,,de ,,wijzen ,,van ,,het ,,oosten4 ,brahmanisme1 ,boeddhisme1 ,chineesche ,philosophie1 ,mazdesme door ,dr4 ,c4 ,hille ,ris ,lambers4 ,cohen ,zonen1 ,amsterdam4 ,,voorrede4 ,twee dwalingen heerschen er nog altijd op het gebied van godsdienst en wijsbegeerte4 ,de eerste is1 dat men de wijsbegeerte vijandig stelt tegenover alles wat naar godsdienst gelijkt en aan de denkbeelden en voorstellingen1 uit den godsdienst ontsproten1 slechts een mythologische waarde toekent4 ,de andere is1 dat men een of anderen godsdienst1 laten wij zeggen den ,christelijken godsdienst1 als den eenig waren1 door ,god zelf geopenbaarden beschouwt en van uit dit standpunt met een meelijdende glimlach op al de dwaze ideen der heidenen neerziet4 ,beide deze opvattingen zijn vrij algemeen4 ,doch voor de rechtbank der wetenschap laten zij zich geen van beide handhaven4 ,wie werkelijk de moeite neemt verschillende godsdiensten te onderzoeken moet ze wel laten varen4 ,als hij zich niet laat verbijsteren door alle wonderlijke godennamen en zonderlinge gebruiken1 maar tracht door te dringen tot het hart1 het wezen van eenigen godsdienst1 zal hij van zijn tegenstelling tusschen godsdienst en wijsbegeerte terugkomen4 ,hij zal inzien1 dat iedere godsdienst een antwoord tracht te geven op vragen als3 ,wie ben ik1 vanwaar kom ik1 waar ga ik heen8 ,welken weg moet ik volgen in 't leven8 ,wat is de wereld1 die mij omringt8 ,dezelfde vragen m4 a4 w4 waarmede ook de wijsbegeerte zich bezig houdt4 ,en hij zal1 althans in de godsdiensten der meer ontwikkelde volken1 antwoorden op deze vragen hooren1 die wel degelijk verdienen ernstig te worden overwogen4 ,het kan niet missen of zijn onderzoek zal hem leiden tot de erkentenis dat er wijsgeerig nadenken is in den godsdienst1 maar ook dat er godsdienst moet zijn in den wijsgeer4 ,zoo wordt hij dus verlost van het vooroordeel1 dat godsdienst en wijsbegeerte tegenover elkaar staan4 ,maar--'t kan ook zijn dat een gansch ander vooroordeel in hem woont4 ,dat hij1 als ,christen geloovige b4v4 met zekere minachting neerziet op al dien heidenschen afgodendienst1 immers niets dan duisternis4 ,ook dat vooroordeel zal voor zijn onderzoek bezwijken4 ,hij zal--indien hij althans werkelijk iets in zich opneemt 7er zijn ook stompe hersenen1 die lezen1 doch niet verstaan71 moten erkennen dat het goddelijk licht niet alleen geblonken heeft in ,galilea1 maar ook in andere landen en onder andere volken4 ,de ziel van denkers en wijzen zal spreken tot zijne ziel en hem1 misschien eerst verbijsteren doch straks verkwikken4 ,en1 al moge hij1 terecht1 zijn eigen godsdienst het hoogst blijven stellen1 toch zal hij met dankbaarheid en waardeering het licht begroeten1 overal waar het schijnt4 't ,zou mij niet verbazen1 indien menig lezer van de groote denkers1 aan het eind van dit deel genaderd1 deze mijne opmerkingen volkomen deelt4 ,me dunkt1 dat kan bijna niet anders4 ,want n het ,brahmanisme1 n 't ,boeddhisme1 en de oude wijsheid van ,china en van ,perzi staan hoog genoeg om vooroordeelen1 als ik u daareven schetste1 te doen verdwijnen4 ,ieder van die godsdiensten toch brengt een eigenaardige zijde van 't menschelijk denken en gevoelen op den voorgrond4 ,het ,brahmanisme spreekt ons in teekenen en symbolen1 van de ne macht die alles bezielt1 van het ne leven1 dat in alle wezens woont en opwaarts streeft tot volkomen loutering4 ,het ,boeddhisme wijst ons op de ellende1 waaraan al wat bestaat onderworpen is1 doch toont ons ook het heilige pad1 dat tot bevrijding van het lijden kan voeren4 ,beide oude godsdiensten doen ons diep gevoelen1 dat geen uiterlijke dingen alleen in staat zijn den vrede des gemoeds te schenken4 ,weder andere waarheden zijn het1 die ons tegenklinken uit het aloude ,china4 ,we zetten ons aan de voeten van ,confucius en die oude wijze onderhoudt ons over ons gebrek aan eerbied3 eerbied voor de wetten des hemels1 eerbied voor ouders en grijsaards en roept ons toe dat er van onze beschaving niets kan komen1 als geen trouw en eerbied ons bezielt4 ,daarnaast doet ,lao tsze ons op treffende wijze gevoelen dat ook de oude ,chineezen liefde en eenvoud kenden als de grondslagen voor des menschen geluk4 ,en mochten wij dan door die liefdesprediking wat al te weekelijk en te zoetelijk worden gestemd1 dan gaan we met onze gedachten naar het oude ,perzi en wij hooren ons daar aanbevelen den heiligen strijd1 den strijd tegen al 't booze in de natuur1 tegen al 't verdorvene in de menschenwereld1 tegen al 't onreine in ons eigen leven4 ,en straks1 straks zitten wij peinzend stil1 en wij denken nog eens weer na1 wat al die groote denkers van zooveel eeuwen dachten4 ,wonderlijk1 dat ieder der systemen zoo groote aantrekkelijkheid heeft1 dat ieder op zijn beurt ons wil voorkomen als de ware wijsheid4 ,wel groote denkers moeten 't geweest zijn1 die deze godsdiensten hebben gesticht1 deze onsterfelijke gedachten hebben uitgesproken4 ,en--onwillekeurig plaatsen wij ons leven en streven eens in dat licht der oudheid4 ,wij vragen ons af1 wat wij nu eigenlijk weten van 's werelds bestuur en 's levens doel en vergelijken nog eens die antwoorden1 die de oudheid gaf44444 ,waarlijk1 't was niet te vergeefs dat wij neerzaten aan de voeten der ouden1 dat wij trachtten1 de soms in zoo wondere vormen gehulde1 oostersche wijsheid op ons te laten inwerken4 ,wij gevoelen dat zij ook ons nog licht en troost kan schenken4 ,zoo1 mijne lezers1 hoop ik dat gij gestemd zult zijn1 als gij aan 't einde van dit werk zijt gekomen4 ,gij vraagt misschien nog3 hoe hebt gij1 schrijver1 deze uwe taak opgevat8 ,mijn antwoord luidt1 dat ik uit verschillende bronnen heb geput1 welke achter in dit werk dan ook worden vermeld4 ,wat de ,chineesche wijsbegeerte betreft is mijn arbeid grootendeels eene vertaling van het1 mijns inziens1 voortreffelijke werk van den ,duitschen geleerde ,m4 von ,brandt #a1 waarbij ik echter ten opzichte van ,lao tsze en diens leer mijn eigen weg ben gegaan4 ,mijn hoofddoel was een aanschouwelijk beeld te geven van het eigenaardige1 dat ieder der straks genoemde godsdiensten kenmerkt1 ze begrijpelijk te maken1 hun schoonheid en wijsheid te doen gevoelen1 ook voor menschen van een gansch ander ras1 een gansch verschillenden godsdienst en ver uiteenloopende beschaving4 ,van harte hoop ik daarin niet al te ongelukkig te zijn geslaagd4 #b ,juli #aijb4 ,dr4 ,c4 ,,hille ,,ris ,,lambers4 ,,hoofdstuk ,i4 ,het ,brahmanisme1 zijn oorsprong1 karakter en eigenaardigheden4 ,wanneer wij den loop eener rivier nagaan1 zien we eerst een klein beekje1 dat van de bergen afdaalt4 ,langzamerhand verbreedt het zich en wordt het tevens kalmer in zijn loop4 ,wateren van verschillende kleur en oorsprong neemt het op1 en--voor het de zee bereikt--splitst zich de machtige stroom vaak in verschillende armen4 ,iets dergelijks zien we1 wanneer we nagaan den loop van verschillende godsdiensten door de wereld4 ,we denken bv4 aan den godsdienst van ,isral4 ,eerst een klein beekje1 dat door niets toonde dat het een grootere toekomst had dan andere dergelijke beekjes4 ,langzamerhand echter komt het aan 't licht dat het kleine beekje een groote rivier zal worden3 't blijkt dat er in ,israls godsdienst iets ligt1 waardoor hij zich van andere godsdiensten kenmerkend onderscheidt4 ,straks komt het almeer in een vaste bedding3 oude wetten en verhalen worden saamgevoegd en als heilig beschouwd1 een priesterstand krijgt de leiding in handen3 deze wordt straks uitsluitend bevoegd om offers te brengen en verschillende godsdienstige verrichtingen te leiden4 ,godsdienstige denkbeelden1 van elders ontleend1 worden opgenomen en z in 't kader ingevoegd dat zij een onbreekbaar geheel vormen3 evenals de zijrivieren met den grooten stroom4 ,zoo vormde zich uit den oud-,isralietischen de ,joodsche godsdienst met zijn eigenaardigheden3 zijn op den voorgrond stellen van de nheid ,gods1 zijn gehechtheid aan de geheiligde wetten en gebruiken1 zijn gewijde offers en ceremonin4 ,doch daarnaast vloeide straks een machtige zijstroom4 ,onder het oude ,isral had men de profeten1 de verkondigers van vrijheid en zelfstandigheid3 de mannen die opkwamen voor de eischen van het zedelijk en maatschappelijk leven als ,gods grootste geboden4 ,ook hunne geschriften waren door de ,joodsche geleerden opgenomen onder de heilige schriften1 doch3 hun denkbeelden vertegenwoordigden niet de heerschende richting van het ,jodendom4 ,straks echter zou ,israls grootste zoon ze brengen op den voorgrond en ze verder ontwikkelen4 ,hij verdedigde ze1 in heeten strijd met de ,joodsche schriftgeleerden1 tegen wetsgezag en priesterstand in--en uit zijn optreden werd een nieuwe godsdienst geboren3 een machtige zijarm van de groote rivier spoedde zich voort4 ,waarom deze dingen herinnerd1 waar we gaan spreken over een gansch anderen godsdienst1 uit een gansch ander land8 ,omdat we hier ongeveer 't zelfde zien gebeuren4 ,uit den oorspronkelijken godsdienst toch der oude ,indirs heeft zich als een machtige stroom het ,brahmanisme ontwikkeld3 een godsdienst waarin ook waren bijeengezameld gewijde geschriften van vroeger en later tijd1 de ,veda's1 waarin ook was opgekomen een priesterstand vol gezag3 de ,brahmanen4 ,een godsdienst vol voorschriften1 wetten1 en ceremonin4 ,doch in dien godsdienst was ook een nevenstroom3 een zoeken van het ware levensdoel1 niet zoozeer in gewijde vormen en ceremonie's1 als wel in stille overpeinzing over het leven en in 't vrijmaken des geestes van de banden der stof4 ,ook die nevenstroom behoorde tot den erkenden1 gewijden godsdienst4 ,maar straks zou die worden geleid in een geheel nieuwe bedding4 ,het ,boeddhisme trad met kracht in 't krijt tegen de uitwendige godsvereering en vond zijn hoogste streven hierin1 dat het de menschen wilde losmaken uit de begoocheling der zinnen1 en dat niet door zelfkastijding en offers1 maar door een gestreng en eenvoudig liefdevol leven4 ,dat ,boeddhisme staat min of meer in dezelfde verhouding tot het ,brahmanisme als het ,christendom tot den ,isralietischen godsdienst4 ,om het dus goed te verstaan dienen wij eerst zijn vader3 het ,brahmanisme te kennen1 een vader1 tegen wien het wel in verzet kwam1 maar met wien het toch wezenlijke karaktertrekken gemeen heeft4 ,wat nu is ,brahmanisme8 ,de godsdienst1 die staat onder de leiding der ,brahmanen1 een afgesloten priesterstand van ,indi4 ,aanhangers van het ,brahmanisme--een godsdienst1 door #agj millioen ,indirs beleden--zijn dus zij die zich in 't algemeen aan de leer en de voorschriften der priesterschap houden en bij godsdienstige plechtigheden van hare tusschenkomst gebruik maken4 ,men denke daarom niet dat de geloovigen van dezen godsdienst in alles eens zijn3 verre van dien4 ,de een--en dit verschil geldt vooral van het ,brahmanisme1 zooals het nu bestaat--brengt zijn offers en vereering aan deze godheid1 de ander aan gene4 ,en ook de wijze1 waarop de verschillende goden worden vereerd loopt ver uiteen4 ,toch3 er is eenheid in de verscheidenheid4 ,alle goden gelden1 vooral voor den ontwikkelden ,brahmaan1 als openbaringen van n alwezen1 het ,brahma1 dat1 zelf onnaspeurlijk verheven en onbeschrijflijk1 aan alle dingen ten grondslag ligt en zich in alles openbaart2 in de goden1 maar ook in de menschen1 ja1 zelfs in de dieren en planten4 ,schijnbaar dus een bont geschakeerd tafereel van goden1 een tooneel van bijgeloovigen afgodendienst1 toch voor de ingewijden gansch iets anders4 ,al de ontelbare goden1 al de groote krachten en werkingen der natuur3 de wind1 de rivieren1 de aardbevingen en pestilentin1 voor dezen zijn ze slechts de openbaringen van de aldoordringende goddelijke kracht1 die in onnoemelijk veel vormen zich doet kennen4 ,de mensch zelf is slechts het aarden vat1 dat de inwonende ,godheid in zich houdt 7,brahma is het albezielend goddelijk leven en die zijt gij1 klinkt een van de spreuken74 ,die inwonende godheid geeft aan de menschheid hare gedachten en de uiting daarvan4 ,god is dus eigenlijk de natuur3 zoodat als gij de natuur dient3 't zij de bezielde of de onbezielde1 gij eigenlijk ,god vereert en als gij een beeld aanbidt gij het zinnebeeld of de openbaring der godheid eert4 ,zoo is dus het ,brahmanisme aan de eene zijde een verlichte wijsbegeerte3 zoo wordt het verstaan door zijn meest ontwikkelde aanhangers1 terwijl het toch onder zijn wijden mantel alle mogelijke bekrompen godsvereering en bijgeloof kan dekken4 ,om deze en andere eigenaardigheden van het ,brahmanisme goed te begrijpen is het echter wenschelijk1 dat wij eerst ons trachten in te denken hoe deze godsdienst is ontstaan4 ,we gaan met onzen geest terug tot lang vervlogen dagen1 tot vele1 vele eeuwen voor ,christus1 toen de ,arirs--de gemeenschappelijke voorvaderen van ,indirs en ,perzen--als een herders- en landbouwvolk ten noorden van het ,himalaya gebergte woonden4 ,straks gingen zij1 toen hun aantal zich uitbreidde uiteen3 sommigen trokken naar het westen 7de voorvaderen der ,perzen71 anderen naar het zuiden1 door de passen van ,afghanistan naar ,indi4 ,toch3 een vergelijking van den oud-,indischen en den oud-,perzischen godsdienst leert ons dat zij eenmaal n waren4 ,evenals andere volken gevoelden ook de oude ,indirs dat er machten boven hen stonden4 ,met vrees en vereering zagen zij op naar de lucht3 den blauwen hemel1 de zon1 de duisternis en andere natuurmachten1 van wie hun welzijn afhankelijk was4 ,overal in de natuur bemerkten zij beweging en waar beweging was1 daar was ook leven en macht4 ,waren zij niet gedrongen de gunst te zoeken dier bovenaardsche machten8 ,en--moest niet onder die machten ne de hoogste zijn8 ,vandaar dat zij van den stralenden hemel spraken als van den vader des lichts 7,dyaus4 ,pitar7 of ook in de alles doordringende lucht 7,varuna7 de tegenwoordigheid speurden van een onzichtbaren getuige van al hun daden1 bij dag en bij nacht4 ,ook ,agni1 de god van het vuur1 die belangrijke hulp van den mensch3 weldadig1 maar ook verteerend1 werd geerd4 ,een voorgeschreven vereering van deze en andere goden was er echter nog niet4 ,men bracht hen hulde door lofliederen en gebeden1 door geschenken van voedsel en drank4 ,en men gaf hun in zijn offers datgene wat men zelf het meest op prijs stelde3 rijst en boter en vooral het vroolijk makende sap van de ,somaplant 7,sarcostema ,viminalis7 waaraan men voor zijn eigen levenskracht zoo groote waarde toekende4 ,ieder bracht zelf zijn offers en gebeden1 naar zijn eigen gevoel hem dat ingaf4 ,toch3 men kende ook reeds in die oude dagen mannen van verlichting en leiding 7,rishi's71 die het woord der goden hoorden en hun goddelijke kennis 7,veda7 aan anderen overbrachten4 ,aan hen worden de gezangen der ,vedische boeken1 de gewijde schriften van het ,brahmanisme1 toegeschreven4 ,in de meeste ,veda's zijn drie bestanddeelen1 mantra's-liederen1 brahmana's-verhandelingen1 sutra's-overleveringen4 ,de mantra's vormen de oudste gedeelten4 ,inderdaad verplaatsen ons sommige dezer liederen in die lang vervlogen eeuwen en doen zij ons zien dat een diep religieus gevoel in de harten dier oude ,indirs woonde4 ,men hoore b4v4 het volgende lied aan ,varuna3 #c ,de machtige ,varuna1 hoog daarboven1 ziet omlaag1 ,op deze werelden1 zijn rijksgebied1 als dicht nabij1 ,als menschen steelsgewijs het kwade doen1 hij weet het4 ,waar iemand staat1 of gaat1 of zachtkens henensluipt1 ,in duistren schuilhoek toeft of in 't verborgen loert1 ,varuna ziet het en speurt hun bewegen4 ,als twee te zaam een heilloos plan beramen1 ,en wanen zich alleen en onbespied1 een derde is daarbij3 ,de koning ziet het al4 ,ontelbaar in getale ,gaan zijn gezanten d'aarde rond1 en duizend oogen1 ,zij speuren na wat haar bewoners plegen4 ,wat op de aard bestaat1 wat in haar dampkring leeft1 ,ja1 al wat daar beneden is1 des konings blik doorgrondt het1 ,hij telt het knippen van des menschen oog4 ,en over 't gansch heelal werpt hij de teerling4 ,niet minder treffend zijn vele andere hymnen1 aan ,agni den vuurgod1 of aan ,indra1 den god van den regen1 in den ,vedischen tijd veel vereerd1 gericht4 ,vooral worden ,agni1 de vuurgod1 ,indra1 de god van den regen1 en ,suriya1 de zonnegod1 te zamen genoemd als regeerende over de aarde1 den dampkring en het uitspansel daarboven4 ,deze drie werden langzamerhand de hoofdgoden der oude ,indirs4 ,een merkwaardig verschijnsel echter is1 reeds een aandachtige lezing van de boven aangehaalde hymne aan ,varuna overtuigt ons daarvan1 dat ieder dier goden telkens weer als de hoogste1 bijna als de eenige werd geprezen4 ,m4 a4 w4 er lag reeds in den ,vedischen godsdienst een zeker zoeken naar ne hoogere macht1 boven al de anderen verheven4 ,eveneens vinden wij het onsterfelijkheidsgeloof hier uitgesproken1 doch niet het latere geloof aan vele geboorten1 die de mensch moet ondergaan voor hij het hoogste bereikt3 dat wil zeggen3 met de ,godheid vereenigd wordt4 ,wij denken b4v4 aan de volgende hymne1 gericht tot ,yama1 den eersten mensch1 die stierf1 en daardoor koning werd van het geestenrijk3 ,den macht'gen koning1 ,yama1 gave en eer gebracht1 ,hij was de eerste toch die stierf en die den snellen stroom ,des doods braveerde1 d'eerste1 die den weg ten hemel ging ,en and'ren welkom heette in 't oord der heerlijkheid4 ,geen macht kan ons dit thuis1 door u veroverd1 nemen1 ,wij komen koning1 ieder die geboren is moet sterven ,en treden op het pad1 door u gebaand1 waarop in lange rijen1 ,geslachten reeds zijn voorgegaan1 den weg ,ook onzer vaad'ren4 ,o ziel des dooden1 ga dan rustig heen1 ,vrees niet dien weg1 dien ouden weg te nemen1 ,die tot den ,god u voert en tot uw zaal'ge vaad'ren1 ,bij ,hem in heerlijkheid6 ,vrees voor de honden niet1 ,die met hun viertal oogen 't geestenrijk behoe'n1 ,keer weer naar uw tehuis1 o ziel6 ,uw zonden1 uw verdriet ,laat g'achter op deez' aarde1 en gij verkrijgt ,een heerlijke gestalt'--uw' oude vorm--verheerlijkt ,en van alle vlek bevrijd4 ,zien wij niet uit deze gedichten1 dat verheven denkbeelden over dood en leven het oude ,indi reeds kenmerkten8 ,doch--wij willen bij dien oud-,vedischen godsdienst niet langer stilstaan4 't ,was ons enkel te doen om den bodem te doen zien1 waaruit het ,brahmanisme opgroeide4 ,brahmanisme wil eigenlijk zeggen1 zooals we reeds vroeger opmerkten3 godsvereering onder de leiding der ,brahmanen4 ,dus niet een geheel nieuwe godsdienst1 maar de oude1 door een priesterstand in vaste bedding geleid4 ,priesters had men natuurlijk reeds in de oude ,vedische periode4 ,ook onderscheidde men toen reeds vier verschillende standen3 de ,brahmanen1 of priesters1 de ,kshatrya's 7edelen of krijgslieden7 de ,vaisya's 7landbouwers7 en de ,sudra's 7werklieden74 ,doch nu kwam er een afgesloten priesterstand en werden de standen beschouwd als casten3 scherp afgescheiden groepen #d4 ,de priesters heetten voortgekomen te zijn uit den mond1 de krijgslieden uit borst en armen1 de landbouwers uit het lijf1 de werklieden uit de voeten der godheid4 ,zoo stonden dus de ,brahmanen voorop1 zij wisten koningen en volk te leiden en op den geheelen godsdienst hun eigenaardig stempel te drukken4 ,het eerste wat zij deden was voorzeker de heilige boeken1 de ,veda's1 bijeen te verzamelen4 ,deze zijn vier in getal3 de ,rig ,veda 7liederen ,veda71 de ,sama ,veda 7offerzangen ,veda71 de ,yayur-,veda 7offerspreuken ,veda7 en de ,atharvan-,veda 7tooverspreuken ,veda74 ,deze boeken nu behelzen bestanddeelen van verschillenden ouderdom en hebben ook nog dit eigenaardige dat vele zangen en spreuken in meer dan een dier verzamelingen voorkomen4 ,zij vormden voortaan de heilige wetenschap 7 ,veda71 die de priesters hadden te bestudeeren en aan de schare bekend te maken4 ,aan hen werden straks de ,brahmana's1 godgeleerde en ritueele verhandelingen1 die gewoonlijk een veel minder verheven geest ademen dan de oude ,vedische liederen1 toegevoegd4 ,doch ook de ,upanishads1 meer bespiegelende1 stichtelijke werken1 kregen straks hier een plaats4 ,men ziet dat op dit gebied hetzelfde geschiedde wat ook elders onder leiding eener macht verkrijgende priesterschap gebeurt3 oude verhalen en liederen worden te zamen gebracht1 en door nieuw bijgevoegde stukken1 in bepaald priesterlijken geest wordt er een nieuwe stempel op gedrukt3 het geheel wordt vervolgens een wetboek1 waarvan de priesterschap de sleutel bezit4 ,men denke bv4 aan de ontwikkeling van ,israls godsdienst1 waarbij precies hetzelfde gebeurde3 ,ezra en andere priesters verzamelden oude wetten en overleveringen3 brachten nieuwe tot stand in hun geest--bij wier licht de oude moesten worden verklaard en--gaven dat geheel als wetboek aan het volk4 ,echter niet zooals bij ,isral mochten in oud-,indi de leeken de wet bestudeeren1 dat bleef de taak der ,brahmanen1 zij alleen waren de mannen der heilige wetenschap4 ,in welke bedding nu trachtten die mannen der heilige wetenschap den volksgodsdienst te leiden8 ,ik zeg3 trachtten te leiden1 want de geheele leiding van een volksgodsdienst nemen kan geen enkele priesterschap1 konden ook de ,brahmanen niet4 ,allereerst werd de waarde van het offer door hen nog hooger verheven4 ,reeds in den ouden tijd hadden de ,indirs het denkbeeld dat het offer de krachten der bovenaardsche machten sterkte en daardoor meewerkte om een goed wereldsch beloop te verzekeren4 ,langzamerhand echter kwam het denkbeeld op dat het offer ook kan strekken om door de gunst der versterkte goden een of ander aardsch doelwit te verkrijgen1 b4v4 de geboorte van een zoon1 ja1 men ging zelfs zoover dat men het offer ging beschouwen als een middel om bovenaardsche vermogens deelachtig te worden4 ,verder maakte men van de1 vroeger eenvoudige1 offers zeer samengestelde offerplechtigheden4 ,daarbij werden bepaalde hymnen en aanhalingen uit de ,veda's gezongen en uitgesproken1 en met angstvallige nauwkeurigheid werd gewaakt voor ieder onderdeel van het ritueel4 ,sommige offerplechtigheden strekten zich uit over weken1 ja over jaren3 het waren ketenen1 van welke iedere schalm nauwkeurig in het gelid moest passen1 zou het offer gunstige gevolgen hebben4 ,de godheid1 waaraan men zijn gaven en gebeden wijdde1 trad daarbij op den achtergrond3 doch het volbrengen van offerplechtigheden werd beschouwd als een krachtig middel om hen1 die er aan deelnamen1 macht te verleenen in deze en in de toekomende wereld4 ,men ging zelfs zoover van het offer 7,yajna7 zelf voor te stellen als een godheid4 ,ja1 in sommige plaatsen van de ,brahmana's werd zelfs geleerd dat de goden zelf sterfelijk waren1 totdat zij door offers den dood overwonnen4 ,ook de mensch kan door offeren van den dood worden bevrijd3 doch zijn lichamelijk leven moet hij geven als zoenoffer4 ,en die verzuimt te offeren moet telkens weer worden wedergeboren1 moet eindelooze levens doorloopen1 om altijd weer zijn lichaam aan de goden te offeren4 ,men hoore de volgende aanhaling uit ,satapatha-,brahmana3 ,de goden leefden steeds in vreeze voor den dood1 ,den machtigen ,voleinder4 ,dus herhaalden ,zij nauwgezet hun offers telkens weer1 tot zij onsterf'lijk waren4 ,toen sprak de machtige ,voleinder tot de goden3 ,gij hebt uzelf onsterfelijk gemaakt1 nu zal de mensch beproeven ,om ook zichzelf van mijne macht 't ontslaan4 ,wat wordt mij daarvoor in den mensch vergoed8 ,de taal der goden luidde3 ,voortaan zal niet n ,in 't eigen lichaam de onsterf'lijkheid bereiken4 ,het sterf'lijk hulsel blijft uw eigendom1 uw voedsel ,zal het zijn in eeuwigheid4 ,ja1 ook die door godsdienst'ge daden1 ,d'onsterf'lijkheid verwerft1 zijn lichaam zal hij eerst1 ,aan u ten offer wijden1 als uw prijs4 ,wij zien in dit gedicht uitgedrukt de eigenaardige leer der zoogenaamde zielsverhuizing1 aan het ,brahmanisme eigen4 ,wat is hare strekking8 ,wij willen die met een enkel woord in het licht stellen4 ,bij onze bespreking van den ouden ,vedischen godsdienst3 d4 w4 z4 den godsdienst1 waarvan ons in de oudste gedeelten der ,veda's de geest is bewaard gebleven1 zagen wij reeds dat er zeker streven opkwam om n der vele goden tot oppergod te verheffen3 men denke b4v4 aan de straks aangehaalde hymne1 tot ,varuna gericht4 ,in den oud-,brahmaanschen godsdienst nu kwam men daar omtrent tot klaarder besef4 ,men gevoelde dat er een ,geest 7atman7 was1 boven de kennis der zinnen verheven1 die alle stoffelijk dingen bezielde en doorademde4 ,die zelfde geest1 die de gansche stoffelijke wereld bezielde was het ook die trilde in de gedichten der zangers1 die bezieling gaf bij godsdienstige kennis en gebed4 ,boven alle persoonlijkheid was hij verheven1 oneindig en onbeperkt lag hij aan alle dingen ten grondslag en woonde hij in 't gansch heelal4 ,ook in den mensch4 ,was hij niet de levensadem1 die het lichaam bezielde1 woonde hij met zijn geheimzinnige tegenwoordigheid niet in ieders geweten8 ,breidde hij zich niet uit in de gansche oneindige ruimte8 ,daarom gaf men hem den naam3 ,brahma4 ,brahma 7onzijdig7 is dus het wezen1 dat aan alle dingen ten grondslag ligt3 en waarvan ook de mensch een deel is4 ,al de goden waren evenals de menschen slechts openbaringen van die hoogste kracht4 ,wat nu moet het levensdoel zijn van den mensch8 ,om1 van al het stoffelijke bevrijd1 van alle smet gereinigd geheel1 in dit ,brahma1 in die wereldziel1 te verzinken4 ,hoe echter moet dit doel worden bereikt8 ,wij zagen reeds dat de offers daartoe een werkzaam middel werden geacht4 ,doch1 nevens de offers1 in sommige kringen zelfs met terzijdestelling daarvan1 hechtte men in dezen groote waarde aan zelfkastijding en aan bespiegelend inkeeren tot zichzelf3 want komen tot zichzelf1 tot zijn diepste wezen1 is komen tot ,brahma4 ,doch3 een enkel menschelijk leven is daarvoor niet genoeg3 vele levens moet men doorloopen1 telkens weer moet men na een overgangstijdperk in hemel of hel1 naar gelang van zijn vroeger leven1 opnieuw worden geboren1 altijd op hoogeren trap van zelfverloochening en bespiegeling gerakend1 zal men eindelijk geheel in de wereldziel verzinken4 ,en wee die toegeeft aan booze lusten en geen zelfverloochening kent3 eindeloos zijn zijne wedergeboorten3 hij kan zelfs genoodzaakt zijn niet als mensch1 maar als dier of plant weer te keeren4 ,wie echter als ,brahmaan ter wereld komt1 in die geheiligde caste het levenslicht aanschouwt1 hij heeft reeds een goed deel van den moeilijken levensgang afgelegd4 ,hoe moet hij komen tot volkomen verlossing8 ,die weg wordt in het wetboek van ,manoe zorgvuldig aangewezen4 ,eerst1 zoo luidt het hier1 is hij een leerling der ,brahmanen1 met het gewijde koord en den gordel bekleed4 ,een hechte band vereenigt hem met zijn leermeester1 door wien hij in de heil'ge boeken onderwezen wordt4 ,straks is zijn leertijd volbracht en viert hij1 bij 't brengen van zijn eerste offer1 het feest zijner wedergeboorte4 ,de leerling wordt nu huisvader4 ,zoo betaalt hij in deze twee eerste levensstadin de schuld1 waarmede hij geboren werd3 die aan de ,rishis 7heilige zangers7 wier liederen hij leerde om ze aan volgende geslachten over te leveren1 aan de voorvaderen1 door nakomelingschap te verwekken om hen offers te brengen1 aan de goden1 aan wie hij zijn eigen offers wijdt4 ,heeft hij deze schulden betaald1 dan kan hij het huishoudelijk bestier aan zijn zoon1 die nu zelf huisvader geworden is1 overdragen en zich terugtrekken uit het wereldsch gewoel om geheel voor godsdienstige overpeinzingen te leven4 ,boven het offeren is hij dan verheven3 door het beschouwend leven komt hij straks tot volkomen verlossing4 ,doch slechts dan is hij zoover gevorderd1 dat geen nieuwe wedergeboorte hem meer wacht1 indien hij ook in zijn laatste oogenblikken niet meer over de wereldsche dingen1 ook maar voor een oogenblik1 zijn gedachten laat gaan4 ,en uit deze leer over de verlossing1 waarin aan het ascetische leven feitelijk een hoogere waarde wordt toegekend dan aan het offeren1 en uit die van het ,brahma1 het ware wezen1 dat onpersoonlijk is en aan alle dingen ten grondslag ligt1 kunnen wij zien welken eigenaardigen weg het ,indische denken in het ,brahmanisme opging4 ,het onbewuste wordt hier boven het bewuste1 het onpersoonlijke boven het persoonlijke gesteld4 ,voorwaar een groote tegenstelling met de ,westersche godsdienstige ontwikkeling in het ,christendom1 waarin ,god geldt als de zelfbewuste1 liefhebbende macht1 de ,vader1 en waarin niet opgaan in het albeginsel1 maar streven naar volmaking1 naar steeds grootere ontwikkeling der persoonlijkheid1 als doelwit wordt gesteld4 ,m4 a4 w43 het ,brahmanisme is een panthestische3 7,god de ,alziel71 het ,christendom een thestische 7,god de ,albestuurder7 godsdienst4 #e ,het ,brahmanisme een panthestische godsdienst4 ,dat schijnt voor den oppervlakkigen beschouwer vreemd1 want hij bemerkt dat er vele goden zijn1 aan wie men zijne vereering brengt3 men zegt zelfs dat er #cc millioen goden of goddelijke wezens door dezen godsdienst worden erkend4 ,m4 a4 w43 het ,brahmanisme gelijkt veel meer op een veelgodendom1 dan op de erkenning van n beginsel1 dat aan alle dingen ten grondslag ligt4 ,gaan wij echter na de philosophische stroomingen of scholen1 die zich in het ,brahmanisme hebben ontwikkeld1 waaronder de ,vedanta en de ,sankhya-philosophie de voornaamste zijn1 dan valt dit ne1 dat zich in alles openbaart1 helder in het oog4 ,de zaak is feitelijk deze3 de ,brahmanen hadden te doen met een volksgodsdienst1 die een groot aantal goden erkende4 ,de minder ontwikkelden eensklaps opvoeren tot de hoogte der wijsgeerige bespiegeling ging niet aan3 het volk was daarvoor niet rijp4 ,een anderen weg moest dus bewandeld en kon ook worden betreden4 ,al de goden waren in 't oog van den verlichten ,brahmaan openbaringen van het eene ,alwezen1 of liever zinnebeelden1 aanwijzingen van die goddelijke macht4 ,welnu1 zoo konden zij hunne vereering blijven behouden3 wie hen diende bracht toch ten slotte zijne vereering aan de groote ,macht1 die zich in alles openbaart4 ,wie ,vishnoe bij voorkeur dient1 eert in hem de onderhoudende kracht3 een der zijden van het ,alwezen4 ,wie voor ,rama en ,krishna1 twee volksgoden bij uitnemendheid1 zich buigt1 hij eert de goddelijke vleeschwordingen van den grooten ,god ,vishnoe4 ,wie voor ,siva gestrenge boetedoeningen verricht1 hij erkent immers de macht die het leven afbreekt1 doch ook telkens weer vernieuwt8 ,is niet ook ,siva ten slotte uit ,brahma voortgevloeid8 ,zoo heeft dus het wijsgeerig denken beslag gelegd op den ouden volksgodsdienst1 en de schare moge blijven staan bij de verschillende goden zonder den symbolischen zin te verstaan1 toch3 door wie dieper doordringt1 m4 a4 w4 door de meer ontwikkelden onder de ,indirs1 wordt in toenemende mate verstaan dat het opgaan in het alleven de eigenlijke zin is van het gansche wonderbare tooverpaleis1 door dezen godsdienst opgebouwd1 met wijsgeerig bestek1 op de grondslagen van den alouden volksgodsdienst4 ,wie dus het ,brahmanisme goed wil verstaan moet zich niet te veel ergeren aan den afgodischen schors1 maar doordringen tot den innerlijken kern4 ,als hij dat doet1 zal hij zien1 dat er tusschen het schijnbare veelgodendom en de wijsbegeerte der ,brahmanen niet zulk een klove bestaat1 maar dat tot de schare wordt gesproken in gelijkenissen1 doch tot de ingewijden vrijuit1 dat voor de eersten de hoogste waarheid verborgen blijft in het mythologisch kleed1 maar dat zij voor de anderen soms helder schijnt4 ,om een en ander in 't licht te stellen willen wij n bij de ,brahmaansche godenleer n bij de ,brahmaansche wijsbegeerte nog uitvoeriger stilstaan4 ,,hoofdstuk ,,ii4 ,brahmaansche godenleer en levensbeschouwing4 ,brahma1 zoo heet het in de eerste3 het volstrekte en oneindige1 bracht1 door ,maya 7den schijn7 beheerscht1 ,brahma voort4 ,deze manlijke god ,brahma 7wel te onderscheiden dus van het onpersoonlijke1 ,brahma7 staat aan het hoofd der schepping4 ,hij is de ,schepper1 uit wien alle leven is4 ,doch naast hem staan als de twee andere goden der ,indische ,trimurti 7drieenheid7 ,vishnoe de onderhouder1 en ,siva1 de verwoester4 ,in deze drie personen openbaart zich alzoo de godheid4 ,de ,oud-,indische dichter ,kalidasa drukt het aldus uit3 ,in deze drie personen wordt d'ne ,god gezien1 ,een ieder van hen is de eerste en de laatste ,in rang1 niet n alleen1 't ,zij ,brahma1 ,vishnoe1 ,siva1 ieder van hen zij ,de eerste1 tweede1 derde1 in de goddelijke rij4 ,in de grotten van ,elephanta bij ,bombay wordt het heilige drietal voorgesteld als drie majestueuse hoofden1 die uit n lichaam zich verheffen4 ,ook is de driehoek een zinnebeeld hunner eenheid en gelijkwaardigheid4 ,van deze drie goden nu wordt ,brahma het minst vereerd4 ,feitelijk is hij meer een wijsgeerig beeld1 ontstaan uit het streven om een uitgangspunt te vinden voor het geheele stelsel1 dan een godheid1 die zich werkelijk bekommert om de werking der wereldmachine1 die door zijn wil in beweging is gebracht4 ,zijn invloed is te verwijderd1 zijn werkzaamheid is te weinig omschreven1 om indruk te maken op de verbeelding der schare1 daarom heeft hij ook slechts weinige tempels en worden daarentegen in het nieuwere ,brahmanisme de beide andere hoofdgoden vooral gediend4 ,de orthodoxe ,hindoes toch zijn hoofdzakelijk verdeeld in vereerders van ,vishnoe en ,siva1 twee secten1 die elkaar weinig waardeeren4 ,vishnoe is een zeer belangrijke1 veel omvattende godheid4 ,hij is de opperste onderhouder aller dingen en zijn vrouw ,laksmi is de godin van overvloed en vruchtbaarheid4 ,vishnoe in zijn hoogste openbaring wordt afgebeeld als neerzittend in zalige rust3 trouwens rust3 geen werkzaamheid is1 in overeenstemming met den geheelen geest der ,indirs1 het eigenaardige der hoogste goden4 ,doch in tegenstelling met den verheven ,brahma1 kan ,vishnoe worden gewekt door de ernstige gebeden en offergaven der menschen of der lagere goden1 ja1 hij kan er toe gebracht worden om in de wereld af te dalen en--op kritieke oogenblikken--de dingen terecht te brengen4 ,die neerdalingen zijn de beroemde vleeschwordingen 7avatara's7 van den god1 waarin hij groote daden heeft gedaan en machtige wonderen heeft verricht4 ,zijn beroemdste vleeschwordingen zijn ,rama en ,krishna4 ,rama is een beroemd1 met een stralenkrans omgeven oorlogsman3 de held van het ,ramayana1 dat beroemde ,indische heldendicht4 ,krishna is een halfgod1 wiens dienst in sommige deelen van ,indi in hooge eere is1 hij wordt uit verschillende oogpunten in de ,indische godsdienstige litteratuur beschouwd en is de held van het tweede beroemde ,indische heldendicht1 het ,mahabharata4 ,deze leer der goddelijke vleeschwording is een van de belangrijkste leerstukken van het nieuwere ,brahmanisme3 zij brengt verband in verschillende deelen van den godsdienst1 de hoogere met de lagere vereenigend1 de goden uit den hemel naar omlaag voerend om zich met de aardsche aangelegenheden in te laten4 ,wilde men zich rekenschap geven van de wonderbare daden van eenig beroemd held3 de verklaring was1 dat de groote god ,vishnoe zich in zijne gestalte had geopenbaard3 zoo verscheen de god1 tot verhooging van zijn eer1 telkens als mensch onder de menschen4 ,doch3 ook van de lichamen van dieren nam ,vishnoe soms bezit2 nu eens ontmoeten wij hem als leeuw1 dan weer als beer1 als visch of als schildpad2 wat bij die andere vleeschwordingen al heel slecht schijnt te passen4 ,eerst hoort gij dat de goddelijke geest een schitterend krijgsman of een wonderdoend heilige bezielde1 en gij stemt toe1 dat deze opvatting redelijk is en geenszins onwaardig4 ,hoort gij nu echter dat dezelfde god is overgegaan in een visch of een schildpad1 en onder dien vorm wordt vereerd3 dan vindt gij dit een onredelijk1 ongerijmd geloof4 ,doch3 vergeet dan niet dat de panthestische denkwijze3 de ,ene1 die zich overal openbaart1 de grondslag is van al deze vleeschwordingen en dat de goddelijke geest immers evenzeer woont in een insect als in den grootsten koning6 ,bovendien de ,brahmanen hadden goede redenen om de tegenwoordigheid van ,vishnoe in sommige dierengestalten te erkennen4 ,men denke aan het feit1 dat het ,brahmanisme in zich opnam--en nog steeds voortgaat in zich op te nemen--bekeerlingen van de talrijke niet-,hindoesche stammen1 die daar wonen op de heuvelen en in de bosschen van ,indi4 ,dat waren de oorspronkelijke inwoners met hun ruwe vereering van allerlei voorwerpen en dieren1 die hun belangrijk voorkwamen4 ,om nu deze heidenen in de ,hindoesche gemeenschap in te voegen1 kende men geen beter middel1 dan om onder de vele goden ook de door hen vereerden3 doch gelouterd en verheven1 op te nemen4 ,dit doel nu werd bereikt door hun voorwerpen van vereering1 eenvoudig als vleeschwordingen van ,vishnoe te behouden4 ,zoo ging het voorheen1 en gaat het ook thans nog4 ,zekere stam van wilde bergbewoners vereerde den beer4 ,nu is de beer een van ,vishnoe's vleeschwordingen4 ,toen nu de bergbewoners in den ,hindoeschen godsdienst werden ingewijd1 lag het voor de hand dat ,vishnoe in dit dier werd ontdekt3 de nieuwe geloovigen hadden enkel te verstaan1 dat zij vroeger reeds onbewust den grooten ,god hadden gediend4 ,zeer spoedig ging hun overgang in zijn werk3 toch1 zonder dat wij daarbij kunnen denken aan opzettelijke misleiding4 ,neen1 de ,brahmanen erkenden dat het voorwerp hunner vereering zekere wonderbare1 vrees-aanjagende eigenschappen bezat3 dat het te recht werd vereerd3 zij zagen echter verder en hooger dan die uitwendige vereering en legden uit dat al deze eigenaardigheden een goddelijke macht aantoonden en dus de tegenwoordigheid van de godheid in een nieuwe gedaante beteekenden4 ,zoo zouden zij ook--verder gevraagd--zeggen dat de god zelf slechts een zichtbare en overtuigende openbaring was van de verborgen goddelijke kracht1 die alle dingen bezielt4 ,zoo zouden ook alle groote mannen en heiligen beschouwd worden als vermommingen of gestalten1 door ,vishnoe aangenomen om een belangrijke rol te spelen op het wereldtooneel4 ,daareven gewaagden wij van ,vishnoe's vleeschwordingen1 ,krishna en ,rama1 waarnaast nog vele anderen te noemen zouden zijn4 ,toen eens zeker ,mohammedaan oproer maakte tegen het ,engelsch gezag en daarbij een aanvankelijk succes had1 zeide een ,indisch edelman1 's mans dappere daden vermeldend1 dat hij een vleeschwording van ,krishna moest zijn4 ,zoo gewagen immers ook ,homerus' gedichten van goden1 die in de gedaante van aardsche krijgslieden1 meevochten in den strijd1 en de overleveringen van alle volken zijn vol van wonderbare gedaanten1 die verschijnen1 om hun trouwe dienaars te redden of te verdedigen4 ,wat ,krishna betreft1 er zijn minstens tien vleeschwordingen van hem bekend1 onder welke hij bepaald in sommige beroemde tempels wordt gediend2 ,jaggernauth is eene daarvan4 ,zijn toegewijde vereerders wijden hem hun ziel1 hun lichaam en hun goed1 doch ik vrees dat zijn voorbeeld van vroolijke en verliefde godheid dikwijls tot losbandige praktijken bij zijn vereerders leidt4 ,siva vertegenwoordigt een geheel ander beginsel dan ,vishnoe4 ,is deze de onderhouder1 ,siva is de verwoester en opbouwer tevens der verschillende levensvormen4 ,de gansche kringloop der bezielde schepping1 de eeuwige afwisseling van geboorte en dood in de gansche natuur1 ziedaar zijn regeering4 ,niet door vleeschwording openbaart hij zich1 zooals ,vishnoe1 maar de groote natuurlijke verschijnselen1 die het leven opbouwen en ontbinden1 doen zijn wezen aan de menschheid kennen4 ,hij brengt leven en dood2 de plagen en ziekten1 die duizenden wegsleepen1 zijn het teeken zijner werking4 ,de natuur schept duizende levensvormen en vernietigt ze weer1 zonder zich te bekommeren om de verwoesting die zij aanricht4 ,op geheimzinnige1 onberekenbare wijze brengt zij voort en verwoest zij4 't ,is ,siva1 die deze werking uitoefent en altijd weer millioenen wezens wegvaagt om ze door nieuwe te vervangen4 ,die gevreesde macht nu gunstig te stemmen is het hoofddoel van ,siva's vereerders2 weinigen begeeren iets van zijn macht te erlangen4 ,in ,siva's naam worden de strengste onthouding en de wreedste versterving toegepast3 zelfverminking door ijzeren haken1 trotseeren van pijn en honger1 't voortdurend aannemen van moeilijke houdingen1 vasten en eenzame overpeinzing behooren tot zijn vereering4 ,door deze praktijken kan zelfs een ,sudra1 #f indien hij volhardt1 wonderbare krachten verkrijgen en de goden dwingen hem te gehoorzamen4 ,de meeste broederschappen van ,indische devoten en fakirs 7rondzwervende heiligen71 die soms alle kleedij versmaden en geheel ,indi rondgaan1 behooren tot ,siva's volgelingen4 ,in zijn tempel worden tallooze offerdieren geslacht1 ofschoon men onderstelt dat zelfs menschenoffers hem nog onbewogen laten4 ,hoe dit eigenaardig beeld is ontstaan8 ,niet onwaarschijnlijk zijn1 bij de invoering van het ,brahmanisme1 de welwillende1 heldhaftige goden der onontwikkelde volken in ,vishnoe opgegaan en als zijn vleeschwordingen beschouwd1 terwijl hun ruwe en wreede ceremonin1 hun vreeselijke verschijningen en demonen bij ,siva zijn thuisgebracht of bij de goden aan hem onderworpen4 ,bezien wij deze drieenheid1 deze drie goden met hun vleeschwordingen1 openbaringen en zinnebeelden van populaire zijde1 dan vormen zij een bontgekleurd veelgodendom4 ,bezien wij ze1 minder oppervlakkig1 met het oog van den meer ontwikkelden ,indir1 dan zien wij ze als beelden van wat de schepping te zien geeft1 de weldadige en vernietigende invloeden1 de kracht1 die alles doordringt1 de eeuwige wisseling van leven en dood1 dag en nacht4 ,een ,brahmaan1 dien gij zoudt willen wijzen op het mythologische karakter van al die goden zou u antwoorden1 dat hij zich zeer wel bewust is dat de godheden slechts de uitwendige figuren1 beelden of aanwijzingen zijn van de onbegrijpelijke macht1 die den achtergrond aller dingen vormt4 ,hij zou u zeggen dat deze mythologie de eenvoudigste vorm is1 waarin het panthestische beginsel der goddelijke alomtegenwoordigheid aan het volk kan worden duidelijk gemaakt en dat de gewone vereering werkelijk gebracht wordt aan openbaringen van de godheid1 die zich tot in alle krachten en vormen onthult4 ,niet anders is het met de gebeden en offers1 den goden gebracht4 ,men zal u verklaren de goden te dienen1 omdat dit goed en nuttig is4 ,en inderdaad is dit ook dikwerf het doel4 ,doch3 er is toch feitelijk ook hier nog iets anders4 ,diep in het hart van den ,hindoe leeft de gedachte dat de ziel door verschillende stadin van leven1 als dier en als mensch1 moet worden gelouterd1 totdat zij eindelijk--van alle begeerte en eigenwilligheid bevrijd--zich vereenigen kan met het hoogste alwezen4 ,bevrijding--dat is terugkeer in den oneindigen geest--ziedaar het hoogste goed voor den ,indischen vrome en wijze1 en daartoe werken ook offers en gebeden mede4 ,dit nu blijkt ook1 als wij het oog vestigen op de ,indische bespiegeling over wereld en leven1 zooals wij die vinden in de ,vedanta en in de ,sankhya school4 ,er zijn trouwens nog vier andere erkende philosophische scholen onder de ,hindoe's1 doch deze zijn de voornaamste1 waarom wij1 in verband met het kader van dit werk1 de andere stilzwijgend voorbijgaan4 ,deze philosophische bespiegelingen vinden wij in de ,upanishads1 gewijde boeken1 die de verborgen leer der ,veda's heeten te verkondigen4 ,wanneer wij ons nu voorstellen dat het hier alleen te doen is om de waarheid te doorvorschen1 zooals bij de ,westersche wijsbegeerte1 dan vergissen wij ons zeer4 ,neen1 het eigenlijke doel is om--door kennis van geest en stof1 wereld en leven--te komen tot bevrijding1 tot verlossing van de eindelooze wedergeboorten4 ,de ,vedanta leert dat de uitwendige wereld ontstaan is doordat ,maya 7 illusie7 ,brahma 7den eeuwigen absoluten geest7 overschaduwde4 ,het geestelijke in den mensch is feitelijk niet slechts een deel van ,brahma1 maar ,brahma zelf4 ,de werkelijkheid der wereld is slechts schijn1 en het ware doel van den menschelijken geest moet zijn1 om1 langs den weg van talrijke oefeningen en bespiegelingen1 bevrijd van het lichaam1 de wereld en de gevolgen ook zijner daden1 in ,brahma te verzinken4 ,de ,sankhya-philosophie is minder panthestisch dan wel dualistisch getint4 ,immers zij leert3 van den beginne zijn er twee wezens3 ,prakriti1 het vrouwelijk beginsel1 de natuur of1 om het in ,westersche taal uit te drukken de oerstof1 de oorspronkelijke stof en ,purusha3 de geest1 manlijk voorgesteld4 ,daarmee wordt echter niet bedoeld n eeuwige algeest of iets dergelijks1 maar de geest1 wonende in ieder wezen4 ,ieder levend wezen berust op de vereeniging van ,prakriti en ,purusha4 ,het doel is nu3 den geest vrij te maken van de stof4 ,naar zijn wezen is hij dit feitelijk reeds3 doch hij moet verlost worden van ,prakriti's gemeenschap en wl door waarachtig inzicht in zichzelf en de aan hem tegenovergestelde natuur4 ,overpeinzing en ascese bewijzen daarbij belangrijke diensten4 ,wie met het ,boeddhisme en zijn leer op de hoogte is en weet dat ook daar verlossing van alle begeerte het einddoel is1 zal erkennen dat wij hier met verwante gedachten te doen hebben4 ,het kan ons voorts niet verwonderen1 gelet op het eigenaardige panthestisch beginsel1 dat het geheele ,indische denken beheerscht1 dat de ,vedanta als de bij uitstek rechtzinnige school geldt1 zij immers is het meest naar den eigenaardig ,brahmaanschen grondslag opgebouwd4 ,zoo wordt dan n de ,brahmaansche godenleer n de ,brahmaansche wijsbegeerte door denzelfden geest bezield4 ,in beiden klinkt het u tegen dat het uitwendige leven van weinig waarde is3 slechts een schouwtooneel tot opvoeding en onderhouding van den geest4 ,de uiterlijke wereld is slechts ,maya 7illusie1 droom74 ,die zelfde geest nu komt ons ook weer tegen in de oud-,indische heldendichten1 die waarschijnlijk niet door ,brahmanen zijn gedicht1 maar uit den kring der ,kshatrya's 7krijgslieden1 edelen7 zijn voortgekomen1 en die voor een goed deel tot de vroegste tijden van het ,brahmanisme worden teruggebracht4 ,deze gedichten--de ,ramayana1 waarin de lotgevallen van ,rama1 en de ,mahabharata1 waarin die van ,krishna worden bezongen--beiden vleeschwordingen van den god ,vishnoe--brengen ons in een wonderwereld van sprookjes4 ,een atmosfeer1 voor ons westerlingen1 vreemd in den eersten oogopslag1 maar die ons straks toch gemeenzamer wordt1 als wij gaan gevoelen dat in die zonderlinge lotgevallen der oud-,indische helden en heldinnen zich een geest uitspreekt1 dien wij zonen van het westen1 in menig opzicht kunnen deelen4 ,is toch niet aan onze levensopvatting vaak eigen een besef van 's levens droeve raadselen1 dat ons drijft tot medelijden8 ,bewonderen wij niet vaak de schoonheid en de kunst1 toch gevoelende dat zij zijn als een droombeeld1 dat wij niet kunnen bereiken8 ,welnu3 die zelfde geest woont ook in de oude ,indische pozie4 ,haar geheimzinnigheid is die van het alleven4 ,zij ziet in de natuur niet de vijandin van de ziel--zooals de middeneeuwsche ,katholieke pozie1 die het leven en de natuur ten slotte den rug toekeert--maar zij ziet de gansche zichtbare natuur als den droom van de algemeene wereldziel1 van die ziel1 die alleen werkelijk bestaat4 ,en de droomer heeft genot in de beelden die hem voorbijgaan1 doch een weemoedig genot1 want hij voelt dat zij voorbijgaan4 ,de ,indische pozie ziet het gewone leven met een mengeling van verheven gevoel en medelijden aan1 zij weet1 dat op de jeugd de ouderdom1 op het genot de moeheid1 op de liefde de smart van het verlies1 op het leven de dood volgt4 ,wat nu te doen8 ,hopen op verandering in deze noodwendigheden gaat niet aan3 maar de ziel moet gebracht worden tot zulk een staat van geestelijke belangeloosheid1 dat zij niet langer bedroefd is over de wisseling en de onvolmaaktheid van alle onstoffelijke aardsche dingen4 ,die geest--dien wij straks in volle ontwikkeling zullen zien bij het ,boeddhisme--doordringt ook de oud-,indische pozie4 ,een enkele proeve moge volstaan4 ,we willen u herinneren aan de geschiedenis van ,valmiki1 den man1 van wien de ,indirs onderstellen1 dat hij het ,ramayana dichtte4 ,valmiki1 zoo lezen wij in dit heldendicht1 was een heilig kluizenaar1 die een leven van stille overpeinzing leidde in de eenzaamheid van het woud4 ,het onderwerp zijner overpeinzing is het leed der wereld4 ,de god ,brahma vertelt hem op zekeren dag de geschiedenis van ,rama4 ,indien een dichter1 zoo peinst ,valmiki1 deze geschiedenis van een volmaakt leven eens in diep gevoelde verzen kon bezingen1 dat zou de menschen brengen tot een beter1 edeler leven4 ,doch hij1 ,valmiki1 is geen dichter4 ,hoe zal hij iemand vinden1 voor deze taak berekend8 ,valmiki moet daarover telkens weer nadenken4 ,op zekeren morgen staat hij aan den oever van een helder water nabij zijn hut1 waar hij gewoon is de wasschingen te verrichten1 die tot de godsdienstige plichten van den ,brahmaan behooren4 ,en zie--tegenover hem zijn twee reigers4 ,zij slaan vroolijk met hun vleugels1 vol onschuldige vreugde over 't leven4 ,eensklaps valt een der vogels1 door een pijl getroffen1 neer1 en het zuivere water van de plas wordt roodgekleurd4 ,valmiki is zoo vol medelijden en droefheid1 dat als een smartkreet uit zijn ziel wordt geperst3 een dichtregel over den dood van den onschuldigen vogel en de wreedheid van den jager4 ,er is een wonderbare maat en een aandoenlijke muziek in zijn woorden1 hij moet ze nog eens en nog eens herhalen4 ,verwonderd wat toch over hem gekomen is keert ,valmiki terug naar zijn hut4 ,onderweg ontmoet hij ,brahma die hem vraagt of hij een dichter heeft gevonden1 waardig om de geschiedenis van den volmaakten mensch ,rama te vertellen8 ,valmiki wil antwoorden dat hij er geen gevonden heeft4 ,doch instede van dit antwoord komt hem de klacht over den dood van den reiger over de lippen1 en hij schaamt zich tegenover ,brahma3 de ,god zal denken1 dat ,valmiki hem bespot4 ,doch glimlachend spreekt ,brahma4 ,gelukkige ,valmiki6 ,om uw medelijden met den reiger hebt gij ontvangen de genade van ,sarasvati1 de godin der pozie4 ,ga1 en zing voor de ooren der wereld het leven van den heiligen ,rama4 ,valmiki is het type van den heiligen1 vromen kluizenaar1 zooals hij in die heldendichten voorkomt4 ,doch er komen ook andere kluizenaars in voor1 menschen1 die door wreede zelfkastijding en boetedoening tooverkrachten zoeken te verwerven4 ,deze worden geschilderd als gevaarlijke personen1 die men moet ontzien4 ,en waar zij in een verhaal optreden1 komt er altijd een of ander onheil4 ,m4 a4 w4 de dichters van deze verheven pozie--in dit opzicht tolken van de volksmeening--gevoelden reeds--wat ,boeddha later beslist zou uitspreken1 dat door vasten en zelfkastijding magische krachten verkrijgen1 zooals de ,brahmanen dat aanprijzen1 de weg tot verlichting en verheffing der ziel niet kon zijn4 ,merkwaardig komt dit uit in de legende van ,rajah ,visvamitra4 ,deze is een rijk en machtig heerscher4 ,zijn vreedzame voorspoed begint hem te vervelen en met een groot leger gaat hij op avonturen uit4 ,hij ondervindt niet veel4 ,ieder is zoo bevreesd voor hem dat hij geen enkele twist met iemand krijgt4 ,en overal vraagt hij of men wel iemand der levenden kent1 zoo machtig als ,visvamitra4 ,overal luidt het antwoord ontkennend3 noch op de aarde1 noch in ,swarga 7het verblijf boven de aarde7 bestaat zulk een machtig wezen4 ,op zekeren dag echter ontmoeten zij een vromen bedelaar1 en ,visvamitra1 als godsdienstig vorst1 geeft hem rijke giften4 ,daarna volgt de gewone vraag3 ,kent gij iemand1 zoo heerlijk en zoo machtig als ,visvamitra8 ,het antwoord luidt3 ,waarlijk1 gij zijt een heerlijk en machtig vorst4 ,doch ik ken n mensch bij wien uwe heerlijkheid is als rook tegenover de sterke rots3 die man is de priester ,vasistha4 ,en1 wie is die ,vasistha1 wiens macht grooter is dan de mijne8 ,een eenzaam kluizenaar1 die leeft in de diepten van het woud4 ,zijn kleeding is van boombast1 hij leeft van wortels en bessen3 toch1 zijn macht is grooter dan die van alle rajahs in de wereld4 ,visvamitra's nieuwsgierigheid is opgewekt3 hij besluit den merkwaardigen kluizenaar een bezoek te brengen4 ,met zijn leger gaat hij het woud in en ten slotte ontdekt men het eenzame verblijf van ,vasistha4 ,de rajah wordt zeer vriendelijk ontvangen1 zij spreken over geestelijke onderwerpen en ,visvamitra1 zeer gesticht en opgewekt1 wil heengaan4 ,doch ongelukkig voor beide partijen1 krijgt ,vasistha den inval om den koning en zijn leger op een feest te vragen4 ,eerst weigert de rajah1 beleefd dankend1 de uitnoodiging4 ,de vorst kan niet begrijpen hoe een kluizenaar1 die van wortels en bessen leeft1 midden in de wildernis een feest kan aanrichten voor een leger4 ,vasistha verzekert echter dat dit voor hem niet moeilijk is4 ,en zie1 in minder dan geen tijd is er op het gras een feestmaal--een vegetarisch wel te verstaan--uitgespreid3 geroosterd koren1 suikergoed1 gebak1 verfrischt door rivieren van gestremde melk4 ,de soldaten waren uiterst voldaan en vielen met vreugdekreten op het feestmaal aan4 ,doch de eetlust van den rajah is bedorven3 hij kan in zijn afgunst niet begrijpen hoe ,vasistha in een oogenblik zoo'n feest aanricht3 zou werkelijk1 zooals die bedelaar zeide1 die kluizenaar grooter macht hebben dan hij8 ,ten slotte verklaart ,vasistha zich bereid hem de zaak uit te leggen4 ,mahadeva heeft hem1 als belooning voor zijn zelfkastijdingen1 de wonderkoe ,sabala gegeven4 ,hij behoeft deze koe slechts te melken om te verkrijgen wat hij begeert4 ,nu neemt de bitterheid van ,visvamitra nog meer toe4 ,het is niet passend--zoo oordeelt hij dat een heilig kluizenaar1 die een leven van boete leidt1 een schepsel bezit1 dat hem in zware verzoeking brengt om zijn geloften van vasten en afsterving van het aardsche te verbreken4 ,daarom ,vasistha1 voor uw zieleheil is het beter dat gij mij die wonderbare ,sabala schenkt4 ,volstrekt niet1 antwoordt ,vasistha1 ,sabala geeft mij de zuivere boter1 die ik voor het offervuur moet gebruiken1 hoe zou ik die anders verkrijgen in deze wildernis4 ,ik wil in die offerboter trachten te voorzien1 sprak rajah ,visvamitra4 ,het is een duidelijke verkwisting van de tooverkracht der onbevlekte ,sabala om die voor zoo'n kleinigheid te gebruiken4 ,bovendien3 ik ben de meester van deze landstreek en dus ook de rechtmatige eigenaar van het vee4 ,doch3 ,vasistha wijst alle listen en onderhandelingen af4 ,op het laatst beveelt de rajah de soldaten om ,sabala mee te nemen3 doch ,vasistha melkt gauw de wonderkoe en verkrijgt een leger1 tweemaal zoo groot als dat van ,visvamitra4 ,moedeloos en neerslachtig keert deze naar zijn stad en paleis terug4 ,hier roept hij alle wijze mannen en ,brahmanen tot zich en vraagt hun hoe hij ,vasistha's trots zal breken en de wonderkoe in zijn bezit krijgen4 ,de ,brahmanen antwoorden3 ,aardsche wapens1 o rajah1 helpen u tegen ,vasistha niet4 ,om hem te overwinnen moet ge hem bestrijden met zijn eigen wapens4 ,zijn kracht ligt in de verdiensten1 die hij zich door zijn vroomheid en zelfverloochening verwierf4 ,kunt gij op diezelfde wijze u verdiensten verwerven8 ,zoo niet3 geef dan alle hoop op om ,sabala te verkrijgen4 ,rajah ,visvamitra gevoelt dat het leven geen vreugde meer voor hem heeft1 zoolang hij ,sabala niet bezit4 ,hij legt zijn koninklijk gewaad af1 verlaat zijn paleis en stad en begeeft zich naar de wildernis om daar door een gestreng leven1 der wereld afgestorven1 zich krachten als die van ,vasistha te verwerven4 ,het zou mij te ver voeren u te verhalen welke kwellingen de rajah al niet voor zichzelf uitdacht1 of hoeveel moed en volharding hij toonde wanneer1 tot straf voor een oogenblik van vergeten zijner geloften--al de verdiensten die hij door zijn zelfverloochening zich verwierf1 wederom verloren gingen4 ,de goden1 zoo schildert ons het verhaal1 bevreesd voor het slecht gebruik dat de kluizenaars maken zouden van hun door boetedoening verkregen macht1 beproeven steeds hen in hun plannen te dwarsboomen of door kleine geschenken hen om te koopen opdat de som der verdiensten niet te groot en te gevaarlijk zou worden4 ,zoo werd ook ,visvamitra beproefd door de goden1 doch1 hoe ook misleid en ter neer geworpen1 altijd keert hij met nieuwen ijver tot zijn plan weder6 ,en1 in 't eind triumfeert hij4 ,hij heeft zich zooveel verdiensten verworven dat geen gunst hem kan worden geweigerd4 ,indra zelf komt vriend'lijk vragen wat hij begeert4 ,wij verwachten dat hij de vernedering van ,vasistha en het bezit van de koe zal verlangen3 doch neen1 alle toorn tegen ,vasistha1 alle begeerte naar ,sabala is verdwenen3 hij herinnert zich niet eens dat beiden bestaan4 ,het eenige wat hij vraagt is3 geestelijke vrijheid en verlossing van alle aardsche begeerten4 ,klinkt het in dit zonderling en toch aantrekkelijk verhaal ons niet duidelijk tegen3 ,de ware wijze is1 die geen begeerten meer kent1 en wiens ziel is gekomen tot rust en bestendigheid8 ,wordt ons hier niet geleerd dat het ware doel niet is om door zelfkastijding tooverkrachten te verkrijgen1 maar om te komen tot bevrijding en verlichting8 ,we naderen hier den geest van 't ,boeddhisme1 we staan hier op den bodem1 waarop dit zich ontwikkeld heeft4 ,nog duidelijker komt dit uit in de geschiedenis van rajah ,yayati1 die wij in het ,mahabharata vinden4 ,rajah ,yayati heeft het ongeluk om tot vrouw te nemen de dochter van een ,brahmaan1 die met wonderbare tooverkrachten is toegerust4 ,de rajah heeft ongenoegen met zijn vrouw1 en de ,brahmaan1 zijn schoonvader1 weet hem door zijn tooverkracht met een ontijdigen ouderdom te straffen4 ,zoo is hij in den bloei der jeugd in een bevend1 waggelend grijsaard veranderd1 die den ,brahmaan smeekt om toch enkele jaren van levenskracht1 opdat hij afscheid moge nemen van de vreugden van dat leven1 dat hij zoo gemakkelijk had opgevat1 toen hij niet begreep dat hij het zoo spoedig zou verliezen4 ,de ,brahmaan staat toe dat ,yayati zijn ouderdom zal verwisselen tegen de gelukkige jeugd van een ander1 doch voor weinige jaren slechts4 ,zijn die voorbij1 dan moet hij wederom zijn straf des ouderdoms ondergaan4 ,na vele jaren van vermoeiend rondzwerven weet rajah ,yayati den jongsten zijner zonen te overreden om den last van den vroegtijdigen ouderdom op zich te nemen en aan zijn vader diens eigen jeugd over te doen4 ,de rajah wil nu1 in den korten tijd hem gelaten1 ten volle genieten van alle aardsche vreugde4 ,hij beproeft allereerst de weelde1 die den mensch streelt en de genietingen der zinnen1 dan het avontuurlijk leven van den jager1 vervolgens de vreugde1 die wijsbegeerte en pozie aan verstand en hart schenken4 ,doch het resultaat is altijd hetzelfde4 ,hij ondervindt dat deze vreugden des levens eigenlijk niet wezenlijk bestaan1 maar alleen als voorwerp onzer begeerte aantrekkelijk schijnen4 ,dan keert hij terug tot zijn zoon1 wien hij teruggeeft zijn jeugd en zijn vatbaarheid om te genieten en zelf neemt hij zijn straf wederom op4 ,en zijn slotsom is de volgende3 ,ik heb bevonden1 dat het voorwerp1 dat men begeert nooit de begeerte bevredigt1 het voedt slechts de vlam1 evenals de gereinigde boter het offervuur4 ,al de rijst1 al het koren1 al het vee1 alle schatten1 alle beminnelijkste vrouwen die de aarde bevat1 zij kunnen nooit des menschen begeerte voldoen2 daarom is het eenige de begeerte zelf te dooden en uit te werpen4 ,ik voor mij wil die verterende dorst der begeerte van mij afzetten4 ,neem dus1 mijn zoon1 uwe jeugd weder1 ik zal mijn woning nemen in het woud1 waar de gazellen verblijf houden en wil mijn hart richten op de beschouwing der eeuwige dingen4 ,zoo werd rajah ,yayati een kluizenaar4 ,doch ook nu is zijn geestelijke oefening nog onvolledig4 ,hij volbrengt zware boetedoeningen en verkrijgt daardoor het voorrecht om in dit stoffelijk lichaam reeds naar ,swarga 7het verblijf der goden7 te mogen opstijgen4 ,op zekeren dag echter geeft de rajah hoog op van zijn verwonderlijke boetedoeningen tegenover ,indra1 den god van het uitspansel4 ,doch deze bluf berooft hem van de verdiensten1 die hij zich had verworven en waardoor hij alleen in ,swarga kon wonen4 ,aldus moet hij naar beneden dalen2 hij blijft nu tusschen de hemelsche en aardsche sfeer en wordt daar volmaakt4 ,want nu leert hij dat het belangrijkste feit is1 niet wr iemand is1 doch wt hij is4 ,noch hier1 noch in ,swarga noch op de aarde1 noch in de hel ,naraka woon ik1 de zetel van mijn wezen is in mij zelven4 ,pijn heb ik niet in mijn macht doch leed te gevoelen over mijn pijn kan ik vermijden4 ,beter dan in ,swarga te zijn is zijne ziel in lijdzaamheid te bezitten4 ,en als de rajah zoo spreekt klinken er triumfkreten om hem heen4 ,hij heeft de volmaking bereikt en ,swarga is nu zijn tehuis4 ,doch rajah ,yayati heeft geen ongeduldige begeerten naar zijn hemelsch verblijf4 ,langzaam stijgt hij omhoog1 bijna onwillig1 en nog eens herhaalt hij3 ,beter dan ,swarga is zijne ziel te bezitten in lijdzaamheid4 ,we komen hier1 herhaal ik1 als op den drempel van het ,boeddhisme4 ,daar verzekert ons de verlichte 7,boeddha7 dat de mensch niet om den hemel te berven1 noch om de goden te behagen1 maar om tot den grooten vrede1 tot de rust van ,nirvana te komen alle begeerten en hartstochten moet afsterven4 ,komt ook niet in de ziel van ,yayati datzelfde denkbeeld tot rijpheid8 ,van het ,brahmanisme zouden wij hier afscheid kunnen nemen4 ,wij hebben de moeder gevolgd tot op het oogenblik waarop de dochter 7het ,boeddhisme7 zal worden geboren1 die straks het ouderlijk huis zal verlaten4 ,toch1 al is het ons vooral om dat ,boeddhisme te doen1 wij kunnen van het oude ,brahmanisme hier nog geen afscheid nemen4 ,niet1 omdat wij bij al zijn latere lotgevallen en wisselingen willen stilstaan2 dat zou ons veel te ver voeren4 ,maar wel1 omdat wij nog willen beschouwen het streven der ,brahmo ,samaj1 die trachten hun godsdienst van alle bijvoegselen te ontdoen en tot zijn oorspronkelijke zuiverheid terug te brengen4 ,ons volgend hoofdstuk zal daaraan gewijd zijn4 ,,hoofdstuk ,,iii4 ,gezuiverd ,brahmanisme in den nieuweren tijd 7de ,brahmo-samaj47 ,reeds in het vorige hoofdstuk wezen wij op het eigenaardig karakter van het ,brahmanisme1 dat1 bij allen schijn van veelgodendom1 toch zoekt naar de nheid in de veelheid4 ,wij zagen dat dit reeds in overoude dagen den ,indischen godsdienst kenmerkte1 brengen wij ons maar eens te binnen de hymne aan ,varuna1 die wij daar straks #g aanhaalden4 ,er waren echter kringen en tijdperken1 waarin dat vergeten werd1 doch dan kwam er bijna altijd weer reactie ten gunste van de vereering van n eenig wezen4 ,zoo had men bijvoorbeeld in de #ab;e1 #ac;e1 #ae;e en #af;e eeuw verschillende ,vaishnava hervormers1 die ,vishnoe predikten als den nigen1 den hoogsten god4 ,toch konden deze hervormers1 vooral door hun leer der avatara's1 der vleeschwordingen van ,vishnoe1 er niet in slagen het bijgeloof te boven te komen4 ,als ,vishnoe nu eens vleesch werd in een held1 dan weer in een groot leeraar of in een dier1 ten einde zijn schepselen te verlossen1 dan mochten er in deze leer inderdaad verheven gedachten opgesloten liggen1 toch moest zij leiden tot telkens hernieuwden afgodsdienst4 ,in de #af;e eeuw was er nog een andere1 monothestisch gekleurde hervorming1 die der ,kabir panti1 welke onder den invloed stond van het ,mohammedanisme en trachtte ,mohammedanen en ,hindoe's door het gemeenschappelijk geloof in nen ,god te vereenigen4 ,doch ook deze bereikte haar doel niet3 groote strijd tusschen de ,muzelmannen en de aanhangers van het nieuwe geloof was het einde4 ,de beweging1 waarvan wij thans iets willen meedeelen1 was van anderen aard4 ,zij ging en gaat niet om buiten den invloed van het ,christendom3 geboren is zij uit het verlangen naar een reiner geloof1 bij de meer beschaafden in ,indi gewekt door de aanraking met de ,engelsche overheerschers4 ,rammohun ,roy1 die in het jaar #aggd in het stadje ,radhanagar geboren werd1 kunnen wij noemen als den stichter der ,brahmo-samaj4 ,zijn vader was een ,brahmaan van hooge caste1 die hem een geleerde opvoeding gaf4 ,zoo kwam het dat de zoon reeds op jeugdigen leeftijd de ,perzische en ,arabische literatuur1 den ,koran incluis1 bestudeerde4 ,toch verloor hij daarbij ook zijn ,indische studin niet uit het oog4 ,weldra begreep hij dat in de oud-,indische godsdienstige boeken1 bepaaldelijk in de ,bhagavata ,purana1 waaruit zijn vader hem gewend had iederen morgen een hoofdstuk te lezen1 veel fabelachtigs voorkwam4 ,wat hem echter sterk aantrok waren de ,upanishads1 de bespiegelingen der oude wijzen over de ,veda's4 ,de jongeling gaf zijn vrije gevoelens openlijk te kennen in een geschrift over de afgoderij1 dat hij op #af-;jarigen leeftijd uitgaf en dat hem den haat van al zijn familiebetrekkingen op den hals haalde4 ,ja1 om de vijandschap1 die tegen hem ontstaan was moest hij zelfs zijns vaders huis voor een tijd verlaten4 ,hij zwierf nu in verschillende streken rond1 in ,benares bestudeerde hij het ,mohammedanisme1 in ,tibet had hij veel besprekingen met ,boeddhisten4 ,geen zorg en moeite was hem te groot om de waarheid te leeren kennen4 ,hij las het ,o4 ,t4 in het ,hebreeuwsch1 den ,koran in 't ,arabisch1 de ,veda's in het ,sanskriet1 de boeken der ,boeddhisten 7,tripitaka7 in het ,pali4 ,hij ging ook zelfs ,grieksch leeren ten einde het ,n4 ,t4 goed te leeren4 ,in #agif keerde hij weer naar huis terug1 de vrede met zijn familie werd gesloten en meer dan ooit gaf hij zich nu aan zijn ,sanskrietstudin over4 ,doch3 tegelijk leerde hij met even grooten ijver het ,engelsch en zocht van de ,europeesche maatschappij te leeren4 ,na den dood zijns vaders in #ahjc begon hij de dwalingen van het ,brahmanisme met kracht te bestrijden4 ,hij trad in ,engelsch-,indischen staatsdienst en maakte zich daarin bemind bij diegenen1 over wie hij gesteld was4 ,ook bij deze praktische werkzaamheden verwaarloosde hij echter zijn godsdienstige studin niet4 ,een meer nauwgezet onderzoek van de ,veda's leidde hem tot de denkwijze1 dat de oude godsdienst der voorvaderen geen afgodendienst was geweest1 maar vereering van den nigen ,god4 ,ten einde dit in het licht te stellen gaf hij verschillende gedeelten van de ,veda's1 vooral van de ,upanishad's in het licht4 ,ook bewoog hij zich op praktisch gebied3 hij toonde aan dat nergens in de ,veda's werd voorgeschreven of goedgekeurd dat1 zooals in ,indi gebruikelijk was1 de weduwe zich verbrandt op het lijk van haar echtgenoot4 ,de beweging1 die hij tegen dit weduwenoffer 7,sati7 in 't leven riep1 heeft er toegeleid1 dat de ,sati in #ahbi door de wet in ,britsch-,indi werd afgeschaft4 't ,viel hem echter niet gemakkelijk als hervormer op te treden1 de lieden van zijn eigen caste en kring wendden zich van hem af1 tegenstanders vielen hem aan4 ,hij week dus naar ,calcutta uit1 en daar had hij onder de ,hindoe's en onder de ,jaina's #h grooten invloed4 ,zijn doel was om zijn landgenooten tot de ware monothestische leer van ,veda's en ,upanishad's terug te brengen4 ,hier in ,calcutta werd daartoe een vereeniging gesticht1 de geestelijke vereeniging geheeten4 ,de leden waren echter niet bestand tegen de voortdurende vijandschap1 waarmede zij te strijden hadden3 n--langzamerhand vielen zij af4 ,alleen de stichter bleef over1 doch deze1 geenszins ontmoedigd1 verdubbelde zijn pogen4 ,ook kwam hij tot meerdere waardeering van het ,christendom4 ,de lessen van ,jezus trokken hem z aan1 dat hij in #ahbj een werkje uitgaf1 getiteld3 ,de voorschriften van ,jezus1 den gids tot vrede en geluk4 ,hij vond de leer van het ,christendom meer in overeenstemming met de zedelijke beginselen dan die van andere godsdiensten4 ,evenwel1 het orthodoxe ,christendom met zijn dogma's van drie-eenheid en godheid van ,jezus stond hem tegen1 en hij wist zelfs een zendeling1 zekeren ,adam1 van zijn orthodox geloof te bekeeren tot zijn eigen opvatting4 ,rammohun ,roy was van oordeel dat de ne ,god der waarheid zich overal openbaart4 ,wat er heiligs en goeds is in de ,veda's1 de geschriften der ,christenen1 den ,koran1 het ,zend ,avesta3 het is alles aan goddelijke openbaring te danken4 ,wat overeenkomt met het natuurlijk en gezond oordeel van het verstand en met het gevoel van het menschelijk hart1 dat is waar4 ,de eenige vader wil dat wij allen liefhebben1 zoo sprak hij1 onverschillig hun land1 caste1 kleur of geloof4 ,men ziet1 het was een vrijzinnig geloof4 ,maar was het toch tevens niet echt-,brahmaansch1 in alle openbaringsvormen te herkennen den geest van den ,al-,eene8 ,rammohun ,roy deed wat hij kon om zijn denkbeelden te verspreiden4 ,iederen ,zaterdagavond hielden hij of zijn vrienden godsdienstige samenkomsten4 ,de dienst was daarbij in vier deelen verdeeld3 reciteeren uit de ,veda's1 voorlezen uit de ,upanishad's1 een godsdienstige toespraak1 het zingen van godsdienstige liederen4 ,ten slotte kon de eerste ,thestische #i ,hindoekerk worden gesticht in #ahcj4 ,hare leden noemden zich ,brahmo ,samaj 7vereeniging van die in ,god gelooven74 ,een nieuwe secte wilde hij daarmede niet stichten3 wel voorbereiden dat ,hindoe's1 ,christenen en ,mohammedanen zich in den dienst van den ,ene zouden ontmoeten4 ,jammer dat zijn levensdraad zoo spoedig werd afgesneden3 hij stierf namelijk reeds in #ahcc1 en wel te ,bristol in ,engeland1 waar hij een belangrijke politieke opdracht had te vervullen4 ,hij stierf als ,brahmaan1 zijn bediende omwikkelde zijn lijk met het gewijde koord2 bij al zijn strijd was toch gebleven de innige gehechtheid aan het oude geloof4 ,gelijk men zich voorstellen kan was zijn dood een zware slag voor de nieuwe beweging4 ,zij vond echter weldra een uitnemend leider terug in ,debendra-nath4 ,deze heeft eigenlijk de nieuwe gemeente georganiseerd1 van welke hij sedert #ahda deel uitmaakte4 ,hij stelde een beginselverklaring der ,brahmo ,samaj op4 ,ieder lid is verplicht3 ,zich van afgoderij te onthouden1 geen geschapen voorbeeld te aanbidden1 maar door de liefde van ,god en door het doen van de werken1 die ,gode aangenaam zijn1 te vereeren3 den grooten ,god1 den ,schepper1 ,onderhouder en ,vernietiger1 de oorzaak aller ontwikkeling1 den ,ongedeelde1 den ,ene1 zooals er geen tweede is1 een heilig leven te leiden en vergeving te zoeken door de zonde vaarwel te zeggen4 ,ook werd een liturgie1 uit gebeden1 aanroepingen1 liederen en overdenkingen bestaande1 saamgesteld4 ,langzamerhand breidde nu de nieuwe stichting zich uit onder de voortreffelijke leiding van ,pandit ,ram ,chandra ,vidija-bag-ish1 den leeraar der nieuwe gemeente1 totdat zij in #ahdg bijna achthonderd leden telde4 ,er kwamen echter moeilijke dagen4 ,verschil rees omtrent de ,veda's3 waren zij werkelijk boeken van goddelijk1 onfeilbaar gezag--f waren ook zij vol van dwalingen8 ,ten slotte werd vastgesteld1 dat noch ,veda's1 noch ,upanishad's als onfeilbare gidsen zouden gelden4 ,alleen wat met het zuivere thestische geloof overeenstemde moest worden aanvaard1 en dit geloof rustte op twee grondslagen3 de natuur en het inwendig licht4 ,intusschen verspreidden de in ,god geloovigen zich ook door andere steden en streken van ,indi en gaf ,debendra-nath nieuwe kracht en vastheid aan de beweging door de uitgave van zijn werk3 ,brahma ,dharma 7de thestische godsdienst71 waarin voorkwamen3 de vier grondbeginselen van het ,indisch ,thesme1 de straks aangehaalde verklaring en goedgekeurde aanhalingen uit de ,veda's1 de ,upanishad's en latere ,hindoe werken4 ,die vier grondbeginselen zijn de volgende3 ,i ,in den beginne1 voor dit heelal bestond1 was het ne hoogste wezen4 ,hij heeft het gansch heelal geschapen4 ,,ii ,hij is eeuwig1 verstandig1 oneindig1 vol van zegeningen1 zelfgenoegzaam1 zonder vorm1 eenig1 zoodat er geen tweede is als ,hij1 al doordringend1 al besturend1 al beschermend1 alwetend1 almachtig en onbewegelijk1 volmaakt en zonder vergelijking4 ,,iii ,alleen door hem te dienen1 kan het geluk worden verzekerd in deze en in de volgende wereld4 ,,iv ,liefde tot ,hem en het volbrengen van de werken1 die ,hij lief heeft1 vormen zijne vereering4 ,wie met deze beginselen instemming betuigde kon lid worden van de ,calcutta ,brahmo ,samaj4 ,wie meer volledig wilde worden ingewijd moest de zeven1 straks genoemde1 verklaringen afleggen4 ,het voornaamste der nieuwe leer was voorts het volgende3 ,het inwendig licht en het boek der natuur vormen den oorspronkelijken grondslag van het ,brahmaansch geloof1 doch de godsdienstige waarheid wordt dankbaar aanvaard1 zoowel uit ieder gedeelte der oude ,hindoesche geschriften als uit andere gewijde boeken4 ,god is de hemelsche ,vader1 een persoonlijk wezen met zedelijke eigenschappen4 ,die ,god is nimmer vleesch geworden1 doch ,hij draagt zorg voor het heil ,zijner schepselen4 ,tot ,hem te bidden is niet vergeefs4 ,berouw is de eenige weg tot verzoening1 vergeving en verlossing4 ,de mensch is bestemd om ook op godsdienstig gebied zich steeds meer te volmaken4 ,goede werken1 barmhartigheid1 kennis verwerven1 bespiegeling en vereering zijn de eenige godsdienstige plechtigheden3 boetedoeningen en pelgrimstochten zijn zonder nut4 ,het eenige offer is zichzelf ,gode te wijden1 de eenige pelgrimstocht is het gezelschap der goeden te zoeken1 de eenige ware tempel is het reine hart4 ,onderscheiding van casten is er niet4 ,zoo was het programma1 naar men ziet1 doortastend genoeg4 ,toch bleef men in de praktijk aan zeer veel van den ouden godsdienst hangen1 en sommigen1 daaronder de invloedrijke leeraar ,narain ,bose stelden ook op den voorgrond dat het doel niet moest zijn den ouden godsdienst af te breken maar dezen te volmaken4 ,anderen1 die sedert #aheh hun geestelijken leidsman vonden in ,keshab ,chandar ,sen1 oordeelden anders4 ,zij wilden vooral breken met alles in de oude1 vastgewortelde maatschappelijke instellingen1 wat met hun geestelijken godsdienst niet overeenkwam4 ,men beseft hoe moeilijk deze taak was1 hoeveel stille en openlijke vijandschap er op dezen weg viel te bestrijden1 hoeveel misverstand uit den weg te ruimen4 ,toch1 ,keshab ,chandar ,sen1 toen #bj jaar oud1 deinsde er niet voor terug4 ,zijn levensweg was anders geweest dan die van zijn voorganger ,rammohun ,roy4 ,eerst opgevoed in een omgeving van ,hindoesch bijgeloof1 ontving hij later in ,calcutta een ,engelsche opvoeding4 ,voor de ,europeesche wetenschap bezweek het oude geloof4 ,doch zonder godsdienstig geloof kon eene natuur als hij niet leven4 ,hij zocht naar betere kennis van ,god4 ,op zekeren dag kreeg hij eenige preeken van ,narain ,bose in handen en tot zijn verwondering bemerkte hij dat er in ,calcutta reeds een ,thestische kerk bestond4 ,aanstonds sloot hij zich daarbij aan4 ,weldra nam hij in de broederschap een belangrijke plaats in4 ,eerst werkte hij onder leiding van ,debendra-nath ongeveer vijf jaar lang1 maar een persoonlijkheid als de zijne moest wel op den voorgrond treden4 ,keshab ,chandar ,sen was met de tot nu toe ingevoerde hervormingen niet tevreden4 ,hij wilde alles wat op casten-verschil wees afgeschaft zien4 ,als een begin op dien weg bepleitte hij dat allen1 die de godsdienstoefeningen der nieuwe kring leidden1 het gewijde hemd1 waardoor de hoogere casten zich onderscheidden1 zouden afleggen4 ,debendra-nath wilde het zelf wel afdoen1 maar zoo'n verplichting anderen niet opleggen4 ,dit gaf wrijving tusschen de behoudende en de vooruitstrevende elementen4 ,trouwens1 dit niet alleen1 achtereenvolgens kwamen nog tal van hervormingen aan de orde1 waarop ,keshab ,chandar ,sen en de zijnen aandrongen4 ,zoo bijvoorbeeld een verandering in de ,sraddha1 of den dienst der gestorven voorvaderen1 welks ritus niet met de ware ,brahmaleer omtrent een toekomstig leven overeenkwam4 ,dan1 wijziging van het ceremonieel bij geboorte1 naamgeving en lijkverbranding4 ,verder1 een meer gepaste inwijding voor hen1 die tot de gemeente toetraden4 ,ook wilde men de vrouwen opvoeden en verheffen4 ,zij werden aangemoedigd om toe te treden1 velen deden dit en woonden dan den dienst bij achter gordijnen of in een afzonderlijk vertrek4 ,dan stelde men aan de orde1 hervorming van het huwelijk4 ,men wilde afgeschaft zien de kinderhuwelijken1 zoo nauw saamgeweven met ,indische zeden1 maar tot zooveel misbruik en ellende voerend1 ook wilde men dat de veelwijverij zou worden opgeheven en dat de weduwen vrijheid zouden hebben te hertrouwen4 ,ook wilde men tal van dwaze en overtollige ceremonin bij het huwelijk afschaffen4 ,dit ongeveer waren de bedoelingen der meer vooruitstrevenden4 ,toch1 ook de meer behoudenden1 gingen in veel mede4 ,narain ,bose was de eerste om in zijn eigen familie het opnieuw huwen van een weduwe toe te laten1 waarvoor men hem in zijn geboortedorp haast steenigde4 ,debendra-nath gaf het voorbeeld door voor grooten eenvoud te zorgen bij het huwelijk van zijn tweede dochter1 dat op #bf ,juli #ahfa1 in tegenwoordigheid van tweehonderd geloofsgenooten1 plechtig1 zonder overdreven feestvertoon1 werd voltrokken4 ,dit was de eerste huwelijkswijding volgens den ritus der ,brahmo ,samaj4 ,keshab ,chandar ,sen ging echter nog verder4 ,hij voltrok in #ahfd een huwelijk tusschen twee personen van verschillende caste3 wat ,debendra-nath zeer mishaagde4 ,chandar ,sen voelde zich onder de ,brahmo ,samaj niet recht thuis3 hij zag nog te veel van den ouden castengeest en van het oude bijgeloof en gevoelde de noodzakelijkheid om den bijl te leggen aan den wortel van den ouden stam4 't ,eind was dat er een scheuring ontstond tusschen vooruitstrevenden en meer behoudenden4 ,de eersten scheidden zich af en stichtten in ,november #ahff een nieuwe vereeniging3 de ,brahmo ,samaj van ,indi geheeten4 ,haar doel was1 zooals ,chandar ,sen in zijn openingsrede op #aa ,november verklaarde1 alle ,brahma-vereerders in n lichaam te vereenigen en een organisatie over geheel ,indi te verkrijgen4 ,in #ahfi opende deze nieuwe gemeente haar bedehuis4 ,haar optreden kenmerkte zich door groote godsdienstige bezieling4 ,haar programma luidt aldus3 ,god is de eerste oorzaak van het heelal4 ,door ,zijn wil schiep ,hij alle voorwerpen uit niets en onderhoudt ,hij deze bij voortduring4 ,hij is ,geest1 geen stof4 ,hij is volmaakt1 oneindig1 almachtig1 vol van genade en heiligheid4 ,hij is onze ,vader1 ,beschermer1 ,meester1 ,koning en ,verlosser4 ,de ziel is onsterfelijk4 ,de dood is slechts de oplossing van het lichaam4 ,er is geen nieuwe geboorte na den dood3 het toekomstig leven is een voortzetting en ontwikkeling van het tegenwoordig leven4 ,de menschen die nu leven zijn de embryo's van de menschen1 die zijn zullen4 ,de ware 7heilige7 schriften zijn tweerlei3 het boekdeel der natuur en de natuurlijke denkbeelden1 in den geest ingeplant4 ,de wijsheid1 macht en genade van den ,schepper staan in het gansche heelal beschreven4 ,alle denkbeelden over onsterfelijkheid en zedelijkheid zijn oorspronkelijke overtuigingen1 in des menschen zijn gegrond4 ,god wordt nimmer mensch door een menschelijk lichaam aan te nemen4 ,zijn goddelijkheid woont in ieder mensch en openbaart zich in sommigen met groote kracht4 ,mozes1 ,jezus ,christus1 ,mohammed1 ,nanak1 ,cartanya en andere groote leeraren verschenen op bepaalde tijden en brachten vele heilsgoederen aan de wereld4 ,zij mogen aanspraak maken op algemeene dankbaarheid en liefde4 ,de ,brahma godsdienst is verschillend van alle andere godsdienststelsels der wereld1 toch maakt hij het wezen van allen uit4 ,hij is niet vijandig tegen andere gelooven4 ,wat daarin waars is1 aanvaardt hij4 ,hij is gegrond op het wezen des menschen en is daarom eeuwig en algemeen1 noch ook beperkt tot leeftijd of landstreek4 ,alle menschen behooren tot ne broederschap4 ,de ,brahma godsdienst kent geen onderscheid van hooge en lage caste4 ,het doel van dezen godsdienst is allen tot n huisgezin te vereenigen4 ,er zijn vierderlei plichten3 #a4 plichten tegenover ,god1 zooals3 geloof in ,hem1 liefde1 vereering en aanbidding4 #b4 plichten tegenover onszelf1 zooals3 bewaring van ons lichamelijk welzijn1 verkrijging van kennis1 heiliging der ziel4 #c4 plichten tegenover anderen1 zooals3 waarachtigheid1 rechtvaardigheid1 dankbaarheid1 het bevorderen van het welzijn van alle menschen4 #d4 plichten tegenover dieren en lagere schepselen1 zooals vriendelijke behandeling4 ,iedere zondaar moet de gevolgen van zijn eigen zonden dragen1 vroeg of laat1 in dit of in een volgend leven4 ,de mensch moet naar heiligheid streven door vereering van ,god1 onderdrukking der hartstochten1 berouw1 de natuur en goede boeken te onderzoeken1 goed gezelschap te zoeken en in de eenzaamheid te overpeinzen4 ,deze dingen zullen1 door de werking van ,gods genade1 tot verlossing leiden4 ,verlossing is bevrijding der ziel van den wortel van het bederf en haar voortdurend groeien in heiligheid4 ,dit groeien duurt tot in eeuwigheid1 en de ziel wordt meer en meer goddelijk en gelukkig in ,hem1 die de bron is van oneindige heiligheid en vreugde4 ,het nabijzijn van ,god is de hemel der ,indische ,thesten4 ,naar men ziet zijn hier verscheiden denkbeelden aan het ,christendom ontleend4 ,ook de godsdienstoefeningen hebben gewoonlijk op ,zondag plaats4 ,zij zijn ongeveer aldus ingericht3 eerst een lied1 dan een aanroeping van ,god door den leeraar1 door een ander lied gevolgd4 ,vervolgens vereering van ,god1 gezongen door de geheele gemeente1 voortgezet door den voorzanger alleen4 ,dan eenige minuten van stille overpeinzing en gemeenschap met ,god4 ,vervolgens wordt1 door de geheele gemeente1 staande1 het volgende gebed gesproken3 ,leid ons1 o ,god1 van onwaarheid tot waarheid1 van duisternis tot licht1 van dood tot onsterfelijkheid4 ,o1 ,vader der waarheid1 openbaar u toch aan ons4 ,gij zijt genadig1 bescherm ons steeds in uwe grenzenlooze goedheid4 ,vrede6 ,vrede6 ,dan volgt een gebed voor de gansche wereld1 door den voorganger alleen1 gevolgd door een ander lied en door het zeggen van teksten uit ,hindoesche en andere gewijde schriften4 ,eindelijk een preek1 gevolgd door gebed1 zegen en lied4 ,jammer genoeg ontstond er in deze vereeniging in #ahgh weer een nieuwe scheuring4 ,de uitgetredenen stichtten zich een eigen bedehuis4 ,doch op al de bijzondere lotgevallen der verschillende ,indische ,thestische groepen in te gaan zou ons te ver voeren4 ,wij merken alleen nog op1 dat er reeds in #ahhc over ,engelsch ,indi #agj gemeenten bestonden1 de een wat meer behoudend1 de ander wat meer kritisch staande tegenover de ,hindoesche overlevering1 maar toch allen getuigenis afleggend van nieuwen levensgloed4 ,onder de hoofdleiders moeten wij nog noemen ,mozoomdar1 die eenige jaren geleden op het parlement der godsdiensten in ,chicago zoo meesleepend wist te getuigen4 ,van harte hopen wij dat deze verlichte ,indirs hun vaderland van bijgeloof mogen zuiveren en dat zij de vele schatten1 in de gewijde boeken van hun volk verborgen1 in ruime mate ook tot de westerlingen mogen helpen brengen4 ,want1 de tempel der toekomst zal worden saamgevoegd uit vele kostelijke steenen1 aangebracht uit vele landen4 ,,hoofdstuk ,,iv4 ,het ,boeddhisme4 ,i4 ,het leven van ,boeddha tot aan zijn openlijk optreden4 ,in ons overzicht van het ,brahmanisme hebben wij gezien hoe er in het oude ,indi1 hoe langer hoe meer1 gevoeld werd niet alleen door verlichte priesters1 maar ook door leeken1 dat niet in offers en uitwendige vereering der goden1 doch in het streven naar verlossing van alle begeerten1 naar onderdrukking van alle hartstocht het ware levensdoel kan bestaan4 ,niet door het streven naar bovennatuurlijke krachten1 niet door boetedoeningen om eenig aardsch voordeel te verkrijgen1 maar door1 tot zichzelf inkeerende1 de ongenoegzaamheid van al het aardsche in te zien en dan ook van alle begeerte afstand te doen1 komt men tot het hoogste heil4 ,dat werd gevoeld door vele eenzame vromen in het stille woud1 maar lag ook op den bodem van de ziel van het ,indische volk2 het ,boeddhisme zou het straks doen doordringen tot een wijden kring4 ,een wijden kring3 de godsdienst van den ,indische wijze wordt thans nog beleden door ongeveer een derde der geheele menschheid4 ,uit zijn oude bakermat1 ,voor-,indi1 is het voor het grootste gedeelte later weer door het ,brahmanisme verdrongen4 ,doch in tal van andere landen heeft het zich zeer uitgebreid4 ,wij noemen onder de voornaamste landen1 waar deze godsdienst heerscht3 ,ceylon1 ,birma1 ,siam1 ,annam1 ,tibet1 ,china en ,japan4 ,doch1 al wordt in al deze landen ,boeddha in eere gehouden1 er is een groot verschil4 ,het ,boeddhisme van ,ceylon en ,birma is in vele opzichten gansch iets anders dan dat van ,tibet4 't ,is er mee als met het vrijzinnig-,protestantsch en het ,roomsch-,catholiek ,christendom4 ,beiden willen ,jezus eeren1 doch de eersten beschouwen den stichter van hun godsdienst als mensch en vinden in 't naleven zijner levensbeginselen de hoofdzaak4 ,de anderen erkennen hem als een ,godheid1 die door plechtig ceremonieel nog meer wordt gediend dan door overpeinzing en betrachting zijner leer4 ,zoo is het ook met het ,boeddhisme4 ,komt ge in ,birma1 dan hoort ge weinig van ,boeddha als godheid1 maar wordt de beteekenis van zijn strijd en overwinning als mensch diep gevoeld4 ,en in een leven van eenvoud en liefde voor al wat leeft1 drukt men de voetstappen des ,meesters4 ,doch in ,tibet heeft ,boeddha goddelijke eer1 ja een plaatsvervanger op aarde1 voor wien men zich als voor ,rome's ,paus nederbuigt4 ,daar worden tal van formulier-gebeden voor hem opgezegd1 tal van geheimzinnige plechtigheden voor hem verricht4 ,de eeredienst is er oneindig luisterrijker en samengestelder dan in de zuidelijke landen als ,birma en ,ceylon4 ,en in ,china en ,japan is het ,boeddhisme met andere godsdiensten als ineengevloeid en heeft daarbij een deel van zijn oorspronkelijk karakter ingeboet4 ,doch1 dezen godsdienst in al zijn ontwikkelingen en zijwegen te volgen ligt niet op onzen weg4 't ,is ons voornamelijk te doen om den geest van den wijze1 dien ,edwin ,arnold niet zonder reden het licht van ,azi noemde1 te leeren kennen4 ,dat nu is1 ofschoon er genoeg over het ,boeddhisme geschreven is en geschreven wordt1 niet zoo gemakkelijk als het schijnt4 ,allereerst is er quaestie over de persoon van den ,boeddha4 ,was hij een historisch persoon1 of berust zijn gansche levensgeschiedenis1 zooals die uit vroegere en latere ,boeddhistische geschriften wordt gekend1 op verdichting8 ,er zijn geleerden1 die dit beweerd hebben4 ,de ,fransche geleerde ,snart #aj tracht de gansche1 in zoo menig opzicht aantrekkelijke legende van den ,boeddha tot een zonnemythe te herleiden1 en brengt op vernuftige wijze alle bijzonderheden daarvan met deze opvatting in verband4 ,doch3 waarschijnlijk is deze opvatting alles behalve4 ,ten eerste omdat gewoonlijk een groote godsdienstige beweging haar oorsprong vindt in een krachtige persoonlijkheid1 ten tweede1 omdat er toch veel waarschijnlijks en natuurlijks achter het phantastische der levensbeschrijving verborgen ligt4 ,en in de derde plaats vooral omdat inderdaad de oudste ,boeddhistische boeken1 die wij bezitten1 wellicht niet veel langer dan een eeuw na den dood van den stichter van dezen godsdienst zijn opgesteld4 ,om nu echter in de ,boeddha-legende overal waarheid en verdichting te scheiden--ziedaar een taak1 die boven onze krachten ligt4 't ,is er mede als met de levensgeschiedenis van ,jezus in de ,evangelin1 die ons wel in hoofdzaak het leven van den ,meester doen kennen1 maar ons toch ook vaak in aanraking brengen1 niet met wat de ,meester dacht1 maar met wat zijn volgelingen gevoelden4 ,doch3 is ook dat niet een sleutel der kennis voor wie een godsdienst wil leeren kennen8 ,we kunnen daarom niet beter doen1 ten einde in den geest van den stichter en zijn godsdienst u in te wijden1 dan in de eerste plaats een blik te werpen op de levensgeschiedenis van den ,verlichte1 zooals zijn volgelingen in oude dagen ons die verhaalden4 ,we zullen daarbij zien dat er dikwijls een eigenaardige overeenkomst is1 tusschen wat ons van ,jezus en van dezen ,indischen wijze wordt verhaald4 ,boeddha werd geboren in ,kapilavastu3 de stad van ,kapila1 ongeveer #eej jaar voor ,christus4 ,lang hebben de geleerden getwijfeld of dit wel een werkelijke stad is geweest3 doch in #ahic vond men1 in de jungle's van den ,tara1 het machtige woud aan den voet van de ,himalaya1 overblijfselen van een stad1 onder slingerplanten en boomen verborgen4 ,en daarin een zuil1 opgericht door koning ,aoka--den grooten beschermer van het ,boeddhisme--ongeveer #beg voor onze jaartelling1 een zuil1 die het opschrift behelsde3 ,koning ,piyadasi 7,aoka7 de beminde der goden1 bracht hier1 toen hij twintig jaar 7als koning7 gezalfd was1 zijne vereering en sprak3 ,hier is ,boeddha 7de verlichte71 ,sakya-,muni1 geboren4 ,en hij zorgde dat een steenen zuil werd opgericht met de verklaring er op3 ,hier is de eerbiedwaardige geboren4 ,boeddha1 of liever ,siddhartha 7de eerste naam is feitelijk een eeretitel7 de verlichte3 werd uit aanzienlijke ouders geboren4 ,het geslacht der ,sakya's was om zijn ouden adel en zijn rijkdom beide beroemd4 ,latere legenden hebben ,boeddha zelfs tot een koningszoon gemaakt4 ,de moeder van ,siddhartha1 ,maya1 bracht haar zoon ter wereld en stierf weinige dagen daarna1 zoodat de andere echtgenoote van ,siddhartha's vader hem verder opvoedde4 ,in ,kapilavastu bracht hij alzoo zijn jeugd door1 daar dwaalde hij rond in de schaduwrijke tuinen van zijns vaders paleis4 ,reeds vroeg trad hij in het huwelijk met eene door lichaamsschoon en liefderijk karakter uitmuntende bloedverwante1 gewoonlijk ,yaodhara geheeten1 die hem een zoon schonk1 met name ,rahula4 ,dat zijn de bijzonderheden die over zijn jeugd vrijwel vaststaan4 ,ware hij niet werkelijk gehuwd geweest1 dan zou een latere legende--in aanmerking genomen dat de ongehuwde staat voor de ,boeddhistische monniken verplichtend is--dit nooit aangaande hem hebben verdicht4 ,de legende weet echter veel meer te verhalen4 ,zij spreekt van een wonderbaren droom1 dien ,maya voor de geboorte van haar beroemden zoon had3 een witte olifant1 meer lichtend dan zon en maan1 naderde haren schoot4 ,de drie werelden 7aarde1 hemel en hel7 zag zij verlicht door een groot licht1 schijnende in de duisternis1 en duizende geesten zongen haar lof4 ,ook werd aan haar echtgenoot bekend gemaakt dat de toekomstige ,boeddha op aarde zou komen in ,maya's schoot4 ,de verlichte was zichtbaar in de moederschoot en toen hij ter wereld kwam zongen hemelsche geesten zijn lof4 ,na vijf dagen werd hem een naam gegeven en werd hij in den tempel gebracht4 ,asita--een heilige kluizenaar--die de acht magische vermogens had verworven en daardoor in den geest kon zien wat in de hemelen gebeurt1 wordt daar onderricht dat een machtige ,boeddha is geboren4 ,als hij daarna het goddelijk geestesoog laat wijden over de wereld ziet hij het kind in het paleis1 glanzend van zuivere daden1 door al de werelden vereerd4 ,asita gaat naar het paleis4 ,hij neemt het kind in zijn armen en weent4 ,waarom deze tranen1 heilige man8 ,ik ween1 is het antwoord1 omdat deze de groote ,boeddha zal zijn en ik daarvan geen getuige meer kan wezen4 ,merkwaardig is echter het volgende verhaal1 dat ons als in allegorischen vorm doet lezen in het zieleleven van den toekomstigen wereldverlosser4 ,waarzeggers door den koning geraadpleegd1 verklaarden3 ,de jongeling zal zonder twijfel f een koning der koningen of een groote ,boeddha worden4 ,als hij bestemd is een groote ,boeddha te worden1 dan zullen vier voorteekenen zijn zending duidelijk maken4 ,hij zal zien3 #a4 ,een oud man4 #b4 ,een kranke4 #c4 ,een lijk4 #d4 ,een heiligen kluizenaar4 ,indien hij deze vier voorteekens van een avatara #aa niet ziet1 zal hij slechts een aardsche heerscher zijn4 ,de koning ,suddhodana1 die droomen van wereldsche grootheid over zijn zoon in 't hart koesterde1 werd door die laatste verzekering van de waarzeggers heel wat gerustgesteld4 ,hij dacht bij zichzelf3 ,het zal gemakkelijk genoeg zijn om deze vier voorteekenen van den prins verre te houden4 ,hij gaf dus bevel dat er drie prachtige paleizen1 de schoonste op aarde3 het voorjaars-1 het zomer- en het winterpaleis1 zouden worden gebouwd4 ,zij wedijverden in glans met ,vaijayanta1 het onsterfelijk paleis van ,indra zelf4 ,kostelijke paviljoenen werden overal opgetrokken1 met prachtige voorportalen en gepolijste deuren4 ,torentjes en kanteelen verhieven zich in de lucht4 ,door sierlijke vensters viel het licht in de prachtige vertrekken4 ,galerijen1 balustraden en fijn traliewerk waren in overvloed aanwezig4 ,duizend klokjes klonken op ieder dak4 ,in n woord3 een beeld als van de paleizen in ,chineeschen stijl1 die naar het schijnt in oud-,indi werden gebouwd4 ,even prachtig waren de tuinen1 waar in koele meren de heerlijkste kraanvogels en zwanen zich verlustigden1 en waar de schoonste boomen geur en schaduw verspreidden4 ,de lucht was vervuld met de geur van tube-rozen en jasmijnen4 ,rondom de paleizen van ,kapilavastu waren voorts sterke wallen om alle ouden van dagen1 kranken en kluizenaars te weren en om den prins daarbinnen te houden4 ,nog een betere en machtiger bewaking werd te werk gesteld4 ,toen de prins den leeftijd had bereikt om in het huwelijk te treden werd zijn paleis met schoone vrouwen bevolkt4 ,doch1 een schok trof den koning4 ,dit geschiedde als volgt4 ,de koning had een park aangelegd1 nog schooner dan de tuin van het zomerhuis4 ,een ziener had hem verhaald1 dat1 indien hij den prins er toe krijgen kon om dezen tuin te bezien1 deze daar voor altijd met zijn vrouwen zou willen blijven4 ,geen taak scheen gemakkelijker1 en op zekeren dag zou de prins er met zijn wagen heenrijden4 ,groote voorzorgen waren genomen om alle oude menschen1 alle kranken1 alle lijken ver uit zijn gezicht te houden4 ,een heel leger soldaten was er voor opgeroepen1 met vlaggen was de stad versierd4 ,de weg1 waarlangs de prins kwam1 was met bloemen bestrooid en met vazen vol welriekende planten versierd4 ,prachtige guirlandes en sierlijke klokjes waren overal opgehangen4 ,doch zie6 toen de prins uitreed zag hij eensklaps1 bijna onder de wielen van zijn wagen1 tusschen de in zijde gekleede edelen en de krijgslieden met schilden en speren een ongewoon schouwspel4 ,het was een oud man1 afgeleefd en verlamd4 ,zijn aderen en peezen waren zoo gezwollen1 dat ze te zien waren1 zijn tanden klapperden1 het gelaat vol rimpels1 het hoofd bijna kaal en de weinige haren spierwit4 ,zoo strompelde hij voort1 bijna dubbel gebogen1 leunend op een stok4 ,wat is dit1 wagenmenner8 riep de prins4 ,een man wiens bloed is opgedroogd en wiens spieren aan zijn lichaam als vastgekleefd zijn4 ,zijn hoofd is wit1 zijn tanden slaan tegen elkaar1 nauwelijks kan hij zich bewegen1 zelfs niet met behulp van een stok4 ,prins zeide de wagenmenner dit is de ouderdom4 ,zijn zinnen zijn afgestompt1 het lijden heeft zijn geest verstoord1 veracht is hij door zijn naburen4 ,niet in staat om zichzelf te helpen heeft men hem in dit woud aan zijn lot overgelaten4 ,is dit1 vroeg de prins een eigenaardigheid van zijn familie of is dit de wet der wereld4 ,zeg mij dat spoedig4 ,prins zeide de wagenbestuurder1 dit is noch een wet van die familie1 noch van dit koninkrijk alleen4 ,in ieder wezen wordt de jeugd overwonnen door den ouderdom4 ,uw eigen vader en moeder zullen in ouderdom eindigen3 ook al uw bloedverwanten4 ,daar is geen andere weg voor de menschheid4 ,dan is de jeugd blind en onwetend1 zeide de prins1 en ziet de toekomst niet4 ,als dit lichaam het verblijf zal worden van den ouderdom1 wat heb ik dan aan het vermaak en zijne bedwelming8 ,laat den wagen keeren en breng mij terug naar mijn paleis4 ,ontsteltenis was in de harten van alle hovelingen over deze onaangename gebeurtenis1 en het ergste was1 dat niemand de ongelukkige oorzaak er van straffen kon4 ,de oude man was nergens te vinden4 ,de koning was buiten zichzelf van droefheid4 ,soldaten werden uit verwijderde districten gesommeerd en vier mijlen in het rond werd een cordon getrokken om de andere voorteekenen van den prins verwijderd te houden4 ,langzamerhand echter kwam de koning een weinig tot rust4 ,als mijn zoon den tuin des geluks ziet1 zal hij nimmer een kluizenaar worden1 had de koning gezegd1 doch een belachelijk voorval had zijn plan verstoord4 ,nogmaals zou het echter worden beproefd en de voorzorgen werden ditmaal verdubbeld4 ,was de prins de eerste maal door de oostpoort uit het zomerpaleis gegaan1 nu ging hij de zuidpoort uit4 ,doch een andere onverwachte gebeurtenis viel er thans voor4 ,toen de prins in zijn wagen uitreed zag hij plotseling vlak bij zich een kranke1 uitgemergeld1 door brandende koorts gekweld4 ,alleen1 zonder dat iemand voor hem zorgde1 ging hij voort1 strompelend1 met moeite ademhalend4 ,wagenmenner1 zeide de prins1 wat heeft deze man1 zoo geel en weerzinwekkend van uiterlijk1 zoo stomp van zinnen1 zoo verdord van leden4 ,zijn maag hindert hem1 met vuil is hij bedekt4 ,nauwelijks kan hij adem halen4 ,prins1 hernam de ander1 dit is ziekte4 ,deze ongelukkige man is door een ernstige krankheid aangetast4 ,kracht en lust hebben hem verlaten4 ,hij is zonder vriend1 zonder hoop1 zonder land1 zonder toevlucht4 ,de vreeze des doods is voor zijne oogen4 ,indien de gezondheid van den mensch1 zoo sprak ,boeddha1 slechts het spel is van een droom1 en de vrees voor toekomstig leed zulk een gestalte kan teweegbrengen1 hoe kunnen dan wijze menschen1 die gezien hebben wat het leven werkelijk is1 toegeven aan de ijdele genietingen des levens8 ,keer terug dienaar1 en breng mij naar mijn paleis4 ,de vertoornde koning1 hoorende wat er geschied was1 gaf bevel dat men den zieken man zou gevangen nemen en straffen1 doch1 in weerwil van een prijs op zijn hoofd en van zoeken overal kon men hem niet vinden4 ,een plaats uit de ,lalita ,vistara #ab geeft deze oplossing3 de kranke was inderdaad een der geesten uit het zuivere verblijf 7de hemel van ,brahma7 die deze gedaante had aangenomen4 ,die geesten van het zuiver verblijf zijn eigenlijk de ,boeddha's1 die vr den verlichte hebben geleefd3 de ,boeddha's van het verleden alzoo4 #ac ,ook verhaalt een der zuidelijke geschriften dat de wagenmenner onder inspiratie sprak1 wat inderdaad voor het verhaal zeer goed past1 de gesprekken van een koetsier zijn niet altijd zoo verheven4 ,het scheen dat een of andere booze invloed koning ,suddodhana beheerschte1 want1 onbewogen door het mislukken van zijn plan deed hij een derde poging om den prins naar dien tuin van het geluk te brengen4 ,ditmaal ging de weg door de westpoort4 ,grooter voorzorgen dan ooit te voren werden er thans genomen4 ,de keten van wachten werd tot op twaalf mijlen van het zomerpaleis uitgezet4 ,maar wederom hielden de ,boeddha's der tien horizons den prins tegen4 ,eensklaps was daar een verschijning van een lijkstatie4 ,een 7spook7lichaam1 naar de gewoonte met modder besmeerd1 en met een doek bedekt1 werd op een baar weggevoerd4 7,spook7vrouwen huilden en 7spook7muzikanten maakten treurmuziek op trommel en fluit4 ,zonder twijfel zongen ook spook-,brahmanen hymnen om het onsterfelijk deel naar de woning der vaderen te begeleiden4 ,wat is dit1 zeide de prins4 ,waarom slaan zich deze vrouwen op de borst en trekken zij zich de haren uit8 ,waarom bedekken deze goede menschen hun gelaat met het stof der aarde8 ,en die vreemde gestalte op de draagbaar1 waarom is zij zoo stijf8 ,prins1 zeide de ander1 dit is de dood4 ,die gestalte1 bleek en verstijfd1 kan nooit meer gaan en zich bewegen4 ,zijn bewoner is gegaan naar de onbekende verblijven van ,yama4 #ad ,zijn vader1 zijn moeder1 zijn kind1 zijn vrouw1 allen roepen om hem1 doch hij kan niet hooren4 ,boeddha werd droef te moede4 ,wee u jeugd1 die het spel is voor den ouderdom6 ,wee u gezondheid1 die de prooi wordt van vele krankheden6 ,wee u leven1 dat als een ademtocht henengaat6 ,wee u ijd'le vermaken1 die de menschheid bederven4 ,doch wat de vijf skandha's #ae betreft1 daar zal geen ouderdom1 ziekte of dood zijn4 ,ga terug naar de stad4 ,ik moet de bevrijding tot stand brengen4 ,een vierde maal werd de prins door zijn vader verzocht den tuin des geluks te zien4 ,ditmaal was de keten der wachten zestien mijlen ver in den omtrek opgesteld4 ,door de noorderpoort reed de prins uit4 ,eensklaps zag men op den weg een man1 kalm en vriendelijk van uiterlijk1 met een okergele monnikskap4 ,wie is deze1 vroeg de prins1 zoo vriendelijk en vredig van uiterlijk8 ,hij staart alsof zijn geest ergens anders vertoeft1 en een schaal heeft hij in de hand4 ,prins1 dit is het nieuwe leven1 sprak de wagenmenner4 ,deze man is een van diegenen1 die op den eeuwigen ,brahma hun gedachten vestigen4 7,brahmacharin74 ,hij zoekt de goddelijke stem en het goddelijk inzicht4 ,de aalmoezenschaal van den heiligen bedelaar 7bhikshu7 draagt hij in de hand4 ,zijn geest is kalm omdat de groote bekoringen van het lager leven hem niet langer kunnen kwellen4 ,zulk een leven begeer ik1 zeide de prins1 de lusten van den mensch zijn het zeewater gelijk1 zij maken den dorst erger in plaats van haar te lesschen4 ,ik wil het goddelijk inzicht bereiken en den mensch onsterfelijkheid #af schenken4 ,de koning was buiten zichzelf4 ,bij iedere poort van het zomerpaleis werden vijfhonderd zwaargewapende ,sakya's geplaatst4 ,ketens van schildwachten omgaven de opgehoogde en versterkte wallen4 ,een phalanx lieftallige vrouwen1 met lansen gewapend1 was om het bed van den prins geposteerd om hem te bewaken4 ,alles wat de zinnen kon streelen1 zoo beval de koning1 moest bij voortduring aan den prins worden geboden4 ,laat de vrouwen van de zenana 7harem7 geen oogenblik hun zang en spel en vroolijkheid staken4 ,dat zij schitteren van zijde en fonkelen van edelgesteenten4 ,maha ,prajapati1 de tante1 die na den dood van koningin ,maya ,boeddha had opgevoed1 had het opzicht over deze lieftallige jonge vrouwen en spoorde ze aan om den prins in een gouden kooi in te sluiten4 ,zoo werd ,boeddha in verzoeking gebracht4 ,doch1 deden de bewoners van ,kamaloa 7de oorden der lust7 hun best1 die van ,brahmaloa 7de oorden van den zuiveren geest7 lieten1 schoon ongezien1 toch ook hun invloed gevoelen4 ,eens toch1 toen de prins rustte op een zijden rustbed en vier of vijf bruingekleurde grootoogige ,indische meisjes voor hem lieflijk zongen1 namen zijn oogen eensklaps een vreemden glans aan4 ,wel zag hij nog al de schoone guirlandes en het prachtig traliewerk van de zaal1 doch 't werd dof voor zijn oog4 ,muziek en stemmen zooals hij nooit te voren had gehoord1 kwamen nu tot hem als uit de verte4 ,o4 a4 hoorde hij de volgende verzen3 ,machtige steun der menschheid1 wandel op het pad van de ,rishi's #ag van ouds4 ,ga heen uit deze stad6 ,geef op deze troostelooze wereld1 als gij de onschatbare kennis der ,jina's #ah hebt verworven1 en een volmaakte ,boeddha zijt geworden1 aan allen den doop van het koninkrijk der gerechtigheid4 ,gij1 die eens uw voeten1 uw handen1 uw kostbaar lichaam opofferdet1 die vaarwel zeidet alle rijkdommen der wereld1 #ai gij1 wiens leven zuiver is1 red het vleesch van zijne ellenden6 ,wees geduldig als gij smadelijk wordt bejegend1 o overwinnaar van u zelf6 ,heer van allen1 die op twee voeten gaan1 ga voort volgens uw zending4 ,verwin het kwaad en zijn leger4 ,licht der wereld1 in vroegere levens hebt gij gezegd3 ,voor de werelden1 aan dood en ziekte ter prooi1 zal ik een toevlucht zijn6 ,leeuw der menschen1 heer van hen1 die op twee voeten loopen1 de tijd voor uw zending is gekomen4 ,verkrijg onsterfelijke waardigheid onder den gewijden ,bo-boom #bj en geef ,amrita #ba aan allen4 ,toen gij een koning waart en een onbescheiden onderdaan sprak tot u3 ,geef mij deze landen en steden1 toen waart gij verheugd en niet bedroefd4 ,toen gij een deugdzaam ,rishi waart en een wreed koning in woede uwe leden afhieuw1 toen vlood in uw doodsangst melk uit uw voeten en handen4 ,toen gij als ,rishi ,syama op een berg woonde1 en een koning u doorboorde met vergiftige pijlen1 hebt gij toen dien koning niet vergeven8 ,toen gij de koning der antilopen waart1 hebt gij toen niet uw vijand1 den jager1 voor een waterstroom beveiligd8 ,toen gij een olifant waart en een jager doorboorde u1 hebt gij hem niet vergeven en beloond met uwe prachtige slagtanden8 ,toen gij een berin waart1 hebt gij een man gered uit een stroom1 door sneeuw hooggezwollen4 ,gij voeddet hem met wortels en vruchten tot hij sterk werd en1 toen hij heenging en menschen meebracht om u te dooden1 gij vergaaft hem4 ,eens toen gij het witte paard #bb waart1 gingt gij1 uit medelijden met het lijden der menschen1 door den hemel naar de plaats der booze geesten1 opdat gij hun geluk zoudt verzekeren4 ,vervolgingen zonder tal1 smaad en herhaalde gevangenis1 dood en moord3 gij hebt het alles gedragen met liefde en geduld1 vergevende die 't u aandeden4 ,menschen zonder koning kiezen u tot den hunne4 ,leid hen in den weg van ,brahma en de tien deugden1 opdat1 indien zij hun metgezellen verlaten1 zij allen mogen gaan naar ,brahma's verblijf4 ,door deze verzen1 zegt het verhaal1 werd de prins vermaand4 ,en terwijl de ,jina's deze liederen zongen1 trachtten schoone vrouwen1 met bloemen en reukwerk1 juweelen en rijke kleeding hem te brengen tot aardsche liefde4 ,doch de geesten van het zuiver verblijf ontwerpen nog een nieuw plan om hun oogmerken uit te voeren4 ,zij zorgen dat de prins deze verleidelijke vrouwen1 deze aanlokselen van ,mara den verzoeker en ,kama1 den god der liefde ziet in een nieuw licht4 ,zij bewegen door onmerkbaren invloed den prins om de vertrekken der vrouwen te gaan bezien als de ,jina's ze in een vasten slaap hebben gebracht4 ,alles is in wanorde1 de kleederen der vrouwen1 heur haar1 haar sieraden4 ,sommigen liggen in onbevallige houding op haar rustbedden1 of hebben een akelig uiterlijk1 anderen hoesten of lachen onnoozel in hare droomen of ijlen4 ,ook misvormingen en vlekken1 die de vrouwelijke list zorgvuldig verborg1 vallen nu1 bij de tooverkunst der geesten1 in het oog4 ,de eene heeft een miskleurigen hals1 de andere een slecht gevormd been1 de derde een lompen vetten arm4 ,glimlachen zijn grijnzen1 betoovering is terugstooting geworden4 ,plomp liggen zij neer1 tusschen al haar versiersels1 luiten en tamboerijnen4 ,waarlijk1 zeide de prins vol afkeer1 ik ben op een kerkhof4 't ,wordt hem wee om 't harte3 nu is de tijd gekomen1 om den grooten weg te gaan en van al 't aardsche zich los te maken4 ,doch hem wacht een zware strijd1 een1 die echter zijne beslissing verhaast4 ,als hij in den tuin is1 waarin hem het vierde gezicht 7de monnik7 is ten deel gevallen1 wordt hem geboodschapt dat zijn geliefde gade hem een zoon heeft geschonken4 ,hij zegt ,rahula is mij geboren1 een nieuwe keten is gesmeed4 ,hij gevoelt1 hoe moeilijk het nu zal zijn de banden te breken1 die hem binden aan de zijnen en aan de wereld1 die hem omringt en treurig keert hij naar huis terug4 ,doch vreugde is er in het hart van de dorpsbewoners over de geboorte van den eersteling1 den kleinzoon van hun rajah4 ,onder hun triumfgezang keert ,boeddha in ,kapilavastu terug4 ,als een zijner nichten van vorstelijken bloede hem op zijn wagen1 in pracht en heerlijkheid1 de stad ziet naderen geeft zij haar gemoed lucht in de woorden3 ,zalig de vader1 zalig de moeder1 zalig de vrouw van zulk een zoon en echtgenoot4 ,de jonge man hoort haar woord met aandoening3 wel mag zij zeggen1 zoo spreekt hij bij zichzelven1 dat er zaligheid in 't moederhart is1 als zij ziet op het inwendig leven van haar zoon1 wel ook is er zaligheid in 't hart van den vader en van de echtgenoote4 ,maar vanwaar komt de ware vrede voor het hart8 ,en in zijn dankbaarheid1 dat zij zulke gedachten bij hem heeft opgewekt1 geeft hij haar zijn paarlsnoer1 als het loon voor haar goede leer4 ,evenwel1 zij droomt van aardsche liefde1 die meent zij1 door haar is opgewekt in zijn hart4 ,doch de ,boeddha geeft zichzelf op de vraag naar den waren vrede een gansch ander antwoord3 ,als het vuur van de lust is gedoofd1 als het vuur van den haat en van de verblinding is gebluscht1 als ook hoogmoed1 dwaling en alle zonde en hartstocht is gedoofd1 dan vindt het harte ware rust4 ,zoo komt het besluit van den ,boeddha tot zijn voltooiing4 ,vr hij zijn geliefde vrouw en al het zijne verlaat1 wil hij zijn kind nog zien4 ,daar sluimert de lieve moeder1 het bed met bloemen bestrooid1 de hand over het hoofd van haar kindje uitgestrekt4 ,hoe gaarne had hij zijn zoon een oogenblik in de armen genomen1 doch dan zou ook de teederminnende echtgenoote ontwaken1 en hoe dan zijn besluit te volvoeren8 ,aarzelend gaat hij heen1 na een laatsten liefdevollen blik op de slapenden te hebben geworpen3 als hij een verlichte 7,boeddha7 zal geworden zijn1 dan wil hij terugkeeren en zijnen zoon wederzien4 ,daar buiten wacht zijn wagenmenner ,channa met het eed'le ros ,kanthaka en voort gaat het in den duisteren nacht1 totdat hij1 aan de grenzen van zijn rijksgebied1 dienaar en paard terugzendt om zich bij de monniken aan te sluiten en daar in zelfkastijding den waren vrede te zoeken4 ,spreekt de waarheid in deze verdichtingen niet tot ons aller hart8 ,voelen wij niet mede voor den eed'le wijze1 die doorzag de vergankelijkheid van al het aardsche en die dorstte naar hooger leven8 ,spreekt tot ons niet die strijd der ziele om een teergeliefde vrouw en eenig kind te verlaten voor een toekomst1 uit een aardsch oogpunt zoo weinig aantrekkelijk8 ,doch1 de strijd is niet ten einde4 ,mara1 de vorst der duisternis1 laat hem geenszins met rust en toovert hem voor den geest1 dat hem binnen een week een wereldrijk over alle landen der wereld zal worden geschonken als hij zijn onderneming opgeeft4 ,doch neen1 de verzoeking vindt geen ingang1 't is niet te doen om een aardsch rijk4 ,hij versmaadt de koningskroon4 ,zijn vrouwen1 zijn paleis1 zijn schatten1 alles verlaat hij om in de wildernis te peinzen over de goddelijke dingen4 ,doch1 ,mara laat slechts af voor een tijd3 vroeg of laat zal er wel een booze gedachte opkomen in 't hart van den vromen strijder2 dan zal hij hem beheerschen4 ,en1 als een schaduw volgt hij den wijze4 ,boeddha dan sluit zich aan bij een groep van kluizenaars1 die in de holen van een berghelling nabij ,rajagriha leven4 ,niet al te ver van de stad verwijderd1 leven zij toch in de eenzaamheid van het woud4 ,alara en later ,udraka1 ,brahmaansche leeraars1 worden thans zijne leermeesters1 met wie hij vele gesprekken voert4 ,door een voortgezette overpeinzing1 waarbij men zich van al 't aardsche tracht te scheiden1 zoo zelfs dat men ten slotte aan niets bepaalds denkt1 poogt hij zichzelf te brengen tot het eeuwige1 tot de rust1 boven alles verheven4 ,evenwel1 zijn peinzen geeft hem den vrede niet4 ,daarom verlaat hij de kluizenaars om zich geheel alleen in de eenzaamheid van het woud aan strenge zelfkastijding en boetedoening over te geven4 ,daar zit hij terneder in de diepten van het woud van ,uruvela4 ,de tong drukt hij tegen het verhemelte1 met geweld de gedachten vasthoudend1 in zelfkwelling wachtend op het oogenblik dat de bovenaardsche verlichting over hem komen zal4 ,doch zij komt niet4 ,hij worstelt om steeds meer van al 't aardsche los te komen1 den adem houdt hij in1 van voedsel onthoudt hij zich4 ,met bewondering zien vijf andere asceten tot hem op4 ,bij zoo strenge zelfkastijding moet hij het licht wel deelachtig worden1 straks zullen zij hem volgen op den weg der verlossing4 ,zijn lichaam is door pijn en smart geknakt1 tot een schaduw van een mensch is hij geworden1 doch het doel wordt niet bereikt4 ,eindelijk valt hij flauw en uitgeput neder1 de leerlingen meenen dat hij dood is1 doch hij komt weer bij4 ,thans echter geeft hij zijn zelfkastijding op en gaat naar het meest nabijzijnde dorp om voedsel tot zich te nemen4 ,dat is te veel voor zijn leerlingen1 in hun oog is hij gevallen van het voetstuk der heiligheid en zij1 zij laten hem alleen1 juist nu zijn wankelend geloof zooveel behoefte had aan de trouwe steun en vereering der zijnen4 ,boeddha wandelt voort1 tot aan de oevers van de rivier ,nairanjara4 ,daar brengt hem de dochter van een landman zijn morgenmaaltijd1 een schotel melk4 ,onder de schaduw van een ,bo-boom 7ficus religiosus7 zet hij zich ter neer4 ,de lange uren van den dag gaan in overpeinzing voorbij4 ,noch het wijsgeerig denken1 noch de strenge boetedoeningen hebben hem vrede gebracht4 ,wat heeft hem alles gebaat8 ,mara toovert hem voor oogen de zoete vreugde van huiselijkheid en liefde1 van rijkdom en macht3 van alles waarvan hij afscheid nam4 ,hoe gemakkelijk kon hij dat alles weer bereiken1 hoe hartelijk zou hij thuis worden ontvangen4 ,doch1 moest dan al zijn inspanning verloren moeite zijn8 ,was er geen vasten grond om op te bouwen8 ,zoo streed hij een moeilijken strijd1 door de overlevering gehuld in het phantastisch kleed van een heirleger booze geesten1 dat op hem aanviel1 terwijl hemel en aarde in beweging waren4 ,doch1 de strijd bracht de overwinning4 ,onder den boom der verlichting kwam hij in steeds reinere aanschouwing4 ,al het zinlijke verzonk2 een gevoel van alles doordringende wetenschap kwam over hem3 in een alles doorschouwend geestelijk zien bespeurde hij de kronkelwegen1 die de geesten in hun zielsverhuizing bewandelen2 hij zag de bron van het lijden en den weg1 die tot vernietiging van het lijden voerde4 ,nog zeven dagen vertoeft hij onder den heiligen boom2 peinzend over 's levens raadselen1 waarvan hij nu de oplossing heeft gevonden4 ,en1 als hij dan eind'lijk opstaat is alles hem volkomen klaar geworden4 ,eindelooze levens zijn het1 die hij zelf reeds doorloopen heeft1 en die ieder mensch doorloopt2 in ieder volgend leven maaiend1 wat hij in vroegere levens heeft gezaaid2 totdat hij eindelijk1 van alle begeerte gereinigd1 van allen dorst bevrijd1 ingaat tot den grooten vrede4 ,werelden zag hij1 eind'loos in getal1 allen beheerscht door eene macht1 die wel doet3 wie haar gehoorzaamt1 wreekt3 wie haar gebod miskent4 ,altijd weer in ieder leven het leed1 als de onontkoombare schaduw van 't leven zelf1 waaraan men eerst ontkomt1 indien alle lust is verdoofd1 alle begoocheling der zinnen is weggenomen en men komt tot ,nirvana1 't allerhoogste heil1 dat tijd noch wisseling kent4 ,in te zien dat men niets moet wenschen of begeeren1 dat de dorst 7,trishna7 de bron is van alle lijden1 dat is de verlossing4 ,en van zijn lippen vloeit het1 door 't gansch heelal verstaan3 ,menige existentie heb ik doorloopen4 ,al zoekende1 doch vruchteloos1 ,naar den bewerker van den greep4 #bc ,smartlijk toch is herhaalde wedergeboorte1 ,veroorzaker van den greep1 nu zijt gij ontdekt6 ,geen huis zult gij meer bouwen1 ,al uw ribben zijn gebroken1 ,de dekkende spits heeft losgelaten4 ,de geest is los geworden1 ,de gulzigheid heeft een einde genomen4 #bd ,zoover nu was de ,boeddha gevorderd2 aanstonds kon hij bereiken den grooten vrede2 alle hartstocht1 alle begeerte1 alle dorst naar genot was in hem overwonnen4 ,waarom thans niet het ,nirvana in te gaan8 ,met die vraag kwam nu andermaal de vorst der duisternis tot hem4 ,nu1 ,tathagata 7volkomene7 is de tijd voor u gekomen4 ,doch de verhevene1 antwoordde3 ,gij booze1 ik zal niet ingaan tot den ,grooten ,vrede1 voor ik mij monniken tot leerlingen heb gewonnen1 die de ware leer verkondigen1 en nonnen die haar verbreiden4 ,eerst moet de weg des heils verbreid worden onder alle volken en hun worden bekend gemaakt4 ,ziedaar1 wat voor den vromen ,boeddhist een bron is van vreugde en dankbaarheid4 ,boeddha had1 toen hij de verlichte was geworden1 aanstonds in het ,nirvana kunnen ingaan1 toch1 uit liefde tot de menschen blijft hij leven te midden van het lijden van het aardsch bestaan4 ,doch1 zou zijn prediking worden verstaan8 ,in den geest van den verhevene steeg1 toen hij in de eenzaamheid vertoefde1 deze gedachte op3 de diepe waarheid die zoo moeilijk is te zien en te verstaan1 heb ik erkend2 de vredebrengende1 de verhevene1 die alle denken te boven gaat1 de beteekenisvolle1 die alleen de wijze in zich kan opnemen4 ,door aardsche beweegredenen wordt de menschheid gedreven1 daarin vindt zij haar grondslag en haar lust4 ,voor die menschheid zal zwaar zijn om te verstaan de wet van oorzaak en werkingen1 het tot rust komen van iederen levensvorm1 het losworden van al het aardsche1 het uitdooven der begeerte1 het ophouden van het verlangen1 het einde1 het ,nirvana4 ,als ik nu de leer verkondig en men mij niet verstaat1 dan brengt het mij slechts uitputting en moeite4 #be ,en1 den verhevene kwam telkens voor den geest de volgende spreuk3 ,waarom der wereld openbaren1 wat 'k in zwaren strijd verwierf8 ,de waarheid blijft voor die begeeren en haten toch verborgenheid1 ,want zij is diep1 geheimnisvol1 voor groven zin bedekt1 ,wien aardsch bedenken 't zielelicht verduistert kan haar niet aanschouwen4 ,en het hart van den verhevene was geneigd in rust te volharden en de leer niet te prediken4 ,doch ,brahma ,sahampati 7de hoogste ,god7 zag de gedachten des heiligen en sprak tot zichzelf3 ,ondergaan1 ja ondergaan zal de wereld1 als het hart des volkomenen geneigd is in rust te volharden en de leer niet te prediken4 ,toen verliet ,brahma den hoogen heuvel1 zoo snel als een man zijn arm kromt en stond voor den verhevene4 ,brahma ontblootte zijn eenen schouder #bf1 boog de rechterknie ter aarde en sprak tot den verhevene aldus3 ,moge de ,verhevene1 ,heer1 de leer prediken1 moge de ,volkomene de leer prediken4 ,er zijn wezens1 die rein zijn van het stof der aarde1 doch1 indien zij de prediking der leer niet hooren1 gaan zij te gronde1 zij zullen belijders der leer worden4 ,en1 vervolgt hij3 ,tot nu toe heerschten1 in het land van ,magadha1 ,onreine zeden1 zond'ger menschen leer4 ,gij wijz'1 ontsluit de poort der eeuwigheid4 ,doe hooren1 wat gij1 zondelooz'1 erkent1 ,wie staat daar boven op der rotsen kruin1 ,zijn blik gaat verder dan het oog der schaar1 ,zoo stijg1 o wijz'1 omhoog1 daar waar ,der waarheid tempel rijst hoog boven 't aardsch gewemel1 ,en gij1 die boven 't lijden zijt verheven1 ,zie daar omlaag1 de menschheid1 door geboort' en ouderdom gekweld1 ,sta op1 o strijdb're held1 ga overwinnend ,de wereld door1 gids zonder vlek of feil1 ,verhef uw stem1 o heer1 want velen zullen hooren4 ,die bede wordt tot driemaal herhaald1 als ,boeddha zijn twijfel uitspreekt1 of het verkondigen der waarheid niet vruchteloos zal zijn4 ,eindelijk geeft ,boeddha toe2 hij ziet met zijn oog des lichts de wereld1 hij aanschouwt daar wezens1 wier zielen rein zijn en wier zielen niet rein zijn van het stof der wereld1 wezens scherp en stomp van zinnen1 edelen en onedelen1 goede en slechte hoorders van zijn woorden1 velen1 die in vrees leven voor het toekomstig leven en voor de zonden4 ,en dan spreekt hij tot ,brahma3 ,geopend zij voor allen1 de poort der eeuwigheid1 ,wie ooren heeft1 hij hoore en geloove 't woord1 ,ik dacht1 aan eigen leed1 daarom heb ik1 o ,brahma1 ,het eed'le woord nog niet der wereld meegedeeld4 ,zoo zag dan ,brahma1 dat de verhevene zijn bede zou vervullen en het woord prediken4 ,toen boog hij zich voor den verhevene1 ging eerbiedig rondom hem en verdween4 ,zoo schetst ons de legende1 hoe de verlichte tot het vast besluit kwam om aan de wereld den weg des heils te verkondigen4 ,,ii4 ,boeddha als prediker van den weg des heils4 ,hoe ,boeddha dit deed1 willen wij thans zien4 ,volgens de legende ging hij allereerst naar het woud van ,benares1 het wildpark ,isipatana1 waar de vijf asceten zich ophielden1 die eens zijne leerlingen waren1 doch zich van hem afkeerden1 toen hij1 na strenge vasten1 weer gewoon voedsel ging gebruiken4 #bg ,uit de verte zien de monniken den verhevene naderen4 ,vrienden1 zoo zeggen zij tegen elkaar1 daar komt de asceet ,gautama1 die in overvloed leeft1 en zijn heilig streven heeft opgegeven4 ,eerbied willen wij hem niet bewijzen1 wij zullen niet voor hem opstaan1 hem niet zijn almoezenschaal en zijn opperkleed afnemen1 maar wij willen hem een plaats inruimen1 als hij wil kan hij gaan zitten4 #bh ,doch toen de verhevene naderbij kwam1 konden de monniken toch niet bij dit besluit blijven2 zij gingen den verhevene tegemoet1 de een ontlastte hem van aalmoezenschaal en opperkleed1 de ander maakte een plaats voor hem gereed1 een derde gaf hem water om de voeten te wasschen en een bankje om de voeten op neer te zetten4 ,de verhevene zette zich neer op de voor hem bestemde plaats en wiesch zijne voeten4 ,als zij dan vervolgens hun twijfel te kennen gaven hoe ,gautama1 nadat hij door strengheid en zelfkastijding de volle heerlijkheid van het weten en zien van het heilige niet kon bereiken1 nu de bovenmenschelijke volkomenheid1 de volle heerlijkheid van weten en erkennen van het heilige zou bereikt hebben bij een leven van overvloed1 antwoordt de verhevene als volgt3 ,de ,tathagata1 #bi o monniken1 leeft niet in overvloed1 hij heeft zijn streven niet opgegeven en zich tot den overvloed gekeerd4 ,de ,tathagata1 monniken1 is de heilige1 hoogste ,boeddha4 ,doet uwe ooren open1 o monniken1 de verlossing van den dood is gevonden1 ik onderwijs u1 ik predik de leer4 ,als gij overeenkomstig mijn onderwijzing wandelt1 zal u binnen een kleinen tijd ten deel vallen de hoogste voleindiging van een heilig streven3 dat waarom edele jongelingen hun huis verlaten1 om zonder huis te leven2 nog in dit leven zult gij de waarheid zelve erkennen en haar zien van aangezicht tot aangezicht4 ,en1 als de verhevene deze redenen nog een paar malen heeft herhaald1 dan vraagt hij aan de monniken3 ,erkent gij niet1 o monniken1 dat ik vroeger nooit zoo tot u gesproken heb8 ,dat hebt gij niet1 heer4 ,na antwoord en wederantwoord leert dan de verlichte aldus3 ,twee wegen zijn er1 o monniken1 waarvan verre moet blijven1 die een geestelijk leven wil leiden4 ,welke beide wegen zijn dat8 ,de eene weg is een leven van genietingen1 overgegeven aan lust en genot1 dat is min1 onedel1 ongeestelijk1 onwaardig1 nietsbeteekenend4 ,de andere weg is een leven van zelfpijniging1 dat is droevig1 onwaardig1 nietsbeteekenend4 ,van beide deze wegen1 o monniken1 is de voleindigde ver2 hij heeft den weg van het midden leeren kennen1 den weg1 die het oog opent en den geest opent1 die tot rust1 tot inzicht1 tot verlichting1 tot ,nirvana #cj leidt4 ,en welke1 o monniken1 is deze weg van het midden1 dien de ,tathagata heeft erkend1 die1 welke het oog opent en den geest opent1 die tot rust1 tot inzicht1 tot verlichting1 tot ,nirvana voert8 ,het is het heilige achtvoudige pad1 dat wil zeggen3 goed inzien1 7vrij van wangeloof72 goed bedoelen1 7verheven1 den ernstigen man waardig72 goed spreken1 7vriendelijk1 openhartig1 waar72 goed handelen1 7vreedzaam1 eerlijk zijn72 goed leven1 7zonder een levend wezen te deren72 goed streven1 7door zichzelf in tucht te houden72 goed gedenken1 7waakzaamheid des geestes72 goed bespiegelen1 7zich verdiepen in de mysterin des levens74 ,dit1 o monniken1 is de weg van het midden1 dien de voleindigde heeft erkend1 die het oog en den geest opent1 die tot rust1 tot inzicht1 tot verlichting1 tot ,nirvana voert4 ,wat nu is het dat tot het betreden van dit achtvoudig pad moet dringen8 ,de verlichte wijst zijn vroegere leerlingen op vier heilige waarheden3 het lijden1 de oorzaak van het lijden1 de opheffing van het lijden1 de weg tot de opheffing van het lijden4 ,dit1 o monniken1 is de heilige waarheid van het lijden3 geboorte is lijden1 ouderdom is lijden1 dood is lijden1 met wat men niet liefheeft vereenigd te zijn is lijden1 van wat men liefheeft gescheiden te zijn is lijden1 niet verkrijgen wat men begeert is lijden3 in n woord1 de vijfvoudige #ca gehechtheid is lijden4 ,dit1 o monniken1 is de heilige waarheid van het ontstaan des lijdens3 de dorst #cb is het1 die van wedergeboorte tot wedergeboorte voert1 namelijk de dorst naar lust1 naar worden1 naar ontstaan #cc1 naar macht4 ,dit1 o monniken1 is de heilige waarheid van de opheffing van het lijden3 dien dorst opheffen door geheele vernietiging der begeerte2 hem varen laten1 zich van hem ontdoen1 zich van hem losmaken1 hem geen plaats geven4 ,dit1 o monniken1 is de heilige waarheid van den weg tot opheffing van het lijden3 het is het heilige achtvoudige pad2 d4 i4 goed inzien 7enz47 ,zoolang ik1 o monniken1 van deze vier heilige waarheden deze ware erkentenis niet had1 zoolang wist ik ook dat ik nog niet in deze wereld en in die der goden1 benevens in de wereld van ,brahma en die van ,mara1 onder alle wezens1 onder asceten en ,brahmanen1 onder goden en menschen1 de hoogste verlichting bereikt had4 ,doch nu heb ik die verlichting gevonden n3 onverliesbaar is de verlossing van mijn geest1 dit is mijn laatste geboorte1 voor mij komen er geen nieuwe geboorten meer4 ,ziehier de bekende prediking van ,benares4 ,al moge zij wellicht niet letterlijk weergeven wat de ,meester zelf heeft gesproken1 toch vinden wij hier de grondlijnen van het oorspronkelijk ,boeddhisme4 ,de verlossing van het lijden te bereiken door alle begeerte af te sterven1 zoodat men geen wedergeboorte meer noodig heeft1 ziedaar het hoofdpunt1 waar het op aankomt4 ,zoolang de mensch lusten en begeerten voedt1 zoolang werkt zijn leven voort1 en moet telkens een nieuwe geboorte plaats hebben4 ,alle lust1 alle begeerte uitdooven is het hoogste streven1 dan wordt men boven alle lijden verheven en gaat tot ,nirvana in4 ,het praktische staat dus op den voorgrond4 ,het leven1 zoo erkent de verlichte1 is noodzakelijk vol van lijden2 geboorte1 ziekte1 dood1 het beteekent alles lijden4 ,hoe moet de mensch daarvan verlost worden8 ,door boven alle begeerte verheven te worden1 en alzoo aan het leven1 dat lijden is1 te ontkomen4 ,want1 juist de dorst1 de begeerte doemt den mensch om telkens weer geboren te worden tot nieuw lijden4 ,is hij van alle begeerte bevrijd1 dan behoeft hij niet meer te worden geboren3 hij komt tot ,nirvana4 ,tot vernietiging8 ,neen1 doch tot een zijn1 boven al 't aardsche verheven4 ,doch1 wij komen hierop nog nader terug1 wij willen eerst den verlichte nog volgen op zijn verderen loopbaan4 ,de vijf vroegere metgezellen waren dan de eersten1 die zich bekeerden4 ,zij vragen hem om als zijn leerlingen te worden opgenomen4 ,komt hier1 o monniken1 luidt dan zijn woord #cd1 wl verkondigd is de leer1 wandelt in heiligheid om aan alle lijden een einde te maken4 ,zoo vormde dan ,boeddha zijne gemeente4 ,een nieuwe rede over de onbestendigheid en de onwezenlijkheid van al het aardsche bewerkt dan dat de ziel dier vijf jongeren den toestand van zondelooze heiligheid bereikt4 ,in dien tijd1 zoo zegt een oud bericht1 waren er zes heiligen in de wereld3 ,boeddha zelf en deze vijf jongeren4 ,straks echter breidt zich de gemeente uit1 al spoedig sluiten zich tal van asceten1 kluizenaars in de wouden van ,uruvela1 bij hem aan4 ,ook koning ,bimbisara trekt1 als ,boeddha straks zijn hoofdstad ,rajagriha genaakt1 met een groot gevolg den verlichte te gemoet4 ,hij treedt als leek #ce tot de geestverwanten van den verhevene toe en blijft zijn leven lang een zijner trouwste beschermers4 ,ook werden toen ,sariputta en ,mogallana1 die beiden later geerd werden als de twee voornaamste leerlingen1 voor de gemeente van den ,verlichte gewonnen4 ,beide jongelingen waren van ,brahmaansche afkomst1 en erkenden zekeren ,sanjaya1 een bedelmonnik1 als hun geestelijk hoofd4 ,innig was hun vriendschapsverbond1 zij hadden elkaar beloofd1 dat diegene van hen1 die het eerst de verlossing van den dood bereikte1 het den ander aanstonds zou meedeelen4 ,op zekeren dag zag ,sariputta een van ,boeddha's leerlingen1 ,assaji geheeten1 bezig om in de straten van ,rajagriha aalmoezen in te zamelen1 rustig en waardig1 den blik naar den grond gericht4 ,toen hij hem zag dacht hij3 ,dat is een van de monniken1 die heilig zijn in de wereld4 ,ik zal tot hem gaan en hem vragen3 ,vriend1 in wiens naam hebt gij de wereld vaarwel gezegd8 ,wie is uw meester en wiens leer erkent gij8 ,doch ,sariputta bedacht3 't ,is nu niet de rechte tijd om het dezen monnik te vragen4 ,hij gaat langs de huizen en verzamelt aalmoezen4 ,ik zal hem achterna gaan1 gelijk men iemand volgt van wien men iets begeert4 ,toen echter de eerwaardige ,assaji te ,rajagriha aalmoezen had ingezameld1 nam hij de ontvangen gaven en keerde terug4 ,na de gebruikelijke begroetingen sprak ,sariputta tot den eerwaardigen ,assaji3 ,uw gelaat1 o vriend1 staat helder1 uw kleur is frisch en klaar4 ,in wiens naam hebt gij de wereld vaarwel gezegd en wie is uw meester8 ,en wiens leer erkent gij8 ,mijn meester is1 luidde het antwoord1 de groote ,samana #cf uit het huis van ,sakya1 die de wereld is ontvloden4 ,in naam van hem1 den verhevene1 heb ik de wereld verlaten4 ,de verhevene is mijn meester en zijne leer erken ik4 ,en wat zegt uw meester vriend1 en wat leert hij8 ,ik ben nog een nieuweling vriend1 nog niet lang heb ik de wereld verlaten1 ik ben eerst sinds kort tot deze leer en deze orde gekomen4 ,niet in haar volle uitgebreidheid kan ik u de leer verkondigen1 maar haar korten zin kan ik u zeggen4 ,toen sprak ,sariputta1 de bedelmonnik1 tot den eerwaardigen ,assaji3 ,zoo zij het vriend1 zeg mij weinig of veel1 maar spreek mij van den zin 7der leer71 daarnaar alleen verlang ik1 wat wil ik mij veel om de letter bekommeren8 ,toen sprak de eerwaardige ,assaji tot ,sariputta dit woord der leer3 ,de wezens1 die uit ne oorzaak vlieten1 hun oorsprong leert de voleindigde en het einde dat zij nemen3 dat is de leer van den grooten ,samana4 #cg ,toen ,sariputta deze woorden hoorde ging hem het licht der waarheid op1 hij begreep dat alles wat aan ontstaan zijn aanzijn dankt1 ook moet vergaan4 ,daarom zeide hij tot ,assaji3 ,al was de les ook niets anders dan dit1 zoo hebt gij toch de plaats bereikt1 waar geen lijden meer is4 ,wat in tallooze wereldtijdperken niet is gezien1 thans is het tot ons gekomen4 ,dan gaat ,sariputta tot ,mogallana1 zijn vriend4 ,uw gelaat1 o vriend1 zegt ,mogallana1 is helder1 uw kleur is frisch en klaar4 ,hebt gij de verlossing van den dood gevonden8 ,het antwoord luidt toestemmend1 hij verhaalt van zijne ontmoeting met ,assaji1 en ook aan ,mogallana gaat het licht der waarheid op1 het reine1 wolkelooze4 ,te vergeefs tracht hun meester ,sanjaya hen tegen te houden4 ,met groote scharen van asceten gaan zij naar het bosch1 waar ,boeddha woont3 ,sanjaya komt een stroom bloed uit den mond4 ,boeddha ziet de beide jongelingen naderen en verkondigt aan zijne omgeving1 dat zij de edelsten en besten onder zijne jongeren zullen zijn4 ,beiden ontvangen van ,boeddha zelf de wijding4 ,zoo traden velen toe2 doch er was ook tegenstand4 ,hetzelfde oude verhaal1 waaruit wij deze geschiedenis ontleenden1 #ch deelt ons mede hoe het volk murmureerde3 de asceet ,gautama1 zeiden zij1 is gekomen om kinderloosheid1 om weduwschap1 om ondergang der familie te brengen4 ,zij waren bevreesd voor de toekomst1 als zoovelen der edelste jongelingen tot den verlichte gingen4 ,geen wonder3 waar moest het heen1 indien de gelofte van kuischheid zoo algemeen werd1 met de toekomst des volks8 ,de ,brahmanen vorderden die kuischheid alleen van de jeugd en den ouderdom1 maar deze ontrukte aan het maatschappelijk leven de mannen1 die een gelukkig gezin zouden kunnen stichten4 ,doch1 de verlichte liet zich door deze bezwaren niet van zijn doel afvoeren4 ,al schold men hem en de zijnen met de woorden3 ,de groote monnik komt getogen naar ,magadha's bergstad heen4 ,de ,sanjaya's #ci bekeert hij allen1 wanneer bekeert hij wel zichzelf8 ,zij antwoorden3 ,de helden1 de voleindigden1 bekeeren door hun waarachtig woord1 ,wie zal smaden1 den ,verlichte1 die bekeert door der waarheid macht8 ,in ieder geval1 het ,boeddhisme wist zich glansrijk te handhaven en nam hand over hand toe4 ,boeddha's bloedverwanten waren niet onbekend gebleven met zijne lotwisselingen en zijn vader1 ,suddodhana1 noodigde hem uit om zijn geboortestad te bezoeken1 opdat hij zijn ouden vader nog eens zou zien1 voor deze stierf4 ,de verlichte ging dus op weg en nam zijn verblijf in een boschje buiten de stad4 ,daar kwamen zijn vader1 zijn ooms en anderen hem opzoeken3 doch deze laatsten waren niet bizonder ingenomen met hun bedelenden stadgenoot3 zij namen daarom ook geen levensmiddelen voor hem mede1 al was dit anders de gewoonte tegenover heilige kluizenaars4 ,den volgenden dag ging ,gautama1 door zijn leerlingen vergezeld1 met zijn schaal rond om zijn voedsel te bedelen4 ,eerst wilde hij bij de stadspoort gekomen1 regelrecht naar het paleis van den rajah gaan2 doch hij besloot zich aan den gewonen regel te houden1 volgens welke een bedelaar van huis tot huis gaat4 ,men begrijpt dat de rajah al spoedig vernam dat zijn zoon bedelend door de straten ging3 iets wat hem lang niet aanstond4 ,hij haastte zich dezen te gemoet te gaan en sprak3 ,waarom1 meester1 doet gij ons schande aan door te bedelen om uw voedsel8 ,meent gij dat wij zoovele bedelaars niet kunnen voeden8 ,o1 groote rajah1 was het antwoord1 dit is de gewoonte van ons allen4 ,doch1 luidde het wederantwoord1 wij stammen af van een beroemd geslacht van krijgslieden en niet n van hen heeft ooit zijn brood gebedeld4 ,gij en uw familie1 hernam ,gautama1 moogt u beroemen van koningen af te stammen1 mijn geslacht is dat der profeten #dj van ouds en zij hebben altijd van aalmoezen geleefd1 die zij bijeen bedelden4 ,doch1 mijn vader1 indien een mensch een verborgen schat heeft gevonden1 is het zijn eerste plicht om aan zijn vader de kostbaarste juweelen aan te bieden4 ,overeenkomstig dit woord richtte hij zich in de volgende verzen tot zijn vader3 #da ,sta op1 vertoef toch niet1 ,betracht het rechte1 ware leven1 ,die deugd beoefent1 hij vindt rust4 ,in dit en in een volgend zijn4 ,volg niet het kwaad6 ,die deugd beoefent1 hij vindt rust ,in dit en in een volgend zijn4 ,suddhodana antwoordde niet1 doch nam de schaal van zijn zoon over en leidde dezen het huis binnen1 waar de familieleden hem hulde brachten4 ,doch ,yaodhara kwam niet4 ,indien ik1 zoo sprak zij1 eenige waarde heb in zijn oog1 dan zal hij zelf komen en kan ik hem beter hier begroeten4 ,gautama bemerkte haar afwezigheid1 en1 gevolgd door twee zijner leerlingen ging hij naar de plaats1 waar zij zich bevond1 nadat hij hun eerst had gezegd1 dat zij haar niet zouden tegenhouden1 indien zij trachtte hem te omhelzen1 hoewel anders geen lid der orde een vrouw mocht aanraken of door haar aangeraakt mocht worden4 ,daar zag zij hem binnentreden1 den eens zoo geliefden echtgenoot1 nu een monnik1 in 't geel gekleed met gladgeschoren hoofd en aangezicht4 ,zij wist wel dat hij er zoo zou uitzien1 doch zij kon zich toch niet inhouden4 ,zij viel op den grond neer1 greep zijne voeten en barstte in tranen uit4 ,toen herinnerde zij zich de onoverkomelijke kloof tusschen hen beiden1 stond op en plaatste zich naast hem4 ,de rajah sprak haar aan2 hij deelde ,gautama mede dat zij hem altijd was blijven liefhebben4 ,alle weelde1 die hij zich had ontzegd1 had zij zichzelve ook onthouden1 slechts n maaltijd nam zij iederen dag1 en zij sliep niet in een bed1 maar op een mat1 uitgespreid op de vloer4 ,boeddha schijnt toen niet veel te hebben geantwoord1 alleen vermelden ons de bronnen dat hij een ,jataka-geschiedenis #db verhaalde over haar deugd in een vroeger bestaan4 ,zij werd een ernstig onderzoekster der nieuwe leer1 en toen ,boeddha later1 eigenlijk tegen zijn zin1 doch door de omstandigheden gedwongen1 een orde van nonnen instelde1 was zijn verlaten vrouw een der eerste leden dezer orde4 ,ook zijn zoon1 ,rahula1 en zijn broeder1 ,nanda1 werden als monniken in de orde opgenomen4 ,overigens vinden wij over dezen tijd van ,boeddha's leven1 het veertigtal jaren tusschen den aanvang zijner prediking en het einde zijner loopbaan1 wel eenige gesprekken of uitspraken1 maar geen geregeld verhaal4 ,toch1 een beeld van de wijze waarop de verlichte leefde en werkte1 kunnen wij ons daaruit wel vormen4 ,hoe dan hebben wij ons het leven van den ,meester en zijn leerlingen voor te stellen8 ,allereerst staat vast dat voor hen1 zoo goed als voor andere asceten1 het jaar in twee afwisselende tijdperken was verdeeld2 de regentijd1 waarin men zich rustig in zijn verblijf hield1 de zoogenaamde wastijd1 waarin meer bepaald de leerlingen zelf werden onderricht in de moeilijkste deelen der leer1 en het overige deel des jaars1 waarin de verlichte en zijne leerlingen leerend en predikend het land doortrokken4 ,die verdeeling des jaars was door de natuur zelve aangewezen en onvermijdelijk2 trouwens indien men in den regentijd had willen rondtrekken had men dat niet kunnen doen zonder tallooze planten en kleine dieren onwillekeurig te dooden3 geheel in strijd met de leer van den verlichte1 die ook het kleinste leven heilig houdt4 ,in dien regentijd was de verlichte door tal van jongeren omgeven1 en de aanzienlijken des lands beijverden zich om voor hem en de zijnen te zorgen4 ,later ging men wederom uiteen en ,boeddha en zijn jongeren reisden langs de groote wegen1 soms door vrienden geherbergd1 maar gewoonlijk rustend en overnachtend onder de boomen des wouds4 ,vorsten en aanzienlijken waren echter vaak de dakloozen ter wille3 zoo vernemen wij dat koning ,bimbisara1 van wiens bekeering wij reeds gewag maakten1 een zijner bosschen of parken1 het ,veluvana 7bamboeswoud7 ter beschikking stelde van den verlichte1 en dat de groote koopman ,anathapindika1 hem het nog beroemder ,jetavana-park schonk3 een park1 dat naar luid der legende1 door dezen koopman voor zooveel goud was gekocht1 dat het den bodem van het gansche terrein kon bedekken4 ,sommige schrijvers stellen zich voor dat ook toen reeds de monniken in ,vihara's1 kloosters1 woonden4 ,doch1 om verschillende redenen is dit niet waarschijnlijk te achten2 de propaganda vereischte juist personen zonder vast tehuis en oude berichten teekenen ons de monniken van ,sakya als levende onder de boomen des velds2 de boomen1 waar immers ook voorheen de ,rishi's1 de oude zieners1 geacht werden hun openbaringen te ontvangen4 ,ook uitspraken van ,megasthenes1 een gezant van koning ,seleucus ,nicator van ,syri 7#cjb-bih v4 ,christus7 spreken van ,boeddha's volgelingen als van personen1 die1 noch in de steden wonen1 noch een dak hebben boven hun hoofd1 maar die gekleed zijn in boombast1 met noten zich voeden en water drinken uit de hand4 ,ook wordt in datzelfde bericht van hen gezegd dat zij geen huwelijk kennen1 noch kinderen verwekken4 ,dus1 gansch iets anders dan leven in ,vihara's4 ,en ofschoon nu dat getuigenis betrekking heeft op een tijd1 lang na ,boeddha's dood1 mogen wij het er toch voor houden1 dat het in de dagen van den verlichte niet anders was4 ,hij toch zeide tot zijn volgelingen1 ,een groote plicht rust op u1 te werken voor het heil van menschen en geesten4 ,laten wij uiteengaan1 ieder in verschillende richting1 geen twee op hetzelfde pad4 ,ga en predik ,dharma #dc4 ,in de twaalf voorschriften1 een noordelijke bron1 m4 a4 w4 ontleend aan een heilige schrift der noordelijke ,boeddhisten1 wordt aan de bedelaarstroep zooals ,boeddha zijn volgelingen noemde1 uitdrukkelijk verboden om een ander dak te hebben dan een boom4 ,hun eenige zitplaats mag de moeder aarde zijn4 ,hun kleeren lompen van de mesthoop of het kerkhof4 ,de boom1 die den bedelaar beschut1 moet liefst op een kerkhof staan4 ,niet tweemaal mag hij slapen onder denzelfden boom4 ,nu is het wel zeker1 dat deze twaalf voorschriften een strengere ascese vertegenwoordigen dan het oorspronkelijk ,boeddhisme1 doch1 de voorstelling dat ,boeddha en zijn volgelingen overal in sierlijke vihara's waren gehuisvest is toch zeker niet juist4 ,mij komt het voor dat zij een zwervend leven leidden1 in grooten eenvoud1 doch niet zoo1 dat zij zich aan alle maatschappelijk verkeer onttrokken1 dat immers noodig was om hun leer tot allen te brengen4 ,zoo lezen wij b4v4 van aanzienlijken1 die den verhevene ter maaltijd noodden1 van ,brahmanen-leerlingen1 die in een twistgesprek met den beroemden leeraar hun sporen trachtten te verdienen1 van tegenstanders1 die hem strikvragen deden4 ,daarbij worden zij dan natuurlijk dikwerf overwonnen1 en menigmaal lezen wij dan hoe zij den verlichte en zijn leerlingen het verzoek doen3 moge de heer1 de verhevene1 morgen bij mij met zijn leerlingen het middagmaal komen gebruiken4 ,boeddha geeft door zwijgen zijn toestemming te kennen4 ,is dan den volgenden dag de maaltijd gereed1 zoo zendt de gastheer een bode met het verzoek3 het is tijd1 heer1 de maaltijd is bereid4 ,daarop neemt dan ,boeddha zijn aalmoezenschaal en opperkleed en gaat met de zijnen ter maaltijd4 ,de gastheer en zijn familie bedienen zelf hun gasten4 ,is de maaltijd geindigd1 dan worden de handen gewasschen1 de gastheer neemt met de zijnen aan ,boeddha's zijde plaats en deze richt tot hen een woord van vermaning en leering4 ,had men op een dag geen uitnoodiging1 dan onderneemt ,boeddha zijn bedelgang door stad of dorp1 nadat eerst de vroege morgenuren in geestelijke oefeningen of in het verkeer met de leerlingen zijn doorgebracht4 ,zwijgend ging dan de man1 wiens naam door gansch ,indi werd genoemd1 voor wien koningen bogen1 met zijn schaal rond1 met neergeslagen blik1 zonder te spreken afwachtend of men hem eenige spijze zou geven4 ,was die rondgang afgeloopen1 dan noodde de middag tot rust in de koelte van het woud1 totdat de avond aanbrak en hij weer onder de menschen optrad1 vriend en vijand leerend en onderrichtend4 ,zoo gingen de dagen van den verlichte1 wiens zwervend leven en aanraking met allerlei personen ons telkens aan ,jezus doet denken1 vredig voorbij4 ,hoe was nu echter het leven van den meester met zijn vertrouwden1 de leerlingen1 die hem vergezelden8 ,waarschijnlijk heerschte er in dien intiemen kring een rustige toon3 een stemming van kalme goedheid en stille vreugde1 die aan der wereld ontvlodenen paste4 ,in dien kring waren voorts de gewone grenzen der maatschappij vrijwel weggewischt4 ,wie geluisterd had naar het woord 7een vaststaande formule71 ,kom1 o monnik1 wl verkondigd is de leer1 wandel in heiligheid1 om aan alle lijden een einde te maken1 dat de ,boeddha tot diegenen richtte1 aan wie hij zijne leer had verkondigd1 wie dus het gele kleed en de tonsuur #dd had aangenomen1 alle familiebetrekkingen had opgegeven1 op geen bezit meer aanspraak maakte en strenge kuischheid in acht nam3 hij maakte deel uit van een gewijden kring1 waarin het casten-onderscheid was opgeheven4 ,evenals1 zeide de verlichte1 rivieren hun naam verliezen1 als zij opgenomen worden in den grooten oceaan1 zoo verliezen ook adelijken en ,brahmanen1 ,vaisya's en ,sudra's hun oude namen1 wanneer zij voor de leer van den ,voleindigde hun huis verlaten4 ,den ouden naam en het oude geslacht hebben zij dan achtergelaten1 voortaan heeten zij slechts asceten1 die den zoon van ,sakya aanhangen #de4 ,merkwaardig is in dit opzicht ook het gesprek1 dat ,boeddha voerde met koning ,ajatasattu4 ,deze vroeg welk loon ten deel viel aan hem1 die zijn huis verliet om een geestelijk leven te leiden4 ,in den loop van dat gesprek zeide de ,verlichte3 ,indien een slaaf of dienaar des konings het gele gewaad aantrekt en als monnik in gedachten1 woorden en werken onberispelijk leeft1 zoudt gij dan zeggen3 laat deze man weder mijn slaaf en dienaar zijn1 die vr mij opstaat en n mij ter ruste gaat1 die op zich neemt wat ik hem gebied1 die voor mijn genoegen leeft1 wat mij aangenaam is spreekt en naar mijn gelaat ziet8 ,toen antwoordde de koning3 ,neen1 ,heer1 ik zou mij voor hem buigen1 voor hem opstaan1 hem uitnoodigen plaats te nemen en hem aanbieden wat hij aan kleeding1 spijze1 beschutting en medicijnen noodig kon hebben2 ik zou hem beschermen en bewaken1 gelijk het behoort4 ,zoo maakte dus het geestelijk gewaad allen gelijk4 ,toch waren het meest de aanzienlijken1 die zich onder ,boeddha's jongeren lieten opnemen2 telkens wordt in de oude teksten gesproken van de zonen van edele geslachten1 die hun huis verlaten om zonder tehuis rond te zwerven4 ,onder ,boeddha's leerlingen waren jonge ,brahmanen als ,sariputta1 ,mogallana1 ,kaccana1 adellijken als ,ananda1 ,rahula1 ,amuruddha1 zonen van groote kooplieden en aanzienlijke beambten1 in een woord meest personen1 die een zorgvuldige opvoeding hadden ontvangen4 ,dit kan ons niet verwonderen als wij in aanmerking nemen dat ook in onze dagen in 't algemeen een beschouwing van het leven als lijden en kwelling veel meer aantrekkelijks heeft voor de aanzienlijken dan voor de eenvoudigen1 die ondanks al hun ontbering in den grond der zaak toch geneigd zijn en blijven het leven als een heilgoed te beschouwen4 ,voor de geringen des volks1 de gestaalden in 's levens strijd was de verkondiging van het smartelijke van alle bestaan niet te vatten en was de leer van oorzaak en gevolg niet te begrijpen4 ,toch1 indien zij wilden toetreden1 zij waren welkom4 ,en1 enkelen lieten zich opnemen in den kring4 ,in de ,theragatha1 7spreuken der oudsten71 worden aan den oudste ,sunita deze woorden in den mond gelegd3 ,uit een onaanzienlijk geslacht ben ik voortgekomen1 ik was arm en behoeftig4 ,nederig was het werk1 mij opgelegd1 de verwelkte bloemen opruimen 7uit tempels en paleizen74 ,ik was door de menschen veracht1 werd voor gering aangezien en gescholden4 ,deemoedig betuigde ik aan velen mijn eerbied4 ,daar aanschouwde ik ,boeddha met zijn monniken1 zooals hij daar heenging1 de held1 in de voorname stad van ,magadha1 mijn last wierp ik af om eerbiedig voor hem te buigen4 ,uit erbarmen voor mij bleef hij staan1 hij1 de hoogste onder de mannen4 ,toen boog ik mij tot aan de voeten des meesters1 trad aan zijn zijde en verzocht hem1 den hoogste onder alle wezens1 mij als monnik aan te nemen4 ,toen sprak de genaderijke meester1 de erbarmer over de gansche wereld3 ,kom tot mij1 monnik1 dat was de wijding1 die ik ontving4 7,sunita vertelt dan verder1 hoe hij zich in het woud terugtrok en daar1 in peinzen verzonken1 de hoogste verlichting bereikte1 zoodat de goden kwamen en hem vereerden47 ,toen zag mij de meester1 terwijl de goden mij omgaven en hij sprak deze woorden3 ,door heiligen gloed en door kuischen wandel1 door intooming en zelfbedwang1 daardoor wordt men tot ,brahmaan1 dat is het hoogste ,brahmanendom4 ,m4 a4 w41 geen caste stond als zoodanig nader bij het hoogste heil dan een andere3 de verlichting kon aan allen ten deel vallen1 kon ook verkregen worden door den geringste des volks4 ,evenals ,paulus zeide3 in ,christus is geen ,jood noch ,griek1 geen slaaf noch vrije1 zoo ook kon ,boeddha zeggen3 in den kring der monniken is geen ,sudra of ,vaisya1 geen ,kshatrya of ,brahmaan4 ,was daarom het ,boeddhisme een soort democratische beweging8 ,wie dat meent1 vergeet dat de ware volgelingen monniken waren1 die de maatschappij de maatschappij lieten en wie het alleen te doen was om het hoogste heil te verwerven4 ,niet om de verdrukten los te maken uit de ketenen van het castewezen1 maar om rijk en arm den weg te banen tot het hoogste heil1 daarom was het bovenal te doen #df4 ,doch1 die dat hoogste heil gevonden hadden3 zij vormden inderdaad een kring1 waarin de oude grenzen waren weggewischt1 al stonden ook hier1 gelijk onvermijdelijk is1 sommigen op den voorgrond4 ,daareven noemden wij reeds ,sariputta en ,mogallana1 die beiden reeds in den aanvang van ,boeddha's werkzaamheid werden gewonnen door zijn prediking en die hem trouw volgden tot aan hun dood1 welke kort voor dien des ,meesters intrad4 ,maar vooral ook moeten wij noemen ,boeddha's neef ,ananda1 tot wien de verhevene zijn laatste woorden sprak1 den discipel1 dien hij boven allen liefhad4 ,deze ,ananda was het ook1 die voor ,boeddha's persoon en voor zijn levensonderhoud dagelijks waakte4 ,een gansch andere rol heeft vervuld ,devadatta1 ,ananda's broeder4 ,dit is de ,judas van het ,boeddhisme1 die den ,meester naar het leven stond4 't ,schijnt dat deze leerling1 door eerzucht gedreven1 in plaats van den reeds vergrijsden meester zelf de leiding der gemeente in handen wilde hebben4 ,hij beproefde op allerlei wijze den verhevene uit den weg te ruimen4 ,doch vruchteloos2 wonderen bewaren het leven des heiligen4 ,uitgezonden moordenaars worden1 als zij ,boeddha naderen1 met vrees en beving geslagen2 vriendelijk spreekt hij hen toe en zij bekeeren zich tot het geloof4 ,als een rotsblok ,boeddha dreigt te verpletteren vangen twee bergspitsen het op3 zoodat slechts zijn voet wordt gewond4 ,als een wilde olifant door een nauwe straat op den verlichte wordt losgelaten blijft hij1 getroffen door de tooverkracht van dien vriendelijken denker eensklaps staan en wijkt terug4 ,heeft ,devadatta werkelijk den verhevene naar 't leven gestaan8 ,onwaarschijnlijk is 't niet1 al bestaat de mogelijkheid dat men ,devadatta1 die hierin van den meester afweek1 dat hij veel strengere ascetische eischen wilde stellen1 ten onrechte dergelijke moordplannen heeft toegeschreven4 ,wat die strengere ascese betreft1 hij verlangde dat een monnik altijd in het woud zijn verblijf zou houden1 terwijl ,boeddha gaarne in de nabijheid van steden en dorpen vertoefde4 ,ook wilde hij dat een monnik slechts leven zou van wat hij op zijn rondgang verzamelde en geen uitnoodiging ter maaltijd van vrome leeken zou aannemen4 ,zijn gewaad1 meende hij verder1 mocht slechts uit opgeraapte lompen zijn samengenaaid1 enz4 ,een tijdlang had dit streven eenig succes1 doch straks leed het geheel en al schipbreuk4 ,eene legende verhaalt zelfs1 dat ,devadatta levend door de hel werd verslonden4 ,wij zagen boven reeds #dg dat volgens de twaalf voorschriften inderdaad eischen1 als die welke ,devadatta verlangde1 aan ,boeddha's volgelingen werden gesteld en de vraag komt bij ons op3 ,ligt er toch misschien in ,devadatta iets van het oorspronkelijke ,boeddhisme dat men later heeft trachten weg te werken en als ondermijning van het gezag des ,meesters te doen beschouwen8 ,en ding schijnt mij wel waarschijnlijk1 namelijk1 dat wij ons de eerste volgelingen van den ,verlichte niet moeten voorstellen als rustig levend in hun viharas'1 #dh maar wel als zwervers1 schamel gekleed1 al kunnen wij niet aannemen1 dat hun gewaad uit opgeraapte lompen moest gemaakt zijn1 en evenmin dat zij niet ter maaltijd mochten gaan4 ,voor deze opvatting pleit vooral het feit1 dat zij1 ook nog in de dagen van koning ,aoka1 die ongeveer tweehonderd jaar na ,boeddha's dood leefde1 niet als zwijgende monniken in kloosters leefden1 maar onder boomen1 en er hun eer in stelden om zooveel mogelijk de onbekeerden door hun woord tot bekeering te brengen4 ,de onbekeerden tot bekeering te brengen1 dat geschiedde ook in de dagen van den verlichte zelf4 ,doch niet allen traden toe tot den kring der jongeren met zijn gestrenge eischen van kuischheid1 armoede en gehoorzaamheid4 ,wij zagen dat er ook waren die1 als koning ,bimbisara #di hun toevlucht namen bij ,boeddha1 ,dharma1 ,sangha 7de ,verlichte1 de ,leer1 de ,gemeente71 zonder hun maatschappelijk leven en hun huiselijk bestaan te veranderen4 ,zij werden de weldoeners en verzorgers der monniken2 ook zij1 als zij wandelden in eenvoud en in onderdrukking van aardsche hartstochten en begeerten1 konden een stap nader komen tot het ,nirvana1 het hoogste heil4 ,zij waren voor de ,boeddhisten wat ,maria en ,martha1 wat een ,nicodemus en ,jozef van ,arimathea waren voor ,jezus en de zijnen4 ,ook waren zij van den aanvang af onmisbaar2 hoe konden der wereld ontvloden monniken leven zonder arbeid1 indien geen vrome vrienden en vriendinnen hen verzorgden van de nooddruft des levens8 ,onder die leeken-vrienden waren ook vele vrouwen4 ,als een type dezer vrome vriendinnen kunnen wij beschouwen de voortreffelijke ,visakha1 wier beeld ons met zooveel liefde in de ,boeddhistische overleveringen wordt geteekend4 ,zij was een rijke burgervrouw in ,savatthi1 de hoofdstad van het land ,kosala3 de moeder van bloeiende kinderen1 de grootmoeder van vele zonen4 ,algemeen geerd werd zij bij elken maaltijd1 bij ieder feest genoodigd3 haar werden steeds het eerst de spijzen aangeboden1 zij werd beschouwd als een gast1 die geluk aanbrengt4 ,in de ,mahavagga vinden wij over haar het volgende verhaal1 dat ons een aanschouwelijk beeld geeft en ons tevens doet zien1 dat ook de ,boeddhisten het woord verstonden3 het is zaliger te geven dan te ontvangen4 ,op zekeren dag dan neemt ,boeddha zijn maaltijd in het huis van ,visakha4 ,na den maaltijd zet deze zich naast hem neer en zegt3 ,acht wenschen verzoek ik van den verhevene4 ,de voleindigden1 ,visakha1 luidt het antwoord1 zijn te verheven om iederen wensch te kunnen vervullen4 ,doch wel wat geoorloofd is1 ,heer1 en wat niet misprezen kan worden4 ,zoo spreek1 ,visakha4 ,ik wensch1 o heer1 mijn leven lang de gemeente regengewaden te geven1 vreemde monniken voedsel te reiken1 doorreizende monniken te spijzigen1 kranke broeders te eten te geven1 ziekenverplegers te voeden1 zieken medicijnen te geven1 dagelijks rijstebrij te verdeelen en aan de nonnen badgewaden te schenken4 ,waarom vraagt gij1 ,visakha deze dingen aan den voleindigde8 ,zij geeft daarop rekenschap1 waarom zij aan deze wenschen zooveel waarde hecht4 ,o4 a4 zegt zij4 ,een monnik die uit den vreemde komt1 kent de wegen niet en loopt vermoeid rond om zijn aalmoezen in te zamelen4 ,heeft hij nu echter genoten1 wat ik voor deze vreemdelingen bestemmen wil1 dan kan hij eerst uitrusten en vervolgens1 als hij uitgerust is1 aalmoezen inzamelen4 ,dit doel1 o heer1 heb ik in het oog en daarom wil ik mijn leven lang de doortrekkende monniken voedsel geven4 ,en wederom1 heer1 een doortrekkende monnik zal1 als hij zelf zijn voedsel moet zoeken1 achterblijven van zijn gezelschap of1 waar hij rust wilde houden1 zal hij moede door de straat gaan4 ,heeft hij echter de spijzen genoten1 die ik aan de doortrekkende monniken wil schenken1 dan zal hij niet achterblijven2 waar hij rust wil houden zal hij op tijd aankomen en uitgerust zal hij door de straten gaan4 ,zoo legt zij vervolgens het doel van al hare acht wenschen uit en de verlichte spreekt3 ,edel1 ,visakha1 edel handelt gij1 dat gij1 naar dezen prijs trachtend1 den voleindigde bidt om vervulling uwer wenschen4 ,ik sta u1 ,visakha1 uwe acht wenschen toe4 ,en dan prijst hij haar met de volgende woorden3 ,die spijs en drank verleent1 van eed'le blijdschap vol4 ,des heil'gen leerling1 rijk aan deugden1 ,die zonder afgunst gaven schenkt om 't hemelsch loon1 ,die smarten stilt1 die vreugde steeds verspreidt1 ,verkrijgt des hemels heerlijk lot4 ,zij wandelt voort op 't pad des lichts1 't gepreez'ne4 ,van smarten vrij geniet zij langen tijd1 ,het heerlijk loon der goede daad in 't zalig hemelrijk4 ,in deze ,visakha vonden wij een type van vrouwen die1 zooals het in het ,n4 ,testament zou heeten den ,heer dienden van hare goederen4 #ej ,overigens moeten wij niet meenen dat ,boeddha de vrouwen hoog stelde1 al is b4v4 in het ,boeddhistische ,birma de praktijk beter dan de theorie4 ,neen1 eene van de leerstukken van het ,boeddhisme is dat de vrouw1 voor zij tot het hoogste heil kan geraken1 altijd weer eerst als man in de wereld moet komen4 ,toch werd de vrouw in oud-,indi geerd4 ,de afsluiting der vrouw van het maatschappelijk leven1 door latere zeden gewettigd1 was ook in het oude ,indi niet zoo sterk4 ,integendeel1 de vrouwen namen deel aan het geestelijk leven van hun volk3 de edelste dichters toonen ons dat het oude ,indi de waarde der vrouw gevoelde en haar bewonderde en eerde4 ,boeddha echter vond de vrouwen een gevaar3 in haar waren verpersoonlijkt alle machten der verleiding1 die den geest binden aan deze wereld4 ,ondoorgrondelijk zoo leert de moraal van een oude vertelling1 verborgen1 als de weg van den visch in het water1 zoo is het wezen der vrouwen1 der uitgeslapen rooverinnen1 bij wie de waarheid moeilijk is te vinden1 voor wie de leugen is als de waarheid en de waarheid als de leugen4 ,en wat dunkt u van het volgende gesprek van ,boeddha en ,ananda8 ,de laatste vraagt3 ,hoe zullen wij ons tegenover eene vrouw gedragen8 ,haar aanblik vermijden1 ,ananda4 ,maar als wij haar toch zien1 wat moeten wij dan doen8 ,niet tot haar spreken1 ,ananda4 ,en als wij toch tot haar spreken1 wat dan8 ,dan moet gij over uzelven waakzaam zijn1 ,ananda4 ,boeddha ging er dan ook slechts noode--na herhaald aandringen zijner pleegmoeder #ea--toe over om vrouwen als zijne leerlingen in de orde op te nemen1 en gaf tegen ,ananda te kennen1 dat het heilige leven en de heilige leer zonder vrouwen #ajjj jaar1 met haar slechts #ejj jaar zou kunnen bestaan4 ,zoo was ,boeddha's geest3 en de nonnen stonden ook altijd bij de monniken ten achter1 zij werden geduld1 veel meer ook niet4 ,merkwaardig is het dat ook in den tegenwoordigen tijd tegenover tallooze ,boeddhistische monniken in ,birma--ieder heeft daar zijn klooster--slechts weinige nonnen worden gevonden4 ,en wel1 omdat blijkbaar dat strenge en koude haar niet aantrekt4 ,een vrouw1 zegt de ,boeddhist in ,birma ook nog heden1 begrijpt het zoo niet4 't ,kan ons niet verwonderen als wij bedenken dat er zoo weinig gemoedelijks in dezen godsdienst is1 hoe hoog hij overigens moge staan4 ,hebben wij stilgestaan bij ,boeddha's vrienden1 wij vragen thans1 met welke vijanden had hij te strijden8 ,allereerst met de priesterlijke ,brahmanen1 wier instellingen en positie in strijd waren met zijn beginselen en die hij geenszins ontzag4 ,openlijk sprak toch de ,verlichte het uit1 dat hij aan offers geen waarde hechtte1 ja1 dat de deugd der ,ahinsa 7eerbied voor het leven7 het dooden van dieren verbood4 ,onomwonden kwam hij op tegen den waan dat de ,brahmaan als zoodanig nader zou staan bij het hoogste heil3 het achtvoudige pad1 dat naar ,nirvana leidde1 stond voor iedereen open4 ,niet minder verhief hij zich tegen het zweren bij schriftgeleerdheid1 tegen de meening als ware het genoeg de woorden van de ,veda's in het hoofd te hebben4 ,wie1 zeide ,boeddha1 de liederen en spreuken der oude wijzen nabidt en zich dan zelf een wijze dunkt1 die is even als een slaaf of gering mensch1 die zich op de plaats stelt1 waar de koning tot zijn gevolg sprak1 dezelfde woorden bezigt en zich nu ook een koning dunkt4 #eb ,de scholier gelooft wat de meester gelooft1 de meester wat hij van vroegere meesters ontvangen heeft4 ,we zien hierin hoe hij het autoriteitsgeloof verwierp4 ,hoe hij over het offer dacht1 daarvan hebben wij een merkwaardig verhaal1 dat aldus luidt3 ,boeddha had eens een gesprek met een aanzienlijk ,brahmaan1 die hem vroeg wat de eigenschappen waren van een goed offer4 ,als antwoord verhaalt ,boeddha dan de geschiedenis van een wijs en gelukkig koning uit oude dagen1 die1 na vele overwinningen te hebben behaald en de heele wereld te hebben veroverd1 het besluit nam een groot offer aan de goden te brengen4 ,hij liet zijn huispriester komen en vroeg dezen hoe hij zijn voornemen het geschiktst zou volvoeren4 ,de priester vermaande hem1 om vr zijn offer te brengen eerst in zijn rijk rust1 welstand en veiligheid te doen wonen4 ,hij gaat dus niet tot het offeren over1 voor hij alle schade heeft hersteld4 ,en bij zijn offer verwoest men geen levens van bezielde wezens1 geen rund of schaap wordt geslacht4 ,de dienaren des konings doen hun werk bij het offer niet onder tranen en door dwang3 vreezend voor den stok der opzieners3 ieder doet vrijwillig1 wat zijn eigen hart hem ingeeft4 ,melk1 olie en honig worden aangebracht en zoo wordt het offer des konings der godheid geboden4 ,er is echter1 zegt ,boeddha1 nog een hooger en gezegender offer1 ook gemakkelijk te brengen3 als men gaven schenkt aan vrome monniken1 woonplaatsen verschaft aan ,boeddha en zijn gemeente4 ,en nog hooger offer is het3 als men met een geloovig hart bij ,boeddha1 bij de leer en bij de gemeente 7,boeddha1 ,dharma1 ,sangha7 zijn toevlucht neemt1 als men geen wezen van het leven berooft1 leugens en bedrog verre van zich houdt4 ,nog hooger offer is het1 als men als monnik van vreugde en leed beide afscheid neemt en in heilige rust peinzend zich verdiept4 ,het hoogste offer dat een mensch kan brengen en tevens de grootste zegen1 die hij kan verwerven is echter3 als hij de verlossing bereikt en de zekerheid krijgt3 ik zal niet weer tot deze wereld terugkeeren4 ,dat is de hoogste voleindiging van alles wat offer heet4 ,de ,brahmaan1 die zelf een groot offer had willen brengen en honderde dieren daarvoor in gereedheid hield1 nam geloovig deze prediking aan en sprak3 ,ik neem mijn toevlucht bij ,boeddha1 bij de leer en bij de gemeente4 ,de dieren1 zoo sprak hij1 laat ik vrij1 mogen zij het groene gras genieten1 koel water drinken1 moge de frissche wind hen omzweven4 ,nam ,boeddha het op tegen het brengen van offers1 misprees hij den castengeest en het gezagsgeloof1 niet minder stond hij tegenover vele asceten1 die in eindelooze zelfkwelling en zelfkastijding den weg des heils meenden te bereiken4 ,hij immers wist uit eigen smartelijke ervaring dat zichzelf te kwellen vruchteloos was4 ,hem was het geworden tot een heilige zekerheid1 dat geen vasten de aardschgezinde gedachten of hartstochten doet verdwijnen4 ,neen1 het werken aan opbouwing van zijn geestelijk leven1 het trachten naar kennis1 dat is het1 wat de overwinning geeft en de kracht tot dezen goeden strijd vindt men in een leven1 dat even ver verwijderd is van weelde als van ontbering en zichzelf opgelegde smart4 ,zoo waren de gedachten van ,boeddha1 die tegenover de ziekelijke afdwalingen van het ,indische ascetisme op den naam van gezonde opvattingen mogen aanspraak maken4 ,boeddha staat hier tegenover zijn tijdgenooten als de man van praktijk en gezond verstand4 ,moeten wij dat echter zoo verstaan1 dat hij feitelijk alle geloof aan ,god en een hooger leven als bijgeloof verwierp8 ,sommigen oordeelen zoo en geven ons van ,boeddha een beeld als van een godloochenaar of minstens een positivist uit langvervlogen dagen4 ,feitelijk1 zoo roepen zij ons toe1 geloofde ,boeddha aan geen ,god en geen volgend leven4 ,zijn ,nirvana1 het einddoel1 was eigenlijk het ophouden van alle bestaan1 zijn ,god was slechts de eeuwige wet van oorzaak en gevolg1 waarvan alleen 't ,nirvana verlost4 ,wij zullen wellicht later nog uitvoeriger op deze belangrijke punten terug komen4 ,nu merken wij alvast op3 #a;e dat het ,boeddhistische geschrift1 ,brahmajala sutta geheeten1 waarin vooral ,boeddha als een soort scepticus optreedt1 door vele bevoegde beoordeelaars niet gerekend wordt tot de geschriften van het oorspronkelijk ,boeddhisme1 maar van de zoogenaamde ,mahayana1 7de groote overtocht7 een latere ontwikkeling 7of verbastering87 van ,boeddha's leer1 en dat er een sterk en welgegrond vermoeden bestaat1 dat de invloed der ,mahayana bij meer geschriften1 die een gelijken indruk van ,boeddha ons geven1 is in het spel geweest4 #b;e4 dat wij zeer eigenaardige episoden uit ,boeddha's leven bezitten1 waarin een gansch andere geest doorstraalt1 en waaruit wij de conclusie trekken1 dat ,boeddha met dat komen tot de verlossing1 dat hij1 zooals wij daareven zagen aanprijst als het hoogste offer1 niet bedoelt een verlost worden van het bestaan1 maar het verheven zijn boven het koortsachtige1 rustelooze1 dat het zoeken van het eigen ik aan 't leven geeft1 een zijn1 dat zoo verheven is1 dat ook ,boeddha zich aan geen beschrijving waagt1 en dat hij het niet vergeleken wil hebben met leven in den meer gewonen zin des woords4 ,willen wij trouwens voor het woord ,nirvana een ,nederlandsch gewaad zoeken1 dan moeten wij bedenken dat het staat1 geenszins tegenover leven1 maar tegenover dorst 7trishna7 tegenover het begeeren1 dat altijd weer de ziel verteert en onrustig maakt4 ,en dan drukt het woord dat ,f4 ,ortt #ec er voor geeft de groote vrede1 het best ,boeddha's gedachten uit4 ,doch laten wij tot bevestiging van onze opvatting ,boeddha's getuigenis zelve hooren4 ,boeddha dan verklaart zekeren asceet en philosoof ,makkhali ,gosala voor den ergsten aller dwaalleeraars4 #ed ,wat nu leerde deze8 ,o4 a4 dat de mensch geen vrijen wil had4 ,hij zeide namelijk3 ,er is geen macht 7om te handelen71 er is geen kracht1 de mensch heeft geen invloed1 alle wezens1 alles wat ademt1 al wat is1 al wat leeft is onmachtig1 machteloos1 krachteloos1 door toeval1 door leiding1 door natuur wordt het naar zijn doel gevoerd4 ,ieder wezen1 leerde deze leeraar verder1 maakt een bepaald aantal wedergeboorten door1 aan wier slot zoowel de dwaas als de wijze het einde des lijdens bereikt4 ,had ,boeddha z over diens leer kunnen spreken als hij zelf een verkapt loochenaar van ,god en een hoogere wereld was geweest8 ,immers neen4 ,en wat dunkt u1 lezer1 van de volgende gelijkenis van den verhevene8 ,eens1 zoo sprak ,boeddha1 was daar een blind geboren man1 die zeide3 ,ik kan niet gelooven in een wereld van verschijnselen4 ,kleuren die helder of dof zijn bestaan niet4 ,daar is geen zon1 geen maan1 geen sterren4 ,niemand heeft daarvan goede getuigenis4 ,zijn vrienden beknorden hem1 doch hij herhaalde dezelfde woorden4 ,in die dagen was daar een ,rishi1 die het innerlijk gezicht had1 hij ontdekte op de helling van de ,himalaya vier kruiden1 die de macht hadden om den man1 die blind geboren was te genezen4 ,hij zocht die op1 bereidde ze met zijn tanden en diende ze toe4 ,eensklaps riep de blindgeborene3 ,ik zie kleuren en verschijnselen4 ,ik zie schoone boomen en bloemen4 ,ik zie de heldere zon4 ,niemand heeft ooit te voren zoo iets aanschouwd4 ,daarop kwam er een heilig man tot den blind geboorne en sprak tot hem3 ,gij zijt ijdel en trotsch en bijna even blind als voorheen4 ,gij ziet de buitenzijde der dingen1 niet de binnenzijde4 ,hij1 wiens bovennatuurlijke zintuigen zijn ontwaakt ziet de lazuren velden van de ,boeddha's van het verleden1 hij hoort hemelsche geluiden op vijf yogana's afstand4 ,ga naar een woestijn1 of een woud1 of een hol in de bergen en overwin uw dorst naar aardsche dingen4 ,de blindgeboorne gehoorzaamde en de parabel eindigt met deze uitlegging3 ,boeddha is de oude ,rishi1 de vier kruiden zijn de vier groote waarheden4 #ee ,hij brengt de menschen van het lager leven af en opent de oogen der blinden4 ,wij zien duidelijk hieruit1 dat ook het mystieke--trouwens wij mogen hier1 gelet op wat de wetenschap in onze dagen leert over telepathie1 clairvoyance enz4 en op wat getuigenissen uit alle eeuwen bevestigen1 van gezonde mystiek spreken--bij ,boeddha geenszins ontbrak en dat het doel dat hij zich met zijn leerlingen voorstelde geen ander was dan hen van het aardsche los te maken en tot het hooger leven te brengen4 ,in dat denkbeeld worden wij bevestigd door de ,samana ,phala ,sutta4 #ef ,daar leert ,boeddha ongeveer het volgende3 ,de mensch heeft een lichaam1 saamgesteld uit de vier elementen4 ,dit lichaam is de vrucht van de vereeniging van zijn vader en van zijn moeder4 ,het wordt gevoed met rijst en meelpap en kan worden verminkt1 gekruisigd1 vernietigd4 ,in dit vergankelijk lichaam is des menschen verstand geketend4 ,de asceet1 zichzelf dus opgesloten gevoelend1 richt zijn geest op het scheppen van een vrijer hulsel4 ,in gedachten stelt hij zich voor een ander lichaam1 geschapen naar het beeld van dit stoffelijke1 met een vorm1 organen en leden4 ,dit lichaam staat tot het stoffelijke als het zwaard tot de scheede1 of als de slang tot de mand waarin zij is opgesloten4 ,de asceet dan1 gereinigd en volmaakt1 begint bovennatuurlijke krachten te ontwikkelen4 ,hij vindt zich in staat om door materieele hindernissen als muren en wallen heen te dringen1 hij kan zijn beeld zichtbaar maken op meerdere plaatsen te gelijk1 hij kan op het water wandelen zonder er in te zinken1 hij kan door de lucht vliegen als een grootvleugelige valk1 ja1 hij kan deze wereld verlaten en die van ,brahma zelf bereiken4 ,door deze kracht van zijn wil verwerft hij zich nog een ander vermogen3 evenals de ivoordraaier een olifantstand bewerkt volgens zijn phantasie1 zoo kan ook hij door zijn gedachten beelden oproepen #eg4 ,hij verkrijgt het vermogen om te hooren de geluiden der onzienlijke wereld even duidelijk als die van de zienlijke wereld--ja nog duidelijker4 ,ook is hij--door de macht van ,manas #eh--;in staat de meest geheime gedachten van anderen te lezen en hun karakter te zien4 ,hij kan zeggen3 ,hier is een geest1 door hartstocht bestuurd1 daar is een geest1 die bevrijd is 7van de hartstocht74 ,deze man heeft eed'le doeleinden1 die man heeft geen doel in het oog4 ,evenals een kind zijn oorringen in het water ziet en zegt3 ,dit zijn mijn oorringen1 zoo erkent de gereinigde asceet de waarheid4 ,voorts komt dan over hem de gave van het goddelijk gezicht en hij omvat met zijn blik al wat menschen doen op aarde en na hun dood en wanneer zij wederom geboren zijn4 ,dan ontsluiert hij de geheimen van het heelal en waarom de menschen ongelukkig zijn en hoe hun ongeluk kan ophouden4 ,zien wij hierin niet1 dat het geenszins aangaat ,boeddha voor een athestisch gekleurd vrijdenker te houden8 #ei ,men hoore ook het volgende uit de ,tevigga ,sutta1 een ander ,cingaleesch werk4 ,toen ,boeddha te ,manasakata vertoefde1 in het mangowoud1 kwamen tot hem drie ,brahmanen1 in de ,veda's wel onderwezen1 om hem te raadplegen over de vereeniging met den eeuwigen ,brahma4 ,zij vragen hem of zij op den rechten weg zijn om die vereeniging te bereiken4 ,boeddha antwoordt niet rechtstreeks4 ,hij onderstelt een vreemd geval4 ,een man is verliefd geworden op de allerschoonste vrouw van het land4 ,dag en nacht droomt hij van haar1 doch1 nimmer heeft hij haar aanschouwd4 ,hij weet niet of zij lang is of kort1 of zij tot de ,brahmanen of tot de ,sudra's behoort1 of zij blank is of bruin1 zelfs haar naam kent hij niet4 ,dan vraagt hij de ,brahmanen of dit verhaal over die vrouw een wijze of een dwaze vertelling is4 ,zij erkennen dat het zottepraat is4 ,boeddha past nu dezelfde redeneering op de ,brahmanen zelf toe4 ,en de ,brahmanen1 onderwezen in de drie ,veda's1 moeten bekennen1 dat zij ,brahma nimmer hebben gezien1 niet weten of hij lang is of kort1 noch iets wezenlijks omtrent hem en dat alles wat zij zeggen over vereeniging met hem1 dwaze praat is4 ,zij gaan een trap op1 waarin eene kromming is en weten niet of zij een woning of een afgrond zullen bereiken4 ,zij staan op den oever eener rivier en roepen den anderen oever op om tot hen te komen4 ,was ,boeddha de athestische leermeester1 dien velen in hem zien1 dan had hij hier een schoone gelegenheid gehad om zijn inzichten te doen kennen4 ,de ,brahmanen1 had hij dan kunnen zeggen1 weten niets van ,brahma1 om de eenvoudige reden1 dat zulk een wezen niet bestaat4 ,doch juist dit doet ,boeddha geenszins4 ,hij tracht te bewijzen dat de ,brahmanen daarom niets weten van ,brahma1 omdat deze zuiver geestelijk is en zij zuiver stoffelijk zijn4 ,vijf sluiers1 zegt ,boeddha1 bedekken ,brahma voor het sterfelijk oog4 ,zij zijn3 #a4 ,de sluier van lust en begeerte4 #b4 ,de sluier van boosheid4 #c4 ,de sluier van luiheid en traagheid4 #d4 ,de sluier van trots en eigengerechtigheid4 #e4 ,de sluier van twijfelzucht4 ,dan gaat ,boeddha voort en vraagt3 ,bezit ,brahma vrouwen en rijkdom8 ,neen1 ,gautama antwoordt ,vasettha de ,brahmaan4 ,is zijn geest vol van toorn1 of vrij van toorn8 ,vrij van toorn1 ,gautama4 ,vol van boosheid1 of vrij van boosheid8 ,vrij van boosheid1 ,gautama4 ,is zijn geest bedorven1 of zuiver8 ,zuiver1 ,gautama4 ,heeft hij zelfbeheersching1 of niet8 ,hij heeft die1 ,gautama4 ,dan doet hij de ,brahmanen vragen over henzelven3 ,zijn de ,brahmanen1 geleerd in de drie ,veda's1 zijn zij in het bezit van rijkdom1 of zijn zij dat niet8 ,zij zijn het1 ,gautama4 ,dragen zij iemand een kwaad hart toe1 of niet1 ,gautama8 ,zij doen dat1 ,gautama4 ,zijn zij zuiver van hart of niet8 ,zij zijn het niet1 ,gautama4 ,hebben zij heerschappij over zichzelf1 of niet8 ,zij hebben die niet1 ,gautama4 ,deze antwoorden stellen1 gelijk men begrijpt1 in het licht1 dat er geen vereeniging kan bestaan tusschen zoo verschillende wezens als ,brahma en de ,brahmanen4 ,brahma is vrij van alle verkeerdheid1 zondeloos1 zichzelf meester1 dus kan alleen hij1 die zonder zonde is1 hopen met hem in overeenstemming te komen4 ,vasettha stelt vervolgens deze vraag3 ,mij is gezegd ,gautama1 dat de asceet ,gautama den weg weet tot den staat van vereeniging met ,brahma8 ,ik ken ,brahma ,vasettha1 is ,boeddha's antwoord1 ik ken de wereld van ,brahma1 en den weg die er heenvoert4 ,daarop vraagt de verootmoedigde1 in de drie ,veda's onderwezen ,brahmaan1 aan ,boeddha3 hem den weg te wijzen tot den staat van vereeniging met ,brahma4 ,boeddha geeft een uitvoerig antwoord3 een scherpe tegenstelling makend tusschen het hooge en het lage ,brahmanendom1 tusschen de aan huizen gehechte en de huislooze ,brahmanen4 ,die eersten1 de huis-,brahmanen1 zijn ruw1 zinlijk1 gierig1 onoprecht4 ,om winst beoefenen zij de zwarte kunst1 de waarzeggerij en bedrog4 ,zij weten bij koningen gehoor te krijgen1 broeden oorlogen uit1 voorspellen overwinningen1 offeren levens op1 berooven de armen4 ,als een tegenbeeld daarvan schildert hij den kluizenaar1 die alle wereldsche dingen heeft verzaakt en zuiver1 zichzelf meester1 gelukkig is4 ,om dit hooger leven aan de menschen te leeren wordt van tijd tot tijd een ,tathagatha 7voleindigde7 in de wereld geboren1 gezegend en waardig1 overvloeiende van kennis1 een gids voor dwalende stervelingen4 ,hij ziet aangezicht tot aangezicht het gansch heelal1 de geesten-wereld van ,brahma en die van ,mara1 den verzoeker4 ,hij deelt aan anderen zijne kennis mede4 ,de eerste huislooze door hem onderricht doet zijn geest een vierde der wereld doordringen met erbarming1 sympathie en gelijkmoedigheid1 verreikend1 groot1 bovenmatig4 #fj ,waarlijk1 dit is1 o ,vasettha1 de weg tot den staat van vereeniging met ,brahma en hij verkondigt dat de ,bhikshu of ,boeddhistische bedelmonnik1 die vrij is van toorn1 vrij van kwaadwilligheid1 zuiver van geest1 meester over zichzelf1 na zijn dood1 als het lichaam ontbonden is1 met ,brahma zal vereenigd worden4 ,de ,brahmanen gevoelen dan de volle kracht van dit woord4 ,boeddha is in hun oog geen afbreker1 maar een behouder van het geloof4 ,hij houdt het met den ouden geestelijken godsdienst tegenover alles mesleepende nieuwigheidsleeraars4 ,gij hebt overeind gezet1 wat was ter neder geworpen zeggen zij tot hem4 ,zoo zien wij hier ,boeddha als diengene1 die den geestelijken godsdienst weer opricht1 door de ,brahmanen onder vormen verstikt1 evenals ,jezus weer opvatte wat door ,israls profeten1 die de eischen des levens op den voorgrond stelden was geleerd1 doch door de ,joodsche schriftgeleerdheid was nedergeworpen4 ,doch hij deed nog meer1 dat ons aan ,jezus doet denken4 ,evenals deze ons geteekend wordt vol liefde voor gevallenen en verworpenen zoo hebben wij ook van het licht van ,azi treffende verhalen1 die in het licht stellen zijn liefde ook voor ver verdoolden4 ,in de ,chineesche ,dhammapada lezen wij van een schoone zondares1 die van ,boeddha had vernomen en die op weg ging om zijne prediking te hooren4 ,op weg zag zij echter in een bron haar schoon gelaat en zij was niet in staat om haar goede voornemen uit te voeren4 ,toen zij terugkeerde1 werd zij ingehaald door een andere courtisane1 schooner nog dan zij zelve1 en zij reisden te zamen4 ,toen zij een oogenblik rustten bij een andre bron1 werd de vreemdelinge door slaap bevangen en legde zij haar hoofd op den schoot van haar medereizigster4 ,eensklaps werd het schoon gelaat wasbleek als een lijk1 een walgelijk lokaas voor afschuwelijke insecten4 ,de vreemdelinge toch was de groote ,boeddha zelf1 die deze gestalte had aangenomen om de arme ,pundari te bekeeren4 ,daar is een schoonheid1 die gelijkt op een fraaie kruik met vuil gevuld3 een schoonheid die aan oogen1 neus1 mond1 lichaam toebehoort4 ,het is die vrouwelijke schoonheid1 welke leed brengt1 huisgezinnen verdeelt1 kinderen doodt4 ,deze woorden voorzeker1 door den ,meester bij een andere gelegenheid geuit1 geven den zin weder van dit verhaal en drukken den geest des ,meesters uit4 ,wij zagen reeds dat deze noch aan offers1 noch aan zelfkastijding waarde hechtte1 daar dit de weg niet kon zijn om verlost te worden van het lijden4 ,daartegenover legde hij allen nadruk op het streven van den mensch zelf4 ,werk uws zelfs zaligheid dat kan een spreuk wezen van ,boeddha evengoed als ,in eigen hand ligt eigen lot4 ,een en ander leert hij dan ook uitdrukkelijk1 geen uitwendige ceremonin kunnen baten1 geen geloof of gebed kan het doen1 zelf moet de mensch den weg bewandelen tot het heil4 ,ook de ,tathagatha's zijn enkel predikers1 zelf moet gij een poging doen4 #fa ,nauw in verband met deze meer verhevene opvatting van het heil staat zijne erkenning van de onafwendbare gevolgen die het kwaad heeft op des menschen persoonlijkheid zelve3 slechts onze tijd heeft hem hierin gevenaard4 ,wel leert ,boeddha geen eeuwige straf3 ook aan ,devadatta1 den ,judas van het ,boeddhisme wordt vergiffenis geschonken1 doch1 ,boeddha kan de gevolgen van zijn booze daden niet wegnemen1 deze moeten langzamerhand worden opgeheven in de zuiveringsprocessen van het hiernamaals4 ,boeddha kent niet de theorie dat een dwaze dweeper op zijn sterfbed eensklaps de rijke liefde en de verheven kennis van een engel zou deelachtig worden4 ,in een volgend leven komt iemand juist in zulk een toestand van geest en gemoed1 als die waarin hij voordezen verkeerde1 anders is zijn persoonlijkheid verwoest4 ,dat noemt men de wet der gerechtigheid 7,karma74 ,deze leer van ,boeddha is grillig verdraaid door sommigen van zijn volgelingen1 doch zijn eigen woorden zijn snijdend klaar3 ,een fout1 welke men bedreven heeft is als melk1 die niet op ns zuur wordt4 ,langzaam en zachtkens1 als vuur onder de asch zal zij den dwaas verderven4 ,beide een goede en een slechte daad moeten rijp worden en hunne onvermijdelijke vruchten voortbrengen4 #fb ,hoe ,boeddha dit meent1 heeft hij aangewezen in een schoone gelijkenis4 ,daarin worden de gevolgen van het kwaad afgebeeld als een ijzeren vesting der kwelling en de zonden als schoone vrouwen1 die den mensch naar dezen zijnen ondergang lokken4 ,alles in dit verhaal doet bij den eersten aanblik denken aan een tooversprookje uit de ,duizend en ,een ,nacht 7trouwens we zien dikwijls diepe waarheden in zulk een potischen vorm gehuld door de ,indirs71 koel wuiven de palmen van een schoon eiland en in een heerlijk paleis wordt de slechte zoon1 die naar goud zoekt1 door vrouwen van bovenaardsche bekoorlijkheid bewaaierd4 ,hij heeft gesmaakt de onwaardige genietingen van ,kamaloa 7de lagere wereld7 en geniet ze voor een tijd4 ,van eiland tot eiland gaat de reiziger voort1 ieder volgend eiland is schooner dan het vorige1 maar ieder is weer dichter bij de stad der boete1 de stad met ijzeren muren4 ,doch3 die hem daarheen drijft is geen ,ahriman1 geen duivel3 neen1 de wet van oorzaak en gevolg drijft hem voort4 ,evenwel3 daar is geen duivel1 dien ,boeddha niet kan verzachten1 zelfs tot in de hel ,avichi is er geen schuilhoek1 waar zijn groote liefde niet kan doordringen4 ,elk1 zoo laat ,edwin ,arnold #fc1 den ,boeddha zeggen1 en wij nemen die woorden over omdat zij zoo goed zijn geest uitdrukken3 ,elk heerscht in eigen kring1 zoo mensch als ,god1 ,want al wat leeft1 daarboven1 hier omlaag1 't ,zij groot of klein1 schept door zijn eigen dan ,zijn lot1 zijn lust1 zijn plaag4 ,wat was1 bepaalt wat is of worden zal1 ,het beet're1 't mind're1 ontwikkeling1 nieuw begin444 ,in blijde heem'len oogsten d'englen 't loon1 ,van eed'le daden in2 ,in d'onderwereld dragen duiv'len 't pak ,van vroeger boos bedrijf4 ,het goede1 't kwaad1 't ,wordt alles door den tijdstroom meegevoerd1 ,niets blijft in d'eigen staat4 en zegt hij later van die wet der gerechtigheid1 7,karma73 #fd ,zoo dwingt haar wet ons tot gerechtigheid4 ,niet n kan haar weerstaan4 ,volgt haar gedwee1 ,liefde is haar innigst wezen en het doel1 ,dat zij beoogt3 ,volmaking1 ,rust en ,vre4 ,liefde is haar innigst wezen4 ,zij was ook het innigst wezen van den ,boeddha4 ,al zien wij in zijn persoon niet dat gemoedsleven dat een ,jezus kenmerkt1 toch vervult ons de gestalte van dien koningszoon1 die alle aardsche banden breekt om der menschheid het heil te prediken1 die vol is van medelijden1 met diepen eerbied en wij kunnen ons begrijpen dat zijn volgelingen zeiden dat hij was ,god1 geopenbaard in de gestalte van barmhartigheid4 ,wij kunnen ons niet voorstellen dat zijn beeld1 ons zoo treffend geteekend1 slechts een mythe zou zijn3 er moet een verheven karakter zijn geweest om denkbeelden te verkondigen1 die zoo ver waren verheven boven zijn tijd4 ,nooit verandert zijn verheven welwillendheid4 ,hij bekeert de verdorvenste zondaars4 ,hij spreekt tot de dochters der zonde4 ,als hij de aarde bezoekt is het licht tot in de diepste der hellen1 hij maakt duivelen en goede menschen beide gelukkig4 ,een dwaas beleedigt hem4 ,mijn zoon antwoordt hij beleediging tegen den hemel is als speeksel1 dat men tegen het uitspansel richt3 het keert terug op wie het uitwerpt4 ,een ,tathagatha1 zegt hij tot zijne leerlingen1 kan door slechte daden en beleedigingen niet worden vertoornd3 deze kunnen alleen zijn barmhartigheid en liefde verdubbelen4 ,bedenken wij nu daarbij dat het beginsel der vergelding 7oog om oog1 tand om tand7 de politiestok was voor de maatschappij van die dagen1 dat oorlog1 plundering en wraak aan geheele kringen eigen waren als dagelijksch bedrijf en broodwinning1 hoe verheven klinken ons dan tegen woorden als deze3 ,slechts door liefde bedwingen wij wrok4 ,door goed alleen overwinnen wij kwaad4 ,de heele wereld vreest geweld4 ,alle menschen beven in tegenwoordigheid van den dood4 ,doe aan anderen wat gij wilt dat zij u zouden doen4 ,dood niet4 ,veroorzaak geen dood4 ,zeg geen harde woorden tot uw buurman4 ,hij toch zal u antwoorden in denzelfden toon4 ,zij die zeggen3 ,ik ben verongelijkt en uitgetart1 ik ben geslagen en geplunderd zullen nooit ophouden te haten4 ,wat de haat in de wereld kan doen ophouden is niet de haat1 maar de afwezigheid van haat4 ,als gij--evenals een trompet1 die in den krijg is vertreden--geen klagelijk geluid meer voortbrengt1 dan hebt gij ,nirvana bereikt4 ,stil zal ik misbruik verduren evenals de strijd-olifant de pijl van den schutter ontvangt4 ,de mensch1 die ontwaakt is1 gaat niet op wraak uit1 maar vergeldt met vriendelijkheid zelfs wie hem onrecht doet3 evenals de sandelboom zijn geur nog meedeelt aan de bijl van den houthakker1 die hem velt4 ,hebben deze schoone uitspraken vooral betrekking op het kwaad met goed vergelden1 de volgende die zich op verschillend gebied bewegen zijn niet minder merkwaardig4 ,de zwanen gaan op het pad der zon4 ,zij gaan door de lucht1 dank zij hun wonderbare macht4 ,zoo gaan de wijzen deze wereld uit1 als zij ,mara en diens gezelschap hebben overwonnen4 ,niet door uitwendige daden is men een 7waar7 asceet 7,samana74 ,niet de tonsuur maakt van den onopgevoeden mensch een ,samana4 ,geen regenbui van goudstukken kan de lust ooit voldoen4 ,een mensch is geen ,bhikshu alleen omdat hij aalmoezen vroeg1 geen ,muni #fe omdat hij stilzwijgt4 ,niet door discipline en geloften1 niet door groote geestelijke kennis1 niet door alleen te slapen1 niet door heilige inspiratie1 kan ik die vrijheid verkrijgen1 welke geen wereldling kent4 ,de ware ,samana is hij1 die alle kwaad ter rust heeft gebracht4 ,indien een mensch in den strijd duizend maal duizend man overwint en een ander overwint zichzelf1 dan is de laatste de grootste overwinnaar4 ,weinigen zijn er die aankomen aan de overzijde1 de meesten loopen langs den oever heen en weer4 ,laat de dwaas verlangen naar een waardelooze reputatie1 naar voorrang onder de ,bhikshu's1 naar heerschappij in de kloosters1 naar vereering door andere menschen4 ,een bovennatuurlijk persoon wordt niet gemakkelijk gevonden4 ,hij wordt niet overal geboren4 ,het ras1 waaronder zulk een wijze geboren wordt1 bloeit4 ,roep mij niet uit op den weg alsof ik de god ,brahma was4 #ff ,godsdienst is niets anders dan het vermogen om lief te hebben4 ,het huis van ,brahma is waar kinderen gehoorzamen aan hun ouders4 ,schoonheid en rijkdom zijn als een mes1 met honig besmeerd4 ,het kind zuigt er aan en wondt zich4 #fg ,zoo vormen de woorden en daden van ,boeddha een schoon geheel1 zooals hij leerde1 zoo leefde hij4 ,en zooals hij leefde1 zoo stierf hij ook4 ,achttien mijlen oostwaarts van ,kapilavastu is thans een nederig dorp1 geheeten3 ,matha ,kur 7de doode prins74 ,waarom die naam8 ,hwen ,thsang1 de ,chineesche pelgrim1 die in de #d;de eeuw ,indi bezocht1 kan het ons vertellen4 ,daar was in zijne dagen een doode prins van marmer1 rustende onder een prachtig tempeldak 7canopy71 waarvan nog runen zijn overgebleven4 ,op de plaats van dien tempel stonden #dgg jaar voor ,christus eenige boomen waaronder toen1 in doodslaap verstijfd1 de beste vriend der wereld rustte1 zooals de ,indirs hem noemden4 ,hooren wij1 wat een in hoofdzaak betrouwbaar verhaal ons van zijn dood meldt4 ,boeddha gaat van ,rajagriha1 de hoofdstad van ,magadha-land het noorden in4 ,hij gaat den ,ganges over1 waar toen juist de toekomstige hoofdstad van ,indi1 de koningstad ,pataliputta werd gebouwd4 ,hij ziet in den geest de toekomstige grootheid dier stad en voorspelt deze aan zijn jongeren4 ,in het dorp ,beluva nabij ,vaisali wil hij zijn leerlingen laten heengaan om daar in stille eenzaamheid den regentijd door te brengen4 ,doch daar grijpt een smartelijke krankheid hem aan3 den dood erkent hij als nabij4 ,nu denkt hij aan zijne jongeren3 hij wil ,nirvana niet ingaan voor hij tot hen gesproken heeft4 ,alzoo bedwingt hij zijne krankheid en houdt het leven vast4 ,hij staat op1 gaat uit het huis en zet zich voor de deur op de plaats1 die men hem bereid heeft4 ,ananda spreekt dan tot hem3 ,ik zie1 ,heer1 dat de verhevene beter is en het hem minder moeielijk valt4 ,mij1 ,heer1 hadden de krachten verlaten1 ik duizelde1 de gedachten vloden heen door de ziekte van den verhevene4 ,doch een troost had ik1 ,heer1 de verhevene zou niet in het ,nirvana ingaan1 voor hij zijn wil omtrent de gemeente den jongeren verkondigd heeft4 ,wat begeert de gemeente der jongeren van mij1 ,ananda8 ,ik heb de leer verkondigd en geen verschil gemaakt tusschen binnen en buiten4 ,hij die zegt3 ,ik wil heerschen over de gemeente of laat de gemeente mij onderworpen zijn1 hij moge ,ananda1 zijn wil verklaren in de gemeente444 ,de voleindigde evenwel zegt niet3 ,ik wil over de gemeente heerschen4 ,ik ben nu afgeleefd1 bejaard1 een oud man1 die zijn reis heeft volbracht4 ,tachtig jaar ben ik oud--,wees gij1 ,ananda1 uw eigen licht1 uw eigen toevlucht4 ,zoek geen andere toevlucht4 ,wie nu1 ,ananda1 of na mijn verscheiden1 zijn eigen licht zal zijn1 zijn eigen toevlucht en geen andere toevlucht zal zoeken1 hij zal voortaan mijn ware discipel zijn1 die het rechte pad bewandelt4 ,boeddha laat des avonds alle monniken1 die nabij ,vaisali wonen samenroepen en wijst hen nog eenmaal op de kennis des heils1 die hij hun predikte1 opdat zij daarnaar zouden wandelen en die zouden vermeerderen en dan laat hij volgen3 ,welaan monniken1 ik zeg u1 al het aardsche is der vergankelijkheid onderworpen1 worstelt zonder ophouden4 ,over een kleinen tijd breekt het ,nirvana van den voleindigde aan1 nu over drie maanden zal hij in het ,nirvana ingaan4 ,en1 ging hij voort3 ,mijn aanzijn rijpt voor 't eind1 na is mijns levens doel4 'k ,ga heen3 ,gij blijft nog hier3 het oord der toevlucht wacht1 weest waakzaam steeds1 en heilig zij uw wandel4 ,bewaart met kloeken moed1 o jong'ren1 uwen geest4 ,die zonder wank'len steeds het woord der waarheid volgen4 ,zij komen tot het doel1 geboort1 en dood voorbij4 ,den volgenden dag doet ,boeddha nog eenmaal zijn bedelgang door ,vaisali3 ziet voor de laatste maal op de stad terug en begeeft zich met vele jongeren op weg naar ,kusinara1 om daar het ,nirvana in te gaan4 ,te ,pava--onderweg--overvalt hem de krankheid1 die aan zijn leven een einde zal maken4--,cunda--zoo verhaalt het oude bericht naef tusschen de afscheidsgesprekken van den verlichte door--,cunda1 de zoon van een goudsmid te ,pava zette den verhevene zwijnenvleesch voor1 ten gevolge waarvan hij ziek werd4 ,moede ging de meester verder1 hij baadde zich in de rivier en dronk een weinig4 ,na eenige rust kwam hij te ,kusinara4 ,daar moest ,ananda hem tusschen twee boomen een rustplaats bereiden1 waarop hij het moede hoofd nederlegde4 ,het was niet de tijd dat de ,salaboomen bloeiden1 doch deze beide waren van onder tot boven met bloesems bedekt4 ,toen sprak de verhevene tot ,ananda3 ,geheel met bloemen bedekt1 hoewel het de bloeitijd niet is1 zijn de beide tweelingsboomen3 hun bloesems vallen in menigte op het lichaam van den voleindigde3 hemelsche melodien weerklinken in de lucht om hem te eeren4 ,doch den ,voleindigde1 ,ananda1 komt een andere eer toe1 een andere verheerlijking1 prijs1 vereering1 eerbied4 ,ieder monnik ,ananda1 en iedere non en iedere leek en leekenzuster1 die in het groote en in het kleine in de waarheid leeft en naar de wet leeft en ook in het kleine naar de waarheid wandelt3 zij zijn het die den voleindigde brengen de hoogste eer1 verheerlijking1 prijs en vereering4 ,daarom1 ,ananda1 moet gij u oefenen en steeds bedenken3 wij willen in het groote en het kleine naar de waarheid leven1 wij willen naar de wet leven en ook in het kleine in de waarheid wandelen4 ,weenend ging ,ananda het nabijzijnde huis binnen en sprak3 ,ik ben van zonden nog niet vrij1 ik heb het doel nog niet bereikt1 en mijn meester1 die zich mijner erbarmde1 zal in het ,nirvana ingaan4 ,toen zond ,boeddha een der leerlingen tot hem3 ,ga heen1 leerling1 en spreek uit mijn naam tot ,ananda3 de ,meester wil met u spreken1 ,ananda4 ,toen ging ,ananda tot den ,meester1 boog zich en nam aan zijne zijde plaats4 ,boeddha echter sprak3 ,niet alzoo1 ,ananda1 klaag niet1 jammer niet4 ,heb ik u niet van te voren gezegd1 ,ananda1 dat men scheiden moet van alles wat men liefheeft en waarin men zich verheugt8 ,hoe ware het mogelijk1 ,ananda1 dat niet zou vergaan datgene wat geboren1 geworden1 gemaakt1 der vergankelijkheid onderworpen is8 ,dat gaat toch niet4 ,gij echter ,ananda1 hebt langen tijd den ,voleindigde geerd1 in liefde en goedheid1 met vreugde zonder valschheid1 zonder einde3 in gedachten1 woorden en werken4 ,gij hebt goed gedaan ,ananda1 ga voort1 weldra zult gij van zonden vrij zijn4 ,toen de nacht aanbrak stroomden de edelen van ,kusinara met vrouwen en kinderen naar het bosch om voor het laatst den stervenden meester hunne vereering te brengen4 ,subhadra1 een andersgezind asceet1 die gekomen was om met hem te spreken bekeerde zich tot hem als de laatste der geloovigen1 die den ,meester zelven aanschouwden4 ,kort voor zijn heengaan sprak ,boeddha nog tot ,ananda3 ,wellicht1 ,ananda1 zult gij denken2 het woord heeft zijn meester verloren1 wij hebben geen meester meer4 ,zoo moet gij niet denken1 ,ananda4 ,de leer1 ,ananda1 en de orde1 die ik u geleerd en verkondigd heb1 dat is uw meester1 als ik ben heengegaan4 ,en tot de jongeren zeide hij3 ,welaan1 jongeren1 ik zeg u3 vergankelijk is alles wat geworden is1 worstelt zonder ophouden 7om het heil te verkrijgen74 ,toen ging zijn geest van extase tot extase1 door alle trappen der vervoering1 daarop ging hij tot ,nirvana in4 ,de aarde beefde1 de donder rolde4 ,en ,brahma sprak3 ,eens leggen alle wezens af lichaamlijkheid1 in alle werelden1 zooals nu ,boeddha1 de overwinnaar1 de meester der wereld1 de machtige voleindigde1 tot ,nirvana is ingegaan4 ,de edelen van ,kusinara kwamen en verbrandden voor de poorten der stad het lichaam van ,boeddha met alle eer1 die aan de lijken van koningen placht te geschieden4 ,zoo wordt ons geschetst het levenseinde van den verhevene4 ,we hebben hem aan de hand der oude geschriften gevolgd op zijn levens weg4 ,wij hebben leeren kennen den ,boeddha der oude legende4 ,doch niet al te moeilijk schijnt het om uit den ,boeddha der legende den wijzen ,sakyazoon der historie te kennen4 ,als wij dat beproeven1 dan komt ons voor den geest een hooggeboren edele1 die1 met aardschen glans en luister omringd1 alles daarliet om een oplossing te zoeken van de hoogste levensvragen4 ,een wijze1 die alles wat het leven lieflijks heeft1 verzaakte om te zoeken naar wat voeren kon tot waren vrede4 ,niet in zelfkastijding1 noch in overdreven wereldschuwheid vond hij dien1 maar in het streven om bij een leven1 evenver van zinnelijkheid als van zelfpijniging1 tot uitdooving van alle hartstocht1 tot opgeven van alle persoonlijke begeerte te komen4 ,en1 die voorts het licht hem geschonken1 niet voor zichzelf hield1 maar het zooveel in hem was aan anderen bracht1 ja daaraan zijn gansche leven wijdde en die voor hoog en laag1 voor mensch en dier de welwillendheid zelve was4 ,en1 die diep besefte dat geen offers1 geen boetedoeningen1 geen ceremonin vrede brengen in de ziel1 maar dat er slechts vrede en licht te vinden is voor hen1 die uit liefde zichzelf ten offer geven en alle begeerte en hartstocht weten te overwinnen4 ,geen wonder dat zijn persoon een onuitwischbaren indruk achterliet en dat vrome vereering een stralenkrans wond om het hoofd van den ,sakyazoon4 ,,iii4 ,boeddha's onderwijs1 ,boeddhistische redenen en gelijkenissen4 ,wij hebben in de vorige hoofdstukken het leven van den verlichte u geschetst en daarbij op menige bladzijde1 naar ik hoop1 doen gevoelen1 welken geest hem bezielde4 ,toch willen wij op zijn onderwijs nog meer in 't bizonder uwe aandacht vestigen3 de leer was immers naar zijn eigen woord tot ,ananda1 de ,meester voor zijn volgelingen1 als hij was heengegaan8 ,welnu1 dat woord van den ,meester is ons voor een goed deel overgeleverd al kunnen wij niet overal beslissen1 wat aan den ,meester1 wat aan leerlingen te danken is4 ,wat die leer betreft1 krijgen wij den indruk1 dat zij zich--in onderscheiding van ,jezus' leer b4 v4--vaak meer tot het verstand richtte dan tot het hart4 't ,is meestal meer een klemmend betoog dan een op het gevoel werkend beeld4 ,ja1 er is in die betoogen zelfs iets mathematisch1 punt voor punt wordt uitvoerig en eentonig afgewerkt en langzaam gaat het voort4 ,als een voorbeeld noem ik de volgende rede over den gloed der zinnen3 #fh ,toen sprak de verhevene tot de jongeren3 alles1 jongeren1 staat in vlam4 ,en wat is dit alles1 jongeren1 dat in vlam staat8 ,het oog1 leerlingen1 staat in vlam1 het erkennen van het zichtbare staat in vlam1 de aanraking met het zichtbare staat in vlam1 het gevoel1 dat uit de aanraking met het zichtbare voortkomt1 staat in vlam3 of het vreugde of leed is of geen vreugde of leed3 ook dit staat in vlam4 ,door welk vuur is het ontvlamd8 ,door het vuur der begeerte1 door het vuur van den haat1 door het vuur der verblinding is het ontvlamd1 door geboorte1 ouderdom1 dood1 smarten1 klachten1 lijden1 kommer1 vertwijfeling is het ontvlamd3 ,alzoo zeg ik4 ,het oor staat in vlam1 het hoorbare staat in vlam1 het kennen van het hoorbare staat in vlam1 de aanraking met het hoorbare staat in vlam1 het gevoel dat uit de beroering met het hoorbare voortkomt1 zij het vreugde1 zij het leed1 zij het geen vreugde en geen leed1 ook dit staat in vlam4 ,door welk vuur is het ontvlamd8 ,door het vuur der begeerte1 door het vuur van den haat1 door het vuur der verblinding1 door geboorte1 ouderdom1 dood1 smarten1 klachten1 leed1 kommer1 vertwijfeling is het ontvlamd3 alzoo zeg ik4 ,de reuk staat in vlammen 7dan volgt weer dezelfde opsomming71 de tong staat in vlammen 7wederom71 het lichaam staat in vlammen 7wederom71 de geest staat in vlammen 7wederom74 ,dan gaat de rede voort3 ,dit alzoo inziende 7nl4 de waarheid van het verteerd worden van alles door den vuurgloed der vergankelijkheid7 wordt een wijze1 edele hoorder des woords het oog moede1 hij wordt het zichtbare moede1 hij wordt het kennen van het zichtbare moede1 hij wordt het gevoel moede1 dat uit de aanraking met het zichtbare ontstaat1 zij het vreugde of leed1 of geen vreugde of leed4 ,hij wordt het oor moede 7enz471 de reuk moede 7enz4 enz47 7altijd weer dezelfde zinnen74 ,en dan eindigt de rede3 ,terwijl hij deze dingen moede wordt1 wordt hij vrij van begeerte1 van begeerte vrij wordt hij verlost1 in den verloste is het inzicht3 ik ben verlost1 vernietigd is de wedergeboorte1 voleindigd de heiligheid1 gedaan de plicht1 geen terugkeer is er meer tot deze wereld3 alzoo is zijn inzicht4 ,voor ons zou een dergelijke toespraak geen groote aantrekkelijkheid hebben1 doch voor de leerlingen van ,boeddha1 die aan een dergelijken redeneertrant1 ook van andere leeraars gewoon waren1 was dat een ander geval4 ,voor de niet ingewijden sloeg de meester gewoonlijk een eenigszins anderen toon aan1 dan waren de redeneeringen niet zoo abstract4 ,zoo wordt ons b4v4 in de ,mahavagga1 hetzelfde werk1 waaraan de juist vermelde toespraak is ontleend1 ook verhaald hoe de verhevene aan tachtigduizend dorpsoudsten het woord predikte4 ,hij erkende1 heet het daar1 in zijn geest de gedachten der dorpsoudsten en predikte hun het woord naar de orde1 namelijk de prediking van het geven1 de prediking van de rechtschapenheid1 de prediking van de hemelen1 de verderfelijkheid1 ijdelheid1 onreinheid der lusten1 den zegen van het vrijzijn van lust4 ,toen nu de verhevene erkende1 dat hunne gedachten goed1 ontvankelijk1 vrij van hindernissen waren1 verheven en naar hem toegewend1 toen predikte hij hen1 wat in 't bizonder de prediking der ,boeddha's is3 het lijden1 het ontstaan van het lijden1 de opheffing van het lijden1 den weg tot opheffing des lijdens4 ,vervolgens wordt dan geschetst hoe in die dorpsoudsten het oog der waarheid opengaat en zij inzien dat alles wat aan de wet van het ontstaan onderworpen is1 ook aan de wet van het vergaan onderworpen is4 ,m4 a4 w4 hier wordt ons te zien gegeven1 hoe ,boeddha van het eenvoudige opklimt tot de verborgenheden1 tot het wezenlijke1 het eigenaardige zijner leer4 ,nu1 al mogen wij ook allerminst vaststellen dat deze leer alzoo is uitgesproken 7die verzameling van #hj4jjj dorpsoudsten is althans zeker een fictie7 toch kunnen wij aannemen dat iets dergelijks aan de leerwijze van den ,verlichte is eigen geweest #fi4 ,soms ook vinden wij gesprekken1 waarin ,boeddha uit het dagelijksch leven opklimt tot het geestelijke1 en wel in dier voege1 dat hij zijn toehoorder door verschillende vragen langzaam brengt1 waar hij hem hebben wil3 alzoo de methode van ,socrates1 die ook vooral door vragen leerde4 ,zoo b4v4 een gesprek van den ,meester met ,sona1 een zijner leerlingen4 ,deze ,sona had zichzelf tot de uiterste ascese gedwongen1 doch was ten slotte tot het inzicht gekomen dat zulk een streven geen goede vruchten droeg4 ,hij liep nu gevaar tot het andere uiterste over te slaan en terug te keeren tot een leven voor het genot4 ,boeddha zegt dan tot hem3 ,hoe is het ,sona1 waart gij vroeger1 voor gij uw huis verliet1 met het snarenspel bekend8 ,ja1 heer4 ,wat dunkt u dan ,sona1 als de snaren al te strak zijn gespannen1 zal dan de luit den rechten toon geven en voor het spel geschikt zijn4 ,dat zal zij niet1 ,heer4 ,en wat dunkt u1 als bij uwe luit de snaren al te slap zijn gespannen1 zal dan de luit den rechten toon geven en voor bespelen geschikt zijn8 ,dat zal zij niet1 ,heer4 ,hoe echter1 ,sona1 indien bij uwe luit de snaren niet te strak en ook niet te slap gespannen zijn1 als zij de juiste maat houden1 zal dan de luit den rechten toon geven en voor het spel geschikt zijn8 ,ja1 heer4 ,zoo ontaardt ook1 ,sona1 de al te sterk gespannen kracht in overmaat1 en de al te veel overgelaten kracht in slapheid4 ,daarom ,sona1 voleindig in uzelf het evenwicht uwer kracht en tracht te komen tot evenwicht van uw geestelijk vermogen1 houd dit doel in 't oog4 #gj ,somtijds vinden wij ook in het onderricht van ,boeddha meer uitgewerkte gelijkenissen4 ,enkele daarvan willen wij ,u medededeelen1 omdat zij ons zoo goed den geest des meesters doen kennen4 ,we merken hierbij echter op1 dat zeker niet al deze gelijkenissen van den ,meester zelf afkomstig zijn4 ,van den verzoeker1 die tracht de menschen den weg des heils te doen bijster worden en van den verlosser1 die hen op den rechten weg terugvoert1 wordt ons de volgende gelijkenis verhaald1 die wij kunnen noemen3 ,de ware en de verkeerde weg4 #ga ,wanneer1 o jongeren1 in het woud1 op een berghelling1 een groote vallei met water is1 waarbij een groote kudde wild leeft en er komt een man die het wild plagen en ongelukkig maken wil1 dan sluit deze man den weg1 #gb die goed1 veilig en wel begaanbaar is af en opent een verkeerden weg1 een moeraspad4 ,dan zal1 o jongeren1 die groote kudde wild schade lijden en verminderen4 ,wanneer er nu echter1 jongeren1 een man komt1 die tracht naar gedijen1 welzijn en heil voor deze groote kudde wild3 dan maakt deze den goeden weg weer open en vernielt het moeraspad4 ,dan zal1 o jongeren1 de groote kudde wild voortaan gedijen1 wassen en toenemen4 ,een gelijkenis1 jongeren1 heb ik verteld1 om u den zin bekend te maken4 ,de zin nu is deze3 ,de groote vallei en het water zijn de lusten1 o jongeren4 ,de groote kudde wild1 jongeren1 zijn de levende wezens4 ,de man1 die schade en onheil voor hen tracht te bewerken is ,mara1 de booze4 ,de verkeerde weg1 jongeren1 is de achtvoudige verkeerde weg1 namelijk3 verkeerd geloof1 verkeerd bedoelen1 verkeerd woord1 verkeerde daad1 verkeerd leven1 verkeerd streven1 verkeerd gedenken1 verkeerd bespiegelen4 ,de moerasweg1 o jongeren1 is vreugde en begeerte4 ,het moeraspad1 jongeren1 is het nietweten4 ,de man1 jongeren1 die naar gedijen1 welzijn1 heil tracht is de voleindigde1 de heilige hoogste ,boeddha4 ,de zekere1 goede weg1 die wel te begaan is1 is de heilige1 achtvoudige weg1 dat is3 goed gelooven1 goed bedoelen1 goed woord1 goede daad1 goed leven1 goed streven1 goed gedenken1 goed bespiegelen4 ,alzoo1 heb ik1 o jongeren1 den veiligen1 goeden weg geopend1 die wel te begaan is1 de valsche weg is toegesloten1 het moeraspad vernietigd4 ,alles1 jongeren1 wat een meester doen moet1 die naar het heil zijner jongeren tracht1 die zich hunner erbarmt3 uit erbarmen voor u heb ik dat gedaan4 ,dit bovenstaande verhaal kan terecht den naam van gelijkenis dragen1 wij vinden echter in de oude ,boeddhistische boeken ook nog meer uitgewerkte verhalen1 die wel eenigszins aan gelijkenissen doen denken1 maar toch nog beter leerzame verhalen kunnen worden genoemd4 ,enkele daarvan1 deels van ,boeddha1 deels van zijn volgelingen afkomstig1 willen wij hier laten volgen1 omdat zij ons den geest van zijnen godsdienst zoo goed leeren kennen4 ,allereerst noemen wij u3 ,de gelijkenis van de vergeving4 ,in een vroeger bestaan was ,boeddha de asceet ,jin ,juh en woonde hij in een bosch4 ,wouden zijn heerlijk verklaarde hij4 ,waar de wereldling geen genoegen vindt1 vindt de ontwaakte mensch genot4 ,in dien tijd was er een koning1 ,ko ,li geheeten1 een man van wreed1 slecht karakter4 ,op zekeren dag nam deze koning zijn vrouwen met zich en ging jagen in het bosch4 ,vermoeid geworden viel hij in slaap4 ,toen gingen al de vrouwen het bosch in om bloemen te plukken2 zij kwamen bij de kluis van den asceet ,jin ,juh en luisterden naar zijn onderricht4 ,na eenigen tijd ontwaakte de koning1 en zijn vrouwen missende1 werd hij jaloersch1 trok zijn zwaard en ging haar zoeken4 ,toen hij haar allen zag staan tegenover de kluis van den asceet1 werd hij zeer toornig4 ,wie zijt gij8 sprak de koning4 ,ik ben de asceet ,jin ,juh4 ,hebt gij alle aardsche hartstochten overwonnen8 vervolgde de koning4 ,de ander antwoordde dat hij hier was om met zijn hartstochten te strijden4 ,indien gij ,sheung te teng #gc niet hebt bereikt1 zie ik niet in dat gij beter zijt dan de philosophen1 7,fan ,fuh7 n met de wreedheid van een ,oostersch tyran hakte hij den armen kluizenaar handen en voeten af4 ,de monarch zag tot zijn verbazing een verheven kalmte op het gelaat van den gekwelden asceet en vroeg hem of hij geen toorn gevoelde4 ,neen1 koning1 en ik zal u eenmaal leeren ook uw dierlijke hartstochten te bedwingen4 ,als ik1 in een ander bestaan1 ,sheung te teng bereik1 zult gij1 o koning1 mijn eerste bekeerling zijn4 ,in een volgend bestaan werd koning ,ko ,li de leerling ,kaundiliya4 ,de hierop volgende geschiedenis is waarschijnlijk een protest van de ,hinayana 7de kleine overtocht1 dat wil zeggen het meer oorspronkelijke ,boeddhisme7 tegen de valsche leeraars van de ,mahayana 7de groote overtocht7 die het ,boeddhisme als een soort athesme gingen opvatten4 ,zij kan genoemd worden3 ,de gelijkenis van den godloochenaar4 ,angati1 de koning van ,tirhut1 had eene dochter1 ,ruchi4 ,eerst leefde hij godsdienstig1 doch later hoorde hij verkeerde leeraars1 die verklaarden dat er geen toekomende wereld is en dat de mensch na den dood1 in water en andere elementen wordt opgelost4 ,van toen af meende hij dat het beter was het tegenwoordige te genieten en werd hij wreed4 ,op zekeren dag ging ,ruchi tot den koning en vroeg hem haar duizend goudstukken te geven1 daar het den volgenden dag een feestdag was en zij een offer wenschte te brengen4 ,de koning antwoordde dat er geen toekomstig leven was1 geen vergelding voor verdienste4 ,godsdienstige vormen waren zonder waarde en het was beter om van het tegenwoordige leven te genieten4 ,nu had ,ruchi het innerlijk gezicht3 zij kon dus in haar leven teruggaan tot op veertien vroegere bestaansvormen4 ,dus sprak zij tot den koning dat zij vroeger een edelman was geweest1 doch een overspeler en dat zij nu voor straf slechts een vrouw was4 ,als verdere straf was zij geweest monnik1 jonge koe en geit en eens was zij geboren in de hel ,avichi4 ,de koning wilde zich niet door eene vrouw laten onderrichten en bleef ongeloovig4 ,toen riep ,ruchi1 door betoovering1 een geest te hulp1 en ,boeddha zelf1 in de gedaante van een monnik1 kwam in de stad4 ,de koning vroeg hem vanwaar hij kwam4 ,de monnik antwoordde dat hij uit de andere wereld kwam4 ,de koning zeide daarop lachend3 ,als gij van de andere wereld komt1 leen mij dan honderd goudstukken en als ik naar die wereld ga zal ik er u duizend teruggeven4 ,boeddha antwoordde ernstig3 ,als iemand geld leent moet dat zijn aan de rijken1 als hij geld geeft aan de armen1 is het een gift1 want de arme kan niet terugbetalen4 ,daarom kan ik u geen honderd goudstukken leenen1 want gij zijt arm en berooid4 ,gij spreekt logen was het toornig antwoord des konings4 ,is niet deze gansche rijke stad mijn eigendom8 ,boeddha antwoordde3 ,over korten tijd2 o koning1 zult gij sterven4 ,kunt gij uw rijkdom meenemen naar de hel8 ,daar zult gij in onuitsprekelijke ellende leven1 zonder kleeding1 zonder voedsel4 ,hoe kunt gij mij dan mijn schuld betalen8 ,zoo sprak ,boeddha en op zijn aangezicht lag een zonderlinge glans1 die den koning verblindde4 ,ook het volgende verhaal is zeer populair1 het heet3 ,boeddha's gelijkenis van ,kisagotami4 ,eens leefde er een nederig paar in ,sravasti4 ,zij verkochten erwten1 rijst en houtskool in kleine ondiepe mandjes1 door een matje tegen de middagzon bedekt4 ,zij hadden een eenige dochter1 ,kisagotami4 ,op zekeren dag zond haar vader haar het bosch in om hout te zoeken4 ,zij bleef in de jungle bloemen zoeken1 totdat zij eensklaps van uit het dichte riet de oogen van een cheetah #gd op haar gevestigd zag4 ,zij stierf bijna van schrik4 ,plotseling suisde er iets langs haar en de cheetah lag dood aan haar voeten4 ,de pijl was geschoten door een jongeling1 als jager in dienst bij den ,rajah4 ,spoedig daarna wilde hij trouwen met ,kisagotami1 die zeer op hem gesteld was4 ,doch de ouders1 die reeds op jaren kwamen zeiden dat zij hun eenige dochter niet konden missen4 ,eens ging een blinde man het winkeltje voorbij1 hij speelde en zong4 ,de oude moeder luisterde en hij zong3 ,zonder een metgezel wordt de ,kokila #ge stil op haar tak1 stil-stil-stil voor altijd4 ,zij bracht dit in verband met hare dochter1 die inderdaad kwijnend en ziekelijk was geworden na hare teleurstelling en begon zich over deze bezorgd te maken4 ,zoo trad het meisje1 na verloop van tijd1 door den invloed van haar moeder1 in het huwelijk4 ,in die dagen richtte een wreede tijger verwoestingen aan en doodde vele dorpelingen4 ,de vorst beloofde een groote som aan wie den tijger doodde4 ,kisagotami's man werd er door verlokt1 hij viel den tijger aan1 maar werd door diens klauw doodelijk gewond4 ,de weduwe en een klein kind keerden naar ,sravasti terug en helaas3 ze ontmoetten een stoet van weenende vrouwen1 die haar ouders naar het graf brachten4 ,een maand later zag men de arme weduwe met een dood kind in de armen1 telkens klagende4 ,geef mij een geneesmiddel voor mijn arm kind4 ,een antwoordde3 ,ga naar den ,sakyamonnik1 den ,boeddha 7verlichte74 ,kisagotami ging naar ,boeddha's kluis en sprak3 ,heer en meester1 kent gij eenig geneesmiddel dat mijn jongen zal genezen8 ,boeddha antwoordde3 ,ik moet een handvol mosterdzaad hebben4 ,het meisje beloofde het te bezorgen1 maar ,boeddha voegde er bij3 ,ik moet mosterdzaad hebben uit een huis1 waar geen zoon1 echtgenoot1 ouder of slaaf is gestorven4 ,de arme ,kisagotami ging met haar dood kindje van huis tot huis4 ,medelijdende menschen zeiden3 ,hier is mosterdzaad1 neem het4 ,maar als zij vroeg of er geen zoon1 of echtgenoot of ouder of slaaf in dat huis was gestorven1 dan ontving zij ten antwoord3 ,vrouw1 de levenden zijn weinigen1 dooden zijn er velen3 tot ieder huis komt de dood4 ,ten slotte zat ,kisagotami1 vermoeid en zonder hoop aan den weg neer en keek naar de lichten in de steden1 die n voor n werden uitgedoofd4 ,op dat oogenblik deed ,boeddha1 door de macht van ,siddhi #gf1 haar zijne verschijning zien en deze sprak3 ,alle levende wezens gelijken op deze lampen4 ,zij worden opgestoken en flikkeren dan voor een wijle1 daarop heerscht de zwarte nacht over allen4 ,de verschijning predikte toen de wet aan haar1 en volgens de woorden der ,chineesche vertaling1 bracht hij aan3 heil en redding1 het pad wijzende dat leidt tot de eeuwige stad4 ,de geschiedenis van prins ,kunala4 ,koning ,aoka had een jongetje1 wiens oogen zoo schoon waren dat zijn vader hem ,kunala noemde3 daar is een vogel van dien naam1 welke onder de rhododendrons en pijnboomen van de ,himalaya woont en die beroemd is om zijn lieftallige oogen4 ,de jonge prins groeide op en ieder sprak over zijn schoonheid in het gansche land des konings4 ,geen vrouw kon hem in de oogen zien1 zonder verliefd op hem te worden4 ,een ,sthavira #gg sprak eens ernstige woorden tot hem en zeide3 ,de trots van het oog mijn zoon1 is ijdelheid4 ,pas op4 ,op jeugdigen leeftijd huwde ,kunala een meisje1 ,kanchana geheeten4 ,op zekeren dag zag een van de vrouwen des konings den jeugdigen echtgenoot en werd wanhopig verliefd op zijn schoone oogen4 ,kunala was door schrik getroffen4 ,zijt gij niet1 sprak hij1 in de zenana #gh van den koning1 mijn vader8 ,dit woord veranderde haar liefde in bitteren haat4 ,in dien tijd stond de stad ,taxila tegen koning ,aoka op4 ,de monarch wilde er aanstonds zelf heengaan1 doch de ministers raadden hem om prins ,kunala te zenden in zijn plaats4 ,de prins ging naar de oproerige stad en wist spoedig de rust te herstellen4 ,het volk verzekerde hem dat zij de afpersingen en onderdrukkingen van des konings beambten hadden weerstaan1 doch niet den koning zelf4 ,niet lang daarna werd de koning door een walgelijke ziekte aangetast en moest ten behoeve van zijn zoon afstand doen van den troon4 ,de koningin ,tishya ,rakshita1 dezelfde die den prins zoo haatte1 dacht in haar hart3 ,als ,kunala den troon bestijgt ben ik verloren4 ,zij beval een slaaf haar een man te brengen1 door dezelfde ziekte als de koning aangetast4 ,zij vergiftigde den man en onderzocht hem van binnen4 ,een groote worm voedde zich met zijn ingewand4 ,zij gaf dien worm peper en gember3 hij bleef er even gezond bij4 ,zij gaf hem uien en hij stierf4 ,aanstonds ging zij naar den koning en beloofde hem te genezen als hij haar een verzoek wilde toestaan4 ,de koning beloofde haar alles te geven1 wat zij zeggen zou4 ,zij sprak tot hem3 ,neem deze ui en gij zult beter worden4 ,koningin1 sprak de koning1 ik ben een ,kshatrya en de wet van ,manoe #gi verbiedt mij uien te eten4 ,de koningin vertelde dat het een geneesmiddel was1 gn voedsel4 ,hij at de ui en werd genezen4 ,de koningin verzocht nu1 als belooning voor deze genezing1 een week lang de zaken des konings te mogen besturen4 ,de koning aarzelde1 maar liet zich overhalen4 ,aanstonds zond de koningin een verzegelde order met 's konings zegel voorzien1 dat prins ,kunala bedelaarskleeren moest dragen en zijn oogen moesten worden uitgestoken3 een blinde prins immers mag den troon niet bestijgen4 ,de goede menschen van ,taxila waren diep geschokt door dit bevel1 maar zij zeiden tot elkaar3 ,als de koning zoo onbarmhartig is voor zijn zoon1 wat zal hij dan wel doen1 als wij hem niet gehoorzamen8 ,eenige ,chndalas #hj werden er voor uitgekozen3 doch zij hielden veel van den prins en wilden het wreed bevel niet uitvoeren4 ,op het laatst kwam er een afschuwelijke kerel1 een mensch met wel achttien misvormingen en afwijkingen en rukte den prins de oogen uit4 ,weldra was deze als bedelaar op den grooten weg3 zijn vrouw1 ,kanchana1 was ook bij hem1 in lompen gekleed4 ,de arme prins herinnerde zich de plechtige woorden van den ,sthavira4 ,is niet de buitenwereld1 zoo sprak hij tegen zijn vrouw slechts een klomp vleesch8 ,de prins was altijd ziekelijk geweest en om nu in zijn onderhoud te voorzien speelde hij op de vina #ha4 ,na vele zwerftochten bereikten zij ,palibothra 7,patna7 en kwamen bij het paleis des konings4 ,doch de wachters wierpen de twee vuile bedelaars er uit4 ,ten slotte dringen echter de tonen der vina tot den koning door4 ,het is mijn zoon1 zeide hij4 ,hij zond beambten uit om hem te halen4 ,de koning was verbaasd over den toestand1 waarin hij hem aantrof4 ,toen hij te weten kwam wat er gebeurd was riep hij de schuldige koningin bij zich en gaf bevel haar levend te verbranden4 ,doch prins ,kunala was een ander mensch geworden4 ,toen hij1 zooals hij meende door zijn aardschen vader verlaten was1 was hij een zoon van ,boeddha geworden4 ,zijn lichamelijk oog was weg1 doch hij voelde dat zijn geestelijk oog thans voor het eerst was geopend4 ,in plaats van de zachte kleederen der hovelingen droeg hij nu de lompen van ,boeddha's verheven bedelaars4 ,hij wierp zich voor de voeten van zijn vader en smeekte hem der koningin het leven te sparen3 ,ik voel geen haat1 geen smart1 slechts dankbaarheid1 dood haar niet4 ,aoka1 de machtige zonnekoning1 was bestemd om heel ,indi te regeeren3 zijn scepter reikte verder dan dien van den groot-,mogol4 ,hij ook zou eenmaal zijn prachtige paleizen verlaten en langs den weg zijn brood bedelen1 ook hij werd ,bhikshu4 ,een ,boeddha op een huwelijksfeest4 ,koning ,sudarsana was een modelkoning4 ,in zijn rijk was geen doodstraf noch geeseling bekend1 geen krijgswapen om te martelen of te verderven4 ,zijne stad1 ,jambunada1 was gebouwd van kristal en kornalijn1 zilver en goud4 ,eens bezocht een ,boeddha deze plaats4 ,nu was er in die stad een man1 die den volgenden dag zou trouwen1 en hij wenschte gaarne dat de ,boeddha bij de plechtigheid tegenwoordig zou zijn4 ,boeddha1 die voorbij kwam1 las de stille wensch in zijn hart en beloofde te komen4 ,de bruidegom was zeer verheugd1 hij bestrooide zijn huis met bloemen en besprenkelde het met reukwater4 ,den volgenden dag kwam ,boeddha1 de aalmoezenschaal in de hand1 door vele leerlingen vergezeld4 ,toen zij allen op hunne bestemde plaatsen zaten1 deelde de gastheer allerlei heerlijke spijzen rond1 en sprak3 ,eet1 mijn heer1 met al uwe leerlingen1 volgens uw begeerte4 ,doch nu openbaarde zich een wonder aan de verbaasde blikken van den gastheer4 ,hoewel deze heilige mannen allen zeer smakelijk aten1 verminderden de gerechten en de dranken niet4 ,daarop dacht deze bij zichzelf3 ,kon ik maar al mijn bloedverwanten uitnoodigen1 ook voor hen zou er genoeg zijn4 ,nu geschiedde een tweede wonder3 ,boeddha las de gedachten van den goeden man1 en1 zonder dat zij uitgenoodigd waren1 stroomden alle bloedverwanten het huis binnen4 ,ook zij aten smakelijk van het wonderbare voedsel4 ,het behoeft nauwelijks betoog1 dat het ,chineesche boek ,fu4 pen4 hing4 tsi4 king 7door ,beal in het ,engelsch vertaald7 ons vermeldt dat al de gasten1 nadat zij eenige woorden over ,dharma 7de leer1 de wet7 van den ,tathagata hadden gehoord1 tot voldoening van iedereen 7behalve misschien van de arme bruid7 de gele kleederen gingen dragen4 ,de nu volgende geschiedenis is een zeer aantrekkelijke en doet ons zien1 dat een liefde1 die de grenzen dezer wereld overschrijdt en tot in het hiernamaals reikt ook in de dagen van ,sakya-muni niet onbekend was4 ,zij is getiteld3 ,de geschiedenis van het meisje ,bhadra4 ,toen ,sakya-muni een vroeger bestaan doormaakte1 noodigde een zekere koning ,suryapati den grooten ,boeddha ,dipankara uit om zijn rijksgebied te bezien4 ,om dezen te eeren gaf de koning bevel dat zijn onderdanen1 binnen een grens van twaalf yogana's van de hoofdstad1 alle bloemen en reukwerken zouden bewaren voor den koning1 opdat deze ze aan ,boeddha zou schenken4 ,niemand mocht deze gaven houden om ze voor zichzelf aan te bieden4 ,sakya was toen een jonge ,brahmaan1 ,megha geheeten4 ,hij was1 ofschoon eerst zestien jaar oud1 wel onderwezen in de wet4 ,hij was onvergelijkelijk schoon3 zijn lichaam als geel goud1 zijn haar insgelijks4 ,zijn stem was zoet en zacht als die van ,brahma4 ,hij kwam in de stad1 juist toen deze was versierd met het oog op de komst van ,boeddha ,dipankara en ook hij--die reeds een zeker vaag voorgevoel van het ,boeddhaschap in zich gevoelde--besloot aan den vleeschgeworden verlichte een offer te brengen4 ,hij sprak bij zichzelven3 ,welke offers zal ik hem brengen8 ,boeddha's houden niet van offers in geld1 ik zal hem de schoonste bloem geven1 die ik kan vinden4 ,hij ging naar een kapper en zocht een fraaie bloem uit1 doch de kapper wilde haar niet verkoopen4 ,de koning heeft orders gegeven1 eerbiedwaardig jongeling1 dat geen bloemkransen hier in de stad mogen worden verkocht1 hoe dan ook4 ,megha kreeg in een tweede en derde winkel hetzelfde antwoord4 ,nu zag hij1 terwijl hij verder zocht1 dat een in 't zwart gekleed meisje1 een waterdraagster1 ,bhadra geheeten1 stilletjes een ,utpala-bloem met zeven stelen nam1 die in haar wateremmer deed1 en daarop haar weg vervolgde4 ,megha ging haar tegemoet en sprak wat wilt ge doen met die ,utpala1 die gij in uw wateremmer verstopte8 ,ik zal u vijfhonderd goudstukken geven als gij haar aan mij wilt verkoopen4 ,het meisje was getroffen door de verschijning van den jongen man1 die er zoo vriendelijk uitzag4 ,zij antwoordde direct3 ,schoone jongeling1 hebt gij niet gehoord dat de groote ,boeddha ,dipankara op uitnoodiging van den koning zoo aanstonds in de stad zal komen en dat de koning een verbod heeft gegeven dat niemand1 binnen twaalf yogana's van de stad1 reukzalf of bloemen aan eenig particulier mag verkoopen1 aangezien de koning alles zelf wil koopen om het aan den ,boeddha aan te bieden8 ,nu is er in onze nabijheid een kappersvrouw die van mij vijfhonderd geldstukken kreeg en mij daarvoor deze bloem met zeven stelen gaf4 ,de reden waarom ik alzoo des konings gebod heb overtreden1 is dat ik zelf een offer wil brengen aan den heiligen man4 ,toen antwoordde ,megha3 ,goed meisje1 wat gij hebt gezegd zal u dunkt mij het recht geven om van mij vijfhonderd goudstukken aan te nemen1 waarvoor gij mij dan vijf stelen van de ,utpalabloem geeft en er twee voor uzelven behoudt4 ,zij antwoordde3 ,wat wilt gij doen met de bloemen als ik ze aan u geef8 ,de jonge ,brahmaan zeide daarop dat hij ze aan den ,boeddha wenschte te schenken4 ,nu had dit meisje het innerlijk gezicht en zij zag aan het gelaat van den jongeling1 dat hij eenmaal de leidsman der menschen zou worden4 ,zij sprak3 ,schoone vreemdeling1 eenmaal zult gij een groote ,boeddha zijn1 en wanneer gij mij beloven wilt dat gij tot op den dag van uwe verlichting 7waarop gij een ,boeddha wordt7 mij bij iedere geboorte tot uw vrouw zult nemen en dat wanneer gij ,nirvana bereikt1 gij mij als leerling onder uwe volgelingen wilt opnemen1 dan zal ik u vijf stelen van mijn bloem geven4 ,de ,brahmaan antwoordde dat een asceet al zijn rijkdom moest schenken aan zijn metgezellen en dat1 indien zij deze regeling goed vond1 hij haar voor altijd tot vrouw wilde hebben4 ,zij verkocht hem daarop vijf stelen van de ,utpala1 opdat deze zijn bizondere gift aan den ,boeddha zouden zijn en begeerde dat zij de andere twee als haar eigen gift zou schenken4 ,toen ,dipankara naderde1 vol majesteit1 glinsterend als een helder meer1 werd het geschenk hem toegeworpen en door een wonder bleven de bloemen zwevend in de lucht3 een canopy 7koepeldak7 vormend boven zijn hoofd4 ,onder de ,fan hemelen der ,chineezen heet er een ,fuh4 ngai 7gelukkige liefde74 ,laten wij hopen dat daar de lieve ,bhikshu ,bhadra bij haar geliefden meester is4 ,koning ,wessantara4 ,eens leefde ,boeddha op aarde als koning ,wessantara4 ,zoo vriend'lijk was hij voor iedereen dat het gerucht ging dat hij een besluit had genomen om aan iedereen te geven wat hij verzocht4 ,hij had een liefhebbende vrouw en twee kinderen4 ,ook had hij een betooverden witten olifant4 ,een vreeselijke hongersnood brak in een naburig koninkrijk uit en de armen stierven bij duizenden4 ,acht ,brahmanen werden tot koning ,wessantara gezonden ten einde van hem den witten olifant te verzoeken3 want een vruchtbare regen valt overal waar een betooverde witte olifant zich ophoudt4 ,de weldadige koning stond zijn witten olifant af4 ,dit wekte zoozeer den toorn van zijn volk op1 dat zij hem afzetten4 ,wessantara gaf nu al zijn rijkdom aan de armen en vertrok in een wagen1 door twee paarden getrokken4 ,hij zou naar een groote rots in de wildernis gaan1 teneinde daar kluizenaar te worden4 ,op zijn reis ontmoet hij twee ,brahmanen1 die hem om zijn rijtuig verzoeken4 ,hij geeft aan die bede gehoor en de onttroonde koning en koningin leggen de rest van den weg te voet af1 ieder een kind op den arm4 ,hun weg leidt door het koninkrijk van den vader der koningin4 ,deze tracht hen van hun besluit terug te brengen1 doch tevergeefs4 ,in dienzelfden tijd leefde een ,brahmaan1 ,jutaka1 zeer gelukkig met zijn schoone vrouw2 totdat op zekeren dag1 toen de vrouw water putte1 jaloersche buren haar gemoed vergiftigden4 ,zij bliezen haar namelijk in dat zij een slavin was en wonden haar zoo op1 dat zij haar echtgenoot aanviel1 hem sloeg en zijn baard uitrukte4 ,ja1 zij dreigde zijn huis te verlaten als hij haar geen twee slaven verschafte4 ,zij zeide dat een dwaze koning1 ,wessantara1 in de wildernis leefde als asceet4 ,daar moest hij heengaan en om twee slaven verzoeken4 ,zij toch hadden twee kinderen en hadden een gelofte gedaan om geen enkel verzoek te weigeren4 ,jutaka vertrok1 doch hij kon niet bij den koning komen1 daar de vader der koningin er een jager op wacht had gezet4 ,hij toch wist van ,wessantara's gelofte en wilde hem voor verdere onbeschaamdheden van hebzuchtigen vrijwaren4 ,jutaka vertelde den jager een leugenachtig verhaal en slaagde er in den kluizenaar te vinden4 ,hij vroeg de twee kinderen voor zich als slaaf en ,wessantara was door zijn eed gebonden ze hem te schenken4 ,zoo spoedig ,jutaka uit het gezicht van den koning was1 bond hij de koningskinderen stevig met koorden vast1 doch3 hij verdwaalde in de wildernis en kwam in het land van 's konings schoonvader1 die al spoedig het geheele geval had vernomen4 ,hij liet den ,brahmaan voor zich komen en bood hem voor de kleinkinderen hun gewicht in goud4 ,het eind van den hebzuchtigen ,brahmaan was ongeveer als dat van ,judas3 hij richtte van zijn oneerlijk verkregen rijkdom een groot feest aan3 zijn ingewanden barstten door overvulling4 ,koning ,bambadat4 ,boeddha was in een zijner vroegere geboorten koopman in ,benares4 ,op zekeren dag ging hij met zijn vrouw in een rijtuig door de straten van ,rajagriha1 de hoofdstad van koning ,bambadat4 ,de vorst zag deze vrouw en werd betooverd door hare onvergelijkelijke schoonheid4 ,hij maakte terstond een afschuwelijk listig plan om haar te krijgen4 ,een van zijn ambtenaren werd uitgezonden om stil een juweel van groote waarde in het rijtuig van den koopman te laten vallen4 ,de arme koopman werd nu gevangen genomen onder beschuldiging van des konings kleinood te hebben gestolen4 ,hij en zijne schoone vrouw werden voor den koning gebracht1 die met voorgewende belangstelling naar het geval hoorde en daarop beval dat de koopman onthoofd en diens vrouw in den harem zou worden opgenomen4 ,koning ,bambadat was een wreed koning1 wiens onderdrukkingen hem den haat zijner onderdanen op den hals hadden gehaald4 ,de arme koopman werd weggevoerd om onthoofd te worden1 maar ,indra op zijn hemeltroon had het vreeselijk voorval gezien en--een wonder geschiedde4 ,toen de beul zijn zwaard ophief deden onzichtbare handen den koning1 die bij de bloedige gebeurtenis tegenwoordig wilde zijn1 van plaats verwisselen met den koopman1 zoodat deze den noodlottigen slag ontving4 ,doch de koopman vond zichzelf eensklaps op den olifant gezeten1 die den koning naar de gerichtsplaats had gebracht4 ,deze treffende tusschenkomst des hemels verbaasde het verzamelde volk3 zij riepen den koopman tot hun nieuwen koning uit4 ,onnoodig er bij te voegen dat zijn wijze van regeeren gansch anders was dan die van koning ,bambadat4 ,vermeld wordt het niet1 maar waarschijnlijk was de schoone vrouw het meisje ,bhadra van de vorige geschiedenis4 ,de hongerige hond4 ,eens was daar een slecht koning1 ,usuratanam geheeten4 ,deze onderdrukte zijn volk zoo vreeselijk1 dat ,boeddha in den hemel er medelijden mee kreeg4 ,boeddha was toen de god ,indra4 ,hij nam den vorm van een jager aan en daalde met den deva ,matali neder3 deze als een enorm groote hond4 ,zij traden eensklaps des konings paleis binnen en de hond blafte zoo ontzettend1 dat het geluid de koninklijke gebouwen op zijne grondvesten deed schudden4 ,de verschrikte koning riep den jager bij zich en vroeg wat die vreeselijke geluiden hadden te beteekenen4 ,de hond blaft zoo van den honger zeide de jager--en opnieuw rolde een geluid als van een verren donder door het paleis4 ,geef hem eten1 geef hem toch eten zeide de verschrikte vorst2 al het voedsel1 dat er was1 moest dienen voor het koninklijk feestmaal3 het werd voor den hond neergezet4 ,hij at het in een oogenblik op en blafte nogmaals met vreeselijke stem4 ,men haalde meer voedsel3 alles ten slotte wat in de stad en in de aangrenzende provincin was4 ,doch1 na korte rust at de onverzadelijke hond alles op en begon opnieuw te blaffen4 ,de koning stortte haast ter aarde van schrik4 ,zal niets ooit uw hond verzadigen1 jager8 ,niets1 o koning1 dan het vleesch van al zijn vijanden4 ,en wie zijn zijn vijanden1 jager8 ,zijn vijanden1 hernam de jager zijn zij die slechte daden verrichten1 die de armen onderdrukken1 die oorlog maken1 die wreed zijn tegenover de dieren der schepping4 ,de koning herinnerde zich zijn vele slechte daden en werd door schrik en berouw aangegrepen4 ,daarop maakte ,boeddha zich bekend en predikte hem en zijn volk de wet der gerechtigheid4 ,daar ,matali altijd voorkomt als de wagenmenner van ,indra ligt het voor de hand dit verhaal te beschouwen als een oud-,indisch1 in ,boeddhistischen geest omgewerkt1 gelijk trouwens met vele ,jataka verhalen het geval is4 ,boeddha is hier eenvoudig voor ,indra1 den oorspronkelijken held van het verhaal1 in de plaats gesteld4 ,boeddha als vredestichter4 ,twee prinsen waren eens in hevigen twist geraakt over zeker kunstmatig1 door dijken afgesloten meer4 ,een vreeselijke oorlog dreigde te ontbranden4 ,eensklaps verscheen ,boeddha tusschen de prinsen en hun legers en vroeg naar de oorzaak van den strijd4 ,toen men hem volkomen had ingelicht stelde hij de volgende vragen3 ,zeg mij1 koningen1 heeft aarde eigenlijke waarde8 ,geen waarde hoegenaamd4 ,heeft water eigenlijke waarde8 ,geen waarde hoegenaamd4 ,en het bloed van koningen1 heeft dat eigenlijke waarde8 ,de waarde is daarvan niet te schatten4 ,is het redelijk sprak de ,tathagata dat wat van onberekenbare waarde is in rekening wordt gebracht tegen datgene wat in het geheel geen waarde heeft8 ,de vertoornde vorsten erkenden de wijsheid dezer redenen en gaven hun twist op4 ,de verloren zoon4 ,zeker man had een zoon1 die wegreisde naar een ver land4 ,daar werd hij vreeselijk arm4 ,de vader echter werd rijk1 hij verzamelde veel goud en schatten1 hij had veel welgevulde magazijnen en olifanten4 ,doch hij had zijn verloren zoon zeer lief en klaagde heimelijk dat hij niemand had aan wien hij zijn paleizen en suverna's #hb bij zijn dood kon achterlaten4 ,na vele jaren kwam de arme man1 voedsel en kleeding zoekend1 naar de streek waar zijn vader groote bezittingen had4 ,zijn vader zag hem reeds van verre en dacht bij zichzelf3 ,indien ik aanstonds mijn zoon weer aanneem1 en hem mijn goed en schatten geef1 zal ik hem groot leed veroorzaken4 ,hij is onwetend en onopgevoed3 hij is arm en verdrukt4 ,met iemand van zulke ongelukkige neigingen is het beter zijn geest langzamerhand op te voeden4 ,ik zal hem maken tot een mijner huurlingen4 ,daar kwam de zoon1 uitgehongerd en in lompen1 aan de deur van zijns vaders huis4 ,hij zag een grooten troon en vele hovelingen1 die eer bewezen aan hem1 die op den troon zat4 ,verschrikt door al die pracht vlood hij weer naar den weg terug4 ,hier zoo sprak hij is het huis van den armen man4 ,als ik in het paleis van den koning kom1 word ik wellicht in de gevangenis geworpen4 ,toen zond de vader boden naar zijn zoon3 deze brachten hem mede1 ondanks zijn verzet en klagen4 ,toen hij het huis van zijn vader bereikte viel hij flauw van schrik3 hij herkende zijn vader niet en dacht dat hij een of ander wreede straf zou moeten verduren4 ,de vader beval zijn dienaren zachtkens met den ongelukkige te handelen en zond twee werklieden van diens eigen levenswijze uit om hem als arbeider op het landgoed in dienst te nemen4 ,zij gaven hem een bezem en een mand en lieten hem1 tegen dubbel loon de mesthoop opruimen4 ,uit het venster van zijn paleis keek de rijke man naar zijn zoon1 die daar aan het werk was4 ,doch op zekeren dag kleedde de vader zich als een arm man1 overdekte zich met stof en vuil en sprak zijn zoon toe3 ,blijf hier1 goede man1 en ik zal u van kleeding en voedsel voorzien3 gij zijt eerlijk en arbeidzaam4 ,beschouw mij als uw vader4 ,na vele jaren voelde de vader zijn einde naderen4 ,hij riep zijn zoon en zijn ambtenaren bij zich en deelde hun het geheim mede1 dat hij zoo lang had bewaard4 ,de arme man was werkelijk zijn zoon1 die hem in vroeger dagen had verlaten4 ,nu deze zich bewust was van zijn vroegeren droeven staat1 nu hij bekwaam was rijkdom op prijs te stellen en te bewaren1 wilde hij hem al zijn schatten toevertrouwen4 ,de arme man was verbaasd over deze plotselinge ommekeer in zijn lot1 en verblijd nog eenmaal zijn vader te zien4 ,volgens de ,lotus van de ,volmaakte wet zijn de gelijkenissen van ,boeddha omsluierd voor de onwetenden door een raadselachtige taal4 ,de rijke man van de gelijkenis1 met zijn troon vol bloemen en juweelen1 heet daar de ,tathagata1 die al zijn kinderen teeder bemint en groote geestelijke schatten voor hen heeft bereid4 ,doch iedere zoon van ,tathagata heeft treurige neigingen4 ,hij stelt de mesthoop boven de paarl mani4 ,om zulk een mensch te leeren moet de ,tathagata lagere dienaren gebruiken1 monniken en asceten1 om hem langzamerhand van de lagere voorwerpen der begeerte af te wennen4 ,als hij zelf spreekt is hij gedwongen veel van zijn gedachten te omsluieren1 omdat zij niet begrepen zouden worden4 ,zijn zonen hebben geen genoegen in het hooren van geestelijke dingen4 ,stap voor stap moet hun geest worden opgevoed voor hoogere waarheden4 ,gelijkenis van de vrouw aan de bron4 ,ananda1 de geliefde leerling van ,boeddha1 was eens dorstig1 daar hij een verre reis had gemaakt4 ,bij een bron ontmoette hij een meisje1 ,matanga geheeten en vroeg haar hem wat water te geven4 ,doch daar zij een vrouw van lagere kaste was1 vreesde zij een heilig ,brahmaan te besmetten en weigerde vriendelijk4 ,ik vraag niet naar caste1 maar naar water1 zeide ,ananda4 ,zijn nederigheid won het hart van het meisje4 ,haar moeder was ervaren in liefdesdranken en tooverkunsten en toen deze hoorde hoe verliefd haar dochter was1 dreef zij haar tooverspel met ,ananda en bracht hem naar haar hol4 ,hulpeloos bad deze tot ,boeddha1 die aanstonds verscheen en de booze demonen uitwierp4 ,doch met ,matanga was het nog droevig gesteld4 ,ten slotte besloot zij ,boeddha zelf op te zoeken en bij hem hulp te vragen4 ,de groote geneesmeester1 de gedachten van het meisje bemerkende1 vroeg haar vriendelijk3 ,ondersteld dat gij mijn leerling huwdet1 kunt gij hem overal volgen8 ,overal1 sprak het meisje4 ,kunt gij zijn kleederen dragen en slapen onder hetzelfde dak8 zeide ,boeddha1 zinspelend op de armoede en dakloosheid der onbehuisden4 ,langzamerhand begreep het meisje zijne bedoeling en op het laatst nam zij haar toevlucht tot de drie groote paarlen4 #hc ,de geschiedenis van ,vasavadatta4 ,te ,mathura was een courtisane1 ,vasavadatta geheeten4 ,zij werd zeer verliefd op een der toenmalige discipelen van ,boeddha1 ,upagupta geheeten1 en zond haar dienstbode om hem haar hartstocht bekend te maken4 ,upagupta was jong en zeer schoon4 ,weldra kwam de dienstbode met het volgende raadselachtig antwoord terug3 ,de tijd is nog niet gekomen1 dat de leerling ,upagupta een bezoek zal brengen aan de courtisane ,vasavadatta4 ,vasavadatta was over dit antwoord verbaasd4 ,haar klasse toch was toen ter tijd een caste1 een georganiseerd lichaam1 door den staat beschermd en zij leefde in grooten overvloed4 ,zij was de schoonste vrouw in des konings rijk en niet gewoon dat hare liefde werd versmaad4 ,toen haar eerste oogenblikken van heftigheid voorbij waren1 bedacht zij dat de jonge man arm was4 ,wederom zond zij haar dienstbode naar ,upagupta4 ,zeg hem dat ,vasavadatta liefde begeert1 geen goud en paarlen4 ,de dienstbode kwam terug met hetzelfde raadselachtige antwoord3 ,de tijd is nog niet gekomen dat de leerling ,upagupta de courtisane ,vasavadatta zal bezoeken4 ,weinige maanden daarna stond ,vasavadatta in liefdesbetrekking tot het hoofd der kunstenaars van ,mathura4 ,terwijl deze betrekking nog voortduurde kwam een zeer rijk koopman in de stad met vijfhonderd paarden1 die hij wilde verkoopen4 ,toen hij hoorde van ,vasavadatta's schoonheid1 besloot hij haar op te zoeken en werd op haar verliefd4 ,zijn paarlen en suverna's waren te verlokkend voor de hebzuchtige vrouw4 ,zij vermoordde het hoofd der kunstenaars en liet zijn lijk op een mesthoop werpen4 ,zijn familieleden deden1 toen zij hem misten1 allerlei nasporingen en het lijk werd gevonden4 ,vasavadatta werd gevangen genomen en voor den koning gebracht4 ,deze gaf bevel dat haar ooren1 haar neus1 haar handen en haar voeten zouden worden afgehouwen en haar lichaam op een kerkhof geworpen4 ,haar dienstbode bleef haar nog ter zijde1 want zij was een vriendelijke meesteres voor deze geweest4 ,zij trachtte haar pijn te lenigen en joeg de vliegen van het bloedend lichaam weg4 ,nu kreeg ,vasavadatta een derde boodschap van ,upagupta3 ,de tijd is gekomen dat de leerling ,upagupta een bezoek zal brengen aan de courtisane ,vasavadatta4 ,de arme vrouw1 in wier ziel nog een echo was van de vroegere hartstocht1 liet door haar dienstbode zorgvuldig haar geschonden leden onder een kleed bedekken3 de verminkte overblijfsels van vroegere schoonheden4 ,toen de jonge man kwam zeide zij met eenige hartstocht3 ,eens was mijn lichaam geurig als de lotus en bood ik u mijn liefde aan4 ,in die dagen was ik bedekt met paarlen en fijn linnen4 ,nu ben ik verminkt en met vuil en bloed bedekt4 ,mijn handen1 mijn voeten1 mijn ooren1 de beul heeft ze afgehouwen4 ,de jonge man troostte met groote vriendelijkheid de arme ,vasavadatta in haar doodsstrijd4 ,zuster1 het is niet voor mijn genoegen en mijn geluk dat ik tot u kom4 ,hij wees haar op de werkelijke natuur van de bekoorlijkheden1 die zij nu betreurde4 ,hij wees er haar op dat zij geen vreugden1 doch kwellingen waren gebleken1 en dat indien onkuischheid1 ijdelheid1 begeerigheid en moordzucht waren afgesneden1 zij winst had en geen verlies4 ,hij verhaalde haar van ,tathagata1 dien hij op deze aarde had zien wandelen1 een ,tathagata1 die vooral hen die lijden liefheeft4 ,zijn woord bracht vrede in de ziel van ,vasavadatta4 ,zij stierf1 na haar geloof in ,boeddha te hebben uitgesproken4 ,geesten voerden haar naar de boeteplaatsen van ,devaloa4 ,gelijkenis van het brandend huis4 ,daar was eens een oud man1 gebrekkig1 vervallen1 doch zeer rijk4 ,hij bezat veel land en vele goudstukken4 ,nog meer3 hij had een wondergroot huis1 dat vele sporen vertoonde van den tand des tijds4 ,de gebinten waren door de wormen doorknaagd1 de pilaren waren vergaan1 de galerijen vielen naar beneden1 het dak was droog en brandbaar4 ,in het huis waren vele honderden bedienden en knechten van den ouden man1 zoo uitgestrekt was de verzameling van oude gebouwen4 ,het huis bezat ongelukkig slechts eene deur4 ,de man was ook de vader van vele kinderen1 vijf1 tien1 laten wij zeggen twintig4 ,op zekeren dag rook hij een brandlucht en liep hij zoo spoedig hij kon1 de eenige deur uit4 ,tot zijn schrik zag hij dat het dak in vlammen stond1 terwijl de vergane oude pilaren n voor n vuur vatten en de gebinten brandden als tonder4 ,daarbinnen waren zijn kinderen1 waar hij zoo veel van hield1 aan het stoeien en aan het spelen met hun speelgoed4 ,de beangste vader zeide bij zichzelven3 ,ik zal het huis inloopen en mijn kinderen redden4 ,ik zal ze in mijn sterke armen nemen4 ,ik zal ze veilig dragen door de vallende gebinten en de brandende balken4 ,doch daar kwam de droeve gedachte bij hem op dat zijn kinderen dartel en onwetend waren4 ,als ik hun zeg dat het huis in vlammen staat1 zullen zij mij niet begrijpen4 ,als ik beproef hen te grijpen zullen zij rondhollen en beproeven mij te ontsnappen4 ,helaas6 en er is toch geen oogenblik te verliezen4 ,eensklaps schoot een heldere gedachte door het brein van den oude4 ,mijn kinderen zijn onwetend1 zeide hij bij zichzelf1 maar zij houden van speelgoed en van blinkende dingen4 ,ik zal hun wat speelgoed beloven1 dat zoo mooi is als zij 't nooit zagen4 ,dan zullen zij naar mij luisteren4 ,de oude man riep nu met luider stem3 ,kinderen1 kinderen1 kom uit het huis en zie deze mooie stukken speelgoed4 ,wagens met witte ossen er voor1 alles goud en klatergoud4 ,zie die keurige fijne antilopen1 o1 en wat een mooie geiten4 ,kinderen1 kinderen1 kom toch gauw1 of zij zijn allen weer weg4 ,daar kwamen de kinderen met vliegende haast uit den brandenden bouwval4 ,speelgoed was haast het eenige woord dat zij goed begrepen4 ,de vader nu was uitermate blij1 dat zijn kroost van het gevaar was gered en hij bezorgde hun eenige wagentjes1 zoo mooi als men ze nooit ziet4 ,ieder wagentje had een koepeldak als een pagode en was met fijn traliewerk en klinkende belletjes versierd4 ,het was gemaakt van de zeven kostbare zelfstandigheden4 ,snoeren van glinsterende paarlen hingen er over3 ,vlaggen en kransen van de lieflijkste bloemen4 ,melkwitte ossen trokken deze wagens4 ,de kinderen waren verbaasd toen zij er in zaten4 ,volgens de ,witte ,lotus van ,dharma beteekent deze gelijkenis het volgende3 ,de oude man is ,tathagata en zijn kinderen zijn de blinde1 lijdende kinderen van zonde en hartstocht4 ,tathagata heeft hen zeer lief en wil hen redden van hun ongeluk4 ,het oude1 wondergroote huis1 onooglijk1 rot1 gevaarlijk is het rijk van ,kama3 het gebied der begeerte1 de drie groote werelden van den zichtbaren kosmos4 ,het oude huis staat in brand door het vuur van menschelijke hartstochten1 haat en lust4 ,tathagata wil1 in zijn oneindig medelijden al zijn geliefde kinderen uit het groot gevaar verlossen1 maar zij verstaan zijne taal niet4 ,zij denken alleen over mooi speelgoed en kinderlijke vermaken4 ,als hij tot hen spreekt over den grooten innerlijken vrede1 die den mensch zijn smart doet overwinnen1 begrijpen zij hem niet4 ,spreekt hij tot hen over wonderbare1 bovennatuurlijke giften1 die aan de stervelingen worden geschonken1 dan zijn zij doof4 ,de wagentjes van klatergoud voor de kinderen van ,tathagata bereid1 zijn de ,groote en de ,kleine overtocht der ,boeddhistische leer4 #hd ,het gesprek met ,rahula over de valschheid4 ,koning ,aoka #he de groote beschermer van het ,boeddhisme1 die in de #c;e eeuw vr ,christus leefde1 heeft verschillende steen-inscripties gemaakt4 ,in een daarvan noemt hij zeven hoofdwerken 7of belangrijke gedeelten7 uit ,boeddha's leer1 daaronder dit gesprek4 ,volgens de vertaling van ,prof4 ,beal luidt het aldus3 ,in vroeger dagen1 vr ,rahula tot de hoogste kennis was gekomen1 waren zijn woorden 7daar zijn natuurlijke aard niet zoo verheven was7 niet altijd gekenmerkt door liefde tot de waarheid4 ,bij zekere gelegenheid beval ,boeddha hem te gaan naar de ,kientai 7,ghanda of ,ghanta7 ,vihara en daar zijn mond te bewaren en zijn gedachten te beheerschen1 tevens moest hij nauwgezet de regels van gedrag1 in de schriften neergelegd1 bestudeeren4 ,rahula1 het gebod hoorende1 betuigde zijn gehoorzaamheid en ging4 ,negentien dagen bracht hij in berouw en boete door4 ,ten slotte kwam ,boeddha tot hem4 ,rahula werd1 hem ziende1 met blijdschap vervuld en boog voor hem met diepen eerbied4 ,vervolgens ging ,boeddha op de voor hem bestemde plaats zitten en verzocht aan ,rahula hem een bekken met water te brengen en zijne voeten te wasschen4 ,toen dit was afgeloopen vroeg ,boeddha aan ,rahula of dit water nu nog geschikt was voor eenig huiselijk gebruik 7drinken enz47 ,rahula zeide van niet3 immers het water was vol met stof en onreinheid4 ,boeddha sprak3 ,dit is ook uw geval3 want ofschoon gij mijn zoon zijt en de kleinzoon des konings1 ofschoon gij alles hebt opgegeven om een asceet te worden1 toch zijt gij onbekwaam uw tong van onwaarheid en de bevlekking van losse praat terug te houden1 en zoo zijt gij evenals dit besmette water3 ongeschikt voor verder gebruik4 ,nadat nu het water was weggeworpen1 vroeg ,boeddha opnieuw of de schaal nu geschikt was om drinkwater te bevatten4 ,rahula antwoordde3 ,neen1 want de schaal is nog besmet en onzindelijk en kan daarom voor zulk een doel niet worden gebruikt4 ,daarop antwoordde ,boeddha3 ,zoo is het met u ook4 ,daar gij uw tong niet in toom houdt zijt gij bekend als ongeschikt voor eenig hoog doel1 al belijdt gij een asceet te zijn4 ,daarop stak ,boeddha de ledige schaal aan zijn voet en die ronddraaiende vroeg hij aan ,rahula of hij niet bang was dat zij breken zou4 ,rahula zeide dat hij daarover niet bezorgd was1 want de schaal was een doodgewone en daarom beteekende zijn verlies weinig4 ,zoo is het met u ook1 sprak ,boeddha1 want al zijt gij een asceet1 toch zijt gij1 daar gij uw tong niet meester zijt1 bestemd om1 als een klein en onbeteekenend ding1 een eind'looze reeks zielsverhuizingen door te maken1 een voorwerp van verachting voor alle wijzen4 ,rahula schaamde zich diep en nog eens richtte ,boeddha zich tot hem3 ,luister1 ik zal u eene gelijkenis vertellen4 ,in oude dagen was daar een koning over zeker rijk1 die een zeer grooten en sterken olifant bezat1 wel in staat om vijfhonderd kleinere olifanten den baas te blijven4 ,er kwam opstand in een deel van 's konings rijk4 ,de koning wilde er heen1 en haalde de ijzeren wapenrusting van den olifant voor den dag4 ,hij beval den oppasser van den olifant hem de wapens aan te doen1 te weten3 twee scherpgepunte zwaarden aan zijn slagtanden1 twee zeisen aan zijn ooren1 een kromme speer aan iederen poot1 een ijzeren bal aan zijn staart2 verder moesten negen soldaten hem begeleiden4 ,de meester van den olifant had er schik in hem zoo geharnast te zien en prentte hem in toch vooral zijn slurf goed gekruld te houden1 wetende dat een pijlschot in het midden daarvan noodlottig moest zijn4 ,doch zie in 't midden van het gevecht wond de olifant zijn slurf los en wilde er een zwaard mee grijpen4 ,de meester verschrikte en na overleg met den koning en zijn ministers1 werd besloten dat hij niet meer op het oorlogsveld zou worden geleid4 ,boeddha vervolgde3 ,rahula1 wanneer menschen1 die de negen fouten begaan1 alleen hun tong maar bewaarden1 zooals deze olifant werd geleerd zijn slurf te bewaren3 alles zou wel zijn4 ,laten zij zich wachten voor de pijl1 die in het midden treft1 laten zij hun mond gesloten houden1 opdat zij niet bij hun dood de ellende van toekomstige geboorten in de drie slechte wegen moeten doormaken4 ,hij voegde er nog deze versregelen bij3 ,ik ben als de vechtende olifant zonder vrees voor de pijl1 die in 't midden treft4 ,door oprechtheid en waarheid ontkom ik aan de menschen1 die de wet niet eerbiedigen4 ,als de olifant1 die1 wel onderworpen en rustig den koning zijn snuit reikt om hem te bestijgen1 zoo onder tucht is ook de eerwaardige3 ook hij duldt vertrouwend en geloovig4 ,rahula1 deze woorden hoorende1 werd bedroefd over zijn achteloosheid in woorden1 wijdde zich aan vernieuwde oefening en werd aldus een ,rahat4 #hf ,wij besluiten hiermede de redenen en gelijkenissen1 die wij van den ,boeddha vermeldden3 mogen zij niet allen van hem zelf afkomstig zijn1 zij drukken toch zeker uit den geest zijner leer1 zij stellen ons in levendig tafereel voor oogen de liefde1 de zelfverloochening1 het heil1 door den ,meester aangeprezen4 ,toch oordeelen wij het gewenscht1 om1 ten einde den lezer tot een helder besef te brengen van het eigenaardige van ,boeddha's streven1 de hoofdpunten daarvan nog met een enkel woord in het licht te stellen4 ,wij willen dan daarbij tevens enkele quaesties1 die zich in het ,boeddhisme voordoen1 met name die over het ,nirvana1 opzettelijk onder de oogen zien4 ,,iv4 ,hoofdpunten van ,boeddha's leer4 ,reeds vroeger #hg hebben wij gezien1 dat de hoofdvraag van het ,boeddhisme deze is3 ,hoe word ik van het lijden verlost8 ,boeddha handelt daarover vooral1 waar hij de vier heilige waarheden uiteenzet3 en over het lijden1 zijn ontstaan1 zijn opheffing1 en den weg1 die tot opheffing leidt zich uitspreekt4 ,niet allereerst is dus de vraag3 hoe moet ik de godheid dienen8--of--hoe word ik van zonde gereinigd8--zooals bij andere godsdiensten--maar1 hoe word ik bevrijd van het lijden8 ,die vraag staat zoozeer op den voorgrond dat wij in een der ,sutta's #hh als een woord des ,meesters vermeld vinden1 dat er veel meer is dat hij erkend heeft en hen niet verkondigd heeft dan wat hij hun wl verkondigd heeft4 ,en dat waarom8 ,omdat het o jongeren1 u geen gewin brengt1 omdat het niet tot afkeer van het aardsche1 tot ondergang van alle lust1 tot ophouden van het vergankelijke1 tot vrede1 tot inzicht1 tot verlichting1 tot ,nirvana voert3 daarom heb ik het u niet verkondigd4 ,en wat heb ik u verkondigd8 ,het lijden1 het ontstaan van het lijden1 de opheffing van het lijden1 den weg tot opheffing van het lijden4 ,hier hebben wij dus de hoofdzaak der leer4 ,de vraag is nu echter3 hoe hebben wij deze in bizonderheden te verstaan8 ,dit schijnt gemakkelijk op te lossen1 want tal van redenen zijn er in de ,boeddhistische boeken aan gewijd1 maar 444444 ze hebben vaak het eigenaardige1 dat in onze dagen b4v4 aan uiteenzettingen over economie eigen is3 eerst schijnt alles helder1 maar langzamerhand komt er een nevel voor uw oogen en alles wordt u duister4 ,zoo nu is het hier4 ,wij willen echter trachten de hoofdzaken te verstaan4 ,allereerst3 de waarheid van het lijden4 ,alles wat leeft is aan 't lijden onderworpen3 geboorte1 ouderdom1 dood3 't is alles lijden4 ,van eeuwigheid af1 door vele bestaansvormen heen1 gaat de wandeling 7samsara7 der levende wezens3 door den drang1 den dorst naar zijn1 telkens gedreven tot nieuwe wedergeboorten4 ,een zee van tranen grooter dan de vier groote wereldzeen is er geweend4 ,en al dat lijden is aan het leven noodzakelijk verbonden--vijf dingen zijn er die geen asceet1 die geen ,brahmaan1 die geen god1 geen ,mara noch ,brahma1 noch eenig wezen in de wereld kan bereiken4 ,welke vijf dingen zijn dat8 ,dat1 wat den ouderdom toebehoort niet veroudert1 wat aan ziekte onderworpen is niet ziek wordt1 wat den dood toebehoort niet sterve1 wat aan verval onderhevig is niet vervalle1 dat wat vergankelijk is niet verga4 ,al het doen der menschen1 die aardsch geluk nastreven loopt op lijden uit1 niet slechts als hun arbeid tevergeefsch is1 maar ook als zij het doel bereiken4 ,hier op aarde ondervonden zij dat lijden het gevolg is1 en als hun lichaam wordt verbroken1 dan worden zij in de hel tot nieuwe kwellingen wedergeboren4 ,of de mensch zijn lust volgt1 of hij vreugde nastreeft1 of hij liefde aankweekt1 alles brengt lijden met zich als onvermijdelijk gevolg4 ,tot eindelooze wandeling 7samsara7 door een woestijn van leed is de mensch veroordeeld4 ,droevige levensbeschouwing8 ,doch wie meent dat een weemoedige stemming het wezen van het ,boeddhistische geloof uitmaakt1 zou zich zeer vergissen4 ,neen1 daar is uitkomst3 men kan1 alle begeerten afstervend1 komen tot den grooten vrede1 tot de eeuwige rust4 ,de ware ,boeddhist1 die dien vrede in beginsel heeft gevonden1 die zich los heeft gemaakt van de aarde met haar leed en haar strijd1 hij gaat met dezelfde vreugde het ,nirvana tegen als de ,christen het eeuwige leven4 ,zonder vrees of bekommering leeft hij en sterft hij2 de angst voor den dood1 de gehechtheid aan andere dingen1 die den ,europeaan kenmerkt en hem zooveel leed veroorzaakt is b4v4 van de ,birmanen zeer ver4 #hi ,men hoore ook de volgende opmerkingen uit ,dhammapada1 die dit uitdrukken in alle schoonheid en verhevenheid4 ,wiens zinnen in rust zijn1 als paarden1 getemd door hun bestuurder1 wie de trots van zich heeft gedaan1 wie van onreinheid vrij is1 den alzoo voleindigde benijden de goden zelven4 ,in verheven vreugde leven wij1 zonder vijand in de wereld der vijandschap1 onder vijandige menschen zijn wij zonder vijandschap4 ,in verheven vreugde leven wij1 gezond onder de kranken1 onder de kranken verkeerend zonder ziekte4 ,in verheven vreugde leven wij1 zonder naar iets te trachten onder hen1 die trachten4 ,onder de menschen die trachten leven wij zonder begeerten 7trachten74 ,in verheven vreugde leven wij1 hoewel ons niets toebehoort4 ,vroolijkheid is onze spijze1 evenals die der van licht stralende goden4 ,de monnik1 die op een ledige plaats vertoeft1 wiens ziel vol vrede is1 hij geniet bovenmenschelijke zaligheid1 de waarheid gansch en al doorschouwend4 ,er is dus een uitweg uit het lijden1 dat ligt reeds hierin opgesloten4 ,nu zijn echter ontstaan en opheffing van het lijden nauw met elkaar verbonden4 ,lust en begeerte doen het lijden ontstaan1 vernietiging van lust en begeerte heft het op1 zoo zagen wij reeds bij onze vermelding der vier heilige waarheden4 #ij ,lust en begeerte doen het lijden ontstaan1 zij voeren tot steeds nieuwe begeerten en teleurstellingen1 zij doen ons volharden in de eindelooze wandeling 7samsara7 van leven tot leven4 ,wie boven alle lust en begeerte verheven wordt1 hij behoeft niet wederom geboren te worden1 maar komt tot het hoogste heil1 tot den grooten ,vrede4 ,dat was het licht1 hetwelk ,boeddha onder den vijgeboom verkreeg3 de dorst1 de gulzigheid1 was de veroorzaker van de greep 7de wedergeboorte7 en dus vernietiging van dorst 7begeerte7 het ophouden van het lijden1 de verlossing1 het hoogste heil4 ,wat is nu echter dat hoogste heil en hoe stelde ,boeddha zich die samsara1 die eindelooze wandeling van leven tot leven voor8 ,ziedaar twee vragen1 die onze aandacht verdienen1 omdat zij raken de hoofdpunten van den godsdienst en omdat hier geleerden1 die van het ,boeddhisme een studie hebben gemaakt1 in hun inzicht ver uiteen loopen4 ,zooals men weet werd de leer der zielsverhuizing reeds door de ,brahmanen gehuldigd4 ,zij leerden dat in alle schepselen een deel van den eeuwigen geest woonde1 dat verschillende bestaansvormen doorliep om eindelijk1 van alle hartstocht en zonde gelouterd1 wederom met den ,algeest 7,brahma7 vereenigd te worden4 ,het stoffelijke was vergankelijk1 maar het innerlijke onvergankelijk1 dit kwam telkens in een andere gestalte weer op de wereld terug1 en iedere volgende bestaansvorm beantwoordde1 door de wet van ,karma 7oorzaak en gevolg7 aan den voorafgaande4 ,zoo oogstte de mensch in ieder volgend leven1 wat hij in een vorig leven had gezaaid4 ,men zal toestemmen dat zulk een leer alleen begrijpelijk is1 wanneer er iets blijvends1 iets geestelijks is1 dat telkens den ondergang van het stoffelijk organisme overleeft om straks in nieuwe gestalte te verschijnen4 ,zoo werd het ook inderdaad door de ,brahmanen opgevat4 ,zij noemden het wezen1 dat van den eenen in den anderen bestaansvorm overging1 atman4 #ia ,nu vinden wij in de heilige boeken van het ,boeddhisme hierover vaak een gansche andere leer4 ,men hoore b4v4 het volgende gesprek uit de ,samyuttaka ,nikaya4 ,tot ,boeddha1 lezen wij daar1 kwam zekere monnik ,vachagotta1 een aanhanger van een andere secte4 ,hij sprak tot den ,verhevene aldus3 ,wat dunkt u1 geerde ,gautama1 bestaat het ik8 ,toen hij zoo sprak1 zweeg de ,verhevene4 ,hoe dan1 ,gautama1 bestaat het ik niet8 ,wederom zweeg de ,verhevene4 ,toen stond de monnik ,vachagotta van zijn zitplaats op en ging heen4 ,toen echter de monnik ,vachagotta zich verwijderd had1 sprak de eerwaardige ,ananda tot den ,verhevene3 ,waarom ,heer1 heeft de ,verhevene op de vraag1 dien de monnik ,vachagotta deed1 niet geantwoord8 ,indien ik1 ,ananda1 toen de monnik ,vachagotta mij vroeg3 ,bestaat het ik1 geantwoord had3 ,het ik is1 zoo zou ik1 ,ananda1 bekrachtigd hebben de leer van de ,samana's en ,brahmanen1 die aan de onvergankelijkheid gelooven4 ,als ik1 ,ananda1 toen de monnik ,vachagotta mij vroeg3 ,bestaat het ik niet8 geantwoord had1 het ik bestaat niet1 zoo zou ik bekrachtigd hebben de leer van de ,samana's en ,brahmanen1 die aan de vernietiging gelooven #ib4 ,als ik1 ,ananda1 toen de monnik ,vachagotta mij vraagde3 ,bestaat het ik8 geantwoord had3 het ik bestaat1 had mij dat1 ,ananda1 gediend om in hem het inzicht te werken3 ,alle wezens 7,dhamna7 zijn niet ik8 ,dat had het niet1 heer4 ,als ik echter ,ananda1 toen de monnik mij vraagde3 ,bestaat het ik niet8 geantwoord had3 ,het ik bestaat niet1 zoo zou dat nu1 ,ananda1 slechts uitgewerkt hebben dat de monnik ,vachagotta in nog grootere verwarring was gekomen en denken zou3 ,mijn ik1 bestond het vroeger niet8 ,nu is het echter niet meer4 ,men ziet1 veel verder wordt de quaestie hier eigenlijk niet gebracht4 ,het is3 ja en neen tegelijk4 ,alleen schijnt toch een soort vernietiging het einde4 ,dit is trouwens ook in overeenstemming met de wijze1 waarop in tal van andere ,boeddhistische teksten het wezen van den mensch wordt beschreven4 ,daar toch is geen sprake van een ik1 als het inwendig geestelijk wezen1 dat door de zintuigen met de buitenwereld in gemeenschap staat3 neen1 de mensch wordt verdeeld in vijf skandha's3 lichamelijkheid1 gewaarwordingen1 voorstellingen1 neigingen en bewustzijn1 geen van deze maakt de persoonlijkheid van den mensch uit3 noch is er iets hoogers1 iets centraals1 dat van al deze dingen de drager of bestuurder is4 ,hoe kan daarbij van eenige zielsverhuizing of van een doorloopen van verschillende bestaansvormen sprake zijn8 ,die vraag schijnt niet gemakkelijk te beantwoorden4 ,een later ,boeddhistisch geschrift de vragen van ,milinda #ic geeft een gesprek van dezen koning met den ,boeddhistischen heilige ,nagasena4 ,deze zegt tot den koning3 ,het is niet hetzelfde wezen en het zijn niet verschillende wezens1 die in de rij der bestaansvormen elkaar aflossen4 ,de koning 7wij kunnen hier inkomen67 begrijpt dit niet en zegt3 ,geef mij een gelijkenis4 ,nagasena houdt daarop het volgend gesprek3 ,als een man1 groote koning1 een licht aansteekt1 zal het niet den nacht doorbranden8 ,ja heer1 het zal den nacht doorbranden4 ,nu1 groote koning1 is de vlam in de eerste nachtwake dezelfde als die in de middelste nachtwake8 ,neen1 heer4 ,hoe dan koning1 was het licht in de eerste nachtwake een ander1 in de tweede weer een ander1 in de derde weer een ander8 ,neen ,heer1 aan dezelfde stof zich voedend1 heeft het den ganschen nacht gebrand4 ,zoo ook1 groote koning1 sluit de keten der wezens ineen1 het eene ontstaat1 het andere vergaat4 ,zonder aanvang1 zonder einde sluit de keten1 daarom is het noch hetzelfde noch een ander wezen1 dat zichten slotte aan het bewustzijn voorstelt4 ,volgens het verhaal was koning ,milinda met deze en andere dergelijke uiteenzettingen voldaan1 ons echter voldoen zij weinig2 't blijft ons raadselachtig1 ontastbaar1 wat eigenlijk met zulk een ,karma is bedoeld4 ,trouwens in andere uiteenzettingen worden wij1 ook op dit punt1 naar huis gezonden met een3 de ,verhevene heeft dit niet geopenbaard1 omdat het niet diende tot heil4 ,een ,karma1 een wet van oorzaak en gevolg1 volgens welke goed en kwaad zijn vruchten dragen1 en ieder menschelijk leven1 zooals het nu eenmaal is1 de noodzakelijke vrucht is van voorafgaande levens en de logische voorbereiding van daaropvolgende levens2 zeker1 dat wordt geleerd1 maar de band1 welke die levens aaneenschakelen kan als er geen eigenlijk gezegde ziel1 dus ook ziels-verhuizing is1 is onzichtbaar1 onbegrijpelijk4 ,met uiteenzettingen over ,nirvana is het al niet beter gesteld1 ook daar komen wij niet tot helder besef4 ,op vele plaatsen zouden wij het woord ,nirvana zeer geschikt kunnen vertalen door hemel en schijnt werkelijk ,nirvana een soort voortbestaan1 voortduring in te sluiten4 ,elders weer schijnt het alsof ,nirvana het niets1 en alsof alleen die leer van het niets1 wegens haar radicalisme1 wat omsluierd wordt voorgedragen4 ,soms ook krijgen wij den indruk dat ,nirvana is3 iets onuitsprekelijks1 boven alle zijn in den gewonen zin verheven4 ,men oordeele4 ,zekere monnik1 ,yamaka geheeten1 had 7we ontleenen ook dit gedeelte aan het straks aangehaalde ,boeddhistische geschrift7 de volgende kettersche meening3 ,ik versta de door den ,verhevene verkondigde leer zoo1 dat een monnik1 die van zonden vrij is1 als zijn lichaam te gronde gaat1 der vernietiging ten prooi valt1 dat hij vergaat1 dat hij niet is aan gene zijde van den dood4 ,we merken op dat1 indien vernietiging de eindleer van ,boeddha was1 hier van geen ketterij sprake kan zijn4 ,de eerwaardige ,sariputta nu gaat den dwalende onderrichten3 ,wat meent gij1 vriend ,yamaka1 is de ,tathagatha n met zijn lichamelijkheid 7m4 a4 w4 is zijn lichaam zijn ware wezen74 ,ziet gij het zoo in8 ,dat doe ik niet1 vriend4 ,is de ,tathagata n met zijn gewaarwordingen1 zijn voorstellingen1 zijn neigingen1 zijn bewustzijn8 ,ziet gij het zoo in8 ,dat doe ik niet1 vriend4 ,wat dunkt u1 vriend ,yamaka1 is de ,voleindigde in de lichamelijkheid 7de gewaarwordingen enz47 begrepen8 ,meent gij het zoo8 ,dat doe ik niet1 vriend4 ,wat meent gij1 vriend ,yamaka1 zijn lichamelijkheid1 gewaarwordingen1 voorstellingen en bewustzijn 7te zamen7 de ,voleindigde8 ,ziet gij het zoo in8 ,dat doe ik niet1 ,heer4 ,wat meent gij1 vriend ,yamaka1 is de ,voleindigde gescheiden van lichamelijkheid1 van aandoeningen1 voorstellingen1 neigingen en bewustzijn8 ,ziet gij het alzoo in8 ,dat doe ik niet1 vriend4 ,zoo is dus1 vriend ,yamaka1 reeds in deze wereld de ,voleindigde voor u niet te begrijpen4 ,hebt gij dan het recht om te spreken3 ,ik versta de door den ,verhevene verkondigde leer z1 dat een monnik1 die van zonden vrij is1 als zijn lichaam verbroken wordt1 aan de vernietiging ten prooi is2 dat het vergaat1 dat het niet is aan gene zijde des doods8 ,hier wordt m4 a4 w4 dus verkondigd3 het ,nirvana is een mysterie1 boven ons denken verheven4 't ,is1 alsof wij hooren het woord van ,paulus3 ,wat geen oog gezien en geen oor gehoord heeft1 en in geen menschenhart is opgekomen1 dat heeft ,god bereid voor hen1 die ,hem liefhebben4 ,de wijzen1 zegt een spreuk uit ,dhammapada1 die geen wezen leed doen1 die hun lichaam altijd in toom houden1 zij wandelen naar de eeuwige verblijfplaats4 ,wie daar is gekomen1 weet van geen leed4 ,wat is nu echter in dezen het oorspronkelijke8 ,de leer3 alles keert tot niet1 de vergelding van leven tot leven zonder een wezen1 dat in 't eene leven misdreef en in 't andere gestraft wordt8 ,of zijn dit latere1 wijsgeerig gekleurde ontaardingen van het oorspronkelijk ,boeddhisme8 ,we doen deze vragen met nadruk4 ,en wel om de volgende redenen3 #a;e4 ,hoewel aan de eene zijde geleerd wordt dat niets blijvend is1 geen wezen voortduurt van leven tot leven1 vinden wij toch tal van ,yataka-verhalen1 waarin ,boeddha spreekt over de levens1 die hij vroeger heeft doorgemaakt4 ,hoe dat1 als er volgens het ,boeddhisme geen blijvend iets is1 geen ik1 dat van leven tot leven overgaat8 #b;e4 die zoogenaamd echt ,boeddhistische zielsverhuizing1 een vergelding zonder een wezen1 aan wien vergolden wordt1 schijnt meer een uitvinding der ,sophisten dan een leer van een volksprediker2 #c;e4 ook in die stroomingen van het ,boeddhisme1 waar men zich verre heeft gehouden van allerlei latere ontaardingen1 heeft men toch die leer van ,karma anders opgevat1 b4 v4 in ,birma zijn er tal van verhalen in omloop over vroegere geboorten4 ,vele kinderen weten daar soms nog een en ander te vertellen over hun lotgevallen in een vroeger bestaan4 #d;e4 juist die ,boeddhistische geschriften1 zooals b4 v4 ,brahmajala-sutta1 waarin zoo wonderlijk met ja en neen1 bevestiging en ontkenning gerekend wordt1 zijn waarschijnlijk geen afspiegeling der oude ,boeddhistische leer1 maar hebben den invloed ondergaan van de ,mahayana1 de school van den grooten overtocht4 ,wat was die ,mahayana8 ,een soort van athestisch-gekleurde wijsbegeerte1 die het oorspronkelijk ,boeddhisme voor een goed deel verdrong1 doch ook een krachtige reactie teweegbracht1 welke op haar beurt het ,boeddhisme weer in bijgeloof deed ontaarden4 ,wanneer men ons dus vraagt naar de eigenaardigheden van het oorspronkelijk ,boeddhisme1 meenen wij hieromtrent de volgende punten te kunnen vaststellen3 #a4 ,boeddha stelde op den voorgrond de verlossing van het lijden4 ,deze moest hierin bestaan1 dat men1 door begeerte en hartstocht in een leven van kuischheid1 armoede en gehoorzaamheid te overwinnen1 tot den grooten ,vrede geraakte1 zoodat men niet wederom geboren behoefde te worden4 #b4 ,het oorspronkelijk ,boeddhisme was bovenal op het praktische gericht1 en was evenver van athesme als van vormendienst verwijderd4 #c4 ,de leer van een wedergeboorte zonder zielsverhuizing en van ,nirvana als vernietiging is niet oud-,boeddhistisch1 maar aan de ,mahayana te danken4 #d4 ,het ,boeddhisme mag niet als volslagen pessimisme worden opgevat1 omdat het3 theoretisch een uitweg predikt uit het lijden en praktisch even ver van wereldvergoding als van wereldverachting is verwijderd4 ,v4 ,de weg des heils4 ,we hebben in het vorige hoofdstuk de hoofdzaken der ,boeddhistische leer in het oog gevat1 de menschheid in leed verzonken1 de uitweg1 die naar het ,nirvana voert4 ,de vraag komt nu echter3 waarlangs voert ons die weg8 ,m4 a4 w4 wij zijn nu aan de behandeling van de vierde der heilige waarheden genaderd1 de weg1 die tot opheffing van het lijden voert3 ,reeds hebben wij vermeld dat de weg tot opheffing van het lijden is het heilige achtvoudig pad1 dat is3 recht geloof1 recht besluiten1 recht woord1 rechte daad1 recht leven1 recht streven1 recht gedenken1 recht bespiegelen4 ,welnu1 drie stations zijn er1 die wij op dien weg achtereenvolgens moeten passeeren1 wij kunnen ze noemen3 rechtschapenheid1 bespiegeling 7inkeeren tot zichzelf71 wijsheid4 ,allereerst dus rechtschapenheid1 d4 w4 z4 zich van alles wat boos en onrein is verre houden4 ,deze rechtschapenheid openbaart zich in de opvolging der vijf volgende geboden1 die niet alleen gelden voor de eigentlijke volgelingen1 de monniken1 maar voor alle vereerders van den ,boeddha4 ,zij zijn3 #a4 geen levend wezen dooden1 #b4 aan niemands eigendom zich vergrijpen1 #c4 de vrouw van een ander niet aanraken1 #d4 geen onwaarheid spreken1 #e4 geen bedwelmende dranken drinken4 ,wij moeten erkennen1 dat inderdaad deze geboden door ,boeddha's volgelingen zeer nauwgezet worden nageleefd4 ,niet alleen dat de ,boeddhistische monnik van een soort zeef voorzien is1 opdat hij bij het drinken van water niet het leven van een insect vernietige1 neen1 ook de leek1 die eerbied heeft voor den ,verhevene zal geen dier dooden1 evenmin zijn vleesch eten4 ,de ,birmanen maken slechts voor n soort adder een uitzondering1 een die den mensch moedwillig aanvalt en waarvan een hunner spreekwoorden zegt3 als zij u eerst ziet1 doodt zij u1 als gij haar eerst ziet1 doodt gij haar4 ,en ook de andere geboden1 met name het niet gebruiken van bedwelmende dranken1 worden streng nagekomen4 ,ook worden zij niet slechts negatief opgevat4 ,de ,boeddhist doodt niet alleen geen dieren1 maar is ook vervuld met liefde voor al wat leeft4 ,zeer op den voorgrond komt ook het vergelden van kwaad met goed1 men denke b4v4 aan de vroeger verhaalde geschiedenis van ,kunala4 #id ,vooral uit practisch oogpunt worden deze deugden aanbevolen4 ,door niet te toornen overwint men den toorn1 het booze overwint men door het goede1 den gierige overwinne men met gaven1 door waarheid overwinne men den leugenaar4 #ie ,welwillendheid wordt door ,boeddha op eigenaardige wijze in het voorbeeld van zijn eigen leven aanbevolen4 ,hij zegt #if ,na den maaltijd1 als ik van het aalmoezen verzamelen ben teruggekeerd1 begeef ik mij naar het woud4 ,dan stapel ik kruiden en grassen opeen en zet mij daarop neder1 met gekruiste beenen1 het lichaam recht opgericht1 het gelaat met waakzaam denken omgeven4 ,zoo zit ik daar1 terwijl ik de kracht der welwillendheid1 die mijn geest vervult1 zich over n wereldstreek laat uitstrekken1 daarna over den tweeden1 den derde en vierde1 #ig naar boven1 naar beneden1 in schuine richting1 naar alle kanten1 op alle wegen van de gansche wereld laat ik de kracht der welwillendheid1 die mijn geest vervult1 die groote onmetelijke1 die van geen haat weet1 die naar geen schade tracht1 zich uitstrekken4 ,aan zulk een geestelijke oefening in welwillendheid wordt een groote kracht toegekend1 we zouden zeggen3 een soort telepathische kracht4 ,zou dat trouwens ook niet zoo zijn1 zou niet een mensch1 die al zijn gedachten op wat rein en goed is concentreert als 't ware een atmosfeer van liefde rondom zich bewerken8 ,hebben dat ook geen voorbeelden uit den nieuwen tijd bewezen8 ,doch3 laat ons hooren welke voorbeelden de ,boeddhisten er van verhalen4 ,eens verzoekt ,ananda aan den verhevene dat hij ,roja1 een niet voor de leer van ,boeddha gewonnen edelman van het huis der ,malla's1 tot het geloof en de orde mocht bekeeren4 ,dat is niet moeilijk voor den voleindigde1 o ,ananda1 om te maken dat ,roja de ,malla voor dit geloof en deze orde gewonnen wordt4 ,toen richtte de ,verhevene op ,roja de kracht zijner welwillendheid1 stond van zijn zitplaats op en ging in het huis4 ,en ,roja1 door den verhevene met de kracht van zijne welwillendheid getroffen1 ging1 evenals een koe1 die haar kalfje zoekt1 van huis tot huis1 van monnik tot monnik1 vragende3 ,waar1 o eerwaardigen1 is op het oogenblik de ,verhevene1 de heilige1 hoogste ,boeddha8 ,ik begeer hem te zien1 den verhevenen1 heiligen1 hoogsten ,boeddha4 #ih ,die kracht der welwillendheid wordt ook aangeprezen tegen slangen en wilde dieren4 ,boeddha verhaalt van een zijner vroegere levens3 ,in het woud1 op eene berghelling leefde ik1 mijn naam was ,sama444 ,leeuwen en tijgers trok ik door de kracht mijner welwillendheid tot mij4 ,omgeven van leeuwen en tijgers1 van panters1 beren en buffels1 van gazellen en evers1 verbleef ik in het woud4 ,geen dier was voor mij bevreesd en ook ik vreesde voor geen dier4 ,de kracht van de welwillendheid is mijn bescherming1 zoo blijf ik op de berghelling4 ,doet ,boeddha hier niet denken aan ,franciscus van ,assisi1 den eenige onder de heiligen der ,katholieke ,kerk1 bij wie zich ook zulk een diep gevoel van sympathie1 zulk een heilig meegevoelen vertoont met al wat leeft8 ,naast de welwillendheid wordt ook zeer den nadruk gelegd op de weldadigheid4 ,zij wordt aangeprezen1 niet zoozeer omdat zij anderen tot heil is1 als wel omdat zij wie haar beoefent verder brengt op den weg des heils4 ,men denke b4v4 aan de vroeger vermelde geschiedenis van ,wessantara #ii1 waarin deze alles ten offer brengt1 doch niet voor doeleinden1 die ons ,westerlingen kunnen bevredigen4 ,wie1 dat is hier de kiem der leer1 zichzelf het grootste offer oplegt1 doet ook de grootste stap tot het heil4 ,toch3 noch rechtschapenheid1 noch welwillendheid1 noch weldadigheid kunnen er ons brengen4 ,zij bereiden slechts voor3 ,eerst wanneer door deze deugden het hart is gereinigd1 wordt men geschikt om den verderen weg des levens te verstaan4 ,weldadigheid1 welwillendheid1 rechtschapenheid3 zij zijn dus niet bovenal van gewicht1 omdat zij anderen tot heil zijn1 maar omdat zij de ziel reinigen4 ,ze moeten echter op den weg tot den groote vrede door andere--nog meer innerlijke deugden--worden gevolgd4 ,vandaar1 dat zich hierbij aansluiten3 beheersching der zinnen1 waakzaamheid1 opmerkzaamheid en gemis van behoeften4 ,wat het eerste betreft3 daarmede wordt niet zoozeer bedoeld een op zijn hoede zijn voor verzoekingen als wel het achtgeven op zijn oog1 zijn oor1 tot zijn ademhalen toe4 ,denkelijk wordt dit aangeprezen als een soort van geestelijke gymnastiek3 een oefening om meester te worden over al zijn levensverrichtingen4 #ajj ,wat de opmerkzaamheid aangaat wordt vooral gewaarschuwd tegen toegeven aan haat of lust4 ,als de monnik zoover komt1 dat op den weg naar het dorp 7waar hij rondgaat om aalmoezen te ontvangen7 geen lust of haat hem bezielt tegen diegenen1 die hij zwijgend aanschouwt of hoort1 dan mag hij zeggen3 ,zalig de man1 die aan het goede zijne zinnen gewend heeft4 ,want aan niets te hechten3 in den hemel of op aarde3 daarom is het te doen4 ,gemakkelijk valt het echter niet om daartoe te geraken3 het ,boeddhisme kent ook een duivel3 ,mara4 ,soms wordt hij voorgesteld als een persoonlijk wezen1 die ,boeddha en zijn rijk bestrijdt3 doch bij meer wijsgeerig ontwikkelde ,boeddhisten geldt hij als de onpersoonlijke wereldmacht1 die overal lust en begeerte opwekt en daardoor den dood werkt4 ,men herinnert zich dat hij ook in de geschiedenis van ,boeddha zelf een rol speelt4 ,zijne verzoeking van ,boeddha doet soms denken aan die van ,jezus door den duivel4 ,evenals deze ,jezus het bekoorlijke wil doen gevoelen van aardsche macht1 zoo komt ook ,mara tot den ,verhevene4 ,op zekeren tijd1 zoo luidt dit verhaal1 hield de verhevene in het land ,kosala in de ,himalaya1 in een woudhut1 verblijf4 ,toen de verhevene zich daar in de eenzaamheid had teruggetrokken1 steeg in zijn geest deze gedachte op3 ,voorwaar het is mogelijk als koning met gerechtigheid te regeeren1 zonder dat men doodt of dooden laat1 zonder dat men smart lijdt of anderen smart doet lijden4 ,toen zag ,mara1 de booze1 de gedachten die in den geest van den verhevene waren opgekomen4 ,hij ging naar den verhevene en sprak3 ,moge1 o ,heer1 de verhevene als koning regeeren1 moge de voleindigde als koning regeeren met gerechtigheid1 zonder dat hij doodt of dooden laat1 zonder dat hij verdrukt of verdrukken laat1 zonder dat hij smart lijdt of anderen smart toevoegt4 ,boeddha antwoordt3 ,wat ziet gij aan mij1 gij booze1 dat gij aldus tot mij spreekt8 ,mara zegt dan3 ,de verhevene1 ,heer1 heeft de viervoudige wondermacht zich eigen gemaakt--als de verhevene1 o ,heer1 wilde1 zoo kan hij willen dat de ,himalaya1 de koning der bergen1 tot goud werd en--hij zou tot goud worden4 ,boeddha wijst hem af3 wat baat het den wijze of hij een berg van zilver en goud bezit8 ,wie het lijden heeft gezien in zijn oorsprong1 hoe kan hij zich wenden tot de begeerte8 ,wie weet dat aardsche zin een boei is in deze wereld 7nl4 die de vrijmaking tegenhoudt7 die moge trachten naar wat hem daarvan vrijmaakt4 ,toen zag ,mara1 de booze3 de verhevene kent mij1 de voleindigde kent mij--en mismoedig en bedroefd ging hij heen4-- #aja ,een slot1 dat bij dergelijke verhalen over ,mara telkens wederkeert4 ,zoo weerstond ,boeddha den verzoeker door zijne waakzaamheid1 zoo moeten ook zijn volgelingen hem weerstaan4 ,het voorbeeld van een schildpad stelt de ,meester hun voor oogen4 ,wij laten die gelijkenis hier volgen3 ,er was eens een schildpad1 die in den avond naar den oever der rivier ging om voedsel te zoeken4 ,ook een jakhals ging des avonds naar de rivier op buit uit4 ,toen de schildpad den jakhals zag1 kroop zij in hare schaal en dook zacht en stil in het water4 ,de jakhals liep er heen en wachtte dat zij een harer leden uit de schaal zou steken4 ,de schildpad verroerde zich niet1 de jakhals moest het opgeven en ging heen4 ,eveneens1 jongeren1 loert ook ,mara1 de booze1 voortdurend op u en denkt3 ,ik wil door uw oog toegang tot u verkrijgen1 of door uw oor1 uw neus1 uw tong1 uw lichaam of door uw gedachten4 ,daarom1 o jongeren1 bewaar de poorten uwer zinnen1 dan zal ,mara van u wijken1 hij moet het opgeven1 hij vindt geen ingang bij u1 evenmin als de jakhals bij den schildpad4 #ajb ,zoo staat dan de getrouwe volgeling des verlichten pal2 door deugden gelouterd1 door waakzaamheid gesterkt en beveiligd streeft hij naar het einddoel1 den grooten vrede4 ,geen pasklaar gemaakt geloof1 geen steunen op een verlosser1 boven alles eigen krachtsinspanning moet er hem brengen4 ,doch1 een voorsmaak van den eeuwigen vrede kan hij reeds hier genieten4 ,als hij alleen terneder zit in het eenzame woud1 als hij daar zich door inkeeren tot zichzelf losmaakt van lust en booze neigingen1 losmaakt van vreugde en leed1 als ten slotte zijn adem ophoudt1 dan bereikt hij een toestand1 waarin hij al het aardsche is ontvloden1 vrij van onreinheid1 vrij van zonden1 vast en onwankelbaar4 ,in dien toestand wordt alles hem klaarheid4 ,in extase aanschouwt hij de wandelingen1 die hij in 't verleden heeft doorgemaakt1 leest hij de gedachten van anderen4 ,hij ziet hoe alles ontstaat en vergaat1 straks zal hij ook de laatste schrede doen en wordt hij1 door het ophouden van alle hechten aan het aardsche1 van zonde vrij en komt tot verlossing en heiligheid4 ,is dat alles slechts--zooals ook ,oldenberg #ajc het voorstelt1--slechts ziekelijke verbeelding8 ,wie eenigszins bekend is met de verschijnselen van somnambulisme en extase ook in onzen tijd1 zal dit geenszins beweren1 maar zal moeten erkennen1 dat er is3 een geestelijk zien1 een hoogere verlichting1 die juist dan ons deel wordt1 als al 't aardsche verre van ons is en de wereld der zinnen is gesloten1 en dat er dus--ook in deze verzekeringen van het ,boeddhisme--een diepe bron van waarheid is verborgen4 ,boeddha zelf treedt op dien weg des heils vrij wel op den achtergrond4 ,hij is niet meer dan het voorbeeld dat den leerling sterkt in zijn strijd4 ,hij is geen ,verlosser1 die van buiten af zaligheid aanbrengt4 ,neen3 hij is de eerste1 die worstelend en strijdend het ware pad des heils heeft gevonden3 anderen volgen4 ,na hem zullen komen andere ,boeddha's1 die het rad der leer in beweging brengen4 ,niet zijn persoon maakt zalig1 maar zijn leer3 die1 zoo sprak hij stervend tot ,ananda1 is de ,meester als ik ben heengegaan4 ,als zij die volgen1 zullen ook ook zij eenmaal komen tot den ,grooten ,vrede1 die voor allen bereid is1 maar die slechts bereikt kan worden waar alle hartstocht is gedoofd1 waar alle begeeren heeft opgehouden4 ,,vi4 ,het ,boeddhisme in de praktijk4 ,reeds vroeger hebben wij er over gesproken dat de gemeente van ,boeddha feitelijk een monnikengemeente is3 zoodat wie ernstig naar het licht tracht1 monnik moet worden4 ,dat monnikendom is echter gansch iets anders1 dan wij ,westerlingen zouden denken4 ,een monnik3 onwillekeurig denken wij dan aan de ,roomsch-,catholieke monniken1 personen1 die evenals de geheele priesterschap met een wijding zijn bekleed1 waardoor zij als tusschenpersonen gelden tusschen ,god en den mensch4 ,zoo iets vinden wij1 waar het ,boeddhisme ook maar eenigszins zuiver is bewaard gebleven1 niet4 ,hun monniken deelen geen ,sacramenten uit1 dragen geen sleutelen van hemel en hel3 zelf moet de mensch de weg des heils zoeken en vinden4 ,aan niemand heeft in de oogen van ,boeddha's volgelingen de ,allerhoogste zijn gezag in handen gegeven3 ,hij werkt door eeuwige wetten3 zijn wil is kenbaar in de wet van oorzaak en gevolg1 die iedereen kan verstaan4 ,de monniken vormen eenvoudig een vrije broederschap1 welke ten doel heeft den weg te volgen1 die tot de bevrijding leidt4 ,zoo was het van den aanvang af4 ,niet lang na den dood des ,verhevenen vroeg een minister van koning ,ajatasattu aan ,ananda3 ,is1 vereerde ,ananda1 een bepaalde monnik door den vereerde aangewezen1 van wien hij gezegd heeft3 deze zal na mijn dood uw toevlucht zijn8 ,ananda antwoordde ontkennend4 ,heeft dan1 vervolgde de minister1 de gemeente een bepaalden monnik benoemd1 heeft een aantal oudsten van hem verordend3 ,hij zal na den dood des ,verhevenen onze toevlucht zijn8 ,ook nu antwoordde ,ananda ontkennend4 ,en de ander vervolgt3 ,wanneer het u aan een toevlucht ontbreekt1 vereerde ,ananda1 hoe is er dan eenheid onder u8 ,het ontbreekt ons niet aan een toevlucht1 o ,brahmaan1 wij hebben een toevlucht1 de leer4 ,m4a4w4 geen hirarchie of iets dergelijks4 ,zoo was het voorheen1 zoo is het nog onder ,boeddha's volgelingen4 ,en in weerwil 7of juist daardoor87 daarvan is der monniken leven van de dagen van den ,verlichte af tot nu toe vrijwel hetzelfde gebleven4 ,als wij vergelijken1 wat ,fielding vertelt over de monniken van het tegenwoordig ,boeddhisme in ,birma en ,oldenberg over die van de eerste tijden1 dan schijnt bijna alles hier zuiver bewaard te zijn gebleven4 ,we willen u dan over der monniken eigenaardig leven een en ander meedeelen4 ,in de eerste plaats merken wij op1 dat1 in het algemeen1 de toegang tot de gemeente 7,sangha7 voor ieder openstaat4 ,geopend zij voor allen de poort der eeuwigheid1 wie ooren heeft1 hij hoore en geloove 't woord4 ,toch wordt voor sommigen een uitzondering gemaakt4 ,b4v4 voor die aan ernstige lichaamsgebreken of krankheden lijden1 voor zware misdadigers1 voor soldaten1 schuldenaars en lijfeigenen1 niet omdat deze laatste drie minder geacht werden1 maar omdat hier de rechten van derden zouden worden verkort4 ,voorts mochten zonen niet in de orde gaan zonder toestemming der ouders en konden kinderen eerst met het #ab;e jaar voorloopig1 met hun #bj;e jaar vol lid worden4 ,voorloopig en vol lid1 bij jeugdigen van jaren kan dat eerst na eenige jaren op elkaar volgen4 ,bij ouderen volgt de voorloopige opname als lid en de erkenning als vol medelid spoedig op elkaar4 ,de eerste wijding heet ,pabbaja 7het uitgaan1 n4l4 uit de wereld71 de tweede ,upasampada 7het inkomen74 ,bij de eerste treedt enkel de candidaat zelf handelend op1 bij de tweede is het de gemeente1 die hem opneemt4 ,een en ander ging en gaat nog in hoofdzaak aldus in zijn werk4 ,de candidaat verklaart bij het ,pabbaja1 dat hij deel wil uitmaken van de gemeente1 eene verklaring1 die ook een oudere monnik voor hem doen kan4 ,hij trekt daarop het gele gewaad aan1 laat zich haar en baard scheren en spreekt tot de andere monnik7en73 ,ik neem mijn toevlucht bij ,boeddha4 ,ik neem mijn toevlucht bij ,dharma 7de leer74 ,ik neem mijn toevlucht bij ,sangha 7de gemeente74 ,daarop volgt dan later1 soms al spoedig1 de eigenlijke opname1 waardoor hij dus vol gemeentelid wordt4 ,dit gaat ongeveer in deze voege4 ,voor de verzamelde monniken spreekt de candidaat3 ,ik bid de gemeente1 eerwaardigen1 om de wijding4 ,moge de gemeente1 eerwaardigen1 mij tot zich opheffen1 moge zij zich mijner erbarmen4 ,ten tweede en ten derde male verzoek ik de gemeente1 eerwaardigen1 om de wijding4 ,moge de gemeente1 eerwaardigen1 mij tot zich opheffen1 moge zij zich mijner erbarmen4 ,dan volgt een soort verhoor4 ,er wordt gevraagd3 ,hoort gij mij ,n4444448 ,nu is de tijd voor u gekomen om waar en recht te spreken4 ,ik vraag u1 hoe het met u is4 ,wat zoo is moet gij van zeggen3 het is zoo1 wat niet zoo is1 daarvan moet gij zeggen3 het is niet zoo4 ,zijt gij met een der volgende ziekten behept3 melaatschheid1 kropgezwel1 witte uitslag1 tering1 vallende ziekte8 ,zijt gij een mensch8 #ajd ,zijt gij een man8 ,zijt gij uw eigen heer8 ,hebt gij schulden8 ,staat gij niet in koninklijken dienst8 ,hebt gij verlof van vader en moeder8 ,zijt gij volle twintig jaar oud8 ,hebt gij de aalmoezenschaal en de kleederen8 ,hoe heet gij8 ,hoe heet uw leermeester8 ,is nu het antwoord op al deze vragen bevredigend1 dan wordt tot driemaal toe aan de gemeente het verzoek overgebracht hem de wijding te geven4 ,de gemeente hoore mij1 eerwaardigen4 ,hier ,n44444 wenscht als leerling van ,n4 ,n4 #aje de wijding te ontvangen4 ,hij is vrij van verhindering4 ,hij heeft een aalmoezenschaal en de kleedingstukken4 ,n4 vraagt de gemeente om wijding met ,n4 ,n4 als zijn leermeester4 ,de gemeente verleent aan ,n4 de ordening met ,n4 ,n4 als leermeester4 ,wie van de eerwaardigen er voor stemt dat aan ,n4 de wijding wordt gegeven met ,n4 ,n4 als leermeester1 die zwijge1 wie er tegen is1 spreke4 ,komt na drievoudige herhaling geen tegenspraak1 dan is de candidaat aangenomen en het heet3 ,n4 heeft van de gemeente de wijding ontvangen met ,n4 ,n4 als zijn leermeester4 ,de gemeente is er voor1 zij zwijgt1 alzoo neem ik dit aan4 ,nu stelt men1 door de schaduw te meten1 den tijd vast1 waarop de candidaat is opgenomen en deelt hem vervolgens mede de vier regelen der gestrengheid in het uiterlijk leven1 luidende aldus3 ,de spijs van hem1 die uit het huis naar het leven zonder tehuis is gegaan1 zullen zijn de beten1 die hij door bedelen verkrijgt4 ,zijn gewaad zal gemaakt zijn uit de lompen1 die hij verzamelt4 ,zijn legerstede zal zijn onder de boomen des wouds4 #ajf ,zijn medicijn zal zijn de stinkende urine van vee4 ,bereiden vrome leeken hem een maal3 verleenen zij hem kleeding1 onderdak1 geneesmiddelen3 't is niet verboden die aan te nemen1 doch de rechte en wettige levenswijze van den monnik is deze gestrengheid van het bedelaarsleven4 ,dan worden hem meegedeeld de vier groote verboden1 door welke te overtreden een monnik zichzelf uit de gemeente uitstoot3 #a4 ,een geordende monnik mag geen geslachtsomgang hebben1 ook niet met een dier4 ,de monnik1 die geslachtsomgang heeft1 is geen monnik meer1 hij is geen leerling van den zoon van ,sakya4 ,evenals een mensch1 wien het hoofd is afgeslagen1 met den romp niet leven kan1 zoo is ook een monnik1 die geslachtsomgang heeft1 geen monnik meer1 geen leerling van den zoon van ,sakya4 ,daarvan moet gij uw leven lang u verre houden4 #b4 ,een geordende monnik mag niet nemen wat hem niet gegeven is 7wat men diefstal noemt7 ook geen grashalm4 ,de monnik1 die een pada #ajg of de waarde van een pada of meer dan een pada ongegeven neemt 7wat men diefstal noemt7 is geen monnik meer3 hij is geen leerling van den zoon van ,sakya4 ,evenals een dor blad1 dat van den stengel is losgegaan1 niet meer groenen kan1 zoo is ook een monnik1 die een pada of de waarde van een pada of meer ongegeven neemt 7wat men diefstal noemt7 geen monnik meer3 hij is geen leerling van den zoon van ,sakya4 ,daarvan moet gij uw leven lang u ver houden4 #c4 ,een geordende monnik mag niet wetens een dier van het leven berooven1 ook geen worm zelfs of mier4 ,de monnik1 die wetens een menschelijk wezen van het leven berooft1 zij het dat hij een ongeboren kind doodt1 is geen monnik meer1 hij is geen leerling van den zoon van den ,sakya4 ,evenals een groote steen1 dien men in twee deelen heeft gespleten1 niet meer tot n kan worden gemaakt1 zoo is ook enz4 #d4 ,een geordend monnik mag zich niet beroemen op bovenmenschelijke volkomenheid1 mag zelfs niet zeggen3 ,gaarne vertoef ik in een ledig huis4 #ajh ,de monnik1 die met booze bedoeling en uit begeerlijkheid zich leugenachtig op bovenmenschelijke volkomenheid beroemt1 zij het een toestand van verzonkenheid1 van verrukking1 van tot zichzelf inkeeren 7concentratie71 van verheffing of van het pad der verlossing1 of van de vrucht der verlossing1 hij is geen monnik meer1 hij is geen leerling van den zoon van ,sakya4 ,evenals een afgehouwen palmboom niet meer groeien kan enz4 ,met de voorlezing dezer vier groote verboden is de ordening geindigd4 ,men ziet1 dat alle voorzorgen worden genomen1 om onwaardigen te weren en moeilijkheden te voorkomen1 doch1 van werken op het gevoel1 van mystiek is men hier verre verwijderd4 ,het is dan ook geen wijding in een geestelijken stand1 die een onverliesbaar karakter verleent1 het is de vrije aansluiting bij eene broederschap1 die men ook weer verlaten kan4 ,dit juist maakt dat in het ,boeddhistische monnikendom niet die groote1 donkere vlekken zijn te zien1 welke de ascese overal met zich brengt4 ,wordt een monnik de drang naar de wereld te sterk1 valt hem de strijd tegen de zinlijke neigingen zijner natuur te zwaar1 welnu3 niets belet hem heen te gaan4 ,het is beter1 de geestelijke oefening vaarwel te zeggen en zijn zwakheid te erkennen1 dan als geestelijke te zondigen4 ,zondigt echter de monnik tegen de hoofdgeboden1 dan kan hij door de gemeenschap worden uitgestooten4 ,iets wat echter niet veelmalen geschiedt1 daar een monnik1 die tegen zijn regels handelt1 zoozeer door het publiek wordt veracht 7een publiek dat zijn aalmoezenschaal dan niet met voedsel vult7 dat hij vanzelf tot heengaan is gedrongen4 ,hebben wij gezien hoe de monniken worden opgenomen1 aan welke verplichtingen zij moeten beantwoorden3 wij werpen thans een blik op hun dagelijksch leven4 ,we merkten reeds op dat het leven der monniken zich door eenvoud moet kenmerken3 doch1 niet zoo dat het in overdreven gestrengheid ontaardt4 ,dit komt in alles uit4 ,eenvoudig zijn ook tegenwoordig in ,birma--een land1 waar het ,boeddhisme vrij zuiver de oude traditin heeft bewaard--de kloostergebouwen doch vriendelijk door boomen omgeven4 ,naast het klooster vindt men pagoden3 koepelvormige verhevenheden1 die het graf van den meester voorstellen3 waarbij men nederknielt om gedeelten uit de heilige boeken op te zeggen3 soms reeds in den vroegen morgen1 als het nauwelijks dag is4 ,binnen in het klooster1 dat meestal niet heel groot is en van hout gebouwd1 ziet men een beeld van den ,verlichte1 doch van hem alleen3 andere heiligen kent men niet4 ,verder gewone dingen voor huiselijk gebruik1 soms enkele boeken4 ,want eigendom mag een monnik niet bezitten3 geen geld of goed1 geen artikelen van weelde4 ,iederen morgen doen de monniken--bij ieder dorp in ,birma is een klooster--hun rondgang door het dorp4 ,den blik op den grond geslagen1 de aalmoezenschaal in de hand1 gaan zij van huis tot huis1 zwijgend staan zij een oogenblik voor de deur1 en als zij voedsel ontvangen--geld mogen zij onder geen beding aannemen--gaan zij zwijgend weer verder4 ,voor den middag zijn ze weer in 't klooster terug4 ,dan volgt de maaltijd3 waarbij dan het 's morgens verzamelde3 meestal rijst1 wordt gebruikt4 ,dat is de eenige maaltijd3 op andere tijden voedsel te gebruiken is den monnik niet geoorloofd4 ,na den maaltijd mogen de monniken zich niet meer naar het dorp begeven1 wel mogen zij in hun klooster personen ontvangen4 ,trouwens3 dat moet wel1 in ,birma toch is ook het onderricht der jeugd geheel in handen van de monniken4 ,deze zijn het1 die haar leeren lezen en schrijven en haar gedeelten uit de heilige boeken van buiten doen leeren4 ,voorts is ook een groot deel van den dag aan lezen en overwegen van de heilige boeken en aan stille overpeinzing gewijd4 ,arbeid in den gewonen zin des woords3 arbeid der handen wordt echter door de monniken niet verricht1 bedelen is hun onderhoud4 ,die bedelaars staan echter1 al bemoeien zij zich noch met de politiek1 noch met de regeering--tenzij om soms voor verdrukten te pleiten--in hooge eer4 ,met heer worden zij aangesproken1 ook door de voornaamsten des lands4 ,en als een aanzienlijk man een monnik ontmoet zal hij de knie buigen en den monnik laten voorbijgaan4 ,zoo gaat het dagelijksch leven der monniken in stilte en kalmte voorbij4 ,slechts enkele malen wordt de eentonigheid daarvan onderbroken door dat zij ter maaltijd worden uitgenoodigd en ook door #ad daagsche biechtsamenkomsten4 ,die biechtsamenkomsten dateeren van oude dagen1 de biechtformule ,patimokha is ook zeer oud1 wij vermelden die straks4 ,deze samenkomsten dan hebben plaats met vollen maan en met nieuwen maan1 op den vastendag1 een dag1 die dezen naam heeft van ouds1 maar waarop inderdaad door de ,boeddhisten niet gevast wordt4 ,op deze samenkomsten1 waartoe de oudste monnik uit een distrikt de monniken oproept1 komen alle monniken in een der kloosters bijeen4 ,niemand mag afwezig blijven3 voor krankzinnigen en kranken moet een der andere broeders verklaren dat zij rein zijn4 ,kan niemand die verklaring afleggen1 dan draagt men den zieke in zijn stoel ter vergadering1 of3 men komt bij zijn bed tezamen4 ,doch nooit mag deze heilige vergadering onvoltallig zijn4 ,bij 't licht der fakkels--de vergadering heeft in den avond plaats--nemen alle monniken op hunne bestemde plaatsen zitting4 ,geen leek1 candidaat of non mag hierbij tegenwoordig zijn4 ,daarop draagt n der monniken1 bij voorkeur de oudste1 de ,patimokha voor3 de biechtformule4 ,hij spreekt dan aldus3 ,de gemeente1 eerwaardigen1 moge mij hooren4 ,heden is het vastendag1 de #ae;e der halve maand4 ,als de gemeente bereid is moge zij vastendag houden en de biechtformule hooren voordragen4 ,wat moet de gemeente van te voren doen8 ,spreek de verklaring der reinheid uit1 gij eerwaardigen4 ,ik wil de biechtformule voordragen4 ,de gemeente antwoordt3 ,wij allen die hier zijn1 hooren en bedenken deze wel4 ,wie een fout gepleegd heeft1 gaat de voordragende voort1 moge haar bekennen4 ,wie geen fout heeft moge zwijgen4 ,uit uw zwijgen zou ik afleiden1 dat de eerwaardigen rein zijn4 ,evenals een enkel mensch1 wanneer hem een vraag is gesteld1 antwoorden moet1 zoo is het ook bij zulk een vergadering1 als de vraag driemaal is gesteld4 ,een monnik1 die op een driemaal herhaalde vraag een fout1 die hij gepleegd heeft en die hij zich herinnert1 niet bekent1 is aan leugen1 wetens begaan1 schuldig4 ,wetens uitgesproken leugens1 eerwaardigen1 brengen verwoesting1 heeft de verhevene gezegd4 ,daarom moet een monnik1 die iets misdreven heeft1 zich dat herinnert en daarvan rein begeert te worden1 zijn fout bekennen4 ,wat hij bekent zal hem licht vallen4 ,daarna wordt de biechtformule uitgesproken1 eerst worden genoemd de vier hoofdzonden1 die uitgaan uit de gemeente met zich brengen4 ,alzoo wordt gehandeld over geslachtsgemeenschap1 diefstal1 moord en de aanmatiging van geestelijke volkomenheid4 ,vervolgens komt de driemaal herhaalde vraag3 ,ik vraag de eerwaardigen3 zijt gij van deze zonden rein8 ,ten tweeden maal vraag ik3 ,zijt gij rein8 ,ten derden maal vraag ik3 ,zijt gij rein8 ,als alles zwijgt is het antwoord3 ,rein zijn hieraan de eerwaardigen1 daarom zwijgen zij1 aldus neem ik dit aan4 ,daarop worden andere zonden opgenoemd3 zulke1 die een terugzetting met zich brengen2 vervolgens andere1 die door de bekentenis zelve kunnen worden verzoend4 ,wel twee honderd verschillende artikelen1 die zich over het geheele leven uitstrekken worden dan opgesomd4 ,daarin wordt tot in kleinigheden afgedaald1 doch ook kleinigheden hebben soms groote beteekenis4 ,zoo ging het in oude dagen onder ,boeddha's volgelingen1 zoo gaat het nog4 ,een bizondere1 eigenaardige beteekenis had1 reeds van oude dagen af1 de regentijd1 die in ,indi ongeveer van ,juni tot ,october duurt4 ,die tijd was voor reizend prediken ongeschikt en werd dus doorgebracht in stille teruggetrokkenheid4 ,was hij ten einde1 dan kwamen de leerlingen plechtig te zamen4 ,allen zaten zij neder1 in eerbiedige houding op den grond1 met gevouwen handen hun medebroeder smeekend1 om1 indien hij in dien tijd een schuld had begaan1 deze te noemen4 ,ik noodig1 zoo heet het1 de gemeente uit1 om1 indien gij iets van mij gezien of gehoord hebt1 of verdenking tegen mij koestert1 erbarmen met mij te hebben en te spreken1 als ik het inzie1 zal ik er boete voor doen4 ,zoo was in oude dagen die regentijd een tijd voor godsdienstige bespiegeling en inkeer tot zichzelf4 ,en--zoo is het ook nu nog4 ,in ,birma is dat nog de tijd1 zooals ,fielding #aji het uitdrukt1 om den grond te bereiden voor het gewas1 de zielen voor de eeuwigheid4 ,dan leven ook vele leeken op de wijze der monniken4 ,zij eten voor den middag en onthouden zich van tabak4 ,geen spelen zijn er dan1 geen huwelijken worden er gesloten4 ,ook worden dan de zondagsbijeenkomsten #aaj veel talrijker bezocht dan anders4 ,in ,ceylon brengt ook de wastijd eigenaardige gebruiken met zich4 ,de monniken verlaten hun gewone huizen en leven in kleine hutten1 door de boeren daarvoor opzettelijk gebouwd4 ,zij houden dan een reeks diensten1 bestaande in voorlezingen uit de ,pitaka's1 #aaa de heilige boeken1 waarnaar dan oud en jong1 arm en rijk komt luisteren4 ,onder de boomen wordt een platform opgericht3 overdekt1 doch aan de kanten open1 en met kleeden en bloemen versierd4 ,daaromheen zitten allen dan aandachtig neder1 en vooral naar de lezing der ,yataka's1 de vroegere levens van ,boeddha1 wordt met groote belangstelling gehoord4 ,overigens wordt in de meeste ,boeddhistische streken aan wat wij prediken zouden noemen weinig of niet gedaan4 ,wel komt in ,birma des ,zondags veelal een monnik in een rusthuis--overal heeft men daar rusthuizen langs de wegen1 meest door milddadigheid ten behoeve van het publiek geschonken--een gedeelte uit de heilige boeken voorlezen4 ,een soort predik- of priesterambt bekleedt echter de ,boeddhistische monnik niet3 niemand denkt er b4v4 in ,birma aan een monnik bij een stervende te roepen1 om b4v4 gebeden te zeggen4 ,het zijn dan ook geen tusschenpersonen tusschen ,god en den mensch1 maar personen1 die1 in vrije broederschap den weg bewandelen1 die tot den grooten vrede voert4 ,ook hun godsvereering is zeer eenvoudig3 althans wanneer we daar laten het ,boeddhisme1 zooals het in ,tibet optreedt1 waar het geheel en al--beter kunnen wij het niet met een enkel woord uitdrukken--tot een ,roomsch-,catholiek gekleurd ,boeddhisme is geworden1 met een paus1 offers1 plechtige1 geheimzinnige ceremonies enz4 ,maar dat vertegenwoordigt allerminst den eigenlijken geest van dezen godsdienst4 ,de monnik in ,birma bepaalt zich tot het uitspreken van gewijde teksten bij de pagode1 waarin vooral de erkentenis dat alles ellende en verdriet is op den voorgrond treedt4 ,ook bij de godsdienstige feesten aldaar--het groote godsdienstige feest heeft plaats na den regentijd--is er weinig ander ceremonieel4 ,monniken en leeken komen in de pagodes bidden1 bloemen en geschenken worden aan de monniken gegeven1 de klokjes der groote pagoden luiden met vriendelijken klank3 doch niets van een statigen eeredienst1 die trouwens in het kader van het ,boeddhisme niet zou passen4 ,wel werden reeds vroeg in eere gehouden vier heilige plaatsen1 met den stichter van den godsdienst in verband staande3 de plaats waar ,boeddha is geboren1 die waar hem de hoogste verlichting ten deel viel1 die waar hij het rad der gerechtigheid draaide m4 a4 w4 het eerst predikte1 die waar hij het ,nirvana inging4 ,we spraken tot nu toe enkel over monniken1 doch er zijn ook ,boeddhistische nonnen--hoewel veel minder in getal3 de vrouwen hebben daarin geen lust1 al ontbreekt het hun overigens geenszins aan godsdienstige belangstelling4 ,is het soms ook omdat de nonnen zoover beneden de monniken zijn gesteld8 ,boeddha zelf had trouwens geen lust om een nonnenorde in 't leven te roepen1 #aab maar werd door de omstandigheden daartoe gedwongen4 ,wat de nonnen betreft1 van haar heet het o4 a4 ,een non1 al is zij ook sinds honderd jaar geordend1 moet iederen monnik1 al is deze eerst dien dag geordend1 de eerbiedige begroeting brengen1 voor hem opstaan1 de gevouwen handen verheffen1 hem naar behooren eeren4 ,deze ordening moet zij achten1 heilig houden1 bewaren1 eeren1 en haar leven lang niet overtreden4 #aac ,in hetzelfde geschrift wordt haar ook voorgeschreven dat zij den regentijd niet mogen doorbrengen in een distrikt1 waar zich geen monniken bevinden1 dat zij iedere halve maand de monniken over de biecht moeten raadplegen en hun om de prediking van het heilige woord verzoeken4 ,ook bij het zelfonderzoek na den regentijd moeten zij de monniken door een bode doen vragen of dezen niets hebben in te brengen1 enz4 ,m4 a4 w4 de nonnen hebben zeer weinig in te brengen4 ,moeten de nonnen dus in alles de monniken raadplegen1 toch moet een strenge scheiding bewaard blijven4 ,geen monnik1 die voor de nonnen moet prediken mag hun huis betreden1 behalve indien hij eene kranke moet toespreken4 ,geen monnik mag met een non op weg zijn1 op een schip zijn1 naast haar zitten zonder getuigen4 ,nog verdient de aandacht dat de nonnen niet--zooals monniken in ,boeddhistische landen soms doen--mogen leven in de eenzaamheid van het woud4 ,komen die geboden alleen voor uit het denkbeeld van de minderwaardigheid der vrouw8 ,ja en neen4 ,neen voorzoover het een groote dwaling zou zijn om te meenen dat de vrouwen in landen waar het ,boeddhisme zuiver wordt beleden een soort slavinnen zouden zijn1 dat is althans in ,birma volstrekt niet het geval3 de vrouw heeft daar in het burgerlijke gelijke rechten schier als de man4 ,de ,birmaan zegt echter van de vrouw ten opzichte van zijn godsdienst3 de vrouw begrijpt het zoo niet4--,en--dat is het ook4 ,de vrouwen in ,birma zijn van een zachte1 teeder- hartstochtelijke1 liefhebbende natuur2 hun vrouwelijk gemoedsleven komt feitelijk in verzet tegen sommige artikelen van hun geloof4 ,zij hebben een groote bewondering voor ,yaodhara1 de vrouw van den ,verlichte4 ,die was godsdienstig1 maar 't brak haar hart1 dat zij scheiden moest van haar geliefde3 dat kn zij niet begrijpen4 ,zoo nu zijn de vrouwen in ,birma nog4 ,zij werken mede met alle macht om bedwelmende dranken en het dooden van dieren tegen te gaan4 ,zij volgen nauwgezet de voorschriften van den godsdienst op3 maar1 zegt ,fielding1 indien de godsdienst haar zegt3 ,verlaat al wat gij liefhebt1 alles waaraan uw hart gehecht is1 want het is ijdel3 zie het licht en bereid uwe ziel voor den ,grooten ,vrede1 dan deinzen zij terug3 ,heer1 dat kunnen wij niet1 het zou te vreeselijk voor ons zijn4 ,een man die in ,birma afstand doet van de wereld wordt geprezen1 een vrouw niet4 ,ook bij de vrouwen zijn nonnen niet in aanzien1 wie tot den ,groote ,vrede zal komen moet eerst als man worden wedergeboren4 ,der vrouwen gemoed teekent echter een zeker protest aan tegen de hardheid der ,boeddhistische leer4 ,dat blijkt ook bij 't gebed3 ,bidden--dat is voor den ,boeddhist geenszins spreken tot ,god1 opdat hij wenschen verhoore3 neen1 bidden is overpeinzen van den weg des heils3 is zich vertrouwd maken met de eeuwige wetten der gerechtigheid4 ,er wordt niet gebeden1 om den ,boeddha goed te doen1 maar om de liefde tot hem op te wekken in 't hart4 ,toch3 ,boeddhistische vrouwen bidden soms anders4 ,fielding verhaalt3 #aad ,ik herinner mij dat ik eens op het terras van een beroemde pagode stond1 de gouden torenspits voor mij en gebeeldhouwde altaren rondom en daar een vrouw zag liggen1 haar aangezicht naar de pagode gekeerd4 ,zij bad vurig1 z vurig dat haar woorden verstaanbaar waren1 want zij stoorde zich aan niemand1 zoo bedroefd was zij2 en wat zij vroeg was dit3 dat haar kind1 haar kleintje niet sterven zou4 ,zij hield het kleine kindje in haar armen1 en als zij er naar keek waren haar oogen vol tranen4 ,want het was heel ziek1 de ledematen waren niets dan vel en been1 met dikke knien en ellebogen1 en het gezichtje was geheel uitgeteerd4 ,het was zelfs te zwak om belang te stellen in al de nieuwe dingen rondom3 het opende alleen nu en dan ternauwernood even de vermoeide oogjes4 ,geef dat hij herstelle1 geef dat hij gezond worde1 riep de vrouw telkens weer4 ,tot wien smeekte zij8 ,ik weet het niet4 ,mijn heer1 er moet wel iemand zijn4 ,iemand4 ,een geest1 die 't hooren kan4 ,wie weet het8 ,er zal toch wel iemand mij helpen8 ,de menschen zouden mij helpen1 als zij konden1 maar zij kunnen niet2 er moet toch wel iemand zijn8 ,zoo bidden ,boeddhistische vrouwen meermalen4 ,vrouwen zeggen de monniken begrijpen het nooit-- ,hebben wij hier niet op treffende wijze het liefderijk hart van de vrouw1 dat niet tevreden is met eenige wetten1 die alles besturen1 dat niet1 ook niet voor een hoog ideaal1 scheiden wil van wien zij innig liefheeft8 ,en--hoe hoog wij ,boeddha stellen3 brengt dit toch niet aan 't licht dat er in zijn godsdienst is1 ik zeg niet gemis van welwillendheid1 maar van warmte8 ,ongemerkt zijn wij zoo van de monniken gekomen tot de leeken4 ,eigenlijk zijn dezen geen lid der gemeente1 de gemeente is er eene van monniken4 ,toch3 zij zijn onderwezen in de leer van den ,verlichte1 zij nemen bij hem en zijne leer hunne toevlucht1 de vijf geboden #aae zijn hun heilig4 ,doch een soort lidmaatschap van een kerk hebben zij niet4 ,de eenige censuur die over hen wordt uitgeoefend is deze3 dat de monniken geen gaven van hen aannemen als zij zich zeer hebben vergrepen4 ,hoe openbaart zich het ,boeddhisme bij de leeken8 ,o4 a4 hierin dat zij den regentijd in 't bizonder1 gelijk wij reeds zagen1 wijden aan godsdienstoefeningen1 ook dat zij des ,zondags--vooral ook in den regentijd--in rusthuizen samenkomen1 daar komt somtijds dan ook een monnik een gedeelte uit de heilige boeken voorlezen1 om dan telkens weer peinzend te herhalen en te overdenken1 dat het leven slechts is ellende1 moeite1 verdriet4 ,of zij daarom overigens zoo terneergedrukt zijn8 ,neen4 ,hun leven gaat gewoonlijk voort in kalme onbezorgdheid4 ,jacht naar rijkdom is met name den ,birmaan geenszins eigen4 ,heeft hij zich eenig fortuin vergaderd1 dan laat hij rusthuizen inrichten1 pagoden versieren1 kloosters bouwen en dergelijke4 ,van ons ,westersch sparen en garen weet hij niet af4 ,waartoe zou hij het doen8 ,waarom zich 't leven moeilijk te maken8 ,zij hebben voorts weinig behoeften1 hun leven is--in overeenstemming met den geest van hun godsdienst--evenver van weelde als van zelfkastijding4 ,als wij ,birma en zijn bewoners beschouwen1 dan moeten wij erkennen dat de ,boeddhisten--hier heb ik ook op de leeken het oog--meer van hun geloof in het leven terecht brengen dan de ,christenen van het hunne4 ,is dat omdat het geloof beter is8 ,neen1 maar omdat het ,christendom1 zooals wij het vaak opvatten1 veel verder afstaat van het eigenlijke ,christendom1 dan der ,birmanen ,boeddhisme van den geest des ,verlichten4 ,in de eerste plaats is hun geloof praktisch4 ,boeddha sprak weinig of niet over ,god1 niet omdat hij niet in ,hem geloofde1 maar omdat hij bij voorkeur niet verder ging dan zijn waarneming1 die slechts kon komen tot de wet der gerechtigheid4 ,zoo doen ook zijn volgelingen4 't ,is den monniken zelfs ongeoorloofd zich met het bovennatuurlijke in te laten en het ligt ook niet zeer in den geest der leeken4 ,wat hun levensopvatting betreft3 liefde en medelijden wordt onder hen aangetroffen1 de oorlog is in hun oog een gruwel1 't kan niet in hen opkomen die met ,boeddha of het ,nirvana te verbinden1 zooals soms de ,christenen doen1 die vaandels wijden en den ,god der heirscharen aanroepen1 terwijl ,jezus sprak3 die het zwaard nemen zullen door het zwaard vergaan4 ,goede soldaten vormt het ,boeddhisme niet1 ook daarom niet1 omdat het denkbeeld van discipline in strijd is met hun3 ieder werkt zijn eigen heil4 ,dat individueele toont zich ook op andere wijze eigenaardig4 ,als gij een weg betreedt1 die u straks over een wrakke brug voert1 zal niemand u waarschuwen4 ,als gij in het water u werpt1 zal niemand u redden tegen uw zin1 als gij niet om hulp roept3 ongevraagde raad geldt voor heerschzucht4 ,dat zelfde individueele treedt ook in hun leer over straf en boete op den voorgrond4 ,van ,boeddha heeft men geen godheid gemaakt die de straf voor anderen onderging4 ,geen plaats is hier ook voor vergeving in den alledaagschen zin3 de gevolgen van het kwaad moet ieder boeten1 dat is een eeuwige wet1 een onontkoombaar iets4 ,doch wie geboet heeft1 heeft ook zijn straf ondergaan1 en is er niet minder1 doch beter om4 ,hoe men dat anders--en naar mij voorkomt beter begrijpt dan wij--kwam uit in de volgende gebeurtenis1 die eenige jaren geleden in ,rangoon geschiedde4 #aaf ,een ,engelsch officier verloor eenige banknoten4 ,het bleek dat een der bedienden ze gestolen had3 hij werd gearresteerd en bekende4 ,de officier had gaarne de aanklacht ingetrokken1 doch dat kon niet4 ,de jongen werd gestraft1 ofschoon zijn meester hem gaarne de schande der gevangenis had bespaard4 ,zes maanden werd hij opgesloten4 ,de meester vergat het geval1 doch1 na 't eindigen van den straftijd kwam de jongen1 blij en opgewekt1 bij zijn meester terug4 ,hij vond dat het vanzelf sprak dat hij weer in dienst zou worden genomen4 ,hij had immers zijn straf nu ondergaan6 ,de ander wilde hem echter niet weer hebben1 hij had in de gevangenis gezeten4 ,en--of de jongen sprak--dat hij langen tijd was gestraft geweest1 het mocht niet baten4 ,wie had hier zuiverder moraal8 ,de ,boeddhist of de ,christen8 't ,kan dunkt me aan geen twijfel onderhevig zijn1 maar 't bewijst wel dat de ,christenen hun eigen geloof1 althans de zoo bekende gelijkenis van den verloren zoon1 nog maar slecht verstaan4 ,voor ons verbasterd inzicht is straf slechts een vernedering1 die wij liefst ons zelf en anderen moeten besparen1 voor den ander was zij boete3 reiniging der ziel--in overeenstemming immers met zijn geloof1 dat ons de wet der gerechtigheid leert1 die ons door lijden ten slotte voert tot den ,grooten ,vrede4 ,als wij dit indenken1 begrijpen wij ook beter het merkwaardige verschijnsel1 dat zelfs aanvoerders van rooverbenden1 op wier hoofd een prijs is gesteld1 zich vaak vrijwillig bij den rechter komen aanmelden4 ,de straf moet immers strekken tot heil8 ,dat is het1 wat hen ook vrede geeft in 't aangezicht des doods4 ,geen eeuwige hel1 geen hemel1 die zich direct voor hen opent1 gaan zij tegemoet1 doch hun volgend leven hangt af van het tegenwoordige3 de hemel is voor den zondaar gesloten1 doch niet voor eeuwig4 ,eenmaal zullen allen1 nadat zij wijsheid geleerd hebben uit het lijden1 tot den ,grooten ,vrede komen4 ,wanneer een ,birmaan stervende is komen geen monniken gebeden zeggen3 ook spreken geen bloedverwanten of vrienden met hem over 't hiernamaals4 ,wat dan8 ,een vriend zal komen en hem zeggen3 ,denk aan de goede daden1 die gij gedaan hebt3 en die zal hij herinneren1 opdat de oude van dagen bij die vriendlijke herinneringen straks zacht insluimert4 ,is dat geen troost voor 't menschenhart8 ,ook gelooft men in ,birma dat1 wanneer de mensch sterft1 zijn geheele leven met al zijn onderdeelen voor zijn oogen komt als een landschap1 dat in den donkren nacht door een bliksemstraal eensklaps geheel verlicht wordt4 ,en--dit geloof rust--in 't voorbijgaan merk ik dat op--inderdaad op goede gronden3 met name personen die den dood door verdrinking nabij waren hebben van zichzelf iets dergelijks getuigd1 gelijk vele westersche waarnemingen uitwijzen4 ,moeten wij ten slotte niet dankbaar erkennen dat ook het licht van ,azi een schoon en heerlijk schijnsel geeft voor der menschen voet1 ook al zijn we niet blind voor zijn eenzijdige kleur8 ,en is niet dit vooral de groote kracht van de ,boeddhistische leer1 dat wel het kwaad in zijn boosheid1 het goede in zijn heerlijkheid wordt erkend1 maar dat alle loonzucht hier over boord is geworpen en men in stede van een uitwendige vergelding erkent een eeuwige1 onwankelbare ordening1 die rust en vrede geeft aan 't hart1 dat uitgaat naar liefde en plicht1 doch duisternis aan wie haten en onrecht doen8 ,geen godsdienst kunnen wij ons voorstellen1 geschikt voor de kinderen van ons geslacht1 of in deze dingen moet hij bij ,boeddha ter schole gaan4 ,,vii4 ,de voortgang en ontwikkeling van het ,boeddhisme4 ,wanneer wij het hier genoemde onderwerp wilden behandelen in alle uitvoerigheid1 zouden wij nog wel een gansch lijvig boekdeel daaraan kunnen wijden4 ,we zouden dan moeten spreken over verschillende secten1 die in de schoot van het ,boeddhisme ontstonden1 over al de landen1 waarheen het zich uitbreidde1 en de wijziging1 die het daarbij soms onderging4 ,dat alles zou ons echter te ver voeren en niet passen bij het kader van dit werk4 ,toch zijn een paar dingen uit de geschiedenis van het ,boeddhisme voor ons van zooveel belang1 dat wij daarover niet willen zwijgen4 ,en wel3 de verschillende oude kerkvergaderingen1 het vormen van de verzameling der ,heilige ,schriften1 het optreden van het ,boeddhisme als door den staat beschermde godsdienst onder ,aoka1 en ten slotte met een enkel woord3 de uitbreiding van het ,boeddhisme in andere landen en zijn ondergang in ,indi4 ,allereerst dan over de oude concilies4 ,drie worden ons genoemd3 dat van ,rajagriha1 van ,vaisali en van ,patna4 ,het eerste zou gehouden zijn1 aldus verhaalt ,buddaghosa1 een soort ,boeddhistische kerkvader1 nabij ,rajagriha4 ,daar toch waren achttien groote kloosters1 met monniken gevuld4 ,men verzocht dus van hunnentwege aan den koning van ,rajagriha1 of hij een groot hol in de bergen ten hunnen behoeve voor die vergadering wilde inrichten4 ,de koning1 zoo gaat het verhaal voort1 was daartoe volkomen bereid4 ,alles werd keurig in gereedheid gebracht3 er waren vijfhonderd bekleede zitplaatsen voor de monniken1 een spreekgestoelte voor den voorzitter4 ,twee maanden lang had men daarmede werk4 ,de monniken werden uitgenoodigd en kwamen bijeen--'t was in den wastijd4 ,eerst bestond de vergadering niet uit het volle getal3 er waren er #dii1 ,ananda had niet verkregen de ,prajna ,paramita1 de kennis der onzienlijke wereld4 ,dus was n zetel vacant4 ,doch1 toen ,ananda des nachts peinsde1 kwamen de wonderbare krachten over hem3 en--door den vloer heen bereikte hij den zetel1 voor hem gereed gehouden4 ,kasyapa was voorzitter en noodigde ,upali uit om voor te dragen de regelen1 door ,boeddha over de orde gegeven 7,vinaya74 ,upali zat in de preekstoel1 voor ,boeddha bestemd1 met den ivoren waaier in de hand4 ,de monniken zongen na wat men hun voordroeg4 ,daarna kwam ,ananda in het spreekgestoelte en droeg de uitspraken over de leer 7,dharma7 voor4 ,het eerste der ,sutra's1 door ,ananda voorgedragen1 was ,brahmajala ,sutra4 ,nu zijn de volgende punten zeer merkwaardig3 in het jaar #af v4 ,c4 had ook een concilie plaats1 naar de faam zegt van #ejj monniken4 ,er waren er slechts #dii1 n was uitgesloten1 doch verricht een wonder en wordt chef4 ,dit concilie was bijeengeroepen door koning ,kanishka1 die over een groot deel van ,indi toen regeerde4 ,en--naar het schijnt1 heeft hier de1 later zich vormende1 ,mahayana school1 eene overwinning behaald op het meer oorspronkelijk ,boeddhisme4 ,nu rekenen sommige geleerden het ,brahmajala sutra ook tot de boeken dezer school1 naar mij voorkomt terecht2 omdat het niet den geest van het oorspronkelijke ,boeddhisme ademt4 ,en ook op dit concilie hield men zich bezig met de heilige boeken1 met name om daarop commentaren te maken en wel op de ,sutra's1 de ,vinaya en de ,abhidharma3 welke drie ook volgens de zuidelijke ,boeddhisten den heiligen canon vormen4 ,het ligt dus mijns inziens voor de hand1 dat dit heele concilie van ,rajagriha niets anders is dan een poging om--wat later gesanctioneerd werd--de goedkeuring der oudheid te geven door het reeds kort na ,boeddha's dood geldig te maken4 ,even onzeker schijnt wat verhaald wordt over het tweede concilie1 dat ongeveer #ajj jaar later gehouden werd4 ,meer op vasten grond komen wij echter bij het #c;e1 dat van ,patna1 dat ongeveer het jaar #bdd in ,patna werd gehouden1 in de dagen van koning ,aoka4 ,waarschijnlijk is daar met de verzameling der heilige boeken een begin gemaakt4 ,over ,aoka en zijn werken willen wij echter uitvoeriger spreken1 omdat het hier een vorst geldt1 die het ,boeddhisme met groote kracht heeft bevorderd en wiens naam nog immer door de gansche ,boeddhistische wereld een goeden klank heeft4 ,zooals bekend is drong ,alexander de ,groote in de #d;e eeuw vr onze jaartelling zegevierend tot in ,indi door4 ,in die dagen was ,magadha de hoofdstad geworden van een vrij groot koninkrijk1 dat echter voor de macht van ,alexanders wapenen moest bukken4 ,een avonturier1 uit de handen van den koning van ,magadha ontsnapt1 zocht bij ,alexander zijn toevlucht4 ,deze rebel vergaderde de stammen van den ,pendsjab rondom zich en--toen in #cae v4 ,c4 de koning van ,magadha werd vermoord1 plaatste hij zich op diens troon4 ,de ,grieken verjoeg hij uit ,indi4 ,deze troonsbeklimming was zeer merkwaardig1 omdat zij bewees dat de oude ,indische maatschappij voorbij ging3 ,chandragupta toch was een man van lage caste1 evenals zijn partijgenooten4 ,juist in die dagen kwam het ,boeddhisme op en nam snel in invloed toe4 ,waarschijnlijk begunstigden reeds ,chandragupta en zijn zoon dit nieuwe geloof4 ,zeker is het dat zijn kleinzoon1 ,aoka1 er toe over ging en de groote koning der ,boeddhisten werd4 ,hij was inderdaad de ,dharma ,raj 7koning der gerechtigheid71 waarvan ,boeddha1 toen hij in #ebj v4 ,c4 onder een vijgeboom zat1 had gedroomd4 ,aoka1 die #bd jaren telde1 toen hij den troon beklom1 was eerst een vroom ,brahmaan1 die #ej4jjj ,brahmanen dagelijks voedde4 ,ook was hij zeker een dapper en bekwaam krijgsman2 althans hij veroverde een groot deel van ,indi4 ,zekere monnik ,nigrauda bekeerde hem tot het ,boeddhisme4 ,de koning werd daarvoor nu een groot ijveraar en--tal van inschriften1 door hem in rotsen en steenen gebeiteld in bijna alle streken van ,indi--leggen er getuigenis van af1 hoe ernstig hij zijn taak opvatte om de nieuwe leer ingang te doen vinden en in het maatschappelijk leven de hervormingen in te voeren1 die zij eischte4 ,deze inschriften zijn ook in ander opzicht voor ons van groote waarde4 ,immers de ouderdom der boeken staat niet altijd vast en--volgens nagenoeg eenstemmig oordeel der geleerden--stond ,aoka's ,boeddhisme vrij dicht bij het oorspronkelijk4 ,zij zijn grootendeels uitgegeven en alzoo onder het bereik der geleerde wereld gebracht4 ,we willen er enkele van aanhalen1 die ons doen zien welke denkbeelden over ,god en toekomstig leven door den beroemden koning werden gekoesterd4 ,veel te verlangen naar de dingen 7dezes levens7 is ongehoorzaamheid1 zoo herhaal ik3 7ongehoorzaamheid7 is ook de 7altijd7 werkzame zucht naar grondgebied bij een vorst1 die den hemel wil gewinnen4 ,belijd ,god 7,isana7 en geloof in ,hem1 die het waardig voorwerp der gehoorzaamheid is4 ,want gij zult geen middelen vinden om den hemel te winnen1 aan dit geloof gelijk4 ,o1 streef er naar om dit onschatbare kleinood te verkrijgen4 ,aldus spreekt koning ,devanampiya ,piyadasi 7de door de goden geliefde #aag73 ,het tegenwoordig oogenblik en het verleden zijn onder dezelfde vurige hoop voorbijgegaan3 ,hoe zal door de bekeering van den koninklijk geboorne de godsdienst worden uitgebreid8 ,als deze zoo toeneemt door de bekeering van de laaggeborenen1 hoe zal hij dan toenemen als de hooggeborenen overtuigd worden8 ,overal waar de naam van ,god in eere is1 waarlijk daar is godsdienst4 ,aldus sprak ,devanampiya ,piyadasi3 ,daarom heb ik van dit oogenblik af gezorgd dat er godsdienstige redenen werden gehouden1 ik heb godsdienstige plichten aangewezen1 opdat de menschen daarna luisterend1 er toe gebracht worden het rechte pad te volgen en eere te geven aan ,god4 ,ook over een volgend leven laat ,aoka zich uit3 ,al de moed 7heet het elders7 dien ,piyadasi1 de geliefde der goden1 heeft getoond is ten opzichte van een volgend leven4 ,aardsche roem brengt weinig voordeel1 doch veroorzaakt integendeel1 verlies van deugd4 ,voor den hemel te werken is moeilijk voor een boer en voor een prins3 tenzij zij met uiterste krachtsinspanning alles opgeven4 ,mogen mijne liefhebbende onderdanen geluk verkrijgen in deze en in een volgende wereld4 ,de beminde der goden spreekt aldus3 ,meer dan twee en dertig en een half jaar lang ben ik een hoorder der wet geweest1 doch ik beijverde mij niet met alle inspanning4 ,de goden1 die voor dien tijd in ,jambudvipa als ware goden werden beschouwd zijn nu afgezworen444 ,een klein 7eenvoudig7 man1 die zichzelf wat oefent kan voor zichzelf groote hemelsche zegen verwerven1 en met dat doel is deze prediking uitgesproken4 ,beide1 grooten 7hoogen7 en kleinen moeten zich oefenen en zullen ten slotte 7ware7 kennis verkrijgen4 ,en deze wijze van handelen zal wat zijn8 ,van groote gevolgen4 ,want het geestelijk goed zal groeien1 en zal steeds sneller groeien1 ten slotte zal het telkens met de helft worden vermeerderd4 ,deze prediking is gehouden door hem die is heengegaan4 ,twee honderd vijftig jaren zijn er verloopen na het vertrek van den leeraar4 ,alles in deze opschriften moge niet geheel duidelijk zijn1 zooveel is toch wel zeker1 dat het ,boeddhisme van ,aoka allerminst een soort athesme mocht heeten4 ,een en ander stemt overeen met wat wij reeds vroeger opmerkten1 b4v4 dat de oude ,boeddhisten zich ,brahmacharin1 vereerders van ,brahma noemden en dat in een gesprek met de ,brahmanen ,boeddha niet zegt3 ,brahma vereeren is onzin1 maar wel3 uw uitwendige vereering van ,brahma deugt niet4 ,doch1 wij komen tot ,aoka terug4 ,deze vergenoegde zich niet met in edicten het ,boeddhisme aan te prijzen1 neen1 hij trachtte de beginselen van het nieuwe geloof ook in staat en maatschappij door te voeren4 ,terecht kan men van hem zeggen1 dat hij ,wilberforce vooruit was in den strijd tegen de slavernij1 ,tolsto in zijn begeerte om het zwaard weg te werpen1 ,rousseau en ,fichte in hun wensch om den innerlijken godsdienst aller eigendom te maken4 ,ook is treffend zijn zorg voor de dieren4 ,we willen u1 aan de hand der opschriften zelve laten zien1 hoeveel ,aoka tot stand bracht4 ,wat betreft zijn belangstelling in den inwendigen godsdienst denken wij b4v4 aan het volgende inschrift3 ,piyadasi1 de vriend der goden1 hecht minder waarde aan aalmoezen en uitwendige plechtigheden1 dan aan het bevorderen van den bloei van den inwendigen godsdienst4 ,voortgang in ,dharma 7de ware leer1 de deugd7 kan op tweerlei wijze worden verkregen1 door vormelijke regels1 en door de gevoelens1 welke deze opwekken in het hart4 ,in dezen dubbelen invloed heeft de eerste een zeer geringe waarde1 de innerlijke opwekking is slechts in waarheid belangrijk4 ,wat zijn afkeer van den oorlog betreft denken wij aan deze inscriptie3 ,piyadasi1 de vriend der ,devas1 7goden7 stelt alleen op prijs den oogst van het volgend leven4 ,daarom alleen is deze inscriptie gegrift1 opdat onze zonen en kleinzonen geen nieuwe veroveringen zouden maken4 ,laten zij niet denken dat veroveringen met het zwaard den naam verovering verdienen4 ,laten zij zien den ondergang1 de verwarring1 de hartstocht die zij medebrengen4 ,ware veroveringen zijn alleen die van ,dharma4 ,aoka zorgde voor mensch en dier1 hij maakte aan slavenmishandeling een einde1 verbrak de slavenketenen der menschen1 zorgde voor reizigers en monniken op liefderijke wijze4 ,hierover vermelden de opschriften het volgende3 ,vroeger werden1 in de groote eetzaal en den tempel van koning ,piyadasi1 den vriend der goden1 dagelijks honderd duizende dieren geslacht om tot voedsel te strekken met hun vleesch 4444 doch nu weerklinkt telkens weer het koor dat voortaan geen dier meer zal worden ter dood gebracht4 ,als een mensch onderworpen is aan slavernij en slechte behandeling1 zal hij van dit oogenblik af door den koning van deze en andere gevangenschap worden bevrijd4 ,vele menschen in deze streken kwijnen in de gevangenis1 daarom was de ,stupa #aah1 die de bevelen des konings bevat1 zeer noodig4 ,overal is gevestigd het dubbele systeem van geneeskundige hulp van koning ,piyadasi1 medische hulp voor menschen en medische hulp voor dieren444 ,en waar er geen voorraad is 7van kruiden71 in al deze plaatsen moeten deze worden geplant en gedroogd1 zoowel wortels als kruiden4 ,overal waar er geen voorraad van is1 moeten zij worden aangebracht en geplant4 ,en aan de groote wegen moeten bronnen worden gegraven en boomen geplant1 tot het welzijn van mensch en dier4 ,in sommige ,boeddhistische landen zijn de kloosters ook tegenwoordig de eenige plaatsen waar men logeeren kan1 en de monniken de eenige dokters4 ,waarschijnlijk is dus ook hier gedacht aan boomen1 die geplant moeten worden bij de ,saugharama1 zooals het toen heette4 ,saugharama tuin der monniken1 terwijl deze zelf toen ,pavajitani's 7huisloozen7 heetten tegenover de ,gahathani 7die een huishouden hebben7 waarmee waarschijnlijk de ,brahmanen bedoeld worden4 ,doen dus reeds deze aanhalingen vermoeden dat in die dagen de monniken meer onder boomen1 dan wel in huizen woonden1 de volgende uitspraak van ,aoka komt daarmede overeen4 ,wanneer godvruchtigen zullen verblijven bij den heiligen vijgeboom1 of daaromheen rondwandelen ten einde vrome verrichtingen te volbrengen1 zal het een voordeel en een genoegen voor de landstreek en hare bewoners zijn om geschenken hun aan te bieden1 en overeenkomstig hun edelmoedigheid en anderszins1 zullen zij voorspoed of tegenspoed genieten4 ,zij zullen dankbaar zijn voor de komst van het geloof4 ,wat dorpen of hun inwoners voor de zaak van den godsdienst mogen geven of in stand houden1 de gewijden 7monniken enz47 zullen het zelfde ontvangen1 en1 ten voorbeelde van mijn volk zullen zij gestreng in de eenzaamheid leven4 ,en eveneens zullen de gewijden1 welke zegeningen zij ook uitspreken1 daarin overvloedig zijn4 ,voorts zal het volk in den nacht #aai tot toevlucht hebben den grooten myrobolanpruimenboom 7,terminalia chebula7 en den heiligen vijgeboom4 ,mijn volk zal den grooten myrobolanboom vermeerderen4 ,en daar mijn godvruchtigen dit doen voor het genoegen en het welzijn van het dorp1 waar zij verblijven1 mogen zij rondom den schoonen en heiligen vijgeboom een liefelijk verblijf hebben bij het volbrengen van vrome daden4 ,wij hebben hier nog niet de kloosters alzoo1 doch3 een overgangsvorm4 ,terwijl in den eersten tijd ,boeddha's monniken twee aan twee uitgingen ter bekeering1 zien wij hen nu meer bepaalde woonplaatsen innemen in de nabijheid van eenig dorp4 ,straks komen zij in kloosters1 in gebouwen te wonen4 ,we kunnen echter1 met het oog op de toestanden in ,aoka's tijd1 dezen overgang zeer goed begrijpen4 ,aoka toch had ,indi veroverd1 en had nu noodig een leger van verlichte monniken ten einde zijn rijk voor het ,boeddhisme te winnen4 ,dat groote leger moest worden gevoed3 vandaar dat aan dorpen en steden werd opgedragen voor de monniken te zorgen3 ook nu nog een geliefkoosde taak der leeken in ,boeddhistische landen4 ,vandaar ook de zoo uitgebreide aanplantingen van mango's1 bananen enz4 ,ook van de planting van deze boomsoorten wordt in een der edicten van ,aoka gesproken4 ,uit deze opschriften blijkt voorts dat er drie jaarlijksche groote feesten waren in die oude dagen1 wier datum in verband met de maan werd vastgesteld1 feesten1 waarbij olifanten1 toortsen1 optochten enz4 te pas kwamen4 ,tempels schenen er toen nog niet te zijn1 de godsdienstige plechtigheden hadden plaats in tempels van ongekorven hout met de sterren als lampen4 ,aoka deed wat hij kon om het ,boeddhisme uit te breiden1 en1 al gingen de monniken in die dagen ook reeds zwijgend rond1 toch waren zij waarschijnlijk overigens niet zoo gesloten1 hun taak toch was3 propaganda maken voor het nieuwe geloof1 waarbij hun echter werd ingeprent vriendelijk en meegaand te zijn tegen de ketters4 ,door zulke verzoenende manieren zullen zelfs de ketters gunstig worden gestemd en zulk een gedrag zal het aantal bekeerlingen doen toenemen4 ,dat het echter toch propaganda moest zijn1 blijkt uit het volgende in een der edicten3 ,sinds langen tijd zijn er geen dienaars van den godsdienst geweest1 die1 zich bewegende onder de ongeloovigen1 hen met een overstrooming van godsdienst overstelpten1 met een overvloed van heilige leeringen4 ,door ,cambodja1 ,gandhara1 ,surasthra1 ,petenica en elders zijn er nu aangewezen 7als zendelingen71 die hun weg vinden tot op de uiterste grenzen der barbaarsche landen1 voor het heil van allen4 ,omgaande zoowel met de gevreesden als met de geachten1 in ,pataliputra zoowel als in vreemde plaatsen1 betere dingen leerende1 zullen zij overal doordringen4 ,zoo zwerven dus ,aoka's monniken als echte huisloozen 7pavajitani7 overal rond om hun nieuw ,evangelie te brengen4 ,ook voor het uitwendige van den godsdienst deed ,aoka veel4 ,hij bouwde vier stupa's 7grafheuvels7 ter eere van den ,verlichte3 n op de plaats1 waar de ,verlichte was geboren1 n waar hij de verlichting deelachtig werd1 n te ,benares1 waar hij het eerst predikte1 n te ,kusinara1 waar hij het ,nirvana inging4 ,men weet welke gedachten men over de stupa's had4 ,een dood man was volgens de oude ,indirs 7en nog is er iets van dat geloof over7 machtiger dan een levend persoon4 ,meestal stelde men zich voor dat zijne kracht zich openbaarde1 waar zijn lijk rustte1 en men groef zelfs daarbij heilige vijvers1 waar een buitengewone versterking den vereerders der heiligen ten deel viel4 ,over het graf bouwde men dan een koepeldak1 daar vereerde men de dooden en bracht hun offers4 ,zoo nu deed men met ,boeddha ook4 ,in eene oude ,chineesche ,boeddhistische liturgie heet het3 ,ik beschouw het gewijde altaar als eene koninklijk edelgesteente1 waarbij de schaduw 7geest7 van ,sakya ,tathagata verschijnt4 ,zoo dacht men dus1 bij de vereering der stupa's in gemeenschap te komen met ,boeddha4 ,eer kunnen wij dus zeggen dat er in ,aoka's ,boeddhisme eenig bijgeloof was1 dan dat wij hem beschuldigen van een soort athesme1 als hoedanig sommige geleerden het oorspronkelijk ,boeddhisme willen opvatten4 ,aoka deed nog iets anders van groote beteekenis4 ,hij riep een kerkvergadering te ,patna bijeen in het jaar #bdd v4 ,c4 waarop vooral over de gewijde boeken werd gehandeld4 ,naar het schijnt werd het volgende 7blijkens een der opschriften des konings7 vastgesteld3 ,het is wel bekend1 heeren1 hoe ver mijn eerbied en mijn geloof in ,boeddha1 ,dharma en ,sangha gaan4 ,alles wat onze heer ,boeddha heeft gesproken is wl gesproken4 ,daarom1 heeren1 moet het inderdaad worden beschouwd als van onbetwistbaar gezag4 ,zoo zal het ware geloof lang duren4 ,alzoo1 mijne heeren1 eer ik met de hoogste vereering deze godsdienstige werken3 ,vinayasamaka 7lessen in discipline71 ,aryavasas 7de bovennatuurlijke krachten der ,arya's71 ,anagatabhayas 7de verschrikkingen der toekomst71 ,munigathas 7het leven van ,boeddha in versmaat71 ,upatisapasina 7de vragen van ,upatishya71 ,moneyasuta 7de ,sutra van het innerlijk leven7 en de vermaning tot ,rahula over valschheid1 uitgesproken door onzen heer ,boeddha #abj4 ,deze godsdienstige werken1 heeren1 wil ik dat de monniken en nonnen1 ter bevordering van hun invloed ten goede1 voortdurend zullen bestudeeren en zich herinneren4 ,sommige geleerden beschouwen dit als een uittreksel1 waarin ,aoka de voornaamste stukken uit een1 toen reeds bestaanden canon opnoemt1 zoo b4 v4 ,rhys ,davis4 ,anderen meenen1 dat juist het concilie van ,patna1 waarvan dit ontwerp de besluiten meedeelt1 op aansporen van den koning een aanvang maakte met den canon4 ,mij komt deze laatste meening waarschijnlijk voor4 ,de zeven hier genoemde geschriften zijn allen bekend4 ,wat de vragen van ,upatishya aangaat1 dat dit geschrift hier voorkomt is niet onbelangrijk4 ,immers wat is de vraag die ,upatishya bezighoudt8 ,hij ziet van een heuveltop een feest1 waarop zeer velen zich vermaken4 ,eensklaps overvalt hem de gedachte3 over twee honderd jaren zullen alle deze levende wezens een prooi zijn van den dood4 #aba ,indien daar is een beginsel van verwoesting1 kan daar dan niet evengoed een beginsel van leven zijn8 ,niemand kan deze vraag beantwoorden1 doch ,athadzi loste hem deze op door hem ,boeddha's ,dharma te leeren4 ,doet niet ook het opnemen van dit geschrift ons vermoeden dat het oorspronkelijk ,boeddhisme niet de ultra pessimistische leer was1 die sommigen er van willen maken8 ,aoka was dus de man1 die1 door het bijeenroepen eener groote vergadering1 welke de bovengenoemde geschriften ijkte1 den grondslag legde tot de gansche1 vrij omvangrijke ,boeddhistische gewijde literatuur4 ,de hoofdzaak daarvan vormen de drie ,pitaka's 7korven71 welke onder dien naam door de zuidelijke ,boeddhisten voor heilig en oud worden gehouden1 doch wier boeken ook bij de meeste andere ,boeddhisten in eere zijn4 ,deze drie korven bevatten tal van geschriften3 de eerste korf bevat ,vinaya 7de tucht71 de tweede ,dharma 7de leer71 de derde ,abhidharma 7het bovennatuurlijke74 ,een groot deel dezer gewijde geschriften is tegenwoordig uitgegeven in de serie3 ,sacred ,books of the ,east 7gewijde boeken van het oosten47 ,in het eerste gedeelte komt o4 a4 voor de vroeger reeds besproken ,patimokha 7biechtrede71 in het tweede o4 a4 ,dhammapada1 een verzameling van schoone spreuken en ,jataka's1 verhalen over vroegere levens van ,boeddha1 een rijke bron van oud-,indisch denken en gevoelen4 ,onder de ,boeddhistische werken buiten deze drie ,pitaka's kunnen wij vooral noemen het ,lalita ,vistara1 waarin wij de levensgeschiedenis van ,boeddha in romantischen vorm vinden meegedeeld4 ,langzamerhand zijn deze boeken bij elkaar gekomen en door de ,boeddhisten in hooge waarde erkend4 ,doch wij keeren na deze uitweiding tot ,aoka terug4 ,hij maakte blijkbaar met de doorvoering der ,boeddhistische beginselen vollen ernst4 ,in een zijner edicten heet het dat er nooit in eenig vroeger tijdperk een systeem van onderwijs1 toepasselijk op iederen tijd en iedere daad is geweest1 als wat nu door mij is ingericht4 ,in een ander stuk heet het3 ,de voornaamste middelen die ik u verschaft heb om dit uit te werken zijn de instructies1 die ik u gegeven heb4 ,gij zijt gesteld over honderde en duizende menschelijke wezens om te winnen de liefde der welgezinden4 ,ieder mensch is mijn kind1 en mijn wil is dat mijne kinderen allen mogelijken voorspoed mogen genieten in deze wereld en geluk in de volgende4 ,ik heb dezelfde begeerte voor alle menschen4 ,deze laatste order gaf hij aan zijne rajuka's1 waarschijnlijk leekenbeambten3 zij moesten dus1 evenals de monniken1 werken voor de uitbreiding van den nieuwen godsdienst4 ,waarschijnlijk echter heeft hij door een en ander den grondslag gelegd voor de latere hirarchie in sommige ,boeddhistische landen1 die zooveel overeenkomst heeft met de ,roomsch-,catholieke priesterheerschappij4 ,doch3 daar mogen wij hem de schuld niet van geven4 ,als wij nagaan wat ,aoka wilde1 dan moeten wij dezen ,constantijn van het ,boeddhisme bewonderen1 die--geheel anders dan de ,christelijke ,constantijn--niet uit politieke1 maar uit religieuze en zedelijke overwegingen handelde en zijn beste krachten inspande om de zijns inziens ware beginselen van het nieuwe geloof te doen doorwerken in zijn rijk4 ,geen wonder dat hij in hooge eere staat bij de volgelingen van ,boeddha4 ,,viii4 ,uitbreiding en ontaarding van het ,boeddhisme4 ,aoka zond zendelingen uit naar verschillende oorden1 ten einde overal voor het ,boeddhisme propaganda te maken4 ,o4 a4 ging zijn zoon ,mahinda naar ,ceylon1 een eiland dat ook nu nog aan het ,boeddhisme getrouw is4 ,vandaar uit is het weer naar ,birma1 ,siam en ,java verbreid4 ,in ,birma deed het #dej jaar na ,c4 zijn intocht4 ,op ,java had het in de #ac;e eeuw een grooten bloei bereikt1 toen toch werd daar de beroemde ,boro-,boedoer1 een groote ,boeddhistische tempel1 gebouwd1 waarvan de runen nog thans ieders verbazing wekken4 ,later werd het daar door den ,islam geheel verdrongen4 ,in al deze streken hield men zich vooral aan de straks reeds genoemde drie ,pitaka's4 ,en zoo is dan ook in ,birma en ,siam het ,boeddhisme vrij zuiver bewaard gebleven4 ,het moge al ondergaan hebben den invloed der ,mahayana #abb1 die het nieuwe geloof pessimistischer en minder religieus opvatte dan de stichter1 aan ,boeddha's leer geheel vreemde leeringen zijn hier niet ingeslopen4 ,in ,indi heeft het zich nog eenige eeuwen na ,christus gehandhaafd1 doch ongeveer de #ab;e eeuw was het bijna overal door het ,brahmanisme verdrongen4 ,vanwaar dit verschijnsel8 ,er een uitvoerig antwoord op te geven1 zou vele bladzijden vereischen en ook vallen buiten het kader van dezen arbeid4 ,alleen komt het mij voor dat ontaarding van de oorspronkelijke beginselen hierop invloed had4 ,wat die ontaarding betreft1 zij moet allereerst gezocht worden in de zooeven genoemde ,mahayana1 de school van den grooten overtocht1 die feitelijk den ,allerhoogste onttroonde en leerde dat ,boeddha zelf was vernietigd en uit niets en tot niets de weg was voor allen4 ,die ,mahayana heeft in ,indi ten gevolge gehad dat een reactie opkwam1 die ten slotte van de oorspronkelijk zedelijke religie een magische maakte en veel uit het oude ,brahmanisme weer opnam4 ,beide deze invloeden hebben het hunne gedaan om het ,boeddhisme te ondermijnen en de overwinning van het ,brahmanisme te verzekeren in het grootste gedeelte van ,indi4 ,daarbuiten echter heeft het zich krachtig gehandhaafd1 niet alleen in ,birma en ,siam1 alsook op het eiland ,ceylon1 maar is het zelfs doorgedrongen in ,tibet1 in ,china en in ,japan4 ,in ,ceylon1 ,birma en ,siam bleef het1 zoo wij reeds opmerkten1 vrij zuiver bewaard1 terwijl het zich in ,china en ,japan met andere godsdiensten vermengde4 ,wat de tegenwoordige ,chineezen betreft1 uit drie bronnen is afgeleid hun geestelijk leven3 ,kong tsze1 ,lao tsze en ,boeddha4 ,bij de ,japanners is het ,boeddhisme met den ouden volksgodsdienst1 het ,shintosme1 samengesmolten4 ,zeer merkwaardig is echter de ontaarding van het ,boeddhisme in ,tibet4 ,daar kwam het in een onbeschaafd land1 onder een ruw volk3 't gevolg was dat de geestelijke godsdienst hier slechts ingang kon vinden in verbasterden vorm4 ,hetzelfde geschiedde1 zoo men weet1 met het ,christendom1 dat is ontwikkeld tot ,roomsch-,catholicisme door dezelfde invloeden3 omdat het alleen als een godsdienst van gezag de heidenen kon winnen4 't ,is voorts merkwaardig zoo groot als de overeenkomst is tusschen het ,tibetaansch ,boeddhisme en het ,roomsch-,catholieke ,christendom4 ,naar men weet gelooft de ,roomsch-,catholieke kerk dat de geest van ,christus alln in hare kerk woont1 op bizondere wijze die kerk bestuurt en dat deze geest hare priesters en vooral haren paus bezielt4 ,zoo nu denken de ,tibetaansche ,boeddhisten er ook over4 ,zij gelooven aan ,avalokitesvara1 den geest van ,boeddha1 die in de kerk woont4 ,de naam ,avalokitesvara beteekent3 de ,heer1 die van omhoog nederziet4 ,behalve ,avalokitesvara hebben zij nog een aantal andere ,boeddha's die in den hemel leven1 anderen1 die op de aarde leven of geleefd hebben enz4 ,ten slotte kwamen zij zelfs tot ,adi-,boeddha3 den eersten ,boeddha1 uit wien dan de andere ,boeddha's en met hem de werelden emaneerden4 ,uit ,adi-,boeddha waren namelijk--na vijf meditatin van dezen--de vijf ,dhyani-,boeddha's gevloeid1 de beheerschers van bovenaardsche gewesten1 uit dezen wederom de bij hen behoorende ,bodhisatwa's 7toekomstige ,boeddha's71 en--ieder van hen deed uit zich voortkomen een gansche wereld4 ,de tegenwoordige is dan een maaksel van ,avalokitesvara4 ,daarmee ging gepaard een ontaarden van den godsdienst in magische formules en uiterlijke vormen4 ,woorden kwamen boven daden4 ,iedere ,tibetaan heeft een rozenkrans van #ajh kralen om daarmee zijn goede woorden te tellen3 vooral vele woorden moeten het zijn4 ,ja1 om zegeningen te verkrijgen van al de hemelsche wezens1 waarmede zijne verbeelding de wereld bevolkt1 heeft de ,tibetaan zelfs gebedsmolens of wielen3 met heilige spreuken beplakt4 ,tibet is er vol van3 zij staan bij iederen weg1 in elke straat4 ,dan heeft men ook lange staken1 waaraan vlaggen zijn bevestigd1 waarop het heilige woord3 ,om ,mani ,padme ,hum 7het juweel is in de lotus d4 i43 de zelfscheppende kracht is in de wereld #abc74 ,telkens als die spreuk bij een windvlaag ten hemel wijst1 wordt een gebed opgezonden4 ,wij zagen dat volgens de ,boeddhisten ,avalokitesvara in de gemeente woont4 ,boven alles echter woont deze in den ,dalai-,lama1 den ,boeddhistischen paus in ,tibet1 en de chutuktu's1 zooveel als zijn kardinalen4 ,deze paus is ,adi-,boeddha's plaatsvervanger op aarde1 onfeilbaar is hij niet alleen1 maar ook is hij wereldlijk vorst over ,tibet1 evenals voorheen de paus overeen deel der ,christenheid4 ,dat de overeenkomst met ,rome groot is1 is door tal van ,roomsche zendelingen erkend1 sommigen van hen gingen zoover1 dat zij zeiden3 de duivel heeft hier het werk van ,god nagemaakt4 ,de eerwaarde pater ,desideri1 die in het jaar #agad ,tibet bezocht1 zegt3 ,de lama's hebben eene tonsuur evenals onze priesters en zijn tot levenslangen ongehuwden staat verplicht4 ,zij bestudeeren hunne geschriften in een taal en in letters1 die van de gewone teekens verschillen4 ,zij zeggen gebeden in koor4 ,zij dienen den tempel1 bieden offeranden aan en houden de lampen altijd brandende4 ,aan ,god offeren zij koren en gerst1 deeg en water in kleine vazen1 die zeer schoon worden gehouden4 ,het voedsel dat alzoo geofferd wordt1 beschouwen zij als gewijd1 en zij eten het4 ,ook zekere pater ,grueber1 die in #affa ,tibet doorreisde1 was er door getroffen4 ,hij merkte op1 dat de kleedij der lama's overeenkwam met die1 welke ons in oude schilderstukken van de ,apostelen is overgeleverd4 ,ten tweede1 dat de tucht der kloosters en der verschillende priesterklassen zeer gelijkt op die der ,roomsche kerk4 ,in de derde plaats1 dat het denkbeeld van een vleeschwording evenals het geloof aan paradijs en vagevuur aan beiden gemeen is4 ,in de vierde plaats merkte hij op dat zij offers gaven en aalmoezen1 diensten hielden en gebeden opzeiden voor de dooden1 evenals de ,roomsch-,catholieken4 ,in de vijfde plaats1 hadden zij nabij ,lhassa kloosters1 door dertig duizend monniken en nonnen bewoond1 welke allen1 behalve nog andere geloften1 die van armoede1 gehoorzaamheid en kuischheid aflegden3 evenals de ,roomsche4 ,in de zesde plaats hadden zij biechtvaders1 die van de hoogere lama's of bisschoppen hun bevoegdheid ontvingen en die daardoor de macht hadden de biecht te hooren1 boetedoeningen op te leggen en absolutie te geven4 ,ook hadden zij de gewoonte gewijd water te gebruiken1 bij hun diensten om beurten te zingen1 voor de dooden te bidden4 ,gemelde pater meende daarom1 dat dit alles niet mogelijk was1 tenzij de oude boeken der lama's den invloed van het ,christendom hadden ondergaan4 ,wij kunnen dit gevoelen niet deelen3 veeleer komt het ons voor dat aan het omgekeerde is te denken4 ,doch3 dit punt hier te behandelen1 hoe belangrijk het zij1 7want er is inderdaad overeenstemming tusschen de persoon1 de legende1 de latere ontwikkeling der leer bij ,christus en ,boeddha7 ligt niet op onzen weg4 ,alleen willen wij nog een beschrijving geven van een godsdienstoefening1 zooals men die houdt in den hoofdtempel van het ,tibetaansche ,boeddhisme1 de kathedraal te ,lhassa4 ,door een ruime hal1 waarin men gewijd water en rozenkransen kan koopen1 en waar vier beelden der aartsengelen staan1 komt men den tempel binnen4 ,de muren zijn bedekt met ruw bewerkte schilderijen uit de legende van ,boeddha4 ,het dak wordt gedragen door zes zware pilaren1 met snijwerk versierd4 ,de kerk zelf is een lang schip3 door twee rijen pilaren van twee zijvleugels en door zilveren opengewerkte schermen van twee groote koren gescheiden4 ,in ieder dier zijvleugels zijn veertien kapellen4 ,aan het einde der kerk is de heilige plaats1 bevattend vijftien tafels1 met juweelen voorzien1 met mystieke zinnebeelden van ,sang-,sara en andere scheppingen van ,boeddhistische metaphysica4 ,in de verste nis bevindt zich in een overwelfde ruimte het beeld van den vergoodden ,gautama ,boeddha4 ,ter linkerzijde daarvoor is de troon van den ,dalai-,lama1 ter rechterzijde van den ,pantschen ,lama4 ,daarbij1 in rangorde1 langzaam in glans verminderend1 de zetels der ,chutuktu's 7kardinalen71 abten en der achttien orden van de lagere geestelijkheid4 ,tegenover het beeld is het hoog altaar of de offertafel3 verscheiden treden boven de vloer2 met trappen toegankelijk4 ,op de bovenste trappen staan gouden1 zilveren en steenen beelden1 op de lagere trappen klokken1 lampen1 wierookhouders en andere gewijde gereedschappen4 ,op het geluid van een hoorn of trompet verzamelt zich de geestelijkheid in den ingang 7de straks genoemde hal7 in ambtsgewaad4 ,bij het derde trompetgeschal zet de stoet zich in beweging1 met den levenden ,boeddha aan het hoofd4 ,als deze levende ,boeddha op zijn troon is gezeten buigt ieder der priesters driemaal voor hem en gaat dan met gekruiste beenen op den divan zitten1 overeenkomstig zijn rang4 ,een bel klinkt en allen zeggen op3 de drie toevluchten1 #abd de tien voorschriften #abe en andere formules4 ,na eenige stilte gaat wederom de bel en langere stukken uit de heilige boeken worden door de priesters in koor gezongen4 ,als het een feestdag is1 wordt het hoogtepunt van den dienst bereikt in het ,tuisol1 of gebed voor heiliging1 als de offers zijn gezegend4 ,een bel klinkt1 en al de monniken heffen luide een gebedshymne aan1 waarin gevraagd wordt dat de geesten van al de ,boeddha's mogen tegenwoordig zijn4 ,een van hen heft boven zijn hoofd een spiegel1 naar het schijnt om hierop het beeld van den geest op te vangen1 als deze verschijnt2 een tweede heft een drinkkan op1 een derde een mystiek zinnebeeld van de wereld1 een vierde een schaal2 en nog andere geheiligde gereedschappen en mystieke symbolen4 ,onderwijl worden de stemmen der zangers en het geluid van bellen1 trommels en trompetten al sterker1 en de kerk wordt met wierookwalmen vervuld4 ,de monnik met de drinkkan werpt herhaaldelijk water1 met suiker en saffraan vermengd1 over den spiegel4 ,het water vloeit over den spiegel naar het zinnebeeld der wereld en wordt beneden in een schaal opgevangen4 ,telkens na gebruik wordt de spiegel met een zijden doek afgeveegd4 ,het mengsel wordt nu in een andere kruik gedaan3 enkele droppels bevochtigen de handen der dienstdoende monniken die er de kroon van hun geschoren kruin1 hun voorhoofd en hun borst mee aanraken4 ,eerbiedig slikt hij dan de overblijvende droppels in1 en zoo doende1 meent hij op mystieke wijze deel te verkrijgen aan het goddelijk wezen1 welks beeld opgevangen is op den spiegel1 waarover het water is geloopen4 ,tot zoover over het ,lamasme4 ,wat een afstand scheidt ons hier van den verheven stichter zelf1 die1 wars van ceremonin en plechtigheid1 door zelfverzaking en overpeinzing den weg vond tot den grooten ,vrede4 ,helaas1 dat ditzelfde verschijnsel ons overal treft1 welken godsdienst wij ook beschouwen3 straks zullen wij het ook elders zien4 ,doch3 kn dat anders8 ,kan een frissche bergstroom zuiver blijven tusschen vuile moerassen8 ,kan het reine denken1 het zuiver gevoelen blijven wonen in een onreine1 gebrekkige menschheid8 ,hoe hooger dan ook de volken stonden1 des te meer wordt de zuivere geest bewaard3 meer is er van ,boeddha's geest gebleven in ,birma dan in ,tibet4 ,toch3 de schat is er nog wel1 ook in dat laatste land1 al wordt zij daar opgeborgen in aarden vaten die er niet bij passen4 ,niet te vergeefs leefden de groote denkers en strijders der menschheid4 ,,hoofdstuk ,v4 ,de ,chineesche ,philosophie4 ,i4 ,inleiding4 ,het doel van dit geschrift is juist niet om eene volledige geschiedenis der ,chineesche philosophie te geven of al de vraagstukken1 welke deze heeft trachten op te lossen onder het oog te zien4 ,daartoe toch zouden zeer uitvoerige1 boekdeelen vullende uiteenzettingen1 noodig zijn1 die van het geduld van den lezer te veel zouden vergen4 ,de bedoeling is op beknopte en verstaanbare wijze te schilderen het eigenaardige der ,chineesche philosophie en hoe zij op de ontwikkeling van het ,chineesche volk heeft gewerkt4 ,in hoeverre in oude tijden ,turanische of ,arische invloeden zich in ,china hebben doen gelden1 en vanwaar de sporen van desme komen1 die men in den ouden staatsgodsdienst ontwijfelbaar vindt1 is hierbij van minder belang4 ,gewichtiger en belangrijker is het feit1 dat de beschaving van het ,chineesche volk1 zooals wij die voor het eerst in historische tijden ontmoeten1 aanstonds iets van ouds gevestigds1 iets afgewerkts1 afgeronds heeft3 waarvan wij den aanvang niet kunnen ontdekken1 en die zich wel duizend jaar lang1 tot aan den intocht van het ,boeddhisme vrijwel onveranderd heeft gehandhaafd4 ,wel vindt men ook in ,china sagen over oude dagen1 waarin het volk 's winters in holen1 's zomers in een soort nesten in boomen leefde1 waarin het gebruik van het vuur onbekend was en de bewoners nog niet geleerd hadden visschen en vogels te vangen3 doch wat op dezen1 ook naar ,chineesche opvatting voorhistorischen tijd betrekking heeft1 vinden wij in latere werken1 niet als een herinnering aan een vaststaande traditie1 maar aan legenden1 van onheugelijke tijden bestaande4 ,wat de standvastigheid der ,chineesche zeden betreft1 noemen wij het feit1 dat de offergereedschappen uit den tijd der ,hsia dynastie evenzoo gevormd zijn als die uit den laatsten tijd der ,chau-dynastie1 hoewel twintig eeuwen beide dynastin scheiden4 ,ook bleven de ceremonin1 gebruiken en zeden in godsdienst1 wijsbegeerte en zedeleer gedurende dien tijd onveranderd4 ,hieruit leide men echter niet af dat de geest van het ,chineesche volk al dien tijd rustte1 integendeel3 zelden is er een tijd geweest1 waarin het ,chineesche volk meer geestelijk leven ontwikkelde dan van de #f;e tot de #d;e eeuw voor ,christus4 ,doch3 dit geestesleven openbaarde zich vooral in het bewaren1 verklaren en uitwerken van wat eenmaal overgeleverd was4 ,het was meer om uitleggen te doen dan om iets nieuws in het leven te roepen4 ,de ,chineesche philosophie heeft1 gelijk wij dat ook bijna overal elders zien1 van af de oudste tijden zich in twee richtingen ontwikkeld4 ,de eene1 waarvan ,lao tsze als vertegenwoordiger mag gelden1 bewoog zich in metaphysisch-theosophische richting1 de andere1 waarvan ,confucius als hoofd wordt erkend1 in ethisch-materialistische1 of--juister uitgedrukt1 ethisch-politische richting4 ,in het stelsel van ,lao tsze of ,li ,r 7het ,taosme7 treedt op den voorgrond het inwendig licht1 dat 's menschen leven moet leiden1 in dat van ,confucius de verschillende verhoudingen3 tot ouders1 familie1 staat enz4 die 's menschen plichten bepalen4 ,wij zouden echter verkeerd doen ons ,lao tsze en ,confucius voor te stellen als stichters eener nieuwe leer3 beiden deden niets anders dan de leer van vroegere gezaghebbenden overleveren1 wier uitspraken lang voor hun tijd de bron der ,chineesche wijsheid vormden4 ,uit den langen strijd tegen het ,taosme1 een strijd die sedert het begin onzer jaartelling ook tegen het van elders ingevoerd ,boeddhisme was gekant1 is ten slotte het ,confucianisme als overwinnaar te voorschijn getreden4 ,nog heden is dit3 evenals reeds voor tweeduizend jaren1 de orthodoxe richting3 haar aanhangers hebben in den loop der eeuwen de regeering des volks verkregen4 ,toch3 ook deze richting van de ,chineesche philosophie heeft zich niet vrij kunnen houden van allerlei1 aan het gebied van den godsdienst ontleende1 vreemde bijvoegselen4 ,de oude rijksgodsdienst3 een uit het ,shamanisme ontstane vermenging van natuur-1 geesten-1 helden- en vooroudervereering3 die bij de voornamen in een aantal ambtelijke ceremonin1 bij het volk in grof bijgeloof verloopt1 heeft vooral omtrent de vooroudervereering op deze philosophie invloed uitgeoefend1 terwijl ten opzichte van kosmogonische #abf en dergelijke vragen1 ,boeddhistische en ,taostische invloeden zich hebben doen gelden3 de laatste vooral sedert de #ab;e eeuw na ,christus4 ,men zal zich wellicht verwonderen dat ,boeddhistische en ,taostische invloeden hier werkzaam konden zijn3 waar zij van de zijde van de gevestigde leer zooveel vervolging moesten ondergaan4 ,men bedenke echter dat het bij deze vervolgingen minder te doen was om de onderdrukking of uitroeiing van dogmatische ketterijen1 dan wel om den staatkundigen invloed1 welken de priesters van beide secten trachtten te verkrijgen1 tegen te gaan en vooral om het grondbeginsel van het ,confucianisme3 de voortplanting der familie1 die door het geweldig toenemen der kloosters bedreigd werd1 staande te houden4 ,wat de kloosters betreft3 er waren er b4 v4 in #hde n4 ,c4 #dfjj met nog #dj1jjj kleinere stichtingen3 terwijl toen het aantal monniken en nonnen #bfj1jjj beliep4 ,wat heeft aan het ,confucianisme nu het overwicht gegeven8 ,zeker in de eerste plaats dat het--in plaats van den eisch om de wereld te verlaten en in mystieke bespiegeling op te gaan1 een eisch1 dien ,taosme en ,boeddhisme stelden--deelname aan de praktische eischen des levens aanbeval en daarvoor aanzien en eer als belooning stelde4 ,tegenover deze leeringen van ,lao tsze en ,boeddha stond dus de leer van ,confucius als wereldwijsheid--een levensrichting1 die voor den praktischen ,chinees groote aantrekkelijkheid moest bezitten4 #abg ,lang voor ,confucius en lang na hem waren er in ,china personen1 die men met de ,brahmaansche en ,boeddhistische wijzen1 met de ,joodsche profeten en met de ,grieksche wijsgeeren kan vergelijken4 ,half rhetoren1 half politici1 trokken zij in de kleine vorstendommen van hof tot hof1 menigmaal met een tot duizenden aangroeiend gevolg van leerlingen4 ,terwijl zij1 leerend en afkeurend1 zich zeer op hun wijsheid lieten voorstaan1 waren zij vaak voor de vorsten1 dikwijls ook voor het volk1 lastige menschen4 ,voor de praktische staatslieden waren zij een gruwel en een spot4 ,daar hun zelden belangrijke posten waren toevertrouwd ging hun gezag en invloed meestal spoedig door de kuiperijen der beambten en adellijke familin1 die in ieder der leenstaatjes1 waaruit het groote rijk bestond1 om den voorrang kampten1 te gronde4 ,de dynastie van ,shang1 die van ongeveer #agff v4 ,c4 in ,china had geheerscht1 was in #aabb v4 ,c4 door die van ,chau omvergeworpen4 ,wuwang1 de eerste koning uit dit nieuwe geslacht1 die ongeveer te gelijk met den ,isralietischen koning ,saul 7#aaaj v4 ,c47 den troon besteeg1 was een geleerde1 vrome en dappere vorst1 maar hij beging de fout 7misschien echter door den staatkundigen toestand gedwongen7 het groote rijk1 dat vroeger slechts n heer1 den keizer1 gekend had1 in een aantal leenstaten van verschillende grootte en macht 7er waren er tusschen de #dj en #abe in verschillende tijden7 te verdeelen4 ,voor den keizer bleef slechts een onbeduidend gebied bewaard4 ,de nadeelige gevolgen van dezen maatregel bleven niet uit3 de leenheeren hadden voortdurend strijd met elkaar1 de zwakke keizers konden er geen orde onder houden1 het rijk gaf een beeld van de grootste verwarring te aanschouwen4 ,ieder landsheer1 groot en klein1 dacht er slechts aan zijn gebied en zijn macht te vergrooten ten koste van zijn buurman4 ,en in den kring der staatjes zelve leefden de voorname beambten1 de adellijke familin en de politieke partijen in voortdurende twisten4 ,in 't kort3 een beeld1 zooals het ,duitsche rijk niet zoo heel lang geleden nog te zien gaf4 ,,ii4 ,confucius1 zijn leven en leer4 ,wij merkten in het vorige hoofdstuk op welk een grooten1 hoewel ongunstigen invloed de maatregel van keizer ,wuwang wel had1 een invloed1 die eeuwen voortwerkte1 en die zich ook nog krachtig deed gelden in de dagen toen de bekende ,chineesche wijze ,confucius geboren werd4 ,deze zag het levenslicht in #eej v4 ,c4 ,zijn vaderland was het hertogdom ,lu1 gelegen in het tegenwoordige ,shantung1 een der straks vermelde kleine vorstendommen4 ,de ,chineezen noemen hem ,kung-,kiu4 ,confucius is een ,latijnsche bewerking van het ,chineesche ,kung-fu-tsze4 ,deze laatste naam is samengesteld uit den familie-naam ,kung1 de aanduiding van rang van hooge beambte 7,ta7 fu en de toevoeging ,tsze leermeester4 ,kiu beteekent heuvel en heeft betrekking op een uitwas1 dien ,confucius op het hoofd had1 of op den vorm van zijn hoofd4 ,confucius' familie stamde uit het keizerlijk geslacht der ,shang4 ,zijn voorvaderen waren vorsten van ,sung geweest onder de dynastie van ,chau1 en wel in het oostelijk deel van het tegenwoordige ,honan4 ,de jongere tak dezer familie1 waartoe ,confucius behoorde1 had den bijnaam ,kung aangenomen en was tegen het einde van de #h;e eeuw naar ,lu getrokken4 ,daar was zijn grootvader commandant van een stad geweest en had zijn vader zich als soldaat door groote lichaamskracht en dapperheid onderscheiden4 ,confucius was geboren uit het tweede huwelijk zijns vaders1 door dezen op hoogen leeftijd met de dochter van een buurman gesloten3 volgens sommigen was hij slechts de zoon van eene bijzit4 ,de legende van later dagen heeft zijn geboorte met allerlei wonderbare voorspellingen en verschijningen1 met het optreden van een draak1 genin enz4 opgesierd4 ,over de jeugd van ,confucius weten wij weinig3 drie jaren na zijn geboorte stierf zijn vader1 op zijn negentiende jaar trouwde hij4 ,zijn huwelijk was niet gelukkig3 hij liet zich later van zijne vrouw scheiden3 misschien had deze ook wel redenen van ontevredenheid4 ,hoe dit zij1 een jaar na zijn huwelijk werd zijn zoon ,li 7karper7 geboren1 zoo genoemd1 omdat de hertog van ,lu bij deze gelegenheid aan den vader eenige karpers zond4 ,in dienzelfden tijd werd ,confucius tot opziener der korenmagazijnen benoemd1 een jaar later met het beheer van staatslanderijen belast3 naar het schijnt waren dit onbeteekenende betrekkingen4 ,kort daarop begon ,confucius zijn werkzaamheid als leeraar4 ,hij verzamelde een aantal leerlingen rondom zich1 wier schoolgeld--geschenken1 naar ,chineesche opvatting--tot zijn levensonderhoud dienden4 ,behalve met dit onderwijs en zijn ambt hield hij zich vooral bezig met de bestudeering der oude ceremonin en der oude muziek4 ,in beide deze takken der philosophie 7de ,chinees brengt ze hieronder thuis7 kreeg hij weldra zulk een groote roep van geleerdheid1 dat vanaf het jaar #eag een aantal jongelieden uit de aanzienlijkste familin des lands onder zijne leiding deze wetenschappen kwamen bestudeeren4 ,dit verhoogde zijn aanzien en maakte het hem mogelijk een reeds lang gekoesterden wensch te vervullen door aan de keizerlijke hoofdstad ,lo ,yang in ,honan een bezoek te brengen4 ,hij maakte zich daar het verblijf ten nutte door de groote rijkstempels des hemels en der aarde te bezoeken1 en zich met de ceremonin van het keizerlijk hof op de hoogte te stellen4 ,in dien tijd schijnt hij ook zijn bekende ontmoeting met zijn ouderen tijdgenoot ,lao tsze gehad te hebben1 die toen opziener der schatkamers in ,lo yang was4 ,nog in hetzelfde jaar keerde ,confucius naar ,lu terug4 ,zijn beroemdheid nam1 misschien ook door deze reis1 van dag tot dag toe3 zoo1 dat hij zelfs tot #cjjj leerlingen rondom zich verzamelde4 ,evenwel1 de staatkundige toestand in ,lu maakte het hem weldra onmogelijk daar langer te vertoeven4 ,in #eaf v4 ,c4 kwam het tot openlijke vijandelijkheden tusschen het vorstenhuis en drie daaraan verwante families1 die van ,ki1 ,shuh en ,mang4 ,van die eerste familie 7,ki7 schijnt ,confucius 7als clint7 afhankelijk te zijn geweest4 ,het eind van den strijd was de nederlaag van den hertog4 ,deze vluchtte naar het naburige vorstendom ,ts en werd door ,confucius gevolgd4 ,hoewel de hertog van ,ts hem zeer genegen was1 bleek toch de tegenstand van de mannen1 die in het hertogdom aan het roer stonden1 krachtig genoeg om hem daar uit den staatsdienst te houden4 ,na een jaar keerde hij dan ook weer naar ,lu terug1 waar hij #ae jaar doorbracht zonder een ambt te kunnen verkrijgen4 ,zijn vaderland werd in dien tijd door den strijd der partijen verscheurd4 ,eerst door de verdrijving van een der voornaamste onruststokers kwam er althans een weinig rust4 ,in #ejj v4 ,c4 werd ,confucius tot eerste beambte der stad ,chungtu benoemd4 ,de daarop door hem ingevoerde hervormingen trokken algemeen de aandacht en zoo werd hij vervolgens tot assistent van den hoofdopzichter van publieke gebouwen1 en kort daarna tot minister van justitie benoemd4 ,ook in dit ambt bracht hij treffende dingen tot stand1 zoodat naburige vorsten1 wien de bloei van ,lu jaloersch en tegelijk bezorgd maakte1 er op uit waren hem zijn post te doen verliezen4 ,dit gelukte ook3 zij zonden den hertog zestig schoone meisjes1 danseressen en zangeressen ten geschenke1 die den hertog geheel in hare lieflijke striknetten verwarden en zijn aandacht van de regeeringszaken wisten af te leiden4 ,bedroefd en gergerd verliet hij zijn vaderland4 ,dertien jaar lang trok hij1 onder allerlei ontberingen1 van de eene plaats naar de andere zonder ergens een open oor voor zijn plannen te vinden4 ,zoo verhaalt de oude overlevering4 ,denkelijk is zij niet geheel juist4 ,bij andere gelegenheden was ,confucius niet zoo fijngevoelig als hij ons hier wordt voorgesteld4 ,het waarschijnlijkste is dat de familie ,ki1 die ,confucius aan ambten en waardigheden geholpen had1 op hem als een willig werktuig hunner partij had gerekend en zeer ontgoocheld was1 toen ,confucius het ondernam de macht der groote leenheeren in het vorstendom te knotten en hun versterkte steden te slechten3 de plaatsen van waaruit zij den beheerscher des lands trotseerden4 ,waarschijnlijk moest ,confucius meer wijken voor fijngesponnen intriges dan voor uitwendige macht4 ,zijn ballingschap zal wel geen geheel vrijwillige zijn geweest4 ,de invloed der familie ,ki heeft hem voorzeker langen tijd den terugkeer in het vaderland onmogelijk gemaakt en dien eerst toegelaten1 toen men van den afgeleefden grijsaard niets meer te vreezen had4 ,in #dhc keerde ,confucius naar ,lu terug4 ,daar werd zijn tijd door onderwijs geven en letterkundige bezigheden in beslag genomen1 totdat hij in #dgh v4 ,c4 op #gc-;jarigen leeftijd stierf1 verbitterd door het vruchtelooze van al zijn bemoeiingen1 het onvervuld blijven zijner verwachtingen4 ,zijn laatste woorden tot zijn leerling ,tsze kung waren3 ,geen wijze heerscher verschijnt1 niemand in het gansche rijk wil mij als raadsman hebben1 mijn tijd om te sterven is gekomen4 ,zijn leerlingen begroeven hem in ,k'hufuhsien1 #abh in het tegenwoordige ,shantung4 ,drie jaar lang treurden zij bij zijn graf1 waar zij zich1 naar ,chineesche zeden1 hutten oprichtten4 ,na den dood van ,confucius1 zoo heet het in de geschiedenis der ,han-dynastie 7#baj v4 ,c4-#bd n4 ,c47 was het met zijn leer gedaan en nadat zijn zeventig 7voornaamste87 leerlingen waren heengegaan1 werd zijn leer bedorven 7verbasterd74 ,er waren een groot getal verschillende teksten van de jaarboeken1 van het liederenboek en van het boek der veranderingen en gedurende de verwarde toestanden en twisten der verschillende staten 7#dhj-bba v4 ,c47 raakten waarheid en leugen nog meer met elkaar in strijd en in de leer der verschillende geleerden heerschte groote verwarring4 ,toen kwam het ongeluk1 door de ,tsin-dynastie 7#bbj-bje v4 ,c47 veroorzaakt3 deze bewerkte namelijk dat de boeken der geleerden met vuur werden verbrand1 opdat het volk onwetend zou worden gehouden4 ,langzamerhand echter kreeg de ,han-dynastie de macht in het rijk4 ,deze spande zich in om de schade te herstellen1 die de ,tsin-dynastie had veroorzaakt4 ,tafels en plankjes 7waarop men in oude dagen teekens insneed of inkerfde7 zocht men bijeen en de 7klassieke7 boeken werden verzameld4 ,in denzelfden tijd werd ,confucius door de rijksregeering3 d4 w4 z4 door den vertegenwoordiger daarvan1 den keizer1 officieel erkend 7n4l4 als vereerenswaardig74 ,reeds vroeger--na zijn dood--was hem ter eere door den hertog van ,lu een tempel gebouwd1 waarin viermaal per jaar offers moesten worden gebracht4 ,doch hoewel in #aid v4 ,c4 de grondvester der ,han-dynastie1 toen hij door ,lu reisde1 dezen tempel bezocht en er een os liet offeren1 duurde het toch tot het jaar #a n4 ,c41 eer keizer ,ping aan ,confucius een onsterfelijken eeretitel verleende en tot #eg n4 ,c4 voor offers aan hem in alle keizerlijke en rijksscholen werden ingevoerd4 ,deze vereering deelde ,confucius tot het jaar #fji n4 ,c4 met den hertog van ,chau1 ,chau-,kung1 den broeder van den eersten keizer van dienzelfden naam4 ,eerst na dien tijd werden voor ,confucius afzonderlijke tempels opgericht en vanaf #fbh werd hij alleen vereerd4 ,de officieele eeretitel1 dien hij nu bezit3 ,kung1 de oude leeraar1 de volkomen wijze dateert eerst uit het jaar #afeg en is hem verleend door den eersten keizer der nu nog regeerende ,mandschoe-dynastie4 ,deze heeft meer dan ne der voorgaande dynastin voor het aandenken en de vereering des meesters gedaan3 zeker wel in het juiste besef daardoor voor het ,chineesche volk haar vreemde heerschappij wat minder drukkend te maken4 ,zooals wij reeds opmerkten leerde ,confucius niets nieuws3 hij verklaarde slechts de leer1 die van oudsher geldig was en beriep zich daarop bij alle gelegenheden4 ,ja1 het is wellicht juist aan dit onpersoonlijk karakter zijner leer toe te schrijven1 dat deze gedurende zooveel eeuwen zulk een invloed op het volk kon uitoefenen4 ,confucius en zijne leerlingen1 navolgers en commentatoren waren slechts de bewaarders eener traditie1 die sedert langen tijd in het bewustzijn van het ,chineesche volk als met ankers was vastgemaakt4 ,wat ,confucius leerde kan men het best samenvatten in deze stelling3 wie anderen wil opvoeden moet allereerst zichzelf opvoeden1 m4 a4 w4 een opvoedkundige opvatting van het ,grieksche3 ,ken u zelf1 maar--tegelijk een onmiskenbare vooruitgang3 want zelfkennis heeft dan alleen waarde1 als zij het begin van beterschap is4 ,confucius sprak met voorliefde van het gewone1 regelmatige en niet van het ongewone of buitengewone2 hij sprak van wat men door vlijt en daarop berustende kracht verkrijgen kon2 maar niet van wat men door overmacht kon bereiken4 ,hij sprak van toestanden van orde en niet van toestanden van regeeringloosheid met kuiperijen1 die daarbij voorkomen1 hij sprak van menschelijke en niet van bovenaardsche dingen4 ,hij leerde verstaan de grondstellingen1 in de schriften der ouden vervat en hoe daar naar te handelen1 de zedeleer van het hart en hoe aan de zedelijke beginselen getrouw te blijven4 ,aldus omschrijft een uitlegger zijner werken een plaats uit zijne ,gesprekken1 die treffend de leerwijze van ,confucius in het licht stelt4 ,bizonder eigenaardig is in ,confucius de afkeer om zich in te laten met wat betrekking heeft op de onbekende toekomst des menschen aan gene zijde des grafs4 ,gij kunt de levenden niet dienen1 hoe zult gij de geesten dienen1 antwoordt hij aan een zijner leerlingen en als deze nog verder op het onderwerp wil ingaan1 zegt hij3 ,gij kent het leven nog niet1 hoe kunt gij iets weten over den dood8 ,de oude uitleggers verklaren deze plaats zoo1 dat ,confucius den leerling geen ander antwoord gegeven heeft1 wijl geesten en dood onbegrijpelijke dingen zijn en het de moeite niet loont daarover te spreken4 ,het #aj;e boek der ,gesprekken behelst een vrij uitvoerige schilderij van de gewoonten en de houding des wijzen1 doch3 zooals ,dr4 ,legge1 de vertaler van de klassieke werken der ,chineezen1 zegt3 ,confucius is als wijsgeer voor mij gedaald1 sedert ik hem in zijn huisjasje1 zijn bed en zijn reiswagen gezien heb4 #abi ,toch heeft die pijnlijke zorgvuldigheid1 waarmede zijn leerlingen ook de kleinste nietigheden uit de gewoonten huns meesters opteekenden1 een voordeel3 zij bewijst ons1 hoe behoudend de ,chineezen zijn1 zelfs in de onbeduidendste uiterlijkheden1 daar veel van de toen beschreven gebruiken nog zoo bestaan4 ,zoo wordt op een plaats verteld hoe ,confucius deed1 wanneer hij op bevel van den vorst een bezoeker moest ontvangen3 ,hij ijlde vooruit1 de armen opgeheven als de vleugels van een vogel4 ,hetzelfde ceremonieel heerscht thans nog aan het ,chineesche hof3 de vreemde gezanten1 die de keizer van ,china in #ahgd en later ontving1 zouden het kunnen getuigen4 ,bleef hij in de poort staan1 zoo deed hij dit niet in het midden van het pad1 en bij het in- en uitgaan trad hij niet op den drempel4 ,de weg onder iedere poort was in oude tijden door een paal in twee deelen gescheiden3 voor het in- en voor het uitgaan4 ,het midden van ieder dezer twee wegen mocht slechts de vorst gebruiken4 ,tegenwoordig zijn er in de keizerlijke paleizen en vertrekken bijna overal verscheidene poorten en deuren3 drie tot vijf1 waarvan de middelste alleen voor den keizer dient en door niemand anders betreden mag worden4 ,waar slechts n poort of deur is1 zooals bv4 in de hal1 die tegenwoordig voor de audientin der vreemde gezanten gebruikt wordt1 wil de etiquette1 dat het in- en uitgaan niet precies door het midden plaats heeft4 ,in tuinen en op begraafplaatsen van keizers of prinsen is het middelste gedeelte van de middelste trap1 die tot de hal of den tempel voert1 dikwijls met groote platen marmer bedekt1 waarop zich in relif bewerkte draken bevinden4 ,zoo is het betreden daarvan onmogelijk gemaakt3 en terwijl de dragers rechts en links de trappen opgaan1 zweeft slechts de draagstoel of de doodkist over het midden van de trap4 ,wat het betreden van den drempel aangaat1 dit geldt1 evenals in oude tijden1 ook nu nog voor onbeleefd en de bewoners van het huis onheil aanbrengend4 ,bij audientin des keizers wordt dan ook aan de gezanten uitdrukkelijk verzocht1 het betreden van den1 bijna een voet hoogen1 zeer smallen drempel te vermijden4 ,in ,japan werd het ook tot voor weinige jaren als een grof vergrijp beschouwd3 als een beleediging1 die onder mannen met twee zwaarden1 #acj slechts door bloed kon worden uitgewischt4 ,den voet op iemands drempel zetten1 beteekende hetzelfde als hem den heer des huizes op het hoofd zetten4 ,het beeld van ,confucius1 dat ons uit de over hem bewaarde berichten tegenkomt1 is niet zeer aantrekkelijk4 ,wij zien voor ons een oudachtig humeurig heer1 wien 't echter aan geestigheid niet ontbreekt3 een man1 pijnlijk afgemeten in kleeding1 gedrag en gewoonten1 die alles weet en alles kan en nooit eene gelegenheid laat voorbijgaan om zijn medemensch vol zalving te doen gevoelen1 dat hij het beter weet dan deze4 ,we aanschouwen een professor1 die met de dooden op een vrij goeden voet staat3 hen immers kan hij kritiseeren en aanhalen1 zonder dat zij hem tegenspreken3 doch die het den levenden niet vergeeft1 dat de geschiedenis zich niet afspeelt volgens het door hem gesponnen schema en dat hij niet geroepen wordt om de wereld weer in zijn kader terug te brengen4 ,daarom knaagt hij aan alles1 wat anderen doen of nalaten3 zou hij zich in alles willen mengen1 als die anderen het maar toelieten en wordt hij door de gedwongen rust1 door de tweespalt tusschen zijn willen en niet vermogen1 tegen anderen en ten slotte tegen zichzelf verbitterd4 ,zulk een oordeel schijnt hard1 maar het werd reeds geveld door zijn tijdgenooten en door hen die kort na hem leefden4 ,echter bedenke men dat zijn tegenstanders het velden en dus wellicht wat overdreven4 ,in het boek ,sze ma tsien wordt1 van ,taostische zijde1 dus door de aanhangers van ,lao tsze1 gehandeld over een samenkomst tusschen ,lao tsze en ,confucius4 ,daarbij zegt de eerste--oudere tijdgenoot van ,confucius--tot den laatste1 die hem vermoedelijk verveeld had met citaten uit het leven der oude wijzen en met zijn betoog over het nut van uitwendige ceremonin voor de innerlijke ontwikkeling des menschen3 ,de lieden1 waarover gij zoo veel spreekt1 zijn reeds lang dood en hun gebeente is vergaan1 slechts hun woorden klinken na4 ,als de tijd van den wijze is gekomen1 spreekt hij3 is die er niet1 dan weet hij te zwijgen4 ,ik heb gehoord dat een goed koopman1 ook als hij zijn schuur met schatten gevuld heeft zich toch als arm voordoet en dat de wijze zijne wijsheid te verbergen weet4 ,leg af uwen hoogmoed en uwe begeerten1 uw uitwendigen schijn en uw wilde plannen4 ,dat alles is voor u zonder nut4 ,dat is het eenige1 wat ik u te zeggen heb4 ,op een plaats in de ,gesprekken wordt verteld hoe ,confucius1 toen hij eens voor een rivier was gekomen1 die hij moest overtrekken1 een zijner leerlingen naar twee lieden zond1 die daar in het veld werkten1 om te vernemen waar men den stroom het best kon doorwaden4 ,de arbeiders waren asceten 7,taosten7 die zich van de wereld teruggetrokken hadden4 ,een van hen vroeg1 wie de man in den wagen was1 die ingelicht wilde worden4 ,de leerling noemde den naam van ,confucius4 ,kung-kiu uit ,lu8 die kent de voorde 7m4 a4 w4 die weet immers alles1 dus ook dit7 sprak hij1 keerde zich om en werkte voort4 ,de andere arbeider was minder kort aangebonden1 doch niet vriendelijker4 ,gij zijt een leerling van ,confucius8 ,wanorde bedekt als een gezwollen rivier het gansche land en wie zal dat1 u en hem ter wille1 veranderen8 ,waarom wilt gij iemand volgen1 die slechts hier en daar de wanorde uit den weg gaat 7zinspeling op het rondtrekken van ,confucius van het ne land naar het andere7 en niet een1 die zich geheel en al van de wereld terugtrekt8 ,zoo sprak deze en ging weer aan zijn werk4 ,in de werken van ,chwang-tsze komt ,confucius er nog slechter af4 ,daar komt een stuk in voor1 getiteld ,de roover ,kih1 waarin verteld wordt hoe ,confucius zich in het leger van dezen rooverhoofdman begaf om hem van zijn booze wegen terug te brengen1 doch door dezen zeer slecht werd ontvangen4 ,de roover toch zeide3 ,gij geeft vele redeneeringen ten beste en praat maar door1 u beroepend op de oude wijzen1 zonder dat daarvoor reden is4 ,hoe meer gij spreekt1 des te meer onzin komt er voor den dag4 ,gij voedt u1 zonder te ploegen1 gij kleedt u1 zonder te weven1 uw lippen staan niet stil en uw tong gaat als een trommelstok4 ,gij beslist maar wat recht en onrecht is en brengt daardoor alle vorsten des rijks op verkeerde wegen4 ,gij geeft aanleiding dat de geleerden zich niet bemoeien met wat hun eigenlijke taak is4 ,gij praat over kinderlijke liefde en broederlijken plicht en zijt toch steeds onafscheidelijk van de vorsten des rijks1 de aanzienlijken en adellijken444 ,gij wilt de oude leeringen van ,w en ,wang 7die nergens goed voor waren7 weer opflikken en gij beweert van alle mogelijke dingen1 dat zij kunnen dienen voor de onderwijzing der komende geslachten4 ,met uw bizonder gewaad en uw nauwen gordel1 met uw bedriegelijke redenen en huichelachtig gedrag verleidt gij de vorsten der staten en streeft gij naar rijkdom en eer4 ,een grooter roover dan gij is er niet3 waarom noemt men u niet den roover ,kiu1 in plaats van mij den roover ,kih8444 ,gij noemt u een man van talent3 een wijze6 ,tweemaal heeft men u uit ,lu weggejaagd1 uit ,wei moest gij vluchten1 in ,t'si kreeg men u te pakken en in ,ch'en en ,ts'ai hielden de soldaten u omsingeld4 ,voor u is er in het rijk geen plaats meer1 waar gij uw hoofd rustig kunt neerleggen4 ,uwe leeringen dragen er schuld aan1 dat uw leerling ,tsze lu is terechtgesteld en zijn gevierendeeld lichaam boven de poort van ,wei is gehangen4 ,gij kunt noch uzelf noch anderen voor onheil bewaren1 wat kan uwe leer dan voor waarde hebben8 ,ook andere leeraars1 niet behoorende tot de ,taostische richting1 hebben ,confucius scherp aangevallen1 zooals bv4 in de eerste eeuw n4 ,c4 de beroemde ,wang-,chung1 die voor de oorspronkelijkste en scherpzinnigste van alle ,chineesche wijsgeeren doorgaat en wiens talent en beteekenis zelfs door de ,chineesche orthodoxie wordt erkend1 al halen zij ook afkeurend de schouders op over den buitengewonen ijver en de grenzenlooze vermetelheid waarmede deze denker blootlegt en veroordeelt wat hij noemt de overdrijvingen en verzinsels van ,confucius en ,mencius4 ,tegenover al die afkeurende oordeelvellingen laten wij hier volgen een plaats uit het ,onveranderlijk midden die ons doet zien hoe de leerlingen over hem dachten4 ,deze lofzang1 want een lofzang is het1 die hier wordt aangeheven1 geeft ons tegelijk te zien wat de ,chinees onder een volmaakte wijze verstaat en wat ,confucius ook thans nog voor hem is4 ,confucius leverde de leeringen van de keizers ,yao en ,shun aan het nageslacht over1 als waren deze 7keizers7 zijn voorvaderen geweest4 ,hij verklaarde de instellingen van ,wen en ,wu 7de stichters der ,chau-dynastie7 die hij zichzelf tot voorbeeld had gesteld4 ,naar boven was hij in harmonische overeenstemming met de eeuwige bewegingen des hemels1 beneden stond hij vast als de aarde4 ,wel mag men hem vergelijken met den hemel en de aarde1 die alles dragen en behouden1 alles beschaduwen en beveiligen4 ,hij is als de vier jaargetijden in hun wisselenden loop1 als de zon en de maan met haar elkaar afwisselend licht4 ,alles 7in het wereldgeheel7 bestaat naast elkander1 zonder dat het een het ander schade doet4 ,de loop der jaargetijden1 van de zon en de maan gaat voort1 zonder dat zij elkaar hinderen4 ,de kleinere krachten 7der natuur7 zijn als de stroomingen der rivieren1 de grootere openbaren zich in groote veranderingen 7omkeeringen74 ,dat is het wat hemel en aarde zoo groot maakt 7de harmonie der sferen87 ,hij slechts1 die alle goede en wijze eigenschappen bezit1 die onder den hemel kunnen bestaan1 toont zich vlug in het begrijpen1 helder in het onderscheiden1 voorzichtig in het als waarheid aannemen1 alomvattend in het weten1 geschapen om te heerschen1 edel van hart en grootmoedig1 welwillend en mild1 voorzichtig1 opwekkend1 krachtig1 vast en volhardend1 behoudend wat hij heeft verkregen1 vast1 de juiste grenzen bewarend1 ernstig1 nooit afwijkend van 't 7rechte7 pad1 zonder gebrek 7correct71 eerbied afdwingend1 volkomen1 scherp van inzicht1 scherpzinnig en doordringend1 bekwaam om 7goed en kwaad7 te onderscheiden4 ,alomvattend is hij en ruim1 diep en nooit rustend1 als een bron 7die altijd vloeit7 ter rechter tijd zijn deugden openbarend4 ,alomvattend is hij en ruim1 hij is als de hemel4 ,diep en nooit rustend als de bron1 is hij 7ondoorgrondelijk7 als de afgrond4 ,hij verschijnt1 en allen vereeren hem1 hij spreekt1 en allen gelooven hem1 hij handelt en allen bewonderen hem6 ,daarom gaat zijn roem over het gansche rijk en dringt door tot de verste barbaren4 ,zoover schepen en menschen komen en des menschen kracht reikt1 zoover de hemel zich welft en de aarde draagt1 zoover zon en maan schijnen1 rijp en dauw nedervallen3 zoover heeft hem alles lief en eert hem1 wat bloed en adem heeft4 ,daarom zegt men3 ,hij is als de hemel4 ,slechts hij1 die de grootste reinheid bezit1 welke onder den hemel mogelijk is1 kan de onveranderlijke betrekkingen regelen tusschen de menschen onderling1 de groote deugden1 die den grondslag vormen1 vaststellen en de krachten des hemels en der aarde die alles nieuw vormen en voeden erkennen2 zou zulk een persoon steunen op een wezen of een ding1 dat buiten hem ligt8 ,noem hem den idealen man3 want hoe streeft hij naar ernst4 ,noem hem afgrond1 want hij is diep4 ,noem hem hemel1 want hij is ruim4 ,wie anders kan hem begrijpen dan die vlug is in 't bevatten1 klaar in 't onderscheiden1 ruim van blik in 't erkennen1 alomvattend in 't weten1 die alle hemelsche deugden bezit 7die n4l4 aan hem gelijk is74 ,het zou zeer verkeerd zijn ,confucius te meten met een hedendaagschen of een christelijken maatstaf4 ,hij was een zoon van zijn tijd3 saamgegroeid met de inzichten en opvattingen1 daaraan eigen1 staande op den bodem der toenmalige moraal4 ,ook was hij persoonlijk niet vrij van zwakheden en gebreken1 die hem bij herhaling vermaningen en waarschuwingen bezorgden1 althans van n zijner leerlingen1 ,tsze lu4 ,deze trad bij meer dan eene gelegenheid als de ware ridder op4 ,confucius had steeds geijverd tegen oproerige onderdanen en beambten3 toch was tweemaal de waarschuwende stem van ,tsze lu noodig om den in al zijn droomen en verwachtingen van staatkundig en sociaal hervormer teleurgestelden man1 te verhinderen om ontrouw te worden aan zijn eigen leer4 ,ja1 roept hij eens uit1 als ,tsze lu hem de tegenspraak doet gevoelen1 die er tusschen zijn woorden en zijn daden zou liggen1 ja1 ik heb gezegd dat een edel man zich niet inlaat met hen die kwaad doen2 maar zegt men niet3 wat werkelijk hard is kan geslepen worden zonder dunner te worden en wat werkelijk wit is kan in een donkere vloeistof gedompeld worden zonder dat het zwart wordt8 ,ben ik dan een bittere komkommer8 ,hoe kan ik er voor bewaard blijven gegeten te worden8 ,bij een andere gelegenheid1 als een oproermaker hem tot zich roept1 zegt hij3 ,het moet toch een reden hebben1 dat hij mij bij zich verzoekt6 ,als iemand mij maar gebruiken kon1 hoe zou ik een ander westelijk ,chau tot stand brengen6 7,chau was het vaderland der regeerende dynastie en in oude tijden het voorbeeld van een goed bestuurden1 gelukkigen staat74 ,de zucht om een politieke rol te spelen1 schijnt van alle zwakheden van ,confucius1 die de overlevering ons meedeelt1 de grondslag te zijn geweest4 ,zoo b4v4 toen hij er toe kwam om in het gevolg van den vorst van ,wei en diens slecht te boek staande vrouw door de straten der hoofdstad te rijden en het volk hem nariep3 ,ondeugd voorop en deugd achteraan1 of--toen diezelfde dame hem in audintie ontving en hij zich tegenover ,tsze lu met de woorden ,waarin ik tekort geschoten ben moge de hemel mij straffen1 rechtvaardigde4 ,toen hij den eed brak1 dien hij aan den commandant van ,pu had gedaan1 om niet naar ,wei te gaan1 zeide hij tot zijn verontschuldiging3 ,het was een gedwongen eed1 zulk een hooren de geesten niet4 ,in den tijd van ,confucius en nog lang daarna heerschte in ,china de bloedwraak4 ,met den moordenaar zijns vaders mag de zoon niet onder denzelfden hemel leven1 tegen den moordenaar zijns broeders moet een man nooit naar huis terug behoeven te gaan om een wapen te halen1 met den moordenaar van een vriend mag een man niet in denzelfden staat wonen1 heet het in het boek der gebruiken1 en deze voorschriften heeft ,confucius uitdrukkelijk bekrachtigd4 ,bij den regel1 dat de zoon op een mat van gras moest slapen1 met zijn schild als hoofdkussen1 totdat hij den moordenaar zijns vaders had gedood2 dat hij op de marktplaats en aan het hof het wapen steeds bij de hand moest hebben om hem te treffen1 heeft de zin1 dat men anderen niet doen moet1 wat men niet wil dat zij u aandoen een buitengewoon praktische beteekenis4 ,het kan ons dan ook niet verwonderen1 dat1 als een zijner leerlingen vraagt1 of er geen woord is1 dat als regel voor de verhoudingen van het gansche leven kan dienen1 hij dezen antwoordt3 ,is niet wederkeerigheid zulk een woord8 ,dat het verder strekkend beginsel3 kwaad met goed vergelden1 ontbreekt1 is wel natuurlijk3 een ander leerling kreeg dan ook op een vraag1 hierop betrekkelijk1 ten antwoord3 ,en waarmee zal men dan goed vergelden8 ,vergeldt het booze met rechtvaardigheid en goed met goed4 ,het komt geheel en al overeen met de strenge opvatting van den wijze1 dat op een andere plaats hem1 die anders handelt 7kwaad met goed dus vergeldt7 vrees als beweegreden wordt toegeschreven4 ,in de positieve zedeleer van ,confucius kon deze mildere opvatting geen plaats vinden3 wel in de theosophie van ,lao tsze1 gelijk dan ook het beginsel ,vergeldt kwaad met goed1 in den ,tao-teh-king voorkomt4 ,de leer welke ,confucius verkondigde en verklaarde laat zich in 't wezenlijke hierin samenvatten 7zooals wij reeds opmerkten7 dat ieder zichzelf moet opvoeden om anderen1 die hem door leeftijd en positie ondergeschikt zijn1 te kunnen opvoeden4 ,terwijl dus voor den een het opvoeden en het bevelen tot plicht wordt gemaakt1 wordt den ander gehoorzaamheid ingescherpt3 doch geen absolute1 die in ieder geval moet worden betracht3 de zoon toch zoowel als de ambtenaar moeten hun vader of vorst als hij afdwaalt1 terugvoeren op het pad der deugd4 ,hoe zal men een vorst dienen1 vraagt ,tsze lu en ,confucius antwoordt3 ,bedrieg hem niet en wederspreek hem in 't aangezicht4 ,op de vraag1 of een zoon in elk geval het bevel zijns vaders moet gehoorzamen antwoordt ,confucius3 ,wat zijn dat voor redenen6 ,als in oude tijden een keizer al geen goede grondbeginselen had1 doch zeven ministers1 die hem waarschuwden1 dan verloor hij het rijk niet4 ,als een leenvorst vijf zulke ministers had ging zijn huis niet onder4 ,als een geleerde een vriend had1 die hem waarschuwde1 zoo behield hij zijn goeden naam en als een vader een zoon had1 die hem de dingen die verkeerd waren bevolen1 onder het oog bracht1 zoo deed hij niets dat onrechtvaardig was4 ,daarom1 indien er gevaar is dat er onrecht zal worden gepleegd1 mag een zoon niet aarzelen dit zijn vader1 noch een minister dit zijn vorst onder het oog te brengen4 ,wanneer het aldus plicht is reeds tegen onrecht1 dat nog staat te geschieden1 op te treden1 zou het dan kinderlijk zijn om een bevel zijns vaders1 dat onrecht in zich sluit1 te gehoorzamen8 ,het ,boek der kinderlijke liefde1 #aca ,de groote leer1 #acb en ,het onveranderlijke midden1 #acc behelzen de grondstellingen der leer van ,confucius in meer geordenden en samenhangenden vorm1 dan dit in de ,gesprekken en uitingen het geval is4 ,eenige aanhalingen uit deze drie werken zullen zeker bijdragen tot recht verstand der leer van ,confucius4 ,de kinderlijke liefde is de wortel van iedere deugd1 waaruit de volkomendheid voortkomt4 ,het lichaam 7tot op de huid en de haren toe71 dat men van zijn ouders ontvangen heeft niet te beschadigen1 is de aanvang der kinderlijke liefde1 #acd zich 7geestelijk7 te volmaken en overeenkomstig 7die volmaking7 te handelen en zijn naam aan toekomstige geslachten over te leveren1 opdat de ouders geerd worden3 dat is de voleindiging der kinderlijke liefde4 ,want kinderlijke liefde begint met de ouders te dienen1 de dienst van den vorst is het midden1 voor nakomelingschap zorg te dragen is het einde4 ,wat ,de groote leer onderwijst is3 de deugd te beoefenen1 het volk op te voeden1 in de volkomenheid te volharden4 ,ieder ding heeft zijn wortelen en zijn takken1 ieder streven zijn begin en zijn doel3 te weten wat begin en doel zijn1 dat is de beteekenis der ,groote leer te verstaan4 ,in oude dagen schiepen zij1 die wenschten dat de deugd beoefend werd in het gansche land1 eerst orde1 ieder in zijn eigen gebied 7leenvorstendom74 ,om dit te bereiken schiepen zij orde in hunne familin en om die te verkrijgen streefden zij er naar zichzelf te volmaken4 ,om zich te volmaken reinigden zij hunne harten en om die loutering te verkrijgen streefden zij naar kennis van hun eigen geest4 ,om zelfkennis te verkrijgen1 trachtten zij hun wetenschap te vermeerderen en die vermeerdering werd door het onderzoeken van alle dingen aangebracht4 ,van den keizer af tot de groote volksmassa toe3 ieder moet de reiniging van het eigen ik als de wortel van al het andere beschouwen4 ,wordt de wortel verwaarloosd1 zoo kan niets1 wat uit haar voorkomt1 goed zijn3 het is nog nooit voorgekomen1 dat iemand voor geringe zaken groote opmerkzaamheid en tegelijk voor gewichtige zaken geringe opmerkzaamheid had 7m4 a4 w4 die in het kleine getrouw is1 zal ook in het groote getrouw zijn74 ,wat bedoeld wordt met3 ,het geluk en de vrede des rijks hangen van de regeering der staten af is dit3 ,als de vorst zeer oude lieden behandelt1 zooals dat behoort1 zal er in het volk kinderlijke liefde heerschen1 als hij de ouden zoo behandelt1 zal men broederlijk zich voegen naar elkaar1 als hij de jongeren en zwakken liefdevol behandelt zal het volk datzelfde doen4 ,zoo heeft de heerscher een maatstaf1 waarmede hij als met een winkelhaak zijn gedrag kan afmeten4 ,wat een man bij die over hem gesteld zijn niet bevalt1 moet hij ook tegenover zijn ondergeschikten niet doen2 wat hem bij zijn ondergeschikten niet bevalt1 zal hij niet doen tegenover zijne meerderen2 wat hij niet van den rechterkant ontvangen wil zal hij aan den linker niet geven1 wat hij van den linker niet ontvangen wil aan den rechterkant niet4 ,daar is ook een middel om den welstand des lands te bevorderen3 veel voortbrengers1 weinig verteerders4 ,laat er heerschen werkzaamheid in het voortbrengen1 en spaarzaamheid in het gebruik1 dan zal de voorraad altijd voldoende zijn4 ,wat de mensch van den hemel ontvangen heeft is de 7goede ware7 natuur2 wie in overeenstemming met deze natuur handelt1 wandelt op het pad van den plicht2 dit pad te betreden leert de mensch door onderwijzing4 ,het pad mag ook niet voor een oogenblik verlaten worden1 kon het 7nl4 zonder schade7 verlaten worden1 dan was het niet het 7rechte7 pad4 ,daarom wacht de hoogere mensch niet om voorzichtig te zijn tot hij 7iets7 ziet1 en om bezorgd te zijn tot hij 7iets7 hoort4 ,niets is meer zichtbaar dan wat verborgen is1 niets in het oog vallender1 dan wat onbeduidend is1 daarom waakt de hoogere mensch over zichzelf1 als hij alleen is4 ,als noch vergenoegdheid1 noch ergernis1 noch kommer1 noch vreugde zich laten gelden1 dan kan men wel zeggen1 dat de geest zich in een toestand van evenwicht bevindt4 ,zijn deze gevoelens echter opgewekt en werken zij in juiste maat en verhouding1 zoo ontstaat daaruit1 wat men harmonie kan noemen4 ,dit evenwicht is de wortel1 waaruit alle menschelijke handelingen in de wereld voortkomen1 deze harmonie is de weg1 dien allen moeten inslaan4 ,waar evenwicht en harmonie in volkomenheid heerschen is er orde in hemel en op aarde en alles zal gevoed worden en gedijen4 ,vier plichten heeft de wijze te betrachten1 die ik nog niet geleerd heb te vervullen 7zoo voegt de schrijver er bij73 mijn vader te dienen1 zooals ik wenschen zou dat mijn zoon mij diende1 mijn vorst te dienen1 zooals ik wenschen zou1 dat mijn beambten mij dienden1 mijn ouderen broeder te dienen1 zooals ik wenschen zou1 dat mijn jongere broeder mij diende2 jegens mijn vriend te handelen1 zooals ik wenschen zou dat hij jegens mij handelde1 7de vijfde betrekking1 die tusschen echtgenooten1 is hier weggelaten1 wellicht omdat noch ,confucius1 noch zijn kleinzoon1 aan wien het ,onveranderlijke midden wordt toegeschreven1 in hun huwelijken gelukkig waren3 beiden toch hebben zich van hunne vrouwen gescheiden74 ,de wijze doet1 wat aan de plaats1 die hij inneemt1 past3 hij wenscht zich daarboven niet te verheffen4 ,rijk en geerd doet hij1 wat een rijk en geerd man betaamt1 arm en eenvoudig doet hij1 wat den arme en eenvoudige betaamt4 ,is hij door barbaren omgeven3 hij doet wat aan den toestand past1 is hij door kommer en zorgen geplaagd1 hij handelt overeenkomstig zijn toestand3 altijd blijft hij zichzelf4 ,is hij in een hoogen rang1 hij behandelt zijn ondergeschikten niet met verachting1 is hij een ondergeschikte1 zoo zoekt hij geenszins de gunst zijner meerderen te bejagen3 hij regelt zich zelf en verwacht niets van anderen1 zoo vermijdt hij teleurstellingen3 hij maakt den hemel geen verwijten1 noch wordt op de menschen verbitterd4 ,zoo verwacht de wijze1 rustig en vroolijk1 wat de hemel besluiten wil1 de gewone mensch echter wandelt op een gevaarlijken weg en ziet naar gunstige gelegenheden uit4 ,de meester 7,confucius7 zegt3 ,bij het boogschieten hebben wij1 wat aan de houding des wijzen beantwoordt4 ,als de schutter het doel heeft gemist1 draait hij zich om en zoekt de oorzaak van het mislukken bij zichzelf4 ,met de rechte mannen 7aan het hoofd7 gedijt de regeering2 evenals de plantengroei uit de aarde voortkomt en de bijen de jonge larven verplegen en tot bijen opvoeden3 zoo voeden de regeerders het volk op4 ,het geheim eener goede regeering is3 de rechte mannen te vinden3 ze te vinden hangt van het karakter des heerschers af2 het karakter wordt door plichtsvervulling gevormd en deze plichtsvervulling wordt verlicht en gesterkt door liefde tot welwillendheid4 ,de wederkeerige plichten1 die alle menschen tegenover elkaar hebben1 zijn vijf in getal1 de eigenschappen waardoor zij uitgeoefend worden zijn er drie4 ,deze plichten zijn3 die tusschen vorst en minister1 tusschen vader en zoon1 tusschen man en vrouw1 tusschen ouderen en jongeren broeder en tusschen vrienden4 ,dit zijn de plichten der wederkeerige betrekking1 die ieder heeft te vervullen4 ,de drie eigenschappen echter zijn2 weten1 willen en kunnen1 welke ieder moet bezitten4 ,dat1 waardoor deze eigenschappen de vervulling der plichten mogelijk maken is3 ernstig streven4 ,eenigen worden met de kennis dezer plichten geboren1 anderen verwerven deze kennis door navorschen1 nog anderen nadat zij hun onwetendheid op smartelijke wijze hebben ondervonden4 ,doch wanneer de kennis eenmaal verworven is1 is het onverschillig1 op welken weg zij verkregen werd4 ,eenigen oefenen de plichten uit1 zonder moeite1 als iets dat vanzelf spreekt1 anderen om daaruit voordeel te trekken2 voor wederom anderen is aan de uitoefening groote moeite verbonden4 ,doch wanneer zij slechts uitgeoefend worden1 komt dit op hetzelfde neer4 ,de meester sprak3 ,leeren willen komt het weten zeer nabij2 zich ernstig bemoeien het willen2 zich 7over iets dat verkeerd ging7 schamen het kunnen4 ,hij1 die deze drie dingen kan1 is in staat zichzelf te volmaken3 wie zich zelf volmaken kan1 kan anderen beheerschen1 wie anderen beheerschen kan1 kan het rijk regeeren met al zijne staten en familin4 ,de beheerschers des rijks hebben negen regels te volgen3 zichzelf te volmaken1 deugdzame en talentvolle mannen te eeren1 hun bloedverwanten lief te hebben1 hun ministers te achten1 alle beambten vriend'lijk te behandelen1 het volk als hunne kinderen te beschouwen1 handwerkslieden aan te moedigen1 vreemden met zorg en de vorsten der leenstaten met welwillendheid te behandelen4 ,zichzelf te beproeven en te reinigen1 acht te geven op zijne kleeding en op zijne bewegingen1 dat zij beantwoorden aan de voorschriften der betamelijkheid3 dat is de wijze waarop de heerscher zich moet volmaken4 ,overtreders moet hij afwijzen en zichzelf voor de verzoekingen der schoonheid bewaren4 ,rijkdom te verachten en deugd te eeren1 dat is de wijze1 waarop men mannen van waarde en van talenten aanmoedigt3 hun eereplaatsen en inkomsten te geven1 met hen te deelen in wat hun behaagt en hun mishaagt1 dat zijn de middelen om aan zijne bloedverwanten te leeren u lief te hebben4 ,den ministers talrijke ambtenaren ter beschikking te geven en hun veel opdrachten toe te vertrouwen1 dat is de weg om de ministers aan te sporen4 ,de weg om de groote menigte ambtenaren aan te moedigen is3 hun vertrouwen schenken en goed bezoldigen4 ,die om het volk moed in te storten is3 hunnen dienst slechts te vorderen ter rechter tijd en de eischen licht te maken4 ,de weg om de handwerkslieden aan te sporen is3 hen dagelijks op de proef te stellen1 hen maandelijks prijsvragen te laten oplossen en hen daarbij te laten uitvoeren1 wat aan hun neiging beantwoordt4 ,menschen uit vreemde landen met tact te behandelen1 dat is3 hen bij het afscheid te begeleiden en bij aankomst hen tegemoet te gaan1 de goeden onder hen te prijzen en de zwakken te verschoonen4 ,familin1 wier nakomelingschap in de rechte lijn is te gronde gegaan weer herstellen en leenstaten1 die onder zijn gegaan1 opnieuw grondvesten1 rust herstellen in staten1 waarin onrust heerscht1 die te ondersteunen1 waarin gevaar dreigt1 bepaalde tijden hebben voor de ontvangst van vorsten en hun afgezanten bij het hof1 hen na rijkelijk onthaal weer laten gaan1 hen welkom heeten1 ook als zij met geringe gaven komen3 dat is de vorsten der staten liefhebben4 ,allen1 wien de regeering des rijks ten deel valt1 hebben deze negen regelen te betrachten en het middel1 waardoor zij ten uitvoer kunnen worden gebracht1 is ernstig streven4 ,zooals men ziet1 het zijn regelen van wereldwijsheid1 die ,confucius en zijne leerlingen na hem onderwezen2 de kunst een goed huisvader1 beambte1 minister1 vorst en keizer te worden1 den plicht van zijn eigen betrekking te vervullen en toe te zien1 dat anderen dit eveneens doen4 ,het is een soort huisbakken wijsbegeerte1 die begint met de liefde van het kind tot den vader en eindigt met de liefde des keizers tot zijn volk4 ,soms is zij niet al te klaar in haar grondslag en ontwikkeling 7de vertalers en uitleggers van den grondtekst kunnen daar echter ook wel schuld aan hebben7 maar verstaanbaar genoeg toch om ons te toonen hoe de ,chineezen dachten en nog denken4 ,de straks aangehaalde uitspraken toch komen telkens weer terug3 niet alleen in philosophische verhandelingen1 maar ook in staatsstukken1 ambtelijke en particuliere brieven4 ,daarom juist is eenige1 zij het ook oppervlakkige kennis der ,chineesche philosophie voor ieder noodig1 die inzicht wil verkrijgen in den tegenwoordigen toestand van ,china4 ,even zoo min als ,confucius de schepper was van de door hem voorgedragen leer is de beknopte1 spreukmatige1 soms eenigszins mystieke vorm1 waarin deze leer ons bewaard gebleven is1 eene uitvinding van hem en van zijne leerlingen4 ,deze bestond reeds van ouds en schijnt de vorm geweest te zijn1 waarin men in ,china steeds de leeringen der wereldwijsheid placht te kleeden4 ,toen ,confucius in #eag v4 ,c4 ,lo yang bezocht1 zag hij daar1 in de voorvaderengalerij van het keizerlijk paleis1 de gouden beeldzuil van een man1 wiens lippen met drie naalden waren saamgehecht en op wiens rug het volgende opschrift stond3 ,in oude tijden spraken de menschen weinig4 ,het zou goed zijn hen na te volgen2 want zij1 die veel spreken1 zijn er zeker van veel te zeggen1 dat beter onuitgesproken ware gebleven4 ,ieder zal arbeiden in verband met wat hij noodig heeft4 ,als hij boven zijn kracht werkt1 zal hij slechts zijn zorgen en zijn teleurstellingen vermeerderen4 ,zelfs in datgene wat de mensch 7denkend7 nastreeft1 moet hij maat houden4 ,denk niet te veel om verstrooiing of rust3 wie dat doet zal geen van beide verkrijgen4 ,doe niet wat u wellicht vroeger of later berouwen kan gedaan te hebben4 ,laat niet na een gebrek te verhelpen1 omdat het klein is4 ,het moge in den aanvang klein zijn1 straks gaat het misschien aan het groeien1 totdat het u er onder brengt4 ,als iemand nalaat tegen kleine ongerechtigheden op te treden1 zal hij weldra in het geval verkeeren van tegen groot onrecht te moeten strijden4 ,wees behoedzaam met uw woorden zoowel als met uw handelingen4 ,geloof niet dat niemand u ziet en hoort1 omdat gij alleen zijt maar denk er aan dat de geesten overal zijn4 ,een huis kan verwoest worden door een smeulend vuur1 terwijl een groote vlam licht wordt bemerkt en uitgebluscht4 ,een stroom wordt gevormd door het water van vele beken1 een strik1 die zoo sterk is1 dat hij niet licht wordt gebroken1 bestaat uit vele draden4 ,een spruit1 wier wortels nog niet diep zijn doorgedrongen1 kan licht worden uitgetrokken3 is het haar toegestaan een boom te worden1 dan moet men naar de bijl grijpen4 ,uit den mond van een mensch kunnen scherpe pijlen komen die verwonden en gloeiende kolen1 die verbranden3 hoedt u dus1 dat zulken uit uwen mond niet uitgaan om anderen te schaden4 ,geloof niet dat1 wijl gij in het volle bezit uwer kracht zijt1 gij zonder gevaar waagstukken kunt ondernemen2 er is niemand1 hoe sterk hij ook moge zijn1 die niet iemand vinden kan1 sterker dan hij1 die hem op den grond werpt4 ,een oproermaker1 die geen rechtvaardigen grond 7voor zijn verzet7 heeft1 zinkt tot op het laagste peil der maatschappij neer1 doch een onrechtvaardig heerscher wekt ontevredenheid op1 terwijl de voorzichtige willig gehoorzaamd wordt4 ,de massa der menschen1 het volk1 gelijk men het gewoonlijk aantreft1 heeft weinig doorzicht1 noch weet met het onbekende te rekenen4 ,alzoo kunnen zij slechts de leiding van anderen volgen4 ,daarom1 wanneer zij dikwijls met diegenen in aanraking komen1 die voorzichtig1 deugdzaam en verstandig zijn1 die goede zeden volgen1 dan zullen zij onmerkbaar er toe komen dezulken na te volgen en zoo ook wederkeerig anderen tot een voorbeeld worden4 ,mijn mond is gesloten1 ik kan niet spreken4 ,het is vergeefs mij te vragen1 ik kan uwen twijfel niet wegnemen en zelf heb ik niets te vragen4 ,wanneer ook datgene wat ik leer een raadsel schijnt1 is het daarom toch niet minder waar4 ,ik sta boven u en toch kan niemand iets tegen mij hebben1 welk sterveling kan dit van zichzelf zeggen8 ,vergeet niet dat de hemel geen gunstelingen kent1 doch tegenover allen even rechtvaardig is4 ,hoe vol ook de zee moge zijn1 de stroomen gaan voort daarin zich uit te storten1 zonder dat zij haar grenzen uitbreidt4 ,overlegt zorgvuldig alles1 wat ik u gezegd heb1 en ik zal niet vergeefs hebben gesproken4 ,toen ,confucius dit inschrift las1 wendde hij zich tot zijn begeleiders en zeide1 dat dit in weinige woorden alles behelsde1 wat voor de menschen het nuttigste was te weten1 en dat1 wie dit ter harte nam en navolgde1 niet ver van de volkomenheid zou zijn1 waarnaar iedereen streven moest4 ,dat het van invloed geweest is op zijne opvatting der philosophische vraagstukken is ontwijfelbaar4 ,na den dood van ,confucius was het met zijne leer gedaan en nadat zijne leerlingen gestorven waren1 werd deze verbasterd1 zoo bericht men ons4 ,de onrustige tijden hebben daartoe zeker het hunne bijgedragen3 de ,chau dynastie gaat onder zwakke en bedorven heerschers haar einde tegemoet1 vele der kleine vorstendommen verdwijnen in den voortdurenden strijd tusschen de leenvorsten onderling1 of worden1 hoewel zij hun naam behouden1 toch feitelijk door machtige naburen opgeslokt2 de groote staten kampen onder elkaar om de opperheerschappij2 het besef1 dat1 wie het ten slotte wint1 de keizerskroon zal verwerven1 komt hoe langer hoe sterker op2 het geloof aan de oude waarheden en beginselen is geschokt1 dwaalleeringen 7althans in het oog der orthodoxie7 duiken overal op3 zoowel ten opzichte van de regeering als van de wijsbegeerte3 het gezag van ,confucius wordt op zij gezet4 ,daar komt eensklaps een kampvechter in het krijt1 een leerling1 die den meester bijna evenaart en met geweldige kracht de banier der orthodoxe philosophie weer opheft4 ,over hem willen we thans spreken4 ,,iii4 ,mencius4 ,meng 7,mang7 k of ,meng tszede wijsgeer ,meng1 verlatijnscht tot ,mencius1 werd in het jaar #cga v4 ,c4 als afstammeling van de drie groote familin van ,lu geboren3 een geslacht dat in de dagen van ,confucius om de heerschappij in den staat had gestreden1 maar sedert verarmd en gedaald was4 ,zijn vader schijnt vroeg gestorven te zijn3 in ieder geval heeft hij geen invloed op de opvoeding en de ontwikkeling van zijn zoon uitgeoefend3 des te meer echter de moeder1 wier aandenken nog heden onder het volk voortleeft1 als die van een voorbeeld voor alle moeders4 ,zij zorgde1 dat haar zoon in een goede omgeving verkeerde en goed werd onderricht1 spoorde hem door raad en voorbeeld tot vlijt aan en bleef ook in zijn latere levensjaren 7zij stierf1 toen ,mencius reeds de #ej overschreden had7 zijn trouwe raadgeefster en steun4 ,toen haar zoon1 dien zij op zijne rondzwervingen vergezeld had1 zijn ambt in het vorstendom ,tsi wilde opgeven1 doch om harentwille aarzelde1 moedigde zij hem zelf aan zijn eigen beter inzicht te volgen en bracht zoo het oude voorschrift in toepassing1 dat de moeder haar zoon gehoorzaam moet zijn4 ,over de leerjaren van ,mencius is niet veel bekend3 hij schijnt een leerling van ,confucius' kleinzoon te zijn geweest4 ,in zijn vaderland 7de leenstaat1 waar hij thuis behoorde7 verzamelde hij een groot aantal leerlingen rondom zich1 in wier midden hij leefde en werkte en die1 zooals de gewoonte het toen medebracht1 te zamen naar hun krachten en middelen voor zijn levensonderhoud zorgden4 ,die rustige leeraarsloopbaan schijnt hem echter niet bevredigd te hebben en in #cca1 toen hij #dj jaar was geworden1 trok hij met eenigen zijner leerlingen er op uit om aan de hoven der kleine vorstendommen allereerst1 zijn loopbaan als politiek hervormer te beginnen4 ,de tijd scheen voor een dergelijke onderneming1 door een zelfbewust man op touw gezet1 gunstig te wezen en het ontbrak ,mencius noch aan zelfbewustzijn1 noch aan den moed om vrijuit te spreken4 ,de voortdurende twisten1 waarin de kleine vorstendommen nu eens onderling1 dan eens met het machtige1 opbloeiende ,tsin verkeerden 7want het centraal gezag1 het keizerschap1 was feitelijk nog slechts een naam7 had aan een menigte politieke avonturiers de deur geopend tot de hoogste waardigheden en de invloedrijkste ambten4 ,nog maar weinige jaren geleden1 in #ccc1 was het een hunner1 ,suts'in gelukt1 de meest beteekenende politieke daad van dien tijd3 den bond der zes staten ,yen1 ,chao1 ,han1 ,wei1 ,tsi en ,tsu1 tegenover ,tsin tot stand te brengen4 ,welnu1 wat ,suts'in en anderen mogelijk was geweest1 kon den met volle verachting voor de politieke avonturiers bezielden ,mencius niet onbereikbaar voorkomen4 ,waarom zou hij1 die met een gansche schat van geleerdheid was toegerust en die geen eigenbelang1 maar edele doeleinden nastreefde1 niet kunnen verkrijgen1 wat aan die lieden welke van hof tot hof trokken en zich aan den meestbiedende aanboden1 mogelijk toescheen8 ,zoo trok hij in #cca naar den naburigen staat ,ts1 en nadat hij daar tot #cbc zonder veel succes een staatsambt had bekleed1 naar ,sung1 ,su1 ,tao1 ,tang1 ,leang en van #cah tot #caa ten tweeden male naar ,ts4 ,eindelijk keerde hij1 ontmoedigd en ontgoocheld1 na vele mislukte pogingen1 in #cji naar ,lu terug4 ,daar leefde hij nog #bj jaren als ambteloos burger voort1 slechts in beslag genomen door zijn onderricht geven en de voltooiing zijner werken4 ,hij stierf in #bhi v4 ,c41 vergeten en zonder dat zijn heengaan ontroering wekte1 tenzij bij zijn naaste leerlingen4 ,wel werd zijn waarde reeds door de schrijvers der #b;e eeuw v4 ,c4 erkend1 welke alleen ,confucius boven hem stelden1 doch nog #acjj jaren gingen voorbij1 eer hij de keizerlijke canonisatie verkreeg en in ,confucius' tempels een plaats vond4 ,mencius was een veel strenger man dan ,confucius3 de humor van dezen wijsgeer1 die zich er over vermaken kon1 dat een boer van hem1 die juist op de vlucht was1 zeide1 dat hij er uitzag als een verloopen hond1 was ,mencius vreemd4 ,heerschzuchtig en strijdvaardig1 laat ,mencius de grootste aanspraken gelden tegenover vorsten en staatslieden1 die hem hoffelijk tegemoet komen4 ,dikwijls zondigt hij1 terwijl hij toch plan heeft zichzelf niet te vergeten1 niet slechts tegen de regelen der etiquette1 maar ook tegen die der hoffelijkheid4 ,toch verhindert hem dit niet rijke geschenken van vorsten aan te nemen en met een groot gevolg van menschen en rijtuigen op hunne kosten in het land om te trekken4 ,hij is een strijder1 die met grooten ijver tegen alle leeringen in het krijt treedt1 welke hem niet orthodox toeschijnen1 een sociaal politicus1 die den regel ,alles voor het volk met een energie en een openhartigheid voorstaat1 die aan den zachteren1 meer bedachtzamen ,confucius vreemd was4 ,ook zuiver philosophische vragen1 zooals die van de natuur der menschen1 lichtte hij met veel meer beslistheid en uitvoerigheid toe dan ,confucius1 die zich meestal met een eenvoudige bevestiging vergenoegde4 ,ook tegenover een soort ,cynische richting1 #ace die zich naast of nevens het ,taosme steeds meer deed gelden en tegen de meer humane richting der ,mihisten trad hij met groote beslistheid op4 ,de veranderde tijdsomstandigheden brachten voorzeker mede1 dat de persoonlijke houding en de leerwijze van ,mencius een andere was dan die van zijn voorganger4 ,ook is het een feit1 dat de dwalingen1 die ,mencius meende te moeten bestrijden1 zich eerst na den dood van ,confucius hadden ontwikkeld4 ,de werken van ,mencius leveren het bewijs1 dat vele der vragen en problemen1 die ons thans zoo telkens weer bezighouden1 reeds toen aan de orde waren4 ,ook was het gevolg van den strijd dikwijls als nu3 dat ieder op zijn eigen standpunt bleef staan4 ,het volk zegt ,mencius1 is het belangrijkste element in een land1 dan volgen de godheden van akker en koren3 de vorst is het minst gewichtig4 ,bij een andere gelegenheid zegt ,mencius tegen den vorst ,wanneer een heerscher zijn ministers als zijn handen en voeten beschouwt1 zoo zien zij hem voor hun hart en hun maag aan4 ,als hij hen beschouwt als zijn paarden en honden1 dan zien zij hem voor een gewoon mensch aan 7iemand1 die geen eerbied verdient74 ,ziet hij hen aan als aarde en gras 7waarop men treedt en dat men afmaait7 dan zien zij hem voor een roover en vijand aan4 ,deze opvatting van de plaats en de plichten der hoogste staatsbeambten staat niet in tegenspraak met het goddelijk recht der vorsten1 zooals de oude schriften dit erkennen4 ,de hemel zoo zegt het boek der geschiedkundige aanteekeningen1 schiep1 nadat hij het gewone volk had geschapen1 heerschers en onderwijzers voor hen1 opdat dezen ,god ter zijde zouden staan1 en gaf hun macht en eer in het land4 ,doch op een andere plaats in hetzelfde werk staat3 ,de hemel ziet1 zooals mijn volk ziet1 de hemel hoort1 zooals mijn volk hoort4 ,mencius verklaart dit door te zeggen3 ,de hemel spreekt niet4 ,als hij1 wien de heerschappij ten deel viel1 deze op goede wijze voert1 is dat een bewijs1 dat de hemel hem deze heeft toevertrouwd4 ,voert hij die slecht1 zoo zal er iemand opstaan1 7door den hemel daartoe geroepen71 die ze hem ontneemt4 ,zoo wierp de grondvester der ,chau-dynastie den laatsten1 onwaardigen heerscher van het huis ,shan van den troon en toonde zich daardoor een werktuig des hemels en ,mencius aarzelt niet1 koning ,sen op te dragen diens voorbeeld te volgen en de ,chau-dynastie omver te werpen1 die zich den troon onwaardig toonde4 ,dat een man1 die zulke grondstellingen zonder terughouding uitsprak1 door de vorsten van zijn tijd en van later dagen niet bizonder geliefd werd1 kan men begrijpen4 ,toch3 de door hem verkondigde beginselen hebben niet weinig er toe bijgedragen om de vorsten1 die over ,china regeerden1 een teugel aan te leggen en hen tot een rekenen met de belangen des volks te nopen1 waarvan anders zeker geen sprake ware geweest4 ,een andere uiting van ,mencius ligt hun1 die tegenwoordig ,china regeeren1 nog altijd na aan 't hart en vormt een van de gewichtigste argumenten1 die het aannemen van vreemde opvattingen in den weg staan4 ,hij zeide namelijk3 ,ik heb wel gehoord van lieden1 die de gebruiken van ons groote land aanwendden om barbaren te verbeteren1 doch nog nooit1 dat iemand door barbaren verbeterd werd4 ,en--in de oogen der orthodoxe ,chineezen zijn ook nog heden alle vreemdelingen barbaren4 ,van de theorie van het vorst zijn door ,gods genade is die der voorbeschikking in het algemeen onafscheidelijk4 ,ook ,mencius erkent die laatste1 doch met deze reserve1 dat niets1 wat uit slechtheid of uit onvoorzichtigheid voortkomt1 als door den hemel voorbeschikt moet worden erkend4 ,zoo staat hij een soort getemperd fatalisme voor3 getemperd namelijk door deze overtuiging1 dat de hemel niets verkeerds kan verordenen4 ,hij zegt3 ,alles is een beschikking 7des hemels7 en de mensch moet deemoedig ontvangen1 wat daaraan kan worden toegeschreven4 ,daarom zal hij1 die weet wat de voorbeschikking des hemels beduidt1 zich niet begeven bij een muur1 die op omvallen staat4--,de dood1 dien men vindt bij de vervulling van zijn plicht1 kan men gevoegelijk toeschrijven aan de beschikking des hemels1 de dood in handboeien en ketenen 7die van een misdadiger7 kan niet als een vooruitbeschikte worden beschouwd4 ,de vraag1 of de mensch van natuur goed of slecht is1 heeft de ,chineezen veel bezig gehouden4 ,confucius en ,mencius1 de laatste echter veel uitvoeriger en meer opzettelijk1 oordeelen beiden dat de mensch oorspronkelijk goed is4 ,sn kw'ang1 die in de #c;e eeuw v4 ,c4 leefde1 meent dat de oorspronkelijke natuur van den mensch slecht is en slechts door opvoeding goed wordt4 ,han-,y 7#gfh-hbd n4 ,c47 oordeelt dat de natuur des menschen drierlei kan zijn3 een goede1 tusschenbeide of slechte4 ,de middelste1 die de kiemen voor het goede bevat1 kan naar beide zijden ontwikkeld worden4 ,deze opvatting bleef de toongevende1 totdat ,chuhi 7#aacj-abjj7 weer terugkwam op de oude grondstelling dat de natuur des menschen goed was4 ,deze opvatting1 ofschoon dikwijls betwist1 is sedert dien tijd de officieel geijkte gebleven4 ,in de behandeling van de quaestie der kinderlijke liefde staat ,mencius geheel op het standpunt van ,confucius4 ,vijf dingen1 zegt ,mencius worden naar de algemeene opvatting als onkinderlijk beschouwd3 traagheid in het gebruik zijner leden1 hasard en schaakspelen en drinken1 streven naar geld en goed en zelfzuchtige neiging tot vrouw en kinderen1 zoodat men niet voor het onderhoud zijner ouders zorgt1 de lust zijner oogen en ooren volgen1 zoodat men zijn ouders in schande brengt en twistziek en strijdzuchtig zijn1 zoodat men hen aan gevaren blootstelt4 ,op een andere plaats zegt hij3 ,drie dingen zijn onkinderlijk1 geen nakomelingschap te hebben is het ergste van alle4 ,meer belangrijk zijn voor ons echter zijn sociaal-politieke inzichten en zijn polemisch optreden3 de omverwerping van valsche leeringen1 zooals de ,chinees dat noemt4 ,reeds in de dagen van ,mencius waren er lieden1 die de maatschappij voor verdorven hielden en in den terugkeer tot den alouden eenvoud van zeden den eenigen weg ter ontkoming zagen4 ,zoo was er een secte1 die zich voor haar leer beriep op ,shin nung1 den wonderbaren landman den tweeden der voorhistorische1 mythische keizers1 die in het ,boek der veranderingen als de vader van den landbouw wordt geerd4 ,deze eischte1 dat de mensch in het algemeen en de vorst in het bizonder zich zelf het voedsel moest verschaffen3 d4 w4 z4 zelf zaaien1 oogsten en koken moest4 ,aanhangers dezer secte waren naar ,tang gekomen1 waar ,mencius zich juist ophield en de vorst van ,tang de proef nam1 om aan ieder der onderdanen1 onverschillig van welken rang of stand1 een veld van gelijke grootte ter beschikking te stellen1 dat onveranderlijk en ondeelbaar op den oudsten zoon zou overgaan1 terwijl aan de jongere zonen1 zoodra zij #af jaar oud werden1 eveneens groote velden ten deel zouden vallen4 ,de aanhangers van ,shin nung1 die naar ,tang gekomen waren1 lieten zich hunne velden toedeelen1 doch maakten onder elkaar hun opmerkingen4 ,wijze en bekwame vorsten1 zoo zeiden zij1 moesten evengoed als hun volk en tegelijk met dat volk den grond bebouwen en de vrucht 7van hun arbeid7 eten4 ,hun morgen- en avondmaaltijd moesten zij 7zelf7 bereiden en tegelijk de regeeringszaken behartigen4 ,de vorst van ,tang echter1 die overigens vele goede eigenschappen bezat1 had korenschuren1 schatkamers en arsenalen4 ,dat was immers het volk een last opleggen8 ,hoe kon men hem een waardig en deugdzaam vorst noemen8 ,mencius nam een der ontevredenen onderhanden4 ,heer ,hiu 7zoo heette het hoofd van het gezelschap7 zaait zijn koren immers zelf en eet wat hij oogst8 ,ja1 was het antwoord4 ,en hij weeft linnen en draagt wat hij gemaakt heeft8 ,neen1 zijn kleeren waren van vilt4 ,draagt hij een muts8 ,ja4 ,een zelf geweven8 ,neen1 die ruilt hij voor koren4 ,waarom weeft hij die niet zelf8 ,dat zou hem te veel tijd kosten bij zijn werk om den grond te bebouwen4 ,kookt hij zijn eten in 7metalen7 potten en steenen pannen en ploegt hij met een ijzeren ploegschaar8 ,ja4 ,maakt hij dat alles zelf8 ,neen1 hij ruilt het tegen koren in4 ,toen sprak ,mencius3 ,zulke dingen tegen koren inruilen1 is niet den pottenbakker en metaalbewerker verdrukken1 noch ook verdrukken de pottenbakkers en metaalbewerkers den landman1 als zij de door hen vervaardigde artikelen tegen metalen omruilen4 ,voorts1 waarom speelt ,hiu niet voor pottenbakker en metaalbewerker en maakt hij zelf alles wat hij noodig heeft8 ,waarom gaat hij rond en handelt en ruilt met de handwerkslieden1 waarom rekent hij niet de moeite1 die hem dat kost8 ,de ander sprak3 ,handwerk en landbouw kan men niet tegelijk uitoefenen4 ,mencius ging voort3 ,dan is het zeker alleen de regeering des rijks1 die tegelijk met den akkerbouw kan worden waargenomen8 ,aanzienlijke mannen hebben hunne bezigheden en kleine luiden evenzeer4 ,ieder kan1 wat hij noodig heeft1 bij de handwerkslieden gereedgemaakt vinden4 ,moest hij daarentegen alles1 wat hij noodig heeft1 zelf maken1 zoo moesten allen in het geheele rijk dagelijks op de straat rondloopen4 ,daarom wordt er gezegd3 ,sommigen arbeiden met het hoofd en anderen met de handen4 ,die1 welke met hun hoofd arbeiden1 regeeren de anderen1 en die1 welke met hun handen arbeiden1 worden door de anderen geregeerd4 ,die1 welke geregeerd worden1 onderhouden hen die regeeren en zij die regeeren1 worden door de anderen onderhouden4 ,dat is de rechte verhouding1 zooals zij overal wordt erkend4 ,bij een andere gelegenheid1 toen een zijner leerlingen hem vroeg1 of het recht was dat een geleerde1 die geen ambt bekleedde1 toch van den beheerscher des lands zijn onderhoud ontving1 ontwikkelde ,mencius de volgende inzichten3 ,als er geen ruil plaats vindt tusschen de producten van den arbeid en geen ruil tusschen datgene wat de menschen tot stand brengen1 zoodat de een1 met wat hij te veel heeft aanvullen kan1 wat den ander ontbreekt1 dan zal de boer teveel koren en de huisvrouw te veel linnen hebben4 ,als zulk een ruil plaats vindt1 dan zullen schrijnwerker1 timmerman1 wagenmaker en radmaker allen hun bestaan vinden4 ,nu is hier een man1 die thuis een goed zoon is en buiten het huis diegenen1 die ouder zijn dan hij met achting behandelt1 die er voor waakt dat de grondstellingen der oude wijzen voor het gebruik van latere geslachten bewaard blijven--zou hij niets voor zijn onderhoud mogen hebben8 ,hoe komt het1 dat gij den schrijnwerker en de anderen in eere wilt houden en niet hem1 die welwillendheid en rechtvaardigheid bewaart8 ,de leerling antwoordde3 ,het doel des schrijnwerkers en der anderen1 die de meester vermeld heeft1 is3 om met hun handwerk hun levensonderhoud te verdienen4 ,is het ook het doel van den edelen man1 daardoor zijn levensonderhoud te verdienen1 dat hij de grondstellingen1 die de meester vermeldt1 beoefent8 ,wat gaat u zijn doel aan1 was het antwoord4 ,hij bewijst de diensten4 ,hij verdient onderhouden te worden en gij onderhoudt hem3 ,en--laat mij u vragen--betaalt gij een man voor zijn bedoeling of voor zijn diensten8 ,voor zijn bedoeling misschien8 ,een man slaat uw dakpannen stuk en maakt de muren van uw huis vuil om zijn levensonderhoud te verdienen3 zult gij hem inderdaad daarvoor betalen8 ,neen1 was het antwoord4 ,ziet gij1 sprak ,mencius1 niet voor zijn bedoeling betaalt gij een man1 maar voor het werk1 dat hij gedaan heeft4 ,de algemeene grondstellingen voor het bestuur des lands1 zooals ,mencius die opstelt1 zijn niet minder interessant4 ,als een vorst personen van talent en deugd eert1 bekwame lieden aanstelt1 z1 dat alle ambten door de waardigsten worden vervuld1 dan zullen alle geleerden aan zijn hof komen4 ,als hij op de marktplaatsen slechts laat betalen voor de plaats1 die de kramen innemen1 maar geen belasting op de waren legt1 of wanneer hij slechts de marktbepalingen handhaaft zonder kramengeld te vragen1 dan zullen zich op zijne marktplaatsen de handelaars verdringen4 ,wanneer aan de grenspoorten van een land slechts een persoonlijke inspectie van de reizenden plaatsvindt1 doch geen douanerechten worden geheven1 zoo zullen alle reizigers vol verlangen zijn om in dat land te reizen4 ,als de boer slechts voor den arbeid op de staatsvelden wordt opgeroepen en van zijn eigen velden geen belasting heeft op te brengen1 dan zullen alle boeren in het land met lust 7op hun eigen velden7 arbeiden4 7,het heele land was1 althans in theorie1 afgedeeld in stukken van dezelfde grootte1 welke stukken ieder weer in negen deelen waren verdeeld4 ,het middelste dezer velden was staatseigendom3 het moest door de bezitters der andere acht velden bebouwd worden1 terwijl de opbrengst daarvan voor het onderhoud van den vorst en de kosten van bestuur bestemd was74 ,als hij van de huisvaders 7die de bestaande voorschriften vervullen7 de bijdragen niet int 7welke slechts van hen worden geheven1 die de voorschriften niet vervullen7 zoo zullen alle lieden in zijn staat willen wonen4 ,als een vorst deze vijf voorschriften opvolgt1 zullen de bewoners aller naburige staten tot hem als tot een vader opzien4 ,zulk een vorst zal geen vijand hebben en in waarheid een minister des hemels zijn3 hem moet 7als den waardigste7 de regeering des rijks ten deel vallen4 ,op een andere plaats treedt ,mencius op tegen het systeem van belasting heffen op het bouwland1 dat in zijne dagen1 toen de vorsten en de regeeringen steeds meer noodig hadden1 reeds in alle staten was ingevoerd4--,zulke belastingen zegt hij1 worden naar het gemiddelde van vele jaren berekend en opgesteld4 ,in goede jaren1 wanneer de oogst rijk is geweest1 kan veel genomen worden zonder dat het drukkend schijnt1 doch in slechte jaren1 wanneer de opbrengst den arbeid niet vergoedt1 moet de belasting toch betaald worden4 ,als hij1 die de vader des volks wil zijn 7de vorst7 de schuld er van draagt1 dat zorgen geschreven staan op het aangezicht des volks en dat dit1 als het een jaar heeft gearbeid1 niet weet waarmee het zijn ouders zal onderhouden en moet zien1 hoe aan de middelen te komen om de belasting te betalen1 totdat ouden en kinderen omkomen in de slooten langs den weg1 waar blijven dan de vaderlijke betrekkingen tot het volk8 ,zij1 die van hun levensonderhoud verzekerd zijn1 staan vast in de deugd3 die dit niet zijn1 geven zich aan de ondeugd over1 en--er is geen verkeerdheid1 verderf en teugelloosheid1 waaraan zij zich niet schuldig maken4 ,als zij dan wegens hun overtredingen vervolgd en gestraft worden3 is dat niet hun valstrikken zetten3 hoe kan zoo iets geschieden onder de heerschappij van een welwillend vorst8 ,wat den regel3 goed met goed en kwaad met kwaad vergelden1 aangaat3 ,confucius en ,mencius trekken in dezen n lijn3 alleen was sedert de dagen van den eerste het getal van hen1 die aan de mogelijkheid van kwaad met goed te vergelden geloofden1 niet onbelangrijk toegenomen4 ,in den philosoof ,mih tih namelijk1 over wiens leven weinig bekend is 7vermoedelijk leefde hij ongeveer #ej jaar na ,confucius7 had de leer der algemeene liefde een begaafden en krachtigen verdediger gevonden4 ,het is de taak der wijzen1 zoo heet het in een door zijn leerlingen uitgegeven werk1 daarvoor te zorgen dat het rijk goed wordt geregeerd4 ,daarom moeten zij weten1 waaruit wanorde en verwarring ontstaan1 want1 zonder deze kennis kunnen zij hun taak niet vervullen4 ,wij kunnen hen dus vergelijken met een arts1 die beproeft de ziekte van eenig persoon te genezen4 ,daartoe moet deze eerst de oorzaak der krankheid doorgronden2 dan kan hij met de genezing beginnen1 terwijl zonder deze kennis zijn pogen tevergeefs zal zijn4 ,het is de taak der wijzen zorg te dragen voor de goede regeering des rijks4 ,zij moeten dus nagaan de oorzaak der verwarring1 en wanneer zij dat doen zullen zij bemerken1 dat deze ligt in het gebrek aan wederkeerige liefde4-- ,wanneer een minister en een zoon onkinderlijk 7zonder piteit7 zich gedragen tegenover zijn heerscher en zijn vader3 zoo is dat wanorde4 ,een zoon heeft dan zichzelf lief en heeft zijn vader niet lief1 aldus doet hij zijn vader onrecht en trekt hij zichzelf voor4 ,een jongere broeder1 die den oudere niet liefheeft1 een minister die zichzelf liefheeft en niet zijnen vorst2 zij allen doen den ander onrecht en stellen zichzelf op den voorgrond3 dit zijn allen gevallen van wanorde4 ,evenzoo als de vader den zoon1 de oudere broeder den jongere1 de vorst den minister minder bevoordeelt dan zichzelven4 ,hoe kunnen zulke dingen voorkomen8 ,uit gebrek aan wederkeerige liefde4 ,neem het geval van een dief of een roover1 het is daarmede juist eveneens gesteld4 ,de dief heeft zijn eigen huis lief en niet dat van zijn buurman3 daarom besteelt hij het huis van zijn buurman ten bate van het zijne4 ,zoo is het ook met den roover4 ,zoo ook met de hooge ambtenaren1 die met elkaars familin in strijd leven1 zoo met de vorsten1 die de staten hunner buren aanvallen4 ,alle verkeerde verhoudingen in het rijk hebben denzelfden oorsprong3 gebrek aan wederkeerige liefde4 ,wanneer nu algemeen wederkeerige liefde in het rijk heerschte1 wanneer de menschen anderen liefhadden zooals zichzelf1 zouden dan zulke dingen kunnen voorkomen8 ,zouden er dan dieven en roovers zijn8 ,wanneer ieder het huis van zijn naaste op dezelfde wijze beschouwde als zijn eigen huis1 zouden dan diefstallen mogelijk zijn8 ,zouden dan ministers en vorsten elkaar wederkeerig bestrijden en beoorlogen8 ,hoe echter dit doel te bereiken8 ,de leerlingen twijfelen aan de mogelijkheid1 doch ,mih tih zegt3 ,door algemeene wederkeerige liefde en door de ruiling van wederkeerige voordeelen4 ,ieder moet een anderen staat1 een andere familie1 een ander persoon beschouwen als zijn eigen 7staat1 familie1 persoon74 ,zijn er in de geschiedenis geen voorbeelden1 dat waar vorsten eenvoudige kleeding1 sobere voeding of dappere daden beminden1 hun ambtenaren hen daarin navolgden8 ,als dus thans de grondregel der algemeene liefde niet heerscht1 zoo komt dat slechts hierdoor1 dat de vraag in de hoogste kringen niet met die belangstelling wordt behandeld1 welke zij verdient3 de vorsten toch staan er onverschillig tegenover1 inplaats van door lof en belooningen de menschen tot uitoefening der algemeene wederkeerige liefde te brengen en den tegenstand daartegen door geld- en andere straffen te breken4 ,indien dit geschiedde zou de uitoefening dezer algemeene liefde en de ruil van wederkeerige voordeelen alle hindernissen overwinnen1 evenals het vuur noodzakelijk omhoog gaat en het water naar beneden vliet4 ,het getuigt voor de vastheid1 welke de orthodoxe opvatting van kinderlijke liefde in het ,chineesche volk zich verworven had1 dat de verklaring van ,mencius1 dat allen gelijkelijk lief te hebben de bizondere genegenheid tusschen vader en kind niet genoegzaam tot haar recht deed komen1 voldoende was om het systeem van ,mih tih1 dat in den tijd van ,mencius veel ingang reeds had gevonden1 geheel omver te werpen4 ,de andere tegenstander1 met wien ,mencius in het krijt trad1 staat van ons denken en gevoelen verder af dan ,mih tih4 ,dit was de ,taostische ,cynicus ,yang ,chu1 een man1 over wiens leven weinig bekend is1 zoo weinig dat wij zelfs niet weten of hij een tijdgenoot van ,confucius of van ,mencius was4 ,plaatsen uit ,taostische geschriften doen ons denken aan den tijd van ,confucius1 doch de heftigheid1 waarmede ,mencius hem bestrijdt pleit voor de meening1 dat hij diens tijdgenoot was4 ,mencius schrijft aan ,yang ,chu de grondstelling toe3 ,ieder voor zich1 en zegt dat een opvolging dezer grondstelling den mensch tot een dier maken zou4 ,doch1 in de uitspraken1 aan ,yang ,chu toegeschreven1 vinden wij dit nergens uitdrukkelijk geleerd4 ,veeleer schijnt ,yang ,chu een soort van ,chineesche ,diogenes #acf te zijn geweest1 die het leven als een onvermijdelijk kwaad beschouwde en diegenen1 die zich daarvoor veel zorg en moeite gaven1 bespotte4 ,zuiver philosophisch zijn ,mencius' uiteenzettingen over de hartstochtelijke natuur4 ,meester1 zegt een zijner leerlingen1 wanneer gij een hoogen adellijken titel verkreegt en eerste minister werd van het vorstendom en het dan zoover bracht1 dat uw vorst de eerste onder alle vorsten des rijks werd1 ja zelfs de keizerlijke waardigheid verkreeg1 het zou niet te verwonderen zijn3 doch1 wanneer gij in zulk een positie kwaamt1 zou uw geest niet onrustig worden8 ,mencius antwoordde3 ,neen4 ,toen ik #dj jaar was 7aldus vr hij zijn hervormersloopbaan begon7 had ik het evenwicht des geestes gevonden4 ,en is er een middel om dat te bereiken8 ,ja4 ,de een vreest niets3 noch wonden noch gevaar3 al was degene1 die hem bedreigde ook in het bezit van #aj4jjj strijdwagens4 ,de ander beproeft zichzelf3 vindt hij dat hij ongelijk heeft1 zoo vreest hij ook den kleinsten man3 vindt hij het recht aan zijne zijde1 zoo zal hij strijden tegen duizenden en tienduizenden4 ,de laatste is zeker boven den eerste verheven4 ,de philosoof ,kau zegt3 wat gij niet in woorden kunt uitdrukken1 zoek dat niet in uw verstand1 wat gij niet vindt in uw verstand1 zoek daarnaar niet met hartstochtelijke inspanning4 ,met dit laatste stem ik in1 doch geenszins1 dat men niet in zijn verstand moet zoeken1 naar wat men met woorden niet uitdrukken kan4 ,want--de wil is de leidsman der hartstochtelijke natuur en deze doordringt en bezielt het lichaam4 ,de wil is de heer en de hartstochtelijke natuur is hem onderworpen4 ,daarom zeg ik3 ,wees vast van wil1 en dwing de hartstochtelijke natuur niet tot iets1 wat buiten haar aard ligt4 ,als alleen de wil werkzaam is1 beheerscht deze de hartstochtelijke natuur1 is die laatste daarentegen alleen werkzaam1 zoo beheerscht zij den wil4 ,de hartstochtelijke natuur is grof en sterk4 ,als zij ongedwongen kan opgroeien en niet beleedigd wordt1 vervult zij alles tusschen hemel en aarde4 ,zij is de gezellin van rechtschapenheid en verstand3 zonder haar is de natuur des menschen de verkwijning nabij4 ,zij komt voort uit de bijeenvoeging van vele rechtmatige handelingen en niet uit enkele daarvan4 ,als het verstand niet met haar in overeenstemming is1 zoo verdwijnt de natuur4 ,blijkbaar verstaat ,mencius onder hartstochtelijke natuur 7letterlijk beteekent het ,chineesche woord wolkachtige damp7 den nooit rustenden drang tot werkzaamheid1 die men juist bij de meest op den voorgrond tredende personen vindt4 ,een drang1 die met verstand moet samengaan 7energie7 en die aan den wil onderworpen moet zijn1 doch waaraan men geen dwang tot iets buiten haar aard mag opleggen4 ,het is niet zonder belang om bij wat ,mencius hier zegt te vergelijken wat de beroemde ,fransche psycholoog ,t4 ,a4 ,ribot #bcjj jaar na hem schreef over de hartstocht in den boven anderen uitblinkenden mensch4 ,deze dan zegt in zijn werk ,les maladies de la ,volont 7de ziekten van den wil7 het volgende3 ,de meest volkomen samenwerking 7van willen en kunnen7 is eigen aan de krachtigen1 de zeer werkzamen3 wat ook het terrein hunner werkzaamheid zij3 men denke aan ,cesar1 ,michel ,angelo of ,vincentius da ,paula4 ,zij wordt in n enkel woord saamgevat als3 eenheid1 standvastigheid1 macht4 ,de uitwendige eenheid van hun leven ligt in de eenheid van hun doel3 altijd nagestreefd1 naar gelang van de omstandigheden nieuwe medewerking en aanpassing zoekend4 ,doch deze uitwendige eenheid is slechts de uitdrukking der inwendige3 die van het karakter4 ,juist omdat zij dezelfde blijven1 blijft ook hun doel hetzelfde4 ,hun inwendige drijfkracht is een machtige1 onuitroeibare hartstocht1 die de ideen in haar dienst neemt4 ,deze hartstocht3 dat is hun wezen1 dat is de psychische uitdrukking van hun gestel1 zooals de natuur dat heeft gewrocht4 ,wat blijft ook alles1 dat uit dezen samenhang zich verwijdert1 als in de schaduw1 zonder kracht1 onvruchtbaar1 vergeten als een plant1 die slechts op een andere leeft6 ,zij geven te zien het voorbeeld van een leven1 dat steeds met zichzelf in overeenstemming is1 omdat bij hen alles samenwerkt1 tot elkaar komt en overeenstemt4 ,zelfs in het gewone leven ontmoet men deze karakters4 ,doch deze doen niet van zich spreken3 omdat de verhevenheid van het doel1 de omstandigheden en vooral de macht van de hartstocht hun ontbrak1 hebben zij slechts de standvastigheid overgehouden4 ,onder een anderen vorm hebben de groote1 in de geschiedenis bekende ,stoci 7,epictetus1 ,thraseas2 hun grooten wijze laat ik weg1 als zijnde slechts een abstract ideaal7 dit hooge type van wilskracht bereikt1 en wel in zijn negatieven vorm--het zelfbedwang--overeenkomstig het beginsel der school3 ,verdraag en onthoud u4 ,tot zoover ,ribot4 ,veertig jaren na den dood van ,mencius1 die in #bhi v4 ,c4 overleed1 stortte de ,chau-dynastie ineen en in #bba verklaarde de vorst van ,tsin1 die al zijn mededingers had overwonnen1 zich tot eersten goddelijken keizer van ,china4 ,zoo stichtte hij een nieuw rijk op de puinhoopen van het oude4 ,wat de oude ,confuciaansche richting der wijsbegeerte onder hem te lijden had en hoe zij onder de ,han-dynastie daarentegen weer tot eer1 aanzien en invloed geraakten1 hebben wij reeds vermeld4 ,,iv4 ,lao tsze4 ,wij komen nu tot de andere richting der ,chineesche philosophie1 de metaphysisch-theosophische4 ,allereerst handelen wij over haar hoofdpersoon ,lao tsze4 ,over hem is niet veel met zekerheid bekend4 ,hij schijnt ongeveer #fjd v4 ,c4 geboren te zijn4 ,spoedig na zijn vroeger vermelde samenkomst met ,confucius #acg heeft hij zijn ambt als bewaarder van de archieven der ,chau-dynastie in ,lo yang neergelegd en is naar het westen getrokken1 waar hij verdween4 ,de latere sagen1 welke op hem betrekking hebben en ongetwijfeld eerst na de invoering van het ,boeddhisme in ,china ontstonden1 zijn nauwelijks de vermelding waard4 ,een vallende ster had zijn moeder bevrucht1 die na een tijdperk van #ha jaren1 in #acba v4 ,c4 het vleeschgeworden hoogste hemelwezen uit hare linkerzijde ter wereld bracht4 ,het kind had bij zijn geboorte witte haren en het gezicht van een oud man 7vandaar de naam ,lao tsze de oude knaap71 lange ooren met drie openingen1 onregelmatige tanden1 een vierhoekigen mond1 en tien teenen aan elken voet4 ,ook kon het direct spreken en had zijn volle verstand4 ,de opgaven over de plaats zijner geboorte zijn waarschijnlijk opzettelijke verzinsels3 hij zou geboren zijn in het dorp3 ,onderdrukte deugd in de gemeente ,wreedheid1 in het district ,bitterheid1 in den staat ,lijden4 ,wat de ,taostische schrijvers uit den tijd vr ,christus geboorte meedeelen over zijn ontmoetingen met ,confucius en anderen is zeker eveneens verdicht1 hoewel de geschiedschrijver ,sze ma tsien minstens ne ontmoeting tusschen de beide leiders vermeldt4 ,op den weg naar het westen zou ,lao tsze eenigen tijd vertoefd hebben bij den bevelhebber der ,hanku pas en daar1 op diens wensch zijn eenig1 beroemd werk3 ,tao-teh-king1 het boek van den weg en van de deugd1 hebben geschreven4 ,uit de vele citaten in dit werk van een wijze1 een oude1 een schrijver over den oorlog volgt dat ,lao tsze evenals ,confucius slechts een bewaarder en verklaarder van de oude leer1 geen schepper eener nieuwe is geweest4 ,een latere schrijver1 uit de #a;e eeuw1 ,pan hu 7wiens geschiedenis der vroegere ,han dynastie door zijne zuster ,pan ,chao is voltooid7 zegt in zijne levensbeschrijving van ,sze ma tsien dat deze meer een aanhanger van de leeringen van ,hwang en ,lao dan van de zes klassieke boeken geweest is4 ,met dien ,hwang bedoelt hij voorzeker ,hwang ti1 den zoogenaamden gelen keizer1 de eerste van de vijf voorhistorische heerschers1 wiens regeering door ,chineesche schrijvers wordt gesteld ongeveer #bgjj v4 ,c4 ,ook hierin ligt een bewijs1 dat men reeds vroeger het ,taosme voor ouder dan ,lao tsze hield4 ,wat is nu in dit ,taosme de hoofdzaak8 ,de leer van het ,tao4 ,doch3 de vraag rijst3 ,wat is ,tao8 ,is het gelijk aan den logos1 het goddelijk woord1 zooals wij dat kennen b4v4 uit het ,nieuwe ,testament8 #ach ,sommigen1 ook von ,brandt1 meenen dat4 ,hooren wij eerst eens wat ,lao tsze en zijn volgelingen er van zeggen4 ,lao tsze zegt van ,tao3 ,het was onbestemd en volkomen1 het bestond vr hemel en aarde4 ,rustig was het en niet te grijpen1 alleen en onveranderlijk1 alles vervullend en onuitputtelijk3 de moeder aller dingen4 ,ik weet zijn naam niet en duid het aan als ,tao4 ,ik zoek naar zijnen naam en noem het3 het groote4 ,groot zijnde1 vloeit het steeds voort3 het verwijdert zich en keert terug 7bij alle wisseling hetzelfde87 ,daarom is het ,tao groot4 ,het ,tao bracht n voort3 n twee1 en twee drie4 ,drie bracht ,alles voort4 ,alles laat achter zich de donkerheid 7chaos87 waaruit het voortkwam1 terwijl de adem van het ledige het in harmonie brengt4 ,dat de ,jezuten-zendelingen en ook andere ,europeesche schrijvers in deze proeve van verklaring van het ontstaan der wereld een zinspeling op de drieenheid meenden te vinden1 kan ons geenszins verwonderen4 ,ook voor de ,chineesche uitleggers is dit echter een moeilijke plaats3 vooral omdat op andere plaatsen ,tao zelf als ,en wordt aangeduid4 ,de een tracht zich daarbij te redden1 door ,tao te laten stremmen en zoo den hemel te vormen3 de ander maakt uit ,en den aether1 waaruit alles zijn oorsprong nam1 uit wien zich dan ,twee1 het mannelijk en het vrouwelijk beginsel1 ontwikkelden1 welke dan wederom ,drie3 d4 i4 den hemel1 de aarde en den mensch voortbrachten1 terwijl de adem van het ledige1 de levensadem het ,khi of ,chi is1 dat alles bezielt4 ,wij zien naar ,tao en toch zien wij het niet3 het is kleurloos4 ,wij hooren er naar en wij hooren het niet1 het is zonder geluid1 wij trachten het te grijpen en kunnen het niet vatten1 het is onlichamelijk1 het kan niet 7door woorden7 beschreven worden1 daarom noemen wij het3 ,en4 ,het feit1 dat kleurloos1 zonder geluid1 onlichamelijk in het ,chineesch luiden3 ,ji hi wei1 heeft ,abel de ,rmusat en later ,victor von ,strausz en ,edkins op het denkbeeld gebracht dat ,lao tsze het eigenlijk over den ,hebreeuwschen ,j4 h4 v4 h4 #aci had1 waarover hem dan op zijn reis naar het westen ,isralieten zouden hebben gesproken1 of waarvan hij door naar ,china gekomen ,isralieten zou hebben gehoord4 ,stanislaus ,julien1 ,legge en bijna alle andere geleerden1 die van ,china studie maken bestrijden echter deze meening4 ,terecht3 ,jehovah toch is een verkeerde uitspraak van de vier letters ,j4 h4 v4 h4 ,jahve is de juiste1 en kan daaruit het ,chineesche ,ji hi wei wel ontstaan zijn8 ,anderen mogen dat beslissen1 doch het zou zeer merkwaardig zijn1 indien ,lao tsze den meest persoonlijken en lichamelijken aller ,semietische goden zou hebben verkozen1 om daardoor aan te duiden het onlichamelijke1 onpersoonlijke ,tao4 ,met dat al weten wij echter nog niet recht1 wat ,tao eigenlijk is4 ,toch meen ik dat wij het door uitspraken1 zoowel van ,lao tsze als van zijne leerlingen genoegzaam kunnen nagaan1 iets wat ook voor ons noodig is1 zullen wij de grondbeginselen van het ,taosme verstaan4 ,laten wij die dan eens met aandacht beschouwen4 ,lao tsze dan zegt o4 a43 ,het beeld van ,tao bestond vr ,god zelf4 ,het ,tao is al doordringend2 daar is geen plaats1 waar het niet wordt gevonden4 ,toch is het z fijn1 dat het in al zijn volheid in een pluisje plantenwol woont4 ,het doet zon en maan bewegen in haar aangewezen banen en geeft leven aan het kleinste insect4 ,hoewel zonder vorm1 is het de oorzaak van elken vorm1 dien wij zien4 ,onhoorbaar veroorzaakt het ieder geluid1 onzichtbaar is het datgene1 wat achter ieder uitwendig voorwerp in de wereld ligt1 onwerkzaam brengt het toch ieder verschijnsel voort1 dat in de sfeer der schepping voorkomt4 ,het is onpartijdig1 onpersoonlijk1 zonder hartstocht1 het werkt aan zijne doeleinden zonder berouw1 als het noodlot1 toch vloeit het voor allen in goedheid over4 ,huai nan tsze1 een der uitnemendste schrijvers over de ,taostische wijsbegeerte1 vraagt3 ,wat is ,tao8 ,hij antwoordt3 ,tao is wat den hemel draagt en de aarde bedekt1 het heeft geen palen of grenzen1 zijn hoogte kan niet worden gemeten1 noch zijn diepte gepeild4 ,het omvat het gansche heelal in zijne omarming en verleent zichtbaarheid aan datgene1 wat van zichzelf geen gedaante heeft4444 ,het is zoo lenig en fijn dat het alles doordringt1 evenals het water het slijk4 ,door ,tao zijn de bergen hoog en de afgronden diep1 gaan de dieren en vliegen de vogels1 door ,tao schitteren zon en maan en gaan de sterren op haar loopbaan voort444 ,als de voorjaarswind suist1 valt de regen en alle dingen leven en groeien4 ,de gevederden leggen en broeden1 de gepelsden 7pelsdieren7 telen en dragen1 planten en boomen brengen voort al hun heerlijken rijkdom van blaad'ren1 de vogels leggen eieren1 de dieren brengen jongen voort1 geen werkzaamheid is naar buiten zichtbaar1 toch wordt het werk volbracht4 ,schaduwachtig en onbestemd heeft ,tao geen vorm4 ,onbestemd en schaduwachtig hebben zijn hulpbronnen geen einde4 ,verborgen en duister dwingt het alle dingen uit het vormlooze te voorschijn te komen4 ,overal doordringend en alles beheerschend1 werkt het nooit te vergeefs4 ,een naam voor dit aldoordringende1 dit geheimzinnige wezen kenden ,lao tsze en de zijnen niet4 ,en wij1 wij westerlingen8 ,wat is het dat de bloemen doet groeien en het water doet neervlieten1 wat den stortregen doet vallen en de zon schijnen1 wat de sterren leidt in haar vlammende banen1 de jaargetijden regelt1 wat den vlinder met prachtige vleugelen versiert2 wat doet het warme samentrekken en het koude uitzetten1 wat geeft den eenen mensch zwart haar en den ander rood8 ,in n woord1 wat is de oorzaak van ieder verschijnsel rondom ons1 wat is de drijfveer van het verheven raderwerk1 waarvan wij een deel uitmaken8 ,ook wij weten den rechten naam niet en zeggen3 de natuur4 ,wij bedoelen dan niet wat voortgebracht is3 maar de drijfkracht der schepping die voortbrengt 7natura naturans74 ,tao is dus de natuur4 ,taosme is wijsbegeerte der natuur4 ,taosten zijn natuurphilosofen4 ,laten wij nu zien hoe de ,taosten hunne theorien ontwikkelen1 vooral met het oog op de wording der wereld1 en hoe zij die voorts toepassen op het gebied van het maatschappelijk en staatkundig leven4 ,over de ontwikkeling van het zichtbaar heelal weten de ,taosten ons heel wat te vertellen4 ,daar was een tijd1 zegt ,chwang tsze1 dat alle dingen een begin hadden4 ,de tijd1 toen er nog geen begin was1 had zelf een begin4 ,er was een begin van den tijd1 toen de tijd1 die geen begin had1 niet begonnen was4 ,daar is bestaan en daar is niet-bestaan4 ,in den tijd1 die geen begin had1 bestond ,niets--of het ,ledige4 ,toen de tijd1 die geen begin had1 nog niet begonnen was1 bestond er ook ,niets4 ,eensklaps3 daar was ,niets1 maar men kan niet weten1 wat bestaan en niet-bestaan aangaat1 wat zeker bestond en wat niet4 ,onzin zal men zeggen4 ,doch3 ook tegenwoordige wijsgeeren komen soms tot een dergelijke uitspraak4 ,zoo b4v4 de ,engelsche geleerde ,proctor4 ,deze zegt3 ,zij1 die dat kunnen1 mogen troost vinden in het geloof aan een volstrekt ledige ruimte en een volstrekt onbezetten tijd voorafgaande aan zeker zeer ver verwijderd1 doch niet oneindig verwijderd tijdperk4 ,laten zij dit volgens hun geloof dan noemen het begin aller dingen4 ,doch de ledige tijd vr dat begin kan geen begin hebben gehad1 tenzij deze ware voorafgegaan door een tijd met gebeurtenissen2 wat juist met de onderstelling in strijd is4 ,wij vinden geen volstrekt begin als wij terug zien4 ,een der uitnemendste1 meest geavanceerde leerlingen van ,lao tsze1 ,lieh tsze1 drukt het dichterlijk aldus uit3 ,daar is een leven ongeschapen1 ,daar is ,en1 die alles verandert1 doch bij ,wien geen verandering is4 ,alleen het onveranderlijke kan verandering doen komen1 ,dat leven kan slechts voortbrengen4 ,die allesveranderende kan slechts vervormen1 ,daarom duren scheppingen en veranderingen voort ,en gaan deze voortdurende scheppingen en veranderingen altijd door4 ,zij worden gezien in de man'lijke en vrouw'lijke beginselen der natuur1 ,zij zijn openbaar in de vier jaargetijden1 ,het ongeschapene staat als het ware alleen1 ,het onveranderlijke gaat en komt1 ,zijn duur heeft geen einde1 ,weergaloos en eenig--zijn zijne wegen onnaspeurlijk4 ,elders zegt dezelfde wijze1 dat wij van het oneindige niets weten1 doch dat hemel en aarde in het groot geheel van het oneindig heelal zijn begrepen4 ,hoe kunnen wij zeggen1 zoo vraagt hij1 of er een ongezien heelal is1 boven en beneden de kleine wereld1 die binnen ons bereik is4 ,tao1 zagen wij1 veroorzaakt en doet alles4 ,daarom komt de vraag in ons op1 of de ,taosten een persoonlijk ,schepper en zedelijk bestuurder van het heelal erkennen1 een vraag1 die echter gemakkelijker gesteld dan beantwoord wordt4 ,zeker is het1 dat er in de ,taostische classieken menigmaal van een wezen1 invloed of macht als de ,schepper wordt gesproken4 ,ook komt hier en daar het woord ,ti of ,god voor4 ,doch deze omschrijvingen zijn zeer vaag1 zeer duister en onbestemd1 terwijl het woord1 voor ,schepper gebezigd1 eigenlijk meer vervorming of gedaanteverwisseling beduidt4 ,ook komt niet goed uit1 welke de verhouding is tusschen dien ,schepper en ,tao4 ,god en ,tao te vereenzelvigen gaat ook moeilijk4 ,tao wordt steeds als onpersoonlijk1 zonder aandoeningen1 voorgesteld4 ,nergens schijnt er plaats of noodzakelijkheid voor een persoonlijk ,schepper3 ,tao doet alles4 ,merkwaardig is ook het denkbeeld van evolutie1 dat feitelijk in het ,taostische stelsel evengoed als in de tegenwoordige natuurphilosophie ligt4 ,prof4 ,tyndall beschouwt een nevel als de oorsprong aller stoffelijke dingen1 de ,taosten spreken van de oorspronkelijke aura 7damp71 die werd gecondenseerd en verdicht en eindelijk een vasten vorm verkreeg1 met bepaalde en onderscheiden gestalte4 ,sommige passages uit de wijsbegeerte der ,taosten waren in ,haeckel's ,scheppingsgeschiedenis niet misplaatst4 ,beiden schijnen het eens met de woorden van ,lucretius3 ,de natuur schijnt alle dingen uit zichzelf te doen1 zonder tusschenkomst der goden4 ,daarom--en de plaatsen1 waar van ,ti en van een ,schepper gesproken wordt1 getuigen er van--kan de ,chineesche wijze toch1 evengoed als de hedendaagsche moderne theologie1 het wereldgebeuren1 het werken der natuur ten slotte als het zich uiten van ,god hebben beschouwd4 't ,komt mij voor1 dat dit inderdaad de eenige oplossing is4 ,god kan boven de natuur staan en toch alleen in en door haar werken4 ,wat nu den mensch betreft1 deze wordt door het ,taosme beschouwd als eenvoudig te zijn een deel van het heelal1 een stuk van de schepping1 een openbaring1 gelijk alle andere dingen1 van het algemeene1 overal inwonende ,tao4 ,dit is hier niet slechts een wetenschappelijke overtuiging of een uiting van bespiegeling alleen4 ,neen1 het is een machtige1 zedelijke factor1 waarin een onderwerping aan onze bestemming1 een zich moeten voegen naar de wetten der natuur ligt1 dat onze eerbiedige aandacht verdient4 ,dat bedenkende beschouwt b4v4 ook ,lieh tsze den dood niet als een koning der verschrikking1 maar als een onvermijdelijke en welkome verandering1 die even natuurlijk is als het vallen van een blad of de wisseling der jaargetijden4 ,de dood1 zegt hij1 is voor het leven1 wat weggaan is voor komen4 ,hoe kunnen wij weten1 dat hier sterven niet is1 elders geboren worden8 ,hoe kunnen wij weten of de menschen1 met hun sterken drang naar leven1 niet zichzelf begoochelen8 ,hoe kan ik weten1 of1 indien ik morgen sterf1 mijn lot niet beter zal zijn1 dan toen ik geboren werd in den aanvang8 ,o1 de menschen kennen de vrees des doods1 maar niet zijn rust4 ,hoe goed is het1 dat van de oudheid af de dood het algemeen lot der menschen was6 ,het is een rust voor den goeden mensch1 een ter zijde stellen van den slechte4 ,dood is als huiswaarts keeren4 ,de dooden zijn zij1 die huiswaarts zijn gekeerd2 wij1 die leven1 zijn nog wandelaars4 ,heeft dit eenvoudig vertrouwen in de goedheid der natuur niet iets treffends8 ,sluit het zich niet goed aan bij de wijsgeerige bespiegeling over ,tao zelf8 ,wat echter brengt het ,taosme mede in het praktische1 gewone leven8 ,spontaneteit 7de eigen1 de ware natuur volgen71 eenvoud1 reinheid1 vriendelijkheid1 in n woord3 goedheid4 ,spontaneteit4--,de oorspronkelijke aard van ieder mensch is de directe gave der natuur--liever nog1 een deel van de natuur zelf4 ,daarom moet dit oorspronkelijke zorgvuldig ongeschonden worden gehouden1 bewaard in zijn zuiverheid4 ,de bewaring der door den hemel ingeplante natuur is het groote1 voorname doel van den waren ,taost4 ,hoe kan hij dit bereiken8 ,door de groote moeder na te volgen4 ,de natuur is spontaan in al haar werken3 daarom moet de wijze ook zoo handelen3 hij moet niet handelen met een of ander oogmerk1 maar in overeenstemming met zijn omgeving1 volgens de natuurlijke uitspraak van zijn hart4 ,de natuur strijdt nooit1 de wijze moet zich dus ook voor strijd wachten4 ,de natuur is steeds lijdelijk1 de wijze moet dus ook de dingen op hun beloop laten en tevreden zijn met hun aanwijzing te volgen4 ,eerzucht1 plannen maken1 hartstocht1 begeerte--belangstelling in uitwendige voorwerpen--het is alles een in wanorde brengen1 een berooven van des menschen oorspronkelijke natuur en moet dus worden veroordeeld4 ,zelfs de werkzame beoefening van deugden als3 welwillendheid en stiptheid wordt ontraden2 de natuur heeft geen inspanning noodig om te groeien en alles1 wat de wijze te doen heeft1 is zichzelf met haar in overeenstemming te brengen4 ,alle hartstochten1 7plichts7vervullingen1 die op verstoring of inspanning wijzen heeten bij de ,taosten3 de menschelijke natuur1 in tegenstelling met de hemelsche of inwonende natuur1 waarmede de mensch is begaafd4 ,waarom1 vraagt ,chwang tsze1 deze kunstmatige1 menschelijke1 gente natuur te ontwikkelen2 ontwikkel veeleer die inwonende1 natuurlijke natuur1 die u allen is ingeplant4 ,huai nan tsze stelt dit vooral duidelijk in het licht3 ,wat bedoelen wij1 zegt hij1 als wij over het natuurlijke of ingeplante spreken8 ,dat wat harmonisch1 zuiver1 eenvoudig1 onbezoedeld1 onversierd1 oprecht1 lichtend en onbevlekt is1 wat nooit van den beginne af aan1 eenige vermenging of verbastering heeft ondergaan4 ,en wat is het menschelijke of kunstmatige8 ,dat wat vervalscht is met slimheid1 verdraaidheid1 behendigheid1 huichelarij en bedrog1 wat zich buigt uit inschikkelijkheid voor de wereld en in 't oog houdt de gewoonten van den tijd4 ,b4v43 een os heeft horens en een gespleten hoef1 terwijl het paard wilde manen en een ongespleten hoef heeft4 ,dat is het hemelsche of de 7ware7 natuur4 ,als gij echter een gebit in den mond van het paard legt en den neus van den os doorboort1 dat is het menschelijke1 het kunstmatige4 ,wij begrijpen wat de ,taosten in dezen bedoelen4 ,om nu echter dit beginsel3 overeenstemming met de natuur te verwezenlijken1 liever gezegd te volgen1 is noodig1 zich lijdelijk aan de leiding van het innerlijk wezen over te geven4 ,men heeft hiervoor een eigenaardige formule1 weergegeven door niet doen1 niet uitoefenen1 werkeloosheid1 absoluut lijdelijk zijn1 wellicht het best door3 niet actief zijn4 ,men gevoelt dat de consequentie dezer beginselen tot een geheel ander optreden op maatschappelijk en staatkundig gebied moest leiden1 dan dat van ,confucius en zijn leerlingen4 ,daar allerlei schoon uitgesponnen regelingen aangeprezen1 velerlei bemoeiingen met het heil des volks1 hier echter veel meer door onthouding allen verlossen van het kunstmatige1 dat hun ware natuur belet4 ,doe nooit iets1 zegt de ,taostische politicus1 om het te doen4 ,doe nooit iets dat niet bepaald noodzakelijk is3 vergeet niet dat het einde der wetgeving is3 de wetgeving overbodig te maken4 ,laat de natuur onverhinderd werken1 zoowel in het maatschappelijk en politiek leven als in de sfeer van physica en moraal3 uw onderdanen zullen dan tevreden zijn met hun lot1 uw koninkrijk vrij van samenzweringen1 oneenigheden en onheil4 ,boven alles3 doe niets om den oorspronkelijken eenvoud te verstoren4 ,tracht niet om ruwe werktuigen door samengestelde machines te vervangen4 ,zulke verfijning leidt tot weelde1 luchtkasteelen bouwen1 eerzucht en ontevredenheid4 ,de ware uitoefening van vernuft in het voortbrengen van werk uitwinnende1 fijne werktuigen vereischt een hoofd vol plannen4 ,ontmoedig dus kunstmatige nieuwigheden4 ,het geheim van het geluk ligt in rust1 eenvoud en tevredenheid1 de eenige weg om dit te bereiken is3 lichaam1 hartstochten1 verstand en wil in volkomen overeenstemming te brengen met de natuur4 ,wat ,lao tsze dus aanbeveelt is rust1 onthouding1 bespiegeling4 ,hij zegt o4 a43 ,de hoogste voortreffelijkheid is aan het water gelijk1 want de voortreffelijkheid van het water komt hierin uit1 dat het allen nuttig is en dat het1 zonder verzet1 de laagste plaats inneemt1 die1 welke aan alle menschen mishaagt4 ,de reden1 waarom stroomen en zeen in staat zijn de schatting van alle wateren uit alle dalen te ontvangen1 ligt hierin1 dat zij dieper liggen--daarom zijn zij koningen over hen allen4 ,zoo stelt zich ook de wijze heerscher1 die boven de menschen staan wil1 in zijn woorden beneden hen en wanneer hij wenscht hen voor te gaan1 stelt hij zijn persoon op den achtergrond4 ,zonder zijn deur uit te gaan1 kan men alles begrijpen wat er onder den hemel voorvalt3 zonder uit zijn venster te zien1 aanschouwt men het ,tao des hemels4 ,hoe verder men zich van zichzelf verwijdert1 des te minder weet men4 ,daarom verkregen de wijzen hunne kennis zonder rond te reizen2 ze gaven aan alle dingen de rechte namen1 zonder ze te zien1 en bereikten hun doel1 zonder dat zij zich voornamen dit te bereiken4 ,alles in de natuur keert1 na een tijd van werkzaamheid tot zijn oorspronkelijken toestand terug1 zooals de plant tot haar wortel4 ,deze terugkeer noemen wij den toestand der rust4 ,deze rust wil zooveel zeggen1 dat de dingen1 die haar bereiken1 daardoor te kennen geven1 dat zij de hun opgelegde taak hebben volbracht4 ,de terugkeer tot rust is de algemeene1 onveranderlijke wet4 ,die te kennen is wijsheid1 die niet te kennen1 veroorzaakt wild streven en een droevig einde4 ,wat de uitoefening der regeering betreft3 slechts in twee punten ontmoeten ,lao tsze en ,confucius en ,mencius elkaar3 namelijk1 in den lof der oude tijden en den afkeer van drukkende belastingen4 ,het volk lijdt honger wegens de hooge belastingen1 welke door de ambtenaren worden verbruikt4 ,het volk is moeilijk te regeeren door den overmatigen regeeringsijver der beambten4 ,het volk is onverschillig voor den dood1 omdat het zoo hard moet werken om zijn levensonderhoud te verdienen4 ,komen ,lao tsze en zijn beide tegenvoeters in den lof der oudheid en in de ontevredenheid over de bestaande toestanden overeen1 niet evenwel in de middelen tot verbetering4 ,terwijl ,confucius deze vindt in het begunstigen van flinke mannen en in gestadig streven en werken1 beveelt ,lao tsze aan3 laten begaan en verzorging der stoffelijke behoeften4 ,hij is een besliste vijand van het regeeren of misschien juister uitgedrukt1 van het te veel regeeren4 ,in de oudste tijden1 7zegt hij71 wist het volk niet dat het geregeerd werd4 ,in het daarop volgende tijdperk prees en bewonderde het zijn heerschers1 daarna vreesde het dezen1 eindelijk verachtte het hen4 ,toen de heerschers het vertrouwen in ,tao begonnen te verliezen1 vloeide daaruit voort3 gebrek aan vertrouwen van de zijde des volks4 ,wat schenen die eerste heerschers onbeslist3 doch door hun terughouding toonden zij de beteekenis1 die zij aan hunne woorden toekenden4 ,hun werk werd gedaan1 hun beramen droeg vruchten1 terwijl het volk zeide3 ,wij zijn1 die wij zijn door ons zelf4 ,toen het groote ,tao niet meer werd betracht1 kwamen welwillendheid en rechtschapenheid in de mode1 daarna wijsheid1 sluwheid en huichelarij4 ,toen er niet langer een goede geest 7verdraagzaamheid7 heerschte tusschen de zes graden van bloedverwanten1 kwamen er ouderlievende zonen1 toen de staten en familin in verwarring geraakten1 kwamen er loyale ministers op het tooneel4 ,mannen van groote geschiktheid niet op prijs te stellen en niet te gebruiken1 is het middel om het volk van eerzucht terug te houden2 voorwerpen1 die moeilijk zijn te verkrijgen1 niet hoog te schatten1 is het middel om geen dieven te krijgen2 het volk niet te toonen1 wat zijne begeerten kan opwekken1 is het middel om het van uitspattingen terug te houden4 ,daarom1 indien de wijze de regeering leidt1 zorgt hij1 dat de hoofden leeg zijn en de magen vol1 hij verzwakt den wil en versterkt de beenderen4 ,hij streeft er steeds naar hen zonder weten en zonder wenschen te houden en hen1 die wetenschap bezitten1 te verhinderen1 haar te gaan gebruiken4 ,als men zoo zich van werkzaam optreden onthoudt1 heerscht er overal goede orde4 ,sommige der leeringen in ,tao teh king herinneren zoo zeer aan het inschrift1 dat ,confucius in de voorvaderenhal te ,lo yang op het beeld met den gesloten mond vond1 #adj dat men in dit opschrift samenhang zou zoeken met het oude ,taosme van vr ,lao tsze4 ,men oordeele4 ,laat hem zijn mond en zijn neusgaten gesloten houden1 zoo zal hij gedurende zijn gansche leven voor moeitevolle inspanning bewaard blijven3 laat hem zijn mond openhouden en zijn adem verbruiken in de zorg voor zijn aangelegenheden3 en gedurende zijn gansche leven zal hij nooit rustig zijn 7zonder zorg74 ,wat rustig blijft1 is gemakkelijk te bewaren2 eer een zaak hare tegenwoordigheid laat merken1 kan men zich het best daartegen beveiligen3 wat breekbaar is1 wordt gemakkelijk verbroken1 wat gering in aantal is1 wordt spoedig verstrooid4 ,men moet handelen1 vr een zaak zich opdoet en orde instellen vr de wanorde is begonnen4 ,een boom1 dien men met beide armen kan omvatten1 is uit een kleine twijg ontstaan1 een toren met negen verdiepingen begon met een hoopje aarde1 een reis van duizend mijlen begint met ne schrede4 ,dat ,lao tsze het beginsel3 ,vergeldt vijandschap met weldoen voorstaat is reeds vermeld4 ,over zichzelf spreekt ,lao tsze slechts op ne plaats3 ,de groote menigte der menschen ziet er tevreden en opgewekt uit1 alsof zij een feestmaal genoten of in het voorjaar op een toren stonden4 ,ik alleen schijn verdrietig en stil1 daar mijn begeerten zich nog niet hebben getoond4 ,ik ben als een kind1 dat nog niet heeft gelachen4 ,ik zie er terneergeslagen en droevig uit1 als een1 die geen tehuis zijn eigen noemen kan4 ,de menigte der menschen heeft genoeg en te veel1 ik alleen schijn alles verloren te hebben4 ,mijn verstand is dat van een dom mensch1 ik ben als verward4 ,de gewone menschen zien er helder en verstandig uit1 ik alleen schijn omneveld4 ,zij zien er uit alsof zij alles kunnen onderscheiden1 ik alleen ben simpel en verward4 ,het schijnt mij1 als drijf ik rond op de zee zonder een plaats1 waar ik rusten kan4 ,ieder heeft iets1 waar hij zijn werkzaamheid aan wijdt1 ik alleen schijn dwaas en onbekwaam als een boer van de grenzen4 ,zoo ben ik alleen van andere menschen verschillend1 doch ik eer de moeder1 die mij voedt 7,tao74 ,het is een droefgeestig beeld1 dat de oude knaap van zichzelf ontwerpt1 toch wordt ons hier niet de minst aantrekkelijke zijde van het ,taosme geschilderd2 dat opgaan in bespiegeling en dat zich terugtrekken uit de wereld1 zonder de bijvoeging van wereldsmart en pessimisme1 die wij in de moderne wijsbegeerte zoo rijkelijk vinden1 zonder de overdrijving1 aan ,schopenhauer en zijn school eigen4 ,belangrijker en misschien ook verstaanbaarder zullen ons intusschen die ,taosten voorkomen1 die meer op de ,stoci1 ,cynici of ,epicuristen gelijken1 of die van metaphysici aanhangers der tooverij zijn geworden en aan het ,chineesche keizerlijke hof de rol gespeeld hebben1 welk tot op het midden der #ah;e eeuw door menig meester der zwarte kunst aan de ,europeesche hoven werd uitgeoefend4 ,v4 ,chwang tsze1 ,lieh tsze1 ,yang ,chu en de ontaarding van het ,taosme4 ,een der belangrijke figuren onder de oudere ,taosten is ,chwang chau1 gewoonlijk ,chwang tsze de wijsgeer ,chwang geheeten1 een tijdgenoot van ,mencius1 die hem echter niet noemt1 waaruit misschien valt af te leiden1 dat de mystieke bespiegelingen van ,chwang eerst later groote aantrekkelijkheid kregen4 ,hij leefde van de wereld teruggetrokken en vele voorbeelden van zijn bijtende geestigheid zijn ons bewaard gebleven4 ,toen de vorst van ,tsu boden met rijke gaven tot hem zond om hem aan het hof uit te noodigen1 waar hij eerste minister kon worden1 wees ,chwang tsze deze aanbiedingen lachend af en zeide3 ,duizend ons zilver is veel voor mij en een hoogen rang te verkrijgen en minister te worden is zeer eervol4 ,doch hebt gij den os niet gezien1 die voor het offer aan de grenzen bestemd is8 ,vele jaren lang wordt hij zorgvuldig gevoederd en met kostbare dekken versierd1 opdat hij geschikt zij naar den grooten tempel te worden gebracht4 ,maar als de tijd komt dat dit geschieden moet1 mocht hij liever een klein varkentje wezen1 doch dan is het te laat4 ,maak dus dat gij wegkomt en verontreinig mij niet door uwe tegenwoordigheid4 ,ik wil mij liever vermaken en mij over mijn leven verheugen in een vuil graf 7nl4 als bedelaar leven7 dan aan de regels en beperkingen van eens vorsten hof onderworpen zijn4 ,ik heb besloten nooit een ambt aan te nemen1 maar geef er de voorkeur aan mij in mijn eigen vrijen wil te verheugen4 ,zooals deze ,chwang tsze leefde1 zoo stierf hij ook4 ,aan zijne leerlingen1 die hem met alle pracht wilden begraven1 beval hij zijn lichaam niet te begraven1 maar het slechts op de aarde te werpen 7naar de zeden der oudste ,chineezen74 ,ik zal zoo1 sprak hij1 hemel en aarde als doodkist hebben1 de zon en de maan in plaats van de zinnebeelden van meisteen1 de sterren in plaats van paarlen en edelsteenen2 daarmee zijn immers alle voorbereidingen voor mijn teraardebestelling volvoerd1 wat wilt gij er aan toevoegen8 ,toen de leerlingen hun bezorgdheid te kennen gaven1 dat de kraaien en roofvogels zijn lijk zouden opeten1 voegde hij er bij3 ,boven den grond zullen mij de kraaien en de roofvogels verorberen1 daar onder wormen en insecten2 het voor den een weg te nemen en het den ander te geven zou maar partijdig schijnen4 ,chwang tsze's werk is voor het grootste deel polemiek1 gericht tegen ,confucius en tegen de letterkundigen in het algemeen4 ,van ,chineesche zijde hebben sommigen de heftige aanvallen op ,confucius1 die er in voorkomen voor onecht verklaard4 ,doch deze zijn zoo geheel in denzelfden stijl als de andere stukken1 dat wij ze gerust aan ,chwang tsze kunnen toeschrijven4 ,gelijk zoekt gelijk1 zeide de oude visscher tot ,confucius1 en vogels met gelijk gezang antwoorden elkaar--dat is de wet des hemels4 ,waarmee gij u bezighoudt1 dat zijn de aangelegenheden der menschen4 ,als de keizer1 de leenvorsten1 de hooge beambten en het volk alles doen wat hun betaamt1 dan hebben wij een schoon beeld van orde4 ,als zij zich bekommeren om datgene wat buiten hun werkkring ligt1 dan ontstaat de grootste wanorde4 ,als de beambten hun zaken behartigen en het volk de zijne1 dan is er geen ingrijpen in de rechten van anderen4 ,velden die onbebouwd blijven1 huizen die water doorlaten1 gebrek aan kleeding en voeding1 belastingen1 waar geen geld voor is1 geen verdraagzaamheid tusschen vrouwen en bijslaapsters1 geen orde tusschen jong en oud--dat zijn de zorgen van het gemeene volk4 ,ongeschiktheid voor hun ambt1 onopmerkzaamheid voor hun zaken1 oneerlijkheid1 zorgeloosheid en luiheid der ondergeschikte beambten1 gebrek aan verdienste en gevoeligheid en onzekerheid ten opzichte van rang en salaris--dat zijn de zorgen der hooge beambten4 ,geen getrouwe ministers aan hun hoven1 de stammen in hunne staten in opstand1 gebrek aan geschiktheid bij hun ambtenaren1 slechte inrichting der belasting1 vertraging in voor- en najaarsbezoeken bij den keizer3 en diens ongenade1 dat zijn de zorgen der leenvorsten4 ,onharmonisch werken der beide elementen van koude en hitte1 buiten den gewonen tijd des jaars1 tot schade van alle dingen1 onderdrukking en wanorde onder de leenvorsten1 twisten en rooftochten dezer vorsten tegen elkaar tot schade des volks2 slecht geordende ceremonin en muziek1 ongenoegzame of uitgeputte bronnen voor de uitgaven2 de banden van verwantschap verwaarloosd en het volk aan teugellooze wanorde overgeleverd--dat zijn de zorgen van den zoon des hemels 7den keizer7 en zijne ministers4 ,gij zijt de keizer niet1 ook geen leenman1 ook geen minister van het keizerlijk hof of van een der staten3 en toch neemt gij op u1 de ceremonin en de muziek te regelen en u bizonder met de betrekkingen van verwantschap bezig te houden1 teneinde de verschillende volksklassen te verbeteren--is dat niet een bovenmatige vermeerdering uwer bezigheden8 ,menschen hebben bovendien gewoonlijk acht gebreken1 en bij de leiding van zaken dreigen vier fouten1 die men niet over het hoofd mag zien4 ,de leiding van zaken1 die ons niet aangaan1 in de hand nemen1 is van zaken een monopolie maken4 ,zaken bespreken die ons niet aangaan1 noemt men babbelzucht4 ,lieden te leiden1 door hen naar den mond te praten1 is met een vossenstaart kwispelen4 ,lieden prijzen zonder te zien of dit recht of onrecht is1 is vleien4 ,gaarne slecht over de menschen spreken1 is lasteren4 ,vrienden en verwanten scheiden1 dat is zich verblijden in het leed van anderen4 ,iemand prijzen of in slechten naam brengen1 zonder dat hij het verdient1 is een bewijs van verdorvenheid4 ,dubbelzinnig met de menschen meepraten1 zonder zich te bekommeren of ze goed of slecht zijn1 om zoo hun bedoelingen te weten te komen3 dat is gevaarlijk zijn4 ,deze acht gebreken veroorzaken wanorde onder alle menschen en brengen hem1 die ze bezit1 in gevaar4 ,geen edel man zal hem1 die ze bezit tot zijn vriend1 noch een vorst zulk een persoon tot zijn minister maken4 ,om nu te spreken van wat ik de vier gebreken noemde3 zij zijn3 gaarne groote daden doen1 veranderen en verwisselen1 wat reeds lang bestaat1 opdat men in den roep komt van iets verdienstelijks te hebben gedaan3 dat alles is eerzucht4 ,op alle wijsheid voor zichzelf aanspraak maken1 zich in alles mengen1 terwijl men wat op den weg van anderen ligt1 tot zich trekt en als zijn werk doet voorkomen2 dat is begeerigheid4 #ada ,zijn gebreken zien en die niet veranderen1 en als iemand iets wordt voorgeslagen1 juist zijn eigen weg gaan1 is halsstarrigheid4 ,prijzen1 die met u overeenkomt1 afbreken1 die niet met u overeenstemt3 dat is pralende 7zelf7overschatting4 ,dit zijn de vier fouten4 ,wie de acht gebreken kan afleggen en de vier fouten geen vrijen teugel laat1 die is zoover1 dat hij met het onderricht ontvangen een begin kan maken4 ,confucius zag treurig voor zich en zuchtte4 ,tweemaal boog hij zich1 toen richtte hij zich op en sprak3 ,tweemalen werd ik uit ,lu verdreven4 ,uit ,wei moest ik vluchten4 ,de boom1 waaronder ik rustte1 werd in ,sung omgehouwen4 ,ik weet niet1 welke fouten ik begaan heb1 dat ik bij die gelegenheden zoo in een valsch daglicht werd geplaatst en zooveel moest lijden4 ,de oude visscher zag hem treurig aan en sprak3 ,het is zeker moeilijk om u iets te doen begrijpen4 ,er was eens een man1 die voor zijn schaduw vreesde en zijn voetstappen niet zien mocht1 zoodat hij wegliep om beide te ontgaan4 ,doch1 hoe meer hij zijn voeten ophief1 des te talrijker werden de voetstappen en hoe snel hij ook loopen mocht1 zijn schaduw volgde hem overal4 ,hij dacht dat hij te langzaam liep1 en ging nu uit alle macht loopen zonder op te houden1 totdat zijn kracht was uitgeput en hij stierf4 ,hij wist niet1 dat1 indien hij op een schaduwrijke plaats had opgehouden1 zijn schaduw verdwenen zou zijn en dat1 als hij zich niet bewogen had1 hij zijn voetstappen zou hebben verloren--zijn domheid was werkelijk groot4 ,en gij1 gij spreekt uw oordeel uit over vragen van welwillendheid en rechtschapenheid3 gij onderzoekt de punten1 waarin overeenstemming en verschil is2 gij ziet naar de wisseling van beweging en rust en omgekeerd2 gij zijt de regelen van ontvangen en geven meester geworden2 gij hebt genegenheid en afkeer verklaard1 de grenzen van vreugde en droefheid bepaald--en toch hebt gij nauwelijks kunnen ontkomen aan de gevaren1 die gij straks vermelddet4 ,als gij u om uzelven bekommerdet en uw eigen reinheid behoeddet1 terwijl gij eenvoudig anderen gaaft wat hun toekwam1 dan zoudt gij al deze verwikkelingen ontgaan zijn4 ,doch wanneer gij1 zooals gij dat doet1 de opvoeding van uw eigen persoon verwaarloost en de opvoeding van anderen tot uw doel maakt1 houdt gij u dan niet bezig met uiterlijkheden 7in plaats van met uwen inwendigen mensch78 ,ook ,chwang tsze is een lofredenaar der oude tijden4 ,de heerschers gingen in oude dagen van het standpunt uit1 dat de vrucht hunner regeering moest beoordeeld worden naar den toestand1 waarin het volk zich bevond en dat de schuld van verkeerde resultaten bij hen moest worden gezocht2 opdat het recht aan de zijde des volks1 het onrecht aan de hunne zou zijn4 ,daarom1 wanneer ook slechts n persoon het leven verloor1 trokken zij zich dat aan en berispten zichzelf4 ,nu is het echter niet meer zoo4 ,de heerschers verbergen hun eigenlijke bedoelingen en houden voor dom1 hen die deze niet raden4 ,zij verlangen wat zeer moeilijk is en veroordeelen hen1 die niet wagen dit te ondernemen4 ,zij leggen zware lasten op en bestraffen hen1 die deze niet kunnen dragen4 ,zij verlangen dat de menschen ver gaan en laten diegenen terechtstellen1 die den afstand niet kunnen afleggen4 ,als het volk eenmaal weet dat het beste1 wat zij tot stand kunnen brengen1 toch ongenoegzaam is1 dan neemt het tot bedrog zijn toevlucht4 ,als de heerschers dagelijks slechts huichelarij toonen1 hoe kunnen dan de beambten en het volk het anders maken4 ,gebrek aan kracht brengt huichelarij voort3 gebrek aan kennis arglist1 gebrek aan bezit rooverij4 ,maar wie zal men in zulk een geval schuldig achten aan roof en diefstal8 ,voor ,chwang tsze zoowel als voor ,lao tsze is de dood het noodzakelijk einde des levens en daarom iets1 wat niet te betreuren valt4 ,chwang tsze gaat echter verder dan zijn voorgangers1 wij vinden althans bij hem uitingen1 die op het geloof aan een voortbestaan na den dood of althans aan een theorie van atomen 7die blijven7 doet denken4 ,twee kreupelen bezochten samen het graf van den gelen keizer4 ,plotseling braken er zweren onder hun armen uit4 ,vreest gij deze zweren8 sprak de een tot den ander4 ,waarom zou ik vreezen1 antwoordde deze1 het leven is een geleend goed4 ,het geleende levende lichaam is niet meer dan stof4 ,leven en dood zijn als dag en nacht4 ,wij beiden beschouwden toch juist de graven van hen1 die hunne verwisseling hadden doorgemaakt1 waarom zou het voor mij onaangenaam zijn1 als mijn wisseling komt8 ,tsze lai lag op het sterfbed1 zijn vrouw en zijn kinderen stonden rondom hem en klaagden luide4 ,zijn vriend ,tsze li kwam om naar den kranke te zien en sprak tot hen3 ,toe1 maakt dat gij wegkomt en stoort hem niet1 terwijl hij de groote wisseling door maakt4 ,toen sprak hij tot den stervende3 ,groot is waarlijk de ,schepper6 ,wat zal hij nu van u maken8 ,waarheen zal ,hij u brengen8 ,zou ,hij van u maken de lever van een rat of de vleugel van een insect8 ,tsze lai antwoordde3 ,waarheen ook een vader zijn zoon zegt te gaan1 naar het oosten1 westen1 zuiden of noorden1 hij volgt eenvoudig het bevel4 ,de beide elementen 7het mannelijke en het vrouwelijke7 zijn voor den mensch meer dan zijn ouders voor hem zijn4 ,als dezen mijn dood verhaasten en ik onderwierp mij niet gewillig1 dan zou ik hardnekkig en oproerig zijn4 ,daar is de groote massa 7de natuur74 ,in haar vind ik den steun mijns lichaams1 mijn leven is onder hare hoede in arbeid doorgebracht1 mijn ouderdom zoekt gemak in haar1 in den dood vind ik rust in haar3 zij die mijn leven goed heeft gemaakt zal ook mijn dood goed maken4 ,daar is een metaalbewerker1 die fijn metaal giet4 ,wanneer nu het metaal plotseling uit den smeltkroes omhoog wilde springen en zeggen3 uit mij moet een zwaard worden--de metaalbewerker zou het zeker voor onbehoorlijk houden4 ,zoo ook1 als een vorm in den moederschoot wordt gevormd en deze zou zeggen3 ,ik moet een man worden1 de ,schepper zou hem zeker als onbehoorlijk beschouwen4 ,als wij eenmaal begrijpen1 dat aarde en hemel een groote smeltkroes zijn en de ,schepper de groote werkmeester1 waar kunnen wij dan heen moeten gaan1 dat niet goed voor ons ware8 ,wij zijn als uit een rustigen sluimer geboren en wij sterven tot een rustig ontwaken4 ,eens op de reis zag ,chwang tsze een ledigen schedel1 uitgebleekt1 maar toch goed behouden4 ,hij klopte er met zijn rijzweep op en vroeg3 ,hebt gij1 in uwe begeerte naar leven1 in de leeringen des verstands gefaald en zijt gij zoo hiertoe gekomen8 ,of heeft u--terwijl gij in dienst waart van een ondergaanden staat1 de bijl van den scherprechter zoover gebracht8 ,of zijt gij door uw slecht gedrag hier gekomen en hebt gij schande over uw ouders1 uwe vrouw en uwe kinderen gebracht8 ,of zijt gij van honger en koude omgekomen8 ,of hebt gij eenvoudig den loop uws levens voleindigd8 ,na deze vragen1 nam hij den schedel op en toen hij slapen ging1 gebruikte hij hem als hoofdkussen4 ,te middernacht verscheen hem de schedel in den droom en sprak3 ,gij hebt als een redenaar tot mij gesproken4 ,alles wat gij gezegd hebt1 had slechts betrekking op de menschen bij hun leven1 zulke dingen gelden na den dood niet4 ,zoudt gij van de dingen na den dood willen hooren8 ,zeker1 zeide ,chwang tsze1 en de schedel vervolgde3 ,in den dood is er geen onderscheid tusschen vorsten en ministers1 de afwisseling der vier jaargetijden is er niet meer1 rustig en ongestoord zijn onze jaren1 als die des hemels en der aarde4 ,geen koning aan zijn hof heeft grooter vreugde1 dan wij hebben4 ,chwang tsze geloofde hem niet en zeide3 ,als ik den heer van ons lot kon bewegen1 uw lichaam met uw beenderen1 vleesch en huid weer in het leven te roepen en u aan uwe vrouw en uwe kinderen en aan al uwe dorpsgenooten terug te geven1 zoudt gij dan willen1 dat ik dit deed8 ,de schedel zag hem met gefronsd voorhoofd aan en sprak3 ,hoe zou ik prijs geven het genot van mijn koninklijk hof en weer op mij nemen den last van het leven onder menschen8 ,menigmaal schijnt ,chwang tsze te twijfelen aan zijn eigen bestaan en aan de mogelijkheid te gelooven1 dat het leven slechts een droom is4 ,de schemering vroeg aan de schaduw3 ,vroeger hebt gij gewandeld en nu zijt gij stil1 vroeger hebt gij gezeten en nu zijt gij opgestaan3 waardoor komt het1 dat gij zoo ongestadig zijt8 ,de schaduw antwoordde3 ,ik wacht op de beweging van iets anders om te doen wat ik doe1 en dat andere1 waarop ik wacht1 wacht wederom op iets anders1 om te doen1 wat het doet4 ,mijn wachten--wacht ik op de schubben eener slang of op de vleugelen van een krekel8 ,ik weet niet1 waarom ik eene zaak doe en de andere niet doe4 ,eenmaal heb ik1 ,chwang ,chau1 gedroomd dat ik een vlinder was1 een vlinder1 die rondvloog en gevoelde1 dat hij genoegen had4 ,ik wist niet1 dat ik het was4 ,eensklaps ontwaakte ik en ik was weer mijzelf3 ,de ware ,chwang ,chau4 ,ik wist niet of het ,chwang ,chau was1 die droomde1 dat hij een vlinder was of een vlinder1 die droomt dat hij nu ,chwang ,chau is4 ,dat is het geval van de verandering der dingen4 ,dit klinkt wel ,boeddhistisch #adb maar kan toch niet op ,boeddhistische invloeden worden teruggebracht3 die waren toen nog niet werkzaam4 ,wel volgt er uit1 dat ook aan het oude ,taosme de leer1 dat er niets werkelijks bestaat1 doch dat alles slechts inbeelding is1 niet vreemd schijnt te zijn4 ,nog scherper dan in de werken van ,chwang tsze treedt een panthestisch-fatalistische opvatting in allegorischen vorm op in de aan ,lieh yu ,k'ou 7gewoonlijk ,lieh tsze genoemd7 toegeschreven boeken4 ,deze wijsgeer schijnt kort na ,confucius geleefd te hebben1 doch iets naders weten wij van hem niet4 ,licius 7zoo heet hij in 't ,latijn7 herhaalt nog uitvoeriger1 dat de gansche natuur een kringloop is1 dat al het geschapene moet vergaan en dat slechts het scheppende1 het ,tao1 onvergankelijk voortbestaat4 ,hij oordeelt het dus dwaas over leven en dood bezorgd te zijn1 daar beiden vooruit bepaald en noodwendig zijn4 ,verstand en waanzin zijn willekeurige1 recht en onrecht slechts aangeleerde begrippen1 alle gevoelens van verwantschap berusten alleen op de opvoeding4 ,een man had een zoon1 wiens geest verbijsterd was4 ,hij begaf zich op weg ten einde ,confucius om raad te vragen1 of deze wellicht geen middel tegen deze krankheid kende4 ,onderweg ontmoet hij ,lao tsze1 wien hij zijn nood klaagt4 ,weet gij dan1 sprak deze1 dat uw zoon werkelijk buiten zijn zinnen is8 ,tegenwoordig zijn de begrippen van recht en onrecht zoo verward1 dat niemand meer weet1 wat eigenlijk het rechte is4 ,als alle lieden dachten als uw zoon1 dan was niet hij buiten zijn zinnen1 doch gij4 ,wie toch kan gevoelens en begrippen zuiver voorstellen8 ,heb ik daartoe nu 't recht1 zoo is ,confucius buiten zijn zinnen1 en hoe kan iemand1 die het verstand mist het bij een ander heelen8 ,spaar dus uw geld en maak1 dat gij weer naar huis komt4 ,een man uit ,yin was in ,shu opgevoed en keerde als oud man weer naar ,yin terug4 ,toen hij op de reis daarheen door het land ,tsin kwam1 zeide een der reisgenooten schertsend3 ,dit is nu de hoofdstad van het land ,yin4 ,de oude kreeg een kleur van ontroering1 ,dat zijn de veldaltaren uit uwe buurt6 ,de oude zuchtte diep4 ,dat is het huis uwer voorvaderen4 ,de oude weende4 ,dit zijn de graven uwer voorvaderen4 ,de oude weende luid4 ,toen lachte zijn reisgenoot en sprak3 ,ik heb slechts in scherts gesproken1 dit is het land ,tsin4 ,de oude schaamde zich zeer4 ,toen zij nu in het werkelijke land ,yin kwamen en de oude de stad1 de veldaltaren1 de woningen en de graven zijner voorvaderen werkelijk zag1 was zijn ontroering veel minder4 ,in het land ,ki was een man1 wien de bezorgdheid1 dat hemel en aarde eenmaal ineen zouden storten1 geen rust liet4 ,een zijner vrienden had medelijden met zijne ontroering en poogde hem tot kalmte te brengen door te zeggen1 dat de hemel slechts de bewaarder der lucht was en inademen en uitademen den ganschen dag in de ruimte afwisselden4 ,doch kunnen1 vroeg de ander1 zon1 maan en sterren niet naar beneden vallen8 ,hoe zou dat mogelijk zijn1 antwoordde de vriend1 het zijn slechts lichten in de bewaarplaats der lucht4 ,doch wanneer de aarde te gronde gaat8 ,dat is immers een groote1 vastsamengevoegde massa1 troostte de vriend1 die door het voortdurend daarop heen en weer loopen en trappen nog steeds vaster wordt4 ,toen waren beiden tevreden1 de een omdat hij zijn zorg had verloren1 de ander omdat hij zijn vriend tot rust had gebracht4 ,tchung lu tsi hoorde wat er voorviel en sprak lachend3 ,wolken en nevel1 wind en regen zijn de verzamelingen der lucht en vormen den hemel2 bergen1 heuvels1 rivieren1 zeen1 metaal1 steenen1 vuur en hout zijn de verzamelingen van het geschapene en vormen de aarde4 ,weet men echter1 dat het slechts verzamelingen zijn1 zoo weet men ook1 dat zij te gronde moeten gaan4 ,hemel en aarde zijn slechts kleine punten in de ruimte4 ,doch van alles wat bestaat zijn zij het grootste4 ,dat zij nu moeilijk tot hun einde en tot uitputting zullen komen is zeker1 doch evenzoo zeker1 dat zij eenmaal gemeenschappelijk te gronde zullen gaan4 ,zou hij1 die dezen tijd zal beleven1 niet treurig zijn8 ,licius echter lachte en sprak3 ,het is verkeerd te denken1 dat hemel en aarde zullen ondergaan1 en verkeerd te denken1 dat zij niet ondergaan zullen4 ,niemand kan weten1 wat geschieden zal1 want het leven verstaat den dood niet en de dood verstaat het leven niet2 het komen ook niet het gaan1 noch het gaan het komen4 ,waarom zich daarover te bekommeren8 ,op de reis naar ,wei vond ,licius in de struiken een doodsbeen1 honderd jaar oud2 hij riep een leerling1 die bij hem was1 toonde hem dat en zeide3 ,slechts ik en hij weten1 dat wij noch leven1 noch dood zijn4 ,lieh tsze is ook de eenige bron over ,yang ,chu1 tegen wien ,mencius zoo beslist optrad en die dus een tijdgenoot van dezen scheen te zijn1 hoewel ,chwang tsze een gesprek tusschen ,yang ,chu en ,lao tsze vermeldt4 ,de denkbeelden van ,yang ,chu1 die ,lieh tsze weergeeft1 loopen uit in deze stelling3 het leven genieten en den dood niet vreezen4 ,de leer van ,epicurus en die der ,cynici wordt alzoo hier verbonden4 ,honderd jaar1 zegt ,yang ,chu1 is de uiterste grens des levens1 die niet een van de duizend bereikt4 ,veronderstellen wij1 dat iemand die bereikt2 de kinderlijke leeftijd1 waarin men op den arm wordt gedragen en de ouderdom nemen er wel de helft van in4 ,wat in den slaap wordt verdroomd en van het wakende leven vergeten wordt1 smart en ziekte1 kommer en verdriet1 verliezen1 zorgen en vrees nemen nagenoeg de andere helft in4 ,wat overblijft vult misschien tien jaren4 ,en ook daarin zal nauwelijks n dag te vinden zijn van gelukkig zelfvergeten1 zonder een schaduw van zorg4 ,wat is dan des menschen leven waard8 ,wat voor vreugde is er in8 ,zullen wij het prijzen om de vreugde1 die eten en drinken1 of om het genot1 dat muziek en schoonheid geven8 ,maar men kan zich niet altijd met deze vreugden vergenoegen1 men kan niet steeds met de schoonheid zich vermaken en naar de muziek luisteren4 ,daarbij komt de vrees voor straf en de prikkel1 die belooningen geven1 de drijfkracht door eerzucht1 de terughouding door wetten uitgeoefend--deze maken dat iemand zonder rust zich plaagt om de ijdele lofprijzing van n uur en rekent op den roem na den dood4 ,deze invloeden houden hem1 om zoo te zeggen1 op de wacht tegen alles wat zijn ooren hooren en zijn oogen zien1 en maken1 dat hij altijd zich bekommert of wat hij denkt of doet1 recht of onrecht is4 ,zoo verliest hij het ware genot zijner jaren en kan zichzelf geen oogenblik laten gaan4 ,waarin onderscheidt hij zich van een misdadiger1 in ketenen geklonken in de binnenste kamer der gevangenis8 ,de lieden in de hooge oudheid wisten wel1 hoe kort het leven is en hoe plotseling en volkomen het door den dood kan worden afgebroken4 ,daarom luisterden zij naar de bewegingen huns harten1 wezen niet terug1 wat hun natuurlijk toescheen om lief te hebben1 zochten geenszins de vreugden te vermijden1 die zich aan hen aanboden4 ,zij lieten zich niet van de wijs brengen door de opwindingen van den roem3 zij genoten het leven1 zooals het hun natuurlijk voorkwam1 zij verzetten zich niet tegen den drang om zich te verheugen1 7den drang1 die in alle dingen woont7 en zij bekommerden zich er niet over om na den dood beroemd te worden4 ,zij trachtten straffen te vermijden2 maar roem en eer1 de eerste of de laatste te zijn1 lang of kort leven3 dat alles trokken zij niet in hun berekeningen4 ,waarin de menschen zich onderscheiden1 dat is in het leven3 waarin zij met elkaar overeenkomen1 dat is in den dood4 ,zoo lang zij leven is er onderscheid van verstand en domheid1 beschaving en lompheid4 ,als zij dood zijn1 hebben wij een stinkende1 bedorven massa1 die vergaat--dat is het algemeene lot4 ,verstand en domheid1 beschaving en lompheid staan in geen menschen macht3 evenmin als de toestand van bederf1 verrotting en ganschelijk verdwijnen4 ,noch het leven van een mensch noch zijn dood zijn in diens eigen hand3 zijn verstand en zijn domheid1 zijn beschaving en lompheid zijn zijn eigen werk niet4 ,allen zijn geboren en allen sterven3 de verstandige en de domme1 de goede en de slechte4 ,velen sterven als zij tien jaar oud zijn1 velen als zij honderd jaar oud zijn4 ,de deugdzame en de wijze sterven1 de verdorvene en de dwaas sterven4 ,tijdens hun leven waren zij wijze keizers1 nu zij dood zijn1 zijn het zoovele verrotte beenderen2 in hun leven waren zij roovers en tyrannen1 nu zijn ook zij zoovele verrotte beenderen4 ,wie kan onderscheid zien in deze beenderen8 ,daarom1 zoolang wij leven1 laten wij uit het leven maken het beste1 dat wij er van kunnen krijgen3 wij hebben geen tijd om aan iets na den dood te denken4 ,wat echter niet het minst in ,lieh tsze's werk belang inboezemt is het feit1 dat hier voor de eerste maal de alchymistisch necromantische #adc richting optreedt1 die later voor de ontwikkeling van het ,taosme en de rol1 die zijne aanhangers aan het keizerlijk hof zouden spelen1 beslissend zou zijn4 ,aan het hof van keizer ,muh van de ,chau dynastie 7#ajja-idg v4 ,c47 verschijnt een uit het westen komende ,magir1 die door water en vuur1 metaal en steen drong1 bergen1 rivieren en steden verplaatste en in de lucht opsteeg4 ,keizer ,muh eerde hem op alle manieren1 doch de ,magir zag het paleis aan voor een erbarmelijke hut1 vond het eten der keizerlijke keuken slecht1 en de dienstdoende hofdames stinkende geiten4 ,toen liet de keizer hem een nieuw paleis bouwen en de schoonste jonkvrouwen opzoeken om hem te bedienen4 ,de ,magir liet zich dat welgevallen1 doch na korten tijd verzocht hij den keizer met hem te reizen3 liet dezen zijn rokspand vasthouden en voer met hem tot in des ,magirs paleis3 in den middenhemel4 ,dat paleis was van goud en zilver gebouwd en met paarlen en kostbare edelsteenen ingelegd4 ,de keizer zag van omhoog op zijn paleis1 dat er als een leemen hut uitzag4 ,na lange jaren1 toen de keizer zijn rijk geheel had vergeten1 nam de ,magir hem weer mede op een reis en voerde hem naar een land1 waar men de zon1 de maan en de aarde niet meer zag4 ,de keizer werd bevreesd en verzocht den ,magir hem weer in zijn land terug te brengen4 ,deze gaf hem een stoot3 de keizer meende dat hij ontzettend diep viel en--hij ontwaakte en bevond zich bij zijn tafel1 waar de spijzen nog niet koud geworden waren en de wijn nog in het glas stond4 #add ,de keizer vroeg geheel verbaasd wat er geschied was en zijn omgeving antwoordde3 ,uwe hoogheid was een oogenblik in gedachten verzonken4 ,toen de keizer er den ,magir naar vraagde zeide deze3 ,ik wandelde met uwen geest1 hoe zou dan de vorm zich bewegen8 ,spoedig werd de richting van het ,taosme1 waarvan deze geschiedenis een voorbeeld geeft1 de heerschende3 met ijver zocht men naar het middel om goud te maken en naar het elixer des eeuwigen levens3 de keizers en grooten overlaadden de leermeesters der zwarte kunst met goud en eer4 ,onder ,tsin ,shi ,wang ,ti1 die de geleerden #ade zoo wreed vervolgde1 bloeide het ,taosme zeer4 ,de keizer zocht met de ,taosten naar den steen der wijzen en naar de eilanden der zaligen1 die natuurlijk ten westen van ,china moesten liggen4 ,toen ,s ,shi1 dien de keizer met een groot gevolg van jongelingen en jonkvrouwen had uitgezonden om deze eilanden te zoeken1 terugkeerde met het bericht1 dat hij ze wel had gezien1 maar ze door tegenwind niet kon bereiken1 trok de keizer zelf naar ,tschifu in ,shantung1 in de hoop ze van daaruit te aanschouwen4 ,daar doodde hij eigenhandig een grooten haai1 die1 volgens de beweringen der ,taosten de ontdekking der eilanden zou verhinderen4 ,de dood des keizers sloeg aan verdere plannen1 die naar ,japan hem hadden kunnen leiden1 den bodem in4 ,doch1 ook dit gebrek aan succes schrikte de opvolgers van den eersten hemelschen keizer niet af3 en nog onder menig opvolger verheugden zich de ,taosten in den krachtigsten steun en de grootste waardeering4 ,met de toenemende verwatering van het ,taosme zochten zijn priesters1 de doktoren der rede1 zooals de zendelingen uit de #ag;e eeuw hen noemden1 het steeds minder in de behandeling der wijsgeerige vragen1 steeds meer in de exploitatie van het bijgeloof4 ,waar1 zooals in ,china overeenkomstig het volksgeloof--zoo veel bovennatuurlijke1 grootendeels vijandige krachten des menschen rust bedreigen1 kan het ons niet verwonderen1 dat de schare naar middelen omzag om zich daarvoor te behoeden of zich daarvan te bevrijden4 ,welnu1 als overal werden zulke middelen in het geloof gezocht n--in het bijgeloof gevonden4 ,daarom is het verklaarbaar1 dat de rol van duivelbanner in ,china meer aan de ,taostische dan aan de ,boeddhistische priesters toevalt en dat de eersten niet slechts volgens sagen en legenden1 maar ook in het dagelijksch leven gelden als de met bovennatuurlijke krachten toegeruste beschermers der geloovigen1 welke zich tot hen wenden4 ,hun wapenen zijn3 het zwaard en de vliegenwaaier1 welke beide ook de zinnebeelden zijn van twee der acht onsterfelijken 7genien1 verheven geesten7 door deze secte erkend4 ,waar nu deze priesters niet persoonlijk kunnen optreden1 doen zij dit met amuletten en tooverspreuken1 die1 op papier geschreven1 en met allerlei zegelen voorzien1 aan de deuren1 vensters en muren worden gehecht1 of ook wel verbrand1 of--in water opgelost--ingenomen worden4 ,aan het hoofd der heksenmeesters en duivelbanners staat de ,taostische paus1 zooals hij dikwijls genoemd wordt1 ,chang ,tien ,shi d4i4 de leermeester des hemels1 die zijn zwaard van den hemel heeft ontvangen en zijn afstamming1 althans geestelijk1 terug voert tot op den beroemden ,taostischen patriarch ,chang ,tao ling1 die in het jaar #cd n4 ,c4 in de provincie ,chekiang werd geboren en in den ouderdom van #abc jaren ten hemel opsteeg om daar in de onsterfelijkheid zich te verheugen4 ,chang ,tao ling's nakomelingen1 later ook die van zijn leerling ,kau ,kien ,che zijn nog steeds in het bezit van het ambt van opperduivelbanner en vertegenwoordiger op aarde van de hoogste ,taostische godheid4 ,vele heerschers van vele dynastin hebben den ,taostischen paus1 den ,tien ,shi1 met eer en rijkdom overladen4 ,hij houdt verblijf1 waar zijn voorvaderen sedert honderde jaren geleefd hebben3 op den ,lung hu ,shan 7draken- of tijgerberg7 in ,kiangsi1 en1 hoewel de tempel1 waar zijn paleis was1 door de ,taipings #adf werd verwoest1 is deze toch reeds weer in zijn oude heerlijkheid opgebouwd4 ,een bizonder sieraad zijner residentie vormen een groot aantal aarden potten1 stevig gesloten1 met amuletten volgeplakt1 waarin hij en zijn voorgangers door hen uitgedreven booze geesten hebben gebannen4 ,de gewone ,taostische priester vangt deze vrienden1 welke zich in damp veranderen1 in flesschen op1 die hij toekurkt1 precies zooals zijn ,arabische collega's duivelbanners1 volgens de ,duizend en ,een nacht4 ,de waardigheid van leeraar des hemels heet zich door wedergeboorte voort te zetten1 evenals bij de geestelijke hoofden der ,lamastische hirarchie #adg4 ,in dagen van geestelijke opwinding zooals in #ahgf b4v41 wanneer denkbeeldige wezens hun werk verrichten1 aan volwassenen en kinderen de pruiken afsnijden1 kippen de veeren uitplukken en als incubi #adh de menschen plagen en dooden1 plegen de ,taostische duivelbanners een gouden oogst binnen te halen en millioenen papieren amuletten te verkoopen1 waarop berijmde spreuken en onleesbare teekens staan4 ,van #ahgf-gg was er bijna geen huis1 waarop geen dergelijke papieren waren vastgehecht1 ook droegen kinderen en volwassenen die dikwijls om het hoofd gewikkeld4 ,terwijl de ,taosten zich alzoo1 reeds van den aanvang onzer tijdrekening af1 altijd meer van de oorspronkelijke leer verwijderden en door exploitatie van het verlangen1 dat de mensch heeft naar zinnelijk en bovenzinnelijk genot1 invloed en macht trachtten te verkrijgen1 bracht de invoering van het ,boeddhisme in de eerste eeuw onzer tijdrekening een nieuwe1 van buiten afkomstige leer in ,china1 waartegen de beide inheemsche stroomingen1 in 't bizonder echter het ,confucianisme1 zich aanstonds te weer stelden4 ,daarover een en ander in ons volgend hoofdstuk4 ,,vi4 ,de geleerden tegenover ,taosme en ,boeddhisme4 ,het zou ons te ver voeren dien strijd in bizonderheden te volgen3 bovendien werden1 gedurende de eeuwen1 waarin die strijd werd gevoerd1 altijd weer dezelfde argumenten door de geleerden1 de aanhangers van ,confucius en ,mencius1 herhaald1 evenals door hun tegenstanders4 ,terwijl het ,boeddhisme aan het ,confucianisme verweet1 dat het zich slechts om dit leven1 niet om het hiernamaals bekommerde1 bracht dit laatste de voorschriften der kinderlijke liefde op den voorgrond4 ,deze toch veroordeelden dat zich van de wereld terugtrekken en de daarmee samenhangende verwaarloozing der door de bloedverwantschap opgelegde plichten4 ,overigens moeten wij ter eere der ,chineezen opmerken1 dat weliswaar de strijd tegen ,boeddhisme en ,taosme soms het karakter eener vervolging aannam1 doch dat deze vervolgingen nooit dat bloedig karakter droegen1 waarvan de geschiedenis1 zoowel van het ,christendom als van het ,mohammedanisme1 zooveel voorbeelden weet aan te wijzen4 ,wel werden tempels verwoest1 kloosters ontbonden en de bewoners naar de familie teruggezonden1 doch bloedige offers werden aan de orthodoxe leer niet gebracht en ook niet door haar verlangd4 ,bovendien duurde het niet lang of het ,confucianisme begon tegenover de eigenaardige leerstukken van net ,boeddhisme een andere houding aan te nemen dan tegenover zijn wijsgeerige zedeleer4 ,terwijl het voortging de leerstukken te bestrijden1 nam het van de wijsgeerige zedeleer heel wat over1 zoodat ten slotte zelfs de werken van de voornaamste voorstanders van ,confucius1 zoo vol waren van ,boeddhistische opvattingen en ideen1 dat men wel toe moet stemmen1 dat in dit opzicht het ,boeddhisme een groote uitwerking had4 ,tusschen ,han ,y1 die voor #aajj jaren de leer van ,confucius voorstond en ,chu hi1 die sedert het einde der #ac;e eeuw officieel als vertegenwoordiger der orthodoxe uitlegging wordt beschouwd1 bestaat een dergelijk onderscheid1 als er tusschen de strenge ,rabbijnen van ,jeruzalem en de ,alexandrijnsche ,joden der nieuwe school bestaan heeft4 #adi ,han ,y komt heftig op tegen het brengen van een reliquie van ,boeddha in het keizerlijk paleis en vraagt1 wat de keizer met het oude1 halfvergane gebeente moet aanvangen4 ,hij sluit zijn pleitrede hiermede1 dat hij het bestaan van de godheid van het ,boeddhisme loochent en deze oproept om1 als bewijs dat zij werkelijk bestaat1 hem1 haren tegenstander te vernietigen4 ,dezelfde uitdaging als van ,bradlaugh1 den bekenden ,engelschen vrijdenker en afgevaardigde in het lagerhuis1 die den ,god der ,christenen opriep om hem1 den godloochenaar1 te verpletteren4 ,alleen ,bradlaugh vatte1 als zoon der democratische #ai;e eeuw1 de zaak meer dramatisch1 openhartig gezegd1 dwazer op dan de ,chinees der #h;e eeuw2 hij toch stelde zijn eisch in een volksvergadering en gaf ,god slechts vijf minuten om hem te vernietigen4 ,wij laten nu volgen een uittreksel uit eene omschrijving van het heilige edict1 die weliswaar niet oud is1 7uit het begin der #ah;e eeuw71 maar ons een duidelijk beeld geeft van het oordeel der orthodoxie over ,taosme en ,boeddhisme4 ,van ouds1 heet het hier1 hebben er drie secten bestaan2 naast die der geleerden1 nog die van de ,boeddhisten en de ,taosten4 ,al het spreken der ,boeddhistische priesters heeft ten doel3 zalig te worden1 en gelijk aan ,boeddha1 den stichter van hun godsdienst4 ,als een zoon zijn familie verlaat en priester wordt1 zoo zeggen zij1 dat negen geslachten zijner bloedverwanten zeker zijn in den hemel te komen4 ,denk nu eens een oogenblik na4 ,waar is ,boeddha8 ,wat is ,boeddha8 ,boeddha is het hart4 ,wat is nadenken over de boeken van ,boeddha8 ,ieder uur en ieder oogenblik denken aan de leiding van zijn hart4 ,is het goed1 zoo is het ,boeddha4 ,daarom heet ook het eerste boek hunner secte3 ,de weg des harten4 ,de hoofdsom van wat deze weg des harten leert is1 dat het hart recht moet zijn1 niet krom1 waar1 niet huichelachtig1 sterk1 niet droomerig4 ,nijd1 toorn en begeerten1 deze drie fouten moeten worden uitgeroeid2 alles moet u slechts voorkomen als de bloem door een spiegel1 als de maan in het water1 dan zult gij vrij zijn van vrees en zorgen4 ,dat is3 het hart volmaken4 ,daarom zegt ook ,chu tsze 7,chu hi73 de secte van ,boeddha bekommert zich1 noch om den hemel1 noch om de aarde1 noch om iets anders binnen het heelal1 zij denkt slechts aan het hart4 ,in die stelling ligt de geheele oorspronkelijke leer van ,boeddha4 ,wat de ,taosten betreft1 zij hechten bizondere waarde aan den steen der wijzen1 waarmee zij kwikzilver vast willen maken en lood in goud veranderen1 draken en tijgers temmen en wie weet wat voor verborgenheden nog meer mede bereiden willen4 ,alles komt echter neer op de versterking van de 7dierlijke7 levenskracht3 een paar jaar het leven verlengen dat is alles4 ,daarom zegt ,chu tsze ook3 ,waar het de ,taosten vooral om te doen is1 dat is de bewaring van den levensgeest4 ,in die stelling ligt de gansche leer van ,tao opgesloten4 ,nu is het wel waar1 dat de uitnemendsten onder de ,boeddhistische priesters1 die in de kloosters op de beroemde heuvelen wonen en het goed verstaan leeringen voor te dragen1 alles op n woord3 het hart terugbrengen en dat de brave doctoren van ,tao1 die diep in de kloven en holen der bergen naar de verkrijging der onsterfelijkheid trachten1 alles samenvatten in dit ne3 de wedergeboorte des geestes1 doch1 als wij de zaak nu eens goed bekijken1 dan zien wij nog wat anders4 ,dat zich terugtrekken in de eenzaamheid1 waar noch menschen zijn noch de rook van menschelijke woningen is1 dat met gekruiste beenen in diep stilzwijgen neerzitten1 wat is het anders1 dan de wederkeerige verplichtingen des levens met den wortel uittrekken en verwoesten8 ,verre zij het van ons te denken1 dat zij ,boeddha niet gelijk zouden kunnen worden of den rang der onsterfelijken bereiken1 doch3 als zij dat kunnen1 wie heeft sommigen ten hemel zien varen en anderen midden op den dag hun vlucht opwaarts zien nemen8 ,dat zijn alles slechts fopperijen4 ,toch gelooft het domme volk alles en laat zich gemakkelijk wat op den mouw spelden4 ,zie maar naar de strenge priesters van ,boeddha en de doctoren van ,tao1 die de menschen wedergeboren doen worden3 zij allen verstoren--tot geen enkel redelijk doel--de betrekkingen des menschelijken levens3 zij zijn voor de maatschappij nog niet de pluim van een veer waard6 ,hoewel zij echter steeds zelfzuchtig waren en slechts dachten1 aan wat hun eigen persoon aanging1 zoo hadden zij toch in oude tijden geenszins de bedoeling om iemand anders te schaden4 ,nu is echter eene klasse van personen onder hen opgestaan1 die zonder middel van bestaan of tehuis zich op de kloosters verlaten en in den tempel hun woning nemen4 ,deze menschen schermen met den naam ,boeddha en bedenken een menigte dwaze sprookjes over hemelsche paleizen1 onderaardsche holen1 zielsverhuizing en vergelding4 ,volgens hen is het allereervolste3 een priester te voeden en vrijgevig jegens de goden te zijn2 zij noemen dat3 zaaien op den akker der zegeningen6 ,zij zeggen3 ,geef altijd en gij zult altijd hebben4 ,en1 opdat het volk hen gelooven moge1 voegen zij er bij3 ,veracht de priesters1 bespot ,boeddha1 bespot de geboden1 weiger vereering aan de goden1 geef geen aalmoezen n--gij kunt zeker zijn van in de hel te worden geslingerd4 ,de dondersteen zal u treffen1 de bliksem u verteren6 ,alle soorten van sprookjes en geschiedenissen vertellen zij om het volk bang te maken1 opdat het geloove1 zich onderwerpe en betale4 ,eerst weten zij nog alleen maar den lieden hun geld afhandig te maken1 ten einde het in hun eigen zak te steken4 ,langzamerhand echter gaan zij tot de grootste onbehoorlijkheden over4 ,zij roepen--hoe zal ik het zeggen--vergaderingen op ter eere van den versierden draak1 de vrome wees1 de reine bloem1 waarin zij de klokken luiden1 de pauken slaan1 waarin zij allerlei uitleggen en bevelen en mannen en vrouwen te zamen brengen1 die dag en nacht niet uit elkaar gaan4 ,nu heet het wel1 dat de lieden voor goede doeleinden deze vergaderingen bevelen1 doch ieder weet1 dat het juist omgekeerd geschiedt om booze dingen te doen4 ,gij eenvoudig volk kunt het valsche van het ware niet onderscheiden6 ,was niet ,boeddha1 naar wat de boeken over hem zeggen1 de eerstgeboren zoon van koning ,fan8 en toch trok hij zich uit de wereld terug en vluchtte geheel alleen op den top der besneeuwde bergen om zich aan de deugd te wijden4 ,wanneer hij voor zijn eigen vader1 zijn moeder1 zijn vrouw en kinderen geen zorg droeg1 zijt gij dan zoo dwaas nog te meenen1 dat hij zorgen zou voor de groote menigte en haar zijn wetten en leeringen zou verkondigen8 ,het keizerlijk slot1 de vertrekken der koningin1 de troonzaal en de feestzalen1 dat alles verachtte hij4 ,zou het nu niet vreemd zijn1 als hij in verrukking kwam over de nonnen- en monnikenkloosters1 de tempels en kerkelijke gebouwen1 die gij voor hem opricht8 ,en indien er werkelijk 7zooals de ,taosten leeren7 een hoogste ,god in den hemel leeft1 zou ,hij zich dan daar niet kunnen vermaken overeenkomstig ,zijn eigen smaak1 zoudt gij dan voor ,hem een lichaam van gesmolten goud moeten maken en een huis1 waarin ,hij wonen kan8 ,al die onzinnige geschiedenissen over vasten en collecten1 tempelgebouwen en oprichten van beelden1 zijn uitvindingen van rondzwervende1 nietswaardige priesters en monniken om u zand in de oogen te strooien4 ,en toch gelooft gij ze en gaat niet slechts zelf in de tempels om te bidden en te wierooken1 maar laat ook uw vrouwen en dochters toe ditzelfde te doen4 ,met heur haar vol pommade en met geblankette aangezichten1 in roode kleeren met groene oplegsels trekken zij uit om wierook in de tempels te branden en dringen zich met ,boeddhistische en ,taostische priesters schouder aan schouder1 arm aan arm1 gestompt door de opdringende menigte4 ,ik zie er het goede niet van in dat zij meenen te doen1 in tegendeel1 zij doen veel schandelijke dingen1 die ergernis opwekken en aanleiding geven tot hoon en spot4 ,dan zijn er lieden1 die bevreesd1 dat hun lieve jongens en meisjes niet lang genoeg zullen leven1 ze aan den tempel overgeven om priesters en priesteressen van ,boeddha of ,tao te worden1 zich inbeeldend dat1 wanneer zij eenmaal hun huis hebben verlaten en zich aan de voeten van grootvader ,boeddha hebben neergezet1 daardoor zeker hun leven zal worden verlengd4 ,kan men dan1 zoo zou ik willen vragen1 volhouden dat zij1 die in onzen tijd priesters van ,boeddha of ,tao zijn1 allen den leeftijd van #gj jaar zullen bereiken1 en er geen onder hen is1 die slechts kort leeft8 ,wederom is er nog een andere klasse van bizonder domme lieden1 die wijl hun ouders krank zijn1 zichzelf den goden als offer aanbieden4 ,zij beloven1 dat1 als hun ouders gezond worden1 zij zullen trekken naar een heiligen berg om daar te bidden en wierook te verbranden2 bij iedere schrede zullen zij zich neerwerpen1 totdat zij op den top van den berg komen1 vanwaar zij zich dan naar beneden storten4 ,indien zij daarbij het leven al niet inschieten1 armen en beenen breken zij er toch bij4 ,zij zelf zeggen3 ,ons eigen leven prijs te geven om dat onzer ouders te redden is het grootste bewijs van kinderlijke liefde4 ,de omstanders prijzen hen ook als goede kinderen1 doch1 zij bedenken niet1 dat op die wijze het lichaam weg werpen1 dat zij toch van hunne ouders ontvingen1 integendeel een zeer onkinderlijk gemoed verraadt4 ,verder zegt gij1 dat de ,boeddha-vereering zeer voordeelig is1 dat1 als men papieren afbeeldingen van geld verbrandt1 geschenken offert en vast1 uw ,god ,boeddha alle ongeluk van u zal afwenden1 uwe zonden zal wegnemen1 uw geluk vermeerderen en uw leven verlengen zal4 ,denkt nu eens na4 ,van ouds heet het3 ,de goden zijn goed4 ,was dit nu met ,boeddha het geval1 hoe kan hij dan begeerig verlangen1 dat gij hem met uw goudpapier en uwe geschenken zoudt bewegen om u te beschermen8 ,en als gij hem geen goudpapier verbrandt en geen gaven op zijn altaar legt zal ,boeddha op u toornig zijn en zijne straffen u toezenden6 ,dan is immers uw god ,boeddha een onwaardige6 ,neemt nu eens uw districtsrechter4 ,al zoudt gij hem ook nooit hoffelijkheden bewijzen en vleien1 toch zal hij u1 als gij maar goede en vlijtige menschen zijt1 die uw plicht doet1 met groote welwillendheid behandelen4 ,overtreedt gij echter de wetten1 pleegt gij daden van geweld en matigt gij u de rechten van anderen aan1 zoo zal hij1 al hebt gij ook allerlei middelen en wegen om hem te vleien1 toch ontevreden over u zijn en zulk gespuis uit de maatschappij weten te verwijderen4 ,gij zegt1 dat uwe vereering van ,boeddha u vergeving der zonden verschaft1 doch1 stelt nu eens1 dat gij in een of ander opzicht de wet hebt overtreden en in de rechtszaal verschijnen moet1 om uw straf te vernemen1 meent gij dan1 dat de rechter u zal sparen1 al roept gij ook nog zoo dikwijls1 al ware het duizend malen3 ,genadigste heer rechter8 ,gij wilt echter1 om voor ieder geval gedekt te wezen een paar ,boeddhistische en ,taostische priesters bij u hebben1 opdat zij u de heilige boeken voorlezen en u de biecht afnemen3 want gij gelooft1 dat het voorlezen der boeken de ellende verdrijft1 geluk aanbrengt en het leven verlengt4 ,maar stel nu eens1 dat gij u tevreden stelt met de verschillende gedeelten van dit heilig edict eenige duizende of honderdduizende malen te lezen1 zonder daarnaar te handelen1 meent gij dat de keizer daarover bizonder verrukt zal zijn1 u met geld beloonen en in het ambt bevorderen zal8 ,tot dusverre dit heilig edict4 ,we kunnen er uit zien1 dat zeven eeuwen niet veel hebben veranderd in de opvatting der ,chineesche geleerden4 ,doch--terwijl de dogmatische zijde van het ,boeddhisme weinig genade vond in de oogen der orthodoxe volgelingen van ,confucius1 heeft zich1 sedert de ,sang-dynastie1 in de school van ,chu hi1 een sterke neiging tot ,boeddhistische en ,taostische bespiegelingen vertoond4 ,in het bizonder wat betreft vragen over de kosmogonie1 het ontstaan der wereld4 ,terwijl de geleerden zich met bespiegelingen over deze onderwerpen bezig hielden1 wijdden zij zich ook1 sinds de #ab;e eeuw1 aan de oplossing van vraagstukken1 die ons als spel moeten voorkomen1 doch die daarom niet minder de knapste koppen uit dien tijd in beslag namen en daarom althans een korte vermelding verdienen4 ,ho tu ,loh shu1 het plan van ,ho en de rol van ,loh1 is de ,chineesche naam voor de mythische overleveringen1 waarop blijkbaar het groote plan van den graaf van ,ki berust4 ,het groote plan is de titel van een der geschriften van ,shu-king1 het boek der historische opteekeningen1 dat in acht afdeelingen voorschriften behelst over de wijze1 waarop het volk door de volkomenheid van den vorst en de daaruit voortvloeiende voortreffelijkheid der regeering gelukkig en tevreden kan worden4 ,dit geschrift werd blijkbaar tegen het einde der #ab;e eeuw door den keizer ,wu aan den graaf van ,ki meegedeeld1 welke1 hoewel door den laatsten heerscher der ,shang dynastie ingekerkerd1 toch de aan dezen gezworen trouw wilde houden en den nieuwen keizer niet wilde huldigen4 ,ja toen hij door dezen in vrijheid werd gesteld1 vluchtte hij naar ,korea1 met welk land hem ,wu ten slotte zou hebben beleend4 ,in het gedeelte van den commentaar op ,i-king1 dat aan ,confucius wordt toegeschreven1 heet het3 ,de gele rivier 7,ho7 bracht het plan voort en de rivier ,loh de rol4 ,in de gesprekken zegt ,confucius3 de rivier brengt geen plan meer voort1 en op een andere plaats vindt men3 de rivier bracht het plan van het paard voort4 ,naar deze grondslagen fantaseerde ,kung ,ngan ,kwoh1 een afstammeling van ,confucius in het #ab;e lid1 een man die in de #b;e eeuw voor ,christus bij het terugvinden en verklaren der kanonieke geschriften een groote rol speelde1 de volgende geschiedenis3 ,een draak 7een gevleugeld paard7 steeg op uit de wateren der gele rivier4 ,hij vertoonde op zijn rug een rangschikking van zinnebeelden1 waaruit de 7fabel7 keizer ,fu hi het systeem van ,pa kwa 7acht maal drie letters7 afleidde4 ,ook toonde een goddelijke schildpad aan den witten ,y een rol1 die beschreven was met getallen van uit n tot negen teekens bestaande waaruit dan ,y den grondslag zijner negenvoudige wijsbegeerte zou hebben gevormd4 ,sedert de dynastie van ,han hebben de ,chineesche geleerden zich met deze beide mystieke openbaringen 7het plan en de rol7 het hoofd gebroken1 doch onder de dynastie van ,sung werd1 voor het eerst tijdens de regeering van keizer ,hwei ,tsung 7#aajf-aabe7 beproefd om die zinnebeelden in beeld te brengen en uit hen de grondslag eener diepzinnige of kinderachtige 7het oordeel hierover is verschillend7 philosophie der getallen af te leiden4 ,eerst onder ,sung's regeering nam men echter deze quaestie met ernst ter hand en slechts een enkele geleerde dier dagen1 ,an yang sin1 die van #ajag-ajgb leefde1 heeft het gewaagd het bestaan van het paardeplan en de schildpadrol te loochenen4 ,de volgende eeuwen hielden aan de commentaren van ,chu hi #aej en zijn school vast2 eerst tegen het einde van de #af;e eeuw begon zich de kritiek daartegen te verheffen1 en korten tijd voor den val van den laatsten keizer uit de dynastie ,ming richtte een aantal van beroemde geleerden aan dezen het verzoek om de oudere teksten en commentaren aan de staatsexamens ten grondslag te leggen3 dat wil zeggen den invloed der ,boeddhistische en ,taostische leeringen op het staats-,confucianisme te breken4 ,de met den ondergang der ,ming-dynastie en der verovering van ,china door de ,mandschoeren gepaard gaande strijd en onrust lieten het denkbeeld echter niet tot uitvoering komen1 maar het telt nog talrijke aanhangers onder de ,chineesche letterkundigen1 al vindt het ook in den nieuweren tijd geen bepaald officieuse uitdrukking in een protest tegen het aanhouden der nog steeds als orthodox geldende verklaringen van ,chu hi4 ,de thans in ,china regeerende ,mandschoe-dynastie heeft meer dan een harer voorgangsters voor de bewaring en onderhouding van het ,confucianisme gedaan4 ,zeker wel omdat zij1 door eerbied voor wat den ,chineezen het dierbaarste is1 de vreemde overheersching minder drukkend wilde doen schijnen4 ,zij heeft echter ook meer dan eene der vroegere regeeringen het ,confucianisme voor haar doeleinden gebruikt en zijne leeringen voor staatsdoeleinden pasklaar gemaakt4 ,de sterkste uitdrukking vindt deze politiek in het door keizer ,kang hi in #afgj bekend gemaakte heilige edict1 dat in zestien afdeelingen alles samenvat1 wat de onderdaan heeft in acht te nemen4 ,de keizer gaf deze verordeningen1 toen hij #af jaar oud was3 waarschijnlijk daartoe genoopt door het politiek drijven van met het ,taosme samenhangende vereenigingen4 ,als grond van zijn edict gaf hij deze overweging1 dat de zedelijkheid sedert eenigen tijd dagelijks was afgenomen en de harten der menschen niet meer dezelfde waren als vroeger4 ,als vader zijns volks wilde hij in weinige stellingen de grondregelen aangeven1 die zijn leerlingen tot richtsnoer in alle betrekkingen des levens moesten dienen en wier opvolging hen zelve goed en gelukkig1 hem echter tot heerscher van een talrijk1 goed gevoed en beschaafd volk zou maken4 ,het edict moest op den #a;en en den #ae;en van iedere maand overal openlijk worden voorgelezen1 wat ook thans nog in zooverre geschiedt1 dat een der afdeelingen wordt voorgelezen1 verklaard en uitgelegd4 ,behalve de beambten1 die daarbij krachtens hun betrekking tegenwoordig moeten zijn1 komen er echter gewoonlijk slechts enkele toehoorders4 ,bij herhaling heeft men beproefd om bij deze voorlezingen een grooteren kring van toehoorders bijeen te brengen2 zoo voor eenige jaren in ,canton1 met het doel om de zendelingen tegen te werken4 ,iedere afdeeling bestaat uit zeven teekens1 van welke de eerste drie het voorschrift behelzen1 de laatste drie het doel1 dat men door de opvolging van het geschrift bereikt3 een in ,china zeer gebruikelijke verbinding van nuttigheid en leering4 ,het vierde teeken is in iedere afdeeling hetzelfde en beteekent om of opdat4 ,van ieder der #af sententin schreef keizer ,yung ,cheng1 de zoon en opvolger van ,kang hi1 in #agbd een verklaring1 welke bij de voorlezingen de plaats van vroegere verklaringen inneemt4 ,een nog uitvoeriger omschrijving werd later in 't licht gegeven door zekeren zout-commissaris in ,shensi1 ,wang ,y po geheeten4 ,deze wordt als een waar meesterstuk beschouwd1 omdat zij zoo begrijpelijk is en door het invlechten van historische voorbeelden1 aanhalingen en spreekwoorden zoowel leerzaam als onderhoudend mag heeten4 ,de straks aangehaalde pleitrede tegen ,boeddha en ,tao #aea is hier weggelaten4 ,overigens zijn er vele pogingen gedaan om het heilige edict populair te maken4 ,in #afha gaf zekere districts-magistraat in ,anhui1 ,liang ,yen nien1 een werk uit met #bjj platen1 welke1 evenals de daarbij behoorende geschiedenissen bestemd waren om de voorschriften des keizers op te helderen en te illustreeren4 ,in #ahgi werd een ander dergelijk werk in ,shanghai door een ,chineesch photographisch instituut gepubliceerd en in ,canton bestaat een omschrijving van het edict in verzen4 ,we laten nu1 hier en daar een enkele opmerking makend1 de verschillende sententin van dit edict volgen3 #a4 ,neemt de kinderlijke en broederlijke plichten in acht1 opdat de wederkeerige betrekkingen des levens behoorlijk in stand blijven4 #b4 ,acht uw bloedverwanten1 opdat gij de voordeelen van een goede verstandhouding moogt toonen4 #c4 ,leeft op goeden voet met uw naburen1 opdat gij rechtsquaesties moogt vermijden4 #aeb #d4 ,legt u toe op den landbouw en het kweeken van moerbeiboomen #aec om voldoende voeding en kleeding te hebben4 #e4 ,weest spaarzaam om onnuttige uitgaven te vermijden4 #f4 ,houdt de studie der wetenschap in eere1 opdat gij de leerlingen leidt op den rechten weg4 #g4 ,vernedert valsche leringen1 #aed om de ware leer te verhoogen4 #h4 ,verklaart de wetten1 om de onwetenden en hardnekkigen te waarschuwen4 #i4 ,weest hoffelijk en toegevend om de zeden te verbeteren4 #aj4 ,blijft getrouw aan uw eigenlijke bezigheden1 opdat de wil des volks onveranderlijk zij4 #aee #aa4 ,onderwijst de jeugd1 opdat zij verhinderd worde kwaad te doen4 #ab4 ,laat alle valsche beschuldigingen achterwege1 opdat de onschuldigen beschermd worden4 #ac4 ,waarschuwt allen1 geen deserteurs 7die het vaandel verlaten7 bij zich op te nemen1 opdat zij niet in hun straf deelen4 #ad4 ,betaalt uwe belastingen1 opdat gij niet dikwijls gemaand behoeft te worden4 #ae4 ,vereenigt u tot tien en honderdtallen1 om roof en diefstal uit te roeien4 #aef #af4 ,weest verdraagzaam jegens elkaar1 opdat het leven in achting blijve 7opdat er bij den strijd geen verwondingen en doodslagen voorvallen47 ,het gezond menschenverstand1 dat in de aangehaalde plaatsen1 welke uit de geschriften van orthodoxe philosofen getrokken zijn1 een zoo groote plaats beslaat1 is1 indien men allerlei bluf en versiering1 alsmede de later eerst opgekomen speculaties van ,boeddhisme en ,taosme er buiten rekent1 nog altijd de grondslag van de tegenwoordige philosophie1 die onder den naam van ,confucianisme de gansche ,chineesche maatschappij1 van de familie tot den staat toe1 doortrekt4 ,trots alle bijgeloovige uitwassen1 die uit ,boeddhisme en ,taosme zijn voortgekomen1 of die zich in aansluiting daaraan uit den ouden staatsgodsdienst ontwikkelden en die in de hoogste1 zoowel als in de laagste kringen hunnen invloed doen gelden3 ja1 officieel worden gehuldigd--trots dat alles ligt er toch in het ,staats-confucianisme een voor familie en staat zeer beschavende macht4 ,aan den invloed dezer1 zich tegen alle ruwheid en onzedelijkheid verzettende leer op de omliggende volken heeft ,china het te danken gehad1 dat zijn philosophie tegenover deze volken een zelfde rol heeft vervuld1 als in ,europa de ,grieksche en ,romeinsche beschaving en later het ,christendom4 ,natuurlijk hebben echter die omliggende volken niet alleen de deugden1 maar ook de gebreken dezer beschaving overgenomen4 ,bij die gebreken denken wij vooral aan de steeds grootere afsluiting van andere geestelijke stroomingen en de daaruit voortvloeiende zelfoverschatting1 waaruit zich dan de levenlooze onbewegelijkheid ontwikkelde1 die wij in ,china1 ,annam en ,korea ontmoeten1 en waaraan slechts ,japan zich--zeker ook omdat het ,mongoolsche bloed hier niet onvermengd is--heeft ontworsteld4 ,welke verwijten men in dezen echter aan de ,chineesche philosophie moge doen1 men mag niet vergeten1 dat zij ,china voor vele droevige verschijnselen1 die wij in de snel voortgaande westersche beschaving opmerken1 bewaard heeft4 ,men denke aan de inquisitie en het anarchisme1 beiden door zoo talrijke klassen in het westen verheerlijkt4 ,voor zulke dingen is ,china gespaard gebleven4 ,nu moge men zeggen1 dat ook in ,china de praktijk soms niet beantwoordde aan de theorie1 wij vragen1 waar dat geheel het geval is en merken op1 dat de philosophie van ,confucius heeft bereikt1 wat voor andere stelsels onbereikbaar is gebleven1 namelijk dat zij niet slechts het eigendom werd van enkele bevoorrechten1 maar van de geheele volksmassa4 ,ook merken wij op1 dat het zijn waarde kan hebben om1 waar de tegenwoordige ,europeesche philosophie in een alles afbrekend en vergiftigend pessimisme en cynisme ontaardt1 zich in zijn zwartgallige1 onpraktische bespiegeling eens te laten temperen door de wereldwijsheid der oude ,chineezen1 al moge zij wat huisbakken zijn4 ,waar nu de philosophische leeringen van oude tijden af tot nu toe zulk een grooten invloed uitoefenden op de denk- en handelwijze van het geheele ,chineesche volk en deze zeker ook in de toekomst zullen uitoefenen1 moeten wij1 behalve deze leeringen1 ook de werken kennen1 waarin zij ons zijn bewaard gebleven4 ,wij willen daarom1 vooral voor hen1 die lust mochten hebben op dit gebied wat dieper dan de oppervlakte te gaan1 een kort overzicht van namen1 schrijvers1 inhoud en ouderdom dier werken geven4 ,,vii4 ,de klassieke boeken der ,chineezen4 ,de ,chineezen spreken gewoonlijk van de vijf ,kings en de vier ,shu's4 ,de eersten zouden wij de vijf groote1 de anderen de vier kleine klassieken kunnen noemen4 ,de groote klassieken zijn volgens deze indeeling de volgende3 #a4 ,i-king1 het boek der veranderingen4 #b4 ,shu-king1 het boek der geschiedkundige aanteekeningen4 #c4 ,shi-king1 het boek der liederen4 #d4 ,li-ki1 het boek der ceremonin4 #e4 ,chun-chiu1 de kroniek van ,confucius met het geschiedkundig verhaal van ,tso chiu ming4 ,de kleine klassieken zijn3 #a4 ,lun-y1 de gesprekken van ,confucius4 #b4 ,ta-hio1 de groote leer4 #c4 ,chung-yung1 het onveranderlijke midden4 #d4 ,de werken van ,mencius4 ,noch het getal der werken1 noch de boeken1 die tot ieder der hoofdwerken behooren1 noch de bestanddeelen dier kleinere werken of hun namen zijn altijd dezelfde geweest2 er zijn vijf1 zes1 negen1 tien en dertien kings geweest4 ,deze naam ,kings is eerst sedert de dynastie van ,han1 in de laatste twee eeuwen vr onze jaartelling voor alle boeken gebruikelijk geworden1 die men als kanoniek en van onwankelbaar gezag beschouwde4 ,tegenwoordig1 onder de ,mandschoe dynastie1 welke sedert #afdc in ,china heerscht1 wordt1 behalve van de vijf kings en de vier shu's ook dikwijls van de dertien klassieke werken gesproken4 ,deze zijn dan3 #a4 ,het boek der veranderingen4 #b4 ,het boek der geschiedkundige aanteekeningen4 #c4 ,het boek der liederen4 #d4 ,chau-li1 het boek over de staatsinstellingen onder de ,chau dynastie4 #e4 ,i-li1 het boek der gebruiken4 #f4 ,het boek der ceremonin4 #g4 ,de kroniek van ,confucius met het geschiedkundig verhaal van ,tso chiu ming4 #h4 ,dezelfde kroniek met het geschiedkundig verhaal van ,kung yang4 #i4 ,dezelfde kroniek met het geschiedkundig verhaal van ,ku liang4 #aj4 ,de gesprekken van ,confucius4 #aa4 ,de geschriften van ,mencius4 #ab4 ,hsiao-king1 het boek van de kinderlijke liefde4 #ac4 ,het oude woordenboek ,urhya4 ,onder die dertien worden niet genoemd de volgende drie werken1 die echter ook als klassiek gelden3 #ad4 ,ta-hio1 de groote leer4 #ae4 ,het onveranderlijke midden 7,chung yung74 #af4 ,de ,bamboeboeken4 ,wat het ontstaan1 de schrijvers en voor een deel ook den inhoud dezer werken aangaat2 daarover zijn bijna evenveel meeningen1 als er ,chineesche critici zijn1 die zich met deze vragen hebben beziggehouden4 ,dit is niet te verwonderen1 daar bijna geen dezer boeken ons ongeschonden is overgeleverd en de tekst dikwijls onverstaanbaar is4 ,wat de een beslist voor waarheid aanneemt1 wordt door den ander met evenveel beslistheid verworpen4 ,zelfs de gedurende langen tijd als gezaghebbend erkende verklaringen van ,chu hi en zijne leerlingen in de #ab;e eeuw1 zijn onder de tegenwoordige dynastie dikwijls bestreden4 ,evenwel vertegenwoordigen zij nog altijd de geijkte opvatting1 waarvan men bij bekendmakingen van staatswege uitgaat4 ,de nu volgende opgaven geven de thans vrij algemeen geldende opvattingen over de klassieke werken weer4 #a4 ,i-king1 het boek der veranderingen4 ,de ,i-,king is een boek1 bestemd om de voor doeleinden van waarzeggerij gebruikte1 uit heele en gebroken lijnen bestaande #h trigrammen1 evenals de daaruit afgeleide #fd hexagrammen te verklaren4 #aeg ,die teekenen zelf zijn zeker ouder dan de #ab;e eeuw voor ,christus4 ,de korte verklaringen bij de hexagrammen en de uitweidingen over de onderdeelen1 waaruit deze samengesteld zijn1 worden gezegd afkomstig te zijn van ,wen ,wan 7#abea-aace v4 ,c471 den vader van den eersten keizer der ,chau-dynastie en van ,chau kung1 den broeder van dien eersten keizer4 ,de andere tien afdeelingen van het werk worden--waarschijnlijk ten onrechte--aan ,confucius toegeschreven4 ,op een onbevooroordeeld lezer maken de oudste gedeelten van den ,i-king den indruk van een waarzeggersboek van weinig meer waarde en beteekenis1 dan dergelijke werken gewoonlijk hebben4 ,eerst in het laatste1 meer exegetische deel van het werk1 wordt beproefd om in de oorspronkelijk geomantische verklaringen een philosophische beteekenis te leggen4 ,dit kan ons niet verwonderen1 want ook bij andere volken zijn alchemie1 astrologie en andere zwarte kunsten sterk met philosophische symboliek en mystiek dooreengewerkt4 ,het belangrijkste gedeelte van het werk1 waaraan echter de bekende ,duitsche wijsgeer ,leibnitz een zeker te groote waarde toekende1 is wel de derde der laatste verhandelingen 7afdeeling #e en #f74 ,deze bevat naast uitvoerige mededeelingen over de wijze van het verklaren van teekenen een rijk magazijn van oudheidkundige aanteekeningen en bespiegelende wijsbegeerte4 ,confucius stelde den ,i-king zeer hoog4 ,driemaal moesten de riempjes1 welke de plankjes bijeenhielden1 waarop in zijn exemplaar de tekst was ingesneden1 worden vernieuwd4 ,ja1 hij placht te zeggen1 dat1 als hij #ej jaar aan de studie van ,i-king kon wijden1 hij hopen mocht1 daardoor zoover gevorderd te zijn1 dat hij geen groote gebreken meer bezat4 ,terwijl nu ,confucius en zijne aanhangers dit werk zoo vereerden1 is het dubbel merkwaardig1 dat ten slotte de ,taosten zich geheel en al van de uitlegging hebben meester gemaakt en dat de thans officieel geijkte verklaring van dit werk afkomstig is van den ,taost ,ch'n tw'an4 ,deze man leefde eenigen tijd aan het hof van ,tai tsung1 den tweeden keizer der ,sung dynastie 7#igf-iig7 en werd door dezen geroepen om hem in de geheime wetenschappen te onderrichten4 ,later trok hij zich in de eenzaamheid terug1 waar hij ook stierf4 ,bij de vernietiging der boeken 7van de wijsgeeren7 onder keizer ,tsing ,shi ,hwangti #aeh werd de ,i-king als op de waarzeggingskunst betrekkelijk1 verschoond4 ,toch was een deel van den1 zooals wij reeds vermeldden1 aan ,confucius toegeschreven commentaar1 verloren gegaan en werd dit eerst ongeveer #gh-db v4 ,c4 onder tamelijk romantische omstandigheden door een meisje teruggevonden in de runen van een oud huis4 #b4 ,shu-king1 het boek der geschiedkundige aanteekeningen4 ,de ,shu-king1 zooals wij dien thans kennen1 bevat de overblijfselen van een voorheen veel omvangrijker verzameling van geschiedkundige beschrijvingen en documenten uit de jaren #bceg-fbg v4 ,c4 ,aan de echtheid van de gedeelten welke ongeveer #baig v4 ,c4 en daarna zijn geschreven1 wordt niet getwijfeld1 terwijl met betrekking tot de andere1 daaraan voorafgaande stukken wordt aangenomen1 dat de schrijvers uit oudere stukken hebben geput4 ,de zeer geestvolle en zeker doeltreffende verklaring1 door den geleerden vrijheer von ,richthofen over een van deze oudste stukken1 de schatting van ,y gegeven1 doet zien1 dat er in dit werk nog gewichtige resultaten zijn te vinden voor diegenen1 welke den moed hebben zich te bevrijden van de boeien der ,chineesche verklaarders1 wier opvatting gewoonlijk ook door de meeste vreemde vertalers wordt gevolgd4 ,wat de geloofwaardigheid van dit werk betreft3 ,mencius zegt er van1 dat het veel beter zou zijn1 den geheelen ,shu-king niet te bezitten1 dan daaraan onbepaald geloof te slaan4 ,confucius1 wien men ook 7ten onrechte7 dit werk toeschrijft1 haalt het telkens aan4 ,een deel van den thans als geldig beschouwden tekst wordt door de beste critici voor apocrief gehouden4 ,wat er van over is1 bestaat uit enkele stukken1 die bij de vernietiging der boeken gered en toen op eenigszins wonderbare wijze weer aan den dag zijn gebracht4 #c4 ,shi-king1 het boek der liederen4 ,de bekende geschiedschrijver ,sze ma tien schrijft dit werk aan ,confucius toe1 doch zijne verzekering is ongeloofwaardig4 ,immers reeds lang vr ,confucius werden verschillende der hier voorkomende liederen met dezelfde namen genoemd1 die zij later ook droegen4 ,ook de ,shi-king ontging in de dagen der ,tsin-dynastie de vernietiging niet4 ,doch1 daar velen de liederen en gezangen daaruit van buiten kenden1 werd het boek spoedig weer hersteld4 ,in zijn tegenwoordige gedaante bestaat het werk uit #cje stukken1 in vier groote afdeelingen samengevat1 van welke de eerste afdeeling #afj liederen3 spotliederen1 straatliederen1 liefdes- en volksgedichten behelst4 ,in de tweede afdeeling zijn #gd feestgezangen1 oorspronkelijk bestemd voor het keizerlijk hof1 doch later ook aan de hoven der vorsten gezongen4 ,in de derde afdeeling zijn #ca gezangen1 die eveneens aan het keizerlijk hof werden voorgedragen en wel1 wanneer er feesten gegeven werden ter gelegenheid van het bezoek der onderhoorige vorsten1 terwijl de vierde afdeeling #dj gezangen telt1 welke gebruikt werden bij de ceremonin in de hal der voorouders en bij de offers4 ,van de liederen oordeelt men1 dat er #ajh afkomstig zijn van den tijd tusschen #agfe-ajfe v4 ,c41 verder #aef van tusschen #ajgf-fif1 en de rest van af #fif-ehe v4 ,c4 ,waarschijnlijk zijn deze opgaven niet ver van de waarheid4 ,de ,shi-king bevat vele stukken1 die van groote dichterlijke waarde zijn4 ,de ,chineesche commentatoren hebben echter 7evenals ook sommige vreemde vertalers71 al hun best gedaan om den zin van de mooiste stukken te bederven1 door deze namelijk ten onrechte als satyren op onzedelijke toestanden1 of als afschrikwekkende schilderingen te gaan beschouwen4 #d4 ,chau-li1 de staatsinrichtingen der ,chau-dynastie4 ,dit1 zooals men aanneemt1 door ,chau-kung in de #ab;e eeuw v4 ,c4 geschreven werk1 bestaat in zijn tegenwoordige gedaante waarschijnlijk uit eenige oude gedeelten1 met latere onechte toevoegselen uit den tijd der ,han-dynastie vermeerderd4 ,chau-li werd door de ,tsin-dynastie met bizonderen haat vervolgd en eerst in het jaar #dj v4 ,c4 door een der keizerlijke bibliothecarissen weer uitgegeven4 ,deze voegde een der verloren gegane stukken3 het boek der handwerkers1 er nieuw bij4 ,het werk behelst een soort hof- of staatskalender der dynastie ,chau1 waarin de verschillende ambten1 het getal en de werkkring der waardigheidsbekleeders worden vermeld4 #e4 ,i-li1 het boek der gebruiken4 ,het allereerst vinden wij dit boek aangehaald bij ,mencius1 in de #d;e eeuw voor ,christus4 ,toch is het aan geen twijfel onderhevig1 of een deel van de voorschriften1 die men in dit werk vindt over handelwijzen bij bizondere gelegenheden1 is reeds uit de dagen van ,confucius of uit nog vroeger tijd afkomstig4 ,na de vernietiging der boeken kwam in de #b;e eeuw v4 ,c4 een tekst van ,i-li1 spoedig door een tweeden gevolgd voor den dag4 ,uit deze beide teksten is de tegenwoordige samengesteld4 ,de titel ,i-li dagteekent uit den tijd der ,han-dynastie4 #f4 ,li-ki1 het boek der ceremonin4 ,de ,li-ki is het derde en jongste der werken1 in wier naam het teeken ,li 7gebruiken7 voorkomt4 ,terwijl echter de beide andere werken op dit gebied1 ,i-li en ,chau-li1 althans voor een deel zeer oud zijn3 meer dan #ajjj voor ,c4 geschreven--is de ,li-ki zeker niet voor de #b;e eeuw onzer jaartelling voltooid4 ,li-ki behelst de oude commentaren over de onderwerpen1 in het boek ,i-li behandeld en is1 in zijn tegenwoordigen vorm een werk van ,tae1 den jongere4 ,diens oom1 ,tae1 de oudere1 gaf reeds vroeger een werk uit1 ,ta ,tae ,li d4 i4 de gebruiken van ,tae den oudere1 geheeten4 ,dit laatste boek 7van den oom7 was onder de dynastie ,han niet bizonder in tel1 doch nieuwere critici hebben het in zijn eer hersteld3 het bevat namelijk den kalender der ,hsia-dynastie1 die1 indien hij echt mocht zijn1 ons sterrekundige opgaven geeft van #bjjj jaar vr onze jaartelling4 #g4 #h4 #i4 ,chun-,chiu1 de kroniek van ,confucius4 ,chun-,chiu beteekent letterlijk3 herfst en voorjaar4 ,de bedoeling echter is om met die twee jaargetijden het geheele jaar aan te duiden1 alzoo3 jaarboek4 ,het is een kroniek van het geheele ,chineesche rijk over #gbb-dhd v4 ,c41 geordend volgens de chronologie van den vorst van ,lu4 ,deze kroniek wordt1 door ,mencius het eerst1 aan ,confucius toegeschreven4 ,ondanks den buitengewonen lof1 dien de ,chineesche verklaarders voor dit werk hebben1 is het een droog1 onnauwkeurig en onvolledig werk4 ,indien ,confucius de maker van dit werk is1 heeft hij daarbij al zonderlinge beginselen gevolgd3 nl4 om personen en feiten1 waarmede hij niet ingenomen was1 eenvoudig weg te laten4 ,het dor geraamte dezer kroniek krijgt eerst leven door de drie geschiedkundige vertellingen van ,tso chiu ming1 ,kung yang en ,ku liang1 waarvan vooral het eerste verhaal allerlei belangrijke bizonderheden bevat4 ,de verhalen en verklaringen in dit boek zouden mondeling zijn overgeleverd en eerst onder de dynastie van ,han zijn opgeschreven4 ,wie de commentatoren waren 7sommige critici houden deze zelfs voor mythische personen7 is niet bekend4 #aj4 ,lun-y1 de gesprekken van ,confucius4 ,blijkbaar is dit boek door de leerlingen van de leerlingen van ,confucius vervaardigd4 ,wij bezitten het vrijwel in den vorm1 dien het in de tweede eeuw v4 ,c4 verkreeg of toen bezat4 ,het bevat allerlei antwoorden en uitlatingen van den wijze naar aanleiding van vragen1 't zij van zijn leerlingen1 't zij van andere personen4 ,dit een en ander is noch chronologisch1 noch op andere wijze geordend4 ,in sommige afdeelingen1 voornamelijk in de #aj;e1 vinden wij een uitvoerige beschrijving van de houding en de gewoonten van ,confucius4 #aa4 ,de werken van ,mencius4 ,men is het er niet over eens1 wie eigenlijk de schrijver van deze boeken is4 ,sommigen schrijven de zeven afdeelingen1 waaruit het bestaat1 aan ,mencius zelven toe1 #aei anderen aan zijn leerlingen1 nog anderen aan beiden gezamenlijk4 ,bij de vernietiging van de boeken schijnen de geschriften van ,mencius te zijn gespaard1 wellicht omdat hierin geleerd werd1 dat de keizerlijke waardigheid aan den waardigsten toekwam en ,mencius daardoor eenigszins partij had gekozen tegen de ,chau dynastie1 die later den troon aan de vorsten van ,tsin verloor4 ,in weerwil van de opmerkzaamheid1 die de commentatoren aan ,mencius wijdden1 werden zijn geschriften toch eerst in #ajhh n4 ,c4 onder de klassieken opgenomen en aan hun vervaardiger een plaats in de tempels van ,confucius aangewezen4 ,de eerste keizer der ,ming dynastie1 ,hungwu1 liet hem echter in #acgb daaruit weer verwijderen1 daar hij ne plaats in diens werken als een onvergeeflijke misdaad tegen de vorstelijke waardigheid aanzag4 ,in die plaats wordt namelijk geleerd1 dat wanneer een vorst zijn ministers als aarde en gras beschouwt1 zij hem als een vijand en roover beschouwen #afj4 ,terzelfdertijd1 dat de naam van ,mencius uit de tempels verwijderd werd1 maakte men eene verordening1 waarin bepaald werd1 dat ieder1 die tegen deze handelwijze bedenking maakte 7nl4 tegen het verwijderen v4 ,mencius' naam7 wegens hoogverraad ter verantwoording zou worden geroepen4 ,de vereerders van den wijze lieten zich echter1 met de onverschrokkenheid en vrijmoedigheid1 die in zulke gevallen dikwijls aan ,chineezen eigen is1 daardoor niet afbrengen van protesten tegen den door den keizer bevolen maatregel4 ,reeds in het volgend jaar werd deze ingetrokken1 omdat1 zooals een nieuwe keizerlijke verordening het uitdrukte1 ,mencius zich door het in 't licht stellen en te niet doen van kettersche leeringen een waardig geestverwant van ,confucius had getoond4 ,mencius neemt thans onder die beroemde geestverwanten van ,confucius de vierde1 d4 i4 de laatste plaats in1 een plaats1 die hem in #aecj is aangewezen4 ,evenals de gesprekken van ,confucius bevatten ook de werken van ,mencius gesprekken en naast elkaar opgenoemde uitingen en antwoorden van den meester4 ,alleen is hier alles beter geordend4 #ab4 ,hsiao-king1 het boek der kinderlijke liefde4 ,dit werk behelst gesprekken over het bovengenoemd onderwerp1 welke tusschen ,confucius en een zijner leerlingen zijn gehouden en door dien leerling aan een kleinzoon van den wijze1 ,tsze sze1 zouden zijn medegedeeld4 ,de aanduiding van dit werk1 als het boek der kinderlijke liefde is voor den inhoud niet geheel passend1 want ook andere betrekkingen3 als tusschen heer en dienaar 7vorst en beambte7 worden er in besproken4 ,de juiste titel van dit werk zou zijn3 algemeene plichtsbetrachting op den grondslag van kinderlijke liefde4 ,na den ondergang der ,tsin dynastie werd een exemplaar van ,hsiao-king weergevonden1 later een tweede4 ,over de echtheid van dit werk oordeelen de critici zeer verschillend4 #ac4 ,het woordenboek ,urhya4 ,dit werk dagteekent van #ejj jaar v4 ,c42 het behelst echter ook oudere gedeelten1 speciaal uit de #ac;e eeuw v4 ,c4 ,gewoonlijk wordt als schrijver genoemd ,tsze hia1 een leerling van ,confucius4 ,het boek bestaat uit #ai afdeelingen3 de woorden zijn hierin geordend naar de verschillende soorten1 bv4 onder vogels1 planten1 huisdieren enz4 ,de beteekenis van dit boek ligt vooral hierin1 dat wij het beschouwen kunnen als de eerste vroege poging om orde in het voorhanden materiaal te brengen en dat het de uitdrukkingen verklaart1 die in de klassieke en in andere werken voorkomen4 #ad4 ,ta-hio1 de groote leer4 ,over den maker van dit boek is niets bekend4 ,de overlevering schrijft het toe aan ,confucius' kleinzoon4 ,na den val der ,tsin dynastie werd dit werk met andere werken teruggevonden4 ,de toen gevonden tekst bleef lang de geijkte4 ,bij een in de #aa;e eeuw na ,c4 ondernomen onderzoek van den tekst bracht men hierin een aantal veranderingen4 ,de voornaamste daarvan was1 dat als de tweede plicht der vorsten werd gesteld1 hun volk op te voeden1 in plaats van lief te hebben1 zooals het vroeger heette4 #ae4 ,chung-yung1 het onveranderlijke midden4 ,dit werk wordt algemeen--en waarschijnlijk te recht--toegeschreven aan ,confucius' kleinzoon4 ,hoewel enkele critici van een ander gevoelen zijn1 kunnen wij toch aannemen1 dat dit werk vrij volledig tot ons is gekomen4 ,naar de oude opvatting behooren de groote leer en het onveranderlijke midden bijeen4 ,een beroemd geleerde uit de #b;e eeuw zegt daarover het volgende3 ,toen ,kung kih 7d4i4 ,tsze sze7 in nood en ellende in ,sung leefde1 vreesde hij1 dat datgene1 wat de oude wijzen geleerd hadden1 later niet meer verstaan zou worden en dat alzoo de grondstellingen der oude keizers en vorsten in duigen zouden vallen4 ,daarom vervaardigde hij de groote leer als den inslag en het onveranderlijke midden als de schering4 ,inderdaad valt een innerlijke samenhang tusschen deze beide werken1 die volgens ,chu hi in oude tijden den grondslag voor de opvoeding der jeugd vormden1 geenszins te miskennen4 ,de groote leer onderwijst3 de deugd in daden te toonen1 het volk op te voeden 7of lief te hebben7 en in de volkomenheid te blijven4 ,het onveranderlijke midden zegt3 ,wat de mensch van den hemel ontvangen heeft is zijne natuur1 wie in overeenstemming met deze handelt1 wandelt op den weg van den plicht1 dit pad te gaan leert de mensch door onderwijzing4 ,als een roode draad loopt door beide werken de grondstelling1 dat ieder1 in 't bizonder echter de vorst1 door zijn voorbeeld kan en moet werken1 en dat alzoo ieder1 die dezen invloed wil uitoefenen1 eerst zelf naar volkomenheid moet streven1 terwijl de rechte weg om deze te bereiken1 tusschen de beide uitersten ligt1 welke moeten worden vermeden4 #af4 ,tshu-shu1 de bamboeboeken4 ,de bamboeboeken1 d4 w4 z4 een aantal bamboetafeltjes met daarop #ajj4jjj teekenen1 schijnen in het jaar #bgi n4 ,c4 gevonden te zijn in het graf van koning ,sang van ,wei 7deze stierf #bie v4 ,c474 ,deze tafeltjes1 die reeds vroeger door ouderdom en vochtigheid veel hadden geleden1 werden toen neergelegd in de keizerlijke bibliotheek4 ,een commissie van onderzoek1 benoemd om er rapport over uit te brengen1 ontdekte daarin #ae werken1 waaronder een afschrift van ,i-king #afa1 benevens een aantal jaarboeken4 ,deze laatsten worden dan als de bamboeboeken aangeduid4 ,deze jaarboeken beginnen met de geschiedenis van ,china vanaf #cjjj v4 ,c4 ,over #ifj-cfi v4 ,c4 handelen zij over de geschiedenis van het vorstendom ,tsin4 ,over #cfi v4 ,c4-#bie n4 ,c4 over die van het vorstendom ,wei4 ,met den dood van koning ,sang breekt de geschiedenis dan af4 ,de beroemde geleerde en staatsman ,fu ,y 7#bbb-bhd n4 ,c47 maakt er van gewag1 als zoo juist geschied4 ,toch wordt aan de echtheid der bamboeboeken dikwijls getwijfeld4 ,waarschijnlijk omdat men hier1 naast historische feiten1 ook tal van fabelen en mystieke bespiegelingen vindt1 die doen denken f aan oorspronkelijke1 sterk-,taostische invloeden1 f aan eene latere omwerking in dien geest4 ,en van de in het graf gevonden werken is het reisverhaal van keizer ,mu uit de dynastie ,chau 7#ajja-ihc v4 ,c47 ,deze zou de westelijke goddelijke moeder1 ,si wang mu1 in het ,kuenlngebergte bezocht hebben3 de fabelachtigste voorvallen worden aangaande het vinden dezer boeken1 met dag en datum1 opgenoemd4 ,een werk1 dat zich bezig houdt met het leven en met de uitspraken van ,confucius en dat hoewel zeker apocrief1 toch wegens de vele overleveringen1 welke uit den tijd van zijne vervaardiging1 de #c;e eeuw n4 ,c4 afkomstig zijn1 in een grooten roep staat1 is ,kung tsze kia yu d4i43 uitspraken van ,confucius in den kring zijner leerlingen4 ,zulk een boek bestond reeds vr het begin onzer jaartelling4 ,dat oude werk is echter verloren gegaan4 ,wat wij nu hebben is een werk van zekeren ,wang ,suh1 die zich de vervaardiger van den bijbehoorenden commentaar noemt1 doch den tekst1 naar hij beweert1 van een der nakomelingen van ,confucius heeft ontvangen4 ,behalve de klassieke boeken of andere1 die daartoe min of meer worden gerekend1 zijn er een groot aantal andere boeken1 wier schrijvers1 hoewel eveneens kanoniek verklaard en met de hoogste titels na hun dood vereerd1 toch geen plaats hebben gevonden in het orthodoxe ,pantheon3 de tempels van ,confucius4 ,dit zijn namelijk de geschriften der ,taosten1 een literatuur1 die zo grooten invloed op den ontwikkelingsgang der ,chineezen heeft uitgeoefend1 dat wij haar niet onvermeld mogen laten4 ,wat dien invloed betreft3 deze werd niet zoozeer uitgeoefend door het zuivere ,taosme1 als wel door de latere ziekelijke ontaardingen der leer1 die feitelijk met de oorspronkelijke slechts in verwijderd verband staan4 ,het hoofdwerk der ,taostische richting is het3 ,tao teh king1 het boek van den weg en van de deugd4 ,als de vervaardiger daarvan1 wordt algemeen ,li ,r4 beschouwd gewoonlijk ,lao tsze genoemd4 ,deze leefde waarschijnlijk tegen het einde der #f;e eeuw v4 ,c4 en bekleedt in het ,taosme dezelfde plaats als ,confucius in de naar hem genoemde leer4 ,beiden waren verklaarders en verbreiders3 geen eerste apostelen hunner leer4 ,de oude geschriften en overleveringen1 waaruit ,lao tsze putte1 zijn echter niet meer aanwezig4 ,het ,tao teh king is vaak moeilijk te verstaan1 soms geheel onbegrijpelijk en heeft daardoor aan uitleggers en vertalers een welkome gelegenheid gegeven om hun scherpzinnigheid te toonen4 ,de oudste commentaar dateert uit de #c;e eeuw onzer jaartelling en is door ,wang ,pi gemaakt4 ,ook aan den bevelhebber der ,hanku pas1 ,yin ,hi1 voor wien naar de legende1 ,lao tsze het ,tao teh king schreef #afb1 wordt een werk1 ,kwan ,yin tze genaamd toegeschreven4 ,in het gedeelte der ,han kroniek1 dat zich met de verschillende boeken bezig houdt1 wordt dit werk genoemd1 zonder dat het echter verder bekend schijnt4 ,eerst in de #ab;e eeuw komt het plotseling voor den dag als een bezit der familie ,sun ,ting1 met een voorrede van ,liu ,hiang 7#hj-i v4 ,c47 ,dit werk is zeer zeker een vervalsching1 doch1 eene uit oude dagen4 ,een geleerde van beteekenis moet het hebben geschreven4 ,twee leerlingen van ,lao tsze1 ,lieh tsze en ,chwang tsze1 de eerste tot de #e;e1 de ander tot de #d;e eeuw voor ,christus behoorende1 #afc hebben eveneens werken nagelaten1 die door hunne leerlingen naar mondelinge overleveringen zouden zijn opgeschreven4 ,bij beiden treedt de mystiek op den voorgrond1 bij ,chwang tsze ook een zekere ,cynische richting4 ,beide werken hebben hun grooten invloed uitgeoefend om het ,taosme ver van zijn oorspronkelijke koers af te voeren4 ,de belangrijkste commentaren op deze twee werken zijn eerst uit de #d;e eeuw n4 ,c4 terwijl hun hoofdinvloed in de #h;e eeuw1 onder de dynastie ,tang zich deed gelden4 ,een ander belangrijk voorstander van het ,taosme is ,huai ,nan ,tsze #afd4 ,deze naam is een aangenomene1 waaronder prins ,liu ,negan1 kleinzoon van den stichter der ,han dynastie1 schreef4 ,als ijverig aanhanger der ,taostische leer1 in het bizonder van de alchemistische richting daarin1 verzamelde hij vele honderden van aanhangers en zocht met hen naar het elixer der onsterfelijkheid en den steen der wijzen4 ,hij stierf in #aab v4 ,c4 door zijn eigen hand1 nadat een poging om zich van den troon meester te maken was mislukt4 ,zijn geschriften zijn eveneens door ,liu ,hiang uitgegeven4 ,de verschillende opgaven1 hierboven gedaan1 hebben voldoende in het licht gesteld1 hoe groote gapingen er zijn in de overlevering der gewijde teksten1 en hoe er vaak eeuwen liggen tusschen de vervaardiging der oude teksten zelf en het verschijnen der ons bewaard gebleven1 onontbeerlijkste commentaren4 ,de oorzaak van deze1 voor de kennis van het oude ,china en zijn philosophische lectuur betreurenswaardige gapingen is tweerlei3 #a;e4 de gebrekkige ontwikkeling van het schrift en het schrijfmateriaal3 tafeltjes uit bamboe1 waar men de teekens met een scherpe stift inkraste of instak4 #b;e4 in de door keizer ,tsin ,shi ,hwang ti in #bac v4 ,c4 bevolen vernietiging der meeste klassieke werken1 waarbij slechts min of meer verminkte exemplaren aan het vuur ontsnapten4 ,de ,chineesche schrijver ,sze ma tsien 7#afc-he v4 ,c47 heeft in zijn historische opteekeningen het uitvaardigen van het keizerlijk edict1 dat de vernietiging der boeken en de bewaking der geleerden voorschreef zeer dramatisch voorgesteld4 ,in werkelijkheid is zeker deze maatregel wel de vrucht van rijp overwegen geweest4 ,sze ma tsien dan bericht het volgende3 ,in #bab v4 ,c4 kwam de keizer van eene reis naar het zuiden terug4 ,hij gaf toen een feest in het paleis1 waar ook de #gj groote geleerden 7de professoren der keizerlijke academie7 verschenen en hem begroetten4 ,een der ministers1 ,chau tsing shin1 trad naar voren en sprak3 ,vroeger was het rijk van ,tsin slechts #ajjj ,li groot1 doch uwe hoogheid heeft met een kracht en een verstand als van de godheid het gansche rijk tot rust gebracht en alle barbaarsche stammen verdreven1 zoodat1 zoover zon en maan schijnen1 allen u als gasten hun onderdanigheid betuigen4 ,gij hebt de staten der verschillende vorsten in provincin en districten veranderd1 waarin het volk een gezegende rust geniet1 vrij van de gevaren van den oorlog en van den strijd om de heerschappij4 ,deze toestand zal #aj4jjj geslachten duren4 ,nooit1 sedert de oudste tijden1 is iemand in verheven deugd aan uwe hoogheid gelijk geweest4 ,deze vleitaal beviel aan den keizer4 ,toen trad ,shun ,yu ye1 een der grootste geleerden1 naar voren en zeide3 de heerschers uit het geslacht van ,yin 7,shang7 hebben sedert meer dan duizend jaar hunne zonen1 jongere broeders en verdienstelijke ministers met bezit en macht beleend en vonden zoo bij hen hulp en steun1 gelijk ik wel vernomen heb4 ,nu echter heeft uwe hoogheid bezit genomen van alles1 wat er tusschen de vier zeen is1 en uwe zonen en jongere broeders zijn personen zonder gezag4 ,het gevolg daarvan zal zijn1 dat er n zal optreden om te doen als de oproermakers in vroegere tijden4 ,waar wilt gij dan1 zonder de ondersteuning uwer familie1 de hulp vinden1 die gij dan wellicht noodig hebt8 ,dat een toestand1 die niet op de leeringen der oudheid berust1 lang kan bestaan1 heb ik nog nooit gehoord4 ,tsing staat voor u als een vleier1 die de dwalingen van uwe majesteit vermeerdert1 doch niet als een trouw minister4 ,de keizer verlangde daarop het oordeel der anderen over deze zaak te weten1 waarop de eerste minister ,li sze sprak3 ,de vijf keizers waren niet allen de een het voorbeeld van den ander1 evenmin volgden de drie dynastin elkaars maatregelen na4 ,ieder had zijn eigen regeeringssysteem1 niet om wat anders te bedenken1 maar omdat de veranderde tijden dat eischten4 ,uwe hoogheid heeft thans den grondslag der keizerlijke macht voor #aj4jjj geslachten gelegd4 ,dat is meer dan een eenvoudig professor kan verstaan4 ,buitendien spreekt ,ye slechts over zaken1 die op de drie dynastin betrekking hebben en die als voorbeelden voor u niet geschikt zijn4 ,vroeger1 toen de vorsten tegen elkaar streden1 zocht ieder hunner geleerden om zich heen te verzamelen1 nu echter staat het rijk vast en welgegrond en de wetten en verordeningen gaan van n hoogste macht uit4 ,zij1 die in hun woonplaatsen blijven1 behooren hunne krachten aan den landbouw te wijden2 zij1 die geleerden willen zijn1 behooren de verschillende voorschriften en wetten te bestudeeren4 ,in plaats echter van alzoo te handelen1 leeren de geleerden niets1 dat op den tegenwoordigen tijd betrekking heeft3 doch bestudeeren de oudheid4 ,zij gaan voort den tegenwoordigen tijd te veroordeelen1 het volk op een dwaalspoor te brengen en het tot wanorde te verleiden4 ,zelfs al zou mijn leven er gevaar door loopen1 moet ik1 de eerste minister1 u dit zeggen4 ,vroeger1 toen het rijk oneenig en vol onrust was1 was er niemand1 die het eenheid kon geven4 ,daarom stonden de vorsten op1 ieder beriep zich op het verleden3 tot schade van het tegenwoordige3 allerlei bewegingen zonder grond werden opgesteld3 de werkelijkheid sloeg men in het aangezicht4 ,velen pronkten met hun eigen wetenschap om te veroordeelen1 wat hun vorst beval4 ,en zelfs nu1 nadat uwe hoogheid het rijk in vaste eenheid heeft gegrondvest1 zelfs nu prijzen zij hun eigen wetenschap en steken de hoofden bijeen4 ,zij leeren aan het volk wat met de wet in strijd is4 ,hooren zij dat eene verordening zal worden uitgevaardigd1 dan begint ieder daarover zijn wijsheid uit te kramen4 ,aan het hof houden zij hun misnoegen vr zich3 buiten op de straat schreeuwen zij het uit4 ,terwijl zij doen1 alsof zij hun meester prijzen1 is toch ieder er trotsch op1 zijn eigen vreemdsoortige inzichten te hebben4 ,zoo brengen zij het volk tot oproerige woorden4 ,indien zulke dingen niet verboden worden1 zal het gezag van uwe majesteit schade lijden en er zullen zich in den staat partijschappen vormen4 ,daarom3 verbied ze4 ,ik verzoek u1 dat alle kronieken1 die in de handen der geschiedschrijvers zijn1 met uitzondering alleen van die van het huis van ,tsin1 worden verbrand4 ,eveneens1 dat in het gansche rijk allen1 die exemplaren van den ,shi-king of den ,shu-king1 of van de boeken der #ajj scholen bezitten1 met uitzondering van de professoren der academie1 deze aan de beambten der districten moeten inleveren1 om ze te verbranden4 ,dat voorts allen1 die samen over ,shu-king of ,shi-king spreken1 worden gevonnist en hun lichaam op de marktplaats worde terechtgesteld1 dat zij1 die het verledene prijzen ten koste van het heden1 met al hun bloedverwanten worden gedood4 ,dat beambten1 die kennis dragen van de overtreding dezer geboden en de overtreders niet aanwijzen1 worden gestraft evenals de overtreders zelve1 en dat1 wie zijn boeken niet binnen #cj dagen na uitvaardiging dezer verordening heeft verbrand1 gebrandmerkt wordt en naar den grooten muur wordt gezonden1 om daaraan vier jaren te arbeiden4 ,de eenige boeken1 die men sparen kan1 zijn die over de geneeskunde1 de waarzeggingskunst en den landbouw4 ,wie de wetten wenscht te leeren kennen1 kan naar de ambtenaren gaan en ze daar vernemen4 ,het keizerlijk besluit worde alzoo vastgesteld4 ,een jaar na de uitvaardiging van het edict werd de toorn des keizers opnieuw opgewekt door de vlucht van twee geleerden1 die zijn bizondere gunstelingen waren geweest4 ,hij liet dus nauwkeurige nasporingen doen1 of ook iemand van de geleerden booze woorden over hem gesproken had1 of het volk tegen hem had opgestookt4 ,het bleek nu1 dat meer dan #dfj geleerden het verbod hadden overtreden4 ,zij werden allen1 tot waarschuwend voorbeeld voor het volk1 levend begraven1 terwijl de wetten1 tegenover alle verdachten1 met verdubbelde strengheid gehandhaafd werden4 ,deze vervolging der geleerden en verbranding der boeken is niet de eenige slag geweest1 welke de ,chineesche literatuur heeft getroffen4 ,bij den val der ,tsin dynastie werd1 in den strijd om de heerschappij1 de hoofdstad des rijks een prooi der vlammen4 ,deze woedden er weken lang en hebben vermoedelijk minstens evenveel1 uit de verwoesting der klassieken geredde exemplaren vernield1 als het den ,tsin keizer gelukt was te vernietigen4 ,dergelijke bibliotheekrampen1 zooals de ,chineezen zeggen1 volgden elkaar met korte tusschenpoozen op4 ,in de eerste jaren onzer tijdrekening werd bij een opstand de1 met veel moeite en tijdopoffering bijeengebrachte1 #abjjj deelen 7bundels van tafeltjes7 tellende1 rijksbibliotheek verwoest4 ,eveneens ging het met eene verzameling1 door de latere ,han dynastie bijeengebracht4 ,deze ging tegen het einde der #b;e eeuw n4 ,c4 verloren1 gedeeltelijk bij een brand van het keizerlijk paleis1 gedeeltelijk bij de overbrenging van het hof naar ,schensi en de daarop gevolgde beroeringen4 ,hetzelfde lot deelde in #caa eene door de keizers der dynastie ,wei en ,tsin aangelegde bibliotheek van bijna #cj4ajj boeken 7rollen1 want leer en zijde hadden toen de plaats van het bamboe ingenomen74 ,een vijfde groote ramp volgde in #eed1 toen keizer ,yuanti in ,nanking zijne verzameling van #gj4jjj boeken aan de vlammen prijsgaf4 ,dat er nu1 trots al deze ongelukken1 nog zoo veel van de oude literatuur bewaard is1 hebben wij te danken aan den wakkeren ijver1 de lust tot verzamelen en den kritischen geest der ,chineesche geleerden4 ,ook werd hun ijver door de belangstelling en de mildheid van verschillende heerschers aangespoord4 ,dat bij de verschillende pogingen tot herstel van deels verloren gegane en verminkte teksten 7want slechts in dezen vorm zijn de brokstukken van vr-,confuciaansche werken tot ons gekomen1 wat trouwens ook met menig geschrift uit later tijd het geval is71 vele vervalschingen zijn voorgekomen kan niemand verwonderen1 die de voorliefde en den tact van de ,chineezen voor dergelijke bedriegerijen in iederen tak hunner vaderlandsche bedrijven kent4 ,in vele gevallen is het aan de latere kritiek1 soms echter eerst na eeuwen1 gelukt om de vervalschingen te ontdekken en de oude1 wl onvolledige1 doch minder verdachte teksten weer voor den dag te brengen4 ,ook in den nieuweren tijd1 zelfs na het uitvinden en de algemeene toepassing van de boekdrukkunst1 is het aantal der verloren gegane werken1 waarvan men het bestaan nog slechts kent door een titel in een catalogus1 of door citaten in andere geschriften1 zeer belangrijk4 ,de reden daarvan ligt voor een goed deel in de vele inwendige onlusten1 waarbij weinige steden de verwoesting ontgingen4 ,zoo heeft de bekende ,taiping-opstand vreeselijke1 onherstelbare schade aangericht1 terwijl bij de verwoesting van het zomerpaleis door de ,engelschen in #ahfj de daarin aanwezige schoone keizerlijke bibliotheek werd vernield4 ,een ander ongeluk is1 dat het aantal exemplaren van een werk1 door overschrijven of drukken verveelvoudigd1 vaak zeer beperkt was4 ,dit geldt natuurlijk vooral van grootere werken3 handboeken1 encyclopaedin enz41 welke vaak slechts bestemd waren voor een kleinen kring4 ,in vele gevallen zijn dan de daarvoor afzonderlijk bestemde metalen typen gestolen of de gewoonlijk voor het afdrukken bestemde houten platen verloren gegaan1 vernield1 of onbruikbaar geworden en is het nooit tot een tweede uitgave gekomen4 ,ook aan den in ,china zeer te vreezen boekenworm1 is de vernieling van vele werken1 soms zelfs van de houten platen te wijten4 ,men behoeft maar eenmaal een blik geslagen te hebben in de bibliotheek van een der vele kloosters in den omtrek van ,peking1 of ,dr4 ,martin's beschrijving der bibliotheek van het ,hanlin collegium te lezen1 om zich te kunnen voorstellen1 hoe vochtigheid en wormen opruiming hebben gehouden onder de letterkundige werken van ,china en hun vernielingswerk nog dagelijks voortzetten4 ,in de kloosterbibliotheken is er onder duizend ongeordende1 omzwervende deelen niet n1 welks bladen niet half vergaan of met wormgaten doorboord zijn4 ,en1 te oordeelen naar den toestand1 waarin vele werken1 die uit keizerlijke of particuliere bibliotheken het licht zagen1 zich bevinden1 schijnt het in deze plaatsen der geleerdheid er ook niet veel beter uit te zien4 ,veel schuld heeft ook het slechte papier en het slordig openmaken1 der uit los te zamen genaaide bladen bestaande deeltjes4 ,de hoofdoorzaak van het verval is echter1 dat de verzamelingen niet toegankelijk zijn voor het publiek en dat het administratief toezicht ook hier1 als in zoovele andere gevallen in ,china1 slechts een opzicht in naam is4 ,gevolg daarvan is1 dat de boeken zoek raken of op andere wijze te gronde gaan1 zonder dat iemand roeping gevoelt om ordenend en reddend den ,augiasstal onderhanden te nemen4 ,het ontbreekt niet aan berichten en keizerlijke edicten1 doch men laat het dikwijls bij fraai klinkende1 schoon gevormde zinnen4 ,hier kan men de ware mierenvlijt der letterkundigen1 die anders in zoo menig opzicht storend op de ontwikkeling van het land hebben ingewerkt1 niet genoeg prijzen4 ,aan dien ijver toch is het te danken1 dat van de letterkundige schatten des lands nog zooveel gered is en behouden zal blijven4 ,zonder dien ijver ware het ons niet mogelijk geweest1 u de ,chineesche philosophie eenigszins te doen kennen4 ,moge1 wat wij daarover mededeelden1 u tot de overtuiging hebben gebracht1 dat ook deze ,chineesche denkers onze aandacht verdienen4 ,,hoofdstuk ,,vi4 ,het ,mazdesme4 ,i4 ,inleiding4 ,wanneer wij gelezen hebben van de aloude wijsheid der ,brahmanen en ons daarop hebben verplaatst1 in den eigenaardigen1 rustig-bepeinzenden geest van het ,boeddhisme1 moet het ons vreemd aandoen1 als wij uit die ,indische wereld van peinzen en bespiegeling ons begeven naar het oude ,iran1 ten einde ons te verdiepen in den godsdienst van ,zoroaster4 ,uit een wereld van subtiele droomerijen komen wij dan in eens met beide voeten op den bodem der werkelijkheid1 uit een godsdienst die boven alles den vrede zoekt en allen strijd schuwt1 komen wij tot een anderen1 die strijd1 meedoogenloozen strijd als een zijner grondbeginselen predikt4 ,en1 terwijl ,indi den der wereld afgestorven kluizenaar of monnik bewondert1 is in oud ,perzi de kloeke huisvader1 die met liefde zich aan den landbouw wijdt1 de ware dienaar des ,allerhoogsten4 ,vruchtbaarheid en leven is hier met den godsdienst n1 terwijl ,indi van den godgewijde onthouding van geslachtelijken omgang eischt4 ,en toch1 toch zijn die beide planten1 oud-,indi en oud-,perzi1 op denzelfden bodem gewassen4 ,beiden zijn ontstaan uit den oud-,arischen godsdienst1 dien de gemeenschappelijke voorouders beleden1 vr zij uiteengingen1 de een naar het warme ,indi met zijn weelderige natuur1 uitlokkend tot droomen en peinzen1 de ander naar het onvruchtbare ,iran1 #afe waar de mensch wel wat anders had te doen en door noesten vlijt1 in den strijd tegen de vijandige natuurmachten1 zijn levensonderhoud aan den bodem moest ontwringen4 ,daar nu is het ,mazdesme of de oud-,perzische godsdienst ontstaan4 ,in welke landstreek--velen meenen in ,bactri--is onzeker4 ,wij spreken echter maar van oud-,perzischen godsdienst1 omdat het ,mazdesme1 althans later de godsdienst van de ,perzen1 het meest op den voorgrond tredende der ,iranische volken is geworden4 ,de naam ,mazdesme is ontleend aan ,mazda1 de ,verhevene1 zooals de hoogste godheid werd genoemd4 ,over dit ,mazdesme willen wij dus handelen3 een niet gemakkelijk onderwerp1 omdat wij hier weinig bronnen hebben en dan nog veel in die oude bronnen zwaar te verstaan is4 ,twee namen klinken ons hier tegen3 wij lezen van het ,zend-,avesta als het heilige boek en van ,zoroaster den profeet1 aan wiens naam dit boek is vastgeknoopt4 't ,spreekt vanzelf1 dat het daarom nog niet van zijn eigen hand behoeft te zijn3 evenmin als de geheele ,koran door ,mohammed1 of alles in de vijf eerste boeken des ,ouden ,testaments door ,mozes geschreven is4 ,toch bestaan er goede redenen om aan te nemen1 dat althans de ,gatha's1 oude liederen1 die van het ,avesta een deel uitmaken1 van hem zelf afkomstig zijn4 ,overigens schuilt zijne geschiedenis in het duister4 ,zeker leefde hij vele eeuwen vr ,christus en lang vr ,cyrus 7#f;e eeuw vr ,c47 ,waarschijnlijk was hij van aanzienlijke afkomst en gevoelde hij zich innerlijk geroepen als hervormer van den godsdienst op te treden4 ,na zeven jaar in eenzame overpeinzingen te hebben doorgebracht1 trad hij met kracht tegen den afgodendienst op4 ,eerst bekeert hij enkele familieleden4 ,straks ook koning ,vistapa4 ,veel had hij te strijden met den invloed der ,turanirs1 wier bijgeloovige tooverpraktijken onder zijn volk sterk waren doorgedrongen4 ,doch hij gaf den strijd niet op en predikte zijn godsdienst der reinheid1 tot hij in ,balkh1 de hoofdstad des rijks1 bij een aanval der ,turanirs1 om het leven kwam4 ,wat het ,zend-,avesta betreft1--de naam beteekent wet 7avesta7 met verklaring 7zend7--dit boek is eerst sedert #agga1 toen het door den ,franschen geleerde ,anquetil du ,perron uit ,azi werd meegenomen en uitgegeven #aff1 in ,europa bekend geworden4 ,het werk vormt de overblijfselen van een veel uitgebreider godsdienstige lectuur en dagteekent in zijn geheel zeker van minstens #f #g eeuwen vr ,christus4 ,de meeste stukken zijn zelfs veel ouder4 ,evenals het ,o4 ,t4 ons verschillende phasen van ontwikkeling van eenzelfden godsdienst1 b4v43 het oude ,jahvisme1 den godsdienst der profeten en den wettelijken godsdienst vanaf de dagen van ,ezra en ,nehemia doet zien3 ontwikkelingsvormen die wel zeer uiteenloopen1 doch door n draad zijn verbonden1 zoo is het ook hier4 ,ook in het ,zend-,avesta vinden wij drie ontwikkelingsvormen van denzelfden godsdienst1 waarvan de eerste ons toont den nieuwen godsdienst1 zooals hij gepredikt werd door ,zoroaster of zijne school2 de tweede teekent hem1 zooals hij meer in 't practische leven inwerkt1 doch dan ook door het oud volksgeloof enz4 reeds eenigszins verontreinigd is en de derde doet hem ons zien als een volksgodsdienst geworden geheel en al3 n dus1 noodzakelijkerwijze heel wat verschillend van de oude grondslagen1 maar toch de grondgedachten van het verleden1 zij het in aarden vaten1 in zich dragend4 ,van deze phasen behandelen wij alleen de eerste en de derde1 omdat wij over de tweede slechts zeer weinig bronnen hebben 7de jongere ,gatha's7 en het verschil tusschen de eerste en tweede zeer gering is4 ,het is te bejammeren1 dat1 zooals wij boven zeiden1 slechts brokstukken der oude gewijde literatuur tot ons zijn gekomen1 doch wij moeten ons tevreden stellen met wat wij bezitten4 ,een enkele opmerking daarover zal hier niet misplaatst zijn4 ,in de dagen toen ,alexander de ,groote zijn wereldheerschappij vestigde1 alzoo in de #d;e eeuw vr ,christus schijnt er1 volgens geloofwaardige berichten1 een rijke godsdienstige lectuur te hebben bestaan4 ,evenwel1 ,alexander de ,groote1 die aan het ,perzische rijk een einde maakte1 trad ook tegen den oud-,perzischen godsdienst en diens gewijde boeken vijandig op4 ,hij verbrandde deze of zond ze naar zijn rijk4 ,slechts een gedeelte bleef gespaard4 ,toen later de ,perzen weer eigen koningen bezaten1 nl4 de dynastie der ,sassaniden 7#bbf-fcf n4 ,c47 werd bijeen verzameld1 wat overig was4 ,toen bestond het ,zend-,avesta uit #ba boeken4 ,deze waren ook in hoofdzaak nog in de #i;e eeuw na ,christus aanwezig1 althans een schrijver uit die dagen heeft er #bj in de oorspronkelijke taal voor zich gehad1 #ai bovendien in een ander dialect1 het ,pehlewi1 dat hij beter verstond4 ,ook deze verzameling is echter verloren3 slechts brokstukken zijn er van over4 ,de eeuwen hebben dus een geduchte zifting gehouden4 ,evenwel1 verschillende gegevens samenvoegende1 komen wij tot het besluit1 dat ons het meest belangrijke bewaard is gebleven4 ,wat wij nu nog bezitten1 en wat in hoofdzaak reeds door ,anquetil du ,perron is uitgegeven1 is het volgende3 #a4 ,yasna1 een boek van ritueelen aard1 bevattende teksten bij de offerhandeling4 #b4 ,vispered 7alle heeren7 gebezigd bij die offeranden1 waarbij alle heeren worden aangeroepen4 #c4 ,vendidad 7wet tegen de daeva's duivelen7 in #bb fargards 7hoofdstukken74 #d4 ,yasts1 offerzangen ter eere van de ,yazata's 7verheven wezens7 aan wie #bg van de #cj dagen der maand waren gewijd4 #e4 ,eenige kleinere geschriften2 kalenders1 gebeden1 spreuken1 gewoonlijk genaamd het ,kleine ,avesta4 ,deze gedeelten zijn van verschillenden ouderdom1 en vertegenwoordigen de drie straks genoemde ontwikkelingsphasen van het ,mazdesme4 #afg ,in de ,yasna vooral komen de oudste stukken voor1 de zoogenaamde ,gatha's 7oude liederen71 die ook wat hun taal betreft1 van de overige deelen verschillen en in wier leer ook sommige denkbeelden en leerstellingen van het latere ,mazdesme niet worden gevonden4 ,zij klimmen wel tot het jaar #ajjj vr onze jaartelling op en leeren ons het ,mazdesme kennen in zijn aanvang en oorspronkelijke zuiverheid4 ,wat hebben wij ons nu1 aan de hand dezer oude oorkonden en van enkele andere berichten van het ontstaan van dezen godsdienst voor te stellen8 ,we merkten reeds op1 dat eenmaal de voorvaderen van ,indirs en ,perzen1 de ,arirs1 gelijk zij zich noemden1 samenwoonden in de landstreek ten noorden van ,voor-,indi4 ,vandaar uit gingen de 7latere7 ,indirs naar het zuiden1 de 7latere7 ,perzen of liever ,iranirs1 naar het noorden4 ,de goden1 die beiden vr hunne scheiding vereerden waren dus dezelfde4 ,deze waren o4 a4 ,varuna en ,mithra1 ,yama1 of zooals de ,perzen hem later noemden ,yima1 den eersten mensch3 mythisch koning van het oudste menschdom en van het doodenrijk4 #afh ,ook wisten zij toen reeds in hun mythen te gewagen van de worsteling1 die er in de natuur is tusschen licht en duisternis1 al vatten zij dien strijd ook nog niet zoozeer als een zedelijken strijd op4 ,voorts was het vuur bij hen in hooge eere en kenden zij een soort onsterfelijkheidsdrank1 waaraan men zich een gewijden roes dronk3 een middel toch zag men daarin om tot hooger leven1 tot bovenmenschelijke bezieling te geraken4 ,de twee--later zoo uiteenloopende stroomen--waren dus eenmaal n4 ,hoe zijn zij later zoo ver van elkaar gekomen8 ,het antwoord moet luiden3 bij de ,indirs is1 onder de leiding van priesterlijke familin1 de godsdienst langzamerhand in een eigenaardige bedding geleid1 waarbij zij andere godsdiensten1 b4v4 die van overwonnen volken1 in zich opnam1 door hunne goden een plaats te geven onder de verhevenen4 ,bij de ,perzen echter heeft--zeker geruimen tijd na hunne scheiding van de vroegere landgenooten--een bepaalde hervorming van den godsdienst plaats gehad1 een hervorming1 die verband hield met een belangrijken maatschappelijken overgang3 dien van zwervend herder tot gezeten landbouwer4 ,aan deze hervorming is de naam ,zoroaster verbonden4 ,reeds deelden wij enkele dingen over zijn leven mee1 en merkten wij op1 dat de ,gatha's van hem afkomstig waren4 ,wij willen nu zien1 wat deze bezielde profeet aan de menschheid bracht1 welke eischen weerklank vonden in zijn rein gemoed4 ,,ii4 ,het ,mazdesme der ,gatha's4 ,wat nu leerde deze nieuwe godsdienst8 ,hij prees aan den dienst van ,mazda1 ook wel ,ahura ,mazda geheeten1 d4 i4 de wijze heer4 ,deze wordt voorgesteld als de schepper aller dingen1 hemelsche en aardsche1 geestelijke en stoffelijke4 ,wie1 zoo heet het van hem in een der oude liederen1 #afi heeft aan zon en sterren den weg gewezen8 ,wie maakt1 dat de maan wast en afneemt8 ,wie houdt de aarde en de wolken daarboven terug van den val8 ,wie 7schiep7 de wateren en de boomen8 ,wie heeft aan den wind en den donder snelheid verbonden8 ,welke kunstenaar heeft het licht en de duisternis geschapen1 welke kunstenaar den slaap en de waakzaamheid8 ,wie morgen1 middag en nacht1 die den geest besturen van hem1 die de orde 7den geregelden offerdienst7 in acht neemt8444 ,wie schiep in 's vaders gemoed het verlangen naar een zoon8 ,ook de mensch wordt genoemd een schepping ,gods4 ,van den aanvang af1 ,mazda6 hebt gij ons geschapen door uwen geest als levende1 zelfbewuste en verstandige wezens1 hebt gij een lichaam gegeven aan de ziel1 en daden en leeringen1 waarop 7de mensch7 vrijwillig zijn keuze vestigt4 #agj ,alles roept ,mazda in 't leven3 hij schept ,vohumano 7de goede gezindheid71 de lieflijke ,armaiti 7de vroomheid7 met ,khsathra 7het ware rijk74 #aga ,geeft hij dezen als goede geniussen aan den mensch 7deze drie worden met nog vier anderen in de ,gatha's als zijn trawanten voorgesteld71 hij zorgt ook voor de dieren4 ,en wel in de eerste plaats voor de koe4 ,dit kan ons niet verwonderen1 omdat dit ht dier van den landbouw is en de godsdienstige hervorming1 waarover wij spreken tevens bedoelde de oude ,iranirs tot vrome1 gezeten1 landbouwende huisvaders te maken4 ,het oude volksgeloof trouwens eerde reeds de koe4 ,het wist te verhalen1 dat de eerstgeschapenen op aarde waren een eenig rund en een menschvormig wezen4 ,beiden werden echter gedood en uit het menschvormig wezen kwamen voort de twee eerste menschen1 terwijl uit het lichaam van den gedooden stier een aantal voedings- en geneeskundige planten zich ontwikkelden4 ,het zaad van den stier echter werd gezuiverd in de maan en daaruit kwam voort het eerste runderpaar3 vader en moeder der geheele dierenwereld4 ,de ziel van het gedoode rund1 ,gus ,urva1 ging echter ten hemel4 ,deze mythe nu wordt door ,zoroaster verder uitgewerkt1 in een gesprek tusschen ,gus ,urva en hemelsche machten4 ,daarin klaagt de ziel van het rund over het geweld1 waaraan zij ter prooi is4 ,gus tasan1 de schepper van het runderpaar1 vraagt dan aan ,asa1 een van ,mazda's trawanten1 welke ordeningen deze voor het rund heeft ingesteld4 ,het blijkt1 dat het nog geen beschermer heeft1 geen meester1 die het voedt en verzorgt4 ,en nu wordt ,zarathustra 7,zoroaster71 als zijn beschermer aangesteld3 hij zal1 door ,mazda's geboden te verkondigen1 het rund beschermen4 ,zoo treedt de groote profeet als beschermer van landbouw en veeteelt op4 ,merkwaardig is1 dat ook de aarde zelve wordt voorgesteld als een koe1 de gelukbrengende of gaveschenkende1 die besproeid moet worden1 wil men haar voor het akkerwerk geschikt maken4 ,men ziet1 hoe nauw landbouw en godsdienst hier verbonden zijn3 de nauwgezette landbouwer1 die goed voor zijn vee is en de aarde naar eisch bebouwt vervult daardoor tevens een plicht tegenover ,mazda4 ,wat ,mazda zelf voorts betreft1 hij wordt evenals ,varuna bij de oude ,indirs #agb voorgesteld als de ,alziende1 die niet bedrogen kan worden2 de ,wachter1 wiens oogen bespeuren niet alleen wat in het openbaar1 maar ook wat in het verborgen beraamd wordt2 de ,rechter1 die weet wat menschen zullen doen of gedaan hebben4 ,hem moet de geloovige1 de wijze zoowel als de landbouwer1 vragen wat het rechte is1 hem die rechtvaardig regeerende aan de schepselen de ordeningen des rechts voorschrijft4 ,mazda is dus is allen deele de groote1 eigenlijk de eenige god4 ,dit sluit echter niet uit1 dat er naast hem--voornamelijk een zestal--hemelsche trawanten voorkomen4 ,echter moeten wij hierbij bedenken3 #a;e dat ,mazda altijd als ver verheven boven deze trawanten wordt voorgesteld1 #b;e dat deze trawanten nauwelijks als personen1 veeleer als verpersoonlijkte deugden worden voorgesteld4 ,wat deze trawanten betreft1 in de eerste plaats moet daaronder genoemd worden ,vohumano de goede gezindheid4 ,daarmee wordt bedoeld1 wat wij noemen3 den heiligen geest3 door zijn daden groeit ,mazda's heerschappij1 de gemeente der vromen draagt zijn kenteekenen1 hij is de hemelsche vertegenwoordiger aller wezens4 ,dan volgt ,asa hetgeen voegzaam1 passend1 vroom is4 ,deze is feitelijk1 wat wij noemen de goddelijke wereldorde2 hij omvat alle plichten van den mensch in 't algemeen en in het bizonder die tegenover de hemelsche machten4 ,elken dag schept hij de ordeningen van ,vohumano 7bij den eeredienst74 ,als vertegenwoordiger van den offerdienst 7waaraan de ,arirs zoo groote macht en zegen toekenden7 is hij de grootste vijand der ,drukh's 7booze geesten71 die zijn stichtingen vernielen4 ,een derde hemelgeest1 of liever verpersoonlijking1 is ,khsathra1 het hemelsche1 het ideale rijk1 waarin is eerbied voor het volmaakte1 vergeving van zonden1 de woonplaats der hoogste geesten1 het rijk1 waaraan eenmaal de vrome volkomen deel hoopt te hebben1 hoewel ,khsatra's zegeningen ook reeds hier op aarde worden gesmaakt4 ,mazda1 heet het1 schiep ,asa door zichzelf1 doch ,khsatra door ,vohumano3 m4 a4 w4 het ware rijk komt tot stand door den heiligen geest4 ,een vierde trawant is ,armaiti de richtig zorgende1 ook wel de goede aardmoeder genoemd4 ,zij is de beschermster van den landbouw1 de dochter van ,mazda1 die met ,gus tasan in zijn hemelsche gemeenschap leefde4 ,mazda gaf haar de keuze1 wie zij wilde beschermen2 zij koos toen3 den vromen huisheer1 den ijverigen landman4 ,met haar komt de ware heerschappij1 die een goede woning verzekert1 den landbouw doet beoefenen en de bloeddorstige vijanden verlamt4 ,steeds wordt deze godin nauw met ,asa1 de ware vroomheid1 vereenigd gedacht2 wier schepping en zetel zij heet4 ,m4 a4 w4 vroomheid en landbouw moeten hand aan hand gaan4 ,dan volgen twee machten1 eigenlijk komen ze in de ,gatha's niet als personen1 slechts als begrippen voor1 die onafscheidelijk zijn verbonden4 ,zij zijn ,haurvatat en ,ameretat4 ,de eerste naam beteekent3 volkomen heil1 de tweede3 onsterfelijkheid4 ,somtijds heeten zij de spijzen van ,mazda1 die hij in zijn rijk aan de vromen schenkt1 nadat hij hun op aarde kracht en duurzaamheid 7de aardsche zegeningen1 die aan deze hemelsche beantwoorden71 heeft geschonken4 ,eindelijk hebben wij ,sraosa1 die nog weinig als genius in de ,gatha's voorkomt1 maar gewoonlijk eenvoudig gehoorzaamheid beteekent4 ,hij wordt voorgesteld als de middelaar tusschen hemel en aarde1 ook heet hij3 de weg tot de godheid4 ,men ziet1 dat de zooeven genoemde geniussen3 ,vohumano1 de goede gezindheid2 ,asa1 de vroomheid1 ,khsatra1 het rijk van den goeden geest1 ,armaiti1 de richtig zorgende1 ,haurvatat1 het volkomen welzijn1 ,ameretat1 de onsterfelijkheid en ,sraosa1 de gehoorzaamheid1 geen eigenlijke goden zijn4 ,hoogstens zijn zij werkingen1 openbaringen van den nen hoogsten ,god1 ,mazda4 ,feitelijk en praktisch1 zoo zegt ,tiele1 was het oude ,mazdesme vereering en erkenning van nen ,god4 ,de leer van nen ,god4--,en--zegt de lezer misschien1 de oud-,perzische leer is bekend om zijn dualisme1 zijn aannemen van twee wereldmachten1 een goede en een booze3 ,ahura ,mazda en ,anro-mainyu4 ,zeer zeker4 ,doch vooral van het latere ,mazdesme1 zooals het zich in een volgende periode ontwikkelde1 geldt dit4 ,hier in de ,gatha's vinden wij het dualisme nog slechts onvolkomen4 ,wel wordt er gesproken van twee geesten1 vahyo het goede en akem het slechte1 beiden zich uitende in denken1 spreken en handelen4 ,beiden zijn echter ten slotte aan ,mazda1 dien men later met den goeden dezer beide geesten zou vereenzelvigen1 ondergeschikt4 ,die goede en die booze geest treden met elkander in overleg en besluiten elk naar zijn welbehagen te scheppen1 de een het leven1 de ander het niet-leven4 ,het slechtste bestaan zou voor de boozen1 de leugenaars1 het beste voor den gerechte1 den vrome zijn4 ,de een verkiest nu het kwade te doen1 de ander het goede te scheppen en met den laatste houden het allen1 die wenschen ,ahura ,mazda te behagen4 ,van een duivel tegenover den goeden god3 ,anro-mainyu tegenover ,ahura ,mazda1 wordt hier dus nog niet gesproken4 ,wel worden booze machten erkend1 die den ,algoede bekampen4 ,doch het slechte heet akem 7niets74 ,hier is dus wel dualisme1 doch3 boven alles en allen staat ,mazda1 van wien wordt verzekerd1 dat hij de hemelsche kunstenaar is1 die licht en duisternis1 slaap en waakzaamheid1 morgen1 middag en nacht schept4 ,later zou dit anders worden3 alle zedelijk1 maar ook alle natuurlijk kwaad3 d4 i4 duisternis1 slaap1 enz4 zouden gebracht worden tot het gebied van ,anro-mainyu1 den booze4 ,toch3 het zou altijd blijven een betrekkelijk dualisme3 ,anro-mainyu zou in macht nooit halen bij ,mazda4 ,evenwel3 voor de praktijk lag er in dit dualisme een groote kracht1 het liet geen transactie toe met het kwaad en stelde den mensch in staat om moedig1 hoopvol en fier den strijd1 hem opgelegd1 te volstrijden4 ,mazda was dus de eenige god4--,doch--onder het ,perzische volk was vrijwel inheemsch de dienst der daeva's1 der oude goden1 die men reeds vroeger1 toen men nog met de ,indirs samenwoonde1 vereerde4 ,die vereering wilde men fnuiken3 zij toch stond de erkenning van ,mazda als den volstrekt-,eenigen in den weg4 ,doch hoe8 ,in een der oudste teksten vinden wij deze voorstelling3 de daeva's werden gesteld voor de keuze tusschen de twee oorspronkelijke geesten1 de goede en de booze1 en verklaarden zich voor den laatste4 ,m4 a4 w4 hier straalt door1 dat ook de daeva's eenmaal vereerd werden1 doch dat zij1 als met de meer geestelijke godsvereering van het ,mazdesme in strijd1 werden ter zijde gesteld4 ,tweerlei keus was voorgesteld aan de daeva's1 ook aan den mensch4 ,hij kon ,mazda en diens profeet ,zarathustra volgende1 partij kiezen voor den goeden geest1 of zich scharen aan de zijde van ,daeva's en ,drukhs1 de booze machten1 waarvan ,aesma een der voornaamste is4 ,doet hij het eerste1 dan gaat zijne ziel bij den dood over de smalle brug invat naar de ,garo demana1 de liederenwoning1 waar ,mazda met zijn trawanten is1 waar dezen zich voeden met de spijs en drank der onsterfelijken 7haurvatat en ameretat71 waar ,mazda der vromen gebeden hoort en verhoort en waar hen het loon wacht1 door ,zarathustra van ouds beloofd4 ,geheel anders is het lot van hen1 die zich met het rijk des boozen verbinden4 ,ook zij moeten over die brug invat 7de brug van het verzamelen71 waar dus allen samenkomen1 goeden en boozen4 ,doch1 zij bereiken den hemel niet4 ,zij storten van de brug af in den afgrond terneder2 sidderend en bevend voor het lot1 dat hen als leugendienaars wacht4 ,eeuwige ellende en duisternis is hun bereid1 een eindeloos gejammer gaat er op van de verdoemden1 die door de booze geesten met afgrijselijke spijzen worden gevoed4 ,zoo heeft er een oordeel plaats1 onmiddellijk na den dood4 ,later echter komt een eindoordeel1 de voleinding der wereld zooals het in de oude teksten heet4 ,dan vervangt ,mazda's begeerlijke wereld deze gebrekkige1 het hoogste goed wordt het deel zijner dienaren1 het slechte deel krijgen zijn haters dan in alle volheid4 ,hoe nu echter moet men ,mazda dienen en het rijk des boozen weerstaan8 ,wat zijn de plichten van zijn vereerder8 ,men moet ,mazda eeren in gedachten1 woorden en daden4 ,daarbij worden dan de gedachten in verband gebracht met ,mazda zelven1 de woorden met ,sraosa en ,khsatra1 de daden met ,asa4 ,vooral op deze laatsten1 die de gezindheid nog beter doen kennen dan de woorden1 wordt de nadruk gevestigd4 ,trouwens het ,mazdesme is een godsdienst1 die zoover mogelijk er van afstaat om het heil te zoeken in mystieke bespiegeling en stille wereldontvluchting4 ,werkzaamheid is hier het wachtwoord4 ,door eigen inspanning moet men zijn levensonderhoud zoeken1 ijverig de aarde bebouwen en door bevordering van het gezeten leven ,mazda's gebied uitbreiden4 ,mazda's gebied3 de dorre1 onbebouwde wildernis toch behoort tot het terrein van de booze geesten4 ,maar waar de landbouw komt1 daar komt ook ,mazda's rijk4 ,i,jverig zorgen voor den vrome en voor de aarde3 onder het beeld van een heilige koe voorgesteld1 worden in nen adem als de plichten van den godsdienstigen mensch genoemd4 ,men moet dus ,mazda's dienaar zijn1 niet slechts door offers en gebeden1 niet slechts door betrachting van reinheid naar lichaam en ziel en door heilig houden van het gewijde vuur3 zijn openbaring1 maar ook door de aarde te bebouwen1 leven en vruchtbaarheid rondom zich te scheppen4 ,licht begrijpt men1 dat hier aan geen voorkeur voor het ongehuwde leven valt te denken3 integendeel1 het huwelijk is een godsdienstige plicht1 het zonder echtgenoot zijn een ramp voor de vrouw4 ,vele kinderen zijn een van de grootste zegeningen des hemels4 ,in vele opzichten worden wij hier herinnerd aan de wettelijke voorschriften des ,ouden ,testaments4 ,evenmin als daar is ook hier plaats voor zachtheid jegens den vijand4 ,integendeel3 het is plichtmatig het rijk des boozen en dus ook zijn dienaars ter neder te werpen4 ,den leugendienaar1 zoo heet het1 onderwijze men met het zwaard4 ,hem te sparen is zondig2 doet men dat1 zoo gaat men zelf op weg naar de woningen des boozen4 ,wat den eeredienst betreft3 daarin nam het roode1 heete vuur van ,mazda1 dat heilig gehouden moest worden1 de eerste plaats in4 ,ook bracht men offeranden3 deze bestonden vooral uit vleesch1 voorts uit een offerkoek1 die ,haurvatat en een drank1 die ,ameretat vertegenwoordigde4 ,gewijde spreuken werden daarbij gesproken1 offerzangen aangeheven4 ,daarmee was de priester belast1 de priester1 die van ,mazda diens welbehagen leerde4 ,zoo ongeveer was het oude ,mazdesme1 een eenvoudige1 practische godsdienst4 ,straks zal het zich in sommige opzichten vervormen4 ,het zal1 in het practische leven optredend1 genoodzaakt zijn1 veel van den ouden volksgodsdienst weer op te nemen1 doch ook3 het besef ,mazda's medestrijder te zijn1 zal straks meer ethisch1 meer verheven worden opgevat4 ,en scherper dan te voren1 zal het dualisme aan het licht treden1 ,ahura ,mazda en ,anro-mainyu komen tegenover elkaar te staan1 beiden als hoofden van een machtig rijk3 toch blijft ,mazda de machtigste4 ,,iii4 ,het ,mazdesme volgens het jongere ,avesta4 ,we leerden den ouden godsdienst van ,zarathustra kennen in zijn eenvoudigheid2 wij hebben ons echter niet voor te stellen1 dat hij in dien vorm een volksgodsdienst werd4 ,wanneer verheven denkbeelden zich in ruimer kring verbreiden en daar in aanraking komen met allerlei bekrompene1 oud-ingewortelde opvattingen1 dan kan het niet anders1 of zij boeten in den strijd om 't bestaan iets van hun zuiverheid in4 ,zoo nu is het ook hier gegaan4 ,de minder ontwikkelden waren gehecht aan den dienst van verschillende goden1 oud-,arische goden1 die eigenlijk bij het ,parzisme niet behoorden3 welnu--er was geen andere weg1 dan dezen onder de hemelgeesten en medestrijders van ,ahura ,mazda op te nemen4 ,zij waren gehecht aan godsdienstige gebruiken1 oorspronkelijk aan 't ,parzisme vreemd3 men kon niet anders1 dan ze met een ,zarathustrischen ijk voorzien1 in het nieuwe geloof opnemen4 ,anders kon de nieuwe godsdienst niet komen tot het hart des volks4 ,het ,christendom heeft immers niet anders gedaan8 ,aldus was de ontwikkeling1 of wilt ge1 verbastering1 der oorspronkelijke leer4 ,we willen haar op enkele punten beschouwen4 ,we merken daarbij op1 dat ook wat wij thans gaan geven nog een zeer ouden godsdienst ons voorstelt1 zoo zelfs dat het ,parzisme1 zooals dat onder de ,achaemeniden 7,cyrus en diens opvolgers1 alzoo circa #ece-cbe7 was1 als een latere ontwikkeling ook van deze opvatting moet worden beschouwd4 ,ahura ,mazda leerden wij volgens de ,gatha's kennen als den hoogsten der goden1 den schepper van 't heelal4 ,dat bleef hij ook nu4 ,alleen worden ,vohumano en de andere geniussen1 die wij reeds leerden kennen1 als hem ter zijde staande1 #agc meer als personen opgevat1 dan vroeger het geval was4 ,de meesten hunner gelden thans als een soort aartsengelen1 die met ,ahura ,mazda te zamen de zeven ,amesa-,spenta's worden genoemd en de schoonste eerenamen dragen1 #agd terwijl dan een gansch heirleger minder hooge geesten1 de ,yazata's 7vereeringswaardigen7 onder hen staan4 ,toch is het besef1 dat zij ten slotte slechts eigenschappen van den eenigen ,mazda zijn1 niet geheel te loor gegaan4 ,immers het heet dat deze zeven n zijn in zin en in woord en daad1 n ook met ,ahura ,mazda1 hun aller leermeester4 ,zij lezen in elkaars binnenste en peinzen allen over weldenken1 welspreken en weldoen en over ,garo demana3 den hemel4 ,m4a4w4 men erkent de nheid in de veelheid1 zij zijn openbaringen van de hooge wijsheid ,gods1 in welke deze gestalte verkrijgt4 ,langzamerhand echter treedt het persoonlijke meer op den voorgrond3 't zijn hemelgeesten1 en zoo worden ook de vrouwelijke ,haurvatat en ,ameretat als mannelijke wezens voorgesteld4 ,sommigen van hen veranderen ook eenigszins van karakter1 zoo worden b4v4 de zooeven genoemde ,haurvatat en ,ameretat ook de stillers van honger en dorst1 ,armaiti wordt de beschermgeest der aarde4 ,ook de vereering van ,sraosa1 den middelaar tusschen de hemelwezens en den mensch1 #age komt thans in hooge eere4 ,hij wordt voorgesteld1 niet slechts als een hemelsch priester1 maar ook als een heilsprofeet1 die de wet van ,mazda over de aarde verbreidt en die zorgt1 dat de onsterfelijke weldoeners1 de ,amesa-spenta's1 hun invloed door de wereld doen gelden4 ,sraosa toch doorloopt met zijn vierspan hemelsche paarden1 enkel licht zonder schaduw1 driemaal daags en driemaal 's nachts de menschenwereld4 ,zijn wapen is het wonderbare1 heilzame1 kracht gevende gebed ,ahuna vairya4 #agf ,waar men hem gastvrij ontvangt1 daar kan geen onheil1 leed of verderf het huis treffen4 ,geen booze geest kan hem weerstaan1 niemand hunner vreest hij1 doch allen sidderen voor zijn macht4 ,veilig kunnen rusten de vervolgde vromen1 want zijn oog luikt geen slaap1 hij staat met opgeheven zwaard1 ook te middernacht4 ,geen wonder dat hem het volksgeloof den waakzamen haan als heilige vogel toekende4 ,niet alleen echter de ,amesa-spenta's en ,sraosa worden thans meer persoonlijk voorgesteld1 neen1 er komen ook nieuwe yazata's bij1 die men voorheen slechts als begrippen kende4 ,zoo is er b4v4 een bepaald gebed tot ,rasnu1 de rechtvaardigste rechtvaardigheid1 waarin deze wordt voorgesteld als wonende in alle deelen van het heelal1 van de zeven werelddeelen af tot in het ongeschapen licht en de hemelsche paradijzen toe4 ,zijn wet is de waarheid4 ,de eed is bij hem boven alles heilig4 ,hij houdt met ,mithra1 den lichtgeest1 en ,sraosa1 de wacht bij invat1 de brug naar den hemel4 ,ook het hemellicht--reeds voor ,zarathustra's hervorming in ,perzi vereerd--wordt thans hoog in aanzien gesteld onder den naam hvarena4 ,het is nu echter niet meer zooals voorheen1 alleen het natuurlijke hemellicht1 de glorie1 die te middernacht begint neer te dalen naar der sterrensfeer en zoo door een heiligen geest aan het licht voor zonsopgang1 den dageraad1 wordt gebracht1 om aldus den menschen het gezicht te geven en straks naar den ,allerhoogste weder te keeren1 neen1 't is nu vooral ook het goddelijk licht1 dat den menschelijken geest verheldert1 zoodat de mensch anderen kan leiden1 wonderbare werken volbrengen en zich heerschappij kan verwerven4 ,eenmaal zelfs zal het--bij de voleinding der wereld--de vernieuwing van alle dingen en de opstanding der heiligen bewerken4 ,dit licht was reeds het deel der oude heilsprofeten van vr ,zarathustra1 onder anderen van ,yima 7de ,indische ,yama71 doch het valt ook ten deel aan de profeten1 die later zullen komen4 ,ten slotte wordt het ten eigendom aan den ,heiland 7,saosyant71 die in de toekomst de vernieuwing der wereld tot stand zal brengen4 ,hvarena is dus1 wat wij zouden noemen3 de hoogere verlichting4 ,wij merken hier tevens op1 dat door deze leer van het hvarena op eigenaardige wijze uitgesproken wordt1 wat wij verstaan onder de continuteit der goddelijke openbaringen3 het wordt hier duidelijk gemaakt1 dat het ,mazdesme niet van gisteren is4 ,ook erkent men op treffende wijze1 dat de volle goddelijke verlichting alleen aan den ,verhevene zelf toekomt4 ,men hoore de volgende mythe3 ,twee wedijverende geesten1 ,spenta en ,anro mainyu3 de goede en de booze geest1 #agg pogen zich meester te maken van het hvarena4 ,de eerste bezigt daartoe ,atar1 den vuurgod1 de ander den draak ,azhi dahaka4 ,nu eens is de een voor1 dan de ander4 ,echter ontsnapt aan beiden de onbereikbare heerlijkheid3 de watergod ,apam napat #agh verbergt haar in de diepte der mythische zee4 ,ook deze ,atar--de god van het huiselijk vuur1 het haardvuur--werd veel gediend4 ,hij1 die het morgen- en middagmaal voor de vromen kookt1 maakt op hun offeranden aanspraak4 ,hij vraagt voedsel bij elk der drie nachtwaken3 hout1 baresmatwijgen en granaattwijgen3 zij maken het reine vuur welriekend en wijden het4 ,doch ook bepaalde offergaven worden hem gebracht4 ,naast hem worden nog andere1 oud-,arische vuurgoden vereerd3 ,apam napat1 het vuur in de hemelsche wateren1 m4 a4 w4 de bliksem1 die ze bevrucht4 7,als zoodanig waarschijnlijk heet hij ook1 de vrouwenheer47 en ,nairyo-,sanha1 eveneens tevens een vruchtbaarheidsgod4 ,ook ,anahita1 de groote godin der wateren1 wordt in hooge eere gehouden4 ,zij wordt voorgesteld als beheerscheres van een hemelstroom3 alln zoo groot als alle wateren1 die op aarde vloeien1 met duizend meren en duizend kanalen1 waarvan een reeds genoeg zou zijn om de gansche aarde te overstroomen4 ,in elk dier kanalen heeft zij een schoon paleis met een welriekende legerstede4 ,haar vierspan bestiert zij zelve3 wind1 regen1 wolken en rijp zijn hare rossen3 zij zendt op ,mazda's bevel regen1 sneeuw1 hagel en rijp op aarde neer4 ,rijk zijn de zegeningen1 die zij schenkt van uit haar hoogen hemel4 ,van den hemelberg daalt zij neer1 als de vrome haar aanroept4 ,als hemelsch rein water zuivert zij het zaad der mannen en de baarmoeder der vrouwen1 bevordert de goede geboorten1 reinigt de melk en bewerkt alzoo de vermeerdering der kudden en van alle rijkdommen4 ,afgeschilderd wordt zij als eene schoone maagd1 hoog en krachtig van gestalte1 met blanke gevulde armen en zwellenden boezem1 in prachtig uit bevervellen saamgesteld gewaad1 een gouden kroon op het hoofd4 ,waarschijnlijk was deze ,anahita een ,oud-,semietische godin1 wier dienst in ,west-,azi met ontuchtige praktijken gepaard ging1 welke echter het ,parzisme verre van hare vereering wist te houden4 ,zoo zien wij hoe het ,parzisme1 waar het op het volk beslag ging leggen1 oude1 meestal ,arische1 soms ook ,semietische goden en godinnen in zich opnam1 doch hen in overeenstemming wist te brengen met zijn eigen stelsel4 ,dit was ook het geval met de zon1 de maan en de sterren4 ,ook deze werden door den ouden volksgodsdienst geerd3 door het oorspronkelijk ,parzisme ter zijde gesteld1 doch later opgenomen en in het nieuwe stelsel ingevoegd4 ,daarbij worden dan echter zon en maan eenigszins gedegradeerd3 zelfstandige machten kunnen zij natuurlijk ook niet meer zijn3 ,ahura ,mazda doet de maan wassen en afnemen4 ,zoodra de maan zich vertoont1 grijpen de ,amesa-spenta's den glans en verdeelen dien over de aarde4 ,die aan de zon1 de schitterende met de snelle paarden offert1 hij brengt eigenlijk zijne vereering aan ,mazda1 aan de ,amesa-spenta's en zijn eigen ziel en hij verheugt alle yazata's3 #agi want indien de zon1 die macht des lichts1 niet opging3 zouden zij dan in staat zijn de booze machten der duisternis1 de daeva's te weerstaan8 ,wat de sterren betreft--de planeten vereerde men niet1 dat waren in de oogen der ,perzen vijandige machten4 ,doch wel de vaste sterren3 die deze bestrijden4 ,en onder hen vooral ,tistrya1 een ouden volksgod1 die men met de ster ,sirius vereenzelvigde4 ,deze ,sirius is het1 die na de verschroeiende hitte van den zomer den weldadigen regen doet neerdalen4 ,in een mythe van het ,avesta treedt hij geheel als natuurgod op4 ,eerst als een vijftienjarig jongeling #ahj1 gelijk aan den eersten mensch1 groot1 sterk en helder van oogen1 daarna als een stier met gouden horens1 eindelijk als een wit paard met gele ooren en een gouden voorhoofd4 ,in die laatste gestalte strijdt hij tegen den daeva ,apaosa 7veranderd in een zwart bont paard71 dien hij ten laatste overwint4 ,dan brengt hij ,vourukasa1 de hemelzee met de wijde oevers1 in beweging1 zoodat het water naar alle zijden stroomt en op de aarde neerdaalt4 ,m4 a4 w4 ,tistrya was oorspronkelijk de hooge hemelgod1 die de door booze machten vastgehouden wateren bevrijdt4 ,in drie jaargetijden voert hij heerschappij3 in de lente is hij een krachtig jongeling1 in den zomer de bevruchtende stier1 in den herfst het witte paard1 dat het donkere zwerk bekampt en overwint4 ,dezen god kon men in het dorre ,perzi allerminst missen4 ,hij moest wel worden opgenomen in den nieuwen godsdienst3 zouden niet de vromen het uitblijven van den regen toeschrijven aan het verzuim om den machtigen ,tistrya vereering te brengen8 ,zoo wordt dan ook in het ,avesta op zijne vereering aangedrongen1 doch tevens uitdrukkelijk bepaald dat roovers1 boeleersters en ongeloovigen verre van zijn dienst moeten blijven4 ,ook wordt hij1 hoe hoog verheven ook als heer van de sterren1 toch aan ,mazda ondergeschikt gemaakt en eene eigenaardige kleur aan zijne vereering gegeven1 in overeenstemming met het ,perzische geloof4 ,ook de dienst der oude godin ,asi1 meestal nu met ,asa verbonden1 herleefde wederom4 ,geen wonder3 zij gold als de godin die de vruchtbaarheid verleent4 ,daarom zijn allen1 die den bijslaap niet of niet meer kunnen uitoefenen van hare vereering uitgesloten4 ,eveneens ontuchtigen1 of die de vrucht afdrijven4 ,en--de grootste zonde in hare oogen1 is dat men de jonge meisjes lang ongehuwd laat of tot den ongehuwden staat veroordeelt4 ,het moest immers geen moeite kosten den dienst van zulk eene godin te doen herleven in een godsdienst1 die wars van ascese en ongehuwden staat1 het eerbaar huiselijk1 gezeten leven op prijs stelt8 ,onder de goden1 in het ,zarathustrisch systeem opgenomen1 mogen wij vooral ,haoma1 ,hom1 zooals hij soms ook genoemd wordt1 niet vergeten4 ,wij ontmoetten dien god der onsterfelijkheid reeds vroeger in ,indi #aha en met verwondering zien we hem ook hier wederom verschijnen4 ,zeer waarschijnlijk is zijn vereering eerst opgekomen in zuid-oost ,iran1 het gedeelte aan ,indi grenzende4 ,dat hij oorspronkelijk niet in het ,mazdesme thuisbehoort1 blijkt uit de volgende mythe4 ,zarathustra1 zoo heet het1 reinigt1 onder het zingen der ,gatha's1 het vuuraltaar4 ,daar verschijnt een verheven gestalte1 waarin de profeet een goddelijk lichtwezen herkent4 ,wie hij is1 weet hij echter niet4 ,haoma maakt zich bekend en deelt hem mede dat hij altoos vereerd is door de vromen van den voortijd1 wien tot loon voor die vereering zulke groote zonen werden geschonken4 ,ook de vader van den profeet noemt hij onder zijn vereerders3 hem werd de groote ,zarathustra geboren4 ,dan verklaart deze zich bereid de voorvaderen te volgen en zingt een loflied1 ,haoma ter eere4 ,in de voorstelling van deze godheid is veel onzekers2 nu eens is hij de onsterfelijkheidsplant zelve1 die het ,haomasap levert1 dan weer een hemelsche personificatie daarvan4 ,de zaak is denkelijk deze3 als men in den zaligen roes verkeerde1 welke door het ,haomasap werd gewekt1 gevoelde men zijn kracht als verdubbeld en erkende daarin de werking van een machtigen geest4 ,die geest was de god ,haoma4 ,later werd hem nog meer macht toegekend3 hij werd de ,levensgever in ruimeren zin4 ,ook drenkt hij de goden en bevochtigt de aarde4 ,de haomaplant is door de goden geschapen en over de aarde verbreid1 haar wonderkracht geeft een zalige bedwelming1 die geen twist1 noch nijd veroorzaakt4 ,werd alzoo ,haoma een god van beteekenis1 niet minder was dit met den ,oost-,arischen lichtgod ,mithra het geval4 ,deze god vertegenwoordigt oorspronkelijk den lichthemel bij dag en nacht4 ,nooit slaapt hij1 alles aanschouwt hij van uit zijn wachttoren4 ,met zijn knots gewapend--want hij is een krijgsgod--gaat hij rond om alles op te merken1 wat er op aarde voorvalt4 ,met gestrengheid bestrijdt hij de leugen2 een ever met ijzeren klauwen en tanden gaat hem vooraf1 de vijanden vernietigend4 ,zijn toorn is vreeselijk1 wee1 die den eed1 aan dezen gestrenge gedaan1 verbreekt4 ,mazda zelf1 zoo heet het1 heeft hem geschapen1 hem al zijn wonderbare krachten en zijn tienduizend oogen gegeven en hem alzoo tot den waakzamen beschermer der wereld aangesteld4 ,behalve deze oude volksgoden1 opgenomen onder de yazata's1 de vereerenswaardige geesten1 spelen in het ,parzisme ook een soort beschermgeesten1 de ,fravasi's een vrij belangrijke rol4 ,zij zijn het1 die--ongeveer als de beschermengelen van het ,roomsch ,catholiek geloof--de menschen terzijde staan4 ,elk persoon1 elke veldheer of koning1 ieder huis en dorp heeft zijn beschermgeest4 ,doch ook zijn er myriaden van ,fravasi's1 die de wacht houden over het gesternte1 vooral over den grooten beer1 die als hoofd der noordelijke sterren het dichtst bij de woningen der daeva's staat4 ,wederom anderen waken over het zaad van ,zarathustra1 dat volgens de ,parzische legende in een meer wordt bewaard en waaruit eenmaal badende jonkvrouwen van een wereldheiland en zijn beide voorloopers zullen zwanger worden4 ,somtijds ook worden de fravasi's voorgesteld als eigenlijk de zielen der geloovigen1 die voortleven na den dood3 oorspronkelijk werden deze echter daarvan onderscheiden4 ,zoo zien wij dus aan de zijde van ,ahura ,mazda een heirleger van hoogere en lagere hemelwezens1 die met hem het rijk des boozen bestrijden1 machten bij wie de mensch hulp en bescherming kan zoeken en die hij overal op zijn levensweg ontmoet4 ,daartegenover echter staat een gansche wereld van booze geesten1 met ,anro mainyu aan het hoofd4 ,deze staat geenszins met ,mazda op ne lijn1 al is hij een machtig wederpartijder4 ,alwetend is hij noch almachtig4 ,mazda zelf kende hij niet1 voor hij1 bij een poging om in den hemel door te dringen1 door diens licht werd verblind4 ,ook de toekomst kent hij niet1 voordat ,mazda hem deze heeft onthuld3 eenmaal zal hij al zijn macht verliezen1 zijn schepselen vernietigd zien en zelf in het niet zinken4 ,anro mainyu siddert en beeft1 hij en zijn dienaren1 als de groote profeet1 met het ,godswoord gewapend1 geboren is4 ,als hij dat verneemt1 roept hij zijn getrouwen samen bij den ingang der hel en deelt hun mede dat de heilige ,zarathustra1 de geesel der daeva's1 de aartsvijand der druja's1 is geboren1 en dat het rijk van verderf1 leugen en valschheid met den ondergang wordt bedreigd4 ,hij weet niet1 hoe dezen profeet te dooden4 ,later beproeft hij het1 als de profeet tot rijperen leeftijd gekomen1 zijn goddelijke roeping wil gaan vervullen4 ,hij zendt een boozen geest op hem af1 doch deze vindt hem bezig het heilig gebed1 het ,ahuna vairya1 aan te heffen en de ,mazdayasnische geloofsbelijdenis op te zeggen4 ,daartegenover vermag de booze geest niets en teleurgesteld keert hij tot zijnen meester terug en verklaart dat de heerlijkheid van ,mazda te groot is1 dan dat de dood macht over hem zou hebben4 ,nog andere pogingen worden in 't werk gesteld1 doch ,zarathustra1 sterk met zijn heilig offergereedschap1 met ,haoma en de woorden van ,mazda1 geeft den strijd niet op1 doch geeft te kennen1 dat hij liever zou te niet gaan dan het geloof afzweren4 ,zoo wordt hier het rijk des boozen in zijn machteloosheid geschetst4 ,eveneens ook elders3 de booze kan wel de scheppingen van ,mazda vernielen2 de landen1 door hem voor zijn aanbidders bestemd onbewoonbaar te maken1 vermag hij niet2 al wat hij kan1 is ze door zijn tegenscheppingen eenigszins te bederven4 ,soms schijnt de heer des hemels in verlegenheid1 doch hij heeft goede machten onder zich1 waartegen de vijand niets vermag4 ,op aarde en voor den mensch is echter de macht van den booze zeer geducht4 ,met alle natuurlijk en zedelijk kwaad staat deze hem tegen4 ,onder zijn helpers is de drukhs ,nasus1 de demon des bederfs1 die uit het noorden komt aanvliegen en zich op het lijk van den gestorvene zet4 ,deze werkt samen met den doodsdemon1 den beenderenbreker1 dien men zich in vogelgestalte voorstelde4 ,ook staan aan ,anro mainyu ter zijde3 ,aesma1 de nijd1 ,ahomano1 de slechte gezindheid1 ,tauru1 de pijniger1 ,indra1 ,sauru 7 arva-iva7 enz41 de beide laatste1 zoo men ziet ,indische goden4 ,eveneens helpen hem de ,pairika's1 de schoone jonkvrouwen van het verboden genot4 ,een van haar poogt met haar bedwelmend sluimerlied de geheele wereld weer te doen inslapen1 zoodra de heilige vogel van ,sraosa1 ,parodars1 de haan1 de wereld heeft wakker gemaakt4 ,ook heeft men een pairika1 die de genius der afgoderij zou kunnen heeten4 ,verder de druja's1 die de menschen tot vleeschelijke gemeenschap verleiden1 en met wie men gemeenschap pleegt1 indien men1 zij het onwillekeurig1 zichzelf bevlekt4 ,dan al de daeva's1 die verblijf houden in het onderaardsche rijk van den booze1 de duistere duisternis1 uit duisternis gesproten4 ,tegen al deze machten1 door ,anro mainyu1 den moordenaar1 den duizenddooder1 zooals hij menigmaal genoemd wordt1 aangevoerd1 heeft de mensch nu te strijden4 ,offers1 reinigingsplechtigheden1 heilige gebeden zijn zijne wapenen4 ,de mensch heeft er tegen te strijden1 zeide ik4 ,daarop wijst ook de plaats1 welke hij inneemt in de wereld4 ,hij staat tusschen beide machten1 de goede en de booze in4 ,boven hem toch welft zich de hemel1 de woning des lichts1 onder hem is de diepte der duisternis1 hijzelf is in het rijk van ,vayu #ahb1 in den dampkring4 ,de aarde waarop de mensch woont1 is in zeven karsvare's 7kringen7 verdeeld4 ,de middelste daarvan is de door de menschheid bewoonde aarde1 zij is tevens de schitterendste4 ,men weet1 dat ook de ,indirs en de oude ,babylonirs zulk een in zeven deelen verdeelde aarde kennen1 de ,indirs spreken van de zeven dvipa's4 ,wat de voorstelling omtrent het heelal betreft1 de oude ,perzen kenden twee wereldoceanen3 den een in de diepte1 ,puita1 den stinkenden d4 i4 den aardschen oceaan1 waarin het water uit de hemelzee gereinigd wordt en die met hare zoute1 onreine wateren onder de gansche aarde doorloopt1 den anderen1 ,vourakasa1 den hemelschen oceaan daarboven1 waaruit ,anahita1 ,tistrya en de ,fravasi's de hemelwateren uitstorten over de aarde4 ,voorts nemen zij aan1 dat een wereldstroom de gansche aarde omgeeft4 ,boven de hemelzee is de onzichtbare lichthemel1 waar de verheven geesten en ,mazda wonen4 ,in 't midden daarvan staat de hemelboom1 waar de planten van alle soorten groeien1 welker zaden ,mazda laat neerdalen in den regen om koren voor den mensch en gras voor het nuttig vee te doen groeien4 ,somtijds zet zich op dien boom de arend ,saena neer1 die1 als hij zich neerzet1 duizend takken doet afvallen1 welke weer aangroeien1 zoodra hij wegvliegt4 ,ook kennen de oude ,perzen een hemelschen berg1 een godenberg met twee spitsen4 ,daar zijn der goden paleizen4 ,in den morgen worden deze bergen door de zon overschreden en ook de zielen1 die ten hemel varen komen hier langs4 ,de hoogste spits van dit gebergte is de ,taera1 het middelpunt der wereld1 waaromheen zon1 maan en sterren draaien4 ,men ziet3 zuiver mythologische opvattingen4 ,toch daarnaast staat weer veel verhevens4 ,zoo worden de oneindige tijd1 het eeuwige licht en de oorspronkelijke duisternis1 alsmede de wereld van ,asa1 als eeuwig gedacht4 ,waarom8 ,omdat zij boven ,mazda zouden staan8 ,neen1 maar omdat ,mazda van eeuwigheid is en dus ook zijn rijk1 zijn geestelijke wereldorde1 zijn lichtsfeer van eeuwigheid bestaat1 evenals de oorspronkelijke duisternis1 het tegenbeeld dier lichtsfeer4 ,al het andere1 zegt het ,avesta1 mensch en dier en plant1 ook de ,yazata's1 heeft ,ahura ,mazda geschapen4 ,wat die schepping betreft1 de voorstellingen der oude ,perzen hebben eenige overeenkomst met het scheppingsverhaal van ,genesis ,i4 ,ook de ,perzen toch spreken van zes scheppingsdagen1 waaraan zij zes jaarlijksche feesten1 oorspronkelijk landbouwfeesten1 hebben gewijd4 ,wat de volgorde betreft1 zij is deze3 eerst brengt ,mazda een hemelsche schepping tot stand door #ahc het uitspreken van het heilige woord1 ,ahuna ,vairya1 daarna de aardsche3 het uitspansel1 de wateren1 de planten1 het vee1 de menschen4 ,we zien dus ook hier weer1 dat het oude ,parzisme geen zuiver dualisme is4 ,mazda staat boven alles3 onder hem staan zijn dienaren3 amesa-spenta's1 yazata's enz41 doch ten slotte ook de vijandige geest met diens rijk1 dat op den duur tegen het zijne niets vermag en welks bestrijding de taak van den vrome is4 ,zoowel door landbouw als door een godgewijd leven3 beiden toch vloeien ineen1 moet deze daartegenover pal staan4 ,de strijd tegen natuurlijk en zedelijk kwaad is zijn levenstaak4 ,voert hij dien strijd met volharding1 dan vindt hij heil in dit1 zoowel als in een volgend leven4 ,bij den dood toch wordt des menschen lot beslist4 ,voor de slechten volgt de diepste ellende1 de vromen ontvangen1 voor wat zij hier hebben opgeofferd #ahd1 hiernamaals eeuwig loon4 ,in een der plaatsen uit de ,zend-,avesta wordt dit aldus voorgesteld3 als de mensch gestorven is1 strijden de ellendige daeva's om zijn bezit3 drie nachten lang4 ,aan het eind van den derden nacht1 als ,mithra den top van den godenberg heeft bereikt en de zon opgaat1 is de strijd beslist4 ,de booze daevadienaars worden meegenomen door den daeva ,vizaresa 7den wegsleeper74 ,doch de andere zielen gaan op het goede pad4 ,bij de brug invat komen de vromen en smeeken om hun deel1 voor wat zij hier moesten prijsgeven4 ,een sterke1 sierlijke jonge vrouw verschijnt1 een kroon op het hoofd1 met de honden1 die de dooden geleiden4 ,zij voert de zielen over de brug invat en steunt hen4 ,zoo komen zij in den hemel1 waar ,mazda met zijn heiligen is4 ,vohumano rijst van zijn gouden troon en vraagt3 ,hoe zijt gij hier tot ons gekomen van de vergankelijke tot de onvergankelijke wereld8 ,dit gedeelte behoort tot de oudste teksten2 later wist men van de brug invat te vertellen1 dat deze zoo smal was als een scheermes voor de slechten1 zoodat deze er afvallen4 ,hier wordt zij nog uitsluitend3 als een brug der goden1 door de vromen betreden4 ,ook weten latere schrijvers van verschillende hemelen1 ten slotte zelfs van een soort vagevuur1 te gewagen4 ,de boozen gaan alzoo naar de plaats des verderfs1 de dienaars van ,mazda naar den hemel4 ,hoe echter dacht men over de toekomst der aarde en die der op haar wonende menschheid8 ,een oude voorstelling is deze3 ,aan het einde van de twaalf duizendjarige perioden der wereldgeschiedenis zal ,mazda1 door de ,amesa-,spenta's geholpen1 de wereld herscheppen4 ,dan zullen de menschen niet meer verouderen of sterven1 maar eeuwig leven en bloeien4 ,de dooden zullen opstaan1 zielen en lichamen worden vereenigd en de levenden gaan tot de onsterfelijkheid in1 de wereld wordt herschapen naar den wil van ,mazda in de ordeningen van ,asa4 ,alle booze machten worden ten onder gebracht en vernietigd en de oorsprong van alle kwaad1 ,anro mainyu1 trekt zich in wanhoop terug4 ,deze groote gebeurtenis der tweede schepping wordt reeds door de drie voorafgaande wereldeeuwen 7van #ajjj jaren elk7 voorbereid4 ,elk van deze drie tijdperken heeft zijn ,saosyant 7heiland1 ,messias74 ,deze drie ,messiassen1 waarvan de laatste de grootste1 de eigenlijke wereldvernieuwer is1 worden geboren uit het zaad van den grooten profeet ,zarathustra1 sinds eeuwen bewaard in het meer ,kasaya1 welk zaad drie jonge maagden1 in het meer badend1 in zich opnemen4 ,de eerste verlosser heet3 de groeiende gerechtigheid1 de tweede3 de groeiende aanbidding1 de derde3 de belichaamde gerechtigheid4 ,de laatste heiland aanschouwt met zijn verstandigen zegenenden blik de wereld en dit reeds is genoeg om haar onsterfelijk te maken4 ,de vromen zijn zijne helpers3 zij die1 steeds goed in denken1 spreken1 handelen en gelooven1 nooit hun woord hebben gebroken4 ,voor hen te zamen neemt de demon ,aesma de vlucht4 ,dan nemen ook de hemellingen deel aan den strijd4 ,asa beslist den slag door de ,drukhs3 de moeder van alle kwaad1 de duistere bij uitnemendheid1 te dooden4 ,wel valt ,akem mano1 de booze gezindheid1 nog aan1 doch ,vohumano verslaat hem1 de waarheid overwint de leugen en ,haurvatat en ,ameretat maken aan honger en dorst voor immer een einde4 ,anro mainyu moet1 zoo wij reeds vermeldden1 zich machteloos terugtrekken4 ,over zijn verder lot zwijgen de oude teksten4 ,wel schijnt er ook op den bodem dezer oude voorstellingen reeds de gedachte te liggen1 in later dagen nog meer opzettelijk uitgewerkt1 dat ten slotte allen gered worden1 omdat allen worden geheiligd4 ,we hebben gezien1 wie de oude ,perzen boven zich zagen1 als bondgenooten in den goeden strijd2 welke hun tegenstanders waren en wat voor lot zij verwachtten van de toekomst4 ,ons rest nu nog op hun godsdienstig-zedelijk leven zelf onzen blik te vestigen4 ,achtereenvolgens bespreken wij daartoe3 de geestelijkheid1 den eeredienst en de zedewet4 ,wat de eerste betreft1 evenals in andere godsdiensten golden ook hier de priesters als de voornaamsten1 de eersten in stand4 ,zij werden meest atharvans1 vuurpriesters genoemd en hunne voornaamste werkzaamheden waren3 het brengen van offers1 vooral van het haoma offer en het voeden en vereeren van het heilige vuur4 ,ook waren er onder hen1 naar het schijnt1 verschillende klassen4 ,het komt mij onnoodig voor1 om op al die eigenaardigheden van priesterschap en eeredienst uitvoerig in te gaan4 ,een enkele opmerking moge volstaan over het haoma-offer en den vuurdienst4 ,wat dat eerste betreft1 het had ten doel het leven op te wekken en te versterken1 allereerst bij den offeraar zelf1 voorts ook bij de geheele natuur1 waarbij deze laatste zinnebeeldig werd voorgesteld door de baresman 7gewijde twijgen7 en de wateren4 ,daarom had de heilige handeling hierbij1 ook met het oog op dit tweeledig doel1 tweemaal plaats en mocht de offeraar bij die tweede handeling eerst van het haoma drinken1 als de daarbij behoorende afdeeling uit de heilige boeken geheel was opgezegd4 ,alles wat bij dit offer te pas kwam1 had betrekking op het levensonderhoud1 zooals3 het wijwater1 de melk1 het vleesch1 de granaatvrucht1 de offerkoekjes4 ,den offeraar geeft het genot van den onsterfelijkheidsdrank deel aan het hemelsche leven1 doch ook heeft het een geheimzinnige uitwerking op de natuur en de hemelmachten4 ,de maaltijd bij het offer was oorspronkelijk een gemeenschappelijk maal1 waarbij men uitdrukkelijk werd gewaarschuwd toch niet onwaardig de gewijde spijzen1 de myazda of offerkoekjes1 te eten4 ,de goden werden1 volgens hun rangorde1 ,mazda en de ,amesa-,spenta's vooraan1 uitgenoodigd bij het offer tegenwoordig te zijn4 ,hoe hoog echter het ,haoma-offer werd gesteld1 toch waren de oude atharvans in de eerste plaats vuurpriesters4 ,het vuur achtten zij hoog1 het is immers het levensbeginsel van het gansche heelal1 het leeft in mensch en dier en plant1 #ahe het daalt in den bliksem op aarde neer1 het brandt in ,mazda's hemel voor zijn aangezicht1 het is zijn zoon1 tevens zijn geest4 ,heilig was dus het vuur1 ook dat van den huiselijken haard1 doch heilig bovenal het zoogenaamde ,bahram vuur3 het hemelsche vuur onder de menschen1 dat door hout en reukwerk zorgvuldig werd onderhouden en dat men slechts naderen mocht1 als men met den heiligen gordel was bekleed4 ,geen adem mocht het verontreinigen1 het te blusschen was doodzonde4 ,onderhouden moest het worden door allen1 in de eerste nachtwaak door den huisheer1 in de tweede door den veldarbeider1 in de derde roept het vuur ,sraosa1 opdat zijn haan ,parodars de menschen wekke1 want wie dan de eerste is om het heilige vuur te verzorgen1 hij gaat het eerst ten hemel in4 ,aan dit heilige vuur moet men andere vuren reinigen4 ,de zorg voor dit altaar des heiligen vuurs was niet te vergeefs4 ,atar1 de vuurgod1 gaf rijken zegen3 waar zijn vlammen waaien1 zijn geuren stroomen1 worden duizenden daeva's gedood4 ,de zorg voor het heilige vuur heeft ten allen tijde de aandacht getrokken der buiten het ,parzisme staanden3 vandaar dat men dikwijls ten onrechte van vuuraanbidders spreekt4 ,in later dagen ging het met het ,parzisme als met andere godsdiensten2 de magie1 het geloof aan tooverinvloeden1 kwam hoe langer hoe meer het terrein van den godsdienst binnen1 en zoo had ook het offeren--'t zelfde had trouwens in ,indi plaats #ahf--minder ten doel in de nabijheid der hemelwezens te komen en hun zegen te verwerven1 dan wel macht te verkrijgen over de geesten der duisternis en die af te weren4 ,zoo ontaardde de eerst zoo verheven godsdienst4 ,de wederom toegelaten oude volksgoden hadden daartoe aanleiding gegeven1 met hen kwam het oude1 bekrompen bijgeloof weer terug4 ,doch1 wij overschrijden reeds het bestek1 waarbinnen wij ons thans bewegen3 wij willen ten slotte en dit is voor ons niet het minder belangrijke1 nog een blik werpen op de wet1 de religieuze zedewet van het ,parzisme4 ,gewoonlijk heet deze3 ,daena1 dat nu eens door wet1 dan weer door godsdienst kan vertaald worden4 ,aan haar wordt groote kracht toegekend3 zij neemt de zonden weg1 doch niet door vergeving maar door bestrijding1 zij wischt bij den vrome slechte gedachten1 woorden en daden weg1 gelijk de sterke zuidenwind in den dampkring4 ,wij merkten reeds op1 dat de ,zarathustrische godsdienst tevens een sociale hervorming was4 ,dit nu komt ook hier uit4 ,tegenover het aan ,mazda gewijd1 gezeten leven van den landbouwer1 staat het nomadenleven van den daevadienaar4 ,gelijk de bebouwde aarde het terrein is van ,mazda1 zoo is de woeste wildernis dat van zijn tegenstander4 ,de aarde te bebouwen is volgens deze wetten een der voornaamste plichten4 ,de aarde1 zoo heet het1 is als eene jonge maagd1 die een man verlangt en1 met den geliefde vereenigd1 een zoon baart4 ,zoo ook geeft de aarde overvloed1 aan wien haar vlijtig bebouwt 7bevrucht74 ,graan zaaien is de wet betrachten4 ,waar de volle halmen zich verheffen1 daar verdwijnen de daeva's4 ,de landbouw is de vereering der heilige moeder-aarde4 ,drie plaatsen zijn alzoo het heiligst3 waar de vrome zijn huis en erf heeft met het heilige vuur1 waar hij het meeste koren1 voeder en vruchtboomen doet groeien en dorre plaatsen besproeit1 en3 waar het meeste vee geboren wordt4 ,de meest onreine plaatsen zijn3 de ingang der hel1 waar de daeva's vergaderen1 de plaatsen waar lijken zijn of holen van aan ,anro mainyu toebehoorende dieren1 zooals slangen1 enz4 ,lijken op te graven en holen van ,anro mainyu te vernielen zijn dus voor den ,mazda dienaar heilige plichten4 ,van ascese wil men niets weten3 om te doen wat ,asa voorschrijft zijn noodig welgevoede1 krachtige mannen4 ,een spreuk 7mathra71 die men van buiten moest leeren zegt3 ,hij die niet eet1 heeft geen kracht voor het ,asa1 geen kracht tot den akkerbouw1 geen kracht om zonen te telen4 ,daarmee komt overeen wat het ,zend-,avesta voorschrijft1 dat men vr den bijslaap een gebed doe4 ,zoo stond men lijnrecht tegenover de ascese4 ,ook vrijwillige armoede1 bedelend rondzwerven en zelfkastijding worden veroordeeld4 ,bij ons1 zoo heet het in een later geschrift1 is het houden van vasten dit1 dat wij vasten van zondigen met onze oogen en tongen1 onze ooren en handen en voeten--datgene wat in andere godsdiensten vasten is door niet te eten1 is in onzen godsdienst vasten door geen zonden te bedrijven4 ,op ijverigen arbeid en vroeg opstaan wordt de nadruk gelegd3 ,parodars1 de haan1 is de heilige vogel van ,sraosa4 ,doch niet minder op eerlijkheid1 trouw en waarheid1 terwijl ook de kuischheid in hooge eere stond4 ,ook mededeelzaamheid wordt als plicht gesteld3 de stem van den arme1 dien men ongetroost wegzendt1 klinkt als een luide aanklacht door 't gansch heelal en bereikt den troon des ,alwijzen4 ,wat de eerlijkheid betreft3 eigenaardig heet het in een der teksten dat wie zijn schuld niet afdoet een dief is1 die roof pleegt aan zijn schuldeischer4 ,ook wordt aangedrongen op het nakomen zijner contracten3 zelfs de nabestaanden zijn daarvoor solidair aansprakelijk4 ,ontucht wordt met strenge straffen bedreigd4 ,afdrijving der vrucht en kindermoord zijn hier ten strengste verboden4 ,een vader is1 men ziet dat op dit punt de ,perzen ons vooruit waren1 verplicht de ongehuwde moeder te onderhouden en voor het kind tot diens zevende jaar te zorgen4 ,de ontuchtige vrouw is vogelvrij3 de ontucht is ,anro mainyu's geliefde dochter4 ,wat betreft de zoogenaamde verwanten-huwelijken 7tusschen broeder en zuster1 ouders en kinderen71 later zijn deze bloedschendige verbintenissen wl door de ,magirs aangeprezen1 doch in het ,avesta vinden wij dit niet4 ,waarschijnlijk zijn zij ontstaan uit de begeerte1 om het ras zuiver en onvermengd te houden4 ,reinheid eischte de ,mazdayasnische wet echter niet slechts op zedelijk1 ook op natuurlijk gebied4 ,daartoe rekende men allereerst den plicht om aarde1 water en vuur rein te houden3 de drie heilige elementen van ,mazda4 ,vandaar dat de oude ,perzen hun dooden niet verbrandden1 dat zou het vuur verontreinigen1 noch hen begroeven1 dat zou de aarde ontheiligen1 maar ze neerlegden op een soort torens #ahg1 waar ze door roofvogels konden worden verteerd4 ,de alleroudste wijze van lijkbezorging was echter deze1 dat men het lijk ergens neerlegde op zijn eigen kussen of doodslaken1 fel beschenen door de zon4 ,een lijk begraven is een groote zonde1 verbranden echter nog grooter kwaad2 wie dt iemand ziet doen1 is volgens de wet verplicht den overtreder te dooden4 ,een veld waar een lijk van een mensch of een hond heeft gelegen1 mag in geen geval bezaaid worden1 voordat het is gereinigd4 ,een begraven lijk moet althans binnen 't jaar opgegraven worden1 wie er twee jaar mee wacht1 begaat een onvergeeflijke zonde4 ,tegenover de dierenwereld nemen de ,parzisten een geheel andere houding aan1 dan b4v4 de volgelingen van ,boeddha4 ,terwijl toch dezen het leven in alle schepselen heilig achten1 is het hier plicht om de aan ,mazda gewijde dieren te beschermen1 maar de scheppingen van ,anro mainyu uit te roeien4 ,was het dooden der eerste verboden1 toch maakte men uitzondering voor dieren1 die den mensch tot spijze dienden en bij de offers aan sommige yazata's werden ook paarden1 kameelen1 runderen en kleinvee geslacht4 ,waarom nu sommige dieren heilig1 andere onrein werden geacht1 is vaak moeilijk na te gaan4 ,het nut besliste zeker menigmaal1 doch niet altijd4 ,heilig zijn boven alles de koe en de hond4 ,zoo ook de egel en de otter2 den laatste hield men voor een soort hond4 ,ook de kat en de uil1 de vogel van ,vohumano1 zijn heilig als bestrijders van het ongedierte1 dat het graan opeet3 de muizen4 ,eveneens de gier1 de bekende straatreiniger van het ,oosten4 ,onrein zijn3 slangen1 ratten1 muizen1 mieren1 padden1 kikvorschen1 deze moeten worden gedood4 ,de ,perzen schenen1 wat de onreinheid betreft1 den stelregel toegedaan3 het bederf van het beste is het slechtste4 ,immers juist de overblijfselen van een mensch en een hond1 en onder menschelijke overblijfsels vooral dat van een priester waren ten zeerste onrein4 ,zooveel mogelijk moest men zich daarvoor wachten4 ,verontreiniging was echter1 bij de lijkbezorging1 niet steeds te vermijden4 ,water1 aarde1 doch vooral de urine der koe1 waren de gewone zuiveringsmiddelen4 ,wie b4v4 een lijk had aangeraakt1 moest een vrij omslachtige reiniging ondergaan1 waarbij de priesters met besprengingen en gebeden dienst moesten doen4 ,zoo was reinheid een strenge eisch1 doch om al het ritueele werd het innerlijke niet vergeten4 ,reinig u zelf1 o gerechte1 klinkt het ons tegen2 dit toch is in de stoffelijke wereld voor ieder de reiniging van deze zijn eigen persoonlijkheid1 o gerechte1 dat hij haar reinige door goede gedachten1 woorden en daden4 ,wat nu de straffen aangaat1 door de wet voor de overtreders bepaald1 meestal waren zij niet gestreng4 ,slechts op groote onreinheden1 grove ontucht en ketterij stond de doodstraf1 overigens waren het lijfstraffen1 die den overtreder hier bedreigde2 later werden deze door geldboeten vervangen4 ,men had echter ook geestelijke straffen1 waarbij men in meerdere of mindere mate van de gemeenschap der vromen was uitgesloten4 ,een der grootste straffen was3 de verbanning uit der menschen gedachtenis1 waarbij men dus werd dood verklaard4 ,de allerzwaarste die3 waarbij men van de godsdienstige gemeenschap werd uitgesloten en onder smaad en gejouw werd weggejaagd4 ,toch1 ook dan nog kon men zich genade verwerven3 als men namelijk een der felst gehate overtreders doodde4 ,we hebben hiermede ons overzicht van het oude ,mazdesme ten einde gebracht en het leeren kennen1 als een bij uitstek praktischen1 verstaanbaren godsdienst3 althans in zijn hoofdtrekken4 ,we weten ook--straks komen wij daarop terug--dat deze godsdienst ook nu nog hier en daar in ,perzi zelf1 maar vooral onder de naar voor-,indi uitgewekenen1 de zoogenaamde ,parsi's1 voortleeft4 ,doch1 minder gemakkelijk is nog de vraag3 waar en wanneer is deze godsdienst eigenlijk geldig geweest8 ,daarover is onder de geleerden veel verschil1 waarop wij hier niet kunnen ingaan4 ,we volstaan met als ons gevoelen mee te deelen dat de ,zarathustrische godsdienst1 nagenoeg zooals wij dien uit het jongere ,avesta leerden kennen1 de heerschende godsdienst is geweest onder ,cyrus 7#eeh-ebi v4 ,c47 en zijne opvolgers1 de zoogenaamde ,achaemeniden4 ,aan hun rijk maakte ,alexander de ,groote 7#ccf-cbc7 een einde en tevens schijnt hij tegen het ,mazdesme en zijn gewijde boeken te hebben gewoed4 ,het gevolg is geweest dat deze godsdienst in diep verval geraakte1 al bleef hij in enkele landstreken vrij zuiver bewaard4 ,later echter kwam er een tijd van herleving en wel onder de ,sassaniden1 welk vorstenhuis vanaf #bbf n4 ,c4 regeerde1 totdat de ,islam zich ook in ,perzi vertoonde en ,mohammed ,zarathustra verdrong1 toen in #fea het rijk der ,sassaniden bezweek4 ,toch bleven er eenige weinige getrouwen tot op dezen dag2 vooral werden de ,parzische instellingen en leeringen trouw bewaard door naar ,indi uitgewekenen1 de zoogenaamde ,parsi's1 welke laatsten zelfs trachten hun ouden godsdienst in diens oorspronkelijke zuiverheid te herstellen4 ,naar het mij voorkomt is dit verschijnsel belangrijk genoeg1 om er nog een oogenblik bij stil te staan en ook aan dit nieuwe1 herstelde ,parzisme nog een enkele bladzijde te wijden4 ,,iv4 ,het hervormde ,mazdesme der tegenwoordige ,parsi's4 ,wij vermeldden reeds1 dat er in oude dagen1 aan hun godsdienst getrouwe ,perzen naar ,indi uitweken4 ,gastvrij werden zij daar ontvangen1 alleen hun wapens moesten zij afleggen1 hun kleeding veranderen en geen koeien meer dooden4 ,daar1 in ,indi1 vergaten zij hun taal1 ook al konden zij nog een enkel gebed in de oude taal uitspreken en werden hun ook in het maatschappelijk leven allerlei gewoonten eigen1 aan de ,hindoes1 later ook aan de ,mohammedanen ontleend4 ,toch3 twee punten van hun oud geloof hielden zij vast3 er was maar n ,god1 en3 een man mocht slechts huwen met ne vrouw4 ,ook bleven zij hun heilige boeken bewaren4 ,het ,engelsch bewind gaf hun meer vrijheid en deed de kracht van het energieke volk1 7de flinkste kooplieden van ,bombay zijn allen bijna ,parsi's7 ontwaken4 ,verder werden zij nog meer wakker geschud uit hun verdooving door de werkzaamheid van ,christenzendelingen4 ,toen er enkelen van hen voor het ,christendom waren gewonnen1 begrepen de anderen1 dat zij--wilde hun godsdienst en gemeente bestaan blijven--wat meer voor de godsdienstige opleiding hunner kinderen moesten doen1 dan hen enkele spreuken en gebeden uit het ,zend-,avesta te laten leeren in de oorspronkelijke taal1 welke zij niet begrepen4 ,de vrucht dezer beweging was de uitgave van een ,parzischen catechismus1 onder den titel3 ,eenige vragen en antwoorden om de kinderen van de heilige ,zarathustrische gemeente bekend te maken met den ,mazdestischen godsdienst4 ,gesprek tusschen een ,zarathustrischen meester en zijn leerling4 ,we halen uit dit werkje een gedeelte aan1 vooral om er uit te doen zien1 hoe de ,parsi's hierin trachten terug te keeren tot het oude1 zuivere geloof1 toen het nog niet door den invloed der schare was verbasterd4 ,waarin gelooven wij1 leden der ,zarathustrische gemeente8 ,wij gelooven slechts in n ,god1 en in niemand behalve in ,hem4 ,wie is die ne ,god8 ,de ,god1 die de hemelen1 de aarde1 de engelen1 de sterren1 de zon1 de maan1 het vuur1 het water 7of de vier elementen7 en alles1 wat in de twee werelden is schiep4 ,in dien ,god gelooven wij1 ,hem dienen wij en vereeren wij1 ,hem roepen wij aan4 ,gelooven wij niet in eenig ander ,god8 ,wie in eenig ander ,god gelooft1 is een ongeloovige2 hij zal de straffen der hel ondergaan4 ,welke gedaante heeft onze ,god8 ,onze ,god heeft geen gelaat of vorm1 kleur noch gestalte1 noch een bepaalde woonplaats4 ,niemand is aan ,hem gelijk4 ,hij is zoo heerlijk1 dat wij ,hem niet kunnen beschrijven of beoordeelen1 noch ,hem begrijpen4 ,is daar eenig ding1 dat ,god niet kan scheppen8 ,ja1 daar is n ding1 dat ,god zelf niet kan scheppen4 ,wat dat is1 moet gij mij uitleggen4 ,god is de ,schepper aller dingen1 maar indien ,hij iets zou willen scheppen1 dat ,hem gelijk ware1 ,hij zou het niet vermogen4 ,god kan geen ander scheppen1 ,hem zelf gelijk4 ,hoeveel namen zijn er voor ,god8 ,men zegt1 dat er duizend en n zijn1 doch daarvan zijn er nog honderd en n overgebleven4 ,waarom zijn daar zoovele namen van ,god8 ,de namen van ,god1 die zijn natuur weergeven1 zijn twee3 ,yazdan 7almachtig7 en ,pauk 7heilig74 ,ook wordt ,hij genoemd ,hormuzd 7de hoogste der geesten71 ,ddr 7die gerechtigheid geeft71 ,purvurdegar 7voorziener71 ,purvurtur 7beschermer74 ,door deze namen prijzen wij ,hem4 ,er zijn ook vele andere namen1 die ,zijn goede daden beschrijven4 ,wat is onze godsdienst8 ,onze godsdienst is3 ,dienst van ,god4 ,sedert wanneer ontvingen wij onzen godsdienst8 ,gods ware profeet--de waarachtige ,zurthost 7,zoroaster7 ,asphantaman ,anoshirwan--bracht ons van ,godswege het ware geloof4 ,waarheen moet ik het aangezicht wenden1 als ik den heiligen ,hormuzd vereer8 ,wij behooren den heiligen rechtvaardigen ,hormuzd te vereeren1 met ons aangezicht gewend naar een zijner scheppingen van licht1 heerlijkheid en verhevenheid4 ,welke zijn deze voorwerpen8 ,deze zijn de zon1 de maan1 de sterren1 het vuur1 het water en andere heerlijke dingen4 ,naar deze zijne scheppingen wenden wij ons gelaat1 en beschouwen die als ons kibleh #ahh omdat ,god in haar een klein deel zijner heerlijkheid heeft neergelegd en zij daarom in de schepping meer verheven zijn en geschikt om ons kibleh te wezen4 ,welke godsdienst heerschte er in ,perzi vr den tijd van ,zurthost8 ,de koningen en het volk waren dienaars van ,god1 doch zij hadden1 evenals de ,hindoe's1 beelden van de planeten en afgodsbeelden in hun tempels4 ,welke geboden heeft ,god ons gegeven door zijnen profeet1 den verheven ,zurthost8 ,vele geboden1 doch ik geef u het voornaamste1 dat gij u altijd moet herinneren en waardoor gij u moet laten leiden3 ,god als ,en te erkennen4 ,den profeet1 den verheven ,zurthost als zijn waren profeet te eeren4 ,zijn godsdienst en het ,avesta1 door hem gebracht1 als ontwijfelbaar waar aan te nemen4 ,te gelooven in de goedheid van ,god4 ,geen der geboden van den ,mazdestischen godsdienst ongehoorzaam te zijn4 ,booze daden vermijden1 goede daden verrichten1 vijfmaal 's daags bidden4 ,te gelooven in vergelding en gerechtigheid op den vierden dag na den dood4 #ahi ,op den hemel te hopen en de hel te vreezen4 ,zonder twijfel te gelooven in den dag der algemeene vernietiging en reiniging 7van alle zielen1 die lijden74 ,altijd te bedenken1 dat ,god doet1 wat ,hij wil en zal doen1 wat ,hij wil4 ,eenig lichtend voorwerp aan te zien als wij ,god aanbidden4 ,als wij eenige zonde begaan1 zal onze profeet ons dan behouden8 ,nooit moeten wij1 volgens ons geloof1 eenige zonde begaan3 onze profeet1 onze gids in het rechte spoor1 heeft ons uitdrukkelijk gezegd3 gij zult ontvangen1 naar wat gij doet4 ,onze daden beslissen over onzen terugkeer in de andere wereld4 ,als gij deugdzame en vrome daden verricht1 zal de hemel uwe vergelding zijn4 ,als gij zondigt en slechte dingen doet1 zult gij in de hel worden gestraft4 ,daar is niemand dan ,god1 die u kan redden van de gevolgen uwer zonden4 ,als iemand een zonde begaat1 in het geloof dat hij door iemand zal worden gered1 zoo zullen1 zoowel hij1 die hem 7hierin7 bedriegelijk voorgaat1 als de bedrogene veroordeeld zijn tot op den dag van de voleinding der wereld4 ,welke zijn de dingen1 waardoor een mensch gezegend en beweldadigd wordt8 ,door deugdzame daden te doen1 mild te geven1 voorkomend en need'rig te zijn1 zachte woorden te spreken1 anderen het goede toe te wenschen1 een rein hart te hebben1 kennis te verkrijgen1 de waarheid te spreken1 den toorn te onderdrukken1 geduldig te zijn en zichzelf te beheerschen1 vriendelijk te zijn1 schaamte te gevoelen1 behoorlijken eerbied te toonen voor oud en jong1 godsdienstig te zijn1 uw ouders en leermeesters te eeren4 ,alle deze deugden zijn de vrienden van goede1 de vijanden van slechte menschen4 ,door welke dingen gaat een mensch verloren en wordt hij verlaagd8 ,door onwaarheid spreken1 stelen1 dobbelen1 met booze begeerten eene vrouw aanzien1 verraad plegen1 misleiden1 boos zijn1 anderen kwaad toe wenschen1 trotsch zijn1 spotten1 lui zijn1 kwaadspreken1 gierig zijn1 oneerbiedig zijn1 onbeschaamd1 oploopend zijn1 nemen wat eens anders eigendom is1 wraakzuchtig1 onzindelijk1 hardnekkig1 afgunstig zijn1 iemand leed berokkenen1 bijgeloovig zijn en tegenover anderen booze en vijandige daden plegen4 ,dit zijn de vrienden van den slechte1 de vijanden van den deugdzame4 ,deze catechismus was de eerste poging om godsdienstig onderricht aan de jeugd te geven4 ,ook werden de oude1 gewijde boeken in de ,gujarati taal overgezet1 doch3 deze vertaling was te letterlijk en daardoor onverstaanbaar4 ,daarop stichtte in #ahdi ,dabadha ,naoroja1 7een van de voormannen van het nieuw ,parzisme1 waaraan ik deze mededeelingen ontleen71 ten einde meer invloed uit te oefenen1 met andere jonge mannen scholen voor meisjes4 ,zij noemden zich3 ,letterkundige en ,wetenschappelijke ,studentenvereniging4 ,deze ,dabadha ,naoroja kwam toen juist van de academie4 ,hij en zijne vrienden gaven 's morgens en 's avonds les en hadden eerst niet weinig tegen de vooroordeelen van de meerderheid van hun volk te strijden4 ,doch1 zij hielden vol2 aanzienlijke jongelieden kwamen hen helpen en de scholen kwamen tot gevestigden stand4 ,ook hield men lezingen en stichtte men een ,parzistisch weekblad4 ,in #ahea werd eene vereeniging gesticht1 met den straks genoemden ,dabadha ,naoroja als secretaris1 die ten doel had het ,mazdestische geloof van ,hindoesche en ,mohammedaansche toevoegselen te zuiveren en1 door nauwgezette studie der gewijde boeken1 tot zijn oorspronkelijke zuiverheid terug te brengen4 ,deze vereeniging heette ,rahanumai ,mazdiashn 7gids voor de vereerders van nen ,god74 ,er was tegen deze vereeniging een groote vijandschap3 zelfs werd een tegenvereeniging opgericht1 die echter spoedig bezweek4 ,waar het echter gold met ,hindoesche en ,mohammedaansche ceremonin te breken1 daar was er groote tegenstand bij de vrouwen1 zusters en moeders3 die toch immers in het huisgezin den toon aangeven4 ,de meisjesschool evenwel had ook in dezen groot succes4 ,daar leerden deze meisjes immers dit alles als vooroordeel of bijgeloof kennen4 ,zij kwamen daardoor van zelf in verzet4 ,neen1 moeder1 zeiden zij1 de kleine schouders ophalend1 dat is ons geloof niet1 dat is niet goed1 dat is bijgeloovig4 ,en--de moeder luisterde naar het kind1 als zij naar man of broeder niet wilde hooren4 ,sedert dien tijd zijn twee geslachten voorbij gegaan4 ,die kinderen zijn nu zelf moeders en zij zetten de aangevangen hervorming voort4 ,ook nog een andere belangrijke schrede tot hervorming werd ongeveer #ahec gedaan4 ,men weet1 dat het oude ,parzisme de vrouwen volstrekt niet achterstelde4 ,evenwel1 onder vreemden invloed was er ongelijkheid gekomen3 de vrouwen werden weinig geteld4 ,de straks genoemde leider en anderen gingen nu familiesamenkomsten houden en maaltijden1 waarbij ook de vrouwelijke leden der familie tegenwoordig waren4 ,inderdaad hielp dit4 ,trouwens men kon zich ook beroepen op de volgende woorden van ,zarathustra1 in de ,zend ,avesta aangehaald3 ,o gij bruiden en bruidegoms1 mannen en vrouwen1 ik zeg u deze woorden3 ,leeft in nen geest2 doet te zamen uw godsdienstige plichten in zuiverheid van gedachte1 leeft met elkaar in waarheid en door deze dingen zult gij zeker gelukkig worden4 ,ook het hebben van meer dan eene vrouw1 welk misbruik hier en daar was ingeslopen en wel in dezen vorm1 dat men zijne vrouw wegzond om eene andere te nemen1 liet men niet onbestreden4 ,men wist1 met eenige moeite1 een wet te verkrijgen1 waarbij de ,parsi's in dezen met dezelfde straffen werden bedreigd als de ,engelsche onderdanen4 ,ook tegen de1 volgens ,indische zede gebruikelijke1 ook onder de ,parsi's ingeslopen kinderhuwelijken trad men op4 ,en wel met zooveel succes1 dat ze thans onder hen voornamelijk in ,bombay1 bijna niet meer voorkomen4 ,zoo kwam er dus onder de ,parsi's meer belangstelling in hun oude geloof4 ,evenwel1 men bleef geenszins bij de letter daarvan hangen4 ,onder den invloed van ,rahanumai1 de straks genoemde vereeniging1 kwam men er toe1 die oude geschriften meer opzettelijk te onderzoeken4 ,dit leidde tot de volgende resultaten3 #aij ,vele boeken1 tot nu toe voor kanoniek gehouden1 waren dit niet4 ,met uitzondering van de ,gatha's gaven de oude boeken niet weer de woorden van ,zarathustra1 noch van zijne leerlingen4 ,verder3 de godsdienst van ,zarathustra werd uit een radicale hervorming geboren3 tegenover het polythesme predikte deze den dienst van den grooten1 verhevenen ,god als het begin en einde van den waren godsdienst4 ,hij alleen was de gever van alles4 ,de oude goden en geesten verwierp de profeet1 om zich alleen tot ,god te richten4 ,u en u alleen1 sprak hij1 ziet het oog mijner ziel4 ,het monothesme van ,zarathustra was ondubbelzinnig1 eveneens zijne leer van maar eene vrouw te huwen4 ,de tegenwoordig ,parsi studenten houden vol dat1 de boeken van het ,avesta 7behalve de ,gatha's7 door priesters zijn saamgevoegd1 die na den dood van ,zarathustra de oude geesten weer in eere herstelden1 zij het ook in ondergeschikte positie3 die geesten1 welke men onderstelde over het water1 het vuur1 de aarde en alle groote scheppingen der natuur te regeeren4 ,ook maakten die priesters1 zoo leeren zij1 een ritueel en ceremonin1 die voor hen het meest voordeelig waren4 ,voorts maakten al de aanroepingen van verschillende geesten geen deel uit van den godsdienst van ,zarathustra4 ,zij--de tegenwoordige beoefenaars der gewijde ,perzische letterkunde--oordeelen dat de ,parsi's moeten terugkeeren tot den oorspronkelijken geestelijken1 eenvoudigen1 zuiveren godsdienst der eerste tijden--en dat uit ,zarathustra's woorden volgt1 dat slechts de eeuwige beginselen van de regeering van nen ,god1 zuiverheid in gedachten1 woorden en werken voor altijd bindend zijn4 ,alle gewoonten1 ritueel en ceremonin1 aangenomen volgens tijdsomstandigheden1 plaats en beschaving1 kunnen veranderd worden1 naardat de stoffelijke en geestelijke behoeften der gemeenschap dit eischen4 ,daarop leggen de tegenwoordige leiders dan ook den vollen nadruk4 ,blijven zij dat doen1 dan kan zeker de betrekkelijk kleine kring van ,parsi's in ,indi1 #hd1jjj op #bed millioen1 als zij waarlijk strijdt voor waarheid1 gerechtigheid en deugd toch een in menig opzicht heilzamen invloed uitoefenen4 ,en ook voor ons westerlingen--vaak zoo ver van natuur en waarheid verwijderd--kan het niet anders dan gunstig werken om met den verhevenen1 en toch practischen godsdienst van ,zarathustra kennis te maken4 ,trouwens1 de oude ,perzen behooren ook tot onze geestelijke voorouders3 hun leer van den duivel en de opstanding1 van het wereldgericht en de reiniging der boozen1 heeft door het ,jodendom heen tot in het ,christelijk denken zich een plaats verworven4 ,steeds klaarder komt dit door de nieuwere onderzoekingen aan het licht4 ,doch hierop leggen wij nu niet den nadruk4 ,het leven des menschen een strijd tegen het booze1 waarin ,god hem ter zijde staat1 een strijd1 die goede vruchten moet en zal dragen1 het ware leven geen sombere ascese1 maar ijverig arbeiden in de maatschappij3 geen dwaze verachting van de wereld der zinnen1 maar heiliging van al het aardsche in den geest der gerechtigheid--zie1 dat zijn de onsterfelijke waarheden1 ons door ,zarathustra toegeroepen4 ,houden wij die in eere6 ,,bibliographie4 ,g4 ,h4 ,lamers4 ,de wetenschap van den godsdienst4 7,historisch deel71 in ,nieuwe ,bijdragen voor ,godgeleerdheid en ,wijsbegeerte deel ,,vii en deel ,,ix4 ,p4 ,d4 ,chantepie de la ,saussaye4 ,lehrbuch der ,religionsgeschichte4 ,freiburg #ahhg4 ,j4 ,c4 ,b4 ,mohr4 ,p4 ,d4 ,chantepie de la ,saussaye4 ,vier schetsen uit de ,godsdienstgeschiedenis4 ,utrecht4 ,c4 ,h4 ,e4 ,breijer #ahhc4 ,religious ,systems of the ,world 7a collection of addresses74 ,london4 ,swan ,sonnenschein ,co4 #aija4 ,monier ,williams4 ,religious ,thought and ,life in ,india4 ,part ,i4 ,vedism1 ,brahmanism and ,hinduism4 ,london4 ,john ,murray4 #ahhc4 ,h4 ,oldenberg4 ,buddha1 sein ,leben1 seine ,lehre1 seine ,gemeinde4 ,berlin4 ,w4 ,hertz4 #ahha4 ,t4 ,w4 ,rhys ,davids4 ,buddhism4 ,london #ahii4 7,society for promoting ,christian ,knowledge74 ,a4 ,lillie4 ,buddha and ,buddhism4 ,edinburgh4 ,t4 ,clark4 #aijj4 ,e4 ,arnold4 ,het licht van ,azi1 vertaald door ,dr4 ,h4 ,meyboom4 ,amsterdam #ahha4 ,h4 ,fielding4 ,de ziel van een volk4 7,het ,boeddhisme als volksgeloof in ,burma7 vert4 door ,f4 ,ortt4 's ,gravenhage4 ,drukkerij ,vrede #aijj4 ,m4 von ,brandt4 ,die ,chinesische ,philosophie und der ,staatsconfucianismus4 ,stuttgart4 ,strecker ,moser #ahih4 ,c4 ,p4 ,tiele4 ,geschiedenis van den ,godsdienst in de oudheid4 ,deel ,,ii 7de ,iranische volken74 ,amsterdam4 ,p4 ,n4 van ,kampen ,zoon #ahie4 ,a4 ,brodbeck4 ,zoroaster4 ,leipzig4 ,w4 ,friedrich4 #ahic4 ,g4 de ,lafont4 ,les grandes religions 7le ,mazdesme74 ,paris ,chamuel #ahig4 ,f4 ,justi4 ,geschichte des alten ,persiens4 ,berlin4 ,g4 ,grote4 #ahgi4 ,,inhoud4 ,bladz4 ,,voorrede #a-d ,het ,brahmanisme #e-cg ,i4 ,het ,brahmanisme2 zijn oorsprong1 karakter en eigenaardigheden #e-ae ,verhouding van ,isralietischen en ,christelijken godsdienst en van ,brahmanisme en ,boeddhisme4--,panthestisch karakter van het ,brahmanisme1 bij polythestisch voorkomen4--,oorsprong van het ,brahmanisme4 ,stamland der oude ,indirs1 hun goden en godsvereering1 ,rishi's1 ,varuna1 ,agni1 ,indra1 ,surya1 verwantschap der goden4--,onsterfelijkheidsgeloof4 ,yama4--,kastenwezen4--,de ,veda's4--,ontwikkeling1 van den ,vedischen godsdienst onder de leiding der ,brahmanen1 waarde van het offer1 zielsverhuizing4 ,atman1 ,brahma1 het leven van den ,brahmaan als leerling1 huisvader en kluizenaar4--,opkomst eener philosophisch-ascetische richting1 hoe deze zich met het volksgeloof verstond4 ,,ii4 ,brahmaansche godenleer en levensbeschouwing #af-bh ,brahmaansche godenleer1 ,brahma1 ,vishnoe en ,siva1 hun incarnaties1 karakter en vereering4--,esoterische opvatting van het ,brahmanisme4--,einddoel1 waarnaar men streeft4--,vedanta en ,sankhya4--,ramayana en ,mahabharata1 ,valmiki1 ,visvamitra1 ,yayati4 --,op den drempel van het ,boeddhisme4 ,,iii4 ,gezuiverd ,brahmanisme in den nieuweren tijd 7de ,brahmo-,samaj7 #bh-cg ,vroegere pogingen tot hervorming4--,karakter der nieuwere beweging4--,rammohun ,roy4--,zijn optreden tegen de afgoderij4--,strijd tegen weduwenverbranding4--,zijn streven4 ,verhouding tot het ,christendom4--,eeredienst4--,stichting der ,brahmo ,samaj4--,zijn dood4--,debendra-nath4--,zijn beginselverklaring4--,liturgie4--,verdee ldheid4--,vier grondbeginselen4--,voornaamste punten der leer4--,narain ,bose4-- ,keshab ,chander ,sen4--,zijn doel4--,zijn jeugd4--,toetreding tot de broederschap4--,zijn radicalisme4--,sociale hervormingen1 die hij voorstond4--,scheuring en vereeniging der meer vooruitstrevenden in een nieuwe vereeniging4--,program4--,godsdienstoefe ning4 --,mozoomdar4 ,het ,boeddhisme #ch-aed ,i4 ,het leven van ,boeddha tot aan zijn openlijk optreden #ch-ed ,het ,boeddhisme in het ,brahmanisme voorbereid4--,zijn verspreiding4 --,zijn uiteenloopende opvatting4--,quaestie over het historische der ,boeddha-figuur4--,waarheid en verdichting gemengd4--,boeddha's geboorteplaats4--,wat over zijn jeugd vaststaat4--,zijn wonderbare geboorte4--,asita4--,de vier voorteekens4--,voorzorgen van zijn vader4--,de vier voorteekenen verschijnen4--,pogingen om de hoogere roeping van ,boeddha te vernietigen4--,hemelgeesten sterken hem4-- ,hij ziet de verleidelijke vrouwen in haar ware gestalte4--,geboorte van ,rahula4--,boeddha's strijd4--,zijn besluit4--,zijn vertrek4--,wat ,mara hem voortoovert4--,boeddha bij de kluizenaars4--,in 't woud4-- ,einde zijner zelfkastijding4--,zijn vijf leerlingen verlaten hem4-- ,zijn strijd en overwinning onder den ,bo-boom4--,zijn verlichting4 --,aarzeling om de leer te prediken4 ,,ii4 ,boeddha als prediker van den weg des heils #ed-hg ,boeddha in het wildpark bij ,benares4--,de vijf vroegere leerlingen4 --,prediking van de vier heilige waarheden en van het achtvoudig pad4--,bekeering der vijf asceten4--,van ,bimbisara4--,van ,sariputta en ,mogallana4--,verzet des volks tegen de ,boeddhistische ascese4 --,boeddha ontmoet zijn vader4--,ziet ,yaodhara terug4--,boeddha in zijn dagelijksch leven4--,gelijkheid in den kring der leerlingen4 --,velen van hen zijn aanzienlijken4--,sunita1 leerling uit geringen stand4--,boeddhisme een democratische beweging8--,ananda1 de meest geliefde leerling4--,devadatta1 de verrader4--,leekenvrienden en vriendinnen4--,visakha4--,haar zorg voor monniken en nonnen4-- ,boeddha's denkbeelden over de vrouw4--,gesprek daarover met ,ananda --,nonnen minder dan monniken geacht4--,boeddha's strijd tegen de ,brahmanen4--,boeddha over het offeren4--,boeddha tegen zelfkastijding4--,boeddha geen vrijdenker of athest4-- ,getuigenissen daarover4--,boeddha's gesprek met ,vasettha over de vereeniging met ,brahma4--,boeddha en de schoone zondares4--,de vergeldingsleer 7,karma74--,aantrekkelijkheid van ,boeddha's persoon3 zijn figuur geen schepping der verbeelding4--,boeddhistische spreuken4--,boeddha's laatste levensdagen en dood4 ,,iii4 ,boeddha's onderwijs1 ,boeddhistische redenen en gelijkenissen #hg-aaa ,waarde in het ,boeddhisme aan de leer gehecht4--,boeddha's onderwijs vooral tot het verstand gericht4--,rede over den gloed der zinnen4 ,voor niet-ingewijden opklimming van af het eenvoudige tot het hoogere4--,onderricht door vragen3 gesprek met ,sona1-- ,gelijkenis van den waren en verkeerden weg4--,gelijkenis van de vergeving4--,gelijkenis van den godloochenaar4--,gelijkenis van ,kisagotami4--,geschiedenis van prins ,kunala4--,boeddha op een huwelijksfeest4--,geschiedenis van het meisje ,bhadra4--,koning ,wessantara4--,koning ,bambadat4--,de hongerige hond4--,boeddha als vredestichter4--,de verloren zoon4--,de vrouw aan de bron4-- ,geschiedenis van ,vasavadatta4--,gelijkenis van het brandend huis4 --,gesprek met ,rahula over valschheid4 ,,iv4 ,hoofdpunten van ,boeddha's leer #aaa-aai ,hoofdzaak3 bevrijding van het lijden4--,schildering der ,samsara4 --,er is echter verlossing4--,stemming der ,boeddhisten in leven en sterven4--,dorst de oorzaak van het lijden4--,hoe ,boeddha de zielsverhuizing opvatte8--,hoe ,nirvana8--,de ketterij van ,yamaka3 conclusie4 ,v4 ,de weg des heils #aai-abd ,stations op den weg des heils4--,rechtschapenheid4--,de vijf geboden4--,geestelijke oefening in welwillendheid4--,bekeering van ,roja4--,geschiedenis van ,sama4--,beheersching der zinnen4-- ,opmerkzaamheid4--,mara1 zijne verzoeking van ,boeddha4--,gelijkenis van den schildpad4--,voorsmaak van het hoogste heil hier op aarde3 extase4--,boeddha's persoon op den achtergrond4 ,,vi4 ,het ,boeddhisme in de praktijk #abd-aci ,boeddhistische monniken geen tusschenpersonen tusschen hemel en aarde4--,geen hirarchie4--,wie van de 7monniken7 gemeente zijn uitgesloten4--,opname als monnik 7,pabbaja en ,upasampada74--,de vier gestrenge regelen4--,de vier groote verboden4--,gelofte niet voor altijd4--,goede daarin4--,tucht van het publiek4--,dagelijksch leven der monniken4--,onderricht der jeugd4--,aanzien1 waarin zij staan4--,biechtsamenkomsten4--,biechtfor mule 7,patimokha74--,de regentijd4--,hoe die werd doorgebracht in de oudheid4--,hoe thans in ,birma4--,in ,ceylon4--,voorlezing op ,zondag uit de ,h4 ,s4--,vier heilige plaatsen4--,boeddhistische nonnen4--,haar onderworpenheid aan de monniken4--,de vrouwen tegenover ,boeddha's leer4--,haar gebed4--,boeddhistische leeken4--,hun levensopvatting4 --,afkeer van den oorlog4--,individueele op den voorgrond4--,opvattingen over vergelding en boete4--,hoe zij staan tegenover den dood4-- ,waardeering der ,boeddhistische leer4 ,,vii4 ,de voortgang en ontwikkeling van het ,boeddhisme #aci-adi ,hoofdpunten1 hierbij te bespreken4--,oude concilie's4--,van ,rajagriha1 ,vaisali1 ,patna4--,aoka4--,zijn opschriften4--,aoka's hervormingen op godsdienstig en maatschappelijk gebied4--,zijn liefde voor den innerlijken godsdienst4--,zijn afkeer van den oorlog4--,bescherming van dieren4--,zorg voor kranke menschen en dieren4--,bepalingen ten gunste der monniken4--,het leven der monniken in zijn dagen4--,godsdienstige feesten4--,zendelingen4 --,stupa's4--,concilie van ,patna 7#bdd74--;,heilige teksten4--,drie ,pitaka's4 ,,viii4 ,uitbreiding en ontaarding van het ,boeddhisme #adi-aed ,uitbreiding over ,ceylon1 ,birma enz4--,ondergang in ,indi4--,oorzaken daarvan4--,het ,boeddhisme in ,tibet4--,overeenkomst met het ,roomsch-,catholicisme4--,beschrijving eener godsdienstoefening in de kathedraal van ,lhassa4--,slot4 ,de ,chineesche philosophie #aee-bde ,i4 ,inleiding #aee-aeh ,hoofddoel van deze uiteenzetting4--,het oude en standvastige der ,chineesche beschaving4--,de twee hoofdrichtingen der ,chineesche philosophie4--,strijd van ,confucianisme en ,taosme4--,overwinning van ,confucius4--,vreemde invloeden in het ,confucianisme zelf4--,wat aan het ,confucianisme het overwicht gaf4--,oud-,chineesche wijsgeer-profeten4--,keizer ,wuwang 7#aaaj v4 ,c47--,zijn fout4 ,,ii4 ,confucius1 zijn leven en leer #aeg-agh ,zijn geboorte1 naam1 familie4--,zijn jeugd en huwelijk4--,bekleedt verschillende betrekkingen4--,zijn roem4--,confucius' vlucht uit ,lu4--,keert terug4--,wordt beambte der stad ,chungtu4--,klimt ten slotte tot minister van justitie op4--,valt in ongenade4--,in ballingschap4--,in #dhc in ,lu terug4--,zijn dood en laatste woorden4--,eerst lang na zijn dood in eere4--,ten slotte afzonderlijke tempels voor hem4--,ook thans bij de ,mandschoe regeering zeer geerd4--,confucius' leer niet nieuw4--,stelde het ordelijke1 regelmatige op den voorgrond4--,afkeer van bespiegeling over 's menschen toekomst4--,confucius' nauwgezetheid en vormelijkheid4--,welken indruk wij van zijn persoon krijgen4--,zijn ontmoeting met ,lao-tsze4--,oordeel van ,taostische werklieden4--,confucius en de roover ,kih4--,oordeel van ,wang-,chung4--,oordeel zijner leerlingen4--,confucius kind van zijn tijd en volk4--,kritiek van zijn leerling ,tsze lu4--,zijn grief1 dat hij miskend werd4--,zijn zwakheid4--,zijn leer der wederkeerigheid4--,zichzelf en anderen opvoeden4--,opvatting van gehoorzaamheid4--,kinderlijke liefde begin van alle deugd4--,aanprijzing van zelfopvoeding4--,goed voorbeeld geven4--,zijn ware natuur volgen4--,harmonie bewaren4--,anderen behandelen1 zooals men zelf behandeld wil zijn4--,ideaal van den wijze4--,fouten zoeken in zichzelf4--,de vijf wederkeerige plichten4--,de drie eigenschappen4--,waardoor zij uitgeoefend worden4--,negen regels voor de beheerschers des rijks4--,vorm1 waarin ,confucius zijne leer kleedt ook niet oorspronkelijk4--,wat ,confucius eens op een beeld las in #eag v4 ,chr4--,verval van ,confucius' leer na zijn dood4 ,,iii4 ,mencius #agh-aij ,zijn jeugd4--,zorg zijner moeder4--,zijn leerjaren4--,leeraar4--,politiek hervormer4--,mencius' ontgoocheling4--,ambteloos burger4--,zijn dood4--,canonisatie4--,verschillend karakter van ,confucius en ,mencius4--,mencius' strijd tegen ,cynici en ,mihisten4--,mencius' democratie4--,zijn erkenning van de waarde der ,chineesche beschaving4--,zijn leer der voorbeschikking4--,acht den mensch van nature goed4--,leer van ,han y en ,chu hi over 's menschen natuur4--,de vijf en de drie dingen1 in strijd met de kinderlijke liefde4--,mencius tegenover de secte van ,shin nung4--,erkent de waarde van elken heilzamen arbeid1 vooral van dien des wijzen4--,zijn vijf eischen ten opzichte van het staatsbestuur4--,komt op tegen uitbuiting des volks4--,zijn strijd tegen ,mih ti's leer der algemeene liefde4--,leer van ,mih ti4--,hoe ,mencius dit systeem omverwierp4--,mencius' strijd tegen den ,taost ,yang ,chu 7pessimist74--,mencius' leer over de hartstocht4--,verwante denkbeelden bij den psycholoog ,ribot4 ,,iv4 ,lao tsze #aij-bjb ,zijn geboorte4--,latere verdichtselen daarover4--,zijn werk ,tao teh king4 ,ook ,lao tsze slechts bewaarder der oude leer4--,het ,tao4--,wat daaronder te verstaan8--,iets onpersoonlijks4--,getuigenis van ,lao tsze1 van ,huai nan tsze4--,tao de natuur 7natura naturans74--,taosten over de wording van het heelal 7,chwang tsze74--,vergeleken met hedendaagsche beweringen4--,uitspraak van ,lieh tsze over ,tao als het ongeschapene4--,verhouding van ,tao en ,god4--,evolutie door de ,taosten erkend4--,plaats van den mensch in het heelal volgens het ,taosme4--,beschouwing van den dood4--,van 's menschen roeping4--,de hemelsche natuur te volgen4--,niet actief zijn4--,hoe dit leidde tot ander politiek en sociaal optreden dan van ,confucius en de zijnen4--,lao tsze prijst rust en nederigheid aan4--,overeenkomst met ,confucius in lof der oudheid en afkeer van druk4--,lao tsze wil weinig regeeren4-- ,hoe hij de ontaarding der regeering schetst4--,zijn regeeringsideaal4-- ,zijn aanprijzing van rust4--,droefgeestig beeld van zijn eigen persoon4 ,v4 ,chwang tsze1 ,lieh tsze1 ,yang ,chu en de ontaarding van het ,taosme #bjb-bae ,chwang tsze en de vorst van ,tsu4--,hoe hij begraven wilde worden4--,valt ,confucius en diens leer scherp aan4--,waarschuwing tegen acht gebreken en vier fouten4--,keurt af ,confucius' rusteloosheid en bemoeizucht met anderen4--,gispt de veeleischendheid der tegenwoordige heerschers4--,chwang tsze over den dood4--,chwang tsze en de schedel4--,zijn besef van het onbevredigende des levens4--,lieh tsze4--,het betrekkelijke der kennis 7de krankzinnige74--,de man uit ,yin 7het vergankelijke74--,tchung lu tsi1 de man uit ,ki en ,lieh tsze spreken over het vergaan der wereld4--,lieh tsze over leven en dood 7het doodshoofd74--,yang ,chu4--,het korte leven dat zooveel droefs heeft4--,onbezorgd genieten4--,keizer ,muh en de ,magir4--,keizer ,tsin ,shi ,wang ,ti geeft zich aan ,taostische kunsten over4--,de ,taostische doktoren der rede en het bijgeloof4--,de ,taostische paus4--,invloed van het ,taosme op het volk4 ,,vi4 ,de geleerden tegenover ,taosme en ,boeddhisme #bae-bbg ,argumenten van weerszijden gebezigd4--,het onbloedige der vervolgingen4--,boeddhistische wijsbegeerte ten slotte zelfs in de zedeleer der geleerden ingedrongen4--,oud en nieuw ,confucianisme4--,het heilige edict 7tegenover ,tao en ,boeddha74--,het groote plan van ,ho en de rol van ,loh4--,reactie tegen het inkruipen van ,taostische en ,boeddhistische leeringen in het ,confucianisme4--,de ,mandschoe regeering en het ,confucianisme4--,het heilige edict1 overwegingen1 afkondiging1 indeeling1 verklaringen1 pogingen om het populair te maken4--,zijn #af sententin4--,waarde van het ,staats-,confucianisme4--,schaduwzijde4 ,,vii4 ,de klassieke boeken der ,chineezen #bbg-bdc ,de vijf groote en de vier kleine klassieken4--,de dertien klassieke werken4--,nog drie andere klassieken4--,geijkte verklaringen4--,i-king4--,shu-king4--,sh i-king4--,chau-li4--,i-li4-- ,li-ki4--,chun ,chiu4--,lun-y4--,de werken van ,mencius4--,hsiao-king4 --,het wonderboek ,urhya4--,tahio4--,chung-yung4--,tshu-sh u4--,kung tsze kia yu4 ,werken der ,taosten3 ,tao teh king4--,commentaren4--,kwan yin tsze4--,werken van ,lieh tsze en ,chwang tsze4--,liu ,ngan 7,huai nan tsze74 ,oorzaken der gapingen in de klassieke literatuur4--,vernietiging der boeken door de dynastie ,tsin4--,voorstelling van ,sze ma tsien4--,latere bibliotheek-rampen4--,verdienste der ,chineesche geleerden4--,vervalschingen4--,schade in den nieuwen tijd4--,slecht onderhoud der bibliotheken4--,de ijver der ,chineesche letterkundigen te prijzen4--,besluit4 ,het ,mazdesme #bdd-bgh ,i4 ,inleiding #bdd-bdh ,tegenstelling van den ,indischen en den oud-,perzischen godsdienst4--,toch beiden uit n stam4--,moeilijkheid om het ,mazdesme te beschrijven4--,zend-,avesta4--,zoroaster 1 historisch8--,anquetil du ,perron en het ,zend-,avesta4--,de drie phasen van het ,mazdesme4--,alexander de ,groote4--,de ,sassaniden 7#bbf-fcf n4 ,c474--,wat van de oude literatuur is gebleven4--,de ,gatha's1 vertegenwoordigen oudste phase4--,gemeenschappelijke goden en vereering bij de voorvaderen van ,indirs en ,perzen4--,waardoor later zooveel verschil8--,karakter der ,zarathustrische hervorming4 ,,ii4 ,het ,mazdisme der ,gatha's #bdh-bed ,verhevenheid van ,ahura ,mazda4--,de goede geniussen1 die hij den mensch schenkt4--,bescherming van de koe1 opgedragen aan ,zoroaster4--,oude kosmogonische mythe4--,de aarde als de gavenschenkende koe4--,mazda als de ,alwetende1 nige ,god4--,mazda's trawanten 7geniussen74--,gematigd dualisme4--,de daeva's4--,lot van goeden en boozen4--,eindoordeel4--,hoe ,mazda moet worden gediend4--,landbouw en huwelijk in hooge eere4--,geen zachtheid tegenover den vijand4--,offeren4--,gewijde spreuken4 ,,iii4 ,het ,mazdesme volgens het jongere ,avesta #bed-bga ,waarom en hoe zooveel van het oude volksgeloof weer in den nieuwen godsdienst kwam4--,de ,amesa-,spenta's1 meer zelfstandig4--,sraosa4--,ahuna vairya4--,de rechtvaardigste rechtvaardigheid en het hemellicht4--,strijd om het hemellicht4--,atar1 god van het vuur4--,apam ,napat4--,het hemelvuur4--,anahita4--,zon1 maan en sterren4--,planeten als vijandig beschouwd4--,tistrya 7,sirius74--,asi4--,haoma4--,de roes van den onsterfelijkheidsdrank4--,mithra4--,de fravasi's4--,anro mainyu en de booze geesten4--,anro mainyu en ,zarathustra4--,de helpers van den booze4--,de mensch tusschen ,mazda en ,anro mainyu in4--,voorstelling omtrent heelal en aarde4--,de eeuwigheid van ,mazda's schepping4--,voorstelling der schepping4--,des menschen levenstaak en dood4--,het toekomstig leven van goeden en boozen4 ,de voleinding der wereld4--,de drie ,heilanden4--,anro mainyu's nederlaag4--,de priesters4--,de eeredienst4--,het haoma offer4--,de vuurdienst4--,de godsdienst in het leven4--,landbouw4--,heilige en onreine plaatsen4--,tegen ascese4--,i,jverige arbeid4--,eerlijkheid4--,tegen ontucht4--,reinheidseischen4--,heilighei d van vuur1 aarde en water4--,de dierenwereld4--,plicht tegenover reine en onreine dieren4--,innerlijke reinheid4--,straffen4--,geestelijke straffen4 ,,iv4 ,het hervormde ,mazdesme der tegenwoordige ,parsi's #bgb-bgh ,uitgeweken ,perzen in ,indi4--,welke twee punten van hun geloof zij vasthielden4--,wat hen wakker maakte4--,strijd met het ,christendom4--,nieuwe ,zarathustrische catechismus4--,dabadha ,naoroja4--,scholen4--,lezingen4--,weekb lad4--,vereeniging4--,verheffing der vrouw4--,tegen kinder-huwelijk4--,resultaat omtrent de gewijde boeken4--,beteekenis van het ,parsisme4 ,,aanteekeningen #a ,m4 von ,brandt1 ,die ,chinesische philosophie und der ,staatsconfucianismus4 ,stuttgart #ahih4 #b ,bij ,indische of ,zend woorden heb ik de lettergrepen1 die1 waar onze ,hollandsche opvatting anders zou doen vermoeden1 lang moeten worden uitgesproken1 door een liggend streepje gekenmerkt bv4 ,surya1 ,ramayana enz4 ,korte lettergrepen zijn1 waar noodig door breve aangewezen1 bv4 ,brahma4 #c ,uit de ,atharva4 ,veta4 ,,iv4 #af4 #d ,die afscheiding was en is voor een goed deel nog van dien aard dat personen van hoogere caste geen huwelijk met die van een lagere mogen aangaan4 ,de ongelukkige paria1 die uit een onwettige vereeniging van personen van verschillende caste wordt geboren1 is het uitvaagsel der ,indische maatschappij4 ,de ,brahmanen en ,kshatrya's staan als tweemaal geborenen bovenaan4 #e ,wij zullen echter straks zien1 dat er ook in het ,brahmanisme een thestische strooming was en nog is4 #f ,man der laagste caste4 #g ,zie blz4 #i4 #h ,een secte1 eenigszins aan het ,boeddhisme verwant4 #i ,het thesme stelt1 tegenover het panthesme1 het zelfstandig bestaan van ,god1 diens persoonlijkheid1 op den voorgrond4 #aj ,essai sur la legende du ,buddha4 ,paris #ahge4 #aa ,vleeschwording der godheid1 m4 a4 w4 die teekenen zouden toonen dat hij een vleeschwording der godheid was4 #ab ,een bekend ,boeddhistisch geschrift4 #ac ,m4 a4 w4 een der vroegere openbaringen van de godheid4 #ad ,god des doods1 zie ,brahmanisme op blz4 #i4 #ae ,de vijf gehechtheden1 hiermede worden bedoeld3 lichamelijkheid1 gewaarwordingen1 voorstellingen1 neigingen en bewustzijn4 ,de bedoeling van dezen eenigszins duisteren zin1 uit ,boeddhistische teksten ontleend1 is waarschijnlijk3 waar men de vijf gehechtheden heeft achtergelaten zal geen ouderdom1 ziekte of dood zijn4 ,waar men dus verheven is boven strijd en moeite4 #af ,amrita1 letterlijk3 levensdrank4 #ag ,rishi's1 zie ,brahmanisme blz4 #h4 #ah ,jina iemand1 die zijn lagere natuur bedwingt4 #ai ,dit ziet op vroegere levens van den ,boeddha4 #bj ,de boom1 waaronder ,boeddha tot het ware inzicht kwam4 #ba ,levensdrank onsterfelijk4 #bb ,jaarlijks stierf de zonnegod als zonnepaard 7ons sterrenbeeld aries de ram7 om volgens de ,indirs alle vleesch te redden4 ,vandaar ook het paardenoffer4 #bc ,m4 a4 w43 ,wat is de oorzaak der wedergeboorte8 #bd ,m4 a4 w43 ,waar de begeerte is gedood1 daar wordt men van wedergeboorte verlost4 #be ,mahavagga ,i4 #e4 #b enz4 #bf ,teeken van eerbied4 #bg ,zie blz4 #ej4 #bh ,mahavagga ,i4 #f4 #aj4 #bi ,voleindigde1 titel waarmee ,boeddha zichzelf noemde1 evenals ,jezus sprak van de ,zoon des ,menschen4 #cj ,nirvana een woord over welks beteekenis veel verschil is4 ,de ,boeddhisten duiden er het hoogste heil mee aan1 dat boven alle lust is verheven4 #ca ,hiermee worden bedoeld de vijf elementen1 waaruit volgens het ,boeddhisme de menschelijke persoonlijkheid bestaat4 ,zij worden ook wel genoemd de vijf ,skandha's1 en zijn3 lichamelijkheid1 gewaarwordingen1 voorstellingen1 neigingen en bewustzijn4 #cb ,in den zin van begeerte4 #cc ,hernieuwd bestaan4 #cd ,een geijkte formule zijn deze woorden ook thans nog in het ,boeddhisme4 #ce ,feitelijk vormen de ,boeddhisten1 zooals wij nader zien zullen een monnikengemeente1 doch ook als leek kon men den verlichte eeren en hem volgen op een afstand4 #cf ,asceet4 #cg ,men zie op blz4 #ea en #eb ,boeddha's bespiegeling onder den ,bo-boom4 #ch getiteld3 ,de vraag van ,upatisa 7een andere naam voor ,sariputta47 #ci ,sanjaya's leerlingen4 #dj ,rishi's1 zie over hen blz4 #h4 #da ,volgens het ,boeddhistische geschrift ,dhamma pada1 een verzameling1 grootendeels van spreuken4 #db ,jataka3 d4 w4 z4 verhalen over vroegere levens4 #dc ,de leer1 de wet4 #dd ,de ,boeddhistische monniken hadden en hebben haar en baard afgeschoren4 #de ,de oudste naam der ,boeddhisten4 #df ,dat later het ,boeddhisme de verdrukten hielp verlossen1 zullen wij zien als wij over koning ,aoka handelen4 #dg ,zie blz4 #fc4 #dh d4 i4 kloosters4 #di ,zie bladz4 #eh4 #ej ,het verhaal over ,visakha in ,mahavagga4 ,,viii4 #ae4 #ea ,maha ,prajapati4 #eb ,deze aanhaling zoowel als het thans volgend verhaal naar ,digka ,nikaya4 #ec ,h4 ,fielding4 ,de ziel van een volk4 7,het ,boeddhisme als volksgeloof in ,burma74 vertaald door ,f4 ,ortt4 's-,gravenh4 #aijj4 #ed ,volgens ,anguttara ,nikaya4 #ee ,zie blz4 #ef4 #ef ,een ,cingaleesch ,boeddhistisch geschrift4 #eg ,dit is de waarschijnlijke afwerking van dezen niet afloopenden zin4 #eh ,de hooge verlichting in de rede4 #ei ,ook ,prof4 ,rhys ,davis1 die overigens daartoe wel geneigd is1 erkent het geloof der oude ,boeddhisten in een bovennatuurlijke kennis1 ,abhinna1 en bovenzinnelijke vermogens1 ,iddhi4 ,men zie zijn ,buddhism4 #ahii4 pag4 #agd4 #fj ,hier wordt geteekend de kracht van vriendelijke gedachten1 ook tegenwoordig wel bekend1 waarop wij wellicht later nog terugkomen4 ,men zie ook blz4 #gf4 #fa ,dhammapada4 #fb ,dhammapada4 #fc ,het licht van ,azi4 vert4 door ,dr4 ,h4 ,u4 ,meyboom4 ,amsterdam4 #ahha4 blz4 #aff1 #afg4 #fd ,zie bladz4 #agb4 a4 w4 #fe ,bhikshu bedelaar1 ,muni zwijgende1 omdat de monniken zwijgend rondgingen met hun aalmoezenschaal4 #ff ,chineesch spreekwoord4 #fg ,de boven aangehaalde spreuken zijn aan verschillende ,boeddhistische geschriften ontleend4 #fh ,uit ,mahavagga1 deze rede zou gericht zijn tot de duizend kluizenaars van ,uruvela4 #fi ,men vergelijke ook op blz4 #ga het gesprek met een ,brahmaan over het ware offer4 #gj ,uit ,mahavagga4 #ga ,uit ,doedha-vitakha ,sutta4 #gb ,naar het water4 #gc ,chineesche uitdrukking voor ,nirvana4 #gd ,soort van vergiftige slang4 #ge ,een soort vogel4 #gf ,of ,iddhi door haar in verrukking van zinnen te brengen4 #gg ,letterlijk3 oud man1 een soort ,boeddhistische heilige4 #gh ,vrouwenverblijf4 #gi ,indische wetboek van voor-,boeddhistischen oorsprong4 ,thans o4a4 nog in ,birma geerd4 #hj ,lieden die tot geen caste behooren1 dus verachtten in de maatschappij4 #ha ,soort muziekinstrument4 #hb ,goudstukken4 #hc nl4 ,boeddha1 ,dharma1 ,sangha3 de verlichte1 de leer1 de gemeente4 #hd ,mahayana1 groote overtocht1 ,hinayana1 kleine overtocht4 ,alzoo heeten de twee scholen1 waarin het oorspronkelijke ,boeddhisme zich splitste en die beiden hun eigenaardige opvattingen en litteratuur bezaten4 #he ,aoka was koning over een deel van ,indi in de #c;e eeuw voor ,christus4 #hf ,rahat of ,arahat3 een1 die niet meer wederom geboren behoeft te worden4 #hg ,zie pag4 #ef4 #hh ,samyuttaka ,nikaya4 #hi ,zie ,h4 ,fielding4 ,de ziel van een volk1 vertaald door ,f4 ,ortt4 ,drukkerij ,vrede 's-,gravenh4 #aijj4 #ij ,vgl4 blz4 #aab4 #ia ,dit ,atman beschouwen zij als ,brahma in den mensch1 het goddelijke in ons1 vgl4 blz4 #ab1 #ac4 #ib n4l4 diegenen1 die als ,makhali ,gosala1 zie blz4 #gd1 gelooven dat het ik1 na een aantal zielsverhuizingen doorgemaakt te hebben1 't zij goed of boos1 in den dood ondergaat4 #ic ,milinda is de ,grieksche koning ,menander1 die ongeveer #ajj jaar voor ,christus leefde en ,indi aan zich onderwierp4 #id ,zie blz4 #ie enz4 #ie ,uit ,dhammapada4 #if ,cariya ,pitaka4 ,,iii4 #ae4 #ig ,m4 a4 w4 naar alle vier de windstreken1 zie blz4 #gh1 waar hetzelfde onderwerp wordt aangeroerd4 #ih ,cullavagga4 ,,vii4 #c4ab4 #ii ,zie blz4 #ajj1 #aja4 #ajj ,kant verhaalt dat hij door deze voortgezette oefening deelen van zijn lichaam1 die anders niet onder de heerschappij van zijn geest stonden1 kon beheerschen4 #aja ,samyuttaka ,nikaya4 vol4 ,i fol4 gha4 #ajb ,ook dit verhaal naar ,samyuttaka ,nikaya4 vol4 ,,ii4 fol4 ja4 #ajc ,blz4 #cbd4 a4 w4 #ajd ,geen slangendemon in menschengedaante4 #aje ,een der oudere monniken1 die hem voordraagt4 #ajf ,waarschijnlijk vertoefden de oudste volgelingen vooral onder boomen2 doch ook tegenwoordig zijn de kloosters altijd met boomen omgeven4 #ajg ,zeer kleine munt4 #ajh ,m4 a4 w4 zich beroemen op zijn liefde tot een eenzaam1 bespiegelend leven4 #aji ,de ziel van een volk blz4 #age4 #aaj ,waarbij een monnik uit de heilige boeken voorleest4 #aaa ,pitaka's korven1 de drie heilige boekverzamelingen der zuidelijke ,boeddhisten1 waarvan het eerste handelt over ,vinaya 7de orde74 ,het tweede over ,dharma 7de leer71 het derde over ,abhidharma 7het geloof74 ,ieder dier afdeelingen bestaat uit tal van geschriften4 ,vele zijn uitgegeven en vertaald in de verzameling ,sacred books of the ,east4 #aab ,vlg4 op bl4 #gj het gesprek met ,ananda4 #aac ,cullavagga ,,xi4 #d4 #aad a4 w4 blz4 #ag4 #aae ,zie blz4 #aai4 #aaf ,fielding a4 w4 blz4 #ajh en volg4 #aag ,naam1 dien ,aoka droeg4 #aah ,grafteeken1 gedenkteeken4 #aai ,de bedoeling schijnt te zijn dat deze boomen 's nachts de monniken tot toevlucht zullen strekken4 #abj ,over het laatstgenoemde zie bl4 #aji-aaa van dit werk4 ,upatishya of ,upatissa is een andere naam voor ,sariputta1 zie blz4 #eh en #ei4 #aba ,waarschijnlijk waren er ook olifanten bij1 die worden heel wat ouder dan menschen4 #abb ,zie blz4 #aah en #aai4 #abc ,woorden1 die ,boeddha zou geuit hebben1 toen hem onder den ,boddhiboom de verlichting ten deel viel4 #abd ,zie blz4 #abf4 #abe deze zijn3 #a geen leven vernietigen4 #b niet stelen4 #c zich voor onreinheid wachten4 #d niet liegen4 #e geen bedwelmende dranken gebruiken4 #f niet op verboden tijden eten4 #g van dansen1 zingen1 muziek en tooneelvoorstellingen zich onthouden4 #h geen kransen1 parfumerien1 zalven of sieraden gebruiken4 #i geen hoog of breed bed gebruiken4 #aj geen goud en zilver aannemen4 #abf ,vragen1 het ontstaan der wereld betreffende4 #abg ,toch had ook deze wijsheid1 gelijk wij zien zullen1 een metaphysischen grondslag4 ,goed staatsburger zijn behoort ook tot het opvolgen van 's hemels ordeningen4 #abh ,daar is thans nog de groote tempel ter eere van ,confucius1 waar den heiligen ouden wijze geschenken worden gebracht4 #abi ,wij vergeten daarbij echter het woord niet1 dat niemand groot is voor zijn kamerdienaar4 #acj ,mannen van rang dragen twee zwaarden4 #aca ,hsiao-king4 #acb ,tahio4 #acc ,chung yung4 #acd ,daarom offeren ook gesnedenen1 die in hun jeugd door de ouders verkocht zijn om hen te laten ontmannen1 aan de gestorven ouders niet1 daar dezen hun de vervulling van den plicht der kinderlijke liefde onmogelijk gemaakt hebben4 ,volwassenen1 die zichzelf voor dit doel verkocht hebben1 brengen die offers wel3 evenals de ,boeddhistische 7uiteraard ongehuwde7 priesters4 #ace ,de ,cynici vormden een wijsgeerige school in het oude ,griekenland4 ,zij versmaadden alle beschaving en trachtten naar den grootsten eenvoud3 men denke aan ,diogenes en zijn ton6 #acf ,diogenes leefde in de #d;e eeuw v4 ,c4 ,van hem is bekend dat hij den strengsten eenvoud betrachtte3 een ton was zijn woning4 ,van ,alexander den ,groote vroeg hij als gunst slechts dat de vorst wat op zijde zou gaan om hem niet te berooven van 't genot van den zonneschijn4 #acg ,zie blz4 #afe4 #ach vgl4 ,ev4 n4 ,johannes1 hfdst4 ,i4 #aci ,jehovah4 ,een juistere uitspraak is ,jahve4 #adj ,zie blz4 #agf enz4 #ada ,wij zouden hier eerder bemoeizucht verwachten4 #adb of liever ,boeddhistisch in den geest van den grooten overtocht1 het latere1 sceptische ,boeddhisme1 zie blz4 #aah en #aai4 #adc ,alchimie het zoeken van den steen der wijzen1 necromantie het bezweren der dooden4 #add ,dat de mensch in een droom of onder suggestie in een ongelooflijk korten tijd veel kan doorleven is een feit1 door nieuwere onderzoekingen bevestigd4 #ade ,de aanhangers van ,confucius en ,mencius4 #adf de ,taipings1 die in #ahfd van zich deden spreken1 wilden de ,mandschoe dynastie verdrijven en het zuiver ,chineesche element op den voorgrond stellen4 ,de gansche beweging werd echter in bloed gesmoord4 #adg men zie over het ,lamasme blz4 #aej enz4 van dit werk4 #adh incubi zijn geesten1 die als mannen met vrouwen den bijslaap uitoefenen1 succubi zijn geesten1 die dit als vrouwen met mannen doen4 #adi deze laatsten wilden wel de ,joodsche traditie handhaven1 doch hadden zeer veel aan de denkbeelden der ,grieken ontleend en in hun philosophie opgenomen4 #aej de vertegenwoordiger van het gewijzigde ,confucianisme1 zie blz4 #ahb1 #baf en #bba4 #aea ,zie blz4 #baf enz4 #aeb ,in ,china zijn geen wettig aangestelde advocaten1 daardoor werden rechtszaken behandeld door winkeladvocaten1 die niet zeer in eere staan1 doch bij domme menschen toch maar al te veel invloed hebben4 ,in de omschrijving van deze sententie worden zij geducht doorgehaald1 o4 a4 dit3 heeft men ooit gehoord dat een dezer lieden een natuurlijken dood stierf8 7m4 a4 w4 zulke ellendelingen treft des hemels straf74 #aec ,zooals men weet leeft de zijderups op den moerbeiboom4 #aed ,met die valsche leeringen wordt niet alleen op het ,taosme en het ,boeddhisme1 maar ook op het ,christendom1 bepaald in zijn ,roomsch-,katholieken vorm gedoeld4 ,over het ,christendom handelt deze omschrijving3 ,zelfs de leer van de secte van den heer des hemels 7zoo noemen de ,chineezen het ,r4 ,k4 geloof7 die over den hemel spreekt en over de aarde zwetst en over dingen zonder schaduw en wezen1 is valsch en bedorven4 ,dewijl echter de leeraren van dezen godsdienst met de sterrekunde bekend zijn en in de wiskunde ervaren1 gebruikt de regeering hen om den kalender te verbeteren4 ,dat bewijst echter bij lange niet1 dat hun godsdienst goed is4 ,gij moet hen tot geen prijs geloof schenken4 ,de wet is streng tegen al deze valsche secten4 ,de straf die hen treft is dezelfde als die voor mannelijke en vrouwelijke toovenaars is vastgesteld4 ,de regeering heeft deze wet uitgevaardigd om het volk te verhinderen kwaad te doen en het aan te moedigen goed te doen1 van verdorvenheid te wijken en tot de waarheid terug te keeren1 gevaar te vermijden en rust te verkrijgen4 ,deze uitspraak is een van de krachtigste hindernissen1 die de toelating van het ,christendom in den weg staan en misschien nog lang zal nawerken4 #aee de bedoeling is deze3 iedere klasse heeft hare eigene bezigheid1 waaraan zij vast moet houden3 de geleerde1 de landman1 de handwerksman1 de koopman4 ,doen zij dat niet1 dan ontbreekt hun bestendigheid1 en al arbeiden zij ook den ganschen dag1 zoo brengen zij toch niets tot stand4 ,daarom moet ieder vasthouden aan datgene1 wat hij eenmaal begonnen heeft4 ,behalve de vier zooeven genoemde klassen zijn er nog soldaten--verder nog een klasse van arme lieden1 die geen land hebben om te bebouwen1 geen geld om handel te drijven1 en die geen handwerk hebben geleerd4 ,tot dezen wordt hier gezegd3 ,gij kunt niet anders dan u als daglooners verhuren om in uw levensonderhoud te voorzien1 uw rug en uw schouders moeten dragen1 weest echter eerlijk en vlijtig1 en noch aan eten noch aan drinken zal het u ontbreken4 #aef ,tien of honderd familin vormen eene vereeniging1 die solidair voor elkaars medeleden verantwoordelijk is4 ,zoo worden b4v41 als iemand een deserteur heeft geherbergd1 de vijf huizen rechts en de vijf huizen links medegestraft4 ,toen er in #ahia opstand in ,mongoli was1 werd deze organisatie weer in herinnering gebracht en scherp doorgevoerd4 ,in ieder huis moest een tafel zijn1 waarop de namen van alle bewoners van het huis stonden vermeld4 #aeg ,trigrammen1 uit drie1 hexagrammen1 uit zes letters bestaande teekens1 waaraan men een geheimzinnige waarde toekende4 ,zie ook blz4 #bba en #bbb4 #aeh #bbj-bje v4 ,c4 #aei deze leefde van #cga-bhh v4 ,c4 #afj ,zie blz4 #ahj4 #afa zie bladz4 #bbh enz4 #afb ,zie blz4 #aia4 #afc ,zie blz4 #bjb enz4 #afd ,zie blz4 #aic enz4 #afe ,iran omvat de landstreek tusschen den ,indus ten oosten en de ,tigris en ,euphraat ten westen1 den ,oxus ten noorden en de ,perzische golf ten zuiden4 ,perzi en ,medi vormen hiervan gedeelten4 #aff ,anquetil du ,perron4 ,zend-,avesta1 ouvrage de ,zoroastre en #c vol4 #do1 ,paris #agga4 #afg zij zijn3 de oude ,gatha's1 de jongere ,gatha's en het jonger ,avesta4 #afh zie bladz4 #h en #i van dit werk4 #afi ,yasna #dd1 #c-g4 #agj ,yasna #ca1 #aa4 #aga ,yasna #dd4 #c1 #d1 #g4 #agb zie blz4 #h4 #agc zie bladz4 #bej enz4 #agd ,zij zijn dus3 ,vohumano1 ,asa1 ,armaiti1 ,khsatra1 ,haurvatat en ,ameretat4 #age zie blz4 #bea4 #agf ,dit gebed luidt3 ,waar het gewenschte 7ware7 leven is1 daar is de ordening uit gerechtigheid 7,asa71 die de daden des levens van vromen zin schept en behoort aan ,mazda ,ahura het rijk1 dat hij geschapen heeft tot bescherming der vervolgde geloovigen4 #agg ,zie blz4 #bea4 #agh ,tevens vuurgod en wel god van het bliksemvuur1 dat de bovenaardsche wateren doet stroomen4 #agi ,hemelsche geesten4 #ahj ,de onderdanen van koning ,yima1 de menschen der oudheid1 werden niet ouder dan dien leeftijd3 zij hadden een eeuwige jeugd4 #aha ,zie ,brahmanisme1 blz4 #h4 #ahb ,vayua1 de god van den dampkring1 is slechts aanbiddelijk voorzoover hij tot ,asa's rijk behoort4 #ahc of3 na4 #ahd ,in den hier aangehaalden tekst wordt gedacht aan dienaren van ,mazda1 die zelfs hun bebouwde velden en de heilige stroomende wateren verlaten om niet met de daevadienaren besmet te worden4 #ahe ,het zaad en de adem hadden ook hun kracht aan het vuur te danken4 ,bij het gebed hield de ,mazda-dienaar een linnen doek voor den mond om het vuur van den adem zuiver te houden4 #ahf ,zie ,brahmanisme blz4 #aa4 #ahg ,dakhma's geheeten4 #ahh ,kibleh1 letterlijk3 het tegenovergestelde1 dus3 het tegenbeeld4 ,we denken hierbij aan een bekend ,hervormd ,kerkgezang1 namelijk ,gezang #ae3a1 daar heet het o4a4 van de zon3 ,zij is de spiegel1 die ons 't beeld1 ,van uwe volheid mededeelt ,en uitlokt tot vertrouwen4 #ahi ,drie dagen lang liet men een lijk geheel onaangeroerd4 ,volgens het ,zend-,avesta was eerst daarna de scheiding tusschen lichaam en ziel volkomen4 #aij ,prof4 ,c4 ,p4 ,tiele kwam tot dezelfde resultaten in zijn werk ,geschiedenis van den ,godsdienst in de ,oudheid1 ,deel ,,ii4 #aste helft4 ,de godsdienst onder de ,iranische volken4