,,licht- ,,en ,,schaduwbeelden ,,uit ,,de ,,binnenlanden ,,van ,,java4 ,,over ,,het ,,karakter1 ,,de ,,mate ,,van ,,beschaving1 ,,de ,,zeden ,,en ,,gebruiken ,,der ,,javanen2 ,,over ,,de ,,invoering ,,van ,,het ,,christendom ,,op ,,java1 ,,het ,,bezigen ,,van ,,vrijen ,,arbeid ,,en ,,andere ,,vragen ,,van ,,den ,,dag4 ,,verhalen ,,en ,,gesprekken ,,verzameld ,,op ,,reizen ,,door ,,gebergten ,,en ,,bosschen1 ,,in ,,de ,,woningen ,,van ,,armen ,,en ,,rijken4 ,,door ,,de ,,gebroeders ,,dag ,,en ,,nacht4 ,,medegedeeld ,,door ,,den ,,eerstgenoemde4 ,,te ,,leiden1 ,,bij ,,jacs4 ,,hazenberg ,,corns4 ,,zoon4 #ahed4 ,grau1 theurer ,freund1 ist alle ,theorie1 ,und grn des ,lebens goldner ,baum4 ,gthe4 ,,voorrede4 ,ik ben kortelings met mijn broeder ,nacht uit de binnenlanden van ,java alhier aangekomen1 en zie met genoegen1 dat men zich ook hier te lande het lot aantrekt dier goede zielen1 in wier midden wij in gehuchten1 dorpen1 steden en in de wildernissen bij het wachtvuur1 zoo menig jaar hebben doorgebragt4 ,de onderwerpen1 welke wij destijds hebben behandeld1 worden hier overwogen door staatsmannen1 ministers1 leden der tweede kamer1 liefhebbers1 spekulanten1 presidenten van ,zendeling-genootschappen1 door ingewijden en leeken1 door mannen van de theorie en van de praktijk2 zij worden er door gewikt en gewogen1 het voor en tegen er van in het licht gesteld1 door dezen aangeprezen1 door genen gelaakt4 ,het pleit is echter nog niet beslist4 ,toen ik dit alles zag1 dacht ik nogmaals na over hetgeen ons in der tijd bezig hield en het scheen mij toe1 dat onze verhalen en gesprekken--al dragen zij niet het gewaad van geleerdheid1 al zijn zij niet gevoerd door mannen1 ervaren in het staatsregt1 de staathuishoudkunde1 dogmatiek1 christologie en in de hoogere en lagere politiek1 maar toch1 zoo als ik met bescheidenheid vermeen te durven hopen1 met een weinig gezond verstand onder den groenen boom des levens ter ner gesteld1--niet geheel onwaardig mogen beschouwd worden1 om onder het oog van het publiek te worden gebragt4 ,eenige kleinigheden daargelaten1 die ik er heb bijgevoegd1 naar aanleiding van hetgeen ik na mijne aankomst in ,europa vernam en ontwaarde1 komen ze onveranderd in het licht4 ,wij hopen1 dat onze verhalen en gesprekken goedgunstig door den lezer mogen worden ontvangen4 ,mijn broeder ,nacht is reeds sedert lang door den dageraad verlicht geworden4 ,hij wenscht echter onbekend te blijven en heeft zijn naam veranderd4 ,de ,correspondenten van onze voormalige firma worden derhalve verzocht zich voortaan uitsluitend te wenden tot dengene1 die van het navolgende is ,s4444 ,februarij1 #ahed4 ,,de ,,mededeeler4 ,,verhalen ,,en ,,gesprekken ,,uit ,,de ,,binnenlanden ,,van ,,java4 #a4 ,na een vermoeijenden dagmarsch over bergen en dalen1 waren wij te ,gnoerag aangekomen4 ,onze kleederen en overige reisbehoeften hadden wij in kleine lederen koffers gepakt1 ligt genoeg om ze1 met eene hand vastgehouden wordende1 op den schouder of op het hoofd te dragen4 ,maar de ,koeli's1 die zich daarmede hadden belast--een tiental ,javanen uit het dorp1 dat wij des morgens hadden verlaten--waren achter gebleven4 ,twee uren vr onze afreis uit ,gnoetnig waren zij van daar vertrokken4 ,wij haalden hen echter in en vonden ze onderweg1 in de schaduw van een ,bamboesboschje1 uitgestrekt op den grond liggen4 ,sommigen hielden hunne siesta en bezigden onze koffertjes1 die daartoe juist groot genoeg waren1 tot hoofdkussens2 anderen1 die reeds uitgeslapen waren1 maakten kleine cigaren van fijn gesneden tabak en ,djagongbladeren4--,saja banjak tjap1 ,toean6 7,ik ben dood moede1 heer7 zeide de een2 ,terlaloe panas1 korang koewat 7't is ondragelijk heet1 ik kan niet meer7 voegde een ander mij toe1 en ,sakit prot 7ik heb pijn in 't lijf7 was de jeremiade van een derde4 ,wij lieten eenigen onzer bedienden bij hen achter en zetteden onzen togt voort1 nadat wij een der koffers hadden geopend om wat sigaren te krijgen en die onder hen te verdeelen4 ,wij beloofden ieder van hen een halven gulden boven het bedongen loon 7dat wij reeds vooraf hadden betaald71 benevens ,koew koew 7suikergebak7 met ,kopi 7koffij7 tot eene versnapering1 indien zij zorg droegen vr het vallen van den avond te ,gnoerag te zijn4 ,ja wel1 beste heer6 riepen zij allen verheugd als uit eenen mond2 wat een goede heer is hij toch--voegden anderen er bij4 ,hunne wil was inderdaad goed4 ,maar zij lagen daar zoo vrolijk bijeen6 ,hun goedig1 slaperig oog1 waarin de genoegelijkheid als het ware te lezen stond1--want zij waren zoo blij1 zoo zonder zorgen1--hielden ze onafgebroken gerigt op den blaauwen rook hunner cigaren2 zij schenen aldaar zoo regt gelukkig te zijn1 beter nog dan het eerste menschenpaar in het ,paradijs2 een beekje murmelde in hunne nabijheid en ,paradijsvijgen1 die hun het groote blad bij wijze van bord voor hunnen medegevoerden rijstmaaltijd hadden opgeleverd1 namelijk1 ,pisangboomen1 spiegelden zich werkelijk in het effen vlak van het kristallijnen vocht der beek4 ,had ik mijn zin gevolgd1 dan had ik ze vooruitgezonden1 maar mijn broeder ,nacht zeide ze zullen wel achter aan komen en wij gingen vooruit met een ,loerah 7een dorpshoofd71 drie van onze bedienden en een paar andere ,javanen1 die onze instrumenten en jagtgeweren droegen4--,eindelijk werd het tijd naar een nachtkwartier om te zien en nog waren zij niet aangekomen4 ,de avondzon wierp reeds hare roode stralen op de oostelijke dalhelling2 weldra verlichtte zij nog slechts haren bovensten rand1 deze heldere strook werd allengs smaller en bleeker2 reusachtige vledermuizen 7,kalong's7 togen reeds over onze hoofden naar de oorden1 waar zij hunne nachtelijke feesten vieren en het geschreeuw der paauwen in de naburige wouden klonk al luider en luider in ons oor1 toen wij het eenzame dorpje naderden1 dat slechts uit een vijf- of zestal hutten bestond4 ,de donkere schaduwen1 die op het breede dal waren nedergedaald1 hadden ook het kleine dorp met zijne vruchtboomen reeds verzwolgen4 ,zoo even hadden de vrouwen op de houten blokken 7,lesoeng7 rijst voor het avondeten gestampt en reeds een kwartieruur vroeger had de regelmatige1 heldere klank der nervallende stampers ons oor getroffen1 toen wij ons nog op een verren afstand van hier bevonden4--,naauwelijks echter hadden zij ons in het oog gekregen of zij wierpen hare stampers 7,aloe's7 neder en vloden ijlings binnen hare hutten4 ,huilend werden zij achtervolgd door hare kinderen en de honden verscholen zich onder den vloer der woningen1 die1 zoo als gewoonlijk het geval is1 aan de vier hoeken op palen of ,bamboesstijlen waren gebouwd4 ,uit die schuilhoeken lieten zij hunne blaffende symphonie1 fortissimo1 hooren en stoorden de kippen in den slaap1 die ter zelfder plaatse reeds sedert geruimen tijd op het roest zaten4 ,in de hutten zelven werd niet de minste beweging vernomen4 ,allen1 die zich er in bevonden1 hielden zich zoo stil als een muis2 slechts hier en daar liet zich een half gezigt1 een oog1 bespeuren1 dat nieuwsgierig door eene reet der ,bamboeswanden gluurde4 ,wij zetteden ons onder een klein afdak neder op een stampblok 7,lesoeng71 dat voor de hutten stond en benoemden den ,loerah tot onzen ambassadeur en plenipotentiaris1 ten einde met den waarschijnlijk levenden inhoud der geslotene vestingen--niet zoo als ,prins ,menzikoff met de ,verheven ,porte--neen1 vriendschappelijk te onderhandelen4 ,onze diplomaat hield eene roerende aanspraak1 gaf zijne smart te kennen1 dat onze komst vensters en deuren had doen sluiten--en ter naauwernood had hij zijne sierlijke rede geindigd of eerst werd eene1 vervolgens eene tweede en weldra eene derde deur geopend1 waarop1 hoewel aarzelend1 eenige mannen naar buiten traden met rijst en ,pisang1 welke levensmiddelen de ,loerah verklaard had tegen goed geld te willen inruilen4 ,wij nuttigden nu ons eenvoudig avondmaal1 dat ons op een ,pisangblad werd toegediend4 ,de honden kropen uit hunne schuilhoeken te voorschijn en kwamen al kwispelstaartend naar ons toe2 weldra verschenen enkele rimpelige sybillen op het tooneel1 die op eenigen afstand bleven staan en ons met luide1 krijschende stemmen1 maar niettemin met regt vriendelijke gebaren1 een welkom te ,gnoerag6 toeriepen4 ,het duurde niet lang of eenige jongere vrouwen1 met hare kinderen op den arm1 traden op ons toe1 ja1 zelfs de jonge meisjes slopen de eene na de andere in den kring4 ,anderen verwijderden zich weder en bragten ons ongevraagd eenige lekkernijen1 die zij in hunne hutten hadden bewaard4 ,deze bood ons een kleinen pot aan1 gevuld met ,sambal greng1 gene bragt de helft van een gebraden hoen 7,ajam panggang7 te voorschijn1 dat hij ons als lekker aanbeval1 een ander gaf ons een paar gedroogde schildpadeijeren1 of een stukje ,dendeng2 een vierde spreidde eene mat 7,tikar71 van ,pandanbladeren gevlochten1 op den ,lesoeng uit en eindelijk--toen de overtuiging zich algemeen had gevestigd1 dat wij geene zeeroovers waren1--zagen wij ons vertrouwelijk omringd door ouden en jongen1 door mannen1 vrouwen en kinderen1 met al hun huisgedierte1 in n woord1 door al wat in het dorp leven ontvangen had4 ,,nacht4 ,ziet ge wel1 dat de ,javanen beste menschen zijn8 ,,ik4 ,ziet ge wel1 dat men goed en gastvrij zijn kan1 zonder ,christen te zijn8 ,maar ziet ge ook wel1 dat onze ,koeli's niet komen8 ,,nacht4 ,hebt slechts geduld2 het is nog niet volkomen avond en buitendien wij hebben maneschijn4 ,zij zullen wel komen4 ,intusschen hadden onze jongens 7spreek uit3 ,javasche bedienden1 die somtijds reeds vrij bejaard zijn7 kennis gemaakt met de bewoners van het dorp en slaapplaatsen voor ons uitgezocht4 ,het laatste overblijfsel van het vooroordeel1 dat de dorpelingen tegen ons menschen met blanke gezigten nog koesterden1 was door hunne bemoeijingen weggenomen4 ,mijn jongen ,sidin komt daar aanstappen met eene jeugdige vrouw1 die haar kind op den arm heeft2 zij biedt ons hare hut tot tijdelijk verblijf aan en wil ten onzen gevalle zoo lang bij hare buurvrouw haren intrek nemen4--,waar is dan uw man8 ,ach1 heer gaf zij ten antwoord1 acht dagen geleden heeft een tijger hem opgegeten4 ,dit zeide zij met een lagchend gezigt als of zij een grap verhaalde4 ,op grond hiervan beelde de lezer zich niet in1 dat de ,javanen hardvochtig en gevoelloos zijn2 dat is volstrekt niet het geval4 ,de zaak is deze3 in alle wisselingen van hun lot gedragen zij zich als geboren philosophen en weten zich spoedig naar alles te schikken4 ,zoodra het lijk aan de aarde is toevertrouwd1 al heeft men den overledene bij zijn leven nog zoo lief gehad1 dan wordt er niet meer om getreurd4 ,het treuren helpt toch niet1 en gedane zaken nemen daardoor geen keer6 ,waartoe zal men iemand lang beweenen1 daar men elken dag zelf sterven kan8--,op die wijze ongeveer beschouwen zij de zaken4 ,het heete klimaat1 de verbazend snelle ontbinding en vergankelijkheid van al dat bewerktuigd is1 zoodra het leven daaruit is geweken1 de voortdurende gelijkvormigheid in alle verschijnselen der natuur1 die hen omringt1 waarin geene afwisseling van jaargetijden wordt waargenomen1 dit alles oefent noodzakelijkerwijze invloed uit op hun karakter en hunne innerlijke gemoedstemming4 ,met gelatenheid dragen zij hun lot1 dat door hen als iets onvermijdelijks wordt beschouwd4 ,het gevaar1 waaraan zij voortdurend zijn blootgesteld1 ontneemt hun alle vrees en maakt hen onverschillig omtrent hetgeen haar bij anderen doet ontstaan4 ,wij namen bezit van de hut1 die op eenigen afstand van de overigen1 tusschen ooft- en wilde boomen verscholen1 was gebouwd4 ,de rosse gloed eener lamp met ,djarak- 7,ricinus-7 olie gevuld1 wierp een flaauw licht op den vloer en de vier berookte wanden1 van gevlochten ,bamboes vervaardigd1 waaruit het eenige vertrek der hut bestond4 ,de vloer rustte op stijlen1 ter hoogte van ongeveer vier voet boven den grond3 de bank1 die met eenige ,tikar's was belegd en ons tot rustplaats moest dienen1 bestond mede uit gespleten ,bamboes4 ,wij verlangden zeer naar een bad2--wij wenschten ons te ontdoen van onze kleederen1 die doornat van zweet en daarenboven met stof en vuil bedekt waren4 ,maar wat moesten wij aantrekken8 ,de ,koeli's1 die onze koffers droegen1 waren nog niet aangekomen4 ,een sigaar1 een glas wijn konden wij wel ontberen1 maar zouden wij ons nu ook genoodzaakt zien het tenue der inboorlingen aan te nemen1 en in het kostuum van ,adam rond te wandelen8--,al hetgeen de goede luitjes hier in het dorp in hunne garderobe overcompleet hadden en dit bestond uit een paar ,selendang's 7lange1 smalle omslagdoeken7 en ,sarong's 7een kleedingstuk1 dat den vorm heeft van een vrouwenrok71 werd ons ten gebruike afgestaan4 ,wij deden derhalve als of wij ons in het ,paradijs bevonden en het kostte weinig moeite ons in te beelden1 dat dit werkelijk het geval was4 ,ademden wij hier niet eene zuivere1 zachte1 geurige lucht in8--strekte zich hoog boven onze hoofden niet de schoonste blaauwe hemel uit8--stond hier nevens onze hutten niet de ,musa uit het ,paradijs 7gelijk ,linnaeus haar heeft genoemd71 met hare reusachtige1 reeds aanrijpende trosvormige vruchten8--blonken ginds niet goudkleurige ,mangga's1 roode ,djamboe's1 ,doeren's en ,nangka's1 beide ter grootte van een menschenhoofd1 benevens vele andere schoone vruchten in het oog1 half verscholen tusschen het loof der boomen1 die in en rondom het dorpje waren aangeplant8--verhief zich niet boven onze hoofden1 zagen wij niet verre beneden ons in het lagere gedeelte van het dal1 het loofgewelf der allerprachtigste1 bloemrijke wouden8--geleken de bewoners van het eenzame dorpje1 in de eenvoudigheid huns harten1 niet op het eerste menschenpaar1 toen het in onschuld het ,paradijs tot woning had8 en murmelde ginds achter ons1 in de onmiddellijke nabijheid der hut1 niet een beekje1 waarvan het kristalheldere water ons uitlokte tot het verfrissend genot van een bad8--,een gedeelte van het water liep door eene ,bamboesbuis naar eene plek1 waar het terrein met een steilen wand #e #f voet afdaalde en plaste van die hoogte bij wijze van stortbad 7,pantran7 op den badende neder4 ,wij droogden ons in de lucht1 sloegen den ,sarong om onze lendenen en den ,selendang over de schouders en begaven ons naar den nabij gelegen rand der kloof1 van waar wij den ganschen1 zooveel lager gelegenen bodem van het dal konden overzien4 ,aldaar vleiden wij ons neder in het gras onder het geboomte en lieten onzen geest ten speelbal van de indrukken1 te weeg gebragt door de omringende schoone natuur1 die zich meer en meer in haar schemerend avondkleed hulde4 ,het dorpje ,gnoerag is gelegen op een voorsprong der westelijke dalhelling1 welke ongeveer #gjj voet beneden den hoogsten rand een zacht glooijend plat vormt en vervolgens steil in den eigenlijken bodem van het dal overgaat4 ,de rand1 waarop wij ons bevonden1 verhief zich nog ongeveer #cjj voet boven dit laagste gedeelte des dalbodems4 ,aan gene zijde van het dal rees de helling eerst zacht glooijende1 bij wijze van terrassen1 vervolgens steiler en eindelijk als een loodregte wand opwaarts naar den oostelijken dalrand1 die van den westelijken rand welligt #a #a_/b #b ,javasche palen #a verwijderd was4 ,op den voorsprong lagen hier en daar kleine1 drooge rijstvelden 7,tipar en ,oema7 verstrooid in eene wildernis van ,alang-alanggras1 welke laatstgenoemde zelf de plaats weder had ingenomen van velden1 in voormaligen tijd bebouwd4 ,de bodem van het dal daarentegen1 benevens de steile hellingen1 die het ter wederzijde insloten1 waren bedekt met een majestueus oorspronkelijk woud1 met boomen wier zuilvormige stammen zich #ajj1 ja1 #abj voet hoog verhieven1 alvorens zij hunne rondachtige loofkroonen vormden4 ,als wiessen zij vrij in de lucht1 zoo verhieven zij hunne kruinen de eene boven de andere aan den steilen dalwand en slechts enkele gedeelten1 die volkomen loodregt oprezen1 vielen hier en daar als kale plekjes tusschen het geboomte in het oog4 #b ,deze bergwanden1 deze wouden1 welke den bodem van het dal overschaduwen1 werden nu beschenen door het zilverblanke licht der maan1 die hoog aan den hemel stond4 ,haar licht was zoo helder1 dat wij ter naauwernood eenige schemering hadden kunnen waarnemen1 toen de dagtoorts #c werd uitgebluscht4 ,in het azuren uitspansel liet zich niet het geringste wolkje bespeuren4 ,maar aan het zintuig van het gehoor werd verkondigd1 dat de zon beneden den horizon was gedaald4 ,hoewel geen ademtogtje werd bespeurd1 geen blaadje van het geboomte ritselde1 verhieven zich toch steeds duidelijker zekere algemeene nachtelijke geluiden4 ,nu de oppervlakte des bodems niet langer werd verhit en de oorzaak niet meer bestond1 die zulks had te weeg gebragt1--de zonnestralen1 welke er op nerschoten1--stegen niet langer luchtstroomen loodregt opwaarts en werd de zijwaartsche voortplanting van het geluid niet meer verhinderd4 ,de branding van de meer dan #bj palen van ons verwijderde zuider kust liet zich allengs duidelijker vernemen en het bruischen van den stroom1 die1 in zijn langen loop uit het binnenste van het hooggebergte tot aan de kust1 zich al kronkelend door den bodem van het dal slingert1 trof al luider en luider ons oor4 ,hoe sterker deze algemeene1 doffe nachtelijke geluiden zich lieten bespeuren1 in gelijke mate verminderde het geruisch in het dorpje4 ,de gansche menschelijke bevolking er van bestond uit een vijftigtal mannen1 vrouwen en kinderen1 die zich met haar tam gedierte--hoenders1 honden1 geiten1 een paar buffels en paarden--in dit dal had nedergezet en mijlen ver door wildernissen van andere dorpen was gescheiden4 ,zij lagen nu allen op hunne ,bal bal's in de hutten uitgestrekt1 waar zij zich1 ieder in den kring van zijn gezin1 geheel en al overgaven aan het zalige gevoel van een volkomen onbezorgd gemoed4 ,uit eenige hutten klonken ons nog de langgerekte toonen van een gezang te gemoet1 dat noch eene bepaalde melodie1 noch woorden heeft1 maar gewoonlijk door mannen wordt gemproviseerd en gezongen1 wanneer zij op de rustbank liggen en zich gelukkig gevoelen4 ,ook dit eentoonige gezang hield allengs op2 onze bedienden1 die zich in gezelschap van eenige dorpelingen achter ons in het gras hadden nedergelegd1 slopen de een voor en de andere na in stilte weg1 om ook voor zich eene nachtelijke rustplaats op te zoeken2 de eene deur werd na de andere gesloten2 de lampjes1 waarvan het schijnsel door de reten der wanden schemerde1 werden de eene na de andere gebluscht2 het geluid der huisdieren liet zich allengs zeldzamer hooren1 en eindelijk verkondigde niets meer de nabijheid der menschelijke wezens1 die met al hunne levende have1 met al hun geluk en ongeluk1 zich in onze onmiddellijke nabijheid bevonden en nu in diepen slaap verzonken waren4 ,wij alln nog zaten daar--en langen tijd zwijgend--nevens elkander4 ,opgetogenheid vervulde ons4 ,nu eens vestigden wij mijmerend de blikken op den tegenover gelegen dalwand1 waarvan hier eene bogt1 met donkere schaduwen bedekt1 in een geheimzinnig duister verdween1 terwijl elders eene voorwaarts springende rotspunt of de reusachtige zuil eens boomstams door het volle licht der maan werd beschenen2--dan weder rustten zij op het bladerengewelf1 waarmede het woud den bodem van het diep beneden ons liggende dal overdekte4 ,de digtste nachtelijke duisternis liet zich hier en daar tusschen deze boomen bespeuren1 als zagen wij door eene spleet in een peilloozen afgrond neder1 ter plaatse waar in de diepe1 met woudgeboomte overschaduwde kloof1 voor het oog volkomen onzigtbaar1 maar door den donder harer schuimende golven luid hoorbaar de ,tji-,nagnak heenbruist4 ,daar stort zij van blok tot blok1 van rots tot rots nederwaarts en zet zij in snelle vaart haren loop voort naar de kust4 ,andere gedeelten van de oppervlakte des wouds1 vooral ter plaatse waar de grootste en hoogste loofkroonen oprezen1 waren zoo helder verlicht1 dat men de paauwen kon zien1 wier luid gillend geschreeuw nog voor korte oogenblikken1 gedurende het vallen van den avond1 de echo's van alle bergwanden had doen ontwaken1 maar die nu bewegeloos en stil in de toppen van het geboomte zaten4--,van tijd tot tijd fladderden eenige vledermuizen ons voorbij2 somtijds vloog een krassende uil langs de helling van het dal1 doch dit was de eenige beweging1 die zich liet bespeuren1 want heinde en verre lag de natuur in diepe rust verzonken4 ,behalve het doffe geruisch van den snellen stroom1 trof geen ander geluid ons oor dan het regelmatig geklep van een ,caprimulgus1 #d dat als kletterende hamerslagen op een aanbeeld alom door het dal klonk1 en slechts zelden vernamen wij uit het woud beneden ons een geluid als van loeijende buffels1 maar fijner1 meer schor en wilder van toon2 het waren rhinocerossen1 die zich slechts in den speeltijd laten hooren4 ,overigens was de dierlijke schepping dood stil en nergens was eenige beweging zigtbaar4--,maar met welke nachtelijke schoonheid was het omringende landschap getooid6 welk een tooverachtigen schijn gaf daaraan de maan1 die het als door een floers1 door een zilverkleurig1 half doorschijnend glas bescheen6 ,waar vind ik woorden om zoo veel schoonheid te beschrijven1--of kleuren om haar naar waarde af te malen8 ,mijne krachten zijn daartoe te zwak4 ,zoo iets laat zich slechts gevoelen1 waarnemen4 ,,nacht4 ,beste broeder ,dag2 wanneer ik mijn oog laat gaan over dit vruchtbare1 door de natuur zoo rijk gezegende landschap1 dat een waar paradijs mag worden geheeten en in den schoonsten schemerschijn van het liefelijke maanlicht daar voor ons ligt1 wanneer ik daarbij denk aan de goede ,javanen1 die1 voor hooger ontwikkeling zoo vatbaar1 in deze oorden gevestigd zijn1 maar wier geest nog in de diepste duisternis der onwetendheid is gehuld1 wier mate van intellectuele beschaving naauwelijks met dat schemerlicht der maan kan vergeleken worden1--wanneer ik mij dit alles voor den geest stel1 dan vind ik het ten uiterste beklagenswaardig1 dat zij de openbaring van het ,evangelie1 de zegeningen des ,christendoms nog niet deelachtig zijn geworden1 dat hun eeuwig heil1 het heil hunner onsterfelijke ziel1 zoo schromelijk wordt verwaarloosd6 ,,dag4 ,beste ,nacht1 die klagt wordt door mij niet gedeeld4 ,voor ik den wensch kan koesteren om de ,javanen tot ,christenen te bekeeren1 gelijk gij dat gewoon zijt te noemen1 moet ik eerst leeren inzien1 dat de ,christelijke leer niets dan zuivere waarheid bevat1 dat de kennis dier leer voor alle volken der aarde als eene zegening zij te beschouwen1 en met den besten wil ter wereld heb ik mij hiervan nog niet de overtuiging kunnen verschaffen4 ,,nacht4 ,hoe is het toch mogelijk1 dat ge zoo kunt spreken6 ,bedenk eens tot welk een hoogen graad van beschaving1 wij ,christenvolken zijn opgeklommen2 overweeg eens hoezeer wij ,christenen door de meerdere ontwikkeling onzer verstandelijke vermogens1 in handel en nijverheid1 in het staatkundige en door onze zedelijke overmagt1 boven alle niet-,christennatin verheven zijn2 denk toch aan het licht der wetenschappen dat zijne heldere stralen over ,europa verspreidt1 de hooge vlugt welke het geestesleven bij ons heeft genomen1 de verbazende ontwikkeling aan alle nuttige kunsten1 aan alle takken van nijverheid gegeven1 waarin geen enkel niet-,christenvolk zich met ons meten kan1--waaraan hebben wij dat alles te danken8 dan juist aan het ,christendom1 't welk wij belijden1 aan onze heilige ,kerk1 aan de leer des bijbels1 zoo overvloeijende van menschenliefde1 aan de zegeningen der geopenbaarde godsdienst1 die de ,heiland en ,verlosser ons heeft geschonken8 ,,dag4 ,in geenen deele1 broeder ,nacht4 ,gij verkeert in dwaling1 waarin trouwens eenige millioenen uwer geloofsgenooten mede zijn vervallen4 ,niettegenstaande dit alles1 moet ik u rondweg verklaren1 dat gij het spoor geheel en al bijster zijt4 ,er zijn thans ruim achttien eeuwen verloopen1 sedert ,jesus van ,nazareth zijne geloofsleer verkondigde en ongeveer #ab #acjj jaar sedert het tijdstip1 waarop die leer onder de ,germaansche volkstammen1 in het hart van ,europa gevestigd1 meer algemeen is verbreid geworden4 ,en van wanneer dagteekent nu die buitengewone wetenschappelijke en industrile ontwikkeling bij de ,europesche volken1 in zoo verre deze een hoogeren trap hebben bereikt1 dan waarop vele zoogenaamde ,heidensche volken staan1 als de ,japannezen1 ,chinezen1 ,hindoes8--,zij dagteekent ter naauwernood van vr #bjj jaren1 en wat betreft de tegenwoordige hooge vlugt1 de buitengewone vooruitgang1 die in alle takken van nijverheid wordt waargenomen--het heldere licht1 verspreid door de ontdekkingen1 op het gebied der natuurlijke wetenschappen gemaakt1 waardoor het leven en het verkeer der volken eene gansch andere1 nieuwe1 vroeger niet mogelijk geachte gedaante heeft verkregen1 eene vlugt die nog dagelijks als met arendsvleugelen hooger stijgt1--deze dagteekent nog niet van vr een honderd jaren6 ,en op welken trap van intellectuele en industrile beschaving stonden deze zelfde ,christenvolken in de voorafgegane eeuwen1 sedert de invoering des ,christendoms8 ,de grofste onwetendheid1 het verregaandste bijgeloof lag als een dikke nevel uitgestrekt over deze volken en onderdrukte elf twaalf honderd jaren lang elke vrijere ontwikkeling des geestes2 het geloof aan de openbaringen des bijbels1 aan de onfeilbaarheid der kerkelijke orakelspreuken1 verstikte alle zelfstandigheid van denken1 werstreefde elk onderzoek der natuur en stelde wonderen in de plaats der natuurwet1 verbreidde duisternis1 waar het licht had moeten aanbrengen4 ,ge zult mij toch wel niet tegenspreken1 dat de oude ,grieken en ,romeinen1 lang vr de geboorte van ,christus1 een veel hoogeren graad van beschaving bezaten1 dan den ,christenvolken gedurende de middeleeuwen eigen was8--,en wee6 die zeldzame mannen1 die het durfden wagen een schuwen lichtstraal in de duisternis te willen werpen6 ,was aan ,galile het treurige lot niet beschoren nog in de #ag;de eeuw door de priesters van ,christus als ketter te worden vervolgd1 dewijl hij eene eeuwige waarheid verkondigde en verdedigde1 welker bestaan ,korpernicus reeds had erkend1--moest hij niet1 nog in #afcc1 voor de regtbank der inquisitie zweeren1 te gelooven1 dat de aarde in de hemelruimte stil stond86 ,leverde het midden #ah;de eeuw niet nog het schouwspel op1 dat ketters verbrand1 heksen op de pijnbank der inquisitie gefolterd werden8--ja1 wat zeg ik1 heeft men niet nog vr korten tijd1 in de tweede helft der negentiende eeuw1 gezien dat deze priesters van ,christus1 gelijk zij zich noemen1 van ,christus die slechts liefde1 vergevensgezindheid predikte--den vloek1 den banvloek6 uitspraken en menschen1 die den bijbel hadden gelezen1 tot de galeien doemden8--,ik wil hopen1 dat ,jesus niet andermaal zal geboren worden2 want indien dit geschiedde en hij optrad tegen deze priesters1 die zich naar zijnen naam noemen--en zeker zou hij zulks doen1 gelijk hij reeds eenmaal te velde trok tegen de huichelarij der ,joodsche priesters1 der ,pharizen--dan zouden zij hem als een valschen ,messias aanklagen1 veroordeelen1 en ten tweeden male kruisigen6 ,,nacht4 ,het is zeer wel mogelijk4 ,ge weet1 dat ik1 wel is waar1 in het ,katholieke geloof ben opgevoed1 echter geenszins behoor tot de vereerders der hierarchie1 sedert ik zelfstandig heb leeren denken4 ,gij spreekt van de gruwelen door het ,pausdom veroorzaakt1 van de huichelende priesterschaar1 die heerschen wil en gaarne in troebel water vischt2 maar al hetgeen door u is aangevoerd strekt eigenlijk toch slechts ter verheerlijking van het ,christendom6 ,want ge zult toch met mij bekennen1 dat het licht der gezuiverde ,christelijke leer1 sedert den tijd dat ,luther in #aebj de ,pausselijke bul verbrandde1 op eene zegevierende wijze al deze nevelen voor zich uit heeft gedreven en thans een groot gedeelte der oude en nieuwe wereld met zijne stralen beschijnt1 door wier koesterende en weldadige warmte kunsten en wetenschappen alom tot de heerlijkste en krachtdadigste ontwikkeling zijn gekomen8 ,,dag4 ,broeder ,nacht1 ge komt hier andermaal tot eene geheel verkeerde gevolgtrekking4 ,het ,christendom heeft niets gemeens met dezen bloei der kunsten en wetenschappen1 want uit zijn aard is het volslagen ongeschikt eenig licht op het gebied daarvan te verspreiden4 ,dit is in zulk eene mate het geval1 dat het1 in plaats van eenige aanleiding en aansporing te geven tot het onderzoeken der natuur1 tot het navorschen van de werken des ,scheppers1 in tegendeel allereerst en bovenal voorschrijft te gelooven aan wonderen1 vast te gelooven aan het onbegrijpelijke1 het onmogelijke1 aan hetgeen in strijd is met alle ervaring1 met alle bekende wetten der natuur4--,het is waar1 de zedeleer1 welke het ,christendom predikt1 is aanprijzenswaardig1 moet hoog worden geschat1 want zij leert ons het goede van het kwade te onderscheiden1 zij boezemt liefde tot de deugd in1 stelt medelijden jegens onze natuurgenooten ten pligt4 ,deze leer echter is de menschelijke natuur eigen1 sedert den aanvang van haar bestaan1 en het licht dat sedert eene eeuw1 maar met helderen glans eerst in de laatst verloopen vijftig jaren in het intellectuele en industrile leven der volken is opgegaan1 zijn wij eenig en alleen verschuldigd aan de natuurlijke wetenschappen1 aan de geniale en grondige studie der natuurwetten en der werken van den verheven ,schepper1--aan de steeds in zekerheid toenemende kennis van hetgeen wij daar boven aan den hemel1 hier beneden op de aarde ontwaren1 en is bovenal in ruime mate gevloeid uit de ontdekkingen1 gedaan op het gebied der geologie1 der sterre- en scheikunde1 der physica en physiologie2 hierdoor hoofdzakelijk is de waarheid aan den dag gebragt en alom verkondigd geworden1 die het godsdienstig bijgeloof steeds binnen engeren kring trachtte te beperken4 ,dit hebben de ,christelijke priesters ook overal en door alle eeuwen heen zeer wel gevoeld en begrepen2 uit dien hoofde hebben zij1 sedert de stichting der hierarchie tot op den tijd van ,galile en van ,galile tot op den huidigen dag1 ijverig gestreefd deze waarheid te onderdrukken1 de vatbaarheid daarvoor--door hunne wijze van onderrigt--in het kinderlijk gemoed te verstikken1 den natuuronderzoeker in zijne navorschingen te breidelen of hem er om te vervolgen2 want de natuurkundigen zijn het1 die vijandig tegen hen overstaan1 die de sombere schaduwen1 welke de priesterrok rondom zich werpt1 door een steeds grooter wordend tal van lichtstralen in helderen dag dreigen te herscheppen4 ,zij1 de obscuranten1 leven en bewegen zich met welbehagen alleen in die met nevelen der onwetendheid bezwangerde lucht1 waarin geen ander licht kan doordringen dan hetgeen door wonderen en bijgeloof1 als door beschilderde vensterglazen1 is verdonkerd en gebroken4 ,het is de pligt van den natuuronderzoeker tegenover hun geloof aan wonderen de natuurwet--de duidelijke verklaring--te stellen4 ,hij zou met zich zelven in tegenspraak zijn1 hij zou niet langer natuurkundige1 schei- of sterrekundige zijn1 het niet kunnen zijn1 indien hij aan wonderen geloofde1 indien hij in staat was zijn eerste axioma--zijn evangelie3 de eeuwige onveranderlijkheid en regelmatigheid der natuurwetten1 te verloochenen4 ,alle wetenschap houdt op1 zoodra de mogelijkheid van het tegendeel wordt aangenomen4 ,,nacht4 ,maar dewijl gij toch met mij gelooft1 dat ,god almagtig is1--waarom zou hij dan niet ne enkele maal de werking van eenige zijner natuurwetten tijdelijk hebben geschort1 doen ophouden of in een tegenovergestelden zin hebben veranderd1 ten einde zijn eenig geboren zoon op aarde te zenden en ons zondige menschen gelukkiger te maken8 ,,dag4 ,beste broeder1 vergeef het mij6 ,hetgeen gij daar zegt1 kan mijn mond niet uitspreken1 kan mijn verstand niet bevatten4 ,wij bewonen een van de acht planeten1 welke met de #bg zoogenaamde kleine planeten of asteroden in kringen om de zon wentelen en die gedeeltelijk de aarde in grootte verre overtreffen4 ,de zon zelve is slechts een van de duizende1 insgelijks veel grootere zonnen1 die--ofschoon aan ons oog slechts als zoogenaamde vaste sterren zigtbaar--aan den hemel fonkelen4 ,wij kunnen toch niet aannemen1 dat van al die duizende zonnen slechts om deze ne--om de onze1 die niet tot de grootsten behoort--planeten zich wentelen1 en nog veel minder1 dat onder al die planeten1 welke tot deze en tot die duizende andere zonnen behooren1 alleen op onzen kleinen aardbol levende wezens wonen1 met geest- en denkvermogen begaafd8--,zou het niet hoogst ongerijmd zijn te veronderstellen1 dat die tallooze zonnen1 met hare planeten en trawanten1 uitsluitend in het aanwezen zijn geroepen om den wille der #iej millioen menschen1 die 7thans7 op deze aarde leven en dat deze schaar van zoo onvolkomene wezens1--gelijk de menschen inderdaad zijn1 die sedert hare schepping tot op den huidigen dag zich op niets met zoo veel ijver hebben toegelegd dan om elkander te vermoorden1 te kwellen en te plunderen1--dat zij in het oog van den ,schepper des heelals zoo hoog hebben gegolden1 dat ,hij om den wille van hen en om hen alln die verbazende menigte veel grootere hemelligchamen heeft geschapen1 welke wij in de onpeilbare hemelruimte nog op de verste afstanden ontdekken1 tot waar ons oog met de reusachtige telescopen reikt4 ,wij moeten derhalve noodzakelijkerwijze uitgaan van het denkbeeld1 dat ook op al deze andere hemelligchamen1 althans op de meesten 7dezulke1 welke geschikt zijn om door bewerktuigde wezens te worden bewoond7 levende1 met verstand begaafde schepselen aanwezig zijn1 daargelaten dat zij welligt eenigzins anders gevormd en bewerktuigd zijn dan wij4 ,en wat heeft ,god nu gedaan1 volgens de ,christelijke geloofsleer8--,nadat de menschen reeds gedurende vijf duizend jaren of iets langer op de aarde hadden voortgestrompeld1--gedurende welk tijdperk reeds vele rijken ontstaan en weder te gronde waren gegaan1 natin op het schouwtooneel der wereld waren getreden en het hadden verlaten1 waarbij veel bloed vergoten1 veel gruwzaamheid gepleegd1 vele zonden waren bedreven1--zag de ,schepper ten laatste in1 dat het zoo niet langer gaan kon2 hij begreep eindelijk1 dat hij zijn werk 7den mensch7 niet doelmatig genoeg had ingerigt en dat dit werk noodzakelijkerwijze eenige reparatien en verbeteringen moest ondergaan4 ,hij had of schiep een zoon en zond dezen op de aarde om het menschdom deugd en liefde tot den naaste te prediken en te doen beoefenen1 hetgeen hij dan ook met zulk uitstekend gevolg in praktijk bragte1 dat de dankbare tijdgenooten hem daarvoor bespotteden1 hoonden1 beschuldigden1 ja1 eindelijk tot den martelaarsdood veroordeelden en aan het kruishout nagelden6--,maar nu was ,god met zijne schepselen verzoend2 nu mogten zij zondigen naar hartelust en zoolang zij verkozen1 of nog zullen verkiezen1 mits zij er te eeniger tijd slechts berouw over gevoelen1 dan kunnen zij de zaligheid toch nog deelachtig worden2 want heeft hij niet zijn eigen zoon--het lam #e ,gods--tot verzoening voor de zonde der menschen gegeven en hem--aan wien--daarvoor ten offer gebragt8--3 aan zich zelven4 ,die in hem gelooven1 zullen in het koningrijk der hemelen komen1 en hun aantal bedraagt thans ongeveer #bde millioen4 ,wat de overige #gje millioen menschen betreft--,joden1 ,mohammedanen en zoogenaamde ,heidenen1--die behalve de zoo even genoemden op de aarde wonen1 hun vooruitzigt is zeer duister1 dewijl het geloof in ,jezus bij hen geen wortel wil schieten1 en wat aangaat de #ce millioen ,grieksch-,katholieken1 zoo mede de #fj millioen ,gereformeerde ketters 7die1 wel is waar1 in ,jezus ,christus1 maar niet aan de goddelijke magt van den ,paus gelooven7 met hen is het1 volgens de leer der alleen zaligmakende heilige kerk1 geen haar breed beter gesteld dan met de ,heidenen2 het gevolg hiervan is1 dat er van de #iej millioen bewoners dezer aarde eigenlijk slechts #aej millioen gelukzaligen 7,pausselijk-,katholieke menschen7 overblijven1 voor wie het goddelijke zoenoffer de poorten des hemelrijks heeft kunnen openen4--,en wat zal er worden van de bewoners der overige duizenden bij duizenden van planeten en zonnen1 welke in het heelal zweven en zich in elliptische banen bewegen8--dat kan niemand bepalen1 indien zij1 namelijk1 van den aanvang af niet op eene meer volkomene wijze zijn gevormd dan wij--of indien zij geene ,christenen zijn1--indien de zoon ,gods ook niet bij hen een bezoek heeft afgelegd1--niet den oneindig langen togt door het heelal heeft ondernomen1--indien hij niet van trawanten naar planeten1 van planeten naar zonnen1 van zonnen naar melkwegen en nevelvlekken is getogen om overal1 waar het werk zijns vaders en van zijn meester niet goed ging1 het noodige er aan te herstellen en te verbeteren6--,waarachtig1 broeder ,nacht1 wat zou ik een erbarmelijk denkbeeld moeten opgevat hebben van den alwijzen ,schepper1 indien ik zulke soort van nesterijen kon gelooven1--indien ik zoo iets dacht van den oneindigen1 eeuwigen ,maker van het heelal1 die niets onvolkomen heeft daargesteld1 die het kleinste wormpje1 het onbeduidendste plantje en hoe veel te meer niet den mensch6 van den aanvang af zoodanig heeft gevormd1 dat1 door de krachten waarmede ,hij hem heeft begiftigd en die ,hij aan eeuwig onveranderlijke1 onverbreekbare wetten onderwierp1 alles wat leeft en zich beweegt en door zijnen adem wordt bezield1 door zich zelven en uit zich zelven zijne ontwikkeling1 voleinding en eindelijke bestemming onfeilbaar te gemoet gaat1 zonder dat op eenigerlei wijze de wetten1 de eenmaal in het leven geroepen krachten1 herstelling of verbetering behoeven4--,en1 aangenomen dat zulks denkbaar1 dat zulks mogelijk was1 dan vraag ik u3 wat heeft dan dat buitengewone gezantschap van ,god op aarde uitgerigt8 ,wat heeft het geholpen8--zoudt ge durven beweren1 dat de menschen sedert dien tijd beter en gelukkiger zijn geworden8 ,wend uwe blikken om u heen1 sla ,europa gade6 ,wat ziet ge8 ,ellende1 armoede1 hongersnood1 gevangenissen en andere dergelijke strafinrigtingen opgepropt met misdadigers2 slavenhandel1 die onder de bescherming van ,christelijke wetten sedert eeuwen wordt gedreven2 diefstal1 moord1--ontevredenheid door de volken gevoed jegens hunne regeerders1 bloedige omwentelingen1 vrees der heerschers voor hunne volken1--oorlog6--schepen en vestingen laat men in de lucht springen en duizenden van menschen vallen in n enkelen oogenblik als een offer des doods2 hier ontwaart gij wederzijdsch wantrouwen1 haat tusschen de onderscheidene ,christensekten1 ginds aanmatiging der priesters1 kuiperijen der ,jesuten2 van godsdienst vindt gij buiten de kerken zelfs geen spoor1 in de kerken veel huichelarij en schijnheiligheid4 ,werp uwe blikken achter u4 ,daar ontwaart gij een vreesselijk schouwspel1 dat nu sedert #ahjj lange jaren voortduurt4 ,de aanbidders der oude goden van ,griekenland vangen het treurspel aan2 bloedig vervolgen en martelen zij de nieuwe ,christenen en brandstapels besluiten het1 waarop ,christenen ,christenen--tot vreugde van ,christenen in de vlammen offeren6 ,daar wordt het ijzingwekkende cyclorama voor uw oog ontrold1 waarop met vlammende en bloedige kleuren de geschiedenis des ,christendoms is afgemaald4 ,langzaam ontwikkelt het zich voor uwen starenden blik4 ,eerst ziet gij niets dan den duisteren1 bijna tien eeuwen langen nacht der middeleeuwen1 zoo vol gruwelen2--te vergeefs tracht gij eenig schemerlicht van geestesleven te ontdekken2--dikke wolken verduisteren den hemel1 zij rusten op de aarde1 het schrikbewind der hierarchie bespiedt der menschen gangen van zijne geboorte af tot aan den oogenblik van zijn verscheiden1 ja1 zelfs zijne gedachten worden gekluisterd2--het vreesselijkste zedebederf heerscht alom onder alle volken van ,europa en elke natuurlijke ontwikkeling der vermogens1 die in hen sluimeren1 wordt zorgvuldig onderdrukt2--rijke kloosters zweven bij duizenden aan uwe blikken voorbij2 de landman legt de vruchten1 die hij in het zweet zijns aanschijns aan de aarde heeft ontwoekerd1 aan hunne poorten neder1 en1 onder de bescherming des kruises1 worden zij door weelderige monniken en nonnen verbrasd2--processin trekken voorbij met reliquienkasten en opgesierde beelden1 waaraan goddelijke eer wordt bewezen1 op het aanschouwen waarvan ieder1 die zich bewegen kan1 de knien ootmoedig buigt2--hier hoort gij het aflaatgeld1 betaald voor zonden1 die men reeds heeft gedaan of nog zal bedrijven1 in de kisten rammelen1 en ginds verneemt men slechts banvloeken in de stilte van den nacht1 welke loodzwaar op een gansch gexcommuniceerd of onder interdict gelegd koning- of keizerrijk drukt2 zelfs de lijken der gestorvenen mogen aldaar niet aan den schoot der aarde worden toevertrouwd2--maar eensklaps wordt de stikdonkere duisternis door een helder licht vervangen1 de hooge hemel is met een rooden gloed overtogen1 flikkerende vlammen verheffen zich boven den horizon1 ,auto da ,f's worden gehouden6 en--een en dertig duizend menschen1 beschuldigd of slechts verdacht van af te zijn geweken van het eenig ware geloof der ,pausselijke kerk1 worden de een na den anderen1 somtijds een half dozijn te gelijk1 levend voor uwe oogen verbrand6--,welk somber gebouw wordt ginds al nader gevoerd1 en welke jammertoonen treffen van daar uw oor8--,het zijn de kerkers1 casa santa1 der inquisitie1 waar honderden van ,joden en ,mooren1 die het voorvaderlijk geloof niet wilden afzweren1 hunne ketenen doen rammelen2--uit gindsche zaal stijgt het geklag en gejammer van onschuldige heksen op1 die door de priesters van ,christus verdacht zijn geworden1 dat zij met booze geesten in betrekking stonden2 zij worden gefolterd en liggen op de pijnbank1 van waar nu hun gekerm1 dat te vergeefs om erbarming smeekt1 uw oor doorklieft en uw hart doet bloeden6--en zie hier--een schavot is opgerigt en ge ontwaart zeven ketters te gelijk1 die1 beschuldigd van getwijfeld te hebben aan de ,goddelijke roeping des ,pausen1 door de hand der heilige ,christelijke beulsknechten levend worden geradbraakt6--,het panorama ontrolt zich verder2 zal het dan nimmer eenige verblijdende1 eenige lichttooneelen opleveren8--,een koene monnik staat daar te ,wittenberg2 hij heeft zijne #ie stellingen in schrift gebragt1 aan de slotkerk aangeplakt en werpt nu de ,pausselijke bul1 die hem als aartsketter vervloekt en in den ban doet1 in het flikkerende vuur2--maar dit vuur verbreidt zich in het rond1 godsdienstoorlogen ontbranden1 steden en dorpen staan in lichtelaaije vlam en lijken wentelen zich1 dertig jaren lang1 in hun bloed voorbij uwe ontstelde blikken6--,de heerschzucht van ,rome en van hare knechten1 welke op geen ander regt steunt1 op geen anderen grond is gebouwd1 dan op gewetensdwang1 op geestesnacht en bijgeloof1 heeft nu een strijd op leven en dood aangevangen met het licht der ,hervorming2--de schoonste gewesten van ,duitschland worden verwoest1 ontvolkt2--in de ,nederlanden neemt een ,hertog van ,alba het ambt des beulen waar1 onder wiens bijl de hoofden van #ahjjj bewoners vallen en in ,frankrijk vervullen de gruwelen1 gepleegd gedurende den ,bartholomeusnacht1 welken gij nu ziet1 uw gemoed met afgrijzen2 uwe haren rijzen er van te berge6 ,maar ginds in ,rome staat de ,stedehouder van ,christus2 hij viert een plegtig ,te ,deum en schrijft een jubileum uit voor den welgelukten moord van #cejjj ,hugenooten6--,maar nog is de schilderij vol jammertooneelen niet geheel ontrold4 ,zij schijnt eindeloos te zijn en ontplooit zich voortdurend verder en verder voor uwe blikken2--in ,spanje zet het heilig officie zijn woeden voort2--in ,frankrijk verrijzen de ,cevennes voor uwe blikken en aldaar worden #djjjj arme ,camisards1 om den wille van hun ,christelijk geloof 7dat niet zuiver ,pausselijk was71 gehangen1 geradbraakt1 verbrand6 ,eindelijk1--eindelijk schijnt het eenigzins rustiger1 lichter te willen worden op het tooneel waar 't ,christelijk treurspel wordt vertoond4 ,in de plaats van het blind gelooven begint een meer bevruchtend weten te treden1 en de kleuren1 welke de schilderij ons nu aanbiedt1 worden allengs zachter4 ,gij ziet niet meer zoo veel bloed als vroeger het geval was1 geplengd uit godsdiensthaat1 bedrog en heerschzucht2--ja1 in plaats daarvan begint het licht der wetenschap allengs overvloediger te ontwellen aan die onuitputtelijke bron1 welke het onderzoek der natuur daaraan heeft geopend2 het werpt nu zijne weldadige stralen--voor het papendom ware banstralen--meer en meer naar alle zijden heen2 de grenzen tot waar het zich uitstrekt1 worden steeds verder vooruit gedrongen1 en het bezigen dier werktuigen1 waarvan de hierarchie zich zoo gaarne bediende tot bekeering of uitroeijing van degenen1 die zij ketters noemde1 't geen meestal slechts geschiedde uit gouddorst1 uit heersch- of hebzucht1 wordt met elken dag meer en meer onmogelijk2--maar in plaats van hel en vagevuur1 in plaats van interdikt1 vergift1 dolk1 kerker1 pijnbank1 galg1 rad en brandstapel sluipen nu ,jezuten rond1 ,jezuten6--die overal en nergens zijn1 die nu eens in groote menigte als sprinkhanen door de lucht vliegen1 dan weder als mollen stil en eenzaam door den grond heenwroeten1 maar niettemin altijd onvermoeid en in alle landen bezig zijn om het licht der wetenschap1 dat zij niet meer kunnen tegenhouden1 zoodra het eenmaal uitgestort is1 in zijne ,,bron te verstoppen1 het kinderlijk gemoed zoodanig te verstompen1 dat het de vatbaarheid verliest voor de indrukken van waarheid en licht1 den geest in de kiem te verstikken3--zich het onderrigt der jeugd in de handen te spelen6--,somtijds schijnt het1 als ware die algemeene plaag geheel en al verdwenen2 maar1 vreesselijke dwaling6 ,slechts zij1 die den naam er van droegen1 zijn heengegaan en duizend anderen1 zwart als de raven1 die bij voorkeur op en in de kerken nestelen1 zijn achtergebleven2 want ,jezuten in grondstellingen en daden zijn zij allen1 ,,allen1 die trouw hebben gezworen aan gindsche zwarte banier1 die ,galilei dwong zijne woorden te herroepen en ,huss tot den brandstapel veroordeelde4 ,zoo beweegt zich het reusachtige cyclorama en wordt het voor uwe blikken ontrold4 ,de zwaarste1 donkerste wolken hebben zich allengs ontlast2 maar niettegenstaande dat alles kondt gij in het jaar #ahec de verzuchtingen nog hooren van twee ketters1 die door de inquisitie tot levenslange kerkering waren gedoemd6 ,openlijk durf ik beweren1 dat de ,christelijke geloofsleer tot heden slechts onwetendheid en bijgeloof heeft bevorderd1 slechts misleiding des geestes1 tot heersch- en hebzuchtige doeleinden1 heeft begunstigd1 niet dan ellende1 onheil1 godsdiensthaat1 oorlog en vervolgingzucht1 met alle gruwelen1 waartoe hardvochtige priesters in staat zijn1 heeft gekweekt en dat het licht1 hetwelk sedert een of anderhalf honderd jaar in den nacht van waangeloof en bedrog--doch in verre na nog niet algemeen genoeg--is begonnen te gloren1 zijn oorsprong is verschuldigd aan de beoefening der natuurlijke wetenschappen4 ,,nacht4 ,gij hebt in uwe rede bijna uitsluitend op de ,roomsen-,katholieke kerk gedoeld4444 ,,dag4 ,eenvoudig hierom3 de gevolgen1 welke uit het geloof aan wonderen voortspruiten1 laten zich bij haar het duidelijkst waarnemen2 daarenboven bevat zij in haren schoot de groote meerderheid der ,christenen1 want met inbegrip der ,grieksch-,katholieken telt zij1 volgens de laatste berekeningen1 #ahe millioen zielen1 en de gezamenlijke ,hervormde kerkgenootschappen slechts ongeveer #fj millioen4 ,,nacht4 ,maar gij zijt toch niet onbillijk genoeg om de misbruiken en gruwelen1 die gij hebt opgesomd1 aan de ,christelijke leer te willen wijten2 gij zult toch de schuld van al de jammeren1 welke eene sluwe en gewetenlooze heb- en heerschzucht over de ,christenwereld heeft uitgestort1 niet op ,hem willen werpen1 die de zuiverste menschenliefde predikte1 die om onzentwille den marteldood aan het kruishout stierf1--namelijk1 op ,jezus ,christus van ,nazareth8 ,,dag4 ,verre van daar4 ,hij was ontwijfelbaar een best mensch en zijn handel en wandel was overeenkomstig met de voorschriften zijner leer4 ,indien zijne zedeleer niet opgesierd ware geworden door zijne aanhangers1 jongeren1 indien zij bevrijd ware gebleven van de wijzigingen en veranderingen door de zoogenaamde ,apostelen daarin gemaakt1 indien zij niet besmet ware geworden met de misvormingen1 met het geloof aan bovennatuurlijke verschijnselen1 zoo als regtstreeksche hemelsche oorsprong1 hoedanigheid van ,gods zoon1 opstanding uit den doode ten derden dage1 hemelvaart en andere wonderen1 door nog latere verzamelaars en afschrijvers daarbij gevoegd1 wij zouden welligt nimmer getuige zijn geweest van de grove verbastering des ,christendoms1 van het ontstaan der hierarchie1 van de aanbidding van beelden en heiligen1 van de splitsing in zoo vele secten1 van de vervolgingen door de inquisitie1 enz4 ,dewijl echter de ,christelijke leer het geloof aan wonderen1 aan het onmogelijke en onnatuurlijke op den voorgrond stelt1 ja1 al dadelijk met een wonder en wel het allergrootste wonder begint1 waarop het gansche gebouw steunt en rust--de bevruchting door een heiligen geest en de geboorte eener ,godheid uit eene sterfelijke vrouw1--zoo kan het ,christendom1 gelijk wij het hier voor ons zien1 aan de menschheid nimmer geluk of vrede aanbrengen en wel om deze reden3 dewijl reeds de eerste grondslag1 waarop het steunt1 valsch is4 ,want gelooft gij aan n wonder1 dan kunt gij even gemakkelijk honderd1 ja1 honderd duizend wonderen als mogelijk aannemen1 dan is niets meer onmogelijk4 ,het eene wonder brengt het andere voort4 ,ieder geloovige kiest uit de massa dat wonder of dogma tot zijn palladium1 hetwelk hij het meest gepast acht voor zijne bijzondere behoeften1 of dat het meest overeenkomt met de mate van geloof1 welke hij bezit4 ,maar dit is eene ware bron van tweespalt1 van splitsing der geloofsleer in verschillende1 van elkander afwijkende meeningen en dit is de eigenlijke oorzaak van de verdeeling der ,kerk in verschillende sekten4 ,het duurt vervolgens niet lang of sektegeest wordt in de nu uiteengerukte kerk uitgebroeid1 welke allengs ontaardt in haat1 nijd en vervolgingszucht4 ,dewijl toch een wonder geene waarheid is en voor de juistheid van een blind gelooven geen bewijs kan worden gegeven1 missen de aanhangers der godsdienstige secten 7belijdenissen7 die kalme1 rustige gelatenheid des geestes1 welke alleen kan geboren worden uit de overtuiging van de waarheid1 uit een helder inzigt in de natuurwet4 ,bewijzen1 welke mystieke godgeleerden willen ontleenen uit zoogenaamde openbaringen en goddelijke ingevingen1 welke mannen uit den ,joodschen volksstam voor meer dan anderhalf duizend jaren moeten gehad hebben en in de zoogenaamde heilige schriften moeten geboekstaafd zijn1 deze zal geen natuuronderzoeker als zoodanig aannemen1 want zij zijn in lijnregte tegenspraak met alles1 dat in de groote schepping ,gods leeft en zich beweegt4 ,in de natuur alleen openbaart ,god zich aan den mensch4 ,maar aangeleerde gewoonte1 zonder nadenken1 is in staat zelfs de grofste onzinnigheid1 de bespottelijkste zotternij1 tot een heiligdom te verheffen1 welks vereering aan de gemoederen eindelijk tot eene behoefte wordt4 ,het verschil van geloof van dezen krenkt de ijdelheid van genen1 die zich in hunne eigene oogen zoo gaarne als onfeilbaar beschouwen2 hetgeen den eersten heilig is1 komt laatstgenoemden belagchelijk voor1 met wier geloof weder andere den spot drijven en dit moet als de oorzaak worden beschouwd1 dat zij1--in plaats van elkander de bewijzen te toonen waarop hunne leer is gegrond1 in plaats van zich te vereenigen en zich gezamenlijk te koesteren in de stralen der zon1 die voor elk hunner schijnt1 doch die zij uit het oog hebben verloren1--dat zij zich steeds verder van elkander verwijderen1 de bitterste vijandschap tegen elkander voeden en de hand uitslaan naar de middelen om elkander te dwingen1 ja1 te verdelgen6 ,de geschiedenis der laatste #ahjj jaren is dr om zulks te bewijzen1 en nog op den huidigen dag kan men daarvan de treurigste ondervinding opdoen4 ,het geloof aan wonderen werd gezaaid1 en het onkruid schoot op als eene duizendhoofdige hydra1 waarvan elke afgehouwen kop telkens op nieuw door een anderen wordt vervangen4 ,maar zelfs dan1 wanneer de ,christelijke leer van al dat onkruid1--het geloof aan wonderen1 aan openbaring1 aan de onfeilbaarheid van de uitspraken des bijbels1 en andere dergelijke zaken1--werd gezuiverd1 wanneer al de nadeelige vruchten1 welke dit onkruid heeft gedragen1 ja1 die het nog voortdurend tot rijpheid doet komen1 uit de maatschappij konden verbannen1 weggenomen worden1 ook dan nog behoorde het goede deel der ,christelijke leer1 hare schoone1 verhevene1 hare lichtzijde1--ik heb hierbij het oog op hare zedeleer--van menige overdrijving ontdaan worden1 om eene praktische godsdienst te zijn1 die niet slechts in de kerken geleerd en gepredikt1 maar in den waren zin des woords1 in het maatschappelijk leven opgevolgd en betracht zou kunnen worden4 ,,nacht4 ,gij spreekt toch niet in ernst8 ,o6 ongeloovige ,dag2 zoudt gij het wagen1 zelfs het verhevenste1 datgene hetwelk meer dan al het overige gedeelte van de leer des ,heilands zijn goddelijken oorsprong verraadt1 namelijk1 zijne voorschriften omtrent de menschenliefde1 de liefde tot den naaste1 zoudt gij ook daartegen te velde trekken of het als onverdedigbaar willen doen voorkomen8 ,,dag4 ,zoo iets komt niet1 ja1 kan niet in mij opkomen4 ,de liefde tot onze natuurgenooten1 het sympathetische gevoel1 dat zich voor het geluk of ongeluk van anderen van ons meester maakt1 het medelijden1 hetwelk wij ondervinden met behoeftigen en lijdenden1 de zucht die zulks bij ons doet ontwaken om te helpen en wel te doen1 ik koester daarvoor de grootste vereering1 ik beschouw zulks als de schoonste bloem in den tuin van ons gemoed geplant1 die meer en meer aangekweekt1 uitgebreid en op alle mogelijke wijze verdient te worden veredeld4 ,ik zal u echter bewijzen1 dat de menschenliefde1 gelijk ,jezus die leerde #f in zijne goedheid buiten maat en perk1 waardoor hij anderen alles1 zich zelven niets was1 dat deze niet in praktijk kan worden gebragt1 dewijl onze natuur er zich niet naar kan voegen en de persoonlijke regten1 de waarde van het eigene ik1 er door worden miskend4 ,de bijbel leert3 ,hebt uwen naaste lief gelijk u zelven4 ,dat doet niemand en kan niemand doen1 dewijl het volstrekt onmogelijk is4 ,de aangeboren pligt van zelfbehoud1 dwingt ieder om zich zelven iets meer lief te hebben dan anderen4 ,om die reden behoorde het voorschrift aldus vervat te zijn3 indien hongersnood u en anderen aangrijnst en gij kunt u voedsel verschaffen1 nuttig er dan zoo veel van als noodig is om niet van honger te sterven2 blijft er dan nog iets over1 geef dit aan de anderen en behoudt het niet voor u zelven2 spaar het uwe niet1 wanneer anderen gebrek hebben2 help anderen1 wanneer gij u zelven niet in gevaar stelt er door om te komen4 ,er staat geschreven3 ,hebt uwe vijanden lief1 zegent ze1 die u vervloeken1 doet wel degenen1 die u haten1 bidt voor hen1 die u geweld doen en u vervolgen4 ,dat klinkt alles zeer verheven1 goddelijk1 en is welligt ook zeer gepast voor een hemel1 waar niet dan engelen wonen4 ,als eerlijk man kan ik echter dengene1 die niet verbrand of gekruisigd wil worden1 niet aanraden deze leer in de maatschappij1 waarin wij leven1 op te volgen4--,zij1 die zich priesters van ,christus noemen1 van de ,groot-inquisiteurs af tot op den ,bisschop van ,freiburg in #ahed1 hebben dan ook letterlijk het tegendeel gedaan en op eene regt meesterlijke wijze vervloekt1 geradbraakt en verbrand4 ,de hemel behoede mij daarvoor1 zoo iets raad ik niemand aan2 maar om niet vertrapt1 niet naakt uitgeplunderd te worden1 neem ik het volgende als grondregel aan3 tracht uwen vijand te overtuigen1 dat hij verkeerd heeft gehandeld1 beproef om hem tot inkeer te brengen1 hem1 zoo mogelijk tot vriend te maken2 gelukt dit niet1 laat hem dan de tanden zien1 en houd hem op een eerbiedigen afstand2 gaat hij dan nog voort aanslagen tegen u te smeden1 ziet gij u daardoor werkelijk in gevaar gebragt1 neem dan de wapenen ter hand en verdelg hem4 ,op eene andere plaats wordt gelezen3 ,indien iemand u op de regterwang slaat1 keer hem ook de andere toe4 ,neen zeg ik2 indien gij niet voor een dwaas1 een lafaard of een gek wilt doorgaan1 geef hem dan een ferme klap terug4 ,de ,christelijke leer vordert3 het onderdrukken van zinnelijke begeerte1 het bestrijden van vleeschelijke lusten1 die zij zondig noemt2 gij zult u losmaken van al wat aardsch is en het vleesch verloochenen1 opdat uwe onsterfelijke ziel aan ,god meer gelijk worde1 tot den ,vader in den hemel opklimme en de eeuwige zaligheid berve4--,god echter heeft den mensch1 gelijk alle andere levende wezens1 tot genot geschapen en alle organen en systemen des ligchaams met de bewonderenswaardigste doelmatigheid zoodanig ingerigt1 dat niet slechts het nuttigen van spijs en drank1 maar insgelijks elke andere verrigting1 waartoe zij dienen1 met een aangenaam1 behagelijk gevoel gepaard gaat4 ,velen genieten dagelijks en duizendvoudig1 zonder daarbij over de weldadige bedoelingen des ,scheppers na te denken1 zonder daarvan bewust te zijn2 maar anatomici en physiologen wijzen ons1 in de afzonderlijke deelen1 de wet aan1 waarnaar zulks is geregeld en plaats heeft4--,de ,schepper heeft aan het menschelijk ligchaam bij uitnemendheid1 meer dan aan alle andere schepselen1 geschonken schoonheid van vorm1 welke aan het oog behaagt1 het hart roert en streelt1 en stellig schiep hij het ligchaam niet in die schoone gedaante1 opdat het onopgemerkt zou blijven1 de organen er van rigtte ,hij niet in tot genot1 opdat de mensch zich van alle genot zou onthouden6--,het is niet mogelijk het vleesch te verloochenen4 ,maar het ,christendom eischt verloochening1 kastijding des vleesches1 onderdrukking der zinnelijke lusten1 eene liefde tot zijn naaste als tot zich zelven1 onbeperkte weldadigheid1 mededeeling van hetgeen men bezit aan hen1 die minder met aardsche goederen gezegend zijn 7naar grondstellingen van het echte communismus72 het schrijft voor zijne vijanden te vergeven1 voor zijnen beleediger en vervolger te bidden1 hen wel te doen1 en wanneer men op de eene wang geslagen wordt1 ook de andere toe te keeren1--al te maal leerstellingen1 die men elken zondag met veel zalving van den kansel in alle kerken hoort verkondigen1 maar die1 daar buiten1 door niemand kunnen betracht en uitgeoefend worden4 ,welke zijn nu de gevolgen1 die uit dezen valschen toestand1 uit deze onevenredigheid tusschen godsdienstleer en de physieke mogelijkheid1 de betrachting er van1 noodzakelijkerwijze voortspruiten8--3 ,,huichelarij1 ,,schijnheiligheid1 welke ondeugden bij de belijders van niet n geloofstelsel in zulk eene buitengewone mate en zoo algemeen worden gevonden als bij de ,christenen het geval is4 ,maar deze schijnheiligheid1 dweeperij1 huichelarij1--op zich zelf beschouwd reeds diep te verachten1 gelijk alle leugen en bedrog--is een verdoovend1 langzaam werkend vergift1 waardoor de mensch zich in zijn eigen oogen verlaagt1 zijn karakter bedorven en de grond wordt gelegd tot velerlei kwaad in de maatschappij1 die daardoor ten deele geheel ontzedelijkt wordt4 ,al ware het slechts om den wille der huichelarij1 dat noodzakelijke gevolg van het aankleven der ,christelijke leer1 dit alleen zou mij reeds nopen het ,christendom1 zoo als het thans is1 te verwerpen4 ,vergun mij1 dat ik u een paar karakteristieke trekken der ,christelijke volkszeden onder de aandacht breng1 welke als het gevolg mogen worden beschouwd van den valschen toestand1 waarin de belijders tegenover deze leer1 wat hare betrachting aanbelangt1 zijn geplaatst4 ,in vele oorden van ons vaderland is het1 zoo als ge weet1 gebruikelijk in de huisgezinnen een jaar lang over een gestorvene rouw te dragen1 zich een jaar lang van alle gezellige vreugde te onthouden1 geen concert bij te wonen1 geen schouwburg te bezoeken en gedurende dien tijd op geene openbare plaats van vermaak te komen4 ,gij zult mij toch wel niet tegenspreken1 wanneer ik beweer1 dat men zich gedurende datzelfde jaar in den huisselijken kring1 tusschen de vier muren zijner woning1 niet onthoudt van het genot1 dat men aldaar smaken kan2 wat is nu die eenjarige rouw anders dan eene gehuichelde rouw1 eene ceremonieuse pralerij met de smart1 die men veinst gedurende een geheel jaar te gevoelen1 en al dien tijd schijnheilig in het openbaar vertoont8--,zoudt gij vermeenen1 dat die ,javasche vrouw1 die ons hare hut heeft afgestaan en ons heden avond verhaalde1 dat haar man acht dagen geleden door een tijger was opgevreten1 geen smart daarover gevoelt1 nu zij met haar kind alleen is overgebleven8 ,ongetwijfeld doet zulks haar leed1 maar zij kent de ,christelijke huichelarij nog niet4 ,ja1 wat meer zegt1 indien die eenjarige rouw werkelijk1 d4 i41 in het gevoel bestond1 indien het gemoed z lang met smart ware vervuld1 ik zou mijne stem met des te meer nadruk er tegen verheffen1 zulks te meer laken1 dewijl een dergelijke rouw of smart zou zijn onverstandig1 onnatuurlijk1 en schadelijk voor het welzijn en het geluk zoo der bijzondere huisgezinnen als der geheele maatschappij4 ,herinnert gij u nog1 dat wij eenige jaren geleden1 bij gelegenheid van onze reis in ,europa1 eene kermis bezochten in eene der drie academiesteden van ons land8 ,wij gingen aldaar in eene tent1 waar behalve gymnastische voorstellingen1 als zoo vele bewijzen van de buitengewone mate van ligchaamskracht en vlugheid1 die de mensch door langdurige oefening in staat is te bereiken1 insgelijks zoogenaamde tableaux vivants werden gegeven4 ,de voorstellingen waren1 wat betreft de groepen1 meerendeels ontleend aan de godenleer der ,grieken en ,romeinen2 wijders had men zich klassieke schilderijen ten voorbeeld genomen of bootste men antieke standbeelden na1 en wij moesten bekennen dat de keuze der onderwerpen en de wijze1 waarop zij werden voorgesteld1 allen lof verdienden4 ,zoo iets hadden wij op ,java nooit gezien4 ,alle gemoedsbewegingen1 zoowel de teederste aandoeningen van het hart1 als ook de wildste driften1 werden door gebaren en houding op eene voortreffelijke wijze uitgedrukt2 het edele1 het gracieuse behaagde ons1 en wij vergastten onze blikken op de schoonheid der vormen van het menschelijk ligchaam4 ,er kwamen echter zeer weinige bezoekers4 ,men zag er geen pastoor1 geen domin1 geen professor in de theologie en vooral geene dames4 ,men zei den ondernemer1 dat de 7zeer ,christelijke1 zeer pastoors- en dominsgezinde7 ,l444sche dames den mensch1 zoo als ,god hem levend heeft geschapen1 en zoo als de beeldhouwers van het oude ,rome en ,griekenland hem uit marmer beitelden1 voor allerwanvoegelijkst1 onfatsoenlijkst hielden en dat de kleermaker komen en hem fatsoenlijk moest maken4--,de kleermaker kwam2 de bloote tricotkleeding der levende standbeelden werd met lintjes1 doeken en andere gewaden omhangen en--wat gebeurt er6--de oude goden en godinnen van ,griekenland verschenen1 geheel onverwacht1 met hoeden1 mutsen1 sluijers1 borstrokken1 pantalons1 geduchte schorten6 en omslagdoeken om het lijf1 tot verrassing van iedereen1 te ,l4444n op het tooneel4 ,maar ach1 o6 arme ,kr44446 hier kwam een gedeelte van eene naakte knie onder het schort eener ,venus te voorschijn en ginds werd een vleeschkleurigen schouder onder een opgeslagen tip van den groenen sjaal der ,psyche zigtbaar4--,foei1 foei6 zeiden de ,christelijke dames en--gingen heen4 ,de heeren echter1 die een meer antieken smaak hadden1 die de levende beelden van ,kr4444 vroeger met bewondering gezien hadden1 bleven nu insgelijks weg2 want zijden omslagdoeken1 japonnen en sluijers konden zij immers in elken modewinkel1 op elk bal in overvloed te zien krijgen en--de ondernemer was van beide kanten gefopt4 ,zie1 broeder ,nacht1 dat is het gevolg van uwe ,christelijke leer1 die u voorschrijft den ouden ,adam1 welke in u is1 te desavoueren1 het zondige vleesch te verloochenen en uwe onsterfelijke ziel niet met aardsche lusten te bevlekken1 neen1 haar voortdurend te louteren en tot den smaak van de eeuwige zaligheid te dresseren4 ,deze leer heeft den goeden1 aardschen smaak bedorven en de menschen tot huichelaars gemaakt1 dewijl zij hen heeft geleerd de oogen af te wenden van dat beeld1 hetwelk ,god als de schoonste bloem uit het beste gedeelte van het paradijs nam en als zijn meesterstuk op deze aarde plaatste4 ,want al diegenen1 welke de tableaux vivants niet wilden zien1 kunnen het vleesch toch niet ontberen6 zij hebben toch vijf zinnen even als wij6 ,maar zij offeren aan deze vijf zinnen slechts in het geheim1 achter de vier- of zesvoudige gordijnen hunner kamers en1 komen zij in de kerk1 op straat1 op openbare plaatsen1 o6 hoe schitteren dan hunne oogen van vrome1 schijnheilige zalving1 hoe vloeit de strafpredicatie van hunne lippen1 welke alle zinnelijke lust veroordeelt en gebiedt den zondigen ,adam af te leggen 7ongeveer zoo als de slangen zich van hunne huid ontdoen1 die echter gedurig op nieuw weder aangroeit74 ,hier doet zich eene belangrijke vraag op1 die ik aan alle menschenvrienden ernstig ter beantwoording vermeen te moeten aanbevelen3 welk kwaad moet in de ,christen-maatschappij als de oorzaak worden beschouwd van die kindermoorden1 die zich in ons vaderland op zulk eene schrikbarende wijze herhalen1 dat bijna wekelijks1 jaar in jaar uit1 de treurigste berigten daarvan in de couranten worden medegedeeld86--,hebt gij gedurende het verloop van meer dan een tiental jaren wel van een enkelen kindermoord6 onder de ,javanen 7die geen ,christenen zijn7 hooren spreken8 ,,nacht4 ,het is inderdaad zoo als gij zegt4--,wat nu het overige betreft1 uwe aantijgingen tegen het ,christendom zijn zeer talrijk en in verscheidene opzigten1 ik moet zulks bekennen1 maar al te gegrond2 anderen zal ik later1 zoo ik hoop1 bondig wederleggen4 ,voorshands zal ik mij hiertoe bepalen1 tegenover uwe beschuldigingen nogmaals die groote waarheid te stellen1 die ik reeds vroeger heb aangevoerd1 en waarvan de kracht nog in geenen deele door u is ontzenuwd4 ,wij zullen niet teruggaan naar de geschiedenis van vervlogen eeuwen1 maar het oog slaan op den tegenwoordigen tijd4 ,laat ons de mate van beschaving1 welke bij de ,christennatin thans wordt opgemerkt1 vergelijken met die1 welke andere volken des aardbols in dat opzigt hebben verkregen4 ,hieruit zal ten duidelijkste blijken1 dat de eerstgenoemden op een veel hoogeren trap van beschaving staan1 en dat in het ,christendom1 niettegenstaande de dwalingen en misbruiken1 die het oorspronkelijk aankleven1 of die in lateren tijd er zijn ingeslopen1 echter iets goeds1 groots1 buitengewoon verheffends moet gelegen zijn6--,het is waar1 gij hebt dat vroeger tegengesproken1 maar vergeten op eene voldoende wijze aan te toonen welke andere oorzaken dit verschijnsel zouden hebben te weeg gebragt1 en zoo lang gij daartoe niet in staat zijt1 moet ik het ,christendom1 in spijt van al de beschuldigingen1 welke gij er op hebt geworpen1 blijven beschouwen als den grondslag1 als de bron1 waaruit de hoogere ,europesche beschaving is voortgevloeid4 ,gij zult toch wel toestemmen1 dat het thans juist de ,christelijke natin zijn1 die zich door hare beschaving het meest onderscheiden1 ja1 dat zij1 de ,christenvolken1 de eenigen zijn1 die door hunne intellectuele1 industrile en politieke ontwikkeling boven alle andere volken uitblinken en alle anderen de wet voorschrijven86--,dat is toch een onloochenbaar feit6 ,,dag4 ,ongetwijfeld4 ,maar de grondslag daarvan ligt niet in het ,christendom4 ,in tegendeel2 ik heb reeds vroeger met een woord gezegd1 dat het ,christendom1 verre van zulks te bevorderen1 daaraan de hand te leenen1 zulks te bespoedigen1 die hoogere ontwikkeling heeft tegengehouden en vertraagd4 ,wat zeg ik1 tegengehouden heeft8 ,neen1 het ,christendom gelijk het thans bestaat1--en hiermede bedoel ik niet uitsluitend de ,pausselijke hierarchie1 maar insgelijks alle andere ,christelijke kerkgenootschappen en belijdenissen1 die hunne duistere1 geheimzinnige dogma's van het eene geslacht op het andere overplanten 7hoewel deze laatsten minder nadeelig hebben gewerkt dan de eerstgenoemde71--het ,christendom gaat nog op den huidigen dag voort de vrije1 heldere ontwikkeling des geestes te verhinderen of te stremmen1 blijft nog voortdurend de erkenning werstreven der eenvoudigste1 maar groote waarheden in de natuur1 en dit is zelfs het geval in landen1 die1 gelijk ,engeland1 voor zeer verlicht doorgaan1 indien1 namelijk1 deze waarheden met het overgerfde1 blinde geloof of met de woorden des bijbels in strijd zijn4 ,het zou mij gemakkelijk vallen duizenden van voorbeelden1 uit den tegenwoordigen tijd ontleend1 tot staving van mijn gezegde aan te voeren2 dit zal wel niet noodig zijn1 dewijl zij u even goed als mij voor den geest moeten staan4 ,de hoogere beschaving der ,europesche volkstammen is uit eene gansch andere bron voortgevloeid4 ,allereerst komt hier in aanmerking het verschil van ras1 waartoe de volken behooren1 die den aardbol bewonen4 ,een groot natuuronderzoeker heeft1 wel is waar1 gezegd1 dat het niet zeer verblijdend mag worden genoemd te beweren1 dat het eene ras1 ten opzigte van zijne werktuigelijke zamenstelling1 aanleg en geschiktheid tot ontwikkeling1 boven anderen is bevoorregt2 ik stem dit in zoo verre toe1 als zij allen gelijke regten hebben op eene vrije ontwikkeling en beschouw het bewijs als verwerpelijk1 dat door velen ter verdediging van den slavenhandel aangevoerd en door hen geput wordt uit de meer of minder volkomene bewerktuiging der verschillende menschentypen2 maar van de andere zijde mag niet worden verzwegen1 dat volgens het grondig onderzoek1 gedaan door zeer bekwame en naauwgezette mannen1 de vorm en de bouw van den schedel eens negers en zijne hersenen de blijken dragen van eene geringere mate van volkomenheid in vergelijking van het hersengestel dergenen1 die tot het ,kaukasische ras behooren--en niet ligt zal door iemand worden ontkend1 dat wij ,europers in dat opzigt minder stiefmoederlijk door de natuur zijn begiftigd geworden dan de ,papoea's1 de oorspronkelijke bewoners van ,australi1 de ,amerikaansche wilden en anderen1 die zonder vreemde hulp bezwaarlijk ooit tot een hoogeren trap van ontwikkeling zullen geraken dan zij thans hebben bereikt4 ,alle volken echter1 die de leer van het ,christendom belijden1 enkele uitzonderingen hier en daar niet medegerekend1 behooren tot het ,kaukasische menschenras4 ,de hooge trap van beschaving1 de bloei der wetenschappen1 de uitbreiding en volmaaktheid aan alle takken van nijverheid gegeven1 gelijk bij deze volken wordt waargenomen1 dit alles moet als een natuurlijk gevolg worden beschouwd van deze drie oorzaken3 als de eerste komt in aanmerking het gunstige1 gematigde1 noch te warme1 noch te koude klimaat des lands1 dat zij bewonen1 hetwelk eene jaarlijksche afwisseling heeft van zomer en winter1 van lente en herfst2 eene dergelijke afwisseling oefent een zeer opwekkenden1 verheffenden1 bezielenden invloed uit op 's menschen geest2--ten tweede de geographische ligging van ,europa1 in welk opzigt het boven andere werelddeelen verre is bevoorregt1 dewijl het1 verdeeld in zoo vele verschillende deelen of leden1 doorsneden door uitgestrekte binnenzeen1 in het bezit zijnde van talrijke1 diepe golven en baaijen1 eene veel gunstiger gelegenheid aanbiedt tot ontwikkeling van handel en scheepvaart als eenig ander land ter wereld1 en--ten derde de betere physieke aanleg van het ,kaukasische menschenras ter verkrijging van geestbeschaving in vergelijking van andere rassen1 en welke aanleg hoofdzakelijk moet worden gezocht in zijne veel grootere hersenen en zijn volkomener schedelbouw1 waardoor het geschikt is geworden om tot eene veel hoogere intellectuele en industrile ontwikkeling op te klimmen1 dan andere minder volkomen bewerktuigde of verkwijnende menschenrassen4--,begunstigd door deze drie oorzaken1 ging de hoogere ontwikkeling hand aan hand met de steeds toenemende vermeerdering der bevolking1 welke laatste weldra in overbevolking ontaardde1 zoodat de bewoners voortdurend naar nieuwe middelen van onderhoud moesten omzien1 de bestaande meer en meer verbeteren1 en zich eindelijk gedwongen zagen naar andere oorden heen te trekken1 kolonien of nieuwe rijken aan gene zijde des oceaans te stichten1 waar de landverhuizers de reeds verkregen beschaving overplantten4 ,diezelfde mate van beschaving zou echter in het moederland reeds veel vroeger zijn verkregen geworden1 indien het ,christendom daarop zijn nadeeligen invloed niet had uitgeoefend4 ,,nacht4 ,uwe wijze van beschouwing kan ik1 in al hare deelen1 niet de mijne noemen4 ,ik wil voor den oogenblik toegeven1 dat het ,christendom misvormd1 miskend1 en door duizenden van menschen is misbruikt geworden tot het bereiken van oogmerken1 die aan het ware doel er van geheel en al vreemd zijn1 waardoor slechts ellende en jammer zijn gebaard2 maar aan de andere zijde moet niet uit het oog worden verloren1 dat er door alle eeuwen heen duizend anderen werden gevonden1 die de leer der menschenliefde in al hare zuiverheid hebben betracht4 ,dit moest natuurlijkerwijze een weldadigen invloed uitoefenen op den toestand der maatschappij in het algemeen4 ,de vroegere ruwheid van zeden1 de barbaarschheid moest langzamerhand plaats maken voor zachtere wetten2 hierdoor moest het gemoed veredeld1 de veiligheid van personen en goederen beter gewaarborgd en de snelle aanwas der bevolking begunstigd worden1 welke laatste1 gelijk gij vroeger reeds en te regt hebt aangemerkt1 steeds gepaard gaat met de hoogere vlugt zoowel der industrile als intellectuele ontwikkeling4 ,,dag4 ,zeer zeker4 ,maar ook des te grooter waren de verwoestingen door het ,christendom op andere tijden en in andere oorden aangerigt1 terwijl er nog mag worden bijgevoegd1 dat het allerwege den vooruitgang tegenhield1 dewijl het den geest aan banden legt4 ,in vergelijking van de nadeelen daardoor ontstaan1 is de weldadige invloed1 uitgeoefend door enkele brave en vrome mannen1 uiterst gering1 ja1 hoogst onbeduidend te heeten4--,en deze menschenliefde1 deze belangstelling en hulpvaardige deelneming in het geluk en het ongeluk van anderen1 mag zij inderdaad worden beschouwd als een geschenk1 dat het menschdom is verschuldigd aan het ,christendom8 ,is zij eene deugd1 welke slechts ,christenen bezitten8 ,het is waar1 luid en heerlijk is zij door ,jezus van ,nazareth ter beoefening aangeprezen1--maar zij bestaat sedert de mensch deze aarde bewoont2 bij alle volken1 bij de belijders der verschillendste godsdiensten1 bij ,mohammedanen en bij zoogenaamde ,heidenen1 bij de beschaafdste en bij de wildste volken1 overal zult gij dit gevoel der menschenliefde ontwaren1 hier in een ruwen1 ginds in een meer veredelden toestand1 nu eens vlekkeloos1 dan weder onzuiver1 ja1 zelfs door hartstogten en vooroordeelen tijdelijk geheel verstikt1--maar overal1 werwaarts gij u ook mogt begeven1 in alle deelen der aarde zult gij het wedervinden en gij zult bemerken1 dat de beste menschen diegenen zijn1 welke de menschenliefde van niemand geleerd hebben1 die de deugd beoefenen1 zonder haren naam te kennen4 ,hebt gij er niet heden avond nog het bewijs van gezien1 hier onder de bewoners dezer armoedige hutten1 die toch geene ,christenen zijn8 ,het is zoo waar niet noodig1 dat een profeet1 een godsgezant1 op aarde wordt gezonden om ons het onderscheid tusschen het goede en het kwade1 de liefde tot onze natuurgenooten te leeren1 want reeds bij de schepping des menschen werd de kiem van dit gevoel door den ,almagtigen zelven in 's menschen borst geplant4 ,wie leerde aan de bij het bouwen harer cel8 ,wie schonk het bewonderenswaardig instinct aan de spin1 die zulk een kunstig weefsel vormt8 ,wie boezemde het dier de liefde in voor zijne jongen8 werd hun dit1 even als de liefde tot den naaste aan ons menschen1 niet bij hunne schepping toebedeeld8--in wiens borst echter heeft zich het gevoel van menschenliefde1 van medelijden1 ooit in geringere mate geopenbaard1 dan juist in de borst dier priesters des ,christendoms1 die de leer van ,jezus predikten1 maar godsdienst- en verdelgingsoorlogen aanstookten en honderd duizenden hunner medemenschen op de pijnbank folterden1 naar galg en rad verwezen of levend in de vlammen van den brandstapel wierpen1 dewijl--deze honderd duizenden niet blindelings wilden of konden gelooven1 hetgeen heersch- en hebzucht hadden voorschreven4 ,,nacht4 ,de gruwelen dier dagen zijn lang voorbij4 ,verlies toch het goede niet uit het oog1 dat de tegenwoordige tijd ons oplevert4 ,moet men niet erkennen1 dat de ,christelijke zedeleer1 zelfs dan wanneer zij niet naar de letter kan worden betracht1 een weldadigen invloed uitoefent op het karakter der menschen1 hen veredelt en deugdzamer maakt8--,ga eens na welk een groot aantal hospitalen en andere gestichten zijn daargesteld1 alwaar onvermogenden kosteloos worden verpleegd1 hoe vele genootschappen ter ondersteuning van hulpbehoevenden zijn opgerigt1 als vondelingshuizen1 armhuizen1 weeshuizen1 enz41 denk toch aan onze ,hollandsche hofjes1--in een woord1 aan de menigte inrigtingen van weldadigheid1 die tegenwoordig in alle groote en kleine steden van het ,christelijk ,europa worden gevonden4 ,zijn zij allen niet vruchten van den boom der ,christelijke liefde8 ,,dag4 ,zeg dan liever menschenliefde4 ,ik geloof echter niet1 dat loutere menschenliefde in staat zou geweest zijn1 al die inrigtingen van weldadigheid en hulpbetoon tot stand te brengen1 waarvan gij melding hebt gemaakt ter verheerlijking van het ,christendom1 ware het niet1 dat de ijzeren noodzakelijkheid allengs luider aan de deur had geklopt4 ,zij zijn niet anders dan een gevolg der overbevolking en van het pauperismus4 ,de regeringen1 even als de vermogenden des lands1 hebben den zin der vraag begrepen1 die zij moeten helpen beantwoorden4 ,het aantal der armen en broodeloozen is thans legio in elk land van ,europa4 ,willen de rijken zich zelven niet laten verslinden door degenen1 die honger lijden1 dan moeten zij hun iets anders te eten geven en hen verzorgen4--,wat nu betreft de veredeling des menschen door de ,christelijke zedeleer1 gij hebt toch even als ik in groote ,indische steden verkeerd1 onder wier inwoners bijna alle volken der aarde en de belijders van alle mogelijke godsdiensten1 ,joden en ,mohammedanen even goed als alle soorten van ,christenen en zoogenaamde ,heidenen1 vertegenwoordigd zijn en gij zult insgelijks hebben bespeurd1 dat het geloof dier verschillende volken niet den geringsten invloed uitoefende op hun praktisch leven en handelen2 wijders dat onder een gelijk aantal ,christenen even vele slechte menschen werden gevonden als onder de overigen1 ja1 dat de zedelijk goeden onder genen1 betrekkelijkerwijze gesproken1 zeer dikwijls geringer in aantal waren dan bij deze1 dewijl zij1 in spijt van hunne ,christelijke zedeleer1 hunne meerdere ,europesche beschaving en geestkracht op den duur slechts spitsten met het oogmerk om de anderen te benadeelen1 te bedriegen en het meest mogelijke voordeel van hen te behalen4 ,,nacht4 ,hoedanig ik over uwe anti-christelijke beschouwingen oordeel1 zal ik u later mededeelen2 ik wensch zulks uit te stellen1 totdat wij onze reis door ,java afgelegd en vermogende1 zoowel als behoeftige inlanders zullen bezocht hebben4 ,alsdan zal ik meer ervaring hebben opgedaan en beter in staat zijn om eene vergelijking te maken tusschen de inboorlingen van dit eiland en de ,christenen in ,europa4--,maar zeg mij eens1 indien gij volstrekt niet gelooft noch aan wonderen1 noch aan eene hoogere openbaring in den innerlijken mensch1 dan kunt gij immers ook geene bevrediging1 geen troost vinden in de beloften1 vervat in den bijbel waarop1 als zijnde ,gods heilig woord1 zoo vele millioenen menschen hunne hoop bouwen en--hoe verklaart gij dan den oorsprong der wereld en de verschijnselen in de natuur8 ,,dag4 ,de bijbel bevat menig schoon verhaal1 voortreffelijke zedelessen1 waarvan de lezing niet slechts aangenaam1 maar tevens nuttig is4 ,hij is echter zoodanig doorspekt met dwaalbegrippen en sprookjes1 dat het hoogst gevaarlijk is den bijbel als iets anders te beschouwen1 dan als een boek1 geschreven door zwakke1 feilbare menschen1 of hem te willen doen doorgaan als het onmiddellijk woord van ,god1 als eene uit den ,hoogen ingegevene heilige schrift der ,apostelen van ,christus4--,gij weet even goed als ik1 dat bij de geschied- en taalkundigen groot verschil van gevoelen bestaat omtrent den oorsprong van het ,nieuwe ,testament1 zoomede omtrent den tijd1 waarin het is te boek gesteld4 ,volgens sommigen zou het door de zoogenaamde ,apostelen zelven 7kort na den dood van ,jezus7 zijn vervaardigd geworden en derhalve moeten gebragt worden tot de eerste helft der eerste eeuw onzer tijdrekening4 ,volgens andere en meer grondig ervarene critici daarentegen kan het eerst anderhalf honderd jaar na ,christus1 in den vorm gelijk wij het kennen1 zijn te boek gesteld door schrijvers1 wier namen onbekend zijn1 die verscheidene overleveringen en lessen1 welke destijds in den mond des volks nog levendig waren gebleven1 op die wijze trachtten te bewaren2 gij weet het1 de meest onbevooroordeelde1 de onpartijdigste onderzoekers der schrift zijn het1 die tot dit laatstgenoemde resultaat zijn gekomen4 ,in nog lateren tijd werden de verschillende gedeelten en brieven bijeengevoegd tot dat geheel1 hetwelk wij gewoon zijn het ,nieuwe ,testament te noemen4 ,het is derhalve niet eens mogelijk1 om uit te maken of ,jezus van ,nazareth1 al hetgeen in dit ,nieuwe ,testament staat1 werkelijk geleerd en verhaald heeft en of hij het zoo1 gelijk daar gelezen wordt1 heeft gesproken4 ,hoe onverstandig is het nu niet gehandeld1 indien men1 gelijk vele godgeleerden 7,christelijke schriftgeleerden en pharizen7 doen1 indien men groote waarheden der natuur wil bestrijden met de woorden van dezen bijbel1 die te boek is gesteld naar volksverhalen en zulks in een tijd1 toen nog geen ,kopernicus en ,galile1 nog geen ,newton en ,francklin geleefd hadden1 toen nog geene enkele der gewigtige sterrekundige en physiek-chemische ontdekkingen was gedaan1 waaraan onze eeuw haar licht1 hare hooge vlugt moet dank wijten1--in een tijd toen men de magnetische kracht1 de electriciteit niet kende1 niet wist wat de bliksem was2 toen men nog waande1 dat de aarde in het hemelruim stil stond1 en men zon1 maan1 benevens alle sterren1 nog dagelijks om dezen kleinen aardbol liet ronddraaijen6--,waren de verschillende gedeelten des bijbels naar hoogere ingeving ter neder gesteld geworden1 dan zou men toch billijkerwijze mogen verwachten1 dat hier of daar eene natuurkundige waarheid1 eene juiste verklaring van verschijnselen in de natuur er in werd aangetroffen2 zoowel in het ,oude als in het ,nieuwe ,testament zult gij niet alleen te vergeefs er naar zoeken1 maar allerwege het tegendeel vinden4 ,er is slechts eene openbaring1 en dat is de natuur2 slechts eene waarheid1 namelijk die1 welke geput wordt uit de grondige studie dezer natuur1 het werk des grooten ,scheppers4 ,al hetgeen in het heelal bestaat1 laat zich op eene natuurlijke wijze verklaren uit de krachten en eeuwige wetten1 welke de mensch mag leeren kennen en navorschen in de wijze1 waarop zij zich openbaren1 en in de werkingen die zij uitoefenen4 ,dit geldt ten opzigte van alle boven- en ondermaansche verschijnselen1 eene enkele uitgezonderd3--het innerlijke wezen1 de drijfveer in de natuur1 de geest1 die haar bezielt1 benevens de millioenen van verschillende gestalten1 waaronder zij zich voordoet4 ,deze drijfveer te begrijpen en te verklaren is mij niet mogelijk2 dat zij echter bestaat1 dit gevoel ik elken oogenblik1 want in alles1 wat ik onderzoek1 in planten1 in steenen1 in de verschijnselen des dampkrings1 daar ginds boven mij in den sterrenhemel1 gelijk hier beneden op de aarde1 in den mensch gelijk in het kleinste insekt1 overal neem ik waar doelmatigheid1 alwijsheid en bespeur ik1 dat het doeleinde1 waartoe alle levende wezens zijn geschapen1 is3 genot en geluk4 ,al moge het mij nu niet gegeven zijn dit wezen der natuur1 dezen geest1 uit wien alles is1 die alles onderhoudt1 te bevatten1--ik gevoel zijn aanwezen1 ik gevoel1 dat hij is alwijs1 algoed1 en in hope1 in vertrouwen1 in vereering en in aanbidding noem ik hem--,god4 ,gelijk de belijders der leer van ,mohammed zeggen3 er is geen ,god dan ,god1 zoo zeg ik3 er is geen wonder dan ,hij4 ,want terwijl alles bestaat en zich beweegt naar wetten1 terwijl alles uit wetten kan worden verklaard1 waarvan nog nimmer1 sedert duizenden van jaren1 sedert de mensch die wetten navorscht1 het geringste uit zijne baan is afgeweken1 zoo poogt onze geest te vergeefs om ,hem te begrijpen1 die voor ons verstand onbegrijpelijk is1 dewijl ook wij een deel uitmaken van hetgeen door hem is geschapen4 ,gij zult mij gereedelijk moeten toestemmen1 dat gij met al uwe godgeleerde kennis niet meer er van begrijpt dan ik1 en dat van den anderen kant de goede ,javanen er juist even veel van weten als wij beide1 maar ook niets minder2 want ook zij en zelfs die1 welke niet tot de ,mohammedanen behooren of dit slechts in naam zijn1 gelooven aan ,god en aan dien naam verbinden zij1 even als wij1 diezelfde eigenschappen van alwijsheid en algoedheid4 ,dit geloof behoort1 even als het gevoel van liefde tot den naaste1 onafscheidbaar tot den mensch2 bij zijne schepping werd hem dit ingeplant1 en de zoogenaamde profeten1 die van tijd tot tijd dit geloof luidruchtiger dan gewoonlijk hebben verkondigd1 hebben het uit geene andere bron geput4 ,bij de onbeschaafdste1 de ruwste1 in een woord1 bij alle volken1 bestaat het geloof aan een hoogsten geest1 aan een almagtigen ,schepper aller dingen4 ,,nacht4 ,maar bij de meeste wilde volken is het begrip van ,god zoo onduidelijk1 zoo onbepaald1--de zwakke lichtstraal des geloofs aan een hoogsten geest is bij hen achter zoo vele bijgeloovigheden1 vooroordeelen en geheimzinnige gebruiken verborgen1 de eenig ware ,god wordt bij deze volken1 wanneer zij hem al kennen1 door zulk eene groote menigte ondergeschikte geesten1 ,stan's1 ,dewa's1 ,begoe's1 enz41 enz41 waaraan zij gelooven1 op den achtergrond gesteld1 als het ware verdrongen1 dat er menigwerf ter naauwernood nog slechts een flaauw spoor van te ontdekken is86 ,,dag4 ,broeder ,nacht1 ik zal u bewijzen1 dat het met het geloof aan den eenigen waren ,god in vele landen van het beschaafd ,europa1--te midden der allerchristelijkste staten1--niet veel beter gesteld is1 dan bij de bewoners der ,batta-landen en andere wilde of schijnbaar wilde volken1 waarop gij zinspeelt4 ,verre van mij is het denkbeeld verwijderd om iemand in zijne aangeleerde vooroordeelen1 die hem welligt tot gewoonte1 tot behoefte zijn geworden1 te willen krenken2 ik gevoel daartoe even weinig roeping als tot proselietenmakerij4 ,maar in een land gelijk het onze1 waar vrijheid van godsdienst bestaat1 waar alle geloofsbelijdenissen gelijkelijk worden toegelaten en aan geene kerk eenig voorregt boven eene andere is geschonken1 durf ook ik voor mijne overtuiging vrijelijk uitkomen en openlijk belijdenis van mijn geloof afleggen1 zelfs indien ik de eenige aanhanger er van ware4 ,ik ben noch ,jesuit1 noch ,heiden1 noch ,jood1 noch ,mohammedaan1 noch ,calvijnsch1 ,luthersch1 ,gereformeerd1 ,grieksch-1 ,roomsch- of ,duitsch ,katholiek1 ,armenisch1 ,arminiaansch1 ,independent1 ,puriteinsch1 ,anglikaansch1 ,koptisch1 ,mormonisch1 ,mhrisch1 ,wederdoopend1 ,kwakend of ,afgescheiden ,christen1 maar behoor tot de hooggewelfde kerk1 waarvan het dak met sterren is bezaaid1 tot de kerk der regtzinnige natuurkundigen1 die ,,god aanbidden1 die ,hem in zijne werken en in de krachten1 welke hij daarin heeft gelegd1 erkennen en bewonderen4 ,dezen ,god kan ik in uwe ,christelijke kerken niet vinden1 waar ,hij of door anderen verdrongen of zoodanig vermomd is1 dat ,hij bijna onkenbaar is geworden4 ,bezoek eens eene dergelijke echt ,roomsche kerk4 ,wat aanschouwt gij daar8--,op den achtergrond ziet gij een kolossaal kruis met de beeldtenis des martelaars van ,nazareth2 de priester1 die er voor staat1 offert wierook1 maakt zonderlinge gebaren en mompelt onverstaanbare latijnsche woorden2 ter zijde van hem liggen biddende personen voor rijk versierde ,mariabeelden geknield2 ginds worden met klatergoud opgeschikte beeldtenissen van heiligen aangebeden en hier1 in den biechtstoel1 heeft een zondige mensch zich nedergezet op den troon van ,god1 om 7tegen betaling7--bedreven zonden te vergeven6 ,en wanneer er gepredikt wordt1 wat verneemt gij dan8 ,herhaaldelijk en menigwerf zullen de woorden3 ,verlosser1 ,zaligmaker1 ,heiland1 ,jezus ,christus1 ,gods zoon1 ,heilige geest1 ,heilige moeder1 ,maria1 ,heilige christelijke kerk uw oor treffen2 de namen van de kerkvaderen en van eene talrijke schaar van heiligen zullen u menigmaal te gemoet klinken2 er zal gesproken worden van zonden1 heilige biecht1 aflaat en vagevuur1--maar van ,god1 den alwijzen1 algoeden1 die de heerlijke natuur heeft geschapen1 waaraan hij leven gaf en geeft1 van ,hem zult gij daar niet veel te zien of te hooren krijgen1 naauwelijks iets meer dan bij de ,battars1 ,alfoerezen en ,timorezen1 die afgodendienaars worden genoemd1 en stellig minder dan in de tempels der ,mohammedanen1 alwaar1 gelijk in de ,mesigit's op ,java1 den eenigen ,toean-,allah wordt aangeroepen4 ,en deze godsdienst wilt gij invoeren op ,java1 onder deze goede menschen1 die nog met geen geloofswaan zijn besmet8 ,,nacht4 ,reeds vroeger heb ik u gezegd1 dat ik1 wel is waar1 insgelijks in het ,katholieke geloof ben opgevoed1 maar1 even min als gij1 mijn gemoed gesloten heb gehouden voor beter licht1 in tegendeel steeds geneigd ben geweest deugdelijke1 gezonde bewijsredenen aan te hooren4 ,daar gij het gezuiverde1 door de ,hervorming gelouterde ,christendom reeds vroeger hebt afgekeurd1 wil ik van het overige niet spreken en bovendien mijn oordeel over de vraag nopens de invoering des ,christendoms onder de ,javanen opschorten tot tijd en wijle dat wij onze reize door ,java hebben afgelegd4 ,welke overtuiging ik alsdan daaromtrent ook zal mogen koesteren1 dit staat bij mij vast1 dat ik het nimmer zou durven wagen1 dergelijke beschouwingen als de uwe1 omtrent de ,christelijke leer en kerk1 althans niet in ,europa1 openlijk te verkondigen4--,zij zouden ons in den ban doen1 excommuniceren6 ,,dag4 ,laten zij het doen4 ,gij behoeft niet in hunne kerken te gaan1 waar van den waren ,god toch niet veel te vinden is4 ,van hen behoeft gij geen troost te ontvangen4--,wanneer gij het oog hemelwaarts heft1 van waar de zon1 de maan en duizende sterren als eene eeuwige openbaring u te gemoet schitteren1 en gij met de hand op het hart zeggen kunt3 ,god1 ,alwijze1 ,algoede1 in u geloof ik1 u vereer ik1 u erken ik in de bewonderenswaardige werken door u voortgebragt1 die allen liefde ademen1 die allen de grootste doelmatigheid en eeuwige bewaring verkondigen2 vol ootmoed en lijdzaamheid onderwerp ik mij aan het lot1 dat gij in uwe onnaspeurlijke wijsheid voor mij hebt weggelegd2 ik heb afschuw van het kwade1 ik vereer en betracht de deugd2 ik heb mijnen naaste lief en doe wel aan den arme en den lijdende1 zooveel in mijn vermogen is1--dan bezit gij de ware godsdienst1 dan hebt gij hunne kerken niet noodig1 behoeft hunnen banvloek niet te duchten2 dan kunt gij getroost slapen gaan en met een gerust gemoed weder opstaan van uwe legerstede1 want ,god is met u4 ,de waarheid1 het regt1 hebt gij aan uwe zijde1 en het bewustzijn hiervan zal u sterk maken tegen alle wederpartijders4 ,,nacht4 ,hetgeen gij daar zegt1 heb ik menigwerf gedacht en gevoeld4 ,de vrees echter1 die ik koester om mij openlijk te verklaren tegen de leerbegrippen der gevestigde kerk1 kunt gij niet weg redeneren4 ,ik kan dit niet zoo ligt tillen als gij4 ,hierop zal ik welligt later nogmaals terugkomen4 ,maar nu wenschte ik wel van u te vernemen1--dewijl gij de invoering van het ,christendom op ,java zoo ten eenen male afkeurt3 wat wilt gij dan de ,javanen leeren8 of wenscht gij1 dat zij1 zonder eenig onderrigt1 blijven zoo als zij zijn8 ,,dag4 ,het is beter1 dat zij blijven1 't geen zij zijn1 dan dat er ,christenen van hen worden gemaakt4 ,mijne bedoeling is echter niet1 om hen te laten blijven1 zoo als zij thans zijn4 ,alvorens ik u mijne denkbeelden mededeel omtrent de wijze1 waarop de ,javanen behooren onderwezen te worden1 wil ik nogmaals met korte woorden herhalen1 hetgeen vroeger door mij is aangevoerd1 en hetgeen ik ten allen tijde bereid ben uitvoeriger en grondiger te bewijzen1 namelijk3 #ao4 dat de hoogere trap van maatschappelijke ontwikkeling der ,christenvolken1 niet het gevolg is der geloofsleer1 welke zij belijden1 maar in tegendeel dat het ,christendom die beschaving en verlichting gedurende eeuwen heeft tegengewerkt1 gelijk het ook thans nog vijandig daar tegenover staat2--#bo4 dat die hoogere beschaving is uitgegaan van de beoefening der natuurlijke wetenschappen1 welke langzamerhand licht en kennis in den langen nacht van het ,christendom verbreidden1 en dat de hoogere vlugt dezer wetenschappen zijn grondslag heeft in de oorspronkelijk grootere geschiktheid1 welke de volken van het ,kaukasische ras voor geestesontwikkeling bezitten1 in hun meer volkomen hersengestel en in hunnen beteren physieken aanleg in het algemeen1 waarbij vooral niet over het hoofd mag worden gezien de opwekkende invloed1 uitgeoefend door het gematigde luchtgestel en de bij uitnemendheid gunstige geographische ligging2--#co4 dat het ,christendom de menschheid geen duurzaam geluk1 geen vrede kan aanbrengen1 dewijl het1 verre van waarheid en licht te verspreiden1 slechts bijgeloof1 het geloof aan wonderen aankweekt2--#do4 dat zelfs de lichtzijde van het ,christendom1 de leer der zelfverloochening1 de onbegrensde liefde tot den naaste1 de bestrijding der vleeschelijke lusten1 de onthouding van aardsch genot--in die mate als dit wordt geleerd1 niet betracht kan worden1 wijl zulks in strijd is met de natuur en derhalve gemeenlijk slechts huichelarij en schijnheiligheid doet rijpen2--#eo4 dat het geloof aan eenen grooten1 algoeden ,god alreeds in het gemoed der ,javanen levendig is2--en #fo4 dat zij menschenliefde bezitten en beoefenen1 ja1 beter en met zuiverder bedoelingen beoefenen dan duizenden dier ,christenpriesters in ,europa gedaan hebben4 ,de ,christelijke geloofsleer kan den ,javanen derhalve geene waarheid leeren1 die zij niet reeds kennen1 niets goeds geven1 dat zij niet reeds bezitten4 ,en nu vraag ik3 waarom wilt gij het ,christendom invoeren onder deze goede1 nog onbedorven menschen8--,wilt gij tweedragt onder hen zaaijen1 het onvermijdelijk gevolg eener godsdienst1 welke met het geloof aan een wonder aanvangt en met wonderen eindigt2 wilt gij sektengeest en godsdiensthaat met uwe bijbels onder hen doen opschieten8 hen rondom een kruisbeeld verzamelen1 om aldaar over het onbegrijpelijke te redetwisten en zich met haarkloverijen bezig te houden over dogmatische spitsvindigheden8--,wilt gij hen dan volstrekt onverdraagzaam maken8 hen met geweld uit hunne vreedzame hutten1 velden en plantaadjen drijven en getuige zijn1 dat zij ,patjol en ,glok wegwerpen en1 aangetast door een waanzinnig geloof1 ijlend heenstroomen naar razende kerkvergaderingen1--opdat onder dezen zoo gelukkigen1 ,oost-,indischen hemel het eerste bedrijf van gindsche geschiedenis des ,christendoms op nieuw worde aangevangen1--opdat hier op ,java dat bloedige schouwspel van voor af aan nog eens ten tooneele worde gevoerd1 waarvan het laatste reeds sedert lang voorbereide bedrijf in ,europa nog niet vertoond is geworden8 ,ik smeek u1 geef hun om hunnentwil1 om den wille van u zelven1 niet dergelijk geschenk6 ,laat hen argeloos gelijk zij zijn1 of1 wilt gij hen nog gelukkiger maken1 wijd dan uwe krachten ter aankweeking der natuurlijke godsdienst1 waarvan de kiem1 bij dezen reeds meer1 bij genen minder ontwikkeld1 in hun binnenste aanwezig is2 leer hen ,god den eenigen bewonderen in zijne werken als den ,schepper en onderhouder der natuur1 die met onwankelbare trouw elken morgen de gulden zon over hunne hoofden doet opgaan en den verkwikkenden regen doet nerstroomen op hunne velden2 vestig hunne aandacht op de innerlijke doelmatigheid en schoonheid der voorwerpen in de natuur1 maar bovenal leer hen1 dat de bron van alle geluk en vrede uit hen zelven moet opwellen1--dat zij de goddelijke kiem1 die in hen ligt1 de liefde tot hunnen medemensen en tot de deugd1 in den waren 7niet ,christelijk overdreven1 schijnheiligen7 zin aankweeken en als hun schoonste erfdeel moeten beschouwen1--maar1 kwel hen niet met evangelin en dogma's1 hoe n is drie en drie is n1 met de leer van gemeenschap en transsubstantiatie2 verschoon hen van hostin1 wierookvaten en andere dergelijke heilige gereedschappen2 voer de biecht1 de mis1 het avondmaal en het vagevuur6 niet over naar ,java 7waar het buitendien reeds heet genoeg is72--laat toch den priesterrok weg en alles wat naar kerkelucht riekt1 en plant1 om ,gods wil1 het schrikkelijke--kruis6 niet op hunne vreedzame bergen1--verspreid geene wondersproken1 geene bijbels onder hen6--want dergelijk zaad zou onvermijdelijk1 hetzij vroeger of later1 een monster doen opwassen1 dat zijne woede tegen zich zelven zou keeren en u allen zou verslinden4 ,ik mag de ,javanen gaarne lijden4 ,hetgeen mij de meeste geruststelling omtrent hun toekomstig lot inboezemt1 is de overtuiging1 die bij mij levendig is1 dat het niet zulk eene gemakkelijke zaak zijn zal de ,christelijke geloofsleer onder hen in te voeren4--,het verlossingsproces des menschen van de zonden en de verzoening met ,god door het zenden en opofferen van den levenden ,god1 zijnen zoon1 dien ,maria van den ,heiligen geest heeft ontvangen 767 of1 gelijk anderen zeggen van den ,godmensch1 der verpersoonlijkte1 levende1 in den heiligen geest door het geloof bewerkstelligde oplossing van het menschelijk denken1 gevoelen1 willen en handelen in ,god1 767 enz41 de opstandings- en hemelvaartsgeschiedenis1 de transsubstantiatie-hypothesen en dergelijke fraaijigheden meer1--dit alles hebben de meest ervaren1 diepzinnigste godgeleerden in ,europa nimmer kunnen begrijpen1 om welke reden zij het juist gelooven 7dat is1 hun verstand tegen wil en dank opdringen7 moesten2 het eenvoudige gezond verstand der ,javanen zal het nog veel minder begrijpen2 op het vernemen van dergelijke leerstellingen1 zullen zij elkander verwonderd aanzien en het hoofd schudden4 ,stel voor den oogenblik1 dat het u gelukt zij den ,javanen dit geloof op te dringen1 wat zult gij daarmede gewonnen hebben8--,vroeger heb ik de tallooze en schrikbarende onheilen opgeteld1 welke dit geloof aan ,europa heeft berokkend4 ,het geringste van al die onheilen was1 dat het de menschen tot schijnheiligen en huichelaars maakte4 ,maar daarbij zou het op ,java niet blijven4 ,de inlander is gehecht aan het oude1 aan de ,adat1 en in vele deelen en residentin van het eiland oefenen de ,mohammedaansche priesters een grooten invloed uit4 ,gij zoudt derhalve hoogstens een gedeelte van het volk tot het ,christendom kunnen bekeeren2 anderen zouden ,mohammedanen blijven--en daardoor zoudt gij al dadelijk en van den aanvang af op dit schoone eiland de van onheile zwangere tweedragt gezaaid en de kloof tusschen andersdenkenden gedolven hebben1 die zich allengs verwijdt en met haat gevuld wordt1--daargelaten de kiem van oneenigheid1 welke de ,christelijke leer 7gelijk elke leer1 die het geloof aan wonderen voorschrijft7 in zich zelve bevat4 ,,nacht4 ,mag er niet worden gezegd1 dat de vrees1 welke gij koestert voor de gevolgen van de invoering van het ,christendom1 van het geloof aan wonderen1 gelijk gij het noemt1 onwillekeurig aanleiding bij u geeft tot eenige overdrijving8 ,hoe zou het mogelijk zijn1 dat onder deze zoo goede1 zoo zachtmoedige menschen tweedragt zou kunnen ontstaan om den wille van geloofsbegrippen1 of dat zij zelfs in staat zouden zijn daarom krijg te voeren8--,zij zijn zoo waar de lijdzaamheid en gehoorzaamheid1 ja1 de vredelievendheid in eigen persoon8 ,,dag4 ,och1 broeder ,nacht1 ik zie wel1 dat gij dit volk nog niet kent4 ,gij zult het echter leeren kennen1 indien gij mij als reisgenoot wilt blijven vergezellen op mijnen togt over bergen en dalen en door de lagchende vlakten1 die zij bewonen1 indien gij mij wilt volgen in de eenzame hutten der berg- en woudbewoners en in de weelderige ,dalam's en ,kraton's hunner hoofden en vorsten4 ,beproef het eens om eenige van de ,javanen1 die in dergelijke eenzame gehuchten wonen als dat1 waarin wij ons thans bevinden1 waar geen reeds gevestigde invloed van ,priesters u daarbij den weg kan bemoeijelijken1 beproef het eens om hen in de ,christelijke geloofsleer te onderwijzen en--geef acht op de uitwerking1 die het zal hebben4 ,ik zou mij ten zeerste bedriegen1 indien gij1 voor wij onze reis door de binnenlanden hebben afgelegd1 niet radicaal van uwe bekeeringszucht zult genezen zijn4 ,op gelijke wijze zal het gaan met uwe theorie van niet-gedwongen arbeid1 van het volkomen vrijlaten van den arbeid bij den inlander1 waar omtrent gij reeds op den huidigen dag eene niet onaardige ervaring1 hoewel nog slechts zeer in het klein1 hebt opgedaan6 ,geloof mij1 de ,javanen bezitten eene uitmuntende geschiktheid tot velerlei zaken en een voortreffelijken aanleg voor alle kunsten en handwerken1 maar dit alles is nog in de kiem2 zij beminnen den vrede en de rust des geestes4 ,maar in hunne borst smeult tevens de vonk1 die de hevigste hartstogten kan doen ontbranden4 ,hoe geringer de zedelijke en intellectuele ontwikkeling van een volk is1 hoe minder het zich door beschaving boven den oorspronkelijken1 eenvoudigen natuurstaat heeft verheven1 des te gevaarlijker zijn zijne hartstogten1 wanneer zij ontvlammen4 ,wacht u daarvoor--zie toe1 dat gij den slapenden leeuw niet wekt4 ,denk aan het ,amok en de woede1 die zich van hen meester maakt1 wanneer zij later inzien1 dat zij op eene listige wijze zijn bedrogen geworden4 ,verschoon hen van het ,christendom4 ,geef hun geen dergelijk gebak te eten1 dat even als ,koew koew1 met ,ketjoeboeng aangemaakt1 aanvankelijk zoet van smaak is1 maar waarvan zij later beginnen te razen1 hoofdpijn krijgen en eindelijk bespeuren1 dat zij vergiftigd zijn4 ,want geschiedt dit te eeniger tijd1 dan zullen zij zich wreken1 zij zullen opstaan1 bij duizenden6 ,amok loopen en u allen verjagen4 ,zeer te regt zingt het ,lied van de ,klok3--jedoch das ,schrecklichste der ,schrecken1 das ist der ,mensch in seinem ,wahn64 #g ,,nacht4 ,nog nimmer heb ik hen door drift vervoerd gezien en zou444444 ,toean1 toean6--,lakas1 lakas6 ,matjan1 matjan6- - - ,onder het uiten dezer noodkreten ijlde een onzer jongens naar ons toe en deed ons verschrikt opspringen van de plaats1 waar wij digt bij den rand der kloof op ons gemak lagen te praten4 ,het middernachtsuur was nabij4 ,achter ,sidin kwamen twee andere ,javanen aanstormen1 die met knuppels en een brandend stuk hout woedend in het rond zwaaiden4 ,een tijger1 een tijger6--,holla1 ho6 ,val aan1 val aan1 een tijger6--,deze noodkreten deden de gansche bevolking van het gehucht met schrik ontwaken en in n oogenblik was alles op de been2--in de hutten hoorde men de kinderen huilen1 de vrouwen hieven een luid geschreeuw aan1--de mannen stormden de deur uit en snel als de wind ijlden zij naar de plaats van het gevaar1 gewapend met puntige ,bamboesstokken1 hakmessen1 een paar lansen1 rijststampers en al wat zij in de eerste ontsteltenis voor de hand hadden gevonden4 ,wij grepen terstond naar onze geladen geweren en vlogen met de anderen den tijger in den stormpas achterna4 ,hij was nog in het gezigt en sleepte eene geit1 die hij had weggeroofd1 aan den hals voort4 ,bespeurende echter1 dat hij door zoo vele menschen werd vervolgd1 liet hij de geit op eenigen afstand van het dorp los en pakte zich snel voort4 ,een van onze kogels1 die hem achterna gezonden werden1 trof hem zoodanig1 dat hij op den grond stortte1 en terwijl hij rondwentelde1 weder opsprong en andermaal over den kop tuimelde1 losten wij nog twee schoten op hem1 zoodat een paar ,javanen1 die met lange lansen gewapend waren1 het eindelijk durfden wagen den tijger voorzigtig te naderen en hem--door hunne pieken zoo diep in zijn lijf te steken1 dat hij1 als ware het aan den grond werd vastgespiest--voor goed te dooden4 ,deze pieken waren1 behalve de hakmessen 7,glok7 en enkele dolken 7,kris7 de eenige wapenen in het gansche dorp4 ,de tijger en zijn slagtoffer1 de geit1 werden nu naar het dorp gesleept1 waar de vrouwen en kinderen nog steeds luidkeels schreeuwden4 ,de geit1 die aanvankelijk nog leefde1 doch kort daarna stierf1 had ter wederzijde van den nek1 vlak achter den kop1 eene rij bloedende gaten1 namelijk1 ter plaatse waar de tijger de tanden had ingezet4 ,zij behoorde aan de weduwe en had haren stal gehad onder den vloer der hut1 derhalve onmiddellijk onder het vertrek1 waar wij ons nachtkwartier zouden opslaan4 ,aldaar hadden ,sidin en andere ,javanen liggen slapen op den vloer1 welke eenvoudig bestond uit gevlochten ,bamboes 7,sasak74 ,het gedruisch echter door den tijger gemaakt bij het inbreken in den stal en de beweging van het slagtoffer1 hetwelk aan de klaauwen des tijgers trachtte te ontspartelen1 welk een en ander zij zoo in hunne onmiddellijke nabijheid1 vlak onder zich1 vernamen1 had hen uit den slaap gewekt4 ,de maan was nog niet geheel tot aan den rand van den dalwand genaderd en schoot hare stralen1 wel is waar1 in eene schuine rigting1 al sidderend en gebroken door het loof van het geboomte1 maar haar licht scheen nog helder genoeg om het gevelde dier duidelijk te kunnen zien1 dat daar op het kale plekje voor onze hut uitgestrekt lag4 ,het was een koningstijger van de grootste soort1 stellig even lang1 maar slanker dan een volwassen stier4 ,zijne prachtige1 gele huid met de scherp en dreigend daarop uitkomende zwarte strepen1 zijn vreesselijk gebit1 de kracht en woestheid1 welke het dier ook na zijn dood nog teekende1 boezemden ons allen een zekeren huiveringwekkenden eerbied1 eene schuwe vrees in1 welke door de gapende wonden en bloedige vlekken1 waarmede het lichter gekleurd gedeelte zijner huid was bezoedeld1 niet verminderd kon worden4 ,vooral de vrouwen en kinderen scheen de angst zoodanig bekropen te hebben1 dat zij het doode dier niet dan op een behoorlijken afstand durfden beschouwen4 ,de weduwe alleen1 voor welker hut wij het beest hadden neergeworpen1 trad ijlings nader en hield vlak voor den tijger stil4--,haar lang1 zwart haar had zich ontrold en hing langs hare schouders1 gelijk dat der meeste vrouwen1 die in het rond stonden en zoo plotseling en ter dood verschrikt van hare ,ambn 7rustbank7 waren opgesprongen4 ,haar bovenlijf was1 zoo als gewoonlijk1 geheel en al ontbloot tot op den ,sarong1 welke om de lendenen was geslagen en van daar in breede plooijen hare verdere ledematen bedekte4--,de jeugdige weduwe stond daar met opgeheven armen1 voorovergebogen ligchaam1 voorwaarts gestrekt hoofd en staarde met fonkelenden1 onafgewenden blik op den koning der wildernis1 die daar voor haar lag4 ,dat is de tijger1 die mijn armen man heeft verscheurd en nu ook mijne geit heeft geroofd6 riep zij op snerpend luiden1 huilenden toon en wierp zich met eene soort van gebrul op het doode dier4 ,zij wroette met beide handen in zijne wonden1 verwde zich met zijn bloed1 greep hem bij den kop1 sloeg hem op de oogen1 beet hem in zijne huid1 lekte zijn reeds half geronnen bloed op1 sprong tandeknarsend1 met gebalde vuisten op en wierp zich andermaal onder het slaken van een wilden1 doffen kreet van woede op den tijger1 dien zij vaneen scheen te willen scheuren4 ,weldra deelde hare onstuimige drift zich mede aan de overige vrouwen1 de ne verdrong de andere1 ja1 zelfs de kinderen kwamen eindelijk toesnellen om den tijger te schoppen1 te slaan1 uiteen te rukken of althans hunne voeten in des tijgers bloed te baden4 ,de mannen hielden zich stiller1 bedaarder2 maar naauwelijks ontstond er eene opening tusschen de vrouwen en kinderen1 kwam er eene vrije plaats1 en kregen zij de gelegenheid om het dier te naderen1 dan staken zij hunne lange dolken 7,kris7 tot aan het hecht in zijn lijf1--herhaalden dit met onmiskenbaren wellust zoo vele honderde malen en doorsneden en doorboorden den dooden tijger zoodanig1 dat hij eindelijk eene zeef geleek2--daar lag nu het ,koninklijke roofdier uitgestrekt op den grond2 de mannen lagen met den dolk in de hand op hunne knien er nevens2 de kinderen baadden hunne voeten in zijn bloed--en de vrouwen stonden met het naakte bovenlijf1 met heur loshangend haar1 gezigt1 borst en handen met bloed bevlekt1 dreigend en huilend daarbij--in groepen1 waarop het wegstervend licht der maan nog eenige laatste stralen wierp4 ,onthutst door dit tooneel1 was mijn broeder ,nacht eenigzins achterwaarts getreden4 ,nog nimmer had hij ,javanen in drift ontstoken gezien en het scheen1 dat hij op dezen oogenblik grooter vrees koesterde voor deze menschen dan vroeger voor den levenden tijger4 ,en toch was deze vrees geheel en al ongegrond2 wij hadden hen immers volstrekt geen leed gedaan2 wij hadden hunne rust1 hunnen vrede niet gestoord1 hun stil geluk niet verwoest6--,langzamerhand scheen hunne wraaklust zich te bekoelen2 zij hadden uitgewoed en kwamen tot bedaring4 ,de maan ging onder en de een na den anderen verliet den kring1 keerde naar zijne hut terug1 waarvan de deur zorgvuldig van binnen werd toegegrendeld4 ,er bleef nog slechts een paar mannen over1 die op hunne knien naast den tijger lagen en zich oefenden in het gebruik van de ,kris4 ,door woorden en gebaren gaf de weduwe ons nu te kennen1 dat het haar goed deed aan het hart1 wraak te hebben kunnen nemen aan den tijger1 dat wij beste heeren waren1 dat zij ons ten zeerste bedankte1 want wij hadden den tijger nergeschoten1 wij hadden zegen in haar dorp aangebragt en wij konden nu voortaan hare woning als ons eigendom beschouwen en er zoo lang in blijven als wij wenschten1 hetgeen haar hoogst aangenaam zou zijn4--,banjak tab1 toean6 ,slamat tidor1 toean6 7,van harte gegroet6 ,goeden nacht1 mijne ,heeren67 ,wij lieten nevens de hut eenige wachtvuren ontsteken1 waarbij twee ,javanen1 met lansen gewapend1 post vatteden om het vuur te onderhouden1 stegen vervolgens de ladder op en traden het kleine ,bamboezen paleis der weduwe binnen1 waarvan het eenige vertrek aan ons en onze jongens tot nachtverblijf zou verstrekken4 ,wij zagen hen daar1 zoo lang zij waren1 horizontaal en plat op den rug zonder hoofdkussen op den vloer liggen4 ,zij waren reeds wederom ingeslapen en ronkten uit alle magt4 ,wij zetteden ons neder op de breede bank 7,bal bal71 die van nevens elkander gelegde strooken gespleten ,bamboes vervaardigd was4 ,de lamp1 reeds voor lang met ,djarakolie gevuld1 was uitgebrand en slechts het schijnsel der wachtvuren1 dat door de reten der gevlochten ,bamboeswanden binnen drong1 verlichtte eenigzins het kleine vertrek4 ,gaarne hadden wij ons met wollen dekens toegedekt1 want al was de temperatuur der bekoelde nachtlucht niet beneden #gj ,fahrenheit gedaald1 wij waren toch huiverig1 dewijl wij gedurende den loop des daags aan een veel hoogeren hittegraad1--van #he #ij en in den zonneschijn nog veel meer1--waren blootgesteld geweest4 ,maar onze ,koeli's waren niet aangekomen1 en nu konden wij hen ook niet meer te gemoet zien1 dewijl zij des nachts niet durven reizen door wildernissen1 waarin het van tijgers wemelt4--,wij vouwden onze reiskleederen1 die intusschen gedroogd waren1 te zamen tot een hoofdkussen1 wikkelden onze schouders in den ,selendang1 bedekten ons verder met den ,sarong en vielen1 door en door vermoeid zijnde1 zelfs op onze harde legerstede weldra in diepen slaap4 7,vervolg hierna47 ,,verhalen ,,en ,,gesprekken ,,uit ,,de ,,binnenlanden ,,van ,,java4 #b4 ,ik droomde4 ,ik bevond mij in het binnenste heiligdom eener kerk1 waar geen leek mogt binnentreden4 ,ik weet niet regt of het in ,polen1 in ,spanje of in een ander land was4 ,een jonge geestelijke zou de priesterlijke wijding ontvangen en1 met eene bijzondere zending belast1 naar een verwijderd land vertrekken4 ,vele priesters in hun feestgewaad gedost waren aldaar vereenigd1 ter bijwoning van de heilige plegtigheid4 ,verscheidene kardinalen1 met de breede hoeden en prachtige purperen mantels1 zaten in het gestoelte aan de eene zijde der hooggewelfde kapel1 benevens eene menigte bisschoppen met hunne hooge mutsen en van goud blinkende herderstaven en kruisen1 en hierop volgde eene lange rij priesters van minderen rang4 ,allen waren in prachtige1 schitterende gewaden gedost4 ,en--hetgeen ten hoogste mijne verwondering wekte--tegenover hen zat een gelijk aantal domin's1 die met hunne driekante hoeden en zwarte kleedij eene1 wel is waar1 minder schitterende1 maar even lange rij vormden4 ,ik en mijn broeder ,nacht waren de eenige oningewijden aldaar tegenwoordig4 ,hoedanig ik te dier plaatse was gekomen1 dit wist ik niet2 het bleef mij een onoplosbaar raadsel1 maar ik was er en stond met mijn broeder ,nacht in een der verwijderde hoeken van de kapel achter een pilaar verborgen4 ,hoog verhieven zich in de beide zijgevels der kapel de spits toeloopende vensters1 waarvan de beschilderde glazen het invallend daglicht temperden4 ,een veelkleurig schijnsel verwde den vloer in het midden der kapel1 waarvan de verder afgelegene hoeken en nissen in een tooverachtigen schemer waren gehuld4 ,tusschen de vensters ontwaarde men allerwege aan de wanden groote schilderijen in olieverw1 waarop verscheidene figuren stonden2 zij waren allen in lijsten gevat en stelden voor de wonderen door ,jezus ,christus op aarde verrigt4 ,op eene dier schilderijen zag men de uitstorting van den ,heiligen geest op de ,apostelen1 en eene der grootsten stelde voor de opstanding der dooden4 ,de allergrootste echter1 welke te gelijker tijd de fraaiste schilderij was1 hing op den voorgrond hoog aan den wand2 slechts een kruis verhief zich daar boven4 ,christus was daarop afgebeeld1 na zijne opstanding uit het graf1 ten hemel varende4 ,op deze schilderij verlaat hij onze aarde1 keert hij terug naar zijnen hemelschen ,vader1 nadat hij zijn verlossingswerk alhier heeft volbragt4 ,zijn gelaat is verheerlijkt1 zijne houding zegevierend1 goddelijk4 ,al wat aardsch is1 heeft hij overwonnen2 hij zweeft opwaarts nog ligter dan de lucht1 welke hij doorklieft en de sterfelijke wezens1 daar beneden op de aarde1 staren hem1 met opgeheven armen1 in verwondering en verrukking na4 ,een lichtende stralenkrans omgeeft zijn hoofd en tusschen gulden wolken blinkt in de verte de geopende poort des hemels1 de plaats der eeuwige gelukzaligheid1 werwaarts tallooze scharen van heilige engelen hem begeleiden4 ,beneden deze heerlijke schilderij bevond zich eene nis2 een zwaar gordijn verborg haar binnenste voor elken bespiedenden blik4 ,vr deze nis stond eene tafel met een purperen kleed bedekt2 op een opengeslagen ,nieuw ,testament1 dat zich daarop bevond1 lag een groot zilveren kruis4 ,een der oudste domin's stond van zijnen zetel op en sprak deze woorden3 ,katholieke broeders6 ,wij zijn alhier gekomen om1 na het verrigten der plegtigheid1 welke gij nu zult vieren1 met u te beraadslagen over de wijze1 waarop de gevaren zullen worden afgekeerd1 die onze christelijke kerk van meer dan eene zijde bedreigen4 ,het kille ongeloof1 welks adem een doodelijk vergift is1 verbreidt zich allerwege meer en meer in het rond2 de leeringen der natuuronderzoekers komen1 als een verblindend weerlicht1 al nader en nader tot ons1 ten einde door haar bedriegelijk schijnsel het ,heilige ,woord der ,openbaring in de schaduw te stellen4 ,zij durven het wagen van natuurwetten1 in plaats van wonderen te spreken4 ,die dwazen6 zij wanen zich in staat1 meer te kunnen begrijpen van het geschapene in de natuur1 dan hetgeen ,god de ,heer in zijne ,heilige ,schrift--in den bijbel--ons daaromtrent heeft geopenbaard4 ,wonen wij niet in het vetste land des geloofs8 en worden onze broeders wel ergens ter wereld zoo zeer door het volk geerd als hier8 ,maar al onze invloed1 al het aanzien1 dat wij hebben verkregen door een moeitevollen arbeid1 die eeuwen lang is voortgezet1 moet geschokt worden1 wanneer het volk niet meer aan wonderen gelooft4 ,dit moet worden verhoed1 deze goddelooze zucht moet worden tegengegaan4 ,maar1 mijne waarde ,katholieke ambtgenooten1 slechts dan wanneer wij met vereende krachten te werk gaan1 kunnen wij de hoop voeden sterk genoeg te zijn om aan den stroom der verlichting paal en perk te stellen4 ,het is waar1 ons beider kerken zijn gescheiden1 ja1 wat meer is1 staan oogenschijnlijk vijandig tegen elkander over4 ,wordt de zaak echter van naderbij onderzocht1 dan blijkt dat het onderscheid inderdaad niet groot is4 ,gij draagt een ronden1 wij een driekanten hoed1 maar toch gelooven wij beide aan het driemaal een is een1 en bovendien wanneer het eene zaak geldt zoo hoog gewigtig als deze1 dan zouden wij de punten onzer hoeden wel wat kunnen laten bijronden4 ,gij vereert1 het is waar1 de moeder ,gods bijna meer dan ,hem zelven en zijn ,vader1 maar wat is daaraan gelegen1 want de scheppende kracht der natuur moet toch beide mannelijk en vrouwelijk tevens zijn geweest4 ,en wenden wij onze blikken naar de tafereelen1 die wij hier rondom ons aan de wanden aanschouwen1--zijn het niet allen zinnebeeldige voorstellingen van hetgeen gij den volke leert8 ,welnu1 datzelfde leeren wij insgelijks4--,jezus ,christus is ,gods ,zoon1 ontvangen van den ,heiligen ,geest1 geboren uit de onbevlekte maagd ,maria2 hij stond op van de dooden1 nadat hij was gekruisigd geworden2 hij verloste den mensch van de zonden en voer op ten hemel2 dat leert gij en dat leeren wij insgelijks4--,gij acht het noodzakelijk ter bevestiging van uw aanzien1 dat het volk aan wonderen gelooft2 wij insgelijks4--,gij vermeent1 wel is waar1 in den wijn en het brood1 of in de hostie het ligchamelijk vleesch en bloed van ,christus te nuttigen1 en wij denken slechts daarbij aan zijn gebroken vleesch en zijn vergoten bloed2 maar gij beschouwt het ,avondmaal als een der heiligste sacramenten1 en wij insgelijks4--,gij houdt het omsluijerde beeld in de nis voor het oog der menigte verborgen2 wij insgelijks4--,welk onderscheid bestaat nu tusschen uwe en onze leer8 ,in het wezen der zaak komen beide overeen2 datgene1 waarin zij van elkander afwijken1 betreft slechts den uiterlijken vorm1 het zijn niet dan kleinigheden4 ,hierover moeten wij thans heenstappen1 ten einde de hoofdzaak1 die ons beide evenzeer aangaat1 te redden4 ,bij de steeds dreigender wordende teekenen dezer zoogenaamde verlichte negentiende eeuw moeten wij onze krachten1 die tot dusverre verdeeld zijn gebleven1 vereenigen1 opdat het gansche gebouw1 waarop uwe zoo wel als onze magt steunt1 niet instorte4 ,gij hebt1 wel is waar1 een opperhoofd der kerk1 waaraan gij onvoorwaardelijk gehoorzaamt2 wij hebben er geen en ieder onzer is liever zelf1 elk in zijn eigen kring--een paus4 ,bij de gevaren echter1 welke het heilige orthodoxe geloof aangrimmen1 zou het niet dan verderfelijk voor ons beide zijn1 indien de bestaande verdeeldheid en versnippering onzer krachten langer bleef voortduren4 ,door dergelijke kwalen geteisterd1 gelijk tegenwoordig het geval is1 waar een verstijvende adem van twijfelzucht en verlichting ons steeds heftiger toewalmt1 ziet men gaarne om naar een steunpunt1 naar een hechten pijler1 waaraan men zich kan vastklemmen1 en het is aan geen twijfel onderhevig1 dat wanneer onze krachten zijn vereenigd en wij door een hoofd worden aangevoerd1 wij niet tweemaal1 neen1 tienmaal meer kracht zullen kunnen uitoefenen1 dan waartoe wij ieder afzonderlijk in staat zijn4 ,en nu1 broeder bisschop1 verrigt eerst uwe dienst1 opdat wij later over deze zaak kunnen beraadslagen4 ,in den naam des ,vaders1 des ,zoons en des ,heiligen ,geestes4 ,amen4 ,de jonge zendeling trad voor en de wijbisschop sprak de volgende woorden tot hem3 ,mijn zoon6 ,gij zijt hier gekomen om het hoofd der kerk den eed van onverbrekelijke gehoorzaamheid te zweren4 ,gij zijt onderwezen in onze geloofsleer en ik behoef hare grondstellingen hier niet te herhalen4 ,maar uwe pligten wil ik u nog eenmaal in het geheugen roepen4 ,onvoorwaardelijke gehoorzaamheid zijt gij aan de kerk verschuldigd1 en gij moet bezield zijn met een blind geloof4 ,daarover na te denken is zonde1 twijfel te voeden is ketterij4 ,ketters worden gestraft met den ligchamelijken dood en de eeuwige verdoemenis4 ,allen hopen wij met ,god1 onzen ,heer en ,zaligmaker ,jezus ,christus1 dat de tijd weder zal aanbreken1 waarop wij magt zullen hebben alle twijfelaars en ketters te verdelgen en u1 mijn zoon1 hebben wij uitverkoren en waardig gekeurd om een medearbeider en ons werktuig te zijn1 ten einde deze magt ons weder te hergeven4 ,het hoofd onzer kerk1 de plaatsbekleeder ,gods op aarde1 heeft met de ingewijden1 die hij zijn vertrouwen waardig keurt1 alln het regt de stellingen onzer heilige godsdienst te onderzoeken en te beoordeelen4 ,gij en alle anderen moogt niet beoordeelen1 gij behoort slechts te gelooven en te gehoorzamen en dit geloof moet gij door alle mogelijke middelen uitbreiden en tegen de ketters strijd voeren4 ,kunt gij een ketter verdelgen1 zoo moogt gij geen medelijden met hem hebben4 ,zij zijn door ,god vervloekt4 ,verlies nimmer uit het oog1 dat gij aan datgene1 wat de kerk u leert en gebiedt1 dat wil zeggen3 aan uwen ,god--meer moet gehoorzamen dan aan menschen4 ,wanneer gij1 gedurende eene reeks van jaren1 u waarlijk getrouw en werkzaam zult betoond hebben1 dan wacht u de heerlijkste belooning4 ,gij zult met geestelijke waardigheden overladen en onder het tal van ingewijden opgenomen worden4 ,hef uwe oogen op naar het tafereel1 dat gij ginds op den voorgrond ziet en aanschouw het voorhangsel1 dat het binnenste der nis beneden de schilderij voor uw oog verbergt4 ,achter dit voorhangsel staat het ware beeld4 ,maar hoogst gevaarlijk1 ja1 verderfelijk zou het voor onze belangen zijn1 indien wij dat beeld den volke vertoonden1 want zagen zij het of konden zij het zien1 dan ware het met onze heerschappij gedaan4 ,om die reden moet de waarheid omsluijerd en zorgvuldig geheim gehouden worden4 ,het volk mag niet verlicht zijn1 maar moet gelooven1 hetgeen wij aan hetzelve leeren en ons voor onfeilbaar houden4 ,dan laat het zich 't gemakkelijkst besturen2 op die wijze maken wij ons aan de wereldlijke regeringen onontbeerlijk1 ja1 wat meer is1 wij houden die zelven daardoor in bedwang en heerschen over haar4 ,dat het groote doel der hierarchie1 de algemeene wereldlijke heerschappij over alle volken der aarde1 door u1 mijn zoon1 derhalve nimmer uit het oog worde verloren1 en vergeet niet1 dat het zekerste middel om daartoe te geraken1 is3 het onderrigt der jeugd4 ,prent derhalve de grondstellingen onzer leer vooral diep in het kinderlijk gemoed2 want hetgeen het kind gewoon is als heilig te vereeren--al was het louter onzin1 dwaling of bedrog--de vereering daarvan zal hem eene behoefte worden1 welke in latere jaren niet dan hoogst moeijelijk ontbeerd1 waaraan het geloof ter naauwernood geschokt zal kunnen worden4 ,de jeugd zij derhalve bij voorkeur het voorwerp uwer zorg1 en stel u steeds levendig voor den geest1 dat een van onze eerste en krachtigste middelen1 om ons tot het beoogde doel te voeren1 is3 het schoolonderwijs te leiden en de scholen onder ons opzigt te brengen4 ,en gij1 mijn zoon6 wanneer gij de proef zult hebben doorgestaan en in de uitoefening uwer pligten1 met het oog op het doel onzer heilige kerk1 onwankelbaar getrouw zult geweest zijn1 dan zal het u vergund zijn het voorhangsel ter zijde te schuiven1 dat het gindsche beeld bedekt en gij zult een onzer vertrouwden wezen4 ,bereid u nu om den heiligen eed te zweren4 ,benedicite6 ,onmiddellijk hierop lieten zich de akkoorden van het orgel hooren2 zijne krachtige toonen wekten de echo's van het hooge gothische gewelf en een koor van priesters hief geestelijke liederen aan1 waarvan het maatgezang plegtig en indrukwekkend zich paarde aan het orgelgeluid4 ,eene menigte kaarsen brandde op het altaar en in het wit gekleede knapen zwaaiden hunne wierookvaten1 wier welriekende dampwolken al hooger en hooger opstegen4 ,de aanspraak des bisschops had mij tot in het binnenste mijner ziel geschokt2 een onwerstaanbaar verlangen maakte zich van mij meester om het beeld beneden die groote schilderij1 dat hij het ware beeld had genoemd1 te aanschouwen4 ,het was mij niet mogelijk dit verlangen te bedwingen1 niettegenstaande mijn broeder ,nacht mij bij den arm vasthield en mij toefluisterde3 ,om ,gods wil1 ,dag6 houdt u toch stil2 wij zijn hier beide ongenoodigde gasten4 ,dat wij ons alhier bevinden1 is in hun oog reeds ongeoorloofd2 woedend zouden zij worden1 indien zij ons ontdekten en rukt gij nu daarenboven nog het gordijn weg1 dat gindsche nis bedekt1 dan zou het u 't leven kunnen kosten6 ,ik bid u1 zie af van dat voornemen2 kom1 laat ons ijlings en in stilte van hier vlieden4 ,ik werd echter door de sterkste begeerte geprikkeld om dat beeld in de nis te ontsluijeren1--ik trad nader en rukte het gordijn weg4 ,plotseling verbleekten de blinkende kleuren der schilderij1 welke boven de nis hing1 de stralenkrans die het hoofd van ,christus omgaf1 verdween1 de engelen weken van zijne zijde1 het orgel zweeg en het maatgeluid van het priesterkoor verstomde4 ,de wierookwolken werden snel als door een storm weggevaagd en al de kardinalen1 bisschoppen1 pastoors en domin's vloden ontsteld1 verschrikt1 in de grootste verwarring uit de kerk4--,en wat zag ik nu8--,wat geschiedde aldaar8 ,de beeldtenis afgemaald op de schilderij1 welke zich bevond in de nis1 waarvan ik het gordijn had weggeschoven1 begon zich te bewegen1 zij werd levend en--voor mij stond een mensch1--een man met joodsche gelaatstrekken1 zwart van baard en van hoofdhaar1--met een bleek1 door lijden vermagerd gelaat2 hij was gekleed in een eenvoudig1 grijskleurig gewaad en weemoedig1 ik mag zeggen1 treurig was de blik1 dien hij op mij wierp4 ,aan zijne handen bespeurde ik blaauwe1 dik opgezwollene lidteekenen4 ,stil1 ontroerd stond ik daar4 ,ik begon berouw te gevoelen over de daad1 door mij bedreven2 mijn boezem werd vervuld van medelijden op het zien der gestalte1 waarop ik mijne blikken had gevestigd4 ,zij was niet blinkend gelijk de sluijer1 die haar vroeger omgaf1 om haar voor het oog te verbergen2 neen1 ontdaan van allen uiterlijken glans1 stond daar voor mij1 bleek en lijdend1 een arme1 mishandelde mensch6--ja1 mensch4--,en toch boeide mij die verschijning1 stond ik als vastgenageld op de plek1 waar ik mij bevond1 was het mij niet mogelijk eene schrede voor- of achterwaarts te doen4 ,de blik1 welken deze mensch op mij sloeg1 was zoo wonderbaarlijk zacht en teeder1 dat mijne oogen aan de zijnen als gekluisterd waren en de menschenliefde1 die hij zoo bij uitnemendheid schoon en luide heeft gepredikt1 het medegevoel1 de sympathie met onze natuurgenooten1 werd in mijn boezem steeds levendiger en warmer1 hoe langer ik hem aanzag4 ,zijn verhevene1 rustige blik was op mij gerigt1 op mij1 die met vermetele hand hem had ontdaan van den stralenkrans en kerkelijken luister1 waarmede de priesters hem vroeger hadden versierd2 en toch was zijn blik zoo zacht1 drong hij tevens zoo diep in het hart1 ja1 tot op den bodem des harten door1 en deze ziel volle blik1 de glans der oogen1 welke steeds helderder werd1 hoe langer men hem aanzag1 wekte zulk eene geestvervoering in mij op1 dat ook mijne oogen vochtig werden2--hij bemerkte het1 hij verstond mij1 een zachte lach1 naauwelijks merkbaar1 deed zijne lippen trillen1--hij strekte de hand naar mij uit en--ik viel neder op mijne knien om haar te kussen4 ,nu sprak hij3 ,laat af1 mijn vriend4 ,ik ben1 gelijk gij1 eens menschen zoon4 ,voor ,god alleen zult gij de knien buigen4 ,mij hebben zij eerst mishandeld en gekruisigd1--druk mijne handen niet zoo sterk1 de wonden1 die zij mij geslagen hebben1 doen mij steeds pijn1--duizend anderen1 die na mij zijn gekomen en een gedeelte beleden van hetgeen ik beleed1 hebben zij mishandeld en verbrand2 toen hebben zij mijne leer vervalscht1 mijn beeld omsluijerd1 de waarheid verduisterd4 ,in de plaats daarvan hebben zij bijgeloof gezaaid en opgekweekt1 waarop hunne magt is gebouwd en godslasterlijk hebben zij beweerd deze daden te verrigten in majorem ,dei gloriam6 ,ja1 ten einde zulks met des te meer zekerheid te doen1 hebben zij mij ,god den eeuwige genoemd en zich zelven verklaard te zijn mijne opvolgers en plaatsbekleeders op aarde4 ,toen ,jozef van ,arimathea mij van het kruis nam en nederlei in het graf1 in de rots uitgehouwen1 was ik schijndood ten gevolge van bloedverlies en het lijden1 dat ik had verduurd2--later moest ik mij voor mijne vijanden verbergen en verkwijnde langzamerhand aan de gevolgen der geleden mishandelingen4 ,mijne leerlingen en vrienden1 die mij overleefden1 vermeenden in hunnen blinden ijver de goede zaak te bevorderen1 door mijne geschiedenis met wonderen op te sieren4 ,zij verspreidden het verhaal1 dat ik ten hemel was gevaren1 maar helaas6 door niets hebben zij zoo veel nadeel toegebragt aan de menschheid als juist door deze sprookjes1 die zij hebben uitgestrooid4 ,wij allen zijn kinderen ,gods1 want de ,heer heeft ons boven het gedierte1 dat in de wildernis leeft1 begiftigd met eene redelijke ziel2--maar zij zeiden3 dat ik ,gods ligchamelijke zoon was6 ,en hetgeen ik uit mijn menschelijk verstand waar en juist ten opzigte van de schepping en haren maker erkend en geleerd had1 dat alles gaven zij nu uit voor het geopenbaarde woord ,gods4 ,niet altijd hadden zij mij begrepen1 menigwerf een verkeerd denkbeeld van mijne woorden opgevat2 veel hadden zij vergeten van 't geen ik hen geleerd had1 en andere dingen er bij gevoegd1 die ik hen niet had geleerd2 maar niettegenstaande dat stelden zij dit alles later te boek gelijk zij zulks geloofden en leiden mij die woorden in den mond4 ,en nu werd dit doode woord als heilige schrift of bijbel1 onveranderlijk van de eene eeuw op de andere voortgeplant1 en in plaats van in het ware boek der openbaring te lezen1 hetwelk allerwege1 bij dag en bij nacht1 voor hunne blikken geopend ligt1 in plaats van zich te laven aan de levende bron der kennis1 de schepping1 en het oog in de diepte hunner eigene ziel te slaan1 wisten zij van niets dan van het bepeinzen en doorbladeren van dezen bijbel2 zij legden hem uit1 zij verklaarden hem1 zij stelden een woord nu aan de linker-1 dan aan de regterzijde1 plaatsten het nu eens schuin1 dan weder regt2 zij vonden er alles in1 dat zij verlangden en loochenden datgene1 hetwelk hun verkeerd toescheen4 ,uit deze woorden vormden zij gansche geloofstelsels en stelden den mensch het aanbidden van hunnen waan ten heiligen plagt2 zij grondvestten hierarchien1 rigtten brandstapels op en offerden ketters in de vlammen2 zij begonnen te twijfelen1 oneenigheid ontstond onder hen1 zij scheidden zich van n1 stichtten eene oneindige menigte sekten en op die wijze dwaalde een groot gedeelte der menschheid in de duisternis voort1--het weldadige licht der waarheid bleef verre van hen1 dewijl de verstokte geloofswaan allen vooruitgang belette en dewijl zij datgene1 hetwelk niet anders is dan een onvolkomen voortbrengsel van het menschelijk verstand--mijne leer1 en zelfs deze niet dan vervalscht1--voor ,gods woord uitgaven4--,maar laat dit u niet ontmoedigen2 elk haar van uw hoofd is geteld1 en de ,heer1 die in zijn groot scheppingswerk alles naar wijze wetten heeft geregeld1 heeft insgelijks de veredeling en steeds voorwaarts strevende ontwikkeling der menschheid aan vast bepaalde wetten onderworpen4 ,moge onze blik te beperkt zijn om al deze wetten te doorgronden en te bevatten1 het is echter niet minder zeker1 dat de mensch zijne bestemming naar even onwankelbare wetten te gemoet gaat als zulks het geval is met alle andere werken ,gods4 ,zou dan het volkomenste schepsel op deze aarde1 waaraan de ,eeuwige1 ,onvergankelijke een deel zijner kracht1 het verstand1 de redelijke1 van zich zelf bewuste en onvergankelijke ziel schonk1 zou dit buiten de algemeene ontwikkelingswet zijn gesloten8 ,neen1 zijt verzekerd1 de mensch gaat eene steeds grooter wordende volkomenheid in den toestand van het maatschappelijk leven te gemoet1 beschenen door het licht van eene steeds helderder wordende kennis van het geschapene in de natuur en der ,goddelijke kracht1 welke er in heerscht4 ,te vergeefs trachten de dwazen de bron des lichts te verstoppen en de waarheid te omsluijeren2 duizend andere menschen waren gereed en zullen gereed zijn om den sluijer1 waarmede de waarheid is omhuld1 weder weg te rukken1 opdat de wet des ,eeuwigen vervuld worde4 ,gij zijt een diergenen1 en gij hebt het gordijn weggeschoven1 dat mijn beeld bedekte4 ,ik dank u daarvoor4 ,ik bestreed de huichelarij der priesters1 het bijgeloof en het bedrog in de godsdienst en zij kruisigden mij4 ,de voortgang des tijds heeft u nader gebragt aan het groote doel der ontwikkeling en de magt der boozen is reeds in eene groote mate geknakt4 ,zij zullen u beschimpen1 belasteren1 zij zullen pogingen aanwenden om uwe bedoeling in een verkeerd daglicht te stellen4 ,maar vrees niet1 want ,groot is de waarheid en zij zal zegevieren4 ,zij echter1 die de waarheid kennen en haar niet verkondigen1 maar verzwijgen2 zij schenden den pligt1 die op hen rust4 ,deze zijn de helers1 gene die stelen4 ,gene zijn het1 die de onwaarheid en het bijgeloof onder het volk verbreiden2 zij ontrooven den mensch de goddelijke kennis en zijn zedelijk heil4 ,ga voort op den weg1 dien gij bewandelt en doe waartoe gij u geroepen gevoelt1 maar doe zulks met zachtmoedigheid en vergeet nimmer1 dat de boozen en huichelaars slechts verdwaalden en uwe broeders tevens zijn4 ,hij sprak met eene zachte stem4 ,zijne woorden klonken als de heerlijkste muzijk in mijne ooren en met verrukking ving ik dezelven op4 ,zijne krachten schenen uitgeput als van iemand1 die veel geleden heeft en nu langzaam ter aarde zijgt4 ,maar zijn gansch gelaat teekende vrede en de glans zijner oogen was niet verdoofd4--,ja1 ik erken u1 gij zijt het--,jezus van ,nazareth6 die tot mij spreekt en u vereer ik4 ,ook ik wil mijn penningske bijdragen en eene poging doen om de aanbidding ,gods in zuiverder1 warer vorm te doen stand grijpen1 om het verkeerde1 het bijgeloof er uit te verwijderen1 opdat sluwe menschen niet langer misbruik maken van de behoefte aan godsdienst hunner medebroederen1--ik wil mij scharen aan de zijde dergenen1 die pogingen aanwenden om de voorschriften der zedeleer zoodanig in te rigten1 dat zij werkelijk en letterlijk kunnen worden opgevolgd1 opdat de huichelarij en schijnheiligheid ophouden te bestaan4 ,eensklaps hief hij beide handen opwaarts1 als bespeurde hij onverwacht eenig voorwerp achter mij1--ik keerde mij om en zag twee pastoors en drie domin's1 die teruggekeerd waren1--zij hadden hunne ronde en driekante hoeden op den grond geworpen en ijlden met ontbloot hoofd1 vreugdedronken en met tranen in de oogen naar het ware beeld van ,jezus heen2--ik stond verlegen1 getroffen1 doch tevens aangenaam verrast tusschen hen beide2 snel trad ik ter zijde1--daar klonk het geluid eener nabij zijnde muzijk mij in de ooren2 ik hoorde zachte en welluidende toonen als van slaginstrumenten en de schoone gestalte van ,jezus1 het ontsluijerde beeld verdween uit mijne oogen4 ,daar buiten in het dorp werd de ,gamelan gespeeld1 waarvan het geluid mij uit den slaap had doen ontwaken2 mijn broeder ,nacht lag nog verzonken in den periodieken schijndood der ziel1--hij sliep nog nevens mij1 toen ik in stilte opstond en de deur der hut opende4--,het oog des daags was nog niet geheel en al ontwaakt2 het gebroken zonnelicht1 dat de hoogere luchtlagen1 door de zon reeds beschenen1 terugkaatsten1 de schemering1 omhulde nog de natuur1 toen ik van den ladder afklom1 en koel was de morgenlucht die mij haren verkwikkenden adem toeblies4 ,tot mijne verwondering zag ik1 dat al onze pakkaadje reeds was aangekomen en op den achtergrond van het open plein voor onze woning1 onder het geboomte1 rondom eene ,gamelan gerangschikt was4 ,onder mijne ,indische lezers wordt geen enkele gevonden1 die niet weet wat eene ,gamelan is4 ,dewijl het zeer mogelijk kan zijn1 dat zulks niet met alle lezers in ,nederland het geval is1 zal het navolgende ter verduidelijking kunnen dienen4 ,onder eene ,gamelan verstaan de ,javanen eene vereeniging van groote en kleine muziekinstrumenten1 voornamelijk van metaal vervaardigd1 welke meerendeels den vorm hebben van een bekken en wat betreft de grootere soorten 7de ,gong's7 deels aan fraai bewerkte houten gestellen handen1 deels 7de ,bonang's en ,kenong's7 zijn geplaatst over trogvormige kisten om den klank te verzwaren en in rijen nevens elkander op strak gespannen koorden liggen4 ,hiertoe behooren nog eene fluit 7,soeling71 eene viool met twee snaren 7,rbab71 eene trom 7,kendang of ,bedoeg71 vervolgens een aantal andere trog- of bootvormige kisten1 waarboven verscheidene in grootte trapsgewijs afnemende platen of staven in eene rij nevens elkander zijn geplaatst4 ,deze zijn of van metaal en hangen aan koorden 7,gendr71 of zijn door middel van houten pennetjes op den rand der kist bevestigd en deels van metaal 7,saron71 deels van hout 7,gambang kajoe7 vervaardigd4 ,zij worden allen met houten hamers geslagen1 die met leder of garen omwonden zijn en geven1 niettegenstaande de voortdurende herhaling derzelfde hoogst eenvoudige ,javasche melodien1 een zeer aangenamen1 welluidenden klank1 welke eenige overeenkomst heeft met het geluid van een klokkenspel1 maar die veel zachter van toon is1 vooral indien men hem in de verte hoort4 ,tot een volledig orchest behooren vier1 vijf tot acht ,javanen om de instrumenten te bespelen en eene of twee ,ronggeng's1 d4 i4 dans- of zangeressen4 ,de ,ronggeng's zijn eene navolging der ,indische bajadren1 die op ,java uit den voormohammedaanschen tijd--den tijd der ,hindoerijken1 der ,brahma- en ,boedhagodsdienst--zijn overgebleven2 deze treden echter alleen bij plegtige gelegenheden op4 ,eene dergelijke ,gamelan nu stond1 met onze pakkaadje daaromheen1 als het ware voor onze oogen nedergetooverd1 terwijl eenige ,javanen welluidende toonen aan de verschillende muziekinstrumenten ontlokten4 ,zij zaten daar met de beenen kruiselings over elkander geslagen op uitgespreide matten1 voor hunne instrumenten1 met de speelhamers in de hand en zagen er tamelijk slaperig uit4 ,zij schenen slechts het oogenblik te verbeiden1 dat de zon boven den horizon zou verschijnen1--het tijdstip waarop onder dezen tropischen hemel iedereen1 rijk en arm1 zijne legerstede gewoonlijk verlaat1--om hunne instrumenten onder zwaardere slagen te doen klinken4 ,ik was vr dien tijd ontwaakt1 doch gaf hen te verstaan1 dat mijn oudere broeder nog sliep en te gelijk roerden zij hunne handen sneller2 zij speelden de melodie van ,poetjoeng kanginan1 een luid allegro werd gehoord1 bim1 bam1 bim1 en--boem klonk de zware basstem van den grooten ,gong als een klok boven alles uit1 en ziet1 mijn broeder ,nacht trad aangenaam verrast naar buiten1 wenschte mij goeden morgen en wreef van verwondering zijne oogen1 toen hij de ,gamelan en onze koffers gewaar werd4--,sluipend naderde zijn bediende ,lapiah1 die met een mijner jongens gisteren de ,koeli's begeleid en reeds vr het vallen van den avond hier had moeten zijn4 ,hij hinkte--en maakte een erbarmelijk figuur1 toen hij daar schoorvoetend naderbij trad4 ,eindelijk vatte hij moed2 hij maakte een buitengewoon feestelijk compliment en begon nu met een ,banjak tab ,toean1 djangan mara ,toean een en ander tot zijne verontschuldiging in te brengen4 ,deze redenering kwam ongeveer hierop neder3 ,ja1 mijn heer1 de ,koeli's liepen zoo snel als mogelijk was en ik spoorde hen daarenboven voortdurend aan om nog grooteren spoed te maken1 ten einde vroegtijdig genoeg alhier te komen2 maar aan de ,tji-,rok genaderd1 kroop eene slang dwars over den weg en die beet mij in mijn linkerbeen4 ,,nacht4 ,eene slang1 gebeten8 ,,lapiah4 ,ja1 mijn heer1 maar zij was niet vergiftig4--,mas ,poetri heeft haar dood geslagen en voor de verzameling van mijn heer ,dag 7bij het uiten dezer woorden maakte hij eene buiging voor mij7 medegebragt4 ,toen de ,koeli's dit zagen1 zeiden zij3 dat is een kwaad teeken2 op dezen weg durven wij niet verder voortgaan1 want wij krijgen stellig een ongeluk1 wij moeten een omweg maken en met een sloegen zij een zijpad in1 dat langs de andere zijde van het dal loopt1 zoodat wij door ,desa-,parang kwamen4 ,en ziet1 bedenk eens mijn ,heer1 hoe toevallig de omstandigheden kunnen zamenloopen1 daar werd juist bruiloft gehouden en de ,gameelan gespeeld1 er waren ,ronggeng's en ons werd thee en ,koew koew aangeboden4 ,ziet gij wel1 zeiden de ,koeli's1 dat wij geluk hebben op dezen weg en met een schoven zij de koffers van hunne schouders1 plaatsten al de pakkaadje onder een ,pendopo en wat wij ook deden1 wat wij hiertegen inbragten--wij baden1 wij dreigden hen1 wij stompten er op--maar 't was alles te vergeefs1 eenigen vlijden zich ner1 aten ,koew koew en luisterden naar de ,gamelan1 anderen tandakten 7d4 i4 dansten7 met de ,ronggeng's en al onze pogingen waren vruchteloos1 wij konden hen niet van daar krijgen4 ,maar heden morgen ten #d ure hebben wij er met den stok achter gezeten1 hen eindelijk den weg op gedreven1 en wetende dat wij op onzen togt voortdurend op den ,gong zouden moeten slaan om de tijgers te verjagen1 hebben wij gemeend1 dat het beter was de gansche ,gamelan maar mede te brengen4 ,ik weet immers1 dat mijn ,heer veel van muziek houdt4 ,mijn ,heer ziet dus wel1 dat het mijne schuld niet is4 ,,nacht4 ,gij slimme vos6 ,de klappen1 die gij de ,koeli's hebt gegeven1 zullen wel niet veel pijn hebben veroorzaakt4 7,lapiah zette een strak gezigt en eenige andere ,javanen keerden zich om1 ten einde hun lagchen te verbergen47 ,vooreerst hebt gij den ganschen nacht gezwierd en met de ,ronggeng's getandakt2 ons hebt gij1 met verzaking van uwen pligt1 hier laten zitten zonder kleederen1 zonder wijn1 zonder sigaren2 ten anderen hebt gij die arme menschen nog bovendien gedwongen midden in den nacht de ,gamelan herwaarts te brengen en nu zoudt gij mij nog wel willen wijs maken1 dat dit alles geschied is om mij te believen4 ,maar gij zult zelf de kosten er van dragen4 ,,lapiah4 ,bak1 ,toean4 ,saja poenja oewang abis1 kapan soeka pindjam sepoeloe roepia4 7,zeer gaarne1 mijn ,heer4 ,mijne duiten zijn verteerd2 heb de goedheid mij tien gulden te leenen47 ,gij hebt toch geld genoeg4 ,,nacht4 7lagchend7 't ,is wel1 ik zal ze betalen1 maak nu slechts dat gij weg komt en breng koffij voor ons beiden4 ,dit bevel was voor ,lapiah het teeken van verzoening2 in zijn ijver om onze koffij in eene der hutten gereed te maken1 sprong hij meer dan hij liep en had in zijne vreugde het hinken geheel vergeten1 hetgeen de ,javanen eindelijk in lagchen deed uitbarsten4 ,nu kwam ook mijn jongen1 ,mas ,poetri1 te voorschijn1 die intusschen stil achter de deur gestaan en geluisterd had1 met eene groote ,sawah-slang1 die minstens vijf voet lang was2 zij hing aan een stok1 welken hij voor zich uitdroeg4 ,na eenige strijkaadjen en buigingen begon hij op gelijke manier als de andere1 ,tab ,toean1 enz41 enz41 deed nu ongeveer hetzelfde verhaal1 dat hij met de volgende woorden eindigde3 ,ja1 mijn ,heer1 al het gebeurde moet aan de slang hier worden geweten4 ,maar nu heb ik toch uwe verzameling met een fraai en zeldzaam stuk verrijkt1 indien gij de slang op spiritus wilt zetten4 ,,ik4 ,ga heen6 ,gij weet zeer goed1 dat het eene gemeene soort van slang is1 die voor mijne verzameling hoegenaamd geene waarde heeft4 ,ik wil u niet berispen1 omdat gij u een onschuldig genoegen hebt verschaft1 door deel te nemen aan de bruiloft2 maar zoudt ge u niet beter van uwen pligt hebben gekweten1 indien gij ons vooraf eene matras1 onze dekens1 eenige cigaren en wijn had toegezonden8 ,,mas ,,poetri4 ,ach1 mij beste ,heer6 ,ik dacht3 wij jongens drinken nooit wijn en slapen alle dagen zonder dekens op den blooten grond2 wat zal het nu voor kwaad doen1 indien onze ,heeren eens eenen enkelen nacht op die wijze doorbrengen8 ,,ik4 ,nu1 pak u voort1 help de koffij zetten en draag zorg1 dat die gereed is1 wanneer wij terugkomen4 ,wij gaan den ,goenoeng-,soesoe beklimmen 7zoo heeten de bewoners van ,gnoerag een kleinen heuvel1 achter hun dorp gelegen71 om van daar de zon te zien opgaan4 ,,nacht4 ,zeg eens broeder1 hoe zou iemand op die menschen boos kunnen zijn8 ,,dag4 ,het is mij niet mogelijk4 ,hun karakter is een zonderling weefsel van goedhartigheid en zorgeloosheid1 vereenigd met eene tamelijke dosis naive sluwheid4 ,zij hebben weinige behoeften2 zij bekommeren zich niet om den dag van morgen en nog veel minder om dien van overmorgen1 en een jaar na heden is iets1 waarvan zij zich geen denkbeeld kunnen maken2 om die reden genieten zij gaarne de vreugde van den oogenblik4 ,treft men hen aan1 wanneer zij een onderwerp van eigen liefhebberij behandelen1 bij voorbeeld1 tandakken of bezig zijn een aap te vangen1 en hem van boom tot boom1 ja1 tot in de hoogste toppen der boomen naklauteren1 hoe behendig zijn zij dan6 ,dan laat zich geen spoor van traagheid of onverschilligheid bij hen bemerken2--welk eene kracht ontwikkelen zij dan1 welk eene vaardigheid1 welk eene vurige drift1 welk eene volharding leggen zij aan den dag om hun doel te bereiken6 ,dan doen zij alles uit eigen beweging1 en hebben geenerlei prikkel noodig4--,wenscht gij echter1 dat zij iets zullen doen1 waarbij gij alleen belang hebt1 waaraan zij vooreerst geene behoefte hebben2 verlangt gij1 dat zij zich bezig houden met dien arbeid1 welke de producten1 voor de ,europesche markt bestemd1 levert1 waarvan de bloei van onzen handel1 ja1 meerendeels het bestaan van ons rijk afhankelijk is1 verlangt gij1 dat zij dien arbeid vrijwillig verrigten1 wilt gij het wat en het hoeveel zij planten zullen geheel en al aan hun eigen goeddunken overlaten1 draag dan vooraf zorg1 dat zij volkomen dezelfde behoeften1 dezelfde belangen1 een gelijken graad van beschaving hebben verkregen als wij bezitten2 dan zullen zij het doen1 even goed als wij4 ,maar wenscht ge1 dat zij het vroeger doen1 reeds nu doen1 dan behoort gij hen te leiden en toezigt te houden over hunnen arbeid4 ,ik wil gaarne gelooven1 dat de behoeften der ,javanen1 die in de nabijheid wonen van eenige groote kuststeden1 waar vele suikerfabrieken in gang zijn1 met het toenemen hunner beschaving zoodanig zijn vermeerderd1 dat het niet noodig is toezigt over hunnen arbeid te houden4 ,in het binnenland echter1--en hiervan zult gij weldra de overtuiging erlangen1--heeft de inboorling 7op weinige uitzondering na7 nog zoo weinig behoefte1 dat een arbeid van twee drie uren daags voldoende is om ze allen te bevredigen1 en dat binnen den omtrek van n of een half uur afstands van zijne woning alles gevonden wordt1 wat hij behoeft en waarnaar hij verlangt4 ,de rijkelijkste belooning1 de duurste betaling is aldaar niet in staat hem te bewegen om meer te verrigten4 ,wat zal hij aanvangen met het vele geld8 ,europesche waren en producten heeft hij niet noodig1 en rijkdommen1 enkel om den wille van het bezit er van1 acht hij volstrekt niet4 ,maar hij bemint de eenvoudigheid en de rust in het kleine ,eden1 dat hem ten deel is gevallen1 en hetwelk de natuur zoo wonderschoon meubileerde4 ,moge het nu waar zijn1 dat wij van den arbeid1 waartoe wij de ,javanen verpligten1 uit een materieel oogpunt beschouwd1 het meeste voordeel trekken1 het is niettemin eene onloochenbare waarheid1 dat het houden van toezigt over dien arbeid ook voor hen zijne heilrijke zijde heeft4 ,een overtuigend bewijs daarvan leveren immers juist gindsche kuststeden en fabriekstreken des eilands1 dewijl de aldaar wonende ,javanen thans vrijwillig verrigten1 waartoe zij vroeger moesten gedwongen worden4 ,door ons leeren zij al het weldadige eener regelmatige arbeidzaamheid kennen2 het doelmatig verdeelen van hunnen tijd wordt hen tot gewoonte1 en door hunnen omgang met de ,europers vermeerderen hunne behoeften en worden zij van zelf beschaafder4 ,reeds gedurende den korten tijd van uw verblijf op ,java is de beschaving der inboorlingen1 zelfs in het binnenland1 onmiskenbaar toegenomen4 ,,nacht4 ,maar ook hun schoolonderwijs behooren wij toch te verbeteren1 op het gebied van zedelijkheid en godsdienst moeten wij hen toch iets leeren6 ,,dag4 ,ongetwijfeld2 mits het slechts geene zoogenaamde heilige openbaringen1 geene abstracte dogmen zijn der leer3 driemaal een is een4 ,deel hen nuttige kennis mede der stellige wetenschappen1 die zij kunnen toepassen ter verbetering hunner huisselijke inrigting en van hun handwerk1 waardoor zij hun materieel welzijn verhoogen4 ,wanneer zij zich toeleggen op de beschouwing der natuur1 die in hun land zoo majestueus groot en schoon is1 waarvan eene naauwkeurige kennis--van de wederkeerige werking der krachten1 naar gelang van het onderling verband der verschijnselen--voor hen in elk opzigt niet dan nuttig zijn kan1 dan zal hun zedelijk gevoel tevens worden veredeld en de ware1 natuurlijke godsdienst zal van zelf meer en meer bij hen ontluiken2 want al dat in de natuur bestaat1 ademt ,gods wijzen geest4 ,onder het houden van dit gesprek hadden wij den top des heuvels bereikt 7benevens eenige ,javanen1 die achteraan waren gekomen71--toen de morgen aanving de openbaring ,gods in de natuur op nieuw te verkondigen4 ,het opgaan der zon is overal1 in alle landen1 in elk jaargetijde een heerlijk verschijnsel1 het stemt den mensch tot nadenken en wekt menig sluimerend gevoel in onze ziel4 ,en een morgen op ,java6 hoe verheven1 hoe prachtig en verkwikkend tevens lacht hij ons toe6 ,nog laat zich geene stem in de schepping vernemen1 de geringste ademtogt des winds wordt men niet gewaar2 men bespeurt slechts eene toenemende verandering1 namelijk1 aan den hemel1 vooral aan den oostelijken hemel1 die tot hoog in het zenith allengs helderder wordt2 gekleurde stralen schieten1 in eene divergerende rigting even als de speeken van een wiel1 opwaarts1--eenige dezer stralen1 namelijk die deelen der atmospheer1 welke door de zon worden beschenen1 blinken in gulden gloor1 anderen1 namelijk die niet door de zon worden getroffen1 waarop ver verwijderde oneffenheden des horizons1 als boomen1 bergen1 hunne schaduw werpen1 doen zich aan het oog voor als azuurblaauwe strepen tusschen de vorigen2--geen enkel wolkje is aan het gansche uitspansel te bespeuren2 de nachtelijke koelte1 die juist op dezen oogenblik1 nu de verwarmende zon het langst afwezig was1 haren hoogsten graad heeft bereikt1 deed al den waterdamp1 in de lucht aanwezig1 nederploffen2 hij werd herschapen in nevel en dauw1 en bedekt nu allerwege bladeren en grashalmen1--alles is vochtig en het plantenrijk is verkwikt1 ook zonder dat er regen is gevallen2 de bronnen van alle beken hebben nieuwen toevoer van water gekregen1--daar gaat de zon op en elke dauwdruppel wordt tot een prisma1 blinkt in alle kleuren des regenboogs en millioenen diamanten fonkelen aan alle grashalmen1 die zich buigen aan alle boomen en struiken4 ,tallooze vogelen heffen nu hun gezang aan2 zij kweelen en fladderen door het gebladerte een nieuw leven te gemoet2--de paauwen verlaten den tak1 waarop zij in het loofgewelf van hooge boomen gedurende den nacht stil nederzaten2 zij vliegen nu onder een luid geschreeuw over het dal en heerlijk golft in de lucht hun blinkende vederdos1 waarop de eerste stalen der morgenzon zich spiegelen2 ook de apen1 die zich tot op dezen oogenblik niet verroerden1 beginnen te schreeuwen3 oeh h1 oeh h1 oe1 oe1 oe2 uit #bj1 #ej1 ja1 somtijds uit een grooter getal kelen te gelijk heffen zij1 nu eens in zwellende1 dan weder in dalende akkoorden1 hun koraalgezang aan1 waarvan de echo door de bergen terug wordt gekaatst1 om op hunne wijze den levend makenden1 verwarmenden straal der zon te begroeten en--de mensch8--,de ,javanen zitten op den grond met de beenen over elkander geslagen2 vol aandacht hebben zij het gelaat1 waarop stille vreugde te lezen staat1 naar het oosten gekeerd4 ,zij zeggen niets1 maar zij hebben gevoel van hetgeen1 waarvan wij een duidelijker bewustzijn omdragen1--want ik strekte mijne armen opwaarts en riep uit3 ,o1 heerlijke zon1 gij zijt slechts een der werken van den ,onvergankelijke1 die met een enkelen slag duizend draden vlecht1 maar ik begroet u als het schoonste zinnebeeld1 dat voor ons aardbewoners bestaat van de eeuwiglijk zich hernieuwende openbaring ,gods in de natuur4 ,sedert duizenden van jaren keert uw straal elken morgen getrouwelijk weder1 en brengt elken dag op nieuw weder alles in beweging4 ,aan uwe massa is onze aarde gebonden1 en zonder u kon zij niet zijn1 noch haren kringloop volbrengen4 ,zonder u ontbeerden wij jaargetijden1 den dag1 den nacht4 ,gij zijt voor het aardsche leven alles voor allen4 ,in minder dan n oogenblik verspreidt uw straal het licht en maakt de dingen zigtbaar4 ,zonder u hadden wij geene oogen1 want waartoe zouden zij ons dienstbaar zijn8 ,als door een tooverslag schept uw licht zijne half aardsche1 half hemelsche dochter3 de kleurenpracht1 waardoor gij schoonheid geeft aan alle dingen4 ,ja1 met het licht verwekt gij nog een ander aardsch kind de warmte1 en gij maakt het harde week en veerkrachtig4 ,hoe zou er beweging op aarde mogelijk zijn zonder u8 ,hoe zou er water1 lucht aanwezig kunnen zijn1 hoe zou een geluid kunnen gehoord worden1 indien uwe warmte niet vooraf de ligchamen luchtvormig of vloeibaar maakte8 ,hoe zouden wij kunnen ademhalen zonder lucht en tot welk einde zouden wij het gehoor hebben verkregen1 indien er geen geluid was8 ,hoe zouden planten groeijen1 beken vlieten1 hoe zouden wolken zweven en winden waaijen zonder uwen verwarmenden straal1 o schoone zon1 die hetgeen vast is doet vloeibaar worden en alle beweging in het dier- en plantenrijk mogelijk maakt1 zoo mede in het luchtruim uitlokt4 ,ja1 zelfs de electriciteit in de wolken gehoorzaamt u en gij gebiedt den donder4--,slechts nen nacht waart gij sedert gisteren afwezig en reeds is de dampkring zoodanig bekoeld1 dat al het water1 't welk gisteren1 door de warmte opgelost1 als een onzigtbare damp in het luchtruim zweefde1 nu als dauw op de aarde is nedergeploft4 ,nu paarlen nog millioenen druppels aan de boomen2 nog staat de luchtzee stil1 niet het geringste togtje laat zich bespeuren4 ,maar hoe lang zal dit voortduren8 ,naauwelijks heeft de planeet in zijn eeuwigen kringloop dit plekje der aarde naar uw aanschijn weder toegekeerd2 naauwelijks heeft uw opgaand licht zich weder uitgestort over berg en dal1 of door uw schijn getroffen1 begint alles te trillen en uit te dampen en1 gelijk de mensch en de gansche dierlijke schepping1 door uwen straal opgewekt1 zich op nieuw beginnen te bewegen1--gelijk in het plantenrijk millioenen knoppen ontluiken1 zoo worden insgelijks het water en de lucht in beweging gebragt4 ,spoedig zullen de luchtlagen verdund worden1 welke het digtst nabij de aarde zich bevinden en1 ligter geworden door den invloed uwer warmte1 zullen zij loodregt opwaarts stijgen2 de streken1 welke kaal en vlak of lager gelegen zijn1 zullen sterker worden verhit1 dan anderen1 die tot hooge bergen oprijzen1 of met wouden zijn overschaduwd2 de zee zal niet in die mate worden verwarmd als het land1--ten gevolge hiervan zal de lucht in de verschillende deelen des lands1 zoo mede boven land en zee ongelijkmatig uitgezet en verdund worden1 de digtere en koudere lucht zal naar de meer verdunde streken des dampkrings heenstroomen1 de stilte1 die thans nog in het luchtruim heerscht1 zal daardoor weldra gestoord worden en winden zullen door de toppen der boomen waaijen2--te gelijker tijd zal de dauw worden opgelost en als waterdamp mede worden opgevoerd in de koudere luchtlagen1 alwaar hij wederom wordt nedergeploft tot mist en nevel1--wolken zullen dan worden gevormd2 deze zullen steeds talrijker en grooter worden en eindelijk1 bij het toenemen der warmte en snellere verdikking van den waterdamp1 zal de electriciteit in de wolken ontwaken1 de donder zal rollen1 de regen zal nederstroomen op den verkwikten bodem1 stortbeken zullen in sprongen van de rotswanden vallen en ,bandjer's met onweerstaanbare kracht door de bergkloven bruisen--en van dit alles1 van deze herscheppingen des dauwdruppels en van alle veranderingen1 welke plaats hadden op en boven de aarde1 hiervan zult gij de eenige oorzaak geweest zijn1 gij blinkende1 zoo rustig stralende zon6--,en zou uw straal1 die met eenen slag duizend werkingen voortbrengt1 welke wederom duizend en nogmaals duizend andere1 verschillende werkingen ten gevolge hebben1 die echter allen gezamenlijk door zulk een harmonischen band verbonden en zoo innig met elkander zijn verknocht1 dat geen enkele schakel der keten afzonderlijk kan bestaan en de gansche keten zelf niet denkbaar is1 indien slechts n enkele schakel daaraan wordt ontnomen1--zou uw straal ook niet door mijn oog kunnen binnendringen1 zou hij in het binnenste mijner ziel niet eene stem kunnen doen ontwaken1 die zegt3 ik erken u1 hoogste doelmatigheid in de natuur2 geen ding1 geene kracht staat op zich zelf2 elk deel van het geschapene is daar om den wille van andere deelen van het geheel en alles is in onverbrekelijken zamenhang naar wijze wetten geordend2--wel weet ik niet1 of mijn oog om het licht is geschapen of het licht om mijn oog1 maar het eene is om het andere aanwezig1 en zou de ziel1 die in mij leeft1 welke door middel mijner opene zintuigen in zulk een innig wederkeerig verband staat met de gansche natuur1 die mij omringt1 dat ik mij het gezigt en het gehoor niet denken kan zonder licht en geluid1 en dat het geluid en het licht voor mij niet denkbaar zijn zonder oor en zonder oogen1--zou deze ziel ook niet om iets anders geschapen zijn1 zou zij in geene betrekking tot iets anders staan8 ,over alles1 dat zich aan mij door de zinnen openbaart1 mag ik nadenken1 dit alles mag ik bepeinzen2 ik ben van mijzelven bewust2--er was een tijd1 dat ik niet bestond1 thans ben ik2--gedurende langen tijd wist ik niet werwaarts ik kwam1 van waar deze met denkvermogen1 met rede begaafde ziel zijn oorsprong had2 ik wist evenmin waarheen zij gaat2--uit mijzelven ontstond ik niet2--in de natuur schiep ik niet het kleinste wormpje1 veel minder deze zon1 die toch ook slechts een afhankelijk gedeelte van het geheel is1 die met andere zonnen in verband en wederkeerige werking staat2--een draad kan het slechts zijn van waar1 als uit een brandpunt1 die millioenen draden der schepping uitloopen2 een eeuwige1 onvergankelijke ziel1 een wijze1 volkomene geest moet leven1 die aan mij1 als een uitvloeisel van zich zelven1 mijne kleine1 minder volkomene ziel gaf1--die de natuur schiep en onderhoudt1 waarin alles de blijken draagt der grootste wijsheid1 doelmatigheid en goedheid6--,ja1 gij hebt u geopenbaard en openbaart u voortdurend in de gansche schepping gelijk in ieders boezem1--tot ,u sta ik in betrekking6--eeuwige en onvergankelijke ,god6 ,een dergelijk morgengebed zal wel zijn opgeweld in den boezem van mijn broeder ,nacht1 en in dien van de aanwezige ,javanen1 want zij waren verzonken in de beschouwing van het heerlijke schouwspel en bewonderden het opgaan der zon4 ,en terwijl de vogelen floten1 de insekten gonsden en alle andere dieren der wildernis1 elk naar zijn aard en zijn bijzonder instinkt1 het morgen- en loflied der schepping mede instemden1 waren wij menschen toch de eenigen1 die van de gevolgen tot de oorzaak opklommen1 en in heilige vervoering1 dankend en aanbiddend1 onze blikken rigtten tot den ,schepper4 ,onder den tropischen hemel is het zoowel gewoonte als behoefte1 het ligchaam elken morgen te verfrisschen door het nemen van een verkoelend bad4 ,wij stonden juist gereed om den top des heuvels weder te verlaten en bergafwaarts te gaan1 ten einde ons naar den ,pantjran te begeven1 toen wij de bedienden gewaar werden1 die onze terugkomst niet hadden willen verbeiden en ons de stoomende koffij te gemoet droegen4 ,zij hadden het vochtig element reeds bezocht en klommen druipend nat als ,najaden bergopwaarts1 terwijl hun lang hoofdhaar los en vrij om hunne schouders zwierde en hun bovenlijf bedekte4 ,wij dronken onze koffij met wat geitenmelk1 welke zij hadden medegebragt1 hetgeen de spotlust der inboorlingen gaande maakte1 die ons om deze reden met jonge kinderen1 ja1 met jonge geiten vergeleken4 ,het gebruik van melk1 namelijk1 is hun volstrekt onbekend en in het binnenland van ,java wordt die nooit gedronken4 ,wij ontwierpen nu een plan voor onzen verderen togt en kwamen tot het besluit1 dat het raadzaamste zou wezen om terstond verder te gaan1 ten einde zoo mogelijk nog heden een der grootere dorpen te bereiken1 alwaar ons verblijf aan de bewoners minder bezwarend zou zijn dan hier1 in dit kleine gehucht1 het geval was4 ,wij hadden het voornemen opgevat om dwars over het gebergte onzen togt in eene westelijke rigting voort te zetten tot aan het naastbij gelegene groote dal1 van daar uit de zuidkust te bezoeken en vervolgens te trachten in het hoog gelegene binnenland door te dringen4 ,op een afstand van eene kleine dagreize van hier moest1 aan de tegenovergestelde zijde van het gebergte1 een groot dorp liggen2 daarheen was het1 dat wij besloten hadden onzen koers te rigten4 ,terwijl wij ons nu gereed maakten om zelven een bad te nemen1 gaven wij aan onze jongens last intusschen de benoodigde ,koeli's op te zoeken en te huren4 ,toen wij1 eenige dagen geleden1 ons op reis zouden begeven1 hadden wij tot stelregel aangenomen1 dien wij vast besloten hadden na te komen3 om in deze streken des eilands slechts vrijwillig hulpbetoon der inboorlingen1 tegen goede betaling en welwillende behandeling1 in te roepen1--ten einde eens te zien hoe ver wij op die wijze zouden komen4 ,wij hadden besloten alleen in zeer dringende omstandigheden onze toevlugt te nemen tot de bevelschriften der ,residenten en ,regenten1 waarvan wij ons hadden voorzien en welke1 in de ,maleische en ,javasche taal gesteld1 aan de distriktshoofden waren gerigt4 ,op dringend verlangen van ,nacht1 aan wien ik in dit opzigt had toegegeven1 was dit tot regel aangenomen4 ,eindelijk kwamen onze jongens terug met het navolgende berigt3 ,mijn ,heer6 ,wij kunnen geene ,koeli's vinden2 de ,koeli's1 die te ,gnoetnig te huis behooren1 zijn gisteren slechts tot aan ,parang medegegaan en uwe pakkaadje hebben wij door mannen uit die plaats hierheen laten brengen4 ,wij vermeenden1 dat zij nog hier waren1 maar zij zijn weggeloopen zelfs zonder te wachten1 totdat zij betaling hadden ontvangen4 ,zij waren ongetwijfeld beducht1 dat zij nog verder zouden moeten medegaan4 ,en hier te ,gnoerag is geen mensch te vinden1 uitgenomen de vrouwen en een paar knapen4 ,zonderling4 ,gisteren avond1 bij gelegenheid van de tijgerjagt1 was er meer dan een dozijn wakkere mannen op de been en nu waren zij allen1 op enkele knapen na1 verdwenen4 ,de vrouwen zeiden3 mijn man is op den ,oema 7het drooge rijstveld71 mijn man is gaan visschen1 mijn man zoekt ,rotan in het woud1--de meesten echter hielden zich in hunne hutten verborgen en lieten het voorkomen als of zij afwezig waren4 ,wij stelden den ,loerah een half dozijn ,spaansche matten 7dollars7 ter hand en verzochten hem met onze bedienden in de hutten te gaan1 ten einde te beproeven hoe ver wij met klinkende munt en overreding konden komen4 ,na lang praten bragt hij het eindelijk zoo ver1 dat eenige ,javanen--wel is waar1 schoorvoetend en langzaam--buiten hunne hutten traden4 ,maar zij bragten tevens ieder eene verontschuldiging mede4 ,de een spoorde den anderen aan en zei3 ,kom6 gaat gij mede2 de ,heer kan toch zelf zijn koffers niet dragen2--de aangesprokene moedigde weder een derde aan om mede te gaan1--de derde een vierde en ieder van hen had gaarne gezien1 dat een ander zich daartoe bereid had betoond1 maar om het zelf te doen1 daartoe gevoelde de eerste zoo min lust als de tweede1 de derde of de vierde4--,onder de ,gamelanspelers was er een1 die een begeerig oog sloeg op de ,spaansche matten1 welke de ,loerah hem voorhield2 hij nam er een in de hand1 draaide ze om1 bekeek haar nu aan dezen1 dan weder aan den anderen kant2--zij beviel hem uitmuntend1 gaarne had hij ze behouden1 maar--daaraan zijn gemak op te offeren1 zijn dolce far niente te laten varen6 over het gebergte te gaan6 ver van hier naar een ander dorp en nog bovendien een koffer te dragen6 op het heetste van den dag6--neen1 dat was te veel gevergd4 ,hij trok een bedenkelijk gezigt1 gaf1 met de blikken naar den grond gewend1 den dollar aarzelend terug1 zette zich neder1 zweeg en--kaauwde ,siri4 ,eindelijk naderden eenige knapen3 ik1 mijn ,heer6 ik wil me6 en een derde1 een ongeveer zestienjarige knaap1 die de oudste van hen scheen te zijn1 zeide3 indien ik de ,spaansche mat krijg1 ga ik me4 ,maar wat zouden wij uitrigten met deze drie knapen1 waarvan twee nog volslagen kinderen waren4 ,toen nu de ,loerah uit ,gnoetnig gewaar werd1 dat onze zaken verkeerd liepen1 verontschuldigde hij zich insgelijks zeer beleefdelijk en verzocht om onze toestemming1 ten einde nu mede naar zijn dorp terug te keeren4 ,hoe ongaarne wij ons dezen laatsten troost zagen ontvallen1 was zijn verlangen toch te billijk om van de hand gewezen te worden4 ,wij beloonden hem voor zijne moeite en hij vertrok4 ,de weduwe1 in welker hut wij onzen intrek hadden genomen1 naderde nu en zeide3 ,och1 mijne ,heeren6 waarom maakt gij zulk een haast6 ,bevindt gij u hier niet naar uw wensch8 ,gij kunt vertoeven1 zoo lang gij verkiest1--morgen of overmorgen zullen er wel ,koeli's te vinden zijn2--wij blijven immers voortdurend hier6--en stellig houd ik mij overtuigd1 dat wij maanden lang aldaar hadden kunnen vertoeven1 zonder dat een enkele bewoner van het dorp ons een onvriendelijk gezigt zou hebben getoond1 en wel voornamelijk indien wij deel hadden genomen in hunne dagelijksche bezigheden en hunne wijze van leven hadden gevolgd4 ,zonder twijfel zouden wij hen dan welkom geweest zijn4 ,maar--een ongewoon werk te doen1 ,koelidiensten te verrigten1 daartoe konden zij uit eigen beweging niet besluiten6 ,liever hielden zij hun gemak en--bleven arm1 gelijk zij waren1 te huis4 ,wat stond ons nu te doen8 ,van de medegebragte bevelschriften wilden wij1 zoo als vooraf was bepaald1 geen gebruik maken4 ,zouden wij derhalve blijven8 ,natuurlijk2 want aan het voortzetten van onzen togt kon althans heden1 welligt ook morgen of overmorgen1 niet worden gedacht4 ,wij schreven nu uit onzen eigen naam een brief aan het hoofd van het naburige distrikt1 met verzoek om ons #ab ,koeli's toe te zenden1 en voegden daarbij alleen nog onzen pas1 ten einde hem de overtuiging te doen erlangen1 dat wij bevoegd waren om in de binnenlanden te reizen4 ,deze brief werd in folioformaat gevouwen en met een rood zegel van indrukwekkende grootte voorzien4 ,wij gaven nu aan de dorpsbewoners te kennen1 dat de inhoud van dezen brief van 't hoogste gewigt was1 dat hij noodzakelijk moest bezorgd worden en dat de ,kapala tjoetak 7het distriktshoofd71 indien de brief niet aan hem werd ter hand gesteld1 zulks zou beschouwen als eene daad van ongehoorzaamheid jegens hem zelven gepleegd4 ,op die wijze gelukte het ons een der ,javanen te overreden om den brief1 tegen betaling van #b #a_/b gulden1 waarvan wij er #a #a_/b vooruit moesten geven1 te brengen naar het dorp1 alwaar het distriktshoofd woont 7,pakamitan71 hetwelk ongeveer eene kleine dagreis van hier kon liggen4--,van eene voldoende hoeveelheid ,nasi 7gekookte rijst7 voorzien1 welke in ,pisangbladeren en schellen van den ,pisangstam was gepakt--onze brief had hij behoorlijk in drooge bladscheeden van den ,djamb-7of ,penang-7 palm gewikkeld1 ten einde hem voor nat worden te bewaren1--stapte onze bode1 met den ,glok op zijde1 zijn pakje rijst op den rug en onzen brief op zijn hoofd1 alwaar hij tusschen de vouwen van zijn hoofddoek uitstak1 omstreeks negen ure het dorp uit4 ,wij lieten nu kippen en andere levensmiddelen aankoopen1 gaven eenigen onzer bedienden den last onze hut op eene betere wijze in te rigten1 en bevalen den kok--dit gewigtige ambt bekleedde een ander van hen--om voor een goeden maaltijd zorg te dragen4--,welgemoed behoort men zich te onderwerpen aan hetgeen onvermijdelijk is4 ,tot nader order zetteden wij derhalve alle verdriet van ons af1 beraamden dadelijk een nieuw plan voor datgene1 't welk den bodem was ingeslagen en besloten om1 met de helft onzer bedienden1 den naastbij gelegen hoogen berg te beklimmen4 ,wij voorzagen ons van eene kleine hoeveelheid ,nasi1 ,pisang1 ,dendeng1 eene kruik water 7,gindi71 namen een jagtgeweer1 eenige natuurkundige instrumenten en dergelijken mede en joegen de drie dorpsjongens1 die zich vroeger tot het verrigten van ,koelidiensten hadden aangeboden1 voor ons uit1 om ons nu bij onzen togt bergopwaarts te begeleiden4 ,want zelfs tegen ruime betaling wilden zij vrijwillig zulk een hoogen berg niet beklimmen4 ,wij hadden hen echter volstrekt noodig om de vroeger opgenoemde voorwerpen te helpen dragen1 en dewijl moeten een bitter kruid is1 zoo--verschaften zij ons het genoegen van hun aangenaam bijzijn4 ,wij waren acht man sterk en stapten vrolijk naar den ,goenoeng-,amlong heen1 zoo heet een verder noordwaarts gelegen en wel het hoogste gedeelte der lange bergketen1 welke het ,tji-,nagnakdal aan de westzijde begrenst4 ,zij verheft zich in de opgenoemde rigting tot een hoog en steil bergjuk1 dat met een somber1 onafgebroken woud is bedekt2 door dit woud wilden wij ons een weg naar den bergtop banen4 ,geen enkel wolkje liet zich nog in het luchtruim bespeuren4 ,aanvankelijk trokken wij door vlakke streken1 die heinde en verre met hoog groeijend ,alang alanggras waren bedekt4 ,allengs echter liet zich nu en dan een zacht togtje bespeuren2 het ,alanggras golfde als een korenveld1 dat door den adem des winds wordt bewogen4 ,de omgebogen bladeren kaatsten1 als zoo vele spiegels1 de zonnestralen terug en vormden daardoor een meer zilvergrijs dan groen tapijt1 waarvan de heldere glans het oog verblindde4 ,de hitte nam meer en meer toe1 terwijl wij onzen togt voortzetteden door deze graswildernis1 die zich voor onze voeten opende en zich achter ons weder sloot1 en waarin wij tot aan de schouderen1 de ,javasche knapen tot over de ooren toe verborgen waren1 zoodat de stijve1 scherpe bladeren hen bij het gaan het vel van het aangezigt open reten4 ,wilde zwijnen--de alledaagsche kost der tijgers--sprongen allerwege op en verdwenen al knorrend even spoedig uit ons oog4 ,hier en daar troffen wij kleine ,oema-velden aan1 waarop ,padi 7rijst71 ,djagong 7mas7 of ,kapas 7kleine katoenstruiken7 groeiden en die als opene1 van alle onkruid gezuiverde plekjes in de graswildernis verstrooid lagen4 ,langzamerhand begon de bodem te rijzen2 wij hadden den voet van het gebergte bereikt en kozen een der vooruitspringende bergribben om het te beklimmen4 ,het gras dat hier groeide1 werd allengs korter en geleek1 meer dan het gindsche in golven op en neder bewogen wordende1 verstikkend heete ,alanggras1 op dat onzer ,hollandsche weidevelden4 ,hier groeide tusschen het gras eene menigte prachtige purperroode bloemen1 ,onj of ,koening1 waarvan de aromatische wortelen het hoofdbestanddeel vormen der ,keri1 aan welke zij eene gele kleur mededeelen2 op vele plaatsen verhieven zich afzonderlijk staande ,bamboesgroepen1 die echter ter wederzijde van de bergrib in de kloven een meer aaneengeschakeld woud vormden4 ,de wind ruischte allengs sterker door het loofgewelf2 het ritselen van het fijne1 drooge gebladerte1 dat zich boven onze hoofden boogsgewijs vereenigde en ter zijde in guirlandes afwaarts hing1 nam hand over hand toe en het geknars der over elkander heen en weder bewogen wordende ,bamboesbuizen1--de kolossale stengels dezer grassoort1--die de dikte van een mansarm bereiken1 werd steeds luider1 naar mate wij hooger langs de bergrib opklommen4 ,enkele herten 7,mendjangan7 huppelden er tusschen door en kleine dassen 7,bioel7 werden wij hier en daar gewaar1 die zoo snel mogelijk zich in hunne holen aan de zijwaarts gekeerde hellingen der bergrib trachtten te verschuilen4 ,i,jlings wierpen de ,javasche knapen den last1 welken zij droegen1 neder1 liepen deze kleine1 volkomen onschadelijke dieren na om ze te vangen of te dooden1 niettegenstaande zij oneetbaar zijn4 ,niet dan met moeite kon ,nacht hen daar van terug houden2 hij sprak hen op de volgende wijze toe3 wij moeten nimmer eenig dier mishandelen of kwellen1 en die1 welke ons geen nadeel toebrengen1 mogen wij - - - paf6 daar viel een schot2 wij keken om en zagen ,sidin1 die mijn geweer had gedragen1 naar een hert ijlen1 dat hij geschoten had4 ,nacht had willen zeggen3 - - - die ons geen nadeel toebrengen1 mogen wij niet dooden en ,sidin had deze les in dier voege voltooid3 wij moeten echter de aandrift der natuur volgen en mogen dezulken onder de onschadelijke dieren wel dooden1 wier vleesch wij kunnen eten1 dewijl plantenvoedsel alleen voor onze behoefte niet toereikend is4 ,ten einde bij onzen terugtogt de plek te kunnen wedervinden1 waar het doode wild lag1 plaatsten wij een boomtak midden in den weg en zetteden vervolgens onze reis bergopwaarts weder voort4--,langzamerhand verdwenen de ,bamboesboschjes en in plaats daarvan verhieven zich groepen fijn gebladerde acacia's 7,djoendjingboomen72 hun in de breedte uitgestrekt loofdak scheen een floers1 dat tusschen ons oog en den hemel was uitgespannen en eene menigte grijze apen 7,monjet7 sprongen al schommelend1 als het ware ons ten spot en met elkander spelende1 over de lang uitgestrekte takken dezer boomen in het rond4 ,spoedig daarop zagen wij den benedenrand van het oorspronkelijke woud1 dat zich voor onze blikken verhief als zuilenrijen met gangen tusschen de pilaren1 waardoor men in het binnenste kon zien als in eene hoog gewelfde koepelkerk1 terwijl elke afzonderlijke zuil met eene koepelvormig zich verheffende loofmassa als het ware met eene groene wolk was gekroond4 ,wij traden dit gewelf binnen en nu veranderde het gansche tooneel4 ,ter naauwernood waren wij #bjj voet hooger in dit woud opgeklommen1 of het heldere zonnelicht was reeds verdwenen1 en vervangen geworden door de lommerijkste schemering4 ,slechts hier en daar ontwaarden wij door eene kleine opening in het loofdak1 als door een geopend venster1 nog een gedeelte van den blaauwen hemel2 in plaats der verhitte lucht1 zoo als vroeger1 ademden wij nu eene koele1 vochtige lucht in2 in plaats van het vrije uitzigt1 dat wij zoo straks naar alle zijden genoten1 zagen wij hier niets dan een groen met millioenen bloemen bedekt weefsel van dooreengegroeide kleinere boomen1 struiken en van woekerplanten1 die zich van den bodem verhieven1 aan de stammen waren vastgehecht of aan de takken afwaarts hingen1 en dit kreupelhout besloeg niet alleen de gansche ruimte tusschen de boomstammen1 maar reikte ter halver wege van deze zuilen1 ja1 nog hooger1 terwijl daarenboven wilde wijngaardtakken 7,aro ki barera7 en andere slingerplanten1 namelijk ,o- of ,rotansoorten1 wier ranken menigwerf de dikte van een mansarm bereiken1 tot in de toppen der boomen opklauterden1 van daar weder naar den bodem afdaalden1 zich op nieuw verhieven en het woud in alle rigtingen doorslingerden4 ,niet de geringste adem des winds bragt de minste beweging voort in het binnenste van dit woud1 maar hoog boven ons in de toppen der boomen ruischte de wind en veroorzaakte een voortdurend gesuis1 't welk zoo gelijkmatig aanhield1 zoo diep en dof van toon was1 dat men op het denkbeeld zou hebben kunnen geraken het gebruis te vernemen eener branding1 klotsend tegen een ver verwijderd strand4 ,het waren ,poespa-1 ,ki terong-1 ,bengang-1 ,palaglar- en een dozijn andere boomsoorten1 wier stammen zich hier allen onder elkander1 in een woud1 slank en hoog als kunstmatig gevormde zuilen verhieven2 hunne afgevallen bloemen lagen op den bodem verstrooid in het rond4 ,tusschen de vorigen rees hier en daar een reusachtige gomelastiek- of ,karetboom opwaarts1 die als het ware uit honderd andere ineengedraaide of door elkander gevlochtene stammen is gevormd en zwarte apen 7,loetoeng7 sprongen door hunne takken rond1 terwijl groote vogelen 7jaarvogels71 die zich slechts door hun luid snuiven verrieden1 hoog boven het woud heenvlogen4 ,eindelijk--wij naderden nu den top des bergs--ontwaarden wij eiken-1 laurier- en ,ki mrakboomen tusschen de anderen1 die allengs dunner werden en verder van elkander schenen op te groeijen4 ,het was nu ongeveer #ab ure4 ,onze togt door het woud had twee uren geduurd2 een open plekje bereikt hebbende1 zetteden wij ons neder om uit te rusten4 ,wij luisterden naar het gezang eens vogels1 ,manoek kaso geheeten1 welks slagen verre door het woud klonken en waarvan wij in de lager gelegene streken des bergs niets hadden gehoord4 ,te oordeelen naar den stand des barometers1 bevonden wij ons nu ter hoogte van ongeveer #djjj voet4 ,frambozenstruiken1 viooltjes1 weegbree en valeriaan groeiden hier in het rond1 benevens nog andere bloemen1 die zooveel overeenkomst hadden met onze ,hollandsche flora1 dat mijn broeder ,nacht er niet weinig van verrast stond4 ,,nacht4 ,hoe wonderbaar toch6--,op onzen korten togt van het dorp tot aan deze woudgrens hebben wij bijna alles aangetroffen1 hetgeen de ,javaan tot voedsel1 woning en deksel benoodigd heeft4 ,zijne hut staat in de schaduw van velerlei boomen1 die hem voedzame1 verkwikkende en olie opleverende vruchten verschaffen4 ,siri klimt tegen hunne stammen op en schenkt hem het blad tot het ,betelkaauwen4 ,spaansche peper 7,tjab71 welke hij als kruiderij of in plaats van zout met zijne rijst eet1 groeit niet verre van daar in de schaduw4 ,alom in het rond liggen de velden1 die hem zijn hoofdvoedsel1 rijst en mas1 benevens katoen opleveren1 waarvan hij zijne kleederen vervaardigt4 ,met ,alang alang1 dat deze velden weder omgeeft1 dekt hij zijne hutten4 ,iets hooger bergopwaarts vindt hij de ,bamboesboschjes1 wier kolossale stengels 7buizen7 hij deels bezigt tot balken1 deels gekloofd gebruikt om den vloer en de wanden zijner woningen er van op te bouwen1 ja1 waaruit hij alle stukken van zijn huisraad vervaardigt4 ,gaat hij nog eenige schreden verder1 dan vindt hij gomelastiek en door de natuur geslagen bindgaren en touw 7,rotan71 dun en dik1 zoo veel hij verkiest4 ,wild wordt overal in menigte aangetroffen4 ,mag men zich dan nog verwonderen1 dat de ,javaan1 te midden van eene zoo rijke1 zoo vruchtbare natuur levende1 die hem bijna alles1 wat hij behoeft1 reeds kant en klaar oplevert1 dat hij eenigzins zorgeloos en tot traagheid geneigd is4 ,,dag4 ,dat is volkomen waar4 ,de verscheidenheid der producten van het plantenrijk1 zoo mede der dieren1 welke daarvan afhangen1 is buitengewoon groot in dit land1 alwaar het gansche jaar door eene gelijkmatige warmte heerscht en waarin hooge bergen worden gevonden4 ,elke trap van duizend voet1 dien wij hooger bergopwaarts stijgen1 voert ons in zeker opzigt in een geheel ander land en klimaat1 waar wij andere dieren en planten aantreffen dan op den het naast er aan grenzenden of lager gelegen trap4 ,hier brengt ook weder1 gelijk overal elders in de gansche schepping1 eene enkele oorzaak--de afnemende warmte naar mate de aardoppervlakte hooger rijst--duizend andere werkingen te weeg4 ,eerst hebt ge1 beneden in het heete land1 ,alang alanggras met wilde zwijnen ontmoet die zich met ,alangwortelen1 en tijgers welke zich hoofdzakelijk met wilde zwijnen 7met in vleesch en bloed omgezette ,alangwortelen7 voeden2 dan hebt ge streken ontwaard met korte grassoorten begroeid1 waarop ,bamboes en herten voorkomen die gras eten1 benevens ,bioel's die op wormen en insekten azen1 welke in deze zone1 aan de grens der wouden1 tusschen vermolmde boom- en ,bamboesstammen het menigvuldigst voorkomen2--later hebt ge acacia's aangetroffen1 waarin grijze apen rondsprongen1 die zich voeden met de peulvruchten van dit geboomte2 vervolgens kwaamt ge aan het hoogstammnige oorspronkelijke woud1 dat met vijgenboomen aanving en hier met ,ki mrakboomen eindigt1 op wier takken de ,kasovogel fluit1 dewijl hij zich met de bessen van deze boomen voedt4--,overal waarheen gij uwe vorschende blikken nadenkend heenwendt1 in de gansche natuur zult gij bevestigd zien1 dat immer het eene van het andere afhangt en hieruit weder andere gevolgen voortspruiten1 en dat een schoon1 van het allerhoogste vernuft getuigende1 consequent gevolgde plan in het gansche scheppingswerk zigtbaar is1 waarvan de grondstelling is3 door de eenvoudigste middelen de grootst mogelijke verscheidenheid voort te brengen4 ,maar zelfs de grootste verscheidenheid in het dieren- en plantenrijk wijkt nimmer af van eene algemeene leidende type1 zij brengt in tegendeel overal overeenkomstige--verwante en analoge--vormen voort1 die echter1 indien de bodem en het klimaat verschillen1 toch niet eenerlei zijn4 ,bezien wij1 bij voorbeeld1 deze bloemen1 deze frambozen1 deze valeriaan1 deze viooltjes4 ,in het diepland van ,java zult gij geen spoor er van aantreffen4 ,hier bevinden wij ons bijna #djjj voet hooger2 het is hier zoo veel koeler dan daar ginds beneden ons en wij ontwaren dan ook geheel andere plantenvormen1 namelijk1 dergelijken die ons herinneren aan ons koeler1 meer noordelijk gelegen vaderland4 ,onderzoekt gij ze echter meer van nabij1 dan ziet ge1 dat zij slechts op onze ,europesche soorten gelijken1 dat het echter niet dezelfde1 maar verschillende soorten zijn1 en inderdaad zelfs hier op deze hoogte verschilt het ,javasche klimaat nog zeer aanmerkelijk van het onze in ,holland4 ,terwijl wij aldus spraken1 hadden donkere wolken zich zaamgepakt en onze jongens spoorden ons aan om haast te maken1 ten einde zoo spoedig mogelijk den bergtop te bereiken4 ,wij hadden tot nu toe een naauw pad gevolgd1 't welk wij hadden beschouwd als een weg1 door houthakkers gebaand1 maar dit pad werd steeds beter begaanbaar1 hoe hooger wij bergopwaarts klommen en1 toen wij ten een ure den hoogsten top bereikten1 zagen wij met verwondering een ,pendopo voor ons1 dat is1 een open gebouw met een op vier stijlen rustend dak en onder dit dak ontwaarden wij een oud1 met dik bemoste steenen bedekt en omringd graf4 ,vr den grafheuvel stond eene offerschaal met wierook en enkele nog niet geheel verwelkte bloemen4 ,eenige helder ratelende donderslagen wekten ons met schrik uit onze overpeinzing1--wij zagen om en bemerkten1 dat de spaanders van een ,ki mrakboom in het rond vlogen1 die1 op een geringen afstand beneden den bergtop staande1 door den bliksem getroffen en geheel en al van zijne schors beroofd was geworden4 ,wit gelijk een spook stond nu daar1 aan de helling1 de ontzaggelijk hooge boomzuil1 die een oogenblik te voren nog beladen was geweest met donkere mosbeddingen en nu een scherp kontrast vormde met de zwarte wolken1 die zich steeds digter en dreigender rondom ons zamenpakten4 ,slechts op een enkel plekje ontwaarden wij1 door eene spleet tusschen de wolken1 een klein gedeelte van het dal1 dat1 ver beneden ons door het zonnelicht beschenen1 nog zigtbaar was1 doch ook dit verdween weldra achter de steeds lager dalende en zich verder uitbreidende wolken4--,wij bevonden ons te midden van eene onwerswolk4--,al onze begeleiders zaten stil nedergehurkt rondom het graf2 zij durfden naauwelijks adem halen1 terwijl de bliksemstralen uit hunne zwarte geboorteplaats voortgeschoten1 blaauw van schijnsel1 maar tevens even hel verlichtend1 oogverblindend als het zonnelicht1 in zikzak digt voorbij onze oogen de lucht doorkliefden1 terwijl de donder ratelde1 zoo vreesselijk luide1 dat het ons gehoor verdoofde1 dat wij verstomd ter aarde zonken1--terwijl tevens de regen in ontzaggelijk groote droppels begon te kletteren1 van tijd tot tijd verlicht door de bliksemstralen1 die ons bij #c1 #d1 #e te gelijk omsingelden1 nu links1 dan regts1 dan van alle kanten1 bliksemschietend en oogverblindend1 ratelend en oorverdoovend te gelijk1--terwijl de nagalm van den donder weerklonk daar boven in de wolken en beneden langs de berghellingen rolde1 zoo vreesselijk diep en luid1 met zulk eene basstem en zoo geweldig dreunend1 dat de gansche berg onder onze voeten scheen te beven en het ons voorkwam1 als of kogels zoo groot als eene kleine aardbol boven ons hoofd over het hemelgewelf her en derwaarts--en onder onze voeten langs het gebergte afwaarts gerold werden1--daar doorkliefde ratelend weder een straal de lucht1--een dof geschrei werd ter naauwernood gehoord en een ,javaan1 naast wien de bliksemschicht in den grond was geslagen1 zonk bedwelmd neder1--wij namen hem in ons midden1 wreven hem1--maar tot in het binnenste der ziel geschokt door het al verpletterend geweld der natuurkracht1 zaten wij daar digt nevens elkander gehurkt in de bange verwachting hetzelfde lot met hem te deelen1--terwijl de vreesselijkste plasregen nerstroomde1 die ons van de smalle bergkruin dreigde weg te spoelen4 ,reeds vernamen wij het bruisen der nieuw gevormde watervloeden en stortbeken1 die in het rond van het gebergte afwaarts stroomden1--maar de onwerswolken begonnen te dalen en zich verder uit te breiden4 ,de eerste en heftigste uitbarsting had plaats gehad digt boven en rondom den hoogsten bergtop1 waarop wij ons bevonden1 waar de wolken zich het meest en het eerst hadden verdikt4 ,nu daalde de onwersbui reeds lager langs de helling en wij zagen nog slechts enkele bliksemstralen voor ons uit1 terwijl de meesten reeds beneden ons uit de wolken voortschoten4--,de knaap was slechts bedwelmd geweest en herkreeg weldra zijne bezinning4 ,,nacht4 ,zijt gij niet angstig1 bevreesd8 ,,dag4 ,neen2 maar ik ben verbaasd en opgetogen tevens4 ,het schouwspel is vreesselijk schoon en prachtig4 ,het oogenblikkelijke van het gevaar echter1 waaraan ik blootsta en dat ik niet kan ontvlieden1--het plotselinge van het lot1 dat mij hier elken oogenblik kan treffen1 maakt dat ik mij in mijzelven verdiep4 ,ik zie den bliksem1 ik hoor den donder en ik sta ontsteld1 want ik weet niet welken weg hij zal nemen en ik kan hem niet ontgaan4 ,indien ik door den bliksem mogt worden getroffen1 broeder1 delf dan een nieuw graf voor mij hier nevens het oude4 ,wie kan zeggen wie degene is1 die hier begraven ligt4 ,indien de dooden konden opstaan1 dan zou ik het liefst1 gelijk deze1 op den top eens bergs begraven zijn4 ,,nacht4 ,gelooft gij aan de onsterfelijkheid der ziel8 ,,dag4 ,zeer zeker4 ,,nacht4 ,het is mij aangenaam die woorden van u te hooren4 ,voor mij is dit geloof eene behoefte2 zonder dat zou ik niet gelukkig kunnen leven4--,maar zeg mij eens1 indien gij daaraan gelooft1 hoe verklaart gij dan het zoo allengs ontwaken van het bewustzijn in den mensch1 de zoo langzame ontwikkeling van het verstand en van het denkvermogen1 welk een en ander juist gelijken tred houdt met de voortgaande vorming der ligchamelijke organen1 der hersenen1 die van lieverlede volkomener worden8--,hoe brengt gij dat in overeenstemming met de zelfstandigheid en de onvergankelijkheid der ziel1--waar neemt zij haren aanvang in de embryo1 in de foetus of in het pas geboren wicht en waar houdt zij op bij den kindsch geworden grijsaard6--waar is de grens tusschen dier en mensch8 ,,dag4 ,die grens kan ik u niet aanwijzen2 wanneer mijne ziel aanving1 van zich zelve bewust te zijn1 weet ik niet4 ,overal zie ik de kracht aan de stof gebonden en ik ken geene kracht zonder ligchamelijken grondslag1 en even zoo is het omgekeerde het geval2 de koorts kan mijnen geest verduisteren1 kan mij onzamenhangende woorden doen spreken1 ja1 een slag op mijn hoofd1 zonder aan het ligchamelijk leven noodwendig hinder toe te brengen1 kan mijn bewustzijn doen ophouden4--,maar beschouw daarentegen het onweder1 dat zich voor ons oog heeft ontlast4 ,wie zou dezen morgen bij het ontwaren der blinkende dauwdruppelen1 die zoo rustig parelden aan grashalmen en struiken1 wie zou er aan gedacht hebben1 dat daarin zulk eene vreesselijke kracht sluimerde1 eene kracht1 welke de stem des donders verwekt1 de duisternis der wolken verlicht1 de boomen vaneensplijt1 ja1 die alle zenuwen van uw binnenste hevig schokt6--,toch is het niet anders dan de door warmte opgeloste1 als waterdamp opgestegene1 vervolgens snel bekoelde en verdikte1 in millioenen van nevelblaasjes herschapene1 wolkenvormende dauwdruppel1 waaruit nu door wrijving en spanning de electriciteit te voorschijn treedt4--,en wanneer nu morgen vroeg wederom de dauwdruppel1 even stil glinsterend als heden morgen1 gelijk een paarl aan grashalmen en struiken hangt1 durft gij dan gelooven1 dat de kracht1 welke hij thans onder de teekenen van bliksem en donder voor uwe blikken heeft ontwikkeld1 er aan is ontweken1 niet meer voorhanden is1 of dat zij er heden morgen vroeg niet in bestaan heeft8--,zeer zeker zult gij dat niet gelooven4 ,zoodanig is het ook gelegen met 's menschen geest4--,de dauwdruppel is gelijk aan het nog ongeboren of het pas geboren kind2 in zijn binnenste1 hoewel nog stil en sluimerend1 ligt de kracht verborgen1--gelijk de waterdamp rijst hij1 zich ontwikkelend1 opwaarts2 in het onwer lichtend staat hij daar1 de volwassen mensch1 wiens geest de gansche wereld omvat en--in de regenstroomen1 de stortbeken1 daalt hij neder naar de oneindige zee1 die hem het eerst zijne wording schonk3--de grijsaard buigt het verzwakte hoofd neder in den schoot des ,eeuwigen4 ,terwijl het onweder steeds lager afdaalde langs de berghellingen en wederom hier en daar blaauwe plekken boven onze hoofden zigtbaar werden tusschen de wolken1 die zich meer en meer verdeelden1 begon onze kleine karavaan zich te herstellen van de uitgestane angst en haalden de ,javanen weder vrijer adem4 ,eindelijk zagen wij den bliksem ver beneden ons uit de wolken te voorschijn komen en de donder1 die zich van daar voortplantte1 maakte op ons1 die op den bergtop stonden1 juist zulk een indruk als kwam hij uit het binnenste van het gebergte voort4 ,waarschijnlijk stortregende het nu te ,gnoerag1 dat wij nog niet hadden kunnen zien2 maar reeds ten #b ure bescheen de vriendelijke zon weder den bergtop1 zoo mede de oppervlakte der wolken die1 zich meer en meer ontlastende1 ver beneden ons waren gedaald4 ,wij1 benevens onze begeleiders1 nuttigden nu het door ons medegebragte ontbijt en besloten nog een uurtje op den bergtop te vertoeven en te wachten1 totdat de ,bandjer's1 d4 i41 het zaamgevloeide water1 dat nu alle kleine beken in bruisende stroomen herschapen had1 hunne woede zouden hebben uitgeput4 ,de ,javanen wisten ons omtrent het grafgesticht niet veel meer te verhalen1 dan dat aldaar iemand uit den zeer ouden 7voormaligen7 tijd begraven lag4 ,mohammedanen zijnde1 gelooven zij1 even als de ,joden en ,christenen1 aan de wederopstandig des vleesches en hebben een grooten eerbied voor de graven der afgestorvenen4 ,het ter aarde bestellen op bergtoppen schijnt in de ,soendalanden bij vorsten en voorname personen reeds eene gewoonte te zijn geweest voor den tijd van de ,hindoerijken op ,java1--de ,brahma- en ,boedhagodsdienst1--derhalve reeds tijdens het bestaan van het oorspronkelijke polytheismus der ,soendanezen1 en eerst sedert de invoering van den koran in onbruik te zijn geraakt4 ,op zeer vele1 voornamelijk gesoleerde bergtoppen vindt men dergelijke oude1 met steenen omringde graven4 ,,nacht4 ,dewijl het zich laat aanzien1 dat wij het waarschijnlijk voor lief zullen moeten nemen om nog eenige dagen te ,gnoerag te vertoeven1 komt het mij voor1 dat wij onzen tijd1 vooral gedurende de lange avonden1 op eene nuttige wijze zouden kunnen besteden door te beproeven om de ,javanen in de zedeleer en de godsdienst te onderwijzen4 ,zoo gaarne zou ik hen bekend maken met den inhoud van het ,christelijk evangelie2 ik kan niet ontveinzen1 mijn broeder1 dat gij menigen twijfel bij mij hebt opgewekt1 maar de zedelijke waarheden1 welke de ,christelijke leer bevat1 hebt gij niet kunnen loochenen1 ja1 er zelfs bijgevoegd1 dat dit denkbeeld nimmer bij u was opgekomen4--,het staat u echter niet vrij het geloof van anderen aan het wankelen te brengen en twijfel in hen gaande te maken1 indien gij niet in staat zijt iets beters aan te bieden1 in de plaats van hetgeen gij aan hen ontneemt of ontnemen wilt4 ,die de stormklok luidt en de menschen uit den slaap doet opspringen1 moet hun de rust wer hergeven4 ,,dag4 ,laat ons de proef er van nemen4 ,geef heden avond aan de bewoners van dit dorpje1 die wij in eene der ruimste hutten bijeen zullen doen komen1 onderrigt in uw evangelie2 morgen avond zal ik hun het mijne verkondigen4 ,gij kunt alsdan onder mijne toehoorders plaats nemen en wij zullen dan later zien welke der beide leerstellingen den voordeeligsten indruk op de ,javanen heeft gemaakt1 en of mijn evangelie in staat is geweest u tot overtuiging te brengen4 ,,nacht4 ,met genoegen neem ik dit voorstel aan en ben bereid heden avond de zaak te beginnen4 ,ik zal hun de ,christelijke geloofsbelijdenis juist zoodanig voordragen1 en wel woordelijk1 al is het dan ook verkort of1 beter gezegd1 ik zal hen met het wezenlijke er van1 bij wijze van uittreksel1 op die wijze bekend maken gelijk zij aan de jeugd in ons vaderland overal wordt geleerd4 ,ik zal daarbij een der meest gebruikelijke leerboeken tot leiddraad nemen en dit getrouw volgen1 en zulks te eerder1 dewijl het mij waarschijnlijk voorkomt1 dat toekomstige zendelingen denzelfden of een dergelijken weg zullen inslaan4 ,ik ben zeer verlangend om den indruk na te gaan1 welken deze leer op de ,javanen zal maken4 ,het spreekt van zelf1 dat deze leer voor u1 indien gij onder mijne toehoorders plaats mogt nemen1 niets nieuws zal behelzen4 ,,dag4 ,in mijn evangelie zult gij evenmin iets nieuws aantreffen2 gij zult daarin slechts al de hoofdstellingen terugvinden omtrent godsdienst en zedeleer1 die reeds door ,jezus1 ja1 grootendeels door anderen als ,mozes1 ,boedha en ,confucius1 langen tijd voor hem zijn geleerd en gepredikt geworden4--,het ligt niet in mijne bedoeling1 de verdienste te willen verkleinen dezer voortreffelijke mannen1 in wier gemoed het godsdienstig gevoel zoo luide en zuiver zich deed hooren4 ,ik geloof in tegendeel1 dat hunne verdienste des te grooter is1 naar gelang het tijdperk1 waarin zij hebben geleefd1 verder van ons verwijderd is en de trap van wetenschappelijke beschaving en kennis1 waarop de maatschappij destijds stond1 lager moet worden gesteld4 ,ik streef naar de bereiking van een dubbel doelwit3 ten eersten om de geloofsleer te zuiveren1 haar te ontdoen van al 't geen bepaaldelijk dwaling en bijgeloof moet worden geacht en ten anderen datgene1 't welk van de godsdienst en zedeleer overig blijft1 nadat zij gezuiverd zullen zijn van de besmetting van bijgeloof en dwaling1 uit de verschijnselen in de natuur en hare wetten1 met inbegrip van den mensch en zijne geschiedenis1 op te helderen1 en er door te staven1 ten einde op die wijze het verderfelijke geloof aan eene regtstreeksche goddelijke ingeving of openbaring voor goed uit te roeijen en den mensch te nopen zich aan de echte en onuitputtelijke bron van kennis1 de natuur1 te laven4 ,ik herhaal u nogmaals--en ik verzoek uitdrukkelijk1 dat zulks niet worde over het hoofd gezien1 ten einde de beschuldiging van ongepaste aanmatiging of onbillijkheid door u op mij niet worde geworpen1--ik geloof1 dat een groot gedeelte der leer1 welke mijn evangelie bevat nopens de hoedanigheden van ,god en de zedelijke wetten der menschen1 reeds door ,jezus1 ja1 langen tijd vr hem door de vroeger genoemde leeraars in ,egypte1 ,indi en ,china met dezelfde of meer of min verschillende bewoordingen is gepredikt geworden4 ,,nacht4 ,maar indien gij dit erkent en te gelijk aanmerkt1 dat de kennis der natuur en van hare wetten ten tijde van ,jezus nog geheel en al in het duister lag1 ja1 dat het onderzoek der natuur1 waaruit gij de bewijzen voor de waarheid uwer leerstellingen1 naar uw beweren1 wenscht af te leiden1 toenmaals nog niet was aangevangen1--waaruit kan ,jezus1 waaruit kunnen zijne voorgangers ,boedha1 ,mozes1 de kennis dezer waarheden toch geput hebben1 dan uit eene regtstreeksche goddelijke ingeving8--,gij erkent hierdoor immers met der daad de goddelijke openbaring1 die gij wilt wederleggen6 ,,dag4 ,neen1 mijn geliefde broeder4--,de ziel des menschen is zoo van nabij verwant met den geest1 die het geschapene heeft daargesteld en onderhoudt2 door middel zijner vijf zinnen staat de gezonde mensch in zulk eene innige betrekking tot de schakels van de oneindige keten der natuur1 waarvan hij slechts eene kleine schakel is1--dat de verschijnselen1 die hij rondom zich waarneemt1 voor twee of drie duizend jaren onfeilbaar denzelfden indruk op hem moesten maken als thans het geval is4 ,destijds bespeurde hij de regelmatigheid1 de harmonie in de verschijnselen1 de doelmatigheid in alle inrigtingen der natuur even goed als thans1--hij zag hoe elk diertje zich verheugde in het genot zijns levens2--hij gevoelde zich tevens overtuigd van zijne eigene vergankelijkheid en onmagt2 daardoor kwam hij tot de gevolgtrekking1 dat er een hooger wezen moest bestaan1 als de grondoorzaak aller dingen1 wiens hoedanigheden hij afleidde uit de schepping1 die noodzakelijker wijze indruk op hem moest maken1 al kon hij de verschijnselen1 door hem waargenomen1 niet zoodanig verklaren als wij1 die de wetten hebben nagespeurd4 ,ja1 de beschouwing onzer eigene1 redelijke ziel leidt reeds tot het denkbeeld van het bestaan eens redelijken scheppers3 ik ben1 ,god is er1 en dit moest vr duizenden van jaren evenzeer het geval zijn als thans4--,deze bevattelijkheid is voor den met rede begaafden mensch een even eigendommelijk en onvervreemdbaar erfdeel als het instinct der bijen om cellen te bouwen of de kunstdrift der spin om een regelmatig weefsel te vlechten6--,en lag niet reeds een groot gedeelte der wereldgeschiedenis1 dat zich over vele duizende jaren uitstrekte1 lag dat niet reeds achter ,jezus8 ,was het godsdienstig bewustzijn in den ,semitischen volkstam1 waartoe ,jezus behoorde1 niet van oudsher en bij uitnemendheid1 meer dan bij andere volken levendig geweest1 en ontving hij van zijne voorvaderen niet een schat van wijsheid en kennis ,gods ten erfdeel1 welke1 als kiem in den rijk begaafden knaap gelegd1 tot een eigendommelijken bloei geraakte8--,uit welke bron hebben dan de oude ,hindoes1 ,egyptirs1 ,chinezen1 ,perzen hunne zedeleer geput1--wie heeft haar aan de ,amerikaansche wilden verkondigd1 die toch1 in denzelfden stam1 jegens elkander menschlievend1 getrouw zijn en vele andere deugden beoefenen8--,waant gij1 dat ,god ook aan hen een ,messias gezonden1 hun eene openbaring heeft geschonken8 ,,nacht4 ,toegestaan voor den oogenblik1 dat de ,amerikaansche wilden in denzelfden bevrienden stam zich menschlievend jegens elkander gedroegen1 zoo waren zij echter des te gruwzamer jegens andere stammen en tegen de blanken1 die zij scalpeerden4 ,men behoort menschlievend te zijn jegens alle menschen1 zelfs jegens zijne vijanden4--,hoe is het dan toch mogelijk1 dat er1 naar uw beweren1 menschlievendheid wordt gevonden bij de ,amerikaansche wilden86 ,,dag4 ,ik kan en durf beweren1 dat zulks het geval is1 mijn broeder2 uit de geschiedenis kan ik u bewijzen1 dat zij menschlievendheid bezaten1 deugden beoefenden1 waarvan bij de ,jezuten en andere blanken1 die hen tot het ,christendom wilden bekeeren1 geen spoor te vinden was4 ,maar zij beschouwden de vreemde stammen en blanken als vijanden en scalpeerden hen4 ,of waren die blanken niet hunne vijanden8 ,wat deden zij dan8 ,overal waar zij kwamen1 bragten zij hunne ,christelijke liefde met zich1 om--de roodhuiden1 ware het mogelijk1 van den aardbodem te verdelgen4 ,en indien gij nu hier tegen aanvoert1 dat de ,amerikaansche wilden ook onderling1 stam tegen stam1 gruwzame oorlogen voerden1 dan vraag ik u1 hoedanig handelen in onze #ai;de eeuw1 ja1 te dezer stonde de ,christenstammen1 de groote mogendheden van ,europa1 hoe handelen die onderling8--,zij prediken op hunne schepen3 hebt uwe naasten lief gelijk u zelven1 zijt vergevensgezind jegens uwe vijanden1 zegent ze die u vervloeken1 doet wel degenen die u haten1--en hoe volgen zij deze leer op8--,zij bombarderen van diezelfde schepen de kuststeden van hunnen christenbroeder1 steken zijne magazijnen in brand1 boren zijne schepen in den grond1 en vernietigen alles dat zij vernietigen kunnen4 ,,nacht4 ,laat ons daarover niet verder uitweiden1 - - - gij zult mij bij eene volgende gelegenheid wel eens ophelderen1 waarom het geloof aan goddelijke openbaring door u verderfelijk wordt genoemd1 - - zie daar ginds6--een regenboog1 hoe prachtig6 en wend uwe blikken naar beneden in het dal1 dat door de zon wordt beschenen2 hoe vriendelijk lacht het ons weder toe6 ,het onweder had zich nu ook in het dal geheel en al ontlast en voor ons geene zigtbare sporen nagelaten dan gindschen ontschorsten boom en het opgewoelde plekje aarde in de nabijheid van het graf4 ,slechts het dof geruisch der gezwollene bergstroomen getuigde nog van de omkeering1 welke in het luchtruim had plaats gegrepen4 ,de wolken echter waren uiteengestuwd en slechts hier en daar hing nog eene enkele aan de met woudgeboomte bedekte hellingen van het gebergte4 ,onze blikken gleden langs deze sombere wouden benedenwaarts en rustten op de velden en beemden1 bedekt met ,alang alanggras1 die als een helderkleurig tapijt zich beneden de wouden uitstrekten1 terwijl nog lager1 te midden des dalbodems1 op enkele plaatsen de ,tji-,nagnak zigtbaar was1 die als een zilveren band zich door de vallei kronkelde4 ,gelijk de stralen der zon ons hier op nieuw beschenen1 zoo lachte zijn vriendelijk schijnsel ons ook uit dit dal weder te gemoet1 alwaar wij ons klein dorpje op den voorsprong des bergs ontwaarden2 duidelijk viel het ons echter niet in het oog1 want de bruinkleurige hutten kwamen slechts op enkele plaatsen en nog ter naauwernood uit het bosch van vruchtboomen te voorschijn4 ,de natuur was op nieuw verkwikt1 de lucht bekoeld en hare opstijgende1 dampenopvoerende stroomen hadden opgehouden2 de ongelijkmatigheid in de uitzetting des dampkrings boven de verschillende gedeelten des lands was weggenomen1 de rust hersteld en geen togtje liet zich meer bespeuren4--,insektenkoren begonnen in het woud te snorren1 te gonzen1 te fluiten en te zingen2 de ,manoek kaso verhief weder zijne stem en het kontrast tusschen het vorige en het tegenwoordige tooneel schonk aan het groene en bloeijende landschap en aan den zonneschijn1 die het zoo liefelijk bescheen1 eene dubbele bekoorlijkheid4--,zoo wordt ook in het menschelijk leven elk genot verhoogd door de ontbering2 zonder ongeluk1 zonder ellende1 zou geen geluk worden gesmaakt2--zonder leelijkheid zou de schoonheid niet erkend1--zonder de zekerheid des doods het leven niet gewaardeerd worden4 ,de wederwaardigheden des levens moeten ons nimmer den moed doen verliezen1 maar wij behooren te gelooven1 dat ongeluk1 ziekte1 ellende1 armoede en ontbering door den wijzen ,schepper der natuur worden toegelaten1 dewijl zij nuttig zijn voor het geheel en moeten uit het onwer leeren1 dat ook de ongelukken1 die het leven van enkelen teisteren1 zoo mede de stormen in de geschiedenis der menschheid tot het wijze plan behooren1 waarnaar het geheel door ,hem wordt geregeld1 dat zonneschijn en bloesems veel schooner dan vroeger daarop zullen volgen1 en dat dit alles slechts verschijnselen zijn eener groote1 steeds voorwaarts strevende wet der ontwikkeling4 ,ten #c ure begonnen wij den terugtogt2--wel bleek het gaan over den humusrijken woudbodem1 die door den regen was opgelost1 zeer bezwaarlijk te zijn1 doch wij bereikten echter behouden het dorpje ,gnoerag1 van waar ons de toonen der ,gamelan te gemoet klonken en ons een voortreffelijke maaltijd was bereid4 ,wij verhaalden de ,javanen1 dat wij een hert hadden geschoten1 hetwelk wij niet in de gelegenheid waren geweest mede te brengen1 en oogenblikkelijk was een half dozijn mannen--veel meer dan noodig was--op de been om het te gaan halen4 ,dat deden zij gaarne4 ,nu gaven wij aan de dorpsbewoners te kennen1 dat wij hen een en ander omtrent onze godsdienst en zedeleer wenschten mede te deelen1 en daar zij bereidwillig verklaarden ons gaarne te zullen hooren1 zeiden wij hun1 dat wij beide tot eene verschillende geloofsbelijdenis behoorden1 omtrent welk onderwerp wij nog niet tot eenstemmigheid hadden kunnen geraken4 ,indien zij nu genegen mogten zijn1 ons gedurende een of twee uren de noodige aandacht te verleenen1 dan zou mijn broeder ,nacht hun heden avond zijne leer ontvouwen1 terwijl ik hun morgen avond mijne geloofsleer zou verklaren4 ,toen zij hiermede volgaarne instemden1 rieden wij hen aan over hetgeen zij zouden hooren1 later na te denken en dit te bepeinzen4 ,wij gaven hun de verzekering1 dat wij zulks deden met de goede bedoeling om hun nuttig te zijn1 dat het hun echter volkomen zou vrijstaan in hun tegenwoordig geloof te blijven1 in geval geen van ons beide in staat zou zijn hen van iets beters te overtuigen4--,nadat dit alles voor goed was bepaald1 werd de grootste hut in het dorp gekozen tot de plaats van zamenkomst2 al het huisraad werd bijeen op den achtergrond gelegd en hiervoor een gordijn gespannen1 ten einde zulks aan het oog te onttrekken4--,het was zes ure4 ,de zon was ondergegaan en de gezamenlijke bewoners van het dorp1 zoo mannen1 vrouwen als kinderen1 waren in de hut bijeen1 alwaar ,nacht de volgende voordragt hield4--,de ,javanen hadden zich1 met de beenen kruisselings over elkander1 op den grond nedergezet en ,nacht zat op een stoel in de nabijheid van den wand1 waaraan twee brandende lampen waren bevestigd4 ,voor zich op eene bank had hij den bijbel1 benevens een vraagboekje tot onderwijzing in de ,christelijke leer nedergelegd1 en hier tusschen beide stond het zinnebeeld van het ,christelijk geloof1 een houten kruisbeeld4 ,i4 ,,het ,,evangelie ,,van ,,nacht4 ,,getrokken ,,uit ,,het ,,vraagboekje ,,tot ,,onderwijzing ,,in ,,de ,,christelijke ,,leer4 7,te ,amsterdam1 bij ,mortier ,covens en ,zoon47 ,alles wat wij weten en geleerd hebben1 weten wij uit den ,bijbel2 p4 #ib4 #h ,in den ,bijbel kunnen geene dolingen voorkomen2 want ook het oude testament werd door ,jezus als ,goddelijke schrift bekrachtigd4 ,de ,bijbel is eene verzameling van ,goddelijke1--door ,god ingegevene--boeken1 waarin ,god zelf tot ons spreekt2 p4 #ic en #ie4 ,wij moeten den ,bijbel als een uitmuntend geschenk der ,goddelijke liefde dankbaar erkennen en deszelfs leer als den eenigen regel van ons geloof en wandel aannemen2 p4 #ie4 ,al hetgeen ik u nu leeren zal1 is uit dezen ,bijbel getrokken1 die voor ongeveer #ahjj jaren te boek is gesteld en onveranderd is gebleven1 zoo als hij hier voor mij op de bank ligt4 ,god heeft al1 wat is1 geschapen4 ,god is groot1 wijs en goed2 ik moet hem eeren en liefhebben2 p4 #a4 ,god schiep twee eerste menschen1 een man ,adam en eene vrouw ,eva1 naar zijn beeld2 zij waren wijs1 heilig1 onsterfelijk en gelukkig2 p4 #b4 ,maar zij werden ongehoorzaam aan het gebod van ,god2 zij aten van de vrucht van den verboden boom en nu werden zij veranderd in dwaze1 verdorvene en ellendige menschen1 die aan den dood onderworpen waren4--,god gaf hun echter eene vertroostende belofte2 p4 #b en #c4 ,vervolgens vermaande hij de menschen2 maar zij luisterden niet naar hem1 neen6 de boosheid nam meer en meer toe1 zoo dat aan ,god geen ander middel overbleef1 dan het geheele menschdom1 behalve ,noach en zijn huisgezin1 te verdelgen en door den zondvloed te verzuipen2 p4 #d4 ,maar helaas6 ook dit hielp niet1 want de menschen werden1 na den zondvloed1 niet wijzer1 noch vromer dan de vorige waren2 zij zondigden noch erger en gaven zich over aan ,afgoderij2 p4 #e4 ,god verliet hen echter niet en gaf hun van den berg ,sina de tien geboden3 gij zult ,god alleen aanbidden en geene vreemde ,goden nevens hem hebben1 gij zult zijnen naam niet ijdelijk aanroepen1 den ,sabbatdag heiligen1 uwen vader en moeder eeren1 niet doodslaan1 geen overspel doen1 niet stelen1 geene valsche getuigenis afleggen1 uwes naasten huisvrouw1 noch zijn overig eigendom begeeren2 p4 #aj4 ,maar ook dit hielp niet veel2 de menschen gingen gedurig voort zwaar tegen ,god te zondigen4 ,maar ,god troostte hen en herhaalde zijne belofte2 om hen eenen toekomstigen ,verlosser te zenden4 ,later openbaarde ,god aan ,david1 dat de ,verlosser uit zijn nageslacht zou voortkomen1 wiens koningrijk tot de eeuwigheid zou zijn2 p4 #ac en #af4 ,intusschen maakten zich de menschen aan ,beeldendienst1 ,afgoderij en allerlei gruwelen schuldig4 ,god liet hen telkens door buitengewone leeraars1 ,profeten1 waarschuwen en strafpredikatien doen1 maar ook dit had weinig nut2 p4 #ag en #ah4 ,toen verscheen eindelijk de beloofde ,verlosser en werd te ,bethlehem1 door de kracht des ,heiligen ,geestes1 uit de onbevlekte maagd ,maria geboren4 ,op bevel van een engel werd hij ,jezus1 d4 i4 ,zaligmaker genoemd4 ,toen hij door ,johannes den ,dooper gedoopt werd1 daalde de ,heilige ,geest zigtbaar op hem neder en eene stem uit den hemel riep3 deze is mijn ,zoon1 mijn geliefde1 in wien ik mijn welbehagen heb4--,wat kunnen wij nu krachtiger bewijzen verlangen1 dat ,jezus1 te ,bethlehem geboren1 waarlijk de lang beloofde ,verlosser1 de ,christus is68 p4 #bf tot #bi4 ,hij had #ab discipelen1 die naderhand als zijne ,apostelen zijne leer alom verkondigden4 ,de ,farizen en ,schriftgeleerden waren zijne vijanden1 maar hij was door ,gods geest onderwezen en sprak gelijk zijn ,vader 7,god7 hem had geleerd4 ,de ,goddelijkheid van zijne leer bleek vooral uit de wonderwerken1 waarmede hij ze bevestigde2 p4 #ca tot #cd4 ,door den haat der ,farizen en ,schriftgeleerden werd hij valschelijk beschuldigd1 eindelijk ter dood veroordeeld en gekruisigd4 ,na zes uren lijden1 gaf hij den geest en werd door twee vrienden deftig en eerlijk begraven4 ,dewijl hij heilig en onschuldig was1 leed en stierf hij tot vergeving der zonden2 p4 #cf tot #dj4 ,maar op den derden dag is hij uit de dooden opgestaan1 gelijk hij te voren gezegd had1 en velen hebben hem gezien4--,dat was ten hoogste noodig1 want daardoor moest blijken dat hij waarlijk de ,christus was1 die door lijden in heerlijkheid moest ingaan4 ,indien ,jezus in den dood gebleven was1 had hij ons niet kunnen zalig maken2 p4 #dj tot #db4 ,veertig dagen na zijne opstanding is hij1 voor de oogen zijner discipelen1 van de aarde ten hemel gevaren4 ,daar is hij nu gezeten aan ,gods regterhand1 van waar hij eens weder komen zal1 om al de zijnen volkomen zalig te maken4--,en zijne discipelen werden1 onder de heerlijkste teekenen uit den hemel1 allen vervuld met den ,heiligen geest en verkondigden nu aan alle volken zijne leer2 p4 #db tot #de4--;,deze leer luidt als volgt4 ,god is de ,vader4 ,jezus ,christus is ,gods eenig geboren ,zoon4 ,de ,heilige geest is de geest der waarheid1 die van den ,vader uitgaat4 ,deze drie ,goden1 ,vader1 ,zoon en ,heilige geest1 zijn de eenige waarachtige ,god en wij moeten hun eene gelijke goddelijke waardigheid toekennen4--,want deze drie zijn een4--,dit begrijpen wij1 wel is waar1 niet1 maar wij moeten ons verheugen1 dat wij ,god dus uit zijn woord tot zaligheid hebben leeren kennen2 p4 #ec en #ed4 ,god is het eenige volmaakte en allerhoogste wezen1 een overal tegenwoordige1 alwetende1 onveranderlijke en getrouwe1 onafhankelijke en almagtige1 goedertierende1 barmhartige1 lankmoedige1 heilige1 regtvaardige en eeuwige ,geest4--,hij onderhoudt en bestuurt alles1 ook alle onze daden1 door zijne voorzienigheid2 p4 #ed tot #eg4 ,behalve de ,goddelijke ,drieenheid bestaan nog andere wezens1 volkomener dan wij1 namelijk goede en booze engelen4 ,de goede engelen zijn voortreffelijke hemelgeesten1 ten dienste der geloovigen4 ,maar de kwade engelen verleiden gaarne de menschen2 p4 #fa4 ,wij zijn sedert de ongehoorzaamheid van den eersten mensch ,adam ellendige zondaren en worden uit onze ouders verdorven geboren4 ,door de zonde is de dood in de wereld gekomen en zoo zijn aan den dood alle menschen onderworpen geworden4 ,wij zijn van nature ten kwade geneigd en uit het binnenste van ons hart komen voort kwade gedachten4--,de zonde is snoode ondankbaarheid tegen ,god en zal zwaar gestraft worden in een onuitblusschelijk vuur1 dat geen einde heeft4--,door de zonde worden wij dus allerellendigst en zouden zonder ,gods genade onherstelbaar verloren geweest zijn2 p4 #fa tot #fc4--,want ,god was boos op ons en toornig4 ,maar ,gods toorn bedaarde4 ,want hij is goed en barmhartig en zond ons in zijne goedertierenheid een ,zaligmaker1 een vlekkeloozen heiligen ,verlosser2 hij zond ons zijn eenigen ,zoon6--,deze heeft door zijn gehoorzaam lijden en sterven de straf onzer zonden gedragen1 en door dit lijden en sterven is ,god nu met ons zondaren verzoend en schenkt ons genade1 vergeving der zonden4 ,gods zoon heeft zich voor ons ten offer gebragt aan den ,vader2 p4 #fd tot #ff4 ,gods zoon is nu weder in den ,hemel1 waar hij voor onze belangen bij den ,vader zorgt4 ,hij is onze getrouwe voorspraak bij den ,vader4 ,hij brengt ons in den hemel1 en hij is de eenige ,zaligmaker1 zonder wien wij niet behouden kunnen worden2 p4 #ff en #fh4 ,maar die zaligheid zal eerst dan volkomen zijn1 wanneer ,jezus komen zal1 om de dooden op te wekken en het laatste oordeel te houden4--,de ure komt1 in welke allen1 die in de graven liggen1 zijne stem zullen hooren en zullen uitgaan1 die het goede gedaan hebben tot de ,opstanding des levens1--zij zullen zalig gesproken worden en eeuwig bij ,christus en al de ,heiligen leven1 en die het kwade gedaan hebben1 zij zullen uitgaan tot de ,opstanding der verdoemenis6 p4 #fg4 ,om zalig te worden moeten wij in ,jezus gelooven1 ons bekeeren2 wij moeten hartelijk en ootmoedig bekennen1 dat hij onze eenige1 algenoegzame en vrijwillige ,zaligmaker is1 op wien wij vertrouwen4 ,zonder dit geloof is geene zaligheid2 p4 #fi4 ,wij moeten ons op ,heiligmaking toeleggen en ,jezus boven alles1 zelfs boven ouders en kinderen1 liefhebben2 p4 #gc en #gd4 ,wij moeten alle menschen1 zelfs onze vijanden liefhebben4 ,wij moeten het kwaad en de beleediging ons aangedaan1 aan onzen naaste altijd gaarne vergeven2 p4 #gd en #ge4 ,wij moeten nederig zijn1 ons zelven verootmoedigen1 onze geringheid en onwaardigheid gevoelen1 ons zelven verloochenen en onzen naaste liefhebben gelijk ons zelven2 p4 #gf tot #gi4 ,wij moeten veel gebruik maken van het gebed2 p4 #hj4 ,wij moeten ,god dikwerf danken en met volharding bidden1 en wanneer wij in ,jezus naam bidden1 dan zal ,god onze gebeden verhooren2 p4 #hc4 ,de ,hervormde kerk heeft zich van de ,roomsche om derzelver dwalingen afgescheiden2 p4 #hj4 ,gij moet u laten doopen om christen te worden4--,in den ,doop leert en verzekert ,god ons de afwassching onzer zonden2 maar zij alleen worden zalig1 die de belofte ,gods1 in den doop aan hen gedaan1 geloovig aannemen2 maar die niet geloofd zal hebben1 zal verdoemd worden2 p4 #hh4--;,de ontvangen ,doop verpligt ons om christen te zijn1 zelfs indien wij nog jonge kinderen waren1 toen wij gedoopt werden4 ,gij moet dikwerf het avondmaal gebruiken4--,want het gebroken brood en de geplengde wijn beteekent en verzekert ons1 dat ,christus ligchaam gebroken en zijn bloed vergoten is tot vergeving der zonden1 p4 #ij4 ,elk der vermelde stellingen had ,nacht nader toegelicht door er langere of kortere verklaringen bij te voegen1 die ik echter1 even als de bijbelplaatsen1 welke hij voorlas1 onnoodig heb geacht hier mede te deelen4 ,hoe dienstig toch deze ophelderingen moesten beschouwd worden voor ,javasche toehoorders1 even overtollig zou eene herhaling er van hier in ,nederland zijn1 waar elk scholier met deze leer bekend is4 ,geen enkele maal hadden de ,javanen mijn broeder in zijne rede gestoord2 allen1 zelfs de kinderen1 hadden opmerkzaam toegeluisterd2 hunne op elkander gelegde handen rustten op hunnen schoot en velen verhieven ze van tijd tot tijd en bragten de vingertoppen eerbiedig aan het voorover gebogen voorhoofd 7dat wil zeggen1 zij maakten een ,sembah71 zoo menigwerf de naam ,toean ,allah 7,god7 werd genoemd4--,nadat ,nacht zijne rede had geindigd1 vroeg ik hem of hij mij wilde vergunnen nog eenige woorden er bij te voegen2 dit mij bereidwillig toegestaan zijnde1 sprak ik de ,javanen op de navolgende wijze toe3 ,geliefde ,javasche ,vrienden6 ,hetgeen mijn broeder ,nacht u zoo even heeft voorgedragen1 is de leer der ,christelijk ,hervormde kerk1 gelijk zij in ,negara-,wolanda 7,holland7 overal wordt geleerd en gepredikt4 ,zij steunt op den ,heidelbergschen ,catechismus1 die op zijne beurt den bijbel tot grondslag heeft2 ongeveer twee derde gedeelte der bewoners van ,holland belijden deze leer4 ,dewijl echter de bijbel door de onderscheidene geloofsmannen1 priesters1 op zeer verschillende wijze wordt uitgelegd1 is niet slechts de ,hervormde kerk in zeer vele sekten verdeeld1 maar er bestaat nog eene andere groote hoofdkerk1 welke de ,katholieke of ,roomsch-,katholieke kerk wordt geheeten en deze telt het overige derde gedeelte der bewoners van ,nederland tot hare belijders4--,naar de wijsselijk gestelde bepalingen onzer grondwet mag ieder gelooven1 hetgeen hij als zoodanig wil aannemen2 ditzelfde is ook aan u vergund4 ,wenscht gij misschien ,katholieke ,christenen te worden1 dan moet gij gelooven3 dat in het brood en den wijn bij het avondmaal het werkelijke vleesch en bloed van ,jezus wordt genuttigd1 die voor meer dan #ahjj jaren is gestorven1--dat de ,paus 7zoo noemen de ,katholieken hunnen opperpriester1 die te ,rome1 dat is ver van ,holland1 woont7 de stedehouder ,gods op aarde is1 wiens uitspraken onfeilbaar zijn en wien gij onvoorwaardelijk moet gehoorzamen1 ja1 die het regt heeft al uwe zonden te vergeven of te doen vergeven2--gij moet vlijtig ter biecht gaan2 vervolgens moet gij geloof hechten aan de wonderdadige kracht der relikin en de heiligen aanroepen1 welke bij ,god in den hemel uwe voorspraak zijn1--hoofdzakelijk echter moet gij1 behalve ,god den ,,vader en den ,zoon1 ook de heilige ,maria aanbidden2 want zij was de--,,moeder--van--,gods--,zoon4 ,ter naauwernood had ik deze woorden uitgesproken1 of boven het lage gordijn1 dat op den achtergrond der hut was uitgespannen1 verhief zich een man1 wiens hoofd met een witten tulband was omwonden4 ,wij waren beide1 zoowel ,nacht als ik1 zeer verwonderd in dit kleine gehucht zulk eene verschijning te zien1 maar loochenen konden wij het niet1--zijne kleederdragt toonde zulks duidelijk aan1--het was een ,mohammedaansche priester4 ,hij hield eene ,maleische overzetting van koranteksten in zijne linkerhand en met oogen gloeijende van een onheilspellend vuur en zijne regterhand dreigend opwaarts heffende1 zoo dikwerf een der alhier cursief gedrukte woorden zijn mond ontrolde1 riep hij met eene fanatiek luide1 half zingende1 half gillende stem3 ,gelooft aan ,god en aan zijne gezanten1 doch spreekt niet van eene drieheid4 ,er is slechts een1 eenige ,god4 7,koran1 #d;de soera47 ,maar hoe vele bewijzen er in den hemel en op de aarde ook mogen gevonden worden voor de eenheid ,gods1 gij zult die uit het oog verliezen en u steeds verder daarvan verwijderen4 ,de meesten1 die aan ,god gelooven1 aanbidden te gelijk afgoden4 7,koran1 #ab;de soera47 ,zij zeggen3 de ,albarmhartige teelde eenen zoon2 maar daarmede spreken zij godslastering1 en weinig verschilde het1 dat de hemel werd vaneengereten en de aarde zich opende1 en de bergen instortten1 dewijl zij het durfden wagen den ,albarmhartige kinderen toe te schrijven1 dien het niet voegzaam is kinderen te verwekken4 ,niemand in den hemel en op de aarde mag den ,albarmhartige naderen1 dan slechts om zijn dienaar te willen zijn4 7,koran1 #ai;de soera47 ,na deze onverwachte slotrede verlieten wij zwijgend de hut2 stil1 bijna beangst slopen de ,javanen weg4 ,nacht verkeerde blijkbaar in eene onaangename stemming en was met zich zelven in tweestrijd4 ,ik was nog minder bevredigd dan hij1 ja1 ik was treurig gestemd en gevoelde geene neiging om te slapen4 ,nacht trad onze hut binnen4 ,ik begaf mij naar den rand der kloof1 waar ik mij in den maneschijn nederzette4 ,ik trachtte harmonie en rust voor mijne ziel te putten uit de beschouwing der natuur1 der levende schepping van den goeden ,god en--vond die4 ,terwijl1 op mijn verzoek1 de ,gamelan de toonen van zachte melodin in de verte deed hooren1 die plegtig en droefgeestig schoon door het eenzame dal werklonken1--terwijl elk geruisch in de diepste nachtelijke stilte verzonken lag1 viel ook ik eindelijk in slaap4 ,mijne bedienden wekten mij niet1 maar legerden zich1 om mij voor gevaren te hoeden1 rondom mij en--zij sliepen nog1 toen ik den volgenden morgen op dezelfde plaats ontwaakte4 ,gedurende den loop des daags hadden wij ons met kruidkundige en geologische onderzoekingen onledig gehouden en waren nu weder bijeenvergaderd in dezelfde hut1 alwaar ,nacht gisteren avond zijn evangelie gepredikt had4 ,het was reeds #f ure en nog was onze bode niet teruggekeerd4 ,gisteren was ik een toehoorder van ,nacht geweest1 nu zag ik hem in de rij mijner toehoorders en bemerkte insgelijks den ,mohammedaanschen priester1 die zijn incognito nu had afgelegd1 onder de overige ,javanen4--,ik deelde hierop den ,javanen1 deels bij wijze van korte uittreksels1 deels met uitvoerige verklaringen1 het navolgende mede4 ,voor mij op eene bank had ik eene aard- en hemelglobe1 een sextant en kunstmatigen horizon1 een verrekijker1 een chronometer1 een barometer1 een thermometer1 een psychrometer1 een kompas1 een kunstmagneet1 een microscoop1 een arometer van ,nicholson1 een driezijdig prisma1 eene draagbare camera obscura1 een daguerrotypetoestel1 een kastje met scheikundige reagentia en andere dergelijke werktuigen der toegepaste wetenschap1 als zinnebeelden van mijn geloof1 ten toon gesteld4 ,,ii4 ,,het ,,evangelie ,,van ,,dag4 ,,korte ,,ontwikkeling ,,der ,,natuurlijke ,,godsdienst ,,en ,,zedeleer4 ,,of ,,geloofsbelijdenis van den ,regtzinnig ,geloovigen ,mensch4 ,in #be ,,hoofdstellingen4 ,,algemeene ,,grondstellingen4 ,wat ieder mensch moet gelooven1 behoort ook voor ieder mensch begrijpelijk te zijn4 ,van elke leerstelling moet1 door mondelinge voordragt of in geschrifte nader ontwikkeld1 het bewijs harer waarheid uit de natuur en de geschiedenis geleverd en zij door voorbeelden aanschouwelijk gemaakt worden4 ,im ,anfang war das ,wort4 ,ich kann das ,wort so hoch unmglich schtzen1 ,ich muss es anders bersetzen4 ,im ,anfang war die ,that4 7,gthe47 #a4 ,de levende mensch is aan de aarde verbonden door de zwaartekracht4 ,door de longen1 waarmede hij adem haalt1 is zijn aanzijn verbonden aan de atmospherische lucht4 ,zijn spijsverteeringstoestel maakt hem afhankelijk van de gansche overige natuur4 ,hij bestaat en leeft slechts door omzetting van reeds aanwezige organische stoffen in het planten- en dierenrijk1 die onophoudelijk in zijn ligchaam opgenomen en er weder uit verwijderd worden4--,van zijn aanwezen verkrijgt hij het bewustzijn door middel van zijne vijf zintuigen1 door het vermogen1 't welk hij bezit1 om te zien1 te hooren1 te ruiken1 te smaken en te gevoelen4 ,door middel van deze vijf zinnen staat zijn innerlijk geestelijk wezen in verband met de hem omringende schepping4 ,berooft den mensch van het zintuig des gezigts1 en voor hem heeft het licht opgehouden te zijn1 ontneem hem het gehoor en het geluid bestaat voor hem niet meer4 ,de mensch is slechts een gedeelte van een groot geheel1 de schakel van eene oneindige keten van oorzaken en werkingen en als een alleen staand wezen niet denkbaar4 #b4 ,onze vijf zinnen staan in verhouding tot ons binnenste als vijf draden1 die in eenen draad uitloopen1 aan eenen inwendigen knoop zijn vastgehecht4 ,naar dezen knoop wordt de indruk1 dien wij door de zintuigen van de buitenwereld ontvangen1 als in een brandpunt van vereenigde lichtstralen geleid en komt aldaar tot voorstelling1 tot begrip4 ,indien de voorstellingen lang aanhouden of dikwerf worden herhaald1 dan laten zij een blijvend beeld na3 wij hebben geheugen4 ,verscheidene of vele begrippen leveren de stof tot de gedachten3 wij hebben denkvermogen4 ,onze gedachten deelen wij aan andere menschen mede door middel van gearticuleerde geluiden1 klanken3 wij hebben spraakvermogen en ten dienste van de klanken hebben wij teekenen uitgevonden1 om die in geschrifte tot volgende tijden over te brengen4--,op gelijke wijze als de verschijnselen in de buitenwereld komt datgene1 hetwelk andere menschen zich voorstellen en denken of 7welligt reeds vr duizende jaren7 zich hebben voorgesteld en gedacht1 op nieuw tot onze voorstelling1 namelijk1 door middel van ons gehoor en gezigt1 indien het in geschrifte tot op ons is overgekomen of door overlevering is bewaard gebleven4 ,wij hebben voorstellingskracht1 begripsvermogen4 ,wij kunnen denken4 #c4 ,al hetgeen wij weten1 hebben wij aan deze vijf zinnen te danken4 ,alle kennis1 die wij bezitten1 is een gevolg der indrukken1 welke de voorwerpen en verschijnselen in de buitenwereld door middel onzer vijf zintuigen op ons hebben voortgebragt4 ,andere eigenschappen der ligchamen1 die zich niet door middel dezer vijf zinnen of door een of meer derzelven aan ons kenbaar maakten1 kunnen wij ons niet voorstellen en een zesde zin is voor ons geheel ondenkbaar4 ,al hetgeen wij denken en weten1 komt of is slechts door middel van onze vijf zinnen tot ons gekomen4 ,er bestaat geen andere weg langs welken voorstellingen1 denkbeelden in ons binnenste zouden kunnen geraken4 #d4 ,de zintuigen echter zijn lichamelijke organen1 die bij alle individun niet een gelijken graad van volkomene ontwikkeling bereiken4 ,buitendien kan aanhoudende oefening hunne verrigtingen bij eenige menschen in eene hooge mate scherpen1 terwijl daarentegen gebrek aan oefening of ziekte hunne werkzaamheid bij anderen zeer kan verzwakken of wijzigen4 ,wij zijn derhalve menigwerf aan vergissing of dwaling onderhevig en mogen niets van hetgeen menschen leeren of leerden1 onvoorwaardelijk als waarheid beschouwen1 indien wij het niet vooraf getoetst hebben en het1 na gedaan onderzoek1 niet is gebleken proefhoudend te zijn4 #e4 ,de mensch kan een of meer zintuigen ontberen1 zoo als dit b4 v4 bij de doofstommen het geval is1 zonder dat daardoor aan het innerlijk leven eenige hinder wordt toegebragt4 ,met het ophouden van de werkzaamheid van al de vijf zintuigen echter houdt tevens de mogelijkheid op te bestaan eener uiting van eene innerlijke voorstelling1 en een dergelijke toestand kan niet lang blijven voortduren1 zonder dat het ligchamelijk leven wordt uitgebluscht4 ,wanneer de mensch slaapt1 leeft zijn ligchaam1 wel is waar1 voort2 de longen1 het hart1 de lever1 de maag1 het darmkanaal en alle andere innerlijke werktuigen des ligchaams houden niet op hunne gewone verrigtingen voort te zetten1 maar de vijf zinnen zijn als het ware schijndood4 ,de slapende hoort en ziet niet1 ruikt niet1 smaakt en gevoelt niet2--de vijf draden zijn afgesneden1 de voortplanting der indrukken van buiten naar binnen en omgekeerd heeft opgehouden4 ,slechts onze vijf zinnen maken het ons mogelijk ons in betrekking te stellen met de buitenwereld en doen ons onze gewaarwordingen uitdrukken door gebaarmaking1 door spreken en handelen4 #f4 ,maar de slapende kan droomen1 in den droom denken1 ja1 zich op de levendigste en duidelijkste wijze voorstellen datgene1 of wel iets daarmede overeenkomende1 hetwelk hij vroeger in wakenden toestand heeft gedacht of zich voorgesteld4 ,hieruit volgt1 dat de leiddraden gewoonlijk1 wel is waar1 den indruk van buiten1 den prikkel overplanten1 waardoor de inwendige knoop der gedachten ontvlamt1 maar dat er echter in 's menschen binnenste iets aanwezig moet zijn1 hetwelk ontstoken kan worden en dat1 zelfs wanneer de voortplanting der indrukken van buiten tijdelijk geheel heeft opgehouden te bestaan1 denkbeelden zich in ons binnenste kunnen ontwikkelen4 ,het denkvermogen kan geene eigenschap zijn noch der vijf zintuigen1 noch van hunne gemeenschappelijke werking1 maar moet tot eene bijzondere1 zelfstandige kracht behooren1 die werkzaam wordt1 zoodra die prikkel zijnen invloed er op uitoefent4 #g4 ,wij hebben het vermogen1 in den innerlijken knoop dier vijf draden vele denkbeelden te gelijk op te vatten1 die onderling te verbinden1 te vergelijken4 ,wanneer wij den regelmatigen terugkeer van verschijnselen waarnemen1 leiden wij de wet1 waarnaar zulks plaats grijpt1 daaruit af2 wij nemen waar hoedanig het eene verschijnsel afhangt van het andere en leeren de werking van de oorzaak onderscheiden2 wij onderzoeken den bouw van ons eigen ligchaam en de krachten1 welke het leven er van voortbrengen2 wij streven er naar om al hetgeen wij waarnemen1 te begrijpen2--wij bepeinzen dit alles1--lossen de moeijelijkste vragen op1 berekenen en geven honderde jaren vooruit het tijdstip op1 waarop natuurverschijnselen zullen plaats hebben1 ja1 wij trachten het wezen te doorgronden van datzelfde innerlijke denkvermogen1 dat ons in staat stelt tot al de opgenoemde overwegingen2 wij hebben het duidelijke bewustzijn van deze kracht1 zoo als van ons gansche aanwezen2--en al zien wij ook1 dat deze kracht aan aardsch1 vergankelijk 7spoedig wederom tot zijne elementen terugkeerend7 stof1 de hersenen1 is verbonden1 wij bezitten niet te min deze met verstand begaafde1 van zich zelf bewuste kracht en noemen haar geest of ziel4 ,in den nog ongeboren mensch1 in de embryo1 in de foetus1 sluimert deze kracht1 die zich in het jong geboren kind eerst dan begint te uiten1 wanneer de ligchamelijke organen en zintuigen een hoogeren graad van ontwikkeling hebben bereikt door de levensaandrift1 welke zij aan de stof mededeelt4 ,maar niettegenstaande het vermogen om die kracht te uiten gedurende zeker tijdperk niet bestaat1 het aanwezen dier kracht van den oogenblik af dat aan de voorwaarden1 vereischt tot het doen ontstaan van een nieuw individu1 voldaan is1 mag evenmin worden betwijfeld als het geloochend kan worden1 dat de slapende1 die daar voor ons ligt1 denkvermogen bezit1 al is het dat hij gedurende den slapenden toestand niet het geringste bewijs er van geeft4 ,na den dood houdt de zigtbare uiting des geestes weder op4 ,daaruit volgt echter niet1 dat de geestelijke kracht1 welke het stoffelijke ligchaam zoo lang bezielde1 niet meer aanwezig is4 ,wij kunnen niet meer waarnemen of en hoedanig deze zich uit1 om de eenvoudige reden1 dat wij niets anders kunnen waarnemen1 dan hetgeen op onze vijf zinnen werkt4 ,een geestelijk wezen1 of eene verrigting des geestes daarentegen1 b4 v4 een zeker denkbeeld1 eene gedachte1 welke bij een ander mensch opkomt1 valt noch onder het zintuig des gezigts1 des gevoels1 noch onder dat van het gehoor1 van den smaak en van het reukzintuig1 uithoofde zulks onligchamelijk is4--,en al brengen algemeen in de natuur verbreide chemische en physische krachten1 ten gevolge van hare vereenigde werking1 in het dierlijk ligchaam dat aanhoudende omzettingsproces te weeg1 dat wij leven noemen1 waarbij ligchamelijke stoffen in drie- en viervoudige verbindingen worden zamgehouden1 waartoe zij zich overigens in de natuur nimmer vereenigen en welke in het doode ligchaam zeer spoedig weder uitn gaan1 zoo kunnen echter deze chemische en physische krachten de levenskracht zelve niet zijn4 ,zij gehoorzamen immers aan eene nog sterkere kracht1 die ze1 tegen hare gewone neiging1 dwingt in het organisch ligchaam bijeen te blijven en vereenigd te werken4 ,wij gelooven derhalve aan eene onvergankelijke kracht1 die1 als een met rede begaafde geest1 als ziel in ons leeft4 #h4 ,door ons verstand weten wij al het overige tot ons doel te gebruiken1 en het gedierte der wildernis hebben wij aan onze heerschappij onderworpen4--,wij hebben ons echter niet zelf geschapen2 eene geringe hoeveelheid organische stof1 die1 van twee verschillende polen herkomstig1 zich vereenigde1 werd de aanleidende oorzaak tot ons ontstaan2 langzaam ontwikkelde zich onze groei2 wij namen toe in grootte en sterkte1 de geestelijke kracht1 die ons bezielt1 verkreeg eene steeds grooter wordende volkomenheid van uitingsvermogen2--maar weldra zullen wij weder terugzinken in het stof1 waaruit wij zijn voortgekomen1 wij zullen vergaan en ons thans levend ligchaam zal in zoo vele bestanddeelen worden gescheiden1 dat na eenige tientallen van jaren ter naauwernood nog een enkel stofje er van ter plaatse zal zijn verbleven1 waar het zich vroeger bevond2 wij zullen in aarde1 water en lucht verspreid worden2 andere planten en dieren zullen uit het stof ontstaan1 dat thans de deelen van ons ligchaam uitmaakt en--tot dit alles zullen wij niet in het geringste hebben bijgedragen6 ,wij waren de oorzaak van ons worden niet1 wij kunnen ons vergaan niet eene enkele seconde tegenhouden2 wij gevoelen ons geheel afhankelijk van eene allergeduchtste kracht1 die buiten ons is--en toch zijn wij van ons zelven bewust1 eene redelijke ziel leeft en denkt in ons3 er moet derhalve eene nog hoogere redelijke ziel zijn dan de onze1 welke de oorzaak is van ons aanwezen1 zoo mede van dat der gansche schepping4 ,wij gelooven aan een onzigtbaren1 grooten en redelijken geest in de natuur en noemen dien ,god4 #i4 ,al hetgeen in de natuur aanwezig is1 staat met elkander in het innigste harmonische verband4 ,hoe naauwkeuriger wij de verschijnselen onderzoeken1 des te eenvoudiger worden zij en laten zij zich tot een steeds geringer wordend tal van krachten terugbrengen1 die1 gelijk de electrieke en magnetische kracht1 ja1 misschien het licht en de warmte daar onder begrepen1 insgelijks weder zamenloopen in eene eeuwige1 alom verbreide kracht4--,in het uitspansel draaijen kleinere om grootere wereldbollen en deze grooteren om nog grooteren1 maar ook deze grootsten kan men zich niet voorstellen als stil of in rust staande2 ook zij moeten zich wederom draaijen om nog grootere bollen1 - - - er moet een allereerst of allerlaatst middelpunt zijn1 waarom alles zich wentelt en zich beweegt4--,de opgaande zon doet dagelijks duizenden van werkingen ontstaan in het luchtruim1 op de oppervlakte der aarde1 in het dieren- en plantenrijk1 welke toch allen gezamenlijk slechts kinderen zijn van een eenige oorzaak3 der op de aarde vallende lichtstraal4--,alle planten en dieren zijn geschapen naar eene gelijkvormige type1 naar een plan1 dat de gansche schepping door is gevolgd4 ,ja1 door alle tijdperken der aardvorming1 door alle op elkander gevolgde1 onderscheidene formatin kan men1 in de fossile fauna's1 en flora's1 aanvangende met het overgangsgebergte en voortgaande tot aan de hedendaagsche schepping1 dezelfde harmonische wet naspeuren4 ,een alles omvattend plan van ontwikkeling is zigtbaar in al de onderscheidene plant- en diervormingen1 waarvan de eene uit de andere is voortgesproten1 totdat de mensch1 het toppunt van al het bewerktuigde1 in wiens ligchaam al die honderd duizend andere of vroegere uitgaven van die type tot een meer volkomen geheel zijn vereenigd1 bezield met een vonkje van het goddelijke licht1 op het tooneel trad4--,de overeenkomst in geestelijken aanleg van alle menschen1 de overeenstemming1 welke wordt opgemerkt in de eigenschappen huns gemoeds1 zij wijzen ons op eene oorzaak4 ,er bestaat slechts ,eene grondoorzaak van alle dingen1 slechts ,een ondeelbare ,god4 #aj4 ,dewijl ,god de grondoorzaak van al het bestaande is1 de maker der oneindige schepping1--dewijl hij eenig is1 kan zonder hem niets ontstaan1 kan zonder hem niets zijn1 niets worden4 ,god is almagtig4 #aa4 ,alle dingen in de natuur1 die wij met behulp onzer zintuigen waarnemen1 dragen den stempel eener zoo doelmatige innerlijke inrigting1 dat hun voortbestaan verzekerd is gedurende tijdperken1 wier duur onze verbeeldingskracht niet in staat is te bevatten4 ,reeds bij het onderzoeken van onzen aardbol en van zijne gebergten kunnen wij millioenen van jaren terugtreden1 zonder ooit de teekenen van steeds voortgaande ontwikkeling uit het oog verloren te zien gaan en zonder iets te ontdekken1 dat grond geeft om te zeggen3 hier staan wij aan den aanvang der dingen4--,in de hemelsche spheren bewegen zich1 naar onveranderlijke op de zwaartekracht berustende wetten1 trawanten om planeten1 planeten om zonnen en daar tusschen liggen de loopbanen van kometen1 onder welke er gevonden worden1 waarvan een enkele omloop #aejj1 ja1 #cjjj jaren vordert4 ,de zonnen bewegen zich op hare beurt rondom centraalzonnen1 welke toch evenmin als de anderen stil staan kunnen1 maar weder om andere hemelligchamen of zwaartepunten moeten draaijen4 ,zij staan echter op zulk een verbazenden afstand van onze aarde1 dat zij zich aan ons oog slechts voordoen als kleine lichtende punten 7vaste sterren71 die gedurende den loop van een jaar deels volstrekt niet van plaats veranderen1 denzelfden stand ten opzigte van andere naburige sterren behouden1 deels slechts eenige weinige seconden in den boog voorwaarts gaan4 ,millioenen van jaren moeten gevorderd worden1 alvorens dergelijke sterren eenen enkelen kring om hare centraalster kunnen beschrijven2 en wie zou durven beweren1 dat zij in het wezen zijn geroepen om hare baan slechts eenmaal en niet millioenen malen af te leggen8--,waar ons ongewapend oog aan den hemel niets meer zag dan blaauwe lucht1 daar ontdekten wij1 met behulp van telescopen1 nog sterren en nevelvlekken en ter plaatste waar ons oog1 met deze telescopen gewapend1 niets dan eene ledige ruimte scheen te zien1 ontdekten andere waarnemers met hunne reusachtige telescopen1 nog verder van ons verwijderde nevelvlekken en sterregroepen1 welke zich op zulk een verbazenden afstand van onze aarde bevinden1 dat het licht1 hetwelk van de #bj millioen mijlen van ons verwijderde zon toch binnen den tijd van #h minuten tot ons komt1 honderd duizenden van jaren noodig heeft om van daar onze aarde te bereiken4 ,wij zouden1 deze verwijderde hemelligchamen derhalve thans niet kunnen zien1 indien zij niet reeds voor honderd duizenden van jaren aanwezig waren geweest4--,even grenzenloos als ons de uitgestrektheid der ruimte aan den hemel toeschijnt1 zoo grenzenloos doet zich insgelijks de verdeelbaarheid van de ruimte vullende stof in kleinere deelen voor1 die wij zoo fijn niet kunnen verdeelen om--zelfs met de sterkste vergrootingswerktuigen--de kleinste1 de oorspronkelijke deeltjes1 de atomen waar te nemen4 ,indien wij in de schepping noch aanvang1 noch grenzen kunnen ontdekken1 geen einde daarvan kunnen bedenken1 moet hij1 die de schepping in het aanwezen heeft geroepen1 zonder aanvang1 zonder einde--oneindig1 eeuwig1 onvergankelijk zijn4 #ab4 ,maar een geest1 die eenig1 almagtig1 zonder begin en einde1 dat wil zeggen1 eeuwig is1 de maker van al dat aanzijn heeft1 moet ook alom tegenwoordig zijn en voor hem kan niets verborgen wezen4 ,god is alom tegenwoordig en alwetend4 #ac4 ,wanneer wij de wijze gadeslaan1 waarop de natuur voor de instandhouding zorg draagt1 zoowel van de afzonderlijke wezens1 als van de soorten 7waartoe deze behooren71 is de bewondering1 welke ons vervult1 niet geringer dan die de harmonie van het geheel ons inboezemde1--de band1 welke alle dingen in de natuur verbindt1 het een van het andere afhankelijk maakt of met duizend andere dingen in betrekking stelt4 ,wij weten niet wat meer onze verbazing moet wekken1 de eenvoudigheid der middelen1 waardoor de menigvuldigste gevolgen te weeg gebragt worden1 of de doelmatigheid van alle inrigtingen1 die wij ontwaren1 en die de voortdurende instandhouding van al het bestaande ten doel hebben4--,elk orgaan van een levend schepsel1 elk afzonderlijk wezen1 elke soort is zoodanig ingerigt en zoowel met de andere organen1 afzonderlijke wezens en soorten1 als met alle andere deelen van het geschapene in verband gebragt1 dat het doel1 dat is1 de instandhouding der soort door levensgenot van elk afzonderlijk wezen1 volkomen wordt bereikt4 ,dezelfde doelmatigheid1 welke de ontleedkundige en physioloog bewondert bij de beschouwing van den inwendigen bouw van het menschelijk en dierlijk ligchaam1 zoo mede van de wederkeerig op elkander invloed uitoefenende verrigtingen der verschillende organen1 diezelfde doelmatigheid vindt de sterrekundige in de hemelsche spheren2 ja1 de feiten1 welke opgeteld kunnen worden om de wet der doelmatigheid in de schepping aan te toonen1 zijn even talloos als de dingen in de natuur1 even onuitputtelijk als de natuur zelve1 want elk plantje1 elk wormpje1 elk vogeltje1 gelijk de mensch en elk deel1 elk orgaan des menschen levert daartoe de menigvuldigste bewijzen4 ,ten einde de waarheid hiervan aan te toonen1 zullen wij slechts een paar voorbeelden aanhalen uit de vele duizenden1 die daarvan voorhanden zijn4 ,in het planetenstelsel bewegen zich de vaste 7digte7 hemelligchamen1 de planeten1 in bijna kringvormige ellipsen en op zoodanige afstanden van elkander om de zon1 en in de ligging harer banen wordt zoo groote overeenstemming waargenomen 7het vlak1 waarin zij zich elk afzonderlijk bewegen1 helt niet te zeer naar dat van anderen71 dat eene botsing dier ligchamen onderling niet mogelijk is4--,de kometen echter bewegen zich in zoodanig in de lengte uitgestrekte parabolische ellipsen1 zij doorkruisen het planetenstelsel in zoo vele verschillende1 ja1 in alle mogelijke rigtingen1 dat zij de planetenbanen doorsnijden kunnen1 of gelijk het geval was met de ,bilasche komeet ten opzigte van den loopbaan der aarde1 die zeer nabij kunnen komen4 ,dewijl nu het aantal kometen zoo groot is1 dat nog voortdurend nieuwen zigtbaar worden1 die men vroeger nimmer had gezien1 zoo behoort eene botsing eener komeet met de aarde of met eene andere planeet niet tot de onmogelijkheden4 ,velen zijn van eene buitengewone grootte4--,welk eene vreesselijke gebeurtenis zou het zijn1 indien eene dergelijke botsing plaats greep6 welke de vernieling van een der beide1 welligt van beide hemelligchamen onvermijdelijk ten gevolge zou hebben1--namelijk1 indien de komeet een digt1 hard ligchaam ware gelijk onze aarde4 ,maar daarvoor is zorg gedragen2 want juist deze kometen1 welke de ruimte1 besloten tusschen de zon en de banen der om de zon draaijende planeten1 in zoo vele verschillende rigtingen doorsnijden1 zoodat eene botsing met een derzelven plaats hebben kan1 zijn de minst gevaarlijken van alle hemelligchamen6 ,de massa1 waaruit zij bestaan1 verzwakt en breekt zelfs niet het licht eener daar achter staande ster1 is nog dunner dan de dunste lucht1 zoodat wij ons te midden van den staart of de kern eener komeet zouden kunnen bevinden1 zonder zulks in het minst te kunnen bespeuren4--,nog duidelijker bewijs voor de wet der doelmatigheid zien wij in die inrigting van het planetenstelsel1 welke de massa der hemelligchamen in verhouding tot hunne afstanden en den tijd van omloop zoodanig regelde1 dat hare storingen 7perturbatien71 dat wil zeggen1 de afwijkingen die zij1 ten gevolge der wederkeerige aantrekking1 van de ware elliptische loopbaan maken1 zich van zelf weder moeten herstellen4 ,dit is gebleken uit de onderzoekingen van ,laplace1 die de analyse van het oneindige 7waarvan ,newton en ,leibnitz het eerst de regelen hebben vastgesteld7 toepaste op de storingen der beide planeten1 die het grootst van massa zijn1 namelijk1 ,jupiter en ,saturnus4 ,deze1 op zich zelf beschouwd1 geringe storingen1 nemen in den loop der eeuwen steeds toe en zouden eindelijk1 indien zij1 gelijk ,newton geloofde1 voortdurend grooter werden1 op eene onfeilbare wijze de vernietiging der genoemde hemelligchamen1 ja1 van het gansche planetenstelsel ten gevolge hebben1 of wel de scheppende almagt moest door buitengewone maatregelen de begane fout verbeteren4 ,later echter bleek het uit de analyse1 dat de scheppende almagt haar werk van den aanvang af zoodanig had ingerigt1 dat er niets aan veranderd behoefde te worden en dat die storingen 7de veranderingen der groote assen1 derhalve de gemiddelde afstand dier planeten van de zon7 niets anders zijn dan slingeringen binnen bepaalde grenzen1 dat echter het totaal der seculaire veranderingen van de groote assen gelijk nul is1 zoodat het instandblijven dezer hemelligchamen voor eeuwig verzekerd schijnt4 ,de doelmatigheid1 waarmede het dierlijke en menschelijke ligchaam in al zijne deelen en organen is zamengesteld1 wekt onze hoogste bewondering4 ,b4 v4 ,de armslagader 7arteria brachialis7 splitst zich1 aan de buiging van den elleboog1 in twee hoofdtakken3 in de spaakbeen- en ellepijpslagader 7a4 radialis ulnaris74 ,zij ligt zeer oppervlakkig en kan--ook bij aderlatingen--ligtelijk gekwetst worden4 ,ver boven het punt van verdeeling zet zij echter dieper liggende neventakken af1 die zich met terugloopende vertakkingen van de spaakbeen- en ellepijpslagader vereenigen4 ,het nut van dergelijk zamenstel loopt niet terstond in het oog4 ,heeft er echter eene kwetsing van den hoofdtak1 der brachialslagader1 plaats of ontstaat er een slagadergezwel 7aneurysma71 waardoor het onderbinden van den hoofdstam gebiedend wordt gevorderd1 ten einde eene doodelijke bloedstorting te verhoeden1 dan komt de bestemming dier zij- of neventakken in het helderste licht6 ,want waren zij niet aanwezig1 dan zou de gansche benedenarm verloren zijn en ten gevolge van gemis aan bloedstoevoer moeten versterven1--nu echter heeft er eene langzame verwijding dier neventakken plaats1 de toevoer van bloed naar de spaakbeen- en ellepijpslagader geschiedt nu door middel der neventakken1 die derhalve den voormaligen hoofdtak vervangen en de arm kan behouden blijven4 ,deze bewonderenswaardige doelmatigheid1 die wij in de gansche schepping1 zoowel in het groote geheel als in elk afzonderlijk deel er van ontwaren1 getuigt van een goed geordend1 diep doordacht plan2 zij bewijst1 dat het verstand van het wezen1 hetwelk deze schepping in het aanzijn riep1 den hoogst mogelijken graad van volkomenheid heeft bereikt1 zij bevestigt de ,alwijsheid ,gods4 #ad4 ,wanneer wij ons eigen ligchaam beschouwen en onzen onderzoekenden blik in de overige ruimte der schepping werpen1 dan ontwaren wij1 dat alle levende wezens zoodanig zijn geformeerd1 dat het aanzijn hun genoegen1 geluk verschaft4 ,wanneer wij spijs en drank nuttigen1 waarvan de instandhouding van het menschelijk leven afhangt1 dan genieten wij4 ,aan elke andere natuurlijke verrigting onzes ligchaams is het behagelijke gevoel van genot verbonden4 ,ziekte kan stoornis te weeg brengen in deze wet1 maar het tal dergenen1 dat gezond is1 't welk geniet1 is oneindig grooter dan dat der zieken en lijdenden4 ,het herstel der gezondheid1 het ophouden der ellende is een nieuw genot4 ,het kontrast toch1 dat tusschen een smartelijk en een aangenaam gevoel bestaat1 verhoogt het genot van het laatstgenoemde4 ,om die reden genieten de armen dikwijls meer dan de rijken1 die in overvloed leven4--,wanneer wij1 door inspanning uitgeput en door dorst gekweld1 ons door middel van een koel bad verfrisschen of met een koelen drank laven1 dan genieten wij2 wanneer wij1 vermoeid zijnde1 ons op onze legerstede nederleggen1 dan genieten wij1 terwijl wij uitrusten of inslapen4 ,en wanneer wij gesterkt weder ontwaken en de gansche schepping als op nieuw geschapen ons tegenlacht1 dan genieten wij4 ,elk dier1 ja1 zelfs het kleinste wormpje1 naar gelang van zijnen aard en zijne bewerktuiging1 verheugt zich in zijn aanwezen1 het geniet4 ,de kikvorsch1 die gedurende een warmen zomeravond in het water kwaakt1 geniet2 de nachtegaal ondervindt genot1 wanneer hij in de takken van het geboomte zit en zingt1 en gij1 die hem hoort1 gij luistert met verrukking naar den zilverklank zijner stem en geniet4 ,de vogel1 die zijne jongen voedert1 het hondje1 dat zijne kleinen zoogt1 geniet en de moeder1 die haren jeugdigen lieveling toelacht en op haren schoot wiegt1 ondervindt het zaligste genot4 ,god schonk den mensch de heerschappij over al het gedierte en gaf aan zijn ligchaam schoonheid van vormen1 waarvan de aanblik insgelijks genot verschaft4 ,ter voortplanting der soort koos ,hij de scheiding des geslachts en verbond aan de zinnelijke drift1 welker bevrediging aan het dier slechts eene aangename gewaarwording verschaft1 in den mensch den band der vriendschap en der trouw4 ,daardoor1 schonk hij aan de stervelingen het edelste genot3 de liefde4 ,wij kunnen den blaauwen hemel niet aanschouwen1 ons oog kan niet weiden over de groene beemden1 over de bergen met hunne watervallen1 rotsen en wouden1 zonder te genieten1 ja1 wij weten niet aan welke der vele duizende van bloemen1 die wij in den tuin1 in het woud en op het veld aantreffen1 wij de voorkeur zullen geven1 allen vinden wij ze schoon1 het aanschouwen er van geeft ons genot4 ,veel zeldzamer komt ons iets onder de oogen1 hetwelk wij leelijk vinden of dat ons afschuw inboezemt4 ,de overgroote meerderheid der dingen in de natuur is in harmonie met ons schoonheidsgevoel1 hetwelk de ,schepper zoodanig heeft ingerigt1 dat het beschouwen der natuur ons genot verschaft4 ,en nog edeler1 onbaatzuchtiger in haren aard is de vreugde1 welke de beschaafde mensch zich bereidt1 wanneer hij de goddelijke vonk1 die in hem is gelegd1 voedsel geeft1 wanneer hij zijn verstandsvermogen aankweekt en oefent2--de dichter verheugt zich1 wanneer het hem mogt gelukken1 zulke toonen aan zijne citer te ontlokken1 die1 het schoone en ware bezingende1 duizende harten roeren2--de sterrekundige gevoelt1 dat de triomf der wetenschap zijn boezem doorgloeit1 wanneer de komeet wordt gezien1 welker verschijning vooraf door hem is aangekondigd of de planeet ontdekt wordt1 waarvan hij door berekening de standplaats aan het hemelgewelf heeft aangewezen2--de geoloog1 die licht verspreidt over de donkerste ruimten der aarde1 ja1 die het gansche ontwikkelingsverhaal des aardbols in het binnenste der gebergten leest1--gelijk mede de scheikundige1 die een ligchaam in zijne bestanddeelen ontbindt1 hetwelk vroeger steeds als enkelvoudig werd beschouwd1 of die aantoont1 dat twee ligchamen op gelijke wijze zijn zamengesteld1 hoewel zij uiterlijk zeer verschillend van elkander zijn1 zij ondervinden genot1 even als de physicus1 die de identiteit der electrieke en magnetische kracht het eerst door proefnemingen aantoonde1 of die de wet ontdekte1 welke het hemelgewelf zweven en draaijen doet1 welke planeten aan zonnen1 en zonnen aan zonnen verbindt2 - - ja1 zelfs den oogenblik zijns verscheidens van deze aarde maakte de ,schepper den mensch gemakkelijk1--want die mensch1 die goed en regtvaardig was1 draagt het bewustzijn met zich zijnen pligt te hebben vervuld en geeft zich op zijn sterfbed vol vertrouwen over aan den eeuwigen bestuurder der natuur1 want van ,hem toch alleen kan het licht1 dat zijn aardsch omkleedsel zoo lang bezielde en het nu dreigt te verlaten1 herkomstig wezen1--het ligchamelijk gevoel wordt bij het sterven meer verstompt1 alle smarten verminderen1 maar des te levendiger ontwaakt de zielehoop in zijn binnenste1 en deze hoop wordt hem in zijn stervensuur nog tot genot4 ,waarheen wij onze blikken wenden1 overal zien wij1 dat alle levende wezens1 met den mensch aan het hoofd1 bestemd zijn tot genot1 zoowel ligchamelijk als geestelijk genot4 ,god is goed2 uit alle deelen der schepping1 boven en beneden ons1 van verre en van nabij1 straalt ons de goddelijke liefde te gemoet4 #ae4 ,goed te zijn1 zonder tevens regtvaardig te wezen1 kan men van een alwijs1 alwetend en alomtegenwoordig wezen onmogelijk aannemen4 ,wij1 beperkte menschen1 kunnen goed zijn jegens dezen1 terwijl wij daardoor tevens eene onregtvaardigheid begaan jegens genen4 ,schijnt het nu1 dat zoodanig iets menigwerf het geval is of geweest is in het leven der menschen en in de geschiedenis1 wij moeten gelooven1 dat zulks met enkelen of tijdelijk het geval was of ons slechts zoodanig toescheen1 dat zulks echter in het algemeen en op eene uitgebreide schaal niet zijn kan en dat het ons in enkele gevallen alln om die reden zoo toescheen1 dewijl wij de wet1 waarnaar de ontwikkelingsgeschiedenis der menschheid zich regelt1 nog niet konden doorgronden4 ,in de schepping echter erlangt het eene door het andere zijne volkomenheid1 en alle deelen van het groote heelal staan wederkeerig tot elkander in betrekking4 ,gebeurt het nu1 dat een goed1 regtschapen mensch1 na zijn leven in kommer en ellende doorgebragt te hebben1 van deze wereld scheidt met het bewustzijn het goede te hebben gewild1 met een onwankelbaar vertrouwen op zich zelven en met het vaste geloof1 dat de geest1 welke zijn ligchaam van den aanvang bezielde1 slechts een straal van het eeuwige licht is1--hoe durven wij ons dan vermeten om te zeggen1 dat ,god eene onregtvaardigheid jegens dien mensch beging8 ,hoe kunnen wij weten1 waartoe hij uitverkoren was8 ,wij zijn slechts schakels eener keten en een ieder van ons heeft zijne roeping6--,en zien wij niet in de meeste gevallen1 dat de goede beloond1 de booze gestraft wordt door 's menschen hand8 ,draagt de heimelijke booswicht zijne straf niet in zijn boezem met zich8 foltert hem niet de geheimzinnige innerlijke stem1 die hij nimmer geheel het zwijgen kan opleggen1 het geweten1 dat vroeger of later ontwaakt1 ja1 hem menigwerf nog in zijn stervensuur tot bekentenis der gepleegde misdaden brengt8--,het geloof staat derhalve bij ons onwrikbaar vast3 dat1 dewijl de gansche schepping luide ,gods algoedheid verkondigt1 ,god ook regtvaardig is4 #af4 ,elk voorwerp in de natuur is1 hetgeen het schijnt te zijn4 #i ,de zon bedriegt ons niet1 wanneer zij des morgens opgaat2 zij verspreidt licht en warmte1 gelijk zij voormaals deed4 ,de spijs1 die wij nuttigen verkwikt ons1 de koele drank laaft ons1 gelijk wij zulks verwachten4--,alle verschijnselen in de natuur keeren regelmatig weder en de bewegingen der hemelligchamen herhalen zich met nimmer falende zekerheid4 ,de maan draait zoo regelmatig om de aarde1 de aarde om de zon1 dat wij de standplaats dezer drie hemelligchamen1 zoo mede van alle andere planeten en trawanten ten opzigte van elkander1 voor elken dag1 ja1 voor elken oogenblik van den dag vele jaren vooruit berekenen en opgeven kunnen4 ,de regelmatige terugkeer van deze en van alle andere verschijnselen wordt door ons natuurwet geheeten en de ervaring heeft ons geleerd1 dat sedert duizenden van jaren of1 beter gezegd1 sedert menschen aanwezig waren om de natuur waar te nemen1 geen enkele dezer wetten ons bedrogen1--dat geen wereldligchaam ooit in het geringste van zijne baan afweek en geene enkele minuut vroeger of later kwam1 dan de wet eischte4 #aj ,geen vogeltje verloochende ooit zijnen aard1 geen insektje zijn instinct3 elke plant begint ter zelfder tijd uit te botten en doet elk jaar weder dezelfde bloemen ontluiken1 waarmede zij velden en beemden reeds vr eeuwen sierde4--,de zee rijst bij het vloedgetijde1 zakt bij de ebbe en gehoorzaamt zoo onveranderlijk getrouw aan de wetten der zwaartekracht 7de aantrekkingskracht der maan71 dat voor elke plek des aardbols het uur1 waarop dit verschijnsel zal plaats grijpen1 vele jaren vooruit met naauwkeurigheid kan berekend worden4--,geen ligchaam daalde ooit uit de lucht naar de aarde1 dat ligter was dan de hoeveelheid van deze lucht1 welke het verplaatst1 en geen ligchaam1 't welk zwaarder was dan zij1 rees ooit opwaarts in de lucht2 nog nimmer bevroor het water bij eenen geringeren graad van koude dan die van nul graad ,raumur2 nimmer verloor de kleiaarde de eigenschap om zich met zwavelzuur te vereenigen en aluin te vormen2 ligtelijk wordt goud opgelost in een mengsel van zout- en salpeterzuur2 ten allen tijde smolt keukenzout in water1--maar nimmer heeft iemand gezien1 dat goud in alcohol werd opgelost of dat water zich met olie verbond4 ,godgeleerden hebben1 wel is waar1 aan wonderen van deze en dergelijke soort geloof geslagen1 maar niemand heeft nog ooit de geringste afwijking van eene natuurwet waargenomen4--,dezelfde fouten en gebreken1 die den mensch aankleefden ten tijde van ,mozes1 zij zijn nog heden zijn erfdeel2 maar hetzelfde godsdienstige gevoel1 dat onze blikken hemelwaarts trekt en ons heden aanspoort de hoedanigheden van den ,schepper des heelals te doorgronden en de zedelijke wet voor ons en ons maatschappelijk leven daar uit af te leiden1 datzelfde gevoel bezielde den mensch op gelijke wijze reeds vr anderhalf duizend jaren4--,werwaarts wij onze blikken wenden1 wij zien dat aan den hemel en op aarde alles wat daar is1--in het water1 in de lucht1 in het planten- en in het dierenrijk1 in ons zelven1--bestaat en zich beweegt naar onwankelbaar vaste wetten1 die nimmer de geringste afwijking toelaten4 ,alles keert met onveranderlijke trouw weder terug4 ,god is eeuwiglijk dezelfde1 onveranderlijk getrouw en waarachtig4 #ag4 ,men moet zich ,god niet voorstellen als eene kracht1 welke van de natuur gescheiden1 buiten haar gelegen is1 maar in tegendeel als eene kracht in haar aanwezig1 als de algemeene geest in de natuur--als de wereldgeest4 ,op het eerste gezigt zal het velen kunnen toeschijnen1 dat deze geestelijke kracht uitsluitend in 's menschen verbeelding bestaat1 eene bloote hersenschim is1 zonder inderdaad te zijn--dat zij niets anders is dan een denkbeeld1 dat ons voorstellingsvermogen zich heeft gevormd door het afleiden van gevolgen uit de verschijnselen in de natuur1 waarvan wij den oorsprong en het voortbestaan niet kunnen verklaren1 en dat wij om die reden onze toevlugt nemen tot eene nog onverklaarbaarder oorzaak1 welke wij ,god noemen4 ,deze oorzaak echter ligt1 naar het beweren der atheisten1 in de natuur zelve en onze ,god is niets anders dan het abstracte denkbeeld der werkelijke natuur in onzen geest4 ,naar deze wijze van beschouwen zouden wij zelven even zeer een deel zijn der ,godheid als de trouwe hond1 die ons op onze wandeling vergezelt1 of als de woeste1 bloeddorstige wolf1 die ons dreigt te verslinden1--even zeer als de koe1 die in gindsche weide graast1 of als de bliksem1 die uit de wolken te voorschijn komt1 of de planeet1 die1 door eene onzigtbare hand gedreven1 rondom de zon draait4--,met andere woorden3 de natuur heeft hare oorzaak in zich zelve en er bestaat niets buiten de stof en de krachten1 welke daaraan onafscheidelijk zijn verbonden en waardoor deze stof tot verschillende onbewerktuigde en bewerktuigde ligchamen vervormd wordt4 ,maar deze bewering is niet slechts in strijd met het verstand1 dat zegt3 ik ben1 ik denk1 ik heb mijzelven echter niet geschapen1 er moet derhalve een nog hooger verstand1 eene nog hoogere1 denkende kracht zijn dan ik--er wordt buitendien nog een regtstreeksch bewijs gevonden voor het bestaan van ,god1 namelijk1 zulk eene uiting der algemeene oorspronkelijke kracht1 welke zich aan ons op eene regtstreeksche wijze te kennen geeft4 ,deze regtstreeksche uiting der oorspronkelijke kracht zullen wij nu pogen te verklaren1 nadat wij alvorens die hoedanigheden ,gods hebben opgenoemd1 welke wij door gevolgtrekking uit de verschijnselen in de natuur afleiden4--,deze regtstreeksche uiting doet zich aan ons voor als eene allerhoogste kracht1 die alle andere krachten beheerscht1 waaraan al1 dat overigens bestaat1 onderworpen is en niets zich kan onttrekken1 ja1 zonder welke niets gedacht kan worden1 dewijl het denken zelfs alleen in en door deze kracht mogelijk wordt gemaakt4 ,zonder de immer wakende1 nimmer ophoudende aandrift dezer kracht zou de gansche wereld ophouden te zijn4 ,is de aanwezigheid van ruimte eene voorwaarde om het bestaan eener ligchamelijke wereld mogelijk te maken1 maar welke de geest niet behoeft1 wij kunnen ons noch ligchaam1 noch geest voorstellen zonder deze kracht4--,deze kracht is met den bliksem1 welke de lucht doorklieft1 zij begeleidt den mensch in het graf1 zij kruipt vr den worm op den bodem heen1 zij ijlt den klank vooruit1 ja1 zij is sneller dan het licht en moge de lichtstraal1 die van de zon uitgaat1 #dbjjj mijlen in ne seconde doorloopen om1 zoo snel mogelijk1 de oppervlakte der aarde te bereiken1 deze kracht echter is nog acht minuten voor hem aldaar4--,ofschoon deze magtigste van alle krachten zuiver geestelijk1 ja1 onligchamelijker is dan eene gedachte1 wij zien niettemin elken oogenblik het bewijs1 dat zij aanwezig is2 zij rust nooit1 ja1 staat nimmer het duizendste deel eener seconde stil4 ,hoort gij de klok slaan8--,een1--twee4 ,tusschen beide slagen verliep tijd2--elke slag vordert tijd en de vlugtigste gedachte1 die bij ons opkomt1 doet nog tijd verloopen4 ,niets kan buiten den tijd treden en niemand kan zich zelfs het geringste gedeelte van een oogenblik aan den invloed des tijds onttrekken4--,de tijd brengt alle krachten eerst aan het werken en stuwt alles1 dat bestaat1 onwederstaanbaar voort4 ,men kan zich hem niet anders voorstellen1 dan voortijlend2 hij beleeft en overleeft alles4 ,de tijd is de onzigtbare drijfveer1 welke ,god aan de zigtbare schepping mededeelt4 ,alleen door tusschenkomst van den tijd is het mogelijk1 dat nog iets anders dan ,god bestaat4 ,de tijd is de overgang ,gods in de wereld4 ,groot derhalve is de dwaling dergenen1 die zich voorstellen1 dat ,god rust1 dat hij werkeloos is1 sedert hij de wereld heeft geschapen1 dewijl hij1 gelijk zij beweren1 de natuurkrachten en wetten in zijne plaats laat regeren2--deze krachten en wetten toch zijn geschapen1 zijn derhalve niet zelfstandig1 zouden niet kunnen blijven bestaan1 indien de eeuwige1 oorspronkelijke kracht niet aanwezig ware1 waaruit zij voortvloeijen4 ,god is de geest1 de ziel in de natuur1 welke elk oogenblik des tijds1 gisteren gelijk heden1 onophoudelijk voortgaat de schepping te bezielen1 tot beweging en werkzaamheid op te wekken4 ,de tijd staat geen oogenblik stil4 ,god rust nimmer4 ,god is voortdurend werkzaam4 ,het voorafgaande bevat in algemeene en korte trekken de leer der kennis van ,god geput uit de natuur4 ,het volgende is de kennis van ,god toegepast op het menschelijk leven of de zedeleer1 waarvan hier insgelijks slechts de hoofdgrondstellingen in algemeene korte bewoordingen medegedeeld kunnen worden4 ,er is geen bewijs tegen de waarheid dezer leer1 noch in den hemel1 noch op de aarde4 ,gelijk er slechts ,een ,god is1 kan er slechts eene waarheid1--slechts eene ware godsdienst en zedeleer zijn en dit kan geene andere wezen1 dan die uit de natuur en hare verschijnselen--de voortdurende openbaring ,gods1--is afgeleid4 ,hierop berust het evangelie van den regtzinnig geloovigen mensch4 #ah4 ,door de beschouwing van ons zelven en van de schepping1 die ons omringt1 zijn wij tot de kennis gekomen1 dat eene denkende1 met rede begaafde kracht1 een geest1 eene ziel in ons ligchaam woont1 in staat om de taal der schepping te verstaan4 ,de schepping sprak tot ons door middel onzer vijf zinnen1 als door den mond van even zoo vele tolken2 zij gaf ons te kennen1 dat wij slechts een klein1 van alle zijden afhankelijk lid in de groote1 oneindige schepping zijn en dat de ,maker dezer schepping n almagtig1 eeuwig1 alomtegenwoordig1 alwetend1 alwijs1 goed1 regtvaardig1 onveranderlijk waarachtig en voortdurend werkzaam ,god is4--,hij is de eeuwige1 die noch een begin had1 noch een einde zal hebben1 de denkende en alles bezielende kracht in de natuur1 waarvan onze eigene1 denkende geest een flaauw afschijnsel1 als het ware een twijgje van den boom des levens1 een straal van het algemeene1 groote1 geestelijke licht is4--,kunnen wij nu het eigenlijke wezen dezer goddelijke kracht1 die wij ons onligchamelijk1 als geest moeten voorstellen1 niet begrijpen1 wij gevoelen niet te min1 dat onze menschelijke geest met den goddelijken geest verwant moet zijn1 dewijl wij overigens in de gansche schepping niets vinden1 waarmede wij onze redelijke ziel zouden kunnen vergelijken4 ,onze geestelijke natuur staat derhalve in betrekking tot ,god1 is met hem verwant en het streven van geheel ons leven moet daarheen zijn gerigt om op ,hem te gelijken4 #ai4 ,hij echter is almagtig2 dat kunnen wij niet zijn1 want wij zijn slechts eene kleine schakel in de groote keten der schepping1 die hij aaneenverbindt4 ,hij is eeuwig en ons leven omvat eene zoo korte1 ons vooraf zelfs geheel onbekende handbreedte tijds4 ,hij is alomtegenwoordig en wij zijn slechts op eene enkele plek te gelijk aanwezig en hebben maanden tijds noodig om slechts een vierde gedeelte van den omvang dezer kleine aarde te doorreizen4 ,hij is alwetend en wij weten slechts hetgeen wij door middel onzer vijf zinnen ervaren en in ons geheugen ingeprent hebben2 hetgeen nevens ons voorvalt op eene plaats1 die door een enkelen wand van ons is gescheiden1 kunnen wij niet weten2 den dag van gisteren kenden wij eergisteren niet2 de dag van morgen is voor ons een geheim en hetgeen ons de dag van overmorgen baren zal1 blijft ons heden en morgen nog onbekend4--,maar ,god is mede alwijs1 algoed1 regtvaardig1 onveranderlijk waarachtig en voortdurend werkzaam en deze vijf hoedanigheden zijn het1 die ons den weg aanwijzen1 dien wij behooren te bewandelen4 ,vijf woorden vatten den inhoud zamen der zedeleer1 die wij behooren te volgen4 ,wij moeten er naar streven om wijs1 goed1 regtvaardig1 getrouw en waarachtig en werkzaam te zijn4 #bj4 ,god is alwijs3 ,wij moeten er naar streven om wijs te zijn4 ,bij dit streven moeten wij vier algemeene grondstellingen tot rigtsnoer nemen4--#ao4 ,wij moeten ons gewennen1 over al hetgeen wij waarnemen1 zelf na te denken en dit te onderzoeken4--#bo4 ,wij moeten niets zeggen1 niets bedrijven1 zonder vooraf de gevolgen van hetgeen wij zeggen of doen zullen1 naauwkeurig te hebben overwogen4--#co4 ,wij moeten elke zaak van hare beide zijden beschouwen4 ,wordt1 b4 v41 iets goeds van iemand verhaald1 wordt een geschrift als een voortreffelijk werk geprezen1 dan behooren wij ons te verheugen1 dewijl wij iets goeds hebben vernomen1 zonder het daarom onvoorwaardelijk te gelooven2 wij behooren het eerst dan als waar aan te nemen1 wanneer de persoon of het boek ons een genoegzaam belang inboezemde1 zoodat wij ons geneigd gevoelden door eigen onderzoek ons van de waarheid van het gezegde te overtuigen4 ,wordt echter iets kwaads van iemand verhaald1 of wordt een geschrift als slecht en verderfelijk veroordeeld1 dan moeten wij zulks niet gelooven1 wij moeten eerst de verdediging van den beschuldigden persoon hooren1 wij moeten het geschrift eerst lezen en dan besluiten4--#do4 ,wij moeten alle onvoorwaardelijk of blind geloof verwerpen1 als zijnde zulks den redelijken mensch onwaardig4 ,wij moeten geene voorschriften en leerstellingen1 onverschillig of zij gezegd worden te moeten doorgaan als goddelijke openbaring of niet1 aannemen en opvolgen1 indien zij niet vooraf1 onder het voorzitterschap van het gezond verstand1 zijn onderworpen geworden aan de vuurproef der natuurwet2 komen zij ons1 na dit onderzoek1 redelijk1 dat wil zeggen1 begrijpelijk voor en in overeenstemming met de wetten der natuur1 eerst dan moeten wij er geloof aan hechten1 ze als waar aannemen en opvolgen4--,die deze vier grondregelen niet tot rigtsnoer zijner handelingen neemt1 zal zijn gansche leven door een dwaas blijven1 die aan den leiband zal loopen van ieder1 die meer verstand heeft of sluwer is dan hij4 ,niet alle menschen bereiken een gelijken graad van volkomenheid1 wat betreft hunne ligchamelijke en geestelijke ontwikkeling4 ,terwijl vele menschen dom voortleven en sterven1 verheft zich bij anderen de kennis van het ware en schoone tot geestdrift2 terwijl eenige menschen den tijd in eene logge rust doorbrengen1 gevoelen anderen zich voortdurend aangespoord tot werkzaamheid2 terwijl velen de uitgebreidste kennis1 die zij bezitten1 zelfs bij de beste bedoelingen1 welke hen bezielen1 niet kunnen mededeelen1 hebben anderen de gaaf verkregen hetgeen zij weten zoodanig in te kleeden en voor te dragen1 dat het snel den weg naar het hart der menschen vindt4 ,de mededeelingen1 door dergelijke begaafde personen gedaan1 hetzij deze mondeling of in geschrifte geschieden1 moeten wij in eere houden--onderzoeken en--indien zij blijken proefhoudend te zijn1 als waarheid aannemen en opvolgen4 ,gij begaafden echter1 die vermeent waarheden te hebben ontdekt1 welke andere menschen niet algemeen genoeg kennen2 zoo mede gij die door meerdere ervaring of door eene betere opvoeding meer kennis hebt vergaderd dan andere menschen1 gij zijt verpligt van het uwe aan anderen mede te deelen4 ,dit is eene zedelijke wet1 welke ,jezus van ,nazareth reeds voor meer dan #ahjj jaren voor waar erkende en leerde1 toen hij sprak3 ,laat uw licht schijnen voor de menschen1 opdat zij uwe goede werken zien en uwen vader1 die in de hemelen is1 verheerlijken4 ,de redelijke geest1 welke de mensch bezit1 verheft hem boven alle dieren1 doet hem op ,god gelijken4 ,nevens de zorg1 welke wij voor ons ligchaam behooren te dragen1 moeten wij derhalve er naar streven om onzen geest met kennis te verrijken en trachten om wetenschappelijke ontwikkeling onder alle standen der maatschappij te bevorderen4 ,wij behooren zorg te dragen1 dat die wetenschappen1 welke ons tot zekere 7positive7 kennis brengen1 de natuurwetenschappen1 na voorafgaande beoefening der taal- en wiskunde1 benevens de geschiedenis der menschheid1 bij voorkeur in alle scholen worden onderwezen en dat elke burger van den staat door de uit zijne godsdienst afgeleide wet verpligt zij1 zich bekend te maken met den hoofdinhoud van de verschillende takken der natuurwetenschappen1 opdat hij in de inrigting van het zonnestelsel even zeer als in de organen van het menschelijk ligchaam1 gelijk mede in het planten- en dierenrijk de doelmatigheid van alle gemaakte inrigtingen leere bewonderen en daaruit de wijsheid en goedheid des ,scheppers in zijne werken leere kennen4 ,de eigenlijke natuuronderzoekers echter--de mineraloog1 botanicus1 zoloog1 de ontleedkundige1 physioloog1 geoloog1 scheikundige1 physicus1 meteoroloog en de sterrekundige--zouden het niet beneden hunne waardigheid behooren te achten1 met allen ijver er naar te streven om hunne wetenschap in eene steeds eenvoudiger en meer algemeen verstaanbaar wordende taal te verklaren en meer of minder volledige en grondig behandelde opstellen daaromtrent te leveren1 op zulk eene leest geschoeid1 dat zij onder het begrip vallen van de verschillende meer of min beschaafde klassen der maatschappij2--hierbij zou steeds het oog moeten worden gehouden op de voornaamste uitkomsten door het natuuronderzoek verkregen1 met aanwijzing van het nut1 't welk uit de toepassing er van in het praktisch leven zij te trekken1 opdat ook de minder ontwikkelden1 de handwerksman en de daglooner1 den weldadigen invloed der verlichting zouden gevoelen en niet langer1 tot nadeel der meer verstandigen1 bijgeloof en dwaalbegrippen zouden aankleven4 ,voor de verspreiding van dergelijke werken1 zoo veel slechts immer mogelijk verrijkt met afbeeldingen ter opheldering der behandelde onderwerpen1 behoorde de staat zorg te dragen4 ,gelijk elke wetenschap en elke tak van wetenschap zijne geestdriftvolle beoefenaars heeft gevonden1 die meer dan anderen geschikt waren om den bloei er van te bevorderen1 ditzelfde is insgelijks het geval geweest op het gebied der godsdienst en zedeleer4 ,abraham1 die voor meer dan #chjj jaren1 ,mozes1 die #djj jaren later in ,egypte en ,syri1 ,zoroaster1 die voor ongeveer #bgjj jaren in noordoostelijk ,persi en ,gautama 7,boedha71 die voor #bdjj jaren in ,indi1 zoo mede ,kong foe tse1 die slechts #ajj jaren na dezen in ,china predikte1 waren mannen die met geestdrift dit gebied van kennis hebben bewandeld1 evenzeer als ,jezus van ,nazareth1 die vr #ahcj jaren onder de ,joden en ,mohammed1 die vr #abdj jaren onder zijne landslieden in ,arabi optrad en hen leerde4 ,vele andere minder algemeen beroemd gewordene mannen zijn na hen gekomen4 ,hetgeen van de leer dezer vroegste godsdienst- en zedeleeraren tot op ons is overgekomen1 zult gij met vrucht lezen1 indien gij den inhoud der vroeger medegedeelde1 tot leiddraad strekkende grondstellingen niet uit het oog verliest en het kaf van het koorn weet te onderscheiden4 ,indien gij daartoe in staat zijt1 zult gij zelfs in de oudste godsdienstige geschriften1 even als in den bijbel1 menige goede zedeles en voortreffelijke leefregelen vinden1 die gij met voordeel kunt opvolgen4 ,jezus van ,nazareth beval boven alles luide en schoon aan het betrachten der menschenliefde en hij ijverde tegen de schijnheiligheid der toenmalige priesters4 ,gij kunt deze leer met vrucht toepassen op de hedendaagsche priesters4 ,nadeelig echter is het voor uwe vorming1 indien gij geen ander boek leest dan den bijbel2 op die wijze wordt gij eenzijdig van oordeel1 bijgeloovig1 onverdraagzaam1 schijnheilig-vroom1 gij verliest zelfs den goeden smaak en in het gezellige leven wordt gij voor anderen onuitstaanbaar4--,is dan de wereld1 sedert ,jezus zijne leer verkondigde1 niet meer dan #ahjj jaren ouder geworden8 ,bevat deze achttien honderd jaren lange geschiedenis van het menschelijke geslacht niet vele gewigtige lessen en ervaringen8 ,is de beschaving der menschheid sedert dien tijd niet vooruitgegaan en heeft het onderzoek der natuur niet tot ontdekkingen geleid1 zijn niet waarheden aan het licht gebragt1 waarvan destijds nog niemand zich eenig denkbeeld kon maken8 ,en wat is nu het geval2 van al deze uitkomsten en vruchten der nasporing1 der beschaving en der gansche #ahjj jaren lange geschiedenis vindt men in den bijbel niets4--,maar ook niet alle godsdienstleeraren1 welke in verschillende tijden zijn opgetreden1 of die nog heden bij duizenden leven1 zijn mannen door de waarheid met geestdrift vervuld4 ,de leer1 welke velen belijden1 wijkt zoodanig af van alle natuurwetten1 zij druischt zoo zeer in tegen het gezond verstand1 dat de verkondigers van dergelijke leerstellingen niet anders kunnen zijn dan a4 dweepers1 dat wil zeggen1 kranken naar het gemoed en den geest1 of b4 bedriegers2 meestal gaan zij aan beide kwalen te gelijk mank3 of wel zij pleegden bij hun optreden reeds bedrog en de opgang1 dien zij maakten1 vervoerde hen tot geestdrijverij1 of zij waren aanvankelijk dweepers1 die zich later tot het plegen van bedrog lieten overhalen4 ,tot de eerstgenoemde soort behoorde onder anderen ,joe ,smith1 de profeet der ,mormonen4--,leest gij nu geen ander boek dan dien eenen bijbel en zwelgt gij buitendien nog met volle teugen fanatiek-narcotische dranken in1 zoo als1 bij voorbeeld3 de ,opstanding der dooden1 het ,boek der toekomst1 het ,brood des levens1 de ,kruisiging1 de ,christusregering voltooid1 het ,visioen der opstanding1 de ,verschijning aan meer dan vijf honderd1 de ,slaande engel6 enz41 enz41--niets dan heldendichten1 ingegeven door eene koortsachtige phantasie1 die zich van alle banden heeft ontslagen1 dan ontvlamt het koude vuur der dweepzucht in uwen boezem en uwe ziel verdroogt gelijk eene mummie1 gelijk het groene veld1 waarover de sirocco waait1 door den droogen adem van het woord1 dat gij eeuwiglijk en eeuwiglijk op nieuw op denzelfden oudjoodschen ,prophetentoon verneemt2--gij zijt dan gelijk een schaap op de dorre heide2 een booze geest1 die u aan den leidband heeft gebonden en u tot zijn doel wil gebruiken1 voert u gedurig rond in een kring en--aan alle kanten ligt de schoonste groene weide6 namelijk1 de schepping1 de levende openbaring ,gods1 maar waarin gij o1 arme schapen6 nimmer zult grazen1 indien een goede geest zich niet over u erbarmt en u haalt uit den kring op de dorre heide4--,ik zal u eenige der goede geesten opnoemen en raad u aan hunne geschriften te lezen2 daarin zult gij zekere waarheden vinden1 welke nuttig voor u zijn1 u zullen verkwikken en die op elke bladzijde de hoedanigheden van den algoeden ,schepper der natuur uit zijne werken verkondigen4 ,algemeen verstaanbare geschriften in onze taal zijn onder anderen de volgende4--,de volmaaktheden van den ,schepper in zijne schepselen beschouwd1 ter verheffing van ,god en tot bevordering van nuttige natuurkennis4 ,nieuw bewerkt door ,f4 ,kaiser1 ,c4 ,i4 ,matthes1 ,j4 van der ,hoeven1 ,h4 ,c4 van ,hall en ,e4 ,a4 ,beima4 #ahdi-aheb4--;,f4 ,kaiser1 de sterrehemel4 #ahec4--;,f4 ,kaiser1 populair sterrekundig jaarboek voor #ahed4--;,album der ,natuur1 een werk ter verspreiding van natuurkennis onder beschaafde lezers van allerlei stand4 #aheb-ahec4--,practische ,volksalmanak of jaarboekje ter verspreiding van kennis der toegepaste wetenschappen onder allerlei standen der ,maatschappij4 #ahed--,p4 van der ,burg1 eerste grondbeginselen der natuurkunde4 #ahec4--;,d4 ,lubach1 eerste grondbeginselen der natuurkunde van den mensch 7over het zamenstel des menschelijken ligchaams en de verrigtingen van zijne deelen74 #ahec4--;,c4 ,i4 ,matthes1 de lucht en de verschijnselen van onzen dampkring4--,handleiding tot de kennis der natuur2 schoolboek2 uitgegeven door de ,maatschappij tot ,nut van 't ,algemeen4 #ahea2 benevens vele andere natuurkundige werken door diezelfde ,maatschappij uitgegeven1 bij voorbeeld1 ,volks wis- en werktuigkundig lees- en leerboek1 ,volks-meetkunde1 ,volks-scheikunde1 het kind in zijne eerste levensjaren1 enz4--,p4 ,harting1 de magt van het kleine1 zigtbaar in de vorming van onze aarde4 ,utrecht1 #ahdi4--,sommer1 beschrijving van 't ,heelal4--,m4 ,i4 ,schleiden1 populaire voorlezingen over de plant en haar leven4 ,amsterdam1 #ahec4--,sporen van de natuurlijke ,geschiedenis der ,schepping4 ,uit het engelsch door van den ,broek1 met een voorwoord van ,g4 ,i4 ,mulder4 ,utrecht1 #ahdi4--;,j4 ,l4 de ,bruijn ,kops1 ,beginselen der ,staathuishoudkunde4 ,leiden1 #ahej4--;,f4 ,w4 ,hoffmann1 overzigt der ,algemeene ,aardkunde1 een leer- en leesboek voor alle standen4 #ahec4 ,buitendien bestaan er nog vele andere populaire1 bevattelijk geschreven werken over de natuurwetenschappen1 die elk geleerde1 ieder in zijn vak1 den onderzoeklievende gaarne zal opgeven4 ,leest die2 zij zijn door goede geesten geschreven4 ,andere menschenvrienden leidden uit de geschiedenis en hunne eigene ervaring lessen van levenswijsheid af1 en verzamelden zedespreuken1 die zij in verschillende werken mededeelden4 ,ook dergelijke geschriften moeten wij in eere houden en hunnen inhoud in ons geheugen prenten4 ,ik zal uwe aandacht hier slechts op een derzelven bij uitnemendheid vestigen4 ,leest ,benjamin ,francklin's spreekwoorden van den ouden ,hendrik of de ,wijsheid van den goeden ,richard1 die onder anderen in onze taal zijn uitgegeven als ,leerrijke keur uit ,b4 ,francklin's zedekundige schriften4 ,uitgegeven door de ,maatschappij tot ,nut van 't ,algemeen 7#ahdc4 ,amsterdam71 een boek1 hetwelk in weinige bladzijden een schat van waarheid en levenswijsheid bevat4 ,de beste en onuitputtelijke bron van wijsheid echter voor iedereen is zijn eigene geest en de levende schepping1 die hem omringt en waarmede hij door middel zijner vijf zinnen in betrekking staat4 ,indien wij de vier eerste onzer algemeene grondstellingen aan het stuurrad plaatsen en de natuur gadeslaan met den mensch1 die zich daarin rondom ons beweegt1 dan zullen wij in korten tijd in staat zijn zelven de regelen vast te stellen1 die wij op ons levenspad1 in den omgang met andere menschen moeten opvolgen1 ten einde ons voor struikelen te behoeden1 ja1 bij dit onderzoek kunnen vele dieren der wildernis ons leeren en ons beschamen1 indien wij zondigden tegen de voorschriften der spaarzaamheid1 der matigheid1 der voorzigtigheid1 der werkzaamheid en der vlijt1 of indien het mogt gebeurd zijn1 dat eene moeder de liefde jegens haar jong geboren kind uit het oog verloor4 ,de roeping der priesters echter moet deze zijn3 het ware1 het schoone1 dat de gezamenlijke krachten van alle menschen op het vereenigd gebied der natuurwetenschappen door onderzoek hebben ontdekt1 den volke mede te deelen1 op eene wijze1 die voor ieder verstaanbaar is en daarbij zoowel in de onderdeelen als in het groote geheel de heerlijkheid des ,scheppers aan te toonen2 vervolgens te verklaren hoe in al het geschapene1 in de verschijnselen en in de wetten der natuur1 de hoedanigheden ,gods--zijne oneindige wijsheid en goedheid--doorblinken1 en hieruit af te leiden de deugden1 naar welker bezit wij moeten streven1 de zedelijke wet1 die wij behooren op te volgen4--,de levende natuur in al hare deelen1 de geschiedenis der menschheid in al hare verschillende tijdperken1 zijn zoo onuitputbaar rijk in bouwstoffen van dezen aard1 dat een priester1 die dagelijks twee voorbeelden er van wilde uitkiezen1 om ze tot tekst voor zijne leerrede1 als onderwerp zijner voordragt te bezigen1 gelijk zulks thans met n per week het geval is1 niet zou behoeven te vreezen1 dat de stof zou worden uitgeput1 al werd hij #ejj jaar oud6 ,aan dit doel behoorde de eerste helft van elken zondag te zijn gewijd1 en de kerken zouden steeds blijven1 hetgeen de school was voor het kind1 den jongeling3 een tempel der wijsheid en der kennis voor iedereen1 maar bovenal voor de middel- en lagere klassen des volks1 die het meest behoefte hebben aan onderrigt4 ,de priesters behoorden hunne eigenlijke1 schoone roeping3 volksleeraren te zijn1 te beseffen en bovenal naar wijsheid en kennis te streven en die den volke leeren6 ,want ,god is alwijs6 #ba4 ,god is goed2 uit alle deelen der schepping straalt ons de goddelijke liefde te gemoet3 ,wij moeten er naar streven om goed te zijn4 ,wij moeten geen dier kwellen1 maar in tegendeel goedaardig zijn jegens alle levende wezens en elk diertje het genot zijns levens gunnen4 ,wij mogen geen onschadelijk dier dooden1 welks bestanddeelen--gedood zijnde--ons geen nut aanbrengen4 ,wij moeten onze medemenschen liefhebben en welwillend zijn jegens iedereen4 ,wij moeten het lijden en de ellende1 overal waar wij zulks ontwaren1 pogen te verzachten en de armen ondersteunen4 ,wij behooren anderen1 die minder bezitten dan zij noodig hebben1 mede te deelen van hetgeen wij meer hebben1 dan wij behoeven4 ,de stem van het goddelijk bewustzijn in ons binnenste1--het geweten1--zegt ons duidelijker1 dan wij in leerstellingen kunnen zamenvatten1 hetgeen regt en hetgeen onregt is2 volgen wij de stem van het geweten1 die reeds vr duizende jaren1 even goed als nog heden1 den mensch toeriep3 ,gij zult niet begeeren eens anderen goed1 niet echtbreken1 niet dooden1 niet stelen1 niet bedriegen1 geen valsche getuigenis afleggen1 het verhevene en heilige niet bespotten en u zelven1 uw eigen1 van ,god herkomstigen geest niet beschimpen en vernederen door afgoden te aanbidden4 ,menschenliefde jegens iedereen--indien zij werkelijk ons gemoed doorgloeit--verheft ons hoog boven de dieren2 zij veredelt ons in onze eigene oogen en verschaft ons1 wanneer wij haar beoefenen1 de reinste vreugde1 meer dan aan dengene1 die het voorwerp er van is4 ,dat toch deze bloem geen enkel oogenblik van ons gansche leven in ons verwelke6 ,die ons het leven gaven1 ons voedden1 liefhadden en verzorgden1 toen wij nog jong en hulpeloos waren1--onze ouders1--moeten wij beminnen tot aan hunnen dood en steeds blijven eeren4 ,zijn onze ouders behoeftig en hebben wij rijkdommen verworven1 zijn wij tot waardigheden opgeklommen1 dan behooren wij hen met ons gelijk te stellen1 hen tot ons op te heffen en hen te ondersteunen4 ,hij is een verachtelijk mensch1 die zich schaamt te belijden1 wie zijne ouders zijn4 ,een oog1 dat den vader bespot en de moeder veracht1 zal door de raven uitgehaald en door de jonge arenden verslonden worden4 ,dat leerde bijna negentien honderd jaren geleden de man uit ,nazareth1 wiens boezem zoo warm voor waarheid en deugd gloeide en datzelfde staat nog heden geschreven in het geweten van elken mensch4 ,wij zijn groot gebragt en opgevoed door onze ouders of1 indien zij vroegtijdig zijn gestorven1 door menschenvrienden1 die hen vervingen4 ,wij zijn in zoo verre ons bestaan verschuldigd aan de liefde en zorg onzer ouders en behooren derhalve ook onze kinderen lief te hebben1 te verzorgen en op te voeden4--,wanneer gij hoort1 dat eene moeder haar jong geboren wicht van het leven heeft beroofd1 houdt haar dan geen geschreven woord1 bijbel1 gebeden- of wetboek voor1 spreekt niet van verloochening des vleesches1--want juist daardoor hebt gij haar tot zondares gemaakt2 gij hebt haar huichelarij en schijnheiligheid geleerd1 hetgeen haar bewoog hare zwangerschap voor het oog der wereld te verbergen1 totdat zij eindelijk doof werd voor de stem der natuur2--neen1 hangt een nest met jonge vogelen voor hare gevangenis op1 dan zal de kindermoorderes zien met welk eene liefde de dieren der wildernis voor hunne jongen zorgen1 hoe zij ijlend naar hen toevliegen1 hoe zij zelfs de schuwheid voor den mensch hebben afgelegd en rondom de kooi fladderen1 waarin hunne jongen zich bevinden1--hoe zij hun in den snavel voedsel toevoeren1 dat zij in veld en beemd hebben bijeenvergaard3--welligt zijn zij zelven hongerig1 maar zij voeden er zich niet mede1 zij houden het onaangetast in den snavel en brengen het van eene verwijderde plek derwaarts om het hunne jongen te geven2--zij vliegen weg1 maar ziet1 zij komen weder1--zij verlaten hunne jongen niet1 zelfs toen het nest door menschenhanden werd weggeroofd1 zij hebben het toch gevolgd2--zij steken hunnen snavel tusschen de tralien door1 ten einde hunne jongen te voederen1 ja1 zij zouden gaarne in de kooi trachten binnen te dringen om bij hunne jongen te blijven1 die nog zoo naakt en hulpeloos zijn1 - - heeft nu uwe leer der heiligmaking1 van de verloochening des vleesches1 verloochening van de stem der natuur1 nog niet het laatste overblijfsel van dit gevoel1 dezer stem1 in het gemoed der kindermoorderes verstikt1 dan zal zij zich voor de vogelen schamen en--weenen4 ,heeft het dier aan de wet der liefde tot zijn gelijke voldaan1 wanneer het voor zijne jongen zoo lang zorgde1 totdat deze zelven in staat zijn voor hunne eigene instandhouding te waken1 op den met rede begaafden mensch rust de meer gewigtige pligt om insgelijks voor de zedelijke opvoeding zijner kinderen1 voor de ontwikkeling des geestes1 zorg te dragen en hen in datgene te onderrigten1 waarin de hoogste kracht des menschen ligt3 in kunst en wetenschap4--,bij de opvoeding der kinderen moeten wij twee hoofdgrondregelen tot rigtsnoer nemen2 ten eersten moeten wij door voldoende zorg1 eenvoudige opvoedingsstoffen zonder prikkelende middelen1 doelmatige wijde kleeding1 zindelijkheid1 later door allengs toenemende oefening van alle spieren door middel van de verschillendste ligchaamsbewegingen1 door hen te gewennen aan de vrije lucht en de afwisseling van het weder--voor de krachtige ontwikkeling des ligchaams zorg dragen1 en ten tweede moeten wij het kind1 na voorafgaand onderrigt in de taal1 datgene leeren1 hetwelk als eene onbetwiste en zekere waarheid algemeen is aangenomen en erkend1 namelijk3 wiskunde en de verschillende takken der natuurwetenschappen1 benevens de geschiedenis van het menschelijk geslacht2 dit als de hoofdzaak behandeld wordende1 mag gepaard gaan met het onderrigt in de algemeene zedeleer4 ,wij behooren echter zorgvuldig te waken1 dat het kind1 hetzij jongeling of meisje1 geene vooroordeelen1 geene godsdienstige begrippen of leerstellingen worden ingeprent1 alvorens het zelfstandig denken en onderzoeken kan1 en wij moeten derhalve elke handelwijze ten stelligste afkeuren1 die1 gelijk de doop en de besnijdenis1 reeds het kind in de wieg met een kruis1 een toekomstigen ,messias of ander dogma stempelt1 waardoor de geest van het kind reeds aan banden gelegd1 in ketenen geklonken wordt1 alvorens hij volkomen is ontwaakt1 waardoor elke vrije ontwikkeling belet en de mensch gedwongen wordt zijn gansche leven door tot deze of gene bepaalde sekte te behooren4 ,aan den tot man opgewassen1 met al de vereischte kennis der stellige wetenschappen toegerusten jongeling 7zoo mede aan de jonge dochter7 moet de keus worden overgelaten om zich voor eene der veelvuldige geloofsbelijdenissen te verklaren of1 indien hem geene van allen bevredigend voorkomt1 den ,schepper der natuur op eigene wijze1 naar eigene overtuiging1 te aanbidden1 maar nimmer moet men het kind geloofsstellingen leeren of inprenten1 alvorens het rijp geworden is om zelf daarover te oordeelen4 ,het tegenover gestelde van dezen grondregel is sedert vele eeuwen en wordt nog op den huidigen dag in praktijk gebragt4 ,deze omstandigheid alleen maakt het verklaarbaar1 dat op dezen oogenblik nog vele millioenen van menschen aan leerstellingen hechten1 die als heilig vereeren1 waarover de latere nakomelingschap zich in dier voege zal verwonderen1 dat zij zal vragen3 ,hoe toch was het mogelijk1 dat millioenen van menschen gedurende duizende jaren konden gelooven1 hetgeen tegen het gezond verstand1 ja1 volkomen in strijd is met alle wetten der natuur8--,waren zij1 die vr ons deze aarde bewoonden1 nog niet met verstand begaafd8--waarop welligt een bearbeider van de ontwikkelingsgeschiedenis der menschheid zal antwoorden3 ,wel degelijk waren zij met verstand begaafd of1 juister gesproken1 de kiem er van was in hen gelegd2 maar op dezen kiem entten zij met geweld het onverstand1 zij zetteden een stempel op het kind en prentten het weeke1 voor elken indruk vatbare kinderlijke gemoed gedurende zestien of meer jaren dagelijks en onophoudelijk in3 datgene als een onaanrandbaar heiligdom1 zoowel voor het tijdelijke als eeuwige geluk te vereeren en te aanbidden1 hetwelk wij heden1 nu de komeet van #ahjg wederom zigtbaar is1 welks omloop ,bessel1 op een verschil van #be jaren na1 tamelijk juist berekende1 reeds lang als eene groote dwaling hebben leeren beschouwen4 ,want slechts weinigen van onze toenmalig levende voorvaderen konden zich in hunnen rijperen leeftijd weder vrijmaken van de indrukken1 ontvangen in hunne jeugd1 die zoo lange jaren hadden geduurd2 bij de meesten bleef de vorm des stempels1 waarmede zij reeds bij den doop1 even als jonge schapen1 werden geteekend1 hun gansche leven door zigtbaar1 7al was die ook door verloop van tijd meer of min onduidelijk geworden74 #aa--;,danken wij derhalve den ,heer der ,schepping6 dat wij de waarheid en den eersten en voornaamsten hefboom van alle ontwikkeling1 van alle wetenschap1 van alle maatschappelijk geluk1 in zijne volle waarde hebben leeren erkennen en in zijn zuiveren vorm aangewend hebben3 het schoolonderwijs1 de opvoeding onzer jeugd4 ,ons zelven moeten wij echter het meest liefhebben1--meer dan andere menschen4 ,dit is niet alleen regtmatig1 maar dit is onze pligt1 namelijk1 de pligt van zelfbehoud4 ,ons ligchaam toch1 waarin de ziel woont1 werd ons door den algoeden ,schepper der natuur geschonken1 opdat wij zouden leven1 en geen ander mensch kan of zal in zulk eene mate--zoo goed--voor ons zorgen als wij zelven in staat zijn zulks te doen4 ,onze grondregel1 met betrekking tot de liefde jegens onze naasten 7zie vroeger bladz4 #afj71 luidde aldus3 ,wij behooren anderen1 die minder bezitten dan zij noodig hebben1 mede te deelen van hetgeen wij meer hebben dan wij behoeven4--,dezen grondregel moeten wij in overeenstemming trachten te brengen met de pligten jegens ons zelven4 ,wanneer wij zien1 dat iemand in nood verkeert en er hoop bestaat1 dat hij door ons kan geholpen worden1 zonder dat wij zelven er door verloren gaan1 dan moeten wij trachten hem hulp te verleenen1 al is zulks van gevaar vergezeld4 ,wij moeten ons echter ook zelven in eere houden en ons door niemand laten beleedigen of beschimpen4 ,indien iemand u een slag in het aangezigt geeft en uw geweten u zegt1 dat gij deze beleediging of deze bestraffing hebt verdiend1 ga dan beschaamd heen naar eene afgezonderde plaats en--verbeter u4 ,draagt gij echter in uw binnenste het bewustzijn om1 dat gij die oorveeg niet hebt verdiend1 eisch dan van den beleediger1 dat hij u vergiffenis vrage en weigert hij zulks3 geef hem die oorveeg terug en een andere tot zijne straf er bij4 ,wij moeten alle menschen liefhebben en onze vijanden zelfs niet haten4 ,grootmoedigheid verheft en veredelt den mensch4 ,wij behooren pogingen aan te wenden om onzen vijand te overtuigen1 dat hij onregtmatig heeft gehandeld4 ,ziet hij het begane onregt in1 gevoelt hij er berouw over1 dan moeten wij hem vergevensgezindheid betoonen en hem op die wijze tot vriend trachten te maken4 ,gelukt dit echter niet en gaat hij voort met ons te verontrusten1 dan moeten wij hem onschadelijk trachten te maken4 ,kunnen wij dit niet1 wordt hij gevaarlijk voor ons1 dan behooren wij hem met alle magt te bestrijden en1 indien hij ons dooden wil en wij niet in staat zijn ons leven op eene andere wijze te redden1 dan hebben wij het regt hem te dooden4 7,zie over de practische toepassing dezer grondstellingen in het midden der #ai;de eeuw1 den krijg tusschen ,rusland en de westersche mogendheden47 ,veronachtzaming van ons eigen ligchaam is zonde1 en zelfmoord de grootste zonde4 ,wij behooren zorg te dragen voor ons ligchaam1 wij moeten het behoorlijk voeden met spijs en drank en wij moeten ons--op eene geoorloofde1 deugdzame wijze--al dat genot pogen te verschaffen1 hetwelk wij tot ons ligchamelijk welzijn behoeven en waartoe wij de middelen bezitten4 ,daar echter onmatigheid den mensch tot een dier verlaagt1 en zij hare eigene straf medebrengt1 namelijk1 tegenzin1 berouw1 uitputting of ziekte1 moeten wij in alles matig zijn4 ,het genot1 dat wij door elk onzer zinnen kunnen smaken1 verandert door onmatigheid in het tegendeel1 ja1 de toonen der welluidendste muziek zouden eindelijk ons oor vermoeijen1 zelfs pijnlijk aandoen1 indien wij ze den ganschen dag en onophoudelijk moesten hooren4 ,houden wij daarentegen de matigheid in het oog1 dan oefenen alle ligchamelijke genietingen--het genot des gevoels1 van het gehoor1 des gezigts1 van den reuk en van den smaak--niet slechts een weldadigen en bevredigenden invloed uit op het ligchaam1 maar insgelijks op het gemoed2 zij verzwakken den geest niet1 maar versterken hem en stellen hem in staat nog edeler genot te smaken3 om de diepzinnigste wetenschappelijke vraagstukken te kunnen bepeinzen4 ,in een zwak of ziekelijk ligchaam kan geen sterke of gezonde geest wonen4 ,van onze vroegste jeugd af moeten wij ons derhalve er op toeleggen om het ligchaam te versterken en alle mogelijke zorg aanwenden om het volkomen te ontwikkelen4 ,het nuttigen van spijs en drank onderhoudt het leven1 maar oefening der krachten maakt ons sterk4 ,aan elke school zonder onderscheid behoorde eene inrigting te worden verbonden voor ligchaamsoefening1 alwaar de jeugd in de gelegenheid werd gesteld door loopen1 springen1 klauteren1 schommelen1 werpen1 kaatsen1 kegelen1 worstelen1 zwemmen1 paardrijden--in n woord1 door de verschillendste ligchaamsbeweging de spierkracht te oefenen4 ,deze ligchaamsbewegingen moeten op rijperen leeftijd op eene doelmatige wijze worden voortgezet4 ,wij behooren veel beweging te nemen in de vrije lucht1 en niet voor elk windje of elke regenvlaag te gaan schuilen4 ,wij moeten pogingen in het werk stellen om eene meer doelmatige wijze van kleeden in te voeren1 die de natuurlijke schoonheid van den ligchamelijken vorm voordeeliger doet uitkomen1 zoomede om de naauw sluitende1 stijve keurslijven bij de vrouwen in onbruik te doen geraken4--,reinheid des ligchaams is een der meest geschikte middelen ter bevordering van de gezondheid4 ,in elke stad1 in elk dorp behoorde een badhuis te zijn4 ,indien1 bij voorbeeld1 van een viertal kroegen1 dat menigwerf in n klein dorp wordt gevonden1 er twee gesloten en door een badhuis werden vervangen en het geld1 daar vroeger aan genever verdronken1 nu werd besteed tot het nemen van een koud of warm bad1 dan zou zulks niet slechts nuttiger zijn voor de maatschappij1 maar tevens aangenamer genot opleveren aan ieder afzonderlijk lid er van4 ,indien gij iemand ziet1 die in een prachtig huis woont en fraai en zindelijk gekleed gaat1 maar ten opzigte van zijn eigen ligchaam de reinheid uit het oog verliest1 waarmede vergelijkt gij hem8--,wanneer het den ,mohammedaan in zijn wetboek wordt voorgeschreven zich herhaaldelijk te wasschen1 behoorden de bewoners van het koudere noorden1 zelfs van den geringsten stand1 hieraan een voorbeeld te nemen en het als een hunner godsdienstige pligten te beschouwen1 minstens nmaal per dag die deelen des ligchaams te wasschen1 welke naar de voorschriften der zindelijkheid zulks het meest behoeven en zich althans eens per week te baden4 ,daardoor zouden vele ziekten voorgekomen worden en het opkomende geslacht een krachtigeren wasdom verkrijgen4 ,wij moeten ons ligchaam niet verloochenen1 maar het in eere houden en ,god den ,heer danken1 dat hij het zoo fraai en doelmatig heeft gevormd4 ,wij mogen ons ligchamelijk genot verschaffen2 want dat wij zouden genieten1 lag in de bedoeling des ,scheppers1 toen hij ons het aanzijn schonk1 dewijl hij alle organen onzes ligchaams zoodanig heeft zamengesteld1 dat alle natuurlijke verrigtingen1 welke strekken moeten tot instandhouding1 zoowel der individuen als der soort1 waartoe zij behooren1 met een behagelijk gevoel gepaard gaan4 ,hij schiep ons tot het smaken van geluk en genot1 zoowel naar het ligchaam als naar den geest4 ,degenen1 die zeggen3 verloochent u zelven1 doodt alle zinnelijke lusten en begeerten1 arbeidt aan uwe heiligmaking1 legt u ontberingen op1 bestrijdt uw vleesch door onthouding1 door vasten en kastijden1 opdat uwe onsterfelijke ziel des te vlekkeloozer worde en het goddelijke licht des te helderder in u schijne--zijn of huichelaars of dweepers1 die zondigen tegen de weldadige bedoeling des ,scheppers1 want zij dienen toch te weten1 dat in een door vasten en kastijden verzwakt ligchaam geen krachtige en gezonde geest kan wonen4 ,indien gij honger hebt1 u voedsel kunt verschaffen en u toch er van onthoudt1 dan zondigt gij4 ,alleen de arts1 niet de priester1 heeft het regt u de onthouding er van voor te schrijven4 ,het is de pligt der overheid om openlijke volksspelen en volksvermakelijkheden1 gepaard met doelmatige ligchaamsoefeningen1 met alle krachten aan te moedigen4 ,het volk zou dan tevredener zijn1 zijne pligten met meer vreugde nakomen en niet zoo dikwerf1 gelijk thans het geval is1 verstrooijing zoeken in de geneverflesch1 die1 helaas1 in vele oorden1 onder vele klassen der maatschappij1 zijn eenige troost1 zijn eenig geluk is6--,wanneer toch de arme man zes dagen lang heeft gewerkt om zich in het zweet zijns aanschijns zijn dagelijksch brood te verschaffen en de zevende dag komt eindelijk aan1 welke vreugde biedt hem deze dag8--,vooreerst de vreugde in de kerk te gaan1 om treurige1 droefgeestige geloofsstellingen te belijden en predikatin aan te hooren over onbegrensde1 alles ten offer brengende ,christelijke liefde2 ten tweede de vreugde in de kerk te gaan1 om treurige1 droefgeestige geloofsstellingen te belijden en predikatin aan te hooren over onbegrensde1 alles ten offer brengende ,christelijke liefde2 ten derde de vreugde om uit de kerk te gaan en--reeds bij de eerste schrede1 die hij buiten de kerkdeur doet1 de onmogelijkheid in te zien om eene enkele dier voorschriften na te komen en eindelijk--ten vierde1 gedurende de vier of vijf uren van den dag1 die nu nog overblijven1 het genoegen om onbevredigd in zijn binnenste te zijn en nergens iets te vinden1 dat het ledige in zijn gemoed vervullen en genoegdoening kan geven aan eene onbestemde1 maar niettemin duidelijk gevoelde behoefte6--,zou die behoefte ook misschien de genever zijn8--,neen2 waarheid is het in plaats van dwaling1 natuurlijke godsdienst die voor het gezond verstand begrijpelijk is en het gemoed vervrolijkt1 waaraan hij in de kerk behoefte heeft--en gezellige vreugde1 openbaar vermaak1 spel met ligchaamsoefening1 genot is het1 dat hij buiten de kerk wenscht te smaken1 en aan het smaken van zulk maatschappelijk genoegen1 vooral der lagere volksklassen1 die dit het meest noodig hebben1 behoorde minstens de tweede helft van elken zondag te worden gewijd4--,de mensch is door ,god geschapen om te genieten en het volk heeft er behoefte aan4 ,gij1 die de kermissen hebt afgeschaft1 gij hebt het goede met het kwade te gelijk weggenomen en1 indien gij het heil des volks werkelijk zoekt1 dan zijt gij nu verpligt iets beters er voor in de plaats te stellen4 ,het ware te wenschen1 dat het veelzijdig nut1 't welk de schouwburg kan verspreiden1 meer algemeen werd erkend en gewaardeerd1 en dat zelfs in de kleinere steden volksschouwburgen werden opgerigt4 ,of zou iemand durven beweren1 dat er een krachtiger middel gevonden wordt tot verheffing van het zedelijke gevoel bij het volk1 dan het opvoeren van tooneelstukken1 waarin zedelijke waarheden worden ontwikkeld8--,want daarbij is toch het nuttige vereenigd met het vermakelijke1 met een aangenaam tijdverdrijf6 ,het instinkt tot voortplanting zijner soort1 dat elk dier is ingeplant1 gaat bij den mensch gepaard met het veel edeler gevoel van liefde--en bindt op die wijze de beide geslachten zamen4 ,deze liefde1 welke ons verheft boven het dier1 dat slechts geslachtsdrift gevoelt1 moeten wij rein bewaren en haar heiligen door eerbaarheid4 ,de band1 welke kinderen aan ouders1 ouders aan kinderen1 zoo mede zusters en broeders onderling verbindt1 zou verbroken worden1 de reinste vreugde1 welke de mensch in den kring van zijn eigen huisgezin1--aan eigen haard1--geniet1 zou verloren gaan1 de teedere zorg voor de jeugd en hare opvoeding ontaarden in onverschilligheid1 de band der trouw tusschen de verschillende geslachten en te gelijk daarmede vele van de schoonste bloemen der beschaving1 der edelste deugden1 zouden ophouden het menschelijk leven te sieren1 zij zouden vervangen worden door zedelijke ruwheid1 ja1 de geslachtsliefde zou eindelijk worden verlaagd tot bloote dierlijke lust en de orde en tucht in de maatschappij worden vervangen door een woesten chaos1--indien wij het voorschrift der wet een man en eene vrouw niet in acht namen4 ,om die reden moet het genot der geslachtsliefde het geheim van twee personen zijn1 de zaamgeknoopte band der liefde--het huwelijk--moet ons heilig blijven en de jeugd zal dezen band veredelen door kuischheid4 ,die staat echter zal het welzijn des volks bevorderen1 die de wettige vereeniging ook onder de onvermogenden met alle onder zijn bereik staande middelen vergemakkelijkt1 en die priester zijn pligt vervullen1 die het niet beneden zijne waardigheid acht de waarschuwende stem te verheffen tegen de nadeelige gevolgen van te vroegtijdig geslotene huwelijken1 indien de materile middelen der beide partijen niet toereikend zijn voor hunne behoeften1--maar die1 in plaats van de verloochening des vleesches te prediken1 den armen liever toeroept1 dat de mensch slechts door den band der trouw zich boven het dier kan verheffen en dat zij dezen band moeten aaneenhechten1 alvorens het genot der liefde te smaken4 ,welligt zou op die wijze veel zedelijke ellende worden verhoed4 ,hebt uwen naaste lief6 ,want ,god is goed en alle deelen der schepping getuigen van zijne liefde4 #bb4 ,god is regtvaardig3 wij moeten pogen regtvaardig te zijn4 ,slechts hij kan regtvaardig zijn1 die wijsheid paart aan goedheid4 ,regtvaardigheid is die deugd1 welk het moeijelijkst te beoefenen valt1 maar zij is daarentegen het schoonste sieraad1 vooral van hen1 die hoog geplaatst zijn--der magtigen en vorsten--onder de stervelingen4 ,wanneer gij een handwerksman nevens den weg ziet liggen1 waar hij in de schaduw van het geboomte zijn stukje droog brood nuttigt om later op nieuw zijn arbeid te hervatten--en tegenover hem zit een rijk man aan den disch1 waarop een dozijn schotels met groenten1 gebraad en fijne pasteijen van allerlei soort hunne geuren verspreiden1 waarvan hij niet in staat is de kleinste voor zijn maaltijd te nuttigen1 zegt dan niet3 dat is onregtvaardig2 want den arbeider smaakt welligt zijnen maaltijd beter dan gindschen rijkaard zijne pasteijen1 en deze behoeftige man1 die des avonds naar huis keert en in den kring der zijnen uitrust van de vermoeijenissen des daags1 ondervindt stellig meer genot dan de rijke1 die nog nooit vermoeid was4 ,ontneemt gij echter den rijke1 die in overvloed is groot geworden1 zijne schatten1 dwingt gij hem eensklaps droog brood te eten zoo als gindsche handwerksman1 dan handelt gij onregtvaardiglijk2 want dan zal de rijke zeer ongelukkig en beklagenswaardig zijn1 dewijl hij niet gewoon is droog brood te eten1--en indien gij den handwerksman1 die1 ten gevolge van ziekte of duurte van levensmiddelen1 minder verdient dan voor zijne behoefte vereischt wordt1 niet mededeelt van hetgeen gij meer hebt dan gij behoeft1 dan handelt gij insgelijks onregtvaardiglijk en zondigt tegen de wet der menschenliefde4 ,om regtvaardig te zijn1 moeten wij er naar streven om aan ieder te geven naar gelang van zijne persoonlijke behoeften4 ,de mate nu van behoeften hangt af van voormalige gewoonte4 ,de grondregel1 waarnaar wij ons moeten gedragen in onze handelwijze jegens anderen1 is dezelfde die ,jezus van ,nazareth zoo schoon heeft vervat in de navolgende woorden3 gelijk gij wilt1 dat u de menschen doen zullen1 doe hun desgelijks4 ,niet alles echter is ellende1 dat ons als zoodanig toeschijnt4 ,wie zou durven beweren1 dat de gier1 die in de dorre1 van alle boom- en struikgewas verstokene woestijnen van ,egypte op de rottende overblijfselen van kameelen aast1 minder gelukkig is dan de kolibri1 welke in het bloesemrijkste boschje rondfladdert en den zoetsten honig uit de bloemen zuigt8 of dat de bedelaar1 die1 in lompen gehuld op den openbaren weg de hand uitstrekt om eene aalmoes te vragen1 ellendig is1 wanneer hij met een vijftigtal penningen des avonds huiswaarts keert en zijne aardappelen1 met zout en vet toebereid1 nuttigt8 ,hetgeen hij meer dan vijftig penningen heeft verkregen1 zal hij besparen1 maar niettemin op nieuw den volgenden dag gaan bedelen2 zijne lompen heeft hij lief gekregen1 het bedelen is hem tot behoefte geworden1 hij gevoelt zich gelukkig4 ,de rijke man daarentegen1 die1 met ridderorden behangen1 daar ginds in dat groote huis woont1 feesten aanrigt1 waarop alle fijne wijnen paarlen1 terwijl de tafel onder den last der spijzen buigt1 zegt niet1 dat hij gelukkiger is dan de bedelaar6--hij weet hoedanig hij de schatten heeft verworven1 waarmede hij pronkt1 hoe hij aan de veren is gekomen1 waarmede hij zich heeft gesierd2 benijdt hem niet1 het aangename bewustzijn van pligtsvervulling en tevredenheid kruiden zijne spijzen niet op den rijk voorzienen disch1--de wroeging van een boos geweten vervult zijnen boezem6 ,god is regtvaardig6 ,en wanneer wij een koopman zien1 die gedurende #bj jaren op een grooten voet leefde1 maar bankroet is gegaan en nu als klerk op een kantoor een sober loon verdient1 wachten wij ons hem voorbariglijk te beklagen2 wij kunnen niet in zijn binnenste zien en weten niet1 welke daden hij in het geheim heeft gepleegd4 ,de ontbering kan nuttig voor hem1 het ongeluk eene school van wijsheid voor hem zijn1 waaruit hij1 naar den geest en het verstand gelouterd1 kan te voorschijn treden en gelukkiger worden dan hij te voren was4 ,hieruit moeten wij deze leering trekken1 dat wij nimmer den moed behooren te verliezen1 wanneer ons een ongeluk overkomt1 dewijl wij niet kunnen weten1 waartoe het nuttig is4 ,met geduld moeten wij ons onderwerpen aan hetgeen onvermijdelijk is1 maar wakker en werkzaam zijn1 want ,god helpt1 die zich zelven helpt4--,heeft het ongeluk vooraf zijne komst niet aangekondigd1 ook het geluk kan onverwacht komen6 ,orde houdt de maatschappij te zamen4 ,het wetboek is daar om voor hare instandhouding te waken1 terwijl de wereldlijke arm des geregts de plaatsbekleeder is der goddelijke geregtigheid in den staat4--,gelijk in de natuur steeds vele kleinere dingen zich om een grooter scharen en vele planeten om eene zon draaijen1 ja1 alle zonnen1 met alles wat leeft en zich om haar beweegt1 ook weder gezamenlijk om eene nog oudere1 grootere zon moeten draaijen en ten laatste alle dingen naar eene enkele grondoorzaak leiden1 zoo heeft zich ook in de maatschappij reeds van oudsher het beginsel van eenheid doen gelden4 ,de beste regeringsvormen zijn die1 waarin de schepping zoo veel mogelijk is nagevolgd4--,een ,god1 een ,koning6--,maar ,god regeert de wereld niet willekeurig4 ,zijne ministers en staatsbeambten zijn de natuurkrachten1 die hij schiep1 en zijne grondwet zijn de onveranderlijke1 vaste wetten1 waarnaar hij de natuurkrachten laat werken4 ,wij moeten ordelievend zijn1 de wetten des vaderlands gehoorzamen en onzen koning eerbiedigen4 ,wij moeten er naar streven om deugdzaam te zijn1 zonder op eenige andere belooning te rekenen dan die1 waarmede de deugd1 de getrouwe pligtsvervulling1 zich zelve beloont3 een goed geweten4 ,dan zullen wij zien1 dat de deugd nimmer ongelukkig is1 maar in tegendeel dikwerf door de menschen geerd en met wereldsche goederen gezegend wordt4 ,wij moeten de ondeugd haten en de zonde vlieden1 maar geene straf zoo zeer vreezen als die1 waarmede elke slechte daad zich zelve straft3 een kwaad geweten4--,een kwaad geweten brengt de begane zonden aan den dag en dan wordt de ondeugd1 de misdaad gestraft door den arm der wereldlijke geregtigheid4 ,indien wij eene zwakheid hebben begaan1 indien ons beter zedelijk ik door de gebreken1 die ons ligchaam aankleven1 is verwonnen geworden1 indien wij eene onregtvaardigheid gepleegd en gezondigd hebben1 maar berouw gevoelen over onze overijling of slechte handelwijze1 innig1 waarachtig berouw er over gevoelen3 dan is de zonde ons vergeven4 ,indien wij berouw gevoelen over het onregt door ons gepleegd en het vaste voornemen opvatten1 voortaan regtmatig te handelen1 dan mogen wij met het volste vertrouwen de toekomst te gemoet gaan1 ook dan wanneer de wereldlijke straf der wet daarvoor op ons is toegepast4 ,de orde in den staat eischt1 dat de wet voltrokken worde4 ,indien de orde en zekerheid in den staat daardoor niet op het spel zijn gezet1 zal een goede vorst den misdadiger genade schenken1 en daardoor het schoonste bewijs geven van de magt1 die hij bezit4--,dewijl alle misdaden deels haren grond hebben in aangeboren ligchamelijke onvolmaaktheden of gebreken1 hoofdzakelijk echter in verkeerde opvoeding en gebrek aan beschaving en--bij een dergelijken aanleg--door ongelukkige uiterlijke omstandigheden ligt veroorzaakt worden1 behooren wij medelijden te hebben met de misdadigers en trachten hen te verbeteren of te genezen4 ,wij moeten echter nimmer gelooven1 dat een sterfelijk wezen1 al zet hij eene driedubbele bisschopsmuts op het hoofd1 in staat is ons eene enkele zonde te vergeven4 ,god alleen kan ons de zonden vergeven en zijn eenige plaatsbekleeder op aarde is3 het geweten1 dat in den boezem van elk mensch woont4 ,de goeden en de boozen dragen hunnen hemel en hunne hel met zich om4 ,zij zullen hunnen hemel en hunne hel met zich nemen2 want hunne ziel is onsterfelijk4 ,laat ons niet droomen van een anderen hemel of eene andere hel4 ,wat aan gene zijde des grafs ligt1 is voor ons verborgen4 ,stellen wij ons vertrouwen op den ,onvergankelijke en dragen wij hiervoor zorg3 dat wij een hemel in onzen boezem hebben6 en zeggen mogen1 dat wij voortdurend er naar gestreefd hebben om regtvaardig te zijn6 ,want ,god is volkomen regtvaardig4 #bc4 ,god is eeuwig dezelfde1 onveranderlijk getrouw en waarachtig3 ons streven moet zijn in al onze handelingen getrouw en waarachtig te wezen4 ,wij moeten waarachtig zijn in woorden en daden1 en nimmer huichelen4 ,hetgeen wij doen1 moeten wij ook leeren kunnen1 en overeenkomstig onze leer behooren wij ook te handelen4 ,wij behooren ons niet zoodanig te gedragen1 noch te kleeden 7behalve wanneer dit geschiedt uit scherts71 dat wij iets schijnen te zijn1 dat wij werkelijk niet zijn2 want nemen wij den schijn aan van iets1 't geen wij niet zijn1 dan bedriegen wij de menschen4 ,wij behooren ons woord te houden en derhalve niet ligtvaardig te beloven1 zonder vooraf te overleggen of wij onze belofte kunnen houden4 ,den band der vriendschap en der liefde1 dien wij hebben gesloten1 behooren wij heilig te bewaren4 ,wij moeten den leugen haten als de verachtelijkste zonde1 die ons in onze eigene oogen vernedert4 ,wij moeten niet leeren3 andere menschen even lief te hebben als ons zelven2 elken dag1 ja1 elken oogenblik zien wij1 dat wij niet in staat zijn om zulks te doen2 geven wij niettemin voor1 dat wij dit doen1 dan maken wij ons schuldig aan huichelarij4 ,wij moeten leeren alle menschen lief te hebben en ons zelven meer dan anderen4 ,leeren wij dit1 dan kunnen wij zulks nakomen en wij zijn waarachtig4--,ik ken een bekwamen1 braven man1 die door ongelukken tot armoede en ellende is vervallen1 en sedert vele jaren te vergeefs alle pogingen heeft beproefd om zich weder te herstellen4 ,niets heeft echter kunnen baten4 ,om voor goed geholpen te zijn1 behoeft hij #bjjj gulden2 eene geringere som kan hem niet redden4 ,ik ben in het bezit van dergelijke som1 maar indien ik haar aan hem afsta1 stort ik mij zelven in het ongeluk4 ,ik houd derhalve mijn geld in kas of bezig het in mijne eigene zaken4 ,heb ik nu mij zelven niet meer lief dan genen8--,indien iemand mij met de wapenen in de hand aantast1 en ik mijn leven alln redden kan door den aanvaller te dooden en ik redde mijn leven3 heb ik mij zelven dan niet meer lief gehad dan genen8--,of wordt er iemand onder ons gevonden1 die zich zelven in het verderf wil storten om een ander te helpen8 die zich wil laten vermoorden1 opdat een ander het leven zal behouden8--,en indien zoo iemand onder ons werd gevonden1 welk nut zou hij gesticht hebben door zich zelven op te offeren1 dewijl toch n van beiden verloren gaat8 ,daardoor had hij immers niet getoond den andere even lief te hebben als zich zelven1 maar in tegendeel dat hij zich zelven minder lief had dan genen6 ,zou hij op die wijze niet zondigen tegen den eersten pligt1 die ieder mensch is voorgeschreven1 den pligt van zelfbehoud8 ,wij moeten derhalve de vroeger opgegeven grondstellingen der liefde tot onze naasten opvolgen1 maar de leer onze naasten lief te hebben als ons zelven verwerpen1 omdat het opvolgen van dit voorschrift eene natuurlijke onmogelijkheid is1 en dewijl eene leer1 die onophoudelijk van elken kansel gepredikt1 in alle ,christelijke geschriften wordt aanbevolen1 maar die nog nimmer opgevolgd kon worden en ook nooit1 zoo min nu als in het vervolg1 nagekomen zal worden1--slechts leiden kan tot schijnheiligheid1 huichelarij en valschheid4--,zijt waarachtig en getrouw aan u zelven6 ,de afschuwelijkste en verachtelijkste soort van huichelarij is de schijnheiligheid1 welke iemand pleegt wanneer hij degenen1 die hem zien1 wil diets maken1 dat hij in het gebed tot ,god spreekt1 terwijl hij inderdaad aan niets hoegenaamd denkt of geheel andere gedachten koestert dan hij voorwendt1 ja1 met onheilige denkbeelden is vervuld2--dit is eene soort van schijnheiligheid1 die1 helaas6 bij de ,christenen veel algemeener wordt gevonden1 dan bij de belijders van eenige andere godsdienst4 ,de reden daarvan is3 #ao4 de zoo even genoemde omstandigheid1 dat de ,christen in zijn binnenste de onmogelijkheid gevoelt 7die zijn mond weigert te bekennen7 om de eerste grondregelen des ,christendoms in het leven na te komen1 zoo als3 zijn naaste lief te hebben als zich zelven1 zijne vijanden wel te doen en hen van harte te vergeven1 zich op heiligmaking toe te leggen1 alle aardsche lusten te dooden1 zich zelven geheel en al te verloochenen1 enz41 en #bo4 dat de ,christenpriesters een herhaald1 lang en vurig bidden1 bidden1 bidden6 als het krachtigste hulpmiddel ter bevordering van tijdelijk en eeuwig geluk voortdurend aanprijzen4 ,daar het echter eene uitgemaakte waarheid is1 dat de mensch slechts zeer zelden zoo diep geroerd is1 in zulk eene heilige stemming verkeert1 dat hij zich opgeheven gevoelt tot ,god1 en hij niettemin een half dozijn malen daags behoort te bidden1 vouwt hij de handen zamen1 slaat aandachtig de blikken nederwaarts1 zet een onnoozel gezigt--en houdt zich als of hij bidt4 ,die een medebelijder is der natuurlijke godsdienst en zedeleer van den regtzinnig geloovigen mensch1 moet het werktuigelijk aframmelen van vooraf geleerde gebeden onvoorwaardelijk afkeuren en slechts dan ,god bidden1 wanneer hij een wezenlijken1 innerlijken aandrang daartoe gevoelt1 onverschillig of deze zich zelden of menigwerf1 elken dag1 elke week of slechts eens in de veertien dagen openbaart4 ,de ,eeuwige en ,onvergankelijke kent al onze behoeften en wenschen en geen enkele onzer gebeden--ja1 al baden wij op onze knien drie weken lang zonder ophouden1 en bij honderd duizenden te gelijk1--is in staat om te bewerken1 dat hij een haar breedte afwijkt van de eeuwige wetten1 waarnaar hij de wereld regeert4 ,alleen dan is het bidden nuttig1 wanneer de biddende daartoe de aandrang bespeurt in zijn gemoed1 wanneer hij zich tot den ,eeuwige opgeheven gevoelt1 en rust en troost in zijn geloof zoekt4 ,bezielt hem die zucht1 is dit gevoel waar en innig1 dan ook zal hij troost in het gebed vinden4 ,het opzeggen van gebeden1 die men van buiten heeft geleerd en die op vastgestelde tijden worden gepreveld1 zoo als1 bij voorbeeld1 bij het opstaan1 naar bed gaan1 voor het eten1 na het eten1 een dozijn keeren in de kerk1 enz41 waarbij aan niets wordt gedacht1 waarbij men niets gevoelt1 dit heeft volstrekt geene nuttigheid in zich1 baart in tegendeel het vroeger opgenoemde nadeel1 namelijk1 huichelarij1 het aannemen van een valschen schijn4 ,dit wordt eene gewoonte en deze gewoonte spiegelt zich onwillekeurig in alle andere verrigtingen der menschen af4 ,handelt naar behooren1 leidt een deugdzaam leven1 maar waant niet1 dat gij aan uwen pligt voldoet1 indien gij menigwerf ter kerk gaat of uren lang op uwe knien gebeden opzegt4 ,het is waar1 naar kerkelijke uitspraken1 kunt gij dan vrome menschen heeten1 inderdaad echter misschien zeer slechte menschen zijn4 ,de ervaring leert1 dat zij1 die het veelvuldigst ter kerk gaan1 het langst en het vurigst in het openbaar bidden1 veelal de meest gewetenlooze menschen zijn4 ,sommigen hunner doen zulks alln1 dewijl zij weten1 dat zij hunne ondeugden het zekerst achter schijnheiligheid kunnen verbergen1 en anderen dewijl zij werkelijk gelooven1 dat zij zich met ,god kunnen verzoenen1 indien zij des zondags ter kerk gaan1 vurig bidden1 belijden dat zij ellendige1 diep gezonken schepselen zijn1 ja1 van berouw vervuld zich ter aarde buigen1 weeklagen en genade6 genade6 erbarming6 voor mij armen verworpen zondaar roepen2--dan zijn hun 7zoo wanen ze7 de zonden1 die zij in de afgeloopene week hebben begaan1 kwijt gescholden2 zij hebben immers ,god gediend en--zullen daarvoor gedurende de aanstaande week hunne medemenschen des te slechter dienen en hen op alle mogelijke wijze bedriegen1 waarvoor zij dan op den aanstaanden zondag door nieuwe en bitterder jammerklagten1 door vernieuwd vertoon van berouw en herhaalde bekentenis1 dat zij arme onverbeterlijke zondaars zijn1 op nieuw vergeving vinden4 ,deze zullen zich stellig niet verbeteren1 maar in hunne berouwvolle jammerklagten steeds nieuwen moed scheppen tot vernieuwde slechte daden4 ,niet met bidden--slechts door goed te handelen kan men ,god dienen4 ,indien gij echter bidt1 dan zij uw gebed u heilig1 gelijk de eerbaarheid aan de jonge maagd4 ,ontheiligt het heilige niet1 door het aan ieders oog bloot te stellen4 ,bidt in eenzaamheid4 ,wij moeten aan de bestendige onveranderlijkheid der natuurwetten gelooven en naar waarheid trachten4 ,deze waarheid moeten wij hoogachten en beminnen4 ,menschen kunnen gedurende langen tijd in bijgeloof en dwaling voortleven1 zonder dat zij om die reden juist ongelukkig zijn1 maar elk toeval1 't welk de waarheid aan den dag brengt1 zal hen doen ontwaken1 en dit ontwaken zal te onaangenamer zijn1 naar mate de dwaling langer heeft voortgeduurd4 ,wij behooren derhalve hier naar te streven1 om ons zoo vroegtijdig mogelijk met de eeuwige waarheden der natuur bekend en vertrouwd te maken4 ,tot de klasse van dwaling en bijgeloof behoort het geloof aan goddelijke openbaring en wonderen1 dat wil zeggen1 aan dergelijke 7hypothetisch aangenomen of op overlevering berustende7 gebeurtenissen1 die in strijd zijn met de natuurwetten4 ,er bestaat geene regtstreeksche goddelijke ingeving of openbaring in het binnenste des menschen4--,het is waar1 somtijds rijzen denkbeelden bij ons op1 wier oorsprong wij niet verklaren kunnen1 ten gevolge waarvan het ons toeschijnt1 dat zij voortvloeijen uit eene innerlijke1 regtstreeksche bron van kennis1 zonder in eenig verband te staan met de omringende natuur4--,onderzoeken wij de zaak echter grondiger1 dan zien wij1 dat ook deze denkbeelden slechts eene terugkaatsing1 als het ware de nagalm zijn van hetgeen wij vroeger te eeniger tijd door onze zinnen ervaren hebben1--onverschillig of wij deze ervaring regtstreeks hebben geput uit de levende natuur of uit een boek1 dat de gedachtenwereld bevat van een nog levend of vr langen tijd door den dood van deze aarde gescheiden mensch4--,zeer zeldzaam echter kan iemand iets denken1 dat niet reeds andere menschen vr hem hebben gedacht4 ,het geloof aan eene regtstreeksche1 goddelijke openbaring is verderfelijk1 dewijl het de kritiek van het gezond verstand uitsluit en de zoogenaamde geinspireerden verlangen dat zij en hunne leer voor onfeilbaar worden gehouden4--,want gaat men uit van de mogelijkheid van eene dergelijke goddelijke openbaring1 dan moet ook toegegeven worden1 dat deze openbaring ,gods in ieder mensch kan plaats hebben1 dewijl wij niet weten kunnen welken sterveling--hetzij bedelaar of koning--,god de ,heer waardig gekeurd heeft of zal keuren om zijne openbaring te ontvangen4 ,nu echter kan slechts een van beide gedaan worden3 of ieder moet op zijn woord worden geloofd1 die voorgeeft goddelijke openbaringen te hebben ontvangen1 welke nu door hem als ,gods word worden verkondigd1 aan wier heiligheid geen criticus de roekelooze hand mag slaan2 doet gij dat1 dan heeft ,joe ,smith--de stichter van de sekte der ,heiligen van den jongsten dag 7der ,mormonen7--even goed als ,mohammed of ieder ander mensch1 die later welligt zal optreden1 het regt om te zeggen3 ik ben een waarachtig ,godsgezant1 gelooft aan mijne woorden2 en gij moogt er niet aan twijfelen2--of gij moet de kritiek toelaten en de leeringen dergenen1 die voorgeven openbaringen van ,god ontvangen te hebben1 eerst dan als zekere waarheid 7als ,gods woord7 erkennen1 wanneer zij 7even als alle andere leeringen1 welke door den mond eens menschen verkondigd of door 's menschen hand te boek zijn gesteld7 door u vooraf onderzocht zijn geworden en gij bevonden zult hebben1 dat zij de vuurproef der kritiek van het gezond verstand kunnen doorstaan4--,het is derhalve natuurlijk1 dat dan ook de bijbel op dergelijke wijze moet worden onderzocht en zulks doende zult gij de overtuiging erlangen1 dat de daarin vervatte leeringen niet slechts hoogst onvolkomen zijn1 maar ook openbare en zeer groote dwalingen bevatten1 waaruit volgt1 dat zij ,gods geopenbaard woord niet kunnen zijn4--,de leeringen van vele andere menschen daarentegen hebben deze proef werkelijk en met glans doorgestaan1 hunne ontdekkingen zijn gebleken waar en juist te zijn1 en deze leeringen en ontdekkingen moet gij derhalve1 indien gij de vroeger genoemde tweede grondstelling tot rigtsnoer neemt1 als goddelijke openbaring beschouwen4 ,maar het gevolg hiervan zou zijn1 dat elke natuurkundige ontdekking1 die deze proef glansrijk doorstond1 ja1 al hetgeen de mensch ooit waars en goeds heeft beleden1 uitgevonden of ontdekt1 eene goddelijke openbaring zou genoemd moeten worden6--,waarheen voert u dit geloof6 ,zegt derhalve niet3 ,jezus van ,nazareth was het1 aan wien ,god zich heeft geopenbaard2 deze openbaring is hier in dezen bijbel vervat en dit is ,gods woord2--want daarop kan ieder te regt antwoorden3 ook aan mij heeft ,god zich geopenbaard1 zoo mede aan dezen1 aan genen en aan duizend anderen te gelijk1 die hunne vijf zinnen openden om de openbaring te ontvangen en hun verstand gebruikten om haar te verstaan4 ,hierdoor heeft ,god sedert eenige honderde jaren1--vooral sedert uwe magt zoo ver gebroken was1 dat gij uw starren geloofswaan niet meer iedereen tot een onveranderlijken rigtsnoer voor het gansche leven kondt opdringen1 sedert gij geen ketters meer verbranden en niemand meer beletten kondt1 de bewonderenswaardige werken der schepping na te vorschen1 de levende natuur te onderzoeken1--sedert dien tijd heeft ,god den mensch zaken geopenbaard1 waarvan in uwen bijbel zelfs geen enkele letter wordt gevonden--zoo groot1 zoo schoon1 zoo heerlijk6--en waarvan gij tot heden niets zoudt vernomen hebben1 indien er niet waarlijk godvruchtige mannen waren geweest1 zoo als ,kopernicus1 ,galilei1 ,kepler1 ,huyghens1 ,newton1 ,halley1 ,linnaeus1 ,benjamin ,francklin1 ,laplace1 ,blumenbach1 ,gay-,lussac1 ,alexander von ,humboldt1 ,leopold von ,buch1 ,oersted1 ,berzelius1 ,humphry ,davy1 ,faraday1 ,arago1 ,johannes ,mller1 ,liebig1 ,elie de ,beaumont1 ,g4 ,i4 ,mulder1 ,ehrenberg en duizend andere even bekwame natuuronderzoekers1 indien deze niet getracht hadden in het ware boek der openbaringen te lezen4 ,de ontdekking van de ware beweging der planeten1 der wetten van ,kepler1 van de drukking der dampkringslucht door ,torricelli1--de ontdekking der undulatie-theorie van het licht1 der waarschijnlijkheidsrekening1 van de wet der zwaartekracht1 welke de beweging der hemelligchamen aan vaste berekening onderwerpt1--de ontdekking der wet van ,mariotte3 dat de digtheid der lucht evenredig is aan het gewigt1 dat er op drukt1 of aan de zamenpersende kracht1--de ontdekking der elektrieke hoedanigheid des bliksems1 der isothermische lijnen1 van het bestaande verband tusschen alle verschijnselen in de natuur1 van de indentiteit der electrieke en magnetische kracht1 welke den weg heeft gebaand tot het uitvinden der electrieke telegraphen1--de ontdekking der nieuwe classificatie en nomenclatuur der scheikundige verbindingen1 der metalen van de alkalien en aardsoorten1 van het electrieke licht1 van de wijze om electrieke werkingen uit den magneet te voorschijn te brengen1 van het diamagnetismus1 van het rotatie-magnetismus1 der polarisatie van het licht1--de ontdekking der theorie van de opheffing der gebergten en van de betrekkelijke verheffingstijdperken1 van de gemeenschappelijke basis 7van het protene7 der eiwitachtige ligchamen1--de ontdekking der galvanoplastiek door ,jacobi1 even zeer als de ontleding van het witte licht in zijne kleuren1 de berekening der loopbaan van kometen1 de uitvinding der spiegelsextanten1 of de leer over de gisting en over de metamorphosen in de bewerktuigde natuur in het algemeen1----al deze en andere gewigtige ontdekkingen moet gij dan 7naar de grondregelen van uw geloof7 beschouwen als waarheden1 die ,god aan de opgenoemde mannen heeft geopenbaard1--even goed als gij aanneemt1 dat ,god de zedelijke wet3 gij zult uwen naaste liefhebben1 aan ,jezus van ,nazareth--of dergelijke wetten reeds vroeger aan ,mozes openbaarde1 welke laatstgenoemde onder anderen de ontdekking maakte1 dat het onregtvaardig is te stelen en te dooden4 ,dan moet gij insgelijks de werken1 waarin de vroeger genoemde ontdekkingen zijn ter neder gesteld1 bij voorbeeld1 de ,libri ,,vi de orbium coelestium revolutionibus1 ,linnaeus ,systeem der drie natuurrijken1 ,blumenbach's werk de generis humani varietate nativa1 het ,lehrbuch der ,chemie van ,berzelius1 ,humboldt's ,kosmos1 de ,mcanique cleste van ,laplace1 ,newton's philosophiae naturalis principia mathematica en duizend andere voortreffelijke geschriften even zeer als ,gods woord beschouwen1 als uw oud en nieuw testament--en dan behoort gij tevens aan genoemde mannen gelijke eer te bewijzen als aan gene oud-,joodsche schrijvers der christelijk godsdienstige boeken en behoort hen apostelen1 door ,god bezielde en verlichte profeten te noemen4--,er behoeft1 waarlijk1 geen engel uit den hemel te komen om ons te leeren1 dat een goede ,god in de schepping leeft1 en dat wij menschen deugdzaam behooren te zijn en onze medemenschen moeten liefhebben om gelukkig te kunnen leven1--die wet staat diep in ons gemoed gegriffeld2 ja1 dat deze en dergelijke waarheden zoo vroeg werden erkend1 strekt juist ten bewijze1 dat zij zeer natuurlijk1 zuiver menschelijk zijn4 ,god zal zich aan ieder openbaren1 die het vooroordeel aflegt1 die zijn ontvankelijken geest naar de natuur wendt en met ijver er naar streeft de eeuwige schriftteekenen der schepping te ontcijferen4--,aan die dwazen echter1 die hun gezond verstand aan het blind geloof ten offer hebben gebragt1 zal ,god zich nimmer openbaren4 ,maar daar hoor ik eenigen van u zeggen3 ,god heeft zich niet aan een mensch geopenbaard1 volstrekt niet2 hij heeft zijn zoon gezonden om ons zijn woord1 dat in den bijbel is vervat1 te verkondigen en ,jezus ,christus was geen mensch1 neen1 ,god6--,want de menschen waren slecht en zondig geworden en hadden zich strafschuldig gemaakt2 maar ,god erbarmde zich over hen en teelde derhalve 7#d of #fjjj jaar na de schepping van den mensch7 een zoon1 dien hij op de aarde zond4 ,door de kracht des ,heiligen ,geestes verwekte hij hem in de onbevlekte maagd ,maria4 ,hij redde het menschelijk geslacht van zijn ondergang1 want door zijn onschuldig lijden en sterven droeg hij de straf weg1 die de menschen hadden moeten lijden4 ,hij bragt zich ten offer aan ,god en ,god was nu verzoend en schonk den mensch genade en vergeving van zonde4 ,daarop antwoord ik u3 #ao4 ,hoe kan dat gebeuren8 ,god is eenig en ondeelbaar1 hoe kan hij een zoon hebben8--#bo4 ,god is alwetend2 hoe was het mogelijk1 dat de menschen zondig werden en hij zulks niet vooraf zag8--#co4 ,god is almagtig en alwijs2 hoe kon het geschieden1 dat hij de zonde toeliet en den mensch niet reeds van den aanvang af zoodanig inrigtte1 dat de zonde werd verhoed8--#do4 ,god is regtvaardig2 maar hoe kan hij gezegd worden regtvaardig te zijn1 indien hij al de millioenen van menschen1 die reeds vier of zes honderd eeuwen vroeger op aarde geleefd hadden1 uitsloot van de weldaden1 die hij nu vr #ahed jaren den mensch door zijn zoon liet aanbieden8--#eo4 ,god is eeuwig dezelfde1 onveranderlijk getrouw en waarachtig2 maar hoe kan dat mogelijk zijn1 indien hij #ahed jaren vr heden andere maatregelen nam dan die1 welke hij gedurende duizenden van jaren te voren had genomen8 indien hij naar geheel verschillende plannen dan vroeger en geheel en al in strijd met de wetten der natuur handelde1 die hij zelf in het wezen had geroepen8--#fo4 ,welk regt meent gij dan toch wel te hebben om te gelooven1 dat ,jezus van ,nazareth een ,god was8 ,is zulks welligt op grond hiervan1 dat onder het ,joodsche volk eene overlevering bestond1 dat vr zoo of zoo veel jaren de leerlingen van ,jezus het zoo verhaald hadden en dewijl deze overlevering later te boek gesteld en nog later ,nieuw ,testament genoemd werd8 ,worden dan in nog oudere schriftelijke gedenkstukken der ,hebrers1 zoo mede in die van vele andere volken niet nog wonderbaarlijker verhalen gevonden4 ,moet dan alles worden geloofd1 hetgeen menschen hebben uitgedacht1 al was het dan ook1 dat zij door vromen ijver waren bezield8--#go4 ,dewijl ,god almagtig en alwijs is3 hoe laat het zich dan verklaren1 dat de buitengewone maatregelen1 die hij 7naar uwe bewering7 vr #ahed jaren heeft genomen1 zoo weinig hebben geholpen1 ja1 het doel 7waartoe zij1 naar uw vermeenen1 moesten leiden7 geheel en al hebben gemist8 ,of zoudt gij durven beweren1 dat de menschen gedurende de #ah #a_/b eeuwen1 die sedert dien tijd zijn verloopen1 gelukkiger waren dan vr dien tijd8 of dat zij tegenwoordig minder zondigen dan destijds8--#ho4 ,indien gij welligt mogt zeggen3 ja1 zij zondigen nog evenzeer als destijds1 maar ,god is door het gebragte offer verzoend en wij kunnen nu zalig worden1 dan vraag ik u3 hoe is het toch mogelijk1 dat gij u zulk een onheilig begrip kunt vormen van den ,eeuwige1 den ,onvergankelijke1 om te gelooven1 dat hij in staat zij een bloedig offer aan te nemen1 dat een aangeboden zoenoffer hem kon bevredigen of omkoopen8--#io4 ,naar uwe leer heeft ,god de zoon het bloedige offer1--namelijk1 zich zelven--aan ,god den ,vader aangeboden2 ,god de ,vader heeft dit 7--menschen- of goden-8--7 offer aangenomen en het zondig menschelijk geslacht is nu gered6 ,en dewijl nu ,god de ,vader1 ,god de ,zoon en ,god de ,heilige ,geest slechts een ,god zijn 7naar uw geloof71 heeft ,god zich zelven--aan zich zelven--om onzent wille 7die hij met zijnen alvoorzienenden1 alwetenden en almagtigen wil schiep7 ten zoenoffer gegeven6--,ik vraag het u3 ,wat is dat8 ,deze vraag heb ik mijn gezond verstand gedaan en daarop een antwoord gekregen1 dat uit vijf letters bestaat1 met eene o begint en eene n eindigt4 ,ik zou echter zeer onbescheiden handelen1 indien ik dit antwoord alhier ter nederschreef1 want ik zou daardoor als het ware te verstaan geven van oordeel te zijn1 dat zij1 die dit lezen1 geen gezond verstand bezitten6 ,dit zij verre van mij4 ,ik houd mij in tegendeel overtuigd1 dat ieder1 die dit leest1 gezond verstand bezit1 hetwelk zoodanig op het mijne gelijkt1 als het linker- op het regteroog of de hersenen van den eenen mensch op die van den anderen4 ,ik wend mij derhalve aan al die lezers1 die deze vraag beantwoord wenschen te zien1 met het vriendelijk verzoek1 haar aan hun eigen gezond verstand te doen en ik houd mij overtuigd1 dat van honderd lezers honderd een antwoord zullen ontvangen1 dat1 eensluidend met het mijne1 uit niet meer en niet minder dan vijf letters bestaat1 met eene o begint en met eene n eindigt4 ,slechts in het geval dat er onder de honderd lezers eenigen mogten gevonden worden1 die hun gezond verstand geheel en al ten offer hebben gebragt aan het blinde geloof1 zou het mogelijk kunnen zijn1 dat het antwoord op de vraag verkregen bij hen uit drie letters bestond1 beginnende met eene z en eindigende met eene n4 ,ik neem de vrijheid deze heeren met betamelijke bescheidenheid onder de aandacht te brengen1 dat de grootste schat1 welken de ,eeuwige den mensch heeft geschonken1 die hem boven alles dierbaar moet zijn1 zijne redelijke ziel1 zijn gezond verstand is1 dewijl hij alles1 waardoor hij zich boven het dier verheft1 met inbegrip van zijn heilig geloof aan ,god1 uitsluitend aan zijn verstand te danken heeft4 ,tot zulke tegenstrijdigheden komt gij door aan te nemen1 dat eene menschwording ,gods of eene regtstreeksche goddelijke openbaring in den mensch tot de mogelijkheden behoort4 ,het is de ,,eenige bron van alle dwaling en bijgeloof1 welke de ,christelijke godsdienst aankleeft1 zoo mede van de vreesselijke misbruiken1 die1 in den loop der laatste achttien honderd jaren1 met wereldsche bedoelingen1 zijn gemaakt van de behoefte der menschen aan godsdienst4 ,niemand toch zou zich hebben durven schuldig maken aan dergelijke misbruiken1 indien hij zich niet op de woorden des bijbels 7die buitendien voor zeer verschillende uitlegging vatbaar zijn71 als op ,gods woord1 had kunnen beroepen2 nimmer zou hij echter den bijbel voor ,gods woord hebben kunnen uitgeven1 indien hij niet het geloof aan de menschwording ,gods of de regtstreeksche goddelijke openbaring in den mensch als eene vaste en algemeen erkende waarheid op den voorgrond had kunnen stellen4--,bewijst hem nu1 dat ,god zich op geene andere wijze aan den mensch openbaart dan door zijne schepping1 dan moet noodzakelijkerwijze1 met het vroeger genoemde bijgeloof1 tevens al het misbruik verdwijnen en de bijbel van dien oogenblik af ophouden meer te zijn dan het gebrekkige werk van menschen1 die voor dwalingen bloot staan4 7,in het voorafgaande ligt echter niet de strekking om te beweren1 dat niet zeer veel schoons1 goeds en voortreffelijks in den bijbel wordt gevonden47--,blijft gij echter vasthouden aan het bijgeloof1 dan kunt gij1 met den bijbel in de hand1 alles bewijzen1 dat gij wilt2--dan staat de aarde stil2--de dooden herrijzen2--goede en booze engelen zweven in het rond2--al1 dat wonderbaar en in strijd is met de natuur1 wordt mogelijk2--gij behoeft den bijbel slechts open te slaan om iets te vinden1 dat voor uw doel past1--om dezen als ketter te vervloeken of aan gindsch boek een steen te binden en het1 aldus bezwaard1 in het diepste der wateren te laten zinken2 ja1 kon het nog twee duizend jaren op denzelfden voet voortgaan1 zoo als thans het geval is1 dan zoudt gij de woorden des bijbels zoo lang ginds en herwaarts draaijen1 verzetten1 verklaren en uitleggen1 totdat--uwe ,christelijke kerk in zoo vele sekten verdeeld is als er menschen op aarde wonen of als er woorden in den bijbel staan6 ,dewijl er slechts eene waarheid zijn kan1 vertoont uwe ,christelijke kerk1 met hare honderden van verschillende sekten1 wier aantal nog dagelijks toeneemt1 reeds naar het uitwendige--wanneer wij haar uitsluitend van een praktisch standpunt1 als geschiedkundig feit beschouwen1 gelijk zij daar staat1--het bewijs1 dat zij niet in de waarheid is4--,ga ik die kerk binnen3 welk eene duffe lucht komt mij te gemoet6 alles is vermolmd en ondermijnd2 de grondslagen zijn weggebroken en de muren rusten op dunne planken1 welke over deze gaten zijn gelegd1--de planken zelven zijn echter ook reeds sedert langen tijd vermolmd en het gansche gebouw moet onfeilbaar vroeger of later instorten6 ,de waarheid kan onmogelijk in tween worden verdeeld of anders worden uitgelegd1 dan zij werkelijk is4 ,zij is n en ondeelbaar en vertoont zich gelijk zij is3 als waar4 ,de ,,natuurlijke ,,godsdienst ,,en ,,zedeleer ,,van ,,den ,,regtzinnig ,,geloovigen ,,mensch kan nooit meer dan eene kerk1 eene sekte vormen1 en de zuilen des tempels1 welken zij zal stichten1 zijn op een hechten grond gebouwd3 de gansche schepping is haar grondslag4 ,het binnenste dezes tempels is voor niemand gesloten1 het altaarblad verbergt geene mysterin4 ,uit de met groene bloesems gesierde natuur waaijen eeuwiglijk welriekende geuren den tempel binnen1 en zoo lang het vriendelijke licht van zon1 maan en sterren niet verbleekt1 zal ook de waarheid in deze kerk niet ophouden te schijnen4 ,gij echter1 die aan openbaringen gelooft1 gij bevindt u in een doolhof met oneindig lange gangen1 die zich in allerlei bogten uitstrekken en elkander in de verschillendste rigtingen doorkruisen4 ,deze gangen splitsen zich tot in het oneindige in nevengangen1 en gij treedt ze binnen en doorloopt ze dagen lang1 nachten lang2--gij dwaalt er in rond1 zonder een uitweg te vinden1 gij hebt geen kompas1 waarnaar gij uwe schreden kunt rigten2--hoe verder gij op deze bogtige paden voortgaat1 des te donkerder wordt het rondom u1--geen schijnsel van verlichting dringt daarin door1--slechts dwaallichten flikkeren hier en daar voor u op2--in plaats van opbeurenden troost maakt angst zich meester van uwe ziel1--maar gij volgt het bedriegelijke spoor der dwaallichten1 gij begeeft u immer verder en--ten laatste staat gij aan den rand eens afgronds1 die zich voor uwe voeten opent--onpeilbaar diep en somber2--uwe verhitte verbeeldingskracht ziet allerlei bedriegelijke gestalten1 die in den afgrond rondwaren1 ja1 op den achtergrond ontwaart gij den rossen gloed van hel en vagevuur4 ,een letterlijk geloof aan de woorden des bijbels dwingt u niet alleen aan te nemen1 dat er vroeger wonderen zijn geschied1 maar dat er in de toekomst wonderen zullen plaats hebben1 zoo als de ligchamelijke opstanding der dooden4 ,volgens de natuurwet zijn alle bewerktuigde ligchamen onderhevig aan eene voortdurende verandering1 en ondergaat de materie1 waaruit zij bestaan1 eene onophoudelijke omzetting4--,de ligchamelijke stoffen1 welke door de levenskracht in drie- en viervoudige verbindingen worden zamgehouden1 scheiden zich na den dood des ligchaams spoedig vann1 de zuurstof der lucht oefent hare werking uit en andere1 eenvoudiger verbindingen worden gevormd4 ,het ligchaam gaat tot verrotting over1 er ontstaan luchtvormige1 druipbaar-vloeibare en aardachtige stoffen4 ,eenige dezer stoffen blijven voorloopig ter plaatse waar het lijk verrot2 zij bemesten den bodem1 groeijen op als gras en moeskruiden en worden door mensch en dier gegeten2 anderen geraken verstrooid1 worden door water weggespoeld en kunnen door winden en waterstroomingen in alle deelen der aarde1 en van de noord- tot aan de zuidpool geraken6--,eenige stofdeelen of moleculen van menschen1 die voor duizend jaren in ,friesland zijn begraven geworden1 vielen welligt met den regen in lateren tijd in de ,chinesche zee uit de lucht neder2 anderen kwamen door stroomingen of met schepen aan de kusten van ,amerika of naar ,engeland2--zij werden door visschen opgeslokt1 deze visschen zwommen verder1--werden door ,chinezen of ,nieuw-,zeelanders of door ,franschen en ,engelschen gevangen1 opgegeten en kwamen op die wijze in menschelijke ligchamen2--deze menschen stierven2 gras wies op hunne grafplaats2 dieren aten dit gras1 gaven melk en kaas2--menschen aten deze kaas of het vleesch der dieren en stierven2--nieuw gras groeide op1 nieuwe dieren aten het gras en strekten aan andere menschen tot spijs2 deze stierven en andermaal groeide er gras of er verhieven zich wouden boven de overblijfselen dezer dieren en menschen4--,het hout dezer wouden werd deels tot den scheepsbouw gebezigd en eenige der daaruit getimmerde schepen beploegden de zeen van de zuidelijke helft des aardbols2 zij strandden op de koraalriffen van het eiland ,malicolo en leverden de stof1 waaruit met pijl en boog gewapende ,polynesirs ontstonden2--anderen voerden ,sir ,john ,franklin naar de ,i,jszee1 waar hij met man en muis verging2 deze schepen waren1 even goed als de anderen1 ruim geproviandeerd met ,hollandsche boter en kaas1 waarvan de officieren en het overige scheepsvolk hadden gegeten1 die nu door ijsbeeren en visschen1 zoo als deze laatsten weder door zeehonden verslonden werden1 die op hunne beurt aan ,eskimo's tot voedsel strekten2--een ander gedeelte van het hout werd verbrand1 de asch werd gebezigd om den grond te bemesten1 waarop weldra weder nieuw gras en groentesoorten wiessen1 die de stof hielpen leveren tot verschillende na elkander opgroeijende geslachten van menschen en dieren4 ,het is derhalve zeer wel mogelijk1 dat eenige stofdeelen 7of der grondbestanddeelen of van hunne verbindingen d4 i4 atomen of moleculen7 van de menschelijke ligchamen1 welke vr duizend jaren in ,friesland zijn begraven1 thans zich bevinden in ,engeland en behooren tot het ligchaam van een lid van het ,parlement1 die lord ,aberdeen interpelleert over het ,turksche vraagstuk1--anderen aan de kusten der ,hudsonsstraat of van de ,baffinsbaai ronddwalen in de gedaante van ,eskimo's1 die zich aan robbenvet vergasten1 of thans rollen in de aderen van een ,papoea op ,nieuw-,guinea2--het is mogelijk1 dat anderen tot een mandarijn zijn geworden1 die thans voor ,peking het zwaard in de hand houdt om de regten van zijnen keizer te verdedigen2--anderen hebben welligt gedurende eenige geslachten een stam van ,noord-,amerikaansche wilden helpen vormen en zijn thans in ,californi1 alwaar deze wilden zijn begraven geworden1 tot hooge boomen opgegroeid--en het kan wel waar zijn1 dat nog andere moleculen der stoffen1 waaruit voor duizend jaren de oude ,friezen bestonden1 zich thans bevinden in de tweede kamer der ,staten-,generaal te 's ,hage1 in het hoofd van een der volksvertegenwoordigers1 die oppositie voert tegen het ministerie1--of dat eenige dezer deelen1 nadat zij reeds door vele tientallen van andere menschelijke ligchamen zijn gegaan1 en achtereenvolgens aan eenige schoenmakers1 klermakers1 doodgravers1 schouwspelers of domin's hebben behoord1--nu kortelings weder door de koeijen in de weide zijn opgegeten en op dezen oogenblik in den vorm van boter en kaas of een rundergebraad op een van uwe tafels staan1 die morgen 7wanneer gij die spijzen genuttigd hebt7 in uwe aderen rollen1 overmorgen echter reeds wederom op een andere plaats zich zullen bevinden4 ,gesteld1 dat nu heden de ,jongste dag ware aangebroken en de voor duizend jaren begraven oude ,friezen wederom moesten opstaan uit hunne graven1 welk een onbeschrijfelijk schouwspel van opstanding zou zich dan aan uwe blikken voordoen6--,hoe zouden de ligchamelijke deelen 7de stoffen waaruit de ,friezen vr duizend jaar bestonden71 die thans allerwege op de aardoppervlakte verspreid zijn1 zich moeten haasten om--uit den arm van den mandarijn in ,china1 uit ,engeland1 ,malicolo1 van de kusten der ,baffinsbaai1 uit ,nieuw-,guinea1 ,californi1 uit de tweede kamer der ,staten-,generaal te 's ,hage1 uit de kaas of uit het rundergebraad1 die nog op uwe tafel staan1 en uit duizend andere ligchamen1 uit gras1 boomen1 koeijen in de weide1 visschen in het water1 menschen in de stad en op het platte land1--hoe zouden zij zich haasten om zoo snel mogelijk naar ,friesland te komen1 hoe zouden zij van verre en van nabij door de lucht vliegen1 om nog te regter tijd aan het oude graf te kunnen zijn6--,eenigen moeten slechts #e1 anderen #cj en er zijn er die #cjjj mijlen moeten afleggen1--maar alle deelen en atomen 7waterstof-1 zuurstof-1 stikstof-1 phosphorus-1 kalkaarde-1 ijzer- en andere atomen7 allen reizen even snel1--geen atome kan zelfs n enkel oogenblik op het andere wachten1--de kalkaarde toch heeft den phosphorus noodig en de phosphorus verlangt naar de zuurstof4--,atomen1 haast u6 haast u6--maakt onderweg geene kennis met elkander1 wanneer gij daar dooreen snort in de lucht1--verloochent voor heden uwe verwantschap1--in ,friesland6 is uw rendez-vous1--daar moogt gij u verbinden1 maar houdt u nu niet op1 elke seconde is kostbaar1--draagt zorg1 dat gij aan het graf komt6--,hoort gij het luide geschal der bazuin8--spoedt u voort6--de dag van het wereldgerigt is aangebroken6 de ure der opstanding heeft geslagen6--,ziet hoe zij ijlen1 hoe zij vliegen1 hoort hoe zij snorren6--zij komen6--daar zijn zij6--,ja1 het goddelijke magtwoord heeft uitgewerkt1 dat zij allen1 allen te regter tijd aan het graf zijn bijn gekomen1 opdat--de doode zou kunnen opstaan4 ,goed4 ,de doode rijst op4 ,daar staat de ,fries6 ,hoe zonderbaar dit alles ook moge toeschijnen1 het is echter denkbaar en zou derhalve mogelijk zijn voor de goddelijke almagt4--,maar wacht eens6 halt6--,wat moet er gebeuren met het lid van het parlement1 die lord ,aberdeen interpelleerde8 ,wat moet er worden van den braven ,john ,franklin en van de ,eskimo's1--van den ongelukkigen ,lapeyrouse en van zijne matrozen1--van de ,papoea's1 van den mandarijn in ,china1 van de ,noord-,amerikaansche wilden1 van het oppositie lid der ,staten-,generaal te 's ,gravenhage1--van de schoenmakers1 klermakers1 professoren1 doodgravers1 schouwspelers1 en bovenal wat moet er van de domin's worden8 die zullen toch ook gaarne willen herrijzen en hebben even billijke aanspraken op de goddelijke geregtigheid6--,hoe moet daarmede nu gehandeld worden8--,de ligchamelijke stof1 waaruit zij--ten deele--bestonden1 is immers naar ,friesland teruggekeerd1 en aldaar gebezigd geworden tot eene hernieuwde daarstelling van de ligchamen der oude ,friezen6--voor de menschen1 die later uit deze stof zijn gevormd geworden1 is toch niets meer overig gebleven of er ontbreekt althans iets aan6--deze hebben een arm1 genen een been te weinig1 aan den n ontbreken #ie atomen stikstof1 bij den anderen #ajjj atomen waterstof1 en aan het oppositie lid der ,staten-,generaal te 's ,hage ontbreekt welligt het gansche hoofd6--,zonder hoofd kan men toch niet uit den dood opstaan6--,neen1 dat gaat niet4 ,dezelfde stof heeft toch achtereenvolgens1 op verschillende tijden1 zeer vele ligchamen van menschen gevormd1--de materie loopt immers in een eeuwigdurenden kring en gaat onophoudelijk van het onbewerktuigde rijk in het bewerktuigde1 in planten1 dieren en menschen over en keert uit deze weder in het onbewerktuigde rijk terug6--,de stof neemt nimmer toe1 noch af1 maar ondergaat eene voortdurende omzetting en een en hetzelfde atome zal tot aan den jongsten dag welligt tot een millioenen ligchamen of meer hebben behoord1 welke het achtereenvolgens hielp daarstellen6 - - - ,gemakkelijk laat het zich bevroeden1 dat het zelfs voor de goddelijke almagt volstrekt onmogelijk zou zijn1 dat millioen menschen in eens in hunne vroegere ligchamelijke gestalte te voorschijn te doen komen1 dewijl toch hetzelfde atome slechts aan een hunner te gelijker tijd kan toebehooren en1 zoo lang het aan dezen eenen behoort1 natuurlijkerwijze aan de overige #iiiiii ontbreken moet6--,maar wat meer zegt1 zelfs gedurende het leven bestaat het bewerktuigde ligchaam geen twee dagen lang uit dezelfde stof1 dewijl het onophoudelijk nieuwe stofdeelen opneemt en de ouden uitwerpt4--,de gansche schepping van dieren en menschen1 welke uit vele millioenen van individuen kan bestaan hebben1 en vr #cjjj jaren op de aarde leefde1--vervolgens stierf en begraven werd1 zij ligt thans niet meer in de aarde1 maar is reeds sedert lang opgestaan6--,dezelfde stof1 waaruit zij bestond1 bevindt zich in dezen oogenblik misschien in ons1--in de thans levende schepping van dieren en menschen1--nadat zij intusschen gedurende de verloopene #cjjj jaren door talrijke andere levende geslachten is gegaan4 ,het ligchaam zal tot stof wederkeeren1 waaruit het genomen is2 dat wil zeggen1 de stof is1 wel is waar1 onvergankelijk1--maar veranderlijk van gedaante2 zij is onophoudelijk in beweging en de stoffen scheiden zich vaneen of gaan nieuwe verbindingen aan zonder ophouden4 ,de geestelijke kracht1 de ziel alleen1 is onveranderlijk en eeuwig4 ,wij behooren derhalve de ligchamelijke opstanding der dooden als een schadelijk bijgeloof te verwerpen en slechts aan een wonder te gelooven1 dat is1 aan ,,hem1 dien wij aanbidden en niet begrijpen1 van wiens aanwezen echter wij zelven1 zoo mede de gansche schepping en de eeuwige onveranderlijke wetten1 die haar beheerschen1 de getuigen zijn4 ,want ,god is eeuwig dezelfde1 onveranderlijk getrouw en waarachtig4 #bd4 ,god is voortdurend werkzaam3 wij moeten arbeidzaam en vlijtig zijn4 ,in de natuur blijft niets1 zelfs niet gedurende een enkelen oogenblik onveranderd1 staat niets gedurende een enkelen oogenblik stil2 de tijd gaat onophoudelijk voort4--,laat ons een nuttig gebruik maken van de handbreedte tijds1 welke de maat is van onzen levensduur en verslapen wij dien niet4 ,wij moeten vlijtig zijn en1 indien wij ons doel willen bereiken1 volhardend in vlijt4 ,wij zullen het genot der rust eerst dan leeren schatten1 wanneer wij vermoeid zijn van den arbeid4 ,wij moeten arbeiden1 elk in zijn vak1 totdat wij vermoeid zijn4 ,wij moeten nimmer ledig gaan1 indien wij niet vermoeid zijn4 ,god heeft ons geschapen1 opdat wij op hem zouden gelijken en leven4 ,indien wij langer slapen dan noodig is1 indien wij zonder vermoeid te zijn1 ons op de rustbank nederleggen1 dan handelen wij ondankbaar jegens de weldadige bedoeling van ,god1 wij verkorten ons leven en leven dan slechts half4 ,lediggang is zonde4 ,wij moeten vlijtig en arbeidzaam zijn1 want ,god is voortdurend werkzaam4 #be4 ,wanneer wij bij het nadenken over het geschapene en zijn oorsprong aan de grens zijn genaderd1 alwaar ons begripsvermogen ophoudt1 dan verrijst de hoop voor onze blikken4--,uit de beschouwing der natuur en van ons zelven zijn wij tot de erkentenis gekomen1 dat een eeuwige1 verstandige geest in deze schepping leeft4 ,zijn wezen1 zoo mede onze bestemming en toekomst kunnen wij niet doorgronden4 ,maar uit de verschijnselen en wetten der natuur hebben wij de hoedanigheden ,gods afgeleid1 en hierin de voorschriften onzer godsdienst en zedeleer gevonden4--,dit zijn de hemelsche sterren1 die het aardsche leven vriendelijk beschijnen4 ,bij deze helderblinkende sterren voegde de ,onvergankelijke nog eene zachte maan en hij gebood1 dat haar weldadig licht nimmer zou worden uitgedoofd in het gemoed van den deugdzamen mensch3 hoop is haar naam4--,nergens kunnen wij waarheid1 nergens duurzame bevrediging des harten vinden1 dan in de beoefening der natuur1--in de beschouwing harer ligchamen1 harer stille1 eeuwig zich gelijk blijvende krachten2 want hierin zien wij de sporen van den ,onvergankelijke1 die zich weder in onze eigene ziel afspiegelen4--,wij moeten het verhevene1 het groote1 dat zich in de natuur openbaart1 niet bespotten4 ,god moet ons heilig zijn4--,god is wijs1 goed1 regtvaardig1 onveranderlijk getrouw en werkzaam4 ,wij moeten er naar streven dit insgelijks te zijn4 ,dit geloof moeten wij gedurende ons gansche leven geen oogenblik laten varen2 wij zullen er vertrouwen op ons zelven uit putten en het zal ons sterken in de wederwaardigheden onzes levens1 ja1 het zal ons troosten1 wanneer wij twijfelen of aan iets onbegrijpelijks komen4 ,het schip1 waarmede wij den oceaan des levens beploegen1 die zoo vol landen1 klippen en eilanden is1 moet dit geloof zijn2--liefde moet de kracht wezen1 die onze zeilen doet zwellen2 wijsheid behoort aan het stuurrad te staan en--ons plegtanker1 dat vr aan den boeg hangt1 't welk men steeds gereed moet hebben om het elken oogenblik in de oneindige zee te kunnen uitwerpen1 dat den deugdzamen nimmer verlaat1 dit moet zijn--de hoop4 ,,epiloog4 ,het voorafgaande is mijn evangelie en te gelijk mijne preek tegen het bijgeloof1 zoo mede tegen het geloof aan openbaring4 ,allen1 die niet onder de visschen en de kikvorschen gerangschikt mogen worden1 zullen de waarheid1 die zoo eenvoudig is1 begrijpen en met mij eenstemmig denken1 en ik hoop1 ter liefde van de maatschappij1 dat het aantal diergenen groot moge zijn4--,trouwens1 gij--heiligen van den jongsten dag1 gij1 ,groene1 gele1 blaauwe of nieuwelichters6 gij staat tot over de ooren in het ,messiasgeloof en het gaat u daarbij juist als de visschen in het water2 zij meenen insgelijks1 dat de gansche wereld uit water bestaat4 ,en wanneer nu eens bij een geleerde onder hen--onder de visschen--een duister voorgevoel opkomt1 dat er welligt ook lucht in de wereld is1 dan verbeeldt hij zich toch1 dat die eene doodelijke gassoort moet zijn1 waarin al dat leven heeft1 onfeilbaar moet verstikken6--,en wie mag zich daarover verwonderen8 ,gij hoort1 ziet1 ruikt1 smaakt en gevoelt toch van uwe prille jeugd tot aan uw zalig uiteinde niets anders dan ,christelijke polsen1 ,christelijk brood en wijn1 ,christelijken wierook of damp1 ,christelijke kerken en ,christelijke predikatin1--gij schrijft ,christelijke anthropologien1 draagt ,christelijke brillen op uw neus1--de menschenliefde hebt gij afgeschaft1 't moet ,christenliefde heeten1 dampkringslucht is eene onchristelijke gedachte1 gij ademt geene andere lucht in dan ,christelijke lucht1 gij drinkt echt ,christelijk water en1 moogt gij ook somtijds wat onchristelijk geleefd hebben1 gij sterft toch des te ,christelijker1--gij laat u ,christelijk begraven en vaart dan--op naar den ,christelijken hemel1 die zich met de zon1 de maan en alle sterren dagelijks om de kleine aarde draait4 ,gebeurt het nu eens1 dat iemand optreedt1 die niet een dergelijken bril draagt1 noch visch noch kikvorsch is1 en die aan de visschen predikt3 ,hoe aangenaam en zuiver is de dampkringslucht1 die men hier tusschen de bloeijende boomen inademt6 ,hoe verkwikkend is het heldere licht1 het licht der waarheid1 dat hier boven schijnt6--,gij arme visschen1 wilt gij dan eeuwig in het troebele water blijven en u over den modderigen bodem rondwentelen8 of u zelfs laten visschen en vangen met den angel ,groen--angel geel of angel blaauw8--of van welke kleur zij mogen zijn1 deze takken van den boom met twee wortelen3 a en b4 ,komt toch boven en volgt mij hier in de lieve heldere lucht6 daar kan niemand u visschen4--,hu6 dat hebben de getrouwe geburen der visschen1 namelijk1 de kikvorschen1 die aan den kant zitten1 gehoord en nu beginnen zij te kwaken1 allen te gelijk1 met eene stem3 ,visschen6 ,visschen6 ,wacht u voor schade6 ,gij kunt niet spreken1 gij zijt stom2 maar gij kunt immers hooren8 ,gij kunt immers gelooven8--wel nu1 gelooft hem niet6 ,hoort niet naar hem6 ,hoort niet naar dezen ongelukstichter1 naar dit belialskind1 naar dezen bezetene6--,zwemt ijlings weg1 geliefde visschen6 gelooft ons kikvorschen3 wij zeggen u de waarheid6 het heldere licht daarboven kunt gij niet verdragen6 in de zuivere lucht moet gij verstikken1 geheel te gronde gaan6 ,wij kikvorschen zelfs kunnen haar niet goed verdragen1 en slechts van tijd tot tijd1 wanneer wij kwaken willen1 ademen wij die lucht eens even in4 ,dat weet gij immers wel4--,wij blijven het liefst bij u in het moeras6 ,is dat dan niet volkomen waar8--,daarvan kunt gij u met uwe eigene oogen overtuigen6--en plomp1 plomp6 daar springen al de kikvorschen in het moeras en sik6 soek6 daar schieten zij voort en zwemmen door het water1 zoo fraai1 dat het hart der visschen van vreugde bonst4--,dat zijn eerst overtuigende bewijzen6 zeggen de visschen4 ,zij zijn zeer gesticht door de gehoudene predikatie en--zwemmen voort4 7,vervolg hierna47 ,,verklaring4 ,de mededeeler der ,licht- en ,schaduwbeelden uit de binnenlanden van ,java1 heeft zijnen naam niet genoemd4 ,hij hoopt zelfs1 dat zijn naam nimmer bekend zal worden4 ,hij heeft diep ingewortelde vooroordeelen en dwalingen bestreden en daarentegen de goede zaak der waarheid en verlichting verdedigd1 welke hij door een persoon onder den verdichten naam van ,dag liet vertegenwoordigen4 ,het is eene groote en schoone zaak4 ,duizenden--en deze niet de minst edelaardigen in den lande--zijn in de stilte met geestdrift daarvoor vervuld4 ,een naam1 welke daaronder geschreven wordt1 beteekent een individu4 ,een mensch is klein en zwak1 en ieder heeft zijne gebreken4 ,de mededeeler wenscht1 dat de zaak hare eigene verdedigster zal zijn1 en het is niet uit onbescheidenheid1 dat hij zijnen naam verzwijgt4 ,want1 van al hetgeen hij in deze bladen mededeelt1 is naauwelijks het honderdduizendste gedeelte zijn eigendom1 en ook dit honderdduizendste gedeelte slechts in zoo verre als hij een weinig heeft mede gearbeid aan het groote werk der natuuronderzoeking1 als hij zijne eigene vijf zinnen niet ongebruikt heeft gelaten1 om in het levende boek der natuur te lezen en de schriftteekenen der schepping zoo getrouw mogelijk te verklaren4 ,al het overige gedeelte des inhouds van dit geschrift is het eigendom van vele duizende mannen1 die elk iets hebben geleverd tot verklaring van het boek der schepping1 die allen hebben medegewerkt om waarheid en verlichting te verbreiden en daardoor bijgeloof en dwalingen te bestrijden4 ,zou het derhalve niet als een bewijs van aanmatiging moeten beschouwd worden1 indien de mededeeler dezes zijnen naam voor het boek had geplaatst8 ,moesten er namen van personen op den titel staan1 dan behoorden de namen er op vermeld te worden van die duizenden1 welke sedert den tijd van ,galilei en ,huygens den tempel der waarheid mede hebben opgebouwd4 ,dewijl echter een titelblad veel te klein is1 om zelfs het tiende gedeelte der namen van deze hoogverdienstelijke mannen te bevatten1 vereenigde de mededeeler hen allen te zamen onder den naam van ,dag1 d4 i4 waarheid1 verlichting1 welken hij op den titel stelde4 ,de billijkheid vorderde derhalve1 dat hij zijn eigen naam verzweeg1 dewijl hij hoogstens naar de eer kan dingen n dier duizenden te zijn4 ,niettegenstaande dat alles hebben talrijke recensenten1 zonder in eene wederlegging der zaak zelve te treden1 hunne aanvallen gerigt tegen den schrijver1--hoezeer deze onbekend was4 ,eenigen beschuldigden hem van verregaande domheid1 anderen van verregaande onbeschaamdheid2 zij noemden zijn boek een vuilaardig schotschrift2 zij gaven den lezer den raad er een steen aan te binden en het in den ,eufraat te werpen2 er waren er1 die den wensch te kennen gaven1 dat de schrijver zijn naam zou noemen 7--waarom8--7 en anderen verheugden zich1 dat hij zijn naam verzwegen had1 dewijl zij dit als een bewijs beschouwden1 dat hij nog niet alle gevoel van schaamte had uitgeschud1 maar integendeel zich schaamde zijne leerstellingen openlijk te verdedigen4 ,al deze uitvallen konden mij het doel niet uit het oog doen verliezen4 ,mijne heeren de recensenten gingen echter nog verder4 ,zij namen het zelfs den uitgever kwalijk1 dat hij een dergelijk boek in het licht had gezonden en gaven hem duidelijk te verstaan1 dat hij wel zou doen het vervolg er van niet te leveren4 ,deze en andere beschuldigingen1 welke den uitgever--geheel onverdiend--werden te last gelegd1 zijn de aanleidende oorzaak geweest1 dat hij mij heeft verklaard de vervolgstukken niet te willen uitgeven1 tenzij ik1 door het stellen van mijnen naam voor het geschrift1 de verantwoordelijkheid daarvan op mij--op mij alleen--nam1 onder bijvoeging dat het gansche werk op mijne kosten werd uitgegeven4 ,ik verklaar derhalve1 dat het geheel en al overeenkomstig is met de waarheid1 dat de ,,uitgever volkomen vreemd is aan den inhoud van het geschrift1 dat het op ,,mijne kosten is uitgegeven en dat ,,ik ,,alleen verantwoordelijk ben voor den inhoud4 ,om de opgemelde reden echter zal ik mijnen naam niet noemen1 tenzij ik door de wet daartoe mogt worden verpligt4 ,gij1 heeren recensenten1 kunt mij er niet toe dwingen4 ,uw invloed heeft alleen bewerkt1 dat het boek een anderen uitgever heeft gekregen4 ,het is waar1 gij zoudt u gaarne tot eene onafhankelijke magt in den staat willen verheffen1 de vrijheid van drukpers aan banden leggen en door uwen invloed de uitgave verhinderen van zulke geschriften1 die u mishagen1--of1 indien dat niet gelukt1 zoudt gij althans gaarne den naam des schrijvers kennen4 ,velen onder u zouden zoo gaarne een persoon als doelwit hebben1 om hunne pijlen op af te schieten1 dewijl het hun dan gemakkelijker zou vallen1 de opmerkzaamheid van het publiek van de zaak af te trekken4 ,diegenen zullen nu zeggen3 ,hij heeft den moed niet zijn naam te noemen4 ,ik verklaar1 echter dat het mij aangenamer is1 dat dergelijke recensenten mij als een lafaard beschouwen1 dan dat de vrienden der zaak door broeder ,dag verdedigd1 mij van onbescheidenheid kunnen beschuldigen4 ,en daarenboven al uwe persoonlijke uitvallen kunnen mij toch niet kwetsen6 ,het is waar1 mijne huid en mijn vleesch zijn zeer gevoelig4 ,maar ik heb mij met een ondoordringbaar pantser gewapend1 dat geheeten wordt3 innige1 vaste1 onwankelbare overtuiging6--,op dit pantser zullen al uwe pijlen afstuiten en de stoot1 dien zij te weeg brengen1 zal mij slechts in zoo verre aan u herinneren1 dat de wensch bij mij opkomt1 u de woorden toe te roepen1 die gij ,lukas ,,xxiii vs4 #cd lezen kunt4 ,ik raad u derhalve1 neemt de geheel vruchtelooze moeite niet1 het onderwerp of de leerstelling met den persoon des schrijvers te verwarren4 ,waarom verzwijgt gij1 die u geroepen gevoelt mij te bestrijden1 waarom verzwijgt ook gij niet liever uwe namen8--,spreekt toch niet van personen1 maar blijft bij de zaak1-- --noemt u ,nacht6--en wederlegt 7indien gij kunt7 de leerstellingen van ,dag4 ,s4 444 ,julij1 #ahed4 ,dag4 ,,verhalen ,,en ,,gesprekken ,,uit ,,de ,,binnenlanden ,,van ,,java4 #c4 ,toen ik den volgenden morgen #ab ontwaakte en van mijne legerstede opstond1 bespeurde ik1 dat mijn broeder ,nacht de hut reeds had verlaten4 ,ik zocht hem overal in het dorp1 maar nergens kon ik hem vinden4 ,eindelijk kreeg ik hem in het oog2 ik zag hem in de verte op den top des ,goenoeng-,soesoe1 waar hij1 in diep gepeins verzonken1 den oogenblik scheen af te wachten1 waarop de zon boven den horizon zou verrijzen4 ,later verklaarde hij1 dat mijne ontwikkeling der natuurlijke godsdienst meer had toegebragt om zijn geloof te doen wankelen1 dan de gronden vroeger door mij tot staving mijner gevoelens aangevoerd4 ,mijne zedeleer1 zeide hij1 bevatte veel goeds4 ,de stellingen1 door mij verdedigd ter bestrijding van de geopenbaarde godsdienst1 wenschte hij in zijn gemoed te overwegen1 en verlangde om die reden den huidigen dag in eenzaamheid door te brengen4 ,ik drukte hem hierop de hand en ging toen mijn eigen weg4 ,terwijl ik nu alleen voortwandelde1 kwam de ,javasche priester mij te gemoet2 hij deelde mij mede dat onder alle zijne landslieden1 in het dorp aanwezig1 slechts n enkele werd gevonden die ,orang ,natsarani1 dat wil zeggen1 ,christen of1 woordelijk gesproken1 ,nazarenermensch wilde worden4 ,mijne agama 7leer7 daarentegen had zoowel op hem als op al de anderen een beteren indruk gemaakt1 weshalve hij mij verzocht1 dat ik hem mijn boek ,kitab 7eigenlijk heilig boek of bijbel7 zou leenen1 ten einde het met de dorpsbewoners nogmaals door te lezen en vervolgens voor zich een afschrift er van te maken4 ,gaarne voldeed ik aan zijn wensch2 ik stond hem tot dat einde een in het ,maleisch geschreven uittreksel af van het ,evangelie van den regtzinnig geloovigen mensch1 welks geest en strekking ik den vorigen avond getracht had aan de dorpsbewoners te ontvouwen4 ,op mijne vraag1 wie dan toch de nieuwe ,orang el ,meseh #ac was1 verkreeg ik ten antwoord dat het de bediende mijns broeders was1 welke dien wensch had te kennen gegeven2 het ontging mijne aandacht niet1 dat een spotachtige trek zich op het gelaat van den ,imam 7priester7 vertoonde1 toen hij den naam van ,lapiah noemde1 van den slimmen vogel1 dien de lezer reeds ten deele aan zijne vederen heeft leeren kennen4 ,in mijn binnenste speet het mij1 dat de goede kern van de zedeleer des ,hebrers van ,nazareth geene betere vruchten had kunnen voortbrengen2 wat echter de handelwijze van ,lapiah betrof1 hierover verwonderde ik mij in geenen deele2 bij ervaring toch wist ik dat in ,europa1 behalve de werkelijk goeden en de van harte geloovigen1 #ad zeer dikwerf ook dergelijke personen aan den ,messias en aan de leer der verlossing van zonden door het bloedige offer van ,gods zoon gelooven1 die weten dat zij groote zonden hebben bedreven1 en grooten lust hebben om nog meer te zondigen 7dergelijke menschen brengen hun geweten door hun geloof tot zwijgen en gaan voort met zondigen71 zoomede dezulken die volstrekt geene behoefte aan godsdienst hebben1 zoodat het hun onverschillig is wat zij gelooven of uit eigenbaat huichelen te gelooven4 ,indien echter een goede kern in ,europa geene betere vruchten kon voortbrengen dan huichelaars1 pausen1 bisschoppen1 bedelmonniken en tallooze schijnheilige priesters1 en onder de eenvoudige ,javanen van ,gnoerag geen enkelen aanhanger vinden kon dan eenen ,lapiah1--dan moet zij inderdaad wel zeer dik met stof en dwalingen bedekt zijn6--,wat broeder ,nacht hierover wel zal zeggen8 ,deze gedachten gingen mij door het hoofd1 toen ik mij met twee mijner bedienden en een paar ,javanen1 uitgerust op gelijke wijze als gisteren met mondbehoeften1 geweer en instrumenten1 op weg begaf naar een naburigen berg1 westwaarts van ,gnoerag gelegen1 ten einde dien te beklimmen1 mijn geologisch onderzoek voort te zetten en aan de reeds begonnen opneming dezer streek de laatste hand te leggen4 ,met de beschrijving van mijn dagelijkschen arbeid wil ik echter den lezer dezer bladen niet vermoeijen4 ,door en door warm van de brandende zonnestralen en druipnat van zweet1 kwamen wij ten #b ure in het dorp terug en waren in de gelegenheid om de oude spreuk te bevestigen3 in het zweet uwes aanschijns zult gij uw brood eten4--,zweet8 ,ja4--,brood8 ,ja1 en nog iets beters dan dat3 lust tot den arbeid1 levensgenot1 menschenliefde1 geluk en--een van dankbaarheid vervuld gemoed4 ,kort vr onze aankomst was insgelijks de bode teruggekeerd1 dien wij eergisteren naar het distriktshoofd hadden gezonden4 ,het scheen dat hij zich nog niet bij mijn broeder had vervoegd1 want met de beenen kruislings over elkander geslagen1 zat hij voor de deur der hut en hield het pakket met brieven in zijne op den schoot rustende handen4 ,zoodra hij zag dat ik hem daarvan wilde ontlasten1 voegde hij de toppen zijner vingers zamen1 bragt die met eerbied aan het voorover gebogen voorhoofd1 nam den brief uit den omslag1 reikte mij dezen toe zonder op te staan en herhaalde daarop even plegtig als vroeger zijn ,sembah4 ,niet vr ik den brief geopend en hem gezegd had1 dat alles goed was1 stond hij op en verwijderde hij zich in eene bukkende1 onderdanige houding4 ,de lezer zal wel bevroeden dat deze eerbewijzingen niet mij1 maar den brief golden1 die van een zijner hoofden kwam4 ,daar onze woning ledig stond1 zocht ik mijn broeder in de nabij staande hutten en vond hem in een er van in eene hevige woordenwisseling met ,lapiah1 dien hij beval zich te verwijderen en welke mompelend gehoorzaamde4 ,drie andere ,javanen die zich in de hut bevonden1 zwegen nu insgelijks stil1 dewijl zij bespeurden dat mijn broeder toornig was4 ,uit eenige woorden die ik had opgevangen1 als ,isa el ,meseh d4 i4 ,jezus ,messias1 kwam ik op het vermoeden dat zij over onderwerpen1 het geloof betreffende1 hadden gesproken4 ,ik erlangde hiervan weldra de zekerheid uit mijns broeders mond1 die mij te kennen gaf dat hij1 in gevolge van zijn wensch en dien der dorpsbewoners1 dezen avond weder bestemd had tot het houden eener bijeenkomst en1 dewijl hij behoefte gevoelde om verscheidene punten nader toe te lichten1 hoopte hij dat deze afspraak mij niet ongelegen zou komen4 ,na hem verzekerd te hebben dat het tegendeel het geval was1 las ik hem den ,maleischen brief van het distriktshoofd voor1 die met eene zeer matige dosis beleefdheidstermen geschreven en ongeveer van den volgenden inhoud was3 ,vele groeten aan de ,heeren ,dag en ,nacht van mij ,praba ,widjaja ,kadoekareksa1 ,raden #ae ,kapala tjoetak1 enz4 ,het is mij niet mogelijk ,koeli's aan de ,heeren te zenden buiten de grenzen van mijn distrikt2 ik heb echter aan den ,loerah van het grensdorp ,oewoetagnis eene aanschrijving gezonden1 om u bij uwe aankomst aldaar tien ,koeli's te verschaffen en u tot aan het volgende dorp te vergezellen1 waar hij aan den ,loerah dier plaats mijn bevel verder moet mededeelen4 ,gij zult het echter niet euvel duiden1 indien ik u de opmerking maak1 dat de distriktshoofden aanschrijving moeten bekomen1 wanneer ,orang ,wolanda's in het binnenland reizen2 ik heb echter nog geene aanschrijving nopens u ontvangen en derhalve het plan opgevat onmiddellijk naar de hoofdplaats te vertrekken1 ten einde den regent om de noodige voorschriften te verzoeken1 ten opzigte van de wijze waarop ik mij jegens u zal hebben te gedragen4 ,wij zagen nu duidelijk in dat er voor ons niets anders overschoot1 dan nogmaals een beroep te doen op de edelmoedigheid der ,gnoeragers1 ten einde door hunne tusschenkomst althans het grensdorp van het naastbij gelegen distrikt te kunnen bereiken4 ,de ,kalong's togen weder over onze hoofden naar het gebergte1 de paauwen vlogen al gillend door het dal en het insektengegons1 waaraan enkele cicaden hunne diskantstemmen paarden1 werd allengs meer algemeen1 toen de vallende avond ons op nieuw in dezelfde hut vereenigd vond4 ,de ,javanen hurkten zoo als gewoonlijk op den vloer bijeen2 ook de ,imam zat met de beenen kruislings over elkander vr hen en wij hadden onze oude plaats in de nabijheid van den wand weder ingenomen1 waar de beide lampen een schemerachtig licht verspreidden4 ,,imam4 ,zeer geachte heeren6 ,gisteren en eergisteren hebt gij de goedheid gehad ons1 onwetende ,javanen1 onderrigt te geven in uwe godsdienst1 waarvoor wij u bij deze onzen hartelijken dank toebrengen4 ,wij gelooven dat gij het werkelijk goed met ons meent4 ,gij hebt gezegd3 ,god is almagtig1 alomtegenwoordig1 alwijs1 algoed en volkomen regtvaardig2 dat alles is ons sedert lang bekend4 ,gij hebt gezegd3 dat wij er naar streven moeten om ,gode gelijk te worden1 om deugdzaam te zijn en onze medemenschen lief te hebben2 ook dat weten wij sinds lang en dit staat mede zeer schoon beschreven in den ,koran4 ,wijders heeft de ,heer ,nacht #af gezegd3 dat de ,albarmhartige uit drie ,goden bestaat1 een ,vader1 een ,zoon en een ,heiligen ,geest1 van welke een op aarde moet gekomen zijn om zich voor het menschdom op te offeren en allen1 die in hem gelooven1 van hunne zonden te verlossen en in den hemel te brengen2 dit nu kunnen wij niet begrijpen4 ,dit zou onregtvaardig gehandeld zijn van den ,albarmhartige1 dewijl wij niet daaraan gelooven4 ,wij gelooven veeleer1 dat alleen de deugdzame mensch die goede werken doet of berouw koestert over zijne zonden1 in den hemel komt1 en dat de ,albarmhartige een ,eenig groote ,god is4 ,mijne landslieden1 hier om mij verzameld1 hebben mij den last opgedragen den zeer geerden ,heer ,nacht te verzoeken1 het hun niet euvel te duiden1 dat zij geene ,christenen willen worden en niet wenschen zich te doen doopen1 uitgenomen ,lapiah1 de bediende van den ,heer ,nacht4 ,,lapiah4 ,neen2 ik ook niet4 ,mijn ,heer heeft mij gezegd dat elk ,christen zijne medechristenen even lief moet hebben1 als zich zelven2 dat heeft hij echter niet willen doen4 ,mijn ,heer rookt dagelijks twaalf manilacigaren2 ik ben ook een liefhebber er van en heb slechts twee van de twaalf voor mij gevraagd1 maar heb ze niet kunnen krijgen4 ,mijn ,heer is rijk genoeg en ik heb hem slechts om #e gulden toelaag per maand tot mijn loon verzocht1 ten einde1 na den afloop der reis1 mij nog eene vrouw te kunnen aanschaffen2 maar op het hooren van dit voorstel is mijn ,heer boos geworden en heeft mij toegevoegd3 maak je weg1 lummel6 ,jij behoeft geen ,christen te worden4 ,wat helpt nu zulk een fraaije leer1 indien zij slechts in boeken te lezen staat en er niet naar gehandeld wordt8 ,om die reden blijf ik liever hetgeen ik ben4 ,,nacht4 ,luister eens ,lapiah2 gij zijt steeds vriendelijk door mij behandeld geworden1 maar nu zie ik dat gij een onverbeterlijke deugniet zijt en het1 naar ik vrees1 voortdurend blijven zult1 onverschillig of gij u ,christen of ,mohammedaan laat noemen4 ,bij het opvolgen van het gebod hebt uwe naasten lief gelijk u zelven1 kan en mag niet uit het oog worden verloren dat een ieder verschillende behoeften heeft1 hetgeen zoo veel wil zeggen als3 iedereen lief te hebben naar de mate waarop hij aanspraak heeft4 ,dat ik deze leer inderdaad navolg1 hiervan zal ik u terstond het bewijs leveren3 gij zult dagelijks twee van mijne manilacigaren hebben2 daarenboven zult gij maandelijks #e gulden toelaag bekomen en behouden1 zoo lang gij uwe vrouwen liefderijk bejegent en u goed gedraagt4 ,maar--,christen zult gij niet worden1 dewijl gij niet in staat zijt den verheven zin dier leer te bevatten1 dewijl gij haar verkeerd uitlegt en1 met baatzuchtige oogmerken1 slechts misbruik er van wilt maken4 7,in mijne gedachten liet ik op deze woorden volgen3 ongeveer gelijk dit sedert het jaar #c maal #a is #a een tamelijk algemeen1 loffelijk gebruik geworden is47 ,,imam4 ,ik ben zeer beducht1 achtingswaardige ,heer6 dat zulks met het grootste gedeelte mijner landgenooten het geval zijn zou4 ,duidt mij de aanmerking niet ten kwade1 maar eene leer1 die eerst moet uitgelegd en verklaard worden1 alvorens haar toe te kunnen passen1 kan geene volle1 van ,god afkomstige waarheid zijn1 zoo als trouwens mijn ,heer uw broeder ,dag zelf reeds heeft gezegd4 ,,nacht4 ,daar hebt gij het6--,ware deze heer ,imam met zijn ,koran en gij met uw ,evangelie der natuur er niet tusschen beide gekomen1 dan zouden de goede ,javanen de ,christelijke leer stellig schoon gevonden en aangenomen hebben4 ,,dag4 ,maar1 beste broeder1 hoe kunt gij u bedroeven over deze tusschenkomst8 ,of zoudt gij durven beweren dat er eenige verdienste in gelegen was1 het ,christendom in te voeren onder een volk dat nog op den allereersten trap van zedelijke ontwikkeling staat1 zoo als b4 v4 onder de bewoners van ,nieuw-,zeeland1 wier oordeel weinig geoefend1 wier verstandelijke vermogens in geringe mate ontwikkeld zijn8 ,zou wel eenige verdienste daarin liggen1 zulke menschen te overreden om het ,christelijk geloof te omhelzen1 die nog nimmer van eene andere leer hebben gehoord1 aan wie slechts deze eene leer--en dat nog zonder eenige kritiek1 zonder eenige beoordeeling--wordt kenbaar gemaakt1 zoodat er hoegenaamd geene sprake kan zijn van het doen eener keuze tusschen deze en eene andere leer8--,wat verhinderde dan deze ,javanen van ,gnoerag1 uwe leer aan te nemen en de mijne te verwerpen8 ,heb ik1 langs andere wegen dan gij1 gepoogd invloed op hen uit te oefenen2 was hun niet de volkomen vrije keuze gelaten tusschen ons beiden8 ,maar nu zij niettemin uwe leer verwerpen1 wat kan hen daartoe nopen1 indien de reden daarvan niet eenig en alleen moet gezocht worden in hunne overtuiging1 in de overtuiging dat de grondslagen der leer1 welke ik hen voordroeg en die zij begrepen1 werkelijk op de waarheid steunen8--,en deze zoudt gij met voorbedacht voor hen willen verbergen8 7,mijn broeder drukte mij de hand en fluisterde mij toe3 gij hebt gelijk2 terstond zal ik mij nader verklaren4 ,ik ging hierop voort47 ,ik weet welke bewijsgronden door orthodoxe predikanten1 presidenten van zendelinggenootschappen en dergelijken ter verdediging hunner ,evangelische woelingen in vreemde landen gewoonlijk worden gebezigd4 ,zij zeggen dat de invoering van het ,evangelie b4 v4 op de ,sandwich-eilanden1 op ,nieuw-,zeeland1 de wildste menschen1 ja1 geheel ruwe1 bloeddorstige kannibalen herschapen heeft in de zachtaardigste lammeren6--,ik echter antwoord daarop3 dat heeft het ,christelijke dogma niet gedaan4 ,de zedelijke ontwikkeling1 de maatschappelijke orde1 de weldaden van het onder de bescherming van menschlievende wetten staande gezellige verkeer der ,europers1 die zich aldaar hadden nergezet1 het voorbeeld dat de wilden voor oogen hadden1--deze moeten beschouwd worden als de oorzaken1 welke die verandering bij gindsche woeste volken hebben te weeg gebragt1 en deze verandering zou bij hen hebben plaats gegrepen1 al hadden zij het ,christendom niet op de koop toegekregen1 of indien zij1 in plaats van deze1 eene andere godsdienst1 b4 v4 de ,boedha- of de ,mohammedaansche godsdienst nog mede op de koop daarbij hadden ontvangen4 ,,imam4 ,hetgeen gij1 waarde ,heer ,dag1 ons voorgedragen en later op schrift ter lezing gegeven hebt1 komt ons goed en redelijk voor4 ,ja1 wat meer is1 wij vinden zooveel schoons er in1 dat mijne landslieden mij verzocht hebben het hun wekelijks eenmaal voor te lezen en te verklaren4 ,ik ben in dit dorp geboren en was eigenlijk slechts uit ,g4 hier heen gekomen om een bezoek af te leggen2 nu echter heb ik het besluit opgevat1 om mij alhier neder te zetten en het ,evangelie van den regtzinnig geloovigen mensch insgelijks in andere dorpen voor te dragen en daarin onderrigt te geven4 ,er wordt almede in gelezen1 dat wij ,isa el ,meseh als een grooten en deugdzamen man mogen vereeren en hierin stemt uw ,kitab1 gelijk in zoo vele andere opzigten het geval is1 met ons wetboek1 met den ,koran overeen4 ,gaarne echter zouden wij nopens twee onderscheidene punten eenige nadere inlichting van u wenschen te ontvangen4 ,het eerste punt is van den navolgenden aard4 ,wij ,javanen hebben van oude tijden her geloofd aan de opstanding uit den doode1 welke ons in den ,koran insgelijks wordt toegezegd4 ,de mogelijkheid daarvan wordt echter in uw ,evangelie ontkend en bestreden4 ,dit doet ons leed1 dit smart ons2 gij weet het1 de vereering der afgestorvenen1 de onschendbaarheid der graven die wij als een heiligdom achten en vereeren1 zijn een der voornaamste trekken in onze zeden en gebruiken4 ,dit nu zou alles slechts ijdele waan zijn indien1 naar hetgeen gij leert1 ons ligchaam na den dood voor altijd werd vernietigd1 indien het in aarde1 in gras1 in andere dieren of in lucht en water werd herschapen en niets er van overbleef ter plaatse waar het werd begraven4 ,indien dat het geval ware1 zouden wij het even goed dadelijk ter zijde kunnen werpen of verbranden6--,zou echter zulk eene ruwe behandeling der lijken niet eene nadeelige werking uitoefenen op de levenden en eene wederkeerige onverschilligheid of liefdeloosheid ten gevolge kunnen hebben8 ,,dag4 ,er waren in der tijd vele volken1 gelijk er nog heden ten dage gevonden worden1 die hunne dooden verbranden2 ja1 hier op ,java zelf bestond vroeger diezelfde gewoonte1 alvorens met den ,koran de leer van de ligchamelijke opstanding uit den doode en de heilige eerbied voor de graven alhier werd ingevoerd4 ,sommige volksstammen werpen de lijken hunner afgestorvenen op bepaalde plaatsen neder1 waar zij door gieren en ander wild gedierte worden verslonden4--,verre zij het van mij1 dat ik u iets dergelijks ter navolging zou willen aanbevelen4 ,het komt mij echter voor dat wij overeenkomstig de natuur een lijk slechts zoo lang met eerbied en teedere belangstelling kunnen behandelen1 als het den menschelijken vorm nog bezit welke ons den geliefden afgestorvene herinnert2 zoodra echter de ontbinding aanvangt dezen vorm te vernietigen en het lijk 7dat nu geen mensch meer is7 in onaangenaam riekenden stof doet overgaan1 moeten wij het ook als onaangenaam riekende stof behandelen1 begraven of verbranden4 ,eene langduriger vereering van lijken en begraafplaatsen heeft reeds menigwerf een verderfelijken invloed op de levenden uitgeoefend4 ,de akkers in ,europa zouden vruchtbaarder zijn1 indien de begraafplaatsen om de #aj jaren werden verlegd en de verlatene plek1 nadat zij gedurende #aj #ae jaren onaangeroerd was gelaten1 op nieuw tot bouwland werd gebezigd4--,in zijne werken1 in zijne lessen is het dat de werkelijk brave mensch op aarde blijft voortleven1 en het beste1 het meest eervolle gedenkteeken dat wij hem kunnen stichten1 zal steeds zijn de dankbare herinnering aan hem die ons gemoed vervult1 en deze kunnen wij natuurlijk verlevendigen door schilder- en beeldhouwkunst en andere dergelijke middelen4 ,hetgeen echter tegen de natuurwetten indruischt1 hetgeen onmogelijk is3 de wederopstanding van het stoffelijke ligchaam in zijn voormaligen vorm1 hiernaar behooren wij niet eigenzinnig te haken of te verlangen4 ,,weduwe4 ,indien de ,heeren het niet kwalijk nemen1 wenschte ik eenvoudige vrouw insgelijks een woordje te spreken4 ,te gelooven aan eene ligchamelijke opstanding1 dat is mij niet mogelijk1 al stond het honderdmaal in den ,koran4 ,het was toch aan mijn armen man niet te wijten1 dat hij door een tijger werd opgevreten4 ,de tijger heeft hem echter opgevreten en verteerd6--,hoe is het nu mogelijk1 dat hij weder kan opstaan8 ,dan zou hij immers een tijger moeten worden1 dewijl hij als mensch niet meer bestaat2 ja1 wat zeg ik1 de tijger dien wij in de kloof hebben geworpen1 is op zijne beurt ook reeds weder van ,rajap's en andere gewormte half verteerd6 ,,dag4 ,zeer juist aangemerkt--en in den eeuwigen kringloop der stoffen zal hij1 de eene na den anderen1 nog eene menigte vormen aannemen4 ,maar het valt ons menschen bezwaarlijk1 om ons los te maken van dwaalbegrippen die ons lief en waard zijn geworden4 ,dat is de reden waarom ik het van zoo hoog belang acht1 om onze kinderen geene verkeerde begrippen in te boezemen1 maar ze in tegendeel zoo vroegtijdig mogelijk met de eeuwige waarheden der natuur naauwkeurig bekend te maken4--,het gaat u met de opstanding der dooden ongeveer op gelijke wijze als den ,christenen met de goddelijkheid van ,jezus4 ,zij vreezen dat hunne godsdienst en zedeleer al hare waarde verliezen zal1 indien aan haren stichter het praedikaat van goddelijkheid wordt ontnomen1 hetgeen echter1 naar mijne wijze van zien1 geheel ongegrond is4 ,wat meer zegt1 ik geloof dat zij daarbij noodzakelijker wijze gewinnen moeten1 indien hun wordt geleerd dat zij ,jezus slechts als mensch moeten eeren en hoogachten4 ,want aangenomen dat hij de reinste deugd leerde en beoefende1 dat hij eene alles ten offer brengende menschenmin bezat en een ,god was1 dan volgt hieruit dat zijne hoedanigheden ons een onnavolgbaar voorbeeld moeten toeschijnen1 dewijl het een ,god niet moeijelijk vallen kon deugdzaam te zijn4 ,gelooven wij daarentegen dat hij niets meer of niets minder was dan een mensch gelijk wij1 en niettegenstaande dat al die deugden beoefende1--moet de overtuiging hiervan voor ons niet veel opwekkender zijn1 dewijl zij ons de troostrijke zekerheid schenkt dat wij1 indien wij zulks willen1 even deugdzaam1 even menschlievend kunnen zijn als hij was8--,evenmin als de ,christenen met de goddelijkheid van hunnen ,jezus zullen verliezen1 zal dit bij u het geval zijn met de opstanding der dooden1 indien gij niet langer gelooft aan iets1 hetgeen gij elken dag kunt zien1 dat eene natuurlijke onmogelijkheid is4 ,welk eene erbarmelijke inrigting zou het toch zijn1 indien de natuur die zulk een onuitputtelijken rijkdom aan nieuwe scheppingskracht bezit1 oude1 voormalige individuele vormen weder te voorschijn moest brengen en kranke en gezonde1 gebogchelde en regte1 heele en verminkte menschen1 of misgeboorten die twee hoofden hadden1 melaatschen1 blinden1 enz41 enz41 allen1 allen juist zoo als zij in hun leven waren1 andermaal in het aanzijn moest roepen8--,zoudt gij zoo iets kunnen wenschen8 ,wel nu1 dat zou ook geen redelijke wensch zijn4 ,ik raad u derhalve3 onderwerpt u aan de wetten der natuur1 waarin de wil des ,eeuwigen zich openbaart1 en houdt u overtuigd dat de dooden die gij hebt begraven1 nimmer zullen opstaan2 bemint hen des te vuriger1 zoo lang zij leven en gelooft aan de onvergankelijkheid der geestelijke kracht die in u is1 en aan de wet der steeds voorwaarts strevende ontwikkeling in den mensch1 welke eene allengs hooger klimmende volkomenheid te gemoet gaat4 ,,imam4 ,ik neem dit alles gaarne aan en zal met alle krachten er naar streven1 om uwe natuurlijke beschouwingen onder mijne landslieden meer en meer ingang te doen vinden4--,ten opzigte van het eerste punt hebt gij de goedheid gehad1 mij de noodige opheldering te geven2 thans blijft nog een ander punt over1 waaromtrent ik eene vraag tot u wenschte te rigten4 ,gij hebt ons beide gezegd dat uwe landslieden1 de blanke menschen in ,negara-,wolanda1 bijna allen ,christenen zijn en datgene gelooven1 hetwelk de ,heer ,nacht ons gisteren uit het bijbelboek heeft voorgelezen1 hetgeen wij ,javanen echter volstrekt niet begrijpen kunnen4 ,zulk eene tot treurigheid stemmende1 ontmoedigende godsdienst is niet geschikt voor ons helder1 vruchtbaar land4 ,veel van hetgeen de ,heer ,nacht ons heeft voorgelezen1 maakte een indruk op ons als het zien van een somberen hemel1 wanneer wij donder zullen krijgen1 of wanneer wij aan ,sakit proet 7krampen in den onderbuik7 lijden4--,hetgeen gij daarentegen1 ,heer ,dag1 ons van het ,evangelie der natuur hebt geleerd1 kwam met onze denkbeelden goed overeen en werd door ons gemakkelijk begrepen4 ,om die reden gelooven wij het en nemen het aan als waar4--,hoe komt het nu toch1 dat ginds in ,holland bijna alle blanke menschen1 die immers veel verstandiger en geleerder zijn moeten dan wij1 aan de ,messiasleer van den ,heer ,nacht gelooven1 en dat zij begrijpen kunnen of troost vinden in hetgeen ons ongeleerde ,javanen even onbegrijpelijk is als eene bergopwaarts stroomende beek1 in iets dat een indruk op ons maakt als eene sombere1 zware regenbui8 ,,dag4 ,mijn goede ,imam4 ,de geleerde en ongeleerde bewoners van ,holland begrijpen het evenmin als gij hier op ,java4 ,de meesten verbeelden zich slechts dat zij het gelooven1 dewijl zij niet anders weten1 dan 't geen zij van der jeugd af hebben geleerd1 en zij die het beter weten1 wenden huichelachtig voor dat zij er aan gelooven4 ,deze beide klassen maken de meerderheid uit der bevolking4--,maar buitendien worden er duizenden gevonden1 en hun aantal neemt hand over hand toe1 die dezelfde gevoelens koesteren als ik4 ,deze duizenden komen echter niet openlijk voor hunne grondbeginselen uit2 zij zijn1 wel is waar1 te opregt en te braaf om te huichelen1 maar----zij verbergen den schat der waarheid die zij belijden1 in het binnenste huns boezems2 zij houden hunne godsdienstige overtuiging geheim4 ,,imam4 ,hoe is dat mogelijk6 ,er is mij toch verhaald1 dat in uw land volkomen vrijheid van godsdienst bestaat en dat daar alle sekten1 ,mohammedanen1 ,heidenen1 ,christenen en ,joden worden geduld en allen gelijke regten genieten6 ,,dag4 ,van staatswege1 in gevolge de bepalingen van de grondwet3 ja4 ,de redenen echter dier geheimhouding zal ik u mededeelen en ik meen te mogen vertrouwen1 dat ik daardoor tevens uwe vraag zal beantwoorden4 ,stel1 dat duizenden in stilte van geestdrift gloeijen voor de natuurlijke godsdienst en zedeleer2 bezien wij nu van een tiental dier duizenden de bijzondere omstandigheden huns levens eens van naderbij4--,de een van deze tien heeft een broeder1 die domin of pastoor is4 ,een andere is een domin's zoon4 ,deze vreest door den invloed der geestelijkheid zijne betrekking te verliezen1 indien hij laat zien dat hij verlichter denkbeelden nopens de godsdienst koestert dan zij2--ja1 hij is welligt zelf priester4 ,er worden er inderdaad zeer velen onder dezen gevonden1 die oneindig liever naar hunne overtuiging zouden prediken1 dan op den kansel komedie spelen2 maar--zij hebben eene vrouw1 vele kinderen en weinig geld en kunnen hun gevoelen niet openbaren1 zonder vooraf hunne betrekking als orthodoxe predikant neder te leggen2 zij troosten zich derhalve met de gedachte het kan zoo veel kwaad niet en accommoderen zich naar de heerschende begrippen4--,gene is een koopman1 welligt een boekverkooper1 wiens winkel aan hem het eenige middel van bestaan oplevert en onder wiens klanten vele priesters worden gevonden1 die hij stellig zoude verliezen en die hem daarenboven nog vele andere klanten zouden aftroonen1 indien hij het durft wagen openlijk eene andere leer te belijden dan het orthodoxe geloof4 ,een vijfde1 een zeer verlichte man1 hoopt op de nalatenschap van eene rijke1 zeer bigotte dame 7bij voorbeeld van zijne schoonmoeder71 die hem stellig zou onterven1 indien hij niet elken zondag ter kerk ging en met een uitgestreken1 aandachtig gelaat1 met zamgevouwen handen naar den kansel zat te kijken1 waar de predikant met de armen in het rond zwaait en1 als door geestdrift vervoerd1 van de heilige ,drieenheid1 van ,gods eenig geboren ,zoon en van de verlossing van de zonden spreekt4 ,een zesde heeft voor dit alles1 wel is waar1 niet te duchten2 het vermogen hetwelk hij bezit1 maakt hem onafhankelijk1 maar--hij heeft vrouw en kinderen1 die hij toch naar de ,christelijke kerken en scholen moet zenden1 zoo lang er nog geene kerken en scholen van zijn geloof worden gevonden2 hoewel volkomen overtuigd dat het ,christelijke dogma eene dwaling is1 laat hij zijne kinderen niettemin in het ,christendom onderrigt geven1 dewijl hij vermeent dat het hun welligt als een gangbare pas op hunne reis door het leven zou kunnen dienstig zijn1--en een zevende eindelijk die vermogend is en geene kinderen heeft1 derhalve geheel en al onafhankelijk mag geacht worden1 is te zeer op gesteld om rustig en gemakkelijk te leven2 hij wenscht op een goeden voet te blijven met degenen met wie hij in aanraking is2 hij zwijgt derhalve liever en verloochent om die reden zijne eigene betere overtuiging4 ,er blijven dus van de tien nog slechts drie over die het nu en dan eens wagen1 om hunne denkbeelden met woorden te omkleeden en die gehoor geven aan een krachtigeren1 innerlijken aandrang1 zonder te letten op de vijandschap die zij zich van andersdenkenden op den hals laden4--,vijandschap8 ,wel degelijk2 want de takken van den boom met twee wortelen a en b1 #ag welke de uitbreiding der waarheid verhinderen en het ontluiken der ware godsdienst en zedeleer onderdrukken1 breiden zich heinde en verre bij millioenen uit1 door alle standen en klassen der maatschappij4 ,de orthodoxe priesters die1 als openbaar erkende godsdienstleeraars1 als dienaren der heerschende kerk een aanmerkelijken invloed op het volk uitoefenen1 zijn onverpoosd werkzaam om de pogingen te verijdelen1 welke strekken ter verspreiding van meerdere verlichting2 ja1 zij zouden de domheid en het blinde geloof gaarne tot in alle eeuwigheid willen voortplanten1 en waarom8--dewijl zij daarvan leven1 dewijl zij het veel te gemakkelijk vinden bij de woorden van een boek--als bij een non plus ultra1 eene hoogste autoriteit--te zweren1 waartoe niet veel studie en volstrekt geen hoofdbreken wordt vereischt4 ,nu zal het u1 waarde ,imam1 wel duidelijk zijn1 waarom de verlichten in ,holland die in rust en vrede willen leven1 stilzwijgen moeten4 ,want wagen zij het hunne stem tegen de orthodoxe leer te verheffen1 dan hebben zij als het ware een nest met wespen gestoord die hen met hare giftige angelen bedreigen2 ja1 duizenden hebben zij tegen zich in het harnas gejaagd4 ,zelfs over den boekhandel oefenen deze wespen een soort van schrikbewind uit1 de ijverigste pogingen in het werk stellende om de van staatswege gewaarborgde vrijheid van drukpers te fnuiken1 doordien zij den vrijzinnigen boekhandelaar plagen en kwellen1 hem haren angel laten zien en met lasterlijke aantijgingen bedreigen en vervolgen4 ,wordt er echter niettegenstaande dat alles een gevonden1 die het durft wagen--'t geen zelden gebeurt--een boek uit te geven1 waarvan de schrijver heeft gepoogd de waarheid in het licht te stellen1 dan weten gene priesters de verspreiding van het boek te beletten1 zoodat de groote meerderheid des volks welke blindelings gelooft aan de leer der kerk1 het volstrekt niet onder de oogen krijgt en ten opzigte van den inhoud er van in volslagen onwetendheid blijft verkeeren4 ,die vrome mannen welke misschien1 even als zeker ridder met de hanenver op den hoed1 denken3 mundus vult decipi6 dralen niet om het een verderfelijk boek1 een onzedelijk boek1 een vuil pamphlet tegen het ,christendom te noemen en van den kansel de woorden uit te bazuinen3 die het koopt of leest1 die zondigt tegen ,jezus ,christus4 ,intusschen gaan zij voort met het luiden der klokken in steden en op het platte land1 gaan zij voort met in duizende kerken elken zondag tweemaal en1 zoo mogelijk1 ook gedurende de werkdagen een paar keeren 's weeks hun leerstuk van de ,drieenheid te verkondigen1 over het verlossingswerk1 over ,gods zoon1 over ,gods moeder en grootmoeder #ah te prediken en bovenal het gemoed van het opkomende geslacht1 van de jeugd1 op de cathechisatie als het ware te bewerken en te kneeden1 opdat in dier voege de gedenkzuil des bijgeloofs in ,holland niet slechts voortdurend onwrikbaarder in den bodem worde bevestigd1 maar insgelijks vreemde1 nog niet door vooringenomenheid verblinde volken1 gelijk gij1 goede ,javanen6 met het doop- en wijwater van godsdienstige dwaling worden besprenkeld4 ,zoodanig aangekweekt1 wordt de onzin meer en meer verspreid en duizenden slaan er geloof aan4 ,het boek echter1 hetwelk waarheid bevatte1 bij voorbeeld3 ,gedachten ten aanzien eener toekomstige1 meer algemeene ,godsdienstige geloofsleer 7,gebr4 ,diederichs te ,amsterdam1 #ahdh71 of verlichte brochures1 als3 ,belangrijke vragen over de verrigtingen der ,christen-,zendelingen 7#ahea1 bij denzelfden uitgever in het licht verschenen71 ,algemeen protest van ,christenen in ,nederland tegen eene nieuwe woordelijke vertaling van den ouden bijbel 7#ahec1 bij ,f4 ,gnst te ,amsterdam71 worden spoedig vergeten4 ,de stem welke daaruit spreekt1 is als die des roependen in de woestijn en het eenige middel om den triomf der waarheid te bespoedigen3 ,vereeniging van gelijkgezinden tot bevordering van dezelfde doeleinden1 ,stichting eener nieuwe kerk en gemeente1 ,oprigting van scholen1 ,overeenkomstig den geest der natuurlijke godsdienst en zedeleer1 wordt om de vroeger ontwikkelde en andere dergelijke gronden niet ter hand genomen1 of wordt hoogstens verwezenlijkt binnen de muren van eene afgescheidene1 door het ,nederlandsche ,groot-,oosten niet erkende ,vrijmetselaarsloge4 ,,imam4 ,waarde ,heer ,dag4 ,thans zie ik duidelijk in hoe ginds1 in de ,christenlanden1 niet alles goud is dat blinkt1 en dat uwe ,europesche maatschappij zeer vele ongezonde1 bedorvene bestanddeelen in haren boezem bevat1 die zich aan mijn oog voordoen als een huis1 hetwelk door ,rajap's 7termiten7 is ondermijnd en aangetast4 ,wat het uitwendige betreft van balken en planken1 tot den glans toe van het vernis en van de verw welke in der tijd er op waren gebragt1 is alles onveranderd hetzelfde gebleven2 maar van binnen is alles hol1 vergaan1 geheel doorknaagd1 vol wormen en bij den eersten den besten storm of de eerste aardbeving moet het gansche gebouw instorten4 ,een angstig1 beklemd gevoel maakt zich van mijn gemoed meester1 mijn lieve beste ,heer1 wanneer ik er aan denk1 dat men ons--arme ,javanen--in zulk een broos1 vermolmd1 half vergaan kerkgebouw wil opsluiten4 7,de ,imam wierp zich vr de verzamelde menigte op de knien en bad met opgeheven handen37 ,albarmhartige ,god6 ,groote1 ,algebiedende ,toean ,allah6 ,de wegen die gij bewandelt1 zijn onnaspeurlijk2 de doeleinden die ,gij wilt bereiken1 zijn voor ons bekrompen verstand een raadsel1 en ,uwe wijsheid is als een licht dat ons oog verblindt4--,maar hier liggen wij arme1 onwetende ,javanen1 uwe kinderen1 in diepen ootmoed voor ,u nedergeknield en wij bidden ,u vuriglijk dat ,gij ons niet in zulk eene zware verzoeking leidt1 door toe te laten dat deze ,europesche godsdienst der ,christelijke kerk 7,agama wolanda deri ,orang ,natsarani7 in ons vreedzaam1 schoon land worde ingevoerd4 ,o6 groote ,toean ,allah1 albarmhartige ,allah6 ,behoed ons daarvoor4 ,wij willen ernstig er naar streven1 deugdzaam te zijn en ,u in waarheid te vereeren4 ,amen6 ,de gansche vergadering herhaalde3 ,amen6 ,,nacht4 7,na eene korte tusschenpoozing47 ,u allen die hier tegenwoordig zijt en bovenal aan u1 geliefde broeder1 ben ik eene opheldering verschuldigd4 ,waar en openhartig zullen mijne woorden zijn4 ,ik wil u niet verbergen dat reeds eergisteren1 toen ik u de hoofdregelen van het orthodoxe ,christelijke ,evangelie voordroeg1 mijn geloof aan de waarheid dezer leer aanmerkelijk aan 't wankelen was gebragt door de gronden1 welke ik menigwerf uit den mond mijns broeders had vernomen4 ,ik was echter nog niet volkomen overtuigd en wenschte gaarne den indruk te kennen1 welken de ,christelijke geloofsleer op u1 ,javanen6 zou maken4 ,ik wenschte het oordeel te vernemen dat gij1 in uwe kinderlijke eenvoudigheid1 daarover zoudt vellen1 dewijl ik vermeende daaraan eenig gewigt te mogen hechten2 want het was mij bekend dat uw verstand1 wel is waar1 ongeoefend1 maar aan de andere zijde door vooringenomenheid niet beneveld was4 ,hetgeen in ,holland elken dag aan duizenden van onschuldige kinderen wordt geleerd1 die door geen talisman tegen de besmetting der dwalingen zijn beschut1 aan wie geene keus tusschen deze en eene andere leer wordt gelaten1 zoo iets mogt immers 7dacht mij7 wel aan u1 goede ,javanen6 worden medegedeeld1 en zulks te meer dewijl mijn broeder u reeds tegen den daarop volgenden avond eene andere voordragt1 namelijk1 over de natuurlijke godsdienst en zedeleer had toegezegd4 ,gij zoudt derhalve de vrije beoordeeling1 de keuze hebben tusschen twee zaken en hierdoor bragt ik mijn geweten tot zwijgen1 dat zich aanvankelijk aankantte tegen de poging om u met een geloofsstelsel bekend te maken1 van welks waarheid ik zelf niet meer overtuigd was4 ,gij hebt nu een besluit genomen4 ,gij hebt de leer van het ,evangelie van den regtzinnig geloovigen mensch gehoord en haar aangenomen4 ,maar ook ik ben tot een besluit gekomen en ik verklaar bij deze plegtig1 dat ik de gegrondheid erken van de bewijzen door mijn broeder tot staving zijner leer aangevoerd1 dat ik daarentegen het ,christelijke dogma eene dwaling acht en het zuivere geloof aan ,god en de hieruit1 in overeenstemming met de natuur1 afgeleide zedeleer tot rigtsnoer mijns levens kies4--,indien honderd duizenden in de ,europesche landen genen ,isa el ,meseh1 gelijk ik vroeger zelf deed1 tot een afgod hebben gemaakt1 dien zij aanbidden in plaats van ,god1 laat ons daarentegen met liefde en achting aan hem gedenken als aan een voortreffelijk mensch1 die reeds vr #ahjj jaren de kern onzer leer verkondigde3 ,hebt als broeders elkander lief6 ,deze verklaring mijns broeders verwekte onder al de aanwezigen groote vreugde2 ik vooral was daarover zoodanig verrukt dat ik hem gaarne in mijne armen had willen drukken1 indien de aanwezigheid der ,javanen mij daarvan niet had terug gehouden4 ,elke levendige1 driftige uiting van onze aandoeningen en hartstogten wordt door hen als ongepast1 ja1 min of meer als onwelvoegelijk beschouwd1 terwijl daarentegen rustige1 kalme gelatenheid bij alle gebeurtenissen en in alle omstandigheden des levens1 hetzij deze ons tot vreugde of tot droefheid stemmen1 bij hen als het toppunt van mannelijke geestkracht en waardigheid geldt4--,toen echter gevoelde ik meer dan ooit dat ware vriendschap slechts daar kan bestaan1 waar verwantschap des geestes heerscht en dat niets in staat is den band der vriendschap die twee zielen verbindt1 zoo vast zam te strengelen als de overeenstemming in denkwijze1 in zedelijke en godsdienstige overtuiging4 ,tevreden1 ja1 in een vrolijke1 zalige stemming gingen wij kort daarop uiteen2 dewijl het nog niet #aj ure was1 namen wij den ,imam die zeer leergierig bleek te zijn1 mede naar onze hut4 ,wij schonken hem een thermometer1 een klein kompas1 eene magneetstaaf1 een zakkijker1 een eenvoudig mikroskoop en andere dergelijke instrumenten1 omtrent wier gebruik wij hem het noodige onderrigt gaven2 over het bezit dezer werktuigen betoonde hij zich ten hoogste verblijd4 ,hij beloofde ons het ,evangelie der natuur met alle krachten onder zijne landslieden te verspreiden1 terwijl wij hem van onze zijde nader schriftelijk onderrigt toezeiden4 ,wij begaven ons daarop naar onze legerstede1 het gemoed vervuld met de overtuiging dat wij hier1 in dit kleine dorp1 welligt eenig nut hadden gesticht1 een zaadkorrel hadden geplant die1 hoe klein zij ook wezen mogt1 misschien eenmaal tot een weligen wasdom zou kunnen komen en rijke vruchten voortbrengen6 ,den volgenden morgen waren wij vroegtijdig gereed om de reis te aanvaarden2 onze koffers stonden allen gepakt voor de deur onzer hut4 ,vier dorpsbewoners hadden zich vrijwillig als ,koeli's aangeboden2 zij zaten met de beenen kruislings over elkander op den grond1 nevens den geringen last dien zij zouden dragen1 en hielden hunne ,bamboesstaven als geweren regtstandig in de hoogte4 ,zij waren echter nog niet voltallig2 er ontbraken nog zes4 ,de vrouwen die zich in het dorp bevonden1 waren bijna allen druk bezig met het rijststampen en een aantal kinderen stond om ons heen4 ,wij zagen daarentegen slechts weinige mannen nevens hunne hutten bezig met het splijten van ,bamboes1 het vlechten van matten en anderen dergelijken arbeid2 zij hielden zich als of zij ons niet bespeurden en volstrekt niet wisten1 dat wij ,koeli's noodig hadden4 ,de meesten hielden zich schuil in hunne hutten en schenen geen gehoor te willen geven aan onze oproeping om1 tegen betaling van #aj centen #ai per uur1 benevens eene zekere hoeveelheid tabak1 onze pakkaadje naar het naastbij gelegene grensdorp te brengen4--,daar kwam onze vriend1 de ,imam1 aan die ons zijn vriendelijken morgengroet bragt4 ,toen hij de oorzaak van onze verlegenheid had vernomen1 scheen hij werkelijk boos op zijne landslieden te worden4 ,aan zijne ontevredenheid gaf hij lucht in de volgende bewoordingen1 die hij met luider stemme tusschen de hutten uitgalmde4 ,,imam4 ,schaamt gij u niet1 de ,heeren1 die u zoo vriendelijk behandeld hebben1 nu zonder hulp te laten zitten8--,foei6 foei6 hebt hij reeds vergeten1 hetgeen ,toean ,dag en ik u geleerd hebben1 dat wij menschen vlijtig en arbeidzaam behooren te zijn en er naar streven moeten den onvergelijkbaar grooten ,toean ,allah na te volgen8--,kunt gij dan niet zien dat ,toean ,allah geen enkelen oogenblik rust1 maar altijd werkt en dat hij de zon weldra weder boven uwe hoofden zal doen opgaan8--,hoort gij dan niet hoe de vogelen weder zingen en de apen in het geboomte rondklauteren8--,alles ontwaakt tot een nieuw leven1 alles roert en beweegt zich en gij1 vadzige kerels1 wilt lui en slaperig in uwe hutten blijven zitten8--,holla6 hei6 ,de hut uit6 ,hier moet gij zijn2 pakt aan6 ,deze toespraak had werkelijk ten gevolge1 dat eenige mannen uit de hutten te voorschijn kwamen en langzaam1 ,siri kaauwende naderden2 glimlagchend1 doch zonder een woord te spreken1 zetteden zij zich nevens onze koffers2 maar nog steeds bleven vier ,pikolan's 7pakken7 over die geene dragers hadden4 ,het scheen dat de goede wil der overige ,gnoeragers sterkere drangredenen behoefde1 om tot een besluit te kunnen komen en deze tot de daad te doen overgaan4 ,mijn ongeduld nam intusschen des te sneller toe1 naar mate ik langer moest wachten2 de oostelijke hemel begon allengs helderder te worden en toen eindelijk de eerste morgenstraal de dauwdruppelen aan 't geboomte deed fonkelen1 riep ik mijne bedienden toe3 ,hier jongens1 ,sidin1 ,maspoetri1 ,pangkat1 ,ario1 ,soengsang6 komt hier2 pakt alles weder uit1 wij hebben plan om hier te blijven en een vrolijk leven te leiden6 ,vat die geit daar aan1 vlug1 vat ze aan6 ,wij zullen ze slagten2 voortaan blijven wij hier1 maar wij moeten toch eten ook6--,heden slagten wij deze geit1 morgen eene andere1 overmorgen moet een buffel er aan1 en zoo zullen wij alles opeten wat gij bezit1 luije ,gnoeragers6 ,al uwe kippen gaan de eene na de andere denzelfden weg1 ja1 al de geiten1 buffels1 in n woord1 al dat leven ontvangen heeft in het dorp zullen wij slagten en opeten6 ,dat had invloed4--,vlug als de wind snelden al degenen die in de hutten waren1 naar buiten2 die voor hunne hutten zaten1 staakten den arbeid en in een oogenblik was alles op de been4 't ,was koddig om te zien hoe zij zich haastten1 niet dewijl zij geloofden dat wij onze bedreiging zouden vervullen1 neen1 dewijl zij onze bedreiging als eene aardigheid beschouwden1 als eene vrolijke jokkernij die hen in de allerbeste1 opgeruimdste stemming bragt4 ,het zonderlinge denkbeeld1 dat wij ,hollanders1 met ons beiden1 alles dat eetbaar in het dorp was1 zouden opeten1 vonden zij regt vermakelijk4 ,lagchend riepen zij elkander toe3 ,lakas1 lakas6 ,bekin ram6 ,segala roepa orang kaloear1 bekin ram ram6 7,vlug1 vlug6 ,vrolijk aan 't werk6 ,oud en jong snelt de hutten uit6 ,pakt allen te gelijk aan en maakt vrolijk gejoel67--,nu hadden wij niet alleen ,koeli's genoeg1 maar zelfs meer dan wij behoefden2 eenigen liepen met ledige handen1 louter uit pleizier in ,ram ram1 naast de dragers en het gansche dorp was op de been geraakt4 ,wij namen nu een vrolijk afscheid van allen en drukten den ,imam de hand2 zelfs verscheidene honden volgden ons en de weduwe1 die wij vier gulden en een ,sarong ten geschenke hadden gegeven1 riep ons haar ,slamat djalan 7voorspoedige reis71 beste ,heeren6 nog in de verte toe4 ,wij waren thans voorzigtiger dan de vorige maal1 want wij zonden de dragers met onze pakkaadje vooruit2 wij volgden met de overige jongens1 waarvan de een een barometer in den arm droeg1 terwijl de andere onze geweren1 eenige thermometers1 een kleinen pijlcompas en andere dergelijke werktuigen bij zich hadden1 die wij tot het doen van waarnemingen onder weg zouden behoeven4 ,welgemoed zetteden wij onzen togt voort over de smalle paden1 welke hier door het hoog opgeschotene ,alang alang1 dan weder tamelijk ongebaand tusschen het kruipelhout van boschjes heenliepen4 ,ten #aj ure waren wij den eersten bergrug die zich in eene westelijke rigting van ,gnoerag verheft1 reeds overgeklommen1 hadden de ,tji-,nakoelabap doorwaad1 welke door het diepe dal stroomt dat op den genoemden bergrug volgt en klauterden nu tegen de helling van den tweeden1 hoogeren bergrug op4--,de zon steeg immer hooger en hooger aan den wolkenloozen hemel en schoot hare brandende stralen allengs in eene meer loodregte rigting op ons neder2 de helling welke wij beklommen1 werd allengs steiler en onze ,koeli's1 die tot op den lendendoek geheel naakt waren en wie 't zweet van het ligchaam gudste1 stapten in gelijke mate langzamer voort1 naar gelang wij de nok naderden der bergketen1 die wij nu moesten overtrekken4 ,het eene kleedingstuk na het andere hadden wij reeds uitgetrokken en1 meer verslapt van de hitte1 als het ware dampende in den vuurgloed der atmospheer1 waaraan geen luchttogtje1 hoe gering ook1 eenige verfrissching schonk1--dan vermoeid van den togt1 kwamen wij omstreeks n ure op de nok des bergrugs aan4 ,hier was geen enkel levend wezen te bespeuren2 nergens hoorden wij het gefluit van eenigen vogel of het getjilp van het kleinste insektje4 ,alles wat ademt1 wat vliegt of kruipt1 scheen zich voor den gloed der zon verborgen te hebben2 zelfs geen blaadje ritselde in het loof van 't geboomte1 dat hier en daar groepsgewijs in de ,alangzee verstrooid stond4 ,aan alle zijden omringde ons dit eentoonige gras1 welks stijve bladeren eerder eene helder grijze1 dan geelachtig groene kleur hadden4 ,diep beneden ons aan de helling der bergketen lag het dorp ,oewoetagnis1 welks hutten ons op dien afstand onduidelijk1 weikleurig van tint door de troebele lucht toeschenen4 ,want al liet zich geen wolkje aan den hemel bespeuren1 al was de dampkring zeer droog1 toch bezat deze1 op groote afstanden genomen1 slechts eene geringe mate van doorzigtigheid4 ,van de gloeijend heete oppervlakte der aarde verhief zich voortdurend een loodregt opstijgende luchtstroom1 ten gevolge waarvan de zoom van alle verwijderde voorwerpen waarop wij het oog vestigden1--de oppervlakte der ,alangzee1 de rand der bergterrassen1 de kroonen van het geboomte1--in trillende beweging was4 ,behalve het pijnlijke gevoel der hitte1 de verstikkende gewaarwording welke het inademen eener zoo zeer uitgezette lucht veroorzaakte1 ondervonden wij nog eene andere plaag2 want het zonnelicht dat door de ,alangbladeren werd teruggekaatst1 verblindde ons de oogen4--,reikhalzend verlangende naar een koel togtje1 zetteden wij ons neder tusschen de ,koeli's1 die geheel buiten adem tusschen de op den grond geworpene pakken en koffers lagen4 ,maar in het #c #d voet hoog staande drooge gras1 waar de thermometer tot op #ajj graden ,fahrenheit 7#cg1g ,celsius7 was geklommen1 kon weinig verkwikking worden gevonden4 ,wij kropen nu naar een klein boschje1 waar wij een plas vonden die nog niet geheel was verdampt1 en met welks water wij ons brandend heet gelaat1 borst en armen bevochtigden4 ,hier verspreidde het loof van eenige wat hooger groeijende boomen een weinig schaduw in het rond2 maar naauwelijks hadden wij ons op den grond nedergevleid1 toen wij en al de ,koeli's door opstijgende rookmassa's en vlammen op de vlugt gejaagd en genoodzaakt werden1 zoo snel mogelijk onze goederen bijeen te pakken en bergafwaarts te ijlen4 ,het vuur van het in brand gestokene ,alangveld had zich aan het woud medegedeeld4 ,de ,javanen hebben1 namelijk1 de gewoonte om gedurende de droogste maanden des jaars 7,augustus en ,september7 het hooge gras1 waarin hier en daar #c #d maal hoogere en eilandvormig groeijende ,glagah-groepen en vele min of meer uitgestrekte boschaadjes verstrooid voorkomen1 op duizende van plaatsen aan te steken en te branden2 dit geschiedt eensdeels met het doel om de tijgers te verjagen1 ten andere om plaats te winnen tot het aanleggen van akkers1 welke alsdan met de asch van het verbrande hout en gras te gelijker tijd worden bemest4 ,toen wij langs de berghelling afdaalden en naar den kant van het dorp heensnelden1 zagen wij verscheidene dergelijke afgebrande plekken1 welke de grijsachtig groene kleur van het grasveld plaatselijk hadden vernietigd en uit het dal als zwarte1 onregelmatige strooken slangsgewijs opwaarts liepen4 ,eenigen waren reeds uitgedoofd2 anderen daarentegen brandden aan het hoogste gedeelte nog voort1 alwaar dan eene rookzuil1 waardoor vlammen speelden1 zich al kronkelend verhief4 ,ter plaatse waar de lucht door een dergelijken gloed1 welke somtijds eene strook ter breedte van #ejj #ajjj voet in vuur en vlam zettede1 was verdund1 stroomden van de zijde van het dal de koudere en digtere luchtmassa's toe en veroorzaakten daardoor1 niettegenstaande de algemeen heerschende windstilte1 een plaatselijken storm welke onmiddellijk volgde op de oorzaak van zijn ontstaan1 namelijk het vuur1 dat wij met ongeloofelijke snelheid steeds hooger en hooger bergopwaarts zagen voorthollen en hoorden knappen en kraken4 ,waar een boschaadje in de rigting dezer brandende strooken lag1 daar wierp het met den storm steeds hooger bergopwaarts ruischende en bruischende vuur zich als een wervelwind op in1--binnen een oogwenk stond het gansche bosch in lichte laaije vlam en aan het knetteren van het zoo brandbare1 drooge ,alang alang paarde zich alsdan een vreesselijk1 oorverdoovend loeijen en bruischen1 dat inderdaad schrikverwekkend was en waar boven zich dan nog van tijd tot tijd het gekraak deed hooren van een nerstortenden stam of van een vallenden hoofdtak van een zwaren boom4--,een dergelijk concert loeide en donderde ons in de ooren toen wij zonder eenig geluid te geven1 zonder een enkel woord te spreken1 maar kugchende in de verstikkende middaghitte1 door rook en vlammen heen1 bergafwaarts snelden2 wij liepen daarbij in een draf achter elkander over de smalle paden1 in voortdurenden angst dat een zijwaarts zich uitbreidende brandstrook ons zou bereiken en verzengen4--,mijn pen is niet in staat om het karakter van dit tropische tooneel naar waarde te malen2 mijne taal is niet rijk genoeg1 om met woorden het schouwspel te schilderen dat wij dien middag voor oogen hadden1 toen wij het dal in een weikleurigen1 troebelen1 hier en daar met rook bezwangerden dampkring beneden onze voeten zagen liggen1--niettegenstaande de zon1 aan een onbewolkten hemel schijnende1 hare brandende stralen uit het zenith op ons nederschoot6 ,kort vr #b ure kwamen wij in het dorp ,oewoetagnis aan en installeerden ons1 zonder pligtplegingen te maken1 in de voorgalerij van de woning des ,loerah1 terwijl de ,koeli's daar buiten1 waar slechts eenige schaduw was1 zich nedervleiden of naar den ,pantjran gingen om zich in het water te verfrisschen4 ,wij volgden in dit opzigt hun voorbeeld en nuttigden vervolgens een ontbijt1 bestaande uit rijst1 ,pisang1 ,sambal en ,dendeng1 't geen wij hier ter plaatse hadden bijeen gekregen4 ,onze bedienden haalden de geldzakken #bj te voorschijn en betaalden de ,gnoerager ,koeli's1 terwijl de ,loerah1 luide brommende1 in het dorp rondliep om andere ,koeli's op te sporen4 ,wij waren zeer verlangend om den volgenden morgen vroegtijdig ,desa-,gnarak aan de zuiderkust te bereiken en wenschten uit dien hoofde nog heden naar ,desa- #ba,roetab te gaan1 een dorp dat ons om zijne aangename ligging op een berg1 door de ,javanen was aanbevolen tot het houden van ons nachtkwartier4 ,nadat wij gedurende een uurtje hadden halt gehouden1 waren wij inderdaad gelukkig genoeg om onze pakkaadje op de schouders van tien versche ,koeli's te zien laden die1 met den ,loerah achter zich1 het dorp uitwandelden1 terwijl wij1 door nieuwsgierige dorpsbewoners aangegaapt1 hen volgden4 ,de ,gnoeragers zaten en lagen1 hunne cigaren rookende1 in den ,warong1 #bb en hadden waarschijnlijk geen plan om voor het invallen der avondkoelte den terugtogt naar hun dorp te aanvaarden4 ,er bevonden zich aldaar insgelijks eenige onzer jongens1 en het was niet dan ongaarne dat zij hun gemak aan ons ten offer brengen en opstaan wilden4 ,beneden het dorp aangekomen zijnde1 doorwaadden wij de ,tji-,irignas welke den dalbodem doorstroomt1 stegen aan de overzijde weder hooger opwaarts en zetteden vervolgens onze reis over bergen en dalen voort door het oneffene lage bergland1 dat naar de zijde der zuider kust allengs afloopt4--,het verwijderde hooggebergte dat noordwaarts van ons ligt1 was in wolken gehuld1 waaruit een zacht gerommel als van een verren donder zich liet hooren2 hier echter brandde de zon nog met onverzwakte kracht aan den wolkenloozen hemel4 ,nadat wij onzen marsch gedurende #a #a_/b uur hadden voortgezet1 kwamen wij aan den rand van het diepe ,tji-,ikaldal en zagen tegenover ons1 aan de andere zijde der breede kloof1 het dorpje ,roetab1 allerliefst tusschen ooftboomen gelegen2 hoog verhieven zich daarboven de ,kokos- en ,pinangpalmen die op de dunne zuiltjes als op lange stengels her- en derwaarts wiegelden4 ,daar zouden wij overnachten4 ,een zachte zuidewind1 een bewijs dat wij ons reeds meer nabij de kust bevonden1 had zich sedert eenigen tijd doen gevoelen en matigde eenigzins de hitte4 ,de verfrissching welke wij op die wijze ondervonden1 deed ons goed1 want wij waren nu werkelijk vermoeid en zagen met een zeker huisselijk verlangen naar de overzijde heen1 naar de hutten van het dorpje1 die zoodanig tusschen het heldere1 frissche groen van ,pisangblaren verscholen lagen en zoo digt door het loof der vruchtboomen waren omgeven1 dat de bruinachtige ,bamboeswanden en ,alangdaken ons ter naauwernood hier en daar in het oog vielen4 ,de blaauwachtige rook welke dwarrelend uit de nok der daken oprees1 verhoogde nog de uitlokkende werking die de aanblik van dit tooneel bij ons veroorzaakte1 want hij verkondigde ons dat de tijd van het avondeten naderde1 dat vuur aan den gastvrijen haard brandde4--,wij spoorden derhalve de ,koeli's aan om zich zoo veel mogelijk te haasten4 ,dit was echter geene gemakkelijke zaak2 want zij lagen nu eenmaal op den grond en prevelden in hunne gewone zorgeloosheid3 het dorp ligt immers in onze onmiddellijke nabijheid1 wij zullen er nog vroeg genoeg aankomen4 ,zonderling1 dat de ,javanen de despotieke bevelen hunner eigene hoofden zoo gaarne en zoo gewillig gehoorzamen1 terwijl noch een verzoek1 noch geld1 noch goede woorden van een ,europer in staat zijn1 hen te bewegen tot het verrigten van eenig vrijwillig dienstbetoon4 ,te ,oewoetagnis hadden wij reeds een vol uur op versche ,koeli's moeten wachten2 hier hadden wij andermaal oponthoud en wij waren eindelijk nog zeer verblijd1 dat wij onze goede dragers na een half uur wachtens op nieuw op de been konden krijgen4 ,eenmaal op weg zijnde1 verhaastten wij onze schreden1 daalden langs den met geboomte begroeiden dalwand naar beneden en kwamen tegen #e ure in den bodem der kloof aan1 waar wij de ,tji-,ikal over moesten4 ,ter plaatse waar wij aan de beek kwamen1 was de waterstand echter te hoog om te kunnen door waden2 al zwemmende den overkant te bereiken1 hieraan viel evenmin te denken1 uithoofde van den snellen stroom en de zware rotsblokken waar tegen het water in zijne vaart als schuimend bruischte1 gesteld al dat wij de ,koeli's met onze pakkaadje hadden willen verlaten4 ,wij volgden derhalve den raad des ,loerah1 gingen ongeveer een kwartier uurs lager dalafwaarts1 waarbij wij nu eens den oever volgden1 dan weder ons een weg baanden door het nabij gelegen geboomte2 eindelijk kwamen wij in eene streek aan1 waar de dalbodem eene breedte had van verscheidene duizend voet en de stroom1 die in verscheidene armen verdeeld en veel ondieper was1 eene geringere snelheid bezat4 ,hier klommen wij derhalve afwaarts in de rivierbedding en sprongen moedig in het water4 ,mijn broeder ,nacht en ik gaven de anderen een goed voorbeeld en de ,koeli's volgden ons de een na den anderen2 reeds waren wij den eersten1 kleineren arm al wadende doorgegaan1 hadden wij eene rolsteenbank 7een eiland tusschen twee armen van den vloed7 bereikt en stonden wij gereed om den tweeden arm te doorwaden1 toen plotseling van den dalwand1 langs welken de achtersten van onzen togt nog af klommen1 de kreet ons te gemoet klonk3 ,bandjer6 ,terug1 terug6 ,redt u6 ,bandjer1 ,bandjer66 ,deze woorden oefenden op de ,koeli's die achter ons aankwamen1 eene werking uit die aan tooverkracht grensde1 want plotseling maakten zij regtsomkeer1 terwijl zij met de pakkaadje welke zij op hoofd of schouders droegen1 meer door het water sprongen dan liepen2 zonder veel te vragen1 zonder om te zien1 zelfs zonder te denken1--want ter naauwernood herinnerde ik mij vlugtig de geschiedenis van ,lot's huisvrouw en van de zoutzuil naar de bijbelsche verdichting1--volgden wij hen ijlend na1 terwijl een vreesselijk1 steeds nader komend gebruis ons in de ooren dreunde4 ,wij hielden niet op1 dan nadat wij de dalhelling tot zoo ver hadden beklommen dat wij zekere hoogte boven den oever hadden bereikt1 waar wij schier ademloos op den grond vielen en omzagen3--eene bruine massa welke zich berghoog verhief1 wentelde over den dalbodem naar beneden2 verbrijzelde boomstammen rezen hier en daar er uit op2 rotsblokken werden met donderend gedruisch vooruit gestuwd2 nieuwe1 meer vloeibare massa's welke schuimend voorwaarts bruisten1 stortten zich over dezen dam heen1 verbraken hem1 verdeelden zich1 breidden zich uit en--binnen weinige minuten was de gansche breede dalbodem welke wij op het punt hadden gestaan om door te trekken1 herschapen in een hol staand meer van bruinachtig troebel water1 dat met pijlsnelle vaart schuimend en spattend voortijlde1 boomstammen en geheele uit den grond gerukte boomen met zich voerde en dit met zulk eene kracht1 dat de grootste rotsblokken om hunne as wentelden en de rolsteenbank waarop wij vroeger hadden gestaan1 in n oogenblik was vernield en weggestuwd1--het was een verheven1 vreesselijk woest tooneel dat wij in stomme verbazing aanschouwden1 vervuld van dankbaarheid over de redding welke wij hadden ondervonden1 terwijl het gekraak der verbrijzelde boomen1 het schuimen en bruisen der watermassa1 het geklots der rotsblokken en het ratelen der millioenen voortgezweepte steenen der rolsteenbank een enkel vreesselijk gedruisch deden geboren worden1 waar boven slechts nu en dan het donderend gekraak van een instortenden ,oeroek zich liet vernemen4 ,tot in het binnenste van ons gemoed geschokt1 beschouwden wij dit oproer1 maar stonden sprakeloos1 want niemand was meer in staat zijne eigene stem te hooren4 ,het was een ,bandjer 't geen wij voor oogen hadden1 dat is eene verre buiten hare oevers tredende beek1 ten gevolge van den toevoer van water1 ontstaan door zwaren regen in het verwijderde gebergte1 waardoor nu de woedende stortvloed was geboren die alles vernielde of verbrijzelde1 dat hij op zijnen weg ontmoette4 ,waar de kloof smal en de wanden die haar ter wederzijde insloten1 steil waren1 werd de voet dezer zijwanden door de schuring der rotsblokken welke het water met zich voerde1 zoodanig uitgehold en weggespoeld1 dat ,oeroek's1 dat wil zeggen aard- en bergstortingen ontstonden2 uitgestrekte gedeelten van het gebergte met wouden en alles wat zich er op bevond1 gleden op die wijze met donderend geweld naar beneden in de kloof en vormden een dam1 waartegen de steeds toenemende watermassa werd opgestuwd1 totdat zij den puinberg voortduwde en doorbrak4 ,niet ver beneden van de vlakkere plaats waar wij stonden en alwaar het dal zich trogvormig verbreedde1 werd zulk eene enge kloof gevonden1 vr welke het water dat door nieuwe1 van het gebergte afstroomende massa's nog voortdurend werd vergroot1 al hooger en hooger en eindelijk zoo hoog steeg dat de gansche vlakke dalkom1 niettegenstaande deze eene breedte had van minstens #bjjj voet1 binnen weinige oogenblikken in hare gansche uitgestrektheid met water was bedekt en herschapen geworden in n enkel troebel meer van ongeveer #ab voet gemiddelde diepte boven welks schuimenden spiegel slechts nog de toppen van enkele verbrijzelde boomstammen zigtbaar waren4 ,hoe gering de afstand ook mogt zijn welke ons scheidde van het dorpje1 gelegen op den tegenover ons zich verheffenden berg1 viel er nu toch aan eene voortzetting van den togt op heden niet te denken1 en zulks te minder dewijl de zon reeds ten ondergang neigde4 ,wij zochten derhalve eene vlakke plek in het woud tot legerplaats op1 pakten onze koffers uit1 hingen de hangmatten tusschen boomstammen op en trokken drooge kleederen aan1 terwijl de ,javanen kleine hutten bouwden1 gevormd uit schuin tegen elkander geplaatste takken die met wilde ,pisangbladeren werden bedekt4 ,eindelijk leiden zij een aantal vuren rondom ons bivouak aan4 ,zij deelden ons even broederlijk mede van hunnen voorraad rijst 7,nasi1 en nimmer onderneemt de ,javaan een togt zonder zich hiervan te voorzien71 als wij hun van onzen wijn gaven4 ,wij zouden op die wijze echter een zeer schralen maaltijd hebben gehad1 indien de ,bandjer ons niet geheel onverwacht aan een smakelijk stuk gebraden rundvleesch had geholpen4 ,eenige ,koeli's1 namelijk1 die aan den oever stonden om visch te vangen welke door den ,bandjer was bedwelmd1 bragten ons ijlings berigt1 dat twee rhinocerossen en een ,banteng 7een wilde stier7 op den oever gespoeld waren4--,dit was werkelijk het geval4 ,met vereende krachten trokken wij den stier op het drooge2 het scheen dat hij eerst vr korten tijd tusschen verbrijzelde boomstammen was gedood geworden1 want het bloed vloeide nog uit de versche wonden4--,zout1 boter1 eene ijzeren pan 7,koewali71 een paar ijzeren ketels en potten en andere dergelijke benoodigdheden 7welke bij het reizen door de wildernissen onontbeerlijk zijn71 hadden wij steeds bij ons4 ,zij kwamen ons ook nu uitmuntend te stade1 want weldra hingen de beste stukken van den stier over het vuur te braden1 terwijl anderen met rijst in potten werden gekookt om ons eene krachtige soep te leveren4--,wijders werd bepaald dat vijf ,javanen1 benevens twee van onze bedienden met geweren gewapend1 de wacht houden en door anderen om de drie uren zouden worden afgelost4 ,de avondschemering nam spoedig toe en wij kropen na het houden van den maaltijd1 vermoeid zijnde1 in onze hangmatten4 ,slechts zelden vernamen wij nog het krijschend geluid van een over het dal vliegende paauw2 maar naauwelijks was het licht der laatste zonnestralen verbleekt1 toen overal in het gansche woud insektenkoren begonnen te gonzen en te snorren4 ,de ,javasche spitsoorige honden der ,koeli's die vroeger langs den oever liepen rondsnuffelen1 legden zich nu in de vertrouwelijke nabijheid der menschen neder1 als of zij wisten dat het des nachts niet veilig was in het woud4 ,weldra ontwaarden wij niets meer dan de zorgvuldig door de ,javanen onderhoudene wachtvuren1 welke een roodachtig schijnsel op de omringende boomstammen wierpen en geen geluid trof ons oor behalve het algemeen gegons der levende natuur1 dat met het bruisen van den verder en verder zich verwijderenden stortvloed zamensmolt4 ,toen eindelijk nog alln dit gebruis gedurende de nachtelijke stilte in onze ooren klonk en de werkzaamheid onzer zintuigen tot diep in het binnenste van ons gemoed was teruggekeerd1 hetgeen ten verhoogden prikkel aan ons denkvermogen strekte1 werden wij als het ware onwillekeurig heengeleid tot het bepeinzen van de oorzaken der verschijnselen die zich voor onze blikken hadden ontwikkeld1 der krachten die wij daarbij in het spel hadden gezien en1 het geheel ontledende kwamen wij1 teruggaande van de eene kracht tot eene andere welke slechts het gevolg was van eene derde1 die op hare beurt weder eene vierde tot oorzaak van haar ontstaan had 7als gedoode dieren1 vernielde wouden1 bergstortingen1 omzettingen des bodems1 watervloeden1 onwersregen1 electriciteit1 wolken1 waterdamp1 water in meeren en stroomen1 warmte71 eindelijk tot de allereerste oorzaak dezer verschijnselen1 welke in een meer dan #bj #a_/b millioen mijlen van ons verwijderd hemelligchaam1 de zon6 moest gezocht worden4 ,want de lichtstraal van de zon uitgaande is het1 die hitte doet geboren worden welke het water dampvormig optrekt en opstijgende luchtstroomen doet ontstaan1 welke 7indien het zeer heet en helder was7 in de hoogere streken der atmospheer en nabij de koelere bergtoppen plotseling verdikken en als onwersregens of wolkbreuken nerstroomen2--dan bruist de waterdamp die dezen voormiddag nog onzigtbaar boven onze hoofden in de lucht zweefde1 als ,bandjer door de kloof welke daardoor verbreed wordt2 hij doet ,oeroek's ontstaan1 verbrijzelt rolsteenbanken1 zet de van hare plaats gerukte aard- en rotsmassa's in andere1 lager gelegene oorden1 in de nabijheid der zee weder af1 verbreedt de kusten1 veroorzaakt derhalve aanmerkelijke veranderingen in de gestalte der oppervlakte van den vasten bodem en doodt daarbij eene menigte dieren1 die door andere levende dieren en menschen worden opgegeten en aan hen tot voedsel verstrekken2--ja1 heeft de zonnestraal1 door de verslappende hitte welke hij deed ontstaan1 niet zelfs te weeg gebragt1 dat onze ,koeli's met langzamer schreden voortgingen8 en is hij niet daardoor de oorzaak geworden1 dat wij getuigen der omkeering zijn geweest1 dat deze denkbeelden thans in onze ziel oprijzen1 denkbeelden waarvan de eigenlijke oorsprong1 de wording1 dus in de verre van ons verwijderde zon moet gezocht worden8--,vloeit dit alles niet voort uit eene bron8 ,en zou nu dat zonne- of sterrelicht de eerste of de laatste kracht zijn in deze duizendvoudig aaneengeschakelde keten van oorzaken en gevolgen1 welke wij hier voor ons zien8 ,zou ook deze op hare beurt weder niet het gevolg zijn van--of te weeg gebragt worden door eene andere1 nog verder verwijderde1 algemeenere oorzaak1--en zouden alle oorzaken die aan onze in de diepte vorschende blikken oorspronkelijke oorzaken toeschijnen1 niet voortvloeijen uit eene eenige eerste bron welke voor geene verdere ontleding vatbaar is8--,ongetwijfeld1 ongetwijfeld2--zoo verre het ons mogelijk is door te dringen1 hangt het eene van het andere af en hoe dieper wij in de wederkeerige werking der krachten navorschen1 des te meer naderen wij de eenheid2 maar tot op den grond vermogen wij niet te peilen--en slechts in heiligen1 vromen eerbied kunnen wij de blikken opheffen tot de ,eenige1 ,allereerste1 ,eeuwige ,oorzaak1 waaruit alle oorzaken voortvloeijen1 waaruit1 gelijk het licht uit de zon1 stralen voortschieten die het oneindige heelal bezielende en met leven vervullende1 zich in millioenen en nogmaals millioenen stralen verdeelen4 ,zulke gedachten en gevoelens maakten ons avondgebed uit toen wij1 steeds dieper in ons eigen boezem tastende1 zoo kort mogelijk ineengedrongen in onze hangmatten lagen en den oogenblik afwachtten1 dat de slaap onze oogleden zou sluiten4--,duizenden van stemmen die ons volkomen onbekend waren1 klonken en snorden door het woud1--woeste natuurkrachten waaraan geen werstand van onze zijde denkbaar was1 woedden om ons heen1--tijgers en panthers voor geen medelijden vatbaar1 slopen rondom ons bivouak2 doch het bewustzijn goed gehandeld te hebben was levendig in ons1 wij geloofden aan ,god en aan het heilige doel zijner natuurwetten1--wij gevoelden een hemel in onzen boezem en rustig sliepen wij in4 ,toen wij ontwaakten1 hadden wij een gansch ander schouwspel voor oogen4 ,de morgenzon verlichtte reeds het hoogste gedeelte van den dalwand1 zoomede de toppen der palmboomen1 welke boven dezen rand zigtbaar waren en ons de ligging van het dorpje verrieden4 ,liefelijk blinkende in den eersten zonnestraal zagen zij op ons neder4 ,alles rondom ons had de dauw doorweekt en zelfs onze hangmatten waren vochtig4 ,geen geruisch van een woedenden stortvloed liet zich meer hooren4 ,het water dat gisteren alhier een meer vormde1 was weggevloeid en dit laatste herschapen in eene bruinkleurige vlakte1 bedekt met modder1 rolsteenen1 rotsblokken1 verbrijzelde boomstammen en takken1 tusschen welke de beek in talrijke1 nieuwelings gevormde armen heenstroomde4 ,zoo spoedig mogelijk pakten wij alles bijeen en maakten ons gereed om den togt voort te zetten4--,de ,javanen maakten ons op een versch spoor van tijgers opmerkzaam1 dat rondom ons bivouak en in de onmiddellijke nabijheid er van zigtbaar was1 hoewel allen die wacht hadden gehouden1 eenstemmig verzekerden1 dat zij niet het minste geruisch hadden vernomen4 ,slechts een paar malen waren de honden bevende1 met den staart tusschen de beenen1 digter bij hen gekropen4 ,toen wij eenige honderd schreden boven ons bivouak aan de plek waren gekomen1 waar wij gisteren avond den wilden stier hadden laten liggen1 bespeurden wij dat hij weggesleept was2 wij volgden het spoor en vonden hooger opwaarts in het woud slechts nog eenige beenderen1 benevens een gering overblijfsel van zijne huid1 zijn kop en ingewanden4 ,zelfs aan de rhinocerossen had het wild gedierte geknaagd4--,de dalbodem welken wij nu zonder gevaar konden doorwaden1 was niet zoo zeer met modder1 maar hoofdzakelijk met zand en rolsteenen bedekt1 en daarop lagen hier en daar doode herten1 vele wilde zwijnen en kleinere dieren verstrooid in het rond1 welke door den vloed waren achterhaald en gedood geworden4 ,ook deze waren gedeeltelijk verslonden door tijgers1 panthers en kleiner roofgedierte1 die hier in diepe stilte hun nachtelijk banket hadden gehouden en door de ,javanen grootendeels werden herkend1 hetzij aan hunne uitwerpselen1 hetzij aan het nagelatene spoor of de indrukken hunner tanden4 ,bij het doorwaden van den laatsten arm der beek vingen onze jongens nog eene krokodilachtige hagedis1 ter lengte van drie voet1 een zoogenaamden ,legoean1 ,minjawah 7,monitor bivittatus71 welken zij aan een touw bonden en mede voortsleepten4 ,na onzen togt bergopwaarts gedurende een half uur te hebben voortgezet1 bereikten wij het dorp ,roetab1 welks bewoners ons gastvrij ontvingen en ons voor het ontbijt gewillig alles verschaften1 hetgeen zij bezaten4 ,gelijk gewoonlijk overal elders het geval is1 wilden ook zij voor deze giften der gastvrijheid geene betaling aannemen1 maar zagen wij ons genoodzaakt hen die op te dringen4 ,gaarne daarentegen namen zij den ,legoean waarvan het vleesch door de ,javanen zeer smakelijk wordt geacht maar moeijelijk was het om ,koeli's te bekomen4 ,de meeste mannen1 die gisteren avond onze wachtvuren gezien en ons dezen morgen welligt aan onze kleeding als ,europers konden hebben herkend1 hadden zich uit de voeten gemaakt1 zoodat wij met veel moeite slechts vijf nieuwe dragers konden krijgen en gedwongen waren om vijf van de ,koeli's die wij gisteren hadden medegebragt1 tegen wil en dank bij ons te doen blijven1 wilden wij niet een of meer onvrijwillige rustdagen houden4 ,wij deelden echter een aantal cigaren onder hen uit en beloofden aan ieder hunner1 behalve het te verdienen loon1 een extra geschenk te zullen geven1 ten einde op die wijze den bitteren smaak van het kruid bedwang eenigermate te verzoeten4 ,het eenige paard dat in het dorp te vinden was1 namelijk het rijpaard van den ,loerah1 eene kleine1 magere rosinant1 werd door ,nacht in beslag genomen1 dewijl hij1 aan het maken van voetreizen niet gewoon1 zich gisteren de voeten reeds had doorgeloopen4 ,wij zetteden onzen togt nu voort door eene uitgestrekte1 tamelijk vlakke bergstreek1 welke naar de zijde der zuider kust allengs lager daalde en in diezelfde rigting1 niet dan op verre afstanden van elkander1 doorsneden was door breedere dalkloven1 over wier bodem beken schuimend zeewaarts bruisten4 ,tusschen deze kloven werden hier en daar aan de oppervlakte des bodems slechts zacht-glooijende laagten en kleine trogvormige dalen of groeven gevonden1 waarin dan hoofdzakelijk woudgeboomte zich verhief1 terwijl al het overige gedeelte der oppervlakte bedekt was met het witachtig blinkende1 grijsachtig groene kleed van ,alang- en ,glagahgras2 hierin ontwaarde men slechts enkele verstrooid staande boomen4 ,gene eilandvormig in de golvende graszee voorkomende boschaadjen gaven echter aan de gansche streek eenigermate het uiterlijk aanzien van een park1 terwijl de lilablaauwe ,boengoerbloemen 7,adambea glabra7 of de groote gele bloemen van den ,sempoerboom 7,colbertia obovata7 liefelijk door het groen der kleine oasen heen fonkelden4 ,groot was het aantal herten 7,cervus russa7 dat levendigheid schonk aan deze streek2 bij gansche troepen sprongen zij door het gras1 om zich voor den toenemenden gloed der zon in het binnenste der boschaadjen te verbergen4 ,de wilde zwijnen 7,sus vittatus7 die hier nimmer aan vervolging van de bewoners des eilands blootgesteld zijn1 waren nog minder schuw en ongaarne verlieten zij de plassen die1 nog niet geheel en al opgedroogd1 hier en daar werden aangetroffen op de smalle paden welke wij betraden2 al knorrende gingen zij dan uit den weg4 ,menigwerf vlogen paauwen van het eene boschje naar het andere1 of zagen wij er met hun prachtig in den zonneschijn blinkend gevederte op den grond zitten1 waar zij1 naar het scheen1 hunnen maaltijd hielden aan een termitenheuvel4 ,behalve het ,glagahriet1 wies hier en daar tusschen het ,alanggewas nog eene andere1 hooger opschietende soort1 namelijk het ,manjagras1 aan welks omgebogene aren zeer groote1 peervormige nesten hingen1 welke ter hoogte van #c #d voet boven den grond zweefden4 ,slechts aan hun benedengedeelte hadden zij eene opening en waren het werk van een kleinen vogel1 ,manoek manja geheeten1 welke op het zaad van deze grassoort aast2 hij beschut zijne jongen tegen de roofzucht van klein ongedierte en voornamelijk tegen de aanvallen van mieren1 door zijn kunstig gevlochten nest aan een dunnen draad in de lucht op te hangen4 ,kleine scharen van dit fraaije gevogelte 7,ploceus barbatus7 zwierden menigwerf over het grastapijt heen4--,uit het binnenste der boschjes klonk ons het gekir van tortelduiven te gemoet1 zoomede van tijd tot tijd het schorre gekraai van een wilden haan4 ,maar ook tijgers wier bestaan aan dat der grasetende dieren is verbonden1 werden in deze streek niet gemist1 waar zulk een grooter aantal herten en ,kidang's 7,javasche reen71 rhinocerossen en zwijnen wordt aangetroffen dan in de digte oorspronkelijke wouden4 ,van tijd tot tijd gebeurde het1 wanneer wij een der ,glagahbossen naderden die zoo groot en zoo hoog zijn als een ,javaasch huis1 dat het paard hetwelk mijn broeder bereed1 bleef staan en bevend en sidderend over al zijne leden weigerachtig was om voort te gaan4 ,het fijne reukorgaan van het dier had den tijger bespeurd1 welke misschien digt bij ons verscholen was4 ,zij houden zich bij voorkeur in dergelijke ,glagahgroepen op en verraden des daags1 op echte kattenmanier1 hunne aanwezigheid niet1 al gaat men digt langs hunne schuilplaats heen4 ,dewijl de hitte in deze ,alangvelden omstreeks het middaguur een hoogen graad1 dikwerf meer dan #ij ,fahr4 bereikt1 verkwikten wij ons bij gebrek van water met de zuurachtige1 groene vruchten van het ,malakaboompje 7,emblica officinalis7 welke wij kaauwden1 en die op zulk eene hoogte aan de twijgen groeiden dat wij ze gemakkelijk konden bereiken4 ,zag men door het zacht gevinde loof dezer boompjes opwaarts1 dan scheen het dat een dun floers tusschen ons oog en den helder blaauwen hemel was uitgebreid1 hetgeen ons een allerliefelijkst gezigt opleverde4--,van lieverlede veranderde het tooneel dat wij om ons ontwaarden1 naar gelang wij lager daalden en de kust naderbij kwamen4 ,malakaboompjes en boschaadjen werden allengs zeldzamer en de zuide- of zeewind die zich voortdurend duidelijker liet waarnemen1 voerde eene koelte toe welke ons hoogst welkom was4 ,weldra zagen wij voor en beneden ons een strookvormig woud van palmboomen1 tusschen wier grijskleurige1 menigwerf door het vuur zwartgebrande stammen de verwijderde blaauwe oceaan ons in het oog schemerde4 ,op eenigen afstand van elkander verhieven zij zich boven den met gras bedekten bodem1 doch strekten zich bij vele duizenden ter regter- en ter linkerzijde heinde en verre van ons uit4 ,elke stam rees1 als een zuiltje1 lijnregt opwaarts en was slechts aan zijn top met eene bladerenkroon versierd4 ,het waren uitsluitend waaijer- of ,gebangpalmen 7,corypha ,gebanga71 wier verbazend groote1 drooge bladeren waarin de wind voortdurend ruischte1 telkens knarsend over elkander heen en weder werden bewogen1 terwijl wij onzen togt er beneden door het hooge gras voortzetteden4 ,menigwerf joegen wij bij die gelegenheid groote jaarvogels 7,buceros plicatus7 op1 die in de toppen der palmboomen zaten en dan al blazend en snuivend1 een geluid aan die vogels zoo eigenaardig1 naar een ander gedeelte van het woud vlogen4--,wij daalden echter door deze smalle1 doch mijlen lange strook #bc met waaijerpalmen bedekt niet lijnregt naar de kust1 maar namen onzen koers in eene schuine rigting naar het westen1 alwaar eene iets hooger rijzende landstreek of vlakke bergrug in den vorm eener kaap 7,oedjoeng7 ver in zee uitstak en waar1 in de nabijheid van vogelnestholen1 het dorp ,gnarak moest liggen1 de plaats tot ons eerstvolgend nachtkwartier bestemd4 ,het sombere1 uit hooggroeijend geboomte bestaande woud hetwelk dit gedeelte des lands tot aan den uitersten rand der kust onder zijne schaduwen dekte1 vormde een scherp kontrast met de dorre ,alangvelden waarop geen lommer was te vinden1 en met de waaijerpalmen welke zich aan deze zijde er van uitbreidden2 reeds in de verte duidde zulks1 door de geheel verschillende physiognomie der bewerktuigde natuur1 eene zeer verschillende hoedanigheid des bodems aan4 ,welligt is niets geschikter om den reiziger aanschouwelijk te maken1 welk een harmonische band al het geschapene verbindt1 dan een togt uit het hoog gelegene1 vulkanische binnenste van een tropisch land1 over zandsteenterrassen en andere neptunische bergsoorten1 afdalende naar de kust4 ,het verschil in hoogte des lands boven den spiegel der zee brengt een onderscheid in klimaat te weeg 7een anderen gemiddelden warmtegraad71 en de oorspronkelijk verschillende bestanddeelen waaruit de bodem bestaat1 voor elken verschillenden trap van opheffing--van elk verschillend klimaat--andere levende vormen4 ,andere planten3 andere dieren1 die daarvan leven4 ,hier dorre1 veel kieselaarde 7kwarts7 houdende zandsteengrond1 bedekt met eene magere kleikorst die vol reten en scheuren is1 daar welligt eene kalkbank1 rijk aan koolzuur en ligt in water oplosbaar1 of eene welige1 rijk met kali bezwangerde aarde1 ontstaan uit verweerd felsietgesteente 7lavastroomen1 trachietribben72--ginds schaduwrijke vijgen- en honderd andere hooge boomen1 met wier vruchten tallooze scharen vogelen1 apen1 en eekhoorntjes zich voeden1 die door wilde katten worden nagejaagd2--hier overvloed van gras met herten tot wier voeder dit strekt1 benevens zwijnen die van de zoete1 zich verre in het rond uitbreidende wortelen van het ,alang alanggras leven en--tijgers aan wie de zwijnen ten prooi verstrekken en--paauwen die zich niet alleen met vruchten voeden1 maar insgelijks gaarne rondpikken in de verscheurde overblijfselen der dieren welke ten prooi zijn gevallen van tijgers1 ten einde te azen op wormen1 maar vooral op ingewandswormen4--,wij zien derhalve1 dat eene eerste oorzaak--het oorspronkelijke delfstoffelijke en scheikundige zamenstel der rotskorst1 de meerdere of mindere verheffing er van boven den spiegel der zee--duizend anderen te weeg brengt die1 als aardsoort 7verweringsaarde71 klimaat 7hoogere of lagere warmtegraad71 ,alanggras1 zwijnen1 tijgers1 paauwen1 slechts schakels zijn van ne keten1 waarvan niet kan worden beweerd dat eene enkele schakel1 hoe gering zij oogenschijnlijk moge zijn1 als b4 v4 een ingewandsworm1 #bd nutteloos of van gewigt ontbloot is4 ,omstreeks het middaguur bereikten wij ,gnarak en namen bezit van het kleine1 ledigstaande ,bamboeshuisje--,pasanggrahan1--dat op een geringen afstand van het dorp1 meer naar de zijde der kust heen was gebouwd4 ,achter ons klotste de branding der zee en rondom ons verhieven schaduwrijke vruchtboomen hunne kroonen1 die met het bladerengewelf van het naburige1 oorspronkelijke woud een geheel vormden4 ,wij dankten de ,koeli's af1 betaalden ze1 schonken hun daarenboven nog eene extra belooning1 verkwikten ons door het gebruik van een bad en een kop koffij met eenige rijstkoeken welke de ,mandor 7opziener7 der vogelnestholen ons bragt en1 na onze jongens de zorg voor de bevrediging onzer overige behoeften te hebben aanbevolen1 begaven wij ons op weg naar de kust4 ,op den woudbodem dien wij nu betraden1 zagen wij eene menigte hermitenkreeften 7,pagurussoorten7 van allerlei slag en grootte1 die met het achtergedeelte van het ligchaam binnen eenhuizige zeeschelpen waren ingedrongen en deze na zich sleepten4 ,wij waren eenige minuten lang bezig geweest om ons een weg door het geboomte te banen en hielden het dooreengegroeide loof en de struiken van elkander1 toen wij ons onverwacht verplaatst zagen aan een rand1 alwaar--digt vr ons--de bodem met een steilen wand van eenige honderd voet hoogte plotseling in zee afdaalde4 ,het tooneel dat zich hier voor onze blikken opende1 mogt indrukwekkend worden geheeten4 ,heinde en verre breidde de blaauwe1 spiegelende vlakte der zee welke schijnbaar stil was1 tot in een oneindig verschiet zich vr ons uit4 ,maar diep beneden ons beukten de hooge1 elkander rusteloos opvolgende baren met zulk een donderend geweld tegen den kustmuur1 dat de rots waarop wij stonden en van waar wij dit schouwspel gade sloegen1 er van daverde4 ,naar het westen heen volgden onze blikken de rigting der kust1 en hier zagen wij de branding welke tegen het strand sloeg1 eene lijn vormen zoo wit als sneeuw1 die zich tot op een voor het oog onafzienbaren afstand uitstrekte1 als grens tusschen land en zee4 ,boven deze gansche kust zweefde een eigenaardige1 fijne nevel of damp1 blijkbaar gevormd uit het fijn verdeelde stof van het tot schuim geslagen zeewater1 dewijl zelfs de tropische middagzon deze nevellaag niet kon oplossen4 ,alle verwijderde deelen van het strand deden zich door dezen geheel onbewegelijk liggenden zoutwaterdamp of stof slechts schemerachtig1 onduidelijk aan het oog voor1 als zagen wij ze door een dun floers4 ,van het bovenste gedeelte van den kustmuur blikte op dit witte schuim der woedende zee het groen van het ons omringende woud1 dat niet slechts over den rand reikte1 maar er verre beneden hing1 als ware de ruimte van het drooge land te gering voor zijn weligen wasdom2--ja1 aan de steile wanden zelfs wortelden nog velerlei struiken en ,pandanstammen1 tusschen wier bladerenbossen hunne vruchten die de grootte hebben van een menschenhoofd1 door hun helder vermiljoenrood in ons oog blonken4 ,wanneer wij op den bodem liggende1 ons over den rand heenbogen1 konden wij in eene schuine rigting naar beneden ziende1 boven het ziedende en schuimende water1 den ingang van het hol bespeuren1 in hetwelk de kleine zwaluwen1 ,manoek walet 7,hirundo esculenta7 hare eetbare nesten bouwen4 ,elke oprijzende baar sloeg bulderend in het hol1 en dan stond het water hooger dan zijn ingang die voor het oog bedekt was2--maar eenige oogenblikken later werd door de tegendrukking der lucht1 in het hol aanwezig1 die op eene veel geringere ruimte was zamgeperst1 de baar met geweld weder er uitgeblazen1 eene zuil van waterstof werd dan horizontaal en sissend over de branding heengespoten en men kon de zwermen der kleine zwaluwen zien1 die juist het regte tijdstip tusschen het terugtrekken en het weder strandwaarts rollen eener baar waarnamen om pijlsnel binnen het hol te vliegen1 terwijl anderen het in denzelfden oogenblik verlieten4--,lang boeide ons dit bewonderenswaardige schouwspel1 maar wij benijdden het lot niet der vogelnestplukkers uit ,gnarak1 die driemalen 's jaars langs ladders hier naar beneden klimmen1 ten einde--bij zeer stille zee--in het hol te klouteren en de 7door ,chinezen duur betaalde7 vogelnesten van de rotsen af te plukken4 ,het meerendeel wordt gevonden aan het gewelf van het hol1 dat veel hooger oprijst dan de ingang er van4 ,zoo vervolgt de mensch deze vogelen zelfs op plaatsen1 waar zij tegen de roofzucht van elk dier beveiligd zijn1 waar zij tegen elken anderen vijand zich in zekerheid bevinden4 ,tegen den avond hielden wij ons onledig met het in orde brengen van onze verzamelingen1 die wij met menige zeldzame plant1 menig schelpdier en insekt hadden verrijkt4 ,de hittegraad der lucht was in onze ,bamboeswoning allengs van #hg tot op #hb ,fahr4 verminderd1 maar scheen niet lager te willen dalen4 ,deze aanmerkelijk hooge warmtegraad welke hier jaar uit jaar in bijna zonder afwisseling heerscht1 die daarenboven gepaard gaat met eene groote mate van vochtigheid des dampskrings1 had op den allervruchtbaarsten bodem welke deze streek bedekt1 zulk eene weelderigheid in het planten- en dierenrijk ten gevolge1 dat een bewoner van een noordelijker klimaat zich daar van ter naauwernood een denkbeeld kan vormen4 ,waarheen wij onzen blik lieten weiden1 in het water1 in de lucht1 op de aarde1 in het kleinste reetje hetwelk het oog kon ontdekken1 allerwege ontmoette men de menigvuldigste sporen van leven en ontwikkeling4--,de kamer die wij tot ons nachtverblijf hadden gekozen1 waren wij niet in staat te betrekken1 dan nadat wij alvorens eene kolonie ontzaggelijk groote kikvorschen 7,kdok7 hadden verjaagd1 die echter telkens terugkeerden om ons het bezit op nieuw er van betwisten2 zij sprongen zeer behendig tegen den vier voet hoogen ladder op en de deur van den ,pasanggrahan in1 die zoo hoog boven den grond op palen stond4 ,uit het hoogste gedeelte van onze woning klonk ons het gepiep in het oor van vledermuizen 7,lala7 die daar ter plaatse1 waar zij den dag in rust doorbrengen1 bij wijze van groote zwarte klompen aan de nok van het dak hingen4 ,langs de wanden en aan de zoldering 7alleen het middenvertrek van het huisje was hiervan voorzien7 liepen tientallen van ,tjitjak's 7,hemidactylus fraenatus1 kleine grijsachtige hagedissen7 in het rond1 allerliefste diertjes die ons door hunne behendigheid buitengewoon vermaakten2 zij waren1 namelijk1 druk bezig met het vangen van vliegen en muggen1 die ons voortdurend al gonzende langs de ooren vlogen4 ,in de reten der wanden huisden schorpioenen 7,buthus cyaneus71 waarvan onze jongens er verscheidenen vingen4 ,minder aangenaam dan de stille schorpioenen en de evenmin geluidgevende1 nuttige ,tjitjak's1 waren voor ons de ,tok's 7,platydactylus guttatus71 namelijk hagedissen ongeveer ter lengte van een voet1 die met hunne geel en bruin gevlekte huid ons afschuw inboezemden2 want zij verriedden hunne aanwezigheid in de woning met luider stem en riepen ons1 telkens een tiental keeren achtereen1 hun gek-koh1 ghk-koo--allengs op meer slependen toon en somtijds op drie verschillende plaatsen te gelijk uit de daksparren toe1 hetgeen niet zeer geschikt was om ons een rustigen nacht te gemoet te doen zien4 ,nadat wij ons werk voor dezen dag hadden ten einde gebragt1 zetteden wij ons op het kleine ,aloen aloenplein #be van het naburige dorpje dat slechts door eene groep vruchtboomen van onze woning was gescheiden1 in de verkwikkende schaduw neder1 ten einde ons te verlustigen in de stille beschouwing van het omringende tooneel4 ,onze jongens hadden onder den ,weringinboom eene bank van ,bamboes voor ons geplaatst2 sommigen hunner hadden zich op den grond nedergevleid1 waar zij vertrouwelijk met de kinderen uit het dorp speelden of zich met hun gesnap vermaakten2 anderen waren in den ,pasanggrahan achter gebleven4 ,aan alle zijden was de kleine opene plek van nabij door het omringende woud ingesloten2 in de onmiddellijke nabijheid van het plein bestond dit woud uit aangeplante of vruchtboomen1 tusschen wier stammen de bruinachtig gekleurde hutten der inboorlingen ons in het oog vielen4 ,boven het heldere groen der reusachtige ,pisangbladeren welke zich op vele plaatsen tot aan de nok der kleine woningen verhieven1 zag men het donkere loofgewelf der ,manggisboomen 7,garcinia ,mangostana7 of der ,mangifera indica met hare goud-gele appelen2--ginds stond een ,ramboetanboom 7,nephelium lappaceum7 welks takken onder den last der roodachtige vruchten zoo zeer waren gebogen1 dat zij tot aan het dak van het nabij zijnde huis afwaarts hingen2 hier zag men de vruchten van een ,nangkaboom 7,artocarpus integrifolia7 welke de grootte van eene pompoen bereiken1 of de groote getande bladeren van een broodvruchtboom 7,a4 incisa7 en op eene andere plaats breidde de ,wol- of ,kapokboom 7,gossampinus alba7 zijne horizontale takken uit4 ,nog vele tientallen van andere kultuurboomen stonden hier tusschen de reeds genoemden en vormden met hunne gezamenlijke kroonen het algemeene loofdak van het dorp1 waarboven de regte1 dunne stammetjes van talrijke ,kokos- en ,pinangpalmen met de bladerenpluimen welke den top er van sierden1 zich verhieven4 ,hoog boven het loofdak ruischte de wind in de toppen dezer palmen1 die nog in de heldere zonnestralen blonken1 toen de schaduwen der loofboomen zich reeds over het gansche ,aloen aloenplein hadden verbreid4 ,reeds op een geringen afstand der woningen en kleine rijstpakhuizen 7,loembong7 welke er nevens stonden1 strekten de vruchtboomen van het dorpje hunne takken uit tusschen het loof van het oorspronkelijke woud1 waarmede zij zich zoo broederlijk vereenigden1 dat geene grens tusschen deze beiden kon worden waargenomen4 ,met behulp van onze ,javasche jongens hadden wij1 binnen weinige uren1 van meer dan #ej verschillende boomsoorten van dit woud bloeijende en vruchtendragende takken verzameld1 maar op die wijze zekerlijk den rijkdom aan vormen nog niet half uitgeput4 ,tjempaka- en ,manglitboomen 7,michelia-1 ,uvariasoorten en andere ,anonacen71 benevens ,kiaraboomen 7,ficussoorten7 wier loofkroonen zeer digt en breed van omvang zijn1 kwamen het menigvuldigst in deze streek voor1 waar tusschen echter insgelijks vele ,myrtacen en ,rubiacen werden gevonden4 ,enkele ,karet- of ,koleltboomen 7,ficus elastica7 wier witkleurig melksap1 blootgesteld aan den invloed der lucht1 zeer spoedig hard wordt en het bekende gomelastiek vormt1 verhieven zich zoo hoog boven het loofdak der overige boomen dat wij hunne kroonen1 zelfs hier van het ,aloen aloenplein1 onderscheidenlijk konden waarnemen4 ,vele grijze apen1 ,monjet 7,cercopithecus cynomolgus7 schommelden zich hier en daar in de takken dezer boomen1 ja1 zij werden er in de onmiddellijke nabijheid van het dorp gezien1 waar zij gaarne komen snoepen van de ,pisang's en andere zoete vruchten--en groot was het tal van verschillende soorten van vogelen die in snelle vlugt in het rond zwierden1 of hunne aanwezigheid in het loofgewelf slechts door hunne stemmen of hun pikken verrieden4--,zoo zaten wij daar verdiept in de beschouwing dezer overrijke natuur1 die menige sluimerende gedachte in onze ziel deed ontwaken4 ,,dag4 ,zijt gij met mij niet van gevoelen1 broeder1 dat het karakter van een volk1 zijne zeden1 gewoonten en gebruiken voor het grootste gedeelte afhankelijk zijn van het eigenaardige karakter der natuur waarin de mensch leeft1--van het uitwendige dat invloed op zijne zinnen uitoefent1 van de vormen der bergen en dalen1 van de gedaante der planten welke hij onder de oogen heeft1 van woud en beemden1 van den bewolkten of helderen hemel1 van water en lucht1 van de gestalte der dieren die zich om hem bewegen1 en van de rust welke hij in de hem omringende landstreek ziet heerschen1 of van de omkeeringen die hij voor zijne blikken ziet plaats grijpen8 ,,nacht4 ,ongetwijfeld geloof ik dat de uitwendige natuur een krachtigen invloed uitoefent op het gemoed des menschen en dat1 indien de indruk door de natuur te weeg gebragt1 aanhoudend blijft bestaan en van 's menschen jeugd af tot in lateren leeftijd voortduurt1 zij eene uitwerking op hem kan hebben1 die zich in bepaalde gewoonten en karaktertrekken openbaart4 ,kon een jong ,javaasch kind in het land der ,samojeden of der ,eskimo's opgroeijen1 dan zou het een ,eskimo van karakter worden1--of omgekeerd indien een ,samojeedsch embryo in de ,javasche natuur tot ontwikkeling kwam1 zou er een ,javaan uit worden4 ,aan de andere zijde ben ik van oordeel1 dat de invloed welke de buitenwereld op het karakter eens volks uitoefent1 slechts dan aanmerkelijk kan zijn1 in geval dat volk nog op den eersten trap van ontwikkeling staat1 terwijl daarentegen een volk dat reeds tot een hoogeren trap van ontwikkeling is gestegen1 zich boven de natuur verheffen1 zich van haren invloed onafhankelijk maken kan4 ,bij een dergelijk volk toch bekleedt de opvoeding der jeugd eene gewigtige plaats2 zij vormt als het ware een scheidsmuur tusschen den mensch en de natuur1 welke echter bij een minder ontwikkeld volk niet in die mate voorhanden is4 ,,dag4 ,in zeker opzigt ben ik dat volkomen met u eens4 ,een beroemde ,duitsche dichter zegt niettemin3 ,niemand wandelt ongestraft onder palmboomen en gewisselijk veranderen de zeden in een land1 waar olifanten en tijgers inheemsch zijn4--,er bestaan weinige voorbeelden van beschaafde volken1 die zich blijvend onder de palmboomen1 hebben nergezet4 ,wij ,hollanders laten onze kinderen in ,europa opvoeden en zijn geene eigenlijke kolonisten op ,java4 ,,nacht4 ,welligt zweefden aan ,gthe1 toen hij deze woorden ter neder schreef1 de volken van ,spaansche afkomst voor den geest1 die waarlijk niet mogen geacht worden een uitstekend voorbeeld te zijn ten bewijze1 dat de meer ontwikkelde mensch zedelijk onafhankelijk is van de hem omringende natuur4 ,,dag4 ,voor den oogenblik de zedelijke zelfstandigheid van den ontwikkelden mensch in alle klimaten in het midden latende1 meen ik toch te mogen gelooven dat de buitenwereld insgelijks op hem een aanmerkelijken invloed uitoefent1 en dat het karakter van den mensch die op een lageren trap van ontwikkeling staat1 grootendeels afhangt van de natuur welke hem omringt4 ,uit dien hoofde is het noodzakelijk te achten1 dat een ethnograaf die een volk wil beschrijven1 eerst de natuur waarin dat volk leeft1 tot een onderwerp zijner studie make en haar beschrijve2 naar mijne wijze van zien toch is het onmogelijk het karakter van een volk naar behooren te beoordeelen1 zijne zeden en gewoonten te verstaan en te begrijpen1 zonder eene voorafgaande kennis der natuur1 der landstreek waarin dat volk woont1 en der indrukken welke van der jeugd af invloed op den mensch hebben uitgeoefend4 ,hiervan is het1 dat afhangt hoedanig gene oorspronkelijk zijn4 ,terwijl wij dit gesprek voerden1 hield het gekir allengs op der tortelduiven die in kooijen1 aan lange staken hangende1 voor de meeste hutten der ,javanen werden gevonden4 ,zij zijn grooter beminnaars van het vreedzame1 tot rust en stilte uitlokkende gekir hunner duiven 7,manoek gegoegoer71 dan de ,europer van het slaan van zijn kanarievogel of het gezang der nachtegalen4--,de avond viel4 ,slechts nog enkele ,badjing's 7eekhoorntjes1 ,sciurus ,platani7 zag men hier en daar tegen de boomstammen opklauteren en de laatste straal der zon verdween van de toppen der palmboomen4 ,de ,kalong's daarentegen die ginds aan een grooten ,djamboe- 7,jambosa7 boom hingen1 begonnen zich te bewegen en vlugten kleine groene papegaaijen 7,psittacus vernalis7 naderden en gierden1 onder een ontzaggelijk gekrijsch1 rondom de takken van een hoogen ,baloengdangboom 7,stravadium excelsum71 welke ter linkerzijde van ons stond4 ,zij zetteden zich op de takken neder1 snelden weder weg1 kwamen op nieuw terug1 vlogen rondom den boom1 waren onophoudelijk in beweging en schenen elkander zoo veel te vertellen te hebben1 dat het doordringend gekrijsch der kleine snappers ons trommelvlies op eene onaangename wijs aandeed4 ,in dezen boom hielden zij hun nachtkwartier1 waarheen zij elken avond wederkeeren4 ,nog kleinere vogels1 zoogenaamde rijstdieven1 ,boeroeng glatik 7,fringilla oryzivora7 hadden zich in groote zwermen nedergezet in den ,weringinboom1 waarnevens wij gezeten waren2 weldra echter verstomde hun gekweel1 zij begaven zich ter rust4--,nu echter vingen de ,kalong's hunne nachtelijke togten aan4 ,gedurenden den loop van den ganschen dag hadden wij hen onbewegelijk aan hunnen boom zien hangen en ze in de verte voor groote1 zwarte vruchten gehouden4 ,peervormig1 als aan dunne steelen1 hingen zij bij honderden aan de geheel ontbladerde twijgen2 deze schijnbare vruchten waren echter de ligchamen der zoogenaamde vliegende honden 7,pteropus edulis71 reusachtige vledermuizen ter grootte ongeveer van eene kat1 die met den kop naar beneden gekeerd1 zich met de achterpooten aan de twijgen vastgehaakt hielden en slechts nu en dan1 wanneer het eene dier het andere beet of van zijne plaats trachtte te verdringen1 een zacht piepend geschreeuw lieten hooren4 ,elken morgen keeren zij naar dezen boom1 hunne dagelijksche rustplaats terug en laten zich blakeren door den vollen gloed der zonnestralen1 die van den vroegen morgen tot den laten avond op hun schraal met haar bezet ligchaam branden4 ,geen enkel blaadje schenkt hun de geringste schaduw4 ,hunne uitwerpselen deelen1 namelijk1 langzamerhand zulk een overvloed van dierlijke meststof aan den bodem mede1 dat de daarin wortelende boom spoedig sterft2 een onaangename reuk naar ,ammoniak verraadt reeds op een aanmerkelijken afstand den aard der zeldzame vruchten1 welke aan zijne dorre twijgen hangen4 ,terwijl de tortelduiven haar gezang staakten1 de apen zich stil tusschen de twijgen verborgen en de papegaaijen en rijstvogels terugkeerden naar hunne rustplaats1 was het ondergaan der zon voor deze ,kalong's het sein om hunne nachtelijke togten aan te vangen1 en zag men den een na den anderen den boom verlaten en met logge vlugt en afgemeten slagen der vleugelhuid door de avondlucht heenzweven4 ,zij vlogen elk afzonderlijk op een aanmerkelijken afstand achter elkander1 doch vormden eene gemeenschappelijke vlugt1 welke ter hoogte van ongeveer #ajj voet boven het woud in eene en dezelfde rigting landwaarts in zich voortbewoog4 ,uit eene andere streek des lands1 uit het oosten1 kwam eene tweede vlugt ,kalong's1 en deze scheen iets hooger dan de onze te vliegen1 welke gene in eene schuine rigting kruiste4 ,de beide vlugten echter1 die even als de vakken van een schuifkast welke in eene verschillende rigting worden heengeschoven1 digt boven elkander daar heen zweefden1 stoorden elkander niet in hunne vlugt4 ,men zag de groote1 zwarte ligchamen der dieren welke tot elk der afzonderlijke vlugten behoorden1 zonder op die der andere vlugt acht te slaan1 hun eigen togt en in eene lijnregte rigting naar een en hetzelfde doel voortzetten4 ,het waren ongetwijfeld verschillende bevolkingen van verschillende ,kalongstaten1 waarvan elk naauwkeurig scheen te weten in welke streek der wouden de boom stond1 waar zij hun nachtelijk maal wenschten te houden1 niettegenstaande deze menigwerf op een afstand van vele mijlen werd gevonden van de plaats1 welke zij hadden verlaten4 ,vroeger had ik reeds menigmaal des avonds zwermen van deze dieren aan een dergelijken boom gezien1 voornamelijk aan een ,genitriboom 7,elaeocarpus angustifolius71 op welks vruchten zij het meest gesteld zijn en rondom welken boom zij dan schreeuwend1 kwakend en elkander de vruchten betwistend1 heenvlogen4 ,bij het toenemen der schemering nam de verfrisschende koelte des dampkrings1 waarvan de temperatuur nu tot op #hj ,fahr4 #bf was gedaald1 insgelijks toe en de welriekende geur der ,kenangabloemen--van een hoogen boom 7,uvaria odorata7 welke op de eene of andere plaats in het dorp stond--verspreidde zich in gelijke mate al sterker door de boschachtige streek4 ,nu werd van tijd tot tijd een vliegend eekhoorntje 7,bilok1 ,pteromys sagitta7 zigtbaar dat van den eenen ,kokosboom naar den anderen zweefde1 en de ,javanen begonnen de hoenderhokken onder hunne huizen te versperren en te grendelen4 ,er sluipen nu niet slechts kleine marter- en wezelachtige roofdieren 7,herpestes javanicus1 ,lisang gracilis en ,moesang's7 tuk op buit in het rond1 maar zelfs de krokodilachtige hagedissen1 de ,legoean's1 komen uit den schoot der wateren te voorschijn1 ten einde in de hoenderhokken van het dorp een onwelkom bezoek af te leggen4--,door het aanleggen van vuren op verschillende plaatsen1 waarbij eenige wachters waren gesteld van lansen en ,gonggong's voorzien1 ten einde alarm te maken zoodra er gevaar mogt ontstaan1 trachtten onze dorpsbewoners de grootere roovers1 de panters en tijgers1 van hunne woningen verwijderd te houden2 want het wijd en zijd in het rond klinkende1 leelijke geschreeuw hetwelk1 gelijk de ,javanen beweren1 het vertrek der tijgers uit hunne schuilplaatsen aankondigt1 het geschreeuw der paauwen1 werd nu op verscheidene plaatsen in het woud gehoord4 ,niet slechts waren alle andere vogelen stil1 maar ook buitendien liet geen geluid in het woud zich vernemen4--,alleen het gegons der muggen 7,moskiten1 ,tjamok7 werd luider en meer algemeen4 ,het scheen ons toe1 dat het in deze vochtige1 heete woudstreek onafscheidbaar gepaard ging met den naderenden nacht die met eene snelheid inviel1 welke op den nieuweling onder de keerkringen1 gelijk mijn broeder was1 steeds een zoo diepen indruk maakt4 ,naauwelijks was een half uur verloopen sedert den ondergang der zon1 of de onderscheidene voorwerpen in dorp en woud waren reeds gehuld in den sluijer der duisternis en niets liet zich onderscheidenlijk meer waarnemen4 ,nu echter vingen duizende onzigtbare muziekanten aan met het bespelen hunner instrumenten--geluidorganen1 trachen1 longblaasjes1 snorgaten1 enz41--die allen den oogenblik slechts schenen te hebben afgewacht1 waarop de duisternis een zekeren graad had bereikt om plotseling1 als op een gegeven teeken1 hun veelstemmig vocaal- en instrumentaal concert te doen wergalmen4 ,het scheen dat eensklaps elk blad van elken boom eene stem had ontvangen1 ja1 dat het gansche woud welluidend was geworden2 de lucht trilde1 de bladeren tjilpten1 de boomen neurieden1 tallooze insektenkoren gonsden en zongen en wij waren in staat de verschillendste toonen van den fijnsten fausset tot aan den diepsten bastoon onderscheidenlijk waar te nemen4 ,het geluid van eenigen geleek op het aanhoudend klinken van eene trillende vioolsnaar1 anderen bootsten den schellen1 bevenden toon na van het gezang van een jeugdig kind4 ,eene tallooze menigte levende lichten1 als het ware kleine flikkerende sterren1 zwierven door het loofgewelf1 waar zij binnen een zekeren kring rondom zich heen een helder schijnsel verbreidden4 ,het was het phosphorlicht van verscheidene soorten van kleine kevers1 die het gansche tooneel van den vochtigen bodem af tot aan het hoogste punt van het zich daarover uitbreidende loofdak illumineerden4 ,levendig stond ons het beeld voor den geest van ons noordelijk vaderland1 waar de avondschemering zoo lang duurt en waar alles bij het toenemen der nachtelijke stilte langzaam tot rust komt4 ,hoe geheel anders was het hier8--,bijna plotseling volgde hier de diepste duisternis op het heldere daglicht2 met het uitblusschen der dagtoorts hield de stilte in de natuur op en het nachtelijke1 aanhoudend gonzende1 tjilpende1 fluitende1 krijschende en snorrende concert dat uit duizende insektenkoren was zamgesteld1 ving aan2--millioenen van ,dipteren1 vooral muggen en snaken 7,tipuliden71 benevens nachtvlinders1 termiten1 loofkrekels1 grillen1 zingende sprinkhanen1 eigenlijke ,cicaden1 ,phasmiden1 ,mantiden en andere ,hemipteren1 maar bovenal ontelbare ,coleopteren 7kevers71 die zich gedurende den ganschen dag hetzij in het loof der boomen of in andere schuilhoeken stil verborgen hadden gehouden1 vlogen en snorden nu in het rond en bragten toonen voort1 die allen zamensmolten tot een oorverdoovend1 tjilpend gegons1 waaraan zich de stemmen paarden van hagedissen en kikvorschen1 die zulks met helder geluid van elken boom en op dofferen toon uit alle plassen accompagneerden4--,somtijds gebeurde het1 terwijl het algemeene gegons aanhoudend voortduurde1 dat het luide krijschen en snorren iets verminderde1 ja1 menigwerf geheel en al ophield1--eensklaps echter1 als ware het op het gegeven sein eens kapelmeesters1 begon weder op nieuw een koor van honderd duizend muziekanten1 allen te gelijk1 hunne krijschende diskantstemmen te verheffen1 die zoo luide klonken dat het ons door het hoofd dreunde4 ,tot deze laatstgenoemden die het hardst schreeuwden1 moesten meer bijzonder worden gerekend groote ,cicaden 7,tosena-soorten en anderen7 die zich in de toppen der boomen ophouden4 ,onze jongens wisten ze echter1 door middel eener brandende kaars welke zij in het digtste gebladerte hadden gesteld1 uit hunne hooge verblijfplaats naar beneden te lokken en met honderd andere soorten van insekten in hunne netten te vangen4 ,uit eenige gaten in den grond was zulk eene verbazende menigte gevleugelde termiten1 ,rajap 7,termes fatalis7 te voorschijn gekomen1 dat wij ons den mond moesten bedekken om ze niet ongebraden #bg te moeten opeten4 ,zij strekten aan de fladderende1 insekten vangende vledermuizen tot eene gemakkelijk te verkrijgen prooi4 ,ook eenige ,kaprimulgen zagen wij in enge1 steeds terugkeerende kringen over het ,aloenplein rondvliegen1 waar hunne in de snelste vlugt daar heen zwevende ligchamen van tijd tot tijd tegen den meer helderen hemel zigtbaar werden4--,even als met de groote meerderheid der vogelen des morgens en gedurende den loop van den dag het geval was geweest1 vierden de ontelbare zwermen insekten nu des avonds en gedurende de eerste helft van den nacht hun levensfeest4 ,zoo menigwerf een koor ,cicaden met hunne schelle1 krijschende stemmen mede instemden in het algemeene concert1 dan vingen zij allen te gelijker tijd1 eensklaps aan1 zwegen allen te gelijker tijd plotseling1 op eens1 en hielden zoo naauwkeurig maat dat wij1 uithoofde van de duisternis welke ons omringde1 moesten gelooven1 dat zij elkander konden hooren 7hoewel zij geen gehoororgaan bezitten7 of dat zij op de eene of andere wijze met elkander in verstandhouding stonden4 ,even als onder de roepende kikvorschen1 konden wij insgelijks onder deze cicaden op het bloote gehoor eene groote verscheidenheid van soorten onderkennen1 aan den meer of minder schellen of diepen toon1 waarin zich steeds eene zekere soort van maat liet waarnemen4 ,lang verbleven wij onder onzen boom1 luisterende naar deze stemmen van den nacht4--,vele duizenden van dieren bewogen zich om ons heen1 omtrent wier levenswijze wij niets wisten1 ja1 welligt nooit iets te weten zullen komen4 ,door het loof des ,weringinbooms zagen wij boven ons hoofd het flikkeren van sterren1--het licht van vreemde1 ver van ons verwijderde hemelligchamen1--waaromtrent wij nog veel geringere kennis bezaten4 ,wij dachten aan onze zwakke krachten1 aan de zwakke krachten van een mensch1 aan den korten duur van 's menschen leven en wij verzonken in diepen weemoed bij het aanschouwen van den onuitputtelijken rijkdom der natuur welke ons omgaf1 die naar alle rigtingen1 daar boven ons in de sterrenwereld gelijk hier beneden in het dieren- en plantenrijk1 zoo volkomen ondoorgrondelijk is4--,de zon der wetenschap zal hare diepte pogen te verlichten1 maar nimmer zal zij doorgrond worden4 ,een zacht en troostrijk schijnsel rijst echter tot ons opwaarts uit deze ondoorgrondelijke diepte2--in de oneindige verscheidenheid waarin wij ons schijnbaar verliezen1 spreekt toch ,een grondbeginsel1 ,eene algemeene waarheid tot ons3 elk dier geniet naar zijn aard2 het is zoodanig ingerigt om te kunnen genieten1 het eene des daags1 het andere des nachts1 het eene in den zonneschijn1 het andere in de schaduw2--al deze duizenden met leven begaafde gestalten verheugen zich in het genot huns levens1 zij genieten en de grondoorzaak der natuur welke zich in dergelijke wetten openbaart1 moet noodzakelijker wijze eene goede1 weldadige1 liefderijke oorzaak wezen1 die volkomen bewust is van het doel waarnaar zij streeft - - - daar steeg het zinnebeeld van het geloof1 de zachte1 dweepzucht kweekende maan voor ons op1 en toen zij hare eerste stralen wierp over het loof der boomen en een gering gedeelte van het ,aloenplein bescheen1 werd ons gemoed vervuld met een troostend gevoel dat1 als het ware door dien straal gewekt1 oprees tot de oorzaak die het had doen geboren worden4--,een band moet toch aanwezig zijn welke al deze millioenen van levende wezens zamverbindt2 ,eene van alles bewuste ziel1 ,een ,god moet boven allen leven6--,ja1 in den glans der zon1 in het schemerend sterrelicht1 in het zachte schijnsel der maan1 in de wonderbaarlijke harmonie welke al dat leeft in de natuur omvat1--in ons eigen boezem ligt ,uwe openbaring6--,alwetende6 ,uwe wereld is schoon6 ,het insektengegons was grootendeels verstomd2--slechts het kleppend geluid der ,kaprimulgen die nu verzadigd op boomtakken zaten1 liet zich in het stiller geworden woud nog hooren1 toen wij omstreeks middernacht1 zonder een woord te spreken1 maar opgetogen van bewondering over de grootheid der natuur1 den geest vervuld met denkbeelden die dit alles bij ons had doen oprijzen1 in stilte naar onze legerplaats terugkeerden4 ,op den volgenden dag4 ,dewijl de ,loerah van het dorp afwezig was 7hij bevond zich met velen zijner onderhoorigen ter bruiloft in een nabij gelegen dorp71 hadden wij het alleen aan de tusschenkomst van den ,djoeragan ,mandor 7opziener7 der vogelnestholen te danken1 dat wij ,koeli's konden bekomen om onze reis voort te zetten1 namelijk1 de vogelnestplukkers die nu geen werk hadden4 ,deze wilden echter de gewone ,koelidiensten alleen onder de voorwaarde verrigten1 dat zij een veel hooger loon zouden ontvangen2 waarschijnlijk zouden zij ook dit van de hand hebben gewezen1 indien zij ten gevolge van hunne verslaafdheid aan het ,afioen-7opium7rooken1 niet meer behoefte aan geld hadden gehad dan hunne landslieden4 ,wij waren verpligt het hun vooruit te betalen1 ten einde hen in de gelegenheid te stellen een nieuwen voorraad ,madat #bh op te doen4 ,onze togt ging gedurende den ganschen dag langs de kust1 welke door mij moest opgenomen worden1 terwijl mijn broeder ,nacht alle nieuwe of zeldzame voorwerpen die wij aantroffen1 verzamelde4 ,wij kwamen daarbij slechts aan een enkel klein dorpje1 alwaar wij het ontbijt nuttigden en zetteden vervolgens onze reis voort totdat wij1 tegen #d ure in den namiddag1 door vermoeijenis genoodzaakt waren halt te houden en naar eene geschikte plek om te zien1 in welker nabijheid vlietend water moest gevonden worden1 om ons bivouak te kunnen opslaan4 ,nog eene halve dagreis verder westwaarts van hier moest een groot dorp nabij de kust liggen1 hetwelk wij gaarne den volgenden voormiddag wenschten te bereiken1 om van daar in eene noordelijke rigting naar het binnenwaarts gelegene hoogland door te dringen4--,wij kozen tot ons nachtkwartier de oostzijde eener kaap1 der ,tandjoeng-,gnodos1 in welker nabijheid eene kristallijnen beek zich in zee ontlastte4 ,de streek waar wij ons bevonden1 was zeer woest4 ,verbazend uitgestrekte oorspronkelijke wouden reikten van het hooge gebergte tot aan de kust zonder ergens afgebroken te zijn1 ja1 zij baadden hunne afhangende twijgen in de baren1 zoodat slechts op enkele plekken1 voornamelijk op den achtergrond der kleine inhammen1 een smal zandig strand overbleef dat niet met woudgeboomte was bedekt4 ,waarheen wij het oog mogten wenden1 van verre noch van nabij1 nergens liet zich eenig spoor van menschelijke bedrijvigheid ontdekken4--,i,jlings werden nu de noodige aanstalten gemaakt tot het opslaan van ons bivouak2 onze jongens en de ,koeli's kapten takken van het naburige geboomte1 bouwden hutten1 lagen vuren aan en ik begaf mij1 vergezeld van mijn broeder ,nacht en twee ,javanen1 verder westwaarts heen1 ten einde de gesteldheid der omstreken te leeren kennen4 ,de kaap of uitstekende spits 7,tandjoeng1 in het ,maleisch ,oedjoeng7 was het uiteinde eener van het gebergte afdalende rib en vormde een vlakken bergrug1 welke zich misschien ongeveer ter hoogte van #ae #be voet boven het strand der aangrenzende bogten verhief4 ,vele dergelijke1 iets lager of hooger rijzende ,oedjoeng's reikten hier in deze streek1 tusschen vlakker afloopende kleine bogten1 een eind weegs in zee en waren allen met woudgeboomte bedekt4 ,toen wij aan de overzijde der kaap waren aangekomen en uit het woud te voorschijn traden1 hadden wij een merkwaardig schouwspel voor oogen4 ,het strand dat tusschen deze en de eerstvolgende kaap lag ingesloten1 had den vorm eener halve maan1 was geheel dor en kaal en rees met eene zeer zachte glooijing opwaarts1 tot op een afstand van ongeveer #ejj #gjj voet van het strand der zee1 waar het zich eindigde en in zandheuvelen overging2 aan de landwaarts gekeerde zijde dezer heuvelen verhief zich1 in de onmiddellijke nabijheid er van1 weder het woud dat zich verder onafgebroken tot diep in het steeds hooger rijzende gebergte uitstrekte4 ,dit kale en vlakke zandstrand 7de kust eener bogt7 had welligt eene lengte van driekwartier uurs4--,hoog boven onze hoofden zweefden roofvogels 7,falco- of ,haliatos-soorten7 en beschreven kringen in de lucht1 en op het strand lagen honderde beenderen en ontzaggelijk groote schilden van schildpadden1 deels gebleekt1 deels donkerkleurig1 als op een slagveld verstrooid in het rond4 ,het was een woest tooneel4 ,door verbazing en nieuwsgierigheid geprikkeld1 klommen wij naar beneden en wandelden op het dorre strand tusschen de geraamten heen4 ,hier vielen ons terstond eene menigte sporen van tijgers en kleinere dieren in het oog1 waarvan de indrukken vooral in de nabijheid der zee1 waar het zand ten gevolge van zijne vochtigheid gladder en vaster was dan hooger strandwaarts op1 zeer duidelijk waren4 ,ter regter zijde van ons naar den kant der heuvelen1 in welke rigting de kust met zeer zachte en gelijkmatige glooijing oprees1 werd het zand allengs losser en drooger2 aldaar was het op vele plaatsen omgewroet1 oneffen1 hier en daar in hoopen opgeworpen1 waar tusschen trogvormige laagten werden gevonden en het scheen1 dat dieren van verschillende soort aldaar den wildsten strijd met elkander hadden gestreden4--,deze gansche strandvlakte was als bezaaid met beenderen en schilden van schildpadden2 binnen het bereik van ons oog telden wij1 tusschen de verstrooid liggende beenderen1 verscheidene tientallen geheele schilden en zeer zeker mag aangenomen worden1 dat hun aantal over het gansche strand verspreid1 verscheidene honderden bedroeg4 ,het meerendeel werd gevonden op het verst van de zee verwijderde gedeelte der kust1 aan den voet der heuvelen2 hetgeen ons het meest verwonderde was1 dat zij allen omgekeerd1 op den rug lagen4 ,het waren schilden van den reuzenschildpad 7,chelonia ,mydas1 zeldzamer ,ch4 imbricata7 welke1 naar evenredigheid hoog en breed1 eene lengte hadden van #c tot #e voet4 ,eenigen hadden reeds lang daar gelegen en waren door den invloed van zonnelicht en regen geheel uitgebleekt en glad2 anderen waren donkerder van kleur en aan de binnenzijde nog voorzien van lappen verdroogd vleesch1 ja1 verscheidenen werden er gevonden1 die nog vrij versch waren2 met opgereten buikschild en op een aanmerkelijken afstand omringd met verscheurde1 stinkende ingewanden lagen zij hier op het zand4 ,op onderscheidene plekken zagen wij lange1 regte sporen1 als het ware banen ter breedte van #c #d voet1 die uit twee nevens elkander evenwijdig voortloopende groeven bestonden1 in het midden waarvan een zwaarder ligchaam over het zand scheen gesleept te zijn geworden4 ,deze sporen vingen aan bij den zoom van het strand en strekten zich1 tusschen de geraamten heen1 in eene lijnregte rigting uit tot aan den voet der heuvelen4 ,de twee ,javanen die bij ons waren1 schenen dit verschijnsel te kennen1 want zij hadden een der sporen gevolgd en riepen ons van de heuvelen1 waar wij hen bezig zagen met het zand om te wroeten1 op vrolijken toon toe3 ,tampat telor1 telor6 7een nest met eijeren67 ,de heuvelen waren werkelijke zandduinen1 die in de onmiddelijke nabijheid van den voet van het gebergte oprezen4 ,over dit drooge1 helderkleurige zand kropen hier en daar lange ranken van ,daon katang 7,convolvolussoorten7 welke met groote1 roodachtig blaauwe bloemen waren gesierd1 die zij aan dunne stelen droegen2 op andere plekken was het zand kaal of slechts begroeid met eene stekelige kruipende grassoort1 ,djoekoet lari lari 7,spinifex squarrosus74 ,van den schedel der duinen echter blikten1 behalve ,babak goan 7,tournefortia argentea7 en andere boompjes1 de weligste bladerenbossen van ,pandanen op ons neder4 ,aan den voet dezer duinen vonden wij op eene enkele plek1 in een nest1 op eene geringe diepte onder het zand bedolven1 meer dan honderd kogelronde eijeren2 zij waren witachtig bleek van kleur1 hadden de grootte van een kleinen appel en eene weeke1 perkamentachtige schaal4--,die lange banen waren derhalve sporen van reuzenschildpadden die1 uit den boezem des oceaans opgestegen zijnde1 hier #ejj #gjj voet ver over het strand kruipen1 ten einde hare eijeren te leggen in het zand aan den voet der duinen1 terwijl zij het uitbroeijen er van over laten aan de koesterende stralen der zon86--,en op dezen korten togt te land1 welken zij misschien slechts een paar malen 's jaars ondernemen1 worden zij door roofdieren aangevallen8-- -- ,wij besloten den avond hier te komen doorbrengen1 ten einde te bespieden hetgeen er zou omgaan1 namen zoo vele eijeren mede als wij bergen konden en keerden vervolgens naar ons bivouak terug4 ,het kustwoud dat zich op de kaap verhief1 had eene gansch andere physiognomie als het bosch dat op de duinen voorkwam2 het bestond bijna uitsluitend uit ,kiboenagaboomen 7,calophyllum inophyllum71 waarvan het levendig groene1 blinkende loof ter hoogte van #cj #dj voet boven den grond #bi tot een digt schaduwdak zich vereenigde4 ,duizende witte bloemen welke dit schoone loof versierden1 balsemden de lucht met de welriekendste geuren4 ,vele oude stammen verdeelden zich reeds op eene geringe hoogte boven den grond in kolossale takken1 die zich wijd en zijd naar alle kanten uitstrekten en met hun nerwaarts gebogen loof tot aan den grond reikten4 ,op dergelijke horizontale takken1 ongeveer #g #h voet boven den grond1 hadden de ,javanen onze en hunne slaapplaatsen bereid4 ,afgekapte twijgen waren tot dat einde in eene dwarse rigting op de hoofdtakken nevens elkander gelegd en deze bedekt met dunne reisjes en bladeren2 beneden tusschen de boomstammen waren vuren rondom aangelegd4 ,eenigen onzer ,javanen hadden1 namelijk1 ,krokodillen1 ,boeaja 7,crocodilus biporcatus7 voor de monding der beek bespeurd2 gelijk bekend is1 verlaten zij des nachts hun vochtig element en sluipen langs het strand rond2 dit gedierte is nog gevaarlijker dan de tijger1 uithoofde van het harde pantser hetwelk zijn ligchaam bedekt4--,eene dergelijke zitplaats hoog boven den grond1 waar wij tegen gevaar beveiligd waren1 lieten wij nu ook in een ,kiboenagaboom gereed maken1 welke aan den zoom des wouds1 nevens het beenderenveld stond2 nadat wij onzen maaltijd hadden genuttigd1 waarvan de smakelijke schildpadeijeren de hoofdschotel hadden uitgemaakt1 bestegen wij omstreeks #f ure den boom4--,de overige ,javanen hadden den last ontvangen om1 bij het eerste schot dat zij zouden vernemen1 zoo spoedig mogelijk met fakkelen 7brandende takken en lange stukken hout7 naar de plek te ijlen1 waar wij ons hadden verscholen4 ,wij loerden4 ,de avond viel4--,wij zagen eerst een1 vervolgens verscheidene schildpadden hun vochtig element verlaten2--zoodra zij in zoo verre op het drooge stonden1 dat nog slechts een ligte golfslag der branding haar bereikte1 stonden zij een oogenblik stil1 strekten haren langen hals strak vooruit en in de hoogte1 wendden haar eenigzins ter zijde1 wierpen een bespiedenden blik in het rond en--kropen dan in eene lijnregte rigting tamelijk snel zonder ophouden over het strand of1 beter gezegd1 schoven zich met hunne zwempooten voorwaarts en ijlden langs den kortsten weg naar den voet der heuvelen4 ,uithoofde van de toenemende schemering konden wij naauwelijks een vierde gedeelte van het strand in de lengte gerekend overzien1 maar voor zoo verre wij de voorwerpen nog onderscheidenlijk konden waarnemen1 zagen wij vier dergelijke donkere plompe ligchamen die zich over de strandvlakte heenschoven4 ,geen geruisch trof ons oor1 dan de doffe toon der klotsende branding4 ,daar hoorden wij eensklaps iets plassen en klateren beneden ons1--het was veel langer dan eene schildpad en kroop veel behendiger dan deze over het strand1--het was een krokodil ter lengte van minstens #ae voet1 die eene prooi zocht8 en nu insgelijks al waggelend naar den voet der heuvelen ging4 ,doodstil1 met ingehouden adem1 vestigden wij de blikken op het voor ons liggend tooneel4--,in de verte kroop een schildpad terug en verdween in de zee4--,het duurde niet lang of in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar wij ons bevonden1 keerde insgelijks een donker ligchaam van de heuvelen zeewaarts en naderde ons meer en meer1--maar nog had het de helft des wegs niet afgelegd1 toen plotseling uit het naburige woud een groot aantal dieren te voorschijn snelde2 aanvankelijk gaven zij niet het geringste geluid van zich1 maar op den oogenblik dat zij den schildpad bereikten1 lieten zij een snuivend1 kort afgebroken gehuil hooren1 terwijl zij in een oogopslag het dier omsingelden en op de woedendste wijze aangrepen4 ,naar onze schatting waren er minstens een dertigtal aanvallers4 ,zij pakten hun slagtoffer bij den kop1 den hals1 bij de als vinnen gevormde pooten1 bij den staart1 aan het achterste1 trokken en scheurden het de stukken van het lijf1 draaiden het in een kring rond en verrieden door hun fijn en schor klinkend gesnuif dat stootgewijs werd uitgeblaft1 de ijsselijkste vraatzucht of bloeddorstigheid4 ,zij gingen als razenden te werk en schenen den krokodil volstrekt niet te bespeuren1 die daar--stil1 met ligten1 zachten tred--even als een ,tjitjak welke aan den wand van een vertrek vliegen vangt1 op zijn buik kwam aankruipen--al nader en nader1--vervolgens eensklaps1 als een pijl uit een boog1 voorwaarts schoot en al twee of drie van de huilende honden tusschen zijne vreesselijke kaken had verbrijzeld1 alvorens de anderen het bemerkten1 doch die eindelijk eensklaps tot op zekeren afstand uit elkander stoven4 ,het waren ,andjing adjag's 7,canis rutilans71 zoogenaamde wilde honden die in troepen vereenigd leven1 kleiner zijn dan wolven1 maar veel vraatzuchtiger en wilder mogen genoemd worden dan deze4 ,wel was de schildpad nog niet dood1 maar zij had reeds te veel geleden om zich te kunnen verwijderen2 de krokodil1 die waarschijnlijk eene goede vangst had gemaakt1 trok zeewaarts af4 #cj--;,de ,adjag's wierpen zich nu van alle zijden andermaal op hunne prooi1 vielen haar met vereenigde krachten aan en schenen druk bezig om haar de schilden uiteen te rijten4 ,ik lag mijn geweer aan en stond gereed om los te drukken1 toen een der ,javanen de hand op mijn arm lag en mij eenige beteekenisvolle woorden toefluisterde4--,zijn scherp oog had de gedaante1 welke uit het duistere woud te voorschijn was getreden reeds bespeurd2 zij stond daar1 hield stil1 keek op1 liet de vlammende blikken over de schouwplaats gaan1 leide zich op den grond neder en--viel plotseling met een verbazenden sprong te midden van de honden1--een vreesselijk ratelend gebrul dat uit het diepste van de keel scheen op te komen1 werd daarbij vernomen en de ,adjag's stoven1 als door een panischen schrik bevangen1 naar alle zijden uiteen4 ,onder het slaken van een meer fluitend dan knorrend gehuil1 snelden zij ijlings terug naar het woud en de tiran der wildernis1 de koningstijger die ten tooneele was getreden1 sloeg zijne klaauw ten teeken van verwinning op het schild van het voor hem liggende dier4--,een tweede1 kleinere tijger1 welligt een panter1 sloop insgelijks nader2 de eerste wendde zich knorrend1 blazend om1--ik lag het geweer aan1 drukte los en de knal van het schot werklonk in den stillen avond heinde en verre door het gebergte4 ,de strijd der reuzenschildpadden1 krokodillen1 wilde honden en tijgers had voor ditmaal een einde4 ,bijna gelijktijdig met mij had insgelijks mijn broeder ,nacht een schot gedaan4 ,onder het loofgewelf van den boom in welks takken wij gezeten waren1 was het echter reeds veel te donker geworden om ergens goed op te kunnen aanleggen1 hoewel wij de omtrekken der voorwerpen die zich voor ons op het kale1 helderkleurige strand bevonden1 nog tamelijk goed konden onderscheiden4 ,wij hadden mis geschoten--of althans geene doodelijke wond toegebragt1 want de beide tijgers waren gevloden4 ,wel konden wij nog twee schoten uit onze geweren doen1 maar wij achtten het evenwel voorzigtiger1 de beide loopen op nieuw te laden en waren juist bezig van den boom af te klauteren1 toen de ,javanen die in ons bivouak achter gebleven waren en de twee schoten gehoord hadden1 onder een luid geschreeuw6 op ons toesnelden en het gansche tooneel met de brandende stukken gekloofd hout verlichtten1 die zij mede bragten4 ,in de nabijheid der schildpad vonden wij een dooden ,adjag2 was het leven van het eerstgenoemde dier nog niet geheel uitgebluscht1 het had echter vreesselijk geleden en werd nu door de ,javanen met hunne ,glok's #ca voor goed afgemaakt4 ,dewijl zeeschildpadden kop1 noch pooten onder het schild kunnen terugtrekken1 vallen zij niettegenstaande de buitengewone grootte en stevigheid van dit middel ter harer bescherming1 gemakkelijk ten prooi zelfs aan zulke roofdieren1 die veel kleiner zijn dan zij1 wanneer deze 7zoo als hier de wilde honden7 hen in grooten getale te gelijk aanvallen4 ,dit verschijnsel verklaart tevens eenigermate van waar die groote menigte geraamten en schilden haren oorsprong heeft1 welke dit woeste strijdperk van elkander vernielende dieren bedekt4 ,dat gedeelte van het vleesch en der ingewanden hetwelk wilde honden1 tijgers1 panters en krokodillen laten liggen1 nadat zij het buikschild hunner slagtoffers uiteen gereten en des nachts alles met geweld er uitgescheurd hebben1 wordt den volgenden dag door zeeadelaars en andere roofvogels verslonden1 en steeds ziet men verscheidenen hoog in de lucht boven dit oord rondzweven4 ,zeer verwonderden wij ons op het zien1 dat de reuzenschildpad reeds omgekeerd was en met haar 7gedeeltelijk opengereten7 buikschild naar boven lag2 wij konden echter niet beslissen of dit het werk was van den tijger1 dan wel of zulks reeds vroeger door de vereenigde krachten der wilde honden was geschied4 ,de ,javanen beweerden dat het laatstgenoemde het geval was4--,wij sloegen de touwen onzer ,pikalan's om de schildpad en bevestigden deze aan drie ,bamboesstaken2 zij was zoo zwaar dat zes ,koeli's1 waarvan er drie ter wederzijde gingen die de ,bamboesstaken op hunne schouders namen1 al hunne krachten moesten inspannen om den last te torschen4 #cb ,in het bivouak gebragt zijnde1 werd het dier afgehakt2 het leverde ons niet slechts kostelijk vleesch op en wel in zulk eene hoeveelheid1 dat minstens vijfmaal zoo veel personen als wij sterk waren1 er zich aan hadden kunnen verzadigen1 maar insgelijks eene ontzaggelijke menigte nog zeer kleine1 jonge eijeren1 ter grootte van eene hazelnoot of iets grooter2 deze bestonden geheel en al uit doijer1 werden in de soep gekookt en verschaften ons een uiterst smakelijk voedsel4 ,een gedeelte van den nacht bragten wij al wakende aan het wachtvuur door2 terwijl wij ons onledig hielden met de behandeling van verschillende onderwerpen1 kwam het gesprek mede op de wet der doelmatigheid welke zich in de natuur laat waarnemen4 ,zou het louter toeval zijn1 dat eene zeeschildpad op eenmaal zulk een groot aantal eijeren1 meer dan honderd stuks te gelijk legt8 ,zouden wij zoo iets kunnen gelooven1 nu wij nog zoo kort geleden hadden gezien hoe groot het getal harer vijanden is zelfs onder de landdieren1 welke op de eijerenleggende moeder loeren1--wij1 die wisten dat het meerendeel der gelegde eijeren verloren gaat1 doordien kleine viervoetige roofdieren1 zelfs apen en1 in bewoonde oorden1 de mensch ze begeerig uit het zand opdelven en weghalen1 en dat een ander gedeelte der eijeren bij somber regenachtig weder volstrekt niet wordt uitgebroeid8--,waarom echter aan dit dier zoo talrijke vijanden zijn gegeven1 deze vraag kunnen wij niet oplossen1 tenzij zulks is geschied met het doel om de grootst mogelijke verscheidenheid des levens met de eenvoudigste middelen te bereiken4 ,maar door de groote menigte eijeren die niet allen verloren kunnen gaan1 is toch voor de instandhouding der diersoort gewaakt1 welke ongetwijfeld zou uitsterven1 indien het getal eijeren slechts tien in plaats van honderd bedroeg1 of indien er zelfs niet #aj1 maar 7even als dit met het jongen bij olifanten en tijgers het geval is7 slechts #a ei werd gelegd6--,in den harmonischen zamenhang der verschijnselen1 in de zoo veelvuldig aaneengeschakelde tooverketen van oorzaken en werkingen1 waar het eene om den wille van het andere bestaat1 het een van het andere afhangt1 laat zich een redelijk plan waarnemen2 onmogelijk kan dit het werk zijn eener blinde noodzakelijkheid4 ,wel is waar1 het einddoel der schepping te begrijpen gaat boven onze bevatting2 maar dewijl zoo veel redelijkheid doorstraalt in de middelen welke tot dit doel moeten leiden1 hoe zouden wij dan er voor kunnen duchten1 dat het einddoel niet redelijk zou zijn8--,zulke denkbeelden bezielden ons en zelfs de nachtelijke strijd der dieren1 het woeste1 schijnbaar stelsellooze dooreen woelen en werken der organische krachten1 was niet in staat ons geloof aan het bestaan van een hoogste redelijk wezen aan het wankelen te brengen4 ,neen1 wij hadden besloten om dit geloof steeds inniger aan te kweeken en vaster wortel te doen schieten in onzen boezem1 opdat de overtuiging van het aanwezen van een levenden ,god ons troost zou schenken in alle rampen1 in alle voor ons onbegrijpelijke gebeurtenissen des levens4 ,daar alles voortdurend stil bleef in het woud1 begaven wij ons eindelijk ter rust4 ,den volgenden morgen werden wij echter zeer vroegtijdig door onze jongens gewekt1 die ons het onaangename berigt medeelden dat--al onze ,koeli's waren weggeloopen4 ,en dit was werkelijk het geval4 ,ten einde zich niet in de noodzakelijkheid gebragt te zien om nog verder met ons mede te gaan1 hadden zij zich allen uit de voeten gemaakt1 en nu zaten wij hier met onze instrumenten en koffers geheel alleen in de wildernis onder schildpadden1 wilde honden1 tijgers1 krokodillen en apen1 wilde stieren1 rhinocerossen en panters6 ,wat moesten wij nu aanvangen8--,bidden6 zou hierop welligt een bedienaar van het ,christelijke ,evangelie hebben geantwoord4 ,wij hadden echter een waardiger denkbeeld van de grootheid en de wijsheid ,gods om te kunnen gelooven dat ,hij1 ter gunste van een enkelen of van eenige weinige menschen1 eene verandering in zijne natuurwetten maken en wonderen zou verrigten1--dat hij zich misschien aan een tiental ,koeli's in den droom zou openbaren of in een brandenden doornbosch of in eene lichtende wolk aan hen zou verschijnen en hun bevelen3 zich zoo snel mogelijk naar ,tandjoeng-,gnodos te begeven4--,god werkt slechts door middel der natuurkrachten die hij in het wezen heeft geroepen en naar wetten die onveranderlijk zijn4 ,ja1 het is juist de eeuwige1 onwankelbare trouw dezer wetten1 welke den mensch1 zoodra hij ze heeft leeren kennen1 met vertrouwen vervult2 deze bestendigheid en onverbiddelijke consequentie der natuurwetten is het alleen1 waardoor het aan beschaafde volken mogelijk is geworden zich op te voeren tot dien trap van ontwikkeling1 van kunst en wetenschap1 waarop zij thans staan4 ,niet het bidden1 maar de kennis van de natuurwetten heeft hen op die hoogte gebragt4 ,dit geloofden wij en in overeenstemming daarmede werd de behendigste klauteraar die zich onder onze jongens bevond1 namelijk ,soengsang1 gelast om in den top van een hoogen ,kampakboom 7,hernandia sonora7 te klimmen1 die zich dieper landwaarts in op eenigen afstand van het ,kiboenagawoud verhief1 ten einde van daar te zien3 of in de omliggende streek ergens sporen van menschelijke bedrijvigheid konden waargenomen worden4--,soengsang klom in den boom en riep ons uit den top toe3 dat hij hooger op in het gebergte een dunnen rook uit het woud zag opstijgen1 en dat hij vermeende aldaar den top van een ,kokospalm boven de oppervlakte van het woud te zien4 ,zoodra ,soengsang weder naar beneden was geklauterd1 besloten wij hem mede te nemen en ons een pad te banen dwars door de wildernis heen naar gindsche streek1 waar hij den rook had zien opgaan4 ,wij wapenden ons ieder met een ,glok en mijn broeder en ik namen nog bovendien elk een geweer mede2 de overige jongens lieten wij met onze beide andere geweren in het bivouak en baanden ons1 krachtig in het rond hakkende1 met ,soengsang vooraan een pad door de wildernis4 ,wij zouden ongetwijfeld een halven dag noodig gehad hebben om op deze wijze eene halve mijl ver door het digt ineengegroeide struikgewas heen te dringen1 indien wij het geluk niet hadden gehad een gebaand pad te vinden dat blijkbaar van de kust naar het binnenland en bergopwaarts liep4 ,wij volgden het en nadat wij gedurende een klein uur onzen togt hadden voortgezet over een terrein dat met zachte glooijing opwaarts rees1 kwamen wij in eene streek aan waar eene verwilderde1 met onkruid begroeide koffijplantaadje stond en eene tamme hen met hare kiekens al pikkend rond liep4 ,weldra hoorden wij het kraaijen van een haan1 en tot onze groote vreugde ontwaarden wij vr ons1 op een open1 slechts met gras begroeid plekje in het woud1 een half dozijn ,bamboeshutten waar tusschen eenige ,kokospalmen hunne toppen verhieven2 eene levende haag van ,pisang en van koffijstruiken omringde het kleine gehucht4 ,aan den zoom van het woud waren donkergroene ,arengpalmen zigtbaar4 ,kinderen speelden tusschen de hutten1 en wij ontwaarden mannen en vrouwen1 waarvan sommigen buiten de deur1 anderen op den drempel hunner hutten stonden4 ,het blaffen der honden verried onze komst2 zoodra de spelende jeugd ons in het oog kreeg1 bleef zij1 als van den donder getroffen1 van schrik eensklaps roerloos staan2--de moeders pakten hare kinderen snel bij den arm en ijlden er mede weg1 de mannen volgden haar in woeste vaart en alles wat loopen kon1 snelde voort en nam onder een aanhoudend geroep van3 help6 help6 erbarming6 op den voet gevolgd door de blaffende honden--in allerijl de vlugt4 ,slechts een bejaarde man met een langen1 grijzen baard bleef1 met de beenen kruiselings over elkander geslagen1 rustig voor een der hutten zitten en zeide1 ons bedaard groetende 7een ,sembah makende73 ,goeden dag1 heeren ,kedjoets6 7landroovers47 ,hier zit ik4 ,stoot mij neder4 ,ik ben een oud man2 ik heb lang genoeg geleefd4 ,het is de wil van den ,albarmhartigen ,toean ,allah1--gij kunt mij dooden4 ,wij plaatsten ons op gelijke wijze als hij zat1 tegenover den grijsaard op den grond1 leiden de geweren tusschen hem en ons neder1 namen eenige cigaren in de hand en reikten ze hem toe4--,hij bezag ons nu met meer aandacht en sprak3 ,zijt gij geene roovers8 ,zijt gij ,orang poetih 7blanken78--,hollanders8 ,het is lang1 zeer lang geleden2 ons dorp stond destijds nog beneden aan de kust1 toen kwamen zeeroovers 7,badjak's71 zij overvielen ons en hebben mijne vrouw en mijne kinderen vermoord4 ,sedert dien tijd hebben wij ons hier hooger bergopwaarts in het woud nedergezet4 ,onze ,oema's 7rijstvelden7 liggen daar ginds4 ,vijf jaren geleden is een ,mantri 7inlandsche beambte7 hier geweest2 hij heeft ons ,bibit kopi 7koffijboonen7 gebragt en ons geleerd hoe wij koffij moeten planten4 ,daar staan de struiken4 ,de ,moesang's #cc eten de bessen op4 ,wij kunnen ze niet gebruiken4 ,wij hebben geen lust om naar de ,pakamitan 7hoofdplaats7 te gaan4 ,wij hebben geen geld noodig4 ,de gelatenheid1 de onderwerping van dezen grijsaard maakten op ons een diepen indruk4 ,hij was ons een toonbeeld van menschelijke waardigheid in het kleed van den eenvoudigsten natuurstaat4 ,daar hij vertrouwen in ons begon te stellen1 waren wij de zaak spoedig met hem eens4 ,op ons verzoek verklaarde hij zich bereid zijne gevlugte landslieden op te sporen en terug te roepen4 ,wij gaven hem een onzer geweren mede1 ten einde dit den vreesachtigen ten bewijze onzer vredelievende gezindheid te toonen4--,een half uurtje na zijn vertrek kwamen zij allen terug4 ,de vrouwen slopen binnen de hutten en de mannen1 benevens de grijsaard en eenige half volwassene knapen1 elf in getal1 zetteden zich op eenigen afstand van ons op den grond neder4--,wij gaven hun nu te verstaan dat wij1 tegen ruime betaling en goede behandeling1 voor een halven dag niets anders van hen verlangden dan ,koelidiensten en dat wij ons naar het groote1 westwaarts van hier gelegen dorp wenschten te begeven4 ,hun antwoord was3 ,trada boleh ,toean 7dat is onmogelijk72 daarheen leidt weg noch steg2 eene vreesselijke wildernis ligt tusschen ons gehucht en het gindsche dorp1 dat veel meer dan eene dagreize van hier verwijderd is4 ,zij verklaarden zich echter bereid1 om ons eenige uren ver langs het strand in eene oostelijke rigting te geleiden--wij zouden derhalve terug moeten gaan--en ons van daar landwaarts in naar een groot dorp te brengen1 waar een ,pasanggrahan werd gevonden en waarheen de togt1 naar hunne meening1 in eene halve dagreis kon worden afgelegd4 ,wat stond ons nu te doen8--,wij waren ten laatste nog blijde1 dat er gelegenheid bestond om van hier weder weg te komen2 wij lieten derhalve ons plan om westwaarts te trekken varen en namen het aanbod hetwelk zij ons deden1 aan om ons naar het naastbij zijnde1 oostwaarts van hier gelegene groote dorp te begeleiden4 ,de tijd1 dien zij behoefden om met behulp hunner vrouwen den gebruikelijken voorraad rijst1 zout1 ,spaansche peper1 benevens een paar gedroogde vischjes of eenige schildpadeijeren ten gebruike op reis in te pakken1 werd door ons besteed om het kleine gehucht te gaan bezien4 ,het werd ,bobakan-,najona geheeten4 ,de bewoners bezaten paarden noch buffels2 hunne huisdieren bestonden uit kippen1 honden en vier geiten1 benevens eenige geitjes4 ,buitendien zagen wij een aantal dikke ,bamboesbuizen en uitgehoolde ,arengstammen1 die onder het uitstekende gedeelte der daken hingen en eene lengte hadden van #c #d voet2 in het voorgedeelte dezer buizen was eene opening1 waar eene soort van kleine bijen die geen angel hebben en niet veel grooter zijn dan muggen1 zonder het minste gegons te maken uit- en in vlogen4 ,deze diertjes1 ,selemprang 7,melipona minuta71 bereiden behalve honig insgelijk was 7,towol71 hetwelk de vrouwen bezigen bij het opbrengen van gekleurde teekeningen 7,batik7 op de katoenen kleedingstoffen1 welke zij zelven weven4 ,uit dien hoofde worden zij voor huisdieren gekweekt4 ,hebben wij was noodig1 zeide ons een der bewoners van dit gehucht1 dan behoeven wij slechts zulk een hollen stam of ,bamboesbuis vr onze woning op te hangen1 spoedig nestelt zich daarin eene talrijke zwerm bijen en binnen eenige weken is de gansche ruimte grootendeels met ,towol gevuld4--,deze allereenvoudigste bijenkorven schenen ons hier regt op hare plaats te zijn4 ,wij zagen er in het klein het beeld in van de even zoo eenvoudige huishouding der dorpsbewoners4 ,zonder eenig geluid te maken1 vreedzaam en werloos verrigten deze kleine diertjes ijverig hunnen arbeid4 ,even weinig geschikt om zich te verdedigen1 maar niet minder stil en te vreden slijten deze ,javanen hun leven hier in de eenzaamheid4--,en toch scheen hun lot mij niet benijdenswaardig toe4 ,hoe minder behoeften3 des te geringere zorg2 het is waar4 ,waar echter weinig wordt geleden3 daar geniet men ook weinig vreugde1 en hoe talrijker de behoeften des menschen zijn1 hoe hooger de trap van ontwikkeling is welken hij heeft bereikt1 des te arbeidzamer zal hij moeten zijn en des te grooter1 des te menigvuldiger zal het genot wezen1 dat het leven hem kan verschaffen4--,het speet mij slechts van de arme koffijstruiken1 die hier in der tijd in den allervruchtbaarsten bodem geplant waren geworden1 maar uit gebrek aan toezigt en leiding tot den arbeid daar geheel verwaarloosd stonden2 de vruchten hingen verdord aan de twijgen of waren afgevallen en lagen op den grond te verrotten4 ,trada soeka minom--of ,trada adat tanam kopi 7wij drinken geen koffij--of het is bij ons geen gebruik 7,adat7 koffij te planten71 was het gewone phlegmatische antwoord der dorpelingen op onze vragen4 ,dewijl wij toch minstens een paar volwassene mannen in het dorp moesten achter laten1 bedroeg het getal ,koeli's dat met ons ten #i ure in het bivouak terugkeerde1 slechts zeven2 het gevolg hiervan was1 dat drie van onze jongens afwisselend de ,koeli's de behulpzame hand moesten bieden om onze pakkaadje te dragen1 hetgeen hen echter niet verhinderde al de ledige plaatsen in de koffers en potten1 zoomede hunne eigene zakken vol te stoppen met schildpadeijeren4--,en honderde dergelijke eijeren werden er weggeworpen4 ,in den voormiddag vingen wij op die wijze den terugtogt aan en kwamen ongeveer ten #ab ure aan een gebaanden weg1 welke ons in eene noordelijke rigting van het strand landwaarts in voerde2 wij volgden dezen weg en bereikten ten #c ure zeer vermoeid het schoone ,tji-,inoebdal1 waar talrijke groepen ,kokospalmen wier toppen vrolijk in den wind ruischten1 ons de ligging van even zoo vele dorpjes verrieden4 ,hunne in den zonneschijn blinkende en fladderende waaijers verhieven zich hoog boven het bladerendak der loofdragende vruchtboomen1 waar tusschen de van ,bamboes vervaardigde woningen der ,javanen verborgen waren4 ,tusschen deze boschjes werden onder water staande rijstvelden 7,sawah's7 gevonden1 waarin eene menigte domin's 7,ciconia capillata7 met kale koppen1 al pikkende naar hun lievelingskost1 naar kikvorschen1 met statigen tred in het rond waadden2 de dames te ,batavia1 al is het ook dat zij niet op domin's gesteld zijn1 houden echter veel van de ,maraboevederen1 welke deze vogel verschaft4 ,wij begaven ons naar het grootste dezer dorpen1 ,oegoed geheeten1 dat wij weldra binnentraden4 ,hier was alles in dulci jubilo2 de slagen van ,gamelan's klonken ons luide uit meer dan een ,pendopo te gemoet4 ,hieraan paarde zich het zachte1 liefelijke geluid des ,angklong4 #cd ,eerepoorten van helder groen loof waren hier en daar opgerigt1 en in feestgewaad gedoste en opgesierde inlanders van allerlei ouderdom wandelden in het rond4 ,naar ons verhaald werd1 vierde men den tweeden dag van eene bruiloft4 ,de zoon van den ,loerah #ce was den vorigen dag gehuwd met de dochter van een ,mandor goedang kopi 7opziener van een koffijpakhuis7 en het scheen1 dat hij juist gereed stond om nu zijn laatsten omgang door het dorp te maken4--,onze ,koeli's bragten ons in den ledigstaanden ,pasanggrahan1 ontdeden zich aldaar zoo spoedig mogelijk van de pakken en koffers1 en spoedden zich onmiddellijk daarop weder voort1 ten einde deel te nemen in de algemeene vreugde4 ,onze jongens volgden hun voorbeeld en wij insgelijks1 dewijl het er in den ,pasanggrahan zoo armoedig en leg uitzag als het geval kan geweest zijn op het drooge land tijdens de silurische formatie4 ,de jonggehuwden en hunne feestgenooten trokken zoo even langzaam1 in plegtstatigen optogt1 voorbij den ,pasanggrahan en over het ,aloenplein dat daar vr gelegen is4 ,de bruid zat in een open1 bontkleurigen draagstoel 7,tandoe7 welke door vier rijk gekleede ,javanen werd gedragen4 ,twee mannen gingen ter wederzijde er van2 zij werden voorafgegaan door een aantal vrouwen welke groote met bloemen gevulde1 geelkoperen kwispeldoors 7,kembar majang7 droegen4 ,het bovenlijf der bruid was tot aan de heupen1 geheel en al ontbloot2 haar aangezigt was wit gemaakt met rijstmeel 7,poepoer7 en hare armen1 hare borsten en het overige onbedekte gedeelte van het ligchaam waren geel geverwd met ,boreh2 om de armen droeg zij zilveren ringen en in de ooren lange gouden versierselen4 ,overigens had zij ter bedekking van het benedengedeelte des ligchaams slechts een prachtig kleed1 ,sarong1 #cf terwijl het zwarte hoofdhaar was gesierd met welriekende witte ,melati- en gele ,tjempakabloemen4--,hierop volgde eene dubbele rij mannen welke het ,kempar majang des bruidegoms droegen4 ,zij gingen vooraf en hij1 gedost in vollen ,dodot 7galakleed7 volgde1 gezeten op een sierlijk opgetoomd paard dat bij den teugel werd geleid door twee er nevens gaande personen4 ,een kostbare ,sarong bedekte in wijde plooijen het benedengedeelte des ligchaams2 even als dat zijner bruid was zijn bovenlijf tot aan de heupen geheel naakt en ook zijn gelaat was wit1 de overige deelen zijns ligchaams geel gemaakt4 ,achter in den gordel waarmede de ,sarong om de heup werd vastgehouden1 stak de met bloemen gesierde ,kris4 #cg ,zijn lang zwart hoofdhaar hing1 insgelijks met bloemen gesierd1 geheel vrij langs zijne schouders1 en in plaats van den gewonen hoofddoek droeg hij een ,koeloek 7eene parademuts74--,dan kwamen eenige priesters 7,imam's en ,modin's71 herkenbaar aan hunne witte hoofddoeken en aan hunne kleederdragt in het algemeen2--hierop volgden1 in feestgewaad gedost1 de verwanten der bruid en van den bruidegom en achter deze huppelden ,angklong- en op trommels 7,terbang7 of bekkens 7,kenong7 slaande ,gamelanspelers1 waarna eene tallooze schaar van andere inlanders--oud en jong1 mannen1 vrouwen en kinderen1 allen met de beste kleren aan1 den plegtigen optogt besloot4 ,naar ik hoorde1 begaven zij zich naar de woning van des bruidegoms vader1 alwaar de bruid voor een prachtig versierd bruidsbed 7,padjangan7 dat te midden van het vertrek was geplaatst1 moest ontvangen worden4 ,in den ,pendopo die vr deze woning stond1 waren de noodige toebereidselen voor het bruiloftsmaal gemaakt4 #ch--,weinig tijds nadat wij van het ,aloenplein naar den ,pasanggrahan waren teruggekeerd1 verscheen de ,loerah aan het hoofd eener bezending1 bestaande uit mannen en vrouwen die korven1 groote houten schotels1 drinkschalen en schenkbladen1 alles gevuld en beladen met rijst1 thee1 suiker1 velerlei soorten van vruchten en gebak van rijstmeel1 suiker of honig 7,koew koew7 van verschillenden aard voor zich uit droegen4 ,deze lekkernijen werden ons aangeboden en op den vloer in den ,pasanggrahan nedergezet1 dewijl er banken1 tafels1 noch stoelen voorhanden waren4 ,bovendien werden wij door den ,loerah op het bruiloftsmaal verzocht1 en uitgenoodigd om later deel te nemen aan den daarop volgenden ,tandak 7,javaschen dans1 waarbij de ,gamelan geslagen wordt71 voor welke eer wij echter1 uithoofde van de vermoeijenissen der afgelegde reis1 bedankten4 ,wij verzochten hem om ons voor alle dingen eene tafel en een paar stoelen of banken te bezorgen1 waaraan onmiddellijk werd voldaan1 en nu trachtten wij ons onder het algemeen gejubel zoo goed mogelijk in te rigten4 ,de ,javanen bragten ons spijzen en voornamelijk gebak van allerlei aard in overvloed en wij moesten bekennen dat wij1 niettegenstaande de armoedige wijze waarop wij waren aangekomen--te voet1 niet onder geleide van een inlandsch hoofd1 met pakkaadje op de schouders van onze eigene bedienden--op eene uitstekend gastvrije manier te ,oegoed waren ontvangen geworden4 ,bij dergelijke feestelijkheden wordt onder de ,javanen het schoone beginsel ten stelregel genomen3 dat niemand van allen1 die in de nabijheid zijn1 zelfs niet de armste ,koeli1 onbevredigd blijve of treurig mag wezen4 ,hetgeen wij echter het meest van alles behoefden3 rust1 slaap1 vonden wij1 helaas6 het minst4--,het slaan op den ,gamelan1 het geschal der groote ,gong's1 het luid gillend gezang der ,ronggng's 7dansmeisjes1 ,bajaderen71 de beweging veroorzaakt door de talrijke menigte personen in het dorp aanwezig1 de herhaalde ontploffingen van raketten en ander vuurwerk1 het blaffen der honden1 enz41 dreunde ons den ganschen nacht in de ooren4 ,toen ons nu den volgenden morgen werd berigt dat dit vrolijke leven 7,ram ram7 nog twee dagen en twee nachten zou voortduren1 maakten wij ernstige aanstalten om de plaats te verlaten--verder te reizen en zonden derhalve boden naar den ,loerah met verzoek1 dat hij ons ,koeli's zou verschaffen om onzen togt te kunnen voortzetten4 ,onze jongens kwamen echter terug met het berigt1 dat het volstrekt onmogelijk was om in de beide eerstvolgende dagen ,koeli's te bekomen4 ,wij ontboden daarop den ,loerah zelf1 die weldra bij ons kwam en met de beenen kruiselings op den grond zich voor ons nederzette2 nu kregen wij het bevelschrift 7,soerat printah7 van den resident en leiden het hem voor4 ,maar de ,loerah kon niet lezen1 en--onder het maken van buitengewoon vele pligtplegingen1 er bijvoegende3 dat wij het hem1 zoo hij hoopte1 toch vooral niet kwalijk zouden nemen--gaf hij ons te verstaan3 dat de bevelen om reizende heeren de verlangde hulp te bieden1 hem vroeger steeds mondeling door het distriktshoofd waren medegedeeld1 en dat het geen ,adat was te reizen met zulke schriftelijke bevelen als wij hadden4 ,gaarne zou hij ons ,koeli's verschaffen1 indien wij slechts twee dagen geduld wilden hebben4 ,voor den oogenblik was het hem echter volstrekt onmogelijk om aan ons verzoek te voldoen2 de dorpsbewoners wilden niet1 en ze er toe dwingen1 dat kon hij niet4 ,nu gingen wij beproeven om als man met man te onderhandelen en gingen met onze jongens in het dorp rond1 haalden de beurs te voorschijn en boden elken ledigstaanden of rondslenterenden ,javaan dien wij aantroffen1 drie1 ja1 naderhand zelfs vijf gulden zilver geld aan om onze ligte pakkaadje eene dagreis ver tot aan de hoofdplaats der residentie te helpen dragen2 zij keken het geld eens aan1 glimlachten--maar1 de ,ronggng's wier stemmen hen uit den ,pendopo te gemoet klonken1 de welluidende slagen van den ,gamelan die uit de verte wergalmden1 de menigte vrolijke menschen die zich hier bevond1 de overvloed van ,koew koew1 de prachtige optogten van bruid en bruidegom--neen6 daarvan konden zij niet scheiden4--,ruim een uur lang hadden wij het dorp doorwandeld1 alle mogelijke pogingen in het werk gesteld om langs den weg van overreding tot ons doel te geraken1 den ganschen voorraad van ons redenaarstalent uitgeput en alle zilveren guldens en ,spaansche matten die wij nog over hadden1 in onzen buidel doen rammelen1 maar--alles te vergeefs2 geen enkele der gebezigde middelen schonk eenige baat2 alle drangredenen waren verspild2 wij konden geen enkelen ,koeli verkrijgen4 ,tamelijk mistroostig en met loome schreden keerden wij terug1 gingen over het ,aloenplein naar onzen ,pasanggrahan en stonden juist gereed de trappen die naar de voorgalerij geleidden1 te bestijgen1 daar vernamen wij achter ons een getrappel1 wij keerden ons om en--wat zagen wij daar8 een ruiter kwam met lossen teugel het dorp binnen rennen---- een tiental anderen galloppeerde hem achter na1--zoodra de voorste ruiter ons in het oog kreeg1 hield hij op een afstand van #ejj voet den teugel in1--steeg van zijn paard en trad in eene bukkende1 onderdanige houding naar ons toe1 totdat hij tot op ongeveer een tiental schreden was genaderd2 daar zette hij zich op den grond neder1 maakte een eerbiedigen groet en sprak1 telkens zijn ,sembah herhalende1 de volgende woorden tot ons3 ,ik vraag duizendmaal om verschooning1 hooggerbiedigde heeren6 ,duidt mij toch niet ten kwade1 dat ik vr vijf dagen toen ik uwen brief ontving1 niet terstond zelf bij u gekomen ben4 ,ik wist niet1 wie gij waart2 sedert eergisteren heb ik u echter overal nagereisd en ben nu eindelijk zoo gelukkig geweest u te vinden4 ,ik smeek u nogmaals duizendwerf om verschooning6 ,neemt het mij toch niet kwalijk4 ,ik moet u vele groeten overbrengen van den heer regent4 ,gij kunt vijftig ,koeli's krijgen1 ja1 honderd of1 in een woord1 zoo velen gij wilt4 ,alles is tot uwe dienst4 ,ik zal het mij tot groote eer en tevens tot een waar genoegen rekenen1 indien het mij zal vergund worden u overal heen persoonlijk te vergezellen en--hier--is mede een brief van ,toean ,abingrot4 ,,ik4 ,abingrot86--,snel brak ik den brief open1 zag wie de onderteekenaar er van was en daar las ik de volgende woorden3--,uw liefhebbende broeder ,avondrood4 ,,nacht4 ,wat6 ,avondrood8 ,onze oudste broeder6 hier1 op ,java1 welligt in onze nabijheid8 ,o1 welk eene vreugde1 lieve broeder1 hoezee6 ,ik las3 ,aan het meer ,telaga-,nagnetap4 ,lieve jongste broeder6 ,sedert drie dagen ben ik met broeder ,morgenrood - - - ,wat6 is ,morgenrood insgelijks hier8 ,welk een genoegen1 welk eene verrassing6 welk een onverwacht geluk1 dat wij met ons vieren broeders1 die elkander sedert jaar en dag niet ontmoet hebben1 hier te midden dezer heerlijke natuur ons zullen wederzien6--alhier aangekomen en heb tot mijne groote verrassing gehoord1 dat gij met broeder ,nacht insgelijks in deze residentie zijt4 ,wij vermeenden dat gij u in ,banjoemas bevond en waren in twijfel1 of gij werkelijk de heeren ,dak en ,nat 7zoo als men ons de namen noemde7 waart1 die 7gelijk verhaald werd7 pogingen in het werk stelden om de ,javanen te bekeeren1 voetreizen maakten en een waar ,koeli's leven leiden4 ,maar gisteren kwam het distriktshoofd van ,gnodnab alhier aan1 met bevelen van den regent om u op te zoeken en den noodigen bijstand te verleenen4 ,hij toonde mij een brief van u1 en nu was alle twijfel opgeheven4 ,groot is onze vreugde6 ,wisten wij slechts waar gij ronddwaalt1 dan ijlden wij u onmiddellijk te gemoet4 ,voorshands echter durven wij ons niet ver van hier verwijderen1 want onze wakkere vriend1 de resident ,praktischman dien gij1 beste ,dag1 insgelijks kent en met wien wij uit ,oost-,java gezamenlijk tot aan ,gnodnab zijn gereisd1 heeft beloofd ons1 na zijne terugkomst van ,batavia1 in de wildernis te komen bezoeken4--,derhalve1 beste broeders1 komt naar ons toe1 spoedig1 ijlt herwaarts naar het meer1 opdat wij u omhelzen4--,p4 ,s4 ,wij hebben ons hutten gebouwd en plaats en levensmiddelen in overvloed voor u allen4 ,de inhoud van dezen brief werkte als electriseerend op ons beiden en ,nacht was zoo opgetogen op het vernemen van dit onverwachte berigt1 dat hij het goedhartige distriktshoofd van vreugde in zijne armen sloot2 deze echter wist naauwelijks hoe hij zich moest houden1 want het ontvangen eerbewijs--eene openbare schending van den ,adat--had hem geheel en al van zijn streek gebragt4 ,hij gaf ons zijn verlangen te kennen1 om zich gedurende eenige oogenblikken te verwijderen2 hij ging heen1 wij gebruikten onze koffij en tot onze niet geringe verwondering zagen wij1 dat het ,aloenplein in minder dan tien minuten1 als door tooverij1 met--,koeli's om zoo te zeggen bedekt geraakte1 die zich ter wederzijde van het middenpad met de beenen kruiselings over elkander in eene lange rij op den grond nederzetteden4--,dat was de tooverkracht der ,argumenta ad hominem die alleen het distriktshoofd scheen te kennen1 dewijl onze drangredenen kort te voren bij zijne landslieden niets hadden uitgewerkt4 ,onze jongens echter1 die in het moeijelijke ,koelileven in het maken van voetreizen volstrekt geen behagen vonden1 mogten zich verheugen dergelijke aanstalten te zien maken1 die hun het nabij zijnde einde van de ,soesah soesah #ci verkondigden4 ,want in langen tijd hadden wij hen niet zoo druk in de weer gezien4 ,zij maakten niet weinig haast1 deelden luid hunne bevelen uit1 pakten onze goederen in1 droegen het eene stuk na het andere den trap af naar het plein1--de ,koeli's die daar zaten1 sprongen op en wedijverden6 om de eer1 wie een gedeelte van onze pakkaadje het eerst opnemen en wegdragen zou2 ja1 meer loopende dan gaande spoedden zij zich met hunne lasten het dorp uit2--want de ,heer baron 7of ,raden7 distriktshoofd ,praba ,widjaja ,kadoekareksa1 enz41 enz41 gedost in galakostuum1 met de ,kris in de gouden scheede gesierd1 trad daar zoo even weder op het tooneel en deelde zijne bevelen uit1 waarop 7onder het telkens en herhaald maken van ,sembah's7 een getrouwe echo1 ja1 ja1 ja1 ja1--werklonk4 ,nu werden paarden voorgebragt1 reeds gezadeld en getuigd1 die door hun ongeduldig getrappel hoorbaar te kennen gaven hoe vurig zij waren4 ,vr bij den ingang van het ,aloenplein hadden twee voorrijders1 met vaantjes aan hunne lansen1 post gevat1 slechts wachtende op den oogenblik dat wij den voet in den stijgbeugel zouden zetten1 om in allerijl ons vooruit te rennen4 ,wij zetteden ons eindelijk in den zadel1 daar snelden de voorrijders weg aan 't hoofd van den togt1 de slagen van den ,gamelan volgden steeds sneller elkander op1 en een luid en vrolijk allegro klonk door het dorp1--wij galoppeerden hen achterna1 gevolgd door het distriktshoofd--en achter hem draafden onze en zijne bedienden1 benevens eene talrijke schaar kleinere hoofden en andere ,javanen4--,zoo vlogen wij in ijlende vaart1 niet ongelijk aan eene woeste bende van den ,wilden jager1 het dorp uit1 terwijl de luide toonen der op een klokkenspel gelijkende ,javasche muziek langs de bergwanden wergalmden en het gehinnik der paarden de frissche morgenlucht deed trillen4 ,de kleine ,javasche paarden waren zoo vurig en moedig1 zij snoven en brieschten van levenslust en gevoel van kracht2 de ruiters die ze bereden1 schertsten met elkander en lachten elkander uit1 wanneer door het ordelooze van den togt de een den anderen in het voorbij rijden knelde of een gevoeligen stoot toebragt4 ,de cavalcade welke wij op die wijze vormden1 zag er werkelijk bont en schilderachtig uit4 ,behalve mijn broeder en ik1 die in witte katoenen kleederen en met een breed geranden1 grijskleurigen vilten hoed op het hoofd1 vooraan reden1 werden er onder al de overigen geen gevonden die hemden1 kousen en schoenen aan het lijf hadden4 ,het distriktshoofd droeg een zwart katoenen buis met gouden knoopen1 en verder den ,sarong4 ,de overige ,javanen hadden deels roode1 deels groene1 anderen weder blaauwe buizen 7,badjoe7 aan1 die van voren open stonden1 terwijl bij anderen daarentegen het gansche bovenlijf geheel en al onbedekt bleef4 ,velen droegen zelfs geene broeken en hadden1 in plaats van een ,sarong1 niets anders omgeslagen dan een ,kajin 7lendendoek7 dat zij later door den snellen rid verloren4 ,dan zaten zij van top tot teen in het kostuum van ,adam 7het antiekste van allen7 te paard en--werden uitgelagchen4 ,bij anderen ging de hoofddoek los1 welke dan als een lange wimpel achter hen in lucht fladderde2--de ruiters die het verloren hoofddoek weder magtig wenschten te worden1 sprongen dan van het paard1 maar vergaten de teugels vast te houden1--de paarden draafden dan mede door en hunne voormalige berijders liepen ze1 met den opgeraapten hoofddoek in de hand1 achterna en genoten het vermaak de snelheid hunner beide beenen met de vier pooten van hun paard te kunnen vergelijken4--,op die wijze ging de togt in vluggen draf naar het gebergte heen1 in de rigting van de plaats1 waar te midden der sombere wouden die het overschaduwen1 het meer ,nagnetap moest gelegen zijn4 ,weldra hadden wij de ,koeli's ingehaald1 die onze pakkaadje droegen2 nu echter behoefden wij ons niet omtrent hen te bekommeren1 want wij wisten dat het heden niet noodig was om ze aan te sporen en bovendien dat wij aan het meer alles zouden aantreffen1 hetgeen wij noodig mogten hebben4 ,de ,javasche paardjes die tot nu toe goed doorgeloopen hadden1 begonnen hunne drift allengs te matigen en staakten hun snuiven en brieschen eindelijk geheel en al2 het gebergte1 namelijk1 begon met steiler glooijing op te rijzen en wij waren nu in staat om1 nevens elkander voortrijdende1 zeer gemakkelijk onderling een gesprek te voeren4 ,,nacht4 ,er zijn nu omtrent veertien dagen verloopen sedert wij de hoofdplaats der residentie ,b4 hebben verlaten1 tot waar wij de reis met postpaarden hadden voortgezet4 ,dit tijdvak is kort4 ,maar toch moet ik tot mijne smart bekennen dat ik reeds begin te twijfelen1 of men door middel van vrijen arbeid in het binnenland van ,java tot een of ander voldoend resultaat zou kunnen komen4 ,wij hebben althans bijna overal de droevige ervaring opgedaan1 dat wij met onze klinkende munt1 onze overredingskracht en goede woorden1 als man tegen man1 nergens veel konden uitrigten4 ,,dag4 ,natuurlijk niet2 daartoe is noodig aanzien en magt1 dat wil zeggen het regt om te bevelen4 ,komt er iemand dien de ,javanen als hun gelijke beschouwen1--zoo als met ons het geval is geweest1 sedert wij te voet en zonder dat vooraf bevelen van inlandsche hoofden waren gezonden1 het land doorkruisten1--dan doen zij voor hem juist zoo veel als voor hun gelijke1 maar ook niets meer4 ,in de wildernis westwaarts van den ,tandjoeng-,gnodos hadden zij niets te verrigten en om die reden hebben zij ook ons derwaarts niet willen begeleiden4 ,in het meer beschaafde ,europa is geld de drangreden welke individuen noopt1 meer voor anderen dan voor zich zelven en zijn gelijke te doen2 maar welke waarde kan geld toch wel hebben hier in het binnenste van ,java1 in het oog van den eenvoudigen bergbewoner die bijna al zijne behoeften zonder geld kan bevredigd zien8 ,gemak is hun meer waard4 ,hoe gastvrij zij ons ook overal ontvingen1 wij hadden echter voortdurend met ,soesah soesah te kampen1 en het is u bekend dat wij ons doel of slechts ter naauwernood1 of in het geheel niet hebben kunnen bereiken4--,maar welk eene uitwerking had niet dezen morgen de verschijning van den ,raden distriktshoofd8 ,hij stampte met den voet op den grond en een geheel leger ,koeli's stond op zijne wenken te wachten6 ,wat repten deze ,koeli's zich met armen en beenen1 wat waren zij eensklaps behendig en vlug geworden6--en toch waren het dezelfde menschen die kort te voren noch door middel van geld1 noch door goede woorden van onze zijde zoo ver konden gebragt worden1 dat zij opstonden van den grond waarop zij zich hadden nedergevleid4--,en gedraagt het distriktshoofd zelf zich thans niet geheel anders jegens ons dan voor eenige dagen1--is zijn eerbied jegens ons niet #ii per cent gerezen1 sedert hij weet dat wij van regeringswege alle ondersteuning welke wij verlangen1 op reis bekomen kunnen en dat wij op een vriendschappelijken voet staan met zijne overheden1 met den regent en met den resident8 ,,nacht4 ,hetgeen gij daar zegt1 is slechts al te waar4 ,maar het doet mij leed1 te moeten zien dat onder een volk hetwelk zulk een voortreffelijken aanleg bezit1 zulk een slaafsche geest heerscht1 dat steeds bevelen van hooger hand volstrekt vereischt worden om den reizigers den noodigen bijstand te doen geworden1 en dat deze bevelen met blinde gehoorzaamheid worden opgevolgd4 ,het schijnt1 dat de despotieke regeringsvorm der ,javanen bij hen elken kiem van achting voor den mensch op zich zelven--als mensch--in zijne ontwikkeling heeft verstikt4 ,,dag4 ,er ligt veel waars in hetgeen gij daar zoo even hebt gezegd4 ,maar toch hapert er nog iets aan uwe wijze van beschouwing1 om volkomen waar en overeenkomstig de natuur te zijn4 ,was het gedrag der ,javanen jegens ons niet altijd beleefd8 ,hebben zij ons ooit met minachting behandeld8--,ja1 ik vraag het u1 zouden wij bij de ,christenboeren in ,holland wel zoo gastvrij zijn ontvangen geworden1 als hier bij deze zwarte ,javanen1 die wij voor de eerste maal1 als geheel vreemde blanke menschen ontmoetten1 het geval is geweest8--,het schijnt u te hinderen1 dat hier op ,java de menschelijke grootheid die zich omgeeft met aanzien en aardsche pracht1 die als despoot optreedt1 zoo onvoorwaardelijk wordt gehoorzaamd4 ,gij verliest echter uit het oog1 dat onze beminde landslieden in ,europa zich door een tiran laten beheerschen die nog veel minder achting verdient1 namelijk3--geld4 ,wat mij betreft1 ik verklaar u openhartig en ik kom er rond voor uit dat1 indien mij ter eeniger tijd geen uitweg mogt overblijven en ik tusschen twee dingen had te kiezen1 namelijk1 of een grooten geldzak als afgod moest aanbidden of een levend mensch die zich voor mijne blikken stelt in al den glans van aardsche kracht en heerlijkheid--1 in zulk een geval mijne keuze niet twijfelachtig zou zijn4 ,waarschijnlijk waren de ,javanen heden morgen van hetzelfde gevoelen1 toen hun hoofd te ,oegoed aankwam1 waar een enkel woord1 ja1 een wenk van hem voldoende was om tot stand te brengen1 hetgeen wij vroeger met onzen vollen geldbuidel niet hadden kunnen bewerken4 ,de ,javaan wiens beschaving nog niet ver genoeg is gevorderd1 om menschelijke eigenschappen--als zieleadel1 hooge deugd1 scherp verstand1 diepe wetenschappelijke kennis--in absoluten zin1 om en op zich zelven1 te schatten1 meet de waarde der menschen af naar de wijze waarop zij zich uiterlijk aan hem voor doen1 naar den rang welken zij in de maatschappij bekleeden1 en ik geloof dat ook bij onze landslieden in ,europa de uiterlijke rang van een individu en zijne kleeding of de uiterlijke eereteekenen welke hij draagt1 althans de eerste en voorloopige maatstaf zijn waarnaar hij wordt beoordeeld4 ,waarom zullen wij dit nu in den ,javaan berispen1 op wiens gemoed van der jeugd af geduchte natuurkrachten hunnen magtigen invloed uitoefenen1 die hem allen onderwerping1 geduld1 gehoorzaamheid luide verkondigen8--,kan hij de donderende vulkanen die hunnen vuurgloed over zijne velden en akkers uitbraken1 gebieden tot rust weder te keeren1 of kan hij de aarde welke zoo menigwerf onder zijne voeten trilt en beeft1 bevelen om onbewegelijk stil te zijn8 ,is het hem mogelijk den gloed te temperen der zon die hare stralen loodregt op hem nederschiet1 of den bloeddorst te lesschen der tijgers en panthers die1 tuk op roof1 des nachts rondom zijne stallen sluipen8--,is zijne bijl of zijn hakmes in staat den allerweligsten plantengroei in bedwang te houden1 die zich hoog boven zijne hutten tot een gewelf zamenvoegt8--,en strekt deze zelfde allerrijkste plantengroei1 op dezen vruchtbaarsten aller bodems1 hem niet tevens tot een uiterst gemakkelijk middel om al zijne behoeften overvloediglijk te bevredigen8--,moet de nog onbeschaafde mensch die te midden van zulk eene vruchtbare natuur geboren en groot gebragt wordt1 waar een eeuwige zomer heerscht welks aanhoudende warmte te gelijkertijd eene verslappende werking op hem uitoefent1 moet deze niet in eene hoogere mate dan de bewoner van meer noordelijk gelegene1 koudere klimaten1 innerlijke neiging verkrijgen tot traagheid en zinnelijkheid8 ja1 zou voor een dergelijk volk1 zoo lang het nog op den eersten trap van ontwikkeling staat1 een despotieke regeringsvorm niet zelfs eene behoefte mogen geacht worden8 ,beschouw de zaken onbevooroordeeld en gij zult vinden dat het verband tusschen natuur en volkskarakter steeds des te inniger is1 hoe lager de trap van ontwikkeling is waarop een volk staat1 en dat de ,javanen gelijk zij thans zijn1 zich zelven niet kunnen regeren1 maar geregeerd moeten worden4 ,al hetgeen de ,javaan van der jeugd af ziet in de natuur welke hem omringt1 doet zich aan zijne blikken voor als bovenmate grootsch en magtig en maakt1 dat onderwerping hem ten gewoonte wordt4 ,hij vindt derhalve de aangenaamste bevrediging voor zijn gemoed3 in het gehoorzamen aan billijke bevelen2 het is hem een lust een hoofd1 een regent1 een resident in volle praal te midden zijns gevolgs te aanschouwen en hij acht als zijn hoogste genot3 deel te nemen in de vreugde1 in den feestmaaltijd zijns heerschers1 terwijl de muziek des ,gamelan werklinkt1 die immers de ,koeli even zoo goed hoort als de prins1 de geringste man evenzeer als de ,groote des lands4 ,indien gij nu bedenkt dat de vorsten in gelijke mate grootere tirannen worden1 naar gelang hunne onderdanen gewilliger gehoorzamen en dat de ,javasche hoofden1 regenten en keizers1 zoo lang zij aan zich zelven waren overgelaten en niet onder ,europesche leiding stonden1 op grond van denzelfden karaktertrek welke de geringen gedwee maakte1 steeds zeer slecht1 ja1 menigwerf hoogst onregtvaardig en gruwzaam geregeerd hebben1 indien gij dat bedenkt1 kan het u stellig geen spijt inboezemen dat de teugels der regering in ,europesche handen gelegd zijn4 ,de ervaring toch zal u doen zien dat1 sedert het ,nederlandsche gouvernement over ,java regeert1 de bewoners niet slechts aanmerkelijk in beschaving zijn vooruitgegaan2 dat niet alleen het land--de middelen van vervoer en van gemeenschap1 de binnenlandsche handel1 de nijverheid1 de administratieve inrigtingen van allerlei aard en1 meer nog dan dit alles1 de bebouwing van den grond--tot zulk een trap van ontwikkeling zijn opgevoerd1 dat de toestand waarin ,java zich vroeger bevond de vergelijking niet kan uitstaan met dien waarin het zich thans bevindt1 ja1 dat geen enkel ander tropisch land zich er mede kan meten2 maar gij zult daarenboven leeren inzien dat insgelijks de ,javaan1 sedert wij hem naar billijke wetten regeren1 sedert zijne persoonlijke regten1 zijn eigendom zijn gewaarborgd1 veel gelukkiger en meer welvarend is dan vroeger1 en zulks vooral dewijl men hem wijsselijk het genot blijft schenken3 de bevelen regtstreeks van zijne eigene hoofden te ontvangen4 ,onder het voeren van dergelijke gesprekken waren wij een koffijtuin binnen gereden4--,de koffijplantaadjen doen zich hier aan het oog voor als een helder groene strook of gordel tegen den donkeren achtergrond der oorspronkelijke wouden1 waarin hooger bergopwaarts geene enkele lichtkleurige plek meer wordt gevonden4 ,uit de verte gezien bespeurt men slechts de ,dadapboomen 7,erythrina indica7 welke in den koffijtuin zijn aangeplant om schaduw te verspreiden1 waarvan het loof veel lichter van kleur is en met groote1 vuurroode bloemen is gesierd4 ,de koffijstruiken daarentegen welke in regthoekig elkander kruisende rijen daartusschen staan1 zijn veel lager en hebben een donker groen1 blinkend loof1 dat prachtig afsteekt bij de witte bloemen die dik1 als eene laag versch gevallen sneeuw1 de kransvormig geplaatste en afwaarts hangende twijgen bedekken4 ,elk koffijboompje heeft den vorm eener spits toeloopende piramide en het eene staat zoo digt bij het andere1 dat het daar tusschen aangelegde pad ter wederzijde ingesloten schijnt door een groenen1 #g #aj voet hoogen wand4 ,in dezen koffijtuin--een eigenlijk koffijbosch--was alles vol leven en beweging4 ,honderden van ,javanen1 mannen1 vrouwen en kinderen waren druk bezig om den grond tusschen de boomen te wieden1 van onkruid te zuiveren en overal keken vrolijke gezigten tusschen de boomen uit4 ,hier en daar stonden ,mandor's en ,loerah's1 wier pligt het was het volk vlijtig aan den arbeid te houden en rust en orde te bewaren2 ook ons distriktshoofd verzuimde niet1 van de gelegenheid gebruik te maken om van tijd tot tijd in het voorbijrijden eenige bevelen uit te deelen4 ,breede1 goed onderhoudene wegen1 in eene dwarse rigting den weg doorsnijdende welken wij bereden1 openden van tijd tot tijd een vergezigt op ,bamboeshuizen uit wier geveltop een kronkelende rookzuil opsteeg1 of op een kleinen ,pasanggrahan1 of ,pendopo's en droogschuren1 voor welke effen gemaakte terrassen zich uitstrekten4 ,al hetgeen wij hier zagen1 ademde orde1 welstand1 vrolijkheid en nuttige bedrijvigheid4 ,,ik4 ,zeg eens1 broeder1 wat zou er wel van dezen schoonen koffijtuin worden die1 naar de berekening van het distriktshoofd1 #cejjjj afzonderlijke koffijboomen bevat1 indien de ,javanen wier naarstigheid hem thans in stand houdt1 aan zich zelven werden overgelaten8 ,,nacht4 ,ik vrees dat hij weldra in het lot zou deelen der koffijstruiken die binnen de haag van het dorp ,najona worden gevonden1 dat wil zeggen1 dat hij verlaten zou worden1 dat hij zou verwilderen6 ,,ik4 ,ha ha6 ,gij hebt u derhalve reeds overtuigd van deze natuurwaarheid1 die inderdaad niet overeenkomt met de theorin van menigen voorstander van hervormingen4 ,waarlijk1 ik verheug mij daar over4--,indien het mogt gebeuren dat de arbeid in het binnenland van dit gedeelte van ,java werd vrijgelaten1 dan maak ik mij sterk om al de koffij1 die dan nog binnen een jaar tijds aan de ,europesche markt zal gebragt worden1 op eene behoorlijke manier gezet1 binnen drie dagen geheel alleen te verbruiken4 ,een schaterend gelach dat wij achter ons vernamen1 was oorzaak dat wij ons in den zadel omwendden1--daar zagen wij dat de ,raden distriktshoofd1 in lijnregten strijd met den ,adat1 luid schaterde van lagchen1 hetwelk hij bij geene mogelijkheid scheen te kunnen bedwingen4 ,en hetgeen nog het ergste van alles was1 deze lachlust had zich het eerst voortgeplant op zijne naaste begeleiders1 vervolgens aanstekend gewerkt op de achteraan komende personen--en zoo voorts1 totdat eindelijk de gansche ruiterschaar even luid medelachte1 zonder eigenlijk te weten waarom hij lachtte4 ,ja1 het scheen dat zelfs de paarden onwillekeurig medegrinnikten4 ,zoo als ik later vernam1 verstond de goede ,raden een weinig ,hollandsch en waren de laatste woorden welke ik mijn broeder had toegevoegd1 door hem begrepen geworden4 ,terwijl hij nog steeds den buik vasthield van 't lagchen1 stamelde hij eindelijk 7onder het maken van vele verontschuldigingen wegens zijne onbescheidenheid7 de volgende woorden3 ,betoel ,toean6 betoel sakali6 ,orang kitjil trada soeka kerdja1--trada maoe bekin bresih kopi1 kapan trada soedah jang dapat printah2 ter lebi jang soeka tinggal di roemah1 dan majin sama dija poenja parampoean1 tidoran di atas bal bal1--pidjit1 pidjit1 enak6 7,het is waar1 mijnheer6 't is volkomen waar6 ,de geringe man houdt niet van arbeiden1--wil de koffij niet schoon maken1 wanneer hem zulks niet is bevolen geworden2 hij blijft veel liever te huis om zich met zijne vrouw te vermaken1 gemakkelijk op de ,bal bal te liggen1 zich te laten strijken1 kneden1 #dj lekker67 ,weldra kwamen wij aan het einde van den koffijtuin en zagen ons omringd door de donkere schaduwen van het hoogstammige1 oorspronkelijke woud dat wij nu hadden bereikt1 waar de wegen smaller1 moeijelijker te berijden en de bodem vochtiger1 glibberiger werd4 ,wij bevonden ons nu ongeveer ter hoogte van bijna #djjj voet boven den spiegel der zee4 ,de laatste sporen van menschelijk verkeer en menschelijke bedrijvigheid waren reeds geheel uit onze oogen verdwenen en ter naauwernood verried nog hier en daar een voetstap1 welke in den weeken1 leemachtigen woudbodem zigtbaar was1 dat somtijds een ,javaan1 met het doel welligt om ,rotan te zoeken1 deze wildernis doorkruist4 ,wij zetteden onzen togt voort over smalle paden gebaand door rhinocerossen en wilde stieren1 door een maagdelijk woud dat nog nimmer door de vernielende bijl was geschonden en ons wijd en zijd omgaf4 ,hoewel het gebergte hier geene vlakte vormt1 maar doorsneden is met kloven en dalen wier wanden en hellingen menigwerf zeer steil zijn1 waar tusschen meer of minder breede1 deels vlakke1 deels zeer oneffene bergruggen liggen1 heeft het hier echter op dezelfde gemiddelde hoogte eene zeer groote uitgestrektheid2 dit gansche terrein nu1 dat eene lengte en breedte van verscheidene dagreizen heeft1 is alom bedekt met oorspronkelijke wouden waarin slechts wilde dieren huizen4 ,de ,javaan die op warmte is gesteld en hoofdzakelijk van de rijstteelt leeft1 vermijdt zoo veel mogelijk het koele klimaat dezer hoog gelegene bergstreken1 zoo lang althans het ,palmen en ,pisang voortbrengende heete laagland hem de vereischte ruimte verschaft tot verdere uitbreiding van den landbouw door hem beoefend4 ,het woud bestond nu eens hoofdzakelijk uit eiken en ,podocarpussoorten1 dan weder uit ,poespaboomen 7,gordonia ,wallichii71 op andere plaatsen uit ,laurinen1 waar tusschen echter allerwege eene groote menigte afzonderlijk staande individuen van andere1 als ,ki terong 7,fagraea lanceolata7-1 ,bengang 7,thespesia altissima7-1 ,palaglar 7,dipterocarpus7-1 ,kajoe soeren 7,cedrela febrifuga7-boomen en andere soorten werden aangetroffen2 op de lijnregte1 zuilvormige stammen van dit geboomte verhieven zich de loofkroonen welke hoog boven onze hoofden een enkel bladerendak1 een onafgebroken gewelf vormden1 waar onder onze stem en het getrappel der paarden als onder een hoogen koepel dof wergalmde4 ,alle stammen en takken waren met dikke beddingen van mos1 boomvarens en andere parasietplanten bedekt1 waar tusschen de prachtige1 bontkleurige bloemen der ,orchiden in het oog blonken4 ,rotansoorten en andere lianen verbonden den eenen tak met den anderen1 omslingerden met hunne ranken stam op stam1 strekten zich menigwerf in eene dwarse rigting van den eenen boom tot den anderen uit en ,cissus- 7wilde wijngaard7 ranken hingen als reusachtige touwen van de hoogste toppen der boomen tot op den grond1 waar sierlijk gevinde boomvarens hunne schermpjes uitbreidden over het digt ineengegroeide kreupelhout4 ,hier en daar verhief zich de slanke stam van een ,soewangkoeng- 7,caryota7 palm4 ,geen enkel plekje van den bodem1 hoe gering ook1 was onbedekt2 ja1 digt aan den rand der kloven stonden nog boomzuilen ter hoogte van #ajj voet en hooger en vormden aldaar met hunne loofkroonen een gewelf dat ver over den rand heen reikte4 ,op enkele plaatsen hing aan den top van een dergelijken boom een ,cissus-rank en deze droeg aan zijn uiteinde een nestvaren 7,asplenium ,nidus ,l471 een digt ineengegroeide bos bladeren welke eene lengte hebben van #c #d voet en in den vorm van een rad of roos zijn geplaatst1--dan zweefden deze nestvarens1 hoog boven den afgrond vrij in de lucht1 als een lichtkroon door den wind ginds en herwaarts geschommeld4 ,indrukwekkend was de stilte welke in dit wijd uitgestrekte woud heerschte die1 gepaard aan het schemerachtige duister hetwelk onder het loofdak verbreid was1 insgelijks op het menschelijke gemoed een diepen indruk te weeg bragt en het tot nadenken stemde4 ,geen zonnestraal drong door het hooge gewelf en het gesnap en geschater onzer vrolijke karavaan waren1 in overeenstemming met dit oord waarin wij ons bevonden1 allengs verstomd1 niettegenstaande ieder hunner onbewust was van den geheimen invloed daardoor op zijn gemoed te weeg bragt4 ,in diepe stilte bewonderden wij de grootheid der natuur4 ,elk geruisch1 elk gesproken woord deed een echo ontwaken en wijd in het woud wergalmde het schallend geluid van den koekoek 7,cuculus chalcites7 welke zich van tijd tot tijd liet hooren1 benevens de diepe1 koerende bastoon der groote houtduif 7,columba aenea71 of het pikken der spechten die tegen de boomstammen opliepen1--somtijds ook het gefluit van een ,soerili-aap 7,semnopithecus mitratus7 die zich bij onze nadering snel tusschen het loof verborg4 ,van de rhinocerossen 7,badak7 en wilde stieren 7,banteng7 hoorden wij niets en zagen slechts het spoor dat zij in den weeken bodem hadden achtergelaten1 en de groote eekhoorntjes 7,sciurus bicolor7 die over de takken rondklauterden1 veroorzaakten slechts somwijlen een ligt geritsel in het loof1 wanneer zij een buitengewoon grooten sprong van den eenen tak op den anderen gemaakt hadden4--,een paar malen verschrikte ons een dof1 kort afgebroken gebrul1 dat uit het diepste van den gorgel eens roofdiers scheen voort te komen en hol wergalmde door het woud2 de paarden stapten echter rustig voort1 want zij schenen den klank te kennen van het geluid waardoor de zwaarmoedige zwarte aap ,loetoeng 7,semnopithecus maurus71 hoezeer slechts zelden1 de plaats verraadt waar hij zich in het loofgewelf ophoudt4 ,menigwerf zagen wij ons genoodzaakt steile kloven te doorklauteren1 waarvan wij de aanwezigheid reeds op een aanmerkelijken afstand vernamen door het doffe bruisen der woudbeken1 welke over haren bodem stroomden4 ,immer luider klonk ons dan bij het voortgaan het gedruisch der schuimende en cascaden vormende beek te gemoet1 totdat wij aan den rand der kloof aangekomen en van het donderend geklots der wateren verdoofd1 ons verpligt zagen elkander aan het oor te schreeuwen om ons wederkeerig te doen verstaan4 ,dan klauterden wij te voet langs den steilen wand naar beneden1 ons paard bij den teugel achteraan trekkende1 waarbij het niet zelden gebeurde dat het dier uitgleed en over zijn geleider heentuimelde1 of dat een al te koene ruiter die niet had willen afstijgen1 met zadel en al over den kop van het paard heengleed4 ,beneden aangekomen zijnde1 zetteden wij ons weder in den zadel en waadden met hoog opgetrokken beenen te paard zittende1 door den snellen stroom2 het dier dat tot den buik in het water stond1 ging dan met langzame schreden voort en zette geen poot op den grond dan nadat het eerst zorgvuldig had gevoeld waar hij neder kwam1 want het liep gevaar op de hobbelige rotsbedding te struikelen1 of over de gladde rolssteenen uit te glijden en met ruiter en al in het koele bad te storten4 ,hadden wij dan gelukkig1 de een na den anderen1 den tegenovergestelden oever bereikt1 dan moesten wij1 de paarden bij den teugel geleidende1 wederom op gelijke wijze de een na den anderen tegen den steilen wand opklauteren1 waarbij wij 7menschen zoowel als paarden7 niet weinig te lijden hadden van kleine springbloedzuigers1 ,padjet 7,hirudo zeylanica71 die in deze hoog gelegene wouden1 vooral op dergelijke vochtige plaatsen en oevers van beken1 bij millioenen werden gevonden4 ,zij springen van het eene blad op het andere en kunnen zich in nen zet op een afstand van eenige voeten vrij door de lucht voortbewegen4 ,daar zij1 bij eene lengte van een halven tot een ,rijnlandschen duim1 aanvankelijk zoo dun zijn als een draad1 zoo kruipen zij zelfs door de fijnste mazen der kousen en zuigen zich in een oogenblik vast aan de voeten1 aan den hals1 aan de armen1 waar zij eindelijk ter dikte van een pink opzwellen1 indien zij niet van het ligchaam worden verwijderd4--,zoodra wij dan weder eene drooge plaats in het woud hadden bereikt en allen bijeen waren1 was ons allereerste werk om elkander wederkeerig rondom te bezien en van de lastige ,padjet's te ontdoen1 waarop wij uit meer dan eene gestokene kleine wond bloedende1 ons op nieuw in beweging zetteden4 ,reeds hadden wij onzen togt op die wijze in het schemerduister van het woud1 berg op berg af1 gedurende ruim vier uren voortgezet4 ,van tijd tot tijd liet de ,manoek kaso 7,muscicapa cantatrix7 zijne stem hooren1 welken vogel wij aan zijn eigenaardig1 wel is waar eentoonig1 doch niettemin liefelijk gezang terstond herkenden1--wijd en zijd werklonk het dan onder het groene gewelf en verheugde het ons2 maar wij waren vermoeid1 onze paarden waren vermoeid1 de hemel was bewolkt1 het sombere weder vermeerderde nog de duisternis van het woud----daar schemerde ons door het geboomte iets helders in het oog1 de paarden begonnen te brieschen1 zij wierpen den kop in de hoogte en versnelden den stap1--de boomen weken ter zijde1 het woud opende zich en vr ons lag het spiegelende vlak van een fraai1 uitgestrekt meer4 ,wij sprongen uit den zadel en riepen het doel van onzen togt een juichend hoezee6 toe1 dat door de groene wanden welke het woud rondom het meer vormde1 beantwoord en als echo werd teruggekaatst4 ,wij bevonden ons aan den westelijken oever van de ,telaga-,nagnetap en ontwaarden aan de tegenovergestelde zijde1 tusschen de stammen van het aldaar gedeeltelijk gevelde woud1 een aantal grootere en kleinere hutten1 wier helder geelachtig bruine kleur duidelijk afstak tegen den donkergroenen achtergrond4 ,het distriktshoofd zeide ons dat het de van ,bamboes en ,alanggras vervaardigde hutten van onze broeders waren4 ,uit een er van steeg een blaauwachtige rook op1 die allengs in het woud verdween4 ,de kroonen van dit geboomte die zich min of meer in de breedte uitstrekten1 vereenigden zich boven de hutten tot een hoog en schilderachtig gewelf1 en tusschen hunne helder grijze stammen zag men ver in den duisteren1 diepen schoot van het woud4--,welk een heerlijk plekje in de eenzaamste eenzaamheid des wouds6--,een gezigt des vredes1 een beeld in het klein van de oneindigheid in den spiegel des meers1 eindig voorgesteld en omzoomd met groene en bloeijende oevers1--met wouden die1 zich hoog verheffende1 aan elk verwijderd oog het uitzigt op het meer en den met gras begroeiden zoom die het omvat1 beletten6--,de hutten onzer broeders waren gebouwd op een schiereiland1 dat op een aanmerkelijken afstand van den oever in de watervlakte reikte en aan welks tegenovergestelde zijde het meer zich nog verder scheen uit te strekken2 want aan die zijde verloor het zich geheimzinnig tusschen de sombere1 met woudgeboomte bedekte oevers4 ,slechts op enkele plekken verhieven zich rotsen aan den oever of rezen er te midden van het meer boven het water1 op welks spiegel hier en daar eene ,fulica lugubris of een waterhoen 7,gallinula-soorten7 zich schommelden1 terwijl op andere plaatsen hals en kop van den onder water gedoken slangenvogel 7,plotus melanogaster7 werden gezien4--,het geboomte van het woud dat zich overal reeds op een geringen afstand van den oever verhief1 op menige plek in de onmiddellijke nabijheid er van oprees1 bestond voornamelijk uit ,podocarpussoorten 7,ki bima-1 ,ki poetri- en ,ki mrakboomen71 waar onder de prachtvolle1 statige ,kimrak met fijne naaldvormige bladeren 7,p4 cupressina7 het meest werd gevonden4 ,zwarte apen sprongen door hunne twijgen rond4 ,al onze begeleiders hadden zich op den grond nedergelegd4 ,de paarden1 hoewel gezadeld en getoomd1 liepen grazend langs den oever en wij verzadigden onze blikken aan het heerlijke schouwspel dat dit schoone1 vreedzame tooneel ons opleverde1 en rigtten ze voornamelijk naar die streek waar--de hutten stonden4 ,naar het scheen1 had men ons aldaar nog niet bemerkt4 ,wij losten derhalve onze geweren1 wier knal de ,loetoeng's van schrik door de takken van het geboomte deed ijlen en een zwerm wilde eenden uit hare schuilhoeken verdreef4 ,eenigen fladderden digt voor onze voeten uit het oevergras en vlogen kwakend over den spiegel van het meer4 ,het was de groote ,javasche bergeend 7,anas superciliosa71 welke eene staalgroene vlek op den vleugel heeft4 ,onmiddellijk daarop werden eenige gestalten aan den tegenover gestelden oever zigtbaar1--wij zagen een vuurglans in verscheidene rookwolken flikkeren en hoorden de schoten vallen die tot antwoord op de onzen werden gelost1--een donker voorwerp1 als eene boot1 verliet den oever1 gleed over den spiegel van het meer naar ons toe1--het kwam nader1 wij herkenden onze broeders - - - ,ieder lezer male het tooneel van ons wederzien naar zijne eigene behoeften1 naar de mate zijner verbeeldingskracht1 of naar de herinneringen die hem zijn bijgebleven1 indien hij zich reeds vroeger in een dergelijken toestand heeft bevonden4 ,ik wil alleen dit hieromtrent zeggen1 dat wij broeders alle vier regt gelukkig waren en dat ook al de goede ,javanen zich met ons verheugden4 ,ook mag ik niet nalaten hierbij aan te merken1 dat de mensch die zich in de eenzaamheid van uitgestrekte wildernissen bevindt1 zich inniger verbonden gevoelt met den mensch dien hij aldaar aantreft1 dat hij in naauwer betrekking tot hem staat dan in bevolkte steden4--,mijne broeders hadden uit twee uitgehoolde boomstammen1 door middel van daarop vastgemaakte dwarsbalken die bedekt waren met ,bamboesbuizen1 matten en dergelijken1 een vlot vervaardigd1 en hiermede waren zij overgestoken naar de zijde van het meer alwaar wij ons bevonden4 ,dewijl echter dit vlot1 behalve de ter wederzijde geplaatste ,javanen die als roeijers werden gebezigd1 niet meer dan nog twee personen kon dragen1 besteeg ik1 de jongste1 met den oudsten van ons vieren 7met ,avondrood7 het nieuwerwetsche vaartuig1 terwijl mijn broeder ,nacht1 in gezelschap van ,morgenrood benevens de bij ons behoorende ,javanen1 zijn weg nam langs den oever van het meer1 ten einde op die wijze de hutten te bereiken4 ,bijna gelijktijdig kwamen wij aldaar ten #ab ure aan en bemerkten met genoegen1 dat onze broeders zich regt comfortabel hadden ingerigt4 ,een tiental hutten stond verstrooid tusschen het geboomte en in de grootste 7waaraan de eenigzins hoogdravende benaming van ,pasanggrahan was gegeven7 waren de bedienden juist bezig om de tafel te dekken4 ,mijn broeder ,nacht en ik sprongen eerst in het meer1 om een bad te nemen en noodigden de jongens uit om ons voorbeeld te volgen1 dat door hen echter niet dan schoorvoetend werd gedaan4 ,de ,javanen zijn zeer ingenomen tegen het baden in hooge bergstreken1 dewijl zij uiterst gevoelig zijn voor de grootere koude van het water1 en uit dien hoofde baden zij zich liever niet1 niettegenstaande zij in het laagland zeer zindelijk op het ligchaam zijn en meer dan eenmaal daags te water gaan4 ,zij wilden ons bang maken voor krokodillen 7,boeaja71 hoewel zij zoo goed als wij met zekerheid wisten1 dat op zulk eene hoogte waarop dit meer gelegen is 7#dgij voet boven den spiegel der zee71 ja1 zelfs veel lager geene krokodillen meer gevonden worden4 ,nadat wij ons ligchaam uitwendig verfrischt en ons bij die gelegenheid nog van enkele bloedzuigers die hier en daar waren blijven zitten1 ontdaan hadden1 zetteden wij ons aan de ,bamboestafel1 ten einde ook den inwendigen mensch te restaureren4 ,naar oostersch gebruik vatteden onze jongens post elk achter den stoel van zijn meester1 ten einde hem te bedienen1 en wij namen nu een ontbijt1 bestaande uit rijst1 ,keri1 eijeren1 ,dengdeng van hertevleesch1 gebradene wilde eenden1 tamme kippen1 vruchten1 enz41 enz41 dat ons uitmuntend smaakte4 ,niettegenstaande onze herhaalde uitnoodiging hadden wij het distriktshoofd niet kunnen overhalen om deel te nemen aan onzen maaltijd1 maar was hij op een eerbiedigen afstand blijven zitten1 van waar hij zich niet verwijderde dan nadat hij daartoe vergunning gevraagd en bekomen had4 ,wij zonden hem eene flesch wijn in zijne hut1 welk geschenk hij in geenen deele versmaadde4 ,terwijl wij nog aan tafel zaten1 kwamen de ,koeli's reeds6 aan met onze pakkaadje1 die weldra geopend en in de voor ieder onzer afzonderlijk bestemde hutten werd gebragt4 ,nadat wij verzadigd waren en het overschot van onzen maaltijd weder aangevuld was geworden met een half dozijn korfjes vol gekookte rijst1 werd dit voor de tweede maal opgedischt en wel op matten 7,tikar71 die vr den ,pasanggrahan op den grond waren uitgespreid2 hier om heen zetteden zich de mindere hoofden1 onze bedienden en de overige ,javanen in verscheidene kringen neder4 ,naar 's lands gebruik bedienden zij zich van stoelen noch van tafels1 maar hurkten met de beenen kruiselings over elkander op den grond1 ten einde nu insgelijks hunnen maaltijd te houden4 ,een stuk ,pisangblad diende hun als bord1 de vingers bezigden zij als vorken en fijn gestampte ,spaansche peper was hun geliefkoosde specerij4--,in dit land der onbegrensde gastvrijheid en zorgeloosheid voor hetgeen de dag van morgen zal baren1 zou het hatelijk hebben geschenen eenig gedeelte der spijzen van een gehouden maaltijd voor zich of voor den volgenden dag te bewaren4 ,de ,adat vordert3 dat1 hetgeen de ,heeren niet eten1 aan de bedienden of ,koeli's wordt voorgezet en hetgeen deze overlaten1 aan de honden 7indien er zijn7 voorgeworpen of aan de visschen in het meer wordt gegeven4--,met genoegen beschouwden wij de bonte groepen ,javanen die daar op den grond zaten1 met grooten eetlust de voorgezette spijzen nuttigden1 schertsten en lachten1--vervolgens zich plat op den rug nedervleiden en een liedje neurieden of eene cigaar rookten en insliepen4 ,wij volgden in zekere mate het door hen gegeven voorbeeld1 begaven ons in den ,pasanggrahan en leiden ons neder op de met matrassen belegde ,bal bal's die in het rond nevens de wanden waren geplaatst4 ,weldra hadden wij elkander wederzijds onze ontmoetingen medegedeeld en kreeg het gesprek eene andere wending1 hetwelk nu over godsdienstige onderwerpen werd gevoerd4 ,mijne broeders ,avondrood en ,morgenrood schonken1 algemeen genomen1 hunne goedkeuring aan het streven dat ten doel had1 de invoering van het ,christendom op ,java op grond van degelijke bewijzen te bestrijden2 maar deze bewijzen benevens het stelsel van godsdienst en zedeleer1 dat ik den ,javanen in plaats van het ,christelijke dogma ter aanneming had aanbevolen1 wenschten zij nu ook uitvoeriger te leeren kennen1 ten einde de doelmatigheid onzer pogingen te kunnen beoordeelen4--,ik begaf mij derhalve naar mijne hut1 haalde het handschrift en las mijne broeders de #be hoofdstellingen voor der natuurlijke godsdienst en zedeleer1 zoo als ik die vroeger het eerst in onze taal had te boek gesteld4 7,de ,maleische overzetting was later bearbeid geworden en bevatte slechts een kort overzigt er van47--,aan menige stelling viel de onverdeelde bijval mijner broeders ten deel2 op het hooren van anderen schudden zij het hoofd of gaven hun ongeduld op de eene of andere wijze te kennen4 ,toen ik geindigd had1 heerschte er gedurende eenige oogenblikken eene algemeene stilte welke door ,avondrood met de navolgende woorden werd afgebroken4 ,,avondrood4 ,lieve broeder6 ,uw streven3 het bijgeloof met redelijke bewijzen te bestrijden en tegenover de dwalingen natuurwaarheden te stellen1 mag lofwaardig worden genoemd4 ,het is het eenige middel om den weg te banen ter invoering van eene betere1 meer redelijke godsdienst en om ,java te behoeden voor een groot onheil1 dat geestdrijvers er aan willen berokkenen4 ,maar de godsdienst- en zedeleer welke gij in de plaats van het ,christelijke leerstelsel wenscht ingevoerd te zien1 kan mede niet anders zijn dan een overgangsmaatregel en in zoo verre--als een overgangstoestand daardoor wordt te weeg gebragt--wel is waar nuttig1 echter niet bestendig van duur zijn1 dewijl zij niet de volkomene waarheid bevat4 ,ik verzocht mijn broeder mij dit nader te willen verklaren1 toen eenige donderslagen die weldra overgingen in een diep rollend geluid 't welk alles deed dreunen1 ons verkondigden dat het tijdstip van den dag was aangebroken1 waarop de met waterdamp verzadigde hoogere luchtlagen der atmospheer zich gewoonlijk ontladen4 ,terstond daarop vernamen wij het geruisch van enkele1 zeer groote vallende droppelen1 dat gevolgd werd door het verwijderde bruisen van den regen welke zich op het woud uitstortte en meer en meer naderde4 ,onze bedienden snelden ijlings toe1 ten einde te zien of alles zorgvuldig gesloten was en werden later weggezonden met het uitdrukkelijke bevel1 dat zij tegen het invallen der schemering 7na #f ure7 ons avondeten gereed moesten maken1 doch zich overigens tot dien tijd van alle zorg voor ons ontslagen konden rekenen1 indien zij niet geroepen werden4 ,de gevolgen van een onwersregen in het gebergte kenden wij te goed1 dan dat wij ons niet geluk wenschten3 vr het invallen er van onder dak te zijn gekomen4--,wij raden derhalve ook alle reizigers die de hooger gelegene1 bergachtige streken van ,java en vooral het woudrijke1 westelijke gedeelte des eilands bezoeken1 zorg te dragen dat zij vr twee ure1 en kan het zijn vr een ure des middags ter bestemder plaatse zijn aangekomen4 ,in het binnenland van ,java bestaat weinig onderscheid tusschen den droogen en den regenachtigen moesson4 ,des nachts en gedurende den voormiddag is de hemel gewoonlijk helder4 ,tusschen #a en #c ure echter begint het in 't gebergte bijna dagelijks te regenen1 onverschillig in welk jaargetijde het moge zijn2 dan wordt de woudbodem opgelost en herschapen in eene soort van pap waar de wandelaar tot over de enkels inzinkt1--een troebel1 modderachtig water stroomt den reiziger van alle zijden der berghellingen te gemoet1--de tot stroomen opgezwollene beken kan men niet meer doorwaden en de bliksem die het woud in alle rigtingen doorklieft en de zwaarste armen van het geboomte verbrijzelt1 doet de paarden schichtig worden4 ,het is waar1 dit duurt slechts een of twee uren1 maar tot aan het invallen van den nacht blijft de gemeenschap alsdan toch zeer bemoeijelijkt1 zoo niet geheel en al afgebroken4 ,wij waren derhalve zeer verheugd1 in de goed gedekte drooge hut zoo vertrouwelijk bij elkander te kunnen zitten4 ,wel is waar1 het scheen dat het zwaarste onweder zich op eenigen afstand van de streek waar wij ons bevonden1 ontlastte2 maar er begon hier een fijne regen zoo gelijkmatig te vallen dat wij op geen korten duur er van konden rekenen1 terwijl daarenboven de koude temperatuur des dampkrings 7welke #fe ,fahr4 bedroeg7 ons niet bijzonder uitlokte om naar buiten te gaan4 ,wij besloten derhalve van alle verdere ondernemingen voor heden af te zien en kwamen overeen1 dat wij in onze hut blijven en elkander wederkeerig mededeelingen zouden doen omtrent onze godsdienstige beschouwingen4 ,avondrood werd nu andermaal uitgenoodigd om zich nader te verklaren nopens den vroeger door hem geopperden twijfel4 ,hij gaf ons hierop te kennen dat hij dit1 naar zijn oordeel1 het best zou kunnen doen door ons een geschrift voor te lezen1 waarin hij zijne wijze van beschouwen had uiteen gezet2 uithoofde dit handschrift echter tamelijk uitgebreid was1 durfde hij--zonder vooraf verkregene toestemming daartoe--met de lezing er van geen begin maken1 dewijl hij beducht moest zijn ons geduld daardoor op eene te sterke proef te zullen stellen4 ,wij gaven hem de verzekering dat wij zeer verlangend waren zijne beschouwingen te leeren kennen1 waarop hij de navolgende geloofsbekentenis voorlas1 welke hij de zijne noemde4 ,,geloofsbekentenis ,,van ,,broeder ,,avondrood4 ,was wr ein ,gott der nur von ,aussen stiesse1 ,im ,kreis das ,all am ,finger laufen liesse8 ,ihm ziemt's die ,welt im ,innern zu bewegen1 ,natur in sich1 sich in ,natur zu hegen1 ,so dass1 was in ihm lebt und webt und ist1 ,nie seine ,kraft und seinen ,geist vermisst4 ,gthe4 ,god is de bezielde natuur4 ,de aanhangers van het dualismus scheiden wel is waar1 de kracht van de stof1 den geest van het ligchaam en ,god van de natuur1 welken zij als persoonlijken ,god nevens de natuur of tegenover de natuur stellen en aanbidden4 ,maar op die wijze maken zij n de natuur n zich zelven in den eigenlijken zin des woords ,god'loos4 ,zij verlagen de schoone1 overal levende en in millioenen polsen slaande natuur tot een geesteloos1 mechanisch uurwerk1 dat slechts aan doode wetten blind gehoorzaamt en van buiten de kracht moet ontvangen1 welke het drijft4--,voor mij zou de natuur al hare bekoorlijkheid verliezen1 indien ik haar als zoo een werktuigelijk knoeiwerk moest beschouwen4--,en wat maken de dualisten van hunnen ,god dien zij uit de natuur hebben verdreven8--een horologiemaker die het raderwerk heeft opgewonden en nu1 in werkeloosheid verzonken1 daar nederzit en met behagelijke tevredenheid over zich zelven toeziet hoe alles gaat4 ,aan het bestaan van zulk een ,god kan ik niet gelooven4 ,eene kracht zonder iets stoffelijks waaraan zij gebonden is1 mag beschouwd worden als de voorstelling van iets onbestaanbaars1 als een zinledig1 afgetrokken denkbeeld4 ,ik geloof hetgeen ik allerwege zie1 dat kracht en stof1 geest en ligchaam ,een1 een onscheidbaar geheel zijn4 ,er is derhalve niets dan de natuur1 welke alles is4 ,maar even als ons ligchaam bezield is en deze ziel in onze hersenen tot ontwikkeling komt1 zoo moet insgelijks de natuur1 als geheel1 eene ziel hebben1 welke algemeen bewustzijn bezit4 ,in uitgestrektheid oneindig1 in tijd eeuwig en onvergankelijk--beweegt zich1 steeds verjeugdigd in gestalte1 de bezielde stof4 ,in den mensch1 in het dier1 in de planten is de wereldziel met eene grootere of geringere hoeveelheid stof verbonden1 geindividualiseerd1--gebonden even als latente warmte4 ,deze verbinding is zoo innig1 zij bedient zich in hare ontwikkeling tot bijzondere gestalten van planten1 dieren of mensch zoo onveranderlijk getrouw van de algemeene physische1 zoomede van de bijzondere chemische krachten1 welke aan de elementaire stoffen en hare verbindingen behooren2 zij volgt de wetten waarnaar de werking dezer krachten plaats heeft1 zoo naauwkeurig en wijkt nimmer daarvan af2 de wijze waarop zij zich uit1 is zoo volkomen evenredig aan de vormen welke zij aanneemt1--in deze bloem1 in gindschen boom1 in den worm1 in den kever1 in het werveldier 7visch1 vogel1 hond1 paard1 wolf of mensch71 zoowel in de tijdelijke ontwikkelingstoestanden dezer geslachten1 soorten en individuen1 in het kind1 embryo1 grijsaard of in den volkomen tot rijpheid opgewassen mensch2 deze uiting staat in zulk eene bepaalde1 als het ware aequivalente verhouding tot de bewerktuiging van elk afzonderlijk wezen 7den vorm en chemische zamenstelling71 dat het resultaat der ontwikkeling van het stille 7passive7 plantenleven tot aan het menschelijke bewustzijn1 van de kunstdrift van het insekt tot aan den hoogsten trap van zedelijke ontwikkeling des menschen en tot aan de volmaaktheid zijner scheppingen in wetenschap en kunst1 niet anders schijnt te zijn dan een gevolg van de onderscheidene en onder verschillende omstandigheden plaats grijpende zamenwerking van deze zelfde stoffelijke krachten4 ,vele en zeer grondige natuuronderzoekers zijn tot dit resultaat gekomen2 zij kennen geen anderen ,god dan de natuurnoodzakelijkheid1 geene andere krachten dan die welke onafscheidbaar aan de stof zijn gebonden 7de algemeen verbreide physische en de aan de grondstoffen en hare verbindingen eigenaardige chemische krachten7 en verwerpen daarentegen het geloof aan onweegbare stoffen of onstoffelijke krachten1 het geloof aan eene ziel als een verhaal waarvoor geen feit is aangewezen1 als een volkomen ongegrond bijgeloof4 ,maar--tegen deze gevolgtrekking van zoogenaamde materialisten kunnen eenige gewigtige bedenkingen in het midden worden gebragt4 ,ik wil niet spreken van eene zedelijke wereldorde1 van een zedelijk beginsel in den mensch1 van den onuitputtelijken rijkdom en de kracht van gedachten welke zich in de kunsten en wetenschappen heeft geopenbaard1--ik wil niet spreken van de moeijelijkheid om den verbazenden rijkdom aan gestalten in de dieren- en plantenwereld1 die echter voor elke soort niet alle organen welke het ligchaam heeft1 met alle eigenschappen en aandriften die het dier bezit1 onveranderd blijft1--of niet gewagen van de moeijelijkheid om de verscheidenheid der geslachten bij eene en dezelfde soort af te leiden uit de algemeen verbreide natuurkrachten 7zwaartekracht1 licht1 warmte1 electriciteit1 magnetismus1 adhaesie-1 cohaesie-1 expansiekracht en capillaire aantrekkingskracht1 enz47 in verband met de eigenaardige chemische krachten van eenige tientallen enkelvoudige stoffen1 #da--;ik wil slechts aan een feit herinneren1 aan het bewustzijn in den mensch1 die van zijn aanwezen1 van den toestand waarin hij zich bevindt en van zijne eigendommelijkheden duidelijk en klaar bewust is4 ,waaruit heeft dat zijn oorsprong8--,uit niets kan niets ontstaan en het bewustzijn1 al is het aan onze hersenen1 derhalve aan stof gebonden1 mag toch geene physische of chemische kracht worden geheeten4 ,elk natuuronderzoeker zal met mij instemmen1 dat geene kracht1 geene stof1 ja zelfs niet het allerkleinste deeltje eener stof nieuw ontstaan kan1 maar dat alles wat is1 stof en kracht1 moet beschouwd worden als van eeuwigheid aanwezig te zijn geweest2 wijders dat geene grondstof in eene andere zich laat herscheppen4 ,de gedaante1 waaronder zij zich voordoen1 verandert2 de #ci meer algemeen verbreide grondstoffen van het #fb tal dat wij op aarde kennen1 zoomede de zamenstellingen welke zij vormen1 gaan naar oude1 eeuwige wetten onophoudelijk afwisselende verbindingen aan2 maar hare massa ziet zich met geen enkel atoom verminderen of vermeerderen en evenzoo blijven de krachten1 zoowel de physische welke tot de stof in het algemeen1 als de eigenaardige chemische krachten die haren zetel hebben in de elementen en hunne verbindingen1 onveranderlijk dezelfden4 ,gelijk niet elke afzonderlijke bliksemstraal welke uit eene onweerswolk naar de aarde schiet1 opnieuw geschapen wordt1 maar slechts de zigtbare ontlading is eener algemeen verbreide 7electrische7 kracht1 derhalve voortvloeit uit eene reeds lang bestaande bron1 op gelijke wijze kan het bewustzijn in den mensch niet dan uit eene reeds bestaande algemeene bron worden afgeleid4 ,of zou dit bewustzijn elken dag geheel nieuw--uit niets--in millioenen van menschen zich ontwikkelen1 terwijl de natuur zelve zonder bewustzijn is1 die toch den mensch voortbrengt1 hem doet opgroeijen1 die al zijne ledematen1 al zijne zinnen en inwendige organen tot eene harmonische ontwikkeling brengt en dit alles verrigt zonder toedoen van den mensch1 ja1 zonder dat hij zelfs het geringste daartoe bijdragen of daaraan veranderen kan8--,zouden welligt de chemische krachten van de waterstof1 de zuur-1 kool- en stikstof1 van den phosphorus1 der alkalin1 aardsoorten1 enz41 en van hare verbindingen1 die in de genuttigde voedingsmiddelen bij de ontwikkeling des ligchaams door eene immer voortdurende stofwisseling werkzaam zijn1 die aan de ijzeren natuurwet harer wederkeerige verwantschap1 dat wil zeggen aan de haar eigenaardige1 door tegenstellingen veroorzaakte neiging om zich met elkander te verbinden1 gehoorzamen en die zonder te weten wat zij doen1 bloed1 beenderen1 spieren1 hersenen en andere deelen vormen1--zouden het deze krachten der elementen zijn1 welke in het hersengestel dat daaruit is ontstaan1 plotseling beginnen te denken en tot bewustzijn geraken8 ,zou het bewustzijn kunnen voortkomen uit eene natuur1 die geene bewustheid bezit en aan het kind1 het schepsel1 den mensch eene hoogere mate van volkomenheid eigen zijn dan aan zijne moeder1 de schepperin welke hem het aanzijn gaf2 zou hij rede en bewustzijn bezitten1 terwijl in deze slechts wetten en krachten in werking zijn1 die geheel bewusteloos haren invloed doen gelden8--in deze natuur waarvan hij toch zoo geheel afhankelijk is1 dat hij bij elken ademtogt zijne magteloosheid ondervindt en de duizendvoudige keten gevoelt waarmede hij aan haar is verbonden8--,dat toch zou het grootste van alle wonderen zijn1 waaraan het mij niet mogelijk is te kunnen gelooven6 ,neen4 ,dit is in lijnregten strijd1 zoowel met de rede als met de wetten der natuur4--,het feit van het aanwezen van eene bewustheid in den mensch doet het bestaan van een algemeen bewustzijn veronderstellen1 eener natuurziel1 die zich van gene stoffen en van de daarin aanwezige krachten slechts als middelen bedient om1 naar eeuwig onveranderlijke wetten1 in de plant als plantenziel1 in het dier als dierenziel en in den mensch als menschenziel tot ontwikkeling te geraken4 ,moge ons de wijze waarop1 en de weg waar langs dit bewustzijn tot ons komt1 volkomen onbekend zijn2 het schijnt toch dat ons denkvermogen met stoffelijke krachten allengs in ons ontwaakt2 de loop der gansche zaak schijnt ons raadselachtig toe1 dewijl het embryo1 de kiem in het ei1 het bevruchtende zaad nog geen bewustzijn bezitten en wij ons het tijdstip niet meer kunnen herinneren1 waarop wij voor de eerste maal tot ons zeiden3 ik ben2--thans zijn wij echter inderdaad en het bewustzijn is in ons ontwaakt----2 laat ons voor een oogenblik in eene nadere beschouwing van den bliksem treden3 hoevele menschen hebben niet1 gedurende verscheidene eeuwen1 geloofd dat elke bliksemstraal een afzonderlijk iets was1 dat door de hand van een bovenmagtig wezen1 min of meer in de gedaante van een dondersteen1 uit den hemel werd geslingerd2 maar zij kenden de bron1 de algemeene kracht niet waaruit de bliksemstralen voortvloeijen1 evenmin als den weg1 de wet die deze kracht tot aan hare ontlading volgt6 en hoe vele pogingen van de natuurkundigen1 hoe vele proefnemingen en scherpzinnige onderzoekingen heeft het niet gekost om de wetten der electriciteit na te vorschen1 als het ware de wegen te leeren kennen1 welke de electriciteit volgt en de omstandigheden die daarop invloed uitoefenen1 totdat de schitterende bliksemstraal te voorschijn komt6--,zouden wij nu daarom niet aan het bestaan der ziel gelooven1 dewijl voor ons kenvermogen de weg in duisternis is gehuld1 langs welken zij in ons binnenste komt8 ,het denkvermogen1 het bewustzijn in den mensch aanwezig1 is tevens het eenige onomstootelijke bewijs van het bestaan van ,god1 dewijl alle andere aangevoerde bewijzen eerst van dit feit van het bewustzijn uitgaan en daarop steunen4 ,ik denk1 derhalve ben ik4 ,ik ben3 ,god is4--,dit heet inderdaad3 ik ben ,god1 gij zijt ,god1 hij is ,god2 gindsch zachtaardig meisje hetwelk den kranke of gewonde zoo liefderijk verpleegt1 is ,god evenzeer als deze sluipmoordenaar1 die zijn naaste in de duisternis vervolgt en hem van het leven berooft1 om zich van zijn geld meester te maken1--en de gruwzame tijger is insgelijks ,god evenzeer als de arme geit welke hij heeft aangetast en waarmede hij in den bloedigen muil wegsnelt4--,god is de 7bezielde7 natuur4 ,buiten haar is niets4 ,uit deze leer volgt3 ten eerste dat het voortbestaan der menschelijke ziel na den ligchamelijken dood slechts in zoo verre denkbaar is1 als aangenomen mag worden dat de algemeene wereldziel alle eigenschappen1 welke het deel zijn onzer gesoleerde d4 i4 menschelijke ziel en waaronder herinneringsvermogen1 geheugen moeten gerangschikt worden1 insgelijks1 doch in een veel hoogeren graad van volkomenheid bezit4 ,zoodra ons menschelijk aanzijn waarin ,god latent is 7als het ware zich zelven niet meer kent71 opgehouden heft te bestaan1 moeten wij1 hiernaar te oordeelen1 wederom een integrerend deel der algemeene zielkracht 7der ,godziel7 worden2 maar de herinnering onzer bij deze ziel 7eigenlijk van ons aan ons zelven1 in den toestand van het vrij zijn aan dien van het gebonden zijn7 zal eeuwig blijven bestaan4 ,de menschelijke ziel staat tot de goddelijke ziel in dezelfde verhouding als vrije tot latente warmte4--,aan te nemen dat de menschelijke ziel ook na den ligchamelijken dood nog gesoleerd--als op zich zelve staande--zal blijven voortduren1 is even ongerijmd als te gelooven1 dat elke afzonderlijke bliksemstraal als zoodanig onsterfelijk is1 terwijl toch slechts de algemeene kracht1 namelijk1 de electriciteit welke den bliksemstraal deed ontstaan1 onvergankelijk is4 ,hoe toch is het mogelijk tot het denkbeeld te komen1 dat eenig ding afzonderlijk of individueel kan bestaan1 hetwelk gelijk eens menschen geest1 nadat het ligchaam ontbonden en in andere toestanden van het materile aanzijn overgegaan is1 noch vorm noch inhoud meer bezit8--,slechts als algemeene geestelijke kracht is het bestaan der ziel denkbaar1 dewijl de natuur 7in de bijzondere gevallen1 wel is waar1 veranderlijk en aan afwisseling onderhevig7 als geheel beschouwd inderdaad vorm en inhoud heeft1 die eeuwig en onvergankelijk zijn2 de menschelijke ziel daarentegen kan als beperkt wezen1 als individu slechts zoo lang bestaan1 als het verband tusschen haar en de stof blijft voortduren4--,wat toch zou er uit al deze afzonderlijke zielen moeten worden1 indien zij elk op zich zelve en afgescheiden van elkander konden voortbestaan1 dewijl het menschelijke geslacht zich onophoudelijk vernieuwt en het tal van individuen1 indien alles op dien voet nog eenige millioenen jaren voortgaat1 ten slotte tot in het oneindige moet aangroeijen8 ,de geologie leert ons dat er eenmaal een tijdperk was1 gedurende hetwelk nog geene menschen op de aarde aanwezig waren1 hoewel zij1 door allerlei dieren bewoond1 reeds vele millioenen van jaren had bestaan4 ,slechts hetgeen nimmer een aanvang had1 dat kan eeuwig en onsterfelijk zijn4 ,wij menschen echter zijn slechts gedachten ,godes en kunnen alln in zijne herinnering voortleven4 ,er komen misgeboorten voor die op een gemeenschappelijk ligchaam twee koppen en halzen hebben1 of uit twee geheel afzonderlijke ligchamen bestaan welke slechts op eene plaats aan elkander verbonden zijn1 gelijk het geval was met de bekende ,siamesche gebroeders ,chang en ,eng in de streek van het zwaardvormig kraakbeen of met de ,hongaarsche gezusters ,helena en ,judith die slechts met de achterzijde des ligchaams aan het heiligbeen vereenigd waren en den ouderdom van #bb jaren bereikten4 ,in deze gevallen behooren vele aandoeningen en verrigtingen des ligchaams gemeenschappelijk aan beide individuen en de gewaarwordingen in het onderste gemeenschaplijke deel van het ligchaam wekken gelijke denkbeelden op te gelijker tijd in beider brein4 ,hoe zal nu hier met de zielen gehandeld worden1 indien deze afzonderlijk moeten voortleven8 ,ten tweede4 ,de mensch bezit geen vrijen wil1 evenmin als de plant en het dier4 ,mag van de bij gezegd worden dat zij een vrijen wil bezit1 wanneer zij cellen bouwt en honig verzamelt1 moet zij zulks niet doen8--,weet de kruisspin hoe de draad in haar binnenste wordt gevormd1 waaruit zij haar net spint2 kent zij de reden waarom zij juist zulk een regelmatig web spint1 welks draden gedeeltelijk uit n punt uitloopen om hetwelk de overigen concentriek worden gesponnen8 heeft het van haar afgehangen dat zij niet eene bij1 maar wel eene spin is8--spint zij daarentegen niet1 dewijl zij door hare bewerktuiging1 door eene zekere aandrift onwerstaanbaar daartoe gedwongen is8--,is de hond vrij1 wanneer hij zijn meester volgt1 weet hij waarom hij getrouw1 waarom hij hond is8 kan hij het veranderen--is de mensch in staat te veranderen dat hij mensch is1 dat deze roodkleurige1 gene zwarte haren heeft8 ,heb ik het geringste tot mijn ontstaan bijgedragen1 ben ik niet geheel en al buiten mijn toedoen op de aarde geplaatst en zal ik niet op gelijke wijze1 zonder dat ik daartoe de vergunning geef1 van de wereld worden afgehaald1 zonder dat ik kan te weten komen1 wanneer deze gebeurtenis die mij van zoo nabij aangaat1 zal plaats grijpen8--,is het mijne schuld1 dat ik driftig van aard ben1 terwijl ik liever een phlegmatisch temperament had gehad1 dat ik niet in ,hongarije1 maar aan de ,hollandsche kust ter wereld ben gekomen1 dat mijne ouders ,christenen en geene ,joden waren1 dat ik een driftigen aard van mijn vader1 eene groote gevoeligheid van karakter heb overgerfd van mijne moeder8--,weet ik waarom ik een afkeer gevoel voor wortelen en rapen of voor stokvisch en om welke reden ik gaarne spinasie en bloemkool eet8 ,is dat alles niet geheel en al gedwongen8 ,hoe kan de mensch een vrijen wil hebben1 daar hij van al hetgeen aan hem is1 zelf niets heeft gevormd1 maar dewijl alles zoo en juist zoodanig als het is1 hem gegeven is geworden8--,slaat zijn hart niet naar werktuigelijke en natuurkundige wetten1 even als een uurwerk zoo en zoo vele malen in elke minuut zonder zijn toedoen1--haalt hij niet1 geheel onbemerkbaar1 zoo en zoo vele keeren adem in elke minuut en moet hij dit niet doen1 ten einde niet te stikken en op die wijze het leven te verliezen8 ,dwingt de honger hem niet om voedsel tot zich te nemen1 noodzaakt de dorst hem niet tot drinken1 dwingt hem de wellust niet met kracht tot vleeschelijke liefde 7ten einde door voortplanting het menschelijke geslacht in stand te houden71--verpligt hem niet een pijnlijk gevoel1 de overblijfselen der verteerde spijzen 7benevens andere afgescheidene stoffen7 uit het ligchaam te verwijderen--en houdt de vrees voor den dood hem niet terug van in het water te springen1 dewijl hij in het leven blijven moet8--,in dit alles ligt niets vrijwilligs4 ,nu echter zegt men1 de geest1 de ziel is toch vrij6--,neen2 ook deze is niet vrij4 ,ziel en ligchaam1 kracht en stof zijn slechts n geheel en ook deze ziel werd ons met de stof gegeven zoo als zij is1 dat wil zeggen1 in zoodanige verbinding met de bewerktuigde stof dat zij zich onder de bepaalde omstandigheden welke invloed er op uitoefenden1 niet anders ontwikkelen kon en zich thans niet anders uiten kan dan--juist zoo als zulks geschiedt4 ,de domme zou ongetwijfeld liever schrander zijn1 indien het van hem afhing2 de platte of ingedrukte vorm des schedels veroorlooft het hem niet4 ,de verlichte heeft zijne bekwaamheid 7de aanleg om verlicht te zijn7 in het hoog gewelfde voorhoofd van de natuur ontvangen en kan niet dom en bijgeloovig zijn1 al wilde hij zulks1 en even zoo is het den goeden1 deugdzamen mensch onmogelijk1 slecht en misdadig te handelen1 terwijl de booze mensch zich menigwerf door eene onwerstaanbare neiging tot het plegen van misdaden gedrongen gevoelt4 ,ongetwijfeld 7antwoordt men hierop7 kunnen ligchamelijke omstandigheden invloed uitoefenen op de zedelijke handelingen des menschen1 maar desniettemin blijft ons besluit1 de laatste uiting van onzen wil toch vrij4 ,indien ik heden of morgen naar de kerk of naar den schouwburg wil gaan en ik met het volle bewustzijn van mijn voornemen van twee dingen het eene kies1 b4 v4 wanneer ik den meer gemakkelijken1 maar langeren weg vermijd en den korteren weg insla1 hoewel hij smal en glibberig is1 of indien het leven mij ten last is en ik aanstalten tot zelfmoord maak1 wie of wat verhindert mij het eene te doen of het andere te laten8 is in al deze gevallen mijn wil die tot het een of het andere besluit1 niet vrij8--,neen2 deze vrijheid is eene begoocheling2 onze wil schijnt ons toe vrij te zijn1 dewijl de natuurlijke band welke oorzaak en gevolg verbindt1 voor ons oog verborgen is1 of dewijl de verschijnselen te ingewikkeld1 te zamgesteld zijn1 dan dat het verband naar de wetten die het regelen1 duidelijk door ons zou worden ingezien4 #db ,dat een dergelijke zamenhang niettemin werkelijk bestaat1 dat insgelijks de verschijnselen in den zedelijken kring waarin de mensch zich beweegt1--zijne denkbeelden1 zijne besluiten1 zijne handelingen--de noodzakelijke gevolgen van natuurlijke oorzaken zijn die haren invloed op hem uitoefenden1 dit leeren ons de onderzoekingen van ,quetelet #dc en van ,fransche en ,engelsche staathuishoudkundigen1 waaruit is gebleken dat het aantal misdaden van elke soort steeds eene bepaalde breuk van het getal der bevolking is1 op grond waarvan men 7indien de omstandigheden onveranderd dezelfden blijven7 vooraf kan opgeven1 hoe vele diefstallen1 hoe vele moorden uit jaloezij1 moorden uit hebzucht1 hoe vele kinder- en zelfmoorden 7gemiddeld genomen7 binnen den tijd van een jaar onder de bevolking der verschillende landen en klimaten voor een bepaald aantal individuen1 b4 v4 eene misdaad op duizend of #fjj individuen--gepleegd zullen worden4 ,gelijk bekend is heeft de groote ,belgische sterrekundige deze statistieke regelmatigheid in de verrigtingen van den menschelijken geest het eerst door vaste getallen aangetoond en bewezen1 dat insgelijks onze zedelijke eigenschappen1 even als de neiging3 aan de verlokkingen 7ten kwade7 die invloed op ons uitoefenen1 aan de hartstogten welke ons in beweging brengen1 gehoor te geven 7waaruit misdaden ontstaan71 aan vaste wetten gebonden zijn4 ,het regtstreeksche physiologische bewijs dat de wil door stoffelijke bewegingen1 door electrische stroomingen in het zenuwstelsel wordt te weeg gebragt1 is in de latere jaren door ,du ,bois-,reymond1 ,moleschott en anderen geleverd geworden2 ik zal trachten den lezer het hoofdzakelijke omtrent dit punt mede te deelen4 ,bewegende en gevoelende zenuwdraden loopen van alle deelen in den omvang des ligchaams naar de hersenen en het ruggemerg1 waar zij digt nevens elkander liggen4 ,de gevoelende zenuwdraden 7of gelijk men zegt terugwaarts loopende draden7 planten de indrukken of den prikkel van de oppervlakte des ligchaams voort naar de hersenen1 waar zij deze op eenen bewegenden 7of regtloopenden7 zenuwdraad overbrengen1 welke nu de stoffelijke verandering weder naar den omvang des ligchaams1 tot in de spieren voortplant1 die zich zamentrekken 7verkorten7 en het lid daardoor bewegen4--,eene beweging wordt willekeurig genoemd1 indien in de hersenen de prikkel der gevoelende zenuwdraden1 als gewaarwording tot bewustzijn komt1 alvorens de beweging plaats heeft1 derhalve dan wanneer de gevoelszenuwdraad den indruk des prikkels tot aan de hersenen sterk genoeg voortplantte2--overgebragte of reflexbeweging echter wordt de zoodanige geheeten1 waarbij de prikkel volstrekt niet of slechts zeer zwak het bewustzijn er van in de hersenen deed ontstaan4 ,indien een slapende 7zonder te ontwaken7 zich met de hand wrijft ter plaatse1 waar hij door eene mug wordt gestoken1 dan heeft er eene reflexbeweging plaats 7hij gevoelt den steek niet1 het overbrengen van den prikkel in de hersenen van den gevoelszenuwdraad op de bewegende draad geschiedde zonder dat hij vooraf tot bewustzijn kwam72--wanneer de gewaarwording echter tot bewustzijn opklimt1 wanneer een wakende naar de mug slaat1 dan noemt men de beweging welke hij maakt 7zeer oneigenlijk7 eene willekeurige beweging4 ,tusschen beiden bestaat echter geene scherpe grens2 want hoe onverwachter wij een wakende kittelen1 des te zekerder is het dat hij zal lagchen1 en menigwerf ontwaakt een slapende nog1 nadat de onwillekeurige beweging reeds had plaats gehad1 hij hoort b4v4 slechts nog den zwakken nagalm des donders welke hem heeft doen ontwaken4 ,even als het geval is met de prikkels welke door middel van het zintuig des gevoels en des gehoors op ons werken1 zoo is het ook gelegen met de overigen1 b4 v4 met het licht dat het netvlies van het oog prikkelt4 ,wanneer wij een boek of een brief lezen die ons tot het verrigten eener daad opwekt1 dan geschiedt hier volkomen hetzelfde1 maar de gewaarwording deelt zich door middel van de oogzenuw mede aan de hersenen en gaat van daar door de bewegingszenuwdraden naar de andere organen of ligchaamsdeelen4 ,proefnemingen met de meest mogelijke naauwkeurigheid gedaan1 hebben het bewijs opgeleverd dat al deze bewegingen geschieden door middel van electrische stroomingen in de zenuwen en spieren1 en wij kunnen den arm niet buigen zonder dat een electrische stroom van de hand naar den schouder gerigt worde4 ,de electrische stroomingen en hare veranderingen kunnen wederom slechts ontstaan ten gevolge van veranderde stoffelijke toestanden in de zenuwen en in de hersenen 7te weeg gebragt door zinnelijke prikkels71 en derhalve kan zonder eene dergelijke stoffelijke verandering geene beweging tot stand komen4 ,de beweging kan derhalve niet het uitvloeisel zijn van een zoogenaamden vrijen wil1 maar de wil zelf is slechts de noodzakelijke uitdrukking van een toestand der hersenen1 ontstaan en gewijzigd door een invloed van buiten4 ,zelfs wanneer de natuuronderzoeker eene proefneming doet1 is dit geene daad van den vrijen wil2 want de proefneming is het gevolg eener gedachte en de gedachte is eene beweging der stof1 welke zelve wederom het gevolg eener zinnelijke waarneming was4 ,hoe toch kan de mensch een vrijen wil hebben1 daar hij van het hoofd tot de voeten1 van de moederlijke borst tot aan het graf geheel gedwongen is hetgeen hij is1--daar hij niet in staat is het kleinste haar zijns ligchaams te laten groeijen of te doen uitvallen1 wanneer hij zulks mogt wenschen1 en daar hij zelfs de vlugtigste gedachte zijner ziel niet als het uitvloeisel kan beschouwen van een eigenmagtigen wil4 ,ja1 indien ik zeggen kon3 tijd1 sta een oogwenk stil1 en hij stond werkelijk stil1 dan was ik vrij4 ,maar zelfs staande den duur dezer gedachte leeft de tijd in mij voort1 de gedachte zelfs is slechts een gewrocht des tijds3 hoe kan zij dan vrij zijn8 hoe kan ik een vrijen wil hebben8 ,ik wordt immers door overmagtige krachten zonder ophouden voortgestuwd6 ,de mensch is het gewrocht van ouders en voedster1 van plaats en tijd1 van lucht en wersgesteldheid1 van voedsel en kleeding1 van geluid en licht4 ,zijn wil is het noodzakelijke gevolg van al die oorzaken1 gebonden aan eene natuurwet1 die wij aan de verschijnselen er door te weeg gebragt1 herkennen4 ,de wilsuiting staat als werking steeds in eene regte rede tot de oorzaak welke haar voortbrengt4 ,zou b4v4 de beschouwing welke ik in dit opstel heb ontwikkeld1 of het op 't papier brengen er van1 ja1 slechts een enkele der daarin voorkomende woorden1 het resultaat van mijn vrijen wil zijn8-- ,bezwaarlijk kan zulks het geval zijn2 ik kan niet anders denken1 ik moet zoo denken2 het is niet anders dan het noodzakelijke gevolg van oorzaken1 die hare werking op mij hebben uitgeoefend en waarvan eenigen 7zoo als b4 v4 het vergaan van een schip met vele mij dierbare personen7 mij bekend1 anderen mij niet bekend zijn1 of waarvan ik ter naauwernood eenig vermoeden kan hebben1 maar die mij niettemin tot nadenken bragten en dit tegenwoordige geschrift als het resultaat der eerste werking ten gevolge hadden4 ,niets kan vrij zijn1 dat in tijd en ruimte leeft4 ,slechts wat tijd en ruimte zelf is1 d4 i4 ,god1 kan een vrijen wil hebben4--,en indien iemand gelooft dat ,jezus ten hemel gevaren is1 een ander daarentegen het niet gelooft1 zelfs zijne stem er tegen verheft en boeken schrijft waarin hij dat geloof als een schadelijk bijgeloof verwerpt3 wie van beiden heeft dan een vrijen wil8--beide8--of is het gelooven bij genen en het niet gelooven bij dezen niet een gevolg van natuurlijke oorzaken en omstandigheden des levens1 die op ieder van hen op verschillende wijze en in verschillende mate invloed hebben uitgeoefend8--,kunt gij1 broeder ,dag1 b4 v4 gelooven wanneer gij wilt1 dat ,god een zoon of eene dochter1 of eene moeder en grootmoeder heeft8 ,ik betwijfel het en even onmogelijk zal het genen zijn1 zoo te denken en te gelooven of niet te gelooven1 als de ziel in uwe hersenen doet4 ,eene onverbiddelijke natuurwet maakt ons tot hetgeen wij zijn4 ,wij moeten zoo handelen1 zoo denken gelijk ieder doet4 ,hier sta ik1 ik kan niet anders4 ,god helpe mij4 ,amen1 zeide ,luther en ik voeg er bij3 wij denken eigenlijk niet1 wij leven niet1--wij zijn hier niet uit eigen wil1 wij zijn niets uit vrije keuze1--vroeger waren wij niet1 later zullen wij niet meer zijn3--wij worden geleefd4 ,wij zijn gedachten ,godes4 ,ons uiterlijke staat onder den invloed der algemeene natuurkrachten en ons binnenste gehoorzaamt 7gelijk een nieuwe1 geestige denker zegt7 aan drie absolute1 goddelijke magten--rede1 wil en liefde--welke ons bezielen1 drijven1 beheerschen en die volstrekt onwerstaanbaar zijn4 ,er kan slechts een vrije wil in de gansche wereld zijn en deze zelfs schijnt ons toe niet vrij te zijn1 dewijl hij zich slechts uit naar vaste wetten1 waarvan hij 7zoo ver menschelijke waarneming reikt7 nog nimmer is afgeweken4 ,ten derde4 ,er bestaat geen absoluut onderscheid tusschen goed en kwaad1 dewijl het kwade slechts de noodzakelijke tegenstelling1 de schaduwzijde van het goede is4 ,alle individuen zijn goed in hunne eigene schatting en wie zou willen beweren1 dat de tijger of wolf onregt pleegt wanneer hij1 om het leven te behouden1 gedwongen is eene arme geit of een mensch te dooden en op te vreten8--,indien nu echter de mensch geen vrijen wil heeft1 maar de wil een aan vaste wetten onderworpen natuurverschijnsel1 een noodzakelijk gevolg van voorafgegane oorzaken is1 dan wordt daardoor--'t is waar--aan de zedeleer1 in den gewonen zin1 haar grondslag ontnomen en de toerekenbaarheid1 de verantwoordelijkheid van het individu houdt op te bestaan4 ,er behoort derhalve een andere maatstaf ter hand te worden genomen ter beoordeeling van goed en van kwaad1 van deugd en ondeugd1 dan vroeger is gebezigd4 ,deze zedelijke maatstaf moet worden gevonden in de natuur des menschen zelve4--,goed is1 hetgeen op een bepaalden trap van ontwikkeling beantwoordt aan de behoefte der menschheid2 kwaad is1 dat strijdt met hetgeen zij vereischt--en het regt om te straffen ligt in de ingeschapen zucht tot zelfbehoud1 welke het geslacht beheerscht4 ,het regt daartoe wordt grooter naar gelang van de behoefte er aan4 ,de straf zelve wordt slechts dan tot eene misdaad1 wanneer zij 7gelijk de doodstraf7 onmenschelijk1 wanneer zij gruwzaam is4 ,er blijft derhalve voor het gezellige verkeer niets anders over1 dan de gewone verhouding der theorie tot de praktijk om te keeren en het gemis aan vrijen wil als eene praktische waarheid te beschouwen1 maar daarentegen theoretisch aan te nemen en zich in te beelden dat de mensch een vrijen wil heeft en overeenkomstig hiernaar te handelen1 hetgeen in het empirisch leven buitendien reeds ieder doet4--,de tegenwerping dat het geloof aan een niet vrijen wil een verlammenden1 verzwakkenden invloed op het karakter zou uitoefenen en dat de leer der onverantwoordelijkheid het individu tot zucht naar genot1 tot buitensporige bevrediging van zinnelijke lusten zou vervoeren1 steunt op geen redelijken grond1 en wel hierom dewijl de wil aan vaste wetten is gebonden1 dewijl hij een natuurverschijnsel is en de mensch niet in staat is zijne hartstogten naar willekeur bot te vieren4--,de grondslag der zedeleer behoort te zijn3 de overtuiging1 dat de deugdzame en wijze mensch meer geluk en meer genot in het leven zal hebben1 dan de booze en domme2 men moet de menschen inprenten en hen aansporen op grond hiervan naar deugd en wijsheid te streven4 ,tegen deze mijne beschouwing--welke ,god voor de natuur zelve houdt en in alles wat leeft1 slechts ,god ziet1 dat wil zeggen gedaanteveranderingen ,gods1 of verbindingen der wereldziel met verschillende deelen en hoeveelheden stof1 als het ware 7op de wijze der ,brahminen gesproken7 vleeschwordingen ,gods1--mag de tegenwerping niet worden gemaakt1 dat dan de gansche wereld een kluchtspel zou schijnen te zijn1 een spel van ,god met zich zelven1 waarin geen zin1 geen redelijk doeleinde is te ontdekken6--,wanneer ik u thans vraag wat dan naar uwe wijze van beschouwing het eigenlijke doel des levens zijn moet1--waar dit bonte1 veelvormige en aan vele wisselvalligheden onderhevige aanzijn der schepselen die elkander menigwerf verslinden1 zou heenvoeren2 waarheen het onophoudelijk drijven der menschen zou geleiden1 die elkander zoo menigwerf beoorlogen en in den krijg of door epidemische ziekten dikwerf bij duizenden plotseling weggeraapt worden en die op elkander bij millioenen van geslachten volgen1 waarvan het eene geslacht uit de graven van het voorbijgegane opgroeit2--wanneer ik u nu vraag1 wat dan het eigenlijke doel is der gansche in de ruimte bestaande en door den tijd doorleefde wereld8 welk antwoord kunt gij mij daarop geven dan nescio1 of zij is een droom1 eene gedachte van den wereldgeest1 of indien gij toch iets wilt zeggen om althans een streven naar een doel uit te drukken en waartoe geologische nasporingen gegronde aanleiding geven3 de wereld ontwikkelt zich naar een onbekend6 doel2 alles wordt beheerscht door eene alles doordringende wet van gestadige herschepping en omzetting1 welke zich echter doet kennen als eene voorwaarts strevende1 meer de volkomenheid naderende ontwikkeling2 waar en waarmede deze echter aanving en waarheen zij zal geleiden1 wanneer en waarmede zij zal eindigen1 hiervan is ons niets bekend4 ,wat betreft de ontwikkeling der bewerktuigde wezens1 ten deze opzigte wordt door de meeste natuuronderzoekers geen twijfel meer gevoed1 dat de onderscheidene soorten van planten en dieren niet dadelijk van den aanvang af die mate van volkomenheid hebben bezeten1 welke wij thans bij hen waarnemen1 maar dat in de groote geologische tijdperken scheppingen van hooger bewerktuigde planten en dieren op lager staande1 op meer eenvoudige zijn gevolgd en dat minder volkomen wezens gedurende den loop van duizenden1 ja1 millioenen van jaren--door van lieverlede plaats grijpende veranderingen in hunnen bouw1 welke gelijken tred hielden met veranderingen van klimaat 7warmte1 drukking der lucht1 vochtigheid1 grooteren of geringeren rijkdom der atmospheer aan koolzuur en vele andere omstandigheden in verband staande met de natuur1 welke hen omringt71--zich tot hoogere volkomenheid hebben ontwikkeld4 ,naar de analogie te oordeelen1 was ook de mensch niet van den aanvang af hetgeen hij thans is1 maar heeft ook hij verschillende physische ontwikkelingsgraden doorloopen1 waarmede ongetwijfeld ook de telkens zich kenbaar makende zielsuitingen even als alle andere hoedanigheden in overeenstemming waren1 wat betreft de mate harer volkomenheid of onvolkomenheid4 ,indien op grond van sommige nieuwe onderzoekingen als waarschijnlijk mag worden aangenomen1 dat de menschen uit een apengeslacht zijn voortgesproten en dat onze oudste voorvaderen apen 7,chimpanse's of ,orang oetang's en ,pongo's7 zijn geweest1 daarin moge voor onzen trotsch iets vernederends gelegen zijn2 maar het is niet te min waar1 dat de ligchaamsbouw der onvolkomenste menschen welke tegenwoordig op de aarde leven1 de oorspronkelijke bewoners van ,nieuw-,holland 7,australi7--in den vorm van gelaat en schedel1 dikken buik1 hunne lange1 smalle ledematen en dunne kuiten--eene groote mate van overeenkomst hebben met de vormen der hoogere aapsoorten1 welke zij in hoedanigheden des geestes slechts weinig overtreffen1 dewijl zij eene hoogst onvolmaakte taal hebben1 een geheel dierlijk leven leiden1 geene vaste woonplaatsen bezitten1 geene hutten bouwen en niet verder dan tot #g kunnen tellen4 ,door de geloofwaardigste reizigers is daarentegen bevestigd geworden1 dat de #e #f voet hooge ,chimpanse 7,pithecus ,troglodites7 hutten bouwt1 zich bij het gaan van afgebrokene takken bedient en daarmede slagen uitdeelt1 negerinnen rooft welke hij in eene gruwzaam wellustige gevangenschap houdt1 en dat men hen 7tam gemaakt zijnde7 zeer gemakkelijk kan leeren aan tafel aan te zitten even als een mensch1 of achter den stoel te staan om te bedienen4--,dat de geestvermogens bij de dieren van die des menschen niet in aard 7qualitatief71 maar slechts in de mate welke zij er van bezitten 7quantitatief7 verschillen1 dat leert ons op eene onwedersprekelijke wijze eene onbevooroordeelde beschouwing hunner zielsverrigtingen en eene opmerkzame vergelijking van hunne hersenen en van hunnen schedel met dien van het ,australische menschenras1 der negers en van het ,kaukasische menschenras4 ,door het verstand van den hond bestaat de wereld1 zegt een der oudste gedenkteekenen van menschelijke beschaving1 de heilige schrift der ,zend ,avesta1 en langs welken weg1 in welke verbinding met organische stof1 in welken dierlijken vorm het verstand het eerst op aarde gekomen 7dat wil zeggen1 uit de stof het eerst zich een weg heeft gebaand1 tot ontwikkeling gekomen7 is1 dat weten wij niet4 ,elk landbouwkundige kent het merkwaardige verschijnsel dat het gevolg is van het kruisen van rassen onzer tamme dieren1 waaruit steeds edeler vormen voortspruiten4 ,ook de bastaarden der verschillende menschenrassen zijn vruchtbaar4 ,om de bestendigheid der soorten 7species7 wat de verschillende dieren betreft1 te bewijzen en aan te toonen dat de onderscheidene diersoorten1 wel is waar1 bastaarden kunnen verwekken1 maar dat zij niet zamensmelten1 dat geene tusschenvormen1 tot de voortteeling geschikt1 kunnen worden voortgebragt1 beroept men zich gewoonlijk op de bastaarden welke het gevolg zijn eener paring van een ezel met eene merrie1 zoomede van een hengst met eene ezelin1 op de muildieren en muilezels welke in den regel onvruchtbaar zijn4 ,maar in dit opzigt is onze ervaring zeer beperkt en strekt zij zich uit over een zeer gering getal soorten4--,niet alle gevallen waarin individuen van onderscheidene diersoorten zich gepaard en bastaarden geteeld hebben die weder vruchtbaar waren1 zijn ter mijner kennis gekomen4 ,van het konijn 7,lepus ,cuniculus ,l47 met den gemeenen haas 7,lepus timidus ,l471 en van dezen met den ,alpen- of witten haas 7,lepus variabilis ,l47 is het echter bewezen2 ook de bastaarden van gemzenbokken 7,antilope ,rupicapra ,l47 met tamme geiten 7,capra ,hircus ,l47 #dd1 van vossen 7,canis vulpes ,l47 met teeven 7,canis familiaris ,l471 van honden met wolvinnen 7,canis ,lupus ,l471 en van steenbokken 7,capra ,ibex ,l47 met geiten1 waren vruchtbaar4 ,er bestaat wijders volstrekt geen grond om aan te nemen dat1 behalve de hier genoemden 7waarbij het toevallig werd waargenomen71 niet nog vele andere verschillende diersoorten vruchtbare bastaarden kunnen teelen1 indien slechts de bouw hunner geslachtsdeelen zoodanig is1 dat de paaring kan plaats grijpen4 ,en mogten de bastaarden van eenige dezer dieren thans onvruchtbaar zijn1 dan mag hieruit nog niet het besluit worden getrokken dat de bastaarden van andere diersoorten in den voormaligen tijd1 onder den invloed van een geheel ander klimaat onvruchtbaar waren4--,om kort te gaan1 het voortteelingsvermogen der bastaarden van een aantal verschillende diersoorten van den huidigen tijd is bewezen4 ,stel nu1 dat eenige ,chimpanseapen negerinnen hadden bezwangerd en dat de bastaarden1 door haar gebaard1 onderling zich voortplanten1 later dan weder met negers of ,australirs 7welke laatstgenoemden onder de menschen op den laagsten trap staan en het meest met ,chimpanse's overeenkomen7 zich vermengen1 waaruit individuen ontstaan die reeds eene meerdere volkomenheid bezitten als de eerste bastaarden van apen en negerinnen1 en die zich later met individuen van het ,kaukasische ras paren en kinderen ter wereld brengen1 dan zal het tweede en derde geslacht dezer laatsten1 indien zij zich in een gunstig klimaat kunnen ontwikkelen1 geene grootere overeenkomst met een ,chimpanse meer hebben dan tusschen ,lord ,palmerston en een ,papoea bestaat1 of tusschen eene goed gevormde ,lady en eene ,hottentotsche vrouw1 die wel is waar geen vetstaart draagt gelijk de schapen in haar land inheemsch1 maar niettemin aan haar ligchaam zeer overeenkomende uitwerkingen der eigenaardige gesteldheid van dit land en zijn klimaat vertoonen kan1 even als het schaap4 ,het gemis eener geschiedenis die verder reikt dan tot op #e #fjjj jaren vr onzen tijd2 de niet opgehelderde duisternis1 waarin de oorsprong van het menschelijke geslacht zich verliest1 strekt even zoo zeer ter bevestiging van de hier voorgedragene beschouwing1 als de trapsgewijze opklimming van het eenvoudigste tot het meest zaamgestelde1 welke in de gansche natuur wordt waargenomen1 en even zoo zeer als de slechts van lieverlede meer volkomen wordende1 voortgaande ontwikkeling van elk individu1--en de reden er van is waarschijnlijk juist hierin gelegen dat de mensch niet onmiddellijk als zoodanig1 in die volkomenheid welke hij thans in het ,kaukasische ras heeft bereikt1 geschapen werd1 maar dat hij1 na uit eene volmaakter gevormde apentype langzamerhand te zijn ontstaan1 welligt nog duizende jaren noodig had1 om uit zijn half dierlijken toestand welke overeenkwam met dien der ,boschjesmannen of der oorspronkelijke bewoners van ,nieuw-,holland1 tot eene meerdere volkomenheid op te klimmen1 zich trapsgewijs en familien- of rasgewijze te veredelen1 te ontwikkelen4 ,daar echter de wereldziel welke zich met de stof verbindt ten einde zich zinnelijk te openbaren1 naar voor ons raadselachtige1 misschien voor immer onnaspeurlijke wetten1 zich op geene andere wijze uit1 dan evenredig en overeenkomstig aan de vormen welke zij telken male aangenomen en de organen die zij gevormd heeft1 en welke wijze volkomen overeenstemt met de verschillende stoffelijke zamenstelling dezer organen--b4 v4 met het spinwerktuig bij de spin1 met het zangorgaan bij den nachtegaal1 met de kleinere hersenen bij den aap 7die meer regelmatige kronkelingen en minder talrijke1 in hunne omtrekken onderling meer overeenkomende schiereilanden hebben71 met de grootere en zich vooral door een veel grooteren voorhoofdslap kenmerkende hersenen bij den mensch 7waarvan de hemispheren de kleine hersenen geheel en al bedekken71--kan hieruit1 wel is waar1 het vermoeden ontstaan1 dat insgelijks het menschelijk geslacht zoowel naar het ligchaam als naar den geest steeds tot hooger volkomenheid zal opklimmen1 maar te gelijk volgt daaruit eene nieuwe bevestiging van mijne beschouwing3 dat de mensch geen vrijen wil hebben kan4 ,welligt zult gij hierop antwoorden dat het een denkbeeld zou moeten genoemd worden ,gode onwaardig1 indien men aannam dat hij de drijfkracht1 de ziel is in gindschen aap1 in den krokodil1 in den vraatzuchtigen wolf of in den bloeddorstigen tijger2 dat dezelfde ,god die hier in de gestalte eener barmhartige zuster met opofferende liefde een kranke verpleegt1 of ginds in een ,kant of ,newton nadenkt over de wetten van het zuiver verstand1 of over de zwaartekracht welke de gansche wereld beheerscht1--insgelijks in genen dief of moordenaar werkzaam is1 die zijne bijl wet tot het plegen der roekelooze daad1 of die in het nachtelijke duister bij zijn buurman inbreekt om hem te berooven1 of in dien vijand des lichts die op den drievoudig gekroonden stoel te ,rome zit en plannen smeedt om het menschelijke geslacht in onwetendheid te dompelen en in slavenboeijen te klinken2----dit toch zou geene wederlegging mijner beschouwing1 hoogstens eene tegenwerping mogen heeten1 waarop ik u onder anderen zou kunnen antwoorden1 dat de tijger die het lam verscheurt1 of de kat welke eene vreedzame muis van het leven berooft1 indien zij over hunne handelwijze konden nadenken1 zeer zekerlijk in hunne eigene oogen1 even als in de onzen volkomen geregtvaardigd zouden zijn1 dewijl de ijzeren natuurwet hen onwerstaanbaar dwingt andere levende wezens te vermoorden1 ten einde zelven in het leven te kunnen blijven en dat op gelijke wijze elke dief1 of moordenaar1 of bedrieger eene verontschuldiging voor zijne misdaad en voor het door hem gepleegde bedrog zou kunnen opgeven welke hem1 althans bij gelegenheid van de volvoering der daad1 in zijne eigene oogen regtvaardigt4 ,er bestaat voor ons geene absolute mate van goed en kwaad1 dewijl elke maatstaf dien wij ter hand kunnen nemen1 slechts een vergelijkende of betrekkelijke maatstaf is1 afhankelijk van den graad van beschaving dien wij hebben bereikt1 van het standpunt waarop wij staan en van waar wij iets beoordeelen4 ,zelfs van het geloof aan een persoonlijken ,god kunt gij geen meer zekeren maatstaf ontleenen4 ,want stel1 dat gij ,god van de natuur scheidt en hem als een koetsier op den bok laat zitten en de teugels der natuurwetten in ,hoogstdeszelfs eigene handen nemen1 ten einde de vele duizende krachten welke in de wereld werkzaam zijn1 in hare behoorlijke baan te houden en voortdurend zelf te besturen3 dan moet gij toch in elk geval toegeven dat deze ,god insgelijks den tijger bestuurt1 zoomede den teugel des wolfs die met het lam in den bloedigen muil wegsnelt1 in de hand houdt1--dat hij mede aan den moordenaar1 aan den dief den weg wijst1 of 7indien gij dit liever wenscht te hooren7 de teugels somwijlen loslaat1 opdat de dief of moordenaar zijn eigen weg gaan en de misdaad bedrijven kan4 ,gij moet dan toch toestemmen dat uw persoonlijk regerende 7almagtige7 ,god het kwaad1 het booze1 de zonde1 het ongeluk1 b4 v4 het stranden en vergaan van een schip1 aan boord waarvan zich #gb ten deele zeer onschuldige en goede menschen bevonden1 toelaat4--,en nu vraag ik u1 heeft het niet volkomen dezelfde beteekenis1 is het1 wat den zin betreft1 ten slotte niet volkomen hetzelfde1 wanneer men zegt gelijk de ,christenen doen3 de persoonlijk regerende1 ,almagtige ,god laat het booze toe1 veroorlooft den tijger en den menschelijken booswicht te rooven en te moorden1--of wanneer men zegt gelijk broeder ,avondrood doet3 de tijger1 de moordenaar is ,god zelf1 dat wil zeggen eene vereeniging der wereldziel met verschillendsoortig gevormde stof4-- --8 ,dat echter de kracht niet gescheiden kan worden van de stof en de uit de natuur verdrevene ,god der ,christenen slechts in hunne verbeelding bestaat1 heb ik reeds aangeduid4 ,deze ,christelijke ,god is in der daad niets anders dan de mensch1 voorgesteld als buiten zich zelven te staan3--eene som van menschelijke eigenschappen1 die men zich in eene oneindige volkomenheid denkt en versiert met den titel van al-magtig1 al-goed1 al-wijs4 ,er kan evenmin een ,god zijn zonder wereld1 als eene kracht zonder stoffelijken drager4 ,even als het wezen van elk afzonderlijk ding de som zijner eigenschappen is1 zoo kan ,god niets anders zijn dan de som van de eigenschappen der natuur1 dat is het wezen der natuur1 of met andere woorden de natuur zelve4 ,vele menschen vormen zich van datgene 't welk men het wezen van iets noemt1 de wonderlijkste1 verwardste denkbeelden4 ,het zal misschien niet ongepast1 maar in tegendeel hier de regte plaats zijn om aan te toonen1 zoo als reeds ,spinoza heeft geleerd1 dat het wezen van iets niet anders is dan de som zijner eigenschappen4 ,ten einde dit te bewijzen1 moeten wij datgene hetwelk gewoonlijk stof1 materie wordt geheeten1 wat van naderbij en grondiger beschouwen en ik verzoek u1 waarde broeders1 mij tot dat einde nog gedurende eenige oogenblikken uwe aandacht te willen verleenen4 ,ontleden wij dit begrip stof en kiezen wij tot voorwerp van ons onderzoek eenig ligchaam naar welgevallen1 welks eigenschappen ons het best bekend zijn1 b4 v4 het papier waarop wij schrijven1 dezen inktkoker met hetgeen hij bevat1 of een billardbal1 eene ijzeren staaf1 of dit stuk gemunt goud dat ik hier in de hand heb4 ,dit goud heeft de navolgende eigenschappen1 welke ik door middel van mijne zintuigen deels regtstreeks kan waarnemen1 ten deele eerst na in het werk gestelde proefnemingen kan leeren kennen4 ,het heeft--#ao4 uitgebreidheid1 volumen1 dat wil zeggen het beslaat eene zekere ruimte1 waarin zich te gelijkertijd geen ander ligchaam bevinden kan2 het is1 zoo als de natuurkundigen zeggen1 ondoordringbaar4 ,zijne kleinste deelen worden door cohaesiekracht aan elkander gehouden4--#bo4 ,het bezit logheid 7traagheid1 vermogen om werstand te bieden71 dat wil zeggen1 het kan geene verandering in zijn toestand te weeg brengen uit zich zelf2 er is eene buiten hetzelve liggende oorzaak noodig om het te veranderen b4 v4 uit den toestand van rust in beweging te brengen4--#co4 ,het bezit de eigenschap 7ten gevolge van den invloed van andere oorzaken7 om zijn volumen te veranderen1 namelijk1 nu eene grootere1 dan weder eene kleinere ruimte te beslaan2 het laat zich tot in zekere mate zamendrukken en door middel van warmte uitzetten2 een hoogen graad van warmte geeft aan de kleinste deeltjes uitzettingskracht1 ten gevolge waarvan hun aggregatie-toestand verandert en het metaal vloeibaar1 ja1 zelfs gedeeltelijk dampvormig wordt4--#do4 ,het beslaat de ruimte welke het inneemt1 niettegenstaande zijne digtheid1 niet volkomen gelijkmatig1 maar is vol van uiterst kleine 7onzigtbare7 tusschenruimten1 waarin vreemdsoortige stoffen eene plaats kunnen vinden1 door welke b4 v4 water kan heendringen1 wanneer men een met water gevulden gouden kogel aan eene zeer zware drukking blootstelt2 het is derhalve poreus4--#eo4 ,het is in kleine en immer kleinere deelen deelbaar1 welke eindelijk zoo klein zijn dat zelfs het sterkst gewapende oog ze zinnelijk niet meer kan waarnemen en dat het bestaan er van als atomen slechts gedacht kan worden4--#fo4 ,het is zwaar1 dat wil zeggen1 het bezit de neiging om naar het middenpunt der aarde te vallen1 welke laatste benevens de vroeger genoemde eigenschappen het gemeenschappelijk met alle andere ligchamen1 dat is met de stof in het algemeen bezit4 ,buitendien heeft het nog een aantal eigendommelijke eigenschappen1 waardoor het zich van alle andere ligchamen onderscheidt4 ,het heeft een soortelijk gewigt en is 7bij nul graad temperatuur7 #ai #c_/aj maal zwaarder dan een gelijk volumen van gedestilleerd water1 dat wil zeggen1 de graad zijner digtheid of massa is zoo vele malen 7#ai1cbe7 meer dan van water4--#go4 ,indien de gewigtsverhouding 7het zoogenaamde chemische aequivalent7 van de waterstof gelijk #a gesteld wordt1 dan heeft het de eigenschap zich in de gewigtsverhouding van #aif1d met andere stoffen b4 v4 met chloor te vereenigen4 ,het aequivalent van chloor is #ce1e en met even vele gewigtsdeelen 7grein1 lood7 verbinden zich ten allen tijde #aif1d en nimmer een grooter1 nimmer een kleiner aantal gewigtsdeelen 7grein1 lood1 enz47 goud tot enkelvoudig chloorgoud en evenzoo verbindt zich driemaal zooveel chloor met hetzelfde aequivalent 7#aif1d7 goud tot drievoudig chloorgoud4--#ho4 ,deze eigenschap om zich met chloor tot drievoudig chloorgoud te verbinden1 openbaart zich wanneer men het in koningswater 7een mengsel van chloorwaterstof- en salpeterzuur7 oplost2 dan vormt het eene geele vloeistof1 die geene der vroeger genoemde en volgende eigenschappen van het goud meer bezit en waaruit enkelvoudig chloorgoud1 zoomede andere verbindingen en deze wederom met verschillende eigenschappen daargesteld kunnen worden4 ,alle andere zuren echter1 zoomede zwavel oefenen er geenen invloed op uit1 evenmin als de zuurstof des dampkrings1 waardoor het niet aangedaan wordt2 het roest niet en behoudt voortdurend zijn glans4--#io4 ,het is een goede geleider van warmte en van electriciteit4 ,zijne soortelijke warmte 7warmtecapaciteit7 bedraagt #j1jcbd1 dat wil zeggen1 indien de hoeveelheid water welke vereischt wordt1 om een gelijke gewigtshoeveelheid water van nul graad tot op #a temperatuur te verwarmen1 gelijk #a gesteld wordt1 dan is deze hoeveelheid voor het goud slechts #j1jcbd4--ajo4 ,het smelt bij sterke witgloeihitte 7van ongeveer #abjj ,c47 en wordt1 indien de stroom eener sterke electrische batterij door een gouddraad wordt ontladen1 zelfs dampvormig4 ,bij het verkoelen kristalliseert het in teerlingvorm4--#aao4 ,het bezit de hoogste mate van rekbaarheid1 meer dan elk ander metaal en laat zich door hameren tot zeer dunne blaadjes slaan4 ,het is minder vast dan ijzer1 vaster dan lood en wordt in den vorm van een draad ter dikte van #b millimeters eerst door een gewigt van #fh pond ,nederlandsch van elkander gescheiden4--#abo4 ,het heeft een sterken glans1 is ondoorzigtbaar en heeft de eigenschap die lichtstralen terug te kaatsen1 welke ons geel toeschijnen4 ,de som dezer eigenschappen is het wezen van het goud4 ,stellen wij ons nu voor1 dat deze eigenschappen1 de eene na de andere1 aan het goud worden ontnomen1 wat blijft er dan van het goud over8--,antwoord3 geen ,,goud1 derhalve niets1 volstrekt niets4--,ontnemen wij er b4 v4 de twaalfde eigenschap aan en stellen wij ons voor1 dat het goud de eigenschap3 lichtstralen terug te kaatsen1 volstrekt niet bezit1 dan zou het noch geel zijn1 noch eene andere kleur hebben1 maar daarentegen doorzigtig wezen gelijk de lucht1 derhalve voor ons volkomen onzigtbaar2--nemen wij verder voor den oogenblik aan dat zijne onder no4 #f opgetelde eigenschap3 met een gewigt #ai malen zwaarder dan water1 naar het middenpunt der aarde te drukken1--zoomede zijne #aste eigenschap1 de z4g4 cohaesie1 de kracht van zamenhang zijner kleinste deeltjes1 waardoor het zijne bepaalde grenzen en ondoordringbaarheid behoudt1 niet aanwezig zijn1--dan zou het stukje goud uit mijne hand spoorloos verdwijnen1 dewijl al de andere negen eigenschappen slechts in verband met de drie opgenoemden denkbaar zijn1 met welke zij juist die constante som uitmaken1 welke wij gewoon zijn massief of regulinisch goud te noemen4--,indien ik op gelijke wijze de eigenschappen1 welke dit stukje ijzer bezit1 of de eigenschappen van den phosphorus in mijne verbeelding er aan ontneem b4 v4 zijne geringe zwaarte 7#a1gg71 zijne gemakkelijke smeltbaarheid 7reeds bij #dd1b71 zijne doorschijnendheid1 kleurloosheid 7of geelachtige kleur71 zijne groote verwantschap met de zuurstof der lucht1 ten gevolge waarvan hij voortdurend is omringd met een rook welke in de duisternis licht van zich geeft1 wanneer hij aan den invloed des dampkrings is blootgesteld1 zijne gemakkelijke ontvlambaarheid1 enz41--wat blijft er dan van den phosphorus over8--,natuurlijk3 geen phosphorus1 derhalve algemeen genomen geene stof1 d4 i4 niets4 ,op gelijke wijze kunnen wij alle in het gemeene leven zoogenaamde stoffen of ligchamen1 zoowel enkelvoudigen als zamengestelden1 bewerktuigden als onbewerktuigden aan onze beschouwing onderwerpen1 die ons allen1 zonder eene enkele uitzondering1 dezelfde slotsom zullen opleveren3 dat er1 in den eigenlijken zin1 volstrekt geene stof bestaat1 dewijl alles dat ons als stof of als eene zekere soort van stof voorkomt1 slechts de hoeveelheid of de som van een bepaald1 hetzij grooter of kleiner getal eigenschappen is1 die bij hare ontmoeting met andere tegengestelde eigenschappen 7z4 g4 stoffen7 nieuwe eigenschappen ontwikkelen en zich daardoor als kracht1 als bewegingsverschijnsel laten waarnemen4--,de stelling derhalve dat geene kracht bestaat welke niet aan stof is gebonden1 is eene onomstootelijke waarheid1 dewijl al hetgeen wij tot ons gemak in het gewone leven stof noemen en waaraan wij verschillende benamingen geven1 niet anders is dan het product van eigenschappen1 die onderling in verbinding tot elkander zijn getreden en haren invloed gelijktijdig uitoefenen1 waardoor zij zich als stof aan onze zintuigen voordoen4 ,eene som van dergelijke zamenwerkende eigenschappen zijn b4 v4 ook de #fb z4 g4 enkelvoudige stoffen of elementen der scheikundigen elk afzonderlijk4 ,sommigen hunner eigenschappen1 zoo als vorm 7omvang1 uitgestrektheid71 kleur1 zwaarte1 warmte laten zich door ons regtstreeks waarnemen1 dat wil zeggen1 onder den invloed der algemeen heerschende krachten waaronder wij in den dampkring leven2 anderen komen ten deele eerst te voorschijn bij hare ontmoeting van vreemde eigenschappen 7aanraking met andere stoffen7 b4v4 eenige van de eigenschappen welke wij kalium heeten1 zoodra zij in aanraking komen met de som van eigenschappen welke water wordt geheeten1--of wanneer het geheel der eigenschappen genaamd zink1 in aanraking komt met de som van eigenschappen1 geheeten verdund zwavelzuur1 enz4 ,in het dagelijksche leven1 het is waar1 wordt algemeen de stof op een gansch andere wijze beschouwd1 welke door eene langdurige misleiding ons tot gewoonte is geworden4 ,men beoordeelt haar juist als ware zij het eenige dat positief aanwezig is en geeft aan al de vereenigingen van gelijktijdige eigenschappen1 welke zich onder de gewone omstandigheden niet veranderen of die slechts zeer langzaam eene verandering ondergaan b4 v4 aan ijzer of hout1 zoo lang als aan een eigendommelijk ligchaam of stof eene afzonderlijke benaming1 totdat het ijzer in roest is overgegaan1 of het hout tot koolzuur1 water en asch is verbrand geworden4 ,deze benamingen mogen kortheidshalve voor het geheel der telkens aanwezige gelijktijdige eigenschappen volstrekt onontbeerlijk worden geacht4 ,het gaat echter den scheikundige die1 om te wegen1 vr zijne schaal zit1 met deze zoogenaamde stoffen volkomen op dezelfde wijze1 als den criminelen regter voor wien het wetboek ligt opengeslagen1 met den vrijen wil der menschen4 ,gene schrijft stof toe aan elke vereeniging van eigenschappen welke de schaal zijner balans naar de aarde doet neigen1 derhalve zwaarte heeft1--deze vrijen wil aan elken mensch die tegen de wet heeft gezondigd4 ,de zwaartekracht is echter evenmin een bewijs van het aanwezen van stof1 als de zonde van vrijen wil4 ,want de zwaarte is ten duidelijkste niets anders dan eene eigenschap1 eene betrekking tot een middenpunt in het heelal1 welke zich kan openbaren in verband of in zamenwerking met eene grootere of geringere menigte andere eigenschappen1 b4 v4 met die welke wij lood1 staal1 steen noemen1 maar die niet noodzakelijk met alle eigenschappen zich gelijktijdig behoeft te uiten1 die b4 v4 met de eigenschappen genaamd licht1 warmte1 electriciteit1 magnetismus niet verbonden is4--,zonderling toch dat de natuurkundigen juist op grond hiervan en in tegenspraak met zich zelven deze eigenschappen onweegbare stoffen6 noemden1 niettegenstaande zij toch1 even als de zwaarte1 slechts bewegingsverschijnselen d4 i4 eigenschappen zijn4 ,andere geleerden scherpten hun verstand1 om tegenover de leer der zoogenaamde materialisten1 iets geestelijks in de natuur te ontdekken4 ,zonderbare misleiding6 ,geest wordt allerwege gevonden1 maar het is de stof1 welke ontbreekt en zeer moeijelijk1 ja1 onmogelijk mag het geacht worden1 het bestaan van stof1 van materie in absoluten zin te bewijzen4 ,indien er werkelijk stof of stoffen bestonden en zij niet uitsluitend betrekkelijkerwijze tot onze zinnelijk grove opvatting voorhanden waren1 dan moesten hare eigenschappen ook onder alle omstandigheden steeds dezelfden blijven4 ,wanneer ik echter een stuk kalium op het water leg1 dat binnen weinige oogenblikken voor mijne oogen spoorloos verdwijnt 7dewijl het zich met de zuurstof van het water verbindt1 het gevormde kalihydraat in het water wordt opgelost en de vrij geworden waterstof verbrandt71--of wanneer ik #d deelen zwavel met #be deelen kwik dooreenwrijf en dan deze beide zie veranderen in zwart kwikzilvermoor dat1 door sublimatie1 weder wordt omgezet in vermiljoen1 hetwelk ik tot in de allerfijnste deelen kan verdeelen en tot poeder maken1 zonder dat ik in staat zal zijn iets anders dan vermiljoen of ook slechts een enkel der vorige zwavel- of kwikdeeltjes weder te ontdekken1--moet ik dan hieruit niet tot het besluit komen dat de voormalige toestanden1 als kalium1 zwavel en kwik1 geene werkelijke materie zijn geweest1 maar slechts eene hoeveelheid eigenschappen die1 in strijd gerakende met andere tegengestelde eigenschappen1 hare vroegere eigenschappen moesten afleggen1 terwijl zich in de plaats daarvan nieuwe1 tot dusverre sluimerende eigenschappen ontwikkelden4 ,hierop zullen welligt vele scheikundigen antwoorden3 ongetwijfeld veranderen deze stoffen haren vorm en hare eigenschappen wanneer zij zich met andere stoffen verbinden1 dewijl dan eene nieuwe stof ontstaat welke wederom andere vormen en eigenschappen heeft2 voor elke soort van stof echter is vorm en eigenschap even onveranderlijk als de gewigtshoeveelheden 7aequivalenten7 constant zijn1 waaronder zij zich verbinden2--maar waarmede1 vraag ik weder1 verbindt zich dan de phosphorus--eene enkelvoudige stof--wanneer hij in de luchtledige ruimte 7geheel en al afgesloten van elke aanraking met de zuurstof der lucht en van alle andere stoffen71 alln doordien de zon er op schijnt of eene sterke hitte zijn invloed er op uitoefent1 voor het oog des beschouwers wordt omgezet in een karmijnrood poeder1 dat niet vergiftig is en in het algemeen geheel andere eigenschappen bezit dan de phosphorus1 welke echter 7na herhaalde destillatie in eene koolzuur-atmospheer7 weder op nieuw en zonder verlies van gewigt in denzelfden kleurloozen en vergiftigen phosphorus met al zijne eigenschappen overgaat8 ,zou men ook deze verschijnselen stof mogen noemen8--,onmogelijk2 want dan zou het bewijs zijn geleverd dat eene stof1 eene enkelvoudige stof gelijk de phosphorus1 kan overgaan in eene andere welke geheel verschillende eigenschappen bezit1 en dat deze tweede stof zich op nieuw kan herscheppen in de eerste met alle eigenschappen die zij vroeger had1 zonder dat er iets aan toegevoegd of van verloren geraakt is4 ,wie toch zou het karmijnroode1 onschadelijke poeder1 den zoogenaamden amorphen phosphorus als identiek beschouwen met de halfdoorsnijdende1 kleurlooze1 ligt ontbrandbare1 in de lucht rookende en in het donker licht gevende1 hoogst vergiftige zelfstandigheid1 welke wij gewonen phosphorus noemen1 indien hij den overgang van het eene in het andere niet had waargenomen en zulks niet elken dag in zijn laboratorium kon waarnemen8 ,wij moeten derhalve aannemen1 dat geene onveranderlijke1 derhalve volstrekt geene stof in de natuur aanwezig is en dat wij overal slechts verschijnselen1 eigenschappen zien1 welke door andere eigenschappen1 gelijk hier bij den phosphorus door het licht of de warmte1 in het leven geroepen1 of vernietigd d4 i4 aan de zinnelijke waarneming onttogen worden4 ,dewijl echter deze verschijnselen1 d4 i4 het verband tusschen zekere bijn behoorende1 gelijktijdig werkende eigenschappen steeds naar vaste wetten wederkeeren en zelfs in de grootste veranderingen1 in de werking der meest mogelijke hoeveelheid eigenschappen welke een wederkeerigen invloed op elkander uitoefenen1 zich dergelijke vaste wetten laten waarnemen1 stelt men zich deze eigenschappen voor als aan stof gebonden2 men neemt het bestaan van kleinste of oneindig kleine deeltjes van deze stof aan1 welke men atomen heet en verklaart de verschillende eigenschappen dier ligchamen1 welke scheikundig op gelijke wijze zijn zamengesteld1 b4 v4 der beide vroeger bedoelde toestanden van de zoogenaamde enkelvoudige stof phosphorus1 zoomede van vele zamengestelde 7der zoogenaamde isomere7 ligchamen hypothetisch door eene verschillende ligwijze dezer atomen4 ,daar echter deze atomen door geen sterfelijk oog ooit kunnen worden gezien en met betrekking tot onze geschiktheid ter waarneming niets anders zijn dan bloote mathematische punten1 die slechts gedacht kunnen worden en welke men zich moet voorstellen oneindig klein en in oneindig groot aantal aanwezig te zijn1 dan volgt hieruit ten duidelijkste dat alle stof1 dat de gansche ligchamelijke wereld zuiver denkbeeldig is4 ,het is waar1 de scheikundige beschouwt de atomen niet als oneindig kleine deelen1 maar als de zoodanigen die niet voor verdere verdeeling vatbaar zijn4 #de ,dit is echter eene veronderstelling welke tot onoplosbare tegenstrijdigheden voert1 zoo als het navolgende voorbeeld duidelijk zal doen zien4 ,suiker1 zetmeel en hout zijn drie verschillende ligchamen welke verschillende eigenschappen bezitten1 en niettemin alle drie gelijkmatig uit #e atomen water-1 #e zuur- en #f koolstof bestaan4 ,deze atomen nu moeten in de drie verschillende ligchamen eene verschillende ligwijze hebben 7op eene andere wijze geordend of nevens elkander geplaatst zijn7 en daardoor de verschillende eigenschappen van suiker1 zetmeel en hout te weeg brengen4 ,maar--een atoom moet immers ondeelbaar zijn en echter bestaat1 naar deze theorie1 elk atoom suiker uit #e atomen water-1 #e zuur- en #f koolstof1 derhalve uit zestien verschillende deelen of enkele atomen6 #df--;,hieruit volgt dat het aannemen van het bestaan van atomen als niets anders kan worden aangemerkt dan als een hulpmiddel ter vergemakkelijking1 waarin men bij gebrek van eene verklaring1 voorloopig eene uitdrukking vindt voor de aan wetten gebondene orde der verschijnselen1 maar dat er in absoluten zin geene stof bestaat1 er geene bestaan kan4 ,daarmede verdwijnt de tegenstelling tusschen geest en ligchaam en elk onderscheid tusschen ziel en stof valt weg4 ,hoedanig deze wijze van beschouwing ook in tegenspraak moge zijn met de alledaagsche opvatting der zaak1 kan men zich echter gemakkelijk van hare waarheid overtuigen1 en zelfs met betrekking tot die eigenschap der zoogenaamde ligchamen1 welke het aanwezig zijn van stof op het handtastelijkste schijnt te bewijzen1 namelijk de uitgebreidheid1 het volumen der ligchamen en den tegenstand welken zij bieden aan een vreemd daarop invloed uitoefenend ligchaam1 b4 v4 mijn vinger1 mijne hand4 7,ik wil hier niet spreken van de oorspronkelijk lucht- of gasvormige ligchamen en evenmin van het feit1 dat alle druipbare1 ja de meeste vaste ligchamen door hitte gasvormig kunnen gemaakt worden1 maar heb hier uitsluitend het oog op de werktuigelijke deelbaarheid der vaste ligchamen47 ,in deze hand heb ik een stuk zwavel1 goud1 krijt of kamfer1 of een stuk muskus en noem dit stuk zwavel of muskus een ligchaam1 eene stof4 ,deze stof kan ik echter voortdurend in kleinere deelen verdeelen welke eindelijk1 indien ik voortga ze fijn te wrijven1 zoo klein worden1 dat ik ze met het bloote oog niet meer kan zien en ze alleen nog door middel van de sterkste vergrootglazen kan waarnemen4 ,deze kleinste1 microscopische deeltjes kan ik slechts om die reden niet verder verdeelen1 dewijl mijne hand en mijne werktuigen te grof zijn om de verdeeling onder het microscoop nog verder voort te zetten4--,elk deeltje bezit nog steeds de eigenschap van zwavel1 of van muskus4--,dat de verdeeling echter nog veel verder kan gaan1 bewijst de muskus die gedurende een gansch jaar in mijne kamer kan liggen zonder van gewigt te verminderen en toch de geheele kamer met den bekenden1 hem eigenaardigen reuk vervult4 ,deze in de lucht zwevende muskusdeeltjes kan ik zelfs met de sterkste vergrootglazen niet meer waarnemen4 ,er bestaat echter noch eene natuurlijke1 noch eene logische reden1 om te veronderstellen dat deze in de lucht zwevende deeltjes1 wier aanwezen slechts en uitsluitend nog door middel der reukzenuwen kan worden waargenomen1 niet nog verder1 ja tot in het oneindige kunnen verdeeld worden1 zoodat zij ten laatste nog slechts wiskunstige punten zijn4--,euclides reeds verklaarde het geometrische punt te zijn datgeen1 hetwelk geene deelen1 of ,,geene ,,uitgebreidheid heeft4 ,indien er nu geene stof bestaat en het wezen van iets de som is zijner eigenschappen1 hoe kan ,god dan iets anders zijn dan voor zich zelven3 het eeuwige bewustzijn1 en voor ons3 de som of het totaal van alle eigenschappen der natuur8--,twee zijner eigenschappen zijn ruimte en tijd1 in en door welke hij zijne gedachten tot werkelijkheid maakt4 ,deze gedachten zijn de verschijnselen in de natuur4 ,wij zijn slechts eene van deze verschijnselen1 hoewel wij de slotsom van millioenen maal millioenen zamenwerkende1 doch verschillende eigenschappen mogen genoemd worden4 ,wij zijn de buiten zich zelven geplaatste ,god1 waarin de groote wereld der verschijnselen zich in het kleine terugkaatst1--waarin ,god zich als het ware ten tweede male denkt4 ,indien dit nu werkelijk zoodanig is1 hoe kunnen wij dan een vrijen wil hebben8 ,hoewel de leer der atomen eene hypothese is welke ons tot tegenstrijdigheden verleidt1 zoo heeft zij onze chemische kennis niettemin buitengemeen bevorderd4 ,men zal derhalve voorloopig de atomen in de scheikundige theorin evenzeer moeten behouden1 als men in het empirische leven1 ter meer gemakkelijke opvatting van de verschijnselen1 zal voortgaan om alle bestendig voorkomende vereenigingen van zekere eigenschappen stof te noemen en daaraan afzonderlijke benamingen te geven1 zoo als goud1 suiker1 zetmeel1 hout1 enz4--,in dien zin zal ook ik mij in het vervolg van deze uitdrukkingen blijven bedienen4 ,vergunt mij ten slotte nog met een enkel woord te spreken van de groote moeijelijkheid1 waarmede de natuuronderzoeker heeft te kampen bij de buitengewoon groote menigvuldigheid van het organische leven1 ten einde de levensverschijnselen1 zoomede den rijkdom aan gestalten van de planten- en dierenwereld uit de algemeen bekende1 chemische en physische krachten te verklaren4 ,reeds bij den aanvang mijner voordragt heb ik op deze moeijelijkheid gewezen1 welke ten duidelijkste haren oorsprong heeft in het groote aantal gelijktijdig werkzame krachten4 ,het physische leven van het organismus op zich zelf beschouwd 7als iets gegevens7 laat zich1 wel is waar1 uit de ter bedoelde plaats 7zie vroeger bladzijde #cag7 opgenoemde1 allerwege met de stof verbreide krachten verklaren1 zonder dat men andere zoogenaamde typische of eigendommelijke levenskrachten welke van de onorganische natuur verschillen1 behoeft aan te nemen2 waarom echter het leven der verschillende organismen slechts tijdelijk van duur is1 en dit bij elke afzonderlijke soort op een onderscheidenen1 vast bepaalden 7gemiddelden7 tijd ophoudt1 laat zich daaruit evenmin verklaren1--als de bijzondere vorm welke elk der #ajj1jjj planten- en #acj1jjj diersoorten bezit die tot heden beschreven zijn geworden1 daaruit kan worden afgeleid1 en welke toch allen1 niettegenstaande het groote onderscheid in haren vorm en de afwijkende1 menigwerf wonderbare structuur van de menigte harer organen1 uit dezelfde grondstoffen1 bij de werking van dezelfde physische en chemische krachten zijn ontstaan4 ,moest dan in de atomen der elementen1 welke de eiwitstof of den dojer van het vrouwelijke ei uitmaken 7vergelijk de analysen die lager worden gevonden7 het streven niet liggen1--dat door de werking van het mannelijke zaad bij de zoogenaamde bevruchting d4 i4 wezenlijk door het indringen der spermatozoiden in den dojer eerst gewekt of werkzaam gemaakt wordt en waarbij de gelijktijdige gunstige invloed van algemeene natuurkrachten b4 v4 van een bepaalden gemiddelden 7noch te hoogen1 noch te lagen7 warmtegraad1 als noodzakelijke voorwaarde wordt aangenomen1--moest dan in deze atomen niet het harmonisch streven zijn gelegen1 om bij voortdurenden toevoer van gelijke stoffen 7als eiwit1 bloed7 een dierlijk of menschelijk ligchaam met al zijne deelen te vormen1--hier een oog of een oor 7beide zoo wondervol1 schijnbaar zamgesteld en toch zoo eenvoudig van inrigting67 te doen ontstaan1 elders zich tot eene spier of eene long1 eene zenuw of een borstbeen te vereenigen1--uit een bepaald aantal spieren1 beenderen1 pezen1 aderen en zenuwen een arm1 eene hand met vingers te maken en al deze deelen en organen in het behoorlijke aantal1 ter behoorlijker plaats daar te stellen1 zoomede in de vereischte verhouding der duizenden van cellen1 vezelen1 membranen1 aderen en zenuwen1 waaruit zij bestaan6--en deze wondervolle kracht zou in de chemische stoffen1 in de atomen liggen6 ,in eenige atomen zuurstof1 kali1 phosphorus of zwavel1 welke dit hoenderei meer bezit dan het gindsche 7waarvan het echter in zulk eene geringe mate verschilt1 dat men door middel van een scheikundig onderzoek niet in staat is eenig onderscheid tusschen beiden aan te toonen7 zou het vermogen zijn gelegen1 om de geheel verschillende geslachtsorganen van den haan met kam1 sporen en prachtig gevederte te voorschijn te brengen1--terwijl de afwezigheid van dit paar atomen aan het andere ei dat in hetzelfde nest uitgebroeid wordt1 de kracht geeft om eene hen te doen ontstaan1 welke weder geheel verschillend gevormde geslachtsdeelen1 ander gevederte bezit dan de haan en sporen noch kam heeft1--ja terwijl misschien bij eene gelijke percentsgewijze verhouding der bestanddeelen in een kalkoenenei een geheel ander dier3 een kalkoensche haan of hen wordt uitgebroeid4 ,ten einde aan de lezers die zich niet bijzonder hebben bezig gehouden met de beoefening der chemie1 een denkbeeld te geven van de groote menigte krachten welke gelijktijdig in het organismus werkzaam zijn1 van het ingewikkelde zamenstel van schijnbaar zoo eenvoudige stoffen als dojer en eiwit1 deel ik de volgende analysen mede4 7,van het mannelijke zaad ontbreken naauwkeurige chemische analysen nog bijna geheel en al47 ,het eiwit bestaat uit stikstof1 koolstof1 waterstof en zuurstof1 ongeveer in die verhouding als in ,mulder's oude protenformule is uitgedrukt3 ,n#e ,c#dj ,h#cj ,o#ab1 waarbij echter naar gelang van de verschillende soorten van eiwit in het dieren- en plantenrijk nog eene grootere of geringere hoeveelheid zwavel1 ook phosphorus en nog meer of minder zuurstof komt4 ,honderd deelen dojer zijn volgens ,gobley in het kippen- en in het karperei 7welke laatsten uitsluitend uit dojer1 zonder eiwit bestaan7 zamgesteld uit3 -------------------- ,kippenei4 ,karperei4 -------------------- ,vitelline #ae1gf #ad1jh ,margarine en ,elane #ba1cj #b1eg ,cholesterine #j1dd #j1bg ,lecithine #h1dc #c1jd ,cerebrine #j1cj #j1bj ,chloorammonium #j1jc #j1jd ,chloornatrium en ,chloorkalium #j1bh #j1de ,zwavelzure kali #j1bh #j1jd ,phosphorzure kali #j1jd ,phosphorzuren kalk en phosphorzure magnesia #a1jb #j1bi ,alcoholextract #j1dj #j1ci ,vliezen #ad1ec ,kleurstof1 sporen van ijzer1 enz4 #j1ee #j1jc ,water #ea1di #fd1jh -------------------- ,en in honderd deelen asch werden gevonden3 ---------------------------------------- -- ,,in ,,den ,,dojer4 ,,in ,,het ,,eiwit4 ---------------------------------------- -- door door door door ,poleck4 ,weber4 ,poleck4 ,weber4 ---------------------------------------- -- ,kali #h1ic #aj1ij #b1cf #bg1ff ,natron #e1ab #a1jh #bc1jd #ab1ji ,chloorkalium #da1bi ,chloornatrium #i1ab #i1af #ci1cj ,kalk #ab1ba #ac1fb #a1gd #b1ij ,magnesia #b1jg #b1bj #a1fj #b1gj ,i,jzeroxyde #a1de #b1cj #j1dd #j1ed ,phosphorzuur #fc1ha #fj1af #d1hc #c1af ,phosphorzuurhydraat #e1gb ,zwavelzuur #b1fc #a1gj ,kieselzuur #j1ee #j1fb #j1di #j1bh ,koolzuur #aa1fj #i1fg ---------------------------------------- -- ,wij behoeven slechts een vlugtigen blik te werpen op het zamenstel van het ei uit zoo velerlei verschillende stoffen die in genen deele enkelvoudige stoffen zijn1 maar die elk weder bestaan uit eene vereeniging ten minste van #b1 gewoonlijk van #c1 ja #d zoogenaamde elementen1 om te begrijpen met welke moeijelijkheden de natuuronderzoekers in toekomstige eeuwen zullen te kampen hebben1 om de verschijnselen van het organische leven terug te brengen tot de bekende chemische en physische krachten4 ,eene eerste stelling onzer hedendaagsche natuurwetenschap is 7gelijk u op eene voldoende wijze is bekend73 dat menging1 #dg kracht en vorm allen niet anders dan gelijktijdig zich veranderen en dat1 wanneer verandering in de menging plaats heeft1 noodzakelijkerwijze insgelijks de kracht 7of eigenschap7 en de vorm zich moeten veranderen4 ,wat het plantenrijk betreft b4 v41 behoeven wij slechts een blik te werpen op onze tuinen en onze tamme aardappelen en groentesoorten gade te slaan1 waarin men de oorspronkelijke1 in het wild groeijende stamplanten ter naauwernood kan herkennen1 om deze stelling ten volle bewaarheid te zien1 en wij moeten bekennen dat gelijke voeding 7gelijke stofcombinatie73 gelijke gestaltevorming1 ongelijke voeding 7ongelijke stofcombinatie73 ongelijke gestaltevorming ten gevolge heeft4 ,daarentegen zou men aan de algemeene geldendheid van den regel dezer stelling twijfelen1 wanneer men het dierenrijk gadeslaat en ziet hoe uit het eene ei eene hen1 uit het andere een haan geboren wordt1 niettegenstaande de scheikundige niet in staat is eenig onderscheid in de zamenstelling dezer eijeren te ontdekken4 ,dit kan echter zijn grond hebben in de onvolkomenheid der methode of wel hierin1 dat men er tot heden niet in geslaagd is om door middel der analyse van organische ligchamen resultaten te verkrijgen1 welke eene voldoende juistheid bezitten4 ,want wanneer wij zien1 dat indien een atoom waterstof en zuurstof meer wordt gevoegd bij rietsuiker 7,c#ab ,h#aa ,o#aa7 deze wordt omgezet in druivensuiker 7,c#ab ,h#ab ,o#ab71 of dat vijf atomen water1 ontnomen aan den reuk- en smakeloozen1 fraai gekristalliseerden zoogenaamden terpentijnkamfer 7,c#bj ,h#af #f;,,ho71 dezen veranderen in eene aangename1 naar hyacinthen riekende olie 7,c#bj ,h#ag ,o71--of dat ligchamen1 welke niet slechts wat betreft de mengingsgewigten hunner bestanddeelen1 maar 7even als de #b verschillende zuren waarin het druivenzuur zich laat ontleden7 insgelijks in alle andere eigenschappen bijna volkomen met elkander overeenstemmen1 niettemin van elkander verschillen moeten in de menging of in de ligging der kleinste deelen1 dewijl de gepolariseerde lichtstraal bij beiden niet dezelfde werking te weeg brengt en het polarisatievlak bij het eene zuur regts1 bij het andere ter linkerzijde afwijkt1-- ja dat een geheel onschadelijk zout1 als mierenzure ammoniak 7,h#d ,,no1 ,c#b ,,ho#c7 bloot door het te verhitten in een sterk werkend vergift1 in blaauwzuur 7,,hc#b ,n 7 #d;,,ho7 wordt veranderd1 hetwelk zoodra het in aanraking komt met water en een sterk zuur1 weder in ammoniak en mierenzuur overgaat1--dat derhalve uit schijnbaar zoo geringe stoffelijke veranderingen terstond geheel andere krachten worden geboren en nieuwe ligchamen met geheel andere eigenschappen dan vroeger ontstaan1 #dh dan mogen wij de stellige hoop voeden1 eenmaal in staat te zullen zijn niet slechts in de zaden van alle planten1 maar insgelijks in de eijeren van alle dieren 7waaruit zich zoo verschillende krachten en eigenschappen ontwikkelen7 eveneens stoffelijk onderscheid aan te toonen1 al bestond dit slechts in eenige weinige meer of minder er in aanwezige atomen phosphorus1 margarine1 cerebrine en dergelijken4 ,wij hebben te meer grond om zulks te hopen1 wanneer wij bedenken dat de verscheidenheid der scheikundige verbindingen uit niet meer dan een #ci tal enkelvoudige stoffen die veelvuldig voorkomen1 schijnbaar tot in het oneindige voortgaat en dat--om slechts een voorbeeld aan te halen--alleen het aantal der ontledings- en afleidingsproducten welke van de alcoholen afstammen 7de bijzondere ethersoorten1 de eigenaardige aldehyden en de bepaalde zuren1 welke tot elke bijzondere alcoholsoort behooren7 zoo buitengewoon groot is1 dat naar de berekening van den ,franschen scheikundige ,dumas alleen uit het tot heden bekende alcoholradicaal #di 7koolstof en waterstof7 en ammoniak 7stikstof en waterstof7 meer dan #fjjjj verschillende verbindingen kunnen worden gevormd die allen verschillende eigenschappen bezitten4 ,wanneer wij het als mogelijk moeten beschouwen1 dat de hersenen van een orthodoxen pastoor die vr #ejj jaren over ,gods moeder1 ,gods vader of over de hemelvaart van ,gods zoon predikte1 uit dezelfde stofdeelen1 of althans grootendeels uit dezelfde atomen zuur-1 water-1 kool- en stikstof1 phosphorus1 natron1 kali en kalk bestonden1 die deels tot water1 deels tot meer zamgestelde vet- en eiwitachtige verbindingen 7als elane1 oliezuur1 oliephosphoruszuur1 margarinezuur1 cholesterine1 cerebrinezuur1 enz47 zamgegroepeerd waren en welke heden 7juist in dergelijke verbindingen7 de geheel anders denkende hersenen van den wijsgeer ,feuerbach vormen1 nadat zij vr #agf jaren reeds hadden medegewerkt tot het daarstellen van den ketterschen kop van ,spinoza1--dan moeten wij het insgelijks als mogelijk beschouwen dat het ons eenmaal zal gelukken1 niettegenstaande de algemeene overeenstemming welke in de genoemde verbindingen heerscht1 een onderscheid in de chemische zamenstelling der verschillende individuele hersenen te ontdekken en daaruit de onderscheidene rigtingen van gedachten der vele millioenen menschen1 die gelijktijdig op aarde leven en na elkander geleefd hebben1 uit de stof te verklaren4 ,wij durven deze hoop voeden1 hoewel onder al deze millioenen welligt slechts enkele individuen worden aangetroffen die1 zelfs bij schijnbaar gelijke uitwendige omstandigheden waarin zij leven1 in de rigting hunner gedachten1 zoomede in de trekken huns karakters en in den uitwendigen vorm des ligchaams volkomen met elkander overeenkomen4 ,verschil in menging1 eene geringe hoeveelheid van de eene stof in deze hersenen meer1 in gene minder1 eene andere combinatie der enkelvoudige stoffen tot zamgestelde verbindingen1--geringe afwijkingen in den vorm en in de grootte der hersenen1 zoomede in de verhouding van de afzonderlijke deelen der hersenen tot elkander1 deze zouden dan 7in verband met verschillende indrukken door de buitenwereld te weeg gebragt7 moeten beschouwd worden de oorzaken der verscheidenheid in de rigting der denkbeelden en de mate van geestvermogens dier millioenen van individuen4 ,het kan niet onmogelijk zijn de wijze te ontdekken1 waarop deze verschillende mengings- en vormtoestanden der hersenen in verband staan tot de geestvermogens bij de verschillende individuen en de stoffelijke wetten op te sporen1 waarnaar algemeen genomen alle verschijnselen in de organische natuur zich zinnelijk openbaren2--het waarom8 deze wetten echter juist zoodanig en niet anders werken1--waarom aan elke verschillendsoortige stofvereeniging een bepaalden vorm in het dieren-1 in het planten- en in het mineraalrijk toebehoort en waarom zij ook telken male gepaard gaat met bepaalde1 eigenaardige verschijnselen of levensverrigtingen1 welke wij bij geen anderen vorm1 geene andere stofcombinatie ontmoeten1-- dit laatste waarom zullen wij nimmer doorgronden1 maar altijd stuiten op iets dat ons onverklaarbaar is4 ,noemt dit onbekende gelijk gij wilt2 noemt het natuurnoodzakelijkheid1 wereldziel1 geest in de natuur1 eeuwigen wil1 eeuwig zelfbewustzijn2 noemt het ,god6--wat toch doet de naam ter zake8--,maar dit onbekende dat op den helderen1 lichten dag zich steeds openbaart op eene zoo geheimzinnige wijze1 uitsluitend naar vaste wetten in1 met en door deze raadselachtige atomen1 welke datgene zamstellen hetwelk wij stof noemen1--het is verheven1 het is wonderbaar en schoon6 7was geteekend7 ,avondrood4 #ej ,,nacht4 ,niettegenstaande de gematigde slotsom welke gij ten laatste uit uw stelsel van natuur en ,god trekt1 komt het mij niettemin huiveringwekkend1 ja vreesselijk voor en ik wensch hartelijk dat het nimmer opgang vinde bij het publiek1 dewijl het een verderfelijken invloed op de maatschappij zou kunnen uitoefenen4 ,hoe zou ik ,god als een rein1 heilig1 goed wezen kunnen vereeren1 indien ik op uw voetspoor moest gelooven dat ,hij bloeddorstig in gindschen tijger rondsluipt om buit te zoeken1 of in dezen moordenaar woedt die zijns nabuurs vrouw en kind om het leven brengt1 of diens huis in brand steekt ten einde hem te berooven of zich op hem te wreken8--,hoe durf ik dan den booswicht straffen8 ,wat zal ik hem antwoorden1 wanneer hij zich met de door u verkondigde leer verontschuldigt en zegt3 ik werd door eene onwerstaanbare kracht gedwongen te handelen gelijk ik deed2--deze mij beheerschende kracht zult gij waarschijnlijk uitgedrukt vinden in den vorm mijns schedels1 waarmede ongetwijfeld de inwendige bouw en eene bepaalde scheikundige menging mijner hersenen overeenkomen2 ik heb geen vrijen wil4--,voert uwe leer niet regtstreeks naar het geestverdoovende geloof aan de voorbeschikking1 aan het fatalismus1 dat reeds zoo veel onheil heeft gesticht8 ,,avondrood4 ,waarde broeder6 ,indien gij u als geloovige ,christen en met orthodoxe gestrengheid aan de zoogenaamde geopenbaarde godsdienst houdt1 kan ik u met eene menigte bijbelplaatsen bewijzen dat gij dan evenzeer in den geest van ,augustinus en ,calvijn moest gelooven aan de praedestinatie4 ,ik wil mij echter niet beroepen op boeken of autoriteiten1 maar uitsluitend op de natuur4 ,voor den natuuronderzoeker bestaat er evenmin een vrije wil1 als een blind toeval1 dewijl alles wat in de natuur geschiedt1 wat de mensch verrigt en wat hij denkt1 een noodzakelijk gevolg is van voorafgegane oorzaken4 ,ook de menschelijke wil is1 zoo als ik op eene voldoende wijze vermeen te hebben bewezen1 slechts een schakel in de keten van den noodzakelijken1 door middel van oorzaken gevormden zamenhang der gebeurtenissen1 niettegenstaande de oorzaken waarvan onze wilsuitingen het gevolg zijn1 in tijdsorde menigwerf zoo verre verwijderd1 of zoo verborgen zijn kunnen1 of zoo zamengesteld en ingewikkeld van aard zijn1 dat het ons niet altijd mogelijk is ze duidelijk te kunnen herkennen4 ,dit echter mag als zeker worden beschouwd dat gij1 van het ,christelijke dogma uitgaande1 aan uwen persoonlijken1 van de natuur gescheiden ,god althans de hoedanigheid der voorwetenschap moet toekennen en aannemen moet dat ,hem alles1 ook het verschrikkelijke1 het booze1 de misdaad welke is gepleegd1 vooraf bekend was en dat hij zulks niet verhinderde1 hoewel ,hij almagtig is4 ,hetgeen ik reeds vroeger heb aangemerkt1 behoef ik thans niet te herhalen3 dat deze voorwetenschap en het niet verhinderen door den almagtigen ,god volkomen van gelijke beteekenis is te achten met het zelf verrigten der daad4 ,een menschelijk spreekwoord zegt3 de heler is zoo goed als de steler4 ,,nacht4 ,gij dwaalt1 broeder1 indien gij mij beschouwt als een gedachteloozen naprater van de woorden des bijbels4 ,veroorloof mij u te zeggen1 dat ik aan het blinde geloof der orthodoxe school reeds voor lang ben ontwassen4 ,ik acht de rede verheven boven het geschrevene woord1 waaraan ik slechts dan geloof1 wanneer het met de wetten van het redelijke denken niet in strijd is4 ,het dualismus van ,god en der natuur schijnt mij echter volstrekt noodzakelijk toe4 ,aan de onafhankelijkheid der ziel van de stof1 aan den vrijen wil des menschen moet ik gelooven1 dewijl anders aan de zedeleer hare wezenlijke1 d4i4 zedelijke grondslag geheel en al ontnomen wordt4 ,de empirische maatstaf toch van het goede en het kwade welke gij hebt opgegeven1 kan mij niet bevredigen4 ,om de vrijheid van den menschelijken wil te redden1 moeten wij de voorwetenschap aan ,god ontzeggen4 ,,avondrood4 ,wat8--dan verlaagt gij uwen ,god tot beneden den mensch6 ,wij menschen weten immers veel van hetgeen over tien1 over honderd1 ja over honderde jaren zal geschieden1 vooraf te zeggen1 namelijk al datgene hetwelk zich regelt naar natuurwetten die ons volkomen bekend zijn geworden6--,en zou uw ,god deze natuurwetten minder goed kennen dan wij8--,geven wij niet voor elk jaar1 alvorens het aanvangt1 een sterrekundig jaarboek of zeemansalmanak uit1 waarin de stand van alle planeten ten opzigte van elkander en van de zon1 der trawanten ten opzigte van de planeten1 zoomede de stand dezer hemelligchamen ten opzigte van de vaste sterren met betrekking tot onze aarde1 voor elken dag des jaars1 voor elk uur van den dag1 voor elke minuut1 seconde1 ja voor een gering gedeelte eener seconde met juistheid vooraf wordt bekend gemaakt8--,weten wij niet1 dat heden na #cb jaren1 namelijk op den #ai;den ,augustus #ahhg eene totale zonsverduistering zal plaats hebben1 en zijn wij niet in staat om voor elke plaats der aarde 7waar zij zigtbaar zal zijn7 naauwkeurig den tijd op te geven van den aanvang en van het einde der verduistering1 zoomede de grootte en den vorm van het verduisterde gedeelte1 benevens vele andere verschijnselen welke er mede gepaard zullen gaan8--,hebben de sterrekundigen dan niet even naauwkeurig als alle zons- en maansverduisteringen die zullen plaats grijpen1 insgelijks den tijd van doorgang van ,mercurius en ,venus voor de zon honderden van jaren vooraf berekend6--,weten wij dan niet1 dat de morgen- en avondster welke ons zoo menigwerf door haren helderen glans verheugt1 op den #hsten ,december des jaars #babe--;derhalve na verloop van #bga jaren--als eene kleine zwarte schijf voorbij de zon zal gaan1 nadat zij te rekenen van #ahgd tot op #baag reeds vijfmaal datzelfde verschijnsel zal hebben opgeleverd8--,ja1 heeft men zelfs niet de wetten ontdekt welke den loop regelen der kometen1 die gedeeltelijk duizenden van jaren behoeven om hare banen te doorloopen1 en het weder verschijnen der ,olbersche komeet 7welke in #ahae werd waargenomen7 op den #i;den ,februarij #ahhg1 zoomede naar de berekening van ,bessel dat van de komeet van #ahjg op de #ccste eeuw en dat van de komeet van #ahaa1 naar ,argelander1 op het jaar #dgjj na ,christus niet vooraf gezegd8--,berekenden ,leverrier en ,adams de elementen niet van eene nog geheel onbekende planeet1 duidden zij de plaats niet aan waar deze in het wereldruim zou zijn1 niettegenstaande nog geen sterfelijk oog haar had gezien en zeiden zij niet vooraf1 dat men haar daar zou vinden1 ter plaatse waar men haar later werkelijk vond en ,neptunus noemde8--,zijn wij zelfs de wetten niet op het spoor die zoowel op het physieke1 als op het maatschappelijke leven des menschen invloed uitoefenen en naar welke wij het gemiddelde getal der toekomstige geboorten1 sterfgevallen enz4 leeren kennen1 ja1 welke ons in staat stellen met evenveel zekerheid vooraf te zeggen1 dat op elke #fej personen in ,frankrijk jaarlijks n zich aan misdrijf zal schuldig maken1--als wij de hoeveelheid regen naar duimen en strepen vooruit kunnen bepalen1 welke in de eerstvolgende vijf jaren te 's ,gravenhage of te ,utrecht zal vallen6--,zou uw ,god onwetender zijn dan de mensch8 ,zou hij de natuurwetten niet beter kennen dan wij en met behulp daarvan niet in staat zijn vooraf te kunnen zeggen1 welke van die #fej personen de misdaad begaan en hoeveel regen dagelijks op elke plaats vallen zal8--,is het niet duidelijk dat ons onvermogen om het lot van elk bijzonder mensch1 om de wersgesteldheid van elken afzonderlijken dag vooraf te kunnen opgeven1 zijn grond heeft in het ingewikkelde der verschijnselen1 in het groote aantal gelijktijdig werkende oorzaken1 waardoor het heldere overzigt van de wetten die dit alles regeren1 voor ons bemoeijelijkt of onmogelijk wordt gemaakt1 dewijl toch het noodzakelijke gevolg1 het eindresultaat1 slechts uit de vastgeregelde zamenwerking van al deze oorzaken of krachten geboren wordt4 ,uit de volkomene en grondige kennis dezer wetten echter moet elke gebeurtenis in de natuur en in het menschelijke leven duizende jaren vooruit kunnen voorzegd worden4 ,en deze gave der voorwetenschap welke de mensch in zekere mate bezit1 ontzegt gij aan uwen ,god8 ,is dat niet ongeveer gelijkluidend met geheel en al het aanzijn van ,god te loochenen8 ,,nacht4 ,broeder1 dit denkbeeld doet mij duizelen2 gij voert mij naar een afgrond waarin ik vrees te verzinken4 ,,morgenrood4 ,lieve ,nacht6 ,ik ken den weg waar langs gij den afgrond kunt omgaan4 ,er voert slechts een enkele weg daarom heen4 ,volg mij en ik zal u geleiden naar de bloemrijke beemde1 waar geen tweespalt heerscht en alles zich in harmonie oplost4 ,,avondrood4 ,vergunt mij vooraf nog een enkel woord hier bij te voegen4 ,de wijsgeeren hebben reeds van den vroegsten tijd tot op ,kant en van dezen tot op ,hegel over den vrijen wil gestreden1 maar de vraag is tot heden onopgelost gebleven4 ,wij zijn geene wijsgeeren1 geene idealisten1 maar natuuronderzoekers en behooren te trachten om de vraag die wij willen oplossen1 ons vooraf zoo duidelijk en zoo eenvoudig mogelijk voor te stellen4 ,slechts een van deze beide gevallen kan waar zijn4 ,of 7a7 wij hebben een vrijen wil en daar deze slechts denkbaar is als de eigenschap eener zelfstandige1 onsterfelijke ziel1 moeten wij eene ziel hebben welke onafhankelijk is van de chemische en physieke krachten1 die in onze hersenen en in de overige deelen onzes ligchaams werkzaam zijn4--,of 7b7 de aanwezige verschijnselen en opgedane ervaring veroorloven ons niet1 aan het bestaan eener zoodanige onafhankelijke ziel te gelooven4 ,wij gelooven aan de werkzaamheid der chemische en physieke krachten in onze hersenen3 maar dan kunnen wij geen vrijen wil hebben1 omdat1 gelijk gij zeer wel weet1 deze chemische en physieke krachten aan onveranderlijke en onverbiddelijk gestrenge1 consequente natuurwetten gehoorzamen4 ,laat ons nu eens nagaan waarheen de eerste stelling a ons leidt4 ,wij zijn allen eenparig van gevoelen en moeten dit als natuuronderzoekers zijn1 dat de dingen wel van vorm en zamenstel veranderen1 maar dat geene nieuwe stof1 geene nieuwe krachten kunnen geschapen worden4 ,derhalve kunnen ook onze zielen niet op nieuw geschapen zijn1 maar moeten zij vroeger reeds onder een anderen vorm hebben bestaan4 ,om nu het aanwezen te verklaren dezer zelfstandige zielen welke van de naar vaste wetten werkende natuurkrachten onafhankelijk zijn en een vrijen wil zouden hebben1 moeten wij toch het bestaan van een zielenvoorraad of eene zielenbron aannemen van waar zij 7langs voor ons geheel onbekende wegen7 in ons ligchaam zijn gekomen1 derhalve eene algemeene ziel1 eene wereldziel1 een ,god4 ,van deze goddelijke ziel heeft zich een deel in ons uitgestort 7hoewel ons onbekend is wanneer zulks plaats had1 of dit geschiedde bij de bevruchting1 in het embryo1 bij de geboorte1 of later87 en zich herschapen in eene bijzondere 7individule1 menschelijke7 ziel met bijzonderen vrijen wil4 ,maar vrijheid van wil en almagt moet toch bovenal de eigenschap zijn der algemeene ziel1 dewijl zij zich in het weinigje stof waaruit wij bestaan1 niet had kunnen overstorten1 indien zij deze eigenschap niet bezat4 ,indien nu echter uwe zielen1 zoomede de zielen van zoo vele millioenen andere menschen--elk afzonderlijk--haren eigen1 onafhankelijken vrijen wil heeft1 hoe kan ,god dan almagtig zijn en een vrijen wil hebben1 uithoofde iets vrijs buiten hem1--uithoofde zoo vele milioenen afzonderlijke1 van hem onafhankelijke gedeelten van vrijen wil aanwezig zijn8--,is deze veronderstelling niet ongerijmd1 onbestaanbaar en leidt zij niet regtstreeks tot het geloof aan wonderen1 't welk gij1 broeder ,dag1 in uw evangelie met zoo veel klem hebt bestreden8 ,betaamt het ons1 wier aanhoudend streven het is en moet zijn3 de wetten na te speuren waarnaar de verschijnselen in de natuur zich regelen1 aan dergelijke wonderen te gelooven8 ,en in welke betrekking zou dan een dergelijke1 van de natuur gescheiden1 persoonlijke ,god staan tot de natuurkrachten en wetten8 ,zou hij misschien niet anders verrigten dan toezien en--zielen scheppen1 namelijk scheppen zoodra de gelegenheid daartoe gekomen is1 derhalve voortdurend oppassen en--zoo spoedig en zoo dikwerf het aan de natuurkrachten in het menschelijke ligchaam 7zoomede vooraf aan twee exemplaren van den vrijen menschelijken wil7 aangenaam is geweest1 uit het vrouwelijke ei en het mannelijke zaad de vereischte stof daartoe te verschaffen1 fluks van zijne zijde eene ziel in deze stof te scheppen en te zeggen1 daar ziel1 loop2 ik wil dat gij zijt en na negen maanden vrijen wil hebt4 ,want dan zijt gij vrij en kunt uwes weegs gaan2 maar geef acht1 dat gij de vingers niet brandt2 want allerwege om u heen zijn natuurkrachten werkzaam en deze bekommeren zich noch om u1 noch om uwen vrijen wil4 b4 ,aan dergelijke wonderen kunnen wij niet gelooven1 dewijl zij in strijd zijn met het verstand en met de waarneming1 welke laatste leert dat de zielsvermogens van den mensch slechts van lieverlede in1 met en door de stof--het ei1 embryo1 foetus1 kind1 jongeling en volwassen mensch--tot ontwikkeling komen4 ,er blijft ons derhalve niets over dan de tweede veronderstelling aan te nemen en ,god met de natuur te vereenzelvigen4 ,doen wij dit1 dan kunnen wij--naar de stellige of absolute beteekenis van dit begrip--aan geen vrijen wil gelooven4 ,dit denkbeeld van vrijheid van wil is slechts een zelfbedrog1 een waan1 waarin de meeste menschen van de wieg tot aan het graf blijven voortleven4--,enkele diepdenkende personen hebben zich boven dien waan verheven en onderwerpen zich met tevredenheid aan den wil der natuur1 die zich in hen doet gelden1 ja1 zij putten troost en opbeuring uit de gedachte3 wij zijn slechts een deel van het eeuwige bewustzijn1 aan stof gebonden1 thans latent1 maar zullen eenmaal weder vrij worden4 ,als individu hebben wij niets dat ons eigen toebehoort1 behalve dit individule bewustzijn 7deze afspiegeling der gansche natuur is ons binnenste door middel onzer zintuigen71 dat na onzen dood in de ,godziel als herinnering zal voortleven4 ,,nacht4 ,uwe beschouwing is in strijd met mijn innigst gevoel4 ,de grens tusschen zedelijke en physieke vrijheid wordt door u niet duidelijk getrokken2 gij vermengt de eerste met de afhankelijkheid onzes ligchaams van de natuurkrachten1 zonder in aanmerking te nemen dat de zedelijke vrijheid slechts afhangt van zedelijke beweegredenen en dat wij in dien zin--zedelijk--wel degelijk vrij moeten zijn4 ,,avondrood4 ,vergun mij dan1 dat ik dit denkbeeld naauwkeuriger beschrijf4--,de innerlijke opgewektheid1 die wij begeerte1 willen noemen1 hangt af van indrukken van buiten of van inwendige aandoeningen die1 gelijk het geval is met onze herinneringen1 als een gevolg van uitwendige indrukken zijn overgebleven1 van behoeften1 gevoel1 zoomede van het voorbeeld door anderen gegeven2 zij kan derhalve niet vrij zijn4 ,ons blijft1 wel is waar1 de keuze over tusschen twee begeerten en de middelen ter harer bevrediging4 ,wij kunnen onze eigene begeerten besturen en beheerschen1 en wanneer wij overleggen en eene keuze doen1 daar schijnen wij ons zelven toe vrij te zijn4 ,maar eene andere vraag is deze3 of wij de overleggingen1 dan of de overleggingen ons beheerschen4--,ik geloof dat zij ons beheerschen4 ,want van waar toch komen de overleggingen8 ,wij zijn immers niets uit en door ons zelven1 maar alleen datgene hetwelk natuur1 opvoeding en lotgevallen ons hebben gemaakt4 ,reeds in het embryo ligt de kern van het karakter en den aanleg1 waarmede wij ter wereld komen en waarvan de oorzaak moet gezocht worden in de verscheidenheid der oorspronkelijke stoffelijke menging2--hoe toch zou het anders mogelijk zijn1 dat tweelingen van eene moeder menigwerf zoo geheel verschillend van elkander kunnen zijn van inborst en van aard8 ,opvoeding en doelmatige of verkeerde behandeling des ligchaams in het tijdperk van zijne ontwikkeling dragen later het hare daartoe bij1 om de eigenaardigheden van het opwassende individu scherper of onduidelijker te voorschijn te doen treden4 ,maar noch de oorspronkelijke stoffelijke aanleg1 noch de wijze van behandeling of van voeding des jeugdigen ligchaams1 noch het stelsel waarnaar het kind wordt opgevoed1 stonden ter keuze van het individu4 ,hij toch moest met blindheid zijn geslagen1 die niet wilde inzien dat onze geestvermogens1 onze inborst1 onze denkwijze en ons karakter het product zijn der genoemde omstandigheden1 welke de ontwikkeling van het individu beheerschen en waarop deze niet den geringsten invloed kan uitoefenen4 ,het zijn juist zulke oorzaken waarop onze keuze niet den geringsten invloed kan uitoefenen1 waarnaar zich 7veelal onbemerkbaar1 dewijl er geen acht op geslagen wordt--7 in rijperen leeftijd voortdurend onzen wil rigt4 ,uit dien hoofde moet1 gelijk ik reeds vroeger heb aangemerkt1 de maatstaf worden veranderd waarmede wij het goede en kwade meten en behoort deze zuiver menschelijk te zijn4--,herinnert gij u in de nieuwspapieren te hebben gelezen van den man die1 uit eene ziekte hersteld1 weder tevreden aan den arbeid zat1--tot hij eens plotseling in woede geraakte1 zijne vrouw en kinderen vermoordde en zich zelven daarna op eene vreeselijke wijze om het leven bragt8 ,indien hij in het leven ware gebleven1 zou de regter dan1 op grond van zedelijke beweegredenen1 hem van moord beschuldigen en als moordenaar hebben durven straffen8 ,was de moord aan zijne vrouw en kinderen gepleegd eene zoogenaamde daad van willekeur of eene onwillekeurige 7of reflex-7 beweging8 ,waar ligt de grens tusschen gezond van geest en krank van geest8 ,,nacht4 ,daarover behoort de geneeskundige te beslissen4 ,dergelijke gevallen1 waarvan gij zoo even gesproken hebt1 waar het moeijelijk is te beoordeelen of een individu gezond of ziek van geest is1 kunnen van tijd tot tijd voorkomen4 ,de gezonde echter--hieraan valt niet te twijfelen--heeft het volle bewustzijn van de beweegredenen zijner handelingen1 of zij goed of kwaad1 zedelijk of onzedelijk zijn4 ,niettegenstaande dat wilt gij thans ook den zedelijken wil des menschen als een noodzakelijk gevolg van oorzaken voorstellen1 die niet weder kunnen beschouwd worden als zijn eigen wil1 maar daarvan geheel onafhankelijk zijn6--,ik geloof daarentegen dat mijn eigen zedelijke wil1 als eene eigenschap mijner ziel die mij door ,god werd geschonken1 slechts van mijn zedelijk inzigt en niet1 gelijk door u wordt beweerd1 van de natuurwetten afhankelijk is4 ,want het zedelijke willen is geene natuurwet1 maar eene taak1 een ideaal1 naar welks verwezenlijking de mensch moet streven4 ,en juist1 dewijl het ons mogelijk is dit ideaal meer en meer te naderen1 kan de wil niet eenig en alln het gevolg zijn van oorzaken die van buiten op ons werken1 maar moet integendeel het gevolg zijn van eene innerlijke1 aan wetten gebondene regelmaat van het geestelijke leven zelf4 ,,avondrood4 ,dat heet met andere woorden3 de oorzaak van den wil ligt in de vatbaarheid van het geestelijk leven om opgewekt te worden4--,gij geeft daarmede toch tevens te kennen dat er innerlijke drijfveeren1 oorzaken van den wil bestaan en dat is zeer juist1 dewijl de meest bepaalde wil steeds het duidelijkst van zijne beweegredenen bewust1 derhalve afhankelijk van beweegredenen is1 d4 i4 van oorzaken die eerst vr korten tijd of reeds vele jaren geleden op uw voor indrukken vatbare gemoed invloed kunnen hebben uitgeoefend1 waarvan de indruk niet is uitgewischt4 ,zoodra nu gunstige omstandigheden zich vereenigen1 die opwekkend zijn voor dezen indruk1 zal hij zich als een gevolg dier vroegere oorzaken noodzakelijker wijze als wil6 uiten4 ,,nacht4 ,het is moeijelijk om met u te redetwisten4 ,maar gij zult toch toegeven dat de wil niet in dier voege aan bepaalde beweegredenen is gebonden1 dat niet ook andere oorzaken invloed daarop zouden kunnen uitoefenen8 ,,morgenrood4 ,gij lacht en gij 7,nacht7 fronst het voorhoofd8--,zonderling2 waarom redetwist gij toch6 ,het komt er immers in het practische leven juist niet zoo zeer op aan of de vrijheid van wil in absoluten1 positiven zin genomen 7met betrekking tot ,god en de natuur7 bestaat1 maar slechts of de mensch als verschijnsel met betrekking tot andere menschen dezen vrijen wil heeft en dit geloof ik volmondig toestemmend te moeten beantwoorden4 ,of de mensch eene daad a als zelfstandig vrij wezen1 dan of b eene onbekende magt in hem de wilsuiting te weeg brengt1 dit is den regter onverschillig4 ,daarnaar behoeft hij niet te vragen1 dewijl hij zich noodzakelijker wijze in hetzelfde geval bevindt als de mensch over wien hij zal oordeelen1 of in het geval a of in het geval b4 ,de zederegter en wetgever grondt wel degelijk zijn regt om te beloonen of te straffen op de mate van toerekenbaarheid van het individu1 niet op de mate waarin hij de mogelijkheid of onmogelijkheid van het bestaan des absoluut vrijen wils in aanmerking neemt1 maar slechts in zoo verre als hij1 om te beloonen of te straffen1 noodig heeft ten eerste een persoon aan wien de wil als een zich zelfbewuste wil kan aangerekend worden1 en ten tweede het bewijs dat op dit willen de daad waarover geoordeeld wordt1 als voorbedachte daad is gevolgd4--,het is waar1 ook hier loopen de grenzen tusschen met bewustheid en niet met bewustheid willen en handelen wederom zoodanig in een1 dat het niet immer mogelijk is deze bepaaldelijk te kunnen onderscheiden4 ,derhalve zal elke milde wetgeving daarheen zijn gerigt3 dat niet worde gestraft1 waar geene verbetering meer mogelijk is1 maar dat onschadelijk worde gemaakt1 hetgeen voor de zamenleving verderfelijk zou kunnen worden4 ,,avondrood4 ,toegegeven1 broeder6 ,op dit punt zijn wij de zaak eens4 ,van ouds her werd het als eene deugd der goede en verlichte vorsten beschouwd1 dat zij de misdadigers genade schonken en de doodstraf slechts in zeldzame gevallen lieten voltrekken1 wanneer de toestand der maatschappij dit vorderde of de openbare meening dit offer scheen te verlangen4 ,,nacht4 ,dit is eene stelling van uw systeem welke ik zou kunnen beamen1 namelijk in zoo verre het wenschelijk is te achten dat de twijfel aan de mate van toerekenbaarheid der misdadigers den wetgever tot eene zachtere behandeling van hen stemme en zulks aanleiding geve tot afschaffing van alle barbaarsche straffen4 ,maar vreest gij dan niet dat1 indien het niet-gelooven aan den vrijen wil algemeen verbreid en de afschrik verwekkende straffen geheel en al afgeschaft waren1 de misdaden alsdan op eene onrustbarende wijze zouden toenemen8 ,,morgenrood4 ,veroorloof mij op deze vraag te antwoorden4 ,ik vermeen mij overtuigd te mogen houden1 dat ik in dit opzigt hetzelfde gevoelen ben toegedaan als broeder ,avondrood en ,dag4 ,vooreerst verzoek ik u uwe eigene ervaring te raadplegen en neem ik de vrijheid u te herinneren aan de feiten uit de geschiedenis4--,dit afschrikkingssysteem staat in dezelfde verhouding tot de voormalige wetgevingen1 als de hel en het vagevuur tot de ,christelijke kerk4 ,ik loochen niet dat de afschuw van straf en schande bij vele1 niet zeer hartstogtelijke menschen eene beweegreden kan zijn1 welke invloed op hunnen wil uitoefent en hen terug houdt van het plegen van misdaden4 ,uit dien hoofde acht ik het ook goed1 dat onze wetboeken strafbepalingen stellen op het booze d4 i4 op datgene wat in strijd is met de eischen der maatschappij1 wat een derde schadelijk is4 ,ik verhef mijne stem niet tegen de straffen in het algemeen1 maar alleen tegen het doel ter afschrikking hetwelk in gruwzame en onmenschelijke straffen zou gelegen moeten zijn4 ,dat zij dit doel niet bereiken1 heeft de geschiedenis ten klaarste bewezen4 ,elk gepleegde misdaad staat in eene regtstreeksche verhouding tot de hartstogt1 welke den misdadiger tot het bedrijven er van aanzet4 ,daartegen kan geene afschrikking iets doen4 ,zoo lang de driften woeden1 wordt elke straf veracht of er wordt volstrekt niet aan gedacht4 ,bezat gedurende de middeneeuwen niet elke kleine stad hare galg en haar halsgerigt1 waar gehangen1 gevild1 ,met gloeijende tangen geknepen1 gevierendeeld1 geradbraakt en levend verbrand werd8 ,en zijn wel ooit meer en vreesselijker misdaden bedreven2 hebben de papen1--deze geestelijke ,bothriocephali der menschheid--in eenig tijdperk der geschiedenis ooit erger gewoed dan destijds1 toen halsgerigten en galgen even talrijk waren als kruizen en bidkapellen2 toen het geloof aan hel en vagevuur als het eerste en gewigtigste leerstuk werd beschouwd1 dat wel is waar de menschen niet afschrikte van het kwaad1 maar niettemin een voortreffelijk lokaas was om de kelders der kloosters met wijnvaten en de buidels der bisschoppen met geld te vullen8 ,welke zedeloosheid heerschte destijds in alle rangen der maatschappij1 welke snoodheden werden niet bedreven6--,en zou juist het dagelijksche schouwspel der barbaarsche straffen1 het voorbeeld der beulsknechten die in grooten getale op hunne schavotten werkzaam waren1 niet hebben medegewerkt om de zedelijkheid onder de menschen nog lager te doen dalen1 het gevoel te verstompen1 hen gemeenzaam te maken met tooneelen van meedoogenlooze gruwzaamheid en daardoor het plegen van nieuwe misdaden voorbereid hebben8 ,tegenwoordig wordt hoogstens nog een onnoozele boer gevonden die aan de hel en het vagevuur gelooft4 ,slechts hier en daar wordt nog een zwakke vorst aangetroffen die zich van de naar magt en invloed hakende ,jezuiten laat wijs maken1 dat slechts het uitzigt op den ,christelijken hemel1 op de eeuwige gelukzaligheid de hongerende armoede kan bedaren1--dat slechts de vrees voor hel en duivel de zucht tot oproer bedwingen en het gepeupel1 de onwetende volksmassa in toom houden kan1--maar desniettemin 7ja1 ik geloof juist om die reden7 zult gij vinden1 dat het aantal misdaden sedert de middeneeuwen onder een gelijk aantal der bevolking in gelijke mate heeft afgenomen1 als de beschaving1 de verlichting zijn gestegen4 ,ja1 ik durf als mijn innigste overtuiging hierbij voegen dat het aantal misdaden voortaan nog veel sneller zal afnemen1 wanneer eenmaal eene redelijke godsdienst de tegenwoordige onzinnige geloofsleer zal hebben vervangen1 wanneer eerst der papenspook1 zoo als mis1 biecht1 enz4 zal zijn afgeschaft en men zal aanvangen om de menschen1 in plaats van ze schrik aan te jagen met hel en vagevuur1 met menschenliefde te verheugen4 ,het geloof der tegenwoordige wereld is in het algemeen slechts een schijnbaar geloof1 een geloof dat niet gelooft hetgeen zij vermeent te gelooven2 het is niets anders dan een besluiteloos1 flaauw ongeloof1--hoe kan nu dit geloof een mensch dien driften vervoeren1 van de misdaad terughouden8 ,het geloof aan het bestaan eener hel is toch geene overtuiging1 doet steeds nieuwen twijfel ontstaan en wanneer de ure der beproeving is gekomen1 wordt de misdaad gepleegd in spijt van de hel met al hare duivelen6--,ja1 de ervaring heeft geleerd1 dat de domste menschen die het blindste geloof schenen te hechten aan de kerkleer1 die het vlijtigst ter biecht en ten avondmaal gingen1 in alle tijdperken der geschiedenis juist de meeste en zwaarste misdaden hebben bedreven4 ,de natuurlijke reden welke den mensch terughoudt van het kwade1 heeft haren oorsprong in zijne maatschappelijke behoeften en spruit voort uit de overtuiging dat hij1 het individu1 op den duur zelf niet gelukkig kan zijn1 indien hij er niet naar streeft om zijne medemenschen in wier midden hij woont1 insgelijks gelukkig te maken4 ,deze waarheid is zoo groot en algemeen1 dat zij zich zelfs openbaart onder een handvol wilden1 zoodra deze hun zwervend leven verlaten1 zich onderling naauwer aannsluiten en eene kleine kolonie stichten4 ,want zelfs deze kleine maatschappelijke vereeniging van menschen die in een gehucht van #f #aj hutten vereenigd zijn1 zou bezwaarlijk #ad dagen kunnen blijven bestaan1 de verschillende leden zouden elkander noodzakelijkerwijze moeten verdelgen1 indien zij zich niet onthielden van inbreuk te maken op hunne wederkeerige regten1 indien zij aan de zedelijke natuurwet1 menschenliefde geheeten1 niet gehoorzaamden1 niet wederkeerig opvolgden hetgeen hen geen messias1 geen profeet heeft geleerd4 ,,dag4 ,dat is volkomen waar6 ,hetzelfde heb ik insgelijks bij meer dan eenen wilden volkstam in den ,indischen archipel waargenomen4 ,wel schijnt de ware menschenliefde den ,christenen zoo vreemd te zijn1--wel schijnen zij haar zoo verre van hunne natuur verwijderd te achten1 dat zij den ,hebrer die voor #ah #a_/b eeuw het aankweeken van menschenliefde aanbeval en niets meer en niets minder dan menschenliefde aanbeval1 die derhalve niets deed1 niets leerde dan hetgeen de wilden onder zich doen en jegens elkander in acht nemen1--dat zij dezen man als een onbereikbaar ideaal vergoden4 ,,nacht4 ,lieve broeders6 ,ik herinner mij verscheidene gebeurtenissen uit het leven dier zoogenaamde wilden en geloof1 dat gij ten opzigte van dit punt de zaak bij het regte einde hebt4 ,het smart mij te moeten bekennen dat de vooroordeelen1 welke in mijn boezem zijn ontstaan door de wijze waarop onze bigotte oom ,r4444 #ea mij heeft opgevoed1 niettegenstaande zij in strijd zijn met alle regelen van het gezond verstand1 zich bij zoo menige gelegenheid in mijn binnenste weder trachten te doen gelden4 ,het is ontegenzeggelijk dat de jeugdig geboren mensch een bepaalden aanleg en vermogens mede ter wereld heeft gebragt2 de opvoeding echter en de latere lotgevallen zijn het die op het karakter den stempel drukken en den man in rijpen leeftijd maken tot hetgeen hij is4 ,de aanleg welke de mensch bij zijne geboorte medebrengt1 laat zich vergelijken bij eene locomotief welker ketel met goed verhitte stoom is gevuld2 de opvoeding schrijft aan dezen aanleg de rigting1 den weg voor langs welken hij zal loopen1 en de lotgevallen zijn de conducteur die hem leidt4 ,mogten toch alle menschenvrienden hunne onafgebrokene opmerkzaamheid gevestigd houden op de opvoedingsgestichten en leerscholen der jeugd6--,wat ben ik niet in gevaar geweest om dwalingen1 die men mij in mijne vroegste jeugd als heilige waarheden had ingeprent1 nog verder te verbreiden en de arme ,javanen in de orthodoxe geloofsleer van het zoogenaamde ,christendom onderrigt te geven6 ,u1 broeder ,dag1 zeg ik dank dat gij mij voor dergelijke zonde heb bewaard die ik zonder opzet1 ja1 met de beste bedoeling zou begaan hebben1 toen mijn verstand nog beneveld was door het tot eene gewoonte gewordene1 aangeleerde1 diep ingewortelde en ingeprente drie-eenheids dogma4--,nu echter rust ook op u de verpligting1 de leerstellingen van onzen oudsten broeder te wederleggen1 die mij in een afgrond dreigen te storten van waar ik geen uitweg kan vinden4 ,,dag4 ,ik wil u gaarne mijne gevoelens daaromtrent mededeelen en ik hoop1 dat ik eenige van de tegenstrijdigheden zal kunnen oplossen1 die welligt slechts daarom onzinnig schijnen te zijn of in onderlinge tegenspraak te staan1 dewijl de veronderstelling niet juist was1 waarop de gevolgtrekkingen werden gegrond en waaruit ,avondrood1 naar een consequent beginsel1 steeds talrijkere stellingen afleide4--,maar broeder ,morgenrood heeft immers beweerd1 den eenigen weg te kennen die rondom gindschen afgrond heen leidt en ons in de harmonische streek brengt1 waar geene tegenstrijdigheden meer worden gevonden6 ,zouden wij hem niet verzoeken1 ons vooraf eerst met zijne beschouwingen omtrent mensch1 natuur en ,god bekend te willen maken1 opdat wij weten in welke stukken hij met ,avondrood verschilt of met ons overeenstemt1 ten einde wij later het bijnbehoorende ook beter in zijn verband kunnen behandelen8 ,,morgenrood4 ,zeer gaarne1 waarde broeders6--,gelijk met alle godsdiensten het geval is welke het bestaan der wereld evenmin kunnen verklaren1 als zij het ontstaan 7of het worden7 er van kunnen begrijpen1 zoo ook begint mijn geloofstelsel met eene mythe1 die ik u zal voorlezen1 dewijl ik haar na een droom dien ik eens gedroomd heb1 op het papier heb gebragt4 ,dit is het eenige dat ik omtrent mijne beschouwingen ten dezen opzigte heb opgeteekend4 ,ik geloof bovendien dat ik in de ontwikkeling er van zeer kort zijn kan1 dewijl mijne leer in het wezen der zaak met de stellingen van mijn oudsten broeder overeenkomt1 met uitzondering van een enkel punt4 ,de komst onzer jongens stoorde ons in ons gesprek4 ,zij droegen ons avondeten voor zich uit4 ,het was reeds over #f ure en ofschoon het reeds een geruimen tijd had opgehouden met regenen1 bleef de hemel nog steeds met wolken bedekt1 waardoor de overgang van het schemerlicht dat nog in onze hutten viel1 in eene volslagene duisternis werd bespoedigd4 ,de lezer weet hoe snel dag en nacht tusschen de keerkringen op elkander volgen4 ,binnen weinige oogenblikken waren de lampen aangestoken2 spoedig hadden wij onzen eetlust bevredigd en waren de bedienden met de overblijfselen van het maal weder verdwenen1--toen broeder ,morgenrood zich gereed maakte om aan zijne belofte te voldoen4 ,,geloofsbekentenis ,,van ,,broeder ,,morgenrood4 ,mythe4 ,in den beginne was een almagtig geest of ,god1 wiens wezen slechts bestond uit tijd en ledige ruimte en die1 dewijl hij geheel alleen was1 zich zeer verveelde4 ,hij schiep zich derhalve eene tegenstelling1 deelde zich in twee gelijke deelen en stiet de eene helft van zich af1 waaruit een tweede1 even almagtige geest ontstond die zich duivel noemde4 ,deze beide 7uit tijd en ruimte gevormde7 tegenstellingen draaiden zich nu1 even als eene dubbele ster1 in een kring rondom een gemeenschappelijk middenpunt en vermaakten zich op die wijze gedurende drie millioen jaren tamelijk wel4 ,geest duivel verzuimde niet geest ,god bij elke gelegenheid tegen te spreken en geest ,god scherpte aan de tegenspraak zijn verstand4 ,maar gelijk het beste middel tot tijdverdrijf eindelijk door zijne eentoonigheid vermoeijend wordt1 begon het eeuwigdurend tegenspreken ook ,god ten laatste te vervelen2 hij verweet dien ten gevolge zijn neven- of tegengeest1 dat hij een onbescheidene en ondankbare duivel was die zich tegen hem verhief1 niettegenstaande hij zijn gansche aanwezen slechts aan zijne goedheid verschuldigd was1 dewijl hij1 ,god1 hem eerst voor drie millioen jaren uit de tweede helft van zijn eigen ik had gemaakt4 ,hierop gaf de duivel hem met spottend gelach ten antwoord1 dat ,god hem dankbaar moest zijn voor het aangename tijdverdrijf1 hetwelk hij hem nu reeds gedurende zoo langen tijd had verschaft en dat hij daarentegen van den aanvang af1 ja nog veel vroeger dan ,god had bestaan1 aan wien hij verklaarde geen dank hoegenaamd schuldig te zijn4 ,dit snoode antwoord verbitterde den eerstgeboren geest2 maar hij kon den duivel niet meer verbannen1 die reeds van den oogenblik der verdeeling af1 even almagtig was geworden als hij en nu met zijnen toorn spottede4--,op die wijze waren de beide oorspronkelijke geesten met elkander in twist geraakt2 zij konden zich echter niet van elkander losmaken1 dewijl de bestaande band van verwantschap hen bleef verbinden en tot het draaijen om een middenpunt dwong4 ,eindelijk werd ook de duivel het eeuwige twisten en omdraaijen moede en beide1 ,god en de duivel besloten op leven en dood met elkander te strijden4 ,zij kwamen nu overeen1 om zich in een oneindig aantal oneindig kleine atomen te herscheppen en1 elkander vastomstrengelend1 zich in deze atomen te verbergen en te verschuilen4 ,zij kwamen verder overeen1 dat ieder van hen beiden in elk atoom juist een millioen oorspronkelijke1 verschillende eigenschappen zou bezitten1 welke in aanraking komende met andere atomen zich als krachten zouden uiten en door hare verbinding met andere wederom nieuwe1 afgeleide eigenschappen zouden verkrijgen1 wier aantal voor elke verbinding werd vastgesteld op een millioen maal een millioen4 ,zij bepaalden deze eigenschappen1 verdeelden ze naar gelang van haren aard onder hen beiden en regelden de wetten1 waarnaar de groote strijd zou gestreden worden4 ,hierop omarmden zij elkander en van dien zelfden oogenblik af hielden ,god en duivel op te bestaan1--er ontstond eene oneindige menigte atomen1 zij vlogen snorrend uiteen en de wereld in nevelvorm1 atomenvorm was ontstaan4 ,gedurende drie duizend millioen jaren hebben deze atomen 7in elk waarvan ,god en de duivel verborgen schuilt7 nu reeds met elkander gestreden2 zonnen1 planeten en manen zijn ontstaan1--eenige van gindsche eigenschappen 7die wij menschen zwaartekracht1 licht1 electriciteit en dergelijken noemen7 hebben betrekkelijkerwijze gesproken eene groote heerschappij verkregen2 andere 7zoo als b4 v4 die welke kalium1 natrium heeten7 zijn op het punt geweest om verwonnen te worden2 eene menigte atomen hebben zich op de planeet aarde tot planten en dieren vereenigd2 in een dezer dieren1 in den mensch1 is de oorspronkelijke eigenschap van den eersten geest1 de zielskracht1 reeds in eene veel hoogere mate te voorschijn getreden1 dan in de anderen1--maar nog steeds is het twijfelachtig1 wie van de beide geesten1 ,god of de duivel1 op deze planeet de zege zal behalen4 ,zoo zullen de atomen strijden1 zich verbinden1 zich scheiden1 zich op nieuw vereenigen en in steeds afwisselende vormen worden herschapen1 totdat de eigenschappen van een der oorspronkelijke geesten 7die er in verborgen ligt7 die des anderen zullen1 verwonnen hebben2 mogt de eerstgeborene geest als verwinnaar uit den strijd treden1 dan moeten uit den vorm des menschen op deze aarde meer volkomen vormen ontstaan1 begaafd met meer volkomene eigenschappen1--deze moeten steeds meer veredeld worden1 de zielskrachten moeten steeds helderder1 uitgebreider1 meer omvattend1 goddelijker worden1 totdat eindelijk de duivel verwonnen en de wereldziel in zijne reine oorspronkelijke hoedanigheid weder te voorschijn gekomen1--totdat de mensch ,god is geworden4--,of zouden beide oorspronkelijke geesten weder even magtig uit den strijd terugkeeren8--,of zoude de duivel verwinnen8 ,dit is de mythe van de herschepping en vleeschwording ,gods4 ,thans is hij nog verborgen in de natuur en de magt der tegenstelling is groot4 ,maar hij ontwikkelt zich en de duur van het ontwikkelingstijdperk der schepping omvat vele millioenen maal millioenen van jaren4 ,einde der mythe4 ,mijn weten is mijn gelooven4 ,hetgeen ik niet weet of niet weten kan1 dat geloof ik niet4--,de grondstelling waarnaar ik mij bij al mijne onderzoekingen rigt is deze1 dat elk verschijnsel zijn grond1 elke werking hare oorzaak heeft4 ,de ware natuuronderzoeker moet zich onthouden van alles wat louter bespiegeling mag heeten en in zijne gevolgtrekkingen geene schrede verder gaan1 dan de gedane waarnemingen veroorloven4 ,hij moet de natuur door feiten1 verschijnselen verklaren en ophelderen en het door hem behandelde onderwerp laten spreken4 ,zijne taak is3 het uitvorschen van feiten1 wetten4 ,geen verschijnsel laat zich verklaren door het afzonderlijk1 op zich zelve te beschouwen1 maar door datgeen wat er mede zamenhangt1 goed waar te nemen en te rangschikken1 komt men tot een juist inzigt in de zaak4 ,even als bloote veronderstellingen schadelijk en verderfelijk zijn voor de wetenschap1 zoo zijn zulks voor het menschelijke geslacht alle stelselmatig voorgeschrevene vereeringen van ,god4 ,zij doen vooroordeelen ontstaan en zijn oorzaak dat of geheel niet1 of eerst later een duidelijk begrip der zaken wordt verkregen4 ,in absoluten1 stelligen zin genomen bestaat er geene stof1 gelijk reeds vroeger broeder ,avondrood uitvoerig heeft aangetoond1 dewijl alles wat wij stof noemen1 slechts eene vereeniging is van een grooter of kleiner getal zamenwerkende eigenschappen1 die zich gezamenlijk laten herleiden tot bewegingsverschijnselen 7krachten74 ,niets rust in het heelal4--,in een betrekkelijken zin beschouwd bestaat echter voor ons alles wat aanwezig is1 uit stof en bestaat er niets dan stof en aan stof gebondene krachten1 zonder dat hierop eene enkele uitzondering voorkomt4 ,kracht toch is bewogene stof4 ,onze gedachten zijn stof in beweging4 ,hetgeen gij1 broeder ,dag en ,nacht ,god noemt1 is gelijk ,avondrood reeds bewezen heeft1 niet anders dan eene vereeniging van een zeker aantal menschelijke eigenschappen die gij in uwe gedachten zamenvoegende1 aan de natuur onderschuift en welke gij1 dewijl de natuur oneindig is1 u voorstelt als in eene oneindige mate volkomen1 weshalve het woordje ,al4444 er voor wordt geplaatst4 ,deze ,god bestaat uitsluitend in uwe verbeelding4 ,indien de geestvermogens van dier en mensch als het gevolg mogen beschouwd worden van hunne bewerktuiging1 en de waarheid hiervan kunt gij niet ontkennen1 waartoe moet dan eene ziel dienen8--,indien de natuurwetten de wereld regeren1 tot welk einde moet dan nog een ,god strekken8--,ik ken geen anderen ,god dan de natuur en de natuurnoodzakelijkheid1 dewijl alle verschijnselen die zich in haar aan ons openbaren1 naar eeuwig onveranderlijke wetten plaats grijpen4 ,zoo als deze natuur1 deze wereld thans is1 bestaat het leven slechts door middel van tegenstellingen4 ,de tegenstelling alleen maakt dat de dingen werkelijk zijn2 zij vormt de wereld4 ,het goede is slechts denkbaar1 dewijl zijne tegenstelling bestaat3 het booze4--,denkt hierover na en stemt toe1 dat geene deugd mogelijk is zonder ondeugd1 dat de deugd voor u geheel ondenkbaar zoude zijn1 zonder de kennis van het kwade welke gij bezit4 ,het genot1 het gevoel van behagelijkheid is zonder smart en lijden even onmogelijk1 als dat het licht kan bestaan zonder schaduw1 dag zonder nacht1 morgen- zonder avondrood4 ,broeder ,avondrood1 die toch den wil des menschen zeer juist heeft verklaard als te bestaan in beweging van stof1 maakt zich echter aan eene groote inconsequentie schuldig1 terwijl hij het verschijnsel van het zelfbewustzijn tracht op te helderen en schrijft zonderbaar genoeg6 aan de gansche natuur zelfbewustheid toe1 als of het eene onverklaarbare 7gesteld dat het zoo ware7 door een tweede dat nog veel onverklaarbaarder is1 kon worden toegelicht4--,laat ons toch zulke onbewezene veronderstellingen niet maken4 ,is de wereld in mijn oog een wonder1 dan vergenoeg ik mij met dit eene wonder en neem ter verklaring er van niet een tweede1 derde en vierde wonder1 d4 i4 geene niet-wereld1 geen ,god en geene schepping der wereld aan4--,de stof is eeuwig en beweegt zich in de wereld welke zij vormt1 met hare eigenschappen 7de natuurkrachten7 naar noodzakelijke1 van eeuwigheid er aan verbondene wetten4 ,de natuurverschijnselen spiegelen zich af in ons voor indrukken vatbare gemoed en brengen1 even als lichtbeelden op de met jodium behandelde zilveren plaat1 een indruk1 een hersenbeeld te weeg4 ,de som of het product der hersenbeelden is ons bewustzijn1 hetwelk steeds des te meer volkomen en duidelijk is1 naarmate de zintuigen waarmede wij in wederkeerige betrekking staan tot de omringende natuur1 een hoogeren graad van volkomenheid bezitten1 naarmate dit verkeer1 deze oefening langer voortduurt en het aantal grooter is der beelden1 waarin wij als het ware ons eigen ik1 ons oog1 ons oor1 ons gevoel als voorwerp aanschouwen1 hooren en gewaar worden4 ,want even als elk ding de som zijner eigenschappen is1 zoo is de denkende mensch de som zijner zinnen1 welke in eene bepaalde betrekking tot de dingen staan4 ,maar dit verkeer met de buitenwereld heeft plaats door middel van stoffelijke beweging die1 verbonden met electrische stroomen in de zenuwen1 in de hersenen gewaarwordingen te weeg brengen4 ,hoe menigvuldiger nu deze stoffelijke bewegingen zich herhalen1 b4 v4 hoe menigvuldiger de klank op ons oor1 het licht op ons oog werkt1 des te helderder kennis verkrijgen wij1 des te levendiger wordt het bewustzijn1 hetwelk uit dien hoofde bij het kind1 gedurende de eerste maanden zijns levens zeer weinig en bij de lagere diersoorten1 zoomede bij het embryo nog volstrekt niet of slechts ter naauwernood is ontwaakt4 ,er zijn gezonde zintuigen en menigwerf herhaalde werkingen noodig1 om eene gewaarwording 7den indruk der dingen in onze hersenen7 als een helder bewustzijn te behouden4 ,oesters 7die oogen1 noch ooren hebben7 bezitten een minder volkomen bewustzijn dan meikevers of spreeuwen1--doofstommen1 blinden of menschen die in de duisternis waren opgesloten 7zoo als het geval was met ,caspar ,hauser7 minder dan menschen1 die gelukkig genoeg waren om hunne vijf gezonde zinnen #cj jaren lang te oefenen4--,het bewustzijn is derhalve eene eigenschap der stof en bij dieren en menschen slechts verschillend naar de mate waarin zij het bezitten4--,hetgeen men verstand1 oordeel1 rede noemt1 zijn geene op zich zelven staande1 enkelvoudige krachten of vermogens1 waarvan men de zoogenaamde geestesverrigtingen als bloote uitingen of gevolgen zoude kunnen afleiden1 maar deze gewoonlijk als eenheid beschouwde vermogens zijn zelve niet anders dan het resultaat eener lange rij van schakels in eene keten1 tot welker kennis de physiologen nog ter naauwernood den weg hebben gebaand4 ,gij hebt gezien waarheen gij wordt gevoerd1 wanneer gij van den weg der ervaring1 der waarneming afwijkt1 wanneer gij de grens der gevolgtrekkingen waartoe wij mogen komen op grond van stellige feiten1 overschrijdt en onbewezene stellingen aanneemt4 ,een van u laat ,god zijne wereld als een tol aan de vinger rond draaijen2 de andere laat hem in elken tijger1 in elken moordenaar spoken2 nu eens ontkent gij1 met het doel om aan u zelven een vrijen wil te verzekeren1 dat uw ,god de voorwetenschap bezit welke den mensch toch in zekere mate wel degelijk eigen is1 en dan weder schrijft gij hem de kennis toe van de geringste kleinigheid1 zoo als b4 v4 het uitvallen van een haar1 en laat hem dit millioenen van jaren1 zoo niet voor alle eeuwigheid vooraf bepalen6--,zijn dat geene ongerijmdheden8 ,wanneer wij nagaan wat op deze aarde leeft en zich beweegt1 dan zien wij dat vele dieren1 ja zelfs de mensch1 ten einde het leven te behouden1 gedwongen zijn andere1 met gevoel begaafde wezens die zich in hun aanzijn verheugen1 van het leven te berooven1 te vermoorden en te eten4 ,dit beschouw ik als een bewijs dat het zonnestelsel1 of althans de planeet die wij bewonen1 eene der onvolkomensten1 een der minst ontwikkelden in het heelal is4 ,er moeten hooger ontwikkelden worden gevonden1 waar alle levende1 met eigen gevoel begaafde wezens vreedzaam met elkander kunnen zijn zonder elkander te verdelgen1 en waar slechts de hun van natuur ingeschapene wet welke den levensduur regelt1 aan het bestaan der individuen een einde maakt4 ,ik geloof1 dat wij tot die hoogte zullen geraken en dat het in onze ontwikkelingswetten ligt1 voedingsstoffen1 zoo als eiwit1 melk en vleeschachtige ligchamen1 uit de zoogenoemde onorganische stoffen1 uit aarde1 rots1 water en lucht te leeren bereiden4 ,het doel des levens en van 's menschen aanwezen kan toch geen ander zijn dan dit3 steeds grondiger1 meer omvattende kennis te verkrijgen van de natuurwetten1 opdat wij ze leiden en beheerschen kunnen1 opdat wij ze aan ons dienstbaar kunnen maken1 opdat wij steeds onafhankelijker er van worden1 opdat de storm ons schip niet meer kan verbrijzelen1 de koude ons niet meer hinderen1 de honger ons niet kwellen1 de bliksem ons huis niet meer in brand kan steken1 opdat wij de teugels der natuurwetten--de draden welke oorzaak aan gevolg verbinden--in onze eigene handen nemen1 ja1 opdat wij eindelijk buiten den tooverkring der natuurnoodzakelijkheid treden en ons tot vrijheid1 tot absolute vrijheid van wil verheffen6 ,een eerste natuurwet echter beveelt ons1 dat wij niet als kluizenaars1 maar in eene maatschappelijke vereeniging zouden leven1 dewijl slechts de vereeniging van vele menschen aan de vereischten van een volkomen en gelukkig aanzijn beantwoordt2--eene tweede natuurwet bevat den inhoud onzer zedeleer en zegt3 gij kunt op den duur1 te midden van zoo vele menschen levende1 zelf niet gelukkig zijn1 niet vrolijk1 niet tevreden blijven1 indien gij er niet naar streeft insgelijks de anderen gelukkig te maken4 ,hebt derhalve uwe naasten lief en betracht de leer1 die reeds door genen voortreffelijken ,hebrer van ,nazareth werd verkondigd3 hetgeen gij wilt dat anderen u doen1 doe hen desgelijks2 wijs den verdwaalden den regten weg1 onderrigt de onwetenden en bedrogenen1 schendt de regten van uwe broederen niet en help hen1 indien zij in nood zijn4 ,mijn ,god zijn wij zelven3 de mensch4 ,mijn godsdienst is de anthropologie4 ,mijne voorzienigheid is het verstand1 de wil1 de liefde1 welke in mijn boezem levendig zijn4 ,ik bekommer mij niet om de vraag naar absolute vrijheid of niet-vrijheid van den wil4 ,deze vragen zijn van louter bespiegelenden aard4 ,absoluut genomen is er niets in de natuur dat vrij is1 dewijl het eene van het andere afhangt en alles gelijkelijk moet bukken voor den albeheerscher1 voor den tijd4 ,ik ben echter vrij1 dewijl ik duidelijk en met vreugde bewust ben van de natuurlijke noodzakelijkheid mijns aanwezens1 der betrekkingen waarin ik sta1 der eischen en vorderingen die ik maken kan1 der grenzen en der uitgestrektheid van mijn werkkring4--,mijn lot ligt in mijne hand1 dat ik met te meer vastheid kan besturen1 naar gelang ik dieper inzigt heb in de wetten der natuur1 met inbegrip van die welke het menschdom als geslacht beheerschen1 welke de innerlijke vatbaarheid des menschen voor indrukken bepalen4--,mijn geluk is mijne keuze4--,mijn geloof is de ontwikkeling der menschheid tot iets schooners1 door eigene1 haar ingeschapene kracht4 ,moge deze wilskracht door beweegredenen bepaald1 derhalve aan natuurwetten gebonden zijn1 deze natuurwetten zijn niettemin van dien aard dat zij mijne ontwikkeling begunstigen1 ik kan deze wetten toch leeren kennen1 beheerschen1 aan mij dienstbaar maken1 mij er boven verheffen1 en in dat opzigt is de kring waarin mijne vrijheid zich beweegt1 groot--oneindig groot1--in dat opzigt is mijn wil vrij6 en in het volste bewustzijn dezer vrijheid maak ik er van gebruik4 ,dit is het doel des levens3 het goede moet zich uit de natuur ontwikkelen1 zich verzoenen met zijne tegenstelling2--de mensch moet de natuurwetten leeren beheerschen1 hij moet zich er boven verheffen en zich veredelen tot--,god op aarde6 ,,avondrood4 7,in vervoering geraakt1 springt van zijn zetel op47 ,kom in mijne armen1 beste broeder6 ,dit denkbeeld is grootsch1 schoon1 heerlijk4 ,uw stelsel is het ware4 ,gij hebt de waarheid gevonden4 ,heerlijk1 heerlijk6--,derhalve3 er is een dag1 een algemeene dag1 een eenige dag vooraf gegaan2--daarop volgde een nacht2--maar thans is ,god herschapen in de natuur1 hij bestaat niet1 maar ontwikkelt zich weder uit deze natuur8--,heb ik u goed begrepen8--,hier1 leg uwe hand in de mijne3 ik kom tot uwe zijde over1 ik word ,morgenrood4--,de mensch is derhalve uw ,god1 in wien het goede met het kwade strijd voert8--,ja1 daarin is het ware der zaak gelegen2 daar verrijst in duidelijk schrift de geheele zedeleer voor mijne oogen1 de tegenstrijdigheden zijn opgelost1 het onzinnige geloof aan de voorbeschikking1 de voorwetenschap van alle eeuwigheid heeft opgehouden te bestaan2 onze voorzienigheid zijn wij zelven3 het booze moeten wij bestrijden en algemeene liefde voor al onze naasten voeden1--,god moeten wij worden6--,wij hebben een vrijen wil2 wij ontwikkelen ons2 het noodlot1 de gansche wereld ligt in onze eigene handen6--,dank1 broeder1 dank zij u6 voor dit gelukkige denkbeeld2 dit geeft moed1 dit geeft kracht1 dit geeft onverdelgbare1 voorwaarts strevende hoop6--,nogmaals1 beste broeder1 breng ik u mijn innigsten dank voor de mededeeling van uw voortreffelijk denkbeeld4 ,menschen willen wij zijn en de drie absolute magten1 waardoor ,god zich uit den mensch tracht te ontwikkelen1 verstand1 wil1 liefde6--deze willen wij vereeren en aankweeken4--,en wat zeggen nu broeder ,dag en broeder ,nacht hierop8 ,,nacht4 7,in diep nadenken verzonken1 langzaam47 ,les extrmes se touchent4 ,,dag4 7,de ongehuichelde verrukking van ,avondrood die1 het laatste overblijfsel van zijn ,god uit de natuur verloren hebbende1 zich des te inniger aan den mensch vastklemde1 deed mij heete tranen storten en ik had eenigen tijd noodig1 om mijne ontroering meester te worden47 ,mijn beste broeder ,morgenrood en ,avondrood6 ,is het niet vreemd1 dat in u--atheisten gelijk men u noemen zal1 dewijl gij aan geen ,god gelooft--dat deze ,god1 deze wonderbaarlijke1 redelijke geest in de natuur juist in u1 die aan zijn bestaan niet gelooft1 op het heerlijkst en schoonst zich openbaart86 ,want zoo waarlijk gij een deel zijt der natuur1 hetgeen gij niet kunt ontkennen1 evenzoo behoort de geest die uit u spreekt1 die u bezielt1 ontvlamt1 verrukt1--toch insgelijks tot de natuur2 hij ligt dus er in1 in de natuur4--,hoe kunt gij weten1 welke schepselen op verwijderde hemelligchamen leven1 op zonnen en planeten die1 even als haar omvang grooter is1 insgelijks veel volkomener kunnen zijn dan deze aarde1 en of in die schepselen die geest zich niet nog treffender1 meer volkomen openbaart8 ,en deze menschengeest in wien het gansche heelal zich afspiegelt1 zou dagelijks voor onze oogen uit het bewustelooze niets ontstaan8 ,het is waar1 gij zegt1 dat men het eene onverklaarbare niet door eene tweede dat nog onverklaarbaarder is1 den geest des menschen niet door ,god1 het individule bewustzijn niet door een algemeen bewustzijn moet trachten te verklaren2--maar hierin zijt gij1 niettegenstaande alle schijnbare consequentie1 toch met u zelven in tegenspraak4 ,gij zegt zeer te regt dat er geene werking zonder oorzaak is en dat geene nieuwe kracht1 geene nieuwe stof kan ontstaan1 maar dat alles wat is1 als van eeuwigheid bestaande moet aangemerkt worden4 ,en toch beweert gij dat er geene bron des bewustzijns is1 maar dat dit menschelijke bewustzijn1 deze geestverschijnselen elken dag op nieuw zich zouden vormen en ontwikkelen in elken opgroeijenden mensch4--,gij tracht1 wel is waar1 die tegenstrijdigheid uit den weg te ruimen1 door alle geestverschijnselen die men van oudsher aan eene ziel heeft toegeschreven1 uit een zuiver materiel oogpunt te verklaren en tot stoffelijke bewegingen terug te voeren4 ,indien wij nu echter ook moeten bekennen1 dat elke werkzaamheid des geestes1 het bewustzijn1 de gedachten1 wilsuitingen1 wat betreft de wijze waarop zij plaats hebben1 in bewegingen van stof bestaan of zinnelijk daardoor worden geboren en tot stand komen1--wat bewijst dit ten slotte anders dan dat de geest1 het denkbeeld1 door middel van de stof tot werkelijkheid komt1 zich van de stof bedient om zich zinnelijk te uiten8--,de geest1 de gedachte is derhalve toch aanwezig1 absoluut aanwezig en openbaart zich in de natuur en in den mensch6 ,indien wij niet kunnen ontkennen1 dat insgelijks de menschelijke wil een natuurverschijnsel1 een noodzakelijk gevolg van oorzaken is1 dan zie ik niet in1 waarom wij ons deswege zoo zeer zouden moeten bedroeven4 ,mij daartegen komt het voor1 dat de wetenschap welke ons leert dat de menschelijke wil is verbonden aan vaste natuurwetten1 veeleer iets troostends en bemoedigends voor ons moest hebben1 dewijl zij ons de zekerheid verschaft dat ons lot als individun en als geslacht1 niet aan het blinde toeval is prijs gegeven1 maar daarentegen aan wetten is onderworpen1 waarin zich eene ontwikkeling tot iets schooners1 meer volkomens openbaart4 ,in dien zin1 waarin broeder ,morgenrood den vrijen wil aan het slot zijner geloofsbekentenis heeft opgevat1 waarmede gij1 broeder ,avondrood1 uwe ingenomenheid op zulk eene levendige wijze hebt te kennen gegeven1 in die beteekenis reik ik u met vreugde de hand4 ,met deze beschouwing nopens de vrijheid van den menschelijken wil1 kan ik mij ten volle vereenigen4--,maar1 uit het vroeger gezegde zal u tevens duidelijk zijn gebleken1 dat ik voortgaan zal met te gelooven aan een levenden ,god in de natuur1 aan een eeuwig1 redelijk bewustzijn des heelals1 in voege als zulks door mij vroeger in mijn evangelie der natuurlijke godsdienst en zedeleer is ontwikkeld4--,openbaart hij zich dan niet overal rondom ons1 in ons1 door ons8 ,heeft broeder ,avondrood niet een al te grooten sprong gemaakt1 toen hij--na alvorens het niet-bestaan der stof aangetoond en geleerd te hebben1 dat alles wat wij stof noemen1 slechts de som van een zeker aantal eigenschappen is1--eerst ,god1 den geest in alles zag en eensklaps overging tot het geloofstelsel van broeder ,morgenrood1 die het bestaan van den geest1 het bewustzijn in de natuur loochent1 dewijl alles stoffelijk verklaard1 d4 i4 tot bewegingsverschijnselen der stof kan terug gebragt worden8--,begrijpt gij beide dan niet1 dat voor ons uit stof gevormde menschen die niet meer en niet minder dan vijf punten van aanraking met het heelal hebben1 als het ware poorten1 ingangen waardoor wij eenig en alleen in staat zijn1 kennis te verkrijgen van de verschijnselen die buiten ons plaats hebben1 begrijpt gij niet1 dat voor ons geen ander verkeer des geestes mogelijk is dan juist dat1 hetwelk door middel der stof geschiedt1 terwijl wij hooren1 zien1 ruiken1 smaken1 gevoelen8--,wij toch zouden niets1 volstrekt niets van de ziel in de natuur1 van de geest kunnen bespeuren1 indien deze zich niet in en door stofbeweging te verstaan gaf1 juist dewijl alleen stofbeweging in staat is een indruk teweeg te brengen op ons oog1 ons gehoor1 op onze reuk-1 smaak- en gevoelszenuwen en dewijl andere organen of zintuigen1 waarmede andere dan stoffelijke bewegingen of verschijnselen zouden kunnen waargenomen worden1 ons geheel en al ontbreken4 ,broeder ,avondrood noemt den mensch eene gedachte ,godes en verklaart de individule onsterfelijkheid der ziel op deze wijze1 dat wij in de herinnering ,gods voortleven4 ,de onmogelijkheid echter1 om zich dit algemeene1 redelijke bewustzijn der natuur voor te stellen als onbekend met de natuurwetten welke het zelf is of waardoor het zich openbaart1 derhalve de noodzakelijkheid 7als eene natuurlijke gevolgtrekking uit het voorafgaande7 aan dit redelijke wezen volkomen bekendheid met de natuurwetten1 dus ook voorwetenschap van alle toekomstige gebeurtenissen toe te schrijven1--dit voerde hem op den glibberigen1 tusschen afgronden heenloopenden weg der predestinatie en moet waarschijnlijk als de aanleidende oorzaak worden beschouwd1 dat hij zijn vorig stelsel verlaten en zich in de armen van broeder ,morgenrood heeft geworpen1 toen deze om de klippen van het eeuwig noodlot te ontwijken waarop troost noch raad gevonden wordt1 ,god loochende en het bewustzijn aan de natuur ontzei4 ,ik beken het1 wij staan hier werkelijk aan een tweesprong4 ,hier verdeelt de weg zich in verscheidene nieuwe wegen2 wij trachten uit te vorschen1 welke de regte weg moge zijn1 maar er is geen wegwijzer aanwezig die ons de ware rigting zou kunnen aanduiden4--,aan te nemen dat de natuur bewusteloos is1 dat geen ,god bestaat1 dat kan ik niet1 dewijl het in lijnregten strijd is met mijn verstand1 uit eene aan zich zelve onbewuste hoeveelheid stof een ding of wezen als de mensch te doen geboren worden1 hetwelk zich zelf tot het voorwerp zijner beschouwing maakt en over alles wat buiten hem nog is1 met bewustzijn denkt en navorscht1 hetwelk derhalve in de volkomenheid zijner eigenschappen hoog boven de natuur zou staan1 waaruit het niettemin zijn oorsprong nam en van welke het zoo geheel en al afhankelijk1 waaraan het door middel van duizende ketenen verbonden is4--,god van de natuur te scheiden en hem daaraan persoonlijk--als een tweede ik--tegenover te stellen1 dit kan ik evenmin1 dewijl ik daardoor 7gelijk ,avondrood reeds zeer juist heeft aangemerkt7 de schoone1 heerlijke natuur en mij zelven van ,god berooven1 den ,god echter tot een levenloos1 niets beduidend schaduwbeeld zou maken2 neen1 mijn ,god is de levende1 alles bezielende1 redelijke geest in de natuur4--,maar te gelooven1 dat deze wereldgeest alles wat geschieden moet1 op alle eeuwigheid vooraf weet en bepaalt1 dit valt mij niet minder moeijelijk4-- --,ik verzink daarover in steeds dieper gepeins1 maar in plaats van den grond te peilen1 hoor ik slechts gene waarschuwende stem1 welke mij de beteekenisvolle woorden toeroept3 ,er zijn nog vele dingen tusschen hemel en aarde1 waarvan uwe schoolwijsheid zich zelfs geen denkbeeld kan vormen4 ,waarlijk1 broeders1 gij beide die gezegd behoord te worden den overgang van dag tot nacht en nacht tot dag daar te stellen1 alwaar de uitersten elkander aanraken1 waar licht en schaduw zamensmelten en de denkbeelden wekkende zone der schemering ligt1--waarlijk gij hebt al uwe krachten ingespannen om de lichtbeelden van den dag uit te wisschen1 de droomen van den nacht te vernietigen en al datgene hetwelk ons menschen heilig en verheven is1 waarnaar wij het vurigst haken en wenschen1 weg te redeneren en te loochenen4 ,natuurnoodzakelijkheid is het eenige dat regeert2 het is alles stof en alle natuurverschijnselen1 met inbegrip van hetgeen wij verrigtingen des geestes noemen1 bewustzijn1 vrije wil1 enz41 zijn bewegingen van stof4 ,zoo spreekt gij4--,maar1 waarde broeders1 n ding hebt gij vergeten1 dat gij niet kunt weg redeneren en dat geen stof is4 ,stof is het totaal van zekere eigenschappen2 niet waar8 ,maar wat is dan ,,tijd8--,bestaat hij uit stof8--,bezit hij eigenschappen8--,ik ken er geene4 ,,morgenrood4 ,o1 gij dweeper ,dag1 welke hersenschimmen koestert gij6--,de tijd is een maat1 een maat voor den duur der dingen1 voor hetgeen na elkander plaats grijpt1 doch eigenlijk 7op zich zelven genomen7 is hij niets4 ,,dag4 ,een maat8--,de afstand tusschen twee nevens elkander voorkomende dingen is een maat met betrekking tot de ruimte2 maar is de ruimte1 op zich zelve genomen1 een maat of eigenlijk niets8--,de afstand van twee na elkander voorkomende dingen is een maat met betrekking tot den tijd1 maar is om die reden de tijd1 op zich zelf1 een maat of1 gelijk gij zegt1 eigenlijk niets8--,en aan welke na elkander voorkomende dingen of verschijnselen ontleent gij dan deze maat8 ,ontleent gij haar aan de wenteling der aarde om hare as1 der maan om de aarde1 der aarde om de zon1--of van ,mercurius om de zon1 of van ,neptunus om de zon1 of van de zon om eene onbekende centraalzon8 ,hebben niet de aarde1 de maan1 ,mercurius of ,neptunus en de zon1 elk dezer hemelligchamen eene andere maat8 ,waar moet nu echter de ware1--de normaalmaat met betrekking tot den tijd worden gezocht8 ,de tijd heeft geene eigenschappen1 is geheel en al onligchamelijk en toch is hij wel degelijk iets2 ja1 hij is iets zoo gewigtigs1 dat zonder hem geheel niets anders bestaan kan1 dat zelfs de vlugtigste gedachte zonder hem niet denkbaar is4--,ons voorstellingsvermogen is bijna niet in staat1 om zich eenig begrip te vormen van het eigenlijke wezen van den tijd en zulks uithoofde wij er geene eigenschappen aan kunnen waarnemen4 ,hij schijnt ons volkomen raadselachtig toe4 ,sta mij toe dat ik eene gelijkenis bezig1 ontleend aan de snelheid van de beweging des lichts1 om aan te toonen dat de tijd zich als het ware in de ruimte oplossen of terug gaan kan in de ruimte4 ,gij weet dat het licht in eene seconde een afstand van #dbjjj geographische mijlen doorloopt4 ,de zon is #bj millioen en #fhbddj dergelijke mijlen 7of #bdjdc halve middellijnen der aarde7 van ons verwijderd en deze ruimte doorloopt het licht in #h #a_/d minuten4--,de helderste vaste ster ,sirius 7die men vroeger met ,herschel beschouwde als de digste bij de aarde geplaatst te zijn7 is #aj billioen mijlen van ons verwijderd1 dat is #ejj duizendmaal zooveel als de afstand der zon van de aarde bedraagt1 en het licht heeft #g #b_/c jaren noodig om dezen afstand--een ,siriusafstand--af te leggen4 ,er zijn echter sterren of sterregroepen 7sterrehoopen1 nevelvlekken7 die #ejjj1 #ajjjj1 ja1 #cjjjj maal een ,siriusafstand 7elk van #aj billioen mijlen of #g #b_/c jaren lichtsnelheid7 van ons verwijderd zijn en van waar het licht derhalve een tijdsverloop van vijf duizend1 tien duizend1 ja dertig duizend maal #g #b_/c jaren vereischt om tot ons te geraken4--,in vergelijking van den afstand waarop deze verwijderste wereldstelsels van ons staan1 die gedeeltelijk slechts ,w4 ,herschel door middel zijner reusachtige telescopen als nevelvlekken kon waarnemen1 is een afstand van #gfc #a_/b maal eene ,siriusverte niet groot1 niettegenstaande het licht #ehed volle jaren noodig heeft om dezen afstand #eb te doorloopen4 ,van eene ster der #ab;de grootte 7gerekend op #eba #a_/b maal een ,siriusafstand7 zou het licht in #djjj jaren tot ons komen4 ,stellen wij ons nu voor1 dat op eene ster die #gfc #a_/b maal een ,siriusafstand van ons afstaat1 zich een wezen bevindt1 voorzien van een buitengewoon volkomen gevormd oog1 dat zelfs nog voor de zwakste lichtsindrukken vatbaar is en zoo scherp ziet1 dat het alles wat op deze aarde voorvalt duidelijk kan waarnemen1 dan zal dat oog heden datgene zien hetwelk voor #ehed jaren op aarde geschiedde1 dewijl de lichtstralen die 7als teruggekaatst zonnelicht7 vr #ehed jaren deze aarde verlieten1 eerst thans aldaar zijn aangekomen4 ,wij zullen dit oog het ,alziend oog noemen en verder aannemen 7om onze gelijkenis te voleindigen7 dat dit wezen niet op gindsche ster bepaaldelijk moet verblijven1 maar dat het 't vermogen bezit om zich van daar met de snelheid der gedachte1 b4 v4 in een uur of zelfs in eene seconde tijds op onze aarde en van hier weder terug op gindsche ster te verplaatsen4 ,het is waar1 wij kennen tot heden geene kracht1 geene beweging die grootere snelheid bezit dan het licht2 maar nog vr eenige tientallen van jaren was de snelste beweging welke wij kenden om onze brieven te bezorgen1 een goede coerier die te paard ongeveer #d geographische mijlen in twee uren tijds aflegde4 ,later vonden wij spoorwegen en locomotieven uit welke in plaats van #b uren slechts #cj minuten behoeven om dezen afstand te doorloopen1 en nog later ontdekten wij de electro-magnetische telegraphen die in stede van #cj minuten slechts een enkelen oogenblik daartoe noodig hebben1 ja1 welke onze brieven niet #d1 maar #dbjjj mijlen ver in ne seconde kunnen brengen2--hieruit nu volgt dat de maat van tijd nooit anders dan betrekkelijk is1 dewijl wij de ware maat niet kennen4 ,wij meten den loop des tijds slechts af naar bewegingen of verschijnselen die wij kennen1 doch weten niet hoe snel de snelste beweging loopen kan en er is volstrekt niets ongerijmds gelegen in de veronderstelling1 dat het ,alziende oog zich in een uur tijds van gene ster naar de aarde bewegen1 derhalve #gfc #a_/b maal een ,siriusafstand binnen dezen tijd doorloopen kan en in staat is in een uur alles te zien1 dat in den loop van #ehed jaren op deze aarde is geschied4 #ec ,evenzeer moeten wij toestaan1 dat een dergelijk1 buitengewoon sterk gezigtsvermogen als dat hetwelk wij aan het bedoelde oog toeschrijven1 zelfs in een strengen1 natuurwetenschappelijken zin als mogelijk moet beschouwd worden4 ,onze veronderstelling werspreekt zich1 naar de regelen van eene logische en redelijke redenering in geenen deele1 bevat derhalve geen onzin en is ontleend aan een onloochenbaar feit3 aan de voortplanting der lichtbeelden 7van den vorm1 der kleur en omtrekken der ligchamen7 door de golfvormige beweging des ethers1 welke met eene snelheid geschiedt van #dbjjj mijlen in ne seconde4 ,het is waar1 het licht verzwakt bij zijne verbreiding in eene steeds grootere ruimte in de evenredigheid van het vierkant des afstands1 maar het is ons niet mogelijk te bepalen waar de grens ligt van de voortplanting des lichts1 of waar het zoo zeer is verzwakt dat het zelfs op de volkomenste1 allergevoeligste oogen geen indruk meer maakt1 dewijl zelfs menschelijke oogen1 gewapend met menschelijk grove werktuigen gelijk die van ,w4 ,herschel1 op een afstand van #cejjj maal een ,siriusverte 7van waar het licht eerst in #bfhccc jaren tot ons kon komen7 nog sterrehoopen of nevelvlekken ontdekten1 ter plaatse waar andere waarnemers met hunne minder kolossale telescopen1 al waren het ook voor het overige uitmuntende werktuigen1 reeds lang niets meer zagen4 ,slechts voor gezigtsorganen die zoo gevormd zijn als de onze1 kan de voortplanting des lichts hare grenzen hebben4 #ed ,gesteld nu1 dat het ,alziende oog heden1 den #asten ,januarij #ahee1 juist ten #aj ure des voormiddags de ster verlaat en binnen een uur den weg tot op onze aarde aflegt1 dan zal het in dit ne uur het levendige1 steeds wisselende beeld aanschouwen der gansche wereldgeschiedenis en in elke minuut zien1 hetgeen op onze aarde gedurende elke #ig jaren en ongeveer #g maanden is voorgevallen4 ,het ontmoet alle lichtstralen welke sedert den aanvang der menschelijke tijdrekening van de aarde zijn uitgegaan4--,eerst ontwaart het de oudste gebeurtenissen van het menschelijke geslacht hetwelk in ,china1 in ,voor-,indi en in andere deelen van ,azi zich reeds tot groote staten heeft vereenigd1 dat reeds naar ,egypte is heengetogen2--het ziet weinige oogenblikken later koning ,menes te ,memphis op den troon zitten1 welken hij voor #egdf jaren 7of #chib jaren vr de christelijke tijdrekening7 besteeg2 daarop worden de piramiden gebouwd1 in ,indi verheffen zich tempels1 als eerste vruchten der beschaving en vorstengeslachten vestigen haren zetel in ,china4 ,ten #aj ure #ba minuten bespeurt het oog den volksstroom die1 met ,abraham aan de spits1 ,mesopotami verliet om zich naar ,kanan heen te begeven1 en reeds #d minuten later blikt het op den heertogt der joden die ,mozes 7vr #ccgd jaren of ten jare #aebj vr ,christus7 uit ,egypte geleide1 door de ,roode ,zee1 waarin ,pharao door den vloed werd verzwolgen4--,ras komen nu volkstammen in ,griekenland en ,rome tot bloei en wassen op tot magtige staten2 anderen zinken weder in het niet2--de val van ,troje 7voor #cjed71 de verwoesting des tempels van ,jeruzalem 7voor #bddj jaren of #ehf voor ,ch47 door ,nebukadnezar1 de bloeitijd van ,griekenland en ,rome1 de daden van ,alexander den ,groote en eindelijk ,rome's onverdeelde heerschappij over ,griekenland1 met al de treffende gebeurtenissen1 snellen als lichtbeelden de eene na de anderen voorbij het ,alziende oog2 het ziet in het joodsche land een man met #ab jongeren rond trekken1 kranken genezen1 lijdenden troosten en menschenliefde prediken1--totdat het ten #aj ure en #da minuten bijna drievierde gedeelten zijns wegs heeft afgelegd4 ,daar ontwaart het op een berg voor ,jeruzalem dienzelfden man aan een kruis genageld en gehoond tusschen twee misdadigers1--een droevig beeld dat van hier af aan nog #djjj jaren lang door het wereldrond moet wandelen om1 tot schande der menschheid1 aan de bewoners van gene ster zigtbaar te worden4 ,voor het ,alziende oog echter zijn vierduizend aardjaren binnen minder dan #db minuten verloopen4 ,met de snelheid der gedachte ijlt het steeds verder voort en nadert het de aarde2 ziet vroegere staten vervallen en nieuwe ontstaan2 ziet hoe de leer des gekruisigden duizende menschen ontvonkt1 in beweging brengt en tot een martelaarsdood wijdt2 maar ook hoe zij weldra misvormd en misbruikt wordt2 hoe bisschoppen te ,rome zich de drievoudige kroon des gezags op het hoofd plaatsen en koningen en keizers zalven1 die zich nu christelijke en allerchristelijkste noemen4 ,zij verheffen zich met hunnen schepter en hunne kroon1 de eene na den anderen en verdwijnen in het niet4--,ons oog echter zet zijn vlugt onophoudelijk voort en komt ten #aj ure #eb minuten aan in de streek1 waar het beeld van het slotplein van ,canossa voorbijsnelt en waar 7in #ajgg na ,ch41 derhalve vr #ggg jaren7 een keizer--in het hemd1 barrevoets en ootmoedig--voor een paap nederknielt en boete doet4 ,de bisschoppen van ,rome toch doen het tegendeel van de leer die zij bespotten3 mijn rijk is niet van deze wereld1--want zij heerschen nu over keizer en bedelaar en de rook van brandstapels1 waarop zij menschen verbranden1 zijn de duidelijke teekenen van hunne magt4 ,van tijd tot tijd flikkert nog het vuur van ,auto da ,f's in het ,alziend oog1 hetwelk echter ook den ,columbus bespeurt op zijn schip 7in #adib na ,ch47 waarmede hij eene nieuwe wereld wil ontdekken1--den monnik die voor de ,elsterpoort te ,wittenberg 7in #aebj7 de pauselijke bul in het vuur werpt1 en dat den veldslag bij ,ltzen aanschouwt waarin 7ten jare #afcb7 ,gustaaf ,adolf sneuvelde1--allen beelden welke binnen een verloop van weinige minuten op elkander volgen en van eene reactie1 van een nieuwen geest getuigen1 die zich openbaart2 want reeds ten #aj ure #ei minuten is het ,alziende oog tot op dien afstand van de aarde genaderd1 van waar het de veldslagen bij ,rossbach en ,praag ontwaart die 7in #agef na ,ch47 door ,frederik den ,groote werden geleverd1 en het behoeft nog slechts eene minuut om van daar op aarde aan te komen en het nog overige #ig #a_/b jaar lange stukje van de geschiedenis der menschheid af te zien4 ,het ontwaart nu den gruwel der revolutie in ,frankrijk en is #cb seconden vr elf ure ooggetuige van een veldslag1 waarin ,napoleon de ,mamluken verslaat bij dezelfde piramiden1 die het eenige minuten na #aj ure--voor #eced aardjaren--eerst had zien bouwen4 ,nog een paar seconden en de intusschen gekroonde keizer komt zegevierend terug uit vele veldslagen in ,duitschland1--een vreeselijke brand verdrijft hem uit het rijk des ,czars en de veldslag bij ,leipzig maakt een einde aan zijne wereldheerschappij4--,ten #aa ure min #e seconden komt ons oog aan in de streek van ,sirius1 derhalve op dien afstand van de aarde1 welke #aj billioen mijlen bedraagt en door den lichtstraal in #g #b_/c jaren wordt doorloopen4 ,het ziet van daar de bewoners der aarde in hun #ahdfste jaar na ,christus1 vredelievend kunsten en wetenschappen beoefende1 die hun eene betere1 meer gelukkige toekomst schijnen te belooven4 ,de magt van het papenbedrog en bijgeloof schijnt gebroken te zijn4 ,maar neen2 bij zijne aankomst ten #aa ure op het aardrijk is de eerste indruk welken het oog ontvangt1 krijgsgewoel en toerustingen ten strijde1--het belegeren van ,sebastopol4 ,zoo hebben wij het ,alziend oog op zijnen togt van gindsche #gfc #a_/b maal een ,siriusafstand van ons verwijderde ster tot aan de oppervlakte der aarde gevolgd en de beelden van de geschiedenis der menschheid van af het jaar #djjj voor de ,christelijke tijdrekening aanschouwd1 tot aan het belegeringstooneel dat zich heden aan onze blikken vertoont4 ,daar echter de bewoners dier ster op hetzelfde tijdstip1 heden ten #aa ure1 hoe scherp van gezigt zij ook mogen zijn1 eerst datgene ontwaren hetwelk voor #ehed jaren op de aarde is voorgevallen1 ligt ten gevolge daarvan ons aardsche heden voor hen nog in eene verwijderde toekomst1 dewijl het licht zoo vele jaren noodig heeft om van hier aldaar aan te komen4 ,met den lichtstraal gaat de tijd terugwaarts in de ruimte voort4 ,reist echter het ,alziende oog1 na zijne aankomst op de aarde ten #aa ure1 terstond weder af en ijlt het met gelijke snelheid waarmede het naar beneden kwam1 weder terug naar gindsche ster1 alwaar het ten #ab ure aankomt1 dan zal het weten hetgeen daar nog niemand weet1 hetgeen 7wat ginds betreft7 nog niet gebeurd is en het zal de bewoners dier ster1 met onfeilbare zekerheid1 #ehed volle jaren vooraf kunnen zeggen al hetgeen sedert den bouw der piramiden op onze aarde1 dag voor dag1 jaar voor jaar1 tot op de belegering van ,sebastopol zal voorvallen4 ,indien het oog1 in plaats van in n uur1 zich in n enkel oogenblik van de ster naar de aarde en van deze terug naar de ster begeeft1 dan zal het--even als de tijd--,alomtegenwoordig en ,alwetend genoemd kunnen worden4 ,ik gevoel zeer wel1 dat ik met deze beschouwingen slechts een tweede raadsel bij het eerste1 onopgeloste gevoegd heb1 dewijl slechts de mogelijkheid der goddelijke voorwetenschap in een betrekkelijken en zuiver physieken zin door mij is aangeduid geworden4 ,ik vermeet mij ook niet deze vraag der voorkennis te kunnen oplossen1 neen1 verre van daar2 maar ik roep u met ,shakespeare andermaal de woorden toe3 ,er zijn vele dingen tusschen hemel en aarde1 waarvan uwe schoolwijsheid zelfs niets vermoedt6 ,wij kennen toch onzen eigen aanvang niet4 ,wij dagteekenen onze geschiedenis van eene willekeurig vastgestelde gebeurtenis1 maar zijn niet in staat te zeggen sedert wanneer wij zijn1 sedert wanneer het zonnestelsel en die sterrehemel bestaat die wij in de oneindige ruimte aanschouwen1 en wij weten niet of wij de eersten of de laatsten zijn in de schepping4--,zouden onze oogen de eenige in het heelal zijn die aan redelijke schepselen behooren8 ,zouden wij1 juist wij--op deze kleine1 ondergeschikte1 ter naauwernood van hare geologische omkeeringen tot rust gekomene planeet--de volkomenste wezens zijn1 die het aanzijn hebben ontvangen8 ,zouden er in het onmetelijke heelal1 op al de groote en menigte zonnen die wij vaste sterren noemen 7en hare planeten71 niet meer volkomene oogen met sterker gezigt1 ja1 zou er niet een allervolkomenst1 alomtegenwoordig oog bestaan1 dat---- ,beste broeders6 in een woord3 waar het weten ophoudt1 vangt het geloof aan4 ,of ,god alles vooraf weten kan1 weet ik niet2 ja1 wanneer ik geloof dat hij het weet1 dan begrijp ik hem niet4 ,maar ik geloof aan de heilige1 eeuwige zelfbewustheid der natuur1 aan een alzienden1 alomtegenwoordigen ,god1 die alles weet wat voorvalt1 dien ik juist daarom dewijl ik hem niet begrijpen kan1 aanbidden moet4 ,,morgenrood4 ,indien de schoonheid en verhevenheid der natuur u dwingt1 een denkend1 alziend wezen er in te plaatsen en dit wezen te aanbidden1 wel nu--bid dan in vredesnaam4 ,geen goed mensch zal u daarin hinderen4 ,elk heeft zijne eigene behoefte4 ,in mijn oog is de natuur schoon en verheven gelijk zij is1 ook zonder dat ik mij een dergelijke ,god er in voorstel4 ,menigwerf bewonder ik haar in stilte4 ,maar ik bid niet2 ik onderzoek en handel4 ,niets heeft der menschheid sedert anno3 driemaal een is n zoo veel onheil berokkend en hare ontwikkeling dusdanige hinderpalen in den weg gelegd1 als juist dat bidden4 ,uwe bewijsredenen1 beste broeder1 zijn zeer schoon1 ja zij vinden een luiden werklank in ons gemoed4 ,zij verdienen alle achting4 ,wat mij echter betreft1 ik word er niet door overtuigd1 dewijl zij in mijn oog moeten wijken voor het gewigt der talrijke1 positieve feiten door mij daartegen aangevoerd4--,waartoe toch kan mij zulk een ,god strekken als de uwe1 die de natuurwetten haren vrijen loop laat1 dien ik niet zien1 dien ik niet hooren kan en die mij niet hoort wanneer ik hem aanroep1 mij niet antwoordt wanneer ik hem iets vraag2 die mijne bede nimmer vervult1 mij nimmer hulpe biedt wanneer ik daaraan behoefte heb1 wanneer ik mij in nood bevind2 die mij niet waarschuwt wanneer gevaren mij bedrijgen1 die mij door schipbreuk doet vergaan1 door een tijger verscheuren of mij verhongeren laat1 wanneer ik mij zelven niet beschutten of geen voedsel verschaffen kan1--een ,god die mij in al deze gevallen aan mijn eigen lot1 d4 i4 aan mij zelven1 de natuur aan zich zelven overlaat en die daarenboven nimmer het geringste teeken van zijn aanwezen geeft68 ,een dergelijke ,god kan er klaarblijkelijk niet zijn voor mij1 hij moet derhalve slechts uitsluitend voor zich zelven bestaan1 namelijk in uwe verbeelding4 ,ik weet maar al te wel wat de vrome lieden1 die van de ligtgeloovigheid des volks leven en met zijne domheid zich mesten1 die de verlichting schuwen als de das de stralen der zon1 dewijl zij duchten met de ligtgeloovigheid des volks hun vet1 d4 i4 hunne geestelijke goederen3 hunne pastorijen1 prebenden1 tienden1 kloosters1 vrome legaten1 vicarijen1 erfenissen enz41 enz41 te verliezen2 ik weet wat deze heeren kandidaten en professoren in de theologie1 kapellaans1 diakenen1 pastoors1 domin's1 pausen1 monniken1 bedelmonniken1 bisschoppen1 aartsbisschoppen of welken naam aan al die paapjes moet gegeven worden1 daarop ten antwoord zullen geven4 ,zij zeggen3 ,god liet het schip vergaan1 waarbij #gj personen vol hoop en verwachting1 benevens onschuldige kinderen het leven verloren1 ten einde een voorbeeld te geven hoe vergankelijk al het aardsche is1 ten einde ons tot ootmoed aan te sporen2 naar gene stad werd door ,hem in de gedaante der cholera de slaande engel gezonden1 ten einde het volk over zijn steeds wassend ongeloof te bestraffen1 ,ik echter zeg u1 het schip zou niet zijn vergaan1 indien wij de natuurwetten beter gekend1 indien wij den barometer zorgvuldiger gadegeslagen1 de draaijingswet der winden naauwkeuriger in acht genomen en ons daarnaar gerigt hadden2 de cholera zal ophouden1 d4 i4 onmogelijk gemaakt of genezen worden1 zoodra wij zoover zullen zijn gevorderd en de natuurwetten zoo diep zullen hebben doorvorscht1 dat wij hare stoffelijke oorzaken hebben leeren kennen4--,is de wind nu echter juist nog ter regter tijd gedraaid en het schip daardoor aan het dreigende gevaar ontkomen1 of heeft een stukje brood1 door eene milde hand toegereikt1 den armen bedelaar van den hongerdood gered1 dan roepen de paapjes uit3 aanschouwt dit1 gij ongeloovige6 ,o6 knielt neder en erkent in dien veranderden rukwind1 in dit stukje brood des milden gevers1 ,gods wijze besturing2 erkent de zorg welke de genadige vader voor zijne zondige kinderen draagt1 die hij tot bevordering van hun eigen heil wel eens kastijdt1 maar nimmer laat vergaan4 ,zeer juist6 antwoord ik u3 erkent de natuurwet welke de instandhouding van het geslacht ten doel heeft2 ziet de natuurkrachten1 de natuurnoodzakelijkheid slechts goed in het oog en verstout u om haar te leeren kennen2 dan zult gij vinden dat gij deze vreesselijke natuurwetten kunt beheerschen4 ,maar gij durft het kind niet bij den regten naam te noemen4 ,mijn geloof is in overeenstemming met mijn weten4 ,sedert millioenen van jaren bestaat ,god slechts als natuur en natuurwetten1 waarin hij zich heeft herschapen4 ,deze zijn de ware ,god en deze moet de mensch leeren kennen en ten nutte leeren aanwenden1 leiden1 opdat ,god zich uit hem en door hem op nieuw ontwikkele4 ,het menschelijk geslacht bevindt zich werkelijk nog in het allereerste begin zijner ontwikkeling4 ,wat toch beteekenen een paar duizend jaar in de eeuwigheid8--,wanneer gij den bewonderenswaardigen vooruitgang gadeslaat1 welke in de natuurwetenschappen1 vooral in de chemie en physica binnen het korte tijdsbestek der laatst verloopene #ej jaren is gemaakt1 waardoor zaken ontdekt en in het licht zijn gesteld die tien jaren vroeger tot de onmogelijkheden werden gerekend1 dan zult gij 't mij zekerlijk niet ten kwade duiden1 wanneer ik beweer dat de menschheid de schitterendste verwachtingen voor de toekomst mag koesteren6 ,,dag4 ,beste broeders6 ,wij allen zijn1 even als gij ,morgenrood1 doordrongen van den wensch om ons weten in overeenstemming te brengen met ons geloof1 en gevoelen ons door eene bijna onweerstaanbare weetgierigheid aangespoord om de verschijnselen in ons en rondom ons te leeren doorgronden1 om de natuur in haren zamenhang1 als een geheel1 als kosmos te begrijpen4 ,dit begrijpen echter is het toppunt van den berg der kennis1 die nog door geen sterfelijk wezen is bestegen4 ,vele wegen geleiden tot een en hetzelfde doel4 ,ieder kiest dien weg1 welken hij als den besten en gemakkelijksten beschouwt4 ,op dezen weg gaan wij lang ongehinderd voort1 naar het doel van ons streven4 ,wij verklaren de verschijnselen welke wij aantreffen en brengen die in een harmonisch verband4 ,reeds wanen wij den top te zijn genaderd1 maar--daar stuiten wij op hinderpalen1 tegenstrijdigheden1 onoplosbare problemen die ons tot den terugkeer nopen4 ,wij zoeken nu een anderen weg en komen langs allen ongeveer even ver vooruit2 maar de een voert ons ten laatste aan den rand eens afgronds2 de tweede eindigt in eene diepe kloof1 aan den voet van een hoogen rotswand die een onoverkomelijk beletsel aan alle verdere pogingen tot vooruitgang in den weg stelt2 de derde verdeelt zich tusschen rotsblokken in duizenden van zijpaden1 waarvan men niet weet welke als de regte moet beschouwd worden1 en de vierde voert den wandelaar aan den oever van een onmetelijk groot meer1 waarover geen veer is1 geen vaartuig wordt gevonden om zich te doen overzetten4--,wij keeren dan om en niemand van ons allen heeft den top des bergs gezien4 ,maar een top moet de berg toch hebben6--,dat gelooven wij allen en derhalve bouwen wij ons voorloopig een idealen top2 wij maken ons een denkbeeld hoedanig de top wel zou kunnen zijn en vormen een beeld1 dat evenwel bij ieder onzer verschillend is en eene verschillende kleur heeft en hebben moet1 dewijl de weg dien wij naar den top insloegen1 het levenspad hetwelk wij volgden1 de opvoeding die wij kregen1 de lotgevallen die wij ondervonden1 bij allen verschillend waren4 ,ik geloof niet dat er grond voor is1 om ons zeer te bedroeven over het onderscheid hetwelk bestaat in onze godsdienstige beschouwingen1 al ware het dat het ons ook later niet mogt gelukken om elkander wederkeerig te overtuigen1 mits wij slechts in het toegepaste gedeelte onzer geloofsleer met elkander overeenstemmen1 mits de wegen door ons ingeslagen bij het eerst door ons in het oog gevatte doel ineenloopen1 mits wij slechts wat onze ,,zedeleer betreft met elkander instemmen en menschenliefde1 gepaard met het streven naar eene steeds grondiger kennis der natuur1 als de eenige bron der openbaring1 in de eerste plaats stellen4 ,welligt gelukt het dan aan onze nakomelingen1 het toppunt der kennis te bereiken4 ,wij spannen te vergeefs alle krachten in om den eigenlijken grondslag der verschijnselen te peilen4 ,vele wegen liggen voor ons open1--maar welken weg wij ook pogen te bewandelen3 nimmer zullen wij verder komen dan tot aan zeker punt1 alwaar wij moeten bekennen1 hier houdt ons bevattingsvermogen op2 hier is de grens1 aan de overzijde waarvan wij niets meer begrijpen kunnen6 ,bravo1 juist zoo6 ,ja1 daar staan zij met de handen in 't haar en zijn ten einde raad6 ,deze woorden die op een lagchenden toon luide werden gesproken1 klonken onverwachts door de geopende deur2 getroffen en min of meer ontevreden wendden wij ons om en--zagen binnentreden1 gevolgd door den regent1 eenige distriktshoofden en eene menigte ,javanen die brandende fakkels droegen1 den--resident ,praktischman4 ,jongens1 jongens1 ik heb u beluisterd4 ,wat zijt gij onverstandig6 ,ik heb ,faust ook gelezen en zeg u3 een vent die speculeert1 gelijkt een beest op het dorre veld1 door eenen boozen geest steeds in het rond geleid en om dien kring ligt aan alle kanten eene schoone1 groene weide4--,eene weide1 ja1 visschen in het meer1 eenden in het riet2 hoort gij ze niet snateren8 ,laat ons liever gaan jagen6 ,kom aan6 ,maar eerst wil ik wat eten4 ,hier ,singkil6 ,abdoel6 ,karang6 ambil makanan1 boeka botol anggor1 bawa champagne6 en zoo ging het nog eenigen tijd voort4 ,alles geraakte op de been en in een oogwenk was het gansche tooneel veranderd4 ,daar wij allen wisten welk een uitmuntend mensch de heer ,praktischman was1 ijlden wij hem gezamenlijk te gemoet1 drukten hem de hand en heetten hem hartelijk welkom4--,groot was onze verrassing1 toen wij hem in deze wildernis1 in het holste van den nacht zoo onverwachts in ons midden zagen4--,de medegebragte kisten werden nu terstond ontpakt en haren inhoud bij den reeds aanwezigen voorraad van mondbehoeften gevoegd4 ,spoedig was de tafel gedekt en in eene vrolijke stemming zaten wij aan4 ,de regent nam echter weldra afscheid van ons en vertrok ten einde zich eene legerstede op te zoeken1 terwijl de lagere hoofden na hem1 de een voor en de andere na1 in de stilte en eerbiedig wegslopen4--,terwijl de resident zich het eten goed liet smaken1 verhaalden wij die reeds voor eenigen tijd van tafel waren opgestaan1 elkander nog het een en ander van 't geen ons was bejegend1 sedert wij elkander niet meer hadden gezien4 ,tegen het einde van den maaltijd kwam het gesprek op zendeling-1 bijbel- en traktaatgenootschappen4 ,,praktischman4 ,luistert eens1 beste vrienden4 ,ik stem volkomen met u in dat het christelijke dogma niet de waarheid bevat en haar niet bevatten kan1 en dat het derhalve niet geoorloofd is eenvoudige menschen1 gelijk de ,javanen zijn1 iets op te willen dringen waaraan duizenden onder de ,christenen zelven niet gelooven1 ja1 hetgeen juist de beste en verlichtste koppen in ,europa voor dwaling houden4 ,maar buitendien beschouw ik de invoering van het ,christendom op ,java als hoogst onpraktisch1 ondoelmatig en nadeelig1 en ik hoop dat ik van hoogerhand nimmer bevel zal ontvangen om de pogingen1 in het werk gesteld door deze dwaze1 met blindheid geslagene menschen1 zendelingen en halve huichelaars1 in mijne residentie te ondersteunen4 ,,dag4 ,ik ben van oordeel dat onze regering te verstandig en tevens te wel met den zedelijken toestand der ,javanen en hunne behoeften bekend is1 dan dat wij voor zoo iets zouden behoeven te duchten4 ,het eenige ware toch dat het ,christendom bevat1 de kern zijner zedeleer1 is immers lang onder de ,javanen inheemsch4 ,,praktischman4 ,ja stellig2 dit geloof ik ook4 ,maar die bijbelvereenigingen1 zendelinggenootschappen en al die vrome lui1 die zich veel minder laten gelegen liggen aan eene christelijke aarde dan aan den christelijken hemel1 die ,gods ,zoon met scharen van heilige engelen gaarne op den top van elken palmboom zouden willen zien1 deze maken het de regering somwijlen wat lastig4 ,ik vraag u3 is het niet onzinnig1 dat men de ,javanen iets wil leeren hetgeen zij reeds van zelven doen1 ja1 wat zij beschouwen als iets dat niet behoeft geleerd te worden1 dewijl iedereen dit van zelf verstaat1 namelijk elkander lief te hebben en elkander te helpen1 en is het niet beschamend voor ons1 wanneer wij hen dat leeren moeten1 terwijl zij toch elken dag met eigen oogen kunnen zien dat de groote meerderheid onder de ,christenen het volstrekt niet1 of althans in veel geringere mate doet dan zij ,javanen zelven8--,gesteld dat het aan de zendelingen eenmaal gelukt ware1 de ,javanen van de ,christelijke noodzakelijkheid te overtuigen van andere menschen even lief te hebben als zich zelven1 en dat de ,javanen van ons consequent verlangden dat ook wij deze leer strikt zouden opvolgen en zij alsdan eens tot ons zeiden3 komt hier1 lieve ,christenbroeders1 helpt ons koffij planten2 hebt ons lief gelijk u zelven2 het is een goddelijk gebod dat ,isa el ,meseh1 zijn eenig geboren zoon1 onze verlosser ons heeft geopenbaard2 helpt ons suikerriet snijden2 wij gebruiken noch koffij noch suiker2 wij doen dit slechts ter liefde van u2--komt hier1 verrigt nu de helft van het werk ter liefde van ons6--,wat zal er dan gebeuren8 ,he8--,dan pakken wij uit ,christelijke liefde onze zaken bijn2 de ,javasche broeders brengen ons uit ,christelijke liefde aan boord en wij gaan uit ,christelijke liefde--naar huis4 ,abis perkara4 ,,dag4 ,belon abis perkara4 ,neen2 dan komen andere ,christelijke broeders uit ,europa1 welke de ,javanen minder ,christelijk zullen behandelen dan wij ,nederlanders thans doen4 ,,praktischman4 ,juist4 ,engelschen1 ,noord-,amerikanen1 enz41 zouden allen gaarne hunne ,christelijke liefde op ,java zaaijen1 om--koffij1 suiker en indigo als vruchten daarvan naar huis te voeren4 ,luistert1 beste jongens6 wij zijn hier onder ons3 ik voor mij geloof1 dat de zendelingen beter zouden doen met het evangelie der ,christelijke liefde onder de ,christenen in ,europa te prediken in plaats van hier op ,java4 ,gij weet1 ik ben een praktisch man2 ik ben van onder op begonnen en zoo ben ik van trap tot trap opgeklommen2 sedert #be jaar ben ik in de gelegenheid geweest de zeden der ,javanen te leeren kennen en ik zeg het u1 zij zijn een beter soort van menschen dan de ,christenen in ,europa en betere menschen dan de ,christenen op ,java4--,de algemeene invoering van het ,christendom op ,java kan niet anders dan verderfelijk zijn voor ons en voor hen4 ,dat is mijne innigste overtuiging4 ,indien wij hun welzijn willen betrachten uit ware1 wel begrepene menschenliefde1 zonder ons zelven op die wijze te benadeelen1 dan behooren wij voort te gaan hen te besturen en hen werkzaam te houden1 dewijl zij even als alle tropische volken tot traagheid geneigd zijn4 ,hun arbeid moet geschieden onder onze leiding en wij behooren hen bekend te maken met nuttige zaken en uitvindingen2 wij moeten hunne positieve kennis der voorwerpen in de natuur en der natuurkrachten pogen te vermeerderen2--wij behooren hen te onderrigten in het lezen1 schrijven1 in handwerken1 kunsten1 in de eerste beginselen der natuurwetenschappen2 wij moeten hen praktisch opvoeden3 dan zullen zij in dezelfde mate als hunne beschaving toeneemt1 steeds meer en meer leeren inzien dat de leer alle menschen even lief te hebben als zich zelven eene even groote onmogelijkheid is1 als eene volkomen maatschappelijke gelijkheid onder de stervelingen1 die ten gevolge van de ongelijke mate der geestvermogens1 der vatbaarheid voor ontwikkeling1 het verschil van aanleg toebedeeld aan de verschillende individuen1 nimmer kan verwezenlijkt worden4 ,dan zullen beide1 ,javanen en meer verlichte ,europers1 in vrede en gelukkig nevens elkander kunnen bestaan4 ,maar daarentegen onheil1 ontevredenheid1 verwarring1 oproer1 omverwerping van al het bestaande1--regeringloosheid onder de ,javanen en het verlies der kolonien voor ons--kunnen de gevolgen zijn van de ontijdige of plotselinge pogingen1 aangewend tot zoogenaamde bekeering of beschaving der ,javanen1 waartoe de zich noemende vrijheidsapostelen1 hervormingspredikers en evangeliedweepers de regering op eene onmatige wijze trachten aan te sporen4 ,,morgenrood4 ,dat zijn de theoretici die de ,javanen1 zoo als zij werkelijk zijn1 niet kennen4 ,een man die #be jaren lang in hun midden heeft doorgebragt1 zal hen wel degelijk kennen en de spreuk groen is des levens gulden boom niet logenstraffen4 ,ik ben het volkomen eens met mijnheer den resident4 ,mijn stelregel is3 de natuurwetten te leeren kennen gelijk zij zijn en ons daarnaar te rigten4 ,alleen daardoor is het1 dat wij wind en water hebben gedwongen koorn te malen en boomstammen tot planken te zagen1 in plaats dat wij zulks met ons eigene handen doen2 alleen daardoor dat wij elke natuurwet op hare wijze1 elk in haar eigen spoor laten werken1 hebben wij den waterdamp genoodzaakt onze wagens voort te trekken in plaats van daartoe paarden te bezigen2 ja1 de electriciteit zelve heeft zich er moeten schikken om aan onzen wil te gehoorzamen en als onze brievenpost langs ijzeren of koperen draden voort te loopen1 waarheen wij willen dat zij loopen moet4 ,handelen wij echter in strijd met de natuurwetten of doen wij ze1 tegen hare natuur geweld aan2 indien wij hennepen touwen in plaats van koperen of ijzeren draden nemen om de electriciteit er langs voort te planten2 indien wij den stoomketel bovenmate verhitten1 het buskruid op den gloeijenden oven droogen1 indien wij tegen wind en stroom zeilen en het ,christelijk evangelie prediken willen waar het niet past1 of indien wij den arbeid vrijstellen en vrijheid van drukpers willen invoeren bij een volk1 hetwelk nog niet tot dien trap van ontwikkeling is gestegen om zulke kost te kunnen verteeren1 dan zal de overladene maag noodzakelijkerwijze moeten bersten of gebrekkige spijsvertering zal daarvan het gevolg zijn1 en wij zullen geen ander resultaat verkrijgen dan stilstand1 of uitbarstingen1 terugwerking1 verwarring4 ,,praktischman4 7,lagchend47 ,sidoekari6 ,sidoekari6--,gij beide1 beste ,morgen- en ,avondrood1 gij hebt het exemplaar van slechte spijsverteering gezien6 ,het is jammer1 ,dag en ,nacht1 dat gij er niet bij zijt geweest4 ,jongens1 weet gij wat8 ,komt naar mijne residentie4 ,ik zou gaarne nog eenigen tijd onder u1 natuurwormen6 hier in de wildernis willen doorbrengen2 maar daartoe ontbreekt mij den tijd4 ,overmorgen vertrek ik en ga over ,gnodnab den grooten weg op terug naar mijn nest4 ,reist met mij naar ,oost-,java6 ,daar zult gij een zoogenaamd ,christendorp onder de ,javanen zien en leeren kennen1 een waar model 7zoo als ,morgenrood zeide7 van slechte spijsvertering1 van zwakheid van maag1 een zendelingmiserere1 eene echte ,christenakeligheid6--,ik zal u daarentegen ook andere dingen laten zien1 scholen die ik op last der regering heb gesticht en een menigte andere inrigtingen1 alwaar de ,javaan de gelegenheid vindt om nuttige dingen van verschillenden aard aan te leeren1 zich te oefenen in handwerken1 kunsten en dergelijke zaken1 en die u zullen doen ontwaren dat die mannen van de oppositie quand mme zich aan laster schuldig maken1 zoo dikwerf zij beweren dat onze regering niets uitrigt1 dat strekken kan om het stoffelijk welzijn en de verlichting der ,javanen te bevorderen4 ,broeder ,nacht was buitengemeen ingenomen met den voorslag van den resident en verzocht mij dringend1 de uitnoodiging aan te nemen en mede naar de residentie ,s4444 te gaan4 ,hij reikhalsde van verlangen om eene ,javasche ,christengemeente waarover hij in eene reisbeschrijving gelezen had1 met eigene oogen te zien en algemeen genomen1 een meer bebouwd gedeelte des eilands1 eene talrijker en meer beschaafde bevolking te leeren kennen4 ,naar zijn oordeel hadden wij ons lang genoeg in oorspronkelijke wouden opgehouden4--,ik voor mij had liever nog eenigen tijd in dit gedeelte van ,java1 bij mijne andere broeders verwijld2 maar de gelegenheid die zich nu aanbood1 om mijn broeder in den kortst mogelijken tijd ook met de hoogere klassen der maatschappij onder de ,javanen bekend te maken en hem in den kring van vorsten en hoofden in te leiden1 was te gunstig om haar ongebruikt te laten voorbijgaan4--,ik nam derhalve den gedanen voorslag aan en er werd nu bepaald1 dat de resident en wij beide overmorgen naar de naastbij gelegene hoofdplaats 7die aan den grooten weg ligt7 zouden vertrekken1 terwijl ,avond- en ,morgenrood besloten nog langer hier te blijven en hunne onderzoekingen in dit westelijk gedeelte des eilands voort te zetten4 ,de resident onderhield zich daarop nog met mijne broeders over ,javasche bijbelvertalingen en daarmede verwante onderwerpen4 ,ik verontschuldigde mij echter uithoofde van vermoeidheid--het was reeds laat geworden--en wenschte het gezelschap goeden nacht4 ,alvorens ik mij in mijne hut1 op de legerstede nedervleide en mij aan de armen van den ,god des slaaps toevertrouwde1 dreef een vurig doch onbestemd verlangen mij in de vrije lucht1 om vooraf nog een afscheidsblik van de natuur in haren nachtelijken tooi gedost te ontvangen en--als stof tot droomen--mede naar mijn leger te nemen4 ,dewijl het in eene dergelijke wildernis en in dit nachtelijk uur niet raadzaam was ongewapend uit te gaan1 nam ik een mijner jagtgeweren ter hand en verliet het bivouak4 ,duizende elkander doorkruisende gedachten rezen in mijn bewustzijn op1 toen ik met zachte tred en onbemerkt voortstapte onder het geboomte1 ten einde den oever van het meer te bereiken4 ,de ,javanen die met den resident waren aangekomen1 hadden hunne ,bamboesfakkelen 7,obor7 in de wachtvuren geworpen1 welke in de nabijheid onzer hutten hier en daar nog in het woud brandden4 ,het heldere schijnsel echter dat zij in het rond verbreidden1 werd allengs zwakker en slechts nog zelden teekenden zich de omtrekken van menschelijke gestalten af1 die zich als donkere schaduwen voor de vuren ginds en herwaarts bewogen4 ,de handen dergenen die de vuren moesten onderhouden1 waren vermoeid en het meerendeel der ,javanen had zich binnen de hutten begeven4 ,de anderen sliepen nevens de meer en meer uitdoovende houtskoolhoopen1 wier doffe gloed niet langer in staat was het hoogrijzende loofdak des wouds te verlichten4 ,bij hun roodachtige schijnsel waren nog slechts enkele der naastbij staande boomstammen zigtbaar en ook deze verloren zich bijna allen in de duisternis van den achtergrond1 toen ik uit het woud te voorschijn trad en den oever van het meer bereikte4 ,geen enkele wolk was meer aan den hemel zigtbaar en de volle maan1 van licht omstraald en op een grooteren afstand door duizende flikkerende sterren omringd1 zag uit de hoogte op mij neder en1 bijna even helder1 van beneden uit den diepen boezem der wateren naar mij opwaarts4 ,ik zag en luisterde4 ,maar in het woud was alles stil4 ,spiegelglad was de oppervlakte van het meer en slechts zelden rimpelde zich het beeld der maan en vertrok het zich tot dwarsche lichtstrepen1 wanneer de plassende eenden van den tegenoverliggenden digt begroeiden oever eene ligte golving in het meer hadden doen ontstaan4 ,haar gesnater 't welk volkomen geleek op dat der ,europesche tamme eenden1 was bijna het eenige geruisch1 waardoor de nachtelijke stilte van tijd tot tijd werd afgebroken4 ,uit de hutten die ver achter het geboomte gelegen1 geheel en al aan het oog waren onttogen1 liet zich hier geen geluid meer vernemen4 ,hooge ,kimrakboomen welfden zich ter linker- en ter regterzijde over den oever4 ,de oppervlakte benevens de zoom hunner kroonen waren helder door de maan verlicht1 maar onder dit gewelf zag men in het donkere1 geheimzinnige binnenste des wouds1 dat even somber door de naastbij gelegene strook van het meer werd teruggekaatst4 ,slechts enkele meer naastbij staande boomstammen kwamen als helder verlichte zuilen tegen dien donkeren woudzoom uit4 ,te midden van het meer werkaatste vreedzaam de gansche sterrenhemel4 ,in mijn binnenste werd de eene gedachte door de andere verdrongen4 ,was von ,menschen nicht gewusst oder nicht bedacht1 ,durch das ,labyrinth der ,brust wandelt in der ,nacht4 ,de rhinocerossen liggen stil in hunne moerassige schuilhoeken en de wilde stieren rusten nu insgelijks2 welligt grazen hier en daar nog enkelen in stilte op eene kleine grasplek1 die tusschen het geboomte overblijft4 ,tijgers dwalen zelden af tot op deze hoogte1 dewijl het niet ligt gebeurt dat hier zwijnen1 herten en reen worden gevonden2 hier is niets dan woud1 en gras en weidevelden worden er niet dan schaarsch aangetroffen4 ,de ,kalong's van het laagland worden op deze hoogte niet gezien2 geen ,kaprimulgus laat hier zijn geklap bij nachtelijke stilte rondschallen1 ja ter naauwernood verneemt men hier het gegons van een insekt1 het tjilpende gezang van eene cicade of ziet men hier en daar een enkelen vuurkever langs den oever rondflikkeren4 ,de zwarte apen1 ,loetoeng1 roeren zich niet in de loofkroonen1 zij zitten stil op de takken2 de eekhoorntjes hebben zich in hunne nesten of in de spleet van een ouden boomstam verscholen en alle vogels slapen4 ,misschien klautert nog hier of daar eene wilde kat 7,felis minuta7 met hare blinkende oogen voorzigtig op de bemoste takken heen1 om een armen vogel in zijn nest te overvallen1 of sluipt een ,paradoxurus ,musanga even stil en behoedzaam over den grond heen1 om een wilde hen of eene patrijs te kapen2 maar alle andere dieren zijn ter rust gegaan4 ,ook de waterhoenders en de slangenvogels 7,plotussoorten7 zitten stil in het hooge1 rietachtige gras der oevers1 of op een omgevallen boomstam die zich over den waterspiegel uitstrekt2 de visschen in het meer bewegen zich niet1 de kleine kreeften1 de schelpen maken geen geruisch en de gansche overige schepping zwijgt4--,maar onder dit zwijgen gaat het leven voort1 in het water1 in de lucht en op de aarde1 in millioenen geheime polsen te slaan die weldra1 wanneer de geleende glans die thans van de schijf der maan afstraalt1 voor het ware licht der zon zal zijn geweken1 op nieuw zich bewegen en het tooneel met eene menigte van de verschillendste1 door elkander wemelende gestalten zullen verlevendigen4--,natuur1 gij zijt schoon1 bij dag en bij nacht en gij spreekt eene taal welke slechts hij geheel verstaat1 die met genen zoo dikwerf miskenden en nog menigvuldiger misbruikten man in vromen eenvoud kan vragen3 die het oor gemaakt heeft1 zou die niet hooren8--,die het oog gemaakt heeft1 zou die niet zien8 ,mijn broeder ,morgenrood zegt3 ,de natuur is bewusteloos1 zonder ziel1 zonder ,god6 ,het bewustzijn in den mensch is slechts het afschijnsel der natuur die1 even als ginds de maan in het meer1 zich afspiegelt in onze hersenen en een indruk maakt1 een beeld 't welk uit ons binnenste terug in de natuur verplaatst en daar als het ware buiten ons wordt aanschouwd6--,het bewustzijn is de betrekking onzer vijf zinnen tot de buitenwereld1--het is de betrekking der buitenwereld tot onze vijf zinnen1 waarop gene zijne werking uitoefent en van deze zinnen plant zich de indruk door stoffelijke beweging of electrische strooming tot in de hersenen voort1 alwaar de stralen zich dan als in een brandpunt vereenigen en een algemeen beeld vormen1 dat wij bewustzijn noemen4--,niets dan heen- en wederbeweging van stofdeelen1 die onophoudelijk van elkander worden gescheiden en telkens nieuwe verbindingen aangaan6--,zoo spreken zij4 ,wel geloof ik dat dergelijke stoffelijke bewegingen als middel dienen om het bewustzijn daar te stellen en te onderhouden1 maar het gewaarwordende beginsel dat in mij zetelt1 't welk in het brandpunt dier stralen staat en de beelden opvat1 dat denkt en begrijpt1 hetgeen--als het ware--van het bewustzijn bewust is1--ik bedoel datgene1 hetwelk aan de stof gewaarwording geeft om het bewustzijn te kunnen opvatten1 dit moet toch iets anders zijn dan stof6--,dit kan niet anders zijn dan eene absolute1 goddelijke eigenschap4 ,tracht alle bewegingen der stof welke als middel daarbij dienen1 op het grondigst te doorschouwen2 leert de wijze waarop deze bewegingen plaats grijpen1 op het naauwkeurigst kennen2 nooit zult gij u in staat gesteld zien het feit van het bewuste gewaarworden stoffelijk te verklaren en nimmer zal het u gelukken1 te kunnen bewijzen dat door de werking van chemische en physieke krachten een oog1 een oor kan gevormd worden4 ,wat toch zon het licht zijn dat van de zon in #h #a_/d minuten tot aan de maan en van daar in ne sekonde tot op de aarde snelt1 alwaar het andermaal door den spiegel van het meer wordt teruggekaatst1 indien mijn oog niet bestond waarin het zich ten derde male afspiegelt1 wanneer mijn gewaarwordend binnenste niet daar was waarin het driewerf teruggekaatste beeld voor het eerst tot werkelijkheid wordt1 dewijl het tot bewustzijn komt8--,daar echter het beeld in de maan1 in den spiegel van het meer1 op het netvlies van mijn oog nog niet bewust was1 is het licht voor mijn oog en mijn oog benevens alle andere zintuigen aanwezig voor het bewustgeraken4 ,tot bewustzijn geraken is het eerste doel des levens4 ,mijn menschelijk bewustzijn echter is zeer beperkt en afhankelijk van vijf zintuigen1 die slechts een klein gedeelte van het heelal kunnen omvatten4--,zou nu dit heelal geene ziel hebben waarin alle verschijnselen tot bewustzijn geraken1--zou er geen algemeen bewustzijn wezen1 waarvan het mijne herkomstig is8--,dat twijfelaars twijfelen4--,de gansche natuur spreekt eene taal en ik geloof aan u1 eeuwig licht1 alziend oog1 eeuwig redelijk bewustzijn6 ,zoo zat ik eenzaam1 in nadenken verzonken1 aan den oever van het meer welks spiegel door geen golfje1 ja niet door den kleinsten rimpel werd bewogen4 ,geen blaadje ritselde in het woud1 geen windje suisde mij den geringsten ademtogt toe2 ik had kunnen wanen1 dat ik mij in eene verlatene1 uitgestorvene natuur bevond1 indien mijn eigen hart in mijn boezem niet geklopt1 indien mijn bewustzijn mij niet gezegd had dat onder mij1 nevens mij1 boven mij leven sluimerde1 geschikt om bij den eersten lichtstraal weder te ontwaken1--ja1 indien het licht der maan 7hoewel slechts langs een omweg teruggekaatst1 geleend licht7 mij niet verkondigd had3 waar licht is--in het gansche heelal--moet insgelijks warmte1 beweging1 leven zijn6 ,een krijschend geschreeuw klonk door de doodsche stilte van den nacht4 ,ik vernam een akeligen1 klagenden toon die uit het geboomte klonk en jammerlijk genoeg te hooren was om iemand1 vreemd in de ,javasche bergwouden1 angstig te maken4 ,daar het te donker onder het loofgewelf was om eenig voorwerp duidelijk te kunnen onderkennen1 scheen het geschreeuw aanvankelijk van onder1 tusschen de boomstammen te voorschijn te komen1 later klonk het mij van boven uit de lucht toe en het scheen nu eens hier1 dan weder elders te zijn4 ,men had ligtelijk in den waan kunnen geraken dat een dof hulpgekerm1 het zuchten van een stervende1 menigwerf ook het geschrei van een jong kind werd gehoord4 ,ten gevolge hiervan is het dan ook menigmaal gebeurd1 dat vroegere reizigers zich de avontuurlijkste denkbeelden van de oorzaak van dit geschreeuw gevormd1 ja op het eiland ,ceylon er een duivelsspook--een spookachtigen1 duivelachtigen vogel van gemaakt hebben4 #ee ,mij echter was dit verschijnsel reeds bekend2 ook zag ik kort daarna het voorwerp hetwelk die kreten slaakte1 nadat het digter bij den onbedekten1 door de maan verlichten meeroever was gekomen4 ,ik zag het hier--met uitgespannen vleugelhuid1 strak en onbewegelijk1 als een papieren draak--van den eenen boom naar den anderen door de lucht zweven2 dit geschiedde echter in eene schuine rigting1 zoodat het van den top eens booms afgaande1 ongeveer ter halver hoogte van den stam eens anderen booms aankwam1 waartegen het dan tamelijk vlug weder opklauterde4 ,het was eene zoogenaamde vliegende kat 7,galeopithecus variegatus71 een geheel onschuldig dier dat zich des nachts in zijn aanwezen verheugt en in het woud rondvliegt1 om vruchten op de boomen te zoeken4 ,even akelig als zijn geschrei in een menschelijk oor klinkt1 dewijl het herinneringen aan menschelijke ellende en ongeluk in den mensch wekt1 even liefelijk en troostrijk zal zijn geroep voor de andere ,galeopitheken zijn1 dewijl de welbekende stem hun te kennen geeft dat zij niet alleen1 maar dat ook nog anderen huns gelijken aanwezig zijn1 die zij vinden zullen1 indien zij de lokkende stem slechts volgen4 ,dit was weldra het eenige geluid1 dat ik van tijd tot tijd nog in het steeds stiller wordende woud vernam4 ,voor mij had het niets onheilspellends meer4 ,met volle teugen schepte ik genot in het aanschouwen der natuur en het scheen mij toe1 als of ik de verwantschap1 de sympathie gevoelde1 welke alle levende wezens zaamverbindt4--,de maan neigde reeds ten ondergang2 ik stond op van den rotsblok waarop ik had gezeten en wenschte de maan en de sterren1 het meer en de eenden1 het woud met zijne millioenen bloemen1 knoppen en vruchten1 de ,galeopitheken en alle andere dieren die1 elk op zijne wijze1 genieten en zich in hun aanzijn verheugen3 goeden nacht6--,schoone1 onuitputtelijke1 door ,gods adem bezielde natuur1 tot morgen3 goeden nacht6 7,vervolg hierna47 ,,zinstoorende ,,drukfouten ,,in ,,nr4 #a-c4 ,,bladz4 ,,regel4 ,,van ,,lees ,,in ,,plaats ,,van #ea #c en #d onderen ,glok ,ani ani ,,nb4 ,op ,java wordt het afsnijden der aren bij de rijstoogst met het mes ,ani ani uitsluitend door vrouwen verrigt4 #aed #g onderen #ahcj #ahed4 #bda #b boven hangmatten hangmat4 #bdd #ae onderen namelijk1 het het1 namelijk4 #ccf #ab onderen overeenkwam overeenkomt4 #ced #bj1 #ba en #bb boven lees als volgt3 ,chloornatrium en ,chloorkalium #j1de #j1bh ,zwavelzure kali #j1jd ,phosphorzure kali ,,aanteekeningen #a ,een ,javasche paal heeft eene lengte van #dhjj ,rijnl4 voet 7#dfcg1f voet oude ,fransche maat7 of #aejf1j ,ned4 el2 drie palen worden gewoonlijk op een uur gaans gerekend4 #b ,overal waar in dit door zijne groeikracht zoo weelderige land geen woud wordt gevonden1 mag men zeker zijn bebouwde velden1 of ,alang-alangwildernissen aan te treffen1 die de plaats van voormalige akkers hebben vervangen4 ,dit is de reden waarom een vreemdeling op ,java1 in zeer bebouwde bergachtige streken zich bevindende1 het voor hem zoo verrassende schouwspel ontwaart van hoogstammige wouden op de allersteilste bergwanden en in de diepste kloven te zien--dewijl zij in al de overige1 toegankelijke streken van het gebergte geveld zijn4 #c ,de eenige benaming1 welke de ,maleirs aan de zon geven1 is ,mata hari3 oog des daags4 #d ,een kleine nachtvogel 7eene soort van ,geitemelker74 #e ,in het ,maleisch3 ,anak kambing wolanda4 #f ,of die men ,hem in den mond heeft gelegd2 niemand toch kan bewijzen1 dat hetgeen lang na zijn dood1 naar luid van volksverhalen1 is te boek gesteld en ons in het ,nieuwe ,testament wordt medegedeeld1 letterlijk zijne leer bevat4 #g 't ,gebrul des leeuws moge elk vervaren1 't ,vliede al des tijgers felle klaauw2 ,maar o6 van al wat schrik kan baren1 ,het schrikkelijkst is een toomloos graauw4 7van ,lennep47 #h ,deze getallen beteekenen de bladzijden van het vermelde ,vraagboekje1 waarop de spreker zich beroept4 #i ,hierop maakt de mensch somtijds eene uitzondering1 bij voorbeeld1 de huichelaar en schijnheilige4 #aj ,de komeet van ,encke maakt hierop geene uitzondering1 want zoodra de oorzaak der versnelde beweging met zekerheid bekend zal zijn1 zullen de berekeningen met de verschijnselen overeenstemmen4 #aa ,toch werden ook toen reeds enkelen gevonden1 die zich vrij hadden gemaakt van het bijgeloof hunner tijdgenooten4 ,ten bewijze hiervan strekt onder anderen eene brochure1 gedrukt in #ahea en getiteld3 ,belangrijke vragen over de verrigtingen der ,christen-,zendelingen onder de ,heidenen1 door een ,christen1 te ,amsterdam bij gebroeders ,diederichs1--waar op bladz4 #aj de volgende merkwaardige woorden te lezen staan3 ,hoe lang zullen wij dan nog werk hebben1 eer wij naderhand van het tegendeel overtuigd worden8 ,menig geloovig ,christen heeft #be jaren van onderzoek noodig gehad1 om van deze dwalingen in zijne jeugd opgedaan terug te komen1 en men bemerkt nog heden ten dage aan menig ,christenleeraar1 hoe diep die dwalingen der oudheid zijn ingeworteld1 daar hij dezelve nog verdedigt1 ja zelfs tot stichting zijner gemeente1 gelijk hij meent1 opentlijk voordraagt1 welke gemeente dan1 om kerk en leeraar niet opzettelijk te vermijden1 het een en ander heel wat beter moet weten toe te passen1 om zijne woorden tot stichting te herleiden2--ieder gevoelt hoe moeijelijk het moet vallen zulke vooroordeelen te overwinnen1 in ,christenlanden1 waar men die van jongs af heeft ingezogen4 #ab ,gelijk de lezer zich zal herinneren1 waren wij vier dagen geleden1 des avonds te ,gnoerag aangekomen4 #ac ,orang el ,meseh1 d4 i4 ,messiasmensch2 zoo worden in den ,indischen archipel de ,christenen insgelijks genoemd4 #ad ,ik wasch mijne handen in onschuld3 het is mijne bedoeling niet om dezen te krenken4 #ae ,raden wordt gewoonlijk vertaald door ,prins1 welk woord echter beter overeenkomt met het ,javasche ,pangran1 terwijl ,raden de titel van een lageren rang is1 ongeveer overeenkomende met ons ,baron4--,kapala3 hoofd4 ,tjoetak3 distrikt4 ,de voorafgaande woorden zijn de eigennaam van het distriktshoofd4 #af ,mijn naam ,dag1 of korter ,dak1 spraken de ,javanen vrij juist uit2 het scheen hun echter niet mogelijk te zijn de ch uit te brengen1 want in plaats van ,nacht1 zeiden zij steeds ,nat4 #ag ,zie bladzijde #aee4 #ah ,de voornaamste dagbladen des lands schamen zich niet mededeelingen te doen1 betrekkelijk dergelijke predikatien1 zoo als b4 v4 van het plegtig lof van den nieuwen1 allerprachtigsten mantel van onze lieve vrouwe van den ,bosch1 met eene welsprekende openingsrede over de vereering van de ,moeder ,gods1 gehouden door den zeer ,eerwaarden ,pater ,coemans1 superior der ,liguoristen te 's ,hertogenbosch1 op den #cj ,april #ahed4 7,zie ,nieuwe ,rotterdamsche ,courant1 #b ,mei1 #ahed47--,mag dat niet echt heidensch genoemd worden1 is dat geen afgoden-1 geen fetischdienst8 #ai ,het loon van een ,koeli is van regeringswege vastgesteld2 het bedraagt #b #a_/b centen per paal en daar #c palen op een uur gerekend worden1 hadden wij slechts #g #a_/b centen per uur behoeven te betalen1 maar gaven steeds iets meer1 vooral in het gebergte waar de afstand van de eene plaats tot de andere niet door middel van palen wordt aangewezen4 #bj ,elke zak bevat #be gulden aan enkele centen1 en wordt uit dunne strooken van lange palmbladeren gevlochten2 zeer dikwerf bedient men zich tot dat einde van den bast1 ,tapas1 der ,kokospalmen1 die zich bevindt tusschen den stam en de bladscheden4 #ba ,desa beteekent in de ,javasche en in de ,soendasche taal hetzelfde als ,kampong in het ,maleisch1 namelijk1 dorp4 #bb ,warong1 een ,javasche eetwinkel1 bestaat uit eene opene van ,bamboes vervaardigde kraam1 waarin tafels en banken zijn geplaatst1 alwaar--in elk dorp en gedurende den ganschen dag--alles gevonden wordt1 hetgeen de ,javaan tot leeftogt als anderzins behoeft1 voornamelijk rijst1 gedroogde visch1 gedroogde smalle strooken vleesch 7,dendeng71 zout1 ,spaansche peper1 allerlei vruchten1 zoomede fijn gesnedene tabak1 benevens daaruit vervaardigde1 in bladeren gewikkelde cigaren2 wijders palmwijn 7,toeak71 dikwerf ook koffij en ,chinesche thee1 welriekende bloemen1 rijst- en honiggebak1 enz41 enz4 ,de ,javaan staat op ,,hoogeren ,,trap van beschaving dan de ,europer1 indien de inrigting zijner ,warong's1 vergeleken met de restauratin des laatstgenoemden1 daarbij tot maatstaf wordt genomen4 #bc ,deze waaijerpalmen worden1 ter plaatse waar zij in het wild groeijen1 steeds op zekeren afstand van de kust aangetroffen3 zij overschrijden den afstand van hoogstens drie palen landwaarts in van de zee gerekend niet1 ten gevolge waarvan deze wouden 7die bovendien een droogen en rijzenden bodem verlangen7 zich altijd in den vorm eener strook uitbreiden4 #bd ,ieder ,javaan weet bij ervaring dat koningstijgers en paauwen in de wildernis onafscheidbaar zijn1 weinigen echter zijn in staat de reden er van op te geven4--,het volgende voorbeeld moge ten bewijze strekken1 hoe innig de band is welke twee zoo geheel verschillende diersoorten1 als tijgers en paauwen zijn1 zamverbindt4 ,bekend is het dat de tijger zich bij voorkeur ophoudt in de heete laaglanden2 de paauw insgelijks4 ,op ,java echter wordt een gebergte gevonden dat1 ter hoogte van #ijjj voet boven den spiegel der zee1 den vorm heeft eener hoogvlakte1 met uitmuntend voedergras is begroeid en 7uit dien hoofde7 door eene talrijke1 ja1 over talrijke menigte herten is bewoond4 ,niettegenstaande het koude klimaat dat op deze hoogte heerscht1 wordt--als uitzondering op den regel--insgelijks de koningstijger zeer dikwerf aangetroffen op dit plateau 7waar hij zich zoo gemakkelijk eene prooi kan verschaffen7 en--steeds ziet men paauwen van de eene boomgroep naar de andere vliegen4 #be ,elk dorp op ,java1 uitgezonderd die van de kleinste soort1 bevat tevens eene vierkante grasplek1 ,aloen aloen geheeten1 te midden waarvan gewoonlijk een ,weringinboom is geplant1 welks breed uitgebreid en boogsgewijs afhangend loof een aangenamen lommer geeft4 ,rondom dit opene plein staan1 tusschen geboomte verscholen1 de voornaamste woningen1 als die der hoofden1 enz4 #bf ,voor onze landslieden in ,holland nog immer eene ware verschroeijende hitte4 #bg ,in de pan gebraden leveren zij den ,javanen1 zelfs onder de hoogere standen1 eene zeer smakelijke toespijs op bij hunnen rijstschotel4 #bh ,zoo wordt het extract van opium genoemd1 hetwelk de dikte van gewone siroop heeft en gebezigd wordt om de fijn gesnedene tabaksbladeren mede te doorweeken4 #bi ,slechts weinige boomen der tropische kustflora1 die in den eigenlijken zin des woords behooren tot het zeestrand1 bereiken eene dergelijke hoogte4 ,even als de boomen welke gevonden worden aan de tegenovergestelde grenzen van het plantenrijk1 op de hoogste bergtoppen1 zijn zij meerendeels dwergachtig klein1 in vergelijking van de #ajj #aej voet hoog groeijende woudreuzen1 die in het binnenland tot op eene tamelijke hoogte boven den spiegel der zee aangetroffen worden4 #cj ,de ,javasche krokodil 7,boeaja1 door de ,europers ten onregte ,kaiman geheeten7 wordt aan de zuider kust in alle kleine beken1 in de nabijheid harer mondingen welke gewoonlijk diep zijn1 aangetroffen en zwemt door de zee of kruipt langs het strand van de eene riviermonding naar de andere4 #ca ,glok3 een korte1 zeer zware dikke sabel1 welken de ,javanen als bijl en als hakmes gebruiken4 #cb ,het is eene bekende zaak1 dat er schildpadden zijn gevangen1 die bijna acht centenaars wogen4 #cc ,een roofdier 7,paradoxurus ,musanga7 dat1 even als de ,europesche vos1 ook vruchten niet versmaadt en vooral verlekkerd is op rijpe koffijbessen4 #cd ,angklong1 dat is1 een houten raam of gestel1 waarin verscheidene nevens elkander geplaatste ,bamboesbuizen staan1 wier boveneinde schuin is afgesneden en die op de wijze van orgelpijpen trapsgewijs kleiner worden4 ,door deze buizen of pijpen gaan houten staven1 door middel waarvan het bovenste gedeelte van het raam met het benedengedeelte in verbinding is gebragt2 deze staven brengen door het aanslaan in de veel wijdere buizen de toonen voort1 indien het raam dat met beide handen wordt vastgehouden1 op de maat ginds en herwaarts wordt bewogen4 #ce ,loerah1 hetgeen in andere streken wordt genoemd ,patingi1 enz41 beteekent dorpshoofd1 plaatselijke overheid1 zooveel als burgemeester in ,holland4 #cf ,sarong3 kleedingstuk1 dat in ,indi personen van beiderlei kunne algemeen bezigen en gewoonlijk het eenige is1 dat gedragen wordt2 het reikt van de heup tot aan de voeten en wordt1 daar het zeer wijd is1 in vele plooijen gevouwen4 ,alleen de hoofden dragen onder den ,sarong eene lange broek1 hetgeen insgelijks door de ,javanen van lageren rang bij plegtige gelegenheden wordt nagevolgd4 #cg ,kris3 het onafscheidelijk wapen van elken ,javaan die niet doodarm is1 een lange1 tweesnijdende dolk met een zeer groot handvatsel1 dat een eigenaardigen vorm heeft4 #ch ,ik geloof niet dat eene tot in de geringste bijzonderheden afdalende beschrijving der bruiloftsfeestelijkheden bij de ,javanen bijzonder nuttig of der moeite waardig zou mogen geacht worden1 evenmin als uitvoerige beschrijvingen van de gebruiken en ceremonin welke bij de geboorte1 besnijdenis1 begrafenis1 enz41 enz41 worden in acht genomen4 ,de ervaring toch heeft mij geleerd dat deze gebruiken--al komen zij algemeen genomen1 wat de hoofdzaak betreft1 overal vrij wel overeen1--in de bijzonderheden verschillen1 niet alleen bij de drie groote1 door hunne taal verschillende hoofdstammen op ,java 7bij de ,soendanezen1 ,javanen en ,madoerezen71 en niet slechts bij de verschillende standen der maatschappij in elken stam1 van den vorstelijken prins tot aan den geringsten ,koeli1 maar dat zij ook in de verschillende residentin1 distrikten en bewoonde plaatsen1 van een en denzelfden stam 7in de bijzonderheden der ceremonin7 onderling zeer van elkander afwijken4--,pendopo is een open huis dat op palen is gebouwd en wel een dak1 maar geen muren of wanden heeft4 #ci ,soesah3 onrust1 moeite1 bezwaar1 verdriet1 hinderpaal1 moeijelijkheid4--,sedert den oogenblik dat 7op verlangen mijns broeders7 de proef was genomen om alleen van vrijwillig dienstbetoon der ,javanen gebruik te maken1 was geen enkele dag1 ter naauwernood een uur verloopen waarop ons geene klaagliederen ,soesah soesah1--,soesah sakali6 van onze bedienden in de ooren hadden geklonken4 #dj ,pidjit is de benaming welke aan een mechanisch geneesmiddel1 namelijk1 aan de manipulatie wordt gegeven welke 7gewoonlijk door eene vrouwenhand7 op de volgende wijze geschiedt3 het geheel ontkleede en uitgestrekte ligchaam wordt van de toppen der vingers en teenen tot aan het hoofd en terug1 voornamelijk op de gewrichten en dikkere spieren1 zacht gestreken1 gekneed en gedrukt4 ,na sterke vermoeijenis en hevige spierbeweging1 of verslapping ten gevolge van overmatige hitte1 heeft dit ,pidjiten iets zeer verkwikkends en herstelt het de verlorene krachten1 maar wordt tevens menigwerf uitsluitend aangewend om de aangename gewaarwording die het te weeg brengt4 #da ,zie de analyse van het dierlijk ei aan het slot van dit stuk4--,drie en twintig der zoogenaamde elementen1 wier gezamenlijk aantal thans #fb bedraagt1 komen zeer zelden voor en zijn gedeeltelijk slechts onvolkomen bekend4 #db ,men vergelijke ,a4 von ,humboldt's ,ansichten der ,natur 7derde uitgave1 #ahdi7 ,,ii4 bladz4 #cab4 ,de moeijelijkheid welke er in gelegen is1 om de levensverschijnselen van het organismus op eene bevredigende wijze terug te brengen tot natuur- en scheikundige wetten1 moet grootendeels worden toegeschreven aan de zamgesteldheid der verschijnselen1 aan de veelvoudige te gelijker tijd werkzame krachten en aan de omstandigheden1 welke invloed op hare werkzaamheid uitoefenen1 even als zulks ten opzigte van de voorspelling van meteorologische veranderingen in den dampkring het geval is4 #dc ,sur l'homme et le dveloppement de ses facults1 ou essai de physique sociale4 #b vol41 wijders3 ,du systme social et des lois qui le rgissent1 ,paris #ahdh4 #dd ,die waarschijnlijk afstamt van de wilde geit1 ,capra ,aegagrus4 #de ,deze atomen1 al waren zij binnen bepaalde grenzen besloten en niet oneindig klein1 zouden wij echter nimmer1 zelfs niet met de sterkste microscopen kunnen waarnemen1 dewijl het medium waardoor wij heenzien1 de lucht1 de glaslensen1 ja de deelen van ons eigene oogen insgelijks uit atomen1 uit stof bestaan4 #df ,deze zamengestelde atomen noemt men thans1 ten einde eene achterdeur open te houden1 molekulen4 #dg ,scheikundig zamenstel of1 bij gelijke menging1 doch verschillende ligging der atomen en verschillende vatbaarheid tot breking van het gepolariseerde licht4 #dh ,het volgende voorbeeld zal hiervan nog een sprekender bewijs opleveren4 ,wanneer twee personen uit een glas drinken1 waarin zich een oplossing van amygdaline bevindt1 zijnde een kristalliseerbaar1 volkomen onschadelijk ligchaam dat in bittere amandelen wordt gevonden1 en de een onmiddellijk daarna een glas orgeade drinkt1 de andere echter niet1 dan zal de laatste gezond blijven1 terwijl zich bij den eerstgenoemde verschijnselen van hevige vergiftiging zullen openbaren4 ,zoodra namelijk amygdaline in aanraking komt met zoete amandelen en water 7amandelmelk71 wordt door eene bloote omzetting der bestanddeelen 7behalve suiker1 bitteramandelolie en mierenzuur7 blaauwzuur gevormd4 #di ,alcoholradicalen zijn koolwaterstoffen 7#d kool- en #e waterstof71 welke in verbinding met #a atoom zuurstof en #a atoom water ligchamen vormen1 waartoe onder anderen de algemeen bekende wijnalcohol behoort4 #ej ,tot zoo ver gaat het handschrift van mijn oudsten broeder1 dat hij mij ten gebruike heeft afgestaan1 nadat hij 7zijne voordragt geindigd hebbende7 er hier en daar meer volledigheid aan gegeven en het verbeterd had4 #ea ,mijn broeder ,nacht was oorspronkelijk tot den zoogenaamden geestelijken stand bestemd1 doch beoefende naderhand de landhuishoudkunde en houtvesterij4 ,wij de overige drie broeders leiden ons reeds vroegtijdig toe op de natuurwetenschappen2 de oudste van ons1 ,avondrood1 had eene bijzondere voorliefde voor de studie der zologie en physiologie1 ,morgenrood voor de chemie en physica1 terwijl ik 7de jongste7 mij voornamelijk bezig hield met de beoefening der botanie en geologie4 ,het resultaat van nog niet doorgronde wetten1 hetwelk wij noodlot noemen1 vereenigde ons later1 gelijk de lezer reeds vroeger heeft gezien1 alle vier op ,java4 #eb ,naauwkeurig genomen bedraagt deze afstand voor #ehed jaren lichtsnelheid iets meer dan #gfc #a_/b ,siriusverten1--een gering verschil hetwelk bij deze algemeene beschouwingen niets ter zake doet1 evenmin als de resultaten van latere waarnemingen1 b4 v4 die van ,maclear en ,henderson1 welke de ster a van den ,centaur als de naastbij staande vaste ster 7op #d #a_/b billioen mijlen of #c #a_/b jaren lichtsnelheid7 beschouwen1 terwijl ,struve de door hem het naauwkeurigst waargenomen ,wega 7a in de ,lier7 op #af billioen mijlen of #ab #a_/ab jaren lichtsnelheid schat en dezen afstand een enkelvoudige vastesterafstand 7gelijkstaande met #hjjjjj maal een zonsafstand7 noemt4 #ec ,uithoofde de aarde zich binnen dit tijdperk #ehed malen om de zon draait en te gelijkertijd #a millioen #dfjjjj maal om hare eigene as wentelt1 zal het alziende oog haar van alle zijden overzien2 een menschelijk oog echter zou niet in staat zijn de lichtbeelden duidelijk op te nemen1 ten gevolge van de snelheid der beweging1 van den korten duur staande welken de lichtstralen hunne werking uitoefenen4 #ed ,gelijk bekend is1 hebben photometrische metingen nog niet tot zekere resultaten geleid4 #ee ,de zoogenaamde duivelsstem op ,ceylon1 welke door de overdrevene beschrijvingen van ligtgeloovige reizigers 7zoo als ,wolff en ,knox7 en mystieke natuurphilosophen 7zoo als ,schubert7 eene zekere mate van beruchtheid heeft verkregen1 is hoogst waarschijnlijk niet anders dan het onschuldige geschreeuw van een nachtelijk rondfladderenden ,pteropus of ,galeopithecus1 waarschijnlijk ,g4 volitans4