,,het ,,eiland ,,urk1 ,,zijn ,,bodem1 ,,voortbrengselen ,,en ,,bewoners1 ,,beschreven ,,door ,p4 ,,harting1 ,hoogleeraar aan de ,utrechtsche ,hoogeschool4 ,met een plaat1 kaart en doorsneden4 ,,utrecht1 ,,van ,,paddenburg ,,comp4 #ahec4 ,,inleiding4 ,een der merkwaardigste plekjes van onzen vaderlandschen bodem is het kleine eilandje ,urk4 ,gelegen midden in de ,zuiderzee1 heeft het sedert eeuwen te kampen gehad met de woede der golven en stormen1 waaraan het meer dan eenig ander der in de ,zuiderzee gelegen eilanden is blootgesteld1 en1 alhoewel het in dien strijd geenszins ongedeerd is gebleven1 zoo ziet de reiziger1 die van de ,lemmer naar ,amsterdam de zee oversteekt1 het zich nog altijd als een groene heuvel hoog boven het watervlak verheffen1 en de schipper vindt ligtelijk geloof1 als deze hem verzekert1 dat het eene rots is4 ,inderdaad is die meening onder hen1 die de ,zuiderzee bevaren1 algemeen verbreid1 en zelfs zoude1 volgens eenen schrijver #a1 die1 door de nabijheid zijner woonplaats1 beter dan menig ander in de gelegenheid was1 om met de ware gesteldheid bekend te zijn1 de bodem van ,urk uit graniet bestaan1 terwijl een ander #b1 die het eiland zelf bezocht1 uitdrukkelijk zegt1 dat de bodem van het westelijk of hooger gelegen gedeelte rotsachtig is4 ,echter was reeds ,wagenaar de waarheid meer nabij geweest1 toen hij1 in zijne beschrijving van ,urk #c1 zeide1 dat het westelijkste gedeelte hoog zand is1 en dat daarin vele zware steenen worden gevonden4 ,nog juister had zich een onbekend schrijver #d uitgedrukt1 zeggende3 de grond is steenachtig en laat met reden vermoeden1 dat dezelve gevormd is uit granietblokken1 wier tusschenruimten zijn aangevuld met aarde4 ,wanneer hij echter hierop laat volgen3 overal is het strand bezaaid met grootere en kleinere steenen1 waarvan sommige met goud- en zilverdeeltjes bezwangerd1 echter niet rijk genoeg om ze daaruit te halen1 dan ontstaat er eenige gegronde twijfel aangaande zijne geognostische en mineralogische kennis1 en rijst het vermoeden1 of hij ook de glinsterende goudgele en zilverwitte glimmerblaadjes der granieten en glimmerschiefers daarvoor heeft aangezien4 ,intusschen mogt men1 uit het door hem en ,wagenaar medegedeelde1 reeds met meer dan waarschijnlijkheid1 het besluit afleiden1 dat een deel van ,urk tot de diluviale formatie behoort1 gelijk dan ook door ,dr4 ,acker ,stratingh #e gedaan is1 terwijl de gerolde blokken van graniet en andere plutonische gesteenten1 welke in die formatie zoo veelvuldig worden aangetroffen1 door hun groot aantal aanleiding hebben gegeven tot het zoo algemeen verspreide volksgeloof1 dat ,urk eene rots is4 ,doch er was nog een ander punt1 hetwelk opheldering vorderde4 ,reeds lang namelijk was het bekend1 dat er op ,urk een aantal zoetwaterputten gevonden worden4 ,het bestaan van zoetwaterbronnen op een zoo klein eilandje1 en derhalve in de onmiddelijke nabijheid der zee1 is op zich zelf reeds merkwaardig1 doch hier komt bij1 dat men vindt opgeteekend1 dat het water in eene dier putten1 te gelijk met het tij der zee1 rijst en daalt1 en zelfs dat het daarin hooger of lager zoude staan1 al naar gelang van den waterstand op de rivier de ,i,jssel bij ,kampen #f4 ,hoe gebrekkig na ook deze verschillende berigten waren1 zoowel aangaande den bodem van het eiland als aangaande de daarop voorkomende zoetwaterputten1 zoo mogt men er toch met eenigen grond uit afleiden1 dat een nader onderzoek niet onvruchtbaar zoude wezen1 en dat ,scheltema #g met regt reeds voor vele jaren geklaagd had3 het eiland ,urk is te weinig door natuurkundigen bezocht4 ,toen ik in de lente van het vorige jaar eenigen tijd te ,enkhuizen doorbragt1 besloot ik derhalve een bezoek op dit eiland af te leggen1 ten einde in de eerste plaats zijne geognostische gesteldheid nader te leeren kennen1 doch tevens van die gelegenheid gebruik te maken1 om zoowel door het verzamelen van voorwerpen1 als door het inwinnen van berigten bij de inwoners1 eenige bekendheid te erlangen aangaande de planten en dieren1 welke dit kleine plekje gronds bewonen4 ,den #bisten ,maart begaf ik mij1 voorzien van de noodige werktuigen tot meten en boren1 daarheen1 in gezelschap van drie jongelieden1 door wier welwillende hulp het mij mogelijk was in een kort tijdsbestek veel af te doen1 want reeds den #casten daaraanvolgende keerden wij van daar terug4 ,gedurende dit tweedaagsch verblijf1 gelukte het mij reeds een tamelijk goed inzigt te verkrijgen van de geognostische gesteldheid des bodems van het eiland4 ,intusschen bleven er nog eenige vragen onbeantwoord1 eensdeels uithoofde van het korte tijdsbestek1 anderdeels omdat de gebezigde grondboor slechts eene lengte van #c1e el had1 en bovendien1 na eenige boringen in den zeer vasten en harden leemgrond1 geheel onbruikbaar was geworden #h4 ,welkom was mij derhalve mijne onderwijl gevolgde benoeming tot correspondent der ,hoofdcommissie voor de ,geologische kaart van ,nederland1 waarin ik eene aanleiding vond1 om aan die ,commissie het voorstel te doen van eenige gelden beschikbaar te stellen1 om op ,urk nog op sommige door mij aangewezen punten gravingen te doen bewerkstelligen1 in welk voorstel door de ,commissie dadelijk met bereidwilligheid werd toegestemd4 ,deze gravingen werden verrigt onder de leiding--en ten deele ook in de tegenwoordigheid--van mijnen vriend den heer ,p4 ,backer de ,wit1 ,apotheker te ,enkhuizen1 en verders onder het toezigt van den op ,urk woonachtigen vuurtorenwachter ,a4 ,schraal1 die zich tevens belastte met het verzamelen van monsters der gronden1 telkens met verschil van ,o1#a el in diepte1 en bovendien van alle grootere en kleinere steenen en andere voorwerpen1 die bij de gravingen gevonden mogten worden4 ,ten einde den graad van juistheid der later mede te deelen uitkomsten te kunnen beoordeelen1 volgt hier eene optelling van de plaatsen1 waar geboord of gegraven is1 met vermelding van de bereikte diepte onder den beganen grond4 ,deze plaatsen zijn door letters aangeduid op de bijgevoegde kaart4 ,eerste boring 7a7 tot op #a1d el diepte4 ,tweede boring 7b7 tot op #a1e el diepte4 ,deze twee boringen op het hoogste punt 7#i1b el boven ,a4 ,p47 des eilands1 achter de kerk der ,hervormden1 en op slechts #aj ellen onderlingen afstand1 moesten beide gestaakt worden1 omdat de boor op eenen granietsteen stuitte4 ,derde boring 7c7 tot op #c ellen diepte1 aan de westelijke helling van het hooger liggend gedeelte1 waar de bodem #c1e el boven ,a4 ,p4 is gelegen4 ,vierde boring 7d7 tot op #c1e ellen1 in het lager liggend gedeelte1 nabij de grens van het hooger gelegene4 ,de hoogte des bodems boven ,a4 ,p4 bedraagt aldaar #j1g el4 ,de gravingen zijn alle1 slechts met uitzondering van die op het punt ,d1 voortgezet totdat het binnendringen van het welwater de verdere graving verhinderde1 daar op ,urk geene middelen voorhanden waren1 om dit water te lozen4 ,bij de eerste en diepste graving 7,a71 aan de westelijke helling van het hooger gedeelte1 #d1c el boven ,a4 ,p4 gelegen1 was dit het geval1 toen men tot eene diepte van #e1h el was doorgedrongen4 ,bij de tweede 7,b71 op het driehoekig aangespoeld stuk gronds1 tusschen den vuurtoren en de haven1 bereikte men eene diepte van #a1i el4 ,de derde 7,c71 vierde 7,d7 en vijfde 7,e7 graving1 alle in het lagere gedeelte des eilands1 drongen tot eene diepte van #a el en #a1a el1 terwijl men eindelijk op het zesde of laatste punt 7,f71 op den zoogenaamden ,staart1 waar de hoogte boven ,a4 ,p4 niet meer dan #j1b el bedraagt1 de graving reeds op #j1c el staken moest4 ,wat de flora van het eiland betreft1 zoo waren natuurlijk op het tijdstip1 waarop ik het eiland bezocht1 nog slechts weinige planten voorhanden4 ,in deze leemte is echter later door den heer ,p4 ,backer de ,wit voorzien1 die zich op mijn verzoek1 met dit doel1 driemalen naar ,urk heeft begeven1 namelijk op den #bdsten ,mei1 den #ad;den ,junij en den #bfsten ,julij1 en mij de door hem verzamelde meerendeels bloeijende planten heeft overgezonden4 ,de berigten aangaande de dierlijke bevolking zijn door mij1 voor het grootste deel1 ontleend aan de mededeelingen der bewoners4 ,alleenlijk de optelling van de aan het strand gevonden schelpen van ,mollusken berust op eigene bevinding4 ,de opgaven van het getal inwoners sedert de invoering der registers van den burgerlijken stand ben ik aan den ,burgemeester den heer ,p4 ,nentjes verschuldigd1 even als verscheidene andere mededeelingen1 die voor de kennis van het eiland van gewigt zijn4 ,,geographische ,,ligging1 ,,vorm ,,en ,,grootte ,,van ,,het ,,eiland4 ,onder de in de ,zuiderzee gelegen eilanden is ,urk datgene1 hetwelk op den grootsten afstand van den vasten wal ligt4 ,de afstand tot aan ,enkhuizen bedraagt #bjbhj ellen1 tot aan de ,lemmer #bjcdj ellen1 tot aan het vuur bij ,kuinre #ahhdj ellen1 en tot aan het ,kampereiland en den mond des ,i,jssels #agcbj ellen4 ,het meest in de nabuurschap liggende ,schokland is er #aadjj ellen van verwijderd #i4 ,het eiland heeft eenen langwerpigen vorm1 liggende de grootste afmeting nagenoeg juist in de rigting van het ,zuid-,westen naar het ,noord-,oosten4 ,in deze rigting gemeten1 bedraagt de lengte van het eiland1--met uitzondering van het smalle aanhangsel aan de ,noord-,oostpunt1 waaraan men den naam van de ,staart heeft gegeven1--#ahjj ellen1 terwijl de breedte1 dat is de grootste afmeting van het ,zuid-,oosten naar het ,noord-,westen1 #fhj ellen is1 en de geheele omtrek omstreeks #dbcj ellen1 dat is ongeveer drie vierde uur gaans4 ,de oppervlakte bedraagt1 volgens de kadastrale opmeting1 #hj bunders #e roeden en #fb ellen1 waaronder #gd bunders #cf roeden en #dd ellen belastbaar land4 ,hieronder is niet begrepen het later aangespoelde stuk gronds tusschen den vuurtoren en de haven1 waarvan de oppervlakte #fg roeden en #ej ellen is1 zoodat dan de geheele oppervlakte #hj bunders #gc roeden en #ab ellen beloopt4 ,alleen met uitzondering van de op de kaart aangewezen punten1 namelijk aan de ,zuidzijde nabij de haven en langs een gedeelte der ,oostkust1 is het geheele eiland door paalwerk en eene steenen glooijing omgeven1 ten einde het tegen het geweld der golven te beschermen4 ,het bestaat uit twee verschillende gedeelten1 waarvan het eene of kleinere1 het zuidwestelijk deel uitmakend 7op de kaart door wit aangeduid7 zich hoog boven de zee verheft1 terwijl het andere of grootere 7op de kaart licht geharceerd7 daarentegen zeer vlak en laag is4 ,het hoog liggend gedeelte maakt ongeveer een vijfde van het geheel uit4 ,de ,westkust is het hoogst1 en van daar daalt de bodem met eene zachte helling noordoostelijk naar het lager liggend gedeelte1 en zuidoostelijk naar de havenzijde4 ,het hoogste punt 7a7 der westkust ligt juist achter de ,kerk op niet meer dan #de ellen van de zee verwijderd4 ,de hoogte van dit punt boven ,a4 ,p4 bedraagt #i1b ellen4 ,bij den vuurtoren 7v7 op de zuidwestpunt1 #aej ellen van a af gelegen1 is die hoogte #g1g ellen4 ,aan de zee- of westzijde loopt de bodem langs dit geheele gedeelte der kust aanvankelijk met eene zeer steile helling af1 vervolgens zachter glooijend tot aan het paalwerk1 en zoo onder de steenen glooijing door naar de zee4 ,tusschen het havenhoofd en de punt1 waarop de vuurtoren staat1 is een driehoekig stuk gronds 7,b7 gelegen4 ,dit behoort oorspronkelijk niet tot dit hoog liggend gedeelte1 maar heeft zich eerst in de laatste jaren gevormd1 sedert den eersten aanleg der haven in het jaar #ahai1 uit het daar aangespoelde zeezand4 ,het laag liggende gedeelte des eilands1 ongeveer vier vijfde van het geheel bedragende1 onderscheidt zich dadelijk van het zoo even beschrevene1 door dat het nagenoeg geheel vlak is1 en zich over het algemeen slechts weinig boven de oppervlakte der zee verheft4 ,het eindigt aan de ,noord-,oostpunt in den reeds genoemden ,staart1 zijnde eene lange1 smalle1 eenigzins gebogen strook of zandplaat1 welker oppervlakte niet meer dan #j1a tot #j1b el boven ,a4 ,p4 ligt1 en de bovenzeesche voortzetting is van het rif1 dat het geheele eiland omgeeft4 ,door de geheele lengte van het laag liggend gedeelte tot aan het begin van den ,staart1 breidt zich een zandrug uit1 nagenoeg evenwijdig met de ,noord-,westkust loopend1 op eenen afstand van #ce tot #dj ellen van de zee4 ,de breedte dezer rug verschilt van #ae tot #be ellen1 terwijl zij1 ter plaatse1 waar zij het hoogst is1 dat is in de nabijheid van het hoog liggend gedeelte des eilands1 zich tot #b1b el boven ,a4 ,p4 verheft4 ,volgens mededeeling van den ,burgemeester1 die thans eenen ouderdom van #gj jaren heeft bereikt1 is deze zandrug haar ontstaan verschuldigd aan de ,noord-,wester stormen op den #ad;den en #ae;den ,november #agge en den #bjsten ,november #aggf1 toen het eiland van die zijde nog slechts gebrekkig tegen de zee beschut was4 ,aan weerszijde loopt deze rug glooijend af1 en wordt dus de bodem allengs vlakker en lager1 het meest aan de ,oostzijde1 alwaar het middengedeelte tot voor korten tijd een moeras was1 dat slechts in den allerlaatsten tijd1 door het graven van een afwateringskanaal en de werking van een' kleinen pompmolen1 in droog land is herschapen4 ,in #ahdb is met deze droogmaking een aanvang gemaakt1 en in #ahea heeft men er den eersten hooioogst ingezameld4 ,vr #fj jaren was die kom nog diep genoeg om er paling in te visschen1 en in #aghi besloeg dit moerassig gedeelte1 blijkens eene toen door den ,stadslandmeter ,j4 ,schilling vervaardigde kaart1 waarop het onder den naam van verdronken land staat afgeteekend1 eene oppervlakte van #ae morgen en #eed roeden ,amsterdamsche maat1 of #ab bunders #ci roeden en #hj ellen1 derhalve een zesde gedeelte van het geheele eiland4 ,,geognostische ,,gesteldheid4 ,de beide zoo even beschreven gedeelten des eilands zijn ook in een geognostisch opzigt geheel van elkander onderscheiden4 ,wij willen daarom elk in het bijzonder beschouwen4 ,,het ,,hoog ,,liggend ,,gedeelte4 ,de in het werk gestelde boringen en gravingen tot op eene diepte van #a1e el onder ,a4 ,p4 en #aj1g ellen onder het hoogste punt des eilands1 hebben hier vier verschillende lagen doen kennen4 ,de eerste en magtigste1 op het punt a eene dikte hebbende van #h1c ellen1 aldaar eindigende op ,o1#i el en in c op #a1e el boven ,a4 ,p41 bestaat uit eene over het algemeen geelachtig rood gekleurde leem1 waarvan echter de geaardheid zoowel als de kleur op verschillende punten en diepten nog aan vrij groote afwisselingen is onderworpen1 hoofdzakelijk ten gevolge van het verschillend gehalte aan ijzeroxydhydraat1 en het al of niet aanwezig zijn van koolstofzuren kalk4 ,deze ontbreekt algemeen in de hoogere gedeelten der laag1 doch is daarentegen in grooten overvloed aanwezig in de diepere1 waar de leem in waren leemmergel overgaat4 ,de grond verkregen bij de graving op het punt ,a1 op de diepte van #c ellen1 of van #a1c el boven ,a4 ,p41 vooraf zwak gegloeid1 bleek te bevatten #bh1hc proc4 in zoutzuur oplosbare stoffen1 waaronder #ai1ga proc4 koolstofzuren kalk en #c1ac proc4 ijzeroxyd4 ,in het bovenste gedeelte is de leem ook meer zandachtig1 lichter van kleur1 plaatselijk zelfs geelachtig grijs1 terwijl benedenwaarts de kleur donkerder wordt1 ten deele bruinrood en violetrood1 al naar gelang van de hoeveelheid aanwezig ijzeroxydhydraat1 welke stof in hoeveelheid toeneemt met de diepte1 zoodat het benedenste gedeelte der bedding tot den aard eener ware oerbank nadert4 ,de mikroskopische bestanddeelen zijn gerolde kwartskorreltjes en scherpkantig gruis van kristallinische gesteenten1 in afwisselende betrekkelijke hoeveelheden4 ,beide deze bestanddeelen zijn algemeen doorschijnend en kleurloos4 ,waar koolstofzure kalk voorkomt1 bestaat deze meerendeels uit zeer kleine vormlooze ligchaampjes4 ,het ijzeroxydhydraat is er in bevat als zeer kleine moleculen1 die alle de ruimten tusschen de overige bestanddeelen vullen4 ,van schelpvezelen is geen spoor te zien1 evenmin als van ,foraminiferen of andere mikroskopische organismen4 ,de hardheid en vastheid dezer geheele laag1 doch vooral van hare diepere gedeelten1 is zeer groot1 en wordt inzonderheid veroorzaakt door het ijzeroxydhydraat1 waardoor de overige deeltjes onderling zamengebakken zijn4 ,reeds is vermeld1 dat de gebezigde grondboor daarin geheel onbruikbaar is geworden4 ,bij de derde boring namelijk1 was aan de overigens uit goed gehard ijzer bestaande boorbuis1 reeds eene vrij sterke uitwijking der wanden waar te nemen4 ,ook bij de later in het werk gestelde graving1 werd de bodem zoo hard bevonden1 dat men op sommige punten daarin met de spade alleen niet kon voortwerken1 maar genoodzaakt was een' koevoet te gebruiken1 om de brokken los te breken4 ,echter heeft deze leem slechts weinig plasticiteit1 wanneer zij met water wordt aangemengd1 hetgeen grootendeels het gevolg is van de talrijke tusschen de overige bestanddeelen verstrooide zandkorrels en steentjes van allerlei grootte4 ,deze geringe plasticiteit is ook opgemerkt door den tegenwoordigen ,hoofdingenieur ,jonkh4 ,j4 ,ortt van ,schonauwen1 die in #ahcd1 bij het verbeteren der haven op de zuidkust1 dezelfde leem aantrof1 en zich genoodzaakt zag de voor het werk benoodigde klei van het lager gedeelte des eilands te doen aanvoeren4 ,in deze geheele bedding is het getal gerolde steenen overgroot4 ,het meerendeel is klein1 van n tot eenige duimen in doormeter4 ,doch er komen ook vele merkelijk grootere rolsteenen voor4 ,ik zelf heb een granietblok gezien van nagenoeg ronden vorm en ,o1#g el in doorsnede1 hetwelk was opgegraven uit het kerkhof1 gelegen ter zijde van de kerk1 dus in de nabijheid van het hoogste punt4 ,ook verhaalde mij de doodgraver1 dat hij eenmaal1 bij het maken van een' grafkuil1 op eenen steen had gestoten1 waarvan het zigtbare gedeelte de lengte van het geheele graf1 zijnde #g ,a4 voeten of bijna #b ellen1 innam4 ,daar hier nu nimmer dieper gegraven wordt1 dan tot op #g voeten1 zoo blijkt1 dat althans het bovenste gedeelte der bedding rolsteenen van zeer aanzienlijke grootte bevat4 ,dit wordt ook bevestigd door eene mededeeling van den ,burgemeester1 dat namelijk in een huis1 gelegen aan de ,noord-,westzijde1 voor eenige jaren1 bij het graven van eenen kelder1 een steen werd gevonden1 welke zoo groot was1 dat de kozijnen van een venster moesten worden uitgebroken1 om hem uit het huis te verwijderen4 ,dezelfde berigtte mij in het algemeen1 dat men op zeer verschillende diepten1 van #f1 #h1 #aj1 #ab1 #ae1 #bj en zelfs meer voeten1 groote steenen in den grond had gevonden1 zoodat hieruit derhalve schijnt te volgen1 dat zij door de geheele bedding verspreid liggen4 ,wat den aard dier steenen betreft1 zoo is deze zoo verschillend1 dat men zonder overdrijving zeggen kan1 dat de meeste rotssoorten hier door kleinere of grootere fragmenten worden vertegenwoordigd4 ,men vindt er #aj3 #a4 ,graniet4 ,de hieruit bestaande steenen zijn zeer talrijk2 zij kunnen tot de volgende varieteiten gebragt worden3 a4 ,zeer fijnkorrelige graniet1 met gelijkmatig verdeelde bestanddeelen3 roode veldspaath1 roode kwarts en weinige zwartachtige glimmer4 ,hieruit bestaat de groote1 zoo even vermelde uit het kerkhof opgegraven steen4 b4 ,zeer grofkorrelig1 met ongelijkmatig verdeelde bestanddeelen3 donker vleeschkleurige veldspaath1 witte kwarts1 ten deele in groote aders1 en zilverkleurige glimmer in nesten4 ,stukken van deze zamenstelling zijn gevonden1 zoowel op het kerkhof1 derhalve in het bovenste gedeelte der laag1 als nabij hare onderste grens in ,a1 vanwaar een stuk van ongeveer ,o1#b el in doormeter tot deze varieteit behoort4 c4 ,tamelijk fijnkorrelig en gelijkmatig1 met veel roode veldspaath1 witte kwarts en weinige witte glimmer4 d4 ,tamelijk fijnkorrelig1 met roode veldspaath1 witte kwarts en zwarte glimmer4 e4 ,tamelijk fijnkorrelig1 met roode kwarts1 roode veldspaath en zwarte glimmer4 f4 ,fijnkorrelig1 met violetblaauwachtige kwarts1 zeer weinige roodachtige veldspaath1 zwarte en witte glimmer4 g4 ,fijnkorrelig1 met witte kwarts1 witte veldspaath en zwarte glimmer4 h4 ,fijnkorrelig1 met witte veldspaath1 witte kwarts en groene glimmer4 i4 ,tamelijk fijnkorrelig1 met witte veldspaath1 witte kwarts en veel zilverwitte glimmer4 ,onder deze varieteiten zijn die1 waarin de veldspaath en ook de kwarts geheel of ten deele rood gekleurd zijn1 zoodat het gesteente1 op eenen afstand gezien1 zich meer of min gelijkmatig rood vertoont1 de talrijkste4 #b4 ,syeniet4 a4 ,met witte kwarts1 witte veldspaath1 veel zwarte hoornblende en zeer weinig glimmer4 b4 ,met violette kwarts1 zwarte hoornblende en weinige witte veldspaath4 c4 ,met veel roode veldspaath1 witte kwarts en hoornblende4 d4 ,met labrador1 violette1 bloedroode1 granaatroode en gele kwarts1 hoornblende en weinige zwarte glimmer2 deze bestanddeelen zijn gelijkmatig dooreengemengd4 ,een zoodanig stuk is in het bovenste gedeelte der laag gevonden4 e4 ,met vleeschkleurige en witte veldspaath1 weinig witte kwarts1 zwarte hoornblende en bronskleurige glimmer4 f4 ,met veel gedeeltelijk gekristallizeerde roode en witachtige veldspaath1 witte kwarts en groene glimmer4 #c4 ,gneis4 ,mede in verschillende varieteiten1 waarvan de merkwaardigste zijn3 a4 een stuk gneis van ,o1#ad el in doormeter1 zijnde een fragment van eenen veel grooteren steen1 bij het graven van de regenput bij den vuurtoren gevonden1 veel zilverwitte glimmer bevattende en tusschen de massa verspreide edele granaten4 b4 ,dichroitgneis4 ,hiertoe behooren drie steenen van #c tot #d duimen in doormeter1 gevonden in de diepere gedeelten der bedding1 met daarin bevatte dichroit1 welk mineraal ook afzonderlijk is aangetroffen4 ,het meerendeel dezer graniet-1 syeniet-en gneissteenen draagt de blijken van sterk en lang gerold te zijn4 ,eenige echter1 en daaronder sommige tamelijk groote stukken--gelijk b4 v4 dat vermeld onder b op bl4 #ac1--;hebben nog vrij scherpe kanten en hoeken1 en vertoonen weinige sporen van afslijting4 ,ook de graad van verwering is zeer verschillende4 ,bij eenige steenen is daarvan te naauwernood iets te bespeuren1 zelfs aan de oppervlakte1 terwijl daarentegen andere1 en daaronder stukken van #c en #d duimen in doormeter1 zoo door en door verweerd zijn1 dat zij bij de minste drukking tot poeder vergruisd worden4 #d4 ,porphier1 rood gekleurde4 ,de daaruit bestaande steenen zijn slechts1 ter grootte van #b tot #c duim1 in gering aantal gevonden4 #e4 ,veldspaath4 ,eenige weinige der kleinere gerolde steenen1 #a-b duimen in doormeter hebbende1 bestaan uit denzelfden rooden veldspaath1 als die1 welke een bestanddeel der meeste granieten uitmaakt4 #f4 ,kwarts4 ,alhoewel er1 gelijk reeds gezegd is 7bl4 #aa71 tusschen de overige bestanddeelen van de leem dezer bedding talrijke kleine 7#a_/bj-a_/e streep in doormeter hebbende7 gerolde kwartskorreltjes voorkomen1 zoo is het aantal van grootere gerolde stukken kwarts zeer gering4 ,sommige zijn melkachtig wit 7vetkwarts71 andere rood 7ijzerkiezel71 slechts zeer weinige helder en doorschijnend4 ,de grootste stukken hebben eenen doormeter van #c duimen4 #g4 ,glimmerschiefer1 in vrij talrijke stukken1 waarvan de grootste #e duim in doormeter hebben1 meer of minder kwartsrijk1 doorgaans fijnbladerig en ten deele verweerd4 #h4 ,chlorietschiefer4 ,hiervan is slechts n stuk gevonden van eene graauwgroene kleur en #b duim in doormeter4 #i4 ,zandsteen4 ,brokstukken van zandsteenrotsen zijn door de geheele bedding verspreid1 en wel als twee hoofdverscheidenheden3 a4 glimmervrije zandsteen1 eenige stukken geel1 andere rood gekleurd1 veel minder talrijk dan de volgende2 b4 glimmerhoudende zandsteen4 ,de meeste hiertoe behoorende stukken zijn hetzij lichtgrijs of wel geheel of ten deele door ijzeroxydhydraat geel gekleurd4 ,de grootste in deze laag gevonden stukken hebben #d duim in doormeter4 ,andere in geringer aantal voorkomende glimmerhoudende zandsteenen zijn tegelrood en harder dan de vorige4 ,hiervan zijn stukken aangetroffen tot van #h duim in doormeter4 #aj4 ,zwarte kalkhoudende thonschiefer4 ,slechts eenmaal is een zoodanig stuk gevonden1 #b duim groot4 #aa4 ,kwartsiet4 ,in geringe hoeveelheid1 als roode of roodachtig witte gerolde korrels van #a tot #b duim in doormeter4 #ab4 ,klei4 ,op verscheidene punten zijn hiervan stukken gevonden van #b tot #c duim in doormeter1 eenige bijna zuiver wit als pijpaarde1 andere roodachtig wit en donkerrood1 soms geheel het voorkomen hebbende der zoogenaamde ,thongallen in zandsteen1 en zich1 behalve door meerdere taaiheid1 van de omgevende leem onderscheidend door het geheel ontbreken van koolstofzuren kalk4 ,de meeste dezer kleibrokken1 zoo niet alle1 zijn blijkbaar afkomstig van op de plaats zelve verweerden graniet1 waarvan dikwijls nog kleine herkenbare stukjes zijn ingemengd4 #ac4 ,kalkgesteenten4 ,het aantal rolsteenen1 geheel of grootendeels uit koolstofzuren kalk bestaande1 is hoogst aanzienlijk1 en overtreft dat van alle andere rotsgesteenten te zamen genomen4 ,in grootte doen de meeste kalksteenen onder voor vele der uit graniet1 syeniet en gneis bestaande rolsteenen1 doch er zijn toch ook van sommige der hieronder genoemde verscheidenheden steenen van eenen tamelijk grooten omvang gevonden4 ,het getal dier verscheidenheden is vrij aanzienlijk4 ,men kan hen onder de volgende hoofdrubrieken rangschikken3 a4 ,marmer1 als roode en witte of rood en wit geaderde stukken2 de meeste sterk gerold1 sommige eenen doormeter van #d tot #e duim hebbende4 b4 ,vezelige kalksteen4 ,hiervan is slechts eenmaal een plat stukje gevonden van #b duim lengte4 c4 ,kalkspaath4 ,een enkel stuk1 halfdoorschijnend1 van #c duim in doormeter1 is gevonden in het onderste gedeelte der bedding4 d4 ,vaste lichtgekleurde kalksteen1 zeer fijnkorrelig1 geheel homogeen van zamenstelling1 dof en schelpachtig op de breuk1 bijna zuiver wit1 grijsachtig wit of licht geelachtig1 in allen deele de kenmerken dragende van ,jurakalk4 ,de witte en geelachtig gekleurde stemt geheel overeen met ,portlandkalk4 ,het mikroskopische onderzoek leerde1 dat deze kalksteenen geheel of grootendeels zijn zamengesteld uit zeer kleine 7#a_/bjj tot #a_/bj streep in doormeter hebbende7 rhombodrische kalkspaathkristalletjes #aa4 ,de meeste stukken bevatten geene fossilen4 ,alleen in een witachtig grijs gekleurd stuk werden eenige overblijfselen aangetroffen van ,pentacrinus pentagonais ,goldfuss #ab4 ,deze soort van kalksteen komt tamelijk menigvuldig op alle punten der bedding voor4 ,alle de daaruit bestaande steenen zijn sterk gerold2 sommige hebben eenen doormeter van #f tot #g duimen1 doch de meeste zijn kleiner4 e4 ,blaauwachtig grijze kalksteen1 minder fijnkorrelig dan de vorige1 ruw en oneffen op de breuk1 met glinsterende kalkspaathkristallen1 en zeer talrijke kleine1 van #b tot #c streep in doormeter hebbende1 fossilen insluitend1 welke behooren tot de familie der ,trilobiten4 ,bij beschouwing door de loupe zijn de van facetten voorziene oogen duidelijk zigtbaar1 doch overigens is eene nadere soortbepaling moeijelijk1 daar het niet gelukt hen te isoleren1 uit hoofde van de hardheid der omgevende steenmassa en hunne eigene broosheid4 ,slechts eenmaal is een zoodanig stuk1 dat sterk gerold was1 gevonden op het kerkhof1 en dus afkomstig uit het bovenste gedeelte der bedding4 f4 ,zwartachtig grijze kalksteen1 in min of meer plaatvormige stukken1 met verscheidene ten deele goed bewaarde schelpen van ,leptaena depressa ,dalm4 7,productus depressus ,sow4 #ac71 waartusschen talrijke exemplaren verspreid liggen van ,beyrichia complicata ,salt41 door ,mc,coy #ad onder de ,entomostracen gerangschikt4 ,de tegenwoordigheid dezer fossilen1 hoe klein ook1--daar zij slechts een' doormeter van hoogstens #b streep hebben1--heeft echter eenige beteekenis1 dewijl het geslacht ,beyrichia1 volgens ,mc,coy1 tot hiertoe alleen uit het silurische stelsel bekend is1 en ,b4 complicata zeer menigvuldig1 en op een aantal verschillende plaatsen1 in ,engeland voorkomt in de schieferachtige kalksteenen1 welke tot dit stelsel behooren4 ,ook de platte hoekige vorm der hier voorkomende stukken beantwoordt aan dezen oorsprong4 ,zij zijn vrij talrijk in het onderste gedeelte der bedding1 terwijl hun doormeter van #c tot #g duimen bedraagt4 ,op n dezer stukken neemt men ijzerkieskristallen waar4 g4 ,graauwe kalksteen1 met een indruksel van ,terebratula flabellula ,sow4 #ae en een dergelijk stuk1 hetwelk een fragment eener grootere ,terebratula bevat1 vermoedelijk ,t4 plicatella ,sow4 #af1 als mede een afdruksel van eene ,melania of van eene andere schelp behoorende tot een daarmede in vorm na overeenkomend geslacht4 ,stukken meer gerold dan de vorige1 tot van #e duim4 h4 ,bonte kalksteen1 violet1 rood1 vleeschkleurig1 wit en zeegroen gevlekt1 fijnkorrelig1 zonder kristallen1 minder hard en vast dan de ,portlandkalk1 doch harder dan krijt4 ,een groot gerold blok van ,o1#de el in doormeter1 en eenige kleinere stukken zijn in het onderste gedeelte der bedding gevonden4 ,fossilen komen er niet in voor4 i4 ,wit krijt en vuursteenen4 ,beide zijn door de geheele bedding verspreid4 ,de stukken krijt zijn alle gerold1 de grootste van #c duim4 ,de daarin voorkomende ,foraminiferen zijn ,rotalia globosa en ,textilaria acicularis1 dezelfde1 die het talrijkst in het ,engelsche krijt worden aangetroffen4 ,in de nabijheid der vuursteenknollen bevat het krijt bovendien vele naalden van zeesponzen4 ,de meeste vuursteenen zijn scherpkantige fragmenten4 ,echter worden er ook verscheidene geheele knollen aangetroffen2 de grootste heeft eenen doormeter van #d duim4 ,meerendeels zijn zij zwartbruin of bruinachtig geel en half doorschijnend1 eenige bleekgeel of roodachtig en ondoorschijnend4 ,behalve de genoemde kalkgesteenten bevat de bodem nog talrijke uit koolstofzuren kalk bestaande rolsteenen1 die minder duidelijk gekenmerkt zijn1 doch gedeeltelijk1 tot een der beschreven varieteiten 7d en g7 kunnen gebragt worden2 de meesten zijn blaauwachtig grijs of grijsachtig wit4 ,eindelijk zij hier nog vermeld1 dat ik1 door tusschenkomst van den heer ,backer de ,wit1 van den ,mr4 metselaar ,a4 ,last te ,enkhuizen ontvangen heb een stuk van ,astraea annularis ,lam41 hetwelk door hem in het jaar #ahbj bij het bouwen der school op het eiland gevonden is1 op eene diepte van #h voeten onder den grond4 ,volgens zijne mededeeling bevonden zich daar ter plaatse nog verscheidene andere dergelijke ten deele grootere stukken1 die verward door elkander lagen4 ,het stuk1 dat ik onder de oogen heb1 is #e duimen lang en bijna #c duimen dik en breed4 ,het heeft eenigzins afgeronde kanten1 en ook de oppervlakte1 waar zich de cellen bevinden1 is glad afgeslepen1 terwijl de kleur door geinfiltreerd ijzeroxydhydraat geelachtig is geworden1 doch overigens komt het fossile exemplaar overeen met de nog in de ,westindische zee levende voorwerpen4 #ac4 ,mergel1 grijsachtig wit1 gedeeltelijk violet1 een stuk van #c duim1 in aard en kleur geheel overeenstemmend met stukken keupermergel1 alhier op het mineralogisch kabinet voorhanden4 #ad4 ,doleriet1 zeer fijnkorrelig1 graauw1 groen en sterk magnetisch4 ,een stuk van #e duimen is gevonden in het onderste gedeelte der bedding4 ,daar het nuttig kan zijn1 voor eene latere vergelijking met hetgeen elders in ons vaderland in eenen bodem van overeenkomstige zamenstelling voorkomt1 de verhouding te weten1 waarin elk der rotssoorten tot de gezamenlijke hoeveelheid der gevonden steenen staat1 zoo volgt hier eene lijst met de namen der rotssoorten en het aantal der daaruit bestaande steenen1 verzameld bij de graving van den #e1h ellen diepen kuil op het punt ,a4 ,onder dit aantal zijn echter alleen zulke steenen begrepen1 wier doormeter #a duim of meer bedraagt4 ,dewijl deze inzameling is geschied door den vuurtorenwachter1 die in last had ontvangen alle de gevonden steenen zonder onderscheid aan mij over te zenden1 zoo mag men aannemen1 dat hier alle willekeur buiten gesloten is geweest1 en de cijfers inderdaad vrij juist de verhouding uitdrukken1 waarin de verschillende steensoorten in dit gedeelte des bodems voorkomen4 ,graniet1 a4 roode #dc #i1d proc4 #bg1g proc4 ,graniet1 b4 anders gekleurde #cf #g1i proc4 ,syeniet #bd #e1c proc4 ,gneis #bc #d1j proc4 ,porphier #b #j1d proc4 ,veldspaath #c #j1g proc4 ,kwarts #f #a1c proc4 ,glimmerschiefer #i #b1j proc4 ,chlorietschiefer #a #j1b proc4 ,zandsteen1 a4 zonder glimmer1 gele #b #j1d proc4 #e1f proc4 ,zandsteen1 b4 zonder glimmer1 roode #b #j1d proc4 ,zandsteen1 c4 glimmerhoudend1 gele en #ai #d1a proc4 grijze ,zandsteen1 d4 glimmerhoudend1 roode #c #j1g proc4 ,kalkhoudende thonschiefer #a #j1b proc4 ,kwartsiet #b #j1d proc4 ,klei1 a4 witte #b #j1d proc4 ,klei1 b4 roode #f #a1c proc4 ,kalkgesteenten1 a4 marmer #ae #c1c proc4 #ec1h proc4 ,kalkgesteenten1 b4 witte en gele #bi #f1c proc4 ,jurakalk ,kalkgesteenten1 c4 graauwe1 met #ab #b1f proc4 duidelijke fossilen ,kalkgesteenten1 d4 bonte #e #a1a proc4 ,kalkgesteenten1 e4 kalkspaath #a #j1b proc4 ,kalkgesteenten1 f4 vezelige #a #j1b proc4 ,kalkgesteenten1 g4 niet nader bepaald1 #ahc #dj1a proc4 doch ten deele tot b en c behoorend ,krijt #ae #c1c proc4 ,vuursteen #aj #b1b proc4 ,mergel #a #j1b proc4 ,doleriet #a #j1b proc4 ,som #deg ,in deze bedding is ook nog op #b1c ellen boven ,a4 ,p4 gevonden een stukje hout uit eene bruinkoolformatie4 ,het is ongeveer #b duimen lang1 ligt1 bruin1 doch niet met ijzeroxyd geincrustreerd4 ,het is gemakkelijk snijdbaar en stemt in maaksel zeer na overeen met het hout van ,taxus baccata1 daar de houtcellen van hofstippels en van eenen breeden spiraalband voorzien zijn4 ,het is derhalve afkomstig van eenen boom behoorende tot het fossile geslacht ,taxites ,goeppert4 ,de tweede laag1 waarvan de dikte hoogstens een el bedraagt1 bestaat uit eenen zwartachtig grijzen zandigen leemmergel1 hier en daar met een' geelachtigen of bruinachtigen tint4 ,zij onderscheidt zich van de hoogere1 behalve door de kleur1 vooral ook door eene meerdere gelijkmatigheid en inniger vermenging der bestanddeelen4 ,de diepere gedeelten der laag bevatten het meeste zand en hebben eenen losseren zamenhang dan de hoogere4 ,de mikroskopische bestanddeelen zijn dezelfde als die der eerste laag1 alleen in andere betrekkelijke hoeveelheden4 ,hetzelfde geldt van de scheikundige bestanddeelen4 ,koolstofzure kalk en ijzeroxyd komen er in merkelijk geringere mate in voor4 ,de bodem op #j1c el boven ,a4 ,p41 nagenoeg uit het midden der laag1 bevat #h1bg proc4 in zoutzuur oplosbare deelen1 waarvan #d1hg koolstofzure kalk zijn en #a1bi proc4 ijzeroxyd4 ,er worden mede een aantal gerolde steenen in aangetroffen1 grootendeels tot dezelfde rotssoorten behoorende als die in de eerst beschreven laag4 ,steenen van zoo grooten omvang als in deze zijn hier niet gevonden4 ,echter zoude ik niet durven beweren1 dat zij er niet in voorkomen1 daar dit gedeelte des bodems alleen uit de graving in ,a en de boring in c bekend is4 ,onder de granietblokken zijn er verscheidene1 die rood en groen gevlekt zijn1 ten gevolge van tusschen de roode veldspaath verspreid olivin4 ,een dier stukken heeft eenen doormeter van #aj duimen4 ,buitendien worden de meeste der boven beschreven varieteiten ook hier vertegenwoordigd4 ,de zandsteenen zijn mede dezelfde4 ,nabij de bovenste grens is er een gevonden van #ah duimen in doormeter1 plat aan weerszijden1 grijs en aan de eene zijde door ijzeroxydhydraat geel gekleurd4 ,het geheele getal der steenen van n duim of meer in doormeter1 bij de graving in ,a uit deze laag verzameld1 bedraagt #ajd1 die op de volgende wijze verdeeld zijn3 ,graniet1 a4 roode #f #e1h proc4 #ba1b proc4 ,graniet1 b4 anders gekleurde #i #h1g proc4 ,gneis #d #c1i proc4 ,veldsteenporphier #a #j1i proc4 ,veldspaath #b #a1i proc4 ,kwarts #e #d1h proc4 ,zandsteen1 a4 zonder glimmer1 gele #a #j1i proc4 #e1g proc4 ,zandsteen1 b4 zonder glimmer1 roode #a #j1i proc4 ,zandsteen1 c4 glimmerhoudend1 gele #d #c1i proc4 en grijze ,kalkgesteenten1 a4 marmer #a #j1i proc4 #bd1h proc4 ,kalkgesteenten1 b4 ,jurakalk #e #d1h proc4 ,kalkgesteenten1 c4 bonte #a #j1i proc4 ,kalkgesteenten1 d4 niet nader #ai #ah1b proc4 bepaald ,krijt #e #d1h proc4 ,vuursteen #dj #ch1e proc4 #ajd ,hieruit blijkt1 dat het voornaamste verschil met de vorige laag gelegen is in het aanzienlijk getal van vuursteenen1 waaronder verscheidene groote knollen1 tot van #i duimen in doormeter4 ,eindelijk is in deze laag ook nog gevonden een vrij goed bewaard fragment eener zuil1 vermoedelijk van ,actinocrinus laevis ,mill41 uit tien geledingen bestaande4 ,de derde laag wordt gevormd door eenen licht geelachtig grijzen leemachtigen zandmergel1 in ,a de dikte van #a1c el hebbende4 ,reeds is gezegd1 dat de leemmergel der tweede laag benedenwaarts allengs zandachtiger wordt4 ,werkelijk is het ook niet wel mogelijk eene scherpe grens tusschen deze beide lagen te trekken1 die integendeel schier onmerkbaar in elkander overgaan1 in dier voege1 dat de kleur al lichter en lichter1 en de zamenhang der deelen al losser en losser wordt naarmate de diepte toeneemt4 ,dat deze twee lagen eigenlijk bij elkander behooren wordt ook nog daardoor bevestigd1 dat in c 7nabij de vuurtoren7 onder de laag zandmergel wederom eene laag zwartgrijze leemmergel gevonden wordt1 geheel gelijk aan de daar boven liggende4 ,straks zullen wij zien1 dat het gevolg hiervan is1 dat daar ter plaatse eene watergevende wel in de zandmergellaag is gevonden4 ,ook deze laag bevat talrijke gerolde steenen1 wederom grootendeels tot dezelfde rotssoorten behoorende als die in de hoogere lagen4 ,onder de granietachtige gesteenten treft men er verscheidene aan1 die geen waar graniet zijn1 maar euriet of granuliet4 ,de hier voorkomende zijn rood of wit gestreept4 ,zandsteenen1 beantwoordende aan de hooger liggende1 zijn hier niet aangetroffen1 maar1 in stede daarvan1 eenige stukken van eenen groveren en vasteren graauwackezandsteen of psammiet1 de grootste eenen doormeter hebbende van #g duimen4 ,onder de kalksteenen verdienen1 als niet in de hoogere lagen voorkomende1 vermeld te worden3 een violetrood en groen gevlekt stuk marmer1 een geelgrijze harde kleihoudende kalksteen1 en bovendien een stuk kalkhoudende kieselschiefer1 zwartachtig grijs gekleurd1 zeer fijnkorrelig1 schelpachtig op de breuk1 zonder fossilen1 #g duimen in doormeter hebbende4 ,ook zijn hier wederom verscheidene stukken doleriet gevonden en desgelijks eenige stukjes anamesiet1 ter grootte van #a tot #b duimen4 ,eindelijk nog een klein fragment van den rand eener schelp1 die niet nader te bepalen is1 doch1 te oordeelen naar de witte kleur en de geringe fossilificatie1 waarschijnlijk uit eene jongere tertiaire formatie afkomstig4 ,het getal der verzamelde rolsteenen1 van meer dan #a duim doormeter bedraagt #aah4 ,hiervan behooren tot3 ,graniet1 a4 roode 7ten deele euriet7 #ba #ag1i proc4 #bd1f proc4 ,graniet1 b4 anders gekleurde #d #c1d proc4 ,gneis #b #a1g proc4 ,hoornblende #a #j1h proc4 ,veldsteenporphier #a #j1h proc4 ,kwarts #h #f1h proc4 ,glimmerschiefer #g #f1j proc4 ,kalkhoudende kieselschiefer #a #j1h proc4 ,kwartsiet #c #b1f proc4 ,psammiet #d #c1d proc4 ,kalkgesteenten1 a4 marmer #a #j1h proc4 #af1j proc4 ,kalkgesteenten1 b4 ,jurakalk #a #j1h proc4 ,kalkgesteenten1 c4 kleihoudende #a #j1h proc4 ,kalkgesteenten1 d4 niet nader #af #ac1f proc4 bepaald ,krijt #h #f1h proc4 ,vuursteen #cc #bh1j proc4 ,doleriet #c #b1f proc4 ,anamesiet #c #b1f proc4 #aah ,vergelijken wij nu deze uitkomsten met die der hoogere lagen1 dan komt men in het algemeen tot het resultaat3 #ao4 dat het aandeel der plutonische gesteenten zich tamelijk gelijk blijft2 #bo4 dat het aandeel der oudere kalkgesteenten in de bovenste laag verreweg het grootst is1 en benedenwaarts afneemt2 #co4 dat daarentegen het krijt en de daaruit afkomstige vuursteenen in de diepere lagen het menigvuldigst zijn2 #do4 dat er in geen der lagen fossilen gevonden worden1 afkomstig van dieren1 welke op de plaats zelve geleefd hebben1 maar daarentegen verscheidene1 die aan gesteenten van zeer verschillenden geologischen ouderdom eigen zijn4 ,de vierde of diepste laag1 waartoe men is doorgedrongen1 en welke in ,a op #a1e el onder ,a4 ,p4 eenen aanvang neemt1 bestaat uit zand1 dat geheel vrij is van koolstofzuren kalk1 en zich daardoor zeer wezenlijk van de hooger liggende lagen onderscheidt4 ,bij de graving heeft men slechts een zeer klein gedeelte 7#j1a el7 van deze laag leeren kennen4 ,hier aan de bovenste grens1 is het zand zeer fijn en nog niet geheel vrij van ingemengde leemdeelen4 ,men mag aannemen1 dat deze zandlaag zich onder het geheele hoogere gedeelte des eilands uitbreidt1 daar1--gelijk later nog nader blijken zal1--het meerendeel der putten1 zoo niet alle 7alleen met uitzondering van die bij den vuurtoren7 tot in deze laag doordringen en daaruit hun water ontvangen4 ,de bodem van de put 7p71 in het midden van het hoogere gedeelte1 ligt op #a1e el onder ,a4 ,p41 dus juist op de diepte1 waarop de zandlaag in ,a nabij de kust mede gevonden is 7verg4 de doorsnede in fig4 #c71 zoodat1 alhoewel het waarschijnlijk is1 dat de bodem van die put zich iets dieper onder de bovenste grens der zandlaag aldaar bevindt1 hare helling in elk geval zeer gering is4 ,of er in deze laag ook gerolde steenen voorkomen1 kan ik niet beslissen1 uit hoofde der te geringe diepte1 waartoe men daarin gegraven heeft1 maar in het daarvan ontvangen monster zijn er geene4 ,,het ,,laag ,,liggend ,,gedeelte4 ,de geognostische gesteldheid van dit gedeelte verschilt ten eenenmale van het hoogere en kondigt dadelijk eene jongere alluviaal-formatie aan4 ,deze formatie is nog van tweederlei aard1 namelijk eensdeels door aanspoeling uit de zee1 anderdeels in zoet water ontstaan4 ,de geheele omtrek1 voor zoo ver zij aan de zee grenst1 wordt door zand bedekt4 ,langs de ,noord-,oostkust1 waar ook nu nog het paalwerk ontbreekt1 en vroeger de reede is geweest1 alvorens door het graven der haven voor eene betere ligplaats der schepen was gezorgd1 is het strand door zand opgehoogd1 ter hoogte van #a el tot #a1e el boven ,a4 ,p41 als het ware eene duinvorming op zeer kleine schaal daarstellende4 ,ook de overlangs evenwijdig met de ,noord-,westkust loopende rug1 welke reeds vroeger 7bl4 #i7 vermeld is1 bestaat enkel uit zand4 ,waar thans door paalwerk het verder opwerpen van het zand door de zee verhinderd is1 en derhalve ook op den genoemden rug1 daar is het zand op vele plaatsen bedekt met een dun laagje teelaarde1 doch onmiddelijk daaronder treft men het zand aan4 ,de zoogenaamde ,staart1--althans het bovenste gedeelte tot op #j1c duim onder de oppervlakte1--is alweder geheel uit zand gevormd4 ,eindelijk behoort hiertoe ook het1 alhoewel aan gene zijde van het hooge gedeelte gelegen1 door aanspoeling nieuw gevormde stuk gronds ,b4 ,bij eene graving tot op #a1i el werd daarin niets dan zand gevonden4 ,de zamenstelling van dit zand is overal dezelfde4 ,het is tamelijk grofkorrelig1 en bevat zeer talrijke schelpen 7dezelfde die ook nu nog de omringende zee bewonen7 en gelijke rolsteenen als die1 welke nog dagelijks door de zee worden opgeworpen1 en waarover wij straks nader zullen spreken4 ,alleen vermeld ik hier1 als min of meer de grens te kennen gevende van de kracht1 die de golven der ,zuiderzee vermogen uit te oefenen1 dat op den zandrug1 welks midden op eenen afstand van omstreeks #ej ellen van de zee is verwijderd1 steenen gevonden worden tot van #bj duimen in doormeter1 die derhalve door de stormen in de jaren #agge en #aggf zijn opgeworpen4 ,behalve deze schelpen en steenen treft men hier en daar1 in het zand gravende1 ook eene derrieachtige massa aan1 ten deele naar het schijnt uit losgewoeld veen bestaande4 ,in de nabijheid der ,noord-,westkust1 en waarschijnlijk ook aan de tegenovergestelde zijde1 ligt onder het zand eene kleilaag4 ,in het punt ,c is deze aangetroffen op eene diepte van #a1a el4 ,deze klei sluit nog vele kleinere en grootere zandkorrels in4 ,dat ook zij door de zee is aangevoerd1 wordt bewezen niet alleen door de talrijke daarin bevatte fragmenten van schelpen1 welke tot dezelfde soorten behooren als die in het hooger liggende zand1 maar ook worden er de kiezelschalen van ,coscinodiscus cellosus1 van ,actinocyclus senarius1 van eenen ,actinoptychus en fragmenten van ,nonionina germanica in aangetroffen4 ,geheel het middengedeelte wordt daarentegen door eene zoetwater-formatie ingenomen4 ,nabij de oppervlakte treft men1 in plaats van zand1 eene zandige klei aan1 plaatselijk afgewisseld met dunne veenstrooken1 vooral in de nabijheid van het vroeger moerassige gedeelte1 doch zelden eene grootere dikte hebbende dan van #e tot #aj duimen1 en grootendeels gevormd door mossen 7,sphagnum1 ,hypnum71 terwijl men op vele punten de gelegenheid heeft alle de opvolgende toestanden van dit zich vormend veen waar te nemen1 van de nog frissche mosplantjes aan de oppervlakte af1 tot aan de onderste geheel in veen overgegane laag toe4 ,deze zandige klei bevat vrij talrijke kleine kwartskorreltjes en een scherpkantig gruis van kristallinische gesteenten2 ook komen er vele chlorietkorrels in voor1 alsmede eenige straalsteenschilfers4 ,een gedeelte van het fijne gruis bestaat uit koolstofzuren kalk1 doch van overblijfselen van zee-organismen komt geen spoor voor4 ,daarentegen zijn er de kiezelschalen van eene zoetwater-diatomee 7,navicula ,brebissonii ,ktz47 op eenige punten in vrij groot aantal in aangetroffen1 sommige nog eene groene kleurstof bevattende4 ,benedenwaarts wordt deze klei allengs minder zandig1 tot dat zij 7in d op #j1be el onder ,a4 ,p47 in eenen donker gekleurden taaijen kleimergel overgaat1 waarvan de mineralogische bestanddeelen dezelfde als die van de hooger liggende zijn1 doch waarin alleen de betrekkelijke hoeveelheid der kwartskorrels minder is4 ,in dezen kleimergel1 vooral in de diepere gedeelten1 treft men vele verveende plantenoverblijfselen aan4 ,werkelijk rust deze kleimergel ook op eene laag waar veen1 waarvan de bovenste grens 7in d7 op #a1e el onder ,a4 ,p4 ligt1 terwijl de onderste grens op #b1h el onder ,a4 ,p41 zijnde het diepste punt der boring aldaar1 nog niet bereikt is4 ,dit veen draagt al de kenmerken van gewoon laag veen4 ,bij de boring zijn1 op de grootst bereikte diepte1 daaruit verscheidene stukken hout opgehaald1 welke in allen deele beantwoorden aan dat van den gewonen wilgenboom 7,salix alba71 en daarmede bepaaldelijk in mikroskopisch maaksel geheel overeenstemmen4 ,deze boom1 die thans volstrekt niet meer op dit gedeelte van het eiland voorkomt1 heeft dus daar vroeger gegroeid1 tenzij het hout er is aangespoeld gedurende de veenvorming1 hetgeen echter minder waarschijnlijk is1 omdat veen alleen in water ontstaat1 waarin weinig strooming is4 ,dit hout is wel roodachtig bruin gevonden1 doch overigens weinig veranderd4 ,zelfs bezitten de houtvezelen nog in hooge mate de taaiheid en buigzaamheid1 welke aan het wilgenhout eigen zijn4 ,op dezelfde plaats en uit gelijke diepte zijn ook eenige fragmenten van beenderen opgeboord1 welke afkomstig zijn van een rund4 ,herkenbaar zijn3 een gedeelte der onderkaak met bijna drie kiesholten1 een gedeelte der onderste geledingsvlakte van eene tibia1 een gedeelte van een os hamatum1 en een os sesamoideum4 ,deze beenderen zijn iets kleiner dan die van eene tegenwoordige volwassen koe4 ,ten slotte blijft mij nog over hier iets te zeggen nopens het voorkomen van barnsteen op ,urk4 ,ik heb mij vele vergeefsche moeite gegeven1 zoowel tijdens mijn verblijf op het eiland1 als later1 door het meest zorgvuldig onderzoek der van daar medegebragte of mij toegezonden gronden1 om daarvan iets te vinden1 zonder dat het mij zelfs gelukt is het kleinste mikroskopische brokstukje te ontdekken4 ,de zaak verdiende inderdaad dit naauwkeurig onderzoek1 omdat het opwerpen van barnsteen door de zee tot het vermoeden zoude kunnen leiden1 dat zich op geene zeer groote diepte onder den zeebodem eene bruinkolenbedding bevindt1 welke barnsteen bevat1 een vermoeden echter1 dat nog meer grond zoude hebben1 indien barnsteen niet zulk eene ligte zelfstandigheid is1 zoodat de stukken van elders door de zee kunnen zijn aangevoerd4 ,hoe het zij1 zoo schijnt echter dit punt van genoegzaam gewigt1 om1 bij gebrek van eigene stellige uitkomsten1 hier die berigten van anderen bijeen te stellen1 welke de vraag1 of er van tijd tot tijd barnsteen op ,urk is gevonden1 bijna met zekerheid bevestigend doen beantwoorden4 ,het eerste berigt daaromtrent vind ik in de reeds vroeger 7bl4 #c7 vermelde briefwisseling tusschen ,n4 ,witsen en ,g4 ,cuper4 ,in eenen brief1 gedagteekend #ah ,aug4 #agji1 schreef de eerste3 ,op het eiland ,urk heb ik weder barnsteen doen zoeken en gevonden3 't is bijzonder1 men vindt er barnsteen in de aarde1 welke ontdekt werd als de zee het land afspoelde en wel allerhande soort1 witte1 geele1 heldere en donkere van kleur1 ja in sommige stukken zie ik onreinigheden van bladertjes1 als andersins4 ,ook het antwoord van ,cuper aan ,witsen moge hier eene plaats vinden1 als zijnde kenmerkend voor de meeningen van dien tijd1 aangaande den aard des barnsteens4 ,den #bc ,augustus van hetzelfde jaar schreef hij3 ,hetgeen ,,uwe4 mij schrijft van barnsteen op ,urk is zeer opmerkelijk1 te meer dewijl het mij toeschijnt dat hetzelve wordt gehaald uit den grond en uit de aarde van dit eiland1 en dat de zee hetzelve afspoelende ontdekt waar het ligt4 ,ik verzoek ,u dit nader te onderzoeken en te doorgronden1 omdat het zoo verschilt van het begrip van kenners1 die vermeenen1 dat deze stof liquida uit de aarde komt en opdrijvende uit de zee1 na zich neemt wat het ontmoet1 vliegjes1 visschub enzv4 ,aan dit berigt sluit zich de volgende brief van ,martinet1 medegedeeld door ,le ,francq van ,berkhey #ag1 aan wien hij gerigt was4 ,de heer ,weerman1 predikant te ,urk1 schrijft mij 7aan ,martinet71 oudtijds wierden er ware barnsteenen1 geel en helder1 brandende als kaarsjes1 op ons ,eiland gevonden1 dog nooit in menigte4 ,men vond ze alleen nu en dan meer of min4 ,in 't begin dezer ,eeuw waren de ,jongens gewoon dezelve aan strand op te zoeken1 voor den ,wel ,ed4 ,gr4 ,achtb4 ,ambachtsheer ,nicolaas ,witzen1 ,burgemeester der ,stad ,amsterdam #ah1 die hier jaarlijks kwam en dezelve van de ,jongens kogt3 dog sedert dien tijd is er geen werk gemaakt om ze op te zoeken1 en ook weinig meer gevonden1 en dus niet mogelijk om ze geredelijk te verzorgen4 ,niet uit schepen die vergaan zijn1 maar door de natuur zijn ze hier aangespoeld1 en wierden gevonden in eene zekere soort van zwarte aangespoelde ,mollemaarde of molmachtigen ,veengrond1 gelijk ik zelfs1 in het begin van mijne ,dienst1 wanneer nog een groot stuk ,lands1 buitendijks1 zich ,noordoostwaarts naar de ,lemmer uitstrekte1 een van die soorten van ,barnsteen aldaar in aangespoelde ,molmaarde of ,veengrond gevonden heb1 een halve vingerkop groot1 welke ik aan mijn eerwaarden ,vader present gedaan heb1 maar sedert dat het opgemelde agter ,buitendijksland weggespoeld en niet meer daar van dan een vlakke steenachtige strand overgebleven is1 worden die steenen1 zooveel mij bekend is1 niet meer gevonden1 enzv4 ,behalve op ,urk1 is ook op het naburige ,schokland barnsteen gevonden #ai4 ,ofschoon nu in lateren tijd de barnsteen op geen dezer beide eilanden meer is ontmoet1 zoo laten echter de daaromtrent medegedeelde berigten geenen twijfel over1 of het is aldaar vroeger voorgekomen1 en wel1 naar allen schijn1 opgeworpen door de zee4 ,tevens echter blijkt daaruit1 dat de hoeveelheid ten allen tijde zeer gering geweest is4 ,de mollemaarde1 waarvan in deze berigten sprake is1 zoude het vermoeden kunnen versterken1 als of deze barnsteen afkomstig was uit eene door de zee omgewoelde bruinkolenlaag1 doch reeds boven hebben wij gezien1 dat tusschen het zand1 dat het vroegere zeestrand vormde1 zich veel derrie bevindt4 ,hoogstwaarschijnlijk was het deze1 waarin men den barnsteen vond4 ,deze derrie nu draagt alle de kenmerken van losgespoeld veen4 ,van hout van coniferen1 die zoo algemeen in de bruinkolenbeddingen voorkomen1 en bepaaldelijk in die1 welke den barnsteen bevatten1 is geen spoor te vinden4 ,maar bovendien is het genoeg bekend1 dat de barnsteen zeer veelvuldig voorkomt in zand- en leemgronden1 gelijk inzonderheid langs de geheele ,oostzeekust het geval is4 ,hij is daarheen gevoerd uit andere tertiaire bruinkolenbeddingen1 en het zoude derhalve zeer wel mogelijk kunnen zijn1 dat barnsteen ook hier en daar onder het ,zuiderzeestrand ligt1 zonder dat zulks daarom nog eene nabij zijnde bruinkolenbedding verraadt4 ,het soortelijk gewigt van barnsteen is #a1jh2 het verschilt derhalve zeer weinig van dat van water1 en gevolgelijk kunnen stukjes1 gelijk op ,urk gevonden zijn1 zeer gemakkelijk van groote afstanden daarheen door den stroom der zee zijn overgevoerd4 ,,de ,,bodem ,,der ,,zee ,,rondom ,,urk4 ,het is den zeevarenden op de ,zuiderzee genoeg bekend1 dat het vaarwater in den onmiddelijken omtrek van ,urk zeer onveilig is1 uithoofde van de geringe diepte der zee in de nabijheid van dit eiland4 ,deze ondiepte1 gewoonlijk bekend onder den naam van het ,rif van ,urk1 is op de bijgevoegde kaart #bj aangeduid1 tevens met de diepten des zeebodems onder ,a4 ,p41 volgens de reeds vermelde ,zuiderzee-kaart van den ,luitenant van ,rhijn4 ,alleenlijk zijn de cijfers vermeerderd met #b palm1 zijnde dit ten naastenbij het verschil tusschen laag water en ,a4 ,p4 ,op de hier achter gevoegde plaat1 stellen fig4 #a1 #b1 #c en #d eene reeks van doorsneden voor1 volgens de op de kaart door de lijnen ,o ,p1 ,q ,r1 ,s ,t en ,u ,v aangewezen rigtingen4 ,deze doorsneden zijn1 wat de horizontale uitbreiding betreft1 op dezelfde schaal geteekend als de kaart1 namelijk op die van #a_/bjejj1 terwijl voor de vertikale hoogte en diepte de schaal van #a_/ajjj is gekozen4 ,alle hellingen zijn dus in werkelijkheid ruim #bj maal vergroot voorgesteld4 ,de lijn ,a ,p duidt in alle figuren de wateroppervlakte aan2 de bijgevoegde cijfers geven de hoogten en diepten boven en onder ,a4 ,p4 te kennen1 terwijl door #j #j de plaatsen worden aangewezen1 waar de bodem onder de wateroppervlakte daalt en zich in land- en zeebodem scheidt4 ,het blijkt1 zoowel uit de kaart als uit deze doorsneden1 dat het rif zich rondom het eiland als een onderzeesch plateau uitbreidt1 dat1 vooral aan de ,westzijde1 op vele punten digt onder de wateroppervlakte is gelegen4 ,ook gebeurt het bij zeer laag water van tijd tot tijd1 dat het rif grootendeels droog komt1 zoodat de eilandbewoners zich tot nabij zijnen rand droogvoets kunnen begeven4 ,aan de ,oostzijde ligt niet alleen de oppervlakte van het rif in het algemeen dieper1 maar zij loopt ook langzaam glooijend af tot aan het punt1 waar de zee hare gewone diepte heeft bereikt welke1 aan die zijde 7tusschen ,urk en ,schokland71 nergens meer dan #d ellen1 doorgaans slechts #c1f tot #c1h el bedraagt4 ,daarentegen is aan de ,westzijde de helling aan den rand van het rif veel steiler 7zie fig4 #a en #b71 zoodat de diepte op eenen korten afstand van dien rand snel toeneemt4 ,ook is het daarbuiten gelegen gedeelte der zee sedert lang bekend onder den naam van het ,val van ,urk1 dat1 aan de andere zijde begrensd door het ,enkhuizer zand1 werkelijk eene soort van onderzeesche vallei of dal daarstelt1 waarvan de grootste diepte #e1f el bedraagt1 zijnde dit tevens de grootste diepte der ,zuiderzee bezuiden ,enkhuizen1 alleen met uitzondering van een paar punten op de hoogte dier stad zelve1 waar de diepte tot #f1b el onder ,a4 ,p4 bedraagt4 ,de bodem van dit geheele rif bestaat uit grof zand met gerolde steenen1 waaronder vele van buitengewone grootte1 vooral op het westelijk gedeelte4 ,ik zelf heb verscheidene dier steenen gezien1 welke #a tot #a1e el in doormeter hadden1 en waarvan sommige nog slechts fragmenten waren van merkelijk grootere steenen1 die men1 bij laag water1 door middel van kruid had laten springen4 ,ook deelde de ,burgemeester mij mede1 dat men in vroegeren tijd steenen had gevonden van #ae voet of ruim #d ellen in doormeter1 doch dat steenen van die grootte thans zelden meer voorkomen4 ,reeds sedert vele jaren hebben de eilanders die steenen van het rif opgehaald1 ten einde deze te verkoopen voor steenglooijingen aan de zeedijken1 en het gevolg hiervan is1 dat de steenen op dit rif allengs zeer in aantal verminderd zijn1 en1 dewijl alleen die1 welke aan deszelfs oppervlakte gelegen zijn1 worden verzameld1 zoo kan men hieruit eenigermate besluiten tot de verbazende steenenmassa1 die hier eenmaal op een kort bestek is bijeen gehoopt geweest #ba4 ,toen ik het eiland bezocht1 vond ik er echter nog vele op een' grooten hoop gestapeld aan het strand nabij de haven1 die men daar kortelings uit de zee had aangebragt1 zoodat ik de welkome gelegenheid had1 om den aard dier steenen nader te kunnen onderzoeken4 ,de aldaar verzamelde rolsteenen bestonden uit3 #a4 ,graniet1 a4 een brokstuk van eenen grooteren rolsteen2 de doormeter van het fragment bedroeg #a1be el2 de bestanddeelen waren3 witte veldspaath 7olikoglas71 witte kwarts1 zwartachtig groene glimmer en eenige weinige hoornblende1 waardoor deze steen tot syeniet nadert4 b4 ,een brokstuk van #j1ge el in doormeter1 met roozenroode veldspaath1 witte kwarts en donkergroene glimmer2 deze bestanddeelen zijn zeer ongelijkmatig gemengd4 c4 ,een geheele rolsteen van #j1he el in doormeter1 bestaande uit zeer veel tegelroode veldspaath1 weinig graauwe kwarts1 en bijna geen glimmer4 d4 ,een geheele rolsteen van #j1e el in doormeter1 fijnkorrelig1 met graauwwitte veldspaath en kwarts1 en zwarte glimmer4 e4 ,een brokstuk van #j1e el in doormeter1 fijnkorrelig1 de hoofdmassa bestaande uit witte1 roode en groenachtige kwarts2 verders uit roozenroode veldspaath en weinig groenachtig gekleurde glimmer4 #b4 ,syeniet4 ,twee brokstukken1 van geheel dezelfde rotssoort1 die waarschijnlijk gedeelten van denzelfden door kruid gesprongen steen hebben uitgemaakt4 ,het grootste heeft eenen doormeter van #a1e el1 het kleinste van #j1ge el4 ,de bestanddeelen zijn3 roode veldspaath1 witte kwarts1 zwarte glimmer en hoornblende1 en bovendien triphaan4 #c4 ,gneis4 ,een brokstuk van #j1i el1 met gelijke bestanddeelen als #b1 alleen laagswijze geordend4 #d4 ,euriet1 een rolsteen van #j1ge el in doormeter1 wit met roode aders1 granaten insluitend4 #e4 ,lichtgrijze kalksteen1 een rolsteen van #j1e el in doormeter1 tamelijk homogeen en hard1 met onduidelijke fossile schelpen4 ,behalve door deze groote blokken1 bestond er nog gelegenheid om den aard der steenen van het rif te leeren kennen door die1 welke de zee op het strand geworpen heeft1 zoowel op de ,staart als langs de ,noordoostkust en op het nieuwlings aangespoelde stuk gronds bij de haven4 ,natuurlijk zijn deze steenen over het algemeen kleiner1 doch er bevinden zich toch onder van #j1b el in doormeter4 ,zeer vele dier steenen stemmen volmaakt overeen met die1 welke in den bodem van het hoogliggend gedeelte des eilands voorkomen4 ,men treft daaronder aan3 verschillende soorten van graniet1 waarvan de roode ook hier de overhand heeft2 ook is daaronder een stuk goed gekenmerkt schriftgraniet gevonden2 verders syeniet1 gneis1 waaronder n stuk met donkerroode veldspaath en kwarts in zeer duidelijke scherp afgescheidene dunne lagen2 voorts euriet1 veldsteenporphier1 witte en violetroode kwarts1 zwartachtig groene hoornsteen1 gele zandsteen1 marmer1 lichtgeelachtig witte ,jurakalk1 blaauwachtig grijze kalksteen1 krijt en talrijke vuursteenen4 ,bovendien werden er nog1 als fossilen uit oudere lagen afkomstig1 op het strand tusschen de rolsteenen gevonden3 eene geheel in kalkspaath veranderde ,astraea rotularis ,michelin1 waaraan1 ten gevolge der afslijting1 de cellen alleen nog op sommige plaatsen goed herkenbaar zijn1 en een steenkern1 waarschijnlijk van ,melania ,zenkeri ,dunker4 ,,overzigt ,,en ,,gevolgtrekkingen4 ,de thans medegedeelde uitkomsten van het onderzoek des bodems van ,urk en van het rif1 dat dit eiland omgeeft1 bewijzen voldingend1 dat het hooger liggende gedeelte met het rif van diluvialen1 het lagere gedeelte daarentegen van alluvialen oorsprong is4 ,merkwaardig is voorzeker de groote magtigheid van de diluviale leembank1 welke het westelijk gedeelte des eilands vormt1 en die wel nog uit onderscheidene lagen bestaat1 doch welke blijkbaar allen eenen gelijken oorsprong hebben gehad1 daar de grootere rotsfragmenten daarin van gelijken aard zijn1 ofschoon zij in het betrekkelijk aantal van elke soort verschillen4 ,wel is waar worden dergelijke leembanken op vele andere punten in onzen diluvialen zandbodem gevonden1 doch doorgaans van eene veel geringere dikte4 ,echter komen er elders voor1 die eene nog veel grootere magtigheid hebben #bb4 ,dat die leembank vroeger eene grootere uitgestrektheid heeft gehad1 mogen wij als zeker stellen1 want1 hoe vast de bodem ook zij1 zoo is zij toch geenszins bestand tegen de door eenen hevigen wind opgeruide golven4 ,tijdens den storm in ,februarij #ahbe1 toen de kust door paalwerk en steenglooijing nog niet zoo beschut was1 als tegenwoordig1 werd1 volgens het verhaal van den ,burgemeester1 de hooge westzijde zeer beschadigd1 zoodat op vele plaatsen het benedenste gedeelte geheel door de golven was weggeslagen en de kust bijna loodregt was geworden4 ,ook de vuurbaak is1 uithoofde van het wegspoelen des bodems1 herhaalde malen meer binnenwaarts moeten verplaatst worden4 ,opgerigt in het jaar #afag1 stond zij in #afdi nog #aab voeten of #cj ellen van den zeekant1 terwijl in #affa1 dus slechts twaalf jaren later1 die afstand tot op #cj voeten of #h1e el verminderd was #bc4 ,ook zoude er in vroegeren tijd1 toen het eiland grooter was1 ten ,zuiden van hetzelve en ten ,oosten van het ,val van ,urk1 eene kerk gestaan hebben #bd1 volgens anderen #be zelfs een dorp tusschen het eiland en de houtrib #bf1 waarvan nog bij menschengeheugen overblijfsels bestonden1 zelfs zoo veel muurwerk1 dat de schippers het moesten vermijden4 ,dat het eiland ook aan de ,oostzijde in omvang verloren heeft1 zullen wij straks zien1 doch het aangevoerde is voldoende ten betooge1 dat ook het hooge diluviale gedeelte zich vroeger verder in zee heeft uitgestrekt4 ,inderdaad is dan ook de stelling zeer waarschijnlijk1 dat eertijds het geheele ,oostelijk gedeelte van het rif daartoe heeft behoort1 en dat1 terwijl door de zee het fijnere slib is weggespoeld1 het zand en de steenen op de plaats zijn blijven liggen4 ,hiervoor pleit ook de zonderlinge wigvormige gedaante van dit hooge gedeelte1 als het ware de helft van eenen vroegeren diluvialen heuvel voorstellende1 terwijl de andere thans verdwenen helft naar de ,westzijde waarschijnlijk mede langzaam glooijend afliep4 ,wat de wijze aanbelangt1 hoe deze leem- en leemmergelbank met de groote daarin besloten gerolde rotsblokken op die plaats gekomen is1 zoo is voorzeker thans de tijd nog niet gekomen1 om op goede gronden eene keuze te doen uit de vele hypothesen1 die1 ter verklaring van het ontstaan der geheele formatie1 waartoe dit gedeelte van het eiland behoort1 zijn uitgedacht4 ,alleenlijk kan men eenige waarschijnlijke gissingen opperen1 aangaande den oorsprong der in den bodem gevonden steenen4 ,even als veelal in het diluvium1--doch hier te opmerkelijker1 uit hoofde van de vastheid der massa1 waarin zij bedolven liggen1--vinden wij gesteenten uit alle tijdvakken1 van de oudste plutonische rotsen af1 tot aan de bruinkool der tertiaire periode toe1 in de grootste verwarring doorn liggen4 ,talrijke varieteiten van graniet1 syeniet en gneis1 kalksteenen1 die1 blijkens de daarin voorhanden versteeningen 7,leptaena depressa1 ,beyrichia complicata1 ,actinocrinus laevis71 tot het silurische en devonische stelsel behooren1 andere kalksteenen1 die tijdens de ,juraperiode gevormd zijn1 en de daaraan eigene fossilen 7,pentacrinus pentagonalis1 ,terebratula flabellula1 ,t4 plicatella7 bevatten1 verders mergel1 zandsteenen van verschillenden aard en waarschijnlijk ook van zeer verschillenden ouderdom1 krijt en vuursteenen1 hout van eenen ,taxites uit eene tertiaire laag1 zelfs de uit vulkanische streken afkomstige doleriet en anamesiet1--ziedaar het bonte geheel1 welks ontcijfering voorzeker altijd uiterst moeijelijk zal blijven4 ,intusschen kunnen wij reeds nu op enkele punten opmerkzaam maken4 ,vooreerst op het zeer in het oogloopend verschil tusschen de steenen welke in den ,urkschen bodem voorkomen1 en die1 welke in de zuidelijke streken van ons vaderland in diluviale gronden worden aangetroffen4 ,steenen1 die eenen zuidelijken of zuidoostelijken oorsprong1 namelijk van het ,ardenner- of ,nederrijnsche leigebergte zouden verraden1 en waarvan op onze ,noordbrabandsche1 ,geldersche en ,utrechtsche heidevelden velen worden gevonden1 komen op ,urk nagenoeg volstrekt niet voor1 en zelfs gelijken de grauwacke-zandsteenen of psammieten1 die in geringen getale1 slechts n op de tweehonderd1 aldaar zijn aangetroffen1 weinig op die1 welke in zuidelijker streken voorkomen4 ,daarentegen is de ,urksche bodem zeer rijk aan kalkgesteenten1 zoo zelfs1 dat de daaruit bestaande rolsteenen alle de overige gezamenlijk in aantal overtreffen1 terwijl deze1 gelijk men weet1 in de zuidelijker streken van het diluvium zeer spaarzaam gevonden worden4 ,meer overeenkomst schijnt het ,urksche diluvium te hebben met dat van den ,hondsrug bij ,groningen1 gelijk dit door ,dr4 ,ali ,cohen #bg beschreven is4 ,echter zoude eene naauwkeurige vergelijking der op de beide plaatsen gevonden rotssoorten noodig zijn1 om die gelijkheid vast te stellen4 ,ook is er een verschil1 dat niet geheel uit het oog mag verloren worden1 dat men namelijk in den ,hondsrug zelden vuursteenen aantreft #bh1 terwijl deze daarentegen in den ,urkschen bodem in grooten overvloed voorkomen4 ,eindelijk mag men ook vermoeden1 dat de diluviale gronden van ,steenwijk1 van het ,roode klif en van het hoog liggende gedeelte van het eiland ,wieringen1 met dit gedeelte van ,urk eenen gelijken oorsprong hebben gehad1 doch slechts later onderzoek kan de gegrondheid van dit vermoeden aantoonen4 ,in de tweede plaats geven de gevonden rotsfragmenten eenige1 zij het dan ook nog onzekere1 gronden aan voor gissingen aangaande de oorspronkelijke plaatsen1 van waar die steenenmassa afkomstig is4 ,dat velen de gerolde rotsblokken1 uit graniet enzv4 bestaande1 en welke niet alleen in ons vaderland1 maar ook in ,engeland en in het noorderdeel van ,duitschland tot in ,rusland toe1 een zoo algemeen bestanddeel der diluviale formatie uitmaken1 als uit ,scandinavie afkomstig beschouwen1 is genoeg bekend4 ,ook de geaardheid van vele der plutonische gesteenten stemt met dit gevoelen overeen4 ,vooreerst pleit daarvoor het zeer veelvuldig voorkomen der roode varieteiten van graniet1 waarop ook reeds vroeger ,hausmann #bi zich beroepen heeft4 ,ten tweede1 de tegenwoordigheid van schriftgraniet1 en ten derde van labrador in sommige der syenieten4 ,zoowel het eene als de andere behooren1 zoo al niet uitsluitend1 toch vooral in het ,noorden te huis4 ,eindelijk heb ik ook nog gelegenheid gehad de ,urksche gesteenten te vergelijken met uit ,noorwegen afkomstige rotsfragmenten in de verzameling van den heer ,f4 ,c4 ,c4 ,everts1 predikant te ,enkhuizen1 en door hem zelven1 tijdens zijn verblijf aan de ,noorweegsche westkust1 van de rotsen afgeslagen4 ,uit die vergelijking is mij gebleken1 dat er werkelijk tusschen sommige der granieten1 syenieten en gneisen zoo groote overeenkomst is1 dat men hen voor van dezelfde rots zoude houden4 ,echter ben ik verre van te willen beweeren1 dat alle de talrijke varieteiten van plutonische gesteenten1 die in den bodem van ,urk voorhanden zijn1 stellig eenen noordschen oorsprong hebben4 ,eenige hunner gelijken zoo zeer op dergelijke gesteenten uit ,schotland1 alhier in het mineralogisch kabinet aanwezig1 dat men zeer geneigd wordt hen als van daar afkomstig te beschouwen4 ,deze meening wordt nog versterkt1 door de talrijke vuursteenen en het krijt1 dat geheel beantwoordt aan het krijt der ,engelsche kusten1 en waarvan vooral de onderste lagen der leembank eene aanzienlijke hoeveelheid bevatten4 ,ook zijn de overige gevonden gesteenten geenszins in strijd met eenen westerschen oorsprong1 maar sommige schijnen dezen veeleer aan te duiden4 ,bepaaldelijk geldt zulks van de vrij talrijke kalksteenen met ,beyrichia complicata1 hoogstwaarschijnlijk tot het silurische stelsel behoorende 7zie bl4 #ag71 terwijl het verders niet moeijelijk zoude zijn1 voor alle de andere gesteenten in ,engeland meerdere vindplaatsen aan te wijzen1 vanwaar men met eenigen grond zoude kunnen vermoeden1 dat de ,urksche steenen gekomen zijn4 ,doch zulk eene optelling zoude voor het oogenblik zeer weinig waarde hebben1 te meer1 dewijl men1 welligt met even veel grond1 dergelijke vindplaatsen in andere niet zeer ver verwijderde oorden zoude kunnen aantoonen4 ,ik onthoud mij er derhalve van1 het aan lateren tijd overlatende1 om over dit moeijelijke vraagstuk meer licht te verspreiden4 ,thans van het hoogere op het lagere1 of van het diluviale op het alluviale gedeelte des eilands overgaande1 herinner ik in de eerste plaats1 dat het onderzoek geleerd heeft1 dat hier het geheele middengedeelte uit eene zoetwaterformatie bestaat1 namelijk uit veen en daarop rustende klei1 en dat alleen de randen langs de ,noordwest- en ,oostkust door eene zeeformatie zijn bedekt4 ,blijkbaar is hier de zoetwaterformatie de oudere1 en de zeewaterformatie de jongere4 ,deze daadzaak1 dat de oudere alluviale formatie van ,urk in zoet water is ontstaan1 is niet onbelangrijk4 ,zij bewijst namelijk onwedersprekelijk1 dat dit lage gedeelte zich eerst gevormd heeft1 nadat1 door de ophooging der noordelijke en westelijke kusten van ons vaderland1 er een soort van wal was ontstaan1 welke eene lagune omgaf1 waarvan het meer ,flevo1 dat het zoete water uit n der ,rijnarmen ontving1 het laatste overblijfsel was #cj4 ,vr dien tijd1 en zelfs lang voor dat er iets van het tegenwoordige ,noord- en ,zuidholland en van het grootste deel van ,friesland boven de zee verrezen was1 of1 met andere woorden1 op een tijdstip1 toen dit geheele gedeelte van ons vaderland nog zee was1 lag reeds de diluviale kern van ,urk in die zee1 als een eilandje1 dat echter1 gelijk wij zagen1 toen eene grootere uitgebreidheid had dan het tegenwoordige hoog liggend gedeelte4 ,eerst nadat de met zoet water gevulde lagune ontstaan was1 werd die kern het steunpunt voor de latere alluviale formatie1 terwijl nog later1--toen1 ten gevolge van het weder wegspoelen der gronden1 die vroeger het meer ,flevo aan de ,noordzijde omzoomden en van de zee afsloten1 zich de ,zuiderzee had gevormd1--het zee-alluvium ontstond1 dat thans het zoetwater-alluvium als een gordel omgeeft4 ,dit bewijst1 dat er althans een tijd is geweest1 dat ,urk een eiland in het meer ,flevo was1 en1 daar nu de beide andere in de ,zuiderzee gelegen eilanden1 ,marken en ,schokland1 geheel van alluvialen oorsprong zijn1 zoo zoude men welligt vermoeden kunnen1 dat ,urk voor het eiland ,flevo moet gehouden worden1 waarvan ,mela gewag maakt1 en welks ligging nog zoo raadselachtig is1 dat niet minder dan vijf uiteenloopende meeningen daaromtrent hare verdedigers hebben gevonden #ca4 ,intusschen leert eene nadere overweging weldra1 dat het niet hetzelfde eiland heeft kunnen zijn1 als dat1 hetwelk door ,mela bedoeld werd1 daar op den tijd1 waarvan hij spreekt1 de alluviale streken van onzen vaderlandschen bodem reeds bestonden en bewoond werden1 en zelfs eene grootere uitgebreidheid hadden1 dan in onzen tijd4 ,men moet derhalve ook wel aannemen1 dat het alluviale gedeelte van ,urk niet alleen toen reeds aanwezig was1 maar zelfs zijn er verscheidene feiten1 die bewijzen1 dat het zich veel verder heeft uitgestrekt dan thans1 en doen vermoeden1 dat het eenmaal met ,schokland en welligt daardoor met de ,overijsselsche kust is vereenigd geweest4 ,volgens ,wagenaar #cb zoude weleer vrij diep in zee1 naar den kant van ,schokland1 eene kerk gestaan hebben1 en de plaats hieromtrent wordt nog door de zeelieden het ,urker kerkhof geheeten4 ,dit kerkhof zoude volgens hem #bcj ,a4 roeden of #hdf ellen in zee liggen4 ,de heer ,g4 ,mees ,az4 heeft in een zeer lezenswaardig opstel over het eiland ,schokland #cc mede van dit kerkhof gewag gemaakt4 ,alleenlijk stelt hij het veel verder van ,urk1 namelijk op een derde van den afstand tusschen de beide eilanden1 en1 daar deze #aadjj ellen bedraagt1 dus op #chjj ellen1 of ruim vier malen verder1 dan het volgens de opgave van ,wagenaar zoude gelegen zijn4 ,toen ik op ,urk was1 vond ik ook daar de overlevering algemeen1 dat het eiland eertijds veel grooter was geweest1 en wel bepaaldelijk in de oostelijke rigting4 ,de ,burgemeester verhaalde mij1 dat hij voor eenige jaren1 bij eenen buitengewoon lagen waterstand1 tot een vierde uurs ver van de ,oostkust in zee was gegaan1 en toen aldaar een palen hoofd had gevonden1 zigtbaar ter lengte van minstens #ad ellen4 ,ik herinner hierbij1 dat nog tot in het begin dezer eeuw aan denzelfden kant van het eiland de reede voor de schepen is geweest4 ,dat eindelijk1 zelfs nog vr een betrekkelijk gering aantal jaren de bodem van het eiland in de noordoostelijke rigting door de zee verloren heeft1 blijkt uit den vroeger 7bl4 #ca1 #cb7 medegedeelden brief van ,ds4 ,weerman4 ,later is het echter weinig meer afgenomen2 althans op de uitvoerige kaart1 in #aghi op last der ,amsterdamsche regering vervaardigd door den ,stads-,landmeter ,j4 ,schilling1 vertoont het eiland nagenoeg geheel denzelfden vorm als thans4 ,alleenlijk springt het noordelijkst gedeelte der ,noordwestkust iets minder ver in zee dan toen1 en is1 gelijk reeds vroeger is gezegd1 sedert het aanleggen der haven in #ahai1 tusschen de zuidwestelijke punt1 waarop de vuurtoren staat1 en het havenhoofd1 door aanspoeling van zand1 een nieuw stuk gronds gevormd4 ,eindelijk had toen ook de ,staart een eenigzins ander beloop en splitste zich aan haar uiteinde in twee takken1 waarvan er thans slechts een is overgebleven4 ,,het ,,water ,,in ,,de ,,putten4 ,er zijn op ,urk een twintigtal putten1 waarvan het meerendeel bijzonder eigendom is van de bewoners der huizen1 waar of in welker nabijheid zij zich bevinden4 ,een dier putten1 in het midden van het hoog liggend gedeelte gelegen 7zie de kaart71 is echter voor algemeen gebruik bestemd4 ,de mond van dezen put ligt op #d1e el boven ,a4 ,p4 ,de wanden zijn geheel bekleed met rolsteenen van het rif afkomstig1 en zijne diepte bedraagt #f1a el2 zoodat derhalve zich de bodem #a1f el onder ,a4 ,p4 bevindt4 7,zie de doorsnede in fig4 #c p47 ,nabij den vuurtoren1 is mede een put4 ,de omgevende grond ligt hier op #g1g el boven ,a4 ,p4 ,de diepte bedraagt #f1dc el1 zoodat derhalve de bodem van dien put op #a1bg el boven ,a4 ,p4 is gelegen4 7,zie de doorsnede in fig4 #d p'47 ,reeds hieruit blijkt1 dat het water in deze beide putten zeer waarschijnlijk eenen verschillenden oorsprong heeft1 daar de bodem van den laatsten #b1hg el hooger ligt dan die des eersten1 hetgeen1 op dien korten afstand 7omstreeks #chj ellen71 tot eene veel grootere helling der het water leverende zandlaag zoude doen besluiten1 dan gewoonlijk in dergelijke gevallen wordt waargenomen4 ,werkelijk hebben dan ook de in het werk gestelde boringen en gravingen doen zien1 dat op het punt ,a1 ter diepte van #a1e el onder ,a4 ,p4 eene zandlaag wordt aangetroffen1 dat is slechts weinig hooger1 dan de bodem van den in het midden gelegen put1 terwijl daarentegen in c1 dat is nabij den vuurtoren1 op eene diepte van #a1d el boven ,a4 ,p4 de laag zandmergel eenen aanvang neemt1 die benedenwaarts in bijna zuiver zand overgaat1 en op #a el boven ,a4 ,p4 wederom van onderen door eene laag leemmergel begrensd wordt4 ,men mag derhalve veilig aannemen1 dat1 terwijl de eerstgenoemde put1 en waarschijnlijk het meerendeel der overige putten1 hun water ontvangen uit de zandlaag1 die zich onder het geheele diluviale gedeelte van het eiland uitbreidt1 de put nabij den vuurtoren daarentegen gevoed wordt door water uit de zandmergellaag1 die1 wel is waar1 ook elders wordt aangetroffen1 doch zonder de daaronder liggende leemmergellaag1 die1 ten gevolge harer veel geringere doordringbaarheid1 het water daarin houdt opgesloten4 ,de hoofdbron van het water in de putten is natuurlijk het regenwater1 waarvan een gedeelte1 op de daken der huizen nedervallende1 door de inwoners1 hetzij in regenbakken of op eene andere wijze wordt opgevangen1 terwijl het overige in den bodem dringt4 ,het water in de wellen is echter verre van zuiver regenwater te zijn4 ,drie omstandigheden oefenen daarop invloed uit3 #ao4 de oplosbaarheid van sommige stoffen in den bodem1 hetzij door water alleen1 of nadat dit koolstofzuur heeft opgenomen1 dat in den bodem voorkomt1 ten deele als het product van humificerende plantaardige stoffen1 in de nabijheid der oppervlakte2 #bo4 de stortzeen1 die bij stormweder vaak over het paalwerk heenslaan1 zoodat de bodem langs de kust bij zulke gelegenheden door zeewater gedrenkt wordt2 #co4 het water der omringende zee1 dat benedenwaarts in den bodem dringt en in de putten opstijgt4 ,het spreekt van zelf1 dat de laatste omstandigheid den grootsten invloed uitoefent op het water in die putten1 welker bodem zich onder de oppervlakte der zee bevindt1 en van daar dan ook een belangrijk verschil in de zamenstelling van het water afkomstig uit de beide bovengemelde putten1 gelijk uit onderstaande uitkomsten der analyse blijkt4 ,in #ajjj deelen van het water van den in het midden gelegen put zijn bevat3 ,vaste stof #b1bai verbrandbaar #j1bdf onverbrandbaar #a1igc ,het water van den put bij den vuurtoren bevat in #ajjj deelen3 ,vaste stof #j1fee verbrandbaar #j1jfc onverbrandbaar #j1eib ,de zamenstelling der vuurvaste bestanddeelen is de volgende3 ,put in het midden4 ,put bij den vuurtoren4 ,chlorsodium #j1hff #j1cjd ,zwavelzure kalk #j1cef #j1jhe ,koolstofzure soda #j1aig #j1abh ,koolstofzure potasch #j1aji #j1jjf ,koolstofzure kalk #j1ccg #j1jai ,koolstofzure magnesia #j1jhc #j1jfi ,kiezelzuur sporen4 geringe sporen4 ,de hoeveelheden van het vrije koolstofzuur zijn niet bepaald1 doch de proef met kalkwater leerde1 dat daarvan in het eerste water slechts zeer weinig1 in het tweede daarentegen tamelijk veel voorhanden is #cd4 ,van ijzer komt in geen der beide wateren een spoor voor1 in weerwil van den grooten overvloed van dit metaal in den bodem1 hetgeen ten bewijze strekt1 dat het er alleen als ijzeroxydhydraat1 en niet ook als koolstofzuur ijzeroxydul in aanwezig is4 ,aan de verschillende quantitatieve zamenstelling van het water der beide putten beantwoordt ook de smaak4 ,dat van den put bij den vuurtoren is vrij goed drinkbaar1 doch het bijna viermaal zoo veel vaste stoffen bevattende water uit den put in het midden heeft eenen onaangenamen ziltigen smaak4 ,hetzelfde geldt van dat der overige putten1 en het water van n' dezer bleek1 bij een qualitatief onderzoek1 in zamenstelling zeer na1 zoo niet geheel1 met dat van den laatstgenoemden put overeen te komen4 ,de eilanders bezigen dan ook dit water niet1 dan bij gebrek van regenwater1 als drinkwater1 maar wel tot bereiding van spijzen en tot andere huisselijke doeleinden1 als ook tot drenking van het vee4 ,ofschoon de temperatuur van het water der putten uit den aard der zaak aan afwisseling onderhevig is1 zoo teeken ik hier nog aan1 dat op den #casten ,maart1 toen de thermometer in de lucht op #aj1g ,c stond1 het water op den bodem van den put bij den vuurtoren eene temperatuur van #f1e ,c had4 ,een thermometer tot op den bodem van het niet ver van daar verwijderde boorgat c nedergelaten1 en dus #c ellen onder den beganen bodem of #j1f el lager dan de diepte van den put1 teekende ter zelfder tijd mede #f1e4 ,de temperatuur van de onderste waterlaag en van de zich onmiddelijk daaronder bevindende leemmergellaag was dus #d1b lager dan die van de lucht4 ,reeds vroeger 7bl4 #c7 hebben wij gezegd1 dat het van ouds bekend is1 dat het water in deze putten niet altijd even hoog staat1 en dat het zelfs volgens een volksverhaal met dat van den ,gelderschen ,i,jssel bij ,kampen rijzen en dalen zoude4 ,mijn verblijf op het eiland is te kort geweest1 om daaromtrent zelf naauwkeurige waarnemingen te doen1 doch hetgeen mij daarvan bekend is geworden1 is voldoende tot eene algemeene oplossing van het vraagstuk4 ,op den #casten ,maart #aheb bevond ik1 dat de oppervlakte van het water in den put bij den vuurtoren stond op #a1fc el onder den beganen grond1 dat is #b1ac el onder het hoogste punt van het eiland1 en #f1jg el boven ,a4 ,p4 ,terzelfder tijd bevond zich de oppervlakte van het water in den anderen in het midden gelegen put op #e1b el onder den beganen grond1 dat is op #i1g el onder het hoogste punt en op #j1g el onder ,a4 ,p4 ,ofschoon het nu waar zij1 dat1 daar het water uit dezen put tot algemeen gebruik dient1 deze bepalingen geenszins eene juiste uitdrukking leveren van de hoogte1 waartoe het water zoude kunnen stijgen1 indien het ongestoord aan zich zelf werd overgelaten1 zoo is het verschil in waterstand tusschen beide putten toch zoo groot1 dat men reeds hieruit tot een verschil in oorsprong zoude moeten besluiten4 ,dit verschil bedroeg namelijk op het tijdstip1 waarop de meting geschied is1 niet minder dan #f1gg el1 zoodat de wateroppervlakte in den eersten put werkelijk #a1eg el boven den mond van den anderen put verheven was1 en1 indien de aardlagen elders volkomen gelijk waren aan die1 welke bij den eersten put doorboord zijn1 het water met kracht over den mond zoude uitvloeijen1 even als bij eene artesische putboring4 ,uit de zamenstelling van het water is gebleken1 dat het zeewater slechts in zeer geringe mate aan de vorming van het water in den put nabij den vuurtoren deelneemt4 ,zelfs zoude men een goed deel van de daarin aanwezige zouten nog kunnen toeschrijven aan het bij stormweder overstuivende zeewater4 ,in elk geval is het1 uit den hoogen stand van het water in dien put1 duidelijk1 dat het niet dan eene zeer beperkte gemeenschap met de zee heeft4 ,volgens mededeeling van den vuurtorenwachter heeft dan ook de hoogere of lagere stand der zee geen den minsten invloed op den stand van het water in dezen put4 ,alleen bij zeer langdurige droogte vermindert deszelfs hoeveelheid4 ,anders is het gelegen met den put in het midden1 en1 voor zoover mijne berigten reiken1 ook met de overige putten4 ,bij zeer lagen waterstand der zee1 wanneer b4 v4 bij langdurige ,oosten winden het water1 gelijk somtijds gebeurt1 tot #a1c of #a1d el beneden dagelijks tij daalt1 dan worden deze putten droog4 ,doch van een geregeld dalen en rijzen van het water der putten met het tij der zee is aan niemand op ,urk iets bekend4 ,ten einde daaromtrent tot eenige meerdere zekerheid te komen1 is1 op mijne uitnoodiging1 door den vuurtorenwachter ,schraal1 gedurende twee dagen1 de hoogte van de zee in verhouding tot ,a4 ,p4 en de hoogte der oppervlakte van het water in den gegraven kuil ,a opgeteekend4 ,de stand van het water der zee1 gemeten op de peilschaal in de haven1 was3 #be ,junij1 's morgens ten #f ure1 hoog water1 #j1ja el onder ,a4 ,p4 #be ,junij1 's morgens ten #i #a_/b ure1 tusschen tij1 #j1hf el onder ,a4 ,p4 #be ,junij1 's middags ten #ab ure1 laag water1 #j1ai el onder ,a4 ,p4 #be ,junij1 's namiddags ten #f ure1 hoog water1 #j1jj el onder ,a4 ,p4 #bf ,junij1 's morgens ten #f #a_/b ure1 hoog water1 #j1ba el onder ,a4 ,p4 #bf ,junij1 's morgens ten #aj #a_/b ure1 tusschen tij1 #j1be el onder ,a4 ,p4 #bf ,junij1 's namiddags ten #ab #a_/b ure1 laag water1 #j1ca el onder ,a4 ,p4 #bf ,junij1 's namiddags ten #c #a_/b ure1 tusschen tij1 #j1bd el onder ,a4 ,p4 #bf ,junij1 's namiddags ten #f #a_/b ure1 hoog water1 #j1jg el onder ,a4 ,p4 ,in weerwil dat derhalve op die beide dagen de stand van het zeewater van #j tot #ca duimen onder ,a4 ,p4 heeft verschild1 is er bij de telkens herhaalde gelijktijdige metingen geen het minste verschil waargenomen in den stand van het water in den gegraven kuil1 hetgeen al dien tijd onveranderlijk tot op #d1bde el onder den beganen grond is gebleven1 dat is slechts #j1jee el onder ,a4 ,p4 ,daar nu deze kuil veel digter bij het strand was gelegen dan een der bestaande putten1 zoo mag men veilig aannemen1 dat de snelle rijzingen en dalingen der zee1 welke het gevolg zijn van eb en vloed1 op deze ook geenen noemenswaardigen invloed hebben1 en dat er een tijdsbestek van verscheidene dagen wordt vereischt1 gedurende hetwelk de zee buitengewoon laag is1 om het water in de putten eenigzins aanmerkelijk te doen dalen4 ,gelijk reeds gezegd is1 is zulks vooral het geval bij langdurigen ,oostenwind1 en dan is niet alleen de zee laag1 maar ook de daarin uitloopende ,i,jssel4 ,dit geeft de eenvoudige verklaring van het oude sprookje betreffende het verband1 dat er tusschen de ,urksche putten en den ,gelderschen ,i,jssel zoude bestaan4 ,,de ,,plantengroei4 ,dat op een zoo klein eilandje1 midden in zee en van alle zijden open en bloot liggend1 de plantengroei slechts weinig ontwikkeld is1 kan niemand verwonderen4 ,bepaaldelijk geldt zulks van de overblijvende planten1 boomen en heesters1 die er slechts spaarzaam worden aangetroffen en wel alleen op het hoog liggend gedeelte1 te midden der huizen1 waar zij nog eenige beschutting tegen den wind vinden4 ,daar ontmoet men voor de woningen hier en daar eenige lindeboomen1 wilgen en populieren1 wier toppen echter zelden boven de daken uitsteken4 ,in een paar ommuurde tuintjes zijn ook enkele appel- en peerenboomen1 en zelfs een wijnstok4 ,doch alle deze gewassen dragen de blijken van in hunnen groei door den wind belemmerd te zijn4 ,in een dier tuintjes worden ook aardappelen en eenige moesgroenten gekweekt1 ofschoon met weinig gevolg1 zoodat dan ook in de behoeften der eilanders aan voedselgewassen door invoer van elders moet worden voorzien4 ,de geheele overige bodem is met gras begroeid4 ,het hoog liggend gedeelte wordt als algemeene weide gebezigd1 terwijl het laag liggend alleen hooi levert4 ,tusschen het gras staan een aantal andere jaarplanten verspreid1 welker soorten echter nog verschillen naar gelang van de groeiplaats4 ,men kan vier zulke groeiplaatsen onderscheiden1 welke in de volgende lijst bij verkorting zijn aangeduid1 namelijk3 #ao4 het hoog liggend of diluviale gedeelte2 #bo4 het nieuw aangespoelde stuk gronds nabij de haven2 #co4 het alluviale gedeelte1 met uitzondering van3 #do4 dat gedeelte1 hetwelk het laagst gelegen is1 en tot voor korten tijd een moeras was4 ,het getal der op ,urk in het wild groeijend gevonden planten1 en welke veilig beschouwd kunnen worden1 als1 met zeer weinige uitzonderingen1 de geheele phanerogame flora uitmakende1 bedraagt #hf4 ,daarvan hebben twee1 wegens gemis der bevruchtings-organen1 niet kunnen bepaald worden4 ,de overige zijn3 ,gramineae ,alopecurus bulbosus ,lin41 dil41 alluv4 99,agrostis maritima ,lam41 alluv4 ,phalaris arenaria ,smith1 dil4 ,phragmites communis ,trin41 moeras4 ,cynosurus cristatus ,lin41 dil4 ,poa distans ,willd1 alluv4 99,poa maritima ,smith1 alluv4 ,poa procumbens ,curt41 dil4 ,bromus pratensis ,smith1 dil4 ,holcus mollis ,lin41 dil4 ,schoenodorus liliaceus ,dumort41 dil4 ,festuca duriuscula ,lin41 dil41 alluv4 ,festuca bromoides ,smith1 alluv4 ,lolium perenne ,lin41 alluv4 ,lolium arvense ,smith1 dif4 ,hordeum marinum ,lin41 dil4 99,rottboellia incurvata ,lin41 dil4 ,cyperaceae 99,scirpus maritimus ,lin41 moeras4 ,carex flava ,lin41 moeras4 ,carex stellulata ,schreber1 moeras4 ,alismaceae 99,triglochin maritimum ,lin41 alluv41 moeras4 ,juncaceae ,juncus squarrosus ,lin41 alluv4 ,juncus trifidus ,lin41 alluv4 ,najadeae 99,ruppia rostellata ,koch1 moeras4 ,urticaceae ,urtica dioica ,lin41 dil4 ,urtica urens ,lin41 bij de haven4 ,chenopodeae ,atriplex laciniatum ,lin41 alluv4 ,atriplex patulum ,lin41 alluv4 99,salsola kali ,lin41 alluv4 99,salicornia herbacea ,lin41 alluv4 99,chenopodium maritimum ,lin41 dil41 alluv4 ,polygoneae ,polygonum aviculare ,lin41 alluv4 ,polygonum minus ,lin41 alluv4 ,rumex crispus ,lin41 dil4 ,plantagineae ,plantago major ,lin41 dil4 99,plantago maritima ,lin41 dil41 alluv4 ,plantago ,coronopus ,lin41 dil41 alluv4 ,plantago lanceolata ,lin41 dil4 ,plantago media ,lin41 bij de haven4 ,plumbagineae 99,armeria maritima ,willd41 alluv4 ,compositae 99,aster ,tripolium ,lin41 alluv41 moeras4 ,bellis perennis ,lin41 dil41 bij de haven4 ,achillea millefolium ,lin41 dil41 alluv4 99,artemisia maritima ,lin41 alluv4 ,senecio vulgaris ,lin41 dil41 bij de haven4 ,arctium tomentosum ,hayne1 bij de haven4 ,onopordium acanthium ,lin41 alluv4 ,carduus lanceolatus ,lin41 dil41 alluv41 bij de haven4 ,leontodon taraxacum ,lin41 dil4 ,aspargia hispida ,hoffm41 alluv41 bij de haven4 ,aspargia autumnalis ,hoffm41 dil4 ,picris hieracoides ,lin41 alluv4 ,sonchus arvensis ,lin41 dil4 ,sonchus asper ,oeder1 alluv4 ,sonchus oleraceus ,lin41 dil4 ,rubiaceae ,galium ,aparine ,lin41 bij de haven4 ,convolvulaceae ,convolvulus arvensis ,lin41 dil4 ,solaneae ,solanum nigrum ,lin41 alluv4 ,hyoscyamus niger ,lin41 alluv4 ,primulaceae 99,glaux maritima ,lin41 alluv4 ,umbelliferae ,eryngium maritimum ,lin41 alluv4 ,crassulaceae ,sedum acre ,lin41 bij de haven4 ,ranunculaceae ,ranunculus acris ,lin41 dil4 ,ranunculus repens ,lin41 alluv4 ,cruciferae ,coronopus vulgaris ,dec41 dil41 alluv4 ,iberis nudicaulis ,lin41 alluv4 99,lepidium latifolium ,lin41 alluv4 ,thlaspi ,bursa pastoris ,lin41 dil41 alluv4 ,erysimum officinale ,lin41 alluv4 ,sinapis nigra ,lin41 dil4 ,caryophyllaceae 99,arenaria marina ,smith1 dil41 alluv41 moeras4 99,honkenya peploides ,ehrh41 alluv4 ,cerastium vulgatum ,lin41 dil4 ,cerastium arvense ,lin41 dil4 ,alsine media ,lin41 dil4 ,malvaceae ,malva rotundifolia ,lin41 dil4 ,geraniaceae ,erodium cicutarium ,smith1 dil41 alluv4 ,geranium molle ,lin41 bij de haven4 ,rosaceae ,potentilla anserina ,lin41 dil41 alluv4 ,papilionaceae ,ononis spinosa ,lin41 dil4 ,trifolium pratense ,lin41 dil4 ,trifolium procumbens ,lin41 dil4 ,trifolium repens ,lin41 alluv41 bij de haven4 ,lotus corniculatus ,lin41 alluv4 ,uit deze lijst blijkt1 dat het groote meerendeel der op ,urk voorkomende phanerogame planten tot die soorten behoort1 welke zeer algemeen door het gansche land verbreid zijn4 ,alleen die1 welke met een 99 geteekend zijn1 en ongeveer een vijfde van het geheel uitmaken1 kunnen beschouwd worden als kenmerkend voor eenen in de nabijheid van de zee gelegen bodem4 ,onder de familien1 die hier volstrekt niet vertegenwoordigd worden1 verdienen genoemd te worden de ,liliaceae1 ,euphorbiaceae1 ,labiatae1 ,boragineae1 ,ericaceae en ,campanulaceae1 terwijl van de ,umbelliferae en van de ,rosaceae van elk slechts eene soort voorkomen4 ,,de ,,menschelijke ,,en ,,dierlijke ,,bevolking4 ,de bevolking van ,urk is inzonderheid daarom merkwaardig1 dat het een zuiver nagenoeg geheel onvermengd ras is1 dat gerekend kan worden van de oude bewoners van het eiland schier onveranderd af te stammen1 want de ,urkers trouwen bijna altijd met vrouwen van hun eiland1 en slechts hoogst zelden gebeurt het1 dat vreemdelingen zich aldaar nederzetten en hunne nakomelingen een blijvend bestanddeel der bevolking worden4 ,ook hebben allen die overeenkomst1 welke hen als leden eener familie kenmerkt1 dat is3 zonder dat juist de een bepaald op den ander gelijkt1 is er toch in den algemeenen ligchaamsbouw1 in de gelaatstrekken1 in de kleur van het haar1 van de oogen enzv4 iets1 dat telkens aan hunne gemeenschappelijke afstamming herinnert4 ,over het algemeen zijn het stevig gebouwde1 wel gemaakte menschen1 met breede schouders en heupen1 blond haar en blaauwe oogen4 ,onder de vrouwen treft men er vele aan1 die aanspraak op schoonheid kunnen maken4 ,vooral munten zij uit door blankheid van vel en door groote donker blaauwe oogen met lange wimpers en fraai gebogen wenkbraauwen1 minder door hunnen overigen ligchaamsvorm1 die iets plomps en mannelijks heeft4 ,jammer is het ook dat zeer vele inwoners nog de sporen dragen der pokkenepidemie1 welke hier in #ahdd met groote hevigheid geheerscht heeft1 ten gevolge van de gebrekkige vaccinatie1 waaraan de inwoners zich vroeger zelden wilden onderwerpen1 totdat zij door eene droevige ervaring van hare nuttigheid overtuigd werden4 ,daar men1 zoo ergens in ons vaderland1 dan op ,urk hopen mag1 de onvervalschte type aan te treffen van deszelfs vroegere bewoners1 zoo is het van eenig belang het maaksel des schedels van de ,urkers te vergelijken met dat der schedels van andere ,nederlanders en van andere ,europeanen4 ,ik heb gelegenheid gehad drie schedels1 uit het kerkhof van ,urk afkomstig1 te onderzoeken4 ,twee daarvan was ik verschuldigd aan de welwillendheid van den hoogleeraar ,g4 ,vrolik4 ,blijkens den toestand der kiezen en tanden is de eene dezer schedels 7,no4 #c in de bijgevoegde tafel7 die van een jong nog niet volwassen mensch1 vermoedelijk van een vrouwelijk individu1 terwijl de andere 7,no4 #b7 aan een volwassen persoon1 waarschijnlijk van meer dan middelbaren leeftijd1 heeft toebehoord4 ,beide schedels zijn voorzien van onderkaken1 doch deze schijnen niet werkelijk daartoe te behooren1 maar die van andere schedels te zijn1 welke waarschijnlijk in de nabijheid lagen4 ,de derde der door mij onderzochte schedels 7,no4 #a7 is afkomstig uit de vroegere verzameling van den hoogleeraar ,sandifort1 waaruit hij in der tijd voor het ontleedkundig museum der hoogeschool alhier is aangekocht4 ,het is blijkbaar de schedel van een bejaard persoon4 ,de kroon- en pijlnaden zijn geheel vergroeid4 ,de onderkaak ontbreekt4 ,het zal ter naauwernood behoeven gezegd te worden1 dat het getal der onderzochte schedels veel te gering is1 om daaruit eenige zekere besluiten af te leiden aangaande den schedelvorm der ,urkers in het algemeen1 en bepaaldelijk omtrent de punten1 waarin deze van die bij de overige ,nederlanders en bij andere natin afwijkt4 ,echter kunnen de in de tafel opgeteekende maten aan hen1 die later eene ruimere gelegenheid tot voortzetting dezer vergelijking mogten hebben1 eenige nuttige wenken opleveren4 ,de overige schedels1 waarvan de maten mede in de tafel zijn opgeteekend1 zijn allen van personen van middelbaren leeftijd1 en berusten in het ontleedkundig museum alhier4 ,die van ,nederlanders zijn nagenoeg allen afkomstig van lijken1 welke vroeger ten behoeve der ontleedkundige lessen uit ,amsterdam gezonden zijn4 ,het zoude dus voorzeker gewaagd zijn daarin de type te willen vinden van het maaksel des ,nederlandschen schedels1 daar nergens de bevolking meer gemengd is1 dan in eene groote koopstad4 ,de laatste der schedels 7,no4 #be7 is voor de kennis van den schedelbouw der oude bewoners van ons vaderland van een bijzonder gewigt4 ,hij is namelijk te gelijk met een aantal andere schedels en menschenbeenderen gevonden in den ,wageningschen berg1 en door den heer ,graaf ,nahuys aan het ontleedkundig museum ten geschenke gegeven #ce4 ,de beenderen van den eigenlijken schedel zijn1 met uitzondering van een paar gaten1 die er welligt door de spade bij het uitgraven in ontstaan zijn1 nagenoeg geheel gaaf1 doch de gelaatsbeenderen ontbreken4 ,de hieronder vermelde toestand1 waarin deze menschelijke overblijfselen gevonden zijn1 maken het meer dan waarschijnlijk1 dat daar ter plaatse eene begraafplaats geweest is van eenen zeer ouden volksstam1 en het zal zoo aanstonds blijken1 dat dit door het maaksel des schedels bevestigd wordt ,de genomen maten zijn de volgende3 #ao4 ,de omvang 7o71 gemeten om het voorhoofd over de tubera frontalia1 de slapen1 en zoo verders om het meest uitpuilende gedeelte van het achterhoofd4 #bo4 ,de welvingslijn 7w71 eene kromme lijn1 gaande van den neuswortel over het voorhoofd en de kruin naar het achterhoofd en eindigende aan de protuberantia occipitalis4 #co4 ,de lengte 7l71 van het midden van het voorhoofd tusschen de tubera frontalia tot aan het meest uitpuilende gedeelte van het achterhoofdsbeen4 #do4 ,de hoogte 7h71 bepaald door den schedel1 na verwijdering der onderkaak1 op eene tafel te plaatsen1 op het hoogste punt des schedels eene liniaal te leggen1 waarvan de loodregte afstanden aan weerszijden tot aan de oppervlakte der tafel werden gemeten4 ,de gemiddelde dezer beide maten gaf dan de hoogte aan4 #eo4 ,de voorhoofdsbreedte 7v71 gemeten aan het smalste gedeelte van het voorhoofdsbeen4 #fo4 ,de achterhoofdsbreedte 7a71 zijnde tevens de grootste breedte des schedels1 of de afstand tusschen de meest uitpuilende plaatsen der beide wandbeenderen4 #go4 ,de gelaatsbreedte 7z71 gemeten van het meest uitpuilende gedeelte van den eenen arcus zygomaticus naar dat des anderen4 #ho4 ,de grondvlaksbreedte 7t71 zijnde de afstand tusschen de buitenvlakten der tubercula articularia op de helft hunner hoogte4 #io4 ,de afstand 7p7 tusschen de protuberantia occipitalis en de spina palatina4 ,de daaruit afgeleide verhoudingen zijn3 #ao4 ,de verhouding tusschen den omvang 7o7 en de welvingslijn 7w74 ,deze verhouding drukt den graad van welving des schedels uit4 #bo4 ,de verhouding tusschen de hoogte 7h7 en de lengte 7l74 #co4 ,de verhouding tusschen de voorhoofdsbreedte 7a7 en de lengte 7l74 #do4 ,de verhouding tusschen de voorhoofdsbreedte 7v7 en de achterhoofdsbreedte 7a74 #eo4 ,de verhouding tusschen den afstand van de beide tubercula articularia 7t7 en de lengte der loodregte daarop staande lijn 7p71 welke den afstand uitdrukt der protuberantia occipitalis tot aan de spina palatina4 #fo4 ,de verhouding tusschen de geringste voorhoofdsbreedte 7v7 en de grootste breedte van het gelaat 7z74 ,eindelijk is in de laatste kolom nog de grootte van den ,camperschen gelaatshoek opgeteekend4 ,zonder in alle de bijzonderheden te treden1 waartoe deze metingen aanleiding geven1 willen wij ons alleen bepalen bij eenige hoofdpunten der vergelijking van de ,urksche schedels met de overigen4 ,die vergelijking is echter des te minder zeker1 naar gelang het uit de cijfers in de tafel blijkt1 dat de drie schedels zelve onderling tamelijk veel verschillen4 ,zoo b4 v4 is de graad van welving 7o 3 w7 van den schedel ,no4 #a beneden1 die van ,no4 #b boven den gemiddelden welvingsgraad4 ,de hoofdoorzaak hiervan ligt daarin1 dat bij ,no4 #a het voorhoofd zeer laag en sterk terugwijkend is1 terwijl daarentegen het voorhoofd van ,no4 #b1 hoewel evenmin hoog1 toch veelmeer naar voren gewelfd is4 ,bij ,no4 #c is deze verhouding nog gunstiger1 en het voorhoofd tevens tamelijk hoog1 doch de welvingsgraad heeft hier niet kunnen bepaald worden1 uit hoofde van het ontbreken der protuberantia occipitalis4 ,bij de beide schedels van volwassenen 7,no4 #a en #b7 zijn de wenkbraauwbogen sterk ontwikkeld4 ,aan de derde zijn deze slechts flaauw zigtbaar4 ,ook de verhouding tusschen de hoogte en lengte 7h 3 l7 is in de drie gevallen te zeer uiteenloopend1 dan dat zich hieruit iets laat besluiten4 ,daarentegen duidt de verhouding der achterhoofdsbreedte tot de lengte 7a 3 l7 bij alle drie de schedels aan1 dat de laatste vrij groot is1 terwijl de eerste 7bij de volwassenen7 de gemiddelde maat bij de overige schedels slechts zeer weinig overtreft4 ,een nog meer in het oog vallend verschil levert de breedte van het voorhoofdsbeen op1 hetwelk bij alle drie de schedels smaller dan gewoonlijk is1 en1 daar de achterhoofdsbreedte de gewone grootte heeft1 zoo is de verhouding 7v 3 a7 tusschen deze beide breedten dan ook tamelijk veel afwijkend van de gemiddelde1 en hebben de schedels1 van boven op gezien1 eene iets scherper wigvormige gedaante1 waartoe de platheid en geringe welving van het achterhoofd medewerkt4 ,ook geeft deze geringere breedte van het voorhoofdsbeen1 gepaard aan de1 de gemiddelde grootte iets te boven gaande1 breedte van het gelaat1 waarvan de verhouding is uitgedrukt door v 3 z1 aan het geheele aangezigt iets vols en ronds1 hetwelk inzonderheid dat der beide schedels van volwassenen kenmerkt1 doch bij de derde1 welke1 gelijk reeds is opgemerkt1 waarschijnlijk aan een jonger vrouwelijk voorwerp heeft toebehoord1 in merkelijk minderen graad wordt waargenomen4 ,tot deze volheid en rondheid van het gelaat werkt mede de breedte van de onderkaak4 ,wel is waar ontbreekt deze1 gelijk reeds gezegd is1 aan de door mij onderzochte schedels1 doch eensdeels had ik gelegenheid dit op te merken bij het trouwens gering getal van mannen1 die zich1 tijdens mijn bezoek1 op het eiland bevonden #cf1 anderdeels echter mag men daartoe ook besluiten uit de meer dan gewone breedte van het grondvlak des schedels1 terwijl ook de verhouding tusschen die breedte en den afstand der protuberantia occipitalis van de spina palatina 7t3p71 althans bij de beide volwassenen1 hetzelfde aanduidt4 ,eindelijk teeken ik hier nog als eene bijzonderheid aan1 dat bij den schedel ,no4 #a de voorvlakten der bovenkaaksbeenderen onder de oogholten niet hol1 gelijk gewoonlijk1 maar vlak1 ja zelfs veeleer bol zijn4 ,deze afwijking is echter hoogstwaarschijnlijk slechts eene uitzondering1 want bij de beide andere schedels wordt zij geenszins aangetroffen4 ,het is van eenig gewigt afzonderlijk stil te staan bij den schedel ,no4 #be1 ten einde dezen te vergelijken met dien der ,urkers4 ,deze vergelijking zal leiden tot het besluit1 dat er tusschen beiden slechts weinig overeenkomst bestaat4 ,vooreerst kenmerkt zich deze schedel1 van boven gezien1 door zijnen fraaijen eironden vorm4 ,niet alleen is de breedte van het voorhoofd grooter in verhouding tot dien van het achterhoofd1 maar bovendien bevinden zich de uitpuilende gedeelten der wandbeenderen meer naar beneden en naar voren1 en vertoont zich het achterhoofd dien ten gevolge merkelijk langer en meer gewelfd4 ,verders verdient de groote lengte van dezen schedel de opmerking4 ,zij overtreft die van alle de overige schedels1 terwijl daarentegen de hoogte en desgelijks de breedte zoowel van het achterhoofd als van het grondvlak iets beneden de middelmatige blijven4 ,het voorhoofd is tamelijk laag en de welvingsgraad dan ook niet meer dan middelmatig1 in weerwil van het sterk achterwaarts uitpuilend achterhoofd4 ,uit het geheele maaksel van dezen schedel laat zich met eene schier aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid besluiten1 dat hij heeft toebehoord aan eenen persoon van den keltischen volksstam4 ,dit maaksel toch beantwoordt geheel aan dat1 hetwelk door ,retzius #cg1 die gelegenheid gehad heeft verscheidene dergelijke schedels uit oude grafheuvels te onderzoeken1 als kenmerkend voor den keltischen schedel beschreven is4 ,dat het verschil met de schedels der bewoners van het eiland ,urk tamelijk groot is1 valt dadelijk in het oog4 ,doch er zijn nog drie andere punten1 waardoor zich deze oude schedel niet alleen van de ,urksche1 maar ook van die der meeste thans levende ,europeanen1 welke ik heb kunnen onderzoeken1 onderscheidt4 ,vooreerst door de voorwaartsche plaatsing van het punt1 waar de kroon- en pijlnaden elkander ontmoeten4 ,gewoonlijk valt dit punt nagenoeg zamen met de kruin of het hoogst gewelfde deel van het hoofd4 ,bij dezen schedel ligt de kruin ongeveer #ee streepen meer achterwaarts4 ,laat men ten tweede uit dit ontmoetingspunt der naden eene loodlijn vallen op het grondvlak des schedels1 dan komt deze gewoonlijk nog eenige streepen binnen den voorsten rand van het foramen magnum1 gelijk bepaaldelijk ook van de ,urksche schedels geldt4 ,bij dezen ouden schedel valt deze lijn niet minder dan #de streepen buiten dezen voorrand4 ,dit hangt echter mede voor een groot deel af van de achterwaartsche stelling van het foramen magnum1 gelijk uit het volgende tafeltje blijkt3 ,van het midden van ,van het meest het voorhoofdsbeen uitpuilend gedeelte van tot aan den voorrand het achterhoofdsbeen van het foramen tot aan den achterrand magnum4 van het foramen magnum4 ,oude keltische schedel #aae str4 #fh str4 ,schedel van een' ,urker ,no4 #a #aji str4 #gc str4 ,schedel van een' ,urker ,no4 #b #aaj str4 #gi str4 ,schedel van een' ,urker ,no4 #c #ajb str4 #gf str4 ,eindelijk ten derde onderscheidt zich ook het foramen magnum zelf door den veel meer langwerpigen vorm1 gelijk blijkt uit de volgende maten3 ,lengte4 ,breedte4 ,oude keltische schedel #dj str4 #bh str4 ,schedel van eenen ,urker ,no4 #a #ce str4 #ca str4 ,schedel van eenen ,urker ,no4 #b #ch str4 #cd str4 ,schedel van eenen ,urker ,no4 #c #cg str4 #ca str4 ,uit een en ander mag men veilig afleiden1 dat de bewoners van het eiland ,urk hoogst waarschijnlijk van geenen keltischen oorsprong zijn1 hoewel het voorzeker zeer gewaagd zoude wezen reeds nu eenen stap verder te gaan1 dan deze ontkennende uitkomst4 ,wij moeten daartoe eerst het licht1 door verdere onderzoekingen verspreid1 afwachten4 ,de oudste mij bekende opgave der bevolking van het eiland dagteekent van #afcg #ch4 ,toen bedroeg zij #cjj inwoners1 waarvan er in datzelfde jaar niet minder dan #adi door eene besmettelijke ziekte werden weggenomen1 zoodat het cijfer tot #aea daalde4 ,in #agej was het weder geklommen tot #chi #ci1 waarvan #baf tot het mannelijk en #agc tot het vrouwelijk geslacht behoorden4 ,de verhouding der beide geslachten was derhalve toen #ajj3hj4 ,in #aghi bestond de bevolking uit #ebj personen #dj4 ,sedert de invoering der registers van den burgerlijken stand1 is de gang der bevolking de volgende geweest3 ,jaarlijksche toename4 ,in #ahad #fae inwoners4 ,in #ahai #fcj inwoners4 #c #j1dh proc4 ,in #ahbb #fdb inwoners4 #d #j1fb proc4 ,in #ahbe #gci inwoners4 #cb #d1cc proc4 ,in #ahcj #ghi inwoners4 #aj #a1bg proc4 ,in #ahce #heg inwoners4 #ad #a1fc proc4 ,in #ahcf #hhb inwoners4 #be #b1hd proc4 ,in #ahcg #ijg inwoners4 #be #b1gf proc4 ,in #ahch #ide inwoners4 #ch #d1jb proc4 ,in #ahci #ihe inwoners4 #dj #d1jf proc4 ,in #ahdj #ajaa inwoners4 #bf #b1eg proc4 ,in #ahda #ajbe inwoners4 #ad #a1cg proc4 ,in #ahdb #ajia inwoners4 #ff #f1je proc4 ,in #ahdc #aaje inwoners4 #ad #a1bg proc4 ,in #ahdd #aaae inwoners4 #aj #j1ij proc4 ,in #ahde #aacc inwoners4 #ah #a1fj proc4 ,in #ahdf #aacg inwoners4 #d #j1ce proc4 ,in #ahdg #aaeb inwoners4 #ae #a1cj proc4 ,in #ahdh #aage inwoners4 #bc #a1if proc4 ,in #ahdi #aaid inwoners4 #ai #a1fa proc4 ,in #ahej #abje inwoners4 #aa #j1ia proc4 ,in #ahea #abcb inwoners4 #bg #b1bj proc4 ,gemiddelde jaarlijksche toename #b1ae proc4 ,van de #abcb inwoners1 die er op den laatsten ,december #ahea geteld zijn1 behoorden #fbi tot het mannelijke en #fjc tot het vrouwelijke geslacht4 ,de verhouding dier beide cijfers is dus thans als #ajj3ie1i4 ,het verschil tusschen de bevolking op den laatsten ,december #ahac of den aanvang van #ahad en die op den laatsten ,december #ahea1 bedraagt #fag4 ,in hetzelfde tijdperk zijn geboren #acia kinderen1 waarvan #gaf tot het mannelijke en #fge tot het vrouwelijke geslacht behoorden1 en dus tot elkander in verhouding stonden als #ajj3id1c4 ,gestorven zijn #gbj personen1 zoodat het getal der geborenen dat der gestorvenen met #fga overtreft1 en men dus mag aannemen1 dat in dienzelfden tijd #ed personen het eiland verlaten hebben1 en elders gestorven zijn4 ,het getal der huwelijken1 in hetzelfde tijdvak voltrokken1 bedraagt #bgj1 hetgeen tot het cijfer der geboorten staat als #a3e1ae4 ,of er onder die geboorten ook onechte voorkomen1 is mij niet berigt1 doch wel1 dat geen der huwelijken geregtelijk is gescheiden4 ,uit een en ander blijkt1 dat de bevolking op ,urk buitengewoon snel toeneemt en dat die toeneming vooral in den laatsten tijd zeer versneld is1 gelijk blijkt uit het volgende overzigt4 ,van #afch tot #agej of in #aab jaren van #a3b1f4 ,van #agej tot #aghi of in #ci jaren van #a3a1c4 ,van #aghi tot #ahbe of in #cf jaren van #a3a1d4 ,van #ahbe tot #aheb of in #bg jaren van #a3a1g4 ,sedert de invoering der registers van den burgerlijken stand is de bevolking verdubbeld1 terwijl zij van #afch tot #aheb of in #bad jaren achtmaal grooter is geworden4 ,waarschijnlijk zullen er zeer weinige plaatsen in ons vaderland zijn1 welke in dit opzigt met ,urk kunnen wedijveren4 ,ongelukkiglijk zijn de middelen van bestaan niet in gelijke mate toegenomen4 ,het bijna eenige bestaansmiddel is de vischvangst op de ,noord- en ,zuiderzee4 ,in #agej bezigden de ,urkers #df vischschuiten1 terwijl zij bovendien nog #b koffen bezaten4 ,tegenwoordig bedraagt dit getal wel is waar #abe vaartuigen1 wier gezamenlijke tonnemaat ongeveer #cdjj tonnen is1 doch1 terwijl de bevolking in dien tijd toegenomen is van #a3c1b1 is het getal visschersvaartuigen slechts vermeerderd in de verhouding van #a3b1g1 terwijl het mij niet gebleken is1 dat hun gemiddelde tonnemaat grooter is dan vroeger1 en er thans geene koffen meer op het eiland thuis behooren4 ,de vischvangst begint in ,februarij en eindigt doorgaans in ,november4 ,het zijn vooral schol1 schelvisch1 tong1 tarbot en kabeljaauw1 die met kornetten gevangen en meestal te ,amsterdam1 doch ook op andere plaatsen langs de ,zuiderzee gelegen verkocht worden4 ,is de tijd der visscherij echter voorbij1 dan vangt ook1 inzonderheid in strenge winters1 de tijd van gebrek aan1 en dan gebeurt het niet zelden1 dat meer dan de helft der inwoners op kosten der provinciale kas moet onderhouden worden1 daar het getal der gegoeden in de gemeente zelve uiterst gering is4 ,alle de woningen en andere gebouwen zijn gelegen op het hoogere gedeelte1 gelijk op de kaart is aangeduid4 ,dit herinnert nog geheel aan den ouden tijd1 toen onze voorouders hunne woningen op eene dergelijke wijze enkel op de natuurlijke hoogten des bodems of op terpen bouwden4 ,in de plaatsing dier woningen heerscht zeer weinig regelmaat1 zoodat zij tamelijk verward door elkander staan1 en er slechts hier en daar eenige der huizen nevens elkander gebouwd zijn1 welke dan eene korte reeks vormen4 ,alle deze tusschenruimten zijn met gras begroeid1 waardoor het geheele dorpje het voorkomen heeft van eene weide1 waarin men hier en daar een huis heeft neder gezet4 ,deze huizen1 meerendeels van slechts ne verdieping1 zijn ten deele van steen1 ten deele van hout gebouwd op de wijze1 die in vele ,noordhollandsche dorpen gebruikelijk is4 ,de beide kerken1 die der ,hervormden1--een klein doch net gebouw1 in #aghf op kosten der stad ,amsterdam opgerigt1--en die der ,christelijk afgescheidenen1--voor een paar jaren gebouwd1--staan geheel afzonderlijk en van de overige huizen verwijderd4 ,de grond van het eiland is voor drie vierde bijzonder- en voor het overige vierde gedeelte gemeente-eigendom4 ,de veestapel bestaat uit #he runderen1 #ah kalveren en #d paarden4 ,deze runderen worden vooral om de melk gehouden4 ,vleesch wordt er door de eilanders slechts zeer weinig gegeten2 ook is er geen enkele vleeschhouwer1 doch tien bakkers1 terwijl zoowel het rogge- als tarwebrood zeer goed en smakelijk zijn4 ,brood1 aardappelen en visch maken dan ook de hoofdvoedsels der bevolking uit4 ,moesgroenten worden er schier niet gegeten2 het weinige dat daarvan gebruikt wordt1 wordt van ,enkhuizen aangevoerd4 ,de kleeding der mannen bestaat uit een zeer wijd wambuis van blaauw karsaai en een zwarte broek van dezelfde stof1 waarop van voren twee groote zilveren gebeeldhouwde knoopen of zilveren muntstukken prijken4 ,zij dragen zwarte wollen kousen en lage schoenen1 blaauwe wollen ronde mutsen op het hoofd1 en een roode puntdoek om den hals4 ,de kleeding der vrouwen1 rok en borstrok1 is van dezelfde stof vervaardigd4 ,zij dragen een zwart keurslijf met eenen zoogenaamden kroplap en eenen rooden doek om den hals1 terwijl twee zilveren spelden met groote knoppen in het haar zijn gestoken1 doch zonder oorijzers4 ,de gezondheidstoestand der eilanders is over het algemeen vrij voldoende4 ,in weerwil van hun moeijelijk beroep1 bereiken velen eenen hoogen ouderdom4 ,de meest algemeene ziekten zijn van eenen rheumatischen en catarhalen aard1 terwijl velen1 vooral kinderen1 ook aan ingewandswormen lijden1 iets1 dat bij de algemeenheid van het vischdiet1 en bij de waarschijnlijkheid van den overgang der entozoa uit de visschen in den mensch1 opmerkelijk is en een nader onderzoek verdient4 ,tusschenpozende koortsen komen slechts zelden voor4 ,wat de verstandelijke beschaving der eilanders betreft1 zoo wordt daaromtrent door hen1 die in de gelegenheid zijn geweest nader met hen bekend te worden1 een gunstiger getuigenis afgelegd1 dan men1 bij de beperkte gelegenheid1 die hiertoe onder hen bestaat1 daar op de school slechts de eerste kundigheden1 lezen1 schrijven en rekenen worden onderwezen1 zoude meenen te mogen verwachten4 ,gedurende de wintermaanden1 wanneer alle werkzaamheden stil staan1 houden velen zich met lezen bezig1 en bovendien komen de mannen door hun bedrijf dikwerf op andere plaatsen1 en in aanraking met velerlei soort van menschen4 ,anders is het met de vrouwen4 ,daaronder zijn er zeer velen1 die nimmer aan den vasten wal zijn geweest1 en die derhalve van de geheele wereld niets anders kennen dan het kleine plekje gronds1 waarop zij geboren zijn4 ,zij gevoelen daarvoor dan ook eene groote gehechtheid1 welke zelfs geenszins verdwijnt1 wanneer zij in de gelegenheid geweest zijn iets meer van de wereld te zien1 zoodat het veeleer schijnt1 alsof door de vergelijking ,urk in hare oogen slechts winnen kan4 ,eene jonge vrouw1 die vroeger als dienstmaagd in ,amsterdam had gewoond1 doch later naar haar eiland was teruggekeerd1 merkte aan3 dat daar1 wel is waar1 de huizen en vooral de winkels veel fraaijer1 maar toch de straten erg vuil zijn4 ,aangaande hunne zedelijke ontwikkeling kan ik weinig mededeelen1 dan alleen1 dat deze zich vooral uit door een sterk opgewekt godsdienstig gevoel1 waarvan het alleen te betreuren is1 dat het heeft aanleiding gegeven tot veel twist en tweedragt onder de bevolking1 die1 vroeger geheel tot de kerk der ,hervormden behoorende1 thans in twee gemeenten van nagenoeg gelijke sterkte is gesplitst1 die elk hunnen eigen predikant hebben4 ,ook verdient nog te worden opgeteekend1 dat geen der huizen van schellen of kloppers voorzien zijn en evenmin des nachts gesloten worden4 ,ook zoude op het eiland diefstal eene geheel ongehoorde zaak zijn1 ofschoon wij er moeten bijvoegen1 dat1 naar men zegt1 die eerbied voor den eigendom zich minder uitstrekt tot datgene1 wat de zee op hun strand werpt4 ,vroeger was op het eiland een vrij groot aantal honden1 doch sedert men op elken hond eene belasting van twee gulden heeft gelegd1 is dit aantal zeer verminderd1 en bedraagt thans niet meer dan vier4 ,een dier honden behoort aan den blinden omroeper1 die hier van eene groote handschel voorzien is4 ,deze hond is voor zijnen meester geheel onmisbaar geworden1 want1 altijd denzelfden weg volgende1 geleidt hij dezen1 die hem aan een' band vasthoudt1 door alle de kronkelpaadjes tusschen de verward staande woningen heen4 ,eertijds zouden er ook vele konijnen in het wild geleefd hebben #da1 iets1 dat opmerking verdient1 omdat deze dieren er thans bezwaarlijk hunne holen in den harden leemgrond zouden kunnen graven1 hetgeen tot het vermoeden leidt1 dat een gedeelte van den diluvialen bodem vroeger1 toen het eiland eene grootere uitgebreidheid had1 uit zand heeft bestaan4 ,thans zijn de eenige wilde viervoetige dieren ratten en muizen1 die trouwe doch lastige begeleiders van den mensch1 waar hij zijne woning ook vestigt4 ,men zeide mij1 dat deze dieren hier zeer talrijk zijn1 en dat daaraan ook het groote aantal van katten moet worden toegeschreven1 hetwelk door de inwoners gehouden wordt4 ,in de omringende zee leven vele zeehonden 7,phoca vitulina71 die des nachts op de ,staart van het eiland komen slapen en ook zeer dikwijls de daar uitgezette haringfuiken berooven1 waarin zij echter niet zelden zelve gevangen worden4 ,behalve de door de inwoners gehouden hoenders1 vindt men er musschen 7,passer domesticus ,gessn471 spreeuwen 7,sturnus vulgaris ,l471 leeuwrikken 7,alauda arvensis ,l474 ,deze zijn de eenige soorten van vogelen1 die op het eiland eijeren leggen en broeden4 ,kievieten 7,vanellus cristatus ,meijer en ,wolf71 tureluurs 7,totanus calidris ,bechst471 lijsters 7,turdus musicus ,l471 watersnippen 7,scolopax ,galinago ,l471 regenwulpen 7,numenius ,phaeopus ,letham71 en verschillende soorten van meeuwen 7,larus ,l47 bezoeken wel het eiland op hunne zwerftogten1 doch broeden er niet4 ,hetzelfde geldt van de bergeenden 7,anas tadorna ,l47 en zwarte zeeenden 7,anas nigra71 die ik in ,maart in groote schoolen in de omringende zee zag zwemmen4 ,als eene opmerkenswaardige bijzonderheid zij hier nog vermeld1 dat1 volgens mededeeling van den vuurtorenwachter1 het zeer gewoon is1 dat de vogels des nachts op het licht van den vuurtoren aanvliegen en1 in hunne vaart stuitend tegen de harde #i streepen dikke spiegelglazen des lantaarns1 dood nedervallen1 of op den omgang al pikkende tegen het glas blijven zitten1 totdat zij met de hand gegrepen worden4 ,op eenen enkelen nacht had de wachter #adg vogels op die wijze gevangen1 meest leeuwrikken1 lijsters en spreeuwen4 ,de katten op het eiland doen hier ook hun voordeel mede1 want1 daar er steeds eenige vogels naar beneden tuimelen1 zoo wordt de vuurtoren elken nacht omsingeld door een aantal dezer dieren1 welke op hun deel aan den buit wachten4 ,wat de in de zee rondom ,urk levende dieren betreft1 zoo zal men hier wel geene volledige opgave daarvan verwachten4 ,alleen vermeld ik nog de op het strand gevonden schelpen van weekdieren4 ,zij zijn3 ,mya arenaria ,lin41 ,tellina solidula ,lam41 ,cardium edule ,lam41 ,mytilus edulis ,lam41 ,buccinum undatum ,lin4 en ,littorina litorea ,fer4 ,van deze is de eerste soort verreweg de talrijkste4 ,eindelijk zijn de steenen der glooijing1 die tijdens den vloed overstroomd worden1 bezet met eene menigte zeepuisten1 ,balanus sulcatus ,lam41 die desgelijks ook vaak op de groote steenen van het rif worden aangetroffen1 daar1 waar deze digt onder de watervlakte liggen4 ,,aanteekeningen #a ,van ,wijk ,roelandszoon1 ,aardrijkskundig ,woordenboek1 in voce4 #b ,a4 ,j4 van der ,aa1 in de ,vriend des ,vaderlands1 #ahce1 ,,ix4 bl4 #gbj4 #c ,zie zijne ,beschrijving van ,amsterdam1 ,dl4 ,,iii4 bl4 #hd1 en ,de ,tegenwoordige ,staat der ,nederlanden1 ,dl4 ,,viii4 bl4 #fbh4 #d ,in een artikel in het ,nederlandsch ,magazijn1 #ahcd1 bl4 #bah1 geteekend ,g4 ,v4 ,s4 ,vermoedelijk dezelfde1 aan wien men ook het artikel over ,urk in van der ,aa's ,aardrijkskundig ,woordenboek der ,nederlanden1 ,dl4 ,,xi1 bl4 #cif1 verschuldigd is4 ,de daar gebezigde bewoordingen zijn althans dezelfde4 #e ,aloude ,staat en ,geschiedenis des ,vaderlands1 #ahdg1 ,dl4 ,i4 bl4 #bci1 noot4 #f ,het oudste berigt dienaangaande vond ik in de kopij van eenen brief van ,n4 ,witsen aan ,g4 ,cuper1 gedagteekend #ah ,augustus #agji en voorkomende onder de nagelaten papieren van wijlen ,mr4 ,jac4 ,scheltema1 thans berustende bij zijnen neef den ,hoogleeraar ,c4 ,a4 ,bergsma4 ,witsen schreef daarin3 ,men bespeurt mede1 dat bij zeer laag water omtrent het eiland ,wieringen zoet water uit den grond ontspringt1 hetgeen gewisselijk uit de onderaardsche kanalen komt4 ,ik meen ook aan ,u,ed4 gezegd te hebben1 dat wij een put op ,urk hebben1 die met den ,i,jssel rijst en daalt4 ,wagenaar 7,beschrijving v4 ,amsterdam1 ,dl4 ,,iii4 bl4 #hd17 vermeldt hetzelfde1 er echter bijvoegende1 dat hem verzekerd is1 dat het water dezer put regenwater is1 hetwelk van de hoogte afspoelt1 en toe- of afneemt naar dat er veel of weinig regen valt4 ,van der ,aa 7l4 c4 p4 #gbe7 maakt gewag zoowel van eene rijzing en daling van het water in de putten met het tij der zee1 als van eene beantwoordende aan den waterstand in den ,i,jssel4 ,alleen het laatste wordt vermeld door den ongenoemden schrijver in het ,nederlandsch ,magazijn4 ,de gronden1 waarop deze meeningen steunen1 worden door geen hunner aangegeven4 #g ,geschied- en ,letterkundig ,mengelwerk4 #ahcd1 ,d4 ,,vi4 ,st4 #b4 bl4 #ig4 #h ,de gebezigde boor was vervaardigd door ,w4 ,jenken te ,utrecht1 en voorzien1 in plaats van een' lepel1 van eene ter zijde opene buis1 eindigende in eene kegelvormig toeloopende schroef met ruime windingen4 ,deze soort van grondboren heeft het voordeel1 dat de spiraalwindingen der schroef de in de buis opgeboorde grond als eene klep afsluiten en bij het ophalen tegenhouden4 #i ,deze afstanden zijn gemeten op de fraaije en uitvoerige kaart der ,zuiderzee1 vervaardigd door den ,luitenant ter ,zee eerste ,klasse ,a4 van ,rhijn1 #ahdh en #ahdi4 #aj ,de bepaling van den aard en van de mineralogische bestanddeelen der op ,urk gevonden steenen is geschied onder de even ijverige als welwillende medewerking van mijnen vriend ,dr4 ,j4 ,r4 ,e4 van ,laer4 #aa ,eene vergelijking met ,portlandkalk van ,kandern in ,baden1 van ,baune bij ,poventruy in ,zwitserland1 en de lithographische steen van ,solenhofen1 leerde1 dat in allen zeer vele der zamenstellende deeltjes meer of minder den bovengenoemden vorm hebben1 het duidelijkst in de eerstgenoemde4 ,deze zamenstelling is merkwaardig1 vooral indien men haar vergelijkt met die van het krijt1 hetwelk enkel uit amorphe moleculen bestaat1 waartusschen de ,foraminiferen-schalen besloten liggen4 ,uit een vroeger onderzoek 7zie ,tijdschrift voor ,natuurlijke geschiedenis en ,physiologie #ahdb1 ,dl4 ,x4 bl4 #bjh7 is mij namelijk gebleken1 dat1 terwijl een bij lage temperatuur ontstaan praecipitaat van koolstofzuren kalk geheel amorph is1 en1 in weinig geconcentreerde oplossingen gevormd1 uit even zulke moleculen bestaande1 als die welke het krijt zamenstellen1 er daarentegen zich bij hoogere temperatuur bovendien rhombodrische kalkspaathkristalletjes afzetten1 en dat1 bij eene temperatuur die #cd ,c4 te boven gaat1 het praecipitaat alleen uit zulke kristalletjes bestaat4 ,dit doet vermoeden1 dat ook de verschillende vorm der deeltjes1 welke de genoemde kalkgesteenten zamenstellen1 moet worden toegeschreven aan de verschillende temperatuur van de zee1 waaruit zij zich hebben afgezet4 #ab ,abbildung und ,beschreibung der ,petrefacten ,deutschlands4 ,taf4 #ec4 fig4 #b4 #ac ,mineral ,conchology of ,great ,britain ,v4 ,t4 #dei4 fig4 #c4 #ad ,synopsis of the classification of the ,british palaeozoic rocks1 by ,a4 ,sedgwick1 with a detailed systematic description of the ,british palaeozoic fossils1 bij ,f4 ,mc,coy1 #ahea4 ,,ii4 p4 #acf4 ,t4 ,i4 ,e4 fig4 #c4 #ae ,min4 ,conch4 ,,vi4 ,t4 #ece4 fig4 #a4 #af ,l4 c4 ,v4 ,t4 #djc4 fig4 #a4 #ag ,natuurlijke ,historie van ,holland1 ,dl4 ,,ii1 bl4 #dac4 #ah ,in het jaar #affj werd het eiland door zijnen toenmaligen heer ,johan van de ,werve verkocht aan de ,stad ,amsterdam4 ,zie ,wagenaar1 ,tegenw4 ,staat der ,nederl4 ,dl4 ,,viii4 bl4 #fcj4 #ai ,zie ,houttuyn's ,natuurlijke ,historie volgens het samenstel van ,linnaeus4 ,dl4 ,,xxxvi4 bl4 #bjf4 #bj ,de kaart van het eiland zelve is vervaardigd naar eene kopij der in #ahbc gemaakte kadastrale kaart1 welke kopij bij den ,burgemeester van het eiland berust4 ,ik heb daarin1 naar eigene opmetingen op de plaats zelve1 alleen die kleine wijzigingen aangebragt1 welke door de sedert genoemd jaar ontstane veranderingen noodig waren geworden1 en er tevens de door waterpassing gevonden hoogten van eenige punten op aangeteekend4 #ba ,bij de eilanders bestaat het vaste geloof1 dat deze steenen weder aangroeijen4 ,een hunner bragt mij1 om mij daarvan te overtuigen1 bij een groot granietblok 1 aan welks ne zijde eene uitpuilende verhevenheid gezien werd1 die1 volgens hem1 een uitwas zoude zijn4 ,het zal ter naauwernood behoeven gezegd te worden1 dat dit uitwas uit niets anders bestond dan uit een stuk kwarts1 hetwelk aan de verwering en afslijting meer werstand had geboden dan de naburige bestanddeelen4 #bb ,zie de ,prijsverhandeling van ,hausmann1 in de ,natuurkundige verhandelingen van de ,holl4 ,maatschappij1 ,dl4 ,,xix4 bl4 #bib4 #bc ,wagenaar1 ,tegenw4 ,staat1 ,dl4 ,,viii4 bl4 #fcj4 ,de tegenwoordige vuurtoren1 van een draaijend licht met eene ,argandsche lamp en drie ,fresnelsche lenzen voorzien1 is1 gelijk het opschrift meldt1 opgerigt in #ahdd1 onder het bestuur van ,jonkheer ,a4 ,c4 ,twent1 ,inspecteur van het loodswezen4 #bd ,wagenaar ibid4 #be ,scheltema1 ,mengelwerk1 ,dl4 ,,vi4 ,st4 #b4 bl4 #gg4 ,het is ook op grond dezer feiten1 dat ,scheltema vermoed heeft1 dat ,urk1 met het ,enkhuizer zand vereenigd1 het eiland ,flevo zoude hebben gevormd4 ,acker ,stratingh 7,l4 c4 p4 #bch7 houdt deze meening voor onwaarschijnlijk1 omdat het ,val van ,urk beide vaneen scheidt4 ,zonder in het minste partij te trekken voor het gevoelen van ,scheltema1 doe ik hier echter opmerken1 dat het ,val van ,urk niet z diep is1 dat dit eene vroegere aaneensluiting onmogelijk zoude maken4 ,de grootste diepte bedraagt #e1f el1 terwijl de veenbedding onder ,amsterdam op sommige punten eene nog iets grootere diepte bereikt4 #bf ,eene langwerpige smalle zandplaat1 zijnde eene voortzetting van het ,enkhuizer zand1 in eene zuidwestelijke rigting4 #bg ,tijdschrift voor ,natuurlijke ,geschiedenis en ,physiologie1 #ahdb4 ,dl4 ,,ix4 bl4 #ag en #bfh4 #bh ,l4 c4 bl4 #bhe4 #bi ,l4 c4 bl4 #cdb4 #cj ,het is bekend 7zie onder anderen ,vogt's ,lehrbuch der ,geologie1 ,,ii4 s4 #ch en verv471 dat elke deltavorming steeds vergezeld gaat van het ontstaan van dergelijke lagunen4 ,de door den ,nijl en de ,po gevormde delta's leveren er vooral de duidelijkste voorbeelden van4 ,wat dat gedeelte des bodems van ons vaderland in het bijzonder betreft1 hetwelk eene deltavorming van den ,rijn1 de ,maas en de ,schelde is1 zoo kan men1 steunende op hetgeen de waarneming elders geleerd heeft1 en op onze kennis aangaande den aard der gronden1 welke dien bodem zamenstellen1 zich van deszelfs ontstaan de volgende algemeene voorstelling vormen4 ,toen de bodem der zee door het gestadig afgevoerde rotsgruis was opgehoogd tot op eene geringe diepte onder het watervlak1 namen de verdere ophooging en drooglegging haren aanvang aan de randen der delta1 derhalve aan de zeezijde4 ,waar zand den zeebodem bedekte1 vormden zich duinen uit het zand1 dat1 tijdens de eb droog geworden1 door den heerschenden ,westen- en ,noordwestenwind tot hoopen werd opgestuwd4 ,waar de zeebodem met klei bedekt was1 werd deze in fijn verdeelden toestand1 met het water1 gedurende den vloed1 aangevoerd1 en tijdens de eb als slib achtergelaten1 hetgeen bevorderd werd door de reeds in het ondiepe water groeijende strandplanten1 en zoo ontstond een schoor wal op dergelijke wijze als zulks1 vooral langs de kusten onzer noordelijke provincin1 nog heden ten dage plaats grijpt4 ,de aldus langs de randen der delta opgehoogde bodem vormde aanvankelijk eene reeks of keten van eilanden1 die de lagune begrensden1 welke toen nog met brak water gevuld was4 ,allengs echter vereenigden zich deze eilanden1 totdat er eindelijk nog slechts hier en daar opene ruimten overbleven1 waardoor de zee het water uit de lagune ontving1 waarin het zoete water der rivieren zich uitstortte4 ,door dezen meer beperkten toegang der zee1 hield het water in de lagune eindelijk ook op brak te zijn1 en toen ontstond op de ondiepste plaatsen der lagune eene vegetatie van zoetwaterplanten1 welke jaarlijks afstervend1 maar ook telken jare door eene nieuwe vegetatie opgevolgd1 onder den vorm van veen1 tot de ophooging des bodems krachtig bijdroegen4 ,deze veenvorming1 langs den westelijken en noordwestelijken zoom aangevangen1 strekte zich van lieverlede meer binnenwaarts uit1 totdat eindelijk van de vroegere lagune slechts een meer overbleef1 waarin een der ,rijnarmen zijn water ontlastte1 dat daaruit noordelijk zijnen verderen weg naar de zee vond4 #ca ,deze meeningen zijn3 #ao4 ,het eiland ,flevo bestond uit ,urk en ,schokland vereenigd 7,ortellius1 ,alting1 ,wagenaar1 ,acker ,stratingh74 #bo4 ,het was het tegenwoordige ,vlieland 7,junius74 #co4 ,het lag op de plaats van het tegenwoordige ,breezand1 dus tusschen ,texel en de ,friesche kust 7,cluverius1 ,engelberts1 ,arend1 van ,lennep74 #do4 ,het nam de plaats in1 waar thans het ,enkhuizer zand is gelegen1 en waarmede het eiland ,urk vereenigd was 7,scheltema74 #eo4 ,het omvatte1 behalve het ,enkhuizer zand1 ook nog een vrij groot gedeelte van ,noord-,holland 7,ottema1 ,eekhoff74 ,het spreekt van zelf1 dat bij de vier laatstgenoemde meningen tevens wordt aangenomen1 dat ,urk en ,schokland tot den vasten wal behoorden4 ,de lezer1 die over dit onderwerp zich nader wenscht te onderrigten1 verwijs ik naar ,dr4 ,acker ,stratingh's ,aloude ,staat en ,geschiedenis des ,vaderlands1 ,dl4 ,i4 bl4 #bdj en vervolg1 waar hij tevens de bronnen vindt aangegeven4 #cb ,l4 c4 p4 #fbi4 #cc ,overijsselsche ,almanak voor oudheid en letteren #ahdg1 bl4 #bga4 ,het gewigt der zaak noopt mij daaruit het volgende over te schrijven4 ,tusschen ,schokland en ,urk op #b_/c van 't eerste en #a_/c van ,urk1 is eene plaats in zee1 algemeen onder den naam van het ,kerkhof bekend4 ,nog heden zijn er muren van drie voet boven den bodem der zee1 en door een #hj;jarig1 onlangs overleden man1 volgens zijn zeggen1 bij laag water gezien2 en dat men hier tevens aan eene kerk moet denken1 wordt hoogst waarschijnlijk4 ,op ,schokland leeft thans ,bruin ,visser1 wiens vader1 in #ahdb1 in #ia;jarigen ouderdom1 is overleden4 ,deze grijsaard was voor #gj jaren 7dat is omtrent #aggb7 met zijn visschuit over het ,kerkhof gevaren1 en had toen in zijne netten een kerkkandelaar1 van welk metaal wordt niet gemeld1 gevonden1 en dezelfde man getuigde1 dat de heden nog in de ,roomsche kerk op ,emmeland aanwezige doopvont1 vandaar gehaald was4 ,wat de schrijver er verder op laat volgen1 aangaande eene uit kei- of balsteenen bestaande streep in zee1 welke van ,schokland1 in de rigting van dit ,kerkhof1 ver in zee loopt1 en door de visschers een straatweg wordt genoemd1 schijnt minder bewijzend1 daar dergelijke in de ,zuiderzee menigvuldig voorkomende stroken van meerdere of mindere uitgestrektheid 7zie ook de ,konst- en ,letterbode #ahdg4 ,i4 bl4 #hb7 hoogstwaarschijnlijk niet anders zijn1 dan ontbloote zand- en steenruggen1 van dergelijken aard als het rif1 dat ,urk omgeeft1 gelijk reeds door ,acker ,stratingh 7,l4 c4 p4 #bde7 te regt is opgemerkt4 #cd ,in het zeewater uit de haven van ,urk vond ik in #ajjj deelen #e1hjh d4 chlor4 ,uitgaande van de door ,mulder 7,scheikund4 onderzoekingen1 ,dl4 ,,vi7 bewezen stelling1 dat de zouten van het zeewater steeds in dezelfde betrekkelijke hoeveelheid voorhanden zijn1 en van de door hem 7bl4 #cd7 aangegeven zamenstelling1 dan vindt men1 door berekening1 dat in #ajjj deelen van het zeewater bij ,urk bevat zijn3 ,zwavelzure kalk #j1dga ,zwavelzure magnesia #j1fhj ,chlormagnesium #j1iii ,chlormagnesium sodium #h1cbf ,chlormagnesium potassium #j1aji ,brommagnesium #j1jah ,koolstofzure kalk #j1jjd ,kiezelzuur #j4jja ,som #aj1fjh #ce ,uit den begeleidenden brief van den heer ,nahuys aan den ,hoogleeraar ,schroeder van der ,kolk ontleen ik het volgende4 ,in het jaar #ahde liet de ,baron van ,lijnden van ,hemmen te ,wageningen1 nabij den oprid van den ,wageningschen berg1 bij het ,leksies veer1 niet ver van den zoogenaamden eersten ,christen tempel1 aan de helling van de ,rijnzijde van den berg1 een gedeelte van dezen zinken1 om hetzelve tot een strook bouwland aan te leggen4 ,bij die gelegenheid werden aldaar ook vele menschenbeenderen gevonden1 hetwelk te meer verwondering baarde1 omdat het geheel onbekend was1 dat aldaar ooit eene begraafplaats geweest was4 ,dit vernemende1 werd mijne belangstelling opgewekt1 en in de nabijheid 7te ,oosterbeek7 zijnde1 verzocht ik den ,baron van ,lijnden de toestemming om aldaar oudheidkundige onderzoekingen te mogen doen en des noodig eenige vergravingen te mogen doen bewerkstelligen1 hetgeen mij door gemelden eigenaar niet alleen welwillend werd toegestaan1 maar zelfs werden eenige arbeiders ter mijner dispositie gesteld1 om mij bij het doen van onderzoekingen aldaar behulpzaam te wezen4 ,hierop begaf ik mij van ,oosterbeek naar gemelde plaats met den ,baron van ,wassenaar tot ,catwijck en met den heer ,spiering uit ,tiel4 ,op het terrein komende overtuigde ik mij niet alleen1 dat overal menschenbeenderen op den omgezetten grond waren1 maar de werklieden1 die aldaar arbeidden1 lieten ons eenige schedels zien1 en verhaalden ons1 dat er nog veel meer gevonden waren1 welke zij ook maar weder onder den grond gestopt1 en sommige aan den rentmeester gegeven hadden4 ,ik liet op verscheidene plaatsen1 vooral in den nog ongeroerden grond1 graven1 in de hoop sporen te zullen vinden1 hetzij door voorwerpen of stukken van dezelve uit het dagelijksch leven1 of anderzins1 ten einde of het tijdperk te kunnen bepalen1 in welke deze grond tot begraafplaats gediend had1 of tot welken volksstam deze schedels en beenderen behoorden4 ,ik werd echter hierin zeer te leur gesteld1 dewijl ik niets vond1 waaruit ik iets bepaalds kon afleiden1 want enkele stukken 7drie of vier7 van potscherven van germaanschen vorm en bakkelij1 en de wijze1 waarop deze in den grond lagen1 gaven mij geen aanleiding genoeg om daarop gevolgtrekkingen te bouwen1 zelfs niet om daaruit veronderstellingen te maken1 vooral omdat ik dergelijke scherven op vele plaatsen aldaar in den omtrek gevonden had4 ,twee zaken nogthans trokken bijzonder mijne aandacht2 vooreerst de wijze waarop ik de lijken of liever de beenderen en schedels vond liggen1 te weten er was geen blijk1 dat deze in een kist1 noch van hout1 noch van steen1 begraven waren geweest2 integendeel zag men bij eene doorsnede van den grond1 dat die lijken op den grond gelegd waren1 rondom omgeven met houtskool1 aan de eene zijde1 even als van boven1 maar gedekt met puin1 en daarover de aarde of het zand4 ,meer naar boven van den berg werden ze boven elkander gevonden1 doch in onregelmatige rigting4 ,ten tweede de vorm der schedels1 welke nagenoeg van allen dezelfde was1 en mij hoogst zonderling voorkwam4 ,tot hiertoe heb ik vergeefs getracht nog meerdere van deze schedels en beenderen te erlangen1 doch er bestaat hoop op eenen lateren meer gelukkigen uitslag1 door de mij vriendelijk toegezegde hulp van de heeren ,baron ,constant de ,rebecque1 den tegenwoordigen eigenaar des ,wageningschen bergs1 en ,o4 ,g4 ,heldring1 predikant te ,hemmen4 ,ik voeg dus hier alleen nog bij1 dat de laatste mij heeft berigt1 dat hij eenmaal eene steenen wigge1 waarschijnlijk van ,keltischen oorsprong1 heeft in handen gehad1 welke op den ,wageningschen berg gevonden was4 #cf ,nagenoeg de geheele mannelijke bevolking was toen ter vischvangst op zee4 ,het gelaat der vrouwen heeft over het algemeen eenen minder ronden1 meer ovalen vorm4 #cg ,muller's ,archiv1 #ahdi4 s4 #egc4 #ch ,chronyk van ,amsterdam1 zijnde eene korte en zakelijke beschrijving enzv41 ,dl4 ,,ii4 bl4 #cia4--,van der ,aa1 ,aardrijkskundig ,woordenboek1 ,dl4 ,,xi4 bl4 #djj4 #ci ,wagenaar1 ,tegenw4 ,staat1 ,dl4 ,,viii4 bl4 #fbi4 #dj ,aanteekening gevoegd bij de kaart van ,schilling4 #da ,chronijk van ,amsterdam enzv4 ,dl4 ,,ii4 bl4 #cib4