4 ,zou hij bevreesd zijn8 ,hij1 de machtige stedehouder6 ,voor niemand wil hij onderdoen1 thans is zijn besluit genomen3 alles zal op 't spel gezet worden4 ,men leze vs4 #efi-ehe eens nauwkeurig na en merke op1 hoe juist de woordenkeuze hier den hoogmoedigen trotschaard die geheel buiten zich zelve is van woede1 typeert4 ,opdracht aan ,apollion4 ,de tijd van handelen is gekomen1 daarom wordt ,apollion opgeroepen4 ,lucifer heeft diens hulp noodig voor de uitvoering der verdere plannen4 ,de stedehouder legt zijn plan dadelijk bloot3 #eic4 ,het wit is ,michal den slagveer uit te rucken ,op dat ons toelegh niet op zyn vermogen stuit4 ,apollion maakt bezwaar de zending uit te voeren3 deze taak is niet te volvoeren4 ,wie kan strijden tegen de ,almacht8 ,toch wint ,lucifer hem ten slotte1 vooral door hoop op een ruime belooning3 #ffa4 ,men zal uw kloeck beleit met eere en ampten kroonen4 ,belial zal ,apollions helper zijn4 't ,is een waardig paar verleiders6 ,apollion die iedereen tot slechte daden kan overhalen1 #fed4 ,ghij kunt bederven zelfs de vroomsten van de wacht2 ,en leeren weifelen wat nooit op weiflen dacht4 ,belial1 de meester in de kunst van veinzen3 #ffd4 ,zyn troni1 gladt vernist van veinzen en bedriegen1 ,is 't mommen niemant kent1 die haer voorby kan vliegen4 ,we willen thans nagaan1 op welke wijze de beide zendelingen van ,lucifer hunne taak ten uitvoer brengen4 #a4 ,de engelen zijn reeds ontevreden2 het doel van ,apollion en ,belial moet dus zijn1 deze ontevredenheid te versterken3 #gac4 ,zy morren vast3 men moet hier heimlyck onder roejen1 ,zich mengen in dien hoop1 en voeden hun beklagh4 #b4 ,ze willen de engelen duidelijk het doel van de geheele beweging voor oogen stellen4 ,de strijdleus zal zijn3 #gje4 ,den mensch in eeuwigheit ten hemel uit te sluiten4 #c4 ,als de ontevredenheid genoeg is gegroeid en alles daarvoor rijp is1 moet een aanvoerder gekozen worden en natuurlijk moet gezorgd worden dat dan de keuze op ,lucifer valt4 ,eerst zal ,lucifer veinzen niet te willen en ten slotte1 als 't ware noodgedwongen1 toegeven4 ,toestand der ,luciferisten4 ,in 't hierop volgende derde bedrijf heeft de ontevredenheid haar hoogtepunt bereikt en moet het tot een uitbarsting komen4 ,we zien thans op 't tooneel wat ,apollion en ,belial ons al geschilderd hebben4 ,de ontevredene engelen1 de ,luciferisten1 zitten weeklagende neer1 terwijl de godgetrouwe rei hen tracht te troosten4 ,de ,luciferisten denken voorloopig nog niet aan verzet3 ze klagen slechts4 ,toch blijkt hun misnoegde1 ontevreden stemming uit verschillende uitdrukkingen die ze gebruiken4 ,het best wordt hun stemming weergegeven door de telkens terugkeerende woorden3 ,helaes1 helaes1 helaes1 waer is ons heil gevaren4 ,thans komt de rei om de weeklagenden te troosten2 maar de uitwerking is geheel anders dan de getrouwe engelen zich die hadden voorgesteld3 de ontevredenheid der ,luciferisten vermeerdert namelijk4 ,dit is evenwel heel natuurlijk4 ,de rei vraagt immers waarom men zoo bedroefd is2 de engelen mogen hun leed dat ze zoo lang voor zich hebben gehouden1 thans uitspreken4 ,is het wonder dat ze juist daardoor in een steeds meer opgewonden stemming geraken8 ,die opwinding blijkt uit hun stemming3 de toon verandert geheel4 ,steeds meer groeit de ontevredenheid1 vooral omdat de rei tegen al de ingebrachte bezwaren in hoofdzaak niets anders aanvoert dan ,wat ,godt behaeght en schickt1 dat wordt met recht geprezen1 en juist dat dwingen van hooger hant wekt verbittering4 ,volvoering van het plan4 ,thans verschijnen ,apollion en ,belial1 die geheel op de afgesproken wijze te werk gaan4 ,ze zeggen het geschil te willen bijleggen1 maar geven juist de ontevredenheid op handige wijze nieuw voedsel4 ,de rei doorziet ten slotte hunne bedoelingen zeer goed en geeft dat ook duidelijk te kennen in de waarschuwing3 #ihf4 ,ziet toe1 en wacht u wel deze ongenoeght te styven4 ,nadat op deze wijze de onrust nog vermeerderd is1 komt ,belzebub met hetzelfde loffelijke doel als zijn beide voorgangers4 ,hij handelt echter op een andere wijze4 ,hij toont zich zeer verwonderd over de droefheid die onder de engelen heerscht3 is droefheid mogelijk in ,engleburgh6 ,een engel is immers altijd gelukkig6 ,kermt dus niet langer1 maar dank ,god voor al 't goede1 dat ,hij schenkt6 ,en juist door deze wijze van spreken wordt natuurlijk de ontevredenheid nog grooter4 ,zouden zij geen reden tot droefheid hebben6 ,en ze storten hun hart uit voor ,belzebub1 klagen hem al hun leed en winden zich onder 't spreken steeds meer op4 ,juist wat de verleider wenschte6 ,door deze wijze van handelen hoopt hij bovendien te bewerken dat niemand hem van heulen met de opstandelingen kan verdenken4 ,hij wijst er daarom tegenover ,michal uitdrukkelijk op dat hij zelfs alles gedaan heeft om de ontevredenheid te verminderen en dus volkomen onschuldig is4 ,ingrijpen van ,michal4 ,de vrede en rust in den hemel zijn verstoord en ,michal verschijnt om de orde te herstellen4 ,zijn pogingen zijn evenwel vruchteloos1 de engelen willen in hunne opgewondenheid van geen toegeven weten4 't ,eenige wat de veldheer kan doen is de getrouwen en de afvalligen te scheiden1 en zoodoende de ,luciferisten te dwingen tot openlijk optreden3 aan alle geheimzinnigheid is thans een eind gekomen4 ,tevens ontneemt hij den afvalligen de illusie1 dat hun strijd niet tegen ,god zelf gericht is3 dit was noodzakelijk1 omdat de opstandelingen dikwijls de fictie verkondigen dat ze strijden in 't belang van hun souverein en niet tegen hem4 ,vandaar de waarschuwende woorden3 #aade ,wie anders oorelooght dan onder myn banier1 ,beoorlooght ,godt en is een vyant van zyn ,rycken4 ,door 't optreden van ,michal is er een openlijke breuk ontstaan1 de ,luciferisten zijn voortaan opstandelingen1 ze hebben de eerste schrede gedaan en kunnen niet meer terug4 ,er moet een aanvoerder gekozen worden en thans is het dus tijd dat ,lucifer verschijnt4 ,zijn komst is door ,apollion1 ,belial en ,belzebub voldoende voorbereid1 het zaad dat zij gestrooid hebben1 is welig opgeschoten en daarom laat de dichter thans ,lucifer zelf optreden4 ,zijn houding is dan ook geheel overeenkomstig het plan dat vroeger beraamd was2 eerst weigert hij de waardigheid te aanvaarden1 maar geeft daarna1 als door den nood gedwongen1 toe4 ,fictie der opstandelingen4 ,en dan is er nog iets waar de aandacht op dient gevestigd te worden3 we zagen boven dat ,michal reeds van te voren de gewone fictie der opstandelingen onmogelijk voor de ,luciferisten tracht te maken en toch3 ,lucifer houdt nog deze fictie vol2 hij voert oorlog niet tegen ,god1 maar in diens eigen belang4 ,hij aanvaardt het bevel3 #abfb ,tot voorstant van ,godts ,ryck1 om ons bederf te keeren4 ,lucifer bewierookt4 ,lucifer wordt door de opstandelingen gehuldigd als veldheer en wat het ergste is3 bewierookt1 dus beschouwd als een god4 ,we zullen in 't volgende bedrijf zien dat juist deze heiligschennis de oorzaak wordt van ,lucifers val4 ,oproep tot den strijd4 ,in 't vierde bedrijf roept ,gabril ,michal op tot den strijd4 ,de opstand wint steeds meer veld1 reeds een derde deel des hemels steunt ,lucifer1 het wapenhuis wordt bedreigd4 ,michals optreden kan niet langer uitgesteld worden4 ,lang was ,god tot genade gestemd3 de ,genade en de ,gerechtigheid pleitten voor ,zijn troon1 zelfs -- -- -- -- scheen de ,godtheid tot genade en zoen genegen1 maar toen de opstandelingen ,lucifer als een god bewierookten1 was geen genade meer mogelijk4 ,michal maakt zich gereed tot den strijd1 bijgestaan door den schildknaap ,uril4 ,ook ,lucifer monstert zijn troepen1 terwijl ,belzebub hem goede tijdingen brengt3 de macht groeit ieder oogenblik4 ,thans tracht de ,veldheer zijn leger aan te vuren en gebruikt daarvoor in 't bizonder twee argumenten3 #a4 ,er is geen hoop op genade4 #b4 ,de engelen zijn onsterfelijk en kunnen dus nooit geheel vernietigd worden4 ,let er ten slotte op dat ook nu nog ,lucifer volhoudt niet tegen ,gd te strijden3 dat blijkt uit den eed dien hij zijn troepen laat zweren3 #adea ,wij zweeren te gelyck by ,godt1 en ,lucifer4 ,poging tot verzoening4 ,de legers zijn gereed1 de strijd tusschen de broeders kan ieder oogenblik beginnen1 maar thans verschijnt ,rafal1 de verzoenende engel1 die een laatste poging waagt om het onheil te voorkomen4 ,zijn doel is ,lucifer te bewegen zijn rampzalig opzet te laten varen en werkelijk gelukt het den goeden geest bijna het hart van den afvallige te vermurwen4 ,rafals wijze van optreden is dan ook zeer menschkundig4 ,eerst herinnert hij ,lucifer aan diens vroegere positie3 hij was de schoonste en machtigste der engelen1 door ,god zelfs tot stedehouder aangesteld1 niemand was zijns gelijke4 ,daarna wijst ,rafal hem op de toekomst3 wat zal zijn lot zijn1 als hij werkelijk zijn voornemen zal trachten ten uitvoer te brengen8 ,hij1 de schoonste onder de schoonen1 zal herschapen worden in een wangedrocht waarvan de schepping gruwt4 ,zal de stedehouder zelf tot een dergelijke vernedering medewerken6 ,dat kan niet zijn4 ,daarom leg af die wapens1 buig het trotsche hoofd6 ,lucifer wijst den goeden raad af3 hij heeft zich niets te verwijten4 ,hij strijdt immers vor1 niet tgen ,god6 ,dat argument wordt hem echter door ,rafal uit de hand geslagen4 ,wat tracht ,lucifer zijn doel nog te verbergen8 ,god is alziende3 reeds lang heeft ,hij de geheimste gedachten van den eerzuchtige gelezen4 ,ten slotte moet de stedehouder dan ook wel bezwijken1 er is echter n omstandigheid die hem belet aan ,rafals roepstem gehoor te geven en de wapens neder te leggen3 er is geen genade mogelijk4 ,doch ook deze laatste hindernis neemt de goede engel weg4 ,hij zal ,lucifers middelaar bij ,god zijn4 ,eindelijk schijnt het dat ,rafal zal overwinnen2 ,lucifer staat in twijfel4 ,hij ziet zelf in hoe slecht zijn handelwijze is1 hij ziet den afgrond die aan zijn voeten gaapt en is op 't punt terug te treden4 ,ook ,rafal bemerkt dien tweestrijd en hoopt reeds op een goeden uitslag1 maar plotseling hoort ,lucifer de schetterende trompetten van ,michals leger1 ,apollion roept hem op tot den strijd1 de bevelhebber kan niet meer terug1 de wanhoop aan genade dwingt hem vol te houden4 ,vol droefheid roept ,rafal uit3 #afgj4 ,helaes1 hy stont alreede in twyfel1 en beraet3 ,nu voert hem ,wanhoop aan4 ,de strijd4 ,in 't vijfde bedrijf vernemen we den uitslag van den strijd4 ,vondel kon den slag moeilijk op 't tooneel brengen en laat daarom alles door ,uril vertellen aan ,gabril4 ,michal had zijn leger den vorm van een driehoek laten aannemen 7de symbolische voorstelling der drieenheid74 ,lucifer schaarde de zijnen in een halve maan 7het ongeloof74 ,de strijd zelf1 die natuurlijk in de lucht gevoerd wordt1 stelt ,vondel voor als een gevecht tusschen twee vogels3 een valk en een reiger4 ,wie 't hoogst stijgt1 zal winnen4 ,aan ,michal gelukt dit1 maar ,lucifer verdedigt zich met den moed der wanhoop4 ,twee dieren voeren zijn strijdwagen1 een leeuw en een draak1 de symbolen van hoogmoed en afgunst1 en zelfs durft de vermetele opstandeling zijn strijdbijl opheffen om ,gods banier te vellen4 ,maar dat is juist zijn val3 op ,michals diamanten schild springt de heirbijl in stukken en door den bliksemstraal getroffen1 stort ,lucifer naar beneden4 ,wel tracht ,apollion1 door allerlei monsters bijgestaan1 de krijgskans te doen keeren1 maar zijn poging is vruchteloos4 ,lucifers voorspelling komt uit3 ,god ontneemt de verslagen engelen het leven niet1 ze blijven onsterfelijk4 ,maar ze worden herschapen1 veranderd in monsters4 ,lucifer zelf wordt in een wanschapenheid veranderd1 dat samengesteld is uit deelen van zeven monsters1 die de zeven hoofdzonden vertegenwoordigen4 ,zoo zijn de engelen geworden tot duivels4 ,lucifers wraak4 ,met ,lucifers val kon het treurspel eindigen1 maar ,vondel meende er nog iets aan te moeten toevoegen3 de wraak van den gevallen engel4 ,het geluk der menschen had hem tot opstand gebracht1 dezelfde menschen moesten het volle gewicht van zijn wraak ondervinden1 vandaar de zending van ,belial en de val van 't eerste menschenpaar4 ,aan 't slot wijst de rei op het verzoenende element3 eens zal de ,redder opstaan1 die 't ,vervallen ,menschdom eens van ,adams errefschult zal verlossen4 ,politieke allegorie4 ,nog n punt moeten we bespreken3 ,lucifer als politieke allegorie4 ,jonckbloet en ,van ,lennep waren van meening dat ,vondel in zijn drama een deel uit onze geschiedenis op het tooneel had gebracht nl4 den opstand tegen ,spanje4 ,hiertegen zijn anderen in verzet gekomen o4 a4 ,beets en ook zeer uitvoerig ,dr4 ,cramer1 die den ,lucifer in de ,zwolsche ,herdrukken heeft uitgegeven4 ,jonckbloet en ,van ,lennep voerden als argumenten o4 a4 aan1 het te menschelijk voorstellen der engelen en meenden ook in vele regels toespelingen op ,nederlandsche toestanden te ontdekken1 terwijl de tegenstanders vooral op het volgende wijzen3 #ao4 ,er is een hemelsbreed verschil in den afloop3 ,lucifer delft het onderspit1 ,prins ,willem overwint in zijn afstammelingen4 #bo4 ,vondel was wel ,katholiek1 maar een te goed vaderlander om ,prins ,willem als ,lucifer te kunnen voorstellen4 ,de allegorie zou als geheel trouwens ook zwak zijn3 ,granvelle die de afgunst der ,nederlandsche grooten opwekte1 kon in ,adam voorgesteld zijn1 maar ,alva zou dan geschilderd moeten zijn in ,michal en ,filips ,,ii in ,god zelf4 #co4 ,vondels tijdgenooten hebben in den ,lucifer geen allegorie gezien1 had ,vondel dus een politieke strekking in zijn stuk willen leggen1 dan was hij al heel slecht geslaagd4 ,bovendien kunnen de regels die zoogenaamd toespelingen op ,nederlandsche toestanden bevatten1 heel goed uit het stuk zelf verklaard worden4 ,wel legde ,vondel een bepaalde strekking in zijn treurspel1 maar een algemeene1 die niet op een bepaald land of een bepaald persoon betrekking heeft4 ,lucifer1 zegt ,vondel in zijn opdracht aan ,keizer ,ferdinand ,,iii1 is een spiegel van alle ondanckbare staetzuchtigen4 ,,granida4 ,geschiedenis van het herdersdrama4 ,de eerste bukolische pozie 7boukolos herder7 is geschreven op ,sicili door ,theocritus1 die in de #c;e eeuw voor ,christus leefde4 ,deze gedichten waren eenvoudige idyllen 7 tafereeltjes71 beurtzangen tusschen herders en andere landlieden4 ,in de eclogae 7 uitgelezen gedichten7 van ,virgilius 7midden van de eeuw voor ,christus71 komt voor 't eerst goed uit het eigenaardige karakter van deze pozie3 de tegenstelling tusschen 't onbedorvene1 reine leven op 't land en de verdorvenheid van 't groote-stadsleven4 ,door de renaissance kwamen ook de herdersgedichten weer in de mode1 we vinden ze o4a4 bij ,petrarca en ,boccaccio 7#ad;e eeuw74 ,uit deze pozie ontstaat dan de herdersroman of ,arcadia1 door verschillende gedichten onderling te verbinden door een prozaverhaal1 zooals o4 a4 gebeurd is in de beroemde ,arcadia van ,sannazaro 7 #aejj74 ,de naam ,arcadia werd gekozen1 omdat men het verhaal liet spelen in de bergstreken van ,arcadia 7,z4-,griekenland71 die men als 't ware afzonderde van de slechte wereld en zich voorstelde als een streek bevolkt met onbedorven herders en herderinnen4 ,in de #ae;e eeuw ontwikkelde zich uit en naast deze pozie een herdersdrama1 de pastorale 7pastor herder74 ,eerst was het een soort zangspel1 een opera1 maar later maakte het zich los van de muziek1 zooals in de ,aminta van ,torquato ,tasso 7#aegc7 en in den ,pastor fido van ,guarini 7#aehc74 ,invloed op ,hooft4 ,hooft heeft op zijn reis naar ,itali deze pozie leeren kennen1 en dat ze een diepen indruk op hem gemaakt heeft1 blijkt uit het feit dat hij zelf een pastorale1 de ,granida1 heeft geschreven4 ,er is zelfs onmiddellijke navolging aan te wijzen3 het eerste gedeelte nl41 het gesprek tusschen ,daifilo en ,dorilea1 is geheel gemaakt in den trant van ,guarini's ,pastor fido1 en soms meer een vertaling dan een navolging4 ,de eigenlijke intrigue--de geschiedenis van ,daifilo en ,granida--herinnert aan het ,engelsche drama ,mucedorus1 uit ,sidney's ,arcadia4 ,andere pastorales4 ,veel pastorales zijn er in ons land niet geschreven4 ,de voornaamste zijn3 ,trouwen ,batavier van ,rodenburg1 vrijwel een vertaling van ,guarini's ,pastor fido2 de ,angeniet1 begonnen door ,bredero en voltooid door ,starter2 de ,leeuwendalers van ,vondel1 dat echter niet meer het zuivere karakter van een herdersspel vertoont4 't ,kenmerkende van de pastorale4 ,de pastorale is een product van de overbeschaving4 ,de dichter ziet in zijne omgeving--meestal 't hof of althans de hoogere kringen--zooveel gekunsteldheid1 zedeloosheid en verdorvenheid1 dat hij zich afwendt van de werkelijkheid en zich in zijn verbeelding een ideale wereld schept1 vrij van al die zonden4 ,dat ideale zoekt hij in de natuur1 op 't platte land1 dat hij in z'n gedachten bevolkt met schuldelooze herders en herderinnen4 't ,is een teruggaan naar vroegere1 reine tijden en toestanden1 zooals later ook ,rousseau dat wenschte4 ,tegenstelling hof en platteland4 ,kenmerkend voor de pastorale is dus de tegenstelling tusschen 't hof- en 't landleven4 ,ook in de ,granida is deze tegenstelling heel duidelijk op te merken1 men luistere bv4 eens naar de woorden die de schoone prinses zegt tot ,daifilo3 ,ach1 gheluckighe rust van licht-vernoechde sielen1 ,die nijt noch spijt des ,hoofs versteurt haer soete vree6 ,wiens sorghen wijder niet en weyden dan haer ,vee4 ,de lusten daer sich 't ,hof met moeyten om beslommert1 ,werpt u nature toe en is voor u bekommert4 ,ghy treckt door hongher1 en door dorst uyt drank1 en spijs1 ,de lust van 't ,hof ghelockt door soo veel leckernijs2 ,het ,hof door drincken dorst1 en hongher soeckt door 't eeten1 ,en jaecht de lusten voor1 u zijnse toeghesmeten2 ',t lustsoeckend ,hof ontvlin de lusten daer 't om slft2 ,ghy vollicht de natuyr1 wy sien haer over 'thft4 ,zoo ook de waarschuwende woorden van ,dorilea tot ,daifilo3 ',t is al geveynst ten ,hoof watmen'er siet vertoogen1 ,gheveynst is haer ghelaet1 gheveynst haer mondt1 haer oogen1 ,geveynst haer ,godsvrucht1 jonst1 haer vrientschap en haar vree1 ,en g'lijck haer deuchden zijn1 soo is haer weelde mee4 ,en ten slotte het laatste couplet van de ,rei van ,jofferen in 't eerste bedrijf3 ',t eenvoudich leven haylich1 leydt ,ghylin in vreed' en vaylicheydt1 ,uw vreyheyt gaet te boven ,de schijn-wellust der ,hoven4 ,het tweeslachtige4 ,een ander kenmerk van de pastorale is het tweeslachtige1 ook weer natuurlijk voortvloeiende uit den aard van 't gedicht4 ,in een waar herdersdrama moeten echte herders voorkomen1 m4 a4 w4 het moet realistisch zijn4 ,en dat is nu in een pastorale op verre na niet het geval3 de zoogenaamde herders en herderinnen zijn heeren en dames van de groote wereld en de voornaamste speler is gewoonlijk de auteur zelf4 't ,gevolg is dat de eenvoudige herders vaak allerlei geleerde en wijsgeerige bespiegelingen houden1 die in den mond van onontwikkelde menschen niet passen4 ,zoo gaat het ook in de ,granida4 ,daifilo is eerst een eenvoudige herder1 wordt dan plotseling een volmaakt hoveling1 een waar ridder1 die zelfs een vechterbaas als ,ostrobas kan overwinnen1 en 't verwondert ons in 't geheel niet1 dat de schoone ,granida in hem het ideaal van haar droomen ziet1 en dat hij eens een model koning voor de ,perzen zal worden4 ,de pastorale is nu eenmaal niet realistisch maar idealistisch4 ,staatkundige ideen4 't ,ligt voor de hand dat een dergelijk werk dikwijls tendenzieus is2 de personen die er in optreden dienen gewoonlijk alleen om den dichter gelegenheid te geven zijn denkbeelden over vragen van den dag in 't publiek te uiten4 ,ook ,hooft heeft deze gelegenheid aangegrepen om eens te zeggen hoe hij over verschillende dingen dacht4 ,zoo op staatkundig gebied over de verhouding tusschen vorst en volk1 een geliefd thema van ,hooft1 zooals blijkt uit zijn ,baeto en zijn ,geraert van ,velzen4 ,verhouding tusschen vorst en volk4 ,volgens de ,rey van ,jofferen in 't derde bedrijf kenden de menschen eerst geen koningen1 ieder voedde zich met hetgeen ,moeder ,aarde overvloedig opleverde4 ,men nam1 wat men noodig had om te leven4 ,later veranderde dat3 sommigen kregen lust naar meer1 vandaar de noodzakelijkheid ieder een eigen bezitting te geven4 ,de aarde werd verdeeld3 het begrip mijn en dijn was ontstaan4 ,en nu bleek het noodig die bezittingen te beschermen tegen anderen4 ,er moest iemand zijn die als rechter optrad in geschillen en als aanvoerder tegen vreemdelingen1 die de ingezetenen het hunne wilden afnemen4 ,twee eigenschappen zijn dus noodzakelijk voor een goed vorst3 rechtvaardigheid en moed4 ,die eigenschappen hadden de vroegere koningen1 maar niet altijd bleef dat zoo4 ,latere vorsten kregen lust in 't heerschen1 ze bleken niet tevreden met hunne macht1 maar wilden hun gebied steeds uitbreiden3 vandaar de talrijke oorlogen1 die als zoovele plagen over 't arme volk komen4 ,en nu worden andere volken gedwongen een koning te erkennen1 die niet de hunne is3 de koning is tiran geworden4 ,in zoo'n geval is de ellende niet te overzien3 ,wat onghelucken ,komen 't landt verdrucken ',t wellek moet lijen ,vreemde tyrannijen6 ,verschil tusschen een goed en een slecht vorst4 ,volgens ,hooft is het kenmerkende onderscheid dus3 een goed koning is rechtvaardig en moedig1 is een beschermer van zijn onderdanen1 een slechte is heerschzuchtig1 tyranniseert z'n volk4 ,in de ,granida is dit thema verder uitgewerkt2 ,granida's vader is het type van een goed1 ,ostrobas van een slecht vorst4 ,hoe de onderdanen denken over den ,koning1 blijkt uit 't geen ,daifilo zegt tot ,granida3 ,wij weten lijckewel dat wy dees groene laen1 ,dat wy de schaduw koel van dees dienstighe blaen1 ,dees vrolijcke heuvels1 dit heldere waters vlieten1 ,en al ons levens lust van 's ,conings handt ghenieten4 ',t en waer die 't wijsselijck al te versorghen wist1 ',t verwoeste metter haest1 door verquistende twist4 ',t is hy1 die de begeerten van sijn ,ondersaten ,maticht bescheydelijck in soo verscheyden maten1 ,dat niemandts minders list zijn meerder yet ontruck1 ,dat niemandts meerders macht zijn minder en verdruck4 ',t is hy die sorghe draecht alleene voor ons allen1 ,dat vreemdelingen wreedt ons niet en overvallen ,met vernielende krijgh1 en schennen in een uyr ,de dracht van menich jaer1 door 't yser en het vuyr4 ,danckbaer behoortmen voor een aertschen ,godt te eeren ,dien 't lust om anders lust zijn eyghen lust t' ontbeeren3 ,maer ons eerbieden is te laech nae zijn waerdy4 ,in de samenspraak tusschen ,tissiphernes en ,ostrobas 7tweede bedrijf7 worden de beide opvattingen nog eens scherp tegenover elkaar gesteld4 ,voor ,ostrobas is elke onderdaan1--zelfs al is hij als ,tissiphernes van bijna vorstelijk bloed--een slaaf2 de verhouding van koning tot onderdaan is als die van meester tot slaaf4 ,tissiphernes daarentegen verkondigt ,hoofts opinie op dit punt1 vandaar zijn antwoord3 ,de ry van ,prinssen oudt1 uyt welcker brave saedt ,ghy u ghesproten roemt1 en wort hier niet versmeten2 ,maer dat ghy d'eer van mijn doorluchtich huys versmaedt1 ,om dat een ,oppervoocht is boven my gheseten1 ,ick en dees ,persen al u bittren ondanck weten1 ,want onse ,coning valt ons niet soo wreedt en wrang1 ,noch wy den onsen1 als ghy1 die trots en vermeten1 ,u verblufte ,ghemeent in slavernije strang ,ondraghelijck verheert met hart ghewelt en dwangh4 ,maer ons bysonder volck rechtvaerdich wij verheeren1 ,en met bescheydenheyt de ,coning 't alghemeen3 ,dees deuchden houden wy op 't alderhoochst in eeren1 ,die ghy verkeert1 vervreemt van alle recht en ren1 ,soo smadelijck ghewoon met voeten zijt te tren4 ,recht tot opstand4 ,zelfs klinkt in de woorden die ,tissiphernes verder zegt1 een revolutionnaire gedachte door3 het recht nl4 om een opgedrongen vorst niet te erkennen1 zich met de wapens in de hand tegen zoo iemand te verzetten4 ,hooft heeft zijne ideen over de verhouding tusschen vorst en onderdanen nog duidelijker uiteengezet in den ,geeraert van ,velzen4 ,enkele deelen halen we hier aan ter vergelijking4 ,duidelijk blijkt dat de dichter is tegen 't absolute gezag van de vorsten1 die meenen zich boven allen te kunnen stellen4 ,als ,machteld uitroept3 ,van hoe veel quaets1 helaes6 sal ik al oorsaeck wesen6 antwoordt haar man ,geeraert3 ,misschien oock van veel goets3 indien de ,prinssen prat ,haer spieg'len willen maer1 sy moghen leeren1 dat ,geen man het recht ontwast4 ,ook de vorst is gebonden door de wetten der gerechtigheid4 ,nog veel duidelijker spreekt ,hooft zich uit in het gesprek dat de drie edelen3 ,geeraert van ,velzen1 ,gijsbert van ,aemstel en ,harman van ,woerden1 hebben met den gevangen graaf ,floris4 ,de graaf vraagt3 ,ghy ,heeren1 ben ick niet uw wettich ,vorst8 en 't antwoord halen we in zijn geheel aan1 omdat het een helder inzicht geeft in de denkbeelden van ,hooft4 ,het luidt3 ,gheweest-- ,ghy waert het1 alsoo lang ghy eer en eedt betrachte3 ,doen die versturven in uw goddeloos ghedachte1 ,verstorf aen ons de staf des vorstelijcken handts4 ,aen ons1 die ,leden zijn der ,staeten deses ,lands1 ,dien ghy 't voorneemste der voorwaerden hebt ghebroocken1 ,ghy swoert met daeghing ,gods1 en by gestaefden eed1 ,dat ghy dit vrye volck1 in oorloch en in vreed1 ,berechten trouwlijck soudt1 en vroomelijck beweyren3 ,eer dat het ,graeflijck gouwdt ghenaecken mocht uw heyren4 ,daer zijdy op gehuldt2 en is uw toeghezeydt ,by eede wederom1 daer op1 ghehoorsaamheydt4 ',t welck doen ghy maeckte los1 los wierden d' ondersaeten4 ,een contract tusschen vorst en volk4 ,hooft is dus van meening1 dat er tusschen vorst en volk een soort overeenkomst bestaat1 die beiden bezworen hebben4 ,breekt een van hen1 in dit geval de vorst1 het contract1 dan heeft ook de andere partij het volste recht de overeenkomst verder als ongeldig te beschouwen4 't ,is dus in hoofdzaak de theorie later door ,rousseau verkondigd en door de mannen der ,fransche revolutie in practijk gebracht4 ,dat ,hooft in dien tijd met betrekking tot deze meening niet alleen stond1 blijkt uit de afzwering van ,filips ,,ii in #aeha4 ,we halen hier enkele regels aan uit de acte waarbij dit geschiedde1 omdat ze volkomen dezelfde strekking hebben als de verzen van ,hooft4 ,de stelling luidt3 ,dat een ,prince van den ,lande van ,god gestelt is ,hooft over sijne ondersaten1 om deselve te bewaren ende beschermen van alle ongelijck1 overlast ende gheweldt1 gelijk een herder tot bewarenisse van sijne schapen4 7,vergelijk hiermee ,granida vs4 #iij-ajbj74 ,ende de onderdanen niet en sijn van ,godt geschapen tot behoef van den ,prince1 om hem in alles wat hij beveelt1 weder het goddelijck of het ongoddelijck1 recht onrecht is1 onderdanigh te wesen en als slaven te dienen3 7,granida vs4 #ffe67 maar de ,prince om d' ondersaten wille1 sonder dewelke hij geen ,prince en is -- -- -- ,hooft gaat zelfs nog verder3 ,floris vraagt na dit antwoord om dan ten minste de ,staten1 die hem tot graaf hebben gehuldigd1 ook te laten oordeelen2 maar hierop antwoordt ,velzen3 ,de minste van het volk is ,halsheer des tyrans1 prediking van tyrannenmoord dus4 ,of ,hooft dit werkelijk meende1 weten we niet zeker1 omdat ,velzen hier natuurlijk wel gedwongen was een dergelijk antwoord te geven3 hij moest zijn daad verdedigen4 ,verschil in standen4 ,in een pastorale moeten krasse uitdrukkingen ons niet verwonderen1 en nog minder moet er op gelet worden wie het zegt3 de dichter immers is telkens aan 't woord1 niet de personen zelf4 ,in ,granida komt dat b4v4 heel duidelijk uit1 zoo in de beschouwingen die de prinses ten beste geeft over 't verschil in standen4 ,tusschen haar en den eenvoudigen herder bestaat volgens deze redeneering feitelijk geen verschil in stand3 de deugd alleen maakt edel1 en in deugdzaamheid wordt ,daifilo door geen edelman ter wereld overtroffen4 ,ook voor ,tissiphernes staan ,granida en ,daifilo even hoog3 ,o liefde gansch volmaeckt1 en sonder zijns ghelijck ,om haer ghetrouwe lief een groote ,coninginne ,verwisselt haeren staet1 en wordt een ,harderinne4 ,een ,harder weyghert1 om sijn ,lief te laten niet1 ,een ,prinsselycke staet diemen hem annebiedt4 ,men ziet3 aan standsverschil wordt niet gedacht2 deugd adelt4 ,de koning zelfs maakt dan ook niet 't minste bezwaar zijn toestemming te verleenen2 dat ,daifilo een herder is1 komt er niet op aan3 men moet eenvoudig der ,goden wille volgen4 ,of ,hooft1 die later zoo gaarne in den adelstand verheven wenschte te worden1 het in dit opzicht heelemaal met de schoone prinses eens was1 is een andere vraag ,liefde en ,minne4 ,dit alles zijn denkbeelden van ,hooft over staatsbestuur en maatschappij1 maar daarnaast moeten we nog wijzen op 't geen ,hooft te zeggen heeft over de liefde4 ,in ,hoofts minneliederen is vaak sprake van ,minne en van ,liefde en wat hij daaronder verstaat blijkt duidelijk uit de ,granida4 ,de verhouding tusschen ,daifilo en ,dorilea noemt ,hooft minne2 het is de aardsche liefde1 het minnen zooals dat overal in de natuur wordt gezien3 ,de ,min het al verwint1 ,hemel en ,aerde mint4 ,liefde daarentegen is een geestelijke verhouding1 zielsverwantschap4 ,meer platonisch dus4 ,dat is in 't eerst de verhouding tusschen ,daifilo en ,granida1 die heel juist wordt weergegeven door ,daifilo's woorden in 't begin van 't tweede bedrijf3 ,o schoone ,son1 als ghy verscheent in mijn ghedacht1 ,doe leerde my den dach dat ick in duystre nacht1 ,met vliesen overschaeuwt zijnde mijn ooghen beyde1 ,bij 't rookrich licht eens lamps mijn dromich leven leyde4 ,want als begeerlickheyt in eyghen lust verblindt1 ,die ,schoonheyts lichaam meer als lichaems schoonheyt mindt1 ,my tot vereenigingh van aertsch met aertsch dee pghen1 ,doen suyverde' uwe glans de dickheyt van mijn ghen1 ,optreckende' haer ghesicht tot uwaerts1 waerdoor mijn ,siel kennende' haer waerdy1 poocht met haer een te zijn4 ,hieruit blijkt1 dat de gevoelens van ,daifilo voor ,dorilea 7,minne7 niets waren dan aardsche begeerte1 terwijl zijn verhouding tot ,granida ziele-liefde 7,liefde7 is4 ,in verband hiermee wijzen we op de twee bekende regels uit ,hoofts minnedichten3 ,het lijf-omhelsen moet bij 't ,sielvermengen swichten1 ,voor overst ken ick ,liefd'1 acht ,mins vermeugen cleen4 ,voor ,daifilo is het dan ook voorloopig voldoende1 dat hij als dienaar van ,tissiphernes ,granida nu en dan ziet en zelfs een enkelen keer haar kan spreken4 ,bij ,granida is het gevoel minder platonisch1 zij denkt zich ,daifilo in haar gedachten zelfs een oogenblik als ,heer en ,vriendt2 als man dus4 ,ook bij ,daifilo heeft langzamerhand een verandering plaats1 met de ziele-liefde vermengt zich de bijgedachte aan aardsche begeerte1 vandaar dat hij door minnesmart gedreven 's nachts ronddwaalt onder 't venster van zijn schoone1 zoodat deze zijn verliefde klacht en ongheveynsde suchten kan hooren4 ,en reeds vroeger heeft de prinses zijn innerlijcke vlammen uit zijn uyterlijcke jonst bespeurd4 ,granida zelf is nog verder gegaan2 lang heeft ze er reeds over gepeinsd om een middel te vinden1 waardoor ze voor altijd met haar geliefde vereenigd zou kunnen worden en 't feit1 dat ze den volgenden dag met ,tissiphernes zal moeten trouwen1 geeft den doorslag4 ,zij is degene die 't plan tot de schaking heeft voorbereid1 zij ook verklaart ,daifilo haar liefde en spoort hem aan nu geen tijd meer te verliezen4 ,dat het van haar kant niet een plotselinge opwelling is1 maar een zorgvuldig beraamd plan1 blijkt uit haar woorden3 ,eer ick met dese saeck dus ver ben voortghetoghen1 ,heb ick in juyste schael de dinghen overwoghen1 en uit haar alleenspraak1 waarin ze de uitdrukking voorganghen overlegh bezigt4 ,zoo is dus de platonische liefde gedeeltelijk overgegaan in aardsche1 of1 om ,hoofts terminologie te gebruiken1 ,liefde en ,minne zijn n geworden4 ,aan 't slot zingt de ,rey van ,jofferen dan ook terecht3 ,liefd en ,min aen een vertuyt1 ,beyde siel- en lichaem- menghers1 ,heylighe' opper-vriendtschap-strenghers ,salicht ,bruydegoom en ,bruyt4 ,,warenar4 ,ontstaan4 ,de ,warenar is geen oorspronkelijk werk1 maar ontleend aan een ,latijnsch blijspel1 de ,aulularia van den bekenden dichter en tooneelspeler ,plautus1 die omstreeks #bjj jaar voor ,christus' geboorte in ,rome leefde4 ,toch zit er veel eigens in1 z veel zelfs1 dat niemand die 't stuk leest of beter nog ziet1 zal denken aan een spel van vreemden bodem4 ,niet ,athene1 waar de personen van ,plautus wonen1 verrijst voor onzen geest1 maar ,oud-,holland zien we voor ons3 het jolige ,amsterdam van ,roemer ,visscher en ,bredero4 ,dt is de grootste verdienste van den schrijver3 hij gaf geen vertaling1 maar een bewrking1 wist alles te verwijderen wat sloeg op ,romeinsch-,grieksche toestanden en verving deze gedeelten door echt ,hollandsche4 ,de ,lar 7huisgod7 werd naar den trant der ,sinnespelen vervangen door ,personificaties 7,miltheydt en ,giericheydt71 de slavin door een oude dienstmeid1 de tempel van ,fides door 't ,ellendige ,kerkhof2 tal van ,amsterdamsche straten1 steegjes en gebouwen worden genoemd2 vele namen hooren wij1 die ns weinig interesseeren1 maar die de toenmalige bezoekers van den schouwburg vaak een glimlach ontlokt zullen hebben1 omdat ze wisten wie de schrijver op 't oog had4 ,met recht vermeldt 't titelblad3 ,warenar4 ,dat is ,aulularia van ,plautus1 ,nae 's ,landts gheleghentheyt verduytschet4 ,dat zulk verduytschen geen kleinigheid is1 leert ons ,bredero's ,moortje1 ook bewerkt naar een ,latijnsch voorbeeld1 ook vol met tafereeltjes uit het ,amsterdamsche volksleven en toch als geheel geen ,nederlandsch blijspel4 ,schrijver4 ,het staat vast1 dat ,hooft in dit meesterwerk een groot aandeel heeft gehad1 maar hoe alles precies in z'n werk gegaan is weet men niet4 ,de eerste drukken vermelden den naam van den auteur niet1 later worden genoemd ,p4 ,c4 ,hooft en ,samuel ,coster en ten slotte ,hooft alleen4 ,vandaar dat men gewoonlijk spreekt van ,hoofts ,warenar4 ,karakter van ,warenar4 ,hooft heeft in hem iemand geteekend1 die door zijn gierigheid een dwaas geworden is1 een ware nar4 ,in de ,voor-reden lezen we dan ook3 ,want verleggende de stede van den ouden haert1 ,heeft hij de ,pot gevonden met het gout daer in vergaert4 ,de welcke hy bewaert oft hy nar waer te deghen1 ,daerom heeft hy ,warnar tot zyn rechte naem gekreghen4 ,gierigheid4 ,dat hij een gierigaard in hart en nieren is1 bewijzen de verhalen die van hem in omloop zijn3 zoo spant hij een zeil over den schoorsteen opdat de rook niet te gauw zal wegtrekken1 de afgeknipte nagels bewaart hij1 en toen hij eens bij ,nicht ,trijn te gast ging1 vastte hij drie dagen vor dien feestdag en at zoveel1 als hij in drie dagen kon verteren4 ,soo was hy uyt te gast voor volle seven daghen4 ,een andere kenmerkende karaktertrek van den gierigaard is het voorwenden van armoede4 ,tegen zijn eigen trouwe dienstmeid ,reym zegt ,warenar3 ,arm ben ick1 dat weet ick wel1 en draech 't lijdtsaem en geduldich1 en als buurman ,rijckert informeert hoe 't met hem gaat1 is 't antwoord dadelijk3 ,hart ende swart1 onbelaen met ghelt1 ,ghelijck slechte luytjens van mynen doene pleghen4 ,in 't verdere gesprek komt ,warenar er telkens op terug1 dat van een bruidschat voor ,klaertje natuurlijk geen sprake is1 en de kosten voor de bruiloft zal schoonzoon moeten betalen4 ,wantrouwen4 ,naast dit alles staat een andere typeerende trek die zooveel bij gierigaards wordt aangetroffen3 het wantrouwen4 ,warenar meent telkens1 dat anderen zijn rijkdom kennen3 hij vertrouwt niemand4 ,en hoe nauw dat ick het heel1 noch schijnt het dat meest ,al de ,werelt dat droomen ken2 met sulcken feest ,segghense go'en dagh die my nu ontmoeten1 ,daermen my te voren hiel magertjens pleech te groeten4 ,vooral in zijn gesprek met ,rijckert blijkt duidelijk zijn onrust1 in alles hoort hij toespelingen op zijn gevonden schat4 ,men vergelijke b4v4 de regels #beh1 #bgb1 #cjj en #cfe4 ,en als ,rijckert hem later uitnoodigt een glas wijn te drinken op het welvaren van 't hijlijck1 moet daar natuurlijk meer achter zitten3 ,hy meentme mit ien abelheyt droncken te maken1 ,om moytjens en mackelijck after de duyten te raken4 ,tengevolge van dit alles heeft ,warenar geen oogenblik rust1 in ieder ziet hij een belager van zijn pot4 ,reym wordt het huis uitgejaagd1 ,warenar vertrouwt haar niet3 ,sy wroet mit heur oogen as ien varcken mit zijn snuyt4 ,in 't gesprek met ,rijckert stormt ,warenar plotseling naar binnen omdat hij gerammel meent te hooren2 de kok ,teeuwes krijgt een pak slaag1 en zelfs ontstaat een bataelje met den haan1 die toevallig op de plek krabde waar de pot verborgen lag4 ,verplaatsen van den schat4 ,een gevolg van dezen voortdurenden angst is het telkens verplaatsen van den schat4 ,in de voorrede lezen we reeds3 ,op verscheyde weghen heeft dees dese schadt1 ,hier in huys tot meer mael begraven gehadt2 en in 't stuk zelf gebeurt dit eveneens4 ,vooreerst het opgraven om te zien of alles nog in orde is 7b4v4 regel #ajd7 en eindelijk het verbergen buitenshuis1 omdat er met de bruiloft veel vreemden in huis komen1 en de schat daar dus niet veilig is4 ,als geschikte plaats wordt uitgekozen het kerkhof1 waar misdadigers begraven worden 7het ,ellendige kerkhof71 en als ,warenar den pot ook daar niet veilig acht1 omdat hij ,lecker niet vertrouwt1 verbergt hij 't geld onder een steiger1 waar ,lecker 't vindt4 ,dwaasheid4 ,uit al 't voorgaande blijkt dat de schrijver in 't teekenen van den hoofdpersoon zeer goed geslaagd is3 hij schildert ons in hem een gierigaard en tevens een dwaas4 ,dit laatste was noodzakelijk1 omdat een echte vrek geen geschikte figuur is voor een blijspel1 daarvoor brengt hij te veel onheil over zijn medemenschen4 ,maar de dwaze ,warenar is belachelijk en daardoor vrij onschadelijk4 ,men lacht om hem1 maar ergert zich niet4 ,dat ,hooft den vrek belachelijk wil maken1 blijkt heel duidelijk uit het vierde bedrijf1 als ,warenar bemerkt dat zijn schat gestolen is4 ,van ernst is er bij den schrijver al heel weinig te bespeuren1 want in plaats van een vrek te teekenen die krankzinnig is van smart1 omdat zijn geld1 zijn hart en nieren1 weg is1 laat hij hem z tegen 't publiek spreken1 dat menig toehoorder stellig in een lach geschoten is4 7,men zie o4a4 regel #ajfi-ajgd47 ,van de overige personen1 die voor 't geheel van veel minder belang zijn dan ,warenar1 zullen we met enkele woorden 't karakteristieke aangeven4 ,reym4 ,reym1 de oude dienstmeid1 is al bizonder goed geslaagd4 ,zij is 't type van een oude1 trouwe meid1 een echt familiestuk4 ,ze heeft bij ,warenar gediend1 toen zijn vrouw nog leefde1 van wie ze zooveel hield2 ,claertje heeft ze als kind verzorgd en nog zorgt ze voor haar als een moeder4 ,als ze over ,claertje spreekt1 weet ze van geen ophouden1 dat ondervindt ,geertruyd op de korte wandeling naar 't huis van buurman ,warenar4 7#acbh-adjh47 ,van ,warenar zelf ondervindt ,reym niets dan onvriendelijkheden en zelfs mishandelingen1 maar weer ter wille van ,claertje verdraagt ze alles en blijft4 ,rijckert4 ,rijckert1 zijn naam zegt het al1 is de rijke1 solide koopman1 die reeds op jaren begint te komen 7ze hebben vrij wat tellens aan1 zegt ,warenar in regel #bif7 en die er nu nog aan denkt een vrouw te nemen1 maar dan een bescheidene1 lieve1 werkzame vrouw1 geen verkwistende1 pronkzieke dame1 en ook geen kletskous als hij aan zijn buurman beschrijft in hun gesprek in 't derde bedrijf4 ,ritsert4 ,van ,ritsert1 den jongen koopman1 krijgt men wegens de verleiding van ,claertje natuurlijk geen hoogen dunk1 maar toch stelt ,hooft hem niet voor als een losbandig1 onzedelijk jongmensch4 ,zijn daad wordt daarom zoo zacht mogelijk voorgesteld1 de schrijver doet duidelijk uitkomen1 dat alles geschied is in onbedachtzaamheid1 in jeugdige onbezonnenheid1 terwijl de omstandigheden de verleiding al zeer gemakkelijk maakten4 7,men vergelijke regel #iej-igi47 ,voor ,ritsert pleit bovenal1 dat hij thans alles zooveel mogelijk tracht goed te maken3 hij wil immers ,claertje huwen1 hoewel ze arm is en niettegenstaande zijn moeder zeer tegen dat huwelijk is gekant en hem wijst op meisjes met geld1 die hem graag tot man zouden willen hebben4 ,bovendien schijnt hij veel van zijn vroegere lichtzinnigheid te hebben afgelegd1 want ,lecker1 die hem zoekt1 vindt hem niet meer op de plaatsen waar de vroolijke jongelui toen veel kwamen1 in de danskamer1 de schermschool of de kaatsbaan1 maar in de ,libry1 mit de neus inde boeken4 ,we mogen dus veronderstellen1 dat ,ritsert een goed echtgenoot van ,claertje zal worden en als zij de eigenschappen bezit die ,reym haar toekent1 zal het stellig een gelukkig huwelijk geworden zijn4 ,geertruid4 ,geertruid is de deftige koopmansvrouw en vertegenwoordigt met ,rijckert en ,ritsert den gegoeden middenstand van omstreeks #afjj4 ,en dan valt het ons op van hoe weinig beschaving en goeden toon de gesprekken van deze menschen getuigen1 b4v4 het gedeelte waarin ,geertruid haar broer meedeelt dat ze een geschikte vrouw voor hem weet 7vers #bac en volgende71 en het derde tooneel van 't vierde bedrijf 7gesprek tusschen ,geertruid en haar zoon ,ritsert1 o4 a4 de regels #ajjf-ajjh74 't ,is mogelijk dat de schrijver om komische effecten te verkrijgen1 de personen woorden in den mond legt die ze in gewone omstandigheden niet zullen gebruiken1 maar deze rijke koopmansfamilie moet toch in hoofdzaak een beeld van dien stand geven4 ,een kenmerkende trek in haar karakter--en daarin wijkt ze van haar broer en haar zoon af--is de zucht om te bewerken1 dat er bij huwelijken geld in de familie komt4 ,ze vraagt niet naar eigenschappen die een goede huisvrouw sieren2 de eenige vraag is3 heeft het meisje geld8 ,eerst na veel tegenstribbelen stemt ze dan ook toe in 't huwelijk van ,ritsert met ,claertje en zelfs dan is 't nog een geldkwestie die haar over de bezwaren doet heenstappen4 ,immers1 als ,ritsert met het meisje trouwt zal oom ,rijckert waarschijnlijk wel ongetrouwd blijven1 en zal ooms geld ten slotte aan ,ritsert komen4 ,dat is een soort vergoeding voor 't huwelijk met een arm meisje 7vers #ajbf-ajbh74 ,in 't laatste bedrijf leeren we ,geertruid van een betere zijde kennen1 als zij zich haast om haar aanstaande schoondochter bij te staan4 ,lecker4 ,lecker is geen gewone knecht1 maar iemand die zelf later koopman denkt te worden1 hij is koopmansleerling1 zooals blijkt uit het gezegde tegen ,ritsert 7vers #abg73 ,ick ben om te lieren tot uwent besteet4 ,dat verklaart zijn familiariteit tegenover ,ritsert4 ,zijn naam ,lecker verdient hij ten volle3 hij houdt van een lekker leventje en 't gevolg daarvan is dat hij geld uit de kas neemt3 ,ick heb de kas een vier vijfhonderd gulden ten afteren e set4 't ,geluk dient hem1 hij vindt den ,pot en als alles terecht komt1 schenkt ,ritsert hem op ,warenars voorspraak vergiffenis en ook het vermiste geld4 ,lecker is in vele opzichten de komische figuur uit het stuk2 hij heeft ongeveer de rol die in andere blijspelen b4v4 die van ,langendijk1 door den knecht vervuld worden4 ,zoo 't tooneeltje bij 't ,ellendige ,kerkhof1 en dat met ,caspar en ,teeuwes4 ,caspar en ,teeuwes4 ,caspar en ,teeuwes1 de hofmeester en de kok1 zijn bijfiguren1 waarvan vooral ,caspar komisch is4 ,hij herinnert aan ,bredero's ,spaanschen ,brabander2 ook ,caspar is een ,antwerpenaar1 die zr trotsch is op zijn afkomst en zijn taal4 ,de ,amsterdammers zullen in hun schouwburg zeker hartelijk om hem gelachen hebben en dat was voor den schrijver hoofdzaak4 ,twee bezwaren tegen het karakter van ,warenar4 ,in #ahdc gaf ,prof4 de ,vries den ,warenar uit4 ,hij voorzag deze uitgave van een uitvoerige inleiding en ontwikkelde daarin twee bezwaren tegen het karakter van den hoofdpersoon4 #ao4 ,het is niet waarschijnlijk1 dat een arm man zooals ,warenar bij 't vinden van een groote som gelds plotseling gierig wordt2 zoo iemand zal veel eerder1 daar hij de waarde van 't geld niet kent1 overgaan tot verkwisting4 ,hoe veel juister is de zaak bij ,molire voorgesteld6 ,niet dan na lang woekeren1 schrapen en sparen1 niet dan met opoffering van alle levensgenot1 heeft ,harpagon zijne cassette met dukaten opgevuld1 en wel was er dus1 uit een menschelijk oogpunt1 aanleiding voor hem om tot de uiterste vrekkigheid te vervallen4 #aj ,hiertegen is het volgende aan te voeren4 ,voordat ,warenar den pot vond1 was hij reeds zuinig1 had hij dus reeds aanleg om gierig te worden4 #afi4 ,se hebbe me lang e kent voor suynich en vroet4 #eeg4 ,die wat spaert1 die wat het1 dat leerde me myn ,peet4 #gfc4 ,zijn jou ,bruigoms klieren al of8 ,of vaer8 neense trouwen4 ,zoo iemand kent dus de waarde van 't geld zeer goed en het vinden van een schat zal zijn zuinigheid eerder tot gierigheid dan tot verkwisting doen overgaan4 ,bovendien moet men niet uit het oog verliezen dat reeds de grootvader van ,warenar een gierigaard was3 hij is dus erfelijk belast1 heeft aanleg om gierig te worden4 ,psychologisch is de figuur van ,warenar zeer goed te verdedigen4 #bo4 ,het tweede groote bezwaar van de ,vries is het volgende3 ,maar de groote feil van ,plautus ligt hierin1 dat hij zijnen ,euclio aan het slot eensklaps mild doet worden1 en hem zijn goud aan ,lyconides schenken laat4 ,wie had eene zoo plotselinge uitschudding van eene diep ingekankerde kwaal bij den vrek kunnen vermoeden8 ,waarlijk1 hij moest den schat wel onverwacht verkregen hebben1 om er even onverwacht afstand van te kunnen doen4 ,die afstand1 door ,plautus verdicht1 is een vergrijp tegen de waarheid en de natuur1 dat onder geen voorwendsel vrij te spreken is2 evenmin kunnen wij ,hooft verontschuldigen1 dat hij dien misstap niet vermeden heeft4 ,molire daarentegen gevoelde het gebrek van ,plautus en verbeterde het4 ,het karakter van den gierigaard blijft zich bij hem tot het einde toe gelijk1 en dat einde zet het werk de kroon op1 wanneer na de woorden van ,anselme3 ,allons vte faire part de notre joie votre mre1 ,harpagon besluit met de woorden3 ,et moi voir ma cassette6 #aa ,tegen dit bezwaar is reeds in 't zelfde jaar ,bakhuizen van den ,brink opgekomen in zijne beoordeeling van de ,vries' uitgave in ,de ,gids 7blz4 #eed-egi74 ,wel is de wijziging van ,molire zeer menschkundig aangebracht1 maar toch is ook de houding van ,warenar te verdedigen4 ,hij begint aan 't eind in te zien1 hoeveel ellende die pot hem heeft berokkend3 ,o1 ,pot1 wat heb-jeme hertseer e kost1 zegt hij terecht1 hij ziet in1 dat zelfs de treurige toestand van ,claertje te wijten is aan zijne verblindheid1 hij heeft dus een helder oogenblik en evenals een dronkaard op zoo'n oogenblik de flesch van zich werpt1 geeft ook ,warenar den pot1 den bewerker van alles1 aan ,ritsert4 ,maar daarmee is niet gezegd dat hij voor goed van zijn gierigheid genezen is3 evenals de drankzuchtige op den duur de verleiding niet zal kunnen weerstaan en opnieuw tot dronkenschap zal vervallen1 zoo is ook de genezing van ,warenar slechts tijdelijk1 zijn oude schraapzucht zal later terugkeeren4 ,ook hier is dus volstrekt geen psychologische fout begaan4 ,dat ,hooft het weggeven van den pot op deze wijze beschouwd wenscht te zien1 blijkt uit de voorrede2 ,giericheydt1 die door ,miltheyt wordt weggejaagd1 roept uit3 #eh4 ,o ,waernar1 ,waernar1 onthoudt myn ,leere1 ,siet dat men niet weere my heel uyt u gemoet1 ,gelijckmen my uyt u woninghe doet4 ,syts altijd vroet al moet ick spoen mijn ganghen1 ,ick weet hij heeft zijn hart soo vast aen myn gehanghen ,dat hy sal blyven ghevangen met liefde tot my1 ,al ist dat ick door dwang van synent ty4 ,bovendien moet men er aan denken dat de gierigheid van ,warenar een familiekwaal is1 een reden te meer om te veronderstellen dat ze stellig zal terugkeeren4 ,merkwaardig en pleitende voor 't echt ,nederlandsche van ,hoofts werk is1 dat ,warenar een historisch persoon is1 n4l4 ,willem ,barendszoon1 die in #aebc geboren werd en kort na #afja stierf4 ,veel van 't geen ,hooft ons verhaalt met betrekking tot ,warenar is ontleend aan de geschiedenis van dien in ,amsterdam zoo bekenden vrek4 ,in den ,spaanschen ,brabander treedt dezelfde persoon op als ,gierighe ,geeraert4 ,,de ,,spaansche ,,brabander4 ,doel4 ,in zijn voorbericht tot den goetwillighen leser zegt ,bredero dat hij zijn tooneelstuk geschreven heeft niet uyt haet1 noch om yemandt te vertoornen noch te verbitteren1 maar om my en alle menschen te verlustighen en verbeteren4 ,en ook vinden we daarin deze woorden3 ,ick stel u hier naacktelijk en schilderachtich voor oogen de misbruycken van dese laatste en verdorven werelt2 de gebreckelijckheyt van onse tijdt en de ,kerck1 en straat-mare mishandelinghen van de gemeene man4 ,het doel van ,bredero is dus geweest3 zijn tijdgenooten lachende de waarheid te zeggen1 ze op hunne verkeerdheden te wijzen1 in de hoop dat ze zich daardoor zullen beteren4 ,op dat didactisch karakter van den ,brabander wijst duidelijk het gedicht1 dat aan 't stuk voorafgaat en dat aanvangt met deze regels3 ,is 't dat ghy yet merckt1 leest1 of siet1 ,dat quaat is1 schuwt dat1 doetet niet4 ,ick heb 't met lust tot leer ghedaan1 ,en niet om dien wegh in te slaan4 ,hekeling der oplichters4 't ,hoofddoel was in zijn blijspel te hekelen de oplichterij1 het misbruik maken van 't vertrouwen der eenvoudige burgers4 ,fel is de schrijver in zijn oordeel4 ,ick kent1 het is een slapheyt in myn1 dat ick de eereloose-geen-noot-hebbende-moet-willig e-,banckeroetiers 7die haar goet aensien en gheloof by de lieden met eeren misbruyken en diefs ghewijs de vromen 't haren onbruyck arm en ellendigh maken7 niet en kan troetelen noch na de mondt spreken1 ghelijckerwijs alsser veel fielen en rabauwen doen1 die de buyt t' samen staan of die aan 't selve euvel sieck zijn en wel lichtelijck den eenen dag of den anderen het opgheven en deurgaen sullen4 ,ick ben soo kleen als ick mach1 maar soo groot en goedt van ghemoedt1 dat ick so een stucke-drochs niet en kan toestaan soo een verdoemelijcke schelmery1 noch ick en kan niet onbeklaaght noch onbeschreyt laten de ghene1 die door ongevallen tot een bedroeft verloop moeten komen4 ,niet alleen in de voorrede1 maar ook in 't stuk zelf vinden we dergelijke krasse woorden4 ,zoo in 't gesprek van de drie ouwe ,klouwers1 waarin ,jan ,knol zijn hart uitstort4 ,neen ,thomas1 wat mienje1 ick ben voor geen banckerotier vervaert1 ,wat rijdt mijn dat volck8 dat ik schoon maer een vriend an mijn geslacht hat1 ,en speelden hij banckerot sonder noot1 ick sou hem hangen1 dat ick de macht hat4 ,men hangt wel duysent diefjes1 die door de armoede doolen1 ,en die soo veel niet en hebben als so een schellem gestolen4 ,en verder3 ,ick segh1 men hoort de moedwillighe banckrotiers te bannen van de straat1 ,iewers alleen1 en soo sy dan buyten haar bepaalt besteck ginghen1 ,soo hooren heur de jonghens met slick te goyen en met andere dingen4 ,karel ,v wist wel raad met zulke oplichters3 gehangen behoorden ze te worden1 zooals hij dan ook in zijn keur van #aeca bepaalde4 ,jerolimo als oplichter4 ,zoo'n oplichter heeft ,bredero ons geteekend in ,jerolimo ,rodrigo1 zijn ,spaanschen ,brabander4 ,reeds in ,antwerpen was hij1 volgens zijn eigen bekentenis schandelayck ghefalgeert en nu komt hij in ,amsterdam om de goe gemeente beet te nemen1 wat hem dan ook heel wel gelukt4 ,hij weet van verschillende personen goederen te krijgen1 die later betaald zullen worden1 of die hem eenvoudig op zicht worden gezonden1 verhuurd of geleend4 ,balich1 de tinnegieter1 verhuurt hem tinnen schotels1 kandelaars en tafelborden2 ,jasper tapijten en goudleer2 de schilder ,otje zendt hem waardevolle schilderijen1 terwijl buurman ,joost zilveren schalen1 zoutvaten1 kannen en dergelijke huishoudelijke artikelen leent4 ,allen zijn vol vertrouwen1 want ,jerolimo gedraagt zich als een grand seigneur en geeft hoog op van de belangrijke handelszaken die hij doet4 ,zelfs verhuurt ,gierighe ,geraert hem een huis1 en ook aan de slimme ,byateris1 die zich anders niet gemakkelijk laat beetnemen1 is hij geld schuldig4 ,aan 't einde van 't vierde bedrijf toont ,jerolimo zich als echte oplichter1 door mee te deelen1 dat hij verrayst n ,kuylenburgh en ,vyanen1 de vrijplaatsen waarheen bankroetiers gewoonlijk vluchtten4 ,in 't laatste bedrijf laat ,bredero al de bedrogenen op 't tooneel verschijnen en zien we dus met eigen oogen de ellende door een eerloozen schurk over nijvere burgers gebracht4 't ,wijzen op andere verkeerde toestanden4 ,zeer zeker is dus de hoofdstrekking van den ,brabander het aan de kaak stellen van dergelijke personen1 maar ,bredero heeft daarnaast nog op vele andere verkeerdheden gewezen4 ,in ,geeraert hekelt hij de dwaze gierigheid1 ,floris ,harmensz1 de hondtslager vertelt ons veel van de kakelende1 kwaadsprekende vrouwen en niet minder van de ouwe praters1 de ouwe klouwers1 terwijl we in 't gesprek van de drie ,patriotten heel wat dingen hooren1 die niet door den beugel kunnen4 ,veel wordt geklaagd over onbeschaamde landloopende vreemdelingen1 ,moffen1 ,poepen en ,knoeten1 die bij heele troepen de stad binnenkomend1 overal bedelen en de oorzaak zijn1 dat de werkelijk hulpbehoevenden weinig krijgen4 ,zelfs laat ,bredero een stedelijke ordonnantie voorlezen1 waarbij geordonneerd wordt dat nu voortaan geen ,bedelaers1 ,landtloopers1 ,bayertboeven1 ,trogghel-saecken1 ,huyckevaken1 't sy oudt ofte jongh1 blint1 kreupel1 manck1 melaats ofte anders1 en sullen mogen ommegaan1 omme de aalmoesen te vergaderen op ,marckten1 ,bruggen1 voor ,kercken1 ,poorten1 hoecken van straten1 maar dadelijk te vertrecken1 op pene van openbaarlijck geschavotteert ende strengelijck gegeesselt te worden4 ,met welke vreugde zouden de toenmalige ,amsterdammers een dergelijke ordonnantie1 maar dan wrkelijk door ,schout en ,schepenen uitgevaardigd1 begroet hebben6 ,op nog meer verkeerde toestanden wijst de dichter3 o4 a4 op het ontduiken der belastingen door de brouwers en de importeurs van ,fransche en ,rijnsche wijnen1 die zich bovendien nog aan andere ongeoorloofde praktijken schuldig maken4 ,en hadden sommighe haar handen recht ghehouwen1 ,sy souwen in soo kort gheen groote huysen bouwen4 ,geen wonder dat1 waar ,bredero zoo vel en zoo vlen over den hekel haalde1 verschillenden zich persoonlijk beleedigd gevoelden4 ,in de voorrede verdedigt de schrijver zich nadrukkelijk1 hij heeft geen persoonlijkheden willen zeggen1 maar in 't algemeen gesproken4 ,nu heb ik inder waarheyt op niemant in 't besonder gemeent1 maar heb de knuppel in 't hondert blindelingh gheworpen1 luck raack2 die getroffen is1 volght het rijmpje3 ,doetet u seer1 wachtet u meer4 ,geen satire op ,rodenburg4 ,men heeft zelfs wel beweerd dat ,bredero in den hoofdpersoon zijn letterkundigen tegenstander ,theodoor ,rodenburg heeft uitgebeeld1 omdat deze evenals ,jerolimo in ,antwerpen was geboren en ook bekend was om zijn hoogmoed4 ,er is echter tusschen hen beiden te groot verschil1 om aan deze bewering meer dan een schijn van waarheid te geven3 ,rodenburg is door opvoeding een echt ,amsterdammer geworden1 die stellig geen dwaas ,brabantsch1 maar goed ,amsterdamsch sprak en hij moge dan ook al niet rijk geweest zijn1 een bankroetier was hij zeker niet4 ,tijd waarin 't stuk speelt4 ,opzettelijk heeft ,bredero zijn stuk in een vroegeren tijd laten spelen op dat men te minder beduydenisse op de teghenwoordighe levende soude maken4 ,in ,april #afag was de ,spaansche ,brabander voltooid1 de handeling moet volgens verschillende aanduidingen een veertigtal jaren vroeger plaats gevonden hebben4 ,daarom spreekt de ,schout over 44444 een deel ,wilde ,geusen en guyts1 die uyt een duyvelsche lust ,met haar predicatie en t'samen-rotten perturberen de gemeene rust1 ,tot achterdeel van de ,moer de ,kerck en de heylige ,inquisicy1 en klaagt hij ,daar is gisteren weer een ,geus-,liedtboeck verspreyt1 ,dat bitter schemt en schiet op onze ,geestelijckheyt4 ,niet altijd houdt ,bredero zich stipt aan dezen tijd1 zoo laat hij b4v4 ,tryn ,snaps aan ,jut ,jans vragen1 of ze ,arminiaansch is1 maar dergelijke anachronismen komen toch weinig voor4 ,bespreking der verschillende personen4 ,jerolimo4 ,de twee hoofdpersonen1 ,jerolimo en ,robbeknol1 zijn ware contrasten4 ,jerolimo is het type van een kaal1 verwaand heer1 die zich zelf zeer gewichtig vindt en juist daardoor belachelijk wordt4 ,hij is de zoon van een pasteibakker uit ,hoboken bij ,antwerpen1 maar beschouwt zich toch als een edelman1 dat zegt hem zijn generose couragie4 ,in kleeding en manieren tracht hij de ,spaansche dons na te bootsen1 want de ,spanjers is een magnifijke nacy66 ,robbeknol wil hij fatsoeneeren1 van den ,amsterdamschen botmuil moet een parmantighe1 gracelijcke ,brabander gemaakt worden2 vooral het botte ,hollandsch is hem een ergernis1 het ,brabantsch1 dat is iets anders6 ,o de ,brabantsche taal die is heeroyck1 modest en vol perfeccy1 ,soo vriendelayck1 soo galjaart1 soo minjert en so vol correccy1 ,dament niet gheseggen en kan4 ,al heel gauw blijkt de hoorders1 hoeveel verschil er is tusschen ,jerolimo's manier van optreden en zijn werkelijken toestand3 hij is doodarm1 zijn beurs vertoont niets dan duizend vouwen1 eten is er niet in huis en de meester smult zelfs van de lekkere beetjes die zijn knecht door bedelen gekregen heeft4 ,en toch blijft hij dezelfde pochhans1 zijn aangeboren hoogmoed verlaat hem nooit4 ,dt is juist het komische in ,jerolimo4 ,dat hij behalve de lachlust ook de verontwaardiging opwekt door zijn oplichterij1 maakt hem nog meer antipathiek4 ,robbeknol4 ,robbeknol vormt in vele opzichten een tegenstelling met ,jerolimo1 tegenover den pochenden ,brabander staat de eenvoudige1 goedronde1 geestige ,amsterdamsche jongen1 die door zijn snedige zetten en zijn goed hart de lieveling van het schouwburgpubliek moest worden4 ,veel geluk heeft hij in zijn leven niet gehad1 zijn meesters waren niet gemakkelijk1 maar steeds behoudt hij zijn onverstoorbaar goed humeur en weet hij met een kwinkslag zijn leed te verdrijven4 ,van lekker eten houdt hij veel1 wat trouwens een kenmerkende trek is in vele knechtsrollen4 ,geeraert4 ,geeraert is het type van een vrek die in vele opzichten overeenkomt met ,hoofts ,warenar4 ,waarschijnlijk heeft de bekende ,amsterdamsche vrek ,willem ,barendszoon1 die #afja stierf1 en van wie vele verwonderlijke staaltjes verteld werden1 zoowel ,hooft als ,bredero tot model gediend4 ,byateris4 ,byateris staat op de rollijst vermeld als uytdraaghster1 maar zelf vertelt ze ons dat ze vooral geld verdient als koppelaarster4 ,overigens is het een oudevrouwenfiguur als ,reym in den ,warenar1 minder sympathiek1 maar even praatlustig4 ,notaris en ,schout4 ,bizonder goed geteekend zijn enkele bijfiguren b4v4 de notaris en de schout1 die beide dringende bezigheden voorwenden en eerst na lang vragen er in toestemmen met ,geeraert mee te gaan1 om hem later een gepeperde rekening te kunnen voorleggen4 ,bijpersonen4 ,verschillende personen hebben met de eigenlijke handeling weinig te maken1 sommige belemmeren zelfs het overzicht van 't tooneelstuk4 ,zoo b4v4 de drie ouwe klouwers of patriotten1 de knikkerende jongens1 de hondtslager en de spinsters4 ,geen eenheid4 ,eenheid is er door dit alles weinig in den ,brabander1 maar wel is 't ,bredero gelukt1 juist in deze bijpersonen een buitengewoon levendige schildering te geven van het ,amsterdamsche volksleven1 en dit ,amsterdam vormt als 't ware den achtergrond1 waartegen de scherpe trekken van ,jerolimo des te beter uitkomen4 ,bovendien geven ze een doorslaand bewijs van ,bredero's talenten als realist4 ,ontstaan4 ,tot slot enkele woorden over het ontstaan van 't tooneelstuk4 ,geheel eigen werk is 't niet1 vertaling evenmin4 ,bredero las in een ,hollandsche vertaling de lotgevallen van een ,spaanschen bedeljongen ,lazarillo de ,tormes1 die in dienst komt van een hoogmoedigen1 doodarmen schildknaap 7,escudero474 ,de schildknaap werd in zijn blijspel ,jerolimo1 de bedeljongen ,robbeknol4 ,uit een vergelijking met den prozaroman blijkt dat ,bredero in hoofdzaak het verhaal volgt en sommige deelen heel nauwkeurig1 soms bijna letterlijk weergeeft1 maar andere gedeelten1 met name de realistische schildering van ,amsterdamsche toestanden1 zijn geheel van eigen vinding4 ,,huygens ,,en ,,zijn ,,zeestraet4 ,ontstaan van het gedicht4 ,huygens zag 't groote gewicht in van een goede verbinding tusschen ,den ,haag en ,scheveningen3 wie den korten afstand tusschen die plaatsen moest afleggen had een heelen tijd door 't zand te ploeteren1 wat niet alleen lastig was voor de ,haagsche wandelaars1 maar bovenal voor de ,scheveningsche visschers en vischvrouwen1 die hun waar naar de stad brachten4 ,wie een betere verbinding tot stand wist te brengen1 zou een weldoener zijn voor beide plaatsen3 een eewigh man1 diens salighe gedencken1 ,den ,haegh en ,scheveningh met ,roosen sou beschencken4 ,huygens wilde zijn geboorteplaats die weldaad bewijzen3 hij ontwierp in #afec 't plan voor een steenweg op ,schevening1 waarin hij uitvoerig 't voor en tegen bespreekt en ook de kosten berekent4 ,tevens doet hij 't middel aan de hand om de kosten te dekken3 't instellen van een tol op den nieuwen straatweg1 die ruimschoots de rente van 't benoodigde kapitaal zou opbrengen4 ,maakte men van overheidswege bezwaar tegen deze uitgave-in-eens1 dan wou ,huygens tegen redelijke voorwaarden dat geld wel leenen1 zooals hij zelf zegt in zijn ,zeestraet 7vers #cjd-cjf73 ,soo geen' ,bors op en wou1 men socht het inde mijn'1 ,op redelick bespreck1 dat niemand sou beswaren1 ,en doen mij schad' ontgaen1 en noch wat oversparen4 ,bovendien wilden ook enkele gegoede ,hagenaars wel voor een deel voor 't kapitaal zorgen1 wat blijkt uit een brief van #affc door ,huygens1 die toen in ,parijs was1 geschreven aan de ,veer1 baljuw van ,den ,haag1 waarin o4a4 deze zinsnede voorkomt3 4444 dat mij ,luyden van conditie1 van middelen ende van geen slecht oordeel de eere deden van mijne redenen soo veel plaets te geven1 dat sij sich gewilligh aanboden om haar part te dragen in het geringhe ,capitael daertoe vereischt4 ,maar toen ,huygens eenige raadsleden polste1 bemerkte hij al heel gauw1 dat ze niet heel warm voelden voor zijn plan4 ,hij zond het daarom niet aan den magistraat1 want3 ,geen dingh en werdt verkracht2 daer hoort wat rijpens toe4 ,tien jaren lang kwam men niets verder1 maar toch zagen langzamerhand meerderen 't gewicht van de kwestie in1 en in #affc besloot men den straatweg aan te leggen4 ,huygens was in ,frankrijk1 waar hij voor den jongen prins ,willem het prinsdom ,oranje1 dat door ,lodewijk ,,xiv in #affj bezet was1 moest trachten terug te krijgen1 een poging1 die na langdurige onderhandelingen werkelijk gelukte4 7,men leze de uitvoerige toelichting in de ,pantheon-uitgave van ,schuiling blz4 #hb-hf en de ,zeestraet vers #ce-db74 ,in ,den ,haag herinnerde men zich dat ,huygens indertijd een plan had ontworpen1 en dit bewerp wilde men graag inzien4 't ,was echter goed weggesloten en daarom vroeg men ,huygens verlof de kast door een smid open te laten steken1 wat toegestaan werd4 7,vergelijk de ,zeestraet vers #cfi-cij en den brief van ,huygens aan de ,veer74 't ,ontwerp van ,huygens werd in hoofdzaak gevolgd en toen deze in #affe naar ,den ,haag terugkeerde1 was 't werk al voltooid4 ,huygens was opgetogen3 ,en sien ick ,schevering1 en ben ick niet bedrogen1 ,en sien ick 't door een' laen ten einde van syn' ,straet8 ,o edel onderwint1 o eer van stadt en staet1 ,waer vind ick woorden uyt om u vol uyt te prijsen8 ,geen wonder dat hij zijn gemoed lucht gaf in een gedicht1 waarin de geheele geschiedenis verhaald werd en den lof van 't werk1 dat zijn ,geboort-stadt niewen glans verleende1 werd bezongen4 ,zoo ontstond dan in #affg de ,zeestraet4 ,overzicht4 ,bij 't bestudeeren van ,huygens' werken is 't zeer wenschelijk na de eerste lezing een schema samen te stellen1 omdat de inhoud anders niet te overzien is4 ,dat komt door de vele uitweidingen die de schrijver zich veroorlooft en doordat hij haast nooit een eigenlijk verhaal geeft4 ,in de uitgave-,schuiling is zoo'n schema opgenomen2 wie deze uitgave niet bezit kan zelf gemakkelijk een overzicht maken4 ,eigenschappen van ,huygens als dichter4 ,contact met de lezers4 ,i4 ,huygens is in voortdurend contact met de lezers1 't is net of hij met ons zit te praten4 ,deze eigenschap heeft hij met ,staring gemeen1 die ook voortdurend op zijn keuvelstoel zit4 ,huygens vertelt ons de heele geschiedenis van den straatweg1 geen enkele bizonderheid wordt vergeten4 ,vooral wat het argumenteerende deel betreft1 is het niet veel anders dan het ontwerp van #afec1 maar dan op rijm4 ,daartusschen zijn allerlei zedekundige opmerkingen ingevlochten van een oud man die veel beleefd en veel nagedacht heeft1 en nu wijze lessen aan de jeugd 7en anderen67 uitdeelt4 ,dat deze uitweidingen zijn lezers wel eens wat zullen vervelen1 ook omdat ze den draad heelemaal kwijt raken1 weet ,huygens zelf heel goed1 maar als hij op zijn praatstoel zit slaat hij wel eens wat door1 dat is nu eenmaal zijn gewoonte4 ,men vergelijke b4v4 vers #bgg1 waar ,huygens na een lange beschouwing over spreken en zwijgen zegt3 ,mijn leser is 't hier bey 7quaet en moe71 soo 'ck lichtelick vermoede3 ,oock voeld' ick 't komen2 maar men houd' mij te goede ,daer viel geen houden aen3 als 't hert van onderen ,aen 'tblixemen geraekt1 wil 't boven donderen3 ,genegenheit slaet door4 ,zoo ook in vers #iei-ifa3 ,hoe is u1 ,lezer-lief1 begint ghij niet te swijmen1 ,en voelt ghij noch uw' pols in dit gedrang van rijmen1 ,en wenscht ghij 'tspel niet uyt en 't,liedjen op een end8 ,verstandspozie4 ,,ii4 ,uit het bovenstaande vloeit voort dat ,huygens' werk geen echte pozie is1 zooals 't beste van ,vondel b4v41 maar meer redeneeren in versmaat4 ,huygens stelt dan ook heel eigenaardige eischen aan een dichter4 ,daer zijn dichters--zegt hij--die selden dicht baren1 meest ondicht in rijm4 ,haer lof is3 ,sij spreken klaer en behoeven geen tolck4 ,maer wie soude haer de duysterheid vergeven8 haer dicht is ondicht4 ,soo en ginght met de oude niet4 ,haer dicht was dicht1 verre van ondicht1 en behoefte wat vertolcks4 ,wel den ghenen die sich in de moeyte gesteken hebben4 ,haer dicht behoefte wat vertolcks6 dt is dus 't criterium voor ware pozie3 echte gedichten moeten zijn pittig1 gedrongen1 moeilijk1 men moet scherp nadenken om den zin te kunnen vatten van de soete wijsheid die er in neergelegd is4 ,deze zelfde gedachte vinden we terug in de ,zeestraat1 vers #cdg en volgende3 ,dit weet ick1 wat ,papier bevolen is geweest1 ,was sekerlyck de vrucht van een bedaerden geest1 ,die schrijver satt 'er toe1 en waer het in 't vermogen ,van syn vernuft geweest sijn selven t' overpoogen1 ,en doen meer dan hij deed' en beter dan hij schreef1 ,het hadd in 't witt gestaen4 ,dichten is verstandswerk voor ,huygens1 geen waarachtige uitstortinge des gemoeds4 ,vandaar dat zijn werken allemaal dezelfde eigenschappen vertoonen1 verschil van beteekenis is bij een dergelijke wijze van werken onmogelijk4 ,vandaar ook1 dat ,huygens van ,vondels gedichten kon schrijven3 ,sy duncken my oneenparigh ende haer selven hier ende daer beschamende4 ,verlaat ,huygens een enkelen keer 't gewone pad en maakt zich een echt dichterlijke aandoening van hem meester1 dan schrikt hij er weldra zelf van en haast zich uit de hoogere sferen neer te dalen op zijn veilig weggetje4 ,met veel zelfkennis zegt hij in 't ,costelijk ,mall 7vers #cbc-cbd73 ,ick struyckel op het land1 wat maeck ick in de lucht8 ,het kruypen is my konst1 wat maeck ick in de vlucht8 ,z iemand alleen kan tevreden zijn met een lezer als ,huygens ons schildert in zijn ,voorhout 7vers #cd en vlg474 44444 een grijze ,dutter ,met de schenen voor de vlam1 ,met de tanden in de butter1 ,in de beulingh1 in de ham ,in de ,nieuwe-jaersche weggen4 ,duisterheid4 ,,iii4 ,huygens' gedichten zijn gewrongen1 duister4 ,dit is een natuurlijk gevolg van zijn opvatting van de pozie1 zooals boven is aangetoond4 ,voorbeelden hiervoor te geven is onnoodig1 ieder lezer kan er bij tientallen vinden4 ,hiertegenover staat een goede eigenschap3 pittigheid1 kernachtigheid4 ,zeurderig1 zooals ,cats soms is1 wordt ,huygens nooit4 ,over die gewrongenheid van stijl en duisterheid van uitdrukking werd al dadelijk na 't verschijnen van ,huygens' eerste gedichten geklaagd1 zoodat ,cats den jongen dichter zelfs heeft moeten verdedigen4 ,westerbaen1 die ,huygens' werk hoog stelde1 zegt heel juist3 ,huygens gedichten vereischen een man1 dien 't niet en moet verdrieten dat hij somwijlen weer herkauwe dat hij at4 ,die leest en wederleest1 sal vinden en genieten yet goeds dat hij in 't eerst nog niet gemerckt en had4 ,woord- en klankspelingen4 ,,iv4 ,kenmerkend voor ,huygens' gedichten is 't gekunstelde1 de opzettelijk aangebrachte woord- en klankspelingen4 ,ook dat vloeit weer voort uit ,huygens' opvatting van de pozie1 al die kunstjes verhoogden de waarde van een gedicht1 ze gaven immers bewijs van 't vernuft van den schrijver1 ze maakten 't geheel nog lastiger te begrijpen en dwongen tot herhaald lezen om de bedoeling van den auteur geheel te kunnen vatten4 ,zoo'n woordspeling maakt herkauwen vaak noodzakelijk4 ,leest men b4v4 de twee regels 7vers #aia-aib74 ,het sand vermeesteren met een' gebacken baen1 ,waer1 om begaen1 niet vreemd1 maer ijdel1 om bestaen1 dan zijn juist de woorden begaen en bestaen1 die beide twee verschillende beteekenissen kunnen hebben1 de oorzaak dat men de bedoeling van den dichter niet dadelijk begrijpt4 ,maar dat is1 van ,huygens' standpunt gezien1 juist het mooie1 een bewijs van echte pozie4 ,ditzelfde geldt voor 't spelen met klanken1 zooals dadelijk in 't begin al3 ,wer7r7reld1 werren1 gewerr1 ontwerren1 werregaren1 twernen4 ,zoo zijn er weer massa's voorbeelden4 ,allemaal bewijzen van vindingrijkheid1 vernuft1 geestigheid desnoods 7lang niet altijd71 maar daarom nog geen uitingen van een dichterziel4 ,een enkelen keer ontaardt deze gekunsteldheid in kunstemakerij b4v4 vers #fbj3 ,raept ,schelpen1 die het lust3 en seght niet1 ',t sijn maer schelpen3 ,neemt eene letter uyt1 'tzijn ,schepen4 ,soms klankvolle verzen4 ,v4 ,enkele gedeelten uit de ,zeestraet bewijzen dat ,huygens klankvolle verzen wist te schrijven4 ,zoo b4v4 vers #ddb en vlg4 ,zee-buren1 arm geslacht tot slavernij geboren1 ,was u dat seggen ernst1 so moet ghij ernstich hooren ,wat ick in ernst verhael en u te hooren staet4444 of vers #aba en vlg3 ,wie dorst een stukjen stael sijn schip1 sijn goet1 sijn leven1 ,sijn' wel en qualick-vaert1 soo te beleiden geven ,als 't nu gegeven werdt8 ,men leze deze gedeelten maar eens luidop1 dan blijkt het dat er werkelijk klank en kracht in die breede alexandrijnen zit4 ,daartusschen treft men echter plotseling regels aan1 die niets zijn dan rijmelarij en tevens bewijzen zijn van krasse smakeloosheid1 b4v4 vers #fea3 ,waer ick een sprekend ,beest 7't scheelt weinigh1 sult ghij seggen47 ,zoo ook regel #fih-gjj en #iej4 ,trouwens ook in andere werken van ,huygens komen allerlei platte grappen voor4 ,toch moet men hier voorzichtig zijn met het trekken van conclusies1 omdat wat wij plat vinden dat nog niet was voor de #ag;e-eeuwers1 en omdat ook de beteekenis van de woorden dikwijls veranderd is4 ,satiriek4 ,,vi4 ,huygens' werk is dikwijls satiriek1 allerlei misbruiken worden door hem gehekeld4 ,het ,costelick ,mall is een doorloopende bespotting van de kostbare malligheid1 de mode4 ,deze dwaasheid wordt ook in sommige gedeelten van de ,zeestraet aan de kaak gesteld1 er worden zelfs ruim #fj regels aan gewijd 7vers #eed-gah7 en in een ander gedeelte 7#cfa-cfh7 wordt 't zelfde thema aangeroerd4 ,maar ook over andere dingen wordt afkeurend gesproken1 over den slechten invloed van kaartspelen om grof geld 7#hhd-idb71 over 't verspillen van den kostbaren tijd 7#hdc-hhb71 over 't onzinnige om de meisjes in zee te dragen 7#fjc-fah71 over 't doellooze flaneeren van de jongelui in 't ,voorhout 7#eca-eda74 ,autobiografisch4 ,,vii4 ,heel kenmerkend voor ,huygens' gedichten is 't autobiografische3 hij heeft 't heel vaak over zich-zelf4 ,in de ,zeestraet blijkt dit zeer duidelijk3 't is in hoofdzaak een beschrijving van zijn straatweg1 doorvlochten met allerlei mededeelingen over zijn eigen leven en verder gedachten van hem over velerlei dingen3 ,hij spreekt over zijn werken als secretaris van ,frederik ,hendrik en ,willem ,,ii 7#bh-cc71 zijn verhouding tot ,willem ,,iii 7#cd-ce71 zijn pogingen om 't prinsdom ,oranje terug te krijgen 7#ce-db71 de opvoeding die hij aan zijn kinderen heeft gegeven 7#dg-eb71 zijn liefde voor ,den ,haag 7#fj en vlg471 zijn vroegere gedichten 7#id-ie71 de uitvinding van de slingeruurwerken door zijn zoon ,constantijn 7#afi-ahd71 zijn afkeer van allerlei zinledig gepraat en zijn liefde voor goede boeken 7#bbe-bgg7 en vooral zijn geloof4 ,huygens is een oprecht geloovige1 een streng ,calvinist en dus aanhanger van de praedestinatie-leer4 7,men vergelijke vers #ajg en #ajae74 ,potgieter noemt hem de opregtste en daarom leerzaamste onzer biografen4 ,sommige van zijn werken zijn dan ook bijna geheel auto-biografien1 b4v43 ,dagh-werck1 ,cluys-werck en voor een goed deel ,hof-wijck4 ,samenvattende kunnen we ten slotte dit zeggen3 een waarachtig dichter was ,huygens niet1 wel iemand die op kernachtige1 hoewel soms zeer gewrongen en onschoone wijze1 zijn gedachten in vers-maat heeft weten uit te drukken1 en juist door dat eigene iets aantrekkelijks heeft4 ,,het ,,wederzijdsch ,,huwelijks ,,bedrog4 ,doel4 ,langendijk ging bij 't schrijven van zijn blijspelen uit van de idee dat men de menschen kon verbeteren door hun lachende de waarheid te zeggen4 ,de ondeugden moeten op 't tooneel bespottelijk gemaakt worden1 zoodat de menschen ook in 't werkelijke leven er om gaan lachen en de ondeugd dus onschadelijk wordt4 ,in de inleiding van 't hier te behandelen drama geeft ,langendijk duidelijk te kennen bovenstaande meening toegedaan te zijn3 het tooneel moet dienen ter verbetering der zeden2 de gierigaards1 hoogmoedigen en dergelijken behooren op 't tooneel te worden gebracht4 ,hij wijst dan op ,hooft en ,bredero1 die in den ,warenar en ,spaanschen ,brabander spelen van dat slag dichtten4 ,aan 't slot van de voorrede geeft ,langendijk aan1 welke ondeugd hij aan de kaak wil stellen n4l4 een gebrek1 dat al veel bij onzen landaart is ingeloopen1 namelijk kaal en groots te zijn1 en het laatste door bedrog staande te houden4 ,om nu een goed inzicht in den bouw van 't werk te krijgen1 moet men vooral dit doel goed in 't oog houden1 omdat juist in dit tooneelstuk de strekking bizonder op den voorgrond is geschoven en al 't andere daaraan ondergeschikt is gemaakt4 ,de hoofdpersonen zijn zeer zeker kaal en grootsch en trachten het laatste door bedrog staande te houden4 ,karakterteekening4 ,lodewijk4 ,lodewijk is geboren in ,utrecht en van oud en ad'lijk bloed1 maar doodarm4 ,hij heeft vroeg uit armoede het ouderlijk huis moeten verlaten1 heeft als kadet gediend en zoo getracht op fatsoenlijke manier te leven1 maar hij werd gevangen genomen en naar ,frankrijk gevoerd 7't is in den tijd van den ,spaanschen ,successie-oorlog1 vgl4 b4v4 #ajia-aaac1 waar over de verschillende veldslagen uit dien oorlog gesproken wordt74 ,hij is geheel aan lager wal geraakt en moet door kaartspelen in zijn onderhoud voorzien4 ,zoo is de edelman al meer en meer gezonken1 z zelfs dat hij een compagnieschap heeft moeten aangaan met een verloopen soldaat1 die 't paard van zijn kapitein heeft gestolen4 't ,gevolg is dan ook dat ,jan heel familiaar tegen zijn adellijken vriend is en hem toe durft voegen3 ,wat zou 't je helpen1 heer8 je beurs is plat en schraal4 ,dat ,lodewijk deze verhouding allesbehalve aangenaam vindt1 blijkt uit zijn verzuchting3 ,het spijt me dat ik mij van dien lakkei laat plagen1 ,en niet durf spreken1 omdat hij geheimen weet1 ,die niemand weten mag4 ,over de wijze waarop de heeren aan den kost trachten te komen1 leze men b4v4 vers #abf-abh -- -- -- -- -- -- wij zullen alles deelen1 ,zoo wy iets winnen als voorheenen met de kaart1 ,en and're kneepen4 't ,zijn dus valsche spelers4 ,toch is ,jan erger dan ,lodewijk1 voor wiens gevoel valsch spelen haast met stelen gelijk staat4 ,maar al vindt ,lodewijk zijn levenswijze niet zooals het hoort1 hij moet wel meedoen1 hij is hovaerdig en daar bij geen kleintje kaal1 er moet geld komen en als een gewoon mensch zijn brood verdienen1 dat duldt zijn trots niet4 ,we weten dus in 't begin van 't stuk dadelijk al hoe 't met ,lodewijk gesteld is1 en nu zien we verder zijn pogingen om een rijk huwelijk te sluiten4 ,maar om dit te kunnen doen moet hij den indruk bij anderen en speciaal bij het meisje weten te vestigen1 dat hij heel rijk is4 ,dat is het huwelijksbedrog van zijn kant4 ,vandaar dat hij voorgeeft een rijke ,poolsche graaf te zijn4 ,jan wordt een baron1 en om den stand op te houden dienen ook lakeien gehuurd te worden1 die mee in den ,gouden ,muizenval gehuisvest worden4 ,we wijzen nu nog op enkele trucjes door ,lodewijk aangewend om te doen gelooven dat hij schatrijk is4 a4 ,hij koopt juweelen voor ,charlotte4 b4 ,zoo terloops zegt ,lodewijk dat hij op 't oogenblik niet meer dan een bagatel van #ajjj guinjes bezit en dat de wissel dus juist van pas komt4 c4 ,het laten vallen van den brief van een gefingeerden bankier4 d4 ,de weddenschap tusschen ,lodewijk en ,jan om duizend gulden4 ,charlotte4 ,het eigenaardige nu is1 dat deze bedrieger zelf bedrogen wordt en nog wel op dezelfde wijze als hij 't anderen tracht te doen4 ,dat maakt het geval voor de toeschouwers1 die den juisten toestand kennen1 komisch4 ,de bedrieger wordt bedrogen3 ,charlotte is eveneens doodarm4 ,de toeschouwers worden al dadelijk ingelicht door 't gesprek van ,charlotte met de meid1 en vooral door 't geen ,klaartje daarna nog zegt4 ,ook bij ,charlotte dus weer kaale grootsheid4 ,hoe slecht het er bij haar in huis wel uitziet1 hooren we later uit den mond van ,klaar3 bijna alle goederen zijn in den lommerd2 de schuldeischers moeten bizonder lang op betaling wachten1 en de meesteres moet zelfs geld leenen van de dienstmeid4 't ,gevolg hiervan is dat het dienstmeisje niet minder familiaar is met ,charlotte dan ,jan met ,lodewijk4 ,charlotte en haar moeder ,konstance probeeren evenals ,lodewijk tegenover de buitenwereld de meening te doen vestigen dat ze rijk zijn1 ze hebben rondgestrooid dat ze veel geld gerfd hebben van een oom die in ,oost-,indi gestorven is1 vandaar ook dat de waard dit later volkomen te goeder trouw vertelt4 ,vooral ,lodewijk moet den indruk krijgen met een gegoede familie te doen hebben1 vandaar de luide bevelen van ,charlotte tegen ,klaar opdat ,lodewijk zal hooren hoe rojaal de familie leeft1 het zoogenaamde stelen van het parelsnoer1 het te koop aanbieden van juweelen in ,lodewijks tegenwoordigheid1 de betaling van de pacht door den gewaanden boer1 om den indruk te vestigen dat ,konstance landerijen bezit1 en vooral het geld-tellen tijdens de liefdesverklaring van ,lodewijk4 ,wel kan dus gesproken worden van een ,wederzijdsch ,huwelijksbedrog6 ,men ziet dat het geheele stuk draait om dat elkaar-bedriegen1 't andere is dan ook bijwerk4 ,konstance4 ,konstance is volstrekt niet beter dan ,charlotte1 misschien zelfs nog een graadje erger4 ,zij ziet er immers niet tegen op de eer van haar dochter op 't spel te zetten1 alleen opdat later geen bruidschat behoeft te worden betaald1 of feitelijk alleen om hare armoedt nog een poosje langer te verbergen1 want de bruidschat zou ze toch nooit kunnen geven4 ,charlotte staat in dit opzicht boven hare moeder3 zij wil zich eerst niet laten schaken2 later geeft ze wel toe blijkens het gesprek van ,klaar met ,lodewijk1 maar weet eindelijk toch de zaak uit te stellen totdat haar broer gekomen zal zijn4 ,klaar en ,jan4 ,van ,klaar en ,jan is in den loop der bespreking al een en ander gezegd1 zoodat we over hen kort zullen zijn4 ,zij vormen1 zooals gewoonlijk met de knechts- en meidenrollen in 't blijspel 't geval is1 voor een goed deel 't komische element b4v4 hunne liefdesverklaringen en ook die van ,hans en ,klaar in tegenstelling met de deftige betuigingen van ,lodewijk en ,charlotte4 ,klaar is een echte brutale en slimme dienstmeid4 ,van haar brutaliteit1 die vooral ontstaat uit de eigenaardige verhouding waarin ze staat tot ,charlotte1 hebben we al enkele staaltjes gegeven1 we wijzen nog op de familiare wijze1 waarop ze tegen ,karel spreekt in 't bijzijn van hare meesteres4 ,slim is ze1 dat bewijst hare houding tegenover ,lodewijk2 ze begrijpt ook dadelijk waarom ,charlotte zoo luid spreekt4 ,altijd zijn hare opmerkingen1 die dikwijls ter zijde gezegd worden1 snedig4 ,men leze b4v4 nog eens haar gesprek met ,hans6 ,merkwaardig is1 dat ook deze slimme meid bedrogen wordt en dat nog wel door een dwaas als ,jan3 't is weer de hoogmoed6 ,barones te worden1 al is 't dan ook barones van ,schraalenstein1 lacht haar toe en bovendien1 ze is immers feitelijk ook van adel6 ,jan wordt vooral komisch als baron4 ,hij1 de verloopen soldaat1 weet zich in hoogere kringen natuurlijk niet goed te bewegen1 bovendien meent hij allerlei moois van ,lodewijk te moeten vertellen1 zoodat hij soms de zotste dingen zegt4 ,gelukkig dat ,lodewijk vooruit gezegd heeft dat zijn vriend de baron soms niet al te goed bij 't hoofd is4 ,men was dus voorbereid6 ,komisch is ook de wijze waarop ,jan zich verraadt4 ,tot het einde toe blijft hij de geslepen1 gemeene bedrieger1 die er ten slotte nog met het geld vandoor gaat4 ,karel4 ,karel speelt tot op zekere hoogte de mooie rol3 hij immers ontmaskert de beide bedriegers1 maar4444 blijkt toch zelf ook een bedrieger te zijn1 ook hij is door de kale grootschheid aangetast en heeft zijn vrouw wijsgemaakt dat zijn moeder heel rijk is4 ,maar juist daardoor kan hij ,lodewijks handelingen des te beter begrijpen en vergeven1 zoodat alles nog terecht komt4 't ,komische4 ,we wijzen hier nog op enkele middelen waardoor ,langendijk het komische van 't stuk tracht te verhoogen4 #a4 ,door 't radbraken van een vreemde taal1 iets wat in vele blijspelen gebeurt4 #b4 't ,niet voleindigen van een zin1 zoodat een misverstand ontstaat 7b4v4 vers #h-bc74 ,in 't begin van de ,wiskunstenaars van ,langendijk komt een dergelijk trucje voor4 #c4 ,allerlei opmerkingen worden ter zijde gezegd b4v4 door ,klaar4 #d4 ,door eigenaardige uitdrukkingen1 die een bepaald persoon gebruikt1 b4v4 de zegswijze van den ,waard3 dat je 't vat1 wat dan direct door ,jan nagebootst wordt4 ,een dergelijk middel gebruikt ,hildebrand in ,de ,familie ,stastok 7,al zeg ik 't zelf1 heeremetijd1 waratje74 #e4 ,door komisch rijm4 ,en groet genadig uw koezijn1 ,den heer ,baron van ,schraalenstein2 ,wiens quaal ik hoop dat nu niet zwaar is4 ,hans ,yzerfresser1 secretaris4 #f4 ,door de traditioneele stokslagen 7tooneel tusschen ,jan en ,hans74 ,satire4 ,evenals in vele andere blijspelen vinden we ook in 't ,wederzijds ,huwelijksbedrog vele satirische opmerkingen over verschillende dingen1 b4v43 #a4 ,de grootschheid van vele bewoners van ,utrecht3 ieder die van ,utrecht komt is van adel4 ,je woont in ,utrecht1 zou je niet van adel weezen8 vraagt ,jan aan ,klaar4 #b4 't ,bespottelijk maken van de herdersromans4 't ,is 't ouwe liedje1 dat de dichters altijd zingen2 ,een boeremeid wordt ligt door hen een koningin1 ,een herder koning4 #c4 't ,zelfde gebeurt met de rederijkerij door 't prachtige minnedicht1 dat ,jan vervaardigd heeft4 #d4 ,verder de spelling-verbeteraars1 die zooveel wijzigingen voorstellen1 dat volgens ,klaartje1 het a4 b4 c4 in grooten nood is4 #e4 ,de afzetterij door sommige logementhouders4 ,de ,waard zal zijn klanten ,snijen van de beurs1 dat is te ,utrecht zo de wijs4 't ,is een waard als in de ,wiskunstenaars2 volgens den knecht ,filippijn hangt voor diens logement de schaar uit en de ,waard uit ons tooneelstuk is bezitter van de ,gouden ,muizenval4 ,een veelzeggende naam voor een herberg6 ,,saartje ,,burgerhart4 ,doel4 ,in de voorrede aan de ,nederlandsche ,juffers geven de schrijfsters het doel van haar roman aan1 ze hopen aan te tonen1 dat een overmaat van leventigheid1 en eene daaruit ontstaande sterke drift tot verstrooiende vermaken1 door de ,mode en de ,luxe gewettigd1 de beste meisjes meermaal in gevaar brengen1 om in de allerdroevigste rampen te storten4 ,tevens zullen ze in 't licht stellen1 dat dergelijke meisjes de leiding noodig hebben van vrouwen1 die voorzichtigheid aan minzaamheid1 en goedhartigheid aan eene beredeneerde onverzettelijkheid verbinden4 7,men zie de voorrede blz4 ,,xxxiv74 ,dat juist ,betje ,wolff een dergelijke geschiedenis schrijft is heel natuurlijk1 daar zij als jong meisje bijna door een schurk1 den vaandrig ,gargon1 ongelukkig was geworden2 de historie van ,saartje bevat dan ook heel wat herinneringen aan ,betje's eigen leven2 ook zij was iemand met een overmaat van levendigheid en met een sterke drift tot verstrooiende vermaken6 ,briefvorm4 ,de schrijfsters hebben als kunstvorm gekozen den roman in brieven1 een modevorm in dien tijd1 maar die tevens voor haar doel uitstekend geschikt was4 ,zij wilden immers vooral het innerlijk leven van de personen schilderen1 en daarvoor leent zich de briefvorm zeer goed4 ,in brieven aan hunne vrienden of vriendinnen leggen de verschillende personen hun intiemste zieleleven bloot en geven de drijfveeren aan voor hunne handelingen4 ,de briefvorm is dus bij uitstek geschikt om de karakters goed te doen uitkomen4 ,hetzelfde kan gezegd worden van den dagboekvorm die in de laatste jaren nogal eens gebruikt wordt4 ,oorspronkelijkheid4 ,bovendien wilden de schrijfsters een echt ,nederlandschen roman leveren1 ieder volk heeft iets eigenaardigs1 moet dus ook eigen schrijvers hebben4 ,vertaalde werken kunnen uitstekend zijn en dienen vooral om den letterkundigen smaak van een volk te verbeteren1 maar een hoogstaand landgenoot kan nog mer geven1 omdat hij de eigenaardigheden van zijn volk kent4 7,zie vooral de voorrede blz4 ,,xxxii-,,xxxiii74 ,het niet vertaalt op 't titelblad wijst dus op een bepaald beginsel4 ,bespreking van de verschillende personen4 ,saartje4 ,het streven der schrijfsters moet in de eerste plaats zijn bij ons sympathie te wekken voor dat meisje2 gebeurde dit niet1 dan zullen we in haar lotgevallen weinig belang stellen en een mogelijk ongeluk van ,saartje zou ons vrijwel koud laten4 ,maar al dadelijk voelen wij voor haar sympathie1 vooreerst om haar karakter en dan wegens de treurige omstandigheden1 waarin zij geplaatst is3 ,saartje is ouderloos1 woont bij een gierige1 kwezelachtige tante1 die haar infaam behandelt1 en de eenige die haar zou kunnen helpen1 de voogd ,abraham ,blankaert1 is ver weg1 in ,parijs4 ,bijna niemand zou 't bij tante ,hofland uitgehouden hebben en ,saartje wel 't allerminst4 ,haar voornaamste eigenschap is levenslust1 ze is een jong1 vroolijk1 elegant meisje1 dat zich graag smaakvol kleedt1 veel houdt van muziek1 en van 't leven wil genieten4 ,lief hebben wil ze en geliefd worden1 maar bij tante ,hofland is geen liefde6 ,haar goed hart leeren we kennen1 als de weduwe ,spilgoed ernstig ziek wordt1 dan verpleegt ,saartje haar4 ,en gevoelig is ze3 men leze hare brieven aan ,anna ,willis 7#ac;e en #fc;e brief74 't ,is dan ook heel natuurlijk dat dit meisje 't huis van haar tante ontvlucht4 ,maar de verandering is te groot om geen schade te veroorzaken6 ,bij tante niet de minste vrijheid en nu plotseling te veel4 ,de weduwe ,spilgoed heeft immers feitelijk niets te zeggen over ,saartje1 ze is de houdster van een pension3 de dames zijn volkomen vrij4 ,vandaar ook de waarschuwing van de verstandige ,anna ,willis3 zal uwe ziel1 die smacht naar zinnelijke vermaken1 en die daaraan zoo lang gebrek geleden heeft1 zich niet1 bij de ruime en keurige opdissching daarvan1 overladen8 ,saartje zelf ziet er niet het minste kwaad in1 haar eenig doel is3 een weinig van 't leven te genieten2 als de kring afgeloopen is1 zal ze wel tot rust komen4 ,maar dat is niet het geval3 juist deze voortdurende vermaken wakkeren haren lust tot uitspanningen aan1 zoodat ze ten slotte heel anders leeft dan ze zelf wil4 ,daarom hebben de woorden van ,anna ,willis en van de weduwe ,spilgoed geen voldoende uitwerking1 en is er een harde les noodig1 die haar de oogen opent en voor vallen behoedt4 ,die les is 't geval met den verleider4 ,dat het meisje gelukkig ter plaatse harer bestemming geraakt is dus zuiver toeval 7vgl4 vooral de voorrede blz4 ,,xxxiv-,,xxxv74 ,zoo bewijzen de schrijfsters door ,saartjes geschiedenis1 dat de bescherming van een liefdevolle verstandige moeder voor jonge meisjes noodzakelijk is4 ,de weduwe ,spilgoed4 ,de weduwe ,spilgoed wordt ons geschilderd als een engelachtige vrouw1 van wie iedereen met lof spreekt1 maar ze heeft over ,saartje niet het gezag dat een moeder heeft1 en kan haar dus niet voldoende beschermen4 ,het te veel uitgaan van het meisje keurt ze niet goed1 ook niet den omgang met den heer ,r41 maar ze heeft niet de macht om aan dat alles een einde te maken4 ,hoewel ze niets weet ten nadeele van den verleider1 is er toch iets in hem wat haar wantrouwend maakt1 waarom ze dan ook ,saartje vergezelt naar den schouwburg1 zoodat het plan van ,r4 voorloopig verijdeld wordt4 ,trouwens haar eigen vroeger leven is een voortdurende waarschuwing voor de jonge meisjes3 zij was door onnadenkendheid en door de domheid harer ouders ongelukkig geworden4 ,de weduwe ,willis4 ,naast deze dame leeren we een andere verstandige vrouw kennen1 die hare kinderen uitstekend opvoedt1 nl4 de weduwe ,willis4 ,vooral hare houding tegenover haren zoon ,willem1 die ,saartje lief heeft en haar tot vrouw wenscht1 geeft blijk van haar helder oordeel4 ,saartje en ,willem moeten niet huwen en zullen onmogelijk gelukkig kunnen worden1 ze passen niet bij elkaar4 ,liever wil ze haar zoon een voorbijgaand verdriet aandoen1 dan hem voor altijd ongelukkig maken4 ,anna ,willis4 ,de waardige dochter dezer verstandige moeder is ,anna ,willis1 maar toch heeft deze jonge dame niet onze volle sympathie4 ,en dat niet zoo zeer1 omdat ze voor hare jaren wat onnatuurlijk wijs en deftig is1 maar vooral1 omdat ze zich op hare braafheid laat voorstaan4 ,dat blijkt uit hare houding tegenover ,saartje3 breed worden de slechte handelingen van de laatste uitgemeten1 terwijl aan ,anna zelf niets dan goed is4 ,hier geldt weer 't spreekwoord van den splinter en den balk6 ,juist door deze eigenaardigheid van ,anna ontstaat zelfs een vrij ernstige verwijdering tusschen haar en ,saartje 7#eh;e en #fc;e brief74 ,de ontdekkende predikatin van ,saartje hebben blijkbaar een goeden invloed op 't hart van hare vriendin4 ,letje ,bruinier4 ,een geheel ander meisje is ,letje ,bruinier1 zij is meer iemand als ,saartje1 ook ouderloos1 ook als deze eenigszins luchtig1 maar ze is veel oppervlakkiger4 ,gelukkig voor haar dat ze in aanraking komt met ,saartje1 van wie ze heel wat leert4 ,zoo wordt ook dit meisje ten slotte nog een geschikte vrouw voor den goedhartigen ,willem ,willis en later eene degelijke huismoeder4 ,abraham ,blankaert4 ,abraham ,blankaert is 't type van den eerlijken1 ronden koopman die 't leven van den vroolijken kant opvat en met een krachtigen wil alle bezwaren weet te overwinnen4 ,waar hij komt1 vluchten de zorgen4 ,mooi praten geeft niet veel bij hem1 daden zijn hoofdzaak4 ,en hij kan de menschen ongemakkelijk de waarheid zeggen1 een blad neemt hij nooit voor zijn mond1 daarvan kunnen tante ,hofland en ,jan ,edeling meepraten4 ,maar ook ,saartje spaart hij niet als hij slechte dingen van haar hoort4 ,altijd is hij bereid anderen te helpen3 zijne houding tegenover ,saartje is een en al liefde en welwillendheid2 ,willem ,willis en ,letje ,bruinier worden door zijn toedoen in staat gesteld een huishouden op te zetten2 alle bedienden vereeren hem om zijn goedheid4 ,en ding is er dat ons in zijn brieven wel eens hindert1 maar dat we toch gaarne over 't hoofd zien3 het te koop loopen met zijn eigen deugden4 ,maar hij meent dat waarschijnlijk zoo erg niet1 't is meer een eigenaardige wijze van uitdrukken4 ,onrecht kan ,blankaert niet dulden en huichelarij maakt hem giftig4 ,vandaar zijn uitvallen tegen de fijnen1 die den godsdienst gebruiken om allerlei leelijks te verbergen4 ,hij is dan ook eens door zoo een fijnbaard schrikkelijk bedrogen4 ,maar godsdienstig is hij wel1 hij vraagt ,saartje b4v43 ,ga je wel in de kerk kind8 ,dat moet je vooral en vooral doen4 ,men vergelijke ook zijn brief aan ,jan ,edeling4 ,hendrik ,edeling4 ,hendrik ,edeling is een onzer allerbeste jongelieden1 een braaf1 verstandig man4 ,hij is juist de echtgenoot die geschikt is voor ,saartje3 zij1 met haar levendig karakter en vlug verstand1 moet geleid worden door een ernstig1 verstandig man1 ze moet haar man hoogachten1 hij moet haar leermeester zijn en zich toch niet boven haar stellen4 ,daarom kon iemand als de goedmoedige ,willem ,willis1 die ,saartje niet geleid zou hebben en al hare grillen zou hebben ingewilligd1 nooit haar man worden4 ,en ,jacob ,bruinier 7,cootje67 is goed als speelpop1 waarmee ,saartje zich een oogenblikje vermaakt1 maar voor zoo iemand zal ze nooit achting kunnen gevoelen4 ,wij halen hier nog enkele woorden aan uit een brief1 die de verstandige weduwe ,willis aan ,abraham ,blankaert schrijft3 ,saartje zal een man moeten hebben1 die in staat is om haar te leiden2 een man1 die niet alleen hare liefde maar ook haar achting waardig is4 ,een voortreffelijk man1 met n woord1 die haar1 mag ik het zoo noemen1 in eenige dingen overschijnt4 ,suzanna ,hofland4 ,tegenover al deze deugdzame menschen staan ,suzanna ,hofland1 ,cornelia ,slimpslamp1 ,broeder ,benjamin1 ,brecht1 en de heer ,r4 die de gemeene rollen vervullen4 ,suzanna ,hofland was als oudere zuster van ,saartje's moeder zeer jaloersch toen deze trouwde1 terwijl om haar geen liefhebbers kwamen1 misschien wel omdat ze juist niet heel ooglijk was4 ,zij voegde zich daarom bij de fijnen1 niet uit innerlijke overtuiging1 maar uit een soort van wraakzucht4 ,misschien ook hoopte ze aan een der broertjes te behagen6 ,in elk geval schijnt tante ,suzanna in haar jeugd nog al een rare schommel geweest te zijn4 ,ook later deed ze zich niet van een gunstige zijde kennen1 vooral niet tijdens de ziekte harer zuster4 ,en bovendien komt er nog een hoofdzonde bij3 de gierigheid4 ,blankaert betitelt haar met den eerenaam geveinsde inhalige feeks2 zevenhonderd gulden wordt er jaarlijks voor ,saartje betaald en 't meisje lijdt juist geen honger1 maar 't scheelt niet veel4 ,ook uit haar brief aan ,blankaert na de vlucht van ,saartje geschreven1 blijkt duidelijk haar inhaligheid4 't ,is daarom goed gezien van de schrijfsters later juffrouw ,hofland juist op die kwetsbare plek te treffen1 de ,heere bezoekt haar om hare gierigheid4 ,cornelia ,slimpslamp en ,broeder ,benjamin4 ,cornelia ,slimpslamp en broeder ,benjamin zijn huichelaars1 die onder den dekmantel der godzaligheid de gemeenste streken uithalen4 ,in hen wordt dan ook de geveinsde vroomheid gegeeseld4 ,heel vroom zijn ze oogenschijnlijk1 dierbare briefjes schrijven ze aan tante ,hofland1 7men lette vooral op de taal67 en ondertusschen is deze niets dan een zot dier1 dat hen dient om de smul4 ,blankaert waarschuwt tante genoeg3 ,waarachtig1 ,sanne1 de fijnen loopen op uw zak1 meid6 ze zullen je zoo arm maken als een mier1 maar ,sanne luistert niet4 ,vooral ,benjamin trekt haar aan1 zoodat zelfs het gerucht loopt dat tante met hem zal trouwen4 ,waarschijnlijk is 't vooral ,cornelia ,slimpslamp geweest die dit verhinderd heeft4 ,broeder ,benjamin is zoo mogelijk nog gemeener dan zijn waardige gezellin ,cornelia1 de laatste heeft immers nog den moed te zeggen wat ze meent1 terwijl ,benjamin zelfs tegen zijn medeplichtige den fijnen ,filebout uithangt4 7,men vergelijke vooral den toon van brief #aaj met dien van brief #aaa74 ,brecht4 ,brecht eindelijk is een oude1 leelijke1 zotte hottentot van een meid1 een dronken todde1 die bij tante een lekker lui leventje heeft1 bizonder van een glaasje houdt1 en ten slotte dan ook naar eene bierkroeg verhuist4 ,vermakelijk is hare voorstelling alsof ,saartje en later ook ,broeder ,benjamin en ,zuster ,cornelia haar wijn hebben ingeperst4 ,de ,heer ,r4 ,de heer ,r4 behoort tot de lichtmissen1 zooals ,blankaert die in een brief aan ,saartje beschrijft4 ,hij is geheel een man van de wereld1 voor 't oog een gentleman1 altijd even voorkomend--een wolf in schaapskleeren4 ,alleen in zijn brieven aan den heer ,g4 toont hij zich in zijn ware gedaante4 ,hekelend karakter4 ,zooals we onder de hand reeds zagen treedt dikwijls in den roman 't hekelend karakter naar voren4 ,in dit opzicht ligt ,saartje ,burgerhart geheel in de lijn der ,spectatoriale geschriften uit dien tijd1 waarin de ondeugden aan de kaak werden gesteld en waartegenover dikwijls ook werd gewezen op 't vele goede in de maatschappij4 ,dat dit in den roman 't geval is1 is te minder te verwonderen als men zich herinnert dat ,betje ,wolf meermalen zelf dergelijke vertoogen heeft geschreven4 ,we wijzen hier op enkele dingen waarover gesproken wordt4 #a4 ,over den ,godsdienst4 ,de schrijfsters willen geen lijdend1 maar een werkend ,christendom1 in 't algemeen stellen ze een deugdzaam leven op den voorgrond4 ,stijntje ,doorzicht is voor haar 't type van een oprecht1 vroom mensch en staat als zoodanig tegenover de huichelende vromen4 ,men leze vooral wat ,stijntje in den #accsten brief over deze fijnen schrijft aan ,suzanne ,hofland4 ,gematigdheid stellen de schrijfsters hoog1 daarom prijzen ze ook mannen als dominee ,redelijk en den proponent ,smit1 daarom laten ze ,abraham ,blankaert den koppigen ,jan ,edeling eens flink de les lezen4 #b4 ,over het onhebbelijk gedrag van velen in den schouwburg en bij concerten1 7#dc;e brief74 #c4 ,over de geleerde vrouwen1 die gehekeld worden in juffrouw ,hartog4 ,de schrijfsters vinden dat de eenvoudige ,lotje nog veel meer nut in de wereld doet1 als ze kinderonderkousjes breit1 dan juffrouw ,hartog1 als die dissertatin over de zonnestofjes schrijft4 #d4 ,over de bekrompenheid op godsdienstig gebied van 't eenvoudige volk1 vooral wat uiterlijkheden betreft4 ,men leze 't vermakelijke gesprek van proponent ,smit met den ouden visscher in ,maassluis 7#eh;e brief74 #e4 ,over de wijze waarop de vele rijke burgers hun gasten onthalen 7#dc;e brief74 ,men vergelijke het avondje dat in de ,familie ,stastok beschreven wordt4 ,bij 't lezen treft ons dadelijk het eigenaardige van sommige namen1 zoo is ,lotje ,rien-du-,tout werkelijk een niemendal1 en behoort ,mejuffrouw ,buigzaam tot het geslacht der ,buigzamen4 ,de namen zijn gekozen in verband met het karakter der personen1 men denke b4v4 aan ,edeling1 ,blankaert1 ,spilgoed1 ,redeling1 broeder ,benjamin1 ,cornelia ,slimpslamp en ,stijntje ,doorzicht4 ,,de ,,jaromir-,,cyclus4 ,de bedoeling van 't onderstaande is duidelijk het verband in 't licht te stellen tusschen de vier onderdeden van 't werk en tevens om aan de hand er van na te gaan1 welke de verdiensten van ,staring als dichter zijn4 ,ontstaan en compositie4 ,staring had slechts drie gegevens3 a4 twee plassen bij ,lochem1 de zoogenaamde duivelskolken4 b4 de zoogenaamde hondentree in de kerk te ,zutphen4 c4 een weiland te ,lochem1 de duivelsaars4 ,zijn groote verdienste is dat hij uit deze weinige gegevens een verhaal heeft opgebouwd1 waarin al deze deelen met elkaar in logisch verband gebracht worden4 ,de draad die dit alles zou vereenigen1 werd de strijd tusschen een zekeren pater ,jaromir en den duivel4 ,hoe het in bizonderheden uitgewerkt is1 zullen we straks nader zien4 ,jaromir te ,praag is de inleiding4 ,maar de dichter had nog een inleiding noodig1 waardoor de wrok van den duivel tegen ,jaromir verklaard kon worden en deze vond hij in een verhaal1 voorkomende in een ,engelsch tijdschrift1 welk verhaal hij omwerkte tot zijn3 ,jaromir te ,praag4 ,dit gedeelte is dus geen eigen vinding1 maar het verdienstelijke van ,staring is hier1 dat hij een vreemd verhaal zoo handig wist te gebruiken als inleiding voor zijn eigen werk1 dat het vreemde gedeelte n met zijn eigen werk is geworden4 ,dat ,staring ,jaromir te ,praag bedoelt als inleiding tot het volgende1 blijkt uit de vier eerste regels van ,jaromir te ,zutphen3 ,de kennis werd gemaakt2 ,gij kondt een beetre maken ,dan met ,vriend ,jaromir1 maar1 ,lezer1 't was voor mij ,de beste3 ik kom daardoor van een ,prefatie vrij1 ,en heb een naam1 waaraan 't geen volgt is vast te haken4 ,juist deze laatste zin bewijst het gegronde van onze bewering4 ,jaromir te ,praag kon dienen ter inleiding1 omdat daardoor de wrok van den duivel tegen ,jaromir wordt verklaard4 ,dit zien we uit ,jaromir te ,zutphen1 vers #bc-cb3 de priester dacht niet meer aan de klucht die hij in zijn studententijd uitgehaald had1 maar de duivel wl4 ,hij is boos1 omdat ,jaromir vroeger zijn rol gespeeld had 7vgl4 ,dat ligt deze aperij den zwarten had verdroten74 ,de wrok van den duivel vermeerderde steeds omdat ,jaromir1 nadat hij ,franciscaner monnik was geworden1 telkens met succes tegen satan optrad en hem overal tegenwerkte4 ,de oud-student werd later een beroemd duivelbanner4 ,verdere uitwerking4 ,staring heeft zijn gegevens op de volgende wijze gebruikt3 #ao4 ,jaromir te ,praag werd de inleiding4 #bo4 ,in ,jaromir te ,lochem wordt verteld hoe de duivel wraak neemt door de klepels der klokken op 't hoofd van zijn tegenstander neer te smakken4 ,de klokken werpt hij in twee poelen bij ,lochem1 die voortaan de duivelskolken heeten4 #co4 ,jaromir te ,zutphen verhaalt ons1 hoe ,belzebub den monnik verleidt en hem de gelofte aan ,st4 ,michiel doet schenden4 ,de hondentree in de vloersteenen herinnert er aan1 dat de duivel ,jaromir in de gedaante van een hond was verschenen4 #do4 ,jaromir ,gewroken eindelijk brengt ons de boete en de overwinning van den zwaarbeproefde1 en het weiland bij ,lochem1 de duivelsaars4 4444 heet1 van dien dag af tot dezen1 ,naar dat gestaarte deel1 waarop het gordeltouw ,de wraak van ,jaromir in striemen gaf te lezen4 ,eenheid van 't geheel4 ,we zullen zien1 dat ,staring de eenheid van zijn dichtwerk door andere middelen nog meer versterkt heeft4 #a4 ,door in ,jaromir ,gewroken zijn held als overwinnaar van den booze te laten optreden2 nu kreeg 't geheel een bevredigend slot1 zooals ,staring zelf ook schertsend opmerkt in den aanhef van het laatste deel4 #b4 ,door ,jaromir niet alleen voor te stellen als overwinnaar1 maar vooral als iemand1 die zijn leven gebeterd heeft3 juist door zijn beproevingen is hij een beter mensch geworden en daarom zegeviert hij ten slotte over den boozen vijand4 #c4 ,dan de rol die ,st4 ,michiel speelt4 a4 ,jaromir roept ,st4 ,michiel aan als hij de klokken vervloekt4 b4 ,daarom beschermt de ,heilige hem4 c4 ,uit erkentelijkheid belooft ,jaromir te zullen vasten4 d4 ,de duivel verleidt hem zijn gelofte te verbreken4 e4 ,jaromir doet boete en smeekt ,st4 ,michiel om vergiffenis4 f4 ,de vergiffenis wordt verleend1 nadat de zondaar werkelijk getoond heeft zijn leven te willen beteren4 g4 ,st4 ,michiel staat ,jaromir nogmaals bij in zijn strijd tegen den ,booze4 ,karakter van ,jaromir4 ,uit het eerste gedeelte1 ,jaromir te ,praag1 blijkt niet veel omtrent het karakter van den student1 we kunnen alleen zeggen1 dat hij een vroolijk leventje leidde1 schulden had1 vooral tengevolge van zijn trek naar lekker eten en bovendien blijkt uit het geheel1 dat hij een vindingrijk1 slim persoon is4 ,voor deze karaktertrekken zijn de eerste van 't meeste belang voor ons verder onderzoek3 uit den levenslustigen student groeit later een welgedane priester1 die niet in eens in een strenggeloovig man is veranderd1 en vooral zijn gezonde maag behoudt hij3 die wordt juist de oorzaak van zijn val in ,jaromir te ,zutfen4 ,duidelijker komt zijn karakter aan 't licht in ,jaromir te ,lochem en we moeten het wel bekennen3 veel goeds kan van onzen held niet gezegd worden4 #a4 ,hij is hoogmoedig4 ,dit blijkt vooreerst uit het feit1 dat hij 't luiden der klokken verklaart als gebeurende ter eere van hem1 maar ook kunnen we het opmaken uit verschillende kleine trekjes door ,staring hier aangebracht4 ,jaromir zit parmantig op een ros2 hij plooit zijn mond in 't deftige2 de uitval tegen den onschuldigen jongen2 de komische overdrijving der zonde en dan bovenal uit hetgeen in de volgende regels gezegd wordt3 -- -- -- -- -- 's ,mans hevig blaken is ,min ijvergloed1 meer ergernis1 ,om d'al te slinkschen trek1 dien hem de hoogmoed speelde4 #b4 ,hij leeft niet overeenkomstig de voorschriften zijner orde4 ,gehuld in ,sint ,franciscus dos1 ,zat1 die eens wandlen moest1 parmantig op een ros1 ,en spaarde dus bij 't ,missiewerk zijn beenen4 ,dit zegt ,staring ons van vriend ,jaromir3 we weten dus1 dat de volgeling van den ,heiligen ,franciscus1 die naar 't voorbeeld van den stichter zijner orde in armoede als een bedelmonnik had behooren te leven1 te paard gaat rijden1 zich fraai gaat kleeden 7dos671 en zelfs geheel anders dan de nederige ,franciscus zich verhoovaardigt op zijn positie4 #c4 ,hij heeft de menschen weten te bedriegen3 iedereen ziet in hem een ,heilige1 men noemt hem zelfs zoo 444 maar het volgende vers ,de ,biechtstoel1 die zijn heersch- gelijk zijn hebzucht paait6 licht ons wel anders in2 de pater gebruikt zijn macht voor allesbehalve heilige en vrome doeleinden4 ,hij weet door middel van de biecht invloed uit te oefenen op hen die om vergiffenis van zonden smeeken1 grijpt deze gelegenheid zelfs aan om zich te verrijken6 ,wel is het noodig1 dat zoo iemand eenigen tijd aan de verleidingen van den ,booze wordt blootgesteld1 een zoodanige herder zal gemakkelijk zelf dolen en eerst na vele beproevingen weer op het rechte pad terug kunnen keeren4 ,het is van ,staring dus goed gezien deze slechte eigenschappen aan den pater toe te kennen1 juist daardoor wordt zijn val gemotiveerd4 #d4 ,in ,jaromir te ,zutfen blijkt nogmaals dat onze held zijn gezonde maag heeft behouden2 ga zelf na hoe deze hem ten val brengt4 ,let ook op het gebruik van de uitdrukking zijn tanden waatren6 7vs #gj7--net iets voor den lekkerbek ,jaromir4 #e4 ,een andere uitdrukking uit dit gedeelte bewijst1 dat onze pater als student niet hard heeft gewerkt1 en later als priester niet heel ijverig geweest is om 't vroeger verzuimde in te halen3 ,jaromir poogt zich te bezinnen op 't kwaad latijn6 #f4 ,eindelijk komt er een einde aan ,jaromirs lijden3 hij heeft geboet voor zijne zonden--en ze waren vele6 zooals we gezien hebben--maar zijn berouw is oprecht gemeend4 ,en nu kent hij ,latijn ook6 ,eigenschappen van ,staring als dichter4 ,thans wenschen we aan de hand van dit gedicht de voornaamste eigenschappen van den dichter ,staring na te gaan4 ,fantasie4 ,i4 ,zijn vindingrijkheid1 fantasie en scheppingskracht1 welke gebleken zijn uit het feit1 dat ,staring uit zoo beperkte gegevens een keurig1 logisch geheel als de ,jaromir wist samen te stellen4 ,geestigheid4 ,,ii4 ,zijn geestigheid4 ,hiervan zijn tal van voorbeelden bij te brengen2 we zullen er uit elk der vier gedeelten een paar geven4 ,uit ,jaromir te ,praag3 a4 't ,gordijn viel neder 7vers #fc74 ,een woordspeling3 't gordijn valt neer1 omdat de eerste helft van de klucht afgespeeld is1 en bovendien3 ,jaromir springt te kooi en laat het gordijn neervallen4 b4 ,de vrees van den waard had dubbelen grond3 ,jochem was aan den haal gegaan omdat hij n paardepoot zag1 zijn baas zag er dubbel zooveel3 twee6 c4 ,de invalide1 die nergens bang voor is1 strijkt voor hij de kamer binnengaat1 zelfbewust zijn knevels op1 maar zoodra hij bij de twee hoeven nog een kwispelenden staart ziet1 rijst zijn kuif zonder strijken6 ,uit ,jaromir te ,lochem4 a4 ,de komische figuur van den hoogmoedigen priester1 zijn deftig uiterlijk1 zijn zelfbewust optreden en dan vooral de overdrijving in de voorstelling van 't bedrevene 7vers #eg-ei74 b4 ,wat hg steeg1 zal te lger zinken6 7vers #gd7 zegt ,jaromir van de klokken en nu laat ,staring dezen vloek letterlijk in vervulling gaan4 ,vooral 't lager zinken van de klepels1 juist op den platgeschoren bol van den pater1 is zeer komisch4 c4 ,de echt leuke uitdrukking3 ,wie scherp van oor is1 hoort ze brommen 7vs4 #ajj7 dus4444 als iemand niets hoort1 is dit nog volstrekt geen bewijs1 dat ,staring onwaarheid heeft gesproken2 degene die 't zegt1 is alleen wat doof6 ,uit ,jaromir te ,zutfen4 a4 ,de pater roept met ontplooiden mond 7vers #ai71 dit geeft teekenend weer hoe de deftige plooi in ,jaromirs gelaat voor iets anders heeft plaats gemaakt4 b4 ,een arm--een been1 dat aanvangt zich te rekken1 echt aanschouwelijke voorstelling1 dat de levensvonk het lichaam nog niet ontsnapt is4 7vs #cb74 c4 ,de wijze waarop ,jaromir gedwongen wordt het hoen op te peuzelen4 ,ga dat gedeelte eens precies na en tracht het u zoo aanschouwelijk mogelijk voor te stellen4 ,uit ,jaromir ,gewroken4 a4 ,de wijze waarop het herstel van den uitgevasten priester wordt voorgesteld1 bv4 het uit de plooien zwellen van den buik ten statelijken cirkel 7vs4 #cb74 b4 ,de komische verbinding3 bluts en lauwerkrans 7vs4 #dj-db74 c4 ,de bezeten monnik1 die ,maria niet groet1 maar ,ave1 ave1 ,leonore uitgalmt4 d4 ,de zingende kapelaan1 die rondzwerft gevolgd door een troepje meeblrende jongens6 ,echt aanschouwelijk4 ,kernachtigheid4 ,,iii4 ,de kernachtigheid van ,staring4 ,nooit is zijn verhaal gerekt1 alles is even bondig4 ,staring herhaalt nooit1 zei eens ,potgieter en stelde hem daarom aan jonge dichters ten voorbeeld4 ,staring zelf had in dezen vooral ,horatius en onzen pittigen ,huygens tot leermeesters gekozen4 ,het is niet noodig hier de kernachtigheid van den dichter te bewijzen1 omdat ieder dit onmiddellijk bij lezing van ,starings werken zelf gevoelt4 ,als voorbeeld wijzen we op ,jaromir te ,praag1 vers #dh-fh2 alles volgt hier vlug zonder onnoodige uitweidingen of afdwalingen op elkaar4 ,maar deze goede eigenschap kan worden tot een slechte3 duisterheid1 en die treffen we bij ,staring dan ook vrij vaak aan1 hoewel niet zoo dikwijls als bij z'n leermeester ,huygens4 ,starings verzen zijn geen muziek om van 't blad te spelen1 zei ,beets1 en ,potgieter beweert hetzelfde in andere bewoordingen3 ,staring rekent op een denkend publiek4 ,maar niet alleen denken is noodig--dat zou 't ergste niet zijn6--doch ook vrij veel kennis van allerlei bizonderheden4 ,we wijzen b4v4 in ,jaromir te ,lochem op vs4 #cc-ch4 ,niemand zal1 al is hij nog zoo scherpzinnig1 deze regels goed kunnen verklaren1 indien hij niet met het feit bekend is dat de kans door de ouden voorgesteld werd als een persoon met een kaal achterhoofd en een vlecht haar van voren3 was hij dus maar even voorbij1 dan waren alle pogingen om hem te grijpen vruchteloos2 alleen op het juiste oogenblik kan men hem bij de vlecht pakken4 ,zoo ook ,jaromir te ,zutfen1 regel #df-di4 ,hiervoor moet men weten3 a4 ,dat te ,zutfen in het ,kerkgewelf een groote bibliotheek bestaat waar de boeken aan kettingen liggen4 b4 ,dat in de grafcel te ,bremen de lijken niet vergaan1 en dat deze grafcel daardoor groote vermaardheid heeft4 c4 ,dat de zeegod ,proteus alleen tot profeteeren was te dwingen1 indien men hem eerst ketende4 ,evenals hij gaven de boeken te ,zutfen1 de wijsheid1 geketend antwoord4 ,keurigheid4 ,,iv4 ,de keurigheid van stijl4 ,behalve uit het gedicht zelf1 blijkt het vooral uit de veranderingen1 die ,staring later zelf heeft aangebracht4 7,in de uitgave der ,zwolsche ,herdrukken staan de varianten aan den voet der bladzijden opgegeven47 ,we zullen enkele hiervan nagaan4 ,jaromir te ,praag1 vers #c4 ,de oude lezing is3 aan ,karels ,school te ,praag ,sinds lang vergeten1 de nieuwe heeft in plaats daarvan3 voor twee paar eeuwen4 ,de verbetering springt in 't oog3 #a4 ,sints lang vergeten is fout3 de school bestaat nog en verkeert in bloeienden toestand4 #b4 ,voor twee paar eeuwen geeft bovendien ongeveer aan in welken tijd we het verhaal moeten plaatsen4 ,jaromir te ,praag1 vers #ce4 ,eerst stond er3 ,hier viel thans ,jaromir enz4 ,dit werd veranderd in 't veel meer aanschouwelijke3 valt4 ,hetzelfde gedeelte vers #gh4 ,jochem sprak eerst van een paardenpoot1 dikker vast dan hier mijn lijf1 maar die dikte was 't niet1 wat den knecht zoo in 't oog gevallen was--een paardenpoot met lange1 zwarte haren6 dat was 't1 wat hem een doodschrik op 't lijf gejaagd had4 ,jaromir te ,lochem vers #a-d4 ,vriend ,lezer1 kent gij ook een zeekren ,jaromir8 ,gij kondt1 ik stem het toe1 een beetre kennis maken3 ,intusschen waar 't me lief1 en 'k onderstel het hier1 ,om van een voorrede af te raken4 dit schreef ,staring eerst4 ,hoeveel beter zijn de verzen zooals wij ze nu kennen1 en vooral1 thans geven ze juist de bedoeling van den dichter weer1 n4l4 dat het eerste gedeelte moest dienen tot inleiding van de drie laatste3 ,en heb een naam1 waaraan 't geen volgt1 is vast te haken4 ,contact met den lezer4 ,v4 ,staring is telkens in contact met zijn lezers1 beschouwt ze meer als zijn hoorders1 spreekt met hen en laat omgekeerd ook zijn lezers dikwijls iets in 't midden brengen1 om daarop dan zelf weer te kunnen repliceeren4 a4 ,jaromir te ,praag1 vers #db4 ,wat vond hij dan8 ,dat is een vraag1 welke de lezers die meeleven in 't verhaal1 aan ,staring stellen en waarop deze dadelijk antwoordt4 't ,is duidelijk dat de levendigheid van 't verhaal hierdoor verhoogd wordt4 b4 ,jaromir te ,lochem1 vers #a-d4 ,deze verzen zijn boven reeds besproken2 we merkten echter terloops op1 dat juist aan 't begin en aan 't einde van een gedeelte ,staring zijn lezers in 't verhaal betrekt4 't ,is voor hem dikwijls een middel om weer op gang of aan den slag te komen4 c4 ,jaromir te ,zutphen1 vers #a-ac4 ,deze aanhaling bevestigt de juistheid van 't geen zooeven beweerd is4 ,ook hier weer 't begin van een nieuw gedeelte2 aan 't einde hiervan 7vers #aej-aea7 worden de lezers opnieuw aangesproken en eveneens aan 't begin van ,jaromir ,gewroken vs4 #a4 ,heel eigenaardig klinken soms de enkele vragen1 die de lezer plotseling doet1 b4v4 ,jaromir te ,zutfen vs4 #aah-aai ,maar zijn die sleutels min dan klepels kerkengoed8 ,en waarom die genaast1 en deze weggesmeten8 en vooral ,jaromir ,gewroken vs4 #aef ,en nu de kapellaan8 ,punctuatie4 ,,vi4 ,staring gebruikt eene eigen punctuatie1 geheel afwijkend van 't gebruik der leesteekens bij andere schrijvers4 ,we wijzen hier slechts op enkele eigenaardigheden1 omdat ieder lezer dit punt gemakkelijk zelf kan nagaan4 ,puntkomma's worden zeer veel gebruikt en hebben ongeveer dezelfde waarde als bij andere schrijvers een punt1 meestal dienen ze om aan te wijzen dat een gedeelte feitelijk als n geheel beschouwd moet worden4 ,de dubbele punt wordt eveneens veel gebruikt en geeft meestal te kennen dat er tusschen beide gedeelten een oorzakelijk verband bestaat2 dikwijls vervangt de dubbele punt bij ,staring het voegwoord4 ,het uitroepteeken is een waarschuwingsteeken en komt dus veel overeen met de dubbele punt3 't is let op1 hier bedoel ik iets bizonders mee1 lees er niet overheen6 ,zoo b4v4 ,jaromir te ,praag vers #hf3 't ,had dubbelen grond6 de waard zag immers niet n1 maar twee hoeven4 ,de aanhalingsteekens dienen dikwijls om den lezer sprekende te laten optreden en juist daardoor wordt ,staring in staat gesteld1 dat kort en kernachtig te doen4 't ,is een vraag1 die te midden van 't verhaal den verteller plotseling door een belangstellende gedaan wordt1 b4v4 ,jaromir ,gewroken vs4 #aef ,en na de ,kapellaan8 ,ook verschillende lettersoorten roept ,staring te hulp om zijn lezers iets duidelijk onder 't oog te brengen4 ,woorden die van buitengewoon belang zijn1 krijgen een anderen druk1 b4v4 ,jaromir te ,lochem vers #bf en #bh1 omdat daarin de kern van 't heele verhaal aan 't licht komt4 ,heel vaak worden woorden die eene tegenstelling vormen1 met een bizondere letter aangegeven1 b4v4 ,jaromir te ,praag1 vs4 #d-e1 gezonde maag1 zieke beurs2 vs4 #ee en #eg3 loon en dienstbewijs4 ,hoofdletters worden eveneens tot dit doel aangewend3 ieder woord dat bizonder de aandacht behoort te trekken1 krijgt bij ,staring een hoofdletter4 ,we behoeven hiervan zeker geen voorbeelden te geven1 iedere lezer bemerkt dit zelf dadelijk4 ,,hagar4 ,om vorm en inhoud van dit gedicht goed te kunnen begrijpen moet men vooral twee dingen in 't oog vatten1 n4l43 ,ontstaan4 #a4 ,de eigenaardige wijze van ontstaan4 ,zooals bekend is1 werd ,da ,costa door den uitgever ,a4 ,c4 ,kruseman uitgenoodigd om een bijdrage te leveren voor de uitgave van de ,bijbelsche ,vrouwen1 een reeks van gravures met dichterlijke bijschriften4 ,de plaat1 waarbij ,da ,costa een gedicht zou schrijven stelde voor ,hagar in de woestijn 7eerste uitdrijving1 dus de aanstaande moeder van ,ismal74 ,van den ,bosch zegt van deze plaat in zijne uitgave 7,zwolsche ,herdrukken71 't ,stelde een schoone jonge vrouw voor1 tegen een schaars begroeiden wal geleund1 met wat woestijn tot achtergrond2 in 't gebaar van 't zijwaarts buigend hoofd en de langs het lijf uitgestrekte armen1 met de handen zijwaarts-af wijzend1 in het gehle gelaat in het mooie1 gloedvolle oog vooral ligt dit3 ,mij rest niets meer1 ze hebben mij uitgeworpen1 waar zal ik heengaan4 ,juist het feit dat ,da ,costa genspireerd werd door deze plaat1 dat hij als 't ware gedurende zijn werk de gravure vr zich had1 is de oorzaak van den eigenaardigen vorm welke 't gedicht kreeg4 ,vandaar de telkens terugkeerende aanspreking3 de ,moeder ,ismals4 ,geloof van ,da ,costa4 #b4 ,het geloof en de levensbeschouwing van ,da ,costa4 ,de dichter was een rechtzinnig ,protestant en tevens een ijveraar voor zijn geloof4 ,dat alles weerspiegelt zich in zijn gedicht2 voor eerst de heele beschouwing op geschiedkundig gebied1 alles gebeurende onder rechtstreeksche leiding van het ,opperwezen 7op dit punt komen we uitvoeriger terug71 maar ook zijn zienswijze met betrekking tot het ,katholicisme4 ,door de kruistochten zullen de ,christenen de overwinning niet op den ,islam behalen1 de tijden zijn nog niet rijp1 hun geloof is niet het ware4 ,het is de strijd van 't ,bijgeloof 7,het ,katholicisme71 tegen het ,wangeloof 7,de ,islam74 ,nog belangrijker dan dit alles is de verhouding van ,da ,costa tot het ,rveil1 waarover een uitstekend opstel geschreven is door ,den ,hertog in ,noord en ,zuid ,,xvi1 blz4 #afc-afi4 ,vooral de aanhaling gedaan uit de ,standaard is van buitengewoon belang1 omdat daardoor de geheele levensbeschouwing van den dichter en de bouw van ,hagar verklaard worden4 ,we zullen enkele regels die de kern van 't geheel vormen1 aanhalen4 ,bilderdijks voorstelling1 gelijk ze door ,da ,costa is uitgewerkt1 was meer apocalyptisch4 ,de ontzettende gebeurtenissen1 die op het laatste der vorige en in het begin van deze eeuw elkander opvolgden1 hadden op de ernstige geesten uit dien tijd een verpletterenden indruk gemaakt1 en allengs een voorgevoel doen ontwaken1 dat de wereld ten einde liep4 ,en nu scheen het aan de geloofshelden uit die dagen toe1 dat de ure gekomen was1 waarin ,god zelf zou opstaan1 om door een werking van ,zijn ,heiligen ,geest in alle landen van ,europa vooral de vorsten en ,staatslieden en mannen van invloed tot zijn ,christus te bekeeren1 en zoo de laatste worsteling voor te bereiden4 ,duizendjarig rijk4 ,dit is de sleutel van het werk van ,da ,costa4 ,de dichter geloofde dus in het zoogenaamde millennium of duizendjarig rijk1 en meende tevens aan de teekenen des tijds te zien1 dat dit rijk juist toen werd voorbereid en dus betrekkelijk spoedig zou komen4 ,vandaar in vele zijner werken dat wijzen op de toekomst1 dat aanroepen van ,god3 kom ,koning ,jezus6 kom1 ja kom6 ,we wijzen hier op den slotzang van de ,vijf en twintig jaren1 op het laatste gedeelte van ,wachter wat is er van den ,nacht8 op de schildering van het duizendjarig rijk in ,hagar1 op de slotverzen van #afdh en #ahdh1 van ,rouw en ,trouw1 op het motto van de ,chaos en het ,licht1 op den slotzang van de ,slag bij ,nieuwpoort4 ,dat dit apocalyptische ook in ,hagar de grondgedachte aangeeft1 als 't ware de kroon op 't geheele dichtstuk zet1 zullen we straks nader aangeven4 ,eerst willen we er nog op wijzen1 dat ,da ,costa in verschillende gebeurtenissen uit zijn tijd een rechtstreeks ingrijpen van de godheid meende te zien4 ,vandaar een eenigszins lijdelijk ,christendom4 ,god werkte1 wat zouden de menschen dan werken8 ,men had slechts te bidden1 te gehoorzamen4 ,vandaar ook1 dat ,potgieter in zijn critiek op #afdh en #ahdh zegt3 ,laat ons er opregt voor uitkomen1 het staren op die toekomst ons in de drie laatste verzen van den heer ,da ,costa met zoo gloeiende verwen afgemaald1 bedreigt zijn ijverigste pogingen met vruchteloosheid1 slaat al zijne raadgevingen met den vloek van het onbepaalde1 en dreigt in een lijdelijk ,christendom gaven en krachten te verteeren1 aan wier degelijke werking ons arm vaderland meer dan ooit behoefte heeft4 ,ditzelfde beginsel komt duidelijk aan 't licht in de ,hagar1 als ,da ,costa over de kruistochten schrijft3 de tochten mislukten1 omdat ze plaats hebben vr 't rijpen van ,gods tijden 7vgl4 vs4 #bfi74 ,god alleen kan de zege behalen1 niet de mensch 7noch wacht triumfen1 die alleen ,gods waarheid kan behalen74 ,na deze inleidende woorden1 die ons straks van veel dienst zullen zijn1 willen we de compositie van het gedicht nagaan4 ,grondgedachte van het gedicht4 ,niet de eenvoudige geschiedenis van de ,egyptische slavin bezielde ,da ,costa1 hij vatte zijn taak veel ruimer op1 het onderwerp van zijn gedicht werd3 de strijd tusschen het ,christendom en den ,islam4 ,dit behoort nader aangetoond te worden4 ,de oorsprong van den strijd is de twist tusschen de beide stammoeders ,sara en ,hagar4 ,veertien jaren later herhaalt de moederzonde zich3 ,ismal werpt spottende blikken op den zuigeling ,izak1 de strijd tusschen de beide broeders begint4 ,dan komt de groote uitbreiding van ,ismals geslacht1 wiens hand is tegen allen1 hun voortdurende krijg tegen de ,christenen4 ,en ze winnen veld1 hun hoogtepunt bereiken ze in 't ,westersch ,khalifaat 7,spanje74 ,maar daarop volgt het langzame terugdringen door hun tegenstanders3 eerst ,karel ,martel1 die de ,saracenen slaat bij ,poitiers1 dan de wel-is-waar mislukte kruistochten1 maar die toch voor de ,christenen groote en zegenrijke gevolgen hebben1 waardoor ze nieuwe krachten verzamelen voor een volgenden aanval1 en ten slotte het merkbare verval der ,turksche heerschappij3 de slag bij ,navarino1 de bevrijding van ,griekenland en bovenal het ,westersch worden van den ,turk4 ,de teekenen wijzen er dus op3 de ,halvemaan gaat onder6 en nu gaat ,da ,costa nog een stap verder3 ten slotte zal ,ismal den schedel diep buigen1 ,en van zijns broeders eer1 verrukt van zin1 getuigen1 dus3 eindelijk zal de ,islam opgelost worden in het ,christendom4 ,en dn komt3 de tijd van groote schuldvergeving1 ,van voor geheel deze aard volzalige herleving4 ,men ziet het duizendjarig rijk bekroont de geheele ,hagar1 dat is weer het slot van ,da ,costa's voorstelling4 ,de grondgedachte van 't gedicht kan men derhalve ook samenvatten in eene vergelijking1 n4l4 deze3 gelijk ,hagar zich vernederde voor ,sara1 zoo zal ook ,god het hart van ,ismal bewegen en hem doen terugkeeren tot ,izak 7,ismal de ,islam1 ,izak het ,christendom74 ,in verband hiermee is ne opmerking te maken1 nl4 deze1 dat het gedicht volgens bovengenoemde beschouwing had moeten besloten worden met de schildering van het millennium--de beschrijving van de terugkeerende ,hagar werkt nu eenigszins storend en belemmert het overzicht over 't geheel4 ,waarschijnlijk is dit laatste gedeelte ontstaan1 doordat ,da ,costa zich nog niet geheel los heeft gemaakt van de gravure2 toen zijn gedicht feitelijk af was1 zag hij nog eens naar de plaat1 en herinnerde zich dat hij zijn taak niet heelemaal volgens afspraak had volbracht3 hij zou immers een bijschrift leveren4 ,vandaar het aanhangsel4 ,deze hypothese vindt steun in den vorm van dat laatste deel3 ,de moeder ,ismals6 ,op u een laatsten blik6 ,is 't niet1 alsof de dichter ook een laatsten blik op de gravure werpt8--,in elk geval is 't zeer juist gezien de terugkeerende ,hagar te beschrijven1 die op weg is om zich te vernederen voor ,sara1 en zoodoende een begin makende met de uitvoering van ,gods wereldplan4 ,schema4 ,voor de duidelijkheid geven we thans nog een klein overzicht van het gedicht3 a4 ,strijd tusschen ,sara en ,hagar4 ,eerste uitdrijving4 b4 ,strijd tusschen ,izak en ,ismal4 ,tweede uitdrijving4 c4 ,opkomst en bloei van den ,islam4 d4 ,langzaam terugdringen door het ,christendom4 e4 ,overwinning der ,christenen 7duizendjarig rijk74 f4 ,aanhangsel 7de terugkeerende ,hagar74 ,belangrijke stof voor ,da ,costa4 ,uit het geheele gedicht blijkt dat ,da ,costa de ,hagar met bezieling1 met vuur heeft geschreven1 een bewijs1 dat de stof hem heeft genspireerd4 ,en geen wonder6 ,de stof was voor hem belangrijk3 't was niet de eenvoudige uitdrijving van eene slavin1 maar een stuk wereldgeschiedenis1 waarin duidelijk het bestuur van de ,almacht uitkomt4 ,en bovendien1 de dichter werd door dit alles gesterkt in zijn godsdienstige overtuiging1 in het geloof aan de trouw van zijn ,god4 ,wat ,god heeft beloofd1 volbrengt ,hij6 ,juist dat blijkt duidelijk uit de ,hagar3 ,god heeft een woord gesproken6 ,geen stofken heeft er ooit bij de uitkomst aan ontbroken4 ,vertrouwen op ,god4 ,maar er is nog iets1 waardoor de dichter in zijn geloof wordt versterkt3 hij meent uit de gebeurtenissen van zijn eigen tijd op te merken1 dat ,gods beloften steeds meer en meer in vervulling gaan4 ,eens zal ,ismal den schedel diep buigen voor ,izak1 zijn broeder1 eens zal de ,islam onderdoen voor het ,kruis en ziet3 de dag bevestigt aan den dag1 ,wat ,navarino eens met luid kanongedonder ,aan de aard verkondigde3 de ,halvemaan gaat onder4 ,en nu redeneert ,da ,costa aldus3 ,god heeft steeds zijn woord gehouden1 veel van 't geen ,hij beloofd heeft1 is reeds in vervulling gegaan2 de beloften welke nog niet vervuld zijn1 zullen in de toekomst tot werkelijkheid worden4 ,het duizendjarig rijk is beloofd1 dus zal het eens ook komen4 7,vgl4 regel #cjh3 ,wat tijden1 vast voorzegd1 van groote schuldvergeving47 ,schoonheden van het gedicht4 ,thans willen we wijzen op enkele dtail-schoonheden van het dichtwerk4 a4 ,beschrijving van den woestijn4 ,hierin treft ons vooral het aanschouwelijke4--,wij zien en ons schroeit de woestijn1 zegt ,potgieter ervan in zijn ,isaac ,da ,costa4 b4 ,schildering van ,hagar in de woestenij4 't ,penseel wijkt beschaamd voor uw schildring van smarte4 ,we halen weer denzelfden bevoegden rechter van zoo even aan4 ,vooral de inwendige strijd1 de strijd tusschen hoogmoed en berouw1 is in enkele woorden prachtig geteekend4 -- -- -- -- -- -- ,slechts en vrouw1 ,met fierheid1 diep verneerd1 in 't oog1--met naberouw ,en kommer in de ziel1 diep in die ziel bestreden1-- ,richt op den sombren weg haar ongewisse schreden4 c4 ,herhaling van de moederzonde door ,ismal en de tweede uitdrijving4 ,uit dit gedeelte zijn vooral bekend de beroemde beschrijvingen van de kameel en het ros4 ,men heeft wel eens beweerd1 dat deze beschrijvingen niet in 't verband passen1 dus een hors d'oeuvre zijn4 ,ze zijn evenwel zeer goed te verdedigen3 ,ismal zal geheel alleen staan1 zijn hand zal zijn tegen allen1 geen menschelijken bondgenoot zal hij hebben4 ,en nu de tegenstelling3 slechts twee dieren zullen hem hunne diensten aanbieden3 zijn kemel en zijn ros4 ,de diensten welke zij ,ismal bewijzen1 hun trouw aan den meester1 dat alles is zeker niet misplaatst4 ,op n minder gelukkig beeld in deze beschrijving willen we hier wijzen3 op den kameel1 die zijn ruiter knielend afwerpt en weer opvangt d4 ,de uitbreiding van den ,islam4 ,hier wijzen we enkele bizonder fraai gekozen beelden aan4 #aaj 't ,schiereiland goot hen uit4--,dit geeft zeer juist aan de groote massa die zich dadelijk over geheel de aarde verbreidde4 ,het onweerstaanbare voelen we in3 ,of zoo zich de ,oceaan een baan veegt door de dijken4 ,vooral regel #aae is zeer fraai3 de hoogten 7bergen7 zich bewust van hunne kracht1 probeeren te weerstaan1 de glooiing 7een veel zwakkere dijk67 tracht slechts te weerhouden4 ,zoo zijn er in dit gedeelte nog tal van goed gekozen beelden3 tracht zelf enkele daarvan te vinden1 't ,is eene uitstekende oefening1 omdat men dan 't beeld als 't ware zelf nog eens geheel doet ontstaan en dus de rechte waarde er van begint te voelen4 ,nog dient gelet op de talrijke imperatieven welke in dit gedeelte voorkomen1 en die door hun gebiedenden vorm zoo juist aangeven het onweerstaanbare in den aanval der ,moslims4 ,buig ,syrier6 ,torsch den last der ,oostersche moskeen6 ,zink onredbaar1 ,oosterchristenheid6 e4 ,beschrijving van ,mohammed4 ,da ,costa zegt veel goeds van dezen profeet4 ,lees daarvoor vers #afa-ahf4 a4 ,mohammed was een dichter4 b4 ,hij was zeer godsdienstig4 c4 ,hij had eerbied voor de vroegere profeten1 en bovenal voor ,jezus4 d4 ,een voorbereider van betere tijden1 doordat hij zijn eigen tijd hervormt4 e4 ,hij bedriegt zichzelf2 is derhalve niet iemand1 die geheel verantwoordelijk is voor het verkeerde dat hij doet2 er is geen opzet in 't spel4 ,zijn handelingen zijn niet goed1 maar verschoonbaar4 f4 ,de schildering van het ,westersch ,khalifaat4 ,dit gedeelte munt uit door bizondere schoonheid en geen wonder1 ,da ,costa moest het hoogtepunt van den ,islam voorstellen als iets buitengewoons4 ,we trekken immers onwillekeurig de conclusie3 hoe schoon moet het duizendjarig rijk zijn dat den bloeitijd van het ,mohammedaansche rijk verre overtreft4 ,hoe dichterlijk is de vergelijking aan 't slot3 ,de ,christenvolken slapen ,hun middeleeuwschen slaap4 't ,is nacht4 ,maar juist die nacht ,beheerscht de ,halvemaan met heel haar sterrenwacht4 g4 ,beschrijving der ,kruistochten4 ,op de kern van dit gedeelte is zoo even reeds gewezen3 de oorzaak van 't mislukken der kruistochten4 ,we willen thans alleen wijzen op de meesterlijke wijze1 waarop ,da ,costa de gevolgen van deze tochten in enkele regels aangeeft3 ,der talen sleutel wer--1 de ,drukkunst uitgevonden1 ,de ,schrift der waarheid van haar windselen ontbonden1 ,het ,woord des levens op het aardrijk wijd verspreid1 ,van 't aardrijk te gelijk de grenzen uitgebreid4 h4 ,de beschrijving van 't ,duizendjarig ,rijk4 ,de beteekenis hiervan is boven eveneens reeds in hoofdzaken uiteengezet2 nu nog een enkele opmerking4 ,da ,costa zegt dat ,ismal eens diep den schedel zal buigen voor ,izak en brengt dan twee bewijzen aan1 waaruit blijkt dat de ,arabieren in den loop der tijden bewezen hebben zich aan de nakomelingen van ,izak te willen onderwerpen3 het bezoek der ,koningin van ,scheba aan ,salomo1 en de huldiging van 't kind ,jezus door de drie ,koningen4 ,let ten slotte op de woordkeuze in 't laatste gedeelte3 de dichter geraakt zoo in extase1 dat hij zijn gedachten niet meer geregeld kan uitdrukken1 hij doet het in onvolledige1 afgebroken zinnen4 i4 ,de bekeerde ,hagar4 ,ook de trotsche ,hagar vernederde zich eindelijk4 ,god sprak tot haar3 de hoogten vielen neer en voor ,sara's voet ging zij haar dwazen trots bekennen4 ,critiek van ,potgieter4 ,men leze nu de onderstaande verzen1 door ,potgieter in zijn ,isac ,da ,costa aan ,hagar gewijd en merke op1 hoe juist deze dichter en criticus de hoofdbedoeling van 't gedicht heeft aangegeven4 ,o ,zoon van het ,oost1 die de zengende stralen ,gebiedt1 en wij zien en ons schroeit de woestijn1-- ,wat weelde met ,ismals moeder te dwalen1 ,die moeder van tallooze volken zal zijn6 't ,penseel wijkt beschaamd voor uw schild'ring van smarte1 ,geen beitel1 die treffender boetlinge geeft1 ,en tusschen die beide1 voor hoofd en voor harte1 ,wat hymne1 die de eeuwen verklarend doorzweeft6 ,,potgieter ,,als ,,criticus4 ,potgieter en ,de ,gids4 ,de namen ,potgieter en ,de ,gids zijn onafscheidelijk verbonden2 ,potgieter wordt eerst een man van beteekenis als hij een eigen tijdschrift tot zijn beschikking heeft1 waarin hij zijn literaire ideen kan uitwerken4 ,het prospectus4 ,al dadelijk in het prospectus door den uitgever ,beijerinck in #ahcf de wereld ingezonden1 en door ,potgieter zelf opgesteld1 blijkt1 wat het doel van het tijdschrift zal zijn4 ,het zal in de eerste plaats critisch zijn1 er zal front gemaakt worden tegen onbenullige critiek4 ,de klachten over bekrompenheid van oordeel en de partijdigheid van strekking2 over de traagheid en nalatigheid1 waarmede de in ,nederland het licht ziende boekwerken worden beoordeeld1 zijn algemeen4 ,van het toen toonaangevende tijdschrift1 de ,vaderlandsche ,letteroefeningen wordt gezegd3 ,inderdaad de letteroefenaar vertoonde sinds lang het karakter van den knorrigen grijsaard1 die onverzettelijk aan eenmaal aangenomen begrippen vasthoudt2 het schoolboek1 waaruit hij leerde1 het beste ter wereld schat2 ongaarne op zestigjarigen ouderdom nieuwe zeden en gewoonten huldigt1 en zelfs zijne kleederen nog de smakelooze1 ouderwetsche snede laat behouden1 welke men in de eeuw der staartpruiken en haarzakken fraai vond4 ,zoo enkele uitzonderingen een regel bevestigen1 zoo gelde zijn gedurig plooijen naar de staatkundige begrippen van den dag1 en zijn niet minder aanhoudend1 maar lafhartig vleijen der ,hollandsche eigenliefde1 ter bekrachtiging der opgeworpen stelling6 ,het doel van 't nieuwe tijdschrift wordt aldus omschreven3 ,schadelijke grondbeginselen te bestrijden1 jeugdige vernuften den regten weg te wijzen1 groote talenten naar waarde te huldigen1 ziedaar zijn doel3 ,de spiegel der waarheid1 waarin hij alle voorwerpen wenscht terug te kaatsen1 zal duidelijk toonen1 wie in een werk de overhand hebben1 de schoonheden of de gebreken2 en dit alleen de middelen bepalen1 welke hij bezigen moet4444 ,de ,gids wil noch in het staatkundige1 noch in het godsdienstige1 noch in het letterkundige als partijganger optreden1 hij begrijpt geene vrijheid zonder eerbied voor ieders verdedigbare meening1 geen streven naar waarheid wanneer hij eene banier1 van de zijne verschillende1 den weg naar hare tempel zou willen versperren4444 ,het tijdschrift is uit zijn aard en doel en strekking ,nederlandsch4444 geen bekrompen vaderlandsliefde zal echter den ,gids werhouden1 bij wijlen eenige der schoonheden1 welke vreemde grond mocht aanbieden1 mede te deelen1 overtuigd dat in het gemeenebest der letteren geen volkshaat denkbaar is4 ,doel van ,de ,gids4 ,volgens ,potgieter zelf zal dus het doel van 't nieuwe tijdschrift het volgende zijn3 #a4 ,onpartijdige critiek4 #b4 ,bestrijding van het slechte4 #c4 ,vereering van groote talenten4 #d4 ,jeugdige schrijvers het rechte spoor te wijzen4 #e4 ,waarheid als grondslag van elke critiek4 #f4 ,humaniteit jegens andersdenkenden4 #g4 ,echt ,nederlandsche richting4 #h4 ,geen chauvinisme1 maar waardeering van 't geen het buitenland goeds oplevert4 ,we zullen thans aan de hand der verschillende critieken nagaan of de ,gids woord gehouden heeft en tevens uit deze beoordeelingen meer in bizonderheden het doel en de grondslagen van deze critiek trachten op te sporen4 ,doel der critiek4 ,het doel van ,potgieters critiek is verheffing van de ,nederlandsche kunst en van het ,nederlandsche volk4--,zeer mooi heeft hij zelf de strekking er van aangegeven in zijn beoordeeling van ,huygens' ,cluyswerk waar hij over de miskenning klaagt1 die een recensent zoo dikwijls ondervindt4 ,doe wat ge wilt1 zegt hij daar1 doe wat ge wilt1 ge zult toch den laster niet ontgaan1 hebben wij dikwijls in onze gedachten de redactie van ,de ,gids toegeroepen1 wanneer wij haar in het afbreken en in het opbouwen evenzeer hoorden verketteren4 ,het beginsel waarvan zij bij beide uitging1 was hetzelfde1 waaraan wij ons volksbestaan1 onzen volksrijkdom1 onzen volksroem1 onze volksdeugden verpligt zijn2 het is het streven naar degelijkheid1 het woord1 dat de lofspraak onzer vaderen in zich sluit4 ,aangespoord door de overtuiging1 dat er geen kwaad in het land is1 hetwelk niet aan de verdooving van dat levenwekkend beginsel te wijten valt1--opgebeurd door het vertrouwen1 dat er bij ons volk nog kracht genoeg schuilt1 om zich op de hoogte zijns tijds te handhaven1 mits die sluimerende vonken worden opgerakeld en aangeblazen1 spiegelde zij ons beurtelings ter beschaming en ter opwekking1 de glorierijkste dagen van ons gemeenebest af4 ,vreemd aan de vergoding onzer voorouders1 ten onzent verschoonbaar in de dagen der ,fransche heerschappij--want wie staart uit den nacht der schande niet gaarne de zweem van luister aan1 die nog aan de kimmen van het verleden wijlt1 schoon er meer verwachting is van het berouw1 dat in zijne ellende aan zijne zonde gedenkt8--vreemd aan dien vergodingsgeest1 maar zelfbewust door het besef1 vanwaar wij zijn uitgevallen1 wees zij ons1 waar het ijver voor kennis of liefde voor kunst gold1 waar sprake was van omvang van studie of kracht van stijl1 waar schrijvers en dichters naar stoffe en beelden omzagen1 op de gulden eeuw van ,frederik ,hendrik4 ,dank zij ons volk1 dat zij sympathie vond voor haar doel1--schoon zij der laster niet ontging6 ,zoo dikwijls zij afbrak--en haar beginsel dwong er haar meermalen toe1 en wij zouden de waarheid geweld aandoen1 wanneer wij ontkenden1 dat de moker der critiek bijwijlen hard op het middelmatige is neergevallen1 dat hij menig bolwerk heeft omgehaald1 waarachter zich aanmatiging en verwaandheid vrij waanden--zoo dikwijls hoorden wij den kreet opgaan3 ,de man is toch zoo braaf6--of3 ,hij geeft zooveel aan den arme6--of3 ,wanneer gij wist hoe wl hij het meende6 ,en of het zijne meening1 zijne menschlievendheid1 zijn burgerlijk karakter had gegolden1 en niet zijn werk2 ondegelijke1 onverstandige1 onware beschouwing van den pligt der critiek6 ,zoo vaak zij opbouwde--en wijs mij een letterkundig tijdschrift ten onzent1 dat met hare warmte prijst wat het bewondert1 dat als zij de waarde van dien lof verhoogt1 door den schrijver of dichter de gave toe te kennen iets nog beters te kunnen leveren1 dan hij aanvankelijk schonk--zoo vaak hoorden wij de opmerking maken3 ,och1 die zeventiende eeuw6--of3 ,het was ook niet alles goud1 wat toen blonk6--of3 ,wanneer die modellen nu leefden1 het zou wel anders luiden6 ,wij verheugen ons1 door de uitnoodiging een woord over het ,cluys-werk van ,huygens bij te dragen1 in staat te zijn het laatste te logenstraffen4 ,de aanhaling is lang1 maar ze was noodig1 omdat in deze bladzij de voornaamste grondslagen van ,potgieters critiek liggen opgesloten1 omdat hij zelf hierin heeft aangegeven door welke middelen hij zijn doel hoopt te bereiken4 ,de voornaamste dezer middelen wenschen we thans achtereenvolgens aan te geven en te bespreken4 ,de #ag;e eeuw tot voorbeeld4 ,i4 ,de #ag;e eeuw wordt door ,potgieter steeds als een ideaal vol kracht en schoonheid aan zijne tijdgenooten voorgehouden1 de roem der voorvaderen moet den nazaat eenerzijds prikkelen tot daden1 dat voorgeslacht waardig1 aan den anderen kant hem zijn zwakheid en krachteloosheid leeren inzien1 want dan eerst is verbetering mogelijk4 ,in bijna alle critieken straalt dat beginsel door4 ,reeds ,loots werd geprezen1 omdat hij voortdurend wees op dat volschoone verleden1 omdat hij naar zijn vermogen die groote meesters trachtte te volgen en te waardeeren4 ,hij vergeleek beurtelings1 in meesterlijke trekken1 het laffe tegenwoordige met het schitterend verleden en bestraft zijn tijdgenooten1 die in dagen van schande schaamteloos durfden feestvieren1 alsof niet de vaderen minachtend op zulk een verbasterd kroost neerzagen4 ,en ,staring6 hoe wordt niet zijn liefde voor de gouden eeuw geprezen2 de criticus stelt hem daarom zelfs ten voorbeeld aan anderen4 ,wij wenschten dat onze jeugdige dichters1 zooals ,staring deed1 de poten der zeventiende eeuw bestudeerden2 hunne werken getuigen van eene verstandige1 opgeruimde1 kloeke levensbeschouwing1 die wij ongaarne in de geschriften onzes tijds missen4 ,mejuffrouw ,toussaint1 die in navolging van ,scott de graaf van ,devonshire had geschreven1 wordt er op gewezen1 dat daar niet haar weg ligt3 de burgers der #ag;e eeuw1 de mannen die ,nederland tot grootheid voerden1 dat zijn de ware helden voor een ,nederlandschen roman4 ,mejuffr4 ,t4 gevoelt1 schoon zij het misschien niet begrijpt1 dat onze historie niet de personaadjes oplevert welke zij behoeft2 groot in dien romantischen1 hier niet geheel ,walter ,scottschen zin1 waren eigenlijk de eerzame burgers onzer republiek nooit4 ,maar dat de lauwer1 die het hoofd zal omkransen1 van wie de poezij1 welke er in onze eenvoudiger toestanden ligt1 aanschouwelijker zal weten te maken1 niet frisscher1 benijdenswaardiger1 duurzamer zal zijn dan de lof voor een aardig tafereel van riddermoed of hofintrigue1 vaak en aan velen bedeeld3 wie loochent het8 ,in dezelfde beoordeeling wordt het betreurd dat ,van ,lennep zich eveneens te veel overgeeft aan navolging van ,scott1 en zich niet toelegt op schildering van echt ,hollandsche toestanden4 ,indien hij zich de helft der studie1 welke hij der middeleeuwen wijdde1 voor onze zeehelden1 onze handelaars1 onze ,staats- en ,prinsgezinden1 getroost had1 hoeveel verdienstelijker zoude zijn populariteit1 hoeveel duurzamer de vermaardheid zijner schriften zijn6 ,zijn allesoverheerschende bewondering voor dien geliefden tijd van ,frederik ,hendrik heeft ,potgieter uitgesproken in de critiek van ,huygens' ,cluyswerk1 het geheele artikel is bijna en doorloopende lofspraak op die glansperiode uit onze geschiedenis1 zoo zelfs1 dat de schrijver onwillekeurig eenigszins partijdig is geworden4 ,huygens1 een degelijk1 een geheel1 een waar man1 is voor hem de incarnatie van de #ag;e eeuw1 alle goede eigenschappen welke ,potgieter aan dien tijd toekent1 draagt hij--en meestal niet ten onrechte--over op ,huygens en juist daardoor wordt dat beeld te idealistisch en dus onwaar4 ,vooral blijkt dat1 als de bewondering ook overgedragen wordt op de verzen3 ,potgieter eert den dichter om den mensch1 een stelling1 die hij anders steeds verre van zich werpt4 ,nationale kunst4 ,,ii4 ,in verband met het voorgaande eischt ,potgieter van ieder schrijver1 dat hij nationaal1 echt ,hollandsch zij4 ,dit echt ,nederlandsche prijst hij in ,staring en ,huygens1 die altijd ,hollander was1 hij waarschuwt ,van ,lennep3 de middeleeuwen1 de riddertijd is voor ons niet het nationale2 mej4 ,toussaint1 die ,scott navolgt1 moet op den rechten weg gebracht worden3 een waarlijk ,nederlandsche roman1 door een vrouw van haren aanleg1 na ijverige studie1 geschreven1 zou1 verbeelden wij ons1 een uitnemend werk zijn1--van de ,pastorij te ,mastland wordt gezegd3 ,en echter wij durven onzen schrijver opgang beloven2 ,hollandsche toestanden1 met een ,hollandsch hoofd gedacht1 met een ,hollandsch hart gevoeld1 vinden nog sympathie4 ,geen chauvinisme4 ,,iii4 ,die zin voor 't nationale1 de ware vaderlandsliefde1 mag nooit tot chauvinisme worden4 ,in het prospectus van de ,gids werd het lafhartige vleien der ,hollandsche eigenliefde scherp gelaakt1 en nooit zal men ,potgieter kunnen beschuldigen van een dergelijke handelwijze2 hij durfde ook ,nederlandsche kunst1 als die ons land onwaardig was1 openlijk en luid afkeuren4 ,wij hebben een afkeer van de bekrompene nationaliteit welke het voortreffelijke loochent1 dewijl het uit den vreemde komt1 en het gebrekkige opvijzelt1 omdat het inheemsch is1 zoo zegt hij in een artikel over ,de kopijeerlust des dagelijkschen levens en uitgaande van dat beginsel spreekt hij een vernietigend vonnis uit over een bij uitstek ,nederlandsche onderneming3 ,de ,nederlanden4 ,karakterschetsen1 kleederdragten1 houding en voorkomen van verschillende standen1 of zooals ,potgieter het uitdrukt3 de ,nederlanders dus1 naar lijf en ziel4 ,kort en krachtig is het oordeel1 dat zeer zeker niet van chauvinisme getuigt3 ,stook een vuurtje van krullen onder de schetsen1 goed hout zijn ze niet waardig6 ,van zoo iemand is het te verwachten1 dat hij ook het goede in de vreemde letterkunde zal waardeeren1 geen wonder dus dat ,potgieter steeds aanspoort tot bestudeering van 't schoone1 dat de buitenlandsche literatuur te genieten geeft4 ,als volgende eisch van zijn critiek noemen we daarom3 ,studie van buitenlandsche werken4 ,,iv4 ,bestudeering van de buitenlandsche letterkunde om daardoor de inheemsche schooner en krachtiger te doen worden4 ,in zijn eerste critiek1 een beoordeeling van de ,verzameling van ,voortbrengselen van ,uitheemsche ,vernuften1 die in de ,vriend des ,vaderlands van #ahcc verscheen1 prees ,potgieter de onderneming1 welke ten doel had3 ons in de ,pozij voor de eenzijdigheid te bewaren1 welke den dood der kunst tengevolge heeft4 ,in #ahcg kende hij reeds de belangrijkste schrijvers uit het buitenland en had zich ook een oordeel omtrent den toestand der literatuur in ,engeland en ,frankrijk gevormd4 ,de invloed der ,duitschers is in de eerste gedichten niet te miskennen1 de neiging tot het sentimenteele1 welke in die verzen te bespeuren is1 moet voor een goed deel daaraan worden toegeschreven1 zooals ,potgieter trouwens zelf in zijn ,leven van ,bakhuizen erkent1 waar hij zegt3 ,als de meeste eerstelingen waren zij1 wat de manier betreft1 navolging3 ,feith had mij voor de vroegste tot model gestrekt1 vervolgens was ik bij de meesters onzer oostelijke buren school gegaan4444 ,de reis naar ,zweden breidde zijn kennis bovendien uit over een geheel nieuw en tevens rijk veld der literatuur1 waarvan ,potgieter later ruim gebruik maakte4 ,hoezeer de criticus ijvert voor 't bestudeeren der buitenlandsche literatuur1 toch wijst hij er nadrukkelijk op1 dat dit nooit mag ontaarden in een klakkeloos navolgen2 wel moet de kunstenaar het goede uit den vreemde waardeeren en voor zoover 't met het nationale strookt ook overnemen1 maar steeds moet hij trachten op zijn werk een eigen cachet te drukken2 steeds moet hij oorspronkelijk blijven4 ,in ,potgieters critieken keert dan ook telkens de eisch terug3 ,oorspronkelijkheid4 ,v4 ,wees oorspronkelijk4 ,drost1 die veel invloed op de vorming van den jongen ,potgieter heeft gehad1 ijverde steeds voor oorspronkelijkheid en wees zijn vriend met nadruk op die eigenschap omdat deze op weg was in ,franschen geest te gaan werken4 ,in dit opzicht had ,drost zeker geen beteren volger kunnen wenschen2 niemand heeft meer dan ,potgieter dit beginsel hoog gehouden4 ,zijn ideaal was ook hier weer ,huygens3 ,constantijn levert een der treffendste voorbeelden op1 dat ware oorspronkelijkheid ook onder de veelzijdigste beschaving niet te loor gaat4--,vervangen we hier den naam ,constantijn door dien van ,potgieter1 dan blijft de zin even waar als zooeven3 veelzijdig beschaafd en toch oorspronkelijk1 dat is zijn hoofdkenmerk als dichter en prozast4 ,alles wat hij geschreven heeft1 draagt zijn stempel1 men behoeft slechts enkele regels te lezen1 of men herkent dadelijk zijn stijl1 zijn taal1 zijn denkbeelden4 ,in bijna alle critieken herhaalt hij dan ook den eisch3 wees individueel1 wees u-zelf4 ,in den ,vriend des ,vaderlands van #ahce bij een beoordeeling van3 ,keur van ,scherts en ,luim1 door onderscheidene ,nederlandsche ,dichters1 hooren we 't reeds4 ,potgieter bespreekt daar3 ,lof der schoonen en bij mijne ,aanteekening als ,bruidegom van ,a ,siffl en keurt het vers af1 want--zegt hij--,een aangeteekende ,bruidegom is een alledaagsche situatie1 ik geef het u toe1 maar1 mijn ,hemel6 waarom moet er een vers op gemaakt1 zoo men niet oorspronkelijk weet te zijn1 als ,van ,lennep het was bij een diergelijke gelegenheid6 ,loots werd vooral geprezen1 omdat hij nationaal en oorspronkelijk was2 de #ah;e eeuw noemde ,potgieter de eeuw der belachelijke navolgingszucht1 de dichtgenootschappen berispten den jongen kunstenaar en keurden zijne verzen af1 hij is oorspronkelijk1 waarom zoude hij niet navolgen als wij8 ,dat wenschten ze4 ,staring is een van ,potgieters lievelingsdichters1 hij de ,geldersman1 de ,nederlander in hart en nieren1 heeft door de hem eigen kernachtige wijze van zeggen1 door zijne veelzijdige beschaving en ware oorspronkelijkheid1 het hart van den criticus gestolen2 deze juicht als de gedichten van den heer ,van den ,wildenborch ten tweeden male gedrukt worden1 't is voor hem een bewijs1 dat er vooruitgang te bespeuren is1 dat individualiteit op prijs wordt gesteld4 ,hasebroek1 die volstrekt niet doorloopend geprezen wordt1 stelt ,potgieter toch vrij hoog1 en wel vooral wegens zijn oorspronkelijkheid2 van ,beets' ,jos wordt gezegd3 ,jos scheen ons een geniale eersteling4 ,zijn gebreken wogen misschien tegen zijn schoonheden op1 maar de eerste waren nagevolgd1 de laatste oorspronkelijk1 en juist daarom is er hoop voor de toekomst2 mejuffrouw ,toussaint1 die in den ,graaf van ,devonshire ,scott volgde1 wordt gewaarschuwd1 dat ze niet op den goeden weg is3 enkele bladzijden uit den roman getuigen1 dat zij niet behoeft na te volgen4 ,waarom1 vraagt ,potgieter haar welmeenend1 waarom toch navolgingen geleverd1 als men zoo goed oorspronkelijk schrijft6 ,ten ,kate ontvangt een dergelijke1 maar veel scherpere waarschuwing3 ,het deert ons1 dat iemand1 bedeeld met een zoo veel belovend talent1 als dat van ,ten ,kate1 bij zijn optreden in onze letterkundige kringen scheen1 ondanks allen raad1 naar geene ontwikkeling van wat er oorspronkelijks in hem schuilt1 streeft1 zegt ,potgieter in zijn bekend artikel over de ,kopijeerlust des dagelijkschen levens1 een zevental schetsen van ,ten ,kate besprekende4 ,veel hooger stelt de criticus in diezelfde beoordeeling een schetsje van den onbekenden ,g4 ,h4 ,clemens1 alleen omdat deze wel zichzelf is4 ,het scheen ons1 dat de oorzaak van zijn opgang in het talent school1 waarmede hij van zijne individualiteit partij trok4 ,en ,klikspaan3 courage monsieur1 roept ,potgieter hem aanmoedigend toe1 courage monsieur1 voil de l'originalit6 ,beeloo wordt geroemd1 omdat hij een oorspronkelijk lierdichter is2 op ,busken ,huet eindelijk wordt de bekende versregels van ,alfred de ,musset toegepast3 ,mon verre n'est pas grand1 mais je bois dans mon verre1 en1 voegt ,potgieter erbij3 ,daarop komt het aan2 dat doet leven6 ,we besluiten onze bespreking van dit gedeelte met een aanhaling uit de critiek op ,huygens' ,cluyswerck1 waarin het geheele streven van ,potgieter in enkele woorden is samengevat3 ,wedijveren met den vreemde1--geen navolging van deze--moet ons doel zijn6 ,waardeering1 ontwikkeling1 volmaking van hetgeen er oorspronkelijks in ons schuilt1 och of zij de plaats verving van gehuichelde geestdrift1 die slechts tot naperij leidt6 ,juist omdat ,potgieter wenscht3 ,wedijver met den vreemde1 doch geene navolging1 is hij geen beslist aanhanger van de romantiek1 maar evenmin een volgeling van ,bilderdijk en zijne school4 ,we stellen daarom als volgend kenmerk3 ,nieuwe nationale letterkunde4 ,,vi4 ,potgieter is nch een aanhanger der romantiek1 nch een volgeling van ,bilderdijk1 maar wordt de stichter van een nieuwe nationale letterkunde4 ,in een paar zinnen heeft hij in de beoordeeling van den ,graaf van ,devonshire zijn standpunt uiteengezet4 ,wij weten niet1 zegt hij1 terwijl hij zich afkeurend uitlaat over de ophemeling van ,van ,lenneps geschiedkundige romans1 wij weten niet wat gevaarlijker is1 f deze maatstaf voor onze romantiek1 f de onoordeelkundig aangeprezen navolging van ,bilderdijk voor onze pozij4 ,de eerste overlaadt ons met kopijen van kopijen1 de laatste bedreigt ons met overvloed van klinkende woorden1 bij armoede van gedachten2 beide weren alle zelfstandige ontwikkeling van het talent1 dat er in onze jeugdige schrijvers schuilen mogt4 ,daarom waarschuwt hij telkens ,van ,lennep1 hij tracht dezen te brengen tot de #ag;e eeuw1 maar het gelukt niet2 bij ,mejuffrouw ,toussaint slagen dezelfde pogingen beter4 ,byroniaansche zwartgalligheid wordt gecritiseerd3 ,levensmoeheid in de jaren1 waarin men levensbloei verwachten mogt1 eene negatieve rigting1 die eindigt met ook over zich zelven onvoldaan te zijn4444 valt in #ahch de studie van dien dichter nog aan te bevelen8 ,laat men ons veroorloven er zedig aan te twijfelen2 misduide men het niet1 wanneer wij er onze jeugdige dichters voor waarschuwen4 ,het grillige1 akelige en doellooze in de romantiek wordt eveneens bestreden2 hij wenscht motiveering van de handeling1 niet een louter heerschen van 't toeval4 ,tegen deze overdrijving van een in vele opzichten goed beginsel waarschuwt hij ernstig in de beoordeeling van ,beets' ,guy de ,vlaming4 ,hij zegt hieromtrent het volgende3 ,een woord over het akelige1 eer wij voortgaan4 ,verstaat gij door akelig een wereld bij toeval ontstaan1 met wezens bevolkt1 die onderling de grilligste tegenstelling opleveren1 als ,quasimodo1 de ,esmeralde en ,claude ,frollo b4v41 waarin1 om eene treffende verwarring te doen plaats grijpen1 een bruiloftsstoet een lijkstaatsie overrijdt2--waarin dat erger is1 zoowel de tuchtigende roede van de ,nemesis der ,ouden1 als het ,alziend oog onzer ,voorzienigheid ontbreekt1 en even teugellooze als redelooze driften aldus heerschappij voeren2 neen1 elkander doelloos bestrijden2--noemt ge die wereld de wereld der ,romantiek1 ik zal met u uitroepen3 horrible1 horrible1 most horrible6 ,en iets verder3 ,een rustiger tijdperk is aangebroken1 het gewone leven is weer prozascher2 al wie idealiseert vindt een luisterend gehoor4 ,wij keurden daarom de gruwelen in ,jos af1 wij prijzen in ,kuser het overwigt der vrouwen1 het weinig feitelijke van den moord2--hoe verdedigen wij dan het sombere van ,guy de ,vlaming8 ,potgieter heeft dus tegenover de ,romantiek zijne gewone wijze van doen gevolgd3 wat hij in dit voortbrengsel van vreemden bodem goed vond3 de dichterlijke taal1 de stoute beeldspraak1 de kracht waarmee de dichter door zijn overtuiging wist uit te komen1 in 't algemeen gezegd het verjongende element1 heeft hij gewaardeerd en geprezen1 maar voor overdrijving1 die hem schadelijk voor den bloei onzer letteren voorkwam1 meende hij te moeten waarschuwen4 ,mede door zijn critiek en door zijn besliste afkeuring van 't geen hij in de romantische richting verkeerd vond1 heeft deze beweging nooit een zoo hooge vlucht genomen1 als in andere landen het geval is geweest4 ,tegenover de sombere1 dweepzieke romantiek der middeleeuwen stelt ,potgieter onze kerngezonde #ag;e eeuw4 ,de letterkundige heeft volgens hem een hoogere roeping dan 't uitwerken van allerlei fantasien2 zijn doel is niet de prikkeling der zenuwen van de lezers1 niet louter vermaken1 maar verbeteren4 ,dubbele tanden moeten uitgetrokken4 ,vandaar dat ,potgieter wel wenscht realisme1 maar gezien met de oogen der liefde1 met oog voor 't schoone4 ,hij wil de dingen niet zien zooals ze precies zijn1 maar zooals hij wenschte1 dat ze waren4 ,potgieter is idealist1 dat getuigt bijna ieder zijner werken4 ,men neme eens het ,leven van ,bakhuizen in handen en zie dan hoe hij alles wat daarin beschreven is1 heeft aangeraakt met den tooverstaf van zijn idealisme4 ,als een volgend kenmerk van zijn critiek kunnen we dus vaststellen3 ,idealistisch realisme4 ,,vii4 ,potgieter wenscht wel realisme1 maar gedealiseerd4 ,naturalisme keurt hij streng af4 ,het duidelijkst komt dat alles uit in het artikel3 ,de kopijeerlust des dagelijkschen levens1 waarin de ,camera van ,beets1 ,studententypen van ,klikspaan en nog enkele schetsen besproken worden4 ,potgieter tracht zijne meening duidelijk te doen uitkomen1 door vergelijking met de ,vlaamsche schilderschool1 die gewone huiselijke tooneelen op het doek bracht1 dat is wel geen hooge kunst1 maar toch kunst1 wanneer gij talent genoeg bezit om dat te idealiseeren2 wanneer uw open zin er de natuur met liefde in waardeert en geniet4 ,dickens is de voorganger van de tegenwoordige ,schetsen of ,typenmanie2 en kenmerkend voor ,potgieters wijze van beschouwing is het1 dat hij1 na veel in dezen schrijver te hebben afgekeurd1 er op laat volgen3 ,ter vergelijking van dit alles bezit hij groote juistheid van opmerking in kleine karaktertrekken1 veelzijdigen zin voor maatschappelijke toestanden1 eenen bewonderenswaardige stijl1 waaraan onze vertalers slechts zelden regt weten te doen1 en hoogste lof6 een vurig geloof1 aan het goede1 aan het onsterfelijke1 aan het goddelijke in den mensch6 ,het is vooral om die laatste1 onwaardeerbare eigenschap1 dat ik moed heb hem te verwijten1 dat hij de kunst van haren vorstelijken zetel heeft afgerukt1 haar--laat mij de woorden van ,professor ,geel mogen bezigen3--een festijn heeft laten geven in een gaarkeuken6 ,eerst als men goed deze beginselen van ,potgieter in het oog heeft gevat1 is het mogelijk te begrijpen dat de ,camera ,obscura in vele opzichten moest worden veroordeeld1 terwijl de ,studententypen grooten lof verwierven4 ,laten we dit met de woorden van den criticus zelf toelichten4 ,wij zijn van zelven tot de verklaring genoopt1 waarom wij niet onvoorwaardelijk met ,hildebrand sympathiseren4 ,het boek heeft tal van verdiensten1 en wij zullen daaraan straks onbekrompen regt doen1 maar er faalt voor ons gevoel een hoofdverdienste aan1 welke wij zoo gaarne bij en boven die alle zouden huldigen4444 ,o dat eene liefde als die voor de taal1 door zijn werk zoo heerlijk verkondigd1 zich over alles had uitgebreid1 hoeveel schoonere vruchten zou het dragen1 dan wij er nu aan dank mogen weten1 hoe talrijk zij zijn6 ,omdat deze liefde1 dit gevoel voor 't goede in den mensch1 de humane levensbeschouwing1 die afbreekt om te verbeteren en die welwillend het goede op den voorgrond plaatst1 in de beschrijving van de ,familie ,stastok ontbreekt1 keurt ,potgieter zelfs deze1 overigens uitstekende schets1 in beginsel af4 ,wij zouden haar toejuichen1 zoo ,hildebrand ook zich zelven een weinig edelmoediger had prijs gegeven2 zoo hier en daar een straal van licht het donkere tafereel had opgeluisterd3 zoo het doel dier schets hooger ware4 ,en zelfs het beroemde gedeelte1 waarin ,keesje1 het ,diakenhuismannetje1 zijn geschiedenis vertelt1 kan de goedkeuring van den criticus niet wegdragen2 hier toont ,hildebrand wel gevoel1 wel liefde1 maar hij verkwist het aan iemand1 die er weinig regt op heeft4 ,keesje had reeds jaren lang genadebrood gegeten en zoo iemand wekt bij ,potgieter geen sympathie4 ,klikspaan daarentegen is een man naar 't hart van den criticus2 zijn werk stelt hij verre boven dat van ,beets1 niet juist omdat de eerste beter schrijver is1 maar omdat zijne ideen omtrent de strekking der kunst volkomen met die van ,potgieter overeenstemmen4 ,de laatste zegt het ,klikspaan na3 ,dat er iets edelers en moedigers is in het uit liefde berispen1 al valt de tong of de pen wat scherp en vinnig uit1 dan in het eentoonig steken van de loftrompet4 ,de auteur wenscht niets als ,beets eenvoudig te teekenen1 te berispen1 neen1 hij wil verbetering1 zijn doel reikte hooger3 zoo het aan hem stond1 hij zou ons vaderland eene schooner1 roemrijker1 gelukkiger toekomst willen waarborgen4 ,hij wilde 7den student7 aanschouwelijk maken in het goede en in het kwade1 opdat al wie invloed op hem uitoefenen1 het eerste mogen waardeeren1 het laatste te keer gaan1 vooral1 omdat hij zich aan hem zelven spiegelen zou4 ,het hooge ideaal1 dat ,potgieter in ,beets' ,camera tevergeefs zocht1 vond hij in de ,studententypen1 en daarom beoordeelde hij het laatste werk zooveel gunstiger dan 't eerste4 ,hoe duidelijk komt het hier aan 't licht1 dat het onmogelijk is1 ,potgieters critieken goed te begrijpen1 als men de grondslagen er niet van kent4 ,uit het bovenstaande volgt noodzakelijk1 dat een eenvoudig beschrijven van de werkelijkheid1 zuiver realisme dus1 niet in de lijn van ,potgieter ligt en veel minder is van hem te verwachten1 dat hij het naturalisme zal goedkeuren4 ,een paar aanhalingen mogen dienen om te bewijzen1 dat deze laatste bewering waar is4 ,beets schreef eenige schetsen in het meermalen genoemd werk ,de ,nederlanden1 o4 a4 ook de ,leidsche ,peuraar en hiervan zegt de criticus alleen3 ,hoe kon de blik van ,hildebrand zoo lang op de afzigtelijkheid wijlen8 ,van een andere bijdrage heet het3 ,wij maakten door de ,amsterdamsche kermis kennis met den heer ,j4 ,w4 ,kirchner1 maar wij passen elkander niet4 ,de wijze waarop hij ons onderscheidene harer tooneelen schildert1 is door en door gemeen1 zulk een veraanschouwelijking daalt beneden de kunst4 ,thans een enkel woord over de verhouding van den criticus tot den godsdienst4 ,we wenschen dit aldus te formuleeren3 ,potgieter en de godsdienst4 ,,viii4 ,potgieter is niet ongodsdienstig2 zijn godsdienst is een practisch1 werkzaam ,christendom4 ,werk en bid6 is zijn zinspreuk2 het woord dat ook ,willem van ,oranje tot richtsnoer van zijn werkzaam leven had gekozen4 ,daarom wordt ook het dwepend geloof van ,da ,costa afgekeurd2 bijna al diens verzen eindigen met een betuiging van vast vertrouwen in de komst van het duizendjarig rijk en hiervan zegt de beoordeelaar der ,hollandsche ,politieke ,pozij3 ,laat ons er opregt voor uitkomen1 het staren op die toekomst1 ons in de laatste drie verzen van den heer ,da ,costa met zoo gloeijende verwen afgemaald1 bedreigt zijne ijverigste pogingen met vruchteloosheid1 slaat al zijne raadgevingen met den vloek van het onbepaalde1 en dreigt in een lijdelijk ,christendom gaven en krachten te verteeren aan wier degelijke werking ons arm vaderland meer dan ooit behoefte heeft4 ,door deze opvatting van het godsdienstige ontstond de strenge kritiek ,pitistische ,pozij1 die in #ahec naar aanleiding van de uitgave der gedichten van de toen pas gestorven jonge dichteres ,albertine ,kehrer geschreven werd1 en die ,beets en ,potgieter voor goed van elkaar verwijderde4 ,er schijnt slechts ne snaar op deze lier geweest te zijn1 zegt de criticus en nadat hij duidelijk zijn tegenzin omtrent dit slappe1 dwepende ,christendom heeft uiteengezet1 vervolgt hij3 ,zoo er onder onze grootste mannen geweest zijn1 die getuigd hebben1 dat zij1 in hunne beste daden1 slechts in beoefening bragten1 wat zij leerden1 staande aan de schoot hunner moeder1 het geheim schuilt daarin1 dat de godsvrucht dier even vroede als vrome vrouwen niets droomzieks noch dweepends had1 dat zij zoowel in verdraagzamen als verheven geest hervormd heeten mogt1 dat bij haar1 huiselijk-hollandsch uitgedrukt1 doen vor zeggen ging4 ,ook in dit opzicht richt ,potgieter zich dus naar de zoo hoogvereerde #ag;e eeuw4 ,hooge eischen der critiek4 ,uit al het bovenstaande is gebleken1 dat de redactie van ,de ,gids in zijn beoordeelingen aan den kunstenaar hooge eischen stelde en niet gemakkelijk te bevredigen was4 ,reeds het simpele feit1 dat een werk waardig geoordeeld werd gecritiseerd te worden1 toonde dat ,potgieter het vrij hoog schatte1 prullen wenschte hij niet te beoordeelen4 ,uit de kritiek van het slechte leert men toch eigenlijk niet meer1 dan dat het slechte slecht is2 onvruchtbare arbeid6 ,treffen we toch een critiek over een minderwaardig werk aan1 dan had ,potgieter bij 't schrijven een bijbedoeling3 de beoordeeling van ,galama b4v4 geschiedde niet in de eerste plaats om ,schut op diens fouten te wijzen1 maar om de onbevoegdheid der toenmalige critiek te demonstreeren2 de ,pitistische ,pozij van ,albertine ,kehrer was een welkome aanleiding om te protesteeren tegen het dweepzieke in den godsdienst en te wijzen op het groote verschil tusschen dit ,christendom en dat1 hetwelk de voorvaderen schraagde in den zwaren strijd tegen het overmachtige ,spanje4 ,strenge critiek4 ,streng is de criticus zeer zeker1 dat mest hij zijn volgens zijn beginselen3 dubbele tanden moesten uitgetrokken--maar als de kunstenaar werkelijk lof verdient1 wordt deze hem niet onthouden4 ,alleen onvermengde lof wordt hem zelden of nooit toegezwaaid4 ,potgieter weet1 dat volmaaktheid bij den mensch niet bestaat en hij vindt1 dat de criticus zich zelf een brevet van onbevoegdheid uitreikt1 als hij niet anders weet te doen dan bewierooken4 ,dat is blind zijn voor de gebreken van een werk4 ,daarom vraagt hij ook in zijne beoordeeling van ,guy de ,vlaming3 welke waarde zou hij 7,beets7 aan onze lof mogen hechten1 indien wij alles van hem even fraai vonden8 ,dit was de gewoonte der dichtgenootschappen1 door ,potgieter zoo afgekeurd4 ,waarderende critiek4 ,dat hij weet te waardeeren1 bewijzen de critieken van ,loots1 ,staring1 ,huygens1 ,kneppelhout1 ,beets 7vooral waardeering van diens taal71 ,helvetius van den ,bergh 7,de ,neven71 ,koetsveld1 ,da ,costa1 ,beeloo1 ,bogaers en ,busken ,huet4 ,dit blijkt vooral ook uit het feit1 dat de beoordeelingen niet uitsluitend afbrekend1 maar bijna altijd tevens opbouwend zijn4 ,dit is een bizondere1 zeer te waardeeren eigenschap van ,potgieter1 en vooral daardoor was zijn critiek zoo vruchtdragend4 ,we wenschen dit nog even meer in bizonderheden na te gaan4 ,opbouwende critiek4 ,,ix4 ,potgieters critiek is meestal opbouwend4 ,hij wenscht verbetering2 afbreken is niet voldoende1 wel is het uitstekend den auteur te wijzen op zijn fouten en tekortkomingen1 maar tevens moeten hem de middelen aan de hand gedaan worden die hem op 't goede spoor brengen4 ,we behandelen deze beide onderdeelen gelijktijdig4 ,in de critieken treffen we tal van waarschuwingen en vingerwijzingen aan1 vooral voor de jonge schrijvers4 ,in de beoordeeling der ,pozij van ,j4 ,p4 ,hasebroek legt ,potgieter1 na veel goeds in den dichter te hebben geprezen1 den vinger op de wonde1 hij wijst aan waar de auteur op den verkeerden weg is en zegt daarom3 de heer ,hasebroek wachte zich voor dat blinkende1 zijn hoofdgebrek en op een andere plaats3 ,zouden wij den heer ,hasebroek nog behoeven te verzekeren1 welke grootsche verwachtingen onze letterkunde van hem koestert1 hoe zij bij zoovele oorspronkelijkheid hem slechts voor overdrijving van deze1 die gezochtheid wordt1 heeft te waarschuwen1 om hem eene der beste plaatsen op onzen ,zangberg toe te kennen8 ,om dezelfde reden raadt ,potgieter de jonge dichters aan voorzichtig te zijn bij het bestudeeren van ,byron2 kenmerkend voor zijn richting is het verwijt1 dat hij richt tot de vroegere critiek3 ,het had de critiek van dien tijd betaamd te waarschuwen voor eene sombere onware levensbeschouwing1 die eensklaps onder onze jeugdige dichters mode werd--dit natuurlijk tengevolge van den verkeerden invloed van den ,engelschen meester4 ,beets wordt1 zooals we reeds vroeger zagen1 in de beoordeeling van de ,camera er met nadruk op gewezen wat hem ontbrak3 de liefde1 de ware humaniteit1 en tegenover hem wordt als een voorbeeld ,klikspaan gesteld2 ,ten ,kate1 de dichter1 die zich ook aan 't schrijven van schetsen waagde en daarin zijn bloemrijkheid van stijl niet verloochende1 wordt zeer hardhandig terecht gezet1 maar toch ontbreekt ook hier het opbouwende element niet4 ,men hoore slechts3 ,gemis van zin voor het eigenaardige van zulke toestanden1 een voorbeeldeloos gezwollen toon1 zij maken de lezing der stukjes van den ,heer t4 ,k4 vermoeijend2 hij schijnt van geen ding ter wereld meer afkeer te hebben dan van eenvoud4 ,luister naar deze beschrijving3 ,en nu gij uw oogen slaat op dien glazen kast1 waar de geribde kinkhoornen1 de zilverglanzige schelpen1 de geschubde meirminnen1 de paarlemoerkleurige doosjes1 en de anderhalf duim groote visschertjens u als de ,laren en ,penaten aanlachen1 nu bevindt gij u geheel in een tooverwereld1 en zijt gij voorbereid op de komst der vrouw des huizes4 ,zij heeft u gehoord3 daar nadert zij1 de nachtegaal van dit rozenbosch1 de odaliske van dezen harem2 de ,eva van dit ,eden4444 ,der schepping heerlijkheid1 wat is zij1 dan de vrouw8 ,al dat moois geldt een hartig1 pootig wijf1 dat wij1 in gramme vlaag1 een vischteef noemen3 ,de ,scheveningsche ,vischvrouw4 ,ten ,kate zal zeker bij 't lezen van deze onbarmhartige critiek geen prettig oogenblik gehad hebben1 maar toch1 toen hij later kalm nadacht1 zal hij ingezien hebben dat ,potgieter gelijk had2 deze toonde hem1 hoewel op onzachte wijze1 zijn feilen1 wees aan wat hem ontbrak1 en zoodoende was verbetering mogelijk4 ,bovendien de bedenkelijke aard der kwaal wettigde het krachtig ingrijpen van den geneesheer4 ,de schoonste triomfen heeft deze wijze van critiseeren gevierd in de ontwikkeling der talenten van ,mejuffrouw ,toussaint4 ,de beoordeeling van haar eersten roman ,de ,graaf van ,devonshire is de stoot geweest die haar in eens op den rechten weg bracht en haar voerde tot een onvergankelijken roem4 ,dit te hebben bewerkt is een der grootste verdiensten van den criticus ,potgieter4 ,we nemen thans eenige regels uit het bedoelde artikel over1 om nogmaals duidelijk in 't licht te stellen1 hoe echt humaan de beginselen van den schrijver waren en met hoeveel ernst hij de hem opgedragen taak trachtte te vervullen4 ,het vr ons liggend boek bewijst1 dat haar eene buitengewone verbeeldingskracht bedeeld is1 dat zij een sieraad onzer letterkunde worden kan1 zoo zij haren voortreffelijken aanleg door ijverige studin ontwikkelt en volmaakt4 ,het is de voorwaarde van duurzamen roem3 waarom zouden wij het uit kwalijk begrepen hoffelijkheid verzwijgen8 ,de weg naar de hoogten der kunst heeft dit met alle wegen des levens gemeen1 dat wij ons dien zelve moeten banen1 over menig struikelblok en langs menigen hinderpaal4 ,het staat niet in de magt der vriendschap1 helaas6 het is zelfs der liefde niet vergund1 ons de heide1 het distelveld1 den woesten vloed te besparen2 slechts de ervaring mag ons bij wijlen welmeenend waarschuwen3 ,niet verder op dat pad1 gij zoudt verdwalen6 ,waarom wantrouwt overdreven eigenliefde haar zoo dikwijls2 waarom kost het der schrijveren ijdelheid zooveel1 te bekennen dat zij mensch zijn geweest1 dat zij gedwaald hebben6 ,gelukkig ,mejuffrouw ,toussaint1 die op haar weg zulk een ervaren en welmeenenden raadgever ontmoette2 heerlijke voldoening voor den vriend1 die mocht zien1 hoe schoon de vruchten waren welke zijn raad droeg4 ,potgieter wees de schrijfster er op dat ze op den verkeerden weg was2 navolgingen te schrijven van ,scott en ,van ,lennep mocht niet haar doel zijn1 dat doel moest hooger reiken3 oorspronkelijk werk moest geleverd worden1 echt ,nederlandsche toestanden1 tooneelen uit onze roemrijke geschiedenis1 dt waren onderwerpen1 haar talent waardig4 ,wel was ,mej4 ,toussaint in den beginne smartelijk getroffen door de strengheid der critiek1 die met vaste hand de gebreken van den roman aanwees en zoo het heiligdom1 dat zij had opgebouwd1 ontwijdde2 maar ze erkende weldra dat de criticus haar een onschatbaren en tevens welmeenenden raad had gegeven4 ,eere zij haar1 dat ze zich niet door der schrijveren ijdelheid liet verblinden en dat ze zich opmaakte om de goede verwachtingen die de ervaren vriend van haar koesterde1 niet te beschamen4 ,na twee jaren reeds kon zij in ,het ,huis ,lauernesse een kunstwerk leveren1 dat de hoogst gespannen verwachtingen verre overtrof en met dankbaarheid dacht ze later terug aan ,potgieter1 die door zijn eerlijke critiek de rechte leidsman was gebleken #ab4 ,potgieter en ,braga4 ,we merkten reeds vroeger op1 dat ,potgieter streng was in zijne critiek1 hij stelde hooge eischen en wees1 al was hij in een artikel vol lof over het werk van een auteur1 toch steeds op de schaduwzijden1 op het minder gelukkig geslaagde4 ,vandaar--en vooral ook omdat hij bij zijne beoordeelingen uitging van vaste beginselen1 die hij nimmer verloochende1 en dus alleen goedkeurde wat voldeed aan de door hem gestelde eischen1--dat hij den naam kreeg van niet onpartijdig te zijn1 dat hij volgens zijn tegenstanders deel uitmaakte van een letterkundig bentgenootschap1 waarvan de leden elkander onderling bewierookten en al het andere afkeurden4 ,niemand heeft deze zoogenaamde partijdigheid scherper gecritiseerd dan ,ten ,kate in ,braga1 het tijdschrift heel in rijm4 ,in de ,karakteristiek onzer vaderlandsche tijdschriften wordt de ,gids iemand genoemd1 die zijn vrienden likt1 de ontzette groenen dondert en in ,eene huishoudelijke ,vergadering van de ,redacteuren van den ,gids2 gevolgd door de plechtige installatie van een nieuw ,lid herhaalt de dichter deze beschuldiging nogmaals op geestige wijze4 ,de novitius wordt aangenomen1 omdat hij den juisten maatstaf voor de ,gids-critiek heeft gevonden3 ,et pro symbolo kiezabo3 ,lik-je mij1 ik lik-je wer6 ,dat zal dus de leus zijn bij 't beoordeelen van boekwerken4 ,in het artikel3 ,een en ander over het tijdschrift ,braga1 verschenen in den #bcsten jaargang van ,noord en ,zuid1 wordt zelfs gezegd3 de ,gids1 die het alleen reeds door zijn ingenomenheid met de romantische richting bij hen verkorven zou hebben1 konden ze bovendien niet uitstaan om zijn zelfingenomenheid1 zijn pedanterie en het meedoen aan de onderlinge aanbidding eener bepaalde kliek4 ,dit is m4i4 totale miskenning van ,potgieters werken als criticus4 ,wat de ingenomenheid met de romantische richting betreft1 daaromtrent is in de voorgaande bladzijde al genoeg gesproken1 om in te zien dat deze bewering in haar consequentie onjuist is2 de zelfingenomenheid1 de pedanterie1 zou ik willen noemen3 bewustzijn van eigen kracht4 ,potgieter wist wat hij wilde en wat hij beteekende1 zijn beginselen en gaven verbergen kon noch mocht hij doen2 maar wie zijn kritieken onbevooroordeeld en gezet overleest1 zal geenszins den indruk krijgen1 dat hier een pedant mensch aan 't woord is4 ,onpartijdigheid4 ,partijdigheid1 onderlinge aanbidding van een bepaalde kliek1 lag wel allerminst in zijn karakter4 ,naam1 levensbetrekking noch politieke opinie zullen mij doen oordeelen1 zoo schreef ,drost eens aan ,potgieter en deze kon dat zijn vriend met volle overtuiging nazeggen4 ,men leze nog maar eens het gedeelte over uit de critiek op ,huygens' ,cluyswerck1 dat we reeds vroeger hebben aangehaald4 ,voor partijdigheid staat een karakter als dat van ,potgieter te hoog2 onderlinge aanbidding1 bewierooking1 haatte niemand meer dan hij1 zooals we boven met tal van voorbeelden hebben aangetoond2 hoe scherp heeft hij niet dat gebrek1 het euvel der maatschappijen en dichtgenootschappen1 gecritiseerd6 ,bovendien de redactie van de ,gids ging in dezen zo ver1 dat het werk der redacteuren gewoonlijk niet beoordeeld en zelfs niet in het tijdschrift aangekondigd werd4 ,mochten de kritieken van ,potgieter soms eenige aanleiding tot een dergelijke beschuldiging gegeven hebben1 dan vloeit dit voort uit het zeer verklaarbare feit1 dat hij een werk waarin hij zijn eigen gedachten terugvond1 dat rustte op beginselen die ook de zijne waren1 gunstig beoordeelde1 terwijl hij afkeurde en moest afkeuren1 wat daar tegen indruischte4 ,toch wist hij ook in deze gevallen het goede in den schrijver te waardeeren en steeds was zelfs ook dan zijn critiek opbouwend4 ,en dit is toch waarlijk niet het werk van een partijdigen criticus4 ,beteekenis van ,potgieters critiek4 ,ten slotte nog een enkel woord over de beteekenis van zijn critiek voor onze letterkunde4 ,in en zin is het aan te geven3 ,potgieter is de leider van de geheele literaire beweging gedurende het midden der #ai;e eeuw4 ,door zijn krachtig ingrijpen is het gelukt een einde te maken aan de heerschappij der dichtgenootschaps-poten2 voortzetting van de literatuur der #ah;e eeuw was na het optreden van ,de ,gids onmogelijk1 de ondergang van ,yntema's tijdschrift ,de ,vaderlandsche ,letteroefeningen1 getuigt hiervan4 ,het sombere1 ongemotiveerde en grillige in de ,romantiek keurde hij af1 en door zijn waarschuwende stem werden de dichters ook in dit opzicht op het rechte spoor gebracht1 vandaar dat deze richting in ons land nooit heeft kunnen domineeren4 ,zoodoende ontstond langzamerhand weer een nationale letterkunde1 die in de werken van ,potgieter zelf en in de romans van mevrouw ,bosboom-,toussaint haar hoogtepunt bereikte4 ,staring is zijn populariteit voor een groot gedeelte aan ,potgieter verschuldigd1 van ,huygens kan hetzelfde worden getuigd1 terwijl ,cats na 't verschijnen van het ,rijksmuseum veel van zijn literaire beteekenis verloor4 ,potgieter en de jongeren4 ,teekenend is het dat zelfs de generatie van #ahhj1 die zoovele literatoren onbarmhartig van hun voetstuk heeft gestooten1 zich nimmer over ,potgieter in ongunstigen zin heeft uitgelaten4 ,het is bekend hoeveel ,perk hield van ,potgieter1 en ,kloos zegt van hem3 ,nooit heeft misschien een ander schrijver geleefd1 bij wien de natuur zo tot kunstige kunst1 maar tevens die kunstige kunst weer tot natuur was geworden1 als de zeldzame ,potgieter1 een man zo eigen1 zoo individueel in heel zijn innigste wezen1 dat het eenvoudigste iets ongewoons kreeg onder zijn behandeling1 zonder dat men toch ooit zich behoefde te beklagen1 daar het ongewone zou zijn geworden tot onnatuur4 ,over twee honderd jaar zal ,potgieter nog omhoog staan als een door geestige gevoeligheid onsterfelijk1 soms subliem auteur4 ,hoogst verblijdend mag ook het feit genoemd worden1 dat een der meest ernstige werkers onder de jongeren1 ,albert ,verwey1 in zijn ,leven van ,potgieter een kunstwerk heeft geschapen1 dat getuigt van warme liefde en diepen eerbied voor den grooten meester4 ,,jan1 ,,jannetje ,,en ,,hun ,,jongste ,,kind4 #ac ,potgieters doel4 ,potgieter had zijn vaderland lief1 hij hield van het ,nederlandsche volk1 en zijn geheele leven is n strijd geweest om dat volk wakker te schudden1 om de sluimerende krachten te wekken1 opdat ,nederland opnieuw een eervolle plaats mocht innemen in de rij der natin4 ,de nieuwjaarswensch voor #ahdb is n van deze vele pogingen4 ,en ,nederland had behoefte aan een opwekking3 het jaar #ahda was in vele opzichten niet bemoedigend geweest4 ,jan zegt het ons zelf1 in zijn antwoord aan ,jannetje3 ,als ik mijne koetjes niet vroeger op het drooge had gebragt1 het zou me zwaar zijn gevallen ze in ,een en ,veertig uit het water te halen4 ,juist mdat de stemming niet opgewekt was1 meent ,potgieter zijn landgenooten een hart onder den riem te moeten steken3 de toestand is niet zoo erg1 verbetering is heel best mogelijk1 als allen den geest van sufheid en lauwheid afschudden1 als ieder maar met energie aan den arbeid gaat4 ,de oudejaarsavond is de meest geschikte tijd om hierover te spreken1 dan slaat ieder onwillekeurig een blik achter zich1 men denkt na over 't afgeloopen jaar1 men spreekt in intiemen kring over al 't gebeurde en vooral3 men keert even in tot zich zelf--de oudejaarsavond is het oogenblik van zelfcritiek4 ,dat is het wat de schrijver wenscht3 nadenken over 't vervlogene1 den lezer doen beseffen1 dat niet iedereen heeft gegeven wat hij kn1 en dan ten slotte het besluit van allen om den ,jan-,salie-geest af te schudden en samen te werken tot heil van 't land4 ,voor deze opwekking heeft ,potgieter den allegorie-vorm gekozen2 hij stelt ons ,nederland voor als een echt ouderwetsch gezin3 ,jan1 ,jannetje en hunne kinderen4 ,het eigenaardige is1 dat men het allegorische dadelijk voelt1 dus weet dat hier een algemeen onderwerp behandeld wordt1 en toch verplaatst men zich onwillekeurig1 door den schrijver geleid1 telkens in een bepaald gezin1 waar men de besproken handelingen ziet gebeuren4 ,nadere bespreking van de leden van dit gezin4 ,jan4 ,jan is de echte ,hollander1 doch niet alleen zooals ,potgieter die thans zou wenschen1 maar ook zooals hij in den loop der tijden geworden is3 de historische ,hollander dus4 ,dat de schrijver het z wenscht opgevat te zien1 blijkt duidelijk uit het stuk zelf4 ,tot zelfs in kleinigheden is ,jan de typische ,hollander1 hij rookt een ,gouwenaar en stopt zijn pijp met een pruik6 ,jan is zoo langzamerhand zichzelf wel bewust geworden wat hij waard is1 hij drinkt dan ook een boordevolletje op eigen welzijn4 ,het portret van den heer des huizes kan echter voorloopig nog niet geheel voltooid worden3 zijn zonen namelijk vertegenwoordigen verschillende van zijne eigenschappen en die jongens worden eerst later aan ons voorgesteld4 ,de teekening van ,jan is dus onvolledig4 ,jannetje4 ,jannetje is de typisch-,hollandsche huisvrouw3 ,potgieter zegt1 dat om haar portret te kunnen leveren1 de gaven van ,rembrandt aan die van ,rubens gepaard moeten zijn3 ,immers1 met het gloeiend koloriet1 louter door de tot overdaad weelderige vormen van den ,vlaamschen meester1 treft men ,jannetje niet4 ,als ze gelijkend zal worden voorgesteld1 mag de nadenkende ernst van den hollandschen schilder bij uitnemendheid1 mag de rustige zielskracht1 waardoor zijne beelden de duisternis om hem heen verlichten1 er niet aan ontbreken4 ,nu hare eigenschappen3 ze is degelijk1 spaarzaam1 zindelijk1 vroom1 vol medelijden voor de armen en tegen de wuftheid die uit den vreemde in ons land is overgebracht4 ,en eigenschap waardeeren we bizonder in ,jannetje3 ze is de steun voor haar man geweest3 zij heeft hem het huis helpen bouwen4 ,haar zwakheden heeft ze als iedereen3 we wijzen op een enkele1 een overdrijving van een goede eigenschap3 de moederliefde4 ,ze houdt nl4 zelfs van haar onwaardigen zoon1 die de geheele atmosfeer in huis bederft1 van ,jan ,salie4 ,janmaat4 ,janmaat is de oudste zoon3 de zeeman4 ,de oudste6 de zee immers heeft ,nederland groot gemaakt3 wat zou de plaats van ons land in de #ag;e eeuw geweest zijn1 als ,janmaat niet had geholpen4 ,potgieter zelf idealiseert die zucht naar de zee1 men denke aan de bekende bladzij in dit stuk1 waar hij den jongen teekent wiens hart trekt naar den ,oceaan4 ,soms is ,janmaat meer speciaal de vertegenwoordiger van de ,nederlandsche marine4 ,jan ,contant en ,jan ,crediet4 ,jan ,contant en ,jan ,crediet zijn de vertegenwoordigers van den ,nederlandschen handel4 ,de eerste richtte het huis van negotie op1 dat ,jan ,crediet uitbreidde4 ,hoe hoog de schrijver den koopman stelde1 blijkt uit de schitterende toespraak die hij ,jan laat houden over de eigenschappen van een waren koopman4 ,potgieter zelf was ook maar een koopman6 ,jan ,compagnie4 ,jan ,compagnie is de vroolijkste van alle zonen3 de ,nederlander die zijn fortuin zoekt in de kolonin4 ,ook hij is een van ,potgieters lievelingen3 men leze in de ,liedekens van ,bontekoe hoe de dichter hem voorstelt4 ,in de uitgave met platen staat zijn portret3 een forsch gebouwd man met zwarten haardos en gebruind gelaat4 ,in ,jan en ,jannetje vinden we deze zelfde teekening terug4 ,jan ,cordaat4 ,jan ,cordaat is de krijgsman1 die gestreden heeft onder de beroemde ,oranjevorsten en die nog in #ahcj heeft getoond wat hij kon4 ,toch wordt de ,nederlandsche soldaat niet hoog gesteld door 't volk1 wat ,potgieter toeschrijft aan het feit dat tijdens de ,republiek ons leger bestond uit huurlingen1 vaak het uitschot van alle volken4 ,er was geen volksleger4 ,jan de ,poet4 ,jan de ,poet is de dichter4 ,hij heeft ,jan ,cordaat zoo dikwijls bezongen en verdedigt hem nu ook tegen de anderen2 hij is dat verplicht aan zijn groote voorgangers1 die de heldendaden der ,nederlandsche oorlogsmannen zoo vaak bezongen hebben4 7,over de aanhalingen straks meer67 ,jan ,klaassen4 ,nog enkele andere kinderen treden op3 ,jan ,klaassen1 de vertegenwoordiger van het goedronde ,hollandsche blijspel1 waarvoor velen later den neus optrokken1 maar dat in de #ag;e eeuw toejuiching ondervond tot zelfs in de hoogste kringen4 ,immers de hoveling ,huygens dichtte er zelf een3 ,trijntje ,cornelisz6 ,jan ,kritiek4 ,verder ,jan ,kritiek1 die steeds op wacht staat en er voor zal zorgen dat iedereen getuchtigd zal worden1 die den ,jan-,salie-geest gaat koesteren4 ,in 't stuk zien we ,jan ,kritiek maar even optreden1 maar in werkelijkheid speelt hij de hoofdrol2 de onverbiddelijke criticus is de ,gids-richting1 is ,potgieter zelf4 ,en is de geheele nieuwjaarswensch niet het werk van ,jan ,kritiek8 ,ook minderwaardige kinderen heeft de degelijke huisvader3 zitten niet in den hoek van 't vertrek de ,jantjes ,goddome en de ,jannen ,kalebas te klinken1 dat hooren en zien vergaat8 ,het zijn volgens den schrijver zelf ploerten1 waar ,jan echter soms nogal mee op heeft4 ,eindelijk de armen1 de proletarirs3 ,jan ,hagel1 ,jan ,rap en zijn maat4 ,in de dagen der ,republiek zijn die arme stakkers treurig behandeld1 't scheen wel of men toen meende1 dat geeselen en genezen en en 't zelfde was4 ,gelukkig begint ,jan nu te begrijpen1 dat verlichting der massa veredeling brengt4 ,jan ,salie4 ,en nu komt het zonderlinge in deze huishouding4 ,hoe is 't mogelijk dat het in dit gezin1 waar een uitnemende vader en een degelijke moeder aan 't hoofd staan1 waar zooveel ferme kinderen zijn1 toch niet goed gaat8 ,hoe is 't mogelijk1 dat iedereen klaagt over achteruitgang8 ,potgieter antwoordt3 door invloed van den jongsten zoon1 van ,jan ,salie1 den patroon der slaapmutsen1 aller soepjurken1 aller sloffen ten onzent4 ,jan ,salie is de verpersoonlijking van de sufheid1 van 't gemis aan energie1 waardoor ,nederland langzaam achteruit was gegaan op geestelijk en maatschappelijk gebied4 ,allen waren door dien ,jan ,salie-geest aangetast1 van daar de algemeene malaise4 ,al de zonen van ,jan klagen3 alweer een jaar1 dat ik als landkrab sleet1 zucht ,janmaat--die vent lag me van ,doggersbank af aan boord1 voegt hij er later bij4 ,jan ,contant en ,jan ,crediet klagen niet zoo erg1 op het punt van geldzaken zijn de ,nederlanders gewoonlijk niet heel suf4 ,wel heeft de ,jan-,saliegeest de ,nederlanders er toe gebracht geen geld meer te steken in degelijke1 moeitevolle ondernemingen1 doch te trachten door allerlei speculaties gemakkelijk rijk te worden1 maar thans heeft ,jan ,salie voor goed zijn afscheid van ons1 zegt ,jan ,crediet ten slotte1 een bewijs1 dat ,potgieter weer vertrouwen had in den ,nederlandschen koopman4 ,ook ,jan ,compagnie kan ,jan ,salie niet gebruiken2 zou hij op ,java anders de man geworden zijn die hij is8 ,jan ,cordaat is er erger aan toe3 van den ,utrechtschen ,vrede af1 totdat hij met ,napoleon van de ,bidassoa naar de ,berezine zwerven moest1 was hij aan den ,jan ,salie-geest ten prooi4 ,gelukkig is er later weer een betere geest in den wakkeren soldaat gevaren1 getuige ,waterloo1 ,hasselt en ,leuven4 ,maar slecht staat het met ,jan de ,poet1 die door den patroon aller slaapmutsen tot ,jan de ,rijmer is geworden4 ,uit hetgeen ,potgieter hieromtrent zegt1 blijkt duidelijk hoe hij over de verschillende dichters denkt4 ,vondel en ,hooft zijn de groote mannen uit de #ag;e eeuw1 die van ,jan ,salie niets moesten hebben2 ,hooft in wiens torentje allerlei nymphen stoeiden1 maar vooral ,vondel1 die het leven van den ,volke leefde1 wiens oogen bliksemden als iemand zijn geliefd ,nederland en vooral zijn geliefd ,amsterdam bedreigde1 die alle groote daden uit den heldentijd heeft bezongen3 ,vondel en ,jan ,salie6 ,cats echter hield van 't stille1 huiselijke1 bescheidene jongsken2 hij maakte er versjes zonder tal voor4 ,hier komt duidelijk uit1 hoe ,potgieter ,cats als dichter beschouwt2 we vinden precies hetzelfde terug in zijn ,rijksmuseum4 ,de echte ,jan ,salie-geest was er in de #ah;e eeuw1 toen de mannen der dichtgenootschappen zelfs geen oor hadden voor een dichter als ,van ,haren4 ,bilderdijk schudde de geesten weer wakker1 maar langzamerhand kwam in 't begin van de #ai;e eeuw weer de geest van tevredene sufheid over de ,nederlandsche poten2 gelukkig dat thans ,jan ,kritiek1 de ,gidsrichting1 klaar staat1 om iedereen die 't voor ,jan ,salie opneemt1 eens goed onderhanden te nemen4 ,uit het bovenstaaande blijkt1 hoe alles was doortrokken van dien geest van lamzaligheid--,vader ,jan heeft zitten nadenken1 toen al die ellende verteld werd1 hij begrijpt dat het zoo niet langer gaat3 er moet een flink besluit genomen worden4 ,en er is maar en middel3 ,jan ,salie moet weg4 ,jan ,compagnie beurt zijn vader op3 en slechte vrucht onder honderd1 wat zou dat8 ,zijn de oudere jongens geen ferme kerels8 ,er ligt een schoone toekomst open voor 't geheele gezin1 als iedereen maar aanpakt4 ,nu vermant de vader zich1 hij neemt het eenig goede besluit dat genomen kn worden3 ,jan ,salie bederft iedereen1 hij wordt uitgestooten1 hij zal geplaatst worden in een hofje1 de eenige plaats die voor hem geschikt is4 ,daar hoort hij1 bij de besjes2 daar kan hij met de oude mummelende vrouwtjes gezellig een kopje slemp drinken4 ,jan schaamt zich over zijn zoon4 ,dat moet ook het geneesmiddel zijn voor de ,nederlanders3 ze kunnen opnieuw een deel van hun ouden roem verwerven1 als ze maar en ding doen3 den ,jan ,salie-geest afschudden4 ,dan komt alles wel weer in orde4 ,potgieters ideen4 ,ten slotte willen we nog even nagaan1 welke de voornaamste denkbeelden van ,potgieter zijn geweest1 voor zoover we deze uit ,jan en ,jannetje kunnen afleiden4 ,hiermede vergelijke men 't geen over ,potgieter als criticus is gezegd4 #a4 ,het groote doel van den schrijver3 verheffing van het ,nederlandsche volk1 het ideaal waaraan ,potgieter zijn leven lang heeft gewerkt4 ,dat doel blijkt zoo duidelijk uit het geheele behandelde stuk1 dat er niet nader over gesproken behoeft te worden4 ,we brengen alleen in herinnering een citaat van ,huygens door ,potgieter hier aangehaald3 ,ick spaer de roede niet1 ik heb het volk te lief4 #b4 ,de #ag;e eeuw is het ideaal van den schrijver3 toen was ,nederland groot1 het is de bloeitijd van ,janmaat1 ,jan ,crediet1 ,jan ,contant1 ,jan ,compagnie1 ,jan ,cordaat en vooral voor ,jan de ,poet4 ,dit vinden we in de meeste werken van ,potgieter terug1 men leze b4v4 nog eens na1 wat de schrijver zegt in zijn ,rijksmuseum over ,hollands roemrijkste eeuw4 #c4 ,nederland is burgerlijk1 de brgers hebben 't land groot gemaakt1 de koplui1 niet de edelen1 zooals in vele andere streken wel het geval is4 #d4 ,tegen 't chauvinisme is ook hier ,potgieter3 ,jan kan langzamerhand tegen het ophemelen1 hij weet1 dat de lof wegwalmt als de lamp en niets achterlaat4 #e4 ,zijn meening over de verschillende letterkundigen is zooeven besproken3 we wijzen echter nog op de vele citaten die ,potgieter aanhaalt1 meestal van zijn lievelingsschrijvers4 ,ze bewijzen hoe goed hij zijn dichters kende1 hoe juist hij hunne verzen te pas wist te brengen4 ,de meeste aanhalingen zijn van ,vondel1 ,hooft en ,huygens1 de vertegenwoordigers van onzen glorietijd4 ,potgieters liberale beginselen4 ,uit het geheele werk blijkt1 dat ,potgieter is een man van vooruitgang1 een liberaal4 ,hij wil ontwikkeling van het geheele volk1 zooals duidelijk blijkt als over ,jan ,hagel en ,jan ,rap en zijn ,maat gesproken wordt3 het pleit voor ,jans vaderingewanden1 dat hij hunne kinderen op school neemt4 ,datzelfde vinden we terug in den tijdzang ,aan ,twente1 waarin ,potgieter er telkens bij de fabrikanten op aandringt1 dat ze toch hunne arbeiders menschelijk moeten behandelen1 en vooral1 dat ze de kinderen der werklui moeten ontwikkelen4 ,dat is 't eenige middel om voor die verwaarloosden een leidstar op hun zee te doen verrijzen4 ,we geven hier enkele regels3 ,er woelt op 't lommerlooze plein ,een gansche wereld in het klein4 ,geeft schaduw1 geeft iets beters4444 scholen2 ,gij aarzelt niet1 speelt ge eens maar me3 ,hoe ver zou drift bij drift doen dolen1 ,verrees geen leidstar op hun zee4 ,ook omtrent de zooeven genoemde liberale beginselen van ,potgieter blijkt iets uit ditzelfde gedicht3 hij is een vereerder van ,thorbecke en prijst het in koning ,willem ,,ii1 dat hij zijn stem voor grondwetsherziening heeft gegeven4 ,duidelijk komt dat uit in de volgende regels3 ,toen de ure der hervorming sloeg1 ,toen 't nieuwe leven leiding vroeg1 ,toen vragen voor den vroedste rezen1 ,was tweede ,willem groot genoeg ,te kiezen1 wien de tijden wezen3 't ,verstand1 dat diepte aan klaarheid paart1 ,de deeglijkheid1 vertrouwen waard1 ,het hoofd1 dat iedere school der ,ouden ,en elken nieuwen ,staat doorzocht1 ,de hand1 die nog het roer zou houden1 ,wanneer beginsel buigen mocht4 ,in de slotverzen zinspeelt ,potgieter op de ,april-beweging van #ahec1 waardoor 't ministerie-,thorbecke ten val werd gebracht4 ,en wie weten wil1 hoe ,potgieter dacht over een grondwet in vrijzinnigen geest1 leze zijn ,ter ,gedachtenisse1 vooral couplet #e4 ,de kern van 't gedicht halen we aan3 ,een staatsvorm die1 door vrije keuze1 ,de vroedsten op het kussen brengt1 ,en 't algemeen zijn zegen plengt1 's ,lands wl hun lust1 's lands roem hun leuze64444 ,,de ,,roos ,,van ,,dekama4 ,ontstaan van den roman4 ,van ,lennep doet het in 't begin van zijn verhaal voorkomen1 alsof de roman genomen is uit een oud receptenboek van 't klooster ,st4 ,odulf1 waarin de slag door graaf ,willem ,,iv bij dat klooster tegen de ,friezen geleverd1 verhaald wordt4 ,dit boek zou in handen gekomen zijn van ,dirk ,broddelsma1 een afstammeling der ,galama's1 en deze laat het lezen aan twee ,leidsche studenten1 die een reisje door ,friesland doen en in een herberg in ,gaasterland den eigenaar van het boek ontmoeten4 ,natuurlijk is dit alles niets dan een gefingeerd verhaal2 ,van ,lennep hield van dergelijke voorstellingen4 7,men vergelijke b4v4 het verhaal omtrent mej4 ,stauffacher in ,ferdinand ,huyck74 ,personen4 ,madzy en ,adeelen4 ,madzy ,dekama1 of ,de ,roos van ,dekama--een naam haar door een reizenden minnezanger gegeven--was de eenige dochter van ,sjoerd ,dekama1 wiens stins te ,jelsum1 even ten ,noorden van ,leeuwarden1 stond1 en haar geboorte kostte aan de moeder 't leven4 ,daarom werd ze opgevoed door de moeder van ,seerp van ,adeelen4 ,vandaar de eigenaardige verhouding tusschen ,madzy en ,seerp1 van jongsaf hebben ze elkaar gekend en het kleine meisje had dikwijls een invloed ten goede op den driftigen grooten broer4 ,juist daarom achtte de moeder van ,adeelen ,madzy later een uitstekende vrouw voor haar zoon1 en op haar sterfbed wist ze beiden te verloven4 ,bij ,madzy is het dus meer eerbied voor de moederlijke vriendin1 dan werkelijke liefde1 die haar ,seerp de hand doet schenken4 ,het sterven van ,seerps moeder bracht een groote verandering te weeg3 ,madzy ging naar haar vader op ,dekama-stins1 doch daar deze reeds binnen een jaar stierf1 kwam ze bij haar voogd ,aylva1 een veel meer beschaafd man dan de edelen die ze tot nog toe had leeren kennen4 ,op ,aylva's stins kwam ze in een veel beschaafdere omgeving1 daar ontwikkelde zich haar natuurlijke aanleg1 en 't noodzakelijke gevolg was1 dat hare verhouding tot ,adeelen geheel veranderde4 ,terwijl ze vroeger tegen hem1 die #aj jaar ouder was dan zij1 opzag1 werd hij langzamerhand voor haar niets anders dan een lompe1 onhebbelijke landedelman1 dien ze onmogelijk kon achten en nog veel minder liefhebben4 ,zoo is de toestand bij 't begin van den roman1 als de ,friesche edelen met ,madzy in ,holland zijn aangekomen4 ,men moet dus goed in 't oog houden1 dat ,madzy's hart niettegenstaande hare verloving1 feitelijk vrij is4 ,madzy en ,deodaat4 ,in 't eerste deel van den roman wordt ons nu beschreven1 hoe ,madzy kennis maakt met ,deodaat en verder de ontwakende liefde voor dien ridder4 ,eerst het betooverende gezang van ,madzy1 als ,reinout en ,deodaat wachten in den kloostertuin1 dan de ontmoeting in de hut van den boschwachter ,walger1 het toevallige samentreffen in de duinen bij ,haarlem1 waardoor een meer vertrouwelijk onderhoud ontstaat1 verder op 't feest ten hove1 waar ,madzy door de list van ,reinout verschijnt en ten slotte het gesprek nadat ,adeelen ,madzy als zijne bruid heeft voorgesteld aan den graaf4 ,telkens is een meerdere toenadering te bespeuren1 hoewel n ,madzy n ,deodaat zich beiden hunne liefde nog trachten te ontveinzen4 ,het zoude in ,deodaat1 die wellicht niets anders dan een ten hove gewone beleefdheid jegens mij in acht genomen heeft1 een dwaasheid zijn1 mij te beminnen3 en in mij een nog veel grooter dwaasheid1 zijn liefde aan te hooren--zoo tracht ,madzy haar gevoelens weg te redeneeren en ,deodaat vraagt ,madzy in de balzaal reeds1 of ze ,adeelen als haar minnaar1 als haar gade bemint4 ,geen wonder1 dat hij1 hoewel hij meent geen schuld te hebben1 huivert bij de gedachte van ,reinout te ontmoeten6 ,als ,reinout zich dan ook door een dolksteek wreekt op zijn ontrouwen vriend1 blijkt het dat hij in n opzicht goed gezien heeft3 ,madzy en ,deodaat beminnen elkaar4 ,juist door den moordaanslag wordt ,madzy's genegenheid nog versterkt1 zooals blijkt uit hare ontmoeting met ,deodaat voor ,utrecht4 ,karaktertrekken van ,madzy4 ,een enkel woord over haar karakter4 ,ze wordt voorgesteld als een edel meisje1 maar toch staat ze ons eenigszins vaag voor oogen1 omdat ze zoo weinig handelend optreedt4 ,en juist naar de daden moet men iemand beoordeelen1 niet naar 't geen van hem wordt verteld4 ,haar goed hart blijkt uit de wijze waarop ze de ongelukkige vrouw van boschwachter ,walger verpleegt1 haar vastberadenheid en moed uit haar optreden tegen den bisschop van ,utrecht4 ,ook tegenover ,adeelen geeft ze soms blijken van fierheid en zelfstandigheid4 ,gehoorzaamheid behoort ,seerp voorloopig nog niet van haar te verwachten3 zoolang ,madzy ,dekama nog den naam haars vaders draagt1 zal zij hare waarde weten te bewaren en aan niemand eenig gezag toekennen1 dan aan den voogd1 die haar gegeven is1 voegt ze hem toe1 als hij zegt dat de naam verloofde hem eenige aanspraak geeft op hare onderwerping4 ,nog een karaktertrek moeten we vermelden3 fierheid op haar afkomst1 ze is een echte ,friezin en als ,friezin mag ze alleen in ,friesland haar gade vinden4 ,een dochter van ,friesland1 die hare bezittingen in de handen van uitlanders deed overgaan1 zou veracht worden4 ,hierom meent ze ,deodaat te moeten afwijzen1 als deze in 't kamp voor ,utrecht hare hand vraagt4 ,deodaat en ,reinout4 ,hun afkomst4 't ,zijn vondelingen1 eerst opgevoed door den dapperen ,carlo della ,scala1 later door ,beaumont1 oom van graaf ,willem ,,iv1 en door den graaf zelf tot belooning hunner dapperheid tot ridder geslagen4 't ,geheim hunner geboorte is bekend aan ,barbanera1 die dit geheim hoopt te verkoopen4 ,later blijkt1 zooals men trouwens moet verwachten1 dat de blonde en kalme ,deodaat een ,fries is1 nl4 de zoon van ,aylva en ,bianca di ,salerno1 terwijl de vurige en donkere ,reinout de kamenier van ,bianca tot moeder heeft4 ,gelukkig is hij1 zooals hij een tijdlang vreesde1 geen zoon van ,barbanera4 ,karaktertrekken4 ,karaktertrekken en vergelijking tusschen ,deodaat en ,reinout4 ,deodaat is de blonde zoon van 't ,noorden1 ,reinout de donkere ,italiaan1 en beiden vertoonen de traditioneele eigenschappen van hun ras3 ,deodaat is kalm en goedhartig1 ,reinout hartstochtelijk en driftig4 ,heel goed blijkt 't kenmerkend verschil in hun karakter bij 't aanhooren van ,madzy's lied4 ,deodaat verlangde1 ja1 de zangster te leeren kennen1 welke zoo bevallig zoo juist had gezongen2 doch hij vergat geenszins dat hij in den boomgaard stond van een voormalig klooster1 naast een bed1 waarop aardbezin groeiden1 de bruisende ziel van ,reinout daarentegen gevoelde zich in eene andere wereld overgeplaatst4 ,deodaat te passief4 ,eigenaardig is het1 dat onze sympathie niet altijd aan de zijde is van ,deodaat1 den held van 't verhaal1 maar we dikwijls den moordenaar ,reinout verre boven hem stellen4 ,de oorzaak hiervan is dat ,deodaat evenals ,madzy te weinig handelend optreedt1 te lijdelijk is4 ,reinout daarentegen is een man van de daad1 een echt ridder1 veel meer dan ,deodaat4 ,dat hij zich door zijn hartstocht tot een moordaanslag op zijn boezemvriend laat vervoeren1 is natuurlijk af te keuren1 maar toch1 zijn houding is voor iemand van zijn karakter te begrijpen en gedeeltelijk te verschoonen4 ,deodaat immers heeft beloofd afstand te zullen doen van het meisje en toch ziet ,reinout hem telkens samen met ,madzy4 ,als hij ze ten slotte samen in een donker laantje ziet wandelen1 meent hij zekerheid te hebben van ,deodaats verraad en doorsteekt den ontrouwen vriend4 ,reinout ridderlijk4 ,later komt het goede en ridderlijke in ,reinout boven en weet hij zich verre te verheffen boven ,deodaat4 ,zijn daden bewijzen zulks3 hij redt ,deodaat1 die te ,stavoren gevangen wordt genomen1 van den dood2 zoodra hij uit het papier van ,daamke's kist bemerkt dat niet hij1 maar ,deodaat de zoon is van ,aylva1 vernietigt hij dit bewijsstuk niet1 maar zendt het dadelijk naar den ,olderman en draagt daarmee al zijn rechten over op zijn mededinger4 ,wederrechtelijk wenscht hij geen bezittingen noch een bruid te verwerven4 ,nu hij vrij staat tegenover de ,friezen bedenkt hij zich geen oogenblik en redt zijn ouden leermeester ,beaumont4 ,ten slotte is hij het ook en niet ,deodaat1 die in latere jaren de oude vriendschap hernieuwt4 ,reinout is de man van de daad1 ,deodaat ziet lijdelijk toe4 ,en waar de laatste zou moeten optreden1 maakt de schrijver het hem onmogelijk3 door zijn gevaarlijke wonde is hij lang ziek1 we verliezen hem geheel uit het oog1 en als hij in ,friesland mee moet strijden en er dus een conflict zal ontstaan tusschen zijn liefde voor ,madzy en de trouw aan den graaf1 wordt hij gevangengenomen en is dus weer geheel lijdelijk en werkeloos4 ,seerp van ,adeelen4 't ,type van den onbuigbaren ,frieschen edelman1 die fier is op zijn vrijheid en die vrijheid stelt boven alles4 ,hij is dit vooral geworden door zijne opvoeding en zijn aanleg4 ,zijn vader was een drinker1 maar ,seerp kwam al vroeg op de stins van ,sjoerd ,dekama1 een echten ,fries van den ouden stempel1 een der weinigen1 die niet wilde buigen voor graaf ,willem ,,iii en die een beroerte kreeg van woede1 toen hij hoorde dat de burgers van ,stavoren den ,hollandschen ,graaf gehuldigd hadden4 ,als jongen was ,seerp al koppig en eigenzinnig1 geen wonder1 dat de opvoeding die ,dekama hem gaf1 zijn eigenwaan nog sterkte en hem de ,hollanders met een gloeienden haat deed haten4 ,daarbij komt1 dat hij van minstens even hooge geboorte is als de graven van ,holland1 daar zijn stamboom tot den ,frieschen koning ,adegild kan worden opgevoerd4 't ,is duidelijk1 dat zoo iemand nooit den graaf als zijn meerdere zal erkennen4 ,hij is 't dan ook1 die telkens staat tegenover ,willem ,,iv1 die den graaf bij iedere gelegenheid tergt en hem tot daden vervoert1 die deze anders nooit gedaan zou hebben4 ,seerp van ,adeelen is als 't ware de booze geest van graaf ,willem4 ,willem ,,iv4 ,hij is de ridder1 uitmuntende boven alle anderen2 hij heeft een ,cesar-natuur1 weigert den hertogstitel1 omdat hij liever de eerste onder de graven dan een onbeteekenende hertog wil zijn4 ,juist het grootsche in ,willem is zeer goed geteekend1 altijd overwint hij1 waarom dan ook nu niet tegen de ,friezen6 ,willem en ,adeelen4 ,en daarnaast staat ,adeelen1 die hem prikkelt en dwingt tot den oorlog4 ,bewijzen hiervoor3 a4 ,de eerste ontmoeting met den graaf1 die als heer van ,treslong staat tusschen zijne ,edelen en met wien ,adeelen dadelijk woorden krijgt4 b4 ,adeelen en de andere ,friezen zijn door dien grap geprikkeld1 zelfs zoo1 dat de eerste de hand van den graaf weigert4 c4 ,de aanspraak van de afgevaardigden tot den graaf1 waarin ze hem niet als hun heer erkennen4 ,willem heeft juist den hertogstitel geweigerd1 hij gevoelt zich almachtig en nu die weigering van den kant der ,friezen6 ,adeelen is 't weer1 die den graaf prikkelt1 door deze weigering nog eens in scherpere bewoordingen te herhalen4 ,vraag geen onderwerping van een vrijen ,fries4 d4 ,de beleediging den ,friezen en vooral ,adeelen aangedaan door ,madzy heimelijk op 't bal te doen verschijnen4 e4 ,als gevolg hiervan de uitdaging door ,adeelen gericht tot graaf ,willem4 f4 ,seerp kondigt den graaf zijn aanstaand huwelijk met ,madzy ,dekama aan1 juist op het oogenblik dat ,willem tijding gekregen heeft van moeilijkheden in ,utrecht en dus in een opgewonden toestand verkeert1 waardoor eindelijk de bom losbarst4 ,de graaf had ,madzy bestemd tot vrouw voor ,deodaat1 om zoodoende zelf vasten voet in ,friesland te krijgen en ziet nu door ,adeelens optreden al zijn plannen verijdeld4 ,hij behandelt de afgezanten z onheusch1 dat ze onmogelijk langer aan 't hof kunnen blijven1 wat ,willem hun den volgenden dag na het tweegevecht dan ook onomwonden zegt4 ,zij moeten hem f dadelijk uit naam der ,edelen en steden van ,friesland als heer huldigen1 f het hof verlaten4 ,het laatste geschiedt dan ook onmiddellijk4 ,aylva4 ,de wereldwijze edelman1 die veel gezien en vooral veel geleden heeft4 7,het verijdelde huwelijk met ,bianca di ,salerno74 ,juist door zijn vele reizen in zijn gezichtskring verwijd1 is hij meer staatsman geworden dan de meeste zijner landgenooten4 ,maar toch is hij een echte ,fries gebleven1 die de eer van zijn land hoog zal houden4 ,dat blijkt uit de wijze1 waarop hij de onderhandelingen met ,willem ,,iv leidt1 uit zijn vastberaden optreden als door ,adeelen alles bedorven is4 ,dan zegt ,aylva3 ,graaf1 het vrije volk van ,friesland zou uwe ,genade met welgevallen tot zijn beschermheer en bondgenoot aannemen3 maar het ontvangt van niemand bevelen dan van den ,keizer1 zijn wettigen ,heer4444 ,ook zijn strijd voor de vrijheid van zijn land1 terwijl zijn lichaam uitgeput is1 getuigt van ongewone geestkracht en innige liefde voor zijn geboortegrond4 ,de ,abt van ,st4 ,odulf4 ,een bizonder mooi type en een echt komische figuur6 ,hij meent alles te weten1 veel hooger te staan dan anderen en een volkomen zelfstandig mensch te zijn1 terwijl hij geheel geleid wordt door vader ,syard4 't ,leukst is dat hij ,syard tracht voor te stellen als een onbeteekenend persoon3 broeder ,syard is een vroom en getrouw man1 die mijne bedoelingen en inzichten volkomen weet te vatten4 ,als verdediger van ,sint ,odulf herwint de goedige abt onze sympathie4 ,broeder ,syard4 ,een zeer belangrijke figuur is broeder ,syard die zich bescheiden op den achtergrond houdt1 maar in werkelijkheid de leider is4 ,in ,st4 ,odulf is hij de alles regelende persoon1 stilzwijgend erkent iedereen zijn meerderheid en dat te liever1 omdat hij steeds even bescheiden en welwillend tegenover iedereen is4 ,zijn groote gaven en 't belangrijke van zijn werken komt duidelijk aan 't licht in den roman en vooral zijn verhouding tot den bisschop van ,utrecht is van gewicht4 't ,aantrekkelijke in deze figuur is zijn groot doel3 het heil van ,friesland4 ,hij wil een oorlog met ,holland2 omdat alleen die oorlog in staat is1 de binnenlandsche beroeringen te doen ophouden en de ,friezen van 't juk van ,holland te ontslaan4 ,enkele bewijzen voor 't gewicht van zijne handelingen3 ,invloed van ,syard4 a4 ,hij tracht den oorlog te bewerken1 tracht samen te werken met ,van ,arkel en zoo een bondgenootschap tusschen de ,friezen en 't ,sticht tot stand te brengen4 b4 ,hij is de man1 die de aanspraak der gezanten tot ,willem ,,iv heeft opgesteld1 een aanspraak1 waarin feitelijk geen beloften worden gedaan en waardoor de graaf geprikkeld moet worden4 ,maar dat is juist het doel van ,syard1 hij wl immers den oorlog6 c4 ,hij stelt de uitdaging op voor ,adeelen en helpt dus alweer om den graaf te tergen4 d4 ,hij heeft de twisten in ,friesland bijgelegd1 in 't bizonder die tusschen ,adeelen en den abt van ,lidlum1 omdat hij niet wilde dat men elkander verzwakte4 ,voor een strijd met ,holland waren alle krachten noodig6 e4 ,hij is de man1 die de tijding in ,friesland brengt1 dat de sterke grafelijke vloot in aantocht is4 ,in plaats van naar ,frankrijk zeilde ,graaf ,willem naar ,friesland4 f4 ,als in ,st4 ,odulf alles in de grootste verwarring is1 weet broeder ,syard de orde te herstellen en 't klooster geruimen tijd tegen de ,hollanders te verdedigen4 g4 ,hij redt ,deodaat met behulp van ,reinout1 als de ,friesche abten en edelen den ridder willen veroordeelen4 ,arkels invloed4 ,arkel1 de bisschop van ,utrecht1 is iedereen te slim af1 zelfs vader ,syard4 ,graaf ,willem trachtte in hem een geschikt werktuig te vinden1 maar blijkt zich geducht vergist te hebben4 a4 ,hij onderhandelt met vader ,syard en hitst ,adeelen op tegen den graaf 7hoofdstuk #ab74 b4 ,door ,barbanera1 die in ,arkels dienst is1 tracht hij ,willem en zijn edelen te verontmoedigen 7voorspellingen674 ,als de graaf op zee is1 herinnert ,arkel hem nogmaals aan 't orakel van den graaf van ,gelder1 die gezegd had dat zijn petekind ,willem ,,iv eens door 't zwaard der ,friezen zou omkomen 7hoofdstuk #cb74 c4 ,hij benadeelt den graaf door een opstand in ,utrecht te verwekken en strijdt als onbekend ridder mee tegen de ,hollanders4 ,als eindelijk de burgers zich moeten overgeven1 is hij als bisschop reeds aangekomen in 't leger van ,willem ,,iv1 zoodat hij de vruchten der overwinning van den graaf mee kan plukken en meerdere macht in zijn bisdom weet te verkrijgen4 d4 ,met den graaf zeilt hij mee naar ,friesland1 weet zooals we reeds zagen zijn tegenstander eenigszins te ontmoedigen door hem aan de voorspelling van ,reinout van ,gelder te herinneren1 maar als bij toeval weet hij zich gedurende den storm te verwijderen van de vloot en drijft af naar ,kuinre1 zoodat hij in den strijd tusschen ,willem en de ,friezen slechts toeschouwer behoeft te zijn en eerst partij behoeft te kiezen als de beslissing al gevallen is4 e4 ,zoo weet hij ook uit deze gebeurtenissen partij te trekken3 zoodra er bericht komt1 dat ,willem gesneuveld is en de ,hollanders zijn geslagen1 trekt hij als geestelijk vorst ,friesland binnen1 weet het vertrouwen der ,friezen door zijn tactvol optreden te winnen en zijn macht onder de ,friesche geestelijken te vergrooten4 ,en terwijl hij hier optreedt als vredevorst1 ontstaat door zijn toedoen in ,utrecht een nieuwe opstand tegen ,holland4 f4 ,zelfs de schrandere vader ,syard wordt door van ,arkel bedrogen en door den bisschop op 't slot ,nyenstein opgesloten4 g4 ,hij gebruikt ,reinout als zijn werktuig1 geeft hem den brief waardoor ,aylva hem als zoon zal moeten erkennen1 in de hoop dat hij 7de bisschop7 daardoor den steun der ,friezen zal verkrijgen en deze een leger tot ontzet van ,utrecht zullen uitzenden 7hoofdstuk #be74 h4 ,zooals reeds vermeld is staat ook ,barbanera in dienst van den bisschop1 maar de laatste is ook zelfs den sluwen ,italiaan veel te slim af en weet dien op dezelfde wijze als vader ,syard onschadelijk te maken 7hoofdstuk #bb74 ,eigenaardige van de karakterteekening4 ,nog enkele woorden over de karakterteekening4 ,een bezwaar tegen ,van ,lenneps karakterteekening is1 dat hij meer typen dan werkelijke personen teekent1 d4 w4 z4 n bepaalde eigenschap overheerscht alle andere en volgens deze ne eigenschap handelen ze voortdurend4 ,dit is geheel anders dan men in 't dagelijksch leven kan opmerken2 een mensch heeft tal van karaktertrekken en juist door botsing van die verschillende eigenschappen ontstaat een inwendige strijd die zijn daden bepaalt4 ,van ,lenneps personen zijn dus dikwijls gepersonifieerde eigenschappen1 wat in de ,roos van ,dekama al heel duidelijk aan 't licht treedt4 ,deodaat en ,madzy zijn steeds deugdzaam1 ,reinout is altijd hartstochtelijk1 ,adeelen koppig en oploopend1 ,aylva is de wereldwijze1 ,arkel verpersoonlijkt de slimheid1 ,syard de schranderheid en onbaatzuchtigheid1 abt ,volkert de onbeduidendheid1 ,barbanera is altijd gemeen en hebzuchtig4 ,het toeval in den roman4 't ,gevolg hiervan moet zijn1 dat de handelingen der verschillende personen niet altijd een uitvloeisel zijn van hun karakter1 maar te veel afhangen van toevallige omstandigheden1 zoo b4v4 de verwijdering van ,deodaat en ,reinout4 ,beets heeft dus wel gelijk1 als hij beweert1 dat in ,van ,lenneps roman meer actie dan passie is4 ,het toeval speelt een te groote rol4 ,oordeel van ,bakhuizen4 ,bakhuizen van den ,brink keurt het af dat ,van ,lennep zijn stof heeft genomen uit de ,middeleeuwen2 de ,middeleeuwen immers zijn niet het meest belangrijke deel onzer geschiedenis1 ons land is geen land van ridders1 maar van kooplui1 het is een burgerlijk land4 ,onze bloeitijd valt in de #ag;e eeuw1 aan dien tijd had de schrijver zijn stof moeten ontleenen4 ,m4a4w4 ,van ,lenneps werk is niet nationaal genoeg4 ,volkomen in overeenstemming hiermee zegt ,potgieter in zijn kritieken3 ,indien hij zich de helft der studie1 welke hij der ,middeleeuwen wijdde1 voor onze zeehelden1 onze wereldhandelaars1 onze ,staats- en ,prinsgezinden getroost had1 hoeveel verdienstelijker zoude zijn populariteit1 hoeveel duurzamer de vermaardheid zijner verdiensten zijn4 ,bakhuizen wijst o4 a4 op ,claes ,gerritz1 den ,haarlemschen ,marktschrijver1 die onder van ,lenneps handen een caricatuur geworden is1 omdat hij altijd te pas en te onpas met de stedelijke privilegin aan komt dragen4 ,en toch is deze ,claes ,gerritz de vertegenwoordiger van de opkomende burgerij1 die stellig geheel anders behoorde geteekend te worden4 ,een bewijs1 hoe averechts ,van ,lennep de toestanden voorstelt4 ,tegen deze wijze van kritiseeren is heel wat in te brengen4 ,wel degelijk is de #ad;e eeuw in onze geschiedenis van veel beteekenis1 't is de tijd der ,hoeksche en ,kabeljauwsche twisten1 de strijd tusschen opkomende burgerij en zinkende ridderschap4 ,maar die strijd had dan ook in den roman in een helder licht moeten worden gesteld1 in een historischen roman behoort men de groote ideen uit dien tijd terug te vinden4 ,en nu is de groote fout in de ,roos van ,dekama1 dat men totaal geen beeld krijgt van den maatschappelijken toestand in dien tijd1 wel treden vele personen op1 vooral edelen1 maar de #ad;e eeuw leeft toch niet voor onze oogen1 zooals dat b4v4 wel 't geval is met de #ag;e eeuw in ,sinjeur ,semeyns4 ,de roman is dus niet af te keuren omdat de greep niet gelukkig geweest is1 maar omdat er geen leven zit in het historische gedeelte4 ,strekking4 ,eigenaardig is de strekking van den roman1 die door ,van ,lennep van 't slot aan zijn inleiding aangegeven wordt in de woorden3 ,wacht en stille sitt1 m4a4w4 men moet kalm afwachten1 lijdelijk toezien1 dan zullen ons de rijke vruchten1 als de tijd dr is1 vanzelf in den schoot vallen4 ,op dit beginsel is de roman gebouwd3 ,deodaat is in hoofdzaak passief1 hij is gedurende een groot deel van den roman1 zooals we reeds boven hebben aangetoond1 een lijdelijk toeschouwer en toch wordt alles wat hij maar wenschen kon1 vervuld3 hij wordt een machtig ,friesch edelman en huwt ,madzy4 ,reinout daarentegen is de man van de daad1 ziet alles mislukken1 natuurlijk omdat hij niet afwacht4 ,het is duidelijk1 dat de roman geen bewijs van de bedoelde stelling is3 ,van ,lennep had alles heel goed anders af kunnen laten loopen2 bovendien anderen in dezen roman zijn volstrekt geen stilzitters en ze bereikten toch hun doel4 ,we denken b4v4 aan ,van ,arkel en broeder ,syard4 ,maar zo meende ,van ,lennep het feitelijk ook niet2 in zijn voorrede laat hij iets aan de stelling voorafgaan1 n4l4 dat degene1 die zich laat overmeesteren door eenige hartstocht1 al ware die zelf uit zijn oorsprong te billijken1 altijd zal achterstaan bij hem1 die uit welk beginsel dan ook1 de omstandigheden niet vooruitloopt1 zijn gemoedskalmte bewaart1 en1 gelijk de schrijver zich uitdrukt1 van wien we ons motto ontleenen3 ,wacht en stille sitt4 ,hier staat dus niet1 dat iemand die lijdelijk toeziet alles vanzelf zal verwerven1 maar dat men zijn tijd1 het gunstige oogenblik1 moet afwachten en dit doet ,arkel ook6 ,willem ,,iv en ,adeelen de hoofdpersonen4 ,uit het bovenstaande vloeit noodzakelijk voort1 dat niet ,madzy en ,deodaat de hoofdpersonen kunnen zijn1 daarvoor zijn ze te veel passief4 ,in 't eerste deel groepeert zich alles om ,graaf ,willem ,,iv en ,seerp van ,adeelen2 we zien hun haat steeds aangroeien en alles wijst er op1 dat ten slotte een openlijke breuk en hierdoor een oorlog moet ontstaan4 ,daarnaast is vooral belangrijk de jaloezie van ,reinout jegens ,deodaat4 ,later ,arkel4 ,in het tweede deel speelt ,arkel de voornaamste rol1 ,madzy wordt bijpersoon en ,deodaat verliezen we geheel uit het oog1 totdat we hem even weerzien voor ,utrecht en later in ,friesland1 maar zonder dat hij eenigen invloed heeft op de handeling4 ,aan 't slot treden weer ,willem en ,adeelen op den voorgrond1 en na hun dood zien we nogmaals den sluwen ,arkel als overwinnaar4 ,als een soort toegift volgt het slot van de geschiedenis van ,deodaat en ,madzy2 door het toeval en niet door ,deodaat zelf zijn alle hinderpalen uit den weg geruimd1 zoodat thans de stil-sitter zijn loon kan ontvangen4 ,men ziet1 er zijn heel wat bezwaren in te brengen tegen ,van ,lenneps werk en toch--zijn werk wordt gelezen en boeit dikwijls degenen1 die 't in beginsel afkeuren4 ,dat komt door de eigenaardige verdiensten van den schrijver3 ,boeiende roman4 #a4 ,de intrigue is boeiend1 men weet bijna nooit1 wat er komen zal en meent men eindelijk den draad gevonden te hebben1 dan komt er weer een nieuwe verwikkeling1 waardoor alles geheel in de war gebracht wordt4 ,zoo b4v4 het optreden van twee ,barbanera's1 de geheimzinnige verhouding tusschen ,van ,arkel en den ,italiaan1 de verstandhouding tusschen ,syard en den ,bisschop1 het ontvoeren van ,madzy door ,van ,arkel1 het opsluiten van ,syard en ,barbanera4 ,van ,lennep als verteller4 #b4 ,van ,lennep schrijft gemakkelijk en dikwijls geestig1 zijn zin voor humor en leukheid trekt ons aan4 ,zijn stijl is vaak los en natuurlijk1 hoewel er in zijn dialogen soms iets stijfs is1 maar men moet niet vergeten1 dat het werk in #ahcf werd geschreven en als men ,van ,lenneps werk vergelijkt met het vele deftige en onnatuurlijke dat in dien tijd geschreven werd1 zal men hem de minder gelukkige zinswendingen gaarne vergeven4 ,,gids ,,bij ,,de ,,studie ,,der ,,nederlandsche ,,letterkunde4 ,,tweede ,,deel4 ,,het ,,huis ,,lauernesse4 ,ontstaan4 ,in de narede1 die mejuffrouw ,toussaint in #ahdj schreef om 't verschijnen van haar roman te verklaren1 zegt ze o4a4 het volgende3 ,in het laatst van het jaar #ahch vroeg de heer ,beijerinck van mij een roman uit het eerste tijdperk der ,hervorming in ,holland1 en die bepaaldelijk voorstellen moest3 den invloed der laatste op het burgerlijk en huiselijk leven der ,nederlanders4 ,deze woorden zijn voor onze bespreking van veel beteekenis1 omdat ze aangeven wat het doel was1 dat de schrijfster bij het voortbrengen van haar werk voor oogen stond4 ,we zullen nu trachten na te gaan op welke wijze mej4 ,toussaint haar doel heeft trachten te bereiken en tevens bespreken of haar pogingen geslaagd zijn4 ,motto4 ,eerst willen we echter iets zeggen over 't motto van den roman4 ,dit is genomen uit een der refereinen van ,anna ,bijns1 een referein1 waarin de dichteres al de ellende opsomt die door ,luthers leer is te weeg gebracht4 ,de ,prince der duvelen heeft ,lutherum beseten zegt ze--,noyt arger ketter en was ghevonden4 ,wij sien tcristen volc aen alle sijden ,vechten en strijden1 ,malcanderen benijden1 ,en broederlycke liefde geheel vercouwen4444 ,nog veel meer noemt ze1 en als slot wordt telkens de conclusie getrokken3 ,dit comt meestal t'samen uut ,luthers doctrijne4 ,deze stokregel 7laatste regel van een referein1 waarin de bedoeling van 't geheel kort is samengevat71 heeft mej4 ,toussaint tot motto voor haar roman gekozen4 ,ook uit het motto zou men dus de bedoeling van de schrijfster hebben kunnen afleiden4 ,op een merkwaardig verschil moeten we terloops even wijzen3 ,anna ,bijns geeft ons 't geen voorkomt uit ,luthers leer zooals een tegenstander van den ,hervormer het zag1 terwijl mej4 ,toussaint vooral wijst op het vele goede dat zijn leer gebracht heeft4 ,doel en middelen4 ,voornaamste middelen waardoor de schrijfster haar doel--het schilderen van den invloed der ,hervorming op het burgerlijk en huiselijk leven--heeft trachten te bereiken4 #a4 ,ze teekent ons een prediker van 't nieuwe evangelie1 ,paul van ,mansfeld1 die feitelijk de hoofdpersoon van den geheelen roman wordt1 omdat van hem de machtigste invloed uitgaat4 ,we zien op welke wijze deze hervormer werkt2 we leven geruimen tijd met hem mee2 hooren hoe hij de grondbeginselen der nieuwe leer voor verschillende personen uiteenzet2 bemerken hoe verbazend groot de invloed is welke hij uitoefent op allen die met hem in aanraking komen4 ,naast hem treden nog andere predikers op3 ,johan van ,woerden 7,pistorius7 en ,johan ,busscher1 die geheel anders werken dan ,paul4 ,dat de schrijfster ons ook deze personen schildert1 is goed gezien1 omdat we ons anders allicht een eenzijdige voorstelling zouden maken van de hervormers uit dien tijd4 ,straks zal dit punt nader uitgewerkt worden4 #b4 ,de liefdesgeschiedenis tusschen ,ottelijne en ,aernout ,bakelsze3 de schildering van hun groot geluk in den aanvang1 dan hunne langzame verwijdering door de ,hervorming1 een verwijdering die ten slotte een niet te dempen kloof wordt1 en eindelijk als schrijnend contrast met het schitterende verlovingsfeest op ,lauernesse1 de weide bij ,kuilenburg1 waar ,aernout stervend zijn vroegere bruid vloekt4 #c4 ,de beteekenis van de hervorming voor de familie ,bakelsze1 een gelukkig gezin1 waarin de vrede door geloofstwisten geheel verstoord wordt4 #d4 ,de invloed op ontwikkelde personen1 zooals op den vicaris ,boudewijn van ,heerde1 en den bisschop ,filips van ,bourgondi4 #e4 ,het schilderen van den toestand der ,katholieke ,kerk1 de ontaarding der monniken1 de denkwijze der meer ontwikkelde hoogere geestelijken4 #f4 ,daartegenover de ,hervormden1 hunne bijeenkomsten1 de vervolgingen waaraan ze blootstonden1 enz4 ,ieder van deze punten willen we thans meer uitvoerig toelichten4 ,paul van ,mansfeld4 ,hij is1 zooals mej4 ,toussaint zelf zegt in haar narede1 geen historisch persoon1 dus een voortbrengsel van de fantasie der schrijfster1 maar een zeer belangrijke figuur1 omdat hij een bepaald type vertegenwoordigt dat in verschillende romans van mej4 ,toussaint terugkeert4 ,hij is het type van den waren ,christen1 den drager van het ,christendom zooals mej4 ,toussaint zich dat voorstelde4 ,zijn ,christendom is liefde1 hij aanbidt de liefelijke stem der bergrede4 ,volgeling van ,melanchton4 ,hij is niet de volgeling van den strijdbaren ,luther1 die neervelde wie zijn meening niet deelde1 maar een aanhanger van den milden1 zachtmoedigen ,melanchton1 de zonzijde van ,luther4 ,hij gebruikt niet gaarne ,luthers vinnigen woordengeesel1 maar spreekt liever de zachtere taal van den oprichtenden ,melanchton4 ,hoe mej4 ,toussaint denkt over de beide hervormers1 blijkt vooral duidelijk uit de volgende aanhaling3 ,melanchton was de zonzijde van ,luther1 de liefelijke milde1 die balsemde1 waar de ,hervormer sloeg2 de ,timotheus van dezen ,paulus2 de zoele dauw1 die besprengde1 wat de zaaijer had gezaaid2 de welsprekende trooster1 die oprigtte1 wat de boetprediker had neergedrukt2 de lichtstraal1 die ,luther verheerlijkte1 die aan zijne ruwe vormen de zachte rondingen gaf eener fijnere beschaving2 die uitgestrekter kennis voegde bij meer medelijden met onwetendheid2 in ijver den meester gelijk1 maar meer naar wijziging strevende dan naar verwerping2 die nog helderder zag en met de blindheid van anderen meer verschooning had6 ,melanchton is de ,hervormer onder hare liefelijkste gestalte1 het versierende klimop rondom den stormtrotsenden eik4 ,wat ,paul betreft nog het volgende3 ,tot innig vertrouwelijken omgang met beiden toegelaten1 had ,paul's zacht gemoed zich als van zelf naar den mildsten gevormd4 ,hij1 nog door geenen strijd verbitterd1 door geen folterende persoonlijkheden tot bitsen tegenweer gedwongen1 begreep veel beter de leer der liefde van den jongen ,geleerde1 dan de scherpe zinspreuken van den strengen tuchtheer6 ,voor beiden had hij de geestdrift der vereering3 alleen staarde hij met diep ontzag en hoog opzien naar den ,leeraar ,luther1 maar hij vleide zich vol innig vertrouwen aan de borst van den jongeling ,philip4 ,overeenkomst met ,graswinckel en ,gideon ,florensz4 ,dit ,melanchton-,christendom vinden we terug in verschillende hoofdpersonen uit de romans van mej4 ,toussaint4 ,we noemen een paar der meest bekende3 ,graswinckel1 die als ,delftsche ,wonderdokter afstand doet van alle aardsche genoegens1 om anderen te kunnen helpen1 en door zijn liefdevol hart een verbazingwekkenden invloed op anderen weet uit te oefenen2 en ,gideon ,florensz4 ,dit is geheel ,paul van ,mansfeld1 uiterlijk en innerlijk4 ,hij heeft hetzelfde liefdevolle1 milde in zijn karakter1 ook het zwakke lichaam en tevens den sterken geest1 die steeds weet te zegevieren1 ook als het broze omhulsel bijna den dienst weigert4 ,hij weet de driften van den hartstochtelijken ,leicester te betoomen en dwingt zelfs zijn fanatieke mede-predikanten eerbied af4 ,tegenover ,busscher4 ,dat de schrijfster het dweepzieke drijven in den godsdienst afkeurt1 blijkt heel duidelijk uit het feit dat ,gideon ,florensz1 als hij tegenover de andere predikanten staat1 steeds de mooie rol speelt2 doch ook in het huis ,lauernesse is dezelfde meening duidelijk merkbaar4 ,naast ,paul staan nl4 twee andere ,hervormers3 ,pistorius en ,johan ,busscher4 ,vooral de laatste is een echte fanaticus1 wat o4 a4 blijkt uit het gesprek dat tusschen ,paul en hem gevoerd wordt1 als de eerste uit ,vreeland bevrijd is en op ,lauernesse komt4 ,paul heeft beloofd in ,utrecht niet meer te preeken en ,busscher noemt dit dadelijk3 lauwheid en slapheid om toe te geven aan den wil van wie het licht tegenstaat4 ,gelukkig brak de tusschenkomst van ,ottelijne de redetwist af1 die--zegt de schrijfster--ongetwijfeld van ,busscher's zijde in eenen hevigen en bitteren strijd kon ontaard zijn4 ,heel duidelijk komt de denkwijze van ,busscher uit in hoofdstuk ,,xxix waarin de hagepreek bij ,everdingen wordt beschreven4 ,zijn rede is geen uiteenzetting van de beginselen der nieuwe leer1 het is niets dan critiek op de leerstellingen der ,katholieke ,kerk1 niet in 't opbouwen1 maar in 't afbreken ligt zijn kracht4 ,ook hier weer vinden we ,paul tegenover hem1 ,paul1 die niet altijd met goedkeuring heeft geluisterd naar de vurige improvisatie1 waarin alles gebruikt werd1 van den heiligsten naam tot het walgelijkste scheldwoord toe en die dan ook zegt tegen de vrienden1 die in zijn nabijheid zijn3 ,ik wil nog eenmaal spreken--van zachtmoedigheid wil ik spreken en liefde2 met eens anders onreinheid te smaden1 wordt het eigen hart niet gereinigd4444 ,dat mej4 ,toussaint het goede waardeert dat de eerste vurige ,hervormers door hun afbreken hebben verricht1 blijkt uit hetzelfde hoofdstuk1 als ze naar aanleiding van deze preek zegt3 ,het was goed1 dat hij zoo sprak1 men was nog in de dagen van het afbreken en de opbouw zou later wel volgen2 zoolang de kudde nog niet goed was afgezonderd1 kon men nog zoo weinig doen voor hare reiniging4 ,tegenover ,pistorius4 ,een derde ,hervormer die in 't ,huis ,lauernesse optreedt1 ,johan van ,woerden of ,pistorius1 staat vrijwel tusschen ,paul en ,busscher in4 ,hij is fanatiek1 evenals ,busscher1 maar dit is bij hem vooral een gevolg van den voortdurenden strijd dien hij heeft te voeren met zijn lichaam1 dat hem drijft tot wellust en dat hij alleen door boetedoeningen en door onthoudingen kan bedwingen4 ,bovendien is er n ding dat hem meer sympathiek maakt dan ,busscher2 de wijze1 waarop hij den marteldood ondergaat4 ,op dat oogenblik wordt het harde en vinnige in zijn karakter verzacht en bidt hij zelfs voor zijn rechters4 ,goed gezien van mej4 ,toussaint is het1 dat ze juist vroegere priesters schildert als heftige bestrijders der ,katholieke ,kerk en wel om de volgende redenen4 a4 ,een bekeerde bewijst door zijn bekeering1 dat hij een afschuw heeft gekregen van zijn vroeger geloof en juist daarom zal hij een strijder tegen dat geloof worden4 b4 ,paul kende de toestanden op aarde niet goed1 hij is niet als de anderen door strijd verbitterd1 noch door persoonlijke aanvallen tot bitsen tegenweer geprikkeld2 hij kent niet de verdorvenheden der ,kerk1 de vreeselijke misbruiken1 zooals vroegere priesters die kennen uit eigen ervaring4 ,na deze besprekingen tusschen ,paul en de beide andere predikers1 keeren we tot den eerste terug4 ,harmonie tusschen en lichaam en geest4 ,zijn geheele verschijning heeft iets teers1 iets vrouwelijks4 ,hij is geen krachtig1 sterk gebouwd man1 die alle vermoeienissen doorstaan kan1 hij is nog jong1 bijna een knaap zelfs1 en daarbij tenger gebouwd en van een zwakke gezondheid4 ,zijn gelaat heeft de uitdrukking van ,johannes1 den lieftalligsten der discipelen1 dien de ,heer zelfs te zwak vond om hem voor den marteldood te bestemmen4 ,tegen de vermoeienissen is hij op den duur dan ook niet bestand1 hij teert weg op ,vreeland en op reis naar ,duitschland sterft hij4 ,peinzend en afgetrokken4 ,een sterk sprekende karaktertrek1 dien we ook weer aantreffen bij ,gideon ,florensz1 is ,pauls neiging tot peinzen en bespiegelen4 ,zoodra hij maar even aan zich zelf wordt overgelaten1 is hij dadelijk in gedachten verzonken3 reeds in zijn gesprek met ,enriquez is hij al erg afgetrokken1 later bij het gastmaal is hij zoo zeer bezig met eigen gedachten1 dat hij niets merkt van 't gewoel1 dat langzamerhand ontstaan is4 ,sterke geest4 ,merkwaardig is1 dat in dit tengere1 zwakke lichaam een zo krachtige geest woont4 ,hij1 de nietige jongen1 wordt de beroemdste ,hervormer in geheel ,holland en ,utrecht3 de gezegende ,mansfelder wordt verre boven alle andere predikers gesteld4 ,en dan zijn moed1 de onverschrokkenheid1 waarmee hij uitkomt voor zijn overtuiging4 ,nooit verbergt hij zijn meening1 steeds is hij de ,hervormer1 ook al komt hij daardoor in moeilijke omstandigheden4 ,hij is wl de zoon van ,karel ,van ,gelder1 van wien hij de dolverwatene koenheid van geest had gerfd4 ,van zijn moeder viel hem ten deel de deerlijke weekheid van lijf en hart4 ,enkele voorbeelden1 waaruit blijkt1 dat ,paul steeds uitkomt voor zijn geloof4 a4 de ontmoeting met de dobbelende monniken in de herberg2 b4 de samenspraak met ,enriquez2 c4 op het verlovingsfeest te ,lauernesse4 ,en 't mooie in ,pauls optreden is1 dat het nooit ontaardt in hoogmoedigheid1 nooit uitdagend en stuitend wordt1 zooals bij vele anderen het geval is1 die steeds willen getuigen4 ,bij hem is 't altijd natuurlijk4 ,vandaar ook de ongewone bekoring die uitgaat van ,paul1 men moet naar hem luisteren zoodra hij spreekt2 hij heeft iets liefelijks in stem en taal1 iets bovenaards1 dat doet denken aan ,christus-zelf4 ,zijn invloed is dan ook verbazend groot en werkt op bijna allen in den roman4 ,we geven hier enkele aanwijzingen1 die de lezer gemakkelijk kan uitwerken4 ,invloed op anderen4 ,invloed van ,paul op3 #a4 het meisje in de herberg 7,stijntje72 #b4 ,enriquez2 #c4 de bruiloftsgasten2 #d4 ,ottelijne2 #e4 den ,vicaris en den ,bisschop2 #f4 de familie ,bakelsze2 #g4 de toehoorders bij zijn preeken 7te ,woerden b4v472 #h4 den woesten ,karel van ,gelder1 die de ketters wou sniden ende villen2 #i4 ,aernoud ,bakelsze1 die overtuigd wordt door de roerende oprechtheid1 die uit des jongelings trekken sprak4 ,ottelijne4 ,zij is als 't ware de tweelingzuster van ,paul1 in haar vinden we datzelfde zachtmoedige en teedere terug1 dat hem steeds kenmerkt4 ,geen wonder dat ze zoo spoedig zijne volgelinge wordt4 ,op ,paul heeft ze echter vor 't sterkere lichaam1 dat haar in staat stelt het leed beter te dragen dan hij4 ,immers hare beproevingen zijn niet minder zwaar dan de zijne1 getuige hare verhouding tot ,aernoud1 de behandeling die ze van donna ,teresia moet ondervinden1 getuige eindelijk de weide bij ,everdingen1 waar de krankzinnige ,aernoud in hare armen sterft1 en 't hof te ,arnhem1 waar ze ,paul in de laatste ure bijstaat--en toch1 ze gaat niet onder1 maar komt behouden aan in ,duitschland1 leeft nog vele jaren in ,wittenberg en smaakt zelfs 't geluk ,luther te mogen aanschouwen4 ,opvoeding4 ,nu hoe ze komt tot de ,hervorming4 ,zooals we opmerkten1 is hierbij haar karakter van groote beteekenis1 maar toch is 't vooral de opvoeding geweest die hare levensrichting bepaalde4 ,haar vader1 een veelwetend ,geleerde1 die elke kennis en elke wetenschap van zijnen tijd onder zijn bereik had1 gaf haar een opvoeding zooals slechts zelden aan een meisje uit dien tijd te beurt viel4 ,zijn streven was vooral haar een helder inzicht in de dingen te doen verkrijgen1 opdat ze later een zelfstandig oordeel zou kunnen uitspreken4 ,zoodra haar lief hoofdje twee denkbeelden vatten konde en verbinden1 zorgde de vader er voor1 dat het heldere en juiste waren1 dat de kennis het bijgeloof afweerde en dat de wijsbegeerte tegen vooroordeelen wapende4 ,zij is dus een dochter van de ,renaissance en 't ,humanisme1 zooals ten overvloede later blijkt uit haar omgang met jonge geleerden1 die de ,scholastieke wijsbegeerte aanvallen en de groote meesters der ,italiaansche letteren1 ,dante en ,boccaccio1 bewonderen4 ,hier geeft mejuffrouw ,toussaint aan1 dat ,humanisme leidt tot vrij onderzoek en dus tot ,hervorming4 ,daarom zegt de ,dominikaner-monnik streng tot den heer van ,viterbo1 als deze uitroept3 ,christus6 mijn ,god6 en ik was vrij burger van ,utrecht6 ,voor priesters heb ik geknield6 monnikenslaaf kan ik net zijn6--met het woord vrijheid begint de ketterij6 ,invloed van het humanisme4 ,ook bij anderen voert het ,humanisme tot de ,hervorming1 b4v4 bij den ,vicaris en den ,bisschop1 die beiden ontwikkelde mannen zijn1 wier lievelingsbezigheid is studie der klassieke schrijvers4 ,merkwaardig is dat ze1 in 't bizonder de bisschop1 de kracht der ,hervorming niet beseffen4 ,het is zooveel schade niet1 dat de ,utrechtenaars ook eens hooren1 wat men in ,duitschland denkt1 en de monniken en geestelijken zullen wat beter toezien op zich zelve1 als ze weten1 dat het volk de oogen opent1 zegt bisschop ,filips3 voor hem is dus de beweging niet een strooming in geheel nieuwe richting1 maar eenvoudig een hervorming en zuivering in de kerk zelve4 ,ottelijne zou volgens de schrijfster dus vanzelf tot de ,hervorming gebracht zijn1 vooral omdat ze na den dood van haar vader met den wijsgeerigen de ,volder 7,gnapheus7 in aanraking kwam en met dezen over verschillende godsdienstige vraagstukken sprak1 als niet door hare kennismaking met ,aernoud al deze betrekkingen waren afgebroken4 ,thans wordt het tevens duidelijk1 dat ,paul in de jonkvrouw van ,lauernesse weldra een ijverige volgelinge mest vinden4 ,aernoud4 ,aernoud ,bakelsze1 de strijder voor 't ,katholicisme1 is in vele opzichten de tegenvoeter van ,paul en ,ottelijne4 ,wilskracht4 ,zijn meest sprekende karaktertrek is de wilskracht4 ,hij is uit eenvoudige1 hoewel bemiddelde ouders geboren1 maar weet zich door zijn energie omhoog te werken4 ,uit al zijn handelingen blijkt die taaie1 onbuigbare wil4 ,het noodlot zou deze gestalte kunnen verbrijzelen1 maar niet doen buigen4 ,dan zijn streng zedelijke levenswandel1 zoodat hij1 vooral ook door zijne buitengewone lichamelijke eigenschappen1 de trots der ,utrechtsche burgers werd4 ,bij de schuttersfeesten werd hij zelfs tot koning gekroond en ontving den prijs uit de handen van ,ottelijne1 de schoone nicht van den bisschop4 ,eerzucht4 ,de ondeugd die hem ten val brengt1 is zijn eerzucht4 ,reeds als student te ,leuven hinderde het hem1 dat de jongelieden uit den hoogsten stand hem vermeden1 en voelende wat hij kn1 besloot hij door eigen kracht zich toegang tot die kringen te verschaffen4 ,maar een vleier worden lag niet in zijn aard1 juist de eerzucht maakte hem stroef en stug1 hij vreesde dat de minste toeschietelijkheid als vleierij zou kunnen beschouwd worden4 ,zijn geloof4 ,merkwaardig is de groote invloed die deze eerzucht heeft op zijn geloof4 ,voor wereldsche personen wil hij niet4 buigen1 wl voor de geestelijkheid4 ,zij immers is de vertegenwoordiger der godheid1 voor hr te buigen is geen schande4 ,vandaar zijn aansluiting bij de ,kerk en deze1 niet ondankbaar jegens hare vereerders1 beloont zijn trouw en steunt hem4 ,kerk en ,staat zijn en volgens de voorstelling van ,rome4 ,valt de ,kerk1 dan ook de ,staat1 en tegelijkertijd zullen alle vooruitzichten op bevordering en roem verdwijnen voor ,aernoud4 ,iedereen die de ,kerk aanvalt1 is dus zijn natuurlijke vijand3 hij stunt op de ,kerk4 ,vandaar zijn heftige strijd tegen de ,lutheranen1 vandaar zijn meest kenmerkende eigenschap3 de onverdraagzaamheid4 ,hij met onverdraagzaam zijn1 van de nieuwe denkbeelden wil hij niets weten1 van onderzoek is geen sprake--bij voorbaat is alles verworpen6 ,vandaar ook de onvruchtbare pogingen van ,ottelijne en van zijne familieleden om hem zachter te stemmen4 ,steun der ,kerk4 ,de kerk helpt en steunt hem3 ze ziet in ,aernoud een geschikt werktuig--de heer van ,viterbo dankt zijne bevordering niet in de eerste plaats aan eigen kracht1 aan zijn med1 maar aan den invloed der ,dominikaner-monniken4 ,merkwaardig is het1 dat hij1 de trotsche man die zoo fier is op eigen kracht1 die voor niemand wil bukken1 die meent alles zlf te hebben verworven1 het hoofd moet buigen1 deemoedig als een kind1 voor een eenvoudigen monnik1 die hem toont dat hij niets is dan een werktuig in de handen der ,dominikanen4 ,verhouding tot ,ottelijne4 ,op het schuttersfeest waar ,ottelijne hem den prijs reikte1 hebben ze elkaar voor 't eerst gezien2 zij wordt getroffen door den ernstigen man1 die zoo verre uitblinkt boven allen1 hij is betooverd door de lieftalligheid der schoone jonkvrouw4 ,maar eigenaardig1 kenmerkend voor hem1 is zijne houding3 hij wil zijn liefde niet bekennen1 omdat zij zooverre in stand boven hem verheven is3 hij wil niet vooruitkomen door zijne vrouw1 hij wil zlf zijne positie veroveren4 ,eerst als ,ottelijne hm bijna vraagt1 overwint z'n liefde zijn hoogmoed4 ,hoogmoed4 ,zijn hoogmoed bepaalt ook zijn verder leven3 hij wordt hopman in dienst van den graaf1 dat is de meest passende betrekking voor den aanstaanden heer van ,lauernesse4 ,zoo brengt de fiere burger zijn vrijheid ten offer aan zijn hoogmoed4 ,en ook later1 want als inquisiteur moet hij de plakkaten uitvoeren die strijden tegen de privilegin van zijn vaderstad6 ,de liefde voor ,ottelijne blijft4 ,de liefde tusschen ,ottelijne en ,aernoud is waar en diep1 wel worden ze later gescheiden1 maar de liefde blijft4 ,als ,bakelsze in ,nederland terugkeert als heer van ,viterbo1 is die liefde bij hem eer gegroeid dan verminderd3 in 't klooster te ,utrecht vraagt hij ,ottelijne tot vrouw1 zonder 't zoo nauw met het geloof te nemen4 ,en om 't gelof had hij haar gevloekt6 ,invloed der ,hervorming4 ,en nu de invloed van de ,hervorming3 deze beide personen1 die elkaar zielslief hebben1 moeten afstand van elkaar doen door 't geloof1 dat ten slotte sterker blijkt dan de liefde4 ,zij voelen de waarheid van 't ,bijbelwoord3 ,wie vader en moeder liefheeft boven ,mij1 is mijns niet waardig6 ,beiden lijden ze1 beiden worden ze martelaren4 ,ottelijne verliest alles3 haar verloofde1 haar naam1 hare bezittingen1 niets dan 't geloof behoudt ze4 ,aernoud wordt niet minder getroffen3 ook hij verliest alles3 zijn verloofde1 zijn broeder en zuster--bijna wordt hij zelfs een broedermoordenaar6--hij wordt gevloekt door zijn moeder1 en moet ten slotte als inquisiteur zelfs zijn eigen bloedverwanten laten vallen4 ,ten slotte wordt het leed hem te sterk en grijpt de waanzin hem aan4 ,aernoud is de martelaar voor 't ,katholicisme4 7,vergelijk wat de schrijfster zegt van 't slot van hoofdstuk ,,xxix74 ,familie ,bakelsze4 ,deze familie wordt ons voorgesteld als een gelukkige1 eensgezinde familie vor de ,hervorming1 uiteengerukt en verdeeld door die beweging4 ,wel groot is de invloed van den godsdienst6 ,aernoud gaat in ,spaanschen dienst1 wordt heer van ,viterbo en inquisiteur2 ,johanna1 zijne tweelingzuster1 die geheel dezelfde karaktertrekken heeft als hij1 die zijn vertrouwde was1 wordt de vrouw van een afvalligen priester1 een ,hervormden martelaar6 ,de zuster den broeder verlof vragende om de laatste oogenblikken bij haar man te mogen doorbrengen6 ,hugo1 de schilder1 wordt eerst ,hervormd1 maar keert later terug in den schoot der ,moederkerk omdat zijn kunstenaarsgevoel daar meer bevrediging voelt4 ,aafke huwt den overtuigden ,protestant ,laurens1 maar uit haar eigen huisgezin verdrijft het geloof de rust4 ,moeder ,bakelsze eindelijk1 de degelijke huismoeder1 die zoo mild was voor armen en ongelukkigen1 zoo braaf en rein in levenswandel--zij heeft niet eens een rustig sterfbed4 ,wl mag hier gezegd worden3 ,dat compt al tsamen uyt ,luthers doctrijne6 ,vicaris en ,bisschop4 ,invloed van de ,hervorming op ontwikkelde personen met name op den ,vicaris en op den ,bisschop4 ,reeds vroeger is terloops op dien invloed gewezen en ook op 't feit1 dat geen hunner de ,hervorming vijandig gezind is4 ,beiden zijn ,humanisten1 beiden zijn voor 't vrije onderzoek1 maar scheuring willen ze niet4 ,filips begrijpt het grootsche van de nieuwe strooming niet1 zooals boven reeds is aangetoond1 maar de ,vicaris ziet beter het onweerstaanbare der ,hervorming in4 ,daarom wil hij ook ,paul niet toelaten bij 't sterfbed van den ,bisschop1 hij voelt hoe gevaarlijk dit voor 't ,katholieke geloof zou zijn4 ,uitstekend wordt hij getypeerd in de volgende aanhaling3 ,de ,vicaris ,boudewijn was een edel mensch1 een man van een helder verstand1 en onbevooroordeeld genoeg1 om veel goeds te zien1 waar anderen niets zagen dan dwaling of boos opzet1 maar hij was tegelijk ,katholiek ,priester3 drom was het hem zoo eene grieve1 dat men ,luther tot het uiterste gedreven had2 dat ,luther zooveel verder gegaan was dan al de anderen1 die ,kerkhervorming wenschten4 ,kerkhervorming1 ja6 maar geene verandering der ,kerkwet2 zuivering maar geene scheuring1 geen omstooten der bestaande gebruiken1 omdat zij misbruiken geworden waren1 voor nieuwe instellingen die ook misbruiken konden worden4 ,door de omstandigheden wordt hij steeds verder van de ,kerk verwijderd1 hij1 bijna de eenige hoogstaande onder hare zonen1 wordt miskend1 zooals ,paul het uitdrukt3 ontrouw genoemd te midden der vasthoudendste trouw4 ,hoe weinig vertrouwen de ,vicaris zelf meer stelt in de toekomst der ,kerk1 blijkt uit het antwoord dat hij bij deze gelegenheid geeft aan ,paul1 als die hem aanspoort over te gaan tot de ,hervorming3 ,gij kunt gelijk hebben4 ,ik wil het toegeven4 ,zij verzaakt mij1 of zal mij verzaken1 nu ik ellendig ben4 ,maar toch wil hij1 en dit getuigt vor hem1 de moeder niet verlaten1 juist mdat ze oud en zwak geworden is4 ,rome te verlaten1 zoo als ,luther het deed1 was de daad van een roekelooze1 maar toch de daad van een held4 ,rome te verlaten1 zooals ik het zoude doen1 is de daad van den verrader1 van den lafhartige6--,boudewijn van ,heerde blijft tot het laatst toe een hoogstaand karakter1 maar een cht ,katholiek is hij niet meer4 ,toestand van het ,katholicisme4 ,volgens de schildering door mejuffrouw ,toussaint in 't huis ,lauernesse gegeven1 mest de ,hervorming komen3 de ,katholieke ,kerk was voos en geen grooter vijanden had ze1 dan juist haar eigen dienaren1 in 't bizonder de monniken4 ,we geven hier enkele bewijzen3 a4 de monniken1 die 's morgens in de herberg zitten te drinken en te dobbelen1 zoodat de dochter van den waard niet na kan laten te zeggen3 ,dat zijn de lieden1 om wier luiheid te voeden wij groote lasten dragen4 b4 de biechtvader op 't ,huis ,lauernesse1 die op 't verlovingsfeest ingesluimerd is van zatheid1 nadat hij gedronken heeft als een calenderbroeder4 ,de burgers en edelen1 die daar vereenigd zijn1 spreken met minachting over de onwaardige geestelijkheid4 ,ik weet er geen1 die schuchter is voor frissche vrijsterwangen1 of bang voor een rooden neus4 ,daar zijn geen betere drinkers dan zij4 ,de burgers hadden voortaan behoefte aan iets hoogers en bovenzinnelijks1 die hunne grof onwetende monniken niet wisten te voldoen1 en die de schranderen en handigen met listigen baatzucht niet willens waren te bevredigen4 ,ze zagen de ,geestelijkheid hun voordeel doen met de fabel ,christus 7zooals ,leo ,x had gezegd71 met zooveel vermetelheid1 met zoo weinig schaamte1 en met zooveel losbandigen spot1 als ware het werkelijk een fabel geweest4 c4 ,zelfs hooge geestelijken blijken weinig eerbied voor de ,kerk te hebben4 ,bisschop ,filips zegt3 ,ik heb ,rome gezien en juist daardoor beseft hij dat er veel ketterij moet zijn4 ,een hoogstaand man als ,boudewijn van ,heerde gruwt van de domme1 onwetende en zedelooze monniken en voegt hun toe3 ,gijlieden zoudt werkelijk wl doen1 een kleed af te leggen1 dat gij zoo weinig eert4 ,aan den kant der ,katholieken dus3 tal van misbruiken1 onderlinge verdeeldheid en bij de beste onder hen zelfs geen geloof aan 't goed recht van hunne zaak4 ,idealisme der ,hervorming4 ,tegenover dat vooze1 zinkende ,katholicisme1 stelt de schrijfster de frissche kracht en 't idealisme der ,hervorming3 deze beweging moest overwinnen4 ,waar de verdediging zoo lauw was1 waar telkens geheele rijen overliepen1 terwijl de aanvaller vol geestdrift was1 kon de uitslag niet twijfelachtig zijn4 ,paul1 ,ottelijne1 ,pistorius1 ,busscher en ,johanna ,bakelsze zijn figuren1 die mesten slagen4 ,vooral van belang is een figuur als ,laurensz1 de ernstige1 wilskrachtige ,amsterdammer1 de vertegenwoordiger van de kern van 't ,nederlandsche volk4 ,dan wordt ons levendig geschilderd1 hoe gretig het volk luisterde naar de predikers1 naar ,paul op ,lauernesse1 naar ,pistorius in ,woerden1 naar ,busscher gedurende de hagepreek te ,everdingen4 ,eindelijk de heldenmoed der martelaren1 die een onuitwischbaren indruk moest maken op 't volk4 7,zie vooral hoofdstuk ,,xxvii3 de eerste martelaar der ,hervorming74 ,verdeeldheid onder de ,hervormers4 ,tot slot willen we nog wijzen op n verschijnsel3 ook de ,hervorming droeg reeds in zich de kiemen van twist en verdeeldheid3 ,paul en ,busscher vertegenwoordigen twee stroomingen in de nieuwe leer--,busscher is voorlooper der felle predikanten uit de #af;e en #ag;e eeuw1 de vijanden van ,barnevelt en ,vondel6 ,,de ,,camera ,,obscura4 ,jubileum uitgave4 ,de #beste druk #ad van de ,camera is door de ,erven ,bohn als prachtuitgave de wereld ingezonden3 een keurige uitgave1 uitstekend papier1 prettige druk en een mooie band met plaquette van ,beets4 ,en als aanhangsel het oordeel van een honderdtal bekende ,nederlanders4 ,als eerste in de rij een welwillend schrijven van ,h4 ,m4 de ,koningin-,moeder4 ,alles bewijzen te over1 dat ,hildebrands werk nog populair is4 ,we zullen eerst in 't kort nagaan wat door de voornaamste critici in de #gj jaren1 die na 't verschijnen van den eersten druk verloopen zijn1 van de ,camera gezegd is4 ,oordeel van ,potgieter4 ,potgieter had nogal wat op 't boek af te dingen1 vooral omdat de strekking zijns inziens niet goed was3 ,hildebrand had niet genoeg hart voor z'n volk1 degelijke burgers als de goeie oom ,stastok in 't ootje te nemen kwam niet te pas4 ,in de ,camera zag ,potgieter geen liefde1 geen idealisme4 ,wel liefde in n opzicht3 voor de taal4 ,en daarop wees de criticus dan ook vooral4 ,eene hoofdverdienste van het boek hebben wij onder onze beschouwing der opstellen herhaalde malen terloops geprezen2 wij moeten er nog eenmaal op terugkomen3 het is de stijl1 de taal4 ,wij weten niet1 ook na twee1 drie malen lezens1 wat meer toejuiching verdient3 de waarheid van opmerking1 in welken geest dan ook1 of de gelukkige uitdrukking der gedachte4 ,het ,hollandsch--,hildebrand heeft de taal te lief om niet gaarne haren lof in den zijnen te hooren--het ,hollandsch is ons nog rijkere mijn gebleken1 sedert zijn talent er zoovele nieuwe te lang voorbij geziene1 te achteloos verzuimde aderen in ontdekte4 ,huet4 ,busken ,huet schrijft geheel in denzelfden geest1 maar zegt het--zooals gewoonlijk--scherper dan zijn voorganger ,potgieter4 ,ook hier weer de beide zelfde voorstellingen3 ,beets heeft niet veel hart voor zijn omgeving1 maar is een uitstekend waarnemer1 en daardoor een keurig stylist4 ,de ,camera ,obscura heeft geen andere strekking dan eene openbaring van het aristokratische in de natuur des schrijvers te zijn4 ,zij is de geestige wraakoefening geweest van iemand1 die zich misplaatst voelde in den kring zijner geboorte4 ,een witte raaf brengt hier de stukjes uit van zijn donkervervig en burgerlijk geslacht2 en dat de neven en nichten zich in den aanvang een weinig verbolgen getoond hebben over de vermetelheid van dien vogel uit hun eigen nest1 het is voorwaar niet bevreemdend4 ,doch voor het overige is het boek de objektiviteit in persoon4 ,niemand onder onze novellisten van het jongere geslacht heeft onze volks- of onze tusschenklasse1 onze stedelingen of onze buitenlieden1 zoo op het leven betrapt4 ,als verzameling genre-schilderijtjes uit de ,hollandsche ,school heeft de ,camera ,obscura in onze letterkunde haar wederga niet4 ,en nu 't woord aan de critici van heden4 v4 ,deyssel4 ,van ,deyssel3 ,het is een prachtig boek1 heerlijk om te lezen1 en ik geloof1 dat zelden in de #ai;e eeuw iets beters bereikt is dan de witte bergtoppen van geestigheid1 die tevens geestelijkheid is1 en het rood en goud gloeijend bewegende vernuft1 die in deze bladen wordt aangetroffen naast den altijd doorgaanden als een heldere en zoete geesteslekkernij aandoenden stijlstroom4 ,kloos4 ,willem ,kloos3 ,de ,camera bewonder ik1 op n enkel ding na3 de telkens om een hoek glurende1 zelfbewust-minzame gestalte van den auteur4 ,maar de zon heeft wel haar vlekken1 zou de ,camera dan niet mogen hebben haar ,hildebrand8 v4 ,eeden4 ,frederik van ,eeden zegt1 dat hij de ,camera gelezen heeft sinds z'n negende jaar en er altijd weer 't zelfde plezier in heeft gehad als tot nu toe4 ,vooral uit de ,familie ,stastok en ,een oude kennis zijn vele zinsneden in mijn omgeving spreekwoorden geworden4 ,het boek heeft echter geen wereldbeteekenis en alleen voor ons ,hollanders volle waarde1 omdat het eigenlijk eerstelingswerk is van een nog niet geheel gerijpt talent4 ,wel zijn enkele schetsen in haar soort voltooide meesterwerkjes1 maar de fijne humor wordt nog niet door groote origineele menschelijkheid gedragen4 ,had ,beets zijn ware kracht als humorist begrepen1 door een rijk leven gevoed en door toeleg verder ontwikkeld1 dan had hij ,hollandsche humor ook door den vreemdeling kunnen doen waardeeren en zelf een plaats in de wereldliteratuur gekregen4 ,heyermans4 ,heyermans denkt nog aan 't groote1 echte1 innige genot bij de lezing der ,familie ,stastok1 der ,familie ,kegge etc4 tusschen de witbekalkte muren van 't schoollokaal4 ,beets is ons toen llen zoo'n boel geweest--,hildebrand1 bedoel 'k 7wie dacht aan ,beets874 ,z'n natuurlijke stem1 z'n ,hollandsche vertrouwelijkheid1 maakten ons tot meedroomende makkers en gevoelige vrienden4 ,speurden wij iets van den braven ,hendrik8 ,vroegen we of 't jammer was1 dat de dominee niet meer in de ,camera wou kijken8 ,hadden we benul van andere1 meer zuivere betere literatuur8 ,och nee4 ,in de verste verte niet6 ,wij frischten op bij de historie van 't diakenhuismannetje1 hadden graag dien meneer ,van der ,hoogen 'n blauw oog geslagen64444 v4 ,nouhuys4 ,van ,nouhuys3 ,hildebrands ,camera ,obscura1 den gewonen lezer bekorend door gemoedelijk-gevoeligen of fijn-geestigen humor1 de meer literairen tevens door bizondere kwaliteiten van stijl en taal1 blijft bovendien belangrijk als het intutieve1 grootendeels geslaagde pogen van een oorspronkelijk talent om zich vrij te maken van vreemde invloeden4 ,querido4 ,querido3 ,een onsterfelijk boek1 wijl het leven er in vastgegrepen wordt4 ,blok4 ,thans het oordeel van den historicus ,prof4 ,blok3 ,de ,camera ,obscura is naar mijne meening een werk van groote en blijvende waarde1 vooral als getrouwe afbeelding van een beschavingsperiode1 die in de geschiedenis van ons volk een belangrijke plaats inneemt3 een periode van plaatselijk stilleven1 waaraan wij thans ontgroeid zijn1 maar die bijna een halve eeuw lang typisch geweest is voor ons volksbewustzijn4 ,viotta4 ,de bekende musicus ,henri ,viotta zegt o4a43 ,als musicus gevoel ik mij bijzonder aangetrokken door de ,familie ,kegge4 ,de beschrijving van het concert is de geestigste recensie1 die ik ken4 ,troelstra4 ,ten slotte een aanhaling uit het schrijven van den bekenden sociaal-democraat ,mr4 ,p4 ,j4 ,troelstra3 ,de ,camera ,obscura behoort tot het burgerlijke tijdperk van onze literatuur1 ook wat den kijk van den schrijver op het volk en de sociale toestanden betreft4 ,maar het boek is m4i4 gemeengoed der natie geworden1 en van alles1 wat onder het etiket proletarische literatuur is verschenen1 heeft niets het zoover kunnen brengen1 dat het volk het als zijn eigen heeft aangenomen4 ,m4i4 is de grond hiervoor te vinden1 behalve in de stof1 het talent en het objectieve standpunt van den schrijver1 in zijn gemis aan pretentie4 ,onze moderne schrijvers zijn zeer pretentieus2 de besten hunner willen het juist heel bijzonder zeggen1 gebruiken een taal1 die het volk niet begrijpt1 en dringen daarom slechts tot een klein letterkundig geschoold deel van 't volk door4 ,den klassieken eenvoud van ,goethe en ,schiller1 ook dien van de ,camera1 missen zij4 ,en met de uiterlijke luxueuse artisticiteit hunner produkten correspondeert niet de diepte van hun kijk op het leven1 hunne bekwaamheid in te grijpen in de innerlijke roerselen van het menschenhart 7buiten hun eigen71 die de ,camera zoo warm1 zoo innig1 zoo tot een stuk van ons leven maken4 ,ontstaan van de ,camera4 ,beets heeft in zijn studententijd de ,camera geschreven en in #ahci werd het boek voor 't eerst gedrukt4 ,in dien druk kwamen o4a4 voor ,de ,familie ,stastok1 ,een oude ,kennis en ,een onaangenaam mensch in den ,haarlemmerhout4 ,in de #c;e uitgave 7van #ahea7 verschenen ,de ,familie ,kegge en ,gerrit ,witse1 die beide echter al lang vr #ahea geschreven waren4 ,hildebrand4 ,beets schreef het werk onder het pseudoniem ,hildebrand en er zijn heel wat gissingen gemaakt1 waarom juist deze naam gekozen is4 ,beets geeft in zijn ,na vijftig ,jaar4 ,noodige en overbodige opheldering van de ,camera ,obscura1 zelf het volgende antwoord3 ,wat hem bewogen heeft om juist dien naam aan te nemen1 weet hij zelf niet4 ,alleen wist hij1 toen hij hem aannam1 dat het een naam was door niemand van zijn maagschap1 vrienden of bekenden gedragen1 en voorts was hij van het gevoelen1 door hem uitgedrukt in de ,narede van #ahch3 ,ook is het om 't even of men ,jaap 7,jacob7 heet of ,hildebrand4 ,de naam ,camera4 ,de naam ,camera ,obscura is duidelijk3 ,hildebrand wil in zijn boek weergeven wat hij in 't leven ziet1 hij gaat fotografeeren4 ,zijn werk is dus realistisch4 ,maar toch niet zuiver realistisch1 omdat ,hildebrand geen echte fotografie levert4 ,hij heeft geen bepaalde personen op 't oog3 maar vereenigt verschillende eigenschappen in n persoon3 de bedoeling is meer typen te geven dan werkelijke personen4 ,toch blijven--en dat is een van de groote verdiensten van de ,camera--ook de typen menschen van vleesch en bloed1 personen zooals we allen in onze omgeving kunnen aanwijzen4 ,wie heeft nooit een houten ,klaas als ,pieter ,stastok ontmoet8 ,maar persoonlijk wilde de schrijver niet zijn4 ,dat blijkt uit de waarschuwing tegenover 't titelblad4 ,de schaduwen en schimmen van ,nadenken1 ,herinnering en ,verbeelding vallen in de ziel als in eene ,camera ,obscura1 en sommige zoo treffend en aardig1 dat men lust gevoelt ze na te teekenen en1 met ze wat bij te werken1 op te kleuren1 en te groepeeren1 er kleine schilderijen van te maken1 die dan ook al naar de groote ,tentoonstellingen gezonden kunnen worden1 waar een klein hoekje goed genoeg voor hen is4 ,men moet er evenwel geen portretten op zoeken3 want niet alleen staat er honderdmaal een neus van ,herinnering op een gezicht van ,verbeelding1 maar ook is de uitdrukking des gelaats zoo weinig bepaald1 dat eene zelfde tronie dikwijls op wel vijftig onderscheiden menschen gelijkt4 ,wijze van werken4 ,de groote kracht van ,hildebrand is juist dat nateekenen1 dat weergeven van 't geen hij ziet4 ,het bedenken van een intrigue is niet zijn fort4 ,vandaar dat de grootere stukken uit de ,camera dan ook allemaal op dezelfde manier gebouwd zijn3 een student gaat uit logeeren1 neemt zijn camera mee en richt dat toestel nu op den een1 dan op den ander4 ,zoo is 't in ,de ,familie ,stastok en ook in de ,familie ,kegge4 ,gerrit ,witse is in vele opzichten op dezelfde wijze geconcipieerd1 en in ,een oude ,kennis is 't haast alsof ,hildebrand een kinematografische opname gedaan heeft van den goedigen ,mr4 ,bruis1 die zooveel avonturen op zijn reisje heeft4 ,echt ,hollandsch boek4 ,deze gave van den schrijver maakt de ,camera tot zoo'n door en door ,hollandsch boek3 ,hildebrand weet het ,holland van zijn tijd voor ons te doen herleven4 ,de ,camera is1 zooals ,querido terecht zegt1 onsterfelijk wijl het leven er in vastgegrepen is4 ,daarnaast moeten we vooral wijzen op de manier waarop ,hildebrand dat leven weet weer te geven1 op zijn onderhoudende1 geestige wijze van vertellen1 op zijn keurigen stijl1 die hem telkens het juiste1 typeerende woord weet te doen vinden4 ,om het kenmerkende van de ,camera beter in licht te stellen1 zullen we n stuk1 ,de ,familie ,stastok1 meer in bizonderheden bespreken4 ,de ,familie ,stastok4 ,schildering van den middenstand4 ,hierin wordt ons de middenstand uit ,hildebrands tijd 7dus #ahdj7 geteekend4 ,zoo wren werkelijk de bedaarde1 deftige1 eerzame ,hollanders uit dien tijd1 hl solied1 maar ook hl bekrompen4 ,in waarheid conservatief4 ,zooals ,prof4 ,blok zegt3 de tijd van het plaatselijk stilleven4 ,ook ,beets was in een dergelijke omgeving opgegroeid1 vandaar dat ,huet spreekt van de geestige wraakoefening van iemand1 die zich misplaatst voelt in den kring zijner geboorte4 ,op een andere plaats vergelijkt deze zelfde criticus de ,camera en den ,max ,havelaar en wijst op het satirieke in beide werken4 ,in beide wordt afgerekend met eene zamenleving4 ,welk innig genot smaakte ,hildebrand1 toen hij ze naar den vleesche ridikuliseren kon1 de filistijnsche kwelgeesten zijner jeugd6 ,hoe sprong ,havelaar's hart in zijn binnenste van blijdschap op1 toen ,sjaalman met fatsoen de ,aglaja op den grond kon laten vallen6 ,zulke stille tijgergenoegens verorbert een mensch slechts eenmaal in zijn leven4 ,of tijgergenoegens voor ,hildebrands goedmoedige spotternij niet wat te sterk is8 ,me dunkt van wel4 ,multatuli kwetst zijn tegenstanders met z'n snijdende woorden1 ,hildebrand houdt ze een beetje voor den mal4 ,maar dat de bourgeoisie van #ahdj er zonder kleerscheuren afkomt1 zal niemand kunnen beweren4 ,men denke slechts aan 't hoofdstuk waarin verteld wordt1 dat er menschen komen op een kopje thee1 om verder het avondje te passeeren4 ,bespreking van de hoofdpersonen4 ,oom ,stastok4 ,i4 ,stastok ,senior4 ,zijn beste eigenschap is degelijkheid2 hijzelf is degelijk en degelijk is ook alles wat hij heeft3 z'n huis1 de meubels1 de kleeren1 z'n goud-horloge4 ,maar--en dat maakt hem belachelijk--die degelijkheid uit zich in peuterige dingen1 is geworden tot bekrompenheid4 ,oom ,stastok is het vleesch geworden conservatisme4 ,hij is tegen alle vooruitgang1 tegen alle verandering zelfs4 ,dit conservatisme is zoo sterk1 dat de oude heer ,stastok zijn lintweverij aan kant heeft gedaan1 omdat hij zich niet wilde schikken naar de veranderde omstandigheden3 machines kwamen niet in zijn fabriek en liever dan onder de markt te verkoopen1 liet hij zijn oortjesband verrotten4 ,is 't wonder dat met zulke fabrikanten onze nijverheid naar den kelder moest gaan8 ,geestelijke ontwikkeling4 ,en dan de geestelijke ontwikkeling6 ,oom was tevreden met de ,oprechte ,haarlemmer1 en ,barnave1 par ,jules ,janin1 is voor hem een boek over ,barneveld1 die we laatst in 't leesgezelschap gehad hadden4 ,trouwens in dat leesgezelschap zal wel niet veel anders geweest zijn dan 't geen ,gerrit ,witse op de leestafel van 't ,leesmuseum in ,rotterdam vond3 de ,letteroefeningen1 met een aantal steken op de jonge dichters1 en zeer huiselijke beeldspraak van ongare kost1 keurige schotels1 goed gekruid1 sterk aangezet en wat dies meer zij2 het ,leeskabinet1 met groenen omslag en de ,boekzaal der ,geleerde ,wereld1 met een versjen op de begrafenis van ,ds4 die en die1 en op het vijftigjarig bestaan van ,ds4 zoo en zoo4 ,op die leestafel lag ook nog ,de ,gids1 maar dat oom in zijn leesgezelschap dat tijdschrift ook geduld heeft1 kan ik me niet voorstellen4 ,de ,vaderlandsche ,letteroefeningen zullen op hem in elk geval meer invloed gehad hebben dan de revolutionnaire ,gids4 ,hoe goed die ,letteroefeningen hun lezers over buitenlandsche literatuur inlichten1 blijkt uit de woorden van mijnheer ,van ,naslaan1 die den naam ,victor ,hugo zoo echt ,hollandsch uitsprak1 en meende dat het zoo'n bloederig man was4 ,ook de achtenswaardige makelaar ,dorbeen vond het een rare kerel1 die pro en contra voor geld schreef4 ,en oom moet van die lichtzinnige ,franschen heelemaal niets hebben3 die ,franschen1 't is een raar volk2 al zeg ik 't zelf4 ,heeft ,huet niet wat gelijk als hij zegt1 dat ,beets zich misplaatst voelde in den kring zijner geboorte8 ,en zou ,hildebrand die ,hugo's ,lorsque l'enfant parait zoo goed vertaalde1 zich thuis gevoeld hebben in 't gezelschap van de ,dorbeens1 ,naslaans en ,stastokken8 ,een andere uiting van oom ,stastoks bekrompenheid is zijn zoogenaamde nauwgezetheid1 stiptheid4 ,alles moet precies op den vastgestelden tijd gebeuren3 om zes uur stond oom op1 ten einde om half acht aan het ontbijt te zijn 7672 als de wagen van tween voorbijging1 gebruikte hij zijn bittertje2 voor ,november werd niet gestookt4 ,stastok senior was de slaaf van zijn goud horloge4 ,en keer had de conservatieve heer ,stastok een offer gebracht aan de vooruitgang en nog wel op 't gebied van den ,moloch der negentiende ,eeuw1 de ,mode4 ,niet ten opzichte van eigen kleeding1 verre van dat3 oom bleef nog altijd de korte broek dragen1 maar hij had de tuinkamer laten opknappen en ook het goudleeren behangsel laten bijwerken4 ,dat bijwerken bestond in3 het laten moderniseeren van al wat kleedij was6 de hoeden b4v4 geschilderd naar 't nieuwste model bij den hoedenmaker gehaald4 ,andere dingen daarentegen hadden hun ouden vorm behouden4 ,kan men zich grooter smakeloosheid denken8 ,maar mijnheer ,stastok en zijn kennissen zullen het wel heel mooi gevonden hebben4 ,tante4 ,tante ,stastok is even bekrompen als oom1 maar zij heeft n eigenschap die dat alles over 't hoofd doet zien3 haar goedhartigheid4 ,zij is de zorgzame huisvrouw1 die alles keurig in orde heeft en voor iedereen even hartelijk is4 ,ook haar houding als ,hildebrand 't gedicht opzegt1 is heel sympathiek en haar uitroep3 ,heerementijd1 neef ,hildebrand1 dat is mooi is heel wat meer war1 dan 't gewichtig doen van de deftige heeren4 ,pieter4 ,pieter ,stastok1 de chte ,stastok1 de houten ,klaas4 ,aan die onhandigheid hebben zijn ouders heel wat schuld3 hij is vooral zoo geworden door z'n opvoeding4 ,hij is opgegroeid in de duffe1 bekrompen omgeving1 waarmee we al kennis gemaakt hebben1 altijd is hij behandeld als een klein jongetje1 als eenig zoontje verwend1 omgang met anderen heeft hij weinig gehad4 ,bovendien is hij van nature bedeesd1 wat door zijn opvoeding nog verergerd is4 ,en zoo iemand wordt student6 ,natuurlijk voelt hij zich onder vroolijke jongelui niet thuis1 wordt nog onhandiger en houteriger1 trekt zich terug1 vereenzelvigt1 wordt een zonderling4 ,daarbij nog een ongelukkige eigenschap3 zijn verwaandheid4 ,natuurlijk3 ,pieter is thuis altijd beschouwd als een wonder van geleerdheid1 heeft met andere jongens nooit meegedaan1 zat meest in huis en kon dus gemakkelijk in z'n klas meekomen4 ,de dwaze ouders zijn gaan pronken met hun knappen zoon1 als er bezoek was had ,pieter altijd1 vooral nadat hij ,latijn geleerd had1 een hoog woord1 hij werd de vraagbaak van familie en kennissen en z'n eigenwijsheid werd steeds grooter4 ,wat de heer en mevrouw ,witse in hun bekrompenheid hast gelukte--hun zoon ,gerrit door dwaze vergoding ongelukkig te maken--was aan oom en tante ,stastok volkomen gelukt4 ,kiekjes van ,pieter4 ,op dezen houten ,klaas richt ,hildebrand nu zijn camera en laat ons hem in zijn verschillende evoluties gadeslaan1 juist op oogenblikken en in toestanden dat zijn onhandigheid het best uitkomt4 ,als biljartspeler4 ,eerst moet ,piet biljartspelen4 ,we zien hem dus in een caf1 onder vroolijke menschen1 die 't wt gezellig vinden zoo iemand in de maling te nemen4 ,en nu moet hij nog potspelen ook1 dus met vele anderen tegelijk4 't ,gaat dan ook heel dwaas1 hij hanteert op allerongelukkigste manier z'n keu1 raakt den acquitbal bij ongeluk zoo fijn1 dat hij hem tegen alle etikette in een hoekzak snijdt1 en de pikeur hem toebrult dat het een lompigheid is2 maakt later--alweer bij ongeluk--een doubl2 staat ten slotte er het beste voor van alle spelers1 zoodat hij de ,vlag krijgt2 maar takelt dan langzamerhand af4 ,alles natuurlijk onder duizend grappen van de jongelui1 zoodat ,piet geen drogen draad meer aan zijn lijf heeft4 ,op 't avondje4 ,dan zijn dwaas figuur op 't avondje4 ,bij andere dergelijke gelegenheden is hij een persoon van gewicht1 maar dezen avond loopt het heelemaal mis4 ,twee kleinigheden zijn er die hem hinderden3 liefde en haat4 ,liefde voor ,koosje1 haat tegen ,hildebrand1 die zooveel succes heeft en zelfs bij ,koosje in de gunst schijnt te komen4 ,natuurlijk is ,piet nu nog onhandiger dan gewoonlijk3 hij zou zoo graag ,koosje een zoet woordje toevoegen en weet haar niets anders te zeggen dan3 ,houje nog al van evenveeltjes8 ,en dan plaagt de onuitstaanbare ,hildebrand hem ook nog6 ,hij vraagt ,piet iets op te zeggen1 of te zingen of zoo4 ,stel je voor3 ,pieter ,stastok zingen6 ,bij 't roeipartijtje4 ,erg bespottelijk is ,piets roeipartijtje4 ,eerst al de manier1 waarop hij met ,koosje loopt1 dan de manier van roeien 7met glac's aan nog wel71 het sentimenteele gesprek met ,amlie1 de magere ende zeer leelijke van gedaante1 rank van vleesche1 en wier gelijke in leelijkheid niet gezien was in den ganschen ,egyptenlande2 de schommelpartij1 als ,dolf en ,koosje neus aan neus staan en hij het genoegen heeft ze op te geven2 de schipbreuk van ,piet1 waarbij alleen de laarzen nog aan boord liggen1 de panden van zijn jasje op de golven zweven1 zijn handen zich op den bodem van 't water ophouden en het beslikte1 maar nog altijd gebrilde gelaat niet dan met moeite wordt boven gehouden1 terwijl de hoed op de ongewisse baren dobbert2 daarna ,piet in het costuum van boer ,teewis1 een pakje nat goed onder den arm en even daarna met een rapier in de hand1 bijna in duel met ,dolf en ten slotte4444 ,piet in dat idyllisch kostuum1 nog verfraaid door een schotsbonten mantel van ,christien1 bij 't zachte maanlicht waratje haast aan 't vrijen met ,koosje6 ,o1 die schalksche camera van ,hildebrand6 ,van ,naslaan4 ,over de andere personen zullen we kort zijn4 ,de heeren ,van ,naslaan en ,dorbeen hebben we zoo pas bij de ,letteroefeningen al ontmoet en een nadere kennismaking zal onze achting voor de beide heeren niet vermeerderen4 ,van ,naslaan is iemand1 die--zijn naam zegt het al--onbegrijpelijk veel gelezen heeft1 een echte snuffelaar1 die allerlei peuterige dingen uit vroegeren tijd opzoekt4 ,hij heeft 't dan ook altijd over den goeden ouden tijd4 ,en oom ,stastok is 't roerend met hem eens1 dat onze vaderen andere menschen waren4 ,als ,hildebrand reciteert3 ,soms spreken we om den haard1 met ernst en met verstand1 ,van wetenschap en kunst1 van plicht en vaderland4 knikt de heer ,van ,naslaan zeer verstandig6 ,dorbeen4 ,dorbeen is de komiek van 't gezelschap1 een echte flauwe vent1 die zijn grappen zelf heel mooi vind4 ,sterk is hij in woordspelingen b4v4 ,zijn vader heet ,goedelaken1 maar hij mocht wel ,goudlaken heeten4 ,het ,nut der ,tegenspoeden wordt het nut der regenhoeden4 ,natuurlijk wordt hij zr gewaardeerd1 net als ,wagestert in ,gerrit ,witse2 allen zitten te schudden om zijn geestigheden1 alleen ,koosje1 die de gebruiken zeker nog niet kent1 heeft er moeite mee4 ,de dames4 ,de dames zijn al even bekrompen als de heeren3 mejuffrouw ,van ,naslaan doet verbazend gewichtig1 vergelijkt alle dingen geestiglijk bij muisjes1 die staartjes hebben zullen1 en staat dus in een grooten roep van wijsheid2 mevrouw ,dorbeen is een rammel1 trotsch op haar mevrouwschap1 haar muts en haar echtgenoot1 van wie ,hildebrand had hooren zeggen1 dat ze een heel mooi vers opzei4 ,ze heeft dan ook zeer rollende bruine oogen en brouwt sterk6 ,hoe goed ze kan reciteeren blijkt1 als ze op hartroerende wijze het hartroerende meesterstuk des grooten ,borgers bederft4 ,koosje van ,naslaan is een aardig1 natuurlijk meisje2 ,mietje 7met de kalfsoogen7 volstrekt niets dan een goed mensch1 dat weinig anders zegt dan ,h1 ja6 ,de dames van het roeipartijtje worden het best getypeerd in den volgenden zin3 ,koosje was allerliefst1 ,christien alleruitgelatenst1 ,amelie allersentimenteelst4 ,kenmerkend is ook de verschillende houding van de dames als ,piet door een onhandige beweging met zijn riem de schuit doet ronddraaien3 ,koosje lachte1 ,christien proestte1 ,amelie gaf een gilletje6 ,dolf van ,brammen4 ,dolf van ,brammen is wel in alle opzichten een tegenvoeter van den goeien ,pieter6 ,dolf jolig1 onderhoudend1 handig2 ,piet droog1 vervelend1 houterig2 maar ,pieter is een echte blokker en zal bij zijn examens wel cum laude krijgen1 en ,van ,brammen is een boemelaar1 een gesjeesd student6 ,zoo iemand had ,hildebrand noodig om ,pieter eens goed in 't zonnetje te kunnen zetten4 ,keesje4 ,van ,keesje behoeven we weinig te zeggen1 dien kent ieder4 ,huet noemt zijn verhaal--naast dat van ,saidjah en ,adinda--de bloem der sentimentaliteit en daaraan hebben we niets toe te voegen4 ,mooie rol van ,hildebrand4 ,nog een enkel woord over de rol die ,hildebrand zich zelf in de ,camera toedeelt4 ,kloos 7en vele andere critici o4a4 ,huet7 hinderde de telkens om een hoek glurende1 zelfbewust-minzame gestalte van den auteur en werkelijk is 't opvallend hoe mooi ,hildebrand z'n rol is4 ,hij weet zich uitstekend te bewegen1 kan goed biljarten1 goed roeien1 een vers zeggen1 staat in n woord vr boven alle anderen4 ,keesje krijgt door hm 't geld terug4 ,zoo is 't ook in ,de ,familie ,kegge1 waar ,hildebrand zelfs de belaagde onschuld 7,suzette ,noiret7 redt en den schijnheiligen belager 7,van der ,hoogen7 ontmaskert6 't ,geestige in de ,camera4 ,ten slotte iets over 't geestige van den stijl in de ,camera1 waardoor de schrijver de aandacht telkens gespannen weet te houden4 ,als men maar enkele regels leest1 ontmoet men bijna dikwijls zoo'n echt ,hildebrandiaansche zinswending of uitdrukking1 die telkens weer een glimlach op onze lippen roept4 ,op enkele eigenaardigheden wijzen we hier3 #a4 ,het geestige in 't gebruik van een enkel woord1 b4v4 op dezelfde bank met deze had een jong juffertje gezeten1 in een blauw geruiten mantel niet gedoken1 het denkbeeld is te ruim1 maar gestoken1 of4444 ,aan zijn zijde sluimerde een jong mensch met gescheiden haar1 en verder3 ,pieter en ik worden bezig gehouden door een langwerpig man van een groote dertig jaren1 met een kaalachtig hoofd en in een langen sluitjas4 #b4 ,het laatste voorbeeld wijst op een tweede middel om een komisch effect te weeg te brengen nl4 het in n adem noemen van twee dingen die niet bij elkaar passen bv4 beschrijving van lichamelijke eigenschappen en daarmee de kleeding te verbinden1 net alsof dat ook noodzakelijk bij den beschreven persoon behoort4 ,zoo in dezen zin3 ,aan zijne zijde sluimerde een jong mensch met gescheiden haar1 zoo glad gekamd alsof het uit en stuk was1 hooge jukbeenderen1 een blauwe das1 een turkooizen doekspeld1 enz4 ,oom ,stastok had geen ander lichaamsgebrek dan zijn hooge linnen halsboorden6 en mevrouw ,dorbeen was trots op haar muts en haar echtgenoot4 ,zoo vond ook ,hildebrand in de kerk praalgraven en kosters die een fooi begeerden4 #c4 ,de woordspelingen4 ,pietje had ,koosje geen ander zoet woordje kunnen toevoegen dan3 houje nog al van evenveeltjes8 en de schuit1 waarmee de jongelui vastraakten1 strekte haar gehechtheid letterlijk uit tot de struik1 waarvan de vergeet-mij-nietjes waren geplukt1 tot het stuk grond1 waarop zij gebloeid hadden4 #d4 ,de komische samentrekkingen4 ,een enkel typeerend voorbeeld3 ,pieter is onder de verhalen van mijnheer ,dorbeen verstrooid1 rookt wanhopig door1 grinnikt als een vertelsel1 en stopt een nieuwe als een pijp uit is6 ,,waarheid ,,en ,,droomen4 ,ontstaan van het werk4 ,hierover leze men het ,naschrift4 ,losse bladen uit de geschiedenis van het boek1 door ,jonathan in #ahia geschreven als aanhangsel bij de #hste uitgave van zijn werk4 ,voor dengene die een vroegere uitgave bezit1 diene 't volgende4 ,potgieter bezocht zijn vriend ,hasebroek in #ahci1 toen deze nog predikant was te ,heilo en vroeg om een bijdrage voor zijn almanak ,tesselschade2 ,hasebroek bood aan wat pozie te leveren1 maar zijn vriend wilde een prozastuk3 de brieven1 door ,potgieter van ,hasebroek ontvangen1 hadden den eerste bewezen dat er in den predikant een uitnemend prozast school4 ,potgieter bood zelfs aan met behulp van ,beets1 die bij 't gesprek tegenwoordig was1 uit verschillende fragmenten van ,hasebroeks brieven een geheel samen te stellen1 maar dit mislukte en nu sloeg ,jonathan zelf de handen aan 't werk4 ,zoo ontstond het eerste opstel3 de ,oprechte ,haarlemsche ,courant4 ,de schrijver koos juist dit onderwerp1 omdat hij een lijst voor de verschillende beeldjes in de schilderij moest hebben4 ,ik zou enkel losse bladzijden geven1 maar die moesten met elkaar in verband worden gebracht en daartoe was een of ander verbindingsmiddel noodig1 dat elastisch was en gemakkelijk alles en nog wat1 waarover ik praten zou1 samen kon vatten4 ,het voornaamste van dit alles is1 dat juist ,potgieter de man is geweest die ,hasebroek tot proza-schrijven heeft gebracht2 een nieuw bewijs1 hoe groot de invloed van dien criticus op de letterkunde van de #ai;e eeuw geweest is4 ,toen ,jonathan eens iets had voortgebracht1 liet ,potgieter hem niet met rust1 en vroeg nieuwe bijdragen voor ,tesselschade en voor ,de ,gids4 ,al spoedig werden de schetsen zoo talrijk1 dat ze samen een bundel konden vormen1 die in #ahdj onder den titel ,waarheid en ,droomen verscheen4 ,naam4 ,de titel zelf is duidelijk3 wat wil de schrijver er mee te kennen geven8 ,en nu de naam van den schrijver3 waarom zou juist de naam ,jonathan gekozen zijn8 ,houd hierbij in 't oog1 wat de schrijver omtrent de beteekenis en het wezen van verschillende namen zelf zegt in de ,stamboom4 ,we geven uit dit gedeelte enkele aanhalingen 7vgl4 blz4 #abh-abi van den #aj;den druk74 ,de ,hebreeuwen gaven hun kinderen een naam naar de hope1 die zij van hen koesterden1 naar de deugd1 tot wier beoefening ze bovenal verplichten wilden4 ,in ons land is de oorspronkelijke beteekenis van de namen geheel verdwenen1 maar van zichzelf zegt de schrijver nog3 ,mijne lieve moeder althans heeft mij wel degelijk bij mijn ,jonathans-naam een ,jonathans-hart zoeken te geven2 een bewijs1 dat hij aan zijn eigen naam de oorspronkelijke beteekenis hecht4 ,indruk dien men van ,jonathan uit zijn geschriften krijgt4 ,uiterlijk van ,jonathan4 ,hij teekent zich zelf als een bejaard man1 met een lange1 magere gestalte1 een verre van behagelijk uiterlijk1 doffe oogen1 gerimpeld voorhoofd1 met smartelijke groeven om zijn mond1 en peper- en zoutkleurige haren4 ,we zullen deze uitspraken even met aanhalingen bewijzen4 a4 ,in zijn brief aan een oude vrijster--lieve juffrouw ,x--zegt ,jonathan3 ,ik ben dus tot mijn groote schande ondanks mijn overrijpe jaren nog niet beter dan een onmondige1 en zonder over mijn hand te kunnen beschikken 7blz4 #aga74 b4 ,in het ,portret1 waar de schrijver over zijn jeugd en over zijn later leven spreekt1 heet het3 ,integendeel gaat mijn nederige schroom hierin zoo ver1 dat ik1 als ik 's zomers buiten wandel1 er bijna een gewetenszaak van maak1 niet te dicht bij het spiegelend water te komen1 omdat het mij aan 't hart gaat1 als ik het op eens1 in plaats van ,gods blauwen hemel en zijn lieve groene boomen1 mijn lange magere gestalte zie terugkaatsen 7blz4 #aca74 c4 ,een paar bladzijden verder 7#acc7 zegt ,jonathan3 zoowel als ik er straks voor uitkwam dat ik nu verre ben van een behagelijk uiterlijk te hebben1 moet gij mij vergunnen te zeggen1 dat ik geen onbevallig kind moet geweest zijn4 d4 ,op blz4 #ace wordt de vergelijking tusschen het nu en 't vroeger verder uitgewerkt4 ,hoe kan mij het onderscheid tusschen het hoofd en den man treffen6 ,dat gladde voorhoofdje1 hoeveel rimpels heeft het gekregen6 dat fonkelend oog1 welk een doffe nevel heeft den straal der vreugde daarin uitgebluscht6 die bloeiende wangen1 hoe heeft de hitte van den dag ze doen verdorren6 dat lachende mondje1 welk een diepe groef heeft de smart er ingedrukt6 e4 ,voor zulk een bespottelijkheid heb ik mijn reeds niet meer nkleurige haren weten te behoeden 7,oude ,vrijsters blz4 #afg74 ,dit is dus de voorstelling1 die men bij lezing van 't boek van ,jonathan maakt2 in werkelijkheid was de schrijver een jonge man van acht en twintig jaren 7,hasebroek werd in #ahab geboren74 ,heel aardig is de anecdote die ,hasebroek in verband hiermee in zijn ,narede vertelt 7blz4 #ccd-cce71 namelijk van een vurigen ,jonathans-vriend1 die toen de predikant eens in de buurt van ,haarlem zou komen preeken1 een heele reis maakte1 om den geliefden auteur1 wiens geschrift hij zoo gaarne las1 ook eens persoonlijk te zien en te hooren1 en zoodra hij in plaats van den bedaarden oud-vrijer1 een jeugdigen borst zag1 opstond en boos wegreed4 ,oude vrijer4 ,een oude vrijer1 want dat is ,jonathan volgens de voorstelling in ,waarheid en ,droomen4 ,zoek zelf een of meer plaatsen op1 waaruit dat blijkt4 ,tracht bovendien iets te vinden omtrent zijn levenswijze4 ,hoe heet de oude dienstmaagd1 die al jaren lang voor hem zorgt8 ,en hoe weet ge1 dat ze er al jaren woont8 ,bovendien komt nog een vrouwelijke figuur in 't boek voor3 ,editha4 ,hoe stelt ge u de verhouding voor tusschen haar en ,jonathan8 ,op blz4 #agd1 in 't hoofdstuk ,oude vrijsters1 komt voor de volgende zin3 ,terwijl ik dit schrijve1 vloeien er tranen van dankbare erkentenis op mijn papier1 mijn goede1 lieve ,editha6 ,lees de beide bladzijden vr dezen zin aandachtig na en tracht dan de bedoeling van dit gezegde te verklaren4 ,misschien is u dan de verhouding tusschen ,jonathan en ,editha duidelijk geworden4 ,waarom ,jonathan een oude vrijer geworden is1 vertelt hij ons zelf3 ,hij heeft in zijn jeugd een meisje lief gehad1 en schoon deze thans een anderen naam dan den zijnen draagt1 kan hij haar nog niet vergeten 7blz4 #aga74 ,op verschillende plaatsen wordt van deze ongelukkige liefde gesproken--tracht er zelf nog het een en ander van te vinden4 ,karaktertrekken van ,jonathan4 ,dit zorgvuldig na te gaan is van veel gewicht1 omdat we hierdoor in 't wezen van 't boek kunnen doordringen en hier bestaat niet het groote verschil dat we zoo pas in 't uiterlijke gevonden hebben1 want zooals door ,hasebroek in de ,narede wordt gezegd1 de zoo even vermelde ,jonathan-bewonderaar1 die boos wegreed toen hij den jongen prediker zag1 had de proef moeten nemen1 of bij alle verschil van den uitwendigen persoon1 de inwendige mensch1 die dan toch ten slotte de ware en echte ,jonathan is1 niet ook in de rede van den prediker leefde en sprak4 ,had hij dit gedaan1 hij zou misschien met zijn ervaring vrede gehad hebben bij de erkenning3 tweerlei voorkomen1 n geest1 n hart 7blz4 #cce74 ,de voornaamste karaktertrekken van den schrijver zijn de volgende3 ,teergevoeligheid4 #a4 ,gevoeligheid en teerhartigheid4 ,vele bewijzen zijn niet noodig1 omdat deze eigenschap reeds bij de eerste lezing dadelijk opvalt4 ,jonathan zelf zegt dat hij ze van zijne moeder heeft gekregen1 zijne moeder1 door hem altijd vereerd als een liefdevolle engel4 ,de neiging tot het gevoelige1 die soms zelfs eenigszins overhelt tot sentimentaliteit1 blijkt uit vele schetsen1 b4v4 uit de wijze waarop de berichten in de ,haarlemmer ,courant besproken worden1 verder vooral uit ,het ,album1 uit ,het ,schaap1 uit ,muziek4 ,editha speelt niet zonder reden de weemoedige dernire pense musicale van ,weber nog eens voor ,jonathan4 ,zwaarmoedigheid4 #b4 ,zwaarmoedigheid en droefgeestigheid1 voortvloeiende uit het feit1 dat ,jonathan al te veel gevoeligheid van zijn moeder heeft gerfd4 ,in ,het ,legaat bekent de schrijver1 dat hij reeds als knaap en jongeling tot weemoed neigde en hij dus een opwekking van zijn vriend ,rob dikwijls zeer noodig had4 ,medegevoel4 #c4 ,zijn medegevoel1 zijn humaniteit4 ,lees b4v4 hoe ,jonathan spreekt over de armen en de armoede 7blz4 #i71 over faillissementen 7#ae71 over gouvernantes1 die zich vergenoegen met een klein salaris op voorwaarde van een goede behandeling1 en dus liever armoede lijden dan hardheid 7blz4 #ai71 over ,oude ,vrijsters en bovenal lees hoe ,jonathan wil handelen op ,st4 ,nicolaas4 ,streelend zal 't voor ,hasebroek geweest zijn te bemerken dat zijne woorden niet altijd zonder uitwerking bleven1 zooals o4a4 blijkt uit een briefje1 door hem op blz4 #bch 7,narede7 medegedeeld4 ,de kinderen uit een zeker gezin hadden de bedoeling van ,jonathans ,st4 ,nicolaas begrepen1 want nadat het stuk in den huiselijken kring was voorgelezen1 brachten ze stilletjes hun ,nicolaasgeschenken bij een ouden armen schoenmaker in de buurt4 ,dat ,jonathan ook het lijden der dieren meevoelt1 blijkt uit ,het ,schaap4 ,mijmeren4 #d4 ,een bijzonder kenmerkende eigenschap van den schrijver is zijn neiging tot mijmeren1 tot fantaseeren4 ,waarheid en ,droomen heet zijn werk4 ,als ,jonathan zijn ,album doorbladert1 mijmert hij over lang vervlogen tijden1 zijn ,klok roept tal van herinneringen bij hem wakker1 de klok spreekt hem van zijn tijd en wat met hem gebeurd is1 het is zijn vertrouwde4 ,ruitentroef is n droom4 ,en dan het ,portret en ,het ,legaat6 ,droomen is een heerlijke bezigheid voor ,jonathan1 geregeld brengt hij de laatste uren des daags in eenzame mijmering op zijn kamer door4 ,en juist die droomen beschrijft hij ons1 daaraan hebben we 't ontstaan van zijn boek te danken4 ,dat is ook het doel van zijn werk3 hij wil1 dat de menschen enkele oogenblikken gebruiken om rustig te peinzen en te mijmeren1 dat ze nadenken over het verleden1 over 't heden en over de toekomst misschien--over 't verleden vooral6--om zoodoende in te keeren tot zich zelf4 ,men kan niet altijd dr vechten1 men moet toch ook eens rusten van den strijd3 op de plaats rust6 gelijk het militaire kommando soms luidt4 ,niet iedereen heeft ,jonathan's werk noodig1 bij sommigen volstaan de visioenen van eigen verbeelding1 maar anderen begeeren misschien als behulp voor een tijd den tooverspiegel van een anders fantasie1 de influisteringen van een anderen geest en een ander hart en tot dezen spreekt ,jonathan het woord van ,augustinus3 tolle1 lege6 neem en lees6 ,liefdevol geloof4 #e4 ,het geloof van ,jonathan4 ,vroom is hij1 zeer vroom4 ,zijn grootste trots is deze3 ,het eerste blad aan mijn bijbel is mijn stamboom4 ,mijn voorouderen vormen een rij van vromen4 ,oud-,hollandsche godsvrucht was als erfelijk in hun stam4 ,jonathan zelf werd godsdienstig opgevoed1 als de knaap iets misdreven had1 en daarvoor van zijn moeder vergiffenis had gekregen1 voerde zij hem aan de voeten des ,hemelschen vaders1 opdat hij die vergiffenis ook van ,hem kon afsmeeken6 ,op het eerste blad van het album schrijft de grootmoeder ,math4 ,x1 #cg4 ,die vader of moeder lief heeft boven mij1 en is mijns niet weerdigh3 en die sone ofte dochter lief heeft boven mij3 is mijns niet weerdigh4 ,de vader van ,jonathan zou men houden voor een ,christen die uit de ,stoa was uitgegaan1 #ae dus iemand met streng zedelijke beginselen4 ,vandaar ook de spreuk1 die hij schrijft in 't album van zijn zoon3 ,in het witte boek van mijn zoon4 ,deze naam zij een voorteeken6 ,en de moeder teekende ,jezus1 volgens de voorstelling van ,matth4 ,,xix1 #ac3 ,doe wierden de kinderkens tot hem gebracht1 opdat hij de handen haer soude opleggen ende bidden4 ,jonathan is dus als knaap door een zachte1 liefdevolle moeder in vroomheid opgevoed1 terwijl de meer strenge vader hem heeft gewezen op zijn plichten en hem een zedelijk leven als 't hoogste zal voorgehouden hebben4 ,dat de schrijver een vroom man is geworden is dus niet te verwonderen2 eigenaardig is evenwel zijn houding tegenover het dogma4 ,zijn vroomheid is een kinderlijke overgave aan ,christus1 hij vereert bovenal den liefdevollen ,christus1 die de kinderkens tot zich laat komen1 en de armen en verdrukten steunt4 ,hij aanbidt den ,god der ,liefde4 ,en dat heeft hij van zijn moeder1 nooit vindt hij den ,zaligmaker beminnelijker dan in de voorstelling van zijn lieve moeder4 ,gelijk een portret naar het leven gemaald verschilt van de afbeelding op een doode genomen1 verschilde haar teekening van den ,eenige van die van anderen4 ,men kan zien dat haar hart het penseel bestuurde4 ,die verheven gedachte van haar lievelings-,apostel3 ,die niet lief en heeft1 die en heeft ,god niet gekend3 ,god is liefde6 liefde is als het orgaan1 waardoor men ,god leert kennen en aanschouwen1--bevestigde zich in haar ten aanzien van zijn beeld op aarde4 ,in zooverre dat van een gebrekkig menschenhart kan gezegd worden1 gold het van haar2 haar liefdevol hart begreep hem6 ,van daar putte zij1 als zij den ,heiland schilderde1 niet enkel uit haar geheugen1 maar veeleer kwam zijn beeld allengskens1 als een hostie uit haar heiligdom1 uit het binnenste te voorschijn4 ,vandaar dan ook1 dat dit beeld zich in mijn ziel drukte1--en1 hoop ik1 onuitwischbaar6 ,dogmatische kwesties worden door ,jonathan niet behandeld1 hij legt geheel den nadruk op vroomheid des harten1 kenmerkend voor een aanhanger van het ,rveil4 ,zelfs hekelt hij de predikanten1 die hun hart niet geven bij hun prediking2 men vergelijke de schildering door menigen ,eerwaarde van het hemelsch ,jeruzalem in ,het ,portret4 ,merkwaardig is ook de volgende aanhaling uit ,het ,legaat3 ,voor sommigen is de kruisberg een goudmijn3 dat zijn de priesters4 ,voor anderen is hij de ,helicon3 dat zijn de geleerden4 ,voor anderen is hij een berg des ,heeren3 dat zijn de vromen4 ,voor anderen eindelijk is hij niets dan een berg3 dat zijn de ongeloovigen4 ,liefde voor zijn ouders4 ,hierover is zooeven al een en ander gezegd1 dat de lezer zelf gemakkelijk aan kan vullen4 ,men leze hetgeen van de moeder op blz4 #cb1 #eb1 #ach1 #ada en #afh gezegd wordt3 ,maria was haar naam1 en zij beantwoordde geheel aan het beeld1 dat die naam onwillekeurig voor den geest roept4 ,van den vader leze men vooral de beschrijving in ,het ,album en ,het ,portret--blz4 #dd en blz4 #adc4 ,lievelingsschrijvers van ,jonathan4 ,om dit te weten te komen vergezellen we hem naar zijn ,bibliotheek4 ,reeds dadelijk moet het den opmerkzamen lezer zijn opgevallen dat ,jonathan goed op de hoogte is met de klassieke schrijvers3 de talrijke aanhalingen uit hun werken bewijzen dit4 ,maar 't beste thuis is hij in zijn ,bijbel1 geen enkel stuk of hij weet een menigte bijbelteksten te plaatsen1 terwijl bovendien toespelingen er op dikwijls voorkomen4 ,merkwaardig is wel1 dat ,jonathan niet n bepaalde richting meer uitsluitend is toegenegen3 hem zij vergund geen school te kiezen1 maar een electicus te blijven4 ,waar ik het schoone vinde1 al is het onder het stof der oudste oudheid1 al is het onder het waas der nieuwheid1 laat mij toe het schoon te vinden4 ,vandaar ook de algemeene verbroedering der groote auteurs die in zijn bibliotheek plaats vindt4 ,op de ,nederlandsche schrijvers willen wij nog even wijzen4 ,uit het bloeitijdperk worden genoemd3 ,hooft en ,vondel1 niet ,cats--wel merkwaardig voor de bibliotheek van een geloovig man6--verder uit de #ah;e eeuw de ,van ,harens en ,bilderdijk4 ,eindelijk ,tollens2 we halen thans woordelijk aan1 om te laten uitkomen1 hoe hoog deze dichter bij zijn tijdgenooten stond aangeschreven2 dan beluister ik ,tollens onder zijn kinderen in de uitboezeming van het zuiverste menschengevoel1 dat ooit een menschenhart deed kloppen4 ,de dichter der huiselijke zangen wordt dus bewonderd3 het ,nederlandsche volk vindt zich-zelf in hem terug1 maar geidealiseerd1 zooals ,huet in zijn studie over ,tollens terecht opmerkt4 ,humoristen4 ,hoewel ,jonathan volgens 't bovenstaande geen school wil kiezen1 moet er toch op gewezen worden1 dat hij met en soort van schrijvers bizonder veel op heeft1 met de ,humoristen4 ,wat hij daaronder verstaat blijkt duidelijk uit zijn definitie3 halflachende1 halfschreiende ,aprilskinderen4 ,aprilskinderen noemt ,jonathan hen om daarmee aan te duiden het grillige in hun wijze van werken4 ,van ,yorick sprekende1 zegt hij immers3 ,wat gaat het mij aan1 of gij mij al langs onophoudelijke kronkelpaden voert1 en telkens uw eigen weg schijnt vergeten te zijn3 gij kent toch den weg door het menschelijk gemoed uitmuntend1 en1 waar gij ook henen dwalen moogt1 in dien doolhof verdoolt gij nooit4 ,wat vraag ik er naar1 of uwe rede dikwijls een pijl gelijkt1 die door den wind opgenomen1 vademen ver van het doel slingert8 ,gij weet toch het kortste pad naar mijn hart1 en uw doel om dat te roeren bereikt gij altijd4 ,de uitdrukking3 halflachende1 halfschreiende1 spreekt voor zich zelf2 we herinneren om op de overeenkomst in definitie te wijzen1 nog even aan het bekende puntdicht van ,de ,genestet1 waarin hij humor noemt rijke taal vol geest--en ingehouden tranen en aan ,huets uitdrukking3 't is een weemoedig accompagnement bij een vroolijk liedje4 ,stijl van ,jonathan4 ,hier behoeft zeker niet bewezen te worden dat ,jonathan tot een van onze beste stylisten gerekend kan worden3 zijn werk spreekt voor zichzelve4 ,wij wijzen hier slechts op een enkele passage in het ,legaat 7blz4 #aje73 ,als de kunstenaar een beeld wil gaan houwen1 dan neemt hij geen blok dat juist zoo groot is als het beeld1 dat hij maken wil1 maar hij neemt een vierkanten klomp1 waar de ruwe kanten nog aanzitten4 ,daar zit dan het beeld1 dat er uit moet komen1 wel in1 maar eerst moet de buitenste schors wegvallen4 ,ha6 hoe er dan onder zijn krachtigen beitel de stukken afvliegen6 hoe het beeld overal het marmer pijnlijk van het lijf wordt afgescheurd6 het zucht onder de ruwe slagen van zijn formeerder6 maar let op6 daar beginnen de houwen reeds af te nemen2 telkens valt het wapen zachter neder2 heerlijk komt het beeld uit zijn nauw omhulsel te voorschijn4 ,hier geen afgesleten beeldspraak--alles leven en frischheid6 ,men leze nog eens ,het ,schaap1 vooral het laatste gedeelte 7bl4 #hb-hf71 en ga eens na hoe eigenaardig ,jonathan hier verschillende uitdrukkingen aan het schaap ontleend weet te pas te brengen4 ,geestige uitdrukkingen en invallen1 zooals ,beets ze bij menigte geeft in zijn ,camera1 komen in ,waarheid en ,droomen zelden voor1 maar toch ontmoet men somtijds een enkele1 die best uit de pen van ,hildebrand gevloeid had kunnen zijn4 ,zoo geeft ,jonathan in de ,stamboom een geestige omschrijving van ridders en niet-ridders1 door te vermelden dat hij niet weet1 of zijn voorvaderen bij de tournooien tot degenen behoord hebben1 die den hals braken1 of die halzen zagen breken4 ,zijn portret wil hij niet laten schilderen1 anders zou hij mogelijk nog eens op een boelhuis worden geveild3 ,no4 #be4 ,een manspersoon4--,een gulden vijftig cents4--,niemand8--,nu1 voeg er deze ,juffrouw nog maar bij4--,nu1 twee gulden4 ,wie twee gulden8 ,totdat zich iemand mijner ontfermt1 en mij nog na mijn dood met wie weet welke eerzame maagd paart1 om gezamenlijk als scherm voor een tochtgat te dienen1 of tot bedekking van een vuile plek op 't behangsel gebruikt te worden4 ,ondeugend zegt hij in ,oude ,vrijsters3 zoekt mij ook niet bij de goede huismoeders1 die gij met bijeengestoken hoofden en gesmoorde stem over andere huismoeders hoort babbelen4 ,,sinjeur ,,semeyns4 ,karakteristiek van de hoofdpersonen4 ,karakterteekening van ,otto en ,zweder4 ,hunne verhouding komt in vele opzichten overeen met die van ,deodaat en ,reinout van ,verona in de ,roos van ,dekama4 't ,is de strijd tusschen blond en bruin1 tusschen het vurige zuidelijke bloed en 't meer koude noordelijke4 ,otto1 de kalme ,nederlander1 is wel wat traag en vadsig1 wat indolent1 maar daartegenover staan twee goede eigenschappen3 zelfbeheersching en vastberadenheid4 ,deze eigenschappen komen vooral aan 't licht in zijn strijd met ,zweder in 't eerste hoofdstuk van den roman 7't dooden van den hond674 ,bovendien bezit hij een sterk ontwikkelde adeltrots3 hij moet de eer van zijn geslacht ophouden en dat gaat bij hem boven alles4 ,vooral blijkt dit1 zoodra zijn vader ,reinout van ,linden gestorven is1 en hij dus 't hoofd der ,van ,lindens geworden is4 ,dan handelt hij1 de trage1 met zooveel vastberadenheid1 dat mijnheer van ,arkesteyn uitroept3 ,eerst zoo indolent1 thans zoo vehement6 ,plotseling is de trage jonker een mn geworden1 iemand die weet wat hij wil4 ,hoe hoog hij de eer van zijn geslacht stelt1 blijkt vooral uit het feit1 dat hij zijn liefde voor ,geertruid weet te bedwingen en in overeenstemming met den wil zijns vaders besluit ,odilde van ,bronkhorst te huwen4 ,zijn karakter ontwikkelt zich dus en wel in goede richting3 door 't leven wordt hij gelouterd4 ,en dergelijke ontplooiing van 't karakter is in dezen roman bij vele personen waar te nemen4 ,zweder van ,linden is het type van den driftigen1 hoogmoedigen ,italiaan4 't ,goede in hem is3 de uitstekende lichamelijke en geestelijke ontwikkeling en zijn oorspronkelijke goedhartigheid4 ,als jongen was hij dan ook de lieveling van iedereen4 ,ook het helpen van de arme koorddanseres en de redding zijner moeder getuigen van zijn goed hart en van zijn moed4 ,maar hij heeft zijn schaduwzijde3 hij is haatdragend1 driftig1 en voelt zich spoedig verongelijkt4 ,dit alles bewerkt zijn ondergang1 waartoe vooral twee omstandigheden meewerken3 #a4 jaloerschheid1 het besef1 dat ,otto later rijk zal zijn en hij arm1 dat hij later van ,otto1 die hij verre zijn mindere acht1 afhankelijk zal zijn4 #b4 minnenijd4 ,hij houdt van ,geertruid1 een hartstocht1 dien hij nooit verloochent1 en nu bemerkt hij dat ,otto hem ook hier in den weg staat4 ,dit verdubbeld zijn haat tegen den halfbroeder4 ,deze haat wordt gevoed door zijn moeder1 die hem telkens opzet tegen ,otto1 zelfs aanspoort tot moord--wees niet laf1 stoot niet weer mis6 voegt ze hem toe--en door den demonischen invloed van de heks ,hannekemeu4 ,door dien invloed wondt hij eerst ,otto en als hij later hoort dat zijn broer in 't huwelijk zal treden 7zooals hij meent met ,geertruid67 en deze hem dan verdrijft van den ,slichtenhorst1 doodt hij den gehaten tegenstander4 ,langzamerhand wordt het karakter van ,zweder meer donker en slecht4 ,wel redt hij zijn moeder uit het brandende kasteel1 maar weldra beschouwt hij de arme krankzinnige nog slechts als een blok aan 't been en aan haar sterfbed denkt hij slechts aan gewin4 ,hij1 de edelman die alles verloren heeft en nu door alle mogelijke middelen een positie tracht te verwerven1 is natuurlijk een geschikt sujet om den verradersrol te spelen en zijn land aan de ,franschen1 met wie hij trouwens den godsdienst gemeen heeft1 te verkoopen4 ,al zijn goede eigenschappen schijnen verloren3 hij behandelt den burger ,rurik als een hond1 heult met ,van ,arkesteyn1 steelt de kaart van 't ,nedersticht1 tracht ,geertrui op onwaardige wijze in zijn bezit te krijgen1 en verraadt in ,abkou zelfs de ,franschen1 die hem bij den overval op 't dorp hielpen4 ,dus een falsaris in optima forma4 ,ook bij hem derhalve karakterontwikkeling1 maar ten kwade3 het goede zaad is verstikt1 het onkruid welig opgeschoten4 ,reinout van ,linden4 ,het type van een echt bekrompen landedelman4 ,vroeger een stout ridder1 die zelfs een schoone ,italiaansche kon bekoren en haar wist mee te lokken naar zijn land1 maar ten slotte een zwakkeling1 die doodsbang is voor zijn vrouw en aan niets meer hecht dan aan goed eten en drinken4 ,als de edelen in de #ag;e eeuw waren als ,reinout1 dan is 't wel een gedegenereerd ras geweest4 ,giulia de ,padua4 ,de vroegere schoone ,italiaansche is verdord in ,holland1 vooral door de schuld van haar man1 die haar niet wist te vergoeden wat ze in de nieuwe woonplaats miste1 die niet door warme genegenheid haar de zonnige zuiderlanden kon doen vergeten4 ,en dat vergaf ze hem niet3 haat is er in haar hart gekomen voor liefde4 ,wl is 't een echte moeder van ,zweder1 van hr heeft hij den haat gerfd tegen ,otto1 van haar ook het vurige zuidelijke bloed4 ,haar groote liefde voor ,zweder verschoont eenigszins hare houding1 ze werkt niet voor zich zlf1 maar voor haar zoon4 ,dat ze een listige intrigante is1 blijkt uit haar stoken tusschen ,geertruid1 ,otto en ,zweder1 uit de onderhandelingen1 die ze door middel van den ,schout voert met de ,franschen4 ,ook hare houding tegenover ,arkesteyn is die van een intrigante1 maar in hem vindt ze haar meester4 ,van ,arkesteyn4 ,het type van den ,hollandschen patricir1 uit de #ag;e eeuw4 ,bizonder mooi is deze burgerkoning geteekend1 men ziet duidelijk1 hoe hoog de regenten uit dien tijd stonden1 maar ook hoe zeer ze zich voelden4 ,de voornaamste karaktertrekken zijn dan ook3 hoogmoed en egosme4 ,het imponeerende blijkt dadelijk bij zijn aankomst op den ,slichtenhorst3 hoever staat de patricir boven den eenvoudigen landedelman4 ,hoe ontzagwekkend is zijn houding3 hij vertegenwoordigt den souverein1 zooals b4v4 blijkt uit het plaats nemen op den rechterzetel die bestemd was voor ,reinout van ,linden4 ,ook in kennis is de edelman ver zijn mindere3 ,giulia is dan ook verrukt over de wellevendheid van haren gast4 ,zijn schranderheid blijkt duidelijk uit zijn houding tegenover de listige ,italiaansche2 zijn koelbloedigheid bewijst hij bij den brand van 't kasteel4 ,het merkwaardige is dat we dien reus langzaam zien dalen en ook weer1 evenals bij ,zweder1 tengevolge van minder goede karaktertrekken4 ,arkesteyn en ,prins ,willem4 ,zijn groote fout is dat hij zich heeft vergist in ,prins ,willem4 ,voor hem is de ,prins altijd een nulliteit geweest1 een jongetje zonder eenige beteekenis4 ,hij heeft hem gekend als ,kind van ,staat1 hij minacht ,willem ,willemsz4 ,de ,prins is een kind1 zei hij tegen ,jan de ,witt1 die hem daarbij veelbeteekenend aanzag1 en daarmee bewees scherper te zien dan ,van ,arkesteyn4 ,vandaar de groote vernedering die ,van ,arkesteyn moet ondergaan3 langzaam te moeten inzien dat hij zich in dat jongske vergist heeft--zijn plannen ter verdediging van ,utrecht afgekeurd1 omdat de ,prins er geen heil in ziet--zijn bede om vergiffenis voor den misdadigen zoon afgewezen1 zijn zoon behandeld als een gewoon mensch1 hij zelf knielende voor den verachten ,willem ,willemsz6 ,slechte eigenschappen4 ,langzamerhand komen zijn slechte eigenschappen aan 't licht3 wij zien in dat ,van ,arkesteyn moet vallen1 omdat hij niet de zedelijk hoogstaande persoon is1 dien we in hem dachten te zien4 ,nu blijkt ons 't volgende3 #a4 hij wordt geheel beheerscht door zijn zoon ,hendrik2 de grootheid van den man verdwijnt als zijn zoon de kamer binnentreedt4 #b4 hij is de verleider van ,bella de ,leeuw2 houdt ,geertruid met minder edele bedoelingen in zijn huis2 heeft den broer van ,bella1 den wilden maar toch niet geheel verdorven ,dries de ,leeuw1 weten te doen verdwijnen1 door hem als soldaat bij de ,compagnie te doen inlijven4 ,de straf volgt3 hij wordt in zijn eigen netten verstrikt1 alles wat hij met vaste hand heeft opgebouwd1 stort in4 ,in ,oranje heeft hij zich bedrogen en als gevolg daarvan verliest hij zijn invloedrijke positie4 ,zijn creatuur ,semeyns staat tegen hem op en wordt een vereerder van zijn grootsten vijand4 ,hendrik1 dien hij werkelijk lief heeft1 moet hij zien veroordeelen als een gemeenen booswicht4 ,geertruid1 die hem vereerde1 verafschuwt hem later4 ,hij moet een verbond aangaan met ,zweder van ,linden1 zijn doodsvijand1 moet zelfs medewerken om een huwelijk tusschen ,zweder en ,geertruid tot stand te brengen en wordt ten slotte een landverrader4 ,van den trotschen patricir is niets gebleven en dat kon niet anders1 omdat hij niet de zedelijke eigenschappen bezat die hem 't hoofd omhoog konden doen houden te midden der stormen4 ,karel ,semeyns4 ,een prachtig voorbeeld van een zich ontwikkelend karakter dat de ,sturm-und-,drang periode doormaakt4 ,hij heeft dezelfde karaktertrekken als ,arkesteyn1 wiens onechte zoon hij is1 maar bij ,karel ontwikkelen ze zich in goede richting2 het egostische en baatzuchtige van den vader vinden we niet terug in den zoon4 ,het leven heeft hem gelouterd4 ,hij was een ,perseyn1 maar n1 in de tucht der levensschool opgewassen4 ,hij had de eerzucht zijns vaders1 maar ze had hem geleid tot een edel streven1 hij had dezelfde zelfstandigheid1 maar ze had hem geleid tot zedelijke vrijheid2 hij kende dezelfde zelfzucht1 maar ze had hem tot zelfverloochening gevoerd4 ,zijne goede eigenschappen komen eerst langzamerhand voor den dag1 hij groeit als 't ware4 ,eerst op den ,slichtenhorst blijkt hij wel schrander1 scherpzinnig en moedig 7ontmoeting met den beer671 maar toch heeft hij niet onze geheele sympathie1 wegens zijn bitterheid1 zijn sarcasme4 ,doch hij heeft daar reden toe3 hij is geplaatst in een zeer lagen stand1 voelt in zich de kracht te kunnen stijgen1 maar wordt door de omstandigheden tegengehouden4 ,bovendien wordt hij telkens aan dien lagen stand herinnerd1 moet al zijn wrok verkroppen en kan nooit vrij de vleugels uitslaan4 ,reeds in zijn jeugd werd hij verongelijkt1 steeds was hij de speelmakker van ,hendrik1 den bevoorrechten broeder1 dien hij haat4 ,twee personen hebben veel invloed op zijn leven3 ,arkesteyn en ,geertruid4 ,zijn verhouding tot ,arkesteyn4 ,arkesteyn is zijn leermeester en opvoeder1 een godheid bijna4 ,voor ,arkesteyn is hij een sujet1 een creatuur1 want de meester eischt blinde gehoorzaamheid4 ,juist dit vernedert ,semeyns in de oogen van anderen1 b4v4 in die van ,geertruid1 men beschouwt hem als een werktuig zonder eigen wil4 ,die verhouding tot ,arkesteyn hindert ,semeyns1 een karakter als 't zijne laat zich op den duur niet dwingen1 en de uitbarsting komt dan ook zoodra van hem iets gevorderd wordt dat strijdig is met zijn eer3 ,arkesteyn vraagt hem de kaart van 't ,nedersticht4 ,karel begrijpt waartoe deze kaart moet dienen1 vooral omdat hij de onwaardige verhouding tusschen ,arkesteyn en ,zweder ziet4 ,de afgod wordt van zijn voetstuk geschopt3 hij haat hem en dn moet hij juist tot de ontdekking komen dat die man zijn vader is6 ,tot ware zielegrootheid verheft zich ,karel tijdens het verhoor1 als hij zich wil opofferen om ter wille van zijn moeder ,arkesteyn te sparen4 ,en hij drukt daarna den gehate1 die zijn vder is1 de oogen toe en kust den doode4 ,edele man1 zegt ,geertruid6 ,geertruid ,perseyn4 ,ook zij wordt door 't leven gelouterd4 ,in den beginne op den ,slichtenhorst is ze niet veel meer dan een verwend kind met een mooi gezichtje1 vol hoogmoed1 een echte ,perseyn1 die trotsch is op 't admiraalschap van haar vader1 en aan niets anders denkt1 dan aan een huwelijk in of boven haar stand4 ,hoogmoed4 ,de liefde van ,geertruid voor ,otto is niet diep1 maar wel voelt ze diep de krenking als ,otto haar meedeelt te zullen huwen met ,odilde van ,bronkhorst3 haar hoogmoed wordt gekwetst4 ,die hoogmoed blijkt verder uit haar trotsch-zijn op de verwantschap met ,arkesteyn1 uit de wijze waarop ze ,semeyns--een vroegeren speelmakker6--doet voelen hoeveel lager hij staat dan de admiraalsdochter4 ,hoogmoedig is ze1 als ze komt bij ,jillis en ,geerte ,gevaerts en deze behandelt als hare bedienden2 ze is trotsch op den pronkepink ,hendrik van ,arkesteyn1 ze vindt het heerlijk te wonen in 't ruime1 prachtige gemeubileerde huis van haar beschermer4 ,alles hoogmoed6 ,wijziging in haar karakter4 ,maar langzamerhand wordt haar karakter gevormd in de school des levens2 de innig geliefde vader ontvalt haar1 dat stemt haar hart zachter en bovenal1 ze leert te ,abkou ,brechtje kennen1 de zelfverloochenende ,brechtje1 die ,karel liefheeft en zich opoffert om ,karel en ,geertruid gelukkig te maken4 ,ook vrouw ,semeyns1 die meer leed dan zij1 heeft een invloed ten goede4 ,bovendien1 ,arkesteyn valt ook voor haar van zijn voetstuk1 ze ziet eindelijk in1 wie en wt hij is4 ,het verblijf in zijn huis is verderfelijk voor haar goeden naam2 hij wil haar doen huwen met ,zweder1 den moordenaar1 en hij wt1 dat ,zweder een moordenaar is4 ,verhouding tot ,karel4 ,vooral echter is het ,karel zelf1 die haar opheft4 ,ze minacht dien schipperszoon1 ze doet hem telkens hare hooge afkomst voelen en toch ze voelt zich niet bevredigd1 als ze hem denkt te kwetsen4 't ,is of ze voelt dat ze onrecht doet4 ,ze wijst hem af als hij haar ten huwelijk vraagt1 en toch voelt ze zich aangetrokken tot hem4 ,eindelijk leert ze hem waardeeren3 het is op 't oogenblik1 dat ,karel zijn juk afschudt en zich losmaakt van ,van ,arkesteyn4 ,dan ook voelt ,geertruid in zich de kracht om zich op te heffen1 ook zij schudt het juk af1 vlucht uit het kasteel en zoekt hulp bij ,karels moeder4 ,en nu strijdt ze mt en vr ,karel4 ,met ,brechtje samen luidt ze de stormklok en ten slotte wil ze zelfs haar goeden naam offeren om ,karel te redden4 ,dries de ,leeuw4 ,een eigenaardige1 aantrekkelijke figuur4 ,oorspronkelijk een wilde maar goedhartige jongen1 wordt hij door ,arkesteyn die hem vreest1 geronseld voor ,indi4 ,hij deserteert en wordt een gevreesd zeeroover2 de ,roode ,leeuw1 de schrik der ,antillen6 ,dat hij wreed kon zijn bewijst zijn avontuur met ,van de ,pauwert4 ,en deze boef wordt een der redders van zijn land1 hij wil zijn vaderland dienen en zijn goeden naam terugwinnen4 ,onder de namen ,maarten ,harpens en ,gerrit ,plemp wordt hij spion1 speelt de ,franschen bij 't bosch van ,amerongen in handen van den ,prins1 weet ,luxemburg tegen te houden en krijgt de draden in handen van de samenzwering van ,zweder en ,arkesteyn4 ,zijn vroeger rooversbedrijf komt hem goed te pas1 juist zijn onverschrokkenheid en slimheid maken hem tot een ideaal spion4 ,hendrik van ,arkesteyn4 ,hendrik van ,arkesteyn is de voorlooper van 't gedegenereerd geslacht der #ah;e eeuw1 echter nog niet geheel verslapt1 er zit nog ondernemingsgeest in4 ,maar toch is er al heel wat achteruitgang merkbaar1 als we vader en zoon vergelijken1 vooral op zedelijk gebied4 ,deugden van den roman4 ,sinjeur ,semeyns is goed als roman n als historisch werk4 ,uitstekend als roman door de juiste karakterteekening en vooral door de karakterontwikkeling4 ,we hebben hier niet eenvoudig een opeenvolging van gebeurtenissen1 zooals bij ,van ,lennep dikwijls 't geval is1 maar alles vloeit logisch voort uit het karakter der personen4 ,historische waarde4 ,als historisch werk staat de roman heel hoog1 omdat een brok geschiedenis herleeft voor onze oogen3 't is of we verplaatst worden in #afgb4 ,de toestand van land en volk is uitstekend weergegeven4 #a4 ,toestand van het platteland1 de edelen en de boeren4 ,we leven een tijdlang te midden van deze personen1 als de schrijver ons verhaalt van den ,slichtenhorst4 ,we zien1 hoe hog zoo'n edelman zich stelde1 hoe weinig ontwikkeling hij bezat1 hoe bitter slecht de plattelandsbevolking er aan toe was4 #b4 ,wrijving tusschen de edelen en de kooplui1 tusschen ,holland en de oostelijke provincin4 ,arkesteyn en ,van ,linden zijn de vertegenwoordigers van deze beide kampende partijen4 #c4 ,de ,hollandsche patricirs1 herlevende in ,van ,arkesteyn4 ,hunne macht en beteekenis1 hun overwicht op de andere provincin1 hunne ontwikkeling en beschaving1 hun rijkdom en weelde1 en vooral hunne politiek1 hun verhouding tot den ,prins4 #d4 ,prins ,willem1 een der lievelingsfiguren van ,schimmel4 ,de minachting waarmee hij door de machthebbers wordt behandeld1 zijn harde leerschool en ten slotte1 het verheffen uit dien toestand4 ,dan de vastberadenheid waarmee hij optreedt1 de indruk dien dit maakt op anderen1 op zijn generaals b4v41 die veel minder goed ingelicht blijken te zijn dan hij1 op den ,engelschen gezant ,buckingham1 op den trotschen ,arkesteyn1 die hem genade komt smeeken voor den gevallen zoon4 ,verder de slechte lichamelijke toestand van den ,prins1 zijn ziekelijk uiterlijk1 zijn eeuwig kwellende hoofdpijn4 #e4 ,het eigenlijke volk4 ,de boeren op den ,slichtenhorst1 de bewoners van ,abkou1 ,jan ,lampoot1 de vroegere zeeman1 en de burgerluitjes ,geerte en ,jilles4 #f4 ,toestand in #afgb4 ,een leger bestond niet4 ,hoe de regenten een leger bijeen trachtten te brengen1 blijkt uit de handelingen van ,arkesteyn1 die in ,abkou een hoop bedelaars en dronkaards aanwerft4 ,duidelijk worden ons ook de ontzettende moeilijkheden waarmee de ,prins te kampen had3 alle vestingwerken zijn verwaarloosd1 zoodat er niets overblijft dan ,utrecht prijs te geven en zich terug te trekken achter de ,hollandsche waterlinie2 de tegenwerking der boeren1 die telkens 't water aftappen en eindelijk 't verfoeilijk bedrijf van vele patricirs1 die als ,arkesteyn heulen met den vijand en tot elken prijs vrede wenschen4 ,we beseffen 't reuzenwerk van ,willem ,,iii1 die onder zulke ongunstige omstandigheden den strijd met de overmachtige ,franschen moest aanbinden4 ,wij worden gebracht in zijn legerplaats1 zien het leger dat hij zelf heeft moeten scheppen en dat door zijn strenge tucht tot een macht van beteekenis is geworden4 #g4 ,hiertegenover de macht der ,franschen1 vooral uitkomende bij de groote wapenschouwing te ,zeist--het optreden van den roi soleil1 die door iedereen als een godheid wordt aangebeden--de plunderwoede der ,fransche troepen en het lijden der ,utrechtenaren1 verdrukt als ze worden door ,luxembourg en ,robert4 't ,bovennatuurlijke4 ,merkwaardig is de groote rol1 die 't bovennatuurlijke1 spookachtige en geheimzinnige in dezen roman speelt4 ,we wijzen hier in 't bijzonder op de heks1 ,hannekemeu4 #a4 ,de heks ziet ,zweder aan1 hypnotiseert hem1 en dwingt hem te knielen4 #b4 ,ze bewerkt dat hij een moordaanslag pleegt op ,otto4 #c4 ,in hare hut hypnotiseert ze ,barend en ,zweder1 maar bezwijkt voor den sterkeren wil van ,semeyns4 ,hoe ,schimmel dit alles voorstelt1 blijkt duidelijk uit den roman4 ,in ,hannekemeu woont een demon1 een booze geest1 die haar tot schaterend lachen aanspoort4 ,die demon dwingt haar tot booze daden1 dwingt haar in den nacht als de moord op ,otto plaats grijpt1 uit te gaan en 't kasteel in brand te steken4 ,de demon is ,fatm1 de vroegere bewoonster van 't slot1 die 't kleinste bovenvenster werd uitgeworpen in een zak met steenen gevuld4 ,ze wil nu wraak nemen op ,reinout1 op zijn gezin1 op zijn kasteel4 ,te meer is de heks gebeten op den landheer1 omdat hij haren zoon1 een paardendief1 heeft laten terechtstellen4 ,de heks is 't1 die ,reinout de jicht bezorgt4 ,als ,hannekemeu door den sterken wil van den landmeter onschadelijk wordt gemaakt1 verdwijnt plotseling bij ,reinout de jicht4 ,hierop wijst ook het gezang van de heks in haar hut1 als ze telkens het mes in de borst stoot van een pop1 die de gedaante van den landheer heeft3 ,schreeuw van de pijn1 schreeuw van de pijn1 ,hanneken geeft je 't flerecijn6 ,nog een aanwijzing over de verhouding tusschen ,fatm en ,hannekemeu vinden we in 't feit1 dat als de ,oostersche vrouw verschijnt aan ,reinout1 de heks aan de gracht staat en schreeuwt3 ,fatm1 bezoek den beul van mijn jongen4 ,brechtje4 ,in verband hiermee wijzen we nog op ,brechtje1 die de gave van 't tweede gezicht heeft1 dus een clairvoyante is4 ,dat ze kan voorspellen blijkt uit de damesvisite bij mevrouw ,vosbergen4 ,ze vertelt gezien te hebben1 dat er oorlog moest komen1 ze voorspelt ,geertrui1 dat deze eens te ,akbou zal wandelen met een jonkman met zwarte haren1 die een bloedvlek op 't voorhoofd heeft 7,zweder van ,linden71 zingt plotseling1 dat een dapper held gevallen is en dadelijk daarna komt ,arkesteyn om mevrouw ,vosbergen te spreken3 ,geertruids vader1 admiraal ,perseyn1 is gesneuveld4 ,soms is ze een profetes1 die de krijgslieden aanvuurt en dan spreekt met een geheel andere stem dan gewoonlijk 7de boeren die onder aanvoering van ,karel ,semeyns oprukken tegen de ,franschen74 ,uit alles blijkt dat ,schimmel geloofde in iets dergelijks2 al deze dingen worden met den meesten ernst gezegd en 't geheimzinnige maakt een werkelijk integreerend deel van den roman uit4 ,wie iets degelijks over spiritisme1 suggestie en hypnose wil lezen1 neme de ,studies van ,frederik van ,eeden4 ,,akbar4 ,schrijver4 ,in dezen historischen roman heeft de bekende orintalist ,mr4 ,p4,a4,s4 van ,limburg ,brouwer een van de grootsten en edelsten menschen te teekenen1 die ooit een kroon gedragen hebben en tevens ons een voorstelling trachten te geven van ,voor-,indi gedurende 't leven van dien machtigen vorst4 ,uit alles blijkt dat de schrijver groote bewondering koesterde voor zijn held en niet minder voor de wijsheid van de ,brahmanen en de schoonheid van de ,oud-,indische letterkunde4 ,zoo is een werk ontstaan1 dat zelfs op een modernen lezer nog een blijvenden indruk kon maken4 ,afstamming van ,akbar4 ,akbar is een afstammeling van den geweldigen ,mongoolschen veroveraar ,timoerlenk 7,tamerlan71 die in 't laatst van de #ad;e eeuw over een groot deel van ,azi gebood4 ,een van de ,timoeriden ,baboer ,,ii1 de beheerscher van 't rijk ,kaboel1 veroverde in #aebf 't noordelijk deel van ,voor-,indi4 ,zoo ontstond in ,indi 't rijk van den ,groot-,mogol 7 den grooten ,mongool47 ,baboers zoon ,hoemayoen 7#aecj-aeef7 kon zich slechts met moeite staande houden en werd zelfs tijdelijk uit ,indi verdreven4 ,op hem volgde zijn zoon ,akbar1 met recht de tweede stichter genoemd van 't rijk der ,groot-,mogols1 die bijna heel ,voor-,indi onder zijn schepter vereenigde4 ,zijn verdiensten4 ,de groote verdienste van ,akbar is geweest regeling van 't inwendige bestuur en de poging tot versmelting van de verschillende volkeren en godsdiensten4 ,dat grootsche streven vooral wordt ons in den roman geteekend4 ,bestuur4 ,vooreerst het bestuur van zijn land4 ,de keizer heeft--zoo verhaalt het dorpshoofd aan ,siddha ,rama--met behulp van zijn schatmeester ,todar ,mal en den grootvizier ,aboel ,fazl een vast stelsel van landrente ingevoerd4 ,alle landerijen zijn behoorlijk opgemeten1 voor alle deelen is een bepaalde landrente vastgesteld1 zoodat nu ieder precies weet wat hij te betalen heeft en knevelarijen van hoofden en regeeringsambtenaren buitengesloten zijn1 vooral omdat de grootvizier onderdrukking door ambtenaren met groote strengheid tegengaat4 ,de willekeur van vroeger heeft plaats gemaakt voor rechtszekerheid4 ,meent iemand niettegenstaande al deze voorzorgen1 dat hem onrecht is aangedaan1 dan is er een laatste middel3 iedere klager vindt bij den keizer een open oor1 en is hem werkelijk onrecht geschied1 dan zal hij recht krijgen door ,akbar zelf4 ,maar niet alleen de landbebouwers1 ook de nijvere burgers roemen hun keizer4 ,overal waar hij kan1 steunt ,akbar nijverheid en handel2 prachtige gebouwen verrijzen in de hoofdsteden1 welvaart heerscht in heel zijn rijk4 ,de kunsten worden gesteund1 de wetenschappen vinden in ,akbar zelf een ijverig beoefenaar4 ,de eerzucht van den ,keizer is--'t zijn de woorden door hem zelf in den slottuin gesproken tot ,siddha--zijne eerzucht dan is1 en was het voorlang1 sinds de eerste jaren van zijn mannelijken leeftijd1 niet enkel de stichting van een groot en machtig rijk1 maar bovenal het geluk1 de welvaart en de ontwikkeling der volken1 die hem door eene hoogere1 al is 't onbekende1 althans nooit begrepen en doorgronde macht zijn toevertrouwd4 ,godsdienst4 ,wat voor den lezer echter den persoon van ,akbar nog aantrekkelijker maakt1 is zijn ernstig zoeken naar waarheid4 ,vandaar dat hij tal van godsdienstige stelsels onderzoekt1 hoewel hij naar zijn opvoeding een ,islamiet is4 ,koelloeka licht hem in over de leer van ,brahma1 die neergelegd is in de heilige ,veda's2 de ,jezuet ,aquaviva heeft hem een vertaling van den ,bijbel bezorgd2 ,abdal ,kadir laat niet af de waarheden van den ,koran te verkondigen en ook de ,joden en ,boeddhisten zijn geen vreemden aan ,akbars hof4 ,zelfs ,gorakh1 de ,yogi-priester1 heeft daar toegang4 ,en ,akbar erkent het goede in ieder van die stelsels1 maar hij is daarbij volstrekt niet blind voor de gebreken4 ,wat hem 't meest bij al die predikers tegen de borst stuit is het gelooven op gezag4 ,of gij nu ,abdal ,kadir of ,aquaviva hoort1 zegt hij tegen zijn vriend1 den filosoof ,feizi1 't is altijd weer gezag1 geloof1 openbaring1 maar geen sprake van rede en verstand1 en van gronden aan wetenschap en ervaring ontleend4 't ,is als in de parabel der drie ringen in ,lessings ,nathan der ,weise3 ieder is stellig overtuigd dat zijn ring de ware is4 ,en daarom moest ook de grootsche poging van keizer ,akbar mislukken3 de poging om de verschillende godsdiensten nader tot elkaar te brengen1 om ze ten slotte te versmelten4 ,de kroon op zijn werk zou zijn een nieuwe godsdienst3 ,tauhid i ,ilahi 7,de ,eenheid der ,godheid71 veel overeenkomende met den ,mithra-dienst van de vroegere ,perzen en met sommige voorstellingen in ,brahmaansche zangen4 't ,zou zijn een ,zonnedienst4 ,het ,licht1 het ,vuur1 de groote kracht die alles bezielt1 zou het zinnebeeld zijn van de eenheid1 die overal op te merken is4 ,werkelijk is deze leer door ,akbar onder enkele vertrouwden ingevoerd1 maar eenig verder gevolg heeft de poging niet gehad4 ,een schitterend getuigenis voor ,akbars verdraagzaamheid is wel het feit dat de nieuwe leer uitsluitend door overreding mocht worden verbreid4 ,dwang was buitengesloten4 ,diezelfde verdraagzaamheid is trouwens ,akbars richtsnoer bij 't bestuur van zijn land3 ,in ,indi heerscht vrijheid van godsdienst4 ,niemand mag om geloofswille vervolgd worden4 ,dat blijkt vooral duidelijk uit ,akbars woorden gericht tot pater ,aquaviva3 ,predik wat gij goed vindt in mijne landen2 bouw er uw kerken2 en gij zult gelijke bescherming genieten als de ,mohammedanen in hunne moskeen en de ,hindoe's in hunne pagoden3 maar wees tevens gewaarschuwd6 ,van het eerste oogenblik dat ik u eenige vervolging zie instellen1 't zij tegen uw eigen bekeerlingen of tegen een ander1 gelijk gij dat op de ,malabaarsche kusten reeds beproeft1 van dat oogenblik zijt gij verbannen uit mijne rijken1 en zoolang ik ,hindostan regeer1 zet geen der uwen een voet meer op zijn grond4 ,dat deze handelingen den keizer veel vijanden moest bezorgen onder de fanatici1 ligt voor de hand en de opstand die onder ,selims leiding uitbarstte1 was dan ook voor een goed deel hun werk4 ,en toch konden ook zij zich ten slotte niet onttrekken aan den machtigen invloed die een hooge figuur als ,akbar moest uitoefenen3 dat blijkt uit het afscheid van ,aquaviva en niet minder uit dat van den norschen ,abdal ,kadir4 ,de wijsgeer ,feizi4 ,naast ,akbar staat de wijsgeer ,feizi1 even humaan denkend als zijn vorstelijke vriend1 en nog meer dan deze een bewonderaar van de ,brahmaansche literatuur4 ,tegenover ,akbars nieuwe leer staat hij vrij sceptisch1 omdat het volk niet rijp is voor iets dergelijks4 ,de onontwikkelde massa heeft behoefte aan vormendienst1 waardoor de godsdienst als 't ware plastisch wordt voorgesteld en bij die onontwikkelden treden dan vaak de vormen in de plaats van 't ideele4 ,hervorming door volksonderwijs4 ,daarom--en nu is 't of we iemand uit onzen tijd hooren--vr alles volksonderwijs4 ,ziedaar het eenige1 maar ook volkomen zeker middel4 ,het werkt langzaam1 't is waar2 en wie op groote schaal het begint toe te passen1 ziet zelf niet licht de uitkomst2 maar deze is niettemin onmisbaar op den duur1 terwijl elke verkondiging van eene min of meer met zinnebeelden getooide leer1 't zij dan met of zonder openbaringsgezag1 wel voor een tijd kan bloeien1 doch in 't einde steeds weer verbastert1 of1 zoo dat al niet gebeurt1 toch weer ophoudt aan de geestelijke en zedelijke behoeften der menschen te voldoen4 ,dat ,feizi ook in zijn daden een hoogstaand man is1 blijkt uit zijn optreden tegenover ,siddha ,rama4 ,de staatsman ,aboel ,fazl4 ,aboel ,fazl is minder wijsgeer1 maar meer prakticus4 ,zooals we boven reeds zagen1 is 't zegenrijke regeeringsstelsel voor een goed deel zijn werk geweest1 altijd is hij de trouwe1 intelligente medestander van den keizer1 dien hij steunt in den strijd tegen de talrijke vooroordeelen waarmee iedere hervormer te kampen heeft4 ,het grootst toont hij zich misschien wel op 't oogenblik1 dat hij ,siddha stervende toefluistert3 laat voor ,akbar de naam van den waren moordenaar verborgen blijven4 ,want ,akbars zoon ,selim was de ware schuldige6 ,selim4 ,hoe ver staat deze ,selim beneden zijn grooten vader6 ,bij ,akbar 't sterk ontwikkelde plichtsgevoel1 't streven om den heiligen vorstenplicht te betrachten1 bij ,selim niets dan zucht naar genot3 prachtliefde1 wijn en schoone vrouwen4 ,misschien was ,akbar niet geheel onschuldig aan ,selims degeneratie3 hij had zijn zoon overladen met eer en gunsten1 maar verzuimde hem een werkkring aan te wijzen1 zoodat het verantwoordelijkheidsgevoel zich kon ontwikkelen4 ,selim was een zwakkeling geworden1 een speelbal voor vleiers en verleiders1 maar daarom nog geen slecht mensch4 ,in zooverre brengt de opstand een wending ten goede in ,selims leven3 hij krijgt een verantwoordelijke werkkring--onderkoning in ,bengalen--en wordt wel geen regent als ,akbar1 maar toch in vele opzichten een vorst1 onder wiens bestuur ,indi blijft bloeien4 ,zijn belofte aan ,iravati getuigt van den nieuwen geest die over hem gekomen is4 ,voor 't eerst toont de zelfzuchtige ,selim zelfbeheersching en zelfverloochening4 ,siddha4 ,de eigenlijke hoofdpersonen uit den roman in engeren zin zijn ,siddha ,rama en ,iravati4 ,siddha is een jong edelman1 de zoon van den eersten minister van ,kamir1 opgevoed door den wijzen ,brahmaan ,koelloeka1 moedig1 krachtig gebouwd en begaafd met een helder verstand4 ,een gunsteling van de fortuin1 als voorbestemd tot groote dingen4 ,invloed van ,salhana4 ,zijn kwade geest is zijn oom ,salhana1 die hem als werktuig gebruikt4 ,hij is de man1 die ,siddha aan ,akbars hof heeft weten te plaatsen1 om zoodoende goed met de plannen van den keizer op de hoogte te blijven en brieven op een veilige manier naar ,kamir te kunnen zenden4 ,de groote fout van ,siddha is1 dat hij niet dadelijk toen zijn oom hem die plannen gedeeltelijk blootlegde1 ruiterlijk weigerde zich tot zulke praktijken te leenen4 ,zijn onervarenheid1 de eerbied voor zijn oom en de liefde voor zijn bedreigd land kunnen als zooveel verontschuldigingen gelden4 ,hartstocht voor ,rezia4 ,eens aan 't hof verspeelt ,siddha meer en meer onze sympathie3 zijn hartstocht voor ,rezia en zijn ontrouw aan ,iravati zijn1 zooals de wijze kluizenaar ,gaurapada opmerkt1 hoewel niet te verdedigen1 dan toch verschoonbaar1 maar diep zinkt hij in onze achting1 als hij1 wetende dat ,rezia ,goelbadan1 de vrouw van zijn vriend ,feizi is1 niet onmiddellijk alle betrekkingen met haar verbreekt4 ,ook zijn houding tegenover ,akbar grenst aan verraad4 ,verbetering4 ,maar ,siddha's latere handelingen bewijzen dat hij zich zelf teruggevonden heeft en dat dit alles niets is geweest dan een tijdelijke afdwaling4 ,z'n ridderlijk bekennen aan ,akbar1 de beslistheid waarmee hij voortgaat op den nieuwen weg1 zeggen ons dat een vroegere periode is afgesloten4 ,van n dwaling wordt hij eerst genezen door ,gaurapada1 den wijze uit het ,himlaja-gebergte4 ,wanneer iemand een fout heeft begaan1 is dikwijls het eenige waardoor hij zijn misstap tracht te boeten1 berouw en afzondering van de wereld4 ,maar vaak is deze zoogenaamde boete niets dan schaamte of hoogmoed3 men is te trotsch om degenen die onze misslagen kennen1 weer te ontmoeten4 ,dat is niet de ware manier om verloren eer te herwinnen4 ,een man behoeft nog volstrekt niet zijn gansche leven lang zich te blijven vernederen tegenover anderen1 omdat hij eenmaal een afkeurenswaardige daad bedreef1 indien hij door latere handelingen de achting zijner medeburgers zich waardig heeft weten te maken4 ,wel daarentegen zou hij tegenover hen zich te schamen hebben1 wanneer hij1 na eens zijn plicht door handelen te hebben verzaakt1 door niet-handelen voortging dat te doen4 ,en ,siddha mag zich te minder aan 't leven onttrekken1 omdat hij niet alleen staat1 maar plichten heeft jegens ,iravati4 ,zoo hergeeft ,gaurapada ,siddha aan 't leven4 ,door werken een jeugdige onbezonnenheid goed te maken1 is ,siddha's boete4 ,de opheffing van ,feizi's vloek getuigt dat de boeteling zijn plicht gedaan heeft4 ,iravati4 ,haar ideen4 ,iravati vertegenwoordigt volgens den schrijver de echt ,indische vrouw1 zooals die in het drama en de legende van ,indi ons wordt voorgesteld4 ,de geschiedenis van ,siddha en ,iravati is geschreven naar 't model van 't in de ,hindoe-literatuur voorkomende verhaal van ,nala en ,damayanti4 ,de onovertroffen vrouwenfiguur1 de edele1 reine1 bij alle beproeving en miskenning1 aan haar onwaardigen gemaal zoo onwankelbaar getrouwe ,damayanti1 is het ideaal waarnaar ,iravati zich richt4 ,hoe ,iravati haar plicht meent te moeten opvatten1 blijkt nergens beter uit dan uit haar antwoord aan ,selim1 als die haar van ,siddha's ontrouw heeft overtuigd en haar macht en eer aanbiedt1 indien ze zijn vrouw wil worden4 ,de ,indische vrouwen1 zegt ze tot ,selim1 kennen die verlokking tot grootheid niet1 waar het haar plicht betreft en haar eer2 en den echtgenoot1 of1 wat hetzelfde zegt1 den plechtig verloofden bruidegom1 wien zij eenmaal haar woord verpandden1 blijven zij getrouw1 ook al zien zij hare liefde met ontrouw beantwoord4 ,de gehechtheid der vrouw aan den man weet bij ons van geene grenzen2 of is het u niet bekend1 hoe vele1 laat zoo iets nu te verwerpen zijn als een gevolg van bijgeloof of van overdreven gevoel1 zich volkomen vrijwillig en met de grootste geestdrift op den brandstapel werpen1 die het lijk van den gestorven echtgenoot verteert8 ,en hebt gij ook nooit gehoord van onze heilige legenden en riddersagen1 die de toewijding der echtgenoote1 ook aan den onwaardige1 schilderen8 ,van de roerende lotgevallen van ,damayanti kwam u zeker wel 't een en ander ter oore4 ,welnu6 voor zooveel in mij is1 wil ook ik eene ,damayanti zijn6 ,dat ,siddha mij verlate1 ik zeg het als zij3 het is de booze ,kali1 die in hem is gevaren en hem tot kwaad verlokte1 niet hijzelf die zoo grievend leed over mijn hoofd bragt4 ,en als de betoovering van hem zal geweken zijn1 dan keert hij1 een andere ,nala1 tot mij terug1 en rein van elke smet vinde hij mij weder en overtuigt zich dat ik beter nog dan hijzelf voor de eer heb gewaakt van zijn naam4 ,haar daden4 ,in den mond van ,iravati zijn dat geen frases1 ze bewijst met de daad dat 't haar heilige ernst is4 ,selim1 en met hem een schitterende toekomst1 wijst ze af1 ook nadat ze weet dat de lotosbloem gekanteld is2 de bedreigingen van ,salhana1 dat hij zijn dochter zal vloeken1 dat ,selim ,siddha misschien zal laten dooden1 kunnen haar niet doen wankelen1 en eindelijk snelt ze met levensgevaar naar de bergen in 't noorden1 om den ontrouwen verloofde zelf te kunnen verplegen4 ,en toch een afgedwongen liefde wil ,iravati niet2 als ,siddha zegt dat ze moeten scheiden1 wil ze hem niet terughouden1 dat verbiedt haar gevoel van eigenwaarde4 ,dat ze ,siddha's hart kent en weet1 dat trotschheid de eenige beweegreden is van zijn daad1 blijkt uit haar woorden3 ,gij verwerpt mij willens en wetens1 en niet omdat ik jegens u misdreef1 maar alleen omdat gij zelf te trotsch zijt om voor uwe eigene vrouw te willen bekennen1 dat gij eenmaal zwak en tegen verleiding niet bestand zijt geweest4 ,gelukkig dat ,gaurapada ,siddha's eigenzinnigheid weet te overwinnen4 ,salhana en ,gorakh4 ,een enkel woord ten slotte over de beide verraders1 ,salhana en ,gorakh4 ,de eerste is 't type van den intrigant1 de laatste van den fanaticus4 ,beide worden ze geleid door heerschzucht3 ,salhana hoopt1 zoodra ,selim keizer is1 onderkoning te worden van ,kamir1 ,gorakh denkt voor en gedurende den opstand te kunnen toonen1 hoe geducht de macht van den ,worger-priester is1 om zoodoende ten laatste zelfs de hoogsten in den staat te beheerschen4 ,,in ,,dagen ,,van ,,strijd4 ,reinout van ,meerwoude4 ,zijn opvoeding4 ,de belangrijkste persoon uit dezen roman is ongetwijfeld ,reinout van ,meerwoude2 de anderen zijn grootendeels niets dan werktuigen in zijn hand4 ,hij heeft een eigenaardig karakter1 vooral gevormd door zijn opvoeding4 ,zijn ouders had hij vroeg verloren2 altijd heeft hij dus onder vreemden verkeerd en nooit de liefde gekend1 die zooveel op 't hart van 't jonge kind vermag4 ,zijn voogd was een onverschillige1 die hem totaal zijn eigen gang liet gaan en tot lijfspreuk had3 ,uw leven is w zaak1 en mijn leven is mjn zaak1 en zoolang die twee zaken elkaar niet hinderen1 is het goed4 ,zoo was ,reinout al vroeg aan zich zelf overgelaten1 maar hij gebruikte de hem gegeven vrijheid uitstekend2 de leermeesters waren zeer tevreden over den leergierigen knaap en weldra leefde hij geheel voor zijn boeken1 vooral ook omdat hij wegens zijn zwakke gezondheid veel de kamer moest houden4 ,idealist1 later egost4 ,niet de werkelijke wereld leerde hij kennen1 maar de wereld zooals ze in zijn lievelingswerken geschilderd was1 een wereld vol idealisme1 geheel verschillend van de prozasche1 egostische werkelijkheid4 ,dus moet eens als ,reinout in 't werkelijke leven komt1 een groote ontnuchtering volgen en daarmee een totale verandering in zijn karakter2 de idealist zal egost worden4 ,hij ziet1 dat de menschen door heel andere drijfveeren worden beheerscht dan hij zich voorstelde4 ,hij zag den adel voor zijn grooten1 koninklijken tiran1 en het volk voor zijn kleinere adellijke heeren in zelfzuchtigen eerbied verzonken2 hij leerde de kabalen en intriges van 't hof kennen2 hij voelde1 dat de vrijheid1 waarvan hij gedroomd had1 de belangelooze1 alleen om haar zelf gezochte1 gezocht ook daar waar ze offers eischte1 inderdaad niets was--dan een droom4 ,zoo verkoelt hij langzamerhand geheel1 nooit verliest hij meer zijn berekenende kalmte1 aan hoogere gevoelens gelooft hij niet meer4 ,zelfzucht beheerscht iedereen4 ,en als een enkelen keer 't idealisme bovenkomt1 volgt er niets dan ontnuchtering en teleurstelling4 ,bij ,st4 ,quentin1 bezield door ,egmonds dapperheid1 meende ,reinout te strijden voor een heilige zaak en zelfopofferend ving hij met zijn lichaam een sabelslag op1 die voor den veldheer bestemd was4 ,maar ook ,egmond bleek aan zulk idealisme niet te gelooven en hij bood zijn redder als loon zijn voorspraak aan bij den ,koning4 ,vol bitterheid antwoordde ,reinout3 ,ik heb de druppels bloed niet geteld die de ,spaansche regeering mij schuldig was4 ,bij de vrouwen doet ,reinout dergelijke ervaringen op4 ,hij1 de jonge1 rijke edelman is een echte goudvisch1 dien de jonge dames graag aan den hengel zouden slaan1 en zoodra hij dat bemerkt is voor liefde in zijn hart geen plaats meer4 ,eigenschappen4 ,de voornaamste eigenschappen van ,meerwoude zijn dus de volgende3 a4 ,hij is een echte egost1 die niet meer aan hoogere gevoelens gelooft4 b4 ,hij is een meester in de kunst van zelfbeheersching4 c4 ,hij is zeer ontwikkeld en buitengewoon scherpzinnig4 ,door dat alles steekt hij ver uit boven de andere edelen4 ,door allen wordt hij gevreesd1 omdat niemand veilig is voor zijn scherpen spot4 d4 ,in alles wil hij uitblinken en vandaar dat hij n kwetsbare plek heeft3 hij is geen krachtig1 forsch gebouwd man en in dat opzicht verre de mindere van de meeste zijner kennissen4 ,maar toch zal niemand het wagen ,meerwoude te beleedigen4 ,reinout1 zijn lichamelijke minderheid kennende1 heeft dit gebrek zooveel mogelijk trachten te verhelpen en heeft uitstekende schermlessen genomen1 zoodat hij in een duel een gevaarlijk tegenstander is4 e4 ,op godsdienstig gebied is hij een onverschillige2 in een gesprek met ,alva noemt ,reinout zich zelf een athest4 ,godsdienstige dweperij en slechte spijsvertering hebben een akelige identiteit1 zegt hij tegen ,melville4 ,verhouding tot ,helene4 ,twee personen zijn er die op zijn handelingen een beslissenden invloed oefenen3 ,helene van ,vredenborg en ,edward ,melville4 ,helene heeft veel aan ,reinout te danken1 hij heeft haar smaak gevormd1 is in vele opzichten haar leermeester geweest4 ,maar--en dit teekent zijn karakter--al die hulp is niets geweest dan egosme4 ,dat blijkt1 als het tusschen ,reinout en ,helene tot een verklaring komt en de eerste zegt3 ,ik moest iemand hebben1 die mijn denken verstond2 daartoe voedde ik u op2 ik gaf u kennis en gedachten1 opdat ge mij zoudt begrijpen en volgen1 want ik wilde verstaan zijn2 wilde1 dat is het woord4 ,ik moest iets hebben1 dat mij dierbaar was1 en gij alleen kondt dat zijn2 u kon ik vormen1 daarom wendde ik uw hart van de betrekkingen af1 die u niet begrepen1 daarom liet ik de liefde van hem1 die u niet verdiende1 het genot1 dat de ijdelheid zoekt1 niet tot u komen2 mijn eigendom moest gij zijn4 ,helene is dus geheel een werktuig in ,reinouts handen geweest4 ,verhouding tot ,melville4 ,ook van ,edward ,melville kan hetzelfde gezegd worden4 ,eerst heeft ,reinout geen reden om minder gunstig gestemd te zijn jegens ,edward1 die hem volstrekt niet hindert of in den weg staat4 ,toch is er iets1 waaruit een minder gunstige verhouding kan voortkomen3 ,edward is een krachtige1 kloek gebouwde jonge man en in dat opzicht dus de meerdere van ,reinout4 ,en werkelijk wordt dit een van de redenen1 waarom ,reinout ,edward begint te haten4 ,van ,filips1 ,helene's broer1 heeft ,edward gehoord wat de kwetsbare plaats is van ,reinout en om de proef te nemen of dit werkelijk zoo is1 vraagt hij hem eens3 ge zoudt stellig ook1 als ,cato1 de voorkeur geven aan mannelijke kracht boven die kennis1 die iedere vrouw zich eveneens kan verwerven1 heer van ,meerwoude8 ,van dit oogenblik af haat ,reinout ,edward1 want ,meerwoude haatte alle minderheid en vooral die ze hem liet voelen4 ,maar de hoofdreden van de vijandschap is een andere4 ,reinout bemerkt dat ,helene en ,edward elkaar liefhebben1 en de mogelijkheid bestaat dus1 dat hij ,helene zal moeten afstaan4 ,en dat wil hij niet4 ,zij was hem onontbeerlijk geworden4 ,zij was een deel van zijn eigen wezen1 een tweede ik1 een grond waarin hij elke gedachte planten kon1 en bij wie hij1 als de conversatie zijner onkundige vrienden hem tegenstond1 een belangrijker gesprek zocht2 haar te missen1 was hem zoo onmogelijk1 als het hem tot nog toe ondenkbaar had geschenen1 dat dit ooit gebeuren kon4 ,reinouts doel4 ,zijn doel is voortaan ,edward en ,helene van elkaar te verwijderen4 ,het middel1 dat hij aangrijpt is3 den onervaren ,edward in kennis te brengen met de schoone hofdame ,silvia ,linondi1 die werkelijk een groot kontrast vormt met de ernstige1 stemmige ,helene4 ,het plan gelukt4 ,edward vergeet ,helene en zelfs volgt een verloving met de schitterende ,italiaansche4 ,ook op haar heeft ,meerwoude genfluenceerd3 niet tevergeefs heeft hij haar ingefluisterd1 dat ,edward de gunsteling is van den machtigen graaf van ,viale en dus een groote toekomst hem wacht4 ,helene wordt ,reinouts vrouw4 ,zoo schijnt ,reinout volkomen te slagen en toch falen zijn berekeningen4 ,hij had n4l4 verwacht1 dat ,helene den man die haar versmaad had1 niet langer zou kunnen liefhebben1 dat haar liefde zou worden tot haat en juist daarin vergist hij zich4 ,voor ijverzucht en haat is geen plaats in ,helene's rein gemoed en haar vraag aan ,reinout3 ge gelooft niet1 dat ,silvia boos en gevoelloos is8 ,zij--zal hem gelukkig kunnen maken8 bewijst hem1 dat ze ,edward ng lief heeft4 ,melville zelfstandiger4 ,daarbij komt1 dat ,edward langzamerhand meer zelfstandig begint te worden en bemerkt dat ,silvia hem niet gekozen heeft uit liefde1 maar uit berekening4 ,hij verbreekt zijn verloving en ziet nu in1 hoe dwaas hij geweest is een karaktervolle vrouw als ,helene te verlaten voor de lichtzinnige ,silvia4 ,weer dreigt dus voor ,reinout het gevaar1 dat ,edward hem eens ,helene zal ontnemen4 ,maar hij heeft nieuwe maatregelen genomen3 ,helene moet zijn vrouw worden1 dat is 't eenige middel om haar voorgoed van ,edward te verwijderen4 ,vrijwillig zal ,helene nooit in dat huwelijk toestemmen1 dat beseft ,reinout te goed2 ze moet dus gedwongen worden4 ,maar natuurlijk zoo1 dat ze geen dwang van zijn kant bemerkt1 dan zou ze hem verachten en ze moet voor ,reinout dezelfde trouwe studiemakker blijven1 die ze altijd geweest is4 ,speelzucht van ,filips4 ,het middel vindt ,meerwoude in de verkwistingen van ,helene's broer ,filips1 wiens speelzucht door ,reinout op sluwe wijze wordt aangewakkerd1 zoodat hij eindelijk wissels teekent op naam van zijn vader1 tot een zoo hoog bedrag1 dat ze door den ouden ,vredenborg moeilijk voldaan kunnen worden4 ,als ,helene radeloos staat tegenover den woekeraar1 die de wissels presenteert1 neemt ,reinout de geldelijke verplichtingen van ,filips op zich en zoo is ,helene1 die haar vader al deze ellende wil besparen1 wel gedwongen ,reinouts aanzoek aan te nemen4 ,melville ,protestant4 ,maar het is ,meerwoude niet genoeg ,helene als vrouw te bezitten1 hij moet ook in haar de liefde voor ,edward dooden4 ,en 't toeval doet hem daartoe een middel aan de hand2 hij ontdekt de verhouding tusschen ,edward en den graaf van ,viale4 ,edward is een bastaard en ,reinout zal maken dat hij in de oogen van ,helene ook nog een onwaardige wordt4 ,viale is een dwepend ,katholiek1 de zoon moet een ketter worden6 ,en is dat doel eenmaal bereikt1 dan zal ,edward het geheim van zijn geboorte weten en staan tegenover zijn eigen vader4 ,zoo spant ,meerwoude zorgvuldig de draden van zijn net en zijn scherpen geest gelukt het inderdaad dit plan ten uitvoer te brengen4 ,langzaam weet ,meerwoude ,edwards kinderlijk geloof1 dat geen twijfel kende omdat het nooit gestreden had1 te ondermijnen2 hij laat hem de uitwassen zien van 't ,katholicisme1 b4v4 den schaamteloozen verkoop van heiligenbeeldjes en aflaatbrieven in ,brussel2 ,edward ziet het harde optreden van de inquisitie tegen de ketters en door dat alles begint zijn geloof te wankelen1 totdat de kennismaking met den ,protestantschen prediker ,de la ,tour hem een overtuigd aanhanger van de ,hervorming doet worden4 ,melville zoon van ,viale4 ,ook hier schijnt dus ,reinout zijn doel bereikt te hebben1 maar nu gebeurt er iets dat een egost als hij niet heeft kunnen voorzien3 ,edward weigert als hij 't geheim van zijn geboorte uit ,meerwoude's mond hoort1 van zijn vader de erkenning als zoon te eischen4 ,reinouts plan is mislukt1 want door 't verwachte optreden van ,edward hoopte hij ook ,viale te treffen1 zijn machtigen en trotschen mededinger1 die vernietigd moest worden1 vernietigd door zijn eigen zoon4 ,helene tegenover ,reinout4 't ,is voor ,reinout het begin van 't einde1 want ook ,helene staat op tegen hem4 ,haar broer ,filips heeft zich een woord laten ontvallen1 waaruit ze meent te moeten opmaken dat juist ,reinout hem tot spelen heeft aangezet en nooit kan ze die ontzettende gedachte van zich afzetten4 ,als eindelijk haar de waarheid blijkt1 doorziet ze de geheele intrige en vol afschuw vlucht ze uit het huis van haar man4 ,mislukking van ,reinouts plannen4 ,ten slotte mislukken nog de plannen van ,meerwoude op staatkundig gebied en dan komt werkelijk het einde4 ,met groote handigheid heeft ,reinout zich onmisbaar weten te maken voor de ,spaansche regeering1 eerst voor ,margaretha1 later voor ,alva en als loon vraagt hij de hoogste waardigheid na die van landvoogd3 het stadhouderschap van ,brabant4 ,werkelijk verkrijgt hij de schriftelijke belofte van ,alva dat ,meerwoude tot ,stadhouder van ,brabant zal worden benoemd als hij 't leger van de ,geuzen in handen van de ,spanjaarden heeft gespeeld4 ,maar als ,reinout zich naar dat leger begeeft1 hebben de ,geuzen door toedoen van ,alva1 die ,meerwoude te gevaarlijk begint te vinden1 de bewijzen reeds in handen van 't verraad1 en na een vergeefsche poging tot ontvluchting blijft hem niets meer over dan zelfmoord4 ,reinout de hoofdpersoon4 ,uit al 't voorgaande blijkt wel dat ,meerwoude de hoofdpersoon van den roman is2 hij beheerscht voor 't grootste deel den loop van zaken en de andere personen zijn in vele opzichten niets dan stukken op een schaakbord1 die door hem naar willekeur verplaatst worden4 ,over die personen kunnen we dus kort zijn1 te meer omdat in bovenstaande karakterschets al heel wat over hen medegedeeld is4 ,karakter van ,helene4 ,helene van ,vredenborg is een heel sympathieke figuur1 een buitengewoon ontwikkeld meisje1 dat zich geheel opoffert voor haar vader1 den geleerde1 en voor haar broer ,filips2 de eer van haar geslacht door haar zelfopoffering redt en ,melville1 den man dien ze liefheeft1 trouw blijft1 ook na de miskenning1 ,melville4 ,veel minder hoog staat ,edward ,melville1 die geheel een speelbal is in de handen van ,reinout van ,meerwoude en den eersten tijd dat hij in ,brussel is1 een werkelijk treurige rol speelt4 ,maar dat moet grootendeels geschreven worden op rekening van zijn onervarenheid1 slecht is hij niet4 ,de rampen louteren zijn karakter1 en ten slotte vindt hij zich-zelf terug4 ,hij weet zich los te maken van de landvoogdes ,margaretha en de verleidelijke ,silvia1 trotseert ,viale en ,meerwoude1 en zijn dapperheid bij ,heiligerlee1 waar hij 't leven laat1 strijdend voor de vrijheid1 verzoent ons met zijn eerste afdwalingen4 ,viale4 ,zijn eerzucht4 ,viale is iemand1 die alles ondergeschikt maakt aan zijn eerzucht4 ,als de arme edelman ,karel de ,brnis vatte hij liefde op voor de ,utrechtsche burgerdochter ,johanna ,rovne1 de moeder van ,edward en zijn trouw duurde niet langer dan toen de aanbieding kwam van zijn bloedverwant1 den graaf ,van ,viale1 die hem tot erfgenaam wenschte4 ,zijn latere verloving met ,agnete van ,arnemuiden werd verbroken1 omdat hij hoorde1 dat de bruid niet zoo rijk was als men dacht en de jonkvrouw1 die hij zich eindelijk in ,frankrijk tot echtgenoote uitkoos1 bezat schatten4 ,zoo verwierf ,karel de ,brnis een hoog-adellijke titel en groote rijkdommen4 ,streng ,katholiek4 ,door zijn rechtzinnig ,katholicisme werd hij ook politiek gebied weldra een man van gewicht3 hij werd de punt of het vraagteeken achter alle besluiten van landvoogdes ,margaretha4 ,kenmerkend voor hem is zijn fanatiek geloof1 te verklaren uit de wroeging over zijn daad en de zucht om over anderen te heerschen4 ,de kerk bood hem alle voorrechten van heerschappij en onderwerping tegelijk aan4 ,zij gaf hem het recht in wereldsche zaken te heerschen en beloonde hem voor zijn onderwerping in het geestelijke met de gansche bescherming1 die haar uitgebreid gezag kon verleenen2 uit haar absolutie putte hij de kracht1 die zijn zonden hem ontroofd hadden4 ,viale is een ,katholiek1 die in vele opzichten te vergelijken is met ,aernout ,bakelsze uit ,het ,huis ,lauernesse4 ,beiden klemmen zich vast aan hun geloof en trachten de ketters te verdelgen1 omdat ze zich en voelen met de ,kerk en met die ,kerk staan of vallen4 ,zuster ,klara4 ,naast deze harde ,katholieke figuur staat een andere liefdevolle3 de vrome non ,klara1 eens de schoone ,agnete van ,arnemuiden1 later de troost van zieken en verdrukten3 de heilige van ,ilmenoude4 ,van ,vredenborg en ,filips4 ,de heer ,van ,vredenborg en zijn zoon ,filips zijn antipoden3 de eerste is de geleerde1 die heelemaal opgaat in zijn studin en van de wereld afgestorven is1 terwijl de laatste juist zooveel mogelijk van alle wereldsche genietingen tracht te profiteeren4 ,dat antagonisme is van beide zijden bijna tot afkeer geworden4 ,er zijn menschen1 die voor anderen het vermogen van een slijpsteen bezitten2 ieder woord1 dat met hen in aanraking komt1 schijnt scherp te worden1 en ,filips was voor zijn vader zulk een slijpsteen4 ,filips heeft het karakter zijner moeder4 ,die ontevredenheid van ,vredenborg is wel te verklaren3 ,filips is een zoon uit het tweede huwelijk en heeft geheel dezelfde eigenschappen als zijn moeder1 een vrouw1 die door haar lichtzinnigheid en later door haar ontrouw ,vredenborg nameloos verdriet heeft aangedaan1 vooral omdat hij zijn vrouw hartstochtelijk lief had4 ,in zijn studin had ,vredenborg zijn gemoedsrust hervonden en zijn vurigste wensch was1 dat ,filips later zijn hulp en steun zou worden bij dat moeitevolle werk4 ,maar de zoon was daartoe totaal ongeschikt1 het lichtzinnige bloed van zijn moeder stroomde door zijn aderen en 't eenige doel van zijn leven was3 genot4 ,de vader moest wel in de feiten berusten1 maar het verstoren van zijn illusies maakte hem wrevelig en 't losbandige leven van ,filips was hem een gruwel4 ,vandaar de treurige verstandhouding4 ,verwijdering van zijn vader4 ,en ,vredenborg moest het zich wel bekennen1 dat hij zelf schuld had3 hij had immers den zoon1 die ook in uiterlijk het evenbeeld van zijn moeder was1 buiten het vaderlijk huis laten opvoeden1 omdat hij het gelaat niet zien kon1 dat hem telkens aan de schuldige vrouw herinnerde4 ,vader en zoon waren al vroeg van elkaar vervreemd en er bestond tusschen hen geen liefde1 die ,filips misschien van den slechten weg had kunnen terughouden4 ,zoo heeft de lichtzinnige jongeman in niemand een steun1 want ook de verhouding tot zijn zuster1 die geheel denkt als de vader1 is verre van innig en 't is waarlijk niet te verwonderen1 dat hij met een raadsman als ,meerwoude zijn verderf tegemoet loopt4 ,misschien dat hij door harde ervaringen geleerd1 een beter mensch zal worden en we vinden daarover aan 't slot van 't boek een aanwijzing als ,helene tot ,edward zegt1 dat ze hoopt te gaan naar haar broer1 die naar ,duitschland is uitgeweken en haar heeft geschreven1 dat er veel in hem is veranderd4 ,mogelijk vindt ,helene in hem dan in waarheid1 wat hij eerst slechts in naam geweest is3 een broer4 ,de edelen tijdens den opstand4 ,ten slotte nog iets over 't milieu waarin de roman speelt4 ,we worden verplaatst in ,brussel tijdens het voorspel van den opstand1 en naast de teekening van enkele historische personen heeft de schrijfster ons vooral een beeld willen geven van de ,nederlandsche edelen uit dien tijd4 ,en dat beeld is historisch juist4 ,duidelijk zien we1 dat 't verzet tegen ,spanje bij den adel geen beginselkwestie1 nog minder een geloofskwestie was--uitgezonderd bij enkelen als ,tholouze1 ,marnix en ,davilliers--maar eenvoudig een begeerte naar meerderen invloed en daardoor naar meerdere inkomsten4 ,nooit is dat duidelijker gebleken dan na 't vertrek van ,granvelle1 toen de edelen veel te zeggen kregen en hun bevoorrechte positie gebruikten om op allerlei wijzen hunne heb- en winzucht te bevredigen4 ,niet de ontevreden edelen1 maar de krachtige1 door 't geloof gesterkte burgers hebben ,nederland van de ,spaansche overheersching bevrijd4 ,,vorstenschool4 ,strekking4 ,multatuli klaagt er in idee #icj over dat men de strekking van ,vorstenschool niet begrepen heeft en er heel iets anders achter gezocht is dan de schrijver bedoelde4 ,velen meenden n4l4 dat het daarin vertelde hofschandaaltje de hoofdzaak was en dat dit bovendien betrekking had op ,nederlandsche toestanden4 ,met ,koning ,george zou dan ,koning ,willem ,,iii bedoeld zijn1 en men schreef het daaraan toe dat ,vorstenschool langen tijd na 't verschijnen nog nooit opgevoerd was4 ,multatuli zelf zegt hierover 't volgende3 ,ik verzeker dat onze ,koning mij zoo min bekend is als de letterzetter ,puf1 en dat ik me niet bezig houd met de chronique scandaleuse van personen4 ,en verder3 ,wie nu1 in weerwil van dit alles1 in den ,george van 't drama1 den tegenwoordigen ,koning van ,nederland meent te herkennen1 wordt uitgenoodigd met gelijke scherpzinnigheid1 te openbaren wie er dan met ,louise bedoeld wordt8 ,met ,hanna8 ,met den lakei die de kachel aanmaakt8 ,met den groom van jonker ,schukenscheuer8 ,met den niet geschoten wolf8 ,zou dat beest misschien ook de gemeentewet beduiden8 ,of de ,brielsche feesten8 ,of de mazelen der kindertjes van de juffrouw links-achter-boven-voor8 ,wat de schrijver wl bedoelt blijkt uit de volgende aanhaling3 ,men zegt dat onze grootouders de eerste thee die zij in handen kregen1 gereed maakten als spinazie4 ,ik verzoek m'n drama te lezen1 te gebruiken en te beoordeelen als4444 'n drama4 ,om hiertoe eenigermate den weg te wijzen1 sla ik bij dezen 'n ondertitel voor3 ,vorstenschool1 of vluchtige schets van 'n paar verschillende wijzen waarop hooggeplaatste personen hun roeping zouden kunnen opvatten4 ,dit namelijk is de hoofdzaak1 en niet het povere1 door ,louise en mij even onachtzaam behandeld kuiperijtje4 ,bij een bespreking moeten we dus het volle licht laten vallen op het karakter en de daden van ,louise en ,george4 ,het hofkabaaltje is bijzaak1 maar dit vormt toch de intrigue waarop het heele stuk gebouwd is en daarom zullen we eerst nagaan hoe dit kuiperijtje in elkaar zit4 ,bij een eerste lezing is 't niet gemakkelijk de rechte beteekenis te vatten2 vooral de rol die ,hesselfeld speelt is niet duidelijk1 maar als men 't stuk herleest en alle uitingen nauwkeurig nagaat1 blijkt wel wt eigenlijk de bedoeling is4 ,de zaak is deze3 ,intrigue4 ,de eerste minister ,graaf v4 ,weert heeft benijders die hem ten val willen brengen4 ,de voornaamste daarvan is ,hesselfeld die v4 ,weert haat1 zooals o4a4 blijkt uit 't geen ,van ,huisde in 't vijfde bedrijf zegt tegen ,de ,walbourg4 7,als niet ,hesselfeld uit haat1 en4444 om ,van ,weert444474 ,om den minister onmogelijk te maken strooit men uit dat hij in ongeoorloofde verstandhouding staat met koningin ,louise en de aanleiding tot dat praatje is 't feit dat ,van ,weert geregeld op ,louise's ,rust komt1 daar de koningin met hem spreekt over staatszaken en die bijeenkomsten soms tot laat in den nacht duren4 ,de laster4 ,dat deze laster werkelijk al onder de hovelingen uitgestrooid is1 blijkt uit het tweede bedrijf4 ,als n4l4 de gasten allemaal aanwezig zijn1 ziet de koning dat ,van ,weert ontbreekt en zegt3 ,hoe1 ,graaf van ,weert niet bij u8 ,de heeren fluisteren dan even onder elkaar3 een bewijs dat er iets geheims is en dan antwoordt ,hesselfeld3 ,hij was 'n oogenblik slechts bij ons1 ,sire4 ,hij4444 wendde bezigheden voor en ging4 ,ook gisteren avond was hij niet op 't bal4 ,uit de woordenkeuze blijkt duidelijk dat de hovelingen de zaak niet pluis achten 7b4v4 bezigheden voorwenden en dat hij er gisteren avond ook niet was672 ze hebben onderling er natuurlijk over gesproken1 waarm ,van ,weert al weer weg moest en z'n niet-verschijnen op 't bal zal ook tot heel wat veronderstellingen aanleiding gegeven hebben4 ,let er ook op1 dat 't juist ,hesselfeld is1 die dit zegt6 ,in datzelfde bedrijf blijkt wt ze denken4 ,er komt n4l4 een poosje later bericht dat ,van ,weert niet thuis is--en dat midden in den nacht6 ,dan fluistert ,hesselfeld zijn buurman in 't oor1 maar zoo luid dat de koning 't hoort3 ,louise's ,rust is lief gelegen6 ,dt is dus 't lasterpraatje en ,hesselfeld is weer de man die 't zegt4 ,de koning begrijpt de bedoeling van die woorden dadelijk1 stuift vreeselijk op en vraagt opheldering4 ,hesselfeld maakt het nog erger door te zeggen3 ,de heer ,miralde roemde 'n park bij44444 ,kopenhagen1 ,waar koningin ,mathilde444 en444 ,struensee444 ,want ook minister ,struensee werd beschuldigd een liaison te hebben met koningin ,mathilde6 ,intrigues voor en tegen ,van ,weert4 ,na dit alles schijnt ,van ,weert voor goed onmogelijk gemaakt te zijn1 maar nu beginnen de intrigues vor en tgen den minister4 ,als allen vertrokken zijn blijft n4l4 ,van ,huisde achter en deze zint op een middel om ,van ,weert te redden4 ,peinzende zegt hij3 ,de nacht voor donderdag1 den tienden ,mei444 ,een1 twee1 drie uur444 ,van ,weert1 'n alibi6 ,hij wil dus trachten te bewijzen dat de graaf op dat oogenblik ergens anders geweest is4 ,rol van ,hesselfeld4 ,ondertusschen staat ,hesselfeld1 de vijand van ,van ,weert1 bespiedend op den achtergrond1 hij hoort wat ,van ,huisde zegt1 maar deze ziet hem niet4 ,zijn doel is natuurlijk ,van ,huisde te dwarsboomen en zoo ,van ,weert tch ten val te brengen4 ,dat hij ,van ,huisde doorziet1 blijkt uit 't geen hij in zichzelf zegt3 ,een alibi8 ,dr is wat van te maken6 ,die heeren van de rechten weten 't wel444 ,er gaat toch1 wel beschouwd1 niets boven 't recht6 ,precies1 van ,huisde444 'n alibi444 schandaal444 ,eurka6 ,pogingen van ,van ,huisde4 ,in 't derde bedrijf zien we ,van ,huisde aan het werk en hooren we ook1 waarm ,van ,weert niet vallen mag4 ,dat blijkt uit het gesprek van ,van ,huisde en ,miralde4 ,de laatste zegt3 ,ik blijf er bij1 ,van ,weert is impossibel1 ,de zaak was al te duidelijk1 ,huisde6 ,van ,huisde wijst er op dat de minister met behouden blijven4 ,zij1 de groot-grondbezitters1 betalen n4l4 heel weinig belasting van hun landerijen #af en nu is ,van ,weert een grondbezitter van den eersten rang1 van hem zal dus nooit een wetsvoorstel te wachten zijn ter herziening van 't kadaster4 ,niet dat een ander minister dat dadelijk zou voorstellen1 maar men moet het zekere nemen voor 't onzekere3 ,zoolang-i staat1 blijft alles bij het oude1 ,ziedaar 'n zekerheid die 'k voor de kans ,van wat er volgen kn1 niet ruilen wil4 ,wij offren dus ,van ,weert niet op1 ,miralde6 ,middel om ,van ,weert te handhaven4 ,en nu 't middel om hem te redden4 ,het feit schijnt waar te zijn1 maar wat gister helder was1 is soms vandaag wat duister4 ,als men met beleid handelt1 kan men van een blijk een schijn maken m4a4w4 de werkelijkheid moet weggemoffeld worden en iets anders er voor in de plaats worden gesteld4 ,dat heeft ,van ,huisde al gedaan1 zooals uit enkele van z'n gezegden blijkt4 ,er zijn middlen6 ,en 'k heb reeds voor mijn deel4444 ,en vooral ,wanneer men444 met beleid444 ik deed het mijne6 ,men schuift--mits met beleid6 iets tusschen 't oog ,en 't voorwerp dat zoo duidelijk scheen1 ,miralde444 ,en dit heb ik gedaan6 ,van ,huisde hoopt dan ook te zullen slagen1 maar n ding is er dat misschien alles zal verhinderen3 ,van ,weert heeft soms zulke eigenaardige begrippen omtrent zedelijkheid1 denkt niet precies als ,van ,huisde en zal dus misschien het aangeboden middel weigeren4 ,daarom moet ,van ,weert overtuigd worden dat hij in z'n eigen belang zoo moet handelen als ,van ,huisde wil4 ,vandaar ook dat de laatste tegen ,miralde zegt3 ,ge zijt met hem bevriend444 zeg gij hem444 dat444 ,laster omtrent ,hanna4 ,in 't vierde bedrijf wordt het ons duidelijk wat het doel van ,van ,huisde is4 ,hij wil 't praatje rondstrooien dat ,van ,weert soms bij de naaister ,hanna komt en als de minister dit middel aan wil grijpen1 kan hij dus beweren1 dat hij den bewusten nacht niet op ,louise's ,rust is geweest1 maar bij ,hanna4 ,op deze wijze zal ,van ,weert zich bij den koning1 die de koningin natuurlijk niet over de zaak durft spreken1 kunnen verontschuldigen4 ,thans blijkt dat ,van ,huisde ,van ,weert werkelijk schuldig acht1 want anders was dit alles onnoodig4 ,het alibi4 ,en nu wat ,van ,huisde al gedaan heeft om voor een alibi te zorgen4 ,ook dat blijkt uit het vierde bedrijf en wel uit het verhaal van ,puf4 ,puf verhaalt dat hij 's nachts een heer ontmoet had die juist ,hanna ,smit een bezoek had gebracht1 en z'n portemonnaie had verloren4 ,samen zoeken ze en vinden 't verlorene voor de deur van ,hanna's kamer4 ,ook zegt die meneer nog dat hij van het hof is4 ,deze man is natuurlijk ,van ,huisde of een handlanger van hem en dit alles dient om een getuige te krijgen die verklaren kan dat een meneer van 't hof ,hanna soms bezoekt4 ,als ,van ,weert dan1 ingelicht door ,miralde en ,van ,huisde1 tegenover den ,koning beweert dat hij bij ,hanna geweest is1 kan ,puf getuigen6 ,dat is de manier waarop ,van ,huisde van een blijk een schijn hoopt te maken6 ,dit alles wordt den ,koning verteld--niet door ,van ,weert maar waarschijnlijk door ,van ,huisde of ,miralde--zooals blijkt uit 't geen deze in 't begin van 't vijfde bedrijf zegt3 ,maar wie kon gissen dat ,van ,weert444 zoo raide1 ,zoo'n overdeftig man1 zoo'n zedepreker1 ,zich inliet met 'n vrouw van lagen stand4 ,ook ,herman hoort dit praatje3 ,ik weet nu iets444 z'n naam3 ,hij heet ,van ,weert1 'n ,graaf1 of zoowat6 ,tegen-intrigue van ,hesselfeld4 ,tot zoover is de intrigue duidelijk maar dan komt er iets schijnbaar tegenstrijdigs4 ,albert komt n4l4 thuis met ander nieuws3 ,men zegt dat de koningin de minnares is van ,van ,weert en dat het schandaal hier op de trap gezocht is om verdenking af te leiden4 ,dit praatje kan natuurlijk niet verspreid zijn door iemand als ,van ,huisde of ,miralde1 maar door een vijand van ,van ,weert of ,van ,huisde1 die op deze wijze den minister toch ten val hoopt te brengen4 ,deze man is ,hesselfeld1 die de woorden van ,van ,huisde op 't eind van 't tweede bedrijf heeft gehoord1 diens bedoeling heeft begrepen en heeft nagegaan welk middel aangewend is om ,van ,weert te redden4 ,dat hij werkelijk ,van ,weert ten val wil brengen1 blijkt uit het feit dat hij als lakei verkleed bij ,hanna komt en haar aanraadt te klagen bij den ,koning4 ,dan zal immers uitkomen dat het alibi onwaar geweest is3 ,graaf ,van ,weert ,was op ,louise's ,rust4444 er zijn getuigen4 ,men wil u bijstaan1 uit4444 rechtvaardigheid1 ,uit menschelijkheid1 ja4444 uit menschlievendheid1 ,en4444 om de goede zeden4444 ,maar toevallig is ,koningin ,louise tegenwoordig1 ze begrijpt alles1 straft eerst ,hesselfeld af en vernedert dan ,van ,huisde in tegenwoordigheid van ,hanna1 't meisje dat hij belasterd heeft4 ,onjuiste voorstelling door ,vosmaer4 ,dat deze intrigue niet erg duidelijk aan 't licht komt1 blijkt uit het feit1 dat zelfs ,vosmaer ,vorstenschool niet geheel begrepen heeft4 ,hij schrijft in z'n studin over ,multatuli's werken3 ,uit een ander deel der maatschappij is een tweede groep genomen4 ,een meisje1 ,hanna1 naaister voor haar levensonderhoud1 verloofd aan een klerk bij een ministerie1 die dichter is2 een broeder1 werkman1 wien de onbevlekte naam zijner zuster het hoogste goed is2 een dronkaard1 uit wiens gezin ,hanna het jongste weesje tot zich neemt en verzorgt4 ,de laster speelt zijn rol4 ,aan het hof wordt de koningin verdacht gemaakt van een ongeoorloofde betrekking met graaf ,van ,weert4 ,den koning foltert de verdenking4 7,dit gedeelte is juist1 maar nu komt een geheel onjuiste voorstelling1 waarin het foutieve gecursiveerd is67 ,de werkelijkheid is dat de naam van graaf ,van ,weert door een ander heer van 't hof1 die aan ,hanna wel eens een bezoek wou brengen en daartoe den dronkaard ,puf aanklampt1 wordt misbruikt4 7,we zagen boven dat deze heer van 't hof ,van ,huisde of een van z'n handlangers geweest is en dat de bedoeling niet was ,hanna een bezoek te brengen1 maar om in ,puf een getuige te krijgen voor 't bewijzen van 't alibi74 ,hierdoor komt ook ,hanna's naam op de tong4 ,de rechtsgeleerde minister van ,huisde en een anderen staatsman1 ,hesselfeld1 schijnen den dubbelen laster te willen gebruiken in dien zin dat de graaf ,van ,weert niet om ,hanna zelve bij deze zou komen1 maar om de koningin daar te ontmoeten4 7,dit is heelemaal onjuist3 vooreerst is ,van ,huisde geen minister1 maar kamerheer des ,konings2 ten tweede wordt het hier voorgesteld alsof ,van ,huisde en ,hesselfeld elkaars medestanders zijn1 terwijl ,hesselfeld ,van ,huisde juist tegenwerkt2 ten derde zou ,van ,huisde op die manier graaf ,van ,weert dien hij redden wil1 juist ten val brengen en bovendien staat er in 't heele stuk niets1 waaruit op te maken is dat ,van ,weert de ,koningin bij ,hanna zou ontmoeten74 ,thans komen we tot de hoofdzaak3 de beteekenis van koningin ,louise en koning ,george4 ,in de eerste heeft ,multatuli ons iemand willen teekenen die haar taak op werkelijk koninklijke wijze opvat1 in den tweede den vorst die z'n tijd aan allerlei dingen van minder belang verbeuzelt4 ,koningin ,louise4 ,koningin ,louise is een idealiste1 maar tevens iemand die door hard werken tracht haar ideaal tot werkelijkheid te maken4 ,volstrekt geen dweepster3 in dweepzucht schuilt bedrog en zij zoekt waarheid6 ,haar doel4 ,haar verheven doel is1 het volk op te heffen1 gelukkig te maken3 -- -- -- -- -- -- -- -- als ,ik al m'n kracht ten-offer heb gebracht ,aan 't welzijn van m'n medemenschen4444 dan1 ,ja1 dan noem ik mijzelve ,koningin4 ,zij wil 'n eerzuil in het hart des ,volks4 ,ze weet dat veel teleurstellingen haar wachten1 dat het een lange1 moeilijke weg zal zijn1 maar zij heeft1 als in haar droom1 gekozen4 ,zij wil zijn een mensch die lijdt1 gevoelt en arbeidt1 geen ,koningin die heerscht2 door de doornenkroon tot de gouden ,koningskroon2 per aspera ad astra6 ,de plicht eens vorsten4 ,twee dingen zijn er vooral die een ,koning altijd voor oogen moet hebben3 ,hooge eischen moet hij stellen aan zich zelf--der ,vorsten plicht is hoog te staan6 ,hem voegt de middelmaat zoo min als 't lage1--en hij moet het volk kennen3 de ,vorsten kennen 't ,volk niet dat hen voedt4 ,een eerste plicht des souvereins is3 weten4 ,louise's daden4 ,louise dot wat ze zegt4 ,uit al haar woorden en daden blijkt welk een hooge plichts-opvatting ze heeft1 en de andere plicht3 wten1 verzuimt ze evenmin4 ,iedere week houdt ze audintie en iedereen die iets te klagen of te verzoeken heeft1 mag dan tot de koningin komen4 ,hoeveel belang ze in al de personen stelt1 blijkt uit het gesprek met ,puf en 't geen ze na afloop daarvan zegt tot ,de ,walbourg4 ,alles wordt opgeteekend en daarna onderzocht1 onderstand wordt aan velen verleend4 ,bundels papieren liggen op tafel4 ,berichten over alles wat bij 't ,volk ,niet is zooals het wezen moest1 en toch--,dat hoop ik6--eenmaal anders wezen zal4 ,wordt ,louise door 't een of ander bizonder getroffen1 zooals door 't feit dat een buurvrouw 't jongste kindje van ,puf uit vriendschap verzorgt1 dan gaat ze zelf huisbezoek doen4 ,maar niet alleen de lage volksklassen hoort ze1 ook van de ministers wil ze weten hoe de toestand van 't land is4 ,tot diep in den nacht ondervraagt ze graaf ,van ,weert1 nooit is haar onverbiddelijke weetlust bevredigd4 ,ze doorziet de heeren staatslieden volkomen3 de ,staat is voor hen een zetel1 een carrire1 't is allemaal sleurwerk wat ze doen1 hart voor 't volk hebben ze niet ,en dt is 't voornaamste4 ,daarom spreekt de idealistische koningin met ,van ,weert2 zij hoopt in zijn hart een vonk te werpen van geloof aan mooglijkheid op beter toekomst4 ,de verhouding tot ,koning ,george4 ,iets is er dat ,louise veel verdriet doet3 de houding van haar man4 ,ze wil hem zoo graag eens spreken over alles waar ze in den laatsten tijd over heeft gedacht1 maar slechts zelden ziet ze hem1 altijd is er wat1 dan een jachtpartij1 dan dit1 dan dat4 ,ook weet ze dat ,george zijn taak niet vervult als 't volgens haar meening moet1 en toch gelooft ze nog in hem1 hij zal eens anders worden4 ,ze stelt het dan ook altijd voor alsof de ,koning 't geheel met haar eens is1 zoo b4v4 zelfs in 't gesprek met de ,koningin-,moeder4 7,einde eerste bedrijf74 ,z'n ,majesteit denkt juist als ik1 mama6 ,en mocht er soms444 hij heeft 'n edel hart6 ,en als misschien444 doch neen1 dit is zoo niet6 ,maar als444 welnu1 waartoe zou liefde dienen8 ,hoe mooi is in deze woorden de twijfel van ,louise aangegeven en toch weer haar geloof in 't goede3 hij heeft 'n edel hart4 ,en ,george heeft een edel hart3 zendt hij de arme lui uit de herberg niet een koe als de hunne gestorven is8 ,in 't laatste bedrijf doet ,louise 't zelfs voorkomen alsof ze handelt op bevel des ,konings en laat dus al de aanwezigen voelen hoe ook zijn hart gruwt van laagheid4 ,ze maakt ,george als 't ware tot haar bondgenoot in den strijd tegen ,van ,huisde4 ,mama1 ik bid u1 roep den ,koning hier6 ,ik voel behoefte hem te spreken1 en ,te zeggen dat ik444 zijn bevel volbracht6 ,en dat ik deed444 wat hij bevolen heeft1 ,stipt1 stipt wat hij gelastte6 ,louise's sarcasme4 ,op en eigenschap van ,louise wijzen we ten slotte4 nog3 de vreeselijke scherpte waarmee ze onwaardigen kan afstraffen4 ,zoo 't woord tot ,hesselfeld3 't ,lakeienpak flatteert je1 ,hesselfeld6 ,het past je4 en de straf3 de voorname meneer van 't hof moet 't pakje oprapen1 dat een arm naaistertje heeft laten vallen6 ,nog erger wordt ,van ,huisde gestraft3 zijn marteling duurt zooveel langer4 ,telkens maakt de ,koningin toespelingen op zijn schandelijk gedrag1 terwijl ze schijnbaar over heel gewone zaken spreekt4 ,ze heeft veel gehoord van zijn roem als rechtsman6 ,dan in eens 't gesprek over entomologie3 't opprikken en martelen van een onschuldigen vlinder1 zoo heeft ,van ,huisde door zijn laster de arme ,hanna gefolterd4 ,ook de ,koningin zal iemand op een plank nagelen1 maar geen onschuldigen vlinder3 een skorpioen1 'n adder is 't6 ,van ,huisde weet wel wie die adder met z'n vergiftige tong is6 ,ten slotte 't als toevallig bladeren in een ,latijnsch woordenboek3 't opnoemen van enkele woorden1 waaronder alibi en dan plotseling de vraag3 ,wat is 'n alibi8 ,komaan1 laat hooren1 ,wat is 'n alibi8 m'nheer ,van ,huisde8 ,ook van ,huisde1 die nog altijd niet weet wat ,recht is1 wordt gestraft als ,hesselfeld3 op ,louise's bevel valt hij met gebogen hoofd op de knien voor ,hanna neer4 ,zoo heeft de ,koningin in 't rijk gemoed ,het middel 7gevonden71 om te doen verstaan ,ook wat niet rein genoeg is voor haar lippen6 ,wl mag ze zeggen1 als ,van ,huisde in boete-houding voor ,hanna ligt3 ,een exekutie1 moeder6 ,en dan als slot de vlijmende woorden tot den onwaardige3 ,ge kunt vertrekken4 ,wisch uw knien af1 ,en wat er verder aan u vuil mag zijn4 't ,tragische in ,vorstenschool is dat juist deze edeldenkende ,koningin 't slachtoffer van den laster wordt1 een bewijs hoe weinig de hovelingen haar hoog karakter begrijpen4 ,koning ,george4 ,van ,koning ,george is waar wat ,louise zegt3 hij heeft 'n edel hart en dat redt op 't tooneel z'n heele figuur4 ,hij moet--en dat deed ,haspels die 't eerst deze rol speelde--volkomen ernstig genomen worden3 de ,koning mnt n4l4 dat al de beuzelarijen waarmee hij zich lang bezig houdt1 zaken zijn van groot gewicht4 ,de schouderweren berooven hem wrkelijk van z'n slaap en als hij spreekt van ontspanning na zware dagtaak1 na een nacht vol studie is dat geen frase4 ,de kleermaker heet niet voor niemendal ,lands-heil6 ,george is dus iemand van goeden wil1 maar wat de taak van een vorst eigenlijk is beseft hij niet3 't ideaal van ,louise is nog niet het zijne4 ,hij knt ,louise niet3 hoe zou 't anders mogelijk geweest zijn1 dat hij ook maar een oogenblik aan ,hesselfelds laster geloof kon slaan8 ,er is een harde les voor hem noodig om zijne oogen te openen en dat juist doen de lasterpraatjes4 ,hoe klein voelt ,george zich tegenover ,louise1 hoe kwelt het berouw hem over z'n schandelijken argwaan4 ,nu en vooral nadat de ,koningin-,moeder hem alles gezegd heeft1 ziet hij in1 welk een edeldenkende1 hoogstaande vrouw ,louise is1 hoeveel haar grootsche opvatting van de taak eens ,konings verschilt van de zijne4 ,zoo heeft het idealisme van ,louise in ,george's hart een vonk geworpen van geloof aan mogelijkheid op beter toekomst4 ,voortaan zullen ze smen werken voor 't volk en zoo zal eens ,george ,louise waardig worden4 ,de ,koningin heeft het schoonste bereikt wat ze kon wenschen3 ze heeft van ,george een beter mensch gemaakt en daardoor tevens voor haar geliefd volk meer gedaan dan ze ooit had kunnen denken4 ,hanna4 ,naast ,louise staat een andere sympathieke vrouw3 de naaister ,hanna4 ,ook zij handelt koninklijk4 ,als de vrouw van ,puf gestorven is1 neemt ,hanna 't jongste kindje tot zich4 ,ik kon het arme schaap ,niet vruchtloos krijten hooren om z'n moeder4 ,dat doet zoo zeer mevrouw4 zegt ze tot ,koningin ,louise4 ,altijd denkt ze aan dat kindje3 als ,albert zijn gedicht zal opzeggen is 't dadelijk3 ,niet te luid1 denk aan m'n kindje4444 sjt6 en als 't even begint te huilen terwijl de ,koningin en de ,walbourg bij haar zijn1 gaat ze oogenblikkelijk kijken4 ,zelfs als de dronkenlap ,puf haar diep beleedigd heeft1 zegt ze fier3 ,die wieg blijft hier3 ,ik zorg als vroeger voor je kind6 ,koninklijk is vooral haar houding tegenover ,louise1 als deze haar zegt dat 't haar plicht is tot den ,koning te gaan4 ,dan wordt het haar bewust welke kracht het hart des menschen opheft1 wlke de gloed is1 die alles kleurt1 die 't lage hoog maakt4 ,o nu begrijp ik pozie6 ,ik wil niet laag1 ,niet klein1 gemeen zijn444 ik wil niet6 ,heeft zij misdaan die arme koningin1 ,dan zal 't besef haar foltren zonder mij4 ,ik wil mijn deel niet aan de marteling ,die zeker eens 't gevolg is van haar fout4 ,en als ze eens jammerend haar val vervloekt1 ,zal niet mijn naam gemengd zijn in dien vloek6 ,zelfs voor ,van ,huisde1 den man die haar eerlijken naam beklad heeft1 vraagt ze genade1 ze kan niet hebben dat iemand om har moet lijden4 ,herman4 ,haar broer ,herman is een ruwe werkman1 maar iemand met een hart van goud4 ,hij heeft ,hanna1 z'n eenige zuster1 zielslief2 geen wonder dat hij opbruist van woede bij 't hooren der lasterpraatjes4 ,en toch welk een vrouwelijk-teer gemoed blijkt onder die ruwe schors verborgen1 als ,herman van ,koningin ,louise als aandenken de roos vraagt6 ,het karakter van de meeste heeren uit de omgeving des ,konings is bij 't bespreken der intrigue gebleken2 over twee hunner willen we echter nog iets zeggen3 ,van ,schukenscheuer en ,spiridio4 ,schukenscheuer4 ,schukenscheuer is een zot1 die door allen beetgenomen wordt en de hovelingen toch goede diensten bewijst3 ,men heeft hem noodig voor wat schaduw4 ,dat ,verhoogt de tint der middelmatigheid6 ,wat is ,van ,huisde knap1 en ,hesselfeld1 ,en graaf van ,weert444 bij zlk een man gezien6 't ,komische in deze figuur is juist dat hij volkomen ernstig is en werkelijk ment1 heel wijze dingen te doen4 ,zoo b4v4 z'n jachtbericht4 ,multatuli gaf bij den tweeden druk een naschrift waarin hij over ,schukenscheuer de volgende kostelijke woorden zegt4 ,jonker ,schukenscheuer overdrijve niet6 ,de akteur die hem voorstelt als clown1 zou den gek te veel eer aandoen4 ,hij behoort vooral geen blijk te geven dat-i zich zijner dwaasheid bewust1 en dus4444 wijs is4 ,spiridio4 ,tegenover ,schukenscheuer staat de geestige ,spiridio dien den jonker allervermakelijkst in het zonnetje zet3 't ,leukste is dat deze van de heele zaak niets snapt6 ,maar ,spiridio is niet alleen geestig1 hij durft ook1 zelfs in 't bijzijn van den koning1 harde waarheden zeggen1 zooals z'n parodie op de troonrede1--een speech vol lamme laffe leugens--bewijst4 ,en wat hem heel wat in onze achting doet stijgen1 is 't feit1 dat hij de ,koningin het heele schandstuk blootlegt en met de daad bewijst geen deel aan schelmerij te hebben4 ,ten slotte wijzen we nog op 't buitengewoon geestige van vele uitdrukkingen en op 't rake van den dialoog1 zooals in 't gesprek tusschen ,louise en ,hanna4 ,we treffen hier weer van die echt ,multatuliaansche zinswendingen aan1 die vooral op 't tooneel moeten inslaan en die zeker niet weinig tot het succes van ,vorstenschool hebben bijgedragen4 ,,mathilde4 ,,een ,,sonnettenkrans4 ,ontstaan4 ,in #ahgi ontmoette ,jacques ,perk in ,laroche1 in de ,belgische ,ardennen1 waar hij met zijn familie logeerde1 een ,brusselsch meisje1 ,mathilde ,thomas4 ,op dit meisje wordt ,perk verliefd1 maar tevens geeft zij hem een ongewone schoonheidsaandoening1 zij heft hem op en doet hem de natuur heel anders zien dan vroeger4 ,evolutie in ,perk4 ,hierdoor ontstaat in hem een kunstevolutie3 eerst bemint hij ,mathilde1 de schoone vrouw1 en in haar de schoonheid4 ,later wordt hij van ,mathilde gescheiden1 haar beeld blijft hem bij1 maar wordt vervormd3 ,mathilde wordt voor hem de schoonheid in 't algemeen1 ze wordt dus gedealiseerd en de personifiering van de onvergankelijke ,schoonheid3 de liefde voor de vrouw1 wordt liefde voor de ,schoonheid4 ,deze kunstevolutie legt ,perk neer in zijn sonnettenkrans ,mathilde1 die in vier boeken verdeeld is4 ,wijze van uitgave4 ,de krans is niet door ,perk zelf uitgegeven1 waarschijnlijk niet eens persklaar gemaakt1 maar na zijn dood in 't licht gezonden door ,willem ,kloos1 die ons over de wijze van uitgave een duidelijke aanwijzing geeft in een brief aan ,vosmaer1 waarin hij schrijft3 ,al het slechte heb ik er uitgegooid en bovendien na raadpleging met ,doorenbos1 zeer veel veranderd4 ,zveel1 dat ,albert ,verwey later met recht kon zeggen3 ,laten wij het ons onomwonden bekennen3 dat kleine boekje dat het geluk van onze nieuwere dichtkunst uitmaakt1 is niet ,jacques ,perk enkel1 maar het is de vereeniging van ,jacques ,perk met ,willem ,kloos4 ,in latere drukken van ,perks gedichten--te beginnen met den vierden druk heeft ,kloos veel wat eerst verworpen was1 opgenomen4 ,de nummering der sonnetten in de volgende beschouwing is die van de volledige uitgave4 ,eerste ,boek4 ,ontmoeting met ,mathilde en eerste indrukken4 ,sonnet ,i is de inleiding3 de dichter geeft daarin zijn meening over het eigenaardige der sonnetten1 de kindren van de rustige gedachte1 en in 't slotcouplet lezen we wat het ,doel4 doel is van den geheelen sonnettenkrans3 ,een zee van liefde is droppen uit te gieten1 ,zacht1 en voor en--ziedaar mijn heerlijk pogen4 ,zijn groote vereering voor ,mathilde zal hij ons doen voelen1 in elk sonnet geeft hij iets daarvan1 ieder sonnet is als 't ware een droppel van zijn liefde4 ,gewijd aan ,mathilde4 ,mathilde heeft hem genspireerd1 zij heeft hem tot dichter gemaakt1 haar lof zal hij bezingen4 ,vandaar in sonnet ,,iii deze regels3 ,gij zijt de moeder van deez' liederkrans3 ,gij hebt dien met uw zonneblik geschapen ,in 't zwarte hart2 zoo 't glanst1 't is door w glans4 ,zeer belangrijk in sonnet ,,iv 7,erato1 de ,muze van 't minnelied1 het erotische gezang71 omdat we daarin als voorspelling lezen wat er zal plaats vinden4 ,de blonde ,muze verschijnt den dichter en openbaart hem3 ,een hooge liefde zal uw hart doordringen2 ,gij zult beminnen1 zalig zijn en scheiden1 ,gescheiden zwerven1 zwervend liefde zingen1 ,en peinzend zult gij 't wederzien verbeiden1 ,en naar een vrouw gedachte en smachten leiden1 ,en mijmrend leven van herinneringen4 ,uit de sonnetten van het eerste boek blijkt duidelijk de verhouding van ,perk en ,mathilde4 't ,voornaamste is wel dit3 ,liefde voor ,mathilde4 #ao4 ,perk voelt voor ,mathilde gewoon-menschelijke liefde4 ,heel duidelijk komt dit o4 a4 uit in het heerlijke sonnet ,bekentenis1 waarin ,perk ons de avondwandeling schildert met ,mathilde1 den verukkelijken zonsondergang en dan de bekentenis uit3 ,mathilde1 ik heb u lief4444 ,zoo waar die kammen ,te morgen wer in purper zullen vlammen1 ,wordt gij bemind4444 ,gij zijt zoo godlijk-schoon6 ,misschien is er hoop op wederliefde3 ,zij deed als een1 die iets op 't hart voelt branden-- ,toen sloot zij mij de lippen met de handen1 ,en bloosde de avondzon heur bleeke kon8 ,men leze verder sonnet ,,xii1 ,zij komt3 alles in de natuur is liefde3 ,de lof van hare schoonheid klinke alom1 ,waar zon en zomer te beminnen leeren6 ,ook het dertiende sonnet ,die ,lach3 steeds denkt de dichter aan ,mathilde1 telkens hoort hij haar zilveren lach6 ,invloed van ,mathilde4 #bo4 ,tegenover deze liefde staat een ander hooger gevoel1 ,mathilde is voor hem mr dan een gewone vrouw1 ze heft hem op4 ,door ,mathilde's invloed ziet hij de aarde anders dan vroeger1 hij begint het schoone in de natuur beter op te merken en ziet in dit schoone telkens zijn geliefde4 ,mathilde en de ,natuur worden vereenzelvigd 7,harmonie1 sonnet ,,xv74 ,ik min ,natuur in u1 in ,natuur6 ,vooral in het sonnet ,,xxi1 ,ochtendbede1 komt dit hel duidelijk uit3 ,mathilde nadert op het bergpad in de verte1 wat klein is die verschijning6 ,maar neen6 haar lokken zijn van zonnegoud1 ,en 's hemels blauw is 't blauw dier droomende oogen1-- ,haar boezem is de berg en 't golvend woud3 ,o1 zomer1 zonneschijn en hemelbogen1 ,waarin haar aangezicht mijn liefde aanschouwt1-- ,heelal1 waarvoor ik biddend lig gebogen6 ,de ,scheiding4 #co4 ,oorzaak van de scheiding4 ,de hoofdreden geeft ,perk aan in sonnet ,,xxvi1 ,o ,noodlot4 ,mathilde's voortdurende invloed zou noodlottig voor hem worden1 omdat hij zijn zelfstandigheid verliest4 ,ik leef in 1 en denk en doe als gij1 ,ik ga mijzelf1 zooals ik n ben1 haten-- ,tot dweper1 tot een jonkvrouw maakt gij mij4446 ,bovendien is er verschil in godsdienst1 zooals blijkt uit sonnet ,,xix1 ,aanzoek4 ,mathilde is ,katholiek en vraagt hem ,aanbid1 met mij vereend1 de ,moedermaagd1 ,en neem mijn godsdienst aan3 het is een goede4 ,gaarne had de dichter haar gelukkig gemaakt door toe te stemmen1 maar hij kn niet1 wat de godsdienst har schonk1 zou hij hm ontrooven4 ,toch is dit geloofsverschil niet de reden van de scheiding4 ,tweede boek4 ,het zwerven4 ,het rondzwerven zonder dat de juiste weg nog afgebakend is en soms nog het afdwalen van den goeden weg4 ,perk denkt na de scheiding nog steeds aan ,mathilde1 in alles ziet hij haar1 b4v4 sonnet ,,xxix ,dorre bloemen1 de ranke kopjes der bloemen zijn blond als ,mathilde2 ,,xxx ,de ,maan verrijst1 als de maan rijst ook ,mathilde voor het droomend oog3 ,eerbiedig denk ik aan het jong verleden3 ,ik hoor heur stem1 ik hoor heur zachte schreden444 ,op bloemengeuren stijgt haar naam omhoog4-- ,wat zou dat zilver op den bergtop wezen84444 ,dar is de maan in al haar glans verrezen4444 ,zo rijst ,mathilde voor het droomend oog6 ,ook ,,xxxi ,gescheiden3 de dichter denkt nog aan de scheiding1 ,mathilde ziet hij niet meer1 misschien maakt eenzaam dolen zijn hart gelukkig4 ,hij herdenkt ,mathilde's invloed1 b4v4 sonnet ,,xxxi ,ommekeer1 en ,,xxxii ,mijmering3 vor hij haar zag was alles dof en koud1 eerst door zijn liefde ziet hij 't schoone in de ,natuur3 ,voor ik haar had gezien1 was dof en koud ,de zomersche natuur1 zoo warm en licht1-- ,in 't beekgeruisch hoorde ik geen stillen kout1 ,voor mij was bloem noch star een zoet gedicht4 ,perk weet niet of zijn besluit--de scheiding van ,mathilde--wel goed geweest is4 ,hij lijdt onder die scheiding1 zijn levensweg is in nevelen verloren1 niet helder ligt het pad vor hem4 ,in die stemming schrijft hij sonnet ,,xxxv ,mist1 het natuurverschijnsel wordt bij hem de schemering der ziel1 maar3 ,voor 't liefdelicht moet raadselmist verdwijnen6 ,de grotsonnetten4 ,als symbool van dezen tijd der duisternis schrijft ,perk de grotsonnetten 7,,xxxvi-,,xliii74 ,de aanleiding is een bezoek aan de grot van ,han1 maar wat hij daar ziet vindt toepassing in zijn eigen zieleleven1 b4v4 ,,xxxvi ,intrede1 zooals men voor een donkere toekomst beeft1 beef ik4 ,hier is alles duisternis1 geen licht1 geen schoonheid 7,nedervaart74 ,toch denkt hij aan ,mathilde3 de fakkelglans is de wenkende ,mathilde4 7,fakkelglans74 ,hier voelt hij ook1 hoe groot zijn leed was1 en kan dit haar zeggen 7,het rijk der tranen73 ,mathilde6 ,u kan ik zeggen1 wat ik leed3 ,ik haatte1 omdat ik liefde niet kon geven1 ,en wilde minnen1 daar ik dichter heet6 ,eindelijk is de tocht door de grotten en ook zijn eigen ,hellevaart ten einde1 de dag komt1 hij ziet weer het ,schoone in de ,natuur1 ademt met wellust de heerlijke geuren in1 een nieuwe gloed doorstroomt zijn aderen3 hij gevoelt weer liefde voor ,mathilde1 maar4444 weer gewne1 menschelijke liefde6 ,zoo bv4 sonnet ,,xlvii ,verlangen1 hij wil weer ,mathilde aan 't harte prangen3 ,,xlviii ,machtige aandrift1 waarin ,mathilde's beeld weer ziel en zinnen komt streelen4 ,zelf gevoelt hij heel goed 't gevaarlijke van dien hartstocht1 wat o4a4 blijkt uit sonnet ,,xlvi ,een ,adder3 het verlangen naar ,mathilde's bezit slingert zich als een adder om zijn ziele heen2 en vooral ,,li ,kupris1 waarin ,mathilde hem verschijnt als de wellustige godin ,kupris6 ,dat mg ,mathilde niet zijn voor hem1 op deze wijze wordt hij niet gelouterd1 ze moet worden een star1 die leidt4 7,,liv ,herdenking74 ,derde boek4 ,de zwerver peinst over de groote vraagstukken van het leven en wint zich ten slotte een vaste levensbeschouwing4 ,we noemen enkele punten3 ,levensvraagstukken4 #ao4 ,hij denkt na over 't mysterie van den dood4 ,sonnet ,,lviii ,de grijsaard op den berg1 die zooveel duizenden heeft zien sneven1 maar geen antwoord kon geven op de vraag1 waar zij allen gebleven zijn2 verder sonnet ,,lx ,opdelving1 dat hem doet vragen1 wat eens na den dood van ons zal worden2 de plechtige begrafenis van den ouden dorpeling 7sonnet ,,lxi ,bij 't ,graf72 het grafkruis ter nagedachtenis van een blijde moeder1 die plotseling door een neerstortend rotsblok werd gedood 7sonnet ,,lxviii74 ,een meisje1 sluimerend in 't graan 7sonnet ,,lxv71 wekt in hem de gedachte aan den onverbiddelijken maaier3 ,o1 blonde als 't graan--o1 zachte koren-bloesem6 ,straks heeft wellicht ook een zicht geveld4444 ,geloof4 #bo4 ,hij peinst over de beperktheid van 't menschelijk weten en over 't geloof4 ,men leze bv4 de beide sonnetten over ,kennis 7,,lxxvii en ,,lxxviii71 de wonderen vloden voor de kennis1 als de duisternis voor 't licht4 ,perk1 zwervende door de ,ardennen1 komt in kleine dorpen1 ziet de kinderlijke vroomheid der eenvoudige dorpsbewoners1 hun gemoedsrust1 en dat alles maakt op hem een diepen indruk4 ,heel duidelijk wordt zijn stemming weergegeven in de slotverzen van sonnet ,,lxxiv ,dorpsvesper4 ,de zwerver schrijdt1 in zoet gepeins1 wer voort3 ,waar zooveel eens-gezinden samen-kwamen1 ,daar sterft de haat1 en wordt geen klacht gehoord4 ,langzamerhand komt ook de vrede in zijn gemoed1 vooral de grootsche1 machtige natuur brengt hem tot rust4 7,een ,luwtje1 ,maneschijn1 ,bede in 't ,woud74 ,aan ,mathilde denkt hij niet meer als vroeger1 in zijn ,sturm-und-,drang periode is de liefde gedood4 ,evenals de zwarte stormwolken het aangezicht der maan verbergen1 zoo doen zijn stormende gedachten de liefde verdwijnen4 7,storm1 sonnet ,,lxxix74 ,zoo stormt het door mijn borst1 waar de gedachte1 ,spokend met steenen blik1 de liefde dooft1 ,die ik gestorven in mijn ziel voel zweven4 ,eindelijk in sonnet ,,lxxx ,het ,lied des ,storms de levensbeschouwing1 zooals die langzaam bij ,perk geworden is3 het zelf zoeken gesteld tegenover het blind volgen1 zooals dat geschiedt bij duizenden die zich zelf nooit wezen konden4 ,de duizend1 die zichzelf nooit wezen konden1 ,bezitten sam n waarheid1 die hen bindt3 ,hn is 't geloof1 dat spreekt uit duizend monden2 ,maar wie1 wat menschlijk waar is1 zelf ontgint1 ,voelt zich aan zich door zich alleen verbonden1 ,en weet1 dat hij voor zich slechts waarheid vindt4 ,nu gevoelt de dichter zich verheven boven al dat aardsche gewemel1 vandaar als slot van dit boek ,hemelvaart4 ,vierde boek4 ,het rustige weten4 't ,boek van 't rustige ,weten1 de hymne aan de ,schoonheid4 ,de dichter heeft zijn zielsrust hervonden1 zijn levensbeschouwing is gevormd en daarin voelt hij zich gelukkig4 ,geen afdwalingen en klachten vinden we meer4 ,in alles ziet hij de ,schoonheid1 ze daalt op hem neer als de ,sluimer1 hij ziet haar in de ,stroomval1 in den ,dorpsdans1 en begrijpt de tevredenheid van den oude1 die het gejoel der vroolijke jeugd met lachende oogen aanziet2 voelt de schoonheid van de uitgestrekte heide 7,de ,scheper74 ,hij verhaalt ons1 hoe hij 't leven ziet3 ieder mensch1 dier of plant moet zijn roeping1 zijn bestemming volgen1 zoo bv4 ,wilg en ,popel1 ,idealen1 ,twee ,rozeblaadjes en ,de ,forel4 ,tot iets wordt door zijn aard bestemd1 wat leeft2 ,dat iets verrichten kn het1 want het moet1 ,en voelt zich vrij in 't slaaf-zijn van een wet4 ,tevens vinden we hier ,rots en ,water 7sonnet ,,xcvi71 waarin over 't geloof van den dichter wordt gesproken3 zijn geloof en kennis strijden1 en wellicht barst het geloof op 's levens rots1 maar juist die strijd zal vrede brengen in het gemoed4 ,weerzien4 ,met een dergelijke gelouterde levensbeschouwing1 vrij van aardsche hartstochten kan ,perk ,mathilde wederzien1 zelfs in tegenwoordigheid van haar verloofde 7,wederzien74 ,dit wederzien bewijst den dichter1 dat hij werkelijk voelt1 zooals hij dcht te voelen1 hij bemerkt ,dat weerzien is1 wat hij altijd ziet 7,laatste ,aanblik71 en dat de werkelijke ,mathilde gelijk is aan de ,mathilde1 zooals hij zich die voorstelt1 dat de vrouw voor hem geworden is tot schoonheidsideaal4 ,de liefde1 vereend met schoonheid1 werd tot pozie2 hij zal ,mathilde loven onder duizend namen4 ,ditzelfde wordt nog eens uitgesproken in sonnet ,,ciii ,aan ,mathilde4 ,ik drukte in u een ideaal aan 't hart4 ,door ,mathilde tot kunstenaar4 ,nu verschijnt weer de ,muze1 maar 't is niet meer de dartele ,erato1 doch de ernstige1 strenge ,kallope1 de ,muze van de epische pozie3 de pozie van ,perk is geen erotische pozie gebleven4 ,heel juist geeft dit sonnet de kunstevolutie van den dichter weer en ook zijne verhouding tot ,mathilde1 die hem tot kunstenaar gemaakt heeft4 ,ze is van u heen2 thans zeg ik u3 voorwaar6 ,ge aanzaagt444 ge aanbadt--u trok1 wat is verheven3 ,u daagde een schoonheidsideaal in haar4 ,toen zaagt ge wer naar wat ge aanbadt1 gedreven3 ,zij bleef zichzelve1 gij werd kunstenaar2 't ,verheevne1 dat verhief1 leeft in uw leven6 ,,eline ,,vere4 ,couperus geeft ons in ,eline ,vere een prachtigen psychologischen roman3 het leven en den ondergang van een meisje uit de hoogere ,haagsche kringen4 ,de ondertitel een ,haagsche roman is juist gekozen1 want tevens laat hij ons een blik werpen in de ,haagsche kringen1 de kringen waarin ,eline verkeert4 ,dat laatste moet men vooral goed in 't oog houden1 omdat anders een groot deel van den roman1 als overbodig zou zijn af te keuren--heel wat personen staan slechts in zeer verwijderd verband met ,eline en zouden voor 't goed begrijpen best weggelaten kunnen worden--maar toch zijn ze noodig om 't milieu te schilderen1 waarin ,eline verkeert4 ,ook valt dikwijls door de tegenstelling met die andere personen een helder licht op 't karakter van de hoofdpersoon4 ,eline4 ,eline is een heel begaafd en tevens een heel mooi meisje4 ,ze zingt b4v4 buitengewoon goed1 weet zich in de moderne talen vloeiend uit te drukken1 beweegt zich gemakkelijk in hare kringen1 is heel elegant en bovendien vrij gefortuneerd4 ,ze schijnt voor 't geluk geboren te zijn4 ,toch is ze niet gelukkig en dat komt gedeeltelijk door haar karakter1 gedeeltelijk door hare positie4 ,we geven enkele der meest sprekende karaktertrekken aan3 ,karakter4 #a4 ,de meest in 't oog vallende karaktertrek is3 gebrek aan energie4 ,in dit opzicht is ze een echte dochter van haar vader1 den schilder ,vere1 die altijd grootsche plannen ontwierp1 maar geen energie had om ze ten uitvoer te brengen4 ,na een paar penseelstreken1 wierp hij 't onvoltooide werk van zich4 ,een gedegenereerd type1 dat onder de plak zat van z'n vrouw6 #b4 ,als gevolg van 't bovenstaande is er in ,eline iets looms en kwijnends4 ,soms lijkt ze eenigszins een droomende1 loome odaliske4 ,ze gevoelt zich behagelijk in een ontzenuwende ,oostersche weelde4 #c4 ,ze heeft een even teer zenuwgestel 7fijn-besnaard7 als dat van haar vader1 dat soms trilt onder ruwe aanraking1 b4v4 van haar zuster ,betsy4 ,op den duur wordt ,eline dan ook een echte zenuwlijdster4 ,dat meisje had gered kunnen worden1 indien ze een levensdoel had gehad1 als ze iets had kunnen vinden1 waardoor ze geheel in beslag was genomen1 als ze had moeten wrken4 ,ledigheid is des duivels oorkussen6 ,en dan had ze moeten leven in een meer frissche1 onbedorven omgeving4 ,maar ze is juist geplaatst in een ontzenuwend milieu1 waardoor hare slechte eigenschappen voortwoekeren en haar zenuwgestel steeds meer aangetast wordt4 ,zij woont bij haar zuster ,betsy1 die met den rijken ,henk van ,raet getrouwd is1 weet letterlijk niet wat ze doen zal1 heeft niets dat haar leven vult4 ,dan heeft een slechten invloed het lezen of liever verslinden van tallooze romans4 ,vooral ,ouida 7pseudoniem voor ,louise de la ,rame1 een ,engelsche schrijfster7 leest ze graag1 de romans met verhalen van elegante graven en hertoginnen die elkaar zoo cht hoffelijk beminnen en elkaar bij maneschijn in de parken der oude ,engelsche kasteelen rendez-vous geven4 ,haar fantasie wordt door dit alles geprikkeld1 haar zenuwen overspannen1 zoodat ze ten slotte fantasie en werkelijkheid door elkaar haalt en 't onderscheidingsvermogen verliest4 ,haar eigen leven gaat ze potisch fantaseeren4 ,zoo moet dit meisje wel tot allerlei dwaasheid vervallen4 ,liefde voor ,fabrice4 ,haar eerste dwaasheid is de liefde van den operazanger ,fabrice1 als gevolg van haar overspannen zenuwen4 ,ze ziet hem op 't tooneel1 wordt bekoord door zijn prachtige stem en meesterlijk spel en gaat nu een heele geschiedenis fantaseeren4 ,ze meent dat ,fabrice alleen voor hr zingt en als ze met ,sinterklaas een prachtigen waaier cadeau krijgt 7van ,otto van ,erlevoort71 is die waaier natuurlijk van ,fabrice6 ,ze tracht hem telkens te ontmoeten en ziet hem vaak op haar wandeling door 't bosch4 ,ook dan fantaseert ze weer3 van den dikken man met het norsche uiterlijk maakt ze een soort rooverhoofdman1 vooral de groote flambard gaf hem zoo iets rooverachtigs4 ,dat trotsche en ongenaakbare1 daarop borduurt ze voort3 ,fabrice moet iemand zijn van goede familie1 zijn ouders waren er tegen1 dat hij op 't tooneel ging1 maar hij1 de man met zijn sterke wilskracht1 zette door en werd operazanger4 ,maar hij werd gedesillusioneerd1 hij paste niet in die omgeving1 voor hem was ze te onbeschaafd1 en daarom heeft hij zich teruggetrokken in fiere eenzelvigheid4 ,ze bouwt den roman nog verder op3 zij zal ,fabrice gelukkig maken6 ,heeft ook zij niet een heerlijke stem8 ,smen zullen ze zingen1 smen lauweren oogsten6 ,en ze ziet zich al naast ,fabrice op 't tooneel1 beiden overladen met kransen4 ,ze koestert hare liefde voor den zanger1 haar liefde wordt een soort cultus3 ze verzamelt portretten van ,fabrice1 legt een ,fabrice-album aan4 ,maar nu de plotselinge ontnuchtering3 ,fabrice zingt op een concert1 ,eline zit vlak bij 't tooneel en ze ziet hem opkomen1 een dik1 plomp man1 onhandig1 met een rood hoofd en forschen nek1 alles even onaesthetisch4 ,leelijke dikke bas1 hoort ze haar neef ,vincent zeggen6 ,thuisgekomen1 verscheurt ze de portretten4 ,engagement met ,otto4 ,doch de dwaasheid heeft erge gevolgen voor ,eline1 ze wordt er door tot eene andere dwaasheid gevoerd3 het engagement met ,otto van ,erlevoort1 een ernstig1 degelijk man1 ver uitblinkende boven die onbeteekende ,haagsche dametjes en heertjes en die bovendien ,eline oprecht liefheeft4 ,maar ,eline neemt hem uit bitteren spijt over de rune harer ingestorte fantasien1 om zich te wreken op ,fabrice en op zich zelf4 ,ze maakt zich wel heel wat wijs1 tracht zich zelf te verblinden2 ze vindt het prettig1 dat ,otto zooveel van haar houdt1 ze snakt naar een eigen tehuis1 terwijl ten slotte ook de financiele overwegingen in 't spel komen4 ,en toch schijnt die dwaasheid van ,eline niet zoo groot te zijn1 want de sympathieke ,otto wint werkelijk langzamerhand hare liefde4 ,ze voelt zich rustig-gelukkig worden onder ,otto's invloed1 haar zenuwgestel komt tot bedaren4 ,dat blijkt bv4 uit het tochtje naar de muziek in ,scheveningen1 vooral op den terugweg1 als ,otto een eigen naam voor haar gevonden heeft3 ,nily4 ,maar 't beste komt dit uit tijdens het verblijf op de ,horze1 't buitengoed van ,otto's broer ,thodore van ,erlevoort4 ,eerst is ,eline daar nog niet goed op haar plaats1 ze past nog niet tusschen die meer gewone menschen4 ,ik weet nog niet goed1 wat ik aan haar heb1 zegt de practische huisvrouw ,truus4 ,eline is altijd eenigszins gekunsteld geweest1 altijd heeft ze een rol gespeeld4 ,de nieuwe rol valt haar moeilijk3 eenvoudig zijn is lastig voor ,eline4 ,maar na eenige dagen wordt ze toch zichzelf1 ze omsluierde zich niet meer met gemaaktheid1 zij was1 zooals zij was--het vrouwtje van ,otto4 ,allen beginnen van haar te houden1 ook ,truus en zelfs ,frdrique1 die vroeger niet hield van ,eline1 omdat ze haar egostisch vond4 ,invloed van ,vincent4 ,maar de genezing is slechts tijdelijk en kan niet anders dan tijdelijk zijn1 omdat ,eline een te zwak karakter heeft1 omdat ze te zeer een speelbal is van hare omgeving4 ,zoodra ze weg is van de ,horze1 waar iedereen zich gaf zooals hij was1 verliest ze haar natuurlijkheid en valt geheel terug in den ouden sleur1 vooral omdat er nu iemand is1 die ,otto's goeden invloed geheel te niet doet4 ,dit is ,vincent ,vere1 een neef van ,eline1 die alle slechte eigenschappen der ,vere's heeft3 iemand met dezelfde loomheid1 dezelfde matte stem1 met hetzelfde energielooze als de schilder ,vere4 ,bovendien is 't een gewetenlooze klaplooper1 iemand met twaalf ambachten en dertien ongelukken1 die 't liefst leeft op kosten van anderen4 ,hij vraagt eerst ,henk om f #ejj1 later ,paul om f #bjj1 ten slotte ,henk weer om f #ej4 ,dit serpent komt nu in huis bij ,henk van ,raet1 omdat deze hem geweigerd heeft geld te leenen en 't later door een dergelijke uitnoodiging weer goed wil maken3 bovendien vreest ,betsy zich dien zomer te vervelen als er niemand bij hen komt logeeren4 ,op een flink karakter heeft ,vincent weinig invloed1 wekt dan zelfs antipathie bv4 bij ,otto1 maar zwakke menschen weet hij geheel te beheerschen en dit is in 't bizonder 't geval bij ,eline4 ,vooreerst weet ,vincent met haar op zwaarwichtige wijze over zijne levensfilosofie te redeneeren1 over zijn pessimisme en fatalisme3 het leven is een keten van toevalligheidjes1 zlf heeft men geen invloed op zijn leven en zijn toekomst4 ,in den mond van een luilak als ,vincent klinken zulke hoogwijze redeneeringen werkelijk komisch4 7,men vergelijke de beschouwingen1 die een gedegenereerd type als ,bertie in ,noodlot ten beste geeft74 ,maar ,eline wordt geheel door hem gebiologeerd en gelooft weldra aan de noodlotstheorien van haar neef4 ,en hier komt iets bij1 dat de toestand ernstiger maakt4 ,eens in ,eline's boudoir krijgt ,vincent plotseling een flauwte en nu komt ,eline op de onzinnige gedachte1 dat haar neef gepijnigd wordt door een hopelooze liefde voor haar6 ,de energielooze1 klaploopende ,vincent wordt een martelaar66 ,zoo moet het onvermijdelijke komen3 de gemartelde ,vincent1 die altijd bij haar is 7,eline verpleegt hem71 oefent een zoodanigen invloed uit1 dat ,eline meer en meer van ,otto wordt verwijderd en ten slotte niets meer voor hem voelt4 ,breuk met ,otto4 't ,moet tot een scheiding komen1 vooral omdat ze eindelijk een afkeer krijgt van ,otto1 die altijd even kalm is4 ,de uitbarsting komt3 ,betsy zegt op de haar vinnige wijze1 dat ze 't heerlijk zal vinden als ,vincent eindelijk weg zal zijn4 ,eline verdedigt haar martelaar1 die door iedereen miskend wordt1 ,otto vermaant haar tot kalmte1 maar vindt ook1 dat het vertrek van ,vincent wenschelijk is1 waarop ,eline zich opwindt tot de hoogste mate en hem op de meest onhebbelijke wijze afsnauwt4 ,zij gevoelt een wreede romantische voldoening1 dat ze gestreden heeft voor den zwakken ,vincent6 ,wel volgt er eene verzoening1 maar de kloof is niet meer te dempen1 ,otto begrijpt zelf1 dat alles gedaan is1 hij voelt dat ,eline zich zelfs ergert over hem4 't ,engagement wordt dan ook werkelijk door ,eline verbroken4 ,achteruitgang4 ,thans komt de langzame achteruitgang1 die tot het einde moet voeren4 ,juist dit gedeelte wordt door vele lezers minder mooi1 soms zelfs vervelend gevonden1 maar dit was niet te vermijden door den schrijver4 ,de totale ondergang heeft in dergelijke gevallen niet plotseling plaats2 had ,couperus dus dit gedeelte anders geschreven1 dan zou hij onwaar geworden zijn4 ,wij behoeven er echter niet zoo uitvoerig bij stil te staan als bij den geschetsten ontwikkelingsgang1 omdat het pleit feitelijk door 't breken met ,otto al beslist was4 ,langzaam is de achteruitgang3 eerst de twist met ,betsy op een diner1 dan de vlucht van ,eline naar de ,frelijns1 haar verblijf bij haar oom ,danil ,vere te ,brussel1 haar voortdurend reizen en trekken4 't ,is een telkens rust zoeken en nergens rust vinden4 ,eindelijk komt ze in ,den ,haag terug1 waar ze bij de oude mevrouw ,van ,raet gaat wonen4 ,dan is er al groote achteruitgang merkbaar3 haar vervallen uiterlijk1 de schorre stem2 een rune1 lichamelijk en geestelijk4 ,steeds nog diezelfde pogingen om rust te vinden1 eerst in 't mysticisme van de ,katholieke ,kerk2 haar vroomheid1 haar lid worden van weldadigheidsvereenigingen4 ,maar na een maand is de rage al weer voorbij1 nergens vindt ze rust4 ,ook dokter ,reyer's pogingen zijn vruchteloos4 ,daarom weer terug naar ,brussel1 naar haar oom ,danil ,vere4 ,hier komt haar pessimisme geheel aan 't licht3 ze voelt zich op een hellend vlak1 wordt willoos voortgeduwd1 ziet den afgrond vr zich1 maar heeft geen kracht om weer p te stijgen4 ,daarbij als vreeselijke kwelling de voortdurende slapeloosheid1 die ze door morphine tracht te verdrijven4 ,en ook voelt ze zich in ,brussel niet op haar plaats3 ze walgt van 't leven in de zonderlinge omgeving der ,vere's4 ,invloed van ,st4 ,clare4 ,plotseling een laatste opflikkering van hoop3 ze leert ,lawrence ,st4 ,clare kennen3 hij met zijn sterken wil suggereert haar geheel1 door hem meent ze ten slotte toch nog gelukkig te zullen worden4 ,maar als die suggestie niet meer werkt1 is ook de tijd van beterschap voorbij4 ,st4 ,clare doet een reis naar ,moskou1 na eenige maanden zal hij terug komen en zal ,eline zijn bruid worden1 maar dan is alles verloren4 ,ondergang4 ,op aanraden van ,lawrence gaat ze naar ,den ,haag en daar in 't eenzame pension komt langzamerhand de waanzin over haar4 ,nu de paar druppels morphine1 die ze in haar gejaagdheid te veel gebruikt en die eindelijk rust geven4 ,omgeving van ,eline4 ,betsy4 ,betsy1 haar zuster1 is luimig1 wispelturig en berekenend4 ,juist drom was ze gehuwd met den rijken ,henk van ,raet4 ,typeerend voor haar is 't den-baas-spelen over ,henk1 ze aardt naar haar moeder die ook ,vere geducht onder den duim had4 ,kenschetsend is verder haar kefferig-ruziemaken met de meiden1 haar naar de opera gaan alleen om zich te laten zien1 't zingen zelf is geblr4 ,henk4 ,henk wordt 't best getypeerd door een zin uit den roman1 waarin gezegd wordt1 dat hij oogen had1 als een goedige1 domme ,new-foundlander4 ,hij is een goeie sul1 maar geen man van karakter4 't ,is duidelijk1 dat ,eline in een dergelijke omgeving totaal niet paste4 ,otto4 ,otto is een heel sympathiek man1 die verre uitsteekt boven alle anderen in den roman1 iemand met een vasten wil en nobel karakter1 maar die toch niet de rechte man voor ,eline geweest zou zijn1 omdat hij haar niet geheel begreep4 ,georges en ,lili4 ,de andere personen vormen meer 't bijwerk van den roman1 ze staan dikwijls feitelijk buiten het eigenlijke verhaal en dienen om de omgeving goed te teekenen1 of om door tegenstelling ,eline's karakter te doen kennen4 ,zoo b4v43 ,georges de ,woude en ,lili ,verstraeten1 het baby-paartje4 ,hun verhouding is bizonder mooi geteekend3 eerst de afkeer van ,lili voor ,george1 dat pedant-tre1 dan de langzame toenadering1 zoodat ,lili door haar zuster ,marie nog vaak geplaagd wordt met haar vroegere uitspraak4 ,de gedeelten waarin over dat paartje gesproken wordt1 behooren met de schildering van 't buitenverblijf op de ,horze tot de meest frissche en bestgeslaagde gedeelten van den roman4 ,paul en ,frdrique4 ,paul van ,raet en ,frdrique van ,erlevoort4 ,paul eerst ook iemand1 die een geheel doelloos leven leidt1 iemand zonder de minste energie4 ,langzamerhand echter komt de verandering1 de liefde voor ,frdrique heft hem op4 ,freddy is evenals haar broer een hl sympathieke figuur1 vooral ook in hare houding tegenover ,paul4 ,mooi is b4v4 geteekend de gebeurtenis op de ,horze1 als ,frdrique ,paul afwijst ondanks haar zelve1 mooi ook de langzame toenadering en verzoening4 ,st4 ,clare4 ,eenigszins zonderling is de figuur van ,st4 ,clare4 ,onbegrijpelijk is zijn vriendschap en zijn verhouding tot ,vincent1 het schijnt wel1 dat hij geen ander levensdoel heeft1 dan ,vincent te verzorgen4 ,ook zijn plotselinge liefde voor ,eline moet voor een goed deel uit een dergelijk oogpunt beschouwd worden1 maar ook al stapt men over deze bezwaren heen1 dan nog is onverklaarbaar zijn reis naar ,rusland4 ,hij kende den toestand van ,eline beter dan iemand anders1 hij wist dus dat ze moest ondergaan1 zoodra ze aan zijn suggestieven invloed was onttrokken en tch liet hij haar lange maanden alleen4 ,was die reis naar ,moskou zoo noodzakelijk2 was er niet iets anders op te vinden8 ,juist hieruit blijkt1 dat ,couperus ten slotte met de figuur van ,st4 ,clare zelf verlegen geraakt is en tevens1 dat deze geheele persoon best uit den roman gemist had kunnen worden4 ,determinisme4 ,een enkel woord nog over het determinisme in den roman4 ,het determinisme leert ons dat het geheele leven is een aaneenschakeling van oorzaken en gevolgen1 waaraan we ons niet kunnen onttrekken4 ,deze leer wordt vooral verkondigd in de redeneeringen van ,vincent ,vere en ook van ,bertie in ,couperus' roman ,noodlot1 die juist geen van beide hoogstaande persoonlijkheden zijn en waardoor we al bij voorbaat eenigszins wantrouwend tegenover hunne theorien worden4 ,bij eenig nadenken bemerken we spoedig1 dat het determinisme voor deze heeren een middel is om hun verantwoordelijkheidsgevoel 't zwijgen op te leggen4 ,dit is vooral heel duidelijk bij ,bertie4 ,volgens ,couperus zelf is 't bij hem een vooruitbestudeerd-pessimisme en eigenaardig is 't1 dat die noodlotstheorien bij hem opduiken als hij in nood zit en zich niet meer weet te redden4 ,als alles goed gaat1 is hij actief genoeg2 zoo ook in zijn pogingen om ,frank en ,eva van elkaar te verwijderen1 alleen met het hooge doel om zelf een lui leventje te kunnen blijven leiden4 ,merkwaardig is 't ook1 dat dit determinisme gedemonstreerd wordt aan gedegenereerden en klaploopers als ,vincent en ,bertie1 en verder dat ze uit den aard der zaak alleen invloed oefenen op zwakke naturen1 op slachtoffers van 't leege leven4 ,vreemde woorden4 ,een enkele opmerking moet ons nog van 't hart3 't onmatig gebruik van vreemde woorden3 't is soms of we verplaatst zijn in den tijd der ,rederijkers en bijna kunnen we 't ,robbeknol in den ,spaanschen ,brabander nazeggen3 ,ja1 't is een moye mengelmoes1 ghy meuchter wel van spreken1 ,ghy luy hebt de ,fransche vry wat of ekeken4 ,dat er tamelijk veel vreemde woorden gebruikt moesten worden1 is te verklaren1 als men er aan denkt1 dat in de kringen waarin de roman speelt1 zulke woorden veel gehoord worden--we denken hierbij aan de gesprekken in het werk--terwijl we ons tevens heel goed kunnen voorstellen1 dat een kunstenaar om den klank soms een vreemd woord de voorkeur zal geven1 maar4444 mate es tallen spele goet6 ,,iets ,,over ,,kloos ,,als ,,criticus4 ,zijn beteekenis4 ,van de mannen van '#hj is ,willem ,kloos wel een der belangrijkste4 ,als dichter staat hij1 vooral door de verzen uit zijn eerste periode1 zeer hoog en als criticus is hij door niemand van de jongeren overtroffen4 ,hij heeft in zijn critieken met groote juistheid aangegeven het verschil tusschen echte en onechte pozie1 tusschen waar en onwaar proza1 en is juist daardoor de leider geworden van de ,nieuwe ,beweging4 ,de ,veertien ,jaar4 ,de belangrijkste critieken uit de eerste jaren zijn verzameld in de ,veertien ,jaar ,literatuurgeschiedenis1 welk werk dan ook voor 't begrijpen van de ,beweging van '#hj onmisbaar is4 ,de latere critieken van ,kloos staan niet altijd op dezelfde hoogte als de zooeven genoemde1 terwijl er bovendien soms in herhaald wordt1 wat op eenigszins andere wijze al in vroegere beoordeelingen was gezegd en daarom zullen we ons bij deze bespreking beperken tot de ,veertien ,jaar4 ,voor n artikel maken we een uitzondering1 n4l4 voor het in #aijd geschreven ,over kritiek1 dat als inleiding geplaatst is voor den derden druk van de ,veertien ,jaar1 omdat ,kloos daarin zoo helder zijn meening over literaire critiek zegt4 ,eischen voor een goed criticus4 ,de voornaamste eischen die hij aan een criticus stelt zijn3 #ao4 hij moet een goed inzicht hebben in 't wezen van de literatuur4 #bo4 hij moet zelf een kunstenaar zijn en zelfs de meerdere van hem1 wiens werken hij beoordeelt4 #co4 hij mag zich niet laten leiden door eenig staatkundig of godsdienstig dogma4 7,dat andere motieven van persoonlijken aard niet in aanmerking mogen komen1 spreekt vanzelf74 ,wat is literatuur1 wat is kunst8 ,feitelijk berust dus alles op deze vraag3 wat is literatuur8 wat is kunst8 ,kloos geeft hierop de volgende antwoorden3 ,literatuur is de haarfijn-preciese weergave van wat er omgaat in 's kunstenaars binnenste wezen1 hetzij dat werd geboren in de psychische diepte zelve1 hetzij het onmiddellijk uit de buitenwereld er binnen valt4 ,kunst is3 nave1 bedoelingslooze uitbeelding1 van 't zij het leven in de ziel1 't zij het leven in de omringende buitenwereld1 een uitbeelding1 die alleen bestuurd wordt door de waarheid en schoonheid en preciesheid1 altijd door4 ,wijze van critiseeren4 ,leest nu een criticus een dergelijk kunstwerk1 dan is zijn taak deze3 hij laat 't boek op zich inwerken1 en tracht de zielstoestanden van den schrijver zelf te doorleven1 't werk moet als 't ware voor de tweede maal ontstaan4 ,dan eerst kan de criticus proeven1 wat echt en wat onecht is1 dan komt langzamerhand het werk te liggen in den critikus1 als in een psychischen smeltoven1 een oven1 die geleidelijk het werk ontdoende van alle minder-edele slakken en bijmengsels1 het tracht te sublimeeren tot zijn zuiverste schoonheids-essentie1 tot zijn eigenlijkste1 werkelijkste wezen1 tot zijn bij mogelijkheid meest echten staat4 ,de criticus moet zelf kunstenaar zijn4 ,hier sluit natuurlijk onmiddellijk bij aan de eisch1 dat de criticus zelf een kunstenaar is3 hoe zou hij anders 't werk van een kunstenaar in zich kunnen doen herleven8 ,hij moet een mensch zijn van dezelfde soort als de artiesten1 van een dergelijken aanleg1 als deze zelf bezitten1 maar wiens geest1 uit zichzelf en door strenge studie1 breeder1 verder ziend1 objectiever gebouwd is1 en met meer ernst ontwikkeld1 dan dit den artiest zelven1 uit gebrek aan tijd of abstraheervermogen1 overal en altijd goed mogelijk zou zijn4 ,niet dogmatisch4 ,over den laatsten eisch3 de criticus moet niet staan op een dogmatisch standpunt1 behoeft niet veel gezegd te worden3 immers dan zou de strekking hoofdzaak1 de artistieke waarde bijzaak worden4 ,een groot kunstwerk zou dan kunnen worden afgekeurd1 een prul als iets groots kunnen worden geprezen4 ,dit dogmatische keurt ,kloos af in de predikant-dichters 7,ten ,kate1 ,beets e4 a47 en ook in ,herman ,gorter1 die bij de bespreking van de moderne ,hollandsche literatuur niet in de eerste plaats op het oog 7had7 die literatuur zelve met haar grootere of geringere schoonheid1 maar alleen het belang1 dat die literatuur kon hebben voor een socialistisch-strevend hart4 ,deze beginselen heeft ,kloos zelf in practijk gebracht1 vandaar ook zijn scherpe veroordeeling van vele schrijvers voor '#hj4 ,vooral zijn critieken over verschillende dichters zullen we hier wat uitvoeriger bespreken1 omdat daaruit nog beter dan uit 't voorgaande blijkt1 hoe ,kloos denkt over literatuur en vooral omdat daardoor duidelijk wordt1 wat het kenmerkende van de ,beweging van '#hj is4 ,kenmerken van goede verzen4 ,volgens ,kloos onderscheiden goede verzen zich slechte door3 #ao4 de juistheid der klankexpressie4 #bo4 de noodzakelijkheid en zuiverheid der beeldspraak4 ,over 't eerste zegt ,kloos dit3 ,rhythme4 ,de opeenvolging der klanken in hunne eigenaardige 7individueele7 combinatie vormt1 tezamen met de plaatsing der accenten1 den rythmus van het vers4 ,daar iedere aandoening1 iedere kleinste beweging van het gevoel1 bij fijn georganiseerde naturen1 hare eigene rimpeling heeft1 zal dus ook iedere goede versregel zijn eigenen1 slechts voor hem passenden1 rythmus doen hooren4 ,wie het zuiverst zijn gevoel1 door den alleen bij dat gevoel behoorenden rythmus weet weer te geven1 is de beste dichter2 wie het vatbaarst is voor de allersubtielste klankverschillen in een vers1 en zich die vatbaarheid bewust wordt1 is de beste kriticus3 want het eene noch het andere is mogelijk zonder dat men tegelijk zeer fijn en zeer sterk gevoelt4 ,wanneer de klankexpressie van een vers zoo volkomen mogelijk is1 noemt men dat vers intens1 omdat het in den geoefenden lezer plotseling1 schoon niet altijd bij de eerste inzage1 een even krachtigen indruk te voorschijn roept1 als de dichter had1 toen hij het schreef4 ,intense verzen4 ,zulke intense verzen1 verzen met prachtigen klank dus1 vindt ,kloos bij ,vondel1 de breede1 met zijn ruimen1 rustigen klank1 stil voor zich zelf voortzingend1 als een onzichtbaar koraal2 bij ,hooft in mindere mate1 omdat die te veel toegeeft aan woord- en klankspelingen en daardoor onnatuurlijk wordt2 bij enkele #ag;e eeuwers als ,poot en ,hoogvliet4 ,bilderdijk daarentegen is niet een zuivere zanger1 zijn gedichten zijn bulderende1 klinkende rhetorica2 ,da ,costa weet1 vooral door 't gebruik van veellettergrepige woorden soms een statigen klank te doen ontstaan2 ,potgieter bereikt dikwijls fijne klankschoonheden1 maar de meeste #ai;e eeuwers voor '#hj hebben geen oor voor de fijn genuanceerde klanken van een vers4 ,sommige dichters na '#hj bezitten die gave in hooge mate3 zoo prijst ,kloos de wondere melodie der lichtende en geurende woordenreeksen van ,winkler ,prins2 ,verwey's eerste gedichten noemt hij vlekkeloos1 omdat de dichter de impressies zijner verbeelding1 de rimpeling van zijn gevoel z weet vast te houden1 en weer te geven door klank en rythmus1 zijn middel van uiting1 zooals de verven voor den schilder zijn1 dat de lezer1 die ooren heeft om te hooren en verbeeldingskracht om te zien1 diezelfde impressies en diezelfde rimpelingen in zijn eigene ziel voelt opkomen4 ,hlne ,swarth is het zingende hart in onze letterkunde1 de dichteres met het hooge zilverklinkende accent van een engelenbazuin4 ,couperus' pozie daarentegen wordt afgekeurd1 vooral om het onware1 onjuiste van de klankexpressie4 ,van de ,orchideen zegt ,kloos3 ,ik wensch den heer ,couperus gaarne het beste toe1 maar ik vind zijn pozie om helsch te worden4 ,voor wie gewoon is de emotioneele waarde der klanken te onderscheiden1 en het eerst van alles bij een dichtstuk naar de groote muziek1 de heerschende stemming van 's dichters geluid1 het lyrische accent te luisteren1 voor dien zijn deze verzen een kwelling naar lichaam en ziel4 't ,is of men een zangeres hoort1 die telkens van de wijs raakt1 zichzelve verliest1 weer opvat1 weer verliest1 en zoo voort1 den heelen eindeloozen avond door1 en iedereen denkt dat het zoo tepas komt in haar rol1 want ,couperus zingt niet voluit1 zo uit zijn stemming1 hij tracht niet weer te geven1 nauwkeurig1 datgene wat hij in zichzelven verneemt1--hij zet klanken naast elkaar als aardigheidjes tot een streeling des gehoors1 hij speelt bouwdoosje met de taal1 hij coquetteert met ons mooi1 open1 ,hollandsch geluid4 ,een raad aan de lezers4 ,en hierop volgen voor ons1 lezers1 nog enkele regels1 die we ons wel goed in de ooren mogen knoopen4 ,maar hoe weet gij dit nu allemaal8 zal men mij vragen4 ,omdat ik het hoor1 waarde vriend1 en als gij 't niet hoort1 dan moet gij het trachten te leeren4 ,dat heb ik ook moeten doen4 ,juiste beeldspraak4 ,het tweede kenmerk van een goed vers is3 juiste beeldspraak d4 w4 z4 de dichter moet werkelijk gezien hebben1 wat hij door woorden tracht uit te drukken en die beelden moeten zoo juist mogelijk de aandoeningen van den dichter weergeven4 ,rhetorica tegenover pozie4 ,tegenover deze werkelijke pozie staat de rhetorica1 die gebruik maakt van de oude1 overgeleverde beeldspraak1 de zoogenaamde dichterlijke taal4 ,het groote verschil tusschen dichter en rhetoricus is dus de tegenstelling tusschen natuur en onnatuur1 tusschen waarheid en onwaarheid4 ,want3 de dichter ziet werkelijk wat hij in zijn verzen zegt1 geeft zijn gedachten weer in beelden1 die bij zijn gedachten passen1 terwijl de rhetoricus feitelijk de taal van een ander gebruikt1 die niet precies1 doch slechts ongeveer1 zijn stemming weer kan geven4 ,en juist omdat de rhetoricus niet alles ziet wat in zijn vers staat1 omdat zijn beelden vaak alleen klanken zijn1 kunnen in zijn gedichten allerlei malligheden voorkomen1 die bij een dichter nooit gevonden worden4 ,onzuivere beeldspraak bij rhetorici4 ,kloos geeft daarvan enkele sprekende voorbeelden4 ,zoo heeft ,huet1 die zulke juiste dingen over prozawerken kon zeggen1 volgens hem voor pozie een zeer onzuivere smaak4 ,als bewijs neemt ,kloos een critiek over ,ter ,haar1 waarin ,huet het volgende vers aanhaalt3 ,wat herdren zie ik eenzaam dwalen ,de heuvlen langs1 de velden door8 ,de lach der blijdschap siert de dalen1 ,de vrede graast de kudde voor4 den laatsten regel cursiveert en dan laat volgen3 ,wie voor zijn twintigste jaar een vers gevonden heeft als dit laatste1 mag het er voor houden1 dat de ,muzen hem gezalfd hebben4 ,dit nu is echte rhetorica3 de dichter noch de criticus heeft werkelijk gezien wat daar gezegd wordt1 't is voor beide niets dan klank geweest4 ,luister maar naar ,kloos3 ,stel u maar even voor3 ,ziet gij wel dien ,vrede 7dus een zacht-majestueuse vrouwefiguur7 voorovergebukt met haar edel gelaat langs het weiland schuiven1 onderwijl zij zich traagjes voortbeweegt op handen en voeten1 als een vreemdsoortig quadrupeed1 en de andere grazende koeien achter dien mal-doenden ,vrede aan6 ,een ander voorbeeld door ,kloos aangehaald1 waarbij een eenvoudige cursiveering voldoende is om ons tot inzicht te brengen1 dat de schrijver klanken gebruikte in plaats van beelden3 ,en de onrust bleef op 't brandend vraagpunt wanken ,en sloeg vandaar den angstig starren blik ,langs alle wegen heen om vasten steun4 ,schaepman is voor ,kloos wel de rhetoricus bij uitnemendheid3 oorspronkelijke1 innerlijke of uiterlijke aanschouwing1 uit welke een waarachtig dichter alleen zijne beelden neemt1 zijn den heer ,schaepman onbekende dingen4 ,hij toont zich hierin als de echte rhetor1 die zich ook bepaalt tot het rangschikken en kunstig gebruiken van het bestaande materiaal1 zonder iets van zijn eigene ziel er bij te doen4 ,daarom keurt ,kloos de bekende ,zang der ,zuilen uit de ,aya ,sofia af1 dat is geen ware beeldspraak4 ,men kan zich voorstellen1 dat een zuil trotsch rijst1 gewillig zijn last draagt1 trouw op wacht staat1 doch dat een zuil4444 zingt8 ,och1 kom6 ,wat is er in een zuil dat bij mij die impressie te voorschijn zou kunnen roepen8 ,ik zou even goed kunnen beweren1 dat een zuil zit te bitteren1 of in een koets met twee paarden naar den schouwburg rijdt4 ,realisme4 ,kloos is dus wat pozie betreft de strijder voor waarheid3 de dichter moet weergeven f innerlijk wezen f de door hem geziene werkelijkheid 7buitenwereld74 ,datzelfde eischt hij van een proza-schrijver1 ook zijn beeldspraak mag niet conventioneel zijn1 ook hij moet niets neerschrijven dat niet door hem zelf gevoeld of gezien is4 ,het proza moet waar1 dat is realistisch1 zijn4 ,kloos neemt het voorbeeld van een schrijver die een dageraad of een toornig mensch noodig heeft in zijn werk1 zoo iemand zal dien mensch en dien dageraad niet schilderen voor het vaderland weg1 rangschikkende slechts op zijne manier de spreekwijzen die voor beide gevallen bij de romanschrijvers gebruikelijk zijn1 maar hij gaat staan en beziet den dageraad zelf en teekent zijn persoonlijke impressie van een oogenblik en van het volgende oogenblik en het daarop volgende2 en hij tracht1 in het andere geval zoo'n mensch1 die toornt1 tegen te komen1 en neemt dan zijn gebaren waar en zijn gelaat en de woorden1 die hij spreekt4 ,op die wijze werkte ,zola1 en in ons land ,frans ,netscher1 ,cooplandt1 ,van ,deyssel1 ,van ,looy1 ,aletrino1 ,van ,groeningen4 ,dezelfde ,couperus die wegens zijn gedichten zoo gekapitteld werd1 omdat hij onwaar was1 wordt door ,kloos geprezen als schrijver van ,eline ,vere1 omdat hij in dien roman de afbeelding geeft van iets werkelijks4 ,couperus is van een precieus en pretentieus poetje veranderd in een groot en mooi-voelend realist4 ,overeenstemming tusschen leven en werken4 ,ten slotte willen we nog op een van ,kloos zijn critieken de aandacht vestigen1 omdat daarin een zeer kwestieus punt wordt besproken1 nl4 de overeenstemming tusschen het leven en de werken van een schrijver4 't ,is een artikel geschreven naar aanleiding van een boek van ,dr4 ,swart ,abrahamsz41 waarin ,multatuli als type van een zenuwlijder wordt beschouwd en veel wordt gesproken over ,dekker's ijdelheid1 grilligheid en grootheidswaan4 ,tegen een dergelijke beschouwing komt ,kloos met kracht op3 de waarde van een schrijver zit niet in wat feiten uit zijn private leven1 maar in de historische beteekenis zijner werken4 ,slechts de woorden1 die van hem uitgingen1 als hij neerzat aan zijn schrijftafel1 dt zijn de waarachtige en uitsluitend te herdenken daden van ,multatuli geweest4 ,,gorters ,,mei4 ,,eerste ,,zang4 ,de komst van ,mei4 ,op een wonderschoonen avond komt uit zee een kleine boot drijven1 die een meisje naar 't strand brengt1 een kind louter1 niets dan lieflijkheid3 ,mei1 de dochter van de zon en de maan4 ,op 't rustige strand hadden kinderen een fort gebouwd van zand2 daar gaat ze zitten en slaapt weldra in4 's ,nachts begint het geklaag van de zee1 't is of allen die daar verdronken1 kermen1 en dan komt een rij donkere mannen in monnikskap en pij1 die op een baar een doode dragen1 de gestorven zuster van ,mei3 ,april4 ,mei ziet angstig den somberen stoet voorbijtrekken1 maar dan zakt de angst weg1 ze sluimert weer in en slaapt rustig tot de zon haar wekt4 ,haar tocht4 ,nu begint de wondere tocht van ,mei door 't land2 eerst door de duinen1 waar haar roode voetjes 't witte zand verstoren1 over de steile duinheuvels en door de valleien1 langs een duinvijver1 waar ze dronk1 de lippen in 't hol handje4 ,als een wit vlindertje loopt ze langs een beekje1 dat ontsprong uit den vijver en zoo komt ze in een wei1 waarin staat een bloemkorf opgehoopt met versche bloemen4 ,en thans begint het mooi ,mei-werk3 jubelend gooit ze den bloemkorf om1 danst door de wei en strooit de bloemen rond4 ,overal hechten ze zich vast in 't weiland1 de beek voert ze mee en tooit er mee den rand van de landerijen1 de wind neemt ze met zich en plaatst ze op de ooftboomen4 ,heel ,holland vat brand van die vlammetjes4 ,moe legt ,mei zich neer in 't weiland2 een vlinder danst vlak langs haar gezicht1 ze grijpt hem en leest het teekenschrift1 dat in de vlerken gegrift is4 ,ontmoeting met de ,stroomnimf4 ,zich omwendende ziet ze in een ander weiland een vrouw liggen1 als zij zich koesterende in den schijn der zon4 't ,is een stroomnimf4 ,ze vertelt ,mei veel uit haar leven1 uit het leven van de nimfen en elfen1 van allen die de wacht hielden bij stroom en vijver1 zomerwind en zomerzon beminnen en heengaan naar warme streken als van herfstkou het water in den stroom rilt4 ,en ding wil ze ,mei op dit oogenblik niet vertellen1 iets treurigs1 dat haar zou doen schreien4 ,later hooren we wat de stroomvrouw bedoelt4 ,mei gaat verder4 ,wel is er een oogenblik spel van nevel in de ziel1 maar spoedig ebt dat leed weer heen4 ,ze hoort ,zefyrus1 die z'n basstem oefent1 ziet het bosch1 dat dampt van zonnegoud1 ziet den akkerman werken op 't veld2 een bruiloftsstoet trekt voorbij1 in 't dal ligt een vroolijk dorpje4 ,ze komt bij een stad en daar ziet haar de dichter4 ,een poos zwerven ze samen rond1 dan moet de dichter keeren naar zijn stad1 ,mei beklimt een heiheuvel en legt zich te slapen in een ondiepen kuil vol donkere erica4 's ,nachts houden twaalf kleine ridders1 de nachturen1 trouw om kleine ,mei de wacht4 ,,tweede ,,zang4 ,ontmoeting met ,balder4 ,eenige dagen later in een ander landschap4 ,mei slaapt daar te midden van grillige rotsen4 ,de zon spant weer zijn wagen aan en ,mei ontwaakt4 ,ze denkt aan den vorigen avond4 ,stil zat ze toen en daar hoorde ze op eens een stem1 die haar diep heeft ontroerd4 ,plotseling zweeg de stem1 maar in haar gedachten hoort ze hem ng4 ,en de begeerte komt in haar op1 die stem weer te hooren4 ,terwijl ze ligt te mijmeren en de gedachten om haar hoofd zwermen1 verschijnt op den besneeuwden top van een rots het blank-rood lichaam van een jongen ,god en daar hoort ze ook zijn zingende stem1 dezelfde van den vorigen avond4 ,de jonge ,god zingt van zijn eigen leven4 ,het is ,balder1 de zonnegod4 ,vroeger woonde hij met de schoone ,idoena in ,wodans huis1 hij reikte de schaal met rooden wijn aan ,wodan en ,freya1 hij bestuurde de zon en de maan1 verjoeg de sombere hagelwolken1 die op zonnemoord uit waren4 ,maar toen hij eens ontwaakte aan 't strand van de wijdvergulde zee1 waren zijn oogen dicht omwonden3 blindheid was over hem gekomen4 ,nergens is genezing voor die blindheid te vinden en langzaam is de herinnering aan alles wat vroeger is geweest1 verdwenen4 ,een nooit te stillen drang is er in hem gekomen3 de drang naar muziek4 ,de muziek is alles voor hem3 niemand kent als hij haar woestenijen1 zij is zijn kluis1 zijn vaderhuis1 zijn stad1 zijn hemeltent4 ,mei hoort niets dan de stem van ,balder1 't is of heel de wereld wegzinkt1 de herinnering van haar ,mei-leven verdwijnt4 ,balder nadert1 staat eindelijk rechtop stil voor haar3 als een kerkbeeld van goud1 zoo puur vlamde hij in het duister1 ze strekt de handen naar hem uit1 maar3 hij was er niet meer4 ,de ,hemelvaart van ,mei4 ,mijmerend1 gebogen1 aan 't strand van eigen leed1 zit ,mei op een steen4 ,zo ziet haar de ,maan1 haar moeder4 ,ze heeft medelijden met haar kind1 tracht haar te troosten en om haar kind te sterken1 geeft ze het de volle moederborst4 ,den volgenden morgen doorstroomt vader ,zon 't lichaam van ,mei met schitterlicht1 zoodat het licht wordt als een veer4 ,en nu kan ,mei haar tocht beginnen naar 't paleis van ,wodan om ,balder te zoeken4 ,ze stijgt omhoog tot boven de wolken1 de kudde mooie paarden1 ziet de wolkenspinster uit het ,noorden1 wie ze vraagt waar ,balder is en die haar den weg wijst naar 't godenpaleis4 ,na een lange reis komt ze eindelijk aan een groote hal1 waar een rij mannen om een lange tafel zit4 ,dat zijn de goden4 ,op een rots aan een afzonderlijke tafel zit een oud gebaard man3 ,wodan4 ,mei kijkt de rij langs1 maar de schoonste god1 ,balder1 is er niet4 ,ze vraagt het ,wodan en de feestvreugde verkeert in droefheid3 niemand weet waar ,balder is4 ,nu verhaalt ,mei haar ontmoeting1 ,balder leeft nog1 ze heeft zijn godendroomenlied gehoord4 ,vreugde komt er met deze woorden in 't godenpaleis1 de godinnen komen in de zaal1 een reidans vangt aan1 ,idoena1 ,balders bruid1 leidt de rei4 ,wodan alleen blijft droef en hopeloos1 ,mei wordt bang voor den peinzenden ouden man en vlucht weg zonder omzien4 ,ze daalt neer en na vele dagen komt ze op aarde terug4 ,mei en ,balder4 ,overal voelt ze de tegenwoordigheid van ,balder en eindelijk in een vallei ziet ze hem4 ,ze springt vooruit1 grijpt hem en drukt zijn lippen met de hare toe4 ,lang houdt ze ,balder omklemd1 dan gaat ze beschroomd naast hem zitten4 ,allerlei beelden verschijnen voor hunne oogen3 't zijn de beelden van zijn zielsmuziek4 ,daar zien ze een prieel ontstaan van blauwe bloemviolen1 en in dat prieel vleien zich twee wezens neer4 ,dan vraagt ,mei of zij elkaar ook eens zoo zullen toebehooren1 maar ,balder richt zich hoog op1 en als een doemvonnis vallen uit zijn mond de steenen woorden3 ,nooit1 nooit1 nooit6 ,waarm dit nooit kan zijn1 zegt hij haar ook1 nu niet meer hard1 maar vol medelijden3 en dan verdwijnt hij4 ,nu weet ,mei dat hij voor haar niet was4 ,,derde ,,zang4 ,mei en de dichter4 ,de dichter zit in den nacht aan den oever van een rivier1 somber gestemd1 omdat hij 't droevig lot van ,mei kent4 ,terwijl hij mijmerende neerzit1 verschijnt ,mei zelf1 vertelt hem haar lotgevallen en zegt hem ook al de wonderbare ,balderswoorden4 ,als de morgen komt1 gaan ,mei en de dichter samen nog eens door de mooie ,hollandsche landen4 ,plotseling ziet de dichter in een kreupelboschje een vrouw3 de stroomnimf uit den eersten zang1 die nu uitspreekt wat ze toen ,mei niet wilde zeggen4 't ,lot van ,mei is ook hr lot1 ook zij heeft eens de goddelijke stem van ,balder gehoord1 en ook zij is bleek1 als water is1 bene den mist der beek4 ,de dichter keert terug naar ,mei en thans--'t is al avond geworden--gaan ze naar de stad1 waar 't huis van de dichter gebouwd is op den stadsmuur4 ,daar brengen ze nog eenigen tijd door1 dan vraagt ,mei3 te zien der menschen stad1 wat die voor werke' en wezens in zich had4 ,de dichter leidt haar door straten1 over pleinen1 langs grachten en lang zitten ze samen op den stadsmuur4 ,ook den komenden nacht blijft ,mei nog in 't huis van den dichter en dan komt eindelijk de laatste dag4 ,de dood van ,mei4 ,tegen den morgen gaat ,mei heen1 stralende als een gouden beeld in de zon2 op jong ongerept gras tusschen vier eiken blijft ze staan1 als een bloem van zomerrood1 papaver1 midden in gedaver van zonnevuur en zooals die bloem haar teeren stengel langzaam buigt omlaag1 zoo buigt ook ,mei langzaam haar hoofd4 ,de maan neemt het lichaam van haar gestorven kind in haar armen1 de dichter legt het in een boot1 vaart de rivier af tot aan de zee en daar wachten de twaalf uren al met een baar om hun droeven plicht te doen4 ,aan den zeezoom1 waar ,mei het eerst geland was1 wordt ze in 't graf gelegd3 daar ligt bedolven mijn kleine ,mei4 ,de natuurbeschrijving in ,mei4 ,mei is1 zooals uit deze inhoudsopgave blijkt1 in de eerste plaats natuurpozie4 ,de geheele eerste zang3 de tocht van ,mei door 't ,hollandsche landschap1 ook een groot deel van den tweeden en vooral van den laatsten zang1 dat alles zegt ons hoe de dichter meeleeft met 't schoone dat hem omringt1 en hoe hij dat schoone opgenomen heeft in zijn ziel4 ,wie ,mei goed leest en alles voor zich ziet1 wat de dichter beschrijft1 ziet in eens al 't gewoon-dagelijksche met heel andere oogen dan vroeger4 ,niet alleen de zee in haar oneindige wisseling van tinten1 de wolken1 de rivieren en beken1 de bosschen en 't ,mei-landschap zijn schoon1 maar ook de boer werkende op 't land1 de uitgaande school1 de smid in z'n werkplaats1 de armelijke buurten in de stad geven een schoonheidsaandoening4 ,over zulke dingen redeneeren geeft weinig3 goed lezen en zich alles juist voorstellen is 't eenige4 ,een enkele aanhaling geven we om ,gorters natuurbeschrijving te typeeren4 ,ook lag een dorpje in dat dal1 waar rook ,fijn wemelde om heen van schouwen2 ook ,dat zag ze4 ,glans maakte de zon in blauwe ,en roode pannen1 uit de straat was 't flauwe ,gerucht hoorbaar der zwarte smederij1 ,het ijzer blonk onder de hamers4 ,zij ,hamerden in cadans de spranken vuur4 ,de straat was leeg1 ze zag aan de deur twee buur- ,vrouwtjes staan spreken en een zwarte hond ,rondloopen4 ,onder groene linde stond ,een oud man in de westerzon te zien1 ,en achter een huis 'n vrouw onkruid te win4 ,toen ging een schooldeur open en daaruit ,kwamen een stoet van kinderen1 geruit ,droegen de meisjes boezelaars1 geklos ,van klompen en jongensgeschreeuw brak los4 ,twee vochten er1 de rest stond er om heen2 ,tot meester kwam1 toen gingen ze bij tween ,en drien huiswaarts1 broertjes hand in hand4 ,zij zag ze hier en daar over 't land ,en brugjes gaan en langs een lage heg4 ,en door de dorpsstraat1 waar ze plotseling weg ,doken in huis1 geborgen onder 't dak4 ,toen was 't weer stil behalve het klikklak ,van staal en uit een stal dof koegeloei4 ,zooals uit de aanhaling duidelijk blijkt1 is ,gorter geen realist die alles tot in kleinigheden weergeeft4 ,hij zet als 't ware slechts enkele penseelstreken1 geeft in een paar woorden den hoofdindruk weer die 't geen hij ziet op hem maakt4 't ,aangehaalde fragment is een reeks indrukken1 die samen den juisten indruk van 't geheel weergeven4 ,kenmerkend voor ,gorter is ook het teere en fijne van zijn woorden4 ,mei is geen forsch gedicht als ,emants' ,godenschemering1 maar--zooals ,kloos het uitdrukt--een teeder weefsel van levend beweeg1 een ziel van muziek1 die wee-juichend beeft over zijn eigene schoonheid4 ,de ,balder-figuur4 ,belangrijk is in ,mei de figuur van ,balder4 ,volgens de ,germaansche mythologie is ,balder de stralende zonnegod1 die door toedoen van den boozen ,loki verraderlijk gedood wordt4 ,deze ,balder-geschiedenis is in ,emants' ,godenschemering behandeld4 ,in ,mei is ,balder echter een geheel andere figuur3 wel woonde ook hij eerst als zonnegod met zijn geliefde ,idoena 7volgens de godenleer was niet ,idoena1 maar ,nanna ,balders vrouw7 in ,wodans huis1 wel is hij ook hier eerst de god van geluk en vreugde1 maar hij wordt niet als in de ,edda gedood1 doch verliest het licht van zijn oogen4 ,dit is in ,mei het belangrijke en kenmerkende van ,balder1 want juist daardoor is hij als 't ware afgesloten van 't geen buiten hem is en juist daardoor verdiept zijn zieleleven4 ,hij ziet in 't vervolg niet meer m zich1 maar in zich-zelf4 ,de indrukken verbleeken langzamerhand1 hij heeft nog slechts een flauwe herinnering van zijn vroeger leven3 ,henen is ,heugenis ,van lust en droefheid die ik immer droeg1-- en daartegenover bloeit steeds meer op 't leven van zijn eigen ziel4 ,invloed der muziek4 ,dat zieleleven wordt ons symbolisch voorgesteld3 als muziek4 ,de muziek is de meest onmiddellijke uiting van iemands zieleleven1 en kan op den mensch een geheimzinnige werking uitoefenen1 zonder dat de wijze waarop ze werkt1 juist is aan te geven4 -- -- -- ,muziek heeft met alle dingen ,niets meer gemeen1 en alle vreemde zinnen ,zijn blind voor haar1 geen vormen en geen kleur ,heeft zij1 zij is de lucht gelijk in heur ,afwezigheid voor 't oog en schijnarmoede1 ,zij is de liefste1 allerliefste2 moeden ,die zich moe leefden aan het zien en smaken ,der volle wereld1 drinken haar en raken ,haar soms met lippen1 willen haar altijd-- ,zij geeft van alles hun vergetelheid4 ,zielsleven is muziek4 -- -- -- -- -- -- ,zoo leeft ,balder alleen voor zich3 hij doet niets dan luisteren naar de muziek van z'n ziel1 zijn ziel is zijn ,god4 ,voor iets anders is geen plaats meer3 naast haar bestaat geen beeld4 ,haar wil ik hebben1 heb ik1 en niemand ,dan zij1 mag met mij wonen in dit land4 ,verhouding tusschen ,balder en ,mei4 ,nu is ook duidelijk de verhouding tusschen ,mei en ,balder4 ,mei hoopt voor ,balder te worden wat eens ,idoena was1 drom zoekt ze hem overal en daarom vraagt ze ook3 -- -- -- -- wordt nu een kind geboren ,uit u en mij1 dat zal ons toebehooren ,gelijkelijk1 omdat wij beide zijn ,elkanders liefde waard1 ik uw1 gij mijn4 ,balder met haar afwijzen1 wel kan hij1 omdat bleeke1 oude herinneringen in hem opkomen1 n oogenblik zwak zijn en drdoor bij ,mei den indruk vestigen dat hij denkt als zij1 maar die herinnering zal spoedig wegvloeien4 't ,antwoord kon niet anders zijn dan dit3 ,nooit kan dit zijn1 ,mei1 dat 'k een ander hoore1 ,ik ,balder1 aan een ander2 zie 'k ben blind1 'k ,zie nooit iets dan mijzelf1 niet u1 mijn kind4 ,balder als symbool van den dichter4 ,zooals ,balder is1 is de ware dichter4 ,ook hij moet luisteren naar zijn zielsmuziek1 de inspiratie moet komen uit zijn eigen ziel1 niet uit de buitenwereld4 ,mannen zijn zoo die men dichters heet4 ,een jong man zoo1 die 't slaafsch leven vergeet ,een uur1 een dag lang1 en zich zelven hoort ,en naar zich luistert1 wat geboren wordt ,aan leven in zich en de wondre daden ,die 't dieper zelf bedrijft1 en naar beladen ,winden met klanke' en woorden ongehoord4 ,gorters taal4 ,nog een enkele opmerking over de taal van den dichter4 ,ik kan me voorstellen1 dat iemand die weinig verzen van nieuwere schrijvers heeft gelezen en nu ,mei ter hand neemt1 ,gorters wijze van uitdrukken1 en vooral ook zijn rijmwoorden op z'n minst genomen zonderling zal vinden4 ,daarom deze raad3 lees 't gedicht zooveel mogelijk luidop1 stel u alles precies voor1 wat de dichter zegt en lees in 't begin niet te veel achter elkaar4 ,als waarschuwing voor een mogelijk voorbarig oordeel ten slotte dit citaat van ,kloos3 ,ja1 't is als een schatkamer1 die verzen van ,gorter1 een schatkamer van schoonheid1 onuitputtelijk als de ,natuur4 't ,gaat hm als 't meisje uit dat mooie sprookje3 ieder woord1 dat zijn mond ontvalt is een bloem of een diamant4 ,en wat gaat het ons dan aan1 of hij der oude ,hollandsche vers-techniek1 zooals onze vadren die instelden1 den allerlaatsten nekslag geeft--er vielen er reeds vele--als zijn zwaard zulk eene heerlijke schoonheid is8 ,laten wij1 met een dankbaar hart1 het eene voor het andere ruilen1 want een mooi boek is beter en duurzamer en prettiger dan het sekuurst ingericht stelsel van fatsoenlijke prosodie4 ,,op ,,hoop ,,van ,,zegen4 ,tendenz-werk4 ,dit tooneelstuk is een echt tendenzieus werk1 een strekkingstooneelstuk1 zooals de werken van ,heyermans dikwijls zijn4 ,vaak wordt beweerd dat zulk een werk in principe te veroordeelen is1 dat de kunst er alleen moet zijn m de kunst en geen bijoogmerken mag hebben1 dat het kunstwerk lijdt door de tendenz4 ,dikwijls is dit ook het geval omdat de tendenz te veel op den voorgrond wordt geplaatst en daardoor in 't werk te veel wordt geredeneerd en het onnatuurlijk van bouw wordt4 ,op ,hoop van ,zegen echter is een voorbeeld van een uitstekend gelukt tendenz-werk1 juist omdat het geheel logisch in elkaar zit en de strekking niet op gewilde1 dus onnatuurlijke wijze1 voorop wordt gezet4 ,de strekking4 ,de strekking van ,heyermans' werk wordt heel juist weergegeven door een uitdrukking in 't derde bedrijf1 die haast een gevleugeld woord is geworden3 de visch wordt duur betaald4 ,zijn doel is bij ons den indruk te vestigen dat er in 't visschersbedrijf vreeselijke misstanden heerschen4 ,dat doel heeft hij trachten te bereiken door 't visschersleven waarin hem die misstanden getroffen hebben1 op 't tooneel weer te geven1 maar zo1 dat op die slechte toestanden een scherp licht valt1 zonder dat het onnatuurlijk wordt4 ,nadat we 't stuk gezien hebben1 zeggen we bij ons zelf3 misschien is 't niet in alle deelen precies z1 als ,heyermans ons hier laat zien1 maar een dergelijk voorval kn toch heel goed plaats hebben4 ,de personen op 't tooneel zijn werkelijke menschen1 geen aangekleede ideen4 ,kniertje4 ,om ons dit visschersleven duidelijk voor oogen te stellen1 voert de schrijver ons naar een visschersplaats aan de ,noordzee4 ,we maken daar kennis met ,kniertje1 het onderworpen zestigjarig visschersvrouwtje1 dat haar leven lang op die plaats gewoond heeft en heel wat heeft meegemaakt4 ,haar man is #ab jaar geleden verdronken1 ze heeft een jaar of drie een geringe ondersteuning gehad1 maar daarna moest ze zelf maar zien rond te komen4 ,twee jongens zijn verdronken als hun vader1 twee zoons heeft ze nog1 den #bf-;jarigen ,geert en den #ai-;jarigen ,barend4 ,ze verdient een kleinigheid als werkster bij den reeder ,bos1 heeft wat aardappelland1 wat kippen en wordt altijd trouw geholpen door haar nicht ,jo1 een flinke meid4 ,barend4 ,barend heeft angst voor de zee1 het monster dat zijn vader1 zijn beide broers en zoo vele andere visschers verslonden heeft3 hij wil niet naar zee4 ,wrken wil hij1 alles wil hij doen1 maar nit naar zee6 ,en daarom wordt hij geplaagd en gesard door allen3 door zijne moeder1 die hem een doodeter noemt1 door ,jo1 die hem een bangerd scheldt4 ,bange ,barend wordt zijn naam4 ,geert4 ,geert was bij de marine1 ws1 want hij1 die als jongen van #ad jaar geteekend had1 verlokt evenals zijn ouders door 't brani-pakje--hij1 de ferme1 ronde matroos-eerste-klasse1 die de ,atjeh-medaille behaald heeft1 is tot #f maanden provoost veroordeeld1 uit den dienst gejaagd daarna1 omdat hij een meerdere heeft geslagen1 iemand die zijn meisje ,jo een slet had durven noemen4 ,zijn straf is vooral verzwaard1 omdat hij socialistische neigingen heeft3 men heeft verboden lectuur bij hem gevonden4 ,en als hij terugkomt bij zijne moeder na de martelende zes maanden1 bijna onkenbaar geworden1 met grijzende haren aan de slapen1 is zijn hart vol wrok3 hij werpt de ,atjeh-medaille weg en geeft zijn hart lucht tegen de autoriteiten1 tegen de reeders4 ,jo4 ,daarnaast ,jo1 de vroolijke1 onbezorgde lachebek1 de gelukkige aanstaande van ,geert1 altijd vol hoop op de toekomst1 alle zorgen weg lachende4 ,cobus en ,daantje4 ,verder een troostelooze omgeving3 ,cobus1 een broer van ,kniertje1 en ,daantje1 een diakenhuismannetje1 beide oude visschers1 die van hun tiende jaar op zee zijn geweest1 die hun leven lang gewerkt hebben op de loggers en nu als oude wrakken leven van weldadigheid1 van de diakenie4 ,en 't zijn geen ,keesjes uit de ,camera6 zij vinden niet alles goed in 't ,huis4 ,de moeder is een kreng4 ,hier voelen we al het thema dat in ,bloeimaand later is uitgewerkt4 ,oude ,jelle4 ,dan de oude ,jelle1 de bijna blinde bedelaar en muzikant1 ook iemand die zijn leven op zee heeft versleten4 ,en hij mag niet in 't diakeniehuis3 en keer lange vingers gehad6 ,bos4 ,daartegenover staat ,bos1 de hartelooze reeder1 iemand die als arme visscher begonnen is1 zich langzamerhand heeft omhooggewerkt1 en--niet het minst door huwelijk met een rijke vrouw--een aanzienlijk reeder is geworden4 ,voor hem is de visscherij een zaak1 waarvoor men schepen1 netten en visschers noodig heeft4 ,als er een schip verongelukt1 dekt assurantie de schade2 averij kost hem geld2 stukgevaren of verloren netten zijn schadeposten2 de dood van visschers is onaangenaam wegens al 't geloop en gegrien op zijn kantoor en wegens de uitkeeringen die 't pensioenfonds moet doen4 ,maar een advertentie1 een oproep aan de ,weldadige ,landgenooten helpt al heel wat6 ,men vergelijke b4v4 zijn houding aan de telefoon in het vierde bedrijf4 ,zaken zijn zaken--als je gevoelig wordt1 buitel je over den kop1 dat is zijn principe4 ,gruwelijk heeft hij 't land aan de ontevreje rakkers4 ,bij ons geen fratsen zegt hij4 ,geert noemt hem een tyrannetje4 ,intrige4 ,en nu de knoop4 ,reeder ,bos heeft een oude schuit1 de ,op ,hoop van ,zegen1 die op de werf is geweest en daar onherstelbaar rot is gebleken4 ,de reeder weet het3 de scheepstimmermansknecht ,simon heeft het hem gezegd4 ,en toch laat de man zoo'n drijvende doodkist uitzeilen1 prijst het schip zelfs3 't vorige jaar heeft men er nog voor f #adjjj haring mee gevangen4 't ,einde is te voorzien3 't schip gaat in zee1 er komt storm en de ,op ,hoop van ,zegen vergaat met man en muis4 ,het lijk van ,barend is 't eerste1 dat aanspoelt2 ,barend1 die altijd zoo bang voor de zee was1 die niet wo verzuipen1 die wist1 dat de boot rt was1 die door veldwachters aan boord moest worden gebracht6 ,barends lijk herkend aan de mooie oorringen1 die hij van zijn moeder had gekregen voor zijn eerste reis4 ,tragische gedeelten4 ,aangrijpende tooneelen zien we4 ,barend1 die niet naar zee wil en zich aan de deurposten vastklemt als de veldwachters hem halen2 ,geert die verhaalt van zijne ellende in de provoost1 waar hij zes maanden zat in een hok van vier stappen lang en vier stappen breed1 waar hij honger leed1 waar hij in zat1 als de storm bulderde en 't schip dreigde te vergaan4 ,dan 't heele derde bedrijf als al de zeurende visschersvrouwen hun doodelijken angst trachten wg te praten en al maar verhalen van de mannen en zonen1 die op zee gebleven zijn1 terwijl buiten de wind huilt4 ,telkens herhaalde variaties op 't thema3 de visch wordt duur betaald4 ,ook de vreeselijke angst van ,jo1 die ,kniertje bekent dat ze zwanger is4 ,en eindelijk het toppunt1 het vierde bedrijf3 al de doodelijk-ongeruste vrouwen1 die op 't kantoor komen van den reeder ,bos om te vragen of er al bericht is1 daarna de tooneelen1 ls dat ten slotte komt4 ,cobus die weet1 dat er een telegram is1 maar de inhoud nog niet kent2 ,truus1 die voor twee maanden haar man heeft verloren en nu haar zoontje van #ab jaar1 die voor 't eerst mee is1 moet missen4 ,marietje1 die dod wil1 omdat haar aanstaande is verdronken4 ,het hevige tooneel tusschen ,jo1 ,cobus en ,bos1 als de dronken ,simon komt binnenwaggelen en over 't rotte schip spreekt4 ,het ontkennen van ,bos1 van den boekhouder die niks hoort en de strijd van ,clmentine1 die haar eigen vader moet verachten1 zich zlf moet verachten1 omdat ze niet gesproken heeft1 terwijl ze wist hoe slecht 't schip was4 ,ten slotte de oude ,kniertje1 het arme visschersvrouwtje dat al z veel ellende heeft meegemaakt en nu weet1 dat haar beide zoons verdronken zijn4 ,haar zelfverwijt3 ,barend1 dien ze gedwongen heeft naar zee te gaan2 ,geert1 van wien ze geen afscheid heeft kunnen nemen4 ,dan de tegenstelling3 de quasi-medelijdende reedersvrouw ,mathilde2 er is een oproep geschreven aan de ,weldadige ,landgenooten1 onderteekend door de vrouw van den burgemeester en door haar zelf4 ,nu moeten ,kniertje en zij ook maar weer vrede sluiten1 ze mag in 't vervolg weer komen schoonmaken6 ,om de kroon op haar goedheid te zetten1 bedenkt ze het vrouwtje eens extra4 ,kniertje waggelt van 't tooneel met een schotel koteletten6 ,zoo werkt alles mee om den door ,heyermans bedoelden indruk te vestigen4 ,we resumeeren hier nog even3 #a4 ,de geschiedenis met de ,op ,hoop van ,zegen4 #b4 ,het leven van al die vrouwtjes1 die steeds vol zorg thuis zitten4 #c4 ,de visscherswrakken1 de oude mannetjes ,cobus1 ,daantje en ,jelle4 #d4 ,de onmenschelijke houding van den reeder ,bos4 #e4 ,simon1 die een dronkaard is geworden na 't verdrinken van zijn zoontje4 ,pakkende tooneelen4 ,we wijzen ten slotte nog even op het feit1 dat ,heyermans het tooneel door-en-door kent en daardoor een meester is in 't schrijven van pakkende tooneelen4 ,zoo b4v4 telkens aan 't einde der bedrijven1 zoodat een diepe indruk blijft als 't gordijn zakt4 ,einde van 't eerste bedrijf3 ,geert ziet ,truus voorbijgaan en wil haar roepen4 ,maar ,kniertje waarschuwt3 ,niet aanroepe6 ,ari is dood4 ,de stakker4444 ,zes kindere64444 ,einde tweede bedrijf3 ,de waanzinnige angst van ,barend1 die vertelt wat hij onder in 't schip gezien heeft1 die voelt dat de schuit vergaan zal--en dan zijn wegleiden door de veldwachters4 ,slot derde bedrijf3 ,kniertje en ,jo alleen blijvende na al die akelige verhalen4 ,jo hartstochtelijk snikkend--,kniertje biddende1 terwijl de wind in wilde zwiepingen om 't huis joelt4 ,slot vierde bedrijf3 't ,wegwankelen van ,kniertje en vlak daarna 't voorlezen van de advertentie aan de ,weldadige ,landgenooten door den boekhouder4 ,trucjes4 ,allerlei kleine trucjes verhoogen den indruk dikwijls b4v4 de langzaam voorbij 't raam gaande visschers en tegelijk het luiden van de kerkklok 7eerste bedrijf71 wegwerpen van de ,atjeh-medaille door ,geert1 't huilen van den wind vooral als de deur even geopend wordt1 het binnenkomen der druipnatte vrouwen1 vooral 't plotseling uitwaaien van de lamp 7derde bedrijf71 de muziek van ,jelle juist op 't oogenblik1 dat op 't kantoor de ongelukstijding bekend wordt4 ,ook het gesprek aan de telefoon door ,bos1 het verschil in toon als hij de burgemeestersvrouw toespreekt of zijn eigen vrouw afsnauwt4 ,,de ,,kleine ,,johannes4 ,eerste deel4 ,doel4 ,in ,de ,kleine ,johannes schetst ,van ,eeden ons symbolisch de ontwikkeling van een knaap tot jongeling1 en laat ons dus een blik werpen in 't zieleleven van een mensch4 ,eigenschappen van ,johannes4 ,johannes is een jongetje met een levendige fantasie1 dieren beschouwt hij haast als zijns gelijken1 dat zegt ons z'n behandeling van ,presto en ,simon2 levenlooze voorwerpen denkt hij zich als bezielde wezens1 hij praat met het behangsel en met de hangklok2 zijn hand streelt de oude boomen1 die hem ruischend voor zijn vriendelijkheid danken4 ,groot is zijn liefde voor de natuur en zijn schoonheidsgevoel is sterk ontwikkeld4 ,dat heeft hij vooral van zijn vader1 een wijs ernstig man die hem dikwijls medenam op lange tochten door wouden en duinen4 ,in den grooten tuin vond ,johannes het heerlijk1 vooral achterin bij den vijver1 waar witte waterlelin dreven en het riet lange fluisterende gesprekken hield met den wind4 ,daar was ,johannes' paradijs1 waar hij uren lag te staren zonder zich ooit te vervelen4 ,als zich bij zonsondergang een schitterende wolkengrot vormde1 verlangde ,johannes daarheen te vliegen om te kunnen zien1 wat daarachter zou zijn4 ,hij is dus een kleine droomer1 iemand met een trek naar 't geheimzinnige4 ,hij verwacht dan ook dat er eens een wonder zal komen en als hij 's avonds bad1 was 't slot meestal de wensch dat er toch eens een wonder mocht gebeuren4 't ,wonder kmt4 ,op een prachtigen zomeravond drijft ,johannes in een bootje op den vijver1 weer ziet hij de ontzaglijke poort waarachter de zon ter ruste zou gaan1 weer staart ,johannes in de diepte van de lichtgrot4 ,vleugels6 dacht hij1 nu vleugels6 en daarheen6 ,windekind4 ,daar verschijnt hem ,windekind1 een licht1 rank wezentje1 met glazen haftvleugels4 ,windekind is de fantasie1 hier voorgesteld als een wezen buiten ,johannes1 maar in werkelijkheid iets in hem1 een eigenschap van ,johannes zelf4 't ,is de geheimzinnige dichterlijke kracht die in elk mensch aanwezig is en zooals we boven zagen1 in dit jongetje heel sterk is ontwikkeld4 ,van ,eeden zelf geeft enkele aanwijzingen4 ,windekind is immers geboren uit de eerste stralen der maan en de laatste der zon1 hij is een kind der schemering2 de tijd om te fantaseeren en te droomen4 ,zijn stem klinkt als het schuifelen van het riet in den avondwind of het ruischen van den regen op de bladen van het bosch en ,johannes heeft dan ook een gevoel1 alsof hij het vreemde1 blauwe wezen al lang kende4 ,invloed van ,windekind4 ,door zijn levendige fantasie ziet ,johannes nu alles rondom zich anders en beter dan vroeger2 alles wordt bezield4 ,hij leeft mee met de dieren en planten1 als de krekels 's avonds sjirpen1 komt dat omdat er een krekelschool gehouden wordt en de jonge krekeltjes hun lessen leeren2 hij kan zich voorstellen dat in een konijnenhol een liefdadigheidsfeest gevierd wordt1 omdat de menschen zooveel dieren gedood hebben en het er met de nagelaten betrekkingen slecht uitziet2 de sterren zijn niet anders dan gestorven en verheerlijkte glimwormen2 de dieren en planten die op 't zendingsfeest door de menschen bedreigd worden vereenigen zich om ze te verdrijven2 de bladeren van den eschdoorn zijn zwart gevlekt omdat de kabouters als ze 's nachts geschreven hebben1 des morgens de rest van hun inktpotjes over die bladeren uitgooien4 ,dit alles fantaseert ,johannes in z'n droomstemming4 ,hij kan dat eerst nadat ,windekind hem op 't voorhoofd heeft gekust1 dan is het alsof alles om hem heen verandert4 ,later zegt ,windekind het nog eens duidelijk3 ,ik heb u de taal van vlinders en vogels geleerd en den blik der bloemen doen verstaan4 ,satirieke gedeelten4 ,terloops wijzen we er op dat in dit gedeelte tal van satirieke opmerkingen gemaakt worden4 ,oberon b4v4 de elfenkoning1 is als een chte koning heel voorzichtig2 hij is allerminzaamst1 onderhoudt zich vriendelijk met verschillende gasten1 roemt het maanlicht in de duinen1 kijkt met genoegen naar de wandversiering en bij 't dansen gluren allen angstig naar den koning om een teeken van goedkeuring op zijn gelaat te zien4 ,maar de koning was bang om ontevredenen te maken en keek zeer strak4 ,in de geschiedenis van de ,vredemieren en de ,strijdmieren1 die elkander vermoorden en heele kolonies uitroeien1 omdat allen beweren den echten kop van den eersten heiligen ,vredemier te hebben1 worden de godsdienstoorlogen gehekeld4 ,johannes vindt het een bloeddorstig en dom gezelschap1 maar ,windekind lacht en zegt3 ,o1 gij moet hen niet dom noemen4 ,de menschen gaan naar de mieren om wijs te worden6 ,op 't zendingsfeest wordt gesproken over ,gods heerlijke natuur en de wonderen der schepping1 van ,gods zonneschijn1 van de lieve vogelen en bloemen en ondertusschen worden heesters uiteengedrongen1 bloemen neergetrapt1 de teere geuren der kamperfoelie-struiken door nijdigen sigarenrook verdreven en de vroolijke meezenzwerm door harde stemmen verjaagd1 terwijl de nieuwsgierige konijntjes1 die van den duinrand gekomen waren om eens te kijken1 verschrikt aan 't loopen gaan4 ,na afloop blijven een menigte papieren1 ledige flesschen en sinaasappelschillen achter4 ,zulke menschen1 zegt ,windekind1 zijn geheel vervreemd van de natuur en haar medeschepselen4 ,in den parabel van den meikever1 die niet zooals de ouderen de ernstige roeping in zich gevoelt om zooveel mogelijk te eten1 maar die rond wil vliegen en snakt naar 't licht1 schildert ,van ,eeden ons de botsing tusschen den idealist onder de menschen1 die zijn teedere ziel zal stooten en gepijnigd zal worden door grofheden en de materialist die niets beoogt dan stoffelijk voordeel4 ,kribbelgauw1 de groote held der kruisspinnen1 die duizend van zijn eigen kinderen vermoordde1 is het type van den geweldigen veroveraar1 die later eeuwig vereerd wordt om zijn grooten moordlust4 ,dan nog de dikke aal die koning was in den vijver1 die altijd in den modder lag te slapen1 behalve wanneer hij eten kreeg1 dat anderen hem brachten4 ,hij at verschrikkelijk veel4 ,dat was omdat hij koning was1--men wilde graag een dikken koning1 dat stond deftig4 ,invloed van ,wistik4 ,voor ,johannes begint een tweede periode van 't leven3 in hem ontwaakt de dorst naar kennis1 hij wil het waarom der dingen weten4 ,tal van vragen komen in snelle1 spookachtige opeenvolging in ,johannes hoofd3 ,waarom waren de menschen zoo8 ,waarom moest hij hen verlaten8 hun liefde verliezen8 ,waarom moest het winter worden8 ,waarom moesten de bladeren vallen en de bloemen sterven3 ,waarom8 ,waarom8 ,johannes begint te beseffen dat de fantasie ons veel kan geven en veel kan doen begrijpen1 maar niet genoeg4 ,daarom vraagt hij raad aan ,wistik1 evenals ,windekind voorgesteld als een persoon buiten ,johannes1 maar in werkelijk iets in hem3 de dorst naar kennis4 ,wistik onderzoekt niet zelf1 maar haalt z'n kennis uit boeken en en boek is er1 waarnaar hij rusteloos zoekt1 want dat ware boekje moet groot geluk en grooten vrede brengen1--daarin moet nauwkeurig staan1 waarom alles is zooals het is1 zoodat niemand iets meer kan vragen of verlangen4 ,dat boekje tracht ,johannes nu ook te vinden4 ,hij krijgt een aanwijzing van ,wistik1 een soort tooverspreuk3 ,het geluksboek4 ,menschen hebben het gouden kistje1 elfen hebben den gouden sleutel1 elfenvijand vindt het niet1 menschenvriend slechts opent het4 ,lentenacht is de rechte tijd en roodborstje weet den weg4 ,wistik bedoelt3 ,dat gelukbrengende boekje is te vinden bij de menschen2 wie alles wil begrijpen en doorgronden moet zich niet afzonderen1 maar zich begeven onder de menschen en daar werken en zoeken4 ,elfen hebben den gouden sleutel2 behalve 't werken onder de menschen is er fantasie en een hooggestemd dichterlijk gemoed noodig om dat groote geluk te begrijpen4 ,dat dichterlijke is vertegenwoordigd in ,oberon en ,windekind4 ,elfenvijand vindt het niet4 ,al heeft iemand nog zooveel kennis1 hij zal de geheimen niet doorgronden als hem de goddelijke gave der verbeelding en der pozie ontbreekt4 ,johannes heeft die gave wel en van ,oberon heeft hij 't gouden sleuteltje dan ook al gekregen4 ,menschenvriend slechts opent het4 ,als men 't kistje en 't sleuteltje heeft1 kan men 't nog niet openen4 ,dat kan echter alleen een menschenvriend1 iemand die meeleeft met de menschen en meelijdt met de lijdenden4 ,lentenacht is de rechte tijd en roodborstje weet den weg4 ,de lente is de tijd dat de natuur herboren wordt1 de tijd der liefde en 't roodborstje met zijn gloeiende borst het symbool der vlammende liefde4 7,ook in 't derde deel is een groote vlam boven op den tempel 't zinnebeeld der liefde74 ,robinetta4 ,johannes gaat het kistje zoeken4 ,windekind is weg1 omdat ,johannes 't vertrouwen in hem verloren heeft en ,johannes gaat onder de menschen4 ,hij komt bij twee goede oude menschen1 een tuinman en z'n vrouw4 ,wel vindt hij daar een boek1 den ,bijbel1 waaruit hij geregeld moet voorlezen1 maar dat is 't menschenboek en niet 't geluksboekje1 't welk ,johannes zoekt4 ,windekind komt niet terug1 maar eens op een mooien lentedag ziet hij een meisje1 ,robinetta1 die hem in gedaante1 in kleeding en in spreken aan ,windekind doet denken4 ,weldra vergeet hij ,windekind voor ,robinetta1 de naam ,windekind klonk flauwer in hem en verwarde met ,robinetta4 ,schijnbaar is ,johannes op den goeden weg3 't is ,lente en 't roodborstje dat hem den weg moet wijzen is bij ,robinetta4 ,johannes zelf wil echter niet verder zoeken3 hij is tevreden1 genietend van z'n jonge liefde1 maar ,wistik laat hem niet met rust en hij vraagt werkelijk 't roodborstje of 't den weg weet naar 't gouden kistje4 ,het diertje knikt1 maar tjilpt1 terwijl 't schuins naar ,robinetta gluurt3 ,hier niet1 hier niet6 ,de liefde voor ,robinetta is niet de wre liefde1 door haar kan hij het ware geluk niet deelachtig worden4 ,later1 in 't tweede en derde deel1 zegt ,van ,eeden ons1 welke liefde bedoeld is3 de liefde tot den ,vader en de ,menschheid4 ,robinetta begrijpt ,johannes niet en als hij haar spreekt over dat boekje1 denkt ze dat hij den ,bijbel bedoelt en dt boek zal ,johannes den volgenden dag zien4 ,dan volgt de vreeselijke ontnuchtering3 ,johannes bedoelt niet het boek der boeken1 hij is zelfs zoo dwaas iets te zeggen van 't geen ,windekind hem geleerd heeft1 wordt voor goddeloos en diep bedorven gescholden en met schande weggejaagd4 ,pluizer4 ,johannes is geheel gebroken4 ,robinetta is weg voor altijd1 ,windekind zal nooit terugkomen1 de bloemen en dieren vertrouwen hem niet meer en tevergeefs zocht hij met ,wistik het gouden sleuteltje4 ,in dezen toestand kon ,pluizer gemakkelijk den baas over hem spelen en hem1 althans voorloopig1 in z'n macht houden4 ,pluizer is weer iets in ,johannes zelf1 dat als een persoon wordt voorgesteld3 't is de zucht om alles na te snuffelen en uit te pluizen1 de materialistische levensbeschouwing1 die al 't dichterlijke in den mensch doodt en in niets gelooft dan in de stof4 ,pluizer is dus 't type van den materialist en hij stelt zich dan ook ten doel alle idealen van ,johannes te vernietigen1 z'n fantasie te dooden4 ,in de bloedroode wolken is het mistig1 grijs en koud2 ,windekind bestaat niet2 ,robinetta hield ,johannes even goed voor den gek als de anderen1 ze vond hem een aardig jongetje en heeft met hem gespeeld1 zooals ze met een meikever zou spelen2 de liefde voor het ,groote ,licht is een praatje van ,windekind1 hersenschimmen1 droomerijen2 een bal is een groote hengelpartij4 ,pluizer toont ,johannes juist het afzichtelijke3 hij leidt hem door de krotten der wereldstad1 door de ziekenzalen en zelfs voert hij hem in 't kerkhof om ,johannes te laten zien wat er eens van de menschen zal worden4 ,dr4 ,cijfer4 ,door ,pluizer komt ,johannes in aanraking met ,dr4 ,cijfer1 het type van den natuuronderzoeker1 die alles systematisch nagaat1 en ten slotte het gevondene in een formule tracht vast te leggen4 ,hij is een heel ander en hooger staand man dan ,pluizer4 ,cijfer is geen mensch zonder gevoel1 maar hem gaat de wetenschap boven alles4 ,zulk een mensch moet de kleine gevoeligheden die de gewone menschen kennen1 laten varen voor dat ene groote3--de wetenschap4 ,hier is 't3 alles of niets4 ,johannes komt in de leer bij dokter ,cijfer1 maar rust en vrede vindt hij niet4 ,als ,cijfer iets in bizonderheden heeft nagegaan en zijn uitkomst in een formule heeft uitgedrukt1 is hij tevreden1 maar ,johannes niet4 ,alles viel uiteen tot cijfers--bladen vol cijfers4 ,dat vond doctor ,cijfer heerlijk1 en hij zeide1 dat het hem licht werd1 als de cijfers kwamen1--doch voor ,johannes was dat duisternis4 ,zoo is deze periode in ,johannes' leven een tijd van doodende duisternis4 ,er moet iets bizonders gebeuren om hem tot zich zelf te brengen en hem de kracht te geven zich te ontworstelen aan het neerdrukkende materialisme4 ,die crisis komt werkelijk3 ,pluizer durft de hand slaan aan 't lijk van ,johannes' vader--een vader is immers een gewoon mensch1 niets anders6 ,zelfs de ouderliefde wordt door het materialisme aangetast en daartegen komt ,johannes in opstand4 ,hij strijdt tegen ,pluizer en overwint4 ,maar gelkkig is hij nog niet4 ,johannes vrij4 ,hij ziet ,de ,dood aan 't sterfbed1 met z'n zachte ernstige oogen en hij smeekt dezen hem mee te nemen1 maar hij weigert4 ,zal ,pluizer weerkomen8 fluistert ,johannes4 ,nooit4 ,wie hem eenmaal aandurft1 ziet hem niet weer4 ,wie eens met het materialisme heeft gebroken1 heeft aan z'n heerschappij voorgoed een einde gemaakt4 ,windekind zal ,johannes hier evenmin terugzien3 het onschuldige genot der kinderjaren keert nimmer terug3 het leven eischt ernst van den mensch4 ,gij moet een goed mensch worden ,johannes4 ,het is een schoon ding een goed mensch te zijn1 zegt de ,dood4 ,zoo komt een nieuwe strijd voor ,johannes4 ,tegen den avond staat hij aan de wonderschoone1 lokkende zee1 hij ziet ,windekind in een bootje op de golven wegdrijven met het gouden kistje in de hand4 ,naast hem staat de ,dood3 alleen deze kan ,johannes bij ,windekind brengen en door den dood alleen kan hij 't boekje vinden4 ,nieuw ideaal4 ,maar terwijl ,johannes staart naar de wenkende gestalte van ,windekind1 ziet hij plotseling een gedaante over de golven aanschrijden3 de ,liefde voor de ,menschheid4 ,deze ,mensch laat ,johannes de keuze3 f de ,dood1 ,windekind en het ,groote ,licht waarnaar hij altijd verlangd heeft1 of een leven van dienende liefde gewijd aan de lijdende ,menschheid4 ,dan voelt ,johannes een nieuw leven in zich opbloeien3 hij wil zich wijden tot priester in dienst der ,menschheid4 ,hij beseft dat hij een egost geweest is3 hij wenschte kennis en geluk alleen voor zich--aan de lijdende menschen heeft hij niet gedacht4 ,maar nu is z'n levensdoel hem duidelijk geworden3 hij zal leven voor de verdrukten4 ,met zijn ernstigen geleider gaat hij den killen nachtwind tegemoet1 den zwaren weg naar de groote duistere stad1 waar de menschheid is en haar weedom4 ,tweede en ,derde ,deel4 ,het nieuwe leven4 ,voor ,johannes begint een nieuwe periode3 hij zal aan de hand van zijn ,geleider het leven doorgaan1 hij zal kennis maken met verschillende menschen en onder hen den vrede zoeken1 die hij nog nergens gevonden heeft4 ,vandaar ook een verschil tusschen het eerste boek en de twee laatste3 het eerste 't boek der fantasie1 de beide andere1 voor een groot deel tenminste1 die der werkelijkheid4 ,van ,eeden geeft in deze twee deelen zijn meening over onze maatschappij3 hoe die is en hoe ze volgens hem moet zijn4 't ,is dus een verbinding van realiteit en fantasie4 ,johannes moet nu zijn weg door 't moeilijke leven zoeken4 ,hij wordt geleid door de ,liefde voor de ,menschheid1 een liefde die altijd in hem was1 maar sluimerde4 ,de mensch die over de woelende1 vurige wateren heen schrijdt en ,johannes toespreekt1 zegt3 ,ik was het1 die u deed weenen om de menschen1 terwijl gij uwe tranen niet begrijpen kondt4 ,ik was het die u deed liefhebben1 waar gij uw liefde niet verstand4 ,ik ben bij u geweest1 en gij hebt mij niet gezien1 ik heb uwe ziel bewogen en gij hebt mij niet gekend 7deel ,i blz4 #aia74 ,maar niet dadelijk wordt dat goede in den mensch bewust3 ,vele tranen moeten de oogen verhelderen1 die mij zien zullen4 ,schijnbaar zal die goede geleider ons wel eens verlaten1 maar in werkelijkheid niet4 ,de geleider zegt dan ook tot ,johannes3 ,welnu ,johannes1 onthoud dan dit1 gij hebt mij altijd bij u 7,,ii4 #g74 ,vandaar ook dat die ,geleider soms geruimen tijd verdwijnt1 maar telkens terugkomt en tevens dat ,johannes voelt dt zijn vriend terug zal keeren4 ,de ,geleider ,markus ,vis4 ,de ,geleider is weer iets in ,johannes zelf3 zijn liefde voor de lijdende menschheid en zijn streven om die menschheid op te heffen4 ,en dat weer voorgesteld als een persoon1 als de scharenslijper ,markus ,vis1 een figuur die ons telkens aan ,christus doet denken en door zijn uiterlijk en door zijn wijze van optreden4 ,glanzend bleek is zijn gelaat met de golvende lokken1 de oogen vol eindeloos zachten weemoed1 die onuitsprekelijke deernis opwekken1 en dan de stem met haar zachten1 diepen klank4 ,hij steunt de lijdenden en verdrukten en tuchtigt de ,farizeers4 ,van ,eeden laat ,christus als 't ware ng eens op aarde komen en schetst ons hoe ,hij thans behandeld zou worden4 ,als een arm mensch komt de ,geleider onder de menschen en dat met3 hij wil de broeder der menschen zijn opdat zij hem zullen kennen4 ,mijn ziel is hoog en mijn hart blij--en omdat ik zoo sterk ben1 kan ik buigen tot hen1 die laag en droevig zijn1 opdat ze mij bereiken en met mij het ,licht4 ,hij is dus een arm mensch1 omdat de verdrukten hem dan beter zullen begrijpen en hij ze eerst dn kan opheffen4 ,twee hoofdpersonen4 ,er zijn door deze eigenaardige wijze van voorstellen twee hoofdpersonen3 ,johannes en ,markus1 die dikwijls naast elkaar gaan1 maar soms is ,johannes geruimen tijd alleen4 ,van ,eeden leert ons dus op twee wijzen3 #a4 door de ondervindingen van ,johannes4 #b4 door de daden en woorden van ,markus4 ,het leven van ,johannes4 ,johannes gaat thans in 't volle menschenleven3 hij wil een mensch zijn onder de menschen en een goed mensch1 die goed doet aan de menschen4 ,maar zijn taak is zwaar1 niet altijd is het hem mogelijk op 't rechte spoor te blijven1 soms dwaalt hij4 ,en eigenaardig is1 dat in moeilijke oogenblikken ,marcus hem niet wil raden3 dat geeft toch niets1 ,johannes moet zlf handelen en zlf beoordeelen1 of zijn daad goed of slecht is4 ,hij moet worden een mensch met eigen denkbeelden1 vertrouwende op eigen krachten4 ,zijn moeilijke taak begint4 ,hij komt in aanraking met arme menschen1 met kermisklanten4 ,hij moet met ,markus werken voor de kost1 moet scharen ophalen1 wordt doodmoe van die ongewone inspanning en 's nachts mag hij uitrusten in een armelijke slaapstee4 ,er is niets hoogs in dit alles3 zijn ,geleider is een gewone scharenslijper1 die blij is met hard werken een rijksdaalder per dag te kunnen verdienen4 't ,wordt den eersten dag ,johannes al haast te zwaar1 doch een gesprek met ,markus doet hem zijn krachten herkrijgen4 ,marjon4 ,bovendien is er en wezen1 waaraan hij denkt met teederheid en terwille van wie hij zal trachten vol te houden3 ,marjon1 het arme meisje uit het paardenspel1 met haar trouwe oogen en haar krans van blonde haren4 ,marjon is een pracht-figuur1 een meisje dat later met ,johannes meetrekt de wijde wereld in1 dat hem liefheeft en alles doet om hem gelukkig te maken4 ,een opofferende1 liefdevolle vrouwenfiguur en vooral aantrekkelijk omdat ze meer een werkelijk mnsch is dan de zoekende1 droomende ,johannes4 ,tante ,srna4 ,johannes houdt het een tijdlang uit bij de kermislui1 trekt met ,markus en ,marjon naar een andere plaats1 maar eindelijk wordt het hem te machtig en hij is blij dat tante ,srna hem laat halen in 't mooie huis met de ruime1 frissche slaapkamer4 ,markus geeft hem geen raad3 ,doe wat je goed schijnt1 jongen3 en wees niet bang1 is 't eenige wat hij zegt4 ,hekeling van de schijnvroomheid4 ,bij tante ,srna komt ,johannes in een heel andere omgeving1 een omgeving van schijnvroomheid1 waar koning ,waan heerscht4 ,tante is hel vroom en hel tevreden4 ,ze vindt zich zelf een buitengewoon goed mensch1 doet veel aan armbezoek1 waarbij haar deugden telkens opgehemeld worden2 houdt een weldadigheidskrans1 waar allemaal vrome1 kwebbelende dames komen1 die lekker eten1 kwaadspreken en ondertusschen allerlei prutserijen maken4 ,allemaal zijn 't volgens de oude meid ,daatje veranderde menschen4--,volgens ,daatje was de natuurlijke mensch niet goed1 en moest ieder veranderen eer hij deugen kon4--,een feest is 't als dominee ,kraalboom op 't avondje verschijnt4 ,kraalboom is iemand die zich erg gewichtig gevoelt1 door de dames eerbiediglijk wordt ontvangen1 ongeveer iemand als de ,gnestet zoo kostelijk geteekend heeft in zijn leekedicht3 ,verandering4 #ag ,ook tegenover ,johannes doet hij erg gewichtig1--maar maakt zich heel boos als ,johannes vraagt1 waarom een arme zieke jongen en ook ,daatje het zooveel slechter hebben dan tante en hij4 ,tante zelf is niet slecht1 ze is alleen een slachtoffer van haar omgeving4 ,vriendelijke oogen heeft ze1 ze is heel lief voor ,johannes1 zorgt goed voor hem en laat zelfs ,markus binnen4 #ah ,tegenover den godsdienst van ,kraalboom stelt ,van ,eeden zijn opvatting van 't ,christendom4 ,kraalboom spreekt in de kerk over de aanmatiging van jonge lieden die alle menschen gelijk willen maken1 die 't koninklijk en goddelijk gezag willen wegredeneeren en de menschen oproerig en ontevreden maken4 ,dan staat ,markus op en stelt daartegenover zijn meening3 't ,schrijnende verschil tusschen armoede en rijkdom is een gevolg van menschelijke schuld1 de ,vader wil dat niet4 ,men moet genieten van 't schoone in de schepping3 ,zou de ,vader bosschen en bergen1 zeen en bloemen1 goud en juweelen hebben gemaakt en begeerd dat wij dat alles zouden verachten en verwerpen8 ,de arme kan ,gods gerechtigheid en ,zijn schoone natuur niet verstaan1 omdat hij gedurig moet zwoegen en daardoor verstompt3 de rijke ziet het niet omdat hij te veel heeft en in dien overvloed zal verdrinken4 ,door deze gebeurtenis wordt ,johannes weer op den rechten weg gebracht3 hij verlaat tante ,srna en tracht ,markus te vinden1 maar komt terecht bij ,marjon4 ,pan4 ,een intermezzo in dit gedeelte is het uitstapje van ,wistik en ,johannes naar ,phrygi4 ,wistik heeft een ,phrygisch mutsje op3 hij heeft ,phrygi gevonden1 heeft kennis gekregen van de ,oud-,grieksche maatschappij1 van den tijd toen de menschen ,pan d4i4 de natuur1 nog kenden en eerden4 ,toen waren de menschen schoon en niet leelijk zooals nu3 ,we hebben altijd het verkeerde merk te pakken gehad1 zegt ,wistik1 het uitschot1 de afval4 ,de rechten zijn zoo kwaad niet4 ,dan ziet ,johannes in zijn verbeelding het heerlijke der ,grieksche mannen en vrouwen1 met hun dik lokkig haar1 hun kleeding die harmonieert met de omgeving1 hun statige gracieuse manieren1 edele trekken en hun heldere1 vurige oogen4 ,ook hunne woningen zijn in harmonie met de natuur3 van donker hout en blanken steen zijn ze opgetrokken1 versierd met slanke zuilen waaromheen de wingerd kronkelt4 ,vlucht naar ,duitschland4 ,johannes en ,marjon besluiten samen te vluchten1 vooral omdat ,johannes bang is voor het ,zwarte ,wijf1 dat het zinnelijke in hem tracht op te wekken1 maar hem slechts afschuw inboezemt4 ,ze vluchten op een ,rijn-aak naar ,duitschland4 ,johannes dicht liederen1 ,marjon maakt de melodie en met ,keesje1 't aapje1 halen ze 't geld op4 ,marjon1 als jongen verkleed1 is de leidster1 zij heeft energie en weet in moeilijke oogenblikken er zich door te slaan1 veel beter dan ,johannes4 ,gravin ,dolors en ,van ,lieverlede4 ,na eenigen tijd komen ze toevallig in aanraking met de meisjes ,olga en ,frida en daardoor met gravin ,dolors en ,van ,lieverleede1 die aan spiritisme doen4 ,dit gedeelte is--evenals de geschiedenis van tante ,srna en dominee ,kraalboom1 weer echt satiriek4 ,van ,lieverleede en gravin ,dolors zijn leden van een kring tot beoefening der hoogere wetenschappen en gemeenschappelijke verbetering van ons karma4 ,van ,lieverleede heeft in ,johannes wat bizonders ontdekt4 ,wij ,johannes1 zegt ,van ,lieverleede1 behooren1 om zoo te zeggen1 tot de levensveteranen4 ,wij dragen de litteekens van tallooze incarnaties1 de strepen van veeljarige--of laat ik liever zeggen1 veeleeuwige dienst4 ,gravin ,dolors is onze zielszuster1 een essens van opperste gloedroode passie en lelie-blanke veluw-puurheid4 ,van ,lieverleede's woordkeuze is echt spiritistisch-filosofisch6 ,men leze nog eens zijn uitlegging van ,de ,kleine ,johannes4 7deel ,,ii blz4 #aic74 ,in de mijnstreken4 ,langzamerhand komt ,johannes onder de bekoring van den zoogenaamden schoonheids-dienst1 maar vr zijn geheele afdwaling ontmoet hij nog eens ,markus4 ,johannes heeft een visioen3 de dood van ,pan1 de ontwijding der schoone natuur in de mijnstreken4 7,vgl4 wat in deel ,,iii blz4 #c gezegd wordt3 ,pan is dood1 zijn schoon wonderland gaat te gronde74 ,johannes weet niet wat te doen3 hij is bedroefd al die schoonheid te zien vergaan1 hij kent nog niet het mooie jonge leven dat op de puinhoopen van 't oude zal ontbloeien1 het nieuwe dat zijn ,geleider hem zal laten zien4 ,dat rijk is zooveel schooner dan dat van ,pan en ,windekind1 als de zon schooner is dan de maan4 ,markus voert hem te midden van de ,duitsche mijnwerkers die in staking komen1 omdat ze verdrukt worden en moeten leven in ellende4 ,daar in de vergaderzaal1 als hij zich bevindt tusschen de ruwe1 onschoone mijnwerkers1 die vastbesloten zijn tot den moeilijken maar rechtvaardigen strijd en die een makker vergeven als hij ontrouw mot worden aan de heilige zaak1 voelt ,johannes het schoone van 't nieuwe leven4 ,dan jubelt het in hem omdat hij ziet1 hoe in een vlaag van zuivere aandoening grootsche bewegingen als van zelf ontstaan4 ,afdwaling4 ,nu is ,johannes dus op den rechten weg1 maar weer dwaalt hij af4 ,telkens komt hij in aanraking met gravin ,dolors1 met de kinderen die hij zoo lief en schoon vindt1 met ,van ,lieverleede die hem voortdurend voorhoudt dat men de ,schoonheid moet zoeken1 dat het ruwe gemeden moet worden1 omdat het neertrekt4 ,marjon is te ruw en te grof om dat ,schoone te begrijpen4 ,johannes moet kiezen tusschen dat schijn-schoone en ,marjon1 die geen omgang wil met ,lieverleede en die spreekt van 't kappersluchtje van die kwiebus met z'n kuif4 ,zij voelt instinctmatig het onware van deze zielsvereeniging4 ,markus wil ,johannes niet raden3 hij moet zelf een keuze doen4 ,na veel strijd scheidt ,johannes van ,marjon4 ,in ,engeland4 ,een nieuw leven begint voor ,johannes3 hij komt in ,engeland en wordt door gravin ,dolors gentroduceerd bij lady ,crimmetart1 een schatrijke dame1 die schitterende soire's geeft4 ,haar man is een gladde rakker1 lord en aarts-millionair geworden door bloedzuiverende pillen4 't ,is dus een echte parvenu-omgeving1 een kostelijke parodie op de geldaristocratie die als kunstbeschermer optreedt4 ,gemakkelijk heeft ,johannes het niet3 zijn pakje is leelijk1 zijn manieren zijn linksch en hij moet bij ,lady ,crimmetart optreden als professor ,johannes van ,holland1 dichter en zanger1 die vooral met zijn ,hollandsche ,nationaal ,hymmen veel lof inoogst4 ,met de andere wondermenschen die op zoo'n avond hun krachten moeten vertoonen--professor van ,pennewitz en mijnheer ,ranji-,banji-,sing--is 't net als met ,johannes1 alles humbug en bedrog4 ,veel indruk maakt op hem de dood van ,hlne1 die boet voor de zonden harer ouders1 't slachtoffer van degeneratie en die van angst en zwaarmoedigheid krankzinnig is geworden4 ,de demonen ,bangeling en ,degeneratie drijven haar tot zelfmoord4 7,vgl4 blz4 #ih-aja en #afc van 't derde deel74 ,johannes verliest zoo langzamerhand veel van zijn illusin4 ,bovendien verneemt hij waarm gravin ,dolors hem eigenlijk noodig heeft3 ze meent dat hij een uitstekend medium is en haar misschien in contact zal kunnen brengen met haar gestorven man om hem te hooren of 't huwelijk wettig is geweest of niet1 en of dus haar beide kinderen ,olga en ,frieda aanspraak kunnen maken op de nalatenschap van den graaf4 ,voor ,johannes is dit een groote ontnuchtering3 hij dacht dat de gravin liefde voor hem gevoelde4 ,onder de ,spiritisten4 ,toch blijft hij nog altijd eenige hoop koesteren en die hoop wordt weer levendiger als hij met de gravin de spiritistische sances van de ,plejaden te ,scheveningen bijwoont1 want door de geesten worden eenstemmig ,johannes en gravin ,dolors aangewezen als diegenen van wier samenwerking de meeste uitkomst te verwachten was4 ,johannes moest naast de gravin zitten en haar hand vasthouden1 en zoo te zamen de berichten der geesten neerschrijven4 ,voor ,johannes was dit tegelijk een heerlijkheid en een zoete beproeving4 ,ook dit gedeelte is weer echt satiriek3 geen van de leden der ,plejaden wil weten dat hij tot deze ideale gemeenschap behoort4 't ,is bovendien een zonderling gezelschap3 de zachtzinnige generaal1 die buitengewoon nieuwsgierig is naar het leven aan gene zijde des grafs2 de staatsraad en zijn vrouw met hun hoofsche1 deftige manieren2 ,bommeldoos1 de alwetende1 verwaande professor1 die zoodanig met zichzelven ingenomen was1 dat hij in een gesprek nooit acht gaf op hetgeen hem geantwoord werd1 maar alleen op 't geen hij zelven zeide en de niet meer zeer jonge freule1 hoog-adellijk1 dik1 onbevallig en even onwetend als professor ,bommeldoos geleerd was4 ,weldra blijkt het dat ,johannes zich in zijn verhouding tot gravin ,dolors geheel vergist heeft3 ze verlooft zich nl4 met ,van ,lieverleede4 ,johannes is radeloos1 eerst wil hij zelfmoord plegen1 dan z'n medeminnaar dooden1 maar gelukkig komt ,marjon1 die zich als kamermeisje bij de gravin verhuurd heeft1 als een goede geest op zijn pad en leidt hem op den goeden weg4 ,nu ,johannes zich zelf weer geworden is1 vindt hij ook ,markus terug4 ,tegen het ,katholicisme4 ,nog en gevaar bedreigt ,johannes--de ,octopus heeft vele armen6--hij wordt bijna bekeerd tot het ,katholicisme door den handigen pater ,canisius1 die ook gravin ,dolors en ,van ,lieverleede overgehaald heeft ,katholiek te worden4 ,pater ,canisius treedt veel menschkundiger op dan dominee ,kraalboom en ,johannes komt onder zijn bekoring1 maar dan komt ,markus die ,canisius bestraft evenals hij het vroeger ,kraalboom deed4 ,markus in 't krankzinnigengesticht4 ,markus wordt1 vooral door toedoen van ,canisius1 voor gek verklaard en in een krankzinnigengesticht opgesloten4 ,hij krijgt daar de gelegenheid de eigenwijze mannen der wetenschap1 verpersoonlijkt in ,bommeldoos1 een lesje te geven4 ,tegenover den waanwijzen ,bommeldoos staat de chte1 waardige geleerde1 ,dr4 ,cijfer4 't ,rijk van ,koning ,waan4 ,een intermezzo is de droom van ,johannes1 zijn verblijf in 't rijk van ,koning ,waan1 in 't rijk van den ,octopus met z'n talrijke vangarmen1 die de menschen grijpt en ten val brengt4 ,de gevreesde koning wordt bijgestaan door tal van demonen 7de slechte menschelijke eigenschappen7 ,bangeling1 ,labbekak1 ,goedzak1 ,pluizer1 ,sleur1 ,degeneratie4 ,al die slechte eigenschappen brengen de menschen in 't rijk van ,koning ,waan en ,johannes ziet er dan ook heel wat menschen die in de macht van den ,waan zijn4 ,hij zag er ,dominee ,kraalboom in een klein kerkje1 ijverig preken met veel gebaren van handen en hoofd1 terwijl in een spiegeltje zijn gezicht weerkaatst werd1 met een heiligenkransje er om heen2 pater ,canisius1 eveneens in een keurig kerkje1 gekleed in schitterend1 goud-geborduurd gewaad2 een woordkunstenaar1 die alles precies beschrijft zooals hij het ziet 7een naturalist7 en door ,waan onder een vuilnisemmer is gezet2 professor ,bommeldoos die bezig is z'n eigen hersens te onderzoeken2 de rijkste man der wereld1 die zich inspint in gouden draden2 allerlei strijders voor een bepaald idee2 strijders op godsdienstig1 politiek of economisch gebied o4 a4 de sociaal-democraat ,dr4 ,felbeck die trapte en schold en raasde1 dat hem het schuim van den mond vloog2 tal van labbekakken en goedzakken die telkens een lepeltje weldadigheid of vroomheid nemen en dan weer kalmpjes inslapen4 ,beschermd door ,kennis en ,liefde4 ,koning ,waan wil ook ,johannes grijpen maar deze heeft twee dingen die hem beschermen3 het spiegeltje van ,wistik en de vergeet-mij-nieten van ,marjon4 ,kennis en ,liefde beschermen den mensch tegen de vangarmen van ,waan4 ,onder de ,socialisten4 ,markus is verder in 't laatste deel geheel de hoofdpersoon3 ,johannes raakt meer op den achtergrond en ,markus treedt handelend op4 ,hij bestraft pater ,canisius1 spreekt op de socialisten-vergadering tegen ,dr4 ,felbeck en den anarchist ,hakkema1 die volgens ,markus 't volk paaien1 vleien en honigsmeren en er zoodoende ingebeelde dwazen van maken4 ,elk herzie zich zelf4 ,het goede der aarde komt je nog niet toe1 want je zou er even goed misbruik van maken1 als zij1 tegen wie men jullie ophitst in den strijd4 ,de klassestrijd die nu gevoerd wordt1 is niet de ware1 het moet een strijd zijn van rechtvaardigen tegen onrechtvaardigen1 van wijzen en liefdevollen tegen dommen en dierlijken4 ,natuurlijk wordt ,markus niet begrepen1 zijn toehoorders zijn niet rijp voor die hooge ideen1 hij wordt beleedigd en gehoond door degenen die hij helpen wil4 ,tegen 't koningschap4 ,als slot de redevoering van ,markus tegen 't koningschap1 de hooge eischen waaraan een waar koning moet kunnen voldoen4 ,de koningsnaam komt alleen toe aan den allersterksten1 allerwijsten mensch4 ,wat hier gebeurt is niets dan waan1 niets dan blinkende schijn4 ,het is een ijdel poppenspel1 terwille van een voozen vrede1 van een gebrekkige orde4 ,want er is niemand onder u1 die de wijsheid en de kracht heeft dit volk tot rechtvaardigheid te leiden4 ,en toch draagt gij allen de verantwoording van hun verwaarloozing1 hun onwetendheid1 hun ruwheid1 hun ellende4 ,beklagenswaardig zijn de koning en de koningin4 ,en gij twee arme menschen1 bedolven onder den last uwer schijn-grootheid1 arme man6 arm1 arm vrouwtje6--de bovenmenschelijke kracht om de leugen rondom u te breken zult ge niet hebben--moge de goede ,vader1 die u zijn gratie schonk1 u hullen in vergevend erbarmen4 ,dood van ,markus4 ,markus wordt na deze redevoering zoo mishandeld dat hij naar 't ziekenhuis gebracht moet worden en na een onnoodige operatie sterft4 ,zijn dood is als die van ,christus4 ,christus stierf aan 't kruis tusschen de beide moordenaars1 ,markus op de ziekenzaal naast twee verloopen kerels1 die beiden den machtigen invloed van zijn geest ondervinden4 ,markus' lichaam gaat naar de snijkamer3 ,johannes en ,marjon hebben geen geld en ,van ,lieverleede en gravin ,dolors weigeren met kouden spot alle hulp4 ,wel gaven de armen die ,markus liefhadden zooveel ze kunnen missen1 maar 't is niet genoeg4 ,eindelijk komt de goede tante ,srna maar dan is 't al te laat1 niemand kan meer zeggen welke de deelen van ,markus lichaam zijn4 ,zoo is z'n leven n liefdedaad1 zelfs zijn lichaam strekt ten slotte tot heil van de menschheid4 ,de ,maatschappij der toekomst4 ,van ,eeden schildert ons ook nog den invloed van ,markus in de toekomst2 schijnbaar heeft hij weinig verricht1 maar 't goede zaad is uitgestrooid en zal eens vruchten voortbrengen4 ,markus zlf zegt als ,johannes uitroept3 ,maar lieve ,markus1 wat heeft het gebaat en wat zal het baten8 ,niemand zal ooit inzien wat alles beteekende4 ,niemand denkt op dit oogenblik meer om je1 noch om je woorden4 ,maar ,johannes6 herinner je je dan niet de geschiedenis van dat kleine zaadje1 het nietigste van alle zaden4 ,het valt op aarde1 het wordt vertreden1 niemand ziet het1 het schijnt geheel verloren en afgestorven in den vuilen grond4 ,maar op zijn tijd begint het te kiemen en wordt een plant4 ,en de plant draagt nieuwe zaden1 die de wind verspreidt4 ,en de nieuwe zaden worden nieuwe planten1 en de gansche aardbol wordt te klein voor de macht van wat er voortkwam uit dat nietige zaadje4 ,het vonkje is gevallen en gloeit voort in 't verborgen4 ,het zaadje ligt in de duistere aarde en wacht zijn tijd4 ,hoe ,van ,eeden zich die toekomst voorstelt zegt hij ons ook4 ,johannes droomt dat hij ,windekind terugvindt en deze laat hem zien hoe 't er op aarde na duizend jaren zal uitzien4 't ,is heel natuurlijk dat juist ,windekind en niet ,wistik ,johannes begeleidt3 de kennis kan ons iets zeggen over het verledene1 zooals ,wistik het deed toen hij ,johannes naar 't oude ,griekenland voerde1 maar de fantasie alleen kan ons voorgaan in de toekomst4 ,de menschen4 ,de menschen in dat land der toekomst zijn geheel anders dan tegenwoordig3 ze lijken veel op de schoone1 krachtige ,grieken1 maar hun gezicht is ernstiger1 met oogen vol gedachten4 ,en dan3 allen lijken ze op ,markus1 alsof het en groot gezin is4 ,hun kleeding harmonieert met de natuur2 de loshangende fijn-grijze1 zacht-bruine en stemmig-groene gewaden misstaan niet in de teere tinten van 't landschap4 ,de mannen hebben volle baarden1 de vrouwen hebben hunne vlechten om 't hoofd gewonden en allen dragen ze kransen4 ,en met de natuur4 ,de natuur is schoon als in den tijd toen men ,pan nog eerde4 ,geen scherven en neergeworpen papieren ontsieren de duinen1 overal zijn breed-schaduwende boomen1 soms tot uitgestrekte1 koel ruischende loovermassa's vereenigd2 kleurige bloemen en rijk bloeiende heesters groeien in 't wild en tusschen dat alles zijn de blanke menschenhuizen gezaaid4 ,ze zijn niet meer als vroeger tot steden opgehoopt1 ieder mensch kan van de natuur genieten2 fabrieken met hun hooge schoorsteenen en vuilen rook ziet men niet1 de menschen hebben 't middel gevonden om hun werktuigen te drijven zonder dat ze de zwarte steenkool behoeven te branden4 ,verdwenen zijn ook de spoorwegen en de zwart-berookte stations3 in plaats van de puffende lokomotief ziet men sierlijk gebouwde luchtschepen1 die als groote blanke vogels zweven door 't luchtruim4 ,de menschen hebben geleerd van de natuur4 ,het was de schuld der menschen zelf1 toen ze zoo misstonden in de natuur4 ,want ze hadden er geen eerbied voor1 en bedierven haar uit domheid4 ,nu hebben ze er van geleerd hoe zij zelf schoon en natuurlijk moeten zijn1 en ze hebben haar te vriend gemaakt4 ,hun kinderen hebben geleerd1 van de vroegste jeugd af1 geen bloem of blad noodeloos te schenden en geen dier noodeloos te dooden1 en altijd zorgen dat zij waardig zijn tusschen al die mooie en sierlijke dingen te verschijnen4 ,heilige eerbied voor al het schoone en vooral het levende is nu bij hen het strengste gebod4 ,zoo is er vrede ontstaan tusschen mensch en natuur1 ze leven nu met de natuur in innig verkeer en hinderen elkaar niet4 ,staatsbestuur4 ,in den politieken toestand is verandering gekomen4 ,staten bestaan niet meer1 de menschen zijn en groot huisgezin geworden4 ,en ze kunnen dat1 want in hen woont de geest van den ,broeder4 ,wij allen hebben den ,vader lief met al ons hart en al ons verstand en terwille van ,hem hebben wij elkander lief als onszelven1 is hun zinspreuk4 ,koningen hebben ze1 maar ,koningen zooals ,markus die schilderde in zijn redevoeringen over het koningschap4 ,johannes ziet de vijf ,koningen 7dit zijn geen koningen van vijf verschillende staten1 maar samen besturen ze het geheel7 en ,windekind zegt hem3 ,dit zijn de edelsten1 de wijsten1 de sterksten1 de schoonsten1 de waardigsten onder de menschen4 ,het zijn zij1 die alle menschelijke vermogens in volkomenste harmonie vereenigen4 ,zij zijn dichters1 meesters van het woord1 wijzen1 die de zeden zuiveren en verheffen1 regelaars van den arbeid1 wegwijzers in bedrijf1 in wetenschap4 ,niet allen zijn ze even voortreffelijk en niet altijd zijn er zooveel4 ,men zoekt en verheft de besten4 ,maar ze voeren geen staat1 ze hebben geen hof1 geen paleis1 geen leger1 geen rijk4 ,hun troon is waar ze zich nederzetten1 hun rijk is de gansche wereld1 hun macht is de schoonheid van hun woord1 hun wijsheid en de liefde van alle menschen4 ,de godsdienst4 't ,middelpunt van de nieuwe maatschappij is een prachtig eiland in de ,middellandsche zee1 waar de vele tempels staan gewijd aan de ,grooten onder de menschen1 de dichters1 wijsgeeren1 componisten en ook de machtigste onder deze tempels1 waarop de gulden vlam flikkert1 het zinnebeeld der brandende liefde4 ,brandende liefde voor den ,vader1 maar ook voor de medemenschen4 ,alle jaren trekken duizenden naar dit paradijs en als de zon haar hoogsten stand bereikt heffen allen een machtig koraal aan1 statig1 ernstig1 machtig1 en eenvoudig--dat als een stem opstijgt in de lichte gewelven1 als een danklied en een gelofte tevens1 een hernieuwing van den liefdeband tusschen ,god en menschen voor den nieuwen jaarkring4 ,allen voelen zich dankbaar en gelukkig1 als kinderen in een liefderijk gezin1 onder ,vaders zegen4 ,het werk van ,markus4 ,en dat alles is het werk van en1 dat heeft uw goede ,broeder gedaan1 zegt ,windekind tot ,johannes4 ,het zaadje is ontkiemt1 heeft wortel geschoten1 is een plant geworden die nieuwe zaadjes heeft voortgebracht en de gansche aardbol voelt de macht van dat nietige zaad4 ,eens zal ,markus' geest op aarde zegevieren4 ,,querido ,,en ,,zijn ,,menschenwee4 ,auto-didact4 ,jeugd4 ,querido is geheel een auto-didact4 ,in #ahgc werd hij in een ,amsterdamsche arbeiderswijk geboren1 en zijn vader1 een diamantbewerker1 kon hem slechts een arbeidersopvoeding geven4 ,isral ging tot zijn #ab;e jaar op een volksschool en moest toen een ambacht leeren4 ,hij hield veel van muziek1 hoopte violist te mogen worden4 ,maar zijn moeder1 die streng ,joodsch was1 had godsdienstige bezwaren en ,isral moest zijn muzikale droomen vaarwel zeggen4 ,hij kwam op de ,christiaan-,huygensschool en werd gedurende anderhalf jaar opgeleid voor horlogemaker4 ,toen kreeg hij bij ongeluk een stukje gloeiend staal in zijn oog1 waardoor een operatie noodzakelijk werd en hij zoo'n angst voor 't vak kreeg1 dat zijn vader hem wel van de school moest nemen en besloot hem in de leer te doen bij een diamantklover4 ,nu overdag op de fabriek en verder4444 studeeren4 ,alle vrije tijd werd besteed aan studie1 alles zelfonderricht4 ,huwelijk4 ,voor zijn twintigste jaar was ,querido getrouwd4 ,een tijd van geluk scheen te zullen komen4 ,querido vestigde zich als juwelier1 maar4444 bleef dat slechts kort4 ,de zwarte tijd4 ,de zaken gingen niet goed1 weldra slecht4 ,en geen wonder3 de kunstenaar was geen man van zaken en bovendien--als vele kunstenaars--geen financier4 ,ten slotte een financieele catastrofe1 een bankroet4 ,nu volgde de zwarte tijd1 de tijd van bittere armoe1 van werkelijk gebrek lijden1 te erger omdat ook een kindje was geboren4 ,querido heeft zelf dezen jammer-tijd beschreven in zijn ,kunstenaarsleven4 ,kunstenaarsleven4 ,kunstenaarsleven is voor een goed deel autobiografisch3 ,maurice ,fleury is ,querido4 ,enkele aanhalingen uit dezen roman kenschetsen 't leven van ,maurice en tegelijk dat van ,querido na 't bankroet4 't ,was altijd kommer1 honger en zorg1 zorg1 kommer en honger6 ,maanden op maanden werd er niets geslikt dan droog brood4 ,soms was er rijst uit water1 en wat pannekoek1 zouteloos en grauw4 ,bij iedere schel vrees voor 'n plebesche aanval van 'n straatcrediteurtje1 'n woest stemgekrijsch aan de trap beneden1 'n te pronk zetten als afzetters en zwendelaars4 ,verder wordt verteld1 hoe ,maurice door werken aan een krant toch iets verdiende1 hoe hij zich schaamde voor de anderen op 't bureau over zijn kleeren1 zijn afgetrapte schoenen1 zijn boterhammen4 ,op 't bureau wist ie niet gauw genoeg zijn droge boterhammen te verslikken1 dat ze maar niet zouden zien1 hoe 't bij hem iederen dag koekoek-n-zang bleef4 ,kwam ie 's middags thuis1 dan werd 't wr brood en 's avonds wr brood1 soms met 'n stukje gesmolten vet1 omdat vuile boter en gemeen knoeisel1 zelfs al kon-ie 't gepoft krijgen1 toch niet door zijn keel ging4 ,ook ,querido kreeg een baantje aan 'n krant2 verslaggever en berichtjesopscharrelaar voor ,de ,amsterdammer4 ,later mocht hij soms een letterkundige kroniek schrijven en werd medewerker aan de ,controleur en ,de ,kunstwereld4 ,en daarna4444 redacteur van een tappersblaadje ,vergunningsrecht6 ,de kunstenaar in dienst gesteld van de kroeg4 ,gedichten4 ,en gedurende al dien tijd3 zelfstudie en zelfs--welk een bewonderenswaardige1 onverwoestbare energie--productie4 ,al vroeger had ,querido onder 't pseudoniem ,theo ,reeder ,gedichten uitgegeven1 waarin ,kloos zijn beginsel3 pozie is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie1 streng was doorgevoerd4 ,woorden vooral gebruikt om den klank1 om de muziek en juist daardoor voor anderen dan de schrijver zelf moeilijk te begrijpen4 ,na deze gedichten komen de ,meditaties over literatuur en leven1 uitvoerige1 diepgaande critieken1 meest geschreven in den bovengeschetsten tijd van ellende4 ,levensgang4 ,eindelijk is 't ergste voorbij2 de ,meditaties trekken de aandacht1 men voelt dat hier een kunstenaar aan 't woord is4 ,men begint over ,querido te spreken2 het valt hem gemakkelijker stukken geplaatst te krijgen4 ,ondertusschen begint hij aan een groot werk1 een roman uit het leven van de diamantbewerkers1 dat hij zoo goed kende4 ,levensgang wordt geschreven4 ,een hoog doel stond hem voor oogen4 ,hij wilde uitbeelden de verdierlijking1 de afschuwelijke ontaarding eener menschengroep en tegelijk als tegenmotief1 de stijging van een maatschappelijk-gezonkene1 dor de kracht van het revolutionnaire beginsel1 mistastend bij 't begin in de keuze van middelen1 maar na volgroeid weten de idealiteit doorschouwend1 in overtuiging van deze eenmaal te zullen bereiken2 ten slotte in wederkeerige ontbloeing van liefde tusschen den zoon van proletarirs en de dochter van den juwelier een symbool van verzoening der twee n vijandige groepen1 eene verzoening1 eerst dan bereikbaar1 zoo de rijke1 eigen weelde verlatend1 zich te verheffen weet tot 't idealistisch levenssentiment van den arme4 ,tendenzwerk4 ,men ziet1 in ,levensgang is een socialistische strekking--,querido werd in #ahig lid van de ,s4 ,d4 ,a4 ,p4--en toch is 't geen tendenzwerk in de gewone beteekenis4 ,in de inleiding van ,levensgang spreekt ,querido over dergelijk werk4 ,hij acht3 tendenzen1 dat wil zeggen3 principen in een ziel1 die niet geworden zijn tot levende vormen van voelen1 denken en handelen in mensch en groep1 in hun beelding rampzalig1 in welke kunstuiting ook1 hij wil niet geven aangekleede principen1 maar leven1 schuchter1 weifelend1 juichend of weenend leven4 444 den zielsgang van een proletarir zelf1 zijn groei en bekeering1 zijn worsteling uit anarchisme naar socialisme1 toestanden en gebeurtenissen1 die voorkomen en voorgekomen zijn onder proletarirs en dus geheel tot het levende leven behooren4 ,de strekking komt dus in de tweede plaats4 ,eerst de uitbeelding van 't werkelijke leven1 maar juist daardoor de lezers brengen tot meeleven1 tot begrijpen van 't vele verkeerde op maatschappelijk gebied4 ,querido1 de man uit het volk1 die zelf veel geleden heeft is wel de aangewezen kunstenaar om te laten zien hoe goddelijk het streven der armen is1 hoe hoog zij willen1 hoe zij eigenlijk zuivere ideaal-dragers zijn2 die menschen1 die met alles in zich strijden voor recht en voor geluk en al wat mooi is en grootsch in 't leven4 ,ziekte4 ,toen ,querido 't eerste deel van ,levensgang geschreven had1 werd hij ziek1 zenuwziek4 ,geen wonder na dien langen tijd van ellende en overspannend werken4 ,aangrijpend is die periode uit zijn leven ons door den kunstenaar zelf geschilderd in een werk1 dat weer voor een groot deel auto-biografisch is3 ,zegepraal4 ,vooral zijn wanhoop1 de machtelooze pogingen om te schrijven en dan weer de onverbiddelijke1 knellende band1 als van metaal1 die zijn moe hoofd omknelt4 ,en daarbij weer geldzorgen4 ,de financieele toestand was iets verbeterd1 de uitgever gaf een vrij goed honorarium voor den roman1 maar door de ziekte veranderde alles1 't geheele honorarium werd opgeteerd1 zelfs dat voor 't niet geschreven tweede deel en nog geen uitkomst4 ,querido wilde weg uit ,beverwijk1 waar hij toen woonde1 naar ,amsterdam2 misschien zou hij daar beter worden4 ,hij kreeg hulp van vrienden1 zoodat hij een half jaar verpleegd kon worden en hoewel de kamer in de rumoerige ,pijp niet erg geschikt was voor een zenuwlijder1 knapte hij toch langzamerhand op4 ,het gevaar was geweken1 de werkkracht keerde terug4 ,querido's energie had niet geleden3 het tweede deel van ,levensgang was spoedig geschreven4 ,beroemd als schrijver4 ,in vele tijdschriften werd de roman besproken1 gunstige critieken verschenen1 ,querido's naam als schrijver was gemaakt4 ,natuurlijk was 't ook 'n gebeurtenis van materieel belang2 zijn uitgever werd scheutiger1 zoodat ,querido rustig kon beginnen met zijn voorstudies van een roman van 't land4 ,gedurende zijn verblijf in ,beverwijk had hij geleefd tusschen de tuinders1 nu breidde hij zijn waarnemingen uit1 trachtte heel hun leven te doorgronden4 ,zoo ontstond ,menschenwee1 uitmuntend door breedheid van opzet1 door juistheid van psychologische waarneming en vooral door taalvirtuositeit4 ,vandaar ook hooge lof bij de critici en veel aanzoek om medewerking aan tijdschriften en dagbladen4 ,redacteur van ,op de ,hoogte1 medewerker aan ,de ,gids en ,groot-,nederland1 letterkundig ,croniqueur van ,land en ,volk1 later van ,het ,handelsblad4 ,de zwarte tijd was voorbij1 de tijd van schittering gekomen4 ,in vollen bloei vertoont zich ,querido's talent in zijn meesterwerk ,de ,jordaan4 ,menschenwee4 ,menschenwee verplaatst ons naar de ,hollandsche geestgronden waar ,querido eenige jaren gewoond heeft 7,beverwijk74 ,er wordt ons in verhaald van 't leven der tuinders in 't dorpje ,wiereland1 speciaal van n familie1 de familie ,hassel3 ou ,gerrit1 zijn vrouw1 de drie volwassen kinderen in huis3 ,dirk1 ,piet en ,guurt en dan vooral de oudste1 al getrouwd1 ,kees de ,strooper4 ,ou ,gerrit4 ,ou ,gerrit is in vele opzichten een notabel ingezetene van ,wiereland1 hij heeft een eerwaardig uiterlijk 7zilveren haren en een grijzen1 langen baard71 is altijd een vlijtige1 oppassende tuinder geweest1 heeft door jaren lang ploeteren eindelijk wat grond kunnen koopen4 ,de menschen vertrouwen hem2 hij is zelfs diaken geweest4 ,slechte financin4 ,maar ze kennen ou ,gerrit niet4 ,vooreerst niet zijn financin4 ,hij heet wel een eigen stukje grond te hebben1 maar4444 't is niet van hem4 ,hij heeft een hypotheek genomen en de notaris laat 'n boer1 dien hij eenmaal vastheeft1 niet gauw weer los4 ,hassel is niet altijd even fortuinlijk geweest1 soms was de oogst onvoldoende1 dan weer ziekte met hooge doktersrekeningen als nasleep4 ,zoo kan de hypotheek-rente niet geregeld betaald worden2 bovendien heeft hij van den notaris nog geld geleend1 waarvan de rente al dertig jaar niet betaald is1 dan nog geld voor een paar koeien1 achterstallige pacht voor gehuurd land4 ,de notaris heeft hem heelemaal in zijn macht en misschien is er wel opzet in 't spel1 want de rente van 't geleende geld is nooit opgevraagd4 ,een goed middel om ,gerrit ,hassel1 als 't noodig mocht zijn1 in bedwang te houden4 ,dat de oude tuinder het zelf zoo opvat1 blijkt uit z'n woede-uitbarsting1 als notaris ,beemstra hem niet meer helpen wil4 ,beemstra is vooral gebeten op ,hassel1 omdat hij meent dat die redding gezocht heeft bij een concurrent1 een nieuwen notaris en verwijt dat zijn clint4 ,hoho6 daa's jokkes6 barst ou ,gerrit uit1 plots driftig van z'n stoel opveerend1 ik heb je nieuwe kukkerint heeldergaar nie sien4444 hai waa's d'r selfers main komme opzoeke6--,no1 no d je 't weute wil4444 ik zeg mor4444 daa's 'n kerel4444 die help je nie van de wal in de sloot444 die gaif je nie los geld niet sonder d4444 d je ooit vraogt wort4444 hoe of w van rinte4444 moar oa's je je effe buuten menair de noatoaris w doen wil4444 kraig je de raikening thuis4444 juustemint6 juustemint aa's tie weut d4444 je da je4444 niks hept64444 ,nainet menair4444 soo hew4444 hew je d'r al veul van onster slag stroatarm makt4444 jai gaif d'r losse4444 duutjes4444 mit vaif prsint4444 ,mar soolang oploope4444 tu je weut4444 daa't kan he8 ,hoho6 soo hew je d'r veul van onster slag f'rmoord4444 moar4444 die kukkerint4444 daa's 'n fint6 die hellept d'r nou4444 bai de boonestorm aa's 'n engel6 ,enne wai4444 wai kenne d'r van jo nie los4444 wai sitte an jou vast aa's pek6 weut jai8 jai haalt d'r 't fel of 'r onster oore4444 hoho6 jai frai d'r de noagels van onster flees4444 jullie bint bloedsuigers gor1 daa's min weut6 ,een half jaar voor deze woorden gezegd werden1 had ou ,gerrit nog hoop2 hij zat er wel leelijk in1 maar in een goed jaar kan een tuinder heel wat ophalen4 ,en 't ging wel1 niet alles was even goed geweest1 nachtvorsten o4 a4 hadden hem heel wat scha gedaan1 maar de boonen1 waarop z'n hoop gevestigd was deden 't goed4 ,en dan plotseling1 #ca ,augustus1 een geweldig onweer1 een windhoos1 al 't gewas vernield1 vier millioen boonen had ie moten leveren1 voor de fabriek4 ,nou kon ie er misschien 'n paar honderd duizend halen4 't ,is gedaan met ,gerrit ,hassel1 ieder weet1 hoe groot zijn schade is1 dat hij dezen slag niet te boven zal komen4 ,notaris ,beemstra weet 't ook2 nu is 't tijd te zorgen1 dat de hypotheekgelden en de schulden opgevraagd worden1 ,hassels grond en goederen zullen bij een verkooping nog juist genoeg opbrengen4 ,wachtte men een jaar1 dan zou hij ng meer achteruitgegaan kunnen zijn en de notaris schade lijden4 ,kleptomanie4 ,er is iets anders met ,hassel1 dat niemand van de dorpsbewoners1 zelfs zijn huisgenooten niet weten en dat hem nog dieper zal doen vallen dan de boonenstorm3 ou ,gerrit is een dief4 ,geen gewone dief1 die steelt uit winstbejag1 maar iemand1 die steelt om 't stelen1 een kleptomaan4 ,de steelzucht domineert bij ,hassel4 ,wat er ook gebeurt1 welke ongelukken hem ook treffen1 het genot de gestolen dingen soms te kunnen zien1 ze te kunnen liefkoozen troost hem telkens4 ,hij bewaart ze in den kelder in een donkeren hoek1 waar nooit iemand komt1 en 's nachts1 of overdag als hij zich onbespied weet1 sluipt hij er heen om met gretige oogen en handen ze te zien en te betasten1 als een vrek zijn goudstukken4 ,w kon ie lolle1 lolle1 soo in 't donkere hok1 tusschen zijn gestolen rommel in444 ,wa genot6 om te stikke6444 ,w spulle6 ,w' kon die 'r mee doen4444 ,nee1 toch niks doen d'r mee4444 ,alleen maar hebbe1 wte1 al maar wte en beseffe1 dat 't van sain was4444 dat ie 't kaapt had van andere4444 andere4444 kristis1 w lol1 w' salig4444 ,so maar had ie 't gegannift van 'n are en nou was 't van sain1 van hm1 van hem1 van sain4 ,wat zoet1 wat zalig zoet dat toch was1 dat nemen6 ,hoho64444 ho4444 ho4444 ,van g'n waif1 van g'n man hield ie zoveul64444 ,da gappe44444 puf64444 naar je toe4444 ,en zoo verborgen weg duufele in je eige kelder444 ,en dan444 aas de menschen je vrage en zegge4444 ,hai je al hoort84444 da's stole of dit is stole1 dan verbaasd meekijke en lache1 en dan zoo zeker wete dt se hem1 hm1 mit z'n grijze kop1 z'n faine naam net soo min verdenke1 aa's den bestolene self34444 en dan lol1 brandend lollig van binne1 da' niemand je sien hep4444 niemand1 nooit niks64444 ,en dan l maar meer lachen om een grappie ertusschen en schudde1 met de zilveren haren1 en dan1 daardoor heen1 maar geniete1 bij 't spreke der over4444 en wrijve door de baard1 en zalig1 zoet van binnen wete3 jonge1 kerel1 d hep ji nou14444 d' lait nou stikumpies op z'n rug1 bai jou4444 ,niemand verdenkt hem en juist daardoor krijgt hij soms een prachtige gelegenheid iets weg te kapen4 ,zoo als tuinman bij de familie ,bekkema1 op villa ,duinzicht4 's ,winters stond de villa leeg en de oude1 vriendelijke ,gerrit had 't toezicht4 ,een post van vertrouwen4 ,de weduwe ,bekkema vertrouwde hem zoo1 dat hij de heele boel voor d'r afsloot1 alle kamers en kasten1 en alles het voor- en najaar onder zijn toezicht liet schoonmaken4 ,wat had ie al meegepikt6 ,altijd loert de ou rond1 of er ook iets te gappen is4 ,alles is van z'n gading1 vooral alles wat blinkt4 ,eergisteren nog had ie 'n paar mooie ronde bollemanden gekaapt1 'n stel uitgeschuurde klompen en 'n nieuwe overschieter4444 ,zoo in de zon had ie staan blinken1 de overschieter6 ,dan 't mooie gouden potloodje1 dat de notaris bij de houtverkooping liet vallen4 ,en vooral al die blinkende dingen op de kermis4 ,zondag van 's avonds acht1 tot twaalf had ie d'r rondgekuierd4444 ,dertien dingen meegepikt4 ,twee prachtige nikkelen dompers1 'n heel stel koperen vruchtevorkjes1 op rood satijn1 er in gegleufd3 twee kleurige kandelers1 'n nikkelen wekkertje1 'n mooie doos met spullen d'r in1 zonder dat ie wist waar ze toe dienden2 maar 't had 'r prachtig staan glimmen1 met aldegoar gouden slootjes4 ,ontdekking4 ,steeds sterker wordt de zucht tot stelen bij ou ,gerrit1 aan gesnapt worden denkt hij niet meer1 als hij iets ziet1 dat blinkt1 moet hij 't hebben4 ,dat voert ten slotte tot de ontdekking4 ,hassel weet zich als bij zooveel anderen1 ook in te dringen bij den fotograaf ,van ,gooyen1 die natuurlijk niet de minste achterdocht koestert tegen den ouden man1 met zijn eerwaardig uiterlijk4 ,maar ,gerrit steelt wat hij krijgen kan3 een goudtientje1 een platenboek met ansichten1 een sigarenkoker1 een stok1 overschoenen1 een zilveren pijpje1 een zijden doek6 ,en eindelijk f #hf uit een geldkistje en de lens van 't fotografietoestel6 ,alles op klaarlichten dag4 't ,moest spaakloopen en 't gebeurt ook3 ,van ,gooyen betrapt ou ,gerrit1 twee metselaars zijn getuigen1 de burgemeester komt den braven ou halen1 onder 't geschreeuw van de jongens op straat wordt hij naar 't hok gebracht4 ,vrouw ,hassel4 't ,gaat naar beneden met de familie ,hassel4 ,vrouw ,hassel is een ongelukkig1 suf menschje geworden1 onherstelbaar ziek1 lijdend aan hersenverweeking4 ,vroeger een gezonde vrouw1 een zuinige huismoeder1 nu een verschoppeling4 ,niets kan ze meer onthouden4 ,eerst dacht ze dat 't aan haar zelf lag en dan wou ze onthouden1 maar langzaam voelde ze 't ontglippen en was er niets meer in 't hoofd dan een wezenloos gedoezel4 ,een vreeselijke angst kwelt haar1 want soms hoort ze plotseling een krijsch1 een snauw1 een scheldwoord4 ,de stem van haar zoons1 van ,guurtje of van haar man4 ,want de huisgenooten begrijpen de ziekte niet1 denken dat 't luiheid of slaperigheid is1 als ze iets wat gevraagd is1 niet gedaan heeft2 ergeren zich aan de suffe1 huilerige vrouw4 ,de kinderen4 ,dirk en ,piet zijn sterke kerels1 maar ook zij zullen wel ondergaan4 ,stille zuipers1 zegt ,guurt4 ,vooral ,dirk heeft aanleg een woeste drinkebroer te worden4 ,en ,guurt1 de sluwe dorps-,carmen1 de mooie twintigjarige ,guurt1 met haar dames-hoofdje1 haar prachtig goudhaar1 haar lichten lach1 haar fijne trekjes en blauwe oogen-vreugd1 met 'r hoogzwaar1 frisch boerinne-lijf1 die een meneer wou hebbe2 'n meneer met mooie mesjette1 in nette kleere1 en ringe om se hande4444 'n faine hoed4444 'n faine jas1 die mevrouw wou worden en meiden in dienst wilde hebben1 wordt op straat door de jongens nagejouwd3 ,je foder hep stole6 jou foder is d'r 'n laileke dief4 ,d'r sekretarie-heertje keek 'r niet meer aan1--stel je voor1 de dochter van 'n dief6--en maakte heele omwegen als ie haar al van verre zag aankomen4 ,kees de ,strooper4 ,een prachtfiguur is ,hassels oudste zoon1 ,kees de ,strooper4 ,ver steekt hij uit boven de ,hassels en de andere ,wierelanders1 een reus1 uiterlijk en innerlijk4 ,een echt natuur-mensch met ontembare vrijheidszucht4 ,een onbewuste opstand-natuur4 ,en toch welk een teerheid in dien reus voor z'n ziek jongetje1 ,wimpie4 ,wimpie1 tot ruim zes jaar1 als 'n mol zoo dik geweest1 in 'n korten tijd door z'n hevige heupziekte ram-mager uitgeteerd4 ,wat hadden ze 'n schik in 'm gehad vroeger44444 ,net 'n bonk spek1 zoo lollig vet als ie was4 ,toen flap6 in eens 'n heupziekte1 die 'm uitmergelde1 zijn voeten en armpjes tot stokjes1 zijn heele rechter dijtje wegschrompelde1 vergroeien liet4 ,als 'n vingertop er maar tegen raakte1 gilde ie4 ,zoo al drie jaar lag ie in z'n donkeren vunzen krothoek te groeien1 maar te vergaan1 meteen werd 't manke bedje te klein voor zijn lijf1 duizelde om 'm kinderlawaai en gekrijsch4 ,altijd gekrijsch in huis1 want ,kees heeft een treurig huwelijksleven4 ,een vrouw1 die hij haat1 negen kinderen en dan in huis een half idiote altijd rochelende schoonvader en een helhaak van een schoonmoeder4 ,daarbij nog verschil in godsdienst tusschen man en vrouw1 altijd ruzie1 altijd gekijf en gevloek in huis4 ,en eindelijk3 vaak geen werk1 vooral 's winters niet en dan hongerlijden4 ,en echt leven-van-ellende4 ,niets moois is er in z'n leven dan de liefde voor ,wimpie4 ,als ,wimpie sterft1 is voor ,kees alles uit4 ,kees de ,strooper wordt een dronkenlap1 iederen dag zwaaiend door de straatjes1 gesteenigd door straattuig1 beschald en verschooierd2 ,kees1 die ze vroeger nooit dronken hadden gezien4 ,,de ,,vlaschaard4 ,de landstreek4 ,in de ,vlaschaard heeft ,stijn ,streuvels ons uitgebeeld het leven van de ,zuid-,vlaamsche boeren tusschen wie hij woont4 ,zijn landhuis 't ,lijsternest staat te ,ingoyghem bij ,kortrijk2 voor dien tijd woonde hij als de pasteibakker ,frank ,lateur te ,avelghem1 een uur van zijn tegenwoordige woonplaats gelegen4 ,zijn heele leven heeft hij in die streken doorgebracht en hij kent de bevolking dus door en door4 ,de omstreken van ,ingoyghem behooren tot 't schoonste deel van ,vlaanderen3 't is een heuvelachtig land1 de grond is uiterst vruchtbaar1 de boeren zijn er welgesteld en wonen op groote hoeven4 ,in de ,vlaschaard is duidelijk te bemerken dat deze streken beschreven worden1 zoo b4v4 in 't begin van 't prachtige hoofdstuk ,bloei4 ,ze 7de hoeven7 staan verzaaid over heel de streek1 verre van elkaar en op hun eigen afgezonderd door veel opene lucht en vlakke velden4 ,naamlooze1 onbekende dingen zijn het1 stomp van vorm1 langs heel den overkant der ,schelde tot op 't hooge van den heuvelrand waar de wereld eindigt4 ,en verder3 ,een breede wal omsingelt de bouwing en de groote stevige poort1 achter de steenen1 als eenige toegang1 beveiligt het heele gedoe4 ,de huizen en kaveeten van kostwoners en lijfeigenen staan er rond geschaard en daar woekert en wemelt het van jongens die leven van den afval der groote doening omdat vader en moeder er helpen werken4 ,ieder van die boeren is een koning1 wiens wil op zijn doening de eenig geldende is4 ,invloed der ,natuur op de menschen4 ,streuvels' werk is niet enkel natuurbeschrijving1 en evenmin een roman in die beteekenis dat er een bepaald geval in verteld wordt1 maar het leven van zijn boeren is innig samengeweven met de omgeving4 ,de hoofdpersoon in zijn werk is de ,natuur1 die alles voortbrengt en waarvan alles afhangt4 't ,gevolg hiervan is dat de personen in zijn werken een vrij lijdelijke rol spelen en dat de zaken dikwijls een heel andere wending nemen dan men zich dat in 't begin dacht4 ,niet het karakter en de daden van de menschen beheerschen de gebeurtenissen1 maar een hoogere macht1 die soms plotseling ingrijpt en alle berekeningen doet falen4 ,dat vooral is 't grootsche1 't epische in ,streuvels werk en dat maakt het tevens zoo war1 zoo ongezocht4 ,streuvels geeft het lven weer1 geen bedacht gevalletje4 ,de boer afhankelijk van de ,natuur4 ,wie is meer afhankelijk van de ,natuur dan de boer8 ,laat hij zich inspannen tot het uiterste1 laat hij alles zoo nauwkeurig berekenen en overleggen als mogelijk is2 n enkele hagelslag vernielt in een paar minuten 't werk van maanden4 ,iedere boer doet dus alles zoo goed hij kan1 maar voor 't overige leert hij wel berusting door de harde praktijk4 ,hij moet langzamerhand wel een fatalist worden die zich aan alle slagen van 't noodlot onderwerpt en met taaie wilskracht na elken slag zich weer op tracht te werken4 ,dat fatalistische blijkt duidelijk uit de ,vlaschaard4 ,zoo bv4 dadelijk in 't begin waar van den ouden ,vermeulen die al dagen lang uitkijkt naar de lentedagen1 gezegd wordt3 altijd moet hij vechten en volhouden en op 't einde blijven staan in gedwee afwachting en de domme machten laten meesteren over zijn werk1 over zijn have en goed4 ,als het vlas gezaaid is1 is voor den boer 't groote werk gedaan1 hij kan niets anders doen dan afwachten4 ,de groote elementen mogen nu vast hun werk doen daarbinst de boevers 7knechten7 en werklieden elders bezig zijn en de boer leeft van nu voort in volle rust want zijn vlaschaard heeft hij nu toevertrouwd aan de zorg van den grooten ,baas die daar hooge1 den eeuwigen gang der dingen beheerscht en beheert4 ,ook als het wieden gedaan is en de boer zich heeft afgesloofd om zijn vlasplantjes groeiruimte te geven komt er weer een tijd van afwachten1 van berusten4 ,vandaar in ,bloei een zin als deze3 't ,overige moesten ze afwachten3 heel hun bedrijf1 al hun werken en onkosten 't stond buiten aan 't genadig of 't ongenadig wisselspel van 't lot overgelaten4 ,met hunne handen konden ze er niets aan helpen4444 ,in 't geheele werk voelen we die geweldige oppermacht van de ,natuur3 al die koppige boeren met hun onbuigzamen wil kunnen feitelijk zoo weinig aan 't al of niet gelukken van hun oogst doen2 over hun arbeiders gebieden ze onbeperkt en zelf staan ze vaak machteloos4 ,met hoeveel zorg had boer ,vermeulen zijn hoogkouter bewerkt en toch schijnt het dagenlang of er niets van 't vlas terecht zal komen2 later als de slijting komt1 wil hij 't niet verkoopen1 zijn vlas moet het meeste opbrengen2 en hagelbui dwingt hem 't gewas tegen een veel geringeren prijs van de hand te doen dan hij een paar uren vroeger kon bedingen4 ,men zou1 oppervlakkig gedacht1 zeggen dat een dergelijke fatalistische levensbeschouwing de boeren allen tot hopelooze pessimisten zou maken1 maar dat is volstrekt niet het geval4 ,en dat doet ook weer de ,natuur4 ,wel wordt de landman immers soms geweldig door de harde slagen van 't ,lot geteisterd1 maar de ,natuur blijft voor hem toch de schenkster van al 't goede1 en heerlijke zonnedag verdrijft met zijn levenwekkende stralen al de zwaarmoedige gedachten van den boer3 hij ademt met volle teugen de zuivere lucht in1 hij ziet zijn vruchten groeien4 ,alles in de ,natuur is op zoo'n dag vol vreugde en geluk1 alles straalt en lacht om hem heen3 hoe zou de natuurmensch dan kunnen treuren8 ,pessimisme4 ,streuvels beweert dat het pessimisme een ontaarding is1 bij den mensch die buiten de natuur leeft4 ,pessimisme wordt geboren uit nadenken1 uit ontleden1 is eene ontaarding bij den mensch en woekert ook het weligst ver van alle natuurlijkheid1 ver van de bron van 't leven 7de natuur7--in de wantoestanden die de opeenhooping 7de stad7 te weeg brengt3--,stel mijn buitenmensch met zijn breeden zwaai bij 't werk1 zijn vrijheid om te roepen en te kijken over de velden1 stel hem tegenover een bureelschrijver die niets kent dan den drang der werkuren en de verveling der fabrieksatmosfeer1 met niets als blijheid1 dan 't geen hij met 't overschot van zijn geld1 koopen kan--daar ontstaat de jacht en het uitrekenen om te winnen1 in plaats van het schoone1 ronde zich-laten-gaan en te leven zonder meer1 gelijk de landman die werkt1 niet uit plicht maar uit levensnoodwendigheid1 het voelt en ge zult het verschil inzien en zeggen wat er 't beste en 't menschelijkste is der twee machten4 #ao4 de natuur1 de wreede maar levensstuwende macht en bron van vreugde2 #bo4 de blinde1 de hopelooze of duizendkoppige vernieler die kracht en leven opslorpt om iets voort te brengen waarvan de werker noch nut1 noch vreugde beleeft4 #ai 't ,levenwekkende der ,natuur4 ,dit levenwekkende van de ,natuur1 het werken van den boer als levensnoodwendigheid en 't genot van zijn werk doet ,streuvels in ,de ,vlaschaard telkens uitkomen4 ,zoo b4v4 de invloed van een heerlijken lentedag op den jongen boer ,louis ,vermeulen1 die door zijn vader als een kwajongen wordt behandeld en wel reden heeft tot morren4 ,met volle longen snoof hij de lauwe lucht en voelt den jongen wind langs zijn hoofd spelen4 ,de lente deed hem deugd en werkende1 gevoelde hij een nieuwe kracht ontwaken in zijn jong gemoed3 daar welde 't geluk en de levenslust en de onbedachte overmoed naar boven gelijk het leven in 't nieuwe jaargetijde rondom hem4 ,zoo ook het eerste buitenwerk voor de knechten1 't is geen tredmolen1 maar juist als in de ,natuur1 't begin van een nieuw leven4 ,heerlijk om begaan voldoen de landwerkers den inzet van het jonge jaar4 ,niemand dacht er aan dat 't herbeginnen en herdoens was van 't geen ze zooveel jaren reeds begingen--een werk dat in gedurigen draai weerkeert4 ,ze hadden er zoo lang naar gehaakt als naar een nieuw leven waarvan ze weerom volop genieten zouden4 ,vooral ook de zaaitijd1 als de zaaiman zijn gangen gaat1 vastberaden en bewust van zijn jonge dadenkracht1 bezig met de daad die hij doen was en met niets anders4 ,hij voelt zich op het hoogland de belangrijke uitvoerder van een groote daad3--de levenwekker op het doode land4 ,wat verlangen de vrouwen en meisjes naar den tijd dat het onkruid tusschen 't vlas begint op te schieten en zij eindelijk ook eens dagenlang buiten mogen zijn op den vlaschaard4 ,evenals 't vee hebben ze den langen donkeren winter opgesloten gezeten in 't muffe huis1 nu hebben ze 't beurelen en heien gehoord van 't losgelaten vee en de zotte sprongen van veulens en veerzen willen zij achter 7na7 doen op hare beurt4 ,ten slotte als toppunt van alle vreugde de slijting1 het groote landfeest4 ,in de heele ,vlaschaard is dan ook geen sprake van eenig pessimisme1 't is het vrije leven in de ,natuur3 wel komt soms een donkere tijd1 het gedeeltelijk mislukken van den oogst en als gevolg daarvan een sombere stemming op de hoeve1 maar dan schenkt de goedige ,natuur weer mooie dagen1 de schade blijkt telkens minder groot te worden en de levensvreugde keert terug4 ,tweerlei natuur in den boer4 ,we zagen boven hoe de boer zich gewoonlijk met een soort berusting overgeeft aan de ,natuur3 hij tracht zijn best te doen1 bewerkt het land zoo goed hij kan1 zaait z'n vruchten1 maar ten slotte blijft er niets over dan afwachten4 ,mislukt de oogst dan is 't niet zijn schuld3 hij heeft gedaan wat hij kon en in 't algemeen neemt hij dergelijke ongelukken vrij kalm op4 ,maar daartegenover staat iets anders4 ,soms als zijn vruchten niet zo zijn als hij het wilde1 beschuldigt hij zich zelf3 't is niet door omstandigheden buiten zijn wil dat zijn vlas of tarwe half mislukt1 maar 't is zijn eigen schuld4 ,hij heeft b4v4 niet den meest geschikten grond voor een bepaalde vrucht uitgekozen1 hij heeft 't land niet goed bemest1 niet op tijd bewerkt1 zijn wiedsters er te laat ingestuurd1 de vrucht te rijp laten worden4 ,en dan is er bij hem geen berusting1 dan is hij een tiran voor zijn werklui en zou wel bekwaam zijn1 tegen een muur1 zijn hoofd in te loopen4 ,er is dus tweerlei natuur in den boer3 de geest van berusting tegenover het ,fatum1 en de opstuivende woede als door eigen schuld de oogst mislukt4 ,deze dubbele gezindheid heeft ,streuvels trachten uit te beelden in ,de ,vlaschaard4 #bj ,boer ,vermeulen en de ,natuur4 ,de oude ,vermeulen is zoo'n boer4 ,gelaten1 vol berusting is hij1 als de hagelslag zijn vlas neervelt1 geen klacht komt over zijn lippen4 ,vermeulen stond stil met 't voorhoofd tegen 't vensterraam geleund naar buiten te zien4 ,zijn tanig wezen was donker1 zijn wenkbrauwen waren neergeduwd4 ,tusschen de stoppelharen was de scheiding van zijn lippen een enkele lijn die naar de uiteinden van zijnen mond neerboog en die verliep in twee rechtopgaande rimpelreven die langs zijn wangen van uit de ooghoeken naar zijn kin1 diep door zijn donker vel gesneden waren4 ,toen ,louis binnenkwam1 had de boer geen lid verroerd om te vragen hoe 't op den vlaschaard vergaan was4 ,als hij later op 't veld komt om de verwoesting te overzien1 blijft hij die kalmte bewaren4 ,hij zuchtte niet en maakte geen misbaar alhoewel hij met zichzelf alleene stond--zijn wezen veranderde geen spier2 maar de spijt en de gramschap grolden in hem1 het gevoel van onmacht tegenover de ramp vernederde zijn gemoed en hij wilde zijne onmacht bij zichzelf niet bekennen4 ,al evenwel was hij diep geschokt--al waar hij keek was 't hetzelfde1 't scheen hem een straffe2 alsof door die rommeling1 de lange reeks schoone dagen--heel het schoone zomergebouw ineen was gestort1 in en slag was alles verpletterd 't geen zoo'n langen tijd van doen had op te groeien4 ,als bezadigde man betreurde hij die onberekenbare schade1 al dat verloren werk en verwenschte dat domme toeval waar niemand de noodzaak van kende en niemand geen voordeel bij halen kon4 ,hiertegenover staat zijn woede als hij ziet dat het vlas niet wil groeien en voelt dat hij zelf feitelijk de schuldige is4 ,uit stijfkoppigheid heeft hij vlas gezaaid op 't hoogkouter4 ,louis vond het lage land beter geschikt en juist darom kiest de oude boer 't hoogere land4 't ,vlas wil niet opkomen1 weken lang blijven er kale plekken op de akkers4 ,dn is er geen berusting bij boer ,vermeulen4 ,de lente was bedorven voor hem4 ,in zijn hoofd droeg hij de angst en de onzekerheid om de mislukte vrucht1 de vrucht die hem 't meest behaagde4 ,de grimmigheid woelde in zijn zinnen en zijn herte klopte van spijt en hij liep als een vergauweloosde mensch over zijn kouters4 ,hij was gewend den kop recht te houden en al wie hij ontmoette zijn werk te toonen--maar nu niet2 hij verging van schaamte want iedereen wist nu dat hij de verantwoordelijkheid droeg4 ,duidelijk blijkt die dubbele gezindheid bij den hagelslag3 het ongeluk zelf wordt zooals we boven zagen met gelatenheid gedragen1 maar als ,vermeulen van zijn vlasveld naar huis gaat komt hij langs 't lage land waar ,louis het vlas had willen zaaien en waar nu prachtige haver staat4 ,en zie3 de haver stond om zeggens ongedeerd omdat het geschoond was voor den wind door zijn voordeelige ligging4 ,en de boer die bij 't overzien van heel zijn ongeluk geen grol had uitgestooten1 loste nu een vloek omdat de ongeschondenheid van die haver hem zijn ongelijk deed inzien en zijn onverstandig beleg4 ,nijver der boeren4 ,in nauw verband met deze eigenschap van ,streuvel's boeren staat een andere3 hun jaloerschheid en onderlinge naijver4 ,in hun gemoed wroet de angst en de knaging en de onrust omdat zij meer willen hebben dan een evenmensch en voeden ze den nijd om eere te doen aan hun eigene en boven te zijn bij een ander4 ,iedereen wil de groote baas zijn1 de welweter in 't boeren1 de kenner van land en vruchten1 de kunstenaar om met de minste kosten de meeste opbrengst te doen4 ,verkoop van 't vlas4 ,die jaloerschheid blijkt vooral als de bloei in 't vlas komt en de vlaskutsers1 de kooplui 't land beginnen af te loopen4 ,dan komt het uit wie 't beste vlas heeft1 want de kooplui laten zich niet beetnemen4 't ,beste vlas gaat naar de ,leie om te roten 7,leiroote71 de mindere kwaliteit moet geroot worden in de slooten rondom 't land 7,blauw- of ,veldroote74 ,heeft de boer niets dan ,leie-vlas1 dan zwelt zijn hart van trots1 hij drinkt een stevig glas1 zwetst tegen de anderen over zijn prachtigen vlaschaard en spreekt smalende van de hottekrotters die hun hoopje pruts ergens in een put dompelen en de peste verwekken in 't land4 ,allen pochen op de ongeloofelijke prijzen waarvoor 't vlas verkocht is1 maar een ander op den man af vragen hoeveel hij er voor krijgt1 dat doet de boer niet omdat hij toch op geen betrouwbaar antwoord rekenen mag4 ,elk is te preutsch met zijn eigen opbrengst en wil ze overdrijven in de weerde er van4 ,karakter van ,vermeulen4 ,vermeulen1 de hoofdpersoon uit ,streuvels' ,vlaschaard1 is het type van een echten ,vlaamschen boer1 zooals die in 't voorafgaande geschetst is4 ,vol berusting als harde noodlotsslagen hem treffen1 vol grimmige woede als de vrucht mislukt door eigen schuld en jaloersch als misschien geen ander4 ,te meer jaloersch omdat hij den naam heeft de beste boer in den omtrek te zijn en dien eerenaam moet ophouden4 ,hij heerschte als een koning op zijn hof en over heel de streek stond hij bekend als de grondvaste boer1 machtiger dan gelijk wie1 in heel den wijden omtrek4 ,hij was het die stuur en barsch den raad gaf en 't woord voerde bij de andere boeren2 hij die de oude gebruiken van 't leven in stand hield1 die boerde volgens oude geplogenheden1 naar wie de anderen wachtten om hunne dricht 7eerste voorjaarswerk op 't land71 hun oogst en andere werkzaamheden te beginnen en te regelen4 ,vermeulen doet het--,vermeulen doet het niet--gold in die streek als een ordewoord dat overal weerklank vond en indruk miek4 ,vanwaar of hoe dat gezag hem toegekend werd of waarom en met wat recht hij het uitoefenen mocht1 dat vroeg hij niet4 ,hij kende zich als de sterkste1 de verstandigste en wist al de anderen onder zijn sterken wil4 ,het was zoo en nu moest het alzoo blijven4 ,zijn vrouw4 ,hij is koning op zijn hoeve1 zijn wil is wet1 niemand heeft iets in te brengen4 ,een tiran1 die jaloersch is op zijn macht4 ,vriendelijkheid bestaat voor hem niet1 altijd is hij barsch en stuursch1 wie hem tegenspreekt wordt afgesnauwd4 ,eens zegt zijn vrouw1 ,barbele1 hem de waarheid3 ,ge maakt u hatelijk in plaats van bemind4 ,gij vervreemdt de jongens van u door uw barsche doening4 ,mij hebt ge nooit een schoon woord gegeven--hebt altijd de beeste gespeeld met mij1 alsof ik uw maarte 7dienstmeid7 ware2 vanaf dat we getrouwd zijn1 heb ik nooit mijn naam hooren noemen4 ,toch weet ,barbele veel van hem gedaan te krijgen1 vooral ook omdat ,vermeulen met vrouwenzaken zich niet bemoeit4 ,zoo zijn de beide dochters door ,barbele's invloed op een kostschool gekomen1 vooral omdat ze op ,vermeulens eergevoel heeft weten te werken3 moesten hun dochters een mindere opvoeding hebben dan die van andere boeren8 ,maar had de boer geweten hoe ze zouden veranderen1 hij had 't stellig niet gedaan6 ,zijn dochters4 't ,zijn nufjes geworden4 ,vermeulen herkende zijn eigen dochters niet meer2 hij was verlegen om zijn mond open te doen in haar bijzijn4 ,dat zijn mijn dochters niet1 bromt hij1 als de vacantie om is1 ze zijn beschaamd dat ze van den boer zijn4 ,maar hij zal die kuren er wel uitkrijgen als ze voor goed terug zijn3 ,wie op 't hof woont1 moet werken1 uwe dochters gaan mee met 't volk naar 't veld en in den stal zullen ze zijn en bij 't werk en overal1 voegt hij ,barbele toe4 ,hij is de baas en hij zal ten slotte de zaak wel effen maken met een stomp van zijn zware kloefen 7klompen74 ,wie zijn wil niet doet1 schopt hij van 't erf1 al is 't dan ook zijn eigen kind4 ,verhouding tot ,louis4 ,een ding is er echter dat hem alle dagen barscher en koppiger maakt3 de verhouding tot zijn zoon ,louis4 ,ook deze onaangename toestand vloeit voort uit zijn heerschzucht en zijn jaloerschheid4 ,baas ,vermeulen is de baas en wil de baas blijven4 ,nooit heeft hij er aan gedacht dat er verandering zou kunnen komen4 ,en die komt tch1 hij merkt het zelf4 ,louis is volwassen geworden3 een struische jonge boer1 een kerel met beenen in de leerzen1 met blozenden kop en wakkere oogen4 ,plotseling voelt de oude boer het als een steek in zijn hart3 die jongen is een mededinger4 ,dat was het nieuwe geweld1 de nieuwe stem1 de opkomende macht die onverstoord lucht geeft aan zijne overloopende levenskracht en vrij zijn eigen wegen gaat op de groote hoeve nevens den ouden boer4 ,louis een mededinger4 ,dan ,vermeulens besluit3 hij zal zijn heerschappij verdedigen tot het uiterste4 ,en toch is er een groote onrust in zijn hart3 die jonge1 forsche kerel wordt telkens sterker1 meer zelf-bewust1 hij is een levende waarschuwing dat vaders beste tijd voorbij is1 dat de ouderdom komt4 ,die jonge scheute ontrooft den ouden stam het levenssap4 ,vooral ziet ,vermeulen klaar de toekomst voor oogen1 als ,louis het vlas zaait en de oude boer den jongen zaaiman met kloeke schreden over den akker ziet gaan4 ,dat is zijn dubbelganger3 in den jongen zaaiman verkende hij niemand anders dan zijn eigen zelf4 ,dan ziet hij dat de zoon niets anders is dan 't voortzetsel en 't hernemen van 't vergane leven van den vader4444 de spruite van den ouden boom4 ,hij ziet de noodzakelijkheid1 weet dat hij zich aan die natuurwet zal moeten onderwerpen1 maar van toegeven is bij den ouden1 pezigen kamper geen sprake6 ,wat6 hij zal daar eens neerzitten als een oude grolpot1 die 't leven boven zijn hoofd zal laten draaien zonder er nog aan mee te doen--die als een vreemde in eigen huis zal kijken op 't geen gebeurt en te suffen zit en te wachten naar den dood4 ,de oude1 weerbarstige boer voelt nog kracht genoeg in zich om te strijden tegen zijn jongen mededinger en 't zal een strijd worden op leven en dood1 want ook de jongen kamper is uit hetzelfde taaie geslacht4 ,louis wordt behandeld als een onmondige4 ,voorloopig doet de oude ,vermeulen of er niets veranderd is3 hij is de boer en daarmee uit4 ,louis is een onmondige1 en zoo hij dezen anders misschien nog eens in zijn vertrouwen genomen zou hebben1 nu is daarvan natuurlijk geen sprake4 ,met opzet behandelt hij zijn zoon als iemand die van boeren nog niet het minste verstand heeft en als ,louis iets voorslaat besluit ,vermeulen het tegengestelde er van te doen3 dan kan die jongen zien dat het dwaasheid is1 wat hij zegt4 ,als ,louis vraagt3 ,vader1 waar zaaien we 't vlas dees jaar8 maakt ,vermeulen een afwerend gebaar met den schouder en antwoordt op die vraag als aan een kleinen jongen3 het lijnzaad ligt wl waar het ligt en laat het liggen4 ,wat spreekt gij van zaaien8 ,als ook de boerin zich in 't gesprek mengt en er nog over de zaak wordt doorgepraat1 houdt ,vermeulen z'n mond en doet of dat alles hem niet aangaat4 ,laat ze maar praten3 hij zal ten slotte zeggen1 wat er moet gebeuren en daarmee uit4 ,maar toch luistert hij4 ,louis1 de boerin en 't werkvolk spreken er over1 war 't vlas dit jaar gezaaid moet worden2 er zijn twee stukken land die daarvoor in aanmerking komen1 een stuk in de laagte van 't dal en een ander op de hoogte van de glooing3 het laagkouter en 't hoogkouter4 ,men is 't er niet over eens1 doch daar hoort de oude boer dat ,louis er voor is 't laagkouter dit jaar als vlaschaard te gebruiken en dn reeds stond het vast in ,vermeulens kop3 dat het vlas op den hoogkouter zou gezaaid worden4 ,alleen dus weer om 't anders te doen dan zijn zoon wil4 ,hij zet zijn plan door1 tevergeefsch zijn alle redeneeringen van de boerin en van ,louis4 't ,voordeel van de ligging1 't voordeel van den grond werd uitgelegd en bewezen3 ze overvoerden hem met woorden en redens maar de boer achtte 't nu onnoodig daar nog een woord aan te verkletsen4 ,spanning tusschen ,louis en z'n vader4 ,zoo moet er langzamerhand spanning ontstaan tusschen ,vermeulen en zijn zoon2 ,louis is niet iemand die op den duur zich maar bij alles neer zal leggen4 't ,eerste gevolg is dat hij langzamerhand de achting voor z'n vader verliest4 ,hoe had hij vroeger opgezien tegen zijn vader1 den alwetenden boer4 ,als jongen was ,louis opgevoed met een opperste bewondering voor zijn vader4 ,in zijn meening was zijn vader de eenige boer van de heele wereld met een absolute kennis van alles4 ,als vader het gezegd had1 was het waarheid en 't geen vader gedaan had was goed4 ,een woord uit vaders mond was altijd de laatste doorslaande uitspraak gelijk over welke zaak er getwist werd4 ,veel keeren1 toen ,vermeulen met boeren over kweek van beesten of vruchten doende was1 had ,louis zijn vader in 't wezen gekeken en de vastberaden uitspraak bewonderd en gezien hoe de tegensprekers altijd moesten toegeven en onderdoen voor die opperste alwetendheid van zijn vader4 ,louis verliest de achting voor z'n vader4 ,maar ,louis is iemand met een helder verstand1 hij krijgt gaandeweg meer ervaring1 hij begint zelf te oordeelen en vooral3 hij gaat in boeken snuffelen1 gaat het landbouwbedrijf meer wetenschappelijk na en krijgt zoo een ruimer inzicht dan zijn vader1 die alleen practisch gevormd is4 ,en dan bemerkt hij tot zijn teleurstelling dat er een hoogere wetenschap was van 't bedrijf1 waar vader niet aan kon met zijn ongeschaafd en ouderwetsch begrip4 ,bovenal doet hij een nieuwe ontnuchterende ontdekking nl4 dat koppigheid en welweterij veelal voortkomt uit verwaandheid in plaats van grondige ondervonden en eigen opgedane wetenschap4 ,door dit alles krijgt de jonge boer langzamerhand een heel anderen kijk op zijn vader en nu deze hem bovendien nog opzettelijk met minachting behandelt1 verdwijnt weldra alle achting en begint plaats te maken voor weerzin4 ,wel komt dat niet dagelijks uit omdat hij1 de weelderige twintigjarige boerenjongen1 nog niet over zaken zit te piekeren en 't voorloopig aan zijn botten veegt1 maar als z'n vader hem weer eens op zoo'n onhebbelijke wijze behandelt1 voelt hij toch wrevel in zich en dan ziet hij dien man als een vreemden boer1 niet als zijn vader4 ,en bij iedere nieuwe terging voelde ,louis een geweld1 een strooming die naar buiten wilde--hij onderdrukte en toomde zijn gemoed maar de wrok vunsde voort1 groeide tot een aanhoudenden afkeer tegen de grove zware gestalte van zijn vader4 ,de vlaschaard voedt de jaloerschheid meer en meer4 ,de boer ziet zijn zoon zaaien1 hij-zelf kan dat niet meer1 hij wordt oud4 ,en dan vooral te moeten toegeven dat ,louis beter gezien heeft dan hij4 't ,vlas wil niet1 er blijven kale plekken op 't veld2 andere jaren lokte ,vermeulen ieder mee naar zijn prachtigen vlaschaard1 nu schaamt hij zich en gaat slechts heimelijk naar de vrucht zien4 ,en dan is er nog iets wat hem kwelt4 ,moest hij 't aannemen als een teeken dat hij oud werd en te suffen begon8 ,had hij geen begrip meer van land en vruchten8 ,louis van zijn kant is ook ontevreden3 hij ziet dat de vrucht mislukt door de koppigheid van zijn vader4 ,hoeveel beter zou 't geweest zijn als zijn plan was uitgevoerd6 ,besluit om ,louis weg te zenden4 ,steeds duidelijker wordt het dat de jonge boer gelijk had3 't vlas wordt niet meer dan middelmatig1 de haver daarentegen1 die op 't laag-kouter gezaaid is1 staat prachtig en als ten slotte de vernielende hagelbui komt1 wordt het vlas stukgeslagen1 maar de haver1 die meer beschut is1 blijft door de gunstige ligging van 't veld gespaard4 ,vermeulen moet 't zich zelf wel bekennen dat ,louis een degelijke1 verstandige boer is en juist darom begrijpt hij ook1 dat hij z'n zoon op den duur er niet onder kan houden4 ,de jonge boom heeft zich zelfstandig ontwikkeld en zal binnen niet al te langen tijd meer levenskracht bezitten dan de oude stam4 ,wil ,vermeulen de baas blijven dan is er maar en middel3 ,louis moet weg4 ,en door een toeval krijgt de oude boer daar gelegenheid toe3 ,legijns boerderij zal verkocht worden6 ,die zal hij koopen voor ,louis4 ,een geschikte vrouw voor zijn zoon zal hij ook wel vinden en dan zal hij weer alleen heerschen op zijn hof als vroeger4 ,louis is uit de bane gekegeld6 ,de aanleiding4 ,maar er moet een aanleiding zijn1 te meer omdat ,vermeulen wel inziet dat z'n vrouw 't niet met hem eens zal zijn4 ,hij moet haar dus bewijzen dat trouwen voor ,louis noodzakelijk is en dat 't verblijf op vaders hoeve niet goed is voor hem4 ,vermeulen zocht een botsing met zijn zoon en eene reden om zich vierkant uit te spreken en in gramschap vast te stellen 't geen bij hem nu reeds vaststond3 de scheiding4 ,louis en ,schellebelle4 ,heele dagen ligt hij nu op de loer om te zien of ,louis ook iets doet1 wat vaders gramschap zou kunnen rechtvaardigen4 ,en werkelijk hij vindt iets3 de verhouding van ,louis tot ,schellebelle4 #ba ,dat is een meisje zooals ,vermeulen wenscht dat zijn dochters waren--hij wilde immers z'n dochters zien als struische blokken1 boerendeernen van 't ,vlaamsche ras1 met heur hert op heur lippen en heur ziele in heur oogen2 meiden lijk peerden1 die lachen als er leute 7vroolijkheid7 is en uitgeven 't geen ze in hebben en werken nevens den sterksten werkman--maar 't is slechts een eenvoudig dienstmeisje4 ,vermeulen zal haar dus nooit als zijn dochter erkennen1 ze is op 't oogenblik niets voor hem dan een middel om ,louis weg te krijgen4 't ,spel gelukt maar half1 wel betrapt de boer ,schellebelle en ,louis bij een onschuldig stoeipartijtje1 wel maakt hij er heel wat drukte van1 spreekt tegenover ,louis van die vuile meid en loopt dan direkt naar ,barbele om haar triomfeerend te vertellen1 dat ,louis zich aan vrouwvolk verslingert1 maar z'n verstandige vrouw bemerkt al gauw hoe de vork in den steel zit4 ,zeg liever dat ge ,louis niet kont uitstaan en dat ge redens zocht2 zeg liever ronduit dat ge hem wg wilt hebben1 voegt ze ,vermeulen toe en ze praat zoo lang1 dat de boer zich schijnbaar gewonnen moet geven4 ,schijnbaar1 want ,vermeulen hield zijn meening diep in zijn donker hoofd4 't ,koopen van ,legijns hoeve4 ,eindelijk komt de groote gebeurtenis3 ,legijns hoeve wordt verkocht en ,vermeulen koopt ze4 ,nu zwelt zijn hart van vreugde en van trots3 hij heeft de zekerheid dat zijn gehate mededinger onschadelijk is gemaakt en bovendien heeft hij alle boeren eens zijn meerderheid laten voelen4 ,hij ondervond om de boeren hun oogen te zien en hun bakkes1 als onverwachts het nieuws in hunne ooren zou donderen4 ,hij is weer de boer1 hij is nog altijd de oude ,vermeulen4 ,botsing met ,louis over de slijting4 ,dan opeens de ontnuchtering als hij thuiskomt3 ,louis heeft het gebod om niet met de slijting van 't vlas door te gaan1 overtreden1 en voor 't eerst is op de hoeve gehoorzaamd aan een anderen wil dan dien van ,vermeulen4 ,de botsing tusschen vader en zoon is eindelijk gekomen en wel juist op 't oogenblik dat de eerste zich zeker waande van de overwinning4 ,de oude boer heft zijn zwaren mispelaar op en velt zijn tegenstander neer4 ,de oude heerscher heeft overwonnen1 maar--hij voelt het--toch ook verloren1 want hij heeft zijn eigen bloed vermoord4 ,als ,louis sterft1 is ook voor ,vermeulen de tijd van heerschen voorbij1 hij zal nooit weer de koppige strijder worden van vroeger4 ,er is iets in hem gebroken1 zijn kracht is weg4 ,zielestrijd van ,vermeulen4 't ,laatste deel van ,de ,vlaschaard doet ons den strijd van dien ouden boer meeleven en bewijst dat ,streuvels meer kan dan enkel zijn omgeving beschrijven4 ,de zielestrijd van ,vermeulen is meesterlijk weergegeven2 eerst z'n taai volhouden1 zijn koppigheid3 hij heeft immers niets verkeerds gedaan en alleen het vaderlijk gezag gehandhaafd2 dan 't gevoel dat hij een moordenaar is2 hij durft niet teruggaan naar de hoeve1 maakt omwegen1 tracht ongezien 't hof binnen te sluipen2 in huis gekomen komt de oude weerbarstigheid opnieuw boven als hij 't geklaag der vrouwen hoort1 maar in zijn hart knaagt steeds de vrees2 hij zou graag willen vragen hoe 't met ,louis is en toch durft hij niet4 ,de ziekekamer binnengaan wil de koppigaard niet1 dat zou gelijk staan met ngelijk bekennen1 maar dan komt de dokter1 daarna de pastoor om heilige olie toe te dienen en deemoedig buigt de oude boer 't hoofd4 ,nog gaat hij niet naar z'n zoon1 maar eindelijk als ,barbele even naar buiten is1 stapt hij de kamer binnen en zet zich aan 't bed4 ,dan voelt hij zich vder1 geen tegenstander meer2 't is zijn jongen die daar machteloos neerligt en dien hij nu verzorgt als een teedere moeder4 ,daar aan 't ziekbed ziet ,vermeulen eindelijk in hoe dwaas hij geweest is3 hij heeft zich willen verzetten tegen een natuurwet1 hij zag niet in dat hij maar een nieteling was in 't wentelen der groote gebeurtenissen4 ,als de oude ,poortere vraagt wat er moet gebeuren op 't veld1 zegt de boer hortend3 ,doe maar4444 't is al wel2 'k en weet het niet4 ,zijn heerschappij die hij met zooveel energie verdedigd heeft tegen zijn eigen zoon1 staat hij gewillig af aan een knecht1 wl een bewijs dat niet alleen de jonge boer is geveld1 maar dat het ook gedaan is met de kracht van den ouden ,vermeulen4 ,,inhoud ,,van ,,het ,,eerste ,,deel4 ,bladz4 ,,van ,,den ,,vos ,,reinaerde #e ,,vondels ,,hekeldichten #ab ,,palamedes #bf ,,gysbreght ,,van ,,aemstel #cg ,,lucifer #dd ,,granida #eh ,,warenar #fg ,,de ,,spaansche ,,brabander #ge ,,huygens ,,en ,,zijn ,,zeestraet #ha ,,het ,,wederzijdsch ,,huwelijksbedrog #hh ,,saartje ,,burgerhart #id ,,de ,,jaromir-,,cyclus #aja ,,hagar #aaj ,,potgieter ,,als ,,criticus #aah ,,jan1 ,,jannetje ,,en ,,hun ,,jongste ,,kind #adj ,,de ,,roos ,,van ,,dekama #adg ,,inhoud ,,van ,,het ,,tweede ,,deel4 ,bladz4 ,,het ,,huis ,,lauernesse #e ,,de ,,camera ,,obscura #ai ,,waarheid ,,en ,,droomen #cb ,,sinjeur ,,semeyns #da ,,akbar #ea ,,in ,,dagen ,,van ,,strijd #ei ,,vorstenschool #fg ,,mathilde1 ,,een ,,sonnettenkrans #hj ,,eline ,,vere #hh ,,iets ,,over ,,kloos ,,als ,,criticus #ig ,,gorters ,,mei #ajd ,,op ,,hoop ,,van ,,zegen #aab ,,de ,,kleine ,,johannes #aag ,,querido ,,en ,,zijn ,,menschenwee #ach ,,de ,,vlaschaard #adg ,,aanteekeningen #a ,een ,artur-roman waarvan overigens niets bekend is4 #b ,dit oordeel werd door ,hooft uitgesproken in een brief aan ,baeck over den ,harpoen4 ,zie v4 ,vloten1 ,brieven1 deel ,,ii1 blz4 #bc-bd4 #c ,vergelijk nog de volgende verzen uit hetzelfde gedicht3 #hc ,ondankbre vreemdeling1 die om uw oproerstukken ,korts naekt verbannen1 tracht uw' huisheer te verdrukken4 en ,palamedes vs4 #aedj3 ,toen quam de balling naeckt in ,griecken aangedreven4 #d ,oldenbarnevelt schreef in #afah om zich tegen de vele beschuldigingen in de pamfletten tegen hem uitgesproken1 te verdedigen1 zijn ,remonstrantie1 gericht tot de ,staten4 #e ,ilias--,vertaling van ,vosmaer1 blz4 #afa1 regel #djj-daj4 #f ,ilias blz4 #fa-hb4 #g ,ilias blz4 #abb vs4 #ch-ci4 ,vgl4 verder blz4 #bje vs4 #hb-ajb4 #h ,idem blz4 #abc vs4 #ib-id4 #i ,idem blz4 #c vs4 #fh-gc4 #aj ,inleiding ,warenar 7uitgave ,de ,vries7 blz4 ,,xxxv4 #aa ,inleiding ,warenar 7uitgave ,de ,vries7 blz4 ,,xxxv4 #ab ,men zie de voorrede van den #b;en en den #c;en druk van ,de ,graaf van ,devonshire4 #ac ,we raden aan de uitstekende uitgave van ,van den ,bosch in de ,zwolsche ,herdrukken te gebruiken4 #ad ,in #aiag reeds de #bi;e druk4 #ae ,op blz4 #adc lezen we omtrent den vader3 nooit was er deugdzamer hart of godvruchtiger gemoed4 #af ,multatuli zegt in een noot bij idee #icj3 ik erken evenwel1 met de toespeling op een schandelijk lagen aanslag van grondeigendom--geheel afgescheiden natuurlijk van die lijst waarin ik die plaatste--het oog gehad te hebben op ,nederlandsche toestanden4 ,die uitval is inderdaad aan het adres van onze ,eerste-kamerleden4 #ag ,men vergelijke b4v4 de volgende regels uit dat gedicht3 4444 wee over hem1 die te onzaliger uur ,zijn aard en zijn wezen verkracht4 en ook3 4444 'k schreide om den man1 die een rolletje speelt1 ,door geestelijken hoogmoed4444 een zot2 ,en 'k dacht3 zoo me dat een nieuw mensch verbeeldt1 ,dan4444 de oude was beter voor ,god6 #ah ,dit gedeelte vertoont veel overeenkomst met de geschiedenis van ,tante ,suzanna ,hofland1 de schijnvrome ,cornelia ,slimpslamp1 broeder ,benjamin en ,oude ,brecht uit ,saartje ,burgerhart2 ook tante ,hofland wordt bedrogen4 ,tante ,srna is echter vrij wat beter mensch dan ,tante ,suzanna4 ,ook moet men onwillekeurig denken aan ,woutertje ,pieterse van ,multatuli op 't avondje bij juffrouw ,pieterse4 ,woutertje en ,johannes lijken veel op elkaar4 #ai ,stijn ,streuvels door ,andr de ,ridder blz4 #gi-hj4 #bj ,zie ,de ,ridder blz4 #gd4 #ba ,ze heet eigenlijk ,rieneke2 ,schellebelle is de naam haar gegeven om haar lach als eene bel die rinkelt in de ijle lucht4