---------------------------------------- ------------------------ ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,de tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele1 verouderde spelling4 ,er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren4 ,bladzijde-nummering is verwijderd4 ,afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld4 ,de voetnoot is verplaatst naar het eind van de alinea met de verwijzing4 ,overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd4 ,variaties in spelling zijn behouden3 e_/1 en #a_/;,i bij ,bijbelboekverwijzingen4 ,in het origineel cursieve tekst is weergegeven als cursief4 ,uitgespatieerde tekst is weergegeven als uitgespatieerd4 ,in het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt4 ,deze dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als aanhalingstekens4 ,aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de aangebrachte correcties4 ---------------------------------------- ------------------------ ,,gomer ,,voor ,,den ,,sabbath4 ,,meditati,n ,,over ,,en ,,voor ,,den ,,sabbath1 ,,door ,,dr4 ,a4 ,,kuyper4 ,,boekhandel ,,voorheen ,h,,veker ,,wormser4 ,,amsterdam4 ,,pretoria4 ,,zuid-,,hollandsche ,,boek- ,,en ,,handelsdrukkerij4 ,op de ,dagen van goede ,boodschap volgt hierme in gelijk formaat een ,gomer voor den ,sabbath2 onder een titel1 die aan ,exodus #af3af-bd is ontleend4 ,dit boekske mocht niet uitblijven4 ,de indruk mocht niet voortduren1 alsof weer een verheffen van onze ,christelijke vierdagen boven den ,sabbath ingang vond2 en de schijn moest wegvallen1 als wierd met de behoefte1 die ook op den ,sabbath1 in de ure van stille afzondering1 aan meditatie bestaat1 niet gerekend4 ,vooral nu in onze dagen het geroep om ,zondagsrust ook bij hen steeds luider weerklinkt1 die van ,zondagsheiliging niet hooren willen1 is het eisch van het oogenblik1 dat geen poging onaangewend blijve1 om ook door stille meditatie de heiliging van den ,rustdag te bevorderen4 ,daarom gaan in dezen bundel aan de ,meditatin voor elk der twee of drie en vijftig ,zondagen van het jaar1 een zevental afzonderlijke ,meditatin over den ,sabbath vooraf4 ,meditatin1 die niet de ,sabbathsquaestie bespreken1 maar ,gods kind tot geloofswerking ook ten opzichte van den ,sabbath uitlokken4 ,wel ligt aan deze ,meditatin een doordacht gevoelen over den ,sabbath ten grondslag2 maar dit gevoelen zelf wordt er niet in verdedigd noch betoogd4 ,liever dan in deze ,meditatin door zulk betoog ,gods kind van zijn stille ,sabbathviering af te leiden1 heb ik daarom zulk een betoog in een afzonderlijk ,tractaat van den ,sabbath1 te boek gesteld4 ,een ,tractaat1 dat reeds ter perse ging en bijna afgedrukt gereed ligt1 om binnenkort1 bij denzelfden uitgever als van dezen ,gomer voor den ,sabbath1 te verschijnen4 ,tot beide geschriften drong mij de zielsbehoefte1 om uit dank voor wat ,god ook mij in zijn heerlijken ,sabbath schonk1 iets tot rijker en inniger ,sabbathsgenieting ook voor mijn broederen en zusteren bij te dragen4 ,ruste op dezen dubbelen arbeid voor en over den ,sabbath de zegen van ,hem1 die ,heere ook van den ,sabbath is4 ,,kuyper4 ,amsterdam1 #bi ,october #ahhi4 ,,zeven ,,meditati,n ,,over ,,den ,,sabbath4 ,i4 ,,de ,,sabbath ,,van ,,god ,,gegeven4 ,daartoe ook gaf ,ik hun mijne ,sabbathen1 om een teeken te zijn tusschen ,mij en tusschen hen1 opdat zij zouden weten1 dat ,ik de ,heere ben1 die hen heilige4 ,ezechil #bj3ab4 ,het eerste1 dat ge naar 's ,heeren wil in uw ,sabbath eeren zult1 is1 dat ,hij u uw ,sabbathen geeft4 ,alle gedachte en alle inbeelding1 alsof gij het zijn zoudt1 die uw ,sabbath aan uw ,god gaaft1 zult ge deswege voorbedachtelijk uit uw overleggingen bannen4 ,van iets1 dat gij den ,heere ten goede1 ,hem ten gevalle en ten believe doen zoudt1 valt hier geen sprake4 ,elk denkbeeld van een goed werk1 waarmede ge ,hem iets ten dienste doen zoudt1 moet geheel van u gezet4 ,de ,heere verkrijgt niets door uw ,sabbath4 ,hij wordt er door verrijkt noch grootgemaakt4 ,uw ,sabbath brengt aan u een zegen van ,godswege1 niet omgekeerd1 een zegen van uwentwege aan uw ,god4 ,reeds op zichzelf is uw ,god nooit als iets behoevende1 zoodat gij ,hem iets zoudt kunnen toebrengen4 ,zelfs als ,hij aan ,israel gelast1 zijn brandoffer te ontsteken1 roept ,hij het zijn volk toe1 dat het ,hem niet om dien ram of dien var te doen is4 ,hij immers is een ,god1 die den hemel en de aarde schiep en zijn vee op duizend bergen heeft2 en die1 had ,hij lust aan een rund op uw stal1 het u niet zeggen zou1 maar u dat rund zou ontnemen4 ,hoe zou ,hij1 de ,algenoegzame in zichzelf1 ook ooit van menschenhanden gediend worden als iets behoevende8 ,hij1 die u1 gedurende al de dagen uws levens1 al uw tijd en al uw oogenblikken schenkt1 hoe zou ,hij ooit een dag of een deel van een dag uit uw hand kunnen ontvangen8 ,veeleer sluit het denkbeeld van zijn ,sabbath het tegendeel in4 ,voor zooveel er toch in overdrachtelijken zin sprake kan zijn van iets1 dat gij voor uw ,god zoudt werken1 doordien ge van ,hem getuigt1 of ijvert voor zijn heiligen naam1 of dien naam grootmaakt1 komt juist immers die ,sabbath u in nog meer eigenlijken zin toeroepen1 dat gij van alle werk zoudt aflaten1 opdat nu niet aan u1 maar aan den ,heere uw ,god de beurt zou zijn1 om in u te werken en de macht zijner werking in u te toonen4 ,de ,sabbath kan dus niet sterker ontheiligd worden1 dan door in uw ,sabbathsviering een oorkussen der werkheiligheid te zoeken2 en een iegelijk1 die bij zichzelven ging meenen3 ,wel schiet ik in veel tekort en heb ik door mijn zonden den ,heere vertoornd2 maar dit heb ik dan toch1 dat ik zijn ,sabbath tot in het stiptste toe heb geerd1 die had niet maar zijn loon weg1 maar zou zonde op zonde gestapeld hebben4 ,al zulk een ,sabbath ware den ,heere een gruwel4 99 99 99 99 99 ,neen1 ,hij1 de ,heere1 is het1 die u uw ,sabbath geeft4 ,de vloek der zonde1 die in den arbeid op den zondaar rust1 is zoo ontzettend6 ,het is wel zoo1 dat er arbeid ook buiten de zonde is2 dat ,god zelf werkt tot nu toe1 en zijn ,christus eveneens2 zelfs schuilt er voor den zondaar in den arbeid niet weinig reddende kracht4 ,voor wie geregeld arbeidt is de verzoeking tot zonde zooveel geringer4 ,maar te moeten arbeiden in het zweet des aanschijns om ons brood te eten1 is ons niet natuurlijk4 ,om der zonde wil overkwam het ons4 ,en nu moge de rijkgezegende in middelen1 als hij dat leest1 in zijn vergenoegdheid lachen1 en mogen die velen onder beide geslachten1 die van hun geld leven en zich in weelde baden en eigenlijk nooit iets uitvoeren1 zich daar vroolijk over maken2 maar wee hun1 als eens de dag der afrekening komt1 en ze dien vloek van den arbeid nooit dieper hebben verstaan6 ,vraag u maar eens af1 op wat wijs1 zeg veilig #ajjj van de #adjj millioen menschenkinderen1 die op deze aarde leven1 hun dag in het zweet van hun aanschijn doorbrengen4 ,hoe schamel ze leven2 aan wat ongemak en gevaar ze zich blootstellen2 wat wezenlijke vermoeienis1 als de dag weer om is1 op hun aangezicht geteekend staat4 ,denk slechts aan die millioenen1 die in de mijnen zwoegen2 aan die andere millioenen1 die op velden en bergen arbeiden2 aan die millioenen1 wier leven opgaat in de fabriek4 ,hen drukt de arbeid4 ,hen put de arbeid uit4 ,hij verteert hun menschelijke kracht4 ,en het bangst is1 dat ze arbeiden1 niet om den lust hunner ziel1 maar omdat de honger hen dwingt en het brood voor eigen mond en voor het gezin alleen tot dien prijs voor hen te bereiken is4 ,wat ontrooft die arbeid aan dit overgroote deel van ons geslacht niet alle weelde en lust des levens4 ,schier nooit ontspanning6 ,zoolang de dag duurt1 ingespannen arbeid4 ,en dan voor al hun arbeid in het zweet huns aangezichts nog vaak nauwlijks een harde legerstede en een hard stuk brood4 ,levend buiten het gezin1 zien ze de hunnen nauwlijks even des morgens en even des avonds1 en dan begint het jagen van het groote raderwerk van den arbeid weer4 ,voort1 voort en altoos voort1 als onder den zweep van den drijver4 ,tot de kracht verbruikt is1 en ze niet meer kunnen1 en ze1 als voor den arbeid waardeloos1 schier een overlast op aarde schijnen1 en kwalijk verholen teleurstelling baren1 als ze niet vroeg genoeg zich heenspoeden naar het graf4 o1 ,in die breede en onafzienbare kringen van ons menschelijk geslacht is de vloek van den arbeid nog altoos zoo ontzettend6 99 99 99 99 99 ,en zelfs1 al rekent ge nu met hen niet uitsluitend1 dan nog1 hoe vernedert het ons menschelijk bestaan niet1 dat elken dag schier al de tijd en al de moeite van bijna allen in de verzorging van het dagelijksch leven opgaat4 ,want1 ja1 er zijn er enkelen1 die het hooge voorrecht genieten1 dat zij in geestelijke dingen hun ambt en roeping mogen hebben1 of althans in de hoogere bezigheden van den menschelijken geest hun tijd mogen slijten2 maar zijn die allen saam meer dan twee of drie op een dorp1 meer dan een tweetal of drietal honderd in een zeer groote stad8 ,en al die anderen1 zoo mannen als vrouwen1 wat doen ze anders1 dan heel den dag bezig zijn in wat strekt om den mensch te doen wonen1 den mensch te kleeden1 den mensch spijs en drank te bereiden8 ,daarvoor zuchten de stoomwerktuigen en zwoegen de fabrieken4 ,daarvoor leeft de nijverheid en bestaat alle handel4 ,daarvoor rept zich de landbouw en spoedt zich de man van het ambacht4 ,daarvoor is alle bedrijf en nering4 ,en zelfs in uw persoonlijk en huislijk leven1 wat machtig deel van uw tijd gaat er niet af voor uw slaap1 voor uw reiniging1 voor uw kleeding en voor uw voeding4 ,hoe zijn onze huismoeders en dochters en dienstboden schier al den tijd in deze verzorging van het uitwendige leven bezig4 ,en als de man en vader zich op zijn kantoor of in zijn zaak inbeeldt boven dit kleine en uitwendige verheven te zijn1 hoe ook doet hij dan toch feitelijk niet anders dan altoos zorgen1 dat er worde aangevoerd of voortgebracht1 wat ons tot woning1 kleeding en voedsel zijn kan1 of ook zorgen1 dat er geld komt om brood voor zijn huis te gewinnen6 ,een bestaan1 een betrekking1 geld om te leven te hebben1 is de altoos werkende drang1 die heel onze maatschappij in beweging zet1 en nu1 wat is de drang naar een bestaan1 naar een betrekking1 of naar geld om te leven anders1 dan een oplossing voor het raadsel te zoeken1 hoe men het zweet van zijn aanschijn in brood voor zich en de zijnen zal omzetten8 ,en daarom nog eens3 er ligt in den arbeid ok iets kostelijke1 ok een zegen2 maar toch1 de arbeid1 gelijk die al deze eeuwen lang1 en ook nu nog op aarde door deze millioenen bij millioenen gearbeid wordt1 wat is hij anders1 dan een doen opgaan van ons menschelijk aanzijn in de nooden en zorgen des levens8 ,en hoe onnoembaar klein is het procent wel van die enkele gelukkigen1 die een hooger genoegen zoeken kunnen1 en reeds hier op aarde in die hoogere heilgoederen van ons geslacht mogen opgaan6 99 99 99 99 99 ,daarom staat het er dan ook bij3 ,zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen4 ,de ,sabbath vernietigt het ,woord ,gods uit het ,paradijs niet4 ,de harde arbeid1 die loodzwaar op ons geslacht drukt en het beneden den aard van ons menschelijk aanzijn neertrekt1 blijft4 ,de gevolgen der zonde zijn niet opgeheven4 ,een engelenleven is ons op aarde niet gegund1 en een leven als in het ,paradijs is ons hier voor altoos ontnomen4 ,dat is er niet meer en keert op aarde niet weer4 ,maar dit heeft ,god toch in zijn barmhartigheden gedaan1 dat ,hij u midden in dien arbeid zijn ,sabbath schonk2 dat ,hij door zijn ,sabbath dat jagen van den arbeid een oogenblik tot stilstand bracht2 en dat ,hij in dien ,sabbath u uit uw zelfvernedering optilde en ophief tot hooger bezigheid4 ,hij geeft u zijn ,sabbath2 en in die gift spreekt ontferming4 ,het schenken van zijn ,sabbath is een daad van ,goddelijke1 een daad van koninklijke genade4 ,de druk van den arbeid zou ons al te bang zijn geworden4 ,die zou ons de keel hebben toegenepen4 ,en daarom schonk ,hij ons dien dag van hemelsche ruste4 ,hoor maar6 ,daar klinkt het woord der verlossing3 ,dien dag zult ge niet werken4 ,op zijn ,sabbath laat ,god ons vrij6 ,,ii4 ,,de ,,sabbath ,,door ,,god ,,verordend4 ,gij zult houden zijne inzettingen4 ,deut4 #d3dj4 ,aan uw ,sabbath hangt de eere van ,gods heilige souvereiniteit4 ,stel toch1 gij wildet overtollige goede werken doen1 en twee1 drie dagen telken weke aan uw ,god wijden1 en ge koost daartoe zelf de u schikkende dagen uit1 en gingt nu in de verbeelding leven1 dat ge hierme ,god iets hadt toegebracht1 immers een ,sauls oordeel zou over u komen1 en de profeet zou ook u toeroepen3 ,gehoorzaamheid is beter dan offerande en opmerken dan het vette der rammen4 ,en ,sabbathdag1 in gehoorzaamheid aan de inzetting des ,heeren geheiligd1 is beter dan tien dagen ,hem gewijd in eigen willigheid4 ,en daarom1 merk er op1 dat uw ,sabbath van ,god verordend is2 dat de ,rustdag door ,god zelf is ingezet2 dat het een gebod is u opgelegd1 en niet een aanbieding1 waarme gij voor uw ,god verschijnt4 ,de ,sabbath is een inzetting des ,heeren4 ,nu weet ge1 hoe ,mozes in den naam des ,heeren niets geduriger voor het oor van ,israel herhaalt1 dan dat al deze heiligheden de rechten en instellingen en geboden des ,heeren zijn4 ,en dat moest4 ,want in ,israel zat juist dezelfde zonde1 die ook gedurig in uw hart sluipt1 om wel1 ja1 ,god de eere te willen geven1 mits het geschieden kon naar eigen inzicht1 uit eigen aandrift1 naar den prikkel van het eigen hart4 ,en wat ,israel niet wilde1 en wat gij van nature ook niet wilt1 dat is dienen uit gehoorzaamheid2 omdat ,hij het u geboden heeft2 en omdat ,hij het heeft ingezet4 ,ge wilt dan wel veel voor uw ,god doen4 o1 ,ge zoudt alles voor ,hem over hebben4 ,alleen maar1 de ,heere moet het niet van u in den weg van gehoorzaamheid vorderen4 ,veeleer moet ,hij het aan u overlaten1 dat gij het uit eigen aandrift doet4 ,en dan zult ge al wat ge slechts vermoogt aan uw ,god toewijden4 ,in lust om ,god de eere te geven1 zult ge met den beste wedijveren4 ,alleen maar die ene eere1 dat ,hij als uw ,souverein en ,koning zelf bepalen zal1 wat ge voor ,hem doen zult1 die eere gunt ge ,hem niet4 99 99 99 99 99 ,en dat is het nu juist1 wat uw ,sabbath u telkens weder prediken komt3 ,god heeft mij ingezet4 ,van ,god ben ik verordend4 ,en gij1 o1 menschenkind6 hebt u aan ,gods ordinantie te onderwerpen4 ,niet alsof diezelfde prediking niet in heel de natuur en in heel het ,genadeverbond lag2 maar haar sprake komt nergens zoo duidelijk als in uw ,sabbath uit4 ,ongetwijfeld ook de jaarkringen heeft ,god geschapen en ze beheerschen uw leven1 en ge moet zaaien1 niet als gij er lust in hebt1 maar als het zaaitijd is2 en ge moet oogsten1 niet wanneer het u in het gevlei komt1 maar als ,god het graan rijp heeft gemaakt4 ,en zoo staat ge onder ordinantin ,gods in heel uw natuurlijk leven4 ,want wel kunt ge den dag tot den nacht maken en den nacht tot den dag4 ,maar straks wreekt dit zich1 en in de onfrischheid van uw bloed toornt de geschonden inzetting van uw ,god4 ,maar toch1 deze prediking gaat te ongemerkt toe1 en deze soort inzetting is te moeilijk te ontgaan4 ,doch met uw ,sabbath is dit zoo niet4 ,immers uw ,sabbath kunt ge zonder wezenlijke storing als voor u niet bestaande beschouwen4 ,dat ziet ge wel aan die duizenden bij duizenden1 die den ,sabbath nooit houden4 ,en zoo geldt het hier dus een inzetting1 waartoe de natuur niet vanzelf dringt1 maar die alleen geischt kan door opzettelijke gehoorzaamheid4 ,om den ,sabbath te kunnen houden1 moet ge hem willen houden4 ,ge moet1 om den ,sabbath te eeren1 u welbewust naar de ordinantie van uw ,god schikken4 ,en ge houdt hem niet1 of ge doet in die ,sabbathsviering zelf hulde aan ,gods souvereiniteit4 ,al wie met den ,sabbath niet rekent1 zegt daarme1 dat hij zich niet stoort aan wat zijn ,god en ,heere heeft ingezet4 ,maar dan ook omgekeerd1 al wie den ,sabbath naar het gebod houdt1 eert hier den ,gebieder van het gebod in1 en buigt zich voor ,god als zijn ,koning4 99 99 99 99 99 ,dring dus wel in uw conscientie in1 om te weten1 of ook gij hierin recht voor uw ,god staat1 en of ge wel waarlijk uw ,sabbath houdt uit gehoorzaamheid omdat uw ,god het alzoo heeft ingezet4 ,of ge dus niet rust1 omdat ge moede van den arbeid zijt en uitspanning u welkom is4 ,niet rust1 omdat het den bloei van uw maatschappelijk leven bevordert4 ,niet rust1 omdat ge toch ook een dag voor uw gezin moet hebben4 ,en ook niet enkel rust1 omdat er toch een dag voor uw kerkgaan moet zijn4 ,neen1 maar of ge uw ,sabbath viert1 omdat ,god het alzoo heeft ingezet4 ,want staat uw ziel er zoo metterdaad onder1 dan is uw vieren van den ,sabbath op zichzelf reeds een ontsluiting van uw ziel1 om het heil uws ,god in te drinken1 en verkrijgt ge dien rechten stand1 waarin de ,heere u met genade voor genade wil zegenen4 ,ge weet toch zelf1 hoe niets zoozeer uw hart voor genade toesluit1 als die booze zucht1 om uit eigen wil en eigen lust te handelen1 uw raad voor ,gods bestel in de plaats te schuiven1 en zelfs in uw vroomheid op eigen gebaande paden te wandelen4 ,zoo en niet anders is de mensch een heiden geworden4 ,en dan kan hij1 gelijk te ,athene1 zelfs zoo overvroom zijn1 dat hij een altaar voor den onbekenden ,god bouwt2 maar juist deze eigendunkelijkheid en eigenwilligheid vermoordt alle ware godsvrucht in zijn binnenste1 en het eind is1 dat ,god hem overgeeft om op zijn eigen paden te wandelen en ten leste uit te doen komen bij ,bal ,peor en de naaktlooperij1 om van nog gruwelijker zonden1 gelijk ,rom4 #a die opsomt1 te zwijgen4 ,komt dus de ,sabbath dit diep zondige uwer eigenwilligheid en eigendunkelijkheid in u knakken en wegsnoeien1 dan is reeds daarme een zegen aan uw ziel beschikt4 ,dan toch zijt ge er toe gebracht1 om niet zelf het in te zetten1 maar het uw ,god te laten inzetten1 en daarme te erkennen1 dat het recht om het in te zetten aan ,hem en niet aan u staat4 ,en nu keert die ,sabbath telken zevenden dage weder1 als om telken zevenden dage weer deze onderzoeking voor uw conscientie te brengen1 of ge de valsche vroomheid van ,saul bedoelt1 of wel die echte vroomheid1 die van de huldiging van ,gods souvereiniteit uitgaat4 99 99 99 99 99 ,god wil op zijn ,sabbath dienstknechten en dienstmaagden voor zich zien1 die weten1 dat ,hij de ,heere is en daarom het souvereine recht heeft1 om zulk een dag in zijn heilig ,huis te verordenen4 ,niet lieden1 die wanen ,gods gelijken te zijn1 en ,hem nu uit goede intentie van hun hart een dienst meenen te bewijzen1 maar onderdanen van den ,koning der koningen1 die doen naar zijn gebod en naar zijn recht4 ,en wel openbaart ,hij zich ook op den ,sabbath rijker dan ooit als onze ,vader in de hemelen1 die deze dienstknechten en dienstmaagden tot zijn kinderen aanneemt3 maar allerminst om daarom het recht van beschikking in zijn ,vaderhuis zich door zijn kinderen uit handen te laten nemen4 ,juist1 omdat ,hij onze ,vader is1 blijft ,hij dus de eenig rechthebbende om het in te zetten1 gelijk ,hij het van zijn kinderen hebben wil4 ,ook bij zijn kinderen moet het ,gods dienst blijven2 en nu is er tweerlei dienst4 ,een dienst om loon1 en zoo dient de dienstknecht4 ,maar ook een dienst uit liefde1 en zoo dient het kind4 ,het kind weet3 ,als ikzelf het ga inzetten1 heb ik geen ,vader meer2 en juist omdat in het bezit van zijn ,vader al zijn glorie is1 vraagt en onderzoekt het kind naar de inzettingen van zijn ,vader en volgt die uit drang der liefde op4 ,zelfs valt bij het kind elke gedachte om het anders te willen weg4 ,immers dit weet ,gods kind1 dat het altoos slecht gaat1 zoo het anders gaat dan zijn ,vader het heeft ingezet4 ,en daarom heeft het lust aan ,gods inzetting en voelt zich door die inzettingen ,gods tot zijn liefde trekken4 ,heel ,psalm #aai past het kind van ,god ook op zijn ,sabbath toe4 ,,iii4 ,,de ,,sabbath ,,door ,,god ,,geheiligd4 ,daarom zegende de ,heere den ,sabbathdag en heiligde denzelven4 ,exod4 #bj3aa4 ,zoo gaf de ,heere u den ,sabbathdag uit ongehouden gunst1 en zoo verordende ,hij den ,sabbathdag om zijn wil over uw goeddunken te laten heerschen2 maar ok gaf ,hij aan die ordinantie een inhoud1 en die inhoud ligt daarin1 dat ,god den ,sabbathdag heiligde4 ,beduidt dit1 dat de ,sabbathdag een heiliger dag wordt dan de andere dagen2 dat er heiligheid aan den ,sabbath als zoodanig kleeft2 en dat dus1 zonder meer1 deze dag op zichzelf reeds u van zonden afbrengt8 ,ge weet beter4 ,er mag gevraagd1 of er en dag is1 waarop de zonde schrikkelijker uitbreekt en meer in losbandigheid woedt4 ,juist de arbeid is op zichzelf een machtig schild tegen de zonde1 en zoodra met den ,sabbath deze bescherming wegvalt1 voelt de zonde zich minder gehinderd4 ,ze heeft nu tijd1 nu speelruimte1 en werpt te vuriger elken teugel af4 ,vraag het maar aan de politierapporten1 op welken der zeven dagen het straatrumoer het hinderlijkst wordt4 ,vraag het maar aan onze kroegen en bierhuizen1 op wat dag ze de beste zaken maken4 ,en ook1 vraag het maar aan de stille verborgenheid1 op welken dag vele dienstboden en jonge mannen het meest ontuchtig zondigen4 ,neen1 de ,sabbath heeft geen inklevende heiligheid4 ,veeleer zet ze1 zonder hooger bezieling1 slechts de sluizen te breeder voor de zonde open4 ,ledigheid is des duivels oorkussen4 ,en nooit meer dan juist op den ,sabbath is ,satan op de been4 ,naar dezen maatstaf gemeten zouden we dan ook voor de groote menigte best doen met den ,sabbath af te schaffen4 ,want al doet de rust het lichaam goed1 o1 zooveel zielen lijden juist op den ,sabbathdag voor altoos schade4 99 99 99 99 99 ,neen1 als er staat1 dat ,god den ,sabbathdag heiligde1 beduidt dit heel iets anders4 ,dit heiligen wil zeggen1 dat ,god den ,sabbath tot een anderen dag maakt dan de overige dagen2 dat ,god den ,sabbath apart zet2 dat ,hij den ,sabbath afzondert van de gewone dagen2 en dat ,hij op den ,sabbath een bizonder merk drukt4 ,en wel dit merk1 dat deze dag door ,hem1 in gansch bizonderen zin1 voor de eeuwigheid wordt opgeischt4 ,want het is wel waar3 ge moet elken dag voor uw ,god leven1 en wee u1 zoo ge denken gingt3 ,zondags voor ,god en in de week voor de wereld4 ,dan hadt ge het loon van uw ,sabbath weg4 ,de eisch ,gods1 dat ge ,hem dienen en ,hem liefhebben zult met heel uw hart en heel uw verstand1 gaat altoos door4 ,niet enkel op den ,sabbath1 maar elken dag van uw leven4 ,maar er is tweerlei dienen van uw ,god4 ,het eene middellijk en het andere onmiddellijk4 ,toen de opperlieden te ,jeruzalem den bergsteen aandroegen voor den bouw van ,gods huis1 dienden ze ,hem middellijk2 want de vreeze ,gods school toen in den ijver1 de gehoorzaamheid en volharding1 waarmede ze steenen aandroegen4 ,maar toen na de voltooiing van den tempel diezelfde werklieden in ,gods huis met hun offerande toetraden1 dienden ze ,hem in onmiddellijken zin2 want toen had wat ze deden geen ander doel1 dan om rechtstreeks hun ,god te verheerlijken4 ,en zoo nu staat het ook met u4 ,ge leeft nog niet in den hemel1 maar in de wereld4 ,allerlei overlegging en bezigheid is u daar opgelegd4 ,ge moogt u daaraan niet onttrekken4 ,het is uw ,goddelijk beroep4 ,maar ging dat bezig zijn in de wereld nu altoos door1 dan zou die wereld u allengs assimileeren4 ,de gedachte aan ,god zou bij u wegsterven4 ,uw beroep zelf zou ophouden ,goddelijk voor uw besef te zijn4 ,alle middellijke dienst van ,god put zichzelven uit4 ,zooals ge uw kracht uit zoudt putten1 zoo ge dag en nacht woudt doorwerken1 en daarom telkens slapen moet om uw kracht te vernieuwen1 zoo ook moet ge1 om in dien middellijken dienst van ,god niet te bezwijken1 geregeld rust nemen1 en in die rust komen tot onmiddellijken dienst van uw ,god4 ,god middellijk te dienen is veel zwaarder4 ,want dat is een gestadig worstelen tegen de wereld in1 om onder en in haar bezigheid toch uw ,god niet los te laten4 ,maar bij den onmiddellijken dienst van uw ,god houdt die worsteling op1 laat af1 en gunt u tijd en gelegenheid1 om u ongestoord aan uw ,god te wijden4 ,en dat is het nu1 dat ,god den zevenden dag geheiligd heeft4 ,zooals ,hij in zekeren zin den nacht heeft geheiligd voor de rust van den slaap1 zoo heeft ,hij in veel hoogeren zin den ,sabbath geheiligd voor de rust uwer ziel4 99 99 99 99 99 ,de ruste hoort dus wel terdege bij uw ,sabbath4 ,ze maakt er het uiterlijk kenmerk van uit4 ,ze is er niet af te scheiden4 ,de ,sabbath moet telken weke een breking in uw leven brengen4 ,altoos dienst van ,god1 heel de week door4 ,maar die zes dagen van den arbeid kunt ge dien dienst slechts middellijk verrichten1 en daarom komt dan de ,sabbathdag1 die uw heelen dag voor den onmiddellijken dienst van uw ,god vrijlaat4 ,de tijd is een vreeselijke tiran4 ,hij jaagt en zweept voort en is als een drijver1 die niet ophoudt4 ,maar zoo is de eeuwigheid niet4 ,in dat eeuwige leven1 waarin uw eigenlijk leven is1 heerscht rust en kalmte en stille duur4 ,en daarom breekt ,god nu door dien ,sabbath die vernielende macht van den tijd1 en neemt een zevende deel van uw tijd eruit1 om met dat zevende deel tegen den tijd en voor de eeuwigheid te worstelen4 ,dit lag reeds in de ,schepping4 ,in zes dagen schiep ,god den hemel en de aarde1 en op den zevenden dag rustte ,hij met een ,sabbath1 die nog altoos doorgaat4 ,en omdat ,hij u naar zijn beeld schiep1 heeft ,hij ook in u als mensch dien trek1 die behoefte1 dien drang gelegd1 om na zes dagen van arbeid een heilige pauze te laten intreden1 een ,goddelijk ,selah4 ,dan houdt de drijver op4 ,dat jagen en voortzweepen neemt een einde4 ,en er komt over zijn menschenkinderen rust4 99 99 99 99 99 ,ge gaat dus tegen die heiliging van den ,sabbath in1 zoo ge die breking van de dagen niet in acht neemt4 ,veeleer moet er uw toeleg op uitgaan om heel dien ,sabbathdag anders te maken dan andere dagen4 ,zoo is het goed1 dat ge u anders kleedt1 en op uw ,sabbath uw ,zondagskleed aantrekt4 ,het is goed1 dat heel uw huis een ander karakter toont4 ,zoo ge kunt1 dat ge uit uw huiskamer naar de sierlijke kamer verhuist4 ,kortom1 dat ook in het uitwendige het sterke onderscheid tusschen den ,sabbath en de overige dagen in het oog springe4 ,er ligt leering en onderwijzing ook in die uitwendige symboliek4 ,maar de hoofdzaak is en blijft toch1 dat ge van den middellijken dienst van ,god tot zijn onmiddellijken dienst voortschrijdt4 ,uw anders ,goddelijk beroep is op den ,sabbath ongoddelijk4 ,de wereld moet op den ,sabbath uit uw overlegging en uit uw bezigheid weg4 ,aan haar zuiging moet ge onttrokken4 ,aan haar macht moet ge dien dag de gehoorzaamheid opzeggen4 ,op den ,sabbath heeft de wereld geen enkelen eisch op u4 ,het is de dag des ,heeren in dien zin1 dat ge op dien dag uw ,god niet in de wereld1 maar in afzondering van die wereld te dienen hebt4 ,kleingeestigheid en formalisme heeft hierbij niets te zeggen4 ,dat is ,farizesme1 alsof het ,god te doen zou zijn om te zien1 wie het nu 't verst bracht in de uitrekening van wat op aarde wel ongedaan kan blijven4 ,tegen dat ,farizesme waakt ,god reeds in zijn schepping4 ,want de koe moet op ,zondag toch gemolken4 ,als het koud is1 wordt er toch vuur ontstoken4 ,uw maag prikkelt u op den ,sabbath evengoed als de andere dagen4 ,de ziekte wordt op ,sabbath niet gestuit4 ,de donkerheid valt 's ,zondags evengoed als 's ,maandags in1 en roept om licht4 ,daar zit het ook niet in4 ,neen1 het hangt aan uw zin en neiging4 ,wat is uw zin en neiging8 ,om1 blij temo1 dat ge u tot ,gods onmiddellijken dienst moogt keeren1 te laten wat maar eenigszins laatbaar is8 of wel om nog allerlei op ,sabbath te doen1 wat ge uitrekent1 dat er nog wel door kan8 ,wiens dit laatste streven is1 die ontheiligt ,gods ,sabbath1 ook al doet hij bijna niets4 ,en in wien die eerste zin is1 die heiligt ,gods ,sabbath1 ook al drijft de nood hem tot allerlei bezigheid4 ,en dat mag niet verzwakt4 ,de ,sabbath moet een dag der ruste1 der ruste van de wereld zijn1 om nu met heel uw ziel1 en al uw verstand1 en al uw kracht tot den rechtstreekschen dienst van uw ,god te komen4 ,maar ook in die ruste zelve moet uw hart en uw ziel spreken4 ,ge moet willen rusten1 niet omdat uw moheid u naar rust doet verlangen1 maar omdat ,god zijn ,sabbath geheiligd heeft4 ,,iv4 ,,de ,,sabbath ,,door ,,god ,,gezegend4 ,en ,god heeft den zevenden dag gezegend4 ,gen4 #b3c4 ,als er staat1 dat ,god den zevenden dag gezegend heeft1 moet ge weten1 waarin die zegen bestaat4 ,die zegen kan natuurlijk niet daarin liggen1 dat op de overige dagen van de week alle zegen des ,heeren ons ontzegd zou zijn4 ,elken morgen en elken avond roepen we ,hem aan om zegen op onze bete broods en om zegen op onzen arbeid1 en het geloof leeft in de blijde zekerheid1 dat de ,heere onze ,god ons dezen zegen niet onthoudt4 ,en omgekeerd derft de ,sabbath een zegen1 die op de overige dagen ons deel kan zijn2 want wie op den ,sabbath handel drijft of zaken doet1 beseft uitnemend wel in zijn conscientie1 dat juist om den ,sabbath geen zegen op zulk een nering te wachten is4 ,geld op den ,sabbath gewonnen1 is zo geronnen1 en gedijt nooit4 ,de ,sabbathszegen moet dus een geheel ander karakter dragen en met den aard van den ,sabbath saamhangen4 ,wat is een zegen8 ,zegen staat tegenover vloek1 en dat ,god den ,sabbath zegende1 beduidt dus allereerst1 dat ,god de ,heere den vloek1 dien ,hij voor de overige dagen onzes levens op dit aardrijk heeft gelegd1 op den ,sabbath stuit en vervangt door zegen4 ,en ook al is nu die vloek1 die op het aardrijk rust1 door genade getemperd1 en al zijn wij er door de heugenis van het voorgeslacht en door ons eigen leven aan gewend geraakt1 toch is die vloek er en drukt4 ,hoe nader men bij ,god leeft1 hoe sterker men dan ook dien druk1 die op het aardsche leven rust1 gevoelt4 ,de profeten en apostelen hebben steeds onder den indruk van dien druk geschreven en gesproken4 ,en als ,paulus betuigt1 dat heel de schepping zucht en als in barensnood is tot nu toe1 toont hij zeer sterk te beseffen1 wat de man der wereld nauwlijks gewaar wordt4 ,dien vloek1 dien druk nu ervaart ,gods kind niet het meest daarin1 dat het hem tegenloopt of dat hij smaadheid lijdt2 integendeel1 dt kan hem goed doen2 maar wat hem drukt1 is1 dat dit aardsche leven van ,god afleidt1 en dat er iets tusschen hem en ,gods zaligen hemel is ingeschoven4 99 99 99 99 99 ,welnu1 in dien zin dan verstaat ,gods kind het1 dat ,god de ,heere den ,sabbathdag heeft gezegend1 d4 w4 z4 dat ,god de ,heere dezen dag der ruste tusschen de tweemaal drie heeft ingeschoven1 om op dien enen dag dien druk1 die benauwdheid1 dat bange van hem te weren2 om de gordijn weg te schuiven1 die hem in het leven der wereld en des daags gedurig van zijn ,god scheidt4 ,zooals de overige dagen1 zoo hij niet waakt en bidt en strijdt1 hem onverbiddelijk van zijn ,god aftrekken1 zoo leidt deze heerlijke ,sabbath1 tenzij hij opzettelijk tegenworstele1 hem naar zijn ,god op4 ,dit is dus de zegen van den ,sabbath1 dat de pelgrim naar betere gewesten op de overige dagen met zijn geloof tegen den stroom oproeit1 maar op den ,sabbathdag den stroom me heeft4 ,de dagen der week staan aan ,gods ,koninkrijk1 maar de ,sabbath aan de zaken der wereld in den weg4 ,en omgekeerd1 de dagen der week schikken zich voor het bedrijf der wereld1 maar de ,sabbath schikt zich voor een leven in de voorhoven onzes ,gods4 ,men kan die voorhoven daarom ook wel in de dagen der week betreden1 en ook op den ,sabbath drijft de wereld haar zaken wel2 maar toch altoos met dit onderscheid1 dat op de dagen der week de wereld1 en op den ,sabbath de dienstknecht des ,heeren in zijn element is4 99 99 99 99 99 ,toch ligt er nog meer in4 ,immers als ,god zegent1 wil dat zeggen1 dat er een woord zijner kracht ten goede uit zijn mond uitgaat1 en dat de kracht van dat woord haar doel bereikt en ten goede werkt4 ,door eens en voor altijd zegen tot zijn ,sabbath te spreken1 heeft ,god de ,heere dus een heilige kracht te werk gesteld1 die zeer bizonderlijk op den ,sabbath heilbrengend naar zijn kinderen uitgaat4 ,zoo biedt u deze zegen van den ,sabbath een heerlijke belofte1 een ,goddelijk crediet1 waarop ge staat kunt maken4 ,en deze belofte houdt in1 dat er op al wat ge des ,zondags doet om te wassen in godzaligheid of het rijk des ,heeren te bevorderen1 een gedijen door u mag worden ingewacht1 nog sterker dan op andere dagen4 ,niet alsof dit in den dag kleefde1 of aan dezen dag hing2 maar omdat ,god vrijmachtig is1 om deze bizondere werking van zijn zegen ook aan zekeren tijd te verbinden4 ,en zoo leert ook de ervaring ons1 hoe de diepte en de ernst van het gebed1 hoe de innigheid der heilige meditatie1 hoe de rijkdom van den dienst des ,woords en der ,sacramenten1 hoe zelfs het werk der barmhartigheid en der milddadigheid aan den ,sabbath een rijken geur ontleent4 ,op den ,sabbathdag wordt het meeste zaad voor het ,koninkrijk des ,heeren uitgestrooid4 ,op den ,sabbath wordt deze akker het mildst begoten4 ,op den ,sabbath kiemt het gestrooide zaad het weligst uit4 ,de zegen ,gods1 dien ,hij aan zijn ,sabbath schenkt1 is dus geen uitwendige zegen voor het goed der wereld1 maar een inwendige zegen voor het goed des hemels4 ,op den akker des ,koninkrijks druppelen de wolken ook in de week wel1 maar op den ,sabbath komt de plasregen4 99 99 99 99 99 ,zoekt ge dien zegen8 ,zoekt ge dien elken ,sabbath8 ,en merkt ge bij het klimmen uwer jaren1 dat die ,sabbathszegen steeds milder uw deel wordt8 ,want dit voelt ge toch1 ruste op zichzelf maakt den ,sabbath nog niet1 tenzij met het schuiven van het gordijn voor het tooneel der wereld tegelijk het gordijn1 dat voor ,gods ,koninkrijk hing1 worde weggeschoven4 ,ruste naar den kant der wereld1 maar juist in en door die ruste te voller en te rijker ritselen van het leven in het ,koninkrijk ,gods4 ,geen ledig1 waar de wereld uit is2 maar een ruste1 waar de hemelen in nederdalen4 ,stilstand van winste voor uw schatkist op aarde2 maar winste volop voor uw schat1 die in de hemelen is4 ,en nu gaat dit wel niet even werktuigelijk als bij den arbeid der wereld1 dat ge aan oud en jong1 aan man en vrouw1 van uur tot uur hun taak kunt voorschrijven4 ,integendeel1 het werktuigelijke doodt den geest en zou ook den gloed van uw ,sabbath dempen4 ,maar al kunt ge voor uw ,sabbath niet van uur tot uur een lijst van uw taak opmaken1 ge weet daarom toch zeer wel1 waar ge op den ,sabbath met uw hart1 met uw ziel1 met uw zinnen en uw overleggingen zijt4 ,ge weet zeer goed1 waar de twaalf uren van dien dag aan weggaan1 en wat1 als de ,sabbath ten einde spoedt1 het besef van uw winste is4 ,want dan zult ge den eenen ,sabbath uitkomen met het rijk gevoel1 dat ge als met versche olie overgoten zijt1 maar ook den anderen ,sabbath uitsluipen met de aanklacht in uw conscientie1 dat ge dien heerlijken dag verkwist en verspeeld hebt4 99 99 99 99 99 ,hoeveel nu uw geest op den ,sabbath reeds dragen kan1 moet ge zelf beoordeelen4 ,er zijn er onder ,gods kinderen1 dien het genot bracht1 dat ze den ganschen ,sabbathdag eenzaam en met hun ,god gemeenzaam waren4 ,maar zoover zijn de meesten niet4 ,voor de meesten ware dit te veel4 ,die gloed ware voor hun oog te sterk4 ,daar zouden zij zich star op turen1 en in het eind willoos staan zonder iets meer te zien4 ,ook in de dagen der week kan niet een ieder evenveel arbeids in de wereld dragen4 ,voor een ieder geldt zijn eigen maat4 ,en ook de ,heere weet1 hoever onze geestelijke draagkracht voor den ,sabbath reeds gekomen is4 ,ge moogt daarom ook nooit uw maat aan uw kind opleggen4 ,gij moet meer dragen dan uw lieveling1 en ge zoudt het geestelijk leven van uw kind neerdrukken1 zoo ge op den ,sabbath van uw kind vergdet1 wat ge vergen moogt en moet van uzelf4 ,maat zij er dus2 maar uw volle maat worde dan ook uitgeleverd1 en daarbij de regel in acht genomen1 dat die maat dijen moet bij het klimmen uwer jaren4 ,er moet op den ,sabbath gezocht naar de gemeenschap der heiligen en den zegen des ,woords en der ,sacramenten4 ,er moet op den ,sabbath welgedaan en nood gelenigd en in smart getroost4 ,er moet op den ,sabbath op de knien geleefd4 ,er moet op den ,sabbath rekening met uw ziel gehouden4 ,er moet op den ,sabbath nagedacht over uw verleden en over uw toekomst1 over uw eeuwige toekomst bovenal4 ,en onder dat alles moet op den ,sabbath van binnen gestreden en overwonnen1 tot ,satan terugwijke1 en de tente van 's ,heeren verborgenheid zich voor uw ziel kan openen4 ,en in die tente moet ge op den ,sabbath ingaan4 ,v4 ,,de ,,sabbath ,,door ,,god ,,gekeurd4 ,mijne ,sabbathen4 ,ezech4 #bj3ab4 ,ook over uw viering van den ,sabbath gaat een oordeel4 ,juist omdat hij niet door u uitgedacht1 maar door ,god ingesteld1 geheiligd en gezegend is1 staat ge tegenover dien ,sabbath van uw ,god in een verplichting4 ,en zoo ontstaat de vraag1 wie uw ,sabbath keurt4 ,en dan leert de ervaring1 dat er voor den vrome een bizondere verleiding in ligt1 om zich tot keurder van den ,sabbath bij zijn broeder op te werpen4 ,over niets veroorloven de broeders zich zoo licht een opmerking1 een oordeel en zelfs een vonnis1 als over de wijze waarop een ander den ,sabbath houdt4 ,onverklaarbaar is dit niet4 ,immers de ,sabbathsviering is een sterk onderscheidend merkteeken1 waardoor ,gods volk van de wereld is afgescheiden4 ,het is een zaak1 die onder ieders gezicht en bereik valt4 ,en ook1 men kan iemands wijze van den ,sabbath te vieren1 afkeuren1 zonder hem in zijn karakter te kwetsen4 ,vooral bij dit gebod bestaat er dus noodzakelijkheid voor elk onzer1 om toe te zien2 er ligt in dit gebod een prikkel tot allerlei aanmerking2 en een aanklacht van overtreding van dit gebod is wel ernstig1 maar kwetst toch den burgerlijken persoon niet4 ,zeg dus ook niet1 dat het beter ware1 zoo dit oordeel der broederen zweeg4 ,integendeel1 meer dan en1 die nog geen vreeze ,gods in zijn hart had1 om den ,sabbath om ,gods wil te houden1 is begonnen met het uit vreeze voor de broeders te doen1 en is zoo op weg gekomen1 om een ,sabbathsvierder om ,gods wil te worden4 ,alleen maar1 op de vraag3 ,wie keurt uw ,sabbath8 moogt ge nooit antwoorden3 ,mijn broeder4 ,uw eenige ,keurmeester bij uw ,sabbathsviering is de ,heere ,,heere6 ,hij heeft gezegd3 ,het zijn mijn ,sabbathen4 99 99 99 99 99 ,ook treedt de kerk wel op1 om in inzake de ,sabbathsviering te oordeelen1 en zeer zeker ligt dit op haar weg4 ,de kerk is ongetwijfeld geroepen om niet alleen op den ,sabbath1 maar ook den ,sabbath te prediken4 ,ze moet tot ,sabbathsviering opwekken4 ,ze moet aan de ,sabbathsviering leiding en stuur geven4 ,de ,sabbath is haar kerkelijk terrein4 ,zelfs moet ze verder gaan1 en bij slordige ,sabbathsviering vermanen1 bij overtreding waarschuwen en ten laatste bij in het oogloopende schending van den ,sabbath zelfs met haar discipline optreden en den ,sabbathsschender weren van het ,heilig ,avondmaal4 ,slechts zie ze daarbij wel toe1 dat ze den naam van schending niet geve aan wat slechts verschil van ,christelijk inzicht1 of ook onopzettelijke overtreding is4 ,sabbathsschennis onderstelt altoos kwaad opzet2 de bedoeling1 om het heilige te verachten2 en heeft haar wortel in vijandschap tegen ,god4 ,hier dient dus omzichtelijk en met bedachtzaamheid te werk gegaan4 ,er zij onderscheid des oordeels4 ,zijn er ,christenbroeders1 die met den kerkeraad verschillen in opvatting van den ,sabbath en in ernst verklaren1 voor hun conscientie iets wel op den ,sabbath geoorloofd te achten1 wat een kerkeraad voor ongeoorloofd houdt1 dan mag er van vermaning en waarschuwing1 maar nooit van censuur sprake zijn4 ,censuur komt eerst tepas1 waar booze toeleg of verregaande vergetenheid van ,god in het spel is4 ,ook de kerk keurt uw ,sabbath niet4 ,de ,keurmeester van uw ,sabbath is en blijft de ,heere4 99 99 99 99 99 ,wil dit nu zeggen1 dat ge dus op den ,sabbath u noch aan uw broeder1 noch aan uw kerk te storen hebt8 ,dat zij verre4 ,reeds de liefde eischt1 dat ge ook in het stuk van den ,sabbath uw broeder niet ergert1 en de eerbied voor de dragers van het kerkelijk ambt stelt het u ten plicht1 u1 zooveel uw conscientie toelaat1 naar hun oordeel te schikken4 ,paulus zag niet het minste kwaad in het eten van offervleesch2 maar als het mijn broeder ergert1 sprak hij1 dan zal ik geen vleesch meer eten in der eeuwigheid4 ,slechts tegen en ding moet ge op uw hoede zijn3 ,ge moogt ook bij uw ,sabbath nooit eenig mensch als keurmeester in de plaats van ,god laten treden1 maar zijt verplicht om zelfs tegenover uw liefsten broeder het recht van uw ,god in dit heilig stuk te handhaven4 ,vraagt dus uw broeder u1 om na te laten wat gij deedt1 en stemt hij toe1 dat niet hij1 maar zijn en uw ,god te dezen ,rechter is1 ga dan voor hem uit den weg4 ,maar stelt hij zich met macht tegen u over1 en matigt hij zich het recht aan1 om voor u te willen uitmaken1 wat wel en wat niet geoorloofd is1 wijk dan geen uur met onderwerping1 maar weersta hem4 ,want door dan te zwichten1 zoudt ge zijn conscientie toeschroeien1 en zelf aan de eere van uw ,god tekort doen4 99 99 99 99 99 ,alles hangt hier aan het standpunt1 dat ge inneemt4 ,omdat het 's ,heeren ,sabbathen zijn1 kan en mag ,hij alleen uwe ,sabbathen keuren1 en zijt ge ,hem en ,hem alleen van uw ,sabbathen rekenschap schuldig4 ,desaangaande nu onderwijst ,hij u door zijn ,woord en ,geest2 onderwijst ,hij u door het voorgeslacht2 onderwijst ,hij u door uw kerk2 en onderwijst ,hij u door uw broeder2 en gij hebt op al deze roepstemmen en aanwijzingen van uw ,god acht te slaan4 ,maar als nu uw kerk en uw broeder gesproken hebben1 blijft de rekenschap toch altoos tusschen u en uw ,god4 ,alles wat ook op den ,sabbath uit het geloof is1 doet u vrij uitgaan2 al wat niet uit het geloof is1 is en blijft ook op het stuk van den ,sabbath zonde4 ,laat ge dus iets uit vreeze voor menschen1 en uit beduchtheid voor hun oordeel1 en omdat zij zich als keurmeesters opwerpen1 dan laat ge dit niet uit het geloof1 en is het u zonde4 ,en dan alleen1 als ge op uw ,sabbath rust1 en in die ruste heiliglijk bezig zijt1 omdat uw ,god het zoo wil en opdat ge zijn vrede moogt indrinken1 is uw ,sabbathsviering uit het geloof en is er in dezen deele geen zonde in u4 99 99 99 99 99 ,wie anders te werk gaat1 is een dienstknecht en heeft een geest der dienstbaarheid ontvangen wederom tot vreeze4 ,dan zijt ge nog onder de wet en kent het zoet der genade niet4 ,ja1 erger nog1 dan bezwijkt ge straks onder de geboden en inzettingen van menschen1 en torst een juk1 dat ook uw vaderen niet hebben kunnen dragen4 ,en zoo is ,gods kind niet4 ,een kind van ,god staat in de vrijheid1 waarme ,christus hem heeft vrijgemaakt2 en die vrijheid komt hierin uit1 dat hij geen anderen heer noch meester kent1 dan den ,heere4 ,met ,hem en met ,hem alleen heeft hij te doen1 en dus ook alleen naar ,zijn wil vraagt hij4 ,en zeg nu niet1 dat dit den ,sabbath zal doen verslappen4 ,want al ware dit zoo1 dan nog tienmaal liever een slapper ,sabbath1 waarbij de vreeze ,gods u vervult1 dan een strenger ,sabbath1 waarbij ge uw ,god niet aanziet1 maar eeniglijk vraagt naar het oordeel der menschen4 ,maar bovendien1 dit verwijt is zonder grond4 ,een kind van ,god is teeder en nauw in de conscientie4 ,en als slechts eenmaal de vreeze en eerbiedenis voor den ,heere onzen ,god op uw ,sabbathsviering in gaat werken1 dan weegt ze u van week tot week ernstiger op het hart1 wordt u een zaak des gebeds en des worstelens1 en eindigt met heel uw leven te beheerschen4 ,uiterlijke vormendienst heeft toch voor ons geen waarde4 ,de ,heere vraagt niet1 dat ge een vromen ,sabbath nabootsen1 maar dat ge ,hem1 den ,heere1 uw ,sabbath houden zult4 ,en eerst zoo ge daaraan toekomt1 erlangt uw ,sabbathsviering geestelijke beteekenis1 en brengt ze een zegen voor uw huis en uw hart4 ,,vi4 ,,de ,,sabbath ,,door ,,god ,,verzoend4 ,die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden1 die de ongerechtigheid1 en overtreding1 en zonde vergeeft4 ,ex4 #cd3g4 ,wees vooral tegen en ding op uw hoede1 en beeld u nooit in1 dat ge wel onder de negen overige geboden voor uw ,god bezwijkt1 maar dat ge het vierde gebod van zijn ,sabbath wel houden kunt4 ,het vierde gebod is een gebod uit ,gods wet1 zoo goed als elk ander1 en ook van dit gebod geldt het1 dat er niemand is1 die goed doet1 dat ze allen gezondigd hebben1 en dus allen de heerlijkheid ,gods derven4 ,zoolang dus ook dit gebod als een wet tegenover u staat1 moet ge ook voor dit gebod vallen2 kunt ge het niet houden2 kunt ge het nooit anders dan overtreden2 wierd ook door dit gebod uw zonde ontdekt en uw schuld vermeerderd2 en hebt ge ook van dit gebod te belijden1 dat het u oordeelt en verdoemt1 tenzij ge uw toevlucht neemt tot de ,fontein1 die er tegen de zonde geopend is voor het huis van ,israel4 ,vat dit diep op4 ,het gebod1 vooral dit gebod1 komt tot u1 in het ,werkverbond1 als middel1 om door de volbrenging van dit gebod loon der zaligheid te ontvangen4 ,en dit loon nu ontgaat u niet alleen1 maar ook door dat gebod komt niets dan schuld en verdoemenis over u4 ,en omdat dit nu gemeenlijk wel bij het gebod tegen den diefstal1 doodslag1 echtbreuk1 het valsch getuigenis enz4 gevoeld wordt1 maar niet gevoeld wordt bij het gebod van den ,sabbath1 willen we al ,gods kinderen gebeden hebben1 dat ze toch ook op dit gebied de waarheid der ,heilige ,schrift toepassen1 en het mogen inzien en beseffen1 hoe ook voor dit gebod elk hunner bezwijkt4 ,hoe ze reeds in dit ene gebod heel ,gods heilige wet geschonden hebben4 ,alzoo ,sabbathsschenders in den kwaadsten zin zijn1 en reeds door de overtreding van dit ene gebod in hun schuld voor ,god bezwijken4 ,want natuurlijk1 ook dit gebod moet in zijn geestelijke diepte gevat worden1 en een iegelijk1 die in de besteding van zijn tijd en in de breking van zijn tijd1 en in zijn leven voor het eeuwige1 en in den dienst van zijn ,god ook maar iets ooit tekortschoot1 ligt reeds daarom door dit vierde gebod geoordeeld1 en komt onder dit oordeel niet uit1 dan door de verzoening1 die in ,christus ,jezus is4 ,ook uit dit gebod komt1 als gebod1 niets dan de kennisse onzer ellende4 99 99 99 99 99 ,maar deze verzoening ,gods over uw ,sabbath strekt nog verder4 ,want neem nu aan1 dat ge werkelijk tot het inzicht kwaamt1 hoe heel uw verdorde natuur ook tegen dit gebod ingaat2 hoe ge met uw boos hart nooit anders deedt dan dit gebod in zijn wortel schenden en overtreden2 en dat ge voor uw zonde en schuld1 ook van dit gebod1 vergeving bij uw ,heiland vondt1 in welken toestand kwaamt ge dan nu8 ,natuurlijk1 dan schoof ook voor u dit gebod uit het ,werkverbond in het ,genadeverbond over4 ,alle verdienstelijkheid ging ook van dit gebod voor u af1 en nooit beelddet ge u in1 dat ge1 door dit gebod1 zoo goed zoo kwaad het ging1 te onderhouden1 alsnog iets1 hoe gering ook1 aan uw zaligheid kondt toebrengen4 ,neen1 het wierd nu ook bij u omgekeerd1 uw ,god1 die zelf door zijn genade u ook in dit gebod wandelen deed4 ,ik zal maken1 dat ge in mijne inzettingen wandelt4 ,en dat hebt ge ervaren4 ,als gij nu aan zijn ,sabbath medoet1 heeft ,god1 die barmhartig is1 u in zijn ,sabbath ingeleid4 ,hij heeft u1 die er niet aan wilde1 het oog voor het schoon van zijn ,sabbath geopend4 ,diezelfde ,sabbath1 die u van nature afstiet1 is u door zijn genade bekoorlijk geworden4 ,ge kreegt er lust aan4 ,hij wierd u op het hart gebonden4 ,en eindelijk kwam het er toe1 dat ge1 ja1 waarlijk in het spoor van zijn ,sabbath met uw hart en met uw leven en met heel uw huis ingingt4 ,dat deedt niet gij1 maar dat werkte ,god door zijn genade in u4 ,en het einde van den ,sabbathdag was dan ook1 niet dat gij voor uw ,god roemdet1 maar dat ge in dankzegging voor zijn ,sabbath neerknieldet1 en roemdet in de genade van uw ,god4 99 99 99 99 99 ,maar bij die dankzegging bleef het niet4 ,immers zelfaanklacht en zelfbeschuldiging bleef ook bij den ,sabbath u achtervolgen4 ,wat toch hadt gij gedaan8 ,uw ,god schonk u een dubbele genadegave4 ,vooreerst doordien ,hij den ,sabbath ook voor u inzette4 ,en ten tweede1 dat ,hij den lust en den wil in uw hart schonk1 om er naar te leven4 ,maar omdat uw hart niet recht voor uw ,god stond1 hebt gij in den ,sabbath toch weer uw zonde gemengd2 toch weer ,gods gave bevlekt met uw twist2 en de sneeuw1 die blank uit zijn hemel was neergedaald1 bemorst met de onreinheid van uw hart4 ,en dat deedt ge niet alleen in zoover ge toch zijn ,sabbath niet hieldt1 of ook vormelijk hieldt1 zonder geestelijken inhoud1 maar zelfs daardoor1 dat1 bij hetgeen ge deedt1 om zijn ,sabbath te houden1 de overleggingen en bewegingen uws harten zich onzuiverlijk in u bewogen4 ,op de intentie van het hart komt het bij al ,gods geboden aan4 ,en1 o1 hoe vaak komt het niet voor1 dat ge dan1 ja1 den ,sabbath hieldt2 maar omdat anderen u waarnamen2 omdat ge een voorbeeld voor anderen moest zijn2 omdat ge prijssteldet op uw vromen naam2 ja1 zelfs met de bijgedachte1 om door een vromen ,sabbath veel onvrooms in uw leven goed te maken4 ,en is nu al zulke overlegging en heimelijke bedoeling niet gevloekt van den ,heere der heirscharen8 ,wil ,hij niet1 dat ge ,hem1 ,hem alleen1 uw ,sabbath houden zult1 en is niet al wat ook in uw ,sabbath op iets anders dan ,gods eere gericht is1 eene zonde die u aanklaagt1 wijl het niet ontspruit uit het geloof8 ,welnu1 daarom zijn de beste ,sabbathsvierders en die den ,sabbath het nauwst en het teederst waarnemen1 juist degenen1 die de scherpste aanklacht over hun ,sabbathsviering in hun conscientie ervaren1 en den sterksten drang gevoelen1 om als de ,sabbath weer uit is1 de verzoening van hun ,god over het verzondigen van hun ,sabbath in te roepen4 99 99 99 99 99 ,maar zij ervaren het dan ook1 dat hun ,god1 die hun den ,sabbath en hun lust in zijn ,sabbath schonk1 ook die zonde van hun ,sabbath hun gaarne vergeeft4 ,en zoo drinken ze dan telkens en telkens weer het zoet der verzoening ook van hun zonde in zake den ,sabbath in1 en juist door die verzoening brengt de ,heere er hen toe1 dat ze ,hem ook in zijn ,sabbath gaan vreezen4 ,zoo werkt ,hij wonderbaar4 ,eerst geeft ,hij ons den ,sabbath als een uitwendig gebod1 dat onze natuur er tegen ingaat4 ,dan brengt hij ons den ,sabbath toe als een spiegel om onze ellende te kennen4 ,ontwaakt er iets van die kennisse in ons1 dan wordt zijn ,sabbath ons een tuchtmeester tot ,christus4 ,en komt het eenmaal zoover1 dat we ook voor dit gebod gevallen1 en over dit gebod in ,christus ons verzoend weten1 dan brengt ,hij ons dienzelfden ,sabbath nogmaals toe1 nu in het ,genadeverbond1 als een regel des levens1 waarin ,hijzelf ons doet wandelen4 ,dan is van ,hem onze ,sabbath en van ,hem de lust1 die in onze ziele voor den ,sabbath opwaakt4 ,en dan leven we in dezen zijn ,sabbath in1 maar zeer gebrekkig2 onze schuld mengende in zijn kostelijke gave2 en als weer de ,sabbath om is1 dan dankt ,gods kind voor wat hij ontving1 en bidt om vergeving voor wat hij aan zonde uit zijn eigen hart in den ,sabbath mengde4 ,zoo wordt hij teeder voor zijn ,god4 ,tot de ,heere ook die gestadige belijdenis van ingemengde zonde gebruikt als middel1 om hem nog dieper in zijn ,sabbath in te leiden4 ,en zoo gaat het voort en voort4 ,hij altoos de genadige ,god1 die ook voor den ,sabbath genade op genade stapelt1 en ons zijn kostelijke gave toebrengt en in het hart indraagt2 en ,gods kind de schuldenaar1 die met zijn eigen natuur het al verderft1 maar door zijn ,god verzoend wordt1 door zijn ,god sierlijk bewerkt wordt1 en dank zij die ,goddelijke inwerking1 steeds rijker en voller in het schoon en het zoet van ,gods ,sabbath geniet4 ,,vii4 ,,de ,,sabbath ,,van ,,god ,,vereeuwigd4 ,er blijft dan eene ruste over voor het volk ,gods4 ,hebr4 #d3i4 ,toch kan uw ,sabbath op aarde nog nimmer de volle ontplooiing van uw ,sabbath voor het aangezichte uws ,gods zijn4 ,de ,sabbath op aarde is en blijft een compromis4 ,er staan twee zekere en strijdige belangen tegenover elkander3 eenerzijds roept1 eischt en nijpt de wereld met haar leven in den tijd2 en aan den anderen kant lokt1 roept en trekt het ,paradijs daarboven met zijn leven in de eeuwigheid4 ,die beide liggen op den bodem van uw hart dooreengestrengeld4 ,ge zijt een menschenkind in den tijd en een kind ,gods in het eeuwige4 ,vandaar die bange worsteling1 die dooreenstrengeling van belangen1 die mengeling van het aardsche en ,goddelijke in uw wezen4 ,en nu is uw ,sabbath op aarde een dam1 dien ,god opwierp1 opdat de stroom der wereld u niet vervolgen zou2 het is een ,jakobsladder1 die ,god u voorzette1 om op te klimmen naar boven2 het is een inschuiven in den tijd van een dag1 die aan het merk van den tijd ontkomen is1 en het stempel van het eeuwige draagt4 ,maar toch1 daarme is aan het kermen van uw ziel nog geen volle bevrediging gegeven4 ,ge proeft daarme wel iets van den ,sabbath en geniet er een voorsmaak van2 maar toch1 de ware1 de eigenlijke ,sabbath brengt het u nog niet4 ,dan toch zou de ,sabbath hermetisch van de wereld moeten zijn afgesloten4 ,ook zoudt ge1 als de ,sabbath inging1 uw zondig hart aan de poorte moeten kunnen achterlaten4 ,en ook1 dan zou er na den ,sabbath geen week in de wereld meer volgen moeten1 maar het1 eens ,sabbath1 altoos ,sabbath moeten zijn1 om nimmermeer uit de tente van uw ,god te scheiden4 99 99 99 99 99 ,daarom komt de ,heilige ,schrift dan ook tot u1 en zegt u in naam des ,heeren aan1 dat er nog een heel andere1 dat er ook een eeuwige ,sabbath is1 en dat1 welke ruste ge ook op den ,sabbath hierbeneden moogt smaken1 er altoos nog een heel andere ruste overblijft voor het volk van ,god4 ,dit is het1 wat boven deze meditatie staat1 dat ,god u den ,sabbath niet alleen schonk en dien instelde1 heiligde en zegende1 en nog altoos keurt en verzoent1 maar dat ,hij ook nog dit laatste doet1 dat ,hij u den ,sabbath vereeuwigt4 ,de ,sabbath is geen plagen1 alsof ,god de ,heere u telken zevenden dage even smaken liet1 hoe goed en zoet het in zijn tente is2 maar om dan weer ijlings voor al dit schoon en heerlijk een gordijn te laten vallen1 opdat na het genoten licht de duisternisse te duisterder om u zou zijn4 ,neen1 in uw ,sabbath ligt een profetie2 de heerlijke profetie van een eeuwig leven1 waarin darom geen breking van dagen en oogenblikken zal bestaan1 omdat het al en ,sabbath1 een ,sabbath zonder storing1 een ,sabbath zonder einde1 en bovenal een ,sabbath zonder zonde zal zijn4 ,zoo ziet ge1 hoe het1 van trap tot trap1 uit het lage en ijdele dezer wereld naar boven gaat4 ,eerst kwijnt ge op den bodem der zonde en zijt ge nog geheel in het leven der wereld bevangen4 ,van een eeuwigheid wilt ge niet hooren2 uw tijd is uw4 ,dan scheidt ,god1 die genadig is1 u van die in zonde kwijnende wereld af1 en doet u hooger opgaan tot dat betere hoogland1 waar slechts zij verkeeren1 die met de wereld geen vrede meer hebben1 en dorsten naar iets1 dat bestendig is en beklijft4 ,hieruit ontstaat die tweedeeling in uw leven1 die u tusschen de polen van den tijd en de eeuwigheid inplaatst1 en nu brengt ,god u zijn aardschen ,sabbath1 om u in dien ,sabbath een spiegel en voorsmaak van een nog hoogeren ,sabbath reeds hier op aarde te doen bezitten4 ,daarna voert ,hij ng hooger op1 en doet u in dien ,sabbath ingaan met een veranderd hart1 om op dien ,sabbath uw ziel op te heffen tot ,hem1 die in de hemelen is1 en u op uw ,sabbath te doen verkeeren in ,gods tente4 ,maar toch1 ook zoo moet ge nog altoos weer in het leven der wereld terug2 uw zondig hart nog met u mesleepen2 en gedurig weer de smart kennen van het gemis1 als de ,sabbath weer uit is en de drukte der wereld weer aan uw deur komt kloppen4 ,tot eens uw einde daar is1 en uw barmhartige ,vader in de hemelen nu tweerlei doet2 ten eerste1 dat ,hij u losmaakt van de wereld en het lichaam der zonde1 zoodat de wereld niets meer op u te pretendeeren heeft1 en uw zondig hart niets giftigs meer in ,gods kostelijke gave kan mengen2 en ten andere1 dat ,hij u alsnu niet door opheffing uwer ziel in de gedachte1 maar door optrekking van heel uw persoon in de werkelijkheid1 overzet in dat land1 waar geen klok ooit getikt heeft1 en niets te beluisteren valt dan het zalig ruischen van den stroom der eeuwigheid4 99 99 99 99 99 ,en dan komt uw eeuwige ,sabbath4 ,nog altoos diezelfde ,sabbath1 dien ge soms op aarde genoot2 maar nu uit den tijd losgewikkeld1 en door ,gods wondere ontferming voor u vereeuwigd4 ,een ,sabbath1 niet daarin schitterend1 dat ge in dolce far niente1 d4 i4 in een zalig nietsdoen uzelven verliest4 ,immers dat zou ook op aarde geen ,sabbath geweest zijn4 ,neen1 maar een eeuwige ,sabbath1 die dit heeft1 dat hij de wereld volkomen buiten-1 den hemel geheel insluit1 en nooit meer door een dag in den tijd1 in die wereld en in de zonde zal worden afgebroken4 ,en in dien eeuwigen ,sabbath zal het dan zijn1 niet een enkele maal in de vergadering der geloovigen verkeeren1 maar altoos met al ,gods uitverkorenen saam zijn4 ,in dien eeuwigen ,sabbath zal het wezen1 niet een even opgaan naar ,gods tempel1 maar eeuwiglijk in dien tempel daarboven verwijlen1 waar het ,lam zelf de kaars en onze ,god onze ,zon zal zijn4 ,in dien eeuwigen ,sabbath zal het wezen1 niet een verdeelen van uw ,sabbathsruste tusschen uw ziel en uw gezin1 maar eeuwiglijk in het groote ,vaderhuis genieten met de volle harmonie uws harten4 ,ja1 in dien eeuwigen ,sabbath zal het zijn1 niet voor enkele oogenblikken uw hart opheffen tot den ,heere uw ,god1 en een enkel oogenblik in zalige meditatie tot zijn zielsinnige gemeenschap doordringen2 maar voor altoos en in de rijkste volheid het zoet van ,gods verborgen omgang en van zijn zalige nabijheid indrinken met al de zuigkracht van heel uw geestelijk bestaan4 99 99 99 99 99 ,en dat toeft1 dat beidt nu wel2 maar eens komt het voor ,gods lieve uitverkorenen gewisselijk4 ,er blijft een ruste over voor het volk van ,god4 ,we zullen in dat ,kanan ingaan4 ,ja1 meer nog4 ,deze eeuwige ,sabbath is niet slechts in den aardschen ,sabbath geprofeteerd1 maar wordt1 zooals de ,catechismus het zoo schoon en waar zegt1 reeds in dit leven aangevangen4 ,niet door iets1 dat wij doen4 ,niet door uw ruste van aardschen arbeid1 of uw ingaan in geestelijken arbeid4 ,neen1 dien ,sabbath reeds hier op aarde doen aanvangen1 dat doet uw ,god en uw ,vader voor u en in u4 ,en dien drinkt ge in en ervaart ge dan1 als gij viert van uw booze werken en het ,volzalige en ,eeuwige ,wezen door den ,heiligen ,geest werken laat in u6 ,,meditati,n ,,voor ,,elken ,,sabbath ,,in ,,het ,,jaar4 ,,eerste ,,zondag4 ,,gedenk ,,van ,,hoedanige ,,eeuw ,,ik ,,ben6 ,gedenk van hoedanige eeuw ik ben2 waarom zoudt ,gij aller menschen kinderen tevergeefs geschapen hebben8 ,ps4 #hi3dh4 ,god de ,heere leeft in een twist met den nietigen mensch4 ,dat hebben wij gemaakt4 ,dat is door onze zonde zoo gekomen4 ,dien twist hebben wij in de onvermengde1 storelooze zaligheid van het ,eeuwige ,wezen ingedragen4 ,en nu worstelt ,hij met ons4 ,bij den verkeerde1 o mijn ,god6 betoont ,gij ,u een worstelaar6 ,nu is er in dat worstelen van den ,heere onzen ,god met ons een onbeschrijflijk nederbuigende goedertierenheid4 ,hij kon ons op staanden voet verdoen van voor zijn aangezicht1 dat we geen hinder meer voor ,hem waren en ophielden twist te werpen in zijn eeuwigen vrede4 ,zijn almacht ontzegt ,hem daartoe het vermogen niet4 ,zijn majesteit zou er voldoening in vinden4 ,maar omdat ,hij een genadig ,god is1 doet ,hij dat niet4 ,en nu gaat ,hij met ons worstelen4 ,met ons worstelen in onze conscientie4 ,met ons worstelen in de overleggingen van ons binnenste4 ,wij willen ons ophouden en ,hij wil dat we het voor ,hem opgeven zullen4 ,hij rust niet en kan niet rusten1 eer ,hij zoo diep en zoo lang en zoo schriklijk met ons geworsteld heeft1 tot we eindelijk niet meer kunnen1 en het ,hem gewonnen geven1 en erkennen3 ,heere ,god6 ,gij zijt rechtvaardig en ik deed nooit iets anders dan mijn weg voor ,u verderven4 o1 ,dat kost wat1 eer het daartoe komt1 vooral voor vrome1 burgerlijk brave menschen4 ,bij dronkaards1 bij roekelooze lieden1 als ze tot staan komen1 gaat dat vanzelf4 ,maar als men levenslang vroom en onberispelijk voor der menschen oog heeft gewandeld1 en door de menschen lief is gevonden1 o1 dan is dat bijna onmogelijk4 ,niet om het te zeggen1 maar om het te meenen1 en wezenlijk als een verworpeling voor zijn ,god te liggen4 99 99 99 99 99 ,daarom heeft de ,heere met zijn ,jakobs en zijn ,jobs en zijn ,davids dan ook zooveel banger en ontzettender te worstelen4 ,bij hen kon het niet bij zulk een worstelen in de conscientie blijven1 want bij zulke karakters misleidt de vrome natuur4 ,en dan wordt het een hartaangrijpend worstelen in uw bestaan1 in uw levenslot1 in wat u lief is1 en tot in uw bloed4 ,en dan krijgt ,satan1 als bij ,job1 den vrijbrief1 om niets te sparen1 tot zelfs het eigen vleesch niet4 o1 ,dan stormt het zoo schriklijk om het hoofd en door het hart1 en giert de huilende wervelwind in de snaren van ons fijnste innerlijk wezen4 ,dan is alles benauwing en banden des doods om ons4 ,dan zijn we tot voor de koperen deuren gedrongen4 o1 ,god6 wat krimpt uw arm menschenkind dan onder uw sterke hand weg6 99 99 99 99 99 ,maar dan1 onder dat bloeden en wegkrimpen van het hart1 komt er in ,gods kind iets op1 dat1 o1 zoo eenvoudig schijnt1 en toch zoo nameloos moeilijk te leeren valt2 want dan overvalt ons het bang besef1 dat die tegen ons worstelt niet onzes gelijke is4 ,de ,heere niet onzes gelijke1 het is zoo1 we beleden dat ook vroeger wel1 maar toch bleef het bij al ons tegen worstelen1 alsof onze persoon en de ,heere ,god wel aan elkaar gewaagd waren4 ,alsof we eigenlijk toch wel tegen ,god opkonden4 ,alsof een mensch1 als hij maar wilde1 wel tegen ,god bestand was4 ,ja1 alsof hij het van ,god den ,heere ten slotte nog wel winnen kon4 ,altoos die diep satanische trek van onze zonde3 ,gij zult als ,god1 d4 i4 aan ,god gelijk wezen4 ,het demonische3 ,eritis secutis ,deus#a4 ,de gruwelijke hoovaardij van ons boosaardig hart4 #a ,gij zult als ,god wezen4 ,en dat nu gaat er dan in die worsteling door genade uit en ten leste belijden we dan onze schrikkelijke minderheid1 en komt onze ziele er voor uit3 o1 ,god6 ,gij zijt een almachtig ,god6 ,waarom worstelt ,gij ten bloede met mij1 nietigen mensch8 ,zoo riep ,job het in zijn berooving en zijn rouwe en zijn smarte uit3 o1 ,god6 wat is de mensch1 dat ,gij met hem worstelt en op hem aanlegt8 en zoo klaagde ,david3 ,heere6 gedenk mijner van hoedanige eeuw ik ben6 ,en de ,heere1 die barmhartig en zeer ontfermende is1 liet het1 opdat we in deze verbrijzeling niet bezwijken zouden1 ons door zijn ,heiligen ,geest betuigen1 dat ,hij weet1 wat maaksel we zijn1 gedachtig zijnde dat wij stof zijn 7,ps4 #ajc3ad74 ,hij had het vanouds reeds betuigd3 ,mijn ,geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mensch1 dewijl hij ook vleesch is4 ,van ,israel staat geschreven3 ,hij dacht er aan1 dat zij vleesch waren1 een wind1 die henengaat en niet wederkeert 7,ps4 #gh3ci74 ,en bij ,jesaja schonk ,hij zijn kinderen het woord van zalige vertroosting3 ,ik zal niet eeuwiglijk twisten1 en ,ik zal niet altoosdurend verbolgen zijn1 want uw geest zou voor mijn aangezicht overstelpt worden1 en de zielen1 die ,ik gemaakt heb6 7#eg3af47 99 99 99 99 99 ,en dan heeft ,god de ,heere ons op het punt1 waar ,hij ons hebben wil1 want dan is in den angst van de worsteling de gevloekte hoovaardij van het ,gode gelijk te wezen overwonnen4 ,dan willen we de minste voor ,god zijn4 ,dan houdt op de verheffing van den hoogen mensch1 en krijgen we lust aan kleinheid en geringheid en nietigheid4 ,zoolang de booze heldenmoed van den duivel nog in ons blies1 was het3 ,wees sterk en houd het tegen ,hem uit62 maar nu is het3 hoe kleiner hoe liever4 ,zie1 ,heere6 dat ik stof en assche ben4 ,of misschien onze nietigheid en geringheid den ,almachtige tot aflaten van zijn worsteling mocht bewegen6 ,eerst was het3 ,ja1 hoe sterker1 hoe beter1 om tegen ,god op te kunnen4 ,door zijn worstelen tot tegenworstelen geprikkeld4 ,maar nu wierd het een pleiten op de grootmoedigheid en op het erbarmen des ,almachtigen3 ,heere6 waarom worstelt ,gij met zulk een nieteling8 ,zie mijn kleinheid aan en heb ontferming6 ,een held worstelt niet met een hulpeloos kind6 ,gij1 sterke ,held6 laat af te worstelen met wat stof en assche is4 ,gedenk van hoedanige eeuw ik ben6 ,gij1 eeuwige ,worstelaar6 wat ben ik1 verdwijnend en verkwijnend wezen1 om met ,u te worstelen8 ,ik kan niet meer4 ,als ,gij slaat1 zal ik mij weerloos laten slaan door uw sterke hand4 o1 ,god6 het is uwe eere als ,god om ,u te erbarmen4 ,ik ben een worm voor ,u en geen man6 99 99 99 99 99 ,en neen1 dan is er geen morren in dien toon4 ,dan is het geen vermetel verwijt1 alsof de ,heere zich vergreep aan een ellendige en vergeten had een weerlooze genadig te zijn2 maar een zich vastklemmen van het gebroken hart1 dat niet meer kan1 aan ,gods eeuwige deugden4 ,weg1 weg zou ik zijn als in den ,heere mijn ,god die eeuwige deugden niet waren4 ,als ,hij niet groot van moed en niet groot van ontferming was4 ,maar dat is ,hij4 ,ja1 waarlijk1 de ,heere is grootmoedig en zeer barmhartig4 ,en die deugden grijpt het geloof aan4 ,en daar pleit de worstelaar in zijn smeekingen op4 ,zoolang hij het tegen ,god uit wilde houden1 was hij volkomen machteloos tegenover den ,heere4 ,een weerloos lam1 dat waande het tegen den sterken ,leeuw te zullen volhouden4 ,maar nu slaat dat om4 ,nu het verbrijzeld kind niet meer tegenworstelt2 en geen hand meer opheft2 en geheel lijdelijk zich laat kastijden2 en nu eeniglijk op de deugden van ,gods grootmoedigheid en lankmoedigheid gaat pleiten1 nu is hij opeens sterk tegenover dienzelfden sterken ,god geworden4 ,het smeeken om genade ontwapent den sterksten held4 ,daar kan ook ,god niet tegen in4 ,een worstelaar tegen den verkeerde1 is ,hij1 de ,ontfermer over stof en assche en over den worm1 die in het stof wegkrimpt4 ,en diezelfde ,majesteit1 die in den bangen avond nog toornde in verbolgenheid1 blinkt in goddelijk mededoogen bij het aanbreken van den morgenstond4 ,doordien we vleesch zijn en bekenden vleesch te zijn1 gedacht ,hij1 wat maaksel we zijn1 en heeft zijn vertroostend aangezicht ons verkwikt4 ,,tweede ,,zondag4 ,,een ,,stofje ,,aan ,,de ,,weegschaal4 ,ziet1 de volken zijn geacht als een druppel aan den emmer en als een stofje aan de weegschaal2 ziet1 ,hij werpt de eilanden henen als dun stof4 ,jes4 #dj3ae4 ,bij een apotheker vindt ge een weegschaal onder een stolp om gif1 en bij een juwelier een weegschaal onder glas om diamantgruis te wegen4 ,bij gif en goud luistert het ontzettend nauw4 ,wat roest aan het mes van de balans1 zou het juiste wicht vervalschen4 ,maar als ,jesaja1 de profeet des ,heeren1 van een stofje aan de weegschaal spreekt1 dan denkt hij aan zoo haarfijne balans in de verte niet4 ,reeds om de afdoende reden1 dat zulke weegschalen toen nog ganschelijk onbekend waren2 maar ook om wat er van den emmer bij staat4 ,een stofje aan de weegschaal1 is het eene beeld2 het andere1 daarme evenwijdig loopend1 het beeld van den droppel aan den emmer4 ,van een kunstweegwerktuig is dus geen sprake4 ,dan ware niet de druppel aan den emmer1 maar de spet aan de kristallijnen bokaal er naast gesteld4 ,nu daarentegen verplaatst de emmer u in het gewone leven1 en is ook de weegschaal in ordinairen zin1 zooals de winkelier die bezigt1 in het oog te vatten4 ,en wat is nu op zulk een grovere weegschaal een enkel stofje8 ,wie vergt1 dat de winkelier eerst elk stofje van schaal en koord afvege1 eer hij het gewicht in de schaal zet8 ,zulk een stofje is niets en minder dan niets1 en nog onder het toewegen laat zich ongemerkt stofje na stofje op waar en gewicht1 op koord en schaal1 op balans en evenaar neder4 ,en zie1 in dat beeld komt nu de ,majesteit des ,heeren ,,heeren u uw volstrekte nietigheid aanzeggen4 ,eerst waart ge met een bloem vergeleken1 die verwelkt1 en met het gras1 dat verdort4 ,toen wierd tegenover dat verdorrend gras de majesteit en hoogheid geteekend van ,hem1 die al de wateren in zijn vuist meet1 van de hemelen met de spanne zijner vingeren de maat nam1 die al de bergen der aarde in zijn weegschaal1 ja1 al het onmetelijk stof der aarde in zijn drieling had gewogen4 ,en daartegenover komt gij nu staan1 niet eens meer als een bloem1 die verwelkt1 en op verre na geen gras meer1 dat verdort2 neen1 maar als een enkel stofje aan de weegschaal1 en als een drop aan den boordevollen emmer4 ,ja1 meer nog1 sterker nog4 ,de profeet zegt niet1 dat en menschenkind bij ,god als een stofje aan de weegschaal is1 maar dat heel een volk bij ,hem als zulk een stofje geacht is4 ,ja1 dat de machtige eilanden der zee1 met al hun volk1 als dun stof zijn uitgestrooid op de wateren4 99 99 99 99 99 ,heel uw volk bij ,god en stofje aan de weegschaal1 en gij in dat volk nog geen millioenste deeltje van dat ene stofje bij ,god4 ,als een stofdeeltje1 dat niet alleen niet meweegt1 maar ook niet metelt4 ,want de druppel hangt aan den emmer1 om er straks af te leken en het stofje vliegt op de weegschaal1 om er straks te worden afgeblazen4 ,het is niets1 het weegt niets1 het telt voor niets4 ,en dat minder dan niets1 dat zijt gij1 o kind des menschen1 voor uw ,god6 ,en waarom moet dat onbeduidende1 dat nietsbeteekenende1 dat verdwijnende van uw persoon voor uw ,god nu zoo aangrijpend scherp geteekend8 ,och1 waarom anders1 dan omdat elk mensch in inbeelding des harten omwandelt1 als ware hij de zon1 en dat de maan en de sterren zich voor hem neerbogen1 ja1 als bestond zelfs ,god de ,heere enkel om hem2 om hem in den nood te hulpe te komen1 en een hemel te verzekeren na zijn dood4 ,de oude droom van ,jozef2 maar nu niet in wondere profetie1 neen1 maar uit de booze hoovaardij des harten4 ,ik1 ik en altoos ik4 ,die ,dagon van het ik in ons eigen binnenste4 ,onze ,diana der ,efezirs1 waarvoor heel de wereld haar wierook heeft te branden4 ,en dus beter temo1 naarmate er meer lof en eere voor ons opstijgt4 ,dit nu is de leugen4 ,de ,vader der leugen heeft het ons ingefluisterd4 ,zoo is de ,majesteit des ,heeren voor ons verkleind en ver naar den horizont van ons leven weggedrongen2 maar hoog en breed is de majesteit van ons eigen ik opgericht4 ,zooals ,asaf het in ,psalm #gc teekent3 ,de hoovaardij omringt den mensch als een keten1 zijn tong wandelt op de aarde1 en hij gaat de inbeeldingen des harten te boven4 ,hoor het in onze eeuw maar1 hoe de mensch al meer het en en alles wordt4 ,ik geloof in den mensch allengs het credo van ons geslacht begint te worden4 ,ja1 zo hoog de glans van het menschelijke gaat blinken1 dat de luister van het ,goddelijke er bij taant4 ,dit nu is niet een omgehangen gewaad2 maar het is een kwaad1 dat uit uw eigen hart opklimt4 ,ge wandelt in de leugen4 ,de wezenlijkheid1 de werkelijkheid1 de waarheid ziet ge niet meer4 ,alle verhoudingen zijn voor uw zielsbesef vervalscht geworden4 ,en zooals gezichtsbedrog het kind doet denken1 dat hij minstens tweemaal zoo groot als de zon is1 zoo ook waant het nietig kind des stofs zich schier grooter dan zijn ,god te zijn4 ,tot de waarheid hem aangrijpt en de glans van de ,majesteit des ,heeren over zijn ziel opgaat4 ,en dan wordt het3 ,dat ,eeuwig ,wezen onmetelijk en onbeschrijflijk in zijn heerlijkheden1 en ik een stofje op de schaal4 99 99 99 99 99 ,pas dit nu toe op uw leven1 en ge loopt recht of ge waggelt als een dwaas1 al naar gelang ge bij al uw denken en overleggen in uzelven opzwelt tot een ,dagon1 of weer1 ook in uw eigen schatting1 een stofje aan de weegschaal voor uw ,god zijt4 ,staat ge nog in uw leugenbeeld1 dan hebt ge allerlei pretentin1 dan zijt ge prikkelbaar en lichtgeraakt1 veeleischend en alles begeerend1 ontevreden en gestadig in gemor4 ,maar komt de waarheid en weet ge weer een drop aan den emmer en een stofje aan de weegschaal te zijn1 dan is opeens die overgevoeligheid weg2 de rietstaf uwer hoogheid geknakt2 stille1 nederige zin komt over u en ook bij een minder deel wordt uw vreugdevolle tevredenheid rijk in die goedertierenheid des ,heeren1 die u nog zoveel schonk4 ,wat minder met uzelf en wat meer met uw ,god in uw zin en ziel vervuld1 zijt ge dan als de bloem1 die zich laat bedauwen1 en niet langer als de doornstruik1 die prikt en afstoot4 ,liefderijk helpen1 dienen en vertroosten valt u dan licht1 omdat het valsche beeld van uw eigen ik u niet langer in den weg staat4 ,inschikken wordt u dan natuurlijk1 vergeven een vanzelfheid1 zelfverloochening geen kunst meer1 maar de aard van uw aanzijn en de eigen natuur van uw bestaan4 ,wie weet zelf een stofje te zijn1 kan vreeze ,gods in de ziel omdragen4 ,alles trekt dan naar boven4 ,alles in hem smelt dan weg in bewondering voor ,hem1 die alleen groot is4 ,en terwijl hij ,god vreest1 kent hij geen vrees voor het kind des menschen meer4 ,immers ook zij zijn dan stofjes en druppelen als hij is4 ,en een stofje1 wie zou dat vreezen6 99 99 99 99 99 ,en dan komt juist in dat nietige van het stofje het zoet der zaligheid4 ,hoog zijn vermoeit en mat af1 maar wie stil en nederig kan wezen1 rust met ongekende zaligheid in dat innerlijke van zijn wezen4 ,hij heeft niets op te houden4 ,geen valschen schijn te maken4 ,hij wandelt in zijn eenvoudigheid4 ,en als dan in dat nietig stofje aan de weegschaal genade gaat werken1 en in dien druppel aan den emmer zich de glans van het licht gaat spiegelen1 o1 dan wordt het in de ziel heilige verrukking en zalige aanbidding4 ,op mij1 nietig creatuur1 onbeduidend schepseltje1 op mij1 die op de weegschaal als een stofje neerzweef en als een druppel aan den emmer gespet hang1 op mij zag eeuwige ,genade neer1 naar mij heeft die heerlijke ,majesteit van het ,eeuwige ,wezen ,goddelijk mededoogen uitgestraald4 ,mij roept ,hij met den naam van kind van ,god4 ,op mijn lippen wil ,hij het ,abba1 lieve ,vader6 doen fluisteren4 ,voor mij verordineerde ,hij een eeuwige bestemming onder de gezaligden in het eeuwige licht6 o1 ,mijn broeder1 mijn zuster1 dan begint de mond van lof en liefde over te vloeien4 ,dan wordt het al aanbidding4 ,dan smelt heel uw ziel in zalige verrukking4 ,ja1 wie zou dan al den lof des ,heeren uitspreken6 ,wie naar waarde eenigszins verhalen1 wat ,hij u1 nietig stofje aan de weegschaal1 u1 drupje aan den emmer1 naar zijn grenzenlooze ontferming aan uw ziel gedaan heeft6 ,,derde ,,zondag4 ,,mijne ,,ziel ,,is ,,voor ,u ,,als ,,een ,,dorstig ,,land6 ,ik breide mijne handen uit tot ,u2 mijne ziel is voor ,u als een dorstig land4 ,ps4 #adc3f4 ,een dorstig land weet niet1 dat het dorst heeft4 ,eigenlijk is het dan ook niet dorstig4 ,het heeft geen dorst4 ,wel heeft het gebrek aan water1 aan vocht1 aan levenssap4 ,ook kan het alleen door water1 dat er op gesproeid wordt1 weer groen gras doen uitspruiten4 ,maar zelf heeft het hier geen kennis van4 ,het heeft geen bewustzijn4 ,een akker is dood en kent zijn eigen plage niet4 ,toch spreekt de ,heilige ,schrift gedurig van een dorstig land2 niet enkel overdrachtelijk om op onze ziel te doelen1 maar ook in eigenlijken zin1 als ze spreekt van het veld1 van een stuk land1 van een akker4 ,dit komt daarvandaan1 dat de ,heilige ,schrift de natuur nooit van den mensch afscheidt4 ,die natuur is er om den mensch2 als ,adam valt1 gaat de vloek ook over de natuur uit2 al het schepsel zucht1 verwachtende de openbaring van de heerlijkheid der kinderen ,gods2 en eerst als de heerlijkheid eens voor ,gods kinderen ingaat1 komt ook die natuur weer van onder haar plage uit4 ,dat er een akker ligt te verdorren uit gebrek aan vocht1 is alzoo om de zonde2 en de mensch1 die zijn zonde bekent1 ziet nu op dien akker als om zijnentwil lijdende neder4 ,zoo leeft die mensch in het leven van dien akker in2 voelt voor dien akker1 wat die akker zelf niet voelen kan2 spreekt zoo uit1 dat het land dorst1 al weet het zelf van dorsten niets af2 en straks bidt nu die mensch1 zoo hij wl bidt1 om wegneming van die plage ook voor dien akker4 ,en als dan eindelijk de regen nederdruppelt en de dorstige akker wordt mildelijk verzadigd1 dan dankt ,gods kind ook voor dien akker1 dat de ,heere er de plage van wegnam4 ,in ,israel1 lees het maar bij ,jol 7#a3i v4v471 treurt de priester1 als het land treurt1 met en voor dat land4 ,en als de redding gekomen is1 juicht met den juichenden priester alle boom des velds voor het aangezicht des ,heeren ,,heeren4 99 99 99 99 99 ,hierin nu is het beeld van den zondaar4 ,zooals dat land dor en verwoest ligt1 maar het niet weet1 dat het dorst1 en dies om water van den hemel niet roepen kan1 evenzoo is het met uw ziel van nature4 ,ook uw arme ziel ligt verschroeid en verdord4 ,de bodem van uw gemoed is verhard en verstijfd4 ,er spruit niets uit op4 ,het ligt al met den valen tint des doods overtogen4 ,i,jl moge hier of ginds een enkel sprietje door de kluit dringen1 maar dor en geel en verzengd toont het zijn machteloosheid4 ,als een dorstig land ligt uw ziele in u4 o1 ,als de wateren maar nederstroomden1 en het akkerveld uwer ziel de malsche dauwdruppen opving1 hoe zou alles ruischen van vreugde en frischheid en weelde6 ,maar het was dor en bleef dor1 en wat nog het bangste is1 hoewel geheel verdord1 kent ge uw eigen dorheid niet en kunt ge niet zeggen3 ,heere6 ik dorst6 ,dorst hebt ge niet6 ,maar denk nu aan wat straks van het dorstig land gezegd is4 ,ook het land1 hoe dor en verzengd en verschroeid ook1 heeft van zijn dorheid geen kennisse4 ,maar de landman1 die langs dien dorren akker heenwandelt1 die weet het1 die voelt1 dat het land dorstig is1 en die bidt1 dat de ,heere den dorst van het land wegneme en lessche4 ,en is ook dit niet uw beeld8 ,of wandelde ook langs de zoomen van uw dorre ziel niet telkens die hemelsche ,landman1 die den akker uwer ziel aanzag1 en in innerlijke ontferming haar dorheid gadesloeg1 en die1 waar gij nog geen dorst kendet2 voor u en in uw plaats dien dorst voelde8 ,en gelooft ge niet1 dat deze barmhartige ,hoogepriester toen ook voor den dorst van uw dorstende ziele bad1 nog lang eer gij ook maar vermoeden kondt1 hoe uw verdorde ziel in haar ongekenden dorst wegkwijnde8 99 99 99 99 99 ,maar hier houdt de gelijkenis dan ook op4 ,want wat bij het dorstige land nooit kan1 dat kan bij u1 en moet bij u4 ,de landman kan wel voelen1 dat het land dorst1 al weet het dat zelf niet1 maar hij kan nooit zijn gevoel van dorst aan dien akker medeelen4 ,en dat nu kan uw hemelsche ,landman wel en dat doet ,hij4 ,hij komt door zijn ,heiligen ,geest in dat dorre hart1 in die dorstende ziel in1 en geeft haar uit genade besef van dorheid1 kennis van haar dorren staat1 en brengt ze er ten leste toe dat ze zelve haar dorst gaat bekennen4 ,daar wacht ,hij niet op4 ,hij is niet wreed1 om als ,hij een ziel als een dorstig land voor zich ziet liggen1 te toeven en te beiden1 tot tijd en wijle ze zelve haar dorst bekennen gaat1 om ze eerst darna te bevredigen4 o1 ,als de ,immanuel zo met met ons handelde1 dan kwam er nooit en enkele malsche drop op haar dorheid neder4 ,neen1 neen1 ,hij voorkomt haar4 ,hij weet1 dat ze uit zichzelve tot den einde toe even stom en onwetend als een dorstig land blijven1 en nooit om die droppelen der genade roepen zou4 ,en daarom komt ,hij in zijn genade niet eerst dan tot u1 als gij bekennen zoudt3 ,ik verkwijn van dorst1 maar breidt ,hij zich naar u uit1 terwijl gij meent niet te dorsten1 en bij uw gebroken waterbakken in koortsachtige overprikkeling veeleer droomt1 dat de volle waterstroomen om u heen ruischen4 ,ismael wist ook niet1 dat de dorst zijn leven bedreigde4 ,hij wist niets4 ,hij lag in heete koorts bedwelmd4 ,maar de ,immanuel kwam tot ,ismael1 en ,hij wees ,hagar de bron4 99 99 99 99 99 ,weg daarom met dat valsche zeggen1 alsof in ons het besef van dorst zou zijn1 en alsof de ,heere eerst op ons roepen uit de dorstige ziel1 die dorstige ziel verzadigen zou4 ,heel omgekeerd spreekt de ,heere hem1 die zoover kwam1 dat hij dorsten kan1 reeds zalig4 ,want dat kennen van uw dorheid1 dat besef van dorst is reeds genade4 ,dat was niet uit u1 maar kwam u toe van boven4 o1 ,wie maar zoover is1 dat hij dorsten mag1 die is er4 ,want als er maar een waarachtig dorsten mag zijn1 dit wordt gelescht1 zoo waarachtig als de ,heere een ,ontfermer is4 ,bedrieg u dus niet4 ,zeg niet3 ,ik ben als in ,psalm #db1 en mijn ziel schreeuwt naar den levenden ,god1 gelijk een hert dorst naar de waterstroomen1 maar de hemel houdt zijn regen in4 ,neen1 zoo is het niet4 ,de man van ,psalm #db is een geredde1 juist omdat hij dorst kent2 en nu wordt zijn dorsten het echte bidden en smeeken1 en op dat smeeken volgt het toevloeien der volle stroomen gewisselijk1 ook al beproeft de ,heere hem voor een tijd4 ,waar het aan schort1 is dat ge denkt3 ,den dorst heb ik uit mijzelf1 en de ,heere moet mij alleen het water geven6 ,en zoo is het niet4 ,diezelfde ,god1 wiens de stroomen des levenden waters zijn1 moet eerst en vooraf den dorst naar dat levende water in u brengen en anders drinkt ge uit dien levenden stroom nooit en enkelen drop4 ,het is1 dat ge nog te hoog van uzelven denkt4 ,denkt3 ,dorsten kan ik zelf nog wel4 ,en daarom blijft n de echte dorst n de toevloeiing der wateren bij u uit4 ,och1 dat ge ook dien valschen dorst1 dien nagemaakten dorst niet langer voor het echte dorsten woudt aanzien6 ,heere6 ik breide mijn handen naar ,u uit2 mijn ziele ligt voor ,u als een dorstig land1 dat wel zeer dorre en verdord is1 maar zijn eigen dorst nog niet doorgrondt6 ,,vierde ,,zondag4 ,,zalig ,,zijn ,,de ,,vreedzamen6 ,zalig zijn de vreedzamen2 want zij zullen ,gods kinderen genaamd worden4 ,matth4 #e3i4 ,de machtige1 alles teboven gaande tegenstelling tusschen den hemel daarboven en de aarde hierbeneden1 is1 dat er in den hemel en psalm des vredes ruischt1 en dat op aarde de schrilste wanklanken tegen elkander ingillen4 ,vrede in den hemel bij onzen ,god1 maar onvrede1 twist1 gemis aan harmonie1 saamwerking en overeenstemming hierbeneden4 ,er is vrede op uw harp1 zoolang de snaren elk op heur eigen toon gespannen staan1 en die harmonisch gespannen snaren door een vaardige hand op evenredig maatgeluid getokkeld worden4 ,maar de vrede is van uw harp weg1 zoodra er ook maar een enkele snaar ontstemd is1 of door een1 die valsch speelt1 een valsche greep op uw snaren gedaan wordt4 ,en nu1 als met die harp1 zoo ook is het met uw hart4 ,ook op dat hart des menschen spande ,god in de schepping allerlei snaren2 en ,hij spande die snaren in zalige harmonie2 en gaf aan elke snaar een toon om te doen klinken1 die met de tonen van andere snaren in zuivere melodie ruischen kon4 ,vrede en harmonie vervulde in de ure der schepping niet enkel den hemel1 maar ook de natuur4 ,vrede en harmonie lag in ,goddelijken glans over den hof van ,eden uitgegoten4 ,vrede en harmonie deed mensch en dier naar ,goddelijke ordinantin saamleven4 ,vrede en harmonie was het om1 vrede en schoone harmonie in den mensch4 ,en1 toen ,eva aan ,adam geschonken was1 vrede en harmonie eveneens tusschen mensch en mensch onderling4 ,en al week nu door de schrikkelijke verwoesting der zonde die vrede en harmonie ook van deze aarde weg1 eens keert ze in heilige zegepraal weder2 en dies meldt ons de profetie van een dag1 waarop de wolf en het lam saam zullen weiden1 een kind zich met een adder zal vermaken en de leeuw stroo zal eten gelijk het rund4 99 99 99 99 99 ,maar inmiddels is die heilige1 ,goddelijke vrede weg4 ,wij derven die schoone harmonie op elk terrein van het leven4 ,en hoe dicht de betere evenredigheden soms ook de volkomen zuiverheid van toon weer nabij komen1 toch vindt ge de diepe1 volle harmonie nergens meer4 ,zoolang ge een grove van gehoor zijt en onfijn van gevoel1 moge u dat niet deren2 maar zo kunt ge niet in gehoor verfijnd en in uw gevoel verdiept zijn1 of aanstonds beginnen de wanklanken u te hinderen1 de disharmonien u te kwetsen1 de onevenredigheden uw zielsrust te storen1 en hoe meer ge in het leven thuis raakt1 hoe meer ge tot de droeve ontdekking komt1 hoezeer twist en tumult en nijd op den bodem van heel ons menschelijk leven ligt4 ,zoo is het in uw eigen persoon4 ,telkens de vrede verstoord tusschen ziel en lichaam4 ,telkens de vrede weg tusschen de verschillende neigingen van uw hart4 ,telkens de vrede bedreigd tusschen plicht en plicht1 dien ge volbrengen moet4 ,gedeeld1 geperst1 uiteengescheurd wordt keer op keer uw menschelijk hart tot zelfs door de teederste liefde1 die u innerlijk bewegen mag4 ,en waar ge dan uit eigen sfeer uittreedt in het leven buiten u1 altoos weer vangt uw oor ook daar denzelfden wanklank op4 ,verschil van opinin1 van inzichten1 van overtuigingen1 van beginselen4 ,uiteenloopende belangen en neigingen1 die diep in het bloed of in het verleden der historie hun oorsprong hebben4 ,volken tegen volken1 standen tegen standen opstaande4 ,op wetenschappelijk gebied de eene school1 die aan de andere de heerschappij betwist4 ,en zelfs in de kerk van onzen ,heere ,jezus ,christus vrede1 ja1 in geesteloos lauwe dagen1 maar zo begon de adem des ,geestes weer niet in de doodsbeenderen te blazen1 of strijd verving ook daar de ruste2 tot ten leste zelfs de naaste broeders en belijders met gespannen trek om de lippen tegenover elkander stonden4 99 99 99 99 99 ,en temidden van die wereld treedt nu ,jezus op en roept3 ,zalig zijn de vreedzamen1 want zij zullen ,gods kinderen genaamd worden6 ,wat wil dit woord8 ,zegt het u1 dat ge den strijd voor uw overtuiging zult prijsgeven1 de worsteling voor het u heilig beginsel zult laten varen8 ,wil het1 dat een kind van ,god met zekere goedbloedigheid alle water over ,gods akker zal laten loopen1 en alles sussend1 alles blusschend1 elken morgen en elken avond roepen zal3 ,vrede1 vrede en geen gevaar8 ,stellig niet4 ,immers1 het merkteeken van deze vreedzamen is1 dat ze kinderen ,gods zullen genaamd worden1 en is het dan de ,heere zelf niet1 die gezegd heeft3 ,ik zal vijandschap zetten1 en die in den ,zoon roept3 ,ik ben niet om vrede te brengen in de wereld gekomen1 maar het zwaard8 ,dus dat kan niet gemeend zijn4 ,beginsel te missen en overtuiging prijs te geven is karakterloos1 en een kind ,gods is niet iemand zonder karakter1 maar met een karakter1 dat diep ingegraven is en nochtans blinkt in harmonie4 ,de ervaring leert dan ook1 dat zulk een blusschen van elk vonkje niets baat4 ,het vuur smeult onder de asch toch voort4 ,en1 als het dan eindelijk uitslaat1 is de vernielende kracht zooveel te sterker4 ,bovendien1 ge moogt1 ge zult dien weg der goedbloedigen niet betreden1 wanneer het gaat om de waarheid ,gods en niet om uw waarheid4 ,ja1 wee u1 zoo ge de wacht bij het heiligdom dier waarheid ,gods niet betrekt4 ,neen1 vreedzaam in zulk een zin te zijn1 dat ge daardoor en daarom ,gods kind zult genaamd worden1 heeft heel iets anders in4 ,er staat letterlijk3 ,zalig zijn ze1 die vrede maken2 wat onze vertalers zeer terecht niet door vredemakers1 maar door vreedzamen vertaald hebben1 omdat vredemaker een veel te beperkt begrip is4 ,vredemaker beduidt iemand1 die1 als twee ruzie of geschil hebben1 een poging waagt om zulk een geschil bij te leggen4 ,en zeker1 ook dat is goed en nuttig4 ,ook dat hoort er toe2 want gevloekt zijn ze van den ,heere ,zebath1 de duivelsche geesten1 die er lust aan hebben om het vuur van twist aan te blazen en te heller te doen opvlammen4 ,en waar ge twist bij kunt leggen1 is dit zeer zeker uw roeping4 ,maar toch die vreedzame zin1 dien de ,heere zalig spreekt1 is nog heel iets anders en iets veel diepers4 ,bij de harp werkt snaar op snaar4 ,en of al de zes snaren zuiver gestemd zijn en en snaar klinkt valsch1 dan is er toch aan die harp geen zuivere melodie te ontlokken4 ,en zoo ook is het onder ons kinderen der menschen4 ,een iegelijk van ons is schuldig aan den onvrede en de disharmonie1 die krijschend door het leven der wereld gilt4 ,elkeen van ons draagt daartoe zijn eigen ontstemdheid1 zijn eigen valschen toon bij4 ,het is de zonde1 het ik willen zijn van ons eigen hart1 onze baatzucht1 eerzucht1 geprikkeldheid1 die1 ineenvloeiend met de baatzucht en geprikkeldheid van den ander1 als met een stemme veler wateren dit wangeluid van onvrede en disharmonie doet aanzwellen tot een machtigen stroom4 ,en dat blijft nu zoo1 tot de ,heilige ,geest uw hart omzet1 uw wil ombuigt1 uw zinnen omstemt1 en er1 dank zij de vrucht van die hemelsche gave1 een zin in u komt1 gelijk de zin des ,heeren uws ,gods is1 om voor zooveel u aangaat1 dien schriklijken wanklank met al ,gods heiligen in te zingen in hemelsche harmonie4 ,vreedzaam is hij1 die zich in zijn nieren niet prikkelen laat4 ,vreedzaam is hij1 die zijn driften in toom houdt4 ,vreedzaam is hij1 die zich speent aan booze1 giftige woorden4 ,vreedzaam zijt ge1 als ge liever schade en ongelijk lijdt1 dan een reeds zoo machtig aangezwollen stroom van bitterheid en twist nog te verhoogen4 ,vreedzaam is1 wie niet achterklapt2 den laster niet tot geleiddraad dient2 het boos gerucht begraaft inste van opwekt2 den een niet vleit en den ander niet prikkelt4 ,de vreedzame heeft pijn van den onvrede om zich heen1 en is er daarom op uit1 om den twist neer te leggen1 wat onverzoend is te verzoenen1 en1 met dooding van al den boozen prikkel1 dien het kleine ikje zoo scherp in de ziel van den broeder kan drijven1 balsem te gieten in de wonde1 die schrijnt1 en den storm der hartstochten1 waar die opstak4 ,welnu1 wie dat kan1 door genade kan1 die is zalig2 want in deze dingen te leven is zielsgenieting4 ,zoo werkt de ,heilige ,geest1 die ,god zelf is4 ,en daarom zal1 wie alzoo met den ,heiligen ,geest medewerkt1 ,gods kind genaamd worden2 want in ,hem zijn de eeuwige harmonien1 en nooit een enkele harmonie zal van de harp van uw hart de wereld inklinken en ,gods heiligen verrukken1 of ge ontvingt ze van uw ,god4 ,,vijfde ,,zondag4 ,,onthoud ,,het ,,goed ,,aan ,,zijn ,,meester ,,niet6 ,onthoud het goed van zijne meesters niet1 als het in het vermogen uwer hand is te doen4 ,spr4 #c3bg4 ,de practijk onzer vaderen was streng2 streng bovenal op het punt van eerlijkheid4 ,een ,hollandsch koopman stond in alle landen en op alle markten als de belichaamde soliditeit bekend4 ,en wat nering dreef of zaken deed in onze aloude republiek1 zon letterlijk1 soms tot in het kleingeestige toe1 op stipte1 strenge nauwgezetheid in levering van waar en betaling van schulden4 ,dat lag niet aan hen1 alsof zij betere of andere menschen waren dan wij2 maar aan het ,woord ,gods1 dat onder hen gepredikt was2 aan de macht van ,gods ordinantin1 die onder hen was doorgedrongen2 en aan het geloof1 dat wie op ,god ook in zijn handel zag1 door dien ,god van hemel en aarde ook in zijn handel zou worden gezegend4 ,er staat in de ,spreuken3 ,vereer den ,heere van uw goed en van de eerstelingen aller uwer inkomsten1 en dan zullen uwe schuren vol zijn van goed4 ,toepassing dus van het sterven om te leven ook op uw bezitting4 ,wie houdt wat hij heeft1 verarmt1 en wie geeft van zijn bezit1 dien maakt ,god rijk4 ,en dat woord nu is aan onze vaderen waar gemaakt4 ,tengevolge van de krachtige prediking van de ,wet des ,heeren was een diep besef van de zonde der oneerlijkheid hun ingeprent4 ,uit dat besef ontkiemde een stipt eerlijke handelsusantie4 ,die handelsusantie drukte haar stempel van eerlijkheid op alle bedrijf en nering4 ,en als soms uitzicht op oneerlijke winste verlokte1 ontried de hebzucht zelfs1 om naar dat lokaas de hand uit te steken4 ,immers ze stonden in de vaste overtuiging1 dat stipte eerlijkheid hun op den langen duur nog machtiger crediet en daardoor nog milder winst in den schoot zou werpen4 ,hun stelregel was3 ,eerlijk duurt het langst4 ,wel waren er ook in die dagen uitzonderingen1 en wierd vooral in den hoogen groothandel soms schandelijk gespeeld2 maar de manieren van het volk leden daar niet onder4 ,de volksgewoonte bleef solide en prompt4 99 99 99 99 99 ,thans1 helaas1 is dit anders geworden4 ,de kracht van het ,woord is er bij ons volk geheel uit4 ,men drijft op den zacht kabbelenden stroom der beschaving4 ,en de uitkomst is1 dat men van allen kant tegen bedrog1 fopperij en oplichting op zijn hoede moet zijn2 dat er bijna geen waar meer te vertrouwen is2 dat in allen tak van handel leelijke praktijken gewoonte zijn geworden2 dat men op crediet instede van op kapitaal teert2 en dat schulden en faillieten een ornament des levens schijnen4 ,daardoor is de volkszede achteruitgegaan2 de volksusantie onder het vroeger zedelijk peil gedaald2 de volksgewoonte slap en mat geworden2 en kan er1 o1 zooveel door1 dat er niet door kan bij ,god1 noch bij den man1 die voor ,god bij zijn conscientie leeft4 ,en zeg nu niet3 ,zoo is het in de wereld1 maar onder ,gods kinderen niet2 want dit zeggen rust op een hoogst bedenkelijke dwaling2 op de dwaling namelijk1 alsof een kind van ,god niet aangestoken zou worden door de kwade praktijken van zijn vakgenooten4 ,in elk vak van nering1 waar ge in komt1 bestaan usantin2 ge hebt te handelen en te rekenen met personen1 die bij die veelszins kwade usantin zijn opgegroeid2 en als gij nu tegen die usantie in wilt gaan1 krijgt ge heel de markt tegen u1 maakt ge uw handel moeilijk en lijdt ge natuurlijk schade4 ,in dien strijd bezwijken dan de meesten2 en dan hebben ze tweerlei geweten1 het eene voor het particuliere leven en dan nog een handelsgeweten er bij4 ,en overmits ook de orthodoxe prediking in onzen tijd veel te eenzijdig in de mysterin des geloofs blijft hangen1 en van een degelijke1 diep ingaande1 ontdekkende prediking van ,gods ,wet1 in haar toepassing op het leven1 veelszins vervreemd is1 bezwijkt dan ten leste de beste1 en doet1 zij het ook op eenigen afstand1 met die onzuivere praktijken me4 ,dit nu is een kwaad4 ,een ongerechtigheid1 die bestreden moet4 ,en waar ,gods ,woord de uitspraak tegen stelt1 dat ge het goed niet aan zijn meester moogt onthouden6 99 99 99 99 99 ,het sterkst tast dit zeggen het niet betalen van schuld aan4 ,schuld is geld1 waarover niet gij heer zijt1 maar waarover een ander meester is4 ,het is van hem1 niet van u4 ,en op u rust van ,godswege de verplichting1 om dat geld zoo spoedig mogelijk bij zijn meester thuis te brengen4 ,evenals ge een kind van een ander1 dat verdwaald was1 niet bij u zoudt houden1 maar ijlings naar zijn vader terugzenden1 zoo ook moet ge met schuldgeld doen4 ,schuld is een verdoold kind1 dat niet bij u hoort en in uw huis niet blijven mag1 maar terug moet naar zijn eigen huis4 ,vooral bij den arbeider zij dat gebod u heilig4 ,het loon van den daglooner wil de ,schrift1 dat zelfs niet bij u overnachten zal4 ,ja1 stipte1 strikte betaling van het loon van den arbeider is een der teederste en heiligste rechten van de mingegoeden1 waar de ,heere1 wiens oogen op alle plaatsen zijn1 streng op let4 ,evenzoo staat het met de betaling van rekeningen4 ,ook daarbij sloop ongelooflijke slordigheid in4 ,voor sommigen is het laten staan van rekeningen1 soms tot twee en meer jaren1 zelfs regel geworden4 ,zelfs is er gehoord van een rijk man1 die een prachtige kast vol zilverwerk had aangekocht1 en die er op roemde1 dat al deze pracht was aangeschaft door rente1 die was uitgespaard door zijn laat betalen van rekeningen4 ,dit nu is klinkklare roof4 ,gestolen geld4 ,rente1 die aan den winkelier toebehoorde1 en dus aan zijn meester onthouden wierd4 ,en wat de zaak nog erger maakt3 sluipt deze booze usantie eenmaal in1 dan is de winkelier ook slim1 zondigt op zijn beurt1 en kalkt de rekening dikker aan4 ,en aldus worden kooper en verkooper beiden bedriegers4 ,ook bij het leenen van geld sluipt er dan kwaad in4 ,eertijds zag men op tegen leenen2 want men wist3 ,geleend geld is eereschuld1 en liever droog brood1 dan geleend geld niet op tijd terug te brengen aan zijn meester4 ,maar ook hierover bestaan thans andere denkbeelden4 ,menschen1 die zich schamen zouden om u een gift te vragen1 komen kwansuis leenen4 ,leenen met belofte van terugbetaling in hoofdsom en rente4 ,zoo heft men fier zijn hoofd op4 ,het is nauwlijks een gunst1 die ge bewijst4 ,louter een zaak van handel4 ,maar heel anders zijn daarbij soms de overleggingen des harten4 ,en als nu het geleende geld opgeteerd is1 acht meer dan en1 dat geleend geld slapen mag4 ,een kwaad1 dat reeds zoover inkroop1 dat het regel is1 bij leenen te denken3 ,och1 dat geld ben ik toch kwijt6 ,dit nu wordt een vloek voor onze samenleving4 ,zoo wordt de maatschappij van de ordinantin ,gods afgeschoven4 ,soliditeit raakt zoek4 ,het vertrouwen vlucht naar de woestijn4 ,en het eind is1 dat alle zaken achteruitgaan2 onze waar op de markt geen prijs meer kan bedingen2 failliet aan de orde van den dag is2 tal van personen wrak staan2 en als straf voor dit alles de zegen des ,heeren wijkt1 die eens ons volk had rijk gemaakt4 99 99 99 99 99 ,onthoud het goed aan zijn meester niet6 is voor dezen kanker het eenig proefhoudend medicijn2 mits ge begint met dezen gulden regel allereerst op den ,heere zelven toe te passen4 ,zijns is al uw goed4 ,hij gaf het u slechts1 om er over te rentmeesteren1 en er over te rentmeesteren onder beding1 dat ge elk jaar ,hem en zijn armen een door ,hem bestemd deel ervan zoudt afstaan4 ,noem nu dat deel eerstelingen of tienden1 dat doet er niet toe4 ,zooveel staat vast1 dat een vast deel van uw vrije beschikking onttrokken en door ,god voor zijn dienst en zijn werk voorbehouden is4 ,en indien er dan ook in de laatste jaren eenig meerder welvaren onder ons ,christenvolk waarneembaar is1 dan hebt ge dit daar vooral aan te danken1 dat ,god de ,heere door den loop der gebeurtenissen inzake kerk en school een deel van zijn volk dwong1 om veel milder en ruimer dan eertijds dit deel uit het goed niet langer voor eigen gebruik aan ,hem te onthouden4 ,want ontstelen aan ,god het deel1 dat ,hij zichzelven voorbehield1 dat1 en niets anders is het1 zoo ge uw eerstelingen en uw tienden niet besteedt voor zijn dienst en zijn armen1 maar aanwendt voor eigen genot of geldbelegging4 ,dat mag niet4 ,dat is zonde4 ,een kwaad1 waarbij de gerechtige wrake ,gods niet achterblijft4 ,immers de ,heere hoort het geroep1 als de dienst zijner kerk in armo kwijnt4 ,hij hoort het geroep1 als uw scholen in verlegenheid tobben moeten4 ,hij hoort het geroep1 als de blinden en kranken hun hulp derven4 ,en ,hij hoort ook het geroep van zijn armen1 als de arme ,lazarus omkomt en de rijke man in overdaad tiert4 ,dit deel van uw goed is het uwe niet4 ,het is ,godes4 ,de ,heere is van dit deel van uw goed de ,meester4 ,en daarom wee u1 als ge iets ook maar van dit deel van uw goed aan zijn ,goddelijken ,meester onthoudt4 ,,zesde ,,zondag4 ,,ik ,,zal ,,ze ,,louteren4 ,en ,ik zal dat derde deel in het vuur brengen1 en ,ik zal het louteren1 gelijk men het zilver loutert4 ,zach4 #ac3i4 ,in elken levenskring doet ge telkens weer de droeve ervaring op1 dat er zijn1 die u eerbied afdwingen1 maar ook dat er zijn1 die u minachting inboezemen4 ,ge vindt dat onder alle standen1 ge vindt dat bij man en vrouw1 ge vindt dit bij het kind zoowel als bij den grijsaard4 ,aan de eene zij hebzucht1 lafheid1 hoogheid1 laagheid van zin en karakter1 en aan den anderen kant zekeren adel van ziel1 een liefde1 die zichzelve geeft1 heilige geestdrift en veerkracht van karakter4 ,bij den een denkt ge3 ,ik wilde1 dat ik in dien man1 in die vrouw1 in dat kind iets kon overgieten uit mijn eigen hart4 ,en bij anderen1 die ge benijdt3 ,ik wilde om wat liefs1 dat in mij mocht blinken1 wat als sieraad blinkt in hen4 ,die scheiding bestaat eenmaal4 ,die grenslijn loopt door alle volk en door elken kring4 ,en in dien zin zijn er slechten en goeden2 zijn er eerbaren en eerloozen2 zijn er menschen1 die ge verfoeit1 en menschen1 die ge bewondert4 ,en al beslist dat nu volstrekt over hun eeuwig wel of wee niet1 en al kan het voorkomen1 dat ,god een verachtelijk zondaar bekeert1 en dat een zeer rechtschapene van hart om den trots op zijn eigen gerechtigheid zedelijk omkomt1 toch doen we in het leven der wereld allen de ervaring op1 dat dit onderscheid tusschen boozen en goeden wel terdege bestaat4 ,en als we hulp van menschen noodig hebben1 of met menschen moeten omgaan1 dan zoekt soort soort1 en gezelt zich de goede bij de goeden1 en zoekt1 wie slecht wil zijn1 gezelschap onder de slechten4 99 99 99 99 99 ,doch nu loopt er nog een andere grenslijn1 ook van boozen en goeden1 maar dat niet voor ns oog1 doch voor het oog van ,god den ,heere4 ,ook ,hij zuivert en schift en toetst1 en bij zijn scheiden is onze onderscheiding tusschen goed en boos nog niets dan kinderspel4 ,immers ons misleidt de schijn1 maar ,hij ziet het hart aan4 ,wij oordeelen naar het oogenblik1 maar ,hij kent de eeuwige uitkomst4 ,ons oog hecht zich aan het werk1 maar ,hij ziet en kent van verre reeds het motief1 de innerlijke beweegreden van het hart4 ,zoo kruist dan zijn oordeel ons oordeel4 ,soms loopen beide lijnen saam1 dat de ,heere ons te ontdekken geeft1 wie de zijnen zijn4 ,maar meestal gaat onze kennisse zoo ver niet4 ,en daarvandaan komt het dan1 dat soms het gezelschap van belijders ons tegenstaat en dat velen uit de kinderen der wereld ons aantrekken4 ,want natuurlijk1 wij kunnen niet anders oordeelen dan naar wat we waarnemen1 en waar nu in personen1 die buiten ,god leven1 soms zooveel nobels schittert1 en op personen1 die in de vreeze ,gods staan1 soms nog zooveel van het stof der aarde dof maakt wat glinsteren moest1 is het zoo onbegrijpelijk niet1 dat ons oog door hetgeen blinkt geboeid wordt1 en zich aan het doffe en nog bestovene niet hecht4 ,wel wordt dit allengs beter bij hooger geestelijke ontwikkeling1 als ons geestelijk oog meer geoefend wordt en de liefde krachtiger instinct erlangt4 ,maar toch geheel teboven komen kunnen we deze tegenstelling nooit in dit leven4 ,en misschien is dit goed ook4 ,het zou ons1 zoo we altoos juist zagen1 te zeer ons gevoel van waardeering voor het goede ook bij de kinderen der wereld ontnemen1 en te vergoelijkend doen heenzien over wat de kinderen ,gods nog vaak ontsiert4 99 99 99 99 99 ,bovendien het hoeft ook niet2 want die de wanne schudt en eens zijn dorschvloer doorzuiveren zal1 is niet het kind van ,god1 maar ,god zelf4 ,wel zal dan het kind van ,god me rechter zijn en me oordeelen1 maar in geen anderen zin1 dan dat hij alsdan uit de volle ziel onbewimpeld zijn ,amen zal uitspreken bij het oordeel ,gods2 ,gods gerechtigheid in al zijn oordeel lovend2 zelfs al gold het zijn eigen ziel1 of wat misschien nog vreeselijker is in te denken1 uw eigen man of vrouw1 uw eigen vader of uw eigen kind4 ,al wat nu nog scheiding maakt tusschen ,gods oordeel en ons oordeel valt dan weg4 ,de gedachte1 die nu nog zoo dikwijls in ons hart oprijst3 ,hoe kan ,god zo doen6 zal dan voor altoos wegvallen1 en ons oordeel nooit iets anders zijn kunnen dan een echo en weerklank op het rechtvaardig oordeel ,gods4 ,maar intusschen werkt1 onafhankelijk van onze instemming1 nu reeds dit oordeel ,gods door4 ,hij onderscheidt niet slechts1 maar scheidt4 ,scheidt deel van deel in elk volk en in elken levenskring2 en1 helaas1 naar wat de ,heilige ,schrift ons deswege openbaart1 is het deel1 dat ten kwade moet afgescheiden1 altoos het grootst1 en het deel1 dat ten goede wordt afgescheiden1 altoos het kleinst4 ,de ,heiland zelf riep het met zielverscheurenden weemoed uit3 ,velen zijn geroepen1 maar weinigen uitverkoren6 ,velen zijn er1 die op den breeden weg wandelen2 maar nauw is de poort en eng de weg1 die ten leven leidt1 en weinigen zijn er1 die dezelve vinden4 ,uit duizenden bij duizenden werden er slechts acht zielen in de arke gered4 ,geen vijf rechtvaardigen wierden in ,sodom gevonden4 ,bij ,jesaja heet het1 dat slechts een tiende deel van het volk overblijft2 en bij ,zacharia1 waar een symbolisch getal bedoeld is1 een derde1 dat wil zeggen1 dat waar drie de volheid uitdrukt1 de twee derde de aanduiding zijn van het grooter deel en het en derde de benaming van het kleiner deel4 99 99 99 99 99 ,toch wordt daarom aan het kleiner deel1 aan die weinigen1 aan die ten goede afgescheiden zijn1 het oordeel niet gespaard4 ,god de ,heere doet juist omgekeerd als wij4 ,als er onder onze kinderen goede en booze zijn1 dan leggen wij de kastijdende hand het meest aan de booze aan1 en zijn voor de goede het meest verschoonend4 ,maar zoo doet ,god de ,heere niet4 ,voor zijn doen is de metaalgieter zinbeeld4 ,als de metaalgieter in eenzelfden ertsklomp koper en goud1 of lood en zilver saamgemengd vindt1 en hij scheidt het edel en het onedel metaal1 dan zet hij al de kracht van zijn louteren niet op het lood1 noch ook op het koper1 maar op het zilver en het goud4 ,en zoo nu doet ,god de ,heere ook4 ,als ook ,hij in het ene erts van ons menschelijk geslacht het edel en het onedel metaal vermengd vindt1 en hij scheidt die beiden af1 dan schijnt het soms1 als had ,hij met die boozen gansch geen bemoeiing1 maar die goeden loutert ,hij1 zooals de smelter het zilver in zijn smeltkroes loutert1 op het allernauwkeurigst1 tot zevenmaal4 ,en dan lachen de boozen en pochen op hun voorspoed1 en die kinderen ,gods in de smeltkroes weenen van weedom des harten4 ,en zelfs ,asaf verstaat het niet1 en was bijna uitgegleden1 ziende den voorspoed der goddeloozen4 ,maar ook bij dien angst houdt de ,heere zich niet op4 ,hij gaat door1 altoos door met het heilig louteringsproces1 dat zijn kinderen doorloopen moeten4 ,en dan treft en wondt ,hij den een in zijn gekrenkte positie onder menschen2 een ander in zijn kleinere gaven2 een derde in zijn welstand en gezondheid2 een vierde in de mislukking van wat hij ondernam2 een vijfde in een kind1 dat hem ontnomen wierd of1 schrikkelijker nog1 in een kind1 dat hem verdriet doet4 o1 ,dat louteren ,gods kan soms zoo ontzettend diep gaan6 ,maar1 hoe dan ook zijn kinderen weenen1 ,hij gaat door4 ,zijn zilver moet zuiver worden4 ,het moet eens in den vollen glans van het heerlijk metaal blinken4 ,zijn kinderen zijn kinderen1 die niet liegen mogen4 ,er moet uitkomen1 wat ,hij er in verscholen had4 ,en dat is niet hard2 dat is niet onmedoogend4 ,veeleer is deze liefde veel vuriger en hooger dan onze liefde4 ,want immers het echte ,goddelijk mededoogen is niet om te maken1 dat ge hier lacht om eens eeuwig te weenen1 maar dat ge eeuwig lachen zult van heiligen jubel1 al is het ook1 dat hier u het weenen niet kon gespaard worden4 ,en dit staat vast1 als eens het louteren ook bij ons een einde neemt1 en het zilver is gansch gezuiverd1 dan zal dat gezuiverde zilver eens zelf in die loutering roemen1 en ,god danken1 dat ,hij1 niettegenstaande zijn tranen en gebeden bij die loutering1 dat louteren toch heeft doorgezet4 ,,zevende ,,zondag4 ,,hebt ,,uwe ,,vijanden ,,lief4 ,maar ik zeg ulieden1 die dit hoort3 ,hebt uwe vijanden lief2 doet wel dengenen1 die u haten4 ,luk4 #f3bg4 ,nog altoos schuilt de triomf van ons ,christelijk levensideaal in dat hoogste1 waartoe de ,liefde komen kan1 in de liefde voor onze vijanden4 ,waar ge bij liefde voor wie u liefhebben1 en bij liefde voor wie in jammer of ellende neerligt1 nog iets in uw natuurlijk hart voelt1 waaruit die liefde vanzelf kan opspruiten1 beseft ge daarentegen bij de liefde voor uw vijand zoo kennelijk1 dat deze liefde van ,boven is1 van den ,vader der lichten1 en alleen door den ,heiligen ,geest in de ziel kan worden ingestort4 ,liefde voor zijn vijand staat dan ook zoo ontzaglijk hoog1 dat men1 om het ,nieuwe ,testament boven het ,oude te verheffen1 het meer dan eens heeft voorgesteld1 als leerde het ,oude ,testament3 ,oog om oog en tand om tand en als had ,jezus het eerst op aarde1 de liefde voor den vijand uitgeroepen1 ,hij1 die in liefde voor zijn vijanden ons allen is voorgegaan4 ,toch is dit een dwaalbegrip4 ,het stond reeds in ,spreuken #be3ba zoo duidelijk geschreven3 ,indien dengene1 die u haat1 hongert1 geef hem brood te eten1 en1 zoo hij dorstig is1 geef hem water te drinken2 terwijl met ,oog om oog en tand om tand allerminst persoonlijke wrake wordt vrijgelaten1 maar enkel de regel voor den rechter wordt getrokken1 waarnaar hij in stipte gerechtigheid zijn recht te spreken heeft4 ,hoe zou er ook verschil tusschen ,oud en ,nieuw ,testament kunnen zijn8 ,alsof het niet en ,god en ,vader was1 die ons beide schonk2 en ,zoon1 die in beide ons als de hoogste ,profeet en ,leeraar toespreekt2 en en ,heilige ,geest1 die beide ingaf6 ,slechts dit staat in het ,oude ,testament3 ,heere6 zou ik niet haten1 die ,u haten8 maar ook in het ,nieuwe ,testament wordt ons nergens het gebod gegeven3 ,hebt de vijanden van ,god1 als zoodanig1 lief4 ,het woord van ,jezus1 dat de wereld inging1 luidt3 ,hebt uwe vijanden lief1 d4 w4 z4 die allen1 die om persoonlijke reden u ten vijand zijn geworden1 en tegen wie deswege de haat in uw hart het sterkst opwoelt4 ,gods vijanden en onze vijanden mogen hier dus nooit verward worden4 ,en slechts daarom mag ook tegen de vijanden ,gods persoonlijk onze wrake nooit uitgaan1 omdat zoo vaak bleek1 hoe wie nu nog een vijand ,gods is1 straks ,zijn uitverkorene kan zijn4 ,heden ,saulus1 morgen ,paulus4 ,en daarom verblijve1 ook wat de vijanden ,gods aangaat1 de wrake aan den ,heere1 en late onze ziel van wrake af4 99 99 99 99 99 ,maar anders staat het met uw persoonlijke vijanden4 ,bij hen toch moet ge niet enkel van wrake aflaten1 zoolang ge u zoudt kunnen vergissen2 maar altoos1 in volstrekten zin2 ja1 moet ge de wrake in haar tegendeel omkeeren1 en uw vijand liefhebben4 ,en vraagt ge1 in wat zin dat bedoeld is1 dan eischt de ,heilige ,schrift uiteraard niets tegennatuurlijks van u1 en vraagt dus niet1 dat ge uw vijand lief zult vinden2 dat ge hem beminnelijk in zijn woeden zult keuren2 en met zekere zoetsappigheid onaandoenlijk zult zijn voor zijn boos en bitter woord4 ,neen1 integendeel1 de ,schrift eischt1 dat ge den bitteren beker1 dien hij u mengde1 tot op de heffe toe zult uitdrinken2 goed en terdege proeven zult1 hoe bitter en wrang zijn nijd en haat is2 en dus in vollen omvang weten zult1 dat die man wezenlijk uw vijand is1 en die vrouw u haat4 ,op het diepe1 volle besef van die vijandschap dingt de ,heere niets af4 ,neen1 neen1 ,hij stelt dien man en die vrouw voor u1 zooals ze werkelijk in het leven tegen u optreden4 ,hij spreekt van uw vijand1 in al den schrikkelijken1 bangen zin van het woord4 ,en nu stelt ,jezus u den eisch1 den strengen1 den onverbiddelijken eisch1 dat dien man1 die vrouw als zoodanig1 in qualiteit van uw vijand2 niet als ze straks ophielden het te zijn2 maar nu1 zooals ze daar vijandig en in vijandschap tegen u overstaan1 en dus als uw vijand hen zult liefhebben4 ,zooals ,hij aan het kruis hing1 en in elke pees en in elke zenuw de wringende1 schrijnende doodssmart gevoelde1 die zijn vijanden ,hem aandeden1 en hun bittere woorden opving1 en toen ze liefhad en voor hen bad1 zoo wil de ,heere1 dat ook gij1 wetende1 gevoelende1 ervarende1 dat deze man of die vrouw u ten vijand is1 ze op datzelfde oogenblik zult zegenen1 voor ze zult bidden1 en ze als uw vijand zult liefhebben4 99 99 99 99 99 ,en denk nu niet1 dat de ,heere ,jezus dat alleen van een hoog enkele eischt1 die1 in vroomheid en godzaligheid bizonder ver voortgeschreden1 allengs tot een heiliger levenstoon gekomen is4 o1 ,neen1 de ,heere richt zich bij dat zeggen tot een iegelijk4 ,hij spreekt algemeen3 ,gij1 hebt uw vijand lief1 zegen ze die u vervloeken1 doe wel dengenen1 die u haten1 en bid voor degenen1 die u geweld aandoen en u vervolgen4 ,meer nog1 nooit kunt ge het ,onze ,vader bidden1 of die gesteldheid der ziele moet in u verwezenlijkt zijn4 ,want immers ook in dat ,onze ,vader heet het3 ,en vergeef ons onze schulden1 gelijk wij vergeven onzen schuldenaren4 ,en dit kan ook niet anders1 want de liefde voor onze vijanden wortelt in heel uw ,christelijke belijdenis4 ,let maar op deze vier punten3 ,als ,david voor ,absalom vlucht en ,sime hem van de hoogte vloekt1 willen de zonen van ,zeruja aan ,sime den kop voor de voeten leggen4 ,maar ,david verstaat het anders1 en zegt3 ,wat heb ik met u te doen1 o zonen ,zeruja8 ,want de ,heere heeft tot hem gezegd3 ,vloek ,david4 ,wie zou dan zeggen3 ,waarom hebt gij alzoo gedaan8 7#b ,sam4 #af3aj47 ,hier ziet ge uit1 hoe een kind van ,god in elken vijand een instrument des ,heeren heeft te zien2 een mensch1 die zonder zijn wil zich niet roeren noch bewegen kan2 en zonder wiens wil en bestel geen enkele vijandschap ons overkomt4 ,nu bijt de hond wel in den steen2 maar gij weet1 dat de oorzaak niet bij dien steen1 maar bij den werper ligt4 ,en zoo dan ook hebt ge bij alle persoonlijke bitterheid1 die u treft1 niet op uw vijand te zien1 die u hoont1 maar op uw ,god1 die dit hoonen noodig voor u acht1 om u te kastijden of te heiligen4 99 99 99 99 99 ,dat vooreerst1 maar er zijn nog drie andere stukken1 waarop ge hier te letten hebt4 ,immers1 wat uw vijand tot haat prikkelt1 is niet anders dan de vreeslijke macht der zonde4 ,en die macht der zonde woont waarlijk niet in hem alleen1 maar in uw hart evenzeer4 ,en als nu in zijn hart die zonde zoo schriklijk uitbot1 en bij u wierd ingehouden1 wat is dat dan anders dan een meerdere genade1 die u verleend wierd2 en wat zou die meerdere genade dan anders in u verwekken dan deernis en mededoogen voor dien minder bedeelde1 die zooveel erger onder de macht der zonde lijdt1 en die1 omdat hij in zijn haat zelf niet kan bidden1 geholpen moet door uw gebed8 ,en dan in de tweede plaats4 ,is hier geen oorzaak ook voor zelfaanklacht8 ,of waar was ooit een vijand1 die ons haatte1 dien wij door onze woorden1 of daden1 niet geprikkeld hadden8 ,de wederzijdsche verhoudingen in het leven zijn zoo onuitsprekelijk kiesch en teeder en fijn4 ,en1 o1 als nu liefde ons gedreven had1 hoeveel hadden we dan niet kunnen mijden en voorkomen1 waardoor het booze vuur in hem wierd aangeblazen inste van het te blusschen4 ,en is dit dan niet een liefde1 die we in geheel bizonderen zin aan onzen geprikkelden vijand schuldig zijn1 dat we voor hem uit den weg gaan1 en zijn gevoeligheid niet gedurig opwekken8 ,en eindelijk3 ,waartoe is deze uw vijand op uw weg geplaatst8 ,david riep van ,sime3 ,misschien zal de ,heere mij goed vergelden voor dezen zijn vloek4 ,en is het niet alzoo1 dat ,gods bedoeling met dit loslaten van de vijandschap tegen ons nooit kan zijn1 om ook ons tot zonde te brengen1 maar altoos zijn moet een geloofsbeproeving1 om nu te zien1 hoe het in uw binnenste staat1 en om juist door die vijandschap de macht ten goede in u te sterken1 en u zoo door uw bittersten vijand een zegen te doen brengen aan uw eigen hart8 ,zonder strijd is er geen overwinning4 ,en nu treedt die vijand tegen u op1 om u die kroon der schoonste victorie voor het zielsoog te doen schitteren4 ,wat kiest ge dan8 ,zal het dan uw vijand gelukken moeten1 om u te schaden aan de ziel en u innerlijk te verwoesten8 ,en zoo niet1 wat blijft u dan anders1 dan te doen naar wat ,jezus eischt2 dat wil zeggen3 uw vijand lief te hebben1 en juist daardoor hem ten instrument te maken1 om u te sieren met de schoonste kroon1 waarin het keurgesteente schittert8 ,,achtste ,,zondag4 ,,de ,,oorblazer4 ,de oorblazer scheidt den voornaamsten vriend4 ,spreuk4 #af3bh4 ,de eerste en ergste oorblazer is ,satan in het ,paradijs geweest4 ,salomo zegt door den ,heiligen ,geest1 dat de oorblazer den voornaamsten vriend van ons afscheidt1 en waar is dit schriklijker1 waar meer tot in den wortel geschied1 dan juist toen ,satan den mensch van zijn ,god vervreemdde8 ,satan is de aarts-oorblazer1 en alle oorgeblaas1 dat sinds het ,paradijs onder de menschen is uitgegaan en onder menschen verwijdering en verbittering en vijandschap heeft teweeggebracht1 is een vuur1 dat uit die ,satanische vonk van het ,paradijs is aangestoken4 ,zo is er geen oorblazer1 of ge kunt zeker zijn1 dat ,satan achter hem zit4 ,of om het nog scherper te zeggen3 zal een oorblazer zijn onheilig bedrijf naar eisch verrichten1 dan moet hij eerst zelf in het oor zijn geblazen door den ,verleider4 ,het is of in dat denkbeeld van blazen1 in het oor blazen1 nog iets van den slangenaard nawerkt4 ,ge treedt met elke zonde1 maar vooral met deze zonde van den oorblazer1 zoo vanzelf op het demonische terrein over4 ,de oorblazer wil iets1 heeft iets voor1 zoekt een doel te bereiken4 ,hij is op kwaad stichten1 op verdeeldheid stichten1 op verstoren van vertrouwen en verkoelen van liefde uit4 ,als de oorblazer bij u of in uw vertrek is geweest1 is er behoefte aan geestelijke ontsmetting4 99 99 99 99 99 ,wat is dan dit oorblazen1 waar ,gods ,woord zoo scherp en gestreng tegen ingaat8 ,wat is in deze zonde de angel en de giftklier8 ,zie1 toen ,god de ,heere den mensch het oor heeft ingeplant1 schonk ,hij hem daarme het vermogen1 om n bij luid gesprek met velen in uitgebreiden kring gemeenschap te hebben1 f ook om in enger kring met een zeer enkele het zoet des vertrouwens en van de gemeenschap der ziele te genieten4 ,vandaar dat er een luid spreken1 maar vandaar ook dat er een fluisteren is2 en zal het wel zijn1 dan is dat fluisteren iets heiligs4 ,fluisteren beoogt heilige intimiteit4 ,reeds moet men er u dicht om naderen1 u aanraken1 u tegen den schouder leunen1 en als met de lippen op uw oor drukken4 ,en nu zegt dat fluisteren1 dat er iets is1 dat anderen niet weten mogen2 wat iets geheimzinnigs tusschen u beiden is2 en waardoor vanzelf de grond van wederzijdsch vertrouwen wordt verondersteld4 ,teederheid in het heilige brengt er u daarom vanzelf toe1 om in hoogheilige dingen niet te overluid1 maar liefst zachter en stiller te spreken2 en zelfs in de saamvergadering der geloovigen zijn er oogenblikken1 dat een fluisterend spreken de schare zoo ontzettend aangrijpt4 ,is niet1 o zooveel van ons eigen bidden en fluisteren van onzen zielsnood in het oor van den ,almachtige geweest2 en wierd onze ziel niet het diepst en het machtigst aangegrepen1 als het in de stille eenzaamheid bij het lezen van ,gods ,woord was1 alsof de ,heere zelf ons die tintelende1 levende woorden in het zielsoor fluisterde8 99 99 99 99 99 ,doch weet ook1 gelijk de zonde steeds het heilige nabootst1 is er naast het terrein van liefde en vertrouwen en gebed geen terrein1 waarop zooveel gefluisterd wordt1 als bij dieven en moordenaars4 ,demonische nabootsing onder de ingeslopen inbrekers van diezelfde fluistering1 die op de ziekenkamer den kranke ontziet4 ,zoo grijpt de zonde altoos naar het heiligste en misbruikt het1 en op die wijze nu wordt uit het heilige fluisteren des stillen vertrouwens ook de booze1 de giftige oorblazer geboren4 ,de oorblazer ziet1 dat er ergens liefde en vertrouwen of een band van aanhankelijkheid bestaat1 en gaat er nu op uit om dien band door te snijden4 ,en hierin ligt nu het giftige3 om dat doel te bereiken kiest hij juist den vorm van het zoet vertrouwen1 en legt het door voorgewende1 gekunstelde en ingebeelde vertrouwelijkheid op de vernietiging van de liefde in uw hart toe4 ,vertrouwen is zoo iets heiligs1 zoo iets teeders4 ,het kan niets velen4 ,en als gij nu zoet en rustig in zalig vertrouwen leeft1 en er komt opeens een stem1 die u vraagt3 ,maar zijt ge wel zeker1 dat ge niet bedrogen wordt8--o1 dan ligt er in die enkele vraag reeds zulk een helsch magische kracht1 dat er niets meer behoeft te gebeuren1 of1 zoo die vraag maar blijft natrillen in uw oor1 heeft uw vertrouwen reeds een schok ontvangen4 ,en een geschokt vertrouwen1 helaas1 het is als een berst in de porceleinen schaal3 het wordt nooit weer wat het vroeger was4 ,en dat weet nu de oorblazer4 ,en met die giftige macht werkt hij op u4 ,als een slang sluipt hij op u aan1 en kronkelt zich om u1 en als een1 die het nu eens zeer wel met u meent en u voor misleiding wil bewaren1 druppelt hij zijn helsche verzinsels in uw ziel4 ,en daar is niets1 niets bestand tegen4 ,veeleer hoe inniger de band is1 dien hij aanrandt1 hoe eerder en zekerder hij zijn doel bereikt4 ,hoe vaak is niet de teerste band op aarde1 die1 tusschen man en vrouw1 door een onheiligen oorblazer voor altoos uiteengereten6 o1 ,de ,heilige ,geest sprak het zoo diep realistisch door ,salomo voor heel de kerk uit3 ,de oorblazer scheidt2 meer3 hij scheidt den vriend2 en wat het ergst is3 hij scheidt altoos den voornaamsten vriend2 het beste wat uw hart op aarde onder menschen gevonden had4 99 99 99 99 99 ,en toch1 niet die volleerde oorblazer sticht het meeste kwaad4 ,zulke felle1 vinnige1 opzettelijke oorblazers zijn er ,goddank weinigen1 en waar zulke slangen betrapt worden1 huist er in het hart van bijna ieder ,christenmensch zekere natuurlijke weerzin1 als waarme het kind zijn hand van de adder terugtrekt4 ,de volleerde oorblazer heeft meestal iets demonisch in zijn oog1 dat hem verraadt1 en waardoor een reine van hart veilig voor hem is4 ,maar1 en hier steekt het veel grootere gevaar in1 die enkele uitgestudeerde oorblazers hebben achter zich een heel legioen van kleine oorblazertjes en oorblazeressen1 en dat wel van allerlei graad en soort4 ,er zijn1 o zooveel menschen1 die er lust aan hebben1 om altoos over uw naaste personen te spreken1 deels uit snap- en babbelzucht1 maar meer toch nog uit bemoeizucht2 uit zucht om zich in eens anders zaken te mengen1 uit lust om te oordeelen2 om interessant te zijn2 om een duit me in de schaal te werpen2 en als van achter de schermen in elken kring en in elk huisgezin1 waarin ze verkeeren1 een soort van kleine rol spelen4 ,gaat dit nu ver1 dan merkt ge er aanstonds het oorblazen in1 en ge zijt op uw hoede4 ,maar meestal gaat dit niet zoo heel ver1 en zoo wordt ge zorgeloos4 ,die het doen1 zijn van uw beste kennissen2 overigens uiterst beminnenswaardige personen2 en wier gesprek1 juist doordien er altoos achterklap in loopt1 zoo prikkelt en boeit4 ,en zoo is het eerste vonkje ongemerkt in het vlas neergezegen4 ,reeds begint er iets bij u te smeulen4 ,ge ziet op uw omgeving anders dan ge vroeger deedt4 ,bij veel wat ge vroeger niet opmerktet1 denkt ge nu3 ,ja1 daar dacht ik nooit op2 maar iets is er dan wel van aan6 ,en zoo begint de lawine met het kleine sneeuwvlokje4 ,eerst niets dan een sneeuwvlokje1 en straks de lawine van uw levensgeluk4 ,want1 drong de angel eenmaal in uw hart1 dan gaat het vanzelf al dieper4 ,straks streelt dat gebeuzel van den oorblazenden snapper u4 ,hij zag het in1 hij heeft u de oogen doen opengaan4 ,niet lang meer1 of ge spreekt met hem mede4 ,tot eindelijk ook al uw fluisteren voor den oorblazer wordt en er van een fluisteren des vertrouwens met de panden uwer liefde niet meer komt4 99 99 99 99 99 ,weet elk ,christen1 is elk kind van ,god er op bedacht1 dat hij aan het gevaar van deze zonde der oorblazing blootstaat8 ,blootstaat aan het gevaar1 om er zijn eigen levensgeluk door te zien verwoesten8 ,maar ook blootstaat aan het gevaar1 om verwoestend in anderer levensgeluk in te grijpen8 ,is het oog er open voor1 dat snap- en babbelzucht1 en dat altoos uitvezelen van allerlei persoonlijke dingen1 en altoos snappen over iemand achter zijn rug1 wel duivelsch-verleidelijk is1 maar in negen van de tien gevallen zonde voor ,god8 o1 ,die kwade saamsprekingen1 waaronder zeer stellig ook die bemoeizieke1 die alles over den hekel halende saamsprekingen behooren1 waaruit zooveel bitterheden geboren worden6 ,dat spelen met anderer naam en karakter1 zonder iets van den eisch der liefde te verstaan6 ,nu1 de ,heere leert ook daartegen zijn kinderen waken1 bidden1 strijden4 ,maar persoonlijk dit te doen is niet genoeg4 ,in heel onzen kring moet zulk een kwaad bestreden1 tot het uitgeroeid zij4 ,en als er iemand tot u komt1 en zich bij u neerzet1 en zoo eens heel vertrouwelijk heel uw omgeving door de zeef wil laten loopen1 heb dan toch den moed1 om kloek1 om dapper1 om zonder aarzelen van u af te spreken1 en te zeggen1 dat vertrouwen u een te heilige zaak is1 om het na zoo korte aanraking te gunnen4 ,,negende ,,zondag4 ,,god ,,is ,,meerder ,,dan ,,ons ,,hart6 ,want indien ons hart ons veroordeelt1 ,god is meerder dan ons hart1 en ,hij kent alle dingen4 #a ,joh4 #c3bj4 ,er is een innerlijk ,getuige1 die getuigt in uw binnenste1 of ge goed staat of kwaad4 ,die ,getuige getuigt reeds in een kind van twee1 drie jaar2 en misschien zelfs vroeger reeds1 zonder dat wij het merken4 ,die ,getuige keert telkens in u weder1 zoo dikwijls er iets in u omging of bij u opkwam1 zoo dikwijls ge iets deedt of spraakt1 of uit de herinnering u tebinnenbracht1 wat slecht was4 ,die ,getuige getuigt tegen u en laat u geen rust1 als ge iets kwaads in het zin hebt4 ,die ,getuige verscheurt u inwendig1 zoo dikwijls ge iets doen dorst1 dat nog slechter was dan uw gewone doen4 ,en die ,getuige kwelt u1 zooals een worm knaagt1 soms nog jaren na uw zonde1 altoos met hetzelfde stellige vonnis4 ,let wel1 het is niet een getuigenis1 maar een ,getuige2 niet een eigen wetenschap van u2 of wat men thans zijn geweten noemt2 maar de levende1 heilige ,god zelf1 die u zo schiep1 dat ,hij in u getuigen kon2 in u getuigen ook na uw val in zonde2 en dat buiten alle genade om1 soms zelfs in het hart van den verstoktsten booswicht4 ,want weet wel1 uw conscientie in u is geen apart vermogen1 dat ge als mensch bezit1 om in uw eigen wijsheid goed en kwaad te onderscheiden2 maar het is het beluisteren van een vonnis over uw daad1 over uw gedachte en over uw persoon1 dat1 zonder dat iemand het hoort1 in uw binnenste u wordt toegefluisterd4 ,dat ge verneemt en moet toestemmen4 ,en dat juist door die toestemming op dat oogenblik de uitspraak van uw conscientie wordt4 ,uw conscientie is niet iets aparts1 dat ,god u inschiep1 en dat ge als een instrument in u omdraagt1 om het te laten werken1 als het u gevalt4 ,integendeel1 de uitspraak van uw conscientie komt dan juist1 als het u zeer ngelegen komt1 en als gij ze om wat liefs zoudt willen bannen4 ,in uw conscientie is altoos de openbaring1 dat uw ,rechter zich aan u heeft bekend gemaakt2 in uw binnenste u veroordeeld heeft2 u dat oordeel waarschuwend of bij vonnis heeft aangezegd2 dat gij dit vonnis vernaamt2 zelf uw schuld niet kondt ontkennen2 en daarom geoordeeld ligt voor ,god en voor uzelf4 99 99 99 99 99 ,was nu uw innerlijk gehoor nog even fijn en zuiver als ,god het u in zijn ,paradijs inschiep1 dan zoudt ge nu nog in staat zijn1 om dit u veroordeelend vonnis over uw daad1 of dit waarschuwend vonnis over uw verborgen gedachte1 juist zoo te verstaan als ,god het velt4 ,maar dit fijne gehoor mist ge4 ,in een zondaar is dat gehoor nooit meer zuiver4 ,en als ,god1 die innerlijke ,getuige1 rechterlijk over uw ziel komt en vonnis slaat1 is het al veel1 zoo ge nog tamelijk wel de hoofdstrekking van zijn vonnis verstaat4 ,toch is zelfs dit lang niet altoos het geval4 ,ge zult een heelen dag doorleven1 dat ge hoogstens en of twee malen gemerkt hebt3 ,de ,rechter sprak weer in mijn binnenste4 ,maar tegenover die enkele oogenblikken zullen er honderd andere overstaan1 waarbij ge niets van dien innerlijken ,getuige hebt bespeurd4 ,gaandeweg wordt dit er voor een zondaar zelfs niet beter op4 ,toen hij een jong kind was1 bloosde hij nog bij het minste kwaad4 ,en dat blozen was iets kostelijks2 want dat blozen komt daar vandaan1 dat de innerlijke ,getuige ons inwendig zoo sterk aangrijpt1 dat de schok ervan zich aan ons hart medeelt en uit ons hart het bloed naar het gelaat opdrijft4 ,maar op later leeftijd gebeurt dat zelden meer4 ,de sterkte van het innerlijk gehoor neemt af4 ,de gewoonte van zondigen maakt1 dat we dien ,getuige meestal niet meer hooren2 evenals ge het tikken van een klok1 die altoos in uw kamer staat1 op het laatst niet meer opmerkt4 ,zoo komt er verergering van het kwaad2 verharding van het hart2 verstomping van de conscientie2 en eindelijk komen er van die schriklijke toestanden1 waarvan de apostel zegt1 dat het lijkt of de conscientie met een brandijzer toegeschroeid is4 ,dan getuigt de ,getuige nog wel aldoor2 want die getuigt in elk menschenkind bij elke levensbeweging2 maar de verharde en aan zonde gewende zondaar hoort het niet meer4 ,ja1 wat meer zegt1 door het feitelijk bedrijven van zonde wordt op het oogenblik1 dat we zondigen1 de stem van dien ,getuige bijna geheel voor ons gesmoord4 ,schriklijke zondaars1 die in ontzettende misdaden gevallen zijn1 hebben het meer dan eens betuigd1 dat ze op het oogenblik zelf niet de minste weet van hun zonde hadden1 geheel gewetenloos en zonder hinder hun misdaad bedreven1 en dat daarna eerst1 als de ontspanning op de overspanning volgde1 de stem van den innerlijken ,getuige weer schriklijk hoorbaar werd4 99 99 99 99 99 ,toch komt er in dezen toestand een gansch wondere omkeering1 zoodra ,god de ,heilige ,geest in de ziel dringt1 haar tot zijn tempel kiest1 en het ,abba1 ,vader6 aan de diepte des gemoeds ontlokt4 ,dan licht de ,heilige ,geest het cataract van het oog en spreekt het ,effatha tot het doove en verstompte oor der ziel1 en opeens begint de geroepene met dusver ongekende kracht de stem van den innerlijken ,getuige weer te hooren4 ,doch nu heel anders4 ,nu niet meer over dit of dat1 maar nu over heel uw persoon1 heel uw bestaan1 heel uw aard en wezen2 en wonderbaar komt ge tot de vreeselijke overtuiging1 dat ge niet maar zonde deedt1 maar diep zondig en verzondigd tot in den wortel van uw wezen zijt1 en niets dan zonde doen kunt2 dn zelfs als ge dacht goed te doen4 ,door het ,woord werkt de ,geest dat4 ,die ,heilige ,geest1 die aan den innerlijken ,getuige een uitwendigen ,getuige toevoegde in het ,woord en nu door dat dubbele getuigenis u omverwerpt4 ,ja1 erger nog4 ,als de ,heilige ,geest1 door het zielsoor te openen1 u dan die veroordeelende stem van den uitwendigen en inwendigen ,getuige heeft doen hooren1 dan doet ,hij u ook bekennen1 dat er achter hetgeen gij van uw zonde begrijpt1 nog heel een veld van dingen1 en heel een afgrond van diepten ligt1 waarvan ge niets begrijpt4 ,als gij dan uitgehoord zijt en niet meer hooren kunt1 is die ,rechter toch nog niet uitgesproken4 ,op verre na niet4 ,en als uw hart niet meer kan1 dan kan ,god nog aldoor4 ,en ge merkt het3 ,god is meerder dan mijn hart1 en ,hij kent alle dingen4 ,er komt dan een inzicht in een eeuwige1 een besef van een oneindige schuld en doem4 ,en dan eerst komt het wegzinken1 het innerlijk verbrijzeld worden4 o1 ,god6 wees mij1 armen zondaar1 genadig6 99 99 99 99 99 ,daarom brengt het ,woord u veel verder dan de conscientie2 want de uitwendige ,getuige openbaart u een diepte van eeuwigen dood1 waaromtrent het getuigenis van den innerlijken ,getuige niet tot u doordrong4 ,maar toch1 al komt het dan uit het ,woord1 de innerlijke ,getuige geeft er toch in elk gegeven geval voor u het zegel aan4 ,en wie zonder den inwendigen ,getuige alleen het uitwendig getuigenis neemt1 wordt niet geraakt4 ,en op dat geraakt worden komt het toch aan4 ,want gij moet neergeworpen2 ge moet neergeslagen2 de afgod van uw ik moet in u verbrijzeld4 ,dagon moet vallen4 ,en die uitwerking heeft het uitwendig getuigenis zonder den innerlijken ,getuige nooit4 ,niet de innerlijke ,getuige zonder het ,woord4 ,dat kan evenmin4 ,neen1 eerst als die twee saamstemmen1 dan gaat de vonk in ons af1 en wordt ons hart in vlam gezet1 en brandt onze hoogheid tot assche4 ,en dan blijkt diezelfde ,god meerder dan ons hart ok in genade4 ,want wie zoo neergeworpen wierd1 die heeft geen hope meer4 ,voor dien is alles doem en oordeel1 stikdonkere nacht en duisternis en al het roepen van binnen is eeuwige dood6 ,maar ,god is meerder dan dat enkel verdoemende hart4 ,hij is lankmoedig en genadig en groot in ontfermingen4 ,en als dan de uitwendige ,getuige op den ,immanuel wijst1 en de innerlijke ,getuige predikt ons dien in zijn dierbaarheid1 dn1 maar ook dan eerst1 wordt de conscientie in ons goed4 ,goed1 zooals de heilige apostel het bedoelde1 toen hij schreef van het vragen om een goed geweten1 dat in ons roept naar ,god6 ,,tiende ,,zondag4 ,,in ,,vrede ,,nederliggen ,,en ,,slapen6 ,ik zal in vrede tezamen nederliggen en slapen3 want ,gij1 o ,heere6 alleen zult mij doen zeker wonen4 ,ps4 #d3i4 ,psalm en en twee vormen een inleiding op heel het boek der ,psalmen2 en de drie psalmen1 die dan volgen1 zijn ,morgen- en ,avondliederen4 ,psalm en heft dies aan met het3 ,welgelukzalig is de man1 die niet wandelt in den raad der goddeloozen1 en ,psalm twee sluit eveneens met een3 ,welgelukzalig zijn allen1 die op ,hem betrouwen4 ,zoo is alles in den ,psalmbundel schoon geordend4 ,eigenlijk zijn het vijf bundels in en bundel1 en zijn elk dezer bundels door een bijna gelijkluidend refrein van elkaar gescheiden4 ,zoo maken de eerste #da psalmen den eersten bundel uit1 en eer ge dan met het3 ,het hert schreeuwt naar de waterstroomen1 aan den tweeden bundel toekomt1 staat er het refrein tusschenin3 ,geloofd zij de ,heere1 de ,god ,israels1 van eeuwigheid en tot in eeuwigheid6 ,amen1 ja1 ,amen6 ,dan loopt de tweede bundel van ,psalm #db tot aan het lied van ,asaf 7,ps4 #gc71 en ook dan staat weer tusschen beide bundels het refrein3 ,geloofd zij de ,heere ,god1 de ,god ,israels1 enz4 ,amen1 ja1 ,amen6--met er bij3 ,de gebeden van ,david1 den zoon van ,isa1 hebben een einde4 ,van ,asaf op ,mozes gaat de derde bundel1 van ,psalm #gc-ij1 waar we aan het slot van ,psalm #hi wederom lezen3 ,geloofd zij de ,heere in eeuwigheid1 ,amen1 ja1 ,amen6 ,terwijl eindelijk de #d;e en #e;e bundel gescheiden worden door geheel hetzelfde refrein aan het slot van ,psalm #ajf3 ,geloofd zij de ,heere1 de ,god ,israels1 van eeuwigheid tot in eeuwigheid1 en al het volk zegge3 ,amen1 ,halleluja6 ,een lofverheffing1 die zich aan het slot van heel het boek der ,psalmen tot al de schepping uitbreidt1 als het in ,psalm #aej3f heet3 ,al wat adem heeft1 love den ,heere4 ,halleluja6 ,en naar even schoone orde nu bewegen zich ook de eerste psalmen1 die op de inleiding van de beide eerste psalmen volgen1 om den slaap4 ,in ,psalm #c3f heet het3 ,ik lag neder en sliep2 ik ontwaakte1 want de ,heere ondersteunde mij4 ,in ,psalm #d3i3 ,ik zal nederliggen en slapen1 want ,gij1 o1 ,heere6 alleen zult mij zeker doen wonen4 ,in ,psalm #e3d3 ,des morgens1 ,heere6 zult ,gij mijne stem hooren1 des morgens zal ik mij tot ,u schikken en wacht houden4 ,en in ,psalm #f3g3 ,ik doe mijn bed den ganschen nacht zwemmen2 ik doornat mijn bedstede met mijne tranen4 ,avond- en morgengedachten alzoo6 ,liederen voor wie zich te slapen legt1 en liederen voor wie van zijn bedstede verrijst4 ,en hetzij dat we slapen gaan1 hetzij dat we uit den slaap opwaken1 altoos het hart en de gedachten des harten nabij den ,heere1 wiens alleen de sterkte is4 99 99 99 99 99 ,voor een kind van ,god is de slaap iets wonderbaars4 ,als hij slapen gaat1 maakt ,god hem weg4 ,hij weet dan van zichzelven niet meer af4 ,hij sluit de oogen1 vergeet wat om hem is1 en werpt zich al slapende in de armen van zijn ,god1 dien ,wachter ,israels1 wiens oog nooit sluimert4 ,zoo wacht de ,heere elken avond zijn kind op1 en spreidt hem zijn leger1 en bedwelmt hem1 en waakt nu aan zijn sponde1 terwijl hij weg is en van niets af weet en slaapt4 ,eerst knielt het kind dan voor zijn ,vader1 die in de hemelen is1 neder4 ,hij zoekt en vindt ,hem bij die sponde1 waarop hij zich zal neerleggen1 en als hij zijn ,god dan aanspreekt1 dan is het1 of hij tot ,hem zegt3 ,zijt ,gij daar weder1 o1 mijn goede1 trouwe ,god6 om mij in de armen uwer trouw voor dezen nacht te besluiten8 ,en als het stil gebed dan is uitgestort1 en gedankt is voor al ,gods trouwe op dien langen dag1 en vergeving is gevonden in het bloed des ,lams voor al de zonden1 die dien dag bevlekt hebben1 dan klimt het vertrouwen in de ziel weer op1 en bij het3 ,amen1 ja1 ,amen1 ,hallelujah6 voelt hij zich door zijn ,god als opgenomen1 en op zijn sponde neergelegd4 ,ik lag neder en sliep1 want de ,heere ondersteunde mij6 is dan zijn zalige bevinding4 ,en met ,god bij zijn ziel en zijn ziele met zijn ,god vereenigd1 sluimert hij zacht in de ruste des slaaps4 ,het is zoo1 er zijn ook onrustige nachten4 ,david kende ook den angstkreet3 ,ik sliep1 maar mijn hart waakte4 ,hij wist ook van nachten1 dat de slaap van zijn oogen week1 en de bitterste tranen zijn oog bevochtigden4 ,maar juist bij de schaduw dier bange en in angst doorworstelde nachten komt het zoete en schoone der gewone nachten te heerlijker uit4 ,en immers de goede nachten1 dat ,god de ,heere achter zijn kind toesluit1 en hem dekt met de vleugelen zijner liefde1 en hem zaliglijk met zijn hoede omringt1 ze zijn altoos nog tien tegen en nacht in onrust doorgebracht4 ,en het einde ook van al de nachten1 die we in ons korte leven doorbrachten1 is lof en eere en prijs voor dien ,vader in de hemelen1 die ook in onze nachten1 ook in onze sluimeringen1 ook om onze legerstede groot en heerlijk is6 99 99 99 99 99 ,de slaap is zulk een diep mysterie2 want gij kunt niet slapen1 tenzij ,god de ,heere u doet slapen4 ,neem er de proef slechts van4 ,ge kunt1 ja1 gaan nederliggen2 ge kunt u schikken tot den slaap2 ge kunt met veel zelfbedwang en zelfbeheersching uw leden stilhouden2 maar uzelven den slaap geven kunt ge niet4 ,en als het ,gode niet belieft dezen engel der nachten over u te brengen1 dan waakt ge ng1 als het daglicht rijst1 en al uw gewaande rust heeft u afgemat instede van versterkt4 ,het is zoo wonderbaar4 ,in uw slaap zijt ge een machtelooze4 ,soms gaat de slaap zoo diep1 dat men uw slaapvertrek zou kunnen leeghalen1 zonder dat gij het bespeurdet4 ,en om in die machteloosheid van den slaap weg te zinken1 zijt ge toch weer onmachtig1 tenzij ,god de ,heere u de macht van uw dagbewustzijn ontneemt4 ,machteloos wordt ge in den slaap1 maar juist om in dien slaap met nieuwe kracht bekleed te worden4 ,een sterven bij den dag1 om elken morgen in nieuwe kracht op te staan4 ,zoolang gijzelf1 bij vollen dag1 uw lichaam hanteert1 kunt ge niet anders dan het vermoeien1 uitputten en in kracht doen dalen4 ,en eerst als ge uw lichaam door den slaap uit uw hand in ,gods hand laat overgaan1 houdt die uitputting en afmatting op1 en ,god de ,heere neemt uw lichaam in de hand zijner almogendheid1 om het te verfrisschen1 te verkwikken1 en weer voor een langen dag met levenswarmte en levenskracht te bezielen4 ,in den nacht1 als alles slaapt1 is ,god de ,heere in uw huis de machtige ,werker1 die op al die bedsteden1 in al die kribben1 en tot in de wieg toe als uw ,god en uw ,schepper herschept1 wat teloorging door het leven des daags4 o1 ,wat merkt ge die wondere kracht van uw ,god niet soms bij uw kranken6 ,dan was er dagenlang getobd en gebeden en geworsteld2 en alle middel aangewend1 en alle medicijn beproefd4 ,maar niets baatte4 ,aldoor nam uw kranke af4 ,tot het eindelijk ,god beliefde een stillen1 diepen slaap over het oog en over het bewustzijn van uw zieke te brengen4 ,en hoe deed die ene slaap dan niet wonderen6 ,duizendwerf meer dan alle medicijn1 door menschenhand bereid4 ,ja1 hoe dagteekende niet veeltijds van dien enen diepen slaap de voortgang tot volkomen genezing6 99 99 99 99 99 ,en zou die wondere slaap dan enkel voor uw lichaam zijn8 ,maar ge weet immers beter4 ,het kind1 dat 's avonds voor zijn school niet meer werken kon zoo moe als het was1 kan 's morgens weer vlug en helder leeren4 ,de denker1 die zich 's avonds mo had gepeinsd1 kon na gezonden slaap in den morgen weer met frissche kracht zijn denkarbeid opvatten4 ,en sterker nog1 als ge in moeilijke levensomstandigheden des avonds met het matte hart geen raad meer wist1 hoe dikwijls heeft ,god de ,heere u dan in den slaap dat matte hart gesterkt1 zo gesterkt1 dat ge 's morgens weer wilskracht hadt om te besluiten en helderheid om de juiste keuze te doen6 ,en zou die innerlijke verfrissching ook niet tot uw ziel doorgaan8 o1 ,we weten het wel1 hetgeen de psalmist zegt3 ,hij geeft het zijnen beminden als in den slaap1 heeft in dat lied een andere beduidenis1 maar als ge inslaapt met de bede3 ,geef mij heilige gedachten en wees in den droom mijn lust6 dan mag dat naar de mystiek der ,hernhutters onjuist zijn uitgedrukt1 maar deze waarheid was er dan toch in1 dat ge ook voor den nacht iets van uw ,god voor uw ziel dorst hopen4 ,en zou de ,heere dan ook die zeven acht uur van den slaap1 als uw ziel rust en al uw denken niets heeft in te brengen1 en uw booze opwellingen zwakker zijn1 niet ook met genade het hart van zijn kinderen sterken1 en geloofswerkingen bereiden voor den geloofsstrijd1 die straks in den morgen hen weer wacht8 99 99 99 99 99 ,haast zou het de vraag zijn1 in welk deel van ons leven we het meest voor de eeuwigheid worden voorbereid1 op den klaren dag1 als alles ons aftrekt1 en als onze geesteskrachten in de wereld uitloopen1 of wel in den stillen nacht1 als niets ons afleidt1 en al onze zielskrachten in ons teruggetrokken zijn en in ons worden opgesloten4 ,want dt is het eigenlijk3 ,gij ligt op uw legerstede en slaapt1 maar dan slaapt er nog iets anders in u1 en uw ziel rust in uw binnenste1 gelijk gij op uw sponde rust4 ,sommigen1 dit ontkennen we niet1 hebben ook ontmoetingen des ,geestes bij vollen1 klaren dag2 maar toch dit zijn zeldzaamheden4 ,en hoe schoon1 hoe lieflijk is dan de gedachte niet1 dat ,god de ,heere elken nacht zijn beminden opzoekt1 om1 als hun wezen in hun binnenste sluimert1 dat sluimerend wezen te overkomen met reinigende en sterkende genadegaven4 ,dit althans merken ,gods kinderen wel zeker1 hoe ,god de ,heere hen in dien slaap voor de eeuwigheid bereidt4 ,in de morgenuren wordt veel minder gezondigd dan in de avonduren4 ,laat hier maar de herinnering uit eens iegelijks leven getuigen4 's ,morgens is er meer reinheid over u uitgegoten1 in de avonduren kleeft er te veel stof der wereld aan u4 ,ook dit nog4 ,uw slapen gaan is een voorbereiding1 om eens den slaap des doods met stil vertrouwen tegen te gaan2 een prediking van de opstanding1 die komt4 ,of gaat ook tot u niet soms een prediking uit1 als uw ,god bij uw inslapen u indachtig maakt3 ,zoo omvang ,ik u eens in mijn armen1 als ge den slaap des grafs gaat sluimeren1 en straks bij uw ontwaken tot uw ziel zegt3 ,zoudt ge aan ,mij dan ook in uw doodsslaap u niet toevertrouwen2 zie1 ,ik1 uw ,god1 bracht u immers terug in het heerlijkst licht8 ,,elfde ,,zondag4 ,,de ,,bokken ,,van ,,de ,,schapen4 ,en voor ,hem zullen al de volken vergaderd worden1 en ,hij zal ze van elkander scheiden1 gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt4 ,matth4 #be3cb4 ,er komt een dag des oordeels4 ,ons natuurlijk besef wil daar wel niet aan1 en daarom stelt men zich dat vaag en zwevend voor1 alsof er eigenlijk geen oordeelsdag komende was4 ,maar al ons phantaseeren vermag niets tegen het stellige zeggen van den ,christus3 ,alsdan zal de ,zoon des menschen zitten op den troon zijner heerlijkheid1 en voor ,hem zullen alle volken vergaderd worden1 en ,hij zal ze van elkander scheiden1 gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt4 ,zweef er dus niet omheen1 zwerf er niet met uw gedachten van af1 maar bid veelmeer om een luisterend oor1 als ,jezus van dien dag des oordeels spreekt4 ,alleen een geestelijk oor kan het verstaan4 ,ook hier wordt het beeld van den herder volgehouden1 en al de geslachten der menschenkinderen zijn voor dien van ,god bestelden ,herder als en groote kudde4 ,maar die kudde is gemengd4 ,er zijn een gansch groote menigte schapen1 maar ook een gansch heir van bokken in die kudde4 ,lees wat er staat4 ,jezus zegt niet3 schapen en rammen1 maar schapen en bokken4 ,en bokken zijn wat iedere jongen eronder verstaat1 niet rammen1 maar geitebokken4 ,in ons land vat men dat zoo niet2 maar in een land van bergen als waarin n de ,heere n zijn profeten omwandelden1 vat ieder dat4 ,want in een land van bergen komt men telkens groote kudden tegen1 eenerzijds van schapen en anderzijds van geiten4 ,die grazen dan bij elkaar en trekken saam uit1 de heuvelen en bergen langs4 ,maar als de herder met zijn dubbele kudde huiswaarts is gekeerd1 dan gaat het niet in en kooi1 maar moet voor de deur der kooi de kudde gesplitst worden1 en gaan de schapen door het eene hek binnen en de geiten door het andere4 ,en zoo nu1 zegt de ,heere1 zal het eens ook in den dag des oordeels zijn4 ,lang1 eeuwenlang zullen de kinderen der menschen bij elkaar weiden en met elkander op den weg zijn4 ,maar eens komt het einde4 ,en dan trekt alles huiswaarts4 ,en bij de eeuwige woningen aangekomen1 gaat het dan in tween uiteen4 ,de schapen rechts1 de bokken links4 ,en de eeuwigheid zal ingaan4 99 99 99 99 99 ,waarop doelt dit onderscheid8 ,stellig niet1 althans niet enkel1 op het verschil tusschen het vrouwelijk en het manlijk geslacht4 ,zo staan schapen en bokken niet tegenover elkander4 ,wie van een kudde schapen spreekt1 bedoelt niet alleen de wijfjes1 maar de rammen er bij4 ,daarentegen wordt van het ander deel der kudde wel terdege het manlijk soort1 de bok1 als aanduiding van het soort gebezigd4 ,en ongetwijfeld moet op die tegenstelling gelet4 ,wie ooit zulk een kudde schapen met een kudde geiten en bokken onder elkaar grazen zag1 vat die tegenstelling dan ook met een oogwenk4 ,in die weidende schapen is stilheid1 is zachtheid1 is volgzaamheid1 is een toon van ernst4 ,langzaam bewegen ze zich voort of liggen rustig bij de beke neder4 ,en zulk een kudde van grazende of herkauwende schapen geeft u het toonbeeld van rust en aanhankelijkheid en ernst in het gemoed4 ,maar heel anders is het met de kudde geiten en bokken4 ,die springen en stoeien en spelen eindeloos4 ,ze steigeren op de achterpooten1 en hebben er lust in1 om met de hoornen te stooten4 ,en in de vlugge1 sierlijke wijs1 waarop ze half steigerend den gehoornden kop ombuigen1 om in het neervallen den stoot toe te brengen1 geven ze u het toonbeeld van speelschheid1 van trots en ijdelheid tegelijk4 ,het is zoo1 ook onder de schapen ziet men soms een verwoed stooten tegen elkaar in1 en soms kunnen ook de geiten en bokken vredig saam neerliggen2 maar als ge naar aard en karakter de twee uiteenhoudt1 is het verschil toch sprekend en in het oog loopend4 ,in die eene kudde stilheid1 zachtmoedigheid en ernst4 ,die andere woelig1 trotsch en speelsch4 ,de tegenstelling is in de natuur zelve1 o1 zoo scherp en duidelijk geteekend4 99 99 99 99 99 ,en zoo zullen dan eens voor den ,zoon des menschen1 en op zijn woord1 de kinderen en geslachten der menschen uiteengaan4 ,eenerzijds die allen1 die1 o1 zoo speelsch en guitig het leven doorsprongen4 ,die woelige1 drukke1 rustelooze menigte4 ,die altoos de hoornen op den kop gereed hadden1 om van zich af te stooten1 en altoos steigerden in hun ijdelheid en trots4 ,en anderzijds die anderen1 onder wie ook dat stooten en woelen wel voorkwam1 maar als uitzondering1 en die in den regel stil en ernstig huns weegs gingen2 en vrede op het gelaat vertoonden2 en iets bleken te beseffen van den ernst des levens4 ,lieden1 die zich stooten lieten en zachtmoedig bleven4 ,voor zich uitgaande1 gelijk schapen achter den herder gaan4 ,en nu weet ik wel1 dat zulk een spelende1 steigerende1 stootende bok veel aardiger schijnt en ons natuurlijk gevoel meer toespreekt2 en ook wel1 dat een schaap te zijn1 in het oor der wereld een klank van verachting heeft4 ,zoo dom en zoo onnoozel1 zoo sulachtig1 dat men er alles me doen kan6 ,maar ik weet ook1 dat dit in ,gods heilig ,woord gansch anders uitkomt4 ,daar heeten de bokken die fiere1 trotsche1 speelsche koningen en machtigen1 die in onderdrukking lust hadden4 ,al de bokken der aarde1 zooals ze in ,jesaja #ad heeten4 ,terwijl omgekeerd die ,ene1 die ,heilige1 die ,immanuel1 die ,trooster onzer ziele1 niet als een bok komt met hoornen van macht1 maar als een ,lam1 dat de zonde der wereld wegneemt1 en als een ,schaap1 dat stom is voor dien1 die het scheert4 ,tegen de bokken staat de ,heilige ,geest in het ,woord1 om hun overmoed1 om hun kwaadheid1 om hun speelschheid1 altoos over2 maar schaap te zijn is naar de ingeving des ,heiligen ,geestes het hoogste4 ,schapen zijner weide1 schapen van den eenigen ,herder1 schapen1 die de stem van den goeden ,herder kennen4 ,en terwijl de bokken worden uitgeroeid1 is het voor de schapen zijner weide1 dat die ,herder zijn leven stelt4 ,en de ,vader zelf strekt de hand zijner eeuwige ontferming uit en hoedt ze1 en niemand kan ze rukken1 de wolf niet en ,satan niet1 uit de hand van den ,vader4 99 99 99 99 99 ,en daarom daal toch een iegelijk in uw hart1 in de diepte van uw wezen in1 en doorzoek en onderzoek1 aan welke dier beide dierennaturen ge het meest gelijk zijt4 ,aan den stootigen1 speelschen1 woeligen bok1 of aan het stille1 zachtmoedige1 rustige lam6 ,niet naar uw temperament vraagt de ,heere daarbij2 niet naar uw inborst en aanleg4 ,de ,heere1 die te ,kana wijn voor de bruiloft schonk1 veroordeelt de vreugde en vroolijkheid des harten niet4 ,humor vloeide vaak van zijn eigen lippen4 ,er is een tijd van weenen1 o1 gewisselijk2 maar met nadruk stelt de ,schrift er een tijd om te lachen naast4 ,neen1 de vraag gaat veel dieper en dringt tot den wortel van uw wezen door4 ,en daar1 in dien wortel1 is een ieder een bok1 een speelsche1 woelige1 stootige bok van nature4 ,dat is der zonde aard en de speling van het verderf in ons4 ,en zo diep wortelt die booze aard in ons gemoed1 dat niemand van nature den vrede1 den ernst1 de zachtmoedigheid van het lam bezit1 tenzij dan dat het ,lam van ,god tot hem zij gekomen en in zijn ziele geopenbaard zij4 ,alleen wie den beelde van den ,zoon van ,god1 d4 i4 aan het ,lam1 dat de zonde der wereld droeg1 gelijk wierd gemaakt1 zoo niet in voleinding dan toch in beginsel1 is bij de kudde der schapen geteld en gaat achter den goeden ,herder aan4 ,de schapen in den dag des oordeels zullen alleen zij zijn1 die het beeld van het ,lam ,gods vertoonen1 en al de anderen gaan als bokken terzij4 ,hoor het maar aan de uitkomst4 ,tot die ter rechterzijde is het3 ,ik1 uw ,jezus1 ben naakt geweest en hongerig in mijn armen1 en voorzooveel gij mijn armen gekleed hebt en gevoed1 hebt ge ,mij beschut voor de koude en voor den honger behoed6 ,tot de armen van den ,heere ,jezus en tot zijn hongerigen voelden ze zich aangetrokken1 en toch1 ze dachten er niet bij3 ,dat heb ik nu voor den ,heere ,jezus gedaan4 ,neen1 stil1 zonder vertoon1 zonder inbeelding van hun goede werken zijn ze het ,lam ,gods nagewandeld4 ,maar daarom juist is hun stille ernst en hun teedere zachtmoedigheid ter gedachtenisse voor ,god opgeklommen1 en in den dag des oordeels1 dan zal 't de ,zoon des menschen toonen1 dat ,hij het zag en van elk schaap zijner kudde weet4 ,,twaalfde ,,zondag4 ,,door ,,zijns ,,zelfs ,,offerande4 ,om de zonde teniet te doen door zijns zelfs offerande4 ,hebr4 #i3bf;b4 ,offerande is de diepste gedachte1 waarop heel ,gods schepping doelt4 ,alle creatuur1 dat ,god schiep1 schiep ,hij om zichzelfs wil4 ,om het zelf te bezitten2 om het geheel ten eigendom te hebben2 om allen geur en bloesem ervan te genieten2 om er alle eer en glorie van in te drinken2 om uit dit creatuur1 als uit zijner eigen handen werk1 de echo te beluisteren van zijn eigen stem1 de warmte op te vangen van zijn eigen ,goddelijk leven2 ja1 om het in zoo volstrekten zin alleen voor zichzelven1 als ,god1 te hebben1 dat er niets in dat creatuur was1 dat niet verteerd wierd door zucht en dorst naar ,hem4 ,dit nu is de offerande4 ,als de ,heere tot u zegt3 ,mij zult gij liefhebben met heel uw hart en heel uw ziel en heel uw verstand en al uw krachten1 dan vergt uw ,god van u niets minder1 dan dat gij uzelven1 met heel uw persoon en heel uw wezen1 op zijn altaar zult nederleggen1 om door de vuurvonk des ,heiligen ,geestes ,hem tot een liefelijke reuke te worden verteerd4 ,alle schepsel1 dat niet in dien volsten zin1 een offerande voor zijn ,god is1 verkeert daardoor in een toestand van zonde4 ,hij rooft en ontsteelt aan zijn ,god een deel der offerande1 die ,hem toekomt4 ,al onze zonde1 al onze boosheid schuilt juist daarin1 dat onze wereld1 dat ons geslacht1 dat ons land1 dat onze stad of ons dorp1 dat ons huis of ons kind of onze eigen persoon weigert een offerande voor den ,heere onzen ,god te zijn4 ,slechts in zooverre wijkt de zonde1 als er door genade weer willigheid tot offerande onder ons en in ons geboren wordt4 ,en dit zal eens de triomf van ,gods glorie zijn1 dat de doorluchte dag wel toeft1 maar nochtans gewisselijk komt1 waarin ,god de ,heere het rijk zijner heerlijkheid hebben zal in een schare1 die niemand tellen kan1 die van den eerste tot den laatste toe niets meer zullen willen noch anders kunnen zijn1 dan ene offerande ,gode in heel hun wezen en bestaan4 99 99 99 99 99 ,de offerande van ram of var verzinbeeldde dit wel1 maar was het niet4 ,hoe kon het ook8 ,of als een man in ,juda honderd schapen had1 en hij offerde ,gode en zijner rammen1 was dat ,gode zijn eere geven8 ,was het dan enkel die ene ram1 waarop ,god recht had1 of was het niet al zijn bezitting1 of niet veel meer om hemzelf1 om zijn hart1 om zijn persoon8 ,ja1 zelfs dien enen ram1 had ,god hem dien gegeven1 om tot asch verbrand te worden1 of niet veelmeer om voor hem te leven als zijn dier8 ,dat kon dus niet anders dan zinbeeld zijn4 ,of zou ,god dorsten naar bokkenbloed8 ,zou de reuk van een verbranden var ,hem welriekend zijn geweest8 ,alsof niet alle dieren des velds zijns waren1 het wild op duizend bergen8 ,maar hoe doelloos en volstrekt waardeloos het verbranden van var of ram ook op zichzelf voor ,god was1 als daad van gehoorzaamheid1 als sprekend zinbeeld1 als afschaduwing van de ene1 ware offerande1 die er zijn moest1 maar door de zonde was weggenomen1 ja1 dan had dat outervuur op ,sion hoogheilige beteekenis4 ,dan sprak er in dat dier1 welks bloed vergoten wierd1 een schriklijk oordeel over het leven der wereld4 ,dan ging er in dat bloed1 dat vergoten wierd1 een machtige prediking tot heel ,israel uit4 ,dan lag er in het feit1 dat ,god zulk een dierenoffer zelf had willen instellen1 een profetie1 dat eens de ware offerande terug zou keeren4 ,ja1 dan blonk er in dat offerdier1 dat in rook en walm opging1 genade voor genade over het arme kind van ,god1 dat zelf een offerande zijn moest1 maar geen offerande meer zijn kon4 99 99 99 99 99 ,en nu komt de ,hoogepriester onzer belijdenis en spreekt3 ,zie1 ,heere6 ,ik kom om uwen wil te doen2 slachtoffer en brandoffer hebt ,gij niet begeerd1 maar ,mij hebt ,gij het oor doorboord6 ,en wat nu verklaart ,messias hierme anders1 dan dat ,hij weer een offerande ,gode wil zijn8 ,wat anders1 dan dat ,hij ,gode wou doen toekomen1 niet maar iets van zijn schepsel1 maar heel zijn schepsel8 ,dat ,hij de ordinantie herstellen zal1 die de zonde aan flarden reet8 ,en dat1 waar ,god niets van zijn schepsel vraagt dan dit ene1 dat het ,hem een offerande zijn zal1 en toch alle schepsel die offerande ,gode onthield1 ,hij1 onze ,messias1 dit recht zijns ,gods herstellen1 het een en al ,hem weer toewijden1 geheel en onverdeeld ,hem1 zijn ,god1 toebehooren1 en alzoo ,gode een welriekende reuke zijn wil en zijn zal8 ,dit is zijns zelfs offerande4 ,niet in zinbeeld1 maar in werkelijkheid4 ,niet langer een var uit stal of kooi1 maar zichzelven4 ,het schepsel in eigen persoon en wezen1 gelijk de ,schepper het vroeg4 ,want wel kan de ,zoon naar zijn eeuwige ,godheid nooit anders dan ,god zijn1 maar zijn menschelijke natuur was creatuurlijk4 ,en die zei ,hij zijn ,god toe2 en die legde ,hij op het altaar des ,heeren2 die heeft ,hij ter offerande ,gode en zijnen ,vader gewijd4 ,waar alles op aarde riep3 ,hoe zal ik mijzelven handhaven1 hoe zal ik mijzelven bezitten en mijzelven toebehooren8--en juist in dat schijnbaar manmoedige woord het vermetelst de eere van zijn ,god aanrandde1 daar komt over de lippen van ,messias het eerste zoete woord voor ,god3 ,zie3 ,ik kom om uwen wil te doen1 ,u en niet ,mijzelven toe te behooren4 o1 ,god1 neem mijn zelfsofferande aan6 99 99 99 99 99 ,er was dus zelfsofferande in ,messias ook vor en buiten ,golgotha4 ,reeds daarin1 dat ,hij de vleeschwording aan had gewild4 ,daarin1 dat ,hij1 vleesch geworden1 ,satans aanbod afsloeg en den diepen weg van bloed en tranen koos4 ,daarin ook1 dat al zijn spijze was ,gods wil te doen4 ,daarin niet het minst1 dat ,hij ,gods wil deed1 waar niemand dien deed2 en alzoo tegen den prikkel der verleiding1 die in aller anderer boos voorbeeld lag1 in4 ,maar toch1 hierbij kon het niet blijven4 ,hij had onze natuur aangenomen2 en deze onze natuur hadden wij onder het oordeel des doods gebracht4 ,zoo kon er dan geen zelfsofferande zijn1 of de offerende moest tot in die natuur zelf doorgaan4 ,het brandoffer1 dat op ,sion geheel verteerd wierd1 wenkte als heilige roeping4 ,zooals die var in den dood ging1 zoo moest ook ,hij tot in en door de poorte des doods zijn zelfsofferande ,gode toebrengen2 en zooals het bloed van dien var vergoten en geplengd wierd1 zoo ook moest zijn bloed vloeien en gesprengd worden op al zijn volk1 zou de zelfsofferande van ,messias volkomen zijn4 ,en toch is ,hij niet achterwaarts geweken1 maar heeft uit liefde voor zijn ,god en uit liefde voor ,gods volk ook dat dal der schaduwen des doods al de dagen zijns levens doorwandeld1 en is1 toen het einde van zijn einde gekomen was1 van die schaduwen des doods tot den dood zelf ingegaan1 en altoos roepende3 ,zie1 ,ik kom om uwen wil te doen6 is ,hij door dien dood doorgedrongen tot achter het voorhangsel1 in het heilige der heiligen van zijn ,god6 ,geen ander kon dat4 ,elk zondaar zou op dien weg neergestort en bezweken zijn1 nog eer de helft van den bitteren1 bangen weg was voleind4 ,maar ,hem ondersteunde zijn vlekkelooze onnoozelheid2 ,hem droeg de verborgen glorie zijner ,godheid2 ,hem drong en lokte het eeuwig raadsbesluit4 ,zoo worstelde ,hij1 en overwon1 en de ,heere rook den welriekenden reuk van zijns zelfs offerande1 en in die reuke der eeuwige liefde was het welbehagen van zijn ,god4 99 99 99 99 99 ,en is nu dit het mysterie1 dat wij ,hem1 onzen ,heiland1 in deze zelfsofferande volgen1 en alzoo voor ,god bestaan8 ,och1 ware dit zoo1 wiens hart zou hem niet aanklagen1 wiens geloof niet zijn oordeel zijn8 ,neen1 maar dit is het wondere geheim1 dat ,hij1 onze ,messias1 dank zij deze zelfsofferande en ,goddelijke almacht1 de liefde bezit1 om op u te werken1 u te trekken1 en u met koorden aan de hoornen van het altaar uws ,gods te binden4 ,zoo maakt ,hij en niet gij uzelven ter offerande4 ,en ,hij doet dit1 door u in de gemeenschap zijns lichaams in te lijven4 ,u in zichzelven voor ,god te stellen4 ,dat de ,heere u niet in uzelven1 maar in ,hem aanziet4 ,ja1 meer nog4 ,wat nu nog in ,hem verborgen is1 dat werkt de almacht zijner ,goddelijke liefde eens ook persoonlijk in u uit4 ,nu reeds in aanvang en ten teeken en u tot troost1 als er reeds hier in en door u geofferd wordt1 wat uw boos hart nog zoo gaarne aan uw ,god ontstal4 ,maar eens veel heerlijker nog1 als uw ,messias in uw sterven u afsnijdt van uw eigen levenswortel1 en u in hemelsche glorie op den wortel zijner zelfsofferande zal doen bloeien4 ,en dan daarboven in zijn toekomst eens en schare van priesters en priesteressen ,gode en den ,vader1 bij wie alle eigen zin en eigen liefde wegviel1 en door wie dag en nacht in zijn tempel slechts ene offerande gebracht wordt1 het offer van heel hun aanzijn1 van al hun liefde1 van gansch hun bestaan4 ,,dertiende ,,zondag4 ,,als ,,een ,,lam ,,ter ,,slachting ,,geleid6 ,als dezelve geischt werd1 toen werd ,hij verdrukt3 doch ,hij deed zijnen mond niet open3 als een lam werd ,hij ter slachting geleid1 en als een schaap1 dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders1 alzoo deed ,hij zijnen mond niet open4 ,jes4 #ec3g4 ,er ligt in al ,gods schepselen1 ook in het dieren- en plantenrijk1 een heerlijke symboliek1 waarvan de rijke beteekenis ons slechts een enkel maal door de ,schrift ontsluierd wordt4 ,een symboliek in het tarwegraan1 dat in de aarde valt en sterft1 en in den wijnstok1 die in zijn ranken vrucht draagt4 ,en zoo ook een symboliek in de duive1 die neerzijgt op haar vleugelen1 en in het lam1 dat wel vroolijk blaat1 als het ter weide wordt uitgeleid1 maar stom is voor wie het slacht of scheert4 ,heilig is ons die symboliek1 omdat ze kleeft aan de gestalte en de verschijning van ,hem1 die ons met zijn bloed gekocht heeft4 ,hij dat ,tarwegraan1 dat sterven moet om niet alleen te blijven2 ,hij die ,wijnstok1 die al zijn ranken het levenssap toevoert2 op hem die ,duive neergedaald1 opdat ,hij vervuld zou worden met den ,heiligen ,geest zonder mate1 en zoo bovenal1 ,hij1 onze ,jezus1 dat ,lam1 dat ter slachting gaat1 het ,lam1 dat de zonden der wereld draagt1 het ,lam1 dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders4 ,en zoo was het lijden van den ,man van smarten4 ,niet in dien letterlijken zin1 alsof ,hij al de uren zijns lijdens geen woord zou gesproken hebben4 ,dat ondervond ,judas anders in den hof1 toen de ,heere hem door zijn booze ziel sneed met zijn schriklijk woord4 ,dat is anders door ,kajafas ervaren1 toen de ,heere hem profeteerde van den ,zoon des menschen1 die op de wolken komen zou4 ,dat overkwam ,pilatus heel anders1 toen ,jezus hem de holheid en de leegheid toonde van zijn sceptischen waarheidszin4 ,neen1 in dien zin was ,jezus onder zijn lijden niet stom4 ,eer sprak ,hij betrekkelijk veel4 ,tot zelfs van zijn kruis zeven malen4 ,nog vlak eer ,hij sterven ging3 ,vader1 in uwe handen beveel ,ik mijnen geest4 99 99 99 99 99 ,neen1 de stemmeloosheid van het ,lam ligt in het inhouden van den kreet van verzet tegen het lijden4 ,er ligt in den kreet1 waarme het gevoelige schepsel tegen het lijden inschreeuwt1 een middel van verweer4 ,zoo schreit het kind in de wieg1 als het pijn heeft4 ,zoo gilt het kind op straat1 als het leed ervaart4 ,zoo is een gil van verzet op ieders lippen1 als hij gewelddadig aangerand of door schrik vervaard wordt4 ,en zoo krijt en kreunt en gilt en schreeuwt ook het dier1 als het geslagen wordt of pijn voelt4 ,en als zich straks bij dien kreet het verzet van den weerstand voegt en het getergde dier op zijn plager aanvalt1 dan is dat geschreeuw en die woede en4 ,het is de zin1 om niet te willen lijden1 maar tegen pijn en leed in te gaan4 ,en zonder nu staande te houden1 dat een lam nooit kreunt en zich nooit verzet1 maakt toch het lam meer dan eenig dier op ons den indruk1 van zich hulpeloos en weerloos aan zijn leed over te geven4 ,heel dat dier is er op geschapen4 ,weerloosheid is zijn uitdrukking4 ,en vooral als het sterven gaat1 wekt het lam uw deernis op4 ,een lam te slachten vergt meer overwinning van uw zelfgevoel dan het slachten van een var of os4 ,en in dien algemeenen zin nu moet ge ook die beeldspraak van het ,lam in zijn toepassing op ,jezus verstaan4 ,hij verzet zich niet4 ,hij scheldt niet weder1 als men ,hem scheldt4 ,als men ,hem sart en lastert1 bidt ,hij voor zijn vijanden4 ,den drinkbeker1 dien ,hem de ,vader gegeven heeft1 drinkt ,hij met volkomen zelfbeheersching1 en dien willende drinken1 tot den laatsten druppel leeg4 99 99 99 99 99 ,en dit nu is de diepe doorgronding van het mysterie des lijdens4 ,er is ook lijden1 dat bestemd is om onze veerkracht te prikkelen4 ,de doornen en distelen der aarde prikkelen ,adam1 om in het zweet zijns aanschijns zijn brood te zoeken4 ,de brullende leeuw1 die op den mensch toespringt1 prikkelt zijn manlijke kracht1 om te worstelen om levensbehoud4 ,de storm1 die losbrak over de wateren1 prikkelt den zeeman1 om met mannenmoed tegen den orkaan in te worstelen4 ,allerlei ziekte en kwaal prikkelt 's menschen vindingrijkheid1 om genezing te ontlokken aan het kruid der aarde4 ,kortom1 allerlei leed en gevaar1 dat ons bedreigt1 is niet bestemd1 om er ons onder te doen verkeeren als het lam1 maar om er met mannenmoed en menschelijke wilskracht den strijd tegen op te nemen4 ,maar dit is slechts de bast en niet de kern1 niet het pit van het mysterie des lijdens4 ,ook buiten het lijden1 dat ons door de natuur overkomt1 is er een lijden1 dat van mensch op mensch loert1 en in de menschelijke boosheid het venijn1 dat ,satan naar ons spuwt1 voelbaar maakt4 ,er is bang verdriet1 dat moet doorworsteld2 wreede teleurstelling1 waaronder het menschenhart te zwoegen heeft2 schriklijke weedom des harten1 waaronder de matte ziel heeft weg te zinken4 ,en dan is er heel dat heirleger van opzettelijke kwelling in laster1 hoon en krenking2 straks in het spuwen op iemands gelaat1 en voortgaande tot in het aangrijpen van het lichaam1 met allerlei geeseling en kwelling tot in den dood1 ja1 in den dood des kruises4 ,en als ware het nog niet genoeg1 dat alles nog verergerd door lastering en kruis saam te voegen1 en den armen mensch onschuldig te doemen1 en als onschuldig gedoemde over te leveren aan aller verachting en hoon6 ,dat is het eigenlijke1 dat het de ziel gansch ontroerende lijden4 ,een lijden1 dat ons prikkelt1 maar in zijn prikkeling de ziel vergiftigt1 en u prikkelt niet tot mannenmoed en oefening van wilskracht1 maar tot weerwraak1 bitterheid en haat4 ,en nu is hier de proef4 ,oefent het lijden op u die prikkeling en laat ge die prikkeling doorwerken1 zoo brengt het u geheel ten onder4 ,maar ook1 weet ge die prikkeling van ,satans venijn te weerstaan en1 weerloos als het lam1 zulk lijden over u te laten komen1 dan triomfeert ge4 99 99 99 99 99 ,het allerdiepste pit van dit lijden nu heeft ,jezus en ,jezus alleen in al zijn bitterheid gesmaakt4 ,niet1 omdat er niet wel menschen zijn1 die men erger gemarteld heeft4 o1 ,tal van martelaren en martelaressen hebben veel schrikkelijker barbaarschheden geleden4 ,vooral in ,japan leden de ,christenen zoo ontzettend4 ,maar merk er wel op1 de bitterheid van dit lijden neemt toe1 niet zoozeer naar evenredigheid van de verscherpte marteling1 maar naar gelang van de zielskwelling4 ,het is het onschuldig lijden1 dat hier het vlijmen verdiept4 ,en hierom kon alleen ,jezus dit lijden peilen in al zijn ontzettende diepte4 ,wij lijden nooit onschuldig4 ,in aller zonde ligt onze eigen zonde ingeweven4 ,de boosheid1 die tegen ons losbreekt1 is onze eigen boosheid1 ons beloerend en belagend uit anderer hart4 ,het is de algemeene haat1 die uit de zonde opkomt1 en waarin we allen verwikkeld zijn4 ,maar hier was de reine1 de heilige1 de onzondige1 de schuldelooze4 ,hij1 die aan niets deel had4 ,in niet een enkele wortelvezel van de zonde met de vezelen van zijn eigen hart verwikkeld lag4 ,hij1 die geen haat ooit anders dan tegen ,satan gekend heeft4 ,de vleeschgeworden ,liefde zelve4 ,hierin en hierin alleen moet de onvergelijkbre diepte van het lijden des ,heeren gezocht worden4 ,alle andere vergelijking voert niet tot het doel4 ,alleen zo staat zijn lijden eenig onder alle lijden in al de lijdenshistorin der menschheid4 ,zoo alleen is ,hij de ,man van smarten4 ,man van smarten1 omdat ,hij en ,hij alleen waarlijk de ,knecht ,gods was4 99 99 99 99 99 ,en zie1 de prikkel van zijn menschelijk besef1 om tegen dit allerdiepste lijden1 met zijn goed recht1 met zijn vlekkelooze conscientie1 met al de deugdelijkheid zijner zaak in te gaan1 dien prikkel heeft ,hij gebluscht1 heeft ,hij afgestompt1 heeft ,hij gesmoord in zijn eigen ingewand4 ,zoo is ,hij het ,lam ,gods geworden4 ,hij zag niet op den steen1 maar op die dien steen wierp4 ,hij trok zijn oog af van de zaag1 en zag alleen op dien1 wiens hand die zaag trok4 ,een ,judas1 een ,kajafas1 een ,pilatus1 het waren ,hem altegader instrumenten1 meer niet4 ,hij1 van wien ,hem dit nameloos lijden overkwam1 was zijn eigen ,vader1 zijn ,vader in de hemelen4 ,neen1 ,pilatus6 neen1 ,kajafas6 neen1 ,judas6 gij zoudt geen macht tegen ,mij hebben1 zoo u die niet van boven gegeven ware6 ,omdat ,god het wilde1 dat ,hij lijden zou1 daarom wilde ,hij lijden4 ,of het ,hem geen worstelen gekost heeft1 vraag dat aan de schaduw van ,gethsman's olijven4 ,die prikkel om er tegen in te gaan1 en dat weten3 ,god wil het6 o1 ze streden zoo bang in zijn menschelijk hart4 ,maar toen het weer volkomen klaar en zoo hemelsch helder voor ,hem wierd3 ,god wil dit lijden1 toen ook niet en oogenblik aarzeling meer4 ,ziet1 toen ging ,hij uit ,gethsman naar ,golgotha1 ,hij1 het ,lam ,gods1 dat de zonde der wereld wegdroeg4 ,,veertiende ,,zondag4 ,,komt ,,tot ,,de ,,bruiloft4 ,wederom zond hij andere dienstknechten uit1 zeggende3 ,zegt den genooden3 ,ziet1 ik heb mijn middagmaal bereid1 mijne ossen en de gemeste beesten zijn geslacht1 en alle dingen zijn gereed2 komt tot de bruiloft4 ,matth4 #bb3d4 ,reeds in de ,spreuken heet het van de ,opperste ,wijsheid1 dat ze haar slachtvee geslacht heeft en haren wijn gemengd en haar tafel toegericht1 en dat ze haar boden heeft uitgezonden1 die roepen3 ,komt1 eet van mijn brood en drinkt van den wijn1 dien ,ik gemengd heb4 ,en ,hij1 die zelf de ,opperste ,wijsheid was1 vergeleek het ,koninkrijk der hemelen bij een koning1 die een bruiloft bereidde en riep3 ,ziet1 ik heb mijn middagmaal bereid1 mijn ossen en de gemeste beesten zijn geslacht en alle dingen zijn gereed1 en zijn dienstknechten uitzond1 zeggende3 ,komt tot de bruiloft6 ,de noodiging1 de oproeping alzoo tot iets luisterrijks1 iets dat heerlijk genot belooft1 en reeds om het genot den wensch zou doen opkomen1 om er bij te mogen zijn en me te mogen aanzitten4 ,eenerzijds3 ,wie ten leven wil ingaan1 ga in door de enge poort1 neme zijn kruis op en verloochene zichzelven2 maar ook anderzijds daarnaast en daartegenover de vriendelijke schildering van een heugelijk bruiloftsfeest1 waartoe de ,heere zijn geroepenen noodigt4 ,nu zoudt ge zoo zeggen1 als de roepstem uitgaat3 ,neem uw kruis op en volg ,mij6 dan zal het meerendeel angstig terugschrikken2 maar als het heet3 ,komt tot de bruiloft6 zal elk1 die slechts komen kan1 met geestdrift zich vinden laten4 ,en toch1 de ,heere teekent het anders4 ,neen1 de geroepenen schrikken nog weg1 als het heet3 ,gaat in door de enge poort6 maar haast nog volhardender is hun afslaan van de noodiging1 als het heet3 ,komt tot de bruiloft6 ,ook naar die bruiloft van het ,lam wil de in zonde verzonken mensch niet heen4 ,de ,heere zegt het duidelijk3 ze weigeren allen4 ,ze weigeren op allerlei grond1 onder allerlei voorwendsel1 soms zelfs boosaardig4 ,de een gaat tot zijn akker1 de ander tot zijn koopmanschap1 en een derde scheldt 's ,konings boden uit1 beschimpt ze en staat hun naar het leven4 ,maar hoe ook hun wijze van weigeren verschille1 op het roepen1 op het herhaalde en dringende roepen1 dat ze toch tot de bruiloft komen mochten1 komt niemand4 99 99 99 99 99 ,vanwaar dit verschijnsel8 ,soms zegt men zoo wel3 ,predik het ,evangelie niet te streng1 niet te hard1 stel het vriendelijk voor en poog te lokken6 ,welnu1 dat geschiedt hier4 ,hier is niets hards1 niet onvriendelijks1 maar alles uitlokkend en verleidelijk4 ,er is een vriendelijk nooden4 ,er is een roepen naar een feestmaal4 ,er is een lokken naar een ure van vreugde en heugelijk verblijden4 ,en toch1 hoe zacht en boeiend en lieflijk ook de voorstelling zij1 de lieden komen toch niet4 ,als den jongeling gezegd wordt1 hard gezegd wordt3 ,ga heen en verkoop al wat ge hebt1 gaat die jongeling op dat harde zeggen ten minste nog bedroefd heen4 ,maar hier1 bij de noodiging tot de bruiloft1 is zelfs van die droefheid geen spoor te ontdekken4 ,men weigert1 omdat men wil weigeren4 ,uit opzet1 uit moedwil1 in vermetelheid van het hart4 ,waaraan dit dan ligt8 ,zie1 het komen op zulk een bruiloft als waarvan ,jezus spreekt1 was een hulde aan den ,koning1 in wiens naam de boden uitgingen1 en juist die hulde aan den ,koning brengen1 dt wilde men niet4 ,of de ,koning die hulde aan zijn kroon en majesteit ook al aanlokkelijk en begeerlijk inkleedde1 deed er niet toe4 ,als die bruiloft in glans en eere schitterde1 zou het 's ,konings glorie verhoogen4 ,liep ze daarentegen smadelijk af en bleef ,hij alleen met de leege tafels1 dan zou zijn eere gekrenkt zijn2 en overmits nu de genoodigden1 in hun boos hart1 ,hem zijn glorie misgunden1 en zijn smaad een zielsgenot vonden1 daarom weigerden ze ,hem het huldebetoon1 en bleven ze weg1 om ,hem een ure der schande te berokkenen4 ,een bruiloft wilde men wel4 ,feestgenot bracht de zinnen in verrukking4 ,maar zelfs dat feestgenot had zijn bekoring verloren1 als er de eere van den ,koning me verhoogd wierd4 ,en zoo ligt het antwoord klaar voor ons4 ,dat op het roepen3 ,komt tot de bruiloft6 de genoodigden weigeren te komen1 is niets dan vijandschap tegen ,god in hun hart4 ,men stelle zich de zaak wel voor4 ,als zulk een ,oostersch vorst een huldigingsfeest in zijn hofstad vierde1 wierden er machtige maaltijden aangericht1 waarbij soms tien twintig duizend personen aanzaten4 ,nog onlangs heeft ,ruslands ,czaar in ,moskou meer dan zestien duizend genoodigden aan open tafels gespijsd4 ,daarvoor wierden de noodigingen verzonden aan de oversten der koninklijke heirscharen1 aan de regenten van steden en dorpen1 aan de vertegenwoordigers en de besturen van alle instellingen1 inrichtingen en genootschappen4 ,heel het land moest op zulk een dag vertegenwoordigd zijn4 ,maar dan moest men het voor zijn ,vorst ook over hebben1 om een tijdlang uit zijn bezigheden te gaan1 om de lange reis te maken1 om saam op te trekken naar de hoofdstad1 en bovenal1 dan moest er enthousiasme1 liefde1 meleven in het hart zijn1 om zich in de glorie zijns ,konings te verheugen4 ,en die genoodigden wilden nu niet komen4 ,ze achtten de noodiging niet 7vs4 #e71 en hadden het er niet voor over1 om hun akker en hun koopmanschap er voor een korte poos aan te geven4 ,ja1 erger nog1 sommigen wilden zelfs niet erkennen1 konden het niet velen en wilden het niet verdragen1 dat 's ,konings boden van hun ,heer spraken1 als ware ,hij ook hn ,koning4 ,en vandaar die boosheid1 dat aangrijpen der zendboden1 dat schimpen en ten leste die moord4 ,de ,koning moest met zijn leege tafels voor spot blijven zitten4 ,dat was hun toeleg4 ,dat het geheime leedvermaak1 waarop ze zich voorbereidden4 ,en nu1 het liep anders uit4 ,toen de genoodigde vertegenwoordigers en hoofden weigerden1 liet de ,koning al het volk roepen uit zijn hofstad4 ,en die stroomden bij duizenden het feestterrein binnen4 ,en zoo ging toch de bruiloft door4 ,en zaten toch de duizenden bij duizenden aan4 ,en was er toch voor den ,koning eere1 en schitterde zijn glorie in zijn hofkring4 ,maar dit lag aan hen niet4 ,dit was tegen hun bedoelen4 ,zij hadden hun ,koning smaad voor eere toegedacht1 en darom hadden ze geweigerd4 99 99 99 99 99 ,zoo komt uit wat in ons hart school4 ,zoo ziet ge aan dit woord van ,jezus1 hoe bitter en diep de haat en vijandschap tegen ,gods eere zit ingeweven in het weefsel onzer zonde4 ,neen1 van nature gaat niemand ten hemel in4 ,niemand door de enge poorte1 maar ook niemand ter bruiloft op4 ,of ge het hard1 dan of ge het lieflijk voorstelt1 ons boos hart laat zich niet van de wijs brengen1 maar weigert en slaat de verzenen tegen de prikkelen1 en wil wel het kwade1 maar wil het goede en wat ,gode welgevallig is niet4 ,omgezet1 omgezet1 omgezet moet eerst dat hart van binnen worden4 ,en anders1 al beitelt ge ook het ,soli ,deo gloria in den gevel uwer woning uit1 dan is dien ,koning te krenken u nog altoos liever van nature1 dan dat ge zijn glorie verhoogen zoudt4 ,,vijftiende ,,zondag4 ,,grijp ,,naar ,,het ,,eeuwige ,,leven6 ,strijd den goeden strijd des geloofs1 grijp naar het eeuwige leven1 tot hetwelk gij ook geroepen zijt1 en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen4 ,i ,tim4 #f3ab4 ,grijp naar het eeuwige leven1 wordt niet den afgedoolde1 maar den wedergeborene toegeroepen4 ,gij1 o1 mensch ,gods6 roept de heilige apostel uit1 vlied de aardsche1 jaag naar de hemelsche dingen2 strijd den goeden strijd des geloofs2 en grijp naar het eeuwige leven6 ,een zondaar kan daar niet naar grijpen4 ,hem is de hand verlamd4 ,stram1 stijf1 bewegingloos en tot alle beweging onbekwaam hangt ze hem neder4 ,en ook al kon hij de hand uitstrekken1 hij zou dat heerlijke leven met zijn booze hand veel liever wegslaan1 dan dat hij er naar grijpen zou4 ,ge grijpt naar wat uw oog boeit en uw lust prikkelt1 en dat eeuwige leven1 neen1 dat boeit1 dat prikkelt den verdoolde niet4 ,kind der wereld1 heeft hij een heel ander leven1 waar zijn oog en zijn ziel naar uitgaat4 ,dar grijpt hij elken morgen en elken avond naar4 ,in dt leven is al het begeeren zijner ziel4 ,maar de man1 die bekeerd wierd1 staat er1 sinds hij bekeerd wierd1 anders bij4 ,hem is de stramme hand en de stijve arm lenig geworden4 ,hem wierd uit genade het geloof ingeplant4 ,en nu is dit geloof hem als de hand1 waarme genade voor genade moet aangenomen4 ,hij kan1 hij moet grijpen4 ,en nu tot hm gaat daarom het apostolisch roepen uit3 ,grijp1 o1 mensch ,gods6 grijp naar het eeuwige leven6 99 99 99 99 99 ,de heilige apostel wil leven in ,gods kinderen zien4 ,het is schriklijk om te aanschouwen1 zooals allerwegen ook bij de kinderen ,gods de handen slap hangen en de knien traaglijk ineenknikken4 ,dat de verachters van ,gods gebod niet talen naar de heerlijkheden van de genieting zijner gemeenschap1 dat verstaat hij2 maar dat ,gods kinderen soms zoo lusteloos1 zoo levenloos1 zoo doodsch1 zoo zonder besef of aandoening voor het eeuwige leven er bij kunnen staan1 dat baart den heiligen apostel kommer en bezorgdheid4 ,en nu hij zelfs een man als ,timotheus op zulke slapheden betrapt1 nu grijpt hij ,timotheus aan1 dien treffelijken1 dien godvruchtigen1 maar1 helaas1 geestelijk te zeer ingezonken man1 en prikkelt hem met zijn woord1 en jaagt hem op uit zijn valsche ruste1 en roept hem toe3 ,neen1 ,timotheus6 niet in dat suffend insluimeren uwer ziel is de verheerlijking van ,gods heiligen naam2 veeleer moet er gejaagd1 moet er gestreden1 moet er gegrepen worden4 ,niet loom en traag moet ge achter de gerechtigheid na komen kruipen2 neen1 ge moet jagen naar gerechtigheid1 naar godzaligheid1 naar geloof1 naar liefde1 naar lijdzaamheid en naar zachtmoedigheid4 ,niet een stil en rustig geweten moet u uw geloof zijn1 maar en altoosdurende strijd4 ,strijd den goeden strijd des geloofs4 ,en zoo ook het eeuwige leven1 dat moet ge niet maar inwachten als iets1 dat1 na uw sterven1 vanzelf u wel om ,christus' wil zal toekomen1 maar ge moet er de hand des geloofs naar uitstrekken2 ge moet er naar grijpen2 grijpen1 alsof elke dag u te veel en te lang ware1 die u nog van dat eeuwige1 dat heerlijke1 dat volzalige leven scheidt4 99 99 99 99 99 ,zie het aan ,gods bloemen af1 wat dit grijpen naar het eeuwige leven is4 ,ook de aard en de natuur der bloemen is van ,god uitgedacht en van ,hem geschapen1 en voor ons1 naar het ,woord er ons in voorgaat1 vol van leering4 ,en wat ziet ge nu8 ,maar immers1 dat die bloem buiten het licht niets is en zelfs geen tint of kleur heeft4 ,en dat die bloem niets is buiten de koestering der zon1 want in de koude verschrompelt haar blad2 en geen geur ademt ze u tegen4 ,hulpeloozer1 armer1 naakter dan die schijnbaar zoo rijke1 geurige bloem is er niet4 ,neem de lucht en het licht en de warmte en den dauw weg1 en niets dan verdorring en verflensing blijft aan den stengel4 ,niets uit zich1 alles van buiten zich1 is voor het leven van de bloem de wet van ,gods heerlijke schepping4 ,maar juist nu omdat de bloem niets uit zichzelf is1 zie eens1 hoe ze naar het licht en naar de warmte en naar de dauwdroppen als grijpt4 ,soms dacht ge1 dat die bloem onbeweeglijk was1 omdat ze haar levensvoedsel niet najaagt als de bij of vlinder4 ,en toch1 neen1 onbeweeglijk is ze niet4 ,keer haar slechts om en zet haar ver van het licht en ver van de zon en van den dauw af1 en zie eens1 hoe ze zich straks wenden gaat1 om haar knop en blad en spriet toch maar weer naar het licht en naar den dauw uit te strekken4 o1 ,wandel maar in ,gods schepping om1 en ge ziet het immers allerwegen1 al die planten1 al die bloemen1 ze strekken zich uit en ze grijpen naar het licht1 ze grijpen naar de koestering der warmte1 ze ontsluiten zich om den dauw in te drinken4 ,in dat licht is voor de bloem het leven1 en naar dat leven grijpt de bloem met al de uitstrekking en de inspanning harer vezelen4 99 99 99 99 99 ,laat1 als het grijpen van die bloem naar het licht1 dan ook uw grijpen1 o1 kinderen ,gods6 naar het eeuwige leven zijn6 ,een plant1 die verflenst ter aarde neerligt1 als haar het zonlicht beschijnt1 is in kwaden staat2 en de tuinman1 die dit ziet1 brengt aanstonds water bij1 om haar blad en haar wortel te besproeien1 dat haar stengel zich weer moge opbuigen1 en haar bloemknop zich weer moge opheffen in het licht4 ,en zoo is ook uw zielsgesteldheid voor uw ,god niet goed1 als elken morgen weer de goedertierenheid des ,heeren nieuw over u is1 en elken middag weer de ,zonne der gerechtigheid in de ,kerke ,gods opgaat1 en gij1 met uw zaad1 in die ,kerke wel geplant staat1 maar nochtans uw ziele niet opheft tot den ,god der goden1 en uw stengels over de aarde laat kruipen1 en uw bloesem voor die ,zonne1 die in ,christus is1 verbergt4 ,dat grenst aan levenloosheid2 dat nadert de verdorring en de verflensing der ziele4 ,zoo mag en moet een door ,god zelf geplante bloem in zijn heerlijken hof niet wezen4 ,opgericht moeten de stengelen van uw leven2 de bloemknop uwer ziel moet zich weer naar ,god toekeeren2 als uitstrekken naar den ,eeuwige moet zich elk blad en elke vezel1 die aan heel uw ziele is2 en zoo moet heel uw persoon en heel uw aanzijn en grijpen naar dat eeuwige zijn1 dat de wereld u niet kan geven1 maar dat1 als met gouden stralen1 elken morgen en elken avond uitstroomt uit den ,immanuel ,gods als in een zee van genade en majesteit en licht4 99 99 99 99 99 ,gegrepen moet naar dat eeuwige leven1 niet als hadden we iets om het te verwerven1 maar juist omdat we niets1 niets in onszelven zijn2 en de bloem onzer ziel moet verdorren1 zoodra we het licht van de ,zonne onzer gerechtigheid derven4 ,zooals ge1 wanneer de lucht weggaat1 en het benauwd wordt1 niet maar zitten blijft en denkt3 ,nu1 straks zal er wel weer lucht komen1 maar voelt1 dat ge zonder lucht stikken moet1 en daarom vanzelf opstaat1 en den hals uitstrekt zoo ver ge kunt1 om buiten uit die heerlijke lucht levenslucht in te drinken1 zoo ook moet heel uw ziel snakken en grijpen naar dien eeuwig ,heerlijke1 in wien al de lucht om te ademen en het licht om te leven voor uw ziel is4 ,het sterkst moet dat grijpen naar het eeuwige leven in uw gebed zijn4 ,een opendoen van den mond der ziel1 om weer licht en liefde en leven uit den ,immanuel in te drinken2 om met uw ziel weer bij te komen4 ,zend1 ,heer6 uw licht en waarheid neder1 en breng mij zoo weder tot uw gewijde tente6 ,maar toch bij dat eigenlijke gebed mag uw grijpen naar het eeuwige leven niet staan blijven4 ,veeleer moet dat grijpen naar het eeuwige leven iets biddends aan l uw doen1 aan heel uw aanzijn1 aan gansch uw persoonlijkheid geven4 ,bidden zonder ophouden1 zooals ge ook onophoudelijk en vanzelf weer telkens lucht inademt1 om de borst vrij en onbeklemd te voelen4 ,en zoo dan ook hier1 een grijpen naar het eeuwige leven1 met een dorsten der ziel1 dat werkt1 ook als ge het zelf niet bespeurt4 ,een bidden3 ,kom1 ,heere ,jezus6 en altoos ,hem1 den ,eenige1 van noode hebben4 ,niet meer buiten ,hem kunnen6 ,en daarom met heel uw ziel een altoos grijpen naar die hoogere wereld1 waar ,hij is1 uit ,wien alle zegen en alle genade tot u komt4 ,,zestiende ,,zondag4 ,,in ,,heilige ,,sieradi,n4 ,uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag uwer heirkracht1 in heilige sieradin2 uit de baarmoeder des dageraads zal u de dauw uwer jeugd zijn4 ,psalm #aaj3c4 's ,heeren volk is een heirschare voor ,immanuel2 vergaderd en bestemd om ,immanuels strijden te strijden4 ,hoor maar wat ,jehova in ,psalm #aaj tot zijn ,uitverkorene zegt3 ,uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag uwer heirkracht2 in heilige sieradin zal het als versch gesprenkelde dauw uit den schoot van den dageraad u toekomen4 ,als de nacht voorbij is gegaan1 dan wordt de oosterkim purper1 en uit dat morgenrood van den dageraad schieten de prachtige stralen den dampkring in4 ,en grijpt afscheiding in de atmosfeer plaats4 ,en met dat morgenrood worden duizenden en tienduizenden dauwdroppels op blad en bloem gesprenkeld1 glanzend en glorend in de schittering van het morgenrood4 ,en zoo1 zegt de ,schrift1 zal het ook voor ,immanuel zijn1 zoo dikwijls ,hij opstaat om den nacht van leugen en zonde1 om het rijk en de macht van ,satan te bestrijden4 ,ook dan zal voor hem aan de kim het morgenrood purperen1 en uit dat purper van den dageraad zal zijn volk1 in menigte als de dauwdroppels ontelbaar1 ,hem toevloeien1 glanzend en glorend in het heilig sieraad1 dat uit dat purper op hen geworpen wordt4 ,een beeldspraak1 voor wie ze indenkt1 van onvergelijkelijke schoonheid4 ,eenerzijds die heerschappij van den nacht van leugen en ongerechtigheid4 ,daartegenover opkomend de ,zonne der gerechtigheid4 ,en nu uit den purpergloed1 die hierdoor geboren wordt1 komen als tienduizenden dauwdroppen zoo ontelbaar en zoo schoon zijn geroepenen ,hem tegen1 en vormen om ,hem als een machtig1 onafzienbaar heir1 dat in schitterenden dos zich opmaakt en aanbiedt1 om onder ,hem en met ,hem en voor ,hem op den dag zijner heirkracht te strijden4 99 99 99 99 99 ,dien strijd strijdt ,immanuel dag aan dag4 ,gisteren1 heden1 morgen4 ,die strijd gaat altoos door4 ,en elken morgen1 dat de dageraad weer aan de kimmen opgaat en de zon als een held haar stralen schiet1 om in het bestemde veld den vijand te bestoken1 gaat ook het hemelsch bazuingeschal van ,gods engelen uit1 om al zijn volk opnieuw ten strijde te roepen1 ze te roepen tot den strijd1 die ook dien dag door ,jezus weer gestreden zal worden tegen het rijk van duisternis en zonde4 ,trekt gij in dien strijd me op8 ,voelt1 weet1 merkt ge1 hoe in uw huis1 bij uw arbeid1 in elke ontmoeting1 bij elke verleiding1 die heilige strijd ook door u moet worden megestreden8 ,en zijt ge in dien strijd een krijgsknecht1 die willig optrekt8 ,immers1 dt juist is een der kenteekenen3 ,uw volk zal willig zijn op den dag uwer heirkracht4 ,het is geen heirleger1 dat met de bajonet in den rug en het pistool op de keel in den slag moeten worden gedreven4 ,maar zooals de troepen van ,gustaaf ,wasa jubelend en ,god lovend ten strijde trokken1 en ,cromwells legerschaar knielde1 eer ze den strijd aanvingen1 en psalmzingend tegen den vijand optogen1 zoo1 en in nog veel hooger zin1 is 's ,heeren volk een willig volk1 dat bezield1 met geestdrift1 en om eigen leven niet denkend1 moedig en willig het zwaard uit de scheede trekt1 en zijn goed en bloed veil heeft voor de banier van het ,kruis4 ,gord1 gord1 o held6 roept dat leger zijn ,veldheer dan toe1 het zwaard aan uwe zijde1 en rijd heerlijk op het zuivere ,woord der waarheid6 en als dat volk de banier van ,jezus dan maar wuiven ziet1 dan is het niet tegen te houden1 dan moet het me den slag in1 en willig is het op elken dag van zijn heirkracht4 ,een corps van heilige ,levieten1 om den strijd des ,heeren te strijden4 99 99 99 99 99 ,maar ook dit is niet genoeg4 ,reeds op aarde geldt bij elk leger de wet1 dat1 als de koning zelf aan het hoofd van zijn leger verschijnt1 dat leger rijk en prachtig zal zijn uitgedost4 ,dan komt het in geen kazerneplunje1 maar in paradetenu1 gedost in zijn sieradin4 ,en zoo nu wil de ,heilige ,geest in dezen psalm1 dat ook het volk des ,heeren voor zijn ,koning zal uittrekken4 ,niet maar onafzienbaar in menigte1 en willig ten strijde1 maar ook in heilige sieradin4 ,en nu1 sieradin1 wie onder 's ,heeren volk heeft die8 ,natuurlijk is bij dat geestelijk volk ook het stel sieradin geestelijk4 ,daarom staat er bij3 heilige sieradin4 ,dus is het niet genoeg1 dat ge het zwaard in de hand houdt1 en u dekt met het schild des geloofs1 en uw hoofd voorzien hebt van den helm der zaligheid2 neen1 bij dat alles moeten nog de sieradin komen1 en er ontbreekt iets aan de eere1 die ,christus van u vraagt1 zoo die heilige sieradin niet aan u schitteren4 ,nu zijn deze heilige sieradin velerlei4 ,wat u sieren kan1 is een rijke gave des gebeds4 ,is stille1 deemoedige nederigheid4 ,is kalme1 waarachtige ootmoed4 ,is zelfbedwang over alle korzelheid en kwaad humeur4 ,is teedere nauwgezetheid der conscientie4 ,is macht van het woord of zang1 om den lof des ,heeren te vertellen4 ,is dienende liefde4 ,is teedere deernis met wie lijdt4 ,is zoekende ontferming over wat verloren ging4 ,is de heilige kunst1 om vrede te maken1 waar vrede verstoord wierd4 ,is1 om niet meer te noemen1 stille dulding van eigen leed1 een met geestdrift dragen van uw kruis1 een roemen in de verdrukking4 ,doch met wat naam ge den rijken overvloed van heilige sieradin ook noemen wilt1 ze zijn alle geestelijk4 ,glans door de opgaande ,zonne der gerechtigheid in u als dauwdrop afgespiegeld4 ,heilige sieradin voor ,koning ,jezus zijn nooit anders dan stralen uit zijn genade1 die gij opvingt4 ,en nu komt in ,psalm #aaj de vraag aan u1 welke heilige sieradin u sieren1 zoo dikwijls ge optrekt in den strijd uws ,heeren op den dag zijner heirkracht4 99 99 99 99 99 ,en dan1 helaas1 wat ziet ge dan om u heen8 ,wat speurt ge dan telkens aan uzelven8 ,dit immers1 dat we voor sieraad telkens assche in dien strijd aanbrengen1 en de wapenrusting1 die de ,heere ons toebetrouwt1 eer ontsieren door onze bezoedeling4 ,dit1 dat zelfs de heiligsten onder ons het al veel en wel vinden1 zoo ze althans optrekken1 en zoo ze het zwaard voor ,jezus kruisen1 maar zich dan ook allerlei geklag veroorlooven over hun kruis en allerlei gejammer over de benauwdheden1 die ze uitstaan4 ,ja1 om het kort te zeggen1 dit1 dat dit volk des ,heeren al zeer zelfvoldaan en tevreden is1 indien het niet maar boeleert met den vijand1 en het schild des geloofs noch het zwaard des ,woords wegwierp4 ,maar dat ,jezus om een volk in heilige sieradin vraagt1 wie bekommert er zich om8 ,wie denkt er aan8 ,ja1 er zijn enkelen1 aan wie ge die sieradin bespeurt1 althans een enkel geestelijk sieraad4 ,er zijn er1 die gaarne vergeven4 ,er zijn er1 die stil en in heilige blijdschap lijden4 ,er zijn er1 die rijk zijn in ontferming en deernis4 ,er zijn wondere bidders en bidsters4 ,er zijn zielen1 die van liefde overvloeien4 ,er zijn er1 die machtig zijn in het vertellen van al den lof des ,heeren4 ,maar hoe klein is hun aantal6 o1 ,laat dat aantal toch meerder worden6 ,laat wie en sieraad heeft1 bedenken1 dat zijn ,heere om een volk in heilige sieradin vraagt4 ,laat onder dat geestelijk versierde volk ook uw naam gekend worden4 ,en bovenal1 zoo ge heilig sieraad aan uw ziel moogt ontdekken1 o1 mijn broeder1 mijn zuster6 verzondig dat sieraad niet1 door u op dat sieraad1 als ware het door u zelf gewrocht1 te verheffen4 ,alle heilig sieraad is nooit anders dan glans1 die afstraalt uit ,hem6 ,,zeventiende ,,zondag4 ,,met ,,ongedekten ,,aangezichte4 ,doch zoo wanneer het tot den ,heere zal bekeerd zijn1 zoo wordt het deksel weggenomen4 ,,ii ,cor4 #c3af4 ,het licht zelf kunnen we niet zien dan door het licht4 ,als het licht zich niet zelf openbaart1 toont1 tot u komt en in uw oogvlies dringt1 merkt gij niet eens noch weet1 dat er licht is4 ,en daarop nu ziende1 roept de ,psalmist uit3 ,heere6 bij ,u is de fontein des levens1 in uw licht zien wij het licht2 wat kennelijk niet gezegd is van het stoffelijk licht der zon1 maar van het geestelijk licht1 dat van ,god uitstraalt4 ,prent u dit diep in4 ,als ,god de ,heere niet zoo barmhartig in nederbuigende goedheid was geweest1 om zich aan zijn creatuur te openbaren1 zou het nietig schepsel niet eenmaal merken noch weten1 dat er een ,god was4 ,en waar ,god de ,heere den mensch al van nature een besef van zijn heilig en ,goddelijk bestaan had ingeplant1 daar is door de zonde dit besef derwijs verzwakt en verflauwd1 dat er den boozen zondaar weinig anders uit toekomt dan de wetenschap1 dat hij in de hand en in de macht van een vreeslijk ,wezen is1 waar hij tegen mort1 bitter tegen inworstelt en tegen vloekt1 om zijn macht te verfoeien4 o1 ,als ,god de ,heere u met uw zondig wezen aan uzelven had overgelaten1 hoe duivelsch zou ook uw hart niet tegenover uw ,god staan6 ,neen1 zeg niet3 ,dan zou ik als een heiden wezen2 want ook over de heidenwereld waakt nog een algemeene genade1 en velerlei is de barmhartigheid1 waarme onze ,god ook bij de heidenen nog het volle doorbreken van de ongerechtigheid tegenhoudt4 ,veel erger dan een heiden zoudt ge er aan toe zijn4 ,stikdonkere nacht en duisternis zou zich om u saampersen4 ,en in die duisternis zoudt ge zonder en straal van vriendelijk1 ,goddelijk licht1 uzelven voelen als de prooi van een u onbekende macht1 die u omklemd hield2 en zonder iets van uw ,god te weten1 zoudt ge in bittere1 satanische vijandschap worstelen tegen uw ,god in4 99 99 99 99 99 ,daarom is zijn ,openbaring zulk een heilschat4 ,zijn ,woord zulk een onuitsprekelijke rijkdom4 ,zijn spreken tot den zondaar zulk een daad van nederbuigende ontferming4 ,maar toch1 zonder meer baatte dit nog niet4 ,want ,sina toont u1 wat de uitstraling van het licht van 's ,heeren heerlijkheid voor een zondaar wordt1 als ,god hem niets geeft dan dat licht4 ,dan kan het zwakke1 schier blinde oog dien lichtglans niet verdragen4 ,dan sluit zich het oog bij het instralen van dien lichtglans eerst recht geheel en bijna hermetisch toe4 ,dan verschrikt u dat licht en ontzet u1 en komt u1 als het volk bij ,mozes1 de bede op de lippen3 ,och1 dat de ,heere dien lichtglans van ons nam en voor ons aangezicht bedekte6 ,zoo diep ontvielen en ontzonken we aan onzen eersten luister4 ,in donkeren schemer nemen we nog zekere zwevende gestalte waar1 maar als het ,goddelijk licht in al den glans zijner heiligheid en gerechtigheid over ons opgaat1 dan zien we niets meer1 en heeft dit licht geen ontsluitende1 maar toesluitende werking4 ,dan voleindt juist dat licht onze volkomene zelfverblinding4 ,ja1 om ons voor die majesteit van het licht van 's ,heeren gerechtigheid te verbergen1 omhullen we dan ons aangezicht nog en dekken ons oog toe1 opdat toch door het dunne en doorschijnende ooglid geen straal van 's ,heeren glans tot ons doordringe en het netvlies van ons oog pijn doe4 ,dan kruipen en sluipen we weg voor den verblindenden glans zijner majesteit en in de klove van den rotssteen zoeken we behoudenis1 of in de holen verberging voor dien gloed4 99 99 99 99 99 ,en toch1 ook over die verschrikking triomfeert de genade4 ,god heeft een ,middelaar voor u besteld1 en in ,hem een verberging tegen den wind1 een schuilplaats tegen den vloed1 en als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land4 ,en komt dan die schaduw over u1 dat de glinstering getemperd wordt1 en het licht zachter1 dan wijkt iets van den angst en neemt de pijnlijke prikkeling op het netvlies van uw oog af1 en ge haalt weer eenigszins adem4 ,gevonden in ,hem1 o1 dan is er koelheid voor gloed1 die verzengde2 frissche levensadem voor den verzengenden glans1 die u doodde4 ,en dan gaat de genade voort en verder4 ,ook in u persoonlijk moet het wonder gewrocht4 ,uw oog1 dat krank wierd1 moet genezen4 ,uw geestelijk gezichtsvermogen1 dat schier geheel wegging en in duisternis verkeerde1 moet hersteld4 ,en nu begint die inwendige bewerking1 waardoor een almachtig ,god een ,amen op de bede geeft3 ,open mijn oogen1 opdat ik aanschouwe de wonderen van uw wet6 ,tegen die wet in1 die de oogen dichtknijpt en dichtklemt door den gloed der gerechtigheid1 opent ondoorgrondelijke ontferming dan het oog door het tusschenbeide treden van ,immanuel4 ,zoo wordt het zielsoog anders dan het was4 ,het houdt op te zien1 wat het zag1 en het ziet1 wat het eerst niet merkte4 ,het was gezwollen1 dik geworden1 en verhard1 en zie1 nu wordt het teeder en lenig gemaakt4 ,er komt natuurlijke gezonde werking1 en door het deksel heen1 dat ge uzelven voor het oog hadt gehangen1 bespeurt ge reeds iets van een licht1 dat u boeien kan1 een licht1 dat ook over uw ziel opging1 een licht zoo aanlokkelijk en zoo schoon4 99 99 99 99 99 ,waartoe dan nog die deksels der zelfaanklacht u over het aangezicht geworpen8 ,immers1 de stemme is gehoord3 ,verlos hem1 ,vader1 want ,ik heb verzoening voor hem gevonden1 en zoo ontkiemt de eerste liefde2 die liefde wekt het kinderlijk vertrouwen2 en de oorzaak1 om nog langer met gedekten aangezichte en van ,god afgekeerd te staan1 viel weg4 ,dat merkt uw ,heiland dan4 ,in de ure der minne neemt ,hij dan zelf met zachte hand u dat deksel van het aangezicht4 ,en nu met ongedekten aangezichte in den glans eener eeuwige liefde staande1 staart en tuurt ge verwonderd in dien spiegel van het ,woord1 waarin de heerlijkheden van uw ,god u getoond worden4 ,zoo wierd uw oog sterker om te zien2 zoo wierd het deksel van het aangezicht genomen2 en zoo straalde in het nu ongedekte oog zacht en lieflijk bij ,geesteslicht u het deugdenbeeld van ,gods heerlijkheden tegen1 dat in zijn heilig ,woord ligt uitgestraald4 99 99 99 99 99 ,is het dan niet vreeslijk1 dat zoo menig kind van ,god straks toch1 na deze liefde genoten te hebben1 het oude omhulsel weer opzoekt1 om toch weer in moedwil dat deksel over het geestelijk aangezicht te trekken1 en in duisternis te gaan afdolen van zijn ,god8 o1 ,als de liefde in dien ,god niet overwinnend was1 en niet was aangelegd op zeer boozen zin in het te redden schepsel1 hoe zou er ooit volharden der heiligen kunnen zijn8 ,maar de ,heere ,,heere laat niet los4 ,en zo dikwijls kunt gij in uw schuldigen overmoed en geloofloosheid uw aangezicht niet weer verbergen achter uw hullen en deksels1 of altoos weer zal1 na korter of langer tijd1 de vriendelijke hand van ,immanuel u dat omhulsel en omwindsel van het aangezicht afnemen1 en u1 als een ,petrus1 bij dat afnemen van het deksel in het beschaamde oog staren1 om u weer en telkens weer te vragen3 ,simon1 ,jona's zoon6 hebt gij ,mij lief8 o1 ,leg dan toch af allen last der zonde1 die u zoo lichtelijk omringt1 en helpt toch in uw omgeving1 in uw huis en onder uw broederen dat toedekken van het aangezicht tegengaan4 ,doe dat de prediking des ,woords in de gemeente4 ,doe dat de zoekende liefde bij den verloren zoon1 die liefde gekend heeft1 maar verre van zijn ,vader vluchtte4 ,doe dat de vriend bij den vriend1 de zuster bij de zuster1 de oudere bij den jongere4 ,en laat een iegelijk alzoo medearbeider met ,christus aan anderer geestelijke blijdschap zijn4 ,want blijdschap1 hemelsche blijdschap1 en onuitsprekelijke vreugde1 dt is het1 wat uw hart doortintelt1 als het omwindsel weer vallen mag1 en ge met ongedekten aangezichte u weer verkwikken moogt in de aanschouwing van het deugdenbeeld uws ,gods4 ,,achttiende ,,zondag4 ,,ik ,,zal ,u ,,geen ,,weezen ,,laten4 ,ik zal u geen weezen laten2 ,ik kom weder tot u4 ,joh4 #ad3ah4 ,een wees is een beroofd kind4 ,bij een kind hoort een vader en bij een kind hoort een moeder4 ,en als nu een dier twee of beiden saam aan het kind ontnomen worden1 dan is er een harde breuke in dat kinderleven geslagen4 ,want1 hoe zal het nog kind zijn1 als het niet meer staren kan in het trouwe vaderoog1 of zijn lieve moeder niet meer met teedere kinderliefde aan den hals kan hangen8 ,daarom is wees te zijn zoo hard1 zoo bang1 zoo wreed1 en kan ,god de ,heere darom alleen kinderen tot weezen maken1 omdat ,hijzelf dan in de plaats treedt en ,vader van het weeskind wezen wil4 ,vandaar dat het zoo onvergeeflijk is1 om een weeskind niet tot zijn ,vader in de hemelen op te leiden1 en zoo getuigend tegen een kind1 dat wees wierd1 als het dien ,vader in de hemelen niet zoekt4 ,en nu1 veel meer dan vader en moeder saam was ,jezus voor zijn lieve jongeren op aarde geweest4 ,hun en en alles4 ,die zalige ,leidsman1 om wiens wil ze huis en hof1 kring en beroep1 om wien ze vader en moeder verlaten hadden4 ,en dat wilde ,jezus zelf2 want ,hij zei het hun3 ,wie vader of moeder liefheeft boven ,mij1 is ,mijns niet waardig4 ,dat was diep in het hart der jongeren ingezonken4 ,en niet gekunsteld1 maar als bij heilig instinct hadden ze al de liefde van hun hart op hun trouwen en heerlijken ,meester overgebracht4 ,ze hingen aan ,hem4 ,hij vervulde hun gedachtenwereld4 ,hij1 was de eerste in de wereld van hun hart4 ,zonder ,hem konden ze zichzelven niet meer denken4 99 99 99 99 99 ,en toch1 nu merken ze het wel1 ,hij gaat weg4 ,het kan1 het zal niet blijven bij dat zalig omwandelen1 bij dien dagelijkschen1 zielverkwikkenden omgang4 ,de ure komt en spoedt aan1 dat al dit schoone en zalige uit heeft4 ,en wat zullen ze dan8 ,hoe leeg1 hoe verlaten zullen ze daar dan samen staan6 ,met wat vragende oogen zullen ze elkander dan aanzien6 ,wat eindeloos ledig zal dan hun hart benauwen6 ,wat heimwee naar den ,eenige1 die wegging1 zal dan sluipen om hun ziel6 ,die gedachte ontroert hen dan ook ontzettend4 ,en ,jezus merkt die onrust1 die hun gemoed vervult1 en roept het hun daarom zoo vrede-ademend toe3 ,uw hart1 mijn jongeren6 worde niet ontroerd4 ,gij gelooft in ,god1 gelooft ook in ,mij6444 ,wat was1 wat beduidde dat8 ,ook in ,hem gelooven6 ,maar deden ze dat dan niet8 ,doch hoor1 daar ontraadselt de ,heere hun dat geheimzinnig woord4 ,het is het bange voorgevoel van als weezen verlaten in de wereld te staan1 dat u die onrust in de ziel stort4 ,nu dan1 ziehier het woord mijner vertroosting3 ,ik zal u geen weezen laten4 ,ik kom weder tot u6 ,en natuurlijk1 een bespotting van hun vreeze zou dat geweest zijn1 als ,jezus hierme alleen bedoeld had3 ,straks na mijn opstanding verschijn ,ik u weder6 ,want immers1 hoe karig toegemeten waren niet de uren1 waarin ,hij die veertig dagen hun zijn bijzijn schonk4 ,verschijningen1 die ge tellen kunt4 ,die het tiental niet overschrijden4 ,en soms in enkele oogenblikken voorbij zijn4 ,neen1 neen1 dat kon ,jezus niet op het oog hebben1 toen ,hij sprak van hen geen weezen te laten4 ,want als het darop alleen gedoeld had1 hoe bitter moest dan de teleurstelling niet zijn1 die terstond daarop volgde1 toen ,hij weer wegging1 nu van den ,olijfberg1 om hen voor altoos1 tot aan het einde hunner aardsche dagen1 te berooven van zijn zalig bijzijn4 99 99 99 99 99 ,er lag dus iets meer1 iets diepers in4 ,toen ,hij in ,gethsman van hen scheidde en straks op ,golgotha zijn geest in 's ,vaders hand beval1 kwam het tusschen ,jezus en zijn jongeren tot een breuke4 ,toen was ,hij gestorven4 ,toen waren ze beroofd en verlaten4 ,toen hadden ze niets meer aan ,hem1 dan de zoete1 maar nu bitter geworden heugenis van wat ,hij die drie jaren voor hen was4 ,zoo wierden ze waarlijk als weezen1 nu ,hij weg was1 die hun meer dan vader en moeder saam was geweest4 ,maar nu1 bij zijn opvaart ten hemel1 is dit alles heel anders4 ,ook nu is er wel een afbreken van den omgang1 waaraan ze gewend waren2 maar kwam er voor in de plaats een andere1 nog rijkere omgang met hun ,heere1 die zelfs door hun dood niet zou worden afgebroken4 ,nu zonk ,hij niet machteloos weg in het graf1 maar voer ,hij glorierijk op ten hemel4 ,nu stierf ,hij niet1 maar bleef ,hij leven4 ,nu verduisterde de kroon zijner majesteit niet1 maar gloorde die op4 ,en nu ontsloot zich dan ook dat wondere mysterie van een ,christus1 die in de hemelen in glorie verhoogd is1 en die toch van uit den hemel in gemeenschap met de zijnen blijft2 gedurig in hun midden verkeert2 woning in hun hart maakt2 en door zijn majesteit1 genade en ,geest hun telkens zijn zalige nabijheid doet ervaren4 ,reeds een kind1 dat zijn aardschen vader niet verloor1 maar1 op verren afstand van hem gescheiden1 in gaande en keerende brieven van hart tot hart met zijn vader kan blijven spreken1 heeft geen gevoel van wees zijn4 ,en hoe zou dan het bang gevoel van wees te zijn in de ziel dier jongeren hebben kunnen stand houden1 toen ,jezus wel weg was1 maar toch nabij2 toen er een zalige gemeenschap met dien ,heere in de hemelen voor hun hart was ontsloten2 en zij wisten1 dat zij tot ,jezus spraken en ,hij hen hoorde2 en heerlijk merkten in hun hart1 dat het antwoord en meer dan het antwoord uit dien hemel van hun ,jezus terugkwam4 ,hoor dan ook ,paulus maar jubelen3 ,eerst heb ik ,jezus naar het vleesch gekend1 maar nu ken ik ,hem niet meer naar het vleesch4 ,nu is er veel zaliger en veel hooger gemeenschap4 ,levende liefdegemeenschap met mijn ,heere en mijn ,gol in den geest4 99 99 99 99 99 ,toch zijn er nog1 o1 zooveel discipelen en discipelinnen des ,heeren1 die hier bijna niets van verstaan1 en eigenlijk als beroofde weezen op aarde voortkruipen tot aan hun dood4 ,ze hooren wel van ,jezus4 ,ze gelooven wel in ,jezus4 ,ze hebben ,jezus wel lief4 ,ook belijden ze wel1 dat aan ,jezus als den eenig ,dierbare al hun hope hangt4 ,maar444 de genieting hiervan stellen ze uit tot na hun sterven4 ,dn zullen ze gemeenschap met ,hem oefenen4 ,maar nu1 hier op aarde1 in hun verlatenheid1 temidden van hun heimwee1 nog niet4 ,deze zijn vrijwillige weezen1 die het niet hoefden te zijn en die het niet mogen blijven4 ,want immers1 wat is dat eigenwillig wees zijn anders dan een moedwillig afsnijden van de zalige gemeenschap1 die een kind van ,god hier op aarde reeds met zijn ,heiland in den geest genieten kan8 o1 ,ons ,christelijk leven wordt zoo dor en mat1 als de glans van die hoogere liefde er niet instraalt4 ,nog altoos leeft de ,christus4 ,nog steeds wil ,hij dezelfde voor ons wezen1 die ,hij voor zijn jongeren na zijn hemelvaart was4 ,nog altoos wil ,hij wonen onder ons menschen4 ,waar twee of drie in zijn naam samenkomen1 wil ,hij in hun midden zijn4 ,de gemeenschap is en blijft ontsloten4 ,in de gemeenschap der liefde en der gebeden van u naar uw ,heiland4 ,en in de gemeenschap der zalige toespraak en der rijkste genade van uw ,heiland naar u4 ,eens was die zalige1 zoete gemeenschap met den enig ,dierbare de weelde en de bron van kracht voor heel de ,kerk des ,heeren4 ,door die kracht heeft ze gebloeid4 ,in die kracht haar wonderen gedaan4 ,en ook nu1 neen1 de kracht der toekomende eeuw kan en zal in ,jezus' ,kerk niet weer bloeien1 of dit gemeenschapsleven met den ,heiland moet ,gods kinderen de ziel weer koesteren4 ,nog vermoogt ge alle dingen1 o1 ,kerk van ,christus6 maar alleen door ,hem1 die u kracht geeft4 ,,negentiende ,,zondag4 ,,abba1 ,,vader6 ,want gij hebt niet ontvangen den geest der dienstbaarheid wederom tot vreeze2 maar gij hebt ontvangen den ,geest der aanneming tot kinderen1 door welken wij roepen3 ,abba1 ,vader6 ,rom4 #h3ae4 ,augustinus en ,calvijn beleden in het dubbele zeggen1 eerst van ,abba en daarna van ,vader1 de catholiciteit der wereldkerk1 als een kerk voor ,christenen uit de ,joden en ,christenen uit de heidenen4 ,als de ,jood zich tot den ,heere bekeert1 roept hij3 ,abba6 ,als de ,griek zich tot den ,heere wendde1 riep hij3 ,vader6 7,pater71--en in de saamvoeging van deze beide nu1 in dat roepen van ,abba1 ,vader6 klonk voor ,augustinus' en ,calvijns zielsoor het schoonst akkoord van aanbidding van den ,eeuwige uit de taal der ,hebreeuwen en de taal der heidenen gemengd4 ,of er in deze gissing waarheid schuilt1 beslissen we niet4 ,wie zal zulks met zekerheid uitmaken8 ,maar wel staat vast1 dat1 ook zonder deze gissing1 de hoofdgedachte juist is3 ,abba1 lieve ,vader6 is het gebed der kerk eerst geworden na den ,pinksterdag1 toen ze uitbrak onder alle volkeren4 ,noch uit het ,paradijs1 noch uit de kerk in de ,arke1 noch van de kerk der ,patriarchen1 noch van de kerk onder ,israel wordt ons de aanroeping met het ,abba1 ,vader6 gemeld4 ,wel is het onwaar1 dat eerst in het ,nieuwe ,verbond de rijke openbaring1 dat ,god de ,heere onze ,vader in de hemelen is1 zou voorkomen4 ,immers reeds bij ,jeremia zegt de ,heere3 ,ik ben ,israel tot een ,vader6 7#ca3b74 ,bij ,maleachi vraagt ,hij3 ,ben ,ik dan een ,vader1 waar is mijn eere8 7#a3f74 ,en komt meer dan eens de toespraak en de betuiging voor3 ,heere6 ,gij zijt onze ,vader6 7,job #cd3cf1 ,ps4 #hi3bg1 ,jes4 #fc3af2 #fd3h enz47 ,maar toch loopt hier naast een profetie van een ander ,abba1 ,vader6 roepen1 waarvan het bij ,jeremia heet3 ,gij zult tot ,mij roepen3 ,mijn ,vader6 7,jeremia #c3ai71 en het is eerst door de aanneming tot kinderen1 dat dit volle1 rijke1 zielsinnige ,abba1 ,vader6 uit de diepste roerselen onzer ziele naar den hooge opklimt4 99 99 99 99 99 ,zulk een ,abba1 ,vader6 is een dringen en persen in u van de werking van den ,heiligen ,geest4 ,als ge eerst bekend hebt1 dat uw innerlijk wezen door een geest van dienstbaarheid tot vreeze geprikkeld wierd2 en ge hebt al den angst en den schrik van die vreeze door uwe ziel voelen scheuren2 en ge hebt in uw nood en dood de wet aangegrepen2 en in die wet uw pas versneld1 om door dienen1 door meer en beter doen1 door steeds harder werken en sterker arbeiden in het zweet uwer ziele een eind van die vreeze te vinden1 maar zonder dat dat einde ooit kwam2 en er is dan uit louter genade1 geheel buiten uw toedoen1 niet uit u1 maar uit den hooge1 in u gedaald en in u uitgestort een geheel andere geest1 de ,heilige ,geest1 en die ,geest heeft u innerlijk vervuld en heeft licht en glans in de donkerheid van uw gemoed ontstoken1 dat opeens alle bangheid weggleed en alle angst van u wierd genomen1 en een onuitsprekelijk blij en zalig gevoel van vrijmaking en verlossing1 ja1 van een uitleiding uit het diensthuis over uw hart sloop1 dan ja1 maar ook dan eerst en dan alleen1 is het die ,geest der wederaanneming tot een kind van ,god geweest1 die u dat ,abba1 ,vader6 leerde bidden6 99 99 99 99 99 ,geesteswerk1 niet uw werk1 is dat ,abba1 ,vader62 want om een klank1 om een woord1 om een term is het hier niet te doen4 ,die twee woorden uitspreken1 kan een ieder wel4 ,ook een onbekeerde en een spotter zelfs kunnen evengoed dat ,abba en dat ,vader over de lippen brengen4 ,maar dan is het daarom het ,abba1 lieve ,vader6 nog niet6 ,dat wordt het eerst dn1 als er de kindertoon in spreekt en de kinderlijke teederheid in te beluisteren valt1 en de kinderlijke liefde er in vloeit4 ,en om zoo in het oor van den ,eeuwige te klinken1 moet dat ,abba1 ,vader6 opklimmen uit de diepten van een hart1 dat zich kind voelt en kind weet1 en in dat ,goddelijk kindschap onuitsprekelijk zalig is4 ,niet maar kind in eere1 en kind in het kinderrecht1 maar kind van ,god1 geboren uit den ,vader1 der ,goddelijke natuur zich deelachtig te weten1 en dan1 tegen alle schuld en tegen alle zonde in1 een vast en zeker getuigenis in de ziel te dragen3 ,zijn kind en ,hij mijn lieve ,vader6 en dan uit dat ondoorgrondelijk rijke besef te roepen1 te jubelen1 te zingen1 dat alle duivelen en engelen het hooren1--neen1 dt kan de wereld niet1 dat doet geen onwedergeborene1 dat is eeniglijk het heilig voorrecht van de kinderen des ,koninkrijks1 die in het ,koninkrijk van den ,zoon der liefde zijn overgezet4 ,en daarom moet daarbij de ,heilige ,geest in u werken4 ,want immers1 ge staat nog in het vleesch2 ge draagt nog aan u het lichaam des doods2 ge hebt nog in u de vuile bron van ongerechtigheden1 en als dan toch uit den kelder en uit de diepte van datzelfde hart aan de eene zijde de zonde giert en prikkelt1 en daarnaast komt een stemme in u op1 die ge in stille aanbidding met het ,abba1 ,vader6 vertolkt1 vanwaar anders wil die stem dan in u gedrongen zijn1 zoo het niet is door den ,heiligen ,geest8 99 99 99 99 99 ,ja1 er is meer nog4 ,als een kind alleen is1 en vader is er niet bij1 en het roept in zijn eenzaamheid naar zijn vader1 dan is dat nog heel iets anders1 dan als het zijn vader zelf eindelijk weervond1 en nu dien vader zijner liefde in het diepe oog turend en hem aan het hart vallend1 met diep geroerde stem uitroept3 ,mijn vader1 lieve vader6 ,en zoo ook is het hier4 ,of ge al aan ,god denkt1 en van zijn liefde overtuigd zijt1 en dan bij uzelven dat ,abba1 ,vader6 uitspreekt1 neen1 dat is nog het echte1 diepe1 zielroerende1 hartaangrijpende ,abba1 ,vader6 niet4 ,om daartoe te komen1 moet gij bij ,hem en ,hij u nabij zijn2 moet ge in ,immanuel zijn aangezicht hebben gezocht1 en door de toeleiding des geloofs zijn vertroostend aangezicht hebben gevonden4 ,en dan eerst1 als ge1 in aanbidding voor dat ,eeuwige ,wezen verzonken1 uzelven in ,christus besloten voelt1 en nu als uit den ,christus opwaakt voor het oog des volzaligen ,gods1 en nu1 als onder de beademing zijner lippen1 dat vaderhart in het ,eeuwige ,wezen ook voor u hoort1 ja1 voelt kloppen1 dan eerst is het kind van zijn ,vader gevonden1 en de ,vader gevonden van zijn kind1 en rijst het ,abba1 lieve ,vader6 uit in de diepste roering van het hart4 99 99 99 99 99 ,dat kunt ge dan ook niet elken dag4 ,dat kunt ge niet elk oogenblik herhalen4 ,dat zijn hoogtepunten van het zieleleven1 die slechts nu en dan worden gegund4 ,dat is uw opklimmen op ,nebo4 ,maar toch1 onbekend mogen die zaligheden aan ,gods kinderen niet zijn4 ,eer integendeel hebben we ons hart te veroordeelen1 als het anders met ons is2 en te betreuren onze inzinking en den lagen stand der wateren in onze ziel1 als het tot die innigheid en tot die gevoelvolle kinderbede niet kan doordringen4 ,en daarom maant en prikkelt het ,woord en de ,geest ons telkens opnieuw1 om toch naar dat hoogste te grijpen1 en niet te rusten1 eer het met onze ziel weer tot dat zalige gekomen is4 ,gekomen4 ,niet met een opwinding des gevoels1 of met een prikkeling der zenuwen4 ,dat nut niets voor den ,heere4 ,de ware aanbidding is niet luidruchtig1 maar maakt stil2 windt niet op1 maar doorstroomt ons met heilige kalmte4 ,en de eisch1 die ook thans tot uw ziel en tot de mijne komt1 is maar1 om zoo onzen weg aan te stellen1 en zoo rusteloos door den ,middelaar tot de gemeenschap van het ,eeuwige ,wezen door te dringen1 tot onze ziele het weer beluisteren mag3 ,gij zijt mijn kind1 gij zijt mijn uitverkorene6 en dat het als een echo onzer ziel op die stemme weerklinkt3 ,abba1 ,vader6 ,,twintigste ,,zondag4 ,,hem ,,alleen ,,dienen6 ,toen zeide ,jezus tot hem3 ,ga weg1 ,satan6 want er staat geschreven3 ,den ,heere1 uwen ,god1 zult gij aanbidden en ,hem alleen dienen4 ,matth4 #d3aj4 ,elken morgen1 dat het licht over ons verrijst1 ligt er een taak voor onze rekening1 die ,god wil1 dat we dien dag zullen afwerken4 ,zoo is er een taak1 die ge af te werken hebt voor elke week4 ,een taak1 die u op wordt gelegd voor elke maand4 ,en zoo ook een taak1 die wacht op volbrenging bij elk nieuw jaar1 dat ge intreedt4 ,ook dit jaar gingen we weer in1 om te werken4 ,we zijn geen heeren en vrouwen1 die op onze eigen gelegenheid in deze wereld bestaan2 maar we zijn knechten en dienstmaagden1 in dienst bij den ,heere onzen ,god4 ,hij is onze ,heere1 en wij zijn er voor1 om door ,hem gebruikt te worden1 en om voor ons klein en schijnbaar nietig deel mede te arbeiden aan de groote en ontzaglijke taak1 die onze ,heere in dit zijn groot en machtig huis1 van den aanvang der eeuwen tot aan het einde1 wil volbracht zien4 ,ge mist dus elk recht1 om ook dit jaar in te treden met de gedachte in het hart1 dat ge nu eens overleggen zult1 wat ge zelf wel zoudt verlangen te doen4 ,wie zoo staat1 staat verkeerd1 en zulkeen brengt het nooit tot een goed einde4 ,neen1 uw stand is de stand van dienstknecht en dienstmaagd des ,allerhoogsten1 wier oog op de hand van hun ,heere moet zijn1 en die dit jaar met geen anderen zin of toeleg mogen intreden1 dan om dien grooten en machtigen ,heere te dienen in alles1 te dienen al den dag en al den nacht1 te dienen van den eersten dag des jaars tot aan zijn einde4 ,in alles voor ,hem2 nooit anders dan voor ,hem2 vaardig passend op het woord1 dat uit zijn mond uitgaat4 ,gelijk de engelen in den hemel zijn1 zoo wij op aarde4 ,en daarom dagelijks de bede op de lippen3 ,uw wil worde door ons op aarde volbracht1 gelijk in den hemel door uw cherubs en serafijnen6 99 99 99 99 99 ,godsdienst was een schoon woord2 maar het is door misbruik een jammerlijk woord geworden4 ,want godsdienst wil dan zeggen3 ,ik heb een leven in de wereld1 ik heb een leven voor mijn denken1 ik heb een leven voor mijn gemoed1 een leven in mijn gezin1 en dan ook nog een leven van kerkelijken aard1 en dat is mijn godsdienst4 ,godsdienst heet het dan1 als men bidt2 godsdienst1 als ik ,gode lofzing2 godsdienst1 als ik gelofte betaal2 en godsdienst1 als ik mij onder ,woord en ,sacrement schik2 maar wat daarbenevens en daarachter in mijn leven en mijn hart ligt1 dat mag alles zijn wat het wil1 maar eigenlijk godsdienst is dat niet4 ,om dien valschen zin van dit mishandeld woord niet voort te planten1 spraken onze vaderen daarom meer van religie voor wat thans de groote menigte haar godsdienst noemt2 en gebruikten het denkbeeld van ,god te dienen voor den dienst des ,heeren op alle pad en in allen toestand des levens4 ,zoo had ook ,jezus het ons aangewezen4 ,ook ,hij maakte de onderscheiding tusschen religie in enger zin en den godsdienst in het leven1 en dit noemt ,hij1 in zijn terugslaan van ,satan3 ,den ,heere onzen ,god aanbidden1 en ,hem alleen dienen4 ,en hoewel nu het eene zonder het andere niet bestaan kan1 en ,god te dienen ondenkbaar is1 zoo ge ,hem niet aanbidt1 zoo is de onderscheiding tusschen die twee toch ook voor u volstrekt onmisbaar4 ,ook gij moet zeer zeker dit jaar religie in enger zin hebben1 en gemeenschap met uw ,god in de mysterin der genade en der gebeden zoeken2 maar ook boven en behalve deze aanbidding1 hebt ge den ,heere uwen ,god te dienen2 en dit dienen van uw ,god1 deze uw dienst van ,god1 d4 i4 uw wezenlijke ,godsdienst1 moet bestaan in het toewijden aan den ,heere van heel uw leven1 van al uw arbeid1 van elk talent1 dat in u is1 en een eeniglijk vragen bij dat alles3 ,wat wil de ,heere1 dat ik doen zal8 99 99 99 99 99 ,ook nu op den dag van het ,nieuwejaar hebt ge dus geen som van allerlei dingen op te sommen1 die gij dit jaar af hebt te werken4 ,dat kunt ge niet1 en zou de zaak weer voor u bederven4 ,want ,god te dienen is niet twee1 drie1 tien bizondere dingen doen1 die meer rechtstreeks met den strijd voor ,gods ,koninkrijk en tegen ,satan saamhangen4 ,neen1 maar uw ,god te dienen is altoos knecht te zijn2 tot in de allergewoonste dingen van het zeer dagelijksche leven toe in alles den wil des ,heeren te volbrengen2 en te leven1 te denken1 te strijden1 te arbeiden niet voor uzelven1 maar alleen omdat ,hij het u oplegt4 ,hij uw ,koning1 uw ,schepper en uw ,heere4 ,meer nog1 het moet een knecht zijn uit dankbaarheid wezen4 ,niet voor goud of zilver1 maar door het bloed des onstraffelijken en onbevlekkelijken ,lams vrijgekocht uit de slavernij van ,satan1 zijt ge nu uit zijn diensthuis uitgeleid1 niet om voortaan uw eigen heer en meester te wezen2 maar om eeuwiglijk knecht van ,god en lijfeigene van ,christus te zijn en te blijven4 ,tevens kind1 o1 gewisselijk1 en daarom vrij van ,satan2 maar nooit vrij van uw ,heere4 ,de heerlijkheid en de vrijheid der kinderen ,gods is nooit1 dat ze nu doen mogen1 wat hun gevalt1 en leven mogen1 gelijk het hun lust2 maar altoos en onverbiddelijk1 dat ze des ,heeren zijn4 ,zijn gekochten4 ,hem toebehoorende4 ,zijn dienstknechten en dienstmaagden4 ,dienende nacht en dag in zijnen tempel4 ,dat geldt dus en gaat door voor het kind op school1 voor de dienstmaagd in haar keuken1 voor den knecht op karrewei1 voor den klerk op het kantoor1 voor de moeder in haar huisgezin1 voor den winkelier achter de toonbank1 voor den rechter op het gestoelte der eere1 en voor den koning op zijn troon4 ,elk persoon moet ,god dienen4 ,wie nog onwedergeboren is1 krachtens den eisch der schepping uit bedwang2 en wie overgezet wierd in de genade1 uit dankbaarheid bovendien4 99 99 99 99 99 ,versta dit wel4 ,ge moogt niet zeggen3 ,ik arbeid op school1 op karrewei1 in mijn beroep naar den eisch van het werk1 en voor zooverre daarbij goed of kwaad te pas komt1 regel ik mij naar ,gods wil4 ,dat is heel iets anders1 dan knecht van ,god te zijn4 ,neen1 knecht van ,god te zijn1 wil zeggen en beduidt eeniglijk1 dat al wat ge doet1 op school1 karrewei1 kantoor of studeerkamer1 niet ter wille van uzelf of een ander1 maar om ,gods wil moet gedaan4 ,dat een kind weet3 ,god plaatste mij op deze school2 ,god plaatste mij onder dien onderwijzer2 ,god regelde de regels van schrijven en lezen en rekenen2 ,god verdeelde aldus de dagen in uren2 en dat het kind alzoo in dit alles ,goddelijke ordinantin zie4 ,en zooals het met dat kind is1 zoo moet het met elk onzer zijn4 ,wel is er menschelijke berekening1 of menschelijke afspraak1 of menschelijke orde en bevel1 waaraan we hebben te voldoen4 ,ook prikkelt de nood des levens vaak om te werken1 waar we anders stil zouden zitten4 ,maar in al deze regelingen en bevelen en nooden is de hand des ,heeren over ons1 en dienen we ,hem1 zoo het wel is1 in zijn tempel4 ,en zoo moet het dus ook dit jaar met u zijn4 ,dan spant in u het plichtsbesef2 ook vaart in u besef van heerlijke roeping2 dan wordt elk beroep1 al was het van bezemmaker of keienklopper1 een ,goddelijk beroep voor den man1 wien het aangaat2 dan adelt ge elken arbeid2 dan straalt over al uw bezig zijn een vriendelijk licht van ,boven2 en dan wijkt alle verdrietigheid of ontevredenheid1 omdat gij dan toch altoos bezig zijt in den dienst van uw ,heere4 99 99 99 99 99 ,slechts voor en ding hebt ge daarbij op uw hoede te wezen3 ,laat in dezen stroom der dagelijksche bezigheden uw arbeid niet opgaan4 ,ge hebt nog een heel anderen arbeid voor uw rekening4 ,ge hebt ook elken dag uw zake met uw ,god in den gebede af te doen4 ,ge hebt ook uw karakter te vormen en te heiligen4 ,ge hebt ook uw hartstochten en driften een toom aan te leggen en ze te breidelen4 ,ge hebt ook op uw vrouw1 op uw kinderen1 op uw omgeving te werken2 en te letten op den invloed1 die van u uitgaat4 ,ge hebt ook op de talenten te letten1 die in u zijn1 opdat ze niet begraven worden in de aarde4 ,kortom1 ge hebt niet enkel te arbeiden in het zichtbare1 maar ook in het onzichtbare4 ,ge moet ook uw ,god dienen niet het minst daarin1 dat ge ,satans werk teniet helpt maken4 ,teniet om u heen in uw gezin1 en teniet in de wereld van uw binnenste4 ,,een-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,schuldig ,,elkander ,,lief ,,te ,,hebben4 ,geliefden6 indien ,god ons alzoo lief heeft gehad1 zoo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben4 ,i ,joh4 #d3aa4 ,in niets schuilt bij ons de ,pelagiaan zoo diep als in onze liefde4 ,dat merkt ge daraan1 dat ge bij uw liefde vrij wilt blijven1 en de keus aan u wilt houden4 ,gij zult uitkiezen1 wie ge denkt1 dat uw liefde waardig zijn1 en die door u uitverkorenen1 die zullen dan op uw liefde kunnen rekenen4 ,uw wilskeuze zal hier de uitverkiezing doen4 ,gij zult de persoon zijn1 die uitkiest1 wie voorwerp van uw liefde zullen zijn4 ,kortom1 in uw liefde wilt gij op een troon zitten2 gij de vrijmachtige beschikker zijn2 koninklijk als koning in uw liefde heerschen4 ,en dit nu is op en top ,pelagiaansch4 ,de vrije wil is de haan op den toren4 ,maar met zulk een liefde kunt ge dan ook voor ,god den ,heere en zijn ,woord geen oogenblik bestaan4 ,in de ,heilige ,schrift toch zegt de ,heere3 ,ik1 uw ,god1 kies uit1 ,ik1 uw ,god bepaal1 wie tot het lichaam des ,heeren zullen behooren4 ,en op u en een iegelijk1 dien ,ik in dat lichaam invoeg1 leg ,ik als uw ,god den heiligen plicht1 dat gij saam elkanderen zult liefhebben4 ,dit al dan niet liefhebben is niet iets1 wat ,god aan uw hart vrijlaat4 ,neen1 de heilige apostel zegt uitdrukkelijk3 ,gij zijt schuldig om elkander lief te hebben4 ,let wel3 elkander1 wat volstrekt niet beduidt1 dat ge er zoo enkelen uit zult kiezen1 en dat gij dan die enkelen1 en die enkelen u zullen liefhebben4 ,neen1 elkander liefhebben beteekent in de pen van den heiligen apostel1 dat alle kinderen ,gods schuldig zijn alle andere kinderen ,gods lief te hebben4 ,de ,heilige ,schrift wil1 dat gij erkennen zult3 ,deze personen1 hoe onaangenaam en afstootend ook in zichzelven1 heeft ,god de ,heere uitgekoren en verwaardigd1 om ze met zijn liefde te begiftigen4 ,en omdat ,god ze1 evenals u1 met zijn liefde begiftigt1 moogt gij den neus niet voor hen optrekken1 of met een onverschillig gezicht bij hen voorbijgaan1 maar moet gij ook op hun liefde prijs stellen en hun wederkeerig uw liefde geven4 99 99 99 99 99 ,zoo ge dit nu niet doet1 dan hebt ge1 hoe ge er ook van opgeeft1 toch wezenlijk den ,heere uw ,god niet lief4 ,om deze reden niet4 ,uw ,god heeft goedgevonden deze personen uit te verkiezen4 ,hij was daartoe de ,vrijmachtige4 ,hem beliefde dit zoo4 ,hij heeft ze u als voorwerpen van uw liefde gegeven en beschikt4 ,en dat wel1 overmits zulks zijn heilig ,goddelijk en koninklijk privilege is4 ,immers omdat ,hij ,god is1 is ,hij1 en ,hij alleen1 vrij in zijn keuze1 en is ,hij1 uw ,god1 gerechtigd1 te bepalen1 wie de voorwerpen van uw liefde zullen zijn4 ,en als gij dat recht nu aan uw ,god betwist1 en volhoudt3 ,neen1 maar ik zal zelf bepalen1 wie ik lief zal hebben1 dan randt gij het koninklijk beschikkingsrecht van uw ,god aan2 iets wat met uw liefde voor ,hem onbestaanbaar is4 ,of1 om het u anders te doen gevoelen1 uw ,god begiftigt die personen met zijn liefde4 ,weigert gij dit nu ook te doen1 dan blijkt hieruit1 dat uw liefde een andere keus heeft dan ,gods liefde1 en dus van een ander gehalte en karakter is4 ,en overmits nu de echte liefde alleen door ,god in onze harten kan worden uitgestort1 zoo blijkt1 dat uw liefde niet uit ,god is4 ,en overmits nu de ,heere alleen met zijn eigen liefde kan en wil geliefd worden1 zoo voelt ge ook hieraan1 waarom in dat geval uw liefde voor ,god niet echt en niet waarachtig is4 ,een overweging1 waaraan de heilige apostel nog deze toevoegt1 dat de leden van het lichaam van ,christus uit ,god geboren en ,gods kinderen zijn2 en dat het nu niet aangaat te zeggen3 ,ik heb wel den ,vader1 maar niet zijn kinderen lief1 overmits juist aan de liefde voor iemands kinderen de liefde voor hun vader gekend wordt4 99 99 99 99 99 ,tot deze1 niet door u1 maar door ,god bepaalde liefde1 wekt de ,heere u reeds in het maatschappelijk leven op4 ,hij koos voor u uw vader en moeder1 niet gij voor uzelven4 ,en op grond van die keuze1 die ,hij voor u1 en niet gij voor uzelven deedt1 stelt ,hij den eisch in zijn gebod1 dat gij uw vader en moeder lief zult hebben2 niet omdat gij zooveel beminnelijks in hen vondt1 maar omdat ,god ze u tot voorwerpen van uw kinderlijke liefde gesteld heeft4 ,evenzoo koos ,god voor u uw kinderen1 en schonk ,hij allerminst aan u het recht en de macht1 om te bepalen1 wie en hoe uw kinderen zijn zouden4 ,en van deze1 niet door u gekozenen1 maar door ,hem voor u alzoo geboren kinderen1 eischt ,hij in zijn heilig gebod1 dat ze u de voorwerpen van uw ouderlijke liefde zullen zijn4 ,zoo ook koos niemand zijn broeders en zusters1 maar ontving ze van ,god den ,heere4 ,ook hier koos ,hij voor u1 niet gij voor uzelven4 ,en toch eischt de ,heere1 dat ge1 op grond van zijn keuze1 en niet van uw goedvinden noch van uw sympathie1 uw broeders en zusters zult liefhebben4 ,en ditzelfde nu1 wat in het gewone gezin reeds zoo machtig en aangrijpend door ,god den ,heere gepredikt wordt1 datzelfde predikt ,hij nu ook1 op nog sterker wijs en in machtiger zin1 aan zijn kerk4 ,die kerk is het lichaam van ,christus4 ,die kerk is de saamvergadering der geloovigen4 ,hypocrieten nu daargelaten1 zijn de leden dier kerk door den ,heere uitgekozen en saamgevoegd4 ,met wie ge in dat lichaam ,christi zijn zult1 staat niet aan u1 maar stond alleen aan uw ,god te beoordeelen4 ,ook deze uwe broeders en uw zusters koos ,hij1 niet gij4 ,en het is nu van deze aldus door ,hem voor u gekozen broeders en zusters1 dat ,hij u den eisch stelt3 ,gij zijt schuldig ze lief te hebben4 99 99 99 99 99 ,natuurlijk is deze eisch niet onredelijk bedoeld4 ,van al de leden van dat groote1 heerlijke lichaam van ,christus kent gij er maar zeer enkelen4 ,alleen diegenen1 die in uw tijd leven4 ,onder hen alleen degenen1 met wie gij in aanraking komt1 of van wie ge hoort4 ,en onder dezen nog slechts de kleinere helft van genoeg nabij1 om met een oordeel der liefde te bekennen1 dat ze waarlijk besloten zijn in zijn ,genadeverbond4 ,ook blijft die eisch des ,heeren redelijk in dien anderen zin1 dat een sterker hechten aan den een dan aan den ander niet is uitgesloten4 ,persoonlijke geestelijke sympathie laat zich niet dwingen1 maar is als de magneet1 die vanzelf trekt1 waar een verwant metaal in de nabijheid komt4 ,ook binnen dezen kring der broederliefde blijft er dus altoos plaats voor nauwere persoonlijke vriendschap1 voor geestverwantschap in enger zin en warmer sympathie des harten4 ,mits maar1 en daarvan gaat nooit iets af1 ook al die anderen voor u voorwerpen uwer liefde blijven1 waaraan ge om ,gods wil liefde schuldig zijt4 ,een zonde is het daarom in u1 zoo dikwijls er belijders des ,heeren in uw stad of dorp of omgeving u bekend zijn1 van wie ge naar den aard en in het vertrouwen der liefde acht1 dat ze wel waarlijk genade ontvingen en met u in hun sterven en weg zullen uitgaan1 en als ge dan toch de ,kans-gedachte te hunnen opzichte hebt en denkt3 ,wat gaan mij deze broederen aan8 ,ze gaan u wel terdege aan1 omdat ,god ze voor u als voorwerpen uwer liefde1 aan wie ge liefde schuldig zijt1 heeft uitverkoren4 ,ge moet ze liefhebben1 en dus ook1 waar ge geen veelvuldige persoonlijke aanraking met hen hebt1 toch hunner in liefde gedenken4 ,en ook al verschillen dan de formatin van het kerkelijk instituut1 waaronder gij leeft en waaronder zij leven1 gij zult en moogt nimmer vergeten1 dat ze desalniettemin saam met u leden van de kerke ,christi zijn1 leden met u van hetzelfde lichaam1 ranken in eenzelfden wijnstok4 ,uw ,avondmaal is zelfs geen ,avondmaal1 zoo ge niet in deze uwe liefde al de leden van het lichaam ,christi omvat4 ,en welken zegen ge ook aan uw kerkformatie dankt1 zoo deze ook tengevolge had1 dat ge om harentwil u opsloot in eigen kring1 en afsloot van al ,gods andere kinderen1 dan zou deze uwe kerkformatie1 hoe zuiver en onberispelijk ook1 u tot een oorzaak van zonde worden1 en deze zonde zich wreken aan uw geestelijk leven4 ,en daarom over de muren en omheiningen onzer kerkformatin moet elk kind van ,god al ,gods kinderen de hand der broederlijke liefde reiken2 niet met een koel ,platonische1 maar met een warme1 vurige1 ,christelijke liefde4 ,en zelfs waar soms bittere kerkelijke twist ons dreigt te scheiden1 er mag nooit een wortel der bitterheid opspruiten4 ,ge blijft schuldig elkander lief te hebben4 ,en met elkander blijft hier elk ander kind van ,god bedoeld4 ,,twee-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,wee ,,den ,,gerusten ,,te ,,sion6 ,wee den gerusten te ,sion1 en den zekeren op den berg van ,samaria2 die de voornaamsten zijn van de eerstelingen der volken1 en tot dewelke die van het huis ,israels komen4 ,amos #f3a4 ,met zijn zielsoog te staren in een wereld1 die ,god niet vreest1 is schriklijk2 maar veel schriklijker nog is het1 door ,sions straten te wandelen en te zien1 hoe de gerusten in ,sion zichzelven misleiden4 ,in de booze1 ruwe wereld kunt ge de boetbazuinen nog opsteken1 en als in de dagen van ,noach gerechtigheid prediken1 en heur zonde haar aanzeggen in haar aangezicht4 ,die wereld vreest ,god niet1 en smoort de stem van haar conscientie1 en leeft voor ijdelheid en zingenot1 en vertreedt het recht met den voet4 ,en ze weet1 dat ze het doet4 ,en daarom1 hoe fel ze ook tegen uw roepen inschreeuwt1 toch raakt de roepstem van boete en bekeering1 die ge in haar midden doet uitgaan1 haar innerlijk bewustzijn4 ,ze weet1 dat ze zichzelve verlaagt4 ,maar aan de gerusten in ,sion is geen speld vast te krijgen4 ,immers niet zij zijn het1 die op de paden der wereld omdolen2 integendeel1 ,sion is hun lust en keuze4 ,alleen ,jeruzalem is schoon in hun oog4 ,aan ,jeruzalem hangt al hun glorie4 ,blaas de boetbazuin in de wereld1 en zij1 de gerusten in ,sion1 juichen u toe4 ,treed op als prediker der gerechtigheid1 en zij vouwen dankend de handen1 dat er weer een woord der bestraffing naar de wereld uitgaat4 ,van ,sions tinne zien ze in heiligen trots op de wereld buiten ,sion neder1 en jubelen er in1 als er over die wereld weer een oordeel uitgaat of de boetprediker die wereld aangrijpt in haar weerspannig en misdadig woelen4 ,slechts en ding1 ge moet hen niet te na komen4 ,ge moet u niet inbeelden1 dat ook voor hen het woord van vermaan en bestraffing nog noodig kan zijn4 ,van een onweder1 dat over de wereld kan losbarsten1 hooren ze gaarne2 maar in ,sions gevelspitse en in ,sions toren slaat het weerlicht van dien storm der elementen nooit in4 ,och1 al wat ge de wereld kunt toeroepen1 is immers1 dat ze naar ,sion heur schreden zal wenden1 dat ze in ,sion mocht geboren worden4 ,en nu1 zij zijn immers in ,sion4 ,zij denken er niet aan1 om ,sions poorte weer uit te treden4 ,wat wilt ge dan8 ,waarom zouden ze in ,sion ongerust zijn8 99 99 99 99 99 ,en geestelijk verstaan1 is dat ook zoo4 ,als ge door de poorte en muren van het uitwendige ,sion doordringt naar de verborgen heiligheden van het geestelijk ,sion1 dat in almachtige genade gegrondvest ligt1 dan is er voor onrust geen plaats1 voor ongerustheid en bezorgdheid geen oorzaak4 ,wie in dat ,sion inging1 die is geborgen4 ,dien treft geen pijl van den vijand daarbuiten meer4 ,en dien kan niemand meer rukken uit de hand en uit de macht van ,sions gezalfden ,koning4 ,maar dat zijn de gerusten in ,sion niet1 tegen wie ,gods heilige profeet toornend ingaat4 ,die zo in ,sion gerust mag zijn1 dien is zijn gerustheid een oorzaak van lof2 een wondere genadegave van zijn ,heere en ,koning1 een zalige1 van ,god uitgaande geloofswerking in zijn hart4 ,neen1 een heel ander ,sion is het1 waar de profeet zijn woord tegen slingert4 ,een ,sion1 dat niet in- maar uitwendig is4 ,een ,sion1 waarin gezongen wordt3 ,des ,heeren tempel1 des ,heeren tempel zijn wij6--,kortom1 een ,sion1 waarin alles een vorm1 een gestalte1 een gedaante heeft1 die naar het voorbeeld van het inwendig ,sion is afgemeten2 maar zonder dat er zekerheid voor het wezen is4 ,een ,sion in uw denkwereld en in de belijdenis uwer lippen1 een ,sion van gemoedsaandoening en gemoedelijkheden1 een ,sion van levensusantin en zelfgekozen kringen2 maar zonder dat het brullen des ,heeren ,,heeren er in wordt gehoord1 en het suizen van den wind des ,almachtigen4 99 99 99 99 99 ,en nu verwerpen we dat uitwendig ,sion niet4 ,integendeel1 al wat het inwendig ,sion toehoort1 spreekt ook zoo1 getuigt op gelijke wijs1 weet te roemen in gelijke ervaringen1 en schikt zich naar dezelfde levensusantin2 alleen maar1 indien het echt werk is1 zijn dit wel vormen1 waar zich het leven in uit1 maar is het het leven zelf niet4 ,dan schuilt het leven daarachter2 dan komt het leven daarin uit2 dan straalt het daarin door1 dan houdt het zich daarachter verborgen2 en al dit uitwendig spreken en belijden en meloopen is slechts een middel1 waardoor het straalsgewijs naar buiten treedt4 ,doch als er dat niet achter zit2 als het een vorm zonder wezen2 een looze kalkwand is1 maar geen muur2 een geschilderde vroomheid in prachtige kleuren1 maar zonder dat de geur des levens er van uitgaat2 dan is ,sions naam geen schild1 maar een schriklijk gevaar2 en is er geen erger toestand denkbaar dan van iemand1 die in zulk een ,sion als een geruste voortleeft en in zulk een denkbeeldig ,jeruzalem als een verzekerde slapend me afdrijft op den stroom4 ,dan vindt ge soms heele gezinnen1 waar alles orthodox toegaat1 en heele geslachten1 die voor ,sion staan ingeschreven1 en heele dorpen1 die bij ,sion gerekend worden1 ja1 heele landstreken1 die onder ,sions schapen haar kudden doen weiden1 en dat er aldoor geroepen wordt2 ,vrede1 vrede1 en geen gevaar6 en dat ze denken2 ,wij zijn rijk en verrijkt geworden en hebben geens dings gebrek1 en dat er toch eigenlijk niets dan een moeras is van wateren1 die eens vloten1 maar nu stilstaande wateren zijn geworden1 omdat de adem des ,heeren er het woud niet meer doorademt4 99 99 99 99 99 ,toch behoeft het kennersoog zich tusschen die echte ,sionieten en die valschelijk gerusten in ,sion niet te vergissen4 ,immers hun uiting is juist tegenovergesteld4 ,voor die valschelijk gerusten is hun vroom vormleven het een en al2 maar naar den levenden ,god vragen ze niet4 ,ze drinken uit de beek en ze weiden op de velden2 maar om den ,herder hunner ziele roepen ze niet4 ,hun ,sion is een gekunsteld1 geen wezenlijk ,sion4 ,een ,sion onder een glazen stolp1 waar geen stofje inwaait2 maar niet het echte ,sion1 waarin het trillen en dreunen van de majesteit des ,heeren ,,heeren wordt gevoeld4 ,en daarom vindt ge dit verschil1 dat die valschelijk gerusten in ,sion den kwaden dag altoos verre stellen2 en zich de breuke van het huis ,jozefs niet aantrekken2 en geen lijden om ,sion en geen zorge voor zichzelven kennen2 maar als welvoldane en zelfgenoegzame kinderen ,abrahams zich vermaken binnen het gordijn van hun heilige tente2 en juist daardoor geen schok in de ziel en geen ritseling in het woud1 en geen erbarming met anderen kennen4 ,wat gaan hun de volken achter ,bazan aan8 ,niets kan in hun heilig ,sion hen deren6 ,maar zoo zijn degenen1 die wezenlijk rust in het echte ,sion vinden1 niet4 ,eer omgekeerd voelen zij keer op keer een onrust in de ziel1 alsof de fundamenten van ,sion zelf schokten en dreunden4 ,hun stormt het gedurig in de hooge spitsen der torens en in de toppen der boomen1 die ,sion omringen4 ,zij hooren ,god den ,heere werken1 en het naderen van zijn majesteit is hun ontzaglijk4 ,neen1 ze zijn niet gerust1 dan door de spanning van de onrust heen4 ,want aldoor dreunt hun de stem huns ,gods in het oor1 en dan beven ze1 tot de volmaakte liefde straks de vreeze weer uitdrijft4 ,zij merken zijn oordeelen en ze sidderen2 en schrikken bij de gedachte van wat uit de zwangere wolken van zijn majesteit straks de volken en de natin1 en ook hun woonstede1 ja1 de kerke ,gods1 treffen zal4 ,om hen gist alles en kookt alles4 ,het leeft en trilt en ritselt4 ,en machtig1 majestueus golven van de mogendheid des ,heeren in zijn koninklijk bruisen4 ,en dan de vraag1 of dat oordeel tegen hen komt of voor hen strijden zal4 o1 ,straks overwint het geloof weer1 en dan jubelen ze temidden van den stormwind2 maar toch1 ze kennen ook de benepenheid des harten1 als eigen schuld en zonde hen zoo wreed omverwerpt4 ,en dan liggen ze neder als dood aan zijn voeten1 tot ,hij de hand weer op hen legt en ze leven mogen4 ,en aan en in dien nood leeren ze het dan om allen hoogmoed en trotsche verheffing over het medeschepsel hartgrondig te verfoeien1 tot er in hun ziele invloeit iets van ,goddelijk mededoogen en van erbarmen met wie ,sion nog niet kent4 ,,drie-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,den ,,medicijnmeester ,,niet ,,van ,,noode4 ,en ,jezus zeide tot hen3 ,die gezond zijn1 hebben den medicijnmeester niet van noode1 maar die ziek zijn4 ,mark4 #b3ag4 ,er ligt in het omgaan met de lieden der wereld voor ,gods kinderen groot gevaar4 ,niet enkel het gevaar1 dat vanzelf spreekt1 om door het schoon der wereld en de begeerlijkheid der oogen verlokt te worden2 maar nog een heel ander gevaar1 waar men in den regel niet op verdacht is1 en dat ons daarom te eerder overvalt4 ,dit bedoelen we3 ,als ge veel met lieden der wereld in aanraking komt1 die gansch niet vroom zijn en eer met vroomheid lachen1 dan gaat gij van uw eigen vroomheid1 ook al heeft ze1 o1 nog maar zoo weinig te beduiden1 toch allicht een hoogen dunk krijgen4 ,en bij hen vergeleken1 zijt gij dan ook vroom4 ,gij vloekt niet1 maar bidt2 zij bidden schier nooit en vloeken niet zeldzaam4 ,gij rekent bij uw overleggingen met ,gods ,woord2 zij maken op dat heilig ,woord soms laffe glossen4 ,de ,sabbath brengt u een getuigenis uit hooger wereld2 voor hen is het veelal een dag van luidruchtigheid en pret4 ,als iemand aan zijn sterven toe is1 komt bij u althans de vraag op1 of hij behouden zal worden2 terwijl zij enkel met de zorge voor zijn lichaam bezig zijn4 ,ook in den gewonen omgang brengt gij nog wel eens een vraag over het zielsleven te berde2 zij spreken over zaken1 over uitgaan1 over een roman1 dien ze lezen1 en het weer4 ,geen twijfel dus1 of als het op vroomheid aankomt1 zijt ge1 bij dezulken vergeleken1 al vrij ver op den weg1 en keert ge1 wel voldaan over uzelven1 uit hun gezelschap huiswaarts4 ,en tehuis gekomen1 glijdt niet zelden de klacht over uw lippen3 ,lieve vrouw1 wat is het in die wereld toch een goddelooze boel4 ,van vroomheid schijn noch schaduw6 ,en dat is ook zoo4 ,in de kringen der wereld is men geestelijk zeer krank2 haast zoudt ge zeggen3 krank tot den dood2 en bij deze doodelijke krankheid vergeleken1 zijt gij nog een heele held4 99 99 99 99 99 ,maar zijt ge daarom gezond8 ,eens kwam in een kring van een kloeken man en vrouw met zes frissche kinderen1 de een voor den ander met den blos van kracht en van gezondheid op de koonen1 een armelijk meisje van zeventien jaar om hulp voor haar zieke moeder en zieke zusje vragen4 ,dat meisje zag er zelve doodsbleek1 vermagerd en met blauwe kringen onder de oogen uit4 ,haast had ze geen kracht1 om zich op te houden4 ,en bij dat kerngezonde gezelschap vergeleken1 scheen zij doodziek4 ,van harte was men dan ook bereid om te helpen4 ,haar zou een versterking voor haar zieken1 wat geld1 en ook een dokter worden nagezonden4 ,en die dokter komt1 klopt aan de deur en wordt ingelaten1 en gaat nu bij dat meisje zitten1 en voelt haar den pols1 schrijft een recept en wil heengaan1 toen het meisje opeens zei3 ,dokter6 u vergist u1 ik ben de gezonde1 maar mijn moeder en mijn zusje liggen zoo ziek6 ,en dat zeggen3 ,dokter1 u vergist u1 ik ben de gezonde1 kwam bij dat doodzwakke zieltje nu uit liefde voort4 ,ze dacht aan zichzelve niet1 maar alleen om die nog erger kranken1 die in de bedste op het stroo lagen4 ,maar zooveel blijkt er dan toch uit1 dat ziek en gezond al zeer betrekkelijk is1 en afhangt van uw maatstaf4 ,bij die ingezonde kinderen vergeleken1 was dat doodzwakke meisje al zeer krank2 maar vergeleken bij die nog zooveel erger zieken in de bedste1 was zij weer de gezonde4 ,en dit nu mag elk minnaar des ,heeren wel op zijn eigen vroomheid toepassen4 ,meet ge u af naar hen1 die in het gestoelte der spotters zitten1 of staan in den raad der goddeloozen1 o1 gewisselijk1 dan zijt gij1 met uw zeer kleine vreeze des ,heeren1 al een wondervroom en zeer godzalig man4 ,maar als ge1 uit dien kring der wereld uitgeraakt1 eens verkeeren moogt onder lieden1 die wezenlijk zeer nauw van conscientie zijn en ingeleid wierden in ,gods verborgen omgang1 hoe bleek en uitgeteerd lijkt dan uw gestalte niet6 ,dan zijt gij weer de zieke1 die den ,medicijnmeester hoog van noode hebt4 99 99 99 99 99 ,maar zijn dan die stillen en godzaligen in den lande de gezonden8 ,en hebben die dan tenminste den ,medicijnmeester niet meer van noode8 ,och1 reeds die vraag toont1 hoe weinig ge ze kent en verstaat4 ,het is zoo1 soms sluipen er ook in zulke gezelschappen hypocrieten in1 die een vroom praatje zoo letterlijk weten na te vertellen1 dat ge er heusch me in de war raakt4 ,maar de geestelijke hoogmoed komt bij dezulken toch al spoedig door de gaten van hun opgelapt kleed gluren2 en ge merkt wel1 hoe arm aan teederheid en aan innerlijke ontfermingen hun hart is4 ,op den duur houden deze lieden van de nagemaakte godzaligheid het in wezenlijk geestelijke kringen dan ook niet uit4 ,maar als ge deze hypocrieten nu eens niet metelt1 neen1 waarlijk1 dan zult ge in deze godzaliger gezinnen geen zweem van dien overmoed vinden1 die pocht op eigen geestelijke gezondheid4 ,het is zoo1 ze kunnen soms roemen4 ,en het zou de eere van ,gods liefde te na komen1 als ze het zwegen4 ,aan genade hebben ze wel waarlijk kennis4 ,en als ze indenken1 hoe ze weggeworpen lagen op de vlakte des velds1 en hoe ze der verkwijning nabij waren1 o1 dan kunnen ze geen woorden genoeg vinden1 om den lof te verkondigen van dien enigen ,medicijnmeester1 die hen opzocht1 en hun etterbuilen uitdrukte1 en hun wonden zalfde1 en hun zoo kostelijke medicijn gaf1 dat er1 ja1 waarlijk1 bij vroeger gezien1 een wonder aan hen is geschied4 ,dat is geen eigen roem1 maar enkel grootmaking van den naam van dien enigen ,arts der zielen2 een prijs voor zijn kostelijk medicijn van loutere genade4 ,maar als ze hun toestand indenken1 zooals die nu dan is1 neen1 waarlijk1 dan roemen ze niet in kracht2 dan verheffen ze zich niet boven de anderen2 maar weten ze1 o1 zoo goed1 dat zij het juist zijn1 die elken morgen en elken avond dien ,medicijnmeester weer van noode hebben4 99 99 99 99 99 ,dat komt daarvandaan1 dat ze zich niet onderling aan elkaar1 noch aan de lieden der wereld1 maar aan dien ,medicijnmeester zelven meten4 ,hij alleen is waarlijk gezond1 en hun is door dien ,medicijnmeester de heerlijke belofte gegeven1 dat als de kuur eens geheel ten einde is1 ze ,hem dan gelijk zullen wezen 7,i ,joh4 #c3b74 ,al het verschil tusschen die anderen en hen bestaat dan ook juist hierin1 dat die anderen1 bij al hun verterende krankheid1 evenals teringzieken1 nog maar altoos van geen bedenkelijke kwaal hooren willen en door alles heengaan en geen ,medicijnmeester zien kunnen4 ,terwijl deze kinderen ,gods omgekeerd diep overtuigd zijn van de gevaarlijke krankheid1 die ze met zich sleepen1 en al hun hope stellen niet op hun sterk gestel1 maar eeniglijk op dien kundigen ,medicijnmeester1 die er reeds zoo duizenden bij duizenden1 die even doodelijk krank waren1 voor altoos van den dood heeft gered4 ,daarom denken ze zoo telkens aan dat prachtige ,vaderhuis daarboven1 waar deze ,medicijnmeester de duizenden bijeen heeft1 die tot volkomen herstelling kwamen1 en het hart springt in hen op van vreugde1 als die trouwe ,medicijnmeester hun telkens weer zegt3 ,wanhoopt niet1 eens zijt gij ook bij die gelukzaligen4 ,wacht slechts uw tijd af6 ,en dan duurt die tijd hun wel eens lang4 ,maar toch rust heel hun ziel1 als ze maar in dat trouwe oog van dien enigen ,medicijnmeester mogen staren2 en bang is het hun dn alleen1 als die ,medicijnmeester een dag overslaat en hen niet bezoekt4 ,dan vragen ze3 ,is hier ook oorzaak voor8 ,heb ik ,hem ook beleedigd en bedroefd8 ,zijn voorschriften van geestelijke genezing wel nagekomen8 ,tot ze hun fout dan weer inzien1 en dan komt die trouwe ,medicijnmeester hen weer opzoeken en ze leven weer op4 ,en zoo gaat het van dag tot dag4 ,zij altoos de kranken1 en ,hij altoos de wondere ,arts1 die hen met zijn kostelijk medicijn uithelpt4 ,en daarom komt ,jezus bij niemand zooveel1 als juist bij die innig godzaligen4 ,want innig godzalig zijn is juist dag aan dag bekennen1 dat we zonder dien ,medicijnmeester weg zijn4 ,,vier-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,maar ,,is ,,voor ,,een ,,tijd4 ,doch hij heeft geenen wortel in zichzelven1 maar is voor een tijd2 en als verdrukking of vervolging komt1 om des ,woords wil1 zoo wordt hij terstond gergerd4 ,matth4 #ac3ba4 ,het waarachtige leven heeft ook een schijnvorm1 die er den naam me gemeen heeft1 maar er het wezen van mist4 ,die schijngestalte van het kindschap gaat soms zoo ver1 dat de heilige apostel ,paulus spreekt van personen1 die hij gekend heeft1 die verlicht zijn geweest en de hemelsche gaven gesmaakt hebben en des ,heiligen ,geestes deelachtig zijn geworden1 en gesmaakt hebben het goede ,woord ,gods en de krachten der toekomende eeuw1 en die toch bleken1 niet het waarachtige zaad der wedergeboorte in hun zielen te hebben ontvangen1 maar slechts geloofd te hebben en in een schijngestalte gewandeld te hebben voor een tijd4 ,een hoogst opmerkelijk verschijnsel in ,gods kerk1 dat volstrekt niet op en lijn mag gesteld met het opzettelijk schuldig bedrijf der hypocrieten4 ,neen1 er is in de zielen dezer dubbel rampzaligen iets omgegaan4 ,er heeft een hoogere kracht op en in hen gewerkt4 ,ze hebben zielservaringen genoten1 die een echt kind ,gods hun soms benijden zou4 ,en toch1 toen het op de vuurproef aankwam1 bleek het niet het echte werk geweest te zijn4 ,ze vielen weer uit1 uit wat eigenlijk nooit hun kinderdeel geweest was4 ,en vreeslijk was het einde van deze vergeefs bewerkte1 kort daarop weer afvallig gewordene1 en nu onredbare zielen4 99 99 99 99 99 ,reeds de ,heere zelf wees op deze bewerkte en toch ongeredde1 straks onredbare zielen1 in zijn gelijkenis van den ,zaaier4 ,naar de scherpe teekening1 die ,jezus van hen gaf1 bestaan ze zelfs in drie categorien3 personen1 die slechts zeer even door genade aangedaan worden2 personen1 in wie de genade een oogenblik opbloeit en een schijnvertooning maakt2 en eindelijk personen1 in wie er nog meer dan begin van bloei1 in wie er zelfs een begin van vruchtzetting was1 maar in wie de pas gezette vrucht door de doornen en distelen der wereld wordt verstikt4 ,zulke door genade aangegrepene en toch niet tot den wortel bevestigde personen zijn dus volstrekt geen hoogst zeldzame uitzonderingen4 ,integendeel1 van de vier categorien1 waarop de ,heere de genade werken laat1 rekent ,jezus er drie tot deze doelloos bewrochten1 en is slechts en categorie de waarlijk bevruchte1 die vrucht draagt1 dertig-1 zestig- en honderdvoud4 ,nu tellen die personen1 die aan den weg bezaaid zijn1 nauwlijks me4 ,in hen toch was het zulk een nauwlijks waarneembaar werk1 dat niemand zich licht in hen vergissen zal4 ,en ook is niet zoo breed de categorie der in de doornen bezaaiden1 eensdeels1 omdat de vervolgingen thans zoo fel niet meer zijn1 en anderdeels1 omdat de verstikking van den rijkdom slechts het levensgevaar van enkelen onder ,gods kinderen is4 ,maar breed is en blijft de categorie1 die ,jezus in het midden plaatste2 de categorie der tijdgeloovigen1 waar vanouds ,christus' kerk steeds op wees2 mannen en vrouwen1 die geen eeuwig leven hebben1 maar slechts voor een tijd zijn4 ,slechts voor een tijd1 omdat ze geenen wortel in zichzelven hebben4 99 99 99 99 99 ,want immers op dien wortel komt het juist aan4 ,of ge in iemand al het gevoelsleven gaande maakt1 en zoo gevoelsstroomen in hem opwekt1 dat hij even ontrust wordt1 en u het oor leent1 en nu wel me wil loopen op den weg naar ,jezus toe1--och1 dat lijkt wel schoon1 en maakt soms wel een roerenden indruk1 maar het mist allen grond en degelijkheid4 ,de zonde is wat diepers dan het gevoel1 en de dood1 die uit de zonde geboren wordt1 vreet wat dieper in uw persoon in dan de oppervlakte van uw gevoelsstroomen4 ,heel uw persoon1 uw wezen1 uw ik1 in het diepste van uw bestaan1 is aangetast1 en gaat gewisselijk1 zoo ,god het niet keert1 ten verderve4 ,op vernieuwing van heel dat ik1 heel dien persoon1 heel dat wezen1 op een van nieuws ontvangen en geboren worden komt het daarom aan4 ,en wat woudt ge dan in zulk een ontzaglijken strijd1 die tusschen ,god en ,satan op den bodem van het menschenhart wordt uitgestreden1 volstaan met een cachet1 dat ge er op drukt2 met een vroom stempel1 dat ge er op zet2 met trillingen en bewegingen in de oppervlakte2 met een schijngeloof zonder kennis2 en met een napraten en nadoen van anderen1 zonder innerlijke wezenheid in het hart8 99 99 99 99 99 ,waarvoor strekt en dient de wortel8 ,immers juist1 om als de oogenblikkelijke levenskracht is opgeteerd1 aanstonds weer nieuwe frissche levenskracht te kunnen toevoeren4 ,vergelijk den bloemruiker met den ceder op den ,libanon1 en al het verschil tusschen het wortellooze en wat een wortel bezit1 spreekt u toe4 o1 ,het is zoo1 schoon geuren die bloemen en prachtig schitteren die kleuren4 ,zij zijn begeerlijk en schoon voor het oog4 ,wie onzer kan de bekoring van zulk een ruiker soms weerstaan8 ,bovendien ze waren immers echt1 die bloemen4 ,geen gemaakte1 maar door ,god gewrochte bloemen4 ,slechts en ding ontbrak haar1 dat ze geen wortel hadden1 en omdat ze geen wortel hadden1 waren ze slechts voor een tijd4 ,en evenzoo immers is het bij die opmerkelijke schijn-,christenen4 ,rijk aan sieraad ontmoet ge hen op den weg4 ,geur en fleur geven ze van zich4 ,het is wel1 zooals ,paulus zegt1 dat ze des ,heiligen ,geestes deelachtig zijn geworden4 ,soms verrukken ze u door de uitademing hunner zielen4 ,en toch1 hun bloei is slechts voor enkele dagen4 ,dan verbleeken en verdorren ze4 ,omdat deze schijn-,christenen geen wortel hadden1 waarme ze leven uit ,god konden indrinken1 bloeiden ze slechts voor een tijd4 ,zie het maar aan den ceder1 die met zijn diepe wortels zoo degelijk in wezen tegen de geplukte bloem overslaat4 ,bij hem soms minder geur en minder fleur1 maar een wortel1 die diep indringt1 en daarom den ceder de jaren verduren doet1 ja1 tot een beeld van het eeuwige maakt4 ,en zoo nu is ,gods echte kind4 ,ook voor eeuwen1 ja1 voor eeuwig2 alleen om dien wortel1 waarme hij in ,god wortelt4 ,zij het zoo ook u6 ,,vijf-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,gij ,,legt ,,mij ,,in ,,het ,,stof ,,des ,,doods6 ,mijne kracht is verdroogd als eene potscherf en mijne tong kleeft aan mijn gehemelte2 en ,gij legt mij in het stof des doods4 ,psalm #bb3af4 ,eens1 toen er nog geen mensch bestond1 lag er op deze aarde ziellooze doode stof4 ,en van die stof greep ,gods almogendheid een handvolle en nog een handvolle1 en vormde er een menschelijke gestalte1 met been en spier1 met bloed en zenuw1 uit4 ,altegader wijsheid1 kracht1 schoonheid1 die ,hij in die doode stof inschiep4 ,en toen dit menschelijk lichaam gereed lag1 schiep diezelfde ,god er de ziel in1 waarop het lichaam was aangelegd4 ,en zoo verrees die door ,gods almacht wonderkunstig bewerkte stofklomp1 en wat daar in het ,paradijs stond en voor het eerst omzag en waarnam en luisterde1 was de door ,god geschapen mensch4 ,zoo was die mensch niets dan stof1 met bijvoeging van de wijsheid en de almacht ,gods1 die scheppend op die stof gewerkt had4 ,zoolang diezelfde almacht hem in dat stof hield en behield1 bleef hij dus4 ,maar liet ,god hem los1 of ging hij van zijn ,god af1 wat wierd er dan anders van hem dan nogmaals stof8 ,en daarom1 toen de mensch in zijn hoovaardij dt aandorst1 en den band met zijn ,god afsneed1 toen kwam de vloek ook3 ,stof zijt ge en tot stof zult ge wederkeeren1 dewijl ge daaruit genomen zijt6 ,uit dien hoofde blijft het niet bij het uitblazen van den adem en het geven van den jongsten snik4 ,neen1 de vernedering moet nog dieper doordringen4 ,wie ,god verlaat1 moet terug naar den toestand1 waarin hij verkeerde1 eer zijn ,god hem riep en schiep4 ,en daarom volgt er na ons uitblazen van den adem nog een graf1 dat ons in zijn schoot ontvangt4 ,dan opent de aarde zich4 ,die stofbodem1 waarboven ,gods almacht ons verhief2 dien we met onzen voet vertreden hebben2 waarover we koninklijk heerschten2 maar die nu zich wreekt1 en ons opwacht1 om over ons te heerschen4 ,het graf ontbindt1 verteert1 verslindt u4 ,en de ruste kan niet komen1 eer het weer wierd1 wat het oorspronkelijk was3 niets dan stof4 99 99 99 99 99 ,dit nu heeft ook de ,messias voorgevoeld en vooruit doorleden1 toen de ,heilige ,geest ,david tot den lijdenspsalm uitdreef1 en hij zong van den bittersten kruisdood1 en1 in zijn uitroepen ook in dien smaad van het graf verzinkend1 klaagde3 o1 ,mijn ,god6 ,gij legt mij in het stof des doods6 ,voor ons gaat dat bij trappen4 ,eerst krank2 dan sterven2 en dan het graf4 ,maar voor den blik van ,messias was dat en rechtstreeks doorgaande lijn van vernedering en vernietiging tot in het graf4 ,en opwoeling van het stof des doods1 dat ,hem verstikken zou4 ,stof en ,geest staan tegen elkander over4 ,het stof is het vormelooze1 onbezielde uit de ure1 toen de aarde nog woest en ledig was en duisternis op den afgrond4 ,de ,geest was toen nog niet scheppend in de stof gedrongen om haar te bezielen4 ,de ,geest van ,god was nog zwevende over de wateren4 ,maar op ,gods bevel dook die ,geest in het stof2 en zoo kwam het leven van heel de schepping er1 tot het eindelijk zijn kroon ontving in den mensch4 ,zoo moest dan het stof den ,geest dienen1 en de ,geest is geroepen1 om het stof te bezielen en te beheerschen4 ,tot er een breuke in dat geestelijk leven komt4 ,want dan kentert het rad der geboorte4 ,het slaat om4 ,de macht wordt aan het stof hergeven1 en het gaat alles terug naar wat woest en ledig was4 ,het wordt alles weer stof4 ,en in die schriklijke vernieling moest ook ,messias in4 ,als ,middelaar in het eeuwig ,raadsbesluit gesteld1 was het zijn lot1 het wel en wee van ons menschelijk geslacht te huwen4 ,eens de glorie1 waartoe het geroepen was2 maar eerst de verderving1 waartoe het was gedoemd4 ,hij zou onze natuur aannemen2 maar in gevallen en geknakten staat4 ,gelijk ze onder den doem lag1 om in dood en graf te verzinken en tot stof weder te keeren4 ,en in dien loop en weg moest ,messias ingaan1 om juist in de groeve des doods verzonken1 met het stof te strijden1 en in het graf zelf de macht van het stof te binden door zijn verrijzenis4 99 99 99 99 99 ,dat was het eindpunt1 waartoe het komen moest4 ,dat de diepste diepte1 waarin ,hij had weg te zinken4 ,en eerst als die diepte der versmading bereikt was1 zou ,hij met de diep ingedrukte veerkracht des ,geestes koninklijk triomfeeren over het graf1 dat ook ,hem vernielen wilde4 ,het stof heeft over ,jezus geen macht gehad4 ,gij zult niet toelaten1 dat uw ,heilige de verderving zie6 had het in ,psalm #af weerklonken4 ,en die toon der hope wierd profetie4 ,het is bij ,jezus doorgegaan tot de scheiding van ziel en lichaam4 ,zelfs is zijn afgescheiden lichaam in het graf gelegd4 ,maar verder kwam het niet4 ,het stof kon dat lichaam niet ontbinden1 niet verteren2 tot stof wierd het niet6 ,hij werd in het stof des doods gelegd4 ,besloten in een graf4 ,besloten achter een deur van steen4 ,maar in de worsteling1 die toen volgde1 leed het stof de nederlaag4 ,de ,geest des levens overwon en het stof des doods wierd overmocht4 ,en ook nu ging het naar den wortel4 ,gelijk in ,adam de wortel van ons geslacht geknakt en in de macht van het stof weggezogen was1 en deswege een iegelijk onzer den tol der ontbinding aan het stof moet betalen1 zoo ook ging het hier te werk4 ,in ,christus triomfeerde de wortel des nieuwen levens1 en in ,hem zegepraalt over het stof1 al wat in dien wortel gehecht is4 99 99 99 99 99 ,ontzettend moet het voor den ,middelaar geweest zijn1 eer ,hij triomfeeren kon1 in die diepte om onzentwil weg te zinken4 ,hij klaagt het met zulk een toon1 waar weedom des harten in kermt3 ,gij legt ,mij in het stof des doods6 ,en toch1 er sprak in dat woord toch ook vertrouwen4 ,hij wierd niet door dat stof getrokken1 maar ,god legde ,hem er in4 ,het is alleen ontwikkeling1 ontplooiing1 uitwerking van het eeuwig ,raadsbesluit4 ,van datzelfde ,raadsbesluit1 waarin ook zijn triomf besloten lag4 ,en dat maakte1 dat deze diepe treurpsalm 7#bb7 reeds halverwege in den toon van lof en jubel omslaat3 ,gij1 die den ,heere vreest1 prijst ,hem2 al gij zaad ,jakobs1 vereert ,hem2 en ontziet u voor ,hem1 al gij zaad van ,israel6 ,daarin ligt voor ,messias de macht1 om door te worstelen tot den einde4 ,niets overvalt ,hem4 ,niets overkomt ,hem door de macht van de natuur of van de zonde4 ,zelfs in zijn bangste lijden is ,hij geen oogenblik buiten ,gods hand4 ,gods ,geest leidt ,hem in de woestijn1 om verzocht te worden van den duivel2 en straks is het dezelfde ,vaderhand1 die ,hem den beker1 den schriklijken drinkbeker van den eeuwigen dood1 aan de lippen zet4 ,hij valt niet in het stof des doods4 ,god legt ,hem er in4 ,en zoo ligt in zijn wegzinken de profetie van zijn opvaren in de hoogte4 ,het is al uitvoering van het ene lijdensprogram2 maar vlak na dat lijdensprogram volgt in ,gods ,raadsbesluit het program van glorie en zegepraal4 ,door lijden tot heerlijkheid6 ,de poorte des ,heeren1 waar ,hij door moet treden1 om in te gaan in den luister1 die ,hem beidt4 ,hierin lag voor den ,middelaar1 in leven en in sterven1 naar ziel en naar lichaam1 zijn eenige vertroosting4 ,en nog weet ,gods kind op aarde het1 hoe hij1 achter ,jezus aankomend1 daarin al zijn rust1 daarin den moed om te dragen en te dulden1 daarin alleen de geestkracht vindt1 om temidden van de bangste duisternis het licht te grijpen1 zoo hij1 in de diepste smart verzonken1 weten mag3 ,niet bij geval1 noch ook door den mensch mij aangedaan4 ,gij1 ,heere6 ,gij alleen legt mij in het stof des doods6 ,,zes-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,de ,,ongerechtige ,,man ,,zijn ,,gedachten4 ,de goddelooze verlate zijnen weg1 en de ongerechtige man zijne gedachten2 en hij bekeere zich tot den ,heere1 zoo zal ,hij zich zijner ontfermen1 en tot onzen ,god1 want ,hij vergeeft menigvuldiglijk4 ,jesaja #ee3g4 ,er is tweerlei soort van weg4 ,een weg1 waar onze voet op gaat1 en een weg1 waarlangs onze gedachten wandelen4 ,die eerste is het pad onzes levens1 waarop we ons in de werkelijkheid1 in de wereld1 in maatschappij1 in huis en kerk bewegen4 ,maar die andere1 die tweede weg doorkruist ons inwendig leven1 loopt door de wereld van ons hart en kronkelt zich door de diepten onzes gemoeds4 ,en nu ligt de zonde op allebei die wegen4 ,volstrekt niet enkel op onzen weg door het werkelijke leven1 maar wel terdege ook en even sterk op dien verborgen weg van ons hart4 ,dat leven daarbinnen is toch ook een wezenlijk leven4 ,zelfs in uw verbeelding kan geen beeld voorkomen1 of er is iets in uw hart1 dat aan dit beeld aanzijn gaf4 ,het heeft alles een oorzaak1 alles een wortel1 alles een kiem1 waaruit het opschiet4 ,en hetzij ge droomt of phantaseert of mijmert1 of door hartstocht in uw binnenste gejaagd1 of door drift in uw nieren geprikkeld wordt1 al wat op het veld uwer gedachten opdoemt en gestalte gewint1 bestaat wel niet voor de wereld1 maar bestaat wel terdege voor u444 en voor uw ,god4 ,zijn onbepaalde wetenschap bezet u van voren en van achteren2 beluistert u aan den uitgang uwer lippen1 maar evenzeer in de sluiphoeken van uw hart4 ,ook in uw wereld1 die binnen in u is1 gaat zijn onbepaalde wetenschap door4 ,en of ge nu al op uw pad door de wereld recht gaat1 zoolang uw pad daarbinnen krom loopt1 staat ge voor uw ,god in de schuld en voor uw ,god geoordeeld4 ,hij is uw ,god4 ,hij heeft recht op u in uw loop door de wereld2 maar eveneens recht op u bij uw wandelen langs de paden uws harten4 ,en daarom1 als uw ,god u tot bekeering roept1 dan zegt zijn ,woord niet enkel3 ,de goddelooze verlate zijn weg1 maar volgt er terstond op3 en de ongerechtige man zijn gedachten4 ,nu zijn die goddelooze en die ongerechtige man niet twee personen4 ,het is enzelfde persoon1 die een weg naar buiten en een weg naar binnen heeft4 ,en het is tot dien mensch met zijn dubbele wereld en met zijn tweerlei weg1 dat het woord uitgaat3 ,ge moet af van den weg der goddeloozen in de wereld buiten u2 maar ook af van den weg der ongerechtigheid in uw eigen gedachten4 99 99 99 99 99 ,hier zit veel in4 ,dit weet ge toch ook wel1 hoe verrukt onze ziel reeds is1 als ze alvast in den uitwendigen weg overwon2 en een ondeugd ingetoomd2 een zwakke ste in ons karakter bewaakt2 een leelijke gewoonte bestreden2 een booze toeleg verijdeld wierd4 o1 ,als er eens ontkomen aan de macht der zonde is1 dan jubelt het reeds zoo dankbaar van binnen4 ,de zonde is zulk een ontzettende drijver4 ,zijn geeselkoord is zoo scherp en zijn striemen gaan zoo diep4 ,de zonde dwingt zoo en spot zoo met alle beter voornemen4 ,en als er dan eens genade komt1 en de zonde le het af1 en wij ontkwamen den strik1 om als een vogeltje vrij uit te vliegen1 dan zong ook onze ziel1 als het vogelkijn zoo blij1 haar lied1 het lied der verlosten4 ,en daar dingen we niet op af4 ,het is melodie in het oor van den ,heilige daarboven1 als dat lied der bevrijding weer langs de velden klinken mag4 ,alleen hierop komen we maar1 dat ge er hierme nog niet van af zijt1 en dat het u niet baat1 of ge het wint in het leven1 zoo ge het aflegt in uw hart4 ,en nu is de moeilijkheid hier groot4 ,tot onzen dood toe blijven we hetzelfde onreine beginsel in ons omdragen4 ,de poel der ongerechtigheid gaat in onzen laatsten ademtocht1 maar ook dan eerst1 van ons af4 ,tot dien tijd blijft het dus altoos onder den bodem van ons hart een gevaarlijke toestand4 ,hoe goed ook die bodem geplaveid zij1 en hoe sekuur ook de opening van den poel der zonde dicht zij geschroefd1 altoos blijft die poel er toch onder1 en het onreine gas der zonde is zoo aldoordringend1 dat het door de hechtste afsluiting toch doorkomt4 ,satan blaast in die gassen1 en daardoor hebben ze zoo doordringende kracht4 ,soms zelfs slaat plotseling heel het deksel van de opening af1 en vliegen opeens weer alle booze demonen door uw binnenste4 ,maar goed1 sluit dat laatste schriklijke geval nu uit1 dan blijft er toch altoos1 wat onze ,belijdenis noemt1 een opborrelen uit de onzalige bron in ons hart4 ,en hierdoor nu komt het1 dat ge zoo licht denkt3 ,aan dat opborrelen van het onreine gas in mijn hart kan ik toch niets doen4 ,dat komt vanzelf4 ,dat kan dus geen zonde zijn4 ,daar kan ,god mij niet om veroordeelen6--en dat ge alzoo denkende aan die onreine en onheilige gedachten den vrijen loop laat4 99 99 99 99 99 ,en dit nu verbiedt de ,heere u4 ,de ongerechtige man moet ook zijn gedachten verlaten4 ,ge moet wel denken1 wel gedachten hebben2 maar ge moet in de gedachten des ,heeren met uw ziel inleven2 en om dat te kunnen doen1 uw gedachten prijsgeven4 ,en uw gedachten1 ja1 dt zijn nu wel waarlijk die opborrelende gassen4 ,die komen uit uw hart1 uit de bron van uw wezen1 uit den wortel van uw innerlijk bestaan1 en wee u1 zoo ge die gedachten koestert1 zoo ge er me speelt1 zoo ge er vermaak in krijgt1 en er me verkeeren blijft2 want dan zet ge er het zegel van uw begeeren en van uw wil op1 en ge zondigt tegen den ,heere uwen ,god4 ,neen1 wat ge doen moet1 is allereerst1 dat opborrelen zooveel doenlijk beletten4 ,het is toch niet waar1 dat ge daar niets aan doen kunt4 ,dat maakt de duivel u wijs1 maar leert ,gods ,woord u wel anders4 ,let er maar eens op1 hoeveel minder de opwellingen zijn den eenen dag bij den anderen vergeleken1 al naar gelang ge uw wachten hadt uitgezet4 ,maar ook dan nog1 als ze opborrelden1 dan nog staat ge voor de keus1 om er onverwijld tegen in te gaan1 of om ze vrij spel te laten4 ,dan is er iets in die opwellende zonde1 dat u streelt1 u lokt1 u metrekt2 maar ook iets1 waardoor de ,geest in u getuigt3 ,weg daarme6 ,en nu is het maar de vraag1 of ge op het eerste oogenblik1 terstond1 zo als ze opkomen1 daar de hand tegen inslaat1 of dat ge er zekeren lust aan hebt1 om die zonde eerst even in uw hart te laten omloopen4 ,doet ge dit laatste1 dan zijt ge de macht kwijt1 en de zonde omfloerst u1 ook al komt het niet tot de daad4 ,maar ook1 doet ge het eerste1 wordt ge biddende1 waakt ge1 strijdt ge1 dan komt de ,geest u te hulpe1 en het onheilige gas ontsnapt4 99 99 99 99 99 ,zelfs in het heilige moet ge bedachtzaam zijn4 ,want ongetwijfeld moet ge uw verleden overdenken1 en tot uzelven inkeeren1 en vrede bij uw ,god zoeken4 ,maar wee u1 zoo dat denken aan de zonde in uw verleden een soort spel wordt4 o1 ,de vaderen der kerk hebben er steeds zoo ernstig tegen gewaarschuwd1 om de voorgaande zonden toch in de diepten der zee te laten liggen1 waarin ,god ze genadiglijk geworpen had4 ,want het is een feit1 een schriklijk feit1 dat menige overdenking van zonden1 die men vroeger beging1 door de kracht der verbeelding1 en de werking der herinnering1 en het terugleven in wat men vroeger deed1 feitelijk het roersel der zonde weer wakker maakte1 de verbeelding overmeesterde en in nieuwe zonde vrucht droeg4 ,de goddelooze verlate zijn weg1 en de ongerechtige man zijn gedachten houdt ook in1 dat ge ,god den ,heere aan zult roepen1 om u de heugenis uwer vroegere zonden geheel uit de ziel te snijden4 ,uit te snijden1 niet enkel1 opdat ze u niet meer benauwen in vreeze1 maar ook wel terdege1 opdat ze uw ziel niet met nieuwe zonden bezwangeren4 ,,zeven-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,hoevele ,,zonden ,,heb ,,ik8 ,hoevele misdaden en zonden heb ik8 ,maak mijne overtreding en mijne zonde mij bekend4 ,job #ac3bc4 ,job heeft in zijn zielsangst schriklijke dingen uitgesproken1 die we hem niet mogen nazeggen4 ,en toch ligt er ook in die wilde kreten van ,job voor u een diepe onderwijzing6 ,dit komt daarvandaan1 dat ,job zegt1 wat gij denkt2 maar vaak denkt1 zonder het zelf te weten4 ,hoor het maar1 als ,job in de wanhoop zijns harten voor zijn ,god uitschreeuwt3 ,hoeveel misdaden1 hoeveel zonden heb ik8 ,maak mij mijn overtreding en mijn zonde bekend6 ,want dat roept ,job uit1 niet om ontdekkend licht over het boos gedichtsel van zijn hart te ontvangen2 neen1 maar wel terdege1 alsof hij zeggen wilde3 ,gij kunt mij niets aantijgen2 ik sta niet schuldig2 er is geen zonde van aanbelang1 die mij door ,god of menschen kan bewezen worden6 ,immers er gaat vlak vooraf3 ,ik weet1 dat ik rechtvaardig zal verklaard worden6 ,dat nu ,job hierin tegenover ,zofar recht sprak1 mag u hier niet ophouden4 ,tegenover de majesteit des ,heeren ,,heeren sprak ,job dwaasheid6 ,en alleen in dit opzicht raakt dit woord u4 ,want laat het u gezegd zijn3 ,wat bij dien wanhoopskreet over de lippen van ,job gleed1 dat woelt telkens ook uit den bodem van uw hart op4 o1 ,gewisselijk1 ge bekent wel zondaar te zijn2 maar1 zoo vraagt het arglistig hart gedurig3 ,waarin bestaat dan toch eigenlijk mijn zonde8 ,schuld wilt ge wel belijden2 maar kunt ge schuld belijden8 ,voelt ge een oordeel over heel uw persoon in uw binnenste gaan8 ,en bij deze vraag grijpt er bij den burgerlijk braven mensch altoos een worsteling in zijn binnenste plaats3 ,om oprecht te zijn1 wat ik haast niet durf1 wat zijn dan mijn overtredingen8 ,als ik zoo diep schuld heb te belijden1 hoevele zijn mijne zonden dan8 ,natuurlijk1 de ongelukkigen1 die eerst zijn overgegeven in een verkeerden zin1 en in hun jeugd1 of ook later zich tebuiten gingen aan zonde van godslastering1 van diefstal1 van dronkenschap1 van hoererij1 die vragen dat niet4 ,die hebben hun antwoord4 ,maar zoo gij daarvoor bewaard bleeft1 en genade uw voeten hield1 dat ze niet uitgleden1 dan valt op die vraag het antwoord1 o1 zoo zwaar aan uw geruste conscientie4 ,en als ge ,job dan roepen hoort3 ,waar zijn dan mijn zonden86 denkt dan ook uw ziel niet soms in zichzelve3 ,och1 wat ,job vroeg1 denk ook ik in mijn binnenste1 al durf ik het niet uitroepen1 gelijk ,job het uitriep8 99 99 99 99 99 ,nu een vraag6 ,waart ge nimmer in een dierentuin1 waar achter de tralin kleine1 lieve1 jonge tijgertjes speelden en sprongen1 al rollend door elkaar8 ,en dat boeide u1 niet waar6 die lieve1 spelende diertjes1 waar nog geen kwaad bij was4 o1 ,om de moeder-tijger zitten ze achter de tralin4 ,maar als die kleine1 lieve diertjes alleen waren1 kondt ge gerust de tralin wegschuiven en uw eigen jongen met die kleine tijgertjes stoeien laten4 ,ze zouden uw jongen geen kwaad doen4 ,ze spelen en stoeien nog maar en zijn zoo aantrekkelijk lief4 ,en toch1 ge weet het4 ,als ge diezelfde lieve diertjes maar stil gaan en groeien laat1 komt uit diezelfde lieve beestjes toch straks de felle1 wreede1 bloeddorstige tijgeraard tevoorschijn4 ,en zoo ge niet toeziet1 verscheuren ze u en uw kind4 ,heeft nu dit duidelijke beeld u niets omtrent de zondige gestalten in uw eigen hart te zeggen8 o1 ,neen1 ook in u zijn die zonden nog niet uitgegroeid4 ,de muil is nog niet opgesperd4 ,de klauw nog niet uitgeslagen4 ,het vuur van den bloeddorst vlamt nog niet in het oog4 ,gij speelt nog met uw lieve zondetjes1 in uzelven en in uw kind4 ,er zit geen kwaad bij1 denkt ge1 en het vermaakt u meer1 dan dat het u angst aanjaagt en u beklemt4 ,en toch1 wat zijn al die zondetjes in u dan kleine tijgertjes van binnen1 waar de schriklijk booze aard inzit8 ,en wat drijft ge anders dan roekeloos spel1 met die booze wezentjes in u te koesteren en te streelen8 ,men vergeleek de zonde in u wel eens bij kiempjes1 zaadjes van een boos distelkruid1 dat1 straks opgeschoten1 u de huid zou openrijten4 ,maar dat is te zwak gezegd4 ,neen1 er is erger1 er is verscheurend wild in uw hart4 ,die nog onuitgeroeide zonden in u zijn als tijgertjes1 die eerst1 o1 zoo lief1 toch als heur aard en wezen uitkomt1 zich zoo schriklijk openbaren zullen4 ,dan moordt het in uw hart6 99 99 99 99 99 ,en nu zult ge het onderscheid gevoelen6 ,in uw hart1 zoo goed als in dat van ieder zondaar1 zitten van binnen al die booze machten in4 ,en voor wat aan u ligt1 doet ge alles1 om die booze wildheden van klein groot te laten worden4 ,gij lacht er tegen4 ,gij stoeit er me4 ,gij voedt ze met sterk voedsel4 ,het is1 of ge haast naar het oogenblik hunkert1 waarop de booze aard mocht uitslaan4 ,maar uw ,god is ontfermende6 ,hij is wijzer dan uw dwaasheid1 en ,hij komt met genade tusschenbeide en sluit in uw hart die booze machten achter tralin op4 ,en nu speelt de klauw wel tusschen de tralin door1 maar tot moorden kwam het in uw hart niet4 ,en gij8 ,dankt ge daarvoor8 ,integendeel1 gij vijlt aan die tralin4 ,gij zoudt die tijgertjes uit willen laten6 ,gij zoudt dat uitkomen van dien boozen trek willen zien4 ,maar nogmaals1 uw ,god is ontfermende6 ,en ,hij slaat uw hand met uw vijl af4 ,en zoo1 zoo alleen zijt ge burgerlijk braaf gebleven en bleef het wild gedierte wel in u1 maar het kon niet woeden6 ,en als dan uw ,god en ,vader1 enkel door tusschentredende genade1 het ergste belette en voorkwam1 zult gij dan zeggen3 ,op mij is niets aan te merken1 die wilde macht in mijn hart brak nog nooit los8 99 99 99 99 99 ,het is zoo1 ge kunt ook wel langs anderen weg ontdekkend licht ontvangen1 en tot zielsverbrijzeling komt het dan eerst1 als reeds de enkele gedachte1 dat het geen liefde voor uw ,god is1 die u drijft1 u pijn doet en door het hart schrijnt4 ,ge hebt gelijk3 tot dieper indaling in uw zonde komt ge eerst1 als ge uzelven in uw natuurlijken vader1 in ,adam1 vondt1 en voeldet1 hoe gij het waart1 die in hem tegen uw ,god en ,souverein gerebelleerd hebt6 ,maar toch1 soms is het goed1 om aan de hand van wat ,job uitriep1 tot besef van uw zonde te komen4 ,het mag niet1 dat ge in zelfstreelende eigengerechtigheid u boven den schuldigen tollenaar verheft4 ,ge moogt niet uit de hoogte van uw burgerlijke deugden op den gevallen man en op de gevallene vrouw neerzien4 ,ge moet leeren verstaan1 dat de wilde boosheden1 die uit hun hart uitbraken en uitschoten1 ook in uw hart wel terdege huizen4 ,en dat het eenige1 waardoor ze in u rustig bleven en geen kwaad vermochten te stichten1 die tralin der genade waren1 waarachter uw ,god ze1 u ter behoudenisse1 opsloot4 ,een ,augustinus1 uit den moordkuil van wiens hart ze zoo schriklijk uitbraken1 is niet slechter dan gij4 ,gij zijt niet beter dan hij4 ,en al het verschil tusschen u en hem is1 dat ,god hem een tijdlang losliet1 om heel de kerk te herinneren1 wat er in elks hart huist1 en u tegenhield1 dat ze in u achter de tralin opgesloten bleven4 o1 ,spot toch met die genade van uw barmhartigen ,vader niet6 ,als zijn hand even ophield die tralin geklonken te houden1 zoo vreeslijk zouden ook uw boosheden naar buiten uit kunnen slaan4 ,hoor toch1 wat de ,schrift zegt3 ,die sta1 zie toe1 dat hij niet valle6 ,en daarom1 misleid uzelven niet langer4 ,wat vraagt ge3 ,wat dan toch uw zonden zijn8 ,hoe meent ge dat8 ,hoevele uw zonden zijn1 die uitbraken8 ,vraag liever3 ,hoevele uw zonden zijn1 die ,god tegenhield en het uitbreken belette8 o1 ,als het daartoe mag komen1 dan wordt uw standpunt zoo heel anders4 ,dan kunt ge den gevallen man en de gevallene vrouw niet meer verachten1 maar zult ge1 bij al de verfoeiing voor hun schriklijk kwaad1 eer vragen3 ,heere6 wat onderscheidt mij1 dat ,gij mij niet losliet8 ,dan zal er een besef in u komen1 dat ge in hun zonden uw zonden ziet4 ,in den tijgerklauw1 die uit hun hart uitkwam1 den verscheurenden aard en het wezen zien van die tijgertjes in uw eigen binnenste1 en ge zult ophouden er me te spelen4 ,ge zult niet meer vragen3 ,wat zijn dan mijn zonden8 maar schrikken van uw eigen hart1 waarin zooveel wilde boosheden zitten opgesloten6 ,en dank1 elken avond en elken morgen nieuwe dank zal van uw lippen naar den hooge klimmen1 dat uw ,god zoo ontfermend was1 om u zoo wonderlijk voor uw eigen hart te bewaren4 ,ja1 uw diepste bede zal 't zijn3 o1 ,god6 blijf mij bewaren4 ,laat de boosheden van mijn eigen hart toch niet tegen mij los6 ,,acht-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,gij ,,en ,,uw ,,huis6 ,en zij zeiden3 ,geloof in den ,heere ,jezus ,christus1 en gij zult zalig worden1 gij en uw huis4 ,hand4 #af3ca4 ,onzichtbare banden zijn zoo raadselachtig en toch trekken ze soms zoo sterk4 ,gij zult nederzitten in een spoorcoup1 dat ge als haringen gepakt opeenzit1 en men u links en rechts drukt1 en dat ge toch als een vreemde en zonder aanraking temidden uwer medereizigers zijt2 terwijl ge op hetzelfde oogenblik aan vrouw of kind zult denken1 die urenver van u afzitten1 en ge met hen u op 't innigst verbonden gevoelt4 ,ze zijn zoo geheimzinnig1 die verborgene banden2 die wondere banden van het hart2 en die nog teederder banden des geestes4 ,ge merkt er niets van1 en ge ziet er niets van2 ge kunt ze naspeuren noch tasten2 en toch zijn ze er2 en hun trekking is zoo machtig2 dan vooral1 zoo ze door de banden van het bloed worden gesteund4 ,zie slechts om u in uw gezin4 ,in een vol uitgegroeid gezin was eerst alleen een vader en moeder2 en nu is hun kroost geschonken2 en bloeien de olijftakken aan hun tafel4 ,maar al lijkt zulk een huisgezin op een plant1 toch is het anders dan een plant4 ,want immers van een plant kunt ge de stukken niet uit elkaar nemen1 of ze hebben niets meer met elkander uitstaande4 ,stekken1 van een boom afgenomen1 keeren nooit meer naar dien boom terug1 en geplukte vruchten vergeten heur oorsprong4 ,maar zoo is het met een menschelijk huisgezin niet4 ,zulk een gezin lijkt wel een plant1 die allengs in stukken uit elkaar loopt2 maar zoo1 dat de uiteengeloopen stukken toch nog met onzichtbare banden of vezelen aan elkaar verbonden blijven4 ,de telegraaf komt er nog het naast bij4 ,als te ,parijs de magnetische draad in den grond wordt gestoken1 en men steekt het andere uiteinde van dien draad te ,amsterdam in den bodem1 en de toestel werkt1 dan heeft er opeens1 onder den grond door1 een verbinding plaats van de electrische kracht4 ,het trekt van die punt1 die te ,parijs in den grond steekt1 tot naar die punt1 die bij ons in den bodem ging4 ,men noemt dat een strooming4 ,men merkt en weet1 dat er een verbinding is4 ,maar het is een verbinding1 die aan onze waarneming ontsnapt4 ,en zoo nu1 en sterker nog1 is het ook met de banden van het bloed1 vooral indien de banden van den geest er op werken mogen4 ,want of het eene kind dan in het eene en het andere in het andere werelddeel is1 als door een electrischen stroom1 die ongezien door de lucht trekt1 blijven dan die harten toch op den versten afstand verbonden4 ,en als 's avonds de knien worden gebogen en uit alle stad en dorp de gebeden naar den hooge opklimmen1 dan werken al die stroomingen1 dan trekken al die banden1 en dan is het en roepen1 en bidden naar den hooge voor wie van zijn lieven verwijderd is en toch voor zijn lieven liefde voelt in zijn hart4 99 99 99 99 99 ,toch kan niet genoeg geklaagd1 dat de trekking dier geheimzinnige onzichtbare banden niet ng sterker is2 niet genoeg getreurd1 dat juist in onze dagen de onderlinge verkleefdheid en saamhoorigheid vaak zoo flauwelijk werkt4 ,ge hebt wel recht1 dat familiebanden niet kunnen blijven doortrekken1 als te sterk geestesverschil de zielen uiteendrijft4 ,of heeft niet de ,heere zelf gezegd3 ,wie niet haat zijn vader en broeder om mijnentwil1 is mijns niet waardig8 ,niet ook waar1 dat ,ruth's zeggen3 ,uw volk is mijn volk steeds weerklank vond in het vroom gemoed8 o1 ,schrijnen moge het u soms door de ziel1 maar er is niets tegen in te brengen3 als de eene ,jezus belijdt en den andere het kruis een ergernis is1 dan kunnen die twee niet saamgaan1 ook al heeft eenzelfde moeder ze gebaard4 ,maar omdat de banden van het bloed ook in uw huis1 als het op beslissen komt1 nooit de banden van den geest overheerschen mogen1 daarom moogt ge toch nimmer die banden van het bloed gering achten4 ,die banden van het bloed zijn geleidingen1 waarlangs iets uit het hart van den een in het hart des anderen uit kan gaan4 ,er kan langs die geleidingen een vonk van zonde schieten uit de ziel des eenen in die des anderen2 maar ook1 er kan langs diezelfde geleiddraden een zegen overgaan uit hart in hart4 ,en dit nu is het kwaad onzer dagen1 dat de kerk van ,christus op die banden des bloeds1 als instrumenten van zonde of van zegen1 zoo weinig let4 ,het wordt alles te geestelijk opgevat4 ,ook gij hebt wel een huis4 ,paulus' zeggen tot den stokbewaarder3 ,gij en uw huis1 is voor u ook wel verstaanbaar4 ,maar nu denkt ge allicht3 ,als die kinderen van mijn bloed zalig zullen worden1 zal tch dit werk van den ,heere moeten komen2 wat kan ik er aan doen8 ,en zoo staakt ge het woord van vermaning2 zwijgen wordt regel2 alleen in natuurlijke1 wereldsche dingen werken de banden des bloeds nog2 maar overigens1 dat er in die banden des bloeds een kostbaar instrument gegeven is1 om ter zaligheid ook voor uw huis werkzaam te zijn1 dat hebt ge nooit ingedacht2 dien blik hadt ge er nooit op2 daar liet ge u niet me in4 ,en dit nu is een zonde1 die bestraft en bestreden moet4 ,in uw macht heeft ,god de ,heere de zaligheid van uw huis zeker niet gesteld4 ,hij is een jaloersch ,god1 en geeft zijn eere aan geen andere4 ,hij baart weder1 ,hij alleen1 en alleen ,god de ,heere zelf kan aan uw kind1 aan uw vrouw1 aan uw broeder het geloof geven4 ,maar onder uw plicht staat niettemin het vermaan en het smeeken der liefde4 ,en als ,god de ,heere u dan niet los in het midden der uwen stelt1 maar u met heel uw huis door heilige1 teedere1 geheimzinnige banden des bloeds zoo verbindt1 dat er langs al die banden en draden iets van u op hen kan uitgaan1 dan moet ge uw arbeid te werk stellen1 ook al bleek in de uitkomst1 dat het al arbeid en moeite tevergeefs was geweest4 o1 ,dat er in onze ,christelijke gezinnen toch dieper besef opwaakte van deze heerlijke roeping6 ,eertijds zag men soms reeksen van geslachten1 waarin de zegen der genade telkens van vader op kind als overging1 en thans is het1 of schier uit elk huis het ongeloof zijn prooi komt wegsleepen4 ,dit gaat niet om goed en have1 maar 't gaat om de levende zielen4 ,en daarom kan er niet sterk genoeg op aangedrongen1 dat we voor dat diepgaande kwaad toch het oog zullen openen4 ,de kerk van ,christus vraagt om geslachten1 die den ,heere dienen in godzaligheid4 ,de kerk van ,christus vraagt om geheele huisgezinnen1 die den ,heere in onverderfelijkheid mogen aanroepen4 ,ze wil1 ze vraagt ook van u1 dat ook in uw huis de banden des bloeds niet als een ongebruikt instrument zullen liggen4 ,god schiep ze1 die banden4 ,ze geven u geleiddraden4 ,ze bieden u aansluiting4 ,ze stellen u in gemeenschap met wie om u zijn4 o1 ,laat langs die draden1 laat door die aansluiting1 laat1 dank zij die gemeenschap1 dan ook in uw huis de gloed eener meer dan aardsche liefde voor man en vrouw en kroost1 voor broeder en zuster werken mogen4 ,een liefde1 die naar ,boven lokt1 die1 ,god geve het1 metrekt naar den hemel6 ,,negen-,,en-,,twintigste ,,zondag4 ,,van ,,uwen ,,houthouwer ,,tot ,,uwen ,,waterputter4 ,uwe kinderkens1 uwe vrouwen en uw vreemdeling1 die in het midden van uw leger is1 van uwen houthouwer tot uwen waterputter toe4 ,deut4 #bi3aa4 ,in onze dagen is ,engelands gewezen minister een houthouwer1 en water uit onze waterleiding in een kruik opvangen kan ook een vrouw van eersten stand doen4 ,maar in ,israels oude dagen was het zoo niet4 ,toen het hout van verre saamgelezen moest in het wilde woud en het water uit de verre beek moest aangedragen1 was houthouwer en waterputter een zeer slavelijke en zure arbeid1 en omdat het een arbeid was1 die geen zier talent en kennis eischte1 nam men er lieden voor van het laagste soort4 ,houthouwers en waterputters duiden dientengevolge in de ,heilige ,schrift aan die pariahs1 die op de laagste sport van de maatschappelijke ladder stonden4 ,wie nergens voor deugde1 kreeg een bijl in de hand of een kruik op den rug4 ,houthouwen en waterputten kon een ieder nog6 ,en kom hier nu niet met valsche denkbeelden van gelijkheid tegen op2 want de maatschappij leeft nu eenmaal op een ladder en staat niet op een gelijk1 effen vlak4 ,dat moge de ,communist willen en de ,nihilist beweren2 maar al hun razernij stuit af op het feit1 dat de menschen hoogst ongelijk geboren worden1 en dientengevolge hun leven lang zeer ongelijk zijn4 ,met de keurigste opvoeding kunt ge aan een kind1 dat zonder genie geboren wierd1 geen genie instorten4 ,talenten worden niet aan den boom gehangen1 maar liggen in kiem en wortel4 ,en wie kan dan het feit loochenen1 dat de kracht van denken1 de kracht van willen1 de kracht van handelen1 waarme de eene mensch begaafd is1 soms tien- en twintigmaal die van anderen1 soms onder de zonen van enzelfde huis1 overtreft8 ,vandaar de ladder1 en aan die ladder de sporten4 ,en nu zijn er sommigen1 die op de hoogste sporten staan1 anderen1 die in het midden hun stand hebben2 maar ook velen1 voor wie er niets aan te verhelpen is1 dat ze hun leven lang nooit van de laagste sporten afkomen4 ,en dat nu zijn onze houthouwers en onze waterputters4 99 99 99 99 99 ,die ladder schiep ,god alzoo2 maar omdat ,hij niet alle mensch even hoog plaatste1 maar velen op de laagste sport doet leven1 gaat dan ook heerlijk zijn barmhartigheid uit1 om over die laagst geplaatsten te waken4 ,wie hooger op die ladder staat1 doet zoo gaarne aan wie lager geplaatst wierd de zool van zijn schoeisel voelen2 en dat nu wil ,god de ,heere niet4 ,integendeel1 niemand is door ,hem op een hooger sport geplaatst1 om wie vlak onder hem staat1 neer te drukken2 maar omgekeerd1 juist met het gebod der liefde1 om hem1 zooveel het kan1 naar zich op te trekken4 ,niemand is1 omdat hij hooger staat1 een zier meer of beter of van hooger waardij in zichzelven4 ,niemand heeft zich te verheffen4 ,en wie op de hoogste sport staan mag1 is en blijft in alles1 met uitsluiting van allen eigenroem1 even diep afhankelijk als hij1 die nog met en voet op den grond en nog pas met den anderen op de laagste sport trad4 ,en daarom is er in de woelzieke ontevredenheid1 die zich steeds sterker onder de lager geplaatsten openbaart1 ongetwijfeld een deel zondige vermetelheid en hoovaardij1 die hen belet1 vrede te hebben met ,gods vrijmachtige beschikking over hen2 maar toch is er ook in een aanmerkelijk deel rechtmatige klacht tegen de vermetelheid en hoovaardij1 waarme de hooggeplaatsten op hen neerzien4 99 99 99 99 99 ,wat nu 's lands wet en burgerordening hierin te voorzien heeft1 dient elders besproken2 maar wat op het heilig erf wel aan 's ,heeren volk op het hart mag gedrukt1 is1 dat ze toch vooral in eigen huis en in eigen kring en bovenal in het heilig ,huis des ,heeren de barmhartigheden des ,heeren door de hardheid en ingebeeldheid huns harten niet weerstaan4 ,gods ,woord is ook in dezen deele zoo teeder1 en als heel ,israel voor ,gods aanschijn treedt1 en alleen de aanzienlijken uit elk huis schijnen me te rekenen1 komt ,mozes het hun in 's ,heeren naam aanzeggen1 dat ze ook hun vrouwen1 ook hun kinderkens1 ook hun vreemdelingen1 maar ook1 om hen vooral niet te vergeten1 hun houthakkers en waterputters er bij zullen roepen4 ,en nu1 wat wordt tegen deze ordinantie der ontferminge ,gods niet nog altoos in ,christus' kerk gezondigd6 ,och1 dat het toch anders mocht worden6 ,hoe lange jaren zijn door de schandelijke wijze van verhuren van zitplaatsen in het heiligdom niet alle armen van het ,evangelie afgesloten geweest6 ,en hoe is er niet eerst1 toen de kerken leeg liepen1 weer plaats ook voor de houthouwers en waterputters gekomen6 o1 ,het is zoo1 achteraf konden ze staan1 op de koude blauwe zerken4 ,och1 al waren ze ,gods vroomste kinderen1 in zijn ,huis wierden ze geminacht4 ,de wereld in het ,huis des ,heeren ingedragen4 ,nogmaals de vooraanzittingen der aanzienlijken4 ,de man van ,jakobus met den gouden ring aan zijn vinger1 nog altoos de u zoo scherp veroordeelende type4 ,en als er dan in die kerk wierd omgegaan om armengeld1 en dat geld wierd straks uitgedeeld1 o1 zeg zelf1 wat viel er dan te merken van ambtsdragers van ,koning ,jezus1 die in zijn ,naam aan zijn bruiloftskinderen het goed van hun ,koning uitdeelden2 en hoe bijna altoos was het dan een aalmoes1 die schier hoonde en beleedigde6 99 99 99 99 99 ,dit nu oordeelt en veroordeelt de ,heere4 ,en veroordeelt ,hij niet alleen in het ,huis des gebeds1 maar ook in uw eigen woning4 ,hoogheid1 die laag neerziet1 en inbeelding1 die minacht1 wordt nooit tegenover den mindere door ,god den ,heere geduld4 ,ook die houthakker1 ook die waterputter is zijn schepsel1 en door ,hem op uw weg gesteld1 opdat ge iets1 niet van uw vernederende1 maar van zijn opheffende ontferming aan hen zoudt oefenen4 ,wie den mindere weldoet1 is de knecht1 die in naam van zijn ,koning iets uitreikt1 en die mindere1 die het ontvangt1 is de beweldadigde van zijn ,koning4 ,de verhouding dus juist omgekeerd4 ,maar zoo moest het dan ook in onze eigen woningen wezen1 vooral op heilig terrein4 ,dat wel zorgen voor de zaligheid zijner eigen ziel1 en ook wel voor het zieleheil van zijn kroost1 maar zonder zich ooit er om te bekreunen1 of zijn dienstbaren en minderen in de duisternis wandelen1 of het licht des levens zien1 is een smet op uw ,christelijk karakter en een vlek op uw huislijk leven4 ,god wil dat niet4 ,neen1 zijn verbond is ruim in ontfermingen1 en zijn genadeverbond omvat naar de huishouding in het zichtbare de grooten met de kleinen1 de rijken met de armen1 de heeren met hun dienstbaren4 ,voor beiden en weg en en ,heiland en en hope des eeuwigen levens4 o1 ,het is wel zoo1 dat die houthouwers en waterputters door veel onbescheiden taal de verhoudingen wel eens omkeeren1 en dat daardoor uw zin voor ontferming vaak wordt afgestompt4 ,helaas1 de zonde der brutaliteit woedt schriklijk4 ,maar kan1 kan ooit hun zonde uw schuld wegnemen8 ,en nog moet er gevraagd1 of niet de verwaarloozing en schuld onzer vaderen in de vorige eeuw oorzaak is1 dat deze zonde der onbeschoftheid zoo voortwoekerde6 ,doch wie hier ook de diepst schuldige zij1 het heft ,gods ordinantie niet op1 en die ordinantie is1 dat vrouw en kinderen en dienstbaren in alle oefeningen van het genadeverbond door u worden saamgenomen4 ,och1 wie onzer leerde ook voor de houthouwers en waterputters in zijn eigen huis of op zijn eigen werkplaats bidden8 ,met hen bidden ging nog1 maar voor hen6 ,om hun zieleheil6 ,om hun eeuwige behoudenis6 ,dat men toch toezie4 ,god laat zich niet bespotten2 en ,hij heeft het alzo1 en niet anders verordend4 ,ook dit nog4 ,gij1 die het deedt1 leerdet ge het ook uw kinderen doen8 ,onze kinderen verheffen zich zoo gaarne boven onze dienstbaren1 en o1 juist die tergende kinderhoogheid heeft zoovelen der lager geplaatsten van de liefde ,christi vervreemd6 ,,dertigste ,,zondag4 ,,uit ,,denzelfden ,,klomp4 ,of heeft de pottenbakker geene macht over het leem1 om uit denzelfden klomp te maken het eene vat ter eere1 en het andere ter oneere8 ,rom4 #i3ba4 ,het gevaar1 om in hoogmoed tegenover de lieden der wereld te vervallen1 is voor ,gods kinderen zoo ontzettend groot4 ,men ziet het onderscheid dan toch tusschen hen en zich4 ,men ergert zich aan wat zij uit lust en onder lach en spot drijven4 ,men zou het in hun midden niet kunnen uithouden4 ,het zou de ziel pijn doen4 ,het zou het teeder gevoel kwetsen4 ,en het zou ons zijn1 of ons de goudvederen uit onze wieken wierden uitgerukt4 ,het is dan ook niet te loochenen3 de lieden der wereld leven anders4 ,zien op andere dingen4 ,zijn in geheel andere gedachten bezig4 ,en wat ook niet verheeld noch verbloemd mag3 bij veel althans1 dat ,gods kinderen van de kinderen der wereld onderscheidt1 mag vrijuit beleden1 dat de kinderen der wereld het slechtste deel kozen1 en dat de kinderen ,gods in hun streven en bedoelen althans gelijk hebben4 ,stond dat niet vast1 waaraan zouden we dan het recht ontleenen1 om een oordeel over de wereld te hebben8 ,en zoo we dt misten1 hoe zouden we haar ooit haar oordeel kunnen aanzeggen en ze tot bekeering kunnen vermanen8 ,daar ga dus nooit iets van af4 ,er is onderscheid4 ,een sterk sprekend onderscheid zelfs4 ,en wat beginsel1 drijfveer en bedoelen aangaat1 is stellig de keuze der wereld te veroordeelen en alleen de keuze van ,gods kinderen goed4 ,in zooverre mag er nooit aarzeling of onzekerheid in ons zedelijk bewustzijn heerschen4 ,dat moeten we zoo inzien en gelooven4 ,we moeten het aandurven en zeggen durven ook4 ,met dat te verzwijgen breken we onze kracht4 ,maar1 en dit springt terstond in het oog1 juist hierin dreigt dan ook het ontzettend gevaar van zelfverheffing en hoovaardij4 ,vergeet ge toch ook maar en oogenblik1 dat al wat ge boven de wereld vooruit hebt1 u uit genade toekwam1 en dat al wat ge in die wereld veroordeelt1 in kiem in uzelven schuilt1 dan kruipt de duivel van den hoogmoed in uw hart en uw ziel is vergiftigd4 99 99 99 99 99 ,daarom is het zoo goed1 dat apostolisch zeggen van denzelfden klomp ons gedurig in het oor te laten dreunen4 ,gelijk een pottenbakker een klomp klei of leem van den bodem grijpt en op het wiel drijft1 om er een vaas als vat der eere1 of een vuilnispot als vat der oneere van te maken1 zo1 zegt de heilige apostel1 heeft het ,god den ,heere beliefd1 ook met u te doen4 ,gij1 kind van ,god1 en die volop in de wereld levende man1 die tot allerlei uitgieting van ongerechtigheid komt1 gij zijt niet maar van enen bloede en van en maaksel1 maar ook van enzelfden klomp4 ,het is en leem1 wat in hem en in u wordt gevonden1 en al hetgeen hem van u en u van hem onderscheidt1 is niets anders dan het ,goddelijk welbehagen1 dat u bewrocht met een genade1 die aan hem niet alzoo wierd besteed4 ,van eenzelfden klomp is het woord1 dat u zoo alle aanleiding tot hoogmoed en zelfverheffing afsnijdt2 want er ligt in dat woord klomp iets zoo vernederends1 zoo neerwerpends1 zoo verlagends1 dat ge opeens al de verachting1 die ge op den man der wereld woudt leggen1 met dat ene woord van klomp op uzelven voelt terugvloeien4 ,in het leem en in de klei zelf zit niets4 ,het is alles en1 of ge dien klomp hier of ginds opraapt4 ,en gij1 die als kind van ,god zeer terecht inziet en belijdt1 dat ge iets anders en beters zijt dan die man der wereld1 zoudt opeens prooi van bittere zelfmisleiding worden1 als ge ook maar en oogenblik denken gingt1 dat dit betere dan ook uw naam beter dan den zijnen maakte4 ,want ongetwijfeld is1 ja1 een fijne vaas beter en hooger in waardij dan een vuilnispot4 ,dat kan niet betwist1 dat is zoo4 ,maar1 en hierin ligt het verschil1 de meerdere prijs wordt door den kooper niet aan die vaas1 maar aan hem1 die die vaas maakte1 betaald4 ,want niet in die handvol leem1 maar in zijn kunst ligt de hooge waardij1 die de vaas verkreeg4 ,en het is dus geheel naar recht1 dat ook de kunstenaar1 die de vaas wrocht1 en niet die vaas zelf1 de eere hebbe4 ,en zoo ook bij u4 ,zijt ge kind van ,god1 o1 natuurlijk1 dat ge dan veel hooger waardij bezit dan een goddelooze4 ,maar die meerdere waardij komt ,gode en niet u toe2 moet ,gode en niet u betaald2 en zoo gij u vermeet1 die meerdere waardij voor uzelven te nemen1 pleegt ge roof aan den ,heere uw ,god6 99 99 99 99 99 ,van eenzelfden klomp1 dat is dus de diepe gedachte1 waar de nederigheid in wortelt4 ,want buiten ,gods genade zijt gij niets beter dan de slechtsten4 ,nu ng zou1 als ,gods genade u losliet1 het kwaad misschien veel erger in u dan in hen uitbreken4 ,al de zaden en kiemen van zonden1 die in hen uitschoten1 worden ook in uw hart gevonden4 ,och1 de meest goddelooze man der wereld laat u niets anders zien dan wat gijzelf zijn zoudt1 zoo ,god de ,heere u had losgelaten4 ,en zoo komt dan uit dien nederiger zin vanzelf tevens de ontferming in u op1 die het laatste spoor van hoogmoed uitdrijft4 ,ontferming met die kinderen der wereld1 die ,god niet kennen1 en daardoor zoo ontzettend veel missen4 ,ontferming met die afgedoolden1 in wie gijzelf afdoolt1 en in wier zonden gij de wonde van uw eigen hart herkent4 ,ontferming met die lieden van eenzelfden klomp met u1 in wie ge niets ziet1 dat aan uzelven vreemd zou zijn1 en wien ge toebidt1 en1 o1 zoo innig graag toe zoudt willen brengen1 diezelfde genade1 die u behouden heeft4 o1 ,heel uw houding onder de lieden der wereld wordt zoo geheel anders1 naar gelang ge als een beter soort wezen op die slechtheid der slechtsten neerziet1 dan wel1 of ge1 als met hen van eenzelfden klomp1 het schier niet vat en het u niet verklaren kunt1 dat gij van zoveel boosheid wierdt afgehouden4 99 99 99 99 99 ,ja1 nog meerderen zegen brengt die gedachte van eenzelfden klomp u4 ,immers1 het maakt u bang4 ,want ge waart niet slechts van denzelfden klomp1 maar ge zijt van dienzelfden klomp nog2 en ziet dus in de lieden der wereld1 aan wat ontzettende gevaren van zonde en verleiding ge nog steeds1 evenals zij1 zijt blootgesteld4 ,niet alsof er in een ,christelijk verleden niet ook een macht ter behoudenis zou liggen4 ,de gewoonte heeft macht ten kwade1 maar ten goede ook4 ,doch al geven we grif toe1 dat ge daarin een schild voor uw borst hebt1 vergeet niet1 dat ,satan u ook bizonderlijk aanport1 meer dan de lieden der wereld1 en dat ,satan voor den val van een ,david hooger prijs biedt dan voor den ondergang van een goddelooze4 ,en dit nu overwegende1 dat ge van eenzelfden klomp zijt met den diepst gevallene en verst afgewekene1 en dat ,satan nog zeer bizonder op u loert bovendien1 o1 dan komt er een toevluchtnemend roepen naar die eeuwige ,genade1 die uit dien klomp u tot een kind van ,god herschiep1 om veilig bij ,hem te schuilen4 ,en dan herleeft de moed6 ,want immers1 als ge er dan om u heen zoo enkelen ziet1 die bizonder sieraad ontvingen1 of leest in het historieblad van kinderen ,gods1 die zoo zonderling begenadigd wierden1 dan past ge dat van eenzelfden klomp ook op hen toe4 ,ook zij waren geen geboren heiligen1 maar door ,god alleen bevruchten en bewrochten4 ,zoo kon genade zich in leem van dienzelfden klomp verheerlijken4 ,en daarom1 hoe dor en moedeloos ook ingezonken1 als ik een handvol leem van dienzelfden klomp ben1 waarvan ,god de ,heere zulke vaten der eere schiep1 o1 dan durf ook ik1 kleine1 wegschuilende1 vergetene in den lande1 nog hopen4 ,van dienzelfden klomp bereidt ,god de ,heere zich de vaten der eere nog4 ,,een-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,een ,,enig ,,zondaar ,,verderft ,,veel ,,goeds4 ,de wijsheid is beter dan de krijgswapenen2 maar een enig zondaar verderft veel goeds4 ,pred4 #i3ah4 ,zondaar en zondaar is twee4 ,de ,schrift spreekt van zondaren1 om er me aan te duiden alle kind des menschen1 dat in ,adam viel en in erfschuld geboren is4 ,zo als het in ,rom4 #e3ai heet1 dat door de misdaad van enen velen tot zondaars zijn gesteld geworden2 of ook als de heilige apostel ,paulus zegt1 dat ,christus voor ons gestorven is1 toen wij nog zondaars waren4 ,maar toch kent de ,schrift ook een ander gebruik van het woord zondaar1 dat niet op allen slaat1 maar alleen op hen1 in wie de zonde buitengewoon zeer is uitbrekende4 ,dan staan aan den eenen kant de lieden1 die ,god vreezen1 en aan de andere zij de kinderen ,belials1 de dwazen1 de ijdele lieden1 de spotters2 en die laatste soort1 die de verzenen tegen de prikkelen slaan1 heeten dan zondaren in bepaalden zin4 ,dat hoort ge al dadelijk in den eersten ,psalm1 als het heet3 ,welgelukzalig is de man1 die niet staat op den weg der zondaren4 ,aan ,davids gebed1 als hij roept3 ,raap mijn ziel niet weg met de zondaren4 ,aan ,jesaja's profetie1 dat ,gods volk in ,jeruzalem weer jubelen zal van vreugd1 maar dat er verbreking zal zijn der zondaren4 ,en dat merkt ge eveneens in allerlei uitspraak van den ,christus zelven3 ,indien gij liefhebt1 die u liefhebben1 wat dank hebt gij8 want ook de zondaren doen hetzelfde2 of als ,jezus profeteert1 dat ,hij zal overgeleverd worden in de handen der zondaren4 ,iets wat telkens weerkeert1 als er sprake is van tollenaren en zondaren1 waarme1 gelijk duidelijk is1 lang niet alle menschen zijn bedoeld4 ,verwar die beiden dus nooit4 ,zondaren zijn we allen1 van nature allen kinderen des toorns2 maar onder deze zondaren is een geslacht1 dat nog in bizonderen zin een soort erger zondaren onder de zondaren vormt4 ,lieden1 die zich aankanten tegen het heilige4 ,die de heerschappijen weerstaan en lasteren4 ,die er lust in hebben om veel goeds en schoons te verderven4 ,menschen1 in wie ge een in het oog vallende werking van den duivel bespeurt4 99 99 99 99 99 ,van dat soort lieden nu zegt ,salomo1 dat een enig zondaar veel goeds bederft4 ,want wel gaat deze stelling ook door van ,adam1 die als een enig zondaar al het goed van ,gods schepping verdierf4 ,maar zo heeft ,salomo het niet bedoeld4 ,de zaak bij ,salomo is deze4 ,hij nam het leven waar4 ,hij bespiedde het leven in maatschappij en huisgezin1 en bevond nu telkens1 hoe soms en1 die kwaad wilde1 heel een kring van anders rechtschapen lieden aanstak4 ,gelijk hij elders sprak1 dat en doode vlieg heel een kostelijken nardusbalsum bederven kan1 zoo ook zegt hij daarom hier1 dat soms en kwaad persoon heel een kring van anders betrekkelijk goede personen aansteekt4 ,en gold dit in ,salomo's dagen1 het geldt nog4 ,ook nu nog heeft elk wijs man er een open oog voor1 hoe in een gezin en kind1 dat kwaad wil1 soms een vloek voor heel het huis wordt4 ,hoe en boos kind van slecht karakter soms heel een school bedorven heeft4 ,hoe en verdorven karakter op een ambacht soms voor al de werklieden1 die er werkten1 ten verderve wierd4 ,het is gezien onder dienstboden1 die saam dienden1 hoe en verkeerde dienstmaagd niet enkel het geluk en den vrede1 maar ten leste ook den beteren toon der anderen ten kwade deed keeren4 ,het is gezien in onze kazernen1 hoe en slechte1 nietswaardige vloeker soms een heele zaal onder den vergiftigden adem van zijn spot en zijn ongeloof bracht4 ,het is gezien1 hoe op ziekenzalen en enkele deugniet voor alle overige kranken de interessante persoon wist te worden1 en ze onder de macht van zijn boosheid kreeg4 ,het is gezien1 hoe op een kantoor1 waar het dusver goed toeging1 en enkele ingedrongen schelm heel de rest aanstak in woorden en slechte manieren4 ,en zoo is er onder menschen bijna geen saamwerking1 geen saamwoning1 geen saamleven denkbaar1 of altoos doet zich hetzelfde vreeslijke verschijnsel voor1 dat en eenig zondaar1 o1 zoo vaak de goeden ten val brengt1 en dat1 o1 maar zoo zelden de goeden macht krijgen over den deugniet4 ,dat merkt men aan boord van een schip4 ,dat merkt ge in de studentenwereld aan onze hoogescholen4 ,dat merkt ge op de fabriek onder het werkvolk4 o1 ,salomo heeft het leven zoo diep gepeild6 ,hij wist het wel3 ,een enig zondaar bederft veel goeds4 99 99 99 99 99 ,nu ontkent ge dit niet2 maar rekent ge er ook genoeg mede8 ,immers1 dit beseft ge1 is wat ,salomo zegt waar1 dan legt het naar alle kanten aan wie ,god vreest verplichting op4 ,aan een ieder1 die lieden in dienst neemt1 teneinde ze met anderen saam te laten werken1 de verplichting1 om met dat in dienst nemen niet lichtvaardig te werk te gaan1 maar wel te onderzoeken1 of ge zoo ook een enig zondaar in uw huis of in uw fabriek zoudt brengen4 ,de verplichting1 om1 als het uitkomt1 dat ge een enig zondaar onder uw dak of onder uw macht hebt opgenomen1 terstond te waken en toe te zien4 ,hem te weerstaan4 ,hem den teugel aan te leggen4 ,te waarschuwen tegen hem4 ,en baat niets1 hem1 eer hij verder kwaad sticht1 te verwijderen4 o1 ,er wordt soms ook door kinderen ,gods zoo gewetenloos gehandeld4 ,dan hebben ze door ,gods gunste goede dienstboden of goed werkvolk gekregen2 en plaatsen ze er toch1 gedachteloos en roekeloos1 zulk een enig zondares of zulk een enig zondaar bij4 ,en als nu straks de geest onder hun dienstboden verpest of onder hun werkvolk verdorven is1 wie zal dan de zielen dier bedorvenen van hun hand eischen8 ,is het niet de ,heere8 ,ook scholen komen hier in het gedrang4 ,wie school houdt1 draagt een ontzettende verantwoordelijkheid4 ,vele ouders vertrouwen u hun kinderen toe4 ,en alles loopt wel4 ,maar nu wordt u ook een kind aangeboden uit een ruw gezin1 ofwel een enig zondaar uit een goed gezin4 ,dan kan dat ene kind de doode vlieg voor uw school worden4 ,de vonk1 die alles aansteekt4 ,en daarom1 zie toch toe1 dat ge voor zulk een gevaar een open oog hebt2 waar ge het merkt1 zulk een verkeerde onder den druk der beteren brengt2 en lukt het u niet het kwaad te stuiten1 liever onverwijld hem van uw school afdoet1 dan dat ge door dien enigen zondaar uw andere kinderen laat vergiftigen4 ,vooral kostscholen mogen wel dubbel toezien4 ,en die regel gaat door1 door ook voor wie weezen onder zich heeft1 of het commando over een kazerne of een schip in zee heeft1 of aan het hoofd van een groot kantoor staat4 ,in al die verbindingen toch dreigt hetzelfde gevaar4 ,altoos de kwaden1 die de goeden bedreigen en vergiftigen willen1 en altoos aan u die heilige roeping1 om openlijk voor de goeden uit te komen1 en den goeden den hoogen toon te verschaffen1 de verkeerden tegen te staan1 en scherp te waken1 dat geen oogenblik in zulk een kring de spotter de gevierde man worde1 en wie ,god vreest1 zich voor zijn ,god gaat schamen4 ,de kerke ,gods staat onder hetzelfde gebod4 ,een enkele vonk vuurs1 zie1 hoe grooten hoop hout ze aansteekt4 ,een weinig zuurdeesem verderft het gansche deeg4 ,vandaar de roeping van ,gods kerk1 om streng en ernstelijk tucht te oefenen4 ,het kwade mag de heerschappij niet hebben4 ,en wat nog het bangste is1 ook in het huisgezin zelf kan dit kwaad schuilen4 ,in een anders vroom gezin kan en kind zijn1 dat niet deugen wil4 ,en laat ge dat ene kind begaan1 dan steekt dat ene kind aldra heel uw huis aan4 ,daarom is het zoo roekeloos en gewetenloos1 als ouders hierover heenloopen en er geen onverzoenlijken strijd tegen voeren1 of erger nog1 er voor uit den weg gaan1 en de vreeze ,gods uit hun huis laten wijken1 om onaangenaamheid met zulk een boos kind te mijden2 of nog erger1 het bedrijven van het kwade door dat kwade kind dulden in hun eigen huis4 ,dit mag nooit4 ,de banier des ,heeren moet in het aangezicht van zulk een verkeerd kind juist fier en moedig opgeheven blijven4 ,er moet tegen en voor zulk een kind gebeden4 ,er moet rusteloos aan zulk een kind gearbeid worden4 ,en bovenal1 de andere moeten gewaarschuwd1 moeten gesoleerd1 moeten gesterkt worden4 ,en dan eerst1 als aller oog voor het gevaar van dat verkeerde kind geopend1 en de liefde om het te herwinnen1 ontvlamd is1 dn kan het verkeer weer vrij en open zijn4 ,dan bant zulk een enig zondaar den ,heere niet langer1 maar komt de naam des ,heeren over hem4 ,,twee-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,mijn ,,wol ,,en ,,mijn ,,vlas4 ,en ,ik zal wegrukken mijn wol en mijn vlas1 dienende om haar naaktheid te dekken4 ,hosea #b3h4 ,ook de kleeding1 waarmede we ons kleeden1 heeft voor het ,godsrijk beteekenis3 en dat die beteekenis zoo spaarzaam beseft wordt1 is1 omdat de ijdele mensch zoo weinig met ,god in zijn kleeding rekent4 ,in de wereld der ,heilige ,schriftuur is dat heel anders4 ,daar is het in den hof van ,eden ,god zelf1 die den mensch1 toen hij het eerst zijn naaktheid en zijn schaamte gevoelde1 met de wol der lammeren dekte4 ,god de ,heere1 die in zijn wet waakt1 dat het kleed van de huid des armen nooit geroofd worde4 ,god ,almachtig1 die in de woestijn uitwerkt1 dat ,israels kleederen niet verouden4 ,de ,heilige ,israels1 die in de priesterkleeding zijn majesteit symboliseert2 en geen kleed van tweerlei stof om de lendenen zijns volks gedoogt4 ,onze ,vader in de hemelen1 die de lelin des velds bekleedt1 en veel meer u bekleeden zal1 o1 kleingeloovigen6 ,en eindelijk1 de ,god van alle barmhartigheden1 die door het bloed zijns lieven ,zoons u bekleeden wil met den mantel des heils4 ,vreemd1 niet waar8--om ons dagelijksch brood zullen we bidden1 voor onze spijs zullen we danken2 maar hoe zeldzaam klimt gebed en dank op ook voor het kleed1 dat ons verwarmt1 en het gewaad1 dat ons dekt6 99 99 99 99 99 ,en toch1 ook uw kleeding is een gave ,gods4 ,bijna alle stof voor het kleed1 waarme de mensch zich dekt en opschikt1 is saamgevat in wat de ,heere bij ,hosea roept3 ,mijn wol en mijn vlas6 ,de wol als saamvatting van alle stof1 die ons uit het rijk der dieren toekomt2 het vlas als aanduiding van al wat we voor kleeding nemen uit het rijk der planten4 ,wol der lammeren1 of gelijk het in ,spreuken #bg3bf heet3 ,de lammeren zullen zijn tot uw kleeding1 en dus ook het spinsel van de zijdeworm1 de pels van het wouddier1 het leder voor ons schoeisel1 en de vederen1 die ons de vogels bieden4 ,dat uit het dierenrijk4 ,en daarnaast het vlas1 en dus ook het katoen en wat plantvezels meer in weefsel verwerkt worden4 ,en van dat alles nu zegt ,god de ,heere bij ,hosea3 ,dit alles is mijn wol en mijn vlas1 dat ,ik u schenk1 om uw naaktheid te dekken4 ,gij1 nietige mensch in uw naaktheid1 kunt geen enkel haar wol op het lam1 geen enkele vlok vlas op het land laten groeien4 ,ik1 de ,heere1 doe alle deze dingen4 ,en als dan uw kleed allengs weer veroudt1 en de versleten plek laat de koude weer door1 dan laat ,ik1 de ,heere uw ,god1 telken jare de afgeschoren wol op de lammerenhuid weer aangroeien1 en gebied ,ik den akker1 dat het vlas weer uitschiete uit de kiem4 ,zoo maakt de ,heere alle wol en alle vlas2 zoo is ,zijns alle zijde en alle veder4 ,hij doet het alles uitspruiten1 en zooveel millioenen als er zich met kleederen dekken1 die allen zijn gekleed met een kleed1 dat ,god voor ze bereid heeft4 99 99 99 99 99 ,dit verrijkt het leven1 zoo ge het inziet en er inleven gaat4 ,in een geheel nieuwe wereld straalt de majesteit des ,heeren voor u uit4 ,al die keurige eigenschap van zijn wol en zijn vlas1 om u te dekken1 zonder dat het deksel u bezwaart1 en u te omkleeden1 en dat toch de uitwaseming van uw huid niet wordt afgesloten1 u te omhullen1 en dat toch uw gestalte als mensch niet teloor gaat1 dat is al zijn werk4 ,het werk van denzelfden ,god1 die zoo schoon en prachtig de lelin bekleedt1 en de vogelen des hemels met vederen bedekt1 en zoo ook voor de kinderen der menschen stof voor hun kleeding verordineerd en geschapen heeft4 ,heel een nieuwe1 rijke wereld1 om zijn wijsheid en majesteit in te bewonderen4 ,te bewonderen ook dit1 dat er een gewaad van hoogen prijs is voor den man van vele goederen1 en toch ook een kleed1 dat duurzaam en van lagen prijs is1 voor den arme in zijn nood4 ,gij voedt1 ,heere6 al wat leeft1 maar ook1 ,gij dekt al wat koud en naakt is4 ,hoe groot zijn uw werken4 ,gij hebt ze met wijsheid gemaakt4 ,de aarde is vol van uwe goedertierenheid6 99 99 99 99 99 ,draagt ge nu den naam des ,heeren ook in die wereld van uwe kleeding in1 dan krijgt ge het oog op een nieuwe barmhartigheid uws ,gods1 en is er nieuwe oorzaak om voor te danken4 ,maar er komt dan meer6 ,immers1 zoolang de wereld van uw kleeding buiten ,god ligt1 wordt ze u in den regel een oorzaak van zonde4 ,ze dient u dan tot pronk en opschik4 ,ze kweekt ingenomenheid met uzelf en ijdelheid4 ,of ook1 ze verleidt u tot slordigheid1 onreinheid en achteloosheid6 ,op zichzelf een wereld vol zonde1 waarvan de vernielende kracht nauwlijks te berekenen valt4 ,lees maar1 hoe de ,heere in ,jesaja #c dat misbruik in de wereld der kleeding bij den man en de vrouw van ,jeruzalem aantastte4 ,voor niet weinigen zelfs wordt het een worsteling2 vooral bij vrouwen1 en het meest bij jonge vrouwen1 die ,god met schoonheid sierde4 ,dat het wordt3 ,hebt gij uw kleed8 of heeft uw kleed u8 ,dat de bezigheid om altoos schooner kleed te dragen1 heel het hart en heel den zin inneemt1 en het kleed een afgod in uw droom1 een afgod in uw kamer1 ja1 een afgod om uw leden wordt2 en ten leste dat schijnbaar zoo onschuldige kleed uw tijd rooft1 uw gedachte verzinlijkt1 uw ik bewierookt en uw ziel vermoordt4 99 99 99 99 99 ,doch komt de ,heere ook in de wereld uwer kleeding in1 dan wordt dit alles nieuw en anders4 ,als ge daar dan al uw kleederen voor u ziet liggen1 dan hoort ge de stem des ,heeren3 ,mijn wol en mijn vlas6 en ge verheft u niet1 maar dankt4 ,zijn wol en zijn vlas6 ,en daarom kunt ge uw kleed niet ongebruikt wegbergen1 terwijl een arme bij bittere kou1 uit gebrek aan deksel1 verkleumen zou4 ,zijn wol en zijn vlas6 ,en daarom vereischt uw kleeding zorg1 en mag het kleed niet verwaarloosd4 ,de stof mag het niet verteren1 vuil het niet verslijten1 de mot het niet opeten4 ,ook voor dit goed des ,heeren moet gewaakt4 ,zijn wol en zijn vlas6 ,en daarom moet ,hij er in gediend en mag het niet misbruikt voor zondige ijdelheid1 veel min om zondige gedachten in anderer zin op te wekken4 ,zijn wol en zijn vlas6 ,en daarom1 als er nieuw gewaad of nieuwe kleedij in ons huis wordt ingedragen1 niet het ik in hoogheid gekitteld1 maar ,hem er de dank en de eere voor4 ,ja1 zijn wol en zijn vlas6 ,en dus ook onze magazijnen met kleeding van allerlei wol en vlas1 zijn voorraadschuur1 waarin ,hij den winkelier slechts als instrument en uitdeeler gebruikt4 o1 ,met dat ene diepe woord3 ,mijn wol en mijn vlas1 op heel de wereld onzer kleeding toegepast1 hoeveel zonde wordt dan niet uitgebannen1 hoe machtig het leven niet verrijkt6 ,,drie-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,in ,,een ,,eerbaar ,,gewaad4 ,desgelijks ook1 dat de vrouwen1 in een eerbaar gewaad1 met schaamte en matigheid zichzelven versieren1 niet in vlechtingen des haars1 of goud1 of paarlen1 of kostelijke kleeding4 ,i ,tim4 #b3g4 ,zie toe1 dat ge niet in zondige overgeestelijkheid scheidt1 wat ,god saamvoegde1 en uiteenrukt1 wat ,hij verbond4 ,het gevaar om in die zonde te vallen is zoo groot4 ,als ge merkt1 en uit de ervaring uwer onbekeerde jaren weet1 hoe een schepsel buiten ,god er bijna altoos toe vervalt1 om te doen1 alsof hij geen ziel had en alleen lichaam was2 en dan voor dat lichaam slooft en slaaft2 om dat lichaam maar te laten eten1 en dat lichaam te laten drinken1 en dat lichaam in pronk en kleedij en allerlei wellust te laten genieten2 o1 dan is het zoo natuurlijk1 dat een mensch1 na bekeerd te zijn1 nu overslaat in het andere uiterste2 en denkt3 ,als ik maar voor mijn ziel zorg6 en onder dien indruk zijn lichaam en wat des lichaams is1 verwaarloost4 ,dan sluipt er ongemerkt een soort minachting voor dat ongeestelijke lichaam in de ziel4 ,men draagt het als iets overtolligs met zich om4 ,eens is het toch voor het graf en voor het verderf in den kuil bestemd4 ,wat zou ik mij om dat lichaam veel bekommeren8 ,vandaar bij enkele ,christenen soms een zoo schromelijke verwaarloozing van de reinheid en zindelijkheid2 verwaarloozing in kleeding en deksel2 en als gevolg hiervan verwaarloozing in de huishouding2 slordigheid in alle gedraging2 ongeregeldheid ook1 tot schuldmakens toe1 in zijn geldelijke zaken4 ,men heeft dan voor dat uitwendige1 voor alles wat met het lichaam samenhangt1 mdat het vergankelijke en wereldsche dingen zijn1 geen hart en geen oog4 ,men mengt er zich in1 voor zooveel het hoognoodig moet2 maar plicht en roeping werkt er niet2 en tot op zekere hoogte acht men niet zelden zulk een schuldige verwaarloozing nog wel een niet te versmaden teeken van vroomheid en geestelijken zin4 99 99 99 99 99 ,dit nu mg niet4 ,wat ,god vereenigd heeft1 zal de mensch niet scheiden4 ,ge zijt niet ziel1 maar gij zijt ziel en lichaam4 ,ge bestaat niet anders4 ,god schiep u zoo4 ,en al klaagt ge nog zoo bitter over de slavernij1 waaronder dat lichaam des doods u doet gebukt gaan1 altoos moet er ook voor dat lichaam de juichtoon op volgen3 ,ik danke ,god door onzen ,heere ,jezus ,christus6 ,hij is ook een ,behouder des lichaams4 ,ook dat lichaam is door ,christus tot den prijs van zijn bloed gekocht4 ,eens zal ,hij ook dit uw sterfelijk lichaam aan zijn verheerlijkt lichaam gelijk maken4 ,en onze kerk schreef zoo roerend schoon boven het voorportaal van haar ,catechismus1 dat ,christus eigen te zijn troost biedt2 indien het zijn mag1 in leven en sterven met lichaam en ziel het eigendom van ,christus te wezen4 ,hierme is dus niet enkel de kastijding van het vleesch en de monnikspij1 maar ook elke verwaarloozing van het lichaam geoordeeld4 ,en een ,christen gaat een weg van zonde op1 zoo hij het beneden zich durft achten1 om ook aan spijs en drank1 aan kleeding en deksel1 aan zijn huis en hof1 en ook aan zijn geldelijke aangelegenheden1 een stuk tijds1 een deel van zijn kracht en een zekere mate van zijn inspanning te wijden4 ,overgeestelijkheid is ongeestelijkheid4 ,te willen zorgen voor de ziel1 als had ze geen lichaam1 is zorgen voor een ziel1 die niet bestaat4 ,toch ontleene ,gods kind hieraan nooit ook maar van verre een vrijbrief1 om1 overslaande in het tegendeel1 nu weer de wereld achterna te hunkeren1 en de ziel op en lijn met het lichaam1 of zelfs bij het lichaam achter te stellen4 ,dat mag evenmin6 ,uw ziel1 uw geestelijk leven blijft altoos hoofdzaak1 en nooit mag het lichaam anders gelden dan als dienend instrument4 ,vandaar dat ,jezus' heilige apostel er zoo op aandringt1 dat een kind des ,heeren zelfs tot in zijn kleeding toe des ,heeren zal zijn4 ,ge zult geen naaktlooper zijn1 zooals de razende dolheid der ,wederdoopers het eens wilde4 ,ge zult geen slordige plunje aanschieten1 zooals de valsch-mystieke dweper het zich veroorlooft4 ,maar ge zult nog veel minder als een pronkende pauw rondloopen4 ,neen1 ge zult u kleeden in een eerbaar gewaad4 ,die eisch van eerbaarheid voor uw gewaad ligt in den oorsprong van alle kleeding2 want vergeet nooit1 dat alle kleeding haar oorsprong vindt in de zonde2 dat in het ,paradijs1 waar geen zonde was1 van kleeding geen sprake viel2 dat eerst uit de zonde het bewustzijn van naaktheid en schaamte sproot2 en dat in het ,kanan daarboven geen ander dan een lichtgewaad denkbaar is4 ,zelfs de ruwheid van den dampkring1 die ons de noodzakelijkheid van warme en soms zeer dikke kleeding oplegt1 bestond in het ,paradijs niet en is als een deel van den vloek over de aarde gekomen4 99 99 99 99 99 ,maar is dat zoo1 dat het gewaad strekt1 om de schaamte onzer naaktheid te bedekken1 dan volgt hieruit immers vanzelf1 dat elk gewaad of kleedingstuk1 dat strekt om niet te verbergen1 maar te doen uitkomen1 tegen het eerbare indruischt4 ,naar gelang dan ook in de eerste jaren der ,christenheid de invloed van het ,evangelie won1 week het oneerbare in de kleederdracht der heidenwereld voor soberder snit en eerbaarder vorm4 ,en toen nogmaals het gewaad zijn eerbaren plooi verloren had1 is het de macht van datzelfde ,evangelie geweest1 dat in de dagen der ,reformatie1 met name in de ,calvinistische kringen1 stilheid van kleuren1 soberheid in versiering en eerbaarheid van vorm heeft teruggebracht4 ,steeds ging de kleedij in eerbaarheid met den invloed van het kruis van ,christus op en neder4 ,won die invloed veld1 dan wierd het gewaad soberder en eerbaar4 ,daalde die invloed1 dan kwam de heidensche weelde en pronkzucht met den oneerbaren vorm terug4 ,vandaar ook nu weer die smakelooze uitbotting1 in wat door kleedij en opschik het oog bekoren en de zinlijkheid streelen en de ijdelheid prikkelen kan4 ,sommige vrouwen vooral gaan letterlijk in dezen afgodendienst van de ,godin der kleedij op4 ,het neemt heur hart in4 ,ze spreken er van4 ,het prikkelt heur begeerlijkheid4 ,het wekt heur nijd en heur jaloerschheid op4 ,en wie het sierlijkst gewaad om kan hangen1 acht zich het voorwerp van aller bewondering1 als ze uitgaat langs de straten4 ,zelfs naar onze kleynere luyden en naar het platteland dringt die koorts der pronkzucht door4 ,parijs1 waar het ,evangelie bijna alle macht verloor1 geeft den toon aan4 ,weinig zedelijke vrouwen schrijven de wet der mode1 en door die mode het gewaad1 aan alle vrouw in ,europa voor4 ,en alleen ,engeland1 waar het ,evangelie nog eenige macht behield1 weet door beter snit en fijner smaak en stiller kleur een eenigszins eerbaar gewaad te bieden4 99 99 99 99 99 ,ligt ook hier dan niet een roeping voor onze kerken en voor onze huisvaders en huismoeders8 ,neen1 we bepleiten geen zonderlingheid4 ,we ijveren niet voor een terugkeer tot de neepjesmuts4 ,och1 ook in die zonderlingheid kan zelfbehaagzucht en duivelsche ijdelheid spreken4 ,een anders gekleed gaan dan een ieder zich kleedt1 kan ook de aandacht doen trekken1 en het doen trekken van de aandacht is voor het jeugdig vrouwenhart immers de groote klip4 ,maar wat wel kan en moest1 is drierlei4 ,vooreerst biedt de mode altoos stiller en hooger kleuren1 schriller en zediger vorm1 en uit die veelheid kon men in ons ,christelijk gezin toch altoos het sobere en stille kiezen1 om het hooge en schrille te mijden4 ,dan1 vormen van gewaad1 die er opzettelijk op aan zijn gelegd1 om de eerbaarheid der kleedij tot een bespotting te maken1 zijn altoos te mijden1 al droeg een ieder ze4 ,en ook1 waar stof van goed1 dat snel vergaat1 door zijn ondegelijkheid prikkelt om gedurig weer nieuwe kleeding te maken1 en aan dit bereiden van nieuwe kleeding al uw kostelijken tijd te verdoen1 die toch zooveel degelijker gebruikt kon1 ligt het daar niet op der ,christenen weg1 om door de keus van degelijker stof den tijd uit te koopen1 en te maken1 dat niet aldoor de lieve lange dag aan dit kleene onderdeel van het leven weggaat8 ,het zijn maar wenken4 ,maar wenken1 die toch een vingerwijzing kunnen zijn4 ,een ,christenvrouw1 die in haar kleedij opgaat1 dient een afgod en werpt zichzelve en haar belijdenis weg4 ,,vier-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,met ,,netelen ,,bedekt4 ,en ziet1 hij was gansch opgeschoten van distelen1 zijne gedaante was met netelen bedekt1 en zijn steenen scheidsmuur was afgebroken4 ,spr4 #bd3ca4 ,een weinig slapens1 roept de ,heilige ,geest door ,salomo1 een weinig sluimerens1 een weinig handvouwens1 al nederliggende1--en uw armoede zal u overkomen als een wandelaar en uw velerlei gebrek als een gewapend man6 ,en zie wel toe1 dat ge dit nu niet aanstonds op het geestelijke overbrengt4 ,neen1 het geldt eerst van uw beroep en van uw huislijk leven4 ,door vlijt en arbeid zegen1 en bij loom en tragelijk voortsukkelen1 tegenspoed in uw zaken en achteruitgang u op de hielen nazittend4 ,rusteloos tuchtigt daarom ,gods ,woord den luiaard1 den tragen droomer1 den ijdelen tijdverspiller1 den zondaar1 die aan ,gods hoog gebod1 dat ge in het zweet uws aanschijns brood zult eten1 weerstand biedt en het veracht4 ,die niet werkt1 zal niet eten1 roept de heilige apostel daarom aan de eerste ,christenen toe2 en wel verre1 dat het een ,christen voegen zou1 in log en lui nietsdoen zijn kracht en zijn tijd te verkwisten1 laat veeleer de eisch van het zweet des aanschijns ook voor hem geen oogenblik af4 ,het zweet des aanschijns wil niet enkel zeggen3 werken2 maar3 hard werken2 zo werken1 dat men de spanning van zijn kracht merkt1 en na de sterke inspanning aan ontspanning in den slaap behoefte gevoelt4 ,stellig deugt er dus iets niet in onze maatschappelijke toestanden1 die een lui en werkeloos nietsdoen bij duizenden aankweeken1 en een ,christenmensch heeft stellig ook daardoor tegen zulk een misstand te protesteeren1 dat hij n zelf werke n een ieder in zijn huis en kring doe werken2 niet voor de leus1 maar wezenlijk2 zo1 dat het een werken zij1 dat den geest spant4 ,zoo moet man en vrouw1 zoon en dochter1 jongeling en oude van dagen werken4 ,de akker onzer krachten mag niet braak blijven liggen4 ,rust roest4 ,en de uitkomst toont dan ook1 dat gezinnen1 dat familin1 dat natin1 waar gewerkt1 waar1 door ieder in zijn kring en op zijn wijze1 terdege gewerkt wordt1 tot in het zweet des aanschijns1 wiesen in macht en in welvaart toenamen2 maar dat den luiaard1 hetzij dan een man1 of een lui gezin1 of een lui en loom geworden natie de eere afgaat en de ondergang opwacht4 ,en dat nu is het1 wat ook ,salomo in het ,spreukenboek uitroept3 ,ik ging voorbij den akker eens luiaards1 en ziet1 hij was gansch opgeschoten van distelen en met netelen bedekt4 ,als ik dat aanschouwde1 nam ik het ter harte1 ik zag het aan en nam onderwijzing aan4 ,een weinig slapens1 een weinig sluimerens1 een weinig handvouwens1 al nederliggende1 zoo zal uwe armoede u overkomen als een wandelaar1 en uw velerlei gebrek als een gewapend man6 99 99 99 99 99 ,toch blijft die onderwijzing niet steken bij uw beroep4 ,ook in uw geestelijk aanzijn dringt diezelfde onderwijzing door4 ,want ook daarbinnen is u een akker1 in het verborgene uwer ziele toevertrouwd1 en ook op dien akker gaat de vaste regel door1 dat de nijvere vlijt er bloemen plukt1 en de geestelijke luiaard gestoken wordt door zijn eigen netelen4 ,met de werkheiligheid en de eigen verdienste heeft dat niets te maken2 en onze geestelijke zielsluiaards1 die onder vrouwen en mannen zoo gereed zijn1 om met een schimpwoord tegen de werkheiligheid hun zondige verspilling van geestelijke kracht toe te dekken1 mogen toezien1 dat de zoo verachte werkheiligen van ,ninev hen niet voorgaan in het ,koninkrijk der hemelen4 ,neen1 tot zijn wedergeboorte brengt niemand iets1 ook maar het allergeringste toe1 en wie op den geestelijken akker1 dien ,god de ,heere hem toevertrouwde1 het houweel of de spade en straks den sikkel hanteert1 die weet uitnemend wel1 dat het zaad1 dat hij strooit1 van ,god is1 en dat van ,god de krachten zijn1 die in dien akker op dat zaad werken zullen1 en van ,god de zon1 en van ,god de regen1 en van ,god de wasdom en het gedijen2 maar inmiddels mag hij niet in zijn hutje blijven droomen1 maar moet hij er uit1 dien akker op1 en de hand aan den ploeg slaan1 en arbeiden den lieven langen dag in het licht zijns ,heeren1 opdat ,gode de eere zij4 99 99 99 99 99 ,geestelijke vlijt noemt de ,heilige ,geest in de ,schrift3 naarstigheid1 en elk lezer en minnaar der ,schrift weet1 hoe gedurig het vermaan om u te benaarstigen1 door den ,heiligen ,geest herhaald wordt4 ,geen dofheid en dompheid en loomheid4 ,dat baart het geestelijk moeras4 ,maar toewijding en inspanning van kracht4 ,een weer oprichten van de slappe knien en de trage handen1 om kloek1 om manlijk1 om in al de spanning van uw heilige geestdrift te dienen den ,heere uwen ,god4 ,dienstknechten en dienstmaagden uws ,heeren zijt ge1 en een dienstknecht en dienstmaagd zijn er1 niet om stil te zitten en niets te doen1 maar om te dienen1 dienende te arbeiden naar het hun gegeven gebod en rusteloos in den dienst huns ,heeren bezig te zijn4 ,mijn ,vader1 sprak de ,heere1 werkt tot nu toe1 en ,ik werk ook6 ,en zie1 hoe een ,paulus gearbeid en gezwoegd heeft1 volijverig in den dienst zijns ,heeren tot zijn einde toe4 ,en zoo dan is ook onze roeping niet om te sluimeren als kinderen des nachts1 maar om te arbeiden als kinderen des daags4 ,de nacht komt1 waarin niemand werken kan4 ,en zoo moet er dan in naarstigheid en volijverig ook in uw geestelijk aanzijn gearbeid4 ,gearbeid in uw geloof4 ,gearbeid in uw hope4 ,gearbeid in uw liefde4 ,volijverig nagespeurd alle u van ,god gegeven kracht en talent1 en die kracht en dat talent niet in de aarde begraven1 maar met woeker aangewend4 ,geen plekje op dien akker mag onbebouwd blijven4 ,en wat bij den ,farizer zelfbespotting was1 bij u moet het hooge waarheid en werkelijkheid worden3 gij hebt voor uw ,god zelfs te vertienen de munt1 de dille en de komijn4 99 99 99 99 99 ,want1 en dit is nu ,salomo's leering voor elk kind van ,god1 ook bij den geestelijken luiaard blijft niet enkel de akker van binnen braak liggen1 en wordt aan ,god den ,heere zijn oogst en vrucht en tiend van zulk een hart onthouden1 maar wat niet minder erg is1 zoo er geen graan in de opgeploegde voren wordt gestrooid1 is heel de akker voor de netelen4 ,stilstand van groei is er ook in den akker uwer ziele niet4 ,wie dat waant1 bedriegt zich4 ,neen1 de werking der sluimerende krachten gaat ook op dien geestelijken akker bij dagen en nachten rusteloos door4 ,en zoo gij niet zaait1 is er altoos een ander1 die zaaien wil4 ,satan staat altoos over de heg van uw akker te gluren1 en zoo gij maar in wilt sluimeren1 zal hij zich wel over den braak liggenden akker ontfermen4 ,dat merkt ge dan ook aan uzelven1 dat merkt ge aan uw omgeving wel4 ,uw geestelijke arbeid strekt niet enkel1 om de goede krachten te oefenen1 te ontwikkelen1 te doen rijpen2 maar ook1 en stellig niet minder1 om te wieden1 d4 w4 z4 om het opgeschoten onkruid1 eer de netel er aan uitgroeide1 uit den bodem uwer ziel uit te trekken4 ,wie in ,gods gunste op den akker zijner ziele wakend1 biddend1 strijdend1 in het zweet zijns aanschijns arbeiden mag1 merkt dan ook van achteren1 dat hij twee vruchten tegelijk van dien arbeid plukken mag4 ,vooreerst doordien er wasdom in ,christus kwam4 ,maar ook ten andere1 doordien de distels en de netels minder wierden1 en de macht van het booze getemd bleek4 ,maar koost ge de paden van den geestelijken luiaard1 o1 zie dan wel toe6 ,dan toch zullen u deze twee geestelijke kwaden overkomen3 ge zult verarmen en verachteren in genade1 en tegelijk zullen de netelen welig op gaan schieten4 ,allerlei oude zonden1 waarvan de zaadkorrels in uw hart reeds verstikt schenen1 zullen op gaan schieten4 ,allerlei boosheid zal vurig en giftig u met haar stekende netels dreigen4 ,en als een gewapend man zal uw eigen zonde tegen u overstaan6 99 99 99 99 99 ,en meest komt daar door genade dan nog een keer in1 als ,god de ,heere zulk een geestelijken luiaard eens met de stem zijns donders op doet schrikken4 ,want komt het daartoe niet1 dan verslimmert het met zulkeen steeds verder4 ,de netelen nemen toe2 ze wassen dicht ineen2 ze worden als een hegge en woud om hem2 en ten leste wordt het in zulk een verdorven hart in letterlijken zin1 wat ,salomo van den akker zeide3 met netelen overdekt4 ,,vijf-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,onze ,,lippen ,,zijn ,,onze4 ,die daar zeggen3 ,wij zullen de overhand hebben met onze tong2 onze lippen zijn onze6 wie is heer over ons8 ,psalm #ab3e4 ,er kleeft in de lippen van een mensch een ongemeene macht2 zelfs al laten we geheel buiten rekening de lippen der vreemde vrouw1 wier gehemelte gladder dan olie is1 en wier treden de hel vasthouden4 ,onze lippen zijn het instrument van het woord4 ,ons oog kan flikkeren en toornen4 ,maar wat is het vuurschieten van het oog1 vergeleken bij den donder der lippen1 als de hartstocht van drift en woede losbreekt van de lippen des mans6 ,nu hebt ge ook die lippen van uw ,god4 ,ze zijn zijn kunstig maaksel4 ,uw menschelijk sieraad1 zooals geen vogel1 hoe fijn gesnaveld ook1 of geen engel het ontving4 ,iets van uw schepping naar den beelde ,gods4 ,in u en op uw lippen een woord1 gelijk het ,woord eeuwig bij ,god en ,god was4 ,en gelijk in ,gods schepping alles door dat eeuwige ,woord gemaakt is1 zoo is er ook geen maaksel door menschen gewrocht1 of ons menschelijk woord wrocht er in4 ,eerst denkt ge2 dan spreekt ge het uit2 en dan volvoert ge wat gesproken wierd4 ,vandaar die ontzettende macht der lippen2 en wee hem1 die deze ontzettende macht1 die ,god tusschen zijn lippen legde1 misbruikt en verderft4 ,ge kreegt die lippen van uw ,god1 om er uw naaste in liefde me toe te spreken2 om er uw beleid en uw wetenschap me te openbaren2 en in en boven dat alles1 om er uw ,god me te loven4 ,diep achter die lippen schuilt uw hart1 en van den stroom1 die uit uw hart opwelt1 zijn die lippen de monding1 waardoor het leven van uw binnenste in den oceaan1 die zich om en vor u uitbreidt1 wegvloeit4 ,nu moet uit ,god dat leven in uw hart zijn4 ,die stroom1 van de bergen van ,gods heiligheid in uw ziel neergedaald1 moet opwellen en door uw lippen naar buiten uitvloeien2 en al wat uitvloeit moet f rechtstreeks f over en door uw naaste in lof en dank terugvloeien naar ,god4 ,daarom heet het bij ,jesaja3 ,ik schep de vrucht der lippen1 vrede dengenen1 die verre1 en vrede dengenen1 die nabij zijn1 spreekt de ,,heere2 jubelt de psalmist van den ,middelaar3 ,genade is uitgestort op uwe lippen2 roemt het volk bij ,hosea3 ,heere6 wij zullen ,u betalen de varren onzer lippen2 en dankt ,david na zijn uitredding3 ,mijn mond zal ,u roemen1 o1 mijn ,god6 met vroolijk zingende lippen6 99 99 99 99 99 ,uw lippen kreegt ge dus1 om liefde uit te ademen in het woord tot uw naaste2 uw lippen1 om de zonde te bestraffen2 uw lippen1 om te zegenen1 om te bidden1 om te belijden1 om te danken1 om zingend in psalmen den ,naam van uwen ,god groot te maken4 ,doch zie nu1 wat de zonde deed4 o1 ,van meet af wist ,satan wel1 wat machtig instrument hem in die lippen ten dienste stond4 ,daarom begon hij bij ,eva met een gesprek2 lokte haar tot een uiting der lippen2 en heeft van die ure af steeds in die lippen zijn kracht gezocht4 ,hoor maar1 hoe de heilige apostel het van de kinderen der zondaren zegt3 ,slangenvenijn is onder hunne lippen en hun keel is een geopend graf4 ,of1 zooals er in ,psalm #adj nog scherper staat3 ,heet addervergift is onder hun lippen4 ,en als de klier van dat booze gift onder de lippen van den zondaar openberst1 dan spuwt hij gif1 en dan spat om hem heen de nijd1 en de laster1 en de achterklap1 en de oorblazing1 en de krenkende1 de smadende1 de schimpende1 de scheldende taal4 ,dan is het1 zegt de psalmist1 of er zwaarden uit die lippen uitglippen1 en alsof de booze mensch zich inspant1 om zijn naaste in zijn hart te snijden4 ,ja1 dan keert zich die schriklijke boosheid der lippen ten leste tegen ,god zelf2 en die lippen1 die ,god gaf om ,hem te loven1 onderstaan het1 ,hem1 den ,almachtige1 te vloeken en uit te dagen en uit te braken de godslasterlijkste verwensching4 ,en als men dan zegt3 ,mensch6 houd uw lippen toch in6 dan is het hooge antwoord3 ,onze lippen zijn onze6 en met mijn lippen braak ik uit1 wat ik wil6 ,en al raast gij nu niet derwijs in waanzinnigen vloek1 dat doet er niet toe4 ,elk woord van nijd2 elk woord1 dat bitter is2 dat grieft en krenkt2 dat anders dan om der waarheid wille zeer doet2 dat lasterlijk is2 of ook maar achterklapt2 het is al uit en bron4 ,het is uit dat venijn1 uit dat addergif1 dat door de zonde uwer lippen is aangebracht4 ,schriklijk misbruik van die lippen1 die niet uwe zijn1 maar die uw ,god u heeft geschonken4 99 99 99 99 99 ,toch is niet elke droppel van dat venijn wrang4 ,er zijn ook zoete droppels in dat addergif4 ,en als dt venijn werken gaat1 dan wordt de lip vleiend4 ,van die vleiende lip heeft de psalmist in het twaalfde lied reeds geklaagd4 ,dan heeft men een doel4 ,men wil zich indringen4 ,men poogt iemand1 als de spin het vliegje1 te omwoelen4 ,en als ge dat nu met open woorden deedt1 zou hij zich loswringen uit uw rag4 ,maar nu neemt ge klevend rag1 dat hem streelt2 dat hij prettig vindt2 waar hij gaarne naar luistert4 ,en zie1 nu is uw slachtoffer in uw macht4 ,uw vleitaal bedwelmt hem4 ,en gij bereikt uw doel4 ,boos is uw opzet1 maar de gevleide drinkt het als lieflijke bedoeling in4 ,en zoo slaat ge twee vliegen in en klap4 ,ge krijgt gedaan wat ge wilt1 en voor een volgend maal blijft de kans voor u open4 ,misschien keert hij1 om weer gevleid te worden1 vanzelf1 uit eigen aandrift1 zich naar u toe4 o1 ,de vleier is zulk een gevaarlijk zondaar6 ,alleen maar1 hij gebruikt zijn lippen niet als zwaarden2 neen1 hij vangt u1 gelijk de vogelaar1 in een strik1 waar gijzelf invliegt4 ,salomo heeft in zijn ,spreuken er u reeds voor gewaarschuwd4 ,de strik van den booze1 zei hij1 is in de misdaad van zijn lip4 99 99 99 99 99 ,in den vleier schuilt de leugenaar4 ,en dat is de diepste gruwel1 dien het venijn der lippen werkt4 ,de lip van een zondaar is valsch4 ,soms laat hij in drift en woede het booze hart langs de monding der lippen uitvloeien4 ,maar lang niet altijd4 ,hij heeft ook de kunst geleerd1 om1 onderwijl de stroom uit zijn hart naar de lippen dringt1 dien tegen te houden1 en iets uit zijn lippen voort te brengen1 wat niet alzoo in zijn hart is4 ,die kunst is de macht van het liegen1 van de valschheid1 van het bedriegen van den naaste1 en het willen bedriegen van een alwetend ,god4 ,laat de valsche lippen stom worden1 bad ,david4 ,valsche lippen1 zegt ,salomo1 zijn den ,heere een gruwel4 ,ja1 tot zijn eigen volk getuigt de ,heere bij ,jesaja3 ,uwe ongerechtigheden maken scheiding tusschen u en uw ,god1 want uw lippen spreken valschheid4 ,want1 helaas1 zo diep wortelt de leugen in ons1 dat men met bedrieglijke lippen zelfs voor zijn ,god verschijnt4 ,en dan klaagt de ,heere3 ,zij eeren ,mij met de lippen1 maar hun hart is verre van ,mij6 99 99 99 99 99 ,en dat alles nu spruit altegader uit dat ene voort1 dat we denken1 ook al zeggen we het niet3 ,onze lippen zijn onze6 ,in wat we met onze lippen doen1 zijn we vrij6 o1 ,kom daar toch van terug1 en zie het beter in4 ,neen1 neen1 onze lippen zijn niet onze1 maar van ,hem1 die ze ons schiep4 ,want zie1 zoolang ge denkt3 ,onze lippen zijn onze1 houdt ge uw lippen voor goed1 en denkt ge er niet op1 hoe uw zonde die lippen1 die ,god u rein gaf1 met gif en met venijn verontreinigd heeft4 ,dat voelde ,jesaja plotseling1 toen hij voor den ,heere verscheen4 ,heere6 riep hij uit1 ik ben een man van onreine lippen6 en toen kwam er genade en heeft de ,heere ,jesaja's lippen gereinigd4 ,dan zijt ge bang voor uw booze lippen1 om geen woord onbedachtelijk voort te brengen4 ,dan leert ge met den ,psalmist smeeken3 ,heere6 behoed de deuren mijner lippen en zet een wachter voor mijnen mond6 o1 ,zelfs eer ge bidden zult1 is het u dan behoefte om te vragen1 dat uw gebed met onbedrieglijke lippen mocht gesproken zijn6 ,en dan gaat het beter1 en wordt het anders4 ,de ervaring getuigt er van en de belofte bezegelt het u4 ,want1 ja1 er zijn er geweest1 en er zijn er nog1 wien ,god de lippen besneden heeft1 wien ,hij het venijn onder de lippen heeft uitgebrand1 en van wier lippen voor nijd en bitterheid weer liefde en vrede afvloeide4 ,als men u dan vloekt1 dan zegent ge4 ,en als men u wondt met haat1 gaat ge in het gebed4 ,kostelijke vrucht des ,heiligen ,geestes6 o1 ,heere6 geef die vrucht des ,geestes aan al uw kinderen1 en ga de lieflijke reuk van de varren der lippen weer voor ,u op6 ,,zes-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,het ,,geld ,,verantwoordt ,,alles4 ,het geld verantwoordt alles4 ,pred4 #aj3ai;b4 ,vooral onze negentiende eeuw is slavin van het ,geld geworden4 ,ook wel in vroegere eeuwen was het ,geld een macht4 ,een macht1 die den een in een vrek omschiep1 den ander tot diefstal en moord verlokte1 en een derde tot een verkoopen van lijf en eer bewoog2 maar toch1 het ,geld was nog geen koninginne geworden4 ,dit komt daar vandaan1 dat de inklevende macht van het ,geld1 om1 als leefde het1 nieuw geld uit zichzelf voort te brengen en te genereeren1 toen nog slechts in kindschen staat van ontwikkeling was4 ,wat men nu de macht van het ,kapitaal noemt1 leefde nog niet in het bewustzijn der volkeren4 ,het ging nog om klinkende munt4 ,maar thans wierd dit anders4 ,onder den naam van ,crediet heeft het ,geld zijn schaduw1 zijn beeld op den wand geworpen2 en vergt nu1 dat de zonen onzer eeuw1 niet enkel voor het wezenlijk goud1 maar ook voor deze schaduw van het goud knielen zullen4 ,hierdoor heeft het ,geld zijn rijk meer dan vertienvoudigd4 ,het ,geld en zijn schaduw1 of het goud en zijn crediet1 maken nu saam de geldmacht uit4 ,en gelijk ge door verderaf te gaan staan1 uw schaduwbeeld al grooter1 en eindelijk reusachtig groot kunt maken1 zoo heeft het ,geld deze zijn credietschaduw al grooter1 al onmetelijker1 al reusachtiger doen uitgroeien1 en is1 dank zij dezen aanwas van het crediet1 allengs tot die oneindige afmetingen genaderd1 die thans het ,kapitaal den indruk doen maken van een afgod4 ,men spreekt veel van de aanbidding van het gouden kalf4 ,doch ten onrechte4 ,wat ,israel in de woestijn aanbad1 was volstrekt niet de ,geldmacht4 ,al wat ,israel bedoelde1 was een zichtbaar teeken van ,jehovah voor oogen te zien1 en daartoe maakten ze dit beeldje van goud2 dat hun geen geld bracht1 maar waarvoor ze integendeel hun geld offerden4 ,maar wat thans wel insloop1 het is de aanbidding van het ,kapitaal1 van het geld1 in zijn dubbelen vorm van goud en crediet4 ,naar die macht hongert en hunkert schier een iegelijk4 ,voor wie die macht bezit1 ontbloot een ieder eerbiedig het hoofd4 ,om die macht aan zich te trekken1 en priester of priesteresse der fortuin te worden1 is geen zedelijk offer in veler oogen te groot4 99 99 99 99 99 ,ook ,gods volk heeft hier op te merken4 ,en dan moet het belijden1 dat ook deze schriklijke macht niet door ,satan1 maar door ,god geschapen is4 ,satan schept niets4 ,het goud in de mijn en het stofgoud op den bodem der stroomen is 's ,heeren maaksel4 ,hij schiep het zilvererts4 ,zijns zijn alle diamanten en robijnen4 ,en meer nog1 alle gaven van scherpzinnigheid1 vindingrijkheid en machtig beleid1 waardoor de geldwolven de schoven van den akker der volken in hun schuur optassen1 is verstandelijk vermogen1 dat ,god in hen schiep1 werken doet en in hen in stand houdt4 ,ja1 ge moet nog verder gaan4 ,het geheele denkbeeld van ,geld1 als een algemeen ruilmiddel1 dat1 in zichzelf tot het verschaffen van genot onbekwaam1 toch het vermogen om u alle genot te verschaffen in zich draagt1 is niet een booze vinding van den mensch1 maar uit de ordinantie der schepping zelve voortgekomen4 ,en waardemeter voor alle waardij lag in den aard der dingen4 ,alleen maar1 de mensch heeft ook deze macht misbruikt en doen ontaarden4 ,inste van deze geweldige macht onder den band der gerechtigheid en der barmhartigheid te stellen1 heeft hij deze macht aangewend1 om te gaan zitten in ,gods stoel1 en zijn hart te zetten als ,gods hart4 ,een groot kapitalist1 die met den stroom der wereld afdrijft1 voelt zich als een god4 ,wat zou hem deren6 ,voor zijn geld kan hij alles6 ,voor zijn geld ligt heel de wereld aan zijn voeten2 om zijns gelds wille aanbidt hem al wie van zijn geld leven moet4 ,in het ,geld voer de hoovaardij1 en toen eens de hoovaardij er in was gevaren1 wierd het ,geld middel om teugelloos aan zijn driften bot te vieren2 anderen op den nek te trappen2 en als een ,djaggernaut de volken te vertreden onder de raderen van zijn zegekar4 ,geld of ,god wierd de vraag1 waarvoor onze eeuw op haar ,karmel kwam te staan4 ,wie zal ,god zijn8 ,de ,vader van onzen ,heere ,jezus ,christus1 of444 deze schriklijke ,mammon8 99 99 99 99 99 ,nu kiest natuurlijk elk kind van ,god1 als zoo de vraag staat1 met ,elia voor ,jehovah4 ,maar werkt die keuze ook in het hart en in het leven door8 ,reeds bij ,israel waren er zoo velen1 die op elk ,pascha weer naar ,jeruzalem trokken1 maar om1 als ,pascha achter den rug was1 in stilte weer naar de hoogten en naar de bosschen te sluipen1 en daar de knie voor het ,bal-beeldje te buigen4 ,en zoo is het1 helaas1 nog4 ,nog lichter gaat een kemel door het oog van een naald1 dan een rijke in het ,koninkrijk der hemelen4 ,en ongelooflijk en onbegrijpelijk is het1 wat tal van lieve ,christenen nog altoos slaven en slavinnen van hun geld zijn4 ,altoos meer schrapen4 ,niets wagen1 als het geld in gevaar kan komen4 ,en als er geld me te verdienen is1 een deur meer open in hun conscientie4 ,een toenemen der zonde1 die niet kon uitblijven4 ,want het is de zonde onzer eeuw1 en de ,christenen1 die in deze eeuw leven1 en niet toezien op de uitgangen van hun hart1 moeten dus wel in veel verzoeking vallen4 ,maar een zonde1 die deswege niet minder doodsgevaarlijk blijft4 ,een doodsgevaarlijke zonde1 let nu wel op1 volstrekt niet enkel voor de groote kapitalisten1 maar sterker haast nog voor den jongeling of de jongedochter1 die niets heeft2 en die alle rangen en standen der maatschappij derwijs heeft aangetast1 dat dorst naar geld de allesoverheerschende trek is geworden4 ,het geld boeit het oog2 geld prikkelt de zinnen2 geld vervult de gedachten2 er wordt op geld gepeinsd en gezonnen2 en de gedachte aan geld neemt zoozeer aller hart in1 dat geld te winnen voor velen het rijkst ideaal1 geld te verliezen een nagel aan hun doodkist wordt4 ,van de loterijen1 de speelbanken1 de roekelooze speculatin zwijgen we nu nog4 ,wie zich daaraan bezondigt1 is nog een schrede verder op den boozen weg4 ,dit zijn menschen1 die in koortsachtigen gelddorst aan het ijlen slaan1 tot ,god ze op hun weg ontmoet1 hun plotseling uit de hand slaat al wat ze saamschraapten1 ze zoo ontnuchtert1 en weer op de knien voor ,hem brengt4 99 99 99 99 99 ,wel mogen ,gods kinderen daarom toezien1 dat ze worstelen1 om zich aan deze zonde te onttrekken4 ,en dat op allerlei manier4 ,een kind van ,god moet tegen deze geldzonde de gelddeugd overstellen in milde barmhartigheid voor 's ,heeren huis en voor al wie in nood is4 ,niet1 dit versta men wel1 door zijn geldafgod nog met het kroontje van weldadigheid te sieren1 zooals velen doen1 die f #cj1jjj 's jaars opleggen1 en dan444 eenige guldens aan de armen toewerpen4 ,neen1 maar door welbewust en opzettelijk gedurig een stuk van den geldgod af te breken en het te vergruizelen op het altaar des ,heeren4 ,nu ,satan het geld tot zijn instrument maakt1 moet ,gods kind het geld dienstbaar stellen aan de macht des ,heeren4 ,rijk1 mild en overvloedig geven is genezing van een wonde in uw hart1 is een uitgaan uit de verzoeking4 ,daarom moet een iegelijk geven4 ,ook wie weinig heeft4 ,want allen hebben genezing van noode4 ,en rijke kapitalisten1 die reeds in het geld zwemmen1 moesten nooit iets opleggen1 maar al de winst van elk jaar geven voor 's ,heeren dienst6 ,daar ontvingen ze het voor4 ,ze rentmeesteren den ,heere4 ,maar er is meer4 ,een kind van ,god moet dan ook weigeren me te doen aan de zonde van hen1 die een geldwolf alleen om zijn geld eere en invloed gunnen4 ,een man met geld1 maar zonder liefde1 zonder geloof1 moet hem niets1 en een arm kind van ,god1 dat liefde en lof ten offer mengt1 moet voor hem dierbaar en groot in zijn oog zijn4 ,elk kind van ,god heeft toe te zien1 dat hij nooit uit vrees voor schade ook maar in iets zijn ,heere verloochene1 of den dienst zijns ,heeren onvervuld late4 ,een kind van ,god moet om winste van geld niet te zeer verheugd1 om verlies van geld niet te zeer bedroefd zijn4 ,hij moet er los van wezen1 en te inniger kleven aan zijn ,god4 ,want hoe ge het ook wendt of keert1 op die tegenstelling komt het altoos voor ,gods kind weer neder4 ,die ,geldmacht is de afgod der eeuw1 en ,jehovah onze ,gerechtigheid moet zijn ,god zijn4 ,en dus moet ook ons geld aan de macht en het gebod1 aan den dienst en aan de eere van dien ,god onderworpen4 ,,zeven-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,vergeet ,,geene ,,van ,,zijne ,,weldaden4 ,loof den ,heere1 mijne ziel6 en vergeet geene van zijne weldaden4 ,ps4 #ajc3b4 ,het is zoo gemakkelijk gezegd1 en zoo licht gezongen3 ,vergeet nooit en van zijn weldadigheden2 vergeet ze niet1 't is ,god1 die ze u bewees6 ,en toch1 wat komt er van het herdenken van ,gods trouw in ons leven1 wat onder ons zingen1 wat onder ons bidden vaak terecht6 ,zoo soms1 als we1 bij een nieuwen mijlpaal van ons leven aangekomen1 ons nederzetten om den weg te herdenken1 dien we afliepen1 is er zin en behoefte in ons hart1 om ons althans de groote uitreddingen van ons leven weer tebinnen te brengen4 ,en wat is dan de eerste uitwerking van deze overdenking bij ,gods kind8 ,is het niet1 dat hij schrikt bij het opmerken1 hoe hij tal zelfs van wondere uitreddingen schier geheel uit zijn geheugenis had laten wegvloeien8 ,hij leeft nu weer terug in zijn verleden4 ,hij doorleeft nog eens met beving in het hart de bange stormen1 die hij is doorgekomen4 ,en nu komt het hem weer voor den geest1 hoe hij toen worstelde om redding1 nauwlijks op redding meer hopen dorst1 en toen eindelijk toch die redding kwam1 danken kon met een innigheid1 alsof hij althans deze weldadigheid zijns ,gods nimmer1 nimmermeer zou kunnen vergeten4 ,en toch1 nu hij er weer aan denkt1 nu ontdekt hij tot zijn zelf beschaming1 hoe er desniettemin twee1 drie en meer jaren van zijn leven konden voorbijsnellen1 dat hij er toch niet aan gedacht had1 het toch uit zijn herdenking had laten wegglippen1 en den herhaalden dank voor de verleende genade schandelijk had verzuimd4 ,en dat niettegenstaande hij sinds zoo keer op keer ,psalm #ajc had gezongen4 o1 ,dan heette het weer uit de volle borst3 ,vergeet niet en van zijn weldadigheden6 en die dat zong1 zong er zijn eigen oordeel in uit4 99 99 99 99 99 ,helaas1 zoo zijn wij1 hulpelooze1 koude1 ongevoelige1 zondige wezens4 ,god de ,heere goed genoeg1 om te worden aangeloopen in den dag der benauwdheid4 ,een heerlijk ,god1 om in den nood onze ,redder te zijn4 ,en1 o1 zoo gretig zijn vertroostend aangezicht gezocht1 als de ziel in ons overstelpt is4 ,maar als ,hanna haar kind maar heeft1 of ,hizkia maar weer van ziek gezond wordt1 of ,jonas maar weer uit het ingewand van het dier gered is1 dan is het1 of het vergeten van ,gods weldadigheden ons opzet en het niet herdenken van zijn trouw onze toeleg was4 ,ge zoudt zoo zeggen3 zulk een angst had u zoo diep geroerd1 zulk een wondere redding u zoo machtig aangegrepen1 dat het niet uit uw gedachtenis weg moest kunnen gaan4 ,en toch1 niet lang meer1 of heel andere dingen verdrongen de heugenis van de goedertierenheden des ,heeren1 en gij gingt in vergetelheid van zijn liefde uw weg4 o1 ,dat gedachtelooze roepen3 ,heere6 als ,gij mij zult hebben uitgered1 zal ik ,uwer in eeuwigheid gedenken6 het getuigt zoo tegen ons4 ,ons innerlijk wezen staat zoo diep zelfs beneden de gelofte1 die over onze lippen kwam4 ,en dan viel er nu alleen nog maar sprake van die wondere1 machtige1 aangrijpende weldadigheden des ,heeren1 die zoo onuitwischbaren indruk op ons hadden gemaakt1 en die op de hoogtepunten van ons leven ons dan ook weer overstralen met haar lieflijken glans4 ,maar in ons zingen lag veel meer4 ,wij zongen3 ,vergeet nooit en van zijn weldadigheden1 en we voegden er nog bij3 ,vergeet ze niet1 het is ,god1 die ze u bewees6 ,en nu nog eens de vraag3 ,wat is daarvan terechtgekomen8 ,want er volgt1 ja3 ,die al uw krankheden geneest1 maar er gaat aan die herinnering van onze uitredding uit nood en dood nog iets heel anders vooraf4 ,vergeet1 zingt de ,psalmist1 geene van zijne weldaden1 en dan volgt er onmiddellijk dit heel andere3 ,die al uwe ongerechtigheid vergeeft4 ,en nu1 het is zoo1 die genadige vergeving van onze zonden heeft op ons een minderen indruk van weldadigheid gemaakt2 maar waarom anders1 dan omdat de nood onzer ziel ons minder bang dan de angst voor doodgevaar beklemd had8 ,want op zichzelf voelt ge toch wel1 dat ,gods weldadigheid in het vergeven van al uw ongerechtigheid nog veel machtiger was1 dan in het redden van uw leven4 ,al uw ongerechtigheid2 o1 wie zal uitspreken1 hoe hoog die berg onzer zonden opgestapeld lag1 en wie spellen1 wie gissen1 hoe machtig1 hoe wonderbaar het ontfermen was1 dat ons al deze ongerechtigheid vergeven kon en al onze zonde wegwierp in de diepte der zee6 ,barmhartig en genadig is de ,heere1 lankmoedig en groot van goedertierenheid4 ,hij zal niet altoos twisten1 noch eeuwiglijk den toorn behouden4 ,want zoover het ,oosten is van het ,westen1 zoover doet ,hij onze overtredingen van ons6 99 99 99 99 99 ,en dan1 de allergrootste weldadigheid des ,heeren1 is dat niet zijn liefde1 waarme deze ,vader in de hemelen zijn verkorenen van eeuwigheid heeft gemind in den ,geliefde8 ,en als ,hij ook u dan deed komen tot de erfenis der vromen1 wien de vreeze zijns naams bekoort1 is dan niet juist daarin u een weldadigheid bewezen1 die in lengte en breedte zeer verre alle andere weldadigheid uws ,gods teboven gaat8 ,en toch1 wie is er1 die niet ook voor die weldadigheid den dank in zijn ziel vaak besterven liet1 en ophield ook daarvoor te danken8 o1 ,dan genieten we wel in zijn heil1 en we jubelen wel in ons kindsrecht2 maar zoo1 dat wij die vromen zijn1 die ons nu aan ons heilgoed te goed doen1 zoo maar niet er ons op verheffen4 ,dan wordt het kind zijn ons gewoonte4 ,alsof het zoo bij ons hoorde4 ,en alsof het ons niet uit louter barmhartigheid geschonken ware4 ,en we vergeten1 hoe we hebben tegengestaan4 ,erger nog1 hoe we tegen zoo oneindige liefde in toch den ,heiligen ,geest nog telkens bedroeven konden6 ,en zoo mag het toch niet zijn6 ,daardoor verarmt ,gods volk aan rijkdom van genade4 ,waar het danken verstomt1 versterft ook het diep besef der ,eeuwige ,liefde in ons binnenste4 ,de stomme lippen brengen een oordeel over onze ziel4 ,en daarom heeft de oude ,psalmdichter zijn roepstem nog eens onder 's ,heeren volk laten uitgaan1 en het hun nog eens in de ziel doen dreunen1 dat ze toch de weldadigheden huns ,gods niet vergeten zouden4 ,en als ge in uw machteloosheid dan klaagt3 ,niet en van zijn weldadigheid vergeten1 dat kan ik niet1 o1 bid dan1 bid dan met en voor ,gods volk om indachtigmakende genade ook voor de weldadigheid uws ,heeren4 ,en wat weldaad ge ook vergeten moogt1 vergeet die ene weldaad1 dat ,hij uw ziel uit den dood in het leven bracht1 nooit4 ,,acht-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,het ,,ongoedertieren ,,volk4 ,doe mij recht1 o ,god6 en twist ,gij mijne twistzaak2 bevrijd mij van het ongoedertieren volk1 van den man des bedrogs en des onrechts4 ,psalm #dc3a4 ,er is1 ,gode zij lof1 nog een kring op aarde van lieden1 onder wie goedertierenheid gekend wordt2 die zich ontfermen over een ellendige2 die den hongerige niet zonder brood van hun deur wegzenden2 die bij het zien van anderer smart zelven smart gevoelen2 en het weenen met de weenenden verstaan4 ,engelen der vertroosting1 die ge meest onder de geloovigen1 maar toch ook onder de ongeloovigen vindt4 ,gevoeligen van ziel1 in wie de toon van het menschelijk hart zijn weldadigen klank blijft geven4 ,soms te zeer enkel gevoelslieden1 dat meer weekhartigheid1 dan de geestkracht eener heilige liefde hen drijft4 ,maar toch ook in dien eenigszins ziekelijken vorm goedhartigen van inborst1 die1 o1 zooveel tranen gedroogd hebben1 en temidden van het hebzuchtige en1 o1 zoo zelfzuchtige leven u vaak met uw geslacht hebben verzoend4 ,maar1 helaas1 zoo is de groote menigte niet4 ,de gemeene lieden worden zelden diep geroerd4 ,bij het zien en het hooren van menschelijk lijden sluipt er even een trilling door hun gevoel4 ,vluchtig worden ze een enkel oogenblik bewogen4 ,maar dan heeft het ook uit4 ,tot een eigenlijke aandoening zelfs komt het maar hoogst zelden4 ,en om zich anderer lijden aan te trekken1 hebben ze het te druk2 deden ze te veel teleurstelling ook in het medelijden op2 en wat ook iets zegt1 hebben ze te zeer genoeg en te over aan hun eigen leed4 ,en zoo ontwikkelen ze in hun ziel de ontferming niet4 ,het zoet der barmhartigheid is1 o1 zoo zelden1 en dan nog maar even hoogst oppervlakkig1 door hen gesmaakt4 ,toch is er ng erger4 ,er is ook een ongoedertieren volk op aarde4 ,hardere naturen1 die zelfs die eerste trilling van het medelijden niet kennen1 en eer in hun boos en bitter hart in anderer leed vermaak scheppen4 ,in den diepsten grond van hun hart ontevreden met eigen lot1 verbitterd tegen het leven om zich heen1 is het hun een zoet der wrake voor de ziel1 als het ook anderen tegenloopt en bij anderen de nood nog banger schreit4 ,het is1 of anderer schreiender smart hn lot een oogenblik met een vriendelijker glans bestraalt4 ,een leedvermaak1 vermaak in anderer lijden1 is de sombere1 booze neiging van hun hart geworden4 ,zo bitter1 dat ze drang in zich gevoelen1 om1 als ze geen leed zien1 leed te veroorzaken4 ,geluk te verstoren is voor dit ongoedertieren volk zoet4 ,een wonde open te rijten is hun wellust4 99 99 99 99 99 ,dan vooral geniet dit ongoedertieren volk1 als het zijn hatenden zin koelen kan aan wie voor den ,heere koos4 ,verlos mij van het ongoedertieren volk6 klaagde de ,psalmist in zijn zielsbenauwing1 en nch eer hij zong1 nch na zijn zang1 is er ooit een ziel geweest1 die voor ,god riep en voor ,jehovah streed1 of ze heeft aan de giftige pijlen van dit ongoedertieren volk ten mikpunt gediend4 ,toen ,noach zijn arke bouwde1 heeft dat ongoedertieren volk hem met zijn spot en schimp vermoeid4 ,toen ,lot nog in ,sodom woonde1 heeft dat ongoedertieren volk dezen rechtvaardige gekweld4 ,toen ,david voor ,absalom vluchtte1 heeft dat ongoedertieren volk van ,jeruzalem hem nageroepen4 ,toen ,israel naar ,babylon toog1 heeft dat ongoedertieren volk in ,edom het staan beschimpen en het stof der aarde tegen hen opgewoeld4 ,toen ,stefanus als eerste bloedgetuige stierf1 heeft dat ongoedertieren volk de steenen op zijn lijk opgehoopt4 ,en toen de ,man van smarten zijn kruis naar ,golgotha's heuvel sleepte1 heeft datzelfde ongoedertieren volk geroepen3 ,zijn bloed kome over ons en onze kinderen1 en straks1 nog terwijl ,hij den bangen doodsstrijd streed1 ,hem getergd met zijn duivelschen spot4 ,en gelijk het den ,herder der schapen gegaan is1 zoo ook is het den schapen zijner kudde vergaan4 ,lees maar1 wat de historie1 vooral de historie der martelaren1 u van de wreedheid van dat ongoedertieren volk weet te verhalen4 ,en nog1 ga maar rond onder ,gods volk in onze steden en dorpen1 en altoos weer zult ge het droef verhaal beluisteren van de hardheid van hart1 waarme dat ongoedertieren volk zijn verblinde bitterheid aan de sekte van den ,nazarener heeft gekoeld4 ,zelfs onze kinderen weten daarvan4 ,want datzelfde ongoedertieren volk zit ook op de schoolbanken1 speelt ook de spelen der jeugd mede4 ,och1 waar ge aanklopt1 in onze kazernen1 op onze schepen1 in onze kantoren1 schier altoos is dat ongoedertieren volk er vertegenwoordigd1 op krenking van wie voor ,jezus kiezen dorst belust4 99 99 99 99 99 ,en dat kn niet anders4 ,het is en blijft ,kan tegen ,abel4 ,de innerlijk ontevredenen van hart1 die1 bewust of onbewust1 door bittere vijandschap tegen den ,heere onzen ,god gedreven worden1 en nu ze ,god zelf niet deren kunnen1 ,hem pogen te treffen in den man1 in de vrouw1 in het kind1 dat durft opkomen voor zijn ,naam4 ,voor een beest1 dat lijdt1 zullen zulke lieden nog een meewarig oog hebben2 voor dieven en moordenaars zullen ze het verblijf in den kerker nog zacht zoeken te maken2 voor gewonden in den krijg zullen ze het ,roode ,kruis nog om den arm spelden2 alleen maar voor de gekenden des ,heeren kennen ze geen ontferming4 ,tegen hen spitst al hun ongoedertierenheid zich op het uiterste4 ,dan huwt zich hun wreede zucht naar leedvermaak aan hun vijandschap tegen het heilige4 ,en zoo vlamt in hen op die diepe goddelooze haat1 die er in geniet1 om een ,abel1 een ,lot1 een ,stefanus te krenken en zeer te doen4 ,en dan gaat het1 al naar de tijden zijn1 tot moord toe1 of het blijft bij kwetsing1 kwelling1 grieving1 terging1 om maar zeer te doen en1 kan het1 schade te berokkenen in eer en naam en goed4 ,dan woedt er hartstocht in dat ongoedertieren volk4 ,een hartstocht1 die1 pas verzadigd1 straks opnieuw om voedsel vraagt1 en eigenlijk nooit verzadigd1 nu reeds zestig eeuwen gebrand heeft1 van ,kans nijd tot op den schimp1 waaraan thans nog 's ,heeren volk is blootgesteld4 ,dit is een plage voor ,gods volk4 ,een levensplaag1 die hen vervolgt tot aan hun graf1 en die soms na hun dood nog knaagt aan hun nagedachtenis4 ,een plage1 door menschen ons aangedaan1 maar die komt uit ,gods hand4 ,door ,hem over ons beschikt4 ,in zijn wijsheid voor ons noodig gekeurd4 ,en de vrage is maar1 hoe 's ,heeren volk onder dien druk van het ongoedertieren volk verkeert4 ,het mag er tegen bidden4 ,de ,psalmist zelf gaat er in voor3 ,heere6 verlos mij van het ongoedertieren volk6 ,en wee u1 zoo ge er ongevoelig voor wordt1 en zoo uw ziel er zich tegen afstompt6 ,maar wat niet mag1 is1 dat ge er bitter tegen in zoudt worden4 ,wat zonde voor ,god zou zijn1 is1 als ge er zelf ongoedertieren door wierdt1 om leedvermaak in de smarten dier boozen te hebben4 ,de tegenstelling moet altoos blijven3 zij het ongoedertieren1 maar gij het goedertieren volk4 ,als dan uw vijand hongert1 spijst hem2 zoo hij weent1 vertroost hem4 ,het kind moet het beeld zijns ,vaders dragen4 ,en ,hij1 onze ,vader in de hemelen1 is de ondoorgrondelijke in eeuwige ontfermingen4 ,in ontfermingen1 immers ondoorgrondelijk niet het minst ook over u8 ,,negen-,,en-,,dertigste ,,zondag4 ,,mijne ,,schapen6 ,mijne schapen hooren mijne stem4 ,joh4 #aj3bg4 ,onze kerk belijdt in hare ,confessie1 dat heel de natuur om ons heen als een boek met letterkens is1 die ons de onsienlicke dinghen ,godes ten aanschouwen gheven4 ,en dit is schoon gezegd4 ,maar toch kon men allicht ng schooner zeggen1 dat heel die wereld een boek met sprekende beelden om ons uitspreidt1 die ons in heilige beeldspraak de verborgenheden van het eeuwige ,koninkrijk1 zoo er ons oog maar voor geopend is1 ontvouwen4 ,daar ziet ,jezus langs ,galilea's glooiende heuvelen een herder met zijn kudde omdwalen1 en die schapen met hun witte wol boeien ,hem2 die schapen met hun lammerkens er bij huppelend2 en opeens ziet ,jezus1 door dat uitwendige heen1 in die kudde het wezen van zijn heilige kerk4 ,hij1 de goede ,herder1 en die kudde zijn schapen1 die ,hem volgen zullen1 waar ,hij ook henengaat4 ,niet1 dat ,jezus er dat zoo bij dacht en bij manier van vergelijking het er van maakte4 ,neen1 ,hij las het er uit2 het stond er in2--in die kudde met haar herder stond1 van het ,paradijs af1 het beeld van ,christus en zijn kerk geteekend4 ,de ,heere onze ,god1 die in zijn eeuwigen raad het bestek voor zijn kerk had geteekend1 was ook de ,god1 in wiens denken het eerst het denkbeeld van zulk een kudde met haar herder was opgekomen1 en toen schiep ,hij die kudde en in die kudde de lammeren en de schapen1 en in die schapen de natuur der schapen1 en onder die schapen onderling en met dien herder een ongedwongen en instinctief levensverband1 en dit alles schifte en ordende en regelde ,hij1 naar het wezen zijner kerk moest zijn4 ,zoo lag dan in die kudde het beeld der kerk van het ,paradijs af geteekend4 ,en nu1 iets had de ,heilige ,geest hiervan reeds in ,david en in ,psalm #bc en bij ,zacharias en bij ,ezechil laten merken4 ,maar toch1 die het er in las1 en het er aan zijn kerk in lezen leerde1 was de ,heere4 ,ik ben de goede ,herder en ,ik ken mijn schapen1 dat was het voorlezen aan zijn kerk van wat in dit keurig beeld der kudde bij de schepping bedoeld was en van de schepping er lag4 99 99 99 99 99 ,als ,god de ,heere ons zulk beeld geeft1 is het zoo rijk en zoo schoon4 ,of als die schapen der kudde op elkaar dringen en niet van elkaar te scheiden zijn1 zoodat waar het eerste schaap gaat al de andere opeendringend volgen en nakomen1 en ge uit de verte en veld van witte wol ziet1 en nauwlijks schaap van schaap onderscheiden kunt1 spreekt dan daarin de liefde niet1 die teedere1 innige1 aanhankelijke liefde1 die de leden ,christi verbinden moet8 ,heeft dat dan aan de kerk niets te vertellen van de gemeenschap der heiligen8 ,en als dan de zonen van hetzelfde huis zoo vaak verdeeld uiteenloopen1 elk naar een kant1 gaat er dan van het instinct dier kudde niet een roepen uit1 dat u een verwijt brengt en u beschaamt8 ,hebt ge in streken1 waar kudden van duizend schapen en meer samen weiden1 des morgens bij het uitgaan uit den schaapstal het vroolijk blaten wel eens beluisterd8 ,en is dan dat blaten als met en stem1 met en geluid1 niet als de morgenpsalm met en akkoord door heel de kudde voor heur ,schepper aangeheven8 ,en ook die ene stem1 die zich uit aller keel saampaart en als met en akkoord door de velden dreunt1 heeft zij geen sprake voor de kerke ,gods1 dat ook zij in veel hooger zin als met en stemgeluid en in en heilig akkoord haar lofpsalm voor haar ,god heeft te jubelen8 ,duiken niet1 als de kudde langs een beek wordt geleid1 al die vriendelijke kopjes ner1 om aan eenzelfde stroomend water zich den dorst te lesschen1 en als er maar plaats is1 plukken ze dan het groene gras niet van eenzelfde weide8 ,en als ze zich mo hebben gehuppeld en de zon gaat hoog staan en het uur van ruste is gekomen1 leggen ze zich dan niet allen saam als in en kring om den herder neder1 half tegen elkaar aangedoken en als leunend op elkaar8 ,en dit wondere instinctieve liefdeleven1 die gemeenschappelijkheid1 dat instinctief gezellige en saam doorleefde leven1 is het niet een beeld1 heeft het niet een sprake ,gods1 die het ,vader6 dat ze allen en zijn mogen6 zoo wonderschoon voor ons vertolkt8 99 99 99 99 99 ,en dan die ongeziene en toch zoo sterke band aan den herder6 ,schier elk ander dier vindt zijn eigen weg2 maar het schaap en het lam is zonder den herder blind1 en kent niets1 en komt om6 ,die herder hoort bij de kudde1 zooals uw hoofd bij uw lichaam hoort1 zullen de leden werken kunnen4 ,zonder dien herder zijn het losse schapen1 maar is het de kudde niet4 ,het is die herder1 die ze tot kudde maakt4 ,en zooals er bij ,ezechil van de raderen der cherubijnen staat3 ,waar de ,geest ging1 daar gingen zij1 zoo ook is het met de kudde achter den herder3 ,waar de herder gaat1 gaat de kudde na4 ,het is en beweging1 die zich van zijn voetstappen aan heel de kudde medeelt4 ,het is1 of hij leeft in die kudde en macht over ze heeft om ze in beweging te zetten4 ,en dat niet1 omdat er een mensch voor hem uitgaat4 ,beproef het maar1 om bij een u vreemde kudde voor herder te spelen1 en geen schaap komt van zijn plaats4 ,vreemd blaten ze u aan2 maar hun instinct belet u1 macht over hen te oefenen4 ,totdat de herder komt1 en dan opeens toovert die herder leven en gang in die kudde en alles trekt me op4 ,en dat merken ze niet aan zijn kleed of gewaad1 aan zijn staf of zijn hond4 ,want trek hem vrij andere kleederen aan en geef een anderen staf in zijn hand1 en toch1 als ze zijn stem maar hooren1 gaat op eenmaal heel de kudde hem achterna4 ,en nu1 wat is dit wondere instinct8 ,waartoe schiep de ,heere dit aan zijn kudde in8 ,waarom anders1 dan om ook daarin zijn ,goddelijke teekening te volmaken1 en de kerke ,gods als in beeld te doen zien1 wat het tusschen haar en den ,oppersten ,herder harer ziele moet zijn8 ,aan ,hem gebonden en aan ,hem gewend en ,hem volgend door niets dan door de macht van zijn ,woord6 99 99 99 99 99 ,en dan die wolf1 die komt en de schapen moorden wil1 en die huurling1 die haastig over de heining klimt en schapen wil stelen2 en tegenover beiden die echte1 wezenlijke herder1 die om niets dan om zijn kudde denkt1 en voor ze waakt en strijdt en zich desnoods door den wolf verscheuren laat6 o1 ,die goede ,herder1 die zijn leven voor de schapen stelt1 en zo niet ziet1 dat de wolf uw ziel wil bespringen1 of ,hij is bij u6 ,ja1 als de wolf u reeds in de vacht had gegrepen1 dan laat ,hij u nog niet los1 maar omklemt u en houdt u met zijn sterke hand1 en noch wolf noch huurling kan u uit die sterke hand losrukken4 ,dat merkt de wolf1 dat merkt de huurling dan ook wel1 en als wolf of huurling den ,herder er bij ziet1 durven ze niet4 o1 ,blijft bij ,jezus maar en laat ,jezus bij u blijven1 dan zijt ge niet maar veilig1 maar komt zelfs de ,verleider niet op u aan4 ,en dan1 als ge afgedoold en verloren waart1 die ,herder1 die u opzoekt en niet rust1 eer ,hij u weer heeft gevonden1 en u op zijn schouders naar de kudde terugdraagt4 ,en1 om niet meer te noemen1 bij die kudde de teere lammerkens1 die als het zaad der kerk zijn1 en die nog niet zelf grazen kunnen1 maar met melk gevoed worden4 o1 ,is het toch niet heerlijk1 in zo en levend beeld heel het wezen en leven en lot en heil van de kerke ,gods voor oogen te zien8 ,dat we dan toch maar schapen der kudde wilden wezen en noch ooit dien ,herder noch ooit de aanhoorigheid tot zijn kudde vergaten6 ,het is zoo1 een schaap geldt voor onnoozel en een schaap is weerloos en hulpeloos4 ,maar is er zoo ook niet een erkentenis van eigen geestelijke blindheid en hulpeloosheid en weerloosheid1 waartoe het bij u komen moet1 zult ge in de kudde ,christi een plaats vinden8 ,een schaap der kudde te zijn1 o1 het klinkt vernederend1 en toch dt juist is het1 wat uw ,herder van u vraagt4 ,,veertigste ,,zondag4 ,,als ,,kaf ,,van ,,den ,,dorschvloer6 ,daarom zullen zij zijn als eene morgenwolk1 en als een vroeg komende dauw1 die henengaat2 als kaf van den dorschvloer1 en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd4 ,hosea #ac3c4 ,er ligt een onbeschrijflijk diepe ernst in dat zeggen der ,schrift1 dat een mensch1 die ,jezus niet toebehoort1 als kaf op den dorschvloer is4 ,kaf is niet onnut1 vuil1 noch weg te vagen stof4 ,veeleer is kaf eens bloeiend groen aan den halm geweest4 ,er wierd in de opgeploegde voren tarwegraan door den zaaier gestrooid en de egge trok de voren weer glad4 ,en toen broeide de zaadkorrel in den bodem der aarde2 en uit die korrel sproot de kiem op2 en die kiem schoot tot een halm omhoog2 en aan den top van dien halm botte de aire uit1 en in die aire geelde het kostelijk graan4 ,daarna is de maaier op dat goudgeel graan ingegaan1 en sloeg er den sikkel in1 en bond het in schooven4 ,en zoo kwam de schoove op den dorschvloer1 en de dorscher sloeg er de graankorrels uit de hulzen4 ,toen lag het daar onderscheidenlijk1 los de graankorrels1 en daarom hetgeen van aire en halm was overgebleven1 en dat overgeblevene was het kaf4 ,straks komt de wanne1 en kaf en koren liggen voor het laatst vereenigd op de gespannen vacht2 en op die wanne blijft dan het wichtig graan liggen en wordt in de korenmaat opgevangen2 maar het kaf is te licht bevonden1 en verstuift bij het schudden op den wind1 of wordt straks in een hoek weggeworpen4 ,eens heeft datzelfde kaf dus tier en sap gehad4 ,eens groende het aan den halm rijk en weelderig1 en stal veel meer het oog dan het graan1 dat in de huls verborgen zat4 o1 ,hoe scheen1 wat nu kaf wierd1 toen schoon en sierlijk6 ,en nu1 waartoe anders is het nut1 dan om te verstuiven op den adem des winds1 of met vuur verbrand te worden8 99 99 99 99 99 ,er is meer nog4 ,wat op den dorschvloer als kaf wegstuift1 was aanvankelijk met het tarwegraan zoo innig dooreengevlochten4 ,ge kondt niet zeggen1 waar het kaf uitsche en het tarwegraan begon4 ,het was al aan en halm2 saam en plante4 ,en niets scheen aan te duiden1 dat het met kaf en koren een zoo geheel onderscheiden afloop zou hebben4 ,ze schenen lotgemeen2 en toch op den dorschvloer heeft dat een einde4 ,dan komt er onherroepelijke schifting1 en gaat het koren in de schuur en is het kaf voor het vuur4 ,zooals ,jezus het van die twee op den akker ze3 ,twee zullen op den akker zijn4 ,en de een zal aangenomen1 en de ander zal verlaten worden6 ,dat is de schriklijke schifting tusschen koren en kaf4 ,die twee waren misschien een vader en een zoon2 een dochter en haar moeder4 ,twee1 die bijeenhoorden2 die elkaar liefhadden en omstrengelden2 die elkaar hielpen en gesteund hadden4 ,juist zooals het kaf het koren doet4 ,want1 merk er op1 het kaf is de moeder en het koren de dochter4 ,eens heeft die huls en spriet en halm het koren1 het sap uit de aarde toegevoerd2 dat koren geschut voor de felle zonnestralen4 ,en toch1 zooals ,jezus ze3 ,de eene wordt aangenomen1 en de andere zal verlaten worden1 zoo ook gaat het op den dorschvloer4 ,de dorscher neemt het koren aan en brengt het in zijn voorraadschuur1 en het kaf laat hij4 ,het kaf is voor den wind4 ,of als het voor den wind te wichtig is1 wordt het straks een prooi der vlammen4 99 99 99 99 99 ,toen de ,heere bij ,hosea van dat kaf op den dorschvloer sprak1 gold zijn zieldoordringend woord dan ook niet den ,kananiet1 noch den ,tyrir1 maar ,israel4 ,lieden1 die het bondszegel droegen1 gesproten uit ,abraham1 en die bij ,dans en ,bethels altaren nog zeer vromelijk voor den ,heere ,jehovah op de knien vielen1 ook al symboliseerden ze ,hem in een miniatuur-rund van goud4 ,denk dus niet3 het kaf slaat op de wereld en het koren zijn wij4 ,van de wilde massa1 die zichzelve op goddelooze paden verliest1 is hier geen sprake4 ,lieden1 die brutaal-goddeloos zijn1 kunnen geen kaf heeten2 want het kaf zit met het koren dooreengevlochten1 en de ruwe1 wilde wereld woont op mijlen afstands van de tente1 waar de aanbidders van ,jehovah saamkomen4 ,kaf en koren doelt altoos op menschen1 wier leven dooreengestrengeld is2 aan wie men het zoo niet aan kan zien1 dat de eene koren is en de andere kaf4 ,en het sterkst doelt dus dat vreeslijke zeggen van het kaf op den dorschvloer op de hypocrietisch-vromen1 die onder de echte vromen vermengd en verstrengeld zijn4 ,die mannen uit ,israel1 op wie ,hosea in ,jehovahs naam dat brandmerk van kaf op den dorschvloer zette1 waren dan ook nog aanbidders van ,jehovah1--alleen1 ze dienden er den ,bal bij4 ,wel den ,heere dienen14444 maar een aantrekkelijken afgod er bij4 ,gedeelde harten2 gesplitste zielen2 tweeslachtige en daarom huichelachtige naturen4 ,neen1 niet ,jehovah geheel verlaten4 ,jehovah ok4 ,maar natuurlijk1 dan moest ,bal er bij geduld worden4 ,en ,bal nu1 dat is de dienst van den lust1 van het vleesch1 van het geld1 van al wat ijdel is en bekoort in de wereld4 ,en die zoo knielt voor ,jehovah en toch zoo ,bal nahunkert1 die is kaf4 ,vlak bij het koren4 ,er me dooreengevlochten4 ,tot het op den dorschvloer komt4 ,en dan komt er de onnutheid van aan het licht4 ,dan gaat het ten vure6 99 99 99 99 99 ,kaf en koren6 ,het legt de vraag van uw eeuwig in ,christus verkoren zijn zoo snijdend aan uw hart4 ,van der ,groe gaf eens zijn ,toetssteen uit der valsche en ware genade1 om de onzekerheid weg te nemen4 ,hij zag tweerlei gevaar4 ,tobbende zielen1 die altoos vreesden kaf te zijn1 en die den troost der verlossing dierven1 daar ze toch koren waren4 ,maar ook anderen1 die er vast op gingen koren te zijn1 en toch zoo vreezen deden1 dat ze kaf op den dorschvloer zouden blijken4 o1 ,het gezelschap der gezaligden in den hemel zal zoo veelszins anders zijn saamgesteld dan wij het ons hadden ingebeeld4 ,er zal er zoo menigeen bij zijn1 van wie wij het nooit gedroomd hadden4 ,vooral uit de vroeg gestorven lievelingen zullen we bloemen ontloken zien1 aan wier geur we ons nooit hadden verkwikt4 ,maar ook1 er zal zoo meer dan en gemist worden1 op wie wij bergen gebouwd hadden4 ,als de ,heere schift1 is het zoo heel anders dan naar de schifting der menschen4 ,de zeven duizend onder ,achab1 van wie ,elia nooit iets gemerkt had4 ,och1 wie zal zeggen1 wat er soms1 bij reeds geloken oogen1 nog tusschen het ,eeuwige ,wezen en de stervende ziel1 eer ze stierf1 omging6 ,maar maant dit dan niet de gerusten in ,sion1 om weer telkens de verfrissching van hun zegel te zoeken8 ,maant het niet1 om onder uw huis den grond1 waarop het staat1 eens nauwkeurig te bezien1 of het wel de ,rotssteen is1 en niet de bedrieglijke zandgrond1 die1 als de waterstroomen komen1 wegkruit1 afslaat en verzinkt8 ,ge zijt aan de plante vast2 wel u1 maar dat was ook het kaf eens4 ,ge leeft dicht bij de vromen2 maar doet dat ook het kaf niet bij het koren8 ,ge beschut ,gods kerke2 maar eilieve1 heeft ook het kaf met zijn huls en spriet het koren niet gedragen8 99 99 99 99 99 o1 ,denk toch aan den dorschvloer6 ,dagen1 weken1 maanden lang tiert het stil en rustig op den akker4 ,de sikkel ligt te roesten1 de dorschvlegel is opgeborgen1 de wanne is vol stofs4 ,het schijnt aan geen dorschen toe te komen4 ,maar eindelijk1 eindelijk breekt de dag des oogstes toch aan4 ,en nu verandert opeens alles op den akker van gedaante4 ,de rust heeft uit4 ,de sikkel doet de halmen buigen4 ,en in haaste dragen de maaiers schoof bij schoof uit4 ,en nu viert de dorschvloer zijn triomf1 en de schijn van het kaf heeft uit1 en het koren wordt uitgescheiden1 en het kaf verliest alle waardij4 ,bij busselen vol gaat het ten vure4 ,de dorschvloer der geesten nu komt even wis1 als ook deze velden hun vrucht zullen voldragen hebben4 ,dan is het de ure des oordeels4 ,en dan zal de ,zoon des menschen staan men de wanne in de hand1 om zijn dorschvloer te doorzuiveren4 ,lezer6 hebt ge grond1 vasten grond voor uw zekerheid1 dat gij dan geen kaf op den dorschvloer1 maar koren op de wanne zult zijn8 ,,een-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,de ,,heere ,,zal ,,mij ,,aannemen6 ,want mijn vader en mijne moeder hebben mij verlaten1 maar de ,heere zal mij aannemen4 ,psalm #bg3aj4 ,vader en moeder nog te hebben is een schat1 ook op mannelijken leeftijd2 zelfs dan1 als uw hand reeds eigen brood won2 en u voor de nooddruft uws levens niets van uw ouders meer toekomt4 ,ge leeft dan wel niet meer bij hen en onder het ouderlijk dak4 ,gij bouwdet uw eigen huisje en werktet misschien zelf reeds voor vrouw en kinderen1 die u geschonken werden4 ,maar ze zijn er dan toch nog1 die vader en die moeder1 uit wier vleesch en bloed u het vleesch en bloed toekwam en uit wier hand en liefde ge zoo lange jaren geleefd hebt4 ,maar1 helaas1 ook die rijke schat is niet bestemd om altoos duurzaam te zijn1 en voor den een vroeger1 voor den ander spade1 slaat ten leste het somber uur1 dat vader en moeder den laatsten adem uitbliezen1 en nu de grafzerk hen dekt4 ,en dan hebben ze ons verlaten en zijn heengegaan2 ,god geve1 naar zaliger gewesten en tot hun eigen gewin4 ,maar wij hebben ze niet meer1 en dat stille rustpunt voor het leven1 dat het denken aan het ouderlijk huis nog bood1 is dan weg4 ,een ander inwoner trad er in1 en heeft voor ons teeder gevoel dit huis ontheiligd4 ,en dan weten we wel1 het moest zoo en het kon niet anders4 ,maar toch1 het laat een leemte1 het slaat een wonde1 die niet geneest1 in ons hart4 ,en als ten leste reeds lange de nachtwind over het graf van vader en moeder is heengegaan1 kan nog1 bij het denken aan onze lieve ouders1 zulk een pijnlijk heimwee ons door het hart schrijnen4 ,zoo had ook ,david1 lang na ,isa's dood1 nog zoo vaak heimwee naar zijn vader1 die van hem ging2 maar1 en dat is het heerlijke1 dit verleidde den ,godsman niet1 om sentimenteel bij de groeve te gaan weenen4 ,neen1 de man naar ,gods harte kende een beteren en een hoogeren uitweg4 ,mijn vader1 zoo zong hij in zijn weemoed1 mijn vader en mijne moeder hebben mij verlaten2 maar ik heb een anderen ,vader in den hemel2 want de ,heere zal mij aannemen1 d4 w4 z4 aannemen als zijn kind4 99 99 99 99 99 ,in een vaderlijk huis worden we geboren en naar een ,vaderhuis gaat de gezaligde door zijn sterven heen4 ,goddelijk schoone speling van de heilige ordinantie onzer schepping4 ,niet bijgeval is het1 maar een heilige ordinantie1 dat we uit vader en moeder geboren wierden4 ,het had ook anders kunnen zijn4 ,god de ,heere had ons allen stuk voor stuk1 evenals ,adam1 uit het stof der aarde opeens volwassen kunnen scheppen4 ,maar dat wilde de ,heere niet2 dat deed ,hij niet4 ,neen1 ,hij bestelde het door zijn wondere macht in dier voege1 dat ,hij het beginsel van den mensch1 die komen zou1 inschiep in den mensch1 die er reeds was1 en zoo den eenen mensch uit den anderen deed geboren worden4 ,zoo ontstond op aarde een vader en moeder4 ,ze wierden dit niet door eigen keuze2 maar door en krachtens deze heilige ordinantie des ,heeren1 en tegelijk wierd door diezelfde ordinantie de mensch1 die nu volgde1 kind4 ,god heeft ,adam vader en ,eva moeder2 ,abel kind gemaakt1 en sinds datzelfde wonder alle eeuwen door herhaald4 ,het was in ,gods gedachte1 eer het op aarde verwerkelijkt wierd1 en lang eer het eerste menschenhart in vader- en moederweelde van kindervreugde blij geklopt heeft1 had ,god de ,heere deze geboorte en dezen band en deze weelde bedacht en zich voorgesteld4 ,ook al wat uit die geboorte en band en die weelde later uitvloeide1 was dus in ,gods bestel besloten en is uit dit bestel ons toegekomen4 ,die inrichting1 dat het kind eerst volkomen machteloos is1 en zoo weer sterven zou1 zoo het niet geholpen wierd2 die moederborst1 die gereed is1 om de dorstige lipjes te besproeien2 die sterke aanhankelijkheid van de jonge kraamvrouw aan dat wichtje2 dat tobben met het kindeke1 eer het iets spreken of loopen kan2 die arbeid1 die er in het zweet des aanschijns voor moet afgesloofd1 om het te kleeden en brood te geven2 en straks te ontwikkelen1 iets te doen leeren1 en te vormen2 en wat ge er uit de ziekekamer en het bidvertrek nog bij kondt voegen1--dat alles ligt als in kiem in die ene gedachte ,gods3 een kind uit een vader en moeder4 ,en als nu straks ook in dat kindeke besef ontwaakt van wat het is1 een vader te bezitten en een moeder rijk te zijn1 en er vormt zich aanhankelijkheid en verkleefdheid1 trouw en liefde1 volgzaamheid en gehoorzaamheid1 kortom die duizend banden1 waarme het kinderlijk besef aan vader en moeder verbonden is1 dan is ook die weelde van het hart niets dan uitvloeisel uit de ,goddelijke gedachte4 ,altegader goede gaven1 van ,boven van den ,vader der lichten afdalende4 99 99 99 99 99 ,maar hierbij blijft het niet4 ,neen1 ,god de ,heere riep al dit schoons niet uit niet tot aanzijn1 als een bloem des velds1 die eerst wel sierlijk pronkt1 maar straks verwelkt4 ,neen1 deze heilige ordinantie van den vader en het kind heeft hooger1 heeft eeuwige beduidenis4 ,god schiep den mensch naar zijn beeld1 naar den beelde en de gelijkenisse ,gods schiep ,hij hem4 ,let wel1 niet enkel in zijn persoon1 maar ook in zijn optreden4 ,en als straks de eerste mensch vader wordt1 is dit aardsche en vergankelijke vaderschap niets dan een afdruksel van het eeuwige ,vaderschap des ,heeren ,,heeren4 ,en al wat er nu in dat vaderschap op aarde uitkomt1 is niets dan afdruksel1 afschaduwing1 afbeeldsel van dat eeuwige ,vaderschap ,gods4 ,alleen het splitst zich4 ,adam deelt zich in ,adam en ,eva4 ,en de rijke volheid van het ,vaderschap des ,eeuwigen valt in het vader- en moeder-zijn uiteen1 om saam in zijn onderlinge verbinding af te beelden en te vertolken het uit ,god geteeld en geboren worden2 het door ,god gedragen en getroeteld worden2 het door ,god gevoed en verzorgd worden2 het door ,god gekleed en gedekt worden2 het door ,god gevormd en ontwikkeld worden2 ja1 het gemind en geliefd worden door den ,vader1 die in de hemelen is4 ,en zoo ook omgekeerd1 als ,god ,abel kind maakt1 en na hem alle mensch eerst kind maakt1 dan heeft ook dat kind-zijn eeuwige beduidenis4 ,want ook dat kind-zijn uit vader en moeder is niets dan afdruksel en afschaduwing van wat ge zijn moet voor uw ,god4 ,afbeeldsel1 opdat ge in deze schilderij van het huisgezin zoudt zien en er van zoudt leeren1 hoe ook gij u door ,god hebt te laten dragen en voeden1 alleen voor uw ,god hebt te leven1 en voor uw ,god hebt te staan in die verkleefdheid en aanhankelijkheid1 in die gehoorzaamheid en volgzaamheid1 in die trouw en die liefde1 die ge aan vader en moeder geleerd hebt4 ,worden nu vader en moeder ten grave uitgedragen1 dan houdt die heilige leerschool op2 want leerschool was ze2 meer niet4 ,dit alles moest teniet gaan en zich terugtrekken1 om eindelijk het volle schoon der werkelijke1 eeuwige liefde te doen doorbreken1 als ,hij u tot zijn eigen kind zou gemaakt hebben1 en ge ,hem1 den ,heere1 als uw wezenlijken en eeuwigen ,vader zoudt hebben leeren minnen4 ,zoo werkt de natuur voorbereidend en afbeeldend voor de genade6 ,en als dit eenmaal mag beseft worden1 dan treurt het kinderhart niet in wanhoop bij het graf1 dat vader en moeder omsluit2 maar dankt het voor de liefdeweelde1 die het genoot1 en meer nog voor de heilige les1 die het in die liefdeweelde geleerd heeft1 om nu eerst recht wezenlijk kind te worden1 en nu tot zijn wezenlijken ,vader te komen4 ,mijn vader en mijne moeder hebben mij verlaten1 maar de ,heere zal mij tot zijn kind aannemen6 ,kind te zijn is onze eeuwige roeping4 ,indien gij niet wordt als dit kindeke1 voor u geen zaligheid6 ,en nu maakt de ,heere ons eerst kind van onzen vader1 die ons gegenereerd1 en van onze moeder1 die ons gebaard heeft4 ,en dan ontwaakt al spoedig het streven1 om den kinderschoenen te ontwassen1 en geen kind meer te zijn4 ,en dat moet2 want het eerste kind-zijn kon niet duren en is voorbijgaand4 ,maar dan ontsluit ,god de ,heere allengs het oog voor het eeuwige kind-zijn1 en in zijn wondere liefde wordt ,hij u als een eeuwige ,vader openbaar4 ,dit is dus de samenhang tusschen dat vergankelijke en dat eeuwige kindschap4 ,die aardsche kinderweelde de afschaduwing en de teekening1 het bestek en de aanduiding van wat het eeuwige kindschap wezen zou4 ,en zoo werkt alles harmonisch op elkander4 ,als kind geboren1 om eens als kind van een beteren ,vader te sterven1 en eeuwig in het ,vaderhuis daarboven kind van den ,vader in de hemelen te zijn4 ,,twee-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,in ,,eeuwigheid ,,niet ,,dorsten4 ,maar zoo wie gedronken zal hebben van het water1 dat ,ik hem geven zal1 dien zal in eeuwigheid niet dorsten2 maar het water1 dat ,ik hem zal geven1 zal in hem worden eene fontein van water1 springende tot in het eeuwige leven4 ,joh4 #d3ad4 ,het water is in zijn kabbelen en perelen1 in zijn wellen en vloeien1 in zijn schuimen en bruisen een der schoonste stukken uit de schepping onzes ,gods4 ,in alle vormen voegt het zich4 ,als damp wordt het vervluchtigd2 straks tot sneeuw en hagel1 tot rijm en ijs verhard4 ,het besproeit den akker2 het verfrischt den dampkring1 het draagt de scheepkens1 het omsluit het heir der visschen1 het reinigt wat bezoedeld is2 het lescht den dorst4 o1 ,dat wondere water1 dat oor en oog en tong gelijkelijk weldadig aandoet1 het kan vreeslijk worden2 want als de golven worden opgestuwd1 schrikt de schepeling2 en als het breekt door dam en dijk1 vernielt het hoeve en akker2 maar in zijn aard is het water zegenend1 reinigend1 benedijend4 ,in ons lage land1 waar schier alles water is1 waardeert ge dien wonderen rijkdom niet zoo2 maar in hooger streek1 waar het schooner uitkomt en meer moeite vergt voor zijn genieting1 is het water een natuurpracht1 een zegenende engel1 een weelde der volken4 ,en dat rijke1 schoone water1 in welks spiegel de natuur al haar weelde afkaatst1 dat water koos de ,heilige ,schrift ten beeld voor het ruischen van uw geestelijk leven4 ,in uw heiligen ,doop is dat sterksprekend beeld ook aan u persoonlijk beteekend4 ,dorsten is de vaste ,schrifttaal voor wie dat geestelijk goed zoekt en derft4 ,en ,jezus zelf sprak het immers tot de ,samaritaansche waterputster uit ,sichar3 ,wie drinkt van het water1 dat ,ik hem geven zal1 dien zal niet dorsten in eeuwigheid4 ,ja1 noemt niet de ,eeuwige zelf zich in zijn ,godspraak een ,springader des levenden waters8 7,jeremia #b3ac47 99 99 99 99 99 ,op velerlei wijs biedt het water zich u aan voor uw dorst3 ,water1 dat vliet2 water1 dat vanzelf welt1 en water1 dat ge putten moet4 ,water1 dat welt1 leeft4 ,het is niet in ruste1 maar borrelt aldoor op4 ,en dit wellend1 levend water vooral koos de ,schrift u ten beeld voor den stroom1 die geestelijk door de wereld der menschenkinderen trekt4 ,komt ge nu in een bergstreek1 gelijk ,jezus bewoond heeft1 dan spreekt dit beeld u1 o1 zoo wonderbaar toe4 ,in zulk een streek heeft niemand water in huis4 ,in huis geen put of pomp of waterleiding4 ,in het gansche huis geen drup waters1 dan voorzoover het in kannen of vaten is aangedragen4 ,maar middenin het dorp is de bron1 staat de fontein1 springt de springader4 ,en naar die bron komt een ieder met zijn vuil geworden kleeding1 en wascht ze2 en komt een ieder met zijn leege kruik of kan1 en vult die2--of ook1 wie dorst heeft1 legt zijn lippen aan de opening1 waar het water uitborrelt1 en drinkt4 ,schoon en heerlijk beeld van den ,zoon des menschen1 die in het midden zijner gemeente staat4 ,en tot ,hem komt elke getrokkene om rein te worden2 en tot ,hem1 om zijn dorst te lesschen1 en tot ,hem1 om water te verzamelen1 dat hij uitdrage naar zijn huis4 ,maar lang niet elk dorp op de bergen is zoo gelukkig1 om althans en zoo sterk wellende fontein van levend water te bezitten2 en in de ,schrift leest ge telkens1 en zoo ook bij ,sichar1 van een welput1 waar het water niet uit opborrelde1 maar uit geput moest worden2 en wee hem1 dien dorstte en die bij deze bron zat1 maar niet had1 om mede te putten6 ,geestelijk genomen is dan de stroom des levens wel nabij u1 en wel is in u de dorst1 en de kennis van het oog1 dat uit die bron u de lessching moet komen2 maar de macht des geloofs ontbreekt1 en met het oog op het water daar in de diepte1 vergaat ge van dorst4 99 99 99 99 99 ,maar hetzij die ,springader reeds vanzelf voor u opborrelt en u als overvloeit met zijn wateren1 hetzij ge nog puttende zijt1 om met moeite u den beker te vullen1 toch is die ,fontein van wateren buiten uw eigen woning nog het hoogste niet1 wat ,god u beschikt heeft4 o1 ,als in zulk een dorp1 waar geen druppel waters in eigen huis is1 en het al elken morgen1 elken middag en elken avond weer in kruik en kan moet aangedragen1 een vreemdeling1 van buiten komend1 eens met toovermacht een eigen fontein in ieders huis kon doen ontspringen1 hoe zou al het vermoeide volk in luiden jubel uitbarsten en hem zegenen1 dien brenger van hun geluk4 ,en zoo toch is het hier4 ,uw ,heiland wil u levend water in uw eigen woning doen ontspringen1 dat ge met de ,samaritaansche1 maar in geestelijken zin1 roepen zoudt3 ,heere6 geef mij van dat water1 dat ik niet meer hier behoef te komen om te putten4 ,niet meer als op ,sion1 het heiligdom daar verre1 en daar hoog alleen de beekjens1 die verblijden de stad ,gods1 maar aanbidding in geest en waarheid2 niet meer in ,jeruzalem of bij den put ,jakobs1 maar in ieders huis en hut en stulp2 overal waar harten voor zijn glorie kloppen1 en waar zijn ,woord den dorst der zielen lescht4 99 99 99 99 99 ,en toch1 ook dat was voor den rijkdom van ,gods genade nog niet rijk genoeg4 ,ng sterker zegt ,jezus het3 ,het water1 dat ,ik u geven zal1 zal niet maar in uw eigen huis1 maar in uzelven1 in uw persoon1 in de diepte uwer eigen ziel1 worden tot een fontein van wateren2 en in wien het alzoo wierd1 dien kwelt geen dorst meer in der eeuwigheid4 o1 ,wel u1 zoo het ook in uw eigen zielsleven tot dat hoogste mag gekomen zijn4 ,niet alleen1 dat de ,fontein welt en de wateren uit de ,springader daarbuiten ruischen2 en ook niet enkel1 dat er een springader van geestelijke wateren in uw eigen woning1 middenin uw eigen gezin ontsprong2 maar rijker nog1 dat het tot in uzelven doordrong2 dat er leven onder den bodem uwer eigen ziel ging ritselen2 en dat binnenin u de wateren uitborsten1 die het dorstig land overvloeiden1 en u drenkten en u zoo zalig genieten deden in de weelde uws ,gods4 ,christus niet maar in het midden der gemeente2 ,christus niet maar in het midden van uw huiselijk leven2 neen1 maar de ,christus binnenin u2 woning in u makende4 ,de ,springader des levens altoos nabij6 ,want ook dan komt er nog wel trek naar en behoefte aan die geestelijke wateren in u op2 maar het wordt geen pijnlijk dorsten1 geen branden van de lippen meer2 want eer ze branden konden1 heeft de liefde ,christi ze reeds besproeid4 ,een ,fontein van levende wateren1 en dus nooit meer een dorst1 die brandt en verschroeit1 dan door schuld van eigen ongeloof4 ,en1 zelfs onder dat ongeloof en kleingeloof door1 ,christus in u toch in het verborgene den wortel van den stam uw levens besproeiende4 o1 ,dat is het zalige4 ,bij wien het zoo is1 dien dorst niet meer in der eeuwigheid4 ,,drie-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,uwe ,,glasvensteren ,,kristallijnen4 ,en uwe glasvensteren zal ,ik kristallijnen maken1 en uwe poorten van robijnsteenen1 en uwe gansche landpale van aangename steenen4 ,jes4 #ed3ab4 ,het glasvenster is de opening in den wand1 waardoor ge uitziet naar buiten4 ,is het glas van dat venster met ijsbloemen bevroren1 dan glinstert en spiegelt het1 maar geeft geen doorzicht4 ,is het met vocht bevlekt en met stof bezoedeld1 dan vervalscht het uw uitzicht en tint alles somber en grauw4 ,maar ook1 is het glas in uw vensteren zuiver spiegelglas1 zonder spat of vlek of verwering1 en is dat zuivere spiegelglas van binnen en van buiten volkomen glad en stofvrij1 dan laat het uw blik niet alleen door1 maar dan leent het glans aan wat ge waarneemt4 ,door heerlijk glas gespiegeld1 is de omtrek1 dien ge waarneemt1 zelfs nog schooner dan door het open raam4 ,soms zelfs poogt men door een tint in het glas nog hooger uitwerking te bereiken4 ,bij het walmen van het ,bengaalsche kunstvuur tint heel de omtrek zich soms zoo tooverachtig schoon4 ,en als om dat schoone effect na te bootsen1 nam men eertijds vaak purpergetinte glasvensteren4 ,dan scheen door dat paarsroode glas al wat te zien kwam in nog boeiender kleuren voor te komen4 ,het gaf aan het vergezicht1 waarin men zich vermeide1 een nog verhevener glans4 ,zooals 's morgens soms de dageraad de natuur in purperen glansen doopt2 zooals des avonds soms de ondergaande zon pracht over heel de schepping spreidt2 zooals bovenal het dalend zonlicht soms de sneeuwwitte toppen der ,alpen doet gloeien2 of ook het noorderlicht het firmament weet rood te verven met een rood1 dat niet dekt1 maar plechtige diepte ontsluit2 zoo poogde men vaak ook door purpergetinte glasvensteren het tafereel om zich heen te verlevendigen4 ,in zacht purper weggedoken1 scheen dat tafereel zoo bemoedigend1 zoo boeiend1 zoo schoon6 ,en zoo nu ook zegt de profetie van ,jesaja1 dat ,god de ,heere voor zijn volk een woonstede bereidt1 gegrondvest op saffieren2 en die dit bovenal tot heerlijkheid zal hebben1 dat het uitzicht naar buiten door kristallijnen vensteren zal wezen4 ,een uitzicht zoo boeiend en zoo schoon4 ,nu blijve de vraag hier onbeslist1 wat stof hier met dat kristallijn bedoeld is4 ,jesaja schreef ,kadkood4 ,en nu zegt de een1 dat dit kristal1 de ander1 dat dit een robijn1 een derde1 dat dit een karbonkel of agaat aanduidt4 ,maar wat keurgesteente ook bedoeld zij1 dit staat vast3 het doelt op een glasvenster1 dat een heerlijk1 een schitterend1 een prachtig uitzicht geeft1 en den aanblik van wat ge waarneemt in glans en in schoonheid verhoogt4 99 99 99 99 99 ,kennelijk doelt deze ontfermende profetie niet eerst op het ,vaderhuis daarboven2 want er volgt op1 dat de verderver komen zal1 om te beproeven1 of hij ,gods volk nog ten val kan brengen1 en dat geschiedt in den hemel niet meer4 ,en ook wordt er niet gedoeld op een uitwendigen gelukstaat op aarde2 want er staat1 dat de verschrikking1 die komt1 niet eens tot hen geraken zal1 terwijl het kruis1 dat we onzen ,heiland hebben achterna te dragen1 eerst van ons scheidt bij den dood4 ,neen1 dat huis op saffieren gegrond1 met zijn ingangen van robijnen en zijn kristallijnen vensteren1 is de woonstede van geestelijken gelukstaat1 waarin door het geloof soms reeds op aarde ,gods lieve kinderen zich verblijden mogen4 ,want aldus besluit de profeet3 ,alle tong1 die in het gericht tegen u opstaat1 zult gij verdoemen2 dit is de erve der knechten des ,heeren1 en hun gerechtigheid is uit ,mij6 ,en nu verstaan we die kristallijnen vensteren1 die een zoo geheel andere tint werpen op wat we door die vensteren waarnemen4 ,want nu beduidt het zien door die kristallijnen vensteren het zien op wat ons in den zaligen glans van het geloof voor het zielsoog verschijnt1 het bezien van heel ons leven en van wat om en voor ons ligt in den glans van den eeuwigen dageraad2 een op en over alles zien glinsteren der purperen1 spelende stralen van de ,zonne der gerechtigheid6 99 99 99 99 99 ,aan onszelf overgelaten1 zou er f geen venster in den somberen muur1 f niets dan een bestoven en bezoedelde glasruit wezen1 die voor ons oog alles nog grauwer1 nog somberder1 nog doffer tintte1 dan we het zien met het bloote oog4 ,dan overkomt ons wrevel en moedeloosheid4 ,zoo donker is het pad voor ons uit4 ,zoo met ongerechtigheid overvloeid is het eindweegs1 dat we achter ons hebben4 ,zoo weinig moedgevend1 zoo triestig1 zoo in grauwe mist gehuld vertoont zich het leven4 ,en zelfs als we naar het uitspansel opzien1 is er geen star1 die ons vriendelijk tegenflonkert1 maar grauwt alles mat en dof4 o1 ,het leven van een ontdekte ziel zou haar tot stikkens toe benauwen4 ,zoo hopeloos somber en droef als de wereld zich aan haar oog ontdekt4 ,dat deed haar vor ze ontdekt wierd geen pijn4 ,want och1 toen staroogde ze gedachteloos en merkte niet op2 toen bleef ze hangen aan de oppervlakte1 gelijk een kind doet2 toen vergaapte ze zich aan het ,bengaalsche vuur1 waarmede de wereld aan haar ellendig ledig een schijn bijzet4 ,maar nu er licht van boven in haar zielsoog viel1 en ze de wereld ziet1 zooals ze is2 ziet door de nevelen heen2 ziet tot op den bodem en tot in den verkankerden wortel2 nu1 ja1 komt n die wereld n haar eigen verleden1 haar eigen wezen1 en het wezen van wat ze het liefst op aarde had1 kortom alles1 zoo naakt1 zoo ontbloot1 zoo onooglijk uit1 dat ze het gelaat liefst afwendt en maar liever niet ziet1 om door het zien niet bij vernieuwing te lijden4 ,en dan komt de ondoorgrondelijke ,barmhartigheid en zet in dien somberen muur voor u kristallijnen vensteren4 ,en als ge daar doorheen gluurt1 o1 dan wordt het opeens alles zoo geheel anders getint4 ,dan ziet ge uw pijnlijk verleden gedekt met witte wol4 ,dan ziet ge den strijd en de woeling des levens gedoopt in den glans eener eeuwige heerlijkheid4 ,en zelfs op het droefste levenspad ziet ge dan den felst gejaagden pelgrim nog wandelen in het licht van ,gods vriendelijk aanschijn4 ,en ziet ge dan op naar boven1 o1 door die kristallijnen vensteren gezien1 is die hemel dan niet meer droevig rood1 noch grauw van nevelen1 maar tintelend met vonken van eeuwige heerlijkheid1 en u tegenstralend met bekoorlijken gloed4 99 99 99 99 99 ,het is wel zoo1 dat ,gods kind niet altoos die heilige genieting smaakt4 ,och1 zoo dikwijls vergeet hij dat kristallijnen venster geheel1 en trekt zich terug in een hoek1 of verbergt zich achter de gordijnen van zijn legerstede1 of blijft nederhurken in de laagte2 en natuurlijk1 dan ziet hij niets van dat schoon1 en gunt dat kristallijnen venster hem zijn glansch niet4 ,het inzinken is ons vaak lief4 ,verre beneden onzen staat te leven schijnt soms ons klein geloof te bekoren4 ,en dan zijn we weer pessimisten4 ,en dan wenkt ons de hope niet meer4 ,en bestoven door onze eigen weerstrevigheden1 mompelen en morren we dan tegen ons lot1 en soms zelfs tegen onzen ,god4 ,een nog levende boom kan soms zoo schrikkelijk verdord en kaal en door den stormwind of door wormen en rupsen gehavend wezen4 ,maar daarin hebt ge dan toch geen rust4 ,temidden van die matheid der ziel komt dan weer de heugenis van wat ge eens door de kristallijnen vensteren gezien hebt4 ,en ze trekken u weer1 tot ge eindelijk uit uw hoek uitkomt1 of uit uw legerstede weer opstaat1 en ja1 dan is uw eerste gang weer naar die kristallijnen vensteren1 om in die pracht en in dien glans van ,gods vertroostend aangezicht u weer te verlustigen1 en uw ziel leeft weer op4 ,soms bestelt ,god de ,heere daartoe een helpende hand4 ,dan is er en1 die aan dat kristallijnen venster stond en er doorgluurde en genoot1 en het uitriep en het uitjubelen moest3 ,hoe ,goddelijk1 hoe verrukkelijk schoon6 ,en als hij op datzelfde oogenblik dan u in uw somberen hoek hoorde klagen en morren1 dan drong hem de liefde soms1 om u toe te roepen3 ,kom herwaarts toch bij mijn kristallijnen venster6 o1 ,door dit venster des geloofs is alles zoo schoon6 ,zoo lokte soms een moeder haar dochter1 een vader zijn zoon1 een zuster haar broeder6 ,engelendienst en liefdedienst tevens6 ,tot ze saam voor het kristallijnen venster stonden1 en toen naar dien zaligen hemel gluurden1 en als uit en mond ,hem verheerlijkten1 die hun dat kristallijnen venster schonk4 ,,vier-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,met ,,mijne ,,ziel ,,heb ,,ik ,u ,,begeerd6 ,met mijne ziel heb ik ,u begeerd in den nacht2 ook zal ik met mijnen geest1 die in het binnenste van mij is1 ,u vroeg zoeken4 ,jes4 #bf3i4 ,tweerlei gebod komt tot uw ziel4 ,van den eenen kant heet het3 ,gij zult niet begeeren6 en toch van den anderen kant wordt u gezegd3 ,bidt zonder ophouden4 ,en bidden1 wat is dit anders dan begeeren8 ,sterk1 dringend1 met al de aandrift der ziel begeeren1 en niet rusten1 eer ge uw begeerte hebt4 ,de diepe1 gapende afgrond1 waar dit sterke begeeren uit opkomt1 is uw hart4 ,de ,heilige ,schrift noemt dit3 ,het diepe hart4 ,bodemloos diep4 ,zoo diep1 dat ,god zelf de eeuw in uw hart heeft gelegd4 ,en dat hart 7en hier merke toch een iegelijk scherpelijk op71 dat diepe hart is leeg4 ,van nature is er in uw hart niets in4 ,uw staat als schepsel brengt dat met zich4 ,een schepsel heeft niets4 ,en ook al staat gij onder de creaturen het hoogst1 creatuur blijft ook gij toch2 en daarom kunt ge van nature niets in u hebben4 ,in den ,heere ,,heere is het wezen2 niet in u4 ,en hol1 ledig1 naakt en ontbloot te zijn is uw aard1 die u is ingeschapen4 ,zoo sterk1 dat zoo te kwader ure allerlei inbeeldingen in uw hart zijn ingebroken1 al uw heil juist daarin gelegen is1 dat ge weer ontledigd wordt en komt tot verloochening4 ,wie het zich anders voorstelt1 bedriegt zichzelven1 en tot dien komt de ,heere en zegt het hem aan3 ,gij zegt1 ik ben rijk en verrijkt geworden en heb geens dings gebrek1 en ge weet niet1 dat ge zijt arm en naakt en blind6 99 99 99 99 99 ,en diep hart1 en dat hart ledig2--en toch1 ook dt is nog het ontzettende niet4 ,neen1 al het aangrijpende1 al het onrustbarende1 al het noodlottige van uw hart verstaat ge dan eerst1 als ge er nu bijvoegt3 en dat er op aangelegd is1 om geheel vol en vervuld te zijn4 ,een gansch wonderbaar hart3 diep1 geheel ledig1 en toch op onverzadigbare wijze smachtende naar vervulling4 ,zooals het luchtledig de lucht inzuigt2 zooals de dorre aarde den plasregen inzuipt2 zooals een oog1 dat in donker doolt1 het licht indrinkt2 zoo ook zuigt uw hart4 ,noem dat zuigen van uw hart nu hongeren1 noem het dorsten1 noem het begeeren2 maar onder wat naam ook aangeduid1 het is toch altoos dat ene zelfde hart1 dat uit zijn diepe gapende kolken en ledige gewelven roept en schreeuwt om inhoud1 om vervulling1 om iets1 waarme het zijn ledige ijlheid verslinden en stillen en bedaren kan4 ,uw hart moet dus begeeren4 ,een hart1 dat niet begeert1 is dof en dood en in het levend lijf gestorven4 ,en zoo kan uw hart niet kloppen1 niet geprikkeld worden1 niet trillen1 of al zijn uitgang is en begeeren1 en schreiend roepen uit zijn innerlijk ledig1 om vervuld te worden met wat het derft en mist4 ,wordt dat begeeren nu waanzin1 dan heet het gieren1 zooals ,habakuk roept3 ,wee dien1 die met kwade gierigheid giert voor zijn huis 7#b3f74 ,zoo spreken we nog van gieren van het lachen1 als we onszelven niet meer meester zijn4 ,zoo is gieriglijk handelen een handelen uit onzinnigen hartstocht4 ,en gierigheid is niet maar tuk op geld zijn en bang om geld uit te geven1 neen1 een gierigaard is een jammerlijk mensch1 die geen meester meer over zijn begeeren is2 en gierigheid daarom de wortel van alle kwaad1 omdat gierigheid zeggen wil3 al het diepe begeeren van zijn hart naar het goud der wereld laten uitgaan inste van naar de heilschatten ,gods4 99 99 99 99 99 ,is het nu wl met uw ziel1 dan zal u een zeer sterk begeeren prikkelen4 ,prikkelen bij dag en bij nacht4 ,en u nimmer rusten laten4 ,maar dat begeeren zal uitgaan naar den ,heere ,,heere2 naar zijn ,naam en gedachtenis2 naar zijn diamanten en peerlen2 naar het sieraad en het schoon van zijn geducht paleis4 ,toen ,adam met zijn ledig1 diep hart in het ,paradijs zich voor het eerst bewust wierd1 dronk dat diepe hart met en diepe1 volle teug op eenmaal den adem des levens uit ,god in4 ,en ,satans gruwel was juist1 dat hij ,adams hart straks zuigen liet naar de wereld4 ,heere6 mijn hart blijft onrustig1 riep ,augustinus uit1 tot het rusten kan in ,u6 ,schoon1 kostelijk en toch niet diep genoeg gezegd4 ,neen1 ons hart moet niet in ,god rusten1 maar het moet uit ,god zijn inhoud hebben2 met den ,naam des ,heeren vervuld worden2 het moet rusten1 doordien het ,god in zich ontving2 en dan zelfs nog niet rusten1 maar altoos opnieuw begeeren2 om met frissche teug nogmaals en altoos weer in te drinken de schatten van zijn ,god4 ,daarvan zegt ,jesaja3 ,mijn ziel heeft ,u begeerd in den nacht1 en in den morgenstond zal ik ,u vroeg zoeken4 ,daarvan zegt de ,psalmist3 ,heere6 voor ,u is al mijn begeerte6 ,daarvan getuigt de ,spreukendichter3 ,de begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede4 ,en daarvan durft de zanger in ,psalm #bg3d betuigen3 ,en ding heb ik van den ,heere begeerd1 dat zal ik zoeken1 dat ik alle dagen wonen mocht in de tente des ,heeren6 ,ge ziet dus wel4 ,niet werkeloos1 niet in zichzelf tevreden1 neen1 altoos dorstend1 altoos hongerend1 altoos vragend1 roepend en begeerend moet uw hart wezen4 ,alleen maar1 al zijn begeeren moet wezen en begeeren naar ,god4 99 99 99 99 99 ,gij zult niet begeeren6 keert zich dus tegen den mensch1 die valsch begeert4 ,niet zooals dolende godgeleerden zeggen1 dat iets te begeeren op zichzelf nog geen zonde is1 en dat de zonde eerst komt1 als ge in uw ziel aan die valsche begeerte wilt toegeven4 ,zoodat dan ook ,jezus heet1 wel begeerd1 maar niet toegegeven te hebben4 o1 ,neen1 het gebod is volstrekt3 ,ge zult niet begeeren4 ,en zoo ,god iets anders bedoeld had1 dan zou dat er ook staan4 ,maar nu staat er3 ,gij zult niet begeeren1 en is dus het begeeren zelf zonde4 ,zonde1 om dat verlangen van het leege hart naar vervulling uit te strekken naar de wereld in plaats van naar het ,eeuwige ,wezen4 ,niet alsof ge niet trek en neiging in u mocht gevoelen1 om het goede des levens te genieten2 mits het maar zij een genieten uit ,gods hand1 en nooit in plaats van ,hem1 en tegen ,hem in1 en om van ,hem af te leiden4 ,en ieder mensch kan wiskunstig zeker weten1 of zulk een trek en neiging gezond en onschuldig1 dan wel een zondig begeeren is1 zoo ge maar onderzoekt1 of het tegen ,god ingaat1 of in gebed en dank tot ,hem opklimt4 99 99 99 99 99 ,en dat nu is eerst de ware proefsteen1 waaraan ge den diep jammerlijken toestand van uw afvallig en afkeerig hart bekennen kunt1 zoo ge ook maar van en enkelen dag eens nagaat en onderzoekt1 waar uw hart heel dien dag naar gejaagd1 naar gehongerd en om geroepen heeft4 ,en ja1 dan zijn er uitgangen naar boven2 dan zijn er ontwakingen1 dat het kind zeggen mag3 ,heere6 mijn ziel heeft ,u begeerd in den nacht6 en dan zijn er insluimeringen1 dat men met zijn ,god mag inslapen4 ,maar helaas1 van de vier en twintig uren1 die elk etmaal heeft1 hoeveel minuten dorst het hart naar den levenden ,god en hoeveel uren hongert het niet naar de goederen en genietingen der wereld6 ,zoekt de dingen1 die boven zijn1 roept de heilige apostel1 en niet de dingen1 die op de aarde zijn4 ,en toch4444 ,ga het leven der ,christenen maar na4 ,sla ze maar gade bij het doen van zaken4 ,wat zeg ik1 raadpleeg uw eigen leven van en enkelen dag maar4 o1 ,dt is onze diepe jammer juist1 dat eindeloos begeeren van het holle1 leege1 diepe hart1 dat onstuimige1 zij het ook bedekte begeeren van de schijngenietingen en schijnschatten der wereld1 en dat1 o1 zoo zeldzaam begeeren1 dat naar ,god uitgaat2 dat het eens waarlijk was3 ,gelijk een hert schreeuwt naar de waterstroomen1 zoo schreeuwt mijn ziel naar ,u1 o ,god6 99 99 99 99 99 ,neen1 ,god de ,heere wil geen hart1 dat niet begeert4 ,het moet begeeren4 ,al uw begeeren moet bidden worden4 ,bidden en goed begeeren is en4 ,en het is volkomen eender1 of ,jezus zegt3 ,al wat gij bidden zult in mijn naam1 dat zal ,ik u geven1 of3 ,al wat ge begeeren zult in mijn naam1 zult gij ontvangen4 ,tot uw ,naam is de begeerte onzer ziel1 roept 's ,heeren volk in zijn geloofstaal en ,jakobus3 ,al wat gij begeeren zult in het geloof1 zal u geworden4 ,en daarom1 houd dezen regel vast4 ,verboden is u elk begeeren1 dat ge in geen gebed durft omzetten2 en ook geen gebed deugt1 of het begeeren uwer ziel moet er in uitvloeien4 ,en daarom is het gebed 's ,heeren volk zoo van noode4 ,want1 neem dit vooral ter harte1 wat 's ,heeren ingeleide kinderen bij ervaring kennen3 ,er is geen middel zoo doeltreffend1 om het booze begeeren ten onder te houden1 als veel in het gebed te zijn4 ,als ge in het gebed gaat1 dan merkt ge wel1 of uw hart ook met booze begeerten bezig is4 ,als ge in het gebed uitvloeit1 dan merkt ge wel1 wat begeerten ge in den hoek van uw harde hart wegstopt1 en wat ge naar voren schuift1 om het voor den troon der genade neer te leggen4 o1 ,veel gebeds ontdekt u niet alleen1 hoe het met uw begeeren staat1 het heiligt ook uw begeeren1 door u met schaamte over uw zondig begeeren te overgieten1 en het begeeren naar heiligheid sterker te prikkelen4 ,,vijf-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,vlas ,,en ,,vonk4 ,en de sterke zal wezen tot grof vlas1 en zijn werkmeester tot eene vonk1 en zij zullen beiden tezamen branden1 en er zal geen uitblusscher wezen4 ,jes4 #a3ca4 ,om ons heen in de wereld woelt een macht1 die menschen vernielt4 ,keer op keer komt ons het droef gerucht ter oore van weer een jongen man1 een jonge vrouw1 van wie men hoort1 dat ze weg zijn2 dat het met hen uit is2 dat ze zedelijk vernietigd zijn2 dat ze als zedelijke karakters niet meer metellen4 ,zulke personen waren eens aanminnige kinderen1 die dartel speelden op moeders schoot4 ,glans blonk in hun oog4 ,in hun hart waakte edeler besef op4 ,ze hebben de ure gekend1 dat ze bloosden over hun eerste kleine leugen4 ,hun conscientie was nog teeder4 ,maar nu zijn ze op2 ze zijn weg2 ze zijn een uitgebranden haard gelijk4 ,schimmen1 geen menschen meer4 ,ze zijn er nog2 maar het is1 alsof ze er niet meer waren4 ,ze zijn zedelijk1 ze zijn als personen1 ze zijn in hun karakter vernietigd4 ,vernietigd tot onherkenbaar wordens toe4 ,en hoe kwam dit nu anders1 dan door hun aanraking met de wereld en in die wereld met de booze1 duivelsche1 vernielende macht der zonde1 waarme de ,satan1 die een menschenmoorder van den beginne is1 er reeds zoo duizenden gedood heeft voor de hel8 o1 ,ze is ontzettend1 die macht des verderfs1 die vernietigende1 zielmoordende macht1 die rondwaart4 ,als een vlinder vliegt ze uit4 ,even komen de vleugelen uwer ziel er me in aanraking4 ,ge zengt ze4 ,reeds kunt ge u niet meer op de wieken des levens verheffen4 ,met verzengde vleugelen valt ge neder4 ,en straks wordt ge geheel verbrand1 en vindt men niets dan uw verkoolde mummie4 99 99 99 99 99 ,het vuur is iets ijslijks4 ,eens uitgebroken1 woedt het voort en voort1 al wat het ontmoet in vuur omzettend4 ,en voor zoo ontzettenden brand is en vonk genoegzaam4 ,dan steekt die vonk aan1 en lang smeult het1 en eindelijk slaat het uit1 en de vernieling is niet meer te stuiten4 ,en ijslijker nog is het met dit vuur der zonde4 ,een vonk van dit zondevuur der wereld spat op u over1 en zoo ge die vonk niet aanstonds wegblaast1 wordt die ene vonk in een oogwenk tot drie en meer vonken4 ,en het smeult in uw ziel ongemerkt voort4 ,en niet lang meer1 of de vlam slaat laaie uit1 en gij1 arme mensch1 zijt verloren4 ,daarom spreekt ook de ,heilige ,schrift van die vonk4 ,van die vonk in verbinding met vlas1 omdat vlas in een oogenblik vlam vat4 ,de sterke1 zegt de ,heere bij ,jesaja1 zal zijn tot vlas1 en zijn werkmeester tot een vonk1 en saam zullen ze branden1 en er zal niemand zijn1 die het bluscht4 ,dt nu is die ontzettende vonk van de verdervende en vernielende macht1 die om u is1 en zoo ,god het niet verhoedt1 ook uw kleed vuur zal doen vatten1 tot ge reddeloos weg zijt4 99 99 99 99 99 ,maar1 ,god zij lof1 er wordt door ,gods engelen ook water aangedragen1 om dat schriklijk vuur te blusschen4 ,er zijn ook wateren der genade4 ,ze vloeien uit de ,fontein des levens2 ze stroomen uit de ,springader der barmhartigheden1 en ,gods engelen zijn gedienstige geesten1 om die blusschende wateren aan te dragen1 en te beletten1 dat de vonk en het vuur van die vonk u niet verniele4 ,nu nog is het heden der genade4 ,en zoo ge voor die vonk maar een oog hebt1 en terstond het spatten van die vonk op uw eigen ziel of op de ziel uwer kinderen ziet1 en er is toevluchtnemend geloof1 en de smeeking gaat uit1 dan is er ook voor u en voor uw kind nog redding4 ,nu kan die vonk en die brand der zelfvernielinge nog worden gebluscht4 ,althans1 indien ge bekent vlas te zijn2 want anders werkt er geen geloof en komt de smeeking om die blusschende wateren niet over uwe lippen4 ,vlas1 en niet metaal en niet marmer6 ,niet denken3 o1 ,voor mij kan die vonk geen kwaad2 mijn ziel zal ze niet deren2 bij mij zal ze niets vuur doen vatten2 ik ben als marmer gehard en als metaal voor die vonk der duivelsche macht onaandoenlijk4 ,neen1 maar vlas4 ,vlas1 dat opeens in volle vlam kan staan4 ,vlas1 dat met en vonk in vuur kan omgezet4 ,als vlas zonder verweerkracht tegen die vonk4 ,zoo er geen bluschwater ijlings komt1 op eenmaal weg en verloren4 ,wie vlas op zijn zolders heeft1 is1 o1 zoo voorzichtig met licht1 en past wel op1 dat er geen vuur bijkomt4 ,het is hem als een kruittoren4 ,met en vonk kon alles weg zijn4 ,en nu1 zoo is ook uw hart1 en daarom betaamt ook u zoo het uiterste der voorzichtigheid4 99 99 99 99 99 ,of erger nog1 eens komt de ure1 dat al uw voorzichtigheid u niet meer baten zal4 ,die ure1 waarvan ,jesaja roept1 dat vlas en vonk zal branden1 en dat er niemand is1 die blusschen kan4 ,de vreeslijke ure van het onuitblusschelijk vuur1 dat eeuwige vuur in de buitenste duisternis4 ,geen vlam1 maar een eindeloos donkere walm4 ,en daarom1 wat we u bidden1 speel niet met dat vuur1 en doe er uw kind niet me spelen4 ,de macht van die vreeslijke vonk is zoo ontzettend4 ,en opdat in die ure1 die komt1 uw ziel voor die vernieling gevrijwaard blijve1 zoek omringd te worden door de wateren1 die blusschen kunnen1 nu nog in het heden der genade4 ,wie wonen mag aan de wateren des levens1 op dien heeft dat vuur dan geen vat4 ,dien deert het niet4 ,die zal van verre dien vreeslijken gloed aanzien1 maar hem zal geen haar gezengd worden4 o1 ,wel u1 zoo ge de reuke dier frissche wateren nu reeds van verre riekt1 zoo ge den ,blusscher van het vuur der zonde kent1 en de ,heere als een schild en rondas om u is geworden4 ,dan wordt1 wat hier vlas was1 daar als diamant en als robijnen1 en de klove zal te breed zijn1 geen vonk zal kunnen overspatten1 en uw ziel zal opbloeien en wassen in uw ,heere4 ,,zes-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,des ,,spots ,,veel ,,te ,,zat4 ,wees ons genadig1 o ,heere6 wees ons genadig2 want wij zijn der verachting veel te zat4 ,onze ziel is veel te zat des spots der weelderigen1 der verachting der hoovaardigen4 ,ps4 #abc3c1 #d4 ,daarme1 dat ,god den mensch de sprake inschiep1 is het machtigste wapen in onze hand gelegd4 ,er is geen macht op aarde1 die zoo ver reikt als de macht van het woord4 ,de dichter die zingt1 de redenaar die wegsleept1 de wijsgeer die betoogt1 de prediker die bestraft1 troost en verteedert1 beschikken over oneindig grooter invloed dan de veldheer1 die heele legerkorpsen commandeert1 en de vorst op den troon1 wiens lijftrawanten elkander verdringen4 ,dit ligt daaraan1 dat zich in ons menschelijk woord het beeld afspiegelt van het eeuwige ,woord4 ,en wat zegt nu de ,schrift8 ,maar immers1 dat door dit ,woord al wat er is geschapen wierd2 dat door dit ,woord van ,gods kracht alle ding gedragen wordt en nog bestaat2 en dat1 waar dit ,woord ook nu nog onder menschen uitgaat1 geen ,damascener kling met de scherpte van dit ,woord te meten is1 want dat het snijdender en scherper is dan een tweesnijdend zwaard en doorgaat tot in pees en merg4 ,ons woord1 als afschijnsel van dit eeuwige ,woord1 moet daarom wel een ontzettende macht bezitten4 ,en dat is natuurlijk ook4 ,immers het zwaard is het wapen van het lichaam1 in het stoffelijke1 in het uitwendige1 in het zichtbare2 maar het woord is het wapen voor de ziel1 in het onzienlijke en geestelijke4 ,vandaar dat1 zooveel machtiger als uw ziel is dan uw lichaam1 zooveel hooger in macht ook de kracht van het woord staat boven de kracht van het zwaard4 ,de ziel is meer dan het lichaam2 uw ziel draagt heel uw lichaam2 ze tilt uw lichaam op2 ze speelt met uw lichaam2 ze kan in vollen1 koninklijken zin heerschen over het lichaam4 ,dus is ook de aard van uw zielskracht oneindig sterker dan de aard en de kracht van uw lichaam4 ,dat toont een martelaar4 ,dat ziet ge aan den kranken lijder1 die ,god looft temidden van zijn pijnen4 ,en zoo kan het niet anders1 of ook het wapen1 waar de ziel over beschikt1 moet veel dieper gaan en verder reiken1 dan het wapen van uw hand4 ,niet bij een iegelijk4 ,dat spreekt vanzelf4 ,er zijn lieden1 die hun zwaard stomp lieten en linksch zijn in het hanteeren4 ,en zoo zijn er ook1 die het woord1 als het wapen van hun geest1 niet slepen1 noch ook de macht verstaan1 om er al zijn werking aan te geven4 ,maar wat zegt dat8 ,als ge van de macht van een zwaard spreekt1 spreekt ge van een zwaard1 dat wel gewet in de hand van den held rust4 ,en evenzoo1 als ge van de macht van het woord handelt1 bedoelt ge niet het gemeesmuil van een botterik1 maar de bezielde taal1 die uitstroomt uit den mond van wie spreken kan4 99 99 99 99 99 ,nu kan dat geestelijk wapen van het woord gehanteerd1 om voor ,god te strijden en den zegen van zijn heil over alle creatuur te doen ruischen4 ,maar het kan ook tot dolk geslepen1 om te wonden1 te kwetsen en te dooden4 ,en dat wil de spot4 ,ge voelt toch1 ook als een mensch zondaar is en kwaad wil1 blijft die macht van het woord hem bij2 maar om nu in haar tegendeel te worden omgezet4 ,en zoo wordt het woord op 's menschen lippen een wapen tegen ,god en menschen1 om te vloeken en ,god te lasteren1 om te tieren en te morren1 om te schelden en te schimpen1 om te hoonen en te kwetsen door bitterheid en spot4 ,een vreeslijk wapen1 omdat er geen schild tegen beschermt4 ,het dringt in u1 eer ge er op verdacht zijt4 ,verraderlijk overvalt het u4 ,en ge hebt giftige wonden beet1 eer ge zaagt1 wat dolk tegen u wierd opgeheven4 o1 ,de spot vlijmt zoo diep en zoo snerpend1 zoo wreed en zoo wee6 ,hij grijpt u in het merg van uw ziel en van uw wezen aan4 ,hij kerft tot in den wortel van uw aanzijn4 ,spot ontzenuwt1 ontmant en ontzielt4 ,en dat wetend1 heeft ,satan juist daarom vooral dat snijdende1 giftige wapen van den spot tegen ,christus en zijn volk opgeheven4 ,tegen den ,christus1 toen ,hij stierf op ,golgotha1 toen ze ,hem tergden en hoonden aan het kruis4 ,en eveneens tegen zijn volk1 tegen zijn kerk1 tegen zijn martelaren en kruisdragers4 ,altoos dat giftige wapen van den spot1 of hij ze ook ten val en van het geloof af kon brengen1 omdat ,god ze niet uithielp4 ,want dt is de spot1 die dan tegen ,gods volk gaat3 ,gij ,gods lievelingen6 en ziet1 wij triomfeeren over u6 ,gij ,gods gunstgenooten6 en ziet1 hoe wij u in uw onbeholpenheid den voet op den nek zetten1 en onze lach zich verzadigt en dronken drinkt uit de aanschouwing van uw armelijk aanzijn1 en zich vermaakt met uw leed6 ,altoos weer dat duivelsch geroep3 ,ha ha1 waar of nu wel hun ,god mag zijn6 ,zoo groeit de spot in het zeer doen1 kwellen1 beschimpen en uitlachen1 tot ge recht diep gekweld1 gekwetst en gewond zijt1 en de spotter ziet1 dat het gelukt is1 u verdriet aan te doen2 zoo te verdrieten1 dat ge zelf bitter en boos wierdt2 ja1 of het gelukken kon1 om ook u aan het schimpen te brengen4 ,en dan hebben ze eerst recht volop schik in hun duivelsch bedoelen2 want u k driftig1 u ook bitter te maken1 is hun zaligste wellust4 ,immers dan klimt het genot der spotzucht tot de hoogste hitte1 als ze u in uw machteloos wezen voor zich hebben1 en dan in die machteloosheid tot woede kunnen tergen4 99 99 99 99 99 ,en daarom klaagt ,gods volk uit de diepte van het gewonde hart1 en roept het uit3 ,we zijn des spots veel te zat6 ,want1 dat spreekt vanzelf1 een kind van ,god is niet opeens door den spot vermand4 ,als die spottende1 sarrende1 tong pas begint1 dan weet ,gods kind wel3 ,nu moet ik op mijn hoede zijn1 en neemt het zich zeer ernstig voor3 ,ik zal een wacht voor mijn lippen zetten4 ,een tijdlang gaat het dan ook4 ,en soms is het prachtig om te zien1 hoe het vrome volk keer op keer genade ontvangt1 om kalm en stil en lijdzaam te blijven2 en telkens den giftigen pijl weer uit de wonde trekt1 niet om dien terug te schieten op hem1 die hem wierp1 maar om hem te blusschen in de wateren des heils4 ,maar als het lang duurt1 dn wordt het gevaarlijk4 ,als de spotter ons rusteloos achtervolgt1 en altoos nieuwe1 in gif gedoopte pijlen in zijn koker gereed heeft4 ,als er geen eind aan komt4 ,en we zien1 dat onze lijdzaamheid hem prikkelt1 om altoos dieper met zijn spot te wonden4 ,ja1 dan waakt de korzelheid op2 de nieren worden in u ontstoken2 en zoo ,god ons niet hield1 zouden we dan pijl tegen pijl willen inwerpen4 ,zoo zijn we des spots dan veel te zat4 ,en dan moet er ook iets gebeuren4 ,dat kan de ziel zoo niet dragen4 ,tegen die zonde van het woord in den spot moet dan ook onzerzijds met het wapen van het woord gestreden4 ,de vraag is maar1 met welk wapen van uw woord8 ,en dan hebt ge de keus4 ,dan kunt ook gij doen wat uw hater doet1 en uw woord tot een giftige pijl toespitsen1 of wel1 ge kunt uw woord adelen en bezielen tot een klank des gebeds4 ,en wie nu goed staat1 die voorkomt dan de verzoeking om terug te schimpen1 en gaat bidden4 ,het gebed1 dat is voor hm het wapen van het woord1 gelijk de spot het wapen des woords is voor wie een hater van ,god en zijn volk is4 ,en dan heet het3 ,wees ons genadig1 o ,heere6 wees ons genadig1 want wij zijn der verachting veel te zat4 ,onze ziel is veel te zat des spots der weelderigen1 der verachting der hoovaardigen6 99 99 99 99 99 ,wel u1 zoo het daartoe1 als ge tegenover den spotter staat1 bij u komen mag4 ,want als het op schimpen gaat1 is hij uw meester1 uw meerdere1 u te machtig4 ,spotten kan hij onvergelijkelijk beter dan gij4 ,maar bidden1 dat kan hij op zijn beurt niet4 ,dat is het wapen1 waarin gij meerder oefening hebt4 ,als het op dt wapen aankomt1 zijt gij zijn meester4 ,en dan overwint ge1 niet omdat ge onaandoenlijk wordt1 of u aan den spot went2 maar omdat hij u met zijn spot geen enkele wonde kan vlijmen1 of op hetzelfde oogenblik wordt door uw ,vader1 die in de hemelen is1 balsem in deze uw wonde gedruppeld4 ,ja1 meer nog6 ,gelijk de storm en het onweder de natuur verfrisschen1 en koorts soms het lichaam bevrijdt1 zoo voelt gij dan ook1 na zulk een strijd met den spot der weelderigen te hebben doorgestaan1 u rijker en innerlijk sterker door meerdere genade4 ,en gelijk de held van achteren roemt in zijn wonden1 die hem in den strijd voor het vaderland wierden toegebracht1 zoo zoudt ook gij van achteren die wonde1 u door den spotter in de ziel gevlijmd1 niet willen missen4 ,want zulk een wonde is u dan een heilsteeken1 een waarmerk van de echtheid uws geloofs geworden4 ,het dieplood is in de wateren uwer ziel neergelaten1 en zie1 de eeuwige ,ontfermingen openden zich onder u4 ,,zeven-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,hij ,,zal ,,jeruzalem ,,nog ,,verkiezen4 ,roep nog1 zeggende3 ,alzoo zegt de ,heere der heirscharen3 ,mijne steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede2 want de ,heere zal ,sion nog troosten1 en ,hij zal ,jeruzalem nog verkiezen4 ,zach4 #a3ag4 ,er wordt1 ,god zij lof1 in onze dagen weer van 's ,heeren volk ook in deze landen gesproken4 ,bijna was dit er uit4 ,men hoorde er de sprake nog van in de achterbuurten2 het geluid ervan viel nog te beluisteren in de heggen en stegen2 maar in het voorportaal was zulk zeggen contrabande geworden4 ,van ,christenen1 van lieve menschen1 van geloovigen1 mocht daar nog gerept worden4 ,maar van een volk des ,heeren niet meer4 ,dat was tale ,kanans2 evenals dat men van ,sion sprak1 doelende niet op den bergtop vanouds1 maar op de kerk van ,christus in onze dagen4 ,men duldde die wijze van spreken niet meer4 ,men wierd er korzel tegen in4 ,schier wierd er me gespot4 ,stellig er de neus voor opgetrokken4 ,het moest uit zijn met die ziekelijke termen1 als riekend naar bedorven mystiek4 ,alle taal was goed4 ,taal1 gebeeld uit het erts der philosophie4 ,taal1 soms onverstaanbaar door allerlei nieuwmodische termen4 ,alleen maar1 de ,schriftuurlijke taal wierd buiten de gemeene sprake gesloten4 ,of waar de ,schrift nog me mocht spreken1 daar moest het dan althans uit het ,nieuwe ,verbond zijn1 maar uit het ,oude ,verbond stellig niet4 ,en zoo wierd dan ook het spreken over een volk ,gods in den ban gedaan4 ,daar sprak ,farizesme1 daar sprak aanmatiging1 daar sprak harde veroordeeling van anderen in4 ,wat hoefde dat ook8 ,het moesten altegader vormen van onzen tijd worden1 en onze tijd wist van een volk in ons volk niets4 99 99 99 99 99 ,thans betert dit weer eenigszins4 ,uit de heggen weer naar de straten1 uit de achterhoeken weer naar het voorportaal overgebracht1 komt het spreken van het volk des ,heeren thans weer in zwang4 ,men voelt en tast weer1 dat1 zoo ,immanuel onze ,koning zijn zal1 er voor ,immanuel dan ook een eigen volk zijn moet1 en dat het toch niet aangaat1 dezen ,koning1 die zich een eigen volk tot den prijs van zijn bloed heeft gekocht1 om menschen te believen1 van zijn volk te berooven4 ,jezus onze ,koning1 en wij zijn volk2 men doorziet weer1 dat dit niet is te scheiden4 ,en dat men ook wel van kerk en ook wel van geloovigen spreken mag en moet1 maar dat deze beiden ons geenszins van de verplichting kunnen ontheffen1 om ook te spreken van 's ,heeren volk4 ,doch nu prikkelt dit dan ook tot bitterheid4 ,nu keert zich hier de woede tegen van wie dien naam bannen wilden4 ,nu heet het1 dat wie dien naam gebruiken1 zich inbeelden1 zelven al het volk te zijn2 dat ze de broederen afsnijden2 en dat ze dies een scheur trekken door het lichaam van ,christus4 ,ge hoort het wel1 hoe de ,ethischen vooral de laatste tijden ons dit voorwerpen4 ,dit nu maant tot scherp zelfonderzoek4 ,het werpt de vraag aan uw conscientie toe1 of er ook iets van aan is1 dat ge bij dit roepen over 's ,heeren volk meer aan eigen verheffing boven anderen1 dan aan de eere van den ,konings-naam van ,immanuel hebt gedacht4 ,zelfs doet het vermoeden1 dat er wel onvoorzichtiglijk en ongeestelijk aanleiding zal gegeven zijn1 om ons van min kiesch en min teeder gebruik van dien naam te verdenken1 zoo niet te beschuldigen4 99 99 99 99 99 ,evenwel1 hoe groot ook die verkeerdheid ware1 aan de zaak doet dit niets af noch toe4 ,immers niet uw misbruik van de ,schrifttermen1 maar alleen de termen der ,schrift stellen hier den regel4 ,nergens leert ,gods ,woord ons1 dat we onze wijze van spreken moeten inrichten naar onze verkeerdheid2 maar overal wil de ,schrift1 dat we de heilige sprake zelve ten richtsnoer nemen4 ,en wat toont ons dan de ,schrift8 ,dit1 dat wie van het volk zijn1 keer op keer alles bederven2 dat ,sion bijna stelselmatig de verzenen tegen de prikkelen slaat2 en dat ,jeruzalem soms aan ,sodom en ,gomorra gelijk is1--en dat desniettemin het volk er komt1 en ,sion het heilige draagt1 en dat de ,heere ,jeruzalem nog verkiest4 ,het is nergens in deze heilige ,schriftuur3 ,zie1 wat heilige personen1 en wat vroomheid in ,sion1 en wat een godzalig ,jeruzalem1--en deswege is de ,heere dat volk en dat ,sion en dat ,jeruzalem1 genadig4 ,neen1 het is altoos ondanks die personen1 en in spijt van wat ,sion is1 en in weerwil van wat ,jeruzalem van zich merken laat1 enkel maar om den raad des welbehagens4 ,vrijmachtig is dat volk geroepen2 vrijmachtig dat ,sion verheven2 vrijmachtig dat ,jeruzalem uitverkoren4 ,en wat nu ook dat volk1 dat ,sion1 dat ,jeruzalem doe1 dat blijft zoo4 ,van die vrijmachtige keuze is geen appl of herziening4 ,die raad gaat door4 ,die beslissing van eeuwigheid blijft4 ,en hoe ook ,jeruzalem tegenworstele1 ,hij zal nog ,jeruzalem verkiezen4 99 99 99 99 99 ,en hierin nu juist ligt de rust voor uw hart bij dat verwijt der broederen1 alsof we onszelven tot 's ,heeren volk stempelden1 en dat onszelven alleen4 ,zie toch1 's ,heeren volk is zijn volk niet om wat het zelf is1 maar alleen om de banier1 waarbij het te hoop loopt1 en om het veldteeken1 waarbij het neerknielt en zweert4 ,het is niet in ons1 maar buiten ons2 en wat er in ons van te zien komt1 is naar de werking van dien ,christus1 die in ons werkt met kracht4 ,de banier van zijn waarheid is het kenteeken1 waaraan dit volk gekend wordt2 en al loopt wie die banier omklemt nog in armelijke lompen en al is zijn gelaat nog bezoedeld en al wankelt zijn voet1 dat doet er niet toe en kan de zaak niet verkeeren2 het is de waarheid1 het is de kennisse des ,heeren1 het is het welbehagen ,gods1 dat hier beslist4 ,waar nu die banier wappert1 en bij die banier voor den ,koning wordt geroepen1 daar loop ik naar toe1 als ik bij 's ,heeren volk wil zijn4 ,en dan zie ik niet op die personen en niet op hun leidslieden1 en dan peil ik nog minder hun hart1 maar dan roep ik met hen3 ,jehovah ,tzidkenu1 om met al het volk te belijden1 dat onze gerechtigheid niet onze1 maar buiten ons in den ,immanuel is4 ,wat zou het ook zijn1 zoo iemand1 van 's ,heeren volk roepend1 daarme te kennen wilde geven3 ,deze alle zijn in ,sion geboren6 ,weet ge dit dan8 ,zijt ge dan kenner der harten8 ,hebt ge dan de gangen van ieders wedergeboorte nagespeurd8 ,kunt gij iemands staat beoordeelen8 ,moogt gij gaan zitten in ,gods stoel en uw hart zetten als ,gods hart8 ,en als ge dat niet kunt en niet moogt1 en niemand kan het1 wat anders dan de banier der waarheid1 in haar wapperen1 zal dan aanduiding en kenteeken zijn van de plek1 waar 's ,heeren erfvolk vergart8 o1 ,wacht u toch voor dat bouwen op indrukken van liefheid en van vroomheid4 ,ge kunt er zoo schromelijk in mistasten4 ,dat staat aan ons niet4 ,god keurt4 ,en al is er een oordeel ook van den geestelijk ingeleide1 waardoor de eene ,sioniet den anderen verstaat1 toch kan dit het kenmerk nooit wezen4 ,gods volk wordt alleen gekend aan zijn banier4 ,niet persoonlijk1 maar als volk4 ,of het saam om die banier vergadert1 en saam bij die banier nerknielt1 om te roepen voor de eere van zijn ,koning en op dien ,koning alleen te zien4 ,jehovah ,tzidkenu6 99 99 99 99 99 ,en nu mag het zijn1 dat er bij die banier onder dat volk staan1 die niet van het volk zullen blijken te zijn4 ,de oude regel van ,ammi en ,lo ,ammi4 ,maar dat staat aan ons niet te schiften4 ,die voor dat schiften de wanne in de hand heeft1 om zijn dorschvloer te doorzuiveren1 is de ,heere4 ,ook omgekeerd kan het zijn1 en zal het zoo zijn1 dat altoos enkelen1 soms zelfs velen1 die wel van het volk zijn1 van bij het volk wegloopen1 de banier vergeten1 het geklank van den ,koning smoren op de lippen1 en tijdelijk omdolen in ,damascus en ,tyrus2 maar ook daar hebt gij niet me te rekenen4 ,als ge van het volk spreekt1 telt ge niet1 en rekent ge niet1 en sluit ge niet uit noch in4 ,die sluit en niemand opent1 is alleen ,hij1 die den sleutel ,davids heeft4 ,maar niets van dit alles kan noch mag u van de wijs brengen4 ,er is een volk des ,heeren4 ,dat volk moet bij de opgestoken banier gezocht worden4 ,en daarom voegt ge u bij wie die banier omringen1 en al het verdere verblijft aan uw ,heere6 ,,acht-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,zie1 ,,de ,,dienstmaagd ,,des ,,heeren4 ,en ,maria zeide3 ,zie1 de dienstmaagd des ,heeren2 mij geschiede naar uw woord4 ,en de engel ging weg van haar4 ,luk4 #a3ch4 ,vervult vooral in onze dagen de ,christenvrouw haar roeping tegenover haar ,verlosser en ,heere8 ,het historieblad verhaalt ons van zoo wonderschoone1 zielsinnige en aan kostelijke vrucht zoo rijke toewijding aan den ,heere1 die eertijds uit zoo menig vrouwenhart en in zoo menig vrouwenleven geblonken heeft4 ,de vrouwen overtroffen de mannen zeer verre4 ,het was1 of zij1 fijner en teederder van aard1 minder in de beslommeringen van het machtige leven der wereld ingetrokken1 en met warmer gloed in de borst1 dieper en klaarder verstonden1 wat de liefde ,christi was1 en macht ontvingen1 om uit die liefde te leven4 ,vooral in de eerste jaren der ,christelijke kerk moet dit schoon zijn geweest4 ,als feit1 door niemand betwist1 schrijft de heilige apostel aan de kerk van ,corinthe 7#a ,cor4 #g3cd71 dat de nog niet getrouwde meisjes zich bekommerden1 waarom8 ,om te trouwen8 o1 ,in het minst niet4 ,neen1 maar om de dingen des ,heeren1 opdat zij heilig zijn mochten1 beide aan lichaam en aan geest4 ,roerend schoon en aantrekkelijk zijn de aandoenlijke overleveringen van vrouwen1 die zich ganschelijk aan den dienst des ,heeren gaven4 ,en nog treffender de verhalen1 die ons bereikten van zoo menige jonge maagd1 die als martelaresse haar bloed voor haar ,heere vergoot1 en door geen foltering noch wreedheid van haar innige1 vurige liefde voor den ,heere was af te brengen4 ,er gistte en blonk iets in haar van die liefde1 die sterker dan de dood is2 een liefde1 wier gloed al de wateren niet konden blusschen4 ,en al geeft de heilige apostel toe1 dat de gehuwde vrouw meer wierd afgeleid en meer in de zorgen van het gezin opging1 toch1 hoe schoon en boeiend zijn niet de historin van vrouwen1 die haar mannen sterkten in het geloof1 verwarmden door heur liefde1 en de vonke der hoop in hen aanbliezen2 of1 op andere wijs weer1 zonen voor ,christus' kerk kweekten1 in wier manlijk gemoed zij een indruk wisten in te prenten1 die ons in een ,augustinus nog danken doet voor wat de ,christus ons in ,monica schonk4 99 99 99 99 99 ,kan dit thans ng gezegd8 ,nog in die mate gezegd8 ,voor elk op haar wijze gezegd n van de jongedochter n van de gehuwde vrouw8 o1 ,gewisselijk1 er valt ook nu nog te roemen4 ,voor veel in de ,christenvrouw is ook nu nog te danken4 ,er blinkt nog adel van hart4 ,er gloort nog koestering van liefde4 ,er vonkt nog iets hemelsch in menig hooger blikkend oog6 ,nog altoos is in menig gezin en in zoo menige familie een jongedochter met een hart vol liefde1 of een vrome moeder in ,christus1 of een ,godgewijde maagd het cement1 dat de steenen in den muur saamhoudt4 ,en toch1 al sluiten we daar het oog niet voor1 toch vragen we3 ,is er geen oorzaak1 om over verachtering van den invloed der vrouw ten goede te klagen8 ,gaat niet in maar al te veel gezinnen de levenwekkende adem meer van den vader dan van de moeder uit8 ,vindt ge niet maar al te dikwijls bij den jongeling warmer trouw en kloeker gehechtheid aan de zaak des ,heeren dan bij de jongedochter8 ,of ook1 waar de vrouw het misschien nog in aantal wint1 is er daar toch geen tekort in diepte van opvatting1 in de verloochening der toewijding1 in dat overgegevene en over alles heen komende der zichzelve nooit ontziende liefde8 ,van ,eva zoo dikwijls te veel1 van ,maria soms nog zoo weinig4 ,is het niet1 of de zondige ontwikkeling der wereld het er op toelegt1 om de vrouw vooral in beuzelarijen te doen opgaan2 te verstrikken in nietigheden2 te dempen en uit te dooven2 te blusschen de hooger1 heiliger vonk2 en har vooral als slachtoffer te kiezen voor het bederf van karakter en zielstrek8 ,we vragen slechts4 ,ga die vraag slechts rond in elken kring4 ,worde ze gesteld in elk huisgezin4 ,geve elke jongedochter of gehuwde vrouw er voor zichzelve het antwoord op4 ,van elke ,christenvrouw moet het gelden kunnen3 ,zie1 de dienstmaagd des ,heeren6 ,en nu1 hoevelen telt ge er1 van wie dit in waarheid kan worden gezegd8 99 99 99 99 99 ,en toch1 het is het welbehagen onzes ,gods1 dat er niet alleen onder ons1 mannen1 dienstknechten des ,allerhoogsten en knechten des ,heeren zullen zijn1 om dag en nacht te staan in zijn voorhoven2 maar ook elke ,christenvrouw schiet tekort in haar roeping1 zoo ze nog iets hoogers en begeerlijkers kent1 dan om dien schoonsten eerenaam van dienstmaagd des ,heeren te verwerven4 ,godsdienst is ,god te dienen1 en wat vrouw zou zichzelve dan godsdienstig mogen achten of vroom noemen1 zoo ze niet ,god den ,heere dient1 en alzoo weet een dienstmaagd des ,heeren geworden te zijn8 ,gehuwd of nog ongehuwd1 moet immers de vrouw1 die jubelt in haar verlossing van zonde1 inwonen in het ,huis haars ,gods1 om in dat ,huis ,hem te dienen nacht en dag4 ,niet door haar eigen huis uit te loopen4 o1 ,er zijn er1 die dat zeer zeker doen moeten1 en voor wie de dienst des ,heeren bij gevangenen en kranken en stervenden ligt4 ,maar in den regel moet de dienst des ,heeren in het eigen huis vervuld1 door het eigen huis en de eigen woning als in het ,huis des ,heeren in te zetten4 ,en dan moet al het leven en dienen van den ,heere onzen ,god zijn4 ,niet voor huis en have zorgen1 en dan des avonds in een stil gebed of op den ,sabbath de dienst des ,heeren erbij4 ,neen1 al het leven moet in den dienst des ,heeren ingezet4 ,en het leven met vader en moeder1 met broeders en zusters1 met dienstboden en vriendinnen1 het moet al geheiligd worden door dien eenigen1 heiligen wil4 ,en dat wordt het1 niet door drukke veelbezigheid1 en nog minder door jacht op buitengewone dingen1 en vooral niet door eigengerechtige goede werken1 maar door wat tintelt en gloeit in het hart4 ,in het hart zijn ook voor de vrouw en de jonge maagd de uitgangen des levens4 ,en de vraag is maar3 ,waar loopen die uitgangen des levens naar toe8 ,naar behaagzucht8 ,naar streeling van eigen lust8 ,naar interessantheid8 ,naar een gelukkige toekomst en schatting in het oog der menschen8 ,of wel1 is van dat alles het holle1 het ijdele ingezien8 ,ingezien1 dat dit alles uit den dood en voor den dood is8 ,en gloort er nu een andere geestdrift1 een heiliger liefde1 een uit den hemel ontstoken vuur8 ,dat vuur moet in de beenderen branden1 zooals ,jeremia het uitriep4 ,dan is het geen gemaakt werk1 maar tweede1 heiliger natuur4 ,dan is er belangstelling4 ,dan komt er onderzoek4 ,dan trilt er lust en liefde4 ,dan gaat de dofheid van het oog weg4 ,de behaagzucht wordt verachtelijk4 ,en dan is er ongezocht een vinden van het werk1 dat de ,heere u op de hand legt4 ,en als het lot dan tegenloopt2 of de toekomst wordt somber2 en bange offers worden van hart en leven gevraagd1--dan stemt dat niet droefgeestig en melancholiek1 noch maakt morrend en murmureerend2 maar dan is alles boodschap van nieuwe offerande1 een engelenboodschap tot het hart1 dat de ,heere zijn dienstmaagd weer oproept en van noode heeft1 en uit het volle hart zegt ze het dan ,maria na3 ,zie1 de dienstmaagd des ,heeren1 mij geschiede naar uw ,woord4 o1 ,vooral bij het stroeve en stramme1 dat het manlijk ,calvinisme zoo vaak op onze kringen stempelt1 is de dienst der vrouw in het ,huis haars ,heeren zoo dubbel noodig4 ,we kunnen ze niet missen1 die smelting1 die verteedering1 die koestering1 die zachtheid1 die de dienstmaagd des ,heeren ook den man en broeder schuldig is4 ,,negen-,,en-,,veertigste ,,zondag4 ,,zend ,,uw ,,sikkel ,,en ,,maai4 ,en een andere engel kwam uit den tempel1 roepende met een groote stem tot dengene1 die op de wolk zat3 ,zend uw sikkel een maai2 want de ure om te maaien is voor u gekomen1 dewijl de oogst der aarde is rijp geworden4 ,openb4 #ad3ae4 ,alles heeft zijn bestemden tijd4 ,voor elk ding1 dat komen zal1 is een ure4 ,voor elke beslissing1 die komen moet1 toeft het juiste oogenblik4 ,dat doet ons vreemd aan4 ,niet dan met moeite kan onze trage geest in dat denkbeeld van een beslissend oogenblik inkomen4 ,en toch toont heel de schepping het ons4 ,eerst snijdt de ploegschaar door den akker4 ,dan gaat de zaaier uit1 die zaaien zal1 en strooit het zaad in de opgeploegde voren4 ,en als ,god dan van zijn hemel zonneschijn en regen neerzendt1 geraakt die bodem in gisting1 dat zaad ontkiemt en schiet uit1 en lange weken1 lange maanden verlustigt ons oog zich in dat groeien en gelen der halmen4 ,van den morgen op den avond en van den avond op den morgen gedijt het koren er in4 ,en het schijnt wel1 alsof dat koren geen andere bestemming had1 dan om dien akker met golvend goud te overdekken en weelde te tooveren in de natuur4 ,en toch1 dat was slechts schijn4 ,zie maar1 eindelijk speurt het kennersoog van den landman1 dat het graan nu in de airen geheel gerijpt is4 ,en hij neemt den wind en het getijde waar1 of er op droogte in den dampkring te rekenen valt4 ,en is dat gunstig oogenblik gekomen1 dan gaat het bevel uit zijn mond aan zijn knechten uit4 ,en morgen1 als nauw de zon is opgegaan1 is dat halmenveld ten doode gedoemd4 ,dat goudgeel graan heeft voor het laatst in den zonneglans geblonken4 ,zie1 daar daalt de sikkel neer1 door vlugge1 rappe hand tegen de buigende halmen ingeslagen1 en niet lang meer1 of al het prachtige halmenveld ligt bij handvollen op den bodem neergeworpen2 wordt straks tot schooven opgezet2 en als weer de landman zijn dienstknechten en dienstmaagden beveelt1 rijdt kar en wagen den akker op1 en al het gemaaide koren wordt van den akker naar den dorschvloer weggedragen2 tot de wees en de arme komt1 om zijn nalezing te houden4 ,en dan blijft er straks niets meer over dan die leege1 zwarte1 kale akker1 tot in zijn stoppelen omgeploegd4 ,zoo veelzeggend1 zoo veelbeduidend4 ,eerst weken-1 maandenlang dat stille1 kalme1 bijna onmerkbare rijzen en rijpen4 ,en dan opeens die dag des oogstes4 ,die sikkel1 die in de halmen slaat4 ,en weg is alles1 wat er stond4 99 99 99 99 99 ,in dat zaaien en rijzen1 dat rijpen en maaien nu spreekt een stemme ,gods4 ,zijn heilige ,schriftuur wijst er telkens op4 ,ook wel in het beeld van de rijpende en blauwende trossen aan den wingerd tot de wijngaardenier de sappige druiven afsnijdt4 ,maar onder welk beeld ook1 altoos keert diezelfde gedachte weer1 eerst dat langzame1 stille worden en gedijen1 en dan plotseling die breuke1 die voleinding1 dat maaien of dat afsnijden4 ,alles aanloopend op een einddoel1 tot dat einddoel bereikt is1 en dan opeens dat ingrijpen van de hand des maaiers2 die volheid des tijds2 die ure1 dat het uit is met wat achter was en dat iets nieuws zijn aanvang neemt en straks begint4 ,want als nu de sikkel in de halmen is geslagen1 en alle schoof op den dorschvloer is saamgebracht1 dan is het wel uit met dat eerste proces1 maar begint even beslist terstond een tweede proces4 ,dan wordt die halm gedorscht en uitgeklopt2 het graan op de wanne gezuiverd2 de gezuiverde korrel stukgestooten of tot meel vermalen2 en zoo rijpt door een nieuw proces het brood1 dat den mensch ter voeding zal zijn2 om in 's menschen lichaam door een nieuw proces nogmaals een ander doel na te jagen1 en niet te rusten1 eer het door menschenhand uitgestrooide zaad tot den mensch is weergekeerd en in zijn eigen bloed is omgezet4 ,en dat alles beschikte en bestelde en verordineerde ,god ,almachtig4 ,hij1 die den tijd voor het zaaien en den tijd des oogstes heeft afgemeten4 ,die aan het koren en het zuurdeesem de verwantschap schonk1 om deeg en brood te vormen4 ,en die thans dat kostelijk brood met zijn zegen achtervolgt1 om het in ons om te zetten in bestanddeelen van ons eigen bloed4 ,en dan is er in elk proces1 dat daarbij plaats grijpt1 altoos dat dubbele4 ,eerst dat langzame rijpen en gedijen1 en dan eindelijk het plotseling oogenblik1 waarin dat rijpen en gedijen zijn voleinding vindt en ,hij afbreekt wat er was1 om uit wat ,hij doet ondergaan1 het nieuwe te doen uitspruiten4 ,altoos zijn ,woord1 dat niet ledig tot ,hem wederkeert1 maar doet hetgeen1 waartoe ,hij het uitzendt4 ,als sneeuw en regen daalt het vocht uit zijn schatkamer neder4 ,dan drinkt de aarde het in en bemorst het4 ,tot het in den bodem der aarde de zwangere graankorrel ontmoet4 ,die doet ze dan zwellen en bersten en een kiem uitschieten4 ,het laat zich in den halm opzuigen4 ,tot in de air dringt het vocht op4 ,en als straks het gedijde en gezegend brood insluipt in ons bloed1 om onze levenskracht te sterken1 is er altoos nog een druppel van dat vocht in1 dat ,god in sneeuw en regen uitzond1 om brood aan den eter te geven en zaad aan den zaaier4 99 99 99 99 99 ,en ding vooral wil ,gods heilig ,woord1 dat ge daarbij steeds voor oogen zult houden4 ,het wil1 dat ge bedenken zult1 hoe het zoo toegaat met alle ding1 dat om u is1 maar dat het zoo ook toegaat met uzelven4 ,zooals die halmen op het veld opschoten en groeiden1 en straks van dat veld worden weggemaaid1 zoo bloeien en rijpen ook de kinderen der menschen op den akker van ons menschelijk leven2 maar komt ook voor hen de ure der voleinding1 dat de sikkel in de halmen daalt1 en hun plek1 die ze op het veld hielden1 niet meer gekend wordt4 ,en ook hier weer dezelfde tegenstelling4 ,eerst weken-1 maanden-1 jarenlang dat stille1 gestadige1 schijnbaar altoosdurende voortrijpen en voortgelen op den akker2 en dan plotseling die keer in den toestand1 dat inslaan van den sikkel in de halmen4 ,en dan is het uit en buigt ook hun hoofd zich neder1 tot straks hun plaatse ledig is4 ,een tegenstelling1 een plotselinge overgang1 die1 hoe dikwijls ook gezien1 ons toch altoos zoo verrassen blijft1 dat bijna niemand er op verdacht is1 als de sikkel ook tot hem komt4 ,het scheen zoo zoetelijk voort te varen4 ,zoo ongemerkt scheen zich een nieuw eindweegs aan elk afgelegd eind van den weg vast te knoopen4 ,de voortgang was geleidelijk1 zoo gestadig1 zoo duurzaam4 ,na elken avond altoos weer een morgen2 na elken winter altoos weer een lente met haar bloemen1 die ontloken1 en haar vogelen1 die in de takken hun lied voor ,god zongen4 ,ach1 waarom zou er dan een einde aan komen8 ,waarom zou er geen eindelooze voortgang zijn8 ,en toch1 dat einde komt1 omdat ,god leeft en over u gebiedt en over u beschikt1 en omdat ,hij u dit stille groeien en gedijen schonk1 niet om dat groeien noch om dat gedijen1 maar opdat er een oogst voor ,hem zou zijn4 ,want zooals de landman het oogenblik beidt1 waarop dat groeien uit zal hebben1 en zijn woord tot zijn dienstknechten3 ,zend den sikkel uit en maai uit kan gaan1 zoo toeft en beidt ook ,god de ,heere bij elk van zijn menschenkinderen1 steeds uitziende naar dat bestemde oogenblik1 naar die beschikte ure1 waarop het rijpen uit zal hebben1 en de vrucht van al zijn zorge1 die ,hij aan u besteedde1 kan ingedragen in zijn ,koninkrijk4 ,uw wereld is voor ,hem4 ,ze is zijn akker1 waarop al wat er bloeit en rijpt1 rijpt en bloeit voor ,hem1 opdat ,hij1 de ,heere des oogstes1 ook van dezen akker zijn oogst erlange4 ,en al de dagen uws levens merkt ,hij op u1 uitziende naar dat oogenblik der voleinding1 tot ,hem de vrucht zijns werks toekomt4 99 99 99 99 99 o1 ,wel hem1 wien het in die ure des oogstes gebeuren mag1 dat hij straks1 op de wanne gezuiverd1 een kostelijke vrucht van den akker der wereld voor den ,heere zijn ,god mag zijn4 ,dan maait de sikkel niet om te verderven1 maar zamelt in voor ,gods eeuwig ,koninkrijk4 ,dan is er een groeien en bloeien geweest1 dan was er een rijpen en gedijen4 ,en dan wordt het einddoel bereikt3 de voleinde en voltooide vrucht1 die dan een nieuwe toekomst tegengaat1 om naar nieuwe ordinantie ,god den ,heere te dienen in zijn heilig bestel4 ,alle man zie toe4 ,de sikkel1 die de volle korenhalmen maait1 maait ook het opgeschoten onkruid weg1 en maait ook weg de leege of vervuurde halmen1 waaruit geen koren op den dorschvloer springen zal4 ,dan ging het niet naar ,gods ,woord1 maar tegen ,gods ,woord4 ,dan was er geen groeien1 maar verbasteren2 geen rijpen en gedijen1 maar vermageren en verschrompelen4 ,en als dan de dag des oogstes komt1 dan is het oordeel zoo onafwendbaar4 ,de wanne1 door ,gods heilige hand geschud1 schift zoo onherroepelijk het koren van het kaf4 ,,vijftigste ,,zondag4 ,,brood ,,uit ,,den ,,hemel6 ,ik ben dat levende brood1 dat uit den hemel nedergedaald is2 zoo iemand van dit brood eet1 die zal in der eeuwigheid leven4 ,en het brood1 dat ,ik geven zal1 is mijn vleesch1 hetwelk ,ik geven zal voor het leven der wereld4 ,joh4 #f3ae4 ,alle goede gave is afdalende van den ,vader der lichten en in zooverre belijden we1 dat al ons brood uit den hemel komt4 ,de bede3 ,geef ons heden ons dagelijksch brood klimt op tot onzen ,vader1 die in de hemelen is1 en uit dien hemel ons de verhooring van onze bede nederzendt4 ,god schept het1 ,god zendt het1 ,god schenkt het4 ,en als in een vroom gezin des morgens of des avonds dat kostelijk brood weer genomen is1 dan wierd het nimmer zonder dankzegging genoten4 ,ook in het brood op onze tafel is ,god alleen groot4 ,maar neemt dat weg1 dat het in de woestijn van ,paran toch iets anders was1 toen er geen tarwe groeide1 en geen meel gemalen wierd en men geen deeg kneedde noch brood biek1 maar het ,manna van den grond opraapte en in zijn ,gomer saamlas1 en het ongemalen en ongekneed en ongebakken at8 ,dat ,manna was veertig jaren voor ,gods oude ,bondsvolk het dagelijksch brood2 stipt dagelijks hun toegemeten2 waar ze hun disch me verrijkten en waar ze hun kinderkens me spijsden2 en waar ook zij voor dankten1 als het genoten was4 ,in zooverre stonden ze dus met ons gelijk4 ,hun overkwam en ons overkomt gelijke weldaad4 ,want zij waren en wij zijn uit onszelven volkomen onmachtig1 om ons leven te onderhouden4 ,zoomin als zij het ,manna1 kunnen wij de tarwekorrel uit onszelven voortbrengen4 ,en dat zij1 zoowel als wij1 behalve dit dagelijksch brood nog den zegen op dat brood behoefden1 blijkt wel het duidelijkst uit het bedorven ,manna in den ,gomer van wie te veel had saamgelezen4 ,dat ,manna kon niet voeden1 maar walgde1 omdat het stonk4 ,en toch1 hoe sterk ook de overeenkomst was tusschen hun brood en ons brood1 dat beide malen van den ,vader der lichten nederdaalt1 toch voelt elk1 dat er tusschen dat ,manna en ons gebakken brood ook weer een aanmerkelijk verschil bestaat4 ,immers1 gebakken brood is een brood1 waar onze arbeid aan kleeft4 ,daar moet de akker voor omgespit of omgeploegd2 daarvoor moet gegd en gewied1 gemaaid en gedorscht1 gemalen en gemengd1 gebakken en gesneden2 tot het dan nogmaals vermalen wordt door ons gebit4 ,hun ,manna daarentegen daalde geheel gereed uit den hemel neder4 ,daar viel niet voor te sloven noch te slaven1 dat was gekneed noch gebakken4 ,daar was niets voor te doen1 en zelfs geen geld bij inkoop voor uit te geven4 ,het viel zoo uit den hemel4 ,een ieder had het maar voor het oprapen4 ,en klein in zijn korrel als het was1 smolt het1 zonder de moeite des gebits zelfs1 in den mond4 ,al komt dus ok ons brood uit den hemel1 het komt toch niet uit den hemel als brood4 ,en hierin alzoo was het ,manna van ons brood onderscheiden1 dat ons brood door den mensch zelven gekneed en bereid wordt uit wat ,god te zijner beschikking stelde2 terwijl omgekeerd dat ,manna een gereed brood uit den hemel was1 waar de mensch niets aan af of toe had te doen4 99 99 99 99 99 ,hierin nu ligt de symboliek van het ,verbond der werken en het ,verbond der genade4 ,als onze mensch in het ,paradijs ,satan terug had geslagen en1 door ,gods wet te volbrengen1 eeuwig leven had verworven1 zou dat eeuwige leven toch een goede gave van den ,vader der lichten zijn geweest2 maar bij manier van ons dagelijksch brood4 ,terwijl omgekeerd onder het ,verbond der genade het eeuwige leven ons eveneens van den ,vader der lichten toekomt1 maar nu bij manier van het ,manna in den woestijn4 ,gerechtigheid is het voedsel der ziel1 en alleen hem1 dien naar gerechtigheid dorst en hongert1 spreekt ,jezus zalig4 ,maar naar den ,paradijsstand zou dit brood der gerechtigheid1 evenals ons gewone brood1 slechts verworven zijn door rustelooze inspanning4 ,door ook op den akker des zedelijken levens te arbeiden en te worstelen in het zweet des aanschijns4 ,om alzoo eerst na veel ploegens en veel malens en veel knedens de vrucht der gerechtigheid te genieten voor den honger der ziel4 ,maar zooals nu ,israel in de woestijn plotseling niet meer ploegt1 en niet meer zaait1 en niet meer maalt1 maar opeens het ,goddelijk ,manna gereed vindt liggen als een brood1 dat uit den hemel is neergedaald1 zoo ook gaat het onder het ,genadeverbond toe4 ,ook in het ,genadeverbond staat ,gods volk in een dorre1 vale woestenij1 en wordt tot dit volk gezegd1 dat het niet meer ploegen noch maaien1 malen noch kneden zal1 en af zal zien van elke poging1 om zichzelf een brood der gerechtigheid te verwerven2 want dat ,god aan zijn volk een ,brood der gerechtigheid1 dat geheel gereed is1 uit den hemel doet nederdalen2 een ,brood1 dat zij maar voor het opnemen hebben4 ,en nu komt de ,christus en zegt3 ,de vaderen hebben het ,manna gegeten in de woestijn1 doch dit was slechts een zinnebeeld1 want zij zijn toch gestorven4 ,maar dan ook3 ,ik ben het wezenlijk ,manna4 ,ik ben dat eigenlijke ,brood1 dat uit den hemel is nedergedaald4 ,want wie ,mij eet1 zal niet sterven in der eeuwigheid4 ,zoo is dus ,jezus het ,brood der gerechtigheid1 dat uit den hemel gereed en toebereid voor u is nedergedaald4 ,en wie nu naar gerechtigheid hongert1 kneedt en bakt geen brood van eigengerechtigheid meer1 maar eigent zich door het geloof1 als door den mond der ziel1 dit ,brood uit den hemel toe4 ,en zoo wandelen we dan met een kleed der gerechtigheid1 dat nooit verteert1 en met een schoeisel der gerechtigheid1 dat nooit veroudert1 de woestijn van dit leven door1 en ons ,manna der gerechtigheid is ons elken morgen gewis4 99 99 99 99 99 ,zet uw zinnen op deze heerlijke beeldspraak1 en leer er uit1 hoe ge met dit ,manna der gerechtigheid handelen zult1 en hoe ge met dat ,brood uit den hemel zult doen4 ,immers daarme1 dat het ,manna neerdroop in de woestijn1 was ,israel nog niet gespijsd4 ,dat het daar in rijke golven op den bodem lag1 voedde ,israel nog niet en kon zijn honger niet stillen4 ,neen1 elken morgen moest de ,israeliet uitgaan en zijn ,manna opzamelen1 en thuis in zijn tente gekomen1 dit ,manna eten4 ,en zoo eerst hield het zijn leven in stand4 ,ook u helpt noch baat het dus1 of het ,brood der gerechtigheid in ,jezus al uit den hemel is neergedaald1 en voorwerpelijk1 buiten u1 geheel gereed ligt4 ,neen1 ook gij moet dat ,manna der gerechtigheid opzamelen1 tot u nemen en eten4 ,tenzij dat ook gij het vleesch van den ,zoon des menschen eet en zijn bloed drinkt1 hebt ge geen leven in uzelven6 ,het moet opgezameld door de kennisse van het ,woord1 en het moet gegeten en toegeigend door den mond des geloofs4 ,en die geloofswerking moet er niet maar eens zijn2 zoodat ge u herinnert eens vor jaren geloofd te hebben4 ,neen1 elken morgen moet ge als ,israel uitgaan1 om opnieuw voor dien dag het ,manna der gerechtigheid in te zamelen en uw ziel te voeden met den ,zoon des menschen4 ,ge hebt dat ,manna tot u te nemen in uw ,gomer1 d4 w4 z4 ge hebt elken morgen den ,christus weer u toe te eigenen naar uw nood voor dat oogenblik1 naar uw behoefte voor dien dag4 ,niet een voorraad voor denkbeeldigen nood1 maar te eten het vleesch en te drinken het bloed van den ,zoon des menschen1 naar den nood en den honger uwer ziel op elk oogenblik1 in elken strijd des levens1 in elke aanvechting en in elke benauwing4 ,telkens honger1 en telkens voor uw honger dat ,brood uit den hemel u gewis4 ,het leven en de welstand en kracht uwer ziele elken dag opnieuw door de geestelijke sterking van dat ,brood uit hen hemel onderhouden4 ,ja1 meer nog4 ,een ,israeliet zamelde in de woestijn ook voor zijn gezin op4 ,liefde en roeping moest er in werken4 ,en zoo ook is het uw roeping1 uit den ,zoon des menschen op te zamelen1 niet enkel voor uzelven1 maar ook voor de uwen4 ,ook waar bij anderen de honger nog niet sterk genoeg prikkelde1 om op dat ,manna der gerechtigheid uit te gaan1 wil de eeuwige ,liefde1 dat ook gij in liefde anderer zielsnood gedenken zult4 ,bovenal den nood der ziele bij uw eigen kroost4 ,,een-,,en-,,vijftigste ,,zondag4 ,,de ,,onverwelkelijke ,,kroon4 ,en als de overste ,herder verschenen zal zijn1 zoo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen4 ,i ,petr4 #e3d4 ,een wondere taal spreekt ons in ,gods schepping toe4 ,in het ,paradijs moet dat nog veel heerlijker geweest zijn4 ,heel ,gods schepping gaf toen en sprake van ,gods macht en glorie1 en de mensch in het ,paradijs was met een oog en oor begaafd1 om er dat lied der eere uit op te vangen en te verstaan4 ,maar al zonk het leven der natuur1 sinds om de zonde ook over haar het floers van den vloek wierd gespreid1 toch geeft ook zoo die schepping ons nog een kostelijke sprake1 die ons een spiegel van het hemelsche is4 ,zie het plantenrijk4 ,hoe laag vangt het niet aan4 ,een mos1 een gras1 een varen4 ,als de wind er over gaat1 verdord2 als de zon ze treft1 verzengd4 ,maar ginds tiert reeds meerder4 ,de heistruik geeft haar tinten4 ,er is een kiem en een stengel en twijg4 ,straks groent aan die twijg het loover4 ,slank en statig verheft de palmboom zich4 ,en eindelijk vindt heel het plantenrijk zijn heerlijkheid in bloesem en bloem6 ,van die tengere grasspriet tot de prachtige1 geurende bloem1--aldus klimt in die plantenwereld de ladder des levens4 ,die bloem is het rijkst1 is het volst1 is het heerlijkst4 ,in die bloem is de gedachte der plantenschepping voleind4 ,en gelijk nu het plantenleven is1 zoo ook is ons menschelijk leven4 ,ook in ons leven schuilt het mos achter den steen1 en schiet het ijle gras van ons aanzijn op4 ,maar die dorheid laat ons geen rust1 in die ijlheid kan ons hart geen vrede vinden4 ,neen1 ook in ons roept het alles om1 dorst het alles naar de bloem1 die aan ons leven uit moet komen4 ,en als er dan soms in ons menschelijk leven personen zijn1 die f soms f een enkel maal1 ook die volheid van leven en bloei schijnen bereikt te hebben1 dan drukken we hun als zinbeeld een bloem op het hoofd1 en die bloem om ons hoofd noemen we een krans of een kroon4 99 99 99 99 99 ,zoo worden er allerlei kransen of kronen gedragen4 ,een diadeem of kroon draagt een vorst op aarde1 naardien in hem het leven van heel het volk zijn volste1 rijkste uiting vindt4 ,een krans lei men om de slapen der overwinnaars in den wedstrijd1 omdat in hen de spierkracht of de dichtkracht of het kunstvermogen het schitterendst uitblonk4 ,ook omkranst men een bruid1 omdat de volheid van het maagdelijk leven het schoonst en het kostelijkst tiert in de ure1 dat ze huwen zal4 ,dat zinbeeldig spraakgebruik wettigt ook ,gods ,woord4 ,een kloeke huisvrouw is den man een kroon 7,spr4 #ab3d74 ,der wijzen kroon is hun rijkdom 7#ad3bd74 ,de grijsheid is een sierlijke kroon 7#af3ca74 ,de kroon der ouders zijn de kindskinderen 7#ag3f74 ,de kroon onzes hoofds1 klaagt ,sion1 is afgevallen 7,klaagl4 #e3af74 ,ja1 meer nog1 's ,heeren heilig ,woord neemt deze kroonsymboliek over en teekent er u de voleinding der heerlijkheid in4 ,aanschouw den ,nazirer maar1 met het als kroon ongeschoren hoofdhaar1 gelijk hij voor ,gods aangezicht wandelt4 ,zie op den hoogepriester1 die met de heilige kroon op het hoofd voor heel het volk bij den ,almachtige intreedt4 ,merk op1 hoe den ,messias wordt toegezegd een kroon van het zuiverst goud en hoe op ,hem de kroon bloeien zal4 ,ja1 bij ,jesaja verstout zich de ,heilige ,geest1 en waagt het1 den ,heere zelven de kroon zijner uitverkorenen te noemen4 ,te dien dage1 zoo staat er1 zal de ,heere der heirscharen u tot een heerlijke kroon zijn en tot een sierlijken krans4 99 99 99 99 99 ,dat is het aangrijpende1 bezielde en daardoor bezielende1 dat ,gods ,woord onderscheidt van alle versiering der volken4 ,want1 och1 ook die omdolende en afgedoolde volken vlochten wel kronen en kransen2 maar voor hen was er geen hooger eere en geen hooger leven dan macht en glorie1 eere en roem bij menschen1 een tieren en bloeien in ons van wat toch straks vergaat4 ,maar nu komt ,gods ,woord en grijpt u in de ziel aan1 en tast u in den wortel van uw leven1 en toont u1 terwijl gij waant te tieren1 hoe dor en ijl en leeg het van binnen is2 maar ook nu brengt het u de profetie1 dat1 als ,hij op dat dorre hart maar het water des levens sprenkelt1 en als ,hij daar van binnen maar instraalt met de koesterende warmte van de ,zonne der gerechtigheid1 dat dan ook dat leven in uw binnenste tieren en groeien en bloeien gaat2 en dat eens ook aan die plant uwer ziel de bloem zal ontluiken1 die heel uw persoon heiligend en zaligend1 als kroon u op hoofd zal bloeien1 en wel een kroon1 die onverwelkelijk is en nooit vergaat4 ,de palmboom is onder de boomen der aarde de voor uw oog geteekende kroondrager4 ,en nu1 de ,psalmist jubelt het u immers toe3 ,de rechtvaardige zal in de voorhoven onzes ,gods als een palmboom bloeien6 99 99 99 99 99 ,drierlei kroon kan uw hoofd sieren1 en sieren met eere4 ,reeds hier op aarde een kroon en krans door de dankbare toewijding van hen1 dien ge weldeedt1 u op het hoofd gedrukt4 ,en waar u zulk een kroon of krans gereikt wordt1 daar legt ge die eerbiedig en dankend op het altaar van ,hem neder1 die u de talenten en de eere en de genade schonk1 om alzoo uw broederen te dienen4 ,een heel andere kroon wacht u na uw ingang in het ,huis onzes ,gods daarboven4 ,een kroon1 die u ook gereikt wordt1 maar dan door den rechtvaardigen ,rechter4 ,een kroon van goud1 zooals de ,openbaring u toezegt4 ,de kroon voor het kruis1 dat ge op aarde droegt4 ,vergelding na verdrukking4 ,eere na smaad4 ,een verhooging door de hand uws ,gods1 als op aarde om zijns naams wille de wereld u vernederd had4 ,van die kronen zingen de gezaligden1 dat ze al hun kronen nederwerpen voor het heilig ,godslam4 ,want ,hem1 die de doornenkroon om hunnentwil zich op de bloedige slapen liet drukken1 ,hem komt van elk zijner verlosten die kroon der eere toe4 99 99 99 99 99 ,maar dan is er nog een derde kroon1 de kroon des levens1 de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid1 en die kroon zullen al ,gods geroepenen eeuwiglijk dragen4 ,want die kroon is niet zinnebeeld van hun glorie1 maar de uitbotting zelve van het leven der heerlijkheid1 waarvan eens de genadebloem ook aan hun ziel1 aan hun persoon1 als uitkomst van heel hun aanzijn ontluiken zal4 ,die kroon zal zelf de bloem huns levens zijn4 ,in het blad en in de kleuren en geuren van die bloemenkroon huns levens zal het vezelennet uit de gerechtigheid ,christi1 en fleur en geur uit de hun ingestorte heiligheid opbloeien4 ,die kroon is het beeld ,gods1 waarnaar ze geschapen waren2 waaraan ze ontvielen2 waarin ze hersteld wierden1 en dat dan in zuiverheid uitstralend1 naar het woord van ,jesaja1 in wezenlijken zin1 hun de ,heere zelf tot een kroon der sierlijkheid op het hoofd zal zijn4 ,neen1 hier wordt die kroon nog niet gezien4 ,hier is ze slechts aan dien ,ene gegeven1 die voor ons de kroon van doornen gedragen heeft4 ,maar bij ons schuilt ze nog in den knop4 ,bij ons kan ze in dezen killen dampkring van zonde en ongerechtigheid nog niet ontluiken4 ,die ontluiking komt eerst in dien morgenstond1 als de eeuwige lente voor ons ingaat1 en de wind des daags ons de conscientie niet meer zal ontrusten1 en eens de liefde ,christi al de koestering onzer ziele zal zijn4 ,en daarom1 op aarde ziet ,gods kind het stil en lijdzaam aan1 als ieder om hem heen met een eereteeken op de borst of met een krans om de slapen schittert1 en hij eer onder smaad bedolven wordt4 ,och1 het is hem beter zoo6 ,op die aarde1 waar zijn ,heiland met de doornenkroon aan het kruis zijn ,lamma ,sabachtani moest uitstorten1 kan die smaad hem soms liefelijk zijn4 ,en voorts1 de dagen zijn immers kort4 ,straks gaat ook hij als pelgrim huiswaarts4 ,en dan zullen ,gods engelen hem kronen4 ,kronen met een kroon des levens1 die door genade onverwelkelijk is4 ,,twee-,,en-,,vijftigste ,,zondag4 ,,volstandig ,,tot ,,den ,,einde4 ,en gij zult van allen gehaat worden om mijnen naam2 maar die volstandig zal blijven tot het einde1 die zal zalig worden4 ,matth4 #aj3bb4 ,om toe te komen tot de zaligheid1 moet ge niet alleen eens een poort door1 maar al de dagen uws levens een weg langs4 ,ga in1 sprak ,jezus1 door de enge poort1 maar ,hij liet er op volgen1 dat niet alleen die poort eng1 maar ook de weg nauw is1 die ten leven leidt4 o1 ,gewisselijk1 op dien weg ten leven zal uw voet nooit staan1 tenzij ge eerst vooraf door die poorte u heenwrongt2 maar toch1 niet om het doorgaan door die poorte is het te doen4 ,die poorte is slechts middel1 om op dien weg des levens te komen1 en evenzoo is die weg zelf weer niets anders dan de baan1 die moet afgeloopen1 om in de zaligheid in te gaan4 ,en nu bestaat hier1 daar hebt ge volkomen gelijk in1 geen uit- en inloop4 ,wie de enge poorte eens door is1 keert niet meer terug1 en ook1 wie door die poorte doorging1 loopt zijn weg af ten einde toe4 ,er is geen afval der heiligen4 ,maar tweerlei mag daarbij nooit vergeten4 ,vooreerst mag nooit uw oog gesloten voor het ontzettend feit1 dat zoo velen een verkeerde poort ingingen1 in plaats van de enge1 en nu voorts zorgeloos voortdrentelen op een weg1 waar geen leven op te vinden is2 en dat deswege roeping der kerke ,christi is1 om een iegenlijk telkens weer te prikkelen1 dat hij toch wel toezie1 of de poorte1 die hij doorging1 wel de echte1 wijl de enge1 is1 en dat hij anders op staanden voet van zijn doolweg terugkeere en alsnog de enge1 de eenige poorte des levens inga4 99 99 99 99 99 ,toch is dit het eenige niet1 waarop moet gelet4 ,het vermaan van ,christus' kerk doelt volstrekt niet op hen1 die zich in de keuze der poorte vergisten1 maar ook wel terdege op die weinigen1 die de wezenlijke1 de enge poort zijn ingegaan4 ,immers1 het is wel stellig zeker1 dat ze1 eens die poorte binnengetreden1 niet terug kunnen1 noch ook op den weg des levens duurzaam kunnen stilstaan2 maar dat ze voor terugkeer behoed en op dien weg des levens gehouden worden1 gaat niet vanzelf1 geschiedt niet werktuiglijk1 maar is gevolg van een geestelijke macht1 die op hen werkt2 een macht1 die van den ,christus op hen uitgaat2 en die ,hij op hen uitoefent door zijn ,woord en zijn ,geest4 ,en hier is nu de ,goddelijke1 wijl van ,god bestemde1 werkkring voor waarschuwing en vermaan1 voor lof en blaam1 voor bestraffing en vertroosting4 ,eens de enge poorte door1 glijdt een heilige ,gods niet langs den weg des levens1 gelijk een kogel door de lucht of een kegelbal langs de loopplank vliegt4 ,integendeel1 als er nu verder niets aan hem geschiedde1 zou hij wel terdege terughunkeren naar ,egyptes vleeschpotten en wel terdege1 zij het al onder beloften van terug te komen1 nog even weer de enge poorte uit- en de wereld willen ingaan4 ,en wel verre van op de heilige baan gestadig en rustig voort te schrijden naar het voorgestelde wit1 zoudt ge ,gods eigen kinderen bij hoopen zien stand houden bij de poorte2 liefst even er door1 om van hun zaligheid verzekerd te zijn1 maar toch ook liefst zoo dicht mogelijk bij die poorte1 om althans nog met aanschouwing van het oog van de wereld te kunnen genieten4 ,en daarom nu1 omdat ,gods kinderen1 aan zichzelven overgelaten1 liefst f teruggingen f talmden1 daarom heeft ,goddelijk ontfermen allerlei prikkel en allerlei zweepslag bereid1 om de gerusten in ,sion weer telkens te doen opschrikken1 en ze voort te stuwen1 voort te dringen1 of de loop om de kroon door al ,gods kinderen mocht worden voleind4 99 99 99 99 99 ,volstandig ten einde toe is daarom het parool van den hoogsten levensernst1 dat de ,middelaar zijn jongeren reeds bij hun eerste uitzending megeeft2 en als op ,patmos zijn laatste woord tot zijn knecht ,johannes weerklinkt1 dan gaat nogmaals de last aan ,christus' kerke uit3 ,zijt getrouw tot den dood1 en ,ik zal u geven de krone des levens6 ,neen1 het is niet een door de enge poort glijden1 om nu vanzelf te glijden al den weg lang4 ,er is voor ,gods kinderen een worsteling weggelegd1 een loop1 dien ze te loopen1 een kamp1 dien ze te aanvaarden1 dien ze te strijden hebben4 ,allerlei macht klemt zich aan hen vast1 om hen van ,christus af te trekken1 en allerlei macht gaat van ,christus uit1 om hun geloof niet te doen ophouden4 ,zoo is er een worsteling om ,gods kind tusschen ,satan en ,christus1 en een worsteling in ,gods kind tusschen zonde en heiligheid4 ,en niet wie in dien strijd onderligt1 maar wie overwint1 dien zal gereikt worden het manna1 dat verborgen is1 en dien zal gegeven worden1 met ,jezus eens te zitten in den troon zijner heerlijkheid4 99 99 99 99 99 ,volstandigheid nu ten einde toe eischt voortgang en is met stilstand onvereenigbaar4 ,volstandigheid is voor ,gods kind het volharden in zijn heilig opzet1 om steeds nader bij zijn ,god te komen2 om weg te vagen de nevelen1 die het aangezicht zijns ,vaders in den hemelen voor hem verborgen hielden2 en om niet enkel in machtige en aangrijpende gebeurtenissen1 maar in al den loop des levens den vijand zijner ziele af te weren1 en te blijven nabij zijn ,god4 ,niet alsof dit altoos gelukken zou1 o1 ,ware er nooit een onderliggen1 nimmer een uitglijden1 nooit een verachtering in genade1 er zou geen worsteling in het leven van ,gods kinderen meer zijn2 en zelfs waar het zoo langs een effen kabbelend stroompje schijnt voort te glijden1 weet toch het hart het wel anders4 ,maar dit is uw volstandigheid1 dat ge1 onderwijl ge wordt neergeworpen1 reeds weer kermt1 om door uw ,god te worden opgericht2 dat ge onder het uitglijden de hand reeds weer grijpt1 die u reddend wierd toegestoken2 en dat ge1 door wat list of strik ook van uw ,god afgeraakt1 het buiten ,hem niet uit kunt houden2 en daarom nog van het klein gebergte en onder het neerdruischen van de watergoten1 naar uw ,god roept1 gelijk het hert schreeuwt naar waterbeken1 die het niet meer ziet1 maar toch klateren hoort van verre4 ,bij een ingebeeld kindschap is er een enge poort van eigen maaksel1 en1 eens die poort door1 is er voorts tot aan den dood toe niets dan een werkeloos nederzitten in zelfbehagende gepeinzen4 ,uit den dood tot den dood1 zonder een reuke des levens4 ,maar gingt ge de echte poort door1 o1 dan trilt en tintelt het voorts alles van leven en worsteling2 dan is er strijd en onderliggen en een weer overwinnen al de dagen1 dat ,god u nog het aanzijn op aarde vergunt4 ,en dan schittert ze ons tot troost en den naam des ,heeren tot prijs1 die van ,god gewerkte volstandigheid1 waarvan de ,christus het zijn jongeren toeriep3 ,wie volstandig zal zijn tot den einde1 die zal zalig worden4 ,,inhoud4 ,,zeven ,,meditati,n ,,over ,,den ,,sabbath4 ,bladz4 ,i4 ,de ,sabbath van ,god gegeven #e ,,ii4 ,de ,sabbath door ,god verordend #i ,,iii4 ,de ,sabbath door ,god geheiligd #ab ,,iv4 ,de ,sabbath door ,god gezegend #af ,v4 ,de ,sabbath door ,god gekeurd #ai ,,vi4 ,de ,sabbath door ,god verzoend #bc ,,vii4 ,de ,sabbath van ,god vereeuwigd #bf ,,meditati,n ,,voor ,,elken ,,sabbath ,,in ,,het ,,jaar4 ,i4 ,gedenk van hoedanige eeuw ik ben6 #ca ,,ii4 ,een stofje aan de weegschaal4 #cd ,,iii4 ,mijne ziel is voor ,u als een dorstig land6 #ch ,,iv4 ,zalig zijn de vreedzamen6 #da ,v4 ,onthoud het goed aan zijn meester niet6 #de ,,vi4 ,ik zal ze louteren4 #dh ,,vii4 ,hebt uwe vijanden lief4 #eb ,,viii4 ,de oorblazer4 #ee ,,ix4 ,god is meerder dan ons hart6 #ei ,x4 ,in vrede nederliggen en slapen6 #fc ,,xi4 ,de bokken van de schapen4 #fg ,,xii4 ,door zijns zelfs offerande4 #ga ,,xiii4 ,als een lam ter slachting geleid6 #ge ,,xiv4 ,komt tot de bruiloft4 #gi ,,xv4 ,grijp naar het eeuwige leven6 #hb ,,xvi4 ,in heilige sieradin4 #hf ,,xvii4 ,met ongedekten aangezichte4 #hi ,,xviii4 ,ik zal u geen weezen laten4 #ic ,,ix4 ,abba1 ,vader6 #if ,,xx4 ,hem alleen dienen6 #ajj ,,xxi4 ,schuldig elkander lief te hebben4 #ajc ,,xxii4 ,wee den gerusten te ,sion6 #ajg ,,xxiii4 ,den medicijnmeester niet van noode4 #aaa ,,xxiv4 ,maar is voor een tijd4 #aad ,,xxv4 ,gij legt mij in het stof des doods6 #aag ,,xxvi4 ,de ongerechtige man zijn gedachten4 #aba ,,xxvii4 ,hoevele zonden heb ik8 #abd ,,xxviii4 ,gij en uw huis6 #abh ,,xxix4 ,van uwen houthouwer tot uwen waterputter4 #aca ,,xxx4 ,uit denzelfden klomp4 #ace ,,xxxi4 ,een enig zondaar verderft veel goeds4 #ach ,,xxxii4 ,mijn wol en mijn vlas4 #adb ,,xxxiii4 ,in een eerbaar gewaad4 #ade ,,xxxiv4 ,met netelen bedekt4 #adh ,,xxxv4 ,onze lippen zijn onze4 #aeb ,,xxxvi4 ,het geld verantwoordt alles4 #aef ,,xxxvii4 ,vergeet geene van zijne weldaden4 #aei ,,xxxviii4 ,het ongoedertieren volk4 #afb ,,xxxix4 ,mijne schapen6 #aff ,,xl4 ,als kaf van den dorschvloer6 #afi ,,xli4 ,de ,heere zal mij aannemen6 #agc ,,xlii4 ,in eeuwigheid niet dorsten4 #agg ,,xliii4 ,uwe glasvensteren kristallijnen6 #ahj ,,xliv4 ,met mijne ziel heb ik ,u begeerd6 #ahc ,,xlv4 ,vlas en vonk4 #ahg ,,xlvi4 ,des spots veel te zat4 #aij ,,xlvii4 ,hij zal ,jeruzalem nog verkiezen4 #aid ,,xlviii4 ,zie1 de dienstmaagd des ,heeren4 #aih ,,xlix4 ,zend uw sikkel en maai4 #bja ,l4 ,brood uit den hemel6 #bje ,,li4 ,de onverwelkelijke kroon4 #bjh ,,lii4 ,volstandig tot den einde4 #bab ---------------------------------------- ------ ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,de volgende correcties zijn in de tekst aangebracht3 ,bron 7,b37 -- ,correctie 7,c37 ,b3 schenken van ziju ,sabbath is ,c3 schenken van zijn ,sabbath is ,b3 fs dienen uit gehoorzaamheid2 ,c3 is dienen uit gehoorzaamheid2 ,b3 die booze zucht4 om uit eigen ,c3 die booze zucht1 om uit eigen ,b3 voor uw conscientie te brengen4 ,c3 voor uw conscientie te brengen1 ,b3 dien tempel daarboven vewijlen1 waar ,c3 dien tempel daarboven verwijlen1 waar ,b3 henengaat en niet wederkeert ,c3 henengaat en niet wederkeert ,b3 stof en assche ben ,of misschien ,c3 stof en assche ben4 ,of misschien ,b3 ,hem ziju de eeuwige harmonien1 ,c3 ,hem zijn de eeuwige harmonien1 ,b3 geestdrift en veerkraeht van karakter4 ,c3 geestdrift en veerkracht van karakter4 ,b3 zijn van het gooter deel en het ,c3 zijn van het grooter deel en het ,b3 omgekeerd als wij4 ,al er onder onze ,c3 omgekeerd als wij4 ,als er onder onze ,b3 tegendeel omkeeren1 eu uw vijand ,c3 tegendeel omkeeren1 en uw vijand ,b3 sehuldenaren4 ,c3 schuldenaren4 ,b3 dan een sneeuvlokje1 en straks de ,c3 dan een sneeuwvlokje1 en straks de ,b3 hart van den verstoksten booswicht4 ,c3 hart van den verstoktsten booswicht4 ,b3 als niet ons afleidt1 en ,c3 als niets ons afleidt1 en ,b3 begeerd1 ,maar ,mij hebt ,gij ,c3 begeerd1 maar ,mij hebt ,gij ,b3 belagend uit anderer hart ,het is de ,c3 belagend uit anderer hart4 ,het is de ,b3 wedergeborene toeroepen4 ,c3 wedergeborene toegeroepen4 ,b3 van den ,euwige uit de taal ,c3 van den ,eeuwige uit de taal ,b3 ,vader6 7,jeremia #c3ai71 ,c3 ,vader6 7,jeremia #c3ai71 ,b3 zijn liefde te begiftigen4 ,en ,c3 zijn liefde te begiftigen4 ,en ,b3 ik lief zal hebben4 dan randt gij ,c3 ik lief zal hebben1 dan randt gij ,b3 ,nu zijn die goddelooze ,c3 ,nu zijn die goddelooze ,b3 bron in ons hart1 ,c3 bron in ons hart4 ,b3 banden van het bloed worden gestennd4 ,c3 banden van het bloed worden gesteund4 ,b3 thans is het1 of schier nit ,c3 thans is het1 of schier uit ,b3 huishouding in het zichbare de grooten ,c3 huishouding in het zichtbare de grooten ,b3 heur jaloerschhheid op4 ,en wie het ,c3 heur jaloerschheid op4 ,en wie het ,b3 geestdrift te dienen deu ,heere uwen ,c3 geestdrift te dienen den ,heere uwen ,b3 ,het geldt verantwoordt alles4 ,c3 ,het geld verantwoordt alles4 ,b3 kan ik niet1 o1 bid dan1 bid ,c3 kan ik niet1 o1 bid dan1 bid ,b3 als die sehapen der kudde op ,c3 als die schapen der kudde op ,b3 schapen der kudde wlden wezen en noch ,c3 schapen der kudde wilden wezen en noch ,b3 datzelfde kaf dns tier en sap ,c3 datzelfde kaf dus tier en sap ,b3 het de ure dez oordeels4 ,en dan zal ,c3 het de ure des oordeels4 ,en dan zal ,b3 onzinnigen hartstocht ,en gierigheid ,c3 onzinnigen hartstocht4 ,en gierigheid ,b3 in uw macheloos wezen voor zich ,c3 in uw machteloos wezen voor zich ,b3 nu nog te roepen4 ,voor veel in ,c3 nu nog te roemen4 ,voor veel in ,b3 druppel van dat vocht in4 dat ,god in ,c3 druppel van dat vocht in1 dat ,god in ,b3 eeuwig leven had veworven1 zou dat ,c3 eeuwig leven had verworven1 zou dat ,b3 van den ,vadar der lichten toekomt1 ,c3 van den ,vader der lichten toekomt1 ,b3 drampkring van zonde en ongerechtigheid ,c3 dampkring van zonde en ongerechtigheid ,b3 zondaar verderft veel goeds ,c3 zondaar verderft veel goeds4 ---------------------------------------- ------