,opmerkingen van de bewerker ,schuingedrukte tekst in het originele werk wordt hier weergegeven door lage streepjes1 gespatierde tekst door tildes1 en vet gedrukte tekst door isgelijktekens4 f staat voor het gulden-teken4 ,meer ,opmerkingen zijn te vinden aan het einde van deze tekst4 ,prof4 ,dr4 ,,theobald ,,ziegler ,,godsdienst ,,en ,,godsdiensten ,,vertaald ,,door ,j4 ,h4 ,,groenewegen ,jr4 ,,ingeleid ,,en ,,met ,,aanteekeningen ,,voorzien ,,door ,prof4 ,dr4 ,h4 ,y4 ,,groenewegen ,,wereldbibliotheek ,p4 ,h4 ,,praag ,,godsdienst ,,en ,,godsdiensten ,,wereld ,,bibliotheek ,,onder ,,leiding ,,van ,l4 ,,simons ,,boeken ,,zijn ,,de ,,universiteit ,,onzer ,,dagen4 ,,uitgegeven ,,door ,,de ,,mij ,,voor ,,goede ,,en ,,goedkoope ,,lectuur ,,amsterdam ,prof4 ,dr4 ,,theobald ,,ziegler ,,godsdienst ,,en ,,godsdiensten ,,vertaald ,,door ,j4 ,h4 ,,groenewegen ,jr4 ,,ingeleid ,,en ,,met ,,aanteekeningen ,,voorzien ,,door ,prof4 ,dr4 ,h4 ,y4 ,,groenewegen #aiah ,de cijfers tusschen den tekst verwijzen naar de noten1 die de lezer op blz4 #aje vinden kan4 ,,gedrukt ,,ter ,,drukkerij ,,de ,,degel0 ,,amsterdam4 ,,een ,,woord ,,vooraf ,een woord vooraf1 dat ik vriendelijk verzoek nu eens niet ongelezen te laten4 ,niet alleen omdat de vertaler en de inleider1 naar goed gebruik1 aan den schrijver en de lezers even rekenschap willen geven van de wijze waarop zij hunne taak volbrachten en ,ziegler's aantrekkelijk boek in samenwerking met den auteur hebben herzien en aangevuld1 zoodat deze ,nederlandsche bewerking een nieuwe1 en naar wij meenen1 veel verbeterde uitgave geworden is4 ,maar vooreerst omdat er nog altijd vele1 overigens algemeen ontwikkelde menschen zijn1 die een boek over godsdienst liefst ongelezen laten2 en juist dezen mogen wel eens hooren waarom het ook hun wordt aangeboden en waarom het hunne belangstelling verdient4 ,en voorts omdat onder de vele en velerlei lezers1 die een boek uit de ,wereldbibliotheek mag verwachten1 de theologisch weinig ontwikkelden1 maar ook predikanten en godsdienstonderwijzers1 wien ,ziegler stellig nog wel iets te leeren en te denken geeft1 vooraf mogen vernemen1 dat het boek geen godsdienst wil prediken1 geen stichtelijk doel heeft1 maar met zijn rijken inhoud bij beknopten vorm kennis en inzicht in zake godsdienst wil bevorderen1 die ook hun van groot nut kan zijn4 ,om die redenen hoop ik dat aan deze voorafgaande opmerkingen een ander lot dan aan de meeste inleidingen beschoren is4 ,er is in de algemeene ontwikkeling01 waarin men roemt en waarin ieder deel meent te hebben1 een verwonderlijk gebrek4 ,dat is het in allerlei kring en op allerlei wijze zich vertoonend gemis aan eenvoudige1 klare1 zekere kennis omtrent den godsdienst1 zijn aard1 zijn oorsprong1 zijn beteekenis1 zijn vormen1 verschijnselen en geschiedenis2 en1 in verband daarmede1 het meestal zeer gebrekkig inzicht1 welke rechtmatige plaats1 welken natuurlijken invloed in het zieleleven van den enkelen mensch en in de samenleving de godsdienst mag en moet hebben4 ,kortom1 een zeker soort veel geprezen en alom begeerde algemeene ontwikkeling0 sluit bij velen kennis van alles en nog wat in1 maar kennis van den godsdienst vrijwel uit4 ,godsdienst is voor vele beschaafden niet veel meer dan een leeg woord4 ,men denkt er niets bij1 of hoogstens dat men er niet aan doet0 en er dus ook niet over denkt4 ,men wil er nu eenmaal niet van weten en vindt het geen gebrek in zijn ontwikkeling1 misschien omgekeerd een bewijs hoe algemeen0 men ontwikkeld is1 dat men er nagenoeg niets van weet4 ,toch is het niet-weten meestal oorzaak dat men er niet van weten wil4 ,zou men zich op ieder ander levensgebied voor een dergelijke onwetendheid niet een beetje geneeren8 ,maar de algemeen ontwikkelde weet raad4 ,hij mag een weinig verlegen staan met de vraag wat hij denkt bij het woord godsdienst1 eenige algemeene voorstellingen van bepaalde godsdienstvormen heeft zijn ontwikkeling hem wel geschonken4 ,hij is volkomen tevreden met de wetenschap1 dat godsdienst iets te maken heeft met een geloof dat hij niet gelooft1 al weet hij niet precies wt niet en warom niet en wat hij dan wl gelooft2 dat de ,roomsche bidt1 vast1 biecht1 wat hij ook niet doet1 al is het hem niet duidelijk dat een ontwikkeld mensch dat wl doet2 dat de ,protestant bidt1 zingt1 naar preeken luistert en den ,bijbel vereert1 wat hem toch niet heelemaal op de hoogte van den tijd lijkt2 en dat er nog vele godsdiensten zijn1 die f erg dom0 zijn f waarin veel moois0 moet zijn1 veel meer dan in het ,christendom1 waarvan hij vanwege de ,christelijke politiek en den schoolstrijd en de kerkelijke partijen niet weten wil4 ,reikt zijn kennis nog dieper1 dan heeft hij een vaag besef1 dat godsdienst iets met het gemoed te maken heeft1 iets is dat verheft en verwarmt en een mensch iets hoogs0 voorhoudt en van het hoogere0 vervult4 ,welnu1 hij is ontwikkeld genoeg om daarvoor te voelen en het ook te hebben op zijn manier4 ,mijn godsdienst1 zegt hij1 is de kunst1 of de wetenschap1 of de wijsbegeerte1 of de sociale quaestie1 algemeener nog3 het goede4 ,godsdienstig zijn is voor hem ongeveer hetzelfde als goed zijn en voor het goede ijveren4 ,maar zijn ontwikkeling is juist niet algemeen genoeg om hem te doen inzien1 dat godsdienstig leven dit alles mede kan omvatten1 verheffen1 verdiepen1 maar dat een mensch zeer kunstlievend1 geleerd1 wijsgeerig1 sociaal voelend en zedelijk goed kan zijn en toch nog aan den godsdienst niet toe zijn gekomen4 ,dit zijn de typen eener beschaving1 die zich om vele dingen1 maar het minst om de eeuwige dingen0 bekommert1 en voor wie wat ,jezus het eenige noodige0 heeft genoemd1 met hoffelijk respect het eene overbodige is geworden4 ,ik noemde dit gebrek verwonderlijk1 omdat het zoo lang heeft geduurd eer men het als een gebrek is gaan erkennen4 ,ook de niet muzikale beschaafde zou zich schamen nooit van ,bach's ,matthaeuspassion te hebben gehoord1 maar het kan voorkomen1 dat de muzikale bewonderaar van dit werk zonder blikken of blozen vraagt3 ,matthaeus1 wie was dat ook weer8 ,geringe zin voor beeldende kunst ontslaat niemand van den beschavingsplicht om iets van ,rembrandts bijbelkunst te weten1 maar het wordt niet erg gevonden als men niets weet van wat hem tot zijn schepping inspireerde4 ,een mensch die behoorlijk een diploma ,h4,b4,s4 of ,gymnasium verwierf zou het niet durven bekennen het rechte van ,pythagoras en zijn theorema1 van ,newton en de wet der zwaartekracht niet meer te weten1 maar als hij de tien geboden niet kent en aarzelt of hij daarbij aan ,jezus1 ,koning ,david of ,mozes moet denken1 dan moet hij er zelf om lachen04 ,nu1 dat is verstandig4 ,want er is iets belachelijks in een algemeene ontwikkeling met zoo'n gat er in4 ,en het is niet zonder komische kracht wanneer een schrijver van den dag plotseling tot de ontdekking komt1 dat het boek der eeuwen veel schoonheid bevat1 en dat de blunders van vele schrijvers uit gemis aan bijbelkennis een litteraire misdaad zijn4 ,toch is dat gemis minder de oorzaak1 dan wel gevolg en bewijs van de veel grooter1 veel algemeener onkunde in zake allen godsdienst4 ,zelfs in de kringen waar men niet van den godsdienst en het religieus gemeenschapsleven is vervreemd1 doet dit gemis aan breeder en dieper inzicht zich gevoelen4 ,de arbeid van kerken en godsdienstige vereenigingen door onderwijs1 prediking1 lezingen en een rijke litteratuur1 doet ongetwijfeld veel goed4 ,maar men bereikt er slechts een deel der ontwikkelden01 en niet eens alle geloovigen mede4 ,in de meeste gevallen blijft het een prcher pour les convertis04 ,nu is dat zeker een goed en nuttig werk1 van veel grooter beteekenis dan de buitenstaander kan begrijpen4 ,maar er is in onzen tijd nog iets meer en iets anders noodig dan dit prcher01 ook voor de convertis04 ,hebben de godsdienstigen van alle belijdenis reeds voldoende begrip van den godsdienst die in alle godsdiensten leeft8 ,is het niet vaak slechts de karikatuur van het ,roomsche ,christendom die de ,protestant1 van het ,protestantsche die de ,roomsche kent8 ,een karikatuur is de overdrijving van het verkeerde1 de miskenning van het wezenlijk goede en waardevolle4 ,is het meer dan de onbewuste karikatuur van het dogmatische1 rechtzinnige ,christendom die vrijzinnigen tot de oppervlakkige meening brengt dat dit nu voor hen voorbij0 is1 en den rechtzinnige tot de niet veel dieper bewering verleidt dat het vrijzinnige ,christendom niet meer is dan een fata morgana08 ,en er bestaat nog heel wat van die soort verlichting1 die in zijn strijd tegen dominee1 pastoor en rabbi0 niets dan een karikatuur van allen godsdienst en godsdienstvormen samen1 dus welbeschouwd zijn eigen kortzichtigheid in het licht stelt4 ,slechts in en opzicht zijn die verschijnselen niet verwonderlijk4 ,want de oorzaken liggen voor het grijpen4 ,ik noem er een paar4 ,de verwarring en de verwildering op het gebied van het godsdienstig leven hebben er toe geleid1 dat in de opvoeding en in het onderwijs het religieuze als onmisbare factor in de ontwikkeling van het geestesleven is voorbijgezien of al te gebrekkig is tot zijn recht gebracht4 ,men heeft uit gemis aan kennis en inzicht niet begrepen1 dat godsdienst zoowel de uiting als de bevrediging is van behoeften1 die voortkwamen uit den normalen zielsaanleg van een mensch4 ,men heeft dus ook niet ingezien hoe onvervangbaar dit element van hooger geestesleven is4 ,en waar men het wel inzag1 heeft men niet altijd voldoende kennis en inzicht getoond om aan die eeuwige behoeften naar den eisch des tijds te voldoen en naast de andere vermogens van ons geestesleven1 ook dezen verborgen1 diepen1 machtigen aanleg1 die inniger dan iets anders samenhangt met heel ons geestelijk bestaan1 ons kennen en denken1 ons gevoel en onzen wil1 tot evenredige ontwikkeling te brengen4 ,hoevelen hebben nooit godsdienstonderwijs ontvangen en verbeelden zich dat een mensch van deze bijkomstigheid voldoende op de hoogte0 komt door wat hij toevalligerwijs opvangt uit de lectuur van den dag of uit de vluchtige indrukken van verschijnselen om zich heen4 ,zoo kan men misschien wel eens tot verrassende ontdekkingen komen4 ,maar het is geen prettige verrassing1 te ontdekken dat er een leegte is in geest en gemoed1 en zij blijve ons liever gespaard4 ,en wie verrast wordt1 blijft er meer van staan kijken0 dan dat hij er door vooruit gaat4 ,bij anderen wordt het godsdienstonderwijs niet versmaad en voor het opgroeiend geslacht begeerd1 hetzij uit respectabele traditie1 hetzij uit welbewust inzicht1 hetzij omdat men van deze dingen toch ook wel wat weten moet01--wat nog zoo dwaas niet is gedacht4 ,maar hoe vaak blijkt dan dat onderwijs te onmethodisch en onbeholpen1 te vaag en onzeker om godsdienstige kennis en kennis omtrent den godsdienst bij te brengen1 gezwegen nog van den eisch dat het wezenlijk religieus leven wekt1 overtuigingen helpt vestigen1 beginselen leert vormen4 ,daarbij1 ach het is de eindelooze klacht1 in deze cultuur-periode1 die van veelweterij leeft en aan veelweterij doodgaat1 staat het enkele uurtje aan voorlichting in de hoogste levensvragen1 aan opbouw van 's menschen hoogste zieleleven gewijd1 hopeloos achter bij het minste leervak1 dat door middel van schoolrapporten en examens mede moet werken tot het verkrijgen van een of ander diploma van algemeene0 ontwikkeling4 ,is het wonder dat er een geslacht is gekomen dat eigenlijk niet weet wat godsdienst is1 wat het aan godsdienst heeft en waarom het geen of maar een schijntje godsdienst heeft4 ,is er toch iets van ontwikkelingsdrang1 van levensbehoefte op dit gebied1 krachtens een gunstigen gemoedsaanleg of tengevolge van de geestelijke atmosfeer waarin men opwies1 of doordat indrukken van menschen en boeken een sluimerende neiging hebben gewekt1 dan begint het zoeken1 nu hier1 dan daar en overal1 waarbij toch maar weinig van blijvenden invloed wordt gevonden4 ,in ons hoogere overtuigingsleven1 gemoedsleven en denkleven is onze tijd een tijd van zoekende zielen04 ,en het is een tijd van surrogaten meteen4 ,hier is de kunst1 die onuitputtelijk genot aan schoonheid biedt1 en daaronder ook het genot van de schoone uitingen van den godsdienst 4444 van een ander1--surrogaat voor eigen religieus leven4 ,daar is de wetenschap en de wijsbegeerte1 met haar verrassende ontdekkingen1 inzichten1 uitzichten1 misschien wel met klare gedachten over een geestelijken wereldgrond1 wereldleiding1 werelddoel1 dus met iets als3 er is een ,god1--surrogaat al weer voor het eenige dat alle religie belijdt3 gij zijt mjn ,god4 ,surrogaten nu zijn niet waardeloos1 maar zijn slechts namaak van voedsel1 want zij geven de ware voeding niet al lijken zij er op1 en nemen de gezonde zucht naar het voedende voedsel nog weg4 ,met wat meer kennis zou men het verschil zien1 en begrijpen waarom men onvoldaan blijft4 ,een reeks van verschijnselen derhalve1 die zonder veel moeite uit te breiden was1 brengt ons van alle kanten tot de overtuiging1 dat hier nog veel kan1 veel moet gedaan worden4 ,naast al hetgeen de kerken en de godsdienstige vereenigingen doen om godsdienstig geloof te verbreiden1 godsdienstig leven te wekken en te kweeken1 is er1 in het belang onzer beschaving1 ter bevordering van een waarlijk eenigszins algemeene1 liever zou ik zeggen3 veelzijdige geestesontwikkeling1 nog heel wat te doen om in ruimen kring eenvoudige1 degelijke kennis omtrent den godsdienst1 helder inzicht in zijn wezen en krachten1 invloed en beteekenis te verbreiden4 ,iedere poging om in dit opzicht iets goeds te doen1 ieder geschrift dat dit doel kan bevorderen1 hebben wij met dank en sympathie te begroeten1 welk standpunt wij ook meenen te moeten innemen in de godsdienstige wereld of daarbuiten en daartegenover4 ,want geen ernstig man1 al is hij persoonlijk van alle religie vervreemd1 kan de waarde ontkennen van deskundige voorlichting ook op dit gebied4 ,en geen godsdienstig mensch1 van welke richting of belijdenis hij moge zijn1 zal kunnen meenen dat zijn godsdienst het licht dat de studie van alle religie ontstak1 niet kan verdragen4 ,misschien zal over een onderwerp zoo veelzijdig1 zoo diep1 zoo van alle kanten rakend het persoonlijkste onzer persoonlijkheid1 nooit iets geschreven worden dat allen voldoet4 ,maar er kan veel geschreven worden waaruit velen veel leeren4 ,en dat juist hebben wij allen noodig4 99 99 99 99 99 ,overwegingen van deze soort hebben mij reeds lang het voornemen doen koesteren in die richting iets te beproeven4 ,in populaire en meer wetenschappelijke voordrachten deed ik wat ik kon1 studiewerk belette mij meer te doen4 ,toen kwam het boekje van ,ziegler mij ter hand1 en het leek mij1 al is het reeds eenige jaren oud1 zoo frisch1 en al moest het hier en daar herzien en aangevuld worden1 zoo leerzaam1 rijk aan goede en klare gedachten1 dat er in goede bewerking veel goeds mede kon worden gedaan4 ,mijn zoon voelde er veel voor om het te vertalen1 ik om het in te leiden en met aanteekeningen te voorzien1 de schrijver om het om- en bij te werken en zoo weer nieuw te maken1 de uitgevers der ,wereldbibliotheek1 die hun tijd begrijpen1 om er hunne verzameling van leerzame en belangrijke geschriften op ieder gebied mede te verrijken4 ,het plan was nauwelijks geopperd of de arbeid was al begonnen4 ,laat ik er nu nog iets van mededeelen1 over het boekje zelf1 over de bewerking en over hetgeen er mede beoogd wordt4 ,prof4 ,ziegler gaf er zelf een inleiding bij1 die ik1 om een dubbele voorrede te vermijden1 niet afzonderlijk liet vertalen maar1 voor zoover zij noodig is1 in mijne inleiding opneem4 ,hij deelt eerst mede dat het boek vijf voordrachten bevat door hem gehouden voor het ,freie ,deutsche ,hochstift te ,frankfort a4 ,m41 in een kring van ontwikkelde mannen en vrouwen4 ,zijn hoorders hadden er op aangedrongen dat hij ze uitgaf1 hij zelf begeerde niet anders4 ,en hij wilde ze liefst geven in den vorm waarin ze waren uitgesproken1 met behoud van den lossen1 vrijen stijl4 ,juist in den bescheiden eenvoud van zulk een voordracht1 vrij van alle academische geleerdheid1 maar ook van alle rhetoriek en rhetorische fraaiigheid hebben zij invloed geoefend en kunnen allicht nog meer goed doen4 ,een paar aanteekeningen aan het slot en een opgave van litteratuur zijn voor degenen die zich verder willen orinteeren1 en bevatten bovendien de behoorlijke aanwijzing der bronnen40 ,wat die voordrachten willen zijn en doen1 moeten zij zelven maar zeggen4 ,of zij als een vreedzaam geschrift vriendelijk zullen worden ontvangen of als een aanval worden beschouwd en hartstochtelijk bestreden1 dat zal wel afhangen van wie ze lezen en van de stemming waarin ze gelezen worden4 ,bedoeld zijn ze bovenal in den eerstgenoemden zin1 al hebben ze wellicht hier en daar iets van den toon en de uitwerking van een strijdschrift3 dat ligt nu eenmaal zoowel in mijn aard als in de zaak zelve4 ,derhalve richt zich dit geschrift niet zoozeer tot allen die vijandig tegenover het vrije onderzoek staan of angstig daarvoor hun hart sluiten1 ook niet tot de beschaafde of onbeschaafde verachters van allen godsdienst1 maar tot de zoekende zielen te midden van die groote crisis1 waarin wij ons zoowel in het godsdienstige als in het sociale leven bevinden4 ,den godsdienst zelf te kennen en te verstaan hebben wij daarbij1 naar ik meen1 voor het oogenblik meer noodig dan dat wij ons onderling ver den godsdienst leeren verstaan1 waarvoor de tijd of nog niet gekomen of reeds voorbij is4 ,tot dit kennen en verstaan iets bij te dragen is mijn wensch40-- ,dat is eenvoudig1 duidelijk en aantrekkelijk als het boekje zelf4 ,ziegler is ook een denker naar wien men dadelijk luistert4 ,wie hem kent uit zijn prachtige zielkundige studie over het gevoel en uit het andere werk dat onze ,wereldbibliotheek van hem opnam1 weet vooraf dat hij van dezen ernstigen geleerde degelijke kennis1 van dezen klaren denker helder licht ontvangen zal4 ,bij wijsgeeren is de diepte wel eens omgekeerd evenredig aan de klaarheid4 ,waarmede ik overigens niet zeggen wil1 dat de opgeblazen oratorische wijsgeerige duisterheid van veel mode-philosophen1 waaraan alleen de onkunde zich vergaapt1 bewijs is van wezenlijke diepte en rijkdom van denken4 ,heel diepe en heel rijke gedachten zijn soms zoo verwonderlijk helder4 ,maar ook hier is1 zooals ,spinoza zegt1 al het voortreffelijke even moeielijk als zeldzaam4 ,het is echter niet moeielijk over duistere en ingewikkelde problemen duister en ingewikkeld te schrijven1 veel moeielijker ze eerst zelf klaar te doorzien en dan voor anderen doorzichtig te maken4 ,en de beste denkers zijn stellig niet zij1 die met de geleende lamp van een of anderen stelsel-philosoof het heelal meenen te verlichten en alle denkvragen te ontraadselen4 ,de grootsten zijn reeds dankbaar als het hun gelukt in de oneindige schemering der eeuwige geestesvragen hier en daar een kleineren of grooteren straal van helder licht te laten vallen2 of in het dooreengewarde weten en denken1 dat ons geestelijk bezit vormt1 hier de verwikkelde draden wat te ontwarren1 daar een vasten knoop te leggen1 die helpen kan er een degelijk weefsel van te maken4 ,dat heeft ook ,ziegler beproefd4 ,en eens1 of niet eens1 men kan altijd van hem leeren4 ,daarbij acht ik het een voordeel dat het nu eens geen theoloog is die over den godsdienst schrijft4 ,men kan hem ten minste niet verdenken1 dat hij in zijn professorale toga eigenlijk een prediker verstopt4 ,ik acht het allerminst een nadeel1 dat de wetenschappelijke onderzoeker van den godsdienst niet onverschillig staat tegenover zijn object4 ,wat zou een kunstkenner zijn zonder kunstzin1 een zedekundige zonder krachtig zedelijk bewustzijn8 ,een beoefenaar van de godsdienstwetenschap zonder innig1 diep1 sterk godsdienstig leven ware een heel of half blinde die spreekt over scheppingen van kleur en lijn4 ,maar wie heelemaal buiten het erf van den godsdienst en buiten het arbeidsveld der godsdienstwetenschap staan1 zijn zelf zelden onbevangen en onbevooroordeeld genoeg om niet overal partijzuchtige strikken en kerkelijke vallen te vermoeden1 wat1 krachtens de volkswijsheid omtrent den waard en zijn gasten1 niet pleit voor hun geestelijke vrijheid1 en veeleer doet vermoeden dat ze zelf in een antigodsdienstig klemmetje vast zitten4 ,die daar werkelijk aan ontkomen is1 zal gemakkelijk erkennen1 dat deze denker terecht zijn religieuze persoonlijkheid niet verbergt1 die hem juist in staat stelt te verstaan wat hij overdenkt1 en dat hij man van wetenschap genoeg is om veelzijdig1 grondig en eerlijk de waarheid uit te spreken die hij vindt1 met geen ander oogmerk dan onze kennis te vermeerderen1 ons inzicht te verhelderen en te verdiepen4 ,theologen van beroep en godsdienstigen van dezelfde of van anders gekleurde godsdienstigheid mogen bereid zijn met zijn kennis1 zijn ruimen blik1 zijn rustigen waarheidszin hun winst te doen4 ,de vertaler heeft terecht den gewonen vorm van een redevoering en de aanspraak tot de toehoorders weggelaten1 en van de vijf lezingen eenvoudig hoofdstukken gemaakt4 ,voor ons zijn het geen lezingen meer4 ,de lezer mag echter niet vergeten1 dat ze het zijn geweest4 ,dat heeft nadeelen1 maar nog grooter voordeelen4 ,de hoofdstukken zijn vrij vol1 en men zou geneigd zijn den inhoud in nog meer deelen te splitsen4 ,de stof is rijk en ieder onderwerp zou zich leenen tot veel uitvoeriger behandeling4 ,ook zou een lezer op allerlei punten misschien dieper willen indringen in de stof dan voor een hoorder gewenscht is4 ,maar juist dat ze op mondelinge voordrachten berekend waren1 geeft er n het levendige n het beknopte aan1 dat ze hier en daar zoo frisch en boeiend maakt4 ,de klaarheid voor den hoorder komt ook den lezer ten goede4 ,de veelheid der aardige1 soms verrassende kijkjes die ons onder de wandeling worden gegeven1 doet toch overal den breeden horizon zien1 die alles verbindt en die overal helder is4 ,de stijl zou aan levendigheid en lenigheid zeker hebben ingeboet1 ware het een geleerd betoog geworden4 ,fijn schrijver en spreker als ,ziegler blijkbaar is1 heeft zijn stijl den vertaler moeite genoeg bereid4 ,niet alle geestige woordspelingen en wendingen zijn in onze taal te bewaren of door gelijkwaardige te vervangen4 ,maar hij heeft ernstig getracht zoo weinig mogelijk verloren te laten gaan en zoo zuiver mogelijk toon1 kleur en lijn te bewaren4 ,vele mooie bladzijden zullen1 vertrouw ik1 ook in de vertaling wel tot hun recht komen4 ,ik heb ,zieglers aanteekeningen1 omwerkingen en uitbreidingen naar zijn schriftelijke opgave nauwkeurig overgenomen en met een ,z4 aangewezen4 ,mijnerzijds heb ik een en ander in de aanteekeningen1 de litteratuuropgaven en het register1 er aan toegevoegd1 en dat met een ,g4 gemerkt4 ,slechts een paar maal moest ik geheel van ,ziegler's tekst afwijken4 ,waar hij verwijst naar kerkelijke en theologische gebeurtenissen in zijn vaderland die hier onbekend zijn gebleven1 heb ik mij veroorloofd in de plaats daarvan over ,hollandsche toestanden te spreken1 die voor den gedachtengang denzelfden dienst kunnen doen4 ,zulke veranderingen vindt men natuurlijk in de aanteekeningen vermeld4 ,ik heb gemeend mij te moeten onthouden van kritische opmerkingen of afwijkende beschouwingen3 niet ik1 maar ,ziegler is hier aan het woord4 ,maar een enkele afwijkende meening meende ik hier en daar zijdelings wel even te mogen aangeven4 ,het kan het zelfstandig onderzoek ten goede komen1 waartoe dit geschrift mede den weg wil wijzen4 ,van volledigheid kan natuurlijk bij lastige kwesties in een beknopt geschrift als dit evenmin sprake zijn als in de verwijzing naar litteratuur4 ,de opgave zelfs maar van de belangrijkste geschriften over vragen van wijsgeerige godsdienstwetenschap zou een boekdeel vorderen4 ,meer dan een enkelen lossen greep konden wij niet doen4 ,wie dus een goed werk niet vermeld vindt1 zie daar allerminst miskenning van zijn beteekenis in4 ,zoo worde dan onze ,wereldbibliotheek ook in dien zin weder meer haar naam waardig1 dat zij over het groote wereldverschijnsel dat godsdienst heet1 dat de menschenwereld zal blijven bewegen en vervullen gelijk het de menschenziel van alle tijden beweegt en vervult1 helpt kennis verspreiden en licht ontsteken4 ,komt het den godsdienst in zijn ontwikkeling eenigermate ten goede1 wij zullen er dankbaar voor zijn4 ,voorloopig zullen wij reeds tevreden zijn1 indien dit geschrift iets bijdraagt tot die ware ontwikkeling1 voor welke geen der hoogere uitingen van menschelijk geestesleven een gesloten boek is4 ,dec4 #aiag4 ,h4 ,y4 ,,groenewegen ,,eerste ,,hoofdstuk ,inleiding4 ,het wezen van den godsdienst4 ,in de laatste honderd jaren zijn er telkens tijden geweest1 waarin de belangstelling voor religieuze vragen en voor al wat den godsdienst betrof geheel dood scheen te zijn1 en de religie in het leven der volkeren geen rol meer speelde4 ,kunst en litteratuur1 moraal en wetenschap1 politiek en staatkundig leven1 stoffelijke belangen en sociale bewegingen gingen buiten den godsdienst om1 traden als zelfstandige levensuitingen naar voren en namen de menschen1 hetzij afzonderlijk1 hetzij in allerlei groepeeringen1 geheel in beslag4 ,zoo scheen het4 ,en daartegenover kon dan de godsdienst hoogstens nog als een soort sieraad of weeldeartikel gelden1 dat ieder zich naar persoonlijk welbehagen kon veroorloven of ontzeggen4 ,werkelijke beteekenis in ons leven had hij niet meer4 ,maar reeds bij het begin der twintigste eeuw ziet het er voor wie nauwkeurig toezien1 toch heel anders uit4 ,of het ons verheugt of niet1 of het ons gemakkelijk of moeilijk valt het te erkennen1 het is een feit3 de tijd dat men den godsdienst kon negeeren is voorbij4 ,en juist daar waar wij het 't minst zouden verwachten1 heeft hij in steeds toenemende mate zijn invloed herwonnen1 met name in de politiek en het staatkundig leven4 ,niet alleen in ,duitschland1 ook in ons vaderland beheerscht de godsdienst voor een groot deel de partijformatie en moet men erkennen1 dat regeering en volksvertegenwoordiging gedwongen zijn met godsdienstige en kerkelijke belangen rekening te houden bij de allergewichtigste vragen4#a ,hier gelijk daar is de onderwijskwestie aan de orde4 ,de jongste grondwetsherziening1 de strijd om het kiesrecht en de geheele practische politiek worden benvloed door den stand van den schoolstrijd1 die reeds tientallen van jaren ons staatkundig leven beheerscht4 ,en waarom anders werd en wordt gestreden dan om de plaats1 die de godsdienst zal innemen in de volksopvoeding4 ,de verhouding van den staat tot het ,christelijk onderwijs0 en de vraag1 in hoeverre bij het van staatswege gegeven openbaar onderwijs met godsdienstige belangen moet worden rekening gehouden1 laat niemand meer onverschillig4 ,in al de phasen der wetgeving wordt de staat gedwongen zich te verstaan met den godsdienst1 die in de volksziel leeft en die zijn levenskracht op allerlei gebied tot uiting doet komen4 ,op allerlei gebied--niet het minst op dat der wetenschap4 ,de oude tegenstanders geloof en wetenschap hebben den strijd krachtiger dan ooit hervat4 ,de intellectueele beschaving mag nog altijd vervreemd zijn van het godsdienstig denken1 en de door de dogmatische kerken overgeleverde wereldbeschouwing zich schijnbaar onverzoenlijk stellen tegenover de natuurwetenschap--het is als een worsteling van twee machtige staten1 die al strijdende elkanders invloed hebben ondergaan1 hun grenzen hebben verlegd en1 zij het in een toestand van gewapenden vrede1 blijken elkander wederkeerig noodig te hebben4 ,de wisselwerking tusschen het hoogst ontwikkeld religieuze denken en de evolutie van wetenschap en wijsbegeerte in heel haar omvang1 is overal aantoonbaar4 ,en nog eenmaal vinden wij hetzelfde verschijnsel in de kunst4 ,het overwegend realisme in de litteratuur heeft overal zijn reactie gevonden4 ,de blik der romanschrijvers is psychologisch verdiept en hun werk laat ons de menschenziel met haar vragen en haar strijd1 ook haar zedelijk-religieuze behoeften1 nooden1 worstelingen en overwinningen1 zien als van hooger waarde dan het zinnenleven4 ,de fabrikanten van leesgezelschapromans1 waarin het leven bloot als een sexueel spelletje wordt geteekend1 waar de vertegenwoordiger van den godsdienst hulpeloos bij staat toe te kijken of huichelachtig aan meedoet1 tellen voor de kunst en de cultuur niet meer mede4 ,het tooneel is bij dien vooruitgang nog het meest achtergebleven1 en toch wordt ook daar de stuwing gevoeld4 ,maar pozie1 muziek1 beeldende- en bouwkunst van de laatste tientallen jaren spreken overal van herleving van den zin voor het religieuze4 ,dat zijn teekenen die ons moeten leeren1 dat en in welken zin de godsdienst in de #bj;e eeuw nog iets voor ons is of weder iets voor ons is geworden4 ,met het oog daarop is het zeker niet misplaatst in een boekverzameling als de ,wereldbibliotheek1 die toch een beeld van het geestesleven onzes tijds wil zijn1 een geschrift op te nemen1 dat onze aandacht weder bij den godsdienst en de godsdiensten bepaalt4 ,menigeen wil van den godsdienst niet weten omdat hij er nu eenmaal niet van weet4 ,anderen ijveren in den politieken partijstrijd voor hunne godsdienstige beginselen1 zonder zich voldoende rekenschap te hebben gegeven van de vragen die alles beheerschen en den waren aard der tegenover elkander staande ideen4 ,en niets is bedriegelijker dan de leuzen1 die in het strijdgewoel worden gehoord4 ,toen de schoolstrijd hier te lande het heftigst woedde1 werd de leus der antithese3 ,christendom of ,paganisme gehoord4 ,zij verborg echter de ware tegenstelling1 die gelegen was in de verschillende wijze1 waarop men zich de verhouding tusschen godsdienst en zedelijkheid dacht1 en het andere even diepgaand verschil in de denkbeelden over de verhouding tusschen gelooven en weten4 ,midden in het partijgewoel komt men er niet toe zulke vragen rustig onder de oogen te zien4 ,maar nu maken wij ons van al die verwarrende practische kwesties los en willen trachten onder voorlichting van wetenschappelijk denken kalm en klaar1 sine ira et studio juist die algemeene vragen eens te beschouwen1 wier belang voor ieder denkend mensch evenredig is aan haar algemeen belang4 ,maar nu rijst dan de vraag of zulk een rustig onbevooroordeeld onderzoek juist in deze vragen en op dit gebied wel mogelijk is4 ,wij behoeven ons niet te ontveinzen dat in onzen omgang in het dagelijksch leven ieder gesprek over dingen den godsdienst betreffend1 stilzwijgend verboden en vrijwel uitgesloten is4 ,dat is1 denk ik1 een van die preventieve maatregelen der goede zeden01 die zoowel goede als slechte gronden heeft4 ,eenerzijds vreest men de latente meeningsverschillen en den strijd daarover2 anderzijds is men beangst aan iets heiligs te raken3 zoo kunnen wij het wellicht formuleeren4 ,maar zou het daarom dan ook niet fijner en beschaafder staan en tevens voorzichtiger zijn1 met allen eerbied dit onderwerp maar te laten rusten8 ,het wil mij voorkomen dat men tegenwoordig al te veel menschen en al te veel dingen beschaafd0 noemt4 ,dit soort angstvallige beschaafdheid0 is vaak niet veel meer dan verlegenheid2 en in elk geval1 met haar komt de wereld niet vooruit4 ,evenals voorzichtigheid maar al te vaak in lafheid ontaardt1 zoo blijkt tegenover het leven zulk een houding vaak een masker voor hulpeloosheid en onbekwaamheid4 ,wij moeten1 dunkt mij1 wel erkennen1 als wij eerlijk willen zijn1 dat dit angstvallig zwijgen over religieuze vragen in de zoogenaamd beschaafde kringen slechts een soort verstoppertje spelen is1 misschien in de eerste plaats een verstoppertje spelen met en voor zich zelf3 men schaamt zich om te zeggen wat men denkt1 en te toonen hoe weinig men denkt1 en daarom zwijgt men maar liever geheel4 ,maar in de tweede plaats3 wie of wat dwingt ons dan om over dergelijke vragen te spreken zonder piteit8 ,ja1 er is een schijnpiteit1 die het oude vereert alleen omdat het oud is1 zooals het bekende woord van ,schiller zegt3 ,was grau vor ,alter ist1 das ist ihm gttlich02 maar zulk soort van respect voor wat altijd bestaan heeft en altijd terugkomt1 voor wat morgen waarde moet hebben omdat het heden waarde heeft0 is der wetenschap onbekend4 ,wie dat van mij mocht verlangen1 hem zou ik niet kunnen tevreden stellen4 ,evenals zich het blauwe hemelgewelf met zijn gouden sterren aan den astronoom1 die toch niet genoeg heeft aan de kinderlijk vrome gedachte van het lied hoe lieflijk praalt gij morgenster01 anders voordoet dan aan 't ongewapend oog van een onkundigen beschouwer1 zoo zullen ook de godsdienstige dingen zich anders voordoen bij wetenschappelijk onderzoek dan in de kerk en onder de preek4 ,maar gelijk de hemel schoon en verheven blijft ook voor hem1 voor wien hij zich oplost in een rijk van wetmatig zich bewegende werelden en zonnenstelsels1 zoo blijft de godsdienst heilig1 ook als men hem erkent als een menschelijk verschijnsel en de motieven waaruit hij is voortgekomen1 de veranderingen die hij heeft ondergaan en de psychische krachten die in hem werken1 tracht te leeren kennen4 ,van profaneeren kan slechts dan sprake zijn1 als over het heilige oneerbiedig1 zonder achting en piteit1 zonder ernst en waardigheid wordt gesproken4 ,en dat is het dan toch ook eigenlijk wat wij in onze gesprekken en in gewoon gezelschap vreezen en terecht vreezen3 dat over godsdienstige dingen oneerbiedig gesproken1 gelachen1 gespot wordt4 ,oneerbiedig1 dat is lichtvaardig en oppervlakkig2 en juist de toon in onze zoogenaamd beschaafde kringen is dikwijls maar al te lichtvaardig en oppervlakkig4 ,de wetenschap echter neemt het met de dingen niet licht1 maar ernstig en streng1 blijft niet aan de oppervlakte1 maar tracht in de diepte door te dringen4 ,en daarom is reeds het wetenschappelijk doel van dit boekje een waarborg tegen al wat plat is of kwetsen kan4 ,zoo is dan ook zeker de persoonlijke verzekering overbodig1 dat ik ernstig en nauwgezet daarbij te werk wil gaan4 ,nu moeten wij echter1 voor wij ons eerste onderwerp1 de vraag naar het wezen van den godsdienst1 nader gaan bezien1 eerst overwegen hoe wij daarbij te werk zullen gaan1 hoe wij het geheim der religie kunnen ontsluieren4 ,welnu1 daarbij dringt zich in onzen tijd1 die zoozeer staat in het teeken der natuurwetenschappen1 als vanzelf het antwoord naar voren3 hiertoe is er slechts en weg1 die der inductieve methode1 d4 w4 z4 men zoekt naar die kenteekenen die alle godsdiensten in verleden en heden gemeen hebben1 dan vinden wij uit de vele en veelvuldige verschijnselen het eene voor allen geldende gemeenschappelijke begrip4 ,daarbij moet dan voor alles de nadruk gelegd worden op die godsdiensten1 die 't dichtst staan bij het begin der religieuze ontwikkeling1 dat is op den godsdienst in zijn meest oorspronkelijke gedaante4 ,men zoeke alzoo bij alle godsdiensten en vooral bij de eenvoudigste en oudste4 ,stellig is dit een weg2 maar hij is lang en onzeker4 ,want nu moeten eerst alle de vele1 de zeer vele godsdiensten doorloopen en onderzocht1 en op het al of niet onderling gelijke gelet worden4 ,maar ik vrees dat dit reeds verre de kracht van en mensch te boven gaat1 en in elk geval gaat het ver uit boven ons hedendaagsch weten4 ,en er is een nog veel grooter moeilijkheid3 waar moeten wij dat primitieve1 waar het eenvoudige en oorspronkelijke vinden8 ,men wijst op de onontwikkelde volksstammen in ,centraal ,afrika1 op de ,groenlanders en ,patagonirs1 de ,polynesirs en ,melanesirs3 maar wie staat ons borg dat de godsdienst van deze wilden niet veeleer een pas ontstane in plaats van een oude is1 een laat tot ontwikkeling gekomene in plaats van een oorspronkelijke1 een verminkte in plaats van een die het wezenlijke tot uiting brengt8 ,en bovendien is bij den nauwen samenhang van mythologie en taal de kennis der godsdiensten van deze onbeschaafde volkeren afhankelijk van de nog vaak zeer onvolkomen kennis van taal en dialect1 zoodat de eene duisternis de andere moet helpen verdrijven4 ,of wel men verwijst ons terecht naar de oudste sporen van den godsdienst der historische volken en de berichten daarover4 ,maar juist van dit oude resten ons nog slechts enkele fragmenten en spaarzame overblijfselen en hun verklaring reeds geeft groote moeilijkheden4 ,en eindelijk1 om dan het wezenlijke uit die gansche lange rij te vinden1 moet ik toch altijd al van tevoren weten wat belangrijk en wat bijkomstig is1 moet ik derhalve het wezen van den godsdienst reeds ten naastenbij kennen1 om het in de geschiedenis der godsdiensten te kunnen terugvinden4 ,de godsdienst is toch stellig in de eerste plaats iets dat leeft en beleefd wordt in 's menschen innerlijk1 derhalve een psychologisch gegeven4 ,nu roept weliswaar ook bijv4 de psychologie der massa de geschiedenis te hulp1 maar toch steeds slechts als iets secundairs4 ,de wetten van 's menschen zieleleven vertoonen zich voor het oog van den onderzoeker juist in de geschiedenis om zoo te zeggen slechts in groote trekken1 en men zal zich veel vaker gedwongen zien1 om de geschiedenis psychologisch te verklaren1 dan men in staat zal zijn uit de geschiedenis een psychologie te construeeren4#b ,derhalve zoowel psychologie als zelfwaarneming8 ,zeker1 ook dat4 ,maar1 zoo komt dan weer de vraag1 wie waarborgt ons1 dat wij daarbij niet persoonlijke en toevallige ervaringen van bijzonderen aard met het wezen der zaak verwisselen1 en dat wij op die wijze wel ervaren wat mijn en uw en zijn godsdienst1 maar niet wat de godsdienst zelf is8 ,en zoo blijft dan nog slechts een derde weg open4 ,wij zoeken den godsdienst daar waar hij ons het best bekend is1 bij ons zelven2 maar niet bij ons als afzonderlijke meer of minder religieus aangelegde menschen1 maar in dien vorm en gestalte1 waarin wij hem in onze omgeving1 in ons volksleven en op onze hoogte van beschaving sinds de dagen onzer kindsheid als een objectief verschijnsel met eigen invloed en macht hebben waargenomen en dan ook subjectief en individueel onze verhouding tegenover hem hebben vastgesteld en ons met hem hebben verstaan4 ,daarbij komt het niet uitsluitend op het eigen religieuze leven van den onderzoeker aan3 daarvan moeten wij ons blijkens het voorafgaande vrij en onafhankelijk maken4 ,naast het eigen beleven staat hier het hypothetische nabeleven0 van datgene1 wat anderen om ons heen beleefd hebben en waarin wij ons met behulp van phantasie en analogie zeer goed kunnen verplaatsen4 ,want het gaat hier om persoonlijke ervaring op den bodem van een godsdienst1 die ons historisch geheel bekend en psychologisch geheel kenbaar en doorzichtig is1 die niet primitief en oorspronkelijk en toch in ontstaan en wording te begrijpen is1 en die een hoogtepunt van ontwikkeling te zien geeft1 waarop zich de godsdienst naar alle mogelijke zijden ontvouwt en zijn leven ten toon spreidt4 ,men noemt dat wel het normbegrip0 van den godsdienst4 ,dat is mij te neo-kantiaansch en te theologisch1 is mij ook te zeer vooropgestelde theorie4#c ,niet om normaal of abnormaal1 om juist of onjuist gaat het hier2 maar wat wij op deze wijze zoeken en vinden1 dat is het karakteristiek religieuze in zijn voor ons meest verstaanbaren vorm4#d ,zoo vermijden wij twee uitersten4 ,eenerzijds het overbrengen van een zuiver natuurwetenschappelijke beschouwingswijze op een gebied van geesteswetenschappen3 daar geldt de inductieve methode om tot natuurwetten en algemeene begrippen te komen1 hier gaat het om analyse1 om psychologisch ontleden1 om het nasporen van geestelijke verschijnselen en processen van den wortel af1 om het inzicht hoe de mensch daartoe gekomen is en welken zin en beteekenis een dergelijk zielkundig gebeuren voor hem heeft4 ,en aan den anderen kant vermijden wij de theologische vor-onderstelling alsof in het ,christendom zonder meer reeds aanstonds1 vor alle onderzoek1 de norm en maatstaf gegeven waren1 waaraan alle andere godsdiensten moeten worden afgemeten om dan als valsch of minderwaardig te worden afgewezen4 ,dit zou wellicht het resultaat van onze onderzoekingen kunnen blijken te zijn1 hoewel ik niet geloof dat wij tot een dergelijke uitkomst zullen geraken2 maar hier mag het in geen geval reeds van te voren willekeurig worden aangenomen4#e ,tevens houden wij hiermede echter den geschiedkundigen weg voor ons open1 welks waarde wij niet willen ontkennen2 want de godsdienst is een historisch verschijnsel en slechts als zoodanig te verstaan4 ,wij zullen derhalve dan ook dezen weg niet versmaden1 zullen ons mede naar hun historischen ontwikkelingsgang een oordeel over de verschillende godsdiensten moeten vormen1 dus niet van meet af aan1 daar waar het de vraag geldt naar het wezen van allen godsdienst1 maar eerst waar het gaat om de verschillende vormen1 om de belichaming van godsdienst in geloofsvoorstellingen1 cultus en leven4 ,welnu dan--wat is godsdienst8 ,het woord religie kan het ons niet duidelijk maken2 want of wij het van religare afleiden en daaronder het gebonden en verplicht zijn verstaan1 of het van relegere in tegenstelling tot neglegere afleiden1 en opvatten als aandachtige zorg en eerbiedigen schroom1 etymologien kunnen ons nu eenmaal nimmer leeren wat voor ons een woord heden ten dage beteekent4 ,nu is gelukkig in de laatste jaren gebleken dat de resultaten der onderzoekingen aangaande het begrip godsdienst veel meer overeenstemmen dan men1 te oordeelen naar de zoo verschillend klinkende definities#f1 wel zou meenen4 ,dat religie iets specifiek menschelijks is1 daarover zijn wij het allen wel eens4#g ,wanneer echter de mensch alleen religie heeft en deze derhalve in den mensch zijn oorsprong en zetel vindt1 wanneer de religionsphilosophie in de eerste plaats religionspsychologie is1 dan moet ook de geestesfunctie zijn te vinden1 waardoor zij gedragen wordt4 ,en dat deze het gevoel is1 ook dat wordt tegenwoordig nauwelijks meer bestreden1 al mogen wij er dan wel terstond bijvoegen1 dat daarbij niet meer gedacht mag worden aan die verouderde indeeling van de menschelijke psyche in drie onderdeelen waarvan het gevoel er een is1 maar dat hier sprake is van die grondkracht onzer ziel1 die als uit de diepte omhoog streeft naar de oppervlakte en het gansche leven omvatten en beheerschen wil4#h ,in de praktijk wordt dat weliswaar nog niet zoo algemeen erkend4 ,de waarde die in zaken van godsdienst aan bepaalde formules en formuleeringen1 aan geloofsbelijdenissen en hun inhoud wordt toegekend1 doet ons duidelijk inzien1 dat het intellectualisme van vroeger tijd nog bij lange na niet is overwonnen en dat juist in 't christendom de orthodoxie01 de rechtgeloovigheid veelal nog als de kern van den godsdienst wordt aangezien1 waarbij dus alle nadruk valt op een theoretische overtuiging1 een voor waar houden4 ,nu zal wel de verhouding tusschen gelooven en weten eerst in het volgende hoofdstuk meer in het bijzonder besproken worden1 maar nu reeds kan het zijn nut hebben zich de dingen een weinig helder en klaar voor oogen te stellen om de onjuistheid van dit intellectualisme te doorzien4 ,immers als dat het bij 't rechte eind had1 dan zou de historicus die de zuiverste kennis van het religieuze verleden1 de philosoof die de klaarste gedachten over ,god en zijne verhouding tot de wereld1 de logische denker die het bestgeordende samenstel van godsdienstige voorstellingen en gedachten bezat en kende1 ook de meest religieuze en vrome mensch zijn4 ,men behoeft zich dat maar in te denken of het uit te spreken om de onjuistheid ervan in te zien4 ,en geen orthodox theoloog zal er dan ook ernstig aanspraak op willen maken1 om wegens zijn theologische geleerdheid of zijn inzicht in geloofszaken1 voor vroom te worden gehouden4 ,door onontwikkelden en armen1 door onwetende visschers is de christelijke godsdienst in de wereld gebracht1 door hen is hij het eerst aangenomen4 ,een godsdienst der armen van geest01 der onontwikkelden en ongeleerden is hij in 't begin geweest4 ,mocht het heden anders zijn gesteld1 dan zou dat een bewijs zijn dat hij zichzelf ontrouw is geworden4 ,aanbevelenswaardiger dan deze intellectualistische opvatting1 schijnt die andere te zijn1 die den godsdienst verlegt naar het gebied van den wil en derhalve naar dat van 's menschen handel en wandel4 ,de zuivere1 onbevlekte vroomheid voor ,god den ,vader is deze3 weduwen en weezen in hun verdrukking bezoeken1 zich zelven onbesmet bewaren van de wereld0--zoo wordt deze meening op heel eenvoudige wijze door den ,jacobusbrief 7#a7 vertolkt4 ,maar ook hier wederom is slechts weinig bezinning noodig om in te zien1 dat daarin toch de geheele godsdienst niet kan bestaan4#i ,ook de ongodsdienstige mensch kan dat volbrengen1 en de godsdienstige kan het nalaten4 ,goed doen is geen speciale vroomheidsuiting3 men kan1 gelijk wij nog nader zullen zien1 goed zijn zonder vroom te zijn en men kan ook in quististische vroomheidsstemming zijne handen in den schoot leggen en niets doen1 zooals de pilaarheiligen en kluizenaars in het ,christelijk of ,boeddhistisch monnikwezen ons toonen2 of men kan zelfs in religieus fanatisme1 dus uit louter vroomheid in allerlei opzicht kwaad en zonde bedrijven en goedkeuren4 ,en wat die goede werken betreft1 waar het op zou moeten aankomen1--uit welke gezindheid1 uit welke motieven ze ontstaan zijn1 dat alleen beslist1 zoowel over hun waarde voor den dader1 als ook daarover1 of het daden uit vroomheid of uit zedelijkheid of wel producten van menschelijke ijdelheid zijn4 ,of zijn er misschien naast die zedelijke nog specifiek religieuze uitingen en daden1 met name datgene wat wij onder cultus verstaan3 het kerkgaan1 het offeren1 het gebed1 het deelnemen aan de sacramenten en dergelijke8 ,maar wie zou niet weten dat dergelijke uiterlijke dingen en het deelnemen aan al deze uiterlijke kerkelijke handelingen1 niet het wezen van den godsdienst uitmaken4 ,men hoore slechts de oud-testamentische profeten1 hoe verachtelijk zij zich uitspreken over het offer en hun ,jahwe laten zeggen3 ,ik heb lust tot weldadigheid en niet tot offer1 en tot de kennis ,gods1 meer dan tot brandofferen40 7,hosea #f74 ,dat een onwaardig eten en drinken voorkomt bij het mysterie des avondmaals1 daarop wijst reeds de apostel ,paulus in zijn brief aan de ,korinthirs 7,kor4 #aa74 ,en dat er onder ons maar al te velen zijn die uit mode1 karakterlooze lafheid of berekening1 uit oogendienst of baatzucht elken ,zondag ter kerke gaan1 weten wij allen4 ,wij zouden velen ronduit dat diep verontwaardigde gij huichelaars0 kunnen toevoegen1 dat ,jezus den ,pharisaers en ,schriftgeleerden in het aangezicht slingerde 7,matthaeus #bc74 ,en het zou heden niet minder waar zijn van duizenden en nogmaals duizenden1 die ,heere1 ,heere zeggen en zich naar zijnen naam noemen4 ,derhalve het handelen alleen beslist niet1 op de motieven komt het aan1 en motieven zijn steeds gevoelens2 in het rijk der gevoelens of populair uitgedrukt1 in ons gemoedsleven hebben wij dus ook den zetel der religie te zoeken4#aj ,waarbij dan intusschen reeds hier niet1 en ook hier weder niet vergeten mag worden dat de godsdienst als religiositeit en vroomheid meer is dan zaak van den enkeling1 dat hij tegelijk ook een stuk geschiedenis1 een deel van het geschiedkundig leven is en zoo tegenover den enkelen mensch staat als objectieve macht1 zoodat dan een ieder weer zich tot zijn godsdienst als tot zulk een werkelijk bestaande levensmacht in een innerlijke betrekking heeft te stellen4 ,zien wij nu echter uit naar dat bepaalde gevoel1 dat wij bij den enkelen mensch als religieus aanduidden1 dan kan ik het heden nog niet anders of beter kenschetsen dan ,schleiermacher het gedaan heeft4 ,nadat het eerst scheen alsof hij1 uitgaande van een eigenaardige opvatting van het gevoel en de plaats die het inneemt in ons zieleleven1 alle gevoel als religieus zou moeten beschouwen1 omschrijft hij het later nauwkeuriger als slechthinniges ,abhngigkeitsgefhl04 ,volstrekt afhankelijkheidsgevoel1 gevoel van eindigheid en oneindigheid3 dat sluit niet1 gelijk ons langzamerhand zal blijken1 het gansche wezen der religie in1 maar het is het uitgangspunt1 het fundament van den godsdienst1 de meest oorspronkelijk religieuze gemoedsstemming en de grondstemming van den religieuzen mensch4#aa ,aan de wijze1 waarop dit gevoel ontstaat1 leeren wij het zuiverst zien1 waarin het bestaat4 ,want hiervan moeten wij ons natuurlijk bewust blijven1 dat het niet van 't begin af ten volle in den mensch aanwezig is en ook niet in allen even vroeg ontwaakt2 religieus opgevoede kinderen bidden reeds lang voordat bij hen van werkelijken godsdienst sprake is1 kennen veel eerder den zedelijken plicht der gehoorzaamheid dan het vrome bewustzijn hunner eindigheid en afhankelijkheid2 en dat is ook de reden waarom het bij vele menschen nooit geheel ontwaakt1 misschien juist daarom ook niet1 wijl men het van den aanvang af in een conventioneelen vorm kleedt en dan uit overschatting van dien vorm de zaak zelve verstikt en verdrukt4 ,bij alle normale menschen is de aanleg en het vermogen aanwezig om godsdienst bij zich te ontwikkelen1 maar niet allen bezitten werkelijken godsdienst1 evenmin als alle menschen den zin voor schoonheid en den drang naar waarheid kennen en weten in zich tot uiting en volle ontwikkeling laten komen4 ,maar juist omdat het zoo natuurlijk is1 dat zulke gevoelens ontwaken1 zulke stemmingen bij ons opkomen1 zijn zeker de meeste menschen tijdelijk1 nu en dan religieus en vroom gestemd1 dikwijls zonder dat zij zelve weten dat zij het zijn en hoezeer zij het zijn1 zonder dat zij zich bewust worden dat juist datgene wat zij nu gevoelen1 religieus en vroom is4 ,aan den anderen kant echter hoede men zich voor den overdreven eisch1 dat ieder moment in 's menschen leven vroom behoort te zijn en door godsdienst begeleid en gedragen moet worden4 ,dat dit iets onnatuurlijks is1 is aangetoond door den theoloog ,hase1 die tegenover het uitsluitend hunkeren naar de eeuwige dingen1 voor onzen tijd veeleer in de innige verbinding van den oud-,griekschen en den christelijken geest1 in het samengaan van zin voor de wereld1 die iets anders is dan wereldzin1 en zin voor het eeuwige en goddelijke1 gelijk de vroomheid die kweekt1 de voorwaarde zag voor levensschoonheid en levensharmonie4#ab ,hoe komt dan nu dat vrome gevoel tot ontwaken8 ,daarvoor zijn geen bepaalde en bijzondere oorzaken aan te wijzen4 ,het is veeleer een persoonlijke gemoedstoestand en levenservaring die het uitgangspunt worden kan en worden moet6 ,en toch heeft de volkswijsheid reeds lang de waarheid gezien1 d4 i4 het gewoonste en meest voorkomende geval1 het natuurlijke en noodzakelijke gebeuren begrepen1 als zij in het spreekwoord zegt3 nood leert bidden4 ,een groot verdriet1 wellicht de dood van een die ons lief was1 of misschien meer stoffelijke nood3 wanneer een landbouwer staat bij zijn door den hagel neergeslagen velden en al zijn arbeid vernietigd ziet1 of zelfs een veel kleinere teleurstelling1 een plan dat mislukte1 een verwachting die onvervuld bleef1 of bij gansche volkeren tijden van zware bezoeking1 een oorlog bijvoorbeeld1--daar overvalt het ons plotseling1 dat gevoel dat wij zwak en machteloos1 dat wij hulpeloos1 eindig en afhankelijk zijn1 dat wij eenzaam en alleen staan midden in die groote wijde wereld1 en dat de loop van die wereld en de loop der natuur en het rad van het noodlot zonder mededoogen of erbarmen over ons heen gaan4 ,mit unserer ,macht ist nichts gethan1 wir sind gar bald verloren10 zong ,luther en dat is ook onze stemming1 als ons het noodlot voert tot de grenzen van ons kunnen en onze macht1 en met harde slagen ons die grenzen tot bewustzijn doet komen4 ,en zooals het gaat met onze macht1 zoo voelen wij ook de beperktheid van al onze geestelijke vermogens1 de zwakheid onzer zedelijke kracht en van ons verstand3 ook daar stooten wij maar al te vaak op de beperktheid1 de enge grenzen van ons kunnen en kennen1 ons weten1 ons begrip1 ook daar komen wij maar al te vaak tot het besef van onze eindigheid en ons onvermogen4 ,en wanneer de mensch staat hoog op de bergen1 in het gebied van de eeuwige sneeuw1 hij alleen te midden der geweldige1 om menschen en menschelijk doen zich niet bekommerende natuur1 of wanneer hij opziet naar dien oneindigen sterrenhemel1 die zich over hem welft en weet dat de aarde die hem draagt slechts een nietig deel is van een dier ontelbare wereldsystemen daar boven en het armzalige menschenkind slechts een atoom daarvan is1 atoom van een atoom1 dan komt het over hem1 dat gevoel van verlatenheid en eenzaamheid1 de angst en vrees1 de kleinheid en nietigheid1 de oneindige eindigheid van zijn bestaan en zijn wezen4 ,en dat zou dan godsdienst zijn8 ,natuurlijk niet--nog niet1 en toch ja6 ,dit moet aanwezig zijn1 hoe dan ook1 maar het moet niet het eenige zijn4 ,dat gevoel van eindigheid en afhankelijkheid zou ons terneerdrukken en verstikken1 als het ons ook niet tevens boven zich zelf ophief1 ons van het eindige losmaakte en zich verbreedde tot het verlangend en verlossend gevoel van het oneindige4 ,uit de engte naar buiten in de ruimte1 over het kleine heen tot het groote1 opwaarts van het eindige tot het oneindige1 van zwakheid tot sterkte en kracht1--dat is het verlangen1 dat ons in zulke uren van nietigheid en eindigheid doortrilt4 ,in deze tweeheid1 in dezen overgang van het gevoel van beklemming tot dat van verheffing1 van gedruktheid tot vrijheid en opbruisende kracht1 van zwakheid tot sterk en moedig zijn1 ligt de betrekking van het religieuze tot het aesthetische gevoel van het verhevene3 onlust en lust in beiden4 ,vandaar ook in den godsdienst steeds weer de wisseling van zondebesef en genade1 van hemel en hel1 van jubelen en klagen4 ,zij behooren als pool en tegenpool bijeen1 al overweegt bij de verschillende menschen1 en bij denzelfden mensch in verschillende tijden en stemmingen nu het eene1 dan het andere4 ,terwijl zoo het hart1 daareven nog zoo angstig en klein1 zoo moedeloos en neerslachtig1 verlangend zich verheft en zoekt naar ruimte en vrijheid1 is nu naast het gevoel van eindigheid en afhankelijkheid ook dat der oneindigheid ontwaakt4 ,ook dit vertoont zich niet in een enkele1 maar in duizend vormen1 voor alles1 zooals ons ,feuerbach#ac heeft getoond1 als wensch1 vaak als recht egostische wensch2 en daarin ligt tevens het uitgangspunt voor alle pathologische en bijgeloovige vormen van religie2 daarin echter ook het recht tot bevrediging der gemoedsbehoeften4 ,o1 dat er toch een oneindige macht was tegenover uwe zwakheid en onmacht6 roept de hulpelooze mensch vol zielsverlangen uit2 dat zij een wonder verrichtte ten uwen behoeve2 dat de dooden weer levend werden2 hadt gij toch vleugels--lichamelijke1 die u droegen naar de wijde verten en u toonden de gansche wereld1--geestelijke vleugels die u voerden over de afgronden van het noodlot en u verlossing brachten en redding in alle nooden des levens1 uw eigen zonde en alle gevaren die u omringen6 ,of1 als er dan toch maar een hart was dat met u meevoelde1 dat in 't over u komende leed zich uwer erbarmde2 een rechtvaardig rechter tegenover de onrechtvaardigheid der menschen2 een helper en verlosser1 een ,algoede en ,almachtige6 ,doch 't moge dan in zulke bewuste wenschen worden belichaamd of niet1 al of niet worden uitgesproken1 het verlangen is er1 een bovenaardsch1 een oneindig zielsverlangen1 dat geheel van zelf wordt tot een verlangen naar het oneindige1 en toch ontwaakt te midden van het eindige en in 't gevoel van eigen eindigheid1 en er daarom ook volledig mede samensmelt1 het opheft ver boven het aardsche en alledaagsche uit en bezielt met een te voren ongekende sterkte en kracht4#ad ,en dat is dan godsdienst8 dat moet de godsdienst zijn in zijn kern en wezen8 ,ja2 maar het is nog steeds niet alles1 niet de geheele godsdienst4 ,want zoo het gevoel in het menschelijk zieleleven het diepste en oorspronkelijke is1 waaruit al het andere zich ontwikkelt en opgroeit1 moet ook dit religieuze gevoel een rijk leven van voorstellingen van allerlei aard scheppen en zijn leven uiten in alle daaruit voortgekomen en daardoor beheerschte handelingen1 waarin het zich omzet en tot uiting komt4 ,die stemming van afhankelijkheid en zielsverlangen voert daarom noodwendig tot een geloof en tot een eeredienst4 ,daarin vindt het alles waarop het zich richt en wat het wil bezitten1 zijn steun en houvast1 zijne bescherming1 zijn toetssteen en waarborg4 ,zoo ontstaan religieuze voorstellingen en geloofsovertuigingen die van deze machtige grondstemming der ziel uit het geheele wilsleven richten en verheffen en den mensch doen leven en handelen uit de kracht van dat geloof4 ,daarover1 over het rijke1 naar buiten zich uitende leven der religie zullen wij spreken in de beide volgende hoofdstukken4 ,,tweede ,,hoofdstuk ,religieuze voorstellingen en denkbeelden4 ,gelooven en ,weten4 ,gelooven en weten1 daarbij zullen wij 't eerst onze aandacht hebben te bepalen4 ,men zou er wellicht over kunnen twisten1 of niet een behandeling van den cultus aan die van het geloof vooraf behoorde te gaan4 ,nog niet lang geleden n4l4 is men bij religionsphilosophische onderzoekingen juist met den cultus als het oorspronkelijke en eerste in den godsdienst begonnen4#ae ,ik ben echter van oordeel1 dat deze wijze van behandeling niet is door te voeren3 voor men tot een ,god kan bidden of hem een offer kan brengen1 moet men toch eerst een ,god bezitten en van hem weten1 en daarom blijft toch altijd de eerste vraag3 hoe ontstaat de ,godsvoorstelling1 of in 't algemeen het godsdienstig geloof8 ,nu schijnt het alsof wij in weinige stappen daartoe kunnen komen3 afhankelijkheidsgevoel--afhankelijk van wat en van wien8 van ,god2 zielsverlangen naar het oneindige--en dit oneindige8 natuurlijk ,god4 ,maar ik vrees dat wij daarmede slechts een naam hebben gewonnen1 niets meer1 en het is ons niet om een naam--een naam is niets dan klank en rook10--maar om de zaak te doen4 ,de vraag3 vanwaar eigenlijk dat gevoel van afhankelijkheid8 wien of wat hebben wij onder dat oneindige te verstaan8 komt mij voor veel te theoretisch en te verstandelijk te zijn4#af ,zoo vraagt en overlegt de vrome mensch niet4 ,op den causaliteitsdrang laat zich het godsdienstig geloof niet grondvesten4 ,andere krachten dan die van het bespiegelend denken zijn daarin werkzaam3 gevoel is alles1 daarmede is het begonnen1 en zoo brengt nu ook het gevoel het denken in beweging en blijft daarin leven en werken4 ,dit gevoelmatige denken noemen wij fantasie4 ,dat er fantasie bij in het spel is1 ligt reeds in onze afleiding van 't religieuze gevoel zelf besloten4 ,met ons weten is het hier uit1 hebben wij gezegd1 wij staan aan de grenzen van ons kennen en begrijpen4 ,een zielsverlangen voert ons verder1 en de vleugels die wij noodig hebben om verder te komen1 schept de fantasie en draagt ons daarmede boven den afgrond uit naar de hoogten1 ver weg over alle grenzen en beperking4#ag ,zij lost 's levens raadsels op1 leert ons wereld en leven verstaan1 toont ons het oneindige in een beeld1 en plant haar banier op alle hoogten en in alle diepten der wereld en des levens4 ,maar nu dringt zich daartegenover als met ongeduld de vraag naar voren3 ,zoo is u dan godsdienst en godsdienstige voorstelling slechts verdichting2 want alle werk der fantasie is pozie2 maar hoe staat het dan met de waarheid van ons geloof8 ,wordt zoo niet alles illusie en zelfbedrog80 ,al komt die vraag eigenlijk nog te vroeg1 wij kunnen ons toch reeds voorloopig door twee tegenvragen eenigermate geruststellen4 ,dat de religieuze voorstellingen der ,grieken verdichting zijn1 daaraan twijfelt wel niemand1 evenmin aan het dichterlijk karakter der ,indische mythologie1 zooals wij die kennen uit de heilige hymnen aan ,indra en ,varuna1 aan ,soma en ,agni2 sinds ,herder ook wel nauwelijks nog n ontwikkelde aan den geest der ,hebreeuwsche pozie in het oude ,testament1 in 't bijzonder aan het dichterlijk karakter van het diepzinnige ,paradijsverhaal4 ,maar waarom zou dan alleen aan nze religieuze voorstellingen de fantasie geen deel mogen hebben8 ,wij vieren toch allen ,kerstmis3 wie zou nu aan de pozie van het ,kerstfeest aanstoot nemen1 omdat ook hier vrome verdichting en sage het heilige tafereel hebben geteekend8 ,maar dan in de tweede plaats1 is verdichting dan zooveel als onwaarheid en leugen8 ,men behoeft heusch niet eerst aan het moderne realisme te herinneren1 dat de waarheid tot een wet der pozie wil maken1 om in te zien dat juist de hoogste en laatste waarheden ons niet door de natuurwetenschappen of de geschiedenis1 maar integendeel door de groote dichters geopenbaard worden3 zij zijn de groote zieners der menschheid en verklaren haar den zin van haar bestaan4 ,is dan de schildering die ,schiller in ,wallenstein geeft van menschelijke vrijheid en van de macht van het noodlot1 of ,goethe in den ,faust van den goeden mensch1 die zich in zijn duisteren levensdrang toch van den rechten weg bewust blijft1 om van ,lessings juist hier zoo treffenden ,nathan niet te spreken1--zijn dergelijke schilderingen nu onwaar1 omdat zij in schoonen vorm zijn gekleed en in dichterlijke beelden hunne gedachten over den mensch en het leven tot onze ziel brengen8 ,daar wordt ons echter een uitweg gewezen die langen tijd in de theologie als het ei van ,columbus werd beschouwd3 voor den godsdienst1 zoo zegt men1 zijn denken en voorstellen slechts secundair2 de godsdienst kent slechts gevoelsoordeelen1 die door het gevoel worden te voorschijn geroepen en aan gemoedsbehoeften beantwoorden1 en alleen op het gemoed opbouwend en stemmend werken3 het zijn waardeeringsoordeelen4#ah ,maar daarmede wordt de eigenlijke hoofdvraag voorbijgezien1 de vraag waarop het godsdienstig geloof allen nadruk legt en leggen moet3 of aan die beelden en symbolen1 die gevoels- en waardeeringsoordeelen ook waarheid toekomt1 of de werkelijkheid er aan beantwoordt1 of zij derhalve ook zijnsoordeelen0 mogen heeten4 ,natuurlijk beaamt het geloof dit3 niet dat zij waarde hebben1 maar dat zij waar zijn1 dat is de hoofdzaak4 ,maar heeft het daartoe recht8 ,zijn zij werkelijk waar8 ,dat moet dan de philosophie bewijzen4 ,maar kan zij dat8 ,en bovendien1 komt zij dan daarmede niet toch weer boven het geloof te staan1 en wordt dit daardoor niet eenigermate onder haar voogdij en contrle gesteld8 ,in deze lastige situatie treedt nu de religions-philosophische opvatting van 't geloof naar voren en toont ons den eenig mogelijken uitweg uit het labyrinth der hier zich kruisende en slingerende paden4 ,daarbij kan zij uitgaan van de bekende definitie uit den ,hebrerbrief3 ,het geloof is een vast vertrouwen op dat wat men hoopt1 en niet twijfelen aan dat wat men niet ziet40 7,hebr4 #aa7 ,de voorwerpen des geloofs zijn onzienlijk1 dat is dus tevens onkenbaar en onbewijsbaar4 ,dat is in de wijsbegeerte door niemand scherper gezien en uitdrukkelijk aangetoond dan door ,kant1 toen hij aanwees dat zelfs de drie grondideen der ,aufklrung#ai3 ,god1 vrijheid en onsterfelijkheid nimmer als kennis der werkelijkheid zijn te beschouwen en hun bestaan zich ook voor het denken nooit afdoende en zonder innerlijke tegenspraak laat bewijzen4 ,maar wanneer dan nu de wijsbegeerte er van moet afzien1 als waar te bewijzen wat het geloof gelooft1 wil dat dan zeggen dat het geloof minderwaardig en zijne oordeelen geen zijnsoordeelen zijn8 ,kant zelf was zoo ver van deze meening verwijderd1 dat hij veeleer de overtuiging koesterde dat hij met de vernietiging der oude metaphysica en hare schijnbewijzen eerst voorgoed het geloof plaats verschaft en grond onder de voeten gegeven had4 ,en inderdaad1 een slecht bewijs doet altijd afbreuk aan de zaak zelf4 ,men houdt haar zelve voor weerlegd1 ook wanneer slechts de betrekkelijk toevallige manier waarop men haar bewijzen wilde1 onhoudbaar is gebleken4 ,juist wanneer1 n omdat het geloof in de onzienlijke dingen nooit in een weten kan worden omgezet1 juist dan en ook alleen dan en daarom blijft het in alle eeuwigheid wat het is3--,geloof4 ,nu kan weliswaar ook de wetenschap van den bodem van haar kennis uit1 komen tot de aanvaarding van iets onzienlijks1 ook door haar is1 in de philosophie1 de stap van wereldverklaring tot wereldbegrip steeds op nieuw gedaan4 ,maar hier spreekt men dan ook in tegenstelling tot weten0 van enkel gelooven04 ,omdat het zich niet laat bewijzen1 blijft het voor het weten slechts hypothese1 en als hypothese draagt het de onzekerheid1 de mogelijkheid dat het ook wel niet zoo1 dat het ook anders zou kunnen zijn1 draagt het in een woord den twijfel in zich4 ,maar heeft dat dan ook maar een spoor van gelijkenis met datgene1 wat de godsdienstige mensch zijn geloof noemt en in zijn geloof bezit8 ,wordt hier niet juist datgene ingesloten en verondersteld1 wat ginds uitgesloten is8 ,het wetenschappelijk geloof is onlosmakelijk verbonden met den twijfel aan zich zelf en aan de juistheid van wat het hypothetisch heeft aangenomen2 twijfelen en zoeken op gevaar van dwaling af is zijn recht en zijn plicht1 zijn noodzakelijke levensvoorwaarde3 dubito ergo sum01 twijfel bewijst het bestaan der wetenschap4 ,het godsdienstig geloof daarentegen is boven allen twijfel verheven2 voor het geloof wordt twijfel tot zonde1 dwaling tot schuld1 het is in waarheid een vast en onwrikbaar vertrouwen1 dat niet twijfelt aan wat geen menschelijk oog ooit gezien1 geen menschelijk oor ooit vernomen heeft4 ,de wetenschap schrijdt rusteloos voort1 voor haar geldt geen stilstand en geen einde1 voor haar onderzoek toom noch teugel2 het geloof daarentegen rust in zijn klaar en zeker bezit1 is conservatief1 houdt wat het heeft en vindt daarin zijn taak en zijn doel4 ,bedenken wij dan nog1 dat het onzichtbare als voorwerp van wetenschap iets gansch onbepaalds1 iets duisters en problematieks1 voor den godsdienst echter vol leven1 aanschouwelijk vast en klaar1 als ziende der ,onzienlijke0 en tegelijk iets gansch persoonlijks is1 waarbij de geloovige vertrouwt dat het zijn zielsverlangen naar 't oneindige zal stillen4 ,dar denken en zucht om te begrijpen1 hier hart en gevoel2 dar metaphysiek1 hier mystiek2 en derhalve dar het denken van een enkeling of een kleine school1 hier de gemeenschappelijke overtuiging eener groote gemeente en van alle geloovigen3 wij gelooven allen aan nen ,god04 ,maar daarmede komen wij dan toch weer tot de aantrekkelijkste taak der ,religionsphilosophie1 het zoeken van een antwoord op de vraag naar het psychologisch ontstaan van alle geloof en de daarmee verbonden kracht des vertrouwens4 ,de wereld is mijne voorstelling1 alles is slechts als inhoud van mijn bewustzijn mij gegeven2 maar uit gewaarwordingen en voorstellingen schept zich de menschelijke geest een buitenwereld1 wijl hij wat in hem is naar buiten verlegt1 zijne bewustzijnservaringen projecteert op dingen buiten zich4 ,zoo ontstaat het geloof aan een buitenwereld1 dat ons aller deel is en dat toch slechts een geloof is4 ,op dit proces van objectiveeren en projecteeren maakt natuurlijk het religieuze afhankelijkheidsgevoel1 het vrome verlangen naar het oneindige geen uitzondering2 ook het oneindige wordt geprojecteerd en buiten het ik verlegd3 zoo ontstaat het geloof aan een oneindige macht buiten en boven mij1 aan een ,god1 aan mjn ,god4 ,ik leg den nadruk op dit aan mjn ,god01 want dat is juist het onderscheid tusschen thestische philosophie en godsdienst4 ,de eerste zegt3 er is een ,god1 en is daarmede niet religieus2 de laatste zegt3 gij zijt mjn ,god1 en is daarbij niet wijsgeerig4#bj ,dat oneindige waarnaar de vrome verlangt1 is zijn ,god2 hij staat met ,hem in onmiddellijke persoonlijke betrekking1 verwacht van ,hem bevrediging voor zich en--daarin heeft ons ,feuerbach den weg gewezen--voor zijne wenschen1 hij verwacht van den ,oneindige oneindige bevrediging en eeuwige zaligheid2 daarom ook behooren ,godsgeloof en onsterfelijkheidsgeloof in zoo vele godsdiensten bijeen4 ,zullen wij echter in een persoonlijke verhouding tot ,god kunnen komen1 dan moet ,hij ook dienovereenkomstig gedacht en voorgesteld1 ,hij moet persoonlijk opgevat worden4 ,ook dat is niet speciaal den godsdienst eigen2 ons gansche denken is anthropomorphistisch4 ,het kind dat de tafel slaat waaraan het zich gestooten heeft1 en zijn pop behandelt alsof het zijn gelijke was1 denkend en voelend als hij zelf1 volgt geheel en onbevangen deze zucht tot personificeeren en anthropomorphiseeren4 ,weliswaar wordt langzamerhand het menschelijke en al te menschelijke meer en meer afgestooten1 maar wij houden toch niet op het doode en levenlooze te bezielen en te vervormen naar analogie met onze menschelijke persoonlijkheid2 ja zelfs in ons streng wetenschappelijk denken sluipen nog zulke anthropomorphe voorstellingen binnen als die van kracht en wet1 die beiden van den mensch op de natuur en de stof zijn overgedragen4 ,en zoo wordt dan ook het oneindige gepersonificeerd en menschelijk gedacht1 zoo schept zich de mensch de goden1 de godheid naar zijn beeld4 ,het duidelijkste zien wij dat in de ,grieksche mythologie1 waar pozie en beeldende kunst hebben samengewerkt om die goddelijke menschheidsidealen vorm te geven en dan steeds heerlijker1 steeds schooner en hooger vormen te scheppen4 ,dat het echter een algemeen menschelijke trek is1 dat toont ons ook de taal1 die overvloeit van personificaties en dus van den aanvang af een mythologischen trek1 iets als een natuurlijke neiging vertoont tot het vormen van mythen4 ,waar echter de mythologie en de mythenscheppende phantasie het oneindige op deze wijze vermenschelijkt1 kan zij het gevaar niet ontgaan1 het te trekken in de sfeer van het eindige4 ,dat beantwoordt dan ook geheel aan het godsdienstig gevoel1 dat1 gelijk wij zagen1 eindig en oneindig tevens is1 omdat het zoowel het eindige als het oneindige tot inhoud heeft4 ,maar daarin ligt ook het tegenstrijdige dat alle mythologie eigen is3 een eindig gedacht oneindige6 ,en aan die tegenstrijdigheid knoopt zich dan ook vast het eerste conflict tusschen gelooven en weten4 ,zooals bekend is1 waren het in ,griekenland moreele bedenkingen die den eersten stoot gaven4 ,de dichters verhaalden van de goden dingen1 die hun zedelijke reinheid en hoogheid in twijfel brachten3 de goden liegen en bedriegen1 plegen echtbreuk en zijn naijverig en afgunstig4 ,het is merkwaardig dat het volk--en niet alleen het ,grieksche volk6--over het algemeen aan dergelijke dingen geen aanstoot heeft genomen en neemt2 een feit dat alleen te verklaren is eenerzijds uit een zekere zedelijke afstomping en gebrek aan ontwikkeling1 anderszijds uit een begrijpelijke afwezigheid van alle kritiek tegenover het religieuze en goddelijke1 die1 door het overnemen der overlevering1 uit gewoonte en piteit nog versterkt wordt4 ,en daarom begint ook dit conflict nooit als een algemeen verzet1 gedragen door het bewustzijn van een heel volk1 maar steeds eerst bij den enkeling1 die daardoor komt te staan tegenover zijn volksgenooten en het algemeen geloof of de religieuze voorstellingen van zijn volk4 ,maar daarover later meer4 ,de religieuze voorstellingen staan aanvankelijk niet gesoleerd naast andere1 maar omvatten oorspronkelijk het geheel van onze denk-wereld1 zijn den mensch alles4 ,historisch is dat buiten kijf3 in de ,mythologie der ,grieken lag opgesloten wat zij van de wereld en speciaal van de natuur wisten en dachten1 mythologie was tevens hun wetenschap en hun philosophie4 ,en dat is ook volkomen begrijpelijk3 hoe vreemder de mensch nog staat tegenover de hem omringende natuur1 hoe minder hij haar kent en in staat is te beheerschen1 des te afhankelijker is hij in werkelijkheid van dit hem onbekende1 en hoe afhankelijker en eindiger1 des te hulpeloozer en machteloozer gevoelt hij zich daar tegenover4 ,de natuur zelf is voor hem het oneindige1 en wat hij over haar peinst en denkt1 dat wordt ook deel van zijne voorstelling van 't ,oneindige4 ,en omgekeerd dienen hem de door zijne phantasie gewekte beelden van 't ,oneindige1 om den zin en de beteekenis van de natuur in al hare verschijnselen te leeren verstaan4 ,zoo is het dan het goddelijke in de natuur zelf1 dat hem moeiten en belemmeringen van allerlei aard bereidt1 en daarom kan hij ook slechts van dat goddelijke dat zich in haar uit1 hulp1 redding en bescherming hopen en deelachtig worden4 ,en gelijk zich aldus achter al het natuurlijke een goddelijke macht verbergt1 zoo gaan ook wereldopvatting en mythologie1 natuurkennis en ,godsvoorstelling voor den mensch op dezen trap van ontwikkeling naast elkander hand in hand4 ,zoo verbinden zich steeds meer ook naar hun inhoud1 gelooven en weten tot een samenhangende religieuze wereldbeschouwing1 waarin ook brokstukken kennis aangaande de wereld godsdienstig gekleurd en in dienst van religieuze phantasievoorstellingen en gemoedsbehoeften gesteld worden4 ,zoo beheerscht de godsdienst in den aanvang de wetenschap en neemt haar in zich op4 ,maar terwijl hij op deze wijze zelf een religieus weten wordt1 komt hij toch ook weder te staan onder de wetten en voorwaarden der wetenschap1 en dat leidt tot eigenaardige moeilijkheden en verwikkelingen4 ,in het ,christendom zien wij duidelijk hoe zich dat ontwikkeld en verwikkeld1 welken loop het genomen heeft4 ,gedwongen om de aanvallen der heidenen1 en daaronder scherpzinnige heidenen als ,celsus1 met geestelijke wapens af te weren1 werd het ,christendom tot apologetiek en kon als zoodanig niet vermijden tegenover de ,grieksche philosophie post te vatten1#ba en daarbij ging het zooals het steeds pleegt te gaan3 meer dan en brokstuk van deze ,grieksche philosophie1 een groot deel der ,grieksche wereldbeschouwing werd in het ,christendom opgenomen2 nog geheel afgezien van den invloed van dat eigenaardige hellenistische synkretisme1 dat door zijn taal reeds de ,n4,t4-ische litteratuur hellenistisch heeft gekleurd4 ,daar kwam nog bij de noodzakelijkheid van godsdienstig onderricht3 de religieuze voorstellingen werden een godsdienstleer1 en in een stad van zoo hooge geestelijke ontwikkeling als ,alexandri werd de katechetenschool van zelf een philosophische school3 het ,christendom werd een philosophie4 ,in de middeleeuwen1 toen de dogmen voorgoed waren vastgesteld1 zocht men ze tot een systeem te vereenigen en dit naar alle zijden te ontvouwen2 zoo ontstonden de groote scholastische stelsels van een ,albertus ,magnus en ,thomas van ,aquino4 ,de geloofsinhoud stond voor deze scholastische theologen onomstootelijk vast1 de andere wetenschappen waren de dienaressen1 bepaaldelijk de philosophie was de dienstmaagd dezer koningin4 ,de ,theologie was alles4 ,maar reeds tegen 't einde der ,middeleeuwen begon de ,scholastiek zelf1 als een tweede ,penelope1 het kleed weer uiteen te halen1 waaraan zij zoolang geweven had4 ,in het zoogenaamde ,nominalisme kwam de tweestrijd tusschen den geloofsinhoud en het denken tot uiting1 de onbewijsbaarheid des geloofs werd ingezien1 en zoo kwam men tot die eigenaardige leer van de dubbele waarheid1 een soort dubbel boekhouden1 waarbij in de theologie waar kan zijn1 wat voor de philosophie onwaar is1 en omgekeerd4 ,men heeft daarin vaak een oneerlijk spel willen zien1 alsof het den ,nominalisten met dezen uitweg geen ernst was en zij daarmede slechts den schijn van ketterij en ongeloof wilden vermijden4 ,ik meen dat men hen daarmede1 althans in 't begin1 onrecht doet2 die leer van de dubbele waarheid was veeleer een teeken des tijds1 was slechts de eerste onbeholpen en onzuivere uitdrukking voor het nu langzamerhand tot bewustzijn komend conflict tusschen gelooven en weten1 dat ons van dezen tijd af niet meer met rust laat4 ,een ander redmiddel1 reeds in de middeleeuwen aangewend maar eerst in de ,protestantsche theologie tot volle ontwikkeling gekomen1 was het supranaturalisme met zijn leer1 dat er in den godsdienst en het godsdienstig geloof dingen zijn die1 gelijk boven de natuur--vandaar de naam--1 ook boven het verstand verheven zijn1 dingen die niet tegen de rede in-1 maar boven de rede uit gaan4 ,dat was hier de oplossing4 ,het geheimzinnige en onbegrijpelijke wordt nu tot een toevluchtsoord voor den godsdienst2 hier heeft hij recht van spreken1 voor 't overige echter beslist het verstand4 ,maar zoo eenvoudig als zij er uitzien1 zijn dergelijke grensbepalingen op den duur toch onhoudbaar3 wie zal beslissen waar het gebied des verstands eindigt en het rijk van het bovenredelijke aanvangt8 ,wie kan1 wie zal het zoekend en vorschend verstand paal en perk stellen8 ,zoo zag zich dan ook inderdaad het supranaturalisme gedwongen van zijn gereserveerd gebied het eene stuk na het andere aan het verstand over te leveren en aan zijn rechtspraak te onderwerpen4 ,de rede kan zich de aanmatiging van zulke bovenredelijke waarheid niet laten welgevallen2 alles moet haar zijn rechten kunnen bewijzen om als redelijk te worden erkend1--dat is de eisch van het ,rationalisme1 en zijn doel en ideaal is dan ook een redelijke godsdienst4 ,zoolang dit rationalisme op den voorstellingsinhoud van den godsdienst kritiek oefent1 zijne historische bestanddeelen onderzoekt op hun geschiedkundige juistheid en geloofwaardigheid1 de houdbaarheid toetst van de wijsgeerige onderstellingen der geloofsleer1 is het in zijn recht4 ,maar het begaat onrecht en tast mis wanneer het de beteekenis van dit geloof voor het religieuze gevoel miskent en vergeet1 en een godsdienst zoekt te construeeren1 die uitsluitend het denken moet bevredigen1 en van het recht of het aandeel der fantasie daarin niets wil weten4 ,want daarmee plaatst het zich op een intellectualistisch standpunt1 dat wij in het vorige hoofdstuk reeds als dat der rechtgeloovigheid hebben leeren kennen en verworpen hebben4 ,wanneer dan zoo alle pogingen tot verzoening blijken schipbreuk te lijden1 is dat dan niet een bewijs voor de juistheid van het woord van ,strausz3 laat dan de geloovige den denker maar rustig zijn gang laten gaan1 en evenzoo omgekeerd2 wij gunnen hun gaarne hun geloof1 en zij moeten het ons maar onze philosophie doen08#bb ,als dat nu ook maar mogelijk was6 ,evenwel wanneer wij er over nadenken warom dat onmogelijk is1 juist dan kunnen wij misschien verder komen4 ,de geloovige0--dat wijst reeds op en van de redenen4 ,de godsdienst voert met noodwendigheid tot religieuze voorstellingen1 en aan deze wordt--geloofd4 ,de dichter weet dat de beelden zijner fantasie vrij gevonden zijn1 wijl hij zelf ze gevormd en in 't leven geroepen heeft4 ,de scheppingen der religieuze fantasie echter zijn veelmeer onbewust1 mythen worden niet gemaakt maar ontstaan zooals de taal en voor een deel met de taal4 ,en omdat zij over 't heilige handelen1 worden ze al spoedig zelve voor heilig gehouden1 wordt hun een heilige oorsprong toegekend4 ,bovendien1 zij zijn de uitdrukking van een oneindig zielsverlangen1 dat zij nu in den vorm van een voorstelling1 een beeld willen weergeven2 daarom wordt dat verlangen er ook door bevredigd en vindt er zijn doel in1 lossen daarin en daardoor alle ellende van het bestaan1 alle raadselen van leven en wereld zich op4 ,daarom blijft het hart er aan gehecht1 klinkt er de volle toon van het gevoel in1 en hebben zij een geheel eenige gemoedswaarde4 ,maar het hart is conservatief1 veel conservatiever dan het critische verstand3 wat het eenmaal heeft gegrepen dat houdt het vast en laat het niet meer los4 ,en dan komt daar nog bij de macht der traditie1 een nu bijna tweeduizendjarige traditie van de kerk met hare heilige overlevering en de bij ieder afzonderlijk weder nieuwe1 bezielende macht der indrukken van jeugd en kindsheid4 ,wat wij van onze jeugd af als het beste en schoonste1 als het hoogste en heiligste hebben leeren kennen1 en wat ons de liefste en beste menschen1 onze ouders1 onze moeder hebben ingeprent1 dat blijft en houdt ons vast1 zelfs tegen onzen wil1 zelfs als wij het niet vasthouden willen4 ,zoo kunnen wij begrijpen hoe het religieuze geloof met het innigste van ons wezen1 met ons diepste zielsverlangen en ons karakter samenhangt1 hoe het vaste overtuiging is en onwrikbaar vertrouwen1 dat niet twijfelt1 maar verzekerd is van zijn volstrekte waarheid4 ,in deze zelfverzekerdheid van het godsdienstig geloof ligt echter ook zijn tot op zekere hoogte noodzakelijke onverdraagzaamheid besloten4 ,als het waar en absoluut waar is1 wat de vrome gelooft1 dan is al het andere onwaar en alleen onwaar1 en ieder die anders gelooft dan hij is hem een ongeloovige4 ,als mijn geloof mijn hartsverlangen stilt1 mij volkomen bevredigt en rustig stemt1 mij gelukkig en zalig maakt1 dan is onzalig en van alle zaligheid verstoken1 al wie niet gelooft gelijk ik4 ,en als dit mijn geloof mij heilig en vol heilige verzekerdheid is1 dan is ieder die daaraan twijfelt en tornt1 onheilig1 oneerbiedig1 zondig4 ,dat uit zich dan al spoedig in gedachten over den waren ,god tegenover de valsche goden van anderen1 in de leer van de eeuwige verdoemenis der heidenen en in het exclusieve3 extra ecclesiam nulla salus0 7buiten de kerk geen heil7 of in de verschrikkingen der godsdienstoorlogen en de gruwelen der kettervervolgingen4 ,zoo laat in de werkelijkheid de eene geloovige den anders-geloovige en in deze dingen andersdenkende1 de geloovige den ongeloovige niet met rust1 niet vreedzaam zijns weegs gaan4 ,maar nog om een gansch andere1 meer innerlijke en zakelijke reden moet het geloof wel met het weten en de wetenschap in botsing komen4 ,de religieuze voorstellingen worden door de fantasie gewekt2 maar ook deze mythenvormende fantasie en de bij haar zich aansluitende vorming van dogmata is een kind van haar tijd en staat onder den invloed en de inwerking der haar omringende wereldbeschouwing4 ,hoe leerstelliger die godsdienstige voorstellingen zijn en worden1 des te meer nemen zij van de denkbeelden des tijds in zich op4 ,zoo is de ,christelijke dogmatiek1 gelijk reeds gezegd is1 slechts te verstaan en te verklaren zoo wij haar zien als gegroeid op den bodem der ,grieksch-,hellenistische ,philosophie3 een fantasievolle wereldbeschouwing1 beantwoordend aan de behoeften van een hooggespannen godsdienstig gevoel1 opgetrokken uit bouwsteenen der toenmalige wetenschap en philosophie1 zoo staat zij voor ons in haar heilige oorkonden1 in haar eerste belijdenisgeschriften en hare vroegste formuleeringen1 in haar oudste aan apologie of onderricht gewijde litteratuur4 ,nu weten wij wel1 de behoeften van hart en gemoed blijven in hun wezen voor alle tijden dezelfde2 maar de bouwsteenen1 waarmede de religieuze fantasie werkt en schept1 zij gelden slechts tijdelijk en hebben geen eeuwige waarde1 zij verouderen en verliezen allengs hun aanspraak op waarheid1 juistheid en algemeengeldigheid1 verliezen langzamerhand hun waarde4 ,en dan in de tweede plaats3 bij die godsdiensten die in 't verleden wortelen1 historische personen tot stichters en dragers1 historische feiten tot uitgangspunt en grondslag hebben1 heeft ook in de opvatting der gebeurtenissen de fantasie een groote rol gespeeld4 ,die gebeurtenissen en hunne overlevering1 zij zijn naar de behoeften des harten veranderd en verdicht1 en bovenal het beeld van den stichter zelf heeft zich in het liefhebbend hart en niet in het critisch verstand1 door geloof en niet door weten gevormd4 ,welnu1 deze in het geheel van de godsdienstige voorstellingen mede opgenomen historische gegevens zijn wetenschappelijk te onderzoeken en moeten geverifierd worden4 ,zoo komt de wetenschap van twee kanten1 ongezocht en niet gewild en zonder zucht tot strijd1 met het geloof in aanraking en in tegenspraak4 ,men wil van de heilige dingen en die heilige personen nog meer weten1 doet nasporingen en vindt1 dat veel van wat tot dusver verhaald en geloofd werd--sage en legende is en dat de heilige oorkonden geen vertrouwbare geschiedbronnen zijn4 ,en aan den anderen kant gaat de wereldsche wetenschap steeds voort op haren weg1 en komt daarbij allengs tot het inzicht1 dat1 wat de vrome gelooft1 niet te bewijzen is2 komt verder bij de verklaring van natuur en wereld tot gansch andere resultaten1 dan die voor duizend en tweeduizend jaar geleden4 ,de wetenschappelijke beschouwingen en verklaringen der ,grieken omtrent aard en bouw der wereld is onhoudbaar gebleken1 en toch vormen zij de fundamenten waarop de groote dogmata van het ,christelijk geloof zijn opgetrokken4 ,de ,christelijke opvatting der verhouding van ,god en wereld berust op wat ,aristoteles leerde omtrent hemel en aarde en hun betrekking tot elkaar2 en zelfs de verhalen van een hemel- en hellevaart van ,christus worden beheerscht door--ja zijn ook alleen mogelijk bij een geocentrische wereldbeschouwing1 zooals die der ,grieksche astronomen en natuur-philosophen4 ,maar deze oude wetenschappelijke veronderstellingen zijn weggevallen1 ons wereldbeeld is een ander geworden2 en zoo komen wij nu voor een conflict te staan1 het conflict tusschen religieuze voorstelling en moderne wereldbeschouwing4 ,wel klampt zich het geloof nog een tijdlang vast aan de hoop1 dat de wetenschap het mis heeft1 en het beroept zich daarbij op het onzekere en wisselende der wetenschappelijke hypothesen en op het hypothetische en fragmentarische van alle menschelijk weten1 maar op den duur is deze troost toch niet voldoende1 en men kan zich ten slotte niet langer ontveinzen1 dat de wetenschap anders weet dan het geloof gelooft4 ,en naast deze groote1 uitsluitend zakelijke tegenstelling komen dan nog wederzijdsch allerlei oorzaken van meer persoonlijken aard het conflict verscherpen4 ,het geloof ziet in de wetenschap zijnen vijand en in haar arbeid een oneerbiedig1 ja goddeloos bedrijf1 en daarom is ten allen tijde het geloof jegens de wetenschap onverdraagzaam geweest en heeft haar vaak tot het uiterste vervolgd4 ,maar anderszijds beschouwt de wetenschap juist daarom het geloof als een beletsel voor haar vrije ontwikkeling en vooruitgang1 voor de erkenning en verbreiding van haar resultaten en gedachten1 en komt zoo veelal tot een hoogmoedige minachting van het geloof1 alsof dit1 wijl het momenteel met oude steenen bouwt1 zelf iets verouderds en onnoodigs geworden is1 den volgroeiden mensch en zijn rijpere gedachten onwaardig2 of tot een koel verstandelijk negeeren der in religieuze voorstellingen naar bevrediging zoekende en snakkende behoeften des harten4 ,in dezen strijd neemt dan een tijdlang de theologie de bemiddelaarsrol op zich4 ,in den aanvang bestemd om de religieuze voorstellingen tot een systeem bijeen te voegen1 moet zij deze nu met de voortschrijdende wetenschap in overeenstemming brengen en verzoenen1 en ook voor het denken rechtvaardigen4 ,maar1 hoelang dat haar ook moge gelukken1 door anders uit leggen en er iets anders in te leggen1 vaak door concessies van allerlei aard1 aan 't einde gaat het haar niet anders dan alle overige wetenschappen1 zij zelf wordt weten01 wordt historische en philosophische wetenschap en komt nu ook harerzijds in conflict met de religieuze voorstellingen1 waaraan zij haar arbeid gewijd heeft4 ,zoo hebben wij het dan ook gezien1 beleven het en zien het telkens weer om ons heen1 dat juist de wetenschappelijke theologen in de kerk het heftigst worden aangevallen1 en hun arbeid als schadelijk voor den godsdienst en het geloof benadeeld1 wordt bestreden en verketterd4 ,zoo schijnt er dan nu nog slechts n uitweg open te staan3 een ieder vorme en verheldere zijn godsdienstige voorstellingen naar den stand en de hoogte der huidige wetenschap en neme telkens opnieuw er in op wat deze als nieuwe winst meent te mogen boeken6 ,maar daarbij moeten wij toch al dadelijk herinneren aan het reeds genoemde conservatieve karakter van het godsdienstig geloof4 ,en bovendien1 godsdienst is niet alleen zaak van den enkeling1 maar altijd ook een historisch verschijnsel1 door die tijden heen gevormd en gegroeid1 hij is een zaak der gemeenschap4 ,daarom treedt ook altijd dat conflict eerst bij slechts enkelen op2 zij komen door den vooruitgang van hun weten tot het besef dat de godsdienstige voorstellingen zijn achtergebleven1 en staan dan als beoordeelaars daartegenover4 ,maar eerst staan zij alleen tegenover de groote massa der geloovigen en tegenover het geloof eener kerk4 ,een tijdlang dan zijn zij1 deze vooruitstrevenden als eenlingen1 de martelaars der wetenschap1--soms is dat1 gelijk de brandstapel van ,giordano ,bruno bewijst1 een werkelijk martelaarsschap geweest2 onder beter gesternte1 in tijden van zachtere zeden is het 't tragische lot der vereenzaamden en uitgestootenen4 ,allengs echter dringt de wetenschap en hare resultaten in breedere kringen door2 en dat brengt allerlei gevaren met zich4 ,hoe grooter de macht der kerk1 en hare machtsmiddelen zijn1 des te meer zullen zwakke karakters hun breuk met de kerkelijke dogmata voor zich houden en verbergen1 zij zullen een intellectueel offer brengen en met den mond belijden wat zij in hun hart niet meer gelooven4 ,en al mogen dan deze zwakke en onzelfstandige karakters daarom nog niet alle als huichelaars te veroordeelen zijn1 het is toch niet te ontkennen1 dat in zulke tijden de waarachtigheid en de zin voor waarheid en eerlijkheid in wijden kring schade lijdt en daardoor zoowel het weten der heimelijk wetenden als het geloof der niet meer geloovenden benadeeld en onwaarachtig wordt4 ,enkele volslagen huichelaars en vele halve karakters--dat zijn in het strijdperk van gelooven en weten de dooden en gewonden4 ,bij verderen voortgang echter ontstaat ten slotte bij de massa een schijn van weten1 een soort halve beschaving1 die alras geneigd is met de godsdienstige voorstellingen1 die zij niet meer deelt en waarvan zij het ontstaan en het recht niet meer begrijpt1 nu ook al het ideale tevens weg te werpen en alle fijnere en hoogere gevoelens voor verdacht te verklaren2 en zoo kan het niet uitblijven of het gansche volksleven wordt1 niet zonder groote innerlijke schade1 doortrokken van een geest van innerlijke tweespalt en onzekerheid4 ,is er nu geen uitweg om daaraan te ontkomen8 ,men heeft wel gedacht aan een vervangen van den godsdienst door de wijsbegeerte1 omdat ook zij antwoord tracht te geven op de vraag naar 't ,oneindige en absolute1 zin en waarde des levens1#bc en wanneer ,fr4 ,albert ,lange#bd de methaphysica een dichten in begrippen0 noemt1 wijst hij toch voor haar ook als diepste bron de fantasie aan4 ,maar hier is 't verschil dan toch zeer duidelijk3 ginds gaat het om gemoedsbehoeften1 om een zielsverlangen naar het oneindige1 hier daarentegen om waarheid1 om weten en wereldverklaring2 dar moet het gevoel1 het hart1 hier het verstand bevredigd worden2 en daarom zal de wijsbegeerte steeds wetenschap blijven en nooit kunnen treden in de plaats der godsdienstige voorstellingen en deze vervangen4#be ,het meest voor de hand liggend schijnt wel te zijn een algemeene herziening van onze religieuze voorstellingswereld1 om die alzoo in overeenstemming te brengen met de moderne wetenschap4 ,en in 't algemeen genomen arbeidt daaraan juist de theologie en speciaal de dogmatiek der meer vrijzinnigen onder de theologen4#bf ,maar ik wees reeds op den oorsprong der godsdienstige voorstellingen in het onbewuste werken der fantasie1 en daaruit volgt dat zoo iets niet opzettelijk en kunstmatig geschieden kan4 ,nieuwe scheppingen op het gebied van den godsdienst ontstaan1 een nieuwe belijdenis1 zij is en kan slechts zijn uitdrukking van een groote religieuze opleving en verheffing2 en daartoe zijn noodig tijden van diep en waarachtig godsdienstig leven1 en religieuze genien als leidslieden4 ,daarom is in een religieus armen1 tragen en slappen1 meer op uiterlijken arbeid dan op stil innerlijk leven gerichten tijd als de onze is1 zulk een ommekeer niet aanstonds te verwachten2 en bovendien ontbreekt het ons aan een religieus genie1 om ons mee te sleepen en te winnen4 ,maar laat het ons niet vergeten3 ook door godsdienstige hervormingen en herscheppingen wordt de strijd tusschen gelooven en weten altijd slechts tijdelijk beslecht2 steeds verder schrijdt de wetenschap voort en steeds opnieuw moet dat tot conflicten leiden met het conservatieve geloof4 ,zoo wekt dan de tegenstelling tusschen gelooven en weten--trots alle profetien van een eeuwigen vrede tusschen beiden--een steeds terugkeerenden1 een steeds opnieuw zich verscherpenden strijd1 die1 wijl hij in het wezen van beiden zijn grond heeft1 ook nooit voor goed te beslechten is4#bg ,hier ligt dan nu de practische taak der ,religionsphilosophie1 en niet alleen haar taak als wetenschap1 maak ook de nauwe band die haar aan 't leven verbindt en den dienst dien zij daaraan bewijzen kan4 ,die taak is niet om godsdienst te scheppen of den godsdienst te vervangen3 dat mag zij niet en dat kan zij niet2 wijsgeeren zijn1 trots ,nietzsche1 geen scheppende persoonlijkheden1 derhalve ook geen godsdienststichters4 ,maar evenmin is het hun roeping een godsdienst te vernietigen3 ook dat kunnen zij niet1 dat is uitsluitend de taak van een grooten scheppenden geest1 die een nieuwen godsdienst sticht1 die de scharen beveelt en als wetgever optreedt met de woorden3 ,gij hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is--maar ik zeg u60 ,neen1 de ,religionsphilosophie heeft als wetenschap in alle bescheidenheid zich tevreden te stellen met niet meer dan te trachten alle religieus gebeuren en alle vormen van religie psychologisch en historisch te verstaan en hun oorsprong in 's menschen wezen na te gaan3 zij is niet een soort metaphysica1#bh maar vor alles religionspsychologie4 ,zoo kan ook zij de tegenstelling tusschen gelooven en weten noch te voorschijn roepen noch te niet doen2 ook kan zij niemand die persoonlijk tot het besef dezer tegenstelling komt en er wellicht onder gebukt gaat1 den innerlijken strijd besparen1 maar zij kan er wellicht het karakter van zonde aan ontnemen1 en zoo toch haar deel bijdragen tot den vrede4 ,zeker1 wanneer wij den godsdienst tot voorwerp maken van historische en psychologische onderzoekingen1 ontnemen wij hem iets van de ongerepte frischheid van een bloem3 in het teedere weefsel van ons gevoelsleven grijpt de wetenschap met hare verstandelijke vragen naar het waarom en het hoe1 naar waarheid en onwaarheid slechts met grove vingers in4 ,zij heeft slechts zwart en wit op haar palet en kan de fijne1 frissche levenskleuren slechts gebrekkig weergeven4 ,dat is onvermijdelijk4 ,en de religionsphilosophie beweegt zich1 gelijk alle wetenschap1 in de scherpe ijle lucht der hoogste hoogten1 die niet iedereen kan verdragen4 ,maar waar zij den godsdienst zuiver wetenschappelijk beschouwt en zoekt te verstaan1 verricht zij toch iets voor het leven van diegenen1 die naar haar willen luisteren1 en daarmede voor het leven in 't algemeen4 ,want dat leven is vervuld en verscheurd van die tegenstelling tusschen gelooven en weten1 en van het strijdgewoel dat daarbij ontstaat1 van den haat die beiden scheidt en jegens elkander onrechtvaardig maakt2 en vaak schijnt het alsof geen verzoening meer mogelijk is4 ,wanneer wij dan trachten de tegenstelling van uit het wezen der strijdenden als psychologisch noodzakelijk te verstaan1 kunnen wij haar weliswaar niet uit de wereld en het leven van ons volk doen verdwijnen1 geen in de diepte zoekend en worstelend menschenkind moeite en strijd besparen1 maar wij kunnen er de ergernis en den prikkel van willekeur en opzet1 kwaadwilligheid en zonde aan ontnemen2 wij wakkeren het vuur niet aan en wij blusschen het niet1 maar ontnemen het zijn verterende kracht en beletten het onherstelbaar kwaad te doen2 en leeren dat er ook te midden van den strijd slechts ene deugd is1 verdraagzaamheid en geduld4 ,zoo is ook het werk der religionsphilosophen niet maar een spel van het gescherpt verstand1 geen ledig weten alleen om des wetens wille4 ,ook zij bestaat1 gelijk alle wetenschap1 slechts om der wille van den mensch1 en is een mede-arbeider aan het ruischende weefgetouw van den tijd10 een arbeid voor het leven der individuen en voor het leven van gansche door deze tegenstelling beheerschte en verdeelde volkeren4#bi ,dat het daarbij den religionsphilosophen niet anders vergaat dan anderen wetenschappelijken theologen1 en ook zij evenzeer om dezen arbeid des vredes als booze rustverstoorders worden beschouwd1 daarover mogen zij zich niet bekommeren3 dat is slechts ene der vele bladzijden meer1 waarop de lijdensgeschiedenis der wetenschap is opgeteekend4 ,maar en ding hebben wij--niet voor ons1 maar voor het leven1 dat de wetenschap dient1 en voor een gezonde ontwikkeling van dat leven1 steeds weer opnieuw te eischen3 dat de strijd tusschen gelooven en weten worde uitgevochten op den bodem waarop hij is ontstaan1 op den bodem des geestes4 ,in allerlei tijden en op allerlei plaatsen heeft het geloof de wereldlijke macht in den arm genomen1 en te hulp geroepen1 of althans zich gaarne laten welgevallen1 dat belooningen van welken aard dan ook op het geloof werden gesteld1 waardoor dit ook uiterlijk voordeelig en begeerlijk moest schijnen4 ,dat daardoor zon en wind ongelijk werden verdeeld en het weten in slechte positie geraakte1 is daarbij niet het ergste3 dergelijke moeilijkheden zijn in het geestelijk leven dikwijls juist een winst en houden den vooruitgang toch niet tegen4 ,neen1 wat daardoor waarlijk alleen geschaad wordt1 dat is het geloof zelf4 ,gelooven is iets heel innerlijks en heel waarachtigs2 knoopt men er uiterlijke voordeelen aan vast1 dan wordt het zelf veruiterlijkt en onwaarachtig3 ,het ,heere1 ,heere zeggen0 is een karikatuur1 erger1 is de dood van alle diep en echt geloof4 ,en dan nog iets3 ons allen zou deze strijd gemakkelijker worden gemaakt1 indien men ons van jongsaf geleerd had dat het bij den godsdienst toch ten slotte niet aankomt op een zeker voor waar houden1 op eenigerlei rechtgeloovigheid2 maar dat de geloofsvoorstellingen eigenlijk slechts bijzaak zijn1 en men veeleer moet kunnen vroom gevoelen en vrij denken--beiden tegelijk4#cj ,hier wordt1 naar ik meen1 in ons godsdienstig onderwijs en onze opvoeding nog altijd veel verzuimd4 ,of schade nog valt goed te maken8 ,misschien dat ook kennis en helder denken over godsdienst en godsdienstige dingen1 inzicht in het wezen en ontstaan der religie iets kan bijdragen tot toenadering van weerszijden1 en dat ook hier het woord bevestigd zal worden3 de waarheid zal u vrij maken1--en alleen de vrijheid kan u geheel waar maken4 ,,derde ,,hoofdstuk ,de cultus als religieuze handeling4 ,kunst en godsdienst4 ,godsdienst en zedelijkheid4 ,gevoel wordt omgezet in beweging en handeling en wordt aldus motief3 op deze psychologische wet maakt ook het godsdienstig gevoel geen uitzondering1 derhalve sluit zich dan daaraan noodzakelijk een religieus handelen1 de cultus1 aan4 ,en ook in het wezen der religieuze voorstellingen1 in onderscheiding van de wijsgeerige1 ligt dezelfde drang tot ,godsvereering4 ,gij zijt mijn ,god6 zegt de vrome1 en stelt zich daarmede tot ,hem in een persoonlijke verhouding1 die naar uiting zoekt2 in het ,christendom bijv4 in de verhouding van een kind tot zijnen ,vader4 ,van welken aard is nu dit handelen van den godsdienstigen mensch met betrekking tot zijnen ,god8 ,dat verlangen naar het oneindig--wij zagen het reeds in het eerste hoofdstuk--het kleedt zich vooral in den vorm van wenschen4 ,deze worden de ,godheid voorgelegd en voor haar uitgesproken1 en zoo is ten allen tijde het gebed wel het gewichtigste onderdeel van den cultus geweest1 't zij dan als smeekbede of na verhooring en vervulling van onze wenschen1 als dankgebed4 ,nu is het echter een gedachte1 die als vanzelf uit onze menschelijke verhoudingen zich naar voren dringt1 dat iedere dienst berust op en afhankelijk is van een wederdienst1 en zoo sloot zich aldra aan het gebed het offer aan1 waardoor de mensch aan ,god zijne dankbaarheid wil bewijzen of hem door een dienst van zijn kant gunstiger voor zich en de vervulling zijner wenschen wil stemmen1 op een lager trap van ontwikkeling hem zelfs dwingen wil4 ,deze dienst was eerst natuurlijk een uiterlijke daad1 het opofferen van een kleinigheid1 om daarvoor in de plaats iets grooters te ontvangen2 maar langzamerhand groeien offergave en offeringen1 en ten slotte brengt men zelfs eigen aardsch geluk1 eigen leven ten offer--in de ascese1 in de zelfverminking en zelfopoffering koopt men het hoogste goed der eeuwige zaligheid voor den prijs van aardsch welzijn en aardsch geluk4 ,gansch en al verinnerlijkt echter wordt dit alles1 wanneer men als het eenige ,gode welgevallige offer leert erkennen de goede daad1 den goeden levenswandel1 de goede gezindheid1 en daarnaar handelt4 ,hoe natuurlijk deze ontwikkelingsgang ook moge schijnen en al doet hij zich aan ons voor als en doorloopende lijn1 ik geloof toch dat zich daar nog iets tusschen schuift4 ,de aan gevoelens en aandoeningen zich verbindende en door deze te voorschijn geroepen neigingen en handelingen hebben ook nog een ander doel en een andere beteekenis3 het zijn uitdrukkings- en voorstellingsmiddelen1 het zijn symbolen1 uiterlijke teekenen voor iets innerlijks1 voor datgene wat in mijn binnenste zich afspeelt en voorvalt4 ,op dit symboliseeren van het gevoel berust1 zooals bekend is1 de halve aesthetiek en de gansche kunst4 ,maar ook het godsdienstig gevoel drukt zich in zulke symbolische voorstellingen uit en deelt zich zoo aan andere gevoelens mede4 ,zoo treedt het religieuze handelen in samenhang hier met het goede en met de zedelijkheid1 ginds met het schoone en met de kunst4 ,en zoo kunnen wij dan drierlei soort of richting in den cultus onderscheiden3 een egostisch-persoonlijke-1 een aesthetische-1 en een zedelijke richting4 ,in het begin--men tast zeker niet ver mis wanneer men kortweg zegt dat dit steeds het begin is--in het begin staat alle religieuze handelen in dienst van persoonlijke wenschen4 ,men wil van de godheid iets verkrijgen en wendt zich nu tot haar--met smeekbeden en offergaven1 en als men zijne wenschen vervuld ziet en dankbaar gestemd is1 met dankgebeden en dankoffers4 ,daarbij hangt het af van de hoogte van beschaving en ontwikkeling1 van datgene waaraan men zich wijdt en waarin men belang stelt1 en niet het minst ook reeds hier van het zedelijk oordeel en de zedelijke hoogte van hem die bidt1 welken inhoud deze wenschen hebben1 die hij aan zijnen ,god kenbaar maakt1 en hoe hij zich de vervulling en verhooring ervan voorstelt4 ,wij moderne menschen zijn spoedig geneigd1 den kring zeer nauw te trekken en alles wat ons vreemd en ongerijmd of goddeloos en godslasterlijk voorkomt1 voor tooverij en bijgeloof uit te maken4 ,daarom is het altijd goed1 nog eens weer aan ,luther te herinneren en aan de wijze waarop hij soms tegenover zijnen ,god stond1 bijv4 in den tijd toen ,melanchton doodelijk ziek was4 ,allhier0 zoo vertelt hij later zelf1 muszte mir unser ,herre ,gott herhalten4 ,denn ich warf ihm den ,sack vor die ,thre und rieb ihm die ,ohren mit allen ,verheiszungen des ,gebets1 das da mszte erhret werden1 die ich aus der heiligen ,schrift zu erzhlen wuszte1 dasz er mich mszte erhren1 wo ich anders seinen ,verheiszungen trauen sollte04 ,treedt in deze ruwe uiting ten slotte ook slechts ,luthers besef van de onmisbaarheid van ,melanchton voor zijn werk aan den dag1 dien hij op deze wijze geloofde door gebed aan den dood te moeten ontrukken1 vom ,tode erbeten0 zooals hij zelf zegt1 zoo ligt daarin aan den anderen kant toch ook iets van die--naar onze begrippen--bijgeloovige meening van een lageren trap van religie1 dat de mensch ,god door zijn gebeden en offers als 't ware dwingen kan1 hem ter wille te zijn4#ca ,hoe anders klinkt dan het gebed van ,jezus in den hof van ,gethsemane3 ,vader1 indien het mogelijk is1 laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan2 doch niet gelijk ik wil1 maar gelijk gij wilt40 7,mattheus #bf74 ,hier zien wij ook eerst den zoo natuurlijken wensch1 dat het lijden en sterven hem bespaard mocht blijven1 maar dan komt de berusting2 niet mijn wil1 maar uw wil geschiede6 ,en evenzoo klinkt het in de bede aller beden1 in het ,onze ,vader1 dat altijd nog schoon en heerlijk is als op den eersten dag1 en dat in geen kerk ooit ter wereld1 zooals de ,apostolische ,geloofsbelijdenis01 een voorwerp van twist en strijd is geweest3 ,uw wil geschiede6 ,zoo leert ,jezus ons bidden4 ,maar daarin ligt tevens ook het antwoord op de meer dan al het andere klemmende vraag naar de mogelijkheid van gebedsverhooring4 ,de noodzakelijke voorwaarde voor het gebed is het geloof dat er een ,god is1 die mij hoort en die mijn gebed verhooren kan en wil4 ,in dat vertrouwen wordt gebeden4 ,maar zelfs waar wij nog staan op religieuzen bodem1 hoe vaak wordt dit vertrouwen geschokt3 juist dat waar wij het dringendst om smeekten1 het wordt ons dikwijls niet geschonken2 zij die ons dierbaar zijn1 om wier behoud wij baden1 zij sterven toch2 het dreigend ongeluk1 waarvan we smeekten dat het ons mocht voorbijgaan1 het komt toch over ons4 ,en in tijden van oorlog1 als beide partijen denzelfden ,god aanroepen en om overwinning bidden1 kan toch slechts een van beiden op verhooring zijner gebeden rekenen4 ,daarbij komt echter ook hier wederom bij voortgaande ontwikkeling van wetenschappelijk inzicht het besef van de noodzakelijkheid van al wat geschiedt1 den ganschen loop der natuur1 en de overtuiging van een zelfde noodzakelijkheid in den gang der geschiedenis en den loop van het lot4 ,ook de vrome gelooft in onze dagen nog slechts aan wonderen in het verleden1 niet meer in tegenwoordige wonderen2 en de anthropomorphische voorstelling1 dat ,god zou zijn te bewegen tot verandering van het onveranderlijke1 dat wij invloed op hem zouden kunnen uitoefenen als op een mensch1 begint bij ons zonder twijfel te verdwijnen4 ,reeds ,schleiermacher noemt deze voorstelling een overgang tot het magische4#cb ,daarom is men in den strijd over de verhoorbaarheid des gebeds meer en meer teruggegaan tot de psychologische1 subjectieve beteekenis4 ,deze wordt vooreerst bepaald door den inhoud van het gebed4 ,god1 den ,oneindige overstelpen met al mijn kleine persoonlijke aangelegenheden en wenschen1 is daarin geen tegenspraak8 ,het goddelijke in dienst stellen van mijn eindig ik1 en verlangen dat met mij een uitzondering gemaakt1 om mijnentwille alles veranderd wordt1 is dat waarlijk vroom8 ,is dat zich absoluut afhankelijk gevoelen van den ,oneindige1 en zich tot ,hem verheffen2 is het niet veeleer zich zelf tot heer van 't heelal willen maken en daarbij toch aan het eindige verbonden1 in de eindigheid steken blijven8 ,en zijn niet vele van die in 't gebed tot uiting komende persoonlijke wenschen dwaas en kortzichtig1 vaak echt egostisch en slecht8 ,en daarmee wilt gij eindige mensch dan treden voor uwen ,god8 ,zoodra dit besef in den vromen mensch wakker wordt1 zal er een verandering en loutering komen in al zijne wenschen en beden1 en het gansche karakter van het gebed gewijzigd worden en een anderen1 hoogeren en fijneren vorm moeten aannemen4 ,in zijn vroegeren vorm bleef het gebed aan het eindige gebonden1 maar de godsdienst moet juist boven het eindige uit ons opvoeren tot de sfeer van het ,oneindige4 ,en daarin ligt het tweede1 dat treedt in de plaats der verhooring van een bepaalde bede4 ,ligt reeds1 wanneer het hart overvol is1 in het zich kunnen en zich mogen uitspreken iets dat rustig en stil maakt1 volkomen sterkte en troost1 bemoediging en loutering schenkt eerst die religieuze stemming des harten waarbij de mensch zich voelt opgeheven en gedragen door een groote en alomvattende macht4 ,juist wanneer de vrome zijne aangelegenheden en wenschen nederlegt voor den troon des ,oneindigen en al zijne zorgen werpt op den ,heer1 leert hij ze zien in den oneindigen1 eeuwigen samenhang1 dien toch een enkel eindig mensch niet anders maken kan en ook niet anders willen mag4 ,en zoo kan de biddende mensch ook1 afgezien van alle verhooring1 stille1 vrome berusting en overgave1 moed en kracht uit zijn gebed putten4 ,maar al erkennen wij daarin ook een zeer reele werking van het gebed1 de vrome kan zich toch het geloof aan een andersoortige werkelijkheid1 aan de werkelijke verhooring er van niet laten ontrooven2 hij zal juist daarin altijd vinden de kracht van het gebed en de kracht tot het gebed2 maar aan den anderen kant zal hij daarbij ook altijd weer gevaar loopen1 zijnen ,god ook zulke persoonlijke wenschen voor te leggen en te toonen1 of aan hem te vertwijfelen1 wanneer ze niet verhoord worden4 ,juist omdat bij die subjectieve werking voor hem het geloof aan de verhooring des gebeds mede een bepalende factor is en hij de beteekenis van het gebed zoekt buiten zich in plaats van in zijn eigen binnenste1 vandaar juist1 wanneer die hulp van buiten uitblijft1 soms dat kleinmoedig vertwijfelen1 soms ook die vurig oplaaiende ,prometheus-stemming1 door ,goethe zoo geweldig uitgedrukt in de verzen3 ,alsof hierboven ware ,een oor dat hoorde naar mijn klacht1 ,een hart als 't mijne1 ,dat zich erbarmde om mijnen nood6 ,van persoonlijke wenschen gaat het gebed uit en keert ten laatste weder terug tot het vrome gevoel van afhankelijkheid en overgave aan den wil en de beschikking van den ,oneindige en den van ,hem afhankelijken wereldloop4 ,een anderen weg neemt de cultus op den tweeden trap1 dien ik den aesthetischen noemde4 ,bij den vooruitgang der beschaving tracht alles wat de mensch doet1 zijn gewoonten en gebruiken1 zich in bepaalde1 schoone vormen te kleeden1 en zoo volgt ook de religieuze cultushandeling als ceremonie en ritus deze algemeene zucht naar veredeling en naar de vreugde van het schoone4 ,maar de verwantschap tusschen cultus en kunst1 tusschen het religieuze en het aesthetische is een nog veel intensievere1 heeft nog veel dieper grond4 ,het religieuze gevoel is--wij zagen het reeds--van den aanvang af aan het aesthetisch gevoel van het verhevene ten zeerste verwant1 en op zekere oogenblikken1 bijv4 bij den aanblik van het geweldig grootsche van een hooggebergte of de oneindige stilte des hemels1 zal het moeilijk zijn te onderscheiden en vaak van kleine individueele nuances en toevallige indruksverschuivingen afhangen1 of wij ons gevoel als een godsdienstig of als een aesthetisch moeten beschouwen1 of een dergelijke aanblik ons aesthetisch verheven of religieus plechtig stemt4 ,en dan--de fantasie schept zoowel de beelden der goddelijke oneindigheid1 als de oneindige schoonheidsidealen der kunst4 ,juist omdat de godsdienstige voorstellingen werk der fantasie zijn en zij zich altijd in beeldende taal en gedachten zoeken te uiten1 zullen deze beelden ook steeds een zekere aesthetische waarde hebben en worden zij bij voortgaande en zich verfijnende beschaving ook in dit opzicht steeds meer volmaakt1 in hun gelijkenis met 't menschelijke steeds idealer1 steeds verhevener en schooner4 ,zoo wordt het dan vanzelfsprekend1 dat de godsdienst de kunst in zijnen dienst neemt en dat de kunst1 evenzeer als de wetenschap1 zoowel in 't begin als later nog1 grootendeels religieuze kunst is4 ,bij tijden hebben dan ook alle kunsten voor religieuze doeleinden gediend1 zelfs de danskunst4 ,dit gebeurde niet alleen in de ,grieksche koren1 ook ,david danste01 toen de ark des verbonds in ,jeruzalem werd binnengehaald1 uit alle macht voor den ,heer0 7,,ii ,samuel #f74 ,vroeger of later evenwel treedt ook hier het differentieringsproces aan den dag1 de kunst zoekt zich van den godsdienst los te maken1 te emancipeeren1 en het gelukt slechts zelden haar wederom daaraan te verbinden4 ,de goden worden weer menschen1 het vrij en zuiver menschelijke treedt in de plaats van het conventioneele der religieuze plastiek en schilderkunst2 de moeder ,gods wordt het beeld van het eeuwig vrouwelijke1 van de menschelijke maagd of moeder4 ,de ,grieken voerden hun tooneelvoorstellingen op ter eere van den ,god ,dionysus 7,bacchus71 het ,duitsche drama is als ,passiespel in den dienst der kerk ontstaan2 en groote waarschijnlijkheid heeft de gedachte dat in den cultus vaak een dramatische nabootsing moet worden gezien van het in de natuur zelf geziene en beleefde goddelijke leven4#cc ,wanneer daarentegen heden ten dage de poging wordt gedaan om de ,lutherspelen een meer religieus karakter te geven en de toeschouwers daarbij als gemeente0 te behandelen1 dan vinden wij daar iets in van wansmaak of nemen er zelfs aanstoot aan--natuurlijk niet aan het stuk1 maar aan de voor ons volkomen ongepaste verbinding van theater en godsdienstoefening4 ,de bouw van groote domkerken en kathedralen in de ,middeleeuwen werd in groote religieuze geestdrift ondernomen2 maar het is een romantisch onding1 om deze stemming nu weder kunstmatig te willen opwekken en de oogen te sluiten voor het feit1 dat het nu veel meer aesthetische belangen zijn1 die het mogelijk maken dat zij in onzen tijd worden voltooid1 evenals het overwegingen van stijl en geen religieuze gedachten zijn die onze huidige bouwmeesters leiden bij hunne kerkontwerpen4 ,het hechtst en innigst blijft in den cultus altijd de muziek met den godsdienst verbonden2 het gemeenschappelijk gezang is daarvan wel de eenvoudigste en zuiverste vorm4 ,het triomphlied der protestantsche kerk ,een vaste burcht is onze ,god0 vervult ons telkens weer opnieuw van dien ouden krijgshaftigen ,luthergeest en doet iets van de religieuze stemming uit dien eersten grooten tijd der hervorming machtig in ons opklinken4 ,daar van alle kunsten de muziek de meest onmiddellijke en zuivere gevoelskunst en derhalve de diepste is1 is zij wel bij uitstek geschikt en als van nature bestemd om de religieuze gevoelens te vertolken4 ,maar juist omdat zij de diepste aller kunsten is1 is zij niet tevens de meest heldere en klare4 ,ook zij vermag niet het onuitsprekelijke uit te spreken01 vandaar niet zelden op dit gebied een vaag dwepen met gevoelens1 waarbij men zelf onzeker blijft of het reeds religieus of nog aesthetisch is4 ,zeer duidelijk is dat te zien aan het grooter nadruk leggen op het muzikale element in onzen protestantschen eeredienst4 ,men hoopt door deze muzikale verrijking onzer liturgie de meer beschaafden1 die van de kerk vervreemd zijn1 weer voor haar te winnen4 ,want alleen voor die ontwikkelden1 niet voor het volk zijn dergelijke muzikale uitingen in den cultus bestemd2 het protestantsche volk wil er blijkbaar niet van weten1 verzet zich zelfs tegen deze wijze om de menschen te pakken04 ,maar ik geloof dat het ook bij de ontwikkelden zijn doel mist4 ,wat onze tijd in de muziek produceert1 is niet meer religieus1 en zoo neemt men zijn toevlucht tot de klassieke kerkmuziek van vroeger tijden1 maar drijft zoo een aesthetisch spel met de gevoelens1 die in die oude muziek hun uitdrukking vonden en toen waarachtig waren1 het nu echter niet meer zijn4#cd ,de godsdienst is echter niet spel en kunst1 maar ernst en leven1 heeft niet met vroegere maar met tegenwoordige gevoelens te doen4 ,de kerk moge wel toezien of zij in haar eigen belang handelt1 wanneer zij den ernst des godsdienstigen levens helpt verslappen en omzetten in spel en genot1 en in de plaats van een godsdienstige wereld1 waarin men gelooft1 een schijnwereld stelt1 die men aesthetisch genieten wil4 ,daartegenover doe men geen beroep op die bekeerden01 die aangetrokken door de schoonheid en het kunstelement in den katholieken cultus1 van het protestantisme tot het katholicisme zijn overgegaan1 als of de protestantsche kerk voor dezulken haar eeredienst zou moeten veranderen en meer aantrekkelijk maken om daardoor afval te voorkomen4 ,ik betwijfel of de katholieke kerk als godsdienstige instelling juist aan dezen veel zal winnen4 ,zulke menschen zijn1 de geschiedenis leert het ons1 in werkelijkheid altijd romantisch aangelegde naturen geweest4 ,maar den romantisch gezinde is het met niets heilige ernst1 voor hem is het leven spel en genot2 maar daarom blijft hij ook slechts aan de buitenzijde van den katholieken eeredienst1 ziet niet daarachter en daarboven den diepen heiligen ernst1 voelt dien zelfs wellicht als een drukkenden last1 dien hij er helaas nu eenmaal bij op toe moet nemen2 geen godsdienstige overtuiging heeft bij hem dezen omkeer te weeg gebracht1 maar het ontbreken daarvan heeft hem de beteekenis en het gewicht van zijn daad doen voorbijzien4 ,en zoo is dan ook die romantisch-aesthetische gevoelsverfijning in het moderne ,protestantisme volstrekt geen bewijs van kracht en herleving op godsdienstig gebied1 eerder omgekeerd een teeken van religieuze verslapping en verarming1 die men door steeds sterker prikkels tracht op te heffen1 en waarachter zich toch hoogstens slechts een religieus aanvoelen1 geen waarachtig en gezond godsdienstig gevoel verbergt4#ce ,en daarom komt het mij voor1 hoe paradox dat ook moge klinken1 dat godsdienst en aesthetica het innigst samengaan niet in de schoonheid der kunst die toch altijd 't werk van menschenhanden blijft1 maar in de schoonheid der natuur4 ,de wereld is schoon6 ,het schoone is een symbool3 openbaart zich dan niet in de schoonheid der natuur1 iets hoogers1 iets oneindigs1 iets goddelijks of hoe gij het noemen wilt8 ,mij is dit aesthetisch oordeel altijd als het sterkste bolwerk eener panthestische wereldbeschouwing voorgekomen1 en daarom kan ik medegevoelen met hen die klagen dat de kerk heeft nagelaten den zin voor een religieus verstaan der natuur te wekken en hun oogen te openen voor het goddelijke in de natuur4 ,het hangt samen met het karakter van den ouden christelijken godsdienst1 met zijn aan zinnen en natuur vijandigen geest1 dat dit middel tot opvoeding van den godsdienstigen zin ongebruikt bleef1 en de gedachte van een ,god in de natuur0 bijna als een brok heidendom1 als panthestische ketterij verafschuwd werd4 ,ten deele geschiedde dat--ik weet dat wel--met 't oog op zedelijke belangen2 en bovendien is het tijd dat wij ons wenden tot dezen hoogsten en belangrijksten trap van religieuze ontwikkeling en gaan spreken over het religieuze leven als van zedelijke waarde4 ,ook hier kunnen wij al dadelijk vragen of in den godsdienst van huis uit een zedelijk element ligt4#cf ,deze vraag is dikwijls bevestigend beantwoord en het is nog slechts een kwarteeuw geleden dat ,rauwenhoff in zijn voortreffelijke ,wijsbegeerte van den godsdienst0 de religie en haar ontstaan trachtte te binden aan het ontwakend zedelijk bewustzijn1 het plichtsbesef als grondslag en het geloof aan een zedelijke wereldorde als wezen van het godsdienstig geloof teekende4 ,maar zoo eenvoudig zijn deze dingen toch niet4 ,zeker1 het is waar1 dat de vrome van den ,oneindige zegt3 dat is mijn ,god1 en zich tot ,hem in een persoonlijke betrekking stelt1 die als zoodanig ook een zedelijke verhouding is4 ,maar men bedenke wel3 deze zedelijk-persoonlijke betrekking kan een zedelijk goede-1 maar kan evengoed een zedelijk verkeerde en slechte zijn4 ,die anthropomorphisch gedachte ,god wordt bijna als een mensch behandeld1 en zoo hij gedegradeerd wordt tot dienaar van mijn egostische wenschen1 toch stellig niet zedelijk goed behandeld4 ,dat is het onzedelijke1 dat wij in bijgeloof1 tooverkunst en magie hebben te bestrijden en dat ons duidelijk toont hoe onder den dekmantel van godsdienst niet steeds en uitsluitend goed gehandeld wordt4 ,in de tweede plaats echter ligt ook in het godsdienstig gevoel zelf iets1 dat1 evenals met het aesthetische gevoel van verhevenheid1 zoo ook van nature met het zedelijke verwant is4 ,gevoel van afhankelijkheid leidt noodzakelijk tot deemoed2 en dat opgaan in en zich verheffen tot den ,oneindige heeft iets bemoedigends en verhevens1 iets louterends dat aan de katharsis0 7reiniging7 als werking der tragedie herinnert4 ,en wanneer in den cultus van dienst en wederdienst sprake is1 dan is daarmede ook gegeven iets als een gevoel van verplichting2 geen wonder dan ook dat nu omgekeerd een zoo nuchter man als ,kant1#cg wanneer hij over den plicht komt te spreken1 het hart wijd opengaat1 een gevoel van verhevenheid hem bevangt en hij geraakt in een soort religieuze geestvervoering4 ,en eindelijk zal men bovenal moeten toegeven1 dat de godsdienst vaak zedelijk verheffend heeft gewerkt en nog werkt1 dat met name in de godsdiensten die op een stichter teruggaan1 deze stichters steeds ook wetgevers en leeraren eener nieuwe en hoogere moraal zijn geweest en dat in den naam dezer nieuwe moraal veel groots en goeds in de wereld is verricht4 ,maar ook de door de fantasie geschapen godsidealen der natuurgodsdiensten werden in de loop der tijden dragers en voorbeelden van zedelijke volmaaktheid1 waaraan men tegelijk kan zien hoe de godsdienst juist in zijn zedelijk karakter afhankelijk is van de voortgaande moreele beschaving en ontwikkeling zijner belijders4 ,zoo is dan ook nu onder ons voor vele menschen de zedelijkheid gebonden aan en als besloten in hun godsdienst3 als kinderen werd ons de moraal in religieuzen vorm1 onder religieuze autoriteit geleerd en het is uit religieuze motieven1 om der wille van ,god en de zaligheid hunner ziel1 dat velen het goede gedaan en de zedelijke geboden gehoorzaamd hebben4 ,en omgekeerd is een bewijs voor dezen nauwen samenhang1 dat in tijden van kwijnende belangstelling inzake den godsdienst1 als de religieuze voorstellingen en overtuigingen onzeker dreigen te worden en in breede kringen de vastheid van het geloof verloren gaat1 velen zich met volle bewustheid en opzettelijk tot de praktijk wenden4 ,wat beteekenen nog dogma en belijdenis8 't praktische christendom is daarvan onafhankelijk1 dat is de hoofdzaak en daar komt het op aan in ons geloof10 zoo spreken juist heden ten dage velen4 ,ik betwijfel echter of deze wijze van verdediging1 of zoo gij liever wilt1 dit vervluchtigen van den godsdienst tot zedelijkheid en religieus moralisme wel zeer juist gezien en den godsdienst nuttig is4 ,practisch ,christendom1 godsdienst als moraal--dat kan op tweerlei wijze gedacht1 van twee gezichtspunten uit als doel en als norm der religie worden gesteld1 is echter in beide gevallen niet onbedenkelijk4 ,de oudere1 meer formeele opvatting van religieus moralisme is deze1 dat het zedelijke1 door de religie gekweekt en overgeleverd1 onder goddelijk gezag gesteld1 en door den stichter der religie als goddelijke openbaring ons geleerd en opgelegd is1 of zooals ,kant het uitdrukt3 godsdienst is de kennis van alle onze plichten als goddelijke geboden01 wat hij dan nog aanvult met de gedachte dat alles1 wat de mensch nog meent te kunnen doen buiten en behalve een goeden levenswandel1 om ,gode welgevallig te zijn1 bloot godsdienstige schijn en verkeerde godsdienst is4 ,men zou wellicht kunnen meenen1 dat dat een zeer welkom redmiddel was om uit de moeilijkheden te geraken1 zoo bijzonder geschikt om den strijd tusschen gelooven en weten te beindigen4 ,en inderdaad hebben velen vrede daarbij als een gemakkelijke oplossing4 ,maar zoodra men scherper toeziet1 komen toch ook hier moeilijkheden aan den dag van allerlei aard4 ,de zedelijkheid wordt hier gegrond op den godsdienst1 en wel niet op godsdienstig gevoel1 maar op het godsdienstig denken1 op dogma en geloof3 ,god de zedelijke wetgever1 ,jezus of ,mozes of wie dan de drager en stichter van het nieuwe zij1 degene die den goddelijken wil kent en geroepen is haar ons mee te deelen4 ,vandaar echter al heel spoedig een zekere benepenheid in deze religieuze moraal1 die slechts erkennen wil wat haar stempel draagt1 en het liefst toch slechts haar zedeleer wil brengen aan eigen geloofsgenooten4 ,en aan den anderen kant1 wanneer die voorstellingen omtrent ,god en een goddelijken wil1 als ons geloof aan de wonderbaarlijke en bovennatuurlijke verhouding van den stichter tot de ,godheid en aan zijn volmaakte kennis van haar wil begint te wankelen1 dan verliest daarmede de onder dat gezag gestelde moraal haar houvast en haar uitwendige geloofwaardigheid en wordt zoo zelf ook onzeker en wankel4 ,dat dat geen ijdele waan1 geen bloot bedachte consequentie is1 toont wel een blik op het leven om ons heen4 ,waar de zedelijkheid aan 't geloof gebonden1 op 't geloof gebouwd was1 daar is met dit laatste ook het zedelijk besef verbleekt en door twijfelingen aan het wankelen gebracht1 om te zeggen weggevaagd3 de godsdienstige crisis een zedelijke crisis ten gevolge4 ,maar ten slotte blijkt het ook principiel bedenkelijk zedelijke vragen en bij zijn levenstaak van een autoriteit1 al is het dan de hoogste1 afhankelijk te maken4 ,kinderen zijn goed1 wanneer zij gehoorzaam en volgzaam zijn1 en zoo is ook begrijpelijk hoe het ,germaansche volk zich in zijn kindsheid door de kerk als draagster eener hoogere cultuur1 door een uitwendig gezag aan den leiband liet voeren4 ,de kerkelijke casustiek is de moraal der onzelfstandigen2 de biechtstoel scherpt hun geweten niet1 maar treedt er voor in de plaats4 ,alle opvoeding echter is opvoeding tot vrijheid1 ook de kerkelijke en godsdienstige1 tenminste zoo behoorde het te zijn2 en daarom komt ten slotte met noodzakelijkheid en recht in de plaats der theonomie1 de erkenning van een goddelijken wetgever1 de autonomie1 de zedelijke zelfstandigheid1 waarvoor ,kant zich zoo krachtig heeft uitgesproken4 ,daarin ligt echter tevens het tweede meer zakelijke argument tegen de nauwe verbinding van godsdienst en moraal4 ,wanneer de mensch het goede doet omdat ,god het beveelt1 als het goede goed is1 omdat ,god het zoo wil1 wat zijn dan de motieven van het zedelijke8 ,overal in den godsdienst en de godsdienstige moraal vinden wij de gedachte en de belangen onzer zaligheid voorgesteld als zedelijk opwekkende en bindende kracht4 ,daartegenover was het streven van ,kant's strenge moraal om elke gedachte aan eigen geluk en welzijn als een verontreiniging van het zedelijke en het goede van de motieven van het handelen verre te houden en geheel uit te sluiten4 ,maar wanneer wij ook niet zoo ver gaan en kunnen gaan als hij1 en de zorg voor ons geluk0 7eigenlijk een fataal woord671 het ,eudaemonisme als volkomen gerechtvaardigd en noodzakelijk in het zedelijk leven1 mede erkennen1 dan wordt toch door de persoonlijke verhouding van den mensch tot zijn ,god1 in de religieuze moraal het gerechtvaardigde verlangen naar zaligheid bijna even noodzakelijk en onvermijdelijk vermengd met de ongerechtvaardigde zucht naar loon1 een goede levenswandel wordt beschouwd als een bijzondere praestatie1 een offer1 en zoo is dan ook de onzedelijke gedachte van de verdienstelijke en oververdienstelijke werken op godsdienstigen bodem ontstaan4 ,nog duidelijker echter spreekt hier iets anders4 ,juist hier komt de vrome zelf voor een probleem te staan1 waarbij zijn geloof aan het wankelen wordt gebracht3 hij ziet1 hoe de rechtvaardige vaak lijdt en ongelukkig wordt1 terwijl het den goddelooze goed gaat3 hoe is dat te rijmen met de gerechtigheid ,gods1 met het geloof aan een voorzienigheid1 een goddelijke wereldleiding8 ,gij weet1 hoe deze vraag der theodicee in het boek ,job is opgeworpen en van alle kanten bezien1 hoe ten slotte echter de schrijver zich moet beroepen op de ondoorgrondelijkheid der goddelijke wijsheid en hare raadsbesluiten4 ,in 't ,christendom is dat anders3 daar wordt het verlangen naar zaligheid1 dat hier beneden vaak onbevredigd blijft1 naar het hiernamaals overgebracht1 en zoo wordt daar goedgemaakt wat hier op aarde onvervuld en ongedaan blijft1 waardoor dan alle contrle onmogelijk en alles aan het geloof en de hoop wordt overgelaten4 ,door echter zoo den nadruk te leggen op 't onsterfelijkheidsgeloof en er als 't ware een moreele wending aan te geven1 komt in de ,christelijke wereldbeschouwing en niet het minst ook in de christelijke moraal noodzakelijkerwijze een transcendente trek van afkeer wan de wereld3 het hiernamaals wordt hoofdzaak1 het leven op aarde slechts voorbereiding1 een tranendal en een pelgrimstocht4 ,vandaar het reeds door ,plato zoo negatief geformuleerde levensdoel van den mensch1 af te sterven aan de wereld1 midden uit de volheid van 't leven zich terug te trekken1 wereldverzaking en ascese1 in den godsdienst zoo vaak het hoogste en beste geacht wat de mensch kan doen en bereiken2 waarbij wij echter niet mogen vergeten dat overwinning van de wereld en overwinning van eigen ik nauw te zamen behooren en in elkander overgaan4 ,het is interessant in de geschiedenis der christelijke ethiek#ch eens na te gaan1 hoe deze met het hooggespannen idealisme des ,christendoms nauw samenhangende1 negatieve en ascetische levensopvatting1 deze ontkenning der wereld tegenover wereldzin en wereldleven1 wereldlijken arbeid en wereldlijke cultuur in verschillende tijden met wisselende sterkte en kracht tot uiting komt4 ,daarbij is het niet te ontkennen dat door de hervorming van ,luther1 onder den krachtigen invloed der op 't aardsche1 wereldlijke en menschelijke gerichte humanistische strooming1 het ,christendom sindsdien veel wereldscher geworden is en elke gedachte aan het profane0 van onze aardsche roeping is verdwenen4 ,maar in het ,protestantisme is die zucht naar ascese en ontvluchting der wereld alleen nog nu en dan weer merkbaar in een soort onderstroom--men denke aan het ,pitisme--1 die dan tot de oppervlakte tracht door te dringen en zich daarvoor steeds op de oudste en beste tradities van de kerk en het oudste christendom kan beroepen4#ci ,tegenover dit alles legt de zuiver wereldlijke moraal--want dat die er is1 kan niet worden bestreden--allen nadruk op den uitsluitend menschelijken oorsprong van het zedelijke1 't zij dan dat men het met ,kant uit de autonomie der rede afleidt of met de modernen er veeleer een product der gemeenschap in ziet1 dat gemeenschappelijke oogmerken dient en den enkeling tot onvoorwaardelijken en vrijwilligen dienst verbindt4 ,wat haar inhoud aangaat1 beperkt deze wereldlijke moraal 's menschen taak tot dit leven en wijst hem hier op aarde het tooneel aan niet slechts van zijne vreugde en lijden maar ook van een zedelijken werkkring en leert hem de zedelijke verhooging van cultuur en menschheid1 het geluk en de welvaart der gemeenschap als oogmerk en doel van dezen zijnen arbeid beschouwen4 ,zoo wordt dan1 wanneer wij dat erkennen1 gelijk wij het zagen bij den strijd tusschen gelooven en weten1 ook hier tusschen godsdienst en zedelijkheid tegenstelling en strijd onvermijdelijk4 ,dat hij nog niet1 gelijk die eerste1 zoo verscherpt en toegespitst is1 hangt wellicht hiermede samen dat de meesten van hen die zich praktisch1 in hun leven reeds lang aan deze nieuwere zedelijke beschouwing1 deze wereldlijke moraal houden1 nauwelijks eenig begrip hebben van het verschil tusschen dat wat zij doen en dat wat zij gelooven1 en meenen religieus correct te leven en te handelen1 terwijl zij inderdaad niet meer religieus1 maar eenvoudig als zedelijke menschen handelen4 ,men belijdt en aanvaardt een praktisch ,christendom en leeft in werkelijkheid ethisch als een gewoon modern mensch1 of scherper geformuleerd3 men heeft langen tijd alleen van religieuze zijde aggressief en sceptisch gevraagd1 of zedelijkheid zonder godsdienst mogelijk was1 en de tegenvraag voorbijgezien3 of zedelijkheid1 of meer bescheiden uitgedrukt3 of onze moderne wereldlijke zedelijkheid en in 't algemeen eenige vorm van zedelijkheid met godsdienst mogelijk is6 ,aan den anderen kant komt het mij voor dat ook de moralisten twee dingen maar al te licht voorbijzien4 ,dat zedelijkheid zonder godsdienst mogelijk is1 is theoretisch volkomen juist2 maar in de werkelijkheid wordt ons allen het zedelijke toch veelal in religieuzen vorm bijgebracht3 ik behoef slechts te herinneren aan de tien geboden of aan de bergrede1 en ook van ,plato weten wij1 welke rol zelfs bij de zedelijke opvoeding der ,grieksche jeugd de godenmythen speelden4 ,het milieu waarin wij1 ook de meest vrijen onder ons opgroeien en leven1 is gansch doortrokken van deze eenvoudige en ware geboden en gedachten eener religieuze moraal4 ,mochten derhalve godsdienst en kerk in breeder kring meer en meer van de overige cultuurgoederen worden losgemaakt en op zichzelf komen te staan--en wij kunnen voor deze mogelijkheid de oogen toch niet geheel sluiten--1 dan is de vraag aangaande een zedelijke opvoeding des volks zonder godsdienst een nog onopgeloste1 die ons in de toekomst voor een nieuwe taak stelt4 ,en daarom zal ik pogingen om op een enkel gebied haar op te lossen en ter hand te nemen1 steeds gaarne begroeten1 ook al acht ik ze1 ondernomen te midden van een ,christelijk milieu1 voorloopig niet in ieder opzicht van voldoende bewijskracht4 ,het tweede is1 dat onze wereldlijke moraal1 wellicht vaak in halfbewuste tegenstelling tot die des ,christendoms1 vaak geneigd is het met het slechte en met de zonde al te gemakkelijk1 te optimistisch te nemen1 en het vaak doet voorkomen alsof de ethiek slechts met het goede en niet met zijn antipode het slechte te doen heeft4 ,in theorie komt weliswaar ook de godsdienst met het kwade in moeilijkheid3 hoe kan hij het bestaan der zonde in de wereld rijmen met de almacht en de goedheid ,gods8 ,een tweede probleem dus der theodicee1 dat door den christelijken duivel niet wordt opgelost en door den ,perzischen ,ahriman als een ,gordiaansche knoop dualistisch en toch weer niet consequent genoeg wordt doorgehakt4 ,maar steeds heeft de godsdienst en vooral het ,christendom deze werkelijkheid van het kwade met alle energie naar voren gebracht1 voor een deel zelfs pessimistisch overdreven3 men denke aan ,augustinus of ,calvijn1 aan praedestinatie en erfzonde1 aan duivel en hel1 aan den middeleeuwschen afkeer van natuur en zinnenleven en beschaving4 ,aan den anderen kant heeft hij het weliswaar den menschen ook weer gemakkelijk1 vaak veel te gemakkelijk gemaakt3 men kan ook met de genade spelen1 en daarbij behoeft het niet eens altijd zoo plat en brutaal toe te gaan1 als met den aflaathandel van een ,tetzel4 ,maar toch ligt in den roep3 ,bekeert u1 want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen01 aan den eenen kant het zedelijk recht en de zedelijke grootheid van den christelijken godsdienst3 hij neemt het ernstig met de zonde als een vergrijp tegen ,god2 en aan den anderen kant toont hij zich daarin echt religieus1 dat hij ook aan 't gevoel van zedelijke onmacht en zwakte1 aan de begeerte vrij te worden van de zonde en vergeving te vinden voor het verleden1 aan de gedachte van een oneindige zedelijke volmaaktheid1 in het geloof aan genade en verlossing uitdrukking geeft4 ,omdat de zedelijkheid die buiten allen godsdienst staat dit heilmiddel niet geven kan1 is zij geneigd den angel van 't kwade te onderschatten en het zondebesef niet al te zwaar te laten wegen4 ,omdat daarentegen de godsdienst gelooft wel zulk een middel te bezitten1 daarom kan hij hem den menschen des te dieper in het hart drukken4 ,maar hoe staat het dan met ons geloof aan de waarde der bekeering van een zondaar op het sterfbed8 ,gij begrijpt wellicht wat ik met deze plotselinge vraag bedoel3 maar ik wil het ook uitdrukkelijk zeggen4 ,een leven in zonde doorgebracht maakt men niet goed door de gevoelsopwelling van een laatste uur2 zonde is slechts te verzoenen door in het leven het kwade te overwinnen en door dit leven steeds rijker en voller te doen bijdragen tot de overwinning van het goede4 ,zoo liggen dan ook hier dezelfde groote tegenstellingen1 als die waarop wij stuitten bij de verhouding van gelooven en weten4 ,maar--de wetenschap verdeelt1 het leven vereenigt4 ,en daarom zie ik hier geruster dan ginds de toekomst en den strijd dien zij brengen zal1 tegemoet4 ,onze zedelijke en onze sociale taak in de wereld1 die moeten en zullen ons tot elkander brengen1 ook al mochten de groote geloofsvragen in den eersten tijd nog meer verdeeldheid en scheiding brengen4 ,wanneer dan eenerzijds erkend wordt1 dat op religieuzen bodem bepaalde deugden gemakkelijker en schooner zich ontplooien en de godsdienst den mensch een zekere zachtheid en innigheid des gemoeds geven kan--niet moet--die voor de ontwikkeling dier deugden een bijzonder gunstigen bodem biedt en de daarop bloeiende bloemen een bijzonder fijnen geur verleent1 en wanneer anderszijds de geloovige mensch1 het bestaan erkennend eener godsdienstlooze moraal1 de zedelijke eigenschappen der verdraagzaamheid en gerechtigheid leert in eere houden ook tegenover andersdenkenden1 dan zal ook hier het laatste woord zijn dat van ,lessings wijzen rechter3 ,met zachtmoedigheid1 met hartelijke verdraagzaamheid1 met weldoen1 met innigste overgave aan ,god zal zich de kracht der steenen aan beide kanten openbaren1 en zoo de strijd om de belijdenis en het ware geloof0 in den nood der tijden toch langzamerhand op den achtergrond kunnen treden4 ,,vierde ,,hoofdstuk ,de godsdiensten4 ,individualisme en mystiek4 ,kerk en staat4 ,wij wenden ons tot het geschiedkundig leven der religie4 ,een geschiedenis der godsdiensten in het verleden1 een overzicht over de gezamenlijke nog bestaande godsdiensten--al dit historische en ethnologische materiaal te zamen zou ons eerst volkomen kennis daarvan kunnen verschaffen4 ,maar dat gaat het vermogen van n mensch1 in elk geval het mijne1 verre te boven1 en bovendien zou het een volkomen hopelooze poging zijn1 ook maar in zeer grove trekken een dergelijke schets te willen geven4 ,maar in den historischen loop en ontwikkelingsgang der godsdiensten liggen zelf weer vragen en problemen1 die voor het religieuze leven van belang zijn1 en die wilde ik er uitlichten en u voorleggen4 ,er zijn vele godsdiensten3 in het ,christendom een reeks van belijdenissen1 kerken en secten1 buiten het ,christendom eenige in uitbreiding en aantal aanhangers ongeveer gelijke of zelfs grootere hoofdgodsdiensten1 en dan de groote massa der kleine1 weinig omvangrijke1 vaak zeer lage1 zeer zeldzame1 zelfs onverkwikkelijke uitingen van religieus leven1 die toch ook op den naam godsdienst kunnen aanspraak maken4 ,de godsdienstige mensch die van zijn eigen religie en hare goddelijkheid doordrongen en diep overtuigd is1 moet aan deze veelheid wel aanstoot nemen en op de vraag naar haar ontstaan kent hij ook eigenlijk slechts n antwoord3 zijn godsdienst is de juiste en ware1 alle andere zijn onwaar en valsch4 ,deze gedachte komt tot uiting in een bepaalde theorie omtrent den oorsprong van den godsdienst1 die men daarom wel als de godsdienstige of theologische betitelt4 ,volgens haar berust de godsdienst op een goddelijke openbaring aan de eerste menschen2 deze oergodsdienst is daarom als geopenbaarde de zuiverste en beste1 de volmaakte geweest en heeft zich in den eenen waren godsdienst1 het ,christendom1 voortgezet of is door den stichter daarvan in zijn oorspronkelijke zuiverheid hersteld1 terwijl de bonte veelheid der andere godsdiensten slechts gevolg is van afval en zonde1 depravatie en degeneratie4 ,deze theorie1 zoo eenvoudig als zij klinkt1 berust toch op een gansche rij van de meest twijfelachtige vooronderstellingen3 ,god wordt op kinderlijk-anthropomorphische manier gedacht als leeraar der eerste menschen2 aan deze oer-menschen wordt in een volkomen onhistorische en onpsychologische voorstelling1 die even ondenkbaar als in strijd met de werkelijkheid is1 het vermogen toegekend om een zoo rijke gave1 een zoo hoog goed te kunnen bevatten3 en het wezen van den godsdienst wordt miskend1 immers opgevat als een leer en de overlevering daarvan4 ,deze geheele theorie is een typisch orthodoxe conceptie3 reeds de eerste menschen en juist zij hebben de ware leer gehad1 zijn orthodox geweest4 ,tegen deze orthodoxe leer komt in de achttiende eeuw met vlijmende scherpte het ,rationalisme op met zijne opvatting van den oorsprong der religie1 dat echter van zijn kant opereert met evenmin nieuwe gedachten aan de ,grieksche sophistiek ontleend3 de godsdienst een menschelijk bedenksel1 terug te brengen tot priesterbedrog of sluwe berekening der overheid1 en derhalve1 afgezien van den alleen geldigen rationalistischen verstandsgodsdienst1 al het andere wat daaraan is toegevoegd1 leugen en bedrog en kinderachtig bijgeloof4 ,maar ook deze opvatting is even intellectualistisch als de eerste3 alleen aan het denken wordt bestaansrecht toegekend ook in den godsdienst1 het aandeel en het recht der fantasie volkomen miskend1 de godsdienst ook hier gemeten met den maatstaf van het ware en verkeerde1 het echte en onechte1 in een woord een volkomen onhistorische opvatting1 zooals het heele rationalisme der vorige eeuw onhistorisch is4 ,maar toch schuilt ook hier een korreltje waarheid in1 dat uit afkeer van een zoo plompverloren geredeneer over het heilige gewoonlijk te zeer wordt voorbij gezien3 dat namelijk in den ontwikkelingsgang der godsdiensten evenzeer als in alle geschiedenis1 zelfs in het ontstaan en den groei der taal1 menschelijke willekeur mede een rol heeft gespeeld en dat het ook hier menschelijk1 vaak maar al te menschelijk is toegegaan1 dat inderdaad priesters en orakel1 concilin en kerkbestuur dikwijls ingegrepen1 en leer en cultus met bepaalde bedoelingen en bepaalde1 vaak zeer egostische oogmerken gevormd of veranderd hebben4 ,ik behoef u slechts te herinneren aan het orakel van ,delphi1 of aan de wijze waarop in de ,christelijke kerk van den vroegsten tijd af tot heden toe dogmen zijn gemaakt1 vastgesteld en doorgedreven4 ,maar hoeveel er in bijzonderheden ook kunstmatig moge gemaakt zijn en nog altijd gemaakt worden1 de godsdienst zelf is niet gemaakt1 maar ontstaan4 ,gaan wij dus nu eenige andere theorien na1 waarmede men meent het geheim van dit ontstaan en dezen groei te kunnen afluisteren4#dj ,naast het plat rationalistische ,euhemerisme1 dat in de goden slechts vorsten1 helden en wijzen der oudheid ziet1 die als weldoeners van hunne volkeren vergoddelijkt werden1 treden drie andere -ismen1 drie historische theorien ter verklaring van het ontstaan der godsdiensten naar voren3 het ,totemisme1 het ,fetischisme en het ,animisme4 ,het eerste1 het zoogenaamde ,totemisme1 is de naam voor een vooral onder de ,indianen verbreide gewoonte1 zich een of ander sieraad of een dier als familie- of stamteeken uit te kiezen1 een soort van wapen dus1 en dat te vereeren4 ,niet zoo veel verschillend daarvan is het ,fetischisme der negers1 het geloof aan toevallige1 van wonderbare tooverkrachten vervulde voorwerpen en de aan zoo'n fetisch gewijde dienst4 ,onder ,animisme eindelijk verstaat men het geloof aan het bestaan en de vereering van de geesten der voorvaderen van een familie of een stam4#da ,vooral de laatste der drie hypothesen1 volgens welke hier de primitiefste vorm der religie is te zoeken1 heeft veelvuldig bijval gevonden2 en zeker smelten in dezen zielencultus de beide hoofdbestanddeelen van het religieuze voorstellingsleven1 het ,godsbesef en het onsterfelijkheidsgeloof op eenvoudige wijze samen2 ook ontbreekt hij in geen der bekende godsdiensten geheel4 ,wij hebben dan ook in de animistische godsdiensten stellig een der meest verbreide en oorspronkelijke religieuze verschijnselen voor ons2 en eveneens geloof ik dat wij in den fetisch- en totemdienst met een zeer lagen en een zeer primitieven trap van godsdienst te doen hebben4 ,maar de noodzakelijkheid1 om de vraag naar den historischen oorsprong en den eersten vorm der religie nu juist met een dezer drie hypothesen te beantwoorden1 kan ik desondanks niet inzien4 ,men moet het begrip totem of fetisch wel zeer ruim nemen wil men daarmede alles omvatten1 ten slotte zelfs in zon en maan1 waar zij vereerd worden1 zulke totems en fetischen zien1 terwijl toch zeer goed primitieve vormen van godsdienst denkbaar zijn1 die noch totemistisch1 noch fetischistisch of animistisch zijn2 en omgekeerd zou het totemgebruik zeer wel los van alle religie op zichzelf kunnen bestaan1 een totem worden gedacht die in het geheel niets met godsdienst te maken had4 ,en daarom houd ik deze drie primitieve vormen slechts voor belangrijk als verschillende trappen en gedaanten van het zich historisch ontwikkelende leven van den godsdienst4 ,af te dalen tot het eerste begin en den oorsprong zelf is ons hier even onmogelijk als overal elders4 ,onze historische kennis is toch altijd slechts het kleinste en het achterste stuk van een lange lijn1 waarvan het eerste deel evenzeer in nacht en nevel is gehuld als de laterkomende rest1 die nog in den schoot der toekomst ligt4 ,er zal wel een tijd zijn geweest1 dat de menschen nog geen godsdienst bezaten1 en zoo is hij dan ook ergens en te eenigertijd1 wellicht ook herhaaldelijk1 in verschillende tijden en op verschillende plaatsen ontstaan2 maar de vraag naar dezen oorsprong1 dit ontstaan1 d4 i4 naar den werkelijken eersten vorm1 waarin het religieuze leven optrad1 is en blijft onoplosbaar4 ,maar wel kunnen wij1 juist bij zulke lage vormen van religie1 zien1 dat ook voor den godsdienst de wet der historische ontwikkeling geldt1 volgens welke ook zij ontstaan1 groeien en bloeien1 weer achteruit gaan en in verval geraken1 afsterven en ondergaan4 ,en daarbij hebben wij zeker den natuurlijken en oorspronkelijken toestand niet als een eenheid1 maar veeleer als veelheid en verscheidenheid te denken4 ,dat ligt ook in het wezen van den godsdienst zelf1 waarop ons deze gansche vraag naar zijnen oorsprong nog eenmaal dwingt terug te komen4 ,niet dt is eigenlijk het verwonderlijke1 dat er zoovele godsdiensten zijn1 veeleer zouden we kunnen vragen1 waarom er slechts zoo weinig zijn8 ,het vaderland van den godsdienst is het gevoel1 en het gevoel is de zetel der individualiteit en de kern der persoonlijkheid2 daarom wordt de godsdienst van huis uit gekenmerkt door een volstrekt individualistischen trek1 en het natuurlijkste1 en het beste wellicht1 zou het schijnen te zijn als er zooveel godsdiensten als menschen of althans families waren1 en iedereen of ieder huisgezin zijn eigen1 zijn privaatgodsdienst bezat4 ,nu is weliswaar dit individueele element des religieuzen levens binnen den kring der historische godsdiensten overheerscht door en als verborgen onder een ander en sterker1 den gemeenschapszin1 die ook in den godsdienst de menschen samenbrengt en vereenigt4 ,maar toch is het van den aanvang af aanwezig1 het is het oorspronkelijke1 en--al blijft dat vaak onopgemerkt--ook iets blijvends te midden van het gemeenschappelijk geworden religieus leven2 en daarom is 't hier onze taak het op zichzelf te beschouwen en het in dit laatste te ontdekken4 ,vroom noemen wij toch niet den man die gelooft wat de kerk gelooft en aan haar godsdienstige handelingen voor 't uiterlijk deelneemt1 integendeel1 vroomheid is zelf doorleefd religieus voelen en ondervinden1 en dat moet ten alle tijde persoonlijk en individueel zijn4 ,door een of andere gebeurtenis1 bij een of andere gelegenheid komt bij mij het gevoel op van mijne eindigheid1 ontwaakt in mij het verlangen naar den ,oneindige1 naar een ,god1 maar mijn ,god1 en het verlangen naar mijne oneindigheid1 de onsterfelijkheid van mijne ziel en de zielen van hen die mij lief zijn4 ,en die aanleiding geeft dan het gevoel voor altijd zijn kleur1 zijne bepaalde schakeering1 zijne eigenaardigheid1--die aanleiding en bovendien nog de persoonlijke aard van dengeen die dit alles ervaart1 dat wat wij temperament en natuurlijken aanleg1 individualiteit en karakter noemen4 ,zoo zien wij bijv4--wij allen kennen wel zulke religieuze verschillen in den kring onzer bekenden--eenerzijds de blijde vroomheid1 die zich door een religieus zich verheffen tot ,god het hart laat verruimen en sterken1 door een deemoedige overgave aan ,zijnen wil rustig en blijmoedig laat stemmen1 en zoo leert alles ten goede te doen medewerken2 en anderzijds die ernstige en strenge1 bittere en door smart bewogen en gedreven religiositeit1 die opziend tegen de oneindige heiligheid ,gods1 terneergedrukt door het gevoel van eigen zedelijke onwaarde en zondige zwakte een duisteren geest van rigoreuse wettelijkheid in zich kweekt1 of in smart en lijden ,gods hand het krachtigst meent te gevoelen en daarom de vreugde en het goede des levens waarin hij niet evenzeer het goddelijke kan speuren1#db versmaad om den zegen van het lijden4 ,en gelijk de menschen onderling1 zoo onderscheiden zich ook gansche kerken en confessies1 sekten en genootschappen van elkander3 typisch verschillend is het beeld dat ons de vroomheid biedt van ,hernhutters1 ,pitisten1 ,quakers en ,puriteinen4 ,daarbij blijkt tevens nog iets anders3 naar zijn persoonlijken aanleg neemt ook binnen de gemeenschap eener kerk ieder afzonderlijk van den historischen godsdienst1 waartoe hij behoort1 slechts datgene wat hem het meest aantrekt en het best past4 ,het is volstrekt niet zoo1 dat voor alle vrome christenen ,christus en wat hij gedaan en gebracht heeft1 dezelfde beteekenis heeft4 ,de verschillen zijn1 meen ik1 veel grooter1 dan wij gewoonlijk denken en ons kunnen voorstellen2 en wanneer het eens tot een uitspreken dezer persoonlijke religiositeit kon en mocht komen1 zouden wij vaak verbaasd zijn over de geweldige eenzijdigheid1 die zich daarin zou openbaren4 ,wat is ,christus voor u8 ,daarop luidt het antwoord der vrome ,christenen zeer verschillend3 voor den een is deze1 voor den ander gene zijde van zijne persoon en zijn werk het belangrijkst4 ,hier wordt dit woord van hem1 daar een ander als van de hoogste waarde en beteekenis beschouwd4 ,het is een der ergste gevolgen van orthodoxie en kerkelijkheid1 dat zij ter wille van de eenheid en algemeenheid van gelooven en belijden1 geheel overeenkomstig den nivelleerenden trek die onzen ganschen tijd kenmerkt1 deze vrijheidsvruchten der individuen in het religieuze leven steeds meer miskend en verdrongen hebben1 een teeken hoe ver juist zij zijn afgedwaald van het ware wezen van alle religie4 ,en daarom verzet zich ook in de kerk niet alleen het ongeloof0 en de vrijheid van denken tegen dezen dwang1 maar--de vroomheid zelve4 ,ten alle tijde stond en staat tegenover den overheerschend kerkelijken geest zoo'n kleine groep van individueele gevoelschristenen1 die weigert de kerkelijk voorgeschrevene uniform te dragen en opkomt tegen wat door priesters of kerkbestuur1 pausen of consistorin voorgeschreven en toelaatbaar geacht wordt4 ,als een soort onderstrooming komt hier het besef van het recht der persoonlijke vroomheid tegenover de alles gelijk makende kerkelijkheid en rechtgeloovigheid voor den dag en weet zich te doen gelden4 ,dat zijn de stillen in den lande1 de mystieken4#dc ,mystiek is niet alleen op godsdienstig gebied te vinden4 ,wij spreken bijv4 ook van natuurmystiek1 die1 aesthetisch van aard1 zich zoo innig mogelijk inleeft in en en voelt met de natuur en in een zeer eigenaardige innige stemmings- en gevoelsbetrekking staat tot het natuurleven3 in de werken van ,bcklin is dat duidelijk waar te nemen en op andere wijze vindt men het ook in de sprookjes van ,tieck4 ,of wel wij vinden de natuurmystiek bij de ,faustnaturen der zestiende eeuw1 die met hartstocht zoeken naar haar diepste verborgenheid1 als wegzinken in haar innerlijk wezen en haar opeens van binnen uit willen grijpen en begrijpen1 haar als 't ware in het hart trachten te zien4 ,aan deze beide richtingen der natuurmystiek is de religieuze mystiek nauw verwant1 en zij kunnen medehelpen deze laatste beter te doen verstaan4 ,want ook hier zien wij een zeer intieme persoonlijke verhouding--nu niet tot de natuur1 maar tot den ,oneindige1 tot de ,godheid1 ook hier is het een innerlijk beleven van het goddelijke1 een onmiddellijk aanraken en samensmelten1 een volstrekt en worden met ,god2 de middeleeuwsche mystiek spreekt zelfs van vergoddelijking04 ,in deze innige verhouding met de ,godheid ligt echter tevens het geheel persoonlijke karakter dezer mystiek4 ,voor haar kunnen geen1 of moesten althans geen door conventie vastgelegde1 officieele vormen en formules1 geen bemiddeling van welken aard dan ook bestaan4 ,ieder moet voor zich zelven dit innerlijk naderen tot ,god1 dit zuiver persoonlijk verkeer met den ,allerhoogste in zijn eigen binnenste en geheel zelfstandig scheppen en ontwikkelen4 ,wij zien dan ook hoe in de middeleeuwen1 toen men zoo bijzondere waarde toekende aan de bemiddeling der kerk1 deze vrome mystici vaak als ketters werden vervolgd en gestraft1 hoewel zij zich op typische voorbeelden uit het ,nieuwe ,testament konden beroepen1 en hoewel de eigenlijke levenskracht van godsdienst en vroomheid juist van hen uitgaat4 ,hier toch treffen wij religieus gevoel aan in volle innigheid1 sterkte en zuiverheid4 ,trots dit alles echter kunnen wij de kerk toch ook niet geheel en al ongelijk geven1 dat zij tegenover deze mystici wantrouwend stond en vaak nog staat4 ,reeds vroeger heb ik de religieuze voorstellingen en cultus den steun1 het houvast en de contrle van den godsdienst genoemd4 ,de mystiek wil het doen zonder dezen steun en onderwerpt zich aan geen contrle4 ,en daarmede loopt zij gevaar--slechts zelden ontkomt zij daaraan1 op den duur zeker nooit--te ontaarden in een ongezond mysticisme4 ,ieder gevoel1 dat zich blijft onttrekken aan de contrle van het denken1 wordt onklaar en vaag1 en deze vaagheid en onklaarheid is het religieus mysticisme wel bijzonder eigen4 ,het ,oneindige is voor ons denken met zijn vaste categorien en vormen iets onbereikbaars en onbegrijpelijks4 ,vandaar dat zich ten alle tijde naast de positieve een negatieve theologie stelt1 met de leer dat ,god te groot1 te zeer transcendent is1 dan dat wij hem zouden kennen of iets aangaande hem zouden kunnen uitspreken4 ,zoo ligt in het voorwerp van den godsdienst zelf reeds een niet te controleeren element4 ,wanneer dan nu de mysticus1 onverschillig voor de wetten van het denken1 de ,godheid wil omvatten1 het onkenbare zich innig eigen maken en in extase en verrukking zich tot haar omhoog heffen wil1 dan moet hij f gansch en al in fantasie zich verliezen1 om al het aardsche1 al het tastbare achter en beneden zich te laten2 f--want de mysticus is even vaak fantasieloos als fantasievol--hij werpt zich op het eerste het beste en wordt grof anthropomorphistisch1 realistisch1 zelfs grof zinnelijk4 ,de intiemste menschelijke verhouding nu is de liefdesverhouding tusschen man en vrouw en daarom ontbreekt in dit ongezonde mysticisme bijna nooit een trek van zinnelijke verliefdheid2 de gevoelens die eerst zoo verheven en bovenzinnelijk begonnen1 overweldigen den mensch geheel en eindigen--naar het ware woord van ,mephistopheles over den bovenzinnelijken zinnelijken vrijer0--in platte zinnelijkheid4 ,zoo wordt voor den middeleeuwschen mysticus de moeder ,gods het voorwerp eener religieuze liefdesbetrekking en zien wij in de vrouwenkloosters der middeleeuwen bijna met zedelijken weerzin de overdreven gevoelszwelgerij van het liefdespel met den hemelschen bruidegom4 ,het is dan ook geen toeval1 dat in deze kringen het ,hooglied1 die verzameling oudtestamentische zuiver wereldsche liefdesliederen van sterk zinnelijken aard1 met bijzondere voorliefde in religieus-mystischen zin is uitgelegd en gebruikt4 ,nog erger is de overdreven afkeer der mystici van het practische leven en van de daad3 dat onmiddellijk leven met ,god en in ,god neemt hem geheel in beslag1 is hem alles en treedt in de plaats van alles2 hij zwelgt en geniet in de weelderigheid van zijn gevoel4 ,dit quietistische gevaar van het mysticisme heeft niemand duidelijker en vriendelijker aangetoond dan ,lessing1 waar hij ,nathan den ,wijze aan ,recha laat aantoonen1 hoe vrome dweperij gemakkelijker is dan goed handelen en hoe gaarne slappe karakters daarin zich verlustigen om het goede maar niet te behoeven te doen4 ,en een der grootste mystici van alle tijden1 meester ,eckart 7c4 #abfj-acbg7 heeft zelfs gemeend voor dezen voor de hand liggenden dwaalweg te moeten waarschuwen en gezegd3 al ware een mensch in geestvervoering als de heilige ,paulus en wist dat een ziek mensch een soepje van hem moest hebben1 ik zou het veel beter vinden dat hij uit liefde zijn geestvervoering liet varen en den behoeftige uit grootere liefde diende40 ,maar een zeer eigenaardige werking van mystiek en mysticisme zien wij nog in hun verhouding tot de kerk--en dat voert ons dan tevens weer naar ons uitgangspunt terug4 ,den mysticus is alles gelegen aan een onmiddellijk persoonlijk verkeer met ,god1 en daarom wil hij niet alleen niets weten van een bemiddeling der kerk1 maar hij brengt ook haar bestaan in direct gevaar3 de mystiek maakt onverschillig voor dogma en leer4 ,daarom kwam dan ook--dat is zeer eigenaardig maar ook zeer begrijpelijk--het ,pitisme1 een vermenging van mysticisme en practisch christendom1 het eerst in strijd met de orthodoxe ,lutheranen1 en voerde zoo als vanzelf tot het ,rationalisme1 waar het de voorlooper van is4 ,want eerst stompte het door zijne eenzijdig gevoelmatige opvatting van den godsdienst den zin en de belangstelling voor dogma en rechtgeloovigheid af1 en als dan zijn eigen religieuze kracht en warmte gingen tanen1 was door zijn toedoen het denken van de dogmatische banden bevrijd en keerde nu zijne wapens tegen de kerk en tegen het dogma zelf2 en eerst in den strijd met dezen ontaarden nakomeling heeft dan het ,pitisme der negentiende eeuw zich met de orthodoxie verbonden4 ,van deze historische herinnering aan het ,pitisme kunnen wij echter nog iets leeren3 ook de mystiek is toch slechts zelden geheel individueel en gansch en al zonder historie2 ook zij is niet geheel los van den gemeenschapvormenden1 socialen trek die allen godsdienst eigen is en daardoor brengt zij het weliswaar niet tot de vorming van volledige godsdiensten en kerken1 maar toch tot die van secten en kleiner kringen van meer individueelen en gemeenzamen aard1 dan die groote en breed vertakte organisaties eener groote kerk kunnen zijn4 ,dat godsdienst als vanzelf tot het vormen van een gemeenschap leidt1 ligt in het algemeen in 's menschen aard noodwendig besloten en speciaal in den aard van het gevoelsleven4 ,waar het hart vol van is1 daar loopt de mond van over1 zegt de volksmond4 ,hoe meer iemand vervuld is van religieuze gevoelens en ervaringen1 des te luider zal hij daarvan getuigen1 des te meer anderen daarvan willen spreken4 ,en omgekeerd is ook in het religieuze leven het eigen beleven van den gewonen mensch even weinig rijk en oorspronkelijk als op alle andere gebieden1 en vandaar de natuurlijke zucht1 zich juist hier het duistere en onbepaalde van zijne gevoelens door menschen van grooter aanleg te laten verduidelijken1 en beelden1 die de eigen fantasie te arm en te onvruchtbaar is om te scheppen1 van hooger en rijker begaafden over te nemen4 ,bovenal echter komt deze sociale trek1 deze hang naar het gemeenschappelijke tot uiting op het gebied van den cultus4 ,gelijk bij iedere handeling wordt ook hier de zucht tot navolging gewekt2 de bekoring van het geheimzinnige1 die bijna steeds in godsdienst en godsdienstig handelen aanwezig is en den cultus tot iets mysterieus maakt1 trekt aan1 en het schoone en aesthetisch welgevallige noodigt tot mede vieren en medegenieten uit4 ,daarom is ongetwijfeld de religieuze gemeenschap in de eerste plaats een cultusgemeenschap geweest1 eerst nog in den nauwen kring van familie en huisgezin1 vervolgens--een aanwijzing daarvoor is de ,grieksche ,zeus ,xenios1 de ,god der gastvrijheid--daarboven uit in horde en stam1 in natie en volk4 ,daaruit volgen als van zelf twee dingen3 in de eerste plaats het verschil tusschen actieve en passieve deelnemers2 en gaat voor in gebed1 de anderen volgen slechts na1 en offert en spreekt voor allen1 terwijl de anderen toezien en hooren1 de huisvader is de eerste priester1 de huisgenooten de eerste gemeente1 en door het zoo ontwakend begrip van een deskundige1 en die het weet en ingewijd is1 ontstaat dan het onderscheid tusschen priesters en leeken4 ,de eersten worden de bemiddelaars tusschen ,god en mensch1 en als bij uitstek vroom1 rein en heilig boven het profane volk verheven tot een hoogeren rang1 met hooger aanspraken en hoogere rechten4 ,en het tweede is een nauw aansluiten van deze cultushandelingen aan zeden en gewoonten4 ,tegenover de geniale opvatting van ,ihering1 die in gebruiken en gewoonten overal naar nut en doel zocht1 heeft men later de meening uitgesproken1 dat alle zeden en gewoonten oorspronkelijk religieuze ceremonin en cultushandelingen zijn geweest en eerst langzamerhand van hun godsdienstig karakter ontdaan en voor wereldsche doeleinden dienstbaar gemaakt zijn4#dd ,deze opvatting is stellig eenzijdig1 al kan zij zich ook beroepen op veler onzer kinderspelen waarin nog resten van oud-heidenschen cultus bewaard zijn gebleven--een dieper zin in 't kinderlijk spel dus1 evenals de godsvoorstellingen van onze ,germaansche voorouders in vele van onze kindersprookjes voortleven4 ,maar in zulke gedachten schuilt toch zeker deze waarheid1 dat religieus leven en handelen met den door gewoonte bevestigden vorm van het volksleven wel zeer nauw verbonden en saamgesmolten is4 ,hier kan zich ook nog de vraag aan ons voordoen of het geen plicht is zich bij een godsdienstige gemeenschap aan te sluiten8 ,zooals er tijden zijn waarin de individualistische onsterfelijkheidsgedachte1 en andere waarin de sociale idee van het koninkrijk ,gods de overhand heeft1 zoo houdt de een zijne godsdienstoefening liever alleen in de stilte van zijn binnenkamer1 terwijl de ander slechts door een gemeenschappelijk opgaan gesticht kan worden en zijn religieuze verheffing zoekt in het gezang der gemeente en een gezamenlijk aangeheven3 ,op bergen en in dalen1 ja overal is ,god02 waar en hoe men zich meer gesticht en religieus gestemd voelt1 dat moet aan ieder zelf worden overgelaten4 ,gewetensdwang kan ook hier weer slechts leiden tot schade voor den godsdienst1 tot droeven schijn en huichelarij4 ,de vaste band echter1 die zich om een volk legt en het volksleven tot een vast geheel samenvoegt1 is de ,staat4 ,de verhouding van den godsdienst tot den ,staat is daarom in het historisch leven der volken van bijzonder belang en meer dan gewoon gewicht voor hun gansche uitwendige en innerlijke ontwikkeling4 ,reeds in de oudheid zien wij een opmerkelijk verschil tusschen de volken van 't oosten en de vrije ,grieken4 ,in de voorstellingen aangaande de verhouding van ,god tot de wereld spiegelt zich bij de semietische volken af1 dat deze1 overeenkomstig hun absolutistischen staatsvorm1 zoo gansch anders gedacht werd dan bij de ,grieken1 wier ,olympische godenraad gevormd is naar de verhouding van ,agamemnon tot de andere vorsten en aanvoerders in het kamp van ,troje4 ,toch is het veeleer een ander uitwendig verschijnsel dat ons hier treft en waarmee wij ons hebben bezig te houden4 ,in het oosten treffen wij bijna overal een uitgesproken en ontwikkeld priesterwezen1 dat licht in een priesterkaste zich bestendigt en met de politieke bestuurders van den staat om invloed en macht strijdt4 ,de verhouding tusschen ,samuel en ,saul is hiervan een typisch voorbeeld bij de ,joden1 en in het ,gangesdal hangt de overwinning der priesterkaste juist samen met een hervorming van het gansche ,arische volkskarakter1 die nu juist geen verbetering was4 ,daarentegen waren de ,grieken te zeer politiek1 te zeer staatkundig aangelegde menschen om een priesterstand1 een hierarchie naast of zelfs boven den ,staat te dulden4 ,het offeren bleef de taak van den veldheer of archont2 priesters en waarzeggers waren1 zoo zij niet in dienst stonden van den staat1 slechts partikuliere personen2 en zelfs de slimme priesters van ,delphi hebben het nooit boven hun moreelen invloed uit tot een ambtelijke plaats of eenig gezag in de ,grieksche statengroep kunnen brengen4 ,en in ,rome was de godsdienst geheel en al een politieke instelling1 de regeerende adel zag er een machtsmiddel en een bestuurstaak in4 ,en wanneer de eene augur de andere eens toelachte1 dan lag daarin slechts een bewijs hoever de politicus zich verheven voelde boven de fables convenues0 der volksreligie4 ,gansch anders1 veel ingewikkelder en gecompliceerd was van den aanvang af de verhouding tusschen de christelijke kerk en den staat4 ,jezus zelf had door afwijzing van de politieke ,messiasidee met de woorden3 ,geef den keizer wat des keizers1 en ,god wat ,godes is04 7,mattheus #bb7 een mogelijk conflict nog vermeden3 zijn rijk was niet van deze wereld4 ,maar het was in deze wereld1 en zoo geeft dan ook reeds te midden van het oudste christendom het ,nieuwe ,testament twee tegenoverelkander staande opvattingen over die verhouding1 waarvan de tweede noodwendig tot het conflict moest leiden4 ,in ,romeinen #ac zegt de apostel ,paulus3 ,ieder zij onderworpen aan de macht die over hem gesteld is1 want er bestaat geen macht1 die niet uit ,god is02 dat geldt ook van een heidensche staatsmacht1 zelfs van de regeering van keizer ,nero1 onder wien de brief geschreven is4 ,de schrijver der ,apocalypse echter zegt--ook in het dertiende hoofdstuk3 de staat is des duivels1 want de draak gaf het dier zijne kracht en zijnen troon en zijn groote macht0 7vers #b74de ,en waarom ook niet8 het was immers de ,romeinsche1 de heidensche staat1 en die op den troon zat en als keizer goddelijke vereering voor zich eischte1 was ,nero2 voor de oudste christenen echter waren de heidensche goden daemonen1 booze geesten1 de ,romeinsche staat derhalve een rijk van den booze4 ,zoo verklaart zich de overwegend afwijzende en vijandige houding van het christendom der eerste drie eeuwen tegen den ,staat1 die door de ,christenvervolgingen nog verbitterder werd4 ,intusschen had zich het christendom zelf ook georganiseerd1 het was gegroeid tot een kerk1 ja meer nog1 tot een ,staat in den ,staat1 en had daarbij ook een deel der taak van den ,staat overgenomen1 een ,kerkrecht naast het ,staatsrecht geschapen4 ,voor een deel ten gevolge van het verbod van ,paulus dat christenen hun onderlinge oneenigheden voor den heidenschen rechter zouden brengen 7#a ,cor4 #f vg474#df ,daar trad nu onder ,constantijn die verrassende omkeer in1 het ,romeinsche keizerrijk werd ,christelijk4 ,hoe zwaar het zelfs den meest op den voorgrond tredenden mannen viel1 zich in deze nieuwe situatie in te leven en in te denken1 toont ons nog honderd jaar later ,augustinus1 die den wereldlijken ,staat nog steeds met wantrouwenden blik beschouwt en den ,christen slechts toestaat1 den vrede dien de ,staat verschaft1 voor hoogere doeleinden te benutten en zich daarover te verheugen4 ,wanneer hij dan toch daarnaast van den ,staat verlangt1 dat hij de menschen dwingen zal in de kerk te treden1 doch de ketters bestrijden en bestraffen zal1 dan ziet men hoe bij dezen man op de grens van twee tijdperken reeds de latere middeleeuwsche leer zich baan breekt4 ,in de praktijk echter was de moeilijkheid reeds eerder overwonnen en de bisschoppen toonden zich zoo onderdanig aan de tot het christendom bekeerde keizers van ,byzantium dat zelfs het dogma door den invloed des keizers tot stand kwam4 ,byzantinisme is sindsdien de naam geworden voor alle vloekwaardige onderdanigheid in monarchistisch ingerichte staten1 en ,schleiermachers wensch is derhalve reeds van dien tijd af gerechtvaardigd1 dat toch nooit de zoom van een priesterlijk gewaad den bodem van een koninklijk vertrek mocht hebben beroerd1 en evenmin het purper ooit het stof des altaars mocht hebben gekust40#dg ,waarlijk1 de verbinding van troon en altaar heeft van ,constantijn den ,groote af tot op dit oogenblik aan de christelijke kerk geen heil gebracht4 ,en ook den staat niet4 ,in de middeleeuwen gelukte het den bisschop van ,rome als paus en opperhoofd der in zijn tijd goed georganiseerde en onafhankelijk geworden kerk1 koningen en keizers den voet op den nek te zetten en de aanspraak op afhankelijkheid van het wereldlijk bestuur1 op ondergeschiktheid van den staat jegens de kerk te doen gelden en in acht nemen2 een zelfstandige staat was er niet2 daarvoor is typisch geworden het beeld van den paus als zon en den keizer als maan1 die eerst van de zon zijn licht ontvangt4 ,deze wereldbeheerschende positie echter voerde met innerlijke noodzakelijkheid tot ontaarding en volledige verwereldlijking van de kerk4 ,anders in het ,protestantisme4 ,luther was een religieus mensch1 geen organisatorisch talent1 en in zijn afkeer van de tot een staat en een rechtslichaam verworden katholieke kerk wilde hij zijne kerk slechts een zuiver geestelijke taak opleggen en volstrekt niets weten van een zoo straffe kerkinrichting4 ,vandaar dat hij niet alleen weer den staat beschouwde als zelfstandig en buiten alle kerkelijke macht staande1 maar hij droeg ook--wederom een bedenkelijke stap--de uiterlijke organisatie zijner kerk aan den staat en de wereldlijke overheid over1 of wel1 wijl de ,luthersche ,reformatie in den eersten tijd slechts in monarchien ingang vond1 aan den landheer3 dezen maakte hij tot landsbisschop en de kerk tot landskerk4 ,vandaar dan gedurende honderd jaar en langer de grondstelling van het territorialisme3 cuius regio1 eius religio 7de godsdienst der onderdanen heeft zich te richten naar dien van den landsheer7 waardoor de godsdienst voor den enkeling werkelijk tot een vraag der geographie gemaakt werd4 ,tegen deze regeling echter kwam de geest van het ,protestantisme zelf in verzet3 de gedaante der geloofs- en gewetensvrijheid van iederen ,christen is een van zijn beginselen1 hoevaak het zich daaraan ook moge hebben vergrepen of nog vergrijpt2 en toen in het huis der ,hohenzollerns een verandering van godsdienst plaats greep en aldus vorst en volk in ,brandenburg tot verschillende confessies behoorden1 toen werd hier voor het eerst duidelijk1 dat in den modernen staat ieder het recht moet hebben op zijne wijze zalig te worden1 al is deze gedachte eerst uitgesproken door den grooten vorst der ,aufklrung op den ,pruisischen koningstroon4 ,de latere samensmelting heeft dan weliswaar de eenheid weder hersteld en het geschil opgelost2 maar de moderne staat1 die zoowel ,protestanten als ,katholieken1 ,christenen en ,joden omvat1 behoort op den bodem van volle gelijkheid en vrijheid van confessie1 ja laat ik het ronduit uitspreken1 hij behoort te staan op den bodem der godsdienstloosheid1 hij kan geen christelijke staat meer zijn4 ,de staat als zoodanig heeft geen godsdienst en moet de gezamenlijke burgerlijke rechten zijner onderdanen volkomen onafhankelijk houden van eenige religieuze belijdenis2 voor hem is de kerk nog slechts een lichaam in het staatsverband1 dat bij bescherming1 wellicht om zijn herkomst en de erkenning van zijn groote waarde bijzondere bescherming behoort te verleenen en met bijzondere waardeering tegemoet heeft te komen4 ,en nog van een andere zijde blijkt de noodzakelijkheid van een afdoende regeling der verhouding van deze twee4 ,in de gereformeerde kerk namen de zaken reeds vroeg een anderen loop2 weliswaar niet in ,zrich1 waar de staatkundig aangelegde ,zwingli de kerkelijke reformatie eveneens in de handen der wereldlijke overheid stelde1 en evenmin in ,genve waar ,calvijn door een strenge kerktucht staat en kerk tot een bijna theokratische eenheid trachtte saam te smelten2 maar in ,frankrijk en ,schotland1 waar de gereformeerden zich tegen andersgeloovende vorsten moesten handhaven4 ,daar had1 kort gezegd1 een democratische ontwikkeling plaats1 de kerk moest zich zelf een organisatie scheppen en deed dit door de instelling van het ,presbyteriaat2 de leeken kregen hier van het begin af een grooter invloed en meerdere rechten tegenover de geestelijken1 en een kerkelijk parlement werd de drager van het kerkbestuur4 ,deze democratische trek1 die in onze eeuw door de gansche wereld merkbaar wordt en onophoudelijk verandering te weeg brengt1 is ook in de ,luthersche kerk doorgedrongen en zoo trad in de plaats der absolute macht van den landsbisschop1 die toch slechts een tijdelijk redmiddel en een fictie is1 en in de plaats van een leiding die uitsluitend in handen van geestelijken en juristen was in bureaucratisch ingerichte beambtencolleges en consistorin1 de medewerking van het leekenelement en dus een synodale inrichting1 een soort constitutioneele monarchie ook in de kerk4 ,nu kan ik echter niet zeggen dat deze synoden in de verschillende landskerken veel goeds hebben uitgewerkt3 zij zijn--niet zonder schuld van den kant der vrijer denkende elementen1 die zich veelal met opzet daarvan afkeerden--bijna uitsluitend in handen gekomen van een eenzijdige en bekrompen orthodoxie en hare besluiten kunnen zich in de openbare meening zoowel buiten als in de kerk zelf niet in bijzonderen eerbied en waardeering verheugen4 ,de grootste moeilijkheid ligt voor ,duitschland en andere landen#dh echter hierin1 dat al deze kerken staatskerken zijn4 ,en daartegenover treedt nu in ,noord-,amerika een nieuw verschijnsel op1 waarbij de kerken volkomen los zijn van den staat en ook hunne afzonderlijke deelen onderling slechts in zeer los verband houden4 ,om een geestelijke1 die als vertegenwoordiger van hunne inzichten zou kunnen gelden1 scharen zich de burgers eener stad1 en zoo vormt zich een gemeente die de draagster en de eigenlijke eenheid der religieuze gemeenschap vormt4 ,men ziet met den eersten blik reeds welke voordeelen deze inrichting brengt3 niet alleen wordt hier niemand door den staat gedwongen zich bij zulk een gemeente aan te sluiten1 maar ook kerkelijk zien wij hoe slechts werkelijk gelijkgezinden zich aansluiten1 en zoo bestaan in ene stad afzonderlijke gemeenschappen niet alleen voor de verschillende confessies1 maar ook voor de verschillende richtingen2 het is niet langer de geest van een kerkregeering die van boven af1 bureaucratisch en nivelleerend alles beheerscht1 maar de wil der gemeenteleden zelf die van beneden af het godsdienstig gemeenschapsleven regelt1 waarmede de in de groote staatskerken zoo volkomen verdrukte individualiteit wederom tot haar recht komt4 ,een strijd om een bepaalde belijdenis kan hier niet ontstaan1 de gemeenten die haar in de godsdienstoefening gebruiken1 zijn andere dan die ze niet gebruiken willen2 een predikant kan door zijn gemeente losgelaten of verlaten worden1 maar hij kan niet op aandringen van het kerkbestuur door den staat worden afgezet1 kan niet voor een bepaalde landstreek en daarmede1 zooals in ,duitschland1 vrijwel voor het gansche land onmogelijk gemaakt worden4 ,wanneer mij echter gevraagd werd1 of dat nu ook voor andere landen de oplossing is1 dan weet ik niet of ik wel zonder meer ja zou kunnen zeggen4 ,dat het ook in een dergelijke vrije kerk0 menschelijk toegaat en de oude fouten en moeilijkheden slechts in nieuwen vorm weder zullen opduiken1 dat zou mij1 waar ik van vergankelijke aardsche instellingen--en daartoe behooren ook de kerken en hun inrichting--toch nooit een hemel op aarde of een eeuwigen vrede verwacht1 niet zoozeer afschrikken4 ,maar evenals ik nimmer en nergens het recht van het historisch gewordene en bestaande ontkennen zal en derhalve een langzame hervorming ten alle tijd boven een plotselinge revolutie zal stellen1 zoolang die mogelijk en niet van te voren gedoemd zal zijn te mislukken1 evenzeer zou ik een radicale ommekeer en verandering van de op kerkelijk gebied geldende rechtstoestanden op het oogenblik een groot ongeluk achten4 ,want in werkelijkheid zou dat toch slechts overeenkomen met een volslagen desorganisatie en decentralisatie der ,protestantsche kerk1 waarnaast dan het katholicisme met zijn volkomen en sterk gecentraliseerde organisatie en met al zijn middeleeuwsche aanspraken op beheersching van den ,staat een macht zou blijven die voor dezen dan eerst recht een bedreiging en gevaar werd4 ,de moeilijkheden die ons deze situatie brengt1 behoef ik u niet eerst uiteen te zetten1 zij liggen ons allen klaar voor oogen4 ,hier is de crisis1 waar meer dan en volk midden in staat1 in vollen gang4 ,in de toekomst vermag ik niet te zien1 derhalve kan ik u niet zeggen1 welken afloop deze strijd zal hebben3 of daardoor het volk wederom naar een staatskerk zal gaan verlangen1 of wel de gebeurtenissen in ,frankrijk1 de volledige scheiding van kerk en staat ook bij andere volken tot navolging zal prikkelen1 ik weet het niet4 ,persoonlijk zie ik de ontwikkeling dezer dingen niet zonder zorg en allerlei sombere voorgevoelens1 maar toch ook weer niet volslagen hopeloos tegemoet4 ,slechts dit1 meen ik1 moet tch een ieder duidelijk zijn geworden1 dat de staat en zijne bestuurders niet goed doen door tusschen den strijd tegen kerkelijke aanmatiging en heerschzucht eenerzijds en het geloof in het noodzakelijk bijen hooren van troon en altaar anderzijds zoo onzeker en kortzichtig1 zoo zwak en besluiteloos rond te tasten2 en omgekeerd1 dat de radicale stroomingen onverstandig en verkeerd handelen1 wanneer zij het volk van zijne kerk vervreemden en zijnen godsdienst ontnemen1 zonder het daarvoor een ander stuk idealisme als gelijkwaardige vergoeding in de plaats te kunnen geven4 ,,vijfde ,,hoofdstuk ,de godsdiensten4 ,polythesme4 ,monothesme4 ,godsdienststichters en het geloof in openbaring4 ,de toekomst van den godsdienst4 ,wanneer wij nu ten slotte eenige bladzijden wijden aan de godsdiensten in het algemeen1 dan blijken1 ook als wij afzien van de menigte der lagere1 minder ontwikkelde godsdienstvormen1 nog verschillende indeelingen mogelijk4 ,laat ik er drie paren1 die elkander vaak kruisen en dooreenloopen1 uitlichten om daaraan de problemen vast te knoopen die ons nu zullen bezig houden3 men onderscheidt natuurgodsdiensten en godsdiensten met heilige schriften1 polythestische en monothestische1 en eindelijk nationale en universeele of wereldgodsdiensten4 ,het eenvoudigste en meest voor de hand liggende schijnt wel te zijn het onderscheid tusschen polythesme en monothesme1 en hier althans gelooven wij op vasten bodem te staan1 wanneer wij terstond daaraan een waardeeringsoordeel verbinden en het polythesme een lageren1 minder ontwikkelden vorm van religieus gelooven en voorstellen achten4 ,immers het oneindige kan slechts als eenheid gedacht worden2 neemt dus de mensch meerdere oneindige wezens1 verschillende goden aan1 dan moet hij noodzakelijk den een door den ander beperken1 het oneindige tot iets eindigs maken1 en zoo zal al spoedig een laag en onwaardig element in deze polythestische godsvoorstelling binnensluipen4 ,daarbij denk ik aan zekere ,grieksche godenmythen1 op wier onzedelijkheid ik reeds vroeger gewezen heb4 ,maar juist van de ,grieken kunnen wij ook allerlei leeren1 dat onze gedachten hierover toch nog wel wat verandert4 ,al dadelijk moet men zich natuurlijk niet voorstellen1 dat het ,grieksche volk als geheel alle deze goden ook werkelijk vereerd of slechts gekend heeft1 die in onze leerboeken der ,grieksche mythologie staan vermeld4 ,in het brandpunt van geloof en religieuze vereering stond voor iedere stad en iedere landstreek toch voornamelijk en van deze velen1 dt was hun ,god2 en zoo er dan al meerdere waren1 dan was voor iederen vrome afzonderlijk toch slechts en van deze van het meeste belang en de waarlijk vereerde1 dat was zijn ,god2 en zij1 die alle goden evenzeer vereerden1 dat waren vermoedelijk ook daar niet de echt godsdienstige naturen1 maar de oppervlakkige en uiterlijke vromen1 de benepen nauwgezette1 de geheel correcte menschen1 die niets willen overslaan4 ,maar zij1 die hooger en dieper blikten1 zagen toch al spoedig dat achter deze bontgekleurde godenwereld1 de ,godheid en het ,goddelijke zelf stond4#di ,philosophen mochten deze gedachten bewust uitspreken en doordenken1 anderen hielden1 zonder daar verder over te peinzen1 aan deze goden vast als de uitdrukking1 en als bijzondere dragers en vertegenwoordigers van het ene goddelijke2 en zelfs de dichters1 die toch den ,grieken hunne godenwereld geschonken hebben1 werkten nu den monothestischen trek1 die in de monarchistische inrichting van den ,olympus was gelegen1 ook van hun kant steeds fijner en zuiverder uit3 ,zeus werd de ,god der goden1 de ,god4 ,zoo zien wij dus te midden van een polythestischen godsdienst het monothesme langzaam grooter en sterker worden1 zien het ten slotte om zoo te zeggen als doel1 als noodzakelijk en natuurlijk resultaat der ontwikkeling voor ons staan4 ,anders bij de ,joden4 ,hier bestond het monothesme van den aanvang af1 maar niet1 gelijk men het vaak voorstelt1 als een hoog en verheven goed1 dat hun als een godsgave gaaf en rijp in den schoot was gevallen1 maar veeleer als een zeer lage en eenzijdige opvatting1 die men daarom in onderscheiding van wat het later geworden is1 beter met den naam henothesme0 aanduidt4 ,jahwe is de ,god der ,joden1 machtiger dan alle goden der andere volksstammen in den omtrek1 maar desalniettemin een ,god als deze1 van hetzelfde geslacht en denzelfden aard4 ,het sterk en isoleerende stamgevoel van dit semietische volk spreekt zich in dezen henothestischen ,jahwedienst uit en in zooverre kan men van een soort monothestisch instinct0 spreken1 dat echter ook wel met de onmiskenbare onvruchtbaarheid hunner fantasie zal samenhangen4 ,en god der ,joden1 en deze ene alleen hun ,god3 ieder gevaar dat dit stamgevoel bedreigde1--in tijden van bloei een druk verkeer met de afgodendienende naburige stammen1 in tijden van nood het dreigend verlies van politieke zelfstandigheid of nationaal bestaan1--bracht daarom ook dit henothesme aan het wankelen4 ,wat het ten slotte gered heeft1 dat was de overgang tot het eigenlijke monothesme1 en zij die dezen omkeer hebben voorbereid en doorgezet1 waren de profeten ,israls4 ,het middel dier redding echter was de gedachte der goddelijke heiligheid3 onze ,god is een heilig ,god6 ,door deze verdieping van het zuiver nationale tot het zedelijke was ,jahwe een andere geworden dan alle overige goden1 nu eerst werd hij de eenige ,god3 zoo werd het monothesme als een zedelijk verdiept en gereinigd godsgeloof#ej geboren4 ,in deze zedelijke verheffing ligt de beteekenis en de blijvende waarde der ,joodsche ,godsidee1 het monothestische is daarvan slechts eene1 zij 't ook zeer voor de hand liggende consequentie1 gelijk het aan den anderen kant haar noodzakelijk uitgangspunt was4 ,dat ziet men aan het ,christendom1 waar het zedelijke in de ,godsidee is vastgehouden1 daarnaast echter de consequente doorvoering der monothestische gedachte werd opgegeven1 waartegen dan ook de ,islam als streng en star monothesme een reactie brengt4 ,in het ,christendom is onder den invloed van het levendige en bewegelijke ,hellenisme een leer aangaande ,god opgekomen1 die eenerzijds zijn eenheid en absoluutheid onaangetast laten wilde en anderzijds in deze eene ,godheid voor drie personen plaats wilde maken4 ,ligt hierin een tegenspraak die noch in de godsvoorstelling noch voor het denken op te lossen is1 omgekeerd is de katholieke kerk door heiligendienst en heiligenvereering1 waarbij ieder zich zijn schutspatroon kiest1 aan de populaire voorstellingen en de duidelijk polythestische neiging der menigte zoozeer tegemoet gekomen1 dat ons de strijd van het ,protestantisme daartegen als tegen iets heidensch maar al te goed begrijpelijk wordt4 ,dat af en toe werkelijk wel eens een heidensche godheid tot een christelijke heilige is geworden1 is voor deze gansche denkwijze als het ware een symbool4 ,is de schijnbaar zoo klare en eenvoudige tegenstelling tusschen polythesme en monothesme door de onderscheiding tusschen henothesme en monothesme reeds eenigermate aan het wankelen gebracht en in het eene veelal een toenaderen of terugvallen tot het andere aan te wijzen1 de grenzen vervagen en vervloeien nog meer1 wanneer wij daartusschenin het begrip panthesme stellen4 ,wanneer wij daarin allen een wijsgeerige wereldbeschouwing hadden te zien1 zou het hier niet ter sprake behoeven te komen4 ,maar er is ook een panthestische godsdienst of als ge liever wilt een religieus panthesme1 zooal niet als aparte vorm van religie1 dan toch als een soort onderstrooming in alle zoowel polythestische als monothestische godsdiensten4 ,bij het panthesme als wijsgeerige wereldbeschouwing valt alle nadruk op de verhouding van ,god tot de wereld1 die hier gedacht wordt als een immanente1 niet als buiten- en bovenwereldlijke1 transcendente1 naar ,goethe's grootsche gedachte1 die wij onvertaald laten1 omdat zij bij iedere vertolking verliest en evenals het volgende woord van algemeene bekendheid is3 ,was wre ein ,gott1 der nur von aussen stiesse1 ,im ,kreis das ,all am ,finger laufen liesse6 ,ihm ziemt's1 die ,welt im ,innern zu bewegen1 ,natur in ,sich1 ,sich in ,natur zu hegen1 ,so dass1 was in ,ihm lebt und webt und ist1 ,nie seine ,kraft1 nie seinen ,geist vermisst4 ,de godsdienst daarentegen is een persoonlijke verhouding van den mensch tot zijnen ,god4 ,dat en hoe deze op panthestischen grondslag gedacht kan worden1 kunnen wij van ,goethe leeren1 wanneer hij ,faust in zijne geloofsbelijdenis laat zeggen van den ,oneindige die alles omvat en alles leidt3 ,erfll davon dein ,herz1 so grosz es ist1 ,und wenn du ganz in dem ,gefhle selig bist1 ,nenn es dann1 wie du willst1 ,nenn's ,glck6 ,herz6 ,liebe6 ,gott6 ,ich habe keinen ,namen ,dafr6 ,gefhl ist alles2 ,name ist ,schall und ,rauch1 ,umnebelnd ,himmelsglut4 ,maar zelfs bij den meest wijsgeerigen van alle panthesten1 bij ,spinoza1 loopt het panthesme toch op religie uit1 als hij aan het slot van zijn ,ethica komt te spreken over den amor dei intellectualis1 de intellectueele liefde van den mensch tot ,god1 over ,gods liefde in den mensch tot den mensch en over ,gods liefde in den mensch tot zich zelven4 ,dat heeft men langen tijd schromelijk miskend1 en daarom was in de oogen der kerk panthesme identiek met athesme1 ,spinoza de van ,god vervloekte1 door ,joden en ,christenen beiden verworpen en verstooten4 ,eerst ,lessing en ,jacobi1 eerst ,herder en ,goethe hebben hem beter verstaan en beter doen verstaan1 en nu kon ,schleiermacher in zijne ,reden ber die ,religion0 in vervoering uitroepen3 ,offert met mij eerbiedig een lok aan de schim van den heiligen verstooten ,spinoza6 ,hij was doordrongen van den hoogen wereldgeest1 het oneindige was hem begin en einde1 het heelal zijn eeuwige en eenige liefde2 in heilige onschuld en diepen deemoed spiegelde hij zich in de eeuwige wereld en trachtte haar zuivere1 lieflijke spiegel te zijn2 zoo was hij vol van religie en vol heiligen geest40#ea ,de theoloog van het vrome afhankelijkheidsgevoel kon echter den wijsgeer van het panthesme slechts daarom zoo diep vereeren1 wijl zijne vroomheid zelf door en door panthestisch gekleurd was4 ,met het universum1 het gansche heelal zich een gevoelen1 en te midden der eindigheid en worden met den ,oneindige1 dat was zijn godsdienst2 en niet alleen de godsdienst der ,reden01 maar ook die zijner ,glaubenslehre0 waarin het veelal slechts anders klinkt1 niet anders bedoeld is4 ,en sinds ,schleiermacher weten wij het en kunnen wij het verstaan1 hoe alle godsdienst1 hoe ook de mystiek een sterk panthestischen trek heeft3 ,god alles in alles1 zoo ook ik in ,god1 een modus1 een deel ,gods1 in ,god opkomend en ondergaand1 ,god in mij1 mij doortrillend en verwarmend1 of zooals een mystieke het stout uitdrukt3 ,ich bin nicht ausser ,gott und ,gott nicht ausser mir1 ,ich bin sein ,glanz und ,licht und er ist meine ,zier4 ,ich bin so gross als ,gott1 er ist als ich so klein1 ,er kann nicht ber mich1 ich unter ihm nicht sein4 ,ich bin so reich als ,gott1 es kann kein ,stubchen sein1 ,das ich1 ,mensch1 glaube mir1 mit ihm nicht habe gemein4#eb ,dat is de religieuze immanentie1 het vrome panthesme der mystiek4 ,en wanneer de mystieke geschriften en preeken1 hymnen en liederen1 vaak zoo panthestisch klinken en deze eenheid van ,god en mensch vaak zoo drastisch wordt geteekend1 dan kan het ons toch ook nu weder achteraf niet verwonderen1 dat in de ,middeleeuwen vele van deze mystici als panthestische ketters door de kerk veroordeeld zijn4 ,dat zij zelf de panthestische ketterij meer dan men meende en weet1 in eigen boezem verbergt1 dat velen van haar meest gevierde theologen panthestische elementen in hunne systemen mede hebben opgenomen--ik noem naast den protestantschen ,schleiermacher den katholieken ,thomas van ,aquino--1 ja dat zelfs in de kerkelijke leerstellingen over de behoudenis der wereld de immanentie naast de in het scheppingsdogma tot uiting komende transcendentie een groote plaats inneemt1 mag hier althans aangestipt worden4 ,nu zou men kunnen meenen1 dat dan wellicht hierin de in het tweede hoofdstuk vergeefs gezochte band tusschen gelooven en weten te vinden ware1 in het ,panthesme zouden dan beiden het eens worden4 ,dat dat individueel inderdaad mogelijk is1 dat toonen stellig mannen als ,spinoza of ,schleiermacher4 ,maar toch vrees ik1 dat de nog niet zoo lang geleden uitgesproken hoop als zouden kerk en wetenschap1 theologie en philosophie op den grondslag van het panthesme eenmaal den eeuwigen vrede kunnen sluiten1 een utopie zal blijken te zijn4 ,in het panthesme ligt een moeilijkheid die zich naar twee zijden openbaart3 ,god en wereld en1 ,god het al-eene1 daarin ligt het gevaar dat f de wereld1 de kosmos in ,god zich gansch oplost--akosmisme1 dat de dingen dezer wereld niets anders zijn dan modaliteiten1 afspiegeling en beweging van het oneindige1 de wereld niets1 ,god alles4 ,of omgekeerd1 de godheid gaat op in de wereld1 zo dat voor haar niets meer overblijft dan--een naam1 en voor het akosmisme van straks nu het athesme in de plaats treedt4 ,in het eerste geval komt1 gelijk men gemakkelijk inziet1 het wezen der wereld niet tot zijn recht1 en dreigt ook het weten aangaande de wereld te vervluchtigen2 in het tweede blijft de godsdienst onbevredigd en komt de vrome plotseling te staan voor het niets4 ,een enkele kan misschien de klippen rechts en links ontzeilen2 maar ,schleiermacher toont ons reeds hoe op den smallen bergkam tusschen de beide afgronden1 waarvan de eene de wereld1 de andere de godheid dreigt te verzwelgen1 geen school1 gezwegen nog van een gemeente of een kerk1 staan en zich een vaste plaats veroveren kan4 ,wanneer wij dan daarenboven nog bedenken hoe weinig het panthesme tegemoet komt aan den anthropomorphistischen trek1 den godsdienstigen mensch eigen1 dan zullen we moeten eindigen met deze conclusie3 het panthesme kan ten alle tijde slechts een bestanddeel1 een element des godsdienstigen levens zijn1 zij het dan wellicht een zeer krachtig en intensief element1 maar de godsdienst zelf en de godsdienst eener gemeenschap kan het nooit worden2 en als wijsgeerige beschouwing blijft het gelijk iedere uitspraak over het goddelijke steeds slechts een hypothese die men waagt2 ook hier behouden weten en gelooven hun verschillend karakter4 ,als tweede onderscheiding stelde ik godsdiensten die op een heilige schrift zich beroepen1 tegenover alle natuurgodsdiensten1 hoewel hier het onderscheid nog minder volstrekt is dan bij de eerstgenoemde groepen4 ,want iedere eenigermate ontwikkelde vorm van godsdienst bezit geschriften1 tooverspreuken1 offerliederen en gebeden1 ritueele tractaten1 ceremonieele wetten enz42 alleen de hoogsten echter bezitten die alomvattende1 voor cultus1 geloof en leven eener godsdienstige gemeenschap gezaghebbende heilige geschriften of bijbels1 zooals het ,avesta der ,perzen1 de ,koran der ,mohammedanen1 het ,oude ,testament der ,joden1 het ,nieuwe ,testament der ,christenen1 het ,tao-te der ,chineezen4 ,zij hebben voor de belijders van den godsdienst kanoniek gezag1 en dit is gegrond op hun goddelijken oorsprong1 op inspiratie en openbaring4 ,waar zulke heilige boeken bestaan1 daar wordt het geloof bijna onvermijdelijk tot een geloof in deze boeken1 een bijbelgeloof1 dat in dien zin daarin ,gods woord ziet1 dat alles1 zij 't ook door menschenmond1 door ,god zelf gesproken is en daarom reeds absoluut geloof verdient4 ,de inhoud geldt als waarheid1 omdat hij in den bijbel staat4 ,wij hebben echter gezien1 dat deze opvatting met het wezen van den godsdienst niet in overeenstemming is1 maar eigen is aan het orthodoxe intellectualisme1 dat in den godsdienst vooral op de leer en hare overlevering1 op dogma en op woorden den nadruk legt4 ,het is echter een der meest ware en vruchtbare gedachten van ,lessing1 dat het ,christendom ouder is dan het ,nieuwe ,testament1 de godsdienst ouder dan de bijbel en dus daarmede staat noch valt4 ,en wanneer nu de historische critiek aantoont1 hoe langzamerhand en niet zonder allerlei strijd deze kanonische boeken ontstaan en dan tot ene verzameling vereenigd zijn1 hoe allerlei tijdelijke belangen en geschillen hun invloed hebben doen gelden1 hoe vergankelijke opvattingen naar den toenmaligen stand der kennis en persoonlijke meeningen1 ook wel misverstanden en zelfs aanstootelijke dingen mede zijn opgenomen1 dan zal men wel is waar niet ophouden steeds weer op deze boeken te wijzen als de onmiddellijke bronnen en sprekende gedenkteekenen uit het heldentijdvak van den godsdienst02 maar men zal toch ook het zuiver menschelijk karakter dezer geschriften niet mogen voorbijzien en ontkennen1 en bovendien de psychologisch onhoudbare voorstelling van hunne woordelijke inspiratie moeten opgeven1 dus evenmin voor de boeken van den eigen godsdienst een uitzondering kunnen maken1 die men voor andere heilige geschriften zonder meer verbiedt4 ,en dat alles1 meen ik1 is tevens in het belang van den godsdienst zelf1 die niet afhankelijk gemaakt worden mag van letters en woorden en daarmede van de resultaten der historisch-litterarische critiek1 en evenmin gedwongen mag worden tot een oneerlijke en kunstmatig gewrongen verklaring en verdraaiing van woord en zin des bijbels4 ,juist daarin grijpen wij zoo vaak mis bij de religieuze opvoeding1 dat wij onze kinderen gewennen en leeren1 aan woorden te gelooven en bij woorden te zweren1 dat wij hun zin voor waarheid aan woorden binden2 en toch is een dergelijk woord- en bijbelgeloof het onzekerste4 ,de bijbel echter1 wanneer wij leeren hem recht te verstaan1 blijft toch zijn volle waarde behouden als oorkonde en getuigenis van het religieus bewustzijn van zijn tijd1 den tijd der eerste liefde1 der meest frissche en krachtige1 onmiddellijke en onbevangen religieuze gemoedservaring4 ,voor het goed recht van eene zoodanige vrije opvatting van woord en waarde des bijbels spreekt ook reeds het feit1 dat de stichters der godsdiensten--alleen ,lao-tse uitgezonderd--niet zelf de schrijvers van heilige boeken zijn geweest4 ,buddha noch ,christus hebben een geschreven woord nagelaten4 ,men heeft dat wel eens betreurd1 ik kan daarin 7met ,max ,mller7#ec slechts een grooten zegen en een gelukkige beschikking zien3 want daardoor is het ergste gevaar van letterdienst en bijbelvergoding uit den weg geruimd en tevens ruimte gebleven voor vrijheid van denken en gelooven1 die in de kerken toch al zoozeer gevaar loopen4 ,tevens echter ligt daarin een aanwijzing1 dat waar het in den godsdienst op aankomt niet het geschreven woord1 maar de persoon van den stichter is4 ,in en door deze machtige persoonlijkheden1 zoo gelooft de vrome1 openbaart zich het goddelijke aan de menschen of openbaren deze aan de menschheid de volheid van het goddelijke1 zooals zij dat zien en in zich dragen4 ,waar zij iets nieuws te brengen hebben1 wordt hen dit nieuwe en nooit vernomene tot iets wat aan hen en door hen geopenbaard is4 ,en zij zelf hebben dat niet gevonden op den moeizamen weg van de bespiegeling1 van het discursieve denken1 maar in zich zelven1 zij hebben het innerlijk ervaren1 intutief aanschouwd2 uit de geheimzinnige diepten van het onbewuste ziels- en gevoelsleven is het schijnbaar plotseling losgebroken en als een werking ,gods over hen gekomen4 ,en gelijk het niet een product is van koel verstandelijk denken1 zoo werkt het ook als een macht die over den mensch heengaat1 hij weet niet hoe2 het is als een roeping1 een taak die hem wordt opgelegd1 een plicht soms eerst na zwaren innerlijken strijd aanvaard1 om dit nieuwe1 deze openbaring ,gods der wereld te verkondigen4 ,en wanneer zich dan deze beelden en ideen aan hen opdringen met steeds grooter kracht en klaarheid en eindelijk voor hun geestesoog als een schitterend lichtende gestalte zich vertoonen1 dan sleepen zij den ziener en profeet1 den van ,god bezielden mensch onweerstaanbaar met zich mede en verleenen hem in woord en daad die kracht1 die de massa weet te bezielen en steeds meerderen tot volgelingen en jongeren1 tot geloovigen1 en als het moet1 tot martelaars kan maken4 ,maar spreken wij van openbaring#ed overal waar de heron en genien der menschheid1 vol van hun ,god1 meesleepend en bezielend door de betoovering en de kracht van hun persoonlijkheid hun groote taak vervullen1 voor den vrome beteekent dit woord natuurlijk meer4 ,hem is het niet slechts een religieus genie dat uit de diepte van zijn vroom gemoed hem wereld en leven verklaart en zijnen ,god hem verkondigt1 maar hij hoort uit den mond van den stichter de stem van zijnen ,god zelf3 een profeet en godsgezant1 een ,boeddha en ,christus1 een zoon des menschen1 die tevens ,godszoon1 vleeschgeworden ,god is1 zoo staat hij voor hem en dat eerst is hem openbaring4 ,dat is de stap van den ,jezus der historie tot den ,christus des geloofs1 van den asceet ,gotama tot den ,buddha1 den verlichten1 dat men niet slechts gelooft wat zij zeggen1 maar dat men aan hen zelf gelooft4 ,daaruit volgen twee moeilijkheden4 ,al dadelijk is het historisch niet gemakkelijk1 zich van het innerlijk leven juist van de grootste en hoogste dezer heron van den godsdienst een zuiver beeld1 een klare voorstelling te vormen4 ,bij een profeet als ,jeremia1 een ,apostel als ,paulus1 een reformator als ,luther1 daar kan het nog wel gelukken zich in hun zieleleven te verplaatsen1 hun daimonion0 te verstaan4 ,voor den echten godsdienststichter daarentegen staan wij als voor een diep1 een moeilijk te ontwarren probleem4 ,diegene van hen1 in wiens innerlijk leven wij nog het eerst zouden kunnen doordringen1 ,mohamed1 is ook niet uitsluitend een religieus genie1 hij is ook veroveraar en verstandig diplomaat1 een scherpe politieke kop en daarbij ongetwijfeld met beslist pathologische eigenschappen behept geweest4 ,en ,kong-tse 7,confucius7 is meer moralist dan wel godsdienststichter geweest en is stellig de minst geniale4 ,van de beide grootsten daarentegen1 den vorstenzoon in 't land van den ,ganges en den timmermanszoon uit het ,jordaandal is ons geen beeld in het belang der historie of met geschiedkundige betrouwbaarheid overgeleverd1 maar het is ontworpen door de hand van het geloof en van de liefdevolle vereering1 en zoo is een ideale goddelijke gestalte ontstaan4 ,het is dan ook nog geen biograaf gelukt het leven van ,jezus en wat er in zijn bewustzijn omging uit den schoonen schemerglans van het geloof in het volle daglicht der historie te brengen4 ,de eenige die gepoogd heeft zulk een gaaf beeld te herscheppen1 de ,franschman ,renan1 heeft het leven van ,jezus tot een roman gemaakt2 en de ,duitsche geleerden hebben het met hun historische nauwgezetheid en zelfbeperking tot niet meer dan een mozaiek van slechts enkele lijnen kunnen brengen om zich ten slotte neer te leggen bij de gedachte dat de historische ,jezus een probleem is en blijft4#ee ,de tweede moeilijkheid is gelegen in de vraag naar de bevestiging van een dergelijke openbaring4 ,daarvoor heeft ten alle tijde het wonder gegolden2 en ofschoon ,jezus zelf met snijdende scherpte het boos en overspelig geslacht0 terugwees1 dat hem verzocht met de bede om een teeken van den hemel0 7,mattheus #af1 #a-d71 is toch eeuwen lang de bevestiging van zijne woorden gezocht in de wonderen die hij verricht zou hebben en die aan hem geschied zouden zijn4 ,ook hier is het weder ,lessing geweest1 die heeft aangetoond1 dat voor ons later geborenen1 die toch eerst weder aan de berichten van zulke gebeurtenissen moeten gelooven1 voor wie wondergeloof alzoo slechts geloof in den bijbel is1 wonderen geen teekenen en bewijzen van geest en kracht kunnen zijn en wij derhalve in het belang van den godsdienst geen zorg meer behoeven te koesteren over de onmogelijkheid of onwaarschijnlijkheid van wonderen4 ,het wonder is het liefste kind des geloofs10 daarom kan het geloof geen kind van het wonder zijn6 ,een veel betere bevestiging vinden wij heden ten dage in de gevolgen van ,jezus' optreden1 dat het hem toch gegeven werd te overwinnen1 en een wereld uit haar hengselen te lichten4 ,daarmede wordt echter de gansche vraag verschoven3 wanneer het ons ook al niet meer mogelijk is1 te lezen in de ziel van den godsdienststichter1 wijl hier het geheimenis der persoonlijkheid en een de historie verduisterende overlevering van het vrome geloof ons het halt toeroept1 dan is het desniettemin toch wel mogelijk te erkennen en te begrijpen hoe deze openbaringen uit de diepte van een innig religieus gemoed hebben gewerkt4 ,en hier staat dan in de eerste plaats de tijd1 waarin zulk een religieuze heros optreedt1 de tijd met al zijn vragen en behoeften1 al zijn hoop en verlangens1 al zijne nooden en smarten1 waarvoor hij het juiste woord vindt3 als de volheid der tijden gekomen was10 dan eerst kan hij komen1 dan eerst zijn taak vervullen4 ,aan den anderen kant echter blijft toch steeds de hoofdzaak datgene wat als waarheid van leven en sterven verkondigd wordt1 de inhoud dier openbaring4 ,toen ,buddha#ef tegen de ,brahmanen1 ,jezus tegen ,pharizen en ,sadducen optraden1 moesten zij de wereld overtuigen dat hetgeen zij der wereld te zeggen en te geven hadden1 beter was en hooger recht had dan wat hun tegenstanders leerden1 om meer geloof te vinden dan deze4 ,en daarom moesten zij1 gelijk zij bemiddelaars waren tusschen de menschen en den door hen geopenbaarden ,god1 ook de redders en verlossers hunner volkeren worden4 ,uit ,egypte heeft ,mozes het volk ,isral weggevoerd om het aan den ,sina zijnen ,god en diens wet te openbaren2 uit de onrust van den door de ,brahmaansche priesters gekweekten angst voor de zielsverhuizing heeft ,buddha het ,indische volk bevrijd1 doordat hij hen het lijden leerde verstaan en hun den weg toonde zich daarvan los te maken en in te gaan in de eeuwige rust van het ,nirwana4 ,en zoo heeft ook ,jezus hen die vermoeid en beladen waren verkwikking beloofd voor hunne zielen1 aan het graf der politieke verwachtingen zijns volks het vaandel geplant van een rijk1 dat niet van deze wereld is1 en uit een hart vol erbarmen en liefde den zondaren genade1 den armen en ellendigen zaligheid verkondigd4 ,daaraan sluit zich nog iets anders aan1 dat ik den socialen kant der godsdienststichtingen zou willen noemen4 ,in ,indi richt zich ,boeddha1 overigens waarlijk geen sociaal hervormer1 ook tot de laagste en verafschuwde kaste der ,sudra's en verklaart meesters en knechten1 ,brahmanen en ,sudra's tot gelijken4 ,op gansch andere wijze nog noemt ,jezus de armen zalig 7volgens ,lucas #f 3 #bj7 en roept den rijken dreigend toe1 dat eerder een kameel door het oog van een naald ga1 dan dat een rijke ingaat in het koninkrijk der hemelen 7,matth4 #ai 3 #bd74 ,en ook bij ,luthers hervorming ontwaakten de politieke en sociale verwachtingen van den verdrukten boerenstand1 die van de vrijheid der ,christenen tevens verlossing verwachtte van den dwang en den druk hunner heeren4 ,en eindelijk1 waar deze godsdienststichters en hervormers van een bestaanden godsdienst tegen een machtig priesterdom zich verzetten1 moesten zij bovenal blijk geven van een zedelijk overwicht1 moesten zij verkondigers worden van eene hoogere zedelijkheid4 ,niet als revolutionnairen1 die vernietiging wilden1 traden zij op onder hunne volks- en tijdgenooten3 ,meent niet dat ik gekomen ben om de ,wet of de ,profeten te ontbinden2 ik ben niet gekomen om te ontbinden maar om te vervullen0 7,matth4 #e 3 #ag72 maar daarnaast tevens3 ,gij hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is444 maar ik zegge u44406#eg ,zoo slingeren zich oud en nieuw1 opbouwen en vernietigen1 herstellen en opnieuw scheppen onscheidbaar dooreen1 en juist daarin leert de wereld het goed recht dezer nieuwe zedelijk-religieuze scheppingen en openbaringen erkennen3 als de bazuin van den ondergang klinkt het den dragers van het oude1 als het verlossende woord van bevrijding en vooruitgang allen anderen in het oor4 ,in deze verbinding van het nieuwe met het oude--nieuwe wijn in oude zakken--ligt echter tevens1 voor anderen1 ook voor den hoogsten godsdienst1 de behoefte aan en het recht op verdere ontwikkeling en vooruitgang boven het nog onontwikkelde begin uit4 ,een voorbeeld van zulk een aanvankelijke begrenzing1 die in den aanvang zelf gesteld1 later toch overschreden is1 stelt ons het ,nieuwe ,testament voor oogen4 ,wanneer ,jezus eerst zegt3 ,ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis ,israls0 7,matth4 #ae 3 #bd71 en later 7,matth4 #bh 3 #ai7 zijne jongeren uitzendt tot de gansche wereld en tot alle volkeren1 dan zien wij hier zulk een ontwikkeling1 verbreeding en veralgemeening van het oorspronkelijk bescheidener plan3 de nationale ,christus wordt de heiland der gansche wereld4 ,en zoo zal een voortdurend vervormen en veranderen1 vooruitgang of achteruitgang--want beide zijn mogelijk1 de stijgende lijn is niet de eenige--in de geschiedenis van elken godsdienst duidelijk aan te wijzen zijn4 ,het scherpst vertoont zich dat wellicht in het ,boeddhisme1 dat in den mond van zijn stichter een religie was zonder ,god en zonder cultus1 maar weldra niet genoeg had aan het vergoden van den stichter zelf en op droevige wijze in leege beelden- en reliquindienst ontaardde4 ,en iets dergelijks schijnt ook in ,china het geval te zijn met het ,taosme1 dat bijna een magische en naturalistische karikatuur is geworden van het systeem van ,lao-tse4 ,maar ook in het ,christendom zien wij dit veranderingsproces duidelijk voor ons4 ,in drie groote perioden teekent het zich af3 eerst het oer-,christendom1 ongeveer tot ,augustinus--de tijd van het ontstaan der dogmen en van de vorming der kerk onder den invloed van het ,hellenisme2 dan het middeleeuwsche ,katholicisme--de tijd der de volken opvoedende en beheerschende kerk2 eindelijk de tijd van hervorming en ,protestantisme--het ,christendom een factor1 een kracht naast anderen in het cultuurleven van den tijd1 verwereldlijkt eenerzijds1 verdiept en verinnerlijkt anderzijds4 ,en ieder van deze drie phasen maakt aanspraak op den naam ,christendom en het attribuut ,christelijk1 is voor zich overtuigd alleen het ware en zuivere ,christendom te vertegenwoordigen2 en toch is elk weer een andere en nieuwe vorm4 ,en ook hier bij elk afzonderlijk weer dezelfde ontwikkeling2 in de ,luthersche reformatie bijv4 was niet alles van den aanvang af voltooid1 maar 't was een wordende en eerst allengs zich ontplooiende hervorming1 die eerst langzamerhand in leven en leer het geheel zou doordringen1 en waarvan ook nu nog gezegd moet worden1 dat zij zich lang niet alzijdig genoeg heeft doen gelden1 niet consequent zich ontwikkeld1 niet volkomen zich uit- en ingeleefd heeft3 de hooge eisch van geloofs- en gewetensvrijheid heeft zij slechts als principe opgesteld1 maar niet van het begin af en ook heden nog niet in alle opzichten doorgevoerd en tot werkelijkheid gebracht1 en het gevaar van splitsing en scheuring is zij daarom niet ontkomen4 ,het boven aangevoerde voorbeeld uit het ,nieuwe ,testament kan ons echter nog iets zeggen4 ,het ,christendom is in tegenstelling van den ,griekschen en ,joodschen godsdienst1 geen nationale maar een universeele religie4 ,het is niet zonder belang zich eens rekenschap te geven van het feit dat juist deze door enen mensch gestichte godsdiensten1 die wel niet toevallig allen uit ,azi stammen1 hunne nationale grenzen hebben overschreden en wereldgodsdiensten zijn geworden4 ,alleen bedenke men3 zijn nationaal karakter kan geen godsdienst gansch en al afleggen2 waar hij derhalve komt buiten zijn oorspronkelijke grenzen1 daar wordt hij noodzakelijk een andere1 vertoont hij zich bij de nieuwe volkeren in een nieuwe gedaante en krijgt een andere lokale kleur4 ,stellig heeft het oorspronkelijk semitische ,christendom eerst in het ,hellenisme1 vervolgens bij de ,germanen gansch andere nieuwe vormen aangenomen1 men denke slechts aan de ,heliand0-sage en aan ,otfried's3 ,krist04 ,en ook heden nog is niet alleen het ,abessinische ,christendom hemelsbreed verschillend van het onze1 maar ook het ,italiaansche en ,spaansche is anders dan het ,duitsche1 anders ook dan het ,duitsche ,katholicisme1 terwijl dit op zijn beurt weer verschilt van het ,russische1 enz4 ,nationale gewoonten en karaktertrekken en het verschil in hoogte van ontwikkeling en cultuur gaan ook in het universalisme van een wereldgodsdienst niet te loor1 evenals ook het individueele in den vromen enkeling steeds weer tot zijn recht komt en wil komen4 ,nog iets anders sluit zich hier ten slotte bij aan4 ,vele godsdiensten1 wereldgodsdiensten3 welke van deze is dan nu de volmaaktste en beste1 de hoogste1 waarste1 zuiverste1 de absolute godsdienst8 en is het niet te hopen dat deze dan ten laatste de andere overwinnen en verdringen zal om de ware wereldgodsdienst te worden1 dat er eindelijk nog slechts en kudde en en herder zal zijn8 ,wij weten het reeds1 iedere hoogere godsdienst maakt er aanspraak op de eenig ware te zijn1 en gelooft daarom ook1 wanneer daarover al gedacht wordt1 aan eigen eeuwigheid en overwinning1 en aan zijne roeping om wereldgodsdienst te worden4 ,slechts in de tragiek der ,germaansch-,skandinavische mythologie werd--zij 't ook eerst in 't voorgevoel van den ondergang door het overwinnende kruis van ,christus--van een ,godenschemering0 gesproken4 ,wat is er nu voor waarheid in die gedachten en verwachtingen8 ,ook nu wederom3 ik ben geen profeet4 ,maar ik denk zoo3 wanneer onder l',irrligion de l',avenir0#eh verstaan moet worden1 dat de menschheid als geheel1 althans het ontwikkelde gedeelte1 eenmaal geen godsdienst meer zal bezitten1 dan kan ik mij bij dit geloof niet aansluiten4 ,de zucht1 het verlangen naar het oneindige met al de ideele gevoelens die zij wekken1 zullen blijven bestaan1 omdat zij behooren tot 's menschen psychologischen inventaris1 en ook de voortschrijdende cultuur kan daarin geen verandering brengen4 ,en eveneens zal zich de fantasie altijd weder beelden scheppen van dat oneindige om daarmede wereld en leven op vrome wijze te verklaren4 ,en zoo zal er1 voor zoover wij de menschen kennen1 altijd godsdienst blijven bestaan4 ,een tijdlang scheen het alsof godsdienst nog slechts iets kon zijn voor de onbeschaafden1 en goed genoeg was voor het volk1 terwijl wij beschaafden ons langzamerhand daarvan geheel los zouden maken4 ,het komt mij echter voor1 dat in onzen tijd het tegendeel plaats grijpt1 en dat--hoe paradoxaal dat ook moge klinken--de godsdienst gevaar loopt bij de groote massa te worden verdrongen en een tijdlang zijn laatste veilige toevlucht zou moeten zoeken bij hen1 die weten dat godsdienst als inbegrip van hooger ideele gevoelens iets diepers en fijners is dan rechtgeloovigheid en het vervullen van kerkelijke plichten4 ,dat echter het gevaar ginds zoo groot geworden is1 en dat wij den vasten grond1 dien alle religie in ons eigen zieleleven heeft1 zoo vaak niet vermogen te zien1 dat is bovenal de schuld van de kerk en van het in haar en door haar gekweekte misverstand van wat godsdienst eigenlijk is4 ,de godsdienst is in gevaar6 roept men uit1 terwijl in werkelijkheid slechts een of andere kerkgenootschap of een belijdenisformule wordt aangevallen of verouderd blijkt4 ,en daarom1 wanneer wij zooeven zeiden3 godsdienst zal er altijd zijn1 dan wil dat niet zeggen1 dat een bepaalde godsdienst1 een bepaalde kerk1 een bepaalde belijdenis zal in stand blijven en eindelijk als de eenige en algemeen geldende zal worden beschouwd4 ,met de levensbehoeften en levensvoorwaarden1 met het lot der volkeren en den voortgang der beschaving1 met de intellectueele en zedelijke opvattingen der menschen wisselen ook de religieuze voorstellingen en vormen1 wisselen derhalve ook de godsdiensten4 ,dat en der thans bestaande godsdiensten alle anderen in zich opnemen en als absolute wereldgodsdienst alleen overblijven zal1 dat is1 te oordeelen naar den loop der dingen1 niet aan te nemen4 ,het universalistische streven1 zooals wij dat in de ,katholieke kerk belichaamd zien1 zal zich tegen het mystische individualisme en tegen het protestantsche vrijheidsgevoel ten alle tijde met succes blijven verzetten2 de vraag is slechts of de verdere ontwikkeling meer naar de eene of andere zijde zal overhellen1 f--evenals tusschen de idee van het ,koninkrijk ,gods en het persoonlijk onsterfelijkheidsgeloof--een voortdurend weifelen en wankelen tusschen universalistische en individualistische perioden en stemmingen het laatste woord zal zijn3 en wijl wij niet weten wat de toekomst ons aan nieuwe scheppingen op godsdienstig gebied zal brengen1 kunnen wij die vraag niet beantwoorden4 ,en zoo beteekent dus gelooven in de toekomst van den godsdienst niet3 gelooven in de toekomst van een bepaalden godsdienst2 ook hier blijft ,jezus' woord van kracht3 in het huis mijns ,vaders zijn vele woningen02 en juist in godsdienstige dingen is individualisme en verscheidenheid beter dan gelijkheid en gelijkvormigheid1 naar het woord van ,goethe3 ,aan den kleurrijken glans herkennen wij het leven04 ,maar het is tijd te eindigen1 hoe fragmentarisch en onvolledig het ook zij1 wat ik u in deze bladzijden heb kunnen geven4 ,veel moest afgebroken en onbeantwoord blijven1 veel was er dat niet eens overdacht of vermeld werd4 ,voor een deel is dat te wijten aan de weinige ruimte waarover ik mocht beschikken1 voor een deel ook aan mijn niet beter weten en niet beter kunnen2 want juist wanneer men het beste zoekt te geven wat men bezit1 eischt de godsdienst zoowel als de eigen wetenschappelijke zin1 niet meer te geven dan men heeft1 niet meer te zeggen dan men verantwoorden kan1 in en woord om hier bovenal geheel en al waar en eerlijk te zijn4 ,voor een deel echter ligt het toch ook aan het onderwerp zelf1 als menige vraag onbeantwoord1 menige verwachting onvervuld is gebleven4 ,schrijven over godsdienst beduidt noch godsdienst geven1 noch godsdienst ontnemen1 maar godsdienst leeren verstaan1 en waar moeilijkheden rijzen en gevaren dreigen1 deze onbevangen onder de oogen zien en aan te wijzen4 ,ze op te lossen en weg te nemen1 dat kon noch mocht onze taak zijn4 ,dat moge ten mijnen gunste niet worden voorbijgezien4 99 99 99 99 99 ,aan dit persoonlijk slotwoord van den schrijver moge voor den ,hollandschen lezer de herinnering worden toegevoegd aan het schoone gemeentelied 7,godsd4 ,liederen van den ,ned4 ,prot4 ,bond1 lied #gd71 waarin veel wat hier overdacht is wordt bezongen3 ,daar ruischt door alle hemelstreken ,een zucht1 een bede1 een klacht1 een lied3 ,in duizend talen 't eene teeken ,van 't geen niet eene kan vertolken1 ,en toch in 't hart van alle volken ,zich altijd weder hooren liet4 ,het is de kreet van 't menschenharte1 ,bij 't angstig worstlen met het lot1 ,om licht1 om steun1 om troost in smarte1 ,het is1 wat wisslen moog of keeren1 ,de kreet van 't innigst zielsbegeeren1 ,het is de kreet naar ,u1 o ,god6 ,,aanteekeningen ,,van ,,prof4 ,,ziegler ,,en ,,prof4 ,,groenewegen #a ,prof4 ,ziegler staaft deze opmerking door te verwijzen naar ,duitsche toestanden en gebeurtenissen1 die aan zijne lezers genoegzaam bekend zijn om te bevestigen wat hij betoogt4 ,voor onze lezers zijn zij dat natuurlijk niet4 ,de vertaler heeft dus terecht zich veroorloofd in de eerstvolgende bladzijden af te wijken van den tekst en een nieuw stuk in te voegen1 dat voor ,hollandsche lezers meer geschikt was om het bewijs te leveren1 dat de godsdienst inderdaad een veel grooter beteekenis heeft gehad en weder heeft gekregen voor heel ons geestelijk1 maatschappelijk en staatkundig leven dan de kortzichtige vrijdenkerij1 in de perioden toen ,materialisme en ,athesme overheerschende geestesstroomingen waren1 begrepen en voorzien heeft4 ,enkele sprekende feiten1 zooals de strijd in ,duitschland over de ,apostolische ,geloofsbelijdenis1 over ,harnack's ,wesen des ,christentums1 over de zaak ,schrempf enz41 zijn in ons vaderland niet aan te wijzen1 deels omdat sinds de dagen van de opkomst der ,moderne ,theologie01 toen ongeveer iedereen theologiseerde1 de theologie1 zoolang er geen partijbelangen mede zijn gemoeid1 slechts matige publieke belangstelling geniet1 met de natuurlijke gevolgen van veel onkunde1 vooroordeel en misverstand ten aanzien van deze groep wetenschappen bij vele algemeen0 ontwikkelden2--anderdeels omdat bij ons niet1 gelijk in ,duitschland1 de staat zeggenschap heeft op het gebied van het kerkelijke leven en dus godsdienstige en theologische kwesties niet ver buiten den kring der waarlijk belangstellenden in al wat den godsdienst raakt de aandacht plegen te trekken4 ,daarom verwijst de vertaler slechts naar feiten van algemeenen aard1 die trouwens sprekend genoeg zijn4 ,wie nog een concreet feit genoemd wenscht te zien1 merke op1 hoe alle groote1 kerkelijk-neutrale bladen1 in het laatste tiental jaren belangrijke rubrieken bevatten1 niet alleen met gebeurtenissen maar ook met uitvoerige beschouwingen over godsdienstig en kerkelijk leven in ons vaderland4 ,de groote pers is in dit opzicht niet alleen de voorlichtster1 maar zeker niet minder de spiegel van den tijdgeest1 die de ontzaglijke beteekenis van godsdienstige overtuigingen1 beginselen en stroomingen voor heel het geestesleven eindelijk weer begint in te zien4 ,g4 #b ,de godsdienstwijsbegeerte heeft in de periode die vlak achter ons ligt1 zich te veel overgegeven aan de illusie1 dat de geschiedenis van den godsdienst met haar nieuw en rijk onderzoekingsgebied de bronnen zou ontsluiten voor de wijsgeerige kennis omtrent wezen en oorsprong der religie4 ,vandaar dat in ,duitschland een denker als ,pfleiderer zijn ,religionsphilosophie in den #c;en druk historisch omwerkte1 en ten onzent ,tiele in zijn ,inleiding tot de godsdienstwetenschap meende op vasten bodem te staan en veel verder te komen dan bijv4 ,rauwenhoff in zijn ,wijsbegeerte van den godsdienst4 ,men ging een phaenomenologie0 van den godsdienst opstellen1 veralgemeende eenige1 vaak willekeurig gegrepen verschijnselen en meende daarmede voor de psychologie te kunnen volstaan4 ,mij is het altijd voorgekomen1 dat de historische berg op deze wijze een wijsgeerige muis baarde1 vlg4 mijn ,de ,theologie en hare ,wijsbegeerte blz4 #gb-gh1 ,de ,theologie der ,universiteit en hare wijsgeerige vakken1 blz4 #bc-bd4 ,men kan dit erkennen zonder te kort te doen aan de waarde der godsdienstgeschiedenis op zichzelve en voor alle andere theologische wetenschappen1 ook de wijsgeerige4 ,psychologen als ,ziegler zien thans veel juister in hoe wij tot het inzicht in het wezen en den oorsprong der religie als zielkundig verschijnsel moeten komen4 ,james' ,varieties of religious experience1 ook in het ,hollandsch vertaald1 sloeg reeds een beteren weg in1 maar kwam slechts halverwege4 ,een der beste nieuwere studies is ,r4 ,otto1 ,das ,heilige1 waarvan ik schreef in mijn ,het heilige in het ,nieuw ,theologisch ,tijdschrift #aiag4 ,g4 #c ,dit al te theologisch0 karakter van sommige ,religionsphilosophien komt bijv4 sterk uit bij ,h4 ,siebeck1 ,religionsphilosophie1 die zijn overigens zeer leerzaam boek besluit met een breed onderzoek over de normaliteit van den godsdienst04 ,wie daarvan meer wil weten verwijs ik naar mijn studie ,de nieuwere wijsbegeerte van den godsdienst 7,theol4 ,tijdschrift1 #ahif1 blz4 #aej vlg47 ,de eenzijdige ,kantiaansche opvatting van het religieuze als norm0 komt het meest uit bij ,w4 ,windelband1 ,das ,heilige 7in ,prludien #b;e ,ausg474 ,ik heb deze theorie beoordeeld in mijn opstel over ,het ,heilige 7,nieuw ,theol4 ,tijdschrift #aiag74 ,g4 #d ,de methodologische problemen vindt men breeder behandeld bij ,max ,reischle3 ,die ,frage nach dem wesen der ,religion4 ,grundlegung zu einer ,methodologie der ,religionsphilosophie4 ,freiburg #ahhi4 ,hij eischt in plaats van een langs inductieven weg verkregen algemeen begrip een ,normbegrip0 en maakt verschil tusschen de waarachtige en eigene religieuze ervaring en een nur hypothetisches ,nacherleben04 ,z4 #e ,om misverstand te voorkomen is het niet overbodig hierbij op te merken1 dat de samenhangende groep wetenschappen die onder den historischen naam ,theologie ten onzent aan de ,universiteiten worden beoefend en onderwezen1 geenszins van een dergelijke dogmatische vor-onderstelling als hier wordt verworpen1 uitgaan noch daaraan hun onderlingen band1 hun innerlijke waarde of invloed naar buiten ontleenen4 ,dogmatische theologie zooals de kerken laten onderwijzen1 heeft het recht zich aanstonds te stellen op het standpunt van het geloof in de volstrekte waarde en in het gehalte aan geopenbaarde waarheid in het ,christendom1 zooals iedere op een leerstelligen grondslag gebouwde kerk dat opvat en predikt4 ,voor den geloovige zal het dan ook van bijkomstig belang blijken of men aan deze geloovige wetenschap0 al of niet1 geheel of gedeeltelijk wetenschappelijke waarde toe wil kennen4 ,zuiver wetenschappelijke theologie1 die letterkundig1 geschiedkundig en wijsgeerig het verschijnsel godsdienst01 zijn litteratuur1 zijn historische ontwikkeling1 zijn zielkundigen inhoud en vormen onderzoekt1 heeft geen ander uitgangspunt1 geen andere wijzen van onderzoek1 geen ander doel dan iedere andere wetenschap die soortgelijke litteraire1 historische en philosophische kennis tracht te bevorderen4 ,uit een wetenschappelijk oogpunt komt dan ook de vraag naar den invloed dezer studin op de ontwikkeling van den godsdienst eerst in de tweede plaats1 en de vraag naar de betrekkelijke of volstrekte waarde van eenigen vorm van ,christendom eerst aan het einde1 voor zoover althans deze vraag geen zuiver religieuze is en dus buiten het gebied der wetenschappelijke beoordeeling valt4 ,g4 #f ,een menigte definities van den godsdienst geeft ,max ,mller aan het begin van zijn voorlezingen over ,natural ,religion04 ,z4 #g ,behalve ,ed4 v4 ,hartmann1 die zijn ,religionsphilosophie ,das religise ,bewusstsein der ,menschheit begint met de zonderlinge vraag of ook de dieren religie hebben4 ,tot zulke vragen komt men wanneer men de evolutie- of descendentie hypothese als een dogma op de spits drijft4 ,het antwoord laat zich raden4 ,natuurlijk onderstellen wij ook bij de hooger begaafde dieren gevoelens van ontzag1 vrees1 aanhankelijkheid4 ,maar deze hebben op zichzelf bij den mensch nog niets religieus4 ,zonder meer is daaruit dan ook de godsdienst nooit af te leiden4 ,want eerst bij den godsdienstigen mensch zullen ze godsdienstig worden4 ,maar zulke gevoelstoestanden hebben in het dierenleven tot niets geleid dat ook maar uit de verte met religie vergelijkbaar was4 ,terecht noemt ,ziegler dan ook1 in een paar zinsneden1 die ik wegliet om ze liever op mijne wijze en iets breeder in deze aanteekeningen te behandelen1 ,hartmanns vraag gezocht en curieus4 ,g4 #h ,over het gevoel als orgaan van den godsdienst heb ik mij nader uitgesproken in mijn boek over ,das ,gefhl01 eine psychologische ,untersuchung4 #e ,aufl4 #aiab4 ,z4 #i ,de eenzijdige rationeele en de eenzijdige ethische opvatting van den godsdienst1 die terecht door ,ziegler wordt bestreden1 zijn bij alle richtingen te vinden4 ,maar uitteraard is het gevaar voor verrationaliseering der religie grooter waar de vroomheid zich aan een leerstelsel bindt1 en zal men het meest de verethiseerde godsdienst vinden waar de strijd tegen leerstellige godsdienstigheid wel tot religieuze moraal in denken en leven1 maar nog niet tot warmer1 vaster en klaarder geloof des harten0 heeft geleid4 ,hierbij mag ook opgemerkt worden1 dat beide eenzijdigheden1 waardoor het diepst en wezenlijk religieuze niet tot zijn recht komt1 niet alleen bij populaire of leeken-beschouwingen over den godsdienst1 maar evenzeer bij theologen te vinden zijn4 ,bij de orthodoxen komt het eerstgenoemd gebrek het meest voor en leidt dan tot dogmatisme4 ,bij de vrijzinnigen tot rationalisme en het tweede tot ethisch-modernisme4 ,beide theologische eenzijdigheden bevorderen weer de religieuze1 waaruit zij zijn voortgekomen4 ,een noodlottige cirkel1 waaraan slechts te ontkomen is door dieper en voller religieus leven1 dat op zijn beurt door klaarder inzicht in het wezen der religie bevorderd kan worden en dan tot boven-partijdige geestesgemeenschap kan voeren4 ,voor theologen is in dit opzicht zeer leerzaam het boven reeds genoemde boek van ,r4 ,otto1 ,das ,heilige1 wat ik in mijn gelijknamig opstel heden aanwees4 7,nieuw ,theol4 ,tijdschr4 #aiag74 ,g4 #aj ,het hier aangevoerde indirecte bewijs voor het gevoelskarakter van den godsdienst is het eerst geleverd door ,schleiermacher in zijn ,reden ber die ,religion0 en zijn ,glaubenslehre40 ,z4 #aa ,voor de meeste lezers zal deze korte verklaring van ,ziegler's instemming met ,schleiermacher's leer van het volstrekte afhankelijkheidsgevoel als grondslag voor de religie voldoende zijn4 ,voor wie dieper in de hoofdvraag der godsdienstpsychologie door wil dringen1 voeg ik hier een paar opmerkingen aan toe4 ,men kan ,schleiermacher's beschouwing vinden in zijn ,chr4 ,glaube #d4 #d4 ,bij nauwkeurige vergelijking ontdekt men spoedig dat ,ziegler veel meer dan ,schl4 bij dat afhankelijkheidsgevoel aan gevoel van eindigheid tegenover het oneindige denkt4 ,mij komt het voor dat dit laatste wel een bestanddeel is van ontwikkeld religieus gemoedsleven1 maar geenszins het eerste en oorspronkelijk religieuze in den mensch4 ,daarbij bedenke men dat noch afhankelijkheids- noch eindigheidsgevoel op zichzelf reeds religieus zijn4 ,zij worden dat eerst bij den religieuzen mensch4 ,nu wordt een niet-godsdienstig gevoel niet godsdienstig alleen door toename in sterkte en diepte1 dus ook niet wanneer het van betrekkelijk volstrekt 7slechthinnig7 wordt4 ,gevoel van absolute nietigheid1 eindigheid en afhankelijkheid kan ook nog irreligieus zijn4 ,juist op datgene wat alle analoge1 nog niet-godsdienstige gemoedsaandoeningen omstemt1 opheft tot andersoortige1 schoon verwante aandoeningen1 dus op het specifieke religieuze komt het aan4 ,de jongste godsdienstpsychologie komt dan ook tot het inzicht1 dat al het religieuze voortkomt uit en behoort tot een eigen gebied van ons gevoelsleven1 als men wil1 een bijzonderen religieuzen zielsaanleg van den mensch4 ,de fijnere ontleding daarvan1 het dieper onderzoek van zijn invloed op heel ons geestesleven1 is een taak waaraan wij pas zijn begonnen4 ,g4 #ab ,karl von ,hase3 ,annalen meines ,lebens #ahia ,s4 #ac4 ,in extenso luidt de plaats aldus3 ,sinds korten tijd heb ik bij mijzelf nagegaan hoe het toch met mijn vroomheid gesteld was4 ,dat ik mijn leven niet zou kunnen wijden aan eenige zaak die mij niet zeer lief was1 dat spreekt voor mij van zelf4 ,wanneer ik nu de christelijke vroomheid in haar eigenaardig historisch karakter opvat als het uitsluitend zoeken van het ,eeuwige en ,oneindige1 een bovenaardsch verlangen waarvoor het aardsche leven slechts een pelgrimstocht is naar den hemel1 dan begrijp ik zulk een stemming zeer wel en weet haar ook te eerbiedigen1 gelijk alles waarbij en ding zoo krachtig mogelijk wordt begeerd en boven alles bemind2 maar in mijzelf is toch ook een stuk heidendom1 dat de wereld liefheeft1 opgaat in haar schoonheid en haar smart1 en dat niet gelijk de vromen gewoonlijk doen1 half met een kwaad geweten1 maar zonder berouw1 ten volle bewust en bezonnen1 omdat ik het tegenovergestelde voor een eenzijdigheid houd1 hoe verheven zij dan ook vaak geweest moge zijn4 ,was ik eertijds in ,athene geboren1 stellig had ik mij aangesloten bij een ,themistocles en een ,alcibiades2 in den tijd der apostelen zou ik1 hoop ik1 ook niet gevreesd hebben om het martelaarschap op mij te nemen2 maar in onzen tijd meen ik kan slechts een vereeniging van den oud-,griekschen met den ,christelijken zin tot levensschoonheid en harmonie voeren40 ,z4 #ac ,ludwig ,feuerbach3 ,smmtliche ,werke #g;er ,band3 ,das ,wesen des ,christentums4 #h;er ,band3 ,vorlesungen ber das ,wesen der ,religion4 #i;er ,band3 ,theologie4 ,z4 #ad ,bijzonder leerzaam voor de kennis der diepste godsdienstige aandoeningen en behoeften is het reeds genoemde boek van den ,amerikaanschen psycholoog ,w4 ,james1 ,the varieties of religious experience1 die veel van wat hier door ,ziegler gezegd is met voorbeelden en uitspraken van groote godsdienstige geesten illustreert4 ,voor de fijnere analyse verwijs ik nog eens naar ,otto's werk4 ,g4 #ae ,met name de ,ritschliaan ,wilhelm ,bender3 ,das ,wesen der ,religion und die ,grundgesetze der ,kirchenbildung4 ,bonn #ahhf heeft deze prioriteit der religieuze praxis en cultus voorgestaan4 ,dat ik het brok waarheid daarin niet heb voorbijgezien moge blijken uit het op blz4 #gc gezegde4 ,z4 #af ,inderdaad4 ,het is alweer ,schleiermacher1 wiens theorie de moeder is van de hier bestreden beschouwingen4 ,voor hem was in het volstrekte afhankelijkheidsgevoel het bewustzijn van onze betrekking tot ,god besloten4 ,want in dat bewustzijn achtte hij het antwoord op vraag3 van wien afhankelijk8 verborgen4 ,en voor hem is ,god datgene wat ons afhankelijkheidsgevoel veroorzaakt en bepaalt1 waartoe wij het als het ware herleiden4 ,maar dat zou toch slechts door een redeneering1 een causale verklaring van een in ons zelf gevonden gemoedsgesteldheid mogelijk zijn4 ,en godsdienstig geloof is in aard en oorsprong toch iets geheel anders dan een beredeneerd gevoel4 ,bovendien kan zulk een afleiding van ons afhankelijkheidsgevoel het denken ook tot een geheel ongodsdienstig geloof1 tot de ,materialistische leer van een geesteloos-blind spel van stof en kracht in het heelal brengen4 ,en zelfs zoo het denken ons tot de erkenning van een geestelijken wereldgrond en wereldwezen brengt1 is dit nog maar philosophie en theoretische wereldverklaring1 en nog geenszins godsdienst4 ,eerst wanneer de mensch daarbij van godsdienstige aandoeningen en aandriften wordt vervuld1 is er religieus leven4 ,g4 #ag ,de eerste godsdienstwijsgeer1 naar ik meen1 die de groote beteekenis der dichtende verbeelding voor de totstandkoming van godsdienstige geloofsvoorstellingen heeft aangetoond was ,rauwenhoff in zijn ,wijsbegeerte van den godsdienst 7blz4 #faa-fge74 ,juist op dat punt is hij zeer bestreden en misverstaan4 ,de verklaarbare vrees1 dat daarbij het waarheidsgehalte onzer godsdienstige overtuigingen en hun recht voor het denken in twijfel getrokken1 zoo niet ontkend werd1 beheerschte een goed deel der critiek4 ,wanneer men echter tweerlei in 't oog houdt1 is dit misverstand te vermijden4 ,vooreerst is de fantasie waarvan hier sprake is1 nooit gelijk te stellen met willekeurige inbeelding4 ,zij is een bepaalde vorm van denken1 die niet naast of buiten ons weten staat1 maar waarin al onze kennis is opgenomen4 ,in plaats van den vijand der wetenschap1 is zij meestal haar voorgangster en wegwijsster4 ,geen wetenschap die niet aan haar invloed den prikkel ontleent om verder te komen en door haar zich telkens de richting van onderzoek en denken ziet aangewezen4 ,van 't ,hoff heeft dat dan ook in zijn beroemde rede over de fantasie zelfs voor de natuurwetenschappen erkend4 ,ten andere bedenke men1 dat deze fantasie de bron kan zijn van waarheid niet alleen1 maar juist van de hoogste waarheden1 die n voor het louter redelijk denken n voor het overtuigingsleven des gemoeds bereikbaar zijn4 ,het hoogste wat wij dragen in geest en gemoed1 waaraan te twijfelen zelfvertwijfeling zou wezen1 hebben wij aan deze heerlijke gave te danken4 ,g4 #ah ,een der beste vertegenwoordigers van dit standpunt is de ,deensche wijsgeer ,h4 ,hffding4 ,in zijn ,religionsphilosophie beschrijft hij den godsdienst als een bepaalde vorm van wereldwaardeering en haar doel acht hij het behoud van waarde04 ,hoe weinig daardoor wezenlijk de waarheidsvraag en de denkwaarde onzer godsdienstige geloofsovertuigingen gelimineerd kunnen worden trachtte ik aan te toonen in mijn rede over ,het metaphysisch deel der wijsbegeerte van den godsdienst en nader in het laatste hoofdstuk van mijn ,de theologie en hare wijsbegeerte1 waar1 naar ik meen1 ook de weg gewezen is om het door ,ziegler aangewezen gevaar van overheersching des geloofs door de wijsbegeerte te vermijden4 ,g4 #ai ,de ,aufklrung was een nuchter verstandelijke richting in het godsdienstig denken der #ah;de eeuw1 die van den rijkdom der ,christelijke geloofsgedachten slechts de drie bovengenoemde grondideen behield1 daartoe allen godsdienst herleidde en dan zoogenaamd wijsgeerige bewijzen bijbracht om hare waarheid voor het denken te staven4 ,kant mag zelf onder haren invloed hebben gestaan inzoover ook voor hem godsdienstig geloof in de aanvaarding dier grondideen opging1 hij heeft zich toch verre daarboven verheven4 ,in zijn ,kritik der reinen ,vernunft en der praktischen ,vernunft1 en in zijn ,religion innerhalb der ,grenzen der blossen ,vernunft wees hij de grenzen van ons kennen1 de beperktheid van ons denken aan en trachtte de hoofdgedachten van alle religieus geloof een vasteren grondslag dan wijsgeerige bespiegelingen te geven door ze als noodzakelijke1 door het denken zelf1 op grond van ons zedelijk bewustzijn geischte overtuigingen1 althans tot een persoonlijk gewaarborgd geestelijk bezit te verheffen4 ,in ons vaderland is ,kant's beteekenis voor den godsdienst het best verstaan en het meest bevorderd door ,p4 van ,hemert4 ,vgl4 mijn ,paulus van ,hemert als godgeleerde en als wijsgeer4 ,g4 #bj ,vgl4 hierbij ,rauwenhoff1 ,wijsbegeerte van den godsdienst blz4 #gd4 ,g4 #ba ,de grootste der ,christelijke denkers1 die dat in de eerste eeuwen van het ,christendom heeft gedaan1 was de kerkvader en wijsgeer ,origenes in zijn ,tegen ,celsus en ,over de grondbeginselen4 ,g4 #bb ,d4 ,fr4 ,strausz3 ,die christliche ,glaubenslehre in ihrer geschichtlichen ,entwickelung und im ,kampfe mit der modernen ,wissenschaft dargestellt4 #ahdj ,bd4 #a ,s4 #cef4 ,vergelijk ook zijn ,der ,alte und der neue ,glaube0 in het bijzonder ,,ii3 ,haben wir noch ,religion8 ,z4 #bc ,van de gedachte aan een vervangen van den godsdienst kunnen zich zelfs mannen als ,wundt1 ,paulsen1 ,volkelt 7over ,volkelt's nieuwere wijsgeerig-godsdienstige standpunt zie men zijn te ,leipzich bij ,j4 ,c4 ,hinrichs verschenen oratie3 ,was ist ,religion8 en onze studie daarover in het ,theol4 tijdschrift #aiad ,afl4 ,,iii1 onder den titel3 ,gedachten van een wijsgeer over godsdienst4 ,g47 niet geheel los maken2 met name echter hebben eenige ,duitsche vertegenwoordigers van het ,darwinisme daarin zulk een vervanging1 althans in hun monisme een ,band zwischen ,religion und ,wissenschaft0 7,hckel t4a4p47 willen vinden1 en daarmee toch slechts aan het zuiver wetenschappelijk karakter van ,darwin's theorie te kort gedaan3 natuurwetenschap is geen godsdienst en godsdienst is geen wetenschap6 ,z4 #bd ,in zijn beroemd boek ,geschichte des ,materialismus1 waarin hij na zijn prachtige kritiek op de materialistische wereldbeschouwingen de onmacht en betrekkelijke onwaarde der wijsgeerige wereldleer in het licht tracht te stellen met de eenzijdigheid van vele ,neo-,kantianen1 maar aan den anderen kant een religieus gestemd ethisch-idealisme leert1 dat1 hoe waardevol op zichzelf1 noch het denken noch het godsdienstig gemoed geheel bevredigen kan4 ,g4 #be ,een ander surrogaat van godsdienst had ,ziegler hier ook nog kunnen bespreken1 de tegenwoordig ten onzent nog al gepropageerde ,theosophie4 ,hier ontmoeten wij een eigenaardig mengsel van wijsgeerige bespiegeling1 voorstellingen van godsdienstigen aard1 vooral aan de ,indische religieuze philosophie ontleend1 en godsdienstig gevoel4 ,het is zeer verklaarbaar dat in tijden van verwildering en onkunde op godsdienstig gebied1 wanneer toch religieuze behoeften en verlangen naar hooger overtuigingsleven zich doen gelden1 waaraan door gemis aan godsdienstige opvoeding en voorlichting niet wordt voldaan1 de fantastische en mystieke ,indische bespiegelingen bekorend werken1 terwijl verwarring en strijd tusschen christelijke kerken en theologen meer afstoot dan aantrekt4 ,toch is het niet moeilijk in te zien hoe zwak de theoretische of wijsgeerige grondslag is4 ,men vergelijke daarover eens ,prof4 ,s4 ,speyer1 ,de ,indische theosophie4 ,en naast deze gebreken van den denkinhoud1 is ook vrij duidelijk1 dat de ,theosophie slechts aan enkele religieuze gemoedsbehoeften voldoet en dat nog op onvoldoende wijze1 vgl4 ,p4 ,b4 ,westerdijk1 ,de ,theosophie4 ,toch acht ik deze beweging als correctief op de verwaarloozing van den godsdienst een sprekend teeken des tijds4 ,g4 #bf ,men vergelijke hiervoor werken als ,wendt1 ,system der ,christlichen ,lehre4 ,a4 ,bruining1 ,het geloof in ,god1 en ,het onsterfelijkheidsgeloof4 ,t4 ,cannegieter1 ,het openbaringsvraagstuk en de ontwikkelingsidee4 ,n4 ,theol4 ,tijdschr4 #aiae4 ,h4 ,y4 ,groenewegen1 ,de ,evolutieleer en het godsdienstig geloof4 ,wobbermin1 ,der ,chr4 ,gottesglaube in seinem ,verh4 zur heut4 ,philosophie4 ,ik doe maar een greep4 ,er zou natuurlijk veel meer en veel voortreffelijks nog te noemen zijn4 ,de stroom van litteratuur op dit gebied vloeit steeds voort4 ,zonder veel moeite kan de lezer tal van wetenschappelijke of populaire geschriften vinden1 die aan de ontwikkeling van zijn geloofsleven in verband met die van wetenschap en wijsbegeerte ten goede kunnen komen4 ,vgl4 o4a4 de serie ,redelijke ,godsdienst4 ,baarn1 ,holl4 ,drukkerij4 ,g4 #bg ,een spoedige verzoening tusschen gelooven en weten meende ,fr4 ,paulsen weer te mogen verwachten3 ,einleitung in die ,philosophie #ahib ,s4 #aa fg4 7,hollandsche vertaling van ,p4 ,h4 en ,meta ,a4 ,hugenholtz1 ,amsterdam ,c4 ,l4 ,g4 ,veldt1 blz4 #aj vg474 ,deze verwachting1 gebaseerd op de school van ,ritschl1 is door het geval ,harnack 7cf4 ,nation0 #ahib #aj4 ,jahrg4 ,nr4 #d ,s4 #ea ff4 en het artikel van ,holtzmann in de ,protest4 ,kirchenzeitung #ahib ,nr4 #de-dh7 wel zeer eigenaardig gellustreerd en volkomen weerlegd4 ,z4 #bh ,om misverstand te voorkomen voeg ik hier aan toe1 dat zij de groote metaphysische vragen niet ontwijken kan1 en die dan ook bij geen der groote godsdienstwijsgeeren buiten beschouwing gelaten heeft4 ,het geloof in ,god bevat altijd ook een metaphysische overtuiging1 een bepaald wereldbegrip4 ,de verhouding daarvan tot de theoretische wereldverklaring der wijsbegeerte in onzen tijd na te gaan1 de een door de andere te verrijken en te corrigeeren acht ik1 blijkens mijn boven geciteerde geschriften1 een even groote en belangrijke taak dezer wetenschap4 ,g4 #bi ,juist daarom is het goed hier eens de aandacht te vestigen op het mooie boek van ,g4 ,th4 ,fechner1 ,die drei ,motive und ,grnde des ,glaubens4 ,men zal hier veel in vinden dat ,zieglers beschouwing aanvult4 ,in andere werken1 bijv4 zijn ,die ,tagesansicht gegenber der ,nachtansicht1 en ,die ,seelenfrage blijkt ,fechner een dier zeldzame denkers1 bij wien de nieuwere natuurwetenschap1 psychologie en wijsbegeerte in volledige harmonie zijn gekomen met een diep religieus gemoedsleven en even hoog als rijk godsdienstig geloof4 ,g4 #cj ,dat was ook de hoofdgedachte waarvoor reeds ,spinoza opkwam in zijn ,godgeleerd staatkundig vertoog4 ,g4 #ca ,een interessante en fijne verklaring van veel vreemds en tegenstrijdigs in ,luthers vroomheid1 o4 a4 zijn wonderlijke gemeenzaamheid naast zijn diepen eerbied1 zijn innig vertrouwen en grootmoedig afhankelijkheidsgevoel naast dit bijna brutale gevoel van rechten te hebben op ,god en eischen te mogen stellen1 vindt men in ,otto's meergenoemde boek4 ,de boven aangehaalde uiting wordt bij het vertalen in zijn ruwe oprechtheid licht te plomp en blijve daarom liever onvertaald4 ,men kan toch in de eerlijke hartstochtelijkheid van dit wanhopig verlangen en de felle kracht van het gevoel dat hij alles van ,god alleen hebben moest de geweldige uiting van sterk levende godsvrucht vinden4 ,g4 #cb ,schleiermacher3 ,der christliche ,glaube4 #b;e ,aufl4 ,bd4 #b ,s4 #dgf4 ,verg4 ook zijn uitspraken over het gebed ibid4 #adf f4 ,bovendien ,ueber das ,gebet4 ,ein religionsphilosophisches ,fragment4 ,sendschreiben an ,herrn ,e4 ,renan in ,paris0 door ,m4 ,j4 ,monrad3 ,philosophische ,monatshefte ,bd4 #bh ,s4 #be-cg4 ,z4 #cc ,de gedachte van een dramatische beteekenis van den cultus is ontwikkeld door ,otto ,pfleiderer3 ,religionsphilosophie auf geschichtlicher ,grundlage4 #b ,aufl4 ,bd4 #b in het hoofdstuk over ,kultus und ,kirche0 ,s4 #bcf ff4 ,z4 #cd ,over het bedenkelijke van een liturgische muzikale godsdienstoefening van ,protestantsch standpunt uit bezien heb ik mij reeds vroeger bijv4 in een mijner beschouwingen over het geval ,schrempf 7,beilage zur ,allg4 ,zeitung #ahib ,nr4 #ahb7 uitgesproken2 ik ben het hierin volkomen eens met ,eduard von ,hartmann t4 a4 p4 ,bd4 #b4 ,s4 #db ff4 ,verg4 ook ,j4 ,gmelin1 ,evangelische ,freiheit1 ,tbingen #ahib ,s4 #fj4 ,z4 #ce ,goede en leerzame opmerkingen over dit onderwerp ook in ,prof4 ,is4 van ,dijk1 ,aesthetische en zedelijke godsdienst4 ,g4 #cf ,over de verhouding van godsdienst en zedelijkheid heb ik mij ook uitgesproken in mijn boekje ,sittliches ,sein und ,sittliches werden0 #b ,aufl4 #ahij4 ,s4 #abe-abh4 ,z4 #cg ,kant3 ,religion innerhalb der ,grenzen der bloszen ,vernunft4 viertes ,stck3 ,vom ,dienst und afterdienst unter der ,herrschaft des ,guten ,princips1 oder von ,religion und ,pfaffentum4 ,z4 #ch ,verg4 over de christelijke moraal mijne critische besprekingen in mijn ,geschichte der ,christlichen ,ethik04 #b ,ausgabe #ahib4 ,z4 #ci ,wat betreft de zedelijke problemen verg4 mijn3 ,sittliches ,sein und ,sittliches werden0 in de tweede en derde voordracht4 ,z4 #dj ,uitvoeriger1 hier en daar gewijzigde en belangrijke beschouwingen over de oudste en meest primitieve vormen van godsdienst geeft ,c4 ,p4 ,tiele1 ,inl4 tot de godsdienstwetenschap1 #ed4 ,g4 #da ,de definities van ,totemisme1 ,fetischisme en ,animisme zijn ontleend aan ,max ,mller's ,natural ,religion04 blz4 #aei-afj4 ,verg4 hierbij ook het ,lehrbuch der ,religionsgeschichte van ,p4 ,d4 ,chantepie de la ,saussaye #b ,bdl4 #b;e ,aufl4 #ahig1 en ,herbert ,spencer in zijn ,principles of ,sociology4 #db ,de tegenstelling tusschen deze twee typen van vroomheid is zeer duidelijk in 't licht gesteld en aangewezen in tal van historische karakters door ,w4 ,james in zijn meergenoemd boek ,the varieties of religious experience4 ,hij onderscheidt ze met de namen van sick souls0 en healthy minded01 kranke zielen en gezonde geesten4 ,maar men zie in deze namen geen bepaalde waardeering4 ,de kracht1 diepte1 warmte en innigheid van godsdienstig leven kan in beide typen gelijk zijn4 ,dat hangt geheel van den persoonlijken religieuzen aanleg en ontwikkeling af4 ,ook bedenke men dat slechts zelden de vroomheid van een mensch uitsluitend een dier typen vertoont4 ,er is geen volstrekte tegenstelling1 maar tallooze schakeeringen1 waarvan in een menschenleven zich verschillende kunnen voordoen4 ,g4 #dc ,aangaande de christelijke mystiek zie mijne ,geschichte der ,christlichen ,ethik ,s4 #chj ff41 #eaf ff4 ,daar vindt men ook1 hoe de ,scholastiek gepoogd heeft aan de mystiek een bepaalden weg voor te schrijven hoewel dat met haar wezen niet in overeenstemming is 7,s4 #hi74 ,z4 #dd ,rudolf von ,ihering3 ,der ,zweck im ,recht ,bd4 #b1 #b ,aufl4 #ahhf4 ,verder het opstel van denzelfden schrijver over3 ,die gastfreundschaft im ,altertum0 in de ,deutsche ,rundschau #ahhg4 ,daarentegen meent ,w4 ,wundt3 ,ethik #ahhf3 ,in den meisten ,fllen scheinen religise ,vorstellungen die letzten ,quellen zu sein1 aus denen die ,sitte geflossen ist2 sie erscheint dann als eine ,kultushandlung40 ,z4 #de ,de tegenstelling tusschen ,romeinen #ac en ,apocalypse #ac ontleende ik aan ,holtzmann's geestige ,redevoering ,das ,neue ,testament und der ,rmische ,staat0 7,straszburg #ahib74 ,verg4 verder het artikel ,staat und ,kirche0 van ,j4 ,kstlin in den #ad;en band van ,herzog's ,realencyclopdie fr protest4 ,theologie und ,kirche4 #b ,aufl42 voor den eersten tijd1 ,k4 ,j4 ,neumann3 ,der rmische ,staat und die allgemeine ,kirche bis auf ,diokletian4 ,bd4 #a4 #ahij4 ,z4 #df ,dat het kerkrecht in tegenspraak is met het wezen van kerk en christendom1 is betoogd van orthodox-,luthersch standpunt uit door ,r4 ,sohm3 ,kirchenrecht4 #a ,bd43 ,die ,geschichtlichen ,grundlagen #ahib4 ,z4 #dg ,schleiermacher3 ,reden ber die ,religion4 ,vierte ,rede3 ,ueber das ,gesellige in der ,religion04 ,daar zegt hij3 ,hinweg also mit jeder solchen ,verbindung zwischen ,kirche und ,staat6 ,das bleibt mein catonischer ,ratsspruch bis auf ,ende oder bis ich es erlebe1 sie wirklich zertrmmert zu sehen04 ,z4 #dh ,ziegler spreekt voor ,duitschers en handelt over ,duitsche toestanden4 ,het leek mij beter den tekst niet te veranderen en geheel naar ,hollandsche toestanden te wijzigen4 ,het is ook voor ons leerzaam de moeilijkheden te zien waarmede men elders kampt4 ,dat ten onzent het vraagstuk van de verhouding van kerk en staat oud en onopgelost is1 behoeft hier slechts vermeld te worden4 ,vergeleken bij andere ,protestantsche landen is de toestand hier zeer bevredigend4 ,de band tusschen kerk en staat is zoo los als eenerzijds de godsdienst zelf en de volledige geloofsvrijheid1 anderzijds het staatkundig leven en het belang dat de staat heeft bij bevordering van religieus-moreele volksopvoeding dat vorderen4 ,historische toestanden en rechten doen zich daarbij natuurlijk nog gelden4 ,de veelheid en verscheidenheid der kerkgenootschappen1 die1 wanneer ze door den ,staat zijn erkend1 gelijke voorrechten en vrijheden genieten1 blijkt meer en meer bevorderlijk aan de door ,ziegler terecht gewenschte vrije ontwikkeling van het godsdienstig gemeenschapsleven4 ,daarnaast is plaats en werkkring voor godsdienstige vereenigingen van gelijkgezinden1 die zich uitbreiden over de kerkgenootschappelijke grenzen heen4 ,maar in een land als het onze waar de godsdienstige tradities1 innig samengeweven met de geschiedenis van land en volk1 krachtig nawerken1 is dan ook veel minder behoefte aan die losse1 tijdelijke kringen waarin het godsdienstig leven van ,amerika zich veelal heeft belichaamd4 ,kerken zijn bij ons slechts godsdienstige organisaties met historische beginselen1 eigen karakter en vrijheid van zelfbestuur1 door den staat niet boven andere bevoorrecht1 hoogstens krachtens verkregen rechten finantieel gesteund1 en onderworpen aan voor allen geldende wetten die gelijke rechten en vrijheden waarborgen4 ,moge misschien het beginsel der scheiding van kerk en staat in bijzonderheden nog beter zijn toe te passen1 al heeft de beginselruiterij1 hiermede vaak gedreven1 zeker zijn bezwaren en gevaren1 de toestanden zijn toch ten onzent zoo dat het persoonlijk en gemeenschappelijk godsdienstig leven zich naar eigen eisch volkomen vrij ontwikkelen kan4 ,g4 #di ,ed4 ,zeller3 ,die ,entwicklung des ,monotheismus bei den ,griechen01 in zijne ,vortrgen und ,abhandlungen0 ,bd4 #a ,s4 #a-bi4 ,aldaar ook ,ueber ursprung und ,wesen der ,religion04 ,bd4 #b ,s4 #a-ib4 ,en daarnaast ,august ,baur3 ,ed4 ,zeller als ,religionsphilosoph01 in de ,philos4 ,monatshefte ,bd4 #bf4 ,s4 #ecf-fjc4 ,z4 #ej ,belangrijk en leerzaam voor de kennis van den ontwikkelingsgang die volksgodsdiensten doorloopen om wereldgodsdienst te worden1 en voor de wijze waarop1 vooral in ,isral1 uit het polythesme en henothesme monothesme is ontstaan1 is nog altijd ,a4 ,kuenen1 ,volksgodsdienst en wereldgodsdienst4 ,g4 #ea ,schleiermacher ,reden4 ,zweite ,rede3 ,ueber das wesen der ,religion04 ,z4 #eb ,de diepst doordachte en tegelijk innigst religieus doorvoelde geloofsovertuiging van deze soort in den nieuweren tijd geeft ongetwijfeld ,fechner4 ,men vergelijke daarvoor weder de laatste hoofdstukken van zijn ,die ,seelenfrage1 in de uitgave van ,paulsen1 blz4 #bbc enz41 en de eerste hoofdstukken van zijn ,die ,tagesansicht gegenber der ,nachtansicht tot blz4 #gj4 ,wie zijn geloofslied1 dat aan ,paul ,gerhard herinnert1 ,in ,gott ruht meine ,seele1 ,weil ,gott lebt1 lebe ich1 ,denn er allein hat leben2 ,ich kann nicht stehn daneben ,er kann nicht lassen mich4 in zijn geheel vergelijkt met het boven aangehaalde mystieke liedje van ,angelus ,silesius1 zal daarin een veel ,christelijker gevoelstoon en gedachteninhoud ontdekken4 ,men vindt het o4a4 in de ,tagesansicht blz4 #fe en stelle daarnaast zijn troostlied blz4 #afb4 ,trouwens het door dogmatisch rationalisme beheerscht vooroordeel tegen het panthesme1 ziet voorbij dat de panthestische opvatting van ,gods verhouding tot wereld en mensch in de eerste plaats naar haar denkwaarde te beoordeelen is1 en dat1 onafhankelijk daarvan1 de religieuze waarde ook door andersdenkenden onvoorwaardelijk te erkennen is4 ,de grootste panthestische denkers zijn diep religieuze naturen geweest1 vele der grootste mystiek religieuze naturen 7bijv4 een ,eckehart7 zijn tot geloofsuitingen gekomen die van panthesme niet meer te onderscheiden zijn4 ,voor de religie is niet de denkwijze of voorstellingsvorm1 maar het zuiver en innig religieus doorleven van de geloofsgedachten hoofdzaak4 ,g4 #ec ,max ,mller1 ,natural ,religion4 ,z4 #ed ,over het openbaringsbewustzijn handelt bijzonder mooi en fijn ,otto ,pfleiderer in zijn ,religionsphilosophie0 ,bd4 #b ,s4 #dbb ff4 ,z4 #ee ,het problematisch karakter van ons historisch ,jezusbeeld is bijzonder scherp in het licht gesteld door ,d4 ,fr4 ,strausz3 ,der ,alte und der neue ,glaube4 ,s4 #gh f4 ,z4 #ef ,over ,buddha worden wij wel het beste voorgelicht door ,hermann ,oldenberg3 ,buddha1 sein ,leben1 seine ,lehre1 seine ,gemeinde4 #ahij4 ,dat hij geen koningszoon was ,s4 #ajh1 dat hij geen sociale hervormer was1 ,s4 #afe ff4 ,toch kan ook wat in den tekst daarover gezegd werd1 behouden blijven4 ,verg4 ook ,chantepie de la ,saussaye a4 a4 ,o4 ,bd4 #a ,s4 #cij-dcg4 ,z4 #eg ,het komt hier niet zoozeer aan op de persoonlijke1 historisch moeilijk te bepalen betrekking van ,jezus tot de particularistische of universalistische opvatting van zijn beroep1 als wel op de verschillend klinkende berichten van het ,nieuwe ,testament aangaande dit punt4 ,z4 #eh l',irrligion de l'avenir1 tude de sociologie1 heet een werk van ,m4 ,guyau1 dat in de #d;e uitgave4 ,parijs #ahij voor mij ligt4 ,dat de titel 7en niet alleen deze67 berust op een verwisseling van ,dogmatiek en godsdienst1 blijkt uit ,rauwenhoff1 t4 a4 p4 blz4 #gie2 en zoo kan ook ,guyau zelf weer zeggen3 l'irrligion de l'avenir pourra garder du sentiment religieux ce qu'il y avait en lui de plus pur04 ,z4 ,,eenige ,,nieuwere ,,literatuur ,otto ,pfleiderer4 ,religion und ,religionen #aijf4 ,ernst ,troeltsch4 ,die gegenwrtige ,lage der ,religionsphilosophie #aijd4 ,psychologie und ,erkenntnistheorie in der ,religionswissenschaft #aije4 ,die absolutheit des ,christentums und die ,religionsgeschichte #b;e ,aufl4 #aiab4 ,gesammelte ,schriften ,bd4 ,,ii #aiac4 ,rudolf ,euken4 ,der ,wahrheitsgehalt der ,religion4 #c ,aufl4 #aiab ,hauptprobleme der ,religionsphilosophie der ,gegenwart #e ,aufl4 #aiab4 ,knnen wir noch christen sein8 #aiab4 ,m4 ,heinze4 ,artikel ,religionsphilosophie0 in ,realencyclop4 fr prot4 ,theologie und ,kirche4 ,b4 #af #aije4 ,erich ,adickes4 ,wissen und ,glauben1 ,deutsche ,rundschau ,bd4 #id #ahih4 ,theobald ,ziegler4 ,glauben und ,wissen4 7,strassburger ,rektoratsrede7 #ahii4 ,j4 ,volkelt4 ,was ist ,religion8 ,leipzig #aiac4 ,r4 ,otto4 ,das ,heilige1 ,breslau #aiag4 ,w4 ,james4 ,varieties of religious experience1 #aijd1 ook in ,nederl4 vertaling4 ,g4 ,wobbermin4 ,der ,chr4 ,gottesglaube i4 s4 ,verh4 zur heutigen ,philos4 u4 ,naturw4 #aiaa4 ,p4 ,d4 ,chantepie de la ,saussaye4 ,lehrbuch der ,religionsgeschichte1 #ahig4 ,a4 ,sabatier4 ,esquisse d'une ,philosophie de la religion d'aprs la psychologie et l'histoire #ahig4 ,h4 ,hffding4 ,religionsphilosophie #aija4 ,,register ,a ,aesthetica1 p4 #af1 #da1 #df-ej1 #ea1 #gb4 ,afhankelijkheidsgevoel1 p4 #ac vgl41 #ah1 #dd1 #de1 #ea1 #hh1 #ajg1 #ajh4 ,agamemnon1 p4 #gd4 ,agni1 p4 #ai4 ,ahriman1 p4 #eh4 ,akosmisme1 p4 #hi4 ,albertus ,magnus1 p4 #bg4 ,alexandri1 p4 #bg4 ,animisme1 p4 #fc1 #fd4 ,anthropomorphisme1 p4 #bd vgl41 #ej vgl41 #fb1 #gj1 #ij4 ,apologetiek1 p4 #bf4 ,ariers1 p4 #gd4 ,aristoteles1 p4 #cb4 ,ascese1 p4 #da1 #ee vgl4 ,athesme1 p4 #hg1 #ij1 #aje4 ,aufklrung1 p4 #ba1 #aaa4 ,augustinus1 p4 #eh1 #gf1 #ih4 ,avesta1 p4 #ij4 ,azi1 p4 #ii4 ,b ,bijbel en bijbelgeloof1 p4 #ia vgl41 #ie4 ,bijgeloof1 p4 #af1 #ea1 #fb4 ,bcklin1 p4 #fh4 ,bruno1 ,giordano1 p4 #cd4 ,boeddha en ,boeddhisme1 p4 #aa1 #ib1 #ic1 #if1 #ih1 #aah4 ,byzantinisme1 p4 #gf4 ,c ,calvijn1 p4 #eh1 #gi4 ,celsus1 p4 #bf1 #aab4 ,christendom1 p4 #i1 #aj vgl41 #bf vgl41 #dj1 #eb vgl41 #ee1 #ef1 #eh1 #fa1 #fg1 #ge vgl41 #he vgl41 #ia1 #ih vgl4 ,constantijn de ,groote1 p4 #gf4 ,cultus1 p4 #ab1 #ah1 #dj vgl41 #ea1 #fi1 #gb1 #aad4 ,d ,david1 p4 #dg4 ,delphi1 p4 #fc1 #ge4 ,dionysus1 p4 #dg4 ,dogma en dogmatiek1 p4 #bg vgl41 #ca1 #cf1 #ec1 #ga1 #gf4 ,drieenheid1 p4 #hf4 ,dubbele waarheid1 ,leer van de1 p4 #bg4 ,duivel1 p4 #eh1 #ge4 ,e ,eckart1 ,meester1 p4 #ga4 ,eudaemonisme1 p4 #ed4 ,extase1 p4 #gj1 #ga4 ,f ,fantasie1 p4 #h1 #bf1 #bi1 #ca1 #ce1 #df1 #ea1 #fc1 #gb1 #he1 #ajj1 #aaj4 ,fechner1 ,g4 ,th41 p4 #aad1 #aag4 ,fetisch en fetischisme1 p4 #fc1 #fd4 ,feuerbach1 ,l41 p4 #af1 #bc1 #aji4 ,g ,gebed1 p4 #ab1 #dj1 #da vgl4 ,gemeenschap1 religieuze1 p4 #ff1 #gb vgl41 #hj4 ,germanen1 p4 #ec1 #gc1 #ajj4 ,gevoel1 p4 #aj1 #ac vgl41 #ai1 #dj1 #fe vgl41 #gb1 #ajj4 ,godsdienststichters1 p4 #ca1 #ea1 #eb vgl41 #ib vgl4 ,grieken1 p4 #ai1 #bd vgl41 #ca1 #cb1 #dg1 #eg1 #fb1 #gd1 #hd4 ,h ,hartmann1 ,ed4 von1 p4 #ajg4 ,hase1 ,karl von1 p4 #ad4 ,heilige boeken1 p4 #hc-ij1 #ia4 ,heiligendienst1 p4 #hf4 ,hellenisme1 p4 #ca1 #hf4 ,hemert1 ,p4 van1 p4 #aaa4 ,henothesme1 p4 #he4 ,herder1 p4 #ai1 #hh4 ,herrnhutters1 p4 #fg4 ,hffding1 ,h41 p4 #aaa4 ,hooglied1 p4 #gj4 ,humanisme1 p4 #ef4 ,i-,j ,jacobi1 p4 #hh4 ,jahwe1 p4 #ab1 #he4 ,james1 ,w41 p4 #aji1 #aae4 ,jeremia1 p4 #id4 ,jezus1 p4 #ab1 #db1 #ec1 #ge1 #id1 #ajb1 #aah4 ,ihering1 ,r4 von1 p4 #gc1 ,indiers1 p4 #ai4 ,individualisme1 p4 #fe vgl41 #ib1 #ajb4 ,indra1 p4 #ai4 ,inspiratie1 p4 #ia4 ,intellectualisme1 p4 #aj vgl41 #bh1 #bi1 #fc1 #ia4 ,job1 het boek1 p4 #ee4 ,joden1 p4 #gd1 #gh1 #hd vgl4 ,k ,kant1 p4 #ea1 #ed1 #ef1 #aaa1 #aae4 ,katholicisme1 p4 #di1 #gg1 #ha1 #hf1 #ih1 #aja4 ,kerk1 p4 #cj1 #cd1 #ej1 #ed1 #eg1 #fc1 #fh vgl41 #ga1 #ge-hb1 #hi4 ,koran1 p4 #ij4 ,kuenen1 ,a41 p4 #aag4 ,kunst1 p4 #df vgl4 ,kwade1 het1 p4 #eh vgl4 ,l ,lao-tse1 p4 #ib4 ,lange1 ,f4 ,a41 p4 #ce1 #aab4 ,lessing1 p4 #bj1 #fj1 #gj1 #hh1 #ia1 #ie4 ,liturgie1 p4 #df vgl4 ,luther1 p4 #db1 #ef1 #gg1 #id1 #ig1 #aad4 ,lutheranen1 p4 #ga1 #ih4 ,m ,melanchton1 p4 #db4 ,metaphysica1 p4 #ba1 #ce1 #cg1 #aac4 ,methode der godsd4 wet1 p4 #f-i4 ,mohamed1 p4 #id4 ,monothesme1 p4 #hc-hf4 ,mozes1 p4 #ec1 #if4 ,mller1 ,max1 p4 #ib4 ,muziek1 p4 #dg-di4 ,mystiek1 p4 #fh1 #fi1 #ga1 #hh1 #hi4 ,mysticisme1 p4 #fi-ga4 ,mythologie en ,mythen1 p4 #f1 #bd1 #bi1 #ca1 #eg1 #hc vgl4 ,n ,nationale religie1 p4 #hc1 #ii4 ,natuurgodsdienst1 p4 #hc1 #ij4 ,nero1 p4 #ge1 #gf4 ,nieuwe ,testament1 p4 #fi1 #ge1 #ia1 #ig1 #ii4 ,nominalisme1 p4 #bg4 ,noord-,amerika1 p4 #gi vgl4 ,o ,offer1 p4 #ab1 #dj vgl41 #ed4 ,oneindige1 het1 p4 #af vgl41 #ah vgl41 #bc-bf1 #ce1 #dd1 #ej1 #ff1 #fi1 #hc1 #ajj4 ,onsterfelijkheidsgeloof1 p4 #bd1 #ee1 #fd1 #ff1 #ajb4 ,onverdraagzaamheid1 p4 #cj4 ,oorsprong van den godsd41 p4 #fb vgl4 ,openbaring1 p4 #fb1 #ia1 #ib-if4 ,opvoeding1 p4 #ci1 #ed1 #eg1 #ib4 ,orient1 p4 #gd4 ,orthodoxie1 p4 #aj vgl4 #bh1 #fb1 #fg1 #ga1 #gi4 ,otto1 ,r41 p4 #ajf1 #aad4 ,oude ,testament1 p4 #ab1 #ai1 #ij4 ,p ,panthesme1 p4 #ej1 #hf1 #hg1 #ij1 #aah4 ,paganisme1 p4 #c4 ,paradijs1 p4 #ai4 ,paulus1 p4 #ab1 #ge1 #id4 ,paus1 #fh1 #gg4 ,phaenomenologie1 p4 #ajf4 ,philosophie1 p4 #bb1 #be1 #bf vgl41 #bi1 #cc1 #ce vgl41 #hd1 #hf vgl4 ,pitisme1 p4 #ef1 #fg1 #ga4 ,plato1 p4 #ee1 #eg4 ,polythesme1 p4 #hc vgl4 ,presbyteriaansche kerkinrichting1 p4 #gi4 ,priester1 p4 #fb vgl41 #fh1 #gc1 #ge1 #gg1 #if4 ,profeten1 p4 #ab1 #he1 #id4 ,protestantisme1 p4 #bh1 #dh1 #ef1 #gg vgl41 #ha1 #hf1 #ig1 #ih1 #aja4 ,puriteinen1 p4 #fg4 ,q ,quakers1 p4 #fg4 ,quietisme1 p4 #aa1 #gj4 ,r ,rationalisme1 p4 #bh1 #fb1 #ga4 ,rauwenhoff1 p4 #ej1 #aaj1 #aab4 ,religionsphilosophie1 p4 #cf1 #cg1 #ch4 ,religionspsychologie1 p4 #g1 #cf1 #cg1 vgl4 #ajf1 #aji4 ,renan1 ,e41 p4 #id4 ,rome1 p4 #ge1 #gg4 ,romantiek1 p4 #dg1 #di4 ,s ,samuel1 p4 #gd4 ,saul1 p4 #gd4 ,schiller1 p4 #e1 #bj4 ,schleiermacher1 p4 #ac1 #dd1 #gf1 #hh1 #hi1 #ij1 #ajh1 #aaj1 #aaf4 ,scholastiek1 p4 #bg1 #aae4 ,semieten1 p4 #gd1 #he4 ,sick souls and healthy minded1 p4 #aae4 ,siebeck1 ,h41 p4 #ajf4 ,sociale denkbeelden1 p4 #if vgl4 ,soma1 p4 #ai4 ,spinoza1 p4 #hg1 #hh1 #hi1 #aad4 ,staat en kerk1 p4 #gd-hb1 #aje1 #aaf4 ,strausz1 ,d4 ,fr41 p4 #bi1 #aab1 #aah4 ,sudra's1 p4 #if4 ,supranaturalisme1 p4 #bh4 ,synode1 p4 #gi4 ,t ,tao-te1 p4 #ia1 #ih4 ,territorialisme1 p4 #gg4 ,tetzel1 p4 #eh4 ,theodicee1 p4 #ee1 #eh4 ,theologie1 p4 #cc1 #cf1 #fb1 #fi1 #ajg4 ,theosophie1 p4 #aab vgl4 ,thomas van ,aquino1 p4 #bg1 #hi4 ,tieck1 p4 #fh4 ,tiele1 ,c4 ,p41 p4 #aae4 ,toekomst van den godsdienst1 p4 #ajj-ajb4 ,totem en totemisme1 p4 #fc vgl4 ,traditie1 p4 #be1 #cj1 #cb4 ,u ,universeele godsdiensten1 p4 #hc1 #ii4 ,universalisme1 p4 #ih1 #ajj1 #ajb1 #aah4 ,v ,varuna1 p4 #ai4 ,verethiseerde godsdienst1 p4 #ajh4 ,verhooren des gebeds1 p4 #dc-de4 ,verrationaliseerde godsdienst1 p4 #ajh4 ,verstandsgodsdienst1 p4 #bh1 #fb4 ,vervanging van den godsdienst1 p4 #aab4 ,volkelt1 ,j41 p4 #aab4 ,w ,wereldgodsdienst1 p4 #hc1 #ii1 #ajj1 #aag4 ,weten en gelooven1 p4 #c1 #aj1 #ah1 #ci1 #ec1 #ef1 #ei1 #hi4 ,wonder en ,wondergeloof1 p4 #dc1 #ie4 ,z ,zeus1 p4 #gb4 ,zwingli1 p4 #gh4 ,zonde1 p4 #eh vgl4 ,,inhoud ,bladz4 ,,een ,,woord ,,vooraf1 door ,prof4 ,groenewegen ,v ,,eerste ,,hoofdstuk3 ,inleiding4 ,het wezen van den godsdienst #a ,,tweede ,,hoofdstuk3 ,religieuze voorstellingen en denkbeelden4 ,gelooven en weten #ah ,,derde ,,hoofdstuk3 ,de cultus als religieuze handeling4 ,kunst en godsdienst4 ,godsdienst en zedelijkheid #dj ,,vierde ,,hoofdstuk3 ,de godsdiensten4 ,individualisme en mystiek4 ,kerk en staat #fa ,,vijfde ,,hoofdstuk3 ,de godsdiensten4 ,polythesme4 ,monothesme4 ,godsdienststichters en het geloof in openbaring4 ,de toekomst van den godsdienst #hc ,,aanteekeningen van ,prof4 ,ziegler en ,prof4 ,groenewegen #aje ,,eenige ,,nieuwere ,,literatuur #aai ,,register #aba ,,in ,,de ,,wereldbibliotheek ,,verscheen ,,reeds ,,vroeger ,,van3 ,prof4 ,,theobald ,,ziegler ,de ,negentiende ,eeuw 7,geestelijke en ,sociale ,stroomingen7 vertaald door ,leo ,polak4 ,gellustreerd ,in twee deelen--,samen3 ,i4 f #a4ij ,c4 #b4bj ,l4 #b4ej ,ziegler's ,negentiende ,eeuw kwam in zijn ,nederlandsche overzetting in ,juni #aiac gereed en trok allentwege wijde belangstelling4 ,juist in dezen oorlogstijd is het een ieder onontbeerlijk4 ,wie het ,duitschland van thans wil kennen1 leze ,ziegler's schets van zijn wording in de #ai;e eeuw4 ,het geeft den lezer een frisschen kijk op persoonlijkheden en vraagstukken inzonderheid het maatschappelijke vraagstuk1 zooals dat in de #ai;e eeuw steeds meer naar voren kwam40 ,minerva4 ,een kostelijk boek1 een prachtig werk1 dat in geen enkel huis van een mensch die wil weten welke de geestelijke stroomingen van eigen tijd zijn en uit welke bronnen ze voortkomen1 mag ontbreken40 ,vrije ,vroomheid4 ,opmerkingen van de bewerker ,deze tekst gebruikt de tekst van het originele werk2 inconsistenties in spelling1 interpunctie1 afbrekingen1 spatiegebruik1 enz4 zijn behouden1 behalve zoals hieronder vermeld4 ,duitse fragmenten zijn niet gecorrigeerd voor het gebruik van hoofdletters bij zelfstandig naamwoorden2 in de ,nederlandse tekst is het gebruik van trema's niet gestandaardiseerd4 ,pag4 #aae1 noot #da3 de letter voor de auteursnaam ontbreekt in het origineel4 ,aangebrachte veranderingen3 ,enkele ontbrekende leestekens zijn stilzwijgend toegevoegd4 p4 ,,xiii3 aanhalingstekens na de zaak zelve verwijderd p4 #bc3 ,regilionsphilosophie veranderd in ,religionsphilosophie p4 #db3 ick veranderd in ich p4 #dd3 ,scheiermacher veranderd in ,schleiermacher p4 #ec3 tuschen veranderd in tusschen p4 #ge3 den keizer was veranderd in den keizer wat2 ,apocolypse veranderd in ,apocalypse p4 #ie3 zelfperking veranderd in zelfbeperking p4 #aji3 uber veranderd in ber p4 #ajj3 the variaties veranderd in the varieties p4 #aaa3 ,kritik der reinen ,vernunft en der praktischen ,vernunft veranderd in ,kritik der reinen ,vernunft en der praktischen ,vernunft2 ,religionsphilosofie veranderd in ,religionsphilosophie p4 #aab3 ,die christliche ,glaubenslehre in ihren geschichtlichen ,entwickelung und in ,kampfe mit der modernen ,wissenschaft veranderd in ,die christliche ,glaubenslehre in ihrer geschichtlichen ,entwickelung und im ,kampfe mit der modernen ,wissenschaft dargestellt p4 #aad3 gegenuber veranderd in gegenber p4 #aae3 ,sociologie veranderd in ,sociology p4 #aaf3 ,uber veranderd in ,ueber2 geglossen veranderd in geflossen p4 #aag3 ,entwickelung veranderd in ,entwicklung p4 #aah3 text veranderd in tekst zoals elders p4 #aai3 religions veranderd in religious p4 #aba3 religieuse veranderd in religieuze zoals in tekst p4 #abc3 ,pietisme veranderd in ,pitisme zoals in tekst4