,,het ,,leven ,,der ,,bijen ,,door ,,maurice ,,maeterlinck ,,vertaling ,,van ,,mevrouw ,g4,m4 ,,van ,,der ,,wissel-,,herderschee ,,amsterdam ,c4,l4,g4 ,,veldt ,,eerste ,,boek4 ,,op ,,den ,,drempel ,,van ,,den ,,bijenkorf4 ,i4 't ,is niet mijn bedoeling een verhandeling te schrijven over bijen of bijenteelt4 ,alle beschaafde landen bezitten er uitstekende1 en 't zou noodelooze arbeid zijn die te verdringen4 ,frankrijk heeft die van ,dadant1 ,george de ,layens en ,bonnier1 ,bertrand1 ,hamet1 ,weber1 ,clment1 abt ,collin1 enz4 ,de landen waar de ,engelsche taal gesproken wordt hebben ,langstroth1 ,bevan1 ,cook1 ,cheshire1 ,cowan1 ,root en hunne leerlingen4 ,duitschland heeft ,dzierzon1 ,von ,berlepsch1 ,pollmann1 ,vogel en vele anderen4 ,evenmin zal het een wetenschappelijke monographie zijn over de apis mellifica1 ligustica1 fasciata enz41 of een bundel nieuwe opmerkingen of studies4 ,ik zal bijna niets zeggen1 wat niet een bekende zaak is voor allen1 die zich eenigermate met de bijen hebben bezig gehouden4 ,om dit werk niet te zwaar te maken1 heb ik een aantal ervaringen en opmerkingen1 die ik gedurende de twintig jaren dat ik mijn aandacht aan de bijen wijd1 heb opgedaan en die voor een beperkter kring van speciale liefhebbers interessant zijn1 voor een meer technisch werk bewaard4 ,ik wil eenvoudig wat praten over de blondes avettes van ,ronsard1 zooals men tegen iemand1 die het niet kent1 spreekt over een voorwerp1 dat men zelf kent en liefheeft4 ,ik hoop de waarheid niet op te sieren of te doen wat ,raumur terecht heeft verweten aan allen1 die zich vr hem hebben beziggehouden met onze honigbijen1 dat ze namelijk iets denkbeeldig wonderbaars in de plaats stelden van het reel wonderbare4 ,er is veel wonderbaarlijks in den bijenkorf1 dat is geen reden om er nog meer aan toe te voegen4 ,bovendien heb ik het reeds lang opgegeven1 in deze wereld een interessanter en schooner wonder te zoeken dan de waarheid zelve1 of althans dan de poging van den mensch deze te leeren kennen4 ,laten we niet trachten de grootheid van het leven in het onzekere te zoeken4 ,alle dingen waarvan we zeer zeker zijn1 zijn zeer groot en tot nu toe is er nog geen enkel1 waar we geheel achter zijn4 ,ik zal dus niets meedeelen1 wat ik niet zelf heb waargenomen1 of wat z algemeen wordt erkend door de klassieke beoefenaars der bijenkunde1 dat het noodelooze moeite zou zijn1 de waarheid daarvan nog te willen onderzoeken4 ,mijne taak zal er zich toe bepalen1 de feiten op een even stellige1 doch eenigermate levendiger manier voor te stellen1 er enkele uitvoeriger en vrijere overdenkingen tusschen te mengen1 en ze te groepeeren op een eenigszins harmonieuser wijze dan men dat in een gids1 een praktische handleiding of wetenschappelijke monographie doen kan4 ,wie dit boek heeft gelezen1 zal nog niet in staat zijn bijen te houden1 maar hij zal zoo ongeveer alles weten wat er zekers1 interessants1 dieps en intiems over de bewoners van den korf bekend is4 't ,is maar weinig in vergelijking met hetgeen nog te leeren overblijft4 ,alle dwaalbegrippen1 die nog altijd op het land en in vele boeken de fabel van de bijenteelt uitmaken1 ga ik met stilzwijgen voorbij4 ,als er omtrent een of ander twijfel1 verschil van meening1 enkel gissingen bestaan1 als ik aan het onbekende kom1 dan zal ik het eerlijk zeggen4 ,ge zult zien1 dat wij dikwijls voor het onbekende komen te staan4 ,behalve de groote waarneembare feiten van hunne staatsinrichting en hunne werkzaamheid1 weet men weinig nauwkeurigs omtrent de fabelachtige dochteren van ,aristaeus4 ,hoe langer men ze kweekt1 hoe meer men leert inzien1 dat men niets weet omtrent de diepten van hun werkelijk bestaan2 maar dit is toch een onwetendheid1 die beter is dan de onbewuste en welvoldane onwetendheid1 welke de kern van onze kennis van het leven uitmaakt1 en dit is waarschijnlijk al wat de mensen in deze wereld kan hopen te leeren4 ,bestond er reeds een dergelijk werk over de bijen8 ,ik persoonlijk ken1 hoewel ik meen bijna alles te hebben gelezen wat men over hen geschreven heeft1 al niet anders in dit genre dan het hoofdstuk1 dat ,michelet aan hen wijdt aan het slot van ,het insekt1 en de verhandeling over hen door ,ludwig ,bchner1 den beroemden schrijver van ,kracht en ,stof1 in zijn ,geestesleven der dieren4#a ,michelet heeft het onderwerp nauwelijks aangeroerd2 wat ,bchner betreft1 zijn studie is vrij volledig1 maar wegens zijn gewaagde mededeelingen1 de legendarische trekken en de sedert lang verworpen praatjes1 die hij verhaalt1 verdenk ik hem1 dat hij zijn studeervertrek niet heeft verlaten om zijne heldinnen te ondervragen1 en nooit een enkelen van de honderden gonzende korven geopend heeft1 die korven1 vlammend van vleugel-geschitter1 die men moet schenden vr dat ons instinkt weerklank geeft op hunne geheimen1 vr dat men is doordrongen van de atmosfeer1 den geur1 den geest1 het mysterie van deze vlijtige maagden4 ,het boek riekt noch naar honig noch naar de bij en heeft het gebrek van vele onzer geleerde boeken1 wier conclusies dikwijls voorbarig zijn1 en wier wetenschappelijke uitrusting bestaat uit een enorme opeenstapeling onzekere1 van allerwege vergaarde anekdoten4 ,overigens zal ik bij mijn arbeid hem zelden ontmoeten1 daar zoowel ons uitgangs- als ons gezichtspunt en ons doel1 zeer verschillend zijn4 #a ,wij zouden ook nog de monographie van ,kirby en ,spence kunnen noemen in hun ,inleiding tot de ,entemologie1 maar deze is bijna uitsluitend technisch4 ,,ii4 ,de bibliographie over de bij 7we beginnen met de boeken om er ons spoediger van af te maken en tot den oorsprong zelf van deze boeken te komen7 is bijzonder uitgebreid4 ,van den beginne aan maakte dit vreemde wezentje1 dat in een eigen maatschappij leefde1 onder zeer ingewikkelde wetten1 en dat in het schemerduister zulke wonderen uitvoerde1 de nieuwsgierigheid van den mensch gaande4 ,aristoteles1 ,cato1 ,varro1 ,plinius1 ,collumelle en ,palladius1 hebben er zich mee bezig gehouden1 zonder nog te spreken van den wijsgeer ,aristomachus1 die naar het zeggen van ,plinius hen acht en vijftig jaren lang waarnam1 en van ,phyliscus van ,thasos1 die op woeste plaatsen woonde om niets dan hen te zien1 en die de ,wilde werd bijgenaamd4 ,maar dit behoort veeleer tot de legende van de bij en al wat men er uit kan halen1 dat wil zeggen bijna niets1 is samengevat in den vierden zang van ,virgilius' ,georgica4 ,hare geschiedenis begint eerst in de ,x,v,i,ide eeuw met de ontdekkingen van den grooten ,nederlandschen geleerde ,swammerdam4 ,toch moeten wij hier een weinig bekende bijzonderheid aan toevoegen1 deze namelijk1 dat vr ,swammerdam een ,vlaamsch natuuronderzoeker1 ,clutius namelijk1 eenige belangrijke waarheden had uitgesproken1 o4a4 dat de koningin de eenige moeder is van haar gansche volk en dat zij de attributen der beide sexen bezit2 doch hij had ze niet bewezen4 ,swammerdam vond de ware methode van wetenschappelijk onderzoek1 schiep het mikroskoop1 vond de inspuitingen uit als middel om ze tegen bederf te bewaren1 ontleedde de bijen voor 't eerst1 stelde definitief door de ontdekking van de eierstokken en den eierleider het geslacht der koningin vast1 die men tot op dat oogenblik voor een koning gehouden had1 en verlichtte op eens door een onverwachten lichtstraal1 de gansche staatkunde van den korf1 door die op het moederschap te baseeren4 ,en eindelijk maakte hij schetsen en teekende platen van zulk een volmaaktheid1 dat ze nog heden dienen om meer dan ne verhandeling over bijenteelt te illustreeren4 ,hij leefde in het volle en roezige ,amsterdam dier dagen1 waar hij het heerlijk buitenleven betreurde1 en stierf afgemat van zijnen arbeid op drie en veertigjarigen leeftijd4 ,in een vromen en helderen stijl1 met schoone en eenvoudige ontboezemingen van een geloof1 dat vreest te wankelen en alles doet strekken tot eere van den ,schepper1 legde hij zijn waarnemingen neer in zijn groot werk ,bijbel der ,natuure1 dat ,boerhave een eeuw later van het ,hollandsch in het ,latijn liet vertalen onder den titel van ,biblia ,naturae 7,leiden1 #agcg47 ,vervolgens kwam ,raumur die1 zich aan dezelfde methode houdende1 een massa ervaringen en interessante waarnemingen verzamelde in zijne tuinen te ,charenton en een heel deel van zijn ,gedenkschriften voor de geschiedenis der insekten aan de bijen wijdde4 ,het laat zich met vrucht en zonder verveling lezen4 ,het is helder1 eerlijk1 nauwkeurig en niet ontbloot van zekere aantrekkelijkheid1 al is hij eenigszins norsch en droog4 ,hij legde er zich voornamelijk op toe1 vele oude dwaalbegrippen uit den weg te ruimen1 verbreidde enkele nieuwe1 verklaarde voor een deel de vorming der zwermen en het staatkundig bestuur der koningin1 in n woord hij vond verscheidene niet voor de hand liggende waarheden en bracht ons op het spoor van vele andere4 ,in 't bijzonder schonk hij de wijding zijner kennis aan de wonderen van den bouw der korven en al wat hij daarvan gezegd heeft is nog steeds onovertroffen4 ,hem hebben we ook het idee van glazen korven te danken1 die nadat ze later veel verbeteringen hebben ondergaan1 geheel het privaat leven van deze schuwe werksters hebben blootgelegd1 welke hun werk beginnen in het verblindend licht der zon maar het eerst voltooien in de duisternis4 ,om volledig te zijn zou ik nog de eenigszins jongere onderzoekingen en werken van ,charles ,bonnet en ,schirach 7die het raadsel van het koninklijk ei oploste7 moeten noemen2 maar ik houd me aan groote lijnen en ben nu gekomen tot ,franois ,huber1 de klassieke meester onzer hedendaagsche bijenkunde4 ,huber1 in #agej te ,genve geboren1 werd reeds in zijn vroegste jeugd blind4 ,van den beginne aan vol belangstelling voor de waarnemingen van ,raumur1 die hij wilde controleeren1 vat hij weldra een waren hartstocht op voor deze onderzoekingen1 en met behulp van een trouwen1 intelligenten dienaar1 ,franois ,burnens1 wijdt hij van nu af aan zijn gansche leven aan de bij4 ,in de geschiedboeken van menschelijk leed en overwinning is niets zoo treffend en zoo vol nuttige wenken voor ons als de geschiedenis van dit geduldig samenwerken1 waarbij de een1 die slechts onstoffelijk licht opving1 door zijnen geest de handen en blikken van den ander leidde1 die het werkelijk licht mocht genieten2 waarbij hij1 die naar men verzekert nooit met eigen oogen een honigraat had aanschouwd1 door den sluier dier doode oogen heen1 door welken die andere sluier1 waarin de natuur alles hult1 dubbel dicht voor hem werd1 de diepste geheimen ontdekte van het genie1 dat die onzichtbare honigraat formeerde1 als om ons te leeren1 dat er geen toestand bestaat1 waarin we voor goed hoeven af te zien van de hoop en van het zoeken naar waarheid4 ,ik zal niet alles opsommen wat de bijenkunde aan ,huber verschuldigd is1 't zal mij gemakkelijker vallen te zeggen1 wat ze hem niet verschuldigd is4 ,zijn ,nieuwe waarnemingen over de bijen1 waarvan het eerste deel in #aghi geschreven werd in den vorm van brieven aan ,charles ,bonnet1 en het tweede deel eerst twintig jaar later verscheen1 zijn nog altijd de rijke en veilige schat waaruit alle bijenkenners putten4 ,ik geef toe1 dat er eenige dwaalbegrippen1 enkele onvolledige waarheden in voorkomen3 sedert hij zijn boek schreef is men veel verder gekomen in de micrographie1 de praktische bijenteelt1 de behandeling der koninginnen enz42 maar men heeft geen enkele zijner groote waarnemingen kunnen weerleggen of fouten daarin aanwijzen1 ze blijven op dezelfde basis en onaangetast in onze hedendaagsche wetenschap voortbestaan4 ,,iii4 ,na de openbaringen van ,huber volgen eenige jaren van stilte2 maar weldra ontdekt ,dzierzon1 pastoor te ,carlsmark in ,silezi1 de parthenogenesis1 d4i4 maagdelijke voortteling der koninginnen en komt het eerst op het denkbeeld van een korf met losse honigraten1 die voortaan den bijenkweeker in staat zal stellen zijn aandeel in den voorraad honig weg te nemen1 zonder zijn beste kolonies te dooden1 of in een enkel oogenblik het werk van een geheel jaar te vernietigen4 ,deze nog zeer onvolmaakte korf wordt meesterlijk verbeterd door ,langstroth1 die den eigenlijk gezegden mobielbouw uitvindt1 welke met buitengewoon succes in ,amerika wordt verbreid4 ,root1 ,quinby1 ,dadant1 ,cheshire1 de ,layens1 ,cowan1 ,heddon1 ,howard enz4 enz4 brengen nog eenige voortreffelijke verbeteringen daarin aan4 ,mehring komt1 om den bijen het bewerken der was en het bouwen van magazijnen1 wat hun veel honing en het beste deel van hun tijd kost1 te besparen1 op het denkbeeld hun honigraten aan te bieden1 die op mechanische wijze zijn voorzien van cellen-indruk1 en onmiddellijk aanvaarden ze die en gebruiken ze voor hun doel4 ,de ,hruschka vindt het ,smelatorium uit1 dat door toepassing van de middelpuntvliedende kracht den honing doet verkrijgen zonder de raten te breken enz4 ,in weinige jaren wordt geheel gebroken met de routine van de bijenteelt4 ,de inhoud en de vruchtbaarheid der korven worden verdriedubbeld4 ,ruime en produktieve bijenstallen verrijzen van alle kanten4 ,van dit oogenblik af neemt het noodelooze uitmoorden der vlijtigste bijenstaten een einde met de afschuwelijke tegennatuurlijke selectie1 die er het gevolg van was4 ,de mensch wordt in waarheid de meester der bijen1 hun meester in 't geheim en zonder dat ze 't weten1 die alles dirigeert zonder bevelen te geven1 en wordt gehoorzaamd zonder dat men hem kent4 ,hij treedt op in de plaats van de lotsbestemming der verschillende seizoenen4 ,hij herstelt de onrechtvaardigheden van den tijd des jaars4 ,hij vereenigt vijandelijke republieken4 ,hij verdeelt den rijkdom gelijkelijk4 ,hij vermeerdert of beperkt het aantal der geboorten4 ,hij regelt de vruchtbaarheid der koningin4 ,hij onttroont en vervangt haar1 nadat hij handig de zoo moeielijk te verwerven toestemming daartoe heeft afgeperst aan een volk1 dat geheel buiten zichzelf raakt1 waar het een onverklaarbare interventie vermoedt4 ,kalm schendt hij1 indien hij dat noodig oordeelt1 het geheim der gewijde kamers en heel de geslepen en vooruitziende staatkunde van het koninklijk vrouwenvertrek4 ,vijf of zesmaal aaneen berooft hij de zusters van het goede1 onvermoeide klooster van de vruchten van hunnen arbeid1 zonder hen te kwetsen1 zonder hen te ontmoedigen1 zonder hen te verarmen4 ,hij regelt de afmetingen der stapelplaatsen en voorraadschuren hunner huizen naar den oogst van bloemen1 die de lente in hare haast zoo ongelijkmatig over de helling der heuvels verspreidt4 ,hij dwingt hen het overdreven aantal minnaars1 die wachten op de geboorte der prinsessen1 in te krimpen4 ,in n woord1 hij doet met hen wat hij wil en verkrijgt wat hij vraagt1 mits zijn verzoek zich schikt naar hunne wetten en hunne deugden2 want al doende den wil van den god1 die zich zoo onverwacht hunner heeft bemachtigd1--een god te groot om te worden onderscheiden1 en te vreemd om te worden begrepen1--zien ze nog verder dan deze god zelf1 en denken aan niets anders dan aan dat ne1 in ongeschokte zelfverloochening de geheimzinnige verplichtingen van hun ras te vervullen4 ,,iv4 ,nu de boeken ons gezegd hebben wat ze ons zakelijks te zeggen hadden over een overoude geschiedenis1 zullen we afscheid nemen van de door anderen verworven kennis om met eigen oogen de bijen te gaan beschouwen4 ,een enkel uur in den bijenstand zal ons dingen te zien geven1 die misschien minder nauwkeurig1 maar oneindig levendiger en vruchtbaarder zijn4 ,ik heb den eersten bijenstand nog niet vergeten1 dien ik te zien kreeg en waar ik de bijen leerde liefhebben4 ,het was1 al jaren geleden1 in een groot dorp van het nette en bevallige ,zeeuwsch-,vlaanderen1 dat nog meer dan ,zeeland zelf1 als een holle spiegel van ,holland den zin voor levendige kleuren concentreert2 het is een wellust voor de oogen even als mooi1 degelijk speelgoed1 met zijn kleurige gevels1 torens en wagentjes1 zijn blinkende kasten en klokken achter in de gang1 zijn boompjes die langs kaden en grachten geschaard staan als in afwachting van een of andere aangename en eenvoudige plechtigheid1 zijn booten en schuitjes met bewerkte achterstevens1 zijn deuren en ramen die op bloemen gelijken1 zijn keurige sluizen1 zijn netjes afgewerkte1 veelkleurige ophaalbruggen1 zijn huisjes1 die zijn vernist als net en blinkend aardewerk1 en waaruit vrouwen in klokvormige kleeding en getooid met goud en zilver te voorschijn treden1 om de koeien te gaan melken in weilanden omgeven door witte hekken1 of het linnen te gaan uitspreiden op het bloemrijk1 in ovalen en ruiten afgedeelde1 angstvallig groene grastapijt4 ,een soort van ouden wijze1 gelijkend op den grijsaard van ,virgilius1 ,den koningen gelijk1 den goden haast nabij1 ,en als deez' laatsten ook zoo rustig en tevreden1 zou ,la ,fontaine gezegd hebben1 had daarheen de wijk genomen1 waar het leven beperkter dan elders zou schijnen1 indien het mogelijk ware het leven werkelijk te beperken4 ,hij had daar een wijkplaats gezocht1 niet uit afkeer van--want de wijze kent zulk een afkeer niet1--maar een weinig vermoeid van het ondervragen der menschen1 die minder eenvoudig dan dieren en planten antwoorden op de uitsluitend belangrijke vragen1 die men stellen kan aan de natuur en de werkelijke wetten4 ,zijn gansche geluk bestond1 evenals dat wan den ,scythischen philosoof1 in de schoonheden van zijn tuin1 en onder deze schoonheden was de meest geliefkoosde en meest bezochte een bijenstand bestaande uit twaalf stroo-korven1 die hij geverfd had1 sommige hel rose1 andere licht geel1 de meeste zacht blauw1 want lang vr de onderzoekingen van ,sir ,john ,lubbock had hij opgemerkt1 dat blauw de geliefkoosde kleur der bijen is4 ,dezen bijenstand had hij ingericht tegen den gewitten muur van het huis aan1 in den hoek1 die gevormd werd door een echte1 smakelijke1 frissche1 ,hollandsche keuken met hare rekken voor aardewerk1 en waarin het tin en koper blonk1 dat door de openstaande deur weerkaatst werd in een vreedzame gracht4 ,en het water met deze huiselijke afbeeldingen onder een gordijn van populieren1 voerde den blik naar den rustigen horizont van molens en weilanden4 ,hier op deze plaats hadden de bijenkorven1 evenals overal waar men ze neerzet1 een geheel nieuwe beteekenis gegeven aan de bloemen1 de stilte1 de zachte lucht1 de zonnestralen4 ,hier zag men als het ware het zomerfeest in zijn hoogste voltooiing4 ,hier rustte men uit aan het schitterend kruispunt1 waar luchtwegen samenvloeien en uiteengaan1 de luchtwegen waarlangs alle geuren van het land1 bewegelijk en als hoorbaar1 kwamen aangetreden van den dageraad tot aan de avondschemering4 ,hier kon men ze hooren de gelukkige en zichtbaar geworden ziel1 de intelligente en muzikale stem1 het brandpunt van de vroolijkheid der schoone uren van den tuin4 ,hierheen kwam men om te leeren in de school der bijen1 om door te dringen tot de overheerschende gedachte der almachtige natuur1 tot de lichtende punten van aanraking der drie rijken1 de onuitputtelijke organisatie van het leven en de moraal van ijverigen en belangeloozen arbeid4 ,en wat even goed is als deze moraal van den arbeid1 de heldhaftige werksters leerden u ook iets wat minder voor de hand ligt1 namelijk den kostelijken smaak der vrije uren te waardeeren1 daar zij als het ware met de gouden letteren van hunne duizenden kleine wiekjes1 de bijna ongrijpbare bekoring dier ongerepte dagen onderstreepten1 die in de velden der ruimte om zichzelf wentelen1 zonder ons iets anders te brengen dan een doorschijnenden bol1 waarin geen enkele herinnering staat opgeteekend1 zoo min als in het te rein geluk4 ,v4 ,om zoo eenvoudig mogelijk de jaarlijksche geschiedenis van den bijenkorf te kunnen volgen1 willen we er een nemen1 die in de lente ontwaakt en den arbeid hervat1 daar we zoodoende de groote gebeurtenissen uit het leven der bijen zich in hun natuurlijke volgorde zullen zien afwikkelen1 te weten3 de vorming en het vertrek van den zwerm1 de stichting der nieuwe stad1 de geboorte1 de gevechten en de paringsvlucht der jeugdige koninginnen1 de moord der darren en de hernieuwde winterslaap4 ,ieder dezer voorvallen zal van zelf aanleiding geven tot de vereischte ophelderingen omtrent de wetten1 eigenaardigheden1 gewoonten1 omstandigheden1 die ze te voorschijn roepen of waarvan ze vergezeld gaan1 zoodat we1 aan 't eind van een bijenjaar gekomen1 dat zelden langer duurt dan van ,april tot einde ,september1 alle geheimen van het honing-huis hebben gehad4 ,vr we het openen en er een vluchtigen blik in werpen1 is het voor het oogenblik voldoende te weten1 dat het bestaat uit een koningin1 de moeder van geheel haar volk1 uit duizenden werkbijen of geslachtloozen1 onvolkomen gebleven en onvruchtbare wijfjes1 en eindelijk uit een paar honderd darren1 uit welke later de eenige en ongelukkige echtgenoot zal gekozen worden van de toekomstige heerscheres1 die door de werkbijen na het meer of minder vrijwillig vertrek der regeerende moeder tot koningin wordt uitgeroepen4 ,,vi4 ,de eerste maal1 dat men een bijenkorf opent1 gevoelt men een zelfde soort van emotie als bij het schenden van een onbekend voorwerp1 dat misschien akelige verrassingen voor ons bergt1 een graf b4v4 ,de bijen zijn omgeven door een legende van dreigement en gevaar4 ,we zijn al zenuwachtig door de herinnering aan die steken1 die zulk een geheel eigenaardige pijn veroorzaken1 dat men haast niet weet waarmee ze te vergelijken1 een bliksemende droogte1 zou men kunnen zeggen1 een soort van woestijn-vlam1 die zich over het gewonde lichaamsdeel verbreidt2 't is als hadden onze dochteren der zon uit de verhitte stralen van hunnen oorsprong een schitterend venijn getrokken1 om met te beter gevolg de schatten van zoetigheid te kunnen verdedigen1 die zij te danken hebben aan de welwillende uren der zon4 't ,is waar dat een bijenkorf1 zonder omzichtigheid geopend door iemand die het karakter en de zeden der bewoners kent noch eerbiedigt1 onmiddellijk verandert in een brandend braambosch van toorn en heldenmoed4 ,maar niets laat zich gemakkelijker verwerven dan de kleine handgrepen1 die vereischt worden om zulk een korf ongestraft te hanteeren4 ,men kan volstaan met een beetje rook op het juiste oogenblik uitgeblazen1 en met veel koelbloedigheid en teerheid2 en ziet1 de goed gewapende werkbijen laten zich berooven1 zonder er ook maar aan te denken gebruik te maken van hun angel4 't ,is niet omdat ze1 gelijk men beweerd heeft1 hunnen meester herkennen1 ze vreezen den mensch niet2 maar de reuk van den rook1 de kalme gebaren1 die ze overal in hunne woning waarnemen doch die hen niet bedreigen1 maken dat ze niet denken aan een overval of aan een geduchten vijand tegen wien men zich nog zou kunnen verdedigen1 doch aan een natuurkracht of natuurlijke catastrophe1 waaraan men zich wel moet onderwerpen4 ,in plaats van een nutteloozen strijd aan te binden willen ze1 krachtens een omzichtigheid1 die zich hier vergist1 omdat ze al te ver vooruit ziet1 althans de toekomst redden2 ze werpen zich op de honing-provisie om daaruit zooveel te putten en in haar lichaam te verbergen1 dat ze onmiddellijk elders1 waar dan ook1 een nieuwe stad kunnen stichten1 indien de oude wordt verwoest1 of zij genoodzaakt worden die te verlaten4 ,,vii4 ,de oningewijde voor wien voor 't eerst een observatie-korf#a geopend wordt1 heeft aanvankelijk een gewaarwording van teleurstelling4 ,men had hem gezegd1 dat dit glazen omhulsel een voorbeeldelooze werkzaamheid in zich besloten hield1 een oneindig aantal wijze wetten1 een verbazingwekkende som van genie1 van geheimen1 ervaringen1 berekeningen1 kundigheden1 verschillende industrien1 vermoedens1 zekerheden1 vernuftige gebruiken1 vreemde gevoelens en deugden4 ,en hij ontdekt er niets dan een verward hoopje roodachtige besjes1 vrij wel gelijkend op gerooste koffieboonen of op krenten1 die tegen de glazen zitten aangeplakt4 ,die arme besjes zijn meer dood dan levend1 heel even bewegen ze zich met langzame1 onsamenhangende en onverklaarbare bewegingen4 ,hij vindt ze er niet in terug1 die bewonderenswaardige lichtdroppelen1 die zoo even aanhoudend er uitstroomden1 en weerkaatsten in den veelbewogen adem1 vol parelen en goud1 van duizenden ontloken kelken4 ,ze bibberen in de duisternis4 ,ze stikken in een verstijfde massa2 men zou ze voor zieke gevangenen of van hare waardigheid vervallen koninginnen houden1 die slechts een enkele seconde van glans hebben gekend te midden der lichtende bloemen van den tuin1 om aldra terug te keeren tot de schande en ellende van hunne sombere1 overvolle woning4 ,het is met hen als met alle werkelijkheid vol diepte4 ,men moet ze leeren waarnemen4 ,als een bewoner van een andere planeet de menschen bijna onmerkbaar zag komen en gaan door de straten1 zich zag ophoopen rondom enkele gebouwen of enkele plaatsen1 oogenschijnlijk bewegingloos wachtend op het een of ander binnen in hunne woningen1 dan zou hij er ook uit opmaken1 dat ze niets deden en er ellendig aan toe waren4 ,eerst op den langen duur onderscheidt men de veelvuldige bedrijvigheid van deze werkeloosheid4 ,inderdaad1 ieder dezer bijna onbewegelijke besjes werkt zonder ophouden en oefent een verschillend handwerk uit4 ,geen hunner kent de rust en diegenen onder hen b4v4 die het slaperigst lijken en als doode trossen tegen de ruiten hangen1 hebben de geheimzinnigste en meest afmattende taak3 door hen wordt de was gevormd en afgescheiden4 ,maar weldra zullen we de dtails van deze eenparige werkzaamheid zien4 ,voor 't oogenblik kunnen we er mee volstaan1 de aandacht te vestigen op den voornaamsten trek in de natuur der bij1 waardoor de merkwaardige opeenhooping van dien verwarden arbeid wordt verklaard4 ,vr alles is de bij1 nog in hooger mate dan de mier1 een kuddedier4 ,zij kan niet anders leven dan in de massa4 ,wanneer ze uit een korf komt1 die z vol is1 dat ze door stooten met haar kopje zich een doortocht moet banen door de levende muren1 die haar insluiten1 dan komt ze buiten haar eigenlijk element4 ,ze dompelt zich een oogenblik in de ruimte vol bloemen1 zooals een zwemmer zich dompelt in den oceaan vol paarlen1 maar op straffe des doods moet ze bij geregelde tusschenpoozen weer eens de menigte inademen1 zooals een zwemmer telkens op nieuw de lucht4 ,afgezonderd levend zal ze1 voorzien van overvloedig voedsel en in de gunstigste temperatuur1 na verloop van enkele dagen sterven1 niet van honger of kou1 maar van eenzaamheid4 ,de opeenhooping1 de staat1 scheidt voor haar een onzichtbaar voedsel af1 dat even onontbeerlijk is als de honing4 ,tot deze behoefte moet men opklimmen om den geest der wetten van den korf vast te stellen4 ,in den korf is het individu niets1 het heeft slechts een voorwaardelijk bestaan1 het is enkel een onbeduidende faktor1 een gevleugeld orgaan van de soort4 ,zijn gansche leven is algeheele opoffering aan het wezen waarvan hij deel uitmaakt1 dat niet is te tellen en altijd voortbestaat4 ,merkwaardig is het op te merken1 dat het niet altijd zoo was4 ,nog heden vindt men onder de hymenoptera mellifera 7honingdragende vliesvleugeligen7 alle stadin van de voortgezette beschaving onzer honingbij4 ,onder aan de ladder werkt ze alleen1 in ellende2 dikwijls zelfs ziet ze haar afstammelingen niet 7de ,prosopis1 ,colleta enz471 somtijds leeft ze te midden der beperkte familie1 die ze jaarlijks schept 7de ,hommels74 ,vervolgens gaat ze tijdelijke verbintenissen aan 7de ,panurgen1 ,dasypoden1 ,halicten1 enz471 om van trap tot trap tot de bijna volmaakte doch meedoogenlooze maatschappij onzer korven te komen1 waarbij het individu volkomen wordt ingeslokt door de republiek1 en waarbij de republiek op hare beurt naar vaste regelen wordt ten offer gebracht aan den abstrakten en onsterfelijken staat der toekomst4 #a ,observatie-korven noemt men glazen korven1 voorzien van zwarte gordijntjes of van luiken4 ,de beste bevatten maar n enkele honigraat1 zoodat men deze van twee kanten kan bekijken4 ,zonder eenig gevaar of bezwaar kan men deze korven1 die van een uitgang voorzien zijn1 in een salon1 een bibliotheek1 enz4 plaatsen4 ,de bijen1 welke hunne woning hebben in den korf1 die te ,parijs in mijn studeerkamer staat1 verzamelen in de steen-woestijn der groote stad genoeg om te kunnen leven en gedijen4 ,,viii ,laat ons hier niet te vlug zijn met het maken van gevolgtrekkingen1 die van toepassing zijn op den mensch4 ,de mensch bezit het vermogen1 zich al of niet aan de wetten der natuur te onderwerpen2 en te weten of hij gelijk of ongelijk heeft als hij gebruik maakt van dit vermogen1 is het ernstigste en nog het minst opgehelderde punt zijner moraal4 ,maar 't is daarom niet minder interessant den wil der natuur in een van de onze verschillende wereld te ontdekken4 ,in den ontwikkelingsgang nu der vliesvleugeligen1 die onmiddellijk na den mensch de meest bevoorrechte bewoners van onzen aardbol zijn wat het verstand aangaat1 komt deze wil zeer duidelijk uit4 ,klaarblijkelijk beoogt deze verbetering der soort1 doch toont tegelijkertijd1 dat hij ze enkel wenscht of verkrijgen kan ten koste der vrijheid1 der rechten en het geluk van het individu zelf4 ,naar mate de maatschappij georganiseerd wordt en hooger stijgt1 ziet het bijzonder leven van ieder harer leden zijn gebied inkrimpen4 ,zoodra er ergens vooruitgang bemerkbaar wordt1 is deze enkel het gevolg van een nog vollediger offer van het persoonlijk aan het algemeen belang4 ,ten eerste moet ieder die ondeugden afleggen1 welke daden van onafhankelijkheid zijn4 ,zoo staan b4v4 de hommels op den voorlaatsten trap van de bijenbeschaving en zijn te vergelijken met onze menscheneters4 ,de volwassen werkbijen zwerven onophoudelijk om de eieren heen om ze te verslinden1 en hardnekkig moet de moeder ze verdedigen4 ,dan1 nadat ieder de gevaarlijkste ondeugden heeft afgelegd1 moeten ze een zeker aantal steeds moeielijker te verkrijgen deugden verwerven4 ,de werkbijen van de hommels b4v4 denken er niet aan afstand te doen van de liefde1 terwijl onze honingbij in voortdurende kuischheid leeft4 ,spoedig zullen we overigens zien1 wat zij al niet prijs geeft in ruil voor het gevoel van welzijn1 van veiligheid1 van de bouwkundige1 economische en staatkundige volmaaktheid van den korf1 en we zullen op de verbazende evolutie bij de vliesvleugeligen terugkomen in het hoofdstuk gewijd aan den vooruitgang der soort4 ,,tweede ,,boek4 ,,de ,,zwerm4 ,i4 ,de bijen van den korf1 dien wij hebben uitgekozen1 hebben dus de verdooving des winters van zich afgeschud4 ,de koningin is op nieuw begonnen eitjes te leggen1 reeds in de eerste dagen van ,februari4 ,de werkbijen hebben de anemonen1 de wilde vlier1 de stekende brem1 de viooltjes1 de wilgen en noteboomen bezocht4 ,toen heeft de lente bezit genomen van de aarde2 de zolders en kelders vloeien over van honing en stuifmeel1 duizenden bijen worden er dagelijks geboren4 ,de dikke1 zware darren komen uit hun groote cellen te voorschijn1 bezoeken de honingraten1 en de volte in dezen al te voorspoedigen staat wordt van dien aard1 dat 's avonds honderden werkbijen1 die van de bloemen terugkeeren doch zich eenigszins hebben verlaat1 geen plaats meer vinden en genoodzaakt zijn den nacht door te brengen voor de poort1 waar de koude hen decimeert4 ,een zekere onrust overmeestert het geheele volk1 en de oude koningin wordt zenuwachtig4 ,ze voelt1 dat er iets nieuws in wording is4 ,zij heeft getrouwelijk haar plicht vervuld als goede voortbrengster1 en nu zijn kwelling en droefheid het gevolg van het volbrengen dier taak4 ,een onweerstaanbare macht bedreigt hare rust2 weldra zal ze den staat moeten verlaten1 waarin zij heerschappij voert4 ,en toch1 deze staat is haar werk1 is zij zelve4 ,zij is er niet koningin in de beteekenis1 die wij menschen daaraan zouden hechten4 ,zij geeft er geen bevelen en is zelve1 zoo goed als de geringste harer onderdanen1 afhankelijk van die verborgen en hoogwijze macht1 die wij voorloopig1 in afwachting van ons pogen haar op het spoor te komen1 den geest van den bijenkorf zullen noemen4 ,maar zij is er de moeder en het eenig orgaan der liefde4 ,in onzekerheid en armoede heeft zij dezen staat gesticht4 ,zonder ophouden heeft zij hem telkens weer bevolkt met haar eigen substantie1 en allen1 die daar leven en zich bewegen--de werksters1 darren1 larven1 poppen en de jeugdige vorstinnen1 wier op handen zijnde geboorte haar vertrek zal verhaasten en waarvan er reeds ne hare opvolgster is in den geest van den bijenkorf--die allen zijn uit haren schoot gesproten4 ,,ii4 ,waar is hij nu eigenlijk1 in wien zetelt hij1 deze geest van den bijenkorf8 't ,is niet hetzelfde als het op zich zelf staand instinkt van den vogel1 die behendig zijn nest weet te bouwen en andere hemelstreken op te zoeken1 wanneer de dag van den trek wederom aanbreekt4 't ,is evenmin een soort machinale gewoonte van de soort1 die blindelings niets anders eischt dan te leven1 en zich stoot tegen alle hoeken en kanten van het toeval1 zoodra een onverwachte omstandigheid den gewonen gang van zaken verstoort4 ,integendeel1 pas voor pas volgt hij de almacht der omstandigheden als een schrandere en rappe slaaf1 die zelfs van de gevaarlijkste bevelen zijns meesters partij weet te trekken4 ,onmeedoogend maar met bescheidenheid en als onderworpen aan een of anderen hoogen plicht1 beschikt hij over de rijkdommen1 het genot der vrijheid1 over het leven van gansch een gevleugeld volk4 ,dagelijks regelt hij het aantal geboorten en brengt dat nauwkeurig in overeenstemming met dat der bloemen1 die het landschap opluisteren4 ,hij verkondigt der koningin wanneer zij is vervallen verklaard van hare waardigheid en noodzakelijk moet vertrekken1 dwingt haar hare mededingsters ter wereld te brengen1 voedt deze laatsten koninklijk op1 beschermt hen tegen de politieke haat hunner moeder1 en al naar den overvloed aan veelkleurige kelken1 't meer of minder gevorderd seizoen en de vermoedelijke gevaren der paring1 veroorlooft of verbiedt hij1 dat de eerstgeborene onder de maagdelijke prinsessen hare zusteren1 die den koninginne-zang zingen1 in hun wieg gaat dooden4 ,een andermaal1 wanneer het seizoen reeds verder gevorderd is1 en de uren van bloemengeur korter zijn1 beveelt hij1 om het tijdperk der revoluties af te sluiten en het hervatten van den arbeid te verhaasten1 aan werkbijen zelven de gansche keizerlijke nakomelingschap ter dood te brengen4 ,deze geest is voorzichtig en zuinig1 doch geenszins karig4 ,hij schijnt de weelderige en eenigszins dolle wetten der natuur in zake liefde te kennen4 ,hij duldt dan ook in den zomer1 in de dagen des overvloeds1 de benauwende aanwezigheid van drie of vierhonderd darren--want uit dezen zal de koningin1 wier geboorte aanstaande is1 zich een minnaar kiezen van die onbezonnen1 onhandige1 verwaande1 drukke1 gulzige1 onfatsoenlijke1 onzindelijke1 onverzadelijke1 enorm groote mannetjes1 waarvan sommige noodeloozen arbeid verrichten en andere volstrekt en schandelijk lui zijn4 ,doch als eenmaal de koningin is bevrucht1 de bloemen zich later openen en vroeger sluiten1 dan spreekt hij op zekeren morgen over allen gelijktijdig het doodvonnis uit4 ,hij regelt den arbeid van ieder der bijen4 ,naar gelang van hun leeftijd draagt hij aan de verzorgsters der larven en nymphen hunne bezigheid op1 aan de hofdames1 die voorzien in het onderhoud der koningin en haar niet uit het oog verliezen1 aan de luchtververschsters1 die door het waaien met hun vleugeltjes den korf luchten1 verkoelen of verwarmen en de verdamping van den te veel met water verzadigden honing bevorderen1 aan de architekten1 metselaars1 wasbereidsters en bouwbijen1 die de schering maken en de raten bouwen1 aan de honingdraagsters1 die daar buiten den nektar der bloemen1 waaruit de honing worden zal1 het stuifmeel1 dat tot voedsel der larven en poppen dient1 het maagdenwas1 dat de gebouwen van den staat moet helpen kalefateren en stevig maken1 het water en het zout1 dat voor de jonkheid der natie noodig is1 gaan halen4 ,hij geeft een taak op aan de scheikundigen1 die voor het conserveeren van den honing zorgen door er met hun angel een druppel mierenzuur in te brengen1 aan de sluitsters1 die de cellen1 wier inhoud rijp is met een deksel afsluiten1 aan de schoonmaaksters1 die de angstvallige zindelijkheid der straten en pleinen onderhouden1 aan de lijkendraagsters1 die de doode lichamen ver weg voeren1 aan de amazones van de wacht1 die dag en nacht waken over de veiligheid van den drempel1 de komenden en gaanden ondervragen1 de aankomende jeugd herkennen bij hun eersten uitgang1 vagebonden1 landloopers en roovers afschrikken1 indringers verwijderen1 met vereende krachten de gevaarlijke vijanden aanvallen1 en zoo noodig den ingang barricadeeren4 ,en eindelijk1 de geest van den bijenkorf is het ook1 die het uur vaststelt van het jaarlijksch offer aan den genius der soort--ik bedoel het zwermen1--wanneer een gansch volk1 op het toppunt van zijn voorspoed en macht gekomen1 plotseling aan het opgroeiend geslacht al zijn schatten1 paleizen1 woningen en de vruchten zijner inspanning overlaat1 om daar ginder de onzekerheid en leegte van een nieuw vaderland te gaan opzoeken4 ,ziehier een daad1 die1 al of niet bewust1 zeer zeker de menschelijke moraal te boven gaat4 ,ze richt somtijds de gelukkige stad geheel te gronde1 verarmt haar altijd1 en verstrooit haar zeer zeker1 om aan een hooger wet dan het geluk van dien staat te gehoorzamen4 ,waar wordt deze wet geformuleerd1 die1 zoals wij weldra zullen zien1 verre van fatalistisch en blind is1 zooals men meent8 ,waar zetelt hij1 in welke vergadering1 welken raad1 welke gemeenschaps-sfeer1 deze geest1 waaraan allen zich onderwerpen die zelf afhankelijk is van een heroschen plicht en zich altijd op de toekomst richt8 't ,is met onze bijen als met de meeste dingen dezer wereld2 we hebben enkele hunner gewoonten opgelet1 en zeggen3 ze doen zus1 en werken z1 hunne koninginnen worden op zulk eene wijze geboren1 hunne werksters blijven maagd1 ze zwermen op dien en dien tijd4 ,we meenen hen te kennen en vragen niet verder4 ,we zien hen van bloem tot bloem ijlen2 letten op het drukke komen en gaan van den bijenkorf2 dit leven lijkt ons zeer eenvoudig en even als alle andere levens beperkt tot de ingeschapen zorg voor voedsel en voortplanting4 ,maar laat het oog de zaak eens van naderbij willen bezien1 trachten zich rekenschap te geven1 en daar verrijst voor ons de verbijsterende ingewikkeldheid der geringste verschijnselen1 het raadsel van de intelligentie1 den wil1 de bestemming1 het doel1 de middelen en oorzaken1 de niet te doorgronden organisatie van de geringste daad des levens4 ,,iii4 ,in onzen korf dus is het zwermen1 het groote offer aan de veeleischende goden van het ras1 in voorbereiding4 ,gehoorzaam aan het bevel van den geest1 die ons vrij onverklaarbaar lijkt aangezien hij lijnrecht staat tegenover ieder instinkt en ieder gevoelen van onze soort1 gaan nu zestig zeventig duizend bijen van de tachtig negentig duizend der gansche bevolking1 op het voorgeschreven uur de moederstad verlaten4 ,ze vertrekken niet op een oogenblik van benardheid1 hun vlucht is niet het in ontsteltenis plotseling genomen besluit1 hun door hongersnood1 oorlog of ziekte geteisterd vaderland te verlaten4 ,neen1 deze verbanning is langdurig overdacht en het gunstig oogenblik geduldig afgewacht4 ,indien de korf arm is en zwaar beproefd door rampen van de koninklijke familie1 door ziekte of roof1 dan verlaten ze hem niet4 ,ze verlaten hem alleen1 wanneer hij het hoogtepunt van zijn voorspoed heeft bereikt1 wanneer na den ingespannen arbeid van de lente1 het groote paleis van was met zijn honderd twintig duizend regelmatige cellen overvloeit van nieuwen honing en van dat veelkleurig meel1 dat men het brood der bijen noemt en dat tot voedsel dient van larf en pop4 ,nimmer schooner is de korf dan aan den vooravond van deze heldhaftige renunciatie4 ,het is zonder wederga dit drukke1 eenigszins koortsachtige en toch serene oogenblik van rijkdom en blijdschap in al hunne volheid4 ,laat ons trachten ons den korf voor oogen te roepen1 niet zooals de bijen hem zien1 want wij kunnen ons onmogelijk voorstellen op hoe geweldige en tooverachtige wijze de dingen zich weerkaatsen in de zes of zeven duizend facetten van hunne zijwaartsche oogen en het drievoudig cyclopisch oog op hun voorhoofd1 maar zoo als wij hem zouden zien1 indien wij van hunne grootte waren4 ,van eene hoogte nog kolossaler dan die van den ,st4 ,pieter te ,rome dalen in grooten getale1 vertikaal en parallel1 reusachtige muren van was tot op den grond neder1 geometrisch gebouwd1 in de duistere en ledige ruimte opgehangen1 en die men wat hun nauwkeurigheid1 koenheid en grootte betreft1 met geen enkel bouwwerk der menschheid kan vergelijken4 ,ieder dezer muren1 wier bouwstof nog totaal versch1 maagdelijk blinkend1 ongerept en geurig is1 bestaat uit duizenden cellen en bevat genoegzaam levensmiddelen om het gansche volk gedurende verscheidene weken te voeden4 ,hier zijn het de schitterende1 roode1 gele1 licht-paarse en zwarte vlekken van het stuifmeel1 de liefdessubstantie van alle bloemen der lente1 opgezameld in de doorschijnende cellen4 ,in lange1 weelderige1 gouden draperien1 die in stijve1 onbewegelijke plooien nederhangen1 ligt daar om heen de ,april-honing1 de helderste en geurigste1 reeds in zijn twintig duizend1 met een deksel afgesloten cellen1 die enkel in de dagen van uitersten nood worden aangesproken4 ,iets hooger rijpt de ,mei-honing nog in zijn groote1 open vaten1 voor welker opening waakzame cohorten onafgebroken een frisschen luchtstroom toevoeren4 ,in het midden1 verre van het licht1 wiens diamanten stralen door de eenige opening heendringen1 in het warmste gedeelte van den bijenkorf1 sluimert en ontwaakt de toekomst4 ,dit is het koninklijk domein van het broedsel1 uitsluitend voor de koningin en hare tempeldienaars gereserveerd--ongeveer tien duizend woningen1 waarin de eitjes liggen1 vijftien zestien duizend kamers met larven1 veertig duizend huizen bewoond door witte nymphen of poppen1 die door duizenden voedsters worden verzorgd#a4 ,en eindelijk1 in het heilige der heiligen dezer voorhoven1 de drie1 vier1 zes of twaalf gesloten en naar verhouding zeer groote paleizen der jeugdige prinsessen1 die in een soort van lijkkleed gewikkeld1 bleek en onbewegelijk1 in de duisternis gevoed1 hunne ure afwachten4 #a ,de cijfers1 die we hier geven1 zijn streng nauwkeurig4 ,ze zijn ontleend aan een grooten korf in vollen bloei4 ,,iv4 ,op den dag nu1 die door den geest van den bijenkorf daartoe is aangewezen1 laat eene gedeelte van het volk--en dit wordt nauwkeurig naar vaste en onveranderlijke wetten bepaald--het terrein over aan het geslacht1 dat nog in wording is4 ,in de sluimerende stad worden de darren achtergelaten1 uit wier midden de koninklijke minnaar moet worden gekozen1 verder eenige zeer jonge bijen1 die moeten zorgen voor het broedsel1 en een paar duizend werkbijen1 die voortgaan met overal buit te verzamelen1 den opgehoopten schat bewaren en de moreele tradities van den korf handhaven4 ,want iedere korf heeft zijne eigen moraal4 ,men vindt er zeer deugdzame en zeer verdorvene1 en een onvoorzichtig imker kan een bijenvolk ten verderve leiden1 hun den eerbied voor andermans eigendom doen verliezen1 hen aanzetten tot roof1 hen gewennen aan veroveringstochten en aan werkeloosheid1 waardoor ze de schrik worden van alle republiekjes in den omtrek4 't ,is daartoe al voldoende1 dat de bij gelegenheid heeft gehad de ervaring op te doen1 dat de arbeid1 zoo ver weg1 onder de bloemen daarbuiten1 waarvan er honderden moeten bezocht worden voor de vorming van n druppel honing1 niet het eenige en evenmin het snelste middel is om zich te verrijken1 en dat het gemakkelijker is op bedriegelijke wijze in slecht bewaakte steden binnen te dringen1 of met geweld in andere1 die te zwak zijn om zich te verdedigen4 ,spoedig verliest ze het besef van den wel schitterenden doch meedoogenloozen plicht1 die haar maakt tot de gevleugelde slavin der bloemkelken voor de voortplanting in de natuur1 en 't is dikwijls zeer moeielijk een aldus gedemoraliseerden korf weer op het goede pad terug te brengen4 ,v4 ,alles wijst er op1 dat niet de koningin doch de geest des bijenkorfs over het zwermen beslist4 't ,is met deze koningin als met de heerschers onder de menschen2 ze schijnen het bevel te voeren1 doch gehoorzamen zelven aan bevelen1 die nog gebiedender en onverklaarbaarder zijn dan die1 welke zij geven aan wie van hen afhankelijk is4 ,wanneer de geest het oogenblik heeft bepaald1 moet hij wel reeds bij het aanlichten van den dageraad1 misschien zelfs den vorigen1 of vr-vorigen dag zijn besluit hebben kenbaar gemaakt1 want nauwelijks heeft de zon de eerste druppels van den morgendauw ingezogen1 of men bemerkt in de geheele omgeving van de gonzende stad een ongewone drukte1 waarin de ymker zich maar zelden vergist4 ,soms zou men zelfs zeggen1 dat er wordt gestreden1 geaarzeld1 dat men terugkomt op het genomen besluit4 ,werkelijk gebeurt het wel1 dat verscheiden dagen achtereen deze goudgetinte en doorschijnende storm op nieuw opsteekt en weer gaat liggen1 oogenschijnlijk zonder reden4 ,vertoont zich op zulk een oogenblik aan den hemel der bijen een wolkje1 dat wij niet zien1 of komt er spijt op in hun geest8 ,beraadslaagt men in een woelige vergadering over de noodzakelijkheid van vertrek8 ,wij weten er niets van1 evenmin als we weten op welke wijze de geest van den bijenkorf zijn besluit aan de menigte kenbaar maakt4 ,al is het zeker1 dat de bijen elkander mededeelingen doen1 men weet niet of dit gebeurt op de wijze der menschen4 ,dat van honing geurend gegons1 de bedwelmende trilling der mooie zomersche dagen1 die een der schoonste genietingen van den ymker uitmaakt1 den feestzang van den arbeid1 die in deze kristallen ure rijst en daalt in de geheele omgeving van den bijenkorf en die het gemurmel van blijdschap schijnt te zijn van de ontloken bloemen1 de hymne van hun geluk1 de echo van hunne zoete geuren1 de stem der witte anjelieren1 van thijm en marjolijn1 't staat niet vast1 dat ze dit alles hooren4 ,toch hebben ze een gansche toonladder van geluiden1 die wij zelf kunnen onderscheiden en die loopt van innig geluk tot bedreiging1 toorn1 verdriet2 ze hebben eene ode der koningin1 refreinen van den overvloed1 psalmen van droefheid1 en eindelijk hebben ze de langgerekte en geheimzinnige oorlogskreten der jeugdige prinsessen in de gevechten en moorden1 die de paring voorafgaan4 ,is deze muziek enkel iets bijkomstigs1 dat hun innerlijke stilte onaangetast laat8 ,dit is zeker1 dat ze zich niet veel schijnen aan te trekken van de geluiden1 die wij maken rondom den korf1 maar misschien zijn ze van oordeel1 dat deze geluiden niet zijn van hunne wereld en voor hen niet van belang4 't ,is zeer waarschijnlijk1 dat wij van onzen kant slechts een zeer klein gedeelte hooren van wat zij zeggen1 en dat zij een massa harmonien voortbrengen1 waarvoor onze organen ongeschikt zijn om ze op te vangen4 ,in ieder geval zullen wij aanstonds zien1 dat zij1 soms met verbazingwekkende snelheid1 elkaar weten te begrijpen en tot overeenstemming weten te komen1 en wanneer b4v4 de groote honing-dief1 de enorme ,sphinx ,atropos of doodshoofd-vlinder1 de sombere kapel1 die op haar rug een doodshoofd draagt1 den korf binnendringt onder het murmelen van een soort onweerstaanbaar gezang1 dat haar eigen is1 dan gaat dit bericht van den een op den ander1 en van af de wachteressen aan den ingang tot aan de laatste werkbijen1 die op de laatste raten aan den arbeid zijn1 siddert het gansche volk4 ,,vi4 ,langen tijd heeft men gemeend1 dat waar ze aldus de schatten van hun koninkrijk prijsgeven om zich in een onzeker leven te storten1 de verstandige honingvliegen1 die gemeenlijk zoo zuinig1 zoo matig en zoo voorzichtig zijn1 aan een soort van onvermijdelijken1 fatalen waanzin gehoor geven1 aan een werktuigelijken drang1 aan een wet van de soort1 een decreet der natuur1 aan die kracht1 die voor alle wezens verborgen1 ligt in den voortspoedenden tijd4 ,of het nu de bijen of ons zelven betreft1 we noemen fatalistisch1 onvermijdelijk al wat we nog niet begrijpen4 ,maar op dit oogenblik heeft de bijenkorf reeds twee of drie zijner zwaarwichtige geheimen prijs gegeven1 en zoo heeft men geconstateerd1 dat deze uittocht noch instinktief1 noch onvermijdelijk is4 't ,is geen blinde uittocht1 maar een oogenschijnlijk wel overwogen offer van het tegenwoordig geslacht aan het toekomstige4 't ,is al voldoende1 dat de ymker de nog roerlooze jonge koninginnen in hun cellen doodt en tegelijkertijd1 als de larven en poppen talrijk zijn1 de stapelplaatsen en slaapvertrekken van het volkje vergroot1 en onmiddellijk komt al dat onprofijtelijk tumult tot bedaren2 de gewone arbeid op de bloemen wordt hervat1 en de oude koningin1 die nu onontbeerlijk is geworden en geen opvolgster te hopen of te duchten heeft1 die bovendien weer is gerustgesteld omtrent de gevolgen van de bedrijvigheid1 welke opnieuw begint1 ziet er van af dit jaar het licht der zon weer te zien4 ,kalm hervat ze in de duisternis haar moederlijke taak1 die daarin bestaat1 dat ze volgens een regelmatige spiraal1 van cel tot cel1 zonder er een enkele over te slaan en zonder immer op te houden1 twee of drieduizend eitjes per dag legt4 ,wat is er fatalistisch in dit alles dan de liefde van het geslacht van heden voor dat van morgen8 ,deze fataliteit bestaat ook bij het menschenras1 maar daar schijnt ze oneindig minder macht en omvang te hebben4 ,nooit brengt ze daar zulke algeheele en eenparige offers4 ,aan welke in de toekomst schouwende fataliteit gehoorzamen wij in plaats van aan deze8 ,wij weten het niet1 en kennen het wezen niet dat op ons neerziet zooals wij op de bijen4 ,,vii4 ,maar de mensch komt geen stoornis brengen in de geschiedenis van den bijenkorf1 dien wij hebben uitgekozen1 en de nog vochtige warmte van den schoonen dag1 die met langzamen en reeds lichtenden tred schijnt voort te schrijden onder de boomen1 verhaast het uur van vertrek4 ,van boven tot beneden staan de gouden gangen1 die de evenwijdige muren scheiden1 vol werkbijen1 die de toebereidselen voor de reis voltooien4 ,en allereerst belast zich ieder hunner met een voorraad honing1 voldoende voor vijf of zes dagen4 ,uit dezen honing1 dien ze meenemen1 halen ze door een scheikundige bewerking1 welke men nog niet voldoende heeft verklaard1 de was1 die ze noodig hebben om onmiddellijk met het optrekken der gebouwen te kunnen beginnen4 ,bovendien voorzien ze zich van een zekere hoeveelheid maagdenwas1 een soort van hars1 bestemd om de reten van de nieuwe woning te dichten1 al wat wankelt vast te zetten1 alle wanden te vernissen en alle licht buiten te sluiten2 want ze werken bij voorkeur in een bijna totale duisternis1 waarin ze den weg vinden door middel van hunne samengestelde oogen of misschien van hunne sprieten1 die den zetel schijnen te zijn van een nog onbekend zintuig1 dat de duisternis betast en meet4 ,,viii4 ,zij kunnen dus voorzien1 welke ongevallen hun kunnen overkomen op dezen gevaarlijksten dag huns levens4 ,en inderdaad1 heden nu ze geheel opgaan in de zorgen en alle misschien zelfs wonderbare gebeurlijkheden van de groote daad1 hebben ze geen tijd tuinen en weilanden te bezoeken1 en morgen of overmorgen kan het wel waaien1 regenen1 hunne vleugels kunnen verstijven en de bloemen gesloten blijven4 ,kenden ze deze voorzorg niet1 't zou gelijkstaan met hongersnood en dood4 ,niemand zou hun te hulp komen en zij zouden niemands hulp inroepen4 ,van de eene stad op de andere kennen ze elkander niet en helpen elkaar nooit4 ,zelfs komt het wel voor1 dat de ymker den korf1 waarin hij de oude koningin met den bijentros die haar omringt heeft opgenomen1 vlak naast de woning plaatst1 welke ze pas hebben verlaten4 ,welk een ramp hen nu ook moge treffen1 het lijkt wel alsof ze onherroepelijk alle herinnering verloren hebben aan den vrede1 het werkdadig geluk1 de enorme rijkdommen en de veiligheid daarvan1 en allen1 van de eerste tot de laatste1 zullen liever in de nabijheid hunner ongelukkige meesteres van koude en honger sterven1 dan terug te keeren naar hunne geboorteplaats1 al dringt de welaangename geur van den overvloed1 de geur van hun eigen daar volbrachten arbeid1 tot in 't verblijf hunner ellende door4 ,,ix4 ,men zal zeggen3 ,dat is nu juist iets wat de menschen niet zouden doen1 een dier feiten die bewijzen1 dat hier ondanks de wonderen dezer organisatie1 geen echt intellekt of bewustzijn voorhanden is4 ,wat weten wij er van8 ,nog daargelaten de mogelijkheid1 dat er in andere wezens een intelligentie werkt van anderen aard dan de onze en die gansch andere uitkomsten geeft1 zonder daarom nog van lager orde te zijn1 zijn wij1 als we nimmer buiten onze kleine menschelijke parochie komen1 zoo bevoegd te oordeelen over de dingen des geestes8 ,we behoeven maar twee of drie personen achter een venster te zien spreken en gesticuleeren zonder te hooren wat ze zeggen1 en reeds dan valt het ons zeer moeielijk te raden welke gedachte hen leidt4 ,meent ge1 dat een bewoner van ,mars of ,venus1 die boven op een berg staande ons als zwarte stipjes in de ruimte zag komen en gaan langs de straten en pleinen onzer steden1 zich op het gezicht van onze bewegingen1 onze gebouwen1 kanalen en machines een nauwkeurig denkbeeld zou vormen van ons verstand1 onze zedelijkheid1 onze wijze van liefhebben1 denken1 hopen1 in n woord van ons dieper en waarachtig wezen8 ,hij zou er zich toe bepalen enkele vrij verrassende feiten te constateeren1 zooals wij dat doen bij den bijenkorf1 en zou er waarschijnlijk even onzekere1 even verkeerde conclusies uit trekken als wij in dit geval4 't ,zou hem althans vrij wat moeite kosten1 in onze zwarte stipjes1 de groote zedelijke leiding1 het bewonderenswaardig nheids-gevoel te ontdekken1 dat zich in den bijenkorf openbaart4 ,waar gaan ze toch heen8 zou hij zich afvragen1 nadat hij ons gedurende jaren of eeuwen had geobserveerd1 wat doen ze toch8 ,wat is het centrale punt en het doel huns levens8 ,gehoorzamen ze aan een of anderen god8 ,ik zie niets dat hunne schreden leidt4 ,den eenen dag schijnen ze kleine voorwerpen te bouwen en te verzamelen1 en den volgenden verstrooien ze die weer4 ,ze gaan en komen1 ze vergaderen en verwijderen zich1 maar wat ze verlangen is niet te begrijpen4 ,ze geven een massa onverklaarbare dingen te aanschouwen4 ,men ziet er b4v4 die om zoo te zeggen zich niet bewegen4 ,ze zijn te herkennen aan hun glanzen der vacht1 en zijn dikwijls ook grooter dan de anderen4 ,ze wonen in huizen1 die tien twintigmaal grooter1 vernuftiger ingericht en rijker zijn dan de gewone4 ,ze gebruiken er dagelijks maaltijden1 die uren duren en zelfs vaak tot diep in den nacht4 ,al wie hen nadert1 schijnt hun eer te bewijzen en uit de naburige huizen en zelfs ver van buiten komen menschen met levensmiddelen om hun geschenken te brengen4 ,men moet aannemen1 dat zij onmisbaar zijn en aan de soort wezenlijke diensten bewijzen1 hoewel onze nasporingen ons nog niet hebben in staat gesteld1 den aard dezer verdiensten nauwkeurig te bepalen4 ,daarentegen ziet men er anderen1 die in groote ruimten1 vol draaiende wielen1 in duistere verblijven1 in de nabijheid der havens en op kleine vakjes grond1 waarin ze wroeten van den opgang tot den ondergang der zon1 onophoudelijk vol inspanning bezig zijn4 ,alles leidt tot het vermoeden1 dat deze bezigheid strafbaar is1 want men huisvest hen in kleine1 onzindelijke en bouwvallige hutten4 ,ze zijn gedekt met een kleurlooze zelfstandigheid4 ,z groot schijnt hun ijver te zijn voor hun schadelijk of althans nutteloos werk1 dat ze zich nauwelijks den tijd gunnen te eten of te slapen4 ,hun aantal staat tot dat der eersten als #ajjj tegen #a4 ,opmerkelijk is het1 dat de soort zich onder omstandigheden1 die z ongunstig zijn voor hare ontwikkeling1 tot op onze dagen heeft kunnen staande houden4 ,overigens moeten we hieraan toevoegen1 dat ze afgezien van dat karakteristiek vasthouden aan hun moeielijk werk1 onschadelijk en gedwee schijnen te zijn en zich tevreden stellen met de restjes dergenen1 die klaarblijkelijk de hoeders en misschien de redders zijn van het ras4 ,x4 ,is 't niet verbazingwekkend1 dat de bijenkorf1 waarop wij uit eene gansch andere wereld neerzien en dien we dus niet duidelijk kunnen onderscheiden1 ons bij den eersten blik dien we daarop werpen1 een beslist en diepzinnig antwoord geeft8 ,is 't niet bewonderenswaardig1 dat zijn gebouwen vol regelmaat1 zijn gebruiken en wetten1 zijn huishoudelijke en staatkundige inrichting1 zelfs zijne deugden en wreedheden1 ons onmiddellijk de gedachte of den god openbaren1 dien de bijen dienen1 en die niet de minst wettige of redelijke god is1 dien men zich kan voorstellen1 al is 't misschien de eenige1 dien wij nog niet in ernst hebben aangebeden1 ik bedoel de toekomst8 ,in de geschiedenis der menschheid trachten we somwijlen de kracht en de zedelijke grootheid van een volk of een ras te peilen1 en we vinden geen anderen maatstaf dan de vastheid en den omvang van het ideaal1 dat ze najagen1 en de zelfverloochening1 waarmee ze zich daaraan wijden4 ,hebben wij dikwijls een ideaal aangetroffen1 dat meer in overeenstemming is met de wenschen des ,heelals1 dat hechter1 verhevener1 belangeloozer en duidelijker is1 zaagt ge dikwijls een meer algeheele en heldhaftige zelfverzaking8 ,,xi4 ,welk een vreemd republiekje1 zoo ernstig en zoo logisch1 zoo positief1 zoo nauwkeurig1 zoo zuinig1 en toch ten prooi aan een zoo grootschen en zoo onzekeren droom6 ,klein volkje1 gij zoo beslist en zoo diepzinnig1 gevoed met warmte en lucht en met het allerpuurste in de natuur1 de ziel der bloemen1 dat wil zeggen met datgene1 wat meer dan al het overige de glimlach der materie mag genoemd worden1 haar aandoenlijkst streven naar geluk en schoonheid1--wie zal ons zeggen wat al vraagstukken gij hebt opgelost1 die ons nog onverklaard blijven1 wat al zekerheden gij verworven hebt1 die wij nog moeten verwerven8 ,en zoo het waar is1 dat gij deze problemen hebt opgelost en deze zekerheid verkregen niet door middel van uw verstand1 maar krachtens een of andere oorspronkelijken en blinden aandrang1 voor welk een nog onoplosbaarder raadsel plaatst gij ons dan8 ,klein stadje vol geloof1 hoop en mysterie1 waarom aanvaarden uwe honderdduizend maagden een taak1 die een menschelijke slaaf nimmer heeft aangedurfd8 ,ontzagen ze wat meer hunne krachten1 vergaten ze zichzelven wat minder1 waren ze wat minder ijverig bij den arbeid1 dan zouden ze een nieuwe lente en een tweeden zomer aanschouwen1 maar op het magisch oogenblik wanneer alle bloemen hen tot zich roepen1 schijnen ze bevangen door de doodelijke bedwelming van den arbeid1 en met gebroken vleugeltjes en een geheel uitgeput1 met wonden overdekt lichaam komen ze bijna allen om in minder dan vijf weken4 ,tantus amor florum1 et generandi gloria mellis1 roept ,virgilius uit1 die in het vierde boek der ,georgica1 aan de bijen gewijd1 de bekoorlijke dwaalbegrippen der ouden heeft vereeuwigd1 die de natuur beschouwden met oogen nog geheel verblind door de aanwezigheid van denkbeeldige goden4 ,,xii4 ,waarom doen ze afstand van den slaap1 van 't genot van den honing1 van de liefde1 van de verrukkelijke vrijheid1 die bij voorbeeld hun oudste broeder1 de vlinder1 zoo goed kent8 ,ze konden toch leven zooals hij8 ,de honger kan 't niet zijn1 die er hen toe noodzaakt4 ,twee of drie bloemen volstaan voor hun voedsel en ze bezoeken er ieder uur twee of drie honderd om een schat bijeen te garen1 waarvan zij het genot niet zullen smaken4 ,waartoe zich zelven zoo te kwellen1 van waar die verzekerdheid8 ,is het dan z zeker1 dat het geslacht waarvoor ge sterft dit offer waard is1 dat het schooner en gelukkiger zijn zal1 dat het iets zal doen wat gij niet gedaan hebt8 ,we zien uw doel1 even duidelijk als het onze3 ge wilt in uwe nakomelingschap leven zoolang als de aarde zelve1 maar wat is dan het doel van dit groote doel en de taak van dit eeuwigdurend vernieuwd bestaan8 ,maar zijn wij het niet veeleer1 die ons zelven kwellen in onze aarzeling en dwaling1 zijn wij niet kinderachtige droomers en stellen we geen ijdele vragen8 ,al waart ge door evolutie op evolutie almachtig en welgelukzalig geworden1 al hadt ge de laatste hoogten bestegen1 van waar ge alle wetten der natuur zoudt beheerschen1 kortom al waart ge onsterfelijke godinnen geworden1 dan nog zouden we u ondervragen om te weten wat ge hoopt1 waarheen ge wenscht te gaan1 waar ge denkt op te houden en aan het eindpunt uwer wenschen gekomen te zijn4 ,wij zijn zoo geschapen1 dat niets ons bevredigt1 dat voor ons niets zijn doel in zichzelf schijnt te hebben1 dat niets ons voorkomt maar eenvoudig te bestaan zonder meer1 zonder nevengedachte4 ,hebben wij tot op dezen dag ons een enkelen onzer goden1 van den primitiefsten af tot den verstandigsten toe1 kunnen voorstellen zonder onmiddellijk beweging1 onrust daarnaast te denken1 zonder hem te noodzaken een massa wezens en dingen te scheppen1 op duizenderlei wijzen een doel te zoeken buiten zichzelven1 en zullen wij er ooit in berusten kalm en gedurende enkele uren een interessanten verschijningsvorm van de werkzaamheid der stof voor te stellen1 om weldra zonder spijt en zonder verwondering den anderen vorm weer aan te nemen1 den vorm van onbewustheid1 onbekendheid1 slaap1 eeuwigheid8 ,,xiii4 ,doch laten wij onzen bijenkorf niet vergeten1 waar de zwerm al ongeduldig wordt1 onzen korf1 die al borrelt en overvloeit van zwarte1 trillende golven1 gelijk een metalen schaal onder de hitte der zon4 't ,is de middagure en men zou meenen1 dat onder de heerschende warmte de verzamelde boomen al hunne bladeren inhielden1 zooals men den adem inhoudt in de tegenwoordigheid van iets zeer liefelijks maar zeer ernstigs4 ,de bijen geven den mensch1 die hen verzorgt1 den honing en de geurige was1 maar wat misschien dien honing en die was nog te boven gaat1 dat is dit1 dat ze zijn aandacht vestigen op de blijdschap van ,juni1 dat ze hem oog geven voor de harmonie der schoone maanden2 dat is dit1 dat alle gebeurtenissen1 waarin zij deelnemen1 onafscheidelijk zijn van een helderen hemel1 het feest der bloemen1 de gelukkigste uren van het jaar4 ,zij zijn de ziel van den zomer1 de tijdwijzer van de minuten van overvloed1 de rappe vleugelen van de zich verspreidende geuren1 het intellekt van de zwevende stralen1 het gezang der atmosfeer1 die zich uitrekt en rust meent2 en hunne vlucht is het zichtbaar teeken1 de heldere en muzikale toon van alle onnoembare kleine genietingen1 die uit de warmte ontspruiten en in het licht leven4 ,zij doen de stem verstaan1 ook het intiemst geluid1 van de heerlijke uren der natuur4 ,voor wie ze heeft gekend en liefgehad1 schijnt een zomer zonder bijen even ongelukkig en even onvolkomen als een zonder vogels of zonder bloemen4 ,,xiv4 ,iemand1 die voor de eerste maal deze verbijsterende en wanordelijke gebeurtenis1 het zwermen van een flink bevolkten bijenkorf1 bijwoont1 voelt zich eenigszins teleurgesteld en komt niet dan met zekere angst naderbij4 ,hij herkent ze niet meer1 de ernstige1 vreedzame bijen van de uren van arbeid4 ,enkele oogenblikken te voren zag hij ze uit alle hoeken terugkeeren van buiten1 opgaande in hun werk als kleine burgervrouwtjes1 die door niets worden afgeleid van hunne huishoudelijke aangelegenheden4 ,ze kwamen bijna onopgemerkt binnen1 moe1 buiten adem1 druk1 haastig1 maar toch zeer bescheiden1 en werden in 't voorbijgaan door de jeugdige amazones aan den ingang begroet met een lichte beweging der sprieten4 ,hoogstens wisselden zij enkele onontbeerlijke woorden bij het haastig overgeven van hun bijeengegaarden honing aan een der jeugdige honingdraagsters1 die altijd te vinden zijn in den binnensten hof van de werkplaats2--of wel zelf gingen zij naar de ruime honingzolders1 die de broedplaats omgeven1 om daar de twee zware korven vol stuifmeel neer te zetten welke ze aan hun dijen hebben vastgehecht1 en vertrokken onmiddellijk weer1 zonder zich ook maar eenigszins te bekommeren om 't geen daar voorviel in de werkplaatsen1 in het slaapvertrek der nymphen of in 't koninklijk paleis1 zonder zich ook maar een enkel oogenblik te mengen in het gewoel op het plein1 dat zich uitstrekt voor den ingang en dat op de uren van groote hitte geheel in beslag wordt genomen door het gebabbel der luchtververschsters1 die daar om het vlieggat1 naar de teekenachtige uitdrukking der ymkers als afhangende zware baarden werkeloos voorhangen4 ,,xv4 ,heden is alles anders4 't ,is waar1 een zeker aantal arbeidsters gaat1 alsof er niets in aantocht was1 kalm naar de velden1 komt weer terug en begeeft zich naar de kamers van de broedplaats zonder te worden aangestoken door de algemeene opwinding4 ,dat zijn degenen1 die niet met de koningin meegaan en in de oude woning blijven om die te bewaken en te zorgen voor de verpleging en voeding van de negen tienduizend eieren1 de achttienduizend larven1 de zes en dertig duizend nymphen en de zeven of acht prinsessen1 die men in den steek laat4 ,ze zijn uitgekozen voor deze zware taak1 zonder dat men weet krachtens welke regelen1 noch door wien1 noch hoe4 ,kalm en onwankelbaar volharden zij daarin1 en hoewel ik er verscheidene malen de proef van heb genomen door met een kleurrijk poeder eenige dezer lijdelijke asschepoestertjes te bestrooien1 die men onder dit feestelijk troepje vrij gemakkelijk herkent aan hun plechtigen en eenigszins zwaren gang1 zeer zelden heb ik er een aangetroffen onder de opgewonden menigte der zwermende bijen4 ,,xvi4 ,en toch schijnt de aantrekkingskracht bijna onweerstaanbaar4 't ,is de misschien onbewuste waanzin der zelfopoffering1 door den god bevolen2 't is het honingfeest1 de zegepraal van het ras en van de toekomst2 't is de eenige dag van vreugde1 vergetelheid en dwaasheid2 't is de eenige ,zondag der bijen1 't schijnt ook de eenige dag te zijn dat ze naar hartelust eten en ten volle de zoetigheid van den schat1 dien ze verzamelen1 leeren kennen4 ,ze gelijken op gevangenen1 die plotseling worden in vrijheid gesteld en overgebracht naar een land van overdaad en rust4 ,ze worden opgewonden1 zijn geheel buiten zich zelven4 ,zij1 die anders nooit eenige verkeerde of noodelooze beweging maken1 komen nu en gaan1 komen terug en gaan op nieuw heen om hunne zusters aan te drijven1 te zien of de koningin klaar is en den tijd van afwachting te dooden4 ,ze vliegen veel hooger dan gewoonlijk en doen in de gansche omgeving van den korf de bladeren der groote boomen trillen4 ,ze kennen geen zorgen of vrees meer4 ,ze zijn niet langer woest1 bemoeiziek1 prikkelbaar1 strijdlustig en ontembaar4 ,de mensch1 hun meester zonder dat ze het weten1 dien ze nooit herkennen en die hen enkel aan zich onderwerpt door zich naar al hunne werkgewoonten te schikken1 al hunne wetten te eerbiedigen1 pas voor pas het spoor te volgen1 in hun leven getrokken door hun verstand1 dat zich altijd richt op het welzijn van de toekomst en door niets wordt ontmoedigd of afgeleid van zijn doel1--de mensch kan hen nu naderen1 het gordijn verscheuren1 dat rondom hem wordt gevormd door die dwarrelende1 gonzende massa1 ze in handen nemen1 ze plukken als een druiventros2 ze zijn even zacht en onschadelijk als een zwerm libellen of nachtvlinders1 en op zulk een dag1 zich gelukkig voelend1 niets meer bezittend1 vertrouwend op de toekomst1 mits men hen niet scheide van hunne koningin die deze toekomst in zich draagt1 onderwerpen ze zich aan alles en kwetsen niemand4 ,,xvii4 ,maar het echte signaal is nog niet gegeven4 ,in den korf heerscht een onbegrijpelijke drukte en wanorde1 waarin men geen gedachte kan ontdekken4 ,in gewone tijden schijnen de bijen als ze thuis zijn te vergeten1 dat ze vleugels hebben1 en ieder blijft bijna onbewegelijk doch niet werkeloos op de raat1 op de plaats1 die haar is aangewezen door den aard van haren arbeid4 ,en nu1 als dol bewegen ze zich in dichte kringen langs de vertikale wanden van boven naar beneden1 als een rijzend en zinkend deeg door onzichtbare hand beslagen4 ,de temperatuur daar binnen stijgt snel1 somtijds zelfs z1 dat het was der gebouwen zacht wordt en uitzakt4 ,de koningin1 die in den regel de binnenste raten nooit verlaat1 loopt nu verschrikt en hijgend over de woelige menigte heen1 die ronddraait om haar eigen as4 ,doet ze dat om het vertrek te verhaasten of wel om het te vertragen8 ,geeft ze bevelen of is ze smeekelinge8 ,werkt ze die wondere opwinding in de hand of wel is ze er de dupe van8 ,na al wat wij van de algemeene psychologie der bijen weten is het vrij duidelijk1 dat het zwermen altijd geschiedt tegen den wensch der oude souvereine4 ,in den grond der zaak is de koningin in de oogen der ascetische werksters1 hare dochters1 het onmisbaar en gewijd orgaan der liefde1 maar een beetje onbewust en dikwijls kinderachtig4 ,ze behandelen haar dan ook als eene moeder onder voogdijschap4 ,ze koesteren eerbied voor haar en een herosche1 onbegrensde liefde4 ,voor haar de zuiverste honing1 die nog extra wordt gereinigd en bijna geheel te verteren is4 ,ze heeft een hofstoet1 die dag en nacht over haar waakt1 haren moederlijken arbeid verlicht1 de celletjes gereed maakt1 waarin ze hare eitjes moet leggen1 haar vertroetelt1 liefkoost1 voedt1 reinigt1 ja zelfs hare uitwerpselen opzuigt4 ,bij 't minste ongeval1 dat haar treft1 gaat het bericht van de een op de ander1 en het volkje raakt in beroering en begint te jammeren4 ,indien men haar wegneemt uit den korf1 en de bijen geen hoop kunnen koesteren haar te vervangen1 't zij omdat ze geen aangewezen nakroost heeft achtergelaten1 't zij dat er geen werkster-larven zijn jonger dan drie dagen 7want iedere larf eener werkbij1 die nog geen drie dagen oud is1 kan door middel van een bijzondere voeding worden veranderd in een koninklijke nymph1 dit is het groote democratische beginsel van den bijenkorf1 dat opweegt tegen al de voorrechten van het voorbeschikte moederschap72 als men onder zulke omstandigheden haar grijpt1 opsluit1 verre van hare woning brengt1 en als dit verlies is geconstateerd1--somtijds verloopen er twee of drie uren vr het bericht aan iedereen bekend is1 z uitgebreid is de stad1--dan houdt de arbeid bijna overal op4 ,dan verlaat men de kleintjes1 een gedeelte der bevolking zwerft rond om hare moeder op te sporen1 een ander gedeelte gaat uit om navraag naar haar te doen1 de slingers van werksters1 die bezig waren de raten te bouwen1 breken en laten los1 de honingdraagsters bezoeken de bloemen niet langer1 de deurwachteressen verlaten hun post1 en de vreemde plunderaars1 alle parasieten van den honing1 die voortdurend loeren op een buitenkansje1 komen en gaan vrijelijk1 zonder dat iemand er aan denkt1 den moeizaam bijeengegaarden schat te verdedigen4 ,langzamerhand verarmt de stad en wordt ontvolkt1 en hare moedelooze bewoonsters sterven al spoedig van droefheid en ellende1 hoewel alle bloemen van den zomer voor haar schitteren4 ,maar laat men de souvereine vervangen vr nog haar verlies een voldongen en onherstelbaar feit is geworden1 vr de demoralisatie al te grooten omvang heeft aangenomen 7de bijen zijn als de menschen1 te langdurige vertwijfeling of rampen doen afbreuk aan hun verstand en verlagen hun karakter71 laat men enkele uren daarna de souvereine vervangen1 en ze bereiden deze een buitengewoon en aandoenlijk onthaal4 ,allen verdringen zich rondom haar1 vormen groepjes1 klimmen op en over elkaar1 liefkoozen haar in 't voorbijgaan met hunne lange sprieten1 die zooveel voor ons nog onverklaarde organen bezitten1 brengen haar honing1 en geleiden haar in optocht naar de koninklijke vertrekken4 ,onmiddellijk is de orde weer hersteld en 't werk wordt weer hervat van de binnenste raten der broedplaats tot aan de verste bijgebouwen1 waar het overschot van den oogst wordt opgeborgen3 de honingdraagsters gaan uit in dichte rijen en komen soms in minder dan drie minuten terug beladen met honingsap en stuifmeel1 de plunderaars en parasieten worden uitgedreven of vermoord1 de straten worden geveegd1 en de korf weerklinkt liefelijk en eentonig van dat lied van geluk1 iets geheel eigenaardigs1 dat om zoo te zeggen het lied van de koninklijke presentie is4 ,,xviii4 ,er zijn duizend voorbeelden van deze aanhankelijkheid1 deze volkomen toewijding der werkbijen aan hunne souvereine4 ,bij alle rampen der kleine republiek1 het vallen van korf of honingraat1 de ruwheid of onkunde van den mensch1 koude1 hongersnood of zelfs ziekte1 waarbij het volk in menigte omkomt1 blijft de koningin bijna altijd behouden en men vindt haar lovend onder de lijken harer trouwe dochteren4 ,dat komt doordat allen haar beschermen1 haar helpen vluchten1 eene schutsmuur en schuilplaats voor haar vormen met hunne lichamen1 en voor haar het gezondste voedsel en den laatsten druppel honing bewaren4 ,en zoolang zij nog in leven is dringt de wanhoop niet binnen in de stad der kuische dauw-drinksters1 hoe groote ramp hen moge treffen4 ,breek tot twintig malen toe hunne honingraten1 ontneem hun twintig malen hunne kinderen en levensmiddelen1 ge zult er niet in slagen hen aan de toekomst te doen vertwijfelen3 en zelfs gedecimeerd1 uitgehongerd1 ingeslonken tot een klein troepje1 dat slechts met moeite de moeder voor de oogen des vijands kan verbergen1 zullen ze de instellingen der kolonie op nieuw organiseeren1 in het noodigste voorzien1 de bezigheden onder elkaar verdelen volgens de nieuwe eischen van de ongunst des oogenbliks1 en onmiddellijk den arbeid weer hervatten met een geduld1 een ijver1 een verstand en volharding1 die men in dezelfde mate niet dikwijls in de natuur aantreft1 al leggen de meeste wezens meer moed en vertrouwen aan den dag dan de mensch4 ,om de moedeloosheid verre te houden en hunne liefde bestendig1 is de aanwezigheid der koningin zelfs niet eens noodzakelijk2 't is al voldoende dat ze op het uur van haar dood of vertrek ook maar de flauwste hoop op nakomelingschap heeft achtergelaten4 ,we hebben eene kolonie gezien1 zegt de eerbiedwaardige ,langstroth1 een der vaders der moderne bijenteelt1 die niet genoeg bijen had om een raat van tien vierkante centimeter te bedekken en die toch een koningin trachtte te fokken4 ,gedurende twee gansche weken bleven ze die hoop koesteren2 eindelijk1 toen hun aantal tot op de helft verminderd was1 werd hunne koningin geboren1 maar hare vleugeltjes waren zoo onvolkomen1 dat ze niet kon vliegen4 ,al was ze impotent1 toch behandelden hare bijen haar met niet minder eerbied4 ,een week later was er niet veel meer dan een dozijn bijen overgebleven1 en eindelijk was enkele dagen daarna de koningin verdwenen en liet op de honigraat eenige ontroostbare ongelukkigen achter4 ,,xix4 ,dit is weer een dier omstandigheden1 ontsproten uit de ongehoorde beproevingen1 die onze nieuwerwetsche en tyrannieke inmenging de ongelukkige maar onwankelbare heldinnen doet ondergaan1 waarbij men hunne kinderlijke liefde en zelfverloochening bij hare laatste krachtsinspanning verrast4 ,ik heb meer dan eens1 zooals ieder bijenliefhebber1 bevruchte koninginnen uit ,itali doen komen1 want het ,italiaansche ras is beter1 sterker1 vruchtbaarder1 vlijtiger en zachter dan het onze4 ,ze worden verzonden in kleine1 doorboorde doosjes4 ,men doet er wat levensmiddelen in en sluit er de koningin in op vergezeld van een zeker aantal werkbijen1 die zooveel mogelijk uit de oudsten worden gekozen 7de ouderdom der bijen is gemakkelijk op te maken uit hun glad1 mager en bijna kaal lichaam1 maar bovenal uit hun versleten en door den arbeid gescheurde vleugeltjes7 om haar te voeden1 te verzorgen en te bewaken tijdens de reis4 ,dikwijls waren bij aankomst de meeste der werkbijen bezweken4 ,eenmaal zelfs waren alle van honger gestorven2 doch dezen keer zoowel als den voorgaanden was de koningin geheel ongedeerd en krachtig1 en de laatste harer gezellinnen was waarschijnlijk gestorven door aan hare souvereine1 het symbool van een kostbaarder en grootscher leven dan het hare1 den laatsten droppel honing aan te bieden1 dien ze nog bewaard hield in haar honingblaas4 ,,xx4 ,toen de mensch eenmaal deze hechte aanhankelijkheid had opgemerkt1 wist hij partij te trekken van den politieken zin1 de arbeidzaamheid1 de volharding1 de grootmoedigheid1 den hartstocht voor de toekomst1 die er uit voortvloeien of in liggen opgesloten4 ,dank zij deze aanhankelijkheid is hij er sedert eenige jaren in geslaagd tot op zekere hoogte en zonder dat zij er iets van vermoeden1 deze woeste amazones te temmen1 want zij geven zich aan geen enkele vreemde macht gevangen en in hunne onbewuste afhankelijkheid1 schikken zij zich toch enkel naar hunne eigene1 dienstbaar gemaakte wetten4 ,hij mag gelooven1 dat hij met de koningin de ziel en het lot van den ganschen bijenkorf in handen heeft4 ,al naar het gebruik dat hij van haar maakt1 van het spel1 dat hij met haar speelt om zoo te zeggen1 hitst hij aan en vermenigvuldigt1 belet het zwermen of beperkt het1 vereenigt of verdeelt de kolonies en heeft de leiding over den uittocht4 ,doch dit neemt niet weg1 dat de koningin in den grond der zaak niets is dan een levend zinnebeeld1 hetwelk even als alle symbolen een minder zichtbaar en grootscher principe vertegenwoordigt1 waarmede de ymker heeft rekening te houden1 wil hij zich niet blootstellen aan meer dan eene teleurstelling4 ,trouwens de bijen zelf bedriegen er zich niet in1 en verliezen door deze zichtbare en vergankelijke koningin heen1 hunne eigenlijke onstoffelijke en onvergankelijke souvereine1 hun ide fixe1 niet uit het oog4 ,laat dit denkbeeld bewust zijn of onbewust1 dat doet er niet toe1 zoolang we niet meer in 't bijzonder f de bijen willen bewonderen die het koesteren1 f de natuur1 die het in hen heeft gelegd4 ,waar het zich ook moge bevinden1 in deze kleine1 teedere lichaampjes of in het groote onkenbare lichaam1 het is al onze opmerkzaamheid waardig2 en in 't voorbijgaan gezegd1 we zouden als we onze bewondering niet altijd afhankelijk maakten van allerlei bijkomstige omstandigheden van plaats of oorsprong1 niet zoo dikwijls de gelegenheid laten voorbijgaan om onze oogen wijd open te zetten van verbazing1 en niets is heilzamer dan ze aldus te openen4 ,,xxi4 ,men zal zeggen1 dat dit zeer gewaagde en veel te menschelijke gissingen zijn1 dat de bijen waarschijnlijk in 't geheel geen ideen van dezen aard hebben en dat het denkbeeld van toekomst1 van liefde tot hun geslacht en dergelijke meer1 die wij hun toeschrijven1 in den grond der zaak alleen de vorm is1 dien de noodzakelijkheid van te leven1 de vrees voor lijden en dood en de aantrekkingskracht van 't genot voor hen aanneemt4 ,ik geef het toe1 zoo men wil is dat alles slechts bij manier van spreken1 ik hecht er dan ook niet veel gewicht aan4 't ,eenige wat vaststaat is1 hierin evenals in vele andere gevallen1 dat men heeft geconstateerd hoe de bijen in die en die omstandigheid met hunne koningin zus of zoo handelen4 ,de rest is een mysterie1 waaromtrent men slechts meer of minder welgevallige1 meer of minder vernuftige gissingen kan maken4 ,maar als we over de menschen eens juist zoo spraken als 't misschien verstandig is over de bijen te spreken1 zouden we er dan veel meer van kunnen zeggen8 ,wij ook gehoorzamen enkel aan den drang der noodzakelijkheid1 aan de aantrekkingskracht van het genot of den afkeer van het lijden1 en wat wij ons verstand noemen heeft denzelfden oorsprong en dezelfde bedoeling1 als wat wij bij de dieren instinct noemen4 ,wij volbrengen zekere daden waarvan we ons vleien de oorzaak beter te begrijpen dan zij2 maar behalve dat deze onderstelling op geenerlei vasten grond berust1 deze daden zijn onbeduidend en gering in aantal vergeleken bij de enorme massa onzer andere daden1 en alle1 de meest bekende en de meest onbekende1 de kleinste en de grootste1 de naastbijliggende en de meest verwijderde1 grijpen plaats in een stikdonkeren nacht1 waarin wij waarschijnlijk ongeveer even blind zijn als wij dat van de bijen veronderstellen4 ,,xxii4 ,men zal het met mij eens zijn1 zegt ,buffon--die een grappigen wrok tegen de bijen koestert--men zal het met mij eens zijn1 dat deze diertjes als men ze afzonderlijk neemt1 minder geniaal zijn dan de hond1 de aap en de meeste dieren2 men zal het met mij eens zijn1 dat ze minder leerzaam zijn1 minder aanhankelijk1 minder gevoelig1 in n woord minder eigenschappen bezitten1 die met de onze te vergelijken zijn2 indien dit zoo is1 moet men toegeven1 dat hun schijnbaar verstand enkel voortspruit uit hun samen-zijn2 aan deze vereeniging echter op zichzelf behoeft geenerlei verstand ten grondslag te liggen1 want ze komen niet samen uit eenig moreel oogpunt1 buiten hun toedoen zien ze zich bijeen4 ,deze maatschappij is dus enkel een physiek bijeenzijn1 door de natuur verordend1 onafhankelijk van alle inzicht1 alle kennis en alle redeneering4 ,de moeder-bij brengt tien duizend individuen voort1 alle tegelijk en op dezelfde plaats2 deze tien duizend individuen zullen1 al waren ze duizend maal dommer dan ik aanneem1 enkel reeds om te kunnen blijven bestaan1 genoodzaakt zijn1 zich op een of andere wijze naar elkaar te schikken2 daar ze alle werken met gelijke krachten zullen ze1 al wilden ze ook aanvankelijk elkaar afbreuk doen1 juist daarom al spoedig elkaar zoo min mogelijk schaden1 dat wil zeggen elkaar helpen2 dan lijkt het dus alsof ze 't met elkaar eens zijn en meewerken tot eenzelfde doel2 de toeschouwer verleent hun al spoedig allerlei inzichten en al het verstand1 dat hun ontbreekt2 hij wil rekenschap geven van iedere handeling1 iedere beweging krijgt weldra haar motief1 en van daar tallooze wonderbare of monsterachtige redeneeringen4 ,want deze tien duizend individuen1 die alle tegelijk zijn voortgebracht1 die samen hebben gewoond1 die alle ongeveer in denzelfden tijd hunne gedaanteverwisseling hebben ondergaan1 moeten noodzakelijk alle hetzelfde doen1 en als ze ook maar een greintje gevoel bezitten1 gemeenschappelijke gewoonten aannemen1 zich naar elkaar schikken1 op goeden voet met elkaar komen te staan1 hunne aandacht wijden aan hunne woning1 daarheen terugkeeren nadat ze er zich van verwijderd hebben enz41 en daar hebben we nu de bouwkunst1 de geometrie1 de orde1 het vooruitzien1 de liefde voor 't vaderland1 voor de republiek1 wat alles gebaseerd is1 gelijk men ziet1 op de bewondering van den toeschouwer4 ,dat is nu eens een gansch andere manier om het leven der bijen te verklaren4 ,aanvankelijk kan ze natuurlijker schijnen1 doch zou dat niet zijn om de zeer eenvoudige reden1 dat ze bijna niets verklaart8 ,de zakelijke dwalingen van deze bladzijde ga ik met stilzwijgen voorbij1 maar zou dit zich voegen naar de noodzakelijkheid en het gemeenschappelijk leven1 elkaar zoo min mogelijk benadeelend1 zou dat niet evenzeer een zeker verstand verraden1 dat des te opmerkelijker is als men van meer nabij beschouwt1 hoe deze tien duizend individuen het aanleggen om elkaar te helpen en niet te benadeelen8 ,en bovendien is 't niet onze eigen geschiedenis1 en wat zegt onze oude1 booze natuuronderzoeker1 dat niet precies evengoed op onze geheele menschelijke maatschappij kan worden toegepast8 ,en wederom1 zoo men dan wil1 dat onze bijen geen enkel der ideen of gevoelens zullen bezitten1 die wij hun toeschrijven1 wat maakt het uit waarheen men onze verbazing verwijst8 ,oordeelt men het onvoorzichtig de bijen te bewonderen1 dan zullen we de natuur bewonderen1 er komt toch altijd een punt waarop men ons onze bewondering niet kan ontrooven1 en we zullen er niets bij verliezen1 dat we hebben uitgesteld en afgewacht4 ,,xxiii4 ,hoe dit ook zij en om te blijven staan bij onze gissing1 die althans dit vr heeft1 dat ze in onzen geest zekere handelingen verbindt1 die in de werkelijkheid klaarblijkelijk verbonden zijn1 veel meer dan de koningin zelve beminnen ze in hunne koningin de oneindige toekomst van hun geslacht4 ,de bijen zijn volstrekt niet sentimenteel en wanneer een der hunnen z ernstig gekwetst van den arbeid terugkomt1 dat ze niet meer van dienst kan zijn1 dan wordt ze meedoogenloos verstoten4 ,toch kan men niet zeggen1 dat ze niet een soort van persoonlijke gehechtheid voor hunne moeder kunnen koesteren4 ,ze herkennen haar altijd uit de anderen4 ,zelfs wanneer ze oud is1 verminkt en haveloos1 zullen toch de wachteressen nimmer een onbekende koningin1 hoe jong1 schoon en vruchtbaar ze ook schijnen moge1 veroorloven in den korf binnen te dringen4 ,inderdaad is dit een der fundamenteele beginselen hunner staatkunde en maakt men er slechts een heel enkelen keer inbreuk op1 in de tijden der groote honing-inzameling1 ten gunste van een enkele vreemde arbeidster1 die rijk met levensmiddelen beladen is4 ,als ze volkomen onvruchtbaar geworden is1 vervangen ze haar door het aankweeken van een zeker aantal koninklijke prinsessen4 ,maar wat doen ze met de oude vorstin8 ,precies weet men het niet3 maar 't is bij ymkers wel voorgekomen1 dat ze op de honigraten van een bijenkorf een prachtige koningin vonden in de vaag der jeugd1 en binnen in1 in een donker hoekje1 de oude minnares zooals ze in ,normandi genoemd wordt1 verlamd en vermagerd4 ,in dit geval schijnen ze haar tot het einde toe te moeten beschermen tegen den haat van haar krachtige mededingster1 die slechts peinst op haar dood3 want de koninginnen koesteren onderling een onoverkomelijken haat1 die maakt dat zoodra er zich twee onder het zelfde dak bevinden1 ze op elkander aanvallen4 ,gaarne zou men aannemen1 dat ze op deze wijze aan het oudje een soort van nederig en vreedzaam toevluchtsoord bereiden1 om er in een afgelegen gedeelte der stad hare dagen te eindigen4 ,doch op nieuw staan we hier voor een dier duizenden raadsels van het wassen koninkrijk1 en op nieuw biedt zich ons de gelegenheid te constateeren1 dat de staatkunde en de gewoonten der bijen volstrekt niet bekrompen en fatalistisch zijn1 en dat ze veel ingewikkelder beweegredenen hebben dan die welke wij meenen te kennen4 ,,xxiv4 ,wij echter verstoren ieder oogenblik de natuurwetten1 die in hunne oogen onwrikbaar vast moeten staan4 ,wij brengen hen dagelijks in denzelfden toestand1 waarin wij ons zouden bevinden1 indien iemand plotseling rondom ons de wetten van de zwaartekracht1 de ruimte1 het licht of den dood ophief4 ,wat zullen ze nu doen als men door geweld of list een tweede koningin binnen de stad brengt8 ,in den natuurstaat is dit geval1 dank zij de wachteressen van den ingang1 misschien nooit voorgekomen1 zoolang ze deze wereld bewonen4 ,ze raken hun hoofd niet kwijt en weten bij zulk een wonderbaar samentreffen zoo goed mogelijk twee principes1 die zij als goddelijke instellingen schijnen te eerbiedigen1 met elkaar te verbinden4 ,het eerste is dit1 dat er slechts ne moeder mag zijn1 en men wijkt er nooit van af behalve in 't geval 7en zeer uitsluitend in dat geval7 dat de heerschende koningin onvruchtbaar is4 ,het tweede is nog merkwaardiger1 maar al mag dit niet worden overtreden1 men kan het ten minste ontduiken1 evenals de ,joodsche wet4 ,het is het principe1 dat aan de persoon van iedere koningin1 wie ze ook zijn moge1 een soort van onschendbaarheid verleent4 't ,zou den bijen gemakkelijk vallen1 de indringster met hunne duizend vergiftige angels te doorboren2 ze zou onmiddellijk omkomen en ze hadden niets te doen dan haar lijk buiten den korf te sleepen4 ,maar al hebben ze hun angel altijd gereed1 al gebruiken ze dien ieder oogenblik in hun onderlingen strijd1 om de darren en parasieten ter dood te brengen1 nooit steken ze een koningin1 evenmin als een koningin ooit een mensch1 een dier of een gewone bij steekt2 en haar koninklijk wapen1 dat in plaats van recht te zijn1 den gebogen vorm heeft van een krommen sabel1 wordt enkel door haar uit de scheede getrokken als ze strijdt tegen haars gelijke1 dat wil zeggen tegen een andere koningin4 ,daar nu blijkbaar geen enkele bij de afschuwelijke daad van een regelrechten en bloedigen koningsmoord op zich wil nemen1 trachten ze in die omstandigheden wanneer het voor de goede orde en den voorspoed der republiek noodzakelijk is een koningin te doen omkomen1 aan dien dood den schijn te geven van een natuurlijken dood2 ze verdeelen de misdaad tot in het oneindige onder elkaar1 zoodat ze anoniem wordt4 ,ze pakken dan de vreemde koningin in om den technischen term der ymkers te gebruiken1 wat beduidt1 dat ze haar totaal omwikkelen met hunne ontelbare1 samengestrengelde lichamen4 ,aldus vormen ze een soort van levende gevangenis1 waarin de gevangene zich niet meer kan bewegen1 en zoo noodig houden ze dat vier en twintig uur vol1 totdat ze sterft van honger of stikt4 ,verschijnt in zulke oogenblikken de wettige koningin en schijnt ze1 een mededingster bespeurende1 geneigd haar aan te vallen1 dan openen zich de bewegelijke muren der gevangenis onmiddellijk voor haar4 ,de bijen vormen een kring rondom de beide vijandinnen1 en zonder er aan deel te nemen wonen ze als oplettende maar onpartijdige toeschouwsters den zonderlingen strijd bij2 want enkel eene moeder mag haren angel richten tegen eene moeder1 alleen zij die meer dan een millioen levens in zich bevat1 schijnt het recht te hebben door een enkelen steek duizend dooden te maken4 ,maar indien het vijandelijk treffen langen tijd zonder gevolg blijft1 indien de beide kromme angels langs de zware harnassen afglijden zonder iets uit te richten1 dan wordt die koningin1 die aanstalten maakt te ontvluchten1 de wettige zoo goed als de vreemde1 beet gepakt1 tegengehouden en omgeven door de trillende gevangenis tot ze weer neiging toont den strijd te hervatten4 't ,is niet meer dan billijk er bij te voegen1 dat men bij de talrijke ervaringen te dezen opzichte opgedaan1 bijna altijd de wettige koningin heeft zien overwinnen1 't zij deze doordat ze zich thuis voelt en te midden der haren1 meer moed en kamplust bezit dan de andere1 't zij de bijen1 zoo ze al onpartijdig zijn bij den aanvang van den strijd1 het niet geheel en al zijn in de wijze van inkerkering der beide mededingsters2 want hunne moeder schijnt daar weinig onder te lijden te hebben1 terwijl de vreemde er zichtbaar gekneusd en afgemat uit te voorschijn komt4 ,,xxv4 ,een gemakkelijke proefneming toont beter dan iets anders aan1 dat de bijen hunne koningin herkennen en een ware gehechtheid voor haar koesteren4 ,neem de koningin weg uit een bijenkorf en weldra zult ge alle verschijnselen van angst en verslagenheid kunnen waarnemen1 die ik in een vorig hoofdstuk beschreven heb4 ,breng na enkele uren dezelfde koningin terug en al hare dochters zullen haar tegemoet komen en haar honing aanbieden4 ,eenige stellen zich langs haar weg op in rijen1 anderen vormen met het hoofd naar beneden en het onderlijf in de hoogte groote1 onbeweeglijke1 maar klankgevende half-cirkels rondom haar1 aldus ongetwijfeld den vreugdezang over hare wederkomst zingend en door deze plechtigheid hun eerbied of hun overgroot geluk te kennen gevend4 ,meent echter niet hen te kunnen bedriegen door voor de wettige koningin een vreemde moeder in de plaats te geven4 ,nauwelijks heeft ze eenige schreden in den korf gedaan of de verontwaardigde werkbijen komen van alle kanten toestroomen4 ,onmiddellijk wordt ze gegrepen1 ingewikkeld en vastgehouden in die vreeselijke bewegelijke gevangenis1 welker muren door gestadige aflossing tot aan haar dood zullen blijven bestaan1 want in dit bijzonder geval zal ze maar zelden er levend uitkomen4 ,daarom blijft een der grootste moeielijkheden van de bijenteelt het inbrengen en vervangen der koninginnen4 't ,is merkwaardig om te zien tot hoeveel diplomatie en ingewikkelde listen de mensch zijn toevlucht moet nemen om zijn wensch door te zetten en deze kleine insecten met al hun doorzicht maar ook onveranderlijk goed vertrouwen1 om den tuin te leiden1 die met een aandoenlijken moed de meest onverwachte gebeurtenissen aanvaarden1 en er klaarblijkelijk enkel een nieuwe maar onontkoombare gril van de natuur in zien4 ,in 't kort1 bij al deze diplomatie en de wanhopige wanorde1 die deze gewaagde listen meestal met zich brengen1 rekent de mensch bijna empirisch op den bewonderenswaardigen praktischen zin der bijen1 op den onuitputtelijken schat hunner wonderbare wetten en gewoonten1 op hun zin voor orde1 vrede en het openbaar welzijn1 op hun trouw aan de toekomst1 op de belangeloosheid en degelijkheid van hun karakter en vooral op hun volhardende plichtsbetrachting1 die door niets schijnt te worden uitgeput4 ,maar de nadere bijzonderheden van dit optreden behooren bij een verhandeling over de eigenlijke gezegde bijenteelt en zouden ons hier te ver voeren #a4 #a ,gewoonlijk brengt men de koningin in een korf door haar op te sluiten in een kooi van ijzerdraad1 die men tusschen twee raten ophangt4 ,de kooi is voorzien van een deur van was en honing1 die door de werkbijen wordt opgegeten als hun toorn voorbij is1 waardoor ze de gevangene bevrijden1 die dikwijls zonder onwil wordt ontvangen4 ,de heer ,s4 ,simmins1 direkteur van het groote bijenpark te ,rottingdeau1 heeft onlangs een andere1 hoogst eenvoudige manier uitgevonden1 welke bijna altijd slaagt en reeds ingang vindt bij alle ymkers1 die waarlijk belangstellen in hun vak4 ,de groote moeielijkheid bij het invoeren is gewoonlijk de houding der koningin4 ,ze is haar hoofd kwijt1 wil vluchten of zich verbergen1 gedraagt zich als een indringster1 en wekt daardoor vermoedens1 die al spoedig door het onderzoek der werkbijen bevestigd worden4 ,de heer ,simmins houdt eerst de bewuste koningin geheel afgezonderd en laat haar een half uur vasten4 ,vervolgens licht hij een hoekje van de binnen-bedekking van den verweesden korf op en zet de koningin boven op een der raten4 ,na haar voorafgaand isolement1 dat ze heel akelig heeft gevonden1 is ze blij weer onder bijen te zijn1 en uitgehongerd zijnde1 neemt ze gretig de spijzen aan1 die men haar aanbiedt4 ,door deze kalmte om den tuin geleid1 doen de werkbijen geen onderzoek en houden het er waarschijnlijk voor1 dat hun koningin is teruggekomen1 die ze met vreugde weer opnemen4 ,uit deze ervaring schijnt op te maken1 dat zij1 in strijd met de meening van ,huber en alle waarnemers1 hunne koningin niet herkennen4--,hoe dit ook zij1 de beide evenzeer aannemelijke verklaringen toonen weer eens te meer--hoewel de waarheid misschien gelegen is in een derde ons nog niet bekende verklaring--hoe ingewikkeld en hoe duister de psychologie der bijen nog is4 ,en uit deze1 zoowel als uit alle andere levensvragen1 is maar ne conclusie te trekken1 en wel deze1 dat in afwachting van beter1 nieuwsgierigheid ons moet blijven bezielen4 ,,xxvi4 ,wat nu de persoonlijke gehechtheid betreft waarover we spraken1 en om daarmede nu af te rekenen3 al is de waarschijnlijkheid groot1 dat ze bestaat1 even zeker is het dat ze kort is van geheugen4 ,indien ge na verloop van eenigen tijd een verbannen koningin in haar waardigheid wilt herstellen1 dan zal ze op zulk eene wijze worden ontvangen door hare verbitterde kinderen1 dat ge u zult moeten haasten haar te ontrukken aan de doodelijke inkerkering1 de straf van onbekende koninginnen4 ,de reden daarvan is1 dat ze tijd hebben gehad om een tiental verblijven van werkbijen in koninklijke cellen te veranderen1 en dat de toekomst van het ras volstrekt geen gevaar meer loopt4 ,men ziet dus ook zeer dikwijls de onderdanen eener maagdelijke koningin1 wanneer deze de gevaarlijke plechtigheid van de paringsuitvlucht volbrengt1 dermate beangst haar te verliezen1 dat allen haar vergezellen op dezen tragischen en verren onderzoekingstocht naar de liefde1 wat ze nimmer doen indien men heeft zorg gedragen hun een stukje raat met eenige cellen jong broedsel te geven1 waarin voor hen de hoop ligt opgesloten1 nieuwe moeders te kweeken4 ,die gehechtheid kan zelfs omslaan in woede en haat1 indien hunne vorstin niet al hare plichten vervult tegenover die soort abstracte godheid1 die wij de maatschappij der toekomst zouden noemen en waarvoor zij veel meer schijnen te voelen dan wij4 't ,is b4v4 voorgekomen1 dat ymkers om verschillende redenen1 de koningin beletten zich bij den zwerm te voegen door haar tegen te houden met een traliewerk1 waardoor de fijne1 lichte werkbijen heenvlogen zonder het te bespeuren1 maar waar de arme slavin der liefde1 die aanmerkelijk zwaarder en corpulenter is dan hare dochters1 niet doorheen kon4 ,bij het eerste uitvliegen kwamen de bijen1 als ze bespeurden1 dat ze hen niet gevolgd had weer naar den korf terug en beknorden1 schudden en mishandelden op duidelijk zichtbare wijze de ongelukkige gevangene1 die ze zonder twijfel van luiheid beschuldigden of voor zwak van geest hielden4 ,bij den tweeden uittocht1 als haar onwil dus duidelijk bleek1 nam de toorn toe en werden de mishandelingen nog erger4 ,en eindelijk na den derden hielden ze haar voor onverbeterlijk trouweloos tegenover haar bestemming en de toekomst van het ras1 veroordeelden haar bijna altijd en brachten haar ter dood in de koninklijke gevangenis4 ,,xxvii4 ,zooals men ziet1 wordt alles aan deze toekomst ondergeschikt gemaakt met een scherpheid van blik1 een eenstemmigheid1 een onbuigzaamheid1 eene vaardigheid in het verklaren der omstandigheden en het partij trekken daarvan1 die ons verbaasd doen staan1 als men rekening houdt met al het onverwachte1 al het bovennatuurlijke1 dat in den laatsten tijd door onze inmenging onophoudelijk in hunne woningen binnendringt4 ,misschien zal men zeggen1 dat ze in het laatst aangehaalde geval al een heel slechte verklaring geven van de onmacht hunner koningin hen te volgen4 ,zouden wij veel meer doorzicht hebben1 indien een geest van een andere orde1 die een lichaam tot zijn dispositie had z kolossaal1 dat zijne bewegingen bijna even ontastbaar zouden zijn als die van een natuurverschijnsel1 er behagen in schepte ons dergelijke strikken te spannen8 ,hebben wij niet eenige duizenden jaren noodig gehad om een eenigszins aannemelijke verklaring van den bliksem te vinden8 ,elk intellekt is met langzaamheid geslagen als het komt buiten zijn altijd beperkte sfeer1 en zich geplaatst ziet tegenover gebeurtenissen1 waartoe het niet zelf den eersten stoot heeft gegeven4 ,bovendien is 't niet eens zeker of de bijen1 indien de proef met het traliewerk algemeen werd en eenigen tijd aanhield1 niet zouden eindigen met begrijpen en aan de bezwaren zouden tegemoet komen4 ,ze hebben reeds vele andere proefnemingen begrepen en er op de best mogelijke wijze partij van getrokken1 b4v4 bij die van de bewegelijke honingraten1 of van de secties1 waardoor men hen noodzaakt hunne provisie honing op te bergen in symmetrisch op elkaar gestapelde doosjes2 of ook bij de buitengewone proef met de kunstraten voorzien van cellen-indruk1 waarbij de cellen enkel zijn aangegeven door een dun omtrekje van was2 dadelijk zien ze het nut daarvan in en werken ze zorgvuldig uit1 zoodat ze zonder verlies van materiaal of arbeid1 volmaakte celletjes daaruit vormen4 ,ontdekken ze niet in al die omstandigheden1 die zich niet voordoen onder den vorm van een of anderen strik1 gespannen door een soort van boosaardigen en geslepen godheid1 de beste en de eenige menschelijke oplossing8 ,om maar eens een dergelijke natuurlijke maar gansch abnormale omstandigheid te noemen3 laat er een slak of een muis in den korf zijn gekomen en er ter dood gebracht1 wat doen ze dan om zich te ontdoen van het lijk1 dat weldra de atmosfeer zou vergiftigen8 ,als ze het onmogelijk kunnen verwijderen of stuk maken1 dan sluiten ze het methodisch en hermetisch op in een echt graf van was en maagdenwas1 dat een wonderlijken indruk maakt te midden der gewone monumenten der stad4 ,verleden jaar vond ik in een mijner bijenkorven drie zulke graven aaneen1 onderling gescheiden op de wijze der cellen van een honingraat door tusschenschotten1 waardoor zoo min mogelijk was verbruikt werd4 ,de voorzichtige lijkbezorgsters hadden ze gebouwd op de overblijfselen van drie kleine huisjesslakken1 die een kind binnen hun kolonie gebracht had4 ,als ze met huisjesslakken te doen hebben1 vergenoegen ze er zich gewoonlijk mee1 de opening der schelp met was te bedekken4 ,maar hier vonden ze het eenvoudiger1 daar de schelpen min of meer gebroken of gebarsten waren1 ze in hun geheel te begraven1 en om het in- en uitgaan door de poort niet te belemmeren1 hadden ze in deze hinderlijke massa een zeker aantal galerijen weten te maken1 geheel van de juiste afmetingen niet voor hun lichaam maar voor dat der darren1 die ongeveer tweemaal dikker zijn dan zij4 ,geeft dit feit1 en ook het volgende1 ons niet het recht te meenen1 dat ze ook wel eenmaal zouden weten te ontcijferen1 wat de reden is waarom de koningin hen niet kan volgen door de tralies8 ,ze hebben een zeer juisten blik voor afmetingen en voor de ruimte1 die eenig lichaam noodig heeft om zich te bewegen4 ,in de streken1 waar de afschuwelijke doodshoofdvlinder tiert1 de ,acherontia ,atropos1 maken ze aan den ingang van hun korf wassen pilaartjes1 waar de nachtelijke roover met zijn enorm achterlijf niet tusschen door kan4 ,,xxviii4 ,maar genoeg over dit punt2 indien ik alle voorbeelden moest aanhalen1 zou ik niet uitgepraat raken4 ,om te resumeeren welke de rol en de positie zijn der koningin1 kan men zeggen1 dat zij het hart doch tevens de slavin is der stad1 wier intellekt haar overal omgeeft4 ,zij is de eenige souvereine1 maar ook de koninklijke dienstmaagd1 de gevangen schatbewaarster der liefde en de verantwoordelijke afgevaardigde daarvan4 ,haar volk dient en eerbiedigt haar1 doch vergeet nimmer dat het zich niet onderwerpt aan haar persoon1 maar aan de zending1 die ze vervult en de levens1 die zij vertegenwoordigt4 ,het zou moeite kosten een menschelijke republiek te vinden1 wier ontwerpen zulk een aanmerkelijk deel der wenschen onzer planeet verwezenlijkten1 een democratie1 waarbij de onafhankelijkheid tegelijkertijd volkomener en redelijker was1 en de onderwerping vollediger en meer beredeneerd4 ,maar men zou er evenmin een vinden1 waarin zwaardere en meer algeheele offers werden gebracht4 ,meent niet1 dat ik voor deze offers evenveel bewondering koester als voor hun gevolgen4 ,zeer zeker ware het wenschelijk1 dat deze resultaten met minder lijden1 minders offers konden verkregen worden4 ,maar eenmaal dat beginsel aangenomen--en misschien is het noodzakelijk in de gedachte die onzen aardbol beheerscht--is de organisatie daarvan bewonderenswaardig4 ,hoeveel of hoe weinig waarheid er moge schuilen in de menschelijke opvatting1 in den bijenkorf wordt het leven niet beschouwd als een rij min of meer aangename uren1 waarvan men verstandig doet er zoo min mogelijk te verdonkeren of te verbitteren behalve de minuten die onvermijdelijk zijn om het te onderhouden3 doch als een groote gemeenschappelijke plicht tegenover een toekomst1 die al maar verder wijkt sedert den aanvang der wereld4 ,ieder doet er afstand van de grootste helft van zijn geluk en zijne rechten4 ,de koningin zegt vaarwel aan 't zonlicht1 de bloemkelken en de vrijheid1 de werkbijen aan de liefde1 aan vier of vijf levensjaren en de moederweelde4 ,de koningin ziet hare hersenen gereduceerd tot niets ten behoeve van de organen der voortplanting1 en de werkbijen zien deze zelfde organen afsterven ten bate van hun verstand4 't ,zou onbillijk zijn te beweren1 dat de wil in 't geheel geen aandeel heeft aan deze offers4 ,we hebben gezien1 dat elke larve eener werkbij1 als ze gevoed en gehuisvest werd op koninklijke wijze1 koningin zou kunnen worden2 en evenzoo zou iedere koninklijke larve1 als men haar voedsel veranderde en hare cel verkleinde1 in een werkbij veranderd worden4 ,zulk eene merkwaardige keuze vindt dagelijks plaats in de gouden schaduw van den bijenkorf4 ,ze is niet de vrucht van het toeval2 maar een wijsheid1 wier diepe ernst en eerlijkheid alleen de mensch kan miskennen1 een wijsheid1 die altijd waakzaam is1 doet of vernietigt die keuze1 in verband met al wat buiten de stad zoowel als binnen hare muren plaats grijpt4 ,als er zich plotseling een ongedachte menigte bloemen voordoet1 als de koningin oud is of minder vruchtbaar1 als de bevolking zich ophoopt en geen ruimte genoeg heeft1 dan zult ge koninklijke cellen zien ontstaan4 ,deze zelfde cellen kunnen weer vernietigd worden1 indien de oogst mislukt of de korf wordt vergroot4 ,dikwijls worden ze in wezen gehouden zoolang de jeugdige koningin haar parings-vlucht nog niet of nog zonder succes heeft volbracht1 om vernietigd te worden zoodra ze in den korf terugkeert met het onbedriegelijk teeken harer bevruchting als een trophee achter zich aan4 ,waar is nu deze wijsheid te vinden1 die aldus heden en toekomst in de weegschaal legt en voor welke het nog niet zichtbare zwaarder weegt dan al wat men aanschouwt8 ,waar zetelt die anonyme voorzichtigheid1 die verwerpt en verkiest1 verheft en vernedert1 die van zoovele werkbijen evenveel koninginnen zou kunnen maken en van zoovele moeders een volk van maagden vormt8 ,elders hebben we gezegd1 dat ze te vinden is in den geest van den bijenkorf2 maar waar hebben we dan dien geest van den korf te zoeken1 zoo niet in de vereeniging der werkbijen8 ,om er zich van te overtuigen1 dat hij daar thuis behoort1 was het misschien niet noodig geweest zoo nauwkeurig de gewoonten der koninklijke republiek na te gaan4 ,het ware voldoende geweest1 even als ,dujardin1 ,brandt1 ,girard1 ,vogel en andere insectenkenners gedaan hebben1 het kleine1 onoogelijke kopje vol zorgen van de maagdelijke werkbij onder het microscoop te plaatsen naast den eenigszins leegen schedel der koningin en den prachtigen kop van een dar1 waarin zesentwintig duizend oogen schitteren4 ,we hadden dan kunnen zien1 dat in dat kleine kopje de kronkelingen van de grootste en volmaakste hersenen van den ganschen bijenkorf opgesloten liggen4 't ,zijn zelfs na die van den mensch1 in een andere orde en met verschillende organisatie1 de schoonste1 ingewikkeldste1 teederste en volmaaktste hersenen1 die in de natuur voorkomen#a4 ,ook hier1 zoo goed als overal elders in de ons bekende wereld1 is het gezag1 de ware kracht1 de wijsheid en de zegepraal daar te vinden1 waar de hersenen zijn4 ,ook hier is het een bijna onzichtbaar atoom van deze geheimzinnige stof1 dat de materie aan zich onderwerpt en organiseert en dat zich een duurzame en zegevierende plaats weet te scheppen te midden van de enorme en inerte machten van dood en niet-zijn4 #a ,de hersenen der bijen vormen naar de berekening van ,dujardin het #agdste deel van het totale gewicht van 't insect2 die van de mieren het #bifste4 ,daarentegen zijn de peduncidi cerebri 7een bundel zenuw-vezelen71 die zich schijnen te ontwikkelen naar evenredigheid der overwinningen van het intellekt over het instinkt1 van minder beteekenis bij de bij dan bij de mier4 ,daar het een tegen het ander opweegt1 schijnt men uit deze berekeningen te kunnen opmaken1 7als men maar niet vergeet dat het voor een deel slechts een hypothese is1 en als men rekening houdt met de onbekendheid der materie17 dat de intellektueele beteekenis der mieren en die der bijen ongeveer gelijk moet zijn4 ,,xxix4 ,laat ons nu terugkeeren tot onze bijen1 die willen gaan zwermen en niet hebben gewacht op het einde onzer overpeinzingen om het teeken van vertrek te geven4 ,op het oogenblik1 dat dit gegeven wordt1 zou men kunnen meenen1 dat alle poorten der stad precies te gelijk door een plotselingen en onverstandigen duw werden geopend1 en de zwarte massa komt er uit of liever borrelt er uit op1 al naar het aantal openingen1 in een dubbelen1 drievoudigen of viervoudigen straal1 eerst recht1 trillend1 gespannen1 onafgebroken1 maar in de ruimte dadelijk uiteenvloeiend en zich uitbreidend tot een gonzend net1 geweven uit honderd duizenden van zenuwachtig trillende1 doorschijnende vleugeltjes4 ,gedurende enkele minuten zweeft dat net aldus boven den bijenkorf onder een wonderbaar geruisch1 alsof het doorschijnende zijde ware1 door duizenden en duizenden gelectriseerde vingeren onophoudelijk gescheurd en weer aaneengehecht4 ,het golft op en neer1 aarzelt nog en trilt als een feest-sluier door onzichtbare handen ten hemel geheven1 waar 't is alsof ze hem samenvouwen en weer ontplooien van af de bloemen tot aan het azuur1 in afwachting van de aankomst of 't vertrek van een verheven persoonlijkheid4 ,eindelijk slaat n der kanten neer1 een andere wordt opgeheven1 de vier zonnige hoeken van den blinkenden mantel worden bijeengevoegd1 en gelijk n dier met verstand bedeelde tafellakens#a1 die in de feensprookjes door de lucht vliegen om een of anderen wensch te vervullen1 richt hij zich1 ten einde op nieuw de gewijde vertegenwoordigster van de toekomst te omgeven1 in zijn geheel en reeds weer saamgevouwen naar de linde1 den pereboom of den wilg1 waarop de koningin zich zoo juist heeft neergelaten1 als een gouden spijker1 waaraan hij n voor n zijn muzikale golvingen bevestigt en waar hij zijn paarlkleurige stof1 verlicht door die tallooze vleugeltjes1 om heen rolt4 ,eindelijk treed weder stilte in2 al dat rumoer en die vreeselijke sluier1 die scheen gemaakt van louter bedreigingen1 louter woede1 die oorverdoovende gouden hagel1 die1 maar steeds daar boven blijvende hangen1 onophoudelijk weerklonk over alle voorwerpen in de rondte1 dat alles wordt een oogenblik later omgezet in een grooten tros1 onschadelijk en vreedzaam hangend aan een boomtak en gevormd door duizenden levende maar onbewegelijke besjes1 die geduldig de terugkomst afwachten van de verkenners1 welke er op uit zijn om een toevluchtsoord te zoeken4 #a ,waarschijnlijk een toespeling op het ,tafeltje dek u4 ,,vert4 ,,xxx4 ,dit is de eerste pleisterplaats van den zwerm1 die de primaire zwerm wordt genoemd1 aan welks spits zich nog altijd de oude koningin bevindt4 ,gewoonlijk zet hij zich neer op een boom of struik in de onmiddellijke nabijheid van den korf1 want de koningin1 die zich bezwaard voelt door hare eieren en het daglicht niet weer heeft aanschouwd sedert hare paring of sedert het zwermen van het vorig jaar1 durft zich nog niet in de ruimte te wagen en schijnt het gebruik harer vleugels verloren te hebben4 ,de ymker wacht tot de massa een dichte klomp is geworden1 en dan gaat hij1 met een grooten stroohoed op 7want de kalmste bij trekt zonder feil haren angel1 wanneer ze in de haren verward raakt1 waar ze meent in een val gevangen te zijn7 maar zonder masker en zonder sluier als hij eenige ervaring heeft1 en nadat hij zijne bloote armen tot aan den elleboog in koud water heeft gedompeld1 aan het overbrengen van den zwerm1 door den tak1 die dezen draagt1 flink te schudden boven een omgekeerden korf4 ,zwaar valt de tros er in neer1 als een rijpe vrucht4 ,of wel als de tak te sterk is1 schept hij met een lepel wat van den hoop af en verspreidt die lepels vol levend goedje waar hij wil1 precies alsof het koren was4 ,hij heeft niets te vreezen van de bijen1 die om hem heen gonzen en in menigte zijn handen en gezicht bedekken4 ,hij luistert naar hun vreugdezang1 die in 't geheel niet lijkt op het lied van hunnen toorn4 ,hij behoeft niet te duchten1 dat de zwerm zich zal verdeelen1 boos worden of ontvluchten4 ,ik zeide het reeds1 op dien dag zijn de geheimzinnige arbeidsters bezield met een geest van feestelijkheid en goed vertrouwen1 die door niets wordt verstoord4 ,ze hebben zich losgemaakt van de goederen1 die zij te verdedigen hadden en kennen hun vijanden niet meer4 ,ze zijn onschadelijk krachtens dat gevoel van geluk1 en ze zijn gelukkig zonder dat we weten waarom3 ze vervullen de wet4 ,alle wezens kennen zulke oogenblikken van blind geluk1 die de natuur voor hen heeft weggelegd1 als ze haar doel wil bereiken4 ,laten we er niet verbaasd over zijn1 dat de bijen er zich door laten beet nemen2 wij zelven1 die haar nu reeds zoo vele eeuwen waarnemen met behulp van hersenen1 welke veel volmaakter zijn dan de hunne1 wij zijn er ook nog dupe van en weten nog altijd niet of ze welwillend1 onverschillig of laaghartig wreed is4 ,de zwerm blijft waar de koningin is neergevallen1 en al was ze alleen in den korf gevallen1 dan zouden toch alle bijen1 zoodra ze hare aanwezigheid opmerkten1 zich in lange zwarte rijen naar de moederlijke verblijfplaats begeven2 terwijl de meesten daar haast mee maken1 blijven er een massa andere een oogenblik voor den ingang der onbekende poorten staan en vormen daar in statige vreugde een kring1 zooals zij gewoon zijn bij alle blijde gebeurtenissen te doen4 ,zij slaan den roffel zeggen de boeren4 ,onmiddellijk wordt het niet verwachte toevluchtsoord aanvaard en in zijn minste schuilhoeken doorzocht2 zijn plaats in den bijenstand1 zijn vorm en kleur worden verkend en in duizenden voorzichtige en trouwe geheugentjes weggelegd4 ,de kenmerkende punten van de omgeving worden met zorg opgenomen1 de nieuwe stad is gesticht en hare plaats opgeteekend in den geest en het hart van al hare bewoners2 men hoort binnen hare muren den liefde-zang van de koninklijke presentie weerklinken en de arbeid begint4 ,,xxxi4 ,indien de mensch hem niet opvangt1 eindigt de geschiedenis van den zwerm hier niet4 ,hij blijft aan den boom hangen tot aan de terugkomst der werkbijen1 die dienst doen als gevleugelde verkenners of kwartiermeesters en die zich dadelijk bij het begin van het zwermen in alle richtingen hebben verspreid om een woonplaats op te zoeken4 ,een voor een komen ze terug en geven verslag van hunne zending1 en daar het ons onmogelijk is de gedachten der bijen te doorgronden1 moeten we het schouwspel1 dat we bijwonen1 wel op menschelijke wijze verklaren4 ,waarschijnlijk dan luistert men aandachtig naar hun verslag4 ,klaarblijkelijk hemelt de een een hollen boom op1 een ander roemt de voortreffelijkheid van een spleet in een ouden muur1 een holte in een grot of een verlaten kuil4 't ,komt dikwijls voor1 dat de vergadering tot den volgenden morgen overweegt en besluiteloos blijft4 ,eindelijk echter is de keuze gedaan en de overeenkomst gesloten4 ,op een gegeven oogenblik raakt de heele tros in beweging1 wriemelt dooreen1 maakt zich los van elkaar1 verstrooit zich en de trillende wolk richt zich met een onstuimige en ongestoorde vlucht1 die ditmaal geen hinderpalen meer kent1 over heggen1 korenvelden1 vlasakkers1 hooimijten1 vijvers1 dorpen en rivieren heen1 in rechte lijn naar een vast en altijd ver verwijderd doel4 ,zelden kan de mensch hen bij dezen tweeden uittocht volgen4 ,ze keeren terug tot de natuur en wij raken het spoor van hunne verdere lotgevallen bijster4 ,,derde ,,boek4 ,,de ,,stichting ,,der ,,stad4 ,i4 ,laat ons liever eens zien wat de zwerm1 dien de ymker in den korf heeft opgevangen1 daarin uitvoert4 ,en laten we dan allereerst een gedachte wijden aan het offer1 dat er gebracht is door de vijftig duizend maagden1 die naar het woord van ,ronsard een teeder hart in een klein lichaam omdragen1 en nogmaals den moed bewonderen1 die er toe vereischt wordt om een nieuw leven te beginnen in de woestijn1 waarin ze zijn neergevallen4 ,ze vergeten dus de weelderige1 prachtige stad1 waarin ze geboren zijn1 waar het leven zoo veilig voor hen was en zoo prachtig geregeld1 waar het sap van alle bloemen1 die een herinnering bewaren van de zon1 hen kon doen lachen om de dreigementen des winters4 ,ze hebben er duizenden en duizenden kleintjes slapend in hun wieg achtergelaten1 die ze niet zullen weerzien4 ,behalve den enormen voorraad aan was1 voorwas en stuifmeel1 die door hen was bijeengebracht1 hebben ze meer dan honderdtwintig pond honing in den steek gelaten1 dat wil zeggen twaalf maal het gewicht van het gansche volkje1 bijna zes honderd duizend maal het gewicht van iedere bij1 wat voor den mensch zou gelijkstaan met twee en veertig duizend vaten levensmiddelen1 een gansche vloot van groote vaartuigen beladen met kostbaarder en volmaakter spijzen dan alle1 die wij kennen2 want de honing is voor de bijen een soort van vloeibaar leven1 een soort van chyl1 die onmiddellijk en bijna zonder verlies wordt geassimileerd4 ,hier in de nieuwe woning vinden ze niets1 geen druppel honig1 geen enkele wastafel1 geen kenmerkend teeken1 geen steunpunt4 ,een troostelooze naaktheid als van een geweldig gebouw met niets dan een dak en muren4 ,de ronde1 gladde wanden houden niets dan schaduw in zich besloten en daarboven welft zich de monsterachtige koepel over het ledig4 ,doch de bij kent geen ijdel geklaag1 in ieder geval blijft ze er niet bij stilstaan4 ,haar ijver1 wel verre van te worden uitgedoofd door een beproeving1 die ieder ander wezen den moed zou doen verliezen1 is grooter dan ooit4 ,nauwelijks is de korf opgericht en op zijn plaats gezet1 nauwelijks begint de wanorde door dien geweldigen val veroorzaakt eenigszins te bekomen1 of men ziet in de verwarde menigte een duidelijk afgescheiden en geheel onverwachte indeeling tot stand komen1 ,het grootste deel der bijen begint als een leger1 dat aan een duidelijk geformuleerd bevel gehoorzaamt1 in dichte rijen langs de vertikale wanden te klimmen4 ,tot aan den koepel genaderd klampen de eerst aangekomenen zich met de nagels hunner voorpooten daaraan vast2 zij1 die daarna komen1 haken zich vast aam de eersten en zoo voort1 totdat er lange ketenen gevormd zijn1 die als brug dienen voor de aldoor maar opstijgende menigte4 ,langzamerhand als deze ketens tot in het oneindige zijn vermeerderd1 versterkt en in elkaar vastgemaakt1 worden ze tot guirlandes1 die op hunne beurt onder het onafgebroken opklimmen van ontelbare bijen in een dik en driehoekig gordijn veranderen1 of veeleer in een soort van stevigen1 omgekeerden kegel1 waarvan de punt aan den top van den koepel is vastgehecht en welks basis al breeder wordend afdaalt tot op de helft of twee derde van de totale hoogte van den korf4 ,en dan1 als de laatste bij die zich door een inwendige stem geroepen voelt deel uit te maken van dezen greep1 het gordijn heeft bereikt1 dat daar hangt in de duisternis1 komt er een einde aan het opklimmen2 langzamerhand komt alle beweging in den koepel tot rust1 en de zonderlinge omgekeerde kegel wacht uren lang1 onder een stilte1 die men voor gewijd zou kunnen houden en in een onbewegelijkheid1 die ons vrees zou kunnen aanjagen1 op het wonder van de was4 ,de rest der bijen1 dat wil zeggen alle die onder in den korf zijn gebleven1 zijn1 zonder zich te bekommeren om de vorming van het wonderbaar gordijn1 tusschen welks plooien een heerlijke gave zal neerdalen1 onderwijl bezig met onderzoeken van het gebouw1 en slaan de hand aan allen noodzakelijken arbeid4 ,de grond wordt zorgvuldig geveegd en alle vergane bladeren1 alle takjes1 alle zandkorreltjes worden n voor n verwijderd2 want de zindelijkheid der bijen grenst aan eene manie1 en als in het hartje van den winter de strenge kou hen belet te volbrengen wat onder bijenkenners hun zindelijkheids-vlucht genoemd wordt1 dan sterven ze in massa als slachtoffers van hevige ingewandsziekten1 liever dan den korf te bevuilen4 ,alleen de darren zijn onverbeterlijk onverschillig1 en bedekken schaamteloos de raten die zij bezoeken met vuil1 zoodat de werkbijen verplicht zijn onophoudelijk achter hen aan schoon te maken4 ,na den schoonmaak beginnen de bijen van dezelfde profane groep1 die zich niet bemoeit met den kegel1 welke daar in een soort van extase hangt1 zorgvuldig den binnensten omtrek der gemeenschappelijke woning te dichten4 ,dan moeten alle spleten de revue passeeren en worden gevuld en bestreken met voorwas1 en dan begint het vernissen der wanden van boven tot beneden4 ,er wordt een wacht geplaatst bij den ingang1 en weldra gaan een zeker aantal werkbijen naar de velden1 om beladen met honingsap en stuifmeel terug te keeren4 ,,ii4 ,vr we de plooien opheffen van het geheimzinnig gordijn in welks beschutting de fondamenten worden gelegd van de eigenlijke woning1 willen we trachten er ons rekenschap van te geven1 hoeveel verstand ons volk van uitgewekenen zal moeten ontplooien1 welk een juistheid van blik1 wat al berekeningen en hoeveel nijverheid er van hen worden vereischt1 om zich dit oord toe te eigenen1 om in het ledig de plannen te schetsen van de stad1 er logisch de plaats in aan te geven van de gebouwen1 die zoo zuinig mogelijk en zoo snel mogelijk moeten gebouwd worden1 want de koningin heeft haast met het eieren leggen1 en verspreidt ze reeds over den grond4 ,bovendien moeten ze in dezen doolhof van gebouwen1 die nog slechts in de verbeelding bestaan en wier vorm noodwendig ongewoon is1 letten op de wetten van luchtverversching1 duurzaamheid en stevigheid2 verder moeten ze het weerstandsvermogen der was zoowel als de natuur der levensmiddelen1 die moeten worden opgedaan1 de gemakkelijke toegankelijkheid1 de gewoonten der souvereine1 de verdeeling der entrepots1 huizen1 straten en stegen 7die in zekeren zin reeds vaststaat1 omdat ze organisch de beste is17 en nog verscheidene andere problemen1 te veel om op te noemen1 in aanmerking nemen4 ,de vorm der korven1 die de mensch den bijen aanbiedt1 is uiterst verschillend1 van af den hollen boom of den langwerpig steenen pot1 die nog in ,afrika en ,azi in gebruik is1 tot den klassieken strooien korf1 dien men tusschen een groep zonnebloemen1 phloxen en malven1 onder de vensters of in den moestuin van de meeste onzer boerderijen ziet staan1 en verder tot aan de formeele machines van het tegenwoordig mobielstelsel1 waarin somtijds meer dan honderdvijftig kilogrammen honing zijn opgehoopt in drie of vier verdiepingen van boven elkander geplaatste honingtafels1 omgeven door een kastje of trommel1 waardoor men ze er uit kan nemen1 ze hanteeren1 den oogst er uit verwijderen door de middelpuntvliedende kracht met behulp van een raderwerk1 en ze weer op hun plaats zetten1 precies als een boek in een goed geordende bibliotheek4 ,een gril des menschen of de nijverheid brengt op zekeren dag den volgzamen zwerm in de eene of andere soort dezer verbijsterende woningen4 ,aan de kleine bij dan de taak zich daar op haar plaats te vinden1 zich te orinteeren1 plannen te wijzigen die de macht der dingen om zoo te zeggen onveranderlijk maakte1 in deze ongewone ruimte de plaatsing vast te stellen van de wintermagazijnen1 die moeten blijven binnen het bereik van de warmte-zone welke door het half verdoofde volkje wordt ontwikkeld2 aan haar de taak te overzien op welk punt de raten van het broedsel moeten komen1 wier plaatsing op straffe van onheil bijna onveranderlijk dezelfde moet zijn1 noch te hoog1 noch te laag1 noch te dicht bij1 noch te ver van de deur4 ,ze komt b4v4 uit den stam van een omgevallen boom1 die enkel n lange1 horizontale1 nauwe en ineengedrongen galerij uitmaakte1 en hier bevindt ze zich in een gebouw zoo hoog als een toren en welks dak zich in de duisternis verliest4 ,of wel om nog beter door te dringen tot hare 't meest voorkomende verbazing1 sedert eeuwen was ze gewend onder den strooien koepel onzer dorps-korven te wonen1 en daar brengt men haar nu in een soort van groote kast of kist1 drie a vier maal grooter dan haar geboorte-huis en te midden van een warboel van raampjes boven elkaar opgehangen nu eens parallel1 dan weer loodrecht op den ingang1 en die een heele stellage vormen1 waardoor geen der wanden harer woning meer te herkennen is4 ,,iii4 ,maar dat doet er alles niets toe1 er is nog geen voorbeeld van1 dat ooit een zwerm geweigerd heeft zich aan 't werk te zetten1 of zich heeft laten ontmoedigen en uit het veld slaan door de buitengewone omstandigheden1 mits de woning1 die men haar aanbood1 maar niet was doortrokken van leelijke luchtjes of werkelijk onbewoonbaar was4 ,en zelfs in dat geval is er nog geen sprake van moedeloosheid1 verslagenheid of plicht-verzaking4 ,dan verlaten ze eenvoudig het ongastvrij verblijf om iets verder hun fortuin te beproeven4 ,en men kan evenmin zeggen1 dat men er ooit in geslaagd is hen een of ander kinderachtige of onlogische bezigheid te doen verrichten4 ,men heeft nog nooit geconstateerd1 dat de bijen het hoofd verloren1 of dat ze1 als ze niet wisten welke partij te kiezen1 zoo maar op goed geluk woest en onregelmatig gingen bouwen4 ,breng ze in een bol1 een kubus1 een pyramide1 een ovalen of veelhoekigen korf1 een cylinder of een spiraal1 bezoek hen1 indien ze de woning hebben betrokken eenige dagen later1 en ge zult zien dat deze zonderlinge massa van kleine onafhankelijke intelligenties ommiddellijk tot overeenstemming is weten te komen en zonder aarzeling1 volgens een methode1 welker principes onwankelbaar vast schijnen te staan1 maar welker gevolgen leven bezitten1 de gunstigste en dikwijls eenig bruikbare plaats van de zonderlinge woonplaats wisten te kiezen4 ,heeft men ze in een dier groote boog-korven geplaatst waarvan we zooeven spraken1 dan houden ze alleen rekening met die boogjes in zoover deze hun een uitgangspunt of gemakkelijke steunpunten voor hunne raten verschaffen1 en 't is zeer natuurlijk1 dat ze zich om de wenschen en bedoelingen des menschen niet bekommeren4 ,maar als de bijenhouder er voor gezorgd heeft bij enkele het bovenste plankje te voorzien van een klein randje was1 dan begrijpen ze onmiddellijk welke voordeelen hun worden aangeboden door dit bij wijze van lokaas aangebracht werk2 ze zullen dat randje voorzichtig wat uittrekken en door hun eigen was er aan vast te soldeeren1 de raat methodisch volgens het aangegeven plan voortbouwen4 ,zoo zullen ze ook--en dat geval is niet zeldzaam in onze tegenwoordige bijenteelt--indien alle boogjes van den korf waarin men den zwerm heeft opgevangen van boven tot beneden zijn voorzien van kunstraat1 hun tijd niet verliezen met daarnaast of daar doorheen te bouwen en onnoodigen honing te produceeren1 maar nu ze het werk reeds halfweg gereed vinden1 stellen ze zich er mee tevreden ieder der cellen1 die in de kunstraat is aangegeven1 dieper en langer te maken1 indien 't noodig is de plaatsen verbeterend waar de wastafel van de streng vertikale lijn afwijkt2 zoodoende komen ze in minder dan een week in 't bezit van een even weelderige en even goed gebouwde stad1 als die zij hebben verlaten1 terwijl ze indien ze aan zichzelf waren overgelaten twee of drie maanden hadden noodig gehad om dezelfde massa magazijnen en huizen van witte was te bouwen4 ,,iv4 ,het heeft er wel den schijn van alsof dit vermogen van zich aan te passen de grenzen van het instinkt verre te buiten gaat4 ,overigens is niets zoo willekeurig als deze onderscheiding tusschen het instinkt en het eigenlijk gezegd verstand4 ,sir ,john ,lubbock1 die zulke persoonlijke en zoo merkwaardige waarnemingen heeft gedaan met de mieren1 wespen en bijen1 is zeer geneigd1 misschien door een onbewuste en eenigszins onrechtvaardige voorliefde voor de mieren1 die hij meer speciaal heeft waargenomen1--want ieder waarnemer wil1 dat het insekt hetwelk hij bestudeert verstandiger of merkwaardiger is dan de overige1 en 't is goed op zijne hoede te zijn tegen dit kleine zwak van onze eigenliefde1--sir ,john ,lubbock1 zeg ik1 is zeer geneigd aan de bij alle onderscheidingsvermogen en alle overleg te ontzeggen1 zoodra ze komt buiten de routine van haar gewone werk4 ,als bewijs geeft hij een proef1 die ieder gemakkelijk kan nadoen4 ,breng in een karaf een half dozijn vliegen en een half dozijn bijen en keer dan de karaf1 als ze horizontaal ligt1 met den onderkant naar het raam van de kamer4 ,de bijen zullen uren lang1 tot ze van vermoeienis en uitputting sterven1 voortgaan met een uitgang te zoeken door den bodem van het glas1 terwijl de vliegen binnen de twee minuten alle aan den tegenovergestelden kant door den hals er uit zijn gekomen4 ,daaruit besluit sir ,john ,lubbock1 dat het verstand der bij uiterst beperkt is en dat de vlieg veel meer handigheid heeft om zich uit een moeielijkheid te redden en haar weg terug te vinden4 ,deze gevolgtrekking komt me echter niet geheel onberispelijk voor4 ,keer twintigmaal zoo ge wilt beurtelings den bodem en den hals van den doorschijnenden bol naar het licht en twintigmalen achtereen zullen de bijen zich tegelijk daarmee omkeeren naar het licht toe4 ,wat bij de proef van den ,engelschen geleerde hun ongeluk is1 dat is hun liefde voor het licht1 en dat is hun verstand tevens4 ,klaarblijkelijk verbeelden ze zich1 dat in iedere gevangenis de bevrijding moet komen van den kant waar het 't lichtst is1 ze handelen in overeenstemming daarmee en volharden in het al te logisch handelen4 ,ze hebben nog nooit kennis genomen van dat bovennatuurlijk mysterie1 dat het glas voor hen is1 van deze plotseling ondoordringbaar geworden atmosfeer1 die in de natuur niet voorkomt2 en deze hinderpaal en dit mysterie moeten hun des te ongeoorloofder en des te onbegrijpelijker voorkomen1 hoe verstandiger ze zijn4 ,de domme vliegen daarentegen1 die zich niet om logica1 om den drang naar het licht en het raadsel van het kristal bekommeren1 wentelen op goed geluk in den bol rond en1 hier genietende van het gunstig gesternte der onnoozelen1 die somtijds een uitweg vinden waar de wijzeren ondergaan1 komen ze ten slotte noodzakelijk bij den goeden hals terecht1 die hen bevrijdt4 ,v4 ,dezelfde natuuronderzoeker geeft een ander bewijs van hun gebrek aan verstand en vindt dat in de volgende bladzijde van den grooten ,amerikaanschen bijenkenner1 den eerwaardigen en vaderlijken ,langstroth4 ,daar de vlieg1 zegt ,langstroth1 niet bestemd is te leven van bloemen maar van stoffen1 waarin ze gemakkelijk zou kunnen verdrinken1 gaat ze omzichtig op den rand van de voorwerpen zitten1 die een vloeibaar voedsel bevatten en zoo put ze voorzichtig daaruit2 terwijl de arme bij er zich hals over kop inwerpt en er weldra in sterft4 ,het rampzalig lot hunner zusteren houdt de anderen ook geen oogenblik terug1 wanneer zij op hunne beurt in de nabijheid van het lokaas komen1 want ze gaan als onzinnigen op de lijken en de stervenden zitten1 om hun treurig lot te deelen4 ,niemand kan zich een voorstelling maken van den omvang hunner dwaasheid1 die niet den winkel van een banketbakker heeft belegerd gezien door myriaden hongerige bijen4 ,ik heb er duizenden uit de stropen zien halen1 waarin ze waren verdronken1 duizenden op de kokende suiker zien vliegen1 terwijl de grond was bedekt en de ramen verduisterd door bijen1 sommigen zich voortsleepend1 andere vliegend1 en nog andere zoo totaal vastgekleefd1 dat ze konden kruipen noch vliegen2 er was er niet n op de tien in staat de moeielijk verworven buit huiswaarts te dragen1 en toch was de lucht vol van nieuwe legioenen aankomenden1 die even onverstandig waren4 ,dat is geen deugdelijker bewijs dan voor een bovenmenschelijken waarnemer1 die de grenzen van ons verstand zou willen bepalen1 het gezicht zou zijn van de verwoestingen door den alcohol of op een slagveld aangericht4 ,misschien nog in mindere mate4 ,de positie van de bij is1 wanneer men die met de onze vergelijkt1 zeer vreemd in deze wereld4 ,ze is daarin geplaatst om er te leven in de onbewuste en onverschillige natuur1 en niet naast een heel buitengewoon wezen1 dat om haar heen de meest vaste wetten onderst boven gooit en grootsche1 onbegrijpelijke natuurverschijnselen schept4 ,in de gewone orde van zaken1 in het eentonig bestaan van het geboorte-woud1 zou de verdwaasdheid door ,langstroth beschreven enkel mogelijk zijn indien eenig toeval een korf vol honing deed breken4 ,maar dan zouden daar noch doodelijke vensters1 noch kokende suiker1 noch al te dikke stropen zijn1 en bij gevolg weinig dooden en geen andere gevaren dan die welke ieder dier loopt bij het vervolgen van zijne prooi4 ,zouden wij beter dan zij onze koelbloedigheid bewaren1 indien een onverwachts opduikende macht bij iedere schrede onze rede in verzoeking bracht8 't ,is dus zeer moeielijk voor ons een oordeel te vellen over de bijen1 die wij zelven dol maken en wier verstand er niet op is ingericht onze lagen te doorzien2 zoo min als het onze er op is ingericht die van een hooger maar niettemin bestaanbaar wezen te verijdelen4 ,daar we hier niets kennen1 dat over ons heerschappij voert1 trekken we daaruit het besluit1 dat wij op onze aarde het hoogtepunt van het leven innemen2 maar alles in alles gerekend1 is dat niet onbetwistbaar4 ,ik eisch van niemand te gelooven1 dat wij1 wanneer we buitensporige of slechte dingen doen1 in de strikken vallen van een hooger wezen1 maar onwaarschijnlijk is het niet1 dat dit eenmaal zal blijken zoo te zijn4 ,van een anderen kant kan men niet redelijkerwijze beweren1 dat de bijen ontbloot zijn van verstand1 omdat ze er nog niet in zijn geslaagd ons te onderscheiden van een grooten aap of een beer1 en ons behandelen zooals ze deze trouwhartige gasten van het oer-woud zouden behandelen4 ,zeker is het1 dat er in ons en om ons heen invloeden en machten zijn1 die onderling evenzeer verschillen1 en die wij evenmin van elkaar kunnen onderscheiden4 ,en ten slotte1 om te eindigen met deze apologie1 waarmee ik eenigszins in het zwak verval1 waarvan ik sir ,john ,lubbock een verwijt maakte1 moet men niet verstandig zijn1 om in staat te zijn tot z groote dwaasheid8 ,zoo gaat het altijd in het nog zoo onzekere domein van het verstand1 dat de meest wankele en de meest wisselvallige toestand is van de materie4 ,onder hetzelfde licht als het verstand valt de hartstocht1 waarvan men niet met zekerheid zou kunnen zeggen of het de walm of de pit is van de vlam4 ,en hier is de hartstocht der bijen edel genoeg om het flikkeren van het verstand te verontschuldigen4 ,wat hen tot deze onvoorzichtigheid drijft1 is niet de dierlijke begeerte zich vol te proppen met honing4 ,dat konden ze naar hartelust doen in de voorraadschuren hunner eigen woning4 ,neem hen maar eens waar en volg hen in geheel overeenkomstige omstandigheden2 zoodra ze hun honingmaag vol hebben zult ge ze naar den korf zien terugkeeren1 hun buit daar afzetten1 en wel dertig maal in een uur den wonderbaren oogst zien verlaten en weer opzoeken4 't ,is hier dus dezelfde begeerte1 die zooveel bewonderenswaardigs tot stand brengt3 het verlangen zooveel als ze maar kunnen van die goede gaven mee te brengen naar het huis hunner zusters en der toekomst4 ,wanneer de dwaasheden der menschen zooveel belangeloosheid tot grond hebben1 geven we daaraan dikwijls een gansch anderen naam4 ,,vi4 ,niettemin moeten wij de geheele waarheid zeggen4 ,naast alle wonderen van hunne nijverheid1 staatkunde en zelfvergetelheid1 zal n ding ons altijd verbazen en onze bewondering in toom houden3 namelijk hunne onverschilligheid voor den dood en het lijden hunner gezellinnen4 ,in het karakter der bij ligt een zonderlinge tegenstrijdigheid4 ,in den korf hebben allen elkaar lief en verleenen elkander hulp4 ,dan zijn ze n als de goede gedachten eener zelfde ziel4 ,kwetst ge er ne1 duizenden zullen zich opofferen om die beleediging te wreken4 ,buiten den korf echter kennen ze elkaar niet4 ,vermink1 verpletter--of liever doe het vooral niet1 't zou noodelooze wreedheid zijn1 want het feit staat vast1--maar enfin laten we eens aannemen1 dat ge op een raat1 die een paar schreden van hunne woning verwijderd is1 tien1 twintig of dertig bijen verplettert1 die uit denzelfden korf zijn gekomen2 en de anderen1 die ge niet hebt aangeraakt1 kijken er niet naar om en gaan kalm voort door middel van hun tong1 even fantastisch gevormd als een ,chineesch wapen1 de vloeistof te putten1 die hun meer waard is dan het leven1 onbekommerd om dien doodstrijd1 aan welks laatste stuiptrekkingen ze rakelings voorbijgaan1 en om de wanhoopskreten1 die rondom hen worden geuit4 ,en als de raat leeg is zullen ze kalm1 om vooral niets verloren te laten gaan en ook nog den honing te verzamelen1 die aan de slachtoffers kleeft1 op de dooden en gewonden gaan zitten1 zonder geroerd te worden door de tegenwoordigheid der eersten1 of er over te denken1 de laatsten te helpen4 ,in dit geval hebben ze dus noch eenige notie van het gevaar dat ze loopen1 de dood toch die rondom hen woedt verontrust hen niet1 noch ook maar het geringste gevoel van solidariteit of medelijden4 ,wat het gevaar betreft is dit zeer verklaarbaar1 de bij kent geen vrees en niets ter wereld jaagt haar vrees aan1 behalve rook4 ,als ze den korf verlaat ademt ze met de lucht tevens lankmoedigheid en toegevendheid in4 ,ze gaat wie haar hindert uit den weg en neemt den schijn aan zelfs het bestaan te ignoreeren van allen1 die haar niet te na komen4 't ,is alsof ze zich bewust is in een heelal te verkeeren1 dat allen toebehoort1 waar ieder recht heeft op zijne plaats1 waar men bescheiden en vreedzaam behoort te zijn4 ,maar onder deze toegevendheid verbergt zich een moed1 die zoo zeker is van zichzelf1 dat hij er niet aan denkt zich naar buiten te openbaren4 ,ze maakt een omweg als iemand haar bedreigt1 maar neemt nooit de vlucht4 ,in den korf echter bepaalt ze zich niet tot dat lijdelijk ignoreeren van het gevaar4 ,met ongehoorde woestheid werpt ze zich op elk levend wezen3 mier1 leeuw of mensch1 die de heilige ark durft aan te tasten4 ,dat kunnen we al naar de gesteldheid onzes geestes1 drift1 domme woede of heldenmoed noemen4 ,maar over dat gebrek aan solidariteit buiten den korf en zelfs aan sympathie in den korf valt er niets te zeggen4 ,moet men gelooven1 dat er zulke onvermoede grenzen bestaan voor ieder soort van verstand en dat het vlammetje1 dat met groote moeite uit een schedel opstijgt1 door de moeizame verbranding van zooveel levenlooze materie heen1 altijd z iets onzekers is1 dat het alleen ten koste van veel andere dingen n enkel ding eenigszins beter kan verlichten8 ,men mag aannemen1 dat de bij1 of de natuur in de bij1 op volmaakter wijze dan ergens elders1 den gemeenschappelijken arbeid1 de vereering en liefde voor de toekomst heeft georganiseerd4 ,is dit de reden waarom ze al het overige uit het oog verliezen8 ,zij hebben lief vr zich uit1 en wij vooral om ons heen4 ,misschien is 't voldoende hier lief te hebben1 om geen liefde meer over te houden voor ginds4 ,niets is wisselender dan de voorwerpen1 waarop onze liefde of ons medelijden zich richt4 ,wij zelven zouden in vroeger tijd ons minder gekwetst hebben gevoeld dan tegenwoordig door deze onverschilligheid der bijen1 en velen uit den ouden tijd zouden er niet over gedacht hebben1 er hun eenig verwijt van te maken4 ,en verder1 kunnen wij inzien1 wat al reden tot verbazing een wezen hebben zou1 dat ons kon waarnemen1 zooals wij de bijen8 ,,vii4 ,om ons nog een juister denkbeeld te vormen van hun verstand1 blijft nog te onderzoeken op welke wijze ze met elkander gemeenschap oefenen4 ,klaarblijkelijk verstaan ze elkaar1 en zou een republiek1 die zooveel leden telt1 en wier arbeid zoo verschillend is en zoo wonderbaarlijk in overeenstemming met elkaar1 niet kunnen bestaan1 indien zooveel duizenden weezens in stilzwijgen en geestelijke afzondering naast elkander leefden4 ,ze moeten dus het vermogen bezitten1 hunne gedachten of gevoelens te uiten1 hetzij door middel van een woordenschat in klanken1 hetzij en dat is waarschijnlijker door middel van een voelbare taal of magnetische intutie1 die misschien in verband staat met zintuigen of met eigenschappen der stof1 die ons totaal onbekend zijn2 een intutie1 die misschien zetelt in die geheimzinnige sprieten1 die de duisternis voelen en begrijpen1 en die volgens de schatting van ,cheshire bij de werkbijen bestaan uit twaalf duizend voel-haren en vijf duizend reukholten4 ,een bewijs1 dat ze niet alleen overleg plegen met elkaar omtrent hun gewonen arbeid1 maar dat het buitengewone even goed een naam en een plaats heeft in hun taal1 is de wijze waarop een of ander bericht1 goed of ongunstig1 gewoon of bovennatuurlijk1 in den korf wordt verbreid2 het verlies of de terugkomst hunner moeder1 de val van een raat1 de komst van een vijand1 het indringen van een vreemde koningin1 de nadering van een bende roovers1 de ontdekking van een schat1 enz4 ,bij ieder dezer gebeurtenissen zijn de houding en de geluiden der bijen z verschillend en z karakteristiek1 dat een ervaren bijenhouder vrij gemakkelijk raadt1 wat daar in de duisternis bij de verontruste menigte voorvalt4 ,wilt ge een duidelijk bewijs1 neem dan eens eene bij waar1 die op het kozijn van uw raam of een hoekje van uw tafel eenige droppels honing vindt1 welke daar gemorst zijn4 ,dadelijk zal ze zich z begeerig daarmee volproppen1 dat ge op uw gemak en zonder gevaar haar af te leiden1 haar lijfje door een klein vlekje verf kunt merken4 ,maar deze gulzigheid is slechts schijnbaar4 ,die honing komt niet in de eigenlijke maag1 in wat men haar persoonlijke maag zou kunnen noemen2 hij blijft in de honingblaas1 de voormaag1 die om zoo te zeggen de maag is van de gemeenschap4 ,zoodra dit vaatje is gevuld1 verwijdert zich de bij1 maar niet in eens en niet woest1 zooals een vlinder of een vlieg doen zou4 ,ge ziet haar integendeel eenige oogenblikken achteruit vliegen en met alle attentie in het vensterkozijn of rondom uwe tafel heen en weer gaan met het gelaat naar uw kamer gekeerd4 ,ze verkent de plaats en neemt opmerkzaam de juiste ligging van den schat in haar geheugen op4 ,dan begeeft ze zich naar den korf1 zet daar haar buit af in een der cellen van de voorraadschuur1 om drie of vier minuten later terug te keeren en een nieuw vrachtje te halen van dat goedgunstige venster4 ,alle vijf minuten zoolang er nog honing is1 tot aan den avond toe als het moet1 doet ze geregeld deze reisjes van het raam naar den korf en van den korf naar het raam4 ,,viii4 ,ik wil de waarheid niet opsieren1 zooals veel schrijvers over de bijen wl deden4 ,opmerkingen van dezen aard zijn slechts dan belangrijk als ze volkomen waar zijn4 ,indien ik had waargenomen1 dat de bijen niet in staat zijn elkaar een uitwendige gebeurtenis mee te deelen1 dan zou ik dunkt me tegenover deze kleine teleurstelling met eenig genoegen weer op nieuw constateeren1 dat ten slotte de mensch toch het eenige waarlijk intelligente wezen is1 dat onzen aardbol bewoont4 ,en dan nog1 als men op een zeker punt van zijn leven gekomen is1 gevoelt men meer voor het meedeelen van dingen die waar1 dan die frappant zijn4 ,ook hier zoo goed als in andere gevallen behoort men zich te houden aan het principe1 dat zoo de naakte waarheid voor het oogenblik minder grootsch1 minder edel of minder interessant lijkt dan de opsiering1 welke onze verbeelding daaraan kon toevoegen1 de schuld daarvan ligt aan ons1 die nog niet weten te onderscheiden in welk een altijd opmerkelijk verband ze moet staan tot ons ware wezen1 dat we nog niet kennen1 en tot de wetten van het heelal2 en in dit geval is het niet de waarheid1 maar ons verstand1 dat behoefte heeft aan vergrooting en veredeling4 ,ik wil dus bekennen1 dat de gemerkte bijen dikwijls alleen terugkeeren4 ,waarschijnlijk bestaat bij hen hetzelfde verschil in karakter als bij de menschen1 en zijn er onder hen gesloten en babbelachtige naturen4 ,iemand1 die mijn proefnemingen bijwoonde1 beweerde dat klaarblijkelijk zelfzucht of ijdelheid de reden is waarom velen niet graag de bron van hun rijkdom willen bekend maken of met een hunner zusteren den roem deelen van een werk1 dat de korf wel wonderbaarlijk moet vinden4 ,dat zijn heel leelijke ondeugden1 die niet den aangenamen geur van openhartigheid en frischheid ademen van het huis der duizend zusteren4 ,hoe dit ook zij1 het komt ook dikwijls voor1 dat de door het lot begunstigde bij naar den honing terugkomt vergezeld van twee of drie mede-arbeidsters4 ,ik weet1 dat sir ,john ,lubbock in het bijvoegsel van zijn werk over mieren1 bijen en wespen1 lange en nauwkeurige observatie-tabellen geeft1 waaruit men kan opmaken1 dat bijna nooit eene andere bij de gids volgt4 't ,is mij onbekend met welk soort van bijen de geleerde natuuronderzoeker te doen had1 of dat de omstandigheden bijzonder ongunstig waren4 ,doch als ik zelf mijn eigen tabellen raadpleeg1 die met zorg zijn opgemaakt nadat ik alle mogelijke maatregelen genomen had1 dat de bijen niet direkt door den geur van den honing konden worden aangelokt1 dan zie ik1 dat gemiddeld vier keer op de tien de gemerkte bij wel andere meebracht4 ,eens zelfs heb ik een heel bijzonder ,italiaansch bijtje gehad1 wier lijfje ik met een blauw vlekje gemerkt had4 ,al dadelijk bij haar tweeden tocht kwam ze met twee harer zusters4 ,ik sloot deze beiden op en liet haar ongemoeid4 ,ze ging weer heen1 en kwam terug met drie gezellinnen1 die ik weer opsloot1 en zoo steeds door tot op het eind van den middag toen ik1 mijne gevangenen tellende1 constateerde1 dat ze het nieuws aan achttien bijen had meegedeeld4 ,in 't kort1 indien ge dezelfde proeven neemt1 zult ge bevinden1 dat zulk een mededeelzaamheid zoo al niet geregeld1 dan toch op zijn minst herhaaldelijk voorkomt4 ,deze eigenschap is z bekend bij de bijen-verzamelaars in ,amerika1 dat ze er partij van trekken om een nest te ontdekken4 ,ze kiezen1 zegt ,josiah ,itmery 7aangehaald bij ,romanus in zijn werk ,het verstand der ,dieren deel ,i1 bl4 #aag7 ze kiezen om hunne operaties te beginnen1 een veld of een bosch1 dat ver van eenige kolonie van tamme bijen af ligt4 ,op het terrein aangekomen zien ze uit naar bijen1 die aan 't inzamelen zijn op de bloemen1 vangen ze en sluiten ze op in een doos met honing2 als ze verzadigd zijn1 laten zij ze vliegen4 ,dan volgt een oogenblik van afwachting1 waarvan de lengte afhangt van den afstand waarop de boom met bijen zich bevindt2 en met wat geduld krijgt de jager ten slotte altijd zijn bijen weer in 't oog1 die terugkomen in gezelschap van verscheidene andere4 ,even als den eersten keer maakt hij zich van hen meester1 trakteert hen en laat hen los ieder naar een ander punt1 waarbij hij zorg draagt1 de richting die zij nemen goed in het oog te houden2 het punt waar ze allen schijnen samen te komen1 wijst hem ten naasten bij de plaats van het nest aan4 ,,ix4 ,bij uwe waarneming zult ge ook bemerken1 dat de vriendinnen1 die aan de oproeping voor dit buitenkansje gehoor geven1 niet altijd in gezelschap vliegen en dat er dikwijls een tusschenpooze van verscheidene seconden ligt tusschen de komst van de eene en die der andere4 ,we moeten dus wat dit vermogen van mededeelen betreft1 de vraag stellen1 die sir ,john ,lubbock heeft opgelost met betrekking tot de mieren4 ,wat doen de gezellinnen1 die op den schat van de eerste bij afkomen1 enkel haar volgen of wel kunnen ze door haar hierheen gezonden zijn en hem zelf vinden door hare aanwijzingen en de door haar gegeven plaatsbeschrijving8 't ,is duidelijk1 dat dit een enorm onderscheid maakt wat den omvang en het werk van het verstand betreft4 ,de ,engelsche geleerde heeft met behulp van een zeer ingewikkelde en vernuftige inrichting van bruggetjes1 gangen1 slootjes met water en gierponten1 uitgemaakt1 dat in zulke gevallen de mieren eenvoudig het spoor volgden van hun wegwijzer4 ,deze proeven waren uitvoerbaar met mieren1 die men kan dwingen te gaan waarheen men wil1 maar voor de bij met hare vleugels staan alle wegen open4 ,men zou dus eenig ander middel moeten bedenken4 ,ik wil er een noemen1 waarvan ik gebruik heb gemaakt1 en dat wel geen overtuigende resultaten heeft opgeleverd1 maar dat als het wat beter werd ingericht en onder gunstiger omstandigheden naar mijn oordeel1 voldoende zekerheid zou geven4 ,mijn studeerkamer op mijn buiten ligt op de eerste verdieping1 terwijl de gelijkvloersche vertrekken zelf reeds vrij hoog liggen4 ,behalve in den tijd wanneer de linde- en kastanje-boomen in bloei staan1 zijn de bijen z weinig gewend zoo hoog te vliegen1 dat ik langer dan een week vr mijne waarneming op mijn tafel een open honingraat had laten staan1 7d4i4 eene waarvan de cellen open zijn7 zonder dat ook maar een enkele bij door den geur was aangelokt en er een bezoek aan kwam brengen4 ,toen nam ik een ,italiaansche bij uit een observatie-korf1 die op eenigen afstand van mijn huis stond4 ,ik nam die mee naar mijn kamer1 zette haar op de honingraat en merkte haar terwijl ze zich te goed deed4 ,toen ze verzadigd was1 vloog ze terug naar den korf en daar ik haar gevolgd was1 zag ik dat ze haastig over de menigte heenliep1 haar kopje in een ledige cel stak1 haar honing afzette en zich gereedmaakte te vertrekken4 ,ik loerde op haar en greep haar toen ze weer aan den ingang verscheen4 ,twintig malen aaneen herhaalde ik de proef met verschillende bijen1 terwijl ik telkens de aangelokte bij achterhield1 zoodat de anderen haar spoor niet konden volgen4 ,om het gemakkelijk te kunnen doen1 had ik voor den ingang van den korf een doos geplaatst1 die door een schuif in twee afdeelingen was verdeeld4 ,als de gemerkte bij er alleen uitkwam1 sloot ik haar enkel op zooals ik met de eerste had gedaan en ging op mijne kamer zitten wachten op de komst der honingdraagsters1 aan wie ze de tijding had kunnen meedeelen4 ,als ze er uitkwam met een of twee bijen1 dan hield ik haar gevangen in liet eerste vakje van de doos om haar van hare vriendinnen te scheiden1 en nadat ik die met een andere kleur gemerkt had1 gaf ik hun de vrijheid doch volgde hen met mijne oogen4 't ,is duidelijk1 dat indien er een mondelinge of magnetische mededeeling had plaats gehad1 een beschrijving van de plaats1 een methode om zich te orinteeren1 enz41 ik in mijn kamer een zeker aantal der aldus ingelichte bijen had moeten vinden4 ,ik moet erkennen1 dat ik er maar n zag komen4 ,volgde deze de aanwijzingen1 die ze in den korf gekregen had1 of was het louter toeval8 ,de waarneming was onvolledig1 maar de omstandigheden lieten niet toe1 dat ik ze voortzette4 ,ik liet de aangelokte bijen weer los1 en weldra was mijn studeerkamer overstroomd door de gonzende menigte1 aan wie zij volgens hun gewone methode1 den weg naar den schat hadden gewezen4#a #a ,ik heb de proefneming hervat in de eerste zonnige dagen van deze ongunstige lente4 ,ze heeft weer hetzelfde negatieve resultaat opgeleverd4 ,van een anderen kant schrijft mij een ymker onder mijne vrienden1 die zeer knap en zeer eerlijk zijne waarnemingen doet1 en wien ik dit probleem had voorgelegd1 dat hij langs denzelfden weg vier onweerlegbare bewijzen voor mededeelingen gekregen heeft4 ,het feit vereischt nog nader bevestiging en de kwestie is nog niet opgelost4 ,maar ik ben overtuigd1 dat mijn vriend zich door zijn zeer begrijpelijk verlangen1 de proef te zien gelukken1 op een dwaalspoor heeft laten brengen4 ,x4 ,zonder eenige gevolgtrekking te maken uit de zeer onvolledige proefneming1 zijn er toch verscheidene andere merkwaardige feiten1 die ons noodzaken te erkennen1 dat ze een geestelijk rapport met elkaar onderhouden1 dat meer beduidt dan een ja of neen of eenvoudig zou bestaan in een gebaar of in een voorbeeld ter navolging4 ,men zou o4a4 kunnen noemen de treffende harmonie van den arbeid in den korf1 de merkwaardige verdeeling van arbeid1 de geregelde afwisseling1 die men er in aantreft4 ,ik heb b4v4 dikwijls geconstateerd1 dat de honingdraagsters1 die ik 's morgens gemerkt had1 's middags--tenzij er overvloed van bloemen was--bezig waren met het verwarmen of afkoelen van het broedsel2 of wel ik ontdekte ze tusschen de menigte1 welke die geheimzinnige kettingen vormen1 te midden waarvan de waswerksters en de bouwbijen arbeiden4 ,ik heb ook opgelet1 dat de werksters1 die ik gedurende n of twee dagen stuifmeel zag inzamelen1 het den volgenden dag niet meebrachten doch uitsluitend op honingsap uitgingen1 en zoo omgekeerd4 ,ook kan men ten opzichte van de verdeeling van arbeid nog aanhalen1 wat de beroemde ,fransche bijenkenner ,george de ,layens de verdeeling der bijen over de honingdragende planten noemt4 ,iederen dag1 dadelijk bij het eerste lichten der zon1 hoort de ontwakende korf1 bij de terugkomst van de boden1 die den dageraad tegenvlogen1 de gunstige berichten omtrent den bodem3 ,heden de linden langs de gracht in bloei1 --de witte klaver schittert in het gras langs den weg1--op de weiden ontluiken steenklaver en salie1--de lelies en reseda's vloeien over van stuifmeel4 ,spoedig moeten ze zich organiseeren1 hunne maatregelen nemen1 den arbeid verdeelen4 ,vijf duizend van de sterksten gaan naar de linden1 drie duizend van de jongsten moeten leven brengen op de witte klaver4 ,deze hier smaakten gisteren den nektar der bloemen1 vandaag moeten ze maar1 om aan hun tong en de klieren van hun honingblaas wat rust te gunnen1 het roode stuifmeel der reseda's gaan inzamelen1 en die anderen ginds het gele stuifmeel der groote lelies4 ,want nooit ziet ge een bij stuifmeel van verschillende kleur of soort met elkaar vermengen1 en een der dingen1 waaraan de bijen uit den korf de meeste zorg besteden1 is het methodisch indeelen van het schoone1 geurige meel in de voorraadschuren1 volgens kleuren en soorten4 ,zoo worden de orders gegeven door den verborgen genius4 ,dadelijk gaan de werkbijen uit in lange rijen en ieder hunner vliegt recht op haar doel af4 't ,schijnt wel1 zegt de ,layens1 dat de bijen volkomen goed zijn ingelicht omtrent de localiteit1 den betrekkelijken rijkdom aan honing en den afstand van alle planten1 die binnen een bepaalden kring rondom den korf staan4 ,als men de verschillende richtingen1 die de honingdraagsters inslaan1 zorgvuldig waarneemt1 en dan tot in bijzonderheden den oogst der bijen uit de verschillende planten van den omtrek onderzoekt1 bemerkt men dat de werkbijen zich over de bloemen verdeelen1 zoowel in verhouding tot het aantal der planten als tot hun rijkdom aan honing4 ,nog meer3 ze weten iederen dag op nieuw nauwkeurig de waarde te schatten van de beste zoete vloeistof1 die ze kunnen inzamelen4 ,als de bijen b4v4 in de lente na den bloeitijd der wilgen1 op een tijd dat nog niets op de velden in bloei staat1 geen andere keuze hebben dan de eerste woudbloemen1 dan kan men ze ijverig de anemonen1 het longkruid1 de stekende brem en de viooltjes zien bezoeken4 ,beginnen er enkele dagen daarna genoeg kool- en koolzaadvelden te bloeien1 dan geven ze hunne bezoeken aan de woudbloemen1 die nog in vollen bloei staan1 zoo goed als geheel op1 om zich te wijden aan den bloesem van kool en koolzaad4 ,zoo regelen ze dagelijks hunne verdeeling over de planten1 ten einde in den kortst mogelijken tijd het beste zoete vocht te kunnen inzamelen4 ,men kan dus zeggen1 dat de bijen-kolonie even goed bij hare inzamelingen als binnen in den korf een verstandige indeeling van het aantal werkbijen weet te treffen1 terwijl ze tevens het beginsel van verdeeling van arbeid toepast4 ,,xi4 ,maar1 zal men misschien zeggen1 wat kan het ons schelen of de bijen al of niet verstand bezitten8 ,waartoe dat zorgvuldig wegen van een klein deeltje eener bijna onzichtbare materie1 alsof het een fludum gold waarvan het lot der menschen afhing8 ,zonder overdrijving meen ik1 dat wij er een onwaardeerbaar belang bij hebben4 ,wanneer we buiten de menschenwereld onmiskenbare teekenen van verstand bespeuren1 dan voelen we iets van dezelfde aandoening als ,robinson bij het ontdekken van het voetspoor eens menschen op het strand van zijn eiland4 ,we schijnen minder eenzaam te zijn dan we meenden4 ,wanneer we ons rekenschap trachten te geven van het verstand der bijen1 dan bestudeeren we in hen ten slotte het kostbaarste deel van onze eigen substantie1 een atoom van die buitengewone materie1 die overal waar ze zich vasthecht1 de prachtige eigenschap bezit de blinde noodwendigheid om te scheppen1 het leven te organiseeren1 te verfraaien en te vermenigvuldigen en wat nog meer zegt1 de onverbiddelijke macht des doods en dien redeloozen stroom1 die bijna al wat bestaat in eeuwige onbewustheid dompelt1 voor een tijd althans af te wenden4 ,indien alleen wij een deeltje der materie in dien bijzonderen toestand van ontwikkeling of verhitting dien wij verstand noemen1 bezaten of konden onderhouden1 dan zouden we ons niet zonder grond voor bevoorrechte wezens mogen houden1 en ons verbeelden1 dat de natuur in ons een soort van doel had bereikt2 maar daar zien we een gansche categorie van wezens1 de vliesvleugeligen1 waarin ze een bijna geheel gelijk doel bereikt4 ,dat bewijst niets zoo men wil1 maar niettemin neemt dit feit een eervolle plaats in onder de menigte kleine feiten1 die er toe meewerken licht te verspreiden over onze plaats op deze aarde4 ,van zeker oogpunt bezien hebben wij hier een proef op de som met betrekking tot het meest onberekenbaar deel van ons wezen2 we hebben hier te doen met de lotgevallen van zich opvolgende geslachten1 die wij kunnen overzien van een hooger standpunt dan we ooit bereiken bij de beschouwing van de lotgevallen der menschen4 ,hier hebben we in 't verkort groote en eenvoudige lijnen1 die we in onze zoo oneindig wijder sfeer nooit gelegenheid hebben na te sporen of te volgen4 ,hier hebben we geest en stof1 soort en individu1 evolutie en stilstand1 verleden en toekomst1 leven en dood alles bijeen in een verblijf1 dat door onze hand kan worden opgenomen en dat we met n oogopslag omvatten2 en men mag zich afvragen of de macht door de lichamen uitgeoefend en de plaats welke zij innemen in tijd en ruimte1 wel in zoo groote mate als wij dat meenen de geheime idee der natuur wijzigen1 die wij trachten te vatten in de kleine geschiedenis van den bijenkorf1 waar de dagen zijn als eeuwen en in de groote geschiedenis der menschen1 bij wie drie geslachten reeds den duur eener lange eeuw overschrijden4 ,,xii4 ,laten we nu de geschiedenis van onzen korf weer opvatten1 waar we die hebben laten rusten1 om zooveel doenlijk een der plooien van het gordijn van slingers op te lichten1 waaronder die vreemde uitwaseming begint1 die den zwerm bedekt met dat zweet bijna zoo wit als sneeuw en lichter dan het dons van een vleugel4 ,want het was gelijkt bij zijn ontstaan volstrekt niet op dat1 wat wij kennen3 het is ongerept1 bijna zonder gewicht1 en gelijkt inderdaad de ziel van den honing 7welke zelf de geest is der bloemen7 aangeroepen in een stille bezwering1 om later in onze handen1 ongetwijfeld in herinnering aan zijn oorsprong1 waarbij zooveel azuur1 zooveel geuren1 zooveel gekrystalliseerde ruimte1 gesublimeerde stralen1 reinheid en pracht voorkomen1 tot het geurende licht onzer laatste altaren te worden4 ,,xiii4 't ,is uiterst moeielijk de verschillende phases na te gaan van de afscheiding en het gebruik van het was in een zwerm1 die begint te bouwen4 ,alles gebeurt midden in de massa1 wier steeds dichter en dichter wordende opeenhooping de temperatuur moet verschaffen1 die bevorderlijk is voor deze afscheiding1 het voorrecht der jongste bijen4 ,huber1 die ze het eerst bestudeerd heeft met ongeloofelijk geduld en dikwijls ten koste van ernstige gevaren1 wijdt meer dan tweehonderd vijftig interessante1 maar uiterst verwarde bladzijden aan dit verschijnsel4 ,daar ik geen technisch werk schrijf1 zal ik1 gebruik makende waar het noodig is van hetgeen hij zoo goed heeft waargenomen1 er mij toe bepalen datgene mee te deelen1 wat ieder1 die een zwerm in een observatie-korf heeft1 zien kan4 ,allereerst dan de bekentenis1 dat men nog niet weet door welke chemische bewerking de honing verandert in was in het nog zoo raadselachtig lichaam van onze hangende bijen4 ,men kan alleen constateeren1 dat na verloop van achttien tot vierentwintig uren wachtens1 in zulk een hooge temperatuur1 dat het is alsof er een vlam brandt onder in den korf1 witte en doorschijnende schubjes verschijnen in de opening van vier kleine zakjes1 die ter weerszijden aan het achterlijf van de bij liggen4 ,wanneer de meesten van al diegenen1 die den omgekeerden kegel vormen1 aldus hun lichaam zien belegd met ivoren plaatjes1 ziet men er eensklaps een1 als bezield door een plotselinge ingeving1 zich losmaken uit de menigte1 vlug over de lijdelijke massa heenklimmen tot aan den top van den koepel1 waar ze zich stevig vasthoudt1 telkens met haar kopje de buren wegduwend1 die haar hinderen in hare bewegingen4 ,dan pakt ze met haar pooten en haar mond een der acht schubjes van haar achterlijf1 begint er aan te knagen1 te schaven1 te buigen1 te kneden1 vermengt het met haar speeksel1 vouwt het open en dicht1 drukt het plat en vervormt het weer met de handigheid van een schrijnwerker1 die een of ander paneel bewerkt4 ,als dan eindelijk de aldus geknede substantie naar haar idee de vereischte afmetingen en dichtheid heeft verkregen1 maakt ze die vast tegen den top van den kegel en legt alzoo den eersten steen of liever den sluitsteen van de nieuwe stad2 want hier hebben we te doen met een omgekeerde stad1 die van den hemel neerdaalt en niet van den aardbodem omhoog rijst zooals de steden der menschen4 ,als dat gedaan is1 legt ze tegen dezen sluitsteen1 die daar in het ledig hangt1 andere brokjes was aan1 die ze gaandeweg onder haar hoornen ringen uit haalt2 dan geeft ze aan 't geheel een laatsten lik1 een laatsten duw met de sprieten1 en haastig als ze gekomen is1 gaat ze weer heen en verliest zich in de menigte4 ,onmiddellijk wordt ze vervangen door een andere bij1 die den arbeid opvat op het punt waarin zij dien gelaten had1 er den haren aan toevoegt1 vervormt wat niet geheel in overeenstemming lijkt met het ideale plan van den stam en op hare beurt weer verdwijnt1 terwijl een derde1 vierde1 vijfde haar opvolgen2 een gansche serie van plotselinge1 genspireerde verschijningen1 die geen van allen het geheele werk afmaken1 maar allen hun steentje bijdragen tot den eenparigen arbeid4 ,,xiv4 ,een nog vormeloos klompje was hangt nu tegen den top van het gewelf aan4 ,als het groot genoeg blijkt te zijn1 ziet men uit den tros een andere bij te voorschijn komen1 wier uiterlijk merkbaar verschilt van hare voorgangsters1 die de grondslagen hebben gelegd4 ,als men de zekerheid ziet waarmede zij optreedt1 en de verwachting der haar omringenden1 dan komt men op de gedachte1 dat het een soort van begaafd ingenieur is1 die plotseling daar in het ledig de plaats aanwijst waar de eerste cel moet komen1 van welke die van alle overige mathematisch afhangt4 ,in ieder geval behoort deze tot de klasse der bouwbijen1 die geen was voortbrengen en er zich mee tevreden stellen de materialen1 die men hun verschaft1 aan hunne bestemming te doen beantwoorden4 ,ze kiest dus de plaats van de eerste cel uit en graaft een oogenblik in den klomp1 terwijl ze het was dat ze van binnen uithaalt1 op de kanten werpt1 die zich rondom de holte verheffen4 ,dan laat ze1 even plotseling als de grondlegsters1 haar werk in den steek2 een ongeduldige arbeidster komt haar vervangen en vat haar werk op1 dat weer door een derde wordt voltooid1 terwijl anderen uit hun omgeving naar dezelfde methode van werken1 door de een afgebroken en door de ander voortgezet1 de verdere oppervlakte en de tegenovergestelde zijde van den muur van was ter hand nemen4 ,men zou zoo zeggen1 dat een der eerste wetten van den bijenkorf zorgt voor verdeeling van de eer van het werk1 en dat iedere arbeid er gemeenschappelijk en anoniem moet wezen om daardoor des te broedelijker te zijn4 ,,xv4 ,weldra kan men de wordende raat reeds onderscheiden4 ,ze is nog lensvormig1 want de prismatische tubusjes1 die haar vormen1 zijn ongelijk van lengte en worden van het middelpunt naar de uiteinden regelmatig smaller4 ,op dit oogenblik heeft ze ongeveer het voorkomen en de dikte van een menschelijke tong1 die aan beide kanten bestaat uit zeshoekige1 naast en ruggelings tegen elkaar aan geplaatste cellen4 ,zoodra de eerste cellen gevormd zijn1 maken de grondlegsters een tweeden wasklomp aan het gewelf vast en daarna gaandeweg een derden en vierden4 ,deze klompjes worden met regelmatige tusschenruimten aangebracht1 die z berekend zijn1 dat de bijen1 als de honingraten geheel gereed zijn 7wat eerst veel later het geval is7 altijd de noodige plaats overhouden om zich tusschen de paralelle wanden te bewegen4 ,in hun plan moeten ze dus van te voren de definitieve dikte van iedere raat1 die twee- of drie en twintig millimeter bedraagt1 en tevens de breedte van de gangetjes weten1 die ze van elkaar scheiden en die ongeveer elf millimeter breed moeten zijn1 namelijk de dubbele hoogte van een bij1 daar ze rug aan rug elkaar moeten passeeren tusschen de raten door4 ,bovendien1 onfeilbaar zijn ze niet1 en hun beslistheid blijkt niet iets machinaals te zijns4 ,in moeielijke omstandigheden maken ze soms vrij groote fouten4 ,soms is er f te veel f te weinig ruimte tusschen de raten4 ,dan voorzien ze daarin zoo goed ze kunnen1 't zij door de raat1 die te dicht bij staat1 eenigszins te doen hellen1 't zij door in de te groote ledige ruimte een onregelmatige raat aan te brengen4 ,naar aanleiding hiervan zegt ,raumur3 't ,overkomt hun somtijds1 dat ze zich vergissen1 en dit is blijkbaar een feit te meer om te bewijzen1 dat ze kunnen oordeelen4 ,,xvi4 ,men weet dat de bijen vier soorten van cellen bouwen4 ,ten eerste de koninklijke cellen1 die iets geheel aparts zijn en op eikels gelijken1 dan de groote cellen1 die bestemd zijn voor het grootbrengen der darren en het bergen van de provisie als er buitengewoon veel bloemen zijn1 vervolgens de kleine cellen1 die voor wieg van de werkbijen en voor gewone magazijnen dienen1 en die in een normaal geval ongeveer acht tiende van de bebouwde oppervlakte in den korf beslaan4 ,eindelijk bouwen ze1 om zonder dat het slordig staat de groote met de kleine te verbinden1 een zeker aantal overgangscellen4 ,afgezien van de onvermijdelijke onregelmatigheid dezer laatsten1 zijn de afmetingen van het tweede en derde type z juist berekend1 dat ,raumur1 toen men op het tijdstip der invoering van het tientallig stelsel zocht naar een vaste maat in de natuur1 die zou kunnen dienen als uitgangspunt en als onbetwistbare grondmaat1 de cel der bijen voorsloeg#a4 ,ieder dezer cellen is een zeshoekig buisje1 dat rust op een pyramidale basis1 en elke raat bestaat uit twee laagjes van zulke buisjes1 die zich van de basis naar de tegenovergestelde zijde verheffen1 en wel z1 dat ieder der drie ruiten1 welke de pyramidale basis van een cel aan den rechten kant uitmaken1 tegelijk de eveneens pyramidale basis vormt van drie cellen aan de keerzijde4 ,in deze prismatische buisjes wordt de honing verzameld4 ,om te verhinderen1 dat deze er uitloopt in den tijd van het rijp worden1 wat onvermijdelijk gebeuren moest1 indien ze strikt horizontaal waren1 zooals ze lijken1 zetten de bijen ze eenigszins op1 onder een hoek van vier op vijf graden4 ,bij zijne beschouwing over het merkwaardig geheel van het wonderbare gebouw zegt ,raumur3 ,behalve de besparing aan was1 die het gevolg is van de plaatsing der cellen1 behalve dat door deze regeling de bijen de raat vullen zonder dat er n leeg blijft1 vloeien er nog andere voordeelen uit voort1 wat de stevigheid van het werk betreft4 ,de hoek van den bodem eener cel1 de top van de pyramidale holte1 wordt gesteund door den hoek1 die twee vlakken van den zeshoek eener andere cel met elkaar vormen4 ,de twee driehoeken of verlengingen van de zeshoekige vlakken1 die een der inspringende hoeken vullen van de holte1 welke wordt ingesloten door de drie ruiten1 vormen samen een vlakken hoek aan de zijde waar ze elkaar raken2 ieder dezer hoeken1 die concaaf is binnen in de cel1 steunt aan den kant waar hij convex is een der wanden1 die den zeshoek eener andere cel helpen vormen1 en deze wand1 welke steunt op dien hoek1 is bestand tegen de kracht1 die ze naar buiten zou willen duwen2 zoo worden de hoeken steviger4 ,alle voordelen die men zou kunnen eischen met betrekking tot de stevigheid van iedere cel1 worden haar verschaft door haar eigen vorm en door de wijze waarop ze tegen elkander aangeschikt zijn4 #a ,niet zonder grond verwierp men deze maat4 ,de middellijn der cellen is bewonderenswaardig regelmatig maar ze is1 evenals al wat door een levend organisme wordt voortgebracht1 niet mathematisch onveranderlijk in een zelfden korf4 ,bovendien hebben1 zooals ,maurice ,grard opmerkte1 de verschillende soorten van bijen een verschillenden straal voor hunne cellen1 zoodat de grondmaat verschillend zou zijn volgens den eenen korf of den anderen1 al naar het soort bijen1 dat er in wordt aangetroffen4 ,,xvii4 ,de meetkundigen weten1 zegt ,dr4 ,reid1 dat er slechts drie soorten van figuren zijn1 die men kan nemen1 als men een oppervlak in kleine1 gelijke deelen van regelmatigen vorm en van dezelfde grootte1 zonder tusschenruimten wil verdeden4 ,het zijn de gelijkzijdige driehoek1 het vierkant en de regelmatige zeshoek1 die voor den cellenbouw nog beter is dan de beide andere figuren wat gemakkelijkheid en weerstandsvermogen betreft4 ,en dezen regelmatigen zeshoek hebben nu juist de bijen aangenomen1 alsof ze wisten al wat deze voor heeft4 ,zoo ook bestaat de bodem der cellen uit drie vlakken1 die in n punt samenkomen1 en men heeft aangetoond1 dat deze bouworde een belangrijke besparing aan arbeid en materieel verschaft4 ,verder was het nog de vraag1 te weten onder welken hoek de vlakken elkaar moeten ontmoeten om de grootste besparing te geven1 een probleem van de hoogere wiskunde1 dat door enkele geleerden1 o4a4 ,maclaurin1 is opgelost1 welke oplossing men kan vinden in het verslag van de ,koninklijke ,academie te ,londen#a4 ,welnu1 de aldus vastgestelde hoek stemt overeen met dien1 welke wordt aangetroffen op den bodem der cellen4 #a ,raumur had den beroemden wiskunstenaar ,koenig het volgende probleem voorgelegd3 ,onder alle zeshoekige cellen met pyramidalen bodem die aan te wijzen1 die met het minste materiaal kan gebouwd worden4--,koenig bevond1 dat zulk een cel een bodem had bestaande uit drie ruiten die ieder twee groote hoeken hadden van #aji graden #bf minuten en twee kleine van #gj graden #cb minuten4 ,een ander geleerde1 ,maraldi genaamd1 stelde nadat hij zoo nauwkeurig mogelijk de hoeken had gemeten van de door de bijen gemaakte ruiten1 de grooten vast op #aji graden #bh minuten en de kleinen op #gj graden #cb minuten4 ,tusschen de beide oplossingen was dus slechts een verschil van #b minuten4 ,naar alle waarschijnlijkheid moet de vergissing1 als het er eene is1 eerder aan den kant van ,maraldi zijn dan aan dien der bijen1 want met geen enkel instrument kan men met onfeilbare nauwkeurigheid de hoeken der cellen meten1 die niet scherp genoeg zijn begrensd4 ,een ander mathematicus1 ,cramer1 wien men hetzelfde vraagstuk heeft voorgelegd1 gaf trouwens een oplossing1 welke die van de bijen nog meer nabij komt1 namelijk #aji graden #bh #a_/b minuut voor de grooten1 en #gj graden #ca #a_/b minuut voor de kleinen4 ,maclaurin corrigeert ,koenig en geeft #gj graden #cb minuten en #aji graden #bh minuten4 ,leon ,lalanne1 #aji graden #bh minuten #af seconden en #gj graden #ca minuten #dd seconden4 ,over de besproken questie zie men3 ,maclaurin ,philos-,trans4 of ,londen #agdc4 ,brougham3 ,recherches analytiques et exprimentales sur les alvoles des abeilles4 ,l4 ,lalanne3 ,note sur l',arch4 des abeilles enz4 ,,xviii4 ,natuurlijk geloof ik niet1 dat de bijen deze ingewikkelde berekeningen maken1 maar evenmin geloof ik1 dat het toeval of de loop der dingen deze verrassende resultaten geeft4 ,voor de wespen b4v41 die evenals de bijen raten met zeshoekige cellen vervaardigen1 was het probleem hetzelfde en zij hebben dat op een veel minder vernuftige wijze opgelost4 ,hunne raten hebben slechts ne laag cellen en missen dien gemeenschappelijken bodem1 die tegelijk voor de twee tegenover elkander liggende lagen van de raat der bijen dienst doet4 ,vandaar minder stevigheid1 meer onregelmatigheid en een verlies aan tijd1 materiaal en plaats1 dat men op een vierde van het werk en een derde van de benoodigde ruimte kan schatten4 ,zoo ook bouwen de ,trigonen en de ,meliponen1 echte tamme bijen doch op een lageren trap van beschaving staande1 hunne voor de eitjes bestemde cellen maar op n rij1 en stutten hunne horizontaal en boven elkander geplaatste raten door vormelooze en kostbare was-pilaren4 ,wat hunne voor de provisie bestemde cellen betreft1 dat zijn groote zakken1 die ordeloos naast elkaar staan1 en daar waar ze elkaar zouden kunnen snijden en bijgevolg de besparing aan materiaal en ruimte1 waarvan de bijen gebruik maken1 in praktijk konden brengen1 lasschen de ,meliponen1 zonder op het denkbeeld van deze zuinigheid te komen1 tusschen al die ronde1 cellen met vlakke wanden in4 ,vergelijkt men dan ook een hunner nesten met de mathematische stad onzer honingbijen1 dan meent men een gehucht met primitieve hutjes te zien naast een onzer onberispelijk regelmatige steden1 welke het logisch1 zij het dan ook niet zeer bevallig1 resultaat zijn van het genie van den mensch1 die den strijd tegen tijd1 plaats en materie nog veel scherper heeft aangebonden dan vroeger4 ,,xix4 ,de gangbare theorie1 die bovendien door ,buffon weer werd opgewarmd1 beweert1 dat de bijen volstrekt geen plan hebben zeshoeken met pyramidale basis te maken1 dat ze eenvoudig ronde cellen in de was willen graven1 maar dat1 daar hunne buurvrouwen1 die aan de keerzijde van de raat werken1 tegelijkertijd aan het graven zijn met dezelfde bedoelingen1 de punten waar de cellen elkaar raken noodwendig een zeshoekigen vorm aannemen4 ,datzelfde1 voegt men er bij1 is het geval met de kristallen1 met de schubben van sommige visschen1 met zeepbellen1 enz42 datzelfde gebeurt ook in de volgende proef1 die ,buffon voorslaat4 ,vul1 zegt hij1 een of ander pannetje met erwten of andere ronde korrels en sluit het stevig dicht1 nadat ge er zooveel water in hebt gegoten1 als de tusschenruimten tusschen de korrels kunnen bevatten2 laat dit water koken en al deze cylinders worden lichamen met zes vlakken4 ,de oorzaak hiervan1 die van zuiver mechanischen aard is1 is duidelijk3 ieder korreltje1 dat een ronden vorm heeft1 tracht bij het zwellen eene zoo groot mogelijke plaats in te nemen in een gegeven ruimte2 noodzakelijk moeten ze dus alle door de wederkeerige drukking zeshoekig worden4 ,ook iedere bij tracht een zoo ruim mogelijke plaats in te nemen in een gegeven ruimte2 zoo moeten dus eveneens1 daar het lichaam der bijen cylindrisch is1 hunne cellen zeshoekig worden om diezelfde reden1 de wederzijdsche belemmeringen4 ,,xx4 ,dat zijn nu eens wederzijdsche belemmeringen die een wonder voortbrengen1 evenals de ondeugden der menschen om dezelfde reden een algemeene deugd ten gevolge hebben1 voldoende om te maken dat het menschenras1 dikwijls zoo verfoeielijk in de individuen1 het toch niet is in zijn geheel4 ,men kan al dadelijk er tegen in brengen1 wat ,broughman1 ,kirby en ,spence1 en andere geleerden dan ook gedaan hebben1 dat de proef met de erwten en de zeepbellen niets bewijst2 want in beide gevallen loopt die drukking uit op zeer onregelmatige vormen en verklaart de reden van bestaan van den prismatischen bodem der cellen nog niet4 ,bovenal zou men kunnen antwoorden1 dat er meer dan ne wijze is om partij te trekken van de blinde noodzakelijkheid1 dat de kartonwesp1 de harige hommel1 de meliponen en trigonen van ,mexico en ,brazili1 al zijn de omstandigheden en het doel dezelfde1 tot gansch andere en onvergelijkelijk inferieure resultaten komen4 ,men zou er nog aan toe kunnen voegen dat1 zoo de cellen der bijen al gehoorzamen aan de wet der kristallen1 der sneeuw1 der zeepbellen en der gekookte erwten van ,buffon1 ze tevens door hunne algemeene symmetrie1 door hunne plaatsing ter weerszijden1 door hunne nauwkeurig berekende helling enz41 in overeenstemming zijn met verscheidene andere wetten1 die in de stof niet voorkomen4 ,men zou er nog bij kunnen voegen1 dat het genie van den mensch ook voor een gedeelte bestaat uit de wijze1 waarop hij partij weet te trekken van dergelijke noodzakelijkheden1 en dat wanneer deze wijze ons de best mogelijke lijkt1 dit is omdat wij geen rechters boven ons hebben4 ,maar 't is maar goed1 dat al die redeneeringen van nul en geener waarde zijn bij de feiten zelf2 en om een bezwaar tegen een proef uit den weg te ruimen1 is niets zoo dienstig als een andere proef4 ,om er mij van te vergewissen1 dat de zeshoekige bouw werkelijk in den geest van de bij stond opgeteekend1 heb ik eens midden uit een raat1 op een plaats waar zoowel broedsel was als volle honingcellen1 een schijf ter grootte van een gulden uitgesneden en weggenomen4 ,vervolgens sneed ik dit stuk midden door langs zijne doorsnede dus volgens de dikte van zijn omtrek1 op het punt waar de pyramidale grondvlakken der cellen bijeenkwamen1 en legde op de grondvlakken van een der aldus verkregen stukken een tinnen plaatje van dezelfde afmeting en zoo stevig1 dat de bijen het niet konden vervormen of verbuigen4 ,toen legde ik dit stuk1 voorzien van het ronde metalen plaatje1 op de plaats vanwaar ik het genomen had4 ,een der kanten van de raat had dus volstrekt niets abnormaals1 daar de schade aldus was hersteld1 maar aan den anderen kant zag men een groot gat1 waarvan de bodem bestond uit het metalen plaatje en dat de plaats van een dertig cellen innam4 ,eerst waren de bijen geheel uit het veld geslagen2 in massa kwamen ze dien onmogelijken afgrond onderzoeken en bestudeeren1 en gedurende verscheidene dagen bewogen ze er zich druk om heen en beraadslaagden zonder tot eenig besluit te komen4 ,maar daar ik ze iederen avond rijkelijk voedde1 kwam er een oogenblik1 dat ze geen cellen meer beschikbaar hadden om er hun voorraad in te verzamelen4 ,waarschijnlijk kregen de groote ingenieurs1 de bouwbijen en de wasvervaardigsters de opdracht partij te trekken van dien nutteloozen afgrond4 ,een dichte slinger van waswerksters hing zich daar om heen ten einde de noodige warmte te verkrijgen1 andere bijen daalden in het gat af en begonnen met het metalen schijfje goed vast te maken1 met behulp van kleine staafjes was1 die op gelijke afstanden op den omtrek werden bevestigd1 en vastgemaakt aan de hoeken van de omringende cellen4 ,toen ondernamen ze het bouwen van drie of vier cellen in den bovensten halven cirkel van het plaatje door ze aan de wassen staafjes vast te maken4 ,ieder dezer overgangscellen was van boven min of meer misvormd om zich aan te sluiten aan de aangrenzende cel van de raat1 maar hare onderhelft toekende steeds op het tin drie zeer duidelijke hoeken af1 waaruit reeds drie rechte lijntjes te voorschijn kwamen1 die zeer regelmatig de eerste helft van de volgende cel schetsten4 ,na verloop van acht en veertig uur was de gansche oppervlakte van het tin1 hoewel er maar drie of op zijn hoogst vier bijen tegelijk konden werken in de opening1 bedekt met cellen4 ,deze waren beslist minder regelmatig dan die van een gewone raat2 wijselijk weigerde dan ook de koningin1 nadat zij ze doorloopen had1 daarin hare eieren te leggen1 want er zou niet dan een verminkt geslacht uit te voorschijn zijn gekomen4 ,doch ze waren alle volkomen zeshoekig2 men zag er geen enkele gebogen lijn1 geen ronde vormen of hoeken aan4 ,toch waren hier alle gewone omstandigheden gewijzigd1 de cellen waren niet in een klomp uitgehold zooals ,huber dat had waargenomen1 of in een kap van was zooals bij ,darwin1 niet eerst cirkelvormig en vervolgens door de drukking hunner buren in een zeshoekigen vorm gebracht4 ,er kon geen sprake zijn van wederzijdsche belemmeringen1 aangezien ze n voor n ontstonden en geheel vrij op een soort onbeschreven blad de grondlijnen ontwierpen4 ,het blijkt dus wel1 dat de zeshoek niet een gevolg is van mechanischen dwang1 maar dat hij wel degelijk in het plan1 in de ervaring1 in het verstand en den wil der bij zetelt4 ,een andere merkwaardige trek van hunne scherpzinnigheid1 die ik in 't voorbijgaan geef1 is deze1 dat de celletjes1 die zij op het ronde plaatje bouwden1 geen anderen bodem hadden dan het metaal zelf4 ,klaarblijkelijk veronderstelden de ingenieurs van de ploeg werkvolk1 dat het tin de vloeistof voldoende zou tegenhouden1 en hadden ze het dus onnoodig geoordeeld het met was te bestrijken4 ,maar al spoedig daarna bemerkten ze waarschijnlijk1 toen enkele druppels honing in die bekertjes waren afgezet1 dat deze eenigszins veranderde door de aanraking met het metaal4 ,ze bedachten zich toen en bekleedden de geheele oppervlakte van het tin met een soort doorschijnend vernis4 ,,xxi4 ,wilden we het licht laten vallen op alle geheimen dezer meetkunstige architektuur1 dan hadden we nog meer dan n interessant vraagstuk te onderzoeken1 b4v4 den vorm der eerste cellen welke aan het dak van den korf worden vastgemaakt1 en die in dien zin gewijzigd is1 dat deze cellen het dak op het grootst mogelijk aantal plaatsen raken4 ,we zouden ook onze aandacht moeten wijden1 niet zoozeer aan de ligging der groote straten1 die bepaald wordt door het parallel-loopen der raten1 als wel aan de plaatsing der steegjes en gangetjes1 die hier en daar midden door of rondom de raten worden aangebracht om het vrije verkeer en de ventilatie te bevorderen1 en die met veel overleg zijn verdeeld1 om te lange omwegen of een mogelijk gedrang te voorkomen4 ,en eindelijk zouden we het bouwen der overgangscellen moeten bestudeeren1 het eenparig instinkt1 dat de bijen er toe brengt op een gegeven oogenblik de afmetingen hunner woningen te vergrooten1 hetzij de buitengewoon rijke oogst grootere bergplaatsen vordert1 hetzij ze de bevolking krachtig genoeg achten of dat de geboorte van darren vereischt wordt4 ,terzelfder tijd zouden we dan de vernuftige zuinigheid en de harmonische zekerheid bewonderen waarmee ze in zoo'n geval van de kleine tot de groote of van de groote tot de kleine cel1 van de volmaakte symmetrie tot een onvermijdelijke onregelmatigheid overgaan1 om zoodra de wetten van hunne levende meetkunde het veroorlooven1 terug te keeren tot de ideale regelmaat1 zonder dat ook maar n cel verloren gaat1 zonder dat er bij het bouwen n enkele wijk moet blijven leegstaan1 of getuigt van kinderachtigheid1 aarzeling of ruwheid1 zonder dat er ook maar n enkel onbruikbaar stuk in hun gebouw voorkomt4 ,doch ik vrees1 dat ik me reeds in te veel bijzonderheden heb begeven1 welke onbelangrijk moeten zijn voor een lezer1 die misschien nog nooit een vlucht bijen met de oogen heeft gevolgd of er zich enkel terloops voor heeft genteresseerd1 zooals we allen terloops belangstellen in een bloem1 een vogel1 een edelgesteente zonder er meer van te vragen dan een oppervlakkige kennis1 waar we maar half met onze gedachten bij zijn2 en zonder onszelven voldoende voor te houden1 dat het geringste geheim van een voorwerp1 hetwelk we zien in de natuur1 die niet is als de menschen1 misschien meer onmiddellijk deel heeft aan het diepzinnig raadsel van onze bestemming en onzen oorsprong1 dan het geheim onzer hartstochten1 die het meest den hartstocht opwekken en het liefst worden bestudeerd4 ,,xxii4 ,om deze studie niet te zwaar te maken1 blijf ik ook niet stilstaan bij het waarlijk verrassend instinkt1 dat hen somtijds het uiteinde van hunne raten smaller doet maken of doet afbreken1 wanneer ze de raat langer of breeder willen maken2 men moet echter toegeven1 dat afbreken om weer op te bouwen1 uithalen wat men gemaakt heeft om het nog regelmatiger op nieuw te vervaardigen1 een merkwaardige splitsing van het blind bouw-instinkt veronderstelt4 ,ik zwijg bovendien over de merkwaardige proeven die men kan nemen1 om hen te dwingen ronde1 ovale1 buisvormige of vreemd gedraaide raten te bouwen1 en over de vernuftige wijze1 waarop ze de vergroote cellen van de convexe gedeelten weten te doen correspondeeren met de verkleinde cellen van de concave gedeelten der raat4 ,vr we echter van dit onderwerp afstappen1 moeten we1 al was het slechts een oogenblik1 even stilstaan om onze aandacht te schenken aan de geheimzinnige wijze waarop ze hun arbeid met elkaar in overeenstemming brengen en hunne maatregelen nemen1 wanneer ze tegelijk en zonder elkaar te zien de beide tegengestelde zijden van een raat bewerken4 ,bekijk een dezer raten eens tegen het licht en dan zult ge daarin1 door scherpe schaduwen in het doorschijnende was1 een geheel netwerk van prisma's zien afgeteekend met z zuivere hoeken1 en een geheel stelsel van z onfeilbaar bij elkaar behoorende lijnen1 dat men zou meenen ze in staal gegraveerd te zien4 ,ik weet niet of zij1 die nooit het inwendige van een korf gezien hebben1 zich de plaatsing en het voorkomen van een raat genoegzaam kunnen voorstellen4 ,denk u1 om den korf onzer boeren te nemen1 waarin de bij geheel aan zichzelf is overgelaten1 denk u een strooien of teenen stolp2 deze stolp wordt van boven tot onder doorsneden door vijf1 zes1 acht en somtijds tien schijven waas1 die volkomen evenwijdig loopen en vrij wel gelijken op groote sneden brood1 die van den top dezer stolp neerdalen en zich naauwkeurig aanpassen aan den ovalen vorm harer wanden4 ,tusschen ieder dezer raten blijft een tusschenruimte van ongeveer elf millimeter1 waarin de bijen zich ophouden en rondloopen4 ,op het oogenblik dat boven in den korf het bewerken van een dezer schijven begint1 is de muur van was1 die er den grondslag van vormt en die later wordt plat gemaakt en uitgetrokken1 nog heel dik en isoleert de vijftig of zestig werkbijen1 die aan de voorzijde arbeiden1 geheel van de vijftig of zestig1 die tegelijkertijd aan den achterkant aan 't werk zijn1 zoodat ze elkaar onmogelijk kunnen zien1 tenzij hunne oogen de gave hebben ook door de dichtste stoffen heen te dringen4 ,en desniettegenstaande graaft geene arbeidster van den voorkant een gat1 voegt ze geen brokje was er aan toe1 of dit beantwoordt nauwkeurig aan een voorsprong of een holte van den achterkant en omgekeerd4 ,hoe doen ze dat8 ,hoe komt het dat de een niet te ver graaft1 en de ander niet te weinig8 ,hoe kunnen de hoeken der ruiten altijd zoo wonderbaarlijk juist samentreffen8 ,wat zegt hun1 dat ze hier moeten beginnen en daar ophouden8 ,wederom moeten we ons tevreden stellen met het antwoord1 dat geen antwoord is3 ,dat is een der geheimen van den korf4 ,huber heeft een poging gedaan dit mysterie te verklaren door te zeggen1 dat ze misschien op sommige plaatsen door den druk hunner pootjes of hunner tanden een klein uitwas aan de tegenovergestelde zijde van de raat te voorschijn riepen2 of dat ze zich rekenschap gaven van de meerdere of mindere dikte van den klomp door de buigzaamheid1 rekbaarheid of eenige andere natuurlijke eigenschap van de was2 of wel1 dat hunne sprieten zich schijnen te leenen tot het onderzoeken der minst of der meest ingewikkelde deelen der voorwerpen en dienst doen als passers in het ongeziene2 of eindelijk dat de samenhang van alle cellen mathematisch afhangt van de plaats en de afmetingen van die op de eerste rij1 zonder dat daar iets anders toe noodig is4 ,maar 't is vrij duidelijk1 dat dit geen voldoende verklaringen zijn3 de eerste zijn onbewijsbare hypotheses2 de andere verplaatsen eenvoudig het mysterie4 ,en zoo het al goed is de mysteries zooveel mogelijk te verplaatsen1 men moet zich niet inbeelden1 dat verplaatsing voldoende is om ze uit den weg te ruimen4 ,,xxiii4 ,laat ons nu eindelijk de eentonige vlakten en de meetkunstige woestijn der cellen verlaten4 ,de raten zijn dus begonnen en worden bewoonbaar4 ,hoewel het oneindig kleine zich1 schijnbaar vrij hopeloos1 voegt aan 't oneindig kleine1 en ons oog1 dat zoo weinig ziet1 toekijkt zonder iets te zien1 neemt het werk van was met buitengewone vlugheid in omvang toe4 ,de ongeduldige koningin heeft reeds meer dan eens de werkplaatsen doorloopen1 die wit uitkomen in de duisternis1 en nu de eerste rijen woonplaatsen af zijn1 neemt zij ze in bezit met haar stoet van bewaaksters1 vertrouwelingen of dienstboden2 want 't is niet precies te zeggen of ze een geleide mee krijgt dan wel een gevolg1 of ze wordt geerbiedigd of bewaakt4 ,op de plaats gekomen die zij gunstig oordeelt1 of wel die hare raadsvrouwen haar aanwijzen1 zet ze een hoogen rug1 bukt zich en brengt het uiteinde van haar lang lijf in een der ledige bekertjes1 terwijl al die kleine oplettende hoofdjes1 de hoofdjes der wachteressen van haren stoet1 met de enorm groote zwarte oogen1 opgewonden een kring om haar heen vormen1 haar pootjes ondersteunen1 haar vleugels liefkoozen en koortsachtig gejaagd hunne sprieten over haar bewegen1 alsom haar aan te moedigen1 te dringen en geluk te wenschen4 ,men herkent gemakkelijk de plaats waar zij zich bevindt aan dit soort van lichtende cocarde1 of liever aan deze ovale broche1 waarvan zij de middelste topaas is1 en die vrij wel gelijkt op de groote broches1 welke onze grootmoeders droegen4 ,opmerkenswaard is het verder1 er is gelegenheid te over dit op te merken1 dat de werkbijen altijd vermijden1 aan de koningin den rug toe te keeren4 ,zoodra ze een groep nadert1 gaan allen z staan1 dat ze haar hunne oogen en sprieten toekeeren en loopen dan achterwaarts voor haar uit4 ,dat is een teeken van eerbied of liever van zorg1 dat hoe onwaarschijnlijk het ook lijken moge1 toch vaststaat en algemeen voorkomt4 ,maar laat ons terugkeeren tot onze vorstin4 ,dikwijls neemt onder den lichten kramp1 die zichtbaar met het leggen van een ei gepaard gaat1 een harer dochters haar in de armen en schijnt hoofd tegen hoofd en mond tegen mond zachtjes tegen haar te praten4 ,doch zij1 vrij onverschillig voor deze eenigszins overdreven betuigingen1 gunt zich den tijd1 neemt de zaak kalm op1 geheel verdiept in haar zending1 die eerder wellust dan arbeid voor haar schijnt te zijn4 ,eindelijk staat ze na verloop van eenige seconden kalm op1 doet een enkele schrede1 draait een vierde deel van een cirkel om zichzelf1 en steekt vr dat ze er het uiteinde van haar lijf inbrengt1 eerst haar kop in de naaste cel1 om zich te vergewissen of alles in orde is en ze niet tweemaal legt in dezelfde cel1 terwijl twee of drie bijen van het gevolg haastig beurt om beurt in de verlaten cel duiken1 om te zien of het werk is volbracht1 en om het blauwachtig eitje1 dat ze er in gelegd heeft1 met hunne zorgen te omgeven of goed op zijne plaats te leggen4 ,van dit oogenblik af tot aan de eerste herfst-koude1 houdt ze niet meer op1 maar legt steeds eitjes1 terwijl ze door de anderen gevoed wordt1 en ze slaapt--zoo dat al slapen is--al eieren leggend4 ,van dit oogenblik af is zij de vertegenwoordigster van de alles verslindende macht der toekomst1 die alle hoekjes van het rijk in beslag neemt4 ,ze volgt over de cellen van het broedsel1 de levende loopplanken en ladders gevormd door de waswerksters1 de spiralen der koningin1 die door niets is te stuiten1 de afwisselende en onafgebroken werkzaamheid der menigte1 de medoogenlooze en vergeefsche inspanning1 het komen en gaan tot ze uitgeput raken door hunnen ijver1 de slaap een onbekende behalve in de wieg1 waarop de arbeid van den komenden dag reeds ligt te loeren1 zelfs de rust des doods verdreven uit een verblijf1 dat noch ziekte noch graf duldt1 iemand1 die dit alles aanzag1 wendde1 toen hij van zijn verbazing bekomen was1 schielijk de oogen af1 waarin schrik en droefheid te lezen stonden4 ,en werkelijk er schuilt in den korf onder de opgewektheid van den eersten aanblik1 onder de glanzende herinneringen aan de schoone dagen1 waarvan hij vol is en die hem maken tot een bewaarplaats van de kleinooden des zomers1 onder het zwijmelend komen en gaan1 dat hem verbindt met bloemen1 stroomend water1 azuur1 met den zoo vredigen overvloed van al wat schoonheid en geluk vertegenwoordigt1 er schuilt inderdaad onder al dit verrukkelijke voor het oog1 een der droevigste tooneelen1 die men maar aanschouwen kan4 ,en wij blinden1 die slechts verduisterde oogen kunnen openzetten1 wanneer we zien op deze schuldelooze veroordeelden1 we weten het wel1 dat niet hen alleen onze klacht geldt1 dat niet zij het alleen zijn1 die wij niet begrijpen1 doch een der deerniswaardige vormen van de groote kracht1 die ook ons bezielt en verteert4 ,ja1 als men zoo wil is dit droevig1 droevig gelijk alles in de natuur1 wanneer men haar van nabij beschouwt4 ,zoo zal het zijn zoolang wij haar geheim nog niet kennen1 nog niet weten of ze er een bezit4 ,en indien wij eenmaal vernemen1 dat ze er geen heeft1 of dat dit geheim iets afschuwelijks is1 dan rijzen andere plichten voor ons op1 die misschien nog geen naam dragen4 ,laat ons hart intusschen1 indien het dat verlangt1 herhalen3 ,dat is droevig1 doch laat onze rede zich vergenoegen met te zeggen3 ,dat is nu eenmaal zoo4 ,voor het oogenblik is 't onze plicht te zoeken of er niets achter dit droevige verborgen is1 en daarom moeten we niet de oogen afwenden doch het scherp in 't aangezicht zien en het met evenveel belangstelling en moed bestudeeren alsof het iets verblijdends ware4--'t ,is billijk1 dat we alvorens ons te beklagen en de natuur te veroordeelen1 haar ten einde toe ondervragen4 ,,xxv4 ,we hebben gezien dat de werkbijen1 zoodra ze zich niet meer zoo voelen pressen door de dreigende vruchtbaarheid hunner moeder1 haastig voorraadcellen gaan bouwen1 wier bewerking economischer en wier inhoud grooter is4 ,van een anderen kant hebben we gezien1 dat de moeder het liefst hare eieren legt in kleine cellen1 en dat ze daar aanhoudend om vraagt4 ,niettemin1 als er geen zijn of ook wel als ze er nog op moet wachten1 onderwerpt ze er zich aan1 in dien tusschentijd eieren te leggen in de groote cellen1 die ze op haar weg aantreft4 ,de bijen1 die daaruit geboren worden1 zijn mannetjes of darren1 hoewel de eieren geheel en al gelijk zijn aan die waaruit de werkbijen ontstaan4 ,in tegenstelling echter met hetgeen plaats heeft bij de verandering van een werkbij in eene koningin1 wordt hier de verandering niet bepaald door den vorm of den inhoud der cel1 want uit een ei dat in een groote cel is gelegd en vervolgens overgebracht in die eener werkbij1 komt 7ik ben er vier of vijf maal in geslaagd dit overbrengen te bewerkstelligen1 wat vrij lastig is wegens de microscopische kleinheid en de uiterste teerheid van het ei7 een dar1 die wel eenigermate verminkt1 doch wiens geslacht onbetwistbaar is4 ,de koningin moet dus bij het leggen het vermogen bezitten het geslacht van het ei te herkennen of te bepalen1 en het in overeenstemming te brengen met de cel waarover ze zich heenbuigt4 ,slechts zelden vergist ze zich4 ,hoe legt ze dat aan8 ,hoe kan ze uit de myriaden eieren1 die hare beide eierstokken bevatten1 de mannelijke van de vrouwelijke scheiden1 en hoe komen ze op haar wensch in den eenigen eierleider1 dien ze bezit8 ,hier staan we op nieuw voor een der raadselen van den korf en wel voor een der onoplosbaarste4 ,wat men wel weet is1 dat een maagdelijke koningin niet onvruchtbaar is1 doch slechts mannelijke eieren kan leggen4 ,eerst na de bevruchting door de paringsvlucht kan ze naar willekeur werkbijen of darren voortbrengen4 ,tengevolge van haren bruiloftsgang is ze voor goed1 tot aan haar dood1 in het bezit van de zaadlichaampjes1 die aan haren ongelukkigen geliefde zijn ontrukt4 ,deze zaadlichaampjes1 wier aantal ,dr4 ,leuckart op vijf en twintig millioen schat1 worden levend bewaard in een afzonderlijke klier1 die onder de eierstokken bij den ingang van den gezamenlijken eierleider ligt1 en zaadblaasje genoemd wordt4 ,men veronderstelt dus1 dat de nauwheid van den ingang der kleine cellen en de wijze waarop de koningin door den vorm dezer opening genoodzaakt is zich te krommen en neer te buigen1 zekere drukking uitoefent op het zaadblaasje1 tengevolge waarvan de zaadlichaampjes er uitkomen en in 't voorbijgaan het eitje bevruchten4 ,deze drukking zou niet plaats hebben bij de groote cellen1 en het zaadblaasje niet opengaan4 ,anderen zijn integendeel van meening1 dat de koningin werkelijk macht heeft over de spieren1 die het zaadblaasje openen of sluiten over de vagina1 en inderdaad zijn deze spieren buitengewoon talrijk1 krachtig en ingewikkeld4 ,zonder te willen beslissen welke dezer beide veronderstellingen de beste is--want hoe verder men komt1 hoe meer men opmerkt1 hoe beter men ziet dat men niets is dan een schipbreukeling op den tot hiertoe zoo onbekenden oceaan der natuur1 hoe beter men leert inzien1 dat er altijd weer een nieuw feit op het punt is te voorschijn te treden uit den boezem van een plotseling doorzichtiger geworden golf1 die in een enkel oogenblik alles vernietigt1 wat men meende te weten toch wil ik bekennen dat ik tot de tweede overhel4 ,ten eerste toonen de proeven van een bijenhouder uit ,bordeaux1 ,drory genaamd1 dat indien alle groote cellen uit den korf zijn verwijderd1 de moeder niet aarzelt als 't oogenblik om mannelijke eitjes al te zetten gekomen is1 deze in cellen van werkbijen te leggen2 en ook omgekeerd zal ze eieren van werkbijen in cellen van darren leggen1 indien men er geen andere ter harer beschikking heeft gesteld4 ,en verder bewijzen de schoone waarnemingen van den heer ,fabre over de ,osmia's1 wilde en afzonderlijk levende bijen van de familie der ,gastrilegiden1 ten duidelijkste1 dat deze bij niet alleen van te voren het geslacht kent van het ei1 dat ze gaat leggen1 maar dat dit geslacht facultatief is voor de moeder1 die dat bepaalt al naar de ruimte1 waarover ze te beschikken heeft1 een ruimte die dikwijls anders is dan te verwachten was en die niet gewijzigd kan worden1 zoodat ze hier een mannelijk1 daar een vrouwelijk ei legt4 ,ik treed niet in bijzonderheden omtrent de proeven van den grooten ,franschen entomoloog4 ,ze zijn uiterst fijn en nauwkeurig en zouden ons al te ver voeren4 ,maar welke hypothese ook wordt aangenomen1 de eene zoowel als de andere1 verklaart1 buiten alle kennen van de toekomst om1 volkomen den hang der koningin1 hare eitjes te leggen in cellen van werkbijen4 ,waarschijnlijk heeft deze moeder-slavin1 die wij geneigd zijn te beklagen1 maar die misschien een zeer verliefde1 zeer wellustige natuur is1 bij de vereeniging van het mannelijk en het vrouwelijk principe1 dat in haar wezen plaats grijpt1 een zekere gewaarwording van genot1 en als ware het een nasmaak van den zwijmel der eenige paringsvlucht in haar gansche leven4 ,ook hier zou dan de natuur1 die nooit zoo vindingrijk is of zooveel heimelijke voorzorgen en afwisseling heeft als waar het de lagen der liefde geldt1 er voor gezorgd hebben1 het belang der soort te ondersteunen door een genot4 ,laten wc echter elkaar goed verstaan en ons niet door onze uitlegging laten bedriegen4 ,als we aldus aan de natuur gedachten toekennen ,en meenen1 dat dit eene genoegzame verklaring is1 dan is 't als wierpen we een steen in een dier onmetelijke afgronden1 die men achter in sommige grotten vindt1 en verbeelden we ons dan1 dat het geluid1 hetwelk de steen maakt bij het neervallen1 al onze vragen zou beantwoorden en ons iets anders zou openbaren dan de onmetelijkheid van den afgrond4 ,wanneer men zoo zegt3 de natuur wil dat1 organiseert dit wonder1 stelt zich dat en dat ten doel1 dan wil dit zeggen1 dat een gering levensverschijnsel zich1 terwijl wij er ons juist mee bezig houden1 heeft kunnen handhaven op de enorme oppervlakte van de materie1 die in ons oog werkeloos is en die wij1 ten onrechte1 het niet of den dood noemen4 ,een samenloop van omstandigheden1 die volstrekt niet zoo behoefde te zijn1 heeft dit levensverschijnsel bestendigd te midden van duizend andere1 die misschien even interessant zijn1 even zeer van verstand getuigen1 doch die niet zoo gelukkig waren1 en voor immer verdwenen zonder in de gelegenheid te zijn geweest onze verwondering te wekken4 ,het zou vermetel zijn iets anders te beweren2 en al het overige1 onze gedachten daar over1 onze onverstoorbare teleologie1 onze verwachtingen en onze bewondering1 dat alles is ten slotte niets dan het onbekende1 dat we tegen iets nog minder bekends aanwerpen1 om een gering geluid te voorschijn te roepen1 dat ons den hoogsten trap van leven doet kennen dien wij menschen kunnen bereiken op diezelfde zwijgende en ondoordringbare oppervlakte2 evenals het gezang van den nachtegaal en de vlucht van den condor hun den hoogsten trap van leven voor hunne soort openbaren4 ,en desalniettemin blijft het een onzer onbetwistbare plichten1 dit kleine geluid te voorschijn te roepen1 zoo dikwijls de gelegenheid daartoe zich voordoet1 zonder er ons door te laten ontmoedigen1 dat het waarschijnlijk ijdel is4 ,,vierde ,,boek4 ,,de ,,jonge ,,koninginnen4 ,i4 ,laat ons hiermede onzen jongen korf weer sluiten waar het leven1 zijn cirkelgang hervattend1 zich naar buiten openbaart en zich vermenigvuldigt1 om op zijne beurt weer een splitsing te ondergaan1 zoodra het de volheid van kracht en geluk heeft bereikt2 en laat ons voor het laatst de moederstad nog eens openen1 om te zien wat daar voorvalt na het vertrek van den zwerm4 ,als het tumult van het vertrek weer tot bedaren is gekomen en nu twee derden van hare kinderen haar hebben verlaten zonder plan op terugkeer1 is de ongelukkige stad als een lichaam1 dat veel bloedverlies heeft gehad3 ze is moede1 verlaten1 bijna dood4 ,toch zijn er eenige duizenden bijen in gebleven1 die onverstoorbaar1 al is het dan ook eenigszins mat1 het werk weer hervatten1 zoo goed mogelijk de plaats der afwezigen weer vervullen1 de sporen der laatste uitspattingen uit den weg ruimen1 de provisie1 buit van de rooftochten wegbergen1 de bloemen gaan bezoeken1 de wacht houden over de voorraadschuur der toekomst1 zich volkomen bewust van hunne zending en getrouw aan den plicht1 die hun door het lot duidelijk is aangewezen4 ,doch zoo het heden al somber schijne1 al wat het oog ontmoet is vol hoop en verwachting4 ,we bevinden ons hier in een dier kasteelen der ,duitsche legende1 waarin de muren bestaan uit duizenden glazen flesschen met de zielen der menschen1 die zullen geboren worden4 ,we bevinden ons in het verblijf van het leven1 dat aan het leven voorafgaat4 ,daar rondom liggen in goed gesloten wiegen1 in de eindelooze aaneenvoeging der wonderbare zeszijdige cellen1 myriaden larven in wording1 nog witter dan melk1 die met gekruiste armen en het hoofd op de borst gebogen1 de ure van ontwaken afwachten4 ,als men ze zoo ziet in hun eenvormige1 ontelbare en doorschijnende graven1 zou men ze voor vergrijsde1 in diep nadenken verzonken aardmannetjes houden1 of voor legioenen van maagden geheel vervormd door de plooien van het lijkkleed en begraven in zeshoekige1 door een volhardend meetkundige tot in het oneindige vermenigvuldigde prisma's4 ,over de gansche uitgestrektheid dier loodrechte muren1 welke een gansche wereld in zich bevatten1 een wereld die groeit1 verandert1 om zichzelve wentelt1 vier of vijf maal van kleederen verwisselt en in het duister haar lijkkleed spint1 zijn honderden werkbijen aan het dansen en aan 't waaien met de vleugels om de noodige warmte te onderhouden en tevens voor een doel1 dat nog meer in het duister ligt2 want hun dans heeft zeer bijzondere en methodische trillingen1 die wel moeten beantwoorden aan een of ander doel1 dat naar ik meen nog geen enkel waarnemer heeft opgespoord4 ,na verloop van eenige dagen beginnen de deksels van deze myriaden urnen 7in een flinken korf telt men er van zestig tot tachtig duizend7 te wijken1 en twee groote1 zwarte en ernstige oogen komen te voorschijn met twee sprieten er boven1 die het leven rondom hen reeds gaan betasten1 terwijl bezige kaken nog voortgaan met de opening te verwijden4 ,dadelijk komen de voedsters aanloopen1 helpen de jeugdige bij hare gevangenis verlaten1 ondersteunen haar1 borstelen en reinigen haar en bieden haar op de punt hunner tong den eersten honing van haar nieuwe leven aan4 ,zij1 die daar pas te voorschijn komt uit een andere wereld1 is nog eenigszins bedwelmd1 wat bleek en wankel4 ,ze ziet er zwakjes uit als een oud mannetje ontstegen aan zijn graf4 ,men zou haar voor een reizigster kunnen houden bedekt met het donzige stof der onbekende wegen1 die tot de geboorte leiden4 ,overigens is ze van top tot teen reeds geheel klaar1 weet onmiddellijk al wat ze weten moet en zooals de kinderen uit het volk om zoo te zeggen bij hunne geboorte reeds leeren1 dat hun geen tijd is gegund voor spel en lach1 begeeft zij zich dadelijk naar de gesloten cellen en begint met hare vleugeltjes te slaan en zich op de maat te bewegen om op hare beurt hare begraven zusters te verwarmen1 zonder zich op te houden met het ontcijferen van het wonderlijk raadsel van haar bestemming en haar ras4 ,,ii4 ,de meest vermoeiende bezigheden echter worden haar in den beginne bespaard4 ,eerst acht dagen na hare geboorte komt ze uit den korf om haar eerste reinigings-vlucht te volbrengen en lucht op te doen in hare lucht-buizen1 die zwellen1 haar gansche lichaam doen uitzetten en haar van dat oogenblik af huwen aan de ruimte4 ,daarna komt ze terug1 wacht nog een week en dan wordt haar eerste uitgang als honingdraagster in gezelschap harer zusters georganiseerd1 onder een heel eigenaardige zenuwachtigheid1 die door de bijenhouders kunst-zon wordt genoemd4 ,liever nog zou men het onrust-zon moeten noemen4 ,men ziet inderdaad1 dat ze bang zijn1 dat zij1 de dochteren van de beperkte duistere ruimte en van de menigte1 bang zijn voor dien azuren afgrond men de oneindige eenzaamheid van het licht1 en hunne om zich tastende opgewektheid is van vrees geweven4 ,ze loopen voor de poort heen en weer1 ze dralen1 vertrekken en komen terug1 wel twintig keeren achtereen4 ,ze wiegelen op de lucht1 en met het kopje onafgewend naar het tehuis gekeerd1 beschrijven ze groote kringen in opwaartsche beweging1 doch plotseling als gedrukt door spijt dalen ze weder1 en hunne dertien duizend oogen ondervragen1 weerkaatsen en onthouden alles tegelijk1 alle boomen1 de fontein1 het hek1 het latwerk1 de daken en de vensters der omgeving2 tot dat de luchtweg1 langs welken ze zich op hunnen terugtocht zullen laten glijden1 even onwrikbaar in hun geheugen staat gegrift1 alsof twee strepen van staal dien afteekenden in den ether4 ,alweder een mysterie4 ,ook dit willen we ondervragen even als die anderen1 en zoo het zwijgt evenals zij1 dan wordt door dit zwijgen althans het veld onzer bewuste onwetendheid1 dat het vruchtbaarste is van alle1 die onze activiteit bezit1 niet eenige morgens vergroot1 nevelachtig wel is waar1 doch bezaaid met goeden wil4 ,hoe vinden de bijen hunne woning terug1 die ze somtijds onmogelijk kunnen zien1 die dikwijls onder de hoornen verscholen ligt en wier ingang in ieder geval slechts een onmerkbaar punt is in de onbegrensde ruimte8 ,hoe komt het1 dat ze maar uiterst zelden verdwalen1 als ze in een doosje twee of drie kilometer ver van den korf worden gebracht8 ,kunnen ze dien door alle hinderpalen heen ontdekken8 ,nemen ze bepaalde herkenningsteekenen te baat om zich te orinteeren1 of wel bezitten ze dat bijzondere en nog weinig bekende zintuig1 dat wij aan sommige dieren toeschrijven b4v4 aan zwaluwen en duiven1 en dat het zintuig voor de richting genoemd wordt8 ,de proeven van ,j4,h4 ,fabre1 van ,lubbock en vooral van ,romanes 7in de ,natuur1 #bi1 ,oktober #ahhf7 schijnen uit te maken1 dat ze niet geleid worden door dit merkwaardig instinkt4 ,van een anderen kant heb ik meer dan eens geconstateerd1 dat ze niet veel aandacht verleenen aan den vorm of de kleur van den korf4 ,ze schijnen er meer op te letten1 hoe de plank waarop hun huis rust1 er gewoonlijk uitziet1 op de plaatsing van den ingang en het landings-plankje#a4 ,doch zelfs dit is bijkomstig1 en indien men tijdens de afwezigheid der honing-draagsters den gevel hunner woning van boven tot onder wijzigt1 dan komen ze evengoed onmiddellijk daarop af van uit de diepten van den horizont1 en leggen eerst eenige aarzeling aan den dag op het oogenblik dat ze den onherkenbaren drempel zullen overschrijden4 ,hunne wijze van zich te orinteeren schijnt voor zoover onze proeven ons daarover een oordeel toelaten1 veeleer gebaseerd op een buitengewoon nauwkeurig opnemen van allerlei kleine kenmerken4 ,niet den korf zelf herkennen ze1 maar zijn plaatsing met betrekking tot de voorwerpen in de omgeving1 tot op drie vier millimeter benaderd4 ,en dit kenmerk is zoo merkwaardig1 zoo mathematisch zeker en zoo diep in hun geheugen gegrift1 dat alle werkbijen1 als men den korf1 nadat ze vijf maanden in een donkeren kelder hebben overwinterd1 weer op zijn plankje zet doch iets meer naar rechts of links dan vroeger1 bij hunnen terugkeer van de eerste bloemen1 zonder zich door iets te laten afleiden rechtstreeks naar de plaats zullen vliegen1 waar de korf het vorige jaar stond1 en niet dan tastend eindelijk het verplaatste vlieggat vinden4 ,men zou kunnen meenen1 dat de ruimte den ganschen winter het onuitwischbaar spoor hunner tochten had vastgehouden1 en dat het paadje1 waar langs ze zich volijverig voortbewogen1 in den hemel bleef gegrift4 ,wanneer men dan ook een korf verplaatst1 verdwalen vele bijen1 tenzij er sprake is van een groote reis en het geheele landschap1 dat ze door en door kennen tot drie of vier kilometer in 't rond1 veranderd is1 of tenzij men er voor gezorgd heeft een plankje1 een stukje dakpan of een of andere belemmering voor het vlieggat te plaatsen1 waardoor ze gewaarschuwd worden1 dat er iets is veranderd1 en ze zich op nieuw moeten orinteeren en het juiste punt bepalen4 #a ,het landings-plankje1 dat dikwijls niets anders is dan de verlenging van de plank waarop de korf staat1 vormt een soort stoepje1 portaaltje of rustplaats vr den hoofdingang of 't vlieggat4 ,,iii4 ,nadat we dit gezegd hebben1 keeren we terug naar onze stad1 die op nieuw wordt bevolkt1 waar onophoudelijk nieuwe wiegen opengaan en zelfs de substantie der muren in beweging komt4 ,deze stad heeft echter nog geene koningin4 ,aan de kanten van een der middelste raten verheffen zich zeven acht zonderlinge gebouwtjes1 die op de golvende vlakte der gewone cellen doen denken aan de protuberances en kringen1 die de photographien der maan zoo vreemd maken4 't ,zijn een soort capsules van ruwe was of hangende1 volkomen gesloten eikels1 die de plaats van drie of vier werkbijen-cellen innemen4 ,gewoonlijk liggen ze in een groep bijeen en een sterke1 buitengewoon bezorgde en oplettende wacht behoedt dit gebied1 dat een soort ontzag schijnt in te boezemen4 ,daar komen de moeders tot ontwikkeling4 ,in ieder dezer huisjes is vr het vertrek van den zwerm een eitje neergelegd1 't zij door de moeder zelve1 't zij nog waarschijnlijker1 hoewel men er zich niet van heeft kunnen vergewissen1 door de voedsters1 die het daarheen overbrengen uit een of andere cel uit de buurt4 ,drie dagen daarna ontwikkelt zich uit dat ei een made1 waaraan men een bijzonder en zoo overvloedig mogelijk voedsel toedient2 en hier kunnen we n voor n de bewegingen nagaan van een dier verrukkelijk vulgaire methoden der natuur1 die wij indien het menschen gold1 met den verheven naam van ,fataliteit zouden omkleeden4 ,het kleine larfje ontwikkelt zich dank zij dit stelsel van opvoeding op een gansch bijzondere wijze1 en zijn denkbeelden worden tegelijk met zijn lichaam dermate gewijzigd1 dat de bij1 die daaruit geboren wordt1 tot een geheel ander ras van insekten schijnt te behooren4 ,ze zal vier of vijf jaar leven in plaats van zes of zeven weken4 ,haar lijf wordt tweemaal langer1 haar kleur glanziger en lichter1 haar angel krom4 ,haar oogen zullen slechts acht negen duizend facetten tellen in plaats van twaalf of dertien duizend4 ,haar brein wordt beperkter1 maar haar eierstokken enorm groot1 en ze zal een afzonderlijk orgaan1 de zaadblaas1 bezitten1 die haar om zoo te zeggen tot een hermaphrodiet maakt4 ,ze krijgt geen der organen voor een leven van inspanning3 noch zakjes om was af te scheiden1 noch borstels1 noch korfjes om er het stuifmeel in te verzamelen4 ,ze zal geen der gewoonten en geen der hartstochten kennen1 die wij onafscheidelijk achten van de bij4 ,ze zal geen verlangen koesteren naar de zon1 noch behoefte aan de open lucht1 en sterven zonder een enkele bloem bezocht te hebben4 ,haar leven zal ze doorbrengen in de duisternis en de drukte van de groote menigte1 met het onvermoeid opzoeken van wiegjes om ze te bevolken4 ,daarentegen zal alleen zij de onrust der liefde kennen4 ,ze is er niets eens zeker van1 dat ze twee oogenblikken in haar leven het licht zal aanschouwen---want het uitvliegen van den zwerm is niet onvermijdelijk--misschien zal ze slechts eenmaal gebruik maken van hare vleugels1 doch dan om den minnaar te gemoet te vliegen6 't ,is merkwaardig1 dat zooveel dingen1 dat organen1 denkbeelden1 verlangens1 gewoonten1 een gansch levenslot aldus liggen opgesloten1 niet in een zaadje--dat zou het gewone wonder zijn van plant1 dier en mensch--doch in een vreemde en levenlooze substantie3 ineen druppel honing#a4 #a ,sommige bijenkenners beweren1 dat werkbijen en koninginnen na het opengaan van het ei hetzelfde voedsel ontvangen1 een soort melk1 die zeer rijk is aan stikstof en wordt afgescheiden door een afzonderlijke klier1 waarvan de kop der voedsters is voorzien4 ,maar na verloop van enkele dagen worden de larfjes der werkbijen gespeend en onder het grover diet van honing en stuifmeel gesteld1 terwijl daarentegen de toekomstige koningin tot aan hare volkomen ontwikkeling wordt volgepropt met de kostbare melk1 die koninginne-pap genoemd wordt4 ,hoe dit ook zij1 de resultaten blijven daarom evenzeer een wonder4 ,,iv4 ,ongeveer een week is verloopen sedert het vertrek der oude koningin4 ,de koninklijke nymphen1 die in de hulsels slapen1 zijn niet allen van denzelfden leeftijd1 want het is in 't belang der bijen1 dat de koninklijke geboorten na elkaar plaats hebben1 op de tijden dat ze beslissen of er een tweede1 derde of zelfs wel een vierde zwerm uit den korf zal vertrekken4 ,reeds eenige uren zijn ze bezig de wanden van de rijpste moederwieg langzamerhand dunner te maken1 en de jonge koningin1 die van binnen uit tegelijkertijd het ronde deksel doorknaagt1 steekt haar kopje er uit1 komt halverwege te voorschijn en met behulp van de verpleegsters1 die dadelijk komen aanloopen1 haar afvegen1 schoonmaken en liefkoozen1 wikkelt ze zich los en doet hare eerste schreden op de raat4 ,evenals een pasgeboren werkbij is ze bleek en nog wankel op hare pootjes1 maar na verloop van een minuut of tien worden deze steviger en daar ze wel voelt1 dat ze niet de eenige is1 dat ze haar rijk moet veroveren1 dat er hier of daar mededingsters schuilen1 loopt ze vol onrust langs de wanden van was om deze op te sporen4 ,hier komen de wijsheid en de geheimzinnige besluiten van het instinkt1 van den geest des bijenkorfs1 of van de vergaderde werkbijen tusschenbeide4 't ,geen het meest verrast als men in een observatie-korf den loop dezer gebeurtenissen met de oogen volgt1 is dat men nooit de minste aarzeling1 de minste verdeeldheid waarneemt4 ,nergens eenig spoor van tweedracht of verschil van meening4 ,daar heerscht niets dan een reeds te voren ingestelde eensgezindheid1 dit is de atmosfeer van dezen staat1 en iedere bij schijnt reeds bij voorbaat te weten1 wat alle anderen denken4 ,toch is dit een hoogst gewichtig oogenblik voor hen1 't is om zoo te zeggen de minuut waarvan leven of dood afhangen4 ,ze moeten weten welke partij te kiezen uit drie of vier mogelijkheden1 die ver-reikende gevolgen zullen hebben1 welke onderling totaal verschillen en door eene kleinigheid noodlottig kunnen worden4 ,ze moeten de passie of de ingeschapen plicht van het vermeerderen der soort met het behoud van den moederstok en diens afstammelingen weten te verzoenen4 ,een enkelen keer vergissen ze zich2 ze laten drie of vier zwermen na elkaar uitvliegen1 die den moederstaat totaal uitputten en zelf te zwak zijn om zich snel genoeg te organiseeren1 zoodat ze worden overvallen door ons klimaat1 dat niet het oorspronkelijk klimaat is waaraan de bijen ondanks alles de herinnering blijven behouden1 en bezwijken bij het intreden van den winter4 ,dan vallen ze als slachtoffers van de zwerm-koorts1 die even als onze gewone koorts een soort al te sterke reactie van het leven is1 een reactie1 die haar doel voorbijstreeft1 den kring afsluit en den dood vindt4 ,v4 ,geen der besluiten1 die ze zullen nemen1 schijnt zich met dwingende noodzakelijkheid op te dringen1 en als de mensch eenvoudig toeschouwer blijft1 kan hij niet voorzien1 wat ze zullen kiezen4 ,maar een bewijs dat er altijd overleg is bij deze keuze is hierin gelegen1 dat hij daarop invloed kan uitoefenen1 ja zelfs die keuze bepalen1 door enkele omstandigheden te wijzigen1 b4v4 door de ruimte die hij toestaat kleiner of grooter te maken1 of volle honingraten weg te nemen en er leege voor in de plaats te stellen1 welke voorzien zijn van werkbij-cellen4 ,de zaak is dus1 dat ze weten1 niet of ze dadelijk een tweeden en derden zwerm zullen uitzenden--dat zou vrij wel enkel een blind besluit zijn1 een gevolg van den gril of het onbezonnen verlangen van een gunstig oogenblik de zaak is1 dat ze op het oogenblik1 eenparig1 maatregelen treffen1 die hen zullen vergunnen drie of vier dagen na de geboorte der eerste koningin een tweeden zwerm uit te zenden1 en een derde drie dagen na het vertrek der jonge koningin aan het hoofd van dezen tweeden zwerm4 ,niemand zal kunnen ontkennen1 dat we hier een geheel systeem1 een gansche combinatie van voorzorgsmaatregelen aantreffen1 die1 vooral als men denkt aan de kortheid van hun leven1 een geruimen tijd in beslag nemen4 ,,vi4 ,deze maatregelen betreffen de bewaking der jonge koninginnen1 die nog begraven liggen in hunne gevangenis van was4 ,ik veronderstel1 dat de bijen het verstandiger oordeelen geen tweeden zwerm uit te zenden4 ,hier doen zich dus weer twee mogelijkheden voor4 ,zullen ze aan de eerstgeborene der koninklijke maagden1 aan haar1 die wij hebben zien uitkomen1 toestaan hare vijandelijke zusteren te vernietigen1 of wel zullen ze wachten totdat deze de gevaarlijke plechtigheid van de parings-vlucht heeft volbracht1 waarvan de toekomst van het volk kan af hangen8 ,dikwijls wettigen ze den onmiddellijken moord1 dikwijls ook verzetten zij er zich tegen1 maar 't laat zich gemakkelijk begrijpen1 dat het moeielijk is uit te maken of dit gebeurt met het oog op een tweeden zwerm1 of op de gevaren van de parings-vlucht2 want meer dan eens heeft men waargenomen1 dat ze1 na tot een tweeden zwerm te hebben besloten1 plotseling daarvan afzagen en heel het voorbestemde nakroost vernietigden1 't zij omdat de tijden ongunstiger waren geworden1 't zij om eenige andere reden1 die we niet kunnen opsporen4 ,doch stel dat ze het nuttig hebben geoordeeld van het zwermen af te zien en de gevaren van de parings-vlucht te aanvaarden4 ,wanneer nu onze jonge koningin1 aangevuurd door haar verlangen1 het gebied van de groote wiegen nadert1 dan wijkt de wacht ter zijde om haar vrijen doortocht te laten4 ,ten prooi aan haar woedende jaloezie werpt ze zich op de eerste koninginne-cel1 die ze aantreft en doet met tanden en pooten al haar best om de was te breken4 ,ze slaagt er in1 rukt met geweld de pop er uit1 die in die woning rust1 wikkelt de slapende prinses los en als haar mededingster reeds kenbaar is1 keert ze zich om1 steekt haar angel in de open cel en boort als waanzinnig dezen daarin1 totdat de gevangene bezwijkt onder de wonden van het giftig wapen4 ,dan komt ze tot rust1 en vindt voldoening in den dood1 het mysterie1 dat aan den haat van alle wezens grenzen stelt1 trekt haar angel in1 valt op een andere cel aan1 opent die om er echter voorbij te gaan als zeer enkel een onvolgroeide larf of nymph in vindt1 en gaat zoo voort tot op het oogenblik1 dat ze hijgend en uitgeput bemerkt1 dat hare tanden en nagels machteloos langs de wanden van was afglijden4 ,de bijen rondom haar zien hare woede aan zonder er in te deelen en gaan haar uit den weg om haar het veld vrij te laten2 maar zoodra een cel is doorboord en verwoest komen ze aanloopen1 halen het lijk1 het nog levende larfje of de gepijnigde nymph er uit1 gooien ze uit den korf1 en proppen zich gretig vol met de kostelijke koninklijke pap1 die den bodem van de cel overdekt4 ,en daarna1 als hunne uitgeputte moeder hare woede laat varen1 voleindigen zij zelven den moord der onschuldigen1 en het vorstelijk ras heeft met zijne woonplaatsen opgehouden te bestaan4 ,met de executie der darren1 die overigens meer is te verontschuldigen1 is dit de afschuwelijke ure van den bijenkorf1 de eenige waarin de bijen aan tweedracht en dood verlof geven hunne woningen te overmeesteren4 ,en1 zooals het zoo vaak in de natuur voorkomt1 zijn het juist de door de liefde bevoorrechten1 die de buitengewone pijlen van een gewelddadigen dood op zich zien gericht4 ,enkele malen1 doch uiterst zelden daar de bijen voorzorgsmaatregelen nemen om dit geval te voorkomen1 enkele malen gebeurt het1 dat twee koninginnen tegelijkertijd uitkomen4 ,dan heeft onmiddellijk bij het verlaten van de wieg de doodelijke kamp plaats1 waarvan ,huber voor het eerst een merkwaardige bijzonderheid heeft opgeteekend3 telkens wanneer de beide maagdelijke koninginnen in hun curas van sits bij hun uitval zulk een stelling innemen1 dat ze bij het steken met hun angel elkaar weerkeerig zouden doorboren dan is het1 juist als bij de gevechten in de ,ilyas1 alsof den god of godin1 wellicht de god of de godin van het ras1 tusschen beide komt2 door een zelfden schrik bevangen1 gaan de beide strijdende partijen uiteen en ontvluchten elkaar geheel ontdaan1 om kort daarna elkander weer te zoeken en opnieuw uiteen te gaan indien de dubbele ramp opnieuw de toekomst van hun volk bedreigt2 totdat het aan een van beiden gelukt hare onvoorzichtige of onhandige mededingster te verrassen1 en haar te dooden zonder gevaar voor zichzelve1 want de wet van de soort eischt slechts n offer4 ,,vii4 ,wanneer de jeugdige vorstin op deze wijze de wiegen heeft vernield of hare mededingster gedood1 wordt ze door het volk erkend1 en om in waarheid te regeeren en zich behandeld te zien evenals vroeger hare moeder1 blijft haar niets meer overig dan hare paringsvlucht te volbrengen2 want de bijen bemoeien zich weinig met haar en bewijzen haar weinig eer zoolang ze nog onbevrucht is4 ,dikwijls echter is hare geschiedenis minder eenvoudig1 en slechts zelden weerstaan de werkbijen hun verlangen een tweeden keer te zwermen4 ,in dit geval komt ze evenals in het eerste1 en gedreven door hetzelfde voornemen1 naar de koninklijke cellen toe1 doch in plaats van daar onderworpen dienaressen te vinden1 die haar aanmoedigen1 stuit ze op een sterke vijandelijke macht1 die haar den weg verspert4 ,opgewonden1 en steeds aangedreven door haar ide fixe1 wil ze zich met geweld een doortocht banen of een anderen weg inslaan1 doch overal ontmoet ze schildwachten1 die de slapende prinsessen bewaken4 ,ze wil doorzetten1 doet een nieuwen aanval1 doch met steeds meer kracht stoot men haar terug en mishandelt haar zelfs1 tot ze eenigszins vaag begint te begrijpen1 dat die kleine werkbijen een wet vertegenwoordigen1 waarvoor de wet die haar aandrijft moet wijken4 ,eindelijk verwijdert ze zich1 en in haar nog niet gekoelde drift loopt ze van raat tot raat onder het aanheffen van dien eigenaardigen krijgszang of dreigende klacht1 die iedere bijenhouder kent en die gelijkt op den zilveren klank van een verwijderde trompet2 dit geluid van onmacht en verbittering is z krachtig1 dat men het vooral 's avonds1 op drie of vier meter afstands door de dubbele wanden van den korf heen hoort1 al is die ook nog zoo goed gesloten4 ,deze koninklijke kreet heeft een magischen invloed op de werkbijen4 ,hij vervult hen met een soort van eerbiedigen schrik of verbijstering1 en wanneer de koningin hem doet weerklinken over de cellen waarvan men haar verwijderd houdt1 dan staan de wachten die haar omringen en lastig vallen plotseling stil1 buigen het hoofd1 en wachten onbewegelijk1 of hij niet zal ophouden te weerklinken4 ,overigens meent men1 dat juist door de overmacht van dezen kreet1 dien hij nabootst1 de ,doodshoofd-vlinder in de korven kan komen om zich aan honing te goed te doen1 zonder dat de bijen er aan denken hem aan te vallen4 ,twee of drie1 en soms wel vijf dagen achtereen worden deze klaagtonen der gesmade aldus gehoord1 die de in bescherming genomen pretendenten ten strijde oproepen4 ,ondertusschen komen deze tot ontwikkeling1 willen op hunne beurt het licht aanschouwen en beginnen de deksels hunner cellen te doorknagen4 ,groote wanorde bedreigt de republiek4 ,doch toen de genius van den korf zijn besluit nam1 heeft hij alle gevolgen daarvan overzien en de bewaaksters1 die goed op de hoogte zijn1 weten van uur tot uur wat hun te doen staat om de onverhoedse stooten van het gedwarsboomd instinkt te pareeren en twee vijandelijke krachten tot een zelfde doel te doen samenwerken4 ,ze weten1 dat de jonge koninginnen1 die naar het geboorte-uur verlangen1 indien ze er in slaagden te ontsnappen1 in de handen hunner reeds onoverwinnelijke oudere zuster zouden vallen1 die ze een voor een zou vernietigen4 ,terwijl dus een der ingesperden van binnen de poorten harer gevangenis afknaagt1 bedekken zij die van buiten met een nieuwe laag was1 en de ongeduldige zet hardnekkig haar werk voort zonder liet minste vermoeden1 dat ze te doen heeft met een betooverden hinderpaal1 die uit de puinhoopen steeds nieuw verrijst4 ,onderwijl hoort ze de uitdagende kreten van hare mededingster1 en daar ze haar bestemming en hare koninklijke plichten reeds kent nog vr ze een blik heeft kunnen werpen op het leven en weet wat een bijenkorf is1 beantwoordt ze die heldhaftig van uit hare gevangenis4 ,daar echter hare kreten de wanden van een grafgewelf moeten doordringen1 klinken ze geheel anders1 dof1 hol1 en de bijenhouder die 's avonds1 wanneer op de velden alle geluid verstomt en het zwijgen der sterren begint1 de wonderbare steden komt ondervragen1 herkent en begrijpt de beteekenis van deze samenspraak tusschen de ronddwalende maagd en de gevangenen4 ,,viii4 ,overigens is zulk een lange opsluiting gunstig voor de jonge koninginnen1 die als ze uitkomen rijp en reeds krachtig zijn en klaar om hunne vlucht te nemen4 ,van een anderen kant heeft het wachten de vrije koningin sterker gemaakt en haar in staat gesteld de gevaren eener reis te doorstaan4 ,de tweede zwerm of nazwerm verlaat dan de woning met de eerstgeborene onder de koninginnen aan zijn spits4 ,onmiddellijk na haar vertrek bevrijden de in den korf achtergebleven werkbijen een der gevangenen1 die dezelfde moorddadige pogingen doet1 dezelfde kreten van toorn uitstoot1 om op hare beurt drie dagen later den korf te verlaten aan het hoofd van een derden zwerm en zoo maar voort ingeval van zwerm-koorts1 totdat de moederstad totaal is uitgeput4 ,swammerdam haalt een korf aan1 die door zijn eigen zwermen en het zwermen van die zwermen1 dertig kolonies gaf in n enkel seizoen4 ,zulk een buitengewone vermenigvuldiging wordt vooral aangetroffen na een slechten winter1 alsof de bijen1 die altijd voeling hebben met de geheime wenschen der natuur1 zich bewust waren van het gevaar1 dat de soort bedreigt4 ,in normale tijden is deze koorts echter vrij zeldzaam in krachtige en goed bestuurde korven4 ,vele zwermen maar eens en verscheidene zelfs in geheel niet4 ,gewoonlijk zien de bijen na den tweeden zwerm van een verdere verdeeling af1 't zij ze de geduchte verzwakking van den moederstok opmerken1 't zij het betrekken van den hemel hun voorzichtigheid voorschrijft4 ,in dat geval staan ze toe1 dat de derde koningin de gevangenen vermoordt1 en het gewone leven gaat weer zijn gang en wordt met te meer ijver opgevat daar de werkbijen alle zeer jong zijn1 de korf verarmd is en ontvolkt1 en er voor den winter groote leemten zijn aan te vullen4 ,,ix4 ,het vertrek van den tweeden en derden zwerm is juist zooals die van den eersten en alle omstandigheden zijn gelijk1 behalve dat er minder bijen zijn1 dat de troep minder omzichtig is en geen verkenners heeft1 en dat de jonge1 maagdelijke1 vurige en lichte koningin veel verder vliegt en reeds bij de eerste pleisterplaats haar volk tot op grooten afstand van den korf heeft meegevoerd4 ,voeg er nog bij1 dat deze tweede en derde uittocht veel vermeteler zijn en dat het lot dezer zwervende kolonies zeer hachelijk is4 ,als vertegenwoordigster der toekomst hebben ze enkel een onvruchtbare koningin aan hun spits4 ,hun gansche bestaan hangt af van de op handen zijnde paringsvlucht4 ,een voorbijvliegende vogel1 enkele regendruppels1 een koude wind1 een vergissing1 en het onheil is onherstelbaar4 ,dit weten de bijen z goed1 dat ze1 wanneer ze een toevluchtsoord gevonden hebben1 ondanks hunne reeds groote gehechtheid aan de woning die eerst sedert een enkelen dag de hunne is1 ondanks het aangevangen werk1 dikwijls alles in den steek laten om hunne jeugdige souvereine te vergezellen bij het zoeken van een minnaar1 om hunne oogen onafgewend op haar gevestigd te houden1 haar te omgeven en te omhullen met duizenden liefderijke vleugeltjes1 of met haar te gronde te gaan indien de liefde haar z ver van den nieuwen korf doet afdwalen1 dat de nog ongewone terugweg vervluchtigt en verdwijnt uit hun aller geheugen4 ,x ,z sterk is echter de wet der toekomst1 dat geen enkele bij aarzelt met het oog op deze onzekerheid en dit doodsgevaar4 ,een zelfde geestdrift voor een tweeden en derden zwerm als voor een eersten4 ,wanneer de moederstaat zijn besluit beeft genomen1 dan vindt ieder dezer gevaarlijke jonge koninginnen een troepje werkbijen gereed haar lot te deelen en haar te vergezellen op haar reis1 waarbij veel te verliezen en niets te winnen is dan de hoop op voldoening van een instinkt4 ,wie geeft hun de energie1 die wij nimmer bezitten1 om met het verleden te breken als met een vijand8 ,wie kiest uit de massa degenen1 die moeten gaan en wie wijst aan welke zullen achterblijven8 ,niet die of die klasse vertrekt of blijft1 hier zijn het de jongsten1 daar de oudsten1 rondom iedere koningin1 die heengaat om niet terug te keeren1 verdringen zich zeer oude honingdraagsters naast kleine werkbijtjes1 die zich voor het eerst wagen in het duizelingwekkende azuur4 't ,is evenmin het toeval1 de gelegenheid of een voorbijgaande opwelling van geestdrift of van ontmoediging door een gedachte1 instinkt of gevoel1 waardoor de betrekkelijke grootte van een zwerm wordt bepaald4 ,herhaaldelijk heb ik er mij op toegelegd1 te berekenen welke verhouding er bestond tusschen het aantal bijen van den zwerm en van degenen die achterblijven2 en hoewel de moeielijkheden aan de proef verbonden het verkrijgen van mathematische zekerheid beletten1 heb ik toch kunnen constateeren dat deze verhouding1 als men mede rekening houdt met het broedsel1 dus met de op handen zijnde geboorten1 constant genoeg was om een werkelijke en geheimzinnige berekening van den genius des bijenkorfs te doen vermoeden4 ,,xi4 ,we zullen niet alle avonturen dezer zwermen nagaan1 het zijn er vele1 en dikwijls zeer ingewikkelde4 ,somtijds vallen twee zwermen samen1 een andermaal gebeurt het in de verwarring van het heengaan1 dat twee of drie der gevangen koninginnen aan het toezicht der bewaaksters ontsnappen en zich voegen bij den zich vormenden tros4 ,weer een andermaal maakt een der jonge koninginnen gebruik van de zwermingsvlucht om1 waar ze zich van darren omringd ziet1 zich te laten bevruchten en dan voert ze heel haar volkje mee tot op een buitengewone hoogte en afstand4 ,in de praktijk van de bijenteelt brengt men deze tweede en derde zwermen naar den moederstok terug4 ,de koninginnen vinden elkaar terug in den bijenkorf1 de werkbijen scharen zich rondom de strijdenden en wanneer de beste heeft gezegevierd1 verwijderen zij in hun afkeer van wanorde en hun lust tot werken de lijken1 sluiten de deur voor toekomstige daden van geweld1 vergeten het verleden1 keeren terug naar hunne cellen1 en gaan op nieuw den vreedzamen weg op naar de bloemen1 die hen wachten4 ,,xii4 ,om ons verhaal te vereenvoudigen zullen we de geschiedenis van de koningin weer opvatten1 waar we die hadden afgebroken1 daar waar de bijen haar hadden toegestaan hare zusters in de wieg te dooden4 ,zooals ik reeds gezegd heb verzetten ze zich dikwijls tegen dezen moord1 ook zelfs wanneer ze niet het voornemen schijnen te koesteren een tweeden zwerm uit te zenden4 ,dikwijls ook hechten zij er hunne goedkeuring aan1 want de staatkundige geest der korven van een zelfden bijenstand is even verschillend als die der menschen-volken van een zelfde vastland4 ,doch zeer zeker begaan ze een onvoorzichtigheid door hem te wettigen4 ,komt de koningin om of verdwaalt ze bij hare parings-vlucht1 dan blijft er niemand over om haar te vervangen1 en de larven der werkbijen zijn al over den leeftijd om nog in koninklijke herschapen te kunnen worden4 ,maar enfin1 de onvoorzichtigheid is begaan en dus is de eerste1 die uitkomt1 de eenige en erkende heerscheres in de gedachten haars volks4 ,toch is ze nog maagd4 ,om gelijk te worden aan de moeder1 die zij vervangt1 moet ze in de eerste twintig dagen na hare geboorte een ontmoeting hebben met het mannetje4 ,wordt door een of andere oorzaak deze ontmoeting vertraagd1 dan blijft ze onherroepelijk maagd4 ,toch is ze zooals we gezien hebben niet onvruchtbaar1 al is ze maagd4 ,hier staan we tegenover die groote anomalie1 die wonderlijke voorzorgsmaatregel of gril van de natuur1 die men parthenogenesis noemt1 en die een zeker aantal insekten met elkaar gemeen hebben1 te weten de boomluizen1 de stofvleugelige insekten van het geslacht ,psyche1 de ,hymenopteren van den stam der ,cynipides1 enz4 ,de koningin-maagd kan dus eieren leggen als ware zij bevrucht1 maar uit alle eieren die ze legt1 in groote of kleine cellen1 zullen enkel darren geboren worden1 en daar deze nimmer werken1 enkel op kosten der wijfjes leven1 zelfs nooit honing gaan zoeken voor zich zelven en niet in hun onderhoud kunnen voorzien1 volgt slechts weinige weken na den dood van de laatste afgetobde werkbij1 de volledige ondergang der kolonie4 ,uit de maagd zullen duizenden mannetjes geboren worden1 en ieder dezer mannetjes bezit millioenen zaadlichaampjes1 waarvan er geen enkel in haar organisme is kunnen binnendringen4 ,dat is zoo men wil niet wonderlijker dan duizend andere analoge verschijnselen2 want als men zich bezighoudt met deze problemen1 voornamelijk met die van de voortplanting1 waarbij het wonderlijke en verrassende van alle kanten opduiken1 nog veel overvloediger en nog veel minder volgens menschelijke wetten dan in de wonderbaarlijkste tooversprookjes1 dan wordt na verloop van korten tijd de verbazing zoo iets gewoons1 dat men er vrij spoedig de notie van verliest4 ,toch was het feit de moeite waard te worden opgeteekend4 ,doch van een anderen kant1 hoe in het reine te komen met de bedoeling der natuur1 die aldus de darren1 welke zoo noodlottig zijn1 begunstigt ten koste der zoo noodzakelijke werkbijen8 ,is ze bang1 dat anders het verstand der wijfjes hen er toe brengen zou het aantal dezer nadeelige parasieten1 die nu eenmaal onvermijdelijk zijn voor de instandhouding der soort1 buitensporig te verminderen8 ,is het uit overdreven reactie tegen den ramp van een onvruchtbare koningin8 ,behoort het tot die al te geweldige en blinde voorzorgsmaatregelen1 die de oorzaak van het kwaad niet kennen1 met het geneesmiddel het doel voorbijschieten1 en om een lastig geval te vermijden1 een ramp teweegbrengen8 ,in werkelijkheid--doch laat ons niet vergeten1 dat het niet geheel en al de natuurlijke en oorspronkelijke werkelijkheid is1 daar de kolonies in de primitieve wouden veel meer verspreid moeten geleefd hebben dan tegenwoordig1 in werkelijkheid ligt het bijna nooit aan gebrek aan mannetjes1 wanneer een koningin niet is bevrucht1 want deze zijn altijd talrijk en komen van zeer verre4 ,veeleer hebben koude of regen haar te lang in den korf opgesloten gehouden1 en nog vaker de onvolkomenheid harer vleugeltjes1 waardoor ze niet in staat is tot de hooge vlucht1 die vereischt wordt door het orgaan der darren4 ,nochtans legt de natuur1 zonder rekening te houden met deze meer reele oorzaken1 zich met hartstocht toe op het vermenigvuldigen der darren4 ,ze brengt zelfs nog andere wetten in beroering om er te verkrijgen en somtijds vindt men zelfs in een verweesden korf twee of drie werkbijen1 die zoo sterk worden geprikkeld door het verlangen naar instandhouding der soort1 dat ze zich ondanks hunne verminkte eierstokken inspannen om eieren te leggen1 hunne organen eenigszins zien opleven onder den drang van dit tot het uiterste geprikkeld gevoel1 en er werkelijk in slagen eenige eieren voort te brengen2 doch ook uit deze eieren ontstaan evenals uit die der maagd-moeder1 enkel darren4 ,,xiii4 ,hier betrappen we op heeterdaad een hoogeren doch misschien onvoorzichtigen wil1 die met zijn tusschenkomst den van verstand getuigenden wil van sommige levens met onweerstaanbare kracht tegenwerkt4 ,dergelijke interventies zijn in de wereld der insekten vrij veelvuldig en het is merkwaardig ze daar te bestudeeren4 ,daar deze wereld rijker bevolkt en samengestelder is dan de overigen kan men sommige wenschen der natuur daar nog beter waarnemen en men verrast haar daar te midden van allerlei proefnemingen1 die men voor onvoltooid zou kunnen houden4 ,zoo heeft ze b4v4 n grooten wensch1 dien ze overal aan den dag legt1--te weten3 de verbetering van iedere soort door het overleven van den sterkste4 ,gemeenlijk is de strijd goed georganiseerd4 ,het doodenoffer der zwakken is enorm groot1 dat kan haar weinig schelen ingeval de belooning van den overwinnaar maar ontwijfelbaar en zeker is4 ,doch er zijn gevallen1 waarin men zeggen zou1 dat ze nog niet den tijd heeft gehad hare combinaties weer te ontbinden1 waarbij het lot van den overwinnaar al even rampzalig is als dat der overwonnenen4 ,en om bij onze bijen te blijven1 in dit opzicht ken ik niets treffenders dan de geschiedenis der triongulins der ,sitaris ,colletis4 ,men zal trouwens zien1 dat verscheidene bijzonderheden dezer geschiedenis niet zoo vreemd zijn aan die van den mensch als men geneigd zou zijn te meenen4 ,deze triongulins zijn de primaire larven van de parasiet eener wilde1 afgezonderd levende bij met een stompe tong1 de ,colletis1 die haar nest bouwt in onderaardsche gangen4 ,voor de opening dezer gangen loeren ze op de bij en ten getale van drie1 vier1 vijf en somtijds meer klampen ze zich aan haar haren vast en gaan op haar rug zitten4 ,had de strijd der sterken tegen de zwakken op dit oogenblik plaats1 dan zou er verder niets over te zeggen vallen en alles zou zijn verloop hebben volgens de algemeene wet4 ,maar1 waarom weet men niet1 hun instinkt wil en bijgevolg beveelt de natuur1 dat ze zich rustig houden zoo lang ze op den rug der bij zitten4 ,terwijl deze de bloemen bezoekt1 haar cellen bouwt en van levensmiddelen voorziet1 wachten ze geduldig hun tijd af4--,maar zoodra er een ei is gelegd springen alle er op1 en de onschuldige ,colletis sluit de goed van levensmiddelen voorziene cel zorgvuldig dicht1 zonder te vermoeden1 dat ze er tevens den dood harer nakomelingschap in opsluit4 ,zoodra de cel dicht is begint onmiddellijk rondom het ne ei de onvermijdelijke en heilzame strijd der natuurlijke teeltkeus tusschen de triongulins4 ,de sterkste of handigste grijpt zijn tegenstander bij zijn gevoeligste plaats1 beurt hem boven zijn kop en houdt hem z uren lang in zijn kaken totdat hij bezwijkt4 ,doch gedurende dezen kamp heeft een andere triongulin1 die f nog alleen over was f zijn mededinger reeds overwonnen heeft1 zich meester gemaakt van het ei en is er aan begonnen4 ,dan moet de laatste overwinnaar het nog klaar spelen met dezen nieuwen vijand1 wat hem niet moeielijk valt1 want de triongulin1 die een honger heeft te stillen welke reeds van vr zijn geboorte dateert1 hecht zich z hardnekkig aan zijn ei1 dat hij aan geen zelfverdediging denkt4 ,eindelijk is ook hij gedood en is de ander alleen met het zoo kostbare en met zooveel moeite veroverde ei4 ,begeerig steekt hij zijn kop in de door zijn voorganger gemaakte opening en zet zich aan den langen maaltijd1 die hem in een volkomen insekt zal herscheppen1 en hem de noodige middelen moet verschaffen om uit de cel te komen1 waarin hij is opgesloten4 ,de natuur echter1 die deze proef van den strijd verlangt1 heeft van een anderen kant het loon van deze zegepraal met zoo karige nauwgezetheid berekend1 dat een ei juist voldoende is voor het voedsel van een enkelen triongulin4 ,zoodat1 zegt ,mayet1 wien wij het verhaal van dit verbijsterend ongeval te danken hebben1 zoodat onze overwinnaar al het voedsel mist1 dat zijn laatste vijand vr zijn dood heeft verzwolgen1 en zoo sterft hij op zijn beurt1 daar hij niet in staat is de eerste gedaanteverwisseling te doorstaan1 blijft aan het vlies van het ei hangen of vermeerdert het aantal der in het zoete vocht verdronkenen met n4 ,,xiv4 ,dit geval1 al is het zelden z goed na te gaan als hier1 is niet eenig in de natuurlijke geschiedenis4 ,onverhuld aanschouwt men hier den strijd tusschen den welbewusten wil van den triongulin1 die wenscht te leven1 en den duisteren1 algemeenen wil der natuur1 die eveneens verlangt dat hij zal leven en zelfs dat hij zijn leven nog krachtiger en beter zal maken dan zijn eigen wil hem zou aandrijven te doen4 ,doch door een vreemde zorgeloosheid vernietigt die hem opgelegde verbetering het leven van den meerdere2 en de ,sitaris ,colletis zou reeds lang verdwenen zijn1 indien niet enkele individuen1 afgezonderd door een toeval dat strijdt met de bedoelingen der natuur1 aldus ontkwamen aan de voortreffelijke en met de toekomst rekenende wet1 die overal de zegepraal der sterksten eischt4 ,dus er zijn gevallen1 dat de groote macht1 die ons onbewust lijkt doch wel wijs moet zijn1 daar het leven1 dat ze organiseert en onderhoudt haar altijd in 't gelijk stelt1 dus er zijn gevallen1 dat deze een misgreep doet8 ,schiet dus hare hoogere rede1 die wij aanroepen wanneer neer we de grenzen der onze bereikt hebben1 schiet deze dus te kort8 ,en indien dat zoo is1 wie verhelpt dit dan weer8 ,laat ons echter terugkomen op haar onweerstaanbare interventie1 die den vorm der parthenogenesis aanneemt4 ,vergeet niet1 dat deze vraagstukken1 waarop wij stuiten in een wereld1 die zeer ver van de onze schijnt af te staan1 ons van nabij raken4 ,eerstens is het mogelijk1 dat alles op dezelfde wijze toegaat in ons eigen lichaam1 waarop we zoo trotsch zijn4 ,de wil of de geest der natuur1 die werkt in onze maag1 ons hart en in het onbewuste deel onzer hersenen1 zal al heel weinig verschillen van dien geest of dien wil in de meest rudimentaire beesten1 planten en zelfs mineralen4 ,en dan1 wie zou durven beweren1 dat een dergelijke geheime doch niet minder gevaarlijke interventie nooit voorkomt in de bewuste sfeer der menschen8 ,wie heeft ten slotte gelijk in het onderhavige geval1 de natuur of de bij8 ,wat zou er gebeuren indien deze f nog volgzamer f nog verstandiger was1 zoodat ze den wensch der natuur ten volle begreep1 dezen volgde tot het uiterste1 en omdat hij gebiedend darren eischt1 deze ook in het oneindige vermenigvuldigde8 ,zou ze geen gevaar loopen hare soort te gronde te richten8 ,moet men aannemen1 dat de natuur bedoelingen heeft1 waarvan het gevaarlijk en noodlottig zou zijn1 ze met al te grooten ijver op te volgen1 en dat een harer wenschen deze is1 dat men niet al hare verlangens moge begrijpen en volgen8 ,is dit misschien niet een der gevaren1 die het menschdom loopt8 ,wij ook voeden in ons onbewuste krachten1 die totaal het tegendeel willen van hetgeen ons verstand eischt4 ,is het goed dat dit verstand1 hetwelk gewoonlijk niet meer weet waar het heen zal1 nadat het den ganschen cirkel heeft afgelegd1 is het goed1 dat het zich schaart naast deze krachten en onverwachts ook haar gewicht daaraan komt hechten8 ,,xv4 ,hebben wij het recht uit de gevaren der parthenogenesis het besluit te trekken1 dat de natuur niet altijd de rechte verhouding weet te treffen tusschen middel en doel1 dat hetgeen zij wil staande houden zijn behoud somtijds te danken heeft aan andere voorzorgsmaatregelen1 die ze genomen heeft tegen deze voorzorgsmaatregelen zelf1 en dikwijls ook aan omstandigheden1 die haar geheel vreemd zijn1 en die ze niet heeft voorzien8 ,maar kan ze voorzien1 heeft ze de bedoeling iets staande te houden8 ,de natuur1 zal men zeggen1 is een woord1 waarmee we het onkenbare dekken1 en slechts weinige beslissende feiten geven ons het recht haar bedoeling of verstand toe te schrijven4 ,dat is waar4 ,hier leggen we de hand op de hermetisch gesloten vaten1 die onze opvatting van het heelal kenmerken4 ,om er niet onveranderlijk datzelfde opschrift ,onbekend op te plaatsen1 dat ontmoedigt en het stilzwijgen oplegt1 snijden wij er1 al naar vorm en grootte1 de woorden in3 ,natuur1 ,leven1 ,dood1 ,oneindigheid1 ,selectie1 ,geest der soort1 en nog vele andere1 evenals zij die ons zijn voorgegaan1 er de namen ,god1 ,voorzienigheid1 ,noodlot1 ,belooning aan hechtten4 ,dat is zoo1 en niets meer zoo men wil4 ,maar zoo het inwendige op deze wijze al duister blijft1 we hebben er althans dit mee gewonnen1 dat we1 nu de inschriften minder dreigend zijn1 die vaten durven naderen1 ze aanraken en met heilzame nieuwsgierigheid het oor daartegen te luisteren leggen4 ,maar welken naam men er ook aan moge geven1 dit is zeker1 dat althans n dezer vaten1 het grootste1 datgene dat als opschrift het woordje ,natuur draagt1 een zeer reele kracht inhoudt1 de meest reele van alle en die op onzen aardbol een verbazend groote en wonderbaarlijke hoeveelheid leven weet te onderhouden1 door z vernuftige middelen1 dat men zonder overdrijving zeggen mag1 dat ze alles overtreffen1 wat het genie der menschen weet tot stand te brengen4 ,zouden deze quantiteit en deze qualiteit ook kunnen blijven bestaan door andere middelen8 ,vergissen wij ons als wij meenen voorzorgsmaatregelen te zien waar misschien niets anders aanwezig is dan een gelukkig toeval1 dat een millioen ongelukkig toevallen overleeft8 ,,xvi4 't ,kan zijn2 maar dan leert zulk een gelukkig toeval ons lessen van bewondering1 die vrij wel gelijk staan met die welke we zouden opdoen als het meer dan toeval was4 ,laat ons niet enkel onze aandacht schenken aan de wezens1 die een schemering van verstand of bewustzijn bezitten en kunnen strijden tegen de blinde wetten1 laat ons zelfs niet stilstaan bij de eerste schaduwachtige vertegenwoordigers van het beginnende dierenrijk3 de ,protozon4 ,de proeven van den beroemden microscopist ,m4,h4,j4 ,carter1 ,f4,r4,s41 toonen dat zich inderdaad reeds een wil1 verlangens1 voorkeur openbaren in zulke oneindig kleine embryo's als de myxomyceten2 dat er bij infusiediertjes1 oogenschijnlijk ontbloot van alle organisme1 list wordt aangewend1 zooals b4v4 bij de ,amoeba1 die met huichelachtig geduld loert op de jonge ,acineten1 als ze uit het moederei te voorschijn komen1 daar ze weet1 dat ze op dat oogenblik nog geen giftige sprieten hebben4 ,deze ,amoeba nu bezit noch zenuwstelsel1 noch eenig waarneembaar orgaan4 ,laat ons regelrecht afgaan op de planten1 die onbewegelijk zijn en schijnbaar afhankelijk van alle gebeurlijkheden1 en zonder stil te staan bij de vleeschetende planten1 de ,drosera's b4 v41 die werkelijk net doen als dieren1 liever de scherpzinnigheid bestudeeren1 welke wordt aan den dag gelegd door onze eenvoudigste planten om te maken dat het bezoek eener bij noodzakelijk de kruisbestuiving ten gevolge heeft1 die noodzakelijk voor hen is4 ,let op het wonderbare spel van rostellum en retinaculum in verband met de kleverigheid en het mathematisch en automatisch overhellen der massa pollinis 7stuifmeelmassa7 in de ,orchis ,morio1 de nederige orchidee onzer velden#a2 onderzoek eens de onfeilbare bascule van de twee helmknopjes der salie1 die op een bepaalde plaats het lichaam van het insekt1 dat hen bezoekt1 aanraken1 om te maken1 dat dit op zijne beurt op een nauwkeurig bepaalde plaats den stempel van een naburige bloem raakt2 let verder eens op het successievelijke kartelen van de ,pedicularis ,sylvatica 7bosch-kartelblad7 en de berekeningen van haren stempel4 ,zodra de bij komt1 zien we alle organen dezer drie bloemen in beweging geraken op de wijze van die ingewikkelde mechaniek1 die men op onze dorpskermissen zien kan1 en die in beweging geraakt1 wanneer een behendig schutter het zwarte punt van de schijf heeft getroffen4 ,we zouden nog lager kunnen afdalen en1 evenals ,ruskin in zijn ,ethics of the ,dust gedaan heeft1 de gewoonten1 het karakter en de listen en lagen der kristallen aantoonen1 hunne onderlinge twisten1 wat ze doen indien een vreemd lichaam hunne plannen komt verstoren1 plannen die ouder zijn dan al wat onze verbeelding maar kan bevatten1 de wijze waarop ze een vijand toelaten of weren2 de mogelijke zegepraal van den zwaksten over den sterksten1 zoo b4v4 bij het almachtige ,kwarts1 dat beleefd de plaats ruimt voor het nederige en huichelachtige ,epidoot 7een soort van porphyr7 en dit vergunt zich over hem te legeren1 den nu eens verschrikkelijken1 dan weer bewonderenswaardigen strijd van het rotskristal met het ijzer1 den regelmatigen1 vlekkeloozen groei en de ongenaakbare reinheid van 't eene blok hyalith 7glas-opaal7 dat reeds bij voorbaat alle vlekken weert1 en het ziekelijk opwassen1 de klaarblijkelijke onzedelijkheid van zijn broeder1 die deze vlekken aanneemt en kommerlijk voortkruipt in het ledig2 we zouden de zonderlinge verschijnselen van aaneenvoeging en samengroeiing der kristallen kunnen aanhalen1 waarvan ,claude ,bernard spreekt1 enz44444 ,doch deze geheimen zijn ons al te vreemd4 ,we houden ons maar aan onze bloemen1 de laatste gestalten van een leven1 dat nog eenige verwantschap met het onze heeft4 ,we hebben hier niet meer te doen met dieren of insekten1 aan wie wij een redelijken en eigen wil toeschrijven1 krachtens welken zij zich in stand houden4 ,terecht of ten onrechte schrijven wij er hun geen toe4 ,in ieder geval kunnen wij bij hen geen spoor ontdekken van die organen in welke gewoonlijk de wil1 het verstand1 het initiatief tot de daad ontstaan en zetelen4 ,bijgevolg komt al wat in hen op zoo bewonderenswaardige wijze werkt1 onmiddellijk van datgene wat wij elders de ,natuur noemen4 't ,is niet meer het intellekt van den individu1 doch de onbewuste en ongedeelde kracht1 die strikken spant aan andere van haar afwijkende vormen4 ,zullen we daar nu uit opmaken1 dat deze strikken iets anders zijn dan louter toevallige omstandigheden1 die door eveneens toevallige gewoonten regel zijn geworden8 ,we hebben daartoe nog niet het recht4 ,wel kan men zeggen1 dat bij gebreke van dit wonderbaar samentreffen deze bloemen niet zouden hebben voortbestaan1 maar dat ze zouden zijn vervangen door andere1 welke geen kruisbestuiving noodig hadden1 zonder dat iemand het niet-bestaan der eersten had opgemerkt1 zonder dat het leven1 dat over de aarde golft1 ons minder onbegrijpelijk1 minder verscheiden of minder verbazingwekkend was voorgekomen4 #a ,het is onmogelijk hier in bijzonderheden de beschrijving te geven van dezen merkwaardigen valstrik1 dien ,darwin ons mededeelt4 ,hier volgt een ruwe schets3 het stuifmeel der ,orchis ,morio is niet korrelig maar kleeft samen in den vorm van kleine knotsjes1 pollinium of massa pollinis genoemd4 ,ieder dezer knotsjes 7het zijn er twee7 eindigt van onderen in een kleverig kliertje 7het retinaculum7 dat is vervat in een soort van vliezig zakje 7het ,rostellum71 hetwelk bij de geringste aanraking openspringt4 ,wanneer een bij op de bloem gaat zitten1 komt haar kopje als het zich uitstrekt om het honingsap er uit te halen1 in aanraking met het vliezig zakje1 dat scheurt en de twee kleverige kliertjes bloot legt4 ,dank zij de kleverigheid dezer kliertjes hecht zich het pollinium uit die beide aan het kopje van het insekt1 dat dit bij het verlaten der bloem meeneemt als twee knobbelige horentjes4 ,bleven deze1 die vol stuifmeel zitten1 recht en stijf1 dan zouden ze op het oogenblik1 dat de bij in een naburige ,orchidee binnendringt1 den vliezigen zak der tweede bloem aanraken en dezen eenvoudig doen barsten1 doch ze zouden den stempel1 het vrouwelijk orgaan1 dat bevrucht moet worden1 niet bereiken1 daar het onder dien vliezigen zak ligt4 ,de genius van de ,orchis ,morio heeft die moeielijkheid voorzien en na verloop van dertig seconden1 dat is dus juist de tijd1 dien het insekt noodig heeft om klaar te komen met het uitzuigen van het honingsap en het overgaan op een andere bloem1 droogt de steel van het kleine knotsje op en schrompelt ineen1 altijd naar denzelfden kant en in dezelfde richting2 de knobbel1 die het stuifmeel bevat1 begint te hellen1 en de hoek van die helling is zoodanig berekend1 dat hij zich op het oogenblik dat de bij in de naburige bloem binnendringt1 precies op de plaats van den stempel bevindt1 waarop hij zijn bevruchtend stof moet uitstorten4 7,men zie voor alle bijzonderheden van dit intiem drama in de onbewuste wereld der bloemen1 de merkwaardige studie van ,ch4 ,darwin2 ,over de bevruchting der ,orchideen door de insekten1 en de goede gevolgen der kruising1 #ahfb74 ,,xvii4 ,en toch zou 't ons moeielijk vallen niet op te merken1 dat daden1 die er geheel en al uitzien als daden van voorzichtigheid en verstand1 het gelukkig toeval te voorschijn roepen of doen voortduren4 ,van waar gaan zij uit8 ,van het voorwerp zelf of van de kracht1 waaruit dit het leven put8 ,ik zal niet zeggen3 dat komt er weinig op aan2 integendeel1 er zou ons enorm veel aan gelegen liggen1 dat te weten4 ,maar in afwachting van het antwoord op deze vraag1 of het de bloem zelve is1 die er met alle krachten naar streeft het leven1 dat de natuur in haar gelegd heeft1 te onderhouden en te volmaken1 of dat de natuur haar best doet dat deel van het leven1 hetwelk de bloem heeft aangenomen1 te onderhouden en te verbeteren1 of eindelijk dat het toeval ten slotte het toeval regelt1 pleiten talloos veel verschijnselen er voor te gelooven1 dat iets hetwelk aan onze hoogste gedachten beantwoordt1 bij tijden te voorschijn treedt uit een groot geheel1 dat we moeten bewonderen zonder te kunnen zeggen1 waar het zich bevindt4 't ,lijkt ons toe alsof er somtijds iets verkeerds uit dat groot geheel te voorschijn komt4 ,maar al weten we ook al heel weinig1 menigmaal hebben we gelegenheid op te merken1 dat dit verkeerde juist een daad van voorzichtigheid is1 die boven het bereik lag van onzen eersten blik4 ,zelfs in het kleine kringetje1 dat onze oogen omvatten1 kunnen we de ontdekking doen1 dat zoo de natuur zich hier schijnt te vergissen1 dit gebeurt omdat ze het nuttig oordeelt ginds hare schijnbare nalatigheid weer goed te maken4 ,ze heeft de drie bloemen1 waarvan we spraken1 in zoo ongunstige omstandigheden geplaatst1 dat ze zichzelven niet kunnen bevruchten1 doch dit is zoo omdat ze er voordeel in ziet1 zonder dat wij begrijpen waarom1 deze drie bloemen door hunne buren te doen bevruchten2 en het genie1 dat ze rechts in gebreke bleef te toonen1 openbaart ze ter linkerzijde door het vernuft harer slachtoffers te scherpen4 ,de wegen en omwegen van dezen genius blijven ons onverklaarbaar1 doch zijn peil blijft steeds hetzelfde4 ,het schijnt te dalen door een of andere vergissing1 als we aannemen dat eene vergissing mogelijk is1 doch onmiddellijk daarna stijgt het weer hooger in het orgaan1 dat belast is met het herstel der fout4 ,hoe wij ons ook wenden of keeren1 het staat hooger dan wij4 ,het is de cirkelvormige oceaan1 de onmetelijke watervlakte zonder laagste peil1 waarop onze stoutste en onafhankelijkste gedachten nooit iets anders zullen zijn dan willig schuim4 ,heden noemen we het natuur1 en morgen zullen we er misschien een anderen1 vreeselijker of zachter naam voor vinden4 ,en ondertusschen heerscht het gelijktijdig en gelijkmatig over leven en dood1 en verschaft aan die beide onverzoenlijken de prachtige of gemeenzame wapenen1 die zijn boezem bedreigen en sieren tevens4 ,,xviii4 ,wat nu de vraag betreft of deze genius maatregelen neemt om te onderhouden wat leeft en zich beweegt op zijne oppervlakte1 of dat men dezen zonderlingen cirkel moet afsluiten door het zeggen1 dat wat zich op zijne oppervlakte beweegt1 maatregelen neemt tegen den genius zelf1 die het doet leven1 dat blijven open vragen4 ,we kunnen onmogelijk te weten komen of eenige soort heeft voortbestaan ondanks de gevaarlijke zorgen van dien hoogsten wil1 onafhankelijk daarvan1 of wel juist daardoor4 ,al wat we kunnen constateeren is1 dat die of die soort bestaat1 en dat bij gevolg de natuur op dit punt gelijk heeft gekregen4 ,wie zal ons echter zeggen hoevele andere1 die wij niet gekend hebben1 gevallen zijn als slachtoffers1 van haar verstand in zijn vergeetachtigheid of onrust8 ,al wat we verder nog kunnen constateeren is1 welke verrassende en somtijds vijandelijke vormen het vreemde fludum1 dat we leven noemen1 aanneemt1 nu eens in absolute onbewustheid1 dan weder in een soort van bewustheid1 het fludum dat ons bezielt zoo goed als al het overige1 en dat onze gedachten schept1 die een oordeel daarover uitspreken en onze onbeduidende stem1 die haar best doet er over te praten4 ,,vijfde ,,boek4 ,,de ,,paringsvlucht4 ,i4 ,we komen nu tot de wijze waarop de bevruchting der bijen-koningin plaats heeft4 ,ook hier heeft de natuur buitengewone maatregelen genomen om de paring van mannetjes en wijfjes uit verschillende moederstokken te begunstigen2 een vreemde wet1 die ze volstrekt niet had behoeven uit te vaardigen1 een gril of misschien het gevolg van een oorspronkelijke nalatigheid1 waardoor ze nu allerlei merkwaardige krachten aan 't werk moet zetten1 om die te herstellen4 ,waarschijnlijk zou het heelal1 indien zij ook maar de helft van het genie1 dat ze nu verspilt aan kruisbevruchting en sommige andere willekeurige wenschen1 had besteed om het leven te verzekeren1 het lijden te verlichten1 den dood te verzachten en afschuwelijke rampen te vermijden1 ons een minder onbegrijpelijk raadsel zijn geweest1 minder erbarmelijk dan hetgeen we nu trachten te doorgronden4 ,maar we hebben niet te doen met wat had kunnen zijn1 we hebben onze bewustheid en onze belangstelling in het bestaande te putten uit hetgeen is4 ,rondom de maagdelijke koningin en met haar levende in den korf midden in de massa1 bewegen zich honderden mannetjes1 die altijd dronken zijn van honing1 en wier eenige reden van bestaan de vereeniging der liefde is4 ,maar hoewel hier twee verlangens1 die overal elders alle hinderpalen omverworpen1 voortdurend met elkaar in aanraking zijn1 heeft de paring nooit plaats in den korf1 en men is er nog nooit in geslaagd1 een gevangen koningin te doen bevruchten#a4 ,de minnaars1 die haar omgeven1 weten niet wat ze is1 zoolang ze in hun midden woont4 ,zonder te vermoeden dat ze zoo juist van haar afkomen1 dat ze met haar sliepen op dezelfde raten1 dat ze misschien in de haast van het uitvliegen tegen haar aan zijn gebonsd1 gaan ze haar zoeken in de ruimte1 op de meest verborgen plaatsjes van den horizont4 't ,is alsof hunne bewonderenswaardige oogen1 die hun geheelen kop bedekken als een schitterende helm1 haar eerst leeren kennen en begeeren1 wanneer ze zweeft in het azuur4 ,dagelijks van elf tot drie uur1 wanneer het licht zijn hoogsten glans heeft en vooral wanneer de middag tot aan de grenzen des hemels zijn groote blauwe vleugelen uitspreidt om de vlammen der zon aan te wakkeren1 gaat hunne gevederde horde er haastig op uit om de echtgenoote op te sporen1 die nog koninklijker en nog moeielijker te verkrijgen is dan alle ongenaakbare prinsessen uit de sprookjes1 want twintig of dertig stammen omringen haar en komen uit alle naburige staten aansnellen1 om een hofstoet van meer dan tien duizend pretendenten voor haar te vormen4 ,uit deze duizenden zal er n enkele worden uitgekozen voor n enkelen kus van ne minuut1 die hem aan het geluk maar tevens aan den dood zal huwen1 terwijl alle overigen doelloos rondom het verbonden paar heenvliegen1 en weldra zullen sterven zonder de begoochelende en noodlottige verschijning weer te zien4 #a ,aan ,professor ,mc ,lain is het onlangs gelukt eenige koninginnen kunstmatig te bevruchten1 doch eerst na eene echte1 chirurgicale1 gevaarlijke en ingewikkelde operatie4 ,overigens was de vruchtbaarheid dezer koninginnen beperkt en voorbijgaand van aard4 ,,ii4 ,ik overdrijf deze verrassende en dolzinnige verkwisting der natuur niet4 ,in de beste korven telt men gewoonlijk vier of vijf honderd darren4 ,in zwakke of verbasterde korven vindt men er dikwijls vier of vijf duizend1 want hoe meer een bijenkorf ten ondergang neigt1 des te meer darren brengt hij voort4 ,men kan zeggen dat een bijenstand van tien kolonies gemiddeld op een gegeven oogenblik een volk van tien duizend darren in de lucht verspreidt1 waaronder er tien of hoogstens vijftig zijn1 die kans hebben de eenige daad te volbrengen1 waarvoor ze geboren worden4 ,en ondertusschen putten zij den voorraad der stad uit1 en de aanhoudende arbeid van vijf of zes werkbijen is nauwelijks voldoende om de vraatzucht en begeerigheid van een dezer parasieten te bevredigen1 die in hun nietsdoen enkel onvermoeid zijn in het eten4 ,doch de natuur is altijd grootsch1 wanneer ze te doen heeft met de functies of de voorrechten dor liefde4 ,karig is ze alleen1 waar het de organen en werktuigen voor den arbeid betreft4 ,in 't bijzonder is ze heftig tegen al wat de menschen deugd hebben genoemd4 ,daarentegen telt ze de schatten en gunsten niet1 die ze strooit op het pad ook der minst interessante gelieven4 ,van alle kanten roept ze3 ,vereenigt u1 vermenigvuldigt u1 er is geen andere wet1 geen ander doel dan de liefde1 en ze is vrij er zachter bij te voegen3--,en leeft daarna voort als ge kunt1 dat gaat mij niet meer aan4 ,wat men ook doet1 wat men ook anders zou verlangen1 overal vindt men deze zelfde moraal weer1 die zoozeer afwijkt van de onze4 ,let nog eens op haar onrechtvaardige karigheid en onzinnige weelderigheid bij deze zelfde wezentjes4 ,van haar geboorte af tot aan haren dood moet de strenge honingdraagster overal heen1 ver weg1 naar de dichtst begroeide streken1 om een massa bloemen op te sporen1 die wegschuilen voor den blik4 ,in de doolhoven der honingkelken en de geheime gangen der helmknopjes moet ze den verborgen honing en 't stuifmeel opsporen4 ,en toch zijn hare oogen en reukorganen vergeleken met die der darren als die van een invalide4 ,al waren deze laatsten bijna blind en ontbloot van een reukorgaan1 dan zouden ze er weinig onder te lijden hebben1 ze zouden het nauwelijks weten4 ,ze hebben niets te doen1 geen enkele prooi te vervolgen4 ,hun voedsel wordt hun geheel klaar voorgezet en hun leven brengen ze door met het opslurpen van den honing zoo maar van de raat1 in de duisternis van den korf4 ,doch zij staan in dienst der liefde en de grootste en overbodigste gaven worden met volle handen in den afgrond der toekomst geworpen4 ,een van hen op de duizend heeft ns in zijn leven de tegenwoordigheid der koninklijke maagd in de diepte van het azuur te ontdekken4 ,een op de duizend moet n enkel oogenblik in de ruimte het spoor volgen van het wijfje1 dat niet tracht te ontvluchten4 ,dat is voldoende4 ,de partijdige macht heeft hare ongehoorde schatten1 tot in 't overdadige en onzinnige1 voor hen opengesteld4 ,aan ieder dezer mogelijke 7doch zeer onwaarschijnlijke7 minnaars1 waarvan er negen honderd negen en negentig gedood worden enkele dagen na het noodlottig bruiloftsfeest van den duizendste1 heeft ze dertien duizend oogen gegeven aan beide kanten van den kop1 terwijl de werkbij er zes duizend heeft4 ,ze heeft1 volgens de berekeningen van ,cheshire1 hunne sprieten voorzien van acht duizend holten voor den reuk1 terwijl de werkbij er geen vijf duizend bezit4 ,hier hebben we een voorbeeld van de wanverhouding1 die men bijna overal kan opmerken tusschen de gaven1 die ze aan de liefde verleent en die welke ze aan den arbeid toemeet1 tusschen de gunsten1 die ze uitstort over hetgeen het leven hooger opvoert door eenig genoegen1 en de onverschilligheid waarmee ze aan zijn lot overlaat al wat geduldig zich staande houdt in moeite en kommer4 ,wie naar waarheid het karakter der natuur zou willen schilderen1 naar de trekken1 die men aldus te zien krijgt1 hij zou er iets zeer buitengewoons van maken1 dat geenerlei gelijkenis zou vertoonen met ons ideaal1 en toch moet ook dit uit haar voortkomen4 ,aan den mensch echter zijn veel te veel zaken onbekend dan dat hij dit portret zou durven onderhanden nemen2 hij zou niets anders op 't doek kunnen brengen dan een groote schaduw met twee of drie lichtende punten1 die echter slechts een onzeker schijnsel zouden afwerpen4 ,,iii4 ,ik denk1 dat slechts weinigen het geheim van het bruiloftsfeest der bijen-koningin1 hetwelk gevierd wordt in de verborgen schuilhoeken van een oneindigen en schitterenden blauwen hemel1 hebben geschonden4 ,wel echter kan men het aarzelend vertrekken der bruid en den moorddadigen terugkeer der echtgenoote waarnemen4 ,ondanks haar ongeduldig verlangen kiest ze dag en uur1 en wacht achter hare poorten tot een wonderschoone morgen door de groote azuren urnen in de voor haar bruiloftsfeest bestemde ruimte wordt uitgegoten4 ,ze kiest graag het oogenblik1 waarop nog een weinig dauw bladeren en bloemen met een herinnering bevochtigt1 wanneer de laatste koelte van de bezwijkende morgenschemering nog worstelt met en bijna verslagen is door de hitte des daags1 als een naakte maagd in de armen van een forschen krijger1 wanneer de stilte en de rozen van den naderenden middag nog hier en daar een enkelen geur van de morgen-viooltjes of een doorzichtigen kreet van den dageraad doorlaten4 ,dan verschijnt ze aan den ingang1 f te midden van onverschillige honingdraagsters1 die zich bedrijvig aan den arbeid begeven1 of wel omgeven door opgewonden werkbijen1 al naar ze zusters in den korf achterlaat of dat er geen kans meer is1 haar te vervangen4 ,ze vliegt achteruit1 keert twee of drie maal weer terug naar het plankje1 en wanneer ze het uiterlijk en de juiste plaats van haar koninkrijk1 dat ze nooit van buiten heeft gezien1 goed in haar geest heeft opgenomen1 vliegt ze als een pijl uit den boog naar het zenith van 't azuur4 ,zoo bereikt ze hoogten en een lichtende sfeer1 waarin de overige bijen zich op geen enkel tijdstip huns levens wagen4 ,van uit de verte1 waar ze in hun luiheid om de bloemen heen zweven1 hebben de darren die verschijning opgemerkt en den magnetischen geur ingeademd1 die zich verspreidt en van den een op den ander wordt overgebracht tot aan de naburige bijenstanden4 ,onmiddellijk verzamelen zich geheele benden en werpen zich om haar te achtervolgen in de zee van vreugde1 wier doorzichtige grenzen steeds worden verplaatst4 ,zij1 dronken van hare vlucht1 en gehoor gevende aan de prachtige wet der soort1 die haren minnaar voor haar kiest en wil dat alleen de sterkste haar zal inhalen in de eenzaamheid van den ether1 zij stijgt nog steeds1 en voor de eerste maal dringt de blauwe morgenlucht krachtig door de luchtgaten van haar lichaam en zingt als het bloed des hemels in de duizenden vertakkingen van de beide luchtbuizen1 die de helft van haar lichaam innemen en zwelgen in de ruimte4 ,nog altijd stijgt ze4 ,ze moet een eenzaam gebied bereiken1 dat niet meer wordt bezocht door de vogels1 want dezen zouden het mysterie kunnen verstoren4 ,nog hooger verheft ze zich1 en reeds verminderde daar onder haar de ongelijke bende1 waaruit enkele zich afscheiden4 ,de zwakken1 de invaliden1 de grijsaards1 de onwelkome gasten en slecht gevoeden uit werkelooze of zwakke korven1 geven de vervolging op en verdwijnen in het ruim4 ,daar in het oneindig opaal blijft nog slechts een klein1 onvermoeid groepje hangen4 ,ze vergt een laatste stijging van hare vleugels en ziet1 de door de onbegrepen macht uitverkorene ijlt op haar toe1 omvat haar1 dringt in haar1 en gedragen door de dubbele snelheid van hun beider vlucht1 dwarrelt de stijgende spiraal hunner omhelzing n seconde in de vijandige hartstochtelijkheid der liefde4 ,,iv4 ,de meeste wezens hebben een onbestemd gevoel1 dat een zeer onbetrouwbaar toeval1 een soort van doorschijnend vlies1 den dood scheidt van de liefde1 en dat de diepste gedachten der natuur verlangen1 dat men sterven zal op 't oogenblik waarop men leven wekt4 ,waarschijnlijk maakt deze erfelijke vrees de liefde van zoo groot gewicht4 ,hier althans wordt dit denkbeeld in zijn primitieven eenvoud tot werkelijkheid1 dit denkbeeld waarvan een herinnering blijft nazweven over den kus des menschen4 ,zoodra de paring is voltrokken opent zich de buik van den dar1 het orgaan scheurt af en neemt de massa der ingewanden met zich mee1 de vleugels ontspannen zich en als had dit huwelijk hem met een bliksemschicht gedood1 draait het geledigde lichaam even rond en valt in den afgrond4 ,dezelfde gedachte1 die straks in de parthenogenesis de toekomst van den korf aan de buitengemeene vermenigvuldiging der darren ten offer bracht1 offert hier het mannetje aan de toekomst van den korf4 ,deze gedachte zet ons altijd op nieuw in verbazing2 hoe meer men haar zoekt te doorgronden1 des te minder zekerheid krijgt men1 en ,darwin b4v41 om dengene te noemen die van alle menschen er de meest hartstochtelijke en methodische studie van heeft gemaakt1 ,darwin raakt zonder het te willen bekennen bij iedere schrede meer van de wijs en krabbelt achteruit tegenover het onverwachte en onvereenigbare4 ,zie hem eens1 als ge getuige wilt zijn van het vernederend en toch edel schouwspel van het menschelijk genie1 den strijd aanbindend tegen de oneindige macht1 zie hem eens in zijn pogingen om de vreemde1 ongelooflijke1 geheimzinnige en onsamenhangende wetten van de onvruchtbaarheid en de vruchtbaarheid der bastaardsoorten of die van de variteiten in de karakters der soorten of geslachten te ontwarren4 ,nauwelijks heeft hij een regel geformuleerd of uitzonderingen zonder tal dringen op hem aan1 en al spoedig mag de aangevallen regel blij zijn als hij een boekje vindt om zich in te verschuilen en onder den naam van uitzondering zijn bestaan te kunnen rekken4 ,dit komt doordat in de bastaardsoorten1 in de variteiten 7vooral in de gelijktijdige variteiten1 die men correlaties van groei noemt7 in het instinct1 in de gevallen van vitale concurrentie1 in de selectie1 in de geologische opvolging en de geographische verspreiding der bewerktuigde wezens1 in de wederkeerige verwantschap1 evenals overal elders1 de gedachte der natuur uitvoerig en slordig1 zuinig en kwistig1 voorzichtig en onoplettend1 onstandvastig en onwankelbaar1 druk en onbewegelijk1 n en ontelbaar1 grootsch en popperig is uitgedrukt op hetzelfde oogenblik en bij hetzelfde verschijnsel4 ,terwijl ze het onmetelijk en maagdelijk veld van den eenvoud vr zich had1 bevolkt ze het met kleine vergissingen1 tegenstrijdige wetjes1 kleine lastige vraagstukken1 die in het leven geen weg weten1 even als blinde kudden4 't ,is waar1 z gebeurt alles in onze oogen1 waarin alleen die werkelijkheid weerkaatst wordt1 die zich aanpast aan onze bevatting en onze behoeften1 en niets geeft ons het recht te gelooven1 dat de natuur hare verkeerde oorzaken en gevolgen uit het oog verliest4 ,in ieder geval laat ze hun zelden toe al te ver te gaan en te naderen tot gevaarlijke en onlogische gewesten4 ,ze beschikt over twee krachten1 die nimmer hun macht verliezen1 en wanneer de verschijnselen zekere grenzen overschrijden1 dan geeft ze een wenk aan leven of dood1 die dan weer de orde komen herstellen en onverschillig den weg weer nieuw afbakenen4 ,v4 ,ze ontsnapt ons aan alle kanten1 veronachtzaamt de meeste onzer regels en verbreekt al onze maatregelen4 ,ter rechterzijde staat ze verre beneden onze gedachten1 maar plotseling stijgt ze ter linker hoog als een berg4 ,ieder oogenblik schijnt het alsof ze zich vergist1 zoowel in de wereld harer eerste proefnemingen1 als in die der laatste1 ik bedoel de wereld des menschen4 ,daar wettigt ze het instinct der duistere massa1 de onrechtvaardigheid en onwetendheid van het aantal1 de nederlaag van verstand en deugd1 de moraal zonder verheffing1 waardoor de groote stroom der soort zich laat leiden en die kennelijk lager staat dan de moraal volgens de opvatting en den wensch van een geest1 die zich aansluit bij de veel klaarder rimpeling1 welke zich stroomopwaarts beweegt4 ,vraagt echter deze zelfde geest zich in onze dagen ten onrechte af1 of het niet zijn plicht is alle waarheid1 bij gevolg de moreele even goed als de rest1 liever in dezen chaos te zoeken dan in zichzelf1 waar ze betrekkelijk zoo helder en zoo duidelijk schijnt8 ,hij denkt er niet aan het verstand en de deugd van zijn ideaal1 dat door zoovele helden en wijzen gewijd is1 te verloochenen1 doch somtijds zegt hij tot zichzelven1 dat dit ideaal misschien te veel buiten de enorme massa om ontstaan is1 wier veelomvattende schoonheid het beweert te vertegenwoordigen4 ,met volle recht heeft hij tot nu toe moeten vreezen dat hij1 wanneer hij zijn moraal pasklaar maakte naar die der natuur1 vernietigen zou wat voor hem juist het meesterstuk dier zelfde natuur is4 ,nu hij deze echter eenigszins beter kent1 en nu enkele wel nog eenigszins duistere1 maar toch ongedacht uitvoerige antwoorden1 hem een enkelen blik deden werpen op een plan en een verstand1 die hooger staan dan al wat hij had kunnen uitdenken als hij zich in zichzelf had opgesloten1 nu koestert hij minder vrees1 hij heeft niet meer zoo dringend behoefte aan een veilig schuilhoekje voor zijn eigen verstand en deugd4 ,hij oordeelt nu1 dat wat z groot is1 ons nooit zal leeren af te dalen4 ,hij zou gaarne weten of niet het oogenblik gekomen was om zijn principes1 zijn zekerheid en zijn droomen aan een zorgvuldiger onderzoek te onderwerpen4 ,ik herhaal1 hij denkt er niet aan1 zijn menschelijk ideaal prijs te geven4 ,juist datgene wat aanvankelijk van dit ideaal afkeerig wil maken1 leert ons er toe terugkeeren4 ,de natuur zou geen verkeerden raad kunnen geven aan een geest voor wien elke waarheid1 die niet althans even hoog staat als de waarheid van zijn eigen verlangen1 niet verheven genoeg lijkt om definitief te zijn en het groote plan waardig1 dat hij zich beijvert te omhelzen4 ,niets verandert in zijn leven van plaats1 of het moet met hem stijgen1 en nog langen tijd zal hij tot zichzelf zeggen1 dat hij stijgt1 wanneer hij het oude beeld van het goede naderbij komt4 ,maar in zijn denken wijzigt zich alles met veel grooter vrijheid1 en in zijn hartstochtelijke contemplatie kan hij ongestraft z ver afdalen1 dat hij de wreedste en onzedelijkste contradicties van het leven kan lief krijgen als deugden2 want hij heeft er een voorgevoel van1 dat een massa opeenvolgende valleien voeren tot de hoogvlakte waarnaar hij verlangend uitziet4 ,deze contemplatie en deze liefde beletten niet dat hij1 al zoekende naar zekerheid1 en zelfs dan wanneer zijne nasporingen hem leiden naar het tegendeel van wat hij liefheeft1 toch zijn gedrag regelt naar de waarheid die volgens zijn menschelijk inzicht het schoonst is en zich bij al het voorbijgaande houdt aan het allerhoogste4 ,al wat de deugd doet toenemen wordt onmiddellijk een deel van zijn leven2 al wat haar zou doen verminderen blijft er slechts in hangen1 even als die onoplosbare3 zouten1 die eerst bij de beslissende proef in beweging komen4 ,hij kan een waarheid van lager orde aannemen1 maar met het handelen in overeenstemming daarmee wacht hij--eeuwen lang1 indien het moet1--totdat hij ziet in welk verband deze waarheid staat tot andere waarheden1 die genoeg van 't oneindige in zich bevatten om alle andere in zich op te nemen en te overtreffen4 ,in n woord hij maakt scheiding tusschen de zedelijke en de verstandelijke orde1 en neemt in de eerste slechts datgene op wat grooter en schooner is dan vroeger4 ,en zoo het niet goed is deze beide te scheiden1 zooals men maar al te dikwijls doet in het leven om minder goed te handelen dan men denkt--het slechtere te zien en het betere te volgen1 zijne gedachten te doen overtreffen door zijn daden1 dat is altijd heilzaam en verstandig1 want de menschelijke ervaring vergunt ons van dag na dag met te meerder vastheid te hopen1 dat de hoogste gedachte waartoe we kunnen stijgen1 nog langen tijd beneden de geheimzinnige waarheid zal blijven1 die wij zoeken4 ,bovendien1 al behelsde al hetgeen is voorafgegaan geenerlei waarheid1 dan nog zou er een eenvoudige en natuurlijke reden voor hem overblijven om zijn menschelijk ideaal niet op te geven4 ,hoe meer kracht hij toekent aan de wetten1 die ons zelfzucht1 onrechtvaardigheid en wreedheid ten voorbeeld schijnen te stellen1 des te meer erkent hij tegelijkertijd de geldigheid dier andere wetten1 die aanmanen tot edelmoedigheid1 medelijden en rechtvaardigheid3 want zoodra hij begint de aandeelen die hij toekent aan het heelal en aan zich zelven op methodische wijze aan elkaar gelijk te maken of evenredig te verdeelen1 vindt hij in die laatste wetten iets dat in den grond der zaak even natuurlijk is als in die eerste1 daar ze even diep in hem zelven staan gegrift als die andere in al wat hem omringt4 ,,vi4 ,we keeren terug tot de tragische bruiloft der koningin4 ,in het voorbeeld1 waarmede wij ons bezig houden1 wil dus de natuur met het oog op de kruisbevruchting1 dat de paring van den dar en de koningin alleen mogelijk is hoog in de lucht4 ,maar hare wenschen raken in elkaar verward als de draden van een net1 en haar dierbaarste wetten moeten onophoudelijk tusschen de mazen van andere wetten doorsluipen1 die een oogenblik later zich op hunne beurt door die der eerste moeten heen werken4 ,daar ze deze zelfde lucht heeft bevolkt met tal van gevaren1 koude wanden1 luchtstroomingen1 storm1 duizeling1 vogels1 insekten1 waterdroppels1 die even goed aan onverbreekbare wetten gehoorzamen1 moet ze maatregelen treffen om de paring zoo kort mogelijk te maken4 ,en dat gebeurt door den bliksemsnellen dood van het mannetje4 ,eene omhelzing is voldoende1 en de gevolgen van dit huwelijk spelen zich af in het lichaam van de echtgenoote4 ,deze daalt van uit de blauwende hoogten weer neer tot den korf1 terwijl de losgewikkelde ingewanden van den minnaar als vaandels achter haar aan wapperen4 ,sommige bijenhouders beweren1 dat de werkbijen bij hare thuiskomst1 die zoo rijk is aan beloften1 groote vreugde aan den dag leggen4 ,bchner o4a4 hangt er een uitvoerig tafereel van op4 ,ik heb herhaaldelijk deze thuiskomst van de bruiloft waargenomen en ik beken1 dat ik niets van buitengewone opwinding bemerkt heb1 behalve in die gevallen waar men te doen had met een jeugdige koningin1 die aan het hoofd van een zwerm was uitgetrokken en de eenige hoop van een kortelings gestichte en nog ledige stad was4 ,dan zijn alle werkbijen buiten zich zelven en vliegen haar tegemoet4 ,maar gewoonlijk1 al is er dikwijls precies even veel gevaar voor de toekomst der stad1 schijnen ze haar te vergeten4 ,ze hebben alles voorzien tot op het oogenblik dat ze den moord der koninklijke mededingsters toestonden4 ,doch eenmaal op dat punt gekomen1 schijnt hun instinct te stokken1 't is alsof er een gat is in hunne voorzichtigheid4 ,ze schijnen dus vrij onverschillig4 ,ze heffen don kop op1 herkennen misschien het moorddadig getuigenis van de bevruchting1 maar leggen1 eenigszins wantrouwend1 volstrekt niet die blijdschap aan den dag1 die onze verbeelding verwachtte4 ,zeer positief en weinig geneigd zich illusies te maken1 wachten ze waarschijnlijk eerst andere bewijzen af1 vr ze zich vroolijk maken4 ,ten onrechte wil men alle gevoelens van deze wezentjes1 die zoo zeer van ons verschillen1 logisch en menschelijk maken4 ,bij de bijen en bij alle overige dieren1 die een afschijnsel van ons verstand met zich omdragen1 komt men zelden tot zulke duidelijke resultaten als die welke in de boeken worden beschreven4 ,te veel omstandigheden blijven ons nog verborgen4 ,waarom zouden we hen volmaakter afbeelden dan ze zijn1 door dingen te zeggen1 die geen waarheid behelzen8 ,indien sommige menschen meenen1 dat de bijen interessanter zouden zijn indien ze nog meer op ons geleken1 dan komt dit doordat ze nog geen duidelijke voorstelling hebben omtrent hetgeen de belangstelling van een oprechten geest moet wekken4 ,het deel van den waarnemer is niet zich te verbazen maar te begrijpen1 en 't is precies even merkwaardig eenvoudig de leemten aan te wijzen van een verstand en alle sporen van een hersen-systeem1 dat van het onze verschilt1 als er wonderen van te verhalen4 ,toch is die onverschilligheid niet algemeen1 en wanneer de hijgende koningin op het plankje verschijnt1 dan vormen zich eenige groepen1 die haar vergezellen naar die gewelven1 waarin de zon1 de held van alle feesten van den korf1 slechts met kleine1 aarzelende schreden binnendringt en de wanden van was zoowel als de gordijnen van honing in schaduw en azuur hult4 ,voor het overige is de jong-gehuwde al even kalm als haar volk1 en in de bekrompen hersenen dezer praktische en barbaarsche koningin is geen plaats voor velerlei aandoeningen4 ,ze bekommert zich slechts om n ding1 namelijk zich zoo spoedig mogelijk te ontdoen van de lastige souvenirs van haren echtgenoot1 die haren gang belemmeren4 ,ze gaat vr de poort zitten en verwijdert zorgvuldig de overbodige organen1 die dadelijk door de werkbijen worden meegenomen en weggegooid2 want het mannetje heeft haar alles gegeven wat hij bezat1 en veel meer dan vereischt werd4 ,ze houdt in haar zaadblaasje enkel het zaadvocht1 waarin de millioenen kiemen zwemmen1 die tot aan haar uiteinde1 n voor n1 bij het aanraken der eitjes1 in de duisternis van haar lichaam de geheimzinnige vereeniging van het mannelijke en het vrouwelijke element zullen tot stand brengen1 waardoor de werkbijen geboren worden4 ,door een zonderlinge verwisseling verschaft zij het mannelijk1 en het mannetje het vrouwelijk principe4 ,twee dagen na de paring legt ze haar eerste eitjes1 en dan wordt ze door haar volk dadelijk met groote zorg behandeld4 ,van dat oogenblik af1 nu ze een dubbele sexe bezit1 daar ze een onuitputtelijk mannelijk element in zich besloten houdt1 begint haar eigenlijk leven1 ze verlaat den korf niet meer en ziet nimmer het licht meer terug1 tenzij om een zwerm te vergezellen2 en haar vruchtbaarheid eindigt eerst bij het naderen van haar dood4 ,,vii4 ,welk een wonderbaar bruiloftsfeest1 zoo sprookjesachtig als we maar zouden kunnen bedenken daar in het volle azuur1 doch zoo uitermate tragisch2 door de vlucht van het verlangen over het leven heen gedragen1 bliksemsnel en onvergankelijk1 geheel eenig in zijn soort en verblindend1 eenzaam en oneindig4 ,welk een wondere wellust waarbij de dood1 die zijn offer komt verrassen in de maagdelijke en onbegrensde ruimte1 het schoonste en klaarste wat er in deze sfeer te vinden is1 deze seconde van geluk1 vastlegt in de verheven doorschijnendheid van den grooten hemel1 waar hij in het smetteloos licht reinigt wat toch altijd eenigszins laag is in de liefde1 den kus onvergetelijk maakt1 en met zijn eigen ditmaal moederlijke handen zelf zorg draagt twee kleine1 brooze levens in een enkel lichaam te vereenigen en voor een lange toekomst onafscheidelijk samen te voegen1 waarbij hij zich vergenoegt met het hem ten deel vallend tiende4 ,de diepe waarheid bezit niet zooveel pozie1 ze heeft er een andere1 voor ons minder gemakkelijk te vatten1 maar die we ten slotte misschien zullen leeren begrijpen en liefhebben4 ,de natuur heeft er volstrekt niet aan gedacht1 aan deze beide raccourcis d'atme 7deeltjes van atomen7 zooals ,pascal ze noemen zou1 een schitterend huwelijk1 een ideaal liefdes-geluk te verschaffen4 ,zij had enkel1 zooals we reeds gezien hebben1 de verbetering der soort op het oog door kruisbevruchting4 ,om zeker daarvan te zijn heeft ze het orgaan van het mannetje op een z bijzondere wijze aangebracht1 dat hij er onmogelijk ergens anders dan in de ruimte gebruik van kan maken4 ,eerst moet hij een heelen tijd vliegen om daardoor zijn beide groote luchtbuizen flink te doen uitzetten4 ,deze enorme blazen1 die zich geheel vullen met azuur1 dringen dan de lagere deelen van het achterlijf terug en hebben de uitzetting van het orgaan ten gevolge4 ,dit is1 wat de physiologie betreft1 het gansche geheim van die bewonderenswaardige vlucht der minnenden1 van die verbijsterende jacht bij dit prachtig bruiloftsfeest2 vrij laag bij den grond zullen sommigen1 bijna kwetsend zullen anderen zeggen4 ,,viii4 ,en wij1 zoo vraagt de dichter1 moeten wij ons dan maar steeds blijven verheugen in dingen1 die de waarheid te boven gaan8 ,ja zeker1 laten we ons bij iedere gelegenheid1 ten allen tijde1 in alle dingen blijven verheugen1 niet in wat de waarheid te boven gaat1 wat onmogelijk is1 daar wij niet weten waar ze zich bevindt1 maar in wat die kleine waarheden te boven gaat1 die wij te zien krijgen4 ,indien een of andere herinnering1 illusie1 hartstocht1 toeval1 of welk ander motief dan ook1 maakt dat een voorwerp zich voor onzen blik schooner vertoont dan voor dien van anderen1 laat dan allereerst dit motief zelf ons lief zijn4 ,misschien berust het enkel op een dwaling3 die dwaling echter belet geenszins1 dat het oogenblik1 waarop dit voorwerp ons het bewonderenswaardigst voorkomt1 juist het oogenblik is1 waarop we de meeste kans hebben1 de waarheid daarvan te ontdekken4 ,de schoonheid1 die wij er aan verleenen1 vestigt onze aandacht op zijn ware schoonheid en grootheid1 die niet zoo gemakkelijk ontdekt worden en die gedegen zijn in de betrekking1 waarin ieder voorwerp onvermijdelijk staat tot algemeene en eeuwige krachten4 ,het vermogen tot bewondering dat we hebben doen ontstaan naar aanleiding van eene illusie1 is niet verloren voor de waarheid1 die vroeger of later komen zal4 ,met woorden en gevoelens1 met de warmte die is gewekt door denkbeeldige schoonheden van vroegere tijden1 ontvangt de menschheid van heden waarheden1 die misschien nooit het licht hadden aanschouwd1 en nooit een gunstigen bodem hadden gevonden1 indien deze prijsgegeven illusies niet eerst hart en verstand hadden verwarmd1 waarin nu die waarheden nederdalen4 ,gelukkig de oogen1 die geen illusies noodig hebben om te zien1 dat het schouwspel grootsch is6 ,en voor de overigen is het juist de illusie1 die hen leert zien1 bewonderen en zich verinnigen4 ,en hoe hoog ze ook opzien1 nimmer zullen ze te hoog zien4 ,zoodra men de waarheid nadert1 verheft ze zich hooger2 zoodra men haar bewondert1 komt men haar nader4 ,en hoe hoog hunne vreugde zich ook verheffe1 ze zullen zich nooit verheugen in het ledig of wel boven de onbekende en eeuwige waarheid uit1 die als schoonheid over alle dingen zweeft4 ,,ix4 ,wil dit nu zeggen1 dat we ons maar zullen blijven houden aan de leugen1 aan een willekeurige en onreele pozie en dat we bij gebrek aan beter daarin maar al onze vreugde moeten stellen8 ,wil dit zeggen1 dat we in 't voorbeeld1 dat we bespraken1--op zichzelf is dat niets1 maar we blijven er bij stilstaan1 omdat het als type kan dienen van duizend andere1 en van onze gansche houding tegenover verschillende soorten van waarheden1--wil dit nu zeggen1 dat we in dit voorbeeld de physiologische verklaring maar moeten wegcijferen om enkel de aandoeningen vast te houden en te smaken1 in ons gewekt door deze parings-vlucht1 die1 wat er dan ook de oorzaak van zij1 niettemin een der schoonste lyrische daden is van die belangelooze en onweerstaanbare macht1 waaraan alle levende wezens gehoorzamen1 en die men liefde noemt8 ,niets ware kinderachtiger en onmogelijker1 dank zij de voortreffelijke neigingen van iederen geest in onze dagen1 die te goeder trouw is4 ,dit kleine feit van de uitzetting van 't orgaan der mannelijke bij1 wat enkel kan plaats hebben ten gevolge van de zwelling der luchtbuizen1 wordt door ons natuurlijk aanvaard1 daar het niet kan worden weersproken4 ,maar indien we ons daarbij neerlegden1 indien we in 't geheel niet verder zagen1 indien we daaruit afleidden1 dat iedere gedachte1 die te ver of te hoog reikt1 noodzakelijk verkeerd is1 en dat de waarheid altijd gelegen is in de materieele bijomstandigheden2 indien we niet1 waar dan ook1 in allerlei nog veel grooter onzekerheden dan die1 welke werd verdreven door onze kleine verklaring1 b4v4 in het vreemde mysterie der kruis-bevruchting1 in den duur der soort en van 't leven1 in het plan der natuur1 indien we daarin niet zochten naar een vervolg op die verklaring1 naar een voortzetting der schoonheid en grootheid in het onbekende1 dan zouden we1 durf ik bijna beweren1 verder van de waarheid ons leven leven dan zij die blindelings willen blijven hangen aan de dichterlijke en fantastische uitlegging van dit wonderbaar huwelijk4 ,klaarblijkelijk vergissen zij zich in den vorm of de nuance der waarheid1 doch veel meer dan degenen1 die zich vleien haar geheel in handen te hebben1 leven zij onder den indruk daarvan en in haar atmosfeer4 ,zij staan klaar om haar te ontvangen1 de waarheid vindt bij hen een veel gastvrijer dak1 en zoo zij haar al niet zien1 toch richten zij hunne oogen naar de plaats der schoonheid en grootheid1 waar het heilzaam is te gelooven dat zij zich bevindt4 ,we kennen het doel der natuur niet1 de waarheid1 die in onze oogen alle andere overheerscht4 ,maar ter wille van deze waarheid zelve1 om onze ziel warm te houden voor het nasporen daarvan1 is het noodig1 dat we haar voor groot houden4 ,en mochten we te eeniger tijd inzien1 dat we een verkeerden weg hebben ingeslagen1 dat ze klein is en onsamenhangend1 dan zullen we juist tengevolge van de bezieling1 die haar vermeende grootheid ons had verleend1 hare kleinheid ontdekken1 en deze kleinheid zal ons1 wanneer ze zekerheid voor ons geworden is1 leeren wat ons te doen staat4 ,in afwachting daarvan echter doen we niet te veel1 wanneer we1 om haar op te sporen1 al wat ons verstand en ons hart aan kracht en moed bezitten1 aan het werk zetten4 ,en ook al zou het laatste woord van dit alles nog zoo armzalig zijn1 dan is het toch geen geringe zaak1 dat we de kleinheid en de ijdelheid van het doel der natuur in al hunne naaktheid hebben ten toon gesteld4 ,x4 ,voor ons bestaat nog geen waarheid1 sprak een der groote physiologen onzer dagen tot mij1 terwijl ik een wandeling met hem deed1 wij hebben de waarheid nog niet gevonden1 doch overal vinden we in drierlei vorm een schoonen schijn1 die zich als waarheid voordoet4 ,ieder doet een keuze of liever deze dringt zich aan hem op1 en de keuze1 die hij ondergaat of dikwijls zonder nadenken doet1 en waaraan hij zich houdt1 bepaalt den vorm en de houding van al wat hij in zich opneemt4 ,de vriend1 dien wij ontmoeten1 de vrouw die glimlachend op ons toetreedt1 de liefde1 die ons hart opent1 de dood of de smart1 die het weer sluiten1 deze ,september-hemel1 dien wij aanschouwen1 deze prachtige1 liefelijke tuin1 waar men zooals in ,corneille's ,psyche overbladerde laantjes met vergulde borstbeelden aan de uiteinden ziet1 de grazende kudde met den slapenden herder1 de laatste huizen van het dorp1 de oceaan tusschen de boomen1 dat alles daalt of rijst1 alles neemt schooner vormen aan of wordt van zijn tooi ontdaan1 vrdat het in ons binnendringt1 al naar den wenk1 dien onze keus hem geeft4 ,laat ons den schijn leeren kiezen4 ,aan den avond eens levens1 waarin ik steeds weer de kleine waarheid en de physische oorzaak heb gezocht begin ik liefde te koesteren niet voor 't geen daarvan verwijdert1 maar voor 't geen daaraan voorafgaat en vooral datgeen wat hen eenigszins overtreft4 ,we waren boven op een plateau gekomen in 't landschap ,caux in ,normandi1 dat doet denken aan een ,engelsch park1 maar een natuurlijk en onbegrensd park4 't ,is een der weinige punten van den aardbodem1 waar het landschap zich volkomen gezond vertoont met een ongerept groen4 ,iets verder naar het ,noorden loopt het gevaar1 te ruw te worden2 iets verder zuidelijk wordt het door de zon verteerd en verbrand4 ,aan 't eind eener vlakte1 die zich tot aan de zee uitstrekte1 waren boeren bezig koren op te stapelen4 ,zie eens hier1 sprak hij tot mij3 van hier beschouwd zijn ze schoon4 ,zij maken dat eenvoudig en toch zoo gewichtig voorwerp1 dat meer dan alle andere het gelukkig en bijna onveranderlijk gedenkteeken is van het tot rust gekomen menschelijk leven3 een korenschelf4 ,de afstand1 de avondlucht maken van hun blijde uitroepen een soort lied zonder woorden1 een weerklank op het edele lied der bladeren boven onze hoofden4 ,boven hen een prachtige hemel1 alsof welwillende geesten1 voorzien van vurige palmen1 al het licht naar den kant van den korenschelf gedreven hadden om langer den arbeid te verhelderen4 ,en het spoor dier palmen is in het azuur achtergebleven4 ,zie eens naar dat nederig kerkje1 dat daar ter halver hoogte hen overheerscht en hen bewaakt1 tusschen de volle lindeboomen en het grasveld van het kerkhof1 dat hun zoo gemeenzaam is1 en dat het uitzicht heeft op den oceaan4 ,harmonisch bouwen ze daar hun monument van leven onder de monumenten hunner dooden1 die deze zelfde dingen deden en nog in hun midden zijn4 ,omvat dat alles met uwen blik3 geen enkele trek daarin1 die het te bijzonder1 te karakteristiek maakt1 zooals 't geval zou zijn in ,engeland1 ,provence of ,holland4 't ,is de groote schilderij1 algemeen genoeg om symbolisch te kunnen wezen1 van een natuurlijk en gelukkig leven4 ,hier ziet ge dus de schoonheid en harmonie van het menschelijk leven in zijn nuttige bezigheden4 ,zie dien man1 die de paarden leidt1 zie 't gansche lichaam van dengeen1 die de schoof aanreikt op zijn hooivork1 de vrouwen gebogen over 't graan en de spelende kinderen4 ,ze hebben geen steen verlegd1 geen schop aarde omgespit met het doel het landschap schooner te maken2 ze doen geen schrede1 planten geen boom1 zaaien geen bloem1 of 't moet noodig zijn4 ,dit gansche tafereel is eenvoudig het onwillekeurig resultaat van de pogingen des menschen om in de natuur een korten tijd te kunnen bestaan2 en toch weten diegenen onder ons1 die er enkel aan denken1 tafereelen van vrede1 gratie of diepen zin uit te denken of te scheppen1 niets volmaakters te vinden1 en komen eenvoudig dit schilderen of beschrijven1 wanneer ze ons schoonheid of geluk willen afbeelden4 ,dit is de eerste schijn1 die door sommigen de waarheid wordt genoemd4 ,,xi ,laat ons nader treden4 ,begrijpt ge nu1 wat dat gezang was dat zoo schoon in 't gebladerte der boomen8 ,het wordt gevormd door ruwe woorden en vloeken2 en de uitbarstingen van lachen1 die we hooren1 worden teweeggebracht doordat een man of eene vrouw met vuil werpt of wel dat men den zwakkere uitlacht1 den gebochelde1 die zijn vracht niet kan beuren1 den manke1 dien men omstoot1 den idioot1 dien men uitscheldt4 ,ik heb ze al verscheidene jaren waargenomen4 ,we zijn in ,normandi1 de bodem is vet en willig4 ,rondom dezen schelf heerscht meerdere welvaart dan elders rondom dergelijke tafereeltjes4 ,bijgevolg zijn de meeste mannen en vele vrouwen eveneens alcoholisten4 ,nog een ander gif1 dat ik niet behoef te noemen1 vreet in dit geslacht in4 ,daaraan en aan den alcohol hebben we zulke kinderen te danken1 als ge voor uwe oogen ziet1 dien dwerg1 dien klierachtige1 dien krombeen1 dien hazelip1 dat waterhoofd4 ,allen hebben ze1 de mannen en vrouwen1 ouden en jongen1 de gewone ondeugden van den boer2 ze zijn brutaal1 huichelachtig1 leugenachtig1 diefachtig1 kwaadsprekend1 wantrouwend1 jaloersch en zeer gemakkelijk te vinden voor oneerlijke voordeeltjes1 gemeene uitleggingen1 vleierij van den sterkste4 ,de noodzakelijkheid houdt hen bijeen en dwingt hen elkaar te helpen1 maar ieders geheime wensch is1 elkaar nadeel toe te brengen1 zoodra ze het zonder gevaar doen kunnen4 ,het ongeluk van een ander is het eenige echte genoegen in het dorp4 ,een groote ramp is er een onderwerp van heimelijk genot1 dat nog lang nawerkt4 ,ze bespionneeren1 benijden1 verachten en haten elkaar4 ,zoolang ze arm zijn1 koesteren ze een steeds weer aangewakkerden en stillen wrok1 en zoo zij op hunne beurt dienstboden hebben1 dan maken ze gebruik van hun eigen ervaringen op dit gebied1 om de hardheid en vrekkigheid1 waaronder zij geleden hebben1 in nog erger mate in praktijk te brengen4 ,ik zou u allerlei kunnen vertellen van de kleinzieligheid1 het bedrog1 de heerschzucht1 de onrechtvaardigheid1 den haat1 die hen vervult bij dien arbeid1 waarover de ruime hemel1 waarover vrede ligt uitgespreid4 ,meen niet1 dat het gezicht van dien bewonderenswaardigen hemel of van die zee1 die achter de kerk een anderen hemel uitspant1 welke over de aarde vloeit als een groote spiegel van kennis en wijsheid1 meen niet dat deze hun blik ruimer of hooger maken4 ,ze kijken er nooit naar4 ,niets vervult hunne gedachten of brengt ze in beroering1 dan drie of vier bepaalde dingen1 waar ze bang voor zijn2 ze vreezen den honger1 de macht1 de openbare meening en de wet1 en de hel in de ure van hunnen dood4 ,om te laten zien1 hoe ze zijn1 zou men ze n voor n moeten nemen4 ,daar hebt ge b4v4 dien langen daar links1 die er zoo joviaal uitziet en zulke mooie schoven bindt4 ,nu1 verleden zomer werd door zijn vrienden zijn rechterarm gebroken bij een standje in de herberg4 ,ik heb de breuk1 een leelijke en gecompliceerde1 hersteld4 ,ik heb hem langen tijd verpleegd1 heb voor zijn levensonderhoud gezorgd1 tot hij het werk weer kon hervatten4 ,dagelijks kwam hij bij mij4 ,daarvan heeft hij geprofiteerd om in het dorp te verspreiden1 dat hij mij eenmaal verrast had in de armen mijner schoonzuster1 en dat mijn moeder dronk4 ,hij is niet slecht1 hij is niet boos op mij2 integendeel1 zie maar1 er komt een oprecht gemeende glimlach op zijn gelaat1 nu hij mij ziet4 ,evenmin wordt hij daartoe gedreven door socialen haat2 de boer haat den rijke niet1 hij heeft veel te veel respekt voor den rijkdom4 ,maar ik houd het er voor1 dat de goede man niet begreep1 waarom ik zooveel zorg voor hem zou dragen zonder er voordeel bij te hebben4 ,hij vermoedt dat daar iets achter zit1 en wil daar niet de dupe van worden4 ,vr hem had menigeen1 rijk of arm1 hetzelfde gedaan of nog erger4 ,hij dacht niet te liegen met het verspreiden dezer verzinsels1 hij gaf gehoor aan een vaag bevel van de zedelijkheid rondom hem4 ,hij gehoorzaamde zonder het te weten1 en om zoo te zeggen zijns ondanks1 aan den machtigen wensch van de algemeene kwaadsprekendheid4444 ,maar waarom een tooneel verder uit te werken1 dat voor ieder1 die eenige jaren op het land heeft gewoond1 een bekende zaak is4 ,dit hier is de tweede schijn1 die door het meerendeel der menschen de waarheid genoemd wordt4 ,het is de waarheid van het noodzakelijk leven4 ,dit is zeker1 dat ze berust op zeer nauwkeurige feiten1 de eenige1 die door iederen mensch kunnen worden waargenomen en beleefd4 ,,xii4 ,laten we op deze korenschoven gaan zitten1 vervolgde hij1 en nog eens om ons heen zien4 ,laten we geen dier kleine feiten afwijzen1 die de werkelijkheid vormen1 waarvan ik sprak4 ,ze moeten maar uit zich zelf in de verte verdwijnen4 ,ze staan daar vooraan in den weg1 doch we moeten erkennen1 dat er zich een geduchte1 bewonderenswaardige kracht achter bevindt vindt1 die 't geheel in stand houdt4 ,is 't enkel in stand houden1 voert ze het niet steeds hooger8 ,de menschen1 die we hier voor oogen hebben1 zijn toch niet meer geheel en al wilde dieren1 zooals bij ,la ,bruyre1 die een soort van gearticuleerde stem hadden1 en zich des nachts in laden terugtrokken1 waar ze leefden van zwart brood1 water en wortels4444 ,het ras is minder sterk en minder gezond1 zult gij zeggen1 't is mogelijk2 de alcohol en die andere geesel zijn rampen1 die de menschheid moet te boven komen1 misschien wel beproevingen1 welke aan sommige onzer organen1 die van het zenuwstelsel b4v41 ten goede zullen komen2 want we zien steeds1 dat het leven voordeel trekt uit het kwaad1 dat het overwint4 ,bovendien zal een kleinigheid1 die morgen misschien reeds gevonden wordt1 voldoende zijn om ze onschadelijk te maken4 ,dat is dus niet de reden waarom we onzen blik zoo laag bij den grond moeten houden4 ,deze menschen hebben gedachten en gevoelens1 welke die van ,la ,bruyre nog niet hadden4--,nog liever het eenvoudige1 naakte beest1 dan dat afschuwelijke half-beest4 mompelde ik4--,zoo spreekt ge onder den invloed van dien eersten schijn1 dien der dichters1 waarover we gesproken hebben1 hernam hij2 laten we dien niet verwarren met dien1 welke we nu onderzoeken4 ,deze gedachten en gevoelens zijn gering en laag1 zoo ge wilt1 maar wat gering en laag is1 is reeds beter dan 't geen niet is4 ,zij gebruiken ze voor weinig anders dan om elkander te benadeelen en even middelmatig te blijven als ze zijn2 maar zoo gaat het dikwijls in de natuur4 ,van de gaven1 die zij verleent1 bedient men zich aanvankelijk enkel voor het kwade om slechter te maken1 wat zij scheen te willen verbeteren2 maar ten slotte is altijd een of ander goed het gevolg van al dat kwaad4 ,overigens wil ik volstrekt den vooruitgang niet bewijzen2 al naar de plaats1 waarop men zich bevindt1 is het iets heel kleins of heel groots4 ,den toestand der menschen iets minder afhankelijk1 iets minder moeielijk maken is een belangrijk punt1 misschien het zekerst ideaal2 maar beschouwd met een geest1 die zich voor een oogenblik heeft losgemaakt van de materieele gevolgen1 is de afstand tusschen den man1 die aan de spits gaat van den vooruitgang1 en hem1 die zich blindelings voortsleept achteraan1 uiterst gering4 ,onder deze jonge boeren1 wier hersenen slechts met vormelooze ideen zijn gevuld1 zijn er verscheidene1 bij wie het mogelijk is in korten tijd dienzelfden graad van bewustheid te verkrijgen1 waarin wij beiden leven4 ,men is vaak getroffen door de kleine tusschenruimte1 die de volgens ons idee volslagen onbewustheid dezer lieden scheidt van de bewustheid1 die men voor de hoogste houdt4 ,en bovendien1 waaruit bestaat ze eigenlijk1 die bewustheid1 waar we zoo trotsch op zijn8 ,uit veel meer schaduw dan licht1 uit veel meer verworven onkunde dan kennis1 uit veel meer dingen1 waarvan we weten1 dat we er maar van moeten afzien ze te leeren kennen1 dan dingen1 die wij kennen4 ,en toch bestaat daarin onze gansche waardigheid1 onze meest reele grootheid1 en is zij waarschijnlijk het verrassendste verschijnsel ter wereld4 ,zij is het1 die ons veroorlooft het hoofd op te heffen waar we staan tegenover het onbekend principe1 en te zeggen3 ,ik ken u niet1 maar iets in mij houdt u reeds omvat4 ,ge zult mij misschien vernietigen1 maar zoo dat niet gebeurt om uit mijn overblijfselen een beter organisme dan het mijne te vormen1 dan toont ge minder te zijn dan ik1 en de stilte1 die dan volgen zal op den dood van de soort1 waartoe ik behoor1 zal u verkondigen1 dat ge geoordeeld zijt4 ,en als ge zelfs niet in staat zijt u er om te bekommeren of ge al of niet rechtvaardig wordt beoordeeld1 wat beteekent dan uw geheim8 ,we zijn er niet meer op gesteld1 het te doorgronden1 het moet onbeduidend en leelijk zijn4 ,ge hebt bij toeval een wezen voortgebracht1 dat ge niet de bevoegdheid hadt voort te brengen4 't ,is maar gelukkig voor hem1 dat ge 't door een ander toeval weer hebt uit den weg geruimd1 vr het nog de diepte van uwe onbewustheid had gepeild1 en nog gelukkiger1 dat het niet de eindelooze reeks uwer proefnemingen heeft overleefd4 ,het hoorde niet thuis in een wereld1 waarin zijn intellect geen weerklank vond bij een eeuwig intellect1 waarin zijn verlangen naar het betere hem geen enkel wezenlijk goed kon doen bereiken4 ,nogmaals1 vooruitgang is niet noodig om ons warm te maken voor dit schouwspel4 ,daartoe is het raadsel al voldoende1 en dit raadsel is even groot en heeft een even geheimzinnigen glans in die boeren als in ons4 ,overal vindt men het1 als men het leven volgt tot in zijn almachtig principe4 ,van eeuw tot eeuw wijzigen we de benaming van dit principe4 ,somtijds had het namen1 die duidelijk en ook troostrijk waren2 men heeft ingezien1 dat die troost en die duidelijkheid zinsbedrog waren4 ,maar of we het ,god noemen of ,voorzienigheid1 ,natuur1 ,toeval1 ,leven1 ,noodlot1 het mysterie blijft hetzelfde en al wat de ervaring van duizenden jaren ons heeft kunnen leeren1 is dien naam omvattender te maken1 dichter bij ons staande1 buigzamer1 geschikter voor het verwachte en het onverwachte4 ,dezen draagt het tegenwoordig1 en daarom leek het nooit grooter dan nu4 ,en hier hebt ge een der tallooze vormen van den derden schijn1 en dat is de laatste waarheid4 ,,zesde ,,boek4 ,,de ,,darrenslacht4 ,i4 ,als na de bevruchting der koningin de hemel helder en de lucht warm blijft1 als er overvloedig stuifmeel en honingsap in de bloemen is1 dan dulden de werkbijen door een soort van vergeetachtige toegevendheid1 of misschien uit overmaat van voorzichtigheid1 de lastige en schadelijke aanwezigheid der darren nog eenigen tijd4--,deze gedragen zich in den korf evenals de vrijers van ,penelope in het huis van ,ulysses4 ,ze slempen en maken goede sier1 ze leiden een werkeloos leven als verkwistende1 onkiesche eere-minnaars3 welvoldaan1 dik en vet1 de wegen vullend1 den doortocht versperrend1 den arbeid belemmerend1 duwend en geduwd1 gewichtig doende1 opgeblazen door een onverstandige en onschadelijke minachting1 zelven echter geminacht met verstand en nevenbedoeling1 onbewust van de toenemende verbittering en het lot dat hun te wachten staat4 ,ze kiezen het lekkerste hoekje van de woning uit om er op hun gemak te gaan sluimeren1 staan nonchalant op om op de open cellen zelf van den geurigsten honing te smullen en bevuilen de raten1 die ze bezoeken1 met hunne uitwerpselen4 ,de geduldige werkbijen herstellen stilletjes de schade1 met het oog op de toekomst4 ,tusschen twaalf en drie uur1 wanneer het blauwende landschap van een aangename matheid trilt onder den onweerstaanbaren blik van een ,juli- of ,augustus-zon1 vertoonen ze zich voor de poort4 ,ze hebben een helm op van groote zwarte kralen1 twee hooge bewegelijke vederbossen1 een overkleed van roodbruin fluweel1 met lichte plekken1 een helden-vacht1 een viervoudigen1 deftigen en doffen mantel4 ,ze maken een verbazend lawaai1 verwijderen de schildwachten1 gooien de waaistertjes om1 en loopen de werkbijen omver1 die beladen met hun nederigen buit terugkeeren4 ,ze hebben de drukke1 overdreven en onverdraagzame manieren van onmisbare goden1 die met veel drukte uitgaan voor eenig doel1 waarvan het plebs niet weet4 ,een voor een wagen ze zich in de ruimte1 pralend en onweerstaanbaar1 en gaan kalmpjes zitten op de naastbijzijnde bloemen1 waarop ze inslapen tot ze gewekt worden door de koelte van den namiddag4 ,dan komen ze met dezelfde drukte en meesterachtigheid weer terug1 en altijd vol van datzelfde groote doel1 waarvan niets uitlekt1 ijlen ze naar de voorraadschuur1 dompelen hun kop tot aan den hals in de vaten met honing om de verloren krachten te herwinnen1 zoodat ze opzwellen als groote wijnzakken1 en keeren terug naar dien slaap zonder droom en zonder zorgen1 die hen bevangen houdt tot aan den volgenden maaltijd4 ,,ii4 ,maar het geduld der bijen evenaart dat der menschen niet4 ,op zekeren morgen wordt er een wachtwoord in den korf gegeven1 het gaat van mond tot mond1 en de vreedzame werkbijen veranderen in rechters en beulen4 ,wie het geeft weet men niet2 plotseling duikt het op uit de koude en beredeneerde verontwaardiging der werkbijen1 en geheel in den geest der eenstemmige republiek1 vervult het alle harten1 zoodra het maar is uitgesproken4 ,dien dag ziet een deel van het volk van het honingzoeken af1 om zich aan het werk der gerechtigheid te wijden4 ,de dikke luiaards1 die daar in trossen bijeen onbekommerd zitten te slapen op de honingdragende wanden1 worden plotseling gewekt door een leger woedende maagden4 ,ze ontwaken schijnheilig en onzeker1 gelooven hunne oogen niet1 en slechts met moeite breekt hun verbazing zich baan door hun luiheid heen1 als een straal der maan door het water van een moeras4 ,ze verbeelden zich1 dat ze het slachtoffer zijn van een misverstand1 zien met verbazing om zich heen1 en daar de grondidee van hun leven in hunne dikke hersenen het eerst weer opleeft1 doen ze een schrede in de richting van de honingcellen om zich daar te versterken4 ,maar ze zijn voorbij1 de dagen van den ,mei-honing1 van den bloemen-wijn der linden1 van de zoo gemakkelijk te verkrijgen ambrozijn der salie1 van thijm1 marjolijn en witte klaver4 ,in plaats van den vrijen toegang tot die heerlijke volle reservoirs1 die dadelijk bij de aanraking hunner lippen hunnen lekkeren en zoeten voorraad openstelden1 zien ze een brandend braambosch om zich heen van tegen hen gerichte vergiftigde angels4 ,de geheele atmosfeer der stad is veranderd4 ,de weldoende geur van den nektar heeft plaats gemaakt voor den scherpen reuk van 't venijn1 waarvan duizenden droppeltjes aan het uiteinde der angels hangen1 en wrok en haat voortplanten4 ,vr hij zich nog rekenschap heeft gegeven van den ongehoorden ommekeer in zijn weelderig bestaan1 door het omverwerpen van al die heerlijke wetten der stad1 ziet ieder der ontstelde parasieten zich aangevallen door drie of vier dienaressen der gerechtigheid1 die hun best doen zijn vleugels af te snijden1 het dunne steeltje door te zagen1 dat het achterlijf met het borststuk verbindt1 de trillende sprieten te verwijderen1 de pooten te ontwrichten1 en een opening te vinden tusschen de ringen van het harnas1 om hun zwaard daarin te steken4 ,in al hun grootte toch ongewapend1 niet in 't bezit van een angel1 denken ze aan geen verdediging1 en trachten zich uit de voeten te maken1 of stellen hunne logge massa tegenover de stooten der aanvallers4 ,op den rug liggend1 houden ze met hunne krachtige pooten op onhandige wijze hunne vijandinnen vast1 doch deze houden vol2 of wel al rondwentelend sleepen ze de heele groep mee in een dollen rondedans1 tot ze weldra uitgeput blijven liggen4 ,na verloop van korten tijd verkeeren ze in z deerniswaardigen toestand1 dat het medelijden1 hetwelk in de diepste diepte van ons hart nooit zoo heel ver van de gerechtigheid afstaat1 haastig terugkeert en--doch te vergeefs--gratie zou willen vragen aan de hardvochtige werkbijen1 die enkel de diepe en dorre wet der natuur kennen4 ,de vleugels der ongelukkigen zijn doorboord1 hunne pooten uitgerukt1 hunne sprieten afgeknaagd1 en hunne prachtige zwarte oogen1 waarin de weelderige bloemen zich afspiegelden1 waarin 't azuur en de onschuldige aanmatiging van den zomer weerkaatsten1 geven nu1 verzacht door het lijden1 enkel een beeld te zien van wanhoop en van angst voor het einde4 ,sommigen bezwijken aan hunne wonden en worden onmiddellijk door twee of drie hunner beulen naar de verwijderde begraafplaats gedragen4 ,anderen1 die nog niet zoo erg zijn gekwetst1 weten zich in een hoek te verschansen1 waar ze zich allen op elkaar hoopen en waar een onverbiddelijke wacht hen houdt ingesloten tot ze van gebrek omkomen4 ,velen slagen er in de poort te bereiken en met hunne tegenpartij in de ruimte te ontwijken2 tegen den avond echter komen ze1 door honger en koude gedreven1 bij massa's naar den ingang van den korf om een schuilplaats af te smeeken4 ,daar vinden ze opnieuw een onverbiddelijke wacht4 ,den volgenden morgen houden de werkbijen opruiming voor de poort1 waar de lijken der reuzen liggen opgestapeld die tot niets nut waren1 en de herinnering aan dit ras van leegloopers wordt in de stad totaal uitgewischt tot aan de volgende lente4 ,,iii4 ,dikwijls heeft die moord op denzelfden dag in een groot aantal kolonies van den bijenstand plaats4 ,de rijkste en de best bestuurde geven het sein4 ,eenige dagen daarna volgen de minder voorspoedige republieken hun voorbeeld4 ,alleen de armste en zwakste volken1 die wier moeder zeer oud en bijna onvruchtbaar is1 onderhouden hunne mannetjes tot aan den winter1 daar zij de hoop niet willen opgeven1 de maagdelijke koningin1 die ze verwachten en die nog kan geboren worden1 bevrucht te zien4 ,dan komt de onvermijdelijke ellende1 en de gansche stam1 moeder1 parasieten en werkbijen voegt zich bijeen tot een hongerige groep1 die elkaar eng omvat houdt en nog vr de eerste sneeuw in de duisternis van den korf in alle stilte omkomt4 ,na 't voltrekken van het vonnis aan de leegloopers wordt in de bevolkte en rijke steden de arbeid hervat1 doch met afnemenden ijver1 want reeds wordt het honingsap zeldzamer4 ,met de groote feestelijkheden en de groote drama's is het gedaan4 ,het wonderbaar lichaam1 waarin myriaden zielen zich tot slingers aaneensloten1 het edel monster zonder slaap1 zich voedend met bloemen en lucht1 de roemrijke korf der schoone ,juli-dagen1 slaapt langzamerhand in1 en zijn warme adem vol geuren begint langzamer te gaan en verstijft4 ,toch wordt nog de herfst-honing opgestapeld in de voedende wanden om den noodzakelijken voorraad volledig te maken1 en de laatste vergaarbakken worden verzegeld met het onschendbaar zegel der witte was4 ,men houdt op met bouwen1 het aantal geboorten vermindert1 dat der dooden neemt toe1 de nachten worden langer en de dagen korter4 ,de meedoogenlooze regens en windvlagen1 de nevelen van den ochtend1 de hinderlagen van de te vroeg invallende duisternis rapen honderden werksters weg1 die niet weerkeeren1 en het gansche volkje1 dat even begeerig haakt naar zonneschijn als de krekels van ,attica1 voelt de koude bedreiging van den winter op zich neerdalen4 ,de mensch heeft zijn aandeel aan den oogst reeds weg4 ,iedere goede korf heeft hem tachtig of honderd pond honing opgeleverd1 en de allervoortreffelijkste geven er soms twee honderd1 enorme vlakten vloeibaar licht vertegenwoordigend1 groote velden met bloemen1 die n voor n moesten worden bezocht1 een duizendtal per dag4 ,nu werpt hij een laatsten blik op de kolonies1 die op 't punt staan te verstijven4 ,aan de rijksten ontneemt hij hunne overvloedige schatten om ze uit te deelen aan die anderen1 die in deze werkzame wereld zijn verarmd door steeds onverdiende rampen4 ,hij dekt de woningen warm toe1 neemt de nuttelooze lijken weg en laat de bijen over aan hun grooten winterslaap4 ,dan verzamelen ze zich in 't midden van den korf1 klemmen zich aan elkaar vast en gaan hangen aan de raten1 die de getrouwe urnen bevatten1 waaruit in de dagen van ijzige koude1 de vervormde substantie van den zomer zal te voorschijn komen4 ,midden in bevindt zich de koningin1 omgeven door haar wacht4 ,de eerste rij werkbijen klampt zich vast aan de verzegelde cellen1 een tweede rij dekt hen1 en wordt op hare beurt door een derde overdekt1 en zoo gaat het voort tot de laatste1 die het omhulsel vormt4 ,wanneer deze buitenste bijen voelen1 dat de koude hen bevangt1 gaan ze terug binnen in de massa1 en worden door andere afgewisseld1 en zoo alle om beurten4 ,de hangende massa gelijkt op een roodbruinen1 lauwwarmen bol1 die door de honingwanden wordt gesneden1 en die bijna onmerkbaar stijgt of daalt1 vooruit of achteruit gaat naar gelang de cellen1 waaraan hij zich vasthoudt1 leeg raken4 ,want1 in tegenspraak met wat men gewoonlijk meent1 vertraagt het leven der bijen in den winter wel1 doch het staat niet stil#a4 ,door de eenparige beweging hunner vleugeltjes1 de in leven gebleven zusjes van het zonnevuur1 die sneller of langzamer gaan al naar de wisseling in de temperatuur daar buiten1 onderhouden ze daar binnen in hunnen bol een gelijkmatige warmte overeenkomende met die van een lente-dag4 ,deze geheime lente spruit voort uit den heerlijken honing1 zelf in vroeger tijd getransformeerd uit een zonnestraal1 en die nu tot zijne oorspronkelijke gedaante terugkeert4 ,hij vloeit door den bol heen als het weldadig bloed4 ,de bijen1 die op de boordevolle cellen zitten1 bieden hem aan hunne naaste buren aan1 en deze op hunne beurt weer aan anderen4 ,zoo gaat hij van poot tot poot en van mond tot mond1 tot hij de verst verwijderde bereikt van de groep1 die slechts ne gedachte heeft1 en wier leven verscheiden is en toch n in duizenden harten4 ,hij vervult de plaats van zon en bloemen1 tot zijn oudere zuster1 de werkelijke zon van de echte volle lente1 door de poort hare eerste zoele blikken werpt1 waaronder viooltjes en anemonen herleven1 en zachtjes de werkbijen wekt1 om hen te doen zien1 dat het azuur zijne plaats in de wereld heeft heroverd1 en dat de cirkel zonder einde1 die den dood aan het leven verbindt1 weder een wenteling om zijne as heeft volbracht en nieuw leven ontvangen4 #a ,een flinke korf verteert gewoonlijk gedurende de inwintering1 die in onze streken ongeveer zes maanden duurt1 namelijk van ,october tot begin ,april1 twintig dertig pond honing4 ,,zevende ,,boek4 ,,de ,,vooruitgang ,,der ,,soort4 ,i4 ,alvorens dit boek te besluiten1 zooals we den korf hebben gesloten over de verstijfde stilte van den winter1 wil ik zelf een tegenwerping maken1 die slechts zelden uitblijft van de zijde dergenen1 voor wie men de verrassende staatkunde en nijverheid der bijen ontvouwt4 ,ja1 mompelen zij1 dat alles is nu heel wonderbaarlijk1 maar zonder dat er eenige verandering in komt4 ,daar leven ze nu reeds duizenden jaren onder merkwaardige wetten1 maar duizenden jaren zijn deze wetten dezelfde gebleven4 ,reeds duizenden jaren bouwen ze die merkwaardige raten1 waaraan men niets heeft toe te voegen of af te nemen1 en waarin men de kennis van den scheikundige1 den landmeter1 den architect en den ingenieur vereenigd aanschouwt2 doch deze raten zijn precies gelijk aan die welke men in oude sarcophagen vindt of die staan afgebeeld op ,egyptische steenen en papyrusrollen4 ,noem ons n enkel feit1 dat wijst op eenigen den minsten vooruitgang1 wijs ons op een of andere bijzonderheid1 die toont dat ze iets nieuws hebben ingevoerd1 een enkel punt1 waarop ze de routine van eeuwen hebben gewijzigd3 dan zullen we ons buigen en erkennen1 dat in hen niet alleen een bewonderenswaardig instinct schuilt1 maar een verstand1 hetwelk recht heeft dat van den mensch ter zijde te streven1 en tegelijk met hem te hopen op een of andere bestemming1 hooger dan die van de onbewuste of afhankelijke materie4 ,niet alleen de leek spreekt aldus1 maar bekende entomologen als ,kirby en ,spence hebben hetzelfde argument aangevoerd1 om aan de bijen elk ander intellect te ontzeggen buiten en behalve dat hetwelk zich nauw merkbaar beweegt in den engen kerker van een verrassend doch onveranderlijk instinct4 ,toon ons1 zeggen zij1 n enkel geval1 waarin ze1 door de omstandigheden gedrongen1 b4v4 op het denkbeeld zijn gekomen de was en de maagdenwas te vervangen door klei of mortel1 dan zullen we toestemmen1 dat ze in staat zijn tot overleg'4 ,deze redeneering1 die ,romanes ,the question begging argument noemt1 en die men ook wel de onverzadelijke redeneering zou kunnen noemen1 is hoogst gevaarlijk en zou ons1 op den mensch toegepast1 buitengewoon ver doen afdwalen4 ,wel beschouwd spruit ze voort uit dat eenvoudig gezond verstand1 dat dikwijls heel wat kwaad aanricht en dat aan ,galile ten antwoord gaf3 ,niet de aarde draait1 want ik zie de zon zich aan den hemel bewegen1 's morgens weer opkomen en des avonds ondergaan1 en niets gaat boven het getuigenis mijner oogen4 ,gezond verstand is uitstekend en noodig als grondslag voor onzen geest1 onder voorwaarde echter1 dat het wordt gecontroleerd door iets hoogers1 dat nimmer sluimert en dat waar het noodig is1 aan datzelfde gezond verstand herinnert1 hoe oneindig groot nog zijne onkunde is2 zoo niet1 dan is 't niets meer dan de routine der lagere deelen van ons intellect4 ,de bijen zelven echter hebben antwoord gegeven op de tegenwerping van ,kirby en ,spence4 ,nauwelijks was ze uitgesproken1 of een ander natuuronderzoeker1 ,andrew ,knight1 kwam1 toen hij de zieke schors van zekere boomen had bestreken met een soort van cement1 vervaardigd uit was en terpentijn1 tot de ontdekking1 dat zijne bijen het inzamelen van maagdenwas geheel hadden opgegeven en uitsluitend deze hun onbekende materie gebruikten1 die weldra beproefd werd bevonden en algemeen aangenomen1 daar ze die geheel gereed en in overvloed vonden in de omgeving hunner woning4 ,trouwens1 de helft van de theorie en de praktijk der bijenkunde is de kunst1 vrijen loop te laten aan het initiatief der bij1 aan haar ondernemend verstand gelegenheid te geven zich te oefenen1 en echte ontdekkingen1 wezenlijke uitvindingen te doen4 ,zoo gebeurt het b4v4 wel1 dat bijenhouders1 wanneer het stuifmeel schaarsch is in de bloemen1 een zekere hoeveelheid meel in de nabijheid van den bijenstand uitstrooien1 om zoodoende mede te helpen aan het grootbrengen der larven en nymphen4 't ,is vrij duidelijk1 dat de bijen een dergelijke stof nooit hebben aangetroffen in hun natuurstaat1 in hunne oorspronkelijke woonplaatsen1 de bosschen of ,aziatische valleien1 waar zij waarschijnlijk het levenslicht aanschouwden in het tertiaire tijdperk4 ,en toch1 wanneer men zorg draagt er eenige te lokken1 door ze op het uitgestrooide meel te zetten1 dan betasten ze het1 proeven het1 zien in1 dat het in qualiteit bijna gelijk staat met het stof der helmknopjes1 keeren naar den korf terug1 deelen de tijding mede aan hunne zusteren en ziet1 daar komen alle honingdraagsters op deze onverwachte en onbegrijpelijke spijze aanvliegen1 terwijl toch in hunne aangeboren herinneringen hun voedsel onafscheidelijk moet zijn van de bloemkelken1 waar zij reeds sedert zoo vele eeuwen zulk een weelderig en overdadig onthaal vinden4 ,,ii4 ,nauwelijks honderd jaar1 namelijk sedert den arbeid van ,huber1 is men bezig een ernstige studie te maken van de bij en de eerste belangrijke waarheden te vinden1 die maken1 dat men ze met vrucht kan waarnemen4 ,iets meer dan vijftig jaar geleden werd1 dank zij de raten en korven met lossen bouw van ,dzierzon en ,langstroth1 de rationeele en praktische bijenkunde gegrondvest en was de korf niet langer dat onschendbaar huis1 waarin alles gebeurde in een diep mysterie1 dat men eerst eenigszins kon doorgronden1 nadat de dood het in puin had gestort4 ,en eindelijk1 nog geen vijftig jaar is het geleden1 dat de verbeteringen in het microscoop en het laboratorium van den entomoloog het juiste geheim hebben geopenbaard van de voornaamste organen der werkbij1 koningin en darren4 ,is 't nu zoo vreemd1 dat onze kennis even weinig omvattend is als onze ervaring8 ,de bijen leven al duizenden jaren en wij nemen ze waar sedert tien of twaalf lustra4 ,zelfs dan1 wanneer het ware uitgemaakt1 dat er niets veranderd is in den korf sedert wij dien hebben geopend1 zouden we dan het recht hebben daaruit op te maken1 dat er ook nooit iets in gewijzigd is vr wij hem hebben ondervraagd8 ,weten we dan niet1 dat een eeuw in de evolutie eener soort verloren gaat als een regendruppel in een draaikolk1 en dat een milennium voor het leven der algemeene materie even snel voorbij gaat als een jaar voor de geschiedenis van een volk8 ,,iii4 ,maar 't is volstrekt geen uitgemaakte zaak1 dat er niets veranderd is in de gewoonten der bijen4 ,wanneer men ze zonder vooroordeel onderzoekt1 zal men zonder nog het kleine veld1 waarop het licht van onze hedendaagsche ervaring valt1 te verlaten1 integendeel zeer merkbare afwijkingen vinden4 ,en wie zal zeggen1 welke ons ontgaan8 ,een waarnemer1 die ongeveer honderd vijftig maal onze grootte had en bijna zeven honderd duizend maal ons gewicht 7dit zijn de verhoudingen tusschen onze gestalte en ons gewicht en die van de nederige honingbij71 die onze taal niet verstond en geheel andere zintuigen had dan wij1 zou er zich rekenschap van geven1 dat er vrij merkwaardige materieele veranderingen hebben plaats gehad in de laatste twee derden dezer eeuw1 doch hoe zou hij zich een denkbeeld vormen van de moreele1 sociale1 godsdienstige1 staatkundige en economische evolutie8 ,zoo straks zal die wetenschappelijke hypothese1 welke onder alle de grootste waarschijnlijkheid bezit1 ons veroorloven onze huis-bij in verbinding te brengen met den grooten stam der ,apirs1 waaronder zich waarschijnlijk hare voorouders bevinden en die alle wilde bijen omvat#a4 ,dan zullen we physiologische1 sociale1 economische1 industrieele en bouwkundige veranderingen zien1 die nog van meer belang zijn dan die van onze menschelijke evolutie4 ,voor 't oogenblik houden wij ons aan onze eigenlijk gezegde honingbij4 ,men telt daarvan ongeveer zestien vrij duidelijk te onderscheiden soorten2 maar in den grond der zaak is het1 of men te doen heeft met de ,apis ,dorsata1 de grootste1 of met de ,apis ,florea1 de kleinste die men kent1 precies hetzelfde insect1 enkel min of meer gewijzigd door het klimaat en de omstandigheden1 waaraan het zich heeft moeten aanpassen4 ,al die soorten verschillen onderling niet veel meer dan een ,engelschman van een ,spanjaard of een ,japannees van een ,europeaan4 ,terwijl we zoodoende onze eerste opmerkingen eenigszins beperken1 zullen we hier enkel aanvoeren1 wat we met onze eigen oogen en op dit zelfde oogenblik zien1 zonder behulp van eenige hypothese1 hoe waarschijnlijk en onvermijdelijk die zijn moge4 ,wij zullen niet alle feiten1 die men zou kunnen opnoemen1 de revue laten passeeren4 ,eenige der gewichtigste1 in vlugge opsomming1 zullen voldoende zijn4 #a ,ziehier de plaats1 die onze gewone bij inneemt in de wetenschappelijke classificatie3 ,klasse ---- ,insecten ,orde ---- ,vliesvleugelige 7,hymenoptera7 ,familie ---- ,apiden ,geslacht ---- ,apis ,soort ---- ,honingbij 7,mellifica74 ,de term ,mellifica behoort tot de klassen-indeeling volgens ,linnaeus4 ,hij is niet zeer gelukkig1 daar1 enkele parasieten misschien uitgezonderd1 alle ,apiden mellifica zijn4 ,scopoli zegt3 ,cerifera2 ,raumur domestica2 ,geoffroy gregaria4 ,de ,apis ligustica1 de ,italiaansche bij1 is eene variteit van de ,apis ,mellifica4 ,,iv4 ,en dan in de eerste plaats de belangrijkste en radicaalste verbetering1 die bij den mensch niet mogelijk ware zonder verbazend veel arbeid3 de uitwendige bescherming van de gemeenschap4 ,de bijen bewonen niet als wij steden onder den blooten hemel1 overgeleverd aan de nukken van wand en storm1 doch steden1 die geheel door een beschuttend omhulsel zijn omgeven4 ,in den natuurstaat echter en in een ideaal klimaat is dit niet zoo4 ,indien ze slechts gehoor gaven aan hun dieper instinct1 dan zouden ze hunne raten onder den blooten hemel bouwen4 ,de ,apis ,dorsata in ,indi zoekt niet met voorliefde holle boomen of rotskloven4 ,de zwerm gaat aan den oksel van een tak hangen1 en de raat wordt gebouwd1 de eieren door de koningin gelegd1 de provisie opgestapeld1 zonder andere beschutting dan de lichamen der werkbijen zelf4 ,somtijds heeft men onze ,noordelijke bij wel zien terugkeeren tot dit instinct en zwermen gevonden1 die aldus in de lucht leefden midden in het struikgewas4#a ,doch zelfs in ,indi heeft deze blijkbaar ingeschapen gewoonte noodlottige gevolgen4 ,ze dwingt zulk een groot aantal werkbijen tot werkeloosheid1 wier eenige bezigheid daarin bestaat de noodzakelijke warmte te onderhouden rondom degenen1 die het was bewerken en het broedsel grootbrengen1 dat de ,apis ,dorsata zoo aan de takken hangend1 maar n enkele raat kan bouwen4 ,de geringste schuilplaats daarentegen stelt haar in staat er vier1 vijf en meer te maken1 en vermeerdert in dezelfde mate de bevolking en de welvaart der kolonie4 ,alle bijenrassen der koude en gematigde streken hebben dan ook deze oorspronkelijke methode bijna1 geheel opgegeven4 ,klaarblijkelijk heeft de natuurlijke teeltkeus dit verstandig initiatief van het insect begunstigd door alleen de talrijkste en best beschermde stammen onze winters te doen overleven4 ,wat eerst een denkbeeld was in strijd met het instinct1 is langzamerhand een instinctieve gewoonte geworden4 ,doch dit neemt niet weg1 dat het oorspronkelijk een zeer koene gedachte was1 welke waarschijnlijk vergezeld ging van allerlei opmerkingen1 proefnemingen en redeneeringen1 de geduchte op deze wijze het groote natuurlijke en aanbiddelijke licht vaarwel te zeggen om zich in de duistere diepten van een boomstam of grot te vestigen4 ,men zou bijna kunnen zeggen1 dat dit denkbeeld even gewichtig was voor het verder lot der bijen1 als de uitvinding van het vuur voor dat van het menschelijk geslacht4 #a ,het geval komt zelfs vrij veelvuldig voor bij een tweeden en derden zwerm1 omdat deze minder ervaren en minder voorzichtig zijn dan de oorspronkelijke zwerm4 ,ze hebben een jonge en wufte koningin aan het hoofd en bestaan bijna geheel uit zeer jonge bijen1 in wie het oorspronkelijke instinct zich nog luider doet hooren1 daar ze nog niets weten van de strengheid en de nukken van onzen barbaarschen hemel4 ,overigens overleeft geen dezer zwermen de eerste herfstvlagen1 en zoo vermeerderen zij het ontelbaar aantal slachtoffer van de langzame en raadselachtige proefnemingen der natuur4 ,v4 ,na dezen grooten stap vooruit1 die1 al is hij oud en overgerfd1 toch ook aktueel is1 vinden we een massa oneindig verscheiden bijzonderheden1 die ons bewijzen1 dat de nijverheid en de staatkunde van den bijenkorf niet zijn vastgelegd in onverbrekelijke formules4 ,we spraken over het verstandig verwisselen van stuifmeel voor meel1 en van de maagdenwas voor een kunstmatig cement4 ,we hebben gezien1 hoe knap ze de woningen1 waarin men hen bracht1 in plaats van zich daardoor uit het veld te laten slaan1 voor hun doel geschikt wisten te maken4 ,we hebben ook gezien1 hoe verbazend handig ze onmiddellijk partij wisten te trekken van de kunstraten voorzien van cellen-indruk1 die men voor hen had bedacht4 ,hier is het werkelijk iets heel buitengewoons1 hoe ze een wonderbaar gelukkig1 maar onvolmaakt verschijnsel zich ten nutte wisten te maken4 ,ze hebben werkelijk den mensch met een half woord begrepen4 ,stel u eens voor1 dat wij sedert eeuwen onze steden in plaats van met hardsteen1 kalk en baksteen1 met een zekere smeedbare substantie hadden gebouwd1 die we met moeite moesten afscheiden door speciaal daartoe bestemde organen van ons lichaam4 ,op zekeren dag zet een almachtig wezen ons neer midden in een fabelachtige stad4 ,we zien al spoedig1 dat deze gemaakt is van een zelfde stof als die1 welke wij afscheiden1 maar de rest is als een droom1 waarin wel samenhang is1 doch z vervormd en verkleind en saamgedrongen1 dat hij ons nog meer van de wijs brengt dan het geval zou zijn als we er geen samenhang in bespeurden4 ,ons gewone bouwplan vinden we er in terug1 alles is er wat we verwachtten1 doch slechts in aanleg en als 't ware verpletterd door een reeds vr zijn ontstaan daarop inwerkende kracht1 die het heeft vastgehouden als ontwerp en verhinderd zich verder te ontwikkelen4 ,de huizen1 die vier of vijf meter hoog moeten zijn1 vormen kleine verhevenheden1 welke we met onze beide handen kunnen bedekken4 ,duizenden muren zijn aangegeven door een streepje1 dat tegelijkertijd hun omtrek aangeeft en de stof1 waarvan ze gebouwd zullen worden4 ,elders weer zijn groote onregelmatigheden1 die we zullen moeten in orde brengen1 afgronden om te dempen en in harmonie te brengen met het geheel1 uitgestrekte wankelende massa's1 die een stut noodig hebben4 ,want 't werk is wel verrassend1 maar onzeker en gevaarlijk1 ,het is uitgedacht door een scherp verstand1 dat de meeste onzer bedoelingen heeft geraden1 doch ze slechts heel ruw heeft kunnen uitvoeren1 daar juist zijn reusachtigheid het in den weg stond4 't ,komt er dus nu maar op aan1 dit alles te ontwarren1 partij te trekken van de geringste bedoelingen van den bovennatuurlijken gever1 in enkele dagen te bouwen1 wat anders jaren vereischt1 organische gewoonten op te geven1 de methode van arbeid totaal onderst boven te werpen4 ,zeer zeker zou de mensch al zijn opmerkzaamheid noodig hebben om de vraagstukken op te lossen1 die zich hier voordeden1 en niets te verliezen van de hulp1 die hem op deze wijze door een grootsche voorzienigheid werd aangeboden4 ,en toch dit alles doen zoo ongeveer de bijen in onze nieuwerwetsche bijenkorven#a4 #a ,daar we ons hier voor het laatst met de bouwkunst der bijen bezighouden1 willen we in 't voorbijgaan een merkwaardige bijzonderheid van de ,apis ,florea aanteekenen4 ,enkele wanden van hare darren-cellen zijn cylindrisch in plaats van zeshoekig4 ,zij schijnt nog niet geheel in 't gereede te zijn met den overgang van den eenen vorm tot den anderen1 en het definitief aannemen van den besten4 ,,vi4 ,zelfs de staatkunde der bijen1 heb ik gezegd1 staat waarschijnlijk niet onveranderlijk vast4 ,dit is het duisterste punt1 dat ook het moeilijkst valt te constateeren4 ,ik zal niet stilstaan bij de verschillende manieren1 waarop ze hunne koninginnen behandelen1 bij de wetten van het zwermen1 die iedere korf voor zichzelf heeft en die blijkbaar van geslacht op geslacht worden overgeleverd1 enz4 ,doch naast deze feiten1 die nog niet voldoende vaststaan1 zijn er andere constante en scherp omlijnde1 die ons doen zien1 dat niet alle rassen der honingbij denzelfden trap van staatkundige ontwikkeling hebben bereikt en dat men er vindt1 waar de publieke opinie zich tastend voortbeweegt en misschien een andere oplossing zoekt voor het probleem van het koningschap4 ,de ,syrische bij b4v4 voedt gemeenlijk honderd twintig koninginnen op en dikwijls nog meer1 terwijl onze ,apis mellifica er hoogstens tien of twaalf groot brengt4 ,cheshire spreekt van een volstrekt niet abnormalen ,syrischen korf1 waarin men een en twintig doode en negentig levende en vrije koninginnen ontdekte4 ,hier staan we dus aan het aanvangs- of eindpunt van een tamelijk vreemde evolutie1 waarvan het interessant zou zijn ze grondig te bestudeeren4 ,laat ons er nog bijvoegen1 dat wat de koninginnen betreft1 de ,cyprische bij de ,syrische zeer nabij komt4 ,is dit een nog eenigszins onzekere terugkeer tot de oligarchie1 na de ervaring opgedaan met de monarchie1 tot het moederschap van velen na dat der ne8 ,dit is zeker1 dat de ,syrische en ,cyprische bijen1 nauw verwant met de ,egyptische en ,italiaansche1 waarschijnlijk de eersten zijn1 die door den mensch zijn tam gemaakt4 ,en ten slotte doet een laatste waarneming ons ng duidelijker zien1 dat de zeden1 evenals de omzichtigheid1 die blijkt uit de organisatie van den korf1 niet het resultaat zijn van een oorspronkelijken impuls1 werktuigelijk volgehouden in den loop der eeuwen en de onderscheiden klimaten1 maar dat de geest1 die de kleine republiek regeert1 alle nieuwe omstandigheden weet op te merken1 er zich naar te voegen en er partij van te trekken1 evenals hij vroeger reeds geleerd had gevaren af te wenden4 ,naar ,australi of ,californi overgebracht1 verandert onze zwarte bij totaal van gewoonten4 ,reeds van het tweede of derde jaar af leeft ze1 nu ze gezien heeft1 dat het daar voortdurend zomer is en de bloemen haar nooit in den steek laten1 van den eenen dag op den anderen1 vergenoegt zich met een zoo geringe hoeveelheid honing en stuifmeel als voor het dagelijksch voedsel vereischt wordt1 en doet zelfs geen voorraad op voor den winter2 zoo winnen hare nieuwe en verstandige waarnemingen het van hare overgerfde ervaring#a4 ,zelfs kan men haar alleen door haar gaandeweg de vruchten van haar arbeid af te nemen1 in voortdurende werkzaamheid houden4 #a ,een dergelijk feit vindt men opgeteekend bij ,bchner1 dat eveneens bewijst1 hoe het aanpassen aan de omstandigheden niet iets is van langen duur1 een questie van eeuwen1 iets onbewusts en gedwongens1 maar onmiddellijk plaats heeft en met verstandig overleg3 ,in ,barbados1 waar ze leven te midden der raffinaderijen1 en dus 't geheele jaar door suiker in overvloed vinden1 staken ze totaal het bezoeken der bloemen4 ,,vii4 ,dit alles kunnen we met onze eigen oogen zien4 ,men zal moeten toegeven1 dat dit feiten van belang zijn1 wel geschikt de meening aan het wankelen te brengen van degenen1 die zichzelf wijs maken1 dat in geen enkel verstand vooruitgang is te bespeuren en iedere toekomst onbewegelijk vast staat1 behalve het verstand en de toekomst des menschen4 ,nemen we echter voor een oogenblik de hypothese van de evolutie aan1 dan breidt het tooneel zich uit en het onzekere1 grootsche licht daarvan reikt weldra tot aan ons eigen levenslot4 ,een onweersprekelijk feit is het niet1 maar voor wie nauwkeurig waarneemt is het moeielijk voorbij te zien1 dat er in de natuur een wil schuilt1 die er naar streeft1 een deel der materie tot een teederder en misschien beter staat te verheffen1 haar oppervlak langzamerhand te doordringen van een hoogst geheimzinnig fludum1 dat we in den aanvang leven noemen1 daarna instinct1 en spoedig daarop verstand2 het bestaan van alles1 wat leeft voor een onbekend doel te verzekeren1 te organiseeren en te verlichten4 ,zeker is het niet1 maar vele voorbeelden rondom ons maken ons de veronderstelling aannemelijk1 dat1 zoo men de hoeveelheid materie kon schatten1 die sedert haren oorsprong aldus hooger is opgevoerd1 men zou bevinden1 dat deze aanhoudend is toegenomen4 ,ik herhaal het1 de opmerking mist alle vastheid1 maar 't is de eenige die we hebben kunnen maken omtrent de verborgen kracht1 die ons leidt2 en dat is al veel in een wereld1 waar het onze eerste plicht is1 vertrouwen te stellen in het leven1 zelfs al ontdekte men daarin geen enkelen bemoedigenden lichtstraal1 en zoolang er geen zekerheid bestaat voor het tegendeel4 ,ik weet al wat men kan aanvoeren tegen de evolutieleer4 ,ze heeft talrijke bewijzen en machtige redeneeringen1 die echter1 waar het er op aan komt1 geen overtuigende kracht hebben4 ,men moet zich nooit geheel zonder voorbehoud overgeven aan de nieuw ontdekte waarheden van den tijd waarin men leeft4 ,misschien zullen over honderd jaar vrij wat hoofdstukken1 die daarvan doortrokken zijn1 juist daardoor verouderd lijken1 even als heden ten dage de werken van de philosophen der vorige eeuw1 met hunnen veel te volmaakten mensch1 zooals er geen bestaat1 en verscheidene bladzijden uit de ,x,v,i,ide eeuw1 ontsierd door de idee van den boozen en kleingeestigen god van de door zooveel ijdelheid en leugen verdraaide katholieke overlevering4 ,nochtans1 als men de waarheid omtrent eenige zaak niet te weten kan komen1 dan is het goed de hypothese te aanvaarden1 die op het oogenblik waarin het toeval ons deed geboren worden1 zich met den meesten klem aan het verstand opdringt4 ,tien tegen n dat ze verkeerd is1 doch zoolang men haar voor waar houdt1 is ze nuttig2 ze vuurt den moed aan en stuurt de onderzoekingen in eene nieuwe richting4 ,op 't eerste gezicht lijkt het verstandiger1 waar men deze vernuftige veronderstellingen wil doen plaats maken voor iets anders1 eenvoudig de diepe waarheid zelve te zeggen1 deze namelijk1 dat men niets weet4 ,doch deze waarheid zou alleen dan heilzaam zijn1 wanneer het was uitgemaakt1 dat men nooit iets te weten zal komen4 ,en ondertusschen zou ze ons laten staan1 waar we staan1 wat veel noodlottiger is dan de ergste illusies4 ,we zijn nu eenmaal zoo1 dat niets ons verder of hooger brengt dan de sprongen onzer dwalingen4 ,in den grond der zaak zijn we het weinigje1 dat we weten1 verschuldigd aan hypotheses1 die altijd gewaagd1 somtijds onzinnig en voor 't meerendeel nog minder voorzichtig waren dan die van onzen tijd4 ,misschien waren ze onverstandig1 doch ze hebben de nasporingen levendig gehouden4 ,al was de wachter bij den haard van het hotel der menschheid blind of heel oud1 wat zou het den reiziger deren1 die zich verkleumd naast hem nederzet8 ,als het vuur onder zijn hoede maar niet is uitgegaan1 dan heeft hij gedaan wat de beste had kunnen doen4 ,laat ons dat vuur op anderen overdragen1 niet slechts ongeschonden maar ook verlevendigd1 en niets kan dit beter aanwakkeren dan deze hypothese van de evolutie1 die ons noodzaakt al wat daar leeft op de aarde1 in haar binnenste1 in de diepten der zeen en de wijdte der hemelen1 met nog strenger methode en meer onverflauwde belangstelling te ondervragen4 ,wat stelt men er tegenover1 wat kunnen we in haar plaats aanbieden1 als we haar verwerpen8 ,de openhartige bekentenis van de geleerde onwetendheid1 die zichzelve kent1 maar gewoonlijk werkeloos is en de nieuwsgierigheid verlamt1 welke nog noodzakelijker is voor den mensch dan de wijsheid zelve1 of wel de hypothese van de onveranderlijkheid der soort1 die nog minder bewezen is dan de onze1 die voor altijd de levende deelen van het probleem afsnijdt en zich ontdoet van het onverklaarbare door zichzelf alle onderzoek te ontzeggen4 ,,viii4 ,op dezen ,april-morgen heb ik in mijn tuin1 die weer tot nieuw leven ontwaakt onder een goddelijken groenen dauw1 voor de bloemperken van rozen en bevende primula's met hunnen rand van wit taschjeskruid1 dat men ook wel boerenkers of visselkruid noemt1 de wilde bijen weergezien1 de voorouders van die1 welke zich naar onze wenschen hebben geschikt1 en ik dacht weer aan de lessen van den ouden bijenkweeker in ,zeeland4 ,meer dan eens geleidde hij mij langs zijn veelkleurige bloembedden1 die waren aangelegd en onderhouden als in den tijd van vader ,cats1 den goeden1 prozaschen en onuitputtelijken dichter4 ,ze vormden rozetten1 sterren1 slingers1 hangers en kroonluchters aan den voet van een hagedoorn of een vruchtboom gesnoeid in den vorm van een bol1 een pyramide of een spinrokken1 en de maagdenpalm liep waakzaam als een herdershond langs de randen om de bloemen te beletten in de paden te groeien4 ,daar heb ik de namen en de gewoonten leeren kennen van die onafhankelijke honingdraagsters1 aan wie wij nooit onze aandacht schonken1 daar we ze voor gewone vliegen1 voor kwade wespen of domme torren houden4 ,en toch draagt ieder hunner onder het dubbel paar vleugels1 dat hen kenmerkt in het land der insecten1 een levensplan1 de idee en de middelen tot een verschillend en dikwijls zeer wonderbaar levenslot4 ,hier hebben we in de eerste plaats de naaste bloedverwanten onzer gewone bij1 de behaarde en ineengedrongen hommels1 een enkelen keer klein1 doch meestal zeer groot en even als de oorspronkelijke mensch bedekt met een loshangend kleed zonder snit1 waaromheen zich de koper- of vermiljoenkleurige ringen bevinden4 ,het zijn nog halve barbaren2 ze verkrachten de bloemkelken1 scheuren ze indien ze weerstand bieden en dringen onder de satijnen sluiers der bloemkroon door1 zooals de holenbeer de geheel met zijde en paarlen bewerkte tent van een ,byzantijnsche prinses zou binnendringen4 ,naast hem vliegt een monster met duisternis bekleed1 grooter dan de grootste onder hen4 ,hij gloeit van een somber vuur1 eenigszins groen en violetkleurig2 dit is de ,xylocopa of ,houteter1 de reuzin in de bijenwereld4 ,als tweede in rang naar de grootte komt dan de ,chalicodoma of metsel-bij1 die in zwart laken gekleed is en van klei en kiezelzand woningen vervaardigt zoo hard als steen4 ,dan komen in bonte mengeling de ,dasypoden en ,halicten1 die op wespen gelijken1 de ,andrena's1 dikwijls ten prooi aan een fantastischen parasiet1 den ,stylops1 die het voorkomen van het slachtoffer1 dat hij zich heeft uitgekozen1 totaal verandert1 de ,panurgen1 bijna dwergjes en altijd beladen met een zware vracht stuifmeel1 de veelvormige ,osmin1 die honderden bijzondere industrien hebben4 ,een hunner1 de ,osmia papaveris1 vergenoegt er zich niet mee het noodzakelijke eten van de bloemen te vorderen2 ze snijdt van de bloemkroon zelf van papaver en klaproos groote purperen lappen af1 om daarmee het paleis harer dochters koninklijk te behangen4 ,een andere bij1 de kleinste van alle1 een stofje zwevend op vier elektrische vleugeltjes1 de lappendeken1 ,megachilis1 snijdt uit de blaadjes van de rozenstruik halve-maantjes1 zoo nauwkeurig1 dat het is1 alsof ze de blaadjes had laten uitslaan2 ze vouwt die1 past ze in elkaar en vormt een kokertje van eenige wonderbaar regelmatige vingerhoedjes1 die alle tot cel van een larfje dienen4 ,doch een geheel boek zou nauwelijks voldoende zijn om de gewoonten en verschillende talenten op te sommen van deze honing-lievende menigte1 die zich in alle richtingen over de verlangende en passieve bloemen beweegt1 deze vastgeketende gelieven1 die wachten op de liefde-boodschap1 hun gebracht door verstrooide gasten4 ,,ix4 ,men kent ongeveer vier duizend vijf honderd soorten van wilde bijen4 ,natuurlijk zullen we ze niet alle de revue laten passeeren4 ,misschien zal men eenmaal door grondige studie1 door waarnemingen en proefnemingen welke tot nu toe niet gedaan zijn en die meer dan n menschenleven zouden vereischen1 een helder licht kunnen doen vallen op de geschiedenis van de evolutie der bij4 ,voor zoover ik weet is deze geschiedenis nog nooit methodisch geschreven4 't ,is te hopen1 dat het gebeuren zal1 want ze zou meer dan n probleem moeten aanroeren1 even groot als die van menige geschiedenis der menschheid4 ,wat ons betreft1 zonder iets met beslistheid te zeggen1 daar we hier in de gesluierde gewesten der veronderstellingen komen1 we zullen er ons mee vergenoegen een enkelen stam der vliesvleugeligen te volgen op zijn weg naar een hooger bestaan1 naar een weinigje welvaart en veiligheid1 en met een enkelen trek zullen we de belangrijkste punten van deze stijging aangeven1 die over vele duizenden jaren loopt4 ,de stam in questie is1 zooals we reeds weten1 die der ,apinen#a1 welke zoo scherp geteekende en duidelijk waarneembare kenmerken bezit1 dat men veilig mag gelooven1 dat al zijne leden van een enkelen voorvader afstammen4 ,de leerlingen van ,darwin1 o4a4 ,hermann ,mller1 beschouwen een kleine wilde bij1 die over het gansche heelal verspreid is en ,prosopis genoemd wordt1 als de hedendaagsche vertegenwoordigster van de oorspronkelijke bij1 van wie alle bijen1 die wij in onze dagen kennen1 zouden afstammen4 ,de ongelukkige ,prosopis is tegenover de bewoonster onzer korven vrij wel wat de holbewoner zou zijn in vergelijking met de gelukkige bewoners onzer groote steden4 ,misschien hebt ge haar meer dan eens in een verlaten hoekje van uw tuin1 waar ze zich bewoog in het struikgewas1 gezien1 zonder er op te letten en zonder te vermoeden1 dat gij de eerwaardige stammoeder voor u zaagt1 aan wie wij waarschijnlijk de meeste onzer bloemen en vruchten te danken hebben4 7,inderdaad1 men houdt het er voor1 dat er meer dan honderd duizend plantensoorten verdwijnen zouden1 indien onze bijen ze niet meer bezochten4 ,en wie weet of we haar ook niet onze beschaving moeten dank weten1 want in deze mysterin schakelt zich alles aaneen74 ,ze is schoon en levendig2 de in ,frankrijk meest verbreide soort is bevallig wit gevlekt op een zwarten grond4 ,doch deze sierlijkheid verbergt een ongeloofelijke naaktheid4 ,ze leidt een kommerlijk leven4 ,ze is bijna naakt1 terwijl al hare zusteren met warme en weelderige vachten zijn bekleed4 ,ze bezit geen enkel werktuig voor den arbeid4 ,ze heeft geen korfjes om het stuifmeel in te verzamelen1 zooals de ,apiden1 of bij gebreke daarvan den uitwas aan de heup van de ,andrena's1 noch die aan den buik van de ,gastrilegiden4 ,moeizaam moet ze met behulp van haar pootjes het meel uit de kelken inzamelen en het inslikken om het naar hare woning te brengen4 ,ze heeft geen andere hulpmiddelen dan haar tong1 haar mond en haar pootjes1 maar haar tong is te kort1 haar pootjes zijn zwak en hare kaken krachteloos4 ,daar ze geen was kan voortbrengen1 geen hout kan uithollen1 geen grond kan omwoelen1 vervaardigt ze op onhandige wijze gangen in het weeke merg van droge bramen1 maakt er eenige ruw bewerkte cellen in1 voorziet die van een klein weinigje voedsel voor kinderen1 die ze nooit zien zal en dan1 als hare armzalige taak is volbracht voor een doeleinde1 dat zij niet kent en wij al evenmin1 legt ze zich in een hoekje neer om te sterven1 alleen in de wereld1 evenals ze geleefd heeft4 #a't ,is van belang de drie benamingen ,apinen1 ,apiden en ,apiten niet met elkaar te verwarren1 die wij beurtelings zullen gebruiken en die we ontleenen aan de klassen-indeeling van ,emile ,blanchard4 ,de stam der ,apinen omvat alle families der bijen4 ,de ,apiden vormen de eerste dezer families en worden weder in drie groepen ingedeeld3 ,de ,meliponiten1 de ,apiten en de ,bombiten 7,hommels74 ,de ,apiten eindelijk omvatten de verschillende variteiten van onze honingbij4 ,x4 ,we gaan heel wat overgangsvormen voorbij1 bij welke we langzamerhand de tong konden zien langer worden om het honingsap uit de diepte van een grooter aantal bloemkronen te kunnen putten1 het apparaat voor het inzamelen van stuifmeel ontstaan en zich ontwikkelen1 nl4 borstels en haartjes aan scheenbeen1 tars en buik1 de pootjes en kaken sterker worden1 nuttige afscheidingen zich vormen1 en den genius1 die voorzit bij het bouwen van woningen1 naar alle kanten verrassende verbeteringen zien zoeken en vinden4 ,zulk een studie zou een boekdeel vereischen4 ,ik wil er slechts een enkel hoofdstuk1 en nog minder1 een enkele bladzijde van schetsen1 die ons door al de aarzelende pogingen heen van den wil om te leven en gelukkig te zijn1 de geboorte1 het ontluiken en de bevestiging van de sociale verstandhouding aantoont4 ,we hebben de ongelukkige ,prosopis zien fladderen1 die haar klein eenzaam bestaan in dit groot heelal vol vreesaanjagende krachten1 in stilte draagt4 ,een zeker aantal harer zusteren1 die reeds tot beter gewapende en bekwamer rassen behooren1 de goed gekleede ,colleta's b4v4 of de merkwaardige rozenblad-snijdster1 en de lapjesdeken ,megachilis1 leven in even groote afzondering1 en indien bij toeval zich een wezen aan haar hecht en haar woning komt deelen1 dan is 't een vijand of nog veelvuldiger een parasiet4 ,want de wereld der bijen is met nog vreemder spooksels bevolkt dan de onze1 en menige soort heeft aldus een geheimzinnigen en werkeloozen dubbelganger1 volkomen gelijk aan het slachtoffer1 dat hij zich kiest1 behalve dat reeds sinds onheugelijke tijden zijn luiheid hem n voor n alle werktuigen voor den arbeid heeft doen verliezen1 en dat hij nog enkel kan blijven bestaan ten koste van het werkzaam type van zijn ras#a4 ,toch broeit het sociaal instinkt reeds onder die bijen1 die men wel wat al te categorisch eenzame ,apiden genoemd heeft1 als een vlam die wordt gedoofd onder de opeenhooping der materie1 welke alle oorspronkelijk leven onderdrukt4 ,hier en daar1 waar men het volstrekt niet verwachten zou1 gelukt het dit instinct bij wijze van verkenningstocht1 in aarzelende en somtijds vreemdsoortige uitbarstingen1 den houtstapel te doordringen1 die hem drukt en die eens door zijn zegepraal zal worden verteerd4 ,indien alles stof is in deze wereld1 dan staat men hier wel voor de meest onstoffelijke verandering der materie4 ,het geldt hier over te gaan van het zelfzuchtig1 onzeker en onvolmaakt leven tot het eenigszins veiliger en eenigszins gelukkiger leven van broederschap4 ,het geldt op ideele wijze door den geest te vereenigen1 wat in werkelijkheid is gescheiden door het lichaam2 te bewerken1 dat het individu zich zal opofferen voor de soort1 en de dingen1 die men niet ziet in de plaats stellen van dat wat men ziet4 ,is het te verwonderen1 dat de bijen niet onmiddellijk verwezenlijken1 wat wij1 die staan op het bevoorrecht standpunt1 waar het instinct van alle kanten in het bewustzijn straalt1 nog niet eens hebben ontward8 't ,is dan ook interessant1 bijna aandoenlijk1 te zien hoe de nieuwe idee nog tastend zich voortbeweegt te midden van de duisternis1 die al wat op deze aarde ontstaat1 omhult4 ,ze komt uit de materie en is aanvankelijk nog geheel stoffelijk4 ,ze is niets dan koude1 honger of angst omgezet in iets1 dat nog geene gestalte heeft4 ,ze kruipt onzeker rondom de groote gevaren1 de lange nachten1 de nadering des winters1 en een verdachten slaap1 die bijna gelijk is aan den dood4 #a ,voorbeelden4--,de ,hommels1 die de ,psithyren tot parasieten hebben1 de ,stelida's1 die leven ten koste van de ,anthidin4 ,men moet wel aannemen1 zegt ,j4 ,perez 7,de ,bijen7 zeer terecht naar aanleiding van de veelvuldig voorkomende gelijkheid van den parasiet en zijn slachtoffer1 men moet wel aannemen1 dat de beide soorten slechts twee vormen zijn van een zelfde type1 en in de nauwste verwantschap tot elkaar staan4 ,voor de natuurkundigen1 die de evolutie-leer aanhangen1 is deze verwantschap niet zuiver ideel maar reel4 ,die woekerdieren zouden dan enkel een zijlijn zijn van de inzamelende soort1 en zouden juist die organen voor de inzameling verloren hebben tengevolge van het parasitisch leven4 ,,xi4 ,de ,xylocopen zijn1 zooals we gezien hebben1 machtige bijen1 die hun nest in droog hout schroeven4 ,zij leven altijd alleen4 ,toch gebeurt het wel1 dat men tegen het einde van den zomer1 enkele individuen van een bijzondere soort 7,xylocopa ,cyanescens7 in hunne kouwelijkheid tot een heele groep vereenigd in den steel van een affodil ziet kruipen om er den winter gezamentlijk door te brengen4 ,deze broederschap in het late seizoen is uitzondering bij de ,xylocopen1 maar bij hunne naaste verwanten1 de ,ceratinen1 is ze reeds tot een vaste gewoonte geworden4 ,het denkbeeld breekt zich baan4 ,dadelijk echter komt het tot stilstand1 en tot nu toe heeft het bij de ,xylocopen de eerste onduidelijke linie van de liefde nog niet kunnen overschrijden4 ,bij andere ,apinen neemt de nog tastende idee andere vormen aan4 ,de ,chalicodomen der schuren1 die tot de metsel-bijen behooren1 de ,dasypoden en ,halicten1 die legers graven1 vereenigen zich in talrijke kolonies om hunne nesten te bouwen4 ,maar 't is een denkbeeldige menigte1 gevormd uit op zichzelf staande wezens4 ,geenerlei overleg1 geen enkele gemeenschappelijke daad4 ,ieder staat geheel gesoleerd in de menigte en bouwt hare woning voor zich alleen1 zonder zich om hare buren te bekommeren4 ,het is1 zegt ,j4 ,perez1 enkel een verzameling individuen1 die door gelijkheid van smaak en vermogens op eenzelfde plaats worden saamgebracht1 bij wie de stelregel van het ieder voor zich in zijn ganschen omvang in praktijk wordt gebracht2 't is een troep arbeiders1 die enkel door hun aantal en hun werklust aan den zwerm van den korf doen denken4 ,zulke vereenigingen zijn dus eenvoudig het gevolg van het groot aantal individuen1 die dezelfde localiteit bewonen4 ,doch bij de ,panurgen1 de nichten der ,dasypoden1 breekt plotseling een lichtstraaltje door1 en laat het ontluiken van een nieuw gevoel in de toevallige bijeenvoeging zien4 ,ze vereenigen zich op dezelfde wijze als de vorigen en ieder graaft voor zich hare onderaardsche woning2 doch de ingang1 de gang die van de aardoppervlakte naar de verschillende holen geleidt1 is gemeenschappelijk4 ,zoo gedraagt zich dus ieder1 zegt dezelfde ,perez1 wat het vervaardigen der cellen betreft1 alsof zo alleen ware2 doch allen maken gebruik van de gang1 die den toegang verleent2 hierin profiteeren allen van den arbeid eener enkele en sparen zoodoende den tijd en de moeite uit1 die vereischt zouden worden om ieder eene afzonderlijke gang te vervaardigen4 't ,zou interessant zijn na te gaan of ook deze voorafgaande arbeid niet gemeenschappelijk werd verricht1 en of niet verscheidene wijfjes elkaar aflosten om er beurtelings aan deel te nemen4 ,hoe dit ook zij1 het denkbeeld van broederschap hoeft reeds de wand doorboord1 die twee werelden van elkander scheidde4 't ,zijn nu niet meer de winter1 de honger of de angst1 die het1 nog geheel onkenbaar1 afdwingen van 't instinct2 hier doet het werkzaam leven het aan de hand4 ,doch ook ditmaal komt het dadelijk tot stilstand1 en weet zich nog niet verder in deze richting te bewegen4 ,dat doet er niet toe1 het verliest den moed niet1 en beproeft andere wegen4 ,en ziet1 nu dringt het door bij de ,hommels1 rijpt daar1 neemt er in een andere atmosfeer gestalte aan en bewerkt de eerste beslissende wonderen4 ,,xii4 ,de ,hommels1 die groote behaarde bijen1 met hun zwaar geluid1 die ons wel vrees aanjagen1 doch zeer vreedzaam zijn1 en die wij allen kennen1 leven eerst in afzondering4 ,dadelijk in de eerste dagen van ,maart begint het bevruchte wijfje1 dat den winter heeft overleefd1 haar nest te bouwen1 't zij onder den grond1 't zij in een heester1 al naar de soort1 waartoe ze behoort4 ,in de ontwakende lente is zij alleen op de wereld4 ,ze gaat aan 't opredderen1 aan 't graven en aan 't bekleeden van de uitgekozen plaats4 ,dan maakt ze vrij vormelooze cellen van was1 voorziet ze van honing en stuifmeel1 legt eieren en broedt ze uit1 verzorgt en voedt de larfjes1 die uitkomen1 en weldra ziet ze zich omringd van eene schare dochters1 die haar bijstaan bij haar werk binnen en buitenshuis1 en waarvan er eenige op hare beurt eieren gaan leggen4 ,de welvaart neemt toe1 de bouw der cellen wordt beter1 de kolonie breidt zich uit4 ,de stichteres blijft er de ziel en de voornaamste moeder van en ziet zich geplaatst aan het hoofd van een koninkrijk1 dat is als het ontwerp van dat onzer honingbij4 ,en een nog zeer ruw ontwerp4 ,de welvaart is er altijd nog zeer beperkt1 de wetten zijn er slecht omschreven en worden slecht gehoorzaamd1 bij tusschenpoozen duiken het oorspronkelijk cannibalisme en de kindermoord weer op1 de bouworde is nog vormeloos en kostbaar1 doch wat het grootste onderscheid tusschen de beide rijken uitmaakt is dit1 dat het ne duurzaam en het andere slechts tijdelijk is4 ,inderdaad1 dat der ,hommels zal in den herfst volledig te gronde gaan1 zijne drie- of vierhonderd bewoners zullen omkomen zonder een spoor van hun aanzijn achter te laten1 al deze inspanning vergaat1 en er zal slechts n wijfje overblijven1 dat in de volgende lente even eenzaam als hare moeder en evenals deze niets bezittende1 denzelfden nutteloozen arbeid opnieuw zal beginnen4 ,en toch blijft het feit bestaan1 dat ditmaal het denkbeeld zich zijner kracht bewust is geworden4 ,bij de ,hommels zien we het deze grens nog niet overschrijden1 doch getrouw aan zijne gewoonte1 gaat het zich onmiddellijk door een soort van onvermoeide zielsverhuizing1 nog trillend van zijn laatste zegepraal1 overmachtig en reeds bijna volmaakt1 incarneeren in een andere groep1 de voorlaatste van het ras1 die welke onze honingbij onmiddellijk voorafgaat1 waarin het zijn glanspunt bereikt1 ik bedoel de groep der ,meliponiten1 die de tropische ,meliponen en ,trigonen omvat4 ,,xiii4 ,hier is alles georganiseerd1 evenals in onze korven4 ,waarschijnlijk is er maar ne moeder#a en verder zijn er geslachtloozen en darren4 ,zelfs zijn sommige bijzonderheden er beter geregeld4 ,de mannetjes zijn er b4v4 niet geheel werkeloos1 ze scheiden was af4 ,de toegang tot de stad wordt met meer zorg verdedigd3 gedurende de koude nachten is hij afgesloten door een poort1 in de warme nachten door een soort gordijn1 dat lucht doorlaat4 ,doch de republiek is minder sterk1 het leven der leden minder veilig1 de welvaart beperkter dan bij onze bijen1 en overal waar men deze laatsten er in brengt1 hebben de ,meliponiten de neiging1 voor hen de plaats te ruimen4 ,het denkbeeld van broederschap hoeft zich gelijkelijk en prachtig in de beide rassen ontwikkeld1 behalve op n punt1 waarop het bij een van hen nauwelijks verder is dan wat het reeds bij de beperkte familie der ,hommels bereikt had4 ,dit punt is de mechanische organisatie van den gemeenschappelijken arbeid1 het uitsparen van alle overbodige inspanning1 in n woord de bouworde van den korf1 die1 zooals duidelijk is te zien1 van minder gehalte is4 ,ik kan volstaan met te herinneren aan hetgeen ik in ,boek ,,iii1 ,hoofdstuk ,,xviii gezegd heb1 en voeg er nog aan toe1 dat in de korven dor ,apiten alle cellen gelijkelijk geschikt zijn voor het kweeken van broedsel of voor het bewaren van de provisie1 en dat ze even lang bestaan als de stad zelve1 terwijl ze bij de ,meliponiten slechts tot n doeleinde kunnen gebruikt worden en dat die1 welke tot wiegjes der jeugdige nymphen dienen1 vernietigd worden1 nadat deze zijn uitgekomen4 ,bij onze honingbijen heeft dus het denkbeeld zijn volmaaktsten vorm aangenomen4 ,en zoo hebben we dan hier een vlug ontworpen en onvolledig overzicht van de ontwikkeling dezer idee4 ,staan die verschillende vormen eens voor goed vast bij iedere soort en zou de lijn1 die hen verbindt1 enkel in onze verbeelding bestaan8 ,baat ons nog geen systeem gaan opbouwen in deze nog zoo gebrekkig onderzochte gewesten4 ,we kunnen enkel voorloopige gevolgtrekkingen maken en1 als we willen1 bij voorkeur overhellen tot die1 welke de meeste hoop geven2 want zoo we noodzakelijk moesten kiezen1 dan hebben we reeds een schemerachtige aanduiding1 dat de meest gewenschte tevens die zijn1 welke de meeste zekerheid hebben4 ,en laat ons overigens erkennen1 dat onze onwetendheid nog zeer groot is4 ,duizenden proefnemingen1 die men zou kunnen doen1 zijn nog niet gedaan4 ,zouden b4v4 de ,prosopis1 de gevangenen1 die genoodzaakt zijn met hunne gelijken samen te wonen1 op den langen duur den ijzeren drempel van de volstrekte eenzaamheid kunnen overschrijden1 er evenals de ,dasypoden pleizier in krijgen zich te vereenigen1 en een poging tot verbroedering doen zooals de ,panurgen8 ,zouden de ,panurgen op hare beurt van de gemeenschappelijke gang den overgang kunnen maken tot een gemeenschappelijke kamer8 ,zouden de moeders der ,hommels1 die samen overwinterden1 in gevangenschap grootgebracht en gevoed1 er toe kunnen komen samen overleg te plegen en den arbeid te verdeelen8 ,en wat de ,meliponiten betreft1 heeft men hun wel eens kunstraten met cellen-indruk gegeven8 ,heeft men hun kunstmatige honing-amphora's aangeboden om de zonderlinge1 die zij bouwen1 te vervangen8 ,zouden ze die aannemen en er partij van trekken2 en hoe zouden ze hunne gewoonten plooien en schikken naar dezen ongewonen bouw8 ,dit zijn alles vragen1 die we richten tot zeer kleine wezentjes en die toch de kern van onze grootste geheimen inhouden4 ,we kunnen er geen antwoord op geven1 want onze ondervinding dateert eerst van gisteren4 ,als we rekenen van af ,raumur1 dan is men ongeveer anderhalve eeuw bezig met het waarnemen van de zeden van enkele wilde bijen4 ,raumur kende er maar een paar1 wij hebben er eenige andere bestudeerd2 doch honderden1 misschien duizenden1 zijn tot op heden enkel ondervraagd door onwetende of haastige reizigers4 ,die welke wij kennen sedert den schoonen arbeid van den schrijver der ,gedenkschriften1 hebben niets in hunne gewoonten veranderd1 en de ,hommels1 die omstreeks #agcj met goudpoeder waren bestrooid1 trilden als het verkwikkelijk gemurmel der zon1 en zich te goed deden aan honing in de tuinen van ,charenton1 geleken volkomen op die welke1 nu de ,april-maand is weergekeerd1 morgen zullen gonzen eenige schreden van daar verwijderd1 in het bosch van ,vincennes4 ,doch van ,raumur tot op onze dagen1 dat is slechts een wenk des tijds voor ons onderzoek1 en verscheidene menschenlevens aan elkander gevoegd vormen slechts eene seconde in de geschiedenis van eene gedachte der natuur4 #a 't ,staat niet vast1 dat de regel van slechts ne koningin of moeder streng wordt volgehouden bij de ,meliponiten4 ,blanchard meent terecht1 dat er waarschijnlijk verscheidene wijfjes in een zelfden korte leven1 daar ze niet voorzien zijn van een angel en bijgevolg elkander niet zoo gemakkelijk kunnen dooden als de bijen-koninginnen4 ,toch heeft men zich tot nu toe niet van de waarheid daarvan kunnen overtuigen wegens de groote overeenkomst tusschen wijfjes en werkbijen en de onmogelijkheid1 in ons klimaat ,meliponen te kweeken4 ,,xiv4 ,al heeft nu de idee1 die wij met de oogen hebben gevolgd1 haren hoogsten vorm aangenomen bij onze honingbijen1 daarmede is niet gezegd1 dat alles in den korf onverbeterlijk is4 ,een meesterstuk1 de zeshoekige cel1 bereikt daarin in ieder opzicht hare absolute volmaking1 en aan alle genien vereenigd zou het onmogelijk zijn iets daaraan te verbeteren1 ,geen enkel levend wezen1 niet eens de mensch1 heeft in zijne sfeer tot stand gebracht1 wat de bij tot stand bracht in de hare2 en indien er eens een geest1 die niet tot de aarde behoorde1 haar het meest volmaakte voorwerp van de logica des levens kwam vragen1 zou men hem een eenvoudige honingraat moeten aanbieden4 ,doch niet alles evenaart dit meesterstuk4 ,in 't voorbijgaan hebben we reeds eenige fouten en vergissingen aangeteekend1 nu eens in 't oog vallend1 dan weer meer bedekt3 de schadelijke overvloedigheid en werkeloosheid der darren1 de parthenogenesis1 de gevaren van de parings-vlucht1 het overdreven veel zwermen1 het gebrek aan meegevoel1 het haast monsterachtig opofferen van den individu aan de gemeenschap4 ,laten we er nog aan toevoegen een zonderlinge neiging om enorme massa's stuifmeel op te zamelen1 die niet gebruikt al spoedig ransig en hard worden en maar in den weg staan2 verder de lange onvruchtbare tusschenpoos tusschen het eerste zwermen en de bevruchting der tweede koningin1 enz4 ,van deze fouten is de ergste1 de eenige1 die in ons klimaat bijna altijd noodlottig is1 het herhaald zwermen4 ,doch laat ons1 wat dit betreft1 niet vergeten1 dat de natuurlijke teeltkeus van onze gewone bij reeds sedert duizenden van jaren door den mensch is tegengewerkt4 ,van den ,egyptenaar uit den tijd der ,pharao's tot op de boeren van onze dagen heeft de bijenhouder altijd tegen de wenschen en belangen der soort in gehandeld4 ,de voorspoedigste korven zijn die1 welke slechts n zwerm uitzenden dadelijk in 't begin van den zomer4 ,zoo vervullen zij hun moederlijk verlangen1 verzekeren de instandhouding van den moederstok1 de noodzakelijke vernieuwing der koninginnen1 en de toekomst van den zwerm1 die zoo talrijk en zoo vroeg in den tijd1 gelegenheid heeft stevige en welvoorziene woningen te bouwen voorliet invallen van den herfst4 't ,is wel zeker1 dat1 wanneer men ze aan zichzelf overliet1 het bij onze ,noordelijke rassen langzamerhand regel geworden zou zijn weinig te zwermen1 daar dan deze korven en hunne afstammelingen alleen de bezwaren van den winter zouden overleven1 die bijna geregeld de door andere instincten beheerschte kolonies zouden vernietigd hebben4 ,maar juist deze voorzichtige1 welvarende en goed geacclimatiseerde korven worden altijd door den mensch vernield1 om in 't bezit te komen van hunne schatten4 ,hij liet en laat nog in de tot gewoonte geworden praktijk enkel de uitgeputte moederstokken1 de tweede of derde nazwermen overleven1 die zoo ongeveer genoeg hebben om den winter door te komen of waaraan hij wat honing-afval meedeelt om hunne armelijke provisie aan te vullen4 ,het gevolg daarvan is geweest1 dat waarschijnlijk de soort is verzwakt1 dat de neiging tot al te veelvuldig zwermen zich erfelijk heeft ontwikkeld en dat tegenwoordig bijna al onze bijen1 vooral de zwarte1 te vaak zwermen4 ,sedert enkele jaren is de nieuwe methode van het bijenkweeken met mobielbouw deze gevaarlijke gewoonte komen bestrijden1 en wanneer men ziet1 met hoeveel snelheid de teeltkeus inwerkt op de meeste onzer huisdieren1 op ossen1 honden1 schapen1 paarden1 duiven1 om ze niet alle op te noemen1 dan is 't geoorloofd te meenen1 dat wij over niet te langen tijd een geslacht van bijen zullen bezitten1 die het natuurlijk zwermen bijna geheel zullen opgeven en zich met alle kracht zullen toeleggen op het inzamelen van honing en stuifmeel4 ,,xv4 ,maar hoe staat het met die andere fouten2 zou een verstand1 dat zich klaarder bewust was van het doel des gemeenschappelijken levens1 zich ook daarvan niet kunnen bevrijden8 ,er zou heel wat te zeggen vallen omtrent deze fouten1 die nu eens 't gevolg zijn van onbekendheid met den korf1 dan weer van 't zwermen met zijne misgrepen1 waarin wij de hand hebben gehad4 ,maar naar hetgeen hij tot nu toe gezien heeft1 kan ieder naar willekeur aan de bijen verstand toekennen of ontzeggen4 ,ik ben er niet op gesteld hen te verdedigen4 ,mij komt het zoo voor1 dat ze in verschillende omstandigheden begrip toonen te bezitten2 doch al deden ze blindelings al wat ze doen1 dan zou mijne nieuwsgierigheid er niet minder om zijn4 't ,is interessant op te merken1 hoe eenig brein in zichzelf buitengewone hulpmiddelen vindt om te strijden tegen de koude1 den honger1 den dood1 den tijd1 de ruimte of de eenzaamheid1 al die vijanden van de materie1 die leven heeft verkregen2 maar dat een wezen er in slaagt zijn ingewikkeld en diep leventje te onderhouden zonder iets meer dan zijn instinct1 zonder iets anders te doen dan het zeer gewone1 dat is eveneens zeer interessant en zeer buitengewoon4 ,het gewone en het buitengewone vloeien ineen en wegen tegen elkander op1 wanneer men ze op de rechte plaats stelt te midden der natuur4 ,niet zij1 die aangematigde namen dragen1 maar het onbegrepene en onverklaarde moeten onze blikken tot zich trekken1 onze werkzaamheid aanvuren en een nieuwen1 juisten vorm geven aan onze gedachten1 gevoelens en woorden1 't ,is verstandig zich niet op iets anders toe te leggen4 ,,xvi4 ,bovendien1 wij hebben eigenlijk niet de bevoegdheid1 in naam van ons verstand de fouten der bijen te veroordeelen4 ,zien we onder ons het verstand en het bewustzijn niet langen tijd leven te midden van dwalingen en fouten zonder ze op te merken1 en nog langer zonder genezing aan te brengen8 ,indien er n wezen bestaat1 dat door zijn bestemming er speciaal1 bijna organisch toe is aangewezen zich ten volle bewust te worden1 volgens de zuivere rede te leven en het gemeenschappelijk leven te organiseeren1 dan is het wel de mensch4 ,en toch1 zie eens wat hij er van maakt1 en vergelijk eens de gebreken van den bijenkorf met die van onze maatschappij4 ,indien wij bijen waren1 die de menschen waarnamen1 dan zou onze verbazing groot zijn1 als we b4v4 de onlogische en onjuiste organisatie van den arbeid zagen bij een stam van wezens1 die ons toch overigens met een eminent verstand begaafd leken4 ,we zouden zien hoe de oppervlakte der aarde1 de eenige bron van alle gemeenschappelijk leven1 moeizaam en ontoereikend werd bebouwd door twee of drie tiende van de gansche bevolking2 hoe een ander tiende in volslagen werkeloosheid het beste doel der produkten van dien arbeid verslond2 hoe de overige zeven tiende1 tot een eeuwigdurenden half-honger veroordeeld1 hunne krachten onophoudelijk moesten inspannen voor vreemdsoortig en onvruchtbaar werk1 waarvan ze zelven nooit voordeel trekken en dat er enkel toe schijnt te dienen1 het leven der leegloopers nog ingewikkelder en onverklaarbaarder te maken4 ,we zouden er uit afleiden1 dat het verstand en de zedelijkheid dezer wezens tot een gansch andere wereld behoorden dan de onze en dat ze principes volgden1 die wij maar niet zonden wenschen te begrijpen4 ,laat ons dit overzicht over onze gebreken maar niet verder voortzetten4 ,ze staan ons toch altijd voor den geest4 ,doch 't is waar1 al zijn ze daar1 ze richten er al heel weinig uit4 ,niet veel meer dan van eeuw tot eeuw staat een hunner even op1 schudt voor een oogenblik den slaap van zich af1 stoot een kreet van verbazing uit1 rekt den pijnlijken arm eens1 die het hoofd heeft gestut1 verandert van houding1 legt zich weer neder en slaapt opnieuw in1 totdat een nieuwe pijn1 gevolg van de doffe vermoeienis der rust1 het wederom wekt4 ,,xvii4 ,nemen we nu de evolutie der ,apinen of althans der ,apiten eenmaal aan1 daar ze waarschijnlijker is dan het tegendeel1 dan rijst de vraag welke vaste en algemeene richting deze evolutie neemt8 ,ze schijnt dezelfde lijn te volgen als de onze4 ,klaarblijkelijk streeft ze er naar inspanning1 onveiligheid1 gebrek te verminderen1 en het welzijn1 de gunstige kansen en het gezag der soort te bevorderen4 ,aan dit doeleinde schroomt ze niet het individu ten offer te brengen en geeft door de gemeenschappelijke voordeelen van kracht en geluk vergoeding voor de trouwens denkbeeldige en ongelukkige onafhankelijkheid der eenzaamheid4 't ,heeft er veel van alsof de natuur1 evenals ,pericles bij ,thucidides1 het er voor houdt1 dat de individuen gelukkiger zijn in een stad1 die in haar geheel voorspoedig is1 zelfs indien zij er moeten lijden1 dan wanneer het individu welvaart geniet en de staat kwijnt4 ,ze beschermt den ijverigen slaaf in de machtige stad1 en geeft den voorbijganger1 die geen taak heeft in deze onbestendige associatie1 aan de vele vijanden zonder naam en gedaante prijs1 die schuilen in alle oogenblikken des tijds1 alle bewegingen van 't heelal1 alle oneffenheden van de ruimte4 't ,is nu niet de tijd om over deze gedachte der natuur te disputeeren1 noch om ons af te vragen1 of het den mensch betaamt zich daarnaar te richten2 doch 't is wel zeker1 dat overal waar de oneindige massa ons in de gelegenheid stelt den schijn eener idee te vatten1 die schijn dezen weg inslaat1 waarvan we het einde niet kennen4 ,wat ons aangaat zal 't voldoende zijn te constateeren1 met hoeveel zorg de natuur er zich op toelegt1 al wat op de vijandelijke inertie der materie eenmaal is veroverd1 te bewaren en vast te leggen in het zich ontwikkelend ras4 ,ze zet een punt achter de welgeslaagde poging en legt den achteruitgang1 die onvermijdelijk zou zijn na die inspanning1 allerlei speciale en welwillende wetten in den weg4 ,deze vooruitgang1 dien men bij de verstandelijk meest ontwikkelde soorten moeielijk zou kunnen loochenen1 heeft wellicht geen ander doel dan die beweging zelf en weet niet waar hij heen gaat4 ,in ieder geval1 in een wereld waarin niets1 uitgenomen enkele feiten van dezen aard1 op een duidelijken wil wijst1 is het van veel beteekenis enkele wezens zich trapsgewijze en onafgebroken te zien ontwikkelen1 sedert den dag1 waarop wij onze oogen geopend hebben2 en al hadden de bijen ons niets anders geopenbaard dan deze geheimzinnige spiraal van licht in den alles overheerschenden nacht1 dan zou dit genoeg zijn om ons den tijd niet te doen betreuren1 gewijd aan de studie hunner kleine daden en nederige gewoonten1 die zoo ver af staan van en toch eigenlijk zoo dicht bij onze groote passies en onze trotsche bestemming4 ,,xviii4 't ,is mogelijk dat dit alles ijdel is1 en dat onze spiraal van licht en die der bijen evenzeer enkel schijnt om de duisternis op te vroolijken4 't ,is ook mogelijk dat een geweldig incident van buiten af komend1 van een andere wereld of van een nieuw natuurverschijnsel1 plotseling een beslissende richting geeft aan dat pogen of het voor goed vernietigt4 ,doch laat ons onzen weg vervolgen alsof er niets abnormaals gebeuren zou4 ,al wisten we1 dat morgen eene of andere openbaring1 b4v4 de aanraking met een oudere en meer lichtgevende planeet1 onze gansche natuur zou in de war brengen1 de diep in ons binnenste gewortelde hartstochten1 wetten en waarheden van ons wezen zou onderdrukken1 dan nog zou 't het verstandigst wezen in het heden al onze belangstelling te wijden aan die hartstochten1 wetten en waarheden1 ze in onzen geest tot harmonie te brengen1 en getrouw te blijven aan onze bestemming1 die hierin bestaat1 de duistere machten van het leven aan ons te onderwerpen en tot een eenigszins hooger peil te brengen in ons zelven en rondom ons4 't ,kan zijn dat er in de nieuwe openbaring niets van blijft bestaan1 doch 't kan niet zijn1 dat zij die tot den einde toe hunne zending1 de menschelijke zending bij uitnemendheid1 hebben vervuld1 niet in de eerste rijen zouden staan om deze openbaring te ontvangen3 en zelfs indien ze hun mocht leeren1 dat de eenige ware plicht bestond in niet vragen en zich er in schikken1 dat men niet weten kan1 dan zullen zij beter dan anderen dezen plicht weten te begrijpen en er partij van te trekken4 ,,xix4 ,en bovendien1 laten we aan onze droomen niet die richting geven4 ,laten we de mogelijkheid eener algeheele vernietiging evenmin opnemen in de becijfering onzer behoeften1 als de wonderbare hulp van eenig toeval4 ,tot nu toe waren we ondanks de schoone beloften onzer verbeeldingskracht toch altijd aan ons zelven en onze eigen hulpmiddelen overgeleverd4 ,door onze eigen nederigste pogingen hebben wij al1 wat er nuttigs en duurzaams op deze aarde is verricht1 tot stand gebracht4 't ,staat ons vrij het beste of het ergste te verwachten van eenig buitengewoon voorval1 doch alleen op voorwaarde1 dat deze verwachting zich niet bemoeit met onze taak als menschen4 ,ook hier geven ons de bijen een uitstekende les1 uitstekend als alle lessen der natuur4 ,voor hen kwam er werkelijk een wonderdadige tusschenkomst4 ,veel beslister dan wij zijn zij overgeleverd aan de handen van een wil1 die hun geslacht kan vernietigen of wijzigen1 en aan hun lot een andere wending geven4 ,en niettemin volgen zij hun oorspronkelijken en grooten plicht4 ,en 't zijn juist diegenen onder hen1 welke 't best gehoor geven aan dezen plicht1 die er het geschiktst voor zijn te profiteeren van die bovennatuurlijke tusschenkomst1 waardoor in onze dagen het lot hunner soort aan 't stijgen is4 ,nu is het minder moeielijk dan men meent1 den onafwijsbaren plicht van een wezen te ontdekken4 ,men kan dien altijd lezen uit het orgaan1 dat juist hem onderscheidt en waaraan alle andere ondergeschikt zijn4 ,en zoo goed als 't op de tong1 in den mond en de maag der bijen geschreven staat1 dat zij honing moeten voortbrengen1 zoo goed is het in onze oogen1 onze oren1 ons merg1 alle uitwendige organen van ons hoofd1 in 't gansche zenuwstelsel van ons lichaam te lezen1 dat wij er toe geschapen zijn1 al wat wij in ons opnemen van de dingen der aarde1 om te zetten in een bijzondere en geheel eenige kracht op dezen aardbol4 ,zoo ver ik weet is geen wezen z zeer als wij bewerktuigd om dat vreemde fludum voort te brengen1 dat we noemen met den naam van gedachte1 verstand1 begrip1 rede1 ziel1 geest1 hersenvermogen1 deugd1 goedheid1 kennis2 want het bezit duizenden namen1 al heeft het slechts n essence4 ,alles in ons werd daaraan opgeofferd4 ,onze spieren1 onze gezondheid1 de lenigheid onzer ledematen1 het evenwicht onzer dierlijke functies1 de rust onzes levens1 dragen den steeds grooter wordenden last van zijn overwicht4 ,het is de kostelijkste en moeielijkste toestand waartoe men de materie kan verheffen4 ,de vlam1 de warmte1 het licht1 het leven zelf1 het instinct1 dat nog fijner is dan het leven1 en de meeste der onvatbare machten1 die de kroon der wereld waren vr onze komst1 dat alles is verbleekt bij de aanraking met het nieuwe fludum4 ,we weten niet1 waarheen het ons leidt1 wat het met ons doen zal1 wat wij er mee doen zullen4 't ,zal aan hem staan ons dit te doen weten1 wanneer het in volheid van kracht heerschen zal4 ,laat ons in afwachting daarvan er enkel aan denken daaraan te geven1 al wat het van ons vraagt1 daaraan alles ten offer te brengen1 wat zijn ontwikkeling zou kunnen tegenhouden4 't ,is wel niet twijfelachtig of dat is voor 't oogenblik onze eerste en duidelijkste plicht4 ,deze zal ons de overige bij toeneming leeren4 ,hij zal ze voeden en versterken al naardat hijzelf gevoed wordt1 even als het water der bergen in rechte reden met het geheimzinnig voedsel van zijn top de beken der vlakte voedt en versterkt4 ,laten we ons niet kwellen met den wensch1 te weten wie partij zal trekken van de kracht1 die aldus ten onzen koste vermeerderd wordt4 ,de bijen weten niet of zij den honing zullen eten1 dien zij inzamelen4 ,evenmin weten wij1 wie voordeel zal trekken van de geestelijke kracht1 die wij in 't heelal brengen4 ,even als zij van bloem tot bloem gaan om meer honing in te zamelen dan zij zelven en hunne kinderen behoeven1 laat ons zoo gaan van werkelijkheid tot werkelijkheid om alles bijeen te garen wat tot voedsel kan strekken aan deze onvatbare vlam1 opdat wij op alles zijn voorbereid in de zekerheid onzen organischen plicht te hebben vervuld4 ,laat ons haar voeden met onze gevoelens1 onze hartstochten1 met al wat we zien1 hooren1 ruiken1 aanraken en met haar eigen essence1 dat is de idee1 die ze haalt uit de ontdekkingen1 ervaringen1 opmerkingen1 uit al wat ze bezoekt4 ,dan komt er een oogenblik1 waarop alles zich z natuurlijk ten goede keert voor een geest1 die zich heeft ondergeschikt gemaakt aan de eischen van den echt menschelijken plicht1 dat zelfs het vermoeden dat al zijn krachtsinspanning misschien doelloos is1 den ijver zijner nasporingen nog klaarder1 zuiverder1 belangloozer1 onafhankelijker en edeler maakt4