,,wereldbibliotheek ,,onder ,,leiding ,,van ,l4 ,,simons ,prof4 ,dr4 ,,hugo ,,de ,,vries ,,het ,,yellowstone-,,park 7,,met ,,vier ,,illustraties ,,naar ,,photo',s ,,van ,dr4 ,e4 ,o4 ,,hovey te ,new ,york7 ,,experimenteele ,,evolutie ,,uitgegeven ,,voor ,,de ,,mij ,,voor ,,goede ,,en ,,goedkoope ,,lectuur ,,door ,g4 ,,schreuders ,,amsterdam ,de ,redactie der ,,wereld-,,bibliotheek heeft haar bizonderen dank uit te spreken niet alleen aan den schrijver voor het afstaan van zijn in ,de ,gids en ,onze ,eeuw verschenen stukken1 maar ook aan ,dr4 ,e4 ,o4 ,hovey te ,new-,york1 die zoo vriendelijk is geweest een viertal door hemzelf genomen photo's van het ,yellowstone-,park ter opluistering van het eerste artikel te zenden4 ,voor de correctie en de enkele noten--ter verklaring van ,engelsche uitdrukkingen--rust1 bij verhindering van den schrijver1 de verantwoordelijkheid op de redactie4 ,i4 ,,het ,,park ,,en ,,de ,,warme ,,bronnen4 ,het ,yellowstone ,national ,park is wellicht de meest merkwaardige plek in ,amerika4 ,het is de hoogste plaats in het ,rotsgebergte1 de top van de wereld1 zooals de ,indianen het noemden4 ,tegelijkertijd is het de plaats1 waar de inwendige warmte der aarde het dichtst bij de oppervlakte komt en hare werking het meest doet gevoelen4 ,weliswaar zijn er thans geen eigenlijke vulkanische uitbarstingen meer1 maar in geologisch kort geleden tijden zijn deze hier veelvuldig geweest1 en hare producten vormen de grondstof waaruit het landschap is opgebouwd4 ,thans vertoont zich de macht der centrale hitte in warme bronnen en geysers en al haar talrijke tusschenvormen en verscheidenheden4 ,nagenoeg het geheele park is als bezaaid met zulke plekken1 waar de hitte der diepte een uitweg vindt4 ,hier en daar zijn de spleten en gaten en bronnen z dicht bij elkander opgehoopt1 dat zij groote groepen vormen1 vele honderden van zulke openingen omvattend4 ,zij bedekken dan de geheele oppervlakte van een dal1 of de helling van een berg4 ,in het eerste geval spreekt men van geyser-bassins2 tot het tweede behooren de brullende berg of ,roaring mountain1 en de travertijn-rotsen van ,mammoth ,hot ,springs4 #a ,even nobel als de natuur1 toont zich hier ook de menschelijke geest4 ,het ,amerikaansche volk heeft deze geheele landstreek1 meer dan #cjjj vierkante mijlen omvattend1 gemaakt tot een park1 d4w4z4 tot een plaats1 waar industrie en landbouw buitengesloten zijn1 en waar de natuur zooveel mogelijk ongeschonden bewaard moet blijven4 ,de trotsche en zielsverheffende natuurverschijnselen mogen niet aan gewone doeleinden dienstbaar gemaakt worden1 de groote bronnen van mechanische kracht1 die zij in zich sluiten1 mogen niet voor het voordeel van enkelen worden gebruikt4 ,het park moet ten allen tijde en uitsluitend bestemd blijven for the benefit and the enjoyment of the people #b zooals het eerste artikel van de stichtingswet luidt en zooals het in steenen letters boven de poort aan den ingang bij ,gardiner gegrift is4 ,voorloopig dient het park nog meer voor the enjoyment dan wel voor het nut van het volk4 ,tenminste op den gewonen toer krijgt men niet den indruk1 dat het verhevene der natuurverschijnselen de ,amerikanen bizonder treft1 noch dat zij door de beschouwing dier verschijnselen tot een dieper inzicht in de hoofdlijnen van de geschiedenis dezer aarde trachten door te dringen4 ,het leven in de fijne hooge lucht en de heerlijke omgeving der dennebosschen is hun de hoofdzaak1 en daarvan wordt veelvuldig gebruik gemaakt4 ,de gewone toer1 die minstens zes dagen duurt1 wordt jaarlijks door minstens #aj4jjj personen van elken leeftijd en van elken rang en stand gemaakt4 ,daarenboven kampeeren ongetelde aantallen gedurende den zomer overal in de bosschen en trekken met eigen wagens rond4 ,deels om hun daarbij behulpzaam te zijn en deels met het oog op het brandgevaar1 dat zeer groot is1 heeft het landsbestuur overal aan de wegen door wegwijzers en borden de goede kampeerplaatsen aangewezen1 en op andere schijnbaar geschikte plaatsen verboden tenten op te slaan4 ,de geysers en de warme bronnen zijn voor de meesten nog slechts curiositeiten1 die geen verder belang inboezemen en spoedig eentonig worden2 de rotsen treffen hen door hunne steilheid en de grootte der neergestorte blokken1 maar op het verschil in bouw wordt weinig gelet4 ,toch heeft de geheele streek zijn merkwaardigheid voor een groot deel er aan te danken1 dat de bergen oude lavastroomen zijn1 die over krijtachtige gesteenten heen vloeiden1 en dat met de lava andere vulkanische gesteenten afgezet werden4 ,zoowel in de groote trekken van het landschap als hier en daar in de onbedekte rotsen kan men dit duidelijk zien4 ,waarom aan deze landstreek de naam van park gegeven is1 is niet duidelijk4 ,want het is er verre vandaan1 dat het op een park zou gelijken1 of zelfs dat men zou willen trachten1 het allengs in die richting te verbeteren4 ,integendeel1 men wenscht juist de woeste en vrije natuur te bewaren4 ,zwitserland1 met zijn goed verzorgde bosschen1 gelijkt veel meer op een park dan ,yellowstone1 waar de afwezigheid van de zorgen der menschen juist het beoogde doel is4 ,ook is de naam park juist niet geschikt om een denkbeeld van de grootte van deze streek te geven4 ,men reist er zes dagen lang in wagens op goede wegen rond1 en kan dan nog maar een zeer klein gedeelte van de geheele uitgestrektheid bezoeken4 ,natuurlijk zou een ongerepte toestand het bosch ontoegankelijk maken en het genot er van beperken tot slechts zeer enkelen4 ,vandaar dat de regeering voor een stel van goede rijwegen gezorgd heeft en dat een vereeniging zich de oprichting en exploitatie van het vereischte aantal htels en van de vervoermiddelen tot taak heeft gesteld4 ,voortdurend worden verbeteringen aangebracht en worden hier nieuwe bruggen gebouwd en ginds de bochten en hellingen der wegen door den aanleg van nieuwe gedeelten vereffend4 ,huizen mogen in het park overigens niet gebouwd worden en alleen nabij den heuvel der ,mammoth ,hot ,springs1 het hoofdstation van de gewone toeristenreis1 en tevens het eerste station dat men met de rijtuigen bereikt1 is voor militaire doeleinden een dorp aangelegd4 ,de bezetting bestaat uit twee compagnien ruiterij1 waarvan de manschappen door het geheele park als politie dienst doen1 zorgende1 dat met vuur voorzichtig worde omgegaan1 dat geen overblijfselen van gebruikte maaltijden of van nachtverblijven het park ontsieren en dat aan de gewrochten der natuur geen balddadige handen of geen verzamelaars van curiositeiten afbreuk doen4 ,om dit laatste doel nog beter te bereiken1 zijn in de nabijheid van enkele htels kleine winkeltjes opgericht1 waar natuurvoorwerpen kunnen worden gekocht4 ,het is een zeer bekende eigenschap der bronnen1 om hetzij kalk1 hetzij kiezel af te zetten1 en zoo dus kleine voorwerpen daarin worden gelegd1 worden zij allengs met een dun laagje van deze stoffen overtrokken4 ,takken en naalden van dennen kan men zoo vinden1 maar ook kunstmatige voorwerpen worden evenzoo omkorst1 en onder deze geven de ,amerikanen vooral aan monogrammen de voorkeur4 ,op deze incrustatie1 de wijze waarop zij plaats vindt en het aandeel dat zij aan het ontstaan der heuvels rondom de bronnen in den loop der tijden gehad heeft1 kom ik trouwens later uitvoerig terug4 ,het klimaat van het park is1 zooals men dit van een zoo hoog gelegen landstreek mag verwachten4 ,gedurende drie vierde gedeelten van het jaar is het diep met sneeuw bedekt en zoo goed als ontoegankelijk1 zelfs vinden de herten en antilopen er dan dikwijls slechts met groote moeite hun voedsel4 ,gedurende de overige drie maanden is het klimaat dat van de hooge alpen1 een zuivere frissche lucht en een heldere hemel1 afgewisseld met hevige onweersbuien1 die naar mijne zeer korte ervaring vooral rondom ,mammoth ,hot ,springs zeer talrijk zijn4 ,trouwens de bergtop1 waar rondom zij zich voornamelijk ontladen1 draagt den naam van ,electric ,peak4 #c ,twee malen ben ik daar omstreeks #bd uren geweest1 en in dien tijd heb ik drie zware onweersbuien met plasregens bijgewoond4 ,de koude en de korte duur van den zomer maken de streek voor landbouw onbruikbaar4 ,als men er voor de htels groenten wil telen1 moet dit in kassen gebeuren4 ,ook het hout is voor het grootste gedeelte als timmerhout ongeschikt4 ,de dennebosschen1 die alle hellingen en verreweg het grootste deel der vlakten en valleien bedekken1 bestaan maar uit n soort van den1 den ,pinus contorta1 var3 ,murrayana1 die hier gewoonlijk black pine genoemd wordt4 ,deze naam is ontleend aan de zwarte bosschen die hij vormt4 ,hij heet ook wel lodge pine of pole pine1 aanduidende dat men van de stammen huizen kan bouwen zonder ze tot planken te zagen1 of dat men de stammen voor telegraafpalen en andere dergelijke doeleinden kan gebruiken4 ,maar het verdere gebruik beperkt zich tot het nut als brandstof4 ,daarentegen komen er hier en daar1 en vooral in het noordelijk gedeelte1 twee soorten van sparren voor1 die voor timmer hout geschikt zijn4 ,het zijn de douglas-spar en de balsam-spar 7,pseudotsuga ,douglasii en ,abies alpina72 ik zag ze in de bosschen rondom ,mammoth ,hot ,springs in groot aantal en in prachtige exemplaren1 doch elders meest zeer verspreid en zeldzaam4 ,maar misschien zijn de meeste op de voor toeristen toegankelijke plaatsen reeds weggehaald voor de constructie van de bruggen en de htels4 ,in vroegere tijden was deze ontoegankelijke landstreek zoo goed als onbewoond4 ,de ,indianen hadden voor den top der wereld een diep ontzag en begaven zich in deze streek1 waar de natuurverschijnselen hun vrees inboezemden1 slechts zeldzaam4 ,wel zijn door de hoofddalen hun voetpaden gevonden1 en volgen de tegenwoordige rijwegen meestal zulke oude ,indian ,trails1 maar het is een bekend feit1 dat in de tijden van de eigenlijke ontdekking van het park1 nog geen #dj jaar geleden1 het zoo goed als onmogelijk was indiaansche gidsen te vinden1 die werkelijk overal den weg wisten4 ,en het bleek dat deze gidsen bij het aanschouwen der geysers nog meer verbaasd en ontdaan waren dan de blanke natuuronderzoekers4 ,slechts een vreesachtige stam van de ,shoshone-,indianen1 de schaap-eters of ,tukuarika1 trok zich hier terug1 maar ook zij kenden de geysers niet4 ,de ,indianen gaven aan de geheele streek den naam van de hoofdrivier1 die er doorstroomt1 en aan deze een naam1 ontleend aan de kleur der rotsen in de canyons of ravijnen4 ,deze kleur is dikwijls helder geel1 en uit het gele nu eens in het roode1 dan weer in het grijze spelend4 ,in het ,grand-,canyon van de ,yellowstone-rivier1 waar men een uur langs de naakte rotswanden wandelt en de rivier1 tusschen de windingen1 hier en daar op groote diepte en als zeer in de verte onder zich ziet1 is dit kleurenspel bizonder treffend4 ,de indiaansche term voor ,rock ,yellow rivier is ,mitsiadazi1 in een der ,siouxtalen1 en vandaar stammen de tegenwoordige namen van ,yellowstone-rivier en ,yellowstone-park af4 #d ,het park is geen eigenlijk bergland zooals ,zwitserland4 ,ook mist het de sneeuwbergen4 ,het is een hoog plateau1 doortrokken met lage heuvelen1 die meest geheel met bosch bedekt1 doch op steile hellingen en langs de doorsnijdingen der beken dikwijls rotsachtig en dan zeer schilderachtig zijn4 ,slechts hier en daar vindt men enkele hoogere toppen1 en onder deze is de ,mount ,washburn1 een halve dag reizen van het ,htel der ,mammoth ,hot ,springs gelegen1 de voornaamste4 ,rondom is het park door hoogere gebergten omgeven1 die ten deele buiten1 doch ten deele ook binnen zijne wettelijke grenzen liggen4 ,deze omgeving geeft overal1 waar het uitzicht niet door boomen of heuvelen belemmerd is1 iets bizonder aantrekkelijks aan het landschap4 ,het allerfraaist is dit1 als men op het uitgestrekte meer1 dat de ,yellowstone-rivier ongeveer in het midden van het park vormt1 met de boot van de zuidelijke naar de noordwestelijke punt overvaart4 ,overal achter de groene bergen ziet men dan de kale toppen uitsteken4 ,in het oosten de lange keten der ,absaroka-mountains2 in het zuiden de dubbele top der ,teton-bergen en aan de overige zijden hier en daar lagere gebergten4 ,het zijn wel geen sneeuwtoppen1 maar in de hoogste dalen en ravijnen lagen toch omstreeks half ,augustus nog talrijke uitgestrekte sneeuwvelden1 langzaam afsmeltend en den oorsprong gevend aan talrijke beken1 die bruischend en schuimend door het park trekken1 om zich ten slotte grootendeels in de ,yellowstone-rivier te vereenigen4 ,het plateau ligt in het hart van het ,rotsgebergte1 en wordt als een typisch gedeelte daarvan beschouwd4 ,het is een streek waar veel regen en veel sneeuw vallen1 en vormt daardoor een groene en bloemrijke oase te midden van de dorre wildernissen1 de door watergebrek onbebouwbare semi-arid regions #e van het ,westen4 ,het ligt nagenoeg geheel in den staat ,wyoming1 met een paar smalle grensstrooken1 die in ,montana en in ,idaho vallen4 ,trouwens het eerste wat de aandacht der toeristen na het binnenrijden door de ingangspoort treft is1 omstreeks een half uur verder1 de grenspaal1 die aanwijst waar men uit het gebied van ,montana in dat van ,wyoming overgaat4 ,de plantengroei van de omgevende woestijnen zet zich voor een deel op de hellingen van het park voort1 waar deze van bosch ontbloot zijn4 ,zij vertoonen dan de eigenaardige grijsgrauwe kleur1 die in zoo hooge mate tot het onaantrekkelijk karakter der wildernissen bijdraagt4 ,overal groeien de lage heestertjes van de ,sage-brush 7,salieplant3 ,artemisia tridentata e4a4 soorten71 die uiterst algemeene1 zonderlinge en nuttelooze plant1 zooals zij zoo gaarne genoemd wordt4 ,elk grijs bundeltje staat afzonderlijk1 en uit de verte gezien heeft een vlakte of een helling daardoor een gevlekt aanzien4 ,dit is z kenmerkend1 dat men zelfs op groote afstanden den ,sage-brush gemakkelijk herkennen kan4 ,onwillekeurig rijst de vraag of die ,sagebrush en de andere woestijnplanten die met haar samengaan1 oorspronkelijk uit de woestijn naar het park1 of uit de bosschen van het park naar de woestijn gegaan is4 ,maar op de bespreking van die vraag1 die met tal van punten omtrent de verspreiding der planten en haar gemeenschappelijke afstamming samenhangt1 mag ik hier niet ingaan4 ,op den bezoeker maakt de oase den indruk van een toevluchtsoord voor planten en dieren4 ,daar vinden vele1 en daaronder de fraaiste en belangrijkste1 wat hun elders ontzegd wordt4 ,over de planten zal ik later het een en ander mededeelen1 maar het zal vermoedelijk velen mijner lezers belang inboezemen hier het een en ander omtrent de grootere dieren te vernemen4 ,daarbij moet men echter een onderscheid maken tusschen de opgaven in de gewone gidsboeken voor het park1 en dat1 wat de toerist werkelijk te zien krijgt4 ,onder de groote soorten verdienen vooral de bisons genoemd te worden1 daar zij alleen hier nog werkelijk in het wild voorkomen4 ,evenals elders1 zijn zij door hun woeste en weinig slimme natuur tot uitsterven veroordeeld1 en het landsbestuur is op maatregelen bedacht om ze1 door middel van omheiningen1 des winters te dwingen op plaatsen te blijven1 waar de sneeuw niet zoo diep ligt1 en het gras dus voor hen bereikbaar is4 ,ook heeft men op het ,dot-island in het ,yellowstone-meer een troepje bisons ingevoerd met het doel om deze later1 na genoegzame harding en vermenigvuldiging1 des zomers vrij in de bosschen te laten zwerven4 ,behalve dit troepje1 dat tijdens mijn bezoek uit een familie van een zestal exemplaren bestond1 ziet de toerist natuurlijk geen bisons4 ,en hetzelfde is het geval met de elk of eland1 waarvan ik ook slechts het half dozijn exemplaren in het park op ,dot-island zag4 ,men ziet de bisons en de elanden hier juist even goed en even natuurlijk als in den dierentuin te ,amsterdam--afgezien van de omgeving4 ,volgens ,chittenden's uitvoerig handboek over het park1 dat in de meeste htels te koop aangeboden wordt1 zijn bevers overvloedig in al de stroomen en zijn de door hen uitgevoerde bouwkundige werken overal te zien4 ,feitelijk wijst de gids u op den geheelen tocht op ne plaats1 die dan ook beaver-lake #f heet1 twee beverwoningen en een langen dam1 die zigzagsgewijze dwars door den tot een meertje verbreeden stroom heen gebouwd is4 ,maar de dam is #af jaren oud1 en of de woningen nog bewoond zijn1 wist niemand ons te vertellen4 ,omstreeks het jaar #ahcj zijn de bevers1 die vroeger zeer talrijk waren1 in deze en de aangrenzende streken nagenoeg uitgeroeid4 ,het was in den tijd van de oprichting en de krachtigste werkzaamheid der bontmaatschappijen1 die in scherpe rivaliteit alle bevers lieten vangen1 die slechts te bemachtigen waren4 ,moge hierdoor ook al een der meest belangwekkende trekken van het landschap naar het schijnt voor goed verloren zijn1 zoo moet men aan de andere zijde niet vergeten1 dat de eigenlijke ontdekking van de wonderen der streek het gevolg is geweest van de onvermoeide en niets-ontziende tochten der beverjagers4 ,het was de eerste ontdekking van geysers en warme bronnen1 van ,canyons en landschapsschoonheden1 die in ,amerika bekend werd4 ,opgesierd met de verhalen die een rijke verbeelding en een onnauwkeurig geheugen rondom deze wonderen deden ontstaan1 vonden de mededeelingen geen geloof4 ,toch waren zij de eerste bron van de kennis en de prikkel die tot latere1 meer op onderzoek gerichte tochten en ten slotte tot de reserveering van het terrein als park aanleiding gaf4 ,een enkel verhaal moge een denkbeeld van deze overdrijving geven4 ,het is de eerste beschrijving van rotsen van vulcanisch glas1 en wel van de rots1 die thans ,obsidiaan-cliff heet4 ,dit gesteente glinstert als glas1 maar is gitzwart en ondoorzichtig4 ,een beverjager bevond zich in de nabijheid1 maar zag de rots van glas niet4 ,daarentegen zag hij een hert1 en schoot er op4 ,zeker van zijn schot1 was hij ten hoogste verbaasd dat het hert kalm bleef grazen1 en het schot niet eens scheen gemerkt te hebben4 ,hij schoot nog een paar malen1 doch met hetzelfde gevolg4 ,toen wilde hij dichter bij gaan1 maar stuitte tegen een glazen rotswand1 waarachter het hert volkomen veilig was en waarop zijn kogels waren afgestuit4 ,natuurlijk vond dit verhaal geen geloof1 ofschoon de ,amerikanen anders lichtgeloovig genoeg zijn4 ,zoo vond een bewering dat het obsidiaan1 omdat het zoo zwart is als steenkool1 ook even goed moet branden1 bij mijne reisgenooten vrij algemeenen bijval en werd ten minste niet tegengesproken1 totdat een ander lid van het gezelschap verklaarde dat het woord obsidiaan toch een andere klank had dan steenkool en dus ook wel wat anders beteekenen zou4 ,van groote dieren ziet de toerist alleen de beren en de herten4 ,de herten trekken in kudden rond1 evenals in vele europeesche bosschen4 ,menigmaal zag ik ze1 nu eens enkele1 dan weer meer4 ,de beren daarentegen worden u op eigenaardige wijze vertoond4 ,bij elk htel1 behalve bij dat van ,mammoth ,hot ,springs1 is daartoe een bepaalde plaats bestemd1 nu eens een klein dal1 dan weer een open plek in een bosch4 ,hier worden al de geledigde blikjes en al de overige afval van het htel gebracht1 en de beren komen des avonds zoeken1 of daarin nog eenige lekkernij voor hen te vinden is4 ,op behoorlijken1 maar vrij kleinen afstand is een ijzerdraad gespannen1 en daarachter staan banken voor de toeristen om te zitten kijken4 ,schuw en bang komen de beren1 omstreeks zeven of acht uur des avonds1 een voor een uit het bosch te voorschijn1 gaan op hun achterpooten staan en kijken overal rond of alles veilig is4 ,treft men luidruchtige reisgenooten1 dan krijgt men niet veel te zien1 daar de beren weldra omkeeren en naar het bosch teruggaan4 ,zochten zij de blikjes door1 en vonden zij wat hun beviel1 dan verkondigden zij dit door een luid gebrul2 een zag ik er met een groot stuk in den bek snel den heuvel oploopen en in het bosch verdwijnen4 ,een ander klauterde in een boom en genoot daar klaarblijkelijk nog eens van het gevondene4 ,een moeder kwam met haar jong1 beide gingen op de achterpooten staan om rond te kijken1 en het was grappig om te zien hoe het jong de moeder in alles nadeed4 ,wel driemaal vonden zij het onveilig en gingen naar het bosch terug1 eindelijk verstoutten zij zich en gingen eerst behoedzaam1 daarna snel1 den heuvel af naar de blikjes4 ,een oudere beer1 die daar bezig was1 misschien wel de vader1 maakte toen voor hen plaats en ging om den hoop rondwandelen4 ,zoo kan men1 na het middagmaal gebruikt te hebben1 de levenswijze der beren1 alhoewel onder zeer eigenaardige omstandigheden1 uitvoerig gadeslaan4 ,maar hoewel ik een paar wandelingen door de bosschen gemaakt heb1 ben ik er daar natuurlijk geen tegengekomen4 ,een enkele slang heb ik gezien en hier en daar op de rotsen een woodchuck1 ook wel groundhog genoemd1 een dier als een wombat1 kruipende in of uit zijn hol4 ,algemeen zijn eigenlijk alleen eekhoorntjes1 zoowel de bruine soort die op de boomen leeft1 als de grijze1 die met vier overlangsche zwarte strepen over kop en rug versierd is1 als gevolg zegt men van de vier vingers van een godheid1 die eenmaal trachtte dit onrustige dier tot rust te brengen4 ,maar het is nog altijd even onrustig en snelt over en langs de wegen4 ,ik zag ze in groot aantal1 op n dag zelfs bijna honderd4 ,zij zijn door de wet volkomen beschermd en dus volstrekt niet vreesachtig1 en ik kon ze herhaaldelijk van vlak nabij gadeslaan4 ,nieuwsgierig zitten zij1 rechtop1 aan den weg naar de voorbijgaande rijtuigen te kijken1 met een pakje wortels of vruchten in hun voorpooten4 ,dikwijls ziet men ze hun holen in den grond opzoeken en daarin verdwijnen4 ,dicht naast mij1 in het bosch bij ,mammoth ,hot ,springs1 zat een roode eekhoorn te knagen aan een groenen dennekegel1 een vrij grooten van den ,pinus flexilis1 zoo groot ongeveer als die van onze zeedennen1 maar niet zoo hard4 ,soms sprong hij op1 met den kegel in zijn handen1 ging dan weer zitten1 en het was aardig om te zien hoe hij den kegel ronddraaide om de zaden te vinden4 ,eindelijk sprong hij op een tak en verdween1 met groote sprongen van boom tot boom overwippende4 ,over leeuwen en andere verscheurende dieren1 die de gidsboeken u opnoemen1 zal ik maar niet spreken2 die leven in de ontoegankelijke gedeelten der hoogere bergen1 en men ziet ze natuurlijk nooit4 ,van visschen wekken alleen de trouts of forellen groote belangstelling1 daar men ze in het heldere water der stroomen1--en op tafel--bijna elken dag zien kan4 ,het visschen is geoorloofd en behoort tot de voornaamste genoegens van het leven in het park4 ,een punt van belangstelling1 dat echter op de kaart beter zichtbaar is dan in de werkelijkheid1 is de ,continental divide4 ,dit is de lijn die men trekken kan tusschen de oorsprongsplaatsen van alle beken1 wier water naar den ,atlantischen ,oceaan vloeit en van al die1 welke naar den ,pacific ,oceaan uitwateren4 ,de gewone toeristentocht ligt op het atlantische gedeelte van het gebergte1 met uitzondering van een paar uren1 die men aan de andere zijde rijdt4 ,men ziet dan de bergen naar het westen afhellen en in de verte het ,shoshone-meer1 waarvan het water1 door bergstroomen omlaaggevoerd1 naar de ,columbia-rivier gaat1 om door ,oregon en langs ,portland in zee te vloeien4 ,een paar naamborden wijzen de punten aan1 waar men de scheidingslijn overgaat4 ,op een dezer beide punten ligt in de pas een groote plas1 vol met gele waterplompen1 en omlijnd door biezen en bloembiezen1 als een hollandsch moerasje4 ,het water van deze plas weet niet1 of het door de ,columbia-rivier naar den ,pacific-,oceaan1 of door de ,yellowstone en de ,missouri naar de ,atlantische zee zal gaan4 ,een moeilijke twijfel1 want een kleine windstoot kan het water nu eens naar de eene zijde1 dan weer naar de andere in de beek drijven en z de beslissing geven4 ,trouwens1 in den loop der eeuwen kunnen ook groote meren in dit opzicht van meening veranderen4 ,het ,yellowstone-meer1 dat voor menig ander beroemd meer in grootte niet behoeft onder te doen1 is daarvan een voorbeeld4 ,in langvervlogen voorhistorische tijden liet het zijn water naar de ,stille ,zuidzee afvloeien4 ,maar in en na den ijstijd heeft het zich een uitweg naar het oosten gemaakt1 den ,grand ,canyon als een diepe en enge sleuf in de rotsen ingravende4 ,het bereikte daardoor een nieuwen en tevens een beteren waterweg en kan sedert zooveel meer water afvoeren1 dat zijn waterspiegel verscheiden tientallen van meters gedaald is4 ,de vroegere outlet naar de ,snake-rivier aan de westzijde is thans dus een vrij hooge1 hoewel vlakke pas geworden4 ,een juist begrip van de bergen en van de vulkanische werkingen in het park moet natuurlijk uitgaan van de geologische gesteldheid4 #g ,een zeer eenvoudig overzicht mag hier echter daartoe voldoende geacht worden4 ,het kan zich beperken tot den tijd1 waarin de voornaamste uitstortingen van lava over het tegenwoordige park plaats vonden4 ,in de krijt-periode was het park nog een gedeelte van de zee1 die toen uitgestrekte streken van ,amerika bedekte4 ,het was echter reeds omgeven door rotsen en gebergten en vormde waarschijnlijk een soort van golf1 of een deel van een archipel van kleine eilanden4 ,door de werkzaamheid van koralen en andere diersoorten werden op den bodem dier zee kalkmassa's afgezet1 die in den loop der tijden tot aanzienlijke lagen aangroeiden4 ,allengs werd echter1 over de lijn die thans de kam van het ,rotsgebergte is1 de korst der aarde in verhouding tot de zee opgeheven1 en omstreeks het einde der krijtperiode ging het park van zee over tot land4 ,dit leidt men daaruit af1 dat na de kalk- of krijtlagen geen omvangrijke afzettingen meer hebben plaats gevonden4 ,lagen van kleinen omvang1 in kleine zeeboezems of in meren gevormd1 zijn gedurende den geheelen tertiairen tijd hier en daar afgezet1 doch zij zijn voor ons tegenwoordig doel van geen beteekenis4 ,veel belangrijker is1 dat gedurende al dien tijd het park de zetel van een vrij groot aantal vulkanen geweest is1 die allengs het grootste gedeelte van de landstreek met lava en vulkanische asch bedekt hebben4 ,een dier kraters was de ,mount ,washburn1 en deze vertoont op zijn top nog de ronde holte van den vroegeren kratermond4 ,thans echter is hij sinds lang uitgedoofd1 evenals alle andere vulkanen van deze streek1 en is de kratermonding met dennenbosschen dicht begroeid4 ,de lava-stroomen vloeiden van uit die kraters in alle richtingen over het land2 nu eens bleven zij afzonderlijk en vormden dan eigen bergruggen1 dan weer vloeiden zij ineen1 zoodat plateau's met talrijke uitloopers ontstonden4 ,de meeste tegenwoordige heuvels zijn zulke oude lava-stroomen1 terwijl de hoogere toppen waarschijnlijk de plaatsen der oude kraters aanduiden4 ,de lava en de vulkanische asch1 tot rotsen en gebergten vervormd1 bedekt thans nagenoeg de geheele vlakte1 en slechts hier en daar komen de oude lagen voor den dag4 ,over het algemeen is de lava een zacht gesteente1 dat bij het verkoelen sterk gebarsten is en gemakkelijk verweert4 ,voeren de bergstroomen de verweerde deelen spoedig weg1 zoo blijven de rotsen naakt en vertoonen1 door de talrijke kloven en de dikwijls op runen gelijkende toppen1 bizonder fraaie en afwisselende vormen4 ,soms niet veel hooger dan de naburige dennenboomen nemen deze rotsen in andere dalen zeer indrukwekkende afmetingen aan4 ,alle overgangen tusschen gewone lava en glasachtige lava of obsidiaan zijn voorhanden1 en hier en daar vindt men ook basalt-formaties4 ,de basalt1 die meest zeer regelmatig tot zeszijdige zuilen gebarsten is1 levert een uitmuntende bouwsteen1 en de poort aan den noordelijken ingang bij ,gardiner is dan ook geheel uit deze steen opgetrokken4 ,de lava levert natuurlijk het gesteente1 waarvan de groote wegen worden gemaakt4 ,vooral de glasachtige soorten zijn daarvoor geschikt1 daar zij harder zijn en minder snel tot stof vergaan4 ,om de blokken tot gruis te verwerken moet men hier echter een zeer bizonder middel gebruiken4 ,de blokken worden in een vuur van dennenhout verhit en dan plotseling met koud water overgoten4 ,zij barsten dan juist in gruis van de gewenschte korrelgrootte uiteen4 ,de zachtheid van de lava maakt echter1 dat de wegen snel slijten en zeer stoffig zijn4 ,om aan dit bezwaar tegemoet te komen laat de regeering de wegen1 overal waar voldoende water aanwezig is1 regelmatig besproeien4 ,meest wordt het water van een hoogere berghelling in een pijp geleid1 die eindigt boven de plaats waar een waterwagen gevuld moet worden4 ,zulke standpijpen ziet men in de bergstreken zeer veelvuldig4 ,is er geen berg dicht genoeg bij den weg1 zoo moet het uit de beken worden opgepompt4 ,de groote zorg1 die hieraan besteed wordt1 draagt zeer veel er toe bij om het rijden in een reeks van rijtuigen aangenamer te maken4 ,hoe de verkoelde lavastroomen op de krijt-lagen liggen1 kan men dikwijls zien1 als men de hellingen der grootere heuvels beschouwt4 ,de hoogere heuvels zijn namelijk wel niet hooger dan de andere1 maar het dal aan hun voet is door den bergstroom dieper uitgegraven4 ,van dit uitgraven kan men1 op verschillende plaatsen1 bijna alle stadin zien4 ,is nu het dal zoo diep uitgegraven1 dat de krijtlaag niet alleen bereikt is1 maar dat daarenboven de kloof in deze indringt1 en is dan de rots steil genoeg om niet door verweerden grond bedekt te zijn1 zoo ziet men natuurlijk de lava op het krijt rusten4 ,sommige dalen zijn in het krijt zoo diep uitgehold1 dat de bergen ter weerszijden geheel uit grijs-witte krijt-lagen schijnen te bestaan1 slechts aan hun top door de roodbruine lava-massa's gekroond4 ,het is natuurlijk niet gemakkelijk om op zulk een tocht te zien1 hoe de rivieren werken en hoe de dalen ontstaan4 ,in den zomer is alles rustig en kalm1 en zelfs de watervallen schijnen geen verandering in hun omgeving te brengen4 ,het eigenlijke werk geschiedt in den winter en vooral in het voorjaar1 als de sneeuw1 die het geheele park bedekt1 snel begint te smelten en de beken dus tijdelijk zeer groote hoeveelheden water afvoeren4 ,niets is dan tegen hun geweld bestand1 en rots voor rots wordt ondergraven en gebroken en ten val gebracht4 ,het eene jaar hier1 het andere jaar daar verandert het landschap4 ,de kleinere trekken verdwijnen1 en slechts de hoofdlijnen blijven dezelfde1 tot ook hare beurt zal komen om voor de macht van het water onder te doen4 ,maar de reiziger ziet van dit alles niets2 hij kan niet onderscheiden of een naakte rotsvlakte jong of oud is1 en of een rots vroeger hooger was dan nu1 of door andere vormen gekroond4 ,toch zijn er verschijnselen1 waaruit men kan afleiden wat er 's winters gebeurt4 ,dit zijn vooral oude wegen1 die voor een zeker aantal jaren door geen nieuwen weg vervangen en sedert niet meer verzorgd zijn4 ,zulk een weg is o4a4 die in de klove tusschen ,livingston en ,gardiner1 kort vr dat men het laatstgenoemde dorp bereikt4 ,dit ,canyon voert den naam van ,yankee ,jim1 en jaren voordat de spoorweg door dit enge dal gemaakt werd had ,james ,george hier een wagenweg aangelegd1 die nagenoeg de eenige toegang tot het latere park was4 ,hij had het recht om op dien weg tol te heffen en genoot daarvan langen tijd een niet onbelangrijk inkomen4 ,eenige jaren geleden is echter de spoorweg1 die toen slechts tot ,cinnabar liep1 door dit ,canyon doorgetrokken tot aan ,gardiner1 d4w4z4 tot aan den ingang van het park zelf4 ,verder kon hij niet gaan1 daar de bepalingen omtrent de strekking en het onderhoud van het park den aanleg van spoorwegen daarin verbieden4 ,vroeger moest dus ieder1 die te ,cinnabar uitstapte1 langs den weg van ,yankee ,jim naar ,gardiner rijden2 nu spoort men eenvoudig door4 ,de weg is dus in onbruik geraakt1 en het onderhoud niet meer waard4 ,maar van den trein uit kan men zien1 wat in die enkele jaren gebeuren kon4 ,op talrijke plaatsen toch is de weg onder rotsstortingen bedolven1 soms over een lengte van honderden meters4 ,geweldige aardmassa's en groote rotsblokken moeten in die weinige winters omlaag gekomen zijn1 nieuwe hellingen vormend1 en nieuwe rotswanden onthullend4 ,soms ligt de massa huizenhoog op den weg1 en strekt zij zich tot in de rivier uit4 ,het neerstorten van zulke rotsmassa's is ten deele het gevolg van het afknagen van den voet door de bergstroomen4 ,maar deze alleen zouden niet zoo spoedig zulke groote hoeveelheden kunnen afbreken4 ,zij worden geholpen door het ijs4 ,overal is het inwendige der rotsen gebarsten1 en in deze barsten dringt het water door1 na als regen op het oppervlak gevallen en korter of langer tijd in de bovenste lagen vastgehouden geweest te zijn4 ,in het najaar wordt het zoo koud1 dat het water in deze spleten bevriest4 ,nu echter weet men1 dat water bij het bevriezen met geweldige kracht uitzet4 ,de barst wordt dan daardoor een weinig verwijd4 ,is dit juist zooveel1 dat de steenmassa aan de vrije zijde daardoor losraakt1 dan valt zij nog niet1 want het ijs werkt ook als plakmiddel4 ,maar als dan in het voorjaar het ijs ontdooit1 houdt het verband op1 en de geheele steenmassa valt omlaag4 ,het is trouwens hetzelfde spel1 dat zich in alle rotsachtige streken herhaalt1 en waarvan men de verwoestende gevolgen ook in ,zwitserland niet zelden waarnemen kan4 ,de ,canyons zijn in het algemeen kloven1 die door de bergstroomen met behulp van dit proces in de gesteenten zijn uitgegraven4 ,het ijs werpt de rotsblokken omlaag1 het water vervoert het gruis1 en slijt de te groote blokken allengs af4 ,maar grootere en kleinere blokken1 zoo groot als een kamer en meer1 ziet men bijna overal in de rivieren liggen1 soms zeer sierlijk met struikgewas begroeid4 ,langzaam wordt het dal dieper en breeder4 ,is het gesteente zacht1 zooals in het ,grand ,canyon1 dan wordt de kloof van boven betrekkelijk sterk verwijd2 is het echter harder1 zooals in de oude lava-stroomen en vooral in de basalt1 dan is het dal dikwijls huizenhoog niet veel breeder dan waar de rivier er in stroomt4 ,in deze twee gevallen ontstaan geheel verschillende landschappen1 maar zoowel het eene als het andere oefenen op den bezoeker een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit4 ,de kraters zijn uitgedoofd en de lava-stroomen verkoeld1 en alleen de geysers en warme bronnen getuigen er nog van1 dat de onderaardsche warmte hier dichter bij de oppervlakte komt1 dan op de meeste overige plaatsen dezer wereld4 ,maar die uitdooving zelve is reeds van ouden datum4 ,na haar heeft hier1 evenals elders1 die bekende periode van koude geheerscht1 waarin de gletschers geheele landstreken bedekten1 en de hoofdrol in de geologische veranderingen van het aardoppervlak speelden4 ,voordat ik echter over deze ijsperiode spreek1 is het misschien goed een vraag te vermelden1 die de reiziger zich onwillekeurig stelt1 en die vrij rechtstreeks tot een juiste voorstelling geleidt4 ,het ,grand ,canyon aan de ,yellowstone-rivier1 dat ik reeds eenige malen genoemd heb1 is een klove van onovertrefbare schoonheid in vormen en kleuren1 door de rivier in de vulcanische lagen gegraven4 ,het strekt zich over een twintigtal mijlen uit1 en is op het schoonste gedeelte omstreeks #djj ,meter diep4 ,het is een kloof in een uitgestrekt plateau1 en een voortreffelijke rijweg voert op dit plateau langs den rand van den afgrond1 terwijl in de diepte1 waar de rivier bruist1 het dal meest zoo eng is1 dat er zelfs voor geen boom plaats is4 ,boven op dit plateau nu ligt1 juist bij het meest imposante gedeelte van het ,canyon1 een eenzaam rotsblok1 verscholen in het dennenbosch1 half zoo hoog als de boomen4 ,maar het is thans een bekende curiositeit geworden1 en de weg naar ,inspiration-point voert er vlak langs4 ,gaat men even van den weg af om het nader te beschouwen1 dan wordt men terstond getroffen door twee feiten4 ,ten eerste ligt het klaarblijkelijk los op den grond1 zonder eenig verband met de onderliggende rotsen4 ,ten tweede echter bestaat het uit graniet1 en geenszins uit vulkanische steen1 zooals de geheele streek in de rondte4 ,het heeft een fraaie en gemakkelijk te herkennen granietstruktuur1 die vooral daar goed te zien is1 waar door het afvallen van kleine stukken1 een gave breukvlakte aan den dag is gekomen4 ,van waar komt dit blok8 ,het ligt honderden meters boven de rivier1 en is ook vele malen te groot en te zwaar om zelfs door den machtigsten stroom te kunnen worden vervoerd4 ,van waar komt het8 ,het moet natuurlijk eenmaal afgebroken zijn van een naburigen granietberg1 en hierheen gebracht4 ,maar in den omtrek komen wel enkele hooge bergen voor1 zooals ,mount ,washburn1 maar die zijn uitgedoofde kraters en bestaan niet uit graniet4 ,uit graniet bestaan echter de ,absaroka-gebergten1 die ik ook reeds genoemd heb1 en die op de oostelijke grenzen van het park gelegen zijn4 ,van uit het park ziet men ze1 als het uitzicht vrij is1 als een hooge keten van toppen1 hier en daar op de hellingen met sneeuwvelden bedekt1 op grooten afstand4 ,evenzoo vindt men hier en daar aan de andere zijden op en over de grenzen van het park granietgebergten4 ,maar dichterbij vindt men ze niet4 ,daaruit volgt dus met volkomen zekerheid de conclusie1 dat dit blok van een der omliggende bergen1 en wellicht juist van de ,absaroka's1 hierheen is gekomen4 ,zoo dit feit alleen stond1 zou het natuurlijk moeilijk te gelooven zijn4 ,men zou zich niet goed een voorstelling van zulk een werking kunnen maken4 ,maar het staat volstrekt niet alleen4 ,zoodra men toch het park bij ,gardiner binnen komt1 rijdt men door een vallei1 die met grootere en kleinere granietblokken als bezaaid is4 ,overal waar de weg in de heuvelhellingen is ingegraven1 ziet men links en rechts dergelijke steenen in den grond4 ,de geheele bodem bestaat hier uit een laag van granietsteenen1 waarvan de tusschenruimten eenvoudig met verweerd graniet zijn aangevuld4 ,het vervoer van graniet heeft dus op zeer groote schaal plaats gevonden1 en ging gepaard met een zeer aanzienlijke verweering van dit gesteente4 ,trouwens bijna in alle dalen van het park vindt men zulke blokken en zulke lagen1 ofschoon natuurlijk geen van alle de afmetingen van dat beroemde blok bij ,inspiration-point ook maar nabij komt4 ,er moet dus een werking geweest zijn1 die in staat was bergen te splijten en den afval van alle kanten naar het park en over het park heen te vervoeren4 ,dat vervoer geschiedde in de richting waarin thans de beken en stroomen zich bewegen1 en zich ten slotte alle te zamen vereenigd in ,yellowstone-rivier1 bij ,gardiner uit het park naar het ,noorden begeven4 ,want ook de vallei van deze rivier1 tot voorbij ,livingston1 vertoont overal deze zelfde erratische #h gesteenten4 ,om dit alles te verklaren1 en in verband met hetgeen men omtrent de ijsperiode uit andere streken en landen weet1 stelt men zich voor1 dat in een tijd1 toen het ,grand ,canyon nog niet bestond1 en het plateau hier dus nog onafgebroken was1 n enkele groote gletscher het geheele park bedekte4 ,ontstaande in de kloven en op de hellingen van alle omliggende bergen1 bewoog zich dit ijs als een taaie maar buigzame massa over het park heen1 en drong het door het enge ,canyon van ,yankee ,jim in de vlakte van ,cinnabar en ,livingston4 ,waar het op de bergen langs de rotsen gleed1 brokkelde het deze af1 en beladen met de producten schoof het noordwaarts4 ,nu eens zullen de blokken bij dien val vergruizeld zijn1 dan weer zal hetzelfde lot hen getroffen hebben1 als zij ten slotte van het ijs afvielen1 maar enkele blokken kunnen natuurlijk aan dit lot ontkomen zijn4 ,zulk een blok zou dan dat van ,inspiration-,point zijn4 ,en thans ligt het daar1 om te getuigen van wat in lang vervlogen tijden1 wellicht vr er menschen in ,amerika woonden1 door de grootsche machten der natuur gewrocht is4 ,maar hoe verleidelijk het ook zij1 ik mag hier niet over de ijsperiode uitweiden4 ,reeds lang genoeg heb ik mij met de geologische gesteldheid beziggehouden1 en wil daarom hier de beschrijving en verklaring van wat ik gezien heb1 eindigen om nog een enkel feit te vermelden1 dat gebrek aan tijd mij belette te gaan aanschouwen4 ,maar het is te merkwaardig om het geheel onaangeroerd te laten4 ,op een plaats1 genaamd ,fossil ,forests #i1 doch niet aan de gewone touristen-route gelegen1 heeft de rivier ,lamar een diepe en enge spleet in den rotsachtigen grond gegraven4 ,daardoor zijn de boven elkander liggende lagen van deze rotsmassa plaatselijk zichtbaar geworden1 en zij zijn het die de fossiele bosschen vertoonen4 ,stelt u voor1 dat oudtijds een groot dennenbosch hier de vlakte bedekte1 en dat dit plotseling door een lavastroom of door vulkanische asch bedolven werd4 ,de stammen werden verkoold1 doch konden door gebrek aan lucht niet verbranden4 ,eenmaal bedekt werden zij langzamerhand fossiel door het water dat het afgekoelde gesteente eeuwen lang doorsiepelde1 en dat uit de steenmassa kiezelzuur oploste om dit weer in de stammen af te zetten4 ,van betrekkelijk zacht hout gingen zij in een glanzige steenmassa over1 zoo hard als het beste vulcanische glas4 ,ondertusschen verweerden de bovenste lagen van de lava en vormden een grond1 geschikt voor plantengroei4 ,een nieuw bosch ontstond boven op het oude1 maar vroeg of laat zou ook dit weer door lava bedekt en versteend worden4 ,zoo ziet men hier in den vertikalen rotswand een aantal bosschen uit verschillende perioden boven elkander staan1 gescheiden door lagen van verharde asch4 ,hier en daar zijn de stammen zeer goed bewaard gebleven4 ,de stammen en de wortels ziet men van verre1 van meer nabij onderscheidt men het hout en de schors2 maar ook takken en dennennaalden1 ja zelfs de gaten1 die door rupsen in het hout geknaagd waren1 kan men herkennen4 ,men kan de jaarringen tellen en vindt dan voor de dikste boomen een ouderdom van somwijlen #ejj jaren1 bij een diameter van #c meter en meer4 ,op ne plaats ziet men op den rotswand een grooten stam1 die vr de algemeene verwoesting omgevallen was1 in horizontale richting tusschen de stompen liggen4 ,men heeft de opeenvolgende boschformaties geteld1 en de ervaringen aan verschillende gedeelten vereenigend1 is men tot de uitkomst geraakt dat ten minste negen- en waarschijnlijk twaalfmaal zulke bosschen bedolven en door nieuwe vervangen geworden zijn4 ,keeren wij echter terug tot het thans levende bosch1 dat meer dan drievierde gedeelte van het park bedekt en nagenoeg overal1 zoowel op de hellingen der bergen als op de vlakten1 gezien wordt4 ,wat mij in dit bosch het meest trof1 was de omstandigheid dat de grond overal bezaaid is met doode stammen en dat ook tusschen de levende boomen de doode nog staan blijven totdat zij omvallen4 ,soms ziet men de doode stammen bij honderden boven de toppen der levende uitsteken4 ,in vergelijking met de dennenbosschen in ,europa en met name in de ,zwitsersche ,alpen maken deze tallooze meest sterk gebleekte1 soms bijna geheel vermolmde stammen een eigenaardigen indruk4 ,zonder twijfel behoort ook de dood tot de natuur1 en is het sterven van boomen een zeer natuurlijk verschijnsel1 een normaal bestanddeel van het wezen van een bosch4 ,toch is er iets weemoedigs en iets onvolkomens in al die afgestorven overblijfselen1 iets wat den indruk sterk vermindert1 en zoowel aan het liefelijke als aan het grootsche merkbaren afbreuk doet4 ,het dennenbosch bestaat geheel uit ne soort van den1 den reeds genoemden ,pinus contorta var4 ,murrayana1 die lodge pine1 pole pine of black pine 7zwarte den7 genoemd wordt4 ,voor timmerhout zijn de stammen geheel zonder waarde1 voor telegraafpalen en overeenkomstige doeleinden zijn zij bruikbaar1 en natuurlijk ook voor brandhout4 ,maar in een onbevolkte streek zooals deze zou zelfs een verlof tot het wegvoeren der doode stammen in dit opzicht geen verbetering aanbrengen4 ,alleen rondom de htels zijn zij weggehaald1 om voor brandstof te dienen4 ,daarbij komt nog een andere reden4 ,in de droge maanden vormen deze liggende stammen groot gevaar met het oog op boschbranden1 die door dit doode en droge hout sterker voortgeplant worden dan door de levende boomen4 ,de zwarte den is een vreemde boom4 ,inplaats van de krachtige stammen en uitgespreide kronen van onze dennen heeft hij een dunnen slanken en zeer hoog opgroeienden stam1 die van onderen tot boven met takken bezet is4 ,maar die takken zijn nagenoeg alle even zwaar en even lang1 zoodat een kaarsvormige gedaante ontstaat1 herinnerende aan die der ,californische reuzenboomen4 ,de naalden blijven langer aan de takken1 en niet zelden ziet men stamgedeelten van #aj of meer jaren ouderdom nog met de naalden overdekt4 ,de vruchten zijn talrijke1 maar kleine kegels4 ,een zeer opvallende eigenschap is1 dat vele stammen zich in twee gelijke1 en bijna tegen elkander aan gedrukt omhoog groeiende takken splijten4 ,dit kan zich herhalen1 zoodat niet zelden een stam1 die van onderen enkelvoudig en betrekkelijk dun is1 naar boven in zes of acht1 of zelfs in tien tot twaalf rechtopstrevende armen gesplitst is4 ,overal zag ik die splitsingen2 soms zoo talrijk1 dat minstens elke vierde boom er een of meer vertoonde4 ,zeer gevoelig is de zwarte den voor vrijen stand4 ,de bosschen zijn altijd ijl1 doorzichtig1 nooit een gesloten massa vormende zooals onze dennenbosschen4 ,elke boom staat dus op zich zelf4 ,maar dit is voor een zwarten den nog lang niet genoeg4 ,hij wenscht rondom de ruimte te hebben1 en door geen soortgenoot of anderen boom belemmerd of beschaduwd te worden4 ,heeft hij zulk een stand van jongs af gehad1 dan wordt de vorm zeer statig4 ,in verhouding tot de hoogte wordt de stam dan dik1 en hij blijft van onderen tot boven rondom met groene zijtakken omgeven4 ,het is nog wel niet de trotsche pyramide van onze sparren1 maar nadert er toch zeer toe4 ,het verschil tusschen zulke vrijstaande exemplaren en de andere is zoo groot1 dat leeken de beide vormen voor verschillende soorten houden4 ,maar zulk een stand is zeldzaam4 ,meest staan zij dicht opeen1 en zelfs waar het jonge gras opschiet ziet men ze veel te dicht staan4 ,het gevolg is1 dat de stammen zeer hoog en dun worden4 ,zij kunnen zoo dun worden1 dat zij hun eigen kroon niet kunnen dragen1 en slechts door hun buren rechtop gehouden worden4 ,komen die buren te vallen1 dan buigt zulk een stam zich ter aarde1 en ik zag er1 die ongebroken1 met de kroon op den grond lagen1 terwijl de jonge toppen van de zijtakken zich weer alle omhoog gebogen hadden4 ,hier en daar is een boschbrand de schuld van het voorkomen van veel doode stammen1 die dan kaal en naakt boven het opstaande jongere geslacht uitsteken4 ,maar overal ziet men in het bosch boomen sterven4 ,meestal zijn het de oudere1 enkele malen ook jongere4 ,gewoonlijk sterven de takken van onderen af1 door den te dichten stand1 en allengs is alleen de topkroon nog groen4 ,later sterft ook die1 zonder dat men de reden zien kan4 ,in droge streken zou men meenen1 dat watergebrek hierbij een rol speelt1 en dat talrijke jonge en krachtige exemplaren het water zoo sterk tot zich kunnen trekken dat er voor de oudere en zwakkere niet genoeg meer overblijft4 ,maar hier is geen gebrek aan water4 ,het droge seizoen duurt slechts kort1 en regens zijn in den zomer zeer talrijk1 en geven1 te oordeelen naar de onweersbuien die ik bijwoonde1 een zeer voldoende hoeveelheid water4 ,ook is de den niet zeer gevoelig voor verschillen in watergehalte1 want hij groeit zoowel op de hellingen en in de spleten van afgevallen rotsblokken1 als aan den oever der meertjes en in de moerassige velden4 ,in verband met het bovenstaande moge hier opgemerkt worden1 dat het bosch geheel zonder menschelijke zorgen is4 ,het plant zich zelf voort4 ,overal ziet men dan ook jonge en oude exemplaren en dennen van alle leeftijden dooreen1 en dit geeft natuurlijk een hoogen graad van onregelmatigheid en ijlte4 ,de doode boomen vallen zooals zij kunnen en liggen dan ook dikwijls schuin met den stam in de kroon van andere4 ,andere boomsoorten zijn er maar weinig4 ,langs de randen en langs de beken en stroomen ziet men nog al eens sparren 7,abies subalpina71 met een grijsblauw loof1 die daarom hier zilverspar heeten1 maar die niet overeenkomen met hun hollandschen naamgenoot4 ,enkele andere soorten van sparren1 nl4 de ,douglas-spar 7,pseudotsuga mucronata7 en de ,engelmann-spar 7,picea ,engelmanni7 zijn zoo zeldzaam1 dat zij eigenlijk geen invloed op het landschap uitoefenen4 ,dit doen daarentegen een paar loofboomen wel4 ,het zijn populieren en wilgen1 van elk ne soort1 en te zamen alle loofboomen van het geheele park uitmakende4 ,de populier 7,populus tremuloides7 gelijkt sprekend op onze gewone klaterpopulier1 maar heeft wat kleiner blad en wat slanker gestalte2 hij vormt tegen de berghellingen soms geheele bosschen van een blauw-groene kleur1 waartusschen dan de donkere dennen een scherpe tegenstelling vormen4 ,de wilgen groeien langs de rivieren en in de moerassen2 zij zijn meestal ternauwernood manshoog1 maar bedekken uitgestrekte vlakten van den vochtigen bodem4 ,aan de zeer smalle bladeren zijn zij gemakkelijk te herkennen4 ,het bosch heeft1 trots zijn doorzichtigheid1 zeer weinig onderhout4 ,kleine1 meest kruipende heestertjes vormen zoden op den grond1 doch veelal is die kaal4 ,de kruipende jeneverbes1 hier kruipende ceder genoemd 7,juniperus sibirica71 is een zeer fraaie vorm1 vooral als hij over rotsblokken als een gordijn omlaag hangt4 ,een andere soort van hetzelfde geslacht1 de roode ceder 7,juniperus scopulorum71 groeit recht omhoog1 en vormt1 vooral bij ,mammoth ,hot ,springs1 hooge en zeer gevulde boompjes1 vol bessen1 die nu nog groen waren4 ,groene zoden van een meter en meer1 plat op den grond liggend en dikwijls eveneens vol beladen met bessen1 maar met ronde blaadjes1 behooren tot de berenbes1 zoo genoemd omdat de bessen1 ten minste van sommige soorten van dit geslacht 7,arctostaphylos71 behaard zijn1 terwijl bijna alle andere soorten van bessen een onbehaarde schil hebben4 ,de bessen zijn eetbaar en zeer gezocht en waren den ,indianen goed bekend2 zij noemden ze ,kinnikinick1 en dien naam hebben deze planten ook nu nog behouden4 ,van de schors maakten de ,indianen een soort van tabak4 ,andere lage besdragende heestertjes zijn er in talrijke soorten2 ik noem daarvan een lage soort van ,mahonia1 wier blauwe bessen in trosjes uit de naakte rots schijnen te komen1 en een zeer kleine boschbes1 klein van struik en blad en klein van bes1 maar uiterst algemeen1 evenals onze gewone blauwe boschbes4 ,de besjes zijn echter rood4 ,wilde bloemen zijn er in het eigenlijke bosch niet veel4 ,deze komen eerst aan den rand voor den dag1 zooals de wilde roode roosjes1 maar vooral op de graslanden1 die hier en daar op de vlakte met het bosch afwisselen4 ,uitgestrekte weiden leveren een uitstekend voedsel voor wilde herten en antilopen en ten deele ook voor enkele kudden vee4 ,gramma-gras en buffalo-gras vormen er een groot gedeelte van1 maar het bunch-gras is verreweg het belangrijkste en algemeenste4 ,enkele europeesche grassoorten spelen een belangrijke rol1 zooals ,festuca ovina en ,koeleria cristata4 ,daartusschen ziet men tallooze bloemen in allerlei kleuren4 ,vr allen de blauwe gentiaan1 die een van de meest gewone sieraden dezer weilanden is 7,gentiana detonsa74 ,groote blauwe bloemen op dunne slanke stelen1 elk met vier wijduitstaande slippen prijkend1 en niet zooals de groote gentianen bij ons1 met een weinig geopende kroon4 ,maar de fraaie goudgele stippels en het donkere blauw van onze soort missen de amerikaansche1 zij gelijken veel meer op een sterk vergroot beeld van onze kleine duin-gentianen4 ,afwisselend met deze zag ik de roode kwastjes der paint-brush1 en de gele pluimen der guldenroeden4 ,alle drie deze soorten zijn zoo veelvuldig en zoo in het oog loopend1 dat zij in groote bouquetten ter tafelversiering in de htels gebruikt worden4 ,donkere ,aconieten en sierlijke akeleien groeien meer in het bosch 7vooral ,aconitum columbianum en ,aquilegium flavescens71 een soort van edelweiss1 zeer gelijkend op onze inlandsche soort 7,gnaphalium dioicum7 en enkele immortellen vindt men eveneens overal4 ,lelieachtige gewassen1 blauwe lupinen1 paarsche asters1 gele ,doronicums1 alpen-aardbezin en allerlei andere1 min of meer van hun europeesche geslachtsgenooten afwijkende vormen ziet men overal4 ,sierlijke1 groenkronige orchideen met gedraaide reeksen van bloemen vond ik soms dicht bij de randen der kokende ,geysers4 ,tegenover deze typische en locale flora1 waarvan ik gaarne nog allerlei andere voorbeelden zou opnoemen1 staan enkele klaarblijkelijk europeesche indringers4 ,het gewone duizendblad 7,achillea ,millefolium7 volgt de nieuwe wegen en zelfs de kamille zonder straalbloemen1 die in ,europa eerst in de laatste tientallen van jaren zich zoo snel uitbreidt1 is hier tot in het hart van het park doorgedrongen4 ,ik zag ze rondom de htels1 vooral in het ,lower-,geyser-bassin4 ,merkwaardig is ook dat de wilgeroosjes 7,epilobium angustifolium7 met hun lange rechtopstaande trossen van roode bloemen1 hier evenals bij ons op de heiden1 zeer algemeen zijn4 ,yellowstone-,park is een hoog plateau4 ,de bergen steken slechts weinig boven de vlakte uit4 ,eigenlijke sneeuwtoppen zijn er niet1 maar toch ligt er in de canyons der hoogste bergen in ,augustus nog vrij veel sneeuw4 ,op groote afstanden ziet men de schitterend witte velden en strepen4 ,de bergen hebben meest glooiende1 hoewel vrij steile hellingen1 en deze zijn tot op de kammen met het dennenbosch begroeid4 ,slechts hier en daar ziet men naakte rotsen1 of hellingen die met groote steenblokken bezaaid zijn4 ,doch daarover heb ik thans niet te spreken4 ,het hoogplateau is uit den aard der zaak moerassig4 ,nu eens vormt het uitgestrekte vochtige weilanden1 met een natuurlijke draineering1 dan weer echte moerassen met stroompjes en plassen en meren4 ,hier tiert een moeras-vegetatie in groote weelderigheid4 ,in de geslachten komt zij met onze waterplanten overeen1 en zelfs de gele waterlelin 7,nuphar7 ziet men hier veelvuldig en in groote aantallen4 ,biezen en bloembiezen1 zeggen en grassen en allerlei gewone waterplanten vormen de hoofdmenigte4 ,in enkele plassen zag ik de lidsteng of ,hippuris in groote hoeveelheid1 in andere vooral veen-vormende mossoorten4 ,zoutgrassen1 overeenkomende met onze ,triglochin's1 maar grooter en frisscher1 groeiden vooral op de natste plaatsen4 ,een van de meest aantrekkelijke zijden van het park is de rijkdom aan fraaie wilde bloemen1 die groote overeenkomst vertoonen met de europeesche alpenplanten4 ,zij geven de kleuren en de afwisseling aan de hellingen en de vlakten4 ,moge het bosch zwart en eentonig zijn1 de bloemen verlevendigen het in zoo hooge mate1 dat zij de aandacht van alle toeristen trekken1 en dat bouquetten plukken een der meest geliefde bezigheden is4 ,groote donkerblauwe gentianen kleuren de weiden in strepen en vlekken1 of wisselen op de moerassige plaatsen met de rose-roode en oranje kwasten van de ,indian paint brushes 7,castilleia7 af4 ,overal vindt men bloemen4 ,ternauwernood verdwijnt de sneeuw of zij verheffen hare hoofden1 en in onafgebroken afwisseling blijven zij een sieraad van veld en boschrand1 totdat1 drie maanden later1 de sneeuw wederom een einde aan haar leven maakt4 ,snel volgen de soorten elkander op1 want de tijd is kort4 ,maar wat aan den duur ontbreekt1 wordt door het aantal vergoed4 ,meest zijn het lage planten1 of soorten die haar bloemen even boven het gras uitsteken4 ,de manshooge bloemplanten1 die in ,zwitserland in de bosschen der lagere bergstreken een zoo belangrijke rol spelen1 zag ik hier zoo goed als niet4 ,meest ook zijn de bloemen niet zeer groot en niet tot rijkbeladen trossen vereenigd4 ,de grootte van vlasbloemen is hier wel de meest algemeene1 maar het vlas zelf1 hoewel zeer veelvuldig en blauw bloeiend1 is een andere soort dan het onze1 ,linum perenne1 en belangrijk om de vruchten1 die openspringen en de zaden uitwerpen1 terwijl het gekweekte vlas juist in het dichtblijven der vruchten een zoo uitstekend middel heeft1 om het verlies van zaad vr en bij het oogsten te voorkomen4 ,grootere bloemen vertoont het roode ,bitter-,root1 ,lewisia rediviva1 een voorjaarsplant1 en vrij groote schermen van zwavelgele bloemen vertoonen de ,eriogonums1 die1 in verschillende soorten1 de berghellingen tijdens mijn bezoek bijna overal bedekten4 ,allerlei immortellen ziet men1 witte1 grijs-grauwe en gele1 en onder deze is vooral de ,everlasting of the ,east 7,anaphalis7 zeer algemeen4 ,gewone blauwe klokjes 7,campanula rotundifolia71 ,penstemons1 ,geraniums1 verschillende soorten van ,oenothera's1 ,monkey-flowers of ,mimulus en tal van andere zouden genoemd kunnen worden4 ,de mooiste bloem die ik zag is de ,mentzelia4 ,het zijn helder witte bloemen zoo groot als ,papavers1 en door een groot aantal meeldraden daaraan herinnerend1 maar met talrijke smalle bloembladeren1 die op een grijsgroen1 sterk vertakt1 doornachtig gewas groeien4 ,bij ,mammoth ,hot ,springs1 en vooral langs den weg die onderlangs dit dorpje voert1 zag ik ze in groot aantal4 ,zij openden hun bloemen tegen den avond1 en herinnerden dan in sterke mate aan den nachtcactus1 met welks bloemen men ze op een afstand gemakkelijk kon verwarren4 ,maar zij behooren tot een geheel andere familie1 namelijk tot die hevig brandende1 meest met oranje bloemen versierde planten1 die in onze tuinen soms als ,loasa gekweekt worden4 ,de ,mentzelia's echter branden niet1 maar treffen u door een rijken en aangenamen reuk1 vooral des avonds1 als de bloemen open zijn4 ,de gelijkenis op den genoemden ,cactus is oorzaak dat deze bloem1 die ook in de omliggende woestijnen niet zeldzaam is1 met den naam van ,night blooming ,cactus #aj wordt aangeduid4 ,omtrent het zooeven genoemde ,bitter-,root valt nog op te merken1 dat het in ongunstige jaren zeer zeldzaam1 doch in betere jaren soms zeer algemeen is1 vooral rondom ,mammoth ,hot ,springs4 ,het heeft fraaie stervormige bloemen1 die op korte stelen dicht boven den grond groeien4 ,de ,indianen gebruikten de wortels als voedsel1 en later is deze bloem gekozen om de ,state-flower van ,montana te zijn4 ,vergeetmijnietjes zijn vertegenwoordigd door ,myosotis alpestris1 ,primula veris door een verwante soort1 de ,clematis gelijkt in hooge mate op onze heggeranken1 ofschoon de soort een andere is 7,c4 ,douglasii74 ,zoo zou ik voort kunnen gaan1 maar liever dan zulk een algemeen overzicht te geven1 wil ik trachten den indruk te schetsen dien ik op een wandeling in het bosch en langs de boschbeken gekregen heb4 ,het was dicht bij het htel bij het meer4 ,rondom het ,yellowstone-meer is het bosch mooier dan in de streek der geyser-bassins4 ,de boomen zijn voller in hun groen2 minder talrijke doode stammen ontsieren het bosch1 en de flora is rijker4 ,wellicht staat dit in verband met de minder scherpe tegenstelling van dal en berg en met de talrijke beekjes1 die hier van de bergen afvloeien4 ,die beekjes loopen dan niet over rotsblokken springend omlaag1 maar vormen een smal dal1 met drassigen bodem4 ,op dien bodem ziet men dan geen dennen1 maar dicht gras4 ,deze smalle dalen zijn zoo moerassig1 dat zij dikwijls moeilijk toegankelijk zijn1 en de wegen1 die er dwars overheen gaan1 zag ik dan ook met dennenstammen hard gemaakt1 evenals bij ons de oude veenwegen1 die uit dwarsliggende dennenstammen gemaakt werden4 ,in die dalen zijn de talrijke omgevallen dennenstammen voor den plantenzoeker dikwijls het eenige middel om zijn doel te bereiken1 en van stam op stam stappende vond ik allerlei bloemen4 ,sterk werd ik herinnerd aan de overeenkomstige dalen in de ,alpen en in het ,schwarzwald4 ,ook op de hellingen liggen talrijke doode stammen4 ,het zijn meest de dunste en ijlste boomen van het bosch1 en deze groote sterfte maakt dan den indruk van een zelfreiniging1 waarbij de zware stammen meer ruimte voor hun groei krijgen4 ,merkwaardig is1 dat bijna al deze stammen zonder schors zijn2 de schors vergaat hier sneller dan het hout en de witgrijze tint1 die het hout aanneemt1 doet de stammen sterk in het oog vallen4 ,deze afwezigheid van de schors doet enkele eigenschappen van het hout gemakkelijk waarnemen4 ,allereerst den loop der vezels en der barsten4 ,deze is slechts in weinig stammen evenwijdig met de as1 maar loopt er gewoonlijk in een schroeflijn om heen4 ,en wel in talrijke windingen1 iets wat natuurlijk voor de duurzaamheid van planken1 die men er uit zou willen maken1 zeer nadeelig is2 daarenboven barst en scheurt het hout zeer sterk1 en in de barsten en scheuren rot het spoedig1 zoodat men dikwijls stammen vindt1 die men met den voet in dunne plankjes uiteen kan drukken4 ,die plankjes loopen dan in de richting der beschreven barsten4 ,een andere bizonderheid van de dennen valt overal op1 namelijk de neiging om heksenbezems en knoesten te maken4 ,of eigenlijk moet ik dit een vatbaarheid noemen voor de ziekten die de oorzaak van den afwijkenden groei zijn4 ,de heksenbezems zijn takken die als dikke bezembundels vertakt langs den stam omlaag hangen en dikwijls vruchteloos trachten zich op te richten4 ,vlak bij den stam is zulk een tak dan knoestig4 ,tusschen de gezonde1 dwars uitstaande en gelijkmatig omhoog gebogen takken vallen deze zonderlinge vormen zeer sterk in het oog4 ,de knoesten ziet men meest aan de stammen1 die zij op de vreemdste wijze doen draaien en opzwellen1 en in het rustiek gebouwde ,htel van het ,upper-,geyser-bassin heeft men van die knoesten aan trapleuningen en zuilen een eigenaardig gebruik gemaakt1 om daardoor het landelijke van dit bijna geheel uit ongezaagde boomstammen opgetrokken gebouw nog te verhoogen4 ,van de brosheid van het hout overtuigt men zich het best als men stammen ziet die omgevallen en daarbij in hun midden dwars doorgebroken zijn4 ,dit omvallen schijnt elken winter te gebeuren1 en hier en daar zag ik de stammen nog schuin over de rijwegen in het bosch liggen4 ,aan kleine heesters is het bosch niet rijk4 ,kruisbessen1 wier bessen niet grooter zijn dan erwten2 ,cotoneasters met even kleine mispelachtige vruchten2 bloeiende roosjes1 enkele berken en in de moerassige dalen vooral wilgen in verschillende soorten4 ,bizondere opmerkingen verdient de ,elaeagnus of het zilverblad1 kenbaar aan het zilver-overtreksel van de onderzijde der bladeren1 dat met de loupe blijkt uit tallooze fijne stervormige schildjes te bestaan4 ,ik vond er hier geen vruchten aan1 maar in ,noordelijk ,californi zag ik de takken beladen met de roode bessen1 sierlijk gebogen onder dien last4 ,de bessen zijn eetbaar1 en zooals ik elders opmerkte1 tracht ,burbank ze te veredelen om ze tot een gewone tafelvrucht te maken4 ,overal over rotsblokken en omgevallen stammen1 zoowel tegen de hellingen als in de moerassen1 ziet men een heestertje dat groeit als de ,azalea's der ,alpen1 en dat tot een bizonder geslacht1 ,ledum1 behoort1 omdat zijn vijf witte bloemblaadjes los van elkander op den bloembodem ingehecht zijn4 ,meest waren zij uitgebloeid1 maar hier en daar zag ik toch nog de ronde1 helder witte schermen der bloemen4 ,zeer kleine boschbessen1 wier vruchten op roode kraaltjes gelijken1 ziet men bijna overal in de menigte1 en hier en daar ook eene andere soort1 overeenkomende met de moeras-boschbes4 ,een groot aantal wilde planten herinnert sterk aan onze alpen-planten4 ,het zijn meest lage gewassen met groote bloemen of rijke tuilen of trossen4 ,langs kabbelende beekjes zag ik een rondbladerige steenbreek bloeien1 gelijk aan onze ,meniste-zusjes1 maar met sappig blad4 ,donkerblauwe aconieten en lichtgele akelei2 groote gele ,trollius1 talrijke soorten van ,potentilla en van ,geum1 de hooge witte alpenklaver1 allerlei soorten van eereprijs1 bloembiezen1 ,hedysarum1 witte en roode ,geraniums1 ,composieten als ,doronicum en ,arnica1 alpen-aardbezin en allerlei andere soorten kunnen hier genoemd worden4 ,een veelknoop hield het midden tusschen onze dubbelgedraaide soort 7,polygonum ,bistorta7 en de kleine verwanten der alpen 7,p4 vivipara74 ,de ,primula's waren vertegenwoordigd door de fijne langstralige schermen van een witbloeiende ,androsace4 ,van de ,mimulus zag ik niet alleen de gele1 maar ook een fraai paarsroode soort in menigte langs de beekjes4 ,typische geslachten ontbraken natuurlijk niet1 deels zulke1 als men bij ons niet ziet1 deels die bij ons in botanische tuinen gekweekt worden4 ,onder de eerste noem ik de sierlijke roode penseeltoppen van den ,indian paint brush 7,castilleia71 een andere soort dan aan de kusten van ,californi1 slanker en minder behaard1 maar met toppen van roode schutbladen evenals deze4 ,verder een lichtgele ,eriogonum1 een der alleralgemeenste bloemplanten overal waar het bosch maar eenigszins open is4 ,onder de laatste groep verdient allereerst een ,phlox genoemd te worden4 ,het is een laag kruipend plantje met vrij groote witte bloemen1 die alleen staan1 doch overigens met die van onze najaars-seringen overeenkomen4 ,de bladeren zijn naaldvormig4 ,de bloemen waren nu eens vijf- dan weer vierstralig4 ,een fijne soort van ,polemonium met blauwe bloemen1 en een soort van ,phacelia met rozetten van wortelbladeren en opstijgende stengels1 die kluwens van bleek purperen bloemen droegen1 en eindelijk de meest gewone plant dezer bosschen1 de blauwe lupinen1 waarvan men overal de vingervormige bladeren en de blauwe bloemtrossen ziet4 ,van deze soort vond ik ook een wit en een rose exemplaar4 ,trouwens ook van de blauwe gentiaan en van de gewone blauwe klokjes trof ik in dit bosch een enkele maal een groepje met zuiver witte bloemen aan4 ,de variabiliteit is hier dus al juist zooals bij ons4 ,een vrij groot aantal soorten komt met bij ons inheemsche wilde planten min of meer overeen4 ,onder deze trof mij vooral de ,parnasbloem4 ,onze ,parnassia heeft vijf groote1 breede witte bloembladeren1 die elk een straalvormig vertakt1 groen en geel1 schubvormig aanhangsel dragen4 ,die aanhangsels zien er uit als onechte meeldraden4 ,hier bloeide de ,parnassia langs de beken met smalle witte bloembladeren1 die ter weerszijden een fraaie witte franje droegen1 en hadden zij elk een kort en onvertakt1 groen en geel gekleurd kliertje4 ,overigens was de bouw van de bloem en de plant dezelfde als bij onze soort4 ,van het wintergroen of ,pyrola bloeiden hier twee soorten4 ,een precies zoo als de onze1 die in onze duinvalleien zoo heerlijk ruikt1 maar hier had de plant vrij donker roode bloemen4 ,de andere kwam meer met de ,pyrola secunda overeen1 daar alle bloemen naar eene zijde van den tros overhingen4 ,kleinbloemige witte ,orchideen waren talrijk1 en een andere plant1 een soort van ,pedicularis1 geleek sprekend op een roode ,orchidee met smallen tros1 b4v4 op een ,gymnadenia4 ,het was de ,olifantsbloem1 zoo genoemd omdat uit den groenen kelk een kroon uitsteekt1 die precies op een olifantskop gelijkt4 ,men ziet den kop met den eerst omlaag1 daarna omhoog gebogen1 dunner uitloopenden snuit1 en terweerszijden van den kop twee groote olifantsooren1 maar van rose kleur4 ,enkele andere soorten mogen nog genoemd worden4 ,een kruisbloem als onze ,sisymbriums viel op1 doordat de lange groene hauwen steeds loodrecht langs den tros naar beneden hingen1 inplaats van rechtop te staan4 ,verder zag ik ,asters in alle kleuren1 van zuiver blauw tot zuiver rood1 zeer talrijk1 maar steeds als lage planten1 een plantje dat veel op ,salomons-zegel geleek1 maar niet bloeide 7,smilacina71 ,gnaphalium's1 beek-,veronica's1 roodbloemige uien1 gele ,sedums1 biezen en bloembiezen1 wederikken en grassen1 te veel om op te noemen4 ,langs de beken groeide een fijne smeerwortel met lange smalle helder blauwe bloemen4 ,mossen en korstmossen1 gallen en vergroeningen zag ik hier en daar in vormen met de onze overeenkomende4 ,het schildmos of ,peltigera1 en het bekermos of ,cladonia was van onze soorten niet te onderscheiden1 evenmin het haarmos of ,polytrichum4 ,op doode boomstammen groeide een fijn vertakt korstmos1 als onze grijze ,ramalina's1 maar geheel zwavelgeel1 en daardoor bizonder fraai4 ,de wilgen droegen ronde gallen en door 't blad heen gegroeide1 evenals er bij ons door bladwespen op gemaakt worden1 en de meest merkwaardige vergroeningen van bloemen toonden het duizendblad en eenige andere planten4 ,in het algemeen was de indruk van de flora in het begin als die van een geheel vreemde1 maar veranderde die indruk bij het nader bezien der bloemen zeer spoedig4 ,dezelfde typen en dezelfde vormen1 die wij uit ons eigen land en uit ,duitschland en ,zwitserland kennen1 vindt men hier1 maar bijna altijd met soortgelijke verschillen4 ,men herkent ze gemakkelijk en is toch getroffen door hun bizondere1 soms zeer merkwaardige eigenschappen4 ,meer rijkdom dan bij ons schijnt de flora hier niet te bieden1 terwijl het voorkomen van groote bloemen of bloemgroepen met treffende kleuren aan de valleien in onze duinen en op onze ,noord-,hollandsche eilanden en verder aan de weilanden op de ,alpen herinneren4 ,na deze beschrijving van de landstreek en haar bloementooi ga ik over tot de bespreking der warme bronnen en geysers1 en begin met die1 welke den naam ,mammoth ,hot ,springs voeren4 ,zij vormen het eerste punt1 dat de reiziger bezoekt1 als hij van ,gardiner1 in het ,noorden1 het ,yellowstone-park ingaat4 ,dit punt ligt ruim een uur rijden ten zuiden van den ingang van het park4 ,men vindt hier1 zooals ik reeds opmerkte1 een htel en het militaire station1 dat het centrale punt voor den politie-dienst in het park is4 ,de behoeften1 daaruit ontsproten1 hebben allengs rondom deze twee een klein dorp van winkeltjes en werkplaatsen doen ontstaan4 ,een post-bureau1 een curiosity-shop #aa een winkel met kunstmatige versieringen uit de bronnen1 en de stallen van de transportatie-maatschappij zijn daaronder voor de bezoekers de belangrijkste4 ,de warme bronnen bevinden zich op de uitloopers van een der omliggende bergen4 ,voor het grootste gedeelte liggen zij verscholen in het bosch1 maar schuin tegenover het htel is de berg1 die ze draagt1 bijna geheel zonder boomen1 een krijt-witte1 afgeronde massa vormend1 die1 van het htel uit gezien1 onsierlijk is en in de zonnestralen te sterk schittert1 maar die van nabij bezocht als het ware bezaaid is met de grootste wonderen der natuur4 ,deze bronnen kan men in de eerste plaats verdeelen in werkzame en uitgedroogde4 ,slechts een klein deel is feitelijk werkzaam1 en daarvan zijn de meeste op den bedoelden heuvelrug vereenigd4 ,maar ook op dezen rug en op de hellingen bedekken zij niet het geheele oppervlak4 ,integendeel zou men kunnen zeggen dat de geheele berg uit opgedroogde bronnen bestaat1 hier en daar afgewisseld met enkele werkzame4 ,men kan dan ook nagenoeg overal loopen en een aantal voetpaden doorkruisen de streek4 ,op die voetpaden moet men bij voorkeur blijven1 want het gesteente is zacht en wordt gemakkelijk tot poeder vertrapt4 ,waar niet geloopen wordt1 vertoont het daarentegen overal de gekronkelde lijnen1 die eenmaal elk de omtrek waren van een bassintje met warm water4 ,zoo is de geheele berg1 zoowel in het bosch als op de onbegroeide gedeelten4 ,de bedoelde heuvel1 waarop de meeste bronnen zijn1 loopt langzaam op tot omstreeks #ajj ,m4 boven de vlakte van het dal1 waarin het dorp gelegen is4 ,het is een uitlooper van een hoogeren berg1 die er achter gelegen is4 ,deze berg zelf heeft geen warme bronnen1 behalve in de onmiddellijke nabijheid van zijn voet4 ,maar er zijn nog meer zulke bronnen-rijke uitloopers1 die1 van het htel uit gezien1 meer naar achteren liggen1 en waarlangs de rijweg de toeristen eerst den volgenden dag voert4 ,op die uitloopers echter zijn de bronnen1 met zeer enkele uitzonderingen1 sinds eeuwen droog1 en ziet men nog slechts de gesteenten die zij voortgebracht hebben4 ,de hoogste uitlooper heet ,terrace ,mountain en is #ejj ,m4 hoog4 ,het gedeelte dat gewoonlijk bezocht wordt1 wordt eenvoudig the terraces #ab genoemd1 omdat de afzettingen rondom de bronnen steeds den vorm van terrassen aannemen en dit vooral dan duidelijk doen1 als zij zich op een hellend gedeelte van den heuvel bevinden4 ,het beste denkbeeld van de uitgestrektheid dezer formatie verkrijgt men als men weet dat volle twee uren noodig zijn om de gewone wandeling langs de merkwaardigste punten van the terraces te maken1 waarbij men dan ,terrace ,mountain slechts uit de verte ziet4 ,want de geheele formatie strekt zich over een lengte van ruim drie mijlen langs de ,gardiner-rivier uit4 ,vele terras-groepen1 en vooral die1 welker bronnen op dit oogenblik werkzaam zijn1 hebben afzonderlijke namen ontvangen1 en door naambordjes wordt men hieromtrent ingelicht1 als men zonder gids deze wonderen bezoekt4 ,en dit doet men bij voorkeur1 want ze zijn te schoon en te treffend1 en vooral te rijk aan afwisseling om ze door de oogen van een ander te bekijken1 en om daarbij niet wat verder te gaan dan de gewone routine4 ,een overzicht over de voornaamste bronnen moge eenig denkbeeld geven van wat de natuur hier biedt4 ,allereerst ziet men1 van het htel uit1 vr den berg en vrij op de vlakte van het dal staande1 een hoogst eigenaardigen kegel1 den ,liberty-cap #ac4 ,dit is eigenlijk meer een zuil met afgeronden top dan een kegel4 ,de zuil is #ag meter hoog en #g meter in diameter en bestaat als het ware uit een aantal schotel- of panvormige schalen1 die omgekeerd op elkander gestapeld zijn4 ,de randen zijn door den tand des tijds ruw afgebroken en de bovenste schalen hebben den vorm1 die aanleiding gegeven heeft tot den naam4 ,een weinig verder op1 en leunend tegen den heuvelrand1 staat een kleine dergelijke zuil met minder afgebroken schalen1 en dus nog bijna geheel door de buitenste laag bedekt4 ,de naam duidt ook hier eenigszins den vorm aan en luidt ,devil's thumb #ad4 ,beide kegels zijn oude formaties en brokkelen voortdurend af4 ,het eerste blijkt uit de talrijke roodbruine korstmossen1 waarmede zij begroeid zijn1 en het laatste uit de afgevallen brokken der schalen1 die rondom hen op den grond liggen4 ,gewoonlijk gaat men den heuvel aan de noordelijke zijde op1 om langs de zuidelijke1 dat is die waar hij aan de hoogere bergen aansluit1 terug te komen4 ,men bezoekt dan de beide fraaiste terrassen het eerst1 en krijgt1 daar zij zeer verschillend zijn1 een voorloopig overzicht over hun formatie4 ,het eerst bereikt men1 halverwege de hoogte van den berg1 het ,minerva-terras1 daarna1 op het eind van den heuvelrug1 het terras van ,jupiter4 ,dit laatste geeft het beste denkbeeld4 ,het bestaat1 als men het van een hoogeren bergtop beschouwt1 uit twee donkerblauwe oogen4 ,het zijn twee groote natuurlijke vijvers1 die bijna rond en met een prachtig doorschijnend donkerblauw water tot aan den rand toe gevuld zijn4 ,de rand en de bodem1 voor zoover men die zien kan1 zijn van het zuiverste wit1 en overal golvend4 ,de kleurschakeeringen1 die daardoor ontstaan1 zijn onovertreffelijk schoon1 en het is een groot genot in de heldere blauwe diepte te kijken4 ,telkens als ik kon1 heb ik mijn weg z gekozen1 dat ik langs dit terras kwam1 en steeds boeide het mij in gelijke mate4 ,geysers heeft men spoedig afgezien1 maar langs de warme bronnen zou men weken lang elken dag willen wandelen4 ,in die twee vijvers kookt het water heftig4 ,of liever1 de vorm is die van een trechter of trompet1 en uit de diepte van de buis stijgen stoom en kokend water op4 ,in elken vijver is een plaats waar men dit opborrelen op de oppervlakte reeds van verre ziet4 ,het opstijgende water vloeit dan over en door de voorhanden watermassa heen en houdt deze op een temperatuur1 die aan die van kokend water nabij komt4 ,het vult de vijvers en doet ze overvloeien1 en dit overvloeien is de eigenlijke bron van de terrasvormingen4 ,want de beide vijvers liggen op een vrij vlak plateau1 en nemen daarvan het hoogste punt in4 ,het water vloeit dus overal over den rand en bedekt de vlakte in zeer ondiepe stroomen4 ,in deze ontstaan lage dwarswalletjes1 die het water tegenhouden4 ,deze volgen elkaar1 op de weinig hellende vlakte1 regelmatig op1 en veranderen zoo het terrein in een stel van zuiver horizontale terrassen4 ,op elk terras staat een duimbreed water of iets meer1 komt er nog meer in1 dan vloeit dit naar het volgende terras over4 ,zoo is de geheele omgeving der beide groote blauwe oogen met ondiepe bassins bedekt1 en slechts op een zeer enkele plaats kon men droogvoets er zoo dicht bijkomen1 dat men in de diepte der oogen kijken kon4 ,ten slotte vloeit al dit water over den heuvelrand omlaag4 ,daar heeft het een vertikalen wand gevormd1 waarlangs het met groote snelheid afglijdt4 ,dan komt het weer op een hellend gedeelte4 ,hier is de helling te steil voor de vorming van grootere bassins of bakken1 en vloeit het water over talrijke1 zeer kleine kommetjes gelijkmatig naar beneden4 ,ten slotte komt het tegen den rijweg aan en wordt daar door een greppel opgevangen en zijwaarts geleid4 ,het is dan nog zeer warm4 ,kabbelend vloeit het water en het vormt den bodem als het ware naar het beeld zijner beweging4 ,het natte rotsoppervlak is bedekt met tallooze1 grootere en kleinere golvingen1 die in de sierlijkste bochten dwars op de stroomrichting staan4 ,de kleinere heuvellijnen worden door het water eenvoudig overstroomd1 de grootere houden het een tijd lang tegen en worden zoodoende tot de randen der bassins4 ,ook op den vertikalen wand ziet men die dwarsche plooien1 ofschoon hier de richting van het water meer aanleiding geeft tot het ontstaan van zuilen1 die aan stalactieten of wel aan de naast elkander geplaatste pijpen van een orgel herinneren4 ,al dit gesteente bestaat uit kalk1 die door het water wordt afgezet4 ,even als ons duinwater met kalk beladen is1 en dit bij koken of bij lang staan aan de lucht als een dunne witte neerslag afzet1 evenzoo wordt ook hier de opgeloste kalk uit het water in vasten vorm overgebracht4 ,maar de hoeveelheden zijn natuurlijk geheel andere1 en de verschijnselen1 die in ons land het bekende meertje van ,rockanje vertoont1 komen aan de kalkafzettingen uit de heete bronnen van het ,yellowstone-park nog het dichtst bij4 ,de afgezette kalk heeft een zeer eigenaardige1 poreuze structuur1 geheel anders dan die van gewone kalksteen4 ,zij draagt den bizonderen naam van travertijn4 ,de geheele heuvelgroep bestaat uit dit travertijn4 ,deze poreuze structuur hangt1 zooals wij weldra zien zullen1 ten nauwste met de wijze van ontstaan samen en is de oorzaak van de snelle en gemakkelijke verweering van het gesteente4 ,het ,minerva-terras onderscheidt zich van het ,jupiter-terras zeer sterk4 ,het ligt op een sterk hellenden heuvelrand en bestaat uit een aantal vrij groote vijvers die trapsgewijze boven elkander liggen4 ,in een der bovenste vijvers is de warme bron1 en het overvloeiende water vult de lagere4 ,vele vijvers liggen een of twee meters boven hun lagere en evenveel onder hun hoogere buren4 ,zij zijn dan elk voorzien van een vertikalen wand met stalactieten en versteende orgelpijpen4 ,hierdoor ontstaat een systeem van grootere en kleinere terrassen1 te zamen meer dan honderd in aantal en van onovertrefbare schoonheid4 ,natuurlijk vloeit het water niet over al die terrassen1 want de minste breuk in een of anderen rand kan het bij voorkeur naar n zijde doen stroomen4 ,sommige terrassen zijn dus actief1 andere droog4 ,tijdens mijn bezoek waren verreweg de meeste droog en toegankelijk1 en stroomde het water slechts over een breeden band in het midden4 ,ook hier is het water weer donkerblauw en volkomen helder4 ,maar het bassintje waarin het opbruist en kookt1 heeft slechts enkele meters in doorsnede en boeit niet zeer sterk4 ,het fraaist is de groep als men hem van ter zijde op korten afstand beschouwt4 ,al die wanden zijn1 zooals ik reeds zeide1 uit bros travertijn opgebouwd4 ,zij brokkelen voortdurend af4 ,grootere en kleinere brokken ziet men in de diepte1 aan den voet der geheele formatie liggen4 ,de toer door het park is z ingericht1 dat men na vijf dagen te ,mammoth ,hot ,springs terug komt4 ,ik heb dus het terras beide keeren bezocht1 en daar ik den eersten keer een goed beeld in mij had opgenomen kon ik1 na vijf dagen1 zien hoe een halve wand voor aan de terrassen in dien tijd was afgebroken en uiteengevallen4 ,de stukken lagen nog ter plaatse en pasten nog aan de versche breukvlakken4 ,maar voor mij werd daardoor de inwendige structuur op een z duidelijke wijze zichtbaar1 als noch door een beschouwing van het uitwendige1 noch door het onderzoek der oudere1 steeds meer of min afgebrokkelde formatin1 kon worden verkregen4 ,de geheele inwendige massa bestond als het ware uit een herhaling van het orgelpijpen-systeem1 nu eens met pijpen zoo dik als een potlood1 en dan weer met dikkere4 ,vlak achter het ,jupiter-terras1 dus op een uitgestrekt plateau1 ligt een systeem van kronkellijnen als randen van vroegere1 vlakke bassins4 ,maar dit alles is geheel droog en ten deele vertrapt en verweerd4 ,iets verder ziet men het terras van ,cleopatra1 uit een stelsel van vrij groote1 maar lage bassins bestaande4 ,het heeft dit eigenaardige1 dat al het water1 dat in vrij groote hoeveelheid uit de bron in het bovenste bassin omhoog komt1 ten slotte1 na al de bassins gevuld te hebben1 zich weer verzamelt en met groot geraas in een diepe spleet in de rotsmassa verdwijnt4 ,het terras van ,cleopatra grenst aan het bosch1 en de verdere formaties liggen meest alle in het bosch1 zoo zij niet1 door het bedekken van den grond met dikke kalklagen1 dit bosch gedood hebben4 ,zulk een dood en aan de randen stervend bosch ziet men dicht bij1 op de terrasvormige hellingen van een grooteren heuvel4 ,het is allermerkwaardigst om na te gaan hoe het kalkhoudende water zich1 bij het voortbrengen van randen en bassins1 aan de aanwezigheid van boomen en planten in het geheel niet gestoord heeft1 maar eenvoudig met de productie der allerfraaiste1 zuiver witte vormen is voortgegaan1 alsof deze niet gemaskeerd en onderbroken werden door de doode1 zwarte1 bladerlooze stammen4 ,honderden van die boomen1 op deze wijze gedood1 ziet men hier te midden der terrassen van travertijn4 ,verderop ziet men overal op de wandeling hetzelfde1 maar de formatin zijn daar al zoo oud1 dat de doode stammen verdwenen en door levende vervangen zijn1 en dat een prachtig bosch de terrasvormingen overdekt en voor een groot deel aan het oog onttrekt4 ,nog werkzame bronnen zijn hier zeldzaam4 ,daarentegen komt hier een andere zijde van het verschijnsel voor den dag4 ,het zijn de rotsspleten4 ,over een lengte van verscheidene tientallen van meters1 en soms veel meer1 is de travertijn-rots opengespleten4 ,de spleet kan nog open zijn1 of door het afbrokkelen van haar randen gedeeltelijk weer gevuld4 ,zij kan werkzaam of onwerkzaam zijn4 ,in het eerste geval ziet men een lange reeks van kleine bronnen uit haar te voorschijn komen2 door het invallen van steenbrokken en door de formatie1 die zij zelven afzetten1 zijn dan die bronnen van elkander gescheiden4 ,soms zijn die bronnen kleine zichtbare vijvertjes vol water2 soms echter ligt hun water in de diepte en kan men het niet of bijna niet zien2 men hoort dan echter het koken en ziet de ontwijkende stoom4 ,vroeg of laat wordt zulk een barst1 door dezelfde oorzaak die haar deed ontstaan1 wijder of krijgt zij zijbarsten1 en dan verdwijnt het water daardoor weer in de diepte en wordt de barst onwerkzaam en droog4 ,op het ,angel-terrace1 op het zuidelijk gedeelte van denzelfden heuveluitlooper1 zag ik zulk een barst1 die klaarblijkelijk oud was maar eerst onlangs weer opengebarsten4 ,een aantal kleine kegeltjes1 zoo groot als omgekeerde emmers en grooter1 waren op den barst ontstaan1 doordat het overvloeiende water hun randen snel had doen groeien4 ,van binnen waren zij hol1 en de zuiverheid van het binnenvlak deed vermoeden1 dat zij nog niet lang geleden actief geweest waren4 ,maar de nieuwe barst had ze overlangs opengespleten1 aan twee zijden van boven naar beneden1 en zoodoende het water doen wegvloeien4 ,in de kleinere was de spleet een handbreed of minder2 maar in den grootsten kegel was zij zoo breed dat ik er door heen kon loopen en de inwendige kolk kon bereiken1 zonder de randformatie te beschadigen4 ,veel oudere barsten zijn soms veel wijder4 ,de wijdste die ik zag1 wordt genoemd ,devil's ,kitchen #ae2 men kan hierin door middel van een ladder tot op een diepte van een tiental meters afdalen4 ,de diepere ruimte bevat lucht die met koolzuur sterk bezwangerd en dus doodelijk is1 zooals uit de overgebleven gebeenten van allerlei dieren blijkt4 ,maar daar is de spleet zoo smal1 dat men er niet in kan komen4 ,zulke barsten ziet men dikwijls in den vlakken grond1 zoowel die met werkzame bronnen als met uitgedoofde4 ,maar ook komt het voor1 dat een smalle heuvelring1 die eenmaal uit travertijn werd opgebouwd1 over zijn lengte gespleten en daardoor onwerkzaam geworden is4 ,de ,devil's ,kitchen ligt in zulk een rug4 ,die ruggen zijn maar weinige meters breed en dikwijls meer hoog dan dik4 ,de ,white ,elephant is een der meest bekende formatin van dien aard1 en geeft door zijn naam den vorm vrij wel aan1 als men alleen aan den romp van het dier denkt4 ,andere zulke ruggen zag ik rondom ,angel terrace1 en een zeer fraaien bij den pulsating #af geyser1 die geen geyser1 maar een gewone warme bron is4 ,een uitvoerige beschrijving van een actieve en nog jonge spleet zal ik later geven1 als ik mijn waarnemingen over den ,orange-geyser bespreek4 ,bath ,lake #ag is een groote vijver of klein meertje1 in een diep gedeelte van een der dalen tusschen de travertijn-heuvels gelegen1 dat ook voor baden gebruikt wordt4 ,de warme bron bevindt zich aan een der zijden1 maar het meertje is zoo groot1 dat het daardoor op een aangename temperatuur gehouden wordt4 ,het instroomende water vloeit ergens weer door een spleet weg4 ,hier als in de blauwe oogen van ,jupiter overtreft de heerlijke doorschijnendheid van het water alles wat men zien kan4 ,de kleine wolken aan den hemel worden op de oppervlakte teruggekaatst en in de diepte ziet men overeenkomstige1 wolkachtige beelden van de zachte en glibberige1 in allerlei bochten en rondingen omhoog dringende en groeiende travertijn-gesteenten4 ,de fijnste trekken van dezen bron kan men op groote diepte zien1 en allerlei voorwerpen1 als takken en bladeren van boomen1 ziet men er liggen1 reeds bedekt door een fijne1 groeiende kalklaag1 maar nog goed herkenbaar4 ,hier en daar neemt het levende travertijn bruine en blauwe1 gele en roode tinten aan1 in onnoemelijke schakeeringen4 ,het kleurenspel is even zacht en boeiend als het onuitputtelijk is4 ,na deze zeer onvolledige beschrijving kom ik tot de bespreking van de verklaring der behandelde verschijnselen4 ,allereerst wil ik dan trachten de levenswerkingen van het travertijn te beschrijven1 om eerst daarna de aandacht te vestigen op de bronnen van het water en van de kalk1 en vooral op de bron van de warmte4 ,in kalkhoudend water pleegt de kalk door middel van koolzuur te zijn opgelost4 ,verdwijnt dit1 zoo slaat de kalk neer4 ,nu zijn er in het algemeen twee middelen1 die het koolzuur uit water kunnen doen verdwijnen4 ,allereerst de gewone verdamping4 ,zooals iedereen weet verdampt uit ons duinwater het koolzuur1 als dit water eenvoudig open aan de lucht staat1 en wel des te sneller naarmate het warmer is4 ,uit het water der heete bronnen kan dus het koolzuur ontwijken1 zoodra het aan de oppervlakte komt4 ,maar als er een overmaat van dit gas in het water is opgelost1 behoeft de kalk dan nog niet neer te slaan1 zooals zij bij het staan van duinwater aan de lucht doet1 of zooals blijkt uit de ketelsteen1 die zich bij het koken van water vormt4 ,het tweede groote middel1 om koolzuur aan het water te onttrekken1 is het leven van planten4 ,het hoofdverschijnsel toch van de voeding is juist het opnemen van dit gas en de verwerking er van tot organische stof4 ,de planten zijn hongerig en zouden gaarne veel meer koolzuur nuttigen dan het water hun aanbiedt4 ,zij nemen dus ook de laatste sporen er van op4 ,dientengevolge doen zij de kalk volledig neerslaan4 ,dit neerslaan kan dan in of buiten de plant geschieden4 ,het weefsel kan met kalk doortrokken worden1 of het geheele gewas wordt door een korst omgeven1 of de kalk slaat in vlokken neer en zinkt op den bodem4 ,onze gewone kranswieren doortrekken hun lichaam met de neergeslagen kalk en worden daardoor witachtig en bros2 men kan ze haast niet drogen zoo bros zijn ze4 ,allerlei andere wieren verkalken op deze wijze1 zonder dat dit aan hun leven of aan hun groei schaadt1 en aan de kusten van ,normandi vindt men zelfs wieren1 die er uitzien als witte en fijn vertakte koralen1 en die geheel hard en kalkachtig schijnen te zijn4 ,maar het microscoop doet overal de levende cellen tusschen de afgezette kalkmassa's zien4 ,aan de kusten van warme zeen vindt men zulke wiersoorten1 die zooveel kalk bevatten1 dat men ze eenvoudig voor een deel van den rotswand of voor steentjes in het zand houdt1 en het geslacht ,lithothamnion of steenwier is een van de meest bekende en vormenrijkste onder hen4 ,zoo is het ook in de bronnen van ,mammoth ,hot ,springs4 ,nagenoeg alle kalk wordt door wieren afgezet1 en het microscoop toont in de jonge groeiende lagen overal de groene1 levende cellen4 ,de geheele travertijn-rots1 eenige mijlen lang en honderden meters hoog1 is het product van de werkzaamheid dier wieren1 evenals koraalriffen en de daaruit ontstane gebergten het resultaat van de werkzaamheid der koraaldieren zijn4 ,maar de wieren1 die het travertijn voortbrengen1 zijn over het algemeen zeer eenvoudig van structuur en behooren tot de laagste afdeelingen4 ,het zijn deels draadbacterin1 deels gekleurde vormen1 die daarmede nauw verwant zijn4 ,een van de meest vreemde verschijnselen is1 dat deze wieren bestand zijn tegen warmtegraden1 die andere wieren en hoogere planten niet verdragen kunnen zonder te sterven4 ,elk blad en elke bloem sterft dadelijk1 als men ze dompelt in het water der heete bronnen4 ,slap en verflenst komen zij er uit4 ,maar de kalkwieren dezer bronnen kunnen er tegen4 ,natuurlijk echter in zeer verschillende mate4 ,er zijn er enkele1 die zelfs in het warmste1 bijna kokende water groeien en tieren1 en andere1 die af moeten wachten tot het water afgekoeld is tot juist op die graden1 die voor het gewone leven de uiterste grenzen vormen4 ,maar op die grenzen tieren zij dan ook bij voorkeur4 ,in het algemeen kan men zeggen dat het de kleurlooze1 witte of lichtgele draadbacterin zijn1 die die hoogere temperatuur verdragen1 terwijl zoodra een groene of daarmede verwante kleur de organen voor de voeding doortrekt1 de temperatuur niet hooger mag zijn1 dan de hoogste grenzen voor het gewone plantenleven4 ,de wanden der kokende vijvers en het eerste begin der overvloeibeekjes zijn dus het gebied der draadbacterin1 terwijl in de volgende bassins en in hun latere overvloeingen de groene en roode en bruine en gele wieren in alle schakeeringen van den regenboog1 tot bijna zuiver zwart toe1 welig tieren4 ,ginds het zuiverste wit1 hoogstens in licht zwavelgeel overgaand1 hier een rijkdom van fraaie en meestal schitterende kleuren1 in de grootste wisseling die men zich denken kan4 ,het kookpunt van water ligt1 op de hoogte waarop het geheele ,yellowstone-park gelegen is1 niet zooals bij ons1 bij #ajj ,c4 of #bab ,fahrenheit4 ,het is aanzienlijk lager en bedraagt slechts #ib ,c4 of #aih ,fahr4 ,de hoogste temperaturen1 waarbij wieren levend gevonden werden1 waren omstreeks #he ,c4 of #ahe ,fahr41 dus slechts weinige graden lager dan het kookpunt4 ,het zijn verschillende soorten van draadvormige bacterin1 waarvan sommige de witte golvende wanden van de vijvertjes bekleeden1 en andere in lange1 buigzame en door de stroompjes heen en weer bewogen draden van meest bleek gele kleur in de overvloeibeekjes gezien worden4 ,onder de laatste speelt vooral de zwavel-bacterie of ,beggiatoa 7zoogenoemd naar een ,italiaansch plantkundige7 een hoofdrol4 ,zij ontleedt de zwavelzure zouten1 maakt de zwavel vrij1 zet die in korreltjes in haar cellen af en verkrijgt daardoor haar gele kleur4 ,zij leeft in water van #aej--afe4 ,hoogere temperaturen verdragen ,leptothrix laminosa 7#ace--ahe ,f4 #eh--he ,c47 en ,phormidium 7#afe ,f47 ,de gewone levensgrens voor planten ligt omstreeks #ej ,c4 of #abj ,fahr4 ,zoodra het water een lageren warmtegraad bereikt heeft1 laat het den groei van eigenlijke wieren1 met echt bladgroen1 toe4 ,talrijke soorten1 alle met een zeer eenvoudigen cellenbouw1 worden dan aangetroffen4 ,zij behooren tot verschillende geslachten1 als ,chrococcus1 ,gloeocapsa en andere2 ja1 zelfs enkele met onze gewone flab verwante soorten van ,conferva1 zijn in heete bronnen waargenomen4 ,het zou mij echter te ver voeren hier op de namen of de kenmerken dier wieren te willen ingaan4 ,zij bestaan meest uit kleine ronde of rondachtige cellen1 die onderling tot draden en vliezen vereenigd zijn4 ,voor hun beteekenis voor de warme bronnen is vooral van belang dat zij in soms dikke slijmlagen gehuld zijn1 en het is een zeer merkwaardige ondervinding1 als men de allerbuitenste laag van de travertijn-massa niet alleen gekleurd ziet1 maar ook op het gevoel als een zachte gelei gewaar wordt4 ,maar men moet zijn vingers daartoe steken in water dat zoo heet is1 dat men zich branden zou als men er even te lang in bleef4 ,al deze wieren nu maken samen het travertijn4 ,en daar de eene soort draadvormig en de andere vliezig is1 de een in opstaande lijsten en de ander in vlakke overtreksels groeit1 daar er verder in stil water meer opstaande koraaltjes en in stroomend water meer lange draden ontstaan1 en er allerlei andere kleine verschillen in hun levenswijze zijn1 kan men de eigenaardigheden van randformatie en bassinvorming1 van stalactieten en orgelpijpen en van allerlei andere zeer fraaie trekken gemakkelijk verklaren4 ,ik wensch dit echter uit te stellen tot de beschrijving van enkele der merkwaardigste bronnen4 ,over den oorsprong van het heete water wil ik kort zijn1 te meer omdat ik daarop bij de bespreking der geysers uitvoerig terugkom4 ,op de hoogere bergen valt de regen1 en het water wordt voor een deel in den humusachtigen bodem der bosschen teruggehouden4 ,hier belaadt het zich met het koolzuur dat in dien humus rijkelijk ontstaat4 ,een volgende regenbui doet het in den ondergrond verdwijnen1 waar het door de spleten in de rotsen ver in de diepte kan komen4 ,bestaat nu dit rotsgesteente uit kalk1 zoo belaadt zich het koolzuurhoudende water daarmede1 terwijl het verder vloeit4 ,dringt het in lagen die door de onderaardsche warmte tot #ajj ,c4 en hooger verwarmd zijn1 zoo kan het die temperaturen aannemen1 en dus1 als het later weer te voorschijn treedt1 dit doen in den vorm van heete bronnen4 ,deze beweging van het water is1 afgezien van de temperatuurverschijnselen1 geheel overeenkomstig met wat elders1 vooral in streken van kalkgebergten1 gezien wordt4 ,iedereen weet dat in de ,grotte de ,han de rivier aan de eene zijde den berg instroomt1 om door de onderaardsche grotten1 gangen en spleten1 aan de andere zijde weer te voorschijn te komen4 ,op dezelfde wijze verzamelen zich de wateren van ,mammoth ,hot ,springs voor een groot deel in onderaardsche spleten1 en bij het terras van ,cleopatra kan men ze1 zooals ik reeds gezegd heb1 rechtstreeks daarin zien verdwijnen4 ,al dat water1 dat tijdelijk aan de lucht geweest is1 als het ware met het doel om zijn kalk af te zetten1 verzamelt zich tot een onderaardschen stroom1 die dwars onder de bergen door1 met een verval van #bjj meters en over een afstand van meer dan een mijl naar de ,gardiner-rivier stroomt om zich daar als een waterval van heet water in dien hoofdstroom uit te storten4 ,die watervallen worden aan de toeristen onder den naam van ,boiling-river #ah vertoond4 ,een zeer belangrijk punt is de vraag1 waar de kalk vandaan komt4 ,en wel vooral1 waar zooveel kalk vandaan komt dat een gebergte van enkele mijlen gaans en van een hoogte van honderden meters daarvan in den loop der tijden kan zijn opgebouwd4 ,natuurlijk moet een ongeveer even groote rotsmassa daartoe opgelost en weggevoerd geworden zijn4 ,geheele gebergten moeten verbruikt zijn1 om het materiaal voor de nieuwe travertijn-bergen te leveren4 ,dit is1 hoe onverwacht misschien voor sommige lezers1 toch een uiterst eenvoudige en volkomen zekere gevolgtrekking4 ,maar verder kan men zeggen1 dat die oplossing in de diepte en niet aan de oppervlakte is geschied1 daar het water zich daartoe steeds eerst in de humus-lagen van koolzuur moest voorzien4 ,er moeten dus uitgestrekte grotten ontstaan zijn1 zooals die trouwens bijna overal in kalkgebergten worden aangetroffen4 ,wellicht bestaan er in den omtrek van ,mammoth ,hot ,springs nog dergelijke grotten1 en wellicht vormen zij1 met hun stalactieten en stalagmieten1 even groote wonderen als de ,hot ,springs zelven4 ,maar zij zijn nog niet ontdekt1 en daar de zorgen voor het behoud van het park voor diepgaand onderzoek niet bevorderlijk zijn1 zullen zij wellicht nog lang onbekend blijven4 ,zulke uitgestrekte grotten echter1 als hier noodig geweest zijn1 zullen wellicht gevolgd zijn door instortingen1 die hun wanden en gewelven in groote steenblokken omlaag wierpen4 ,men zou dan een berghelling krijgen1 overladen met huisgroote blokken1 scherp gebroken en niet afgerond1 uit lagen van kalk bestaande en nu eens met de lagen schuin1 dan weer met de lagen vertikaal neergeworpen1 te groot en te talrijk om op die wijze door een gletscher te zijn vervoerd4 ,werkelijk vertoont men u1 op den rijweg ten zuiden van ,mammoth ,hot ,springs1 zulk een terrein4 ,een klein halfuur rijdt men tusschen die gevallen reuzen door4 ,het is de streek bekend als ,silvergate and the ,hoodoos4 ,silvergate #ai om de glinsterend witte kleur der rotsblokken1 die ter weerszijden van den weg op elkander gestapeld liggen4 ,hoodoos om de vreemde vormen1 die in de avondschemering op sommigen den indruk van rondzwervende berggeesten kunnen maken4 ,over meer dan een halve vierkante mijl liggen deze blokken op de helling van den berg1 als runen van ongeziene trotsche zalen en gewelven4 ,van de plaatsen die men bezoekt1 is alleen ,mammoth ,hot ,springs op kalkgebergten gelegen2 verder gaat de reis over en tusschen de vulkanische gesteenten1 wier hoofdbestanddeel geen kalk maar kiezel is4 ,al de geysers en al de warme bronnen van het park1 behalve deze eene groep1 hebben dus kiezelhoudend water2 zij zetten sinters af en geen travertijn4 ,daarmede is echter ook de boomgroei en de flora een andere1 evenals ook in ,europa de kalkstreken gemakkelijk aan zeer bizonderen1 meest zeer bloemrijken plantengroei te herkennen zijn4 ,de zwarte den1 die elders de bosschen vormt1 is hier zeldzaam2 de soorten die elders zeldzaam zijn1 vormen hier het eigenlijke bosch4 ,de gewone boomen zijn hier de witte den1 ,pinus flexilis1 met naalden in bundeltjes van vijf1 met een witte schors en met kegels zoo groot als onze zee-den4 ,het is een heel werk voor een eekhoorntje zulk een kegel af te knagen2 ik zag er een daarmede bezig1 terwijl ik vlak bij hem bleef staan4 ,de sparren zijn hier vooral ,pseudotsuga mucronata of de ,douglas-spar1 met kleinere kegels met zeer fraaie aanhangsels aan de schubben4 ,als onderhout vindt men1 manshoog en tot heele boomen opgroeiend1 den rooden ceder of ,juniperus virginiana1 en verder een ,elaeagnus met roode maar bittere bessen1 een kruisbes met kleine1 sterk zure bessen1 een heesterachtige boschbes1 gelijkende op den ,vaccinium uliginosum1 den kruipenden ceder of jeneverbes1 ,juniperus ,sibirica1 en een groot aantal kleine bloemplanten1 die in ,augustus echter grootendeels reeds uitgebloeid waren4 ,ik geef thans eene beschrijving van mijne eigen waarnemingen over den groei der wieren1 en de wijze hoe zij de terrassen en de formatin voortbrengen4 ,slechts een drietal dagen kon ik de bronnen bezoeken1 en mijn bespreking is uit den aard der zaak onvolledig en oppervlakkig4 ,maar ik hoop1 dat zij voldoende moge zijn1 om aan mijn lezers een denkbeeld van dit hoogst merkwaardige verschijnsel te geven1 waar de opbouw van rotsen en bergen het resultaat is van de nog steeds voortgaande werkzaamheid van het plantenleven4 ,verhit door de onderaardsche warmte en bezwangerd met kalk komt dus het water in de ,mammoth ,hot ,springs te voorschijn4 ,door talrijke spleten komt het omhoog om over de oppervlakte weg te vloeien of vijvers te vormen1 die door haar helder1 donkerblauw water het oog boeien4 ,in het midden van zulk een vijver of soms ook aan den rand1 ziet men de heete bron1 die opborrelt en kookt en zoodoende het water van den vijver verhit4 ,dit verdampt snel en dichte nevelen hangen over het watervlak of worden door den wind weggedreven4 ,onaangenaam warm als men te dicht in hunne nabijheid komt1 zijn die nevelen nog op verren afstand zichtbaar4 ,het water koelt natuurlijk allengs af1 snel waar het in een dunne laag over den grond wegvloeit1 langzaam waar het als kokende beekjes stroomt1 of in de vijvers en holten blijft staan4 ,bij dat afkoelen zet zich de kalk af1 vooral ook omdat zij opgelost is door middel van koolzuur1 dat uit het heete water verdampt4 ,maar de eigenaardige structuur van de oppervlakte der heuvels1 waaruit deze bronnen te voorschijn komen1 is niet aan die eenvoudige afzetting te danken4 ,integendeel1 zij is het werk van levende planten1 kleine1 maar in geweldige massa voorkomende wiertjes1 die de kalk in hun weefsel vast doen worden en zoo als het ware zichzelve doen versteenen4 ,van die wieren zijn de meeste bruin1 andere zijn groen in verschillende tinten1 van licht geel-groen tot helder groen en donker smaragd-groen4 ,al die kleuren ziet men op de door het heete water bevloeide vlakken in de bontste mengeling4 ,daarenboven komt nog een kleurloos of hoogstens bleek geelachtig gewas voor1 dat geheel andere eigenschappen heeft en ook een geheel andere rol speelt4 ,het groeit in bundels van lange1 slappe1 in de stroompjes heen en weer wiegelende draden4 ,deze twee groepen zijn in vele opzichten verschillend4 ,de eerstgenoemde1 die de randen der bassins vormen en die ik dus randwieren zal noemen1 leven bij temperaturen die wel hoog zijn1 maar die toch door vele andere planten1 zij het soms ook slechts tijdelijk1 kunnen verdragen worden4 ,het zijn1 zooals ik reeds zeide1 temperaturen van #de-ej ,c4 en lager4 ,ik zal water van die temperaturen warm noemen en wat daarboven is heet4 ,wel is #de-ej zeer warm en brandt men zijn vingers als men ze er een poosje in houdt1 maar het is een gemakkelijke wijze om een duidelijk verschil te maken4 ,in wat ik heet water noem sterven nagenoeg alle planten en ook vele randwieren4 ,maar daarin kunnen de draadwieren leven en wel tot graden1 die soms vrij dicht bij het kookpunt van water komen4 ,dit kookpunt is hier trouwens1 zooals ik reeds zeide1 veel lager dan bij ons4 ,het is dus een zeer bizondere en in het plantenrijk zeldzame eigenschap1 die de draadwieren in staat stelt in dit heete water te leven4 ,de randwieren verdienen dien naam om de wijze waarop zij groeien4 ,deze groei toch is de oorzaak van de geheele formatie en vooral van het ontstaan van terrassen4 ,de wieren groeien op den bodem der vijvers als erwtgroote geleiachtige vlokken1 soms iets grooter wordende en gekleurd al naar gelang van de soort4 ,hier en daar zag ik die vlokken aan de oppervlakte drijven1 tengevolge van kleine gasbelletjes1 die de zuurstof bevatten1 welke zij uit het koolzuur vrij maken4 ,soms hangen zij in een dichte laag tegen het watervlak aan4 ,ik zag dit vooral in ,bathing lake1 dat een vrij groot meertje is1 waarvan de heete bron op een plaats aan den rand ligt4 ,op de meest verwijderde plaatsen is het water dus vrij koel en gaat de ontwikkeling der wieren langzaam1 zoodat men de verschillende processen goed kan volgen4 ,zet nu zulk een wierkogeltje kalk af1 doordat het het oplossingsmiddel der kalk1 het koolzuur verbruikt1 dan wordt het allengs zwaarder en zinkt het op den grond4 ,zinkt het diep1 dan zal het de voorwaarden van zijn groei moeilijker vinden2 is de plaats ondiep1 dan zal het sneller groeien4 ,dit groeien bestaat dus in dubbele werkzaamheid van grooter worden en verharden4 ,de meest ondiepe plaatsen zijn natuurlijk bij den rand1 en zoo ontstaat langs den rand een soort van levende wal1 die voortdurend groeit4 ,men heeft berekend1 dat zulk een wal omstreeks #a c,m4 in een maand hooger kan worden4 ,dit zal ten slotte er toe leiden1 dat de rand boven het water gaat uitsteken4 ,maar de bron voert voortdurend meer water aan1 en dus zal het water over den rand heen vloeien4 ,aanvankelijk is dit voor den groei van den rand gunstig1 maar de rand kan onmogelijk overal even hoog blijven4 ,zoodra de lijn ongelijk wordt1 vloeit het water bij voorkeur of uitsluitend over de lagere gedeelten1 en zoo worden deze verhoogd4 ,op die wijze worden verschillen in de hoogte van den rand steeds door den groei der wieren zelven vereffend en groeit dus ten slotte de rand gelijkmatig omhoog4 ,tevens groeit de rand sneller dan de wieren op den bodem van den vijver en dit heeft ten gevolge1 dat de vijver allengs dieper wordt4 ,feitelijk wordt hij niet dieper1 daar zijn bodem steeds hooger wordt1 maar aangezien de rand sterker toeneemt1 wordt toch de waterlaag langzamerhand dikker4 ,dit beginsel van randvorming ziet men op de terrassen van de ,hot ,springs overal en in alle graden ontwikkeld4 ,de meest eenvoudige en ook meest algemeene wijze is de vorming van verheven ribbels4 ,vloeit het kalkhoudend water over een zachte helling omlaag1 zoodat het nergens blijft staan1 dan bekleedt zich die helling geheel met de beschreven wieren4 ,eerst gelijkmatig1 maar weldra uit zich de neiging om randen te maken en groepeeren zich de wieren in kronkelende en ineenslingerende lijnen1 die het oppervlak in kleine mazen verdeden4 ,deze mazen zijn dikwijls kleiner dan een gulden1 en altijd smal en links en rechts in punten uitloopend1 want de dammetjes staan dwars op de richting waarin het water vloeit4 ,dit is juist de grondslag voor het maken van randen4 ,men kan gerust zeggen dat de geheele rotsmassa1 die eenige bunders bedekt1 met dit fijne netwerk overtrokken is4 ,men ziet het overal1 waar het water in een dunne laag over de oppervlakte stroomt1 hetzij deze zwak helt of steil omlaag gaat of zelfs een vertikalen wand vormt4 ,men ziet het in allerlei kleuren1 meestal bruin en roodbruin1 soms in de verschillende tinten van groen4 ,waar thans geen water vloeit1 heeft dit vroeger gevloeid en is de oppervlakte met dezelfde ribbels dicht bedekt4 ,het is als een soort van fluweel4 ,blijft een gedeelte echter lang droog1 dan slijt het oppervlak1 deels door regen1 deels door plantengroei1 deels1 en misschien vooral1 door de menschen die er op loopen4 ,het wordt dan tot een krijtwitte1 poederachtige massa4 ,maar dit slijten gaat niet zoo snel1 of overal vindt men langs de voetwegen en ook er op1 de sporen van de opstaande randen4 ,het is gemakkelijk te begrijpen1 hoe een rand allengs in een terras verandert4 ,het doet er niet toe hoe groot de vijver is1 maar de meeste dier vijvertjes zijn slechts enkele vierkante meters groot4 ,vloeit nu het water nu eens hier dan weer daar over den rand1 dan is de rand de plaats van den snelsten groei4 ,het water wordt er als het ware even opgehouden door de glibberige1 geleiachtige wiermassa1 die er de kalk en het koolzuur grootendeels uithalen4 ,dan vloeit het water over den rand heen1 loodrecht naar omlaag en dus veel sneller2 daarenboven heeft het niet meer zooveel kalk in oplossing4 ,de groei der wieren over die loodrechte vlakten gaat dus slechts langzaam1 en terwijl de rand jaarlijks zeer merkbaar hooger wordt1 groeit de wand onder hem haast niet aan4 ,men ziet nu1 hoe dientengevolge de rand vertikaal omhoog groeit1 en dit is dan ook een algemeen karakter1 zoowel voor de tallooze handhooge randen1 die overal op de hellingen voorkomen1 als voor die eigenaardige terrasvorming1 die zoozeer de aandacht trekt4 ,horizontale terrassen met vertikale wanden staan boven elkaar op de oude heuvelhelling1 die zij in een reuzentrap1 met treden van een meter en meer veranderen4 ,maar elk terras is een vijvertje1 dat wel allengs zijn bodem met nieuwe kalkwierlagen bedekt1 maar toch1 zoolang alles levend blijft1 met water gevuld blijft4 ,de vertikale wanden van die terrassen zijn soms uiterst fraai4 ,meest wit of zeer licht bruin1 omdat de groei der wieren er slechts langzaam is1 en altijd met de tallooze dwarsribbeltjes bezet1 die van nabij beschouwd week en bros1 d4w4z4 geleiachtig en met kalkkorrels doortrokken1 en niet zelden rose van kleur zijn4 ,soms is de loodrechte wand overigens vrij vlak1 soms echter ook gevormd als een orgel1 met tallooze pijpen1 of liever als een reeks van afhangende stalactieten op dunne en steile stalagmieten rustende4 ,want in hun midden vertoonen deze kolommen dikwijls eigenaardige versmallingen4 ,hier en daar ziet men de levende1 nog vochtige terrassen met de warme bron of groep van bronnen die ze voedt1 alles nog in vollen groei en in krachtige werking4 ,deze zijn het voornamelijk1 die met bizondere namen worden aangeduid1 en waarheen de bezoekers bij voorkeur worden geleid4 ,maar er zijn tallooze terrasvormingen die geheel droog en dood zijn1 en waarin de vijvertjes nu eens nog diep1 dan weer met afval en stuivende kalk aangevuld zijn4 ,ook slijten de wanden en de randen allengs1 en gaat dus het fijne en sierlijke op den duur verloren4 ,heeft men eenmaal echter het verband tusschen die droge en de nog vochtige terrassen goed begrepen1 dan vindt men dezelfde formatie op dezen geheelen berg telkens en telkens weer terug4 ,het warme water komt door spleten in de onderliggende rotsen omhoog4 ,elk gesteente is min of meer gespleten1 maar het vermogen van water1 om zoo het voldoende koolzuur bevat1 een overeenkomstige hoeveelheid kalk op te lossen1 maakt hier de spleten waarin het water loopt allengs wijder4 ,het worden geheele kloven en grotten4 ,trouwens alle kalk die hier op de oppervlakte wordt afgezet1 moet ergens in de diepte zijn opgenomen4 ,vloeit het water nu uit zulk een spleet1 hetzij in een vijver1 hetzij over een helling1 dan ondergaat die spleet voortdurend verandering4 ,want het oplossen van kalk verbrokkelt het gesteente1 en doet blokken invallen4 ,zoo kan men zich voorstellen dat vroeg of laat een spleet verstopt raakt4 ,het water moet dan een anderen uitweg zoeken2 de formatin van de vroegere spleet drogen uit en groeien niet meer1 en elders beginnen nieuwe zich te vormen4 ,dit kan natuurlijk gebeuren buiten het tegenwoordige gebied der gewone werkzaamheid1 en dan krijgt men zulke gesoleerde kraters als bv4 den oranje-geyser1 dien ik straks nader beschrijven zal4 ,of het gebeurt binnen het oude gebied1 en de afgezette lagen worden door nieuwe barsten geopend4 ,daartoe bestaat trouwens alle gelegenheid4 ,want de werkzaamheid der randwieren leidt niet tot de vorming van een compacte rotsmassa1 maar tot het ontstaan van dunne1 meest niet meer dan vingerdikke schalen en lagen4 ,overal waar de grond afbrokkelt kan men dit zien4 ,het is waarschijnlijk een gevolg van de periodische werkzaamheid1 die zelf weer een gevolg is van het feit dat het water over den wierenrand nu eens hier en dan weer daar overvloeit4 ,de beschreven oorzaak moge de meest algemeene zijn voor de kleine spleten tusschen de schalen1 voor de grootere en zeer groote spleten geeft zij geen voldoende verklaring4 ,deze moet gezocht worden in de neiging der randwieren om niet alleen vertikaal omhoog te groeien maar ook horizontaal over den vijver heen zich uit te breiden4 ,drijvende wiertjes aan den rand1 die niet gaan zinken als zij zich met kalk beladen1 maar aan den rand aansluiten en met dezen allengs vast worden1 zijn het begin van deze vorming4 ,zij groeien op de wijze van die paddestoelen1 die men zoo dikwijls uit rottende boomstammen ziet uitgroeien als platte korsten met een opbouw uit evenwijdige kringen4 ,hun rand is dan de laatste en jongste kring4 ,zoo is het ook hier4 ,dezelfde zonen ontstaan1 met een witte rand en bruine binnenkringen in allerlei tinten4 ,op ,minerva-terrace ziet men een bron1 als een helderen blauwen en vrij diepen vijver1 door een aantal stellen van zulke horizontaal groeiende randen omgeven2 de meer verwijderde zijn ontstaan1 toen het water nog hooger stond1 en die aan het water grenzen natuurlijk het laatst4 ,deze horizontale groei neemt nu soms zeer aanzienlijke afmetingen aan4 ,ik zag daarvan verscheidene bewijzen4 ,het fraaist was echter een warme bron1 vr en lager dan het ,minerva-terrace4 ,het water was weder helder en donker blauw1 de vijver had verscheidene meters in omtrek en in zijn midden borrelde het kokende water omhoog4 ,maar dat midden was volgegroeid1 er stond een kleine krater met een centrale holte waaruit stoom en water kwamen4 ,rondom was die krater ver uitgegroeid tot een vlies1 dat over het water zich uitbreidde4 ,aan de eene zijde had dit vlies den rand van den vijver al bereikt4 ,gelukkig was alles nog overvloeid en in vollen groei1 in witte en bruine en groene kringen4 ,want het was een broos oppervlak1 dat bij betreden in zou zakken en plaats maken voor het kokende vocht4 ,doch het betreden van al deze natuurwonderen is verboden4 ,aan de andere helft van dezen vijver was het middenvlies over het water heen tot bijna aan den rand gekomen1 een waterlijn van #aj-dj c,m4 breedte vrij latend4 ,door deze lijn heen kon men in de diepte kijken1 en ook de groene vlokken van wieren aan de onderzijde van het vlies zien4 ,het vlies was aan den rand nog papierdun1 doch naar het midden toe veel dikker1 het groeide van boven en van onderen gelijkmatig aan1 en het scheen niet lang meer te behoeven te duren1 voordat deze vijver rondom gesloten zou zijn4 ,wordt nu vroeger of later de toevoer tot zulk een bron afgesloten1 dan blijft de spleet4 ,in grootere vijvers kunnen zulke spleten veel langer worden4 ,overal in het droge gesteente vindt men die spleten4 ,hier en daar zijn ze ingetrapt of door een andere oorzaak geopend zoodat men ze zien kan4 ,en van zeer kleine tot zeer groote spleten ziet men alle overgangen4 ,overal vindt men ze1 meest in schuine richting omlaag gaande4 ,cupid's ,cave is zulk een spleet1 die zijdelings in een loodrechten wand wijd openstaat1 en ,devil's ,kitchen is er een1 die ik reeds genoemd heb en die enkele tientallen meters lang is en omstreeks #ac meter diep4 ,van ons gezelschap klommen een aantal personen langs ladders in deze spleet af1 die juist wijd genoeg daarvoor was4 ,in zulke spleten is onderaan niet zelden een koolzuurrijke lucht aanwezig1 die vogels en andere dieren kan doen verstikken en op bepaalde bronnen van koolzuur wijst4 ,trouwens koolzuuruitwasemingen uit den grond gaan zeer dikwijls met vulcanische werkingen gepaard4 ,hoe dik de kalkafzettingen van deze wieren zijn1 vond ik niet opgegeven4 ,gewoonlijk meent men1 dat de geheele berg z ontstaan is1 en overal in den omtrek vindt men sporen van denzelfden bouw uit dunne lagen en schalen4 ,de afzettingen liggen echter op het uiteinde van een uitlooper van een heuvelenreeks1 en zijn dus waarschijnlijk op een heuvelkam ontstaan4 ,om op de vliesvorming op de oppervlakte van het water terug te komen1 merk ik op dat dit vlies1 zoover het met het heete water in aanraking is1 bijna altijd geheel wit is4 ,dit wijst er op dat het niet de randwieren zijn1 die het grootste aandeel aan den snellen groei van dit vlies hebben1 maar de draadwieren4 ,men ziet dan ook dikwijls een draderige structuur1 de draden loopen evenwijdig en naar den rand toe1 zoodat de lengtegroei van elken draad tot de voortzetting van den rand bijdraagt4 ,op enkele plaatsen zag ik zoo van n punt uitgaande een waaier van draden over de oppervlakte uitstralen4 ,of liever over wat de oppervlakte geweest was1 want de watertoevoer was1 tijdens mijn bezoek1 zoo klein1 dat het vijvertje droog was4 ,de bodem was vlak en bezaaid met koraalvormige wiergroepen1 wit van de kalkmassa waarin zij zich gedompeld hadden4 ,het waaiervormige dradenvlies lag rustig op die koraaltjes4 ,en dicht er bij waren dergelijke vormingen1 deels jonger en nog bevloeid en groeiend1 deels ouder en ten deele vergaan4 ,zulke fijne vormingen moeten wel vernietigd worden als zij door een hagelbui met grove hagelsteenen getroffen worden1 zooals op den avond na mijn bezoek4 ,en eveneens moeten de herhaalde heftige regens en onweersbuien veel tot het afslijten bijdragen4 ,vele spleten zag ik in de droge gedeelten4 ,maar een aantal vond ik ook op de bevloeide plaatsen1 en dan daalde het water in een dikken stroom in de spleet af1 om in den ondergrond te verdwijnen1 en waarschijnlijk1 met nieuwe kalk beladen1 elders weer voor den dag te komen4 ,zoo bijvoorbeeld aan ,marble-terrace4 ,de fraaiste vijvers zijn die van het ,jupiter-terrace4 ,het zijn twee groote diepe vijvers van prachtig donker blauw water1 dat zoo heet is1 dat het de boven beschreven dampen en nevels geeft1 en dat overal in de vijvers1 die tientallen van quadraat-meters groot zijn1 de bodem en binnenranden zuiver wit zijn1 en dus geen randwieren maar slechts draadwieren bevatten4 ,over de randen vloeit het water deels loodrecht omlaag1 aan de andere zijde echter over een uitgebreide vlakte1 waar het groote terrassen met lage randen maakt4 ,hier koelt het voldoende af1 om den geheelen bodem zich met bruine en groene wieren te doen bedekken4 ,vallen in zulke koelere vijvertjes naalden of geheele takken van dennenboomen en roode ceders1 dan worden die allengs met wieren overgroeid en met een kalklaagje omkleedt evenals bij ons in het meertje van ,rockanje4 ,kunstmatig ingebrachte voorwerpen kan men op deze wijze ook laten incrusteeren4 ,verderop is het water soms zoover afgekoeld1 dat grassen en lage soorten van biezen er aan groeien kunnen4 ,de eigenaardige groeiwijze der randwieren geeft nog tot een ander merkwaardig verschijnsel aanleiding1 als namelijk de randen zeer hoog worden4 ,het zijn de kegels en schoorsteenen4 ,kegels heeten zij als de holte betrekkelijk klein is1 schoorsteenen als die in verhouding tot den rand groot is4 ,de namen hebben betrekking op de droge toestanden1 maar men vindt dezelfde gevallen ook met een warme bron er in4 ,een schoorsteen van omstreeks een meter hoogte wordt den toeristen vertoond1 en kegels ziet men op verschillende plaatsen4 ,als de travertijnrotsen lang droog zijn en verweeren1 herneemt de plantengroei zijn rechten4 ,eerst komen gras en kleine bloemplanten1 daarna komen heesters en boomen1 en geheele bosschen van den ,yellowstone-den 7,pinus ,murrayana7 staan op dezen berg4 ,maar als zich dan dicht bij en iets hooger dan het bosch een nieuwe spleet opent1 en haar heete water over den grond van het bosch uitspreidt1 kan zij het geheele bosch dooden4 ,niet door de warmte van het water1 want dat is op dien afstand van de bron voldoende afgekoeld om onschadelijk te zijn4 ,maar omdat de grond met een verhardende korst van kalk wordt bedekt1 die ten slotte den bodem geheel van de lucht afsluit zoodat daaronder de wortels sterven1 en dus ook de boomen te gronde gaan4 ,angel's terrace is een droevig voorbeeld van dit geval1 daar hier honderden groote dennenboomen geheel dood en kaal op den kalkgrond staan4 ,soms bereikte de kalklaag hunne onderste takken1 maar soms liet zij den voet der wortels aan de stammen onbedekt1 zoodat men gemakkelijk zien kon1 dat zelfs een zeer dunne laag z moorddadig kon werken4 ,aan de randen van deze plaats zag ik de stervende en half gestorven boomen1 die een toenemende uitbreiding van het euvel aanduidden4 ,merkwaardig vond ik het voorkomen van onze gewone europeesche blauwe klokjes 7,campanula rotundifolia71 die hier1 te midden van die vreemde verschijnselen en die geheel bizondere flora1 weelderig bloeiden en een aangename herinnering aan onze heiden boden4 ,in een der boschrijke valleien achter de heuvelengroep1 waarop de voornaamste bronnen der ,mammoth ,hot ,springs gevonden worden1 staat een groote kegel van travertijn1 die den naam draagt van ,orange-,geyser4 ,deze naam zou allicht doen vermoeden1 dat men hier te doen had met een formatie1 zooals die in de eigenlijke geyserbassins gevonden worden1 en dat deze bron dus op dit gebied niet thuis behoorde4 ,men zou meenen dat zijn wateren kiezelzuur bevatten en dus sintel afzetten1 terwijl de opgeloste stof in werkelijkheid hier koolzure kalk is1 evenals in alle bronnen van deze omgeving4 ,ook springt de bron niet hoog op1 zooals men het van een echten geyser verwachten zou4 ,de kegel is stomp en van boven min of meer vlak4 ,de kleur is aan de eene zijde krijtwit1 aan de andere bruin en grijs2 de eerste zijde is thans droog1 en de kleuren der laatste worden door het overvloeiende water onderhouden4 ,op den vlakken top bevindt zich een bekken met water1 in welks midden een bron kookt4 ,van uit het dal kan men dat niet zien1 maar men hoort het geluid duidelijk en ziet de dampen opstijgen4 ,ik ben op een der bergen die het dal omgeven geklommen om het bekken te zien2 het neemt slechts een klein deel van de topvlakte in4 ,die bron schijnt uit een opening van een onderaardsche spleet te komen1 want aan de eene zijde van den hoogen kegel is een lage afzetting van travertijn1 die den vorm van een vlakken heuvelrug heeft1 op zijn kam een aantal kleine openingen en barsten dragend1 waaruit heet water te voorschijn komt4 ,die lijn is slechts een twintigtal passen lang1 en even groot is de afgezette kalkmassa1 die links en rechts van haar den grond bedekt4 ,deze formatie is vrij gelijkmatig van oppervlakte1 zoodat zij bijna overal door het afvloeiende water bevochtigd wordt4 ,het kwam mij belangrijk voor1 deze openingen nader in oogenschouw te nemen en eenigszins uitvoerig te beschrijven1 omdat zij veel kleiner zijn dan die der meeste andere heete bronnen1 en te zamen een typisch beeld van den bovenrand van een onderaardsche barst geven4 ,de opening1 die het verste van den hoofdkegel gelegen is1 is zoo groot als een vuist1 en aan drie zijden met korsten van bruin en groen verkalkt wier overgroeid2 het water1 dat er in vrij groote hoeveelheid uitstroomt1 is zeer heet4 ,vlak er naast staat een kegeltje met een opening zoo wijd als een vinger dik is1 maar dit is nu droog4 ,het water uit de vuist-groote opening kookt met tallooze bellen op en vloeit dan omlaag in een smal stroompje4 ,daarin groeien de witte of bleekgele draadwieren in drie of vier bundels1 wiegelend in den kleinen heeten1 snelvlietenden stroom4 ,men brandt zijn vingers als men de wieren er uithaalt4 ,iets verder op vindt men zulke draden1 die afgebroken en dus weggevoerd zijn1 maar tegen een scherpen hoek van den rand zijn blijven hangen4 ,allengs koelt het water natuurlijk af1 en weldra is het zooveel lager in temperatuur geworden1 dat de groene en bruine wieren er in kunnen leven4 ,het beekje is dan breeder en minder diep geworden1 en loopt over korsten van levend travertijn in allerlei kleuren1 met een slijmerige1 maar allengs verkalkende oppervlakte4 ,volgt men de vermoedelijke barstlijn1 dan vindt men1 ongeveer een meter verder en iets hooger op1 een vingerdikke opening1 waaruit voortdurend groote damp-blazen komen1 die de opening telkens afsluiten4 ,er vloeit maar weinig water uit1 doch ook daarin groeien de witte draadwierbundels4 ,het water verspreidt zich dan en is juist voldoende om een aanzienlijk deel der oppervlakte vochtig en warm te houden4 ,daar groeien de bruine en groene korsten1 nog geleiachtig en bros1 brekend bij het aanraken4 ,enkele voetstappen van vroegere bezoekers maken er kleine meertjes1 waarin het water blijft staan2 in de hoogste en warmste groeien de bleeke draadwieren1 in de lagere de bruine en oranjegekleurde soorten4 ,een halven meter verder1 op de overigens gesloten barstlijn1 komt weer een vuistgroote opening1 die wat hooger op het heuveltje ligt1 en dus een sneller afvloeiend stroompje geeft4 ,die stroom is aan den rand zwart1 in 't midden draderig wit1 beide door de wieren die er in groeien4 ,nu stijgt de heuvelrug sneller en over een afstand van een meter liggen nog een vijftal dergelijke bronnetjes1 elk met een wit of zwart stroompje1 omgeven door een bruinen rand4 ,hooger op de lijn worden de vingergroote openingen talrijker en moeilijk te tellen1 soms vloeien zij tot groepen inn4 ,maar de beekjes en afzettingen zijn dezelfde4 ,een #be-tal zulke gaatjes liggen op een paar meter bijeen1 een smalle lijn vormend4 ,dan volgt een duimdikke bron1 die zijn water een hand hoog opspuit en in een bocht omlaag laat vallen4 ,rondom de opening en de plaats waar het water valt1 vormen zich korsten1 die aan den warmwaterkant wit1 doch aan de andere zijde bruin zijn4 ,de groep der actieve bronnetjes wordt thans afgewisseld door een onwerkzamen kegel1 die een hand hoog boven het oppervlak uitsteekt1 en de meeste andere dus in grootte overtreft4 ,water kon ik in de holte niet zien1 doch ongetwijfeld was dit in de diepte voorhanden4 ,op dezen kegel volgt een spuitbronnetje1 dat zoo dik is als een pink en door een gekorrelden rand omgeven4 ,het werpt groote druppels water omhoog1 die telkens met bellen kokenden waterdamp afwisselen4 ,de druppels vallen buiten den rand op de kalkafzetsels1 die daar en vlak langs den rand wit zijn1 maar op zeer kleinen afstand eene bruine kleur aannemen4 ,want daar helt het oppervlak sterk en vloeit dus het water snel in een dunne1 verkoelde laag weg4 ,nu komen weer1 altijd in de richting van den geyserkegel1 een tiental vingerdikke gaten waarin het water kookt2 zij vormen een kleine groep met een gemeenschappelijken rand1 die echter aan de eene zijde van onderen gebarsten is1 zoodat het heete water niet over1 maar onder den rand afvloeit4 ,het is een handbreede spleet1 die een even breed stroompje geeft1 dat weer een zwarten bodem heeft en vol is met slingerende1 bleekgele draden4 ,aan de randen groeien allengs korsten van bruine en witte wieren over het water heen2 zij groeien van onderen sneller aan1 daar zij aan de bovenzijde dikwijls droog worden1 en hechten zich dus meer en meer aan de onderlaag vast1 de bedding van den stroom vernauwend4 ,eindelijk volgt nog een veel grootere opening4 ,het is een kegel zoo groot als een hoofd1 die van boven en aan de eene zijde open is1 en waaruit een breede stroom van heet water omlaag vloeit4 ,zwarte vliezen en witte draden wisselen elkaar in dit water af1 terwijl allerlei fijne koraalvormige gewassen zich aan den voet van den kegel in het warme water bevinden4 ,verder op wordt de bodem van dezen stroom breeder en licht roestbruin van kleur1 en bedekt hij zich met tal van wierlijsten en van lepelvormige uitsteeksels1 die het water plaatselijk en tijdelijk tegenhouden1 een ontelbare menigte van kleine bekkentjes vormend4 ,boven dezen langen en breeden rug verheft zich de eigenlijke geyser-kegel nog drie meter hooger4 ,aan de beschreven zijde vloeit overal een dunne laag heet water over den rand1 zwarte en witte en bruine strepen vormend1 al naar gelang der wiersoorten4 ,de bovenrand is afgerond door het overvloeiende water2 daaronder vormen zich stalactieten1 die als ribben vertikaal omhoog loopen4 ,dan volgt een gedeelte waar de kegel minder steil is1 en hier hebben zich vooral de randwieren genesteld1 tal van terrassen1 elk met een vijvertje1 vormend4 ,sommige dezer terrassen zijn ook reeds volgegroeid en het water vloeit eenvoudig over den rand van het horizontale vlak heen4 ,soms zijn deze terrassen groot1 en telt men er slechts een tiental boven elkaar1 soms zijn zij kleiner en vindt men er twintig en meer bij dezelfde daling4 ,overal is de geheele oppervlakte met de kronkelende dwarsribben der bruine wieren dicht bedekt4 ,het is als het ware een fijngolvende bodem onder de dunne waterlaag4 ,aan de tegenovergestelde zijde1 de noordzijde van den kegel1 vloeit1 zooals ik reeds gezegd heb1 tegenwoordig geen water meer af2 hier en daar zijn zelfs groote stukken er uit gevallen1 zoodat men iets van de inwendige structuur zien kan4 ,daarbij blijkt1 dat de opbouw voortdurend ongeveer op dezelfde wijze heeft plaatsgevonden1 waarop nu de afzetting aan de oppervlakte nog voortgaat4 ,want de massa bestaat uit vingerdikke schalen1 die los en met smalle tusschenruimten over elkander liggen4 ,die tusschenruimten correspondeeren met de perioden1 waarop dat gedeelte van het oppervlak droog was1 terwijl de schalen natuurlijk des te dikker zijn1 naarmate de plek langer onafgebroken bevloeid geworden is4 ,bij het drogen is de donkerbruine kleur der vochtige en levende massa in een licht geelachtig bruin veranderd4 ,rondom de beschreven formaties is een uitgebreid afvloei-terrein voor het water4 ,op dit terrein is alle vegetatie van andere planten dan wieren gedood1 en het is met een travertijnlaag bedekt1 die vlak bij den kegel vrij dik is1 maar naar de randen toe dun uitloopt4 ,vlak langs den rand groeien echter allerlei planten1 zoodat men precies zien kan1 hoever de afzetting gegaan is4 ,onder die planten1 die de oorspronkelijke flora van het dal vertegenwoordigen1 komt vooral een lage soort van gulden roede vrij veelvuldig voor4 ,trouwens het geslacht der ,solidago's of gulden roeden is in het geheele park1 en verder over al de prairin van het westen1 aan de oostzijde der ,rocky mountains1 een der meest algemeene1 zoowel wat rijkdom aan soorten1 als wat de onafzienbare millioenen van individuen betreft4 ,verder vindt men langs den rand blauw bloeiende vlassoorten1 gele ,sedums1 kleine ,asters 7een geslacht1 dat in ,amerika even rijk vertegenwoordigd is als de gulden roeden71 immortellen1 en aan den boschkant de kleine moeras-zonnebloemen4 ,zoover de kalkafzetting gaat1 zijn ook de boomen gedood4 ,het zijn de reeds genoemde red cedars1 een soort van jeneverbessen1 die hier overal veelvuldig groeien4 ,rondom den voet van den kegel staan die boomen in groepjes1 tot manshoogte en meer opgegroeid en op de armsdikke stammen rijk vertakt4 ,maar thans zijn zij zonder loof1 geheel dor en kaal1 en ten deele is reeds de schors afgestorven en afgevallen4 ,uit den kegel zelf steken de toppen van een zestal zulke stammen nog omhoog2 zij moeten reeds eeuwen geleden1 in het begin der formatie1 gedood zijn1 en zijn sedert langzamerhand onder de aangroeiende travertijn-massa bedolven geraakt4 ,wat daarboven uitsteekt is kaal en bestaat alleen nog maar uit de dikste takken2 al het overige is vergaan1 en ook de schors is sedert lang verdwenen4 ,zijn deze stammen een treurig getuigenis van den strijd tusschen de kalkwieren en het oorspronkelijke bosch1 iets verder op kan men dezen strijd nog in vollen gang zien4 ,hier zijn de roode ceders ten deele nog groen en vol bessen1 ten deele dor en droog4 ,aan sommige is het gelukt den kalkhoudenden stroom tijdelijk af te wenden2 de voorste stammen zijn in den strijd gevallen maar zij hebben de overige van het groepje beveiligd4 ,als een eilandje ligt zulk een plekje in den versteenenden stroom1 en allerlei kleine planten hebben van de geboden beveiliging gebruik gemaakt1 de plek tot een groenende en bloeiende oase in de kleine woestenij makend4 ,vooral een soort van distel en de ,smilacina1 die later in het najaar uiterst sierlijke trossen van roode besjes zal dragen1 troffen mij hier1 tusschen de zooeven reeds genoemde planten van den rand4 ,behalve de roode ceders1 die den kegel omgeven1 ziet men aan de nu droge voorzijde een paar hooge dennenstammen1 wier voet ook reeds door het travertijn overdekt is1 en die dus geheel dood zijn4 ,als kale pilaren met wijduitgespreide takken reiken zij boven den heuvel omhoog4 ,het is duidelijk1 dat deze geheele formatie van de vlakte van het dal uit is opgewerkt4 ,er moet zich in het bosch een onderaardsche spleet gevormd hebben1 die in verband stond met de watermassa1 die hier van uit de hooge bergen naar het eigenlijke terrein der ,mammoth ,hot ,springs vloeit4 ,uit die spleet is het kalkhoudende water te voorschijn getreden1 rondom kalk afzettend en de oude vegetatie doodend4 ,de spleet moet ontelbare jaren en wellicht eeuwenlang op dezelfde plaats werkzaam zijn geweest1 met n hoofdopening1 die den grooten kegel gevormd heeft1 en met een reeks van kleinere voor het vlakke heuvelrugje1 dat ik beschreven heb4 ,rondom heeft het dal den gewonen vorm1 en zijn de hellingen met de gewone dennensoort dezer streek meest dichtbegroeid4 ,in het dal is de beschreven spleet echter niet de eenige uitlaat voor het heete water geweest4 ,want een honderdtal passen verder op ligt een tweede kegel1 veel lager en veel vlakker en breeder1 maar zuiver kegelvormig4 ,de hoogte bedraagt slechts een meter1 maar de straal is verscheidene meters lang4 ,in het midden1 dus op den top van den vlakken kegel1 ligt een uitgedoofde bron4 ,het is een kommetje vol water1 iets kleiner dan een gewone waschkom4 ,dit water is lauw1 en dus afkomstig van de onderaardsche spleten2 ook ziet men in den bodem van het bekken een drietal gaten1 waaruit dampen en luchtbellen omhoog bobbelen4 ,de bodem van dit kommetje is met roodbruine wiervlokken bedekt1 en dezelfde wieren1 doortrokken met kalk en uitgedroogd1 vormen klaarblijkelijk de geheele massa van den kegel1 blijkens de lichtgrijze kleur4 ,de geheele1 vlakke kegel is kaal1 maar toch begint de plantengroei hier en daar zijne rechten weer te laten gelden1 en mossen1 grassen1 enkele gulden roeden en wolfsmelken met nog een paar andere soorten hebben al enkele punten vermeesterd1 om van daaruit zich allengs uit te breiden4 ,ook een immortelle zag ik er bloeien4 ,op de oppervlakte van den kegel ziet men nog duidelijk de sporen van de gekronkelde wierranden1 die eenmaal ook deze formatie terrasvormig gemaakt moeten hebben4 ,maar het meeste is toch reeds tot puin en poeder vergaan1 wellicht grootendeels door belangstellende bezoekers vertrapt4 ,ook elders in de vallei zijn nog sporen van bronnen of onderaardsche spleten wier wanden zijn ingevallen1 zoodat men dus in de diepte zien kan4 ,in een naburig dal had ik de gelegenheid nog beter te zien hoe zulk een travertijn-massa er van binnen uitziet4 ,daar vond ik een kegel1 juist zooals die van den ,orange-,geyser1 maar klaarblijkelijk sedert lange jaren droog en onwerkzaam4 ,hij is drie meter hoog1 van boven niet merkbaar veranderd1 maar zijdelings afbrokkelend4 ,deze geheele kegel bestaat uit meest vinger dikke schalen1 die van boven bijna horizontaal liggen maar dan ombuigen en loodrecht omlaag gaan4 ,zij zijn zoo los aan elkander verbonden1 dat zij afbladeren en afschilferen4 ,op zijn buitenvlak vertoont elke schaal een stalactietachtige structuur1 en waar de schalen dwars doorgebroken zijn is de inwendige massa helder wit en grof-poreus4 ,sommige schalen zijn zoo dun als bordpapier1 andere dikker1 tot vingerdikte toe4 ,plaatselijk is de buitenvlakte van den geheelen kegel nog goed bewaard1 vooral aan sommige zijden aan den voet1 en hier ziet men haar bedekt door tallooze dwarsloopende ribbels1 die thans grijs en droog zijn1 maar die klaarblijkelijk door de bruine randwieren zijn gemaakt4 ,hoeveel eeuwen de wieren aan dezen kegel gebouwd hebben1 is moeilijk na te gaan1 maar alles pleit er voor1 dat zij van den beginne af tot aan het einde op dezelfde wijze werkzaam geweest zijn4 ,uiterst eenvoudige beginselen brachten ook hier een rijke afwisseling in vorm en structuur teweeg4 ,,ii4 ,,de ,,geysers4 ,verlaten wij thans de warme bronnen van ,mammoth ,hot ,springs met hunne terrassen van kalksteen1 om tot de eigenlijke geysers over te gaan4 ,deze liggen in het algemeen in de dalen tusschen de vulkanische gesteenten1 en hunne afzettingen bestaan dan ook niet uit kalk maar in hoofdzaak uit kiezelzure gesteenten of silicaten4 ,deze formatie heet hier geyseriet1 in tegenstelling met het travertijn der beschreven warme bronnen4 ,hoogopspringende bronnen ziet men op het kalkterrein niet4 ,de geysers zijn echter juist het meest bekend om de enorme hoogten waartoe sommige van hen het kokende water opwerpen4 ,vanwaar die kracht1 die stoom en water zoovele honderden meters omhoog kan werpen8 ,vanwaar dat vermogen1 om een schijnbaar volkomen rust plotseling af te breken1 om zulke geweldige verschijnselen voort te brengen1 en dan weer1 als of niets gebeurd ware1 tot de vroegere rust terug te keeren8 ,het is de inwendige warmte der aarde1 die dit teweeg brengt4 ,het zijn eenvoudig verschijnselen van koken1 maar onder zeer bizondere omstandigheden4 ,in een gewonen ketel bruist en borrelt en spat het water op4 ,kon op een of andere wijze plotseling het koken versneld worden1 dan zou ook het opspatten van waterdruppels plotseling toenemen1 zij zouden talrijker en hooger opgeworpen worden4 ,zoo moet men zich de geysers voorstellen4 ,enkele komen uit een diepe spleet1 waarin men tijdens de rust het water niet zien kan1 maar kort vr de uitbarsting komt het toch omhoog4 ,de meesten echter komen uit een kleinen kom of vijver1 die tot aan den rand toe gevuld is met water4 ,een volkomen helder1 maar donkerblauw water1 dat in schoonheid en aantrekkelijkheid voor dat der andere warme bronnen van het park niet onderdoet4 ,men kan veilig zeggen1 dat tusschen de voortdurend kokende bronnen en de machtigste geysers in de bassins van het ,yellowstone-park alle overgangen voorkomen4 ,daarbij geldt de regel1 dat gewoon kokend water betrekkelijk slechts weinig opspat1 maar dat het opwerpen van hooge zuilen samenhangt met periodische rust4 ,hoe zeldzamer het opspatten is1 des te hooger en des te machtiger kan het worden4 ,de meest bekende geyser is de ,old ,faithful1 die dien naam draagt1 omdat hij1 zoolang als men hem kent1 nog nooit aan zijne belofte ontrouw geworden is4 ,en die belofte1 afgeleid uit een lange ervaring1 is dat hij telkens1 na ruim een uur1 weer zal beginnen te spelen1 zooals de locale term luidt4 ,alle andere hoog opspuitende geysers van deze streek zijn zeldzamer in hun uitingen1 zij werken elken dag eens1 of om den anderen dag of om de #d of #e dagen4 ,de tusschenpoozen van rust zijn wel ongeveer gelijk1 voor elk van hen1 maar toch niet z1 dat men juist vooruit kan zeggen1 wanneer het spel beginnen zal4 ,voor den reiziger1 die op elk bassin slechts eenige uren vertoeft1 hangt het dus geheel van het toeval af of hij de verschijnselen zien zal of niet4 ,maar de ,old ,faithful laat hem nooit in den steek4 ,vlak bij dezen geyser1 op een afstand van omstreeks #cjj ,meters1 is het htel gebouwd1 dat zijn naam in de curieuse combinatie draagt4 ,het heet ,old ,faithful ,inn1 een naam1 dien1 buiten verband met de bron1 menige ,inn benijden zou4 ,het spel begint met het opstijgen van heet water uit de spleet en het overvloeien van groote hoeveelheden daarvan1 terwijl voortdurend aanzienlijke hoeveelheden stoom in groote wolken in de lucht ontwijken4 ,heeft dit eenige minuten geduurd1 dan begint het water sterker op te spatten1 meters hoog en in verschillende richtingen schuin opstijgend1 totdat ten slotte een zuil van wel twee voet in doorsnede tot een hoogte van #dj-ej ,m4 met geweldige snelheid omhoog stijgt4 ,deze zuil is echter1 zoover ik zien kon1 geen massieve waterkolom1 maar gevormd uit een onnoemelijk aantal grootere en kleinere druppels4 ,en de hoeveelheid water1 die terstond daarna omlaag valt en den geheelen geyserkegel overdekt1 komt met deze voorstelling goed overeen4 ,een uitvoerige beschrijving van dezen geyser en zijn spel zal ik echter eerst later geven4 ,juist op dezelfde wijze werken de talrijke geysers die met tusschenpoozen van een kleiner of grooter aantal minuten opspuiten4 ,hier kan men alles meer van nabij en dus nauwkeuriger zien4 ,een1 twee of drie meters spat het water op4 ,zorgt men dat men ten opzichte van de windrichting ter zijde staat1 zoo kan men soms veilig vlak aan den rand blijven staan4 ,onder den wind zou men natuurlijk door de heete stoomdampen omhuld worden1 zonder snel genoeg een uitweg te kunnen vinden4 ,men ziet ook hier geen eigenlijke zuil van water4 ,uit de diepte van den helderen vijver stijgen plotseling groote stoomblazen in geweldig aantal op4 ,zij werpen het water dat boven hen is1 en dat zij meevoeren met kracht omhoog1 maar doen het daarbij snel en volkomen uiteenspatten4 ,de ,ginantess #bj speelt om de #ab uren1 de ,sawmill #ba #e of #f maal daags1 de ,giant #bb eens in de week1 de ,castle #bc-;geyser met tusschenpoozen van omstreeks #cj uren1 en zoo zou men voor al de grootere geysers een lijst van hunne werkzaamheid kunnen geven4 ,de ,giant1 die het zeldzaamst werkt1 is ook de hoogste1 zooals zijn naam trouwens aanduidt2 zijn water wordt tot ruim #hj ,meter hoog opgeworpen1 dus bijna de dubbele hoogte van ,old ,faithful4 ,door dit overzicht van de kracht der uitbarstingen in verband met de lengte van de perioden van rust1 komen wij tot de voorstelling1 dat de machtige geysers gedurende die perioden eenvoudig hun kracht opsparen en ophoopen1 om die dan1 in den korten tijd van enkele minuten1 op veel grootschere wijze te kunnen gebruiken4 ,als van zelf ontstaat dus de vraag1 op welke wijze zij dit ophoopen kunnen tot stand brengen4 ,natuurlijk kan men in het inwendige der aarde niet gaan kijken1 hoe het water daar eigenlijk kookt1 noch ook hoe de ketel of ketels er uit zien1 waarin dit gebeurt4 ,kon men door boringen zoo dicht bij de bronnen komen1 dan zou men toch waarschijnlijk hun regelmatige werking storen4 ,men moet dus uit gewone natuurkundige verschijnselen1 in verband met den bekenden bouw der gesteenten1 en den gewonen loop van het water1 dat in artesische putten en in overeenkomstige natuurlijke bronnen omhoog komt1 trachten een voorstelling af te leiden4 ,zulk een voorstelling heeft de groote scheikundige ,bunsen ontwikkeld en door laboratorium-proeven gesteund4 ,zij heeft algemeenen bijval gevonden1 en hoewel door lateren hier en daar in de uitwerking wat veranderd is1 is het beginsel toch steeds hetzelfde gebleven4 ,zoo groot is de vereering1 die de bewonderaars der geysers voor ,bunsen hebben1 dat een der hoogste en fraaiste bergtoppen van het ,yellowstone ,park naar hem genoemd is4 ,het is de ,bunsenpeak1 de hoekige pyramidale berg1 die vlak achter de ,mammoth ,hot ,springs en tegenover de ,terrace-mountains staat4 ,de groote zijweg gaat tusschen hem en deze bergen door1 en mijlen lang rijdt men rond om zijn voet1 met het volle uitzicht op zijn rotsen en bosschen4 ,om mij echter niet te zeer in theoretische beschouwingen te begeven1 zal ik beginnen met een korte schets van de beweging van het water in den grond in gewone gevallen4 ,ik knoop daarbij aan aan den gedachtengang1 dien ik reeds bij de bespreking der travertijn-bronnen van ,mammoth ,hot ,springs gegeven heb4 ,overal waar een kunstweg in het gesteente van een gebergte is uitgehouwen kan men zien1 dat die steen niet gaaf is4 ,altijd is hij door spleten en barsten in verschillende richtingen in stukken gebroken4 ,men beweert dat nergens op aarde1 noch aan de oppervlakte1 noch in de diepte1 een volkomen gaaf rotsblok van kubieken vorm met zijden van #c ,meters of meer zou te verkrijgen zijn4 ,die barsten zijn onafhankelijk van den laagsgewijzen bouw en in het algemeen het gevolg van plaatselijke opheffingen en verzakkingen4 ,in het lava-gesteente van het ,yellowstone ,park komt daarbij het feit dat de lava bij het verkoelen natuurlijk sterk ingekrompen is4 ,zij is daarbij min of meer regelmatig gebarsten1 in het geval van de basalt zelfs zeer regelmatig in de bekende zeszijdige zuilen4 ,in die barsten ziet men somwijlen op de rotsen1 maar meer nog op de zooeven bedoelde1 bij het aanleggen van wegen kunstmatig gemaakte in- en doorsnijdingen1 de wortels der planten doordringen4 ,dit is een studie op zichzelf1 vooral omdat het een tastbare verklaring geeft hoe het komt1 dat zoovele planten op schijnbaar naakt gesteente of op klaarblijkelijk uiterst droge hellingen leven kunnen4 ,meters ziet men de wortels omlaag dalen1 en waarschijnlijk gaan zij nog veel dieper1 maar de fijne takken en uiteinden zijn allicht beschadigd en gebroken en dus niet meer waarneembaar4 ,langs denzelfden weg sijpelt natuurlijk het regenwater in het gesteente omlaag4 ,het moge in de humuslagen langeren of korteren tijd zijn opgehouden1 alles wat niet verdampt1 of niet als beken langs de oppervlakte afvloeit1 zinkt weg in de spleten4 ,het verzamelt zich in de diepte4 ,ging het gesteente met denzelfden bouw onbeperkt door1 allicht zou het water onbeperkt kunnen wegzinken4 ,maar de lava rust op krijtlagen1 en deze weer op andere formatin4 ,storingen in de beweging van het water moeten dus het gevolg zijn1 en zoo de lagen eenigszins hellen1 zullen zij het water in bepaalde richtingen afvoeren4 ,zoo ontstaan onderaardsche beken en stroomen en hun aantal en macht is veel grooter dan men zich gewoonlijk voorstelt4 ,trouwens ook in ons eigen land speelt die onderaardsche beweging van het water een groote rol1 een rol1 die men thans1 bij het aanleggen van waterleidingen hoe langer hoe meer waardeeren en bestudeeren gaat4 ,loopt nu een laag in een berg zo1 dat zij met haar laagsten rand in een dal uitkomt1 dan zal het water1 dat over de laag heen vloeit1 in dit dal te voorschijn komen4 ,soms ziet men het rechtstreeks uit den rotswand sijpelen1 maar waar deze met een dikke humuslaag bedekt is ziet men meestal1 in het hoogste deel van het dal een klein moerasje1 van waaruit een beek omlaag stroomt4 ,vloeit geen zichtbare beek in dit moerasje1 dan is het duidelijk dat het door een of meer onzichtbare stroompjes gevoed wordt2 zijn er echter een of meer aanvoerbeekjes1 dan heeft de gewone beschouwer meest geen reden om ook nog aan onzichtbare te denken4 ,thans komen de artesische putten aan de orde4 ,hun water komt onder drukking uit de diepte te voorschijn1 het moet dus daar onder drukking staan4 ,de laag1 die door talrijke en wijde spleten het water gemakkelijk vervoert1 moet van boven en van onderen aan minder gespleten en minder doorlatende lagen grenzen4 ,evenzoo zijn het bij ons vooral grint- en zandlagen1 die als het ware ingesloten zijn tusschen klei1 die het water voor de opborrelende putten leveren4 ,de put maakt men in een dal1 op grooteren of kleineren afstand van een gebergte- of heuvelenreeks4 ,niemand zal verwachten dat in een put1 geboord op den top van een berg1 het water tot aan den rand zal opstijgen4 ,want terwijl de laag helt1 is het het water in de heuvelen dat drukt op dat in de vlakte1 en waar men boort tracht het natuurlijk even hoog op te stijgen1 als het onder den heuvel staat4 ,het tracht eenvoudig het evenwicht te herstellen1 want de put en de laag vormen een stel van communiceerende buizen1 en eer het tot rust komt1 moet het water dus in beiden even hoog staan4 ,is dus de monding der put lager dan de waterstand in den heuvel1 dan blijft het water voortdurend vloeien en de bron is schijnbaar onuitputtelijk4 ,in een zand- of grintlaag vloeit het water met een zachte helling in een regelmatigen stroom4 ,in een gespleten gesteente hangt de weg geheel van de spleten af1 en is dus uiterst onregelmatig4 ,dit heeft nu voor den loop over groote afstanden wel niet veel beteekenis1 maar de aard van de uitmonding hangt daarvan natuurlijk geheel af4 ,de laatste spleet1 die waaruit het water te voorschijn komt1 kan rechtop gaan of schuin of misschien bijna horizontaal liggen1 en waar op het gebied der geysers heete stoom uit spleten te voorschijn dringt1 zonder dat rondom de monding een vijvertje ontstaan is1 ziet men de spleten dan ook in alle richtingen hellen4 ,monden zij in een vijver uit1 dan kan men ze maar zelden zien1 en liggen zij diep1 dan werken zij onder water allicht toch als vertikale openingen1 ook al zijn zij zeer schuin4 ,verder zullen de spleten natuurlijk nooit overal even wijd zijn1 maar hier en daar zullen wijdere gedeelten1 wellicht zelfs geheele grotten1 met de nauwere spleten afwisselen4 ,het spreekt van zelf dat het water1 dat uren ver door bepaalde lagen loopt1 de temperatuur van die lagen zal aannemen4 ,en komt het snel genoeg aan de oppervlakte1 dan zal het dus daar dien warmtegraad1 ten minste ongeveer1 verraden4 ,nu is het ,yellowstone-park in de laatste geologische tijden voortdurend een terrein van uitgebreide vulkanische werkzaamheid geweest1 en moet men dus aannemen1 dat de koude korst1 die hier de inwendige warmte bedekt1 dunner is dan wellicht op eenige andere plaats op aarde4 ,het water behoeft dus niet zoo heel diep af te dalen om in lagen te komen1 wier temperatuur boven het kookpunt ligt4 ,en het doorloopen van zulke warme aardlagen is klaarblijkelijk de eenige bron voor de warmte van het heete water4 ,hier komt nu een zeer belangrijke factor in het spel1 namelijk de afhankelijkheid van het kookpunt van water van de drukking4 ,iedereen weet1 dat op hooge gebergten het water bij een lagere temperatuur kookt dan bij ons1 al ware het ook slechts uit de ervaring dat het koken van eieren in zulke streken langeren tijd vordert4 ,evenzeer weet iedereen dat in een ,papiniaansche pot #bd het water tot ver boven #ajj ,c4 verhit kan worden1 zonder tot stoom over te gaan4 ,het is de grootere drukking1 die dit belet4 ,passen wij dit nu toe op onze onderaardsche stroomen1 die op de beschreven wijze onder de zeer aanzienlijke drukking van het grondwater in de omringende heuvelen staan4 ,het zal dus bij #ajj ,c4 nog niet gaan koken1 ja verscheidene graden hooger verhit kunnen worden1 zonder dit te doen4 ,het kan dus een tijd lang in oververhitten toestand zich voortbewegen4 ,eindelijk echter nadert het de openingen der spleten1 en dus de plaats waar geen overmaat van drukking er meer op rusten zal4 ,is het dan toch nog warmer dan #ajj ,c41 dan zal het gaan koken1 plotseling of langzaam1 al naar gelang van de wijze waarop het toestroomt4 ,bij den overgang tot stoom zet het zich geweldig uit1 en perst dus al het water dat er boven staat voor zich uit4 ,zoo ontstaan de kokende bronnen4 ,in oververhitten toestand wordt het water in een zeer langzamen stroom toegevoerd4 ,houdt dan de drukking op1 dan gaat het koken1 en de stoom verhit het water in den vijver1 tot ook dit het kookpunt nadert1 waarna de stoom1 in grootere en kleinere bellen ongehinderd doorgaat1 bruisend en barstend aan de oppervlakte komend4 ,veel kleine geysers1 die heftig koken1 voeren alleen stoom en geen water omhoog1 en men ziet hun rand dan ook niet overvloeien2 een van de grootere heeft zelfs1 om het typisch zuinige van dit verschijnsel1 den naam van ,economy-geyser ontvangen4 ,zijn nu de onderaardsche spleten regelmatig1 zoo zal de bron gelijkelijk door blijven koken4 ,onregelmatigheden in de spleten kunnen echter tot plaatselijke ophoopingen van stoom aanleiding geven4 ,een gewelfvormige spleet1 die alleen van onderen toe- en afvoergangen heeft1 zal zich b4v4 allengs met stoom vullen1 en deze zal onder de drukking van de zuil water tusschen het gewelf en de oppervlakte van den uitmondings-vijver staan4 ,langzaam neemt de stoom toe1 tot hij eindelijk de geheele holte vult4 ,ontstaat er nu nog meer1 dan moet deze ontwijken1 en drukt dus de zuil water boven zich weg4 ,men ziet den kraterrand overvloeien1 meest schoksgewijze4 ,maar stoom weegt minder dan water1 en het wegpersen van de waterkolom ontheft den stoom in het onderaardsche gewelf van den druk1 die hem daar samenperste4 ,plotseling zet hij zich geweldig uit1 en slingert nu alles wat nog in het te doorloopen kanaal gebleven was1 en misschien zelfs al het water van den vijver1 met groote kracht voor zich uit4 ,in plaats van af te nemen1 neemt de kracht op den weg toe1 daar de drukking vermindert4 ,zoo worden in weinige minuten nagenoeg al de stoom en al het water hoog in de lucht opgeworpen4 ,dan echter is de kracht gebroken4 ,wat in den vijver neerviel vloeit thans kalm in de buis terug1 en de onderaardsche aanvoer vult het gewelf en de gangen met water4 ,langzaam begint de stoom zich weer op te hoopen1 tot hij eindelijk weer ontsnapt1 onder dezelfde hevige verschijnselen4 ,uit deze door ,bunsen gegeven voorstelling volgt nu als vanzelf1 dat spleten zonder zulke gewelven een regelmatig kokenden geyser zullen geven1 en dat de aanwezigheid van gewelven daarentegen de periodische werking kan teweeg brengen4 ,hoe grooter de gewelven1 des te langer zal het duren voordat zij voldoende met stoom gevuld zijn1 en des te langer zullen dus de perioden van rust zijn4 ,maar des te heviger zal ook de uitbarsting worden4 ,men moet zich dus de toevoerbuis van elken geyser als een onregelmatigen1 langzaam schuin omhoog stijgenden barst voorstellen1 waarvan de onregelmatigheden nu eens zonder beteekenis1 dan weer1 door de vorming van van boven gesloten gewelven1 geheel beslissend voor het verschijnsel worden4 ,in de verschillende spleten loopt het water meest onafhankelijk van de overige1 soms zelfs van zeer naburige bronnen4 ,dit blijkt allereerst daaruit dat de vijvers op de hellingen van een heuvel op zeer ongelijke hoogten plegen te liggen4 ,waren er communiceerende buizen1 zoo zouden de hoogere natuurlijk leegloopen en de lagere overvuld worden4 ,verder blijkt het uit het feit dat de uitbarstingen van naburige geysers van elkander geheel onafhankelijk zijn1 de meest woeste uiting van den een kan de volkomen rust van zijn buurman volstrekt niet storen4 ,laat ons thans de heftige maar voorbijgaande werkingen verlaten1 om ons met de kalmere en schijnbaar onaanzienlijke1 maar de eeuwen trotseerende afzettingen rondom de geysers bezig te houden4 ,de geysers1 en in dien naam zal ik thans gemakshalve de overeenkomstige kokende bronnen mede begrijpen1 liggen overal in de dalen van het ,yellowstone-park4 ,soms liggen zij eenzaam1 meest zijn zij tot groepen1 enkele malen tot groote groepen vereenigd4 ,in het laatste geval noemt men het geheele dal een geyser-bassin1 en het ,norris-bassin1 de ,lower-1 ,midway- en ,upper- #be;bassins zijn daaronder de meest bekende4 ,maar ook elders1 zelfs aan de oevers van het ,yellowstone-meer1 vindt men zulke bassins4 ,de term bassin is in zekere mate misleidend4 ,allereerst om de reeds besproken onderlinge onafhankelijkheid der geysers en om het feit dat er bijna nooit twee uit denzelfden vijver omhoog springen4 ,elke geyser heeft als het ware zijn eigen monding gemaakt1 het zij die vol water is of niet4 ,er is dus geen gemeenschappelijk bassin1 noch onder den grond1 noch er boven4 ,het is alleen een waterrijk dal1 dat vele bronnen omsluit4 ,verder is de naam van bassin misleidend1 omdat de geysers zich altijd op een soort van heuvel bevinden4 ,midden in het dal ligt zulk een heuvel1 van eigenaardige vorm en formatie1 en de vijvers1 spleten1 heete bronnen en geysers liggen bovenop of op de hellingen van dien heuvel4 ,de heuvel is laag en breed1 de hellingen zacht glooiend4 ,soms vult hij plaatselijk het dal over de geheele breedte en sluit dan aan de aangrenzende bergen aan1 maar altijd met een lageren rand1 waarlangs het geyserwater kan wegvloeien4 ,deze vlakke heuvels zijn het product der geysers2 zij bestaan uit een bizonder gesteente1 dat den naam van geyseriet draagt4 ,in tegenstelling met het travertijn der ,mammoth ,hot ,springs1 dat een kalkgesteente is1 is het geyseriet een kiezelgesteente4 ,zooals ik reeds meermalen opgemerkt heb1 liggen de geysers in de dalen tusschen heuvels en bergen die voornamelijk uit lava bestaan1 en is de lava zelf weer in hoofdzaak uit kiezelmassa's gevormd4 ,het water1 dat van die bergen naar de geysers stroomt1 vindt dus in de spleten op zijn weg geen kalk maar kiezelzuur om op te lossen4 ,dit is echter op verre na niet zoo gemakkelijk oplosbaar als kalk1 en het water neemt er dus1 ook bij een langen loop1 maar weinig van op4 ,dit opgeloste kiezelzuur nu wordt bij het uitstorten van het water en dus rondom de heete bronnen afgezet4 ,het vormt het geyseriet1 en het heeft dus1 in den loop der eeuwen1 de geheele geyserietheuvels in de dalen tot stand gebracht4 ,moge men ook uren lang op die bassins rondwandelen1 toch moet men bedenken1 dat deze geheele steenmassa eenmaal vloeibaar was4 ,niet alles tegelijkertijd1 maar achtereenvolgens1 eeuw na eeuw en laag na laag4 ,de vastlegging van dit kiezelzuur nu geschiedt uitsluitend door wieren4 ,noch de verkoeling van het water1 noch de betrekkelijk geringe verdamping kunnen het kiezelzuur doen neerslaan2 zonder de wieren zou het even rijk daaraan afvloeien als het omhoog gekomen was4 ,de afzetting van kiezelzuur door levende planten is geenszins een verschijnsel dat tot de geyserietvormingen beperkt is4 ,integendeel1 het is in het plantenrijk zeer algemeen1 veel algemeener dan de afzetting van kalk4 ,sommige planten zijn er zeer rijk aan en hebben er een bizondere hardheid en ruwheid aan te danken1 zooals b4v4 onze schuurbiezen1 wier schurend vermogen juist aan deze stof te wijten is4 ,opgelost kiezelzuur1 of liever oplosbaar kiezelzuur heet in den handel waterglas1 de oplossing ziet er uit als water1 maar gaat bij volledige verdamping in een glasachtige massa over1 die dan niet weer door water kan worden opgenomen4 ,in de planten wordt het opgenomen kiezelzuur eerst als een gelei-achtige massa in de celwanden gebonden1 zoodat het die geheel doortrekt1 voornamelijk in de buitenste weefsellagen4 ,grassen en granen zijn er zeer rijk aan4 ,allengs wordt het harder1 maar blijft met de celwanden zoo vereenigd dat men het daarin niet zien kan4 ,maar toch kan men het gemakkelijk vinden daar het onbrandbaar is en dus als een skelet achterblijft als men de weefsels voorzichtig verbrandt4 ,onder de wieren is er een groep1 die om dit kiezelgehalte zeer bekend is4 ,het zijn de kristalwieren of ,diatomeen1 beide namen die op hun vorm en niet op hun inwendigen bouw betrekking hebben4 ,zulke kristalwieren groeien ook bij ons overal in allerlei wateren1 waar zij dikwijls een dicht1 vlokkig of geleiachtig bekleedsel rondom de stengels der waterplanten vormen1 voor zooverre deze onder het water groeien4 ,zulke ,diatomeen spelen nu bij de vorming van het geyseriet een belangrijke rol1 maar zij verdragen de groote hitte van het opbruisende water niet en zijn dus beperkt tot de bassins1 die rondom de eigenlijke kraters door het overvloeien ontstaan4 ,aanzienlijke lagen van ,diatomeen vindt men b4v4 rondom ,black ,sand ,pool en voornamelijk op den bodem van het ,specimen lake1 dat daaraan zijn water ontleent4 ,soorten van de bekende geslachten ,navicula1 ,epithemia1 ,cocconema en andere nemen aan die formatie deel4 ,zij zouden even goed voor polijstaarde kunnen worden gebruikt als sommige ,diatomeen-lagen in ,europa4 ,toch zijn deze kristalwieren slechts van locale beteekenis4 ,zij vormen de hoofdmassa's van het geyseriet niet4 ,dit doen wiersoorten van een veel eenvoudigeren lichaamsbouw4 ,in het algemeen zijn het dezelfde geslachten en ten deele ook dezelfde soorten als in de travertijn-formatin4 ,in verband daarmede ziet men hier dan ook overeenkomstige kleurschakeeringen en kleuren4 ,de wanden der kokende vijvers zijn ook hier wit of zeer licht geel1 en de bruine of roode1 groene of blauwe1 lichte en donkere1 soms geheel zwarte overtrekselen ziet men slechts in de omringende bassins1 waar het water reeds meer of min afgekoeld is4 ,de wieren groeien snel1 maar het kiezelzuurgehalte van het water is gering1 zoodat op veel organische stof weinig sintelmassa komt4 ,voor een deel ten gevolge daarvan is het geyseriet later1 als het dood en droog is1 een veel lichter gesteente dan het travertijn1 terwijl toch anders de kiezelgesteenten juist niet tot de lichtste behooren4 ,ook verweert het zeer gemakkelijk1 en ziet men op de oppervlakte der geyserietheuvels de overblijfselen der oorspronkelijke structuur niet zoo veelvuldig en zoo fraai als op de travertijnrotsen4 ,onder de lagere wieren1 die hier een rol spelen1 mogen er hier enkele genoemd worden4 ,ten deele zijn zij dezelfde1 die ik bij de beschrijving der ,mammoth ,hot ,springs reeds heb aangevoerd4 ,de voornaamste geslachten zijn ,leptothrix1 ,phormidium1 ,calothrix1 ,gloeocapsa en andere4 ,de eerste zijn bleek en verdragen hooge temperaturen1 de ,gloeocapsa is blauwgroen en vormt soms aan de buitenzijde der geyserkegels zwarte geleiachtig-vliezige en soms vingerdikke overtreksels4 ,de kleur schijnt overigens zeer veranderlijk te zijn1 want als men van een bruin of zwart overtreksel in een warm stroompje of bassintje deelen los maakt1 ziet men de onderzijde dikwijls groen of blauwgroen4 ,de wijze waarop deze wieren de formatie tot stand brengen hoop ik weldra1 naar aanleiding van mijn bezoek aan het ,upper ,geyser-bassin1 uitvoerig te schilderen4 ,vooraf moge echter het een en ander omtrent de voornaamste bassins gezegd worden4 ,zij liggen dicht bijeen1 op een bijna recht van het zuiden naar het noorden loopende lijn4 ,de toerist bezoekt ze in zoodanige volgorde1 dat hij met de minst belangrijke begint1 om met de groep der krachtigste geysers te eindigen4 ,het meest noordelijke of ,norris bassin omvat een aantal geysers1 bronnen en stoomspleten1 deels in het dal1 deels op de hellingen der heuvels gelegen4 ,onder hen speelt de ,constant om de minuut1 zijn waterdroppels eenige meters omhoog werpende4 ,de ,congress is gewoonlijk een groote1 blauwe1 kokende vijver1 maar geeft op onverwachte tijden geweldige uitbarstingen4 ,overal in den grond ziet men spleten en gaten1 waaruit stoom komt en waaronder men het rommelen hooren kan4 ,soms zijn die gaten met een dunne korst van geyseriet bedekt en onzichtbaar2 op zulke plekken moet men bij het loopen zeer voorzichtig zijn1 daar de korst te dun is1 om het gewicht van een mensch te dragen4 ,men doet beter op de planken te blijven1 die hier de voetpaden vormen4 ,een zeer breede1 ternauwernood vingerdiepe stroom voert het warme water uit al deze bronnen weg1 vloeiend over een laag van kleurig en levend1 voortdurend aangroeiend geyseriet4 ,hooger op den berg liggen geweldige stoomspleten1 die een oorverdoovend geraas maken1 en nog iets hooger de ,black ,growler1 #bf waarvan de kegelvormige opening geheel leeg1 maar tot aan den bovenrand met zwarte koraalvormige wiergroeingen bedekt was4 ,ik wachtte een poosje en zag langzaam het water in den trechter opstijgen4 ,het bereikte een zekere hoogte en zonk toen weer weg4 ,daarna stijgt het gewoonlijk weer1 nu eens hooger1 dan weer lager1 nu eens alle wieren bevochtigend en overvloeiend over den rand1 dan weer onvermogend om ook maar de helft van het koraal-oppervlak te bedekken4 ,de naam ,growler duidt op het geruisch1 dat hij bij al die bewegingen maakt4 ,new ,crater1 ,gibbon-,geyser en vele andere zou ik kunnen noemen2 ik wil echter alleen de grijze-verfpotten vermelden1 die vol met een grauw troebel water zijn1 dat over de geheele oppervlakte kookt4 ,in het ,lower ,geyser-bassin vindt men heldere bronnen1 rond en blauw als een oog en omgeven met een bruinen rand1 die met blauwe ,convolvulussen vergeleken worden en daarom1 met den engelschen naam dier bloemen1 ,morning glories worden genoemd4 ,verder grijze-verfpotten1 stoomspleten en geysers1 en allerlei andere vormen van stoom-uitlaten4 ,great ,fountain is hier een der meest bekende geysers4 ,het ,midway ,geyser-bassin vertoont het uitgestrekte meer van den ,excelsior ,geyser en verder den ,turquoise ,spring en het ,prismatic lake4 ,het ,upper ,geyser-bassin is het belangrijkste4 ,het ligt zoo1 dat men het van uit het htel nagenoeg geheel kan overzien4 ,rechts ligt ,old ,faithful1 springend om het uur4 ,midden door het bassin loopt de ,firehole-rivier1 zijn bedding ingravend in het geyseriet en de heete wateren der bronnen overal opnemend4 ,soms ziet men ze vlak aan den rand der rivier opkoken1 soms stroomt het warme water langs de helling over afstanden van honderden meters omlaag4 ,de rivier is rijk aan forellen1 en vandaar het verhaal dat men hier1 zonder zijn plaats te veranderen1 een forel vangen kan en hem dan aan den hengel in de heete bron kan houden om hem te koken4 ,aan de overzijde der rivier liggen tal van kleine1 voortdurend1 maar betrekkelijk zwak werkende geysers1 als ,beehive #bg1 ,sponge #bh1 ,beach #bi1 ,surprise #cj en andere4 ,aan de zijde van den rijweg liggen vooral ,castle en ,giant1 over wier werkingen ik reeds gesproken heb1 en verder een groot aantal kleinere4 ,ook vindt men hier lange reeksen van uitgedoofde kraters1 die meest geheel droog zijn4 ,aan beide zijden is het dal ingesloten tusschen heuvelreeksen die met uitgestrekte dennebosschen begroeid zijn1 en bijna van alle plaatsen kan men ,old ,faithful zien1 als hij aan het einde van elk uur zijn water en zijn stoommassa hoog in de lucht werpt4 ,maar ik zou kans loopen1 eenvoudig een uittreksel uit mijn gids-boekjes te geven1 als ik deze beschrijving wilde vervolgen4 ,het medegedeelde echter meen ik1 dat noodig is voor een juist begrip van de bespreking1 die ik thans op grond van mijn eigen bezoek wensch te geven4 ,ik begin daartoe met de voornaamste groep van geysers die den naam van ,upper-,geyser-bassin voert4 ,en onder hen is de belangrijkste geyser die van de ,old ,faithful1 die vlak bij het htel is dat daarnaar den reeds genoemden naam van ,old ,faithful ,inn draagt4 ,hij springt1 of speelt zooals men het daar noemt1 om het uur1 en de reizigers die slechts een halven dag in dit bassin vertoeven1 kunnen dus alleen op hem met zekerheid rekenen om de werking van een machtigen geyser te zien4 ,hij is zoo trouw in zijn uitbarstingen1 dat men telkens vooraf kan berekenen1 wanneer er weer een komen zal4 ,en zijne periode van een uur heeft hij onveranderlijk behouden gedurende al de--weinige--jaren1 dat men hem kent4 ,nauwkeuriger gezegd duren de perioden gemiddeld #fe minuten1 waarbij dan de tijd van rust en de tijd van werkzaamheid telkens als n periode samen gerekend zijn4 ,ik begaf mij dus op het juiste oogenblik uit het htel naar den geyser1 beschouwde hem eerst in den rusttoestand1 zag daarna in de diepte van de krateropening het heete water omhoog komen en ging toen op een bank zitten om het verdere verloop te aanschouwen4 ,het ging langzaam genoeg om de volgende aanteekeningen te maken4 ,de krater is een zeer vlakke kegel met een zeer fraaie terrassen-formatie met tal van zijbekkens1 waarin het water blijft staan4 ,die bekkens zijn omgeven door armsdikke gekronkelde randen4 ,de hoogere1 waarin het heete water rechtstreeks valt1 hebben krijtwitte randen1 de lagere1 waarin het water na gedeeltelijke afkoeling vloeit1 hebben meest lichtbruine randen1 vooral waar zij nog nat zijn4 ,in de eerste bekkens ziet men witte en lichtgele afzettingen1 die den bodem met een eigenaardig gevarierde vegetatie van sintelwieren bedekken2 hier zijn de randen hoog opgegroeid en de bekkens dus vrij diep4 ,de koelere bekkens zijn vlakker1 minder diep en vol bruine afzettingen in allerlei tinten4 ,nog verder af1 waar de helling veel geringer wordt1 zijn vlakke terrassen zonder opstaande randen1 trapgewijze afdalend2 het water vloeit hier eenvoudig langzaam in een dunne laag over de geheele sintelmassa heen4 ,soms is die vlakte te droog2 dat hangt er grootendeels van af of de wind de geyserkolom naar de eene zijde of naar de andere zijde waait en dichterbij of verder af doet neervallen4 ,want de uitbarsting moet elk uur het noodige water voor het overvloeien in het volgend uur leveren4 ,op dit breede terrassenvlak komen groote vlokken van zwarte geleiachtige wiermassa's voor1 die het terrein hier en daar zoo glibberig maken1 dat het gevaarlijk is er op te loopen4 ,old ,faithful staat niet alleen2 rondom hem ziet men nog ruim een half dozijn kraters van ongeveer gelijken bouw en ontwikkeling4 ,zij staan allen op denzelfden breeden heuvelrug1 vlak langs de rivier1 waarheen dan ook het geyserwater afvloeit4 ,maar al die buren zijn sinds lang uitgedoofd en onwerkzaam geworden4 ,de krater is een diep gat op den top van den vlakken heuvel4 ,rondom de eigenlijke opening is een dikke wal opgegroeid1 sierlijk geteekend met randen en lijsten als aanduiding van de werkzaamheid der wieren4 ,in het gat ziet men in de rustperiode geen water1 doch voortdurend komen er heete dampen uit te voorschijn4 ,aan de noordzijde is de rand hoog en onregelmatig1 omstreeks een halven meter hoog4 ,hij bestaat uit een grijswitte steenmassa met ronde vormen1 en overal ziet men de fijne ribbelingen van den wiergroei4 ,naast den krater en hier en daar over den heuvel verspreid zijn een aantal kleinere gaten1 waarin water kookt of waaruit stoom komt4 ,voortdurend hoort men de onderaardsche opborrelingen4 ,langzaam wordt nu de stoommassa in den hoofdkrater dichter en van tijd tot tijd stijgt zij wat hooger op1 terwijl de wind de nevels zuidwaarts drijft4 ,voor enkele minuten zag ik den krater nog leeg1 nu spuit hij herhaaldelijk groote druppels heet water omhoog1 en rust dan schijnbaar weer eenigen tijd4 ,maar het onderaardsche geluid hoort men nu voortdurend1 het wordt langzaam sterker4 ,plotseling wordt een watermassa tot een hoogte van een meter in druppels opgeworpen1 en weer volgt schijnbare rust4 ,dan volgt weer zulk een kleine1 voorloopige uitbarsting4 ,allengs worden deze talrijker en krachtiger1 doch de pauzen duren soms nog eenige minuten4 ,nog eens wordt de dampzuil hooger en voller1 dan weer lager en zwakker1 en van tijd tot tijd worden weer gulpen waterdruppels omhoog geworpen4 ,dit voorspel duurt ruim een kwartier1 dan volgt weer schijnbare rust1 ofschoon de stoom en het geluid voortduren4 ,plotseling volgt nu de uitbarsting4 ,huizen hoog wordt het water in een dikken straal van druppels omhoog gezonden1 schok volgt op schok1 en de fijne nevel1 die alles omgeeft1 wordt door den wind voldoende op zijde geschoven1 om het geheele spel te laten zien4 ,geen straal of zuil van water komt er omhoog1 alles is stof-fijn verdeeld in grootere en kleinere druppels1 in onnoemelijk aantal4 ,de druppels verplaatst de zachte wind maar weinig2 zij vallen rondom neer1 en over den geheelen geyserheuvel vloeit nu voor een korte pooze het heete water4 ,na een paar minuten wordt de zuil van druppels iets lager1 maar dan duurt het nog geruimen tijd vr zij sterk vermindert4 ,telkens komen er nog schokken1 die de druppels weer wat hooger opwerpen4 ,eerst na ongeveer vijf minuten houdt het spel op4 ,ik ging er terstond heen1 maar de krater was leeg1 zoover ik in zijne diepte kon zien1 en alleen met dwarrelende stoom gevuld4 ,toen volgde weer ruim een half uur van rust en daarna begon allengs het voorspel4 ,dit duurt1 met de uitbarsting zelve1 bijna een half uur4 ,zoo gaat het jaar uit jaar in1 met de groote regelmatigheid1 die er den naam van ,old ,faithful aan heeft doen geven4 ,ik had op dien namiddag nog verscheidene malen het voorrecht de uitbarsting te zien1 maar telkens bevond ik mij op een anderen afstand en min of meer aan een andere zijde4 ,telkens ook woei de wind anders1 en werd de wolkenzuil1 die de druppelmassa omgaf1 of ter plaatse gehouden of in andere richting en op andere wijze weggedreven4 ,eenmaal kon ik1 op aanzienlijken afstand staande1 de hoogte van de rookzuil goed vergelijken met de hoogte der boomen in het bosch er achter2 de rook dreef in horizontale richting weg1 ver boven de toppen der dennen4 ,over het algemeen ziet men de trotsche trekken van het verschijnsel pas op eenigen afstand goed2 eerst hier is het werkelijk indrukwekkend4 ,de bizonderheden treden op den achtergrond en vooral het voorspel1 dat betrekkelijk zoo lang duurt1 ziet men niet4 ,plotseling en zonder voorbereiding ziet men de geweldige zuil van damp en water omhoog stijgen in al de schittering van het zonlicht1 en kort daarop verdwijnt zij even plotseling en keert de volle rust van het landschap weer terug4 ,na de uitbarsting van ,old ,faithful gadegeslagen te hebben volgde ik den stroom van zijn water naar de ,firehole #ca-rivier en ging over een brug naar de andere zijde1 waar op een uitgestrekt1 een weinig golvend terrein een groot aantal der kleinere geysers bijeen liggen4 ,hier had ik een gunstige gelegenheid om vele bizonderheden te leeren kennen1 zoowel omtrent het koken van het water als vooral omtrent de werkzaamheid der sintelwieren1 die de randen en de kraterkegels opbouwen4 ,tea ,kettle #cb is een ronde ketel van #b-c meter doorsnede1 met een lagen opstaanden rand1 die zich niet meer dan een paar decimeters boven den ketel verheft4 ,de rand is dik en van boven naar binnen toe omgebogen4 ,het water vult den ketel met een heldere1 doorschijnende1 donkerblauwe massa1 en ergens in den bodem1 op eenigen afstand van het midden1 is een gat1 waaruit het voortdurend heftig opkookt4 ,de ketelrand heeft een overlaat en een lek4 ,het lek ligt iets lager en daaruit vloeit voortdurend water4 ,het is een horizontale spleet in den overigens gaven wand4 ,het is de oorsprong van een beekje1 met witte wierafzetsels in 't midden doch met zwarte1 glibberige1 levende randen4 ,verder op1 waar 't water minder heet is1 worden de witte wieren door oranjeroode soorten vervangen4 ,de overlaat is bizonder fraai gebouwd1 daar de geheele meer dan handbreede oppervlakte er van met kleine koraalvormingen dicht bezet is4 ,aan de buitenzijde is een klein vijvertje1 dat somtijds een afvloeibeekje heeft1 maar dit was tijdens mijn bezoek droog4 ,die koraalvormingen in den overlaat zijn een begin van herstel der opening en leeren dus hoe de geheele wand is opgebouwd4 ,let men hier op1 dan ziet men aan die zijde van den ketel1 waar de winden van tijd tot tijd het water over den rand kunnen waaien1 juist dezelfde koraalvormingen1 maar kleiner1 dikker en meer tot een dichte massa aaneensluitend4 ,zij staan in groepjes1 die de richting van het overvloeiende water volgen en dus dwars over den ketelwand gaan2 op de buitenvlakte zijn de koralen langer en met zuiverder1 meer levende toppen dan op den bovenkant4 ,elders op den rand is de droge oppervlakte klaarblijkelijk afgesleten1 maar vertoont toch nog dezelfde structuur4 ,ook zijn de openingen tusschen de wierkoralen hier door nieuwere formaties grootendeels toegegroeid4 ,hier en daar is door deze vormingen de wand fijn getand of gegolfd of gekarteld1 maar zelfs in die tanden en kartelingen is de massa zoo hard als steen4 ,de witte wiermassa is dus hier niet eerst een dikke gelei1 maar verkiezelt nagenoeg in gelijke mate als zij groeit4 ,topaas-pool is een jonger voorbeeld van dezelfde ketelvorming4 ,zij is van boven nog wijder open en zoo breed1 dat zij aan haar rand voldoende afgekoeld is voor den groei der bruine wieren4 ,dit heeft haar klaarblijkelijk haar naam doen geven4 ,het opborrelende water stroomt in een breede beek snel weg1 terwijl het over verscheidene meters van den weg in zijn midden nog te heet is om den groei der bruine wieren toe te laten4 ,vlak er naast is een breed gat1 zoo breed dat men er bijna in zou kunnen afdalen4 ,heel in de diepte ziet en hoort men het water koken4 ,zulke gaten1 kleine heete bronnen1 kleine kokende vijvertjes en kleine geysers zijn hier talloos over den geheelen geyserietheuvel verspreid1 veel te talrijk om ze afzonderlijk op te noemen4 ,zij vertoonen alle een zekere periodiciteit1 de een meer1 de ander minder4 ,in intervallen van enkele minuten pleegt het water nu eens harder en dan weer zachter te koken en soms bijna geheel zonder beweging te zijn4 ,de vormen der vijvertjes zijn zeer verschillend1 maar naderen meestal tot het cirkelronde of wijken daarvan alleen om plaatselijke redenen af4 ,en1 twee of drie meters middellijn is de gewone grootte4 ,beach is de naam van een diepen ketel1 omgeven door een breeden vlakken rand4 ,op dezen rand staat het water maar een vingerdikte hoog1 en een kleine lijst beveiligt het tegen wegvloeien4 ,die lijst is echter zeer onregelmatig1 zoodat het water bij de minste golvende beweging overvloeien kan4 ,tusschen den diepen ketel en den vlakken vijver er rondom is ook een sintelrand1 die boven het water uitsteekt1 maar waarover het toch telkens bij het koken wordt heen geworpen4 ,de bodem van den vlakken vijver is met brosse1 korrelige wiermassa's dicht begroeid2 zij zijn lichtgeel van kleur4 ,in den diepen ketel is het water helder blauw en in de diepte ziet men de vooruit groeiende gedeelten van den levenden wand als ronde witte rotsblokken4 ,juist had ik deze beschrijving gemaakt1 toen het water in den ketel1 dat zoolang rustig geweest was1 heftig begon op te koken4 ,dit duurde echter slechts kort1 daarna kwam weer rust1 ofschoon nu en dan afgebroken door het opstijgen van groote stoomblazen4 ,nu begint het weer heftiger te koken en talrijke groote stoombellen komen uit de diepte te voorschijn4 ,ook schijnt de watermassa toe te nemen4 ,allengs worden de stoombellen zoo talrijk en zoo krachtig1 dat zij waterdruppels meenemen en in de lucht slingeren4 ,in golven stroomt het water over den rand van den ketel in den omringenden vlakken vijver1 maar toch is slechts een zeer geringe overvloei van dien vijver er het gevolg van1 en allengs komt de kokende massa weer tot rust4 ,de onderaardsche spleet werpt dus hier veel stoom maar slechts weinig water omhoog4 ,kleinere poeltjes zijn in het algemeen duidelijker van bouw dan de grootere4 ,men ziet dat de geheele wand1 tot zoo diep het oog reiken kan1 met groeiende steenmassa's bekleed is4 ,de wieren daarin groeien niet in vlakke lagen1 maar maken overal vooruitstekende hoorntjes1 die zich soms tot groote halve bollen vereenigen1 soms kartelranden maken en in het algemeen een zeer groote verscheidenheid van vormen voortbrengen4 ,dikwijls groeien zij in verdiepingen van lijsten1 de bovenste aan de oppervlakte van het water1 de overige trapsgewijze lager4 ,dichtbij was een trechtervormige put1 die geheel met een geelbruin wier bekleed was4 ,alleen de randen waren grijs1 en de kleurverdeeling was dus juist andersom dan in de meeste overige gevallen4 ,toch was ook hier het water kokend heet4 ,vlak er naast zag ik een diepe1 met heet water gevulde kloof met zuiver witte1 koraalachtige wanden4 ,lion1 ,lioness en ,cubs #cc zijn namen van dergelijke grijswandige formaties1 die reeds een hoogeren ketelrand om zich heen gevormd hebben4 ,hun water kookt hevig1 zij staan dicht bijeen op een heuveltop met vrij steile wanden4 ,bee-hive1 een der meest bekende kleine geysers1 heeft rondom zijn krater een wand gemaakt die sterk op een bijenkorf gelijkt1 maar van boven open is4 ,de korf is ongeveer een meter hoog4 ,na deze groep van kleine geysers en vijvertjes beschouwd en nog een laatsten blik over het periodisch opspuiten van het water geworpen te hebben1 begaf ik mij weer naar de andere zijde van de ,firehole-rivier4 ,hier verheft zich de ,castle als een kasteel boven op een grooten1 vlakken geyseriet-heuvel4 ,de ,castle is een der grootste geysers1 werpt zijn waterdruppelzuil vele malen hooger en in veel dikkere massa op dan ,old ,faithful1 maar wisselt dan ook zijn werkzaamheid met perioden van rust af1 die langer dan een dag duren4 ,ik had niet het voorrecht een uitbarsting te zien1 maar daarentegen wel de gelegenheid om de formatie zeer nauwkeurig te bestudeeren4 ,deze biedt hier meer afwisseling dan bij de meeste andere geysers4 ,op den geyseriet-heuvel1 dicht bij den ,castle-geyser bevindt zich een vrij groot1 ondiep meertje ,crest #cd of pool #ce geheeten1 en verder ziet men er een aantal andere poeltjes en spleten met kokend water of met stoom4 ,het kasteel is een bijna zuilvormige kraterwand1 ongeveer manshoog en even breed2 het wierp tijdens mijn bezoek voortdurend stoom en ongeveer om de minuut een smalle maar hooge zuil van waterdruppels uit4 ,aan de westzijde is de wand steil en de voet rond1 aan de oostzijde echter bestaat de voet1 onder de zuil1 uit een trapsgewijs gebouw van terrassen1 waarop het water1 dat het kasteel uitwerpt1 neervalt4 ,de geheele heuvel is grijs1 en van terras naar terras stroomen breede beekjes vol heet water4 ,de randen der terrassen golven sterk en zijn geheel met koraalvormingen bedekt1 en dus van nabij gezien uiterst fraai4 ,op een afstand maakt dit alles zeer sterk den indruk eener oude rune4 ,en deze indruk wordt nog versterkt door de vele gaten en holten1 openingen die door uitgroeiingen der wierranden overwelfd zijn1 en die aan dezen krater een zeer eigenaardig karakter geven4 ,aan den steileren kant vloeit het water sneller af1 en hier zijn de koraalvormingen dus veel minder ontwikkeld4 ,ook brokkelt en schaalt die massa hier voortdurend af1 waarschijnlijk omdat zij te dikwijls droog is4 ,rondom den voet1 waar het overvloeiende water al afgekoeld is1 is de grond evenzeer van een schaalachtigen bouw1 met een geribbelde oppervlakte maar zonder de eigenlijke koraalvormingen4 ,kon men van den eigenlijken kraterwand een stuk zoo groot als een hoofd afnemen en afzonderlijk vertoonen1 zoo zou het zeer gemakkelijk met een echt koraal verward kunnen worden1 zoo groot is de gelijkenis4 ,ik bedoel met die soorten van koralen1 die als bollen van een dichte vertakte massa opgroeien1 zoodat de oppervlakte voortdurend met tallooze kleine opstaande takjes bedekt is1 terwijl de massa daaronder aaneengegroeid en steenhard geworden is4 ,dezelfde eigenaardige verdeeling in vakken en groepen vindt men ook hier4 ,op den breeden voet1 waarop dit kasteel rust1 liggen de schalen tamelijk los op elkander4 ,sommige schalen zijn zoo dik als papier1 andere zoo dik als een vinger2 overal vertoonen zij de ribbelingen der randwieren1 dikwijls in zeer fraaie teekeningen4 ,de overvloeiende watermassa stroomt in talrijke groote en kleine beekjes langzaam naar beneden en vereenigt zich hier en daar met het water der andere heete bronnen van dezen heuvel4 ,op eene plaats vormen zij een breeden poel1 die geheel met de oranje-roode wiersoort volgegroeid is1 afgezien van smalle gekronkelde lijnen1 waarin het water in dezen poel omlaag stroomt4 ,het water is zoo heet1 dat torren1 libellen en andere insecten er in sterven als zij er bij ongeluk in vliegen2 toch tieren de roodbruine wieren hier welig4 ,langs de stroompjes ziet men ze in lange1 fijne1 sterk vertakte draden1 boomvormig als de stroom ze vrij laat1 en als natte penseelen overal1 waar de stroom ze heen en weer wiegelt4 ,op den bodem vormen zij een zeer sierlijke teekening1 een bekleeding die fluweelachtig naar een zelfde richting heenvloeit4 ,in de diepte helderbruin1 zijn zij dichter bij het oppervlak donkerder van kleur en tevens meer geleiachtig4 ,waar het water1 tusschen de stroompjes1 stilstaat1 groeien zij omhoog1 zoodat zij er een sierlijk netwerk van walletjes van een vrij vaste gelei vormen4 ,die walletjes houden het water tegen en doen het stilstaan1 trots de zwakke helling van den bodem aan den poel4 ,nu eens omsluiten die walletjes kleinere1 en dan weer grootere watervakken4 ,is het water door den groei dier walletjes dieper geworden1 dan groeien de oranje bruine wieren als dunne boompjes omhoog1 om zich eerst aan de oppervlakte uit te breiden4 ,zij zien er dan uit als tallooze kleine paddestoelen1 wier koppen op dunne stelen rusten en allengs tegen elkander aan gaan sluiten1 zoodat zij een dicht vlies over het water vormen4 ,zinkt nu de oppervlakte van het water1 hetzij doordat de toevoer vermindert1 hetzij doordat tijdelijk een betere afvoer tot stand komt1 dan wordt deze oranje massa allengs geheel wit1 maar blijft nog staan als een harde geleikorst4 ,verdroogt zij dan ten slotte1 zoo wordt de grond weer begaanbaar1 en maken de kiezelwieren het geheel bros en korrelig1 zoodat het weldra in een zanderige massa verandert4 ,het beschreven poeltje is klaarblijkelijk van jonge vorming en grenst aan de eene zijde aan een ouder gedeelte1 dat met grassen1 asters1 gulden roeden en andere kleine1 meest bloeiende planten begroeid is4 ,enkele vooruitspringende grasplanten zag ik door het heete water gedood4 ,langzamerhand ontstaat in dit poeltje een laag van een zeer poreuze structuur1 die in verhouding tot het kiezelzuur1 dat uit het water wordt afgezet1 rijk is aan organische stof maar ook rijk aan die zouten1 die voor het leven en den groei der wieren noodig zijn4 ,deze stoffen zijn dezelfde1 die ook het voedsel voor de bloemplanten vormen1 en daaruit volgt1 dat als eenmaal dit poeltje opgedroogd zal zijn1 de grond voor allerlei plantengroei bizonder geschikt moet worden4 ,dit verklaart ons op een zeer eenvoudige wijze waarom de heuvels van geyseriet over het algemeen zoo spoedig met gras en andere planten begroeid worden4 ,er is daartoe niet veel anders noodig dan dat de heete waterstroom tijdelijk naar een andere zijde wordt afgeleid4 ,het verklaart ons tevens1 hoe de dennen bijna even gaarne op deze gesteenten van jongen vulcanischen oorsprong groeien als op de lava's1 die overal rondom deze vallei de boschbedekte bergen vormen4 ,op deze is het verweerend gesteente rijk aan minerale voedingsstoffen1 terwijl de geyserietheuvels niet alleen uit kiezelzuur bestaan1 maar ook uit die andere bestanddeelen1 die hier niet door verweering ontstaan1 maar rechtstreeks door den groei der wieren vastgelegd zijn4 ,de verandering der levende wieren in dit vruchtbare gesteente verdient nog een nadere beschouwing4 ,zij vormen een vlies1 dat aan de onderzijde langzamerhand verkiezelt2 zij plegen daar meest vast met den onderliggenden bodem te zijn verbonden1 daar zij slechts een voortzetting van den groei en de transformatie van dien bodem zijn4 ,doch soms laat de bovenste korst in kleine stukjes min of meer gemakkelijk los2 en dan blijken die stukjes op de breukvlakte groen te zijn4 ,en dit zoowel als de bovenkant donkerbruin is1 als wanneer zij zoo bleek is1 dat men er geen wierleven in vermoeden zou4 ,het groen is blauwachtig in allerlei tinten1 zoodat men daaruit mag afleiden dat hier soorten uit de groep der ,blauwwieren de hoofdrol spelen4 ,de losgelaten stukjes bevatten vrij veel kiezelzuur maar zijn nog bros en het was gemakkelijk ze tot een fijn poeder te wrijven4 ,in de onmiddellijke nabijheid der geyserbekkens en der heete bronnen droogt deze korst veelal langzaam op1 en ik vond haar op verschillende plaatsen afschilferend4 ,dan was de droge bovenkant der schilfers hard en grijs1 maar de onderkant was nog geleiachtig en groen4 ,daar ging dus het leven nog voort1 en kon het telkens1 als de bron er water overheen werpt1 opnieuw werkzaam worden en kiezelzuur vastleggen4 ,de kale1 harde1 schijnbaar rotsachtige grond is dus hier overal levend en groeiend4 ,hoe diep deze gelei nog vochtig genoeg blijft om te leven1 en hoe dik dus de laag is die nog groeien kan1 is moeilijk na te gaan4 ,de geheel losgeraakte schilfers1 waarmede de geyserietheuvels overal bedekt zijn1 zijn natuurlijk ook aan de onderzijde grijs1 al bevatten zij misschien hier en daar nog levende overblijfselen van wieren4 ,evenals de bruine wieren vond ik ook de zwarte gelei op den bodem der koelere beekjes van onderen groen en hard4 ,aan de randen der heete bronnen drogen de wiervliezen niet zelden op1 zonder nog versteend te zijn1 en worden zij dus min of meer leerachtig4 ,ook deze vond ik1 als ze nog vochtig waren1 aan de onderzijde groen1 terwijl de bovenkant bruin of zwart was4 ,hier en daar zag ik ook1 hoe de diepere beekjes soms gleuven in den grond maken1 en waar de wanden schuin overhellen en dus een onderkant hebben1 is deze dan duidelijk groen4 ,en dit ook daar1 waar het water nog zeer heet was4 ,een zeer eigenaardig geval van den groei der kiezelwieren zag ik aan den rijweg dicht bij den ,castle-geyser4 ,een deel van het water uit deze bron wordt in een kunstmatige greppel verzameld en van deze uit door een houten goot naar een grooten houten bak naast den weg geleid4 ,in de goot is het water nog zeer heet1 in den bak nog warm4 ,de bodem van die goot is bekleed met de bruine wieren1 die er deels in vlokken en deels in draden groeien1 en die1 als men ze wegveegt1 van onderen weer blijken groen te zijn4 ,zij zetten nog laatste overblijfselen van het opgeloste kiezelzuur uit het water af en vormen dus allengs een verhardende korst tegen de binnenzijde van den wand der goot4 ,tusschen al deze lage en breede geyserietheuvels1 met hun tallooze bekken en spleten1 stroomt de ,firehole-rivier in sierlijke kronkelingen4 ,soms hellen de heuvels zoo sterk1 dat zij het water nog heet in de rivier brengen2 soms zijn zij zoo vlak en wordt het water zoo breed uitgespreid1 dat het afkoelt en een soort van moeras vormt1 waarin gras en biezen en talrijke bloemen welig tieren4 ,vlak langs de rivier vindt men somwijlen ook heete bronnen1 soms ook kegelvormige kraters rondom kokende poeltjes4 ,meest zijn zij grijswit1 soms met bruine wieren zoo sterk overgroeid1 dat de toeristen ze met den naam van chocolade-potten bestempelen4 ,enkele kraters liggen niet hooger dan de rivier zelf2 kokend en in een breeden stroom zag ik hier het water in de rivier vloeien zoodat plaatselijk alle groei van hoogere planten belet werd4 ,zelfs hoog opspringende geysers vindt men aan den rand van den stroom1 bijna in de rivier zelve4 ,rondom zijn de bergen met het donkere dennebosch bedekt1 of ziet men op de hellingen de tallooze kleine gewassen1 die ze met een dicht en overal bloeiend gazon bekleeden4 ,in de moerasachtige gedeelten langs de rivier1 tusschen het hooge gras1 schitteren de blauwe sterbloemen der ,sisyrrhynchium's1 de gele ,mimulus1 paarsche asters1 lange witte bloemtrossen van ,orchideen en tal van andere fraai bloeiende planten4 ,overal heerscht leven en prijken bonte kleuren4 ,maar de grond waarop zij groeien is grootendeels zelf een product van het leven1 zij het dan ook van allerlaagst georganiseerde wezens en van een groei onder de meest vreemde omstandigheden4 ,onder en boven den grond wedijveren de wieren en de bloemplanten4 ,maar terwijl de laatste telken jaren verdwijnen1 hoopen de kleine wieren in den loop der eeuwen hunnen arbeid op1 en stichten zij de kraters en geyserietheuvels4 ,zoodoende herinneren zij ons levendig aan ,harting's woord3 ,de macht van het kleine4 ,reeds meermalen heb ik opgemerkt1 dat volstrekt niet alle geysers hun water tot aanzienlijke hoogte opwerpen4 ,integendeel1 verreweg de meeste zijn slechts warme bronnen1 waarin het water wel kookt en opbruist1 maar slechts tot een geringe hoogte opspat4 ,ik kom daarom thans tot een beschouwing van de warme bronnen en de stoomspleten4 ,wat de geysers ook vr mogen hebben door hun geweldige werkingen1 de warme bronnen winnen het verre van hen in schoonheid4 ,de namen ,gem #cf1 ,jewel #cg1 ,emerald #ch pool1 ,morning glory--de engelsche naam voor den blauwen ,convolvulus1--en talrijke andere bewijzen dit ten duidelijkste4 ,de stoomspleten vinden weinig aandacht1 zij zijn uitermate talrijk en meest kleine1 soms zeer kleine gaten in den gewonen beganen grond4 ,soms spuiten zij stoom uit1 soms hoort men er een borrelend geluid in en soms ziet men in de diepte wat kokend water4 ,maar eigenlijke open vijvertjes vormen zij niet2 dit is het type der warme bronnen4 ,de vijvertjes zijn meest alle nagenoeg even groot1 en eenige weinige meters in diameter2 soms echter zijn twee of meer naburige vijvertjes ineengevloeid en toonen zij biscuitvormige gedaanten4 ,het oppervlak is meestal cirkelrond of daartoe naderend4 ,de bodem is soms panvormig1 soms trechtervormig en soms meer trompetvormig4 ,in het eerste geval ziet men in de diepte een aantal plaatsen1 waar de stoomblazen in het water opstijgen2 terwijl in de trechter- en trompetvormige bronnen de stoom bijna uitsluitend of tenminste in hoofdzaak uit de diepte van het midden te voorschijn komt4 ,het water is zeer helder en de wanden zijn meestal wit1 terwijl in het diepste gedeelte de bodem niet gezien kan worden4 ,de kleur van het water is blauw1 het diepste gedeelte bijna zwart4 ,deze kleur is zoo zuiver1 dat zij alleen voldoende zou zijn om de bronnen tot juweelen en edelgesteenten te stempelen1 maar zeer dikwijls zijn deze nog gevat in een ring van goud of van zilver4 ,dit is dan het geval1 wanneer de rand zich zeer vlak uitspreidt1 wat vooral bij de trompetvormige voorkomt2 dan groeien daarin oranjebruine of zilverwitte wieren1 die een gelijkmatig overtreksel over den vlakken bodem van den ondiepen rand vormen1 wat dan den indruk van een ring rondom een edelen steen maakt4 ,uit de duistere en raadselachtige diepte stijgt de stoom in blazen op4 ,nu eens in enkele groote1 dan weer in talrijke kleine4 ,valt het licht gunstig in1 dan schitteren deze blazen in de diepte als zilver of als goud1 en worden dan soms1 om hun beweeglijkheid1 met vlammen vergeleken4 ,omhoog stijgende doen zij het water opborrelen en koken4 ,met den stoom wordt ook heet water opgevoerd1 doch in zeer wisselende hoeveelheden4 ,men leidt dit af uit het feit1 dat de vijvertjes voortdurend overvloeien2 het overtollige water loopt dan over den rand weg4 ,want elk vijvertje neemt in den regel het hoogste punt van den vlakken heuvel in1 waarop het voorkomt4 ,sommige nu vloeien sterk over1 andere weinig1 nog andere in het geheel niet4 ,tot de helderheid van het water en de overweldigend schoone kleuren draagt de bouw van den trechterwand zeer veel bij4 ,deze wand toch is meestal zeer zuiver wit4 ,zelden is hij vlak1 of volgt hij nauwkeurig de bochten van den trechter1 trompet of pan4 ,meestal ziet men hier en daar grootere en kleinere vooruitstekende bochten1 die aanleiding geven1 dat op de betrekkelijk eenvoudige thema's1 zooals ik ze aangaf1 tallooze varianten voorkomen4 ,bedenkt men daarbij dat de donkere diepte soms rond1 soms ovaal en soms spleetvormig is1 en dat de bovenste en buitenste rand in hooge mate van de omgeving afhankelijk is1 dan kan men zich gemakkelijk voorstellen dat geen twee van die bronnen precies aan elkaar gelijk zijn4 ,trots de groote hitte is de geheele wand levend4 ,hij bestaat uit microscopisch kleine wieren1 die zich voeden met de opgeloste bestanddeelen van het water en die het kiezelzuur er uit vast leggen4 ,deze wiertjes zijn geleiachtig en slaan het kiezel ook als gelei neer1 maar zij worden spoedig zoo hard1 dat men de weeke oppervlakte ternauwernood voelen of zien kan3 deze vormt slechts een dun overtreksel van de steenharde1 maar toch levende massa4 ,de temperatuur van het water komt1 tot aan den rand1 nabij het kookpunt4 ,ik nam in eenige bronnen #hf-ij ,c4 waar1 terwijl ik den bol van mijn thermometer tegen de levende wieren aandrukte4 ,het kookpunt van water is op deze hoogte slechts #ib ,c42 het hangt1 zooals men weet1 van de drukking der lucht1 of van den barometerstand1 zooals men het noemt1 af4 ,men kan dus veilig zeggen1 dat de geheele warme bron nagenoeg kokend water bevat1 en dat de wieren dus aan deze temperatuur blootgesteld zijn4 ,wat ze niet belet om krachtig te groeien4 ,al naar gelang van de soorten der wieren en van de bizondere omstandigheden1 groeien zij bij voorkeur als randen of als koralen4 ,in het eerste geval vormen zij talrijke ribbels1 wier richting dwars op de richting staat1 waarin het water over hen heenvloeit4 ,in het laatste geval vormen zij korte1 opstaande zuiltjes1 zoo dik als een pink of dunner1 en die zich veelal naar boven toe vertakken4 ,maar veel hooger dan een centimeter worden die zuiltjes niet1 omdat zij zich van onderen snel verbreeden en daar dus tot een samenhangende massa inn groeien4 ,overeenkomstige groeiwijzen vindt men trouwens ook bij de stoomspleten en rondom de geysers4 ,zeer fraaie1 gitzwarte koraalvormingen bekleeden den geheelen binnenwand van den ,black ,growler1 die daaraan dan ook zijn naam ontleent4 ,het is een groote1 wijde spleet waarin het water nu eens tot onzichtbare diepte wegzakt1 en dan weer opbruist1 totdat het den smallen trechter geheel of ten deele vult4 ,vult het hem geheel1 dan bevochtigt het het geheele zwarte koraalvlak en vloeit over1 maar talrijker zijn de perioden dat het minder hoog opborrelt en dus den bovensten rand alleen met stoom bevochtigt4 ,het overvloeiende water vormt de geyseriet-heuvels evenals bij de geysers4 ,overal1 waar de grond vochtig is1 groeien de kiezelwieren1 en leggen zij het kiezelzuur en de minerale bestanddeelen uit het water vast1 zoodoende den grond met een nieuwe steenschaal bekleedende4 ,vloeit het water dan weer eens aan een andere zijde over den rand1 dan wordt de eerste vlakte droog en verbrokkelt zijn nieuwe schaal1 zoodat bijna overal de geyserietvlakten met zulke verbrokkelde gesteenten bedekt zijn4 ,waar dit heete water over een helling vloeit die met planten begroeid is1 doodt het ze4 ,niet alleen door de hitte1 maar vooral door de vorming van een harde en ondoordringbare kiezellaag1 die de lucht van de wortels afsluit en deze daardoor doet sterven4 ,telkens en telkens ziet men boomen die z gedood zijn1 en zoowel in het ,norris-bassin als op andere plaatsen zijn soms geheele bosschen op deze wijze te gronde gericht4 ,de kale1 gebleekte stammen getuigen dan nog jaren lang van de ramp4 ,soms vallen die boomen in een bron of over den rand1 en dan worden zij geheel met een kiezellaag overtrokken4 ,ook kleinere takken en losse naalden worden zoo verkiezeld1 en naast een bron vond ik1 toen ik een stukje steen opnam en omkeerde1 aan de onderzijde een paar dennenaalden op deze wijze uiterst fraai versteend4 ,zeer kenmerkend voor de warme bronnen is de neiging van de korstwieren van den rand om in een dunne laag over het water heen1 en dus naar het midden der bron toe te groeien4 ,bij den ingang van het ,elk-,park zag ik een vrij groote1 langwerpige bron die over de eene helft met zulk een laag bedekt was1 de andere was nog open en liet het diepe en helder blauwe water zien4 ,soms brokkelen deze randen af en dan kan men hun inwendigen bouw uit schalen duidelijk waarnemen4 ,meestal nemen zij allengs in dikte toe en vernauwen den vijver4 ,zoo zijn wellicht de kleinere waterhoudende gaten door het gedeeltelijk dichtgroeien van vroegere vijvertjes ontstaan4 ,in zeer enkele heete bronnen is het water troebel en modderachtig4 ,zoo b4v4 in de paint-potten1 die op grijze verfpotten gelijken1 en over de geheele oppervlakte koken4 ,trouwens1 allerlei afwijkingen van het gegeven beeld komen voor4 ,van deze wensch ik hier alleen te wijzen op den ,excelsior-geyser1 die een kuil van vele meters diepte in de oude geyseriet-lagen gemaakt heeft en daarin een meertje vormt1 zoo groot1 dat men door de heete nevelen heen de overzijde niet zien kan4 ,en eindelijk het ,prismatic-lake1 daar dicht bij1 waar de geheele bodem1 zoover ik zien kon1 uit groote schuin geplaatste schotsen van een licht groene kleur en een geleiachtig draderige structuur bestond4 ,bizondere soorten van wieren geven aan zulke meren en plassen een zeer bizonderen kleur en vorm1 zoodat zij dan ook telkens en telkens op den bezoeker een anderen indruk maken4 ,chicago1 ,aug4 #aijd4 ,,experimenteele ,,evolutie ,de volgende bladzijden bevatten de feestrede1 door mij uitgesproken bij de opening van het laboratorium voor experimenteele evolutie van het ,carnegie-,institution1 eenigszins gewijzigd en op verschillende punten ten behoeve eener nadere toelichting der voorgedragen denkbeelden uitgebreid4 ,het is misschien niet van belang ontbloot1 daaraan enkele mededeelingen omtrent de stichting van dit laboratorium te laten voorafgaan4 ,voor een aantal jaren werd door den heer ,carnegie een instituut gesticht met het doel1 zooveel mogelijk de studie der natuur te bevorderen4 ,dit ,carnegie-,institution is gevestigd te ,washington en beschikt over zeer rijke hulpmiddelen1 waardoor het nu eens bestaande wetenschappelijke ondernemingen steunen en dan weer andere zelf op touw kan zetten4 ,het sticht dan afdeelingen of zoogenoemde departementen4 ,enkele daarvan1 zooals het departement voor sterrenkunde1 blijven te ,washington en hebben daar hunne observatorin en laboratorin4 ,andere onderzoekingen zijn aan bepaalde plaatsen gebonden en worden dus daar uitgevoerd1 waar de omstandigheden voor hen het gunstigst zijn4 ,zoo werd voor een paar jaren het woestijn-laboratorium te ,tuscon 7spr4 ,toesonne7 in ,arizona gesticht1 welk laboratorium ik in den loop der maand ,juni het voorrecht had te bezoeken4 ,het heeft ten doel1 het planten- en dierenleven te bestudeeren onder de eigendommelijke omstandigheden1 die de woestijn met zich brengt4 ,het is wel geen eigenlijke woestijn1 in den zin van een dorre en van plantengroei nagenoeg ontbloote vlakte1 zooals ik ze in het zuiden van ,californi zag4 ,het is een streek1 waar de regenval geringer is dan de verdamping1 en waar dus altijd gebrek aan water bestaat4 ,dit gebrek aan water beperkt den plantengroei tot drie groepen van gewassen4 ,ten eerste de kleine1 kortlevende eenjarige soorten1 die in 't eind van den winter1 als er wat regen valt1 ontkiemen1 en die haar zaad rijpen vr dat het korte natte seizoen voorbij is en de droogte intreedt4 ,in de tweede plaats vindt men hier de cactussoorten1 wier geribd lichaam bij den minsten regen zich vol zuigt met water en de plooien tusschen de ribben bijna uitwischt1 zoodat het volume sterk toeneemt1 en die dan bij aanhoudende droogte allengs inkrimpen1 zoodat eindelijk hun takken slap langs den stam hangen1 en het geheel er uitziet als afgestorven4 ,tal van boomachtige cacti1 #ci tot weinige soorten en geslachten behoorend1 zag ik in dezen toestand4 ,naast deze beide groepen staan de kleine1 half-manshooge tot manshooge heesters1 met zeer kleine bladeren of ook wel zonder blad en met groene stammen en takken1 die hun leven behouden1 dank zij de zeer geringe verdamping en de bijna ongelooflijke lengte der wortels1 waardoor zij uit de onderste1 soms meer dan #aj meter diepe lagen1 nog in de droogste jaargetijden het noodige water kunnen opzuigen4 ,verdamping en wortelgroei zijn voor dit laboratorium dus een hoofdonderwerp voor studie2 daarnaast komt de vraag1 welke soorten in de woestijn kunnen leven en waarom zij alleen dit kunnen1 en tevens de verdere vraag naar den invloed1 dien in de woestijn de bizondere samenstelling van den grond op verschillende plaatsen op den plantengroei oefent4 ,het spreekt van zelf1 dat deze zaken alleen ter plaatse bestudeerd kunnen worden4 ,zoo is het ook met de experimenteele evolutie gesteld4 ,niet in of nabij een groote stad vindt men in den regel de omstandigheden1 die voor de studie daarvan het meest geschikt zijn4 ,vandaar dat het ,carnegie-,institution eerst een uitvoerig onderzoek heeft doen instellen naar de meest geschikt gelegen plaats4 ,de keuze is daarbij gevallen op ,long-,island1 het lange1 smalle eiland1 dat zich ten ,oosten van ,new-,york uitstrekt en op welks meest westelijke punt de voorstad ,brooklyn gelegen is4 ,voorbij ,brooklyn vertoont het de talrijke kleinere en grootere villa's en buitenplaatsen van velen onder ,new-,york's rijke handelslieden1 de plaatsen waar dezen des ,zondags de rust en de kalmte komen genieten1 die nu eenmaal in het al te dicht bevolkte handelsgedeelte van ,new-,york niet te vinden zijn4 ,nog verderop liggen een aantal kleine steden en dorpen1 en onder deze munt ,cold ,spring door zijn allerheerlijkste ligging te midden van boschbegroeide heuvelen uit4 ,het ligt aan de noordzijde van het eiland1 ongeveer op een uur afstand van de kust1 die hier een inham of natuurlijke haven vormt4 ,deze plaats heet ,cold ,spring ,harbor4 #dj ,aan den oever van de kleine golf zijn de heuvelen bedekt met bosschen en buitenplaatsen1 onder welke laatste die van ,president ,roosevelt hier verdient vermeld te worden4 ,deze golf was sinds jaren bekend als bizonder geschikt voor de studie van het leven van allerlei zeedieren4 ,men vindt ze ten deele aan de houten havenwerken1 ten deele op de lagere plaatsen van een breede zandbank1 die zich van den westelijken oever tot dicht bij den oostelijken1 dwars door de baai uitstrekt4 ,hier leeft de reusachtige eenstaartskreeft1 waarvan ik honderden van exemplaren in het ondiepe water vlak bij mij kon zien1 velen van hen bezig met eieren leggen4 ,hier leeft de bijna onzichtbare kleine springstaart1 en soort van het geslacht ,columbula4 ,om ze te zien moet men een stuk wit papier op het strand leggen4 ,dadelijk is dit bedekt met een groot aantal heele kleine zwarte puntjes1 die lustig op en neer en heen en weer springen4 ,allerlei andere diersoorten kan men hier bestudeeren1 waaronder een heel gewone kleine zee-anemoon1 behoorende tot het geslacht ,sagartia4 ,sinds jaren was dan ook aan deze kust een ,marine ,laboratory gesticht1 dat echter1 bij gebrek aan fondsen1 eigenlijk alleen des zomers in gebruik was4 ,van deze bizondere omstandigheden en deze uitmuntende gelegenheid heeft nu het ,carnegie-,institution gebruik gemaakt voor de stichting van zijn nieuw laboratorium4 ,het heeft de beschikking verworven over de voorhanden gebouwen1 bestaande in de directeurswoning1 den ,library-,hall #da en het eigenlijke laboratorium1 die1 op korten afstand van elkander1 aan den westelijken oever1 dicht bij het zuidelijke uiteinde van de baai gelegen zijn4 ,het heeft tevens den directeur van het ,marine ,biological ,laboratory tot directeur van de nieuwe stichting benoemd1 hem daarbij opdragende1 niet alleen enkele weken des zomers1 gedurende de vacantie1 te ,cold ,spring ,harbor te vertoeven1 maar zich daar voor goed met der woon te vestigen4 ,de heer ,davenport1 algemeen bekend om zijn statistische onderzoekingen over de veranderlijkheid van dieren in verband met de plaatsen waar zij leven en met de waarschijnlijke wijze van hun ontstaan1 was sinds vele jaren hoogleeraar in de dierkunde aan de ,universiteit van ,chicago1 en tevens belast met het bestuur van het zee-laboratorium4 ,zijne echtgenoote stond hem in dit laatste krachtig ter zijde1 en heeft een aantal onderzoekingen over de dieren van den ,cold ,spring ,harbor het licht doen zien1 onder andere een zeer belangwekkende studie over den invloed van de vermenigvuldiging door deeling op het aantal armen van de bovengenoemde zee-anemonen4 ,het oude laboratorium voldeed echter niet aan de eischen der nieuwe stichting4 ,het was slechts voor enkele weken of maanden des jaars ingericht1 en daarenboven alleen voor zologische studin4 ,de evolutie der levende wezens moet echter zoowel aan planten als aan dieren bestudeerd worden1 en bij den tegenwoordigen stand der wetenschap biedt het onderzoek van planten de grootste kansen op spoedige en belangrijke resultaten4 ,er werden daarom plannen gemaakt voor een nieuw gebouw1 voldoende aan alle eischen van den tegenwoordigen tijd en voor een uitgebreiden proeftuin in de onmiddellijke nabijheid4 ,tijdens mijn bezoek1 in ,juni van dit jaar1 was men met den bouw gevorderd tot aan de eerste verdieping1 en was de proeftuin afgepaald en met voorloopige culturen bezet1 wier doel echter vooralsnog in hoofdzaak was1 om door voortdurende bewerking den grond te zuiveren van de wortelstokken en zaden van de wilde soorten1 die daar vroeger gegroeid hadden4 ,de eigenlijke proeven zouden eerst later begonnen worden1 maar de zaden daartoe waren reeds grootendeels bijeengebracht4 ,in de maand ,mei bracht de nieuwe directeur zijne huishouding van ,chicago naar ,cold ,spring ,harbor over1 en begon de verandering van de oude in de nieuwe stichting4 ,toen deze naar wensch gevorderd was en alles zoover was geregeld1 dat aan bezoekers een voldoend denkbeeld kon gegeven worden van de plannen en methoden van werken1 werd het tijdstip gunstig geoordeeld om het nieuwe laboratorium plechtig te openen4 ,het ontving den naam van ,laboratory for experimental evolution #db en den rang van een departement van het ,carnegie-,institution te ,washington4 ,behalve den directeur zijn daaraan verbonden twee assistenten en een secretaris4 ,als assistent belast met het plantkundige gedeelte treedt op de heer ,dr4 ,g4 ,shull1 die te ,chicago onder leiding van ,davenport studeerde1 terwijl de heer ,luts met het zologisch gedeelte belast is4 ,secretaris of stenographer zooals het in ,amerika heet1 is ,miss ,luts1 wier naam slechts bij toeval en niet door verwantschap met dien van den laatstgenoemden assistent overeenkomt4 ,de plechtige opening was bepaald op ,zaterdag #aa ,juni4 ,uitgenoodigd waren allen1 die te ,new-,york en elders in ontwikkelingsgeschiedenis belangstellen1 en een tachtigtal van hen1 meest onderzoekers van naam of professoren of instructoren aan bekende inrichtingen van onderwijs1 hadden aan de uitnoodiging gevolg gegeven4 ,enkelen waren daartoe zelfs uit ,washington en andere meer verwijderde plaatsen overgekomen4 ,zij allen werden verzocht hunne namen te plaatsen in een album1 dat als gedenkboek van de stichting daartoe gecalligrapheerd was4 ,behalve deze geleerden waren de bewoners der omliggende buitenplaatsen en villa's talrijk opgekomen1 deels uit belangstelling in de nieuwe stichting1 deels omdat zij reeds te voren van die belangstelling de meest ondubbelzinnige bewijzen hadden gegeven4 ,terwijl namelijk de gelden voor de stichting door het ,carnegie-,institution werden gegeven1 was het terrein voor het nieuwe gebouw en de proeftuin en de noodige grond voor eventueele latere uitbreidingen door een aantal der rijke naburen aan de stichting aangeboden4 ,omstreeks twaalf uur kwam de eerste groep van genoodigden aan het station te ,cold ,spring aan1 van waar men in een langen stoet van rijtuigen door het heerlijke bosch en ten deele langs de beek1 die in de baai uitstroomt naar het laboratorium reed4 ,voor hun vervoer waren door de ,long-,island ,spoorwegmaatschappij de noodige bizondere wagens kosteloos ter beschikking gesteld4 ,een dezer wagens kwam van ,new-,york1 de andere van ,brooklyn1 beide vereenigden zich aan het station ,jamaica4 ,de gasten werden in de woning van den directeur ,davenport ontvangen en gebruikten aldaar1 deels in de versierde kamers1 deels op het ruime balkon1 het luncheon4 ,daarna begaf men zich naar den ,library ,hall1 het grootste der beschikbare localen1 dat voor deze gelegenheid ten deele ontruimd en van een spreekplaats voorzien was4 ,de plechtigheid werd geopend door den heer ,davenport1 die er op wees1 dat studin over evolutie en vooral proefondervindelijke studin niet van dien aard zijn1 dat zij spoedige uitkomsten beloven1 en dat de stichters en belangstellenden dus geduldig moeten afwachten wat men eenmaal bereiken zou4 ,het nieuwe laboratorium is wel eenig in zijn opvatting en in het doel van zijn streven1 toch zal het zich zooveel mogelijk in verbinding stellen met andere inrichtingen1 die hetzij in ,amerika1 hetzij elders1 de studie der ontwikkelingsgeschiedenis beoogen4 ,ten slotte bracht de directeur zijn dank aan de directeuren van het ,brooklyn-,institute of ,arts and ,sciences1 #dc de vroegere stichters van het ,marine ,biological ,laboratory1 die dit geheele laboratorium met al zijn inrichtingen aan de ,carnegie-,institution ten geschenke aangeboden hadden1 aan de gevers van het voor de vergrooting benoodigde land1 en aan de locale ,wawepex-,society1 die de stichting door een echt ,amerikaansche bijdrage in de kosten grootelijks bevorderd had4 ,daarna hield de voorzitter der ,wawepex-,society een toespraak1 aan het einde van welke hij de eigendomsbewijzen aan den heer ,billings als vertegenwoordiger der ,carnegie-,institution ter hand stelde4 ,hij schetste de geschiedkundige ontwikkeling van het dorpje ,cold ,spring ,harbor4 ,vroeger was dit een haven voor walvischvangers en zeer welvarend1 later was dit echter1 ten deele door het verzanden van de haven1 ten deele door het gebruik van grootere schepen en door andere oorzaken allengs afgenomen1 en thans hebben de walvischvangers andere havens opgezocht en is het dorp in verval geraakt4 ,het bestaat nu voornamelijk door de aanwezigheid van zoo talrijke ,new-,yorkers in den omtrek4 ,dr4 ,billings nam de bedoelde papieren met een kort antwoord aan1 waarin hij er op wees hoe grooten invloed de studie der ontwikkelingsgeschiedenis op de philosophie en op de theologie gehad hebben1 en hoe groote resultaten men daarvan ook op sociaal gebied verwachten mag4 ,hij sprak ten slotte eenige woorden tot den directeur en verklaarde zich ten volle bewust van den langzamen gang1 dien het onderzoek noodzakelijk moest gaan4 ,laat ons hopen1 zeide hij1 dat bij de viering van den vijftigsten verjaardag van deze stichting de bewijzen ruimschoots zullen voorhanden zijn1 dat de stap dien wij thans doen1 wijs en gerechtvaardigd was4 ,na hem werd nog een woord van welkom namens de buren van het nieuwe laboratorium gesproken door den heer ,f4 ,w4 ,hooper1 die kortelijks aan de verdiensten van de heeren ,deane en ,conn1 de beide voorgangers van den tegenwoordigen directeur1 herinnerde4 ,daarna werd het woord gegeven aan schrijver dezes1 voor het houden van de volgende feestrede4 ,de evolutie der organische wezens was tot nu toe eensdeels een voorwerp van diepe bewondering1 en anderdeels van vergelijkende studie4 ,uit de algemeene verschijnselen die de verwantschap van planten en dieren ons overal in de natuur doet zien1 meende men den gang der ontwikkeling zelve te kunnen afleiden4 ,thans is dit anders geworden4 ,men is niet meer tevreden met de kennis van de groote lijnen van het proces1 men wil tot in de fijnste bizonderheden daarvan doordringen4 ,men wil nieuwe soorten zien ontstaan1 en onderzoeken door welke wetten haar ontstaan beheerscht wordt1 en van welke invloeden het afhankelijk is4 ,men wil trachten deze kennis z uit te breiden1 dat het eenmaal mogelijk zal zijn1 zelf in de verandering der soorten in te grijpen4 ,het is niet voldoende1 ons deel te hebben in de vruchten van het werk der natuur2 wij willen ook ons deel in het werk zelf hebben4 ,ja1 wij willen trachten het werk te beheerschen en te leiden1 ten einde nog betere vruchten te verkrijgen4 ,ongetwijfeld is dit een hoog en verheven doel4 ,maar door den bouw van dit laboratorium zijn de voorbereidingen getroffen1 die noodig zijn om het te bereiken4 ,de grondslagen voor een onderzoek zijn op breede schaal gelegd1 met het vaste voornemen aan de natuur geheimen te ontwringen1 die tot nu toe onschendbaar schenen4 ,de ontwikkelingsgeschiedenis van het planten- en dierenrijk moet een proefondervindelijke wetenschap worden4 ,eerst moet zij grondig worden bestudeerd en zooveel mogelijk gecontroleerd1 daarna moet zij in haar tegenwoordigen voortgang worden geleid1 om eindelijk op verschillende punten ten nutte der menschheid te worden veranderd4 ,deze denkbeelden zijn reeds voor een bepaalde richting uitgesproken en uitgewerkt door den heer ,davenport1 die thans tot directeur van dit laboratorium is benoemd4 ,zijn werk draagt den titel ,experimenteele ,morphologie1 een combinatie van begrippen1 die aanvankelijk zeer gewaagd scheen1 maar die sedert allengs burgerrecht verkregen heeft4 ,proefondervindelijke vormleer is echter nog geen experimenteele evolutie4 ,de eerste bepaalt zich tot de studie der oorzaken1 die het verschijnen van de reeds gegeven vormen der soort in de bepaalde gevallen beheerschen1 de tweede vraagt naar de oorzaken van het ontstaan van nieuwe eigenschappen4 ,de aardappelplant maakt uit het onderste gedeelte van haar stam uitloopers1 die onder gewone omstandigheden aan hun top elk een aardappel voortbrengen1 maar die in andere gevallen boven den grond groeien en tot groene1 bebladerde stengels worden kunnen4 ,de experimenteele morphologie vraagt waarom nu eens aardappelen en dan weer stengels ontstaan1 van welke omstandigheden en oorzaken dit afhangt1 en hoe men het verschijnsel naar willekeur kan regelen4 ,de experimenteele evolutie daarentegen vraagt hoe het komt1 dat onder de talrijke soorten van het geslacht ,solaum er n is die aardappelen voortbrengt1 welke oorzaken en wetten1 en welke bizondere omstandigheden het allereerste ontstaan van dit vermogen beheerschen1 en hoe men1 misschien1 bij andere soorten van hetzelfde geslacht1 of wellicht zelfs in andere geslachten1 eveneens een vermogen om aardappelen te maken zou kunnen te voorschijn roepen4 ,om zulke vragen te beantwoorden1 wordt natuurlijk veel tijd en veel studie vereischt4 ,maar het nieuwe laboratorium is voorzien van de noodige inrichtingen1 van uitgebreide cultuurvelden en van het vereischte personeel1 om dit onderzoek aan te vangen4 ,langzaam en geleidelijk moet het beginnen1 en de moeilijkheden zullen in den aanvang uiterst talrijk zijn4 ,maar alles wijst er op1 dat de hoop gegrond is1 dat het ten slotte gelukken zal ze te overwinnen1 en wetten te ontdekken1 wier toepassing in wetenschap en praktijk voor het menschdom een zegen zal worden4 ,op het gebied der evolutie gaat het onderzoek in ,amerika en in ,europa thans hand in hand4 ,moge jaren geleden het zwaartepunt in de oude wereld gelegen zijn1 in de laatste tijden is een snelle verandering duidelijk te bespeuren4 ,talrijker en talrijker worden de bijdragen uit de nieuwe wereld1 en meer en meer raken zij de dieper gelegen1 ja de moeielijkste vraagstukken4 ,in ,amerika hebben de leer der bevruchting1 de rol van het mannelijk element daarbij1 ja zelfs de uiterst moeielijke vraag naar de oorzaken1 die het geslacht van het nieuwe individu bepalen1 door de ontdekking van zeer belangrijke feiten een geheel onverwachten steun gekregen en is ook de rol der cel-kernen en haar aandeel aan de bepaling der erfelijke eigenschappen onlangs uit het speculatieve stadium van onderzoek tot dat van rechtstreeksche microscopische waarneming overgegaan4 ,op talrijke andere punten is een toenemende vooruitgang te bespeuren1 en daarom heb ik er bizonderen prijs op gesteld1 dat bij de opening van dezen nieuwen weg van onderzoek het houden der feestrede aan mij is opgedragen4 ,dit toch getuigt van een streven naar samenwerking1 dat dezerzijds natuurlijk hoogelijk gewaardeerd wordt4 ,de taak1 die ik op mij heb genomen1 sluit in zich1 een denkbeeld te geven van wat ik mij voorstel1 dat op het gebied der experimenteele evolutie1 zoowel in de eerste als in de latere jaren1 te onderzoeken zal zijn1 welke methoden daarbij kunnen worden gevolgd1 en welke uitkomsten1 wellicht1 mogen worden verwacht4 ,uit den aard der zaak is deze taak deels een zeer reele1 deels een uitermate bespiegelende1 bijna gelijk aan een droom4 ,wat voor de eerste jaren het werk en de verwachtingen zijn1 laat zich op vaste grondslagen en tot in vrij fijne bizonderheden uitwerken4 ,maar wat de verre toekomst eens brengen zal1 kunnen wij thans nog ternauwernood vermoeden4 ,slechts wat wij hopen en gaarne verwezenlijkt zouden zien1 laat zich schetsen1 en zelfs dit nog in zeer grove trekken4 ,toch is dit het oogenblik1 waarop het bespreken van dergelijke verwachtingen geoorloofd en noodig is1 en waarop misschien uit een zeer vage hoop en een droomerig denkbeeld een middel kan ontstaan1 dat1 aan de ervaring getoetst1 den weg wijst tot geheel nieuwe middelen van onderzoek en tot te voren onverwachte uitkomsten4 ,vergunt mij het onzekere aan het zekere te doen voorafgaan1 en eerst de verdere toekomst te beschouwen1 om daarna tot het werkplan voor de eerstvolgende jaren over te gaan4 ,vergunt mij tevens daarbij een beeld te gebruiken1 ten einde mijne bedoelingen op gemakkelijker wijze duidelijk te maken4 ,de wetenschap is een veld van licht1 te midden van bijna ondoordringbare duisternis4 ,helder schijnt het licht op de menschheid1 verlossing brengende van onkunde en onmacht1 van twijfel en vrees4 ,door gestadigen en harden arbeid en door de toewijding van velen wordt het licht onderhouden en zijn gebied allengs vergroot1 en dringen de zegeningen van ervaring en macht over de natuur allengs in grooter kringen door4 ,amerika is rijk aan stichtingen1 die de middelen geven tot onderzoek en onderwijs1 tot verdieping en verspreiding van kennis1 en iedereen weet1 hoe naijverig ,europa op de mogelijkheid van zulke schenkingen1 en op den edelen1 vaderlandslievenden en het menschdom bevoordeelenden geest is1 die daaraan ten grondslag ligt4 ,in ons beeld kan de vermeerdering van kennis op tweerlei wijzen plaats vinden4 ,ten eerste door gestadig en zorgvuldig werk in het lichtveld zelf4 ,de grond moet worden beploegd en de grenzen moeten worden uitgebreid1 en honderden en duizenden van onderzoekers zijn onvermoeid bezig alle leemten aan te vullen en aan alle kanten op de eenmaal vaststaande grondslagen voort te werken4 ,daarnaast staat het tweede middel van vooruitgang4 ,van uit het groote veld worden lichtpunten uitgeworpen in de omringende duisternis4 ,hun kansen om uitgedoofd te worden1 en zonder gevolgen voorbij te gaan zijn natuurlijk voor de hand liggend1 en tallooze pogingen leiden dan ook niet tot de gewenschte uitkomst4 ,maar van tijd tot tijd verwerven zij vasten voet en staan zij als bakens1 ver in de donkere omgeving4 ,dan wijzen zij den weg voor een veel snelleren vooruitgang4 ,rondom de bakens kan het licht zich uitbreiden1 en tusschen hen en het groote lichtveld wordt de duisternis van twee kanten bestreden1 zoodat het vroeg of laat gelukken moet1 de bakens met het lichtveld te verbinden1 en al het terrein tusschen hen beiden te veroveren en toegankelijk te maken4 ,zoo worden de uitgeworpen lichtpunten de middelen tot een snelleren vooruitgang in bepaalde richtingen4 ,vandaar dat zulke lichtpunten de groote feiten geworden zijn1 die de geschiedenis van het natuurkundig onderzoek ons bewaart4 ,zij maken den naam van de mannen1 die ze uitwerpen onsterfelijk1 zij zijn als het ware de keerpunten der historie4 ,baco en ,newton1 ,lyell en ,darwin staan onder allen vooraan1 en in den tegenwoordigen tijd wijden ,edison en ,marconi1 ,rntgen en ,curie den arbeid van hun genie aan de belangen der menschheid4 ,met deze opvatting van de beide hoofdbeginselen van vooruitgang op het gebied van kennis en wetenschap vereenigt zich het ,carnegie-,institution ten volle4 ,te ,washington heeft het zijn zetel2 hier werkt het regelmatig en gestadig voor de bevordering der algemeene wetenschappelijke belangen4 ,daarnaast heeft het een eerste lichtpunt uitgeworpen ver in de dorre woestijn1 om een baken te worden van onderzoek in de talrijke vragen van theoretisch en practisch belang1 die de woestijn ons aanbiedt4 ,de oorsprong van de flora en de fauna van die waterarme streken moet worden nagegaan4 ,hoe zijn sommige planten en dieren er toe gekomen1 bij voorkeur daar te leven8 ,waardoor zijn zij in staat gesteld1 in millioenen van exemplaren zich te vermenigvuldigen1 waar andere soorten noodzakelijk zouden te gronde gaan8 ,hebben zij bij dien overgang hun natuur veranderd1 of zijn zij slechts uitgezocht uit vele anderen1 en zijn alleen zij toegelaten1 die reeds van den aanvang af geschikt werden bevonden8 ,hoe kan de mensch in dit proces ingrijpen8 ,is hij beperkt tot de werken van irrigatie en tot de keus van elders bekende1 maar toevallig voor de nieuw te ontginnen landen passende soorten van land en tuinbouwgewassen8 ,deze en tallooze andere vragen moeten worden beantwoord4 ,om daartoe bij te dragen heeft het ,carnegie-,institution een laboratorium ingericht1 midden in de woestijn4 ,het is gebouwd op de heuvelenreeks nabij ,tucson in ,arizona1 een der oudste ,spaansche stichtingen in die bijna onbewoonbare landstreek1 en thans een bloeiende en zich snel ontwikkelende stad1 met groote industrien en een levendigen handel op ,mexico1 en met toenemenden landbouw1 gegrondvest op kunstmatige irrigatie4 ,het woestijn-laboratorium staat onder het toezicht van de plantkundigen ,coville te ,washington en ,mac,dougal te ,new-,york1 terwijl ,dr4 ,cannon1 met den titel van resident-investigator #dd de werkzaamheden leidt4 ,de hoop op een wetenschappelijke en praktische verovering der woestijn is de grondslag van het werk1 en alles wijst er op1 dat deze hoop ten volle gewettigd is4 ,heden wordt een tweede lichtpunt door het ,carnegie-,institution in de omringende duisternis uitgeworpen4 ,het is het laboratorium1 dat wij thans inwijden4 ,het moet een baken worden in een veel dichter duisternis2 het moet veel moeilijker vraagstukken aanvatten1 en kan daarbij slechts op een veel zwakkeren grondslag van voorafgaande kennis steunen4 ,het heeft een veel hooger doel1 en streeft naar vruchten van meer algemeen belang4 ,het moet een leidster worden op een gebied van geheel onverwachte feiten en ontdekkingen en een bron voor geheel nieuwe methoden van verbetering van onze huisdieren en landbouwplanten4 ,het heeft een veel zwaarderen arbeid voor zich en zal eerst na jaren van voorbereidende studie de groote praktische problemen rechtstreeks kunnen aanvatten4 ,maar hoelang deze periode van stillen arbeid ook moge duren1 er kan geen twijfel zijn1 of het doel zal eenmaal worden bereikt4 ,de geheele inrichting1 de rijke middelen1 maar vooral de persoon van den directeur en de keuze van zijn staf beloven een glansrijke toekomst4 ,welke die toekomst zal zijn1 laat zich natuurlijk niet in bizonderheden omschrijven4 ,toch is het wenschelijk1 de verwachtingen eenigszins nader uit te werken1 welke de tot nu toe genomen maatregelen met recht kunnen doen ontstaan4 ,zulke verwachtingen binden niet1 want 's werelds loop laat zich niet voorspellen4 ,maar ik zie geen bezwaar in een schets1 daar ik ten volle overtuigd ben1 dat de uitkomst toch eenmaal de meest schitterende verwachtingen overtreffen zal4 ,meer in bizonderheden gaande1 kunnen wij ook hier ons beeld van het lichtveld der wetenschap toepassen4 ,ook dit laboratorium moet zulk een veld worden1 dat door vlijtigen arbeid zich steeds vergroot1 maar van waaruit tevens losse lichtpunten in de omringende duisternis worden uitgeworpen4 ,hoe het werk op het veld moet geschieden1 laat zich ten minste in groote trekken berekenen2 wat de bakens zullen kunnen bereiken laat zich ternauwernood gissen4 ,het is als een droom4 ,maar het is een zeer verleidelijke droom1 en ik vind geen reden1 om aan die verleiding weerstand te bieden4 ,daarom zal ik trachten te schetsen1 wat ik in dien droom heb meenen te zien1 en welke hoop het denkbeeld van experimenteele evolutie1 in verband met de groote ontdekkingen van onzen tijd op verwant gebied1 in mij opwekt4 ,mijn droom is uitgegaan van de oude vraag1 wat er in een ei is1 dat dit in staat stelt al de eigenschappen van een vogel allengs te ontwikkelen4 ,waarom wordt uit het eene ei een kip1 en uit het andere een fazant geboren8 ,welke eigenschappen hebben de ouders daarin gelegd1 die met klaarblijkelijke noodzakelijkheid de ontwikkeling in een bepaalde richting leiden8 ,natuurlijk moet er in het eigenlijk levende deel van het ei1 het zoogenaamde kiemvlekje iets anders zijn1 zoo er een kip1 en iets anders zoo er een fazant uit ontstaan zal4 ,de dooier en het eiwit zijn slechts voedsel1 en daarin kan de oorzaak van het verschil dus moeilijk liggen4 ,nog grooter verschillen moeten er zijn tusschen het ei van een vogel en van een slang1 en veel grooter natuurlijk tusschen die en de eieren van zeesterren en zeeappels1 die bekende soorten1 die zoo dikwijls door de zee op ons strand worden geworpen1 en wier eieren en larven een zoo zeer gezocht materiaal voor de studie der ontwikkelings-verschijnselen geworden zijn4 ,nu zouden wij kunnen trachten1 ons een voorstelling te maken van den aard dezer onzichtbare verschillen4 ,wij zouden kunnen vragen1 wat wellicht het microscoop ons openbaren zal1 wanneer het zijn gebied nog verder zal uitgebreid hebben en deeltjes1 die thans nog onzichtbaar zijn1 zoo zal kunnen vergrooten1 dat wij ze rechtstreeks kunnen waarnemen4 ,maar op deze vraag wil ik thans niet ingaan4 ,liever wil ik vragen1 of het mogelijk zou kunnen zijn1 in de samenstelling van die kiemen willekeurig veranderingen te weeg te brengen1 z1 dat het dier dat uit het ei ontstond1 andere eigenschappen zou vertoonen dan zijne ouders4 ,natuurlijk bedoel ik niet1 dat men zou kunnen trachten uit een zeesterren-ei een slang1 of uit een schildpadden-ei een vogel te maken4 ,die verschillen zijn veel te groot4 ,aanvankelijk zal men wel met de allerkleinste veranderingen tevreden moeten zijn4 ,laat ons daarom een voorbeeld kiezen van zulk een zeer kleine en schijnbaar onbeteekenende wijziging4 ,de gewone pauw heeft een witte variteit1 die de schitterende kleuren van de gewone soort mist4 ,uit de eieren dezer variteit komen steeds weer witte pauwen4 ,er moet dus tusschen het ei van een gewone en dat van een witte pauw een verschil zijn dat het verschil in kleur bewerkt4 ,dit verschil echter kan eenvoudig zoo beschouwd worden1 dat men zegt1 dat de kleuren in het eene geval vrij tot ontwikkeling komen1 terwijl zij in het andere daarin door een of andere oorzaak worden belemmerd4 ,wat is nu deze oorzaak1 en hoe zou men die kunstmatig kunnen nabootsen8 ,met andere woorden1 zou het mogelijk zijn1 een middel te ontdekken dat in het ei van een gewone pauw1 de kleuren kan beletten tijdens den lateren groei te voorschijn te treden8 ,wij moeten natuurlijk aannemen1 dat in het ei voor elke eigenschap en dus ook voor de kleuren1 bepaalde deeltjes voorhanden zijn1 die die eigenschap als het ware vertegenwoordigen1 en die door zich te vermenigvuldigen1 tijdens de ontwikkeling van het jonge dier ten slotte de kleuren doen ontstaan4 ,kon men die deeltjes nu dooden1 of ook slechts z verzwakken1 dat zij1 in vergelijking met andere achterlijk bleven1 dan zou misschien uit een gewoon pauwenei1 in eens en kunstmatig1 de witte variteit kunnen verkregen worden4 ,overlegt men de zaak op deze wijze1 dan schijnt het dat men met heele kleine veranderingen in een ei1 zeer groote wijzigingen in een organisme zou kunnen teweeg brengen4 ,een witte variteit van de pauw zou slechts een herhaling zijn van iets dat reeds bestond4 ,maar het is duidelijk1 dat dezelfde redeneering van toepassing zou zijn op vogels en andere dieren1 waarvan zulk een variteit nog niet bestaat1 zoodat men werkelijk iets nieuws zou krijgen4 ,ja men zou het beginsel misschien ook op bloemen kunnen toepassen4 ,witte afwijkingen van soorten met blauwe of roode bloemen komen zoo algemeen voor1 dat het slechts natuurlijk schijnt om aan te nemen1 dat elke rood- of blauwbloemige plant er eene zou kunnen hebben4 ,toch is dit nog niet het geval1 en zijn er tuinplanten1 waarvan een witte vorm nog steeds te vergeefs gezocht is en zeker1 zoo zij gevonden of voortgebracht kon worden1 door kruising met andere1 tot een belangrijke vermeerdering der vormen zou kunnen bijdragen4 ,ik noem slechts de bloeiende canna's1 wier kleur rood is1 doch met geel vermengd4 ,verlies van het rood zou ze zuiver geel doen worden1 verlies van het geel zuiver karmijnrood1 terwijl een verlies van beide kleuren noodig zou zijn1 om de zoo zeer gewenschte witte variteit te doen ontstaan4 ,maar men heeft haar nog niet gevonden1 en kan haar voorshands ook nog niet maken4 ,is het mij gelukt duidelijk te maken1 wat men in zulk een bepaald geval door vernietiging of verzwakking der vertegenwoordigende deeltjes in een ei van een dier of in een zaadknop van een plant wellicht eenmaal zou kunnen bereiken1 dan mogen wij dit denkbeeld natuurlijk uitbreiden4 ,de kleuren dienden ons slechts als voorbeeld4 ,juist dezelfde beschouwing zou men ook op allerlei andere eigenschappen kunnen toepassen4 ,doornlooze en onbehaarde variteiten worden dikwijls als verdere voorbeelden aangehaald4 ,verlies van het meel in het zaad onderscheidt de suikererwten en de suikermais van de gewone soorten4 ,er zijn aardbezin die geen uitloopers en ,acacia's die geen gevinde bladeren maken4 ,dit zijn natuurlijk slechts onbelangrijke wijzigingen1 maar het is duidelijk dat als men die kunstmatig kon maken1 men allengs tot meer belangrijke zou kunnen overgaan4 ,groote verbeteringen onzer nuttige dieren1 of van land- en tuinbouwplanten zouden ten slotte mogen worden verwacht4 ,gaarne geef ik toe1 dat wij van het bereiken van dit doel nog ver af zijn4 ,maar bij de stichting van een nieuw laboratorium met een nieuwe richting van onderzoek komt het mij toch wenschelijk voor zulk een blik in de toekomst te slaan4 ,natuurlijk kan men niet voorspellen wat later eenmaal zal worden ontdekt4 ,maar het is van groot belang1 een heldere voorstelling van de mogelijkheden op dit gebied te hebben1 teneinde van elke toevallige vondst terstond de waarde en de beteekenis te kunnen beoordeelen4 ,zonder die voorzorg zou allicht een kleine ontdekking kunnen verloren gaan1 die toch het punt van uitgang had kunnen worden1 van waaruit ten slotte de oplossing van het raadsel had kunnen bereikt worden4 ,daarom wensch ik thans na te gaan1 welke kansen er zijn1 om in eieren zulke veranderingen teweeg te brengen4 ,ik stel daarbij voorop1 dat alles1 wat men tot nu toe omtrent de physiologie van de eieren der meest verschillende soorten van dieren onderzocht heeft1 en alle veranderingen1 die men daarbij feitelijk in de kiemen teweeg heeft gebracht1 grof is in vergelijking met het verschijnsel dat ons thans voor den geest zweeft4 ,een kleurverandering in de veeren van een pauw zou natuurlijk volkomen onzichtbaar blijven1 zoolang het kuiken in het ei ligt1 en zelfs nog geruimen tijd daarna4 ,en zoo zou het met allerlei andere eigenschappen zijn4 ,zichtbare veranderingen in de kiem en het kuiken komen ons1 van dit standpunt1 voor als grove monstrositeiten1 die wel belangrijk1 maar niet het doel van ons streven zijn4 ,wat men thans moet zoeken zijn onzichtbare1 en zich eerst veel later verradende wijzigingen4 ,het dooden van enkele vertegenwoordigende deeltjes in een ei is misschien het beste voorbeeld1 ofschoon het allicht in de praktijk nog te grof zal blijken4 ,men zou kunnen trachten het te bereiken met een methode1 die door ,engelmann voor andere doeleinden gebruikt is4 ,ligt een levende cel onder het microscoop1 zoo kan men het licht dat haar beschijnt1 door een lens laten gaan1 en die lens zoo kiezen en zoo plaatsen1 dat haar brandpunt juist in het veld van het microscoop valt4 ,is de lens aan een eigen1 beweeglijk statief bevestigd1 dan zou men dit brandpunt zich onder het microscoop kunnen doen verplaatsen4 ,men zou dan in een vrij donker veld een helder lichtend punt als het ware kunnen laten wandelen4 ,is het klein genoeg om een enkele bladgroenkorrel1 of een celkern1 of zelfs een deel van een kern te treffen1 zoo zou men alleen dat punt kunnen verlichten4 ,op deze wijze heeft ,engelmann rechtstreeks aangetoond dat het licht in de groene deelen der cellen zijn koolzuur-ontledende werking uitoefent1 en niet in de kleurlooze gedeelten van het levend protoplasma4 ,nu concentreert een lens natuurlijk niet alleen de licht- maar ook de warmtestralen4 ,iedereen weet1 dat voorwerpen1 in het brandpunt geplaatst1 verhit worden2 vandaar trouwens de naam4 ,past men dit onder het microscoop toe1 dan zou men dus een klein deel van een cel sterk kunnen verwarmen1 zonder de overige deelen te beschadigen4 ,spoedig zou daarbij de warmte zoo groot worden1 dat het getroffen deel afstierf4 ,zoo kan men enkele bladgroenkorrels dooden1 terwijl de overige deelen der cel levend blijven4 ,als men nu voorzichtig een celkern1 of een deel daarvan tot dicht bij de temperatuurgrens van het leven verwarmde1 zou men mogen verwachten1 dat die grens niet voor alle deeltjes dezelfde is4 ,enkele zouden eerder sterven1 andere later4 ,in een gunstig geval zou men dus de meest gevoelige kunnen dooden1 maar de overige sparen4 ,gesteld nu1 dat men er enkele trof1 die voor de ontwikkeling niet volstrekt noodzakelijk waren1 dan zou men misschien1 langs dezen weg1 een variteit kunnen tot stand brengen4 ,natuurlijk zou er nog heel wat te bestudeeren en te beproeven zijn1 vrdat men zoover kon komen4 ,doch dit is thans niet de zaak die ons bezighoudt4 ,het kwam er slechts opaan1 aan te toonen1 dat er een weg is1 die de kans op zulk een ingrijpen opent4 ,waarschijnlijk zal het volstrekt niet noodig zijn1 bepaalde deeltjes in een ei te dooden1 om zichtbare veranderingen in het daaruit groeiend organisme teweeg te brengen4 ,veel natuurlijker schijnt het ze eenvoudig in meerdere of mindere mate te verzwakken1 hetzij tijdelijk1 hetzij op den duur4 ,door een tijdelijke verzwakking zou men kunnen hopen ze achterlijk te maken in vergelijking met de overige factoren van het ontwikkelingsproces en daardoor misschien de fijnst mogelijke wijziging te erlangen4 ,een eerste middel dat zich daarbij aanbiedt is het bedwelmen4 ,aether en chloroform werken op dierlijke en plantaardige cellen op overeenkomstige wijze als op het menschelijk organisme1 en wellicht zou men daarvan gebruik kunnen maken1 om geringe storingen in de allereerste ontwikkeling te doen optreden4 ,reeds zijn een aantal feiten bekend1 die de uitgesproken hoop wettigen1 of ten minste steunen4 ,wat eieren betreft1 gebruikt men bij voorkeur die van zee-egels en zee-appels1 die deels om hun doorschijnendheid1 deels om hun taaiheid1 deels om allerlei andere redenen voor onderzoekingen bizonder geschikt zijn4 ,wilson heeft nu vr1 tijdens1 en na de bevruchting aether op zulke eieren laten inwerken4 ,zichtbare afwijkingen van het normale proces waren daarvan het gevolg4 ,zoo kan de mannelijke kern belet worden met de vrouwelijke te copuleeren1 doch daarbij op eigen gelegenheid voortgaan met groeien4 ,ook kunnen de stralen-sphaeren1 die gewoonlijk van de kernen uitgaan1 en waarlangs zij vermoedelijk haren invloed op de cel oefenen1 door de werking van aether tijdelijk worden uitgewischt1 of ten minste onzichtbaar gemaakt1 zonder dat daardoor de levensverschijnselen en met name de deelingen in de kernen merkbaar worden gestoord4 ,dan kunnen de kernen zich vermenigvuldigen1 zonder dat dit door de overeenkomstige celdeelingen wordt gevolgd en er ontstaan veelkernige cellen4 ,wilson kon soms #fd kernen in een enkele cel tellen1 terwijl het normale aantal niet meer dan n bedraagt4 ,eindelijk kunnen de celdeelingen zoo onregelmatig worden1 dat zij1 inplaats van tusschen de kernen door te gaan1 langs deze den nieuwen wand maken1 zoodat de eene helft geen en de andere beide of alle jonge kernen krijgt4 ,zulke kernlooze cellen vertoonen dan natuurlijk allerlei afwijkende verschijnselen4 ,de meeste van de beschreven afwijkingen zijn van voorbijgaanden aard1 zoo de bedwelming slechts kort genoeg duurt4 ,is het nog mogelijk1 dan keert daarna de kiem tot het normale ontwikkelingsproces terug4 ,maar misschien blijft er toch nog iets over1 dat1 aanvankelijk onzichtbaar1 en dus tot nu toe niet opgemerkt1 in het latere leven zich zou verraden1 en dan juist wijzigingen geven1 zooals wij die zouden wenschen te zien ontstaan4 ,een ruim veld van waarneming en onderzoek ligt hier voor ons open4 ,dat bedwelming werkelijk veel fijnere wijzigingen in den groei en de ontwikkeling kan te weeg brengen is1 ten minste voor planten1 door de merkwaardige studin van ,johannsen bewezen4 ,aan dezen gelukte het1 door een voorbijgaande bedwelming1 slapende knoppen wakker te maken4 ,het resultaat was geheel onverwacht1 en toch kan iedereen zich gemakkelijk van de juistheid overtuigen4 ,onze boomen en heesters1 onze bloembollen en knolgewassen hebben 's winters een periode van rust1 die niet eenvoudig het gevolg van de koude is4 ,dit blijkt terstond wanneer men bedenkt1 dat de term winterrust het verschijnsel eigenlijk zeer onvolkomen uitdrukt4 ,want hyacinten en tulpen en tal van andere bolgewassen rusten eigenlijk des zomers4 ,als in het voorjaar hun bloemen uitgebloeid zijn1 kunnen zij nog zaad maken1 en moeten zij1 b4v4 een maand lang1 door middel hunner bladeren het voedsel maken dat voor het verdere leven van den bol1 tijdens de periode van rust1 noodig is4 ,maar juist als de ware zomermaanden intreden1 beginnen zij deze periode1 en daaruit volgt1 dat gebrek aan warmte daarvan klaarblijkelijk niet de oorzaak is4 ,zoo is het met tal van voorjaarsplanten1 waarvan men de bladeren nog eenigen tijd in den zomer ziet1 maar die vroeg of laat ter ruste gaan1 lang vr het einde van den herfst4 ,er moeten dus inwendige1 van het jaargetijde onafhankelijke oorzaken zijn1 die deze rust bewerken4 ,daarnaast kan 's winters de koude de ontwikkeling vertragen1 en iedereen weet dat enkele te vroege en te warme voorjaarsdagen de knoppen er toe brengen kunnen vr hun tijd uit te loopen4 ,maar dit kan wel in het voorjaar1 doch niet in den eigenlijken winter1 vooral niet in 't begin daarvan geschieden4 ,men kan dit bewijzen door takken van allerlei boomen en heesters af te snijden en1 in wat water1 in een warme kamer te plaatsen4 ,doet men dit in ,februari of ,maart1 dan ziet men weldra de meeste knoppen zwellen1 en een aantal er van open barsten en hun bladeren en bloemknoppen ontplooien4 ,doet men het in ,october of ,november1 zoo blijven de takken echter werkeloos4 ,toch is alles of ten minste nagenoeg alles in hen voor het hernieuwde leven gereed4 ,dit blijkt juist uit de aether-proeven van ,johannsen4 ,want wat men door eenvoudig verwarmen niet kan bereiken1 kan men daardoor wel verkrijgen na een voorbijgaand bedwelmen4 ,men zet de takken1 na ze afgesneden te hebben1 en liefst zonder water1 in een groote metalen kist met goed sluitend deksel1 of ook onder een glazen stolp of in een flesch met wijden hals1 en voegt daaraan een afgemeten hoeveelheid aether toe4 ,men laat ze er twee dagen in1 en herhaalt daarna zoo noodig de bewerking nog eens4 ,zet men ze nu in wat water op een verwarmde plaats dan ziet men ze spoedig uitloopen1 ten minste verscheidene soorten1 want de vereischte hoeveelheid aether is niet voor alle dezelfde4 ,dit proces1 dat in het klein zeer verrassende uitkomsten geeft1 heeft in de laatste jaren in het groot in de praktijk ingang gevonden voor het forceeren van seringen4 ,want het is daardoor mogelijk geworden1 den bloei dezer struiken in ,januari en ,december eenige weken te vervroegen1 en zoodoende omstreeks ,kerstmis en ,nieuwjaar daarvan groote hoeveelheden bloemtrossen in den handel te brengen4 ,en merkwaardiger wijze groeien de trossen na het aetheriseeren zooveel sneller dan bij het gewone forceeren1 dat de meerdere kosten van de installatie en toepassing van dit proces geheel opgewogen worden door de besparing aan brandstof1 die het kortere forceeren in de kassen natuurlijk met zich voert4 ,zoo hebben wij in aether--en hetzelfde geldt van chloroform--een zeer merkwaardig middel om allerlei wijzigingen in het ontwikkelingsproces te voorschijn te roepen1 en het spreekt van zelf1 dat na zulke onverwachte en uiteenloopende feiten1 als die van ,wilson en van ,johannsen1 nog een lange reeks van ontdekkingen op dit gebied mag worden verwacht4 ,van geheel anderen aard zijn de studin van ,loeb in ,californi en van ,delage in ,parijs omtrent den invloed van opgeloste stoffen en van gassen op de ontwikkeling van eieren4 ,ook zij gebruiken bij voorkeur eieren van zee-sterren en zee-egels4 ,als zulke eieren bevrucht worden1 gebeurt er tweerlei4 ,eensdeels brengt het mannelijk element de eigenschappen van den vader op de kiem over1 en bewerkt zoo de gelijkenis der kinderen op hem1 wat bij ons menschen zeer bekend is1 en bij bastaarden een zeer belangrijke rol speelt1 maar wat natuurlijk overal bij planten en dieren het meest wezenlijke deel der bevruchting is4 ,maar dit is volstrekt niet het eenige1 wat de mannelijke cel bewerkt4 ,het ei bevindt zich in rustenden toestand1 en moet daaruit worden opgewekt1 om zich verder te gaan ontwikkelen4 ,dit gebeurt nu niet door die overbrenging der erfelijke eigenschappen1 maar door een afzonderlijke werking4 ,bij sommige planten en met name bij vele orchideen vindt zulk een werking zelfs reeds vr de bevruchting plaats1 en gaat er van de stuifmeelkorrels en haar buizen iets uit1 wat den groei der zaadknoppen bevordert4 ,zonder dien prikkel worden zij in die gevallen nooit normaal en voor de bevruchting geschikt4 ,men kan nu1 dank zij de onderzoekingen der genoemde geleerden1 die twee belangrijke werkingen van elkander scheiden4 ,want men kan den groeiprikkel1 als ik het zoo eens noemen mag1 die van het mannelijk element uitgaat1 vervangen door iets anders4 ,dan zal het ei zich ontwikkelen1 zonder in den eigenlijken zin van het woord bevrucht te zijn1 en daarom pleegt men dit proces parthenogenesis1 en wel in dit bizondere geval1 kunstmatige parthenogenesis te noemen4 ,loeb ontdekte dit door het gebruik van opgeloste zouten1 en met name van chloormagnesium1 dat in het zeewater wel aanwezig is1 maar natuurlijk niet in voldoende hoeveelheid om die onnatuurlijke ontwikkeling te bewerken4 ,voegt men er echter wat grootere hoeveelheden van aan het zeewater toe1 waarin de eieren van zee-sterren1 zee-egels en zee-appels liggen1 dan ziet men deze tot jonge larven worden1 ook zonder bevruchting4 ,eenige andere zouten zijn eveneens in staat1 dit gevolg te bewerken4 ,het maakt den indruk alsof het ei rustend gehouden werd door een of andere onbekende maar op den groei belemmerend werkende oorzaak4 ,het mannelijk element en de genoemde zouten heffen die oorzaak op1 lossen haar misschien eenvoudig op1 zoo zij een bepaalde stof is1 en veroorloven zoo den voortgang der ontwikkeling4 ,delage heeft nu aangetoond1 dat behalve zouten ook gassen1 en met name koolzuur1 zulk eene werking hebben4 ,gasvormige lichamen hebben bij zulke proeven allerlei voordeden boven opgeloste zouten4 ,men behoeft slechts een stroom van koolzuur uit een ontwikkelingsflesch1 of uit een gewonen syphon van koolzuurhoudend mineraalwater te leiden1 om de eieren1 die er in liggen1 tot ontwikkeling te doen komen zonder bevruchting4 ,zouten werken altijd op een aantal eieren schadelijk1 maar koolzuur kan ze bij honderden doen groeien1 zonder dat er een enkel verloren gaat of ook slechts achterlijk blijft4 ,daardoor geeft het koolzuur een middel aan de hand1 om de onbevruchte eieren in hun verderen levensloop te bestudeeren1 iets wat op dit oogenblik nog zeer moeilijk is1 daar men met de vereischten van het leven van jonge zee-appels1 ook na bevruchting der eieren1 in een aquarium nog zeer onvoldoende bekend is4 ,in een aquarium moet men het water voortdurend in beweging houden1 en daarenboven moet men zorgen1 dat voedsel in overvloed voorhanden zij4 ,dit voedsel nu bestaat in allerkleinste organismen1 bijna onzichtbaar klein1 die in het zeewater in onnoemelijk aantal voorkomen1 en die door de larven der zeesterren worden gegeten4 ,deze plantaardige en dierlijke1 microscopisch kleine wezens vormen een deel van de in de bovenste lagen der zee drijvende of liever zwevende wereld1 die men tegenwoordig gewoon is het plankton te noemen4 ,dit plankton1 waarop ik trouwens later nog terug zal moeten komen1 is de groote bron van het voedsel voor alles wat in zee leeft1 tenminste wat het dierenrijk betreft1 en grootere planten zijn in de zee zooals men weet betrekkelijk zeldzaam1 en eigenlijk beperkt tot de kusten en tot de enkele1 drijvende sargasso-zeen4 ,dit microscopische voedsel moet men vermengen met het zeewater1 waarin de larven leven1 en dit heeft1 bij hun vraatzucht1 groote moeielijkheden1 doch het is hier de plaats niet1 daarop nader in te gaan4 ,genoeg zij het1 er op gewezen te hebben1 dat eieren zonder bevruchting tot larven kunnen worden4 ,en kunnen zij dit1 zoo zouden zij het wellicht ook met een gedeeltelijke bevruchting kunnen1 en misschien met een gemis van slechts enkele der vertegenwoordigende deeltjes van de erfelijke eigenschappen van den vader4 ,evenals van chloormagnesium1 zou men ook de werking van zwakke vergiften op den aanvang van het ontwikkelingsproces kunnen bestudeeren4 ,davenport heeft aangetoond1 dat er een zeer groote mate van overeenkomst bestaat tusschen de werking van vergiften op het menschelijk lichaam en op verschillende soorten van lagere dieren4 ,met name kunnen in vele gevallen dieren aan bepaalde vergiften gewend worden1 door de dosis langzaam te doen toenemen4 ,er ontstaat dan een soort van immuniteit1 en deze treedt1 al naar gelang der onderzochte voorwerpen1 nu eens vroeger1 dan weer later in4 ,zoo men nu aan mag nemen1 dat bij een fijner uitwerken van dit beginsel1 ook de vertegenwoordigende deeltjes der erfelijke eigenschappen in een ei in verschillende mate gevoelig zullen blijken te zijn voor zulke vergiften1 dan ontstaat de kans dat men daardoor sommige kan elimineeren1 zonder de overige al te zeer te schaden4 ,zoodoende zou men allicht1 in de ontwikkeling van de kiem en van het jonge dier uit het ei1 enkele bepaalde eigenschappen kunnen onderdrukken4 ,allerlei andere invloeden zouden kunnen worden bestudeerd1 en onder deze bieden wellicht de stralen van ,rntgen1 en de radio-activiteit van het nieuwe element radium1 bizondere kansen van slagen aan4 ,van beide zijn reeds uiterst belangrijke werkingen op het levend organisme bekend1 die deels als genezing1 deels als schadelijke veranderingen van beteekenis zijn4 ,ook is in sommige gevallen hun invloed op de ontwikkeling van jonge dieren uit het ei nagegaan4 ,zoo kan de groei der organen van de donderpadden1 die uit de kikvorsch-eieren ontstaan1 op belangrijke punten gewijzigd worden door de stralen die van radium-bromide en andere radium-zouten uitgaat4 ,in normale gevallen verandert b4v4 de vorm van den kop na omstreeks acht dagen1 de hals wordt onduidelijk en de uitwendige ademhalingsorganen worden door inwendige vervangen4 ,maar de radium-stralen belemmeren deze processen1 en inplaats van te verdwijnen1 wordt de hals door het ontstaan van huidplooien duidelijker4 ,in jonge zee-appels1 die zich uit eieren ontwikkelen1 kan het radium den geheelen bouw der ingewandsholte wijzigen4 ,wijzigt men nu de intensiteit van de inwerking van het radium1 zoo verandert ook de uitwerking1 en voor zoover de waarnemingen thans reeds een inzicht veroorloven1 kan men zeggen dat zwakke werkingen dikwijls de levensfunctin bevorderen1 terwijl sterkere ze vertragen of belemmeren4 ,zeer sterk behoeft de werking dan ook niet te worden1 om plaatselijk enkele organen of cellen geheel te dooden4 ,ook in dit opzicht gedragen zich verschillende cellen verschillend1 en onlangs heeft ,soddy voorgesteld om de radio-activiteit van het thorium1 die zooveel zwakker is dan die van het radium zelf1 te gebruiken om de microben der longtering binnen in het lichaam te dooden4 ,de longen zouden daarbij zoo goed als onbeschadigd blijven4 ,hoe dit ook zij1 de hoofdzaak is voor ons dat ook hier1 evenals in de vorige gevallen1 krachten aanwezig zijn1 die bepaalde deeltjes meer en andere veel minder in hun levensfunctie en ontwikkeling tegenwerken1 en evenals wij dit reeds herhaaldelijk gedaan hebben1 kunnen wij ons ook hier voorstellen dat een fijnere uitwerking van het beginsel eenmaal tot een scheiding onder de vertegenwoordigende deeltjes der erfelijke eigenschappen in het ei zal kunnen leiden4 ,maar ik heb wellicht reeds te veel feiten en verschijnselen uit te zeer uiteenloopende deelen der natuurwetenschap aangehaald4 ,bij de volkomen onzekerheid die hier uit den aard der zaak nog heerscht1 zou een verdere beschouwing van dit punt allicht al te vermoeiend worden4 ,mijn doel was dan ook slechts aan te toonen1 dat de zuster-wetenschappen1 vooral in haar nieuwste ontdekkingen1 een schat van feiten aanbieden1 die als uitgangspunten voor onderzoekingen op het gebied der experimenteele evolutie kunnen dienst doen4 ,daarom is een der eerste vereischten voor den goeden gang van de werkzaamheden op dit nieuwe laboratorium1 dat men zooveel mogelijk op de hoogte blijve van het nieuwste wat in alle andere wetenschappen ontdekt wordt4 ,natuurlijk kan niet alles van toepassing zijn4 ,maar men weet vooruit niet1 op welken weg een ontdekking zal te vinden zijn4 ,de eene poging kan mislukken1 terwijl de andere gelukt4 ,het komt er slechts op aan1 de gunstige gelegenheden niet voorbij te laten gaan4 ,en om daarvoor te zorgen moet men op alles voorbereid zijn4 ,zeer dikwijls hangt een belangrijke ontdekking af van een toevallige kennismaking met een of ander nieuw feit1 of een of andere nieuwe gedachte1 die plotseling blijkt van toepassing te kunnen worden op het werk waarmede men juist bezig is4 ,is dan dit werk in vollen gang1 en beschikt het over alle methoden en hulpmiddelen die noodig zijn om het nieuwe gezichtspunt terstond aan de ervaring te toetsen1 dan is wellicht de ontdekking ineens gedaan en misschien tevens al halverwege voltooid4 ,is men echter f niet voldoende voorbereid in eigen werk1 f niet voortdurend op den uitkijk naar wat het toeval soms brengt1 dan gaat de gelegenheid ongemerkt voorbij1 en jaren kunnen verloopen1 eer zich een tweede voordoet4 ,naast grondigen arbeid acht ik daarom een voortdurende algemeene orinteering een eerste vereischte voor welslagen4 ,de experimenteele evolutie kan echter nog van geheel andere gezichtspunten uitgaan dan de tot nu toe ontwikkelde1 en daarbij geheel andere wegen van onderzoek inslaan4 ,zulk een weg is die1 welke men vroeger algemeen de studie der generatio spontanea noemde4 ,maar toen had men1 omtrent wat men mocht verwachten1 nog slechts uiterst vage en grootendeels onjuiste voorstellingen4 ,pasteur's ontdekking der bacterin heeft hier veel verkeerde denkbeelden opgeruimd4 ,want mogen de bacterin ook nog zoo klein zijn1 en voor het gewapend oog een ook nog zoo eenvoudigen bouw vertoonen1 toch leeren ons hun zoo uiterst verscheidene1 scheikundige en physiologische werkingen1 dat hun binnenst maaksel volstrekt niet zoo primitief zijn kan4 ,men is dan ook reeds lang van het vermoeden terug gekomen1 onder hen de meest oorspronkelijke wezens te zoeken4 ,vooral heeft daartoe de overweging bijgedragen1 dat zij alle f van de weefsels van hoogere planten en dieren1 f tenminste van hunne afvalproducten leven4 ,zij zijn dus in hun geheele bestaan van deze afhankelijk en men kan zich dus moeilijk voorstellen1 dat zij1 in het begin van den biologischen tijd1 aan deze zouden zijn voorafgegaan4 ,hierdoor komen wij als van zelve tot de vraag1 waar men zich dan voorstellen moet1 dat het eerste leven ontstaan is4 ,dit nu is uit den aard der zaak een quaestie die thuis behoort op het gebied van het verre verleden1 en dus in de palaeontologie4 ,de leer der voorwereldlijke planten en dieren antwoordt op onze kwestie echter met een groot bezwaar4 ,in fossielen toestand kan men natuurlijk niet verwachten1 dat van de bedoelde verschijnselen iets zal zijn overgebleven4 ,integendeel1 er is in het algemeen al een vrij hooge graad van organisatie noodig1 zal een plant of dier kans hebben om zijn overblijfselen of indrukken in de gesteenten achter te laten4 ,en die hoogere bouw1 gepaard gaande met een grootte1 die de eerste levende wezens zeer zeker niet bereikt kunnen hebben1 sluit de studie van het bedoelde verschijnsel op palaeontologisch gebied geheel van de ervaring uit4 ,wij komen dus hier op een gebied van reine fantasie4 ,maar niet van een vrije fantasie4 ,want zij is gebonden aan de bekende feiten1 die haar binnen vrij enge grenzen beperken4 ,en met deze beperking kan zij ons van groot nut zijn om ons een nieuwen weg te wijzen1 waarlangs wellicht de studie der experimenteele evolutie zou kunnen worden aangevat4 ,ik wil thans trachten duidelijk te maken1 welke gezichtspunten ons door zulke beschouwingen worden geopend4 ,daartoe wensch ik een kort beeld te ontwerpen van de theorie van ,brooks omtrent het leven op aarde gedurende de oudste tijden1 waarvan geen fossielen tot ons zijn gekomen4 ,deze beschouwing komt mij voor zoo eenvoudig en zoo gemakkelijk te begrijpen te zijn1 dat ik geen bezwaar zie haar hier eenigszins in bizonderheden te volgen4 ,zij gaat natuurlijk uit van hetgeen feitelijk bekend is omtrent de alleroudste fossiele fauna1 die van de cambrische lagen4 ,allereerst een enkel woord omtrent den tijd4 ,men stelt zich thans algemeen voor1 dat het leven op aards geenszins onbegrensd lange tijden geduurd heeft4 ,de ontwikkeling op de hoofdlijnen van den stamboom van het dieren- en plantenrijk behoeft niet zoo onmerkbaar langzaam geweest te zijn1 als men voor een tiental jaren nog algemeen geloofde4 ,hubrecht heeft ons geleerd de tallooze vertakkingen van den stamboom beter te beoordeelen en veel1 wat men vroeger meende dat een plaats op de hoofdlijnen moest hebben1 wordt thans beschouwd als te behooren tot de zijtakken4 ,daardoor wordt1 in onze voorstelling1 het geheele proces der evolutie aanzienlijk verkort4 ,wat men vroeger meende1 dat na elkander moest gebeuren1 ziet men thans in1 dat voor een groot deel naast elkander geschied kan zijn4 ,daarnaast komt de overtuiging1 dat een ontstaan van soorten zoo langzaam1 dat eeuwen noodig zouden zijn om merkbare verschillen teweeg te brengen1 allengs moet wijken voor de meening dat de vooruitgang stapsgewijze geschiedt1 en dat nu eens talrijke stappen elkander snel hebben opgevolgd1 terwijl in andere gevallen1 zooals bij de zoetwatermosselen1 lange geologische tijden zijn voorbijgegaan1 zonder dat eenige merkbare vooruitgang1 ja zelfs zonder dat eenige belangrijke wijziging in de organisatie tot stand kwam4 ,men meent thans dat eenige millioenen van jaren geheel voldoende kunnen worden geacht voor de verklaring van het geheele evolutie-proces4 ,hoeveel millioenen doet er natuurlijk niet veel toe1 daar ons voorstellingsvermogen toch niet in staat is op zulk een ontzaggelijke uitgebreidheid verschillen duidelijk te waardeeren4 ,meestal schat men den duur van het leven op tusschen de #bj en #dj millioen jaren1 of1 bij enger beperking1 doch nog met een voldoenden graad van waarschijnlijkheid1 tusschen de #bj en #cj millioen jaren4 ,in dien tijd zouden dus tevens nagenoeg alle geologische lagen zijn afgezet4 ,de dikte van deze1 voor de verschillende perioden van de ontwikkelings-geschiedenis der aarde1 geeft een in 't groot goed vertrouwbaren maatstaf voor de verdeeling van den zooeven aangenomen tijd over die verschillende perioden4 ,de oudste lagen zijn verreweg de dikste1 de perioden duurden dus in den aanvang het langste en dit wil zeggen1 dat toen de veranderingen in de aardschors1 in de verdeeling van land en zee1 en in de organisatie der levende wezens uiterst langzaam geschiedde in vergelijking met de latere tijden4 ,groote eentonigheid en groote gelijkvormigheid moet er in den beginne overal op aarde geheerscht hebben4 ,en1 naar alle waarschijnlijkheid heeft het ongeveer de helft van den geologischen tijd geduurd1 voordat hierin eenige merkbare verandering kwam4 ,sedert zijn de veranderingen sneller en sneller1 en de perioden dus korter en talrijker geworden4 ,daaruit volgt echter nog niet dat de totale vooruitgang ook in die tweede helft de grootste is geweest4 ,doch eer ik hierop in ga moet ik eerst de palaeontologische feiten vermelden1 waarop de theorie van ,brooks steunt4 ,de periode in de ontwikkeling der aardschors die het keerpunt in de geheele ontwikkelings-geschiedenis schijnt te zijn1 draagt den naam van den cambrischen tijd4 ,deze komt ongeveer met het midden van alle geologische lagen1 en dus met het midden van den geheelen duur van het leven op aarde overeen4 ,vr het cambrium moeten dus #aj #bj millioen jaren zijn verloopen1 sedert de eerste levende wezens ontstonden1 en daarna ongeveer evenveel4 ,de cambrische periode echter is de oudste1 waaruit fossielen bekend zijn geworden1 en wij mogen dus zeggen dat wij van de eerste helft van de ontwikkeling van het leven op aarde feitelijk niets weten4 ,daartegenover staat1 dat na het cambrium het voorkomen van fossielen in de gesteenten regelmatig is toegenomen4 ,leemten zijn er in onze kennis natuurlijk nog zeer talrijke1 doch zij betreffen meer de fijnere trekken der ontwikkelingsgeschiedenis4 ,omtrent de hoofdlijnen mogen wij zeggen dat de ervaring ons voldoende uitsluitsel geeft4 ,geheel juist is het echter niet1 zooals ik zooeven zeide1 dat wij omtrent de eerste helft van den biologischen tijd niets weten4 ,mogen de feiten ook ontbreken1 toch is het duidelijk dat de fauna van den cambrischen tijd als het product der voorafgegane evolutie mag worden beschouwd1 en dat deze dus zoodanig moet geweest zijn1 als met dat product overeenkomt4 ,daarom willen wij thans die cambrische fauna nader in oogenschouw nemen4 ,ik doe dit aan de hand van ,brooks1 die in zijn boek over de ,foundations of ,zoology een uiterst aantrekkelijke beschrijving van het leven in de zee1 in dien tijd en in den tegenwoordigen tijd1 geeft4 ,zooals iedereen weet1 is de zee veel rijker aan fraaie en vreemde vormen1 aan de meest treffende en boeiende kleur-schakeeringen1 dan eenige vegetatie op het land4 ,zelfs de tropische bosschen kunnen met het leven op den bodem der zee op verre na niet wedijveren4 ,de fauna van de onderste lagen van de cambrische periode1 die dus de alleroudste is1 waaromtrent de fossielen ons iets leeren1 was rijk en verscheiden1 en de meeste tegenwoordige typen van het dierlijk leven hadden hun vertegenwoordigers reeds in dien tijd1 terwijl er daarnaast toen geen eenigszins belangrijke typen gevonden werden1 die thans geen levende nakomelingen meer zouden hebben4 ,gewervelde dieren en bloemplanten waren er toen nog niet1 maar van de lagere dieren1 en zoover men na kan gaan van de wieren1 waren de hoofdtypen toen reeds allen aanwezig4 ,men kent omstreeks #aej soorten van dieren uit die onderste cambrische lagen1 maar deze zijn zeer gelijkelijk verdeeld over de orden en familin1 die thans nog op den bodem der zee leven4 ,die #aej soorten maken daarenboven niet den indruk van allerprimitiefste voorvaderen te zijn van de tegenwoordige typen4 ,integendeel1 de specialisatie en organisatie mogen toen in bizonderheden anders geweest zijn dan nu1 zij stonden volstrekt niet merkbaar lager dan thans4 ,in geologischen zin de alleroudste waren zij volgens zologische opvatting even modern als de tegenwoordig levende wereld4 ,binnen in elke groep is het aantal soorten en vormen in de sedert vervlogen tijden uitermate toegenomen1 en is er een verscheidenheid ontwikkeld zooals die toen1 naar alle waarschijnlijkheid1 op verre na niet bestond4 ,maar deze differentiering geldt eigenlijk slechts bijzaken1 terwijl de hoofdzaken nagenoeg onveranderd zijn gebleven4 ,allerlei levensomstandigheden1 deels voortspringende uit de ongelijkheden van den bodem der zee en de verschillende diepten1 voornamelijk echter te wijten aan de overal afwijkende eischen van den strijd met andere wezens en van den grooten wedstrijd om voedsel1 hebben talrijke speciale adaptatin doen ontstaan1 en een enormen rijkdom van vormen teweeggebracht1 waarvan de gewone mensch zich geen voorstelling kan maken4 ,maar de hoofdtrekken van de organisatie waren toen dezelfde als thans1 de kenmerken van de hoofdgroepen van het dierenrijk zijn al die millioenen van jaren vrij wel onveranderd gebleven4 ,deze moeten dus in de vr-cambrische tijden ontstaan zijn1 terwijl de tallooze bizondere aanpassingen van lateren datum zijn4 ,wil men nu trachten zich een voorstelling te maken van het leven gedurende die vr-cambrische tijden en van de veranderingen1 die zoo plotseling het ontstaan van fossielen mogelijk maakten1 dan moet men natuurlijk geheel van zologische1 in plaats van palaeontologische gegevens uitgaan4 ,het wordt dan een vergelijkende studie1 waartoe de tegenwoordig levende wereld het materiaal moet leveren4 ,er zijn in de levensgeschiedenis der aarde klaarblijkelijk perioden van langzame en tijden van snellere verandering geweest4 ,voor de fossiele kruipende dieren was de tijd van den ,ichthyosaurus zulk een tijdperk van snelle ontwikkeling4 ,de allerlaatste tijden toonen een toenemend overwicht van intellectueelen vooruitgang1 en onder de landdieren geldt thans vrij algemeen list meer dan kracht4 ,de fossielen leeren ons1 dat de gemiddelde grootte van de meeste typen van landdieren sinds het midden van de tertiaire periode is afgenomen1 maar dat de verhouding van den inhoud van de hersenpan tot de lichaamsgrootte aanzienlijk is toegenomen4 ,naar een globale schatting is het gewicht der hersenen in vergelijking met dat van het lichaam in die latere geologische tijden meer dan verdubbeld4 ,brooks neemt nu aan1 dat het begin der cambrische periode ook zulk een tijd van snellen vooruitgang in een bepaalde richting was1 en wel in de richting van die vaste kalkachtige lichaamsdeelen1 die in fossielen staat zijn overgebleven4 ,de reden1 waarom uit oudere tijden geen fossielen bekend zijn1 zou dan eenvoudig deze zijn1 dat alle lichaamsdeelen nog week en voor fossilisatie ongeschikt waren4 ,en de oorzaak van die verandering zoekt hij in den overgang van het leven uit de hoogere lagen der zee naar den bodem4 ,om de bedoeling van deze voorstelling duidelijk te maken1 moeten wij dus trachten een denkbeeld te geven van die twee1 zoo uiterst verschillende fauna's4 ,bestudeert men de ontwikkelingsgeschiedenis van tegenwoordig levende dieren uit de meest verschillende afdeelingen van het dierenrijk1 dan komt men tot de overtuiging dat zij moeten afstammen van kleine en eenvoudig gebouwde voorvaderen1 die echter reeds het kenmerkende type der afdeeling in zich droegen4 ,de gemeenschappelijke afstamming van die groepen moet dus plaats gevonden hebben in een zeer ver verwijderden tijd1 toen alle dieren nog zeer klein en eenvoudig van bouw waren4 ,zulke zeer kleine en eenvoudig gebouwde diertjes leven tegenwoordig talloos in zee1 maar niet op den bodem1 doch drijvende of zwemmende in de golven4 ,de bovenste lagen van het water onzer zeen moet men zich bevolkt denken met een onnoemelijk aantal uiterst kleine levende wezens1 waarvan velen zelfs microscopisch klein en voor het ongewapend oog onzichtbaar zijn1 terwijl de anderen niet veel grooter zijn1 dan zoo1 dat zij juist nog even gezien kunnen worden4 ,deze zwevende wereld1 die tot een diepte van verscheidene meters onder de oppervlakte gaat1 zoover als het licht en de zuurstof en het koolzuur der lucht nog ruimschoots kunnen binnendringen1 is het plankton1 waarvan ik bij een vorige gelegenheid als van voedsel voor grootere zeedieren1 reeds met een enkel woord heb melding gemaakt4 ,dit plankton nu bestaat deels uit plantjes1 deels uit diertjes1 maar allen van een zeer eenvoudigen bouw4 ,de planten behooren tot verschillende groepen van lagere wieren1 de dieren daarentegen omvatten vertegenwoordigers van nagenoeg alle afdeelingen van het dierenrijk1 zoover zij zeedieren omvatten1 en met uitzondering natuurlijk van de gewervelde dieren4 ,de verschillen1 die reeds in het plankton de groote afdeelingen van het dierenrijk van elkander onderscheiden1 worden algemeen als veel diepergaande en als van veel grooter systematische beteekenis geacht dan alle de tallooze verschillen binnen die afdeelingen zelven4 ,in het plankton vormen de microscopische wiertjes niet alleen het voedsel voor alle dieren daarin1 maar tevens voor nagenoeg het geheele leven in zee1 met uitzondering van de kust4 ,natuurlijk niet rechtstreeks1 maar middellijk4 ,de wieren behooren maar tot een klein aantal typen en soorten1 maar deze komen dan ook in ontelbare millioenen van individuen voor4 ,de meeste gewone vormen behooren tot de ,protococcen of oudste celvormen2 het zijn microscopisch kleine1 kogelronde groen eencellige wezens4 ,zij vermenigvuldigen zich door deeling1 maar zoodra een cel op deze wijze er twee gevormd heeft1 laten deze elkander los1 om afzonderlijk te gaan leven4 ,zij voeden zich in hoofdzaak met het opgeloste koolzuur1 dat zij ontleden en waaruit zij de organische stof maken4 ,hoe fijner zij in het water verdeeld zijn1 des te gemakkelijker kunnen zij dit koolzuur natuurlijk opnemen1 daarmede hangt hun microscopische kleinheid1 hun eencellige bouw en hun gemis van bizondere organen samen4 ,dit alles toch zou in de eentonige en gelijkmatige omgeving van het zeewater slechts last en omslag zijn4 ,alles is ingericht voor een snelle en rijkelijke vermenigvuldiging1 maar ook nagenoeg alleen daarvoor4 ,behalve groene protococcen komen ook diatomeen en enkele andere vormen van eencellige wieren in ontelbare hoeveelheden in het plankton voor1 maar over deze behoef ik hier niet uit te wijden4 ,opgegeten worden is in zee de levensregel1 en voor dat de protococcen tot een geschikt voedsel voor haaien en andere groote visschen geworden zijn1 moeten zij1 als ik het zoo eens zeggen mag1 tallooze malen opgegeten zijn4 ,ik bedoel natuurlijk dat zij door zeer kleine diertjes worden gegeten1 deze weer door grootere1 die op hun beurt aan nog grootere tot voedsel strekken1 en zoo vervolgens4 ,de eersten in deze reeks zijn de globigerinen en radiolarien of straaldiertjes1 fijne1 slijmerige wezens met naalden van kiezel of andere harde deeltjes van uiterst fraaie structuur in hun overigens schijnbaar structuurloos lichaam4 ,bijna even talrijk als de protococcen1 maar zonder het vermogen om zich met koolzuur te voeden1 leven zij van deze1 om zelven weer aan tal van andere1 grootendeels wat hooger georganiseerde maar toch nog uiterst kleine wezens ten prooi te vallen4 ,zoo klimt de organische stof1 die de zee-planten oorspronkelijk maken1 langzamerhand in het dierenrijk op4 ,ofschoon nu opgegeten worden de regel is1 spreekt het wel van zelf1 dat daaraan ten slotte een grens komt4 ,kleinere en grootere aantallen van diertjes sterven af1 zonder aan anderen tot voedsel te strekken4 ,deze zullen allengs gaan zinken4 ,en moge hun aantal ook slechts een klein deel vormen van wat er in de bovenste lagen der zee blijft leven1 toch zal het ten slotte zijn als een regen van voedsel1 die uit deze lagen langzaam omlaag daalt4 ,wanneer dit begonnen is1 en welke graad van organisatie vereischt was1 om dit verschijnsel van eenige beteekenis te doen worden1 is moeilijk na te gaan4 ,maar het is een feit1 dat tegenwoordig die onderzeesche regen van organisch voedsel de groote en nagenoeg de eenige bron van het leven op den bodem der zee is4 ,het licht wordt door het zeewater geabsorbeerd4 ,het dringt tientallen van meters in1 maar wordt voortdurend verzwakt4 ,overal waar de zee niet al te ondiep is1 heerscht op den bodem volkomen duisternis4 ,planten kunnen daar niet groeien1 want die leven niet zonder licht4 ,organisch voedsel wordt er dus niet gemaakt2 alles wat er noodig is1 moet uit de hoogere lagen neerdalen4 ,toch pleegt die bodem met een rijke vegetatie van koralen en van allerlei andere dieren bedekt te zijn4 ,de een leeft van den ander1 en ook hier moet dezelfde organische stof achtereenvolgens in tal van lichamen dienst doen4 ,maar het spreekt van zelf dat er een bron moet zijn1 waarmee dit alles begint4 ,het is geen kringloop4 ,het is een langzaam en zuinig gebruik van wat er voorhanden is1 maar al die dieren ademen toch en verbruiken daartoe een deel van het opgenomen voedsel4 ,een bron moet er dus zijn1 en wel een rijke en altijd vloeiende bron4 ,die bron is de zooeven bedoelde regen van voedsel uit de bovenste lagen1 de lijken der diertjes die daar geleefd hebben1 en die zich1 rechtstreeks of indirect1 met de daar levende groene wieren hebben gevoed4 ,op den bodem der zee is nu het leven natuurlijk geheel anders dan boven in de golven4 ,daar ontstaan vastzittende en zwemmende vormen4 ,daar is kleinheid en eencelligheid geen voordeel meer4 ,allereerst komt het beginsel van kolonie-vorming en van uitbreiding over de vlakte1 want dit vergroot natuurlijk de kans1 om het neerdalende voedsel te bemachtigen4 ,dan komt het belang van over anderen heen te groeien1 en het voedsel als het ware te onderscheppen4 ,zoo ontstaan de stamvormende en vertakte koralen4 ,eindelijk is het klaarblijkelijk een voordeel om liever niet rechtstreeks op den voedselregen te teren1 maar de dieren te verslinden1 die zich zoo gevoed hebben4 ,dit is de bron van de plaatsbeweging1 van kruipen en zwemmen1 ten einde de prooi te bereiken4 ,zoo kan men gemakkelijk verder gaan1 en opklimmen tot hoogere en hoogere organisatie1 ja tot die lichtende zeedieren1 die zich zelven in hun strooptochten in de duisternis kunnen bijlichten4 ,in n woord1 het leven op den bodem is de bron van differentiering en aanpassing aan tallooze verschillende behoeften van het leven4 ,het is een strijd om het voedsel1 en strijd is de grondslag van den vooruitgang4 ,in de bovenste lagen der zee daarentegen is het voedsel in overvloed aanwezig en zijn de levensomstandigheden zoo eenvoudig als men zich maar denken kan4 ,daar mogen wij dus niet die aanpassing en die ontwikkeling van tallooze nuttige en doelmatige inrichtingen verwachten1 daar blijft eenvoudigheid de hoofdleus4 ,het plankton1 of het zwevend leven1 is nu niet alleen de eenige groote bron van het organisch voedsel in zee1 het is uit den aard der zaak ook de oorspronkelijke bron1 en dus de meest oorspronkelijke vorm van het leven4 ,daarmede komen wij terug1 van den tegenwoordigen toestand1 zooals ik dien nu geschetst heb1 tot ,brook's voorstelling van het leven in de vr-cambrische tijden4 ,het leven op den bodem en de ontwikkeling van grootere organismen is geheel afhankelijk van het plankton4 ,het spreekt dus van zelf dat het niet zonder dit bestaan kan en dus jonger moet zijn dan dit4 ,de fossiele overblijfselen in de cambrische lagen1 waarvan ik reeds gesproken heb1 vertoonen ons koralen en allerlei diertypen1 zooals zij tegenwoordig op den bodem der zee leven4 ,natuurlijk niet dezelfde soorten1 maar toch zoo nauw verwant1 dat men ze gemakkelijk herkennen en beoordeelen kan4 ,in oudere lagen vindt men zulke overblijfselen niet4 ,toch is er in den bouw der gesteenten niets wat zou doen vermoeden dat zij hier wel geweest1 maar sedert door latere veranderingen weer verdwenen zouden zijn4 ,zulke veranderingen hebben de alleroudste lagen zonder twijfel ondergaan1 maar het komt hier natuurlijk alleen aan op die1 welke in de laatste periode vr de cambrische afgezet zijn4 ,daaruit nu moet men besluiten dat er in die periode nog geen leven op den bodem der zee was4 ,is deze conclusie juist1 dan is het cambrische tijdperk het begin van alle hoogere organisatie1 van alle vastzittende planten en dieren1 en van de tallooze soorten die rond waren om zich ten koste van deze te voeden4 ,dan is de cambrische periode tevens het begin van het ontstaan van grootere diervormen met vaste skeletachtige deelen1 die in fossielen toestand bewaard kunnen blijven4 ,dan is ten slotte de cambrische periode het slot van eenvoud en kleinheid en gelijkvormigheid1 terwijl in alle vr-cambrische tijden deze drie hoofdbeginselen altijd het geheele leven op aarde beheerscht hebben4 ,ik kom nu terug op de bovengegeven tijdsbeschouwing4 ,deze leerde ons1 dat het cambrium omstreeks het midden van den biologischen tijd ligt4 ,de helft van den beschikbaren tijd1 meer dan tien millioen jaren1 moet het leven in dien eenvoudigen zwevenden toestand bestaan hebben4 ,al de groote rijkdom van vormen1 dien wij thans overal rondom ons bewonderen1 moet het product zijn van de tweede helft4 ,maar nutteloos voor den vooruitgang is de eerste helft volstrekt niet geweest4 ,juist integendeel moet men aannemen1 dat toen de breede grondslag gelegd is1 waarop de trotsche bouw van het dierenrijk in het cambrium kon worden opgetrokken1 of waarop ten minste met dien bouw een omvangrijk en in vele opzichten beslissend begin kon worden gemaakt4 ,wat in den voortijd geschied is weten wij niet1 maar wij moeten het afleiden uit wat van de onderste cambrische lagen tot ons is gekomen4 ,ik heb reeds gezegd dat het een #aej-tal soorten zijn1 maar dat deze1 met uitzondering van de bloemplanten en de gewervelde dieren1 alle hoofdgroepen van het latere leven omvatten4 ,de eigenschappen van die hoofdgroepen waren dus toen al voorhanden4 ,de thema's waren gegeven1 waarop tallooze nuanceeringen konden worden gegrond4 ,in die lange plankton-periode moeten dus deze fundamenteele eigenschappen1 deze grondverschillen tusschen schelpdieren en gelede dieren1 tusschen kwallen en zeesterren en al die andere groote typen1 reeds tot stand gebracht zijn4 ,de organismen bleven klein1 hun omgeving stelde aan hen geen uiteenloopende eischen1 maar daarentegen hadden eigenschappen1 die geen aanpassing1 maar de grondslag van principieele verschillen in den bouw zijn1 al den tijd om zich te ontwikkelen4 ,het is zeer moeilijk zich daarvan een nauwkeurige voorstelling te maken1 en zelfs de vraag of men die ontwikkeling als snel of als langzaam moet beschouwen in vergelijking van wat er sedert gebeurd is1 is onbeteekenend tegenover de millioenen van jaren die voor dit proces beschikbaar waren4 ,een rijk drijvend leven van uiterst kleine wezens1 maar een kale zeebodem en kale kusten1 en hier en daar wat land dat eveneens zonder leven was1 ziedaar ons beeld van de alleroudste tijden4 ,de totale massa der levende stof was misschien niet noemenswaard kleiner1 dan zij thans is1 nu wij er zooveel meer van zien4 ,maar er was toen niets dat fossiel kon worden2 geen overblijfselen er van zijn tot ons gekomen4 ,laat ons thans op den ingeslagen weg nog een stap verder gaan4 ,als het oudste leven dat van het plankton was1 dan volgt daaruit dat het leven ook in dien vorm aanvankelijk moet zijn ontstaan4 ,niet op het vaste land1 noch aan de kusten1 noch op den bodem der zee is het begin van het leven te zoeken4 ,drijvend in de golven moet het ontstaan zijn4 ,verder is het gemakkelijk in te zien1 dat de eerste levende wezens niet ten koste van andere geleefd kunnen hebben4 ,zij kunnen dus geen dieren geweest zijn1 want deze leven f van andere dieren f van planten4 ,alleen de eencellige wieren van het plankton zijn in hun bestaan van andere levende wezens geheel onafhankelijk1 daar zij zich met het opgeloste koolzuur en met opgeloste zouten voeden1 en dan1 behalve water en licht1 ook niets anders noodig hebben4 ,en onder de eencellige wieren hebben nu de protococcen verreweg den eenvoudigsten bouw4 ,kogelvormig en met niet meer dan de strikt noodzakelijke bestanddeelen van een cel1 bestaan zij eigenlijk alleen uit het levend protoplasma1 de kern1 den celwand1 en het groene orgaan hunner voeding4 ,het is duidelijk dat er tijden geweest kunnen zijn1 dat zij alleen het geheele plankton vormden1 maar ook dat dit van geen der andere soorten1 en met name van geen der dieren beweerd kan worden4 ,eerst nadat de zee over uitgestrekte streken dicht met groene protococcen bevolkt was1 konden andere vormen van planten en dieren optreden4 ,hieruit leiden wij af1 dat de protococcen de oudste bekende levende wezens zijn4 ,deze stelling kan1 trots het gebrek aan fossiele overblijfselen1 aan geen twijfel onderhevig zijn4 ,mogen wij daaruit ook afleiden dat zij de oudste van alle levende wezens geweest zijn8 ,hiertegen vormt hun wel is waar eenvoudige1 maar toch nog voor ontleding vatbare bouw een bezwaar4 ,alle analogie pleit er voor1 dat het eerste tevens het allereenvoudigste geweest moet zijn4 ,een cel zou kunnen leven zonder celwand en zonder celkern1 en zelfs de differentiering in groene en kleurlooze deelen sluit het denkbeeld van hoogsten eenvoud uit4 ,wij zouden ons een levende gelei willen voorstellen1 die het vermogen van groei had1 maar ook niets meer4 ,een vermogen dus om koolzuur om te zetten in dezelfde stof1 waaruit de gelei reeds bestaat1 zoodat voortdurende vergrooting plaats vond1 maar ook niets meer4 ,eerst daaruit zouden dan later1 in den loop van lange tijden1 door geleidelijke differentiering de groene eencellige wiertjes ontstaan zijn4 ,zou zulk een gelei nog ergens bestaan8 ,zou zij misschien nog voortdurend ontstaan1 maar thans spoedig aan allerlei dieren ten prooi vallen1 en dus nog slechts een zeer ondergeschikte rol spelen8 ,wij weten het natuurlijk niet4 ,maar aan de andere zijde is het niet erg waarschijnlijk1 dat de omstandigheden op zee voor twintig of dertig millioen jaren zoo geheel anders geweest zouden zijn1 dan zij sedert waren en nu nog zijn4 ,het is slechts een gissing1 maar het komt mij volstrekt niet onmogelijk voor1 dat diezelfde gelei ook thans nog hier en daar ontstaan zou4 ,haar ontstaan zoude het eenvoudigst denkbare geval van generatio spontanea1 van een geboorte zonder ouders zijn4 ,en het is duidelijk1 dat het in de hoogste mate de moeite waard moet geacht worden1 naar dit verschijnsel te zoeken4 ,is deze voorstelling juist1 en gelukt het die oorspronkelijke levensgelei te vinden1 dan zou men natuurlijk een van de merkwaardigste uitgangspunten voor een experimenteele studie der evolutie in handen hebben4 ,dan zou allereerst de vraag onder het oog moeten worden gezien hoe zulk een gelei ontstaan kan1 welke stoffen en welke krachten daartoe samen moeten werken4 ,men zou natuurlijk de hoop koesteren1 het proces kunstmatig na te leeren bootsen1 en zoodoende eindelijk het zoo dikwijls besproken denkbeeld van een experimenteele generatio spontanea te kunnen verwezenlijken4 ,maar men zou ook willen weten1 hoe in die gelei de differentieringen tot stand gekomen zijn1 die tot het eerste optreden van cellen geleid hebben4 ,en als men ook hier de experimenteele methoden wilde toepassen1 zou men ten minste niet zoo in den blinde behoeven rond te tasten1 als thans het geval is4 ,in n woord1 het historische uitgangspunt van het leven zou tevens het wetenschappelijke uitgangspunt voor een geheel nieuwe richting van bestudeering van het leven kunnen worden4 ,maar ik ben reeds veel te ver verdwaald op het gebied van vermoedens en van verwachtingen1 wier vervulling1 zoo zij al mogelijk zal zijn1 toch niet voor de naaste tijden is weggelegd4 ,het is thans noodig terug te keeren tot vasteren bodem1 en tot die uitgangspunten voor onderzoek1 die rechtstreeks door de bekende feiten worden aangeboden4 ,daarmede springen wij in eens over tot het andere uiterste van de geschiedenis van het leven op aarde4 ,hadden de gegeven beschouwingen ten doel1 te trachten een slip op te lichten van den sluier1 die het begin bedekt1 thans richten wij onzen blik naar het einde4 ,maar een eigenlijk einde is het niet4 ,geen reden bestaat er om aan te nemen1 dat de evolutie der levende wezens vr of in onzen tijd reeds opgehouden zou hebben4 ,misschien gaat zij langzamer vooruit dan vroeger1 maar misschien ligt het ook slechts aan onze kortzichtigheid1 dat wij haar niet meer bemerken4 ,land- en tuinbouw en evenzoo de tegenwoordige historie onzer huisdieren wijzen er echter duidelijk op1 dat de levende vormen geenszins onveranderlijk zijn4 ,overal is er afwisseling1 telkens ontstaat iets nieuws en de praktijk heeft daaruit slechts te kiezen wat voor haar van nut kan zijn4 ,het ligt voor de hand om aan te nemen1 dat wat de huisdieren en cultuurplanten ons vertoonen1 ook in de vrije natuur moet gebeuren4 ,ginds wordt het gezien en opgemerkt1 omdat groote belangen er rechtstreeks mede gemoeid zijn1 in het wild gaat het voorbij1 zonder dat men er zich om bekommert4 ,gelukkig is hierin in den laatsten tijd verandering gekomen4 ,men begint in te zien1 dat de verschijnselen1 aan land- en tuinbouwplanten waargenomen1 dikwerf slechts zeer onvolledig bespied zijn1 en dat zij daarenboven1 door invoer van andere rassen uit andere streken1 of door kruisingen der bastaardeeringen dikwijls zoo samengesteld zijn1 dat een juiste beoordeeling niet meer mogelijk is4 ,daarbij komt dat de overtuiging veld wint1 dat vele der zoogenaamd nieuwe variteiten en soorten van land- en tuinbouwgewassen eigenlijk niet in de cultuur ontstaan zijn4 ,vele belangrijke rassen schijnen overoud te zijn1 maar eerst sedert omstreeks het midden der vorige eeuw is men begonnen ze op te merken en te isoleeren4 ,vele tuinbouwgewassen1 die zich voordoen als variteiten van bekende soorten1 zijn niet op kweekerijen ontstaan1 maar toevallig ergens in 't wild aangetroffen4 ,met name geldt dit voor heesters en boomen1 die door hun langer leven meer kans hebben om ten slotte te worden opgemerkt dan variteiten van kruiden en met name van een- of tweejarige gewassen4 ,sedert ,darwin het voorbeeld gegeven heeft1 al dergelijke gevallen uit de praktijk zorgvuldig bijeen te verzamelen1 om uit het geheel der verschijnselen die kennis af te leiden1 die de gebrekkige waarneming der afzonderlijke gevallen niet zou kunnen opleveren1 is deze arbeid door verschillende schrijvers voortgezet4 ,voor enkele jaren heeft met name ,korshinsky1 een helaas te vroeg overleden russisch plantkundige1 een volledig historisch overzicht van de eerste vondsten van tal van tuinbouwplanten gegeven4 ,en al deze feiten wijzen te zamen op een zeer bepaalde wijze van het ontstaan van soorten en variteiten4 ,de algemeene voorstelling1 die men uit hen moet afleiden1 is een zoo scherpe1 dat zij als van zelf tot de conclusie leidt1 dat een experimenteele behandeling der evolutie ten minste op dit gebied reeds thans mogelijk moet zijn4 ,variabiliteit is een uiterst vaag en veel omvattend begrip4 ,het omvat zoowel rijkdom aan voorhanden verschillen1 als het ontstaan van deze verschillen zelf4 ,in het eerste geval is het gelijkluidend met veelvormigheid of polymorphie1 in het laatste met verandering4 ,en op beiderlei gebied zijn er dan weer twee hoofdtypen te onderscheiden4 ,op het gebied der veelvormigheid heeft men eensdeels de tallooze vormen1 ondersoorten en variteiten1 die een zelfde soort ons aanbiedt1 maar die feitelijk van elkander onafhankelijk zijn1 en naast elkander een volkomen eigen leven leiden4 ,zoo hebben de tuin-papavers1 de latherussen en andere bloemplanten tientallen van variteiten1 die uit zaad geheel constant zijn en nooit in elkander overgaan1 maar die te zamen den zoo zeer aantrekkelijken rijkdom van vormen in die soort bepalen4 ,zoo bestaan tarwe1 mais1 bieten en allerlei cultuurplanten uit tal van constante en van elkander scherp gescheiden rassen4 ,daarnaast staan de vormverschillen die binnen elk ras1 en dikwerf ook tusschen de deelen van eenzelfde individu te zien zijn4 ,op een paardenkastanje-boom hebben de bloemen volstrekt niet allen denzelfden bouw4 ,afgezien van het feit dat sommige kastanjes kunnen maken en andere niet1 is ook het aantal meeldraden aan voortdurende wisselingen onderhevig4 ,meestal is het #g2 nu eens wordt het #h of #i1 dan weer #f of #e1 en in enkele gevallen worden zelfs deze grenzen overschreden4 ,heen en weer slingert het aantal1 nu eens meer dan weer minder1 soms in enkele trossen zeer sterk1 dan weer een verschil tusschen de afzonderlijke trossen teweeg brengend4 ,van daar de naam fluctueerende variabiliteit die aan dit verschijnsel wordt gegeven4 ,het zijn veranderingen1 die schijnbaar voortdurend ontstaan1 maar die toch altijd weer op dezelfde wijze terugkeeren4 ,het zijn voortdurende schommelingen om een gemiddelde1 dat in hoofdzaak steeds hetzelfde blijft4 ,uit deze beschouwingen volgt1 dat de studie der variabiliteit op dit laboratorium twee hoofdrichtingen te volgen heeft4 ,en daar zoowel de heen en weer schommelende als de toevallige en schoksgewijze variabiliteit zich n bij dieren1 n bij planten voordoen1 kunnen hieruit vier hoofdafdeelingen voor den te ondernemen arbeid worden afgeleid4 ,nu zou het natuurlijk te veel tijd kosten elk dezer vier richtingen in bizonderheden na te gaan1 en den weg te schetsen1 waarlangs de onderzoekingen voornamelijk zullen moeten gaan1 om tot de gewenschte uitkomsten te geraken4 ,beter komt het mij voor1 onder die allen er een uit te kiezen1 en daarvan te schetsen wat gedaan behoort te worden1 en wat met recht mag worden verwacht4 ,uit den aard der zaak kies ik daartoe het plotseling ontstaan van soorten en variteiten in het plantenrijk4 ,mac ,dougal heeft1 door een reeks van culturen1 de aandacht der ,amerikaansche biologen op de veranderlijkheid van de grootbloemige ,teunisbloemen of ,oenothera ,lamarckiana gevestigd4 ,naast de soort zelve heeft hij enkelen der daaruit in ,europa ontstane nieuwe vormen gekweekt1 en aan het oordeel zijner vakgenooten onderworpen4 ,voornamelijk de ,oenothera rubrinervis en de dwergvorm of ,o4 nanella werden door hem in een aantal exemplaren gekweekt1 en gedurende al haar ontwikkelingstoestanden onderling en met de moedersoort vergeleken4 ,zij werden onderworpen aan het oordeel van stelselkundigen1 die de waarde der kenmerken en de scherpe scheiding van de moedersoort erkenden1 en aan de nieuwe vormen dezelfde rechten als aan andere zelfstandige typen toekenden4 ,door een aantal afbeeldingen werd verder het goed recht der nieuwe soorten gestaafd4 ,het spreekt echter van zelf1 dat het vermogen1 om jaarlijks een zeker aantal nieuwe soorten voort te brengen1 noch tot de ,oenothera's1 noch tot de planten der oude wereld kan beperkt zijn4 ,het ligt voor de hand aan te nemen1 dat tegenwoordig ook andere soorten in dien zelfden toestand van veranderlijkheid verkeeren4 ,misschien zijn het er vele1 misschien slechts enkele4 ,in elk geval ontsnappen zij tot nu toe om een of andere reden aan de waarneming4 ,het komt er dus op aan1 middelen te vinden ze op te sporen4 ,want de mogelijkheid bestaat natuurlijk1 dat de ,oenothera's nog slechts een zeer eenzijdig beeld van die soortenvormende veranderlijkheid geven1 en dat andere planten ons verschijnselen en wetten zullen doen kennen1 die de studie der ,teunisbloemen ons niet ontsluieren kan4 ,en wanneer het doel is1 ten slotte de wetten dezer veranderlijkheid voor alle levende wezens te leeren kennen1 dan is het natuurlijk noodzakelijk1 de verschijnselen van zoo verschillend mogelijke kanten aan te vatten4 ,de eerste taak is dus om te zoeken naar nieuwe muteerende soorten4 ,het beste doet men1 dit zoeken te beperken tot de wilde soorten der naaste omgeving of van landen met een overeenkomstig klimaat4 ,gekweekte planten bieden voorloopig weinig kans4 ,ten deele is hare veranderlijkheid al zoo lang op de proef gesteld1 dat men die vrij wel als uitgeput kan beschouwen4 ,anderdeels zijn zeer talrijke cultuurplanten niet meer van zuiveren oorsprong1 maar zijn zij nu eens meer1 dan weer minder1 door kruisingen verontreinigd4 ,nu heeft men in den laatsten tijd in de kennis van de gevolgen der kruisingen wel groote vorderingen gemaakt1 maar deze zijn juist groot genoeg om ons te waarschuwen1 dat bastaardrassen nog allerlei verschijnselen vertoonen en vertoonen kunnen1 die men thans nog niet begrijpt4 ,hoe licht zou men niet de zoogenaamde bastaard-splitsingen met het ontstaan van nieuwe soorten kunnen verwarren1 als men een ras onderzoekt1 waarvan men niet weet of het zuiver is1 dan wel aan bastaardeering zijn oorsprong dankt4 ,wilde soorten kruisen nu in 't algemeen zeer zelden1 vooral als men de enkele1 aan bastaarden rijke en overbekende geslachten1 zooals wilgen1 anjelieren1 vingerhoedskruid en eenige andere uitsluit4 ,tot de planten van het eigen klimaat moet men zich beperken1 omdat de zaaisels in het groot moeten geschieden4 ,duizenden en tienduizenden van zaailingen moeten van elke soort vergeleken worden4 ,dit kan bezwaarlijk in kassen geschieden1 vooral omdat de kenmerken der te verwachten nieuwe soorten misschien eerst op lateren leeftijd zichtbaar zullen worden1 en de culturen dus veel ruimte zullen vereischen4 ,vele soorten zullen opgekweekt moeten worden tot zij gaan bloeien1 en van soorten met zaadarme vruchten of met weinig vruchten op elke plant zal men slechts door vrij omvangrijke culturen het noodige zaad voor de uitzaaisels kunnen winnen4 ,men kan de culturen beginnen met planten of met zaad4 ,het zal in den regel niet noodig zijn1 die in het wild in groote hoeveelheid te verzamelen4 ,voldoende is het ze aanvankelijk in den tuin zooveel mogelijk te vermenigvuldigen4 ,een belangrijke vraag is natuurlijk met hoeveel soorten men beginnen moet4 ,dit hangt natuurlijk van de kansen af die men meent te hebben4 ,hier nu tast men voorloopig nog in den blinde4 ,de ,oenothera ,lamarckiana werd gevonden door een honderdtal wilde planten in cultuur te nemen4 ,daarvan werd de eene op grootere1 en de andere natuurlijk op kleinere schaal gekweekt4 ,bij voorkeur werden zaden van afwijkende exemplaren genomen1 maar het verzamelen van zaad in het wild is een werk dat slechts zelden meevalt1 en dat daardoor de keus zeer sterk beperkt4 ,verder zijn boomen en heesters uitgesloten1 en zal men bij voorkeur ook niet die overblijvende soorten kiezen1 die telkens eenige jaren gekweekt moeten worden1 voordat zij gaan bloeien4 ,zoodoende wordt allengs de keus zoo klein1 dat men tevreden mag zijn1 als men van een honderdtal bruikbare soorten zaden bijeen heeft gebracht4 ,heeft men dan ook van sommige soorten slechts enkele zaadkorrels1 dan kan dit nog voldoende zijn1 om de cultuur te beginnen4 ,opmerking verdient vooral1 dat de schoksgewijze veranderlijkheid niet een eigenschap is1 die vermoedelijk aan bepaalde soorten kleeft1 maar dat men aannemen mag1 dat zij van geheel locaal voorkomen is4 ,een soort1 die op de eene groeiplaats onveranderlijk is1 kan op een andere misschien volop bezig zijn1 nieuwe soorten voort te brengen4 ,daaruit volgt1 dat men bijna evenveel kans heeft1 als men zaden van twee of meer1 onderling voldoend verwijderde groeiplaatsen van ne soort bestudeert1 als wanneer men een gelijk aantal verschillende soorten kweekt4 ,daaruit volgt tevens1 dat men vooral niet de zaden van verschillende groeiplaatsen vermengen mag1 maar dat elke cultuur zuiver van een enkele vondst moet uitgaan4 ,het voornemen bestaat1 dit zoeken op zoo groot mogelijke schaal aan te vangen4 ,hiertoe zijn reeds van een honderdtal wilde planten zaden verzameld en uitgezaaid4 ,de meeste soorten zijn natuurlijk uit ,new ,york en de aangrenzende streken der ,unie genomen1 maar ook uit ,europa werden zaden gezonden4 ,in ,nederland zijn zaden van een tiental soorten speciaal voor dit doel in het wild verzameld2 zij kunnen dus reeds dezen zomer in den proeftuin van het laboratorium met de ,amerikaansche concurreeren4 ,welke kansen heeft men1 om bij dit zoeken te vinden wat men wenscht8 ,om dit na te gaan moet men trachten zich een denkbeeld te maken van wat er in de vrije natuur gebeurt4 ,en dan treffen wij allereerst den strijd voor het leven aan4 ,deze strijd1 die in onze theorien een zoo belangrijke rol speelt als het groote orgaan van den vooruitgang1 heeft echter onder gewone omstandigheden1 in onze onmiddellijke omgeving1 slechts een zeer conservatieve taak4 ,want ten slotte komt het geheele begrip neer op den vroegtijdigen dood van alle individuen1 die in een of ander opzicht zeer merkbaar van het gemiddelde type afwijken4 ,de meeste planten toch hebben zich hun tegenwoordige groeiplaatsen zoo uitgekozen1 dat de gemiddelde eigenschappen der soort1 of anders van het locale ras1 daarvoor het best passen4 ,afwijkingen kunnen natuurlijk onschadelijk1 ja soms misschien voordeelig zijn1 maar als regel volgt uit het zooeven vooropgestelde dat zij als nadeelig moeten worden beschouwd4 ,zij zullen dus in den strijd voor het leven te gronde gaan4 ,en deze gevolgtrekking geldt natuurlijk even goed voor de afwijkingen1 die telken jare door de gewone of fluctueerende variabiliteit ontstaan1 als voor de zeldzamere schoksgewijze gevallen van het ontstaan van nieuwe soorten en variteiten4 ,tallooze afwijkingen kunnen dus ontstaan en in de eerste jeugd te gronde gaan1 zonder dat men er ooit iets van bemerkt4 ,treft de schadelijke verandering de kiemplanten1 of de bladeren1 of den groei der stengels1 zoo is de kans dat zij zichtbaar worden zoo goed als nul2 treffen zij de bloemen of de vruchten1 zoo worden zij licht met monstrositeiten verward en dan veelal niet nader bestudeerd4 ,zelfs wanneer een zelfde afwijking in een aantal van exemplaren en jaren achtereen op nieuw ontstaat1 is haar kans om ontdekt te worden nog maar klein4 ,daarbij komt1 dat onze gewoonten in de studie van wilde planten allengs zeer bepaalde zijn geworden4 ,de invloed van ,linn laat zich hier nog steeds sterk gevoelen4 ,voor de verschillen tusschen systematische soorten zijn wij zeer gevoelig1 en elke nieuwe soort trekt terstond onze aandacht4 ,voor geringere verschillen echter zijn wij veel minder gevoelig1 ja in zekere mate onverschillig geworden1 en deze worden dus allicht over het hoofd gezien4 ,daaruit nu volgen twee regels voor het zoeken naar muteerende planten4 ,allereerst moet de strijd voor het leven worden uitgesloten1 en dan moet men zich oefenen om ook zeer kleine en schijnbaar onbeteekenende verschillen op te merken4 ,het uitsluiten van den strijd voor het bestaan omvat zelf weer twee punten4 ,het eene spreekt van zelf4 ,de zaden moeten zoo ruim gezaaid worden1 dat allen de volle gelegenheid wordt gegeven om te groeien en hun kenmerken te ontplooien4 ,dit eischt natuurlijk1 bij duizende zaden1 voor elke soort veel ruimte4 ,echter komt in vele gevallen de natuur zelve aan dit bezwaar voor een groot deel tegemoet4 ,als de verschilpunten in de kiemplanten of in de bladeren gelegen zijn1 kan men dit na een paar maanden dikwijls reeds voldoende beoordeelen1 zoodat men door het regelmatig uitrooien der onveranderde voortdurend plaats voor de nakiemers kan maken1 en zoodoende op een zelfde bed achtereenvolgens groote aantallen van individuen kan vergelijken4 ,het tweede punt ligt minder voor de hand4 ,het vindt zijn oorsprong in de vraag1 of alle zaden van een plant1 ten opzichte der variabiliteit1 gelijkwaardig zijn4 ,tijdens den volsten bloei plegen de bloemen grooter en fraaier te zijn1 dan in het najaar4 ,eveneens brengen de zwakkere takken op vele planten kleiner en minder diep gekleurde bloemen voort4 ,soms wijken ook de eerste bloemen af4 ,de onderste bloemen van trossen1 en de buitenste bloemen van hoofdjes en schermen zijn dikwijls anders dan de daarop volgende1 en het is een zeer gewoon verschijnsel dat de top of het centrum een geheel afwijkenden vorm van bloem voortbrengt4 ,op menige plant is b4v4 de eindbloem viertallig als de zijbloemen vijftallig zijn4 ,hebben nu de zaden van al zulke bloemen gelijke kansen om toevallig iets nieuws voort te brengen8 ,men weet het natuurlijk nog niet1 en zoolang men het niet weet1 zou het zeer onvoorzichtig zijn alleen het beste zaad tot ontwikkeling te laten komen1 te verzamelen en te zaaien1 en het zwakkere te verwaarloozen4 ,want misschien zijn juist de zwakke kiemen gevoeliger voor de nog onbekende invloeden1 die deze veranderingen bewerken4 ,in de vrije natuur worden die zwakke zaden grootendeels onderdrukt4 ,of wel de takken ontstaan niet1 of zij dragen geen bloem1 of het zaad wordt niet rijp1 of eindelijk worden de kiemplanten verdrongen zoodra zij zich ontplooien4 ,daarom kan men in het wild slechts het zaad verzamelen dat voor het begin der cultuur noodig is1 maar moet men in den proeftuin1 bij wijden stand en rijke vertakking1 elke plant zooveel mogelijk zaden laten maken4 ,daarom ook bieden soorten1 die door het klimaat in haar groei vertraagd worden1 over het algemeen minder kans van slagen4 ,zijn deze voorzorgen genomen1 dan komt de oefening in het waardeeren van kleine verschillen4 ,deze eisch heeft ten gevolge1 dat men niet verwachten mag in een eersten zomer te kunnen beslissen of een ras muteert of niet4 ,aanvankelijk is de kans om de nieuwigheden over het hoofd te zien1 zeer groot4 ,slechts allengs leert men zijne planten zoo kennen1 dat men een open oog voor haar onderlinge afwijkingen krijgt4 ,daarbij komt1 dat de producten van de fluctueerende variabiliteit en van de mutatie niet gemakkelijk van elkander te onderscheiden zijn1 ja dikwijls z ineen loopen1 dat eerst in een volgende generatie een werkelijke beslissing kan worden genomen4 ,verder ontstaan er door parasieten1 door allerlei insecten1 door toevallige verwondingen en verschillende andere oorzaken soms belangrijke afwijkingen1 die niets met de eigenlijke variabiliteit te maken hebben1 en dan ook volstrekt niet erfelijk1 ja zelfs in het individu niet eens blijvend zijn4 ,min of meer op goed geluk af moet men dus alle individuen die eenige duidelijke afwijking vertoonen1 beschouwen als de dragers van de kansen van slagen4 ,al de overige kan men allengs uitrooien1 maar deze moet men met zorg behandelen4 ,dit eischt allereerst1 dat zij van het gedrang1 waarin zij natuurlijk staan1 worden bevrijd1 hetzij door rondom hen ruimte te maken1 hetzij door ze te verplanten4 ,dit laatste heeft het voordeel1 dat de hoofdcultuur er niet onder lijdt1 en dat de planten zelven goed bemest en onder alle vereischte zorgen opgekweekt kunnen worden1 zoodat een snelle en volledige ontplooiing van hun afwijkende kenmerken zoo goed mogelijk wordt verzekerd4 ,bij honderden zoekt men zulke exemplaren uit1 want velen onder hen zullen natuurlijk later blijken1 niet aan de verwachting te voldoen4 ,dit echter ziet men dan dikwijls eerst tijdens den bloei1 en soms zelfs pas in de volgende generatie4 ,het is duidelijk1 dat dit zoeken naar mutatin veel werk vereischt4 ,maar daarnaast blijkt1 dat het1 meer dan iets anders1 een zaak is van oefening4 ,daarom moet het jaren lang worden voortgezet4 ,telken jare moeten de culturen der reeds gekweekte soorten worden uitgebreid1 en telken jare moeten nieuwe soorten in het wild worden verzameld4 ,zoo neemt allengs de kans toe1 en zal men ten slotte ook tot een voorstelling kunnen komen van den omvang1 dien het verschijnsel in de omgevende natuur feitelijk heeft4 ,het werk zou in hooge mate vereenvoudigd kunnen worden1 zoo men een leiddraad had1 om uit de waarnemingen in de vrije natuur eenigszins af te leiden1 welke soorten meer1 en welke minder kans van slagen hebben4 ,het toeval1 gesteund door oefening1 kan natuurlijk zulke aanwijzingen aan de hand doen1 en de ,oenothera ,lamarckiana vertoont1 op haar oorspronkelijke vindplaats bij ,hilversum1 nagenoeg telken jare enkele afwijkende individuen1 die aan den ingewijde terstond haar toestand van mutabiliteit zouden kunnen verraden4 ,dit schijnt hier1 en eveneens in enkele andere gevallen1 samen te hangen met de gelegenheid tot snelle uitbreiding1 waardoor hier en daar zwakke zaden en zwakke kiemplanten aan den strijd voor het leven worden onttrokken1 zoodat vormen zich ontplooien kunnen1 die anders vroegtijdig te gronde zouden gaan4 ,dergelijke waarnemingen zijn enkele malen meer gedaan4 ,zoo beschrijft ,darwin een geval1 dat hij bij een wilde kleinbloemige soort van ,geranium 7,g4 pyrenaicum7 heeft gezien4 ,deze was ergens in ,staffordshire van uit een tuin ontsnapt en had zich in den loop van eenige jaren verbazend sterk vermenigvuldigd1 waarbij natuurlijk telken jare een groot aantal zaden moesten voortgebracht worden en ontkiemen4 ,daarbij was de soort sterk gaan varieeren1 in bijna alle organen en eigenschappen en in de meest verschillende richtingen4 ,een zoo sterke variabiliteit was vroeger bij deze soort nooit waargenomen1 en het is dus zeer waarschijnlijk1 dat zij1 hoewel aanwezig1 toch door het voortdurend mislukken van het overgroote aantal van zaden en kiemen eenvoudig was verborgen gebleven4 ,over de grens van de veranderlijkheid mag men dus bij geen plant een oordeel vellen1 voordat zij onder een dergelijke snelle vermenigvuldiging van het aantal individuen is beoordeeld geworden4 ,daar tegenover staat1 dat snelle vermenigvuldiging volstrekt niet altijd met het vertoonen van zulk een hoogen graad van variabiliteit gepaard gaat4 ,zij is het middel1 om haar te toonen als zij er is1 maar niet de oorzaak die haar doet ontstaan4 ,dit ziet men bij ons te lande1 als na het droog leggen van een polder bepaalde soorten snel den nieuwen grond overwoekeren1 en hem soms met een dichten plantengroei bedekken1 voordat de verschillende stukken in cultuur kunnen worden genomen4 ,de ,zilte of ,aster ,tripolium1 verschillende soorten van melde en andere bekende gewassen zouden hier kunnen genoemd worden4 ,onder millioenen van exemplaren zoekt men tevergeefs naar afwijkingen4 ,een variteit van de gewone kamille1 gekenmerkt door het gemis van de witte lintbloemen1 breidt zich sedert enkele tientallen van jaren op sommige plaatsen van ,europa en ,noord-,amerika geweldig snel uit1 zonder dat daarbij iets van bizondere veranderlijkheid gebleken is4 ,de ,erigeron canadense1 die in ,europa uit ,canada is ingevoerd1 treedt soms op zandige gronden plotseling in millioenen van exemplaren op1 de ,diplotaxis teuifolia1 een kruisbloem met fraaie groote gele bloemen1 verspreidt zich talloos langs sommige wegen1 en zoo zouden een aantal andere voorbeelden kunnen worden aangehaald4 ,zij blijven even trouw aan hun type1 als of zij slechts oude en kleine groeiplaatsen bewoonden4 ,een belangrijk punt omtrent het zaaien van wilde planten verdient nog besproken te worden4 ,als men erwten zaait1 verwacht men dat elke afzonderlijke erwt zal opkomen2 als men zaad van tuinbloemen zaait1 rekent men er op dat tenminste verreweg het grootste deel planten zal leveren4 ,bij wilde soorten is deze kans nu veel minder gunstig4 ,dikwijls kiemen op honderden zaden slechts eenige weinige4 ,de overigen zijn dan niet dood1 maar vinden niet de vereischten voor hun groei4 ,laat men ze in den grond1 dan wachten zij een jaar1 en in 't volgend voorjaar komt weer een deel op4 ,anderen wachten langer1 en soms kan men na #e tot #f jaren de oude zaden nog zien kiemen4 ,hoe meer zorg men aan het uitzaaien besteed1 des te meer zaden kiemen er van elke honderd1 en er bestaat natuurlijk een kans dat juist de achterblijvenden de afwijkende vormen zullen voortbrengen4 ,daarom is het dikwijls beter1 niet in den tuin te zaaien1 maar in zaaischotels in goede tuinaarde in een goed verlichte kas4 ,men moet dan echter daarna de planten uitplanten1 en dit vereischt veel werk1 tenzij reeds in de schotels een keus gedaan kan worden4 ,nemen wij thans aan1 dat het door al deze zorgen gelukt is een of meer soorten te ontdekken1 die hetzelfde verschijnsel van veranderlijkheid vertoonen als de ,oenothera ,lamarckiana4 ,wat moet er dan met die planten gedaan worden8 ,allereerst moet worden nagegaan1 welke nieuwe soorten zij voortbrengen1 en welke eigenschappen deze vertoonen4 ,die eigenschappen hebben deels betrekking op den vorm1 en deels op de erfelijkheid4 ,de vormen van twee soorten kan men echter niet volledig vergelijken zoolang men van een van beiden slechts een of slechts weinige exemplaren bezit4 ,dit kan natuurlijk wel1 als er zeer groote verschillen in het spel zijn1 zooals bij het onderscheiden en omschrijven van soorten die uit vroeger niet onderzochte landen en zeen worden medegebracht4 ,in ons geval echter hebben wij uit den aard van de zaak steeds met zeer kleine verschillen te doen1 verschillen die dikwerf niet duidelijk buiten het gebied der gewone of fluctueerende variabiliteit vallen4 ,men moet dus van de afwijkende exemplaren zaad winnen en dit uitzaaien1 teneinde een juist beeld en een volledige beschrijving van het gemiddelde type te kunnen geven4 ,daar men nu voor de studie der erfelijkheid toch ook zaaien moet1 zoo is het noodig thans eenigen tijd bij deze werkzaamheden stil te staan4 ,het is om de waardeering van kleine verschillen te doen4 ,daaruit volgt1 dat twee exemplaren1 die schijnbaar aan elkander gelijk zijn1 toch in werkelijkheid nog kunnen verschillen1 terwijl omgekeerd de fluctueerende variabiliteit verschillen kan doen waarnemen bij individuen1 die eigenlijk tot eenzelfde type behooren4 ,deze overweging leidt tot de conclusie dat men de zaden van elk exemplaar afzonderlijk moet oogsten en afzonderlijk moet zaaien4 ,want alleen z kan men zeker zijn1 zuivere rassen te verkrijgen4 ,elke variatie in een groep van kinderen van ouders1 wier zaad gemengd werd uitgezaaid1 kan het gevolg van die menging zijn4 ,zijn de kinderen eenvormig1 dan is het bewijs natuurlijk van die voorzorgen onafhankelijk1 maar bij het minste verschil zou de vertrouwbaarheid der uitkomsten kunnen wegvallen4 ,een varieerend bed zou een mengsel kunnen zijn van twee verschillende constante rassen1 of van een varieerend en een constant ras4 ,waren beide deelen variabel1 dan zou nog die variabiliteit verschillend kunnen zijn1 zoodat enkele der vormen van de eene1 en andere van de andere moeder afstamden4 ,al zulke onzekerheden kunnen alleen door een individueele zaadoogst voorkomen worden1 en deze moet dan ook bij wetenschappelijke studin over erfelijkheid en variabiliteit als een eerste beginsel worden voorop gesteld4 ,het moge in den aanvang een al te zware eisch schijnen1 elk afwijkend individu op deze wijze op zijne erfelijkheid te onderzoeken4 ,heeft een proef eenmaal een gunstig gevolg1 dan komen licht een #ej tot #fj1 soms misschien een honderdtal zulke planten voor4 ,de ondervinding met de ,teunisbloemen leert echter1 dat het zeer goed uitvoerbaar is1 op zulke groepen het beginsel toe te passen1 en vooral leert zij1 dat alle werk zonder dit beginsel zeer groote kans heeft verloren te zijn en tot geen betrouwbare uitkomst te leiden4 ,wanneer de planten eerst tijdens den bloei te onderscheiden zijn1 drukken deze bezwaren natuurlijk met hun volle gewicht4 ,maar wanneer de verschillen reeds in de jeugd1 b4v4 #b of #c maanden na het zaaien zich vertoonen1 dan kan men de planten in de zaaischotels of in de speenbakjes laten1 tot deze toestand bereikt is1 en zoodoende het werk zeer aanzienlijk verminderen4 ,bij volkomen erfelijkheid is het dan dikwijls voldoende op deze wijze in eenige honderden van zaailingen het nieuwe kenmerk waar te nemen1 terwijl daarvan dan slechts zoovele behoeven te worden uitgeplant1 als toch noodig zijn1 om een voldoende zaadoogst te verkrijgen4 ,zoo bestudeert men hun latere eigenschappen en zorgt er tevens voor1 dat de contrle nog een of meer generatin kan worden voortgezet4 ,bij onvolkomen erfelijkheid kan men in de zaaischotels en speenbakken met groote nauwkeurigheid de getalsverhouding der afzonderlijke typen bepalen1 terwijl men dan weer van elk type slechts een betrekkelijk klein aantal exemplaren als zaaddragers uitplant4 ,door middel van hun zaad kan men dan verder zien of deze typen op den duur even veranderlijk blijven1 of dat sommigen onder hen weer standvastig worden4 ,heeft men op deze wijze het verschijnsel der schoksgewijze veranderlijkheid zoo volledig mogelijk leeren kennen1 dan treedt daarnaast de vraag naar de oorzaken op den voorgrond4 ,als regel zal men waarschijnlijk vinden1 dat van een veranderlijke plant slechts enkele zaden nieuwe soorten geven1 terwijl verreweg de meerderheid aan het ouderlijke type getrouw blijven4 ,de vraag ontstaat dus1 welke zaden afwijken1 en waarom juist zij dit doen en niet de anderen4 ,de oorzaak daarvan kan deels gelegen zijn in de plaats van de zaden op de plant1 deels in de uitwendige omstandigheden waaronder het zaad ontstond en bevrucht werd en waaronder de kiem in het zaad zich vormde4 ,die oorzaken moeten dus worden nagegaan1 en daarbij moet natuurlijk niet alleen met de zaden1 maar ook met het bevruchtende stuifmeel rekening worden gehouden4 ,om dit te doen is het in het algemeen wenschelijk1 elke bloem met haar eigen stuifmeel te bevruchten4 ,daartoe worden de trossen of bloemgroepen omhuld met zakken van geprepareerd papier1 die onder den tros rondom den tak worden dichtgebonden4 ,insekten kunnen dan de bloemen niet bezoeken1 en dus geen stuifmeel van ongecontroleerde herkomst aanbrengen4 ,menige plant drukt zelf haar meeldraden tegen haar stempel1 en zoo dit bevruchting geeft1 behoeft zij natuurlijk verder geen hulp4 ,anders moeten de zakken van tijd tot tijd geopend worden1 ten behoeve eener kunstmatige bestuiving4 ,sommige soorten geven alleen dan zaad1 als twee individuen onderling worden bevrucht1 en in dit geval krijgt men natuurlijk meer samengestelde bewerkingen4 ,onder deze voorzorgen zal men nu allereerst de verschillende vruchten op een plant onderling moeten vergelijken4 ,de zijtakken van verschillenden rang1 de hoogere en lagere vruchten van een tros1 kunnen misschien in verschillenden graad neiging tot muteeren hebben4 ,kon men hieromtrent een regel vinden1 dan zou de geheele studie op dit gebied zeer vereenvoudigd kunnen worden1 daar men dan voortaan bij het zoeken naar veranderlijke soorten1 zich tot de keuze van bepaalde takken en bepaalde groepen van vruchten zou kunnen beperken4 ,in de tweede plaats zal men de levensomstandigheden vr1 tijdens1 en na de bevruchting kunstmatig moeten wijzigen4 ,hebben krachtige individuen een grooter of wel een kleiner aantal afwijkende nakomelingen dan zwakke8 ,heeft de vruchtbaarheid van den bodem op dit verschijnsel een bevorderenden dan wel een belemmerenden invloed8 ,hoe gedragen zich de mest en hare afzonderlijke bestanddeelen8 ,is goede verlichting gunstig of ongunstig8 ,kan men door snoeien het voedsel zoo in bepaalde richtingen leiden1 dat zichtbare gevolgen ontstaan8 ,deze en al dergelijke vragen wijzen den weg1 dien het onderzoek heeft in te slaan4 ,zij leeren tevens1 dat de ontdekking van een of meer nieuwe veranderlijke soorten slechts als het uitgangspunt te beschouwen is1 en dat zeer omvangrijke studin vereischt zullen zijn1 om van die uitgangspunten uit tot belangrijke ontdekkingen te geraken4 ,maar langs dezen weg zal men toch ten slotte een macht over de planten verkrijgen1 die allereerst ons in staat zal stellen1 het aantal muteerende zaden belangrijk te vergrooten1 en die het daarna mogelijk zal maken ook den omvang der mutabiliteit te verwijden4 ,nieuwe en onverwachte soorten zullen dan verschijnen1 en wat men thans weet1 zal blijken slechts een eerste begin te zijn van een wetenschap1 die zoowel voor de theorie als voor de praktijk geheel nieuwe gezichtspunten zal openen4 ,een alzijdige en zoo volledig mogelijke kennis van het geheele verschijnsel van het ontstaan van soorten en variteiten is het doel1 dat in de eerste jaren behoort te worden nagestreefd4 ,de keus der onderzoekers1 die met dit werk belast zijn1 de inrichtingen en de middelen waarover het nieuwe laboratorium beschikt1 wettigen de verwachting1 dat ook hier de leer zal gelden3 onvermoeide arbeid komt alles te boven4 ,de methoden zijn duidelijk1 en zoodra dus een bruikbaar materiaal gevonden zal zijn1 moeten de wetten1 die de verschijnselen beheerschen1 aan het licht komen4 ,om tot zulk een volledig inzicht te komen is echter nog een ander beginsel noodig4 ,dit is het boekhouden4 ,mutatin komen onverwacht1 en wat men dan van haar weten wil1 betreft minder haar zelven dan wel hare ouders en voorouders4 ,deze moet men elk afzonderlijk kennen1 en een geheele stamboom moet ontworpen kunnen worden1 zoodra zulk een nieuwe soort optreedt4 ,van de voorouders moet steeds een volledige beschrijving voorhanden zijn1 al hunne kenmerken moeten met die van den nieuwen vorm nauwkeurig kunnen worden vergeleken4 ,maar dit is nog geenszins de hoofdzaak4 ,bovenal moet men ingelicht zijn1 of zich kunnen inlichten omtrent hun erfelijkheidsverschijnselen4 ,zijn zij in elk jaar zuiver bevrucht1 en zoo het stuifmeel van een andere plant herkomstig was1 welke was deze1 en welke was hare afstamming8 ,hebben onder de kinderen dier voorouders reeds vroeger mutatin plaats gevonden1 en zoo ja1 hoe dikwijls en in welke richting8 ,al deze zaken moeten nauwkeurig opgeteekend zijn1 en daarenboven moet van iedere individueele plant zooveel zaad bewaard zijn1 dat men den graad van zuiverheid van hare nakomelingschap zoo noodig nog door nieuwe proeven kan controleeren4 ,hiertoe moet iedere plant natuurlijk een nummer hebben1 aangevende het jaar en het ras1 het zaaisel en het individu1 en haar zaad moet onder dit nummer worden bewaard4 ,goed droog bewaarde zaden blijven vele jaren kiembaar1 en kunnen dus na langen tijd nog voor het onderzoek dienen1 maar het bewaren van het zaad eischt natuurlijk bizondere inrichtingen en voorzorgen4 ,op deze wijze moet nagenoeg de geheele familie van een muteerende plant bekend zijn1 want eerst dan heeft men de gegevens in handen1 om de verandering volledig te beoordeelen4 ,wenschelijk is het ook1 dat de cultuurvoorwaarden1 de invloeden van klimaat en weder1 zooveel mogelijk zijn opgeteekend1 omdat uit de kennis daarvan allicht vermoedens omtrent de oorzaak der mutatie kunnen worden afgeleid4 ,elke proef moet eens een begin hebben4 ,men kan aanvangen met een plant of met een groepje planten1 of met eenig zaad1 dat men in 't wild verzameld heeft4 ,omtrent de daaraan voorafgaande geschiedenis van zulk een ras weet men in den regel niets4 ,de kennis der wilde flora geeft in het algemeen enkele aanwijzingen omtrent standvastigheid of variabiliteit2 eveneens kan men nagaan of men soms een bizondere elementaire soort als uitgangspunt heeft gekozen4 ,maar men zou ook toevallig een bastaardras in handen hebben kunnen krijgen1 en zoo dit voldoende constant is1 is er tegenwoordig nog geen middel om hieromtrent zekerheid te verwerven4 ,heeft men een vermoeden omtrent bepaalde ouders dan zou men de kruising kunnen herhalen2 heeft men echter zulk een gissing niet1 dan is het bezwaarlijk om de vraag te beantwoorden4 ,en daar men niet weet1 waar en wanneer een mutatie zal ontstaan1 is men wel gedwongen1 om dit boekhouden op al zijn culturen en al zijn planten toe te passen1 en voor allen al datgene op te teekenen1 wat men in de enkele gunstig afloopende gevallen wenscht te weten4 ,hierdoor wordt het werk wel zeer omvangrijk en moeilijk1 maar toch is het de eenige weg om met voldoende zekerheid vooruit te komen4 ,met al deze studin zal dan toch volstrekt nog niet alles bereikt zijn4 ,want wat men ten slotte wenscht te weten is niet hoe de soorten ontstaan1 en van welke oorzaken dit afhangt1 maar hoe men kunstmatig en willekeurig nieuwe soorten kan doen ontstaan4 ,zoolang men dit niet weet1 staat men tegenover alle soorten1 die thans niet in een periode van onveranderlijkheid verkeeren1 natuurlijk machteloos4 ,alles wijst er op1 dat de groote meerderheid der soorten thans standvastig is1 en dat slechts enkele veranderen4 ,die enkele veranderlijke kunnen ons wel als voorbeeld en als materiaal van studie dienen1 maar daarom is het ten slotte toch niet te doen4 ,men moet trachten soorten1 die thans reeds door bepaalde eigenschappen nuttig zijn1 op andere punten zoo veranderlijk te maken1 dat zij schadelijke trekken verliezen1 of andere gunstige afwijkingen er bij krijgen4 ,eerst dan zal de wetenschap der mutabiliteit ten volle aan de belangen der menschheid dienstbaar gemaakt worden2 eerst dan zal het doel van dit laboratorium in dit opzicht worden bereikt4 ,wat er vereischt zal worden1 om in die richting vooruit te komen1 laat zich thans nog niet voorspellen4 ,de bizondere gevallen1 die men vinden zal1 moeten het uitmaken4 ,in zekeren zin zal het werk moeten samenvloeien met hetgeen ik zooeven geschetst heb1 en misschien geeft de voltooiing van het een van zelf de oplossing van het andere4 ,veel1 ja zeer veel is er nog te doen1 en het arbeidsveld is bijna onafzienbaar4 ,maar van tijd tot tijd komt een gelukkige vondst of een invallende gedachte den weg bekorten1 en daarom is er geen reden om aan een volledig slagen in niet al te langen tijd te wanhopen4 ,hoofdzaak is1 dat het werk worde aangevangen1 dat men voor zichzelf het te bereiken doel nauwkeurig en zoo zorgvuldig mogelijk vaststelle1 en dat alle middelen ten dienste staan1 die voor die bereiking noodig zijn4 ,daarom acht ik de stichting van dit laboratorium van het allerhoogste belang4 ,gedurende een halve eeuw heeft de afstammingsleer aller aandacht tot zich getrokken1 en op het gebied van stelselleer1 vergelijkende morphologie en vergelijkende ontleedkunde1 vooral ook in de studie der ontwikkelingsgeschiedenis der afzonderlijke organismen1 een krachtigen stoot tot snellen vooruitgang gegeven4 ,de experimenteele wetenschap is daarbij achtergebleven4 ,nog steeds zoekt de physioloog zijn materiaal in de ervaringen van land- en tuinbouw4 ,thans is de tijd gekomen1 dat die rijke1 maar steeds min of meer vage en door twijfel omhulde bron door een andere worde vervangen4 ,het zuiver proefondervindelijke onderzoek1 met een volledige kennis van alles wat voor een juiste beoordeeling der feiten noodig is1 moet op den voorgrond treden4 ,zoo enkelvoudig mogelijk moeten de verschijnselen worden uitgekozen en z geleid1 dat alle vragen kunnen worden beantwoord4 ,eerst dan zal de leer der erfelijkheid een wetenschap worden1 die1 ontdaan van al de potische beschouwingen waarin zij thans bevangen is1 den waren aard van het leven in zuivere trekken aan ons openbaart4 ,eerst dan zal zij de grondslag worden voor die echte pozie en die verhevene levensopvatting1 die nu eenmaal alleen door een grondige studie der natuur kunnen worden bereikt4 ,het ,carnegie-,institution te ,washington heeft heden een stoot gegeven in een richting1 die niet nalaten kan spoedig in hare volle waarde erkend te worden4 ,dan zal zijn voorbeeld worden gevolgd1 en zullen talrijke andere gelijksoortige inrichtingen worden gesticht4 ,het is het voorrecht van ,amerika op deze wijze te kunnen voorgaan en bakens te plaatsen op een gebied1 waarop nog geen ander zich durft te wagen4 ,moge de uitkomst bewijzen1 dat hier een weg is ingeslagen1 die eenmaal een roem voor het land1 en een zegen voor de geheele menschheid zal worden4 ,,einde ,,aanteekeningen #a ,reuzen ,warme ,bronnen4 #b ,voor het nut en genot van het volk4 #c ,electrische top4 #d ,gele-steen-rivier en -park4 #e ,half-droge streken4 #f ,bever-meer4 #g ,behalve de gidsen1 door de ,northern ,pacific- en de ,union ,pacific-,spoorwegmaatschappijen in den vorm van hunne time-tables of folders uitgegeven1 wordt door de toeristen gewoonlijk ,haynes ,guide to the ,yellowstone-park gebruikt4 ,dit is een boekje in zak-formaat4 ,voor een grondiger studie van wat men op de reis zien kan wordt vooral gebruikt ,chittenden1 ,the ,yellowstone ,national ,park1 historical and descriptive #aijc4 ,voor een meer wetenschappelijke studie worden de verhandelingen van ,weed1 ,davis 7,science1 ,july #ahig71 ,tilden 7,botan1 ,gazette1 ,sept4 #ahig71 ,harshberger 7,am4 ,j4 ,a4 ,pharmacy1 ,dec4 #ahig71 ,setchell 7over de wieren in de warme bronnen7 e4 a4 aanbevolen4 #h ,verdwaalde4 #i ,bosch-der-,versteeningen4 #aj ,nachtelijk bloeiende cactus4 #aa ,verkoopgelegenheid voor curiositeiten4 #ab ,terrassen4 #ac ,vrijheids-,kegel4 #ad ,duivelsduim4 #ae ,duivelskeuken4 #af ,borrelende4 #ag ,het ,badmeer4 #ah ,kokende ,rivier4 #ai ,zilverpoort4 #bj ,de ,reuzin4 #ba ,de ,zaagmolen4 #bb ,de ,reus4 #bc ,de ,kasteel-geyser4 #bd ,papiniaansche pot4--,aldus genoemd naar dr4 ,papin1 een ,fransch natuurkundige1 die onder leiding van onzen ,christiaan ,huyghens werkte1 en in #afhj voor den dag kwam met zijn ontdekking van stoom onder druk in een hermetisch gesloten pot4 #be ,lager-1 ,midden- en ,boven-bassins4 #bf ,zwarte ,rommelaar4 #bg ,bijenkorf4 #bh ,spons4 #bi ,kust4 #cj ,verrassing4 #ca ,vuurhol4 #cb ,thee-ketel4 #cc ,leeuw1 ,leeuwin en ,welpen4 #cd ,kruin4 #ce ,spreek uit ,poel4 #cf ,edelsteen4 #cg ,juweel4 #ch ,smaragd4 #ci ,cacti4 ,meervoud van cactus4 #dj ,koude-,bron-,haven4 #da ,bibliotheek-zaal4 #db ,onderzoek-inrichting voor de proefondervindelijke ontwikkelingsgeschiedenis4 #dc ,instituut voor ,kunsten en ,wetenschappen te ,brooklijn4 #dd ,inwonend onderzoeker4