---------------------------------------- ------------------------ ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,de tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele1 verouderde spelling4 ,er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren4 ,bladzijde-nummering is verwijderd4 ,afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld4 ,de voetnoot is verplaatst naar het eind van het gedicht4 ,de in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als cursief4 ,uitgespatieerde tekst is weergegeven als uitgespatieerd2 vette tekst als vet4 ,overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd4 ,variaties in spelling zijn behouden4 ,aan het eind van het boek volgt een overzicht van de aangebrachte correcties4 ---------------------------------------- ------------------------ ,,wat ,,is ,,het ,dat eene ,zondaar zaligmaakt8 ,zamenspraak tusschen een ,kappersknecht1 ,methodisten predikant en den ,heer ,easterman ,,met ,,een ,,antwoord ,,op ,,die ,,gewichtige ,,vraag van den ,wel,eerw4 ,heer ,j4 ,c4 ,,philpot1 waarin de leer onzer dagen in hare velerlei gedaanten1 en daartegen over die van vrije1 souvereine genade in het klaarste licht wordt geplaatst en de laatste van de beschuldiging van antinomianisme gezuiverd4 ,naar den derden ,engelschen druk4 ,vertaald door ,w4 ,rs4 ,met een voorwoord van den vertaler1 bevattende zijn bijzonder doel met de uitgave4 ,l4 ,,dorsman4--,,rotterdam4 ,,voorwoord4 ,sedert het ,god behaagd heeft1 nu ongeveer #a jaar geleden1 licht in mijne ziel te doen opgaan1 om de waarheid te verstaan naar de meening des ,h4 ,geestes1 sedert ik de kracht der waarheid1 die naar de godzaligheid is1 in mijn hart heb mogen gevoelen1 is het mij zonneklaar geworden1 dat men bij eene verstandelijke beschouwing1 min of meer letterkennis en toestemming of belijdenis der waarheid1 een groot figuur kan maken in de belijdende gemeente en desniettemin ledig kan zijn van alle ware zelf- en ,godskennis en met al zijn ingebeeld verstand en zijne gaven1 als een zelfbedrieger kan verloren gaan2 ja1 het werd mij duidelijk1 dat men alles wat men heeft1 zelfs zijn leven1 voor de waarheid kan opofferen1 zonder den persoon van ,christus deelachtig te zijn1 buiten wiens openbaring in de ziel1 men geen leven heeft in zichzelf4 ,wat mij betreft1 ik heb mij moeten verbazen over mijne vroegere blindheid1 mij moeten schamen over zooveel ijver zonder verstand1 en ook moeten bedroeven over menige vroegere handeling uit al die geestelijke onkunde voortgesproten4--,onder anderen herinner ik mij eenen strijd voor het welmeenend aanbod van genade1 de schenking van ,christus door het ,evangelie enz41 weinige jaren geleden gevoerd1 in het weekblad de ,bazuin4--,ik heb dikwijls gewenscht den indruk te kunnen wegnemen1 bij dezen of genen welligt nagelaten1 uit hetgeen ik toen in mijnen blinden ijver schreef1 daar ik bij latere ervaring heb geleerd dat mijne bewering destijds1 strijdt tegen de mij thans dierbaar geworden leer van ,gods souverein welbehagen1 zich openbarende in de uitverkiezing1 roeping1 regtvaardigmaking1 heiligmaking en verheerlijking des zondaars1 door ,jezus ,christus zijnen eeniggeboren ,zoon4 ,menigmaal heb ik begeerd te dien einde mijne tegenwoordige overtuiging openlijk uit te spreken2--doch meer dan ooit huiverende om ongeroepen den leerstoel te beklimmen1 in gevoel mijner onbekwaamheid1 heb ik tevens begrepen dat tot staving eener leer1 die van alle eeuwen onder de godsdienstige menigte den meesten tegenstand en de grootste vijandschap ontmoet heeft1 zelfs meer dan gewone bekwaamheid noodig is1 om niet door misslagen de vijandschap der groote belijdende menigte te stijven en de ellendigen en nooddruftigen te bedroeven4 ,dus redenerende ging de tijd heen1 tot mij dezer dagen het volgend geschrift ter hand kwam1 waarin ik zoo volkomen de in mijne ziel levende overtuiging en bevinding vond uitgesproken1 dat ik geen beteren weg wist om aan mijnen reeds lang gekoesterden wensch te voldoen1 dan door dit werkje1 vooral het gedeelte van mijnen geliefden ,philpot1 te vertalen en in het licht te geven1 met eenige woorden ter inleiding van mijne hand4 ,ik meen met de uitgave dezer vertaling meer dan n oogmerk te kunnen bereiken2 ten eersten de omverwerping mijner eigene vroeger geuite stellingen2 ten tweeden1 moge het zijn onder de bedaauwing des ,h4 ,geestes1 om hier of daar nog een of meer zelfbedriegers te ontdekken1 die de gedaante der godzaligheid vertoonen1 maar van de kracht derzelve ontbloot zijn2 terwijl er overigens stof genoeg in gevonden wordt1 ter vertroosting en opbouwing van het door ,god levend gemaakt geslacht1 arm in zichzelf en onder de verbazende en nog steeds toenemende verwaandheid en vermetelheid dezer dagen1 hier en daar in de kloven der steenrotsen verborgen2 en ten derden tot overtuiging dat de leer van vrije1 souvereine genade1 geene leer is die leidt tot losbandigheid2 maar integendeel1 dat ze de eenige leer is die1 waar ze door den ,h4 ,geest wordt geopenbaard in de ziel1 in de wegen des ,heeren doet wandelen terwijl de aanklever van die leer zich gaarne getroost voor antinomiaan1 dweeper1 mystiek en wat niet al1 te worden uitgekreten4 ,inmiddels roep ik allen toe1 die voortgaan met deze beschuldigingen op dit volk te werpen3 wat ik u raden mag1 houdt op met te lasteren wat gij niet verstaat1 laadt niet langer schuld op schuld1 want de ,heere zal den smaad zijner knechten niet ongewroken laten2 uwe wijsheid worde dwaasheid en tenzij gij een kindeken wordt aan 's ,heeren voeten1 gij kunt met al uw pleiten voor ,evangelische mildheid1 voor regtzinnigheid enz41 het koningrijk ,gods niet ingaan4 ,en eindelijk laten toch allen die in het welmeenend aanbod van genade1 naauw verwant met de leer der algemeene verzoening1 al hun heil en zaligheid zoeken of reeds meenen gevonden te hebben1 zich niet zoozeer ophouden met de afgetrokken woorden1 7,joh4 #a3 #ab47 ,zoovelen ,hem aangenomen hebben1 die heeft ,hij magt gegeven kinderen ,gods te worden1 maar dat ook diep in hunne ziel mogt dalen1 hetgeen onmiddelijk volgt3 namelijk die in zijnen naam gelooven1 welke niet uit den bloede1 noch uit den wil des vleesches1 noch uit den wil des mans1 maar uit ,god geboren zijn1 opdat zij zich niet1 met een aangenomen ,christus vr de geboorte uit ,god1 voor de eeuwigheid bedriegen4--,mogten vooral de zoodanigen met aandacht en onbevooroordeeld de volgende twee geschriften onderzoeken en gebiede de ,heere daarover zijnen onmisbaren zegen6 ,,de ,,vertaler4 ,i4 ,zamenspraak ,,over ,,de ,,vraag3 ,wat is de oorzaak van de ,zaligheid des ,menschen8 ,,voorrede ,waarde ,vrienden6 ,nadat ik de volgende zamenspraak tot behulp van mijn geheugen had opgeteekend1 en haar verscheidene malen had overgelezen1 kon ik nog niet komen tot het antwoord op de vraag ,wat is het dat eene ziel zalig maakt8 ,ik dacht het daarom goed1 haar publiek te maken1 hopende het in handen mogt vallen van iemand1 die in staat mogt zijn de vraag te beantwoorden1 en meer duidelijk en klaar in het licht te stellen1 wat eene ziel zaligt1 dan n de ,methodisten ,predikant n de ,heer ,easterman zulks gedaan hebben4--,indien dit gedaan wordt zal het met dankbaarheid ontvangen en behartigd worden door ,uwen zeer verpligten ,dienaar ,een ,kappersknecht4 ,,zamenspraak4 ,de ,kappersknecht4 ,eens op een morgen ging mijn meester voor zijn beroep uit1 en liet mij alleen in den winkel4--,spoedig daarop kwam de heer ,easterman1 een buurman1 in2 maar mijn meester niet ziende1 scheen hij van mij geen notitie te nemen en ging in een hoek zitten om te wachten op mijns meesters terugkomst4--,even daarna kwam een ,methodisten predikant binnen1 die mij op zijne gewone raillerende wijze1 aldus aansprak3 ,de ,predikant4 ,goeden morgen vriend6 ,geheel alleen8 ,wat is de reden dat uw meester uit is8 ,mij dunkt gij ziet er vandaag wat ernstig en bedrukt uit6 ,de ,k4 ,goeden morgen mijnheer6 ,ik denk dat mijn meester dezen morgen eenige van zijne buiten-klanten bezoekt1 en in mijne eenzaamheid had ik dus gelegenheid om over de godsdienst na te denken2 dit is waarschijnlijk de reden1 waarom ik naar uw oordeel wat bedrukt zie4 ,gij weet de godsdienst is een ernstig onderwerp en ik ben zeer verblijd gij zoo juist van pas komt1 want ik had reeds van uwe komst in deze streken vernomen2 ik heb veel over uw preeken gehoord en men zegt1 dat gij zeer bekwaam zijt in het voorstellen en verklaren van gelijkenissen1 om daardoor de dwalingen en verkeerde voorstellingen van anderen te wederleggen4 ,als zoodanig zou ik wel eenig onderwijs van u verlangen1 daar wij nu bij afwezigheid van mijn meester geschikte gelegenheid toe hebben4 ,ik hoop mijnheer6 gij er niet op tegen hebt1 om mij eenig onderrigt te geven8 ,de ,pred4 ,ik acht het tot mijn pligt om naar mijne bekwaamheid iedereen onderrigt te geven1 die het noodig heeft of verlangt1--maar ik ben eenigsins verwonderd als ik u goed aanzie1 dat gij zulk eene gunst verlangt1 wanneer ik bedenk hoe menige gelegenheid gij gehad hebt om over meest alle onderwerpen der godsdienst te hooren handelen door zoovele klanten uws meesters1 die op dit punt uitgestudeerd zijn en inzonderheid wanneer ik bedenk hoe menige pruik van wijze hoofden op u geweest is1 terwijl zij door uwen meester in order gesteld werden4 ,daarom verwondert het mij dat de eene u niet zooveel onderwijs en de andere zooveel verstand medegedeeld hebben1 dat gij wijs genoeg zijt1 om van mij onderwijs te behoeven4 ,de ,k4 ,dat is waar1 mijnheer6 echter weet gij1 dat groote mannen niet altijd wijze mannen zijn en dat de ouderdom geen verstand aanbrengt4 ,het oude spreekwoord blijft waar3 zoo lang wij leven moeten wij leeren4 ,de ,pred4 ,gij hebt gelijk2--ik hoop gij zult mij mijne opmerking niet ten kwade duiden1 ik bedoelde er geen kwaad mede4 ,maar wat is het1 dat gij in de zaak der godsdienst zoudt willen weten8 ,de ,k4 ,inderdaad vele zaken2 maar in het bijzonder dit eene1 om kort te zijn3 ,wat is het1 dat een verloren zondaar van het eeuwige verderf bevrijdt8 ,de ,pred4 ,inderdaad een belangrijke vraag6 ,zij verdient een naauwgezet onderzoek1 daar het van een eeuwigdurend gewigt is4 ,maar het is niet ne zaak1 waardoor een zondaar verlost wordt1 maar het zijn vele zaken1 met elkander vereenigd4 ,de ,k4 ,ja1 ik oordeel1 dat het bestaat uit vele deelen en niet een of twee of meer afzonderlijk of zamengesteld1 maar al de deelen vereenigd in n hoofdpunt1 dat het gansche werk zamenvat4 ,mag ik zoo vrij zijn om uw oordeel te vragen over hetgeen ik beschouw de hoofddeelen te zijn4 ,de ,pred4 ,vraag wat gij voor uzelf noodig acht en ik zal er rondborstig mijne gedachten over zeggen4 ,de ,k4 ,ik zeg u dank voor uw vriendelijk aanbod4 ,nu dan2 stelt gij1 dat de souvereine liefde van ,god tot den zondaar de eenige beweegreden is1 van al de zegeningen der verlossing1 en dat uit deze oorzaak ,god den mensch1 door of in ,christus ,jezus1 uitverkoor en voorbeschikte ten eeuwigen leven8 ,de ,pred4 ,dat de liefde ,gods de oorzaak der verlossing is1 zijnde de bron van alles goeds1 daar heb ik niets tegen1 ook niets tegen uitverkiezing en voorbeschikking1 indien ze wel verstaan worden4--,maar wij moeten de besluiten ,gods niet als absoluut of onvoorwaardelijk beschouwen1 maar als gegrond op voorwetenschap2 want ,god voorziet alle dingen van den beginne1 zoowel kwade als goede en handelt dien overeenkomstig2 en schoon er geschreven staat3 als de kinderen nog niet geboren waren1 noch iets goeds of kwaads gedaan hadden1 opdat het voornemen ,gods1 dat naar de verkiezing is1 vast bleve1 moet dat niet verstaan worden alsof ,god niet voorzag1 wat zij in den tijd doen zouden en zonder dat1 hen verkoos of verwierp4 ,hij ziet met n blik van eeuwigheid1 wie onder het gansche geslacht van ,adam de voorwaarden der zaligheid al of niet zal volbrengen en zoo verkiest en verordineert ,hij al de gehoorzamen tot de zaligheid1 en bestemt de ongehoorzamen tot de verdoemenis4--,dit noemen wij eeuwige verkiezing2 en het is het gevoelen van al de groote hoofden der ,methodisten zooals de heeren ,wesley1 ,fletcher enz4 wier wetenschap in de godsdienst in onze dagen weinig betwist wordt4--,ja zelfs worden hunne leerstellingen beschouwd den onloochenbaren standaard der waarheid te zijn4 ,de ,k4 ,goed1 hierin versta ik u zeer wel4--,maar zijn er niet eenigen1 die genade ontvangen tot vernieuwing des harten1 den ,h4 ,geest deelachtig worden geloof en bekeering verkrijgen1 enz4 die in de liefde ,gods zijn en toch weer afvallen en verloren gaan8 ,en handelt ,god dan op een voorgezigt van den tweederlei staat van de zoodanigen8 ,hij zag hen de voorwaarden vervullen1 zoover als zij genade verkregen4--,hij zag hen later de voorwaarden verwerpen4--,verordineerde ,hij hen eerst ten leven en daarna ten verderve1 heeft ,hij hen te gelijk uitverkoren en verworpen8 ,de ,pred4 ,ik sta gereedelijk toe1 dat wij beide gelooven en prediken1 dat er velen in de liefde en gunst ,gods staan en den ,h4 ,geest deelachtig zijn1 benevens al de genaden welke gij vermeldt1 die nog alles verliezen en ten laatsten verloren gaan1 en ik meen dat de heer ,fletcher in zijn opregt geloof zegt3 dat ,god de zoodanigen lief heeft1 ziende hunne gehoorzaamheid waardoor zij zijne schapen worden1 maar daar ,hij ook voorziet dat zij wer veranderen zullen en bokken worden1 haat ,hij hen4--,zoo kan ,hij dezelfde persoon verordineeren ten leven en ten doode1 volgens zijn volbrengen en niet volbrengen1 zoover ik althans zien kan4--,maar dit is niet alles wat tot zaligheid noodig is1 daar is verlossing1 wedergeboorte enz4 vor wij zalig kunnen gemaakt worden4 ,de ,k4 ,te regt1 ,mijnheer6 ,ik wilde juist uwe gedachten vragen1 over de verlossing door ,jezus ,christus wat zegt gij dat het is8 ,de ,pred4 ,verlossing is een werk door ,christus volbragt in zijn leven op aarde1 door zijn' dood en opstanding uit het graf en is daarbij de bevrijding des menschen van de zonde4 ,de ,k4 ,en waarvan wordt de mensch verlost door ,christus1 in zijn leven1 dood en opstanding8 ,de ,pred4 ,van den vloek der wet1 van zelfbedrog en van alle ongeregtigheid en daarbij wordt hij verlost uit de handen van den boozen1 van den dood van alle vijanden1 van het verderf en tot ,god gebragt4 ,gij hebt ons ,gode gekocht door uw bloed4 ,dit is de taal der ,schrift over het einde der verlossing4 ,de ,k4 ,en inderdaad eene aangename taal2 maar hoever strekt zich die verlossing uit8 ,tot allen of slechts tot een gedeelte van het menschdom8 ,de ,pred4 ,tot allen en elk individu van het menschelijk geslacht4 ,hij gaf zich zelven voor allen1 was een rantsoen voor allen1 stierf voor de zonden der geheele wereld1 smaakte den dood voor alle menschen1 enz4 zoo als de ,schrift verklaart4 ,ik ben niet zoo enghartig om te stellen dat ,christus alleen stierf voor een gedeelte van het menschelijk geslacht en de overigen liggen liet1 maar ik geloof dat ,hij voor allen te gelijk stierf4 ,de ,k4 ,ik dank u voor uwe opmerkingen en duidelijke verklaring4 ,mij dunkt ik kan nu tot de zaak komen1 die ik wenschte te weten1 en dat is3 hoe een zondaar gezaligd wordt8 ,indien ,christus voor allen stierf1 hen van den vloek en alle ongerechtigheid verloste1 en tot ,god wederbragt1 dan is dit zeker de verlossing door ,christus en regtens zullen alle menschen zalig worden4 ,de ,pred4 ,wacht een weinig6 ,drijf uwe gevolgtrekkingen niet te ver4 ,gij schijnt de groote grondstelling van het ,evangelie te vergeten1 de voorwaarden die door den mensch moeten volbragt worden om de verlossing deelachtig te worden4 ,het is het werk van ,christus en in zijne handen1 en de mensch verkrijgt het door volbrenging van hetgeen ,god eischt4 ,degenen1 die de voorwaarden volbrengen hebben de zaligheid door ,christus1 die het niet doen1 bezitten de zaligheid niet4 ,vergeet toch vooral de voorwaarden niet1 maar houdt ze in het oog en zij zullen u ten gids zijn4 ,de ,k4 ,mijnheer1 ik zal er aan denken4 ,maar indien ,christus aannam om de menschen zalig te maken1 vooronderstel ik dat niemand zal ontkennen dat ,hij voorzag wie de voorwaarden zouden volbrengen en wie niet4 ,hij mogt zich zijnen doodsangst en bloedig zweet1 zijne folteringen aan het kruis en de smarten der hel1 die over ,hem kwamen1 bespaard hebben1 voor allen van wie ,hij voorzag dat ze niet gehoorzaam zouden zijn1 en alleen geleden hebben voor degenen1 van wie ,hij voorzag dat zij de voorwaarden volbrengen zouden4 ,ik kan niet zien1 van wat nuttigheid het voor ,hem kon zijn1 te sterven voor hen1 die er geen voordeel uit zouden trekken4 ,heeft ,christus dan zoo ver niet te vergeefs geleden8 ,de ,pred4 ,neen1 ,hij stierf niet te vergeefs1 want indien ,hij niet door hunne zaligheid moet worden verheerlijkt1 zal ,hij het worden1 door hunne verdoemenis4 ,vreeselijk zal het zijn voor hen die besloten zijn1 door het bloed van ,christus naar de hel te waden1 het zal hunne folteringen veelvoudig vermeerderen4 ,de ,k4 ,inderdaad vreeselijk om aan te denken1 maar meer nog zulks te ondervinden4 ,ik heb eenige van mijns meesters klanten hooren zeggen1 dat zij de gedachte niet konden verdragen1 dat ,god eenigen zoude voorbijgaan1 terwijl ,hij anderen uitverkoor1 de eersten als wetverbrekers latende lijden1 en te gelijkertijd de laatsten zaligende als geheel onwaardigen3 dit noemden zij de leer der verwerping van de ,calvinisten en noemden het inderdaad zeer wreed4 ,maar gij moet mij niet ten kwade duiden1 ik het nog veel wreeder noem1 dat wanneer ,christus voorzag dat ,hij eenigen door zijn lijden niet kon redden1 ,hij zich toch zoude laten straffen1 opdat de zoodanigen in de eeuwigheid dubbel zouden gestraft worden1 waaruit ik zou moeten afleiden1 dat indien ,christus dood geene zaligheid kan teweeg brengen1 hij dan verdoemenis voortbrengt4 ,de ,pred4 ,ja6 en dunkt u niet dat de zoodanigen die als zij de ligte voorwaarden der zaligheid hadden willen volbrengen1 hadden kunnen zalig worden1 het verdienen1 degene namelijk die de roeping ,gods niet hebben willen hooren8 ,de ,k4 ,ja1 ik stem toe dat gehoorzamen beter is dan offerande1 en gij herinnert mij hierdoor aan eene andere zaak1 waarover ik gaarne uwe gedachte zou willen hooren en dat is3 de roeping ,gods4 ,de ,pred4 ,gij meent de roeping ,gods tot boete1 geloof en bekeering4 ,de ,k4 ,en waardoor roept ,hij de menschen daartoe8 ,de ,pred4 ,door zijn woord en ,geest1 die ,hij aan iedereen op de een of andere wijze geeft om winst mede te doen4 ,de ,k4 ,en is deze roeping van zoodanige kracht1 dat het alle menschen in staat stelt om de geboden ,gods te betrachten8 ,de ,pred4 ,neen1 eenigen wanneer zij het gehoorde ter harte hebben genomen1 beginnen zich te bekeeren en in ,christus te gelooven1 worden gewillig en volbrengen de voorwaarden1 door welke zij meer genade ontvangen en zich meer talenten van ,god verzekeren2 andere geroepenen verharden zich en blijven in hunne zonden4 ,de ,k4 ,en verkrijgen degenen die gelooven en zich bekeeren1 ware genade om hunne zielen te behouden8 ,de ,pred4 ,ja1 zij krijgen een nieuw hart en eenen nieuwen geest1 opregt geloof in ,christus1 bekeering tot ,god1 verlossing en vergeving van alle hunne zonden1 regtvaardigmaking door ,zijn bloed en al de geestelijke zegeningen waarmede zij in ,christus ,jezus gezegend worden4 ,de ,k4 ,ik dank u1 want dat is het1 wat ik juist wenschte te weten1 de wijze waarop een zondaar bij ,god wordt aangenomen4--,en indien zij al deze groote dingen ontvangen hebben1 zullen zij zalig worden4 ,deze zijn het waarnaar ik zoeken moet1 want indien ik ze gelukkig vind1 zal ik zalig worden4 ,de ,pred4 ,gij hebt het juist uitgedrukt1 deze dingen moet gij zoeken deelachtig te worden1 daar het inderdaad groote zaken zijn1 maar wat het andere deel uwer bemerking betreft1 dat gij zalig zult worden indien gij ze hebt1 daarin hebt gij ongelijk2 want velen hebben ze1 maar behouden ze niet1 en nadat zij ze voor een tijd gehad hebben1 keeren zij er hunne aangezigten en harten af1 werpen al die zegeningen de deur uit1 keeren weder tot de wereld en de zonde1 en gaan ten laatsten verloren4 ,de ,k4 ,ik dank u mijnheer1 voor uwe gedachte omtrent deze punten en twijfel niet of gij zijt beide eerlijk en opregt geweest2 toch moet ik bekennen en het is zeker mijner domheids schuld1 dat ik nog niet zien kan waarin1 volgens uwe opgaaf1 de wezenlijke oorzaak der zaligheid ligt1 ,mijnheer ,easterman1 gij zijt tot hiertoe stil geweest1 ongetwijfeld hebt gij echter opgemerkt wat er verhandeld is4 ,wilt gij zoo goed zijn ons met uwe aanmerkingen te begunstigen8 ,de heer ,e4 ,ja1 ik ben stil geweest1 en heb wel acht gegeven op uw gesprek1 maar kan niet vinden dat de zaligheid ligt in een van die zaken welke de predikant opgegeven en verklaard heeft1 niet in de predestinatie of uitverkiezing1 want hierin handelt ,god niet naar zijn eigen wil1 maar is afhankelijk van den wil en de handelingen des menschen1 want indien ,god voorziet dat de mensch in der tijd het goede wil en volbrengt1 dan wil ,hij zijne uitverkiezing ten leven1 en als ,hij ziet dat hij het goede niet zal volbrengen1 dan verordineert ,hij hem ten verderve1 zoodat de wil des menschen de beweegoorzaak der uitverkiezing is4 ,de ,k4 ,ja1 ik moet dat ook uit de gegevene verklaring afleiden1 z zelfs1 dat indien het niet geweest was1 dat eenige menschen beter gezind waren dan anderen1 ,god uit gemis van 's menschen gehoorzaamheid1 niemand ten eeuwigen leven konde hebben uitverkoren4 ,de heer ,e4 ,neen1 niemand uit het geheele menschelijke geslacht1 en ik denk dat de zaligheid van zondaren evenmin ligt in de verlossing door ,christus als in de uitverkiezing2 want onze vriend zegt3 dat alle menschen door ,christus verlost zijn van zonde1 van den satan1 van den vloek der wet en van den dood2 velen dus verlost1 gaan toch eindelijk verloren1 en indien de zaligheid des menschen niet in de verlossing ligt1 moeten zij op eene andere wijze gezaligd worden1 de mensch ontvangt toch naar zijn doen4 ,indien hij gehoorzaam is1 heeft hij het1 indien niet1 hij mist het4 ,de ,k4 ,ja1 dit schijnt onvermijdelijk4 ,doch dan ligt des zondaars zaligheid ook niet in de roeping des menschen door ,god1 maar in de middelen1 die ,hij heeft voorgeschreven8 ,de heer ,e4 ,niet volgens de verklaring der leer van den predikant2 want hij zegt1 ,god roept alle menschen1 en eenigen1 wanneer zij hooren1 gelooven1 zich bekeeren1 enz4 verkrijgen daarop genade en zaligheid van ,god2 anderen1 die het tegendeel doen1 ontvangen niets4 ,in beide gevallen is de roeping van ,god1 dezelfde4 ,indien dit het geval is1 kon het niet bestaan in de roeping1 maar in de gewilligheid van hen die hooren en gehoorzamen4 ,de ,k4 ,goed1 maar zij die hooren en gehoorzamen ontvangen wedergeboorte1 geloof in ,christus1 bekeering tot ,god en hebben den ,geest des ,heeren1 zijn verzoend1 verlost en geregtvaardigd1 in n woord3 zijn ware ,christenen4 ,dan zou ik hunne zaligheid zoeken in de kracht des ,geestes1 vereenigd met hun geloof en hunne bekeering1 welke de vereischte voorwaarden zijn4 ,dit moet1 naar ik oordeel1 de ware oorzaak der zaligheid zijn4 ,de heer ,e4 ,neen1 evenmin1 want schoon zij de voorwaarden volbragt hebben en den ,geest hebben en werkelijk in de liefde en gunst ,gods staan1 indien zij te eenigertijd ontaarden en afvallen1 verwerpen zij den ,geest1 hun geloof en hunne bekeering1 de gunst van ,god en al het goede dat zij bezaten en gaan eindelijk nog ten verderve4 ,het zijn dus deze dingen niet die hen kunnen zaligen1 want eens bezaten zij ze4 ,zoo dat1 al wat ,god de ,vader gedaan heeft in hen1 door de voorkennis van het goede dat ,hij in hen zag1 uit te verkiezen en te predestineren1--alles wat ,god de ,zoon gedaan heeft in hen te verlossen1--al wat ,god de ,geest gedaan heeft1 in hunne harten te vernieuwen1--en de volbrenging der voorwaarden1 alle deze dingen te zamen genomen hen niet kunnen zaligen1 want deze afvalligen bezaten ze eenmaal1 en indien zij het werk konden doen1 hadden zij het moeten doen1 zoodat gij ergens elders naar de zaligheid moet zoeken1 want alle deze roepen ons toe3 ,bij mij is het niet4 ,de ,k4 ,inderdaad1 mijnheer1 gij drijft mij bijna tot wanhoop1 want waar zal ik zoeken of verwachten de zaligheid te vinden1 indien niet in eenige of alle deze dingen8 ,ik kan niet denken dat het bij de ,engelen ,gods te vinden is1 schoon eenigen ook al eerbiedwaardig zijn gebleven2 en gevallene engelen indien zij de magt hadden1 zij hebben den wil niet1 want zij haten beide ,god en den mensch4 ,tot wien zal ik dan gaan8 ,tot de heilige maagd8 ik heb toch eenigen hooren zeggen1 dat zij de moeder boven den ,zoon achten8--,kan ik de zaligheid bij haar vinden of tot wien van de heiligen zal ik mij wenden8 ,de heer ,e4 ,neen1 neen1 volgens de bovenvermelde leer van uwen vriend1 behoeft gij zooveel moeite niet te doen1 gij kunt het digter bij huis vinden1 in uzelven1 in hetgeen men noemt vrije wil2 doch hetgeen ik noem1 de wil des vleesches1 want wat bezit de mensch meer dan dit1 terwijl hij dood is in zonden en misdaden8 ,en immers wanneer ,god geneigd is om te verkiezen en te predestineren1 doet hij het op de voorwetenschap van hetgeen de wil des vleesches zal doen4 ,christus verlost1 maar het is de wil des vleesches die het zich moet verwerven of de mensch moet verloren gaan2 ,god roept maar het berust in den wil des vleesches om de roeping te gehoorzamen of te verwerpen4 ,en indien de wil des vleesches zoover hoort en vervult en de nieuwe geboorte verkrijgt1 benevens al de voorvermelde zegeningen1 toch blijft het nog de wil des vleesches om deze dingen te behouden of weer weg te werpen4 ,hier ziet gij de geheele kracht en het wezen der zaligheid en gij hebt op te zien tot deze aanbiddelijke en verhevene zaak1 de wil des vleesches4 ,de ,pred4 ,zijt niet te haastig1 mijnheer6 ,gij hebt nooit iemand van ons noch op den kansel1 noch in druk hooren zeggen1 dat het de wil des vleesches is1 die den zondaar zaligt4 ,neen1 integendeel wij verklaren dat de mensch een dood zondaar is1 en niets tot zijne zaligheid doen kan1 dat gij zien kunt in eene preek door ,mr4 ,charles ,wesley in het licht gegeven4 ,dit zijn de woorden 7,eph4 #e3 #ad7 waar hij zegt3 dat een dood zondaar niets tot zijne zaligheid doen kan1 evenmin als een ligchamelijk doode kan opstaan en de werkzaamheden van een levend mensch verrigten4 ,en ,mr4 ,fletcher bewijst uit ,gods woord1 in het eerste deel van zijn werk1 dat de mensch niets doen kan1 om zijne ziel te behouden1 maar dat het is1 het werk der genade ,gods1 ,die aan iedereen een of twee talenten geeft1 en indien hij er mede woekert door de middelen die ,god hem beschikt1 zal hij daardoor meer genade ontvangen1 en indien niet1 zoo zal hij verdoemd worden2 en dit is de beginnende genade ,gods en de bekwaamheid des menschen en niet de wil des vleesches1 zoo als gij zegt4 ,de ,heer ,e4 ,het is waar1 dat ik u nimmer hoorde zeggen1 noch van den kansel1 noch door de pers1 dat het de wil des vleesches is1 die verlost2 maar het is te bejammeren dat gij het niet doet1 want gij misleidt het volk1 door leerstellingen te verkondigen die in den wil des vleesches zich vereenigen en den mensch leiden om daarop te rusten4 ,het moet zoo zijn volgens uwe stelling4 ,niet in den wil en het welbehagen ,gods1 want gij zegt2 ,hij zou hem verlossen indien de wil des menschen de voorwaarde wilde volbrengen2 niet in de verlossing door ,christus1 want ,hij heeft hen verlost1 maar zij willen de verlossing niet hebben2 niet in de roeping1 want velen willen niet gehoorzamen2 niet in die genade1 die men zou kunnen verkrijgen1 want de wil des menschen verwerpt den ,geest ,gods met alle zijne genade1 en verandert zich zelven weer van genade in natuur1 keert van vrede tot toorn1 van liefde tot haat1 van een schaap van ,christus tot een bok des satans1 van de zaligheid tot de verdoemenis4 ,en wat gij ter wederlegging voortbrengt dient slechts ter bevestiging1 want gij zegt dat ,god aan iedereen een talent van genade geeft om winst mede te doen2 naarmate hij er mede woekert1 wint of verliest hij1 is hij zalig of verloren4 ,hadt gij gezegd dat ,god een talent van genade gaf1 om den mensch te bekeeren1 zijn hart te veranderen en zijne ziel te redden1 ik zou u gaarne geloofd hebben1 die genade zou den mensch inderdaad zalig maken4 ,maar gij zegt met ,mr4 ,fletcher1 dat de mensch het talent moet doen toenemen1 tot hij trapsgewijze genade ontvangt4 ,nu laat mij u of ,mr4 ,fletcher vragen3 wat is een mensch1 of wat heeft hij vr hij het talent ontvangt8 ,niets1 niet met al1 gelijk door u beide beleden is1 slechts eene zondige gevallen natuur1 de wil des vleesches1 om met het talent te woekeren4 ,zoo komt het op hetzelfde punt neer en bevestigt het4 ,indien de wil des vleesches goed en vlijtig arbeidt1 ontvangt hij2 doch indien hij zich het talent onwaardig maakt en het verwaarloost en niet ijverig werken wil heeft hij geene zaligheid2 en indien hij niet toonen kan1 dat de mensch niet iets meer heeft dan den wil des vleesches vr hij het talent ontvangt1 moet immers dat het zijn1 waar het op aankomt en waar zijne zaligheid van afhangt8 ,zou het niet veiliger voor u zijn te gelooven dat het talent zelf den mensch bekeert en verlost1 dan dat de mensch het talent verbeteren1 behouden en bewaren moet8 ,de ,pred4 ,gij moogt zeggen wat ge wilt1 maar wij gelooven1 dat ,god de zaligheid heeft bestemd voor iedereen op zijne gehoorzaamheid1 en ons zijne dienstknechten gezonden heeft om hem te roepen tot het volbrengen der voorwaarden1 iedereen de genade ,gods aan te bieden op de vervulling der conditin en hen te verzekeren1 dat ,god van zijne zijde alles gedaan heeft en indien zij het hunne willen doen1 zij gezaligd zullen worden4 ,de heer ,e4 ,ja1 ik sta gereedelijk toe1 dat wat gij gezegd hebt1 de wijze is van uwe bediening1 waarover ik mij menigmaal verwonderd heb1 en ik ben nooit in staat geweest om het eene deel van uwe predikatin met het andere overeen te brengen4 ,in uwe gebeden tot ,god1 gaat gij heen en smeekt ,hem1 zijne genade aan zondaren te willen geven1 dat het ,hem behagen moge hunne harten daardoor te veranderen1 hun genade te geven tot geloof en bekeering1 genade om hen te verzoenen1 te regtvaardigen1 te heiligen en te verlossen4 ,dit alles vraagt gij aan ,god1 hun te willen schenken en mededeelen2 kort daarop gaat gij de genade en zaligheid voor het aangezigt ,gods iedereen aanbieden4 ,wanneer ik dit alles hoor1 moet ik mij verbazen1 want in uw gebed schijnt gij vast te stellen1 dat het te geven alleenlijk en uitsluitend het regt des ,heeren is en een oogenblik daarna spreekt gij alsof gijlieden geroepen zijt om het iedereen aan te bieden1 die gewillig is om het te ontvangen4 ,nu1 schoon velen het niet begeeren toch denk ik dat er in elke gemeente eenigen zijn1 die verlangen genade en zaligheid te ontvangen4 ,vooronderstel dat een dezer opstond en tot u zeide3 ,ik ben verlangend om te ontvangen en gij zijt gereed om te geven1 wilt gij zoo goed zijn1 mij de genade des geloofs en de genade tot verzoening1 regtvaardigmaking1 heiligmaking en verlossing te geven8 ,zoudt gij niet genoodzaakt zijn te antwoorden in de taal der wijze maagden tot de dwazen3 ,niet alzoo1 opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij1 want ik heb niet meer genade dan om mij zelven te behouden1 indien maar zooveel6 ,zoudt gij niet verpligt zijn den armen vraager naar eene andere fontein te verwijzen om genade te erlangen8 ,zoudt gij hem niet op ,christus moeten wijzen1 in ,wien het alleen is en uit wiens volheid het alleen kan ontvangen worden1 en hem zeggen1 dat hij zijne begeerte aan ,god moest bekend maken en aan zijnen troon wachten1 tot het ,hem behagen mogt te hooren en genade te geven8 ,zou de man niet grootelijks teleurgesteld zich van u af moeten wenden en zoudt gij niet gedwongen zijn1 om overdekt met schaamte neder te zitten8 ,en zou het wel overdreven zijn indien het publiek uitriep3 die man is een spotter1 hij biedt genade en zaligheid aan en wanneer iemand het begeert1 heeft hij niets om te geven4 ,laat mij u raden1 uwe spotternij te laten varen en het volk op ,god te wijzen in ,wien genade is1 en ,die het alleen kan mededeelen2 want ,hij zal het u niet toevertrouwen1 noch u de eer geven over iets te beschikken4--,neen2 het is ,zijne eigen regt en ,zijne eigene heerlijkheid1 barmhartig te zijn dien ,hij wil en ,zijne genade te geven aan wien en wanneer het ,hem behaagt4 ,de ,pred4 ,mij dunkt1 ik begin te bemerken dat gij van gevoelen een ,calvinist zijt1 en het zou mij niet verwonderen een ,antinomiaan tevens1 die gelooft1 dat wat ook in den tijd geschiedt1 door ,god van eeuwigheid is besloten en vastgesteld1 een leerstelling die ik haat met den grootsten afschuw1 hoewel ik niet denk dat volgens deze leer gij of iemand anders het regt hebt ons te beschuldigen wegens hetgeen wij prediken of doen4 ,want indien alle dingen door ,god bepaald zijn en gebeuren moeten1 dan is het ook besloten1 dat wij zouden gelooven1 prediken en handelen1 gelijk wij doen1 en wij zoowel als anderen vervullen slechts de besluiten ,gods4 ,wij kunnen niet verkeerd handelen in zijnen raad te volvoeren4 ,zoodat1 indien gij gelijk hebt1 wij geen ongelijk kunnen hebben1 dit mag ons eenigen troost verschaffen4 ,de ,heer ,e4 ,indien gij meent dat ik een ,calvinist ben1 weet gij meer van mij dan ik van mijzelven1 want ik heb nooit meer dan eene enkele pagina van de werken van dien grooten ,hervormer gezien of gelezen1 en ik ben verzekerd dat wij op dit punt door hem behandeld1 zoover in gevoelen van elkander verschillen als twee personen kunnen doen1 schoon wij in andere opzichten1 zoover ik weet1 mogen overeenstemmen4 ,maar het is niet de mensch1 van welk gezag ook1 noch ,calvijn1 ,luther1 ,wesley noch ,fletcher1 dien ik in mijn geloof wensch te volgen1 maar het zuivere ,woord der ,profectie1 de ,schriften der ,waarheid4--,ik schaam mij niet te bekennen1 dat ik geloof dat ,god alle dingen van eeuwigheid bepaalde1 vaststelde en verordende3 ja1 dat gij en alle anderen de besluiten ,gods zijt vervullende1 en niettegenstaande1 dat velen zullen gevonden worden verkeerd te zijn6 ,zoodat dit uw wachtwoord3 ,indien zij het regt hebben1 kunnen wij geen ongelijk hebben1 zoo algemeen in de monden der ,methodisten1 u zooveel troost niet zal laten1 als gij u moogt voorstellen4 ,indien ik uwe meening wel versta1 is het deze3 dat indien ,god alle dingen1 die de menschen doen1 heeft besloten1 zij niet schuldig kunnen zijn2 zij vervullen zijnen raad1 alzoo zijn zij regt1 zij kunnen niet verkeerd zijn4 ,maar heeft ,god niet besloten toe te laten1 dat engelen en menschen zijne heilige wet overtraden1 en daar ,hij toch de magt had het te verhinderen1 is het zijnen wil geweest8 ,god heeft den mensch en de ,engelen regt gemaakt4 ,hij zag dat zij vele kwade vonden zouden uitvinden en ze evenzoo uitvoeren1 indien ,hij het niet verhinderde4 ,daar ,hij het voorzag moest ,hij in zijn eigen gemoed tot een besluit komen of ,hij het zoude toelaten of verhinderen4 ,maar wij zijn genoodzaakt deze onloochenbare daadzaak te gelooven1 dat1 daar ,hij het niet belette1 ,hij besloot om het toe te laten2 en ,hij laat het nog toe1 daar ,hij het ieder oogenblik konde verhinderen2 en als de mensch gewillig zondigt1 laat ,god hem de gelegenheid om alzoo te doen1 door in ,zijne ,voorzienigheid zijn leven te onderhouden4 ,zal dan de mensch tot ,god zeggen2 omdat ,gij besloten hebt1 mijn leven en mijne gezondheid te bewaren en mij uit eigen beweging te laten handelen enz41 daarom kunnen wij niet verkeerd doen8 ,ik weet1 de mensch zal1 indien hij kan1 zijne zonden op anderen schuiven en zelfs ,god beschuldigen1 eerder dan eene zonde of bewezen schuld te bekennen4 ,adam was gereed te zeggen3 de vrouw1 die ,gij mij gegeven hebt die heeft mij van dien boom gegeven1 en de vrouw3 die slang heeft mij bedrogen enz4 ,maar wij hooren geen van beiden zeggen3 ,gij liet den satan toe ons te vinden en te verzoeken en tevens ons om te vallen2 hetwelk alles ,gij hadt kunnen beletten2 maar daar ,gij besloten hebt deze verzoeking toe te laten en ons1 om er in te vallen1 kunnen wij in de uitvoering niet verkeerd zijn4 ,tot zulk eene diepte van schaamteloosheid waren zij niet gekomen4 ,sime vloekte ,david2 toen zeide ,abisai tot ,david3 ,laat mij toch overgaan en zijnen kop wegnemen4 ,neen1 zegt ,david1 de ,heere heeft toch tot hem gezegd3 vloek ,david4 ,nu1 had iemand ,sime verweten den gezalfde des ,heeren gevloekt te hebben of gezegd dat hij schuldig was in zoo te doen1 zoo mogt hij geantwoord hebben3 ,god besloot mij toe te laten om ,david te vloeken1 ja1 ,hij heeft mij zulks bevolen en is het dan zonde wat ,god bepaald en mij bevolen heeft8 ,indien ,god in zijn besluit regt handelt1 kan ik geen onregt doen in de uitvoering4 ,doch wij lezen niet dat ,sime zoover gegaan is1 in zijne goddeloosheid op ,gods toelating te werpen4 ,de ,apostel ,petrus1 sprekende tot degenen die ,christus gekruist hadden1 zeide1 dat ,hij1 dien zij hadden gevangen genomen1 gekruist en gedood1 naar den bepaalden raad en voorkennis ,gods was overgegeven en dat ,gods hand en raad te voren bepaald had1 dat het geschieden zoude4 ,zeide ,petrus hun1 dat zij de besluiten ,gods hadden volbragt in het vermoorden van den ,heere der heerlijkheid8 ,dan hadden zij kunnen antwoorden3 ,petrus1 indien gij gelijk hebt dan kunnen wij geen ongelijk hebben1 deze handen waren bestemd om het te doen1 of het voornemen ,gods kon niet uitgevoerd zijn4 ,doch schoon wij lezen dat de ,joden het ,evangelie tegenspraken en lasterden1 wanneer het door ,paulus en anderen gepredikt werd1 toch lezen wij niet1 dat zij tot zulk een trap van ,godslastering zijn gekomen om te zeggen3 ,indien gij gelijk hebt1 kunnen wij geen ongelijk hebben4 ,wij lezen van een booze geest1 die vrijheid van ,god ontving om een leugengeest te zijn in den mond van de valsche profeten1 om ,achab te misleiden en te overreden4 ,toch gelooven wij1 dat de booze geest bevonden zal worden1 ongelijk te hebben en dat zij1 op wie hij invloed uitoefende1 evenzoo zullen openbaar worden kwaad gedaan te hebben met naar zijne voorschriften te handelen4 ,wij lezen dat de ,satan onder de toelating zich verandert in een engel des lichts om te misleiden1 en dat zijne dienaars tot hetzelfde einde zich veranderen als waren zij dienaars der geregtigheid1 toch twijfelen wij niet1 of beiden1 de satan en zijne dienaars1 zullen eenmaal gevonden worden in het ongelijk te zijn1 van welke het einde zal zijn naar hunne werken6 ,wij gelooven dat in de laatste dagen spotters zullen komen1 die naar hunne eigene begeerlijkheden zullen wandelen2 die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen en velen hunne wegen navolgen zullen1 door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden2 dat de menschen zullen zijn liefhebbers van zichzelven1 hoovaardigen enz4 ,nu1 indien ,god niet bepaald had1 dat alle deze dingen geschieden zouden1 kon ,hij het ons in zijn woord niet gezegd hebben2 maar moest gewacht hebben1 tot het geschiedde en terwijl hij achttien honderd jaren geleden1 reeds verklaard heeft1 dat het zoo zijn zou1 zoo moet het alzoo geschieden of deze gedeelten van zijn woord moeten onvervuld ter aarde vallen1 en dan1 wie kan op eenig gedeelte daarvan staat maken8 ,maar het is het onfeilbare woord der waarheid en moet regt zijn1 en al de bovenvermelde dingen zijn goddeloosheden1 die wij weten dat eenmaal onregt zullen bevonden worden4 ,ik beken1 dat1 indien ik een van de bovenvermelde karakters ben1 ik zonder twijfel verkeerd zal zijn4 ,maar1 indien gij anders denkt en het voor ,god kunt uithouden en het gerigte ,gods denkt te trotseren1 gij moet weten wat gij gelooft4 ,maar o mensch6 wie zijt gij1 die tegen ,god antwoordt8 ,zal ook het maaksel tot dengenen die het gemaakt heeft1 zeggen3 waarom hebt ,gij mij alzoo gemaakt8 ,de ,pred4 ,ik vrees waarlijk1 mijnheer6 dat gij gelijk het gros uwer broederen in een gemakkelijken stoel gezeten zijt1 maar zorg dat gij niet zacht zit1 tot de duivel u haalt en gij dan ziet1 wat de besluiten ,gods over u zijn2 met zulk een geloof kunt gij alle werk laten varen1 want dewijl gij gelooft dat ,god zoo velen door zijne souvereine genade zal behouden1 zult gij zeggen3 ,indien ,god mij hebben wil1 zal ,hij mij wel halen1 indien niet1 zoo zal ,hij mij toch niet zalig maken1 wat ik ook doe4 ,zulk eene leer kan geene andere strekking hebben1 dan om den mensch in de zonde te verharden4 ,geen wonder dat gij ,calvinisten1 zwarte harten hebt4 ,de heer ,e4 ,wat betreft te gelooven aan ,gods besluiten en dat ,hij alles werkt naar den raad zijns willens1 hetwelk gij noemt gezeten zijn in een gemakkelijken stoel1 ik erken dat ik daar gezeten ben en gaarne wensch af te wachten elk der dingen1 die gij voorgebragt hebt om mijn geloof te wederleggen4 ,wat mij ook moge halen1 zoo als gij zegt1 weet ik niet1 en dat ,god komen en mij trekken moet1 indien ik ooit in den hemel zal komen1 is eene waarheid4 ,ik ben zeker1 dat ,hij reeds menigeen van de aarde ten hemel getrokken heeft4 ,hij beloofde zijne discipelen1 dat1 wanneer ,hij henen zou gegaan zijn1--,hij wederkomen zou en hen tot zich nemen1 opdat waar ,hij was1 zij ook zijn mogten4 ,en indien wij in den toestand zijn van hem1 die onder de moordenaars viel1 gewond en hulpeloos1 en indien gij1 werkdadige ,priesters en ,levieten1 ons voorbij komt1 ons ziet en geen bijstand aanbrengt1 indien wij op uwe roeping niet in staat zijn ons zelven te helpen of op te staan1 heb dan medelijden met ons1 liever dan ons te bespotten en verwijtingen te doen6 ,en indien de ,god van alle genade den goeden ,samaritaan mogt zenden1 en ,hij naar zijne groote barmhartigheid den wijn en de olie der genade in onze wonden mogt gieten1 dezelve verbinden1 ons zet op zijn eigen beest1 ons naar de herberg voert1 de kosten betaalt1 de waard last geeft ons te verzorgen en belooft voor alle kosten in te staan1 mor dan niet tegen zijne vrije goedheid1 wij kunnen zonder dat niet gelukkig zijn noch geholpen worden4 ,maar indien gij sterk en ongewond zijt1 of indien gij uzelven kunt genezen of naar de herberg loopen1 of indien gij1 daar zijnde voor uzelven zorg kunt dragen of de kosten betalen1 gij hebt de vrijheid1 help u zoo goed gij kunt4 ,wij belijden dat wij niets doen kunnen1 ja zelfs1 overtuigd van onzen verloren staat1 niet op de borst kunnen slaan en uitroepen3 ,o ,god1 wees mij zondaar genadig6 of ,red ons ,heere6 wij vergaan6 ,wat aangaat1 dat deze onze leer de zonde aanmoedigt1 het is een oude beschuldiging tegen ,paulus en anderen in hunne dagen ingebragt1 door hen die zeiden3 ,laat ons het kwade doen1 opdat het goede daaruit voortkome4 ,wij verheugen ons gerangschikt te worden onder zulk een eerwaardig gezelschap als de ,apostelen4 ,indien wij onze beginselen uit dezelfde fontein hebben1 door denzelfden ,heere zijn geroepen1 onze oogen door dezelfde hand geopend zijn en onze harten door denzelfden magtigen arm zijn veranderd1 moeten wij onvermijdelijk in zekere mate denzelfden laster en hetzelfde verwijt ondervinden1 gelijk deze goede menschen ondervonden van de wereld en de tegenstanders van den ,heere ,jezus ,christus1 en wel omdat zij de eer van 's menschen zaligheid ,hem alleen toekenden en zich niet vermeten de onreine vodden van onze geregtigheid te vereenigen1 met dien grooten naam1 wien toekomt eer en heerlijkheid tot in alle eeuwigheid4 ,indien wij in dezen staat zijn1 hebben wij inderdaad reden ons te verblijden en zijn bovenmate verheugd1 wanneer men ons voor zijne zaak met allerlei lasten bezwaart4 ,maar wij gelooven dat gij u moet schamen1 geschaard te zijn aan den kant der lasteraars2 en wat aangaat de zwartheid onzer harten1 wij weten dat ze zoo zijn2 ja1 wij zijn snoode zondaars en niets meer1 de boosheid is ons eigen1 wij kunnen geene volmaking vinden noch in- noch uitwendig4 ,doch wij zullen niet wanhopen1 wij weten dat zondaars kunnen gezaligd worden zonder de werken der wet4 ,het bloed van ,christus en de ,geest der waarheid zijn in staat ons van alle zonden te reinigen en op den dag zijner heirkracht zullen wij een zeer gewillig volk zijn1 om ,god in den weg zijner eigene instellingen te gehoorzamen en te dienen4 ,tot onze zaligheid zien wij uit en zoeken naar ,zijne geregtigheid alleen1 want wij weten dat in ons vleesch niets geen goed woont4 ,de ,pred4 ,gij zult dan maar bij uw eigen systeem moeten blijven wat ook de gevolgen mogen zijn4 ,al stoot men een dwaas in een mortier met eenen stamper1 zijne dwaasheid zal niet van hem wijken4 ,mij dunkt mijne woorden hebben geenen invloed op den heer ,e4 ,maar wat denkt gij er van ,kapper8 ,gij hebt mijn geloof gehoord en zijne aanmerkingen er op1 naar welke zijde gevoelt gij uw gemoed overhellen8 ,de ,k4 ,wel1 als ik spreken zal naar de geneigdheid van mijn gemoed1 geloof ik dat de heer ,e4 het beste op de hoogte der zaak is1 dit is althans mijn oordeel1 want hij heeft aangetoond1 dat achtervolgens uwe stelling1 de zaligheid niet in den wil en de werking van ,god ligt1 want gij zegt dat ,hij de zaligheid van alle menschen wil1 maar het niet uitvoeren kan1 omdat het schepsel ook niet wil4 ,gij zegt dat ,christus alle menschen verlost heeft1 maar dit behoudt hem niet1 omdat zij de voorwaarden niet willen volbrengen om het deelachtig te worden4 ,gij gelooft dat ,god iedereen roept1 maar velen niet zullen gehoorzamen4 ,gij zegt2 ,hij geeft aan iedereen een talent of talenten van genade1 en eenigen zijnde gehoorzamer dan anderen1 vermeerderen hunne talenten1 gelooven en bekeeren zich1 hebben hunne harten vernieuwd en worden met ,god verzoend1 en toch zijn er die deze zegeningen weder wegwerpen1 weder onder de verdoemenis komen en ten laatsten verloren gaan4 ,daarom kan onmogelijk iets van hetgeen door u opgenoemd is1 de oorzaak zijn van des zondaars zaligheid1 dat is te zeggen3 ze kan niet in ,gods wil liggen1 want gij zegt dat hij het wil en toch worden zij er niet door behouden2 niet in de verlossing door ,christus1 want gij zegt3 ,hij verloste alle menschen en toch gaan vele van deze eindelijk verloren2 noch in de roeping van ,god of het gegeven talent1 dit hebben zij ook1 zooals gij zegt2 noch in de wedergeboorte2 noch in den ,geest van ,god2 noch in het geloof in ,christus2 noch in de bekeering tot ,god2 noch in hun eenmaal verzoend en geregtvaardigd zijn2 want gij beweert dat velen alle deze dingen bezeten hebben en toch door allen te zamen niet behouden worden4 ,en wat bezit de mensch buiten deze dingen meer1 dan de wil des vleesches8 en gij schijnt onwillig toe te staan1 dat ook deze hem zoude verlossen4 ,wilt gij zoo goed zijn1 mij te verklaren wat het dan is dat dit groote werk veroorzaakt en werwaarts ik moet gaan om het te zoeken8 ,de ,pred4 ,dat zou inderdaad geen zware taak zijn1 maar ik verzoek u mij thans te willen verschoonen1 daar mijn werk mij elders roept4 ,,ii4 ,,een ,,antwoord ,,op ,,de ,,gewichtige ,,vraag3 ,wat is het1 dat eene zondaar zalig maakt8 ,,door ,j4 ,c4 ,,philpot4 ,,voorrede4 ,toen ik op verzoek van den ,uitgever van het geschrift getiteld3 ,zamenspraak enz41 ondernam een aanhangsel te leveren en daarin een antwoord te geven op de gewigtige vraag3 ,wat is het dat eene ziel zalig maakt8 welke vraag daar onbeslist is gelaten2 dacht ik slechts weinige bladzijden te schrijven1 zonder daarbij mijn naam te vermelden2 maar al schrijvende bevond ik dat het onderwerp onder de hand in gewigt toenam en dat gedachten en denkbeelden in mijne ziel vloeiden4 ,ik gevoelde1 in het bijzonder toen ik tot het tweede deel van mijn onderwerp kwam1 de verlossing en zaligheid beschouwd als een inwendig bezit1 dat ik er mij niet in weinige algemeene bewoordingen kon afmaken1 maar dat het vereischte1 wat ik niet kon leveren1--bladzijden uit het leven en de bevinding met zalving en kracht1 zal het geschikt zijn om de behoeften van ,gods beproefde familie te ontmoeten4 ,ik zag aan alle zijden verlossing als eene inwendige wezenlijkheid1 onbekend1 onbemind1 ongezocht1 verwaarloosd4 ,eenigen zag ik1 die zich dienstknechten ,gods noemden1 ijverig genoeg voor de zaligheid uitwendig1 gezond in de letter der waarheid en ernstig strijdende voor de leerstellingen der genade die1 f nooit spraken van de zaligheid inwendig1 f indien zij er al van gewaagden1 er zich van af maakten met weinige magere volzinnen1 die gewoonlijk zoo met dwalingen en misslagen vermengd waren1 dat zij eenvoudige zielen slechts verwarden en aan het onderscheidende oog ontdekten1 de onwetendheid en ledigheid van den prediker4 ,anderen die uit hunne opgeblazenheid en verwaandheid schenen te denken1 dat de wijsheid met hen sterven zoude1 7,job #ab vs4 #b71 zag ik sloopen wat ,god in zijn woord heeft opgebouwd1 en opbouwen wat ,hij heeft afgebroken4 ,deze waren leermeesters gezet op vormen1 ceremonin1 ordonantin1 bidstonden1 kerklidmaatschap1 huiselijk gebed en duizend andere uiterlijke dingen1 7allen goed op hunne plaats7 alsof zij de inhoud en het wezen der levende godzaligheid waren4 ,anderen weder die zich bevindelijke predikanten noemden1 zag ik of aan de eene hand de zonden als bewijzen van genade opbouwen f aan de andere hand eene algemeene haat tegen de zonde1 als een bewijs daarvan aanmerken4 ,dus zag ik de in- en uitgangen1 het vallen en opstaan1 de verborgen werkingen1 het onzigtbare spoor1 de innerlijke worstelingen en geheel dit bijzondere1 diepe1 gedurig veranderende1 golvende pad1 dat door ,gods familie wordt betreden f nimmer aangeroerd1 f indien al ondernomen dat in te gaan1 zoo duister en verkeerd voorgesteld1 dat eene levende ziel door al wat hij hoorde1 meer bedroefd en verward dan getroost en bemoedigd werd4 ,ik zag insgelijks dat zelfs leeraars1 die de merkteekenen droegen van hunne roeping door de genade en van hunne roeping tot de bediening 7die of rustende waren op vroegere bevinding f zoo als zij het noemden bevestigd waren in ,christus2 dat mij voorkomt eene bevestiging in zich zelf te zijn71 weinig1 indien iets1 verschilden van de letter-,calvinisten dezer dagen4 ,alzoo terwijl eenigen goed kwaad en kwaad goed noemen1 bitter voor zoet en zoet voor bitter gevende en anderen de schaduw voor het wezen en den vorm voor de kracht instellen1 zag ik1 dat degene die in de bres moesten staan1 hunne zwaarden in de schede hadden gestoken en ze nimmer uittrokken tegen de vijanden van ,christus1 die in het gewaad van vrienden komen4 ,de vraag scheen te zijn3 ,zijt gij een ,arminiaan of een ,calvinist8 indien de eerste1 zoo zijt gij een vijand1 indien de laatste een vriend4 ,en alzoo worden de gevaarlijkste en listigste vijanden van levende ,godzaligheid1 in de legerplaats van ,christus ontvangen1 omdat zij het wachtwoord kunnen noemen en de kleeding van zijne soldaten dragen4 ,dus zie ik de waarheid over de straten struikelen1 levende godzaligheid verwaarloosd1 uiterlijke dingen hoog gewaardeerd1 de schapen van ,christus ongevoed en de bokken niet gescheiden4 ,zoodat ik mij gedrongen gevoelde met meer uitgebreidheid dan ik mij eerst voornam1 te blijven staan bij inwendige zaligheid1 schoon met de diepste bewustheid van mijne onbekwaamheid en onervarenheid1 en er tevens mijnen naam bij te voegen1 opdat het niet het nadeel en de verdenking mogt hebben1 welke gewoonlijk aan naamlooze geschriften verbonden zijn4 ,zonder dus eenig oordeel te vellen ten gunste of tegen het geschrift1 waarbij dit aanhangsel gevoegd is1 noch er mij geheel mede te vereenigen1 schoon ik het beschouw als een antwoord aan de ,wesleijanen1 met bekwaamheid en onpartijdigheid geschreven te zijn1 wend ik deze zwakke poging aan om te strijden voor het geloof1 eenmaal den heiligen overgeleverd1 en om de natuur dier verlossing aan te wijzen1 welke men kennen en bezitten moet vr men het koningrijk der hemelen kan ingaan4 ,j4 ,c4 ,,philpot4 ,,wat ,,is ,,het1 ,,dat ,,een ,,zondaar ,,zalig ,,maakt8 ,wel mag ieder overtuigd zondaar een waar voldoend antwoord verlangen1 op eene vraag van zoodanig gewigt4 ,wel mag iedereen1 die den alsem en de gal geproefd heeft1 met den angel der zonde doorstoken is geworden1 die zucht onder den vloek der wet en beeft onder het toekomende oordeel1--wel mag ieder dusdanige1 schuldige1 zelf-veroordeelende ellendige1 de lippen kussen desgenen1 die een regt antwoord geeft op de alles omvattende vraag3 ,hoe zal de mensch rechtvaardig zijn bij ,god8 7,job4 #i vs4 #b74 ,om dan deze vraag regt te beantwoorden moeten wij de zaligheid onder twee hoofdpunten beschouwen4 #a4 ,de zaligheid beschouwd als eene daad buiten ons2 #b4 de zaligheid beschouwd als eene zaak in ons4 ,daar de eerste de laatste voorafgaat1 zullen wij haar den verschuldigden voorrang geven4 ,en daar niemand onderwijst gelijk ,god1 en ,hij is de ,vader der lichten1 de ,fontein des levens en de alleen ,wijze ,jehovah1 mogen beide schrijver en lezer genade ontvangen om tot ,hem op te zien1 om de zalving die leert van alle dingen en ook waarachtig en geen leugen is4 7#a ,joh4 #b vs4 #bg74 #a4 ,de zaligheid dan1 moet beschouwd worden1 ten eersten als eene handeling buiten ons1 als eene eeuwige onveranderlijke daad voortvloeijende uit het gemoed van ,jehovah en geheel onafhankelijk van het schepsel4 ,te vooronderstellen dat eenig nieuw plan1 eenig te voren ongedacht ontwerp1 eenige verandering van voornemen1 eenige verbetering van een oorspronkelijk onvolmaakt plan1 plaats kunne nemen in het hart van ,jehovah1 is een van de grootste beleedigingen te werpen op de wijsheid en magt van den drieenigen ,god1 welke ooit het schepsel kan ten uitvoer brengen4 ,indien ,hij ,alwijs is1 zoo kan geene nieuwe gedachte in zijn gemoed oprijzen2 indien ,hij ,almachtig is1 dan kan geene onverwachte hinderpaal1 geen onvoorzien toeval1 noch opkomende gebeurtenis1 zijn voornemen verijdelen en indien ,hij de ,bron en ,oorsprong is van het geheele bestaan van het schepsel 7,rom4 ,,xi vs4 #cf7 zoo kan noch de wil1 noch de magt van het schepsel sterker zijn dan ,hij4 ,wij beschouwen ,hem als de ervarenste ,ingenieur1 die vooruit met de meeste naauwkeurigheid1 de beweging en het uitwerksel van ieder rad en van iedere tand van eenig nieuw stuk machinerie1 kan berekenen4 ,wij noemen ,hem de bekwaamste ,generaal1 die voor den veldslag iedere beweging1 welke ,hij denkt te volvoeren het best ontwerpt en die met de grootste nauwkeurigheid en den besten uitslag zijn oorspronkelijk plan ten uitvoer legt4 ,te misrekenen1 in verwarring te geraken door eenige onvoorziene hinderpaal1 op te houden wegens eenige onverwachte hindernis1 doet een mensch kennen als een broddelaar4 ,in zijne oorspronkelijke schatting mis te tasten1 doet de kennis in twijfel trekken2 niet in staat te zijn zijn plan te volvoeren1 bewijst magteloosheid in een architect4 ,nu1 zal een generaal een plan hebben1 evenzoo een ingenieur en een architect en zal ,god geen plan hebben8 ,zullen wij iemands kennis afmeten naar de wijsheid van zijn plan en zijne magt naar deszelfs uitvoering1 en zullen wij de wijsheid en de magt ,gods niet in denzelfden weg afmeten8 ,zullen wij hem niet een zot en een dwaas noemen1 die geen orde in zijne bezigheden heeft1 geen goed overlegd plan in de uitoefening zijner zaken1 geene bepaalde werkuren1 geen vooraf beraamde reeks van werkzaamheden1 en zullen wij niet beven om al deze dwaasheid aan ,god toe te schrijven8 ,eene ,manchestersche katoenfabriek kon geene week doorwerken1 indien het niet een vooraf bepaald stelsel van werking1 geen geregeld plan had1 waardoor aan ieder spinnewiel zijn werk1 aan iedere hand zijne plaats wordt aangewezen4 ,en toch zijn er menschen1 van zulk eene stoute goddeloosheid1 die aan den alleen wijzen ,god eene verwarring1 eene wanorde1 eene nalatigheid in het bestuur van de eeuwige bestemming des menschen toeschrijven1 welke1 indien ze in een groote stad in praktijk werd gebragt1 onvermijdelijk zou ten gevolge hebben1 dat hare drukke fabrieken werden gesloten1 hare uitgestrekte bevolking werd verarmd en hare opgepropte straten in eene woning der draken en rustplaats der nachtuilen verkeerd werden4 ,wij kunnen daarom niet ontkennen1 dat al wat ,god doet1 ,hij zulks doet naar een plan van eeuwigheid vastgesteld in zijn eigen gemoed1 zonder zijne wijsheid in de uitvinding1 of zijne magt in de volvoering in twijfel te trekken4 ,indien dan al wat ,god doet1 ,hij doet naar den raad van zijnen eigen wil1 zoo is het duidelijk dat de zaligheid of verdoemenis der zielen een deel moet uitmaken van zijn eeuwig voornemen4 ,indien alle dingen1 die plaats hebben1 vloeien in een voor hen gegraven kanaal1 elkander opvolgen achtervolgens eene bepaalde orde en zoowel een deel uitmaken van ,gods algemeene regering1 als elk rad bedraagt tot de beweging van eenig zamengesteld werktuig1 dan moet de zaligheid begrepen zijn in een groot oorspronkelijk plan4 ,te zeggen dat ,god eenige dingen bepaalt en andere dingen niet2 tijdelijke gebeurtenissen vaststelt1 maar geene geestelijke2 waakt over het vallen van een musch1 maar de onsterfelijke ziel des menschen overgeeft aan bloot toeval en goed geluk1 is onbeschaamder onderstelling1 dan dat een onkundig landman1 een van ,watt's stoomwerktuigen beziende1 zoude zeggen1 deze ketel1 dit rad1 deze zuiger heeft ,watt ontworpen1 maar op al het overige heeft hij geen acht geslagen4 ,zijn grootsch verstand vergat dit deel van het werktuig en verzuimde dat2 en dit keurig zamenstel en schoon geheel1 is gedeeltelijk het voortbrengsel van vinding en vernuft1 en gedeeltelijk van bloot toeval4 ,veel dwazer en onwetender nog spreken zij1 die loochenen de zaligheid een volmaakt plan te zijn1 overeenstemmend in elk deel1 en haren oorsprong1 voortgang en einde vindende in den wil en het voornemen van ,god alleen4 ,om reden wij de overeenstemming en schoonheid van het groote geheel niet kunnen waarnemen1 om reden er tegenwerpingen en zwarigheden zijn1 om reden wij het onderwerp en den grondslag van ieder deel niet kunnen bevatten1 zijn wij daarom vrij om te ontkennen1 dat de verlossing een groot in alles overeenstemmend plan is8 ,even goed mogt de bovengenoemde onkundige landman1 aanmerking maken op elk rad en elke beweging der stoommachine1 welker gebruik en schoonheid hij niet begrijpen kon4 ,indien verlossing als n geheel1 een plan is1 waarin de grootste harmonie heerscht1 dan moeten ook al de deelen en takken van dezelfde natuur zijn4 ,zeg dat een deel niet harmonieert1 en gij zegt dat het geheel zulks niet doet1 want de harmonie van het geheel hangt af van de harmonie der deelen4 ,deze takken of deelen dan eischen ons naauwgezet onderzoek en indien wij kunnen aantoonen dat ze volkomen zijn1 zullen wij het doen van het geheel4 #a4 ,de eerste tak dan van de verlossing is1 de openbaring daardoor1 van de heerlijkheid van den ,drieenigen ,jehovah4 ,niets kan ,god zoo dierbaar zijn dan zijne eigene heerlijkheid4 ,niets minder dan de openbaring daarvan1 kan het verheven oogmerk zijn van alle zijne daden4 ,de oorsprong van alle geschapene wezens1 van de verhevenste engel tot den kruipenden worm1 kan slechts worden toegeschreven aan de zucht welke ,jehovah koestert1 om daardoor zijne eigene eeuwige heerlijkheid te openbaren4 ,de verlossing1 welke de grootste daad ,gods is1 moet daarom tot dezelfde bron worden opgespoord4 ,tot prijs der heerlijkheid zijner genade1 zegt ,paulus1 7,eph4 #a vs4 #f71 door welke ,hij ons begenadigd heeft in den ,geliefde1 en wederom vers #ab3 opdat wij zouden zijn tot prijs zijner heerlijkheid1 wij1 die eerst in ,christus gehoopt hebben4 ,en opdat ,hij zou bekend maken den rijkdom zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid1 die ,hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid1 7,rom4 #i3 #bc74 ,nu1 indien de zaligheid geheel rust op den wil des menschen en tot hare eindelijke voorspoed afhangt van de magt en bekwaamheid van het schepsel1 zoo is het bewezen dat er mogelijkheid bestond dat er geen enkele ziel behouden werd4 ,wat meer is1 indien het daarvan afhangt1 dan is er niet de minste twijfel in het hart van hen1 die den gevallen staat des menschen ondervindelijk kennen1 of niemand konde of wilde zalig worden4 ,tenzij dus de zaligheid een besloten1 bepaald1 onveranderlijk1 onherroepelijk voornemen zij1 zoo is het klaar dat ,god teleurgesteld kon worden1 betrekkelijk de heerlijkheid1 die ,hij zich voorgesteld had1 om daardoor zijnen grooten naam te verhoogen4 ,en indien wij alleen maar toestaan1 dat ,hij het einde van het begin ziet en te voren weet elke gebeurtenis die plaats zal hebben1 dat de arminianen erkennen1 dan is het bewezen1 dat1 vooruitziende en bemerkende de teleurstelling van al zijne ontwerpen1 ,hij zou opgehouden en nooit het ontwerp verzonnen hebben4 ,wat meer is1 om de gevolgtrekking nog een stap verder te nemen1 indien ,god door den tegenstand van het schepsel beroofd kon worden1 van den prijs zijner eigene heerlijkheid1 zou hij nooit deze wereld in aanwezen gebragt1 noch den mensch uit het stof der aarde geformeerd hebben4 ,wij maken plannen1 in welker uitkomst wij ons teleurgesteld vinden1 omdat wij geene toekomende gebeurtenissen kunnen voorzien1 maar indien wij begaafd waren met de voorkennis van alle dingen1 zouden wij alleen zulke ondernemingen beginnen1 van welke wij zeker waren dat ze ons gelukken zouden4 ,laat dus niemand die dwaasheid aan ,god toeschrijven1 welke hij aan zijn medeschepsel niet zoude toekennen4 #b4 ,onze zwakke vermogens niet in staat zijnde1 om ,gods besluit als een welluidend geheel te beschouwen1 zoo zijn wij genoodzaakt ,hem eene opvolging van handelingen toe te schrijven1 welke geen wezenlijk bestaan heeft in ,hem die een eeuwig ,heden is1 dezelfde gisteren1 heden en in eeuwigheid4 ,alzoo spreken wij over de liefde die ,god heeft tot zijne eigene heerlijkheid1 als over de eerste daad in het plan der zaligheid en van zijne eeuwige liefde als van de tweede4 ,maar in zijn oneindig gemoed is noch eerste noch tweede1 toekomende noch verleden1 vroeger noch later4 ,wanneer wij dan zeggen1 dat de eeuwige liefde een tweede beweegoorzaak is van zaligheid1 gebruiken wij de taal door ons zwak verstand gevorderd1 en meenen daarmede niet aan ,god eenige zulke onvolmaaktheid toe te schrijven1 als eene opvolging van beweegredenen in zich behelst4 ,liefde dan is eene tweede oorzaak der verlossing4 ,maar indien ,jehovah volmaakt en onveranderlijk is1 moet zijne liefde van dezelfde natuur zijn4 ,hoe zuiverder1 hoe onbewegelijker1 hoe onveranderlijker de liefde is1 hoe nader zij aan de volmaaktheid komt4 ,onstandvastig te zijn1 gedurig van voorwerp te veranderen1 neerslagtig1 ontmoedigd1 verward1 vervreemd of in eenig opzigt door uitwendige omstandigheden verkoeld te zijn1 neemt de zuiverheid der liefde weg4 ,de liefhebbende vrouw1 die in spijt van slechte behandeling en onverschilligheid aan haren man kleeft1 die hem lief heeft in oneer en schande1 zijn beeld op haar hart draagt1 schoon hij als een doodschuldige gevat of als een boosdoener wordt gevonnisd1 verwekt onze bewondering als een voorbeeld van echtelijke liefde4 ,de teedere moeder1 die om haren ongebonden zoon jammert1 en hare hoofdpeluw met tranen van liefde tot hem doornat1 schoon haar hart innerlijk verscheurd is door zijnen ligtzinnigen wandel1 bewonderen wij evenzoo als een voorbeeld van moederlijke gehechtheid4 ,de sterkte1 de onveranderlijke natuur1 de zuiverheid1 de belangeloosheid van deze twee voorbeelden van menschelijke liefde1 gaat ons onwillekeurig ter harte4 ,zullen wij nu de zuiverheid en volmaaktheid van schepsels genegenheid afmeten bij eenen zekeren standaard1 en dien regel ter zijde werpen met betrekking tot de goddelijke liefde8 ,indien de liefde ,gods tot de menschenkinderen onbestendig is1 veranderlijk1 afhankelijk van omstandigheden1 veroorzaakt door hun gedrag1 afwisselend gegeven en ontnomen1 dan moeten wij stoutweg zeggen1 dat zij onvolmaakt is1 en indien de liefde ,gods onvolmaakt is1 dan is ,god zelf evenzoo onvolmaakt4 ,maar indien ,god hen1 die ,hij lief heeft1 eeuwig1 oneindig volmaakt lief heeft dan moet ,hij hen onveranderlijk lief hebben4 ,heeft ,god dan alle menschen lief8 ,heeft ,hij ,ezau1 ,fara1 ,saul en ,judas lief8 ,hij zegt ons zelf dat ,hij ,ezau haatte 7,mal4 #a3 #c7 en ,paulus verklaart1 dat deze haat was1 vr dat de kinderen geboren waren en vr zij iets goeds of kwaads gedaan hadden4 7,rom4 #i3 #aj-ac74 ,wij moeten dan tot dit besluit komen1 dat ,god eenigen lief heeft en anderen haat4 ,maar is er geen beweegoorzaak in de voorwerpen zelve8 ,zijn niet eenigen goed en anderen kwaad2 eenigen gehoorzaam en anderen ongehoorzaam2 verdienen niet eenigen liefde en anderen haat8 ,indien alle menschen gelijkelijk gevallen zijn1 allen even slecht1 even ingewikkeld in zonde en verdoemenis1 kan er in hen geen oorspronkelijk verschil zijn4 ,indien eenigen behouden worden1 anderen verloren gaan2 indien eenigen eeuwig gelukkig1 anderen eeuwig rampzalig worden2 moeten wij naar de oorzaak van dit verschil zoeken1 ergens elders dan in de personen zelf4 ,en laat ons over de zaak zoo lang redekavelen als wij willen1 indien wij eenmaal de oorspronkelijke zonde en de val des menschen toegeven1 moeten wij altijd tot hetzelfde besluit komen1 dat het verschil gemaakt tusschen de gezaligden en de verdoemden1 niet in hen maar in ,god gevonden wordt1 in n woord1 dat ,hij vrijelijk eenigen haat en vrijelijk anderen lief heeft4 #c4 ,maar het bestaan der liefde1 kan enkel door daden openbaar worden4 ,liefde is een verborgen beginsel in den boezem1 in zoover als het betrekking heeft op hen door wien zij gekoesterd wordt2 maar betrekkelijk hen tot wien zij gevoeld wordt1 kan zij alleen door uitwendige daden blijken4 ,dus is liefde de oorsprong van de zaligheid1 even als de zaligheid de vrucht van liefde is4 ,de eene is de oorzaak1 de andere het uitwerksel2 de eene de innerlijke beweegreden1 de andere de uitwendige daad4 ,maar wij meten de liefde af bij de proeven1 die zij doorstaat2 bij de opofferingen die zij doet2 bij het lijden dat zij ondergaat voor het voorwerp van toegenegenheid4 ,bij denzelfden standaard meten wij de liefde ,gods af1 tot de kinderen der menschen4 ,verlossing daarom wordt bestendig in het ,woord voorgesteld als het bewijs van de liefde van ,christus2 ,christus had de gemeente lief en heeft zich zelven voor haar overgegeven4 7,eph4 #e3 #be74 ,die mij lief gehad heeft1 zegt ,paulus1 en zich zelven voor mij overgegeven heeft4 7,gal4 #b3 #bj74 ,hieraan hebben wij de liefde gekend1 dat ,hij zijn leven voor ons gesteld heeft4 7#a ,joh4 #c3 #af74 ,indien dan verlossing de vrucht is van liefde1 het gevolg en de uitdrukking daarvan1 indien de liefde beperkt en bijzonder is1 dan is de verlossing evenzoo beperkt en bijzonder4 ,het uitwerksel kan niet grooter zijn dan de oorzaak1 noch de daad grooter dan de beweegreden4 ,maar is verlossing eene volmaakte daad1 een voleindigd werk8 ,indien het de uitvoering is van een oorspronkelijk plan en te gelijk uitgevoerd door ,god geopenbaard in vleesch1 moet het zekerlijk zoo volmaakt zijn als deszelfs ,auteur4 ,doch is een werk volmaakt dat onzeker en toevallig is1 dat afhangt van de wispelturige eigenzinnigheid en den veranderlijken wil des menschen en dat nog wel van een gevallen mensch8 ,hing de schepping der wereld af van de medewerking des menschen8 ,kan hij een enkel grasscheutje doen groeijen1 n haar wit of zwart maken8 ,is de medewerking des menschen gedoogd in eene enkele van ,gods handelingen8 ,indien zoo iets mogelijk ware1 zou dan niet het mengsel van schepsels werk het geheel bezoedelen en bederven8 ,indien de verlossing algemeen ware en slechts een deel zaligde1 kan het een volmaakt werk genoemd worden8 ,indien verlossing ontspringt uit liefde1 en de verlossing algemeen is1 dan zal ook de liefde algemeen zijn2 maar indien iemand verloren gaat1 indien iemand in de hel is1 voor wien ,christus stierf1 zal hunne verlossing ijdel zijn en al de liefde van ,christus tot hen was te vergeefs4 ,hij betaalde hunne schuld1 en nog staat hunne schuld open4 ,hij nam hunne zonden weg en nog blijven hunne zonden4 ,hij had hen lief1 had magt om hen te verlossen1 deed al wat ,hij kon om hen van de hel te bevrijden1 kwam op aarde met het opzettelijk voornemen om hunne zonden te dragen op het hout1 stond voor hen op van den dooden en voer ten hemel als hunnen ,hoogepriester en ,voorspraak--en na dit alles kan ,hij hen niet verlossen1--na geheel deze magtige oneindige1 onmetelijke betooning van liefde1 lijden1 tranen1 zuchten1 doodsangst en bloed1 sterven zij in hunne zonden en worden in de hel geworpen4 ,is ,christus wezenlijk en waarachtig ,god8 ,heeft ,hij al de eigenschappen der ,godheid8 ,is ,hij alwijs en almagtig8 ,ziet ,hij het einde van het begin1 en weet ,hij alle dingen1 die verleden1 tegenwoordig en toekomend zijn8 ,wist ,hij toen ,hij aan het kruis hing wie behouden zou worden en wie verloren zou gaan8 ,dan1 welk eene ijdele en nuttelooze betooning van liefde en lijden2 wat eene noodelooze opeenhoping van smarten en doodsangsten1 indien het uitwerksel van al wat ,hij toen leed1 afhing van den vrijen wil des menschen en millioenen nimmer voordeel zouden trekken uit alles wat ,hij toen voor hen onderging4 ,maar stierf ,christus voor de zonden des ganschen menschelijken geslachts8 ,dan droeg ,hij de zonden der lieden van ,sodom en ,gomorra2 van het leger van ,fara dat in de roode zee verdronk2 van ,korach1 ,dathan en ,abiram welke de aarde verzwolg2 van de zeven vervloekte volken van ,canan en van allen die in den algemeenen zondvloed omkwamen4 ,maar alle deze zijn in hunne zonden gestorven4 ,werd hun in de hel bekeering geschonken8 ,droeg ,christus hunne zonden aan het kruis en ging ,hij daarna in de hel met aanbiedingen van genade aan de verdoemden8 ,had de vrije wil eene andere gelegenheid1 een ander heden der genade2 verschaft het een ander getijde tot de uitoefening van haren magtigen invloed8 ,judas zegt ons 7vers #g7 dat de zoodanigen zijn voorgesteld tot een voorbeeld1 dragende de straf des eeuwigen vuurs1 ,paulus zegt3 dat zij vernield zijn van den verderver4 7#a ,cor4 #aj vs4 #aj74 ,maar indien ,christus voor allen stierf1 zoo stierf ,hij ook voor deze1 en indien ,hij voor deze stierf1 zoo moet er eenig oogmerk zijn1 er moet iets geschieden1 eenig uitwerksel moet er voortkomen uit zijn dragen van hunne zonden4 ,indien ,hij voor hen niet stierf1 dan is de verlossing niet langer algemeen1 wij ontdekken millioenen voor wie ,christus niet gestorven is en eensklaps is er een einde gemaakt aan de algemeenheid van al die teksten1 die zoo dikwijls worden aangehaald ten gunste der algemeene verzoening4 ,indien ,hij voor hen stierf1 dan trekken zij al of niet eenig voordeel uit zijnen dood4 ,indien zij er het minste voordeel uit trekken1 dan worden er verlost1 die reeds in de hel zijn1 die in hunne zonden gestorven en onder den toorn ,gods zijn vergaan4 ,en indien eenigen1 waarom niet allen8 ,de smarten der hel zullen hen zekerlijk geleerd hebben1 om hunnen vrijen wil beter te gebruiken dan zij deden op aarde1 en n uur ondervinding van den brandenden poel heeft hen doen instemmen1 met de aanbiedingen van genade4 ,christus behoefde zoolang niet te vergeefs aan de deur hunner harten te kloppen1 als ,hij volgens de ,wesleijaansche predikanten nu doet aan de harten hunner hoorders6 ,zij zeggen1 indien de verdoemden dezelfde aanbiedingen van genade hadden als wij hoe gaarne zouden zij die omhelzen6 ,nu1 indien ,christus dan voor hen gestorven is1 zoo is de hel reeds sedert lang ontvolkt van zijne aloude bewoners4 ,can1 ,fara1 ,saul1 ,achitofel1 ,dog1 ,ezau en duizend anderen1 die de schrift voorstelt als vijanden ,gods1 zijn nu in den hemel1 zingende het lied des ,lams4 ,maar indien ,christus voor hen niet gestorven is1 dan is de verlossing niet algemeen1 er is eene beperking gemaakt en zij is wat wij belijden1 bijzonder4 ,dus beschouwen en gelooven wij met de schriften der waarheid1 dat ,christus zijn leven heeft afgelegd voor zijne schapen2 eens werd overgegeven om de zonden te dragen van velen2 het volk reinigde met zijn eigen bloed2 de gemeente lief had en zich zelven voor haar overgaf2 en de zonden droeg van zijn uitverkoren geslacht in zijn eigen lichaam op het hout4 ,gelijk de namen van de kinderen ,israls op de borst des ,hoogepriesters gedragen werden1 7,exod4 #bh3 #bi7 zoo gelooven wij dat ,christus op zijn hart de namen droeg van zijne uitverkorenen1 toen ,hij aan het kruis hing en zijn bloed stortte voor al hunne zonden en ongeregtigheden4 ,hij betaalde hunne schuld tot den laatsten penning1 voldeed aan de strengste eischen der eeuwige geregtigheid1 leed in ligchaam en ziel het volle gewigt1 de volle maat en het tal van de zonden van zijn volk en liet geen enkele hunner zonden1 ongeboet en onverzoend4 ,de ,godheid gaf waarde en verdienste aan het lijden der menschheid1 en dus werd ,immanul1 ,god met ons1 de algenoegzame ,zaligmaker van allen die ,hem gegeven1 door ,hem bemind en verlost waren4 #d4 ,de laatste tak der zaligheid als eene uitwendige daad1 die wij nog zullen beschouwen1 is de toegerekende geregtigheid van den ,zoon van ,god1 zijnde tot allen en over allen1 die gelooven4 ,de wet van ,god1 zijnde het afschrift van zijne eeuwige geregtigheid1 kon niet straffeloos verbroken worden1 dan dat ,god ophield ,god te zijn4 ,tenzij dus de wet volmaaktelijk werd gehoorzaamd1 f door den mensch wien hij gegeven was of door een ,borg die in zijne plaats stond1 zoo moest die heilige en regtvaardige wet al deszelfs straffen en vloeken in alle eeuwigheid over den overtreder uitstorten4 ,indien dit waar is1 dan is ,christus gekomen onder de wet en gehoorzaamde haar volkomelijk1 of voor geheel het menschelijk geslacht of voor een gedeelte deszelven4 ,indien voor het geheel1 dan worden alle menschen geregtvaardigd1 alle menschen hebben de wet gehoorzaamd door hunnen ,borg1 allen staan voor ,god in ,christus volmaakt1 zonder vlek of rimpel of iets dergelijks 7,efez4 #e3 #bg72 de deuren des hemels zijn geopend voor allen1 en geheel het geslacht van ,adam1 zal in huwelijksgewaad nederzitten aan de bruiloft des ,lams4 ,maar indien dit de waarheid niet is en schoon allen de wet hebben overtreden1 slechts een gedeelte behouden wordt1 dan moeten wij tot het besluit komen1 dat alleen die geregtvaardigd worden voor wie ,christus als een ,borg de wet vervulde1 en dat het ,isral alleen is die in den ,heere geregtvaardigd worden en zich zullen beroemen4 7,jes4 #de vs4 #be74 #b4 ,dusver hebben wij de verlossing geschetst als eene uitwendige daad1 als iets gedaan voor ons en buiten ons4 ,in deze gemeenschappelijke overeenkomst en onderhandeling hadden wij als werkende leden geen aandeel4 ,zij werden bepaald en uitgevoerd vr wij eenig aanwezen hadden1 uitsluitend in het voorbeschikkende gemoed van ,jehovah4 ,gelijk de boom zijne botten uitgeeft1 welke botten een bestaan hadden in den boom1 vr zij in zigtbaren groei kwamen1 zoo brengt het predestinerend voornemen van den drieenigen ,god ons in aanwezen1 opdat wij de voordeelen mogen genieten van al hetgeen voor ons gedaan werd1 toen wij nog slechte aanwezen hadden in het gemoed van ,jehovah4 ,en dit leidt ons om te spreken over de zaligheid als een werk gewrocht in ons1 als eene magtige daad waardoor datgene wat oorspronkelijk en altijd het onze was1 eene persoonlijke wezenlijkheid wordt1 eene werkelijke bezitting1 eene ontvangene erfenis1 gelijk een erfgenaam wanneer hij meerderjarig wordt1 het vermogen aanvaardt dat zijn eigendom was1 lang voor hij in het bezit daarvan gesteld werd4 ,god is alwijs en daarom doet ,hij geene overhaaste1 noch onbedachtzame stappen4 ,gelijk het oorspronkelijke ontwerp der zaligheid door oneindige wijsheid werd uitgedacht1 zoo zijn ook al de volgende trappen van uitvoering van dat plan1 geregeld door dezelfde eindelooze wijsheid4 ,met welke ,hij overvloedig is geweest over ons1 zegt ,paulus1 in alle wijsheid en voorzigtigheid4 ,god stelt dus zijn volk in zijne bedeelingen met hen1 niet op eens in het bezit van al de zegeningen die ,hij voor hen bewaard heeft4 ,hij heeft bij voorbeeld hunne zonden vergeven maar ,hij stelt hen niet onmiddelijk in het bezit van die weldaad1 wanneer ,hij hen door zijne genade roept4 ,hij heeft hen eerst hunne behoefte daaraan te leeren4 ,hij heeft hunne harten voor de ontvangst daarvan te bereiden4 ,het is geen gemeen geschenk en ,hij heeft hen te onderwijzen1 hoe het te waarderen4 ,zij zijn verlost van toorn en eeuwige rampzaligheid1 van zijn vreeselijk ongenoegen en schrikkelijke verontwaardiging tegen de zonde4 ,zij hebben noodig dat hun getoond worde en dat zij innerlijk gevoelen waarvan en waartoe zij verlost zijn4 ,en gelijk de eik niet in nen dag tot zijnen vollen wasdom komt1 maar jaren van zonneschijn en onweer1 van felle winden en huilende stormen noodig heeft1 om hem kracht en stevigheid1 eenen diepen en uitgebreiden wortel te geven1 zoowel als eenen verheven en met takken gevulden stam1 zoo hebben ,gods kinderen maanden en jaren van beproeving en verzoeking noodig1 opdat zij nederwaarts diepen wortel schieten1 en gezond en krachtig opwaarts groeijen mogen4 ,dus1 vr dat de ziel iets omtrent de verlossing weten kan1 moet zij diep en ondervindelijk leeren1 de natuur der zonde en van zich zelve als door haar bezoedeld en onteerd4 ,zij is hoogmoedig en moet vernederd worden2 zorgeloos en moet wakker geschud worden2 levend en moet gedood worden2 vol en moet ontledigd worden2 geheel en moet gewond worden2 bekleed en moet ontbloot worden4 ,zij is van nature eigengeregtig en zelfzuchtig1 diep begraven in wereldsgezindheid en vleeschelijkheid2 ten uiterste blind en onwetend2 vervuld met vooroordeel1 verwaandheid1 eigendunk1 vijandschap en zij haat al dat hemelsch en geestelijk is4 ,de zonde in al derzelver verschillende vormen1 is haar natuurlijk element4 ,begeerlijkheid1 vleeschelijke lusten1 wereldsch vermaak1 zucht naar eer van menschen en onverzadelijke dorst naar zelfbevordering2 eene volkomene overgifte aan alles wat nieuwe begeerten des harten kan streelen en bevredigen2 eene uiterste verachting en afkeer van alles wat haar dolzinnig najagen van wat zij lief heeft1 beteugelt of verijdelt1 deze zijn eenige van de gedachte van de onvernieuwde natuur des menschen4 ,opvoeding1 zedelijk bedwang of de kracht der gewoonte mogen het ontbreken van inwendig bederf bedwingen1 en een dam opwerpen tegen den woedenden stroom van inwonende zonde1 zoodat het niet al zijne grenzen zal verbreken en het land verwoesten2 maar geene zedelijke beteugeling kan de menschelijke natuur veranderen4 ,een geketende tijger blijft een tijger4 ,de moorman kan zijne huid niet veranderen1 noch de luipaard zijne vlekken 7,jer4 #ac3 #bc74 ,den mensch juist het tegengestelde te maken van wat hij oorspronkelijk is2 te maken dat hij ,god lief heeft in plaats van ,hem te haten2 ,hem te vreezen in plaats van tegen ,hem op te staan en te beven voor zijne geduchte ,majesteit1 in plaats van met dik verhevene schild ,hem te bestrijden2 om dit magtige werk te doen en deze wonderbare verandering te weeg te brengen1 is er noodig1 de inplanting van eene nieuwe natuur1 door de onmiddelijke hand van ,god zelf4 ,natuurlijk licht1 natuurlijke liefde1 natuurlijke gehoorzaamheid1 in n woord1 alle natuurlijke godsdienst is hier nutteloos en krachteloos4 ,de stroom te keeren verandert de natuur der wateren niet4 ,laat de loop van de modderige beek inplaats van naar het zuiden1 naar het noorden geleid worden1 het blijft eene modderige beek4 ,alzoo mag de oude natuur beteugeld1 gewijzigd1 en in nieuwe en in verschillende kanalen geleid worden1 maar het is en blijft de oude natuur4 ,en dit is de bediening van honderden1 die zich dienstknechten van ,christus en arbeiders in ,zijnen wijngaard noemen1 om houweel en spade te nemen en verscheidene kanalen te graven voor de wateren der oude natuur1 en wanneer zij na veel moeite en arbeid1 eenige weinige stroompjes in hunne naauwe kanalen hebben doen vloeijen1 verwaardigen zij de vruchten van hun werk met de namen van bekeering1 wedergeboorte en een werk der genade4 ,alzoo maakt de eene een kanaal in de ,zondagschool1 een ander graaft een breed kanaal voor het bijbelgenootschap1 een derde maakt eene nieuwe opening voor besliste vroomheid en een vierde holt eene wijde groef uit voor eigengeregtigheid1 onder den naam van ,christelijke heiligheid4 ,maar na al hunne moeite en na al hunnen voorspoed in het leiden van de stroomen der natuur in deze nieuwe kanalen1 is het nog de oude natuur1 even gevallen1 even onwetend1 even blind1 even vleeschelijk1 even dood1 even vol van vijandschap tegen ,god en even onbekwaam als ooit om het koningrijk der hemelen binnen te gaan4 ,om de buitenzijde der oude natuur te witten1 te schilderen1 te vergulden1 te bekleeden1 op te schikken1 te versieren1 in n woord1 te hervormen1 is de godsdienst van den dag4 ,honderde kerken en kapellen worden gebouwd1 duizende predikatin worden gedaan en millioenen gelds worden besteed1 alleen met het doel om uit het ruwe blok hout der natuur1 de gedaante1 ledematen en gelaatstrekken van een mensch te formeren1 en al deze arbeid brengt niets voort dan eene gedaante1 een beeld1 eene levenlooze gelijkenis van levende godzaligheid1 welke eenen mond heeft maar niet spreekt1 het heeft oogen1 maar zij zien niet1 ooren1 maar zij hooren niet1 handen1 maar zij tasten niet1 voeten1 maar zij gaan niet en zij geeft geen geluid door hare keel4 ,kerkelijke en ,dissenter1 ,orthodox en ,evangelisch1 ,baptist1 ,independent en ,methodist1 allen slaan de handen ineen tot het goede werk4 ,de een helpt den ander en zegt tot zijn medgezel3 wees sterk6 ,en de werkmeester versterkt den goudsmid2 die met den hamer glad maakt1 dien1 die op het aanbeeld slaat1 zeggende van het soldeersel het is goed3 daarna maakt hij het vast met nagelen1 dat het niet wankele4 7,jes4 #da3 #f1 #g47 ,maar hervorming is geen wedergeboorte1 evenmin is eene verandering van leven1 hetzelfde als eene verandering des harten4 ,er kan overvloed van ijver zijn1 van vroomheid1 van bestaanbaarheid van wandel1 onderzoek des bijbels1 verborgen en huiselijk gebed1 kerk gaan onder de waarheid1 godsdienstige gesprekken1 naauwgezetheid in de voorschriften van het ,nieuwe ,testament en een groot vertoon van uitwendige vroomheid en heiligheid1 waar geen vonk van goddelijk leven in de ziel gevonden wordt4 ,de godsdienst des menschen is om het schepsel op te bouwen in goede werken1 in vroomheid1 in het hooren van ,gods woord1 in het lezen van godvruchtige schrijvers1 in werkzaamheid1 in al de onrustige drukte en den arbeid van vereenigingen en scholen4 ,de godsdienst van ,god is1 het schepsel neer te werpen in het stof van zelfvernedering en zelfverfoeijing4 ,de mensch zoude de godsdienst onderwijzen gelijk hij rekenen en meetkunde onderwijst4 ,dezen regel moet geleerd1 die som gemaakt1 dit vraagstuk opgelost en die zwarigheid overwonnen worden en dus zal men vordering maken4 ,het vuur moet aangestoken1 de blaasbalg gedreven worden1 de stoom moet omhoog vliegen1 de machine te werk gesteld1 de voorgeschreven taak gedaan worden4 ,godsdienst is1 volgens het aangenomen geloof1 iets waartoe de mensch moet worden gedrongen4 ,hij moet op de eene of andere wijze godsdienstig gemaakt worden4 ,hij moet door de menschelijke beweegredenen of menschelijke overreding1 gedreven of getrokken1 bepraat of bedreigd1 toe gelokt of gezweept worden4 ,degodsdienst wordt hem voorgesteld als de rivier tusschen zijne ziel en den hemel4 ,hij wordt overreed1 genoodigd1 vermaand1 gesmeekt om in deze rivier te springen4 ,hij moet er in loopen of als het ware er in gedrongen worden4 ,hij wordt er toe overtuigd en hij neemt de voorgeschreven sprong1 hij wordt een belijder4 ,hij hoort2 hij leest2 hij bidt2 hij ondersteunt de zaak2 hij bedient de zondagschool2 hij vormt zijne kleeding naar de uniform van het corps1 waartoe hij behoort2 hij dankt zijn geboord overhemd af1 kamt het haar gelijk1 en scheert zijne bakkebaarden2 hij voorziet zijn hoofd met de belijdenis van de secte waarbij hij is aangesloten1 spreekt zooals zij spreekt1 gelooft zoo als zij gelooft en1 handelt zoo als zij handelt4 ,en dit alles wordt bekeering en besliste vroomheid genoemd1 terwijl er in de ziel van den armen ellendige1 geen spoor van genade1 geen greintje geestelijk geloof of geen vonkje goddelijk leven gevonden wordt4 ,doch1 ,gods weg is wijd verschillend van geheel dit ellendige1 zoo algemeen heerschende stelsel2 ,hij bouwt niet op1 voor en aleer ,hij heeft gesloopt2 ,hij verlost de ziel niet1 vr ,hij haar eerst heeft doen gevoelen1 dat zij verloren is4 ,hij neemt niet1 het hout en de stoppelen der oude natuur1 om een fondament van te leggen1 ook gebruikt ,hij geen slijm in plaats van kalk om een verrot ,babel op te bouwen4 ,de wijze des menschen is1 om hier een stuk hout en daar een steen te plaatsen1 de eene hoek te vullen met een steen1 de andere met een dakpan1 en alzoo voortgaande1 een toren te bouwen1 welks top mogt reiken tot aan den hemel4 ,de weg ,gods is om neder te komen en hunne taal te verwarren1 om iederen steen en elk stuk hout naar de vier winden des hemels te verstrooijen en niet een steen op den anderen te laten1 die niet afgebroken zal worden4 ,hij is een naijverig ,god en wil geen deelgenoot hebben in het werk der zaligheid4 ,hij wil geen nieuwen wijn in oude lederen zakken doen1 noch een nieuwen lap op een versleten kleed zetten4 ,de vuile kleederen van ,josua 7,zach4 #c3 #d7 moesten van hem weg genomen worden1 voor hij met wisselkleederen bekleed werd4 ,alzoo gaat dooden vr levend maken1 armoede vr rijkdom1 bedelarij en den mesthoop vr de erfenis van den troon der heerlijkheid2 het graf van alle verwachting van de heuvelen en bergen1 en het gruis van zelfverfoeijing voor de verheffing tot het zitten onder de prinsen4 7,sam4 #b3 #f-h74 ,te zaaijen met tranen gaat voor het maaijen met gejuich1 asch voor schoonheid1 treuren voor de olie der vreugd en eenen benaauwden geest voor het gewaad des lofs4 ,zaligheid is geen uitwendige zaak4 ,het bestaat niet in de letter1 maar in den geest2 niet in een gezond geloof1 zoo als men meent1 maar in de genieting daarvan als een balsem in een verbroken hart4 ,dus wanneer wij de groote vraag beantwoorden3 ,wat is het dat eene ziel zalig maakt81 zoo moeten wij vooraf wel verstaan1 dat het woord zaligmaken in zich bevat1 een voorafgaanden staat1 waarvan en waaruit het een herstelmiddel1 eene ontkoming1 eene bevrijding is4 ,dat zaligheid veronderstelt voorafgaande verlorenheid1 verderf en ellende1 en dat het eene bevrijding is van dit alles1 stemt iedereen toe4 ,maar het wordt niet zoo gereedelijk toegestemd1 of indien al bekend in woorden1 toch niet verkondigd als eene fondamenteele waarheid1 dat het is eene gevoelde verlorenheid1 eene gevoelde vernietiging1 eene gevoelde rampzaligheid1 waaruit zaligheid eene ontkoming is4 ,ieder die de waarheid des ,bijbels belijdt1 stemt in woorden den val des menschen toe en dat zalig maken eene bevrijding is van de verschrikkelijke gevolgen van dien val4 ,maar dat men het innerlijk kennen en diep gevoelen moet2 dat de ziel onder het gewigt daarvan ter neer gebogen en beladen moet zijn2 dat de overtuiging van schuld1 toorn en gevaar door bovennatuurlijke kracht in zijne ondervinding moet gewrocht worden en dat hij als het ware tusschen den bovensten molensteen der wet en den ondersten molensteen van een schuldig geweten moet worden vergruisd2 deze groote en plegtige waarheden worden vermeden1 bedekt en verzwegen door bijna allen die belijden den zondaar den weg naar ,sion te wijzen4 ,ga naar ,christus2 zie op ,jezus2 wijdt u zelf den ,heere toe2 leid eenen gelijkvormigen wandel2 leest dezen en dien schrijver2 woon de bekende pligten bij2 wees werkzaam2 sluit u aan bij onze vereeniging2 wordt een lidmaat der kerk2 hoor onzen leeraar2 houdt huisgodsdienstoefening2 zendt uwe kinderen naar de zondagschool2 kweek naarstig de heiligmaking aan2 haat alle zonde2 waak tegen alle kwade hartstogten2 oefen het geloof in verootmoediging2 deze en dergelijke vermaningen worden van duizende kansels met kwistige hand over zoekende zondaren uitgestrooid4 ,maar de natuur1 de diepte1 de magt1 de gevoelens1 de snijdende overtuigingen1 het kermend roepen1 de angstige foltering1 de donkere uitzigten1 de zinkende vertwijfeling1 de uiterste hulpeloosheid1 de dikke duisternis1 het ellendige ongeloof1 in n woord1 al deze inwendige werkzaamheden1 welke in een zoekend zondaar gevonden worden1 worden door al de letterpredikers van den dag voorbij gegaan4 ,deze dingen worden toegestemd maar of geheel verzuimd of met minachting op gezinspeeld4 ,doch1 indien wij weten willen wat het is1 dat eene ziel verlost1 zoo moeten wij den staat weten waaruit hij verlost moet worden4 ,indien wij het begin niet hebben1 zoo kunnen wij het midden noch het einde hebben4 ,maar onze hedendaagsche regtzinnige belijders en predikers hadden nooit een begin in hunne godsdienst4 ,zij waren vroom van hunne kindschheid2 of zij hadden het voorregt van godsdienstige ouders2 of zij werden op de ,christelijke of ,zondagschool opgebragt2 of zij zaten onder een evangelie-prediker2 of een goed boek viel hun in handen en maakte hen vroom2 of zij werden ernstig en overtuigd van de noodzakelijkheid der godsdienst2 of zij trouwden eene godvruchtige vrouw of man en op die wijs werden zij ook godsdienstig4 ,zulke en dergelijke verhalen worden dagelijks in vrome couranten opgedischt1 in gezelschappen of bidstonden medegedeeld en blindelings1 naar den aard der liefde zoo als men het noemt1 als echte bevinding en opregt werk der genade aangenomen4 ,maar waar is een uit duizend te vinden1 die kan verhalen1 hoe de ,heere met hem begon1 en wat zijne gevoelens waren onder zijne goddelijke onderwijzingen8 ,wie kan het pad beschrijven1 waardoor hij geleid is geworden1 de nederwerpen en de verheffingen1 welke hij ondervonden heeft1 de wisselingen1 welke hij is doorgegaan1 hoe hij trapsgewijze van vat in vat geledigd is geworden en de worstelingen welke hij ondervond8 ,wie1 van duizend belijders kan gevoelig spreken over den alsem en de gal der zonde1 den vergiftigen angel van schuld1 de pijlen ,gods in de conscientie1 de vuilheid van een hopeloos bedorven en arglistig hart1 het strijden1 zinken en worstelen1 de afwisselende hoop en vrees1 de stralen van licht en de schaduwen der duisternis1 de oogenblikken van vertrouwen en de spoedig wederkeerende moedeloosheid1 en al de verschillende ondervindingen van eene ontwaakte ziel8 ,verfoeijing en walging van zich zelf in stof en asch1 duistere voorboden van eeuwige straf1 schreeuwen tot ,god uit de diepte van schuld1 opgevolgd door tijden van treurig stilzwijgen1 afwisselend berouw en hardheid des harten1 nu overvallen door de zonde en dan weder treurende en zuchtende over zijne zwakheid er tegen2 zulke oefeningen als deze1 hoe weinigen spreken er van met gevoel1 zalving en kracht1 hetwelk bewijst dat zij die allen zijn doorgegaan8 ,of1 wederom1 den zwaren last der zonde1 het nerdrukkend gevoel van bederf1 de stroomen van ongeloof en godloochening1 de vloeden van vuilheid1 begeerlijkheid en hardnekkigheid1 het schielijk invallen van godslasterende gedachten1 vreeselijke verbeeldingen1 dwaze gedachten1 ijselijke vervloekingen1 en al de opwellingen van den vuilen bodem van een zinnelijk en duivelsch hart1 welken predikant uit duizend draagt de bewijzen in zijne prediking dat zulk een pad door hem betreden is geworden8 ,maar indien de verlossing eenen voorgaanden staat onderstelt waaruit men verlost wordt dan zeg ik1 dat het kinderachtige dwaasheid is1 te praten van verlost te zijn1 indien wij niets bevindelijks weten waarvan wij verlost zijn4 ,daarom1 indien iemand mij vraagt3 ,wat is het dat eene ziel zalig maakt8 antwoord ik3 ,waarom doet gij mij die vraag8 ,vr men iets van verlossing kan kennen1 is er eene voorafgaande les te leeren4 ,indien gij deze niet geleerd hebt1 hebt gij met de andere niets te maken4 ,gij mogt even goed de tiendeelige breuken denken te leeren1 voor gij nog lezen geleerd hebt4 ,maar welk is de beweegreden waarom gij een antwoord op deze vraag verlangt8 ,om eenige begrippen te vormen1 uw oordeel te scherpen1 om u een sterk geloof eigen te maken8 ,indien dit de reden is1 dan kan ik er mij met u niet over bezig houden4 ,gij hebt eerst eene andere les te leeren en aleer gij deze geleerd hebt1 kan ik op uwe vraag niet antwoorden4 ,de zaligheid is een geschenk1 het kostbaarste en rijkste geschenk dat de hand van een ,drieenig ,god wiens naam ,liefde is1 kan geven4 ,het is een legaat1 eene erfenis1 eene bezitting1 een schat1 eene eeuwige wezenlijkheid4 ,het volle bezit1 het ruim genot1 de volkomene berving van dit voorbeschikte gewigt van heerlijkheid1 is inderdaad bewaard tot eenen toekomstigen staat2 maar de eerstelingen1 de vroegrijpe druiven1 de eerste daauwdroppen van de eeuwige erfenis1 worden den uitverkorenen gegeven terwijl zij op aarde zijn4 ,de eeuwigdurende genieting van de tegenwoordigheid en heerlijkheid van ,christus1 wordt in de ,schrift altijd vergeleken bij een huwelijk4 ,dus lezen wij 7,openb4 #ai3 #g7 van het wijf des ,lams en de bruiloft des ,lams1 zoo wordt de kerk gezegd tot den ,koning gebragt te worden in gestikte kleederen van gouden borduursel1 gelijk in oostersche landen de bruid door haren vader tot den bruidegom geleid werd 7,gen4 #bi3 #bc74 ,maar wij lezen ook van ondertrouw welke altijd de viering van het huwelijk vooraf ging4 ,ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd1 der liefde uwer ondertrouw1 7,jer4 #b3 #b72 ik heb ulieden toebereid om u als eene reine maagd1 aan nen man voor te stellen1 namelijk ,christus4 7#b ,cor4 #aa3 #b74 ,zoo was ,jozef ondertrouwd met de maagd ,maria eer zij zamenkwamen 7,matt4 #a3 #ah71 dat is voor zij man en vrouw werden4 ,deze ondertrouw nu was eene onvermijdelijke voorbereiding tot het huwelijk1 schoon het niet dezelfde zaak was4 ,en daarom werd eene verloofde maagd gestraft als eene overspeelster1 volgens de ,livietische wet1 7,deut4 #bb3 #bd71 indien zij ontrouw was aan haren ondertrouwden man4 ,de ondertrouw had in zich den aard van het huwelijk1 schoon het niet dezelfde zaak was4 ,de deelgenooten leefden niet te zamen en werden niet in elkanders bezit gesteld4 ,alzoo heeft de geestelijke ondertrouw plaats in dit leven en het geestelijk huwelijk in het toekomende leven2 ,ik zal u mij ondertrouwen in geregtigheid en in gerigt en in goedertierenheid en in barmhartigheden en ik zal u mij ondertrouwen in geloof2 en gij zult den ,heere kennen4 7,hosea #b3 #ah1 #ai74 ,dus1 indien wij de zaligheid beschouwen1 zoo zullen wij bevinden dat zij in drie deelen bestaat1 in verledene1 tegenwoordige en toekomende zaligheid4 ,verledene zaligheid is onze namen geschreven te hebben in het boek des levens des ,lama1 van voor de grondlegging der wereld4 ,tegenwoordige zaligheid bestaat in de openbaring van ,christus in de ziel1 waarbij ,hij zich haar ondertrouwt4 ,en toekomende zaligheid bestaat in de eeuwige genieting van ,christus1 wanneer de uitverkorenen aan het bruiloftsmaal van ,christus zullen aanzitten en altijd met den ,heere zullen zijn4 ,gelijk nu niemand de toekomende zaligheid zal genieten1 die geen deel heeft in de verledene zaligheid2 met andere woorden1 gelijk niemand ooit met ,christus in de eeuwige heerlijkheid zal zijn1 wiens naam niet is geschreven in het boek des levens van alle eeuwigheid1 alzoo zal niemand de toekomende zaligheid genieten1 die leeft en sterft zonder het genot van de tegenwoordige zaligheid2--met andere woorden1 niemand zal voor eeuwig met ,christus in heerlijkheid leven1 die ,hij in dit leven niet ondertrouwd heeft1 door openbaring van zich zelf aan zijne ziel4 ,naar de gewoonte der ,joden gaf de man ten tijde zijner ondertrouw aan de bruid een stuk zilver tot een getuigenis1 zeggende tot haar3 ,ontvang dit stuk zilver als een onderpand dat gij op zulk een tijd mijne huisvrouw zult worden4 ,en daarop verwisselden de partijen hunne ringen4 ,deze ontmoeting van de verloofde partijen1 die dan elkander voor het eerst zagen1 is een liefelijk zinnebeeld van de eerste ontmoeting der ziel door ,jezus4 ,de jonge dochter had van den jongeling gehoord1 maar tot dien tijd had zij hem nimmer gezien1 even als zoekende zielen van ,jezus hooren met het gehoor der ooren1 voor hare oogen ,hem zien4 ,de sluijer was op haar aangezigt1 7,gen4 #bd3 #fe71 gelijk als de sluijer ligt op het hart 7#b ,cor4 #c3 #ae71 tot dat ,jezus die in tween scheurt van boven tot beneden4 ,de bruidegom gaf zijne ondertrouwde vrouw een stuk zilver1 als een onderpand1 dat alles wat hij had1 het hare was4 ,en alzoo geeft ,christus aan de ziel1 die hij zich ondertrouwt door zijne eigene openbaring1 een onderpand1 een teeken1 eene getuigenis1 welke in zich hebben1 de eerstelingen en de verzekering der eeuwige heerlijkheid4 ,de partijen wisselden hunne ringen als onderpanden van onderlinge liefde en eeuwige getrouwheid4 ,en evenzoo openbaart ,christus zich aan de ziel1 in zijne stervende liefde2 wederkeerige verpanding1 wederkeerige beloften1 wederkeerige verzekeringen en onderpanden van trouw en liefde1 hebben plaats tusschen de ziel en ,hem4 ,deze zal zeggen ik ben des ,heeren en die zal zich noemen met den naam van ,jakob2 en gene zal met zijne hand schrijven3 ,ik ben des ,heeren4 7,jes4 #de3 #e74 ,in deze tijden in den dag van des konings bruiloft1 7,hoogl4 #c3 #aa71 is de taal der ziel4 ,ik heb grooten lust in zijne schaduw en zit er onder1 en zijne vrucht is mijn gehemelte zoet4 ,hij voert mij in het wijnhuis en de liefde is zijne banier over mij4 7,hoogl4 #b3 #c1 #d74 ,alle leerstellingen1 begrippen geloofsbelijdenissen1 ordonantin en ceremonin1 bij gemis van deze geopenbaarde zaligheid1 zijn als het stof in de weegschaal en als stoppelen voor den wind4 ,wat bijv4 is uitverkiezing1 afgescheiden van de openbaring aan mijne ziel1 dat ik uitverkoren ben van voor de grondlegging der wereld8 ,wat is verlossing voor mij1 indien het verzoenend bloed des ,lams niet op mijne conscientie gesprengd is8 ,wat is de eeuwige liefde van den ,drieenigen ,jehovah1 tenzij dat eeuwige liefde in mijn hart door den ,heiligen ,geest uitgestort zij8 ,wat is de volharding der heiligen1 tenzij er een gezegend genot daarvan in het geweten zij1 als eene persoonlijke wezenlijkheid8 ,deze dingen in den ,bijbel geopenbaard te zien1 is niets4 ,dezelve door een van ,gods dienstknechten te hooren prediken is niets4 ,de waarheid derzelve in mijn oordeel te ontvangen en eene onwankelbare toestemming daaraan te geven1 is niets4 ,duizenden hebben dit alles gedaan die ,god lasteren in de hel4 ,maar eeuwige verkiezing1 persoonlijke verlossing1 toegerekende geregtigheid1 onfeilbare liefde en al de andere schakels dezer gouden keten van den troon ,gods nedergelaten in de ziel2 de schoonheid1 heerlijkheid en gelukzaligheid der verlossing in al derzelver takken1 verledene1 tegenwoordige en toekomende1 geopenbaard te hebben in de ziel en op het geweten verzegeld1 dit is alles1 in alles4 ,en dus alle twijfelingen en vreezen1 alle overtuigingen van zonden1 alle ontdekkingen van inwendige snoodheid1 alle verschrikkende beschouwingen van ,god in het licht van eene verbrokene wet1 alle kermingen1 zuchten en tranen1 alle bezwijkingen des harten1 alle voorgevoel van den dood en het oordeel dat niet opleidt tot en uitloopt op eene toegepaste zaligheid en geopenbaarden ,jezus1 voor de mensch zijne oogen sluit in den dood1 heeft niet meer met godsdienst te doen1 dan het rammelen van de ketenen van een gevangene of de huilende razernij van een krankzinnige4 ,de ziel des menschen moet verdoemd of gezaligd worden4 ,en wat de inwendige godsdienst betreft1 een mensch moet de zaligheid hebben als eene inwendige wezenlijkheid1 als eene gekende1 genotene1 geproefde1 gevoelde en getaste bezitting of hij zal nimmer het koningrijk der hemelen ingaan4 ,hij moge ,kerkelijke of ,afgescheidene zijn1 ,calvinist1 of ,arminiaan1 ,baptist of ,independent1 wat het zij of wie het zij1 toch is al zijne belijdenis met betrekking tot de zaligheid niets meer1 dan het fatsoen zijner kleeding1 de hoogte zijner statuur of de kleur van zijn gelaat4 ,iedere zaak van uitwendigen aard1 wat meer is1 de waarheid zelf1 is een bed te kort en een deksel te smal4 ,en dus al 's menschen gelijkvormigheid van leven1 gezondheid van geloof1 wandelen in de ordinantin1 lange en standvastige belijdenis en alles van slechts uitwendigen aard1 waarop duizenden tot de zaligheid berusten1 kan niet meer de zonde wegnemen1 de geregtigheid ,gods bevredigen en de ziel regt op den hemel geven1 dan den eed van een vloeker of de ontuchtige redenen eener hoer4 ,indien ons dan gevraagd wordt1 wat is het dat eene ziel zalig maakt8 antwoorden wij3 dat het niet is1 werken der regtvaardigheid1 die wij gedaan hebben of kunnen doen2 noch het gebruik van onzen vrijen wil1 die alleen vrij is in het kiezen en beminnen van het kwade2 noch in te stemmen met aangebodene genade1 waartoe wij van nature geene kracht bezitten2 noch waakzaamheid1 gebed en vasten2 noch zelfverloochening1 gestrengheid en uitwendige heiligmaking2 noch eenige pligten of vormen2 noch1 in n woord1 eenige enkelvoudige zaak of eene menigte van zamengestelde zaken1 die berusten op de natuurlijke wijsheid en sterkte des menschen4 ,noch1 wederom is het hoofdkennis1 noch vaste overtuiging der waarheid in het oordeel1 noch zulke werkingen van het natuurlijk geweten1 als ons overreden om eene zaligheid uit vrije genade in te willigen1 noch een leven uitwendig gelijkvormig aan het ,evangelie1 noch lidmaatschap in eene evangelische kerk1 noch natuurlijke gehechtheid aan de kinderen en dienstknechten ,gods1 noch ijver voor bevindelijke godsdienst1 noch opofferingen gedaan om de waarheid te ondersteunen4 ,noch wederom bestaat de zaligheid in twijfelingen en vreezen1 noch in wederwaardigheden1 verzoekingen1 werkingen der inwendige verdorvenheid1 wettische verschrikkingen1 aanvallen van zwaarmoedige vertwijfeling en hartverscheurende wanhoop4 ,al deze dingen vergezellen de zaligheid en worden gevonden in de erfgenamen der heerlijkheid2 maar eenige derzelve of allen kunnen evenzoo in huichelaars1 afvalligen en verworpenen gevonden worden4 ,evenmin bestaat de zaligheid in begeerten1 want de luijaard begeert en heeft niet1 noch in tranen want ,ezau weende met een zeer groot en bitter geween1 7,gen4 #ag3 #cd71 noch in enkel zoeken1 want velen zullen zoeken in te gaan en zullen niet kunnen1 7,luk4 #ac3 #bd71 noch in willen want het is niet desgenen die wil1 noch in loopen1 het is niet desgenen die loopt en in de loopbaan loopen allen1 maar een alleen ontvangt den prijs4 ,ook bestaat de zaligheid niet in uitwendige gaven1 als preeken en bidden want een mensch kan de hemelsche gaven smaken en toch zijn einde zijn tot verbranding1 7,hebr4 #f vs4 #d1 #h71 terwijl ,saul profeteerde1 ,judas preekte en de zonen van ,sceva duivelen uitwierpen in den naam van ,jezus4 ,noch ook bestaat in natuurlijk geloof1 want ,simon ,magus geloofde en werd gedoopt1 noch in natuurlijke hoop1 want daar is de hoop des huichelaars die verdwijnen zal2 noch in natuurlijke vertroostingen1 want daar is een wandelen in de spranken van ons eigen vuur2 noch in ijdel vertrouwen1 want de zot is oploopende toornig en zorgeloos2 noch in het spreken over de godsdienst1 want een praatachtige dwaas zal vallen2 noch in dat anderen wel over ons denken1 daar ,paulus eens goede gedachten had van ,demas 7,phillem4 #bd71 die de tegenwoordige wereld lief kreeg 7#b ,tim4 #d3 #aj71 noch daarn1 dat de kinderen ,gods vereeniging met ons gevoelen1 daar ,david zoetelijk raadpleegde met ,achitofel1 en in zijn gezelschap wandelde ten huize ,godes 7,ps4 #ee3 #ae74 ,om alles te zamen te nemen1 de zaligheid bestaat niet in iets van het vleesch1 dat is iets aardsch1 menschelijks en natuurlijks1 want het vleesch is niet nut 7,joh4 #f3 #fc71 en niet de kinderen des vleesches die zijn kinderen ,gods maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend4 7,rom4 #i3 #h74 ,dus niemand kan zijne eigene ziel verlossen1 noch ,god een rantsoen geven voor hem zelf of voor zijnen broeder 7,ps4 #di3 #h71 maar alle vleesch is gras1 alleen bestemd om door den maaijer afgesneden en in den oven geworpen te worden4 ,wij komen dan tot dit besluit1 waartoe ,god vroeger of later iedere uitverkorene ziel brengt1 dat zij die gezaligd worden1 gezaligd worden omdat ,god hen zalig wil maken1 dat ,hij barmhartig is1 dien ,hij barmhartig zijn wil en die alleen 7,rom4 #i3 #ae72 dat ,hij hen behoudt niet uit eenige voorgeziene goedheid in hen1 doch uit zijne eigene onderscheidende souvereine genade2 dat ,hij hen vrijwillig eeuwig en onveranderlijk lief heeft1 en dat zij verlost1 geregtvaardigd1 levend gemaakt1 geheiligd1 bewaard en verheerlijkt worden1 alleen omdat zij de voorwerpen zijn van onverdiende liefde van den ,drieenigen ,jehovah4 ,hier is dan het antwoord op de vraag3 ,wat is het dat eene ziel zalig maakt8 #a4 ,een aandeel te hebben in de verkiezende liefde van ,god den ,vader1 in het verlossende bloed en de regtvaardigende geregtigheid van ,god den ,zoon1 in de levendmakende en heiligende werkingen van ,god den ,heiligen ,geest4 ,dit is de erfenis den uitverkorenen verzegeld1 als eeuwig de hunnen1 door een in alles welgeordineerd en vast verbond4 ,dit is de zaligheid uitwendig en hij1 die noch lot noch deel aan deze zaligheid heeft1 zal in zijne zonden sterven onder den vreeselijken toorn van een heilig en regtvaardig ,god4 ,maar daar is3 #b4 ook de zaligheid inwendig welke bestaat in de openbaring van ,jezus in de ziel1 waardoor uitverkiezende liefde1 verzoenend bloed1 regtvaardigende geregtigheid en eene eeuwige erfenis in de hemelen1 worden verzegeld op de ziel en tot persoonlijk en onderwerpelijke wezenlijkheden worden gemaakt4 ,tot deze inwendige genieting der zaligheid zijn al de kinderen ,gods voorverordineerd en niemand van hen sterft zonder meerder of minder aandeel er in4 ,eenigen van hen zijn nu inderdaad in de verschrikkingen der wet gedompeld1 anderen vreezende en bevende1 anderen snijden zich af als huichelaars2 anderen zijn kermende onder het gewigt der zonde1 anderen overwonnen door de magt hunner begeerlijkheden1 anderen worden gekweld door den duivel1 anderen zijn kwijnende ter oorzake van den weg1 en allen gewikkeld in eenen verschrikkelijken en zwaren strijd met den ouden mensch der zonde4 ,eenigen weder voelen hunne harten doorsneden van wege hunne afvalligheid1 anderen verfoeijen zich zelf in stof en asch1 anderen worden met vuisten geslagen door pijnlijke verzoekingen1 anderen vervuld met opstand en gemelijkheid1 anderen verward in de strikken des satans en anderen zittende in weerspannig stilzwijgen of genoegzaam door moedeloosheid overwonnen4 ,eenigen hebben nooit hunnen ,zaligmaker gevonden1 anderen hebben ,hem verloren2 eenigen hebben nooit vergeving en verlossing gevoeld en anderen zijn weder verstrikt onder het juk van gevangenschap2 eenigen zijn opgesloten1 anderen kunnen niet uitkomen2 eenigen zijn hopende tegen hoop op hoop en anderen wantrouwende de bewijzen2 eenigen worden al den dag geplaagd en elken morgen gekastijd en anderen zijn vreezende dat zij bastaarden zijn1 omdat de roede ,gods niet op hen ligt4 ,maar gelijk het geheele huisgezin ,gods een gemeen aandeel heeft aan de zaligheid die uitwendig is1 zoo stemmen zij allen overeen in dit punt betrekkelijk de zaligheid die inwendig is1 dat het eene bovennatuurlijke godsdienst moet zijn1 eenen geopenbaarden ,zaligmaker1 eene toegepaste regtvaardigheid1 een besprengd geweten1 een verzegeld pardon1 eene uitgestorte liefde1 eene genotene verlossing1 die alleen bevredigen en zalig maken kan4 ,en dus1 al hunne ontblootingen1 ontledigingen1 kastijdingen1 aanvechtingen1 worstelingen1 droefenissen1 zuchtingen1 kermingen en tranen2 al hunne twijfelingen1 vreezen1 verschrikkingen1 schuddingen1 duisternis en moedeloosheid2 al hunne beschouwingen van de regtvaardigheid ,gods in eene heilige wet2 al hun rijzen en dalen1 hunne wisselingen en veranderingen1 schuld1 veroordeeling en een pijnlijk gevoel van wege de zonde1 met n woord1 al hunne bevinding van de diepten van een hopeloos1 slecht en goddeloos hart2 alles1 alles dient in de hand van den gezegenden ,geest om hen tot dit punt te brengen1 dat de zaligheid is in het bloed en de geregtigheid van ,christus alleen1 en dat deze zaligheid aan hen en in hen moet geopenbaard worden1 om hen van de vlammen der hel te bevrijden4 ,maar1 zegt de ,arminiaan1 indien de zaligheid zoodanig is als hier beschreven wordt1 wat wordt er dan van de belangen der zedelijkheid1 welke voorzorg is er genomen voor goede werken1 welke zekerheid is er voor heiligheid des levens8 ,zal niet het geloof aan zijne uitverkiezing iemand vermetel1 een vertrouwen in zijne eindelijke volharding hem zorgeloos maken en eene overtuiging dat hij zich niet uit het verbond kan zondigen1 hem niet tot losbandigheid leiden8 ,hierop antwoorden wij3 ,ja1 dat zal het1 en het zijn de vruchten en uitwerkselen van de leerstellingen der genade1 indien zij niet door de hand van ,god in de ziel worden gewrocht1 maar geleerd worden1 zooals honderden haar leeren in het verstand en oordeel4 ,maar dit gevolg bewijst niet dat ze onwaar zijn1 maar is eerder eene vervulling van ,gods woord4 ,hunne tafel1 dat is de leerstellingen uitgespreid voor hen1 waaraan zij belijden te spijzigen1 worde voor hun aangezicht tot een strik en tot volle vergelding tot een' valstrik1 7,ps4 #fi3 #bc74 ,wij lezen van de eerste belijders1 van vlekken in hunne liefdemaaltijden1 weidende zich zelf zonder vrees4 ,deze dronken de leerstelling der uitverkiezing enz4 in1 onvermengd met heilige vrees1 onverzeld met een beven voor ,gods ,woord en een innerlijk ontzag voor zijne vreeselijke ,majesteit4 ,deze karakters nu worden gezegd de genade te veranderen in ontuchtigheid en den eenigen ,heerscher ,god en onzen ,heere ,jezus ,christus te verloochenen1 dat is1 door booze werken 7,jud4 #d1 #ab74 ,maar om reden ongoddellijke menschen1 de regte wegen des ,heeren verkeeren en de waarheid misbruiken tot hun eigen verderf1 volgt daaruit dat dezelfde uitwerkselen volgen waar dezelfde leer geestelijk geleerd en geestelijk ontvangen wordt8 ,de stralen der zon trekken ziekte en koorts uit de pestachtige moerassen1 en doen een lijk tot verrotting overgaan4 ,maar is de zon minder zuiver1 zijn nare stralen minder schitterend1 minder verkwikkend1 is hare natuurlijke warmte minder koesterend voor groenten1 vruchten en bloemen1 omdat zij verrotting haalt uit hetgeen in zich zelf verrot is en bederf uit hetgeen in zich zelf bedorven is8 ,en alzoo1 omdat de leerstellingen der genade door een bedorven hart aangenomen1 enkel dienen om deszelfs natuurlijk bederf uit te halen1 volgt daarom niet dat het alzoo gesteld is1 waar het woord des levens ontvangen wordt in een eerlijk en goed hart 7,luk4 #h3 #ae71 dat is1 in een hart eerlijk gemaakt door beschijning van hemelsch licht en goed of ,godlievend door de indrukking van zijn ,goddelijk beeld4 ,in dezen bereiden bodem schieten de leerstellingen der genade diepen wortel en brengen1 van tijd tot tijd bevochtigd door den daauw en de regen van den gezegenden ,geest1 overvloedige vrucht voort4 ,dus brengen zij voort3 ten eersten inwendige vrucht4 ,van deze is de eerste bekeering1 welke bestaat in eene verandering des harten1 eene verandering van genegenheden1 eene verandering van gevoelens1 een keeren van vormelijkheid tot geestelijkheid1 van vrije wil tot vrije genade1 van eigengeregtigheid tot zelfverfoeijing1 van huichelarij tot opregtheid1 van zelfregtvaardiging tot zelfveroordeeling1 van belijdenis tot kracht4 ,de tweede is ,goddelijke vrees1 welke ,gods hartdoorzoekende tegenwoordigheid teweegbrengt1 zij beeft op zijn fronselen1 zij ducht zijn ongenoegen1 is bevreesd voor zijne oordeelen1 gevoelt zijne kastijdende hand en zoekt boven alle dingen zijne gunst en het licht van zijn aanschijn4 ,de derde is ootmoedigheid1 welke ontspruit uit eene kennis van ,god en van zich zelf en bestaat in eene geestelijke kennis van de bedriegelijkheid en goddeloosheid van het hart1 in anderen uitnemender te achten dan zich zelf1 in gevoel van de weinige wezenlijke godsdienst die wij nog bezitten1 in belijdenis voor ,god en mensch van onze snoodheid1 in te zitten aan ,jezus voeten om door ,hem te worden onderwezen1 in de laagste plaats onder de kinderen ,gods in te nemen1 in een zuigeling te zijn in hulpeloosheid1 zwakheid1 dwaasheid en nietigheid4 ,eene vierde inwendige vrucht is ,goddelijke droefheid1 die voortspruit uit een gezicht van eenen lijdenden ,zaligmaker1 zich openbaart in zich zelf te haten1 de zonde te verfoeijen1 te kermen over gedurigen afval1 in zielesmart van zoo dikwijls verstrikt te zijn door driften en begeerlijkheden1 en vergezelschapt is van zachtheid1 smeltingen des harten1 stroomingen van liefde tot den ,verlosser en van verontwaardiging jegens ons zelf en ernstige begeerten om niet meer te zondigen4 ,eene vijfde vrucht is hoop1 welke ontspringt uit wanhoop en in de ziel verwekt wordt door een geestelijke ontdekking van het medelijden1 de barmhartigheid1 de verdraagzaamheid1 de liefde en de vriendelijkheid van den ,vader der barmhartigheden en den ,god aller vertroostingen4 ,dit opent het hart in gebeden1 doet deszelfs weerbarstigen aard smelten1 verwijdt deszelfs enge1 zelfzuchtige1 bekrompene beschouwingen van ,god1 houdt het vast als een zeker en houdend anker temidden van de stormen en orkanen1 en bemoedigt het om te wachten aan de deur der barmhartigheid tot volkomene verlossing komt opdagen4 ,eene zesde vrucht is liefde1 welke bestaat in liefde tot ,god1 uit aanmerking van zijne teedere barmhartigheden en langmoedigheid te midden van en niettegenstaande al onze bedorvenheid1 weerspannigheid1 snoodheid en vreeselijke goddeloosheid2 in liefde tot ,christus als een ,zaligmaker zoo gepast voor onzen ellendigen toestand1 als vuile bezoedelde verdoemeniswaardige ellendelingen2 in liefde tot de beproefde1 gekwelde en verzochte kinderen ,gods als mede-lijders en mede-erfgenamen2 in liefde tot gezanten van ,christus als boodschappers van goede tijding tot onze schuldige ziel1 als tolken en uitleggers onzer bevinding1 als uitdeelers van hemelsche verborgenheden en ontdekkers van de geheimen onzer harten 7#a ,cor4 #ad3 #be72 in liefde tot de waarheid ,gods die ons vrij maakt2 tot het ,woord ,gods1 dat onze harten heeft ingenomen1 en tot de beloften ,gods1 die ons van tijd tot tijd bemoedigd hebben4 ,deze zijn slechts weinige van de inwendige vruchten welke de leerstellingen der genade geestelijk in onze zielen ontvangen1 zonder eenigen twijfel voortbrengen4 ,maar behalve deze zijn er ten tweede uitwendige vruchten4 ,de zoodanige zijn1 afscheiding van eene goddelooze wereld1 en afscheiding van eene belijdende wereld2 eerlijkheid en vrijmoedigheid in de zaak der waarheid2 milddadigheid tot de armen en nooddruftigen van ,gods volk2 algemeene gelijkvormigheid van leven en omgang2 afkeer van al de kunstgrepen van den handel1 van leugens in ons beroep en bedrog in nering en hantering2 afkeer van vleijen en gevleid te worden in n woord1 een leven overeenkomstig de voorschriften en verorderingen des ,evangelies4 ,zoodanige zijn de inwendige en uitwendige vruchten welke door de leerstellingen der genade aan de ziel toegepast door den gezegenden ,geest worden voortgebragt4 ,god zijnde de eenige fontein van leven1 genade en vruchtbaarheid deelt der ziel die gebragt is in zijne gezegende tegenwoordigheid1 om met ,hem te wandelen1 gemeenschap met ,hem te hebben en toegang tot ,hem te genieten1 door dezen heiligen omgang1 flaauwe blijken mede van gelijkvormigheid aan ,hem4 ,en alzoo zijn1 eeuwige verkiezing geopenbaard aan de ziel1 persoonlijke zaligheid toegepast aan het hart1 toegekerende geregtigheid verzegeld op het geweten en nimmer falende trouw van binnen bevestigd wel verre van tot losbandigheid te leiden1 de eenige waarheden1 die wezenlijke vruchten zullen voortbrengen4 ,en integendeel1 alle zelfverloochening1 uitwendige heiligmaking1 dooding des vleesches1 lange gebeden1 en alle de goede werken van de ,arminiaansche catalogus zijn niets dan bedriegelijke namaaksels van de vruchten des ,geestes en zullen daarom hunne misleide bezitters overlaten aan de regtvaardige wraak van ,hem1 die een verteerend vuur is4 ,,amen4 ,,het ,,zugten ,,der ,,wedergeboorne ,,over ,,de ,,overblijfselen ,,van ',t ,,vleesch4 ,o#a ,god wat is het schoon en zoet1 ,wanneer men uwen wille doet1 ,en van uw wegen niet en glijd1 ,ter rechter noch ter linker zijd'4 ,maar ach6 wat is 't een zware last1 ,dat ons de zond' zoo ligt verrast1 ,en brengt ons1 buiten ons' vermoen4 ,om tegen u gebod te doen4 ,hoe zou mijn harte zijn verlicht1 ,zoo mijnen weg mocht zijn gericht ,om te bewaren uwe ,wet1 ,die gij den mensch hebt ingezet6 ,dan zoud ik1 ,heere1 voor uw aanschijn ,alzoo beschaamt niet langer zijn1 ,wanneer ik zoude merken1 maar ,op uw geboden allegaar4 ,och6 dat mij zoo de zonde boeid1 ,dat ik niet vrij en ongemoeid ,hier loopen mag in mijne baan1 ,ach dat ik moet zoo langzaam gaan6 ,een oprecht willen tot het goed ,bevind ik wel in mijn gemoed1 ,maar aan 't volbrengen mij het schort1 ,en daar in koom ik veel te kort4 ,den ouden mensch noch in mij leefd1 ,die mijnen geest steeds wederstreefd1 ,en doet mij zulk een groot geweld1 ,dat ik niet weinig ben ontsteld4 ,inwendig heb ik groot vermaak ,in uwe ,wet2 maar 7droeve zaak67 't ,vleesch tegen mijnen geest zich kant1 ,en neemt ook somtijds d' overhand4 ,het goede dat ik zeer bemin1 ,en garen wil met hart en zin1 ,dat doe ik niet2 maar dikwijls 't kwaad ,dat mijne ziel verfoeid en haat4 ,och ik elendig droevig mensch6 ,wie zal mij geven mijnen wensch1 ,dat ik eens moge zijn bevrijd ,van dezen mijnen zwaren strijd6 ,o ,jezus6 gij die alles werkt1 ,en die verslagen harten sterkt2 ,geeft dat den ouden mensch verhuist1 ,en laat mij zijn met u gekruist4 ,want gij voor ons gestorven zijt1 ,opdat wij zouden 't aller tijd ,der zonder lichaam doen te niet1 ,en niet meer volgen haar gebied4 ,laat mij eens zeggen onbevreesd2 ,nu leev' ik eenmaal na den geest1 ,ik leve nu alzoo niet meer ,gelijk ik heb gedaan wel eer4 ,maar ,christus zelve leefd in mij1 ,die maakt mij van de zonden vrij3 ,is 't vleesch schoon niet volkomen dood4 ,zoo vrees ik nochthans geenen nood4 'k ,heb ,christum door 't geloof gevat1 ,die mij heeft eeuwig lief gehad1 ,en voor mij door zijn dood voldaan3 ,wat zal mij dan noch tegenstaan8 ,hier op wil ik vertrouwen vast1 ,tot dat ik van des lichaams last ,zal zijn verlost1 en vleesch en bloed ,niet zal ontrusten mijn gemoed4 ,god heeft belooft met eige stem1 ,dat in het nieuw ,jeruzalem ,gerechtigheid haar wooning heeft1 ,en niets het welk ontuchtig leeft4 ,daar zal ik doen1 mijn ,god6 en ,heere6 ,al wat ik wil1 na mijn begeere2 ,want ik en zal dan willen niet ,dan 't geen gij zelfs wilt dat geschied4 ,och dat ik haast mocht komen daar6 ,och dat doch haast verschenen waar ,die zal'ge lang gewenschte tijd6 ,hoe zal mijn hart dan zijn verblijd6 ,hoe zullen wij ,u dienen ,heere1 ,wanneer geen vleesches zwakheid meer ,ons ooit kan brengen tot den val1 ,noch zonden-strijd meer wezen zal6 #a ,de vreugd die men in ,god en in 't doen van zijnen wille geniet1 is oneindelijk grooter dan de vreugd die men uit eenige andere voorwerpselen kan rapen4 ,de ,godzaligheid is de volmaaktheid onzer ,zielen3 en aangezien het aller dingen aart is meest na zijn eigen volmaaktheid te haken1 zoo moet ook de ,godzaligheid noodwendiglijk de hoogste verlusting onzer zielen wezen4 ,,bekentenis ,,van ,,zwakheid1 ,,en ,,begeerte ,,om ,,versterking4 ,ik kom1 ,o ,god6 voor u belijden1 ,mijn zwakheid1 die aan allen zijden ,mijn droev'ge ziel ontstelt en kwelt3 't ,zijn dikwijls heel geringe zaken1 ,die mij mismoedig konnen maken ,en mij bestormen met gewelt4 ,ik stel mij voor1 iets uit te werken1 ,en mij kloekmoedig te versterken1 ,maar1 als de minst aanvechting koomt1 ,ben ik benauwt en gantsch verslagen2 ,en kan niet anders doen dan klagen1 ,dat zoo mijn krachten zijn getoomt4 ,och wat een strijd voel ik van binnen1 ,wanneer ik mijn gemoed en zinnen ,tot u omhoog te heffen meen1 ,dat dan het vleesch mij komt bespringen1 om mijn gewill'ge geest te dringen ,met forsche krachten na beneen6 ,en ziet eens aan met mededogen ,mijn broosheid en mijn zwak vermogen3 ,wilt mijne ziel1 die noch zoo zeer ,haar aan het stof gevoelt te kleven1 ,doch schenken nieuwe kracht en leven ,na uw getrouwe woord1 o ,heere6 ,wilt mijnen geest doch maken sterker1 ,zoolang hij in des ,lichaams kerker ,hier dus elendig leven moet2 ,tot dat mij eens na deze dagen ,den ouden mensch niet meer zal plagen1 ,die nu mij zoo veel moeit' aandoet4 ,,sluiter4 ---------------------------------------- ----------------- ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,de volgende correcties zijn in de tekst aangebracht3 ,bron 7,b37 -- ,correctie 7,c37 ,b3 letterkennes en toestemming ,c3 letterkennis en toestemming ,b3 kinderen ,gods te worden4 ,c3 kinderen ,gods te worden1 ,b3 eeuwigdurend gewigt is ,maar het is ,c3 eeuwigdurend gewigt is4 ,maar het is ,b3 ontvangen tot verniuwing des harten1 ,c3 ontvangen tot vernieuwing des harten1 ,b3 verkrijgen1 enz die in de ,c3 verkrijgen1 enz4 die in de ,b3 verwerpen4--,verordneerde ,hij hen eerst ,c3 verwerpen4--,verordineerde ,hij hen eerst ,b3 ,de ,k4 ,te regt1 ,mijnheer6 ,c3 ,de ,k4 ,te regt1 ,mijnheer6 ,b3 ,de ,pred4 ,verlossing is een ,c3 ,de ,pred4 ,verlossing is een ,b3 ,de ,k4 ,en waarvan wordt de ,c3 ,de ,k4 ,en waarvan wordt de ,b3 ,de ,pred4 ,van den vloek der ,c3 ,de ,pred4 ,van den vloek der ,b3 ,de ,k4 ,en inderdaad eene aangename ,c3 ,de ,k4 ,en inderdaad eene aangename ,b3 ,de ,pred4 ,tot allen en elk ,c3 ,de ,pred4 ,tot allen en elk ,b3 menschen4 enz4 zoo als ,c3 menschen1 enz4 zoo als ,b3 ,de ,pred4 ,neen1 ,hij stierf niet ,c3 ,de ,pred4 ,neen1 ,hij stierf niet ,b3 verdoemenis4 ,vreesselijk zal het zijn ,c3 verdoemenis4 ,vreeselijk zal het zijn ,b3 ,de ,k4 ,inderdaad vreeselijk om aan ,c3 ,de ,k4 ,inderdaad vreeselijk om aan ,b3 ,de ,pred4 ,ja6 en dunkt u niet ,c3 ,de ,pred4 ,ja6 en dunkt u niet ,b3 ,de ,k4 ,ja1 ik stem toe dat gehoorzamen ,c3 ,de ,k4 ,ja1 ik stem toe dat gehoorzamen ,b3 ,de ,pred4 ,gij meent de roeping ,c3 ,de ,pred4 ,gij meent de roeping ,b3 ,de ,k4 ,en waardoor roept ,hij ,c3 ,de ,k4 ,en waardoor roept ,hij ,b3 ,de ,pred4 ,door zijn woord en ,c3 ,de ,pred4 ,door zijn woord en ,b3 ,de ,k4 ,en is deze roeping ,c3 ,de ,k4 ,en is deze roeping ,b3 ,de ,pred4 ,neen1 eenigen wanneer zij ,c3 ,de ,pred4 ,neen1 eenigen wanneer zij ,b3 ,de ,k4 ,en verkrijgen degenen ,c3 ,de ,k4 ,en verkrijgen degenen ,b3 ,de ,pred4 ,ja1 zij krijgen een nieuw ,c3 ,de ,pred4 ,ja1 zij krijgen een nieuw ,b3 ,de ,pred ,gij hebt het juist ,c3 ,de ,pred4 ,gij hebt het juist ,b3 wat er verhandeld is ,wilt ,c3 wat er verhandeld is4 ,wilt ,b3 verder e1 zoodat de wil ,c3 verderve1 zoodat de wil ,b3 gelooven zich bekeeren1 enz4 ,c3 gelooven1 zich bekeeren1 enz4 ,b3 ,de ,k4 ,goed1 maar zij die hooren ,c3 ,de ,k4 ,goed1 maar zij die hooren ,b3 geloof en hnnne bekeering1 de ,c3 geloof en hunne bekeering1 de ,b3 niet ,c3 niet4 ,b3 ,de ,pred4 ,gij moogt zeggen wat ,c3 ,de ,pred4 ,gij moogt zeggen wat ,b3 geloof en bekeering genade om ,c3 geloof en bekeering1 genade om ,b3 verzoenen1 te regtvaardigen ,c3 verzoenen1 te regtvaardigen1 ,b3 iederen aan te bieden1 die ,c3 iedereen aan te bieden1 die ,b3 iets te beschikken1--,neen2 het ,c3 iets te beschikken4--,neen2 het ,b3 leerstelling die ik haast met den ,c3 leerstelling die ik haat met den ,b3 ,profectie4 de ,schriften der ,c3 ,profectie1 de ,schriften der ,b3 alzoo zijn zij regt zij kunne ,c3 alzoo zijn zij regt1 zij kunne ,b3 laten handelen enz4 daarom kunnen ,c3 laten handelen enz41 daarom kunnen ,b3 toch twijfelen wij niet4 of beiden1 ,c3 toch twijfelen wij niet1 of beiden1 ,b3 dan4 wie kan op eenig ,c3 dan1 wie kan op eenig ,b3 verkeerd zal zijn ,maar1 indien ,c3 verkeerd zal zijn4 ,maar1 indien ,b3 gij gelooft dat ,god zoo ,c3 gij gelooft dat1 ,god zoo ,b3 ook doe4 ,zulk eene leer ,c3 ook doe4 ,zulk eene leer ,b3 ,de heer ,e ,wat betreft te ,c3 ,de heer ,e4 ,wat betreft te ,b3 gemakkellijken stoel1 ik erken ,c3 gemakkelijken stoel1 ik erken ,b3 helpen of op te staan heb dan ,c3 helpen of op te staan1 heb dan ,b3 goeden ,samaritaan mogt zenden4 en ,c3 goeden ,samaritaan mogt zenden1 en ,b3 ,wij verheugen ons gerangschik te ,c3 ,wij verheugen ons gerangschikt te ,b3 ze zoo ,zijn2 ja1 wij zijn snoode ,c3 ze zoo zijn2 ja1 wij zijn snoode ,b3 althans mijn1 oordeel8 want hij ,c3 althans mijn1 oordeel1 want hij ,b3 zegt2 ,hij heeft aan iedereen ,c3 zegt2 ,hij geeft aan iedereen ,b3 beproefde familie teontmoeten4 ,ik zag aan ,c3 beproefde familie te ontmoeten4 ,ik zag aan ,b3 wezenlijkheid1 onbekend1 onbemind ,c3 wezenlijkheid1 onbekend1 onbemind1 ,b3 ongezocht verwaarloosd4 ,eenigen ,c3 ongezocht1 verwaarloosd4 ,eenigen ,b3 woord heeft opgebouwd4 en opbouwen wat ,c3 woord heeft opgebouwd1 en opbouwen wat ,b3 op vormen1 ceremonin1 ordonantin ,c3 op vormen1 ceremonin1 ordonantin1 ,b3 genade opbouwen f aan de andere ,c3 genade opbouwen f aan de andere ,b3 tot de bediening4 7die ,c3 tot de bediening 7die ,b3 staan1 hune zwaarden in de schede ,c3 staan1 hunne zwaarden in de schede ,b3 ,calvinist8 indien de eerste1 ,c3 ,calvinist8 indien de eerste1 ,b3 buiten ons2 #b de zaligheid ,c3 buiten ons2 #b4 de zaligheid ,b3 machenerie1 kan berekenen4 ,wij ,c3 machinerie1 kan berekenen4 ,wij ,b3 geene week doorwerken4 indien het ,c3 geene week doorwerken1 indien het ,b3 spinnewiel zijn werk4 aan iedere ,c3 spinnewiel zijn werk1 aan iedere ,b3 fabrieken werden gesloten hare ,c3 fabrieken werden gesloten1 hare ,b3 en haren oorspong1 voortgang en ,c3 en haren oorsprong1 voortgang en ,b3 der barmhartig'heid1 die ,hij te ,c3 der barmhartigheid1 die ,hij te ,b3 prijs zijner eingene heerlijkheid1 zou ,c3 prijs zijner eigene heerlijkheid1 zou ,b3 aan ,god toeschijven1 welke hij ,c3 aan ,god toeschrijven1 welke hij ,b3 noch tweede1 toekomendo noch verleden1 ,c3 noch tweede1 toekomende noch verleden1 ,b3 volmaakt en onverandelijk is1 moet zijne ,c3 volmaakt en onveranderlijk is1 moet zijne ,b3 hoe onverandelijker de liefde is1 ,c3 hoe onveranderlijker de liefde is1 ,b3 en onverschilligheid aan haren man kleeft ,c3 en onverschilligheid aan haren man kleeft1 ,b3 anderen ongehoorzaam3 verdienen niet ,c3 anderen ongehoorzaam2 verdienen niet ,b3 verdoemis1 kan er in hen ,c3 verdoemenis1 kan er in hen ,b3 voorwerp van toegenegenheid ,bij denzelfden ,c3 voorwerp van toegenegenheid4 ,bij denzelfden ,b3 doen groeijen1 n haar wit of ,c3 doen groeijen1 n haar wit of ,b3 blijven hunne zonden ,hij had hen ,c3 blijven hunne zonden4 ,hij had hen ,b3 zuchten1 doodangst en bloed1 ,c3 zuchten1 doodsangst en bloed1 ,b3 ,dan1 ,welk eene ijdele en ,c3 ,dan1 welk eene ijdele en ,b3 vrijen wil beter te gebriuken dan ,c3 vrijen wil beter te gebruiken dan ,b3 ,fara1 ,saul1 ,achitofelel1 ,dog ,c3 ,fara1 ,saul1 ,achitofel1 ,dog1 ,b3 hout1 ,gelijk de namen van de kinderen ,israls op op ,c3 hout4 ,gelijk de namen van de kinderen ,israls op ,b3 #d4 ,de laatste tak der zaligheid ,c3 #d4 ,de laatste tak der zaligheid ,b3 hebben overtreden1 slecht een gedeelte ,c3 hebben overtreden1 slechts een gedeelte ,b3 #de vs #be74 ,c3 #de vs4 #be74 ,b3 als eene uitwendige daad4 ,c3 als eene uitwendige daad1 ,b3 kwamen1 zoo breng het predestinerend ,c3 kwamen1 zoo brengt het predestinerend ,b3 van den drienigen ,god ons ,c3 van den drieenigen ,god ons ,b3 en moet ontledig worden2 ,c3 en moet ontledigd worden2 ,b3 van de onverniewde natuur des ,c3 van de onvernieuwde natuur des ,b3 spade te nemem en verscheidene ,c3 spade te nemen en verscheidene ,b3 weinige stroomtjes in hunne naauwe ,c3 weinige stroompjes in hunne naauwe ,b3 werk der genade ,alzoo maakt de ,c3 werk der genade4 ,alzoo maakt de ,b3 blind1 even vleeschelijk1 even dood ,c3 blind1 even vleeschelijk1 even dood1 ,b3 niet4 voeten1 maar zij gaan ,c3 niet1 voeten1 maar zij gaan ,b3 ,orthodox en ,evengelisch1 ,baptist1 ,c3 ,orthodox en ,evangelisch1 ,baptist1 ,b3 bestaanbaarheid van wandel4 onderzoek ,c3 bestaanbaarheid van wandel1 onderzoek ,b3 godsdienstige gesprekken naauwgezetheid in ,c3 godsdienstige gesprekken1 naauwgezetheid in ,b3 ,hij wordt een belijder4 ,hij hoort2 hij leest2 bij ,c3 hij wordt een belijder4 ,hij hoort2 hij leest2 hij ,b3 geboord overhemd af kamt het haar ,c3 geboord overhemd af1 kamt het haar ,b3 als zij gelooft zoo en1 handelt ,c3 als zij gelooft en1 handelt ,b3 zalig maakt8 ,zoo moeten wij ,c3 zalig maakt81 zoo moeten wij ,b3 verootmoediging2 deze en dergelijke ,c3 verootmoediging2 deze en dergelijke ,b3 overtuigingen het kermend roepen1 ,c3 overtuigingen1 het kermend roepen1 ,b3 zij trouwden eene godvuchtige ,c3 zij trouwden eene godvruchtige ,b3 van treurig stilzwijgen afwisselend berouw ,c3 van treurig stilzwijgen1 afwisselend berouw ,b3 ,maakt8 ,antwoord ik3 ,waarom ,c3 maakt8 antwoord ik3 ,waarom ,b3 die vraag8 ,vr men iets ,c3 die vraag8 ,vr men iets ,b3 legaat eene erfenis1 eene bezitting1 ,c3 legaat1 eene erfenis1 eene bezitting1 ,b3 bruiloft des ,lams zoo wordt ,c3 bruiloft des ,lams1 zoo wordt ,b3 nen man voor te stellen1 namelijk ,c3 nen man voor te stellen1 namelijk ,b3 ,heere kennen4 7,hosea #b3 #ah1 #ai74 ,dus1 indien ,c3 ,heere kennen4 7,hosea #b3 #ah1 #ai74 ,dus1 indien ,b3 en toekomende zaligheid4 ,veledene ,c3 en toekomende zaligheid4 ,verledene ,b3 #c1 #d74 alle leerstellingen1 ,c3 #c1 #d74 ,alle leerstellingen1 ,b3 den ,drieenigen ,johovah1 tenzij dat ,c3 den ,drieenigen ,jehovah1 tenzij dat ,b3 ,maar eeuwige verkiezing persoonlijke ,c3 ,maar eeuwige verkiezing1 persoonlijke ,b3 alle bezwijkingen des1 harten1 alle ,c3 alle bezwijkingen des harten1 alle ,b3 zaak van uit wendigen aard1 wat meer ,c3 zaak van uitwendigen aard1 wat meer ,b3 gezondheid van geloof wandelen in de ,c3 gezondheid van geloof1 wandelen in de ,b3 ordinantien lange en standvastige ,c3 ordinantin1 lange en standvastige ,b3 noch1 in n woord1 eenige enkelvoudige ,c3 noch1 in n woord1 eenige enkelvoudige ,b3 vs4 #d1 #c71 terwijl ,saul profeteerde1 ,c3 vs4 #d1 #h71 terwijl ,saul profeteerde1 ,b3 geloofde en werd gedoopt noch in ,c3 geloofde en werd gedoopt1 noch in ,b3 natuurlijke hoop want daar is ,c3 natuurlijke hoop1 want daar is ,b3 godsdienst want een praatachtige ,c3 godsdienst1 want een praatachtige ,b3 ,godes 7,ps4 #ee1 #ae7 ,om alles ,c3 ,godes 7,ps4 #ee3 #ae74 ,om alles ,b3 het zaad gerekend4 7,rom4 #i3 #h71 ,dus ,c3 het zaad gerekend4 7,rom4 #i3 #h74 ,dus ,b3 dat zij die gezaligd1 worden1 ,c3 dat zij die gezaligd worden1 ,b3 zij verlost geregvaardigd1 levend ,c3 zij verlost1 geregtvaardigd1 levend ,b3 gemaakt1 geheiligd bewaard en verheerlijkt ,c3 gemaakt1 geheiligd1 bewaard en verheerlijkt ,b3 van den ,drienigen ,jehovah4 ,hier ,c3 van den ,drieenigen ,jehovah4 ,hier ,b3 dat eene ziel zalig maakt8 ,c3 dat eene ziel zalig maakt8 ,b3 ,heiligen,geest4 ,dit is de erfenis ,c3 ,heiligen ,geest4 ,dit is de erfenis ,b3 er in4 eenigen van hen zijn ,c3 er in4 ,eenigen van hen zijn ,b3 bewijzen eenigen worden al ,c3 bewijzen2 eenigen worden al ,b3 en tranen3 al hunne twijfelingen1 vreezen4 ,c3 en tranen2 al hunne twijfelingen1 vreezen1 ,b3 wisselingen en veranderingen1 schuld4 ,c3 wisselingen en veranderingen1 schuld1 ,b3 hart alles1 alles dient in de ,c3 hart2 alles1 alles dient in de ,b3 heopenbaard worden1 om hen ,c3 geopenbaard worden1 om hen ,b3 door de hand van ,god iu de ,c3 door de hand van ,god in de ,b3 te spijzigen worde voor hun aangezicht ,c3 te spijzigen1 worde voor hun aangezicht ,b3 onvermend met heilige vrees1 ,c3 onvermengd met heilige vrees1 ,b3 worden gezegd de genade te veranderen ,c3 worden gezegd de genade te veranderen ,b3 booze werken 7,jud4 #d3 #ab74 ,maar om ,c3 booze werken 7,jud4 #d1 #ab74 ,maar om ,b3 bereiden bodem schieten ,de leerstellingen ,c3 bereiden bodem schieten de leerstellingen ,b3 is deeerste bekeering1 welke ,c3 is de eerste bekeering1 welke ,b3 eene verandering van gevoelens een ,c3 eene verandering van gevoelens1 een ,b3 beeft op zijn fronselen zij ducht ,c3 beeft op zijn fronselen1 zij ducht ,b3 vrucht is ,goddelijkeid droefheid1 ,c3 vrucht is ,goddelijke droefheid1 ,b3 beproefde gekwelde en verzochte ,c3 beproefde1 gekwelde en verzochte ,b3 mede-erfgenamen3 in liefde tot gezanten ,c3 mede-erfgenamen2 in liefde tot gezanten ,b3 tot het ,woord ,gods4 dat onze ,c3 tot het ,woord ,gods1 dat onze ,b3 wrarheid2 milddadigheid tot de ,c3 waarheid2 milddadigheid tot de ,b3 ,laat mij eens zeggen onbevreest2 ,c3 ,laat mij eens zeggen onbevreesd2 ,b3 is on eindelijk grooter dan de ,c3 is oneindelijk grooter dan de ---------------------------------------- -----------------