,,wereld ,,bibliotheek ,,onder ,,leiding ,,van ,l4 ,,simons ,r4 ,,casimir ,,uit ,,de ,,ontwikkelingsgeschiedenis ,,van ,,het ,,menschelijk ,,denken ,,deel ,i 7,,van ,,thales ,,tot ,,kant7 ,,uitgegeven ,,door ,,de ,,maatschappij ,,voor ,,goede ,,en ,,goedkoope ,,lectuur--,,amsterdam ,,eerste ,,afdeeling4 ,,de ,,grieksche ,,wijsbegeerte4 ,zoo zijn4444 in ,griekenland en ,rome de grondslagen gelegd voor heel onze cultuur2 daar zijn de aanvangen1 de beginselen1 de wortelen van onze beschaving te zoeken4 ,bavinck4 ,,hoofdstuk ,i4 ,,de ,,voor-,,socratische ,,wijsbegeerte4 #a4 ,inleidende ,opmerkingen4 ,het land4 ,de beginselen onzer wetenschap zoeken we in ,griekenland4 ,we willen trachten1 enkele oorzaken aan te geven1 die er toe leidden1 dat hier in de oudheid zoo groote geestesbloei ontstond4 ,het land--zijn bodem1 geleding en kustontwikkeling--is n factor4 ,betrekkelijk onvruchtbaar1 noopte het zijn bewoners tot inspanning1 en al spoedig gingen deze1 mede aangelokt door de op vele plaatsen het land binnendringende zee1 varen1 wat hen met volkeren1 meer beschaafd dan zij1 in aanraking bracht4 ,een zwerm eilanden vormde de brug naar ,azi4 ,de vele bergen1 die het land in allerlei hoekjes verdeelen1 waren gunstig voor de ontwikkeling eener eenmaal begonnen beschaving3 niet zoo licht als in een vlakte breidt zich een veroverend volk uit over 't geheele land1 en vernielt en verwoest alles4 ,dit land was bewoond door een volk van groote begaafdheid4 ,ziehier de tweede factor4 ,een derde moment kwam er bij4 ,in de oudheid moet1 voor het ontstaan van wetenschap1 wel haast een priesterschap aanwezig zijn1 die den noodigen vrijen tijd heeft om te kunnen studeeren4 ,maar zoo een priesterstand wordt licht een gesloten priesterkaste1 houdt zijn kennis voor zich1 en krijgt ten slotte een starre leer1 die niet verandert of vernieuwt4 ,dezelfde stand1 die eens de wetenschap groot bracht1 houdt nu haar ontwikkeling tegen4 ,de volkeren van het ,oosten1 ,egypte meegerekend1 waaraan de ,grieken de eerste beginselen hunner beschaving en wetenschappelijke kennis konden ontleenen1 hadden zoo een priesterstand en die zekere kennis4 ,de ,grieken zelf echter misten een dergelijke gesloten kaste en bij hen was dus gelegenheid tot vrije ontwikkeling4 ,het bezit van slaven1 dat den welgestelde onthief van lichamelijken arbeid1 vergrootte die gelegenheid zeer4 ,blik over de ,geschiedenis4 ,we kunnen de ,grieksche beschaving vervolgen tot #bjjj j4 v4 ,chr41 al is het bitter weinig wat we van die eerste tijden weten4 ,tot #aejj ongeveer spreken we van het ,aegesche tijdperk3 het zwaartepunt ligt op de eilanden1 het meest gebruikte materiaal is steen4 ,waarschijnlijk geleidelijk1 gaat deze periode over in het ,mykeensche tijdvak3 ,mykene op 't vasteland is een centrum van beschaving2 steen verdwijnt1 brons en koper komen4 ,er wordt meer gebouwd en meer gevaren4 ,de zeevaarders der oudheid1 de ,phoenicirs1 worden meer en meer teruggedrongen4 ,een inval van een stam1 de ,dorirs1 brengt een verschuiving te weeg2 sommigen ontwijken naar de kusten van ,klein-,azi en in de daar liggende steden is nu het middelpunt te zoeken der ,grieksche beschaving4 ,omstreeks #ajjj is alles dan weer zoowat tot rust en begint een tot ongeveer #gjj durend tijdvak1 dat we de ,grieksche ,middeleeuwen of het ,grieksche riddertijdperk kunnen noemen4 ,de macht van den koning verdwijnt4 ,de adel wordt oppermachtig1 de gewone vrije wordt arm en daalt niet zelden tot clint #a4 ,de ,grieksche ridders1 als later de onze1 vechten eindeloos lange veeten uit en verkwikken zich met het luisteren naar heldenzangen1 voorgedragen door rondtrekkende zangers4 ,hier1 in ,griekenland1 zijn het de rhapsoden #b1 die de ,homerische #c heldenzangen voordragen4 ,steden worden gesticht en zoo ontstaan in ,griekenland ontelbare staatjes3 elk een stad met wat land er om heen4 ,maar in die steden ontwikkelt zich de nijverheid3 wol1 vazen1 meubelen4 ,heeft ook de ,grieksche slaaf waarschijnlijk beter lot dan de fabrieksarbeider der #bjste eeuw1 de fabriekseigenaar1 die zijn werkslaven bij tientallen telt1 kan van hun arbeid een zoete winst maken4 ,handel komt meer en meer4 ,koren wordt uit de ,zwarte ,zee gehaald3 ,grieksche kolonies overal gevestigd4 ,in de steden staat een rijke burgerstand op1 die het overwicht van den adel niet langer verdraagt4 ,een nieuwe periode breekt aan3 de worsteling van de 7burgerlijke7 democratie tegen de aristocratie4 ,we plaatsen haar van #gjj tot #ejj4 ,op geestelijk gebied zouden we dit de ,grieksche ,renaissance kunnen noemen4 ,hoofdtrek is3 ,het losmaken van het individu uit de banden der overlevering4 ,nieuw leven vertoont zich op allerlei gebied4 ,naast de epiek1 het verhalende heldendicht1 komt nu de lyriek1 uitstorting van gemoedsaandoening4 ,en die lyriek is frisch1 zuiver1 oorspronkelijk4 ,muziek wordt beoefend4 ,gebouwen verrijzen4 ,kolonies worden steeds meer gesticht en die volksplantingen bezet met energieke ,grieken1 die zich vermengen met andere rassen1 deelnemen aan de geestelijke ontwikkeling van het ,grieksche volk4 ,godsdienst4 ,verandering ondergaat in dien tijd ook het godsdienstig leven4 ,de ,homerische goden waren gedacht als menschen met menschelijke eigenschappen4 ,en1 daar ze oorspronkelijk gepersonifieerde natuurkrachten waren en de natuur goed noch kwaad kent1 waren deze goden geen zedelijke goden4 ,ze bedotten en bedriegen elkaar1 leven een leven van lust en liefde1 luim en willekeur3 eten en drinken en vieren vroolijke feesten4 ,maar de trek1 aan alle ,indo-,germaansche godsdiensten eigen1 vertoont zich ook hier3 er is een streven merkbaar1 om van al die goden n te verheffen tot oppergod4 ,zeus wordt vader van goden en menschen1 bestuurder van het menschenlot4 ,naast hem staan andere goden1 dikwijls in-rang-opgeklommen locale godheden1 die nu overal vereerd worden4 ,en andere plaatselijke goden dalen tot de positie van halfgoden of helden4 ,in dit verheffen van n god is een streven in de richting van 't ngodendom1 dat we verder zullen zien doorwerken4 ,naast dit monothestisch element komt er een zedelijk element in den godsdienst4 ,vooral voor de meer en fijner ontwikkelden werd het pijnlijk1 zich de machthebbende goden niet te denken met zedelijke eigenschappen begaafd4 ,zoo werden meer en meer de goden dragers van het zedelijk ideaal4 ,in de breede lagen van het volk nam het religieus gevoel een andere richting4 ,daar was de behoefte aan ontzondiging1 aan boetedoening1 aan heiligmaking levendig4 ,in mysterin1 in geheimleeren1 waarin men kon ingewijd worden1 vond die behoefte bevrediging4 ,grove uitwassen vertoonde deze mystiek4 ,er werden spelen gehouden1 die walgelijk1 ja onkuisch waren in de hoogste mate4 ,maar naar die afwijkingen alleen mag men het godsdienstig reveil #d der massa's niet beoordeelen4 ,men heeft deze mystiek de ,orphische genoemd1 omdat men haar terugvoerde tot den ouden zanger ,orpheus4 ,er leefde een groote groep menschen1 onder wie fantastische verhalen bestonden over 't ontstaan der aarde4 ,heel precies kan men niet zeggen1 wat die verhalen bevatten4 ,maar met recht mag men aannemen1 dat hun leer meer wilde de bevrediging van gemoedsbehoeften dan het vinden der zuivere waarheid2 dat de fantasie meer aandeel had aan hun werk dan 't koele verstand4 ,aristoteles noemt hen theologen4 ,hij gebruikt dit woord om ze te stellen tegenover de eerste wijsgeerige denkers1 die hij physiologen noemde en welke ook in dezen tijd optreden4 ,tot hun behandeling gaan we thans over4 #b4 ,de ,ionische natuurfilosofen4 ,de wereld biedt ons een groot aantal dingen1 elk met zijn eigenschappen4 ,die dingen ontstaan1 veranderen1 vergaan4 ,is er nu achter al dat voortdurend worden en verdwijnen iets blijvends8 ,bestaan die dingen uit een beperkt aantal grondstoffen of misschien zelfs uit en8 ,en ontstaat dan de groote verscheidenheid door bepaalde verandering1 welke de grondstof ondergaat8 ,deze vraag is gewichtig4 ,ze tast vooruit op de resultaten1 waartoe het moderne denken is gekomen4 ,steunend op nauwkeurige onderzoekingen leert de scheikunde1 dat er slechts een kleine #hj stoffen zijn1 de elementen1 die niet uit andere bestaan4 ,alle andere stoffen ontstaan door verbinding van elementen4 ,water b4v4 is niets anders dan verbinding van #b deelen waterstofgas met n deel zuurstof4 ,aan den horizon begint nu weer de vraag op te komen1 of het niet mogelijk zou zijn1 dat aantal elementen terug te brengen tot een kleiner getal4 ,we lasschen hier twee opmerkingen in4 ,dikwijls zullen we in de geschiedenis der wetenschap zien1 dat als gevolg van een gestelde vraag een inzicht geuit wordt1 dat latere eeuwen eerst zullen bevestigen4 ,maar444 dan zijn het eerst uitspreken der stelling en haar latere opstelling toch hemelsbreed verschillend en mag men niet meenen dat er geen vorderingen zijn gemaakt4 ,immers--de gronden waarop het inzicht rust1 zijn geheel anders4 ,onze tijd steunt haar hypothesen door een omvangrijk1 zorgvuldig en moeitevol verkregen feitenmateriaal1 de aanvangers der wetenschap bouwden hun stelsels op enkele gegevens4 ,hun oplossingen--dit is de tweede opmerking--moeten we eenigszins beschouwen als kinderlijke pogingen4 ,besef van al de moeilijkheden1 die hun wachten1 hebben ze niet4 ,onze geoefendheid van denken staat hun niet ten dienste1 de taal leent zich niet zoo goed nog voor de behandeling hunner stof3 definities geven ze nog niet nauwkeurig en een vaststaande terminologie is nog niet ingevoerd4 ,de onduidelijkheid hunner uitdrukkingen1 de vaagheid hunner uitspraken is dus dikwijls meer onbeholpenheid en nog onvoldoend doordenken en gebrekkige taalbeheersching1 dan--zooals sommigen wel eens meenen--diepe wijsheid wier eigenlijke beteekenis ons ontgaat4 ,intusschen moet men zich hoeden voor het tegenovergesteld uiterste1 en niet meenen dat de aanvangers der wetenschap slechts dwaasheden verkondigden1 waarmee men zich nu vermaken kan en waaraan alle waarde ontzegd moet worden4 ,het wankelend loopen van een kind verschilt van den vasten tred van den volwassene1 die recht afgaat op zijn doel1 maar het is toch het begin van het stevige gaan4 't ,antwoord op deze vraag3 wat blijvends zit achter de wisselende verschijnselen8 werd gegeven door drie filosofen uit ,milete3 ,thales1 ,anaximander1 ,anaximenes4 ,,thales4 #ehe4 ,deze verklaarde het water 7misschien is het beter van het vochtige te spreken7 als oergrond van alle dingen4 ,mogelijk is hij tot deze opvatting gekomen1 omdat de zee zijn vaderstad zooveel welvaart bracht1 de regen vruchtbaar maakte en het zaad van dieren1 waaruit nieuw leven ontstond1 eveneens vochtig is4 ,wellicht is aan deze hypothese ook niet vreemd de waarneming1 dat water tot damp vervluchtigen en tot een vast lichaam worden kan4 ,thales was een man die veel gereisd had1 kennis had van wis- en sterrenkunde en ook in de dingen van het praktische leven1 naar het schijnt1 niet onervaren was4 ,zijn leer kon aanleiding geven tot drierlei voortzetting3 ,ten eerste kon men beproeven1 of er niet een andere oerstof dan water genomen moest worden4 ,ten tweede kon in een genialen geest de gedachte ontstaan1 dat de stof1 waaruit alles zou voortgekomen zijn1 zich niet aan onze zinnelijke waarneming vertoonen kon1 dat ze1 in alle dingen aanwezig1 niet gelijk gesteld mocht worden met een zinnelijk waar te nemen stof4 ,ten derde kon zijn leer aanleiding geven tot twijfel1 tot scepticisme4 ,als b4v4 het stuk hout1 dat men ziet1 eigenlijk water is1 dan verstrekken de zinnen ons geen juiste kennis4 ,ze leeren ons de werkelijkheid niet kennen1 en de vraag kan oprijzen1 of1 wanneer onze zinnelijke waarnemingen ons bedriegen1 eenige werkelijke kennis te verkrijgen is4 ,,anaximander #faj-edf4 ,deze1 eveneens uit ,milete1 sloeg den tweeden weg in en verklaarde het onbegrensde1 oneindige1 het apeiron voor de grondstof4 ,daarmee is een ferme stap gedaan in de goede richting4 ,we ontmoeten hier een abstract begrip4 ,anaximander verheft zich boven de waarneming4 ,ook overigens was hij een geweldig denker4 ,hij was ervaren in de sterrenkunde1 vatte de aarde niet meer op als een platte schijf1 maar als een zwevende cilinder1 hij probeerde een wereldkaart te teekenen1 zocht het ontstaan van het menschelijk geslacht niet meer met fantasieverhaaltjes te verklaren1 maar beproefde een verklaring1 die meer natuurlijk was4 ,,anaximenes #edf4 ,de derde ,miletische denker ,anaximenes1 sloeg den eersten weg in en verklaarde de lucht als grondstof4 ,bij ,anaximander vergeleken1 is dit een stap achteruit4 ,hij achtte uit de lucht door verdichting het water ontstaan2 daaruit kon hij dan weer1 naar de wijze van ,thales1 de andere stoffen laten voortkomen4 ,de beteekenis van ,anaximenes ligt vooral hierin1 dat hij zich rekenschap zocht te geven van de wijze1 waarop uit de lucht de andere stoffen voortgekomen waren1 en dit vond in eene andere ligging der stofdeeltjes3 een verdichting of verdunning4 ,men rekent niet te ver te gaan1 als men uit de brokstukken van zijn geschriften besluit1 dat hij reeds tot 't inzicht kwam1 dat alle stoffen in de drie aggregaatstoestanden #e kunnen voorkomen1 een stelling1 waartoe de natuurkundige wetenschap nog niet zoo lang geleden gekomen is1 en die zij ook meer op voldoende basis van feiten heeft kunnen steunen1 sedert ze methoden gevonden heeft om ook die gassen1 bij welke dat vroeger niet gelukt was1 vloeibaar en vast te maken4 ,en omgekeerd leert de huidige natuurkunde zulke hooge temperaturen voortbrengen1 dat vele vaste lichamen tot gassen kunnen vervluchtigd worden4 ,het gemeenschappelijk kenmerk der drie ,milesirs is dus dit1 dat ze n stof als grond voor al het zijnde aannemen4 ,die stof heeft in zich zelve beweging4 ,daarom heeten ze levendmakers van stof1 hun systeem hylozosme 7,grieksch3 hul stof74 ,we hebben dus gezien1 hoe het eerste ,grieksche denken getroffen werd door de groote veranderlijkheid die ons de wereld biedt en hoe het daarachter een bestaande oerstof zocht4 ,we zullen nog twee richtingen leeren kennen1 waarvan de ne het meest getroffen is door de veranderlijkheid1 de andere haar aandacht het meest gevestigd heeft op 't zijnde en blijvende4 ,de man van de veranderlijkheid is ,heraclitus4 ,de denkers van het zijnde zijn de ,eleaten4 #c4 ,heraclitus van ,ephese 7 #ecf-dgj74 ,leven en ,karakter4 ,heraclitus werd uit een koningsgeslacht te ,ephese geboren4 ,later verliet hij zijn stad en ging in de stilte peinzen4 ,hij is een voorbeeld van den zich in stilte terugtrekkenden aristocraat4 ,groot was zijne menschen-verachting4 ,voor niemand bijna heeft hij een woord van lof of waardeering2 smaad en hoon voor velen4 ,de dichters moesten met roeden gegeeseld en met zweepen verjaagd worden4 ,het volk is schaamteloos in zijn mysterin1 het vult zijn buik als 't vee4 ,zijn boeken zijn onduidelijk geschreven4 ,hij wordt reeds in de oudheid de duistere genoemd en ,aristoteles klaagt over zijn moeilijk te ontwarren zinsbouw4 ,zelf acht hij dit geen nadeel4 ,de aristocraat van geboorte en van gezindheid schrijft niet voor de massa1 maar voor enkelen slechts4 ,hartstochtelijk van karakter1 rijk aan fantasie en gevoel1 is hij niet geschikt voor kalm1 inductief denken1 maar is hij een speculatief filosoof van 't echte ras4 7,vergelijk deel ,,ii over de speculatieve filosofie74 ,vruchtbare elementen1 die tot op dezen tijd nawerken1 zijn in zijn leer aan te treffen4 ,panta rei4 ,het meest wordt de aandacht van ,heraclitus getrokken door de wisseling der verschijnselen4 ,hij ziet niets blijvends in de wereld1 een voortdurend zijn is er niet1 alles wordt4 ,gaarne drukt hij dit uit in het beeld van den stroom1 wiens water een volgend oogenblik op een bepaalde plaats al weer anders is dan het oogenblik te voren4 ,vandaar zijn spreuk3 panta rei1 alles stroomt4 ,het beeld nu van deze wisseling vindt ,heraclitus in het vuur3 we zien het1 maar de vlam is nooit dezelfde4 ,in zekeren zin neemt hij dus het vuur als oerstof aan1 maar vat dit toch veel anders op dan de ,milesirs hun oerstof4 ,uit de oerstof komt alles2 tot de oerstof vloeit alles terug2 ook de werelden die er zijn4 ,zoo komt ,heraclitus tot de aanneming van een wereldbrand3 de wereld gaat tot het oervuur terug1 en komt daar na verloop van tijd weer uit te voorschijn1 bestaat weer1 gaat weer terug1 enz4 ,andere ,stellingen4 ,drie belangrijke stellingen van ,heraclitus moeten nog vermeld4 ,hij had inzicht in de relativiteit1 de betrekkelijkheid der eigenschappen4 ,zeewater1 den visschen heilzaam1 is den mensch verderfelijk4 ,wat in 't algemeen goed is voor ,a1 kan slecht zijn voor ,b4 ,absoluut goed of kwaad kan men niets noemen4 ,hetzelfde ding kan dus tegelijk goed en kwaad zijn4 ,in een ding kunnen twee tegengestelde eigenschappen tegelijk bestaan4 ,heraclitus leert de coxistentie van tegenstellingen4 ,gaarne drukt hij dat in schijnbaar tegenstrijdigheden bevattende zinnen1 in paradoxen1 uit3 ,de stroom waarin ik daal1 is niet dezelfde als die1 waaruit ik opstijg en het is wel dezelfde4 ,een andere paradox van ,heraclitus is deze3 de krijg is de vader van alle dingen4 ,jongere vondsten1 die het vervolg behelsden van het fragment1 waarin hij dit zei1 toonen aan1 dat hij hier een letterlijke beteekenis aan 't woord heeft gehecht4 ,daarbij heeft hij een inzicht1 dat eenigszins herinnert aan ,darwin's strijd om het bestaan en het overleven van de meest geschikte4 ,de oorlog toch heeft de tegenwoordige toestanden geschapen3 de sterken hebben gezegevierd1 de zwakken verloren en met hun nageslacht zijn ze slaven en onderworpenen geworden4 ,intusschen is deze uitdrukking ook symbolisch en bedoelt hij er mee het voortdurend te niet gaan van het eene1 waardoor zich weer iets anders ontwikkelt4 ,causaliteit4 ,de grootste gedachte van ,heraclitus is echter deze1 dat hij is gekomen tot het aannemen van een zonder uitzondering heerschende1 alles omvattende causaliteit4 ,het is een keerpunt in de ontwikkeling van het menschelijk geslacht1 dat het heerschen der causaliteit verkondigd wordt4 ,ging de zon van den regel afwijken1 dan zouden de beschermers van 't recht1 de ,erinyen1 haar navliegen4--,wie verstandig wil spreken1 moet zich gronden op dat1 wat allen gemeen is4 ,deze en dergelijke uitspraken toonen1 hoe streng ,heraclitus het causaliteitsbeginsel erkende4 ,ethiek4 ,het systeem van ,heraclitus is reeds vollediger dan dat der ,milesirs en het bevat ook aanduidingen voor de ethiek4 ,als opperste taak van het verstand beschouwt ,heraclitus het kennen van de ,wet1 volgens welke de wereld loopt1 van de wereldrede1 die voor hem soms samenvalt met het oervuur4 ,de opperste wet voor 't handelen is dan zich buigen voor die wet1 eigenzinnigheid is 't kwade4 ,slechts zoolang duren menschelijke inrichtingen1 als ze in overeenstemming zijn met de goddelijke wet4 ,maar is aan die voorwaarde voldaan1 dan moet die wet ook stipt gehoorzaamd worden4 ,invloed4 ,lang na ,heraclitus leefden er menschen1 die zich ,heracliteers noemden4 ,ze waren een geminachte secte en schenen weinig oog gehad te hebben voor de groote beginselen1 neergelegd in ,heraclitus' systeem4 ,veeleer schenen ze allerlei minder belangrijke dingen als 't voornaamste beschouwd te hebben4--,zoo wordt van ,cratylus verhaald1 dat hij zelfs niet sprak1 daar de veranderlijkheid der dingen het onmogelijk maakte een uitspraak te doen3 hij bewoog slechts een vinger4 ,de invloed van ,heraclitus echter is zeer groot geweest op vele richtingen en menschen4 ,zijn conservatieve en historische gezindheid1 zijn strenge causaliteit vooral vinden we terug bij de ,stocijnen 7bl4 #acd74 ,in ,heraclitus' systeem1 dat eischt een buigen voor de wereldwet1 dus een berusten in de gebeurtenissen van het leven1 vinden we al de sporen van de leer der latere ,stocijnen4 ,marcus ,aurelius1 de ,romeinsche keizer 7bl4 #ace71 verkondigde als levensleer het berusten in wat het lot ons toedeelt4 ,in de #ai;de eeuw vertoont ,hegel #f met zijn leer van de eenheid van tegendeelen groote overeenkomst met ,heraclitus4 ,wat bij ,heraclitus gebeurde1 geschiedde ook bij ,hegel4 ,op ,hegel's filosofie steunen zeer radicale richtingen in de maatschappij3 ,lassalle #g b4v4 wordt tot de linkerzijde der ,hegelianen gerekend4 ,zoo doet zich het merkwaardige feit voor1 dat zeer revolutionaire richtingen steun vinden in het systeem van den conservatieven ,heraclitus4 ,want niet alleen de strenge ,stocijnen vonden aanknoopingspunten bij hem1 maar ook bij tegenovergestelde richtingen1 vindt men sporen van zijn invloed4 ,hoe is dit te verklaren8 ,de kern van ,heraclitus' leer is het besef van de veelzijdigheid der dingen4 ,dit nu brengt mee een inzicht1 dat naast het gif het tegengif aanwezig is4 ,in toestanden van ellende en verwarring kan het de voorbereiding zien voor betere verhoudingen op allerlei gebied en rustiger1 geordender tijden4 ,in zooverre zit er een element van optimisme in4 ,men moet buigen voor het staatsgezag1 in zooverre het met goddelijk vernuft overeenkomt4 ,maar als het dit niet doet1 heeft het geen autoriteit4 ,en het is duidelijk1 dat licht de vraag f het dat doet1 ontkennend beantwoord wordt door diegenen1 welke zich niet kunnen verzoenen met heerschende regels4 ,het ,heraclitisme is historisch en conservatief4 ,het wijst in al 't negatieve iets positiefs aan4 ,maar444 het erkent geen vast bestaande1 geen definitieve afsluiting eener ontwikkeling4 ,en in zooverre bevat het elementen van revolutionairen aard4 #d4 ,de ,pythagoreers4 ,pythagoras4 ,op 't eiland ,samos werd1 waarschijnlijk #egj1 ,pythagoras geboren4 ,zeker bezocht hij ,egypte1 waarschijnlijk ook ,babylon4 ,daarna ging hij zich in ,kroton vestigen1 in beneden-,itali1 en stichtte daar een broederschap1 die wel eenigszins te vergelijken is met de latere geestelijke ridderorden4 ,er waren verschillende graden1 voor iederen graad was een afzonderlijk stel plichten1 en daardoor kon de broederschap ook in ruimer kring verbreiding vinden4 ,omstreeks #ejj werd het gebouw1 waarin zich de broederschap bevond1 verbrand door de tegenstanders4 ,of ook ,pythagoras zijn dood in de vlammen vond1 is niet bekend4 ,vervolgingen1 ten doode toe1 volgden in andere plaatsen4 ,weldra bestond de bond niet meer4 ,er waren alleen nog maar ,pythagoreers4 ,van ,pythagoras zelf weten we zeer weinig4 ,stellig is hij een buitengemeen begaafd man geweest1 die vele qualiteiten in zich vereenigde1 welke men meestal niet in n mensch aantreft3 aan grondige wiskundige kennis en belangstelling in astronomie paarde hij een warm ethisch gevoel1 een rijke fantasie1 een innigen godsdienstzin4 ,op twee gebieden zijn de ,pythagoreers dan ook werkzaam geweest3 op dat der wis- en sterrenkundige wetenschap1 en op dat der religie en ethiek4 ,wat nu door ,pythagoras zelf1 wat door zijn jongeren en navolgers gevonden is1 valt niet te zeggen4 ,zeer schoone1 opgesierde en totaal onbetrouwbare levensbeschrijvingen van ,pythagoras zijn tot ons gekomen uit de #c;de eeuw n4 ,chr4 ,met den geestelijken eigendom nam men het zoo nauw niet in de oudheid4 ,men verleende graag een zekere eerwaardigheid aan zijn uitspraken1 door ze terug te voeren op een geleerde van vroeger tijd4 ,vooral in de ,pythagoresche school was dit sterk4 ,als de meester iets beweerd had1 dan was daarmee alles bewezen4 ,autos epha 7hij heeft het zelf gezegd7 lag ,pythagoras' jongeren in den mond bestorven4 ,het is niet de eenige maal in de geschiedenis1 dat de jongeren zweren bij de woorden huns meesters4 ,we spreken dus van de ,pythagoreers en gaan hunne denkbeelden na4 ,de getallentheorie4 ,het is niet ongewoon1 de meening aan te treffen dat gevoel en gemoedsbehoeften altijd vijandig zijn aan het weten4 ,dit is ook inderdaad dikwijls het geval4 ,menigeen omhelst een leer1 omdat die zijn gemoedsbehoeften bevredigen kan1 weigert nieuwe inzichten aan te nemen1 omdat ze niet strooken met innerlijke begeerten of wenschen4 ,de geschiedenis van het wijsgeerig denken zal ons dan ook telkens voorbeelden doen zien1 hoe de tegenstand tegen bepaalde systemen niet ontsproten is uit vijandschap tegen het systeem1 omdat het als niet-waar erkend werd1 maar uit het besef1 dat het inging tegen lang-gekoesterde gevoelens1 wier verlies pijnlijk zou zijn4 ,daarom ziet men zelfs tot op onzen tijd wijsgeeren pogen1 hun systeem meer aannemelijk te maken1 door het meer of min in overeenstemming te brengen met een leer1 die tot dusver 't gevoel bevredigde4 ,het is echter zeer de vraag1 of een dergelijk pogen steeds gepaard kan gaan met die volkomen eerlijkheid en met die scherpheid van bepaling1 die absolute eischen zijn voor het filosofisch denken1 en we hebben trouwens geheel geen recht1 van te voren aan te nemen1 dat de wereld is ingericht op bevrediging der behoeften van ons gemoed4 ,deze opmerking gaat vooraf1 omdat we nu een voorbeeld zullen aantreffen1 hoe wetenschappelijke ontdekkingen hun oorzaak vonden in aesthetische en ethische behoeften4 ,de ,pythagoreers deden veel aan muziek4 ,men spande nu een snaar op een klankbodem1 wist die snaar langer en korter te maken en ontdekte toen1 dat er een verhouding bestond tusschen de lengte van de snaar en de toonshoogte4 ,hoe langer de snaar1 hoe lager2 hoe korter de snaar1 hoe hooger de toon4 ,hiermee was een der eerste ontdekkingen gedaan op 't gebied van de leer van het geluid en een belangrijken stap gezet op 't gebied der physica4 ,men zie echter goed in1 dat er in deze ontdekking nog iets anders school4 ,men kwam tot inzicht in de beteekenis van quantitatieve verhoudingen4 ,de huidige natuurkundige wetenschap tracht alles zoo precies mogelijk in getallen uit te drukken4 ,ze is niet tevreden1 met te weten1 dat een lichaam bij verwarming uitzet1 maar wenscht ook te kunnen zeggen3 bij zooveel graden warmtevermeerdering zal die stof precies zooveel uitzetten4 ,en ook daarmee is ze niet tevreden4 ,ze vraagt1 wat die warmte eigenlijk is3 waarom zet een lichaam uit als 't warmer wordt4 ,nu neemt de natuurkundige aan1 dat een lichaam uit allerkleinste deeltjes bestaat1 die in voortdurende beweging zijn4 ,warmer worden van een lichaam wil zeggen3 vermeerdering der snelheid1 waarmee die deeltjes zich bewegen4 ,de uitzetting is teruggebracht tot een sneller bewegen der deeltjes en een vergrooten van de afstanden1 waarop die deeltjes zich van elkaar bevinden4 ,maar die bewegingssnelheid en die afstanden kunnen berekend worden en wiskundig geformuleerd4 ,zoo voert de natuurkundige de veranderingen terug op verandering van meetbare grootheden en tracht alle gebeuren vast te leggen in wiskundig geformuleerde stellingen4 ,het getal1 de quantitatieve bepaling is dus van overwegende beteekenis voor de moderne wetenschap4 ,en het is bekend1 hoe niet alleen de natuurwetenschappen zich van het getal bedienen1 maar hoe men ook maatschappelijke verschijnselen 7b4v4 de sterfte1 de misdaad7 in statistieken brengt4 ,van de enorme beteekenis van het getal voor de beoefening der wetenschap1 hebben de ,pythagoreers een zoo diepen indruk gekregen 7al zagen ze natuurlijk niet al de aanwendingen der toekomst vooruit7 dat ze het getal verklaarden voor den grond van al 't zijnde1 voor 't eenig wezenlijke4 ,niet water1 vuur1 lucht1 niet het oneindige1 maar 't getal gold hun als grondstof4 ,nu hebben ze met hun levendige fantasie1 daaraan allerlei wonderlijke1 mystieke gedachten geknoopt4 ,gold de eenheid hun als 't volmaakte1 de twee1 die deelbaar was1 was minder volmaakt4 ,drie #a #a #a1 is een zeer volmaakt getal1 het heeft begin1 midden en einde4 ,als ze eenmaal alles in het wezen als getal verklaard hadden1 dan konden ze niet nalaten1 op hun standpunt ook geestelijke eigenschappen voor getallen te verklaren4 ,want tot nu toe kennen de denkers nog niet het onstoffelijke en abstracte4 ,zoo wordt gerechtigheid een kwadraat getal1 enz4 ,hoe vreemd ons dit alles ook moge lijken1 in die fantasterij zit een kern van waarheid3 de groote beteekenis van 't getal2 en het beduidt ook een voortschrijden van 't denken1 wanneer men gaat inzien dat men eerst dn een verschijnsel goed kan begrijpen1 als men de getallenverhouding kent1 waarin het zich voordoet4 ,we zullen later zien1 hoe in het begin van den nieuwen tijd de groote sterrenkundige ,kepler dit heeft beseft4 ,astronomie4 ,groote verdiensten hebben de ,pythagoreers voor de sterrenkunde4 ,het is gewenscht1 hier met een enkel woord te herinneren aan de gegevens4 ,aan onze oogen vertoont zich de aarde steeds als een plat vlak4 ,is ons uitzicht niet beperkt1 dan zien we dat platte vlak als een cirkel4 ,daarover welft zich als een halve bol het hemelgewelf1 waaraan de zon zijn dagelijkschen loop voltrekt1 nu eens hooger1 dan lager aan 't hemelgewelf4 ,de maan heeft eveneens haar dagelijksche beweging1 daarnaast haar maandelijksche schijngestalten4 ,sommige sterren1 de planeten1 zijn dan eens weer zichtbaar1 dan weer niet4 ,andere zijn altijd zichtbaar1 als de ,groote ,beer1 andere ook komen geregeld op en gaan geregeld onder4 ,ook den ,grieken waren deze verschijnselen niet onbekend en ze moesten naar verklaringen zoeken4 ,aanvankelijk waren die kinderlijk en fantastisch-dichterlijk1 maar we zagen reeds hoe ,anaximander den schijfvorm der aarde niet meer aannam4 ,deze verschijnselen nu kunnen we thans1 sedert ,copernicus in #aedc zijn ,over de omwenteling der hemellichamen uitgaf en allerlei sterrenkundige waarnemingen zijn hypothese gestut hebben1 in een eenvoudig stelsel samenvatten en uit een gering aantal veronderstellingen verklaren4 ,in het midden van ons zonnestelsel staat de zon4 ,daaromheen bewegen zich1 in ellipsvormige banen de planeten4 ,onze aarde is een dezer4 ,haar as staat met een hoek van #ff #a_/b op haar baan4 ,in #bd uren wentelt ze om haar as2 vandaar de verschijnselen van dag en nacht4 ,in een jaar wentelt ze om de zon3 oorzaak van de afwisseling der jaargetijden4 ,de duur van den omloopstijd der planeten hangt af van hun afstand van de zon1 bij sommige is die #hh dagen1 bij andere vele jaren4 ,de zon1 aarde en andere planeten staan dus op verschillende tijden in anderen stand ten opzichte van elkaar3 vandaar het dwalen1 dat de planeten aan den hemel schijnen te doen4 ,toen ,copernicus dit stelsel leerde1 plaatste hij dus de aarde uit het middelpunt4 ,de ,middeleeuwen hadden haar nl4 op voetspoor van ,ptolemaeus in het middelpunt geplaatst1 en om haar1 in allerlei kunstige banen1 zon en planeten laten wentelen4 ,het stelsel van ,copernicus bracht een omwenteling in het denken4 ,de kerk aanvaardde het eerst niet4 ,galile moest de aswenteling der aarde loochenen4 ,giordano ,bruno1 ook om andere ketterijen vervolgd1 stierf in #afjj op den brandstapel4 ,cartesius durfde zich niet dan voorzichtig en niet duidelijk zijne bedoeling verradend1 over de nieuwe leer uitlaten4 #h ,al deze strijd was ons gespaard gebleven en het denken wie weet hoeveel verder1 indien men voortgegaan was op het voetspoor der ,pythagoreers4 ,want dit staat vast3 ,de ,pythagoreers hebben de hoofdtrekken van het ,copernicaansche stelsel geleerd4 ,niet ineens kwamen ze er toe4 ,den bolvorm der aarde namen ze reeds spoedig aan1 't zij op grond van waarnemingen1 't zij omdat de bolvorm de volmaakste was en dit het best in hun systeem paste4 ,ze namen #aj hemelsferen aan2 die der vaste sterren1 die der zon1 die der #e planeten1 die der maan en die der aarde vormen #i4 ,tien was echter een heilig getal en ze meenden dus1 dat het aantal hemelsferen ook #aj moest zijn4 ,ze fantaseerden er dus een tiende bij3 de tegenaarde4 ,later echter1 toen uitgebreide reizen hun wereldkennis hadden verruimd1 lieten ze die vallen4 ,de hemellichamen maakten bij hun beweging om n groot centraal vuur geluiden1 die samen klonken als de tonen van een octaaf4 ,dit noemt men de harmonie der sferen4 ,dat wij ze niet hooren1 verklaarden ze op de volgende wijze1 die getuigenis aflegt van hun psychologische waarneming4 ,als een smid langen tijd op een aambeeld slaat1 hoort hij 't niet meer4 ,zoo ook hooren wij de harmonie niet meer4 ,ze beroepen zich dus op het verschijnsel1 dat in de huidige zielkunde het afvloeien heet4 ,met de tegenaarde liet men weldra het centraal vuur vallen4 ,ecphantes leerde de aswenteling der aarde4 ,daarna liet men sommige planeten om de zon bewegen4 ,en ten slotte plaatste ,aristarchus van ,samos 7#bhj v4 ,chr47 de zon in 't middelpunt en liet aarde en planeten om haar wentelen4 ,ethica4 ,langzamerhand verbond de ,pythagoresche zedeleer zich eng met de ,orphische mystiek en in latere perioden is het niet gemakkelijk te onderscheiden1 wat nu speciaal van de ,orphiek1 wat van de ,pythagoreers kwam4 ,in 't middelpunt stond de leer der zielsverhuizing4 ,na den dood van den mensch gaat de onsterfelijke ziel het lijf verlaten en vindt1 als ze niet genoeg gelouterd is1 haar plaats in een of ander dier4 ,ze verlaat dit weer voor een mensch en doorloopt zoo vele stadin1 tot ze ten slotte gereinigd is en weer n kan worden met de godheid4 ,hoewel oudere berichten zeggen dat ,pythagoras de leer der zielsverhuizing uit ,egypte invoerde1 valt dit te betwijfelen1 nu jongere ,egyptische onderzoekingen ons doen zien1 dat de leer der zielsverhuizing bij de ,grieken heel anders is geweest dan bij de ,egyptenaren4 ,meer overeenkomst vertoont ze met de leer der ,hindoe's1 waaraan ze misschien1 door bemiddeling der ,perzen1 ontleend kan zijn4 ,met het geloof aan zielsverhuizing hangt vegetarisme samen4 ,in de oudheid vertelde men van ,pythagoras de anecdote1 dat hij eens gezegd had3 ,sla dien armen hond niet1 de ziel van een vriend is in hem1 ik heb zijn stem in 't jammeren herkend4 ,de ,pythagoreers leidden een ascetisch1 onthoudend leven1 vrij van zingenot en wellust4 ,de leer der zielsverhuizing bracht een nieuw element in de ,grieksche waardeeringsoordeelen4 ,tot dusver had bij hen gegolden3 het lichaam meer dan de geest1 het lichamelijk leven 't voornaamste4 ,thans werd dit anders3 de hoofdaandacht werd gevestigd op 't geestelijk #i leven4 ,plato zou deze idee weer opnemen en met zijn groote genialiteit en machtigen blik verder ontwikkelen2 door hem ook heeft deze idee onwankelbaar post gevat in 't ,westersch denken1 waaruit ze misschien nimmer zal verdwijnen 7bladz4 #aje74 ,tegen 't einde der ,grieksche wijsbegeerte leeren we de ,neo-,pythagoreers kennen1 bij wie de religieuse vraagstukken op den voorgrond staan4 ,we zullen ze daar niet afzonderlijk behandelen1 omdat ze veel overeenkomst vertoonen met andere1 meer belangrijke richtingen1 die we dan zullen ontmoeten4 #e;a4 ,de ,eleaten4 ,de ,eleaten vormen de richting1 welke1 in tegenstelling met ,heraclitus niet op het worden maar op het zijn haar aandacht vestigt4 ,gewoonlijk laat men de school met ,xenophanes beginnen1 maar deze was meer een godsdienstig reformator4 ,stichter der eigenlijke wijsgeerige school is ,parmenides4 ,,xenophanes4 ,in ,kolophon1 aan de kust van ,klein-,azi werd ,xenophanes geboren4 ,toen de ,perzen ook zijn vaderstad onder 't juk hadden gebracht1 verliet hij zijn geboorteplaats en doolde van toen aan door 't ,grieksche land1 zoowel de verafgelegen kolonin bezoekend als wijlend in 't stamland4 ,als rondreizend zanger ging hij zoo een zestig jaar ruim door de ,grieksche wereld1 kennis verzamelend van menschen1 zeden1 toestanden en merkwaardige natuurverschijnselen4 ,op hoogen ouderdom liet hij zich neer in ,itali1 in ,elea en stierf daar in #dhj4 ,de school zijner jongeren heet daarnaar de ,eleatische4 ,het eigenlijke hoofd of de grondvester dezer leer is echter ,xenophanes niet4 ,hij was een godsdienstig denker en hervormer1 tegelijkertijd een nauwgezet natuuronderzoeker4 ,xenophanes heeft zich ten heftigste verzet tegen vermenschelijking der goden4 ,met groote scherpzinnigheid heeft hij opgemerkt1 dat de menschen zich hunne goden denken in analogie van zichzelf3 de ,thracirs stellen zich hun goden voor met blauwe oogen1 de negers met stompe neuzen en bruine gelaatskleur4 ,scherp spitst hij deze uitspraak toe1 door te zeggen3 als de leeuwen en de ossen goden hadden1 zouden ze zich dezen denken als leeuwen en ossen4 ,homerus en ,hesiodus hebben met hunne verzen de menschen niets anders dan diefstal1 wederzijdsch bedrog en echtbreuk geleerd4 ,duidelijk is het1 dat zijn verzet zich ook richt tegen 't geloof aan mythische wezens als giganten1 titanen1 centauren1 die hij verzinsels van de ouderen noemt4 ,in zekeren zin gaat ,xenophanes terug tot de vr-,homerische gods-opvatting1 hij ziet in den enen ,god1 die de grootste is de natuur4 ,zijn godsopvatting is min of meer panthestisch4 ,streng monothestisch evenwel niet4 ,hiertoe hebben de ,grieken het voor ,aristoteles niet kunnen brengen 7bl4 #aae74 ,dit vroeg te doen in volle klaarheid was weggelegd voor het1 overigens misschien minder begaafde1 ,isralietische volk4 ,hoewel de zaak niet absoluut is uitgemaakt1 mag men aannemen1 dat ,xenophanes ook natuurkrachten als godheden vereerde4 ,eene eigenaardigheid in zijne bestrijding van den toenmaligen godsdienst verdient vermelding4 ,hij bestreed dien nl4 door de godsdienstige voorstellingen met elkaar te vergelijken en dan tusschen sommige een tegenspraak aan te toonen4 ,misschien is geen betere wijze denkbaar1 om den twijfel op te wekken en het geloof aan 't wankelen te brengen4 ,ook in de #ah;de eeuw zien we ,voltaire deze methode met bijtenden spot toepassen op de ,katholieke ,kerk 7 #eb74 ,xenophanes deed het op de ,grieksche godsdienstige voorstellingen4 ,zoo vond hij het dwaas1 gestorven goden te betreuren1 zooals in de ,osirisvereering gebeurde4 ,een van beide3 f ze zijn dood en men gaat ze betreuren als menschen1 f ze zijn goden en kunnen niet sterven4 ,als natuuronderzoeker valt van hem vooral te vermelden1 dat hij in de groeven van ,syracuse versteende planten en dieren vond4 ,daaruit leidde hij af1 dat hier vroeger de zee moest geweest zijn en zoo is hij dus een voorlooper van een wetenschappelijke aardkunde4 ,,parmenides4 ,parmenides is de grondvester der ,eleatische leer4 ,door ,melissus en ,zeno is ze verder ontwikkeld en verdedigd4 ,heraclitus had geleerd1 dat alles ontstond4 ,de ,ionirs hadden de ,grieken gemeenzaam gemaakt met een steeds blijvende stof4 ,wij wezen er reeds op1 dat de leer van ,thales aanleiding moest geven tot de vraag3 maar we nemen allerlei dingen waar1 die gansch verschillend zijn1 en er is toch maar en oerstof4 ,hoe zit dat8 7,bladz4 #ad74 ,parmenides stelde de vraag en kwam tot de slotsom1 dat al de verschijnselen slechts schaduwen1 bedrieglijke beelden waren4 ,achter heel die wereld1 vol van allerlei kleur en vorm1 is n wezenlijkheid3 het zijnde4 ,dat zijnde moet zijn kenmerken hebben4 ,eeuwigheid3 het is niet ontstaan en vergaat ook niet4 ,onveranderlijkheid3 het ondergaat noch verandering naar de hoeveelheid1 noch naar den aard4 ,dit is de eenige leer van ,parmenides3 ,het zijnde is4 ,verder kon hij niets zeggen dan het hier gegevene1 want1 om de woorden van zijn navolger ,melissus te gebruiken3 ,we kunnen het zijnde aanschouwen noch kennen4 ,in het tweede deel van zijn leerdicht behandelt hij de meening1 den schijn1 zooals die zich aan ons voordoet1 tegenover de waarheid1 die hij in in 't eerste deel behandeld had4 ,we vinden hier de merkwaardige poging om naast de leer van het eigenlijke1 er nog een te geven voor wat het dagelijksch leven ons aanbiedt1 in overeenstemming met wat onze zinnen waarnemen4 ,we zullen dergelijk streven later ontmoeten4 ,vele sceptici ontkennen de mogelijkheid van het vinden der waarheid1 slechts de kennis der dingen1 zooals die zich als schijn aan ons voordoen1 kunnen we zoeken4 ,,zeno4 ,de betrekkelijk eenvoudige formule van ,parmenides liet niet veel verdere ontwikkeling toe4 ,gaan we van de ,eleaten ,melissus voorbij1 om nog even op ,zeno1 den ,eleaat #aj te komen1 niet vermeldenswaard om de resultaten van zijn denkarbeid1 maar wel om de methode zijner bestrijding4 ,zeno is de vader der dialectiek4 ,dialectiek4 ,hieronder verstaat men letterlijk de kunst om een gesprek wetenschappelijk te voeren1 in ruimeren zin ook de ontleding der begrippen4 ,de leer van het eene zijnde1 van de onmogelijkheid van verandering1 was door velen met spotgelach begroet4 ,zeno stelt zich nu niet de taak1 die leer allereerst te verdedigen1 maar hij valt zijn tegenstanders aan en tracht te bewijzen1 dat ruimte1 beweging1 veelheid1 onmogelijk is4 ,daarbij gebruikt hij zulke scherpzinnige vondsten1 dat men in de oudheid en in de middeleeuwen er verlegen mee heeft gezeten4 ,we geven er n1 die betrekkelijk gemakkelijk is te begrijpen en te weerleggen1 uitvoeriger weer4 ,in zijn bestrijding van de betrouwbaarheid onzer zintuiglijke waarneming zegt ,zeno3 ,wanneer men een schepel koren uitstort1 hoort men een geruisch1 maar als men dit korrel voor korrel doet1 niet4 ,nu kan toch niet uit de optelling van een groot aantal nullen iets ontstaan4 ,de nieuwere zielkunde geeft gemakkelijk een verklaring van dit verschijnsel4 ,om een prikkel waar te nemen1 moet die een zekere sterkte hebben4 ,de sterkte hangt ook af van onzen geestestoestand4 ,een zwakken prikkel zullen we bij groote aanwending van onze opmerkzaamheid wel waarnemen1 bij toestanden van slapheid en zwakte niet4 ,de luchttrillingen door n korrel veroorzaakt1 bestaan wel1 maar zijn niet sterk genoeg1 om een gewaarwording teweeg te brengen4 ,vele korrels tegelijk vallende1 brengen meer luchttrillingen voort1 die samen sterk genoeg zijn om de gewaarwording te doen ontstaan4 ,deze ontstaat dus niet uit de som van nullen1 ze wordt opgewekt door een prikkel1 die zelf uit een aantal zwakkere is opgebouwd1 welke elk op zich zelf niet sterk genoeg zijn1 om waargenomen te worden4 ,zoo hebben we ook hier weer een voorbeeld1 hoe de oplossing het probleem volgt1 als de wetenschap1 in dit geval de zielkunde1 maar ver genoeg is4 ,we zien meteen1 hoe de opstelling van het vraagstuk ook een prikkel is1 om onderzoekingen in te stellen4 ,alleen reeds het stellen van het probleem is de halve oplossing1 zou ,hume later zeggen4 ,deze schijnbare tegenstrijdigheid door ,zeno gesteld is dus opgelost4 ,zijn andere bezwaren zijn moeilijker te behandelen4 ,hiermee volstaan we4 ,de merkwaardige methode van ,zeno's bestrijding is toegelicht4 ,op de problemen1 in andere van zijne argumenten vervat1 komen we bij latere denkers terug4 ,we hebben nu gezien1 hoe verschillende oerstoffen werden opgesteld1 7de ,ionirs7 hoe eenerzijds het worden tot het alleen waarachtige was verklaard 7,heraclitus7 anderzijds het zijnde 7,eleaten74 ,we zullen thans twee denkers ontmoeten1 die getracht hebben1 de beide begrippen van worden en zijn te vereenigen4 ,de een door aan te nemen dat er evenveel oerstoffen als zinnelijke kwaliteiten zijn 7,anaxagoras71 de ander 7,empedocles7 door een bepaald aantal grondstoffen aan te nemen1 waaruit de wereld was opgebouwd4 #e;b4 ,anaxagoras 7#ejj- #dbh74 ,leven4 ,anaxagoras werd in ,klein-,azi geboren1 bracht een tijdlang te ,athene door1 ging vandaar1 aangeklaagd wegens godslastering en vrijgesproken naar ,lampsacus1 waar hij1 hoog bejaard en zeer geerd1 stierf #dbh4 ,hij was een ernstig1 nuchter denker1 een streng onderzoeker1 heeft op de menigte door zijn zedelijken ernst1 door zijn zelfstandigheid wel diepen indruk gemaakt1 maar door zijn1 voor 't oog der menigte bizarre theorien1 ook wel eens de vraag doen ontstaan1 of hij wel ten volle toerekenbaar was4 ,leer4 ,niet benvloed door de ,eleaten--die 't zijnde als eenige werkelijkheid1 de verschijningswereld als schijn en droombeeld hadden verklaard--wel echter bekend met de oerstof der oude ,milesirs1 verklaart ,anaxagoras dat er eigenlijk zooveel stoffen zijn als er qualiteiten bestaan4 ,ontstaan en vergaan is er niet3 ontstaan is een verbinding van stoffen1 vergaan een scheiding4 ,het begrip van de onveranderlijkheid der stof heeft dus ook bij hem post gevat4 ,eigenaardig is het1 dat hij de stoffen1 die ons de huidige scheikunde als eenvoudig heeft leeren kennen1 't samengesteldst vond2 b4v4 water1 lucht4 ,we kunnen echter wel in zijn gedachtengang komen4 ,stel1 er is een brood4 ,we eten dit en het gaat over in bloed1 beenderen1 de huid enz4 ,in het brood1 denkt ,anaxagoras1 moeten dus wel al de deeltjes zitten1 waaruit bloed1 beenderen enz4 kunnen ontstaan4 ,maar dan moeten die stoffen ook zijn in het graan1 ook in den grond1 het water1 de lucht1 de zon1 waaruit dat graan groeit4 ,dit inzicht is ook juist4 ,alleen1 omdat hij nu aannam1 dat de deelen van ons lichaam enkelvoudige dingen waren1 het bloed1 de beenderen1 de huid dus b4v4 niet samengesteld waren1 moest hij in water1 lucht enz4 wel een massa elementen zoeken4 ,aan het begin der wereldontwikkeling staat nu een chaos1 waarin al die elementen1 zaden1 aanwezig zijn4 ,de wereld1 zooals wij die kennen ontstaat nu1 doordat er draaiing komt1 eerst aan n punt1 en dan in steeds wijder kringen1 de deeltjes worden door de beweging gescheiden1 van elkaar gerukt3 het dichte1 vloeibare1 koude en donkere is daar gekomen1 waar nu onze aarde is1 het luchtige1 droge1 warme steeg op naar den ether4 ,de noes4 ,de groote vraag blijft nu3 hoe ontstaat die allereerste beweging8 ,ze wordt veroorzaakt door de noes4 ,het is moeilijk voor een #bjste eeuwer zich duidelijk te maken1 wat er met de noes bedoeld wordt4 ,het ,grieksche woord beteekent ook geest1 vernuft1 en men heeft daarom in ,anaxagoras den eersten opsteller van het geestbegrip willen zien4 ,maar dit is niet geheel juist4 ,anaxagoras denkt zich zijn noes als een soort stof3 de fijnste van alle4 ,maar toch is deze stof wel anders dan andere stoffen3 ze is bewegingwekkend1 organiseerend4 ,daarom ook mag men in de noes-leer een voorbereiding zien der leer1 dat er iets gansch anders is dan stoffelijke verschijnselen1 het psychische4 ,met zijn noes kan ,anaxagoras de wereld opbouwen4 ,met n hypothese verklaart hij een menigte feiten en toont daarmee een beginsel te kennen1 dat ook voor de huidige wetenschap van groot belang is4 #f4 ,empedocles 7#die-dce74 ,leven4 ,een sterk contrast met den solieden ,anaxagoras vormt ,empedocles4 ,hij werd #die in ,agrigentum1 het huidige ,girgenti op ,sicili1 geboren1 behoorde tot een oud en invloedrijk adellijk geslacht1 werkte mee aan de verdrijving van den heerschenden tyran1 bedankte voor den aangeboden koningstroon en trok in bonte1 opvallende kleeding het land door1 als priester1 arts1 ingenieur en wonderdoener1 opgezocht en bewonderd door duizenden4 ,ongetwijfeld was hij een man van groote talenten4 ,zijn geboortestad wist hij een beter klimaat te geven door een rotswand te laten doorbreken1 die een verfrisschenden noordenwind toegang gaf2 een andere stad verloste hij van de pest1 door drooglegging van een moeras4 ,niet ongeloofwaardige berichten verhalen ons van treffende genezingen4 ,maar het is moeilijk1 een juist oordeel omtrent zijn persoon te vormen1 en uit het pralende omhulsel van zijn groote beloften en aanstellerij de kern te halen4 ,hij stierf1 een #fj jaar oud1 in eigenlijk ,griekenland4 ,een eenvoudige dood echter scheen voor zulk een man niet mogelijk4 ,zoo verbreidden zich allerlei sagen over zijn sterven3 sommige lieten hem in den vuurgloed van den ,etna springen1 andere in een vuurkolom ten hemel varen4 ,leer3 de vier elementen4 ,het is niet te verwonderen1 dat de leer van ,empedocles geen streng systematisch geheel is4 ,er zijn elementen uit allerlei richtingen in op te merken4 ,toch is ze1 ondanks haar gapingen en inconsequenties1 veel meer dan een bloote compilatie #aa en heeft wezenlijk bijgedragen tot den vooruitgang4 ,empedocles' groote verdienste ligt in de opstelling eener leer1 waaraan drie beginselen ten grondslag liggen1 welke men ook in de hedendaagsche scheikunde kent3 #ao4 ,er bestaan een beperkt aantal grondstoffen1 die op zich zelf niet veranderlijk zijn4 #bo4 ,die stoffen gaan allerlei verbindingen met elkaar aan4 #co4 ,die verbindingen kunnen zoodanige zijn1 dat er van de eene stof meer is dan van de andere4 ,de uitwerking dezer beginselen is natuurlijk kinderlijk en gebrekkig4 ,als vier elementen kent hij lucht1 water1 vuur en aarde #ab4 ,bij de drie1 ons reeds bekend1 voegt hij dus een vierde4 ,we zien1 dat de aarde overeenkomt met den vasten1 het water met den vloeibaren1 de lucht met den gasaardigen toestand4 ,het vuur1 dat niet meer met een aggregaatstoestand overeenkomt1 maar een proces is1 dat der verbranding1 staat hier wat vreemd naast4 ,deze elementen verbinden zich4 ,geen lichaam1 of het bestaat uit een vereeniging dezer vier4 ,nam men nu aan1 dat de stoffen in gelijke hoeveelheid bij een menging voorkwamen1 dan waren er slechts de volgende mogelijkheden3 #d lichamen uit n grondstof samengesteld4 #f 11 11 twee grondstoffen 11 #d 11 11 drie 11 11 #a lichaam 11 vier 11 11 ,het zoo verkregen getal 7#ae7 beantwoordt lang niet aan de groote hoeveelheid stoffen1 die ons de ervaring leert kennen4 ,daarom moet er aangenomen worden1 dat de verhouding ongelijk is1 waarin die stoffen zich kunnen verbinden4 ,ook hier is de voorstelling van ,empedocles naef1 vergeleken bij de tegenwoordige scheikunde4 ,zoo meent hij te kunnen volstaan met eenvoudige verhoudingen1 die hij natuurlijk niet door onderzoekingen vinden kon3 beenderen bestaan b4v4 voor #a_/b uit vuur1 #a_/d uit aarde1 #a_/d uit water4 ,wereldvorming4 ,oorspronkelijk waren alle #d elementen vereenigd4 ,dit was het eerste stadium4 ,de kracht1 die ze bijeenhield1 noemt ,empedocles de vriendschap4 ,toen kwam de twist #ac als storend beginsel1 tot alles in deelen uiteenlag4 ,daarna wordt alles weer vereenigd4 ,tusschen deze beide stadin nu van volkomen eenheid en volkomen uit elkaar liggen1 zijn twee stadin van strijd tusschen vriendschap en twist4 ,in 't eerste gaat de twist de overhand krijgen1 in 't andere de vriendschap4 ,we kunnen 't ook aldus voorstellen3 ,i4 ,overheersching van de vriendschap4 ,,ii4 ,v ,optreden van den twist en diens scheidende werking4 ,,iii4 ,overheersching van den twist4 ,,iv4 ,v ,optreden van de vriendschap en haar verbinding4 ,in het tweede en vierde stadium alleen is organisch leven mogelijk4 ,waarneming4 ,het eerste denken neemt aan1 dat het de dingen ziet1 juist zooals ze zijn4 ,ook ,anaxagoras1 al heeft hij zich over de beperktheid van ons waarnemingsvermogen beklaagd1 nam aan1 dat de zinnen ons juiste kennis geven van de buitenwereld4 ,de ,eleaten verklaarden eenvoudig de ons door zinnelijke waarneming gegeven kennis voor doxa1 meening2 niet voor waarheid4 ,empedocles nu tracht na te gaan1 hoe onze waarneming tot stand komt4 ,hij begrijpt--en dit is weer een vooruitloopen op een moderne gedachte--dat er een weg is tusschen de inwerking van het voorwerp op onze zintuigen en de waarneming4 ,dat we er dus niet komen1 met eenvoudig de waarneming als zoodanig te verwerpen of aan te nemen1 maar moeten nagaan1 he ze ontstaat4 ,ook hier zijn zijne oplossingen kinderlijk-fantastisch4 ,voorloper van ,darwin4 ,het oog b4v4 bestaat voornamelijk uit water en vuur4 ,een voorwerp zendt kleine deeltjes uit4 ,van ons oog gaan nu ook kleine deeltjes door de porin der omhullende wanden4 ,vlak bij 't oog raken nu de deeltjes van 't oog en van 't voorwerp elkaar1 en dit proces geeft de gewaarwording4 ,het vuur 7tevens het lichte7 neemt het vuur1 het water 't water waar4 ,in zekeren zin mag men ,empedocles ook een voorlooper van ,darwin noemen1 in zooverre hij het doelmatige bij de dieren en in de natuur hieruit verklaarde1 dat de meest geschikte vormen waren blijven bestaan en de ongeschikste te gronde gegaan4 ,hoogst naef is echter zijn voorstelling3 ,er zijn eerst pooten1 koppen enz4 gekomen2 door de aantrekkende werking der vriendschap vereenigden zich deelen3 men kreeg paarden met menschenkoppen1 dieren met te veel of te weinig pooten1 enz4 ,dergelijke vormen gingen te gronde4 ,maar zoo er een levensvatbare1 goede1 verbinding ontstond1 dan bleef die en plantte zich voort4 ,empedocles is een rijke geest geweest en zijn groote algemeene belangstelling blijkt wel hieruit dat hij ook trachtte de oplossing te vinden van een aantal vragen1 waarop ook de tegenwoordige wetenschap nog geen afdoend antwoord vermag te geven4 ,zoo b4v4 de vraag naar de factoren1 die bepalen1 of een kind van 't mannelijk of van 't vrouwelijk geslacht zal zijn4 #g4 ,de ,atomisten #ad4 ,,leucippus en ,,democritus4 ,het groote stelsel1 dat ons nu gaat bezighouden1 is in zijn eerste gedachten ontwikkeld door een tijdgenoot van ,empedocles en ,anaxagoras3 ,leucippus1 die misschien wel in ,abdera gewoond heeft4 ,of hij geschreven heeft is onzeker1 bewaard gebleven is niets4 ,door ,democritus van ,abdera 7 #dbj7 is het verder ontwikkeld4 ,het is een moeilijk probleem1 precies uit te maken1 wat van ,leucippus1 wat van ,democritus zelf is4 ,we behandelen de leer dus als geheel4 ,alleen zij opgemerkt1 dat ,democritus n belangrijk inzicht ontleende aan een denker1 dien we straks zullen leeren kennen3 ,protagoras1 en dat men dus zeker zeggen kan1 dat dit niet van ,leucippus was4 ,democritus1 een man van zeldzame begaafdheid1 had veel gereisd1 veel onderzocht1 vestigde zich later blijvend te ,abdera en schijnt alleen een provinciale beroemdheid te hebben genoten4 ,hij heeft veel geschreven over allerlei onderwerpen4 ,de klaarheid en kracht van zijn stijl worden door ,cicero hoog geprezen4 ,zeer te bejammeren is het dus1 dat zijn werken zoo goed als geheel verloren zijn gegaan1 een verlies1 dat slechts matig vergoed wordt door de berichten1 die we bij latere schrijvers over hem aantreffen4 ,aanknoopingspunten4 ,de ,atomistiek is niet uit de lucht komen vallen en haar opbouw door de geniale grondleggers is niet een werk geweest1 dat geen steun of voorbereiding vond in vroeger uitgesproken meeningen4 ,met name mag hier herinnerd worden aan de strenge opvatting van causaliteit1 aan het aannemen van een zijnde achter de verschijnselen1 hoe dan ook gedacht1 aan de pogingen om onze waarnemingen te verklaren4 ,de voortgang der speciale wetenschappen had het vertrouwen op het denken vergroot en speciaal was de werkzaamheid der ,grieksche artsen niet zonder vrucht gebleven4 ,waarneming en nauwkeurige bestudeering van ziektesymptomen kwam voor4 ,vooral ,hippocrates van ,kos was een beroemd geneesheer en is als schrijver zeer vruchtbaar geweest4 ,de overlevering verhaalt ook van persoonlijke aanraking tusschen ,democritus en ,hippocrates en van een daarop gevolgde correspondentie4 ,leer4 ,gaan we nu over tot de hoofdbeginselen der atomistiek4 ,bijna geen enkele leer der oudheid komt zoo overeen met huidige begrippen4 ,bijzonder leent deze leer zich ook tot toelichting van enkele voorname hoofdbegrippen uit de tegenwoordige wetenschap4 ,uit niets kan niets ontstaan2 niets1 dat bestaat1 kan vernietigd worden4 ,we ontmoeten hier een gedachte van uiterst groot belang #ae4 ,zoo spoedig we n4l4 overtuigd zijn1 dat niets vernietigd kan worden1 is een spoorslag gegeven1 om te onderzoeken waar iets1 dat schijnt te vergaan dan blijft4 ,wat geschiedt er met dat1 wat we verbranden8 ,wat met een stof1 die opgelost wordt in een andere8 ,wat met een organisch lichaam1 dat wegrot8 ,immers schijnbaar verdwijnt hier iets4 ,maar we hebben de overtuiging1 dat er niets verdwijnt3 de stof1 die de genoemde lichamen samenstelt1 meten we weer terug vinden4 ,zoo vinden we dat oplossen niets anders is dan eene zeer fijne verdeeling en verspreiding der deeltjes door die van een andere stof4 ,zoo verbranding3 verbinding met zuurstof1 enz4 ,de beteekenis van deze stelling is echter grooter dan die van een vruchtbaar beginsel alleen4 ,ze geeft ons eene belangrijke waarheid uit het gebied van de theorie der kennis4 ,we hebben hier met een axioma te doen1 dat1 naar vele denkers aannemen1 niet uit de ervaring kan stammen4 ,immers1 deze leert ons niet1 dat er niets verdwijnt4 ,tal van malen toch zien we iets verdwijnen1 zonder dat we kunnen nagaan1 waar het gebleven is4 ,we moeten dus aannemen1 dat dit inzicht ons vr de ervaring gegeven1 dat het aprioristisch is4 ,het is er ver vandaan1 dat de atomisten1 die dezen regel opstelden1 ook een helder inzicht hadden in haar aprioristisch karakter4 ,dit element in onze kennis is eerst door ,kant met volledige klaarheid behandeld4 ,zoo zien we1 dat het menschelijk denken langen tijd met beginselen en regelen kan werken1 zonder zich van hun aard rekenschap te geven4 ,het is duidelijk1 dat dit beginsel min of meer voorbereid was door het aannemen der eene oerstof of het eene zijnde der ,eleaten4 ,we zagen1 dat de ,eleaten het veranderen loochenden1 dat ,empedocles en ,anaxagoras de verandering terugbrachten tot een verbinding en scheiding van elementen4 ,duidelijk blijkt dat deze stelling ook behoort tot het stelsel der atomistiek1 zoodat we kunnen schrijven3 ,alle verandering is verbinding en scheiding van deelen4 ,de vraag rijst nu3 hoe moeten die deelen gedacht worden4 ,de ,ionirs hadden n stof1 ,anaxagoras kende een oneindig aantal stoffen1 ,empedocles vier4 ,de atomisten kwamen nu tot het aannemen van een oneindig aantal stofdeeltjes1 die ze atomen heetten4 ,deze atomen zijn alleen verschillend in vorm1 niet in aard4 ,er zijn niets anders dan atomen1 in oneindig aantal1 en verschillend van vorm4 ,naar het aannemen van atomen heet deze leer atomistiek4 ,stellen we ons een willekeurig lichaam voor1 b4v4 een stuk krijt4 ,we kunnen het in deeltjes verdeelen1 deze weer verdeelen1 enz4 tot de onvolmaaktheid onzer waarneming of van onze werktuigen fijnere verdeeling onmogelijk maakt4 ,de wetenschap heeft het zeer zeker tot uiterst fijne verdeelingen gebracht4 ,met een mikrotoom snijdt men in een botanisch laboratorium bladdoorsneden van #a mikron 7#a_/ajjj m,m47 dikte4 ,hoe klein dit ook moge zijn1 we kunnen ons toch voorstellen1 dat ook dit nog wel verder verdeeld zou kunnen worden1 enz4 ,het aannemen nu van vaste1 niet verder deelbare atomen is de grootste daad der atomisten4 ,met behulp van het begrip atomen kunnen we ons den opbouw der lichamen denken4 ,zij zijn het blijvende2 de eeuwigheid en onveranderlijkheid van het ,eleatisch stelsel vinden we daarin3 alle wisseling is niet anders dan eene verbinding en scheiding van atomen4 ,in de moderne natuurkundige wetenschap heeft zich deze theorie buitengewoon vruchtbaar bewezen4 ,in den laatsten tijd is men nog weer verder gegaan in de richting der atomenleer en heeft men het atoom-begrip ook ingevoerd in de leer der electriciteit3 ook deze denkt men zich te bestaan uit vaste kernen1 de electronen4 ,zeer naef is de voorstelling van de wijze1 waarop de atomen nu samen n lichaam vormen4 ,ze hebben heel verschillende vormen4 ,sommige hebben haakjes1 andere uitsteeksels1 derden weer indeukingen1 enz43 daardoor kunnen ze aan elkaar vastblijven4 ,de wereld ontstaat door atoombeweging4 ,democritus ging van het nu als onjuist gekende standpunt uit1 dat de lichamen niet even snel vallen4 ,bij dezelfde dichtheid zou een grooter massa sneller vallen dan een geringer4 ,de grootere atomen haalden in hun val de kleinere in4 #af ,de atomen hebben verschillende vormen4 ,een ingehaald atoom kreeg een stoot1 die wel gewoonlijk niet juist op 't middelpunt gericht was4 ,daardoor kregen de atomen1 die ingehaald werden1 zijwaartsche bewegingen en draaingen om hun as4 ,waren er in een bepaalde laag eenmaal zijbewegingen ontstaan1 dan werden die hoe langer hoe ingewikkelder4 ,ook de steeds doorgaande val der zwaardere atomen vergrootte de sterkte der beweging4 ,zoo kunnen er in een bepaalde laag atomen heftige bewegingen tot stand komen1 waaronder ook teruggaande4 ,zoo verzamelden de zwaardere atomen zich beneden1 de lichtere bleven boven4 ,zoo ongeveer kan men zich ,democritus' meening denken1 hoewel het ontbreken zijner geschriften ons altijd eenigszins in 't onzekere laten moet omtrent zijn juiste bedoeling4 ,dat nu de lichamen zoo verschillend zijn ligt aan de verscheidenheid der atomen3 deze zijn ongelijk van vorm1 grootte1 getal en ordening4 ,dit verschil kunnen we ons duidelijk maken met een eenvoudig voorbeeld uit de oudheid4 ,a en ,n verschillen door vorming2 ,,an en ,,na door ordening2 ,n en een gekantelde ,n door ligging4 ,we hebben gezien1 dat de ,eleaten de wereld der verschijnselen voor doxa hielden4 ,ook ,democritus gebruikt dit woord4 ,hij steunt daarbij op een door ,protagoras gewonnen opvatting der qualiteiten4 ,nemen we de kleur van een ding4 ,we weten tegenwoordig1 dat kleur iets is1 dat onze geest aan de dingen toekent1 een bijzondere wijze1 waarop we reageeren op bepaalde prikkels4 ,in de werkelijkheid zijn er geen kleuren4 ,er zijn alleen ethertrillingen1 met verschillende golflengtes en onderscheidene snelheid4 ,treft eene ethertrilling met een golflengte van #j1ef mikron ons oog1 dan ontstaat er een andere kleurgewaarwording1 dan wanneer die lengte b4v4 de helft is4 ,de kleur is dus een eigenschap1 die de dingen niet zelf hebben1 maar die wij ze toekennen4 ,waren onze organen anders ingericht1 dan zouden we misschien geheel andere gewaarwordingen krijgen1 als ethertrillingen ons oog troffen4 ,desgelijks is het met het geluid4 ,we hebben gewaarwordingen van hooge en lage tonen1 maar in werkelijkheid zijn er luchttrillingen van meerdere of mindere snelheid4 ,onze tegenwoordige wetenschap1 erkent dus1 dat sommige eigenschappen der dingen de wijzen zijn1 waarop wij ze opvatten4 ,deze subjectiviteit der eigenschappen is in den nieuweren tijd vooral door ,john ,locke in 't licht gesteld4 ,kleur noemde hij een secundaire eigenschap4 ,maar geen ding kon hij zich denken zonder vorm en grootte4 ,dit waren dus primaire eigenschappen 7 #df74 ,zonder te steunen op onze moderne wetenschap en zonder ,locke's scherpe onderscheiding te geven had ,protagoras toch ook een inzicht in de subjectiviteit van sommige eigenschappen4 ,democritus zegt dan ook met hem1 dat het bittere1 het zoete1 het warme als zoodanig niet bestaat6 ,het is er slechts door onze opvatting1 het bestaat in de meening1 in de doxa4 ,wat alleen bestaat1 dat zijn de atomen4 ,toch zou men hier eene bedenkelijke gaping kunnen constateeren4 ,immers3 wat ons het allereerst gegeven is1 zijn juist onze gewaarwordingen4 ,deze tot schijn te verklaren1 is eigenlijk het meest reele ontkennen4 ,descartes is het in 't bijzonder geweest1 die vaststelde1 dat de eerste1 ons gegeven werkelijkheid onze bewustzijnsverschijnselen waren 7 #dj74 ,maar ook reeds eerder zullen we deze meening aantreffen 7bl4 #hf74 ,de erkenning der subjectieve zijde van de eigenschappen behoeft niet mee te brengen een ontkenning hunner werkelijkheid4 ,zielenleer4 ,voor de natuurverschijnselen heeft ,democritus dus een streng mechanische verklaring gegeven3 atomen1 door druk en stoot op elkaar werkend1 zijn er2 anders niets4 ,deze verklaringswijze past hij ook toe op 't geestelijk bestaan4 ,ook dr erkent hij niets anders dan werking van atomen4 ,dat psychische verschijnselen iets anders zijn dan physische1 is hem niet bewust geworden4 ,de ziel bestaat uit ronde1 gladde1 fijne atomen4 ,in de zedeleer is ,democritus eudaemonistisch4 ,het hoogste doel is gelukzaligheid4 ,deze echter stelt hij zich heel hoog voor3 we moeten streven naar zielerust1 en de hoogste zielerust vergelijkt hij bij de stilte der zee4 ,alleen door heerschappij te voeren over onze heftige begeerten kunnen we die rust verkrijgen4 ,niet uit vrees voor straf of uit hoop op belooning1 maar om het loon dat de deugd in zichzelf draagt1 zullen we hiernaar trachten4 ,,hoofdstuk ,,ii4 ,,de ,,socratische ,,tijd4 #h4 ,inleidende opmerkingen4 ,de ,grieksche ,renaissance stelden we plus minus #gjj-ejj4 ,voor het ,grieksche cultuurleven is de daaropvolgende eeuw van overwegende beteekenis4 ,de ,perzen1 onder ,cyrus 7#eei-ecj7 tot wereldheerschappij gekomen1 onder ,darius 7#ebb-dhe7 in die heerschappij bevestigd door uitnemende organisatie van hun staat1 waren in botsing gekomen met de ,grieksche steden op de kust van ,klein-,azi4 ,de onderwerping van zijn vaderstad had ,heraclitus met bitterheid vervuld en hem krijgshaftige eigenschappen hoog doen schatten4 ,de ,grieken uit het stamland hadden de ,klein-,aziatische ,grieken eenige hulp verleend4 ,dit werd de aanleiding tot de botsing tusschen de twee machten3 ,perzi en ,griekenland4 ,we behoeven niet te herinneren aan den nobelen tegenweer door de ,grieken den ,perzen geboden1 aan de slagen bij ,marathon1 ,salamis en ,plateae 7#dij-dhj-dgi74 ,en al bleven oude twisten en veeten bestaan3 er was een sterk gevoel van samenhoorigheid gekomen onder de ,grieksche staatjes3 als een tweespan hadden het conservatieve ,sparta1 de soldatenmacht1 en ,athene1 het omhoogstrevende en democratische handelsstaatje1 voor den wagen der ,grieksche vrijheid geloopen4 ,levendig waren de betrekkingen1 door het ,grieksche stamland onderhouden met de kolonin op ,sicili4 ,het tijdperk van #ejj-djj kenmerkt zich dus door zekere verruiming van blik1 door een zich verheffen boven enge afgeslotenheid4 ,we zagen reeds hoe ,democritus verre reizen deed1 hoe ,xenophanes het ,grieksche land doortrok1 ,empedocles in verschillende plaatsen werkzaam was4 ,in ,anaxagoras ontmoetten we den eersten denker1 die langen tijd in ,athene vertoefde4 ,dit al-,grieksche zouden we kunnen zeggen1 is omstreeks #djj meer het deel van breeder kringen geworden4 ,blijven ook nationale veeten bestaan1 de blik is toch op wijder gebied gevestigd4 ,athene4 ,een tweede belangrijk feit is3 de rangverhooging van ,athene4 ,het was natuurlijk niet de eenige voorname staat naast ,sparta4 ,ook ,corinthe1 ,megara1 ,aegina hadden belangrijken handel en levendige industrie4 ,maar ,athene wordt een groote ,mogendheid in ,griekenland4 ,bij het begin der ,perzische oorlogen had het ,sparta de leiding gelaten4 ,maar het genie van ,themistocles had ontdekt1 waar ,athene's grootheid te zoeken was3 zijn toekomst lag op 't water4 ,hij had den aanbouw van een vloot doorgezet1 was werkzaam geweest voor de havenwerken1 had de vierde klasse1 die als roeiers dienst zouden moeten doen1 stemrecht weten te geven4 ,met tal van steden en eilanden had hij het ,delisch-,attisch verbond gesloten1 waarin weldra ,athene de leidster werd1 de bondgenooten vazallen1 hun contributie aan den bond een schatting aan het overheerschende gewest4 ,democratie4 ,met deze uitbreiding van rijkdom1 macht1 handel en nijverheid had de ontwikkeling der democratie gelijken tred gehouden4 ,werk en brood was er in de levendige haven van ,athene voor ieder1 die werken wou1 te vinden4 ,dus hoopte zich in de stad een groote bevolking op4 ,het platteland werd verlaten4 ,de landedelman zag zijn invloed verminderen4 ,maar de handelsman werd rijk4 ,hem was de nieuwe toestand naar den zin3 hij bracht geld aan4 ,naast het stemrecht der vierde klasse toegekend kwamen andere democratische maatregelen4 ,er werd presentiegeld gegeven aan hen1 die de volksvergadering bezochten of recht spraken4 ,gratis schouwburgbezoek werd toegestaan4 ,het tooneel was in dien tijd een belangrijke macht4 ,de treurspelen van ,sophocles en ,euripides roeren ook nog het moderne gemoed4 ,daarnaast staan tooneelstukken1 waarvoor de naam blijspel misschien te serieus is4 ,het waren luchtige losse stukken1 die allerlei vraagstukken van den dag behandelden4 ,misschien kan men ze het best vergelijken met een tegenwoordige revue4 ,men heeft in die stukken ongetwijfeld eene zekere uiting van den ,attischen geest4 ,maar dwaas is het daaruit tot de werkelijke toestanden te besluiten of ze als bronnen te gebruiken om de leidende ideen van dien tijd te leeren kennen4 ,ons nageslacht zou dan evengoed ,speenhoff's liedjes #ag kunnen gebruiken om zich een meening te vormen over vegetarisme of de ,vrouwenbeweging4 ,houden we deze parallel nog even vast4 ,zooals menig beschaafd mensch met genoegen den onzin over 't vegetarisme of vrije vrouwen hoort zingen en al of niet over 't waarheidsgehalte der liedjes nadenkt1 zoo zagen ook de ,atheners met genoegen hun blijspelen1 vertelden elkaar de grappen4 ,zoo zijn een aantal van die dwaze anecdoten ontstaan omtrent ,socrates bijv41 die ons vroeger in geschiedenisboekjes werden opgedischt en die voor velen het wezen der ,grieksche wijsbegeerte uitmaakten4 ,het volk te ,athene nam dus deel aan het publieke leven4 ,het is niet te verwonderen1 dat het gesproken woord een macht werd4 ,en zoo zag men dan de menschen zich toeleggen op vaardig en sierlijk spreken4 ,weldra werd deze kunst met ernst en ijver beoefend4 ,jongelui uit voorname geslachten1 die graag invloed kregen op staatszaken1 begrepen1 dat ze het moesten winnen door in de volksvergadering goed te spreken en we zien er hen zich met ijver aan wijden4 ,de politieke en economische bloei van ,athene bleef niet bestaan4 ,verschillende factoren werkten daartoe mee4 ,zijne grootheid wekt naijver4 ,hoonend behandelt het de bondgenooten4 ,de democratie1 die zich eerst willig geschikt had naar haar groote leiders1 ,themistocles en ,pericles1 werd bandeloozer4 ,zoolang het volk luisterde naar n man1 deugde de ,atheensche regeeringsvorm1 die alle macht in handen liet van een veelhoofdige volksvergadering4 ,maar toen die leider ontbrak1 er geen andere opstond met genoeg genialiteit en autoriteit1 toen deed het zich als een gebrek voelen1 dat er geen blijvend regeeringslichaam was1 dat steunend op oude overlevering kon voortgaan in de banen1 aangewezen door zijn groote voorgangers4 ,maar eindelijk3 het ,atheensche volk was te klein om een groot gebied te beheerschen4 ,het radicalisme der ,atheensche democratie ging slechts zoover1 als eigenbelang dit meebracht4 ,verder niet4 ,en ook ,pericles zag1 hoewel hij 't nooit gedaan kon krijgen in opneming der bondgenooten als burgers van ,athene1 een noodzakelijken eisch4 ,met zoovelen wenschte men echter de voordeelen van het burgerschap niet te deelen4 ,zoo bleef er een te klein aantal menschen1 die belang hadden bij het voortbestaan van groot-,athene4 ,met ,pericles' dood 7#dbi7 valt ,athene's grootheid4 ,in #djd slopen de ,spartanen haar vestingwerken4 ,wel schijnt na dien tijd nog wel eens even de gelukszon4 ,maar nooit wordt ,athene weer een groote mogendheid4 ,dit nu had voor de ontwikkeling van het denken1 zijn voordeel4 ,in het groote bedrijvige ,athene was de ,grieksche geest wel tot een nieuw leven gekomen4 ,maar de solide opbouw van systemen1 de stevige doorwerking van gedachten had een plaats noodig1 die wat minder op den voorgrond trad in de politiek4 ,athene is van #dej af het middelpunt van het ,grieksche denken4 ,het blijft ook nog #ajj jaren na zijn val een uiterst belangrijke stad voor het geestelijk leven4 ,het is de woonplaats van het groote drietal3 ,socrates1 ,plato en ,aristoteles4 #i4 ,geesteswetenschappen4 ,sophistiek4 ,wat in dien tijd opvalt1 is de vlucht1 die de beoefening der geesteswetenschappen neemt4 ,niet langer de natuur1 de mensch staat in 't middelpunt van het ,grieksche denken4 ,allereerst was de blik naar buiten gericht--de kinderleeftijd4--,hierop volgt nu de tijd van rijpwording1 waarin een zich bezinnen over den mensch op den voorgrond treedt1 de blik op de binnenwereld is gericht4 ,daarop zal de mannelijke leeftijd volgen1 waarop natuur en mensch gelijklijk voorwerpen van onderzoek zijn4 ,in een zoo bewogen maatschappij1 waarin telkens nieuwe maatregelen moesten worden getroffen1 doet zich vanzelf herhaaldelijk de vraag voor3 wat is in dit geval goed2 en dit leidt tot de algemeene vraag3 wat is in het algemeen goed8 ,tot dusver had men wet en regel gehoorzaamd zonder naar hun recht te vragen4 ,nu vroeg men3 vanwaar de autoriteit1 welke we de wetten toekennen8--,dit bracht ook aan het nadenken over den aard en de roeping1 vooral over den oorsprong van den staat4 ,bij de belangstelling in zedeleer en staatsrecht voegde zich die in taal en geschiedenis4 ,het is opmerkelijk en misschien een leerzaam voorbeeld voor onze hedendaagsche taalonderwijzers1 dat de ,grieken in pozie en proza een zeldzame kunsthoogte bereikt hebben1 zonder veel na te denken over de vormen der taal4 ,intusschen ontstaat thans die belangstelling4 ,men begint eerst met het hoogste3 de vraag naar den oorsprong der taal2 men gaat verder met meer direct nuttige onderzoekingen over 't onderscheid tusschen zinverwante woorden1 't gebruik van tijden en wijzen4 ,de geschiedenis is niet langer een aaneenrijging van mythen en geschiedenis1 maar wordt werkelijk historie in de handen van een geschiedvorscher van den allereersten rang3 ,thucydides 7pl4 m4 #dfj-cie74 ,met een wonderbaarlijk omvattingsvermogen van den menschelijken geest1 dat enkele malen in de wereldgeschiedenis terugkeert1 is ,thucydides de man1 die de historische critiek heeft geschapen en tegelijk tot haar hoogtepunt opgevoerd3 voor zijne opvolgers heeft hij niets wezenlijks meer te doen gelaten4 ,eens voor al heeft hij de taak van den historicus begrepen3 uit te vorschen1 hoe de dingen werkelijk zijn geschied1 welke factoren een beslissenden invloed hebben uitgeoefend1 welke van de vele details eener ontwikkeling eene uitvoerige uiteenzetting verdienen en welke kort behandeld of geheel weggelaten behooren te worden4 7,van ,gelder74 ,eigenlijk is er geen gebied van menschelijke werkzaamheid1 dat geheel onbearbeid blijft3 overal tracht men tot bezinning te komen over de regelen1 aan ons handelen ten grondslag liggend1 zoodat werken over de meest onderscheiden onderwerpen verschijnen2 als3 kookkunst1 vechtkunst1 voedingsleer1 landbouw1 enz4 ,de opvoeding geniet veel aandacht2 men ziet in1 dat1 wat een mensch wordt1 niet alleen afhangt van zijn aard en aanleg1 maar ook van zijn opvoeding4 ,en de beeldspraak die tot onzen tijd in allerlei paedagogische lectuur rondspookt1 komt nu al op3 de akker1 het zaad1 het onkruid1 de tuinman1 het wieden1 enz4 ,natuur of ,wet4 ,met n groote tegenstelling houdt men zich vooral bezig1 welke ook in een ander tijdperk van verlichting1 de #ah;de eeuw1 weer opkomt en waaraan wij den naam van ,rousseau verbinden3 de tegenstelling van natuur en menschelijke regeling4 ,is een ding of een toestand z1 als hij is1 zoo volgens de natuur of volgens de menschelijke instelling1 phusei of thesei8 ,dat was de steeds terugkeerende vraag4 ,op drie terreinen vooral werkte men deze tegenstelling uit3 op dat der ethiek1 der taal1 van den staat4 ,het begrip ,natuur4 ,daarbij verviel men in dezelfde fout1 waarin ook de #ah;de eeuw verviel3 men gaf geen scherpe omschrijving van het begrip natuur4 ,sommigen voegden hierbij een zekere onverschilligheid voor het historisch gewordene4 ,men leefde in dien tijd te snel en te spoedig moest men van den eenen toestand in den anderen overgaan 7denk aan de wisseling der regeeringsvormen71 dan dat men het oog kon richten op het vroegere2 het heden nam alle aandacht in beslag4 ,ook voor onzen tijd is het niet ongewoon met het begrip natuur om te goochelen4 ,zeggen we in de natuur vinden we rust en vrede1 zoo wordt bedoeld3 buiten1 in de vrije natuur4 ,stellen we de geneeswijze door natuurlijke middelen tegenover een kunstmatige1 dan worden medicijnen tot de laatste gerekend1 waterbegietingen tot de eerste en heeft men bij natuur vooral het oog op wat niet door inmenging van menschen is gemaakt1 al heeft ook een welgeorganiseerde waterleiding ons het water verschaft4 ,wordt er beweerd1 dat het iemand moeilijk valt1 zijn natuur te bedwingen1 zoo worden f zinnelijke driften bedoeld1 f in ruimeren zin iemands geheelen aanleg4 ,verkondigt men dat alle menschen van nature een gelijk recht op den bodem hebben1 zoo denkt men zich een zekeren toestand1 ver voor onze beschaving gelegen4 ,natuur is dikwijls eene leuze1 een strijdprogram1 meer dan een wetenschappelijk begrip4 ,is het goede phusei of thesei4 ,en zoo was 't ook eenigszins in 't tijdperk der ,grieksche ,aufklrung4 ,ten opzichte der ethiek vroeg men3 ,is iets bepaalds goed of kwaad door menschelijke afspraak en verordening1 of is dat gelegen in de natuur1 in onzen aard4 ,natuurlijk waren de uitkomsten verschillend4 ,sommigen zeiden3 zin voor gerechtigheid en zedelijk schoonheidsgevoel zijn den menschen van nature eigen1 en door deze eigenschappen zijn ze geschikt in een maatschappij te leven4 ,anderen gingen radicaal te werk en verklaarden alle deugd thesei of normaal2 slechts door menschelijke verordening was iets goed of kwaad2 goed is1 wat men goed noemt1 kwaad1 wat men kwaad noemt4 ,tot het verkrijgen dezer meening had medegewerkt de groote verruiming van blik1 verkregen door 't verkeer1 vooral in de kolonin1 met velerlei menschen4 ,men zag zeden en gebruiken van allerlei aard en besloot daaruit3 zoo verwerpelijk is er niet iets bij het eene volk1 of 't andere erkent dit als goed of nuttig4 ,in de verschillende vormen een algemeen werkend ethisch beginsel te vinden1 werd niet beproefd2 men was als bedwelmd door de zich opdringende groote verscheidenheid4--,als nu het goede phusei goed was1 dan moest het toch ook overal zoowat gelijk zijn1 maar 't was overal verschillend naar menschelijke inzetting4 ,dat uit deze opvatting1 als er ernst mee gemaakt werd1 heillooze gevolgen voortkwamen behoeft nauwelijks aanwijzing4 ,staat en ,maatschappij4 ,in de maatschappij bemerkte men tusschen menschen en menschen allerlei verschil van stand1 bezit en recht4 ,ook hier dus deed zich de vraag voor en ook hier werd ze naar twee kanten opgelost4 ,van nature waren we allen gelijk1 zoo werd er beweerd3 een bastaardzoon is niets minder dan een echte2 wat hem ontbreekt is alleen iets van menschelijke instelling3 de vorm4 ,een slaaf is eigenlijk evengoed als een vrije4 ,er werden zelfs radicale stemmen gehoord1 die op verdeeling1 of althans meerdere gelijkmaking van bezit aandrongen4 ,aan de positie der vrouw werd gedacht4 ,euripides1 de treurspeldichter1 die menige resolute gedachte uitsprak1 laat in de ,medea een vrouw zeggen1 dat ze liever tweemaal in den krijg gaat1 dan eenmaal baart4 ,zelfs meenen sommigen1 dat de eisch der volkomen gelijkstelling van man en vrouw reeds in dien tijd werd uitgesproken4 ,tegen dit gelijkmakend streven kwam verzet4 ,ook op grond van de natuur trachtte men de ongelijkheid te verdedigen4 ,de sterke had het recht zijn natuur uit te leven2 wie zich onderwierp was dom en verdiende niet beter4 ,de natuur had den een met meer kracht begiftigd dan den ander3 in de natuur lag het dus die kracht te gebruiken4 ,zekere gemeenschappelijke trek met ,nietzsche's moraal vinden we hier terug1 de theorie van den ,uebermensch4 7,vgl4 deel ,,ii74 ,oorsprong van het ,staatsgezag4 ,bij de vraag naar den oorsprong van het ,staatsgezag kwam men tot de leer van maatschappelijk verdrag4 ,men veronderstelde1 dat de menschen op een goeden keer hadden ingezien1 dat het1 om samen te leven noodig was1 dat er wetten en regels waren1 die ieder gehoorzaamde4 ,daarom had men zich samen verbonden en onder het gezag gesteld4 ,men had een deel van zijn persoonlijke vrijheid opgeofferd1 om te kunnen samenleven4 ,het komt ons1 die gewend zijn aan historische beschouwing der dingen en vertrouwd met de gedachte eener geleidelijke ontwikkeling1 vreemd voor1 dat men tot zoo'n opvatting kon komen4 ,men bedenke echter1 dat deze gedachte den ouden vreemd was en eigenlijk specifiek #ai;de eeuwsch4 ,waar zij dus iets zagen1 dat een taak vervulde en nuttig was voor het bereiken van een doel1 daar meenden ze1 dat het ook om dat doel begonnen was4 ,deze leer van het staatsgezag heeft een taai leven gehad4 ,in de nieuwere wijsbegeerte zullen we ze ontmoeten bij den calvinistischen burgemeester van ,emden1 ,althusius 7#aeeg-afch74 ,onze beroemde landgenoot ,hugo de ,groot 7#aehc-afde7 ging haar eveneens grondig behandelen en haar meest bekende verdediging vond ze in ,rousseau's ,contract ,social 7#agfb74 ,taal4 ,is de taal natuurlijkerwijze geworden of is ook zij door menschelijke afspraak ontstaan8 ,sommigen zich beroepend op klanknabootsende woorden1 zagen in de taal een natuurproduct4 ,reeds ,democritus voerde hiertegen eenige argumenten aan4 ,hij vond het in dat geval vreemd1 dat n woord meer dingen beteekenen kon1 dat voor n zaak meer namen waren en dat een woord in den loop der tijden kon veranderen4 ,hij nam daarom een conventioneelen oorsprong der taal aan3 men was overeengekomen het eene ding zoo1 het andere dus te noemen4 ,hiervoor zou al weer een taal noodig zijn geweest1 merkte men later terecht op4 ,aanhangers dezer theorie vindt men dan ook niet meer #ah4 ,,sophisten4 ,het woord4 ,een belangrijke rol spelen in dezen tijd de sophisten4 ,oorspronkelijk is een sophists een man1 die zich met de wetenschap bezighoudt1 later een1 die voor geld les geeft1 daarna iemand1 die allerlei spitsvondigheden zoekt en meer goocheltoeren verricht met woorden1 dan werkelijke wetenschap geeft of verzamelt4 ,in 't algemeen heeft sophist1 sophisme1 sophistery een ongunstige beteekenis4 ,onder sophisme verstaan we een valsch syllogisme4 ,b4v4 ,ge hebt geen horens verloren4 ,wat men niet verliest heeft men nog4 ,ge hebt dus horens4 ,de fout zit hierin1 dat bij de tweede veronderstelling behoort3 als men 't bezeten heeft4 ,een ander sophisme is3 ,mijn hond heeft jongen4 ,die hond is moeder4 ,die hond is mijn moeder4 ,de fout zit hierin1 dat de woorden moeder en mijn relaties uitdrukken4 ,in 't eerste geval worden ze gebruikt om de betrekking aan te duiden1 waarin de hond tot de jongen staat1 in 't tweede geval wil men er een betrekking van maken1 waarin de hond tot mij staat4 ,maken we van het woord moeder3 moederhond1 dan is de redeneering juist4 ,het is duidelijk1 dat dergelijke kunstjes niet strekten om den eerbied te verhoogen voor de denkbeelden en den ernst der sophisten4 ,intusschen waren dit meer de latere sophisten4 ,de eersten waren moedige mannen1 die zeer positieve verdiensten hebben4 ,eigenlijk is het onjuist in dit tijdperk van sophistiek1 het stelsel der sophisten of sophistenwijsheid te spreken4 ,de sophisten van dezen tijd hadden alleen dit gemeen1 dat ze les gaven voor geld4 ,verklaring der ,verachting4 ,hoe komen de sophisten aan hun ongunstigen naam8 ,de blijspeldichters die zich tegen elke nieuwigheid verzetten1 hebben een caricatuur van hen gemaakt 7,vergelijk wat over het tooneel is gezegd in de vorige #h1 pag4 #ej1 #ea47 ,plato wien het door zijne familie zeer kwalijk genomen werd dat hij1 de hoogadellijke en uiterst begaafde1 zich niet in het werkelijke leven begaf1 maar zich tevreden stelde met wat les te geven1 deed al zijn best om goed te laten uitkomen1 dat hij geen sophist was1 en bespotte daarom de sophisten4 ,dikwijls ontwerpt hij een ongunstig beeld van hen4 ,de latere sophisten1 die den naam gemeen hadden met de eersten1 werden ook met hen vereenzelvigd4 ,de afkeer in ,griekenland van arbeid in het algemeen werkte eveneens mee4 ,dit laatste punt geeft aanleiding tot eenige opmerkingen4 ,den ouden ,grieken gold lichamelijke arbeid als iets vernederends4 ,zelfs beeldhouwen1 hoe artistiek 't mocht zijn1 was lichaamsarbeid4 ,deze verachting kon licht ontstaan in een maatschappij met slaven4 ,daarbij kwam1 dat men het allerdwaast vond1 geld te nemen voor geestelijke goederen4 ,men vond er een soort prostitutie in4 ,zoomin als een vrouw haar liefde verkoopt1 verkoopt een man zijn wijsheid4 ,het is wel moeilijk1 maar niet onmogelijk1 in onze hedendaagsche maatschappij parallellen te vinden1 die ons den ,griekschen afkeer doen verstaan4 ,het is nog niet zoolang geleden1 dat een dichter of een tooneelschrijver voor zijn werk zoo goed als geen honorarium ontving4 ,een redenaar wordt zijn honorarium als tersluiks in een enveloppe gegeven4 ,maar er is een duidelijker voorbeeld nog4 ,dat een jurist en een medicus zich voor zijn advies laat betalen1 vindt in onze maatschappij niemand vreemd4 ,een paedagoog echter betaalt men niet4 ,hij geeft zijn advies omtrent de opvoeding gratis4 ,nu zijn er echter in den laatsten tijd menschen gekomen1 die zich aanboden tot het geven van opvoedkundig advies tegen betaling4 ,voor zoover ik echter heb kunnen bemerken heeft deze op zichzelf volkomen logische zaak bij 't publiek bespotting gevonden4 ,zoo ongeveer1 alleen veel sterker nog1 moet men zich den spot van 't ,grieksche publiek denken4 ,het waren vooral voorname jongelui1 die het onderwijs der sophisten zochten4 ,deze ontvingen hooge honoraria4 ,er wordt verteld van voordragers1 die een entree van f #be4-- per persoon en per voordracht hieven4 ,duitendieven waren ze lang niet alle4 ,wanneer een leerling van ,protagoras1 na afloop van den studietijd het gestelde honorarium te hoog vond1 liet ,protagoras hem in een tempel zweren1 hoeveel hij het dan waard vond en nam daarmee genoegen4 ,de komst van een beroemd sophist gaf in een stad heel wat opschudding4 ,ieder moest hem zien4 ,in zijn dialoog ,protagoras heeft ,plato ons daarvan een kostelijke schildering gegeven4 ,zeer aanzienlijke lui ontvingen de sophisten4 ,toch stelden ze zich er niet mee gelijk of er onder4 ,ze verhielden zich tegenover hen1 zegt ,lange #ai teekenend1 als tegenwoordig een rijke beschermer tegenover een operazanger4 ,hun taak4 ,vragen we nu3 wat waren de sophisten8 ,geen geleerden en onderzoekers in engeren zin4 ,ze wisten te veel1 letten ook meer op de ontwikkeling der geheele persoonlijkheid dan op 't geleverde werk4 ,voor wetenschappelijke prestatie is beperking noodig4 ,maar sommige geesten hebben behoefte aan velerlei4 ,denk b4v4 aan ,multatuli met zijn afkeer van specialiteiten3 het leven is te kort om alles te verwaarloozen4 7,dat dit intusschen niet per se tot dilettantisme behoeft te voeren leert in de oudheid ,cesar1 in de ,renaissance ,leonardo da ,vinci1 die groote verdienste bezit voor de kunst zoowel als voor de wetenschap4 ,een uitzondering echter blijft het47 ,ze waren ervaren in allerlei wetenschap niet alleen1 maar soms ook in handenarbeid4 ,van ,hippias wordt verhaald1 dat hij op de ,olympische feesten verscheen1 gekleed in een geheel door hemzelf vervaardigde kleeding4 ,in zekeren zin waren ze dus wandelende encyclopaedietjes4 ,aan den anderen kant hebben de besten onder hen toch wel ernstig over vele vraagstukken nagedacht en zijn ze niet als onderzoekers te minachten4 ,treffend noemt ,gomperz #bj hen dan ook3 ,half professor1 half journalist4 ,daling4 ,in hunne positie lag al min of meer daling ingesloten4 ,onderwijs geven is in zekeren zin vijandig aan wetenschappelijk werken #ba4 ,het eischt veel tijd1 veel kracht1 laat minder gelegenheid voor studie en rustig nadenken4 ,vooral de sophisten1 die over alles onderricht gaven1 versnipperden zich4 ,ook maakten ze van hun leerlingen meer handige sprekers dan degelijk onderrichte menschen4 ,ten slotte ligt er in het geven van door de leerlingen zelf bezoldigd onderwijs altijd een gevaar3 een zich schikken naar de leerlingen1 zich plooien naar de omstandigheden4 ,de concurrentie noopt ten slotte ook de besten1 op die dingen te letten1 die klandizie verzekeren en dus uiterlijk in 't oog loopend succes te verkiezen boven degelijke ontwikkeling4 ,gaan we thans enkele sophisten even na4 ,,protagoras #dhj-daj4 ,protagoras van ,abdera1 naar den leeftijd tusschen ,leucippus en ,democritus in1 is een zeer bekwaam man geweest1 uitnemend redenaar1 scherpzinnig psycholoog voor die dagen1 achtenswaardige persoonlijkheid1 zeer bekend met allerlei wetenschappen4 ,op ouderen leeftijd is hij aangeklaagd in ,athene wegens godslastering1 hij vluchtte naar ,sicili1 leed schipbreuk en verdronk4 ,van zijn vele boeken zijn slechts enkele brokstukken en zinnen overgebleven1 wier uitlegging zeer verschillend geschiedt4 ,voor de kennis van ,protagoras' leer moeten we afgaan op anderen1 die1 zooals ,plato1 hem niet altijd gunstig gezind waren4 ,het is de groote verdienste van ,hegel1 meer licht over de sophisten te hebben doen opgaan4 ,daarna hebben vele schrijvers hem gevolgd3 of ze nu niet eenigszins te hoog worden aangeslagen betwijfelen sommigen4 ,de bekendste zin van ,protagoras is3 ,de mensch is de maat van alle dingen4 ,sommigen hebben hierin gezien als meening van ,protagoras1 dat er geen objectieve waarheid mogelijk was4 ,alles was1 zooals de mensch1 d4 i4 elk individu het op elk oogenblik vond4 ,smaakte den geelzuchtige honing bitter1 dan was honing bitter1 evenzoogoed als het zoet was voor een ander4 ,is de beteekenis van den zin in waarheid deze1 dan is daarmee feitelijk elke waarachtige wetenschap onmogelijk3 elke meening heeft haar recht4 ,dit las men dan ook in den tweeden zin van ,protagoras3 ,over alle dingen laten zich wel twee tegenovergestelde meeningen uitspreken4 ,ook de eerste zin van zijn boek over de goden1 waarin hij beweert niets van de goden te kunnen weten1 schijnt te bevestigen1 dat ,protagoras eigenlijk ontkende de mogelijkheid1 iets zeker te weten4 ,tegenover deze meeningen verdedigt ,gomperz een andere met1 naar mij schijnt1 klemmende argumenten4 ,wat ,protagoras zegt3 ,over de ,goden nu weet ik niets1 noch dat ze zijn1 noch dat ze niet zijn2 vele dingen verhinderen het weten1 de onzekerheid en de kortheid van het leven des menschen--kan ook beteekenen1 dat ,protagoras het weten stelt tegenover de persoonlijke overtuigdheid4 ,dat hij dus niet het bestaan van ,goden loochenen wil1 maar alleen wil zeggen1 dat men er geen zekere1 gewisse kennis van krijgen kan4 ,dit stemt ook meer overeen met zijne houding tegenover hen1 die hem het gevraagde honorarium niet willen betalen4 ,zijn boven aan deze bladzijde gegeven uitspraak kan wel op de redeneeringen zien1 waarin wij soms ook trachten het voor en tegen te geven4 ,een anecdote lichte dit nader toe3 ,van ,frederik den ,groote wordt verhaald1 dat hij in een proces de eerste pleitrede bijwoonde1 en de argumenten voor de zaak aangebracht1 zoo goed vond1 dat hij tegen den rechter zei3 die man heeft gelijk4 ,de rechter verzocht hem ook de pleitrede van de tegenpartij te hooren3 ,die man heeft ook gelijk1 zei ,frederik toen1 ziet u maar1 hoe u de zaak beslecht4 ,zoo heeft ,protagoras misschien ook het besef gehad1 dat er aan elke zaak een voor en een tegen is1 dat men beide op den voorgrond van het bewustzijn moet brengen1 en dat er eerst een juist inzicht is1 als men aldus elk argument voor en tegen ten nauwste overwogen heeft4 ,is dat het geval1 dan behoeft deze stelling absoluut niet voor het negatieve1 waarheid-ontkennende karakter van ,protagoras' leer te spreken4 ,de zin3 de mensch is de maat van alle dingen1 is dan zoo uit te leggen1 dat de mensch bedoeld wordt in het algemeen4 ,protagoras richt zich dan juist tegen hen1 die kennis der verschijningswereld ontkenden4 ,hij wil alleen het besef aanbrengen van de subjectiviteit onzer kennis4 ,alleen in zooverre kunnen we de buitenwereld kennen1 als ze zich aan ons voordoet en haar alleen waarnemen met onze organisatie4 ,waren wij anders1 we zouden een anderen indruk der werkelijkheid krijgen4 ,de eenige maatstaf1 waarmee we kunnen meten1 zijn we zelf4 ,ook voor 't geval1 dat ,protagoras met den mensch het individu op verschillende tijden bedoelde1 is er een kern van waarheid in zijn leer4 ,wij wezen er reeds op1 dat onze waarnemingen niet alleen afhangen van de op ons inwerkende prikkels1 maar ook van onzen eigen toestand4 ,bij gespannen opmerkzaamheid b4v4 heeft een zwakke prikkel hooger intensiteit in ons bewustzijn1 dan wanneer we er nauwelijks om denken en andere dingen ons vervullen4 ,zoo zijn er soldaten1 die in de hitte van het gevecht het bekomen eener wonde niet gevoeld hebben4 ,in de gedachte3 de mensch is de maat van alle dingen1 ligt dan in elk geval die groote waarheid1 en we zagen reeds1 hoe ,democritus van deze leer gebruik maakte1 om de atomen1 als het alleen-zijnde te verklaren1 de verschillende qualiteiten als zoet1 hard1 enz4 voor doxa1 meeningen1 voor reactiewijzen van den menschelijken geest1 op de prikkels der buitenwereld4 ,,gorgias #dhj-cge4 ,gorgias1 geboren te ,leontinoi op ,sicili 7waardoor hij invloed onderging van ,empedocles1 die uit ,agrigentum afkomstig was71 kwam in #dbg te ,athene1 waar hij om hulp vroeg4 ,hij verbaasde de menschen daar door zijn redenaarstalent4 ,was ,protagoras de man van de rechtsrede1 die zich meer tot het verstand richtte1 ,gorgias is de meester der pronkrede1 die vol sierlijke wendingen spreekt tot het gevoel en de fantasie4 ,hooggeerd stierf hij1 over de honderd jaar oud4 ,als wijsgeer verkondigde hij drie stellingen1 die zich tegen de ,eleaten richtten3 ,het zijnde bestaat niet4 ,als het bestond zouden wij het niet kunnen kennen4 ,als wij het kenden1 zouden wij het niet kunnen mededeelen4 ,eenige belangstelling kan ons de derde stelling inboezemen4 ,hieruit blijkt1 dat ,gorgias gedacht had over het feit1 dat we nooit precies kunnen nagaan1 of de door ons gebruikte woorden en uitdrukkingsmiddelen bij een ander precies dezelfde gedachten wekken als bij onszelf4 ,gaan we nu in weinige woorden den toestand van het ,grieksche denken na1 zooals dit zich had ontwikkeld van #fjj-dej1 dan bespeuren we allerlei merkwaardigen vooruitgang4 #ao4 ,het denken was begonnen2 men had zich allerlei problemen gesteld en aan hun oplossing de hand geslagen4 #bo4 ,daarbij was men tot inzichten geraakt1 die ook nu nog voor de wetenschap van overwegend belang zijn3 strenge causaliteit2 onveranderlijkheid der grondstoffen2 mechanische opvatting van het natuurgebeuren4 #co4 ,in de bijzondere wetenschappen had men allerlei vorderingen gemaakt en men had de grondslagen gelegd voor velen lateren wetenschappelijken arbeid4 ,met name zijn te noemen3 ,de wiskunde1 sterrenkunde1 geologie1 aardrijkskunde1 ontleedkunde van den mensch1 dierkunde4 ,daarnaast staan de eerste beginselen van de beoefening der geesteswetenschappen3 zielkunde1 kennistheorie1 ethiek1 staatsleer1 opvoedingsleer1 taal1 geschiedenis4 #do4 ,men had geleerd te durven2 een stelsel in zijn consequenties te vervolgen2 met absolute begrippen te werken4 ,men had zich dus losgemaakt van de dagelijksche zinnelijke waarneming4 #eo4 ,in 't algemeen was de belangstelling vergroot3 van de natuur had men zich tot den mensch gewend en de gezichtskring was verruimd4 ,voor ons1 die zoo ver afstaan van deze geschiedenis en haar ontwikkeling1 moge deze vooruitgang in 't oog vallen2 de tijdgenooten1 die er dichter bij stonden1 zagen meer de onderscheidingen4 ,voor hen bestonden dus allerlei tegenstellingen3 ,thales3 de oerstof is water4 ,anaximander3 11 11 11 het apeiron4 ,anaximenes3 11 11 11 de lucht4 ,heraclitus3 11 11 11 het vuur4 ,empedocles3 er zijn vier elementen4 ,heraclitus3 alles wordt1 zijn is er niet4 ,eleaten3 alleen het zijnde is1 al het andere is doxa4 ,atomisten3 er is een ledige ruimte en beweging4 ,eleaten3 er is geen ledige ruimte en geen beweging4 ,atomisten3 er zijn alleen atomen1 slechts naar grootte en vorm verschillend4 ,anaxagoras3 er zijn zooveel soorten stoffen1 als er eigenschappen der dingen zijn4 ,al deze verschillen drongen zich sterk aan de menschen op4 ,hierbij komt nu op het gebied der normatieve wetenschappen #bb een wending4 ,al 't overgeleverde in staat1 maatschappij1 zedeleer en opvoeding wordt onderzocht1 en spoedig ontstaat de populaire meening1 dat 't eene al even goed recht heeft als het andere4 ,het ,grieksche denken komt in een moeras4 ,het zal ondergaan1 als er niet een man komt die1 waardoor dan ook gedreven1 het geloof aan de waarheid herstelt4 ,iemand1 die invloed en kracht genoeg heeft1 om dat geloof weer in andere beteekenisvolle menschen op te wekken4 ,de man1 die dit gedaan heeft1 is ,socrates4 #aj4 ,socrates 7#dgj-cii74 ,leven en persoonlijkheid4 ,zijn vader was beeldhouwer1 zijn moeder vroedvrouw4 ,hijzelf was eerst ook beeldhouwer1 maar volgde weldra zijne roeping3 leerend en zoekend rondgaan onder de menschen4 ,aan n strijd heeft hij deelgenomen1 een enkele maal aan de rechtsspraak en zich in beide gevallen kloek en voor zijn taak opgewassen betoond1 maar overigens heeft hij zich onthouden van bemoeiing met staatszaken4 ,uit ,athene kwam hij nooit1 een eigenaardigheid1 die men bij meer groote denkers aantreft4 7,kant b4v4 verliet ,koningsbergen bijna nooit74 ,de boomen en velden konden hem niets leeren4 ,hij wandelde op de markt1 ging met handwerkslui zoowel als met aanzienlijken een praatje maken en begon als een onwetende over de eenvoudigste dingen te vragen4 ,steeds doorvragende1 overtuigde hij de ondervraagden meestal van hun onwetendheid en dan liet een praatje met ,socrates niet zelden bittere herinneringen achter4 ,zijn kleeding1 's winters en 's zomers gelijk1 was hoogst eenvoudig4 ,van uiterlijk was hij foeileelijk4 ,den zoo op schoonheid gestelden ,griek was het bijna een wonder1 dat een zoo edele gezindheid met zoo'n leelijk uiterlijk gepaard kon gaan4 ,geldzucht was hem vreemd4 ,belooning voor zijn lessen weigerde hij nadrukkelijk4 ,van alle aanstellerij1 pronkerij en ijdelheid was hij verre4 ,hierin komt de groote tegenstelling uit met de ,sophisten4 ,hij was een verstandelijke nuchtere natuur1 een intellectualist4 ,aan dit koele hoofd verbond hij echter een warm hart1 een innige religieuze stemming1 een hartelijke genegenheid voor zijn leerlingen1 maar zijn geestdrift gold de waarheid4 ,een warm hart onder een koel hoofd1 dat is een zeldzame verschijning en het zeldzaamste aller verschijnselen is een ongewoon machtig arbeidend hart1 dat zijn gansche kracht gebruikt om het hoofd koel te houden3 een stoomketel gelijk1 die een ijsmachine aan het werk zet4 ,slechts enkele malen in tal van jaren keert zulk een verbinding op groote schaal terug en ze oefent1 als om ons schadeloos te stellen voor haar zeldzaamheid1 eeuwenlang haar werking uit1 zonder ooit aan invloed te verliezen4 7,gomperz74 ,om ,socrates verzamelden zich vele leerlingen1 waaronder uit verre streken1 7uit ,kyrene aan ,afrika's noordkust7 en uit de rijkste en aanzienlijkste geslachten1 als ,alcibiades1 de neef van ,pericles1 en ,plato4 ,hij verkeerde in den kring van ,pericles1 maar maakte geen onderscheid tusschen arm en rijk4 ,zijn kracht was geweldig4 ,tegen koude1 honger1 dorst1 vermoeienis1 was hij uitstekend bestand4 ,van zinnelijken aanleg1 wist hij zijn neigingen absoluut te beheerschen1 was matig1 maar kon 't wijngebruik verdragen4 ,aan deze lichaamskracht voegde zich groote geestkracht4 ,bewonderenswaard was zijn vermogen1 om zich bij een onderwerp te bepalen4 ,eens in 't veldleger bij ,potidaea zou hij #bd uren aaneen nagedacht hebben over zijn onderwerp1 zonder zich om iets te bekommeren van wat rondom hem voorviel #bc4 ,tegen het eind van zijn leven werd tegen hem een aanklacht ingediend door eenige menschen1 waaronder de fabriekseigenaar ,anytos4 ,ze luidde1 dat hij de goden1 die de staat achtte1 niet achtte1 andere godheden leerde en de jeugd verdierf4 ,socrates verkoos niet te vluchten1 waartoe hij de gelegenheid had4 ,hij kwam ter vergadering1 waar #ejj ,atheensche burgers naar de zeden dier dagen recht zouden spreken4 ,nadat de aanklagers hadden uitgesproken1 verdedigde ,socrates zich op een waarschijnlijk eenvoudige1 scherpzinnige1 waardige wijze4 ,volstrekt versmaadde hij het1 de gewoonte dier dagen te volgen en door smeekbeden en geklaag het hart der rechters te treffen4 ,met dertig stemmen meerderheid werd het schuldig uitgesproken4 ,de aanklagers hadden de doodstraf geischt4 ,nu mocht ,socrates1 naar ,atheensch recht1 een tegeneisch stellen4 ,op aandrang zijner vrienden deed hij dit en stelde den lagen eisch van #cjjj drachmen boete1 na eerst gezegd te hebben dat hij zichzelf onschuldig oordeelde en eerder onderscheiding dan straf verdiende4 ,deze fiere houding schijnt de rechters geprikkeld te hebben2 het aantal stemmen voor zijn dood was grooter dan dat1 waarmee hij schuldig verklaard werd4 ,het bedroeg #cfj4 ,na deze uitspraak schijnt hij nog een korte rede gehouden te hebben1 waarin hij tenslotte verklaarde3 nu zullen we ieder een weg uitgaan1 gij naar het leven1 ik naar den dood3 wie van ons het beste deel zal hebben1 weet ,god alleen4 ,het voltrekken van het vonnis liet op zich wachten1 daar het staatsschip1 dat het jaarlijksche offer naar ,delos bracht1 nog niet binnengevallen was4 ,voor dien tijd mocht geen doodvonnis ten uitvoer worden gebracht4 ,de hem restende tijd gebruikte ,socrates om zich met zijn jongeren te onderhouden en zoo zijn levenstaak voort te zetten4 ,met de meeste beslistheid weigerde hij te vluchten hoewel zijn vrienden daartoe alles in gereedheid hadden gebracht4 ,de wetten mochten niet geschonden worden4 ,toen de dag des doods was aangebroken1 deed hij zijn schreiende vrouw ,xantippe wegvoeren1 wisselde vriendelijke woorden met den man1 die hem den giftbeker reikte1 vroeg hem1 hoe hij zich gedragen moest1 troostte zijn bedroefde leerlingen en stierf met die hooge kalmte en waardigheid1 die hem zijn heele leven eigen waren geweest4 ,zijn dood bezegelde zijn leven en niet het minst daaraan dankt hij dien overweldigenden invloed1 welke zijn hooge persoonlijkheid op ons maakt2 steeds weer zullen nieuwe geslachten bewonderend opzien tot den man1 die z wist te leven en te sterven4 ,de doode ,socrates is opgestaan niet alleen in de scholen1 maar ook in de geschriften zijner jongeren1 die den vereerden ,meester in persoon lieten optreden1 hem op de markt en in de gymnastiekscholen met jong en oud verkeeren1 zooals hij dat in zijn leven gewoon was geweest4 ,zoo ging hij voort met onderrichten1 ook nadat hij opgehouden had te leven4 7,gomperz74 ,bronnen4 ,voor onze kennis van ,socrates moeten we ons wenden tot wat anderen van hem mededeelen2 zelf heeft hij geen boeken nagelaten4 ,in aanmerking komen vooral de werken van ,xenophon en ,plato #bd4 ,beiden geven een verschillend beeld van den meester1 beiden hebben waarheid en verdichting gemengd4 ,naast deze getuigenissen staan de karige uitspraken van ,aristoteles1 die ver genoeg afstond om meer objectief te zien1 dicht genoeg bij om nog veel van betrouwbare ooggetuigen gehoord te hebben4 ,xenophon1 een ferm officier1 een goed heereboer1 een practisch man1 maar een wijsgeerige middelmatigheid1 heeft in ,socrates het nuttige1 het meer voor de hand liggende practische gezien4 ,plato1 een zooveel fijner1 idealer geest1 een kunstenaar van schier onovertroffen beeldend vermogen1 heeft een gedealiseerd beeld ontworpen van den wijze1 die zijn meester was1 maar komt het wezen misschien meer nabij4 ,daarbij komt echter1 dat ,plato in zijn dialogen ,socrates zijn eigen meeningen in den mond legt1 dezen zelfs leerstellingen laat bestrijden1 die eerst na zijn dood ontstaan zijn1 waarvan hij dan in den droom kennis heeft gekregen4 ,uit deze vermenging van waarheid en verdichting1 uit geschriften van mannen1 die ,socrates met zoo geheel verschillende oogen bezagen1 juist datgene samen te lezen wat waar is1 is een taak1 waaraan uitnemende vorschers zich gewijd hebben1 maar die niet gemakkelijk te volbrengen is4 ,op vele hoofdpunten is men tot overeenstemming gekomen1 op andere heerscht nog verschil4 ,socrates' methode4 ,niet in de uitkomsten van zijn onderzoek1 maar in de methode ligt de groote beteekenis van ,socrates' optreden4 ,we zagen1 dat in het ,athene zijner dagen het vertrouwen op een vaste waarheid in de kringen der denkers geschokt was en dat het ,socrates' innige overtuiging was1 dat er waarheid te vinden was4 ,hij had de waarheid noodig en daarom geloofde hij aan haar4 ,allereerst nu wil ,socrates de waarheid vinden op zedelijk gebied4 ,hij tracht daartoe te komen door juiste definitie van zedelijke qualiteiten4 ,door alle gevallen te beschouwen1 in welke men een bepaalde kwaliteit toekent1 zocht hij dit te bereiken4 ,dit heeft men in de oudheid zijn inductie genoemd en deze wijze van behandelen en zijn streven naar juiste definities acht ,aristoteles door hem in de wetenschap ingevoerd4 ,de wijze1 waarop hij te werk ging was hoogst eenvoudig4 ,hij zou b4v4 vragen3 ,wat is dapperheid8 ,den vijand aanvallen4 ,maar vluchten om hem in een hinderlaag te lokken1 ook8 ,maar vluchten en onderwijl pijlen afschieten1 is dat ook dapper8 ,de vraag naar de gerechtigheid komt ter sprake4 ,is het nu geen gerechtigheid een zieke te misleiden1 die men zijn spijs met de noodige medicijnen vermengt1 welke hij anders weigert4 ,mag een aanvoerder zijn troepen tot moed opwekken1 door te zeggen1 dat er versterkingen onderweg zijn8 ,op deze wijze uitgaande van bepaalde gevallen tracht hij een overzicht te krijgen over alle gevallen1 waarin men een bepaalde eigenschap toekende1 om aldus te komen tot een definitie4 ,deze ,socratische wijze van vragen heeft veel navolging gevonden en in het onderwijs heeft men er later op dwaze wijze misbruik van gemaakt 7tot in de #ai;e eeuw toe7 door den kinderen vragen te stellen ook over dingen1 die ze niet konden weten4 ,thans echter komt deze ,socratische methode1 in theorie althans1 niet meer voor4 ,zijn ironie4 ,bij dit vragen deed hij het dikwijls voorkomen1 alsof hij het zelf niet wist3 gedeeltelijk was dit waarheid1 gedeeltelijk een masker1 waarachter hij zijn eigenlijke bedoeling weer verbergen kon4 ,deze redeneerkunst noemden de ouden de ,socratische ironie4 ,maieutiek4 ,zelf vergeleek hij zijn werk wel eens bij de zware taak zijner moeder3 ook hij trachtte de waarheid tot leven te roepen4 ,dit is zijn maieutiek 7,grieksch maieuomai verlossen74 ,leer4 ,in het midden van ,socrates' denken staat de mensch4 ,zijn natuurbeschouwing is door en door teleologisch1 overal vraagt hij naar doel en nut4 ,terwijl het hem verheugde1 dat ,anaxagoras de noes aan 't begin der wereldformatie plaatste1 stelde het hem te leur1 dat hij niet in 't bijzonder de doelmatigheid van vele dingen aanwees4 ,theologisch is zijne beschouwing zeker niet4 ,toch heeft hij niet gebroken met alle overlevering1 gebeden heeft hij wel opgezonden1 offers gebracht en ook 't orakel van ,delphi stond bij hem in hooge eer4 ,bewust monothest is hij ook niet geweest4 ,apollo vereerde hij4 ,toch spreekt hij ook van den ,god1 het ,goddelijke4 ,dit schijnt voor hem het inbegrip van alle goeds4 ,tusschen de athesten dier dagen en de aanhangers der oude volksreligie neemt hij dus een bemiddelend standpunt in4 ,trouwens in alle kringen der ,aufklrung kent men zulk een positie4 ,maar voor de gronden zijner ethiek en levensleer gaat hij niet terug op den wil der goden1 maar op het inzicht der menschen4 ,socrates huldigt een intellectualistische zedeleer3 deugd is inzicht4 ,niemand handelt opzettelijk verkeerd4 ,ondeugd is dwaling4 ,deze leer tracht hij nu te bevestigen1 bij ,xenophon vooral1 door allerlei eigenaardige argumenten3 men moet trouw tegen zijn vrienden zijn1 omdat het zoo profijtelijk is vrienden te bezitten1 enz4 ,dergelijke redeneeringen hinderen ons4 ,laten we echter voorzichtig zijn in ons oordeel4 ,allereerst is het zeker niet te ontkennen1 dat goed inzicht van belang is voor een deugdzaam leven4 ,de #ai;e eeuw heeft nog gehoord3 wat ge aan scholen uitgeeft1 bespaart ge aan gevangenissen4 ,in vele paedagogische systemen ook van den tegenwoordigen tijd wordt een groote plaats ingeruimd aan den invloed1 dien verstandelijke ontwikkeling heeft op de zedelijke4 ,is dus de stelling als zoodanig eenzijdig1 er is een gehalte van waarheid in4 ,letten we verder op 't specifiek ,grieksche3 het niet nauwkeurig onderscheiden tusschen individueele en sociale deugden4 ,nu berusten ongetwijfeld vele individueele deugden op het rechte inzicht in de draagwijdte van onze handelingen4 ,afgezien van alle zedelijke overwegingen kan men den mensch aantoonen1 dat het zijn eigen persoonlijk belang is1 niet onmatig te leven1 zijn betrekking stipt te vervullen1 niet verkwistend te zijn1 enz4 ,het volkomen redelijke dezer deugden1 wier opvolging het persoonlijk welzijn van het individu verzekert1 is niet moeilijk aan te wijzen4 ,bij onnauwkeurige onderscheiding van sociale en individueele deugden is het niet te verwonderen1 dat ,socrates nu ook meende1 deze redeneering over het gansche gebied der deugd te kunnen uitstrekken4 ,misschien mag ook het ,grieksche woord aret1 dat zoowel fermiteit1 flinkheid1 kloekheid in 't leven1 als deugd beteekent1 hiertoe meegewerkt hebben4 ,en eindelijk3 het opstellen van dien regel had bij ,socrates diepere beteekenis4 ,zijn eigen deugd is zeker meer uit den grooten zedelijke ernst van zijn karakter voortgekomen1 dan uit zijn inzicht3 ,socrates was een even groot zedelijk als intellectueel genie4 ,hem moest het bedroeven1 dat de deugd werd geminacht1 haar waarde in twijfel getrokken2 of juister1 om een moderne uitdrukking te gebruiken1 deugd en ondeugd te zien stuivertje wisselen4 ,waar echter eenmaal de autoriteit der deugd in twijfel getrokken was1 daar moest haar een zekeren grondslag worden verschaft4 ,socrates nu trachtte haar redelijkheid te betoonen4 ,terwijl hij dus aan den gemeenen man1 den braven burger moest verschijnen als iemand1 die aan al 't hooge en heilige1 zoowel als aan 't lage en gewone1 aan oud en nieuw morrelde en overal naar vroeg om alles op losse schroeven te zetten1 was het veeleer zijn streven1 de oude deugden1 als bezonnenheid1 gerechtigheid1 een vaste basis te verschaffen4 ,innig was zijn geloof aan de gelukzaligheid1 die de deugd meebracht4 ,of hier de taal ook meegewerkt heeft8 ,het ,grieksche eu prattein kan zoowel beteekenen goed doen1 als3 zich wel bevinden4 ,eerder zal ,socrates bij zich zelf echter opgemerkt hebben1 dat deugd bevrediging schenkt2 terwijl hij rondom zich menschen zag1 die zonder consequentie handelend1 heen en weer gezwiept werden door de stormen van dien tijd4 ,hun ontbrak vastheid van levenslijn4 ,en gaarne wilde hij hun duidelijk maken1 hoe alleen waarachtig geluk te vinden is in het consequent doorvoeren onzer zedelijke beginselen4 ,socrates mag 7zooals ook onze tijd geeft te aanschouwen bij hen1 die zaken--zaken achten en hun zedelijke of religieuse levensovertuiging niet meenemen in het practische leven--7 allerlei moralen opgemerkt hebben voor alle mogelijke toestanden1 in de plaats tredend van n groot beginsel1 dat overal heerscht4 ,hoeveel minder gelukkig dan hijzelf moesten hem deze menschen schijnen6 ,het lag niet in zijn bedoeling de redelijkheid van de deugd in elk bijzonder geval aan te toonen4 ,stond b4v4 eenmaal vast1 dat men de wetten van den staat moest gehoorzamen1 dan diende men dit1 zooals zijn eigen verheven voorbeeld leert1 ook te doen1 wanneer de wetten in een bijzonder geval onrechtvaardig schenen4 ,het daimonion4 ,hoogst opmerkelijk is1 dat ,socrates zich bij zijn daden liet leiden door een innerlijke stem1 die hem aanried1 iets te doen of na te laten4 ,hij noemde dit het daimonion4 ,het is moeilijk te zeggen wat ,socrates hiermee bedoeld heeft4 ,is het de stem van zijn geweten geweest8 ,was het een intutief voelen van het goede en het kwade1 van het bij zijn persoonlijkheid al of niet passende1 dat zich op deze wijze kenbaar maakte aan den man1 die alles op inzicht en verstandelijke overweging wilde gronden en toch zelf zoo'n rijk gevoelsleven had8 #aa4 ,de ,socratici4 ,door leerlingen van ,socrates zijn scholen gesticht1 die tot ver na ,christus' geboorte aanhangers gevonden hebben4 ,van zeer groote beteekenis zijn ze niet geworden4 ,nieuwe beginselen hebben ze zoo goed als niet ontwikkeld2 eenzijdige doorwerking van eenmaal gegeven gedachten was hun werk4 ,ze gevoelden weinig voor de theorie3 hun geheele wijsbegeerte werd de kunst om wl te leven en ging op in ethische vraagstukken4 ,terwijl deze richtingen als ,socratische bekend staan1 mocht men hen liever sophistische noemen4 ,zoo is b4v4 n school eigenlijk alleen merkwaardig1 omdat ze de sophisterij tot in 't uiterste dreef en die bekende1 onbeduidende kwesties behandelde1 waaraan de oudheid zooveel behagen had3 bij 't verlies van welke haar iemand b4v4 een kaalkop wordt en dergelijke4 ,twee scholen zijn merkwaardiger3 de ,cynische en de ,cyrenasche1 omdat hier al de tegenstelling op ethisch gebied ontwikkeld wordt1 die we later bij de ,epicureers en de ,stocijnen zullen aantreffen4 ,leerzaam is het1 de ontwikkeling der gedachten in deze scholen eenigszins uitvoerig na te gaan3 parallellen in onzen tijd ontbreken niet en door hen beroerde kwesties bestaan ook nog onverzwakt voor ons4 ,socrates had geleerd3 deugd is leerbaar en is inzicht2 zij maakt gelukzalig4 ,hij had echter niet den inhoud van 't begrip deugd vastgesteld3 waarin bestaat de deugd4 ,de ,cynici zoowel als ,cyrenaci zeiden3 in den lust1 in het aangenaam gevoel1 in het persoonlijk zich wel bevinden4 ,doch in de vaststelling van de wijze1 waarop dit te bereiken was1 gingen ze uiteen4 ,,cynici4 ,antisthenes1 #ddj geboren1 is de stichter der ,cynische school4 ,practische toepassing vond ze in ,diogenes1 den wijze van 't vat1 en tot in den ,romeinschen keizertijd vond ze aanhangers1 die dan echter moeilijk te onderscheiden zijn van de ,stocijnen1 daar de ,cynische school in de ,stoa verliep4 ,haar naam dankt ze aan 't gymnasium #be ,kynosarges4 ,later werd aan de ,cynici wel den scheldnaam ,kunoi1 honden gegeven1 die ze tot een eerenaam maakten1 zooals onze geuzen den scheldnaam bedelaars als eeretitel zouden hebben aangenomen4 ,antisthenes dan leerde1 dat de gelukzaligheid alleen bestond in de deugd zelf2 ze was genoeg voor den wijze1 in haar had hij lust4 ,socrates had geleerd3 deugd brengt gelukzaligheid4 ,antisthenes leerde deugd is gelukzaligheid en sterker3 gelukzaligheid bestaat in de deugd4 ,schijnbaar heeft hij hiermee het hooger standpunt bereikt1 dat later1 in de filosofie van ,kant1 opkomt3 beoefent de deugd om haars zelfs wil1 het loon vindt ze in zichzelf4 ,deugd blijft een goed1 onder alle omstandigheden des levens4 ,intusschen is dit niet zoo4 ,want ,antisthenes had toch steeds 't persoonlijk geluk in 't oog4 ,hij meende nu1 dat dit te vinden was1 door ons los te maken van de behoeften4 ,de buiten-wereld hebben we niet in onze macht4 ,niet van ons hangt het af1 of we rijkdom1 gezondheid en menscheneer zullen kunnen krijgen1 die sommigen noodig hebben om gelukkig te leven4 ,maar wel hangt van ons af onze eigene gezindheid1 onze gemoedstoestand4 ,ontwennen we ons aan aardsche genietingen1 keeren we ons af van de wereldsche behoeften1 dan zal hun gemis ons niet smarten1 geen streven naar hun bezit zal ons ontrusten3 we zullen ons vrij voelen en gelukkig4 ,van deze leer trok ,diogenes de consequenties4 ,of hij wegens valsch munten is vervolgd1 staat niet vast4 ,ouder geworden schijnt hij zijn leven als paedagoog doorgebracht te hebben in ,corinthe1 waar hij misschien door zelfmoord gestorven is4 ,diogenes leeft voort in de herinnering door zijn eenvoudig leven4 ,men heeft hem in ,athene wel den razenden ,socrates genoemd4 ,toch is hij van zekere cultuurhistorische beteekenis4 ,tegenover de zucht naar macht1 eer1 rijkdom1 weelde1 zinnelijke genietingen1 die1 als ze naar bevrediging zoekt en eenig richtsnoer van het handelen wordt1 niets anders dan 't bankroet der staten en dat van 't geestelijk leven met zich brengen kan1 is 't noodig dat steeds weer nadruk gelegd wordt op de waarde der eenvoudigheid1 dat er gewezen wordt op het schoone van een leven zonder behoeften4 ,hoe minder behoeften1 hoe nader de goden4 ,dit theoretisch en practisch gedaan te hebben1 is de groote verdienste der cynici4 ,ze hebben daardoor mee den akker geploegd1 waarin straks het zooveel betere koren der ,stocijnsche leer zal opschieten4 ,maar bij het streven der cynici worden we levendig herinnerd aan ,goethe's drastisch beeld1 waarin hij de menschelijke eenzijdigheid teekent3 een mensch is gelijk aan een beschonken boer1 die1 als men hem aan den eenen kant op 't paard helpt1 er toch aan de andere zij weer afvalt4 ,dit overvallen naar den anderen kant vertoonen de ,cynici maar al te sterk4 ,hun afkeer van weelde leidde tot verachting van alle civilisatie en beschaving1 hun terugroepen van de natuur tot een miskenning van alle historische ontwikkeling4 ,de sophistentegenstelling thesei en phusei dreven zij tot 't uiterste door2 en voor alles wat thesei was1 toonden ze de grootste verachting4 ,niet alleen dat ze zich volstrekt niet aan maatschappelijke vormen1 behoorlijke kleeding1 enz4 stoorden1 maar ze ontkenden ook de natuurlijkheid n van het zedelijk n van het lichamelijk schaamtegevoel4 ,vaderlandsliefde kenden ze niet3 toch was hun cosmopolitisme geen gevolg van algemeene menschenmin1 maar van onverschilligheid voor den staat1 die ze als een menschelijke instelling verachtten4 ,godsdienst4 ,ten opzichte van den godsdienst waren zij athesten4 ,latere cynici gingen zoover1 dat ze spotten met alle mythe en overlevering1 terwijl de eersten getracht hadden ze een andere beteekenis te geven en er zedelijken zin in te zoeken4 ,met een ,hollandsche parallel der #ai;de eeuw zou men de latere cynici bij ,jan ,rap kunnen vergelijken1 die zijne zusjes1 omdat ze nog aan wonderen geloofden1 aangrijnsde1 terwijl men in de eerste cynici dan meer die modernen uit de ,genestet's tijd zou kunnen zien1 die aan de bijbelsche wonderverhalen een natuur- of zedekundige beteekenis trachtten te geven4 ,het is opmerkelijk1 dat bij hen twee verklaringsvormen voor 't ontstaan van den godsdienst #bf opkomen1 die ook in de #ah;de eeuw een plaats vinden3 ,euemeros1 en naar hem heet deze leer ,euemerisme1 meende de godsvereering te moeten terug voeren op een vereering van helden en voorvaderen1 latere cynici zagen in godsdienst voornamelijk priesterdwang en werden niet moede aan te toonen hoeveel onwaars en huichelachtigs er b4v4 in het orakel van ,delphi school 7,vergelijk ,de ,desten #dg bl4 #cjc v4v474 ,het cynisme een proletarirs filosofie4 ,de kreet terug naar de natuur wordt vooral aangeheven in tijden van overbeschaving4 ,het is duidelijk1 dat beschaving licht overbeschaving schijnt aan menschen uit standen of landen1 waar minder beschaving heerscht4 ,zoo is er in de #ai;de eeuw misschien geen land1 waar de roep zoo sterk gehoord is als in ,rusland1 waar ,tolstoi's naam er aan verbonden is4 ,misschien dat de binnendringende ,westersche beschaving den ,russen reeds overbeschaving lijkt4 ,zoo was het in de #ah;de eeuw ,rousseau1 die als graveursleerling en lakei werkzaam was geweest1 die de leuze deed hooren4 ,in ,griekenland waren het vooral de half-,grieken1 die het cynisme aanhingen1 mannen1 uit oorden afkomstig1 afgelegen van ,athene en het centrum der beschaving1 ook mannen1 niet van zuiver ,grieksche afkomst4 ,hun mag het ,atheensche leven eerder overdadig toegeschenen hebben dan den ,atheners zelf4 ,het is niet onbegrijpelijk1 dat armen1 die toch niets bezaten1 in het cynisme een leer vonden1 passend voor hunne behoeften4 ,die leer was geschikter voor hen1 dan een1 die het genot predikte1 dat zij toch niet konden verkrijgen4 ,in zooverre heeft men 't cynisme terecht een proletarirsmoraal genoemd4 ,toch weet de historie ook te vertellen van rijke menschen1 die zich van hun vermogen ontdeden1 om als eenvoudige lieden verder te leven4 ,dit is niet het eenige punt1 dat aan het ,christendom doet denken4 ,ook hun prediken1 hun gaan tot de menschen1 hun vermanen herinnert er aan4 ,en1 zooals ,jezus zei3 7,matth #i 3 #ab73 die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van noode1 maar die ziek zijn1--zoo antwoordden zij1 wanneer men hun verweet dat zij zich bemoeiden met de armsten en ellendigsten der maatschappij3 dat de zieken den dokter noodig hadden1 terwijl--zooals ze er veelzeggend bij voegden--de dokter zelf geen koorts behoefde te krijgen4 ,zoo is er in het cynisme met al zijn afdwalingen en zonderlinge grilligheden wel iets goeds te waardeeren1 dat als een gistkiem kon werken4 ,misschien hebben we1 om het goede te halen uit al het dwaze1 waarin zij zelf en nog meer de overlevering dat gehuld hebben1 langer dan noodig bij hen gewijld en is het tijd1 om te zien naar die ,socratici1 welke met hen in lijnrechte tegenstelling staan3 de ,cyrenaci4 ,,cyrena,,ci4 ,aan de noordkust van ,afrika lag de bloeiende stad ,cyrene4 ,haar klimaat was heerlijk1 de omgeving verrukkelijk schoon4 ,in deze weelderige stad ontstond de cyrenasche school1 gesticht door ,aristippus van ,cyrene2 door diens dochter1 ,art overgedragen op zijn kleinzoon1 den jongeren ,aristippus4 ,bij een ,olympisch feest zou ,aristippus kennis hebben gemaakt met een leerling van ,socrates en zich daardoor opgewekt gevoeld hebben om ook ,socrates te bezoeken4 ,terwijl de cynici allen lust veroordeelden1 en er naar streefden1 zich van alle uiterlijke genietingen onafhankelijk te maken1 verklaarden nu de ,cyrenaci den lust1 de hdon1 als princiep en was hun ethiek dus hedonisme4 ,hedonisme4 ,drierlei toestand was mogelijk3 lust1 onlust en de daartusschen liggende neutrale zne4 ,wat nu de mensch alleen begeert1 is lust4 ,de lust op zichzelf is altijd een goed4 ,misschien gaat berouw en leed hem volgen4 ,dit beteekent1 dat het leed als gevolg1 verbonden aan den lust1 een grooter kwaad wordt geacht dan de lust een goed1 maar dit neemt niet weg dat de lust steeds iets begeerenswaardigs is4 ,stel1 iemand heeft1 zijn wraak botvierend1 een vijand gedood4 ,het gevoel van bevredigde wraaklust is lust1 een goed4 ,maar--aan de daad1 die hem dien lust verschafte1 zitten nadeelige gevolgen vast3 b4v4 gerechtelijke bestraffing4 ,de door deze daden gewekte stemming van leed kan veel sterker zijn1 dan de voorheen ontstane luststemming4 ,maar dit verhindert niet1 dat die eerste lust lust bleef4 ,bij de ,cyrenaci treffen we een uiterst merkwaardige ontwikkeling aan4 ,de eersten verklaarden den oogenblikkelijken lust als den voornaamsten4 ,natuurlijk moet een strker genot boven een zwakker staan en daarom werd ook het zinnelijk genieten bovenaan gesteld4 ,in dit genieten evenwel werd reeds een element van overweging gebracht4 ,de wijze moest phronsis1 verstandig inzicht1 waardeschatting hebben4 ,met fijnen smaak moest hij afpassen en afmeten1 wat hem lust gaf4 ,aristippus was een man van de wereld1 fijn beschaafd1 beminnelijk1 van aangename vormen1 thuis in alle kringen der maatschappij1 overal het goede nemend waar hem dit geboden werd4 ,maar deze phronsis bracht hem reeds heen over wat wij met eene moderne uitdrukking de souvereiniteit van het oogenblik noemen4 ,aristippus wilde beheerschen1 niet beheerscht worden4 ,zoo spoedig nu al een denken aan de toekomst komt1 moet men menig genot opgeven1 omdat het licht grooter leed als gevolg zal meebrengen3 zoo kwam ,anitteus er toe om geestelijke genietingen als vriendschap1 het hoogste aan te slaan4 ,het bekend zijn met de vele rampen des levens moet er wel toe brengen1 reeds gelukkig te prijzen1 die de rampen vermijdt1 den toestand van smarteloosheid bereikt heeft en wiens stemming dus gemiddeld in de neutrale zne ligt4 ,het sterkst werd ,hegesias aangegrepen door de misres van het leven4 ,ziekte1 armoede1 oorlog1 het waren dingen1 die elk oogenblik het genot van verreweg de meeste menschen bedreigden4 ,voor hen dus geen geluk1 voor ze zeker zijn1 niet meer door rampen gekweld te zullen worden2 voor ze gestorven zullen zijn4 ,hegesias is de peisithanatos1 hij die overreedt tot den dood1 en men vertelt1 dat hem 't verblijf in ,alexandri ontzegd werd1 omdat hij te velen tot zelfmoord zou overgehaald hebben4 ,zoo ging dus het hedonisme over tot pessimisme4 ,de menschen1 die lust tot eenig ethisch princiep verklaard hadden1 moesten erkennen1 dat dit op de aarde met haar tal van rampen niet te bereiken was1 dat het leven dus eigenlijk niet waard was geleefd te worden4 ,ze kwamen tot de stemming1 die de meest sceptische onder de bijbelschrijvers heeft geuit in zijn woord3 ,dies prees ik de dooden boven de levenden4 ,in de school der ,cyrenaci kwam nog een andere merkwaardige theoretische beschouwing op4 ,we hebben gezien1 hoe de primitieve mensch uitgaat van het bestaan eener buitenwereld en hoe hij gelooft1 dat de indrukken1 daarvan verkregen1 volkomen overeenstemmen met de buitenwereld4 ,daarna komt twijfel aan de juistheid der zinnelijke indrukken1 die zoover gaat1 dat de ,eleaten alleen het zijnde als waar1 de ,atomisten alleen de atomen en hunne beweging als waarheid erkennen1 al 't andere als doxa4 ,zij staan dus eigenlijk zoo tegenover de kwestie1 dat ze een buitenwereld als zeker erkennen1 terwijl de kennis er van ons onthouden is 7we kunnen het zijnde schouwen noch kennen74 ,de indrukken1 die we krijgen en op een buitenwereld betrekken1 zijn f schijn- en leugenbeelden 7,eleaten7 f alleen opvattingswijzen van het individu 7,protagoras1 ,democritus7 dus doxa4 ,mogen we ,gorgias ernstig nemen1 dan gaat hij verder en loochent alle kennis en alle weten4 ,hij ontkent dus zoowel het zijnde als de mogelijkheid het te kennen4 ,boven dit volstrekt nihilisme verheffen zich sommige ,cyrenaci tot een juister opvatting1 waarvan later tal van denkers ook van den nieuweren tijd zijn uitgegaan en waarbij sommigen zijn blijven staan4 ,gegeven zijn ons allereerst onze gewaarwordingen en voorstellingen4 ,heeft iemand een voorstelling van een centaur #bg b4v4 en zegt3 ik heb een voorstelling van een centaur1 dan is dit waar4 ,de onwaarheid begint1 als hij die voorstelling betrekt op de buitenwereld en zegt3 er is buiten mij een centaur4 ,dat onze gewaarwordingen en voorstellingen het eerste ons onmiddellijk gegevene zijn1 spraken de ,cyrenaci uit4 ,welk standpunt ze verder ingenomen hebben1 is niet precies bekend4 ,misschien hebben sommigen gemeend dat we niet uit onze bewustzijnsverschijnselen konden komen en vertoonen ze overeenkomst met onze moderne solipsisten4 7,zie deel ,,ii74 ,het moge hier de plaats zijn1 een weerlegging van deze theorien die het gezond verstand aan de hand doet1 mede te deelen4 ,in de nieuwere filosofie is deze leer verkondigd door ,bisschop ,berkeley 7 #di7 en werd ook door het gezond verstand bestreden4 ,welnu1 zei men tegen hem1 als ge dan niet iets gewaar kunt worden van de buitenwereld en als ge alleen uw bewustzijnsverschijnselen hebt1 waarom loopt ge dan b4v4 voor een wagen uit den weg1 loopt ge niet in het water1 enz4 ,in uw practisch leven handelt ge dan niet naar uw leer4 ,het tegenargument luidt3 ik ontken niet1 dat ik een voorstelling heb van water b4v42 dat op die voorstelling als ik in 't water loop1 een van nat-zijn of verdrinken zal volgen1 en1 daar ik alleen met mijn voorstellingen moet werken1 vermijd ik bepaalde voorstellingen2 in dit geval 't nat-zijn en dus het in 't water loopen4 ,ik ontken dus alleen1 dat er aan die opeenvolgende voorstellingen een rij gebeurtenissen buiten mij beantwoordt4 ,dat eene dergelijke redeneering geen sophisterij is1 kan de lezer misschien op deze wijze inzien3 ,er zijn menschen met levendige fantasie1 die zich graag allerlei schrikbeelden in 't hoofd halen4 ,ze zullen b4v4 beginnen3 h1 de dokter gaat naar mevrouw ,b1 ze is ook al oud1 net zoo oud als moeder4 ,gunst1 zou moeder ook ziek zijn1 dan kon ze wel sterven--enz4 ,ze spinnen de gedachte breeder uit1 tot ze ten slotte zeer droevig zijn4 ,ze hebben dus een reeks voorstellingen1 die uitloopen op een leedgevoel1 zonder dat die reeks beantwoordt aan een rij feiten in de buitenwereld4 ,nu kan door de ervaring geleerd1 zoo iemand later1 zoo spoedig een dergelijke voorstelling opkomt1 die onderdrukken1 door andere vervangen1 omdat hij de droevige stemming weren wil1 waarin hij zal geraken4 ,op dezelfde wijze kon nu ,berkeley b4v4 vermijden1 de voorstelling van 't water te bekomen1 omdat hij ook geen gewaarwording van nat wou hebben4 ,,hoofdstuk ,,iii4 ,,plato4 #ab4 ,leven4 ,wie in een paar pagina's iets van ,plato zeggen wil1 krijgt het gevoel1 dat hm bevangen moet1 die een landstreek1 vol van nijvere steden1 breede schependragende rivieren1 majestueuse bergen1 donkere wouden en diepe dalen en vruchtbare vlakten in een schematisch schetskaartje weergeven moet1 waarbij steden kringetjes1 bergen bogen1 rivieren lijntjes zijn geworden3 een schetskaart is dan ontstaan1 die de werkelijkheid van hl ver gelijkt4 ,zoo zal ook het volgende niet dan enkele vage lijnen geven van het beeld van den geweldigen denker1 den goddelijken kunstenaar1 den hoogen en krachtigen mensch1 den verzienden profeet4 ,van vaderszijde uit een geslacht1 dat zijn stamboom opvoerde tot den laatsten ,atheenschen koning1 van moederszijde verwant aan den bekenden ,atheenschen archon ,solon1 behoorde ,plato tot een hoogadellijke1 echter niet rijke ,atheensche familie4 ,in #dbg v4 ,c4 werd hij op 't eiland ,aegina geboren1 kreeg zijn naam ,plato later naar zijn krachtig lichaam en breed hoofd1 beoefende in zijn jeugd gymnastiek en muziek1 schijnt verzen te hebben geschreven1 kwam in aanraking met ,socrates1 waardoor zijn liefde voor de filosofie gewekt werd4 ,zijn verzen moet hij toen verbrand hebben4 ,na ,socrates' dood ging hij uit ,athene3 hetzij omdat het er niet volkomen veilig meer was1 hetzij omdat zijn reislust sterk was en hij daaraan voldeed1 nu na den dood van den geliefden meester hem niets meer aan ,athene bond4 ,na zich eerst bij andere leerlingen van ,socrates gevoegd te hebben in het gastvrije huis van ,euclides te ,megara1 ging hij naar ,egypte1 waar hij kennis maakte met een overoude cultuur1 en een staatswezen met vaste1 schier onwrikbare instellingen1 in sterke tegenstelling staande tot de zoo wufte ,atheensche staatsinrichting4 ,van hier naar het rijke ,cyrene1 toen over zee naar ,sicili4 ,in de enkele historische opmerkingen over de ,grieksche geschiedenis hebben we gezien1 hoe ver buiten 't eigenlijke ,griekenland ,grieksche nederzettingen waren4 ,bij ,empedocles van ,agrigentum1 bij ,gorgias van ,leontinoi maakten we reeds kennis met ,sicili4 ,toen ,plato daar kwam1 heerschte over een groot deel van 't eiland ,dionysius1 tyran van ,syracuse #bh4 ,naast de inlandsche volkeren bevochten twee machten op ,sicili elkaar3 de ,grieken wier steden1 meest met ,republikeinschen regeeringsvorm meer in 't ,oosten lagen1 de ,carthagers1 die hun nederzettingen in 't ,westen hadden4 ,in #dje had zich een jong1 energiek officier uit den middenstand tot tyran weten te verheffen1 was door ,carthago erkend1 had eenige jaren rust gebruikt om zijn macht enorm te versterken1 had op de ,carthagers een groot deel van het eiland veroverd1 zijn invloed uitgebreid over de ,grieksche steden van ,zuid-,itali1 en ,syracuse tot een aanzienlijke stad gemaakt4 ,het had grooter oppervlakte dan ,rome tijdens de keizers1 zijn stadswallen waren #bg ,k4 ,m4 lang4 ,dit ,syracuse was een middelpunt ook voor ,grieksche beschaving4 ,plato kwam hier aan1 maakte hier waarschijnlijk ook kennis met verschillende ,pythagoreers en kwam1 door bemiddeling van ,dio1 raadsman en zwager des konings1 aan 't hof4 ,weinig weten we van het verkeer tusschen beide mannen4 ,maar ,dionysius1 die ,plato's toenemenden invloed op ,dio bemerkte1 wilde zich wel van hem ontdoen4 ,dionysius was een practisch dadenmensch1 die voor ideen weinig voelde4 ,hij verzocht aan een ,spartaansch gezantschap1 waarmee ,plato afreisde1 te zorgen1 dat deze hem nooit meer hinderen kon4 ,dit meende het best aan het verzoek te voldoen1 door ,plato te ,aegina aan wal te zetten3 immers had de volksvergadering besloten1 dat elk ,atheensch burger1 die daar kwam1 ter dood gebracht zou worden of als slaaf verkocht4 ,het laatste trof ,plato4 ,gelukkig echter--zoo luidt het romantische verhaal--was juist in ,aegina ,anniteus aanwezig1 met wien ,plato te ,cyrene kennis had gemaakt4 ,deze hoorde van zijn ongeluk1 kocht hem1 stelde hem buiten ,aegina op vrije voeten1 en weigerde de som1 die ,plato's vrienden in ,athene hadden bijeengebracht1 als schadevergoeding aan te nemen4 ,met deze som zou dan ,plato's school gesticht zijn4 ,de ,academie4 ,zooals de ,cynici zich in een gymnastiekschool hadden gevestigd1 deed ,plato het ook3 hij ging onderricht geven in de academie2 daarnaar heet zijn school eveneens de ,academie4 ,hier had ieder vrijen toegang4 ,rijkere leerlingen schijnen wel eens bijdragen gegeven te hebben en ook werden wel legaten aan de stichting vermaakt4 ,aanvankelijk werd het onderricht zoo1 als ,socrates het gegeven had1 verstrekt3 wandelende en pratende4 ,later1 bij grooter getal leerlingen1 werden er ook wel colleges gegeven1 meer aaneengeschakelde voordrachten1 waarnaar de leerlingen luisterden4 ,tot aan zijn dood bleef ,plato hoofd van de academie1 strenge orde handhavend4 ,later kwam er natuurlijk wel eens meeningsverschil met zijn leerlingen1 b4v4 met ,aristoteles4 ,hoogst onwaarschijnlijk is het echter1 dat dit tot de vele chicanes aanleiding zou hebben gegeven1 waarvan oude verhalen gewag maken4 ,van de havelooze cynici onderscheidden de academici zich1 misschien welbewust1 door zekere elegantie in voorkomen1 in kleeding en manieren4 ,waren de cynici meer proletarirs1 zij waren meer de chique4 ,de academie heeft eeuwen bestaan4 ,eerst in #ebi n4 ,c4 werd ze bij besluit van ,keizer ,justinianus gesloten4 ,oorspronkelijk wees het schoolhoofd zijn eigen opvolger aan2 later werd hij bij geheime stemming door de scholieren gekozen4 ,dat in al de eeuwen van haar bestaan de academie niet steeds dezelfde richting heeft voorgestaan1 is duidelijk4 ,men kon er later allerlei leer in aantreffen4 ,hier1 in de academie1 had ,plato zijn eigenlijke levenstaak gevonden3 opvoeden en onderrichten in intieme1 hartelijke verhouding tot zijn leerlingen4 ,plato echter bezat ook een levendige belangstelling voor politiek en maatschappij4 ,niet alleen het denken trok hem aan1 maar ook de toepassing4 ,zoo zijn dan waarschijnlijk zijn tweede en derde ,sicilische reis te verklaren4 ,dionysius ,i was opgevolgd door zijn zoon ,dionysius ,,ii 7#cfg7 en deze1 een ijdel1 krachteloos man1 maar niet geheel zonder goeden wil1 noodigde op raad van ,dio ,plato uit1 zijn ideaalstaat te komen verwezenlijken4 ,het mislukte3 zeer zeker was het ideaal onvervulbaar en ,dionysius was er absoluut de man niet naar1 om hoofd van den staat naar ,plato's model te zijn4 ,dio viel in ongenade2 ,plato vertrok4 ,later is hij er nog eens geweest1 trachtte de breuk met ,dio te heelen1 wat mislukte1 werd in een soort gevangenschap gehouden en eerst door krachtige tusschenkomst van ,archytus van ,tarente in vrijheid gesteld4 ,deze ervaringen hebben er zeker toe bijgedragen1 om ,plato's meening over tyrannen1 die hij later koesterde1 te vormen4 ,behalve de ,siciliaansche reizen heeft niets zijn werkzaamheid aan de academie gestoord tot aan zijn dood in #cdg4 #ac4 ,werken4 ,wat we bij ,democritus en ,protagoras hebben te betreuren1 is bij ,plato niet het geval3 het zoo goed als totale verlies hunner werken4 ,veilig mag men aannemen1 dat zoo goed als alles1 wat ,plato schreef1 tot ons is gekomen4 ,we hebben hier echter een andere moeilijkheid3 niet alles1 wat op ,plato's naam staat is van hem4 ,en het is een der moeilijkste dingen der ,grieksche philologie1 uit te maken1 wat precies van hem is4 ,daarvoor zou het vooral van belang zijn1 zijn ideen te kennen4 ,in zijn lange werkzaamheid als schrijver zijn zijn denkbeelden niet steeds gelijk gebleven en we moeten dus uit zijn geschriften den ontwikkelingsgang leeren kennen4 ,zoo gaan we in een cirkelgang rond3 de leer uit de geschriften1 de geschriften uit de leer4 ,zeer moeilijk is het daarbij precies uit te maken1 wanneer de verschillende werken geschreven zijn3 sommige schijnen ook niet ineens1 maar langzamerhand tot stand te zijn gekomen4 ,de historische critiek1 die zich bijzonder veel met ,plato's werken bezig hield1 heeft menig duister punt opgeklaard4 ,men kan de ,platonische geschriften aldus verdeelen3 ,i4 ,socratische geschriften4 ,hierin worden verschillende deugden behandeld1 zooals dapperheid en eerzucht1 en naar de wijze van ,socrates wordt onderzocht1 waarin ze bestaan4 ,hierbij sluit zich aan de ,verdediging van ,socrates1 die meesterlijke apologie1 die gelezen met worden #bi4 ,het is het mannelijkste boek4 ,in ,kriton wordt geschilderd1 hoe ,socrates weigert te vluchten1 omdat de wetten moeten gehoorzaamd worden4 ,,ii4 ,geschriften tegen de sophisten4 ,hierin bestrijdt hij de leer der sophisten4 ,in sommige meer spottend en schertsend1 in andere1 zooals de ,protagoras1 met meer waardigheid4 ,,iii4 ,geschriften uit zijn bloeitijd4 ,van deze geschriften moeten vooral genoemd worden het ,symposion1 ,phaedo1 de ,staat4 ,het ,symposion 7gastmaal7 waarin hij ons schildert hoe bij een gastmaal verschillende reden over ,eros 7,god der liefde7 worden gehouden en ,phaedo1 het gesprek over de ziel1 waarin hij den stervenden ,socrates zijn eigen onsterfelijkheidsleer in den mond legt zijn samen misschien het schoonste van ,plato's werk4 ,,iv4 ,de ,geschriften van zijn ouden dag4 ,hierin doen zich al gevoelen de teleurstellingen over het leven en de verminderende geesteswerkzaamheid4 ,hiertoe rekent men de ,wetten4 ,behalve de ,apologie1 die zich er niet toe leende1 zijn ,plato's geschriften dialogen1 waarbij doorgaans aan ,socrates ,plato's eigen meeningen in den mond worden gelegd4 ,soms wordt de omgeving1 waarin zich de dialoog afspeelt1 uitvoerig geschilderd4 ,meesterlijk weet ,plato dit te doen4 ,ieder persoon laat hij spreken naar zijn eigen aard1 terwijl alles toch blijft in den beleefden omgangstoon4 ,een ander maal staat de absolute redeneering meer op den voorgrond4 ,eigenaardig is het1 dat ,plato1 waar hij geen kans zag1 zijn ideen door scherp omlijnde begrippen in daarbij passende taal te ontwikkelen1 ons mythen vertelt en er bij voegt3 z ongeveer zou het kunnen zijn4 ,in de literatuur wordt ,plato zeer hoog gewaardeerd4 ,misschien zou men enkele prozaschrijvers naast hem kunnen plaatsen1 boven hem pleegt niemand gesteld te worden4 ,gaat in de vertaling 7,fransch van ,cousin2 ,duitsch van ,schleiermacher7 veel van de schoonheid verloren1 ook daar nog kan men de meesterlijke rangschikking der stof1 de levendigheid1 duidelijke teekening en uitbeelding bewonderen4 #ad4 ,de ,ideenleer4 ,socrates1 hebben we gezien1 trachtte te komen tot begripsvorming4 ,niet wat in dt1 of dt1 of in een ander geval dapperheid was1 wilde hij opsporen1 maar wat in 't algemeen dapperheid was1 trachtte hij vast te stellen4 ,als zoodanig was de dapperheid nergens te vinden4 ,slechts in een bijzonder geval was ze verwezenlijkt4 ,in de waarneming is dus geen begrip gegeven4 ,nog sterker komt dit uit in de wiskunde4 ,we hebben b4v4 een zeer precies begrip van een cirkel4 ,maar nergens in de waarneming nemen we een cirkel waar4 ,zoo nauwkeurig is hij niet geteekend1 zoo precies kan een ronding niet gemaakt zijn1 of het eene punt is wel een millioenste millimeter verder van 't middelpunt dan 't andere4 ,dit moest ,plato1 die veel aan wiskunde deed1 sterk treffen4 ,de begrippen zijn dus iets1 dat niet in de waarneming is gegeven4 ,toch hebben wij ze4 ,we hebben een begrip van cirkel1 driehoek1 enz4 ,hoe komen we daaraan8 ,dan moeten ze op een andere manier in 't bewustzijn zijn gekomen1 was het antwoord4 ,de ,grieken konden zich 't bewustzijn moeilijk als actief1 als de ervaringen verwerkend1 voorstellen4 ,ze dachten het meer passief3 het ontving1 wat er aan gegeven werd1 en kon dit vasthouden4 ,met een modern beeld zou men kunnen zeggen3 wij denken ons het bewustzijn meer als een machine1 die de ingeworpen stof op allerlei manier verwerkt1 zoodat er weer iets heel anders uit kan komen1 dan er is ingedaan4 ,de ,griek dacht het zich als een gevoelige plaat1 waarop zich afdrukt1 wat er op inwerkt4 ,plato moest de gedachte dus vr liggen1 dat het bewustzijn zelf met behulp der waarnemingen en krachtens zijn eigen wetten de begrippen vormde4 ,de begrippen moeten dus in onze ziel komen4 ,hoe8 wordt nu de vraag4 ,om deze vraag te beantwoorden1 komt ,plato tot een kloeke greep3 ,hij neemt aan1 dat de ziel voor haar komst in het lichaam die begrippen aanschouwd heeft4 ,om dit mogelijk te maken1 moest hij veronderstellen eene praexistentie der ziel vr het lichaam4 ,we zullen zien1 hoe hij dit later in verband bracht met het voortbestaan der ziel ook n het lichaam 7postexistentie74 ,verder moest hij die begrippen werkelijkheid1 een reel bestaan buiten ons bewustzijn toekennen4 ,hiermee schiep ,plato naast de wereld die wij kennen1 nog een andere wereld3 een immateriele1 die der begrippen1 die bestaat in den topos notos 7letterl43 ,slechts in de gedachte te kennen plaats74 ,dat wij ons die begrippen bewust worden1 verklaart hij aldus3 ,de dingen der buitenwereld gelijken eenigszins op die begrippen4 ,nemen we ze waar1 dan wordt de in ons bewustzijn sluimerende idee weer wakker geroepen4 ,plato grondt dit dus op 't zielkundig feit1 dat we allen kennen3 de associatie der gelijkheid4 ,stel1 dat ik lang geleden een schoolkameraad gehad heb1 dien ik daarna niet meer ontmoette4 ,ik ben hem vergeten4 ,nu kom ik later met een jongen1 zijn zoon1 in kennis4 ,deze gelijkt op den vader4 ,ik zie den jongen1 en door dat gelijke komt de herinnering aan den vader op1 met wien ik als jongen naar school ging4 ,dat sluimerende beeld komt weer boven4 ,zoo komt1 door de waarneming1 het vroeger aanschouwde begrip weer in mijn bewustzijn3 alle kennen is dus volgens ,plato herinnering 7anamnsis71 een zich bezinnen op vroeger waargenomen dingen4 ,deze begrippen nu noemt ,plato de ideen en het hier geschetste zijn enkele hoofdtrekken uit zijn ideenleer4 ,hij tracht deze leer in verbinding te brengen met vroegere systemen en door haar gelukt het hem1 twee systemen1 die als uitersten tegenover elkaar staan1 dat der ,eleaten en van ,heraclitus1 te verzoenen in een hoogere eenheid4 ,het eenige1 onveranderlijke1 ,eleatische1 is de wereld der ideen4 ,van haar hebben we herinnering1 kennis4 ,naast deze wereld van het zijn staat die van de genesis3 van de wording4 ,dit is de wereld der verschijnselen1 waarin alles stroomt4 ,deze ideenleer is niet een vaststaand stelsel maar wordt in de onderscheidene dialogen op verschillende wijze behandeld1 en ettelijke bezwaren tegen of gapingen in het stelsel worden met of niet met volkomen klaarheid door ,plato behandeld4 ,met het onderscheid tusschen de ideen en de dingen ging een verschil in waardebepaling gepaard4 ,de wereld der ideen was ook in ethisch opzicht de betere1 de hoogere4 ,toch lag het in den aard der leer1 dat men ook ideen van allerlei gewone1 ja1 weerzinwekkende dingen moest aannemen4 ,aanvankelijk heeft ,plato dan ook ideen als tafel1 bed1 toegelaten4 ,later heeft hij zich niet opzettelijk over de vraag uitgelaten1 maar zich met het geven van verschillende voorbeelden tevreden gesteld4 ,een vasten regel is in de keuze der voorbeelden niet te ontdekken1 maar die van wiskundige begrippen1 eigenschappen1 natuurwezens komen het meest voor4 ,hoe verhouden zich de ideen nu8 ,begrippen kunnen gecordineerd en gesubordineerd zijn en ,plato deelt ze ook gaarne op die wijze in4 ,van het begrip hond kunnen we opstijgen tot roofdier1 zoogdier1 gewerveld dier1 dier levend wezen4 ,van het begrip roos eveneens tot levend wezen4 ,zoo kunnen meerdere rijen van begrippen samenkomen in n begrip #cj4 ,we kunnen ons denken1 dat een denker nu alle begrippen in zoodanige rijen tracht te ordenen1 dat die ten slotte alle uitkomen in n begrip1 dat dan alles omvat4 ,het is als 't ware de top eener pyramide1 waarvan we langs verscheidene lijnen tot het grondvlak kunnen komen1 waarin de vele bijzondere dingen liggen4 ,ondanks ,plato's liefde voor co- en subordinatie van begrippen heeft hij toch--al ontbreken vage aanduidingen niet--geen zoodanige begrippenpyramide opgebouwd4 ,hij heeft alleen n idee aangewezen1 dat boven alles staat3 de idee van het goede4 ,maar deze idee omvat niet alle andere op dezelfde wijze als 't begrip dier alle dieren3 er is geen logische onderordening4 ,de idee van het goede is het doel van alles wat bestaat4 ,ten opzichte van haar is al 't andere middel4 ,deze idee van het goede heet ook wereldrede1 noes1 soms godheid4 ,om dat nu alles wat is1 naar dit doel streeft1 is deze idee als 't ware oorzaak1 doeloorzaak van het gebeuren4 ,de idee van het goede is dus werelddoel1 wereldrede1 wereldoorzaak4 ,zij ook moet den band vormen tusschen de vaste wereld der ideen1 de veranderlijke der dingen4 ,de dingen gelijken eenigszins op de ideen3 zij worden bewogen1 omdat zij streven naar hun doel3 de idee4 ,maar1 als de dingen dan nabootsing zijn der idee1 waarom zijn ze dan geen zuivere maar een gebrekkige nabootsing8 ,er moet dus een medeoorzaak zijn1 die de volkomen verwezenlijking van het doel tegenwerkt4 ,dit is de ruimte1 die omgevormd wordt tot de dingen1 waardoor zekere tegenwerking de oorzaak wordt van het onvolkomene der dingen #ca4 ,de wereld der dingen is een menging van zijn en niet zijn4 ,deze metafysische gedachte heeft ook een theologische uitdrukking3 met het oog op de ideen heeft een wereldvormende ,god1 de demioergos de dingen geschapen4 ,op ouder leeftijd heeft ,plato dan zijn ideenleer in overeenstemming trachten te brengen met de ,pythagoresche getallenleer4 ,deze ging uit van de eenheid1 zoo ook hij4 ,de eenheid viel samen met de opperste idee4 ,de neo-,platonici hieraan aanknoopend1 hebben uit het ,eene alles laten voortkomen als uitstraling1 als emanatie 7bladz4 #aec74 ,hoe verder van de eenheid af1 hoe minder bestaan en hoe minder volkomenheid4 ,de scherpe scheiding tusschen de volkomen1 reele wereld der ideen en de onvolkomen1 niet waarachtig zijnde1 maar wordende wereld der dingen wordt opgeheven2 er is meer of minder realiteit en daarmee meer of minder volkomenheid4 ,in de middeleeuwen had deze gedachte veel invloed4 7,vergelijk 't godsbewijs van ,anselmus v4 ,canterbury pag4 #aij74 ,in het ,symposion wordt de schoone voorstelling gegeven van het heimwee der ziel naar de idee4 ,de liefde1 die begint met liefde voor n schoon lichaam1 wordt liefde voor ht schoone1 voor het geestelijk schoone1 voor het goede4 ,eros is de kracht1 die den mensch leidt en stuurt #cb4 #ae4 ,theologische en ,ethische begrippen4 ,plato kent drie werkzaamheden der ziel3 het begeeren1 het willen1 het zuivere kennen4 ,later ging hij verder en sprak van de drie deelen der ziel1 die hun plaats hadden in onderlijf1 hart en hoofd4 ,de onsterfelijkheid kwam dan alleen aan het vernuft1 de kennende ziel1 de rede toe4 7,zie bl4 #ig74 ,in zijn ,phaedo spreekt ,plato over zijn vast geloof aan de onsterfelijkheid4 ,gedeeltelijk schijnt hij zijn voorstellingen op dit gebied te hebben ontleend aan de orphische mystiek1 waarover reeds gesproken werd 7bladz4 #aa74 ,met de drie deelen der ziel komen drie deugden overeen3 onze begeerten moeten worden beheerscht door de deugd der bezonnenheid 7sophrsun72 de wilsenergie1 de dapperheid gaat naast de moedige ziel1 de wijsheid naast de rede4 ,zal onze deugd echter volkomen zijn1 dan moet iedere deugd haar plaats hebben1 er moet een zekere harmonie bestaan4 ,dit is de dikaiosun 7rechtschapenheid1 gerechtigheid74 ,is deze vorm zijner ethiek meer theologisch1 daar ze aansluit bij zijn zieleleer1 meer filosofisch1 zich meer aansluitend bij de ideenleer1 is zijn ethiek daar1 waar hij als hoogste doel van den mensch stelt het kennen der idee4 ,eros drijft den mensch tot streven naar het volkomene1 doet heimwee naar de idee ontwaken4 ,uit dit verlangen ontspringt de begeerte naar filosofie en het hoogst staan voor ,plato de filosofen4 ,niet in eens komt de mensch hiertoe4 ,eerst heeft hij vreugde aan 't schoone van lijn1 kleur en toon4 ,dit is een goed begin4 ,daarna moet hij practische kennis en vaardigheid verwerven4 ,hij moet zich niet vreemd gevoelen in de wereld der verschijnselen4 ,zijn inzicht moet hem dan gronden doen kennen1 waarop hij 't eene of 't andere besluit4 ,verder nog stijgend1 streeft hij naar een harmonisch leven1 maat en verhouding brengt hij in zijn leven4 ,eerst dan stijgt hij tot het hoogste3 het kennen der idee4 ,het zedelijk ideaal laat zich aldus uitdrukken3 schoonheid1 kennis1 theorie1 waarheid4 ,deze ontwikkeling van het ethische komt overeen met die der liefde geschilderd in 't ,symposion4 ,het is duidelijk1 dat deze beide ethica's elkaar niet volkomen dekken4 ,al de werken van ,plato geven dan ook1 zooals we reeds opmerkten1 geen samenhangend1 leidend systeem4 ,als de ziel niet gelouterd is1 zal zij na haar aardsch bestaan weer in een lichaam terugkeeren4 ,plato is een aanhanger van de leer der zielsverhuizing1 welke hij aan de ,pythagoreers 7zijn bekendheid met de ,pythagoreers hebben we reeds gezien71 of aan de mysterin ontleend mag hebben4 ,bij hem dan ook de leer van de schuld en de boete der ziel4 ,merkwaardig is1 hoe hij het heete verlangen naar vrijmaking en vrijwording van zonde in overeenstemming weet te brengen met zijn ideenleer3 het is het verlangen der ziel naar de idee4 #af4 ,plato's ,staat4 ,uitvoerig heeft ,plato zijn gedachten ontwikkeld over den besten ,staat1 en dat niet als een droombeeld1 maar als een te verwerkelijken ideaal4 ,met de verwerkelijking staan zijn ,siciliaansche reizen in verband4 ,plato had1 als geboren aristocraat en als ,socraticus1 een afkeer van de democratie4 ,dat de menschen zich met allerlei zaken behalve met hun eigene bemoeien1 dat de eerste de beste zich bezig houdt met de hoogste belangen van den staat1 waartoe zooveel kennis en inzicht wordt vereischt1 moest hem wel gruwelijk schijnen4 ,daarbij kwam de vleierij der massa door de redenaars4 ,zijn staat zou daarom een zijn1 waar de besten regeerden4 ,maar met die besten bedoelde hij hen1 die 't hoogst staan in zedelijk opzicht4 ,er zouden drie standen zijn4 ,de laagste was die der boeren en handwerkslui4 ,zij mochten privaat-bezit en familieleven hebben4 ,hun deugd was de sophrosun1 de zelfbeheersching1 het gehoorzamen aan en onderdanig zich voegen naar de hoogere standen1 zooals de begeerende ziel ook ondergeschikt moest zijn aan de bezonnenheid4 ,boven deze en overeenkomende met de moedige ziel1 staat de stand der wachters4 ,van jongs af waren ze opgevoed tot 't krijgsleven1 vormden een aparten krijgsstand1 verdedigden het vaderland en oefenden zich van der jeugd af in matigheid en harding4 ,tusschen mannen en vrouwen bestaat hier geen verschil4 ,huwelijken vinden onder hen niet plaats4 ,op gelegene tijden worden geschikte paren bij elkaar gebracht1 waarbij men er op letten zal1 zooveel mogelijk bij elkaar passende menschen samen te brengen1 opdat er een kloek geslacht ontstaat4 ,dadelijk na hun geboorte worden de kinderen aan de moeder ontnomen1 ze krijgt een ander te zoogen4 ,de regeling is zoo1 dat elk kind in ieder ouder zijn vader en moeder1 elk ouder in ieder kind zijn kind moet zien4 ,aan de spits van den staat is de eerste stand3 die der filosofen4 ,zij kennen de idee en regeeren den staat naar wijsheid4 ,zooals in den enkelen mensch de drie deugden zich goed onderling moeten verhouden1 zoo moeten in den staat de drie standen harmonisch samenwerken4 ,dit is dan de dikaiosun 7rechtschapenheid74 ,het bevreemdt ons niet1 dat een dergelijke staat niet in de practijk uitvoerbaar was4 ,aan droomen over den besten staat heeft het echter nooit ontbroken4 ,zoo schreef ,thomas ,moore zijn ,utopia1 ,campanella zijn ,zonnestaat en we herinneren aan een der jongste pogingen3 ,in het jaar #bjjj van ,edw4 ,bellamy1 #cc dat in menig opzicht het tegenovergestelde is van ,plato's boek4 ,eigenaardig1 dat echter in beide een veel grootere macht aan den staat wordt toegekend dan de staat1 zooals wij die kennen1 bezit 7bl4 #bah1 #bai74 ,toen later ,plato's pogingen tot uitvoering waren mislukt1 schreef hij de ,wetten1 iets meer aan 't practische leven aangepast4 ,in ,plato's ,staat komen ook merkwaardige ideen over opvoeding voor1 die geheel ingericht moest zijn met het oog op de aanstaande taak der jongelingen4 ,plato1 wars van alle overdreven gevoeligheid1 eischte een ernstige1 mannelijke gezindheid1 een zich bezighouden met gymnastiek1 muziek en wetenschap 7sterrenkunde1 meetkunde74 #ag4 ,plato's invloed4 ,het is ondoenlijk1 deze in weinige regels ook maar benaderend weer te geven4 ,op het geheele ,westersche denken drukte hij den stempel zijner persoonlijkheid4 ,maar enkele punten mogen naar voren gebracht worden4 ,allereerst heeft ,plato invloed geoefend op zijn leerlingen2 men heeft gezegd3 zonder ,plato geen ,aristoteles1 geen ,plotinus1 geen ,augustinus4 ,wat dit beteekent1 moge het vervolg van dit boekje leeren4 ,wijzen we enkele belangrijke ideen aan1 die bij hem voorkomen3 ,het bestaan van het immateriele is ons zoo gewoon1 dat we 't ons nauwelijks kunnen voorstellen1 dat deze idee wrden moest4 ,is het niet evenzoo met zijn meerderheid van de ziel boven het lichaam8 ,vindt de heimwee der ziel naar de idee zich niet terug in het verlangen der christenen naar eenheid met ,god1 naar kennisse ,gods als inbegrip van alle wijsheid4 ,een verlangen1 door ten ,kate zoo innig en eenvoudig uitgedrukt3 ,we zoeken ,u in alles1 ,vader4 ,en vinden ,u in niets genoeg4 ,overwegend is ,plato's religieus gedachtenleven geweest voor ons godsdienstig voelen en denken4 ,op het gebied der metafysica heeft hij voortgezet1 wat reeds ,socrates had aangevangen3 het opsporen van de begrippen4 ,uit zijn school kwam ,aristoteles1 die de vader werd der formeele logica4 ,in de natuurkunde voerde hij het begrip doel-oorzaak in4 ,de huidige natuurwetenschap neigt wel meer tot ,plato's tegenvoeter ,democritus1 maar de doeloorzaken heerschten tot #aejj en eerst in de #ai;de eeuw bracht 't ,darwinisme een geheele verandering1 nadat de denkers der #af;de1 #ag;de en #ah;de eeuw een teleologische natuurverklaring bestreden hadden4 7,zie ,afdeeling ,,iv74 ,in zijn systeem wist hij de tegenstrijdigheden van 't ,grieksche wetenschappelijk denken in hooger eenheid te vereenigen4 ,democritus en ,plato waren de eersten1 die een meer afgerond1 wijsgeerig systeem gegeven hebben4 ,en ten slotte is er in zijn ,staat--hoe vreemd die ons moge schijnen--toch veel geweest1 dat de toekomst heeft vervuld1 en zijn vele ideen uitgesproken1 die de toekomst misschien nog vervullen zal4 ,plaatst ,plato aan het hoofd van zijn ,staat geschoolde1 speciaal opgeleide menschen1 wij kunnen ons geen staat meer denken zonder ambtenaren met een wetenschappelijke opleiding4 ,mogen ook afkomst1 protectie en allerlei bijkomstigheden invloed hebben op de benoeming1 onze staat wordt niet meer1 als in de oudheid1 geregeerd door ,jan1 ,piet en ,klaas1 maar door wetenschappelijke personen4 ,moge men terugdeinzen voor de geweldige consequentie1 dat man en vrouw gelijk op te voeden zijn1 onze maatschappij beweegt zich veel meer in die richting dan de ,grieksche1 waar de vrouw een eenzaam1 afgesloten leven leidde1 zich weinig ontwikkelde en door haar ouders uitgehuwelijkt werd4 ,onze coducatie en openstelling van allerlei beroepen voor de vrouw wijzen in de richting van meer gelijkstelling4 ,weigeren wij ook veelal te grooten invloed van den ,staat op het gezinsleven1 toch gaan vele stemmen op1 die bij het vestigen van een gezin den staat een zeker toezicht willen geven1 om zoo mogelijk het ontstaan van een ongezond nageslacht te vermijden4 ,huwelijksverbod in bepaalde gevallen wordt door menigeen wenschelijk geacht4 ,de zorg voor physieke opvoeding en harding is ons niet vreemd4 ,ook tegen moreele verwenning wordt thans met ernst gewaarschuwd4 ,heeft een ,nederlandsch paedagoog onlangs niet de stelling verdedigd1 dat onze kinderen met meer hardheid moeten worden opgevoed6 ,en eindelijk heeft in de ,katholieke ,kerk met hare heerschers een zekere verwezenlijking plaats gevonden van ,plato's ,staat2 een verwezenlijking1 die in de ,middeleeuwen1 toen het wereldlijk gezag zich onder het geestelijke stelde1 nog verder ging4 ,,hoofdstuk ,,iv4 ,,aristoteles4 #ah4 ,leven en ,werken4 ,leven4 ,in #chd v4 ,c4 uit een oude artsenfamilie geboren te ,stagira1 kwam hij op #ah;jarigen leeftijd naar ,athene1 bleef #bj jaren in de ,academie1 waar hij langzamerhand tot zelfstandige opvattingen kwam1 die afweken van ,plato's leer4 ,dit bracht evenwel geen verandering in de hooge achting1 die de leerling den vereerden meester toedroeg4 ,na ,plato's dood reisde hij wat1 kwam in #cdc aan 't hof van ,philippus van ,macedoni als opvoeder van diens zoon1 den lateren ,alexander den ,groote1 keerde later naar ,athene terug1 en grondvestte daar in het ,lyceum een nieuwe school1 die de peripatetische heet1 omdat ,aristoteles zijn onderwijs dikwijls gaf rondwandelend door de lanen1 die 't gebouw omringden4 ,twaalf jaren werkte hij hier1 en presteerde1 geholpen door begaafde en wetenschappelijk goed onderlegde leerlingen een onbegrijpelijke hoeveelheid wetenschappelijken arbeid4 ,na ,alexanders dood1 toen ,athene zich los wilde maken van de ,macedonische heerschappij1 werd tegen ,aristoteles1 den vriend van 't ,macedonische koningshuis1 een aanklacht ingediend4 ,asebeia1 goddeloosheid was weer het geschikte voorwendsel4 ,de wijsgeer ontweek naar ,chalcis en stierf in #cbc1 waarschijnlijk overwerkt4 ,persoonlijkheid4 ,misschien mag men ,aristoteles den eersten professor noemen in den vollen zin van dezen tijd3 streng wetenschappelijk onderzoeker1 docent1 schrijver van een groot aantal leerboeken1 die de wetenschap van zijn tijd samenvatten4 ,in wetenschappelijk werk vond hij zijn grootste geluk en daarin ging hij op4 ,voor vriendschap was hij niet ongevoelig4 ,veel meer dan ,plato's geest is de zijne gericht op het praktische1 nuchtere1 op de werkelijkheid4 ,zijn denken is systematisch1 ordelijk4 ,dit geeft aan sommige zijner geschriften zelfs een eenigszins schoolmeesterachtigen tint4 ,tegenover ,plato's behandeling steekt de zijne af3 streng scheidt hij potische en wetenschappelijke behandeling en zijn geschriften hebben veel meer van een modern wetenschappelijk werk dan die van ,plato4 ,modern in zekeren zin is ook bij ,aristoteles zijn zoo groote liefde voor 't denken1 dat de physical culture1 zooals wij dat met een hypermoderne uitdrukking noemen1 en die bij de oude ,grieken in zoo groote eere was1 bij hem geheel week4 ,hij was zwak van lichaam1 overwerkt4 ,zijn rijkdom kon hem gelukkig de middelen verschaffen zich geheel aan zijn werk te wijden4 ,werken4 ,het aantal geschriften van ,aristoteles is geweldig geweest3 een overlevering1 niet geheel onbetrouwbaar1 spreekt van #ajjj4 ,heel wat is verloren gegaan1 en daaronder ongetwijfeld zeer belangrijk werk2 het fragment over den staat b4v41 dat ons bewaard is gebleven1 breekt af bij de opvoeding4 ,het is niet ondenkbaar1 dat ,aristoteles is bijgestaan door zijn leerlingen4 ,dit legt dan een schitterend getuigenis af van de werkzaamheid der peripatetische school4 ,misschien mag men zich ongeveer de verhouding denken als in een modern laboratorium1 waar ook onder leiding van een professor heel wat wetenschappelijke arbeid tot stand kan komen4 ,in zijn geschriften geeft ,aristoteles ons iets1 wat vr noch n hem ooit weer volledig gedaan is3 een overzicht der gansche wetenschap in systematische samenvatting en onderling verband4 ,tegenwoordig zou dit onmogelijk zijn4 7,het is bijna reeds ondoenlijk voor n geleerde1 n vak van wetenschap in zijn geheel en goed te bewerken4 ,uitgebreide werken verschijnen in den tegenwoordigen tijd dan ook dikwijls door samenwerking van verschillende geleerden4 ,de grootste poging van den laatsten tijd op dit gebied is het verzamelwerk3 ,die ,kultur der ,gegenwart1 onder leiding van ,paul ,hinneberg4 ,het beoogt een overzicht te geven van ons weten en kunnen4 ,aan het werk werken een #ajj-tal geleerden mee47 ,maar toch was het ook reeds voor dien tijd een arbeid van beteekenis1 alle ,grieksche weten samen te vatten in een stelsel1 z1 dat de deelen bij elkaar aansloten4 ,daarbij boezemt ons eerbied in de alzijdige belangstelling van ,aristoteles1 die zich richt op de meest verschillende terreinen der wetenschap2 de alzijdigheid1 die aan ons moderne leven vreemd is4 ,er zijn natuurlijk nog wel menschen met groote1 encyclopedische kennis en een eerbiedwekkende algemeene ontwikkeling1 en dezen kunnen ook wel nuttig werk verrichten1 vooral als opvoeders en onderwijzers1 ook als populariseerders en verspreiders van wetenschap1 maar ze brengen zelf de wetenschap gewoonlijk niet vooruit4 ,bij ,aristoteles nu vindt men die alzijdige belangstelling wel vereenigd met echt wetenschappelijken zin4 ,zijn werken zijn van verschillenden aard3 ,i4 ,die hij zelf heeft uitgegeven en bestemd voor een grooten kring van lezers3 de zgn4 uitgegevene4 ,van deze is zoo goed als niets bewaard4 ,de meesten ontstonden gedurende zijn verblijf aan de ,academie1 sluiten zich aan bij de ,platonische filosofie1 zijn in dialoogvorm en doorgaans vloeiend geschreven4 ,,ii4 ,verzamelwerken3 hetzij uittreksels uit andere wetenschappelijke werken1 b4v4 uit ,plato's geschriften2 hetzij verzamelingen van feitenmateriaal1 dat hij noodig had voor zijn onderwijs4 ,hierbij vooral zullen hem zijn leerlingen geholpen hebben4 ,ook deze bezitten we niet meer4 ,,iii4 ,leerboeken3 deze zijn voor een gedeelte behouden4 ,het zijn de werken1 die wij van ,aristoteles kennen4 ,waarschijnlijk heeft hij niet zelf besloten1 de geschriften alle op deze wijze uit te geven3 't zijn gedeeltelijk boeken die af zijn1 gedeeltelijk slechts ontwerpen1 aanteekeningen voor zijne college's zouden we kunnen zeggen4 ,de dood heeft hem verhinderd zijn werken volledig af te maken4 ,hiervan zijn te noemen3 geschriften over rhetorica1 potiek1 ethiek1 politiek1 physica1 metaphysica1 dierkunde1 zielkunde en logica4 #ai4 ,leer4 ,stof en vorm4 ,voor ,plato bestond de hoogste werkelijkheid in de ideenwereld1 de immateriele1 die tegenover de wereld der verschijnselen1 zooals wij die waarnemen1 stond4 ,die verschijnselenwereld was een flauwe afschaduwing van de wereld der ideen4 ,slechts zeer onvoldoende was het ,plato gelukt1 om de beide werelden met elkaar in zoodanig verband te brengen1 dat de eene zich uit de andere begrijpen liet4 ,op het gebied der kennis had hij geleerd1 dat alle werkelijk weten een herinnering is1 komende in 't bewustzijn door een zich bezinnen op de1 door de ziel vroeger aanschouwde werkelijkheid4 ,de zinnelijke waarneming gaf geen kennis1 slechts meening2 ze was slechts aanleiding tot anamnsis1 herinnering4 ,op het gebied der ethiek was dus het hoogste het kennen der idee1 waartoe een mensch geleid werd door een vurig verlangen naar haar schoonheid4 ,die begeerte was ,eros1 de liefde1 die zich uit 't laagste ontwikkelde4 ,over heel de wereld spande zich de opperste idee1 die der goedheid1 die een was met het werelddoel1 dat tegelijk wereldoorzaak en wereldrede was4 ,in den staat moet ook de idee heerschen1 dus zij1 die haar kennen3 de filosofen4 ,onder hen stonden de wachters1 daaronder de arbeiders2 alle in rechtvaardige verhouding1 zooals in onze ziel de begeerende onder de moedige ziel zal staan1 deze onder de kennende4 ,aan deze leer knoopt nu ,aristoteles aan4 ,maar de scherpe tegenstellingen die1 zonder overgangen toch altijd in ,plato's leer blijven bestaan1 weet hij weg te nemen4 ,dit doet hij1 niet door het zijn te ontkennen1 noch door het worden te negeeren1 maar door het worden als het zijn te erkennen1 door de idee der ontwikkeling4 ,ook hij erkent als het ware voorwerp van wetenschappelijke studie het soortbegrip1 niet het bijzondere ding4 ,niet die en die en die hond moet gekend worden in de dierkunde1 maar de hond4 ,niet de deugd van ,socrates of ,aristides of ,miltiades1 maar de deugd4 ,maar dit begrip voert niet een apart bestaan3 het is niet ,,boven het ding1 zooals ,plato's idee2 het is ,,in het ding1 het verwezenlijkt zich daarin4 ,zoo komt ,aristoteles tot twee begrippen3 de stof 7hul7 en de vorm 7morph74 ,de morph is de ,platonische idee1 heet ook wel ideion4 ,in de stof nu werkt de vorm en onder invloed daarvan vervormt de stof zich tot een ding1 waarin de vorm1 het begrip is verwezenlijkt4 ,nemen we een eikel4 ,daarin is als 't ware de eikeboom besloten4 ,in zijn werkelijken toestand is 't een eikel1 naar mogelijkheid een boom4 ,wanneer nu maar een uiterlijke oorzaak er bij komt 7de eikel moet in den grond vallen en voedingsstoffen opnemen71 zal die eikel een boom worden4 ,aristoteles gebruikt hiervoor de woorden1 die men later in 't ,latijn vertaalde door actu en potentia en zoo spreekt men ook nu nog van potentieel 7naar mogelijkheid7 en actueel 7naar werkelijkheid74 ,actueel is de eikel een eikel1 potentieel een eikeboom4 ,stof1 ding en begrip komen dus z samen1 dat in de stof potentieel de vorm al aanwezig is1 dat door een uitwendige oorzaak de vorm de stof omwerkt tot het ding1 waarin het begrip is verwezenlijkt4 ,deze leer gebruikt ,aristoteles nu ook voor andere dan organische gebeurtenissen1 b4v4 voor de werkzaamheid der menschen4 ,bij het bouwen van een huis zijn de steenen enz4 de stof1 in het hoofd van den architect is de vorm1 de idee van het huis2 de bouwers zijn de uiterlijke oorzaak2 het resultaat1 het ding is het huis1 dat niet de idee zelf van den architect is1 maar waarin zijn idee is verwezenlijkt4 ,aristoteles' beschouwing is teleologisch1 het gebeuren wordt bepaald door het doel4 ,een zekere ruimte geeft hij echter aan de mechanische natuurverklaring van ,democritus1 door als uiterlijke oorzaak de van buiten komende invloeden te erkennen4 ,die van buiten komende oorzaak1 die hij aitia noemt1 bewerkt verandering van plaats1 van hoedanigheid en hoeveelheid1 die eigenlijk toch allen weer plaatsveranderingen zijn4 ,het is nu opmerkelijk1 hoe de denker kans ziet1 om een geheel stelsel van opstijgende vormen te geven4 ,wat naar boven stof is1 is naar onderen ding4 ,een eikel is b4v4 in vergelijk met den boom stof1 slechts potentieel een eikeboom4 ,de eikel zelf is ook weer uit een andere stof ontstaan4 ,zoo is in de anorganische wereld het marmer actueel marmer1 potentieel een standbeeld4 ,de geheele wereld ziet ,aristoteles zoo als een opstijgende reeks soorten4 ,het soortbegrip staat voor hem vast1 en het aantal soorten is bepaald4 ,hij neemt dus niet1 zooals later het ,darwinisme aan1 dat de eene dier- of plantensoort in de andere kan overgaan4 ,maar al de soorten staan niet los van elkaar1 maar veeleer zoo1 dat het bestaan der eene lagere soort noodig was voor het ontstaan der andere1 hoogere4 ,de stof biedt tegenwerking aan den vorm die zich verwerkelijken wil4 ,aan die tegenwerking ligt het1 dat de gestalte soms niet verwezenlijkt is4 ,in de stof liggen allerlei potentie's4 ,en bij een mensch met een hazenmond is dus naast den vorm van den mensch ook de morph van den haas eenigszins tot ontwikkeling gekomen4 ,hoe hooger nu de soort1 hoe minder weerstand de stof geboden heeft4 ,de stof is dus oorzaak van het ondoelmatige in de natuur1 daar ze de doorwerking van den vorm verhindert4 ,immers1 bij een teleologische wereldbeschouwing moet men wel stooten op het vele ondoelmatige of minder doelmatige1 al is dit het moderne denken veel dichter bij dan het ,grieksche4 ,de ouden waren echter te onbevangen van oordeel1 te nuchter van opmerken1 om het te loochenen4 ,voor ,aristoteles staat dus eenerzijds de stof1 die gevormd wordt1 anderzijds de vorm1 de morph1 die vormt4 ,in een zeer lange1 maar niet oneindige rij voltrekken zich nu een aantal processen4 ,onder aan de rij staat stof1 die niets dan stof is3 de eerste stof1 de prot hul2 bovenaan de vorm1 die niets dan vorm is4 ,deze hoogste vorm1 die overeenkomt met ,plato's hoogste idee1 is dan de wil1 beweging veroorzakend1 maar zelf niet bewegende of bewogen wordende3 ze is de noes1 de godheid4 ,deze beschouwt zichzelf1 ze denkt haar eigen wezen4 ,wanneer we denken1 dan houden we ons bezig met iets1 dat buiten ons staat1 tegenover ons3 het denkende subject is onderscheiden van het object van het denken3 denker van gedachte4 ,maar de vormen1 die de godheid denkt zijn haar eigen vormen1 daarnaar voltooien ze zich in de werkelijkheid4 ,die noes denkt ,aristoteles zich dus zuiver onstoffelijk1 niet stoffelijk1 zooals ,anaxagoras1 die het noes-begrip invoerde4 ,zijn eigenlijk wezen is denken4 ,aristoteles is dus hier gekomen tot een zuiver monothestisch1 onstoffelijk godsbegrip3 het immateriele valt samen met het geestelijke #cd4 ,de godheid van ,aristoteles is dus denkend2 begeeren en gevoelen wordt haar niet toegeschreven4 ,ook wordt ,god nergens als schepper der wereld genoemd1 alleen uitdrukkelijk als haar beweger4 ,een belangrijk vraagpunt heeft ,aristoteles wel aangeroerd1 maar niet uitgewerkt4 ,we zullen 't later terugvinden in de ,m4 ,e41 waar het1 hoewel in gewijzigden vorm1 een tijdlang in het brandpunt van het denken stond 7nominalisme en realisme1 zie #ca1 bladz4 #ahg74 ,in het ding verwezenlijkt zich het begrip4 ,maar wat is nu het eigenlijke3 is dit het ding1 of het begrip4 ,wat moeten we als het wezenlijk bestaande opvatten1 dien hond en dien hond1 of den hond1 die wel nergens aan te wijzen is1 maar in al die dingen zit4 ,aristoteles is te veel man van de werkelijkheid en zijn blik is te veel op 't wezen der dingen gericht1 dan dat hij niet zou inzien1 dat de werkelijke dingen een zeker bestaan hebben4 ,maar anderzijds zag hij toch heel goed1 dat de wetenschap zich moet bezighouden met begrippen en dat het algemeene1 niet het bijzondere1 het eigenlijk doel van wetenschappelijk onderzoek is4 ,zoo komt hij er dan ook toe1 het ding een bestaan toe te kennen en van soortbegrippen te spreken als tweede zelfstandigheden1 bestaandheden1 zonder uit te maken1 wat het eigenlijk is4 ,in ieder hond b4v4 merkt men op het algemeene1 maar ook iets toevalligs1 iets bijkomstig1 dat die hond nu juist heeft1 b4v4 een dikkere of dunnere beharing4 ,aristoteles wil deze toevalligheden veronachtzamen3 hij telt ze niet mee4 ,zijn denken richt zich op het algemeene of het meeste4 ,treffend is het1 dat de oudheid er bijna niet toe kon komen1 om ook in het bijzondere1 het schijnbaar toevallige1 gevolgen te zien van algemeen werkende oorzaken4 ,we zullen zien hoe de ,renaissance1 toen ze haar kamp begon tegen de middeleeuwsche filosofie1 juist overal het individueele opzocht1 en dat dit veel meer dan het algemeene tot haar sprak4 ,een enkel woord over ,aristoteles' sterrenkundige opvattingen mag niet uitblijven3 door haar werden in de ,m4 ,e4 de zooveel juistere ideen der ,pythagorers niet gevolgd4 ,in het midden bevindt zich de aarde2 dan de sfeer van maan1 zon en planeten1 dan de vaste sterren4 ,de sterren wentelen zich in zuivere cirkels3 de volmaakste beweging4 ,geen verandering is in de wereld der vaste sterren4 ,daar is het eeuwige1 onveranderlijke1 het vaste1 niet afwijkende1 het hemelsche tegenover het aardsche1 het ondermaansche1 waar wel beweging en verandering is4 ,de sfeer der vaste sterren bestaat uit aether1 een vijfde element naast de vier van ,empedocles4 ,dan komen de planeten die zich in verschillende banen bewegen1 niet meer zuiver cirkelrond4 ,dan de aarde in 't midden4 ,de godheid beweegt de sfeer der vaste sterren1 deze de planeten2 van hier uit wordt de aarde bewogen4 ,aristoteles erkent den invloed der planeten op de aarde1 een geloof1 dat nog lang1 tot over de ,m4 ,e4 heeft voortbestaan1 en nu nog eenigszins voortsukkelt onder de planetenlezers4 ,de aarde bestaat uit ,empedocles' vier elementen water1 aarde1 lucht en vuur3 in tegenstelling tot de sterren hebben ze een rechtlijnige beweging4 ,het vuur wil uit het middelpunt2 de aarde nar het middelpunt2 het water gaat met de aarde maar wat minder sterk2 de lucht eveneens wat minder sterk met het vuur uit het middelpunt4 ,zoo krijgt dan elk element zijn natuurlijke plaats4 ,in het midden de vaste aarde1 dan water en lucht er om heen1 dan het vuur4 ,heeft een element zijn natuurlijke plaats bereikt1 dan stokt de beweging2 dit is een onderscheid met de eeuwig voortloopende beweging der cirkels4 ,met deze theorie van het opeenhoopen van het zware hangt het geloof aan n wereld samen1 want kwamen er meer1 ze zouden elkaar weer zoeken4 ,in de ,m4 ,e4 behield men dit systeem met geringe wijzigingen en knoopte er allerlei theologische beschouwingen aan vast 7n wereld1 want ,christus was maar nmaal gestorven3 waren er vele werelden1 dan had hij vele malen den zoendood moeten sterven74 ,men stelde de aarde niet alleen naar haar plaats maar ook naar haar belang in 't middelpunt4 ,alles was om de aarde en om den mensch4 #bj4 ,zielkunde4 ,ethiek4 ,staatsleer4 ,we hebben gezien1 hoe op 't gebied der kennis een even groote kloof bestond als op dat der wereldbeschouwing4 ,zooals men daar zijn en worden tegenover elkaar stelde1 had men bij het ontstaan van kennis de waarneming en het denken tegenover elkaar geplaatst4 ,anaxagoras1 zich beklagend over de onvoldoendheid onzer waarneming1 had ze echter voor alleszins betrouwbaar gehouden4 ,de ,eleaten hadden onze waarnemingen voor niets dan bedrieglijken schijn uitgemaakt2 het werkelijk zijnde1 waartoe we moesten komen door denken1 konden we aanschouwen noch kennen4 ,democritus1 steunende op ,protagoras' leer van de subjectiviteit onzer zinnelijke indrukken1 had deze laatste voor doxa verklaard1 het kennen der atomen en hunne beweging voor alleen mogelijke waarachtige kennis4 ,hij was dus wel iets verder dan ,anaxagoras in zooverre hij verklaarde dat we 't zijnde kunnen kennen en ook een inzicht had in de subjectiviteit van onze zinnelijke waarnemingen4 ,echte waarheid had hij dezen ontzegd4--,bij ,plato was het eveneens4 ,ook voor hem bestond een werkelijk kennen van het zijnde1 van de idee1 maar de kennis der buitenwereld gaf geen reele kennis4 ,tot dusver hebben de ,grieksche denkers wel de tegenstelling van waarneming en denken gevoeld1 hebben een van beide voor vertrouwbaar verklaard1 en het andere onbetrouwbaar of slechts relatieve waarheid gevend geacht1 maar geen heeft de innige samenwerking van waarneming en denken kunnen aanwijzen en dus aantoonen1 hoe de mensch langs den weg der waarneming tot kennis komt4 ,het is ,aristoteles1 die dit beproefd heeft1 krachtens zijn onderscheiding van potentieel en actueel en onder aanwending van zijn begrip der ontwikkeling4 ,ook hier volgt het hoogere wel op het lagere en eischt dit als noodzakelijke voorwaarde1 maar het volgt er niet uit4 ,we beginnen met de waarneming4 ,potentieel is nu als 't ware in onze zintuigen de waarneming al aanwezig2 door den prikkel van de buitenwereld gaat dit over in actualiteit4 ,we krijgen zoo den vorm alleen1 niet de stof van het waargenomene4 ,aan n ding nemen we verschillende eigenschappen waar met verschillende zintuigen1 b4v4 bij een perzik tegelijk zijn mooie kleur en zijn zachtheid4 ,buiten de gewone zinnen stelt ,aristoteles nu een zin1 waarin alle gewaarwordingen als uitloopen en waarin de verschillende waarnemingen tot n worden #ce3 den gemeenschappelijken zin4 ,die zin is dan tegelijk de zin1 die ons de gewaarwording geeft van onzen bewustzijnstoestand2 door hem weten we1 dat we waarnemen4 ,in den gemeenschappelijken zin blijven nu de waarnemingen als voorstellingen bewaard4 ,hij is ook de plaats der herinnering4 ,boven het waarnemen en voorstellen staat het denken1 dat den mensch specifiek eigen is4 ,aristoteles echter weet1 dat de rede eerst werken kan1 als er stof is4 ,in zooverre hij nu ziet op de rede als algemeen menschelijke organisatie noemt hij die actief 7noes poitikos7 in zoover hij het oog heeft op de stof1 waarmee de rede werkt1 gebruikt hij den naam passief 7noes pathtikos74 ,deze werkzame ziel is allen menschen gemeen3 het is de verpersoonlijking van de organisatie van onzen geest4 ,we nemen deze kennis volgens bepaalde wetten op2 verwerken haar volgens bepaalde wetten4 ,die zijn bij alle menschen gelijk4 ,een mensch b4v4 moet onmiddellijk toestemmen1 dat ,a niet tegelijkertijd ,b en niet-,b kan zijn2 dat iemand niet tegelijk wl en nit in een plaats kan zijn4 ,dit gemeenschappelijke staat tegenover het individueele1 dat1 wat een mensch eigen is krachtens zijn aanleg1 zijn ervaring1 zijn omgeving4 ,de regel1 dat ,a niet tegelijk wl en nit-,b kan zijn1 vindt b4v4 zijn toepassing in het geval3 dat een stof niet tegelijk lichter en zwaarder kan zijn dan een andere stof4 ,dit is de passieve rede tegenover de actieve4 ,met deze kenleer hangt samen de zielleer van ,aristoteles4 ,voor ,aristoteles bestaat de eenheid van het bewustzijn1 niet echter de eenheid der ziel4 ,hij neemt allereerst aan een vegetatieve ziel1 die zich alleen richt op de vegetatieve werkingen 7bestaan en voortplanten74 ,de planten hebben deze ziel alleen4 ,dan komt de animale ziel1 die de dieren er nog bij bezitten1 die ze doet waarnemen en oorzaak is van zelfbeweging4 ,behalve deze beide heeft de mensch dan nog de noes1 de rede1 die hij1 zooals we op de vorige pagina zagen1 in passieve en actieve onderscheidt4 ,het is nu de vraag aan welk deel ,aristoteles de onsterfelijkheid toegeschreven heeft4 ,in den ,renaissancetijd1 toen men ook door de ,arabische vertaling van ,aristoteles1 7zie o4 a4 #cj17 zijne werken weer meer begon te bestudeeren1 heeft men daar zeer verschillende theorien over opgesteld4 ,het schijnt wel1 dat ,aristoteles alleen aan de actieve rede de onsterfelijkheid heeft toegeschreven1 maar daar dit een in alle menschen inwonend beginsel is1 is dit eigenlijk geen individueele onsterfelijkheid4 ,want van alle menschen blijft het gelijke over4 ,zij1 die dit zoo opvatten1 moesten dan ook van hunne tegenstanders hooren1 dat het een feitelijk panthesme was4 ,ook in zijn zedeleer heeft ,aristoteles de tegenstelling minder scherp gesteld dan ,plato4 ,is bij deze alleen de kennis1 de idee het ware1 alle andere goederen niets beteekenend1 ,aristoteles heeft oog voor het meer werkelijk leven4 ,niet wereldvliedend1 maar wereldzoekend is zijn zedeleer4 ,allereerst erkent hij een zeker aantal goederen1 als middel wenschelijk1 ten einde tot deugd te komen2 daaronder behooren gezondheid1 vermogen en vrije tijd4 ,ontbreken ze1 dan is er te veel getob1 worden onze denkverrichtingen gehinderd4 ,te veel geld kan ook weer te veel zorgen geven4 ,het hoogste geluk en de hoogste deugd is de kennis3 het inzicht1 het zich wijden aan studie4 ,in zekeren zin is dus ,aristoteles' zedeleer eudemonistisch1 daar hij een lust begeert4 ,deze echter is de uitoefening van dat wat den mensch tot mensch stempelt3 zijn denken4 ,want voor ,aristoteles is het geluk van elke soort weggelegd in het verrichten van wat bij zijn aard #cf past4 ,het inzicht echter--en hier scheidt zijn weg zich van ,socrates--is niet voldoende4 ,men moet ook de hartstochten kunnen beheerschen en verkrijgt dit eerst door opvoeding en gewenning4 ,deze beide zijn dus noodzaak en plicht voor den staat4 ,in het begin zal dit beheerschen moeite kosten1 geleidelijk zal het gemakkelijker worden4 ,deze deugden zijn de ethische4 ,hun bezit stelt den mensch in staat1 dat te doen1 wat zijn inzicht hem voorschrijft4 ,ze staan dan in zekeren zin onder die deugden welke uit inzicht voortkomen en met haar samenhangen3 de dianotische4 ,aristoteles heeft geen stelsel van deugden gegeven en niet aangewezen hoe ze zich verbinden4 ,wel heeft hij sommige deugden uitvoerig behandeld1 b4v4 de vriendschap1 die bij hem zoo ongeveer de plaats der liefde inneemt1 en die hij uitstekend beschrijft in de eerste boeken van zijn ,ethica4 ,het kenmerk van een deugd is een middenhouden tusschen twee uitersten4 ,dapper is 't rechte midden tusschen onbezonnenheid1 doldriestheid en lafheid2 fierheid het juiste midden tusschen opgeblazenheid en kleinmoedigheid4 ,aristoteles' zedeleer gaat uit van de vrijheid van den wil4 ,de mensch heeft het in zijn macht1 te doen en te laten wat hij wil4 ,de vrijheid maakt het mogelijk de begeerten1 die tegen het inzicht ingaan1 te onderwerpen4 ,we zien dus in ,aristoteles' ethiek een aantal elementen opgenomen van vroegere denkers4 ,ons streven gaat naar lust1 maar de lust is kennis4 ,zoo sluit hij zich aan bij ,socrates en ,plato1 en weet het goede op te nemen van hen1 die lust als ethisch beginsel verwerpen4 ,aardsche goederen weet hij te waardeeren1 als de ,cyrenaci2 ze zijn echter niet als bij dezen het doel1 maar middel3 een te veel schaadt1 geeft bezorgdheid om het bezit4 ,dit element herinnert aan de ,cynici1 aan hun leer1 dat men zich los moet maken van de behoefte4 ,in de kennis ziet hij den hoogsten lust1 als ,plato in de kennis der idee3 deze kennis is echter meer een werkzaam beschouwen van de idee dan een zich in haar vergeten4 ,de wijze voorschriften der ouden1 de toepassing daarvan in het dagelijksch leven1 de gewone deugd weet hij te waardeeren3 als hij in 't juiste midden het kenmerk der deugd ziet1 dan herinnert dit aan het mden agan--het niets te veel van een der oude wijzen4 ,in zijn moraal blijft hij als in zijne zielkunde intellectualistisch4 ,zooals het verstand het hoogste in de ziel is en het primaire1 zoo is ook de ethiek intellectualistisch3 de wijsheid is de hoogste deugd1 het ware geluk bestaat in theoretische beschouwing4 ,hiermee stemt het intellectualistisch karakter zijner theologie overeen3 kenmerk van de ,godheid is het ware denken4 ,staat4 ,het is zeker niet te gewaagd1 hier verband te zien tusschen deze opvatting en zijn eigen aard en aanleg4 ,deze op de werkelijkheid en de waarneming gerichte strekking van zijn denken1 spreekt zich ook uit in zijn opvatting van den staat4 ,hij ontwerpt niet1 als ,plato1 een ideaalstaat1 maar sluit zich aan bij wat gegeven is en ziet in1 dat er niet een staat te bedenken is1 voor alle toestanden geldend1 maar dat dit ook afhangt van de bewoners4 ,drie geschikte staatsvormen zijn3 het koningschap1 de aristocratie1 de republiek4 ,onder aristocratie verstaat ,aristoteles dan de geestesaristocratie1 niet die van geld of geboorte4 ,ontaardingen dezer drie zijn de tyrannie1 oligarchie 7familieregeering7 en ochlocratie 7regeering van den grooten hoop74 ,de staat is goed1 als hij zijn doel1 de zedelijke vorming der burgers1 goed vervult en niet dienstig gemaakt wordt aan persoons- of partijbelangen4 ,een staat1 steunende op den middenstand1 de boeren speciaal1 schijnt ,aristoteles het best geleken te hebben4 ,evenmin als ,plato heeft hij zich boven den stad-staat der ,grieken weten te verheffen4 ,dat een staat langzamerhand veranderen kan van doel en dan niet de taak meer behoeft te vervullen1 voor welke hij oorspronkelijk aangewezen was1 zag ,aristoteles helder in1 daarmee vele menschen van den tegenwoordigen tijd vooruit zijnde1 die1 van een bepaald staatsbegrip uitgaande1 bepaalde werkzaamheden of verrichtingen buiten de staatsbemoeiing willen stellen1 omdat dit niet de taak van den staat is4 ,ook voor de zedelijke ontwikkeling van den mensch acht ,aristoteles den staat van ongemeen belang4 ,de mensch is een zon politikon1 een gemeenschapswezen4 ,als zoodanig kan hij eerst in de samenleving de volle ontplooiing zijner persoonlijkheid toonen4 ,met een modern beeld zouden we kunnen zeggen1 dat eerst als ,vrijdag bij ,robinson op zijn eiland komt1 zekere deugden kunnen ontstaan of zich toonen4 7,vgl4 #dc1 #dh74 ,de staat heeft door opvoeding mede te werken aan de vorming der burgers tot deugdzame menschen4 ,het fragment waarin ,aristoteles over de opvoeding spreekt1 is helaas verloren4 ,ook over kunst heeft ,aristoteles geschreven4 ,hij ziet in de kunst een afbeelding der werkelijkheid1 echter niet zooals die is1 met haar toevallig bijkomende omstandigheden1 maar zooals ze mot of kan zijn4 ,in zekeren zin is dan de kunst weergave eener gedealiseerde werkelijkheid4 ,in het bijzonder schrijft hij nog over 't drama1 dat zich kenmerken zal door eenheid1 zoo1 dat elk deel noodig is tot recht verstaan van 't geheel1 dat zonder dat deel 't geheel niet f zou zijn4 ,betwijfeld mag worden1 of ,aristoteles de dikwijls aan hem toegeschreven eischen van eenheid van plaats en tijd wel zoo gesteld heeft1 als gemeenlijk wordt opgevat4 7,zelfde plaats1 tijd n dag74 ,het doel van het treurspel1 dat medelijden en vrees opwekt1 en tegelijk ook aesthetisch genot1 is de loutering der hartstochten1 de katharsis4 ,over dit begrip der reiniging is veel geschreven4 ,een behandeling zou ons te ver voeren4 #ba4 ,de ,logica4 ,de meest schitterende schepping van ,aristoteles is zijn formeele logica4 ,het is in de geschiedenis een zeer zeldzaam feit1 dat in den loop van twintig jaren de grondslagen eener wetenschap nog niet gewijzigd zijn4 ,zoo bouwen we nog voort op de meetkunde der ,grieken1 op de logica van ,aristoteles4 ,feitelijk heeft hij hier voor alles reeds den grondslag gelegd4 ,hoe kwam ,aristoteles er toe zijn ,logica te schrijven8 ,we hebben gezien1 dat het ,socrates' verdienste is geweest1 weer het geloof in de vindbaarheid der waarheid opgewekt te hebben en dat hij in de nauwkeurige begripsvorming daarvan het begin zocht4 ,bij ,aristoteles meer dan bij ,plato moest nu de neiging ontstaan1 om nauwkeurig te zoeken naar vaste regels voor 't bewijzen en verklaren4 ,dit streven is het uitgangspunt van zijn ,logica4 ,ze was dus als 't ware een wetenschap1 die alle andere vooraan moest gaan1 ze gaf de regels1 die bij alle andere wetenschappen aangewend werden4 ,aristoteles achtte het onderricht in de logica een soort inleiding tot de wijsbegeerte1 een propaedeusis #cg4 ,ze was het werktuig1 waarmee men werken moest3 het organon4 7,vergelijk ,bacon74 ,hij behandelde nu3 hoe men uit premissen tot een conclusie komt1 en ging de gevallen na1 waarin men tot een conclusie kwam4 ,hij experimenteerde met zijn eigen denken4 ,maar eenmaal aangenomen de premissen1 kon men weer vragen1 waaraan deze haar zekerheid ontleenen4 ,zoo kwam men tot oordeelen van steeds algemeener aard en ,aristoteles begreep1 dat men ten slotte komen moest tot oordeelen1 die niet nader af te leiden waren1 maar onmiddellijk evident4 ,als zoodanig noemt hij het principium contradictionis3 ,a kan niet tegelijk ,b en niet-,b zijn4 ,verder1 zegt hij1 zijn er voor elke wetenschap aparte beginselen4 ,hij gaat er echter niet toe over1 die beginselen nader te behandelen4 ,als er dus algemeene oordeelen zijn1 die evident zijn1 moeten ze opgesteld worden4 ,dit moet door de ervaring geschieden4 ,om tot deze oordeelen te komen1 moet men uitgaan van het bijzondere en tot het algemeene komen4 ,hierbij gaat men dan den omgekeerden weg van dien men bij het syllogisme inslaat3 bij dit de deductie1 bij het eerste inductie4 ,de werkzaamheid van het denken1 die deze eerste oordeelen opzoekt1 heet dialectiek4 ,hij behandelt haar in zijn ,logica4 ,niet alleen met oordeelen1 ook met begrippen heeft de logica te doen4 ,men kan uit een naast hooger begrip b4v4 gewerveld dier1 een lager begrip b4v4 zoogdier afleiden1 door toevoeging van een kenmerk4 ,een gewerveld dier1 dat levende jongen ter wereld brengt1 een standvastige bloedtemperatuur bezit en #g halswervels heeft1 is een zoogdier4 ,dit is een definitie1 een bepaling1 een begrenzing 7horismos vgl4 horizon71 zooals ,aristoteles dat noemt4 ,bij de definitie van zoogdier heeft men gebruik gemaakt van gewerveld dier4 ,definieert men dat weer1 zoo komt men weer tot een algemeener begrip terug4 ,zoo komt men ook bij de begrippen ten slotte tot niet nader te bepalen begrippen4 ,ook zij moeten inductief gezocht worden4 #bb4 ,enkele opmerkingen over ,aristoteles' beteekenis4 ,beurtelings te hoog vereerd en als de filosoof bij uitnemendheid 7kat 'exochn7 geprezen1 daarna uit reactie verguisd1 blijft ,aristoteles een der geweldigste denkers die de wereld heeft bezeten en is zijn werk van beteekenis geweest voor heel ons denken4 ,in zijn werk is de samenvatting van al het ,grieksche weten4 ,na hem heeft de ,grieksche wetenschap 7de wijsbegeerte7 niet veel nieuws geschapen4 ,de rivieren der vele stelsels zijn in de zee van ,aristoteles uitgestroomd4 ,uit de zee hebben zich haffen en golven en binnenzeen gevormd1 ieder wel met eigen aard1 maar gevuld met water1 dat in de groote zee was4 ,door zijn groote eerlijkheid en wetenschappelijke betrouwbaarheid zijn zijn werken bronnen geweest1 waaruit wij onze kennis van vroegere filosofie hebben kunnen putten1 en dat reeds maakt hem zeer gewichtig voor 't westersch denken4 ,als schoolhoofd heeft hij bezielend gewerkt en de peripatetische school mag in de wijsbegeerte niet veel meer tot stand gebracht hebben1 in de aparte wetenschappen heeft ze merkbaar bijgedragen tot verrijking en vermeerdering4 ,wat zijne wetenschappelijke resultaten aangaat3 ,hij heeft hoogstwaarschijnlijk voor goed den grondslag gelegd voor een belangrijke filosofische wetenschap1 de logica4 ,eveneens heeft hij de sthetica als zelfstandige wetenschap gegrondvest4 ,hij heeft het begrip der ontwikkeling in de wetenschap systematisch aangewend4 ,hij heeft het voorbeeld gegeven van een systematische behandeling op ervaring en feiten gegrond4 ,hij voerde de wetenschappelijke behandeling in van wetenschappelijke vraagstukken2 hij is niet alleen de vader der logica1 maar ook die van den wetenschappelijken vorm4 ,naast deze algemeene beginselen zouden zich natuurlijk een aantal kostbare bijzonderheden laten aanwijzen3 zoo zijn opstellen der associatiewetten1 zijne fijn psychologische beschrijvingen #ch1 enz4 ,daartegenover staat1 dat ,aristoteles door zijne teleologische beschouwingen op het onderzoek remmend gewerkt heeft4 ,of dit echter niet evenveel ligt aan zijn aanhangers als aan hem8 ,maar ongetwijfeld moesten zijne dwalingen wel nadeeliger werken dan die van een minderen god4 ,wanneer er allerlei stoute beweringen uitgesproken worden1 b4v4 dat er wezens moeten zijn die uit vuur bestaan1 evengoed als die uit aarde en water1 dat ze op aarde niet moeten wonen1 maar op de maan2--dat de hersenen een afkoelingsapparaat zijn van de uit 't hart opstijgende warmte2 wanneer hij1 zoo hij 't doel niet ziet van een orgaan hij er een bij fantaseert1 soms ongeveer met een1 tegenovergesteld aan de ons bekende werking2 dan is het duidelijk1 dat hier een prikkel ligt om op deze wijze voort te bouwen en dat licht een nog meer de ervaring ontwende speculatie tot allerlei dwaasheden kon komen4 ,het is intusschen onbillijk bij deze opvatting te blijven staan4 ,ook op ethisch gebied is zijn werk een der hoogtepunten der ,grieksche wetenschap4 ,wel is 't ons menigmaal gebleken1 hoe ver wij van de ,grieksche ethiek afstaan4 ,deze had toch eigenlijk alleen 't oog op aardsche bevoorrechting1 en wat ons als eerste deugden toeschijnen1 was hun vaak vreemd4 ,het ,christendom heeft op ethisch gebied elementen in onze beschaving gebracht1 die er niet meer uit weggenomen kunnen worden4 ,maar toch ligt ook voor ons in ,aristoteles' ethiek veel van blijvende waarde3 de liefde voor de wetenschap1 beheersching der neigingen1 de waardeschatting der aardsche goederen niet als doel1 maar als middel om een zedelijk ideaal te verwezenlijken4 ,,hoofdstuk ,v4 ,,de ,,helleensch-,,romeinsche ,,wijsbegeerte4 #bc4 ,inleidende opmerkingen4 ,we schetsten in enkele omtrekken de ,grieksche geschiedenis1 en zagen1 hoe na #djd ,athene's grootheid vervallen was en nooit weer opkwam4 ,dit was eveneens zoo met geheel ,griekenland4 ,de slag bij ,chaeronea1 waar ,filippus van ,macedoni in #cch de ,grieken overwon1 had de republikeinsche vrijheid ten onder gebracht4 ,in naam bondgenooten1 waren de ,grieksche steden in werkelijkheid onderdanig aan ,macedoni geworden4 ,onderdanig waren ze ook geweest aan den ,macedoonschen koning ,alexander1 die in zijn regeeringsjaren 7#ccf-cbc7 snel een wereldrijk stichtte door 't geheele ,perzische rijk1 ,egypte1 ,syri1 ,klein-,azi1 ,babyloni te veroveren en tot den ,indus door te dringen4 ,maar dit staatkundig onderworpen zijn aan ,alexander maakte hun beschaving tot heerscheres der wereld4 ,alexander had een hoog ideaal3 zijn uitgestrekt rijk wilde hij tot een eenheid maken1 door beide1 ,oostersche en ,grieksche cultuur gelijkelijk tot hun recht te laten komen1 en daaruit een nieuwe beschaving te doen ontstaan4 ,doch de ,grieksche cultuur1 als de sterkere en hoogere1 overwon3 ,alexander's poging kwam neer op verbreiding der ,grieksche beschaving4 ,stichting van steden met ,grieksche bevolking1 gelijkheid in munt1 bevordering van handel en verkeer1 omgang tusschen de verschillende volkeren1 't waren allemaal factoren1 die meewerkten tot verbreiding van ,grieksche kunst en kennis4 ,zelf ontving die kennis ook weer zekeren invloed van ,alexander's tochten3 onbekende verschijnselen 7b4v4 eb en vloed niet in de ,middellandsche zee bekend7 werden waargenomen1 andere natuur werd gezien1 afwijkende zeden en gebruiken aangetroffen1 nieuwe planten en dieren leerde men kennen4 ,toch heeft al dat nieuwe niet machtig gewerkt4 ,gevolg van ,alexander's tochten en de stichting van zijn wereldrijk is niet geweest een groote vooruitgang van ,grieksche wijsbegeerte4 ,aristoteles heeft ongetwijfeld iets te danken gehad aan 't ,oosten1 maar verreweg 't meest aan zijn voorgangers in ,griekenland4 ,met hem eindigt de echt-,grieksche wijsbegeerte4 ,na deze komt de ,helleensch-,romeinsche3 de filosofie niet meer van ,griekenland1 nog veel minder van de wijzen in ,athene1 maar van al de beschaafde landen der oudheid1 waar ,grieksche beschaving ingang had gevonden4 ,dit waren dus niet alleen ,griekenland1 ,zuid-,itali1 ,klein-,azi1 ,cyprus en kleinere eilanden1 ,macedoni2 dit was ook ,egypte1 waar ,alexander's stichting ,alexandri een middelpunt werd van wetenschap4 ,het wereldrijk van ,alexander stortte na zijn dood in elkaar4 ,een aantal staten en staatjes hadden zich gevormd na een gewirwar van groote en kleine oorlogen1 maar de ,helleensche beschaving bleef gemeenschappelijk goed van vele dier deelen4 ,een nieuw wereldrijk begon #bjj op te komen4 ,in ,itali lag een boerenstaatje3 ,rome4 ,het had eerst wat gevochten met naburige staatjes1 had ze overwonnen4 ,het had oorlogen gevoerd met de stammen van midden-,itali1 had naar 't noorden zijn gebied uitgebreid1 had #bge de ,grieksche steden in ,zuid-,itali onderworpen4 ,toen had het zich verder opgewerkt tot wereldmacht en was op de groote mogendheid gestooten1 die het westelijk bekken der ,middellandsche ,zee beheerschte3 ,carthago4 ,in drie oorlogen 7tot #adf7 was dit ten slotte vernietigd4 ,tezelfdertijd had het ook naar 't ,oosten zijn macht verbreid3 het had ,macedoni schatplichtig gemaakt en geannexeerd2 ,griekenland eerst in schijn zijn vrijheid gelaten3 maar de ,grieken der #b;de eeuw konden die nog minder gebruiken dan die der vierde3 ,griekenland werd ook ingelijfd2 ,klein-,azi verging het eveneens1 ,syri zag zich bedreigd4 ,terwijl zoo deze staat zijn macht uitbreidde over de wereld1 onderwierp het zichzelf aan de ,hellenen4 ,rome was oorspronkelijk een boerenstaat1 zonder manieren1 zonder gevoel voor kunst1 met geringe fantasie4 ,maar nu kwam er rijkdom4 ,de veroverde provincin werden uitgezogen4 ,slaven waren goedkoop te krijgen om het land te bebouwen of de kudden te hoeden4 ,de ridders1 de equites van het oude ,romeinsche rijk1 dreven groote bankierszaken4 ,zoo ging1 met uitbreiding van rijkdom en groeiende weelde1 ook de behoefte gepaard aan meer kennis1 beschaving en uiterlijke vorming1 dan het oude ,rome kon geven4 ,waar anders dan bij de ,helleensche beschaving was die te zoeken8 ,rijke jongelui gingen naar de rhetorenscholen1 later haalde men de rhetorica in ,rome4 ,grieksche kunst werd gezocht en gekocht4 ,de voorname ,romeinen schreven ,grieksch4 ,een oorspronkelijk ,romeinsche letterkunde ontstond eigenlijk niet4 ,ook wat in 't ,latijn verscheen1 had in 't ,grieksch zijn modellen en voorbeelden4 ,nu was ,rome nog betrekkelijk frisch en jong en het eigende zich die beschaving eenerzijds langzaam toe1 met zekere voorzichtigheid2 anderzijds niet1 zonder er een eigen stempel op te drukken4 ,rome werd ouder en grooter4 ,de opeenhooping van proletariaat in de hoofdstad1 de verdrijving van den boeren-middenstand1 die geen geld meer kon maken van zijne producten1 daar ze uit de provincie kwamen en f goedkoop f gratis werden uitgedeeld1 die niet kon concurreeren met de slaven-bezittende grootgrondbezitters--hadden de ,romeinsche revoluties doen ontstaan onder de ,gracchen 7#acc-abb74 ,in een hevige1 lange worsteling had de democratie gestreden met de aristocratie3 het einde was geweest de militaire opperheerschappij van ,caesar en ,augustus4 ,voor ,rome was dit keizerrijk de vrede4 ,oorlogen werden slechts gevoerd aan de grenzen4 ,het keizerschap zelf wijdde zijn zorgen aan de provincie en onder zijn bestuur kwam in het uitgestrekte ,romeinsche gebied stoffelijke vooruitgang en geestelijke bloei4 ,doch ook dit keizerrijk wist niet meer nieuwe beschaving te geven4 ,zijn cultuur is niet anders dan de laatste en minst eigenaardige schakel eener lange ontwikkeling4 ,ze is een cultuur1 die partij trekt van het beste1 wat eeuwenlang gevonden is1 maar die ternauwernood meer bij machte is1 zelf iets nieuws voort te brengen4 7,van ,gelder74 ,in dezen algemeenen toestand deelde de wijsbegeerte4 ,het was een uitleggen van oudere systemen1 een vernieuwen1 een vermengen1 een voortzetten in enkele punten4 ,het volk zelf had zijn oud geloof en zijn oude moraal verloren4 ,de hoogere standen vonden bevrediging of ook geen bevrediging in een of ander wijsgeerig stelsel1 omlaag gehaald dikwijls tot een leer voor het dagelijksch leven4 ,allereerst werd gevraagd naar een levensleer4 ,niet de theoretische1 maar de practische filosofie stond op den voorgrond4 ,de verschillende stelsels trachtten een beeld van den wijze te ontwerpen1 dat als ideaal kon dienen4 ,in deze maatschappij leefde sterk de behoefte aan ontzondiging1 heiligmaking4 ,merkwaardig viel die samen met grove onzedelijkheid en hoe veiler een deerne1 hoe ijveriger ze somtijds was in den godsdienst4 ,tot de komst van het ,christendom schetsen we in groote trekken het verdere verloop van het denken4 ,twee groote ethische stelsels1 dat der ,stocijnen en dat der ,epicuristen steken hoog uit boven het omringende en als geweldig slotstuk van het ,grieksche denken staat een machtig godsdienstig systeem3 het ,neo-,platonisme4 #bd;a4 ,de ,stoa4 ,een ,semitisch koopman1 ,zeno 7 #cjj7 te ,citium op ,cyprus geboren1 die1 in ,athene gekomen1 verschillende wijsgeeren gehoord had1 grondvestte in een1 met muurschilderingen voorziene hal1 in de bonte gaanderij 7stoa poikil7 een school1 waarin vooral een strenge zedeleer gehuldigd werd4 ,het derde schoolhoofd1 ,chrysippus 7#bhj-bjg7 bracht de leer tot een volledig systeem4 ,later gingen de scherpe kanten er af4 ,in het midden der #b;de eeuw v4 ,c4 kwam ze door ,panaetius 7#adc7 naar ,rome1 vond daar veel aanhangers en kreeg meer en meer het karakter van een religieus systeem4 ,seneca1 ,nero's bekende leermeester1 7 #fe n4 ,c71 ,epictetus 7 #id71 de schrijver van het onlangs ook nog in ,nederland vertaalde ,handboekje der moraal1 en de edele keizer ,marcus ,aurelius 7#abj-ahj n4 ,c471 auteur der bekende ,zelfbespiegelingen 7eis heauton71 zijn de bekendste vertegenwoordigers van een richting die1 wetenschappelijk weinig beteekenend1 door den karakteradel van haar voorstanders den hoogsten bloei vertoont van nobele ,romeinsche zedeleer4 ,de wijsbegeerte omvatte voor de ,stocijnen drie doelen3 logica1 physica en ethica4 ,het voornaamste was hun de ethica1 studie der andere deelen was slechts noodzakelijk voor de ethiek1 was als middel iets waard4 ,de zedeleer was de dooier van het ei1 waarvan de physica het wit1 logica de schaal was2 of met een ander beeld3 de vrucht1 terwijl de physica de grond1 logica de omheining van den tuin was4 ,deze drie deelen hangen niet innig samen4 ,ze passen wel goed bij elkaar1 maar niet noodwendig vloeit 't een uit 't andere voort4 ,uit tal van elementen van andere stelsels hebben de ,stocijnen een goed en ordelijk geheel samengesteld1 dat bij meerdere ontleding evenwel verraadt1 dat het gemaakt is en samengevoegd1 niet als n geheel gegroeid4 ,logica4 ,aristoteles' onderzoekingen hebben zij voortgezet en ook werkelijk iets verder gevoerd1 tegelijk echter er een dood vormensysteem van gemaakt4 ,in de theorie der kennis huldigen ze 't sensualisme3 onze gewaarwordingen geven afdrukken in de 7stoffelijk gedachte7 ziel als in een onbeschreven wastafel1 of bewerkten er1 zooals elders gezegd wordt1 verandering4 ,uit de verschillende waarnemingen ontstonden sommige begrippen of wij vormden ze4 ,de zoo van zelf ontstane begrippen ontstaan bij elk mensch3 ze zijn aldus aan elk gemeen4 ,andere vormen we ons door nadenken en bezinning4 ,de aan alle menschen gemeen zijnde begrippen 7notiones communes7 ontstaan in ons met en door onze waarneming4 ,ze zijn voor zeker en waar te houden4 ,de overeenstemming bij de menschen 7consensus gentium7 is dan ook een bewijs voor verschillende dingen4 ,zoo is b4v4 het aanwezig zijn van een ,godsbegrip bij alle menschen voor de ,stoa het bewijs van het bestaan ,gods4 ,later heeft ,cicero aangenomen1 dat wij ze reeds vr de waarneming1 vr de geboorte bezaten1 ze meebrachten in het leven4 ,zoo ontstond de leer der aangeboren begrippen1 die zulk een belangrijke rol in het denken spelen zou en later zoo energiek bestreden werd door ,locke4 7 #df74 ,bij 't begrip kan geen sprake zijn van waar of onwaar2 maar eerst bij 't oordeel4 ,zeg ik3 ,socrates is een mensch1 dan is dit een oordeel1 niet door de samenvoeging der begrippen1 maar door eene verrichting van mijn bewustzijn1 dat die verbinding toestemt of ontkent4 ,de voorstellingen en hunne verbindingen ontstaan buiten mijn wil1 het oordeelen is een bewuste beslissing van mij zelf4 ,eerst als ik overtuigd ben van de waarheid in de voorstellingsverbinding vervat1 eerst dan bestaat een oordeel4 ,hoe weten we nu1 of zoo'n combinatie van voorstellingen waarheid bevat8 ,wat is het kenmerk der waarheid8 ,de onmiddellijke verzekerdheid van den wijze1 die deel heeft aan het wereldvernuft is de grond voor de waarheid4 ,physica en metaphysica4 ,de ,stocijnen vatten de oerstof weer op3 als zoodanig geldt het vuur van ,heraclitus1 dat zich weer in de andere elementen omzet4 ,met den denker van ,ephese erkennen ze dan ook de strenge wettelijkheid van al 't wereldgebeuren4 ,de geheele wereld is doorstroomd bezield met de godheid1 die ook stoffelijk gedacht wordt3 het pneuma #ci4 ,de godheid is oorzaak van al 't gebeuren1 alles loopt af naar haar beschikking4 ,de ,stocijnen hebben ontkend1 dat er een tweestrijd zou bestaan tusschen causaliteit en voorzienigheid4 ,wel had de godheid1 de logos 7de rede1 naam voor het pneuma ook gebruikt71 alles vastgesteld1 maar de ontwikkeling geschiedde volgens vaste wetten #dj4 ,aan elke gebeurtenis lag een vorige ten grondslag1 die haar volle oorzaak was4 ,de ,stocijnen hebben streng vastgehouden aan de causaliteit4 ,waar ,aristoteles nog zich richtte op 't algemeene1 of het vele1 daar hebben zij vastgehouden dat ook het toevallige1 het bijzondere1 het enkele onderworpen was aan strenge wetten en bepaalde oorzaken had4 ,in hun causale natuuropvatting stemmen de ,stocijnen dus overeen met ,democritus4 ,maar ze missen zijn atomisme2 dat er geen qualiteitsverschillen zijn1 nemen ze niet aan4 ,de qualiteiten bestaan voor hen ook weer als stoffelijke dingen1 als lichamen en lichaampjes4 ,ze denken zich met ,democritus de ziel stoffelijk2 bestaat bij deze de ziel uit een bijzonder soort atomen 7de fijnste1 gladde1 ronde71 bij hen bestaat ze uit een bijzondere stof3 het pnem1 een deel1 een uitvloeisel van het wereldpneuma en daardoor heeft de mensch deel aan de godheid4 ,de ziel is onsterfelijk1 tot de groote wereldbrand ontstaat4 ,ze nemen met ,heraclitus een periodiek verschijnen en verdwijnen aan2 een ontstaan uit en een opgaan in de oerstof4 ,volgens sommigen ,stoci blijft alleen de ziel der wijzen zoolang bestaan4 ,zooals de godheid de wereld beweegt en vervult zoo beweegt de ziel het lichaam en vervult het4 ,daar ze de godheid als den grond der wereld aanzien1 en de wereld als causale verwezenlijking van zijn wil1 is hun wereldbeschouwing dus teleologisch3 ze beschouwen de wereld en den mensch als doelmatig georganiseerd en bewijzen dat1 tot in 't kleine en belachelijke afdalend4 7,muizen b4v4 zijn nuttig1 omdat ze ons op ons bezit acht leeren geven74 ,theologie4 ,tot dusver hadden de denkers zich afgewend van de volksreligie3 ,xenophanes had de vermenschelijking der goden gegeeseld1 bij ,anaxagoras en ,socrates vinden we nadering tot het monothesme4 ,protagoras was van asebie beschuldigd1 ,plato's hoogste idee staat tegenover de dagelijksche verschijnselen1 ,aristoteles stelt den eenen ,god op1 die zichzelf beschouwt1 de ,cynici hadden de goden geloochend4 ,bij de ,stocijnen ontmoeten we een poging om het oude volksgeloof1 het polythesme in hun systeem op te nemen en een geloofsleer te geven4 ,naast den eenen ,god erkennen ze tal van anderen--pneuma's1 uitvloeisels van het pneuma1 ieder een deel bezielende en bewegende4 ,zoo zijn de sterren goden1 enz4 ,ze duidden het volksgeloof om tot hun opvatting4 ,demeter1 godin van den landbouw werd het pneuma van de velden1 enz4 ,ja1 ze gingen zoover dat ze de waarzeggerij en vogelwichelarij in hun systeem erkenden4 ,daar alles streng oorzakelijk samenhing in de wereld1 kon er best fijner verband bestaan tusschen dingen1 die schijnbaar niets met elkaar te maken hadden1 en kon men van 't eene tot 't andere concludeeren4 ,de erkenning van vele goden en de waarde toegekend aan de waarzegging1 maakt hun leer niet ongeschikt voor de ,romeinen1 wier staat zooveel hechtte aan de goden en wier staatsaangelegenheden nooit zonder ritueel en wichelarij volbracht werden4 ,theodicee4 ,de ,stocijnen hebben voor 't groote raadsel gestaan1 hoe het kwaad1 het zedelijke kwaad en de ellenden van het leven1 in overeenstemming zijn te brengen met de doelmatigheid4 ,bij hen ontmoeten we de eerste pogingen eener theodicee4 ,theodicee's zijn al oud4 ,het is bekend1 dat velen in 't boek ,job er een willen zien en onlangs heeft men een ,babylonische theodicee ontdekt4 ,in den jongeren tijd vindt men nog een van ,leibniz4 7 #dd74 ,hoe verklaren nu de ,stoci het leed8 ,allereerst ontkennen ze het physieke leed4 ,dood1 lichamelijk lijden1 armoede1 dat alles is geen leed voor den wijze4 ,voor hem is het hoogste de deugd1 en wat daarbuiten ligt is hem onverschillig4 ,leed1 kwaad kan 't alleen worden door onze toestemming4 ,zeer dikwijls komt ziekte ook door verkeerd gebruik4 ,men zou hier hun meening kunnen weergeven door ,coornhert's vers3 ,der dinghen recht gebruyck brengt vroolickheit en baet1 ,maar 't misbruik geeft niet dan schade met schuldigen pijne4 ,wijst men erop1 dat het den booze soms zooveel beter gaat dan den goede1 dan zegt de ,stocijn3 het geluk van den booze is het schijngeluk1 niet het ware1 want het is de deugd niet4 ,het ongeluk der goeden is geen ongeluk1 want het is de ondeugd niet4 ,maar kon men zoo de ellenden1 het stoffelijk kwaad omduiden of wegredeneeren1 de ,stocijnen1 die zoo roerend konden klagen over de verdorvenheid van 't menschelijk geslacht1 konden moeilijk de zedelijke slechtheid wegpraten4 ,ze stelden zich er dan ook mee tevreden1 in algemeene wendingen een antwoord te geven op de vraag4 ,vooral betoonden ze daarbij1 dat het goede alleen bestaan kan1 indien zijn tegendeel1 het kwade1 aanwezig is3 was er geen zonde1 zoo was er ook geen deugd4 ,misschien zou ook een dieper inzicht in de wereld leeren1 dat de ,voorzienigheid het booze slechts als middel had gebruikt1 dat1 schijnbaar weerstrevend1 tch het goede verwezenlijken moest4 ,ethiek4 ,de kern van de ,stosche leer ligt in haar ethiek2 hier hebben ze ook met groote kracht gewerkt en het hoogste zedelijke ideaal van alle ,helleensche scholen bereikt4 ,en met dat ideaal hebben ze ernst gemaakt4 ,de deugd is niet alleen het hoogste goed 7summum bonum71 het is ook het eenigst goed4 ,deugd zelf was te bereiken door overeenkomstig de natuur te leven 7natura convenienter vivere47 ,hun begrip natuur was echter een heel ander dan dat der ,cynici1 voor wie natuur de tegenstelling tot beschaving was4 ,de tegenstelling die de oudheid maakte tusschen de natuur als 't geheel der dingen en de specifiek menschelijke natuur kende de ,stoa niet4 ,de mensch is een deel der natuur1 ook in hem werkt iets van het albezielende pneuma4 ,de natuur wordt geregeerd door een goddelijke rede1 die ook in den mensch leeft4 ,leven overeenkomstig de natuur is dus1 leven overeenkomstig ons diepste wezen1 d4 i4 als redelijk1 maatschappelijk1 naastenlievend mensch4 ,deze stelling nu bewezen ze niet4 ,ze is voor hen klaarblijkelijk4--,ze gaan uit van het natuurlijk plichtbesef1 dat in ieder leeft3 ze voeren het beginsel van den plicht in4 ,tegenover de ,cynici kenden ze noch aan andere dingen waarde toe1 noch ontkenden ze de waarde van andere dingen4 ,ziekte of gezondheid1 dood of leven1 kracht of zwakte1 rijkdom of armoe zijn onverschillig4 ,de ,cynici kenden rijkdom en beschaving als rampen1 ,aristoteles als middel1 noodig om tot een beschouwend1 wetenschappelijk leven te komen4 ,zij achtten ze niet begeerenswaard2 zoo men ze bezat niet te verwerpen4 ,het leven was onverschillig3 kon men met zijn leven geen goed meer doen1 dan was zelfmoord ook geoorloofd4 ,de deugd mag dan ook nooit gezocht worden om de bevrediging die ze geeft3 deze kan er hoogstens het gevolg van zijn1 en de wijze zal dan het genot1 dat hij vindt1 niet verlengen4 ,de deugd is n4 ,vier kardinaaldeugden kennen ze dus niet4 ,zoo ze die vier bekende deugden aannemen1 dan zijn deze eenvoudig verschillende uitingen der ne deugd4 ,ook bij hen staat het inzicht bovenaan4 ,vooral moet men oppassen voor de gemoedsberoeringen 7perturbationes animi71 de emotie1 zouden wij zeggen4 ,deze hebben steeds de tendentie1 ons verstand te benevelen1 ons oordeel minder helder te maken4 ,de ,stoci zijn dus door en door verstandsmenschen4 ,de deugd is n4 ,men bezit haar of bezit haar niet4 ,de ,stocijnsche leer doet eenigszins denken aan de oude romans1 waarin de engelen des lichts strijden tegen de duivelen der duisternisse4 ,men is deugdzaam--een wijze--1 of niet-deugdzaam--een dwaze--4 ,als men naar ,rome wil en er niet komt1 dan doet het er voor 't bereiken van 't doel niets toe1 of men er #ajjj mijlen of n mijl van verwijderd blijft4 ,zoo ook met de deugd4 ,daarbij letten ze op de gezindheid1 niet op de handeling4 ,een handeling kon wel volkomen in den haak zijn1 zonder goede gezindheid4 ,iemand kan b4v4 7om een modern voorbeeld te nemen7 zijne betrekking met stiptheid en volkomen eerlijkheid vervullen1 omdat hij begrijpt1 dat het hem anders zijn betrekking zou kunnen kosten4 ,hij doet dan een betamende handeling4 ,maar het motief is niet zedelijk plichtbesef1 doch eigenbelang4 ,hiertegenover staat de echt deugdzame1 die handelt uit inzicht en zedelijken wil4 ,dit alleen is zedelijk goed4 ,deze onderscheiding is van veel belang4 ,kant heeft haar later geteekend in de uitdrukkingen3 legaal en moraal4 ,legaal is het overeenkomende met de wet1 de betamende handeling1 moraal het zedelijk inzicht4 ,herbart heeft met zijn scherpen paedagogischen blik deze onderscheiding toegepast in de opvoedkunde1 waarbij hij de zedelijke opvoeding liet bestaan in regeering en tucht2 waar het doel van de eerste is1 den discipel te brengen tot legaal1 betamend handelen1 wil de tweede hem tot zedelijke gezindheid brengen4 ,deze belangrijke onderscheiding doet zich ook nu nog dikwijls voor4 ,b4 v4 in de leer der samenleving kan men vragen1 of de staat te rekenen heeft met de handeling of de gezindheid zijner burgers1 een nog niet beslist probleem4 ,in den staat zagen de ,stocijnen niets4 ,ze achtten de vriendschap wel als gemeenzaamheid van redelijke menschen1 en komen tot de gemeenschap van alle menschen2 ze zijn de eerste cosmopolieten1 wereldburgers1 en hechten weinig aan de idee ,staat4 ,in het ,romeinsche keizerrijk was hun ideaal ten deele verwezenlijkt4 ,het is duidelijk1 dat hun leer practisch groote gevaren moest meebrengen4 ,ze kon aanleiding geven tot pessimisme2 als alle gradatie aan de deugd ontzegd werd1 was het voor bijna niemand mogelijk1 deugdzaam te worden4 ,paedagogisch werkte deze leer niet4 ,een vooruitkomen werd zoo goed als onmogelijk4 ,al kwam iemand nog zoo veel vooruit1 maar bereikte hij de deugd niet1 dan bleef hij een dwaze4 ,zoo kon een hoog1 streng zedelijk ideaal in de practijk immoreel werken4 ,reeds met ,chrysippus begon de verflauwing der grenzen4 ,de tegenstelling tusschen wijze en dwaze werd verzacht door het invoeren van den strevende1 die1 de deugd nog niet bereikt hebbende1 er naar streefde een wijze te worden4 ,de onverschillige goederen werden ingedeeld in echt-onverschillige1 te verkiezen en te verwerpen goederen4 ,streng hebben alle ,stoci zich hieraan niet gehouden en hun verhouding ten opzichte van deze kwestie is niet altijd gelijk4 ,de tijd vroeg vooral van de wijsbegeerte3 teeken ons den mensch1 zooals hij zijn moet4 ,en verschillende scholen hebben getracht een beeld van den wijze te ontwerpen1 een ideaal-wijze te teekenen4 ,de wijze der ,stocijnen bewaart onder alle omstandigheden des levens zijn gemoedsrust4 ,hij matigt zijn hartstochten niet1 maar overheerscht ze volmaaktelijk4 ,hij bezit dus de ,stosche apathie4 ,niet door het leed of de vreugde1 die hij misschien nog wel gevoelt1 laat hij zich leiden1 maar door wat zijn zuivere rede hem voorschrijft4 ,hij vergist zich niet1 hij verwondert zich niet1 hij veronderstelt niet1 hij weet4 ,daar hij zich steeds door redelijke overwegingen laat leiden1 is hij consequent4 ,medelijden is hem vreemd2 toch zal hij wel helpen4 ,zijn practisch leven is niet uit te beelden4 ,als armste zal men hem kunnen vinden1 ook als vorst op den troon4 ,voor zijn levensonderhoud zal hij zorgen1 tenzij hoogere plichten hem dit onmogelijk maken4 ,als privaat persoon kan hij gelukkig zijn1 maar werkzaamheid in den staat behoeft hij niet te schuwen4 ,de wijze is de ware koning1 de ware wijze de ware gelukkige4 ,want hij heeft 't eenige1 dat iets beteekent in de wereld3 de deugd4 ,rustig schrijdt hij voort door 't leven1 niet geplaagd door berouw over 't verleden1 waarin hij redelijk handelde1 niet verontrust door de toekomst1 die hem de deugd niet rooven kan4 ,aan de ,stocijnsche ethica komt de roem toe1 dat in haar het rijpste en hoogste1 wat het zedelijk leven der oudheid voortgebracht heeft1 het best geformuleerd is3 de waarde der zedelijke persoonlijkheid2 de overwinning der wereld in de zelfoverwinning van den mensch2 de onderwerping van den enkeling aan de wereldwet2 zijn inlijving in een ideaal verband van geesten1 waardoor hij verre verheven werd boven de grenzen van zijn aardsche leven2 daarbij een energiek plichtsgevoel1 dat hem krachtdadig een plaats deed vervullen in het werkelijk leven--het zijn alle kenmerken van een wereldbeschouwing1 die een der zegenrijkste en meest grootsche is in de geschiedenis der menschelijke overtuigingen4 #bd;b4 ,de ,epicuristen4 ,sluiten de ,stocijnen met hun leer van de deugd als eenig en hoogste goed aan bij de ,cynici1 aan de ,cyrenaci met hun verheffen van den lust als eenig princiep toonen zich de ,epicuristen verwant4 ,hun school werd gesticht door ,epicurus 7#cda-bgj71 die als zoon van een ,atheensch burger te ,samos geboren werd4 ,hij had weinig onderricht gehad1 was een autodidact1 waarmee zijn geringe liefde voor de wetenschap schijnt samen te hangen4 ,hij heeft enorm veel geschreven1 maar dit is grootendeels verloren gegaan4 ,in het leerdicht van ,lucretius ,carus 7#if-ee7 vinden we een schoone1 dichterlijke behandeling der ,epicurische leer4 ,die leer is veel meer een gesloten geheel geweest dan de ,stocijnsche4 ,ze was meer geschikt voor 't practische leven1 eischte dus minder omvorming4 ,de weinige belangstelling voor theoretische wetenschap was geen prikkel tot verder onderzoek4 ,vele mannen van beteekenis1 die zich zelfstandig met de leer konden bezighouden1 hebben niet tot haar behoord4 ,epicurus heeft zijn leer min of meer in formules gebracht1 en die er ingestampt1 zoodat er een zeker houvast was voor zijn jongeren4 ,in de physica zijn de ,epicuristen aanhangers van het atomisme4 ,het is wel een treurig lot geweest voor het stelsel van den grooten ,abderiet1 dat het zoo energiek werd voorgestaan door een zoo weinig wetenschappelijke richting1 waardoor het bij anderen in discrediet geraakte4 ,in de leer zelf brachten ze een bedenkelijke wijziging aan1 door eene uitzondering op de strenge causaliteit toe te staan3 ten einde te verklaren hoe de atomen tot groote complexen waren samengegroeid1 had ,democritus een ongelijke valsnelheid aangenomen1 een stooten van de zwaardere atomen op de lichtere2 zij namen nu aan1 dat1 buiten oorzaak1 een atoom was afgeweken van zijn rechtlijnige beweging en er zoo een wervel was ontstaan4 ,voor 't overige maakten ze weinig ernst met de verklaring der natuurverschijnselen4 ,als ze maar aangewezen hebben1 dat er eene natuurlijke verklaring is1 zijn ze tevreden4 ,dan is de mensch van vrees verlost4 ,want daartoe is de natuurkennis vooral3 tot verlossing van vrees4 ,of dus de maansverduisteringen moeten worden verklaard uit een tijdelijk uitgebluscht worden van het maanlicht of uit de schaduw1 door de aarde op haar geworpen1 dit is tamelijk onverschillig4 ,men behoeft niet bevreesd te zijn4 ,nog minder dan met de natuurkennis hebben de ,epicuristen zich met de logica bezig gehouden en hier eigenlijk niets nieuws gepresteerd4 ,we kunnen dit dus overslaan om ons te wenden tot hun zedeleer4 ,ze verklaren evenals de ,cyrenaci den lust tot moraal-principe4 ,maar deze zijn de jeugdige ,grieken1 die den beker des levens in n teug willen ledigen2 de ,epicuristen hebben de bedachtzaamheid van ouderen leeftijd en drinken met kleine1 fijne teugen4 ,niet dus de zinnelijke lust is het voornaamste4 ,hij is kort1 zijn nasmaak dikwijls wrang4 ,veel schooner is de geestelijke lust4 ,voor den wijzen ,epicurist heerscht dan het ideaal van vredige gemoedsrust 7ataraxie74 ,zorgen moet men zich niet op den hals halen4 ,het is beter niet te trouwen en zich ook niet met staatszaken in te laten3 groote verantwoordelijkheid geeft zorg en belemmert den lust4 ,in vriendschap1 oorspronkelijk op egosme zich steunend1 maar zich verruimend tot waarachtige genegenheid1 ziet de ,epicurist veel geluk4 ,in den tuin1 waarin de school stond1 werd de vriendschap druk beoefend1 tot het zoetelijk wederzijdsch bewonderen en tot sentimentaliteit toe4 ,de goederen dezer aarde kunnen op drierlei wijze genoten worden4 ,weinige had men absoluut noodig om te leven3 brood en water4 ,vele had men noodig om gelukkig te zijn1 maar niet om te leven1 b4v4 mingenot4 ,andere waren eenvoudig tot bevrediging van ingebeelde behoeften4 ,deze waren het gemakkelijkst te ontberen4 ,uit het hier gezegde volgt1 dat de ,epicuristen niet de grove zinnelijke genieters zijn1 die men er later van gemaakt heeft4 't ,zijn aangename1 beschaafde1 welwillende menschen geweest1 die een aesthetisch leven1 een leven in stijl geleefd hebben4 ,epicurus zelf was een waardig man en zijn zwijnskudde bestaat slechts in de verbeelding van hen1 die hem niet kenden4 ,hun deugd was als bij de ,stocijnen geen doel1 slechts middel tot persoonlijk geluk4 ,het is te begrijpen1 dat ze voor den staat weinig gevoeld hebben4 ,ze zagen in hem slechts een middel1 waardoor de menschen zich wederzijdsch bestaan verzekerden4 ,de goden werkten niet in op de aarde4 ,ze dachten in de ruimten tusschen de verschillende werelden 7intermundin7 de goden die daar een zalig-schoon leven leidden2 ze stelden ze zich voor als een hoog gezelschap van ,epicuristische wijzen4 ,maar het was beneden de gelukzalige goden1 om zich met de miserabele aarde te bemoeien4 ,epicurus vereerde hen dus niet1 omdat ze macht hadden1 maar als de volkomen wijzen4 ,eigenlijk heeft hij daarmee 7misschien is dit ook zijn bedoeling7 het zedelijk-aesthetisch ideaal van zichzelf vereerd4 ,zich naar het uiterlijk aan de vormen van den volksgodsdienst te houden1 ontmoette bij hem geen bezwaar4 #be4 ,de scepsis4 ,het eklecticisme4 ,we hebben gezien1 hoe het de beteekenis van ,socrates was1 dat hij een onderzoekmethode invoerde1 en hoe na hem ,plato en ,aristoteles groote systemen hebben opgebouwd4 ,in het ,epicurisme en de ,stoa hebben we twee1 minder beteekenende1 maar toch gewichtige1 moraalsystemen ontmoet4 ,afsluiting vindt het ,grieksche denken in een zeer eigenaardig religieus systeem3 het ,neo-,platonisme4 ,voor we daar echter toe overgaan1 moeten we kortelings op een paar verschijnselen wijzen1 die zoo omstreeks #cjj v4 ,c4 opkomen en voortduren tot ver over het begin van onze jaartelling4 ,allereerst dan het scepticisme4 ,een gunstige beteekenis heeft dit woord1 als het wil zeggen1 dat we niets zonder onderzoek1 nauwgezette waarneming en toetsing der verkregen uitkomsten moeten aannemen4 ,in zooverre moet ieder wetenschappelijk mensch een scepticus zijn4 ,gewoonlijk wordt het echter in ongunstigen zin gebruikt1 en verstaat men onder scepticisme eene richting1 die niet gelooft waarheid1 zekere kennis te kunnen bereiken4 ,de scepsis als zoodanig is dan consequent doorgevoerd de dood voor de wetenschap4 ,toch heeft ze een enorme beteekenis4 ,ze is wel eens het voorportaal der kennis genoemd4 ,de scepsis toch wijst altijd weer op de moeilijkheden in het verkrijgen van onze kennis1 tegenstrijdigheden worden door haar aangetoond4 ,daardoor dwingt ze eenerzijds tot nadenken over den aard van onze kennis en is in haar eene machtige prikkel gegeven tot studie der kennistheorie2 anderzijds spoort ze anderen aan tot verder onderzoek om de door de scepsis aangewezen tegenstrijdigheden te verklaren4 ,maar ook voor den scepticus zelf is zijn scepticisme niet zelden de doorgang naar nieuwe kennis4 ,voor de practijk is natuurlijk de scepticus onhoudbaar4 ,van kennis der buitenwereld doet hij afstand2 over verleden noch toekomst spreekt hij zich meer uit4 ,het eenige1 wat hem blijft1 zijn zijne oogenblikkelijke bewustzijnstoestanden4 ,hieruit wil hij nu geraken4 ,hij begeert weer een vaste basis1 hij tracht weer naar wetenschap4 ,die bouwt hij dan niet zelden veel vrijer van veroordeelen op2 hij heeft alles laten varen van vroegere overtuigingen en meeningen4 ,we zullen later een dergelijk proces bij ,descartes opmerken4 ,en geldt dit proces voor enkele personen1 dikwijls geldt het voor een tijdvak3 na eene sceptische richting komt er eene andere1 die weer opbouwt4 ,na de plotselinge aanvlieging van 't scepticisme is ,socrates gekomen4 ,is dus in 't algemeen scepticisme soms een verblijdend1 een goede toekomst voorspellend teeken1 dit is het niet voor ons bijzonder geval4 ,nu is het de richting1 die zich begeert terug te trekken uit de politieke beroeringen van haar tijd en onverschillig wordt voor alle problemen van waarheid en moraal1 hoogstens nog eenige belangstelling behoudend voor de vraag3 hoe worden we gelukkig8 ,de sceptici vormen niet een bepaalde school4 ,sommige schijnen geen schoolverband gekend te hebben1 andere waren in de academie4 ,als eerste scepticus wordt genoemd ,pyrrho uit ,elis1 #cej v4 ,c4 ,dan zijn leerling ,timon #cae-bbf4 ,met ,arcesilaus en ,carneades 7 #bai v4 ,c47 vormde het de nieuwe academie1 daarna vinden we het bij een aantal artsen1 waaronder ,sextus ,empiricus 7#ahj-baj n4 ,c474 ,pyrrho zou drie vragen hebben gesteld3 #ao4 ,hoe zijn de dingen1 wat kunnen wij van ze weten8 ,antwoord3 ,niets4 ,de waarneming geeft slechts schijn4 #bo4 ,hoe moeten we ons tegenover de dingen verhouden8 ,antwoord3 ,we moeten geen oordeel uitspreken1 het eene is niet zekerder dan 't andere1 van elke uitspraak laat zich 't tegengestelde beweren4 ,onze gedragslijn is dus de onthouding van een oordeel 7epoch74 #co4 ,welk nut vloeit daaruit voor ons voort8 ,antwoord3 ,de ataraxie1 de zielerust4 ,eigenaardig is het1 dat ,stoci1 ,epicuristen en ,sceptici ten slotte in de gemoedsrust1 in den innerlijken vrede1 die1 hoe dan ook verkregen1 niet gestoord wordt door de buitenwereld1 het laatste en hoogste zien4 ,voor 't overige acht ,pyrrho op zedelijk gebied 't eene noch beter noch slechter dan 't andere4 ,voor 't uiterlijk hield men zich dus maar aan heerschende gewoonte4 ,de sceptici zijn in den regel conservatief1 niet uit overtuiging1 maar uit gebrek aan overtuiging4 ,voor het dagelijksch leven moet men maar de ingeving van 't oogenblik volgen4 ,zoo vertelt een der vele anecdoten van ,pyrrho1 dat hij voor een bijtenden hond in een boom klom1 zeggende3 den mensch kan de filosoof nooit geheel afleggen4 ,latere sceptici hebben vooral veel werk gemaakt van het bestrijden hunner tegenstanders4 ,carneades b4v4 hield zich zoo uitsluitend bezig met polemiek tegen het derde schoolhoofd der ,stoa1 ,chrysippus1 dat hij zei3 ,als ,chrysippus er niet geweest was1 zou ik er niet zijn4 ,carneades heeft1 evenals latere ,romeinsche sceptici1 ook vele gevallen van zinsbedrog aangewezen 7b4v4 de schijnbare diepte in een schilderij1 het gebroken zijn van riemen in 't water74 ,hij wees ook op de subjectiviteit van onze kennis 7de een vindt warm1 wat een ander koud vindt72 op de wijzigende invloeden bij 't waarnemen 7afstand brengt verandering2 gemoedstoestand bepaalt onze gewaarwordingen74 ,dit alles moest dienen1 om aan te toonen dat er geen kennis was te verkrijgen4 ,eklecticisme4 ,er bestonden #cjj v4 ,c4 vier scholen3 ,de academie door ,plato gesticht2 de peripatetische van ,aristoteles2 de ,stoa van ,zeno2 de ,epicurische van ,epicurus4 ,oorspronkelijk hadden ze fellen strijd gevoerd4 ,langzamerhand echter openbaarde zich een neiging tot verzoening1 vermenging1 vereeniging4 ,in 't algemeen zal een tijdperk1 dat zelf geen sterke en diep-gevestigde overtuigingen heeft1 graag in alles het goede waardeeren en de spreuk toepassen3 ,ik neem mijn goed1 waar ik het vind4 ,terwijl nu de scholen en hun uiterlijk verband gescheiden bleven1 naderde hun leer zich op vele punten en kwamen er menschen1 die niet meer tot een bepaalde richting behoorden1 maar van alles iets genomen hadden4 ,het eklecticisme treedt op4 ,zoo nam de ,stoa zeer veel in zich op van de ,platonische en ,aristotelische leer1 de ,academie de ,stocijnsche elementen4 ,speciaal vertoonde zich dit eklecticisme bij de ,romeinen4 ,cicero 7#ajf-dc71 de beroemde redenaar1 heeft1 zonder zelf groote wijsgeerige verdienste te bezitten1 in zijn helder1 mooi ,latijn de voornaamste punten der ,grieksche wijsbegeerte aan zijn landgenooten geleerd4 ,daardoor kwam de ,grieksche wijsbegeerte in 't ,romeinsche wereldrijk en daardoor ook was haar verder voortleven verzekerd4 ,doordat ,cicero in 't ,latijn schreef1 werden alle wijsgeerige begrippen onder ,latijnsche namen bekend4 ,hiervan zagen we reeds enkele voorbeelden4 #bf4 ,het ,neo-,platonisme4 ,we merkten op1 dat in het ,romeinsche rijk zich hoe langer hoe meer tegen het einde der ,oude ,geschiedenis de behoefte deed gevoelen aan een religie1 en hoe bij de lagere volksklassen vooral die behoefte voldoening vond in allerlei extatische en mystische godsdienstvormen4 ,plotinus 7#bje-bgj7 een der grootste denkers van den laat-klassieken tijd1 heeft getracht1 die behoefte te bevredigen door zijn wijsgeerig-godsdienstig systeem1 dat aansloot bij sommige elementen in ,plato's leer en daarom ook ,neo-,platonisme heet1 maar een zelfstandig stelsel vormt4 ,plotinus werd in ,egypte geboren en studeerde in zijn jeugd te ,alexandri4 ,dit was1 zooals we reeds zagen1 een middelpunt van geestelijk leven4 ,in de eerste eeuw na ,c4 had hier ,philo ,judaeus 7#cj v4 ,c4- #dj n4 ,c47 gewerkt1 die getracht had ,oosterschen godsdienst met ,helleensche wijsheid te vereenen4 ,in het ,jodendom was reeds vroeg het monothesme opgekomen4 ,toen langzamerhand de ,joden zich over de wereld verbreidden1 7na de vernietiging van ,jeruzalem door ,titus in #gj n4 ,chr4 maar ook reeds lang vr dien tijd7 werden ook andere volkeren bekend met hunne godsdienstige ideen4 ,omgekeerd raakten de ,isralieten vertrouwd met de ,helleensche beschaving4 ,zoo ontstonden pogingen1 beide te vereenigen en ,philo ,judaeus is een zeer merkwaardig voorbeeld van een godsdienstig denker uit een ,joodsch-,helleensch-,oostersch milieu als in ,alexandri kon bestaan4 ,hier kon nu ook ,plotinus voedsel vinden voor zijn zucht naar kennis2 't meest schijnt hij geleerd te hebben van den filosoof-zakkendrager 7,ammonius74 ,betwijfeld mag echter worden1 of zijn leer een uitwerking is van die van zijn meester4 ,plotinus erkent de godheid als het ,eenige1 het ,eerste en het ,hoogste4 ,ze is zoo hoog en allesomvattend1 dat we haar niet met woorden kunnen noemen4 ,ten opzichte van ,plotinus' ,god kunnen ,vondel's woorden gelden ,of faalt het aan begrip en stem4 ,men mag ,hem het praedicaat denken niet toekennen1 maar nog veel minder het begrip niet-denken4 #da ,uit dit ,eene nu gaat alles voort1 zonder dat dit zelf iets vermindert4 ,als beeld hiervoor gebruikt ,philo de zon1 die1 zonder zelf warmte en licht te verliezen toch haar licht uitstraalt en meedeelt aan de aarde4 ,al het zijnde is eene uitstraling1 een emanatie van het ,eene4 ,zooals nu1 naarmate men verder van het licht afkomt1 het duisterder wordt en het ten slotte volkomen donker is1 zoo wordt de wereld1 naarmate ze verder van de ,godheid afstaat1 onvolkomener3 ten slotte is de laatste uitstraling van de ,godheid de stof1 de materie4 ,tusschen het ,eene en de materie liggen nu verschillende trappen3 de geest--de ziel4 ,de geest gelijkt op het ,eene1 maar is er geen volkomen afbeelding van1 de ziel weer op den geest maar ook minderwaardig4 ,in dit beginsel lag de mogelijkheid1 om ng meer tusschentrappen aan te nemen1 wat later ook gebeurd is door jongere ,neo-,platonici1 die b4v4 de demonen invoerden4 ,de stof1 de materie is het waarachtig niet-zijnde1 het booze1 en ,plotinus' theodicee bestaat hierin dat hij het kwaad niet als iets werkelijk bestaands erkent1 maar het is de stof1 het niet-zijnde4 ,de verhouding1 die in de wereld heerscht1 vindt haar evenbeeld in den mensch4 ,de menschelijke geest heeft ook onder zich de ziel1 die verstrikt is geraakt in de netten der zinnelijkheid4 ,het is het beginsel der ,plotinische ethiek1 dat men moet trachten1 om zoo1 los van de banden der zinnelijkheid1 op te stijgen tot de zuivere kennis4 ,hierin is een trek van 't ,platonisme onmiskenbaar4 ,plotinus was een te groote geest1 dan dat hij die losmaking zou zoeken in allerlei kleingeestige of speciale voorschriften1 het kwam op eene algemeene stemming aan4 ,dat hij ernst maakte met zijn leer moge blijken uit wat zijn levensbeschrijver ,porphyrius vertelt3 hij scheen het bijna als een schande te beschouwen1 dat zijn ziel in zijn lichaam zat1 wilde niet over zijn afkomst of geboorte spreken en weigerde beslist een beeld van zich te laten vervaardigen3 het beeld van het lichaam moest niet langer voortleven4 ,door denken kan de mensch wel een klein eindje komen1 maar langs den gewonen weg kan de godheid toch niet gekend worden4 ,hiertoe wijst ,plotinus nu een anderen weg aan3 we moeten trachten te komen tot onmiddellijke aanschouwing der ,godheid4 ,de ziel heft zich hiertoe op in een toestand van geestvervoering 7extasis74 ,deze toestand valt slechts zelden enkelen ten deel4 ,rustend1 onbewogen aanschouwt de mensch dan de ,godheid4 ,wie eenmaal dezen toestand gekend heeft1 zal er niet van kunnen spreken1 noch het begeeren of durven ondernemen4 ,een voorbereiding voor dezen toestand kan zijn het deelnemen aan den cultusvorm1 maar noodig is deze niet4 ,latere ,neo-,platonici hebben in den uiterlijken vormendienst het voornaamste gezien en deze veel meer op den voorgrond gesteld #db4 ,plotinus is nog te veel ,helleen van beschaving1 om niet ook de schoonheid een belangrijke rol toe te kennen en het gedeelte zijner geschriften1 dat over het schoone handelt1 wordt als een der uitnemendste deelen van zijn werk beschouwd4 ,hij stelt een gansch ander schoonheidsbegrip dan het vroegere ,grieksche2 terwijl dit in de stof en haar vormen1 in de harmonie1 de regelmatige gelijkheid 7symmetrie7 een hoofdkenmerk zag van het schoone1 ziet ,plotinus dat hierin1 dat in alle stof en in alle vormen iets van het ,eene is uitgestraald4 ,niet het stoffelijk schoone1 maar het geestelijk schoone is voor hem beslissend4 ,niet de uiterlijke vorm1 maar de aanwezigheid van de ,idee in de dingen en het kennen daarvan maakt het ons schoon4 ,hierdoor schiep ,plotinus een geheel nieuw beginsel der aesthetica1 dat zeer invloedrijk werd4 ,tegenover den staat verhoudt ,plotinus zich vrij onverschillig4 ,naar het gerucht wil1 zou hij van een ,romeinsch keizer de gelegenheid verkregen hebben1 om een stad te stichten in den geest van ,plato's republiek4 ,dat zou echter een staat worden1 welke het alleen mogelijk zou maken een leven te leiden1 gewijd aan beschouwing en betrachting1 en aflegging der zinnelijkheid3 een ,helleensch klooster4 ,gewoonlijk noemt men het ,neo-,platonisme van ,plotinus het ,egyptische4 ,daarna volgde de ,syrische richting1 die zich vrij wel verloor in allerlei gewaagde speculatie's en mystische dweperij4 ,haar typische vertegenwoordiger is ,jamblichus 7uit ,syri afkomstig71 die grooten invloed had op keizer ,julianus den afvallige4 ,met ,proclus 7#dab-dhe71 die te ,athene werkte1 kwam de ,grieksche richting4 ,proclus was een geweldig systematicus1 allerlei godsdienst1 mysterie1 goden trachtte hij in zijn systeem op te nemen4 ,het ,neo-,platonisme of liever ,plotinus wordt zeer verschillend beoordeeld4 ,lange 7,geschichte des ,materialismus7 spreekt van de ver afdwalende ,neo-platonische ,systemen en van de dweepzieke ,neoplatonici4 ,hij ziet er niets anders in dan eene richting1 waarbij de ,grieksche geest zijn eigen beginsel ontrouw is geworden en tot een jammerlijke1 totaal onwetenschappelijke dweperij is vervallen1 een afwijking van 't gezond verstand4 ,gunstiger oordeelen ,windelband en ,eucken4 ,in zijn ,levensbeschouwingen der groote denkers kent ,eucken het ,neo-,platonisme zeer veel waarde toe4 ,voor hem is ,plotinus een denker van den eersten rang4 ,zijn leer heeft op velen invloed geoefend als een werkelijk oorspronkelijk denker blijft hij ook nu een bron van groote denkbeelden en vruchtbare opwekkingen4 ,deze ongelijkheid in oordeelen berust zeker mee op verschil in inzicht van de taak der filosofie3 ,is ze een wetenschap die als elke andere van ervaring moet uitgaan en zoo streng mogelijk langs logisch-wetenschappelijken weg tot haar conclusies komen3 dan is voor haar ,plotinus--bij wien veel in de ruimte vervaagt1 met zijn opheffing van 't zuivere denken1 die zoo dikwijls aanleiding gaf tot allerlei bijgeloof1 door zijn dwaasheden--niet een der eerste denkers1 en schittert slechts flauw een straal van 't ,grieksche licht uit zijn werken4 ,maar let men ook op wat iemand presteert in zijne levensbeschouwing1 voor het vervullen van de gemoedsbehoeften van den mensch1 op den invloed op 't nageslacht1 op 't intutieve denken1 dan komt ,plotinus in een ander licht4 ,hij wilde 't ,griekendom bewaren en doodde het2 hij wilde 't ,christendom bestrijden en diende het4 ,op zijn eigen tijd kon ,plotinus geen invloed uitoefenen4 ,zijn leer was een geleerde religie1 het ,christendom was beter geschikt dien te voldoen4 ,met het opkomen van het ,christendom komt het einde der ,grieksche filosofie4 ,de ,middeleeuwen beginnen4 ,maar trachten we eerst in enkele hoofdlijnen ons de resultaten van het ,grieksche denken voor oogen te stellen4 ,,slotsom4 ,het ,grieksche denken begon1 in tegenstelling met de mythe1 zich los te maken van de oude godsdienstige voorstellingen4 ,het vroeg naar den oorsprong der natuur4 ,scheiding van mensch en natuur1 van geest en stof was er niet4 ,de mensch was een deel der natuur1 de stof zelf bezield4--,het eerste probleem was3 van waar zijn en worden8 ,de ,ionische natuurfilosofen zochten achter de verandering de oerstof4 ,de ,eleaten brachten het tot het begrip van het ,eeuwig ,zijnde1 niet te kennen1 niet te aanschouwen4 ,alle kennis der verschijnselen was doxa4 ,daartegenover staat ,heraclitus met zijn negatie1 zijn alles stroomt3 er is alleen worden1 geen zijn of blijven4 ,tusschen deze twee uitersten nu krijgen we pogingen tot verbinding4 ,anaxagoras door aan te nemen1 dat er even veel oerstoffen zijn als er kwaliteiten bestaan3 zijn en worden is er niet1 slechts verbinding en scheiding van stoffen4 ,empedocles door als zijnde vier elementen aan te nemen1 waaruit de wereld opgebouwd wordt4 ,democritus stelt de atomentheorie op4 ,zoo was men zich op 't gebied der natuur bewust geworden van de tegenstelling tusschen zijn en worden1 van de noodzakelijkheid ze met elkaar in verbinding te brengen4 ,men had reeds de grondslagen gelegd van bijzondere wetenschappen 7sterrenkunde1 natuur- en scheikunde7 en gedachten uitgesproken1 die nog als leidende beginselen zijn aan te zien4 ,maar ook op 't gebied van de theorie der kennis was men zich bewust geworden van een zekere tegenstelling2 de ,eleaten hadden volkomen betrouwbaarheid toegekend aan de rede alleen1 ,anaxagoras verklaarde de zinnen volkomen betrouwbaar4 ,toen kwam de wending4 ,niet meer de natuur1 de mensch is middelpunt van het denken4 ,taal1 geschiedenis1 ethiek nemen hun plaats4 ,wat is goed voor den mensch1 wordt gevraagd4 ,deze wending dreigde uit te loopen op scepticisme1 was niet ,socrates gekomen1 die het geloof herstelde in de vindbaarheid der waarheid4 ,nu komt zijn leerling ,plato en bouwt een grootsch geheel op4 ,hij vindt de immateriele wereld der ideen4 ,zwak is echter zijn poging1 de ideen met de ons omringende verschijningswereld te verbinden4 ,wat ,plato niet gelukte1 zal ,aristoteles trachten te volbrengen door zijn leer der ontwikkeling3 de vorm ontwikkelt zich in de stof en verwezenlijkt zich in het ding4 ,aristoteles vat al 't ,grieksche weten samen in n groot systeem4 ,hij sticht een nieuwe wetenschap1 de logica1 legt grondslagen voor andere wetenschappen en leert de wetenschap wetenschappelijk te behandelen4 ,bij hem vinden we het zuiver monothestisch godsbegrip1 de immateriele godheid vloeit samen met de geestelijke3 de scheiding van physisch en psychisch1 stoffelijk en geestelijk1 is voltooid4 ,eene nieuwe wending treedt in4 ,de wijsbegeerte verbreedt zich1 strekt zich uit over alle beschaafde en ,helleensche landen1 later over 't ,romeinsche rijk4 ,twee ethische scholen ontstaan en stellen machtige principes op3 de ,stocijnen en ,epicuristen4 ,het ,grieksche denken schijnt dood te loopen in scepticisme en eklecticisme4 ,maar nog eenmaal vlamt het op3 de religie vervult de gemoederen2 na ,philo ,judaeus komt ,plotinus1 maar niet voor het volk is zijn leer4 ,het ,grieksche denken loopt naar het einde4 ,het ,christendom zal nu de wereld beheerschen4 ,,tweede ,,afdeeling4 ,,de ,,middeleeuwen4 ,,hoofdstuk ,,vi4 #bg4 ,het ,christendom4 ,bespreken wij ter inleiding even het algemeen karakter der middeleeuwsche wijsbegeerte4 ,aanstippend geven wij hier de voornaamste punten aan3 andere landen--nieuwe volkeren1--andere denkers1 meest geestelijken die een stil leven leiden--beperkt aantal problemen--gebondenheid aan de kerk4 ,de groote scheidslijn tusschen antieke en middeleeuwsche wijsbegeerte wordt echter getrokken door het ,christendom4 ,de middeleeuwsche wijsbegeerte sluit zich gedeeltelijk aan bij de ,grieksche3 de eerste pogingen om de christelijke geloofswaarheden te begronden gaan uit van een aantal verschillende denkers1 over wie straks4 ,maar deze denkers1 hoe verschillend ook1 ontleenen veel aan de ,grieksche wijsbegeerte en steunen gedeeltelijk op haar1 zij 't dan ook haar bestrijdend4 ,geen behandeling der middeleeuwsche wijsbegeerte is mogelijk zonder eenige woorden aan 't ,christendom gewijd te hebben4 ,speciaal wordt hier dan bedoeld het ,christendom zooals het de oude wereld binnendrong4 ,het zou hoogst moeilijk gaan om het gemeenschappelijke aan te wijzen in het ,christendom van al de millioenen die nu den ,christennaam voeren4 ,het ,christendom heeft tot verschillende tijden behoord en die tijden hebben er hun stempel op gezet evenals de omgeving waarin het uitgroeide4 ,maar ook in gelijke tijden en landen heeft het zich onder tal van vormen voorgedaan4 ,er kan ook gevraagd worden of het ,christendom der eerste eeuwen overeenkomt met de leer der ,evangelin of met die van ,jezus4 ,bij de theologen heerschen daarover zeer verschillende beschouwingen4 ,hier wordt de vrijheid genomen om sommige trekken uit het ,christendom toe te lichten met een bijbeltekst1 want het mag toch zeker voor een feit gelden dat er menige trek van het ,christendom der ,evangelin gemeen is aan dat der eerste eeuwen4 ,we vergenoegen ons hier met enkele hoofdpunten4 ,bij ,augustinus zullen we gelegenheid hebben nog andere punten aan te roeren4 ,het ,christendom is een zuiver monothesme4 ,de ,godheid wordt geheel anders gedacht dan bij de ,grieken4 ,aristoteles toch schrijft aan de ,godheid het zichzelf beschouwen1 de volmaakte rust toe4 ,de ,god der ,christenen is een ,god van liefde en ,zijn liefde doordringt de wereld4 ,alles is door ,hem geschapen en als zoodanig ligt het kwaad niet in de stof of haar tegenwerking tegen de volbrenging der goddelijke ideen4 ,het kwaad is ontstaan door den verkeerden wil der menschen en dit ontstaan was mogelijk door 's menschen vrijheid4 ,alle menschen zijn zondaren1 der eeuwige verdoemenis prijs gegeven4 ,maar uit ontfermende liefde is de goddelijke logos gencarneerd3 het woord is vleesch geworden en het woord was ,god4 ,christus geboren uit de maagd ,maria1 gekruisigd onder ,pontius ,pilatus1 opgestaan ten derde dage en ten hemel gevaren1 is ,god en mensch en heeft door zijn zoendood voor ons betaald4 ,het groote mysterie van 't ,christendom is de verlossing der zondige wereld door ,christus4 ,alzoo lief heeft ,god de wereld gehad1 dat hij zijnen eeniggeboren ,zoon gegeven heeft1 opdat een iegelijk1 die in hem gelooft1 niet verderve1 maar het eeuwige leven hebbe 7,joh4 #c 3 #af74 ,in deze leer lag ook de groote kracht van het ,christendom2 wij wezen er reeds op1 hoe groot de zucht was naar ontzondiging en heiliging in het stervende ,romeinsche rijk en hoe de bevrediging dier behoefte op allerlei wijze gezocht werd4 ,sterk leefden de eerste ,christenen onder den indruk van de spoedige komst van het ,godsrijk op aarde4 ,elken dag kon het verwacht worden4 ,daarvan kwam het dat de aandacht veel meer gevestigd werd op een leven aan de overzijde van dood en graf1 dan op het leven aan deze zijde4 ,dit gaf het ,christendom een karakter1 scherp in tegenstelling met het ,grieksche en ,helleensche4 ,het ,christendom is allereerst sterk individueel4 ,ieder mensch heeft waarde1 ieder heeft een onsterfelijke ziel1 die te redden is4 ,niet de vooruitgang der menschheid of van een staat1 niet de hooge ontwikkeling eener bepaalde beschaving is allereerst het groote doel1 maar de redding der menschen1 der individuen4 ,dit is het ontzaglijke in 't ,christendom1 dat het ieder waarde toekent4 ,niet hoeveel aanleg meegebracht wordt1 noch hoeveel succes behaald wordt1 bepaalt de waarde der handelingen1 maar alleen dat in trouwe toewijding de geheele kracht1 zij ze nog zoo gering1 aangewend wordt4 ,de macht van het uitwendige levenslot had ,plato reeds gebroken1 waar hij alle grootheid der menschen1 alle waarde des levens in de kracht en de harmonie van ons binnenste zocht2 maar daar bleef nog een ander noodlot1 dat machtiger was3 de aard en de perken van ons geestelijk vermogen2 de bevrijding van dit noodlot heeft ,jezus voltrokken4 7,eucken74 ,daarnaast is het ,christendom universeel2 daar het alle menschen erkent als kinderen ,gods1 kunnen zij ook zijn lid eener gemeenschap die boven en buiten de grenzen van den staat gaat4 ,gaat heen en predikt het evangelie allen creaturen4 ,in de kerk heeft de gemeenschap een zichtbare uitdrukking gevonden4 ,tegenover den staat verhoudt zich de christen aanvankelijk onverschillig4 ,waar hij ieder oogenblik kan opgeroepen worden tot het rijk der heerlijkheid daar zal hij zich niet bekommeren om de aarde4 ,zeker gehoorzaamt hij de overheid4 ,slechts dan laat hij het1 als zij bevelen zou geven1 strijdig met ,gods wil4 ,zoo weigerde de christen de ,romeinsche keizers als ,god te aanbidden en was 't ,christendom schier de eenige secte die door de anders op godsdienstig gebied zoo verdraagzame ,romeinen vervolgd werden4 ,maar de ongehoorzaamheid is passief4 ,dragen en dulden is het lot van den christen hier op aarde4 ,dit is zijn dapperheid2 niet die1 welke zich toont in het voeren van het zwaard4 ,maar dit dragen en dulden stemt hem tot blijdschap4 ,had niet ,jezus zelf geleerd3 ,zalig zijt gij1 als de menschen u smaden1 en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om mijnentwil4 ,verblijdt en verheugt u want uw loon is groot in de hemelen4 ,zoo is deze christelijke deemoed tevens een zekere trots4 ,de christen voelt zich als het zout der aarde3 ,wat de ziel is in het lichaam1 dat zijn in de wereld de christenen4 ,de ziel vaart te beter bij karige bedeeling ten opzichte van spijs en drank2 de christenen nemen toe in aantal naarmate zij dagelijks meer mishandeld worden4 ,op zoo hoog een rang heeft ,god hen gesteld en het is hun niet geoorloofd zich daaraan te onttrekken4 ,het was deze christelijke hoogheid die den ,romeinen ergernis moest geven4 ,de christen woonde in de wereld maar vermengde er zich niet mee4 ,van de ijdelheden dezer wereld hield hij zich verre4 ,streng was zijn moraal4 ,van geen vergelijk wilde hij weten1 van geen laksheid in de toepassing4 ,zuiverheid van zeden in 't bijzonder werd geischt1 eenvoud van leven4 ,twee eischen1 sterk in contrast met het weelderige zedelooze leven in den laat-antieken tijd4 ,voor den man golden dezelfde eischen van reinheid als voor de vrouw en niet zoo licht mocht de huwelijksband verbroken worden4 ,liefde voor de familie en het gezin ging niet boven de liefde tot ,god4 ,indien iemand tot mij komt en niet haat zijnen vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters1 ja ook zelfs zijn eigen leven1 die kan mijn discipel niet zijn4 ,zoo blijft altijd het koninkrijk der hemelen het hoogste4 ,hier beneden is het niet1 is een specifiek christelijke gedachte1 geen ,grieksche4 ,naast deze tegenstellingen verdient nog een andere sterk op den voorgrond te treden4 ,het beginsel der barmhartigheid en naastenliefde1 dat ons zoo gemeenzaam is1 is door 't christendom tot ons gekomen4 ,zijn vijanden te haten scheen een ,griek niet alleen natuurlijk1 maar zelfs plicht4 ,daartegenover komt nu het christelijk gebod van de liefde tot den naaste en wie die naaste is1 toont de schoone parabel van den ,barmhartigen ,samaritaan4 ,rijkdom in aardsche goederen is geen eigenlijk bezit3 de mensch is er slechts rentmeester van en hij moet zijn goederen goed beheeren1 om er wl mee te kunnen doen4 ,het oude ,romeinsche rijk kende armenzorg4 ,caesar had ze ingevoerd uit staatkundig oogmerk en doen ontstaan uit de groote korenuitdeelingen1 die vooral met politieke oogmerken waren ondernomen4 ,de christen bracht armenzorg uit liefde3 die geeft1 zegent zich zelf4 ,want niet wie bezit en zijn eigendom bewaart1 maar wie er van mededeelt is rijk en alleen het mededeelen maakt gelukkig4 ,het is duidelijk1 hoe vreemd de oude wereld de christelijke leer moest treffen4 ,haar geloofswaarheden schenen een dwaasheid3 een god1 mensch geworden1 uit een maagd geboren1 aan een kruis gestorven4 ,de verachting van het lichaam scheen den ,grieken bijna een schandaal4 ,het zich niet bekommeren om burgerlijke eer en macht leek een trotsche hooghartigheid4 ,het liefhebben van zijn vijand scheen in te druischen tegen elk natuurlijk gevoel4 ,het groote verschil verminderde gaandeweg4 ,er kwam aanpassing4 ,toen de wereld bleef zooals ze was1 moest de christen zich naar die wereld inrichten1 zij het ook als pelgrim4 ,toen ook keizers christen werden1 moesten zij zich wel met den staat bemoeien4 ,het christendom kwam tot de volkeren en werd gedeeltelijk met het zwaard gebracht4 ,maar de oude toestanden en de overleveringen stierven niet in eens uit4 ,zoo is het ,christendom der middeleeuwen niet meer dat der eerste eeuwen4 ,maar het is juist zijn historische ontwikkeling geweest die het geschikt maakte voor zijn leidende rol4 ,,hoofdstuk ,,vii4 ,,augustinus ,,en ,,zijn ,,voorloopers4 #bh4 ,de ,patristiek4 ,in ,augustinus treffen we den grootsten denker aan van 't begin der ,middeleeuwen3 hij heeft de ,christelijke leer tot een machtig systeem ontwikkeld4 ,vr we hem behandelen1 moeten we even kennis maken met een richting1 die van ongeveer de tweede tot de vijfde eeuw loopt en dus naar tijdsorde behoort tot de antieke filosofie1 die ook in zekeren zin een pendant vormt tot het neo-,platonisme3 de patristiek1 zoo geheeten naar de kerkvaders 7patres--vaders74 ,het is niet te verwonderen1 zagen wij in het vorige hoofdstuk1 dat de ,grieken het ,christendom een dwaasheid vonden4 ,het streven der patristiek nu is1 om het ,evangelie tot een filosofisch systeem te maken1 en aan te toonen1 dat het ,christendom eigenlijk de eenige ware filosofie is4 ,deze taak viel vooral ten deel aan mannen die bekend waren met de ,grieksche wijsbegeerte4 ,drie richtingen pleegt men in de patristiek te onderscheiden4 ,,apologeten4 ,eerst komen de apologeten1 die de ,christelijke leer verdedigen tegen de aanvallen der ,grieken4 ,zij leeren1 dat de goddelijke rede1 de logos1 eerst ten volle geopenbaard is in ,christus1 terwijl de groote ,grieksche wijzen als ,socrates en ,plato iets van de waarheid hebben4 ,dit danken zij of aan onmiddellijke ingeving of aan hun kennis van de geschriften van ,mozes1 die bij hen ondersteld wordt4 ,de bekendste der apologeten is ,flavius ,justinus 7de martelaar71 die omstreeks #afj te ,rome als slachtoffer van zijn geloof gevallen is4 ,andere namen zijn3 ,athenagoras 7#b;de eeuw71 ,lactantius 7#d;de eeuw74 ,tegen alle aantijgingen en bezwaren verdedigen de apologeten hun leer4 ,zoo zegt ,municius ,felix bijv41 dat het niet hebben van tempels en altaren en beelden bij de ,christenen niet voortkomt uit gebrek aan eerbied1 maar juist uit eerbied3 ,welken tempel zouden onze zwakke handen ,hem ter eer kunnen oprichten1 wanneer het heelal1 het werk zijner handen1 ,hem nauwelijks omvat4 ,,gnostici4 ,de tweede richting vormen de gnostici4 ,daar het ,christelijk geloof met tal van vreemde religies in aanraking kwam1 dreigde er gevaar voor verflauwing der grenzen4 ,er ontstond nu een streven om het ,christelijk geloof onder formules te brengen en het niet alleen als geloof1 maar ook als kennis 7gnosis1 vandaar gnostici7 voor te dragen4 ,de gnostici waren meest mannen met groote kennis van de andere godsdiensten en namen daar zooveel elementen uit op en bouwden hun leer zoo zelfstandig1 dat zij ten slotte als ketters beschouwd werden en uit de gemeente gestooten4 ,van het leven der meeste gnostici is zeer weinig bekend1 van hun geschriften is niet veel over4 ,hun optreden valt zoo ongeveer tusschen #aej en #bej na ,christus2 bekende namen zijn3 ,saturninus1 ,basilides1 ,karpokrates1 iets later ,valentinus pl4 m4 #afj1 ,bardesanes4 ,wat de gnostici een hoogst belangrijke plaats geeft in de geschiedenis der wetenschappen1 is1 dat zij het begrip der geschiedenisphilosophie opgesteld hebben4 ,zij zagen niet langer in de geschiedenis een bloote aaneenrijging en op elkaarvolging van gebeurtenissen2 niet in het leven der menschheid een deel van het eeuwige wereldproces1 van worden1 bestaan en vergaan1 zooals sommige ,grieksche denkers zich dat gedacht hadden4 ,zij beschouwden de geschiedenis der menschheid als een naar een bepaald plan afloopende ontwikkeling4 ,de geschiedenis had een doel3 er verwezenlijkte zich een gedachte in4 ,voor de gnostici is de wereldgeschiedenis n groot drama3 de afval van den mensch1 de komst van ,christus1 de komst van het koninkrijk der hemelen4 ,alles loopt ten slotte uit op dat eene groote doel3 de komst van het godsrijk4 ,de verschijning van ,christus is het keerpunt1 en--waarin ook alle ,christelijke denkers mogen verschild hebben1 dit stond voor hen allen vast3 ,jezus' komst bracht de groote verandering in den loop der geschiedenis3 het was de overwinning van het booze door het goede4 ,tot op onzen tijd heeft deze leer haar aanhangers gevonden2 onze groote dichter ,da ,costa 7#agih-ahfj7 heeft haar steeds weer uitgesproken in zijn verzen en zij ligt ten grondslag aan zijn geschiedenisbeschouwing4 ,als hij b4 v4 de #be jaren van #ahae-ahdj zal bezingen1 zegt hij3 ,om aan de eindpaal der tijden een toekomst te ontmoeten1 ,die alleen van die tijden den loop leert verstaan4 ,die toekomst is het godsrijk op aarde4 ,op allerlei wijzen hebben de gnostici dit beginsel nu toegepast en verder ontwikkeld4 ,in 't bijzonder deed zich een tegenstelling voor over de vraag naar de beteekenis van de ,joden4 ,voor sommigen is de overwinning van het jodendom door het christendom een overwinning van den joodschen lageren ,god door den hoogeren1 den door ,christus geopenbaarden ,god4 ,voor anderen daarentegen is de ,god van het ,oude en ,nieuwe ,testament dezelfde4 ,volgens hen heeft ,god zich geopenbaard in ,christus4 ,in de ,joodsche profeten en in de ,grieksche filosofen werpt de openbaring echter reeds haar licht vooruit en zoo is er dus een zekere opeenvolging in de ,goddelijke openbaring en is het ,jodendom te beschouwen als een soort voorbereiding1 die de menschheid uit paedagogisch oogpunt doormaken moest4 ,aan deze laatste leer heeft de kerk vastgehouden4 ,,de ,,katechetenschool ,,te ,,alexandri4 ,toen de gnostici tot allerlei afwijkingen van de ,christelijke leer kwamen1 viel hun taak1 de wetenschappelijke formuleering der leer1 aan anderen ten deel4 ,clemens van ,alexandri 7 pl4 m4 #abg7 en ,origines 7#ahe-bed7 zijn de voornaamste denkers dezer richting4 ,clemens was hoofd der katechetenschool te ,alexandri4 ,origines was een tijdlang leeraar en woonde later1 na menige vervolging verduurd te hebben1 in ,caesarea en ,tyrus4 ,origines grondvest de ,christelijke theologie4 ,god1 van eeuwigheid bestaande en scheppende1 heeft eerst zijn ,zoon geschapen1 den ,logos1 die als zelfstandig persoon gedacht wordt en ook zelf ,god is4 ,daarna zijn er een groot aantal geesten geschapen1 die nog zijn en waarvan sommigen door hoogmoed van ,god afgevallen zijn4 ,tot hun loutering wordt de stof geschapen en de geesten worden menschen4 ,uit de stof heffen zich de gevallen geesten weder omhoog tot hun goddelijken oorsprong met behulp van de genade die hun deelachtig is geworden door ,christus4 ,deze is ,gods ,zoon1 die door zijn leven de menschen verlost heeft4 ,origines houdt zich ver van de afwijkende speculaties der gnostici4 ,in den bijbel1 zooals die door de kerk geaccepteerd is1 ziet hij de bron van ware kennis4 ,de bijbelboeken moeten verklaard worden4 ,hoogst opmerkelijk is hier de opvatting van ,origines4 ,voor de massa zijn de geschiedkundige feiten2 het zinnelijke 7somatische74 ,in deze verhalen moet men de zedelijke beteekenis zoeken en vindt dan den geestelijken 7psychischen7 zin4 ,maar de diepste beteekenis van het evangelie is de pneumatische1 die slechts aan enkelen geopenbaard wordt4 ,voor de kerk beteekent dat geen gevaar4 ,immers lle beoogen n doel3 het heil der gemeente4 ,sommigen hebben den somatischen zin nog noodig1 anderen zijn reeds verder4 ,het levendige geestelijke verkeer te ,alexandri oefende ook invloed uit op ,clemens en ,origines4 ,door hen 7,origines zou ook nog een leerling van den zakkendrager ,ammonius geweest zijn even als ,plotinus7 zijn er veel elementen uit de ,joodsch-,oostersch en ,hebreeuwsche wijsbegeerte in het christendom gekomen4 ,hoog stelt ,clemens de ,grieksche denkers3 de wijsbegeerte heeft de ,grieken voor het christendom opgevoed3 ,slechts n weg leidt tot de waarheid1 maar op dien weg loopen van elders andere paden uit1 gelijk beken in een altijd stroomende rivier4 ,in dit beeld is misschien meer waarheid dan ,clemens zelf gedacht heeft4 ,zooals een rivier het water opneemt van de beken en zich daarmee vermengt tot een geheel1 zoo kwamen de ,grieksche elementen in het christendom4 ,ten slotte kwamen alle wateren samen in een geweldigen stroom en langs dien stroom ging langen tijd het geestelijk verkeer der middeleeuwen3 ,augustinus4 #bi4 ,augustinus4 ,leven4 ,het leven van ,augustinus is ons vrij nauwkeurig bekend door zijn met groote eerlijkheid geschreven ,confessiones 7belijdenissen7 #dc4 ,hij werd in #ced te ,thagasta in ,numidi geboren uit welgestelde ouders4 ,zijn moeder ,monica was een christin1 die vader 7heiden7 en zoon met groote tact leidde4 ,augustinus laat zich zeer waardeerend en liefdevol over haar uit4 ,hoever haar invloed gestrekt heeft op zijn ontwikkelingsgang valt moeilijk te zeggen4 ,in zijn jeugd leidde hij een wild leven al mag misschien zijn later standpunt hem dat leven wat al te zwart hebben doen inzien4 ,achtereenvolgens hing hij verschillende wijsgeerige stelsels aan1 liet af van zijn zondig leven en ging ten slotte tot het christendom over1 daarvoor gewonnen door bisschop ,ambrosius van ,milaan4 ,in #cia werd hij bisschop van ,hippo ,regius en in #dcj stierf hij4 ,persoonlijkheid4 ,augustinus was een zeer groote persoonlijkheid4 ,aan een hartstochtelijk karakter1 een rijk en diep bewogen gemoedsleven paarde hij een scherpzinnig verstand1 een groote kennis1 een krachtigen wil1 een schier onvermoeibare arbeidskracht4 ,dikwijls heeft men zijne confessiones vergeleken met die van ,rousseau4 ,rousseau verwijt zich zijn ongerechtigheden bitter1 maar schijnt er zich bijwijlen in te verheugen en geniet van sommige herinneringen 7 #ed74 ,augustinus schrijft niet dan met groote smart en onder herhaalde aanroeping van ,god #dd4 ,men kan probeeren de leer van ,augustinus te construeeren uit het samenvloeien van de verschillende stroomingen vr hem2 men kan trachten zijn stelsel te verstaan uit zijn merkwaardigen ontwikkelingsgang1 maar nooit kan men den denker dan geheel begrijpen4 ,dit is zijn geheim en zijn grootheid3 hij kende zijn eigen hart als het slechtste en den levenden ,god als het hoogste goed4 ,hij leefde in de liefde tot ,god en hij bezat een meesleepende vaardigheid innerlijke waarnemingen uit te spreken4 7,harnack74 ,augustinus is de wijsgeer der innerlijke ervaringen4 ,dit is voor de filosofie zijn enorme grootte en dit bepaalt ook de grenzen van zijn beteekenis en arbeid4 ,werken4 ,augustinus heeft tal van werken geschreven4 ,het meest beroemd zijn zijn ,confessiones1 die nog heden druk gelezen worden4 ,het kost menigen modernen lezer zeer veel moeite zich eenigermate in den geestestoestand in te denken van den man1 die zichzelf zoo zwaar beladen weet met zonde en schuld4 ,kan men dit niet1 dan schijnen de ,confessiones1 zooals iemand gezegd heeft1 vol ijdele uitroepen en herhalingen1 nietszeggende frasen4 ,naast de ,belijdenissen staan dan nog de werken van den vrijen wil1 de ,drieenheid1 de onsterfelijkheid der ziel1 enz4 ,evenals in de filosofie bekleedt ,augustinus een groote plaats in de theologie4 ,langen tijd gold zijn leer als de leer der kerk en nog in #afij 7#g ,dec47 veroordeelde ,paus ,alexander ,,viii een stelling1 volgens welke ieder die vond dat een leerstuk klaarblijkelijk op ,augustinus steunde1 dat vrijuit mocht volhouden en onderrichten1 zonder acht te slaan op eenige pauselijke bul4 ,juist uit het veroordeelen van deze stelling blijkt duidelijk dat men ,augustinus' leer toen nog van zoo groote beteekenis achtte1 dat de paus het noodig vond zijn gezag boven dat van ,augustinus te plaatsen #de4 ,augustinus' leer4 ,augustinus' denken keerde zich naar zijn eigen ziel4 ,zooals ,marcus ,aurelius tot zichzelf ingekeerd was1 zooals ook bij de ,neo-,platonici den blik op het innerlijke gericht geweest was1 zoo was ook1 bij ,augustinus de aandacht gevestigd op het eigen zieleleven3 keer tot u zelve in1 in den mensch woont de waarheid is zijn aanmaning4 ,maar ,augustinus is geen ,grbler1 die wel tot zichzelf inkeert maar er niet uitkomt4 ,zijn zelfbeschouwing brengt hem 't rijkst gewin4 ,hij is1 zagen wij1 aanhanger geweest van verschillende wijsgeerige stelsels en het scepticisme heeft een diepen invloed op hem uitgeoefend4 ,maar het is voor hem de doorgang geworden tot kennis4 ,als ik twijfel1 zegt hij1 kan ik aan alles twijfelen1 maar niet aan dit eene1 dat ik twijfel en dus ben 7dubito ergo sum47 ,maar in den twijfel zijn reeds allerlei andere elementen3 herinnering aan de feiten1 die mij tot twijfel hebben gebracht1 redeneering over de verschillende graden van mijn twijfel1 begeeren1 want ik zou niet twijfelen als ik niet de waarheid zocht4 ,augustinus heeft veel meer dan de ,grieksche denkers inzicht in de ,,eenheid van ons zieleleven4 ,uit den twijfel nu komt hij tot 't begrip ,gods4 ,de waarnemingen der buitenwereld dringen zich als 't ware met geweld aan ons op4 ,hoe komt het nu1 dat wij er toch aan twijfelen8 ,dan moeten er in onze ziel gegevens zijn die ons als maatstaf dienen bij de beoordeeling der waarheid1 gegevens1 die niet van buiten tot ons kunnen gekomen zijn4 ,er zijn dus in ons bewustzijn aanwezig normen van goedheid en schoonheid1 logische beginselen volgens welke wij denken4 ,de waarheid nu is2 bestaat #df4 ,de beginselen in onzen geest aanwezig zijn de inhoud van ,gods geest4 ,zij zijn de normen aller dingen die ,gods geest bevat4 ,zoo is ,god het hoogste zijnde niet alleen maar ook het ,goede en het ,ware4 ,alle kennis ontstaat naar de in ons aanwezige normen1 die de ,goddelijke ideen zijn3 al onze kennis is dus eigenlijk ,godskennis4 ,ten slotte zullen wij op aarde ,god niet leeren kennen1 maar door kennis van ons eigen bewustzijn1 stijgen we op tot kennisse ,gods4 ,in ons zieleleven nu vinden we het bestaan van een groot aantal voorstellingen1 deze verbinden we in 't oordeel en onze wil drijft ons tot dit oordeelen4 ,ons zieleleven openbaart zich dus als voorstelling1 oordeel en wil 7memoria1 intellectus1 voluntas47 ,met deze drie zijden van het menschelijk bewustzijnsleven stemmen min of meer de personen der ,drieenheid overeen1 en in de goddelijke almacht1 alwetendheid en algoedheid is de heele wereld4 ,augustinus is in zijn psychologie in besliste tegenstelling met de ,grieken3 voluntarist4 ,we zagen hoe bij dezen de voorstelling1 het intellect1 steeds het eerste was1 hoe ze zich ons bewustzijn steeds min of meer passief opnemend dachten4 ,voor ,augustinus nu ligt het kernpunt van ons geestelijk zijn in het willen1 een standpunt1 dat door de meeste moderne psychologen aangenomen wordt4 ,uiterst scherpzinnig toont hij aan1 hoe in ons bewustzijnsleven de wil meewerkt3 bij onze waarnemingen richten wij onze aandacht op iets1 het hangt van onzen wil af1 of wij onze eigen bewustzijnsverschijnselen tot voorwerp van denken zullen maken1 bij herinnering komt meestentijds de gewilde bezinning1 bij denken beoogen wij een doel1 door den wil gesteld4 ,augustinus is een beslist voorvechter van de wilsvrijheid4 ,zonder deze meent hij is er geen zedelijke verantwoording4 ,hij zou weer ,manicheer #dg moeten worden en de zonde als iets stoffelijks beschouwen1 om het kwade handelen der menschen te kunnen verklaren1 dat hij nu aan hun eigen schuld kan toeschrijven4 ,de mensch heeft dus oorspronkelijk een vrijen wil maar in ,adam is de mensch gevallen3 diens schuld komt als erfzonde op den mensch1 en zoo kan de mensch niet meer dan zondigen 7niet zondigen kan hij niet3 non posse non peccare47 ,redding is alleen mogelijk in ,christus3 wie door ,god van te voren uitverkoren zijn om in hem te gelooven worden zalig 7praedestinatieleer71 wie niet uitverkoren zijn1 blijven in het bederf4 ,deze eeuwige verdoemenis denkt ,augustinus zich meer geestelijk dan stoffelijk4 ,de uitverkiezingsleer behoeft volgens ,augustinus niet te lijden tot een verslapping der zedelijke inspanning3 de christen zal zich beijveren zoo rein en heilig mogelijk te zijn4 ,op aarde moet hij kampen1 worstelen tegen het rijk der duisternis4 ,de geschiedenis ziet ,augustinus onder het gezichtspunt1 dat er is een rijk der genade1 waartoe de uitverkorenen behooren en een rijk der duisternis1 waarin satan regeert4 ,meer en meer scheiden die rijken zich1 tot ten slotte de eeuwige sabbath komt voor het volk ,gods4 ,het kwaad is dus wel ontstaan1 heeft een begin1 het heeft geen eind4 ,tegenover den staat verhoudt hij zich dus afwerend2 de onderdanen uit het rijk der duisternis vechten met elkaar om eer en macht en schijngoederen en de staten zijn eigenlijk scheppingen van satan4 ,zoolang dus de christen op aarde is1 strijdt hij1 is zijn wil werkzaam4 ,is hij eenmaal in de gelukzaligheid1 dan zwijgt zijn wil3 het aanschouwen ,gods is zijn gelukzaligheid3 voor de aarde wil en handeling en strijd1 voor de eeuwigheid vrede en aanschouwing4 ,,hoofdstuk ,,viii4 ,,de ,,scholastiek4 #cj4 ,het begrip1 de phasen1 de denkers4 ,de patristiek had getracht1 het ,christelijk geloof te formuleeren en in ,augustinus was de groote denker gekomen1 die een groot systeem van dogmatiek geschapen had4 ,eeuwen volgen hem en wel staat het denken niet stil en is er ook een wijsgeerig leven aan te wijzen1 maar eerst omstreeks #ajjj komt er vooral in ,itali1 ,frankrijk1 ,engeland en ,duitschland1 een nieuwe wijsbegeerte1 de scholastiek4 ,zij heet zoo naar de schoolhoofden 7scholasters71 die in de ,middeleeuwen het onderwijs gaven4 ,de ,scholastiek--en dit is bij zeer veel verschillen het gemeenschappelijke in haar1--tracht nu de door de patristiek vastgestelde dogma's verstandelijk te begrijpen en te verklaren4 ,men is wel gewoon haar in drie perioden te scheiden1 doch dan moet men die scheiding zoodanig nemen1 dat er eenerzijds de #aste1 anderzijds de #b;de en #c;de periode komt4 ,eerste periode4 ,de eerste periode der scholastiek is haar opkomst4 ,de eerste denker is ,johannes ,scotus ,eriugena1 door ,karel den ,kale uit ,engeland naar ,parijs geroepen4 ,in zijn leer merkt men veel nieuw-,platonische elementen4 ,de groote baanbreker is dan ,anselmus van ,canterbury 7#ajcc-aaji74 ,deze geestelijke was te ,aosta geboren1 werkte eerst in ,normandi en werd later aartsbisschop van ,canterbury4 ,in de staatkundige geschiedenis is hij bekend geworden door zijn strijd tegen den ,engelschen koning4 ,voor de wijsbegeerte heeft hij vooral beteekenis door zijn bewijzen voor het bestaan van ,god4 ,op de leer van een tijdgenoot van ,anselmus 7,roscellinus71 zullen we eveneens terugkomen4 ,tot de leerlingen van ,roscellinus behoorde ook ,pierre de ,palet 7,abaelard71 7#ajgi-aadb71 een zeer welsprekende1 indrukwekkende1 roemzuchtige persoonlijkheid1 7die door zijn vurige liefde voor ,helose zoo bekend geworden is74 ,hij nam in den strijd dier dagen een middenstelling in4 ,hij begon met een soort encyclopedie der godgeleerdheid te schrijven 7sic et non71 waarin hij de leer van verschillende kerkvaders weergaf4 ,dit werd een voorbeeld voor de latere summae1 samenvattingen der wetenschappen2 in het samenstellen daarvan verwierf ,abaelards leerling ,petrus ,lombardus 7 #aafd71 bisschop van ,parijs1 zich grooten roem4 ,in deze eerste periode der scholastiek gaat men uit van het denkbeeld dat de kerkelijke leerstukken volkomen overeenstemmen met de wetenschap4 ,arabische en ,joodsche denkers4 ,tot #abjj ongeveer had men in het ,westen zeer weinig kennis van de geschriften der oude ,grieken4 ,van ,plato en ,aristoteles bezat men slechts brokstukken1 en vele hunner ideen kende men slechts uit de tweede of derde 7niet steeds vertrouwbare7 hand4 ,langzamerhand echter geraakt men hoe langer zoo meer bekend met de werken der ,grieksche denkers en dankte dit vooral aan de ,arabieren4 ,nadat ,mohammed 7 #fcb7 zijn nieuwen godsdienst gesticht had1 verbreidde zijn leer zich snel1 zoowel naar het ,westen als naar het ,oosten4 ,hier ontstond een bloeiend kalifaat met ,bagdad als hoofdstad1 ginds kwam het in #gaa veroverde ,spanje tot grooten bloei en was ,cordova een middelpunt van wetenschap4 ,gedeeltelijk door ,syrische overzettingen waren de ,arabieren #dh met de ,grieksche denkers bekend en in breedheid en in omvang van kennis gingen zij het ,westen te boven4 ,ook de ,joden1 die over het geheel een goed lot in ,spanje hadden1 hadden hun aandeel aan de beoefening der wijsbegeerte4 ,in 't algemeen hadden de ,mohammedaansche denkers op de ,christelijke hun grooter feitenkennis vooruit1 zij waren geen geestelijken1 maar velen waren artsen en zij waren niet onbekend met de werken van ,hippocrates en beschikten dus over een grooter feitenmateriaal4 ,ibn ,sina 7#ihj-ajch7 of ,avicenna1 een groot geneeskundige1 staat dichter dan eenig ,arabisch denker bij ,aristoteles4 ,als de grootste ,arabische denker stelt men ,averros1 in #aabf te ,cordova geboren1 lijfarts van den kalif1 in #aaih gestorven1 na te hebben moeten vluchten4 ,merkwaardig is ook nog ,ibn ,tofail ,abubacer4 ,hij schreef een roman1 ,hai ibn ,jokthan1 waarin hij schetst1 hoe een1 zonder menschen in de natuur opgegroeid kind1 tot dezelfde religieuse waarheid komt als de kerk 7bladz4 #aid74 ,de ,joden droegen vooral door de vele reizen voor hun handel 't meeste bij tot de verspreiding der ,oostersche wijsbegeerte4 ,als hun voornaamste denkers worden ,maimonides 7#aace-abbd7 en ,gersonides 7#abhh-acdd7 genoemd4 ,in hun wijsbegeerte sloten ze zich eng aan bij ,averros4 ,het is zeer opmerkelijk dat de ,kruistochten 7#ajif-abia71 die zooveel strijd brachten tusschen ,christenen en ,mohammedanen1 waarbij gruwelijke jodenvervolgingen plaats hadden1 meer verbinding brachten tusschen de drie groote monothestische godsdiensten en het ,christelijk denken onder sterken invloed bracht van 't ,arabische4 ,tweede periode4 ,de volgende perioden der scholastieken zijn dus van de eerste hierdoor onderscheiden1 dat zij over veel grooter kennis van de ,grieksche wijsbegeerte beschikken en dat met name ,aristoteles meer en meer gewaardeerd wordt tot hij ten slotte de filosoof der ,middeleeuwen is4 ,zooals ,johannes de ,dooper ,christus' voorlooper was in het geestelijke1 is ,aristoteles het in zaken betreffende de natuur4 ,in de tweede periode der scholastiek voelt men niet meer de algeheele overeenstemming van filosofie en wetenschap4 ,sommige waarheden kunnen op wetenschappelijke of verstandsgronden bewezen worden4 ,met deze houdt zich de philosophie bezig1 zij zijn de theologia naturalis4 ,maar er zijn ook leerstukken1 die niet aldus zijn te bewijzen1 die ons verstand te boven gaan2 deze moet men gelooven4 ,dit is de geopenbaarde theologie 7theologia revelata74 ,dit bloeitijdperk der scholastiek wordt ingeleid door ,albertus ,magnus4 ,albertus von ,bollstdt1 geboren in #aaic te ,lauingen1 studeerde in ,itali1 gaf onderricht in ,keulen en ,parijs1 werd bisschop van ,regensburg en stierf in #abhj te ,keulen4 ,hij beschikte ook over een groote mate van andere dan theologisch-wijsgeerige kennis 7plantkunde74 ,in ,thomas van ,aquino bereikt de scholastiek haar hoogtepunt en zoo niet de grootste na ,augustinus1 is hij een der grootste denkers der ,middeleeuwen geweest4 ,reeds zijn leven getuigt van zijn vurige liefde voor studie4 ,hij werd uit een adellijk geslacht in #abbe in ,beneden-,itali geboren4 ,hij werd opgevoed in het beroemde klooster ,monte ,christo en het voorbeeld der monniken daar deed zijn lust ontwaken om te studeeren4 ,dit was zeer tegen den zin van zijn vader1 die hem natuurlijk voor den krijgsdienst bestemd had4 ,op allerlei wijzen 7oplichting1 gevangenschap1 mishandeling1 smeekbeden1 verleiding7 poogde men hem van zijn voornemen te gaan studeeren af te brengen1 maar niets gelukte4 ,eindelijk kon hij zijn wensch vervullen3 hij ging bij ,albertus ,magnus studeeren4 ,in verschillende plaatsen heeft hij gedoceerd1 op kerkvergaderingen was hij een zeer beroemde en geziene persoonlijkheid wegens zijn vredelievend karakter en zijn geschiktheid tot bemiddelen4 ,in #abgd overleed hij in ,itali4 ,zijn vele werken zijn alle glashelder geschreven en toonen dat hij een zeer fijn en scherpzinnig verstand paarde aan een edel gemoed4 ,ook waar hij tegenstanders bestrijdt blijft hij onpartijdig en eerlijk4 ,niet ten onrechte verwierf hij den naam van doctor angelicus4 ,in #acbc verklaarde de katholieke kerk hem heilig4 ,de wijsbegeerte van den heiligen ,thomas wordt aan de ,amsterdamsche gemeentelijke universiteit gedoceerd door prof4 ,de ,groot1 die ook zijn leven beschreef4 ,zijn dichterlijke uitdrukking vond de scholastiek in het grootsche werk van ,dante4 ,de dichter werd in #abfe te ,florence geboren1 geraakte door partij-twisten in ballingschap1 vertoefde in verschillende plaatsen van ,itali en stierf #acba te ,ravenna4 ,het beroemdst is hij geworden door zijn ,goddelijke ,comedie die uit drie deelen bestaat3 ,inferno 7de hel71 ,purgatorio 7het vagevuur71 ,paradiso 7het ,paradijs #di74 ,dante voert den lezer eerst door de hel1 leert hem de straffen der verschillende misdadigers kennen4 ,daarna komt de dichter in 't vagevuur en beschrijft hoe hij van zonden gelouterd wordt4 ,na het vagevuur stijgt hij op door de verschillende hemelsferen2 ,thomas van ,aquino1 de kerkvaders1 de geleerden wonen in de sfeer der zon3 boven hen staan de geloofshelden1 de rechtvaardigen1 de heilige kluizenaars1 in de sferen van ,mars1 ,jupiter en ,saturnus4 ,in de sfeer der vaste sterren verschijnen de apostelen4 ,in het uiterste der geschapen wereld wonen de engelen1 in negen orden #ej verdeeld en eindelijk ziet hij de ,moedermaagd1 welke ,bernard van ,clairvaux hem toont4 ,dante's werk is de grootsche dichterlijke uitdrukking van geheel het gedachtenleven der ,m4,e4 ,het geeft een zinnebeeldige voorstelling van hemel1 hel en vagevuur1 maakt ons bekend met de ethiek1 toont de twee zijden van 't ,middeleeuwsche denken3 de scholastiek en de mystiek1 en geeft uiting aan de staatkundige gevoelens van dien tijd4 ,van zijn ,commedia1 door het nageslacht de goddelijke genoemd1 zegt ,ten ,kate3 ,het heerlijkst1 ooit in menschentaal geschreven1 ,waarin niet slechts de ,middeleeuwen leven1 ,maar 's levens polsen kloppen1 altemaal4 ,ook andere geschriften van ,dante hebben wijsgeerige waarde4 7,over de ,monarchie47 ,een tegenstander van ,thomas van ,aquino is ,roger ,bacon 7#abad-'ib71 die aandrong op natuurstudie en daarom vele vervolgingen had te verduren en ,johannes ,duns ,scotus4 ,deze was afkomstig uit ,engeland1 waarschijnlijk pl4 m4 #abgj geboren1 was in #acjg als leeraar werkzaam te ,parijs1 in #acjh te ,keulen en is zeer jong gestorven4 ,tegenover de kerkleer staat hij even eerbiedig als ,thomas1 koestert ook groote achting voor ,aristoteles1 maar komt bij de poging1 diens leer met de kerkleer in overeenstemming te brengen1 tot geheel andere uitkomsten4 ,zijn stijl is heftig en paradoxaal1 hij mist de vredelievendheid en de onpartijdige gelijkmatigheid van den doctor angelicus4 ,hij leidde een strijd in1 die zeer lang geduurd heeft1 den strijd tusschen ,thomisten en ,scotisten4 ,derde periode4 ,in de derde periode der ,scholastiek wordt men zich meer en meer bewust van de groote kloof1 die er bestaat tusschen theologie en filosofie4 ,het aantal leerstukken die met het verstand kunnen begrepen worden1 acht men steeds kleiner3 niet alleen de drieenheid1 de erfzonde1 de onsterfelijkheid1 maar zelfs het bestaan van ,god worden er niet toe gerekend4 ,er komt strenge scheiding van gelooven en weten3 het geloof wordt gegrondvest op de kerkelijke autoriteit4 ,eenerzijds geeft dit aanleiding tot een verdieping en versterking van het geloof1 7het geloof alln geeft de kennis1 de rede niet71 anderzijds is het de voorbereiding tot een nieuw leven der wijsbegeerte4 ,des te meer nog voelde men behoefte aan een nieuwe wetenschap1 omdat deze periode gevuld was door allerlei strijd1 die met vele spitsvondige redeneeringen en weinig zaakkennis gevoerd werd4 ,deze periode vooral gaf aan de ,scholastiek haar slechten naam4 #ca4 ,de ,problemen der ,scholastiek4 ,nominalisme en ,realisme4 ,het groote probleem1 waarmee het middeleeuwsche denken zich heeft beziggehouden1 is geweest de vraag naar den aard der begrippen4 ,we herinneren ons1 hoe ,plato aan de begrippen een werkelijk bestaan toeschreef1 hoe ,aristoteles de vraag wel onder de oogen gezien1 maar niet opgelost had3 hij schreef aan de dingen een eerste bestaan toe1 van de begrippen sprak hij als van tweede bestaandheden 7bladz4 #aaf74 ,in de ,m4,e4 nu zijn er denkers die zeggen3 de begrippen bestaan niet4 ,wat alleen werkelijk bestaat1 zijn de dingen4 ,we geven eenvoudig aan een aantal verschillende dingen eenzelfden naam3 die naam 7nomen7 is het begrip4 ,daar een naam1 een woord niets anders is dan 7naar men meende7 door de tong veroorzaakte trillingen1 zijn de begrippen dus niet anders dan klanken1 die als teeken voor vele dingen dienst doen4 ,het schijnt1 dat sommige nominalisten zich zelfs niet eens afgevraagd hebben wat er dan wel de oorzaak van was1 dat er aan verschillende dingen een naam gegeven werd4 ,het nominalisme werd het eerst verkondigd door ,roscellinus4 ,in de glansperiode der scholastiek treedt het minder op den voorgrond2 in de derde periode wordt het weer sterk verdedigd1 al is het nominalisme van ,occam niet hetzelfde als dat van ,roscellinus4 ,tegenover het nominalisme staat het realisme1 leerend1 dat de begrippen werkelijk bestaan als zoodanig4 ,het ,realisme vertoont verschillende vormen4 ,men neemt aan1 dat er in alle dingen gelijke eigenschappen zijn4 ,die gemeenschappelijke eigenschappen vormen de kenmerken1 den inhoud van het begrip4 ,wat er dus overeenkomstigs is in ,socrates1 ,plato1 ,aristoteles1 ,zeno1 ,plotinus enz4 dat is het begrip mensch4 ,het begrip zit dus in de dingen2 wij nemen de dingen waar1 merken het overeenkomstige op en komen zoo tot de kennis van het begrip4 ,dit is dan het realisme in re3 de begrippen zijn in de dingen4 ,deze begrippen nu1 meenden velen1 waren er al geweest1 voordat de dingen er waren3 ze waren de inhoud van ,gods gedachten4 ,de begrippen bestonden dus vr de dingen4 ,dit is het realisme ante rem4 ,er waren ook wel denkers1 die aannamen1 dat het begrip in elk ding gelijk was4 ,socrates was ,plato1 enz4 ,het is duidelijk1 dat men bij dat realisme erg zijn best moest doen1 om toch nog het klaarblijkelijk verschil tusschen ,socrates en ,plato te verklaren4 ,averros zegt3 de begrippen zijn ante rem in de ,goddelijke gedachte1 in re in de werkelijkheid1 post rem 7na het ding7 in ons denken4 ,sermonisme4 ,tusschen de nominalisten en realisten neemt ,abelard een verzoenende middenstelling in4 ,het nominalisme verwerpt hij als onhoudbaar1 het realisme aanvaardt hij ook niet4 ,dit bestrijdt hij vooral op dezen grond1 dat het tot panthesme moet voeren4 ,immers1 het eene begrip komt weer onder een ander4 ,zoo kan men ten slotte stijgen tot het hoogste1 alles omvattende begrip1 de ,godheid1 het algemeenst zijnde 7ens generalissimum47 ,het woord wordt eerst in het oordeel tot begrip1 het begrip bestaat door het menschelijk denken 7in conceptu74 ,abelard's richting heet ook wel conceptualisme of sermonisme4 ,daar het begrip het universeele 7algemeene7 genoemd wordt1 heet de strijd tusschen nominalisten en realisten1 gewoonlijk de universalinstrijd4 #ea ,hij werd in de ,m4,e4 niet alleen uit wijsgeerig oogpunt met zooveel heftigheid gevoerd1 maar ook omdat er zich een groot aantal theologische kwesties over de erfzonde1 de drieenheid enz4 aan vastknoopten4 ,bewijzen voor 't ,godsbestaan4 ,aan de begrippen kenden dus de realisten werkelijk bestaan toe4 ,daarbij hebben sommigen nog de eigenaardige ,grieksche opvatting1 dat er meer en minder zijn kan wezen4 ,hoe algemeener een begrip1 hoe meer zijn het heeft4 ,het meerder zijn wordt dan ook gelijk gesteld met het betere1 het meer volkomene het algemeenste begrip heeft het meest zijn en is dus ook het volmaaktste4 ,het ens realissimum is ook het ens perfectissimum4 ,hierop bouwt ,anselmus van ,canterbury zijn beroemd ontologisch #eb bewijs voor ,gods bestaan4 ,ik denk me het meest algemeene en volkomen begrip4 ,dit bestaat in mijn verstand4 ,maar het bestaat ook in werkelijkheid4 ,was dit n4l4 niet het geval1 dan kn een wezen gedacht worden1 dat naast het gedachte bestaan ook werkelijk bestaan had2 daar het zijn van dit wezen het grootste is1 zou het door mij gedachte wezen niet het volmaakste zijn4 ,ik heb me echter het volmaakste gedacht4 ,de laatste aanname strijdt daartegen en kan dus niet waar zijn4 ,derhalve moet1 wat ik me als volkomenst wezen gedacht heb1 ook bestaan4 ,anselmus wil dus zeggen3 denk ik me ,god als het volkomenste wezen1 dan moet het ook het meest zijnde wezen zijn 7volkomenheid stemt overeen met algemeenheid1 met zijn47 ,hij moet dan realiter bestaan4 ,hij vergat echter1 aan te toonen dat men zich het volkomenst wezen denken moet4 ,in ,anselmus' tijd vond dit bewijs weinig waardeering4 ,gounild merkt b4v4 op1 dat men zoo ook het bestaan van een allergelukzaligst eiland bewijzen kan4 ,in den nieuweren tijd komt het naast andere voor bij ,descartes1 die er intusschen niet dezelfde formuleering aan geeft4 7zie bladz4 #bdg74 ,individualiteit4 ,met het nominalisme en realisme hangt eveneens een andere vraag nauw samen3 ,hoe komt het1 dat de eene persoon de andere niet is4 ,nog al eenvoudig zeggen de nominalisten3 er bestaan niets dan de enkele dingen4 ,maar de realisten moeten een verklaring zoeken4 ,als b4v4 het begrip mensch in ,socrates en ,plato aanwezig is1 hoe komt het dan1 dat er hier twee wezens zijn8 ,in de ,christelijke ,m4 ,e4 is het gevoel van de waarde der enkele persoonlijkheid sterk4 ,augustinus had dit nog versterkt en men moest dus naar een verklaring zoeken1 waarom twee menschen1 in wie toch nzelfde begrip verwezenlijkt was1 ongelijk waren4 ,merkwaardig is hier de fijne oplossing van ,thomas van ,aquino4 ,hij neemt als ,aristoteles geest en stof aan1 maar wijzigt die beide begrippen op een fijne wijze4 ,allereerst onderscheidt hij formae separatae 7afzonderlijke vormen7 die zonder stof bestaan1 b4v4 de engelen4 ,daarnaast staan formae inhaerentes1 vormen die zich in de stof verwezenlijken b4v4 dier4 ,in den mensch ontmoeten beide elkaar3 het lichaam is de hoogste inherente vorm1 de ziel de laagste separate vorm4 ,hij heeft dus de stoffelijke en de geestelijke wereld in den mensch laten samenkomen4 ,dat nu ,socrates van ,plato verschilt1 ligt aan de stof1 de materie1 niet aan den vorm1 't begrip4 ,het beginsel der aparte persoonlijkheid 7't principium individuationis7 is de materie4 ,het probleem bij de ,scotisten4 ,de ,scotisten hebben een andere opvatting4 ,ze ontkennen met ,aristoteles het bestaan van reine vormen1 zonder stof4 ,bovendien loochenen zij1 dat het zit in de quantitatieve verscheidenheid4 ,het zit hierin1 dat er naast den vorm mensch in ,socrates een andere vorm is3 de ,socratesheid4 ,in elk bijzonder ding is naast den algemeenen vorm een vorm1 de ditheid waardoor het juist dit ding is en niets anders4 ,dit lijkt wel dwaas 7men heeft er zich later zeer vroolijk over gemaakt7 maar er ligt een zekere logische gedachte in4 ,immers1 de vorm is het algemeene1 waarin vele dingen met elkaar overeenkomen4 ,maar een ding is in verschillende tijden ook weer anders4 ,socrates in de gevangenis is een ander dan ,socrates op de markt1 een ander1 dan ,socrates optrekkend in het leger4 ,toch is er in al die ,socratessen n ,socrates4 ,we kunnen ook hier vragen3 ,wat is ,socrates8 ,dat is iets algemeens tegenover de verschillende ,socratessen4 ,zoo kan men ook wel van een ,socratesvorm spreken4 ,in den vorm1 zooals het in de ,m4,e4 voorkwam1 is het individualiteitsprobleem niet weer behandeld4 ,het blijft echter een vraagstuk van groote beteekenis1 zij het onder gansch ander licht bezien4 ,het ,godsbegrip4 ,kortelings wezen we er reeds op1 dat het ,christelijk ,godsbegrip een ander is dan dat van ,aristoteles1 die ,gods wezen in theorein1 beschouwen1 laat opgaan4 ,thomas van ,aquino schrijft ,god naast verstand wil toe4 ,de wil schept de wereld1 zooals ,gods wijsheid die denkt4 ,bij ,thomas wordt dus aan het intellect toch de eerste plaats toegekend4 ,hiermede hangt samen een opvatting in de ethiek4 ,thomas leert3 ,god wil iets1 omdat zijn verstand het als goed erkent4 ,de ,scotisten daarentegen zeggen3 iets is goed1 wijl ,god het wil4 ,had ,god geheel iets anders gewild1 dan was dit het goede geweest4 ,de ,scotisten zijn aanhangers van het voluntarisme4 ,hun is de wil het hoogste4 ,staat en ,ethiek4 ,ook over den ,staat treffen we andere denkbeelden aan bij de ,scholastieken dan bij ,augustinus4 ,was voor dezen de staat een werk ,satans1 voor ,thomas is dit niet het geval4 ,de ,staat heeft een zekere beteekenis1 een voorloopige4 ,hij moet het individu gelegenheid geven zijn deugd te ontwikkelen4 ,maar1 terwijl ,aristoteles de geheele bestemming van den mensch in die ontwikkeling zag1 ziet ,thomas hierin slechts een voorbereiding voor de hoogste bestemming van den mensch3 lid te zijn van het ,godsrijk4 ,de staat der burgerlijke gemeenschap is de leerschool voor de hemelsche4 ,zoo wordt door de genade de natuur niet opgeheven1 maar volmaakt4 ,uit het hier gezegde vloeit ook voort1 dat voor ,thomas de kerk boven den staat verheven is4 ,in den strijd tusschen kerk- en wereldmacht1 dien de ,m4,e4 ons te zien geven1 vinden we het streven naar verwezenlijking dier gedachte4 ,intusschen hebben lang niet alle ,middeleeuwsche denkers deze gedachte gedeeld4 ,dante plaatst de staat niet onder1 maar naast de kerk en een enkele denker kiest partij tegen den ,paus4 ,terwijl ,thomas dus in zijn ethiek vooral de mensch nog beschouwt als lid eener gemeenschap 7aardsche en hemelsche71 heeft ,abelard in zijn zedeleer de mensch als individu1 als enkeling op 't oog in zijn boek3 ,scito te ipsum 7ken u zelf74 ,den regel1 den norm voor zijn handelen moet de mensch zoeken in zichzelf4 ,daarmee spreekt hij een beginsel uit1 dat in de moderne wijsbegeerte van veel invloed zal blijken4 ,in ,abelard openbaart zich die frissche1 krachtige ,fransche geest1 die zoo geschikt is om met het oude te breken en zich het nieuwe toe te eigenen1 iets ook van de scherpzinnige en fijne discuteerkunst1 die het kenmerk veler ,fransche denkers is geweest4 ,de dubbele waarheid4 ,in 't midden van de ,m4,e41 reeds ten tijde van ,thomas1 maar vooral later1 komt de leer der dubbele waarheid op1 volgens welke iets waar kan zijn voor de wijsbegeerte1 maar niet voor de theologie4 ,de denkers probeerden als 't ware3 ,hoever kunnen we met ons verstand komen8 ,kwamen ze dan tot conclusies1 tegengesteld aan kerkelijke leerstukken1 dan zeiden ze3 ,zoo is het nu wel volgens de rede1 maar volgens ons geloof is 't anders en dat is natuurlijk 't ware4 ,later werd die leer der dubbele waarheid dikwijls de dekmantel om allerlei afwijkende meeningen vrij te kunnen uitspreken4 ,maar aanvankelijk schijnt ze wel ernstig gemeend te zijn en in dzen vorm het eerst voorgekomen1 dat sommige dingen niet door de rede1 wl door 't geloof konden begrepen worden4 ,iets kon dus waar zijn voor 't geloof1 als het dit niet was voor de rede4 ,later ging dat gelden voor de rede2 men zei dat iets waar kon zijn voor de rede1 wat niet waar was voor 't geloof4 ,naarmate men meer en meer gevoelde1 dat geloof en weten gescheiden moesten worden1 trad de leer der dubbele waarheid meer op4 ,dit geschiedde vooral in 't laatst der ,m4,e4 ,toen de ,kruistochten de drie groote monothestische religies met elkaar in aanraking gebracht hadden1 toen ook de denkers in de ,grieksche wijsbegeerte zekeren gemeenschappelijken grond hadden1 kon het niet anders1 of men moest zich afvragen1 of er niet sommige algemeene trekken in de religies waren en of niet de geopenbaarde geloofswaarheden ook langs volkomen redelijken weg te vinden waren4 ,sterk komt dit uit in den roman van ,ibn ,tofail4 ,hij laat een kind1 door een gazelle gezoogd1 zonder menschen opgroeien op een eiland1 laat dit kind1 opgegroeid1 nadenken en tot bepaalde conclusies komen4 ,daarna komt deze natuurmensch in aanraking met een heilige kluizenaar1 en ontdekt1 dat deze eigenlijk hetzelfde gelooft als hij3 alleen1 wat hij als product van nadenken vond1 hult zich bij den kluizenaar in zinnebeeldige vormen en voorstellingen4 ,in romantischen vorm wordt hier dus de idee uitgesproken1 dat in de geopenbaarde godsdiensten de natuurlijke godsdienst in zinnebeeldigen vorm bevat is4 ,ook bij anderen komen ten opzichte van de zedeleer gelijksoortige denkbeelden voor 7zie ook pag4 #cjf74 ,in de innige vereeniging van gelooven en denken ging men meer en meer uit elkaar1 en de klove werd ternauwernood bedekt door de leer der dubbele waarheid4 ,geen wonder1 dat sommige godsdienstige naturen afstand deden van de rede en in de mystiek heil zochten4 #cb4 ,de ,middeleeuwsche ,mystiek4 ,naast1 niet tegenover de scholastiek stond de mystiek en men vindt haar bijna door de geheele ,m4,e4 ,in menig punt sluit ze aan bij de ,neo-,platonici4 ,dante is evengoed dichter van het mysticisme als van de scholastiek en het is een mysticus1 ,bernard van ,clairvaux1 die hem ,maria toont4 ,voor het gemoedsleven1 ook van den modernen mensch1 biedt de middeleeuwsche mystiek veel4 ,maeterlinck #ec sluit zich gedeeltelijk bij hen aan en ,thomas ,kempis' ,imitatio ,christi is1 in allerlei vertalingen en uitgaven1 nog steeds in veler handen4 ,hoe sterk dit vrome boekje inwerken kan op een modern gemoed toont ons zijn behandeling door ,mathys ,acket4 ,de mystieken zijn de menschen der innerlijke ervaring2 in hun eigen gemoed hebben ze gezocht1 op eigen stemmingen nauwkeurig acht gegeven4 ,trouwe zonen der kerk meestal1 spreken ze toch vele gedachten uit1 die boven de kerkleer gaan en boven de tegenstellingen der partijen verheven zijn4 ,terwijl de ,roomsch-,katholieke kerk de middeleeuwsche mystici dan ook geheel tot haar zonen rekent1 zijn er eveneens denkers1 die in hen voorloopers der ,hervorming zien1 omdat hun werken een geest ademen1 vrij van kerkelijke dogma's4 ,zoo b4v4 ,bellaar ,spruyt4 ,harnack daarentegen zegt3 ,nooit zal men de mystiek protestantsch kunnen maken zonder de geschiedenis en het protestantisme in 't aangezicht te slaan4 ,eckhart4 ,zeer bekend is geworden ,eckhart1 met wien de ,duitsche #ed mystiek begint4 ,de meeste middeleeuwsche denkers zijn geen ,duitschers geweest2 ze waren afkomstig uit ,engeland1 ,frankrijk1 ,itali4 ,langzamerhand echter is de ,duitsche filosofie opgekomen en sedert ,kant is ,duitschland het land der wijsgeeren4 ,eckhart werd pl4m4 #abej in ,thringen geboren2 behoorde tot de ,dominicaner orde4 ,nadat hij professor in ,parijs was geweest1 leefde hij in ,straatsburg en ,keulen en stierf #acbi1 terwijl een onderzoek omtrent de rechtzinnigheid van zijn leer in vollen gang was4 ,eckhart schrijft in het ,duitsch en als zoodanig heeft hij groote verdienste voor de filosofische vaktaal1 die hij mee gevormd heeft4 ,het middelpunt van zijn leer is1 dat de ziel1 door ,god geschapen1 terug moet keeren tot ,god4 ,alle zonde en boosheid ontstaat1 doordat de mensch als zelfstandig wezen voor zichzelf bestaan wil3 het ,ik wil niet vernietigd worden4 ,en daarom moet de mensch er met alle kracht naar streven1 het ik te dooden1 zich onafhankelijk te maken van begeerten en genietingen4 ,terwijl wij in een dergelijk streven een der beste middelen zien om onzen wil te versterken1 is dit voor ,eckhart de weg1 waarop onze wil gedood wordt4 ,doch dit streven mag niet zijn om loon3 dan waren we als kooplieden1 als de wisselaars in den tempel4 ,zoo mag het ons ook nooit om den schijn van heiligheid te doen zijn1 godsdienstige zelfverheffing wordt sterk veroordeeld4 ,geen bijzondere roep van heiligheid1 bijzondere woorden of gedragingen4 ,dit is ijdelheid4 ,de uitroeiing der zelfheid moet geschieden door lijden1 niet zoozeer uitwendig1 lichamelijk lijden als wel het inwendige1 dat deemoedig maakt en in den diepsten grond van den deemoed ligt het hoogste toppunt der hoogheid4 ,heeft zoo de mensch zijn zelf verloren1 dan kan hij de ,godheid aanschouwen1 ja1 hij gaat op in de ,godheid1 die hem opneemt als de zon het morgenrood4 ,alle kracht der ziel is dan ten slotte geconcentreerd op het eene3 ,god zien4 ,dit eischt rust en vrede1 de ziel moet zich aftrekken van alle uiterlijke dingen4 ,maar uit dit aanschouwen1 uit deze eenwording met ,god komt een kracht voort voor het dagelijksch leven3 de mensch wordt door het schouwende leven zoo vol1 dat hij zich uitstorten moet4 ,overal vindt hij zijn bezigheid4 ,de wereld is vol van ,god en alle dingen1 die de mensch dan doet1 zijn de werken ,gods4 ,zelfs op een oogenblik1 dat men in den derden hemel opgenomen was1 zooals ,paulus1 zou het nog beter zijn1 een arme1 die dit noodig had1 een bord soep te geven1 dan in de ekstase te blijven4 ,als dus alle werk ,gods werk is1 dan hebben de speciaal godsdienstige verrichtingen1 b4v4 bidden en vasten1 geen hooger waarde dan andere4 ,zoo zegt hij3 men wordt niet rein door het gebed1 maar het gebed wordt rein door een rein hart4 ,de vereerders van reliquien vraagt hij1 waarom ze doode dingen zoeken in plaats van het levende heil4 ,eckhart is een vrije1 ruime geest4 ,hij komt tot levendig inzicht van de eischen der individualiteit3 ,wat den eenen mensch ten leven wekt1 strekt den anderen ten dood4 ,tot de navolgers van ,eckhart rekent men den beroemden prediker ,johannes ,tauler van ,straatsburg 7 #acfa7 en ,heinrich ,suso van ,constanz 7 #acfe74 ,nog even staan we stil bij ,thomas ,kempis1 naar alle waarschijnlijkheid de schrijver van de beroemde ,imitatio ,christi4 ,hij was opgevoed in het fraterhuis van de broederschap des ,gemeenen ,levens te ,deventer #ee4 ,de ,imitatie geeft niet zoo een geheel als ,eckhart4 ,allereerst treedt hier op de vraag naar het heil der ziel4 ,men vindt dit1 door van alle andere goederen en genietingen zooveel mogelijk af te zien1 een rustig leven te leiden1 niet veel omgang met menschen te zoeken1 maar veel met ,jezus4 ,wel zal men tegenover de menschen met liefde moeten staan2 het draagt elkanders lasten is ook een leer van de ,imitatio4 ,naast en boven dit zoeken van eigen zieleheil staat zuivere liefde voor ,god3 ,om ,uwentwille zal ik liever arm zijn dan rijk zonder ,u4 ,met ,u zal ik liever op de aarde een pelgrim zijn1 dan zonder ,u den hemel te bezitten4 ,want waar ,gij zijt is de ,hemel4 ,maar ,dood en ,hel zijn1 waar ,gij niet zijt4 #ef ,,derde ,,afdeeling4 ,,de ,,overgang ,,tot ,,de ,,nieuwe ,,wijsbegeerte4 ,,hoofdstuk ,,ix4 ,,de ,,renaissance4 #cc4 ,inleidende ,opmerkingen4 ,de ,middeleeuwen waren niet geheel zonder doorgaande ontwikkeling geweest4 ,de aanraking der drie groote monothestische religies in de kruistochten1 de groeiende bekendheid met de oudheid waren merkwaardige factoren voor den vooruitgang4 ,geleidelijk--geleidelijker misschien dan men zich zoo algemeen voorstelt--gaan de ,middeleeuwen in den nieuwen tijd over4 ,door eenige groote feiten is die overgang mee veroorzaakt4 ,de uitvinding en steeds verdere toepassing van het buskruit verminderden de gevechtswaarde van den enkeling3 den dapperen1 geoefenden ridder1 en deden de waarde dalen van zijn burcht als verdedigingsplaats4 ,zoo kwam er een verandering in de maatschappelijke verhoudingen1 die ook zeer gewijzigd werd door de groote zeereizen3 de ontdekking en voortgaande verovering van ,amerika1 het vinden van den zeeweg naar ,indi opende den handel nieuwe wegen4 ,meteen had er eene groote verruiming van gezichtskring plaats4 ,de uitvinding der boekdrukkunst maakte sneller verbreiding van kennis mogelijk4 ,het opnieuw bestudeeren van de klassieken deed het geestelijk leven stijgen4 ,dante 7bladz4 #ahe7 had reeds teruggewezen op vroegere tijden2 het ,romeinsch keizerschap was zijn ideaal1 ,vergilius #eg zijn dichter geweest4 ,maar aan die liefde voor de oudheid had hij gepaard belangstelling in het heden4 ,hij schiep zijn taal4 ,petrarca 7 #acbd7 en ,boccaccio 7#acac-acge7 waren in dezelfde richting werkzaam geweest4 ,in #cie was het groote ,romeinsche rijk verdeeld4 ,het westelijk gedeelte bezweek in #dgf voor de invallen der van alle zijden opdringende stammen4 ,het ,oostersch keizerrijk met ,byzantium--,konstantinopel--tot hoofdstad bleef1 onder al zijn felle burger- en godsdiensttwisten en bij toenemend inwendig verval1 iets van de antieke traditie bewaren4 ,in de #ae;de eeuw komen ,byzantijnsche geleerden naar ,itali 7#adcj ,gaza2 #adch ,georgios ,gemistos74 ,ze brengen den ,italianen grooter kennis der oudheid4 ,en als in #adec ,constantinopel bezwijkt voor de aanvallen der ,turken1 wijken meerderen uit naar ,itali4 ,hier ontstaat de herleving der klassieken1 de ,renaissance in engeren zin4 ,deze beperking voegen we er aan toe4 ,immers de geheele geestelijke beweging van pl4 m4 #adej-afjj of #afej pleegt men ook ,renaissance te noemen en deze is veel meer dan een terugkeer tot- en bestudeering van de oudheid4 ,individualiteit4 ,dat zij in ,itali ontstaan was1 behoeft niet te verwonderen4 ,niet alleen de sterke belangstelling voor de oudheid1 is haar oorzaak4 ,er waren ook andere invloeden4 ,zij bewerkten1 dat het individu los werd van de boeien der ,m4,e4 ,eenerzijds was er een sterk nationaal gevoel1 anderzijds waren er vele steden en staatjes in voortdurenden strijd1 waarbij de steden weer in partijen verdeeld waren3 zoo werd het individu minder kuddedier1 zoo kon het meer gelegenheid krijgen1 zijn eigen plaats te zoeken in den strijd4 ,het individu kon zich naar buiten uitleven4 ,daarnaast kwamen persoonlijkheden1 die1 al het gehaspel moede1 zich uit de wereld terugtrokken en in de stilte hun persoonlijkheid naar binnen cultiveerden4 ,zoo zijn dit de eerste kenmerken der overgangsperiode3 ,terugkeer naar de oudheid2 cultus der persoonlijkheid4 ,en meer dan terugkeer naar 't oude geeft ze vernieuwing en verjonging te zien2 nadat eeuwen lang de mensch lid en onderdaan is geweest van een geestelijke en wereldlijke gemeenschap1 wordt hij nu een zelfstandige persoonlijkheid3 dit is de ontdekking van den mensch4 ,de mensch1 die zich voelen gaat1 rukt aan zijne ketens3 kerk1 scholastiek1 ,aristoteles4 ,gehoorzaam zoon der kerk blijven velen1 maar ,aristoteles moet het ontgelden4 ,vrij van diens leiband1 kan het jonge denken echter zelf nog niet alleen loopen1 het zoekt naar een anderen steun1 en vindt dien in onderscheidene ,grieksche systemen2 bij ,plato1 zooals die gekend werd door de ,neo-,platonici1 vooral4 ,maar deze reactie tegen ,aristoteles wekt eene actie vr hem4 ,zijn aanhangers willen hem verdedigen 7niet alleen geestelijk1 maar soms werden bij de groote disputen de vormen van ,a4 met de vuisten verdedigd tegen de ideen van ,p474 ,ze zijn genoodzaakt de puntjes op de i te zetten1 en zich klaar uit te drukken over ,a's bedoeling4 ,zoo komen er verschillende opvattingen1 die samenhangen met het onderscheid tusschen de afwijkende teksten van ,a4 en de zoo wijd uiteenloopende commentaren daarop4 ,zoo is dan het begin1 de tijd van #adej-aeej1 vol van strijd tusschen de aanhangers van ,aristoteles en ,plato en zien we vertalingen van en toelichtingen op hun werken verschijnen4 ,toch was het nieuwe leven te krachtig1 dan dat het vrede kon houden bij den enkelen terugkeer naar het oude4 ,op 't gebied der natuurfilosofie1 van de staatsleer1 van den godsdienst streeft men naar nieuwe systemen4 ,toch komen nog niet de groote wijsgeerige systemen4 ,maar voor de moderne natuurkundige wetenschap worden de grondslagen versterkt en de methoden aangegeven4 ,dan1 als de band van het oude gebroken is1 de jeugdige kracht zich een weinig heeft uitgeraasd1 en het feitenmateriaal belangrijk is vermeerderd1 komen de groote denkers4 ,met ,descartes mag men de geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte laten aanvangen na de ,renaissance4 ,de overgangstijd is vol van namen4 ,ons bestek zou niet dan de korte opsomming hiervan gedoogen4 ,liever bepalen we ons dus tot de vermelding van enkelen1 die meer beteekenis hebben en die we als vertegenwoordigers van hun tijd kunnen beschouwen4 ,,cusanus #adja-'fd4 ,nicolaus ,chrypffs1 naar zijn geboorteplaats ,kues ,cusanus geheeten1 ontving zijn opvoeding in 't ,fraterhuis te ,deventer1 studeerde te ,padua en werd later kardinaal4 ,hij biedt een interessant beeld van den uitgang der ,m4,e4 ,toch zijn er in hem ook nieuwere elementen1 b4v4 zijn bestrijding van het bijgeloof1 dat aan heksen hecht4 ,zijn belangstelling voor theologische vraagstukken de vele mystieke elementen in zijne leer plaatsen hem in de ,middeleeuwen4 ,tot den nieuwen tijd behoort zijn liefde voor natuur- en wiskundige wetenschappen4 ,groot is zijne bewondering voor ,plato en ,plotinus en in zijn leer zijn dan ook zekere panthestische elementen2 voor hem valt alles samen in ,god2 ,hij omvat alles en is met geen praedicaat te bepalen4 ,twee dingen zijn het vooral1 die ,cusanus voor ons merkwaardig maken4 a4 ,zijn beschouwing der aarde4 ,hij plaatst haar niet langer in het middelpunt3 de oneindige wereld kon geen middelpunt geven4 ,maar waar ,cusanus het geocentrisch systeem bestrijdt1 stelt hij er geen heliocentrisch stelsel voor in de plaats4 b4 ,merkwaardig is zijn boek3 de docta ignorantia 7letterlijk3 over de geleerde onwetendheid47 ,al ons weten is eigenlijk maar vermoeden4 ,de geheele1 volle waarheid valt ons nooit ten deel4 ,maar zooals een veelhoek steeds meer den cirkel naderen kan1 zoo kan vermoeden steeds meer tot weten komen4 ,het bewustzijn1 dat onze kennis ontoereikend is1 mag ons niet ontmoedigen3 het is een aansporing1 om te onderzoeken4 ,in ,duitschland hebben sommigen in ,cusanus den vader der nieuwere wijsbegeerte willen zien4 ,misschien is het sterke ,duitsche nationaliteitsgevoel hieraan niet vreemd4 #cd4 ,natuurfilosofen4 ,de natuur is de geheime liefde der ,renaissance geweest4 ,wordt de taalwetenschap druk beoefend in de laatste helft der #ae;de en 't begin der #af;de eeuw en kampen in ,itali aanhangers van ,plato en ,aristoteles--in de #af;de eeuw treffen we een groot aantal natuurfilosofen aan4 ,bij scherpzinnige gedachten voegen ze veel fantasterij2 naast gezonde1 vruchtbare beginselen1 staan allerlei speculaties1 gespeend aan de vruchtbare bron van natuurkennis3 ervaring en feitenonderzoek4 ,opmerkelijk1 hoewel niet bevreemdend1 is dat sommige dezer denkers ook in hun uiterlijk leven een zekere overeenkomst met hun leer vertoonen2 zooals hun leer fantastisch is1 zoo is hun leven avontuurlijk4 ,velen trekken van land tot land1 doceeren op verschillende plaatsen1 wat door een gemeenschappelijke taal1 het ,latijn1 vergemakkelijkt werd4 ,,paracelsus4 ,zoo'n figuur is b4v4 ,theophrastus ,bombastus ,paracelsus 7#adic-aeda71 die een tijdlang1 7#aebh-aeca7 professor te ,bazel was4 ,hoewel hij aandringt op waarnemingen en erkent1 dat boekenwijsheid ons niet tot 't doel voert1 grondvest hij zijn leer meer op speculatie dan op waarneming4 ,toch heeft zijn geneesleer tot in 't laatst der #ag;de eeuw nog aanhang gevonden 7,helmont #aegg-afdd74 ,de beteekenis der scheikunde voor de geneeskunde heeft hij aangewezen4 ,de meeste natuurfilosofen zijn ,italianen4 ,,telesio4 ,bernardino ,telesio werd te ,cosenza bij ,napels geboren1 studeerde te ,rome1 ,milaan1 ,padua4 ,aan de hoogeschool in deze stad werd ,aristoteles in hooge eer gehouden4 ,telesio kwam echter in ,padua tot een breuk met 't ,aristotelisme en doordat hij in ,cosenza een academie stichtte1 kwam er de tegenstelling tusschen 't meer conservatieve ,noord- en 't meer vooruitstrevende ,zuid-,itali4 ,hoewel hij eerst in hoog aanzien was geweest bij ,paus ,paulus ,,iv1 moest hij in 't laatst van zijn leven door de geestelijkheid1 die zich erge gevolgen van de verwerping der ,aristotelische leer voorstelde1 gewantrouwd en nog voor zijn dood kwamen zijn boeken op den index4 ,hoeveel nieuws er in ,telesio's leer zit1 mogen de volgende opmerkingen leeren3 ,hij wil niet door de rede1 maar door de zinnen kennis verkrijgen4 ,hij meent dan te komen tot zekere kennis1 die noch met de ervaring1 noch met de kerkleer in strijd zal zijn1 wat beide wel 't geval is met ,aristoteles' leer4 ,deze valt hij dan ook aan2 met name ageert hij tegen den vorm en de stof1 waarvoor hij wil plaatsen de beginselen van kracht en stof4 ,de krachten 7hier kijkt de man van het overgangstijdperk om den hoek7 zijn tweerlei3 een uitzettende--warmte--en een inkrimpende--koude--4 ,door deze krachten1 die op de stof inwerken1 komen allerlei verschillende dingen tot stand3 ,de stof zelf vermeerdert of vermindert niet4 ,die krachten bezitten wel gewaarwording1 ze merken elkaar op en werken daardoor op elkaar in 7de krachten worden hier meer of min gepersonifieerd74 ,in zijn zielleer is ,telesio eigenlijk materialist4 ,de ziel is een fijne stof1 spiritus1 die in de hersenholten is4 ,de prikkels der buitenwereld brengen in onzen geest een verandering4 ,het opvatten 7het actieve aangrijpen7 van deze verandering is waarneming4 ,op de waarneming berust alle kennis4 ,alle denken is waarneming4 ,herinnering is niets anders dan de herhaling der beweging1 door de prikkels van de buitenwereld teweeg gebracht1 hetzij die herhaling komt door gewoonte1 hetzij1 doordat er een deel der beweging weer opnieuw ontstaat4 ,maar als slechts een deel gegeven is1 kunnen we tot de voorstelling komen van het geheel3 zien we het vuur1 dn komt ook de voorstelling van zijn warmte1 enz4 ,ons verstand openbaart zich nu hierin1 dat we een deel als geheel opvatten4 ,het verstand is dus eigenlijk een soort herinnering4 ,ook de laatste beginselen van ons denken berusten op waarneming3 het principium contradictionis1 dat ,a4 niet tegelijk wel ,b4 en niet ,b4 kan zijn1 wordt ons door de ervaring gegeven1 die ons b4v4 leert1 dat sneeuw niet tegelijk wit en niet wit kan zijn4 ,telesio is dus een beslist sensualist3 alle kennis stamt uit de zinnelijke waarneming4 ,tegen ,telesio werd opgemerkt3 ge strijdt zoo tegen de ratio--de rede3 maar1 wanneer ge zegt1 dat er iets is1 waardoor we van het deel tot het geheel komen1 wat is dit dan anders dan de ratio8 ,een dergelijke gaping vertoont ,telesio's ethiek4 ,oorspronkelijk streeft de ziel1 evenals de stof1 naar zelfbehoud4 ,de deugd is dus zelfbehoud en de wijsheid leert1 wat noodig is om daartoe te geraken4 ,ze leert ons n4l4 dat we niet buiten andere menschen kunnen3 zoo ontstaat de welwillendheid jegens onze medemenschen1 de humaniteit4 ,maar--en hier komt de gaping1 want ,telesio zegt niet1 hoe deze deugd ontstaat uit de vorige--hooger is de sublimitas1 de voorname1 de hooge gezindheid4 ,als geloovig ,katholiek voegt ,telesio nog iets aan zijn systeem toe3 ,naast de materiele ziel1 die zich stoffelijk heeft ontwikkeld1 bezitten we nog een onsterfelijke ziel1 ons door ,god gegeven4 ,het begeeren dezer ziel gaat uit boven de zucht naar zelfbehoud1 en in de contemplatie vergeet zij al het stoffelijke4 ,in welk verband we ons die ziel moeten denken tot de materiele1 zegt ,telesio ons niet4 ,,bruno4 ,de schitterendste figuur dezer natuurfilosofie1 het zuiverste type is ,giordano ,bruno4 ,hij werd #aedh te ,nola 7,z4 ,itali7 geboren1 kwam jong in een ,dominicaner klooster1 geraakte door zijn vurigen aard in verzet tegen de kloostertucht en begon in #aegf zijn zwerversleven4 ,over de ,alpen naar ,genve2 hier misschien in conflict gekomen met 't ,calvinisme #eh1 naar ,toulouse1 voorlezingen houdend voor de universiteit1 in #aeha naar ,parijs1 dan naar ,londen4 ,met veel praal en woordenrijkdom 7de geleerden van dien tijd deden in hun opgeschroefde zelfverheerlijking eenigszins aan kwakzalvers denken7 kondigt hij voorlezingen te ,oxford aan4 ,hier in ,londen heeft hij zijn belangrijkste werken geschreven4 ,van ,londen trok hij naar ,parijs1 vandaar naar ,duitsche steden4 ,op uitnoodiging van een jong edelman1 die misschien wel de tooverkunst van hem hoopte te leeren1 kwam hij naar ,veneti4 ,deze jonge man voelt plotseling zijn geweten bezwaard en klaagt zijn leermeester en huisgenoot aan1 die #bc ,mei #aeib gevangen wordt genomen4 ,later wordt hij naar ,rome gebracht4 ,het schijnt1 dat hij eerst wat toegegeven heeft en sommige zijner leerstellingen heeft willen herroepen4 ,maar toen hij begreep1 dat het ging om de vrijheid van denken1 hield hij fier stand4 ,de geestelijke inquisitie leverde hem aan den wereldlijken rechter over met de bede3 zonder bloedvergieten en zoo zacht mogelijk met hem handelen4 ,dit beteekende in de taal dier tijden den brandstapel4 ,den #ag;den ,februari #afjj stierf ,bruno den marteldood4 ,zijn asch werd naar alle vier windstreken verspreid4 ,in #ahhi werd op de plaats1 waar hij verbrand was1 een marmeren standbeeld opgericht voor den grooten denker en martelaar1 een hulde waartoe geheel de beschaafde wereld had bijgedragen4 ,thans is het dikwijls het middelpunt voor anti-clericale betoogingen4 ,zonnestelsel4 ,in zijne natuurbeschouwing sluit ,bruno zich aan bij ,copernicus 7vgl4 #ch1 blz4 #bbg71 maar hij voert diens gedachten tot grooter consequentie door3 hij neemt aan1 dat er geen hemelsferen zijn en dat er een oneindige ruimte is4 ,het opstellen dezer oneindige ruimte schijnt in hem een gemoedsbehoefte geweest te zijn1 in de oneindigheid konden zijn sterke1 maar meer vage gevoelens zich verliezen4 ,hij is een geestdriftig dweper voor 't oneindige4 ,een parallel zijner beschouwingen over 't zonnestelsel vinden we in zijn theologie3 ,god is de oneindige2 de wereld1 zijn schepping1 is ook oneindig4 ,aan te nemen1 dat ,god1 die de oneindigheid had1 die ook in zijne schepping niet geven zou1 streed tegen zijn ,goedheid4 ,ook kan men zich niet iets als mogelijk en niet-werkelijk bij ,god denken3 mogelijkheid en werkelijkheid zijn tegenstellingen1 die in den mensch liggen1 niet bij ,god te zoeken zijn4 ,bruno heeft voor het recht van 't ,copernicaansche wereldbeeld gestreden en het uitgebreid4 ,dit is zijn groote beteekenis4 ,in zijn filosofische ideen is hij meer vaag en zijn standpunt is niet steeds hetzelfde4 ,hij begint als ,platonist en ziet in de wereld een emanatie der ,godheid4 ,langzamerhand echter1 reageerend op ,plato en ,aristoteles1 krijgt zijn leer een meer realistisch karakter3 ,hij wordt zeer getroffen door de beteekenis der stof1 ziet in haar niets verachtelijks1 maar veeleer een goddelijke oorzaak der dingen4 ,naast de stof staat echter eene geestelijke substantie1 die alle vormen bevat4 ,in zooverre is dus ,bruno dualist4 ,maar bij hem is een streven naar eenheid4 ,beide1 de stof en de geestelijke substantie1 laat hij uit n wortel ontspringen4 ,in dat ,ene vallen alle tegenstellingen weg4 ,god is dus meer negatief te bepalen1 door wat hij niet is1 dan positief door wat hij is4 ,waardoor nu uit de ,eenheid zich de ,veelheid ontwikkeld heeft1 hoe het komt1 dat uit ,god1 in wien alles vereenigd is1 zich het stoffelijke en 't geestelijke heeft gescheiden1 dat alles behandelt ,bruno niet4 ,deze opheffing der tegenstelling gaat gepaard met een optimistische wereldbeschouwing3 van hemelsch standpunt gezien1 bestaan verandering1 dood1 ongeluk1 vernietiging niet4 ,deze optimistische stemming echter vermag ,bruno slechts zoolang vast te houden1 als hij in hoogere regionen vertoeft4 ,komt hij op aarde1 dan wordt hij door de tegenstellingen en de misres van 't aardsche leven sterk aangegrepen en vat die tragisch op4 ,in zijn latere werken bracht ,bruno nog meer wijzigingen in zijn opvattingen1 die echter niet alle even duidelijk zijn4 ,in al zijn beschouwingen is echter en gemeenschappelijke trek overheerschend3 de natuur is eeuwig1 oneindig1 onvernietigbaar4 ,hij meent dat dit overeenstemt met den godsdienst en houdt deze daarom voor niet-tegenstrijdig met zijn wijsbegeerte4 ,het hoogste doel van deze is ook3 kennis ,gods4 ,het is tegelijk haar grens3 ,god is alleen door het geloof te naderen en ,hij wordt meer door zwijgen dan door spreken geerd4 ,het schijnt wel1 dat in sommige zijner geschriften ,bruno den godsdienst meer voor de massa en de weinig gevorderden noodig heeft geacht1 de wijsbegeerte als het goed heeft aangezien voor degenen1 die zich zelf en anderen kunnen beheerschen4 ,hoe vrij ,bruno overigens in godsdienstzaken denkt1 moge hieruit blijken1 dat hij1 zij het ook bedekt1 te kennen geeft1 dat ,christus daarom vereerd wordt1 omdat hij de beste mensch was1 en als zoodanig ook eerste priester is geworden4 ,,campanella4 ,de derde groote ,italiaansche natuurfilosoof is ,thomas ,campanella4 ,hij had een tragisch leven4 ,in #aefh in ,calabri geboren1 op #ai-;jarigen leeftijd uit studielust ,dominicaner monnik4 ,later voor de inquisitie gedaagd3 wegens de grootheid zijner kennis werd hij van tooverij beschuldigd1 maar vrijgesproken4 ,toen door de ,spanjaarden gevangen gezet1 als verdacht van samenzwering3 #bg jaar lang bleef hij in hechtenis3 ,vrij en toch gebonden1 ledig en toch arbeidzaam1 eenzaam en toch niet alleen4 ,na zijn vrijlating ging hij naar ,parijs en toen hij hier kwam1 waren zijn denkbeelden reeds klaarder en zuiverder door een ander uitgesproken3 ,descartes4 ,hij wilde de natuur uit haar eigen boek leeren kennen door navorsching4 ,hij verdedigt ,galile die de aswenteling der aarde leerde1 maar legde zich later neer bij de andere opvatting1 toen de kerk de leer van ,galile had onderdrukt4 ,voor 't overige sluit hij zich eng bij ,telesio aan1 wat zijn natuurleer betreft4 ,ook in zijn kennisleer heeft hij veel van deze1 maar hij is klaarder en helderder4 ,de bron onzer kennis is waarneming4 ,bedriegt eene waarneming ons1 dan komt besef van het zinsbedrog door een andere waarneming4 ,herinneren is niets anders dan waarnemen1 dat men reeds waargenomen heeft4 ,ook redeneeren is waarnemen4 ,nemen we b4v4 een syllogisme3 ,alle menschen zijn sterfelijk2 ,socrates is een mensch2 ,socrates is sterfelijk2 dan nemen we a4h4w4 ,socrates waar in den kring van alle sterfelijke menschen4 ,houden we iets voor waar op getuigenis van anderen1 dan nemen we waar met een anders zintuigen4 ,in zekeren zin doet ,campanella aan ,augustinus denken 7vgl4 pag4 #agb74 ,gegeven zijn ons alleen onze bewustzijnsverschijnselen1 onze gewaarwordingen4 ,met deze redeneeren we verder4 ,we generaliseeren door aan te nemen1 dat het wezen der dingen overal gelijk is4 ,zooals we bij ons zelven kunnen1 willen1 weten en opmerken1 schrijven we die verrichtingen ook aan de ,godheid toe4 ,god is almachtig1 alwetend1 algoed4 ,de wereld is een tusschending1 een verbinding van zijn en niet-zijn4 ,het niet-zijn is een negatie der drie genoemde eigenschappen3 onmacht1 onwetendheid1 boozen wil 7eigenlijk moest dit niet-wil zijn74 ,de booze wil is ook eene emanatie der ,godheid1 maar in de geringste intensiteit4 ,de gansche wereld is dus in laatste instantie uitvloeisel der ,godheid4 ,hierop berust een optimistische wereldbeschouwing4 ,deze spreekt zich ook uit in zijn staatsroman3 ,zonnestaat1 waarop we in een ander verband terug komen4 ,ook elders hoopt hij dat er eenheid op aarde komt2 hij denkt zich en groot wereldrijk3 hoofd is de ,paus2 den ,senaat vormen de koningen en vorsten der verschillende rijken4 ,spanje brengt de vreemde landen tot dien staat en tot de kerk2 de allerchristelijkste ,fransche koning voert de ketters er toe4 #ce4 ,staats- en ,rechtsfilosofen4 ,we hebben gezien1 dat de ,m4,e4 zich weinig bezig hielden met staats- en rechtsfilosofie4 ,was men ook langzamerhand van 't standpunt der oudste ,christenen en van dat van ,augustinus teruggekomen1 met volle belangstelling had men zich toch niet met den staat bezig gehouden4--,het overgangstijdperk onderscheidt zich ook hierdoor van de ,m4,e43 de vraag naar de inrichting en de bedoeling van den staat treedt weer op4 ,de beantwoording wijst in zekeren zin meer naar ,plato dan naar ,aristoteles heen4 ,deze had zijn staatsleer gebouwd op bestaande feiten1 had zijne theorien ontwikkeld uit de bestudeering der staatsinrichting van vele volken4 ,plato had een toekomststaat geschilderd1 ingericht niet naar de beginselen1 die ons de praktijk aan de hand doet1 maar volgens zijn wijsgeerig stelsel 7vgl4 #af1 pag4 #ajc74 ,in dezen tijd zullen we ook twee staatsromans aantreffen3 ,utopia van ,thomas ,moore1 en ,zonnestaat van ,campanella4 ,daarnaast staat het merkwaardige boekje van ,macchiavelli3 ,de vorst1 dat veel meer op den bodem der werkelijkheid staat1 en toch gedragen wordt door het ideaal van den schrijver1 dat ver uitgaat boven wat de werkelijkheid te zien gaf4 ,,macchiavelli4 ,macchiavelli werd in #adfi te ,florence geboren1 trok zich1 na gezant geweest te zijn1 in 't particuliere leven terug1 toen in #aeab de ,medici een eind maakten aan de vrije instellingen van ,florence4 ,zijn boek ,il principe 7,de vorst7 schijnt hij geschreven te hebben1 om de gunst te verwerven van het heerschende geslacht4 ,in #aebg1 toen de republiek hersteld werd1 vertrouwde men hem niet4 ,in 't zelfde jaar stierf hij4 ,zijn bekendste werk is het reeds genoemde1 maar zijn andere werken over ,florentijnsche ,geschiedenis en zijn ,discorsi3 ,gesprekken over ,titus ,livius #ei1 zijn van veel beteekenis4 ,macchiavelli had in zijn hart de vrijheid lief en droomde van een groot ,itali4 ,hij is een echte zoon der ,renaissance1 een beminnaar der oudheid en zijn doorloopend streven is1 de antieke cultuur ter vergelijking naast en boven de ,christelijke te stellen4 ,het ideaal van een staat1 dat hij zich voorstelt1 is een ,republiek4 ,doch de menschen zijn zwak en slecht2 ze kunnen zich zelf niet regeeren1 maar moeten geregeerd worden4 ,er moet een monarchie zijn1 en een doortastend man aan 't hoofd4 ,de halfheid der menschen1 die noch volkomen goed1 noch volkomen kwaad zijn1 ergert ,macchiavelli4 ,zijn vorst is een man uit n stuk4 ,om zijn doel te bereiken1 spaart hij niets2 door de menschelijke opvattingen van deugd en ondeugd laat hij zich niet weerhouden4 ,alleen3 den schijn moet hij redden2 de massa rekent naar den schijn4 ,leeuw en vos tegelijk1 moet hij zich bemind en gevreesd maken4 ,de religie1 ook al acht hij ze persoonlijk een dwaling1 zal hij hoog houden1 omdat ze een voortreffelijk middel is tot het beheerschen der massa4 ,deze toch kan den wijze1 die vooruit weet te zien1 niet volgen4 ,om nu zijn doel te bereiken1 moet hij wel goddelijke wijding geven aan zijn instellingen4 ,men heeft in dit werk uitsluitend een aansporing gezien tot allerlei slechtheid1 daarbij vergetend1 wat ,macchiavelli als doel voor oogen stond4 ,in de praktijk echter hebben vele vorsten 7we behoeven slechts aan ,filips ,,ii en ,margaretha van ,parma te herinneren7 uitsluitend op zijn praktische voorschriften1 niet op zijn bedoelingen gelet4 ,in zijn zucht om een real ,politiker te zijn heeft ,macchiavelli groote dingen over 't hoofd gezien2 hij heeft de geschiedenis1 waarschijnlijk onder den invloed van wat hij in ,itali zag1 te veel opgevat als een kamp om macht en een spel van listige1 geslepen intrigues4 ,voor den godsdienst als groote1 innerlijke kracht heeft hij geen oog gehad1 den enormen invloed der economische verhoudingen op 't staatsleven niet gekend4 ,,utopia4 ,even bekend als ,macchiavelli's werk werd ,thomas ,morus' ,utopia #fj4 ,het gaf zelfs zijn naam aan een onbereikbaar1 ver ideaal3 een utopie4 ,moore 7#adhj-aece7 was kanselier van ,engeland4 ,in verhalenden vorm schetst hij het nieuwe eiland ,utopia 7letterl4 ,nergensoord74 ,in ,utopia zal geen stands- en rijkdomsverschil zijn1 volledige godsdienstvrijheid zal heerschen4 ,niet zooals in den tegenwoordigen staat1 die er op uit is1 klassebelangen te beschermen en het eigenbelang sterk te ontwikkelen1 zal het er uitzien4 ,in ,utopia zal het algemeen welzijn bevorderd worden4 ,thomas ,morus staat in markante tegenstelling tot zijn tijd1 die slechts een feodalen staat kende en vele zijner verlangens schijnen ons niet zoo utopistisch meer als zijn tijdgenooten4 ,,zonnestaat4 ,minder grootsch1 meer in 't kleine en bijzondere afdalend is ,campanella's ,zonnestaat4 ,ook hij wil een staat1 waarin allen zullen meewerken voor zich en voor allen4 ,de staat moet een werktuig worden1 om de maatschappelijke ellende zooveel mogelijk te lenigen4 ,voor persoonlijke vrijheid is weinig plaats4 ,ieder zal een bepaalden tijd moeten arbeiden1 een bepaalden tijd mogen genieten4 ,de staat bepaalt het beroep en de opvoeding der geslachten4 ,de wijzen zullen regeeren naar een geheel bureaucratisch systeem4 ,eigenaardig is het1 dat ,campanella in dezen staat zeer veel laat afhangen van de sterren3 aan hun invloed op het aardsche leven geloofde ook hij nog4 ,evenals ,plato dachten ,moore en ,campanella dat hun staat voor verwezenlijking vatbaar was4 ,tot op onzen tijd zijn de staatsromans blijven verschijnen1 zooals wij reeds opgemerkt hebben bij ,plato's staat4 7,zie bl4 #ajc74 ,,de ,,groot4 ,bij de ,grieken kende men reeds de leer van het maatschappelijke verdrag4 ,deze leer1 die in de ,m4,e4 altijd1 zij het minder of meer scherp geformuleerd1 aanhangers had gevonden komt ook thans weer op4 ,wat in de ,m4,e4 hiervan aanwezig is1 bloeit nu uit4 ,het natuurrecht verheugt zich in levendige belangstelling4 ,een zuivere1 streng wetenschappelijke behandeling vonden vele rechtsvragen in de werken van onzen beroemden landgenoot ,hugo de ,groot4 ,langen tijd heeft men hem voor den eersten rechtsfilosoof gehouden uit den nieuweren tijd1 die de leer van het maatschappelijk verdrag verkondigde4 ,in ,althusius 7#aeeg-afch7 burgemeester van ,emden heeft hij een voorlooper van beteekenis gehad4 ,althusius laat den staat opkomen uit engere gemeenschapskringen4 ,het gezag berust bij het volk dat het opdraagt aan den vorst1 die weer aan een college van toezicht verantwoording schuldig is4 ,de ,groot werd in #aehc geboren1 was als knaap reeds bekend om zijn geleerdheid4 ,de twisten tijdens het bestand brachten hem in de gevangenis1 waaruit hij op de bekende wijze bevrijd werd4 ,daarna vertoefde hij meestentijds in ,parijs4 ,in #afde stierf hij te ,rostok4 ,hij is de schepper van het oorlogsrecht1 dat nog onder zijn invloed staat4 ,een stilzwijgende overeenkomst neemt hij aan tusschen volk en vorst1 waardoor deze de macht krijgt4 ,de staat is ontstaan uit menschelijke zucht naar gezelligheid en1 daar ,god schepper is1 indirect uit ,gods wil4 ,naast het natuurrecht staat het positieve recht2 het nut daarvan bemerken we eerst goed als het ontbreekt2 het komt voort uit het natuurrecht3 alle burgerlijk recht berust op het beginsel dat men zijn woord moet houden en dit ligt in het natuurrecht4 ,met fijn onderscheid behandelt nu ,grotius de verschillende conflicten4 ,allereerst kan er strijd zijn tusschen mensch en mensch4 ,dit moet in een geordenden staat niet toegestaan worden4 ,de staat treedt op ter verdediging van de bedreigde of aangetaste rechten van den enkeling4 ,dan is er strijd van het individu tegen den staat4 ,dit is opstand en oproer1 dat ,de ,groot1 in tegenstelling met ,althusius1 voor ongeoorloofd houdt4 ,strijd van den staat tegen den enkeling is soms noodig1 als de laatste in verzet komt tegen den staat4 ,hieraan knoopt hij een beschouwing vast over de straf4 ,wordt die gegeven1 omdat gezondigd is1 of opdat niet gezondigd zou worden8 ,de ,groot is een beslist voorstander der laatste theorie4 ,geen goed mensch kan er vreugde en vrede in vinden1 iemand leed aan te doen1 tenzij daardoor een groot heil kan bereikt worden voor den gestrafte of de gemeenschap4 ,ten slotte is er nog mogelijke strijd van staat tegen staat en hieraan wijdt ,de ,groot zijn volle aandacht4 ,dit was eigenlijk het uitgangspunt zijner onderzoekingen4 ,hier treedt hij vooral op als pleitbezorger der humaniteit4 ,humaniteit in 't voeren van oorlog is gewenscht ook met 't oog op een lateren vrede4 ,ook kan 't een staat niet onverschillig zijn1 hoe men over zijn daden denkt4 ,zoo groot was het aanzien van ,de ,groot1 dat men vertelt1 dat ,gustaaf ,adolf zijn boek steeds bij zich had en ,lodewijk ,,xiv terugkwam van zijn voornemen om in #afgb geen kwartier te geven aan de gevangen genomen ,hollanders1 daar dit bleek te strijden tegen de opvattingen van ,de ,groot4 ,veel milder dan ,althusius denkt ,de ,groot over den godsdienst4 ,een volk mag niet met wapengeweld er toe gebracht worden een geopenbaarden godsdienst aan te nemen4 ,alleen als het een onmenschelijken of onzedelijken godsdienst heeft of afwijkt van de grondslagen der natuurlijke religie3 geloof in ,gods bestaan en ,zijn ,voorzienigheid1 mag het beoorloogd worden4 #cf4 ,fransche scepsis4 ,,montaigne4 ,de scepsis ontbreekt ook niet in den overgangstijd4 ,het zijn in 't bijzonder ,franschen1 die deze richting vormen4 ,als eerste scepticus is te noemen ,montaigne4 ,hij werd in #aecc uit een aanzienlijk geslacht geboren1 reisde veel1 gaf in #aehj en '#hh zijn beroemde ,essais uit en stierf in #aeib op zijn landgoed4 ,als geestig causeur1 schitterend stylist neemt hij een eervolle plaats in onder de ,fransche literatoren4 ,in zijn groote belangstelling voor het individu1 zijn liefde voor de vrijheid van 't denken1 zijn belezenheid in de klassieken toont ,montaigne zich een echt kind van zijn tijd4 ,in 't algemeen ontkent hij de mogelijkheid van kennis4 ,tegen de rechtzinnig geloovigen merkt hij op dat we ,god niet kunnen kennen3 we stellen ons ,hem menschelijk voor met aan den mensch ontleende maar volmaakte eigenschappen3 door ,god te willen kennen1 buigen we ,hem naar beneden en 't best eeren we ,hem1 als den grooten1 onbekenden ,schepper4 ,maar ook de filosofen bestrijdt hij1 die tot weten willen komen door den weg der ervaring en redeneering4 ,immers1 ons ontbreekt een contrlemiddel1 om de juistheid der zinnelijke waarnemingen na te gaan en bij onze redeneeringen steunen we op niet bewezen axioma's4 ,deze onwetendheid is echter ook bij ,montaigne een soort docta ignorantia4 ,om te weten1 dat een deur gesloten is1 moet men er eerst met het hoofd tegen aanloopen3 om tot scepsis te geraken1 moet men eerst beproefd hebben1 hoever men met zijn kennis kan komen4 ,voor het practisch leven hebben we genoeg aan de door zelfkennis en ervaring verkregen feiten en aan wat ons door opvoeding geleerd is2 de natuur geeft ons 't noodige voor 't heden2 de openbaring voor de toekomst4 ,in zijn zedeleer neemt ,montaigne een dergelijke standpunt in3 er is geen algemeen geldige zedelijkheid te vinden1 de zedelijke ideen wisselen met tijd en plaats4 ,,sanchez4 ,montaigne's scepsis is meer aanvallend3 hij keert zich tegen waanwijsheid4 ,nog sterker is dit het geval bij ,sanchez 7#aefb-afcb74 ,deze1 ,portugees van afkomst1 was professor te ,montpellier en ,toulouse en schreef een werk3 ,quod nihil scitur 7omdat niets geweten kan worden74 ,dat echter niets geweten kan worden is voor ,sanchez geen aansporing tot het opgeven van onderzoek4 ,hij is een vijand van boekengeleerdheid en overgenomen wijsheid1 maar niet van onderzoek3 dit openbaart ons wel nooit de volle en geheele waarheid1 maar toch wel een uiterlijke kennis4 ,de primae causae1 de eerste oorzaken zijn niet gegeven1 maar de occasioneele oorzaken1 de secundae causae zijn te zoeken4 ,,charron4 ,tot geheel andere conclusies brengt het scepticisme den beroemden kanselredenaar ,charron 7#aeda-afjc74 ,ook hij ontkent de mogelijkheid1 waarheid te vinden4 ,deze is bij ,god1 en ,hij laat ns het zoeken en streven4 ,in 't geloof berusten we1 en met diepen deemoed nemen we het ,christelijk geloof aan1 de eenige ware van alle religies1 die door hem in een geschrift van #aeid dan ook verdedigd werd tegen ,mohammedanen1 ketters en scheurmakers4 ,niet tot onderzoek maar tot blind geloof brengt dus de scepsis ,charron4 ,opmerkelijk is het1 dat deze geloovige de zedeleer los wil maken van den godsdienst3 de zedeleer zal niet veranderen als de godsdienst verandert4 ,het goede moet niet met 't oog op loon of straf worden gedaan1 maar om zich zelfs wil4 ,de denkwijze van ,charron bleef lang gehuldigd4 ,la ,motte ,vayer 7staatsraad onder ,lodewijk ,,xiv1 opvoeder van den lateren hertog van ,orleans71 en ,p4 ,huet 7#afcc-agba7 leeren beide1 dat de zwakheid des verstands op het geloof 't best voorbereidt4 ,bij deze sceptici zijn echter inwerkingen van de leer van ,cartesius te bemerken en sommige historieschrijvers hebben hun een plaats gegeven bij de ,cartesianen4 7,zie bl4 #bea74 #cg4 ,duitsche ,mystiek4 ,een merkwaardige parallel van de ,fransche scepsis biedt de ,duitsche ,mystiek4 ,in tegenstelling met de ,m4,e4 is ze ,protestantsch1 in zooverre men mystiek een kerkelijken naam mag geven3 vooral tegenover de kerkelijke leerstukken verhoudt de mystiek zich zeer vrij4 ,schwenckfeld 7 #aefa7 staat wel dicht bij ,luthers ,reformatie1 maar hij legt den nadruk op de innige overgave des gemoeds3 ieder mensch is zijn eigen priester4 ,nog meer nadruk legt ,sebastiaan ,franck 7#aejj-'de7 op de persoonlijke overgave aan ,god4 ,in ieder mensch zijn twee beginselen1 het zondige en het goede4 ,zondaar is1 wie zich de zelfzucht1 ,christen1 wie zich ,god overgeeft4 ,ieder kan dus1 ook buiten 't ,christendom1 ,christen zijn4 ,christus is dan ook niet de grondvester1 slechts de verkondiger der eeuwige waarheid3 de bijbel is niet ,gods woord1 slechts het symbool er van4 ,een zelfde gedachte ontmoet men bij ,weigel 7#aecc-'hh74 ,zalig wordt1 wie in ,god woont1 hij wordt deugdzaam4 ,wie dit niet doet1 baat geen zoenbloed van ,christus2 op eens anders rekening mag ik niet teren4 ,van het dogma der genoegdoening door ,christus1 dat in de ,m4,e4 werd opgesteld en ook in 't ,protestantisme bleef leven1 vinden we hier dus tot zekere hoogte de ontkenning4 ,haar hoogtepunt bereikt de ,duitsche mystiek van dezen tijd in den ,grlitzer schoenmaker ,jacob ,bhme4 ,b,,hme4 ,bhme leefde van #aege-afbd4 ,na1 volgens de zede dier dagen1 als rondreizend schoenmakersgezel veel gezien te hebben1 liet hij zich in ,grlitz neer1 en zijn denken arbeidde even ijverig als els en naald4 ,geheel ongeletterd was hij niet4 ,hij zelf noemt zich een filosoof en met sommige denkers dier tijden 7,paracelsus1 ,weigel7 is hij niet onbekend4 ,onvermoeid nadenkend en peinzend1 over de vraagstukken die hij zich zelf stelde tobbend1 ging hem in eens1 als bij openbaring1 het licht op4 ,hij was toen #be jaar en schreef zijn eerste boek3 ,aurora oder ,morgenrthe in ,aufgang4 ,in #afcd werd het gedrukt1 nadat het eerst in handschrift bekend was geworden4 ,de predikant van ,grlitz ergerde zich aan de koene bespiegelingen van ,bhme en wist de stadsregeering te bewegen1 hem het schrijven te verbieden4 ,eenigen tijd moest ,bhme zelfs ,grlitz verlaten4 ,later keerde hij er terug en was als schrijver tegen 't eind van zijn leven zeer werkzaam4 ,bhme kleedt zijn gedachten in een fantastischen stijl1 vol stoute en vreemde beelden4 ,hij schrijft echter1 dat hij dit doet om des lezers onverstand wille en zich symbolisch uitdrukt4 ,hij denkt vrij4 ,het scheppingsverhaal b4v4 neemt hij niet aan1 zooals het in ,genesis staat3 veel is daarin1 wat geheel indruischt tegen de filosofie en de rede1 en hij gelooft niet1 dat de dierbare man ,mozes er de auteur van is4 ,hoewel hij meende een oprecht ,lutheraan te zijn1 is alle dogmatische engheid hem vreemd4 ,joden1 ,turken en ,heidenen1 die van ,christus niets weten1 stonden toch den ,christen gelijk4 ,wie liefde in zijn hart heeft1 en een barmhartig en zachtmoedig leven leidt en tegen de boosheid strijdt en door den toorn ,gods heen in 't licht dringt1 die leeft met ,god en is n geest met ,god4 ,want een anderen dienst heeft ,god niet noodig4 ,dit zijn zeer merkwaardige woorden1 die getuigen1 hoe vrije opvattingen diep in den geest van dien tijd waren doorgedrongen en hoe die1 zoowel onder 't ,protestantisme als onder 't ,catholicisme konden ontstaan4 ,twee vraagstukken houden ,bhme vooral bezig4 ,allereerst kwelt hem de kleinheid van den mensch1 het veraf zijn van ,god4 ,hij lost deze moeilijkheid op door aan te nemen1 dat ,gods kracht overal werkt en zich in alles openbaart4 ,niet daarboven in het blauwe uitspansel is de hemel1 hij is in onszelf1 wanneer het goddelijk leven zich in ons openbaart4 ,gij leeft in ,god en ,god in u2 zijt gij rein en heilig1 zoo ziet ge ,god4 ,ziet ge de sterren1 de zon1 aarde en zee1 ge ziet ,god2 zelf zijn ze niet ,god1 maar evenals gij putten ze uit ,hem kracht4 ,in alle natuurgebeuren is ,god1 door menschelijken geest wordt ,hij gekend4 ,god is een4 ,bhme heeft getracht1 deze gedachten te verlaten1 maar hij kon niet1 hij most er toe terugkeeren4 ,de tweede vraag1 die hem kwelt1 is deze3 ,hoe is het kwaad1 dat overal in de wereld heerscht1 vereenigbaar met ,gods bestaan8 ,het licht is hem plotseling opgegaan1 toen hij zag hoe het zonnelicht zich spiegelde in een tinnen kan op zijn werktafel1 en hoe dat licht sterk uitkwam tegen het duistere van de omgeving4 ,bhme erkent1 dat het kwaad zijn wortel in de ,godheid heeft1 opdat ,gods liefde daartegen uitkomen zou4 ,zonder boosheid geen goedheid1 zonder ,gods toorn geen liefde4 ,het booze is de noodwendige factor voor het bestaan van het goede4 ,in wonderlijk vreemden vorm schildert ,bhme dan nader het ontstaan der wereld4 ,na zijn dood werden zijn werken uitgegeven en tot in de #ai;de eeuw vond hij warme aanhangers4 ,nog onlangs verscheen een ,hollandsche vertaling van zijn ,aurora4 ,eenerzijds heeft hij zijn invloed misschien te danken aan zijn weelderige fantasie en mystiek1 die sommige naturen bijzonder aantrekt4 ,maar anderzijds zal het ook zijn warm gemoed1 zijn diep nadenken geweest zijn1 die ook voor meer koele naturen hun groote beteekenis hebben4 #ch4 ,de ,natuurwetenschap4 ,de ,renaissance begon met filologisch te zijn3 ,taalstudie werd gretig bedreven1 terwijl een tijdlang de ,hervorming de aandacht op den godsdienst vestigde4 ,maar het laatst der #af;de en 't begin der #ag;de eeuw zijn gewichtig door hun natuurstudie4 ,men mag zeker zonder overdrijving zeggen1 dat zonder deze natuurstudie de nieuwere filosofie niet bestaan zou hebben4 ,een enkel woord over haar beteekenis voor de wijsbegeerte zij hier dus ingelascht4 ,we zagen reeds1 hoe ,roger ,bacon 7#abad-'ic7 op natuurstudie aandrong4 ,de groote schilder ,leonardo da ,vinci 7#adeb-aeai7 had uitnemende ideen gehad1 zoowel over de taak der wetenschap in 't algemeen als over de mechanica4 ,jammer echter1 dat zijn werken niet uitgegeven werden en hij geen directen invloed uitoefende op den voortgang der wetenschap4 ,van allergrootst belang is geweest de leer van ,copernicus omtrent het zonnestelsel4 ,reeds bij de behandeling der ,pythagoreers gaven we de hoofdtrekken dier leer aan1 en we zagen hoe ,giordano ,bruno onvermoeid bezig was om haar te verdedigen en verder te ontwikkelen4 ,in #aedc verscheen ,copernicus' werk4 ,dat het zooveel tegenstand ontmoette lag voornamelijk aan theologische overwegingen4 ,men meende1 dat de aarde het middelpunt moest blijven2 het aannemen van meer werelden streed tegen het geloof1 dat ,christus gekomen was om de wereld te redden4 ,en ook verder scheen het tegen den ,bijbel te strijden4 ,,kepler4 ,naast ,copernicus moeten vooral ,kepler en ,galile genoemd worden4 ,kepler werd #aega te ,weil geboren1 studeerde te ,tbingen1 kwam later in aanraking met den beroemden ,tycho ,brahe2 hij erft diens materiaal van waarnemingen en stelt daaruit op zijn ,wetten voor den omloop der planeten4 ,kepler begon met hooge bespiegelingen en werd hoe langer hoe meer empirisch4 ,eigenaardig is het1 dat er in zijn stelsel nog vele theologische elementen zijn4 ,bijzondere waarde hecht hij aan 't kennen van de getalverhoudingen der dingen4 ,men zou hem een empirisch ,pythagoreer kunnen noemen4 ,,galile4 ,hij werd in #aefd te ,pisa geboren1 studeerde en werd professor te ,padua1 werd in #afaf gewaarschuwd tegen het verkondigen der ,copernicaansche ideen1 gaf in #afcb dialogen uit1 waarin verschillende menschen redeneeren over het stelsel1 en waarin het niet geheel verborgen blijft1 aan wiens zijde ,galile staat1 moest in #afcc zijn leer afzweren1 werd in 't laatst van zijn leven blind en leidde een kommervol bestaan tot zijn dood in #afdb4 ,galile was de ontdekker der valwetten1 de opsteller van het traagheidsprinciep4 ,maar ook voor de algemeene methode heeft zijn werk groote beteekenis4 ,zoo leert hij b4v4 zeer omzichtig en behoedzaam te werk te gaan bij 't opstellen van een hypothese4 ,met de eerder genoemde speculeerende ,italiaansche natuurfilosofie vormt ,galile1 voorzichtig1 nauwgezet1 juist onderzoekend en berekenend1 een scherp contrast4 ,in zooverre behoort hij niet meer tot den overgangstijd1 maar moet hij tot den nieuwen tijd gerekend worden4 ,wat is nu de algemeene beteekenis geweest van de natuurstudie voor de wijsbegeerte8 ,de noodzakelijkheid van ervaring en onderzoek werden geleerd4 ,door den sterken vooruitgang der natuurkundige wetenschappen werd het gevoel1 iets te kunnen1 te vermogen1 versterkt4 ,gelijk de ,renaissance het zelfgevoel op ethisch en aesthetisch terrein sterkte1 zoo was dit nu ook op het terrein van het wetenschappelijk denken het geval4 ,en ten slotte lag hierin nog een belangrijk punt3 ,wanneer men zich tot de vraagstukken der buitenwereld wendde1 kon men zien1 of daarmee de geheele werkelijkheid gekend werd of dat er een ander gebied was1 dat niet in de behandeling der natuurwetenschappen viel4 ,zoo moest de studie der natuur weer brengen tot eene bestudeering der psychische verschijnselen1 zooals men dat ook in 't begin der #bjste eeuw kan zien4 ,,slot4 ,zoo hebben we enkele hoofdtrekken uit den overgangstijd geschetst4 ,het is moeilijk1 precies een grens te trekken tusschen deze en de nieuwere wijsbegeerte4 ,descartes b4v4 mag als wijsgeer zeker tot den nieuwen tijd gerekend worden1 als natuuronderzoeker vormt hij met ,kepler en ,newton de trits1 die de grondslagen legden voor de moderne natuurwetenschap4 ,bacon van ,verulam rekenen we nog tot de nieuwere wijsbegeerte1 omdat we met hem de ontwikkeling der ,engelsche kennistheorie laten beginnen1 die over ,hobbes1 ,locke1 ,berkeley1 ,hume voortloopt1 en tot zoo merkwaardige resultaten gevoerd heeft4 ,maar in zijn verzet tegen de scholastiek1 in zijn zoeken naar beginselen1 naar methode en niet uitwerken nog1 is hij geheel een man der ,renaissance4 ,zoo we dus de nieuwere wijsbegeerte beginnen met ,bacon van ,verulam en ,descartes1 is dat betrekkelijk willekeurig1 zooals alle scheidingen in de geschiedenis dat zijn1 die wel steeds belangrijke1 door eigen aard gekenmerkte perioden vertoont1 maar deze toch geleidelijk overgaande in elkaar4 ,,afdeeling ,,iv4 ,,de ,,nieuwere ,,wijsbegeerte4 ,,hoofdstuk ,x4 #ci4 ,bacon van ,verulam4 ,leven4 ,francis ,bacon werd in #aefa geboren4 ,nadat zijn vader1 grootzegelbewaarder onder ,koningin ,elisabeth1 gestorven was1 moest hij als jongere zoon1 zich zelf zijn weg zoeken2 hij wierp zich in de politiek1 om daardoor de middelen te krijgen1 die hij begeerde1 teneinde aan zijn zucht tot studie te kunnen voldoen4 ,ongelukkig vergat hij het doel wel eens voor de middelen en toonde zich in de keuze der laatste niet steeds even kiesch4 ,toen zijn vroegere beschermer1 graaf ,essex1 bij ,elisabeth in ongenade gevallen was1 bood hij haar zijn diensten aan en trad tegen ,essex op6 ,zijn eigen raad1 dat men zich de omstandigheden moest kunnen aanpassen zoo zij veranderden1 wist hij op te volgen4 ,onder ,elisabeth's opvolger1 den pedanten en opgeblazen ,jacobus ,i 7#afjc-afbe7 kwam hij snel tot grootere eere4 ,hij wist zich naar de luimen van zijn koninklijken meester te voegen1 zij 't onbewust misschien1 werd in #afah ,lord ,kanselier1 baron van ,verulam1 in #afba viscount van ,st4 ,albans4 ,hij misbruikte zijn positie1 om koninklijke gunstelingen te bevoordeelen2 hij verklaarde aan de familie ,buckingham verleende monopolies nuttig voor den staat4 ,het parlement kreeg achterdocht1 veroordeelde hem tot verlies van rang1 hooge geldboete en gevangenisstraf1 zoolang het den koning zou behagen4 ,de boete betaalde hij nooit1 in de gevangenis zat hij maar enkele dagen2 eigenlijk was hij de zondebok geweest voor koning en hof--en zijn laatste levensjaren bracht hij in stilte1 in aan de studie gewijde afzondering1 door4 ,in #afbf stierf hij4 ,karakter4 ,het is begrijpelijk dat er over ,bacon's karakter veel getwist is4 ,hij was niet een man uit n stuk4 ,om gelukkig te zijn moest men een beetje van een dwaas en niet te veel van een eerlijk mensch hebben4 ,naast een hoofddoel moest men steeds een nevendoel in het oog hebben1 om dit te kunnen bereiken als het eerste mislukte4 ,het beste is1 den roep te hebben van openheid1 maar er in geoefend te zijn1 heimelijk te werk te gaan4 ,deze en dergelijke uitspraken toonen wel aan1 dat ,bacon's opvattingen niet zeer hoog waren en zijn optreden tegenover ,essex blijft een schandvlek op zijn naam werpen4 ,toch mag men niet blind zijn voor de goede zijden zijner persoonlijkheid4 ,hij had een warme belangstelling voor wetenschap en een vast geloof aan den vooruitgang der menschheid2 hij was voor zijn omgeving een goed mensch3 zijn dienaars hielden van hem1 zijn vrienden bewonderden hem4 ,tusschen ,bacon's karakter en zijn wetenschappelijk werk is zekere overeenkomst3 hij heeft groote plannen1 spreekt groote beginselen uit1 maar toont niet de volharding te bezitten1 om al zijn plannen uit te voeren1 zijn eigen beginselen toe te passen4 ,werken4 ,nadat hij eerst een reeks opstellen geschreven had 7,essays71 wilde hij een groot werk schrijven over de vernieuwing der wetenschappen de instauratio magna4 ,berekend op meerdere deelen voltooide hij er twee4 ,in de ,vooruitgang der ,wetenschap 7,advancement of learning #afje7 dat in #afbc in vermeerderde ,latijnsche vertaling verscheen1 tracht hij een overzicht te geven1 van wat de wetenschap tot dusver geleerd had en wat haar te doen overbleef4 ,de methode waarnaar de wetenschap te werk moest gaan1 ontwikkelde hij in het ,novum organum #fa 7#afbj74 ,bacon's stijl is levendig1 pittig4 ,lezen we zijn werken1 dan krijgen we een veel moderner indruk dan bijv4 uit die van de ,italiaansche natuurfilosofen4 ,bacon behoort tot den nieuwen tijd4 ,graag gebruikt hij beeldspraak1 waardoor hij de dingen soms heel treffend weet uit te drukken4 ,hoofddoel4 ,bacon's aandacht was vooral gericht op de natuurwetenschap1 die volgens hem te veel verwaarloosd was3 de ,grieken hadden zich 't meest met moraal1 de ,romeinen met 't recht1 de middeleeuwen met de theologie bezig gehouden4 ,de natuurkennis moet ons inzicht geven in den samenhang der verschijnselen1 om de wetten van het natuurgebeuren leeren kennen4 ,maar ,bacon wil niet alleen de studie der natuur uit theoretisch oogpunt4 ,hij is te veel een kind van zijn tijd1 die vervuld was met 't gewicht van uitvindingen en ontdekkingen4 ,de natuurkennis geeft ons macht3 zij onderwerpt de natuur aan den mensch en deze kan tot groote cultuurhoogte stijgen4 ,hoe juist ,bacon hier gezien heeft1 blijkt uit het fragment van zijn staatsroman4 ,hij schildert een eiland1 waar tal van #ai;de en #bjste eeuwsche dingen 7telefoon1 vliegmachines1 enz47 niet ontbreken en door allerlei maatregelen ziekten worden bestreden4 ,de wetenschap mag niet als een deerne tot lust gebruikt worden1 maar mag evenmin onvruchtbaar blijven als een non4 ,idola4 ,op den weg naar kennis liggen echter zwarigheden en voor wij beginnen met waarnemen1 moeten wij ons verstand louteren4 ,allerlei denkfouten zouden wij met een modern woord zeggen begaan wij4 ,bacon geeft een zeer geestig overzicht van de onderscheidene idolen zooals hij ze noemt en is daarmee al een voorlooper van ,john ,stuart ,mill1 die ruim twee eeuwen later in zijn systeem der logica een uiterst scherpzinnige behandeling der denkfouten gaf4 ,allereerst zijn er de idolen1 die eigen zijn aan den stam1 aan den mensch in 't algemeen4 ,daartoe behoort de menschelijke neiging1 om de dingen op te vatten naar analogie van den menschelijken geest2 omdat onze geest zich bijv4 gelijk blijft1 meenen wij dit gelijk blijven ook in de natuur waar te nemen1 al is 't er feitelijk niet4 ,bijgeloof ontstaat1 doordat wij meer letten op de gevallen1 waarin een zeker vermoeden bevestigd wordt1 dan op die1 waarin bevestiging uitblijft4 ,ons denken wordt door 't gevoel benvloed1 't naastbijzijnde verkiezen wij boven 't ver afliggende1 al is dit het bestudeeren meer waard2 wat onze zinnen direct kunnen waarnemen1 vinden wij merkwaardiger dan de dingen1 die zich aan de zinnelijke waarneming onttrekken1 en toch zijn de fijnere veranderingen dikwijls 't meest belangrijk4 ,ieder mensch bekijkt de wereld als van zijn eigen standpunt1 als uit zijn eigen hol4 ,daardoor ontstaan de holidolen4 ,deze zijn in tegenstelling met de zoo even genoemde1 die aan alle menschen gemeen zijn1 verschillend bij de menschen4 ,sommige menschen bijv4 zijn steeds geneigd1 het algemeene in 't oog te vatten1 anderen letten meer op het bijzondere4 ,de een dweept met 't oude1 de ander vliegt op met al wat nieuw is4 ,ieder heeft dus zijn eenzijdigheid en daarvoor geeft ,bacon den raad1 dat elk onderzoeker dat 't meest wantrouwen zal1 wat hem 't meest inneemt4 ,uit het verkeer der menschen ontspringt een derde groep idolen1 die der markt4 ,bacon heeft hier vooral het oog op de taal1 die verkeersmiddel is1 maar dikwijls aanleiding tot misverstand4 ,niet zelden loopt de strijd meer over een woord dan over een zaak4 ,soms zijn er woorden1 waarbij men zich eigenlijk niets denken kan1 soms kan men met n woord tal van dingen aanduiden4 ,de laatste groep vormen de idolen van het theater4 ,zooals men door coulissen en geschilderde doeken schijn geeft in plaats van werkelijkheid1 zoo hecht men soms meer aan overgeleverde meening1 aan wat door autoriteiten bijv4 ,aristoteles verkondigd is1 dan aan de werkelijkheid4 ,hij wijst dan nader aan1 hoe in alle tot dusverre gevolgde stelsels fouten zitten4 ,in 't bijzonder waarschuwt hij er tegen1 de theologie met de filosofie te vermengen4 ,behalve de idola wordt het onderzoek nog bemoeilijkt door de onvolkomenheden onzer zinnen4 ,zooveel mogelijk moet men deze met instrumenten te hulp komen4 ,waar de eene zin ons een bedrieglijke kennis geeft1 daar moet een andere hem verbeteren4 ,de zinnen zijn de poorten van den geest1 door hen komt de kennis onze ziel binnen1 door de rede alleen krijgen we geen kennis4 ,de zinnelijke ervaring echter moet verwerkt worden2 op zich zelve is ze niet voldoende4 ,wij moeten niet doen als de spin1 die een geheel nest uit zich zelf voortbrengt2 evenmin als de mieren1 die alles aandragen en op n hoop brengen1 maar als de bijen1 die het uit bloem bij bloem gehaalde verwerken tot honing en was4 ,inductieve methode4 ,hoe stelt ,bacon zich dan de inductieve methode voor8 ,het duidelijkst kunnen wij dit maken aan het voorbeeld1 dat ,bacon zelf geeft2 een onderzoek naar den vorm der warmte4 ,het begrip vorm staat niet vast4 ,soms wordt er mee bedoeld het wezen der dingen1 soms de wet1 tengevolge wier werking het verschijnsel ontstaat4 ,dat ,bacon dit allebei onder vorm verstond1 ligt waarschijnlijk hieraan dat hij 't wezen der dingen niet meende te kunnen kennen1 dan door de werking te leeren kennen1 die de dingen voortbracht4 ,bacon wil nu den vorm der warmte leeren kennen4 ,daartoe schrijft hij op eene tabel alle gevallen1 waarin warmte voorkomt1 bijv4 zonnestralen1 bliksems1 broeiend hooi1 enz4 ,zijn de berichten1 waarop men soms moet afgaan1 twijfelachtig1 dan moet men experimenten nemen4 ,op een andere tabel wil nu ,bacon de verschijnselen opschrijven1 waarin de warmte niet optreedt4 ,het spreekt vanzelf1 dat die lijst oneindig zou kunnen worden4 ,daarom moeten alleen die verschijnselen genomen worden1 welke met die1 welke veel warmte vertoonen1 overeenkomen4 ,als zoodanig wordt bijv4 't maanlicht genoemd1 dat1 naar ,bacon meende1 geen warmte gaf #fb4 ,een derde tabel ten slotte moet die verschijnselen bevatten1 waarin de warmte in zeer verschillende graden voorkomt2 bijv4 een beetje in een dier1 meer in een1 dat zich heeft ingespannen1 dat koorts heeft enz4 ,zijn deze tabellen gereed1 dan kan men met de inductie beginnen1 allereerst1 door uit te sluiten1 wat de warmte-oorzaak niet is bijv4 de warmte is niet uitsluitend aardsch1 7zon7 niet uitsluitend hemelsch1 7maan7 etc44 ,om nu te komen tot den vorm der warmte1 mag men op grond van gevallen1 waarin de warmte zeer duidelijk optreedt1 een voorloopige hypothese opstellen4 ,dit is als een eerste wijnlezing4 ,proeven kunnen die hypothese bevestigen3 men kan nagaan of overal waar de vermoede oorzaak optreedt1 warmte ontstaat4 ,met het opstellen en verifieeren dezer hypothese is ,bacon niet tevreden4 ,hij wil alle gevallen uitsluiten1 waarin de gezochte vorm niet gevonden wordt4 ,omdat dit aantal echter oneindig groot zou zijn1 wijst hij bijzonder geschikte aan1 niet minder dan #bg4 ,vermelding verdient in 't bijzonder dat van den handwijzer 7crucis74 ,als men tusschen twee oorzaken als grond van een verschijnsel heeft te kiezen1 dan kan men een proef bedenken1 waarbij de eene oorzaak niet voorkomt1 en dan nagaan1 of 't verschijnsel al of niet intreedt4 ,van het nut van 't experimentum crucis is ook de huidige wetenschap ten zeerste overtuigd1 en dikwijls beklaagt men zich over de onmogelijkheid1 om het te nemen4 7,stel bijv4 dat iemand genezen is na aanwending van een bepaald geneesmiddel4 ,het experimentum crucis1 waardoor men zou kunnen uitmaken1 of dat geneesmiddel werkelijk de oorzaak der beterschap was1 zou hierin bestaan den patint weer ziek te laten zijn en te blijven zonder dat middel1 wat natuurlijk onmogelijk is4 ,de landbouwkunde maakt bijv4 veel van het experimentum crucis gebruik1 waar zij op gelijke gronden in gelijke tijden dezelfde gewassen verbouwt1 met en zonder een bemesting74 ,bacon's methode komt neer op een aftrekking4 ,trek van alle omstandigheden1 waaronder een verschijnsel optreedt1 die af1 waaronder het ook niet optreedt1 en in de overgehoudene moet de oorzaak zijn4 ,bacon zelf achtte deze methode dan ook zoo eenvoudig1 dat hij ze verre stelde boven de ingeving van het genie4--,zooals een ongeoefende met een passer veel beter cirkels trekt1 dan een geoefende uit de vrije hand1 zoo zou ook met zijn methode een middelmatig mensch verder komen dan een genie volgens de oude4 ,bacon's methode is in beginsel juist4 ,het bezwaar ligt in de toepassing en ,bacon heeft dit zelf ook wel gevoeld3 onze kennis is zoo beperkt1 dat wij onmogelijk een overzicht kunnen krijgen van alle gevallen4 ,daarom blijft in veel sterkere mate dan ,bacon zich dit voorstelde--de ontdekking van den grond of oorzaak van een verschijnsel altijd een daad van het genie4 ,kon de methode dus niet dat presteeren wat ,bacon er van verwachtte1 legt hij te veel nadruk op de inductie en vergeet hij te veel de deductie1 7waarschijnlijk ook door gebrek aan wiskundige kennis71 in zijn werken zijn zeer veel behartigenswaardige wenken voor de methode gegeven en zijn invloed is groot geweest3 hij heeft de waarde van eigen onderzoek1 van ervaring1 helder in 't licht gesteld4 ,zijn ideen oefenden ook veel invloed uit op de paedagogische denkers van dien tijd en met name heeft ,johan ,amos ,comenius 7#aeib-afga71 de auteur der ,groote ,onderwijsleer in eenige zijner werken 7,de ,wereld in beelden4 ,de geopende poort der talen7 den grond gelegd voor de aanschouwing in 't onderwijs en is daardoor de ,bacon der opvoedkunde geworden4 ,godsdienst4 ,in godsdienstzaken houdt ,bacon zich aan de kerkleer4 ,hij wil een scherp onderscheid tusschen theologie en filosofie1 die elk hun kennisbron hebben3 de eerste de openbaring1 de tweede de zinnelijke waarneming4 ,in de filosofie wil ,bacon van geen teleologie weten1 wel in de theologie4 ,hoe ongerijmder een geloofswaarheid aan ons verstand schijnt1 hoe meer wij ,god eeren1 door haar te gelooven4 ,eigenaardig is ,bacon's standpunt ten opzichte van het athesme4 ,dit is zeker verwerpelijk4 ,want de mensch moet1 opdat hij niet door 't lichaamsleven tot de dieren dale1 in betrekking komen tot een hooger wezen1 waardoor zijn natuur veredeld wordt4 ,maar--het is beter geen meening omtrent ,god te bezitten1 dan een verkeerde4 ,het athesme is ongeloof1 het bijgeloof een beleediging4 ,dit laatste is dikwijls zeer onzedelijk en kan voor het gezonde leven van den staat gevaarlijk worden4 ,door de scherpe scheiding tusschen geloof en wetenschap hield de ,engelsche wijsbegeerte zich over 't geheel vrijwel buiten geloofskwesties4 ,er waren niet al te veel aanrakingspunten tusschen de empiristische wijsbegeerte en de theologie4 ,en alle vijf groote empirische denkers3 ,bacon1 ,hobbes1 ,locke1 ,berkeley1 ,hume wilden het geloof zijn plaats laten en hielden zich voor 't dagelijksch leven min of meer aan de kerkleer4 ,geheel anders ging het de groep denkers1 onderling zeer verscheiden1 die men in tegenstelling met de ,engelsche empiristen1 rationalisten pleegt te noemen4 ,hun rij begint met ,descartes en zet zich over de verschillende ,cartesianen 7,geulinx' ,malebranche71 ,spinoza1 ,leibniz en ,wolff voort4 ,in ,kant zullen dan beide stroomen zich vereenigen4 ,niet de ervaring1 de empirie is voor deze groep denkers allereerst de kenbron der werkelijkheid1 het middel om tot kennis te geraken1 maar de rede1 de ratio4 ,zij gaan uit van eenige grondstellingen en leidden daaruit hun systeem af4 ,maar deze reeksen denkers loopen niet zuiver evenwijdig3 er zijn allerlei toenaderingen en afbuigingen4 ,ook zijn ze niet scherp gescheiden1 maar er bestaan tal van verbindingen4 ,,hoofdstuk ,,xi4 #dj4 ,descartes4 ,inleiding4 ,descartes staat aan den ingang der ,nieuwere ,wijsbegeerte als de eerste groote stelselbouwer4 ,nadat de renaissance voorbij was1 trachtte men tot rust te komen4 ,er openbaarde zich een streven1 afsluitende stelsels te vinden1 gebouwd op beginselen1 die zelf zeker en onomstootbaar waren4 ,de vragen naar goed en kwaad traden op den achtergrond1 ook de kennistheorie stond niet op den voorgrond4 ,dat waren de problemen der #ah;e eeuw4 ,de #ag;e hield zich bezig met de vraag naar de verhouding tusschen ,god en wereld en wijdde haar aandacht aan verhouding tusschen geest en lichaam4 ,zij stond voor het probleem1 of mensch en wereld als veelheden of als eenheden op te vatten waren4 ,in de staatkundige ontwikkeling dier dagen1 het ontstaan der absolute monarchie1 't streven naar een centraal gezag1 vinden we van het filosofische streven een merkwaardige parallel4 ,frankrijks groote denker ,descartes geeft de lijnen aan1 waarlangs dit denken zich meer dan een eeuw zal bewegen4 ,leven4 ,hij werd in #aeif #ca ,maart te la ,haye in ,touraine geboren uit een adellijk geslacht4 ,als kind was hij lichamelijk zwak en zeer weetgierig4 ,in het beroemde ,jezuetencollege la ,flche genoot hij zijn opleiding4 7,de ,jezueten hebben zeer besliste verdiensten voor 't onderwijs gehad2 vooral in den tijd van ,descartes waren er uitstekende dingen in hun onderricht74 ,zijn leermeesters bleef hij steeds met dankbaarheid gedenken4 ,toch scheen het hem toe1 dat hij niet veel opgedaan had1 dat hij buiten de wiskunde weinig zekers had geleerd4 ,na zijn studietijd ging hij naar ,parijs1 leefde daar 't wereldsche leven mee1 kreeg er genoeg van1 sloot zich toen jaren op1 werd ontdekt1 geraakte weer in den maalstroom en ging daarna1 om de wereld te leeren kennen1 in krijgsdienst4 ,eerst in 't kamp te ,breda onder ,maurits4 ,hier maakte hij kennis met eenige ,hollandsche wiskunstenaars4 ,daarna naar ,duitschland4 ,hier laten zijn gedachten hem niet met rust4 ,in het winterkwartier aan den ,donau #aj ,nov4 #afai ging hem plotseling het licht op1 hij zag de grondslagen eener nieuwe methode helder voor zich4 ,zooals ,bacon sprak van zijn nieuw organon en zijn methode boven alle andere achtte1 zoo meende ook ,descartes1 dat hij zeer weinig aan zijn voorgangers te danken had1 en alles zelf nieuw vond4 ,deze plotselinge verheldering bracht hem in een overspannen toestand2 aan de ,maagd ,maria beloofde hij een pelgrimstocht naar ,loretti1 opdat zij hem hielp bij zijn denken4 ,later1 toen er zich een geschikte gelegenheid aanbood1 heeft hij die gelofte gehouden4 ,na het soldatenleven weer op reis2 in ,frankrijk terug4 ,in #afbi vestigde hij zich voorgoed in ,holland4 ,hier heeft hij in verschillende plaatsen geleefd1 o4a4 te ,franeker1 ,a'dam1 ,endegeest4 ,zijn zinspreuk was3 ,wel leeft1 die verborgen leeft4 ,in ,holland kon hij ook wegens het kille klimaat beter denken en de meerdere vrijheid1 die hier heerschte1 was voor hem ook niet te verwerpen1 al zou hij later ook op droevige wijze kennis maken met de onverdraagzaamheid der ,hollandsche protestantsche theologen4 ,zijn leven was hier niet eenzaam4 ,uit zijn brieven blijkt1 dat hij1 in het drukke bedrijvige leven van ,a'dam behagen schepte en zijn zinnen die vreugde liet geworden1 die de filosoof hun niet behoefde te weigeren4 ,een liefdesbetrekking tot een ,a'damsch meisje1 een verhouding waaruit een dochtertje geboren werd1 dat op vierjarigen leeftijd tot ,descartes' groote smart overleed1 schijnt daartoe ook behoord te hebben4 ,in ,holland was ,descartes evenmin verstoken van omgang met andere geleerden4 ,een vriend uit ,parijs1 pater ,mersenne1 een oprecht ,katholiek1 zachtmoedig1 welwillend1 belangstellend1 bracht hem in verbinding met mannen als ,gassendi en ,hobbes4 ,in ,holland vond ,descartes rust4 ,hij maakte zich gereed een werk over de wereld uit te geven1 waarin hij aantoonen wilde1 dat de wereld zich naar mechanische wetten had ontwikkeld1 toen hij hoorde1 dat ,galile veroordeeld was evenals de leer van ,copernicus4 ,oprecht geloovig1 vredebegeerig1 wenschte hij tot geen prijs in strijd te komen met de leer der ,katholieke kerk en zag hij van de uitgave af4 ,zijn afkeer van boeken schrijven mag daartoe medegewerkt hebben4 ,toch gaf hij wel uit4 ,op aandrang van zijn vrienden verscheen in #afcg een bundeltje ,essays te ,leiden4 7,het bevatte vier verhandelingen3 een over de methode1 twee over natuurkundige onderwerpen1 n over de meetkunde1 dat den grondslag legde voor een nieuwen tak der geometrie3 de analytische meetkunde47 ,het ,discours de la methode bevat in een zeer zuiver ,fransch geschreven1 7,descartes behoort tot de klassieken der ,fransche letterkunde zooals ,bacon tot die der ,engelsche7 de geschiedenis zijner ideen1 de grondtrekken eener nieuwe kennistheorie en metafysica4 ,ook voor dezen tijd nog is het boekje zeer leerzaam4 ,nu volgden in #afdj de ,meditaties1 in #afdd de ,beginselen der ,filosofie beide in 't ,latijn4 ,de ,meditaties1 door bemiddeling van ,mersenne aan een aantal geleerden gezonden1 kwamen uit met de bedenkingen van dezen 7o4 a4 ,gassendi en ,hobbes7 en de tegenwerpingen van ,cartesius4 ,in 't ,fransch verscheen dan in #afde een werk over ,gemoedsbewegingen1 ontstaan door briefwisseling met ,elizabeth van de ,palz1 dochter van den ongelukkigen winterkoning4 #fc ,gedeeltelijk in de hoop dat hij iets voor deze vriendin zou kunnen doen1 gedeeltelijk om bevrijd te zijn van de twisten met de ,hollandsche theologen1 gaf ,descartes gehoor aan de roepstem van de kunst- en letterlievende koningin ,christine van ,zweden en reisde in #afdi naar ,stockholm4 ,het hofleven1 eertijds niet geheel zonder bekoring voor hem1 beviel hem niet meer2 het gure klimaat verdroeg hij niet3 den #aa;den ,februari #afej overleed hij4 ,leer4 ,metafysica4 ,het uitgangspunt van ,descartes' leer is de twijfel1 niet1 aan de mogelijkheid van kennis1 maar aan de zekerheid der tot nu toe verkregene4 ,waar vinden wij het vaste kenmerk der waarheid8 ,hoeveel overgeleverde en ingebeelde meeningen bezitten wij niet6 ,droomen houden wij voor waar1 zoolang wij droomen3 eerst als wij ontwaken1 bemerken we1 dat we gedroomd hebben4 ,wie waarborgt ons1 dat het geheele leven niet een droom is1 waaruit we nimmer ontwaken8 ,kan een booze geest ons niet misleiden1 en ons allerlei voorspiegelen8 ,hoe nu aan een vast standpunt te komen1 van waar uit we verder zullen gaan8 ,dit wordt gevonden in de zelfbewustheid4 ,waaraan hij ook twijfelen kan1 niet aan het feit1 dat hij twijfelt1 dat hij bewustzijn heeft4 ,zoo komt ,descartes tot zijn eerste stelling3 ,cogito1 ergo sum4 ,ik heb bewustzijn1 dus ben ik4 #fd ,hiermee heeft ,descartes den grondslag gelegd voor zijn stelsel4 ,maar hij moet verder2 hij moet tot het bestaan der buitenwereld1 tot de mogelijkheid om haar te kennen1 komen4 ,anders bleef hij staan bij wat wij thans solipsisme noemen4 ,zijn tweede stap is dat hij komt tot het bestaan ,gods4 ,hij voert hier eenige bewijzen voor aan4 ,wij hebben een voorstelling van ,god als volmaakt1 goed1 alwijs1 almachtig4 ,deze voorstelling kan niet anders dan van ,god zelf komen3 het gevolg kan niet meer zijn dan de oorzaak4 ,maar ook in het begrip van ,god moet als kenmerk zijn bestaan voorkomen4 ,dit is het z4g4 ontologische bewijs van ,anselmus 7pag4 #aij71 dat ,descartes in andere woorden geeft4 ,ten slotte voert hij ook het reeds van ,aristoteles afstammende kosmologische bewijs aan4 ,wij moeten tot een eerste oorzaak der wereld1 van den kosmos komen4 ,een belangrijk kenmerk van ,god is zijn waarachtigheid4 ,hij kan ons niet misleiden4 ,en als wij dus heldere en bepaalde voorstellingen hebben1 dan mogen wij aannemen1 dat ze waar zijn4 ,dwalen wij1 dan geschiedt dit1 omdat wij ons niet houden aan wat helder en bepaald is1 en wij er een oordeel over uitspreken1 dat1 door de vrijheid van onzen wil1 ook fout kan zijn4 ,zoo is de derde trap bestegen1 en de twijfel geveld3 ,alles1 wat zich klaar en bepaald aan mij voordoet1 mag ik aannemen als waar4 ,tot drierlei substantie komt de denker nu4 ,de eene1 oneindige substantie3 ,god4 ,de geest1 als bewustzijn hebbende substantie1 7res cogitans71 de lichamen als uitgebreide substantie 7res extensa74 ,de wezenlijke kenmerken eener substantie zijn hare attributen3 bewustheid is het kenmerk der eene1 uitbreiding die der andere4 ,de andere kenmerken1 die wij aan de dingen opmerken1 zijn geen kenmerken tot hun wezen behoorend1 geen attributen3 't zijn slechts modi4 ,ligging en grootte van een lichaam bijv4 zijn modi4 ,om die te hebben1 moet 't lichaam eerst uitgebreid zijn4 ,voelen1 willen1 fantaseeren zijn modi van den geest3 deze kan dat niet1 als hij niet als wezenskenmerk bewustzijn heeft4 'n ,scherpe scheiding brengt ,descartes dus tusschen geest en lichaam1 het psychische en physische4 ,daardoor heeft hij verruimend en bevrijdend gewerkt4 ,maar tevens deed hij een groot1 nieuw probleem geboren worden4 ,geest en lichaam zijn niet zonder inwerking op elkaar4 ,hoe moet die wederzijdsche inwerking verklaard worden8 ,zeker waren in ,descartes' tijd nog niet zulk een groote menigte feiten omtrent die inwerking bekend1 als thans1 maar ze was toch duidelijk genoeg4 ,een gedachte komt op3 de mensch wil zijn lichaam bewegen3 hij doet het4 ,een steen treft hem3 hij gevoelt de pijn4 ,met veel scherpzinnigheid heeft ,descartes zich aan een oplossing gezet1 maar een volkomen bevredigende verklaring heeft hij niet kunnen geven4 ,zijn school is steeds bezig geweest om een redelijke verklaring te vinden4 ,allereerst tracht ,descartes het terrein der inwerking zoo klein mogelijk te maken4 ,dieren ontzegt hij alle bewustzijnsleven3 zij zijn volkomen onbewusten4 ,schopt men een hond en geeft hij een schreeuw1 dan gaat dit volkomen mechanisch3 het bewustzijn komt er niet bij te pas1 evenmin als bij een over de straat voortgeschopten1 geraasmakenden ketel4 ,voor de meeste verschijnselen bij den mensch houdt ,descartes dan ook vast aan een mechanische verklaring4 ,daardoor kreeg zijn methode1 al moest men later veel van zijn inzichten laten varen1 groote beteekenis voor de genees- en natuurkunde4 ,bij zijn verklaring maakt ,descartes gebruik van de ontdekking van den omloop van 't bloed1 door ,harvey in #afbf4 ,in het hart1 oorzaak van den bloedsomloop1 zetelt hitte4 ,uit het bloed ontwikkelen zich zeer fijne deeltjes1 de levensgeesten #fe4 ,zij stijgen op en komen in de hersenholten4 ,in het midden der hersenen bevindt zich de pijnappelklier4 ,hier komen de levensgeesten4 ,van daar weer gaat het naar de zenuwen1 en door deze kunnen ze invloed op de spieren uitoefenen1 waardoor dan bewegingen van armen1 beenen1 enz4 ontstaan4 ,maar de mensch heeft toch ook een ziel1 hem door ,god ingeschapen4 ,deze nu werkt speciaal op de pijnappelklier in en daardoor op de levensgeesten4 ,descartes heeft nu wel de inwerking tot een heel klein gebied teruggebracht1 maar het feit der inwerking is er niets meer door verklaard4 ,hij heeft de pijnappelklier genomen1 omdat deze in het midden der hersenen gelegen was1 en nig was2 was er een gepaard hersendeel genomen1 dan zouden wij dubbel zien1 dubbel hooren1 enz4 ,later onderzoek heeft aangetoond1 dat de pijnappelklier een zeer weinig beteekenend hersendeel is1 en dat het voor onze psychische verrichtingen zoo goed als geen beteekenis heeft4 ,ethiek4 ,over de ethiek heeft ,descartes zich slechts weinig uitgelaten4 ,wat hij daarover geleerd heeft1 sluit aan bij zijn theorie van de gemoedsbewegingen4 ,hij stelt zes oorspronkelijke begeerten3 bewondering1 liefde en haat1 begeerte1 vreugde1 droefheid1 later door ,spinoza tot drie teruggebracht 7bl4 #bgd74 ,de hartstochten nu moeten beheerscht worden door den wil4 ,dit kan niet onmiddellijk1 maar moet middellijk geschieden4 ,ik kan bijv4 de vrees niet verdrijven1 maar wel de lichaamsbewegingen verhinderen1 waartoe de vrees mij brengen zou3 het vluchten4 ,niet door een nieuw affect te laten opkomen moet ik een bestaand bestrijden3 dat zou beteekenen uit de eene slavernij overgaan in de andere4 ,maar door helder inzicht in de waarde der dingen en door rustig overleg beheersch ik de affecten4 ,zelfbeheersching door helderheid van inzicht4 ,ziedaar het kernpunt der ,cartesiaansche ethiek2 ze herinnert aan het ideaal der ,stoa4 ,de consequentie acht ,descartes noodig3 het eenmaal beslotene moet doorgezet worden4 ,reeds in de verhandeling over de methode stelde hij1 teneinde niet zonder levensrichting te zijn1 terwijl hij over alles theoretiseerde1 deze regels op en voegde daar bij3 ,zich houden aan den godsdienst en de zeden van het vaderland4 ,wij zagen reeds vroeger 7pag4 #aej7 hoe twijfel dikwerf tot conservatisme voert4 ,de metafysica was voor ,descartes slechts een voorportaal tot het gebouw der genees- en natuurkunde1 dat hij wenschte op te richten4 ,langer dan zijn gebouw--hoe merkwaardig ook--is zijn voorportaal blijven bestaan4 ,moge ook ,descartes den grondslag gelegd hebben voor een zeer belangrijke tak der wiskunde1 moge hij zeer veel bijgedragen hebben tot de natuurwetenschappen1 zijn beteekenis ligt allermeest op wijsgeerig gebied4 ,de ,cartesianen1 tot wier behandeling wij nu overgaan1 zijn geen groep natuurvorschers4 't ,zijn metafysici1 die zich hoofdzakelijk bezig houden met de vraag naar het verband tusschen onze geestelijke en lichamelijke verrichtingen1 naar de verhouding tusschen ,god en ,wereld4 #da4 ,de ,cartesianen4 ,de leer van den grooten ,franschen denker vond in zijn geboorteland zoowel als in 't land1 waar hij 't meest gewerkt had1 veel verbreiding4 ,veel werkte daartoe mee4 ,de mechanische natuurbeschouwing1 die al het gebeuren tot beweging terugvoerde1 was naar den geest des tijds en nergens schier zoo scherp uitgesproken4 ,de bewijzen voor 't ,godsbestaan schonken 't geloof steun2 de twijfel1 de zorgvuldige methode van onderzoek1 voegden het denken4 ,daarbij de schitterende stijl1 die zijn werken toegankelijk maakten en aantrekkelijk4 ,geloovige ,fransche ,katholieken1 ,jansenisten1 ,nederlandsche ,protestanten hingen 't ,cartesianisme aan4 ,maar het vond ook bestrijding4 ,aan den twijfel en de menschelijke rede gaf het te veel ruimte4 ,het leerde de aswenteling der aarde1 de oneindigheid der wereld4 ,zoo verzetten de ,jezueten er zich tegen4 ,de ,katholieke kerk plaatste ,descartes' werken op den index4 ,aan ,hollandsche universiteiten werden hoogleeraren1 die ,cartesiaan waren1 geweerd4 ,niet ieder1 die in de geschiedenis der wijsbegeerte ,cartesiaan heet1 denkt in alles gelijk met den meester4 ,op menig punt onderging zijn leer wijziging4 ,een substantie zoo had de meester gezegd1 was1 wat op zich zelf kon bestaan4 ,hij had er drie aangenomen3 ,god1 geest1 lichaam4 ,kon dat8 ,hadden geest en lichaam een zelfstandig bestaan tegenover ,god8 ,en--als het substanties waren1 hoe konden ze dan op elkaar in werken8 ,men kon hier drierlei weg inslaan4 ,de substantie geest kon geloochend worden1 7zie ,hobbes #bgb7 de substantie lichaam2 7zie ,leibniz #bhb1 ,berkeley #cad7 de wisselwerking kon ontkend worden4 ,dit laatste deden de occasionalisten4 ,het occasionalisme vindt zijn volle ontwikkeling in de werken van ,geulinx1 die in andere ,cartesianen al zijn voorloopers had4 ,,geulinx4 ,arnold ,geulinx1 uit katholieke ouders in #afbc te ,antwerpen geboren1 werd professor te ,leuven4 ,vandaar ging hij naar ,leiden1 ging daar over tot het protestantisme en werd hoogleeraar4 ,in #affi stierf hij4 ,zijn voornaamste werken zijn z'n ,ethica 7volledige uitgave in #afge7 en zijn na zijn dood verschenen ,metafysica 7#afie47 ,geulinx gaat ook uit van de gewisheid van ons bewustzijn4 ,maar hij stelt er naast3 dat1 waarvan ik niet weet1 hoe 't geschiedt1 doe ik ook niet4 ,hoe wil ik nu weten1 dat de lichamelijke beweging wordt veroorzaakt door een geestelijke verrichting en omgekeerd8 ,het kind in de wieg1 dat na zijn schreien door de moeder gewiegd wordt1 kan met 't zelfde recht meenen dat hij1 met zijn schreien1 de wieg in beweging brengt4 ,men kon zich wel evengoed verbeelden de ,ilias geschreven te hebben4 ,neen3 ik doe het niet1 ,gd doet het4 ,krijg ik een gedachte1 wil ik een der ledematen bewegen dan veroorzaakt ,god bij occasio1 bij gelegenheid van mijn gedachte de lichamelijke beweging4 ,omgekeerd4 ,bij gelegenheid1 dat een prikkel mijn oog treft1 verwekt ,god een gewaarwording of voorstelling4 ,dit is de leer van het occasionalisme4 ,geulinx vat die leer nu zoo op1 dat ,god zulke wetten heeft gegeven voor de beweging der stof dat deze overeenkomt met den vrijen wil van den mensch4 ,zoo kunnen twee klokken tegelijk slaan1 niet omdat zij op elkaar inwerken1 maar omdat zij van te voren z door een uurwerkmaker vervaardigd zijn1 dat zij precies denzelfden gang hebben4 ,naast dit beroemde voorbeeld geeft hij een ander4 ,voor geld kan ik mij spijzen en kleeding verschaffen1 niet door de natuurlijke kracht van het geld1 maar doordat dit1 door menschelijke instelling waarde vertegenwoordigt4 ,eveneens nu veroorzaakt een stoffelijke beweging geen gewaarwording door eigen kracht1 maar door goddelijke instelling en goddelijk besluit4 ,in verband met deze metafysische opvatting staat ,geulinx' ethica4 ,niet het streven naar geluk is voor hem grondslag der zedeleer1 maar het zich buigen voor ,gods wil1 het doen van zijn plicht4 ,naast de stelling der metafysica wat gij niet weet1 dat doet gij niet1 staat die der ethiek1 waar gij niets doet1 zijt ge niets waard1 zult ge niets willen4 ,op niets heb ik dus recht dan op het doen van mijn plicht4 ,misschien echter wordt daardoor mijn geluk nog wel het meest bevorderd4 ,voor de fiere individualiteit der renaissance1 is de zachte deemoed gekomen4 ,in de politiek had de #ag;de eeuw zich leeren buigen voor de absolute monarchie1 #ff een parallel vinden wij in de ethiek4 ,naast ,geulinx mag onder de ,hollandsche ,cartesianen genoemd worden ,balthasar ,bekker1 die door zijn werk3 ,de betooverde wereld1 zeer krachtig bijdroeg tot de bestrijding van het geloof aan heksen1 spoken1 enz4 ,bekker was in ,metslawier geboren1 was op verschillende plaatsen predikant1 werd in #afgi te ,a'dam beroepen1 gaf zijn boek van #afia-'id uit1 geraakte in strijd met de kerk4 ,in #afib van zijn ambt ontzet1 stierf hij in #afih4 #fg ,,malebranche4 ,naast ,geulinx wordt1 als de grootste der ,cartesianen ,nicole ,malebranche genoemd4 ,hij werd in #afch uit een hooge ,fransche beambtenfamilie geboren1 kwam in #affj in het ,oratorium4 #fh ,zijn zwak gestel deed hem de rust der studiecel lief krijgen4 ,doordat hij toevallig met een werk van ,descartes in aanraking kwam en er ten zeerste door geboeid werd1 wijdde hij zich verder aan de studie der wijsbegeerte1 die hij ten nauwste met de religie trachtte te verbinden4 ,evenals ,geulinx was hij veel meer mystiek gezind dan de rationalistische leermeester4 ,tot op hoogen leeftijd bleef ,malebranche frisch van geest4 ,hoe zeer het occasionalisme in het ,cartesianisme opgesloten lag1 blijkt misschien wel uit het feit1 dat ,malebranche er toe kwam1 zonder ,geulinx of diens voorgangers te kennen4 ,de belangrijkste werken van ,malebranche zijn3 ,onderzoek naar de waarheid1 en ,gesprekken over de metafysica4 ,malebranche wil beginnen met na te gaan wat de oorzaken zijn van dwaling en hoe wij ons verstand kunnen louteren4 ,dwaling spruit allereerst hieruit voort1 dat de mensch het getuigenis der zinnen voor waarheid aanneemt4 ,zij leeren ons wel1 hoe wij ons1 met 't oog op de praktijk moeten gedragen1 en als zoodanig zijn 't vertrouwbare raadgevers4 ,maar bedriegelijke getuigen zijn het1 als ze ons over de waarheid moeten inlichten4 ,niet1 hoe de dingen op zichzelf zijn1 leeren zij ons2 kleur1 warmte1 koude1 zijn eenvoudig indrukken die wij van de dingen krijgen1 maar ons niets zeggen1 omtrent het wezen der dingen zelf4 ,verder ontstaat de dwaling uit onze hartstochten4 ,door deze komen wij tot een eenzijdige opvatting der dingen4 ,welke is dan de weg1 om tot ware kennis te geraken8 ,alleen hierdoor kunnen wij iets weten1 dat wij de dingen in ,god zien4 ,van de dingen zelf krijgen wij alleen kennis door middel van de ideen1 die van hen in ons bewustzijn aanwezig zijn4 ,zlf kunnen wij die ideen niet voortgebracht hebben4 ,de dingen evenmin4 ,dan zouden zij de oorzaak der ideen moeten zijn1 en geen ding kan eerste oorzaak zijn3 dat is iets goddelijks4 ,wat wij menschen oorzaak noemen1 is slechts de gelegenheidsoorzaak4 ,treft een bewegende bol een tweede1 waardoor ook deze in beweging geraakt1 dan is zij daarom nog niet de oorzaak van de beweging dier tweede4 ,noodzakelijke samenhang tusschen die twee verschijnselen bestaat niet1 al zien wij ze herhaaldelijk optreden4 ,de oorzaak der beweging is ,god4 ,deze is eveneens de oorzaak van het verloop der geestelijke processen4 ,het verband tusschen stoffelijke en geestelijke verschijnselen is dus absoluut geen causaal verband4 ,het berust op ,gods wil4 ,en zooals de religie slechts n ,god kent1 zoo kent de echte wijsbegeerte niet meer dan n oorzaak4 ,ieder mensch staat met ,god in onmiddellijke verbinding4 ,deze is de plaats aller geesten4 ,in ,god zijn de voorstellingen der geschapen dingen voorhanden en door middel van onze verbinding met ,god zien wij de voorstellingen en daardoor de dingen4 ,dat zijn leer tot die van ,spinoza zou kunnen voeren1 of er mee gelijk zou zijn1 heeft hij zeer uitdrukkelijk bestreden1 en hij heeft veel moeite gedaan om de verschilpunten aan te wijzen tusschen zijn leer en dien van den ellendigen ,spinoza zooals hij hem noemt4 ,hij wijst daarbij op 't volgende3 ,spinoza3 ,god is in het al1 hij3 ,het al is in ,god4 ,spinoza loochent de schepping1 hij neemt een aan4 ,voor ,spinoza is er n geheel1 denken en uitbreiding zijn attributen van een zelfde zijnde1 hij onderscheidt de geschapen wereld der dingen scherp van de wereld in ,god1 van de intelligibele wereld4 ,evenals bij ,geulinx loopt ook bij ,malebranche de ethiek evenwijdig aan de metafysica4 ,zooals al ons denken op onze verbinding met ,god berust1 zoo gaat al ons streven naar ,god3 in de vereeniging met ,hem ligt het ware geluk4 ,hij heeft de behoefte aan geluk in ons nedergelegd4 ,zooals wij op 't gebied der kennis de gelegenheidsoorzaken verkeerdelijk voor de ware houden1 zoo nemen wij ook niet zelden een goed van geringer en voorbijgaande waarde voor 't ware en hoogste goed4 ,,hoofdstuk ,,xii4 #db4 ,spinoza4 ,leven en ,persoonlijkheid4 ,misschien heeft geen land zoo dankbaar te zijn voor de aan ,joden verleende gastvrijheid als ,nederland4 ,dezen hebben onzen handel en welvaart aanmerkelijk uitgebreid1 op het gebied der dicht-1 tooneel- en schilderkunst hebben zij uitgeblonken1 zij hebben ,nederland zijn grooten wijsgeer geschonken3 ,baruch de ,spinoza4 ,den #bdsten ,november #afcb werd hij uit ,portugeesche ouders in ,amsterdam geboren4 ,zijn eerste onderricht ontving hij van ,joodsche geleerden en naast het ,oude ,testament leerde hij de ,talmud kennen1 terwijl hij met de middel-eeuwsche filosofie van ,maimonides en andere ,joodsche denkers 7zie bladz4 #ahc7 min of meer vertrouwd raakte4 ,daarna ontving hij onderricht van een arts1 v4 d4 ,ende1 die als een vrijgeest bekend stond en van wien hij misschien nog iets meer dan ,latijn geleerd heeft4 ,spinoza kreeg in allen gevalle vrije opvattingen1 en nadat pogingen om hem voor de synagoge te behouden1 waren mislukt1 werd hij in #afef uit de gemeenschap der ,isralieten gestooten4 ,hij moest zich--ook de protestantsche geestelijkheid was hem weinig genegen--een tijdlang verbergen op een buiten bij ,amsterdam4 ,later ging hij in ,rijnsburg wonen1 waar hij1 zooals later gebleken is1 niet een te eenzaam leven had1 maar met vele geleerden omging4 ,van ,rijnsburg1 waar sedert #bd ,maart #ahii het ,spinozahuis geopend is 7min of meer als een ,spinozamuseum ingericht71 ging hij naar ,voorburg1 en van hier naar ,den ,haag4 ,ook in deze stad telde hij vrienden1 o4 a4 de ,de ,witten4 ,spinoza leidde een stil1 ingetogen1 bescheiden leven1 alleen zijn ware geluk vindend in het zoeken der waarheid4 ,aan die persoonlijke behoefte naar helder en klaar inzicht1 ontsproot zijn wijsgeerig streven4 ,met het slijpen van brilleglazen voorzag hij in zijn onderhoud4 ,in geldzaken toonde hij zich onbaatzuchtig4 ,tegenover andersdenkenden verdroeg hij zich verdraagzaam en welwillend4 ,hij was voorzichtig in het uitspreken van zijn meening en toonde zeer weinig propagandistischen aanleg4 ,in #afgj gaf hij zijn ,politiek-,godsdienstig tractaat uit1 waarin hij het opnam voor godsdienstvrijheid1 het vrije wetenschappelijke onderzoek voorstond1 dit min of meer toepaste op het ,oude ,testament en waarin hij ook het wonderengeloof bestreed4 ,dit werk gold den ,nederlanders van dien tijd als een kort begrip van de onzaligste goddeloosheid en de ondervinding met deze uitgave opgedaan1 mag er ,spinoza wel mee toe geleid hebben om een professoraat1 hem in #afgc te ,heidelberg aangeboden1 af te slaan1 omdat hij vreesde niet voldoende leervrijheid--al was hem die beloofd1--te zullen hebben4 ,ondertusschen werkte hij voortdurend aan zijn ethica1 dat reeds voor het verschijnen aan sommige vrienden in handschrift bekend was1 hoewel ,spinoza zeer voorzichtig was met het ter lezing geven of laten geven4 ,den #basten ,februari #afgg stierf hij1 als hij geleefd had3 kalm en welgemoed4 ,zijn levensbeschrijver1 de hem zeer vijandig gezinde1 maar waarheidslievende predikant ,colerus1 loochent de dwaze geruchten1 die omtrent zijn dood in omloop waren1 al kon de man zich niet begrijpen1 hoe een vrijgeest zoo eerlijk leven en zoo kalm sterven kon4 ,de hospita van ,spinoza zond na diens dood den lessenaar met papieren naar ,amsterdam1 waar onder de hoede van ,spinoza's vrienden zijn ,nagelaten ,werken in ,november het licht zagen4 ,het voornaamste deel is de ,ethica1 ,spinoza's hoofdwerk4 ,karakteristiek van het werk4 ,in ,spinoza's systeem loopen al de draden van het denken der #ag;e eeuw samen4 ,bij hem het innige1 het mystieke naderende1 religieuse gevoelsleven1 bij hem het vertrouwen op de macht der rede1 om tot zekere onbetwijfelbare kennis te komen1 bij hem de belangstelling voor de analyseering van het menschelijk gemoedsleven1 de fijne psychologische blik2 bij hem evenmin onverschilligheid voor zedekunde en staatsleer1 bij hem ook op het gebied der natuur een streng mechanische beschouwing1 wars van alle verklaringen uit doelmatigheid4 ,zijn leer wordt in de ethica gegeven in den drogen zakelijken vorm van een meetkundig betoog4 ,bepalingen en grondwaarheden gaan vooraf4 ,stellingen en ,bewijzen volgen1 soms voorzien van enkele aanteekeningen en toevoegselen4 ,de ethica staat voor ons als een zuiver afgeslepen kristal3 we zouden iets begeeren te weten van het kristallisatieproces4 ,niet te verwonderen is het dan ook1 dat uitvoerige onderzoekingen zijn ingesteld omtrent de verhouding van ,spinoza tot andere wijsgeeren en omtrent zijn ontwikkelingsgang4 ,men neemt wel algemeen aan1 dat hij de ,joodsche middeleeuwsche wijsbegeerte heeft gekend en dat--misschien mag het ook een uiting geweest zijn van zijn semietzijn--hij daar leerde kennen het streven1 om aan alles n groot beginsel ten grondslag te leggen4 ,in hoeverre hij ,giordano ,bruno gekend heeft en hoe ver zich diens invloed heeft uitgestrekt is niet volkomen zeker te zeggen1 al pleiten sommige overeenstemmingen tusschen zijn eerste geschriften en die van ,bruno voor ,spinoza's bekendheid met dezen4 ,zeer zeker heeft hij sterk den machtigen invloed van ,descartes ondergaan en voor een jongen vriend1 dien hij nog niet in zijn eigen leer wilde inwijden1 stelde hij in #affj een overzicht van de leer van den grooten ,franschman samen4 ,een volbloed ,cartesiaan is hij niet geweest4 ,hij heeft de consequenties van wat ,descartes had gezegd1 met groote koenheid getrokken4 ,spinoza is niet zooals ,descartes en ,leibniz1 een vindingrijke1 impulsieve1 maar een stelselmatige denker2 zijn sterkte is niet de geniale inval1 maar het volhardende doordenken1 niet de plotseling opkomende gedachte1 maar de streng gesloten kring van denkbeelden4 ,welken invloed hij dus ook van anderen ondergaan heeft1 hij heeft het verwerkt als zijn eigen2 het overgenomene werd materiaal voor het gebouw1 dat voor zijn denkbeelden opgetrokken werd en welks oorspronkelijkheid er niet minder op werd1 dat er steenen1 van elders aangehaald1 voor gebruikt werden4 ,leer4 ,descartes had eene scherpe scheiding gemaakt tusschen ,god en wereld1 lichaam en ziel4 ,hij had de inwerking dier beiden laatsten op elkaar als feit erkend4 ,hij had ze echter niet kunnen verklaren4 ,zijn navolgers en leerlingen zijn met het probleem bezig geweest en de occasionalisten hebben het vraagstuk opgelost1 door de inwerking te ontkennen en het samengaan van lichaam- en geestesverschijnselen terug te brengen tot ,gods wil4 ,ziel en lichaam4 ,voor de metafysica ligt ,spinoza's groote beteekenis in de wijze waarop hij dit vraagstuk oploste4 ,men kan deze leer de leer van het onbekende derde noemen4 ,stel1 zoo zouden wij deze leer op meer moderne wijze kunnen voordragen1 dat er een voorwerp met twee wijzerplaten is4 ,de eene wijzerplaat wordt door den wijzer in #bd uur doorloopen1 de andere eveneens4 ,de beide wijzers staan dan steeds gelijk4 ,met den stand van den eersten komt steeds een bepaalde stand van den laatsten overeen4 ,wij zien dat ding met de twee wijzerplaten herhaaldelijk en merken telkens de met elkaar correspondeerende wijzerstanden op4 ,we kunnen nu op het denkbeeld komen1 dat al deze standen veroorzaakt worden door n uurwerk1 dat er binnen in zit4 ,over den aard van het onbekende derde zouden we eenige vermoedens kunnen opstellen1 gebouwd op de waarneming der wijzers4 ,in de werkelijkheid zijn ons een reeks stoffelijke en geestelijke verschijnselen gegeven1 die gestaag met elkaar correspondeeren2 aan een bepaald geestelijk proces beantwoordt een stoffelijk4 ,voor ,descartes waren het werkingen van twee1 onafhankelijk van elkaar bestaande zelfstandigheden1 voor ,spinoza waren het de verschillende werkingen1 de openbaringsvorm van n substantie4 ,zooals het eene uurwerk zich in de beide verschillende wijzerstanden openbaart1 zoo openbaart die eene substantie zich aan ons op twee wijzen1 in stoffelijk en geestelijk gebeuren1 in uitbreiding en denking4 ,blijven we nog even bij onze vergelijking4 ,we zouden ons kunnen denken1 dat het uurwerk nog tal van wijzers in beweging bracht1 aan onze waarneming onttrokken4 ,zoo neemt ,spinoza aan1 dat die eene substantie nog vele openbaringsvormen heeft1 ja1 een oneindig aantal1 die onze waarneming ontgaan4 ,god en wereld4 ,van oudsher is het bij de wijsgeeren gebruik geweest1 om de hoogste werkelijkheid1 de laatste grond voor het zijnde1 ,god te noemen en zoo noemt ,spinoza de substantie ,god4 7,god of substantie74 ,hij gaat verder4 ,god is het geheel der dingen1 al wat bestaat1 de ,natuur4 ,en zoo komt hij tot ,god of de ,natuur4 ,cartesius had bijna den stap gedaan3 ,god of substantie1 maar toch ook aan lichaam en ziel een eigen bestaan toegekend en ze substantie genoemd4 ,bruno was er dicht bij geweest1 ,god en natuur te vereenzelvigen4 ,spinoza stelt3 ,substantie of ,god of ,natuur4 ,verder gebruikt hij de terminologie van ,descartes4 ,denken en uitbreiding zijn de ons geopenbaarde ,attributen der ,godheid4 ,naast de attributen staan de modi4 ,het zijn de wijzigingen in het bestaande1 de bestaanswijzen4 ,willen b4v4 is een modus van het denken1 grootte een van de uitbreiding4 ,onder modus versta ik wijzigingen in een zelfstandig bestaan of wel datgene1 wat in iets anders is en daardoor dan ook moet begrepen worden4 ,zooals de enkele figuren1 de driehoek1 de kubus1 etc4 in de ruimte zijn1 zoo zijn de modi in het attribuut4 ,de wereld is dus niet een schepping van ,god1 maar een modificatie van zijn eigen wezen4 ,en zooals wij1 wanneer we de ruimte kennen1 daaruit de meetkundige eigenschappen kunnen afleiden1 zoo ligt in de ,godheid de kennis van alle verschijnselen4 ,deze kennis is er dus logisch uit af te leiden4 ,de ,godheid is dus niet oorzaak in onzen modernen zin3 een werking1 die aan eene andere voorafgaat1 en deze laatste teweegbrengt4 ,bij ,spinoza evenals bij ,descartes moeten wij onder oorzaak grond verstaan4 ,beschouwen wij de verschijnselen sub specie aeternitatis1 onder het gezichtspunt der eeuwigheid1 dan valt het tijdsverschil weg3 de werking is niets anders dan de logische gevolgtrekking1 uit de oorzaak getrokken1 zooals uit het begrip driehoek b4v4 voortvloeit1 dat de som der hoeken #ahj is4 ,psychologie4 ,voor de psychologie heeft ,spinoza zich verdienstelijk gemaakt door eene fijne beschouwing en behandeling der verschillende gevoelens4 ,het behoort tot het voortreffelijkste1 wat hij en wat de zielkunde gepresteerd heeft4 ,op drie punten geeft hij gewichtige beschouwingen1 die ook in de huidige zielkunde beteekenis hebben4 ,allereerst leidt hij de gevoelens af uit onze zucht tot zelfbehoud3 ,elk ding tracht zooveel als in zijn vermogen is1 in zijn bestaan te volharden4 ,dit stemt overeen1 met de biologische beteekenis1 die wij thans het gevoel toekennen3 leed ontstaat1 wanneer onze levensverrichtingen belemmerd worden1 lust in het tegenovergestelde geval4 ,vervolgens stemt1 met wat wij de contrastwerking der gevoelens noemen1 zijn beschouwing overeen1 dat de overgang van een ongunstigen toestand in een gunstigen toestand met lust1 van een gunstigen in een ongunstigen met leed is verbonden4 ,opmerkelijk is ook1 dat ,spinoza de aandoeningen tot een drietal terugbrengt3 begeerte1 lust en leed en de verschillende soorten aandoeningen nu laat ontstaan1 door dat streven1 blijdschap en droefheid zich met verschillende voorstellingen verbinden4 ,behalve deze drie ken ik geen hoofdaandoeningen en in hetgeen hier volgt1 zal ik aantoonen1 dat alle overige voortvloeien uit deze drie4 ,naast deze uitspraak van ,spinoza is het treffend b4v4 ,jodl #fi te hooren zeggen3 ,wat zich buiten dit 7lust en leed7 in het bewustzijn als verscheidenheid van gevoel aankondigt1 behoort niet tot het gevoelsverschijnsel als zoodanig1 maar is bepaald door de verscheidenheid der--elementen1--waarmee de gevoelens in het bewustzijn optreden4 ,spinoza leidt nu de verschillende gevoelens op b4v4 de volgende wijze af3 ,droefheid1 gepaard met de voorstelling van ons onvermogen1 wordt deemoed geheeten1 terwijl de blijdschap1 die uit de beschouwing van ons zelf ontstaat zelfgenoegzaamheid of tevredenheid met zichzelf wordt genoemd4 ,van groote beteekenis is nog het uitgangspunt van ,spinoza bij de behandeling der aandoeningen3 hij staat er niet als een zedemeester1 goed- of afkeurend tegenover1 maar wetenschappelijk1 objectief3 hij wil ze beschrijven en onderzoeken4 ,ik zal de daden der menschen en hunne begeerten geheel en al beschouwen1 alsof er sprake was van lijnen1 vlakken of lichamen4 ,zoo heeft ,spinoza wezenlijk meegeholpen om een zakelijke studie der menschelijke gevoelens en neigingen mogelijk te maken1 wat voor sommige practische wetenschappen 7rechtsgeleerdheid1 paedagogiek7 onontbeerlijk is4 ,spinoza is beslist determinist4 ,hij ontkent niet het gevoel van vrijheid1 dat men heeft4 ,een voortgeworpen steen1 die bewustzijn bezat1 zou1 hoewel zijn loop precies bepaald is1 ook meenen1 vrijwillig1 naar eigen wil te gaan1 in de richting1 waarin hij gedreven wordt4 ,maar dit subjectieve vrijheidsgevoel is geen bewijs tegen het determinisme4 ,ethica4 ,aan de ethiek heeft ,spinoza groote waarde toegekend en voor zeer velen heeft het ,spinozisme juist als levensleer zijn groote aantrekkelijkheid4 ,grondslag der ethiek is de zucht tot zelfbehoud4 ,elk ding tracht1 zooveel in zijn vermogen is1 in zijn bestaan te volharden4 ,het streven van ieder ding1 om zich in zijn bestaan te handhaven1 is niet anders dan het werkelijk wezen van zulk een ding4 ,bij deze stellingen sluiten zich aan deze uitspraken3 ,niemand kan wenschen gelukkig te zijn1 goed te handelen en wel te leven1 of hij moet tegelijkertijd wenschen te zijn1 te handelen en te leven1 d4 i4 inderdaad te bestaan4 ,er is geen deugd denkbaar1 die hieraan voorafgaat 7namelijk aan het streven om zijn bestaan te handhaven74 ,dit grondbeginsel leidt ,spinoza echter tot een meer verheven zedeleer1 dan zich op het eerste gezicht zou laten verwachten4 ,hij stelt wil en verstand gelijk4 ,er bestaat in onze ziel geen wilsuiting1 in bevestigenden of ontkennenden zin1 behalve die1 welke in de voorstelling als zoodanig ligt opgesloten1 zoo luidt stelling #di 7tweede deel ethica7 en als gevolg dier stelling wordt gezegd3 ,wil en verstand zijn een en dezelfde zaak4 ,als dan wil en verstand een zijn1 dan is waarlijk deugdzaam handelen ook niets anders dan volgens de voorschriften der rede te handelen1 te leven1 zijn bestaan te handhaven4 ,maar om naar de rede te leven1 moeten wij kennis hebben van de voorstellingen1 wij moeten ons laten leiden door volkomen begrepen beweegredenen4 ,dit is het eenige doel1 dat zich de rede stelt1 de dingen te begrijpen en wat daartoe niet dienstig is1 wordt niet van belang geacht4 ,en goed is dus alleen iets1 wat ons verstand verheldert1 kwaad wat ons verhinderen kan de dingen te begrijpen4 ,voor ,spinoza vloeit dus deugd en inzicht samen1 zijn zedeleer is intellectualistisch4 ,maar hij weet deze intellectualistische ethiek in verbinding te brengen met zijn innig1 diep religieus gemoedsleven4 ,volledig is onze kennis1 als wij de objecten onzer voorstellingen in samenhang met het geheel zien4 ,het hoogste goed der ziel is de kennis van ,god en de hoogste deugd der ziel is ,god te leeren kennen4 ,met die hoogste kennis moet ook de hoogste vreugd gepaard gaan4 ,wij verheugen ons in wat wij klaar en helder begrijpen onder het gezichtspunt der eeuwigheid4 ,hoe meer wij in die kennis vorderen1 hoe gelukkiger wij ons achten4 ,als oorzaak dier kennis beschouwen wij ,god1 want de ziel1 die zich zelve en het lichaam in het licht der eeuwigheid spant1 weet dat zij in ,god is en uit ,god verklaard kan worden4 ,wij hebben dus blijdschap 7de vreugde over de kennis7 en daarmee verbonden de gedachte aan een oorzaak4 ,liefde is blijdschap1 gepaard met de gedachte aan een ding buiten ons4 ,zoo ontstaat als hoogste de geestelijke liefde tot ,god 7amor intellectualis dei74 ,dit is het hoogste1 waarnaar de mensch moet streven1 deze liefde moet ons meer dan iets anders vervullen1 zij schenkt ons de grootste zielerust4 ,wel doen en blij zijn is de taak van den door de ,rede geleiden mensch en over niets denkt hij minder1 voor niets is hij minder bevreesd dan voor den dood4 ,deze geestelijke liefde tot ,god is de zaligheid4 ,deze is dus niet het loon der deugd1 de deugd zelve is ze4 ,zoo heeft dus ,spinoza1 uitgaande van het beginsel1 dat de zucht tot zelfbehoud grondslag der zedeleer is1 op den bodem eener intellectualistische moraal een verheven zedeleer gevestigd4 ,staatsleer4 ,in zijn staatsleer1 waarin hij op menig punt aansluit bij ,hobbes1 hoewel hij veel meer dan deze voor de democratie gevoelt1 gaat ,spinoza ook uit van een naturalistischen grondslag4 ,de mensch1 niet door de rede geleid1 speelbal van zijn hartstochten1 wil zichzelve handhaven1 wil zijn eigen belangen1 die dikwijls tegenstrijdig zijn aan die van een ander1 behartigen4 ,hoe is het nu mogelijk1 dat de menschen onderling elkaar met rust kunnen laten8 ,dit kan doordat elke hartstocht bedwongen kan worden door een anderen hartstocht1 sterker dan die1 welke bedwongen moet worden1 en omdat ieder zich onthoudt een ander mensch kwaad te doen1 indien hij vreest1 zichzelf nog grooter nadeel te berokkenen4 ,op dezen grondslag zal dus eene maatschappij gevestigd kunnen worden1 indien zij slechts het recht1 dat ieder heeft om zich te wreken en te oordeelen over goed en kwaad1 zichzelve voorbehoudt en daardoor de macht verkrijgt een algemeene zedeleer voor te schrijven1 wetten te maken1 en die wetten niet door de rede1 maar door strafbedreigingen te handhaven4 ,zulk een gemeenschap nu1 gegrond op wetten en op de macht1 om zich te handhaven1 wordt ,staat genoemd1 en zij1 die door dit ,staatsgezag beschermd worden1 ,staatsburgers4 ,dat ,spinoza volkomen godsdienstvrijheid wil1 werd reeds opgemerkt4 ,aan het staatsleven kende hij groote beteekenis toe4 ,de waarlijk vrije mensch zal niets voor zichzelf begeeren1 wat hij anderen ook niet toewenscht4 ,de door de ,rede geleide mensch werkt dus tot heil van den ,staat4 ,hij zal ook liever in gemeenschap leven dan eenzaam4 ,invloed4 ,een enkel woord over de waardeering van ,spinoza4 ,tijdens zijn leven waren er trouwe jongeren en ook na zijn dood oefende in ons land zijn leer veel invloed uit4 ,herhaaldelijk vonden orthodoxe predikanten gelegenheid anderen te verketteren wegens ,spinozistische beginselen4 ,door den tijdgenoot werd ,spinoza echter over 't geheel niet begrepen4 ,wij zagen reeds hoe ,malebranche hem den ellendigen ,spinoza noemde en ook andere denkers wilden graag vooral doen uitkomen1 dat hun leer verschilde van dien van ,spinoza1 den ,athest4 ,in het laatst der #ah;de eeuw begonnen verschillende dichters in ,duitschland hun aandacht aan ,spinoza te schenken4 ,goethe gewaagt met zeer groote waardeering van hem en op ,goethe's opvattingen heeft de studie van ,spinoza's ethica grooten invloed gehad1 en menige wijsgeerige gedachte in de werken van den grooten dichter wijst terug op den stillen denker4 ,in de #ai;de eeuw steeg ,spinoza in de waardeering der wijsgeeren4 ,uitnemende onderzoekingen werden aan zijn leer1 zijn geschriften gewijd4 ,land1 in leven hoogleeraar in de wijsbegeerte te ,leiden en de letterkundige ,van ,vloten1 bezorgden een ,latijnsche uitgave van al zijn werken4 ,voor de populariseering zijner denkbeelden is krachtig werkzaam ,dr4 ,w4 ,meyer1 zoowel door zijn vertalingen van ,spinoza's werken #gj als door zijn lezingen over den wijsgeer in verschillende steden4 ,dr4 ,d4 ,bierens de ,haan gaf een levensleer naar ,spinoza4 ,over ,spinoza en zijn kring schreef ,dr4 ,meinsma4 ,de ,duitsche ,spinoza-kenner is de pas overleden hoogleeraar ,freudenthal4 ,onder onze jongere kunstenaars vindt de ,spinozistische leer veel belangstelling4 ,van ,eeden en ,gorter zijn hier o4 a4 te noemen4 ,de laatste gaf in zijn ,school der ,pozie een reeks van verzen1 meerendeels sonnetten3 ,spinoza's leer4 ,de stichting van het ,spinozahuis werd reeds gemeld4 ,bij de opening sprak prof4 ,bolland de feestrede uit4 ,sedert #ahhj heeft ,den ,haag op de ,paviljoensgracht een standbeeld voor den wijze1 de lectuur van wiens werken een bad moest zijn1 waarin elk beginnend beoefenaar der wijsbegeerte gedoopt moest worden4 ,,hoofdstuk ,,xiii4 #dc4 ,hobbes4 ,leven4 ,toen de ,spaansche ,armada ,engeland in #aehh bedreigde1 kreeg de vrouw van den predikant te ,malmesbury onverwacht een zoon4 ,thomas ,hobbes zag1 zegt hij zelf1 zoo tegelijkertijd met de vrees1 het levenslicht4 ,hij studeerde te ,oxford1 waar hij nog onderricht ontving in scholastieke wetenschap4 ,in ,oxford was toen het nominalisme heerschend en ,hobbes bleef dan ook een aanhanger dezer leer4 ,voor 't overige vond hij weinig bevrediging in de in ,oxford opgedane wetenschap4 ,hij kwam nu als opvoeder in de familie ,cavendish4 ,met drie geslachten dezer familie heeft hij in betrekking gestaan en aan haar dankte hij later ook een zorgenvrij bestaan1 dat hem veroorloofde rustig te studeeren4 ,zijn eerste bemoeiingen golden de geschiedenis4 ,hij vertaalde ,thucidydes in 't ,engelsch 7vergel4 bladz4 #ec71 met het doel zijn landgenooten1 die toen reeds in strijd waren met hun eigenmachtigen koning ,karel ,i1 te toonen1 welk een jammer en ellende de teugellooze democratie over ,athene had gebracht4 ,door vele reizen naar ,itali en ,frankrijk verruimde ,hobbes zijn gezichtskring4 ,hij kwam in aanraking met verschillende hem tot nog toe verborgen gebleven problemen4 ,op zijn #dbste jaar zag hij de meetkunde van ,euclides2 dit was voor hem een openbaring3 in de meetkunde zag hij het model aller wetenschappen1 wegens de zekerheid harer uitkomsten4 ,hij vormt dus een merkwaardig contrast met ,bacon1 die de wiskunde te gering schatte4 ,hoewel hij als secretaris dezen gediend heeft1 is ,bacon's invloed op zijne denkbeelden veel geringer geweest1 dan men vroeger meende te moeten aannemen4 ,in ,frankrijk kwam ,hobbes met verschillende denkers in aanraking4 ,ook hier bewees pater ,mersenne 7zie bladz4 #bdc7 zijne diensten4 ,nadat ik ,mersenne met mijn ideen vertrouwd had gemaakt1 werd ik tot de wijsgeeren gerekend4 ,hobbes heeft zijne aanmerkingen gemaakt op ,descartes' ,meditationes 7zie bladz4 #bdd7 en ook met ,gassendi omgegaan4 ,ook tijdens de burgeroorlogen leefde ,hobbes in ,frankrijk en hij keerde eerst weer naar ,engeland terug1 toen daar ordelijke toestanden onder ,cromwell heerschten en hij door zijn werk de ,leviathan met de ,stuarts 7hij onderwees den lateren koning ,karel ,,ii in wiskunde7 in onmin was geraakt4 ,na de restauratie 7het herstel der ,stuarts op hun troon7 in #affa1 verzoende hij zich met dezen4 ,tot het einde van zijn leven werkzaam1 stierf hij hoogbejaard in #afgi4 ,werken4 ,zooals ,bacon zich voorstelde een groot werk uit te geven1 zoo wilde ook ,hobbes een geheel wetenschappelijk systeem geven in drien3 over de lichamen1 over den mensch1 over den burger4 ,het laatste gedeelte1 een staatsleer bevattend1 verscheen het eerst in #afgb4 ,naast dit werk staat dan zijn politiek in de ,leviathan 7#afea74 ,hij noemt dit werk zoo naar het geweldige dier in ,job1 waarvan het heet in ,job #da 3 #bd 7,leidsche vertaling73 ,zijns gelijke is er niet in het stof1 gemaakt als hij is1 om nooit te versagen1 en met dit geweldige wezen wordt de absolute staatsmacht vergeleken4 ,daarnaast staat nog1 nevens andere werken een merkwaardig geschrift over de ,zielsvrijheid 7#afef74 ,leer4 ,metafysica4 ,de filosofie is voor ,hobbes de wetenschap1 die uit de oorzaken1 de werkingen tracht af te leiden1 en uit de werkingen tot de oorzaken wil besluiten4 ,door deze bepaling sluit ,hobbes de theologie1 de leer van den eeuwigen ,god uit4 ,deze kennis der eerste oorzaken moet men den theologen overlaten1 zooals in ,isral de eerstelingen van den oogst geofferd werden4 ,over geloofswaarheden moet men niet nadenken1 men moet ze aannemen1 zooals men pillen ongekauwd naar binnen slikt4 ,alle verschijnselen hebben nu slechts n oorzaak3 beweging1 en er wordt niets anders bewogen dan lichamen4 ,alles wat is1 is lichaam1 alles wat geschiedt1 is beweging4 ,voor elke beweging is een oorzaak en die oorzaak moet weer liggen in de beweging van een ander lichaam4 ,alles geschiedt met noodwendigheid4 ,deze mechanische opvatting der natuur wil ,hobbes nu overdragen op de geesteswetenschappen4 ,zooals ,copernicus op het gebied der sterrekunde1 ,galile op dat der natuurkunde en ,harvey op dat physiologie met de scholastiek hadden gebroken 7vergel4 bladz4 #bbg1 #bbh1 #bdg71 zoo wilde hij dat doen op het terrein der geesteswetenschappen4 ,zoo komt hij tot een materialistische wereldbeschouwing4 ,onze geest is lichaam of een beweging in sommige deelen van ons lichaam1 zooals het elders heet4 ,al ons geestelijk gebeuren is dus eene verandering in de kleinste deeltjes van het gewaarwordende lichaam4 ,hoewel hij het niet openlijk zegt1 duidt hij het op verscheidene manieren aan1 dat ,god een lichaam is4 ,had men een recht vertrouwelijk gesprek tusschen ,gassendi en ,hobbes kunnen afluisteren1 dan had men misschien een woordenwisseling vernomen over de vraag of de alles levend makende warmte of de alomvattende aether als de ,godheid te beschouwen zou zijn4 7,lange74 ,kennistheorie4 ,conclusies trekken1 oordeelen1 is voor ,hobbes rekenen4 ,ons denken is een soort algebra3 optellen van elementen4 ,waarneming is beweging4 ,kleur1 warmte1 enz4 zijn geen qualiteiten der dingen1 maar de wijzen1 waarop wij de buitenwereld opvatten4 ,de nawerking dezer waarnemingsbeweging is herinnering4 ,herinneren is dus3 waarnemen1 dat men waargenomen heeft4 ,het middel om onze voorstellingen te behouden en mede te deelen is de taal4 ,deze is dus voor het denken van enorm gewicht4 ,wij brengen onder een woord tal bijzondere dingen samen4 ,hobbes is nominalist4 ,die woorden vervangen de werkelijke zaken1 zooals speelpenningen voor geld in de plaats kunnen treden4 ,in het oordeel telt men eenige penningen op of af1 in het concludeeren verbindt men eenige oordeelen1 de wetenschap is weer een samenstel van ware of bewezen oordeelen4 ,het geheele denkproces is dus een rekenproces4 ,zielkunde4 ,hobbes opent de rij der uitnemende onderzoekers op het gebied der zielkunde die de trots der ,engelsche filosofie zijn4 ,met zijn frissche grepen1 zijn kijk op de groote hoofdlijnen1 heeft hij belangrijke bijdragen voor de kennis van het zieleleven gegeven4 ,over sommige opvattingen spraken wij reeds bij de kennis-theorie hier boven4 ,wij wijzen er hier nog op1 dat ,hobbes groote beteekenis toekent aan de associatie door aanraking4 ,wanneer van een rij bewegingen in de hersenen1 7dus van een rij waarnemingen7 na eenigen tijd weer een herhaald wordt1 ontstaan de andere ook weer1 zooals op een gladde tafel het water den vinger naloopt4 7,de eerste woorden van een vers brengen ons het geheel in de gedachte74 ,maar ons gedachtenleven wordt verder georganiseerd door onze doelvoorstellingen4 ,wij zoeken iets te bereiken3 dit maakt sommige voorstellingen van meer waarde dan de andere4 ,gevoel en begeerte hebben dus evengoed invloed op het voorstellingsverloop als de associatie4 ,lust en leedgevoel ontstaan oogenblikkelijk door de al of niet bevrediging van onze zucht naar zelfbehoud4 ,samengestelde gevoelens ontstaan1 wanneer zich voorstellingen verbinden aan lust of leed4 ,zij zijn terug te brengen tot gevoelens van macht of onmacht4 ,stel ik mij voor1 dat ik iets verwerven kan waardoor dan ook 7eigen geestelijke of lichamelijke kracht1 vrienden1 beschermers1 de ,godheid7 dan geeft dit een aangenaam gevoel2 een onaangenaam ontstaat bij de bewustheid van mijn onmacht1 iets kwaads te vermijden1 of iets goeds te bereiken4 ,in den wedstrijd tusschen de menschen ontstaan de bijzondere gevoelens3 wie voorkomt is blij1 wie achterblijft droevig en eerst met den dood eindigt de wedloop4 ,hobbes is determinist4 ,hij ziet in de erkenning1 dat ook de psychische werkingen oorzakelijk bepaald zijn geen enkelen grond van vrees voor verzwakking van het verantwoordelijkheidsgevoel4 ,de straf behoudt haar waarde1 als afschrikkingsmiddel voor de toekomst4 ,de wetten1 die het booze verbieden1 zijn niet onrechtvaardig1 zij werken meer als motief4 ,de overlegging behoudt insgelijks haar beteekenis voor het handelen4 ,zij werkt als oorzaak mee4 ,staatsleer4 ,het meest treffende van ,hobbes' leer is zijn staatsleer4 ,deze boezemde in den overgangstijd in 't algemeen veel belang in4 ,wij zagen reeds1 dat ,macchiavelli1 ,campanella1 ,morus1 ,grotius en ,althusius zich ermee bezighielden 7bladz4 #bae74 ,bij de laatsten ontmoetten we de leer van het maatschappelijk verdrag4 ,deze zullen wij ook bij ,hobbes aantreffen1 maar zij voert hen tot gansch andere conclusies4 ,hij loochent het beginsel van ,aristoteles 7zie bladz4 #abd71 ook door ,grotius aangenomen1 dat de mensch van nature een gemeenschapsvormend wezen is1 zooals de bijen en de mieren bijv4 ,de oorspronkelijke toestand is veeleer een oorlog van allen tegen allen1 7bellum omnium contra omnes74 ,ieder tracht goederen te bezitten1 die een ander misschien ook begeert en op wie hij ze door macht of list moet veroveren4 ,maar naast deze zucht tot zelfbehoud heeft de mensch ook de rede1 die hem naar betere middelen doet zoeken dan den voortdurenden strijd4 ,dit betere middel is de vrede onder elkaar en de hulp elkaar tegen vreemden verleend1 door hen1 die onder zekere gelijke omstandigheden verkeeren4 ,maar dit brengt mee1 dat ieder voor zich afstand doet van zijn volle recht4 ,hieruit volgen dan een aantal maatschappelijke deugden1 samen te vatten in3 ,wat gij niet wilt1 dat u geschiedt1 doet dat ook aan een ander niet4 ,in de staat nu is een ,autoriteit noodig1 voor wie allen zich buigen4 ,deze autoriteit krijgt alle macht4 ,in hem concentreert zich als 't ware al 't recht1 dat de eenlingen ieder voor zich hebben4 ,de overdracht van dit recht is het maatschappelijk verdrag1 dat wel een stilzwijgend verdrag geweest kan zijn4 ,het staatsgezag dus heeft alle recht4 ,niet alleen1 dat het beslag mag leggen op eigendom en leven1 het mag1 neen het moet bepalen wat de normen van goed en kwaad zijn1 wat voor den waren ,godsdienst zal gelden1 wat bijgeloof is4 ,dit staatsgezag kan verschillend zijn3 een monarchie houdt ,hobbes voor den besten vorm2 een democratie is een aristocratie van redenaars4 ,bij ,hobbes treffen we dus een heteronome zedeleer4 ,de zedewet komt van iemand anders dan van den mensch zelf2 die andere is de staat4 ,enkele punten mogen genoemd worden1 die deze staatsleer wat begrijpelijker maken4 ,de #ag;de eeuw was de eeuw1 waarin het absolutisme opkwam en zijn duidelijkste uitdrukking vond in het3 ,ik ben de staat van ,lodewijk ,,xiv4 ,hobbes leefde in den kring van het absolutisme3 in adellijke omgeving4 ,na het trotsche overmoedige zelfgevoel der renaissance1 dat zich naar alle kanten moest uitleven1 was zooals we reeds bij ,geulinx zagen 7blz4 #bec7 een neiging tot concentratie1 beperking1 eenheid1 berusting gekomen4 ,en ook bij ,hobbes valt die op te merken4 ,zijn vreedzame natuur deed hem terugschrikken voor het losgebroken geweld der revolutie en het noodzakelijke inzien van een absoluut staatsgezag4 ,zijn streven om n gezag te erkennen in alle zaken is vooral een politiek tegen de kleine autoriteitjes4 ,wat gaf de bevrijding van het pausdom als zich de onbeteekende mannetjes1 de ,anglikaansche bisschoppen in zijn plaats stelden8 ,hobbes moet ongeveer de stemming gehad hebben1 die de ,genestet vertolkt in zijn leekedichtje1 als hij zegt3 ,zoo boud niet1 man6 ,al rilt ge van ,de heilige ,pantoffel1 ,pas jij maar op voor de oude kous ,van de een of andren kleinen ,paus ,daar zijn er velen--stoffel6 ,zijn strijd voor 't absolute staatsgezag is een strijd tegen de ,kerkelijke ,hirarchie4 ,men meene niet1 dat ,hobbes zich de drager van het opperste staatsgezag als een tyran dacht2 neen als een verlicht vorst1 die begrijpt1 dat hij er is tot heil der burgers4 ,het gezag van den vorst moet ook de heerschappij der eene klasse over de andere opheffen4 ,op de verlichting van het volk hoopt ,hobbes eveneens1 waarmee hij de dragers der ,aufklrung zelfs vooruit is4 ,langzamerhand leert het volk en wordt het knapper4 7,paulatim eruditur vulgus74 ,hobbes is een denker geweest van groote geestkracht1 die het verstaan heeft frissche omtrekken te geven en een bepaald beginsel uit te werken4 ,voor fijnere schakeeringen had hij minder oog4 ,in de geschiedenis van het materialisme bekleedt hij een belangrijke plaats4 ,met zijn theorie der kennis komt hij in de rij ,bacon1 ,hobbes1 ,locke1 ,berkeley1 ,hume1 die zoo gewichtig is geweest voor de ,engelsche wijsbegeerte en voor de ontwikkeling van heel het denken4 ,met zijn staatsleer heeft hij veel invloed op ,spinoza doen gelden 7zie blz4 #bfg74 ,zijn werken1 hoewel sommige tegenstrijdigheden bevattend of schijnend te bevatten zijn helder en klaar4 ,hobbes is een van die geacheveerde naturen1 wier denken zoo klaar voor ons ligt als hun leven4 7,heymans74 ,hij heeft geen navolgers gevonden1 die zijn geheele systeem volgden of verder verwerkten4 ,de drie groote dingen1 die hij van het wetenschappelijke leven van zijn tijd had aanvaard2 de mechanische natuurbeschouwing1 de wiskundige methode1 de erkenning1 dat de ervaring grondslag moet zijn voor onze kennis1 wist hij niet tot een levende eenheid te verbinden4 ,maar zijn werken zijn een vindplaats van vele oorspronkelijke1 rijke gedachten4 ,zijn eigen tijd scheen hij een athest1 een vrijgeest4 ,de leer van den man1 die gezegd had dat men de geloofswaarheden zonder nader onderzoek diende te aanvaarden1 gold als den godsdienst vijandig4 ,langen tijd was in ,engeland ,hobbist gelijkbeteekenend met godloochenaar en vrijgeest4 ,,hoofdstuk ,,xiv4 #dd4 ,leibniz4 ,leven en persoonlijkheid4 ,een der meest merkwaardige verschijningen in de geschiedenis der wijsbegeerte4 ,na ,aristoteles de grootste polyhistor1 baanbrekend niet alleen op het gebied der wijsbegeerte1 maar ook op dat der natuur- en wiskunde4 ,scherpzinnig denker en toch uiterst meegaand en verzoenend en van alle nieuwe gedachte die tot hem kwam1 eerder het goede en juiste waardeerend1 dan er critiek op uitoefenend4 ,man van de wereld1 hoffhig1 diplomaat1 niet ongevoelig voor uiterlijk eerbetoon en onderscheiding door titels en waardigheid4 ,altijd in 't practische leven1 met tal van plannen in zijn hoofd1 en voor de verwezenlijking er van werkzaam4 ,toch 7op jeugdigen leeftijd al7 bekend met de auteurs der oudheid en der middeleeuwen1 als schier niemand4 ,maar ook met het wetenschappelijk leven van zijn tijd goed op de hoogte en in correspondentie met tal van uitnemende geleerden4 ,en in zijn werken--meest tijdschriftartikelen1 kleinere werken1 brieven1 nog niet eens alle uitgegeven--een samenvoegen van ,grieksche1 ,middeleeuwsche1 ,renaissance gedachten tot een grootsch systeem1 een stoutmoedigen bouw van groote originaliteit1 met tal van verzoenende en bemiddelende elementen2 een stelsel1 dat zich laat samenvatten in de woorden ,,monadenleer en ,,voorbeschikte ,,harmonie1 begrippen die meer filosofie inhouden dan menig breed uitgesponnen systeem4 ,aanleg en levensomstandigheden werkten samen1 om dezen man te vormen4 ,gottfried ,wilhelm ,leibniz werd den #ba ,juli #afdf te ,leipzig geboren1 waar zijn vader hoogleeraar was4 ,deze stierf vroeg en de veel aan zichzelf overgelaten jongen snuffelde graag in vaders bibliotheek4 ,jong kwam hij reeds aan de universiteit1 studeerde in de rechten1 en trad na zijn promotie in dienst van den keurvorst van ,mainz4 ,eerst moest hij behulpzaam zijn bij het verbeteren van de wetgeving4 ,daarna werd hij met een zending naar ,parijs belast1 en leerde hier onzen beroemden landgenoot ,christiaan ,huygens kennen4 ,hierdoor ging hij zich met wiskundige studies bezig houden1 die hem later brachten tot de ontdekking van de differentiaalrekening4 ,in deze tijden houdt hij zich bezig met de leerstellingen van ,spinoza1 ,descartes1 ,hobbes4 ,door bemiddeling van ,tschirnhausen trachtte hij in aanraking met ,spinoza te komen1 die hem reeds had leeren kennen als een man van een vrijen geest en in elke wetenschap wel ervaren4 ,toch achtte ,spinoza den tijd nog niet gekomen1 om hem zijn ,ethica te laten lezen4 ,die tijd kwam1 toen ,leibniz na een vierjarig verblijf 7#afgb-afgf7 over ,engeland naar ons land reisde1 daar twee maanden bleef1 en in dien tijd ,spinoza herhaaldelijk bezocht1 vaker1 dan hij 't later in zijn geschriften wel heeft doen voorkomen4 ,uit onderzoekingen is gebleken1 dat ,spinoza een grooten invloed uitoefende en diens leer ,leibniz voor goed afbracht van het ,cartesiaansch dualisme4 ,spinozist was hij echter evenmin als vroeger beslist ,cartesiaan of ,hobbist4 ,in #afgf werd ,leibniz bibliothecaris van den hertog van ,hannover4 ,hij had het zeer druk3 hij had het te druk gehad om te trouwen4 ,allerlei werkzaamheden hielden hem bezig4 ,in de ,hannoveraansche bibliotheek is zijn correspondentie met meer dan duizend personen bewaard4 ,hij getuigt van zichzelf3 ,ik stel onderzoekingen in de ,archieven in1 haal oude papieren voor den dag en verzamel ongedrukte oorkonden4 ,in grooten getale ontvang en beantwoord ik brieven4 ,zoo veel nieuws heb ik echter in de wiskunde1 zoo veel filosofische gedachten1 zoo vele andere letterkundige waarnemingen1 dat ik dikwijls niet weet1 wat het eerst te doen4 ,daarbij was hij dan nog bezig met allerlei practische plannen3 de vereeniging der ,katholieke en ,protestantsche ,kerk1 die der ,luthersche en ,gereformeerde daarna4 ,door zijn bemoeiingen 7hij stond bij den koning van ,pruisen in hooge eere7 werd de ,academie van ,wetenschappen te ,berlijn in #agaj gesticht1 wier eerste voorzitter hij was4 ,niet te verwonderen is het1 dat ,leibniz niet de man van n boek was4 ,zijn meeningen zijn in verschillende geschriften neergelegd4 ,in de #ai;de eeuw zijn zeer goede uitgaven van zijn werken bezorgd 7o4 a4 door ,erdman74 ,toch zijn de historici het niet eens over alle onderdeelen van zijn systeem4 ,hiertoe mag medewerken1 dat ,leibniz zich soms meer populair1 soms meer wetenschappelijk uitdrukte1 soms in ,latijn soms in ,fransch schreef1 en ook niet geheel zijn leven dezelfde denkbeelden gehad heeft4 ,op sommige punten schijnt hij later wijzigingen aangebracht te hebben1 ook met het oog op de verzoening zijner wijsbegeerte met de kerkleer1 welke verzoening hij oprecht begeerde4 ,dit verhinderde niet1 dat in 't plat duitsch zijn naam tot ,leuve-niks 7geloof niets7 gemaakt werd en hij in 't laatst van zijn leven volk en geestelijkheid een ongeloovige scheen4 ,slechts weinig menschen volgden in #agaf de lijkbaar van den man1 die zijn levensspreuk3 zoo dikwijls een uur verloren gaat1 gaat een deel van het leven te niet1 steeds voor oogen had gehouden4 ,leibniz was een zachte1 opgeruimde1 weinig door emoties bewogen natuur1 welwillend1 ook tegenover dieren1 en wist met ieder1 van welke stand1 religie1 afkomst of overtuiging ook1 innemend om te gaan en zich voor hunne belangen te interesseeren4 ,den man1 die in de wetenschap zooveel waarde aan het kleine hechtte1 was niet spoedig iets te klein4 ,zoo is er ook bij hem1 als bij ,spinoza een groote overeenstemming tusschen persoonlijk leven en wetenschappelijke leer4 ,monadenleer4 ,descartes had naast ,god tw substanties aangenomen1 wier wezenskenmerken uitbreiding en bewustzijn waren4 ,voor ,spinoza waren die twee attributen de wijzen1 waarop zich de ,eene substantie 7,god of ,natuur of ,substantie7 zich aan ons vertoonde4 ,voor ,leibniz nu is het wezen der substantie niet uitgebreidheid1 maar kracht4 ,niet1 wat uit zichzelf bestaat is een zelfstandigheid1 maar wat uit zichzelf handelt4 ,leibniz brengt eveneens een wijziging in de atomistische theorie4 7vergel4 bladz4 #dc47 ,dat deze de lichamen opbouwt uit laatste1 niet verder deelbare elementen1 acht hij juist1 maar hij meent1 dat die eenheden geen stoffelijke lichaampjes moeten zijn1 maar onstoffelijke1 wijl een stoffelijk atoom toch steeds in 't oneindige deelbaar gedacht kan worden4 ,deze beide gezichtspunten verbindend1 komt ,leibniz tot de theorie1 dat de wereld bestaat uit onstoffelijke eenheden wier wezen kracht is4 ,deze eenheden noemt hij met een uitdrukking 7ontleend aan van ,helmont1 zie bladz4 #bjh7 monaden4 ,de monade is een geestelijke eenheid1 haar werkzaamheid is voorstellen4 ,dit voorstellen kan echter meer of minder duidelijk geschieden1 er zijn veel onbewuste voorstellingen4 #ga ,zoo is de geheele wereld een rij monaden4 ,het laagst staat de anorganische stof4 ,het zijn de naakte monaden1 hun voorstellingen komen niet tot het bewustzijn1 evenmin als dat bij den mensch in slaap of in een flauwte geschiedt4 ,hooger staan de planten3 hier werken de voorstellingen1 nog wel onbewust1 als vormende levenskracht4 ,vervolgens komen de dieren1 die reeds gewaarwordingen en geheugen kennen4 ,het zijn geen slapende maar droomende monaden4 ,de mensch heeft rede1 hij heeft het vermogen zich met zijn eigen bewustzijn bezig te houden4 ,de monade die dit kan1 is geen ziel meer maar geest4 ,in elken hoogeren toestand is de lagere opgesloten3 ook bij de monade1 die geest is1 blijven vele voorstellingen onderbewust4 ,alleen in de ,godheid zijn alle voorstellingen helder1 bepaald1 zij is de hoogste monade4 ,die verschillende groepen van monaden zijn niet scherp gescheiden3 de natuur kent geen sprongen1 geleidelijk gaat het eene in het andere over3 de schepping vormt een continum4 ,elk voorwerp zooals zich dat aan ons voordoet1 bestaat uit een verzameling monaden4 ,is de doode stof1 de anorganische eenvoudig een opeenhooping van monaden1 bij de organische lichamen is er een centraal-monade1 die hooger staat dan de andere4 ,bij den mensch is de ziel dit en de andere vormen het lichaam1 dat deze dient4 ,die andere moeten nu saamgehouden worden1 er moeten ook samengestelde zelfstandigheden zijn4 ,dit saamhouden geschiedt door den substantieelen band het vinculum substantiale4 ,de monade is dus een voorstellende eenheid4 ,wat stelt zij zich voor8 ,het geheele heelal4 ,elke monade stelt zich1 mr of minder duidelijk1 het al voor4 ,zij is beladen met het verleden1 zwanger van de toekomst4 ,zooals uit het begrip van een wiskundige figuur alle hare eigenschappen zijn af te leiden1 zoo is ook alles opgesloten in de voorstellingsinhoud der monade4 ,van uit dit standpunt vallen tijd en ruimte weg4 ,toch zijn geen twee monaden gelijk4 ,elke monade verschilt van de andere4 ,zooals men een stad van zeer verschillend standpunt kan zien1 zoo ziet elke monade ook het universum van een ander standpunt4 ,in iedere monade is dus1 in beginsel1 alle kennis aanwezig4 ,wel is er in ieder een streven1 om uit den eenen toestand in den anderen over te gaan1 maar dat overgaan in eenen anderen toestand1 het krijgen van andere bewuste voorstellingen komt uit het eigen wezen der monade voort3 ,,de ,,monade ,,heeft ,,geen ,,vensters4 ,van buiten kan zij geen invloed ondergaan4 ,de monade leeft zich uit1 en deze kan dus eigenlijk ook niet geboren worden noch sterven3 ,geboren worden is uitgroeiing1 sterven inwikkeling1 terug zinken tot een lager graad4 ,slechts de mensch behoudt na zijn dood het bewustzijn zijner zedelijke persoonlijkheid4 ,voorbeschikte harmonie4 ,de monaden werken dus niet op elkaar in4 ,toch leert ons de ervaring iets1 dat wij aan inwerking moeten toeschrijven4 ,deze verschijnselen nu verklaart ,leibniz door de grootsche hypothese der ,,voorbeschikte ,,overeenstemming 7harmonia praestabilita74 ,god heeft alle monaden z geschapen1 dat de veranderingen in de monaden met elkaar evenwijdig en volkomen in overeenstemming zijn4 ,dit nu kan toegepast worden op de verhouding van lichaam en ziel4 ,nemen we nu nog eens weer het ook door ,leibniz gegeven klokkenvoorbeeld4 ,stel1 dat wij twee gelijkgaande klokken zien4 ,dan kunnen we aannemen1 dat de eene inwerkt op de andere4 ,dit doet ,cartesius met zijn influxus physicus1 die een invloed van lichaam en ziel op elkaar aanneemt4 ,ook is het mogelijk dat een werkman telkens weer de twee klokken gelijk zet4 ,dit is de theorie der occasionalisten1 die aannemen dat de ,godheid telkens werkend optreedt #gb4 ,ten slotte kunnen we aannemen1 dat een hoogst bekwaam uurwerkmaker die klokken van 't begin af zoo nauwkeurig in elkaar gezet heeft1 dat ze voortaan precies gelijk loopen4 ,dit is de voorbeschikte harmonie van ,leibniz4 ,deze geeft slechts deze drie gevallen4 ,de oplossing van ,spinoza behandelt ,leibniz dus niet4 ,theodicee4 ,over ,leibniz' groote beteekenis voor de natuur- en wiskunde kunnen wij hier niet spreken4 ,hij heeft menige vruchtbare gedachte uitgesproken4 ,kortelijk moeten wij nog even melding maken van zijn theodicee1 gewoonlijk een van zijn zwakste werken gerekend4 ,pierre ,bayle 7#afdg-agjf71 de scherpzinnige schrijver eener historische critische dictionnaire1 mocht gaarne met alle scherpte aantoonen1 dat de geloofswaarheden tegen het verstand ingingen #gc4 ,zeer oprecht schijnt hij dan het geloof verder aangehangen te hebben2 te heerlijker verschijnt het1 naarmate het meer tegen de rede gaat6 ,zijn argumenten maakten intusschen diepen indruk op velen en de koningin van ,pruisen gevoelde zich diep geschokt1 toen zij ,bayle's opmerkingen over een werk van ,pascal gelezen had4 ,leibniz kwam er zoo toe1 om in #agaj te ,amsterdam een verhandeling uit te geven over de goedheid ,gods1 de vrijheid des menschen1 de oorsprong van het kwaad4 ,zoo zette ook hij zich neer1 om de oude vraag te beantwoorden3 ,indien ,god is1 vanwaar het kwaad1 een vraag1 die wij reeds bij ,bhme 7bladz4 #bbf7 ontmoetten en al eerder bij de ,grieken4 ,in hoofdzaak betoogt ,leibniz3 ,god zag oneindig vele werelden voor zich4 ,hij koos deze1 die bestaat1 als de beste4 7,vereeniging van ,thomismus en ,scotismus1 vergel4 bladz4 #aib74 ,onze wereld is de beste der mogelijke 7le meilleur des mondes possibles74 ,in deze wereld is er kwaad3 metafysisch1 physiek1 moreel4 ,het metafysisch kwaad is noodig1 zal de wereld bestaan3 een geschapen wezen kan nu eenmaal niet zonder beperktheid en onvolkomenheid bestaan4 ,uitsluitend goden kunnen er niet zijn4 ,wat het physieke kwaad betreft1 dit is niet zoo groot1 als het gewoonlijk wel lijkt4 ,wanneer men het goede met het kwade vergelijkt1 dan moet men niet vergeten1 dat zeer vele dingen1 die men gewoonlijk niet als een goed aanmerkt 7gezondheid bijv471 dit wel degelijk zijn en eerst bij gemis als zoodanig gevoeld worden4 ,het kwade kan verder meewerken tot het goede4 ,een dapper veldheer wint liever den slag1 al wordt hij gewond1 dan dat hij hem verliest1 terwijl hij niet gedeerd wordt4 ,tegenover de harmonie van het heelal is de hoeveelheid smart oneindig klein en het is onjuist den mensch als het doel der schepping te beschouwen en deze van daaruit te beoordeelen4 ,uit het zedelijk kwaad kan ook nog het goede voortkomen4 ,het kwade is noodzakelijk3 geen geschapen schepsel kan zedelijk volkomen zijn4 ,het booze is overigens negatie3 afwezigheid van goed4 ,in alle handelingen is kracht1 die van ,god komt1 dat is het werkelijk bestaande goede er in4 ,het verkeerde voegt de mensch er aan toe1 zooals twee gelijk groote1 ongelijk beladene vrachtschepen door de rivier voortbewogen1 aan de rivier dezelfde kracht danken1 maar ongelijk vorderen door ongelijke lading1 die in hen zelf ligt1 niet aan de rivier4 ,ten slotte moet men ook het zedelijke kwaad in samenhang met het geheel beschouwen3 het is een dissonant op zichzelf1 maar de wanklank versterft in de harmonie van het muziekstuk1 het booze verdwijnt in de oneindige harmonien van het ,al4 ,samenvatting4 ,tusschen ,bacon en ,leibniz ligt meer dan een eeuw4 ,vier groote stelsels zag die tijd4 ,het ,cartesianisme1 dat een dualistisch systeem was met ,het ,occasionalisme1 als een wijziging daarvan4 ,het ,spinozisme1 de leer van het onbekende derde4 ,het stelsel van ,leibniz3 alle bestaande is monade en de monade is geestelijk4 ,in ,engeland treffen we in ,hobbes den vertegenwoordiger van het materialisme3 voor ,hobbes is al het bestaande lichaam4 ,het is vooral het substantie probleem en in verband daarmee de verhouding van ,god en wereld1 ziel en lichaam1 dat de aandacht vraagt4 ,alle genoemde denkers zijn daarbij overtuigd van de mogelijkheid1 om tot een kennis der wereld te komen4 ,in de wiskunde zien zij het ideaal der wetenschappen en het streven der wetenschap moet1 volgens hen zijn1 kennis te geven1 even zeker als de wiskunde4 ,de wijsbegeerte dezer mannen leidt hen met uitzondering van ,spinoza1 niet tot een breuk met de kerk of de christelijke geloofsleer3 f ze meenen1 dat geloof en wijsbegeerte kunnen samengaan en vereenigbaar zijn 7,descartes1 ,leibniz7 of ze stellen het geloof naast de wijsbegeerte1 als een zonder nader onderzoek te aanvaarden ding 7,hobbes74 ,op psychologisch terrein zijn het meer de gemoedsaandoeningen die belangstelling wekken4 ,met ,locke begint een nieuwe tijd1 die der verlichting1 de aufklrung4 ,achtereenvolgens bespreken wij ,locke1 ,berkeley1 ,hume en de ,engelsche moraalfilosofen1 zien daarna deze beginselen in ,frankrijk verbreid1 om ten slotte nog een vluchtigen blik op ,duitschland te werpen4 ,,hoofdstuk ,,xv4 ,,de ,,aufkl,,rung4 #de4 ,inleidende opmerkingen4 ,we zagen reeds1 dat men in de geschiedenis der ,nieuwe ,wijsbegeerte1 twee elkaar evenwijdige maar wederzijdsche benvloedende richtingen onderscheidt3 de empirische1 die van de waarneming door feiten wil uitgaan en de rationalistische1 die door en van uit de rede tot kennis der wereld wil komen4 ,we kunnen deze rijen aldus opstellen4 ,bacon #afbj4 ,hobbes #afea4 ,descartes #afej4 --------------- ,spinoza #afgg4 ,locke #afij4 ,leibniz #afia1 #agaj4 ,berkeley #agaj4 ,wolff #aged4 ,hume #agdh4 ----------------------- ,de jaren1 geen sterfjaren1 zijn die van de verschijning van het hoofdwerk4 ,de empirische denkers zijn ,engelschen1 de rationalistische ,franschen1 ,hollanders1 ,duitschers daarna4 ,beide stroomen komen samen in ,kant1 die door ,humes werken uit den dogmatischen sluimer wakker gemaakt wordt4 ,in die tabel hebben we een streep getrokken4 ,want bij ,locke begint eigenlijk een nieuwe wijsbegeerte4 ,voor zijn tijd was men uitgegaan van het denkbeeld1 dat er een kennis der wereld mogelijk was4 ,had men getwijfeld1 dan was het geweest aan de zekerheid1 niet aan de mogelijkheid dier kennis4 ,had men het verstand onderzocht1 dan was het niet1 om te zien1 hoe vr men met zijn verstand kon komen en f onze verstandelijke organisatie ons in staat stelde1 om de problemen op te lossen1 maar om na te gaan1 hoe men 't spoedigst tot zekere kennis zou kunnen geraken4 ,locke nu is de eerste geweest1 die gemeend heeft1 te moeten onderzoeken of wij menschen in staat zijn1 alle vragen1 die zich opdoen1 op te lossen4 ,hij werd er in #afga toe gebracht door een gesprek met vrienden over geopenbaarde moraal en religie4 ,men kon toen niet verder4 ,het viel ,l4 in1 dat het gewenscht was1 eerst eens te onderzoeken of wij in staat waren1 die vragen op te lossen4 ,die werd de aanleiding tot zijn hoofdwerk1 dat1 na langdurigen arbeid1 in #afij verscheen4 ,ook in ander opzicht begint met ,locke een nieuwe tijd4 ,het absolutisme van de #ag;de eeuw had zich weerspiegeld in de groote stelsels 7,hobbes1 zie pag4 #bgd47 ,in de #ah;de eeuw zien we op staatkundig gebied een verzet komen tegen deze regeeringswijze4 ,als onze stadhouder ,willem ,,iii in #afhh ,jacobus ,,ii van den ,engelschen troon verdrijft1 is daarmee een knak aan 't absolutisme gegeven1 is de parlementaire regeeringsvorm in ,engeland verzekerd4 ,het democratisch besef ontwaakt4 ,niet alleen in zake de menschelijke kennis1 maar ook op het gebied van staat1 maatschappij1 godsdienst en moraal komt nieuw leven4 ,dit besef kwam het eerst levendig in ,engeland aan den dag en daar weer 't eerst in ,locke1 zij het dan1 dat hij zijn voorloopers had gehad4 ,zoo in godsdienstopvattingen in ,herbert v4 ,cherbury 7#aeha-afdh71 in staatkundige opvattingen in den grooten dichter ,milton 7#afah-afgd47 ,uit ,locke's leer werden consequenties getrokken1 wijzigingen werden er in aangebracht1 bestrijding knoopte er zich soms aan vast1 maar op allerlei gebied werkte zijn invloed4 ,in ,engeland bleef het op menig terrein bij de theorie4 ,de denkers schreven meer voor de ontwikkelden1 minder voor het volk4 ,de economische toestanden waren in ,engeland niet zoo heel slecht4 ,de staatkundige verhoudingen beter dan in menig land van ,europa3 er was een 7zij 't bespottelijk slecht gekozen7 volksvertegenwoordiging4 ,hoe doortastend en baanbrekend ook op 't gebied der wetenschap1 in practische zaken waren de ,engelschen meer conservatief gezind4 ,nog heden zijn in de ,engelsche rechtsspraak en wetgeving bijv4 gewoonten1 die voor een ,nederlander schier onbegrijpelijk zijn4 ,in het onderwijs is het niet anders4 ,hoe geheel anders moest het in ,frankrijk gaan4 ,een plattelandsbevolking1 arm door een onzinnig belastingsysteem1 dat al den druk lei op schouders1 die weinig konden dragen1 gebukt onder drukkende heerlijke rechten1 uitgemergeld door langdurige1 kostbare oorlogen4 ,een tamelijk of zeer rijke1 ontwikkelde burgerstand1 zonder eenig staatkundig recht4 ,een verkwistende1 zedelooze regeering1 die geen inzicht had in de belangen van het rijk4 ,verval van zedelijkheid in vele kringen4 ,daarnaast veel uiterlijk vertoon van vroomheid4 ,de ,fransche schrijvers minder veelzijdig1 minder bezadigd vooral1 maar scherper1 maar meer n gedachte tot in de laatste consequenties vervolgend4 ,schitterende stylisten1 populaire auteurs4 ,van geen ,locke of ,hume kunnen we licht ons een roman voorstellen en wat ,locke aan verzen gaf is gerijmel4 ,maar bij een ,voltaire en een ,rousseau vragen we3 zijn ze meer wijsgeeren of letterkundigen8 ,in ,engeland meer brandpunten van wetenschap4 ,locke hoort aan ,oxford en ,londen1 ,berkeley aan ,dublin1 ,hume aan ,edinburgh4 ,in ,frankrijk n brandpunt ,parijs en in de ,parijsche salons ontmoeten alle geesten elkaar4 ,levendig verkeer met opgewekte gedachtenwisseling1 dat meer tot slagvaardigheid dan tot ernstig nadenken spoorde4 ,het ,engelsche goud wordt in ,fransche zilveren en bronzen pasmunt onder de menigte gebracht4 ,het ,engelsche denken meer leidend en richting aangevend1 het ,fransche denken meer volgende1 meer uitsprekend1 wat er in den tijd leeft2 dien niet vooraan1 maar weerspiegelend4 ,zoo schijnen de ,fransche denkers der #ah;de eeuw als de geestelijke vaders der revolutie 7die trouwens niet uitsluitend1 zelfs niet in de eerste plaats aan hunne werken mag toegeschreven worden74 ,maar in die ,fransche ,aufklrung is een tijd van reactie4 ,rousseau1 die eenerzijds haar lijnen vervolgt1 is anderzijdsch een terugslag op haar streven4 ,deze afdeeling valt dus in drie hoofdstukken4 ,de ,engelsche en de ,fransche ,aufklrung4 ,dan overblikken we de zooveel minder beteekenende ,duitsche4 ,,hoofdstuk ,,xvi4 ,,de ,,engelsche ,,aufkl,,rung4 #df4 ,joh4 ,locke4 ,leven4 ,in #afcb1 zes jaren na ,bacon's dood in hetzelfde jaar als ,spinoza werd ,locke geboren4 ,zijn vader gaf hem een goede opvoeding 7in vele dingen later een voorbeeld voor zijn opvoedkundige beschouwingen74 ,eerst ging hij naar de ,westminsterschool1 waar hij te veel met spraakleer werd geplaagd4 ,daarna kwam hij op de universiteit te ,oxford en studeerde daar geneeskunde en godgeleerdheid4 ,het onderricht1 nog in scholastieken geest gegeven1 bevredigde hem niet4 ,het lezen der werken van ,descartes boezemde hem voor de wijsbegeerte groote belangstelling in en werkte als een openbaring4 ,nadat hij gezantschapssecretaris was geweest te ,cleef 7#affd7 kwam hij als arts1 opvoeder1 secretaris1 weldra als vertrouwd vriend in het huis van den lateren graaf ,shaftesbury1 die1 eerst minister onder ,karel ,,ii1 later valt en in het parlement hoofd der oppositiepartij werd 7,nov4 #afgc74 ,met diens val verloor ook ,locke een ambt4 ,van #afge tot #afgi reist deze voor zijn gezondheid in ,frankrijk1 leert daar zeer vele geleerden kennen1 maar schijnt er1 merkwaardig maar niet onbegrijpelijk1 niet in aanraking te zijn gekomen met de bekende ,fransche ,cartesianen en de heeren van ,port ,royal4 ,de armoede der ,fransche plattelandsbewoners maakte een diepen indruk op den reiziger4 ,na zijn terugkeer bleef hij niet lang in ,engeland4 ,zijn meester moest1 wegens deelneming aan een complot tegen den ,koning1 vluchten 7#afha74 ,locke1 die waarschijnlijk niet in de samenzwering betrokken is geweest1 gevoelde zich niet veilig en ontweek in #afhc naar ons land4 ,hij leefde te ,amsterdam1 ,utrecht en ,rotterdam1 vond hier een gastvrij onthaal en telde hier vele vrienden1 onder wie vooral te noemen is ,limborch1 professor aan het ,remonstrantsch ,atheneum4 ,in #afhi stak ,locke weer naar ,engeland over met hetzelfde schip1 dat ook ,maria1 ,willems gemalin1 naar het vaderland bracht4 ,bij de nieuwe regeering stond hij ook in staathuishoudkundige zaken 7muntkwestie1 kolonisatie1 armenzorg1 handel7 en als bedreven geneesheer in groot aanzien en hoewel ze hem een ambt toevertrouwde1 dat #ajjj pond per jaar gaf1 had ,locke tot hooger waardigheden kunnen klimmen1 als zijn zwakke gezondheid hem de ,londensche lucht niet ondragelijk had gemaakt1 en hij meer geldgierig en eerzuchtig geweest was4 ,de laatste levensjaren bracht ,locke1 die nimmer getrouwd was1 te ,oates bij ,londen door in het huis van een zekeren ,mr4 ,masham die gehuwd was met een dochter van den filosoof ,cudworth4 ,hier vond hij een zeer vriendelijk thuis4 ,in #agjd overleed hij4 ,locke1 een man van zwakke gezondheid1 7hij leed aan asthma7 wordt ons geschilderd als een eenigszins bange1 vreesachtige persoonlijkheid van groote liefde voor waarheid en vrijheid1 degelijke kennis4 ,een scherp en een nuchter denker1 met een levendige belangstelling in godsdienstige vraagstukken4 ,overtuigd van de beperktheid van het menschelijk weten en kunnen1 raadpleegde hij gaarne vrienden en verbeterde zijn werk of vulde aan1 als hij dit noodig vond4 ,in den omgang was hij vriendelijk1 een man die veel gezien had4 ,aan zijn vrienden hing hij met innige gehechtheid4 ,van kinderen hield hij veel4 ,soms tot toorn geneigd1 was hij niet haatdragend1 maar vergevensgezind4 ,werken4 ,van ,locke's vrij talrijke werken noemen wij3 a4 ,onderzoek over het menschelijk verstand1 gewoonlijk het ,essay genoemd 7,engelsche titel3 ,an ,essay concerning human understanding71 ,locke's hoofdwerk1 dat in de opeenvolgende drukken nog al uitgebreid werd en door zekere wijdloopigheid en sommige herhalingen zijn ontstaanswijze verraadt4 ,een voor een lateren druk bestemd toevoegsel kwam na den dood van den auteur uit als afzonderlijk werk3 ,over de leiding van het verstand en bevat vele practische aanwijzingen over studie-methode4 b4 ,theologische werken1 waaronder ,de redelijkheid van 't ,christendom4 c4 ,staatkundige werken1 waaronder een paar verhandelingen over de regeering om de revolutie van #afhh te verdedigen en brieven over de verdraagzaamheid4 d4 ,opvoedkundige werken4 ,het bekendst zijn3 ,gedachten over opvoeding 7#afic74 ,kennisleer4 ,locke's leer heeft twee leidende gedachten1 een negatieve3 er zijn geen aangeboren begrippen1 een positieve3 al onze voorstellingen stammen uit de ervaring4 ,geen aangeboren begrippen4 ,in onze ziel zijn geen aangeboren begrippen4 ,dit geldt allereerst voor de theoretische axioma's1 voor de grondwetten van ons denken4 ,immers waren ze aangeboren dan zouden ze een ieder bekend moeten zijn en 't eerst verworven geestesbezit4 ,evenmin zijn ons de grondbeginselen der moraal ingeboren4 ,vanwaar anders het enorme onderscheid in zedelijk oordeel tusschen verschillende menschen1 tijden1 volkeren en religie's8 ,en met sommige speciale voorstellingen1 bijv4 identiteit1 ,god1 substantie is het ook niet 't geval4 ,de weerlegging1 dat deze ingeboren voorstellingen wel ons oorspronkelijk bezit zijn1 maar verdonkerd1 geldt voor ,locke niet2 voor hem is het een ongerijmdheid van onbewuste voorstellingen te spreken1 wat wij ons niet bewust zijn1 bezitten wij niet4 ,leibniz' bestrijding4 ,we zagen1 dat ,leibniz een bestrijding leverde van ,locke's theorie4 ,voor den eersten zijn eigenlijk alle voorstellingen ingeboren4 ,de monade heeft geen vensters4 ,al haar kennis ontstaat door uitgroeiing van wat in kiem in haar aanwezig is 7bladz4 #bhb74 ,maar in 't bijzonder richt ,leibniz zich tegen ,locke's ontkenning van wat wij nu noemen de onbewuste voorstellingen4 ,het is de groote verdienste van den eerste voor de zielkunde1 dat hij dit begrip heeft ingevoerd4 ,hij onderscheidt perceptie en apperceptie4 ,de laatste is het zich bewust worden1 de eerste het waarnemen zonder dit4 7,dit woord apperceptie soms in 't ,hollandsch toeigening genaamd1 heeft een veelbewogen leven gehad en er is menige strijd gevoerd over het begrip apperceptie zoowel op ziel- als opvoedkundig gebied4 ,we zullen het later weer bij ,herbart aantreffen74 ,er zijn nu mogelijk petites perceptions1 kleine waarnemingen4 ,we hooren niet het geluid van een enkel golfje wel het geruisch van de zee4 7,vergel4 bladz4 #cb74 ,tweerlei ervaring4 ,er is dus voor ,locke geen twijfel aan1 of al onze aanstellingen stammen uit de ervaring4 ,deze is tweerlei3 uitwendig 7sensatie7 en inwendig 7reflectie74 ,door de reflectie leeren we bijv4 onzen wil1 ons geheugen1 en andere psychische verschijnselen kennen4 ,al onze bewustzijnsinhouden nu zijn of door rechtstreeksche waarneming ontstaan of ze zijn daaruit opgebouwd1 zooals de taal uit woorden en letters4 ,locke durft het dan ook aan1 te verklaren1 dat de voorstelling1 die wij ons1 zoo goed wij kunnen van het ,opperste ,wezen vormen1 ook uit de ervaring komt3 ,want het is de idee van oneindigheid1 dewelke gevoegd bij onze ideen van bestaan1 macht1 wetenschap enz41 die samengestelde idee vormt1 waardoor wij ons zelven zoo goed wij kunnen1 het ,opperwezen voorstellen4 ,overzicht onzer ideen4 ,alle voorwerpen van ons denken1 noemt ,locke ideen4 ,hij verdeelt ze naar het volgende schema3 ,ideen3 _/----------------------------------- ,enkelvoudige4 ,samengestelde4 _/---------------------------------- _/----------------------- ,door ,sensatie4 ,door ,door ,sensatie ,modi4 ,substanties4 ,relaties4 ,reflectie4 en _/-------- ,reflectie beide4 ,lich4 ,geestel4 _/------------ ,door ,door _/------------- n zin4 meer ,enkelv4 ,gemengd4 zinnen4 ,onze enkelvoudige ideen kunnen ons door n zin gegeven worden3 kleur1 smaak1 tonen1 reuk4 ,andere1 waaronder ,locke het ruimtebegrip rekent1 stammen uit de waarneming met meer zinnen4 ,de ruimte bijv4 nemen we waar met ons gezicht en onzen tastzin4 ,door reflectie alleen krijgen we de ideen van onze geestelijke vermogens1 b4v4 waarnemingsvermogen1 geheugen1 wil4 ,door samenwerking van reflectie en sensatie ontstaan bijv4 onze ideen van kracht1 lust1 onlust1 eenheid1 opeenvolging4 ,secundaire en primaire eigenschappen4 ,door de zinnen nemen wij dus de eigenschappen van de dingen waar4 ,maar die eigenschappen zijn tweerlei3 primair en secundair4 ,grootte1 dichtheid of ondoordringbaarheid 7soliditeit71 rust of beweging1 vorm1 aantal1 zijn primaire eigenschappen4 ,zij komen de dingen werkelijk toe4 ,kleur1 geur1 smaak1 tonen b4v4 komen de dingen niet toe4 ,het zijn slechts de wijzen waarop wij de indrukken1 die de beweging der kleinste deeltjes van een lichaam op onze zintuigen maken1 opvatten4 ,aan ons idee van rood beantwoordt dus niet in de buitenwereld iets1 dat rood is1 maar een beweging1 maar aan ons idee van soliditeit beantwoordt wel een dicht1 ondoordringbaar iets in de buitenwereld4 ,deze onderscheiding1 die ,democritus voor den opbouw van zijn atomistisch systeem van ,protagoras overnam 7vgl4 bladz4 #de7 en door ,gassendi en ,galile in de nieuwere wijsbegeerte weer werd ingevoerd1 werd door ,locke met volle scherpte en klaarheid gegeven4 ,voor de physiologie en de psychologie had deze onderscheiding groote waarde4 ,zij wees op dit belangrijk probleem4 ,hoe moeten onze zintuigen gebouwd zijn om de specifieke gewaarwordingen die wij krijgen1 mogelijk te maken1 en welke werkelijkheid1 buiten het bewustzijn1 komt nu overeen met onze gewaarwordingen van kleur1 smart1 geur1 tonen1 hitte1 koude1 gladheid enz48 ,voor den physioloog en den psycholoog is de beantwoording der eerste1 voor den natuurkundige die der tweede vraag4 ,voor de kennisleer werd deze onderscheiding van minder beteekenis sedert ,kant 7vergel4 deel ,,ii74 ,het wezen der lichamen ziet ,locke niet1 zooals ,descartes1 in de uitgebreidheid1 maar in de soliditeit4 ,men kan zich zeer goed ruimte1 dus uitgebreidheid denken1 zonder een lichaam1 niet omgekeerd4 ,de complexe ideen4 ,bij het opnemen der enkelvoudige ideen verhoudt de ziel zich passief1 zij worden haar opgedrongen1 zooals beelden aan een spiegel4 ,de ziel heeft echter ook een actief element2 zij kan algemeene voorstellingen en begrippen vormen1 waardoor het mogelijk wordt onder n woord een groot aantal dingen onder te brengen4 ,zij kan de elementen afscheiden en verbinden1 en zoo nieuwe voorstellingen vormen4 ,de samengestelde of complexe ideen zijn modi1 wanneer ze niet op zichzelf bestaan1 maar aan andere dingen worden waargenomen1 zooals bijv4 driehoek1 dankbaarheid1 moord4 ,zijn ze veranderingen of combinaties van hetzelfde enkelvoudige idee1 dan zijn ze simple modes1 enkelvoudige modi1 zooals dozijn1 gros1 die niets anders zijn dan te zamen gevoegde ideen1 van verschillende1 afzonderlijke eenheden4 ,wanneer ideen van verschillende soort te zamen worden gevoegd1 dan ontstaan gemengde modi4 ,schoonheid bijv4 is de samenvoeging van kleur en vorm1 in den toeschouwer zeker genot opwekkend4 ,de tweede groep der samengestelde ideen zijn de substanties4 ,bij ,locke wordt het substantie-begrip tot het substantie-probleem4 ,wat de ervaring ons geeft1 is niets dan een bundel kenmerken1 een aantal secundaire en primaire eigenschappen4 ,maar deze eigenschappen schrijven wij toe aan iets1 aan een drager1 aan een er aan ten gronde liggend substraat4 ,dat onbekende1 die ,x4 is de substantie4 ,we weten dus niet wat het is4 ,er zit dus iets in het substantiebegrip1 waarvan wij niet weten wat het is1 en daardoor wordt het een probleem4 ,naast de lichamelijke substanties zijn er geestelijke 7onze ziel1 hoogere geestelijke substanties1 ,god74 ,evenals ,locke met ,descartes verschilt ten opzichte van het wezenskenmerk der lichamen1 doet hij dit ook met betrekking tot dat der ziel4 ,denken geldt hem niet als zoodanig1 de ziel zou dan steeds moeten denken1 wat zij niet doet 7slaap74 ,hoewel hij er persoonlijk toe neigt1 dit aan te nemen1 mag men niet met zekerheid zeggen1 dat de ziel onstoffelijk is4 ,het zou kunnen zijn1 dat de ,schepper een denkende stof had willen scheppen4 ,bij de relaties vragen we niet of zij met de dingen overeenstemmen1 maar of deze dit met hen doen4 ,bij de relatie oorzaak b4v4 vragen wij1 of twee dingen1 zich zoo voordoen1 dat we ze oorzaak en gevolg kunnen noemen1 of zij dus overeenkomen met een bepaalden verhoudingsvorm4 ,kennis4 ,na een overzicht gegeven te hebben van onze verschillende bewustzijnsinhouden1 gaat ,locke na1 welke waarde voor onze kennis toekomt aan de ideen en de oordeelen4 ,voor de ideen geldt de volgende indeeling3 ,reel of ,ingebeeld4 ,adaequaat of ,niet-,adaequaat4 ,waar of onwaar4 ,reel zijn onze ideen1 als ze met iets in de werkelijkheid overeenkomen 7al onze enkelvoudige dus74 ,ingebeeld 7fantastical7 als ze of uit elkaar uitsluitende elementen bestaat 7vierzijdige driehoek71 of een zoodanige combinatie biedt van elementen1 als in de werkelijkheid niet voorkomt 7centaur74 ,van adaequate ideen spreken wij1 als deze geheel overeenkomen met de dingen1 vanwaar de geest ze als afkomstig veronderstelt4 ,niet adaequaat1 maar wel reel zijn bijv4 de ideen1 die een leek heeft van rechtsgeleerde begrippen4 ,van waar en onwaar kan men eerst spreken1 als de voorstellingen betrokken worden op een bepaald voorwerp4 ,in zichzelf is een idee dus nimmer waar of niet waar4 ,zoo spoedig we het met deze termen benoemen1 hebben we eigenlijk geoordeeld1 we hebben ontkend of bevestigd4 ,onze wetenschap heeft voor ,locke geen betrekking op de verhouding tusschen ding en idee1 maar op die der ideen onderling4 ,locke gaat nu uitvoerig na1 hoe de verschillende ideen zijn of kunnen zijn4 ,de enkelvoudige ideen verkeeren in 't gunstigste geval3 ze zijn reel en adaequaat4 ,soorten van weten4 ,kennis van de dingen zelf hebben we echter niet4 ,locke bedoelt met het reel en adaequaat zijn der enkelvoudige ideen dus niet1 dat deze overeen komen met de dingen zelf1 maar dat zij als regelmatige gevolgen zijn te beschouwen van de inwerking der dingen op ons4 ,en daarom mogen we aannemen dat aan die gewaarwordingen een buitenwereld beantwoordt4 ,het groote verschil tusschen een waarneming en een herinneringsvoorstelling1 de wederzijdsche steun1 die de zinnen elkaar verleenen1 de leed- en lustgevoelens1 die met sommige waarnemingen gepaard gaan1 geven ons wel recht om dat te doen4 ,het zinnelijk 7sensitieve7 weten is wel niet absoluut zeker1 maar 't brengt toch tot een zeer groote waarschijnlijkheid1 die voldoende is voor onze practische behoeften4 ,zekerder kennis geeft ons het demonstratieve1 het bewijzende weten4 ,we kunnen1 van onmiddellijk ingeziene waarheden1 voortschrijden tot andere door tusschen gelegen oordeelen4 ,het opsporen dezer schakels is soms zeer moeilijk1 van hoog belang echter voor de wetenschap4 ,we hebben deze kennis van de wiskunde en van de moraal4 7,aan de uitnoodiging van een zijner vrienden1 om een dusdanig demonstratief stelsel van zedeleer te geven1 heeft ,locke niet voldaan74 ,ook onze kennis van ,god is demonstratief4 ,toch is deze voorstelling eenigszins anders dan die der wiskunde of moraal4 ,aan ,god komt bestaan buiten ons toe1 aan de wiskunde en de zedelijke grondbeginselen niet4 ,als zoodanig bestaan zij nergens anders4 ,de hoogste trap van kennis is de aanschouwelijke1 de intutieve4 ,wij zien bijv4 onmiddellijk in1 dat een ding niet tegelijkertijd a en niet a kan zijn4 ,vermoeden4 ,naast het weten staat het meenen1 schemering tusschen nacht van niet--dag van wel weten4 ,er is meer of minder waarschijnlijkheid1 om iets aan te nemen4 ,met een zoo mogelijk gegronde waarschijnlijkheid moesten we ons in tal van zaken1 waar absolute zekerheid niet mogelijk is1 tevreden stellen4 ,begeerden we deze voor ons handelen1 we zouden dikwijls geen vinger kunnen verroeren4 ,omvang van het weten4 ,het meenen vult dus het weten aan4 ,de omvang van dit laatste is zeer beperkt4 ,het gaat niet uit boven onze ervaring1 die wegens de zwakheid en het gering aantal der zinnen lang niet op al het bestaande betrekking heeft4 ,van de te weten dingen hebben wij ook nog maar voor een gering deel voorstellingen4 ,bovendien zijn deze niet zelden onklaar en verward4 ,om ons weten te vermeerderen1 moeten wij dus onze ervaring trachten te vergrooten en onze voorstellingen verhelderen4 ,locke's essay is een belangrijk werk1 een ernstige1 zij 't niet volkomen geslaagde poging1 om den oorsprong1 den omvang en de zekerheid der menschelijke kennis te onderzoeken en de methode1 met behulp waarvan hij dat doel tracht te bereiken is zuiver wetenschappelijk3 ontleding der in 't feitelijke denken gegeven voorstellingen in hare eenvoudigste bestanddeelen1 onderzoek naar de wijze waarop deze eenvoudigste voorstellingen zijn verkregen en de samengestelde daaruit opgebouwd4 7,heymans74 ,godsdienst4 ,locke is een aanhanger van den christelijken godsdienst4 ,hij acht deze niet tegen1 maar boven de rede4 ,in godsdienstige opvattingen echter mag men zich ook laten leiden door zijn rede4 ,omdat ,god ons de openbaring gegeven heeft1 behoeven wij het natuurlijke licht niet uit te dooven4 ,hij is er een vijand van1 de menschen te plagen met onbegrepen of angstaanjagende dogmata4 ,godsvertrouwen1 geloof in ,jezus als ,zaligmaker1 een streven naar een christelijken levenswandel zijn voor hem de hoofdkenmerken der ,christelijke leer4 ,hij gevoelde zich aangetrokken tot de breedkerkelijke 7latitudinarische7 richtingen4 ,een groot voorstander is hij van verdraagzaamheid4 ,noch de staat1 noch de kerk heeft het recht1 om iemand een geloofsovertuiging op te dringen4 ,trouwens men kan een ander wel dwingen1 woorden en formules na te praten1 maar het geloof kan men hem niet geven4 ,slechts waar de veiligheid van den ,staat of het handhaven der goede zeden dit eischen1 mag men bepaalde overtuigingen bestrijden4 ,daarom eischt ,locke geen verdraagzaamheid voor athesten die geen eed kunnen doen en voor444 ,roomsch-,katholieken1 die aan een ,buitenlandsch gezag zijn onderworpen4 ,staatsleer4 ,locke verwerpt de absolute monarchie4 ,wanneer men1 om zich te beschermen tegen elkaar1 alle macht in handen geeft van een onbeperkt heerscher1 gelijkt men op hen1 die om zich tegen vossen en marters te beschermen1 zich door den leeuw laten verslinden4 ,drierlei staatsmacht is er3 ,de legislatieve1 de wetgevende2 de executieve1 de uitvoerende2 de federatieve1 de macht om verbonden te sluiten1 en de verhoudingen met het buitenland te regelen4 ,de eerste behoort aan de vertegenwoordigers van het volk4 ,de twee laatsten zijn gewoonlijk in n hand1 die van den vorst4 ,doch van alle regeering moet het doel zijn het gemeene best4 ,zoo een vorst dus niet regeert overeenkomstig het doel van den ,staat1 vervalt zijn macht aan het volk4 ,dat dit tot revolutie zal leiden1 is niet te zeer te duchten4 ,geen vorst zal gaarne zijn kroon in de waagschaal stellen1 geen volk wordt gaarne uit zijn rust opgeschrikt door een omwenteling met al haar nadeelen en gevaren4 ,opvoedkunde4 ,locke's opvoedkundige gedachten zijn van wijdstrekkenden invloed geweest4 ,bij ,rousseau komen we er op terug1 want diens ,emile is in hoofdzaak gebaseerd op ,locke's meeningen4 ,locke's opvoedkunde geeft reeds in zekeren zin het paedagogisch ideaal der aufklrungsperiode3 de vorming der kinderen tot beschaafde1 zedelijke1 wereldwijze menschen4 ,er is een zekere nuchterheid in ,locke's opvoedkunde1 als in al zijn werken4 ,rousseau1 heeft ook ,locke hem gewezen1 waar hij graven moet1 graaft dieper4 ,door zijn zakelijkheid1 zijn helderheid doet echter ,locke's werk ongemeen aangenaam aan tegenover velerlei fraseologische opvoedkunde4 ,locke heeft zonen van edellieden op het oog4 ,hij verwerpt de scholen en wil voor elken leerling een opvoeder1 opdat de individualiteit tot haar recht kome4 ,de opvoeder moet een algemeen ontwikkeld1 beschaafd1 bescheiden mensch met wereldkennis zijn1 in n woord3 een voorbeeld voor een leerling4 ,naast de individueele opvoeding legt ,locke nadruk op de hyginische1 waardoor hij groote verdienste heeft voor de lichamelijke opvoeding4 ,locke wil een milde tucht1 wil het kind de redelijkheid van gebod en verbod zooveel mogelijk doen inzien1 als het ouder wordt4 ,de opwekking van het eergevoel is van veel belang4 ,ten opzichte van het onderricht in de wetenschap merkt ,locke op1 dat dit de steun is voor de deugd en noodzakelijk voor 't leven4 ,meer waarde komt er niet aan toe4 ,geen intellectueel onderricht allereerst om zijn zelfs wil4 ,het onderricht moet practisch zijn4 ,het ,engelsch1 de moedertaal moet vr het ,fransch en ,latijn geleerd worden en de vreemde talen moeten meer door spreken1 dan door grammatica geleerd worden4 ,veel meer nadruk dan tot nu toe geschiedde1 wordt gelegd op onderwijs in aardrijkskunde1 wiskunde1 handelsrekenen1 boekhouden1 teekenen1 dansen1 rijden4 ,als voorlooper van de voorstanders van handenarbeid wordt ,locke beschouwd1 omdat hij eischt1 dat de leerling zich ook een handwerk eigen make4 #dg4 ,de ,desten4 ,onder dezen naam pleegt men een aantal denkers samen te vatten1 die zich in hoofdzaak met de wijsbegeerte van den godsdienst hebben beziggehouden en hun voorloopers in ,herbert van ,cherbury en ,locke vinden4 ,bij de desten is nog zeer veel onderling verschil en in onderscheidene werken is hun stelsel ontwikkeld4 #gd ,hier kunnen alleen de hoofdpunten gegeven worden4 ,god is4 ,er bestaat een ,godheid4 ,dit wordt aangetoond met het physiko-teleologisch bewijs4 ,reeds ,newton1 de groote wis- en sterrenkundige1 had uit de doelmatigheid van de wereld1 besloten tot het bestaan van eene ,godheid4 ,bij de desten nu gold in hoofdzaak dezelfde redeneering4 ,elk orgaan van het menschelijk lichaam is wonderfijn gebouwd4 ,de organen sluiten weer aan om het lichaam van den mensch te maken4 't ,klimaat onzer aarde maakt 't mogelijk1 dat er menschen op haar oppervlakte wonen4 ,de planeten bewegen zich in vaste banen en naar1 zooals ,kepler had gevonden en ,newton nader verklaard1 eenvoudige wetten4 ,het heelal zoowel als de onderdeelen wees op een hooge intelligentie1 die dit alles had geschapen4 ,komend op een onbewoond eiland en daar een kundig geconstrueerde machine vindend1 zou men oogenblikkelijk aan een menschelijk vernuft denken4 ,zoo moet de beschouwing van de groote1 doelmatige natuur ons ook wel aan de ,godheid doen denken4 ,algemeene moraal4 ,er is in iederen mensch een natuurlijke zedewet aanwezig4 ,van nature weet iedereen1 dat naastenliefde plicht is4 ,het christelijk gebod der liefde is niet door ,christus 't eerst verkondigd3 het bestond van de schepping der wereld af aan3 ,christendom is even oud als de schepping4 ,god en de zedewet bestaan4 ,ziedaar de kern van alle godsdiensten4 ,dit is ook van oorsprong de natuurlijke godsdienst der menschen geweest4 ,de geopenbaarde religies zijn niets anders dan vervalschingen van den eenen1 waren godsdienst4 ,in elken godsdienstvorm kan men die kern terugvinden4 ,priesterheerschzucht en priesterbedrog hebben maar al te veel kwaad gedaan4 ,god heeft de wereld geschapen met haar eigen wetten4 ,volgens deze wetten ontwikkelt ze zich4 ,het natuur-gebeuren is dus causaal te verklaren en ,god grijpt in den loop der natuur niet in4 ,de godsdienst moet redelijk zijn1 het ,christendom is niet geheimzinnig4 ,in verschillende toonaarden komen deze gedachten telkens tot uiting4 ,de invloed van het desme is groot geweest4 ,bij ,rousseau en ,lessing zullen we de nawerking zien4 ,ook in ons land oefende het zijn invloed uit4 ,tot in de #ai;de eeuw vond men warme voorstanders van den redelijken godsdienst4 ,vrijmetselaars4 ,met de opkomst van het desme schijnt samen te hangen die der eerwaarde vrijmetselaarsloges4 ,sedert langen tijd bestonden in ,engeland vereenigingen van werkelijke metselaars4 ,toen deze in verval kwamen1 geraakten sommige menschen op het denkbeeld deze bouwhutten om te zetten in vereenigingen1 die verlichting1 verbreiding van broederschap en naastenliefde beoogden4 ,den #bdsten ,juni #agag werden onder leiding van ,anthony ,sayer als ,groot-,meester de vier overgebleven bouwhutten1 tot zedelijke genootschappen hervormd1 vereenigd tot de ,groot-,loge van ,engeland4 ,de stichting van meer loges volgde1 ook in ons land 7,rotterdam1 b4v4 ,de ,drie ,kolommen1 #ba ,aug4 #agfg74 ,ook over de andere landen breidde de beweging zich uit1 ondanks vervolging4 ,nog eischen sommige loges1 dat hunne leden zullen verklaren in ,god als schepper en in de onsterfelijkheid der ziel te gelooven4 ,de dogmatische geloofsverschillen treden echter1 overeenkomstig het uitgangspunt1 op den achtergrond4 #dh4 ,moraalfilosofie in de #ah;de ,eeuw4 ,levendig werden de vraagstukken der moraal behandeld in de eerste helft der achttiende eeuw1 en reeds in het laatste vierde deel der #ag;de4 ,men sluit meestal bestrijdend1 bij ,hobbes aan4 ,deze had om de zedeleer los te maken van de kerk1 haar geheel onder den staat gesteld4 ,hij had den staat laten opkomen uit het inzicht1 dat de oorlog van allen tegen allen1 de natuurlijke begintoestand1 dwaas en onvoordeelig1 ook voor 't individu was4 ,de grondslag der moraal was voor hem de zelfliefde geweest4 ,hiertegen nu kwamen verschillende richtingen in verzet1 die allen de zedeleer niet uitsluitend willen bouwen op egostische motieven4 ,de eene richting1 als de idealistische te kwalificeeren1 en die in ,cudworth 7 #afhh7 haar woordvoerder vond1 achtte1 dat er van nature een idee van goed en kwaad in den mensch aanwezig was4 ,de grondslagen der moraal zijn eenvoudig1 algemeen1 onveranderlijk2 niet uit de ervaring1 die slechts het bijzondere en 't veranderlijke geeft1 kunnen zij stammen4 ,god vond in zijn verstand de idee van het goede en deze idee plant hij de menschen in4 ,de tweede strooming zou de logische kunnen genoemd worden en wordt door ,wollaston 7 #agbd7 verdedigd4 ,voor hem valt het goede samen met het ware4 ,de bestemming van den mensch is1 de waarheid te kennen en die in zijn daden toe te passen4 ,goed is een handeling1 als zij als een bevestiging eener waarheid is te beschouwen1 slecht1 wanneer zij een waarheid ontkent4 ,waarom handelt de moordenaar1 die een ander het leven ontneemt1 slecht8 ,omdat hij handelt1 alsof hij den gedoode het leven kan terugschenken4 ,wie dieren martelt1 doet1 alsof het gevoellooze wezens zijn4 ,wollaston en de met hem gelijk denkenden probeeren dus1 een objectief beginsel te vinden dat als grondslag der moraal kan dienen3 de waarheid4 ,veel invloed hadden zij niet4 ,meer aandacht trok de derde richting in de ,engelsche moraalfilosofie1 die wij de aesthetische kunnen noemen en die wij verbinden aan den naam van den graaf van ,shaftesbury en zeker het schitterendst stelsel van dezen tijd is4 ,shaftesbury4 ,shaftesbury was de kleinzoon van ,locke's beschermer4 ,hij leefde van #afga-agac4 ,hij was naar ,locke's beginselen opgevoed en sprak1 al verzette hij zich op sommige punten tegen diens leer1 steeds met eerbied van zijn grooten meester4 ,naar de beginselen van ,locke had hij zijn vreemde talen sprekende geleerd en zoo was hij uitnemend thuis in de klassieken4 ,er is in zijn moraalsysteem dan ook menige klassieke trek en de grondgedachte1 dat het goede gelijk is aan het schoone is zuiver ,grieksch 7vergelijk bijv4 bladz4 #fi74 ,het schoone is de harmonie1 de eenheid in de verscheidenheid4 ,en zoo bestaat het goede ook in een harmonie van neigingen3 de op eigen behoud gerichte en de sociale4 ,we kunnen een mensch goed noemen1 als zijn sociale neigingen krachtig1 de egostische niet te sterk zijn4 ,wij hebben het vermogen1 om over onze neigingen na te denken4 ,het gevoel van goed en kwaad1 voor schoon en leelijk is ons aangeboren1 door nadenken en oefening ontwikkelt zich de smaak op ethisch gebied4 ,zoo beheerscht ten slotte de rede de hartstochten1 de mensch wordt een deugdkunstenaar4 ,zooals het schoone vreugde bereidt1 omdat het schoon is1 zoo schenkt het goede voldoening in zichzelf1 niet 't loon mag aanlokken1 niet de straf afschrikken4 ,de gewenschte harmonie nu van neigingen1 is niet voor ieder dezelfde4 ,bij sommige menschen is de zelfliefde te zwak2 dit is verkeerd1 want wanneer men niet voor zichzelf zorgt1 is dit slecht voor de gemeenschap4 ,de mate van geboden zelfliefde hangt ook af van onze kracht4 ,bij de meeste menschen echter zijn de sociale neigingen te zwak4 ,hoe hooger de menschen stijgen1 hoe meer er harmonie komt tusschen de naasten- en de zelfliefde4 ,terwijl zij op lager trap van ontwikkeling zoo hopeloos met elkaar in strijd kunnen zijn1 stemmen zij overeen bij den deugdkunstenaar4 ,zooals het heelal een schoon1 welgeordend geheel is1 waarin het verkeerde wegens zijn kleinheid verdwijnt1 zoo wordt ook de hooge mensch een schoone1 welgeordende1 goede ziel4 ,en daarmee en daarin is hij gelukkig4 ,niet alleen1 dat de deugd ons liefde1 achting en hulp van anderen verschaft1 zij geeft ons het gevoel van gerustheid3 ons eigen geweten keurt onze gedragingen goed4 ,in de leer van ,shaftesbury spreekt zich een fijne geest uit4 ,maar zij is zeer optimistisch gekleurd4 ,terwijl deze groote richtingen op het gebied der zedeleer bestrijdend bij ,hobbes aansluiten1 vinden de leerstellingen van ,shaftesbury en anderen weer hunne bestrijding en komt er een zeker pessimisme op tegenover hun optimisme4 ,gedeeltelijk verwijst dit pessimisme den mensch naar de religie1 gedeeltelijk komt het min of meer terug tot ,hobbes' opvattingen van den oorlog van allen tegen allen4 ,,mandeville4 ,het duidelijkst kwam dit uit in de werken van ,mandeville 7 #agcc71 wiens ,zoemende bijenkorf of rechtvaardiging der ondeugd oorspronkelijk in de ,londensche koffiehuizen te koop werd aangeboden als een straatliedje1 maar die later in zijn ,de bijenfabel een meer ernstige behandeling der leer gaf4 ,mandeville's hoofdgedachte is deze1 dat door de menschelijke neigingen als hebzucht1 gierigheid1 een staat kan bestaan1 omdat zij de grondslagen zijn van de zucht naar bezit4 ,een bijenmaatschappij verkeert in een toestand van hoogste bloei en macht4 ,alle dieren arbeiden voor de bevrediging der gemeenschappelijke behoeften4 ,ongedurigheid1 ijdelheid1 wellust1 bedrog heerschen--maar bevorderen het algemeene welzijn4 ,het geheel is een paradijs1 juist door de boosheid der enkelingen4 ,de armen zelfs leven zeer vergenoegd4 ,toen kwamen er eenigen1 die riepen3 ,weg met de ondeugd6 ,de grootste bedriegers stemden 't hardst met deze beweging in4 ,de goden vervulden dezen wensch4 ,de huichelarij verdween4 ,de weelde eindigde4 ,veroveringsoorlogen kwamen niet meer voor4 ,de gemeenschap zorgde voor de armen4 ,men stelde zich tevreden met inlandsche voortbrengselen en had geen behoefte meer aan kostbare ingevoerde waren4 ,daardoor eindigde de handel4 ,de bevolking nam af4 ,ten laatste trok de geheele zwerm zich in een hollen boom terug4 ,tevredenheid was er1 maar macht1 aanzien en heerlijkheid waren verdwenen4 ,later heeft ,mandeville zich zonder beeldspraak geuit en het onderscheid tusschen zijn en ,shaftesbury's moraal aangewezen4 ,tegenover deze loochent hij een den mensch ingeboren gemeenschapszin en de mogelijkheid eener schoon-goede harmonie4 ,de staat ontstaat doordat de mensch behoefte heeft aan eten en drinken2 doordat hij eerzuchtig en jaloersch is1 doordat hij tot arbeid gedreven wordt1 door de behoefte ontstaat de beschaving4 ,men moet dus1 wil men een bloeiende gemeenschap hebben1 de individueele ondeugden voor lief nemen1 zooals men het slijk in de straten van ,londen niet zou willen zien verdwijnen met den handel der wereldstad4 ,armoede is ook noodig in een staat4 ,philantropie is gevaarlijk4 ,met de oprichting van scholen voor armen moet men voorzichtig zijn3 wie zullen het slechtste en minst aantrekkelijke werk doen1 als de armen meer verlicht zijn1 dan hun positie eischt8 #ge #di4 ,berkeley4 ,,leven4 ,george ,berkeley1 den #ab;den ,maart #afhe te ,dysert in ,ierland geboren1 was vroeg ontwikkeld1 een alzijdige natuur zijn stijl is veel schooner dan die van ,locke en ,hume1 zijn dialogen zijn levendig1 zijn belangstelling betrof een groot aantal zaken 7medicijnen1 aardkunde1 zending1 wijsbegeerte72 een man met een nobel gemoed en een strenge plichtsopvatting4 ,hij wilde op de ,bermuda-eilanden 7bij ,amerika7 een zendelingenschool stichten4 ,hij probeerde 't ook1 maar vond onvoldoende ondersteuning en keerde na drie jaren naar ,engeland terug 7#agca74 ,in #agci werd hij bisschop van ,cloyne in ,ierland1 waar hij op uitnemende wijze werkte1 gelijkelijk voor ,protestanten en ,katholieken1 voor 't geestelijk en 't lichamelijk heil zijner diocese zorgend4 ,dit treft te meer omdat toen nog de ,ieren zeer door de ,engelschen veracht werden4 ,hij stierf in #agec te ,oxford1 waar hij zijn laatste levensjaren doorbracht4 ,berkeley's werken zijn gedeeltelijk van literairen aard en hij oogstte tijdens zijn leven ook veel letterkundigen roem4 ,van zijn wijsgeerige werken zijn te noemen3 ,een nieuwe theorie over het zien 7#agji71 ,beginselen van kennis1 zijn hoofdwerk 7#agaj71 de ,dialogen tusschen ,hylas en ,philonous 7#agac7 een populaire uiteenzetting zijner leer4 ,,leer4 ,berkeley jaagt theologische doeleinden na4 ,hij wil trachten een eind te maken aan de twisten over den godsdienst1 om het vele misverstand en de christelijke religie te verdedigen tegenover de in de voorgaande paragraaf genoemde stroomingen4 ,berkeley sluit bij ,locke aan4 ,de hoofdbeteekenis van zijn leer ligt in de wijziging van diens opvattingen op de volgende punten2 ,het ontkennen van het bestaan van abstracte voorstellingen4 ,het verwerpen van het onderscheid tusschen primaire en secundaire eigenschappen4 ,het ontkennen van een substraat1 dat als drager der eigenschappen van de dingen fungeert4 ,en ten slotte het ontkennen van het bestaan eener stoffelijke buitenwereld4 ,locke had van algemeene voorstellingen en begrippen gesproken1 gevormd door het abstraheerend verstand en onder n naam ondergebracht4 ,berkeley gaat tot het uiterste nominalisme over3 er zijn geen begrippen4 ,werkelijk zijn alleen de particuliere dingen4 ,kunnen wij dan in ons bewustzijn een driehoek hebben1 die niet tegelijkertijd scherp-1 recht- of stomphoekig is1 terwijl dat niet tot het begrip driehoek behoort8 ,er bestaat alleen de naam driehoek4 ,zoo een bewijs1 gegeven voor n driehoek1 kracht bezit voor alle1 7bijv4 dat de som der hoeken #ahj is7 dan komt het1 omdat wij geen gebruik maken van de specifieke eigenschappen der driehoeken 7recht- of stomp- of scherphoekig74 ,dusdanig bewijs geldt voor de driehoeken4 ,elke begripsnaam geldt voor alle afzonderlijke dingen1 maar een begrip is er niet4 ,de scheiding van primaire en secundaire kwaliteiten dient verworpen4 ,grootte van een lichaam nemen wij bijv4 verschillend waar1 al naarmate van den afstand4 ,de soliditeit waarin ,locke het wezen der lichamen ziet1 is een gewaarwording van den tastzin1 het gevoel van tegenstand4 ,even goed dus een opvattingswijze als een kleur of toon4 ,van een ding zijn ons niets gegeven dan een bundel gewaarwordingen4 ,om deze op een iets1 wat weten we niet1 buiten ons te betrekken1 heeft geen zin4 ,de door ,locke veronderstelde drager der kwaliteiten bestaat niet4 ,wat zullen wij trouwens een buitenwereld aannemen4 ,ons zijn niets gegeven dan onze gewaarwordingen4 ,deze bestaan4 ,zijn is waargenomen worden4 7,esse est percipi74 ,berkeley komt dus tot de ontkenning van het bestaan eener stoffelijke wereld1 het empirisch systeem van ,locke wordt veranderd tot een absoluut idealisme en de empiricus ,berkeley en de rationalist ,leibniz komen tot eenzelfde resultaat ongeveer4 ,voor ,berkeley bestonden alleen de zielen met hun voorstellingen1 de geestelijke substanties2 voor ,leibniz de monaden1 geestelijke krachten1 met in kiem in zich de kennis der geheele buitenwereld4 ,berkeley moet intusschen erkennen1 dat sommige onzer voorstellingen1 die1 welke wij gewoon zijn toe te schrijven aan een buitenwereld1 ons als 't ware opgedrongen worden en een eenigszins ander karakter vertoonen dan onze herinneringsvoorstellingen4 ,vanwaar komen zij8 ,de ,godheid roept elke idee in ons te voorschijn4 ,berkeley vertoont hier veel overeenkomst met het occasionalisme 7bl4 #bee7 en speciaal met ,malebranche--die leerde dat wij de dingen in ,god zagen4 ,het onderscheid is dat occasionalisten wel een stoffelijke wereld aannemen en dus dualisten waren4 ,berkeley stelt n existentie geesten4 ,zeer opmerkelijk is het1 dat ,berkeley meende dat zijn leer1 die zoozeer tegen alle gewone inzichten indruischte1 volmaakt in overeenstemming was te brengen met het gezonde menschenverstand4 ,dat zijn leer werkelijk niet behoeft te leiden tot dwaasheden1 werd reeds aangetoond bij de behandeling der ,grieksche wijsbegeerte 7bladz4 #cg1 #ch74 ,vele historici houden ,berkeley voor een fijn en groot denker4 ,onze landgenoot ,bellaar ,spruyt betwijfelt dat4 ,hij wordt1 dikwijls niet alleen als een uitstekend mensch1 maar ook als een groot wijsgeer geprezen4 ,ten onrechte m4 i4 want die leer stond aan ,berkeley zoo nevelachtig voor den geest1 dat men haar nooit in zijn werken gevonden heeft1 voordat ,fichte1 ,hegel en ,schelling haar duidelijker hadden uitgesproken4 #ej4 ,david ,hume4 ,,leven ,,en ,,werken4 ,de laatste en de grootste denker uit de rij ,bacon--,hume werd den #bfsten ,april #agaa bij ,edinburgh geboren4 ,in zijn jeugd toonde hij geen bijzonderen aanleg4 ,handel en rechtsstudie liet hij varen4 ,in #agcd ging hij zich in ,frankrijk aan zijn geliefkoosde studie wijden4 ,resultaat was zijn in #agci-dj verschenen hoofdwerk3 ,verhandeling over de menschelijke natuur 7,treatise on human nature74 ,het handelde in drie deelen over de kennis1 de aandoeningen en de moraal4 ,opgang maakte het absoluut niet4 ,dit schrikte ,hume niet af4 ,hij schreef een geschiedenis van ,engeland 7#aged-'fh71 waarin hij ook acht sloeg op kunst1 wetenschap en sociale verhoudingen4 ,verder zond hij een groot aantal ,essays in 't licht4 ,in sommige grootere behandelde hij de onderwerpen van zijn hoofdwerk op een wijze1 die ze nader tot het publiek bracht4 ,in 't bijzonder is te noemen zijn3 ,onderzoek omtrent het menschelijk verstand 7,inquiry concerning human understanding74 ,de ,treatise en de ,inquiry hebben beiden hun geheel eigenaardige verdiensten2 eerst gezamenlijk kunnen zij een denkbeeld geven van de grootheid van dezen man1 voor wiens blik geen feit te onbeduidend1 maar ook geen hypothese te stout of te veelomvattend is geweest4 7,heymans74 ,zijn ,essays verwierven ,hume een grooten roem1 en toen hij in #agfc als gezantschapssecretaris ,parijs bezocht1 viel hem een warme ontvangst ten deel1 ondanks1 of misschien juist door zijn eenvoudig1 eenigszins verlegen optreden4 ,in ,frankrijk maakte hij met ,rousseau kennis1 wien hij in ,engeland een toevluchtsoord aanbood4 ,de tot waanzin stijgende achterdocht van ,jean-,jacques maakte aan de verhouding een einde4 ,nadat ,hume een korten tijd lid van het ministerie geweest was1 leefde hij ambteloos1 als geacht en welgesteld burger in ,edinburgh4 ,hij stierf #agff4 ,hume was een ietwat nuchtere natuur1 die1 trots de fijn- en scherpheid van zijn denken1 trots den moed1 om gedachten tot de laatste consequenties te vervolgen1 nooit de practijk geheel uit 't oog verloor4 ,ongetrouwd1 als vele wijsgeeren1 zocht hij in studie en omgang met eenige vertrouwde vrienden zijn genot4 ,een dier vrienden1 ,adam ,smith1 zegt dat ,hume1 voorzoover dat voor menschen mogelijk is1 voor hem vrij wel het ideaal van den wijze naderde4 ,staat hij als mensch hoog1 als denker wordt hij tot de allergrootsten gerekend4 ,velen hebben hem bestreden1 bijna niemand is zonder zijn invloed gebleven4 ,zijn grootste verdienste ligt in de ontdekking van het causaliteitsprobleem4 ,kennisleer4 ,hume sluit in zijn kennisleer aan bij ,locke en ,berkeley1 maar trekt conclusies1 die de eersten hadden knnen of meten trekken als gevolg hunner stellingen en hij ziet een probleem1 waar zj dat niet zagen4 ,onze geheele bewustzijnsinhoud bestaat uit impressies en ideen4 ,onder de eerste begrijpt ,hume de meer levendige1 de heldere voorstellingen1 onder de laatste verstaat hij de flauwere1 de minder levendige4 ,alle ideen zijn afkomstig van impressies1 flauwe nabeelden daarvan en verwerkingen4 ,het verschil tusschen waarnemings- en herinneringsvoorstellingen ligt voor ,hume dus alleen in den verschillenden graad van levendigheid4 ,met ,berkeley verwerpt hij het bestaan van algemeene voorstellingen en begrippen en het stoffelijk substantiebegrip4 ,loochent ,hume eveneens het bestaan eener buitenwereld8 ,hij erkent1 dat1 waar ons eigenlijk niets gegeven zijn dan onze impressies en de daaruit ontstane ideen1 we geen recht hebben tot het bestaan eener buitenwereld te besluiten op logische gronden4 ,maar444 voor onze gedragingen1 voor de levenspractijk is dit noodig en de filosoof1 die als zoodanig twijfelt1 is de eerste om zich zelven uit te lachen1 als hij tot het practische leven keert uit zijn theoretische beschouwingen4 ,evengoed als het lichamelijke verwerpt ,hume het geestelijke substantiebegrip en gaat daarmee dus een schrede verder dan ,berkeley4 ,als wij ons zelven beschouwen--of juister1 als ,hume zich zelven beschouwt 7want hij wil van te voren niet ontkennen dat zich bij een ander andere toestanden kunnen voordoen7 merkt hij niets dan een of andere geestestoestand1 een impressie1 een idee1 een emotie4 ,telkens is die toestand weer anders4 ,maar van zichzelven kan hij niets anders vatten4 ,in den slaap zijn ze er niet1 die verschillende bewustzijnsinhouden1 maar dan is er ook in 't geheel geen bewustzijn1 bestaat hij niet voor zich4 ,maar achter al die verschijnselen1 achter dien stroom van impressies en ideen1 bemerkt hij geen substraat1 geen geestelijken drager dier functies geen ik4 ,onze geest is niet anders dan een bundel impressies en ideen4 ,toch erkennen we in het dagelijksche leven het bestaan eener geestelijke persoonlijkheid1 de identiteit4 ,we nemen aan en moten dit voor de practijk 7rechtsspraak1 handel1 afspraak7 dat ,a van voor een maand een jaar1 ook n nog ,a is1 zij 't met anderen bewustzijnsinhoud4 ,eenerzijds geeft de ervaring ,hume dus niets anders dan afwisselende1 komende en gaande impressies en ideen4 ,anderzijds wijst de practijk van het leven op identiteit1 op een ikheid4 ,hume verklaart zich niet bij machte1 om de tegenstrijdigheid1 die hier bestaat1 door een bevredigende verklaring op te lossen4 ,causaliteitsleer4 ,hume voelt dus het groote en moeielijke probleem1 dat in de individualiteit ligt1 maar ziet geen kans voor een oplossing4 ,anders is het met het causaliteitsprobleem4 ,hij ontdekt het en geeft een oplossing1 die een menigte feiten kan verklaren en op een uiterst nauwkeurig1 wetenschappelijk onderzoek is gebouwd4 ,over dit onderzoek oordeelt ,heymans3 ,de theorie van ,hume is niet slechts wat vele philosophische theorien zijn1 het werk van een genie1 maar ook1 wat slechts van weinigen kan gezegd worden1 het werk van een vorscher4 ,wij hebben hier niet te doen met een van die zeepbellen van het vernuft1 die schoon zijn om aan te zien1 maar uiteenspatten1 zoodra zij in aanraking komen met de harde werkelijkheid3 niet met een gelukkigen inval1 op den weefstoel der deductie uitgewerkt tot een schitterende fantasie3--wij hebben hier te doen met een onderzoek in den besten zin des woords1 met een bewust1 geordend1 wetenschappelijk onderzoek1 steunende op een breeden grondslag van feiten1 en telkens bereid1 zijne resultaten aan nieuwe feiten te toetsen4 ,de allervoornaamste punten uit ,hume's causaliteitsleer volgen hier4 ,wanneer spreken wij van twee verschijnselen1 ,a en ,b als oorzaak en werking8 ,ten eerste moeten ze elkaar aanraken in den tijd en in de ruimte3 er moet contiguteit zijn4 ,nu schijnt het wel1 dat er soms een afstand is1 't zij naar tijd of plaats4 ,maar dan nemen we een middenstof aan1 die de werking van ,a op ,b overbrengt of een reeks gebeurtenissen4 ,als door ,a ,b optreedt1 dan ligt er1 als ze gescheiden zijn1 een keten tusschenbeide1 die ze verbindt1 zoodat ze toch contigu zijn4 ,verder moet ,a aan ,b voorafgaan4 7,de bewering1 dat oorzaak en gevolg gelijktijdig kunnen bestaan weerlegt ,hume4 ,overigens acht hij dit voor zijn onderzoek van geen beteekenis74 ,naast de contiguteit komt dus de prioriteit4 ,vervolgens is noodig een regelmatig samengaan4 ,als ,a er is1 moet ,b er ook stds op volgen4 ,wanneer ,a optreedt en ,b soms niet1 verhouden ze zich niet als oorzaak en werking4 ,de ervaring leert ons dus dit3 ,we zeggen1 dat ,a en ,b oorzaak en gevolg zijn1 wanneer3 ze contigu zijn1 ,a aan ,b voorafgaat1 ze regelmatig samengaan4 ,maar--in de causale betrekking zit nog ,,iets1 dat niet in de ervaring is gegeven4 ,wanneer we zeggen1 dat ,a oorzaak is van ,b1 beteekent dit niet1 dat ,b telkens optreedt1 als ,a is opgetreden1 maar dat dit geschieden ,,moet4 ,dit element van noodwendigheid1 dat niet in de ervaring is gegeven1 en toch in ons bewustzijn bestaat1 moet verklaard worden4 ,dit is het causaliteitsprobleem4 ,hume's oplossing van het probleem 7oplossing1 die na ,kant de meeste auteurs niet meer bevredigt7 sluit aan bij zijn psychologie1 die het verschil tusschen waarnemings-1 herinnerings- en fantasie-voorstellingen in een levendigheidsverschil ziet4 ,het is iets heel anders1 een voorstelling te hebben dan overtuigd te zijn1 dat iets bestaat1 waarvan die voorstelling de vertegenwoordiger is4 ,een overtuiging is iets anders dan een voorstelling4 ,de inhoud is niet verschillend4 ,in 't begrip centaur zijn niet meer kenmerken1 als ik overtuigd was dt 't bestond1 dan er nu in zijn4 ,wat is dan het onderscheid8 ,alleen de levendigheid4 ,een bijzonder levendige voorstelling is een overtuiging4 ,vandaar1 dat onze waarnemingsvoorstellingen 7die 't helderst zijn7 ons overtuiging geven4 ,aan 't bestaan van wat gezien en getast wordt1 twijfelt niemand4 ,minder levendig zijn onze herinneringsvoorstellingen4 ,we zijn van de existentie van de op hen betrekking hebbende dingen1 minder overtuigd en1 als onze herinnering zeer flauw is1 kunnen we niet meer onderscheiden of 't herinnering dan wel fantasie is4 ,het minst levendig zijn onze fantasievoorstellingen en hier blijft de overtuiging uit4 ,worden echter1 door bijzondere omstandigheden1 de fantasievoorstellingen zeer levendig1 dan kunnen ze 't overtuigingsgevoel doen ontstaan3 sommige leugenaars gelooven ten slotte zelf1 wat ze zeggen4 ,levendigheid van voorstelling bewerkt dus de overtuiging van het bestaan van iets1 waarvan die voorstelling de vertegenwoordiger is4 ,dit nu brengt ,hume in verband met zijn associatietheorie4 ,wanneer twee voorstellingen geassocieerd zijn1 dan zal1 als de eene waargenomen wordt1 de andere weer zeer levendig in 't bewustzijn treden4 ,wij zullen bijv4 aan een vroegeren vriend levendig herinnerd worden1 wanneer wij met zijn zoon praten4 ,a en ,b hebben wij gedurig samen waargenomen4 ,zoo spoedig ,a nu optreedt1 wordt de voorstelling van ,b zr levendig1 en deze levendigheid is het1 die ons de overtuiging geeft1 dat ,b optreden zal4 ,dat wij dus in onzen geest ,a en ,b1 oorzaak en gevolg1 als noodwendig met elkaar verbinden1 ligt in de verwachting dat ,b zal optreden1 tengevolge van de associatie tusschen beiden1 die ontstaat uit de gewoonte1 om beiden te zamen te zien4 ,met behulp dezer ,causaliteitstheorie weet ,hume ook een verrassend licht te werpen op de gevallen1 waarin wij een waarschijnlijkheidsoordeel uitspreken4 ,stellen wij ons een kubusje1 een dobbelsteen1 voor4 ,op vier zijden plaatsen wij een kruisje1 op twee een stipje4 ,wij gooien de kubus op4 ,wij weten nu niet wat zal bovenkomen3 kruis of stip4 ,maar de waarschijnlijkheid1 dat kruis boven zal komen1 is tweemaal zoo groot als die1 dat stip boven komt4 ,hoe is dat te verklaren8 ,er is geen vaste associatie tusschen het vallen van den dobbelsteen en het bovenkomen van een bepaalde zijde4 ,de levendigheid1 waarmee we ons dus het bovenkomen van n zijde voorstellen1 is gering4 ,maar de vier kruiszijden versterken elkaar evenals de twee stipzijden dat doen4 ,de voorstelling1 dat er kruis of stip boven zal komen1 is dus levendiger1 dan die van n bepaalde zijde4 ,en dat een kruis 't zal zijn1 is weer een voorstelling met grooter kracht dan een stip4 ,op deze wijze weet ,hume ook een aantal niet logische1 maar bijna algemeen voorkomende redeneeringen te verklaren4 ,wij hechten1 bij het vormen van een oordeel1 meer waarde aan wat wij zelf beleefd hebben1 dan aan wat ons--zij 't ook door nog zoo een betrouwbaar persoon--is medegedeeld1 omdat een impressie altijd veel levendiger is dan een idee4 ,door de opvoeding kunnen bepaalde denkbeelden zoo vast in de ziel worden gehamerd1 dat wij van hun waarheid overtuigd zijn1 zonder er ons ooit op te bezinnen4 ,de telkens terugkeerende herhaling geeft een groote mate van levendigheid aan deze voorstellingen en doet dus de overtuiging ontstaan1 dat ze een werkelijkheid afbeelden4 ,practische filosofie4 ,ook voor de moraal1 de staathuishoudkunde en de wijsbegeerte van den godsdienst1 bevatten ,hume's werken zeer belangrijke aanduidingen of uiteenzettingen4 ,wij bepalen ons hier tot korte aanstippingen1 den lezer1 die meer over ,hume begeert1 naar 't helder geschreven werk van ,dr4 ,j4 ,c4 ,wijnandts ,francken verwijzend #gf4 ,als grondslag der moraal erkent ,hume het gevoel4 ,het medegevoel voor anderen drijft tot handelingen1 die niet rechtstreeksch ons welzijn beoogen1 maar den lust van een ander bevorderen4 ,ten opzichte van den godsdienst ontkent ,hume dat deze door de rede te vinden zou zijn1 daarmee een der geliefde stellingen van 't desme afbrekend4 ,belangrijk is1 dat hij tracht te geven een geschiedenis van de ontwikkeling der godsdiensten uit psychologisch oogpunt4 ,hij ontkent1 dat de afzonderlijke religies ontaardingen zijn van den eenen natuurgodsdienst1 waarover de desten zooveel spraken4 ,hij ziet in 't polythesme veeleer een begin1 meent dat een god1 van een bepaalden stam bijv41 zich omhoog gewerkt heeft1 en dat zoo 't monothesme is ontstaan4 ,wel hebben de menschen dat strenge monothesme later niet kunnen volhouden en 't op sommige punten weer verzwakt4 ,niet het inzicht in den doelmatigen bouw en den samenhang der schepping behoeft de oorsprong te zijn van het godsbegrip1 maar ook de vrees kan gewerkt hebben4 ,hume bestrijdt dus eigenlijk de grondslagen der theorie1 opgesteld door de desten4 ,wat zijn eigen standpunt betreft1 hierover is men niet in 't zekere4 ,de groote verdienste van ,hume is geweest1 dat hij het empirisme van ,locke tot consequentie gebracht heeft en met zeer groote scherp- en klaarheid problemen opgesteld4 ,maar in zijn leer lag ook een kiem voor de toekomst2 zijn critische richting was noodig1 om bij de rationalistische te komen1 teneinde ,kant zijn systeem te doen opbouwen4 ,in ,schotland zelf kwam echter na de groote inspanning van ,hume een verslapping4 ,men beriep zich op het gezond verstand 7common sense71 dat ons toch duidelijk leerde1 dat ons ik bestond1 dat er een buitenwereld was1 enz4 ,hoofdvertegenwoordiger van deze groep is ,reid 7#agaj-agif74 ,hij stelde een aantal axioma's op1 waaraan niet te twijfelen was4 ,maar in die axioma's zaten juist de moeilijkste problemen verscholen 7bijv4 de dingen zijn zoo als wij ze waarnemen74 ,geheel zonder beteekenis is de periode na ,hume niet4 ,in haar vallen de eerste pogingen om een schoonheidsleer op zielkundigen grondslag te vestigen4 ,burke 7#agbh-agig7 heeft zich hiervoor vooral verdienstelijk gemaakt4 ,energieke pogingen in die richting zullen wij later bij ,gustaaf ,theodoor ,fechner ontmoeten 7,tweede deel74 ,afzonderlijk vermelden wij ,adam ,smith1 den grondlegger der staathuishoudkundige wetenschap4 #ea4 ,adam ,smith4 ,adam ,smith1 de groote vriend van ,hume1 werd #agbc te ,kirkoldy in ,schotland geboren1 studeerde te ,glasgow1 ,oxford1 7hier verbood men hem in ,hume's ,verhandeling te lezen67 was hoogleeraar te ,glasgow1 reisde in de zestiger jaren in ,frankrijk1 waar hij ,turgot en ,necker1 de groote ,fransche financiers leerde kennen1 was op 't laatst van zijn leven in betrekking bij de belastingen te ,edinburgh en stierf in #agij4 ,smith heeft 'n zeer belangrijk werk geschreven over de zedeleer1 wier grondslag voor hem de sympathie is4 ,zijn grooten naam dankt hij echter aan zijn in #aggf verschenen werk1 een onderzoek over den aard en de oorzaken van den rijkdom der volkeren 7,inquiry into ,nature and ,causes of the ,wealth of ,nations74 ,door dit werk wordt ,smith de vader van de moderne staathuishoudkunde1 de stichter van een geheel nieuwen tak van wetenschap4 ,tot dusver had men het leven beschouwd uit zedelijk of godsdienstig oogpunt1 of ook wel uit staatkundig4 ,smith is de eerste1 die op het geheele leven blikt van het standpunt af van goederenvoortbrenging en verdeeling4 ,hij is een echt kind van de aufklrung3 de bevrijding en volle ontwikkeling van het individu2 het losmaken van oude knellende banden eischt hij ook op het gebied der staathuishoudkunde4 ,de mensch begint met den arbeid te verdeelen4 ,dit komt niet zoozeer voort uit het juiste inzicht der menschen als wel uit hun zucht naar ruilen4 ,is de arbeidsverdeeling eenmaal begonnen1 dan gaat zij steeds door en wordt hoe langer hoe fijner doorgezet4 ,dientengevolge leert iedereen zijn werk goed verrichten1 doet het vlugger en produceert meer4 ,zoo wordt de totale productie grooter en het is de arbeidsverdeeling in de eerste plaats1 die van den natuurtoestand tot dien der beschaving voert4 ,deze verdeeling nu bindt de menschen nauwer aan elkaar2 om te bestaan heeft de een den ander noodig1 en ieder enkeling kan omgekeerd slechts blijven bestaan1 als hij iets weet te verrichten dat waarde heeft voor anderen4 ,dit is voor hem een prikkel1 al zijn krachten in te spannen1 op de meest doelmatige wijze4 ,wat is voor een bepaald persoon doelmatig8 ,dat kan hij1 wiens belangen op het spel staan1 wiens bestaan er dikwijls mee gemoeid is1 het best zelf beoordeelen1 beter dan een ander4 ,ieder individu moet dus vrijheid hebben1 maar ook het verkeer der individuen onderling moet niet gehinderd of belemmerd worden4 ,vraag en aanbod regelen de markt wel4 ,de staat behoeft den handel niet na te gaan4 ,de klanten zijn de beste controleurs van den koopman4 ,van alle bemoeiing moet de ,staat zich in normale omstandigheden onthouden3 staatsbemoeiing leidt de krachten van hare natuurlijke banen af1 verlangzaamt en belemmert het natuurlijke productieproces4 ,geen monopolies dus2 voor bepaalde personen of families geen privilegies #gg4 ,vrijheid dus4 ,ieder mag zijn eigen belang op zijn eigen wijze zoeken 7pursue his own interest his own way74 ,terwijl nu het individu voor zichzelf waakt en voor zijn eigen belangen werkzaam is1 dient hij dikwijls 7door dit woord weg te laten1 heeft men ,smith soms onrecht aangedaan7 het algemeen welzijn beter1 dan wanneer hij dit opzettelijk had nagejaagd4 ,smith is er ten innigste van overtuigd1 dat het voordeel1 dat de een behaalt1 ten slotte ook wel weer een ander ten goede komt4 ,de vooruitgang der industrie in ,engeland heeft ook het lot der arbeidende klasse aanmerkelijk verbeterd4 ,maar er moet niet alleen vrijheid in n staat bestaan3 ook tusschen de staten onderling moet deze gevonden worden4 ,bij volledige handelsvrijheid is het voordeel aan beide zijden3 kooper en verkooper trekken beide hun profijt1 bijv4 bij de verruiling van grondstoffen en fabrikaten3 ieder zet af1 wat hij kwijt wil zijn1 verkrijgt1 waaraan hij behoefte heeft4 ,daardoor wordt ook de welvaart van den buurman ons voordeel1 niet ons nadeel4 ,tusschen de staten onderling komt een zelfde gunstige verstandhouding als tusschen de groepen in een staat4 ,dit beginsel draagt ,smith ook over op het gebied der geestelijke productie4 ,ook op dit terrein is de concurrentie noodig4 ,godsdienst1 wetenschap en onderwijs behoeven dien prikkel4 ,in hun aanvangsstadia zijn de godsdiensten gewoonlijk het best4 ,particuliere scholen spannen zich beter in dan openbare4 ,ook in het geestelijk leven zijn de levensbelangen der individuen de drijfkrachten van den vooruitgang4 ,smith's geheel systeem valt en staat met zijn grondslag dat ieder individu weet1 wat zijn eigen belang is1 en daardoor handelt of ook de macht heeft1 om dat te doen4 ,de leer van de staatsonthouding is in het laatst der #ai;de eeuw theoretisch bestreden en practisch in de meeste beschaafde landen verlaten4 ,dit neemt niet weg1 dat er in ,smith's werk groote gedachten zijn en bij de beoordeeling moet men zijn tijd niet vergeten3 de burgerij verkeerde onder grooten druk4 ,smith is de woordvoerder der spaarzame1 nijvere burgerij tegen verkwistende1 hebzuchtige en kortzichtige regeeringen4 ,al waren in zijn tijd de eerste stappen gezet op het gebied der moderne fabrikatie1 7#agfi de stoommachine door ,watt uitgevonden7 ,smith voorzag nog niet de moderne groot-industrie4 ,zoo zag hij geenerlei gevaar in den invoer van buitenlandsch koren en het zou wegens de hooge transportkosten een uitzondering blijven6 ,,hoofdstuk ,,xvii4 ,,de ,,fransche ,,aufkl,,rung4 #eb4 ,voltaire en ,montesquieu4 ,het algemeen karakter der ,fransche aufklrung schetsten wij reeds in #de1 7bladz4 #bia74 ,het zijn ,voltaire en ,montesquieu geweest1 die hun landslieden met de ,engelsche filosofie bekend hebben gemaakt en zoo den stoot hebben gegeven aan de merkwaardige ontwikkeling1 die de ,engelsche gedachten in ,frankrijk hebben doorgemaakt4 ,,voltaire #afid-aggh4 ,voltaire1 een notariszoon uit ,parijs1 had zijn naam ,arouet l7e7 j7eune7 7,arouet junior7 omgezet tot ,voltaire4 ,zijn opvoeding ontving hij in het ,jezutencollege te ,clermont1 waarover hij later zeer slecht te spreken was4 ,gedeeltelijk moge dit aan ,voltaire's haat tegen de kerk gelegen hebben1 gedeeltelijk ook aan de verslechtering die het onderwijs der ,jezueten sedert ,descartes' dagen ondergaan had4 ,reeds spoedig bekend als een scherpzinnig1 hekelend schrijver1 geraakte hij in #agag voor een jaar in de gevangenis1 de ,bastille4 ,na zijn ontslag schreef hij eenige letterkundige werken1 maar weldra kwam hij er weer in4 ,hij werd nu niet losgelaten dan onder de verplichting naar 't buitenland te gaan4 ,zoo bezocht hij ,engeland1 leerde daar de staatsinstellingen zoowel als de godsdienstige en wijsgeerige denkbeelden kennen1 en na zijn terugkomst in #agbi maakte hij ,frankrijk in zijn ,engelsche brieven bekend met den constitutioneelen1 parlementairen regeeringsvorm1 met de natuurkunde van ,newton1 de wijsbegeerte van ,locke4 ,hij moest weldra ondervinden1 dat de heerschende machten het werk als gevaarlijk beschouwden3 het werd verbrand4 ,tot #agdi leefde hij dan in ,cirey1 beschermd door de markiezin ,de ,chtelet4 ,gedurende dezen tijd schreef hij een groot aantal werken van den meest verschillenden aard4 ,in #agej ging hij naar ,berlijn1 naar 't hof van ,frederik den ,groote1 die gaarne ,fransche geleerden en kunstenaars ontving4 ,hij bleef hier drie jaar1 maar vond zich in den man1 dien hij eens den ,salomon van 't ,noorden genoemd had1 bitter teleurgesteld4 ,hij schreef aan zijn nicht1 dat in het woordenboek der koningen mijn vriend mijn slaaf beteekent4 ,hij vertrok en vestigde zich in een kasteel bij de ,jura te ,ferney1 waar hij1 daartoe in staat gesteld door een zeer groot vermogen1 gedeeltelijk door gelukkige speculaties verworven1 als een groot heer leefde4 ,de patriarch van ,ferney oefende een grooten invloed uit1 schreef veel1 stond in correspondentie met tal van aanzienlijke personen4 ,in de practijk toonde hij zich soms van een ernstigen1 zedelijken wil en hij heeft veel moeite gedaan om sommige onschuldig veroordeelden in hun eer hersteld te krijgen1 voor welk optreden hij een roem inoogstte1 gelijk aan dien voor ,zola's optreden in de ,dreyfuszaak4 ,in #aggh ging hij nog eens naar ,parijs1 waar hij met warmte en geestdrift gehuldigd werd4 ,zijn hooge leeftijd was niet meer bestand tegen de vermoeienissen en de aandoeningen van dit verblijf4 ,hij stierf in #aggh4 ,voltaire is een zeer alzijdig mensch geweest1 die1 noch als oorspronkelijk denker1 noch als diepvoelend dichter1 noch als groote persoonlijkheid een der grootsten zijnd1 door de veelzijdigheid van zijn gaven1 de helderheid van zijn stijl1 de scherpte van zijn betoog een overweldigenden invloed heeft gehad4 ,hij heeft meegewerkt aan de verlichting1 aan de verbreiding van tal van denkbeelden1 die nu gemeengoed voor ons zijn4 ,maar hij heeft ook al de fouten van zijn tijd en zijn richting4 ,in zijn zucht om alleen het begrijpelijke1 het redelijke te zien1 ziet hij dikwijls alleen het voor de hand liggende en heeft geen oog voor den dieperen samenhang van vele schijnbaar gescheiden verschijnselen4 ,in godsdienstig opzicht bestrijdt ,voltaire de dogma's der kerk4 ,den strijd tegen deze gold hem als het hoogste doel1 en hij zag den tijd reeds naderen1 dat alleen rede en verlichting zouden regeeren4 ,om de leerstellige godsdienstige waarheden te gelooven1 moest men 'n schurk of een domkop zijn4 ,op de symbolische beteekenis van deze1 voor het feit1 dat zij soms de kristallisatie zijn van diepe levenservaringen1 geeft hij geen acht4 ,dat de schijnbaar willekeurig verspreide eilanden der godsdienstige overtuiging hunnen onderzeeschen samenhang kunnen hebben en gevolg kunnen zijn eener vulkanische werking1 komt in ,voltaire niet op4 ,de kerk is voor hem de eerlooze1 de schandelijke 7l'infme71 die verpletterd moet worden4 ,voltaire gelooft aan ,god4 ,dit gelooft acht hij een eisch van 't zedelijk bewustzijn en eveneens bewijsbaar uit de doelmatigheid der natuur4 ,als ,god niet bestond1 zou men hem moeten uitvinden4 ,de onsterfelijkheid der ziel neemt hij eveneens aan3 men moet met 't oog op de deugd aan haar gelooven4 ,eerst een optimistische wereldbeschouwing toegedaan1 verandert hij na de geweldige aardbeving van #agee1 die geheel ,lissabon verwoestte1 van meening4 ,treffend spreekt hij dit uit in een vers van #ageg3 ,van heel de schepping zuchten al de leden1 ,geboren voor de ellend1 sneeft d'eene na den ander4 ,met bijtenden spot wijst hij de vele onvolkomenheden aan in de schepping en geeselt hij hen1 die roepen dat het geheel goed is4 ,op staatkundig en maatschappelijk gebied kan ,voltaire den afstand niet vergeten tusschen de fatsoenlijke lui 7honntes gens7 en het gepeupel 7canaille74 ,de verlichting is voor de eerste4 ,het komt er niet op aan1 schrijft hij in een brief aan d',alembert1 om onze lakeien in het bezoeken van mis of predikatie te verhinderen4 ,op kennistheoretisch en zielkundig gebied verklaart hij zich eens met het sensualisme van ,condillac1 door hem den grooten filosoof genoemd4 ,,montesquieu4 #afhi-agee4 ,op beperkter terrein dan ,voltaire bewoog zich ,montesquieu4 ,hij was president geweest van het parlement te ,bordeaux1 maar legde zijn betrekking neder1 om vreemde landen te kunnen bezoeken4 ,hij bezocht ,engeland ook en keerde van daar terug in hetzelfde jaar als ,voltaire4 ,onder zijn werken zijn te noemen de ,perzische ,brieven 7#agba7 waarin de ,fransche ,maatschappij van dien tijd door een man der aufklrung bezien wordt1 die zijn beschouwingen een paar in ,frankrijk reizende ,perzen in den mond geeft4 ,zijn hoofdwerk is het in #agdh verschenen boek3 ,over den geest der wetten4 ,montesquieu toont hierin aan1 hoe er1 tusschen de wetten van een volk en zijn zeden1 klimaat en ligging verband bestaat4 ,het zou dan ook een toeval zijn1 wanneer de wetten voor twee geheel verschillende volkeren gelijk konden zijn4 ,in 't bijzonder heeft dat gedeelte van zijn werk1 waarin hij zijn landgenooten bekend maakt met de ,engelsche staatsinstellingen1 veel invloed gehad4 ,hij ontleent echter zijn beschrijvingen meer aan ,locke dan aan den werkelijken toestand4 ,sterk legt hij den nadruk op de onafhankelijkheid der rechterlijke macht1 zeker wel noodig in het ,frankrijk der #ah;de eeuw1 waar men op een bevelschrift der regeering 7lettre de cachet7 in de gevangenis kon worden geworpen4 ,terwijl ,montesquieu vroeger meer gevoeld had voor een republiek1 als ,zwitserland en ons land waren1 is hij na zijn terugkeer uit ,engeland voorstander van de monarchie1 waarin de koning zijn macht deelt met een volksvertegenwoordiging4 ,hij meent dat dit een echt-,germaansch systeem is1 overblijfsel en nawerking van de vroegere volksvergadering der ,germanen4 ,dit schoone stelsel werd in de wouden uitgevonden4 ,hoewel ,montesquieu meer zin voor geschiedenis toont dan de andere dragers der ,fransche aufklrung1 vervolgt hij toch de regeeringsvormen niet voldoende in hun historische ontwikkeling1 maar beschrijft hen als vaststaand4 ,alles ligt in hetzelfde vlak3 de eenheid van tijd1 plaats en handeling is van den schouwburg overgegaan op de wetgeving4 7,sorel74 #ec4 ,sensualisme4 ,materialisme4 ,condillac1 #agae-aghj4 ,locke's leer1 dat al onze kennis uit de ervaring stamt1 werd door ,condillac voortgezet en tot een volslagen sensualisme gebracht4 ,condillac1 die geestelijke was en later van de inkomsten van een hem toegewezen abdij leefde1 was een vreedzaam denker1 uit wiens werken meer strijdmateriaal werd gehaald1 dan hij zelf bedoeld had4 ,door den eenvoud zijner voorstellingswijze1 de helderheid van zijn stijl1 maakte zijn filosofie grooten indruk1 verdrong die van ,descartes en werd1 tot aan het keizerrijk de heerschende aan de ,fransche ,scholen4 ,condillac gaat uit van het beginsel1 dat ons niets gegeven zijn dan onze zinnelijke gewaarwordingen1 die wij passief opvangen4 ,alle andere geestelijke verrichtingen zijn wijzigingen der gewaarwordingen4 ,wanneer een gewaarwording alln ons bewustzijn in beslag neemt1 is er opmerkzaamheid en door deze kunnen wij een geheele reeks van gegevens ontleden1 en op n punt onze aandacht richtend1 de elementen onzer kennis duidelijk opvatten4 ,zijn er twee gewaarwordingen in 't bewustzijn1 dan vergelijken wij4 ,zijn er nawerkingen van gewaarwordingen1 dan spreken wij van herinnering4 ,een bijzondere gewaarwording is die van lust en onlust en door deze krijgen wij weer driften en neigingen4 ,het eerste is dus de zinnelijke gewaarwording4 ,condillac echter erkent1 dat gewaarwording iets anders is dan beweging1 en al ziet hij met ,locke geen kans1 om den aard der ziel te beschrijven1 hij neemt haar bestaan als geestelijke zelfstandigheid aan4 ,dit element werd echter door hen1 die uit zijn werken strijdmiddelen haalden1 gewoonlijk over 't hoofd gezien4 ,helvetius1 #agae-agga4 ,wat ,condillac deed op 't gebied der zielkunde1 verrichtte ,helvetius op dat der zedeleer3 hij verklaarde alle deugd afkomstig van n beginsel1 de eigenliefde4 ,helvetius was als algemeen pachter der belastingen zeer rijk geworden en1 edele1 milde1 menschlievende persoonlijkheid1 besteedde hij zijn geld aan bevordering van kunsten en wetenschappen en aan weldadige doeleinden4 ,na zijn dood schreef ,frederik de ,groote3 ,zijn karakter kwam mij bewonderenswaard voor4 ,misschien zou men kunnen wenschen1 dat hij liever zijn hart dan zijn verstand geraadpleegd had4 ,voor ,helvetius zijn van nature alle menschen gelijk4 ,zij hebben van den schepper 7,helvetius is dest7 n gave meegekregen3 het kunnen waarnemen van lust en onlust4 ,dat de menschen zoo ongelijk zijn1 ligt aan hun opvoeding1 waaronder het geheel der invloeden te verstaan is1 die op den mensch inwerken4 ,maar allen worden bewogen door het streven naar lust1 welk beginsel ,helvetius nieuw meent ontdekt te hebben4 ,de hoogste lust nu moet zijn de zorg voor 't algemeen welzijn4 ,geeft men het volk geen aandeel aan de regeering1 dan heeft het geen hooge motieven1 waarop het zich kan richten4 ,diep bezorgd is ,helvetius dan ook over den treurigen toestand van het vaderland4 ,hij betreurt het1 dat de moralisten en de theologen wel uitvaren tegen de individueele ondeugden1 maar niet de algemeene aantasten1 de laatsten immers oefenen zoo een slechten invloed uit4 ,dit is1 naast de oorspronkelijke gelijkheid en de almacht der opvoeding1 een der hoofdgedachten uit ,helvetius' werken3 de regeeringsvorm en de politiek en maatschappelijke toestanden zijn van overwegenden invloed op de zedelijkheid4 ,,materialisme4 ,la ,mettrie4 ,jullien ,offray de la ,mettrie werd in #agji te ,st4 ,malo geboren1 studeerde voor arts1 praktiseerde een poos en ging in #agcc naar ,leiden1 om ,boerhave te hooren4 ,zooals ,locke's vriend ,sydenhamm in ,engeland de geneeskunde op redelijker grondslag gevestigd had1 deed ,boerhave dat in ons land4 ,de beteekenis van ,nederland voor de geestesontwikkeling schatte men niet gering4 ,asyl voor tal van vervolgden of rust-zoekenden1 hadden ,descartes en ,locke er geleefd4 ,te ,amsterdam verschenen tal van werken die in geen ander land geduld werden2 de ,fransche achttiende eeuw kon in 't licht der ,hollandsche vrijheid hare ideen aan de wereld toonen4 ,velen der schatrijke kooplieden waren beschermers der wetenschap1 legden groote bibliotheken en verzamelingen aan4 ,zweden's groote plantkundige ,linnaeus 7#agjg-aggh7 vond o4a4 in ,haarlem gastvrijheid en schreef daar belangrijke werken4 ,in ,leiden werkte ,boerhave en zijn roep lokte la ,mettrie4 ,om ,boerhave was toen1 ofschoon hij geen college meer gaf1 een schaar van jonge1 ijverige artsen verzameld4 ,de ,leidsche universiteit vormde een middelpunt van geneeskundige studin1 zooals misschien nooit meer bestaan heeft4 ,door zijn grooten naam had ,boerhave1 om wie zich zijn jongeren met onbegrensde vereering schaarden1 aanzienlijke rijkdommen verworven1 te midden waarvan hij zoo eenvoudig leefde1 dat alleen zijn weldadigheid er van deed blijken4 ,men roemde zijn onderwijstalent1 in 't bijzonder zijn karakter4 7,lange74 ,la ,mettrie vertaalde een aantal werken van ,boerhave in 't ,fransch4 ,in #agdb werd hij militair arts1 welke betrekking hij opgeven moest1 toen hij de ,natuurlijke historie der ziel had laten verschijnen4 ,naar ,holland gevlucht1 moest hij ook vandaar wijken na zijn bekendst werk3 ,de mensch een machine 7#agdh74 ,frederik de ,groote riep hem tot zich en hij werd diens voorlezer4 ,voltaire1 tegelijk met hem aan 't ,pruisisch hof1 noemt den opgewekten1 van 't leven genietenden1 ietwat lichtzinnigen man een aangenaam gezelschap voor een kwartier1 maar vervelend op den duur4 ,in #agea stierf hij2 hij had1 luidde 't gerucht1 zich aan een pastei vereten1 en overleed na heftige koortsen4 ,een tijdlang is ,mettrie geschilderd als een uiterst lichtzinnig wellusteling1 wiens heele theorie slechts diende1 om zijn eigen uitspattingen goed te praten4 ,hoewel zeer zeker niet een der beste menschen1 is ,la ,mettrie niet de slechtaard1 dien men van hem gemaakt heeft4 ,hij toonde een warme belangstelling voor de wetenschap en heeft een groote hoeveelheid feitenmateriaal bijeenverzameld1 om zijn theorie te stutten3 het materialisme4 ,we hebben deze leer herhaaldelijk al ontmoet1 7,democritus1 ,hobbes74 ,maar bij ,la ,mettrie treffen wij haar zeer scherp geformuleerd aan1 en gesteund door vele feiten4 ,het scherpst heeft hij zijn denkbeelden geuit in3 ,de mensch een machine4 ,de hoofdgedachten zijn de volgende3 ,het onderscheid1 dat men aangenomen heeft tusschen mensch en dier1 is een graadverschil1 geen wezensverschil4 ,is het dier een machine1 dan de mensch ook4 ,wanneer we de anatomie van menschen en dieren nagaan1 zien we groote mate van overeenkomst4 ,we hebben het recht niet1 om den dieren alle bewustzijnsverschijnselen1 die wij hebben1 te ontzeggen4 ,onmiddellijk kennen we alleen onze eigen1 en tot de aanwezigheid van deze bij anderen moeten wij besluiten op grond van uiterlijke teekenen4 ,maar bij dieren ontbreken die niet4 ,een hond vertoont evengoed neerslachtigheid en teekenen van berouw1 zoo hij zijn meester heeft gebeten1 als een mensch4 ,recht1 om het zedelijk gevoel den mensch alleen ingeboren te verklaren1 heeft men dus niet4 ,ja1 de scheidslijn tusschen dier en plant kan ook wegvallen3 al het levende kan gewaarworden4 ,uit het lagere komt het hoogere op4 ,hoe meer behoeften1 hoe meer verstand4 ,verwerpt ,la ,mettrie dan eenerzijds de scherpe scheiding tusschen mensch en dier #gh1 omdat deze beide geestelijke verrichtingen kennen1 anderzijds wil hij aantoonen1 dat de geestelijke verrichtingen niet aan een apart beginsel1 de ziel1 behoeven toegeschreven te worden4 ,hij komt met een zeer groot feitenmateriaal1 waarmee hij de inwerking van het lichaam op onze bewustzijnsverschijnselen illustreert4 ,hij had dit het eerst opgemerkt toen hij1 koorts hebbende1 den invloed daarvan op zijn gedachten bemerkte4 ,ziekten kunnen invloed hebben op ons denken en onze stemming4 ,menschen1 die den dood heldhaftig tegentraden1 waren misschien kleinmoedig geweest1 als hun maar een kleinigheid aan milt of lever gemankeerd had4 ,opium1 wijn1 koffie oefenen invloed uit op de ziel4 ,een leger1 dat sterken drank gehad heeft1 stort zich moedig op den vijand2 had 't water gedronken1 dan zou 't misschien lafhartig op de vlucht zijn geslagen4 ,bij geestesziekten vindt men dikwijls hersenziekten1 en1 treft men deze niet aan1 dan kunnen er wel heel kleine veranderingen zijn1 die ons ontsnappen4 ,de dieren hebben dus geestelijke verrichtingen1 de stoffelijke toestand van het lichaam bepaalt dien van onzen geest4 ,ook om het leven als zoodanig te verklaren1 behoeft men zijn toevlucht niet te nemen tot de ziel1 want de beweging zit in de aparte deelen van het lichaam4 ,hij geeft hiervoor vele voorbeelden4 ,na den dood bewegen zich spieren en ingewanden nog2 een haan1 wien de kop was afgeslagen1 liep nog een poosje door1 enz4 ,la ,mettrie ontkent niet de mogelijkheid1 dat ,god de materie heeft geschapen1 noch loochent hij de onsterfelijkheid1 maar men kan hier niet achter komen1 en heeft er voor wetenschap en practijk niets aan1 die vragen te behandelen4 ,een staat van athesten is daarom niet alleen mogelijk1 zooals ,bayle verondersteld had1 neen1 hij zou de gelukkigste zijn1 omdat de onzalige godsdiensttwisten er niet zouden voorkomen4 ,la ,mettrie's moraal-filosofie1 die menigeen ook door zijn smakelooze behandeling van de kunst om te genieten1 afschrikt en tegen de borst stuit1 wegens zijn te groote en noodelooze uitvoerigheid over 't sexueele leven1 bevat een zeer rijke toekomstgedachte4 ,hij wil tal van misdadigers niet straffen1 maar als zieken behandelen3 niet den scherprechter1 maar den arts moet men de menschen overgeven1 die door ziekelijke hersenen en neigingen misdaden begaan4 ,het laatst der #ai;de eeuw zou deze kwestie weer opnemen en er levendig over discussieeren4 7,vergel4 deel ,,ii1 ,het positivisme1 de crimineele anthropologie74 ,diderot1 #agac-aghd4 ,een der merkwaardigste verschijningen van de achttiende eeuw is de groote encyclopedie1 een werk1 dat kennis en verlichting in wijden kring verbreidde en waaraan tal van mannen1 de encyclopedisten genoemd1 meewerkten4 ,hoofd was ,denis ,diderot1 dien men een ,franschen ,leibniz zou kunnen noemen1 met 't oog op zijn zeer veelzijdige belangstelling1 zijn veelomvattende arbeidzaamheid en kennis1 die vooral de encyclopedie ten goede kwamen4 ,als meer ,fransche denkers uit dezen tijd is hij dichter en wijsgeer1 en gevoelvolle ontboezemingen wisselen af met de ontvouwing van geniale gedachten4 ,eerst in de #ai;de eeuw zijn z'n eigenlijk wijsgeerige werken uitgekomen2 voor den tijdgenoot was ,diderot vooral letterkundige1 al oefende hij1 door zijn woord en omgang en brieven ook veel invloed uit op de filosofische ontwikkeling4 ,op metafysisch gebied is het standpunt van ,diderot niet steeds hetzelfde1 maar nadert hij het materialisme1 7dat hij niet in ,frankrijk gebracht heeft1 maar dat hem veeleer gewonnen heeft7 na eerst een stadium van een sceptisch gezind desme doorgemaakt te hebben4 ,het bewustzijn is voor ,diderot niet gebonden aan een bepaalde organisatie van atomen1 maar hij neemt aan1 dat aan elk deeltje het vermogen1 om waar te nemen1 toekomt4 ,daar dit aan ,leibniz' monaden herinnert1 heeft men ook een sterken invloed van ,leibniz op ,diderot aangenomen4 ,hoe nu uit de samenvoeging van verschillende1 tot gewaarwording in staat zijnde deeltjes1 een bewustzijn kan ontstaan1 dat nheid heeft1 verklaart ,diderot niet uitvoerig1 al roert hij deze kwestie aan4 ,op ethisch gebied begon hij met een aanhanger van ,shaftesbury's moraal te zijn1 maar langzamerhand laat hij de stelling1 dat wij een oorspronkelijken zedelijken zin bezitten1 vallen4 ,ons zedelijk oordeel1 onze daden ondergaan den invloed van een groot aantal kleinere en meer belangrijke ervaringen1 die op een gegeven oogenblik tot vorming van 't oordeel1 tot het ontstaan van de daad kunnen meewerken1 ook al worden ze niet bewust4 ,voor ,diderot is er dus groei van zedelijk inzicht1 hij beseft1 zij 't vaag1 dat het zijn historische ontwikkeling heeft4 ,maar die natuurlijke ontwikkeling heeft het sociale gevoel voor hem niet2 dat maatschappelijke verhoudingen kunnen ontstaan zijn en vergroeien tot iets heel anders1 ziet hij niet4 ,echt kind der aufklrung1 ziet hij in de politieke1 burgerlijke en godsdienstige instellingen slechts het product van sluwheid en heerscherswillekeur4 ,het verleden biedt niets dan schurkenstreken voor den man1 die alles van de toekomst hoopt4 ,op religieus gebied is ,diderot van dest athest geworden4 ,het geloof aan ,god is dwaas2 hoe1 met het vele kwaad in de wereld de goedheid ,gods te gelooven8 ,de godsdienst voert verder tot ceremonin en dogmen1 die in de plaats komen van de natuurlijke moraal2 het geloof aan ,god is schadelijk4 ,om ,diderot1 die de leidende geest der achttiende eeuw is1 in zijn invloed te begrijpen1 moet men niet alleen letten op wat hij geschreven heeft1 maar vooral ook op zijn persoonlijken invloed4 ,hij was slechts geheel zich zelven1 wanneer hij zich1 zooals ,socrates1 opgeheven had tot de idee van het ware1 het goede en het schoone4 ,in deze extase 7die ook aan zijn uiterlijk opgemerkt kon worden1 en die hij1 naar zijn eigen beschrijving1 het eerst voelde aan het bewegen zijner haren op het midden van 't voorhoofd1 en aan een huivering1 die al zijn leden doorliep71 was hij de echte ,diderot1 wiens geestdronkene welsprekendheid1 evenals die van ,socrates1 alle toehoorders met zich meesleepte4 7,rosenkranz74 ,holbach1 #agbc-aghi4 ,zijn afsluiting vond het wijsgeerig materialistisch denken der #ah;de eeuw in een werk1 dat ontstaan is in den kring van baron ,holbach1 een ,duitsch edelman1 die van zijn jeugd af in ,parijs woonde en een aantal radicale schrijvers om zich heen had verzameld4 ,het verscheen in #aggj onder een pseudoniem te ,londen1 onder den titel3 ,systeem der ,natuur4 ,waarschijnlijk is de indeeling1 het stelselmatige1 van ,holbach1 en hebben ,diderot en ,lagrange hulp verleend4 ,van de werken van ,la ,mettrie en ,diderot onderscheidt het zich meer door zijn vastheid van overtuiging1 stelselmatigheid en strakheid1 dan door zijn inhoud4 ,het mist de levendige pittigheid der ,fransche auteurs en heeft iets van het langdraderige der ,duitschers te pakken4 ,het maakte zooveel opgang1 dat men 't wel den bijbel van 't materialisme genoemd heeft4 ,het is1 na de meer uitvoerige behandeling van ,la ,mettrie minder noodig1 uitvoerig over het werk te spreken4 ,in hoofdzaak worden de volgende stellingen verkondigd4 ,niets anders dan stof en beweging bestaat4 ,de beweging is aantrekking of afstooting4 ,uit deze beide soorten beweging laten zich alle andere bewegingen verklaren1 en door de verschillende bewegingen zijn weer de dingen ontstaan naar eeuwige1 onveranderlijke wetten4 ,als er niets is dan stof en beweging1 zoo is de mensch ook uitsluitend stoffelijk1 en het is een dwaling en ongeluk geweest1 lichaam en ziel te scheiden4 ,wie dit doen1 scheiden eenvoudig de hersenen af van het overige lichaam4 ,evenals de tweeheid van den mensch3 ziel en lichaam een hersenschim is1 zoo is ook die andere tweeheid een waanbeeld3 ,god en wereld4 ,de oorzaken1 die den mensch tot het vormen der ,godsvoorstelling gebracht hebben1 zijn lijden1 vrees1 onwetendheid4 ,wij sidderen1 omdat onze voorouders gesidderd hebben4 ,voor dit athesme is moed en verstand noodig4 ,ongewenscht is het1 zelf de religie te verwerpen1 maar die voor minder ontwikkelden noodig te houden1 opdat het volk in banden blijve4 ,vrijheid en onsterfelijkheid bestaan niet3 de mensch is een schakel in den keten van den oorzakelijken samenhang der dingen1 andere onsterfelijkheid dan die in de gedachten der menschen1 die na ons komen1 is er niet4 ,voor de practijk zal deze leer groote vruchten dragen3 de godsdiensttwisten zullen eindigen1 de onrust1 die de godsdienst bij menigen mensch veroorzaakt1 zal wijken voor zielsrust4 ,grondslag der zedelijkheid is de zelfliefde1 en hij1 die zijn eigen belangen zoodanig bevordert1 dat anderen daartoe bijdragen om huns zelfs wil1 is een goed mensch4 ,het systeem der ,natuur is het systeem der ,fransche aufklrung1 die tot het materialisme gekomen was door vele stadin4 ,maar voor dat het opgesteld was1 had reeds in ,frankrijk de stem geklonken1 die zich tegen deze richting zou verheffen1 en een man1 die zelf in allerlei zedelijke diepten zonk1 zou ,frankrijks geweten worden3 ,jean-,jacques ,rousseau4 #ed4 ,rousseau4 ,leven4 ,welk een deerniswekkend man6 ,in ,genve in #agab geboren1 verliest hij vroeg zijn moeder1 wordt door een vader1 man van plezier1 onbekwaam opgevoed4 ,na een gelukkigen tijd te platten lande in een predikantsgezin1 in ,genve in de levenspractijk3 graveursleerling4 ,uit ,genve gevlucht1 door geen vader tegengehouden4 ,in aanraking met een weduwe1 in dienst der katholieke propaganda1 ,mad4 de ,warens2 door haar naar ,turijn gezonden2 hier tot het katholicisme overgegaan2 als lakei in dienst bij een adellijke familie4 ,door heimwee naar de bergen terug naar mad4 de ,warens1 bij haar lange jaren1 met verschillende onderbrekingen1 studeerende in allerlei werken4 ,zij oefent grooten invloed op hem uit2 hij is als haar zoon--en haar minnaar tegelijk4 ,bij haar eindelijk voor goed vandaan1 in ,parijs 7#agda-agef74 ,hier in #agej plotseling beroemd door de ontkennende beantwoording eener prijsvraag1 of het herstel van kunsten en wetenschappen had bijgedragen tot loutering en verbetering der zeden4 ,in aanraking met de encyclopedisten1 maar van deze later gescheiden3 uitwendige omstandigheden werkten mee1 maar meer het diepe verschil4 ,zijn negatie van de beteekenis van cultuur en ontwikkeling1 was ,rousseau geen spel1 geen schitterende paradox1 om de aandacht op zich te vestigen1 zij was hem ernst2 en ernst en een overstroomend gevoel scheidde hem van de geestige schrijvers1 die zich dikwerf in de salons meer aangename causeurs en gewikste debaters toonden1 dan peinzende en piekerende of geestdriftvolle denkers1 als hoedanig we ,rousseau beurtelings zien4 ,een verbinding met een zeer goedhartig1 maar op het onnoozele af dom meisje1 ,thrse ,levasseur1 die zich door haar familie liet uitbuiten1 wordt later ontgoocheling en drukkende last1 die argwaan voedt en geestelijke gemeenschap buitensluit4 ,in #agfa geeft hij een roman1 de nieuwe ,helose1 een dier sentimenteele1 waaraan de #ah;de eeuw rijk is1 waaraan in ,duitschland ,goethe nog geofferd heeft1 waaraan in ons land de naam van ,feith geknoopt blijft4 ,dan komen in #agfb zijn hoofdwerken3 de ,emile1 waarin hij ,lockes gedachten over opvoeding voortzet1 verdiept en populariseert1 het ,maatschappelijk verdrag1 waarin hij1 de aloude staatsleer nieuw leven door zijn helderen stijl gevend1 op staatkundig gebied het ideaal verkondigt1 dat ,emile op opvoedkundig terrein uitspreekt4 ,en toen begon de vervolging4 ,rust is er niet4 ,noch in ,zwitserland1 noch in ,engeland bij ,hume1 vanwaar zijn tot waanzin geworden wantrouwen hem dreef4 ,om zich te verdedigen tegen werkelijke of ingebeelde vervolgers1 schrijft hij zijn3 ,confessies1 eerlijk bedoeld1 maar niet absoluut vertrouwbaar1 gekleurd als ze zijn door de het verleden vervormende verbeelding1 geschreven als ze werden in tijden van achterdocht en wantrouwen4 ,dan komt1 nog onverwacht1 de dood1 en het gebeente van den armen zwerver vindt nog niet eens rust3 het maakt de wisseling der revoluties in verheerlijking of versmading mee4 ,niet te verwonderen1 dat wij van dezen man met geringe voorstudie1 met weinig aanleg voor gezetten arbeid1 met een overmatig groot gevoel1 in ongunstige levensomstandigheden geplaatst1 geen scherp omlijnde leer kunnen verwachten2 dat bij hem meer allerlei treffende gedachten1 prikkelende opmerkingen1 fijne overwegingen1 innig gevoelde ontboezemingen zijn te vinden4 ,half literator1 half filosoof1 bekleedt ,rousseau toch in de geschiedenis van het denken niet een onbelangrijke plaats en in wijde kringen heeft zijn invloed gewerkt4 ,op den dag1 dat ,kant zijn ,emile las1 liet de ,koningsberger denker1 tot groote verwondering zijner buren1 zijn dagelijksche wandeling na6 ,en dat zegt veel6 7,zie deel ,,ii74 ,het cultuurprobleem4 ,wij hebben reeds eerder kennis gemaakt met het cultuurprobleem4 ,bij de ,grieken waren het de cynici1 7blz4 #gi7 die het stelden en in den tijd van ,mandeville werd het ernstig besproken 7#caa74 ,rousseau maakte ook ernst met het cultuurprobleem3 is de beschaving1 zooals wij die kennen1 een goed of een kwaad1 heeft zij meegewerkt aan menschelijk geluk en heeft zij de zedelijkheid bevorderd1 of heeft zij ongeluk en boosheid met zich gebracht8 ,als we ons ,rousseau's denken in hoofdlijnen voorstellen1 vinden wij een betrekkelijk eenvoudigen gedachtengang1 die veel belangwekkends bevat4 ,oorspronkelijk heeft de mensch in een natuurtoestand verkeerd1 waarin hij1 door zijn instinct geleid1 zijn behoeften wenschte te bevredigen4 ,daar die echter weinige waren1 omdat hij niet nadacht1 en zijn verbeelding hem niet allerlei voorspiegelde1 vond hij licht de middelen1 om zijn begeerten te bevredigen4 ,de natuurmensch wordt geleid door zelfliefde4 ,maar het bewustzijnsleven groeit uit4 ,nadenken en fantasie scheiden zich van het instinct4 ,de verbeelding spiegelt den mensch allerlei goederen voor1 die hij niet heeft4 ,deze zoekt hij te verwerven4 ,zij zijn veel moeilijker te verkrijgen1 dan de eenvoudige dingen1 die hij eerst noodig had4 ,hij geraakt nu in strijd met zijn medemenschen1 die hij verdringt4 ,de zelfliefde is zelfzucht geworden4 ,kennis1 beschaving doen zien1 wat er is1 en te genieten zou zijn4 ,men bezit 't echter niet4 ,nu treedt zwaarmoedigheid op2 het leven verliest zijn waarde1 zelfmoord komt voor4 ,de voortschrijdende beschaving heeft de behoeften vergroot en een wanverhouding geschapen tusschen wat men heeft en wat men begeert4 ,zoo brengt de cultuur ongeluk1 levenszatheid4 ,de kracht wordt verlamd4 ,hoe gelukkig was de menschheid op 't oogenblik dat zij1 niet geheel meer door de blinde instincten geleid1 toch nog niet zooveel nadacht4 ,dit was haar jeugd1 die zij nooit had moeten verlaten4 ,maar nu het eenmaal is geschied1 is terugkeer tot een vroegeren natuurtoestand onmogelijk4 ,het is dus nu de vraag1 hoe een nieuwe maatschappij te vestigen1 waarin meer overeenkomstig de natuur geleefd wordt4 ,op drie punten begeert ,rousseau deze vernieuwing3 op het gebied van godsdienst1 op dat van den staat en op dat der opvoeding4 ,opvoeding4 ,zijn opvoedkundige ideen1 die voor een groot gedeelte aansluiten bij die van ,locke1 heeft ,rousseau ontwikkeld in zijn ,emile4 ,hij pleit er voor1 dat de moeders zelf hunne kinderen zullen zoogen1 en eischt een zorgvuldige hyginische opvoeding4 ,het onderwijs moet niet te vroeg beginnen1 er moet bij den leerling belangstelling opgewekt worden1 zoodat hij de behoefte gevoelt1 van te weten4 ,het is zoo aanschouwelijk mogelijk2 niet de boeken1 maar natuur en menschenleven zijn allereerst de groote kennisbronnen4 ,op zedelijk gebied heersche geen autoriteit of wrekende straf4 ,emile moet de gevolgen zijner handelwijze ondervinden 7b4v4 kou vatten door een in zijn kamer gebroken raam7 en aldus hun draagwijdte leeren beseffen4 ,dit is het systeem der z4g4 natuurlijke straffen4 ,een gouverneur leidt de opvoeding1 die dus als bij ,locke1 niet in de klasse geschiedt4 ,hij is een oudere vriend1 een wijze raadsman voor ,emile1 die zijn opvoeder ook geheel moet vertrouwen4 ,bijzondere beteekenis hecht ,rousseau aan het intreden der geslachtsrijpheid4 ,veel meer1 dan tot dusver nog geschiedt1 wenscht hij met den puberteitsleeftijd in de opvoeding rekening te houden1 daarmee in overeenstemming met een thans veelvuldig gestelden eisch4 ,emile huwt ten slotte met ,sophie1 aan wier opvoeding de schrijver slechts een kort gedeelte wijdt van zijn werk4 ,voor de verstandelijke ontwikkeling van meisjes gevoelde hij niet veel4 ,godsdienst4 ,zijn godsdienstige overtuigingen heeft ,rousseau het schoonst uitgesproken in de geloofsbelijdenis van den ,savooischen vicarius1 ingevlochten in de ,emile4 ,theoretisch staat ,rousseau op het standpunt van het desme4 ,toch onderscheidt hij zich van de desten door een zeer merkwaardig verschil4 ,zijn geloof aan ,god is een gevolg van zijn gemoedsbehoeften1 uit hen ontspringt zijn geloof aan een persoonlijke1 scheppende1 wereldvormende wil4 ,hij moet aan ,god gelooven4 ,en nu hij eenmaal aan ,hem gelooft1 ziet hij de bewijzen van diens bestaan in de harmonie1 de doelmatigheid der schepping4 ,maar deze is dus niet de grond van zijn geloof4 ,het probleem van het kwade in de wereld lost hij op1 door aan te nemen1 dat de stof zekere tegenwerking bood aan de volvoering van ,gods wil4 ,hij wil liever iets van ,gods ,almacht opofferen1 dan ,zijne goedheid betwijfelen4 ,deze godsdienst kan--al is hij een natuurlijke en geen geopenbaarde--het ,christendom omvatten en ,rousseau noemt zich zelven met overtuiging een christen4 ,staatsleer4 ,op het gebied der ,staatsleer brengt ,rousseau de leer van het maatschappelijk verdrag tot een uiterste en populariseert hij die4 ,alle macht hoort bij het volk4 ,hij verdedigt beslist de volkssouvereiniteit4 ,opdat het volk zijn souvereiniteit kan uitoefenen1 moet het van tijd tot tijd verzameld worden1 teneinde over de voorgestelde wetten te stemmen4 ,een staat mag dus niet te groot zijn4 ,het uitvoerend bewind kan verschillend zijn4 ,een gekozen aristocratische regeeringsvorm schijnt ,rousseau het best4 ,rousseau is er echter ver vandaan1 om te meenen1 dat men overal maar dezelfde wet kan toepassen4 ,hij heeft meermalen te kennen gegeven1 dat de historie en de natuurlijke gesteldheid van een land zijn wetten bepaalden4 ,hoewel dus in ,rousseau's werken het beginsel der volkssoevereiniteit scherp uitgesproken wordt1 zijn ze toch niet de tot bloedige revoluties aansporende geschriften1 waarvoor men ze soms houdt1 omdat de revolutiemannen zich wel op ,rousseau 7dikwijls met zeer eenzijdig gebruik zijner werken7 beriepen4 ,invloed4 ,rousseau's invloed is groot geweest4 ,de liefde voor de natuur versterkte hij en wekte hij op4 ,op opvoedkundig gebied werkte hij zeer prikkelend en de philantropijnen trachtten iets van zijne ideen in practijk te brengen4 #gi ,voor de zielkunde legde hij den nadruk op de groote beteekenis van het gevoel4 ,tot het nadenken over allerlei problemen van godsdienstigen1 zedelijken1 maatschappelijken en letterkundigen aard prikkelden zijn werken1 dikwijls juist door hun paradoxalen of overdreven vorm4 ,deze man1 die zelf dikwijls zooveel dieper zonk in zedelijk opzicht1 dan de andere denkers der #ah;de eeuw1 had toch een levendig gevoel van goed en kwaad1 dat dezen ontbrak4 ,zich richtend tegen de verzadigde kultuur der #ah;de eeuw en schijnbaar tegen alle kultuur1 legde hij mee den grondslag eener nieuwe4 ,gedeeltelijk kind der aufklrung1 breekt hij haar mee af1 door het zich direkt uitsprekende gevoel een plaats te geven naast het koele wel-overwegende verstand der #ah;de eeuw4 ,zoo is ,rousseau een zeer gewichtige cultuurverschijning1 al is hij niet een der grootste denkers--en een historieschrijver kan hem het geweten van het ,frankrijk der #ah;de eeuw noemen4 ,,hoofdstuk ,,xviii4 #ee4 ,de ,duitsche ,aufklrung4 ,anders dan de ,engelsche1 anders ook dan de ,fransche aufklrung verliep de ,duitsche4 ,duitschland was ook wel een ander land4 ,engeland had sedert lang zijn burgerlijke vrijheden en zijn parlement2 was1 sedert ,cromwell's dagen1 vooruitgegaan in handel en scheepvaart en had een nijvere1 welgestelde burgerklasse4 ,frankrijk had n absoluut hoofd gehad in zijn vorsten1 was een sterk gecentraliseerd land geworden1 en onder den druk van kerk en hof hadden zich allerlei vrije gedachten ontwikkeld4 ,ook hier was een burgerklasse met geld en economischen invloed1 maar zonder politieke macht4 ,duitschland had veel meer van de middeleeuwen bewaard4 ,terwijl aan het uiteinde der middeleeuwen alle ,fransche leenen aan de kroon zijn gebracht1 zoodat de leenadel weldra hofadel werd1 terwijl ,engeland weldra met ,schotland optreedt als het vereenigd koninkrijk1 lag ,duitschland bij den aanvang der nieuwe geschiedenis uiteen in een ontelbaar aantal grootere en kleinere ,staatjes4 ,in naam vereenigd tot n keizerrijk1 waren ze dikwijls inderdaad onafhankelijk4 ,godsdiensttwisten en familieveeten vechten ze tegen elkaar uit en de dertigjarige oorlog verdeelt ,duitschland in twee kampen4 ,verwoest1 verzwakt1 machteloos voor lange jaren blijft het rijk na den vrede van ,munster 7#afdh74 ,en ook dan nog is er geen rust4 ,uit het zuiden dringt de ,turk op1 zelfs ,weenen bedreigend2 in het westen stroopt en plundert de ,franschman1 de ,rijnstreken met al den gruwel van wilden oorlog bezoekend4 ,de vorsten elkaar benijdend1 en in de #ah;de eeuw vooral met leede oogen de opkomst1 den groei van de tot koninkrijk geworden markt ,brandenburg aanziend1 jaloezie1 die drijft tot den geweldigen oorlog van #agef-agfc1 waarin ,pruisen zich door gelukkig toeval en het genie van ,frederik den ,groote staande kan houden4 ,in dit feodale ,duitschland bloeit de burgervrijheid niet zooals in ,engeland1 ,nederland1 ,zwitserland4 ,veel minder ook dan het ,calvinisme is het ,luthersche geloof democratisch gezind4 ,wie nog een kijk wil hebben op dit politiek leven1 zie naar het fossiele staatje ,mecklenburg1 waar nog altijd naar van ouds afkomstige regelen geregeerd en bestuurd wordt1 alsof geen revolutie1 geen #ai;de eeuw bestaan had4 ,in dit land leeft de ,aufklrung zich niet naar buiten uit maar naar binnen4 ,duitschland was het land der bespiegeling4 ,eckhart had er geleefd1 ,tauler en ,suso hadden er gepredikt4 ,de renaissance was in ,itali geleefd1 in ,duitschland geleerd4 ,kepler1 de groote sterrekundige1 was een bespiegelende natuur geweest1 ,bhme was de mysticus uit de protestantsche kringen4 ,is ,engeland het land der empiristen geweest1 ,frankrijk dat der rationalisten1 ,duitschland was dat der innerlijke ervaring1 werd dat der diepe speculatie4 ,sommige van de mannen der ,duitsche aufklrung hebben het pijnlijk gevoeld1 wat tegenstelling er was tusschen het weten van vele groote dingen en de onmogelijkheid om ze uit te voeren4 ,toch was er in dat versnipperde ,duitschland nog wel een eenheid3 de taal4 ,eckhart had reeds in 't ,duitsch geschreven1 ,bhme eveneens4 ,luther's bijbelvertaling had voor de ,duitsche taal gedaan wat de ,statenvertaling later deed voor de onze4 ,de mannen der aufklrung begonnen in die taal te schreven1 al ging dat ook dikwijls tot groote ergernis der geleerde heeren1 die meenden1 dat over wetenschap1 over filosofie niet in het ,duitsch kon geschreven worden4 ,en die versnippering in landjes had een klein voordeel4 ,wanneer een denker uit den eenen staat gewezen was1 kon hij toch nog wel eens een verblijfplaats vinden in een andere1 in het eigen vaderland4 ,en onder die vorsten waren er ook verlichte en nobele personen1 die kunst en wetenschap steun verleenden4 ,frederik de ,groote1 in bewondering voor al wat ,fransch was1 had weinig oog voor 't ,duitsche1 maar hij maakte toch de fout van zijn vader goed en riep ,wolff terug1 maar hij verviel toch niet in de dwaling van zijn opvolger1 die ,kant 't schrijven wou verhinderen4 ,en met gulden letters blijft in de geschiedenis der geestelijke ontwikkeling van ,duitschland de naam staan van den hertog van ,saksen-,weimar-,eisenach1 die de beschermer werd van den grooten ,goethe4 ,wolff4 #afgi-aged4 ,de leer van ,leibniz werd gepopulariseerd en gekortwiekt door ,wolff4 ,hij trachtte haar in een ordelijk systeem te brengen1 maar in de beide hoofdbegrippen1 de vooruit bepaalde harmonie en de monadenleer bracht hij aanmerkelijke wijzigingen4 ,zijn zucht tot systematiseeren zette ,wolff tot in het overdrevene door4 ,wiskundig bewijst hij in zijn gronden der bouwkunst1 dat een venster zoo breed moet zijn1 dat er gemakkelijk twee personen naast elkaar voor kunnen staan6 ,dit ondiepe1 dor-systematische heeft ,wolff later wel doen bespotten4 ,de geschiedschrijvers der ,duitsche wijsbegeerte waardeeren hem toch op eenige punten4 ,hij schiep voor een groot gedeelte de filosofische vaktaal voor ,duitschland4 ,zijn eenvoudige1 methodische behandeling der dingen bracht de filosofie in ruimen kring4 ,zijn indeelingen schiepen een raam1 een vorm1 waarin zich nieuwe feiten lieten invoegen en zijn leerlingen trachtten later zijn rationalisme te vereenigen met een door ,locke benvloed empirisme4 ,pitisme4 ,heftig trad tegen de leer van ,wolff op het pitisme1 dat in de #ag;de en #ah;de eeuw een grooten invloed had in ,duitschland4 ,het was een godsdienstige richting1 die eigenlijk op religieus1 of liever op kerkelijk terrein deed1 wat de aufklrung op wijsgeerig gebied trachtte tot stand te brengen3 vrijmaking4 ,in dit geval vrijmaking van de letter van geloofsbelijdenis en kerkvoorschrift1 vrijmaking van de knellende banden van streng-kerkelijke vormen1 om daardoor te komen tot een diep geloofsleven4 ,de groote heilswaarheden konden even goed in de ziel van den leek worden ervaren als in die van den beroepsgeestelijke4 ,ieder mensch moest zijn eigen priester zijn 7zie ook blz4 #bbd74 ,een heilig1 rein1 innig verdiept leven gold meer dan een aanhangen der leer4 ,dit pitisme echter1 dat eerst ,wolff bestreed1 ging een practischen kant op4 ,francke stichtte een weeshuis1 waaraan groote onderwijsinrichtingen verbonden waren1 in ,halle4 ,zoo werkte het pitisme practisch op onderwijsgebied1 in zijn kring ontstond de eerste onderwijsinstelling1 die de voorbode zou worden onzer tegenwoordige ,hoogere ,burgerscholen4 ,zoo werkte het pitisme mee om ook aan den burger- en handelsstand1 die niet studeeren ging1 meer ontwikkeling te brengen dan de lagere volksschool geven kon4 ,later waren er denkers1 die pitist en ,wolffiaan waren3 de beide zijden der ,aufklrung hadden elkaar leeren verstaan4 ,godsdienst4 ,niet zoozeer de kennistheorie hield de ,duitsche achttiende eeuw bezig1 als wel de godsdienstwijsbegeerte en ook in ,duitschland hing men de natuurlijke religie aan1 die voor velen samenviel met de moraal en het geloof aan ,god en de onsterfelijkheid4 ,dat was het geval met den ,jood ,mendelssohn 7#agbi-aghf71 die zich met ongelooflijke vlijt had omhoog gearbeid tot een gezien schrijver4 ,het was in die tijden zelfs verboden aan de ,joden1 om ,duitsch te leeren4 ,met stalen vlijt en groote volharding leerde ,mendelssohn ,duitsch schrijven en kwam op voor een beter behandeling zijner geloofsgenooten4 ,in hem eeren de ,isralieten een hunner groote voormannen en wegwijzers1 die het nationaal besef onder hen heeft wakker geschud en meegewerkt aan de geestelijke verheffing der ,joden4 ,als een der schoonste dragers der ,aufklrung verschijnt dan ,gotfried ,ephraim ,lessing1 die als letterkundig kritikus wel zijn grootsten roem heeft behaald1 maar ook als godsdienstig denker zijn beteekenis heeft4 ,hij vertoont sterke overeenkomst met ,spinoza1 die in de achttiende eeuw in ,duitschland zeer gewaardeerd wordt4 ,lessing heeft heel veel oog voor de geschiedenis4 ,hij leert1 dat de geschiedenis der godsdiensten een opvoeding van het menschelijk geslacht is door goddelijke openbaring4 ,de opvoeder kan niets vreemds in het kind brengen1 maar alleen een ontwikkeling leiden1 en sneller maken4 ,zoo heeft ,god de menschheid sneller vooruit gebracht door zijn openbaring aan ,mozes4 ,zonder deze had ze misschien nog millioenen jaren in het polythesme geleefd4 ,zooals nu de opvoeder geleidelijk te werk gaat1 en niet alles in eens geeft1 zoo geeft ook ,god zijn volle openbaring niet in eens4 ,zeer scherpzinnig wijst ,lessing aan1 hoe er dan een zekere ontwikkeling1 een zekere opeenvolging is1 en hoe geopenbaarde waarheden ten slotte waarheden voor de rede worden4 ,wij moeten dus trachten de waarheid te begrijpen en niet eenvoudig blijven staan bij het geopenbaarde4 ,voor ,lessing's oog ontvouwen zich nog een groot aantal mogelijkheden1 en hij heeft een diep besef1 dat wij steeds zullen moeten blijven zoeken naar verdere waarheden4 ,sterk komt dit uit in zijn woorden3 ,niet de waarheid1 in welker bezit eenige mensch is1 maar de oprechte moeite1 die hij besteed heeft1 om achter de waarheid te komen1 maakt de menschenwaarde uit4 ,want niet door bezit1 maar door nasporing der waarheid vergrooten zijn krachten zich1 waarin alleen zijn steeds groeiende volkomenheid bestaat4 ,het bezit maakt gemakzuchtig1 lui1 trotsch444 ,indien ,god in zijn rechterhand al de waarheid1 in zijn linkerhand alleen de steeds werkzame begeerte naar waarheid had1444 en tot mij sprak1 kies1 dan zou ik vol deemoed zijn linkerhand grijpen3 ,vader geef1 de zuivere waarheid is immers slechts voor ,u alleen4 ,lessing's streven naar verlichting gaat dus uit boven de gewone ,aufklrung3 eerst door zijn historischen zin2 dan door het besef1 dat er gezocht moet worden naar eigen onvolmaaktheden2 dat men een hoog ideaal moet nastreven1 zelfs al weet men1 't niet te zullen bereiken2 eindelijk door het gemis aan genoeglijke zelfvoldaanheid1 kenmerk maar al te vaak van vele dragers der ,aufklrung4 ,psychologie4 ,voor de psychologie is de ,duitsche ,aufklrung van beteekenis geworden door de waarde1 die zij toekende aan het gevoel4 ,tot dusver hebben we allerlei indeeling der bewustzijnsverschijnselen ontmoet 7,plato1 ,aristoteles1 ,augustinus1 ,telesio1 ,hobbes1 ,locke1 ,hume7 en daar wel de tegenstelling aangetroffen van waarneming en denken1 waarnemen1 herinneren1 fantaseeren1 intellect en wil1 maar de indeeling in drien1 die ons zoo gewoon is3 kennen1 gevoelen1 begeeren1 niet4 ,het gevoel had men langen tijd beschouwd als meer een vaag bewustworden1 van onduidelijke1 niet scherp onderscheiden voorstellingen4 ,rousseau gaf het gevoel zijn eigen plaats en in de zielkunde voerde ,tetens de ons bekende indeeling in drien in #hj4 ,baumgarten1 een leerling van ,wolff1 gebruikte dan het woord aesthetica voor het eerst 7#agej7 als de leer van het schoone en vestigde daarmede in ,duitschland de wetenschap die ,hutcheson en ,buttler in ,engeland trachtten te bevorderen4 ,opvoedkunde4 ,rousseau's opvoedkundig ideaal werd in practijk gebracht door ,basedow1 aan wien we vooral de volgende groote beginselen danken1 zij het dat zijn opvolgers 7,campe1 ,salzmann1 ,guthsmuths7 er meer aan deden dan hij3 ,lichamelijke opvoeding1 mildere tucht1 beter kinderlectuur1 aangename leerwijze1 practische leerstof4 ,tot de mannen der ,aufklrung wordt dan ook gerekend de ,zwitser ,johann ,heinrich ,pestalozzi1 de vader der #ai;de-eeuwsche schoolopvoeding1 die het eenzijdige uit ,rousseau 7de individueele opvoeding7 weglatend1 in de opvoeding het middel zag1 de gezonken menschheid op te heffen1 en die door zijn warme1 onvermoeide toewijding1 trots honderd kleinere en grootere practische fouten1 in wijden kring en langen tijd bezielend werkte1 wijl hij 't verstond1 alles voor anderen en niets voor zich zelven te zijn4 ,,slotoverzicht4 ,zoo hebben we dan de ,aufklrung vervolgd4 ,in ,,engeland schept ze een diepgaande1 maar niet afsluitende kennistheorie1 die aanknoopend aan ,locke1 in ,berkeley en ,hume voortzetters vindt4 ,een kennistheorie1 die het substantieprobleem en het causaliteitsprobleem in al de scherpte stelt1 maar niet oplost1 die met groote nauwgezetheid het ontstaan onzer voorstellingen nagaat en beschrijft1 maar niet alle schakels weet aan te wijzen4 ,het desme geeft er een wereldverklaring1 die tal van menschen weet te bevredigen1 en de voor dit stelsel kennelijke doelmatigheid der wereld1 gevolg van een schepping ,gods1 verbindt met een mechanische natuurbeschouwing1 daar het1 in tegenstelling van het thesme1 de inwerking ,gods op de wereld ontkent4 ,ook hier bereidt ,locke voor1 en voltooit ,hume afbrekend1 door de geliefkoosde stelling der desten1 dat de positieve religies ontaardingen zijn der eene1 ware1 eerste natuurreligie1 te bestrijden4 ,de moraalfilosofie kampt om de vraag of het belang dan wel de sympathie de grondslag is der moraal en de cultuuropvatting slingert tusschen het aesthetisch optimisme van ,shaftesbury en het naturalistisch pessimisme van ,mandeville of het religieus pessimisme van sommige christenpredikanten4 ,op het gebied der staatsleer verkondt ,locke de theorie van het parlementarisme1 en ,smith wordt grondlegger der moderne staathuishoudkunde4 ,daarmee is in ,engeland de periode der ,aufklrung geindigd3 de ,schotsche school met ,reid aan 't hoofd1 met haar theorie voor 't gezond verstand1 belemmert een dieper wijsgeerige studie4 ,de ,engelsche ideen bevruchten ,,fransche denkers1 die het desme tot athesme brengen1 het empirisme tot sensualisme en verder tot materialisme2 de moraal grondvesten op eigen lust4 ,voltaire en ,montesquieu importeeren1 ,condillac zet de tweede schrede1 ,la ,mettrie1 ,diderot1 ,helvetius1 ,holbach voltooien4 ,rousseau voltooit en reageert1 bij hem grenst de ,aufklrung zichzelf af4 ,door de heldere1 populaire schrijfwijze der ,fransche denkers worden deze denkbeelden verbreid en gemeen goed4 ,,duitschland gaat voort door ,wolff op de banen van het rationalisme1 maar hiermee vereenigt zich weldra het van de ,engelschen en de ,franschen geziene ,empirisme4 ,het godsdienstig leven1 vrijgemaakt en verdiept door het pitisme1 is nog levendig3 de leerstukken van het ,godsbestaan en de onsterfelijkheid zijn levensbeginselen4 ,lessing en ,mendelssohn achten rede en religie verzoenbaar4 ,het geestelijk verdiepen brengt tot erkenning van het gevoel als bewustzijnsverschijnsel sui generis1 en de aesthetica wordt gegrondvest1 zielkunde wordt veel beoefend4 ,op maatschappelijk gebied begint door ,mendelssohn de verheffing der ,joden4 ,door ,francke1 ,basedow en ,pestalozzi gaat het onderwijs zeer vooruit4 ,voor het overige werkt de ,duitsche ,aufklrung meer op het geheele cultuurleven dan speciaal op wijsgeerig gebied4 ,lessing1 de ,aufklrung vervolgende1 is hier haar grens1 daar hij ver over haar heen ziet4 ,de overgang der ,middeleeuwen in de nieuwe geschiedenis gaf ons aanleiding tot een nieuw gedeelte1 met het intreden der nieuwste geschiedenis begint ook een nieuwe periode4 ,op staatkundig en maatschappelijk gebied brengt de ,fransche revolutie een ommekeer4 ,in ,koningsbergen leeft de alles verpletterende ,kant en hij brengt op het gebied van het denken een omkeer1 gelijk aan dien van ,copernicus1 en voor de ontwikkeling der wijsbegeerte niet minder gewichtig dan de ,fransche revolutie dat was voor de omvorming van staat en maatschappij4 ,,einde ,,naschrift4 ,het boekje1 waarvan hier het eerste deeltje den lezer aangeboden wordt1 verschijnt zonder eenige pretentie4 ,het beoogt1 een beetje thuis te brengen in de geschiedenis der wijsbegeerte2 meer niet4 ,op oorspronkelijkheid maakt het geen aanspraak4 ,vrucht van zelfstandig onderzoek kan het evenmin zijn4 ,ik heb getracht1 het naar de beste bronnen te bewerken1 en met het oog op den lezerskring zoo eenvoudig mogelijk te zijn4 ,de deskundige lezer doet daarom beter het niet ter hand te nemen4 ,de noten1 de verklaringen1 de vertalingen1 vermoeien hem4 ,de samenvattingen heeft hij niet noodig4 ,de korte omraming der historie kan hij missen4 ,maar dat alles scheen noodig voor de lezers die ,redactie en schrijver zich voorstelden4 ,eveneens heb ik geprobeerd door herhalingen en terugwijzingen geleidelijk hoofdzaken bij te brengen en heb ik gemeend1 in 't begin wat uitvoeriger te moeten zijn4 ,de welwillende lezer zal zien1 dat het gedeelte1 handelend over de ,grieksche wijsbegeerte1 ook min of meer als inleiding is bedoeld4 ,ernstig heb ik getracht een ,hollandsch werkje te leveren1 door ,hollandsche parallellen te zoeken en de plaats van ons land in de geschiedenis aan te wijzen4 ,tevens is het mijn streven geweest1 de lezers zooveel mogelijk te doen komen in de gedachten der schrijvers1 het vreemde of schijnbaar dwaze van vele systemen af te nemen4 ,of ik dan alles bereikt heb1 wat ik gewild heb8 ,dat is verre4 ,nu het boekje voor mij ligt1 begrijp ik pas1 hoe ver ik gebleven ben beneden mijn ideaal4 ,dat ik er niet nog verder van afgebleven ben1 dank ik mee aan de vele ondersteuning1 mij geworden4 ,een woord van dank aan de redactie1 die mij toestond1 deze ruimte te gebruiken en mij verplichtte met het nalezen der copie en het kiezen van een titel4 ,aan de vele vrienden1 die mij lectuur of inlichtingen gaven uit het vak hunner studie4 ,aan de trouwe handen1 die de copie persklaar maakten4 ,aan de oogen1 die de drukproeven critisch doorliepen en mij menigen zin duidelijker deden zeggen1 ja sommige pagina's geheel omwerken4 ,niet zonder schroom geef ik dus dit boekje in 't licht4 ,zoo het lezen den lezer iets geeft van de vreugde die mij het schrijven schonk1 dan zal hij toch zijn geld en tijd niet geheel beklagen4 ,haag1 ,maart #aijh4 ,r4 ,c4 ,,inhoud ,,van ,,deel ,i4 ,,eerste ,,afdeeling4 ,de ,grieksche ,wijsbegeerte4 ,hoofdstuk ,i4 ,bladz4 ,de ,voor-,socratische ,wijsbegeerte #g #a4 ,inleidende ,opmerkingen #g #b4 ,de ,ionische ,natuurfilosofen #aa ,thales4 ,anaximander4 ,anaximenes4 #c4 ,heraclitus van ,ephese #af #d4 ,pythagoreers #bj ,pythagoras4 ,de getallentheorie4 ,astronomie4 #e;a4 ,de ,eleaten #bh ,xenophanes4 ,parmenides4 ,zeno4 #e;b4 ,anaxagoras #cc #f4 ,empedocles #ce #g4 ,de ,atomisten #dj ,leucippus4 ,democritus4 't ,atomisme4 ,hoofdstuk ,,ii4 ,de ,socratische ,tijd #dh #h4 ,inleidende opmerkingen #dh #i4 ,geesteswetenschappen4 ,sophistiek #eb ,protagoras4 ,gorgias4 #aj4 ,socrates #fh #aa4 ,socratici #gh ,cynici4 ,cyrenaci4 ,hoofdstuk ,,iii4 ,plato #hi #ab4 ,leven #hi #ac4 ,werken #ic #ad4 ,de ,ideenleer #ie #ae4 ,theologische en ,ethische begrippen #aja #af4 ,plato's staat #ajc #ag4 ,plato's invloed #aje ,hoofdstuk ,,iv4 ,aristoteles #ajh #ah4 ,leven en ,werken #ajh #ai4 ,leer4 ,stof en ,vorm #aaa #bj4 ,zielkunde4 ,ethiek4 ,staatsleer #aah #ba4 ,de ,logica #abe #bb4 ,enkele opmerkingen over ,aristoteles' beteekenis #abg ,hoofdstuk ,v4 ,de ,helleensch-,romeinsche ,wijsbegeerte #acj #bc4 ,inleidende opmerkingen #acj #bd;a4 ,de ,stoa #ace #bd;b4 ,de ,epicuristen #ade #be4 ,de scepsis4 ,eclecticisme #adh #bf4 ,het ,neo-,platonisme #aeb ,,tweede ,,afdeeling4 ,de ,middeleeuwen4 ,hoofdstuk ,,vi4 ,het ,christendom #afc #bg4 ,het ,christendom #afc ,hoofdstuk ,,vii4 ,augustinus en zijn voorloopers #afi #bh4 ,de ,patristiek #afi ,apologeten4 ,gnostici4 ,katechetenschool4 #bi4 ,augustinus #agd ,hoofdstuk ,,viii4 ,de ,scholastiek #ahj #cj4 ,het begrip1 de phasen1 de denkers4 #ahj ,erigena4 ,anselmus4 ,roscellinus4 ,abaelard4 ,lombardus4 ,arabische en ,joodsche denkers4 ,albertus ,magnus4 ,thomas van ,aquino4 ,dante4 ,duns ,scotus4 ,roger ,bacon4 #ca4 ,de problemen der ,scholastiek #ahg ,nominalisme en ,realisme4 #cb4 ,de ,middeleeuwsche ,mystiek #aie ,eckhart4 ,thomas ,kempis4 ,,derde ,,afdeeling4 ,de ,overgangstijd4 ,hoofdstuk ,,ix4 ,de ,renaissance #bjc #cc4 ,inleidende opmerkingen #bjc ,cusanus4 #cd4 ,natuurfilosofen #bjg ,paracelsus4 ,telesio4 ,bruno4 ,campanella4 #ce4 ,staats- en ,rechtsfilosofen #bae ,macchiavelli4 ,moore4 ,campanella4 ,althusius4 ,de ,groot4 #cf4 ,fransche scepsis #bba ,montaigne4 ,sanchez4 ,charron4 #cg4 ,duitsche ,mystiek #bbd ,schwenchfeld4 ,frank4 ,bhme4 ,,vierde ,,afdeeling4 ,de ,nieuwere ,wijsbegeerte4 ,hoofdstuk ,x4 #ci4 ,bacon van ,verulam #bcc ,hoofdstuk ,,xi4 #dj4 ,descartes #bdc #da4 ,de ,cartesianen4 #bea ,geulinx4 ,bekker4 ,malebranche4 ,hoofdstuk ,,xii4 #db4 ,spinoza #beg ,hoofdstuk ,,xiii4 #dc4 ,hobbes #bgj ,hoofdstuk ,,xiv4 #dd4 ,leibniz #bgi ,samenvatting #bhg ,hoofdstuk ,,xv4 ,de ,aufklrung #bhi #de4 ,inleidende opmerkingen #bhi ,hoofdstuk ,,xvi4 ,de ,engelsche ,aufklrung #bic #df4 ,john ,locke #dg4 ,desten #cje #dh4 ,moraalfilosofie in de #ah;de eeuw #cjh #di4 ,berkeley #cab #ej4 ,david ,hume #caf #ea4 ,adam ,smith #cbd ,hoofdstuk ,,xvii4 ,de ,fransche ,aufklrung4 #eb4 ,voltaire en ,montesquieu #cbi #ec4 ,sensualisme en ,materialisme #ccd ,condillac4 ,helvetius4 ,la ,mettrie4 ,holbach4 ,diderot4 #ed4 ,rousseau #cdc ,hoofdstuk ,,xviii4 #ee4 ,de ,duitsche ,aufklrung #cea ,wolff4 ,pitisme4 ,lessing4 ,mendelssohn4 ,tetens4 ,samenvatting4 ,in de tekst is de letter a weggevallen bij #e;a en #bd;a4 ,verder zijn enkele cijfers ongecorrigeerd blijven bestaan3 #ab voor #ah1 #be voor #bf1 #cg voor #ci4 ,ze storen niet in het lezen4 ,de personen- en zaakregisters komen achter het #b;e deel van dit werk4 ,,aanteekeningen #a ,clint1 't best te vertalen door ons hoorige4 #b ,rondtrekkende zangers4 #c ,de ,ilias en de ,odussee van ,homerus1 in onze taal overgebracht door ,vosmaer4 #d ,reveil4 ,opwekking4 ,in ,nederland verstaat men onder ,het ,reveil de herleefde belangstelling in den godsdienst1 tusschen #ahdj en #ahej1 een algemeene opwekking tot het zoeken van de zaligheid4 #e ,de lichamen kunnen zich in deze toestanden vertoonen3 vast1 vloeibaar1 gasaardig1 bijv4 ijs1 water en waterdamp4 ,deze heeten de aggregaatstoestanden4 #f ,georg ,wilh4 ,friedr4 ,hegel #aggj-ahca4 ,zie deel ,,ii4 #g ,ferd4 ,lassalle1 #ahbe-'fd1 bekend sociaal-democraat1 gaf den stoot aan het stichten der ,duitsche arbeidersvereenigingen4 #h ,eerst sedert #ahbb stonden boeken1 die de aswenteling der aarde leerden1 niet meer op den index4 7,lijst v4 verboden boeken74 #i ,men moet steeds bedenken1 dat de ,grieken nog altijd niet gekomen zijn tot een scherpe scheiding van psychisch en physisch1 maar de ziel nog als een heel fijne stof denken1 niet wezensverscheiden van een andere stof4 #aj ,deze toevoeging is gewenscht1 omdat we ook ,zeno den ,stocijn zullen leeren kennen4 #aa ,compileeren is bijeenbrengen uit verschillende werken4 #ab ,door ,aristoteles komen deze #d elementen in onzen gedachtenkring en blijven1 ook nadat de gedachte al verworpen is1 voortleven in het spraakgebruik4 ,vgl4 ons de woedende elementen4 #ac ,men vindt deze woorden ook vertaald3 liefde en haat4 #ad ,langen tijd heb ik geaarzeld1 waar ik dit hoofdstuk zou plaatsen4 ,naar den inhoud sluit het zich gevoeglijk aan bij de voorafgaande3 echter is ,democritus' leer gesteund door die van ,protagoras1 die later bij de sophisten behandeld zal worden4 ,ook is er reden ,democritus gedeeltelijk naast1 gedeeltelijk tegenover ,plato te stellen4 ,toch heb ik hem hier behandeld omdat het onwenschelijk scheen ,leucippus en ,democritus te scheiden en de atomistiek de sophistiek vooraf gaat4 #ae ,in het tweede deel komen we hierop herhaaldelijk terug4 #af ,de dagelijksche ervaring leert ons1 dat alle lichamen niet even snel vallen4 ,vandaar1 dat vele ,grieksche denkers hun systeem mede bouwden op het ongelijk snel vallen van de lichamen4 ,er kwam later de overtuiging dat dit ongelijk snelle vallen berustte op den weerstand der middenstof1 b4v4 de lucht1 waardoor het vallende lichaam zich bewoog en het bleek1 dat in de ledige ruimten alle lichamen even snel vallen4 #ag ,als letterkundige voortbrengselen staan de ,atheensche blijspelen veel hooger4 #ah ,hen1 die zich voor vraagstukken van taalkundigen aard interesseeren1 verwijs ik naar ,wundt's ,vlkerpsychologie en naar ,paul3 ,prinzipien zur ,sprachgeschichte4 ,een ouder werk is het door ,prof4 ,beckering ,vinckers in onze taal overgezet werk van ,withney4 ,jodl wijdt in zijn leerboek der zielkunde bijzondere aandacht aan de taalkwesties1 waar men ook zeer zorgvuldig bijeengebrachte literatuuropgaven vindt4 #ai ,lange3 ,geschichte des ,materialismus4 #bj ,gomperz3 ,griechische ,denker4 #ba ,het is bekend1 dat tal van eminente geleerden1 ook al hebben ze groote gaven om college te geven1 dat dikwijls gevoelen als iets heel onaangenaams verbonden aan 't professoraat en dat uitstekende onderwijskrachten wetenschappelijk minder beteekenen4 #bb ,normatieve wetenschappen stellen een norm3 zij zeggen niet1 hoe iets is1 maar hoe iets behoort te zijn4 ,normatief kunnen zijn zedeleer1 rechtsleer1 opvoedkunde4 ,zij geven voorschriften1 die opgevolgd moeten worden4 #bc ,talrijke anecdoten over professorale verstrooidheid stelden dit in een belachelijk licht4 ,maar het abstractie-vermogen1 de gave om al zijn aandacht te concentreeren op een bepaald punt is juist een der kenmerken van het genie4 #bd ,men leze bijv43 ,de ,apologie 7verdedigingsrede7 en de ,phaedon4 ,verschenen in ,van ,looy's klassieke schrijvers4 ,in de ,wereldbibliotheek komen ook vertalingen van ,plato4 #be ,gymnasium is oorspronkelijk een plaats1 waar gymnastiek wordt beoefend4 ,hier traden later de wijsheidsleeraars op4 #bf ,de vraag naar het ontstaan van den godsdienst behoort tot het gebied der wijsbegeerte van den godsdienst4 ,in zijn ,gifford-lectures behandelde onze landgenoot ,thiele deze vraag1 evenals ,rauwenhoff in zijn ,wijsbegeerte van den godsdienst4 ,in 't buitenland o4 a4 ,pfleiderer en ,hffding4 #bg ,centauren3 fabelachtige wezens3 half mensch1 half paard4 #bh ,in de oudheid beteekende tyran een alleenheerscher1 die zich het oppergezag had aangematigd4 ,een tiran in onzen zin behoefde hij nog niet te zijn4 #bi ,duitsche ,reclam vertaling4 ,hollandsche in de klassieke schrijvers bij ,van ,looy4 #cj ,nemen we het begrip vierhoek4 ,naast dit begrip staat vijfhoek1 zeshoek1 achthoek enz4 ,dit zijn gecordineerde begrippen4 ,samen vallen ze onder n begrip3 veelhoek1 aan dit begrip zijn ze ondergeschikt1 gesubordineerd4 ,het begrip veelhoek heeft grooten omvang1 er vallen meer figuren onder dan onder dat van vierhoek4 ,maar het heeft minder kenmerken1 de inhoud is geringer4 #ca ,misschien is dit zoo te verklaren3 ,de idee der leege ruimte kon ,plato bij de atomisten vinden1 die haar aangenomen hadden1 tegenover de ,eleaten1 die1 alleen het zijnde erkennende1 de ledige ruimte geloochend hadden en haar als het niet zijnde hadden gekwalificeerd4 ,daar de ideen het werkelijk zijnde waren voor ,plato1 kon hij als oorzaak1 die tegen het zijnde werkte1 de ledige ruimte nemen4 #cb ,een voorbeeld uit onzen tijd dat die vergeestelijking der aardsche liefde toelicht is te vinden bij ,perk3 ,mathilde1 ik ween van weelde bij 't beseffen1 ,ik drukte in u het ideaal aan 't hart4 #cc ,vergelijk ook de werken van ,wells in de ,wereldbibliotheek4 #cd ,wij zijn gewoon geestelijk en niet-stoffelijk gelijk te stellen1 zoodat deze opmerking overbodig mag schijnen4 ,maar de erkenning1 dat b4v4 de ideen immaterieel waren1 behoefde voor ,plato niet te beduiden1 dat ze gelijk waren aan de geestelijke werkzaamheid4 ,ze konden nog anders geaard zijn4 #ce ,met een drastisch beeld zou men kunnen zeggen3 zooals vele kranen n vat vullen4 #cf ,dus niet naar wat ieder mensch als zijn individueelen aard beschouwt1 maar naar wat den mensch als soort1 als mensch typeert4 #cg ,op het philologencongres te ,groningen verdedigde ,heymans de logica en de methodenleer als geschiktste voorbereiding voor wijsgeerige studie ook als onderrichtsvak op gymnasia4 #ch ,zijn beschrijving van de zielkundige eigenaardigheden van den jongelingsleeftijd b4v4 is nog altijd onovertroffen4 #ci ,het is beter1 dit begrip niet te vertalen1 daar het zooveel elementen bevat4 #dj ,met een modern beeld zouden we dit zoo iets kunnen verduidelijken3 de loop van een trein is vastgesteld1 al vooruit geregeld4 ,maar daarom heerscht er in zijn gang wel strenge causaliteit3 de trein beweegt door den stoom1 die zich ontwikkelt uit het verhitte water2 volgens de wetten der mechanica gaat bij langs de rails4 ,zijn gang is bepaald door den wisselstand4 #da ,in het dagelijksch leven meent men dikwijls1 dat met de ontkenning van een eigenschap het toekennen der tegengestelde eigenschap gepaard gaat4 ,dit behoeft niet steeds het geval te zijn4 ,als men zegt1 dat iets niet-wit is1 is dit anders1 dan wanneer men zegt1 dat iets zwart is4 #db ,men wordt hier onwillekeurig herinnerd aan ,pascal1 die den raad gaf1 dat men1 indien men vroom wil worden1 maar beginnen moet de ceremonin van den godsdienst trouw na te komen4 ,in deze raadgeving zit een psychologische waarheid4 ,begint men met de bewegingsvormen van een bepaalden gemoedstoestand uit te voeren1 zoo ontstaat soms de gemoedstoestand4 ,ongeciviliseerde volken plegen zich door krijgsgeschreeuw en oorlogstooi in een oorlogzuchtige stemming te brengen4 #dc ,een ,hollandsche vertaling bij ,van ,looy1 van de hand van ,frans ,erens4 #dd ,voor ons echter is het merkwaardig1 merkt ,paulsen op1 dat hij het zich wel tot schuld rekent dat hij als kind de moederborst begeerde1 als knaap appels stal2 maar van zijn voornemen om eene vrouw die hij liefhad en bij wie hij kinderen had verwekt1 op te geven1 wijl hij een huwelijk wou doen dat passend was voor zijn stand en vermogen1 vertelt hij1 zonder er zich zelf zoo hard over te vallen4 #de ,het was in den strijd tegen de ,jansenisten1 over wie een enkel woord bij de ,cartesianen4 #df ,augustinus gaat1 als de ,grieksche denkers1 uit van het standpunt dat het bestaan behoort tot het wezen4 ,spreekt men dus van waarheid1 dan moet die ook ergens wezenlijk bestaan4 ,ontbrak dit bestaan er aan1 de waarheid ware geen waarheid4 #dg ,de ,manicheers1 een theologische secte1 waaraan ,augustinus een tijdlang toebehoord heeft1 leerden dat de zonde haar oorsprong vond in de stof4 ,de richting heet zoo naar ,manie4 7#bad-bgd74 #dh ,een zeer geprezen overzicht van3 ,die ,philosophie im ,islam geeft onze landgenoot prof4 ,de ,boer 7,stuttgart74 #di ,vertalingen in 't ,hollandsch van ,dr4 ,a4 ,s4 ,kok2 ,j4 ,j4 ,l4 ten ,kate1 ,mr4 ,johan ,bohl4 ,uit wijsgeerig oogpunt wordt de toelichting van koning ,johan van ,saksen 7,philatetes7 bij zijn vertaling geprezen4 ,de ,hel door ,boeken 7proza7 ,wereldbibliotheek4 #ej ,vergel4 ,vondel's ,lucifer4 #ea ,het overzicht1 in 't bovenstaande gegeven van den universalinstrijd is te schematisch4 ,dikwijls heeft de eene partij de andere misverstaan en haar bedoelingen gechargeerd4 ,ook schijnen niet alle denkers zich steeds gelijk uitgedrukt te hebben1 maar al naarmate van de tegenstanders die ze te bestrijden hadden1 verschillende standpunten op den voorgrond te hebben geschoven4 ,vandaar dat de namen nominalist en realist niet steeds goed aangewend worden4 ,occam b4v4 is geen nominalist1 hoewel hij zoo heet4 #eb ,ontologisch1 van ontologie-leer van het zijnde4 #ec ,belgisch schrijver1 auteur van ,de schat des harten1 ,wijsheid en ,levenslot4 #ed ,men is nl4 gewoon1 de ,mystiek in te deelen en zoo ook van de ,duitsche mystiek te spreken4 ,harnack verwerpt die indeeling zeer beslist3 die ,mystik ist immer dieselbe2 sie ist vor allem nicht national oder confessionell unterschieden 7,dogmen geschichte74 #ee ,gesticht door ,geert ,groote 7 #achd74 #ef ,voor de ,wereld-,bibliotheek levert ,kloos een vertaling van de ,imitatio4 #eg ,vergilius1 ,romeinsch dichter 7#gj v4 ,chr4-#ai n4 ,chr47 ook door onzen ,vondel zeer vereerd4 #eh ,misschien heeft dit gemaakt1 dat hij zich later zooveel gunstiger heeft uitgelaten over 't ,catholicisme dan over 't ,protestantisme4 #ei ,livius3 beroemd ,romeinsch schrijver1 gaf de geschiedenis van ,rome ab urbe condita 7vanaf de stichting der stad74 #fj ,hollandsche vertaling in ,van ,looy's ,internationale ,bibliotheek4 #fa ,aristoteles' logische geschriften heetten in de ,middeleeuwen ,organon4 ,door den naam ,novum organum gaf hij te kennen1 een geheel nieuwe richting te willen inslaan4 7,novum nieuw74 #fb ,nauwkeurige onderzoekingen met uiterst gevoelige werktuigen hebben thans geleerd1 dat maan en sterren ons eenige1 zij 't geringe1 warmte geven4 #fc ,frederik van de ,palz had in #afah de kroon aanvaard1 hem opgedragen door de ,bohemers1 die zich van hun katholieken vorst wilden losrukken4 ,hij verloor zijn nieuwe rijk in n slag bij ,praag en heet naar zijn kort bewind3 ,winterkoning4 #fd ,het is minder gewenscht cogitare hier door denken te vertalen3 bij ,descartes heeft 't een veel ruimer beteekenis dan bij ons denken4 #fe ,in courantenberichten1 waarin de levensgeesten al of niet opgewekt worden1 al of niet geweken zijn1 spelen zij nog een rol4 #ff ,al was ,nederland een republiek zoo mag men toch wel zeggen1 dat in de #ag;de eeuw de volksinvloed op de regeering niet meer bestond4 #fg ,op grond van de onmogelijkheid der inwerking van de ziel op de stof toonde hij aan1 dat het heksen1 etc4 onmogelijk was4 ,bij de anti-,cartesianen verwekte zijn geschrift hevige verontwaardiging en zelfs professoren gingen het geloof aan spoken en heksen verdedigen6 #fh ,oratorium--,priesterorde1 in #aedj gesticht4 #fi ,lehrbuch der ,psychologie #ahif4 #gj ,uitgave in de klassieke schrijvers van ,van ,looy3 ,i4 ,godgeleerd ,staatkundig ,vertoog4 ,aanteekeningen daarop4 ,,ii4 ,ethica4 ,,iii4 ,brieven4 ,,iv4 ,korte ,verhandeling van ,god1 den ,mensch en deszelfs ,welstand4 ,v4 ,staatkundig ,vertoog4 #ga ,het nadere daarover geven wij bij ,locke1 wiens leer1 dat er geen aangeboren voorstellingen zijn1 ,leibniz in zijn ,nouveaux ,essays bestrijdt4 7,zie blz4 #bid74 #gb ,uit de vergelijking met bladz4 #bec ziet men1 dat ,leibniz de occasionalistische leer geen recht doet4 ,lang niet alle occasionalisten hebben een telkens herhaald1 gedurig ingrijpen der ,godheid aangenomen4 #gc ,zoo in zijn woordenboek onder het artikel over de ,manicheen 7vergelijk bladz4 #agh74 #gd ,wij noemen3 ,christendom niet geheimzinnig van ,toland 7#afif74 ,verhandeling over het vrije denken van ,collins 7#agac74 ,christendom zoo oud als de schepping van ,tindal 7#agaj74 ,het ware ,evangelie van ,jezus ,christus van den eerzamen werkman ,chub4 ,het woord vrijdenker schijnt het eerst gebruikt in een brief van ,molineux aan ,locke en beteekent niet1 als nu dikwijls1 athest1 maar beduidde eenvoudig een voorstander van het vrije onderzoek4 #ge ,in deze vrees staat ,mandeville niet alleen4 ,de geschiedenis der paedagogiek leert1 dat telkens bij een streven naar meer verlichting of milder tucht angstige stemmen gehoord werden1 die bezorgd waren voor 't heil der maatschappij4 ,tot nu schijnt die vrees niet vervuld4 ,die stemmen echter hoort men nog steeds4 #gf ,david ,hume1 ,haarlem1 ,bohn1 #aijg4 #gg ,men lette goed op dezen zin4 ,daaruit blijkt1 dat ,smith tegen een heel andere staatsinmenging streed dan tegen de huidige staatsbemoeiing1 die zijn tijd niet zoo zeer kende4 #gh ,hij ging hierbij zoover1 dat hij dacht1 een aap te kunnen leeren spreken en menschelijke ontwikkeling deelachtig te doen worden6 ,vooral de nieuw gevonden methode om doofstommen te leeren spreken1 had hem in dit denkbeeld versterkt4 #gi ,vergelijk ,salzmann's ,mierenboekje met inleiding van ,dr4 ,gunning4 ,wereldbibliotheek4 #hj ,er zijn thans trouwens zielkundigen1 die het gevoel niet een bewustzijnsverschijnsel van eigen aard achten1 maar ook een soort waarnemen1 van niet scherp onderscheiden prikkels4