---------------------------------------- ------------------------ ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,de tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele1 verouderde spelling4 ,er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren4 ,bladzijde-nummering is verwijderd4 ,afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld4 ,overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd4 ,variaties in spelling zijn behouden4 ,in het origineel cursieve tekst is weergegeven als cursief4 ,in het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt4 ,deze dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als aanhalingstekens4 ,aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de aangebrachte correcties4 ,de illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit e-boek op http3_/_/www4gutenberg4org ---------------------------------------- ------------------------ ,,op ,,de ,,levensreis ,illustratie ,op de ,levensreis ,bijdragen van ,dr4 ,j4 ,a4 ,cramer1 ,dr4 ,j4 ,h4 ,gerretsen1 ,dr4 ,f4 van ,gheel ,gildemeester1 ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,j4 ,c4 ,schuller1 ,h4 ,a4 ,c4 ,snethlage1 ,a4 ,j4 ,a4 ,vermeer1 ,w4 ,l4 ,welter #aiae ,uitgave van ,g4 ,j4 ,a4 ,ruys te ,utrecht ,,gedrukt ,,ter ,,boek- ,,en ,,kunstdrukkerij ,g4 ,j4 ,,van ,,amerongen ,,te ,,amersfoort ,,inleiding ,voor de stille1 en wat men zoo ten onrechte noemt3 verloren uren in ons leven1 is dit boek in de eerste plaats bestemd4 ,om dan eens opgenomen te worden1 en te midden van 's levens vaak zoo vermoeiende sleur1 door een ontdekkende1 vermanende1 vertroostende gedachte ons een oogenblik de realiteit der eeuwige dingen wat naderbij te brengen4 ,om bij wat langer poozen ons in de een of andere levens- en schriftwaarheid 'n weinig dieper in te leiden4 ,op de levensreis1 die voor velen zoo moeilijk1 zoo bezwaarlijk is1 mag nu en dan een vriendenwoord1 somwijlen een wenk van een vriendenhand waarlijk niet overbodig heeten4 ,zulke woorden biedt dit boek zijnen lezers aan2 zulke wenken wil het hun geven4 ,het werd uitsluitend geschreven door predikanten der ,haagsche gemeente1 omdat zij meenden1 dat dit sommige hunner gemeenteleden zou aantrekken4 ,maar het is daarom volstrekt niet uitsluitend voor die gemeente bestemd4 ,integendeel3 de schrijvers zullen zich gelukkig rekenen1 wanneer zij elders1 ook bij oude vrienden1 lezers mogen vinden4 ,en zij koesteren de stille hoop menig hart tot zegen te mogen zijn4 ,,inhoud ,bladz4 ,j4 ,a4 ,cramer1 ,lenteleven #be ,j4 ,a4 ,cramer1 ,dansen #abb ,j4 ,h4 ,gerretsen1 ,eenvoudigheid #b ,j4 ,h4 ,gerretsen1 ,de ,toekomst des ,heeren #ej ,j4 ,h4 ,gerretsen1 ,begeeren en willen #fd ,j4 ,h4 ,gerretsen1 ,iets over het lezen der ,evangelin #gg ,j4 ,h4 ,gerretsen1 ,hoe ,god arbeidt #ie ,f4 v4 ,gheel ,gildemeester1 ,over geloof en ongeloof #e ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,niet zonder strijd #a ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,bidden #bc ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,de ,bijbel #bd ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,geestdrift en opwinding #fe ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,roeping #gi ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,somberheid #abj ,p4 ,j4 ,molenaar1 ,moed #aba ,j4 ,c4 ,schuller1 ,uitverkoren #if ,h4 ,a4 ,c4 ,snethlage1 ,jeanne d',arc #aje ,h4 ,a4 ,c4 ,snethlage1 ,met de helden #aab ,h4 ,a4 ,c4 ,snethlage1 ,jozef #aae ,a4 ,j4 ,a4 ,vermeer1 ,belijdenis #b ,a4 ,j4 ,a4 ,vermeer1 ,als een nevel #dh ,a4 ,j4 ,a4 ,vermeer1 ,tot zich zelven gekomen zijnde #acj ,w4 ,l4 ,welter1 ,josua's ,gezicht #fg ,,niet ,,zonder ,,strijd ,om het eeuwige leven te verwerven1 heeft de mensch lles op te offeren4 ,dit verstaan vele menschen niet4 ,voor het verkrijgen van aardsche goederen willen zij zich wel veel inspanning getroosten4 ,men bewondert den man1 die1 rijk willende worden1 reeds als knaap begonnen is zich alle genot te ontzeggen en centen en stuivers heeft bijeengeschraapt1 om zoo langzamerhand in het bezit van een groot kapitaal te komen4 ,men vindt 't een vanzelfsheid1 dat de ,grieksche kampvechter zich jaren aaneen oefende om later den kampprijs te verwerven4 ,men prijst den jonkman1 die na jarenlange ingespannen studie1 de vereischte diploma's heeft verworven1 die hem in staat stellen straks de lang begeerde betrekking te aanvaarden4 ,maar aangaande het allerhoogste1 het eeuwig goed schijnen velen te denken1 dat het hun als 't ware zoo maar in den schoot zal worden geworpen4 ,o1 hoe vergissen zij zich6 ,want is 't eensdeels waar1 dat de zaligheid een genadegift ,gods is1 men vergete aan de andere zijde niet1 dat er geschreven staat3 strijd den goeden strijd des geloofs1 grijp naar het eeuwige leven6 ,voor een eeuw'gen levenskrans1 ,heer1 dit arme leven gansch6 ,,eenvoudigheid ,doe nooit iets1 om iets4 ,vele menschen zeggen1 dat een ,christen vroolijk moet zijn1 om anderen te trekken4 ,dit is fout4 ,eigenlijk ,jezutisme1 protestantsch ,jezutisme4 ,men moet nooit iets doen1 om iets te bereiken2 men moet eenvoudig doen wat men doet1 zonder eenige bijbedoeling en het overgeven1 wat deze handeling uitwerken zal4 ,wees die ge zijt4 ,doe1 wat ge doet4 ,anders wordt ge een huichelaar4 ,in de wereld beschuldigt men de ,christenen altijd van onwaarachtigheid4 ,de geloovigen zijn niet recht te vertrouwen4 ,zouden ze niet eenigszins gelijk hebben8 ,zou onze dubbelzinnigheid haar oorsprong misschien hebben in onze gewoonte iets te doen om iets8 ,,belijdenis ,nadat de ,heiland in ,galila en ook aan gene zijde van de zee van ,tiberias ,zijn krachten betoond1 ,zijn teekenen gedaan en ,zijn woorden gesproken had--krachten en teekenen en woorden1 die ,hem tot het middelpunt hadden gemaakt van opgewonden bewondering--heeft ,hij zich1 met ,zijn discipelen1 begeven naar de stille landstreken ten noorden van het ,galileesche meer en aan ,zijn discipelen twee vragen gesteld4 ,ten eerste3 wie zeggen de menschen1 dat ik1 de ,zoon des menschen1 ben8 en ten tweede3 wie zegt gij1 dat ik ben8 ,op deze beide vragen hebben de discipelen geantwoord4 ,volgens de menschen is ,jezus ,elias1 of ,johannes de ,dooper of een van de ,profeten4 ,en volgens henzelven1 ,petrus treedt nu op als hun woordvoerder1 is ,hij de ,christus1 de ,zoon des levenden ,gods4 ,na deze uitspraak van ,petrus1 waarop het bekende woord volgt3 ,zalig zijt gij1 ,simon ,bar-,jona2 want vleesch en bloed heeft u dat niet geopenbaard1 maar mijn ,vader1 die in de hemelen is 7,matth4 #af3 #ad-ai7 verbiedt de ,heiland ,zijn discipelen1 aan iemand te zeggen3 dat ,hij was ,jezus de ,christus4 ,dit is een opmerkelijk verbod4 ,het werd met allen nadruk uitgesproken4 ,markus toch1 deze gebeurtenis met weinig woorden weergevend1 deelt mede3 ,en ,hij gebood hun scherpelijk1 dat zij het niemand zeggen zouden van hem4 7,markus #h3 #cj74 ,wat zou er gebeurd zijn1 indien de discipelen hun overtuiging1 dat ,jezus de ,christus1 de lang verwachte ,godskoning is1 eens hadden mogen prediken aan die vele honderden in ,galila1 die ,jezus bewonderend hadden omringd8 ,als een loopend vuur zou zich de mare1 een blijmare van de hoogste beteekenis1 hebben verbreid4 ,zonder ernstig nadenken1 zonder eigen overtuiging1 zou de schare haar hebben overgenomen4 ,velen onder hen zouden naar de wapenen hebben gegrepen1 om zich bij den ,christus te voegen en ,hem te steunen in ,zijn opstand tegen de ,romeinsche overheersching4 ,allen zouden op ,hem de verwachting hebben gebouwd1 dat ,hij het ,messiasrijk nu zou vestigen2 dat nu de heerlijke tijd van verlossing en vrede en welvaart zou zijn aangebroken4 ,en deze allen zouden bitter worden teleurgesteld1 wanneer het hun zou blijken1 dat al die heerlijkheid een ijdele droom was geweest4 ,sneller1 dan zij opgekomen was1 zou de bewondering neerslaan tot verachting4 ,en de liefde1 die ,jezus als den beloofden ,profeet of als den verwachten ,elias prees1 zou wijken voor een haat1 die in deze teleurgestelde liefde zijn brandstof zou vinden4 ,wie eerst ,jezus volgden1 zouden dan ,hem verlaten2 wie eerst ,hem bewonderden1 zouden dan ,hem verfoeien2 wie eerst ,hem zegenden1 zouden dan ,hem vloeken4 ,dit wst ,jezus4 ,en vandaar dat scherpe verbod1 om aan iemand te zeggen1 dat ,hij de ,christus was4 ,zeker6 ,jezus wil erkend zijn als de ,christus4 ,welt deze belijdenis op uit het tot overtuiging gebrachte gemoed1 dan spreekt de ,heiland zalig hem1 die z spreekt4 ,zeker6 ,jezus wil niets liever1 dan dat niet alleen ,galila1 maar ook ,juda en ,jeruzalem ,hem als ,davids ,zoon belijdt4 ,en ,hij beveelt1 dat het ,evangelie alom worde verkondigd1 opdat alle creaturen zouden komen tot ,hem als hun ,koning4 ,maar geen belijdenis1 die den naam van belijdenis draagt en het wezen er van mist1 omdat de grondslag der eigen ervaring er aan ontbreekt4 ,geen belijdenis1 die alleen maar kan napraten1 daar de persoonlijke erkentenis er niet aan voorafging4 ,en woord1 maar tintelend van liefde1 is1 als belijdenis1 meer waard1 dan de keurigste formule1 de meest preciese overtuiging1 maar waaraan het persoonlijk ervarene1 het in eigen leven ondervondene ontbreekt4 ,,over ,,geloof ,,en ,,ongeloof ,voor zoover mij bekend1 wil niemand gaarne voor een onverstandig mensch gehouden worden4 ,in een periode die nu vrij-wel achter ons ligt1 noemden de voorstanders van een bepaalde richting op staatkundig gebied zichzelven1 met beminnelijke bescheidenheid1 het denkend deel der natie2 misschien hebben zij hunne zaak nooit grootere schade gedaan dan met deze onbenulligheid4 ,en toch komt een dergelijke argumentatie nog menigmalen voor2 ja1 waar de bedenking niet onder woorden gebracht is1 ligt zij toch wel te sluimeren op den bodem onzer voorstellingen1 dat bij iemand die het vlak en vierkant onns met ons is1 het een of ander aan zijn denkvermogen hapert4 ,er zijn groote kringen in ons land en daarbuiten waar1 men het ns is met een nederlandsch aphorisma alle geloof is bijgeloof4 ,in ,fransch ,zwitserland1 waar ook zooveel wezenlijk godsdienstig leven wordt aangetroffen1 zijn vlak daarnaast tal van huisgezinnen waar het geloof aan een ,god1 die hemel en aarde geschapen heeft1 belachelijk wordt genoemd2 een der duitsche afgevaardigden naar het eeuwfeest van het nederlandsche bijbelgenootschap verzekerde ons dat in ,bremen1 onder jonge menschen1 iemand die den bijbel las1 werd aangezien als een voorwereldlijk dier2 de schrijvers van het belangrijk werk facing the facts1 an englishman's religion1 komen voor breede kringen uit ,engeland1 ,schotland en ,ierland1 met bedroevende mededeelingen2 en uit ons vaderland kunnen voorbeelden van gelijke strekking worden aangevoerd4 ,er zijn uitzonderingen1 maar de meerderheid onzer intellectueelen schijnt het geloof niet vriendelijk gezind4 ,mij kwam ter oore hoe een hoogleeraar op zijn college zeide dat1 wie een aantal gedegenereerden bij elkaar wilde zien1 maar eens het uitgaan van eene afgescheiden kerk moest gadeslaan1 en dit was niet met een booze bedoeling gezegd4 ,nu is dit niet voor het eerst dat zulke dingen over geloovigen beweerd zijn4 ,op den pinksterdag werd er over ,petrus en de andere apostelen gespot2 men hield ze voor dronken2 vol zoeten wijn1 buiten hunne zinnen4 ,festus1 de ,romeinsche stadhouder1 heeft iets dergelijks van ,paulus verklaard en hem verzekerd dat hij raasde1 al werd er dan beleefdheidshalve bij gevoegd dat het zijne groote geleerdheid was1 die hem tot razernij gevoerd had2 ja onze ,heiland zelf is wel voor uitzinnig gehouden2 en ,paulus weet zelf het best de aanleiding die hem drong om aan de ,corinthirs te schrijven3 wij zijn dwazen1 om ,christus wil4--,de jonge geloovigen die dus in onze dagen hier of daar een schouderophalen ontmoeten1 zijn nog niet bepaald in slecht gezelschap4 ,toch wensch ik hier eens met hen de vraag te behandelen3 is het nu wezenlijk zoo onverstandig om aan ,god te gelooven8 ,is het wezenlijk waar dat het verstand zich verzet tegen het geloof8 ,ik ben er van overtuigd dat er onder onze beschaafde en gestudeerde jonge mannen en jonge vrouwen1 tal van eerlijke oprechte karakters zijn1 die wel gaarne zouden willen gelooven1 maar meenen dat ze het niet kunnen2 dat de bezwaren tegen het gelooven onoverkomelijk zijn2 dat zij de waarheid geweld moeten aandoen en hun wetenschappelijk geweten het zwijgen moeten opleggen1 om te kunnen gelooven4 ,en aan bedrog meedoen1 dat willen ze niet2 ook niet aan zelfbedrog4 ,nu zou ik die eerlijke twijfelaars wel eens gaarne een dienst bewijzen2 juist die eerlijke twijfelaars4 ,en ik zou willen beginnen met een heel eenvoudige vraag4 ,wij hooren nog wel eens luid verzekeren3 geloof is bijgeloof6 ,maar wat is ongeloof8 ,bebel1 de bekende overleden leider der sociaal democraten in ,duitschland heeft gezegd3 de resultaten der wetenschap rooven aan het christendom den grond onder den voet weg1 en brengen het ten val4 ,haeckel1 de hoogepriester van het monisme1 verzekert3 de kosmologische grondwet bereikt den hoogsten intellectueelen vooruitgang1 nl4 den val van ,god1 vrijheid en onsterfelijkheid2--en een zeker soort van halfbeschaafde napraters verzekeren ons met groote stelligheid3 daar is geen ,god1 natuurlijk niet6 ,maar wanneer we nu eens niet voor groote woorden uit den weg gaan1 is dit ongeloof niet k een geloof8 ,dat geloof van ,bebel en ,haeckel wordt ons wel als wetenschap aangeprezen2 maar het is geloof2 en1 ik vind1 bijgeloof4 ,de wetenschap1 k de natuurwetenschap1 bevestigt de filosofie van ,bebel en van ,haeckel niet1 maar verklaart zich daar in den laatsten tijd eer tgen dan vr4 ,de wetenschap heeft aan het christendom als zoodanig nog heelemaal geen grond onder de voeten weggenomen4 ,toch leeft dit waandenkbeeld in vele harten4 ,in sommige gemoederen zit het muurvast4 ,maar dat is geen reden om er voor uit den weg te gaan2 een waanvoorstelling blijft een waanvoorstelling1 ook al neemt het getal harer aanhangers toe4 ,neen1 het verstand staat het gelooven niet in den weg2 veeleer het onverstand4 ,ik moet hier nog eerst eene inleidende opmerking maken2 en wel deze3 gelooven is niet hetzelfde als volkomen begrijpen4 ,dat denken sommigen2 en zij zeggen van iets3 ik geloof het niet1 wanneer zij eigenlijk bedoelen3 ik begrijp niet hoe dat toegaat4 ,eene verstandige1 nu reeds bejaarde dame1 vertelde mij daar een aardig staaltje van4 ,zij woonde in hare prille jeugd met haar vader in het zuiden van ons land2 toen daar de eerste spoorwegen werden aangelegd2 ze was toen een meisje van zes of zeven jaar4 ,haar vader had haar verteld van een rijtuig dat voortbewogen zou worden zonder paarden1 even hard1 ja harder dan zij ooit een rijtuig had zien rijden4 ,dat geloof ik niet6 had ze gezegd4 ,een paar dagen later ziet ze den eersten spoortrein rijden2 was ze nu overtuigd8 ,wel neen6 ze zei3 ik zie het1 maar ik geloof het toch niet6 ,natuurlijk bedoelde zij3 ik begrijp niet hoe dat in elkaar zit2 ik begrijp het niet4 ,maar ze beweerde3 ik geloof het niet4 ,sommige groote meisjes doen nog wel als dit kleine meisje2 en nog wel anderen ook4 ,zij vertelde mij nog iets anders4 ,vader1 die een kundig dokter was1 had haar verzekerd dat het witte licht kon breken in zeven stralen1 de zeven kleuren van den regenboog4 ,dat geloof ik niet6 had het kind al weer gezegd2 en stilletjes had ze haar verfdoos genomen1 en de zeven kleuren van den regenboog dooreengemengd4 ,natuurlijk kwam er toen geen wit4 ,zie je wel1 dat dit samen geen wit wordt8 had ze gezegd2 en triomfantelijk er bij gedacht3 ik heb toch maar schoon gelijk gehad met dit niet te gelooven6 ,deze kleine vertegenwoordigster van de empirische filosofie was even eerlijk overtuigd van haar goed recht en hare goede trouw als menig volwassen ongeloovige2 en ondertusschen had haar vader toch gelijk2 en ging het witte licht maar voort zich in zeven stralen te breken1 telkens als het door een prisma opgevangen werd4 ,ik heb er dikwijls aan gedacht4 ,behalve door hare eigenwijsheid1 waarmede zij vaders woord in twijfel trok1 maakte het kind het zich onnoodig moeilijk dewijl zij gelooven verwarde met begrijpen4 ,doen wij het nooit8 ,ik vrees van wel2 maar dan maken wij het onszelven onnoodig moeilijk4 ,neen aan ,god gelooven is niet hetzelfde als ,god begrijpen4 ,er zullen altijd wel raadselen overblijven1 en moeilijkheden2 maar dat doet er eigenlijk heel weinig toe4 ,de raadselen en de moeilijkheden liggen eigenlijk op een ander terrein1 en hebben met het gelooven al heel weinig te maken4 99 99 99 99 99 ,eene andere opmerking is deze3 gelooven geeft geene mindere zekerheid dan weten2 maar zekerheid op een ander gebied4 ,wanneer ik iets weet1 dan heb ik het niet te gelooven2 en waar iets een voorwerp is van mijn geloof1 daar kan mijn wetenschap thuisblijven4 ,ik weet wel dat het spraakgebruik daar alle dagen tegen zondigt2 maar dat maakt het niet beter4 ,wij zijn gewoon gelooven een minderen graad van zekerheid te achten2 maar dat is een slordige manier van doen4 ,gelooven geeft geen mindere zekerheid dan weten1 maar zekerheid op een ander gebied4 ,laat een voorbeeld mijn meening verduidelijken4 ,het was in #gh of #gi4 ,ik was op mijn eerste standplaats1 ,wilhelminadorp1 de polder bij ,goes4 ,daar waren in die dagen de verhoudingen nog al gespannen2 de heeren die zich liberaal noemden1 waren nog al vijandig en onverdraagzaam2 sommigen1 wanneer het niet al te oneerbiedig klinkt1 sommigen waren bekrompen2 en kenden geen grooter pleizier dan een geloovige voor den mal te houden4 ,eens kom ik in den trein tegenover een meneer te zitten1 dien ik van aangezicht en van reputatie al wel kende2 een papenvreter2 en bij gebrek aan een paap verorberde hij ook wel eens een dorpsdomin4 ,hij scheen dien morgen een goeden eetlust te hebben2 althans1 hij viel dadelijk aan4 ,is u niet de nieuwe domin uit den polder8 ,ik was zoo vrij4 ,een naar baantje1 domin6 ,wel8 ,hoezoo8 ,nu1 dat is toch nog al duidelijk2 u moet allerlei dingen preeken die u zelf niet gelooft1 en ook niet kunt gelooven4 ,ik1 meneer1 ik geloof heelemaal niets6 ,komaan1 meneer1 dat is merkwaardig4 ,mij dunkt1 u moest in uw testament bepalen dat men u later op sterk water zet1 en in een museum bewaart1 als een mensch die wezenlijk niets geloofd heeft4 ,maar mag ik weten wie u is8 ,ik ben meneer ,r41 en hij noemde een welbekenden naam in ,goes4 ,zoo1 zoo1 dus dat gelooft u6 ,wat8 gelooven8 ,welneen1 dat weet ik zeker6 ,best1 meneer2 bewijs u het mij dan maar4 ,nu1 dat kunt u in ,goes op het stadhuis vernemen1 dat ik ben1 en hij liet zijn twee of drie voornamen rollen door de coup2 die en die ,r41 zoon van den ouden ,r4 enz4 ,jawel1 meneer2 zeker4 ,dat bewijst nog niet anders dan dat ze dat in ,goes op het stadhuis ook gelooven4 ,ik wil het ook wel gelooven1 met veel genoegen2 maar weten is iets anders6 ,enfin1 het eind van de geschiedenis was1 dat hij erkennen moest niet te weten dat hij een zoon van zijn vader was4 ,dan zal ik maar in het vervolg zeggen3 ik geloof dat ik meneer ,r4 uit ,goes ben6 grinnikte hij1 toen hij in ,dordt den trein verliet4 ,best1 meneer2 en dan zal u meteen geleerd hebben dat u er niets minder zeker van is1 dan toen u dacht het te weten4 ,want gelooven geeft geen minderen graad van zekerheid dan weten4 ,het komt er maar op aan1 dat men gelooft op goede gronden4 ,inderdaad1 wij wandelen door geloof4--,de heer ,r4 en ik beiden hadden geloof in de directie van de ,s4 ,s4 toen we in den trein plaats namen4 ,wij vertrouwden den weg1 den staat der groote spoorwegbruggen1 ,moerdijk1 ,dordrecht1 ,rotterdam2 het materieel1 den machinist of de machinisten4 ,hij zou al zeer vreemd opgekeken hebben1 mijn sceptische reisgenoot1 wanneer men hem in ,dordt gevraagd had3 wie was de machinist op uw trein8--,hij had zich toch aan dien man toevertrouwd6 ,wij wandelen door geloof1 veel meer dan wij weten4 ,wij hebben geloof in den architect en de werklui die het huis hebben gebouwd dat wij bewonen2 in den ingenieur en zijne medewerkers die de spoorlijn hebben gelegd waarlangs we ons bewegen2 in den koopman1 die ons zijn koopwaar brengt2 in de onbekenden uit verre landen1 die hem de opbrengst van hun oogst hebben gezonden4 ,wij zijn1 eerlijk gezegd1 hier nooit zonder geloof geweest2 ook niet de slimme meneer ,r1 die heelemaal niets geloofde4 ,want we zijn hier aangekomen onwetend1 absoluut onwetend2 maar niet ongeloovig4 ,we hebben met vertrouwen de lucht ingeademd die zich aanbood2 de melk gedronken die ons voeden moest1 zonder dat wij haar chemische bestanddeelen kenden2 ja zonder te weten dat wij een maag hadden en hoe de spijsvertering toeging4 ,maar wanneer wij het geloof verliezen1 dan gaan we dood4 ,ik denk hier aan een man1 een fabrieksarbeider1 een arme1 sombere man die niemand vertrouwde1 en met zijn volle weekgeld naar de omstreken van ,haarlem liep1 omdat hier de waterleiding vergiftigd was4 ,hij is van ,vrijdag tot ,dinsdag uitgebleven en had in dien tijd vijftien centen verteerd4 ,holoogig en uitgehongerd kwam hij terug2 we hebben hem naar een gesticht moeten brengen2 waarom8 ,omdat hij eerlijk1 consequent1 alle geloof verloren had4 ,want het geloof is onmisbaar in het leven2 zonder geloof wordt het leven onmogelijk4 99 99 99 99 99 ,maakt het ongeloof de menschen beter8 ,is door het ongeloof wel eens ooit een mensch van zijne zonde verlost8 ,gij kent het oude verhaal van ,jozef2 die in een groote verleiding is staande gebleven2 en gevraagd heeft2 zou ik zoo groot kwaad doen en zondigen tegen ,god8 ,wanneer hij een dwaas geweest was1 die in zijn hart gezegd had3 daar is geen ,god1 dan had hij dezen steun niet gehad1 en was misschien niet staande gebleven4 ,wij hebben allen wel gehoord van den ,christushater ,voltaire2 en ook kent ieder den naam van ,graaf von ,zinzendorf1 den stichter van de ,hernhutter gemeente3 uit liefde tot ,christus heeft ,von ,zinzendorf in ,west-,indi het lot der slaven op de plantages gedeeld1 enkel om hen met het evangelie bekend te maken4 ,in dienzelfden tijd had ,voltaire aandeelen in een schip1 voor den slavenhandel bestemd4 ,in het ,frankrijk der negentiende eeuw heeft de vrijdenkerij zich ongehinderd uitgebreid2 ik wil volstrekt niet beweren dat daar geen nobele oprechte menschen zijn onder de vrijdenkers1 maar het systeem is niet wezenlijk verdraagzaam2 en waar het de macht had1 heeft het geleid tot tirannie4 ,herinner u den gouverneur van ,madagascar1 socialist en materialist2 die zijne macht als bewindhebber gebruikt heeft om het chistendom uit te roeien op dat groote ,afrikaansche eiland4 ,eerst heeft hij getracht de kerken te sluiten2 daarna den bouw van nieuwe verhinderd2 hij heeft den zendelingen allerlei belemmeringen in den weg gelegd2 de christelijke jonge mannen-vereenigingen tegengewerkt1 en als men hem vroeg waarom8 ,dn kwam eerst recht zijn bekrompen onverdraagzaamheid aan het licht2 die christelijke zending maakt hier zelfstandige mannen en die wil ik niet3 die zijn te moeilijk te regeeren6 ,toen hij in zijn vaderland terug was1 liet hij zich aan een banket van vrijdenkers aldus uit3 de emancipatie begint pas2 de christelijke kerk is gevaarlijker dan ooit4 ,het is nu niet een strijd tusschen kerk en staat1 maar een krijg tusschen hen die gelooven en die niet gelooven4 ,wij moeten de godsdienstige gedachte zelve aanvallen6 ,dit is nu wat erg ruw1 wat erg ronduit gezegd2 maar het is niets nieuws4 ,het ongeloof als systeem is onverdraagzaam4 ,en kan het vertroosten in den dood8 ,ik heb aan het sterfbed gestaan van een man die atheistisch redenaar van de socialisten geweest was4 ,op een vroeger ziekbed1 aan den rand van het graf gekomen1 had hij niet genoeg aan zijn ongeloof gehad2 en hij heeft dat later ook openlijk erkend4 ,ik heb wel kunnen leven in theoretisch athesme1 zoo sprak hij2 maar ik heb er niet mee kunnen sterven4--,een jong meisje van #ae1 #af jaar ligt aan de tering2 haar vader was een athest1 hare moeder een christin4 ,ouders en dochter beiden wisten dat het met haar niet lang meer zou duren4 ,op zekeren middag is zij met haren vader alln4 ,vader6 vraagt het meisje1 op welk geloof moet ik nu sterven2 op het uwe of op dat van moeder8 ,de vader staart een oogenblik vr zich uit4 ,maar daarna zegt hij met bewogen stem3 sterf liever in het geloof uwer moeder1 mijn kind6 ,ik denk dat velen in een zelfde geval zouden doen als deze vader4 ,en kan het ongeloof den mensch kracht geven in zijn leed8 ,dr4 ,dubois-,reymond1 een geleerde ,darwinist1 die een oogenblik gemeend heeft1 dat zijn wetenschap hem dwong tot athesme1 maar daar al spoedig van teruggekomen is1 ,dr4 ,dubois-,reymond wijst er op hoe alln het levend godsvertrouwen kan troosten onder het leed des levens3 ,troost eens een zaal vol kankerlijders met de verzen van ,goethe of ,schiller zegt hij4 ,het is dan ook wel voorgekomen dat godloochenaars door de diepe wegen van lijden en droefheid bekeerd zijn van hunnen dwaalweg4 ,maar het levend geloof2 het echte1 niet de namaak en niet het surrogaat1 dat maakt geduldig en moedig4 ,dat is eene ervaring aan de ziek- en sterfbedden4 ,het is soms vermakelijk om op te merken hoeveel bijgeloof er heerscht in ongeloovige kringen4 ,daar wil men niet met dertien aan tafel zitten2 niet op ,vrijdag op reis gaan2 als men zout gestort heeft1 spoedig een paar korreltjes over den schouder op den grond werpen1 anders brengt elke zoutkorrel een ongelukkigen dag4 ,zijt gij gelukkig gezond in een tijd van veel ziekten1 vertel het niet zonder drie maal op de tafel te kloppen en daarbij te zeggen unberufen6 ,men kan nooit weten6 ,bij het nemen van een beslissing zijn er vrteekenen die niet verwaarloosd behooren te worden2 en waarzeggers1 kaartenlegsters1 mediums worden in stilte opgezocht door menschen die voor ongeloovigen willen doorgaan4 ,lord ,herbert van ,shaftesbury had een boek geschreven waarin hij de openbaring ,gods bestreed2 maar toen het af was1 wist hij niet of hij het wel uitgeven mocht2 hij knielde neder en bad om een teeken uit den hemel als goedkeuring op zijn boek6 ,en de overtuigde positivist ,auguste ,comte vond in de tweede helft van zijn leven een godsdienst uit met eene godheid de humaniteit1 wier hoogepriester hij zichzelven maakte1 hij ,auguste ,comte1 de positivist4 99 99 99 99 99 ,wat gelooft toch eigenlijk een ongeloovige8 ,als gij het hem vraagt1 dan zegt hij waarschijnlijk1 precies als mijn zeeuwsche meneer in den trein3 ik geloof heelemaal niets6 ,want hij wil zijn geloof voor wetenschap laten doorgaan4 ,maar dat gelukt hem niet4 ,zijn ongeloof is ook een geloof4 ,hier hebt gij artikel ,i van zijn geloofsbelijdenis4 ,ik geloof aan de almachtige stof en de almachtige kracht2 die van eeuwigheid zijn en tot in alle eeuwigheid duren2 die alles uit zich zelven geschapen hebben1 ook den menschelijken geest1 ofschoon zij zelve geen geest zijn en geen geest hebben2 en die de natuur met wonderbare wijsheid ingericht hebben1 ofschoon zij niet wisten dat ze dit deden4 ,ziedaar eigenlijk het eerste en nig artikel van het materialistische geloof4 ,ik voor mij vind het christelijke geloof veel verstandiger1 dat belijdt3 ik geloof aan ,god1 den ,vader1 den ,almachtige1 den ,schepper des hemels en der aarde4 ,kent gij1 lieve lezer1 het mooie gedicht de ,schepping1 van ten ,kate8 ,sommigen uwer hebben er wel eens van gehoord2 niet velen van de jongeren kennen het4 ,ik heb mij altijd verstout er mooie passages in aan te treffen1 en het deed mij onlangs goed aan mijn eigenwijze hart1 in eene studie van een der jongeren te lezen dat ten ,kate toch maar mooier verzen had geschreven dan de tachtigers wisten4 ,ja1 ja1 knikte ik mijn wel doorvoeden criticus toe2 vl meer6 ,ik zou lust hebben u eens de passage op te zeggen1 die juist zoo mooi bij ons onderwerp past2 hoe ,god zich openbaart in de natuur2 het is in het zevende tafreel te vinden2 aldus begint het3 ,met de middlen1 met de wegen ,van ,zijn goedheid1 van ,zijn macht ,komt de ,algoede zijn geslacht ,op den hangen dwaalweg tegen2 ,en daar straalt een spoor van zegen ,door de wanorde en den nacht2 ,gij moet het maar eens lezen1 in het zevende tafreel2 ook die mooie regels3 ,god is goed en groot herhalen ,alle heuvlen met hun dalen2 ,alle bergen die daar staan ,als voor de eeuwigheid geschapen1 ,aan wier borst de wolken slapen2 ,aan wier voet1 gelijk de blan1 ,volken komen en vergaan2 's ,heeren stem is op de waatren1 ,die ,hij van ,zijn vingertop ,sprenkelde als een regendrop1 ,en1 wanneer de diepten schaatren1 't ,bliksemvuur de wolken deelt1 ,en de zee heur psalmen speelt ,onder 't loeiend onweerklaatren1 ,dan ontblooten zelfs ,gods haatren ,met een huivring 't schennig hoofd2 ,en--de twijfelaar gelooft6 ,zooals ik zeg1 ik herinner mij nauwelijks den tijd dat ik dit vers niet kende1 en ik verstout mij nog het mooi te vinden4 ,maar laat mij u nu eens vertellen wat mij onlangs gebeurd is4 ,een mijner jonge vrienden1 een literair genie van de bovenste plank1 komt bij mij1 en vraagt mij3 ,weet u wel dat de ,schepping niet van ten ,kate is8 ,ja1 zeker weet ik dat1 die is van ,god6 ,nu1 wees niet flauw2 het gedicht de ,schepping bedoel ik4 ,zoo1 zeg ik2 7ik kreeg al een beetje binnenpret67 ik heb anders den dichter nog zelf gekend--en hem stukken er uit hooren voordragen2 en ik verzeker u1 niemand in mijn tijd twijfelde er aan of dit groote dichtwerk was de arbeid van ,ds4 ,j4 ,j4 ,l4 ten ,kate in ,amsterdam4 ,neen1 zegt mijn wijsneus4 ,u weet er heelemaal niets van4 7,de jonge man weet dat ik een dagje ouder word1 en me niet kwaad mag maken2 daar maakt hij misbruik van67 ,ik zal u vertellen dat stuk1 dat u zoo mooi vindt1 dat ik u al dikwijls heb hooren opzeggen2 dat is heelemaal niet van ten ,kate6 ,wel--en van wien is het dan8 ,van niemand6 ,van niemand8 vraag ik--want daar was ik dan toch nieuwsgierig naar4 ,ik dacht natuurlijk in de verste verte niet dat iemand mij1 in mijn eigen huis1 ,toussaintkade #ce1 zou trachten er in te laten loopen4--,van niemand8 wou jij zeggen dat dat vers zichzelf gemaakt heeft8 ,ja1 wat zal ik zeggen--ging mijn historisch-conjecturaal-criticus voort4 ,oordeelt u er zelf maar eens over2 aan wien die verzen naar uwe meening moeten toegeschreven worden4 ,weet dan dat het nu al bijna vijftig jaar geleden is1 op een mooien ,mei-morgen in het jaar #ahfg--we hadden toen nog mooie ,meimorgens--dat een jonge os hier de stad 's-,gravenhage werd binnengeleid2 hij kwam van het ,bezuidenhout1 de ,heerengracht langs1 naar de ,pooten4 ,of het de aanblik was van den slagerswinkel1 het derde huis links1 of dat hij de slagersjongens niet vertrouwde die hem geleidden2 plotseling rukt het beest zich los2 maakt rechtsomkeert1 en zet het op een loopen2 de ,pooten uit2 den ,fluweelen ,burgwal op2 de ,landsdrukkerij binnen4 ,daar1 in de consternatie gooit hij alle letterkasten omver2 een geweldige drukfout6 ,en de toenmalige directeur met zijn duitsch accent1 wat haastig1 wat schutterig1 roept uit3 kau1 kau as de weerlich6 ,vorsicht1 vorsicht2 feeg me die ,buchstaben netjes op1 dat me die ,buchstaben niet fertrapt werden6 ,en heel netjes1 en heel voorzichtig1 nemen daar de gezellen elk een stoffer en blik1 en vegen die letters netjes bij elkaar1 om ze weer in de letterkast op te bergen4 ,maar--daar komt er een2 u weet die letterzetters lezen spiegelschrift net zoo gemakkelijk als u de ,standaard of het ,volk6444 en hij bekijkt zijn blik en zegt3 wel1 heb ik nu ooit2 hoe toevallig3 kijk eens meneer1 wat ik hier op mijn blik bij mekaar geveegd heb1 dat lijkt wel een vers6 ,met de middlen1 met de wegen ,van zijn wijsheid1 van zijn macht1 ,komt de algoede zijn geslacht ,op den bangen dwaalweg tegen2 ,en daar straalt een spoor van zegen ,door de wanorde en den nacht4 ,wat al kreeten4444 ,he1 meneer1 zegt de jongen2 dat zou een mooi vers geworden zijn2 jammer dat het hier uitscheidt4444 ,maar daar kwam een tweede jongen1 en hij zegt3 kijk1 meneer1 dat is nu toch al heel toevallig2 ik geloof dat ik het vervolg heb4 ,hoe was ook je laatste regel8 't ,was een halve regel1 zegt de eerste3 ,wat al kreeten4444 ,juist1 valt de ander in2 dan kan ik wel het vervolg hebben3 44444444 ,hem bestormen1 ,door den wanklank ongestoord1 ,werkt de ,vader liefdrijk voort1 ,en in duizendvoude vormen ,kleedt ,hij ,zijn welsprekend woord4 ,leesbaar staat het aan den hemel ,met zijn ongerimpeld blauw ,lovend de ,onbezweken ,trouw2 ,met zijn vonklend stargewemel4444 ,en daar was het weer uit4 ,ik heb zoowaar het vervolg1 komt een derde vertellen3 luister maar toe2 wat was ook weer je laatste regel8 ,met zijn vonklend stargewemel ja juist3 ,prijzend als op d'eersten dag1 't ,eenig en ,alhoog gezag4 ,hoorbaar klinkt het uit de stroomen1 ,uit de velden1 uit de boomen1 ,in een eindloos lofchoraal4 ,want het schepsel al te maal1 ,houdt niet op zijn ,god te roemen2 ,ieder in zijn eigen taal1 ,wil den naam des ,scheppers noemen2 en zoo ging dat maar door2 en wanneer daar n blik was afgelezen1 dan kwam er een jongen met een ander blik2 en hij had zoowaar het vervolg4 't ,was nog nooit ergens anders gezien2 en allen die er verstand van hadden1 voorspelden dien directeur een groote toekomst4 ,en dus--zoo eindigde mijn verslaggever2 aan wien kan men nu dat vers eigenlijk toeschrijven8 ,is het een vers van een os8 ,is het een gedicht van het toeval8 ,van wien is het nu eigenlijk8 ,ik moet bekennen dat ik zoover nog niet gedacht had4 ,een vers van een os6 ,en zoo'n vloeiend vers1 nog wel2 het is zeker wel heel bizonder2 maar--ik geloof er natuurlijk geen sikkepit je van6 ,wat gelooft u niet8 vroeg mij mijn literair genie1 min of meer scherp2 wat gelooft u niet8 ,dat een os een letterkast omverstooten kan8 ,waarom niet8 ,een os is sterk1 en een letterkast kan niets terug doen6 ,neen2 maar dat die letters in die bepaalde volgorde zouden vallen2 dat is glad onmogelijk6 ,waarom is dat zoo onmogelijk8 ,ze moeten toch in de eene of andere orde vallen2 waarom dan niet in deze8 ,ja--wel zeker2 ik kan natuurlijk niet bewijzen dat dit onmogelijk is2 maar ik houd dan maar eenvoudig vol dat ik er geen sikkepitje van geloof4 ,dat zulk een vers van acht en veertig regels ontstaan zou zijn door de letters van een of meer letterkasten door elkaar te gooien1 dat gelooft niemand4 ,als zoo iets dergelijks nu eens in den bijbel stond1 dan zoudt ge eens wat hooren6 ,wat een bijgeloovige menschen6 ,wat een onnadenkende menschen6 ,met zulke menschen valt niet te redeneeren6 ,maar verlangt de geleerde monist ,haeckel van ons niet iets dat duizendmaal absurder is8 ,een gedicht over de ,schepping1 bij toeval ontstaan14444 onzin4 ,maar de wereld zelve1 door toeval ontstaan1 diepe wijsheid6 ,professor ,reinke uit ,kiel1 een botanicus van grooten naam1 heeft een geleerd boek geschreven1 de wereld als daad1 die ,welt als ,that2 hij bespreekt ook daarin de vraag3 is het denkbaar dat een cel in het verre verleden vanzelf is ontstaan uit de anorganische bouwstoffen8 ,hij verzekert ons dat de kunstmatige vorming van organische verbindingen 7b4v4 eiwit7 uit anorganische grondstoffen nog nooit en nergens is gelukt4 ,gesteld het onwaarschijnlijke geval dat het lukte1 dan moet eene nog moeilijker vraag worden opgelost3 hoe is nu daaruit een levende cel ontstaan1 die bij hare voeding machine-arbeid verricht1 en het vermogen van voortplanting bezit8 ,want de eerste cel moet1 van haar ontstaan f1 eene volkomen goed afgewerkte1 doelmatig afgewerkte machine geweest zijn1 een opgewonden automaat6 ,kn nu dit alles1 tot in de kleinste en fijnste bizonderheden toeval geweest zijn2 of moeten we hier denken aan een besturend verstand8 ,het woord toeval is een woord voor bijgeloovige menschen2 het is een woord dat onze onkunde verbergt of het bankroet van ons denken verbloemt4 ,maar wat denkt men zich toch wel bij zulk een woord toeval8 ,neem eens uw horloge4 ,vijl het1 totdat gij een schoteltje hebt met fijn stof4 ,durft gij denken dat die fijne metaaldeeltjes1 onder den invloed van mechanische krachten1 door een gelukkig toeval zich weer zouden vereenigen tot een uurwerk dat correct gaat8 ,even brutaal zou de bewering zijn dat alleen onder den indruk van chemische krachten1 zonder verstand1 een levende cel zou ontstaan zijn4 ,de naturalisten1 die van ons verlangen dat wij dit gelooven zullen1 verlangen te veel4 ,het blijkt ons dat wij1 om ongeloovigen te zijn1 bijgeloovig moeten wezen4 ,en dat willen we niet4 ,als ik al die mooie woorden hoor1 die toch welbeschouwd groote woorden zijn1 waarmede ,bebel en ,haeckel en hunne geestverwanten mij bewijzen willen dat deze wereld van zelve ontstaan is1 dan denk ik aan de jongens uit de landsdrukkerij en aan hun blik met letters4 ,inderdaad behoeven onze jonge menschen niet voor groote woorden uit den weg te gaan4 ,met een volkomen vertrouwen mogen zij nog altijd instemmen met het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof3 ,ik geloof in ,god den ,vader1 den ,almachtige1 ,schepper des hemels en der aarde4 ,,bidden ,wie het gebed verzuimt1 de stille1 gestadige gemeenschapsoefening met ,god1 berooft zich zelf daardoor moedwillig van de rijkste bron van kracht4 ,wanneer het geestelijk leven niet voortdurend onderhouden wordt1 mot het wel zwakker worden en sterven4 ,men heeft de gebedsoefening zoo vaak vergeleken--en een betere vergelijking kan men wel niet vinden--bij het naar boven komen van den duiker1 die lang op den bodem van het water gewerkt heeft1 maar nu een tijd lang weer in de vrije lucht moet ademhalen om nieuwe kracht te verzamelen--anders hield hij het niet vol4 ,onze ,heiland geeft ons hier1 gelijk in alles1 het voorbeeld4 ,altijd weder zocht ,hij het aangezicht1 de gemeenschap zijns ,vaders4 ,en in 't bijzonder1 wanneer de verzoeking zeer sterk tot ,hem was gekomen1 beklom ,hij den berg1 om in de stilte1 ver van het menschengewoel af1 met ,god te verkeeren en z in staat te zijn den ,satan te wederstaan4 ,wie onzer zal dan niet1 op oneindigen afstand den ,heiland achterna1 dagelijks in het gebed ,god zoeken1 opdat de krachten des toekomenden levens telkens opnieuw ons toevloeien2 opdat wij in staat zijn den strijd des levens te strijden en weerstand te bieden aan de listige omleidingen des boozen8 ,,de ,,bijbel ,sven ,hedin1 de beroemde reiziger1 schreef eens in een brief uit ,stockholm3 ,zonder het vaste en levende vertrouwen in den ,heer1 en in zijne almachtige1 bewarende liefde1 zou 't mij onmogelijk geweest zijn1 't twaalf jaren lang in die ontoegankelijke streken van ,azi uit te houden4 ,op al mijne reizen is de ,bijbel steeds mijn begeleider en mijn beste lektuur geweest4 ,,lenteleven ,als je meent1 dat de hei alleen maar mooi is in den nazomer1 wanneer de erica bloeit en haar herfstweelde in alle schakeeringen van paars en rood ten toon spreidt1 dan heb je het heelemaal mis4 ,want de hei is altijd mooi6 ,de hei is mooi bij hooge blauwe luchten1 die lijnen en kleuren zoo scherp doen uitkomen1 en bij laag nerhangende regenwolken1 wanneer de toppen der boomen in nevel zijn gehuld2 in den zomer1 wanneer 't heete zand de lucht daarboven doet trillen en de horizon in blauwigen nevel wordt weggedoezeld1 en in den winter1 wanneer 't kale struikgewas zich zwart tegen den besneeuwden bodem afteekent en de dennebosschen zwijgend op de witte vlakten nederzien4 ,wat in de hei zoo aantrekt1 is de rust1 de diepe1 plechtige rust4 ,het is er zoo stil1 zoo verheven stil4 ,men voelt er zich als in een heiligdom4 ,een heiligdom mag niet druk zijn4 ,lijnen1 verhoudingen1 kleuren1 't moet alles in harmonie zijn4 ,niets mag er wezen1 dat te veel de aandacht trekt1 want dan wordt de harmonie verbroken en komt er een te harde toon in den lofzang1 die er door henen ruischt4 ,het verhevene is altijd harmonisch4 ,het majestueuse is altijd stil4 ,de kleine mensch maakt gaarne drukte4 ,god spreekt in de stilte4 ,die in ,gods heiligdommen ingaat1 gaat in de stilte in en dan wordt ook zijn hart een heiligdom1 waarin vrede woont4 ,zulk een heilige tempel is de hei4 ,is er hooger koepeldak denkbaar dan de hemel1 die er zich over heen welft1 wijder ruimte dan de eindelooze uitgestrektheid van den golvenden grond8 ,de hoogste heuvel daar is een kansel1 waarop je de grootheid ,gods zoudt willen verkondigen1 die groep statige boomen er om heen een orgel1 waar de psalm zijner eer uit oprijst4 ,zie je die houthakkers1 die daar midden op de hei een vuurtje hebben aangemaakt8 ,wat zitten ze met hun blauwe kielen en roode dassen daar aardig om heen6 ,schilderachtiger en vrediger kan het al niet4 ,maar het intiemste is toch wel het rookzuiltje1 dat regelrecht naar boven stijgt1 telkens veranderend en toch zich zelf gelijk blijvend1 steeds zich bewegende en toch stil3 een gebed1 ten hemel gezonden4 ,en onwillekeurig kom je in de stemming om me te bidden4 ,ben je blij1 ga dan naar de wijde1 zwijgende heidevelden en jubel daar je blijdschap uit4 ,ben je bedroefd1 ga dan ook1 want de hei verstaat de smart van 't arme menschenhart1 zij hoort1 wat niet kan worden uitgesproken1 zacht klaagt zij mede de klacht1 die niet onder woorden kan worden gebracht4 ,nu zijn er misschien stadsmenschen1 die meenen1 dat je tot de beschaafde kringen moet behooren1 om de taal der natuur te verstaan6 ,wanneer ze een paar weken buiten zijn1 genieten ze van de stilte1 zoo in tegenstelling met het drukke stadsleven1 van de eenvoudige schoonheid van bosch en hei1 die niets gemeen heeft met de vermoeiende schittering der hel verlichte straten1 en keeren verkwikt terug naar hun bezig leven4 ,maar 't is de vraag1 of zij de taal der natuur hebben verstaan6 ,het intieme meleven met de natuur1 het door en door begrijpen van haar spraak1 moet je toch eigenlijk zoeken bij hen1 die er dagelijks me omgaan1 ja1 zelven een stuk natuur zijn geworden4 ,zij zullen het zich misschien niet zoo bewust zijn1 het niet met zoovele woorden kunnen uitdrukken1 maar zij leven veel inniger met de natuur mede dan menig beschaafd mensch wiens hoofd en hart door allerlei zorgen is ingenomen4 ,geen enkele verandering van windrichting of wolkenformatie ontgaat hun4 ,zij hebben overdag geen zakuurwerk noodig om te zien1 hoe laat het is en richten zich naar den stand der zon even nauwkeurig als de stationschef naar zijn klok4 ,zij weten1 wat het loeien van hun beesten en het blaten van hun schapen beteekent1 het zenuwachtig trappelen van hun paarden1 of 't onrustig heen en weer schuren van hun kalveren4 ,zij geven acht op de richting der vogels1 op het gonzen van de bijen1 op het ruischen van de beek4 ,alle geluiden in de natuur hebben beteekenis voor hen1 alles spreekt tot hen4 ,zet eens een buitenman in de stad4 ,eerst kijkt hij zijn oogen uit en meent1 dat alle menschen hun zondagsche spullen aan hebben1 maar al heel spoedig zoekt zijn oog den wijden hemel1 de zon1 de maan1 de bosschen1 de velden1 ach1 hij zou het tusschen al die steenen huizen niet lang uithouden6 ,zoo was het tenminste ,jaap ,boesveld gegaan1 toen hij een paar dagen bij zijn zuster in de stad was geweest om zijn dochter te bezoeken1 die in 't ziekenhuis lag1 maar hoeveel mooie dingsigheidjes hij ook in de winkels achter de ramen had zien liggen1 en hoeveel vreemds hij ook van de stadslui had gezien1 hij had toch telkens tegen zijn zuster moeten zeggen3 mensch1 ik weet niet1 hoe je het hier uithoudt6 ,gewoonte1 ,jaap1 alles gewoonte1 had zij hem geantwoord1 en een mensch heeft er zijn brood4 ,jaap had daar op niets kunnen antwoorden1 maar hij was blij geweest1 toen hij weer met ,jenneke1 de vrouw1 in zijn hoeve op de stille hei terug was4 's ,avonds zag hij voor zijn huis de maan opgaan4 't ,trof hem1 hoe plechtig stil 't daar buiten was en hoe statig de maan omhoog rees4 ,in de stad moest je 'm zoeken tusschen hooge daken en schoorsteenen1 maar hier zag je 'm al1 krek als ie boven den horizon kwam4 ,en ,jaap had een gevoel gekregen1 of hij zijn pet had willen afnemen1 net als in de kerk1 wanneer de meester zoo mooi op 't orgel speelde4 ,jaap hield veel van de hei4 ,en weet je waarom8 ,omdat je er zoo goed kon prakkizeeren4 ,dat prakkizeeren was zooveel als een familiekwaal4 ,vader had er ook last van gehad1 maar toen hij er me was opgehouden1 was 't ook metn met hem gedaan geweest4 ,vader prakkizeerde z diep1 dat de meester en zelfs de dominee hem om raad kwamen vragen4 ,boesveld1 wat moeten wij doen8 ,en dan had vader nooit dadelijk antwoord kunnen geven1 maar als 't dan later goed of slecht uitkwam1 zei vader altijd3 dat had ik wel gedacht4 ,veel spreken deed vader niet1 want1 zie je1 die veel zegt1 heeft veel te verantwoorden1 maar denken deed hij zooveel te meer6 ,op het laatst van zijn leven was hij er over gaan prakkizeeren1 waarom hij na een moeizaam leven niet stillekes mocht sterven1 en waarom hij anderen tot last moest zijn4 ,en of zij hem al hadden gezegd1 dat vader heelemaal niet tot last was en dat ze vader nog graag wat bij zich hielden1 het had niet geholpen4 ,eindelijk was de dominee er aan te pas gekomen4 ,die had hem gezegd1 dat hij niet langer zoo mocht tobben en geloovig moest afwachten1 wat ,god doen zou4 ,dat had geholpen1 maar toen was 't ook metn met vader gedaan geweest4 ,jaap was graag op de hei4 ,wanneer hij 's morgens den dauw op de heiplanten zag glinsteren in de zon en zoo'n grooten droppel zag schitteren in een spinneweb1 was het hem1 of er een sterretje van den hemel was gevallen1 dat onze lieve ,heer vergeten had op te rapen4 ,z had hij gedacht1 wanneer zijn kleine ,geertje met hem naar buiten liep en dan schik had in die mooie sterretjes1 zooals zij ze noemde4 ,ach1 ,geertje6 ach1 ,geertje6 n plek in de hei was er1 waar ,jaap altijd naar moest kijken4 ,dat was de plek1 waar drie berken stonden4 ,wat stonden ze daar met hun zilveren stammetjes aardig bij elkaar6 ,in het voorjaar kwamen ze met hun glimmend wit zoo mooi tegen de helder blauwe lucht uit1 en als dan de eerste blaadjes kwamen1 wel1 dan was nergens teerder groen te vinden4 ,jammer1 dezen zomer was het kleinste der drie boompjes dood gegaan4 ,hoe dat gekomen was8 ,misschien had 't grootste van de twee andere 't geen lucht gegeven om te leven4 ,wie zal 't zeggen8 ,nu kon je niet zien1 dat 't kleinste berkje dood was1 tenminste niet op een afstand1 want 't was laat in ,november1 guur en somber en ze hadden alle drie hun bladeren verloren4 ,waarom hij toch telkens naar die berken moest kijken8 ,omdat daar 't plekske was1 waar zijn eenig kind1 zijn ,geertje1 zoo graag had gespeeld1 toen ze klein was4 ,hij ziet haar nog met haar blonde haren onder den strooien hoed uit en met haar pop in de bloote armen4 ,uren kon zij daar heen en weer drentelen in haar katoenen jurkje en bonte schort1 terwijl vader in de nabijheid hout hakte of dennen pootte4 ,die drie berken had zij ,vader en ,moeder en ,geertje genoemd4 ,de langste was ,vader1 de dikste ,moeder en de kleinste1 ,geertje1 of ikke1 zooals ze altijd zei4 ,en dan lachte ze zoo helder1 dat 't aardigheid was en je wel moest melachen4 ,waarom was ,geertje niet bij vader en moeder thuis gebleven8 ,ze had met alle geweld naar de stad gewild4 ,ze kon op de stille hei niet aarden4 ,ze moest onder de menschen4 ,vader en moeder hadden er eerst erg op tegen gehad4 ,maar hoe gaat het1 wanneer zoo'n kind eenmaal haar zinnen er op heeft gezet en je een zuster in de stad hebt wonen6 ,en zoo was zij gegaan4 ,maar hij had er hartzeer genoeg van gehad4 ,waarom was hij niet standvastiger geweest en neen blijven zeggen8 ,anderhalf jaar geleden was ze nog thuis geweest4 ,voor 't laatst6 ,ze had toen wel erg wonderlijk gedaan en veel zitten prakkizeeren1 maar hij had daar niet zooveel acht op geslagen1 want dat zat nu eenmaal in de familie4 ,wel had hij 't vreemd gevonden1 dat zij telkens zoo had gehuild6 ,geertje was niet meer de vroolijke ,geertje van vroeger geweest4 ,en toen ze wegging1 had ze z schrikkelijk gehuild1 dat hij meewarig had moeten zeggen3 nou kind1 hou je maar goed4 ,jenneke1 de vrouw1 had 't beter begrepen4 ,daar zijn 't dan ook vrouwlui voor4 ,want toen een groot half jaar later de tijding kwam van de geboorte van ,geertjes kindje1 een jongetje1 toen was zij heelemaal niet van streek geweest1 zooals hij1 maar kalm en bedaard en had precies geweten1 wat ze deed4 ,ze zei hem toen nog1 dat hij niet zoo boos mocht wezen1 dat 't toch zijn eigen kind was en dat hij haar niet verstooten mocht4 ,en dat had hij ook niet gedaan4 ,ze had zelfs wel thuis mogen komen1 maar4444 zonder 't kind4 ,altijd die schande voor oogen1 dat wilde hij niet4 ,daarom had hij ook dadelijk voor ouderling bedankt4 ,de dominee was nog bij hem geweest en had getracht hem tot aanblijven te bewegen1 maar ,jaap was onverzettelijk geweest4 ,een ouderling moest iemand zijn1 die zijn huis wl wist te regeeren1 dat wist dominee toch ook wel4 ,deze zei toen1 dat een vader toch niet verantwoordelijk was voor wat zijn dochter buiten's huis verkeerd deed1 maar1 zie je1 daar had nou de dominee zoo geen verstand van1 wat die had geen kinders en kon dus niet weten1 wat een vader in zoo'n geval voelde4 ,zoo was ,geertje weggebleven4 ,zij wilde niet zonder haar kindje thuis komen en daarom was ze dadelijk na haar bevalling hard aan 't werk gegaan om 't kostgeld voor 't kind te kunnen betalen4 ,tante was te oud geweest om 't kind bij zich te nemen4 ,of had ,geertje zelve ook niet willen thuiskomen om de schande in het dorp8 ,dat vroeg ,jaap zich gedurig af1 terwijl hij naast zijn bruine voortliep1 die in gelijkmatigen tred de kar met plaggen voorttrok4 ,geertje was reeds een maand of zes in het ziekenhuis4 ,al dadelijk1 toen ze uit werken was gegaan1 was ze gaan sukkelen en eindelijk was 't z erg geworden1 dat de dokter het beter had gevonden ze in 't ziekenhuis te doen opnemen4 ,hij en ,jenneke hadden haar al eens bezocht4 ,ze lag op een groote zaal4 ,mensch1 mensch1 wat 'n zieken bij elkaar6 ,zoo iets had hij nog van zijn leven niet gezien6 ,hij had ,geertje eerst heelemaal niet kunnen vinden1 maar een zuster1--een vriendelijk schepseltje1 dat was niet anders te zeggen--had hem den weg gewezen3 op n na de laatste krib rechts4 ,en daar lag ze4 ,eerst was ze wat beduusd geweest1 toen ze vader en moeder zag1 maar anders had 't nog al geschikt4 ,wel had ze niet veel gezegd en gedurig de oogen dicht gedaan en dan waren er zoo'n paar diepe1 pijnlijke rimpels gekomen1 net of ze over 't een of ander lag te prakkizeeren1 waar ze geen weg me wist2 heelemaal niet meer de vroolijke ,geertje van vroeger4 ,ze had onrustig met 't hoofd liggen draaien en op alle vragen weinig asem gegeven4 ,maar de laatste weken was 't niet al te best geweest4 ,jenneke had 't niet langer kunnen uithouden en was naar haar schoonzuster gegaan om ,geertje dagelijks te kunnen bezoeken4 ,nou1 dat vond ,jaap voor de gerustigheid veel beter4 ,je kon toch zoo'n onnozel schaap niet moederzalig alleen laten liggen4 ,nu had hij dien morgen1 juist toen hij op 't punt stond de plaggen te gaan halen1 waarmede hij nu terugkwam1 een brievekaart uit 't ziekenhuis gekregen1 zeker van een zuster1 dat ,geertje hard ziek was en graag had1 dat hij overkwam4 ,hij had natuurlijk niet dadelijk kunnen gaan1 want je moet toch eerst overleggen1 hoe je den boel vr mekaar moet krijgen4 ,twee koeien1 waarvan de stal moest worden uitgemest en waarvoor hij juist de plaggen had gehaald1 een paard en vier varkens1 dat kon je toch niet allemaal op eens aan een jongen knecht overlaten4 ,maar als hij morgen met den eersten trein ging1 kon hij al om tien uur 's morgens in de stad zijn4 ,geertje hard ziek6 ,arm kind6 ,nou zou ze wel sterven4 ,hij had altijd nog hoop gehad1 dat 't ten langen leste nog wel zou schikken1 maar nou was 't mis6 ,zou ze voor d'r zelve vrede hebben8 ,want ze had toch in de zonde geleefd4 ,zou ze voor ,gods rechterstoel kunnen bestaan1 als de boeken geopend werden8 ,als hij ze morgen zag1 zou hij vragen1 hoe of ze er vr stond4 ,dat was hij als vader verplicht4 ,ach1 hij had 't haar bij zijn eerste bezoek ook al willen vragen1 maar toen had hij niets kunnen uitbrengen4 ,hij had zoo'n medelijden met haar gehad4 't ,was niet trouw geweest4 ,maar nu zou hij beter oppassen4 ,al was 't zijn eigen ,geertje1 hij zou 't haar aanzeggen4 ,ja1 juist omdat 't zijn eigen kind was1 zou hij 't haar aanzeggen4 ,hij zou zijn eigen smart trachten te vergeten en alleen aan 't zieleheil van zijn kind denken4 ,arm kind1 zoo jong nog en dan te moeten sterven door eigen schuld4 ,want 't ,woord sprak waarheid3 de bezoldiging der zonde is de dood4 ,z liep ,jaap ,boesveld te peinzen naast zijn bruine1 die rustig de kar met plaggen voorttrok4 ,hij had de zweep onder den arm en het pijpke1 hoewel reeds lang leeggerookt1 vast tusschen de tanden4 ,niet dat ,jaap de zweep ooit gebruikte4 ,paarden moet je niet slaan4 ,je moet tegen ze praten3 hu bruine6 ,kom bruine6 ,wat is er bruine8 dan kon je alles van ze gedaan krijgen4 ,net menschen1 die dieren4 ,en ,geertje dan8 ,of was hij misschien te zacht tegen haar geweest1 te toegefelijk8 ,nou ging ze sterven1 door eigen schuld4--,door eigen schuld8 ,die vraag rees voor het eerst in zijn hart op1 heel beslist en duidelijk4 ,door eigen schuld1 ,jaap8 ,maar als jij ze met haar kindje in huis had willen nemen1 als jij je hoogmoed wat meer de zweep had laten voelen1 had ze zich dan ook behoeven dood te werken8 ,hij moest erkennen1 dat1 als hij tegenover ,geertje te toegefelijk was geweest1 hij het tegenover zijn eigen hoogmoed nog veel meer was geweest4 ,bij zijn bezoek in 't ziekenhuis had hij niet naar 't kind willen vragen4 ,hij had nooit met iemand over 't kind willen spreken4 ,was ,geertje misschien daarom zoo stil geweest8 ,jaap had zich deze dingen nog nooit zoo afgevraagd als nu4 ,hij had er nooit aan getwijfeld1 of hij had goed gehandeld1 maar of het kwam van den schrik1 dat hij ,geertje zou moeten verliezen1 dat wist hij niet1 maar hij begon aan de rechtmatigheid van zijn gedrag te twijfelen4 ,maar ,geertje zelve had toch ook nooit met haar kind op 't dorp willen komen4 ,dat wist ,jaap zeker1 want ze had net 't karakter van haar vader4 ,met die gedachte paaide hij zich4 ,als ,geertje er voor haarzelve nu maar goed vr stond4 ,hij zou het haar vragen4 ,hij had zelfs den dominee ook eens gevraagd1 of hij geloofde in den eenigen algenoegzamen ,zaligmaker1 en of hij wel vlak lag in de waarheid1 die hij anderen verkondigde4 ,jongen1 jongen1 't was toch bijster ellendig anderen te prediken en zelf verwerpelijk te worden4 ,hij had 't den dominee gevraagd1 omdat hij 't als ouderling verplicht was geweest4 ,hij zou het zijn eigen vleesch en bloed ook vragen4 ,dat was hij als vader verplicht4--,vreemd1 tegenover zoo'n onnozel kind was 't toch veel moeilijker1 dan tegenover zoo'n wildvreemden dominee6 ,maar dat kwam1 omdat 't zoo eigen was4 ,intusschen was ,jaap met zijn bruine den weg langs 't bosch afgekomen en den voet van den grintweg genaderd1 die langzaam opliep naar den heuvelrug4 ,bruine was gewend dat gedeelte van den weg wat harder aan te stappen en boven te wachten op zijn baas4 ,jaap liet hem dus stil zijn gang gaan en volgde langzaam4 ,als ,geertje stierf1 waar leefde hij dan nog voor8 ,hij had zoo graag zijn spulletje aan haar vermaakt1 als 't nog eens tot een goed huwelijk was gekomen4 ,maar nu8 ,zijn vader had ook gevraagd1 waarvoor hij leefde1 maar die was toen oud geweest1 terwijl hij1 ,jaap1 nog een betrekkelijk jonge kerel was van zes en veertig jaar6 ,en op eenmaal werd het heel donker in zijn ziel4 ,hij kon de stem van zelfverwijt1 die zich telkens weer bij hem deed hooren1 maar niet tot zwijgen brengen4 ,waarom had hij ,geertje niet met 't kind thuis willen nemen8 ,waarom had hij haar alleen den last harer schande laten dragen8 ,bruine stond reeds boven op den heuvel te wachten4 ,jaap liep wat harder aan en was weldra boven4 ,de lucht was grauw en de avond begon te vallen4 't ,was doodstil om hem heen4 ,het eenige antwoord1 dat de hei op al zijn vragen gaf1 was 't ritselen van 't dorre beukeblad1 als er een windstoot door de struiken ging4 ,jaap leunde met zijn rug tegen de kar4 ,stil bruine1 de baas moet nog even de pijp aansteken4 ,hoe meer de zorgen hem drukten1 des te krachtiger rookwolken blies hij uit4 ,dat was voor ,jenneke altijd een teeken om hem maar stil met rust te laten4 ,de wind kwam uit 't ,zuidwesten opzetten4 ,met den rug daarheen gekeerd1 achter zijn kar1 streek hij een lucifer aan tegen den binnenkant van zijn jas4 ,de wind blies 't vlammetje uit4 ,weer een aangestoken1 nog een1 nog een4 't ,ging niet1 hij moest 't opgeven4 ,plotseling kwam de zon door een spleet in de wolken te voorschijn en wierp vr het scheiden een gouden lichtgloed over bosch en hei4 ,zie1 hoe alles gloeide en tintelde6 ,wat een schakeeringen van groen en bruin en wit6 ,in vierkante vakken zag je het lichte groen van den jongen dennenaanplant met 't donkere bruin der uitgebloeide heidestruiken daar tusschenin4 ,het dorre blad onder aan eike- en beukeboomen straalde in hel-bruin en in de verte trilden de sparrebosschen van vreugd in hun gouden feestgewaad4 ,en dan telkens daartusschen in die bultige heuvels met hun witte zandhellingen en die plekken zwarte hei2 het was alles n harmonisch geheel3 vr 't scheiden van den dag zong de hei haar avondzonnezang1 vredig en plechtig4 ,maar 't ging alles aan ,jaap voorbij4 ,hij zag niets dan zijn eigen leed1 hij hoorde niets dan 't zuchten van eigen hart4 ,hij stond daar1 met den rug naar 't licht toegekeerd1 de pet diep in de oogen1 voor zich uitstarende naar de zwaar nerhangende luchten1 die1 nadat de zon achter een grijze bank was weggezonken1 in vale eentonigheid over de hei wegdreven4 't ,werd avond en nog stond ,jaap in 't duister te staren1 verdiept in eigen leed4 ,als je beneden op den weg had gestaan1 had je de silhouetten van paard en kar en boer daar op den heuvel zich duidelijk tegen den avondhemel kunnen zien afteekenen4 ,onbewegelijk stond 't geheel daar1 als uit de hei opgegroeid4 ,er begon regen te vallen4 ,toen kwam er beweging in 't heidebeeld4 't ,kiezel knarste onder de lompe wielen1 stootend en knoerpend ging de kar den heuvel af1 de duisternis in4 ,de omtrekken werden al flauwer1 't geluid der wielen al zwakker1 eindelijk werd het heelemaal stil4 ,de hei zou ook dit leed1 als zooveel ander1 zwijgend bewaren1 als straks de plek1 waar 't haar werd toevertrouwd1 zou zijn toegedekt met 't zwarte kleed van den nacht-------------------------------- 99 99 99 99 99 ,den volgenden morgen om half elf schelde ,jaap ,boesveld aan bij den hoofdportier van 't ziekenhuis3 of hij al bij ,geertje ,boesveld terecht kon8 ,jawel1 die had doorloopend bezoek4 ,de eerste deur rechts1 twee trappen op en dan de eerste deur links1 zaal #e4 ,jaap ging4 ,hij wist den weg nog wel van den vorigen keer4 ,aan den ingang der zaal bleef hij weifelend staan4 ,toen kwam er een zuster naar hem toe1 die hem met iets heel vriendelijks in haar stem vroeg3 ,u komt zeker ,geertje ,boesveld opzoeken8 ,dat zal zij aardig vinden2 kom maar me1 haar moeder is er al4 ,en terwijl zij met hem naar 't eind van de lange zaal ging1 waar ,geertje's bed stond met een wit schermpje er om heen1 zeide zij zacht tot hem3 ,u wilt er wel om denken1 dat zij heel ziek is8 ,jaap antwoordde niets1 't dwarrelde alles voor zijn oogen4 ,de zuster schoof tusschen het bed en het scherm in1 links van de zieke1 terwijl rechts aan het hoofdeinde haar moeder zat4 ,langzaam ging ,jaap naar ,geertje toe en lei zwijgend zijn hand op haar arm4 ,zij had de oogen toe en scheen te sluimeren4 ,wat was ze afgevallen en wat zag ze bleek6 ,in half zittende houding1 hoog tegen de kussens aan1 met haar dikke blonde vlechten langs de slapen over de ingevallen borst1 lag ze daar als een wassen beeld4 ,jaap boog zich voorzichtig over haar heen en gaf haar een kus op het voorhoofd4 ,zij sloeg de oogen op en staarde vr zich uit als terugkomende ver uit een droomenland1 waarvan zij de beelden nog vasthield4 ,kijk eens ,geertje1 wie daar is6 ,zie je 't wel1 't is je vader1 die eens komt zien1 hoe 't met je gaat4 ,met deze woorden riep de zuster haar zacht tot de werkelijkheid terug1 terwijl zij haar met de hand over 't hoofd streek4 ,geertje deed haar oogen wijd open en toen zij haar vader zag1 gleed er een blijde glimlach over haar mager gezichtje1 als een heldere zonnestraal over een somber najaarslandschap4 ,zie je1 ,jaap1 toen de zon gisteren op de hei plotseling doorbrak1 merkte je niets van het lied1 dat de scheidende dag als zijn avondzonnezang zong4 ,maar hier zie je toch wel den zonneschijn over ,geertje's gelaat1 hier hoor je toch wel het afscheidslied van het scheidende leven8 ,hij zei ,jenneke met een knik g'ndag en zette zich zwijgend tegenover haar4 ,de onderarmen lei hij op de knien en de handen liet hij slap naar beneden hangen en met zijn vingers draaide hij zijn pet heen en weer4 ,z zat hij naar ,geertje te staren4 ,nu kon je toch wel zien1 dat vader en dochter op elkaar leken4 ,datzelfde regelmatige gezicht1 dat vierkante voorhoofd1 die rechte neus1 die smalle lippen en die breede kin4 ,d'r mooie blauwe oogen had ze van moeder1 maar anders was ze krek d'r vader4 ,jenneke zat met betraande oogen aan ,geertjes hoofdeinde4 ,zij hield ,geertjes magere hand vast4 ,de eenige1 die er blij en tevreden uitzag1 was de zieke zelve4 ,zij keek maar rustig naar vader en lachte hem vriendelijk toe4 ,al gaf ,jaap er zich geen rekenschap van1 toch onderging hij den invloed van ,geertje's vredige blijdschap4 ,hij had verwacht weer die diepe1 pijnlijke rimpels tusschen de oogen te zien1 weer dien onrustigen blik en die ongedurige houding4 ,hij had zich voorgenomen haar te vragen1 of ze wel vrede had4 ,maar dat behoefde niet meer6 ,en nu hij dien glimlach op haar gelaat zag1 nu daalde daar op eenmaal een groote warmte in zijn ziel1 en vrdat hij 't wist1 was de vraag er al uit3 ,geertje1 hoe gaat 't met je kind1 met den kleinen ,gerrit8 ,zij antwoordde niet1 maar zag hem lang en rustig met haar groote blauwe oogen aan4 ,daarna zeide zij1 terwijl zij haar hand uit die van moeder losmaakte en aan haar vader reikte3 ,dank u1 vader1 dat u me vergeven hebt4 ,jaap greep haar hand en zeide3 ,maar kind1 ik heb je altijd vergeven4 ,geertje schudde 't hoofd3 neen vader1 nog nooit zooals nu4 ,zij deed haar oogen dicht4 ,alles vermoeide haar zoo4 ,toen1 een oogenblik daarna3 vader1 ik ben niet bang om te sterven4 ,zoo kind4 ,neen1 vader1 ik ben niet bang1 niet waar zuster8 ,deze begreep haar4 ,boesveld1 zeide zij1 uw dochter is heelemaal niet bang voor den dood4 ,gisterenmorgen nog wel1 maar 's middags is de dominee bij haar geweest en die vroeg haar1 waarom ze zoo tegen 't sterven opzag4 ,toen was ze erg begonnen te huilen en had eindelijk gezegd1 dat ze 't zoo vreeselijk vond1 omdat ze niet wist1 of ze behouden was4 ,ze had zich zelve nooit willen bekennen1 dat ze heenging1 al had ze 't van den beginne af wel gevoeld en iedereen in haar omgeving1 ook de dokter1 had gezegd1 dat ze beter werd4 ,en dat hoorde ze zoo graag4 ,maar nu niet meer zuster4 ,neen1 kind1 nu niet meer4 ,en terwijl de zieke haar onafgebroken lag aan te zien1 alsof ze blij was 't nog eens te hooren1 ging de zuster voort met vertellen4 ,de dominee had ,geertje een dom meisje genoemd4 ,hij had haar vergeleken met iemand1 die1 achteruitloopende1 op 't punt stond in een donkere1 diepe gracht te vallen4 ,en toen had hij gevraagd3 ,zou je het nu goed vinden1 wanneer wij je allemaal maar stil achteruit lieten loopen om je straks met een gil in de diepte te zien verdwijnen8 ,waarom wil je je niet omdraaien1 ,geertje8 ,je meent1 dat het achter je zoo donker is1 maar zie eens om1 't is alles licht4 ,je moet niet met den rug naar 't licht gaan staan1 zei de dominee1 is 't niet ,geertje8 ,de zieke knikte van ja4 ,jaap voelde zijn mondhoeken trillen en moest oppassen1 dat hij niet ging huilen4 ,de zuster ging voort met vertellen4 ,de dominee had gezegd1 dat1 als ,geertje zich omdraaide naar 't licht1 zij een bootje zou zien met den ,heer ,jezus er in1 die haar naar den overkant zou varen1 waar 't alles licht en vrede en blijdschap was4 ,en ,geertje had zich omgedraaid1 had 't bootje gezien1 was er ingestapt en nu was ,jezus bezig haar over te varen4 ,toen de zuster klaar was met vertellen1 stonden er een paar groote tranen in haar oogen4 ,ach1 zij zelve had 't ook zoo verkeerd gevonden1 dat de dominee met dat zieke kind over den dood was gaan spreken4 ,zij was bij 't geheele gesprek tegenwoordig geweest1 had de droefheid1 den strijd van ,geertje gezien4 ,maar toen zij ook had gezien de uitwerking zijner woorden1 toen had ze beseft de heerlijkheid van 't geloof1 al bezat ze 't zelve niet4 ,stil gleed ze tusschen het bed en het scherm weg4 ,geertje lag met gesloten oogen1 als in stil gebed4 ,eindelijk zei ze fluisterend3 alles licht444 alles licht4446 ,niet444 met je rug444 naar 't licht gaan staan444 vader444 niet444 met je rug444 naar 't licht444 ,ze vroeg aan moeder wat te drinken4 ,na een paar teugjes te hebben genomen1 bleef ze roerloos liggen4 ,jaap ,boesveld zat onbewegelijk4 ,hij kon geen woord zeggen4 ,neen1 dat was bij zijn kind geen schijngrond1 geen ingebeelde hemel1 geen gestolen zegen6 ,hij behoefde haar niets meer te vragen4 ,wat was zij gelukkig6 ,en hij1 wat was hij ongelukkig1 wat was zijn toekomst donker6 ,in plaats dat hij 't zijn kind moest aanzeggen1 had zijn kind 't hem aangezegd4 ,wonderlijk toch1 zoo'n kind6 ,waarom zou ze dat juist tegen hem hebben gezegd1 dat hij niet met zijn rug naar 't licht mocht gaan staan8 ,zou ze geweten hebben1 hoe bitter hij onder alles1 wat er gebeurd was1 had geleden en nog leed en hoe donker hij de toekomst inzag8 ,stond hij met zijn rug naar 't licht8 ,maar er was immers nergens licht1 waarheen hij zich ook wendde of keerde8 ,zijn ,geertje1 zijn eenig kind1 ging sterven4 ,waarom leefde hij nog8 ,maar4444 als hij ,geertjes kind toch nog bij zich in huis nam8 't ,was hem1 of die gedachte 't een weinig lichter maakte in zijn duister leven4 ,maar wat moesten hij en ,jenneke met zoo'n wurm beginnen8 ,en dan altijd die schande voor oogen4 ,maar daar wilde hij nu niet aan denken1 als 't moest1 dan moest het6 ,toen werd het weer heelemaal duister4 ,zoo zat hij te peinzen1 uren lang1 onbewegelijk aan 't bed van ,geertje4 ,maar had hij alleen ,geertje vergiffenis te schenken1 had zij hem niets te vergeven8 ,toen werd 't weer wat lichter in hem4 ,hij moest haar toch eigenlijk nog zeggen1 dat hij er leed van droeg haar niet te hebben gevraagd met haar kindje thuis te komen4 ,toen werd 't nog lichter in hem4 ,ja1 hij zou 't haar zeggen1 maar nu niet1 een anderen keer2 zij lag nu zoo rustig4 ,eindelijk was 't tijd om weg te gaan4 's ,avonds zouden zij nog eens terug komen4 ,en zij kwamen 's avonds terug4 ,maar toen was de zieke te moe om iets te zeggen4 ,ze gingen maar stilletjes heen4 ,den volgenden morgen zouden ze heel vroeg terug komen4 ,maar in dien nacht stierf ,geertje1 nog geheel onverwacht4 't ,was drie uur1 de klok had juist geslagen4 ,de lichten op de zaal waren alle uit1 behalve 't electrisch lampje1 dat zijn blauw-matten schijn zacht over ,geertjes bed heenwierp4 ,buiten de zaal vr de open deuren zat de waakzuster met een scherm om haar tafeltje1 waarop 't licht brandde4 ,heel rustig was 't op de zaal4 ,de zieken sliepen meest allen1 men hoorde 't tikken van de klok4 ,daar klonk op eenmaal een lied1 gezongen met heldere stem3 't ,hijgend hert1 der jacht ontkomen1 schreeuwt niet sterker naar 't genot van de frissche waterstroomen1 dan mijn ziel verlangt naar ,god6 ,de zieken werden wakker en gingen overeind in haar bedden zitten om te luisteren4 't ,was1 zoo vertelden zij later1 of daar in de stilte van den nacht een engel door de zaal zweefde4 ,zij zagen ,geertje rechtop zitten met haar oogen omhoog geslagen4 ,zij was het1 die met zoo'n mooie1 heldere stem dat psalmvers zong4 ,nooit had ze zich op de ziekenzaal doen hooren en nu daar op eenmaal dat afscheidslied4 ,want 't was haar eerste en haar laatste lied in 't ziekenhuis4 't ,was 't doorbreken van 't licht midden in de duisternis van den dood4 ,de waakzuster kwam ijlings naar haar toe en had nog juist gelegenheid haar in haar armen op te vangen1 toen zij achterover zonk4 ,haar hoofd lag tegen haar schouder4 ,geertje1 wat is er8 ,zeg4444 tegen4444 den dominee4444 dat 't sterven4444 beter is4444 dan4444 't leven4 ,dat waren haar laatste woorden4 ,toen was zij niet meer4 ,den volgenden dag ontmoette ,jaap ,boesveld den dominee1 die naar ,geertje kwam kijken4 ,jenneke had hem op den dominee opmerkzaam gemaakt4 ,hij had 't niet erg op stadsdominees4 ,ze liepen gemeenlijk zoo luchtig over de zaken heen4 ,vooral zulke jonge menschen1 zooals er nu een tegenover hem stond4 ,maar hij ging toch naar hem toe1 stak de hand uit1 en zeide3 ik dank u1 dominee1 voor wat je aan mijn kind gedaan hebt4 ,o1 is u ,boesveld4 ,ik betuig u wel mijn deelneming4 ,gij zult veel aan haar missen1 want ze was een lief meisje1 van wie ik veel heb geleerd4 ,zie je1 dat viel ,jaap hard me4 ,dat was nog eens een leeraar1 die zelf ook nog leeren wou4 ,hij was dan ook nog jong genoeg6 ,hij had vertrouwen in hem gekregen en vroeg3 zou je denken1 dominee1 dat ,geertje gelukkig was8 ,boesveld1 antwoordde deze1 gelooft u niet1 dat1 wie zich naar 't licht toekeert1 een kind des lichts is8 ,daar had ,jaap al weer niks tegen in te brengen4 ,hij keek den dominee vol aan1 gaf hem de hand en zeide nog eens3 ik dank u4 ,toen keerde hij zich om1 en ging met ,jenneke de zaal af------------------------ 99 99 99 99 99 ,en nu zitten ze weer in hun huiske aan den zoom van de hei4 ,jaap heeft den geheelen dag hard gewerkt en is nu bezig op de deel zijn spullen aan kant te brengen en alles gereed te maken voor den volgenden dag4 ,want hij moet weer vroeg aan 't werk4 ,hij is met een vracht dennestronken de achterdeur ingereden4 ,den ganschen dag is hij met ,hannes1 den knecht1 bezig geweest om dat taaie goedje met 't houweel uit den grond te krijgen4 ,maar in stukken gehakt is 't best brandhout en bovendien1 met 't land is niks niemendal te beginnen1 zoolang 't er nog in zit4 ,ze zullen de kar maar opgeladen laten staan4 ,terwijl ,hannes den bruine naar stal bracht1 kon ,jaap opruimen om den volgenden morgen dadelijk met afladen en 't kleinhakken van 't hout te beginnen4 ,je kan wel zien1 dat 't sterven van ,geertje hem ouder heeft gemaakt4 ,daar gaat geen uur voorbij1 of hij moet aan haar denken1 en hij is maar blij1 dat hij uit de drukke stad op 't land terug is1 en dat hij weer rustig kan prakkizeeren4 ,maar 't is wel erg leeg in zijn leven geworden4 ,wat hem bovenal drukt1 is de gedachte1 dat hij ,geertje niet meer vr haar dood heeft kunnen zeggen1 dat hij er leed over droeg haar zoo hard te hebben behandeld4 ,hij zag steeds duidelijker in1 hoe verkeerd hij had gedaan4 ,en nu had hij 't niet meer kunnen goedmaken4 ,ze was ook zoo schielijk gestorven6 ,hij wist wel1 ,geertje had hem vergeven1 maar hij had 't haar zoo gaarne willen zeggeen1 dat hij er hartzeer over had4 ,vooral dien avond drukte die gedachte hem4 ,hij wist niet1 hoe 't kwam4 ,hij had haar maar steeds voor oogen4 ,hij moest al maar aan haar denken4 ,hij kon 't binnen niet langer uithouden4 't ,gouden licht van de ondergaande zon viel door de openstaande deur naar binnen en 't was1 of hij ,geertje's stem hoorde3 ,vader1 niet met je rug naar 't licht gaan staan6 ,hij ging naar buiten1 en bleef op den drempel van de deeldeur staan4 ,wat een prachtige zonsondergang6 ,de horizon was n en al goud en purper en de blauwgrijze wolken1 waarlangs de zon haar stralenbundels naar alle kanten deed uitschieten1 hadden randen van vuur4 ,het was1 of de hemelpoort open stond en duizenden lichtgestalten zichtbaar werden4 ,en nu gebeurde er iets heel wonderlijks6 ,hij zag een groote schare van lichtgestalten naar zich toe komen en ,geertje vooraan1 ja1 hij bedroog zich niet1 't was ,geertje met haar kind op den arm4 ,vriendelijk lachend zag ze hem aan met haar blauwe oogen4 ,ze kwam aangezweefd op den adem van den wind1 heur lange haren1 die over rug en schouders golfden1 blonken in 't gouden zonnelicht en boven haar voorhoofd straalde een ster met zilverwitten glans4 ,ze kwam al nader en nader en legde haar jonske in zijn armen4 ,mag ik dat kind hebben8 wilde hij haar vragen1 maar op eenmaal was ze weg4 ,jaap begreep er niets van4 ,hij weet nu nog niet beter1 dan dat hij met 't kind naar binnen is gegaan4 ,hij kon later nooit hebben1 dat je er om lachte en zeide1 dat alles verbeelding was geweest4 ,hij had wel in de kranten gelezen1 dat 't dien avond zoo'n buitengewoon mooie zonsondergang was geweest1 maar wat hij gezien had1 had niemand gezien1 dan hij alln4 ,hij weet zich niet goed meer alles te herinneren1 maar n ding weet hij heel best1 dat ,jenneke1 de vrouw1 een oogenblik daarna met ,geertje's kindje op schoot zat en heelemaal niet verbaasd was 't kind bij zich te zien4 ,daar zat toen een vreemde vrouw uit de stad naast haar4 ,die had 't kind gebracht1 zei zij4 ,maar hij begreep wel1 dat ,jenneke dat maar zei1 om hem niet aan 't malen te brengen1 als hij soms te veel over dat gezicht mocht gaan prakkizeeren4 ,hij was maar blij1 dat zij 't ook goed vond1 dat 't kind bij hen bleef4 ,want nu kon hij tegenover dat kind goed maken1 wat hij ten opzichte van ,geertje niet goed had gedaan4 ,hij en ,jenneke spraken nooit meer over dien wonderlijken avond4 ,toen de vreemde vrouw uit de stad 's avonds wegging1 bleven zij met hun drien in de woonkamer achter en sinds dat oogenblik zijn ze met hun drien gebleven4 ,de menschen in 't dorp vonden1 dat ,jaap heelemaal weer opfleurde4 ,als je'm tegenkwam en je vroeg3 ,jaap1 hoe gaat 't met den kleinen ,gerrit8 dan kwam er een groote blijdschap over zijn gelaat en dan was 't antwoord steeds3 best1 jong1 best6 ,en nou moet je nog even megaan naar de hei1 je weet wel1 naar dat bekende plekje van de drie berken4 ,de winter is voorbij en de lente is gekomen4 ,de hei heeft dit jaar lang onder den sneeuw gelegen1 maar eindelijk kwam 't zachtere weer en toen was de sneeuw in een ommezien weg4 ,de drie berken staan er nog4 ,twee ervan leven en de derde1 ja1 die is natuurlijk dood gebleven4 ,dat kan je nu duidelijk zien1 nu onder den invloed van regen en zon de knoppen beginnen te zwellen4 ,jaap komt aangewandeld met een jong boompje in de ne en een spa in de andere hand4 ,je behoeft niet te vragen1 wat hij gaat doen4 ,hij had gewacht op het geschikte oogenblik om het doode berkje door een nieuw te vervangen4 ,daar had hij nou zoo z'n aardigheid in en daar behoefde niemand iets van te weten4 ,zulke dingen doe je 't beste alleen1 zonder drukte4 ,tegen ,jenneke had hij ook niets gezegd4 ,die wist amper1 dat n van de drie berken het laatste jaar was dood gegaan4 ,misschien had zij hem ook niet heelemaal begrepen4 ,in elk geval1 hij wilde dat ,geertje's lievelingsplekje er weer uitzag1 zooals 't behoorde3 zonder dood hout4 ,dan kon je er weer met pleizier naar kijken4 ,de hei keek zwijgend naar wat hij deed en begreep hem4 ,als je hem daar zoo zag werken1 zou je niet zeggen1 dat er den laatsten winter zooveel door zijn hart was heengegaan1 waardoor nieuw leven was gewekt4 ,maar als je de hei daar zoo stil zag liggen1 zou je ook niet zeggen1 dat 't overal binnen in haar woelde en werkte van nieuw leven en dat zij alles in gereedheid bracht om bij den eersten warmen dag den beste in feestgewaad te verschijnen4 ,maar evenals daar buiten in de natuur 't nieuwe leven begon te ontwaken1 zoo was ook in 't hart van dezen man1 toen ,gods warme liefde er over was opgegaan1 nieuw leven ontwaakt1 dat niet meer zou sterven1 heerlijk1 krachtig ,lenteleven4 ,,als ,,een ,,nevel ,de nevel2 een grauwe vochtige wade1 die het landschap omfloerst4 ,alles dof1 alles donker1 alles kil4 ,gebogen de sprieten en halmen van gras en korenveld4 ,weggedoken diep in de veeren1 wat er placht te fladderen en te vliegen1 te tjilpen en te kwinkeleeren4 ,ontglansd het loover en ontkleurd de bloemen4 ,alles1 als wachtte het den ijzigen greep van den dood4 ,maar opeens1 daar breekt hij1 de nevel4 ,er straalt blauw door de grauwte1 er sprankelt klaarte door de donkerte heen4 ,wat gebogen was1 heft zich op2 wat weggedoken was1 schudt zich de wieken vrij2 wat verstomd scheen praeludieert op een lied2 wat geen verf meer had1 schiet zich kleuren aan4 ,alles is als wachtende op de herboorte4 ,en deze komt1 binnen weinig tellen4 ,zij komt met den wind1 die den nevel verdreef2 met de zon1 die zich haast1 om te stralen2 met den gloed1 die het vlietende leven terug roept4 ,en nu het licht weer heerscht1 het lied weer klinkt1 de kleuren weer pralen1 trilt aan riet en blad en bloem een fonkelende dauwdruppel1 die herinnert aan 't geleden leed en vastgehouden wordt als tolk van dankbaarheid voor genoten verlossing4 ,zoo ligt eerst de schuld als een lijkwade over ons zieleleven4 ,het lied is tot zwijgen gebracht2 de hope gevloden2 de blijdschap verstikt4 ,wij sidderen als bij de nadering van den dood4 ,maar breekt het licht van ,gods genade door1 dan richt zich de gebogene op1 dan wierookt er een gebed uit de ziel naar boven1 dan klinkt er weer een psalm1 dan gevoelen wij de komst van de wedergeboorte4 ,en straks stamelen wij van schuldvergeving en van verlossing en koesteren wij ons in het licht van ,gods aangezicht4 ,het eenige1 dat er bleef van 't leed over de zonde1 en dat vastgehouden wordt als uiting van dankbaarheid1 is een traan1 die er trilt in het oog en die het genoten licht weerkaatst4 ,dit alles ligt opgesloten in het woord van den profeet3 ,ik delg uwe overtredingen uit als eenen nevel en uwe zonden als een wolk4 ,jes4 #dd3 #bb4 ,,de ,,toekomst ,,des ,,heeren ,oud en ,nieuw ,testament beide beschouwen het leven des menschen als een strijd4 ,in het ,oude ,testament wordt dit woord in den gewonen zin van oorlogvoeren genomen4 ,isral moest strijdende oorlogen van ,jehova4 ,job vraagt3 7,,vii3 #a7 heeft niet de mensch een strijd op aarde1 een strijd eig4 een krijgsdienst4 ,in het ,nieuwe ,testament wordt het woord strijd meestal genomen in den zin van kampstrijd4 ,in de ,grieksche wereld waren kampstrijden aan de orde van den dag4 ,de lezers van de apostolische brieven konden ze dagelijks rondom zich aanschouwen4 ,aan dien strijd herinneren de apostelen de ,gemeenten1 wanneer zij haar vermanen den goeden strijd te strijden4 ,wordt dus in ,oud en ,nieuw ,testament het woord strijd in verschillenden zin genomen1 de bedoeling is beide malen dezelfde4 ,en ,oud en ,nieuw ,testament waardeeren het leven als strijd4 ,en dit is de eenig juiste waardeering van het leven4 ,wie het leven zoo ziet en aanvaardt1 heeft de praktische oplossing van het benauwende levensraadsel ontvangen4 ,theoretisch blijven er dan nog wel allerlei vragen over en het zal ons misschien nimmer gelukken een volledig antwoord op die vragen te geven1 het doet er minder toe1 practisch bezitten wij den sleutel van het levensraadsel4 ,strijdende1 iederen dag op nieuw strijdende1 ondervinden wij1 dat deze levensbeschouwing de juiste is1 want al strijdende verdwijnt het raadselachtige-angstige uit ons leven4 ,het leven gaat ons voldoen4 ,wij worden dankbaar1 dat wij leven mogen4 ,strijdende oogsten wij het loon der overwinning en in het vreugdevolle bezit der overwinning verdwijnt het angstaanjagende uit ons leven dat ons kwelt4 ,wij ondervinden door den vrede1 die in ons hart geboren wordt1 dat wij de rechte wijze1 om het leven te aanschouwen1 hebben gevonden4 ,alzoo1 het leven is een strijd4 ,doch eerste voorwaarde om een strijd te kunnen voeren is dat wij weten1 waarom wij strijden4 ,ik acht het mogelijk dat iemand strijdt1 zonder te weten1 wat het doel is van den levensstrijd4 ,doch in dezen strijd is iets ontmoedigends1 iets afmattends4 ,het is dan zoo moeilijk den goeden moed te bewaren4 ,gedurig besluipt ons de verlammende gedachte3 waarvoor strijd ik eigenlijk8 of3 zal mijn strijd wel op iets uitloopen8 ,om met blijden moed te kunnen blijven strijden is noodig1 dat wij het doel van onzen levensstrijd kennen4 ,misschien meent iemand1 dat het onmogelijk is ooit wezenlijk het doel van den levensstrijd te vinden en acht hij het verloren moeite daarnaar te zoeken4 ,wij weten niet van waar wij komen1 wij weten niet waar wij henen gaan4 ,als een vogel die door de hel verlichte feestzaal het eene venster in en het andere uitvliegt1 alzoo is het leven des menschen4 ,wij komen uit het duister en gaan naar het duister4 ,tusschen deze twee duisternissen ligt het vluchtige menschenleven4 ,niemand1 die het van waar of het waarheen kent4 ,zoo zegt men4 ,doch zoo spreekt een ,christen niet4 ,hij behoeft althans zoo niet te spreken4 ,want indien wij ons door de ,h4 ,s4 laten voorlichten1 kunnen wij het doel van den levensstrijd vinden4 ,een ,christen weet1 welke de bedoeling ,gods is met deze wereld4 ,hij weet1 waar het met deze wereld henengaat4 ,het is hem gezegd4 ,de geschiedenis der menschheid beweegt zich heen naar de toekomst van ,christus4 ,over deze toekomst van ,christus wilde ik in de hier volgende bladzijden iets zeggen1 opdat wie het leest1 met nieuwe lust en moed worde aangegord1 om den strijd1 waarin hij zich bevindt1 voort te zetten4 ,laat ik eerst iets zeggen mogen over de uitdrukking toekomst van ,christus4 ,door een gelukkige vondst van papyrusrollen in de pyramiden van ,egypte1 is men in den laatsten tijd in staat zich van veel1 wat in het ,n4 ,testament wordt gezgd1 een helderder voorstelling te vormen1 dan tot nu toe mogelijk was4 ,op die papyrusrollen vindt men nl4 het dagelijksche leven van de menschen1 uit den tijd van des ,heeren omwandeling op aarde1 opgeteekend4 ,men kende totnogtoe het leven der oudheid slechts uit boeken4 ,maar boeken staan dikwijls ver van het werkelijke leven af4 ,welk een beeld zou men wel van onzen tijd krijgen1 indien men het enkel kende uit de litteratuur onzer dagen8 ,ongetwijfeld een zeer eenzijdig1 scheef getrokken beeld4 ,zoolang men de oudheid alleen maar kende uit haar litteratuur wist men nog maar weinig van haar af4 ,doch andere bronnen dan die der litteratuur hebben zich geopend4 ,in ,egypte is het dagelijksche leven der menschen der oudheid teruggevonden4 ,zoo is ook het woord toekomst zooals dit voorkomt in de bekende uitdrukking toekomst des ,heeren ons duidelijk geworden4 ,met het woord toekomst werd bedoeld de feestelijke intocht van een ,koning of ,keizer binnen een stad4 ,voor zulk een komst werd alles in gereedheid gebracht4 ,de stad werd versierd4 ,het volk wachtte in spanning4 ,zulk een binnenkomst van een vorst noemde men een paroesie4 ,dit woord paroesie werd ook gebruikt als men in de ,christelijke ,kerk sprak van de toekomst van ,christus4 ,wij zullen daarom goed doen het woord toekomst te vervangen door paroesie4 ,een woord van gelijke beteekenis als het ,grieksche parousia heeft het ,hollandsch niet4 ,laten wij daarom dit woord maar overnemen uit het ,grieksch4 ,het is goed en noodig dit te doen4 ,allerlei misverstand wordt daardoor voorkomen4 ,het woord toekomst zegt bovendien zoo weinig4 ,het zegt niet meer dan dat de komst des ,heeren aanstaande is4 ,hoe fletsch is dit woord tegenover het levens-volle equivalent in het oorspronkelijk4 ,wanneer de lezers van de apostolische brieven van de paroesie van ,christus hoorden1 zagen zij in gedachte eensklaps de blijde inkomst van een ,koning of ,keizer voor zich1 een blijde inkomst1 waarvan zij menigmaal hadden gehoord1 en die zij misschien zelven wel eens hadden bijgewoond4 ,zooals deze ,koning1 zoo zou ook ,jezus eenmaal komen op deze wereld4 ,paroesie is dus de komst des ,heeren in heerlijkheid tot zijn ,gemeente4 ,van deze paroesie-verwachting is geheel het ,nieuwe ,testament vervuld4 ,op iedere bladzijde des ,nieuwen ,testaments bijna lezen wij van haar4 ,en het ,nieuwe ,testament is in dezen principieel gelijk aan het ,oude ,testament4 ,want gelijk de ,nieuw-,testamentische ,gemeente met brandend verlangen uitzag naar de paroesie van ,christus1 zoo had ook het volk ,isral uitgezien naar de komst van zijn ,messias4 ,isral is een merkwaardig volk4 ,voor bijna alle volken ligt de periode van glorie en heerlijkheid in het verleden4 ,men ziet om4 ,helaas1 de gouden eeuw is voorbij6 ,een volk doet in dezen als een mensch4 ,ook de mensch heeft neiging terug te zien4 ,achter hem ligt zijn zonnige jeugd4 ,misschien was die jeugd niet zoo zonnig als hij zich die voorstelt4 ,maar hij ziet haar zoo4 ,hij ziet haar zoo1 omdat in de herinnering het moeilijke1 dat men doormaakte1 weg valt1 hij ziet haar zoo1 ook omdat in de jeugd de zorg1 die het leven in later tijd zoo dikwijls verdonkert1 er nog niet was4 ,zoo idealiseert een mensch1 zoo idealiseert ook een volk zijn jeugd4 ,de volken leven uit hun verleden4 ,niet alzoo ,isral4 ,isral leeft uit de toekomst4 ,eenmaal zal de ,messias komen4 ,dan zal over ,isral de gouden eeuw aanlichten4 ,op dien ,messias wachtte men4 ,met ongeduldig verlangen4 ,och1 dat gij de hemelen scheurdet6 ,zooals ,isral zoo leeft ook de ,chr4 ,gemeente uit de toekomst4 ,ja het zwaartepunt van haar bestaan lag1 veelmeer nog dan bij ,isral1 in de toekomst4 ,aan de toekomst richtte zij zich op4 ,door de gedachte aan de toekomst hield zij zich staande4 ,het was moeilijk in het heden4 ,zware tijden maakte men door4 ,maar wat nood1 de ,heer was immers nabij4 ,het devies van de eerste ,gemeente1 haar strijd- en zegelied1 het opschrift op haar banier was3 ,maran-atha4 ,de ,heer komt4 ,voor de eerste christelijke ,gemeente stond paroesie-verwachting in het middelpunt4 ,bij ons is dat niet het geval4 ,de toekomst-verwachting is op den achtergrond geschoven of voorzoover zij is blijven bestaan is zij geheel van karakter veranderd4 ,voor vele menschen is de wederkomst van ,christus niet anders en niet meer dan zijn komst ten gerichte4 ,veler toekomst-verwachting gaat op in de woorden van de ,,xii artikelen3 van waar ,hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden4 ,dat is dan alles1 wat er overgeschoten is van de paroesie-verwachting der eerste ,gemeente4 ,men verwacht niet meer den ,koning1 den ,heiland maar den ,rechter4 ,men gaat ,hem niet meer met blijdschap te gemoet1 maar wacht sidderende op ,hem4 ,in de middeleeuwen zong men3 ,judex ergo cum sedebit1 quidquid latet apparebit nil inultum remanebit#a1 de dag van ,christus was een dies irae geworden1 een dag des toorns4 ,nu werden ongetwijfeld deze tonen in het oorspronkelijk ,evangelie van de toekomst van ,christus niet gemist4 ,ook ,paulus spreekt van den dag van ,christus 7#a ,cor4 ,,iii7 als een dag van vuur1 waarop al het onloutere in het werk der menschen zou worden verbrand4 ,maar in de eerste plaats is de gedachte aan het oordeel niet overheerschend en in de tweede plaats is ook dit komen ten gerichte een deel van het ,heilandswerk van ,christus4 ,want juist het wegbranden van het zondige uit het leven des menschen is onmisbare voorwaarde voor zijn zaligheid4 ,wat toch verhindert ons om zalig te worden dan onze zonde8 ,er is maar n ding1 dat ons rampzalig maakt3 de zonde4 ,daarom1 laat ,christus in zijn wederkomst het zondige1 dat ons aankleeft1 maar wegdoen4 ,juist daarom zullen wij hem met dubbele blijdschap ontvangen4 ,het is ten slotte alles enkel heil wat ,hij brengt voor degenen1 die ,hem liefhebben en in ,hem gelooven4 #a ,wanneer dan de ,rechter op zijn troon zal zijn gezeten zal alles wat verborgen was openbaar worden en niets zal ongewroken blijven4 ,doch hoe kan deze paroesie-verwachting nu richting en doel aan ons leven geven1 zooals ik in den aanvang veronderstelde8 ,zal deze paroesie-verwachting niet eerder verslappend werken op den mensch1 die ze koestert8 ,wordt strijden niet overbodig8 ,de ,heer zal immers komen en ,hij zal ,zijn heerlijkheid onder ons openbaren en wij hebben niet anders te doen dan te wachten op de openbaring van des ,heeren heerlijkheid8 ,zoo kan men spreken4 ,deze toepassing kan men trekken uit de waarheid van de wederkomst van ,christus4 ,en zoo heeft men gesproken4 ,menigeen heeft de paroesie-verwachting tot een dekmantel van zijn traagheid gemaakt4 ,in de ,gemeente van ,thessalonica waren in de dagen van ,paulus reeds menschen1 die deze gevolgtrekking maakten4 ,paulus moest sommigen uit die gemeente vermanen te werken met hunne eigene handen4 ,mede door de prediking van den komenden ,christus waren deze menschen er toe gekomen hun dagelijkschen arbeid te verwaarloozen4 ,waarom zou men arbeiden8 ,was de ,heer niet nabij8 ,toch is het een dwaling zoo te redeneeren4 ,de paroesie-verwachting geeft ons juist den echten prikkel tot arbeid4 ,want ja1 de ,heer komt4 ,maar ,hij komt in ons4 ,hij wil zich in ons leven een plaats bereiden4 ,nu is dit het eigenaardige in het geestelijke leven1 dat alle arbeid ,gods altijd omslaat in arbeid des menschen4 ,gods arbeid maakt onze arbeid niet overbodig4 ,wij moeten niet zeggen3 o1 ,god arbeidt1 dus behoef ik niet te arbeiden4 ,die zoo spreken kennen den arbeid ,gods niet4 ,zij spreken niet uit ervaring4 ,zij hebben hoor en spreken van den arbeid ,gods en trekken nu een logische conclusie uit het feit1 dat ,god arbeidt4 ,maar deze conclusie is onjuist4 ,zij gaat om buiten de werkelijkheid4 ,alle arbeid ,gods wordt arbeid in ons en van ons4 ,als ,god arbeidt in een mensch dan gaat die mensch zelf arbeiden4 ,zoo zeide ,jezus3 de ,zoon kan van zich zelven niets doen tenzij hij den ,vader dat ziet doen 7,joh4 ,v3#ai74 ,wij zouden zeggen3 indien de ,vader iets doet1 dan behoeft de ,zoon het niet meer te doen4 ,maar ,christus redeneert anders4 ,hij zegt3 als ik den ,vader iets zie doen1 dan kan ik het eerst doen4 ,en dan kan ,hij het niet alleen doen dan doet ,hij het ook1 zooals ,hij dan ook het zooevengenoemde woord aldus eindigt3 ,wat die 7nl4 de ,vader7 doet1 doet ook de ,zoon desgelijks4 ,de ,zoon neemt zelfstandig het werk des ,vaders over4 ,zooals het werk des ,vaders zich verhoudt tot het werk des ,zoons1 zoo verhoudt zich ook het werk ,gods tot het werk des menschen4 ,het werk ,gods is voorwaarde voor het werk des menschen4 ,wij moeten het werk ,gods overnemen4 ,wij moeten doen1 wat ,god doet4 ,en indien ,god waarlijk in ons werkt1 dan werken wij4 ,een mensch is geen onpersoonlijk doorgangspunt voor de kracht ,gods4 ,een mensch is persoon4 ,door ,god wordt hij actief1 werkende4 ,het werk ,gods wordt zijn werk4 ,breng deze gedachte over op het onderwerp dat ons hier bezig houdt en het zal duidelijk zijn1 waarom de toekomst van ,christus bron wordt van oneindige kracht en voortdurende prikkel tot arbeid4 ,wij gelooven dat ,christus komt4 ,dit komen van ,christus tot ons is een komen ,gods tot ons4 ,want ,god doet alle dingen door den ,zoon4 ,het werk des ,zoons is het werk des ,vaders4 ,met ,christus komt de almacht ,gods tot ons4 ,en nu gaan wij vanzelf arbeiden4 ,zijn arbeid wordt onze arbeid4 ,het is een reuzen-arbeid1 waartoe wij worden geroepen4 ,want ,christus komt om de wereld te vernieuwen4 ,een nieuwe wereld moet uit de oude wereld geboren worden4 ,deze onze wereld is een abnormale wereld4 ,de zonde heerscht in haar4 ,van den bodem af moet deze wereld worden hersteld4 ,dit is het werk van den komenden ,christus4 ,maar daarom is het ook ons werk4 ,en deze arbeid zal niet ijdel zijn4 ,want ,christus die achter dezen arbeid staat1 heeft alles volbracht4 ,mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde4 ,de wereldvernieuwing1 waarop wij hopen1 is in ,christus reeds gegeven4 ,want ,christus is opgestaan4 ,hij is lichamelijk uit het graf verrezen1 en wat is die lichamelijke verrijzenis anders dan de verheerlijking van het natuurlijke leven8 ,de verrezen ,christus is een stuk verheerlijkte natuur4 ,de natuur s in ,christus verheerlijkt4 ,daarom zl zij worden verheerlijkt4 ,het werk van ,christus herhaalt zich in de geloovigen4 ,maar deze herhaling van het werk van ,christus gaat niet buiten hen om4 ,zij geschiedt in hen4 ,meer dan dit3 zij geschiedt door hen4 ,wij nemen deel aan het werk van den komenden ,christus4 ,en juist omdat wij weten1 dat ,hij achter ons staat1 weten wij ook dat onze arbeid niet te vergeefsch zal zijn4 ,nu kunnen wij aan de ontzachelijke taak der wereldvernieuwing1 die ons op de schouders is gelegd1 arbeiden zonder gekweld en verlamd te worden door de gedachte3 zal ons werk ons ooit gelukken8 ,neen1 onze arbeid zal niet ijdel zijn4 ,onze arbeid loopt op iets uit4 ,zij werpt vrucht af4 ,ons leven heeft een doel1 dat door den komenden ,christus is gewaarborgd4 ,zoo de toekomst des ,heeren beschouwende1 kunnen wij begrijpen hoe het achteruitwijken van deze verwachting de grootste invloed gehad heeft op geheel de christelijke moraal4 ,men zag ,christus niet meer komen in heerlijkheid1 en nu geschiedde er tweerlei4 ,eenerzijds ging men zich bij de onvolmaakte toestanden in de wereld neerleggen4 ,men nam de wereld maar zooals zij was4 ,er was immers toch niets aan te doen4 ,men paste zich aan de wereld aan4 ,richtte zich behagelijk in de wereld in4 ,het christendom werd niet anders dan een vernis1 dat over een innerlijk verrotte wereld werd heengestreken4 ,met het achteruittreden1 weldra het verdwijnen van de hoop op de wederkomst van ,christus werd het christendom wereldsch4 ,anderzijds werd door het verbleeken van de paroesie-verwachting de monnikenmoraal geboren4 ,een monnik is een christen op de vlucht4 ,hij ziet geen kans de wereld te overwinnen4 ,de wereld is hem te machtig geworden4 ,daarom trekt hij zich terug achter de dikke muren van zijn klooster4 ,wereldontvluchting niet wereldoverwinning is het ideaal van den kloosterling4 ,en dit kan wel niet anders4 ,monnikenmoraal is de eenige vorm van ernstig ,christelijk leven1 die er overblijft1 waar men den komenden ,christus niet meer ziet4 ,want wie kan meenen1 dat hij dat geweldige complex van toestanden1 dat wij wereld noemen1 zal kunnen overwinnen1 indien de almacht van den ,christus1 die de wereld overwonnen heeft1 en die deze overwinning in deze wereld indraagt niet achter hem staat8 ,zonder den komenden ,christus is het dwaasheid te meenen1 dat deze wereld ooit zal worden overwonnen4 ,hier schuilt een groot gevaar1 dat ons protestantisme bedreigt4 ,wij1 protestanten1 willen van geen monniken en kloosters weten4 ,wij ontvluchten de wereld niet1 maar willen midden in de wereld verkeeren4 ,maar wat zal er van dit verkeeren-in-deze-wereld terecht komen1 wanneer men geen paroesie-verwachting heeft8 ,immers niets4 ,men zal den strijd met een wereld1 die ons te machtig is1 weldra opgeven4 ,ten slotte schiet er voor dit paroesielooze ,protestantisme niet anders over dan het streven zalig te worden1 d4i4 naar den hemel te gaan4 ,men schikt zich4 ,men gaat een compromis aan met de wereld4 ,men aanvaardt de wereld4 ,het verkeerd begrepen leerstuk van de vergeving van zonden helpt dit compromis mogelijk maken4 ,men behoeft immers niet bevreesd te zijn voor de zonde1 die men noodzakelijker wijze in zijn verkeer in de wereld doet1 want de zonden zijn immers vergeven8 ,zoo goed en kwaad het kan slaat men zich door de wereld heen1 om straks uit deze wereld verlost in den hemel te worden opgenomen4 ,zalig worden wordt het hoogste en eenige ideaal4 ,maar met dit streven om zalig-te-worden is men weer geheel op de ,roomsche lijn komen loopen4 ,wat toch is de wensch om naar den hemel te gaan anders dan de wereldontvluchting van den ,roomsche1 die zich in een klooster uit de wereld terugtrekt8 ,zonder de paroesie worden wij ,roomsch1 ,protestantsch-,roomsch4 ,eerst met de paroesie-verwachting in het hart kunnen wij wezenlijk protestantsch zijn4 ,neen de paroesie-verwachting verslapt niet4 ,zij is bron van kracht en moed4 ,zien wij dit niet aan den apostel ,paulus8 ,is er n mensch geweest1 die zoo sterk uit de paroesie heeft geleefd als hij8 ,hij was geheel toekomstman4 ,en is er n mensch op de wereld geweest1 die meer kracht heeft ontwikkeld dan hij8 ,zijn leven was een leven van enkel arbeid4 ,zoo wordt het leven van iederen ,christen een leven van arbeid door de paroesie-verwachting4 ,deze verwachting geeft kracht4 ,wie met den komenden ,christus in aanraking komt is als een schip1 dat met alle zeilen wind vangt en met onwederstaanbare kracht over de golven wordt voortgedreven4 ,kent ge een vroolijker gezicht dan het glijden van een schip met den vollen wind in de volle zeilen over de zee8 ,zulk een vroolijk beeld vertoont het leven van den waarachtigen paroesie-,christen4 ,laat ik deze zelfde gedachte nog weer anders mogen uitdrukken1 ook opdat men in zal zien hoe practisch deze toekomstverwachting is4 ,wij zien uit naar den komenden ,koning4 ,met den ,koning komt het ,koninkrijk4 ,nu is voor degenen1 die deze hoop in het hart dragen1 het eenig streven van deze wereld een ,koninkrijk ,gods te maken4 ,zij zoeken het ,koninkrijk4 ,maar dit zoeken van het ,koninkrijk gaat niet om buiten de werkelijkheid van het leven1 integendeel1 het geschiedt in onmiddellijke aansluiting aan de praktijk van het leven4 ,zijt gij1 die dit leest1 misschien man van zaken8 ,welnu maak van uw zaak een stukje ,koninkrijk4 ,ban uit alle oneerlijkheid4 ,doe weg alle baatzucht4 ,werk niet om het loon1 maar om ,gods wil1 en laat al het andere over4 ,zijt gij onderwijzer8 ,laat uw school1 uw klas worden een stukje ,koninkrijk1 d4i4 laat er orde en tucht zijn onder uwe leerlingen4 ,want1 waar geen orde is1 is geen ,koninkrijk4 ,staat gij midden in de drukte van het huishoudelijke leven8 ,dat dan uw huishouden worde een stukje ,koninkrijk4 ,alles moet ,koninkrijk worden4 ,dat is onze arbeid4 ,dat is ons doel4 ,een doel dat zal worden verwezenlijkt1 omdat achter alles staat de komende ,koning4 ,zoo geeft de gedachte aan de toekomst van ,christus1 doel en inhoud aan onzen levensstrijd4 ,er is geen praktischer leerstuk dan dat van de parousie des ,heeren4 ,dit boek wil een boek zijn voor nieuwe leden van de ,gemeente1 wat men in ,duitschland noemt3 een confirmandenbuch4 ,ik wil daarom deze overdenking eindigen door mij met een enkel woord regelrecht richten tot de nieuwe leden4 ,gij zijt aangenomen en bevestigd4 ,weet gij wat dit zeggen wil8 ,dit1 dat gij beloofd hebt voor uw deel mede te strijden aan den grooten levensstrijd1 welke de christelijke ,gemeente voert voor de verwezenlijking van de komst van ,christus op aarde4 ,om dit te doen moet ge staan op de plaats1 waar ,god u in het leven heeft gesteld en daar uw strijd uit-strijden4 ,gij hebt het misschien moeilijk4 ,uw levenswerk is niet interessant4 ,gij zoudt wel wat anders willen4 ,misschien zoekt ge wel een werk z4g4 in het ,koninkrijk ,gods4 ,maar wees niet dwaas1 en meen niet1 dat werken in het ,koninkrijk ,gods een werken is buiten het gewone alledaagsche leven om4 ,onthoud dat werken voor het ,koninkrijk ,gods is werken midden in het leven1 werken1 lijden en strijden1 daar waar ,god een mensch heeft geplaatst4 ,wat zijn wij protestanten toch dikwijls echte ,roomschen4 ,neen wij zijn niet ,roomsch4 ,wij gelooven niet aan de onfeilbaarheid van den paus4 ,wij gaan niet naar de mis4 ,wij zijn van harte het leerstuk van de rechtvaardigmaking toegedaan4 ,maar met dat alles zijn wij nog geen protestanten in de praktijk van het leven4 ,het ,roomsch-,katholicisme heeft zijn eigenaardigheid juist in de scheiding van ,koninkrijk ,gods en wereld4 ,het religieuse is in het ,roomsch-,katholicisme iets aparts4 ,volgens het protestantisme daarentegen staat het ,koninkrijk ,gods midden in de wereld4 ,wie zijn dagelijksch werk goed doet1 die doet geestelijk werk4 ,volgens het protestantisme zit het geestelijke niet in wat men doet maar wel in de manier waarop men het doet4 ,preeken kan een heel wereldsch een heel ongeestelijk werk zijn1 als men het doet om eer bij de menschen in te oogsten4 ,en ik verzeker u dat men met deze bedoeling preeken kan4 ,preeken kan een ongeestelijk werk zijn en timmeren een heel geestelijk werk4 ,wie timmert1 omdat hij in dit dagelijksche werk de taak ziet1 hem door ,god op de schouderen gelegd en die deze taak om ,gods wil1 uit gehoorzaamheid en liefde tot ,god aanvaardt1 die doet een echt geestelijk werk4 ,dat is de echt protestantsche beschouwing van wat geestelijk is4 ,hoevelen zijn er niet1 die protestanten heeten en wezenlijk ,roomschen zijn8 ,alzoo het leven is een strijd4 ,als in een leger heeft ook in de wereld ieder zijn eigen plaats en post1 hem door den ,koning zelven toegewezen4 ,wee dengene1 die zijn post verlaat6 ,daarom1 sta op de plaats1 waar ,god u stelde in de wereld en verlaat uw plaats niet4 ,sta en strijd4 ,strijd voor het ,koninkrijk4 ,gij moet voor uw deel medearbeiden aan de omzetting van wereld in ,koninkrijk4 ,dat is moeilijk1 zegt gij4 ,inderdaad dat is het4 ,maar het is niet te moeilijk4 ,het kan niet te moeilijk zijn1 indien gij slechts strijdt in aansluiting aan ,christus die komt2 niet te moeilijk1 indien gij strijdt en bidt1 dat de kracht van den komenden ,christus zich ook in u zal openbaren4 ,zoo staan wij en strijden wij4 ,en boven ons wappert de banier der ,christelijke ,gemeente met haar oude devies3 ,maran-atha ,de ,heer komt4 ,,begeeren ,,en ,,willen ,de heele bekeering der menschen bestaat in een gaan van de begeerte naar den wil4 ,van nature worden wij door allerlei wat ons aantrekt in beweging gebracht4 ,er komt dan een activiteit in ons leven1 die in den grond toch geen activiteit maar passiviteit is4 ,dit is de begeerte4 ,de wil is van geheel anderen aard dan de begeerte4 ,als ik wil word ik niet bewogen door iets buiten mij maar beweeg ik mij zelven4 ,dit is de rechte activiteit4 ,uitwendig beoordeeld zijn begeeren en willen hetzelfde4 ,beide malen1 als ik begeer en als ik wil1 beweeg ik mij4 ,maar innerlijk zijn beide bewegingen geheel van elkander onderscheiden4 ,het groote levensprobleem is te komen van de begeerte tot den wil4 ,alleen wie wil1 leeft4 ,willen1 bewogen worden door zich zelven1 dat is eeuwig leven4 ,wie begeert heeft een schijnleven4 ,hij is in den tijd4 ,zalig1 die wil1 hij is in de eeuwigheid4 ,,geestdrift ,,en ,,opwinding ,geestdrift kan alleen bestaan bij den ,christen4 ,geestdrift d4i4 in ,god te zijn6 ,en het kenmerk der ware geestdrift is1 dat zij blijft4 ,er bestaat ook geestelijke opwinding1 die zich naar buiten openbaart in een soort van vrome drukte4 ,en wie nog weinig of geen ervaring bezit1 laat er zich licht door in de war brengen en ziet die opwinding voor de ware geestdrift aan1 die van boven is4 ,die opwinding is gelijk aan het vuurwerk1 dat voor een oogenblik door zijn schittering het oog boeit1 maar daarna in grooter duisternis de toeschouwers achterlaat2 de geestdrift is het rustig schijnend hemellicht1 dat door zijn glans den mensch verblijdt4 ,de opwinding doet denken aan het zaad1 dat op eenmaal hoog opging en wonderveel deed hopen1 maar toen de zon ter middaghoogte steeg1 en de zonnestralen brandden en schroeiden1 bleek het geen diepte van aarde te hebben en het verdorde4 ,de geestdrift is gelijk aan het zaad1 dat in de goede aarde viel1 en lang verborgen bleef1 maar straks te voorschijn kwam1 gestadig aan opwies en rijke vrucht droeg4 ,velen waren er in ,jezus' dagen1 die vol schijnbare geestdrift tot ,hem kwamen1 en zeiden3 ,meester1 ik zal ,u volgen1 waar gij ook heengaat1 maar wier geestdrift straks bleek slechts opwinding te zijn1 want ze ging voorbij1 ze was niet blijvende1 ze was niet tegen de beproeving bestand4 ,de echte geestdrift vinden wij in de eerste plaats in onzen ,heiland zelf1 als ,hij tot ,maria spreekt3 ,wist gij niet1 dat ik moest zijn in de dingen mijns ,vaders6 ,dat is het heilige moeten1 dat ,hem gedragen en voortgedreven heeft al de dagen zijns levens2 waardoor ,hij in staat is geweest weerstand te bieden aan al de levensstormen1 die boven zijn heilig hoofd zouden losbarsten4 ,en ieder waarachtig ,christen bezit door ,jezus' genade iets van de heilige geestdrift1 die in den loop der jaren niet dezelfde blijft en nog minder afneemt1 maar veeleer groeit en krachtiger wordt2 die misschien1 naarmate de mensch toeneemt in ervaring1 in andere vormen zich openbaart1 en andere wegen kiest dan de vroeger bewandelde1 maar dat alleen1 omdat zij waarlijk levend is en daarom de oude vormen niet de hoofdzaak acht4 ,ieder1 die zich aan ,christus heeft verbonden1 en dat misschien ook openlijk voor de gemeente heeft uitgesproken1 beproeve zich zelven1 of die heilige geestdrift zijn leven ook bestuurt4 ,en wie het besluit ,jezus te volgen misschien al vele jaren geleden genomen en uitgesproken heeft1 vrage zich af1 of zijn geestdrift blijvende en toenemende was1 en zijn leven daardoor gedragen en bezield wordt4 ,,josua',s ,,gezicht ,,eene ,,overdenking ,josua #e3 #ac-ae ,wij willen met het verhaal zelf beginnen1 't milieu1 waarin wij er door worden verplaatst4 ,met ons den toestand eenigermate in te denken1 waarin de man1 dien wij er in zien optreden1 ,josua1 op dat oogenblik verkeerde2 de gedachten1 die hem vervulden1 om daarin het aanknoopingspunt voor de hem ten deel gevallene verschijning te zoeken1 en z er de blijvende kern1 het ,woord ,gods1 niet enkel voor hem1 maar nog altijd voor ons ook1 in op te sporen4 ,mozes was gestorven4 ,en ,josua1 nog bij diens leven er toe aangewezen1 had de leiding van het ,isralietische volk op zich genomen4 ,gewis niet zonder schroom was dit geschied1 niet zonder groot tegenopzien4 ,wel had het hem reeds tot dusverre niet aan teekenen1 aan bizondere ervaringen van ,gods gunst ontbroken4 ,de ,heer zelf had tot hem gesproken4 ,droogvoets en ongedeerd was hij met ,isral den ,jordaan overgetrokken4 ,thans evenwel is 't nog wat anders1 en staat hij voor 't eerst in ,kanan zelf1 bij 't eigenlijk begin van zijn taak4 ,nu zal het dus zijn4 ,o1 't is zulk een onderscheid of wij iets nog slechts op een afstand1 in een meer of minder ver van ons verwijderd verschiet tot ons zien naderen1 dan wel of wij 't op eens vlak vr ons zien staan4 't ,is hier zoo echt gelijk de hemelsche verschijning tot ,josua zegt3 ,nu ben ik gekomen4 ,n6 ,het groote n van zijn leven is dr4 ,in zijne onmiddellijke nabijheid ligt ,jericho met zijn hooge wallen1 zijn vaste muren en poorten4 ,en achter dat ,jericho1 daar ziet hij ze en voor en oprijzen1 die vele1 vele steden en vesten1 die moeten worden genomen4 ,en nog verder heel dat land1 al die volken met hunne vorsten1 die moeten worden ten onder gebracht4 ,en iets heel onbeschrijflijks valt op hem1 een groote angst1 een bange vrees4 't ,wordt alles donker en verward daar vr hem4 ,alles loopt in elkander4 ,nergens een vast punt4 ,duizend vragen1 die hem bestormen4 ,zal 't gaan8 ,zal ,isral het uithouden8 ,zal hij zelf1 zal zijn geloof het uithouden8 ,of is alles wat hij tot dusverre van overwinnen gedroomd heeft een waan slechts8 ,en 't einde straks toch een nerlaag8 ,en dan op eens1 wanneer hij de oogen opheft1 staat hetgeen hij inwendig heeft doorgemaakt1 ook uitwendig hem tegenover4 ,al zijn vreezen1 al het jagen en vragen zijner ziel1 hij ziet het als tot vleesch en bloed geworden hier vr zich4 ,het subjectieve geobjectiveerd4 ,het inwendige veruitwendigd4 ,een man met een uitgetogen zwaard in de hand4 ,wat wil die man8 ,wat wil dat zwaard8 ,en ,josua overmant zich1 en hij treedt toe op die gestalte4 ,duizendmaal beter zekerheid te hebben1 laat het de vreeslijkste wezen1 dan die onzekerheid van daareven4 ,vandaar zijne vraag3 ,wie zijt gij8 ,en wat zijt gij8 ,zijt gij van ons of van onze vijanden8 ,komt gij aan onze zijde u scharen1 of u tegen ons keeren8 ,en nu het antwoord1 dat hij ontvangt4 ,eigenlijk geen antwoord4 ,althans niet een rechtstreeksch4 ,maar een vooralsnog de zaak in het midden laten4 ,neen1 zoo luidt het4 ,neen1 noch het n noch het ander4 ,noch vr noch tegen4 ,dat zal eerst later blijken1 en hangt er van af1 of en in hoeverre ,josua de gestalte daar vr hem1 in welke hij voor 't oogenblik nog niet anders ziet en kan zien dan een man1 een mensch van gelijke beweging als hij zelf1 zal erkennen en aannemen als te zijn wat deze hem zegt3 ,neen1 maar ik ben de ,vorst van het heir des ,heeren2 ik ben nu gekomen6 't ,zal hiervan afhangen3 of ,josua het op 't geen hier hem gezegd wordt wil en durft wagen1 alles wagen4 't ,wagen alleen en onvoorwaardelijk met wat en zooals het van ,god tot hem komt1 onverschillig hoe het zal zijn3 ,overwinning of nerlaag1 leven of dood4 ,en ,josua zegt3 ja4 ,ja1 dat wil ik4 ,hij vraagt niet nog verder3 ,zijt gij van ons of van onze vijanden8 ,niet3 wat zal de toekomst mij brengen8 ,niet3 langs welken weg zal het gaan8 ,wat mag ik hopen8 ,wat moet ik vreezen8 ,niets er van4 ,maar hetgeen wij van hem zien en hooren is iets geheel anders4 ,toen1 zoo wordt ons verhaald1 viel ,jozua op zijn aangezicht en aanbad1 en zeide tot hem3 wat spreekt mijn ,heer tot ,zijn knecht8 ,josua gelooft4 ,dit is alles4 ,hij vraagt niet meer als zoo even3 ,wat zal ik8 ,maar3 ,wat moet ik8 ,niet meer3 ,hoe zal dit en hoe dat8 ,hoe kom ik hier door1 en hoe dr over8 ,maar3 ,wat wil mijn ,god8 ,en zooals ,hij wil1 wil ik2 ik ben ,zijn knecht4 ,hij wil slechts dienen1 gehoorzamen1 volgen4 ,josua gelooft4 ,en nog eens3 ,dit is alles4 ,maar ook1 dit brengt hem tot alles4 ,hij is onoverwinbaar4 ,maar ook dit laatste zal hij eerst later ervaren4 ,dit is de beteekenis van hetgeen hier thans nog verder tot hem gezegd wordt4 ,toen zeide de ,vorst van het heir des ,heeren tot hem3 ,trek uwe schoenen uit van uwe voeten1 want de plaats1 waar gij staat1 is heilig4 ,heilig4 ,dit is hier bedoeld in den schoonen en diepen zin1 dien dit woord oorspronkelijk in het ,oude ,testament heeft4 ,den zin van afgezonderd1 door ,god ,zich vrbehouden1 ,gode toegewijd en toebehoorend1 ,zijn bizonder eigendom4 ,en dit geldt niet enkel van die ene bepaalde plek1 waarop wij hier ,josua zien staan1 maar 't geldt van heel het land1 dat hier voor 't eerst door hem wordt betreden4 ,gansch ,kanan is heilig land4 ,in dit geloof1 in dit bewustzijn heeft ,josua het ook verder te betreden en het straks in bezit te nemen4 ,in het geloof dus dat de volken1 die het voor 't oogenblik bewonen1 er niet de eigenlijke1 de rechtmatige bezitters van zijn4 ,maar dat het toebehoort aan den ,heer1 en aan hen1 voor wie ,deze 't bestemd heeft4 ,en dat is hier dus het ,isralietische volk4 ,dat heeft het geloof te zijn1 de kracht1 waarmede ,josua den strijd aanbindt4 ,maar hij heeft het te doen1 zooals hem verder gezegd wordt1 met ontbonden schoenzool4 ,dat is3 bij het heilig land behoort het besef van heilige roeping1 de zekerheid3 tot hetgeen ik ga doen ben ik door ,god geroepen1 door ,god uitverkoren4 ,en4444 ,josua deed alzoo4 ,daarmede besluit het verhaal1 even sober als schoon4 ,en daarmede kan het besluiten4 ,daarmede toch is alles gezegd1 is heel het verdere van den weg en het leven van dezen mensch geteekend4 ,het kan niet meer anders3 't zal1 't moet hem gelukken4 ,tot dusverre 't verhaal zelf4 ,en nu het blijvende in deze dingen1 de eeuwige kern4 ,het ,woord ,gods nog altijd voor ons4 99 99 99 99 99 ,n ben ik gekomen4 ,z klonk het eenmaal van de lippen dier hemelsche verschijning een ,josua tegen4 ,n4 ,zoo zijn er nog altijd in het leven van iederen mensch1 ook in het onze1 van die n's4 ,oogenblikken van groote beslissing4 ,oogenblikken1 die meer dan andere spreken4 ,die beslag op ons leggen1 en die het met zoo grooten nadruk en klem ons toeroepen3 ,n ben ik gekomen4 ,n komt het er op aan4 ,n moet er worden gehandeld1 n worden gekozen4 ,we staan voor een nieuw begin in ons leven4 ,voor een nieuwe taak1 die ons wacht4 ,een nieuwen werkkring1 die de inspanning van al onze krachten komt opeischen4 ,nieuwe toestanden1 nieuwe verhoudingen1 waar wij ons moeten inleven4 ,daar is zulk een n4 ,nu ben ik gekomen4 ,of ook1 iets wat sedert overlang dreigde is gebeurd4 ,we zagen een paar oogen1 die tot hiertoe de vreugde en de zonneschijn van ons leven geweest zijn1 voor altijd zich sluiten4 ,een hand1 waarop wij ons leven lang gewoon waren te steunen1 en buiten welker vasten en vriendelijken druk wij niet konden1 ontgleed voor goed aan de onze4 ,en nu moeten wij het verder zonder haar doen4 ,alleen moeten wij verder4 ,ons zelven een weg banen4 ,zelf optreden1 zelf handelen4 ,o1 wat kan het dan onbeschrijflijk leeg in een menschenziel wezen6 ,wat kan het dan jagen en stormen daarbinnen6 ,wij durven de oogen nauwelijks opslaan en vr ons uit zien4 ,en toch1 wij moeten4 ,alwer zulk een n4 ,n ben ik gekomen4 ,en wanneer wij 't dan doen1 als wij vooruitzien1--neen1 dan wordt het er nog niet gemakkelijker op4 ,dn daar vr ons een toekomst1 die zich onbekend en onbegrensd uitbreidt4 ,en in die toekomst alles zwijgend en zwart1 een onpeilbaar donker1 waar wij in staren4 ,echt1 zooals bij ,josua1 een dreigende gestalte1 een gewapend man1 die op ons toetreedt4 ,een zwaard flikkert ons tegen4 ,maar wt het ons brengt1 wr het op wijst1--wij weten het niet4 ,duizend gebeurlijkheden1 die vr ons oprijzen4 ,menschen1 die op ons toetreden4 ,dingen1 die op ons aandringen4 ,omstandigheden1 die ons bestormen4 ,beslissingen1 waar wij ons voor geplaatst zien4 ,o1 zoo verward en verwarrend dit alles4 ,en wij weten geen raad4 ,wij zien er geen weg en geen licht in4 ,hoe dit moet1 en hoe dat zal4 ,wat hier te doen1 en hoe daar te handelen4 ,wij kunnen slechts vragen3 ,zijt gij van ons of van onze vijanden8 ,dat vele1 vele1 daar vor ons1 wat zal het1 wat wil het8 ,komt het aan onze zijde zich scharen1 of komt het zich tegen ons keeren8 ,wat komt het ons brengen8 ,zegen of kruis1 overwinning of nerlaag1 leven of dood8 ,mogen wij hopen8 ,moeten wij vreezen8 ,ja1 vraag maar1 vraag maar1--'t baat u toch niet4 ,gij krijgt op l uw vragen geen antwoord4 ,of beter gezegd1 gij krijgt wl een antwoord4 ,maar een geheel ander dan gij verwacht hadt4 ,een antwoord1 dat u aanvankelijk toeschijnt geen antwoord te zijn4 ,en1 dat begint met neen tot u te zeggen4 ,neen1 uw vragen zelf deugt niet4 ,de wijze1 waarop gij vraagt1 deugt niet4 ,gij ziet louter menschelijke gebeurtenissen1 louter menschelijke machten1 menschelijke verhoudingen1 waarme gij te doen hebt4 ,maar zoo is het niet4 ,gij hebt met een ander1 met een meerdere dan met die menschen te doen4 ,met ,god4 ,in die toekomst1 in al dat menschelijke1 naar gij meent1 is ,god1 en treedt ,god u tegen4 ,maar z1 dat gij ,hem daar maar niet altijd zoo aanstonds in herkent en terugvindt4 ,god1 een geheel ander als gij ,hem u gedacht hadt4 ,een gansch andere ook als gij ,hem tot hiertoe gekend hebt1 en als ,hij tot dusverre tot u is gekomen4 ,god4 ,niet zooals wij allen ,hem 't eerst hebben gezien1 en wij voor 't eerst van ,hem hebben gehoord1 in de verhalen van vader en moeder1 van leermeester en vrienden4 ,niet de ,liefdevolle en de ,ontfermende1 de armen wijd uitgestrekt om ons in op te vangen en vast te omklemmen4 ,niet de zegenende ,heiland1 die 't ons zoo vriendelijk toeroept3 ,komt herwaarts tot mij1 allen die vermoeid en belast zijt1 en ,ik zal u rust geven4 ,neen1 maar ,god als een gewapend man4 ,god met een zwaard in de hand4 ,een zwaard1 dat veeleer ons bedreigt dan bemoedigt2 dat veeleer met angst en vrees dan met hoop en troost ons vervult4 ,en toch is het ,god4 ,en nu is de vraag maar1 de groote vraag1 waarvoor hetzij vroeger hetzij later een ieder onzer in het leven zich ziet geplaatst1 of wij ,god1 zooals ,hij tot ons komt1 ook wanneer ,hij zoo echt als de ,onbegrepene en de ,onbegrijpelijke tot ons komt1 als ,god willen aanvaarden4 't ,ook dn1 't altijd1 met ,hem durven te wagen4 ,alles te wagen4 ,wij kunnen neen zeggen4 't ,met duizenden en nog eens duizenden zeggen3 ,neen1 in al dat donkere en dikwijls dreigende daar vr mij1 in al dat onverklaarbare en onbeantwoorde1 in al die moeilijke wegen1 waarlangs ik geleid word1 kan ik ,god niet zien en ontdekken1 en ik wil het ook niet4 ,o1 ik kan en wil er alles in zien1 noem het toeval1 noem het noodlot1 noem het natuurwet1 noem het hoe en wat ge wilt1 't kan mij niet schelen4 ,maar noem het niet ,god4 ,dring er mij niet een liefdevolle hand in op1 niet een wijze bestiering1 niet het hart van een vader4 ,zeker1 dit alles kunnen wij1 en wie weet hoe veel meer nog4 ,maar dan moeten wij wl weten wat wij daarmede doen4 ,dan is ook werkelijk ,god ons tegen4 ,en dan wordt alles ons tegen4 ,paulus zegt ergens3 ,zoo ,god vr ons is1 wie zal tgen ons zijn8 ,maar 't omgekeerde is even waar3 ,zoo ,god tgen ons is1 wie zal vr ons zijn8 ,dan wijkt gaandeweg alle kleur en glans uit ons leven2 alle blijdschap en hoop1 alle moed en geloof uit ons hart4 ,en dan wordt alles om ons en in ons zoo koud en zoo kil4 ,dan moeten wij ook werkelijk alleen1 geheel alleen verder4 ,enkel op ons zelven1 op onze eigene zwakke kracht aangewezen1 den strijd in en tegen4 ,een strijd1 die1 hoe wij ook worstelen1 wij weten 't bij voorbaat1 met een nederlaag eindigt4 't ,bang vertwijflen aan alles4 't ,wegzinken in 't bodemloos donker4 't ,sterven zonder hoop4 ,illustratie ,maar wij kunnen ook anders4 ,doen wat wij in dat oude verhaal een ,josua zien doen1 nervallen en aanbidden4 ,neen1 't is zoo4 ,wij begrijpen ,gods doen en ,gods optreden niet4 ,wij begrijpen niet al dat vele1 vele1 dat soms zoo donker ons aanstaart4 ,maar toch1 wij wagen 't er op3 ,god eenvoudig te nemen1 zooals ,hij is2 met ,hem alles tegen te gaan1 ook het op zich zelf meest dreigende en raadselachtige1 zooals ,hij 't daar vr ons plaatst4 ,we vragen niet meer3 ,hoe zal het8 ,maar wij vragen iets anders3 ,wat spreekt mijn ,heer tot ,zijn knecht8 ,niet3 ,wt zal het zijn1 dat ook n wer mij wacht8 ,overwinning of nerlaag8 ,zegen of kruis8 ,licht of donker8 ,gaat het met mij de hoogte in1 of de diepte tegen8 ,neen1 niet drom is 't ons als 't eerste en 't meeste nu verder te doen4 ,maar om ,god zelven4 ,om ,hem te hebben4 ,om ,hem overal dicht bij en om ons te weten4 ,daarmede1 dit weet ik ook wel1 zijn volstrekt niet alle vragen voor ons beantwoord4 ,in geenen deele alle moeilijkheden weg1 alle duisternissen verdwenen4 ,neen1 dat niet4 ,maar wel is het benauwende1 het verwarrende1 het schrikaanjagende er uit weg4 ,wij voelen3 ,er is een hand1 die mij leidt2 er is een oog1 dat mij volgt2 er is een zwaard1 dat voor mij strijdt4 ,wij ervaren en doorleven 't telkens op nieuw3 ,het gaat wat ik nooit gedacht had dat zou gaan1 er is een weg ook door het donkerste donker4 ,wij hooren een stem1 die 't ons toeroept3 ,vrees niet want ,ik heb u verlost4 ,wanneer gij zult gaan door het water1 ,ik zal bij u zijn4 ,en door de rivieren1 zij zullen u niet over stroomen4 ,wanneer gij zult gaan door het vuur1 gij zult niet verbranden1 geen vlam zal u deren4 ,alle dingen zijn mogelijk dien1 die gelooft4 ,dengenen1 die ,god liefhebben1 werken alle dingen mede ten goede4 ,ja1 alle dingen4 ,en al is er dan ook in ons verleden nog zooveel droevigs2 het leven1 dat achter ons ligt1 nog zoo vol graven4 ,en al wierde ook in de toekomst1 zooals die daar onbekend vr ons ligt1 het ene graf na het gedolven4 ,graven in letterlijken1 graven in figuurlijken zin ook1 waar wij o zoo veel1 wat wij hebben liefgehad en nagestreefd1 in zien wegzinken4 ,plan op plan4 ,en wensch op wensch4 ,bij ieder graf staat een ,heiland1 die het ons toefluistert3 ,heb maar geen angst1 heb ,ik u niet gezegd dat1 zoo gij gelooft1 gij ,gods heerlijkheid zien zult8 ,en dan zien wij haar ook4 ,heerlijkheid4 ,groote heerlijkheid4 ,gods heerlijkheid1 ook door de donkerste wolken en nevelen blinken4 ,wonder op wonder4 ,redding op redding4 ,uitkomst op uitkomst4 ,alles wordt anders4 't ,gansche leven heilig land4 ,overal heilig de bodem1 waar wij op staan en op gaan4 ,heel het leven met al zijn samengestelde verhoudingen en toestanden2 ook de toekomst daar vr ons2--'t wordt alles iets heiligs2 iets1 waarin ,god tot ons nadert2 iets1 waardoor ,god ons opzoekt4 ,en waarin wederkeerig wij ,hem hebben te zoeken1 ,zijn stem hebben te beluisteren1 ,zijn werk hebben te verrichten4 't ,gansche leven wordt vol aanrakingspunten met ,hem4 ,overal ,god1 die ons tegenkomt2 ,god1 die ,zijne hand ons toesteekt1 die ook door en over 't allermoeilijkste heenhelpt4 ,alles is het uwe4 ,zoo roept een ,apostel van ,christus ons toe4 ,alles1 't leven in zijn ruimsten omvang en zijn verschillendst gebied4 ,alles1 de menschen1 hetzij ,paulus1 hetzij ,apollos1 hetzij ,cfas4 ,alles1 de dingen1 hetzij de wereld1 hetzij leven1 hetzij dood4 ,alles1 wat er is en wat er komt1 hetzij tegenwoordige1 hetzij toekomende dingen4 ,ze zijn alle de uwe4 ,de uwe drin1 dat zij ten slotte alle u ten zegen hebben te worden1 alle u moeten dienen4 ,doch gij zelf zijt van een ander4 ,doch gij1 zoo vervolgt de ,apostel1 zijt van ,christus1 en ,christus is van ,god4 ,uw leven behoort niet u zelven meer toe4 ,en mag ook u zelven niet meer toebehooren4 ,gij dient4 ,met ontbonden voetzool hebben wij dan ook verder door 't leven te wandelen4 ,dat is3 in het besef van een heilige roeping1 een heilige taak1 die wij in dat leven hebben te vervullen4 ,in het besef tegelijk van een heilige kracht1 die daarbij ons draagt4 ,hoe verder alles zal loopen8 ,wij weten het niet4 ,wat het leven daar vr ons ons nog zal brengen1 wat ook ons ontnemen8 ,niemand1 die het ons zegt4 ,maar van n ding zijn wij gewis4 ,zij moeilijk en donker1 zij licht en effen de weg1 wij hebben er niet ons zelf op geplaatst1 maar wij zijn er op gezet door onzen ,god4 ,wr wij staan1 en wrheen wij gaan1 onze ,heer en onze ,heiland is met ons4 ,dt maakt onverwinlijk1 en doet overwinnen4 ,,iets ,,over ,,het ,,lezen ,,der ,,evangeli,n ,bij het lezen der ,evangelin wordt1 geheel onwillekeurig dikwijls een groote fout gemaakt1 die aan den rechten zegen van het lezen der ,evangelin in den weg staat4 ,in de ,evangelin spreekt ,jezus tot de menschen4 ,hij richt tot hen zijn woord1 zijn eisch3 zij moeten gelooven1 niet meer zondigen1 niet vreezen1 goeden moed hebben enz4 ,vergeet men nu1 dat in de werkelijkheid1 waarover de ,evangelin spreken1 ,christus tegenwoordig was1 toen hij tot de menschen sprak1 dan gaat men meenen1 dat ,christus allerlei van de menschen eischt1 dat zij moeten volbrengen1 voordat zij door hem kunnen worden gezegend4 ,doch dat is onjuist4 ,op het oogenblik1 dat ,christus tot deze menschen sprak1 was ,hij met zijn genade tegenwoordig1 en konden deze menschen dus door ,hem wat zij zonder ,hem niet zouden hebben gekund4 ,christus zelf maakt mogelijk1 wat zonder ,hem onmogelijk is4 ,lezen wij dus de ,evangelin1 dan moeten wij niet meenen1 dat ,christus van ons bijv4 vraagt1 dat wij zullen gelooven en dat ,hij ons dan helpen zal4 ,ware dit het geval1 niemand zou ooit door ,christus geholpen kunnen worden4 ,want uit ons zelven gelooven wij niet en kunnen wij niet gelooven4 ,alleen door ,christus gelooven wij4 ,lezen wij dus dat ,christus zegt3 geloof en gij zult behouden worden1 dan moeten wij dezen eisch omzetten in een gebed1 in dit gebed3 ,heer help mij1 doe mij gelooven4 ,en ditzelfde moeten wij doen met alle eischen1 die ,christus stelt4 ,hij moet het alles in ons werken4 ,door ,zijn genade wordt ons alleen mogelijk te doen wat ,hij eischt4 ,hoe menigeen is de dupe geworden van dit onwillekeurig misverstand1 gewekt door het lezen der ,evangelin4 ,men spant zich in1 men pijnigt zich af1 men wil iets volbrengen1 om aldus den zegen1 die aan den eisch of de voorwaarde is verbonden1 te ontvangen4 ,alles te vergeefs6 ,totdat men met den eisch en de voorwaarde tot ,christus gaat1 om door ,hem in staat gesteld te worden1 te doen1 wat ,hij ons gebiedt4 ,,roeping4 ,toen ,henk van ,kempen nog pas negen of tien jaar oud was1 stond 't hem al heel duidelijk voor wat hij worden zou4 ,hij wilde dokter worden4 ,hij wilde dat niet1 zooals andere jongens iets willen worden1 die misschien1 als men er lang met hen over sprak1 ook wel tot wat anders over te halen zouden zijn4 ,hij wilde 't1 omdat hij wist1 dat 't mest1 dat 't niet anders kn4 ,als de familie-leden hem wel eens vraagden1 of hij al gekozen had1 wat hij worden wou1 zei hij3 ik moet dokter worden6 ,de toon1 waarop hij dat zei1 was niet een toon van trotschheid1 maar een toon van groote kalmte en zekerheid4 ,hij zeide 't z1 alsof niemand er ooit aan zou kunnen twijfelen1 of hij misschien ook later nog eens van plan zou veranderen2 met de zekerheid van een1 die zijn weg daar heel duidelijk voor zich ziet liggen4 ,langzamerhand was dat in het kind iets heel teers en innigs geworden1 dat besef van zijn roeping4 ,hij voelde 't als een heilige taak4 ,toen hij eens in een gezelschap een vader en moeder had hooren zeggen1 dat zij er maar in toegestemd hadden1 dat hun jongen in de medicijnen zou gaan studeeren1 omdat hij daar 't meeste lust in had1 had hem dat 'n beetje pijn gedaan4 ,dokter worden1 dat was toch maar niet iets1 dat je koos uit 'n vijf-en-twintig ambten en beroepen1 die daar voor je lagen4 ,dat werd iemand alleen1 omdat hij most1 omdat hij niet anders kn4 't ,was te mooi1 om er zoo luchtigjes over te spreken4 ,zijn moeder was eigenlijk de eenige1 met wie ,henk daar ooit over gesproken had4 ,en hij sprak er dikwijls met haar over4 ,henk hield heel veel van zijn moeder4 ,hij zag met een stillen eerbied tot haar op4 ,van haar had hij den tengeren lichaamsbouw2 en de fijne lijnen van haar gelaat vond men in het zijne terug4 ,ook had hij dezelfde bleekheid als zij4 ,henk had zich het leven zonder zijn moeder niet kunnen denken4 ,als hij 's avonds met zijn moeder in de schemering zat1 sprak hij met haar over zijn heerlijke toekomst4 ,zij had hem al vroeg van den ,heiland verteld en de verhalen van het ,n4 ,testament1 vooral de wondergeschiedenissen1 waren de wereld1 waarin hij leefde1 de meest reele wereld1 die zich denken laat4 ,hij had den ,heiland lief zoo naef en eenvoudig als alleen een kind lief hebben kan4 ,hij kon er dikwijls lang over denken1 hoe heerlijk 't was1 dat de ,heiland zoo zegenend door het midden van de menschen ging en hen genas van hun ziekten en kwalen4 ,dat wilde hij ook doen4 ,hij twijfelde er niet aan of hij 't wel zou kunnen4 ,en hij twijfelde er ook niet aan1 dat 't eenmaal gebeuren zou4 ,hij werd nooit ongeduldig en trappelde niet van verlangen1 dat 't maar alvast zoo zijn mocht4 ,hij ging naar school en leerde braaf en wist1 dat 't eenmaal komen zou zooals hij 't nu al klaar zag4 ,met zijn moeder sprak hij daar dikwijls over1 maar met zijn vader nooit4 ,hij wist zelf niet waarom1 maar met zijn vader sprak hij er nooit over4 ,en soms had hij wel opgemerkt1 dat zijn moeder1 als hij er met haar over sprak1 stil en 'n beetje droevig glimlachte4 ,hij had nooit begrepen1 waarom ze dat deed4 ,maar hij had er ook niet veel meer over nagedacht4 ,ook had hij bij zich zelf aangenomen1 dat zijn vader dat van zelf wel wist1 dat hij later dokter zou worden4 't ,kwam niet in hem op1 dat zijn vader ooit iets anders voor hem zou kunnen willen4 ,dat was een vanzelfsheid4 ,zijn vader was een groote1 grove1 vierkante man4 ,henk leek niets op hem4 ,henk leek alleen op zijn moeder4 ,van ,kempen was iemand van heel eenvoudige afkomst4 ,van timmermansknecht had hij zich opgewerkt tot baas4 ,nu was hij aannemer1 huizenbouwer1 zooals de menschen zeiden4 ,en 't was juist in den tijd1 die voor de aannemers gunstig was4 ,hij had 'n neus voor zaken4 ,heele blokken huizen1 licht en dicht gebouwd1--echte revolutiebouw6--had hij gezet in een buurt1 waar nog niemand het oog op had4 ,zijn vakgenooten hadden hem uitgelachen1 maar hij had ze stilletjes lten lachen4 ,en al heel gauw was 't uitgekomen1 dat hij goed gezien had4 ,de huizen vlogen weg4 ,wel drie vier huurders kon hij aan elken vinger krijgen4 ,na een paar jaar kon hij de huren al opslaan1 of de huizen voor het dubbel van den prijs1 dien ze hem gekost hadden1 van de hand doen4 ,daar ging zijn heele leven in op4 ,altijd was hij aan 't cijferen of teekenen4 ,als hij de krant las1 was er bijna niets in1 dat hem interesseerde1 dan wat op het vak betrekking had4 ,vooral de advertenties bestudeerde hij1 om te zien hoeveel de huizen deden1 die in den omtrek van zijn pandblokken stonden1 en hij wist precies welke lang leeg stonden1 welke eigenaars er mee zaten1 en dan lachte hij genoeglijk in zijn baard om hun domheid en hun pech1 en om zijn eigen flinkheid en boffen4 ,langzaam aan was er echter den laatsten tijd nog een andere gedachte bij hem opgekomen1 die hem ook gedurig bezig hield4 ,hij moest een helper hebben in zijn zaken1 die ze behartigde alsof 't zijn eigen zaken waren4 ,maar dat deed een vreemde toch nooit4 ,daar moest je een eigen voor hebben1 die er zelf bij betrokken was1 wiens belang van den goeden gang der zaken afhing4 ,dat moest dus zijn zoon worden4 ,meestal lette ,van ,kempen al heel weinig op zijn zoon4 ,hij leefde altijd alleen voor zich zelf4 ,zijn vrouw zorgde voor het huishouden en voor ,henk1 en hij voor de zaken4 ,zoo ging alles1 zooals 't gaan moest4 ,menschen1 die hen kenden1 hadden dikwijls hoofdschuddend tot elkaar gezegd3 ,hoe die man en die vrouw toch ooit bij elkaar gekomen zijn8 ,maar 't had ,van kempen ook al heel weinig kunnen schelen1 hoe die vraag beantwoord moest worden4 ,hoofdzaak was nu maar1 dat ,henk zijn helper1 en later zijn opvolger werd4 99 99 99 99 99 ,hoe lang zal je nu nog op school moeten gaan8 vroeg hij op een avond aan ,henk1 die over zijn huiswerk gebogen zat4 ,verbaasd zag ,henk op4 ,hij was niet gewoon1 dat zijn vader over zulke dingen met hem sprak4 ,hij antwoordde niet dadelijk4 ,het toelatings-examen is begin ,juli1 zei hij vervolgens4 ,welk toelatings-examen8 ,voor het gymnasium4 ,wat moet jij op het gymnasium8 ,van ,kempen deed alsof hij ,henk niet begreep4 ,natuurlijk had hij in zijn dagelijksche omgeving dikwijls genoeg over ,henk's plannen hooren spreken1 maar hij had altijd de schouders opgehaald en gezegd3 jongensgrillen6 ,henk zou immers1 als 't zijn tijd was1 doen wat zijn vader verkoos4 ,daar werd niet eens over gepraat4 ,wat moet jij op dat gymnasium uitvoeren8 vroeg ,van ,kempen nog eens aan ,henk1 die hem niet-begrijpend aanzag4 ,u wilt me toch niet naar de ,h4 ,b4 ,school sturen1 vader8 ,dat is zoo'n omweg4 ,dan duurt de studie zooveel langer1 heb ik altijd gehoord4 ,wat klets jij toch van studie1 jongen8 barstte ,van ,kempen uit4 ,ik begrijp wel wat je bedoelt4 ,je heb je in je kop gezet om dokter te worden4 ,maar1 mannetje1 je moet maar weten1 dat daar niets van komt4 ,daar heb ik niet al die jaren voor geploeterd om jou te laten studeeren4 ,jij komt in 't vak1 versta-je1 net als je vader4 ,met studie houd 'k me niet op6 ,heel bleek zat ,henk daar aan de tafel4 ,met zijn pen teekende hij figuurtjes op zijn schrift1 vierkantjes met diagonalen er in1 en daar al weer streepjes dwars doorheen1 en toen een cirkel er om heen en nog een cirkel1 en ng een4 ,en toen voelde hij--of hij voelde 't eigenlijk niet--dat er een paar dikke tranen in zijn oogen kwamen1 die eindelijk op zijn schrift vielen en om het natte plekje1 dat er van kwam1 teekende hij ook een cirkel1 totdat de inkt vervloeide in het vocht en 't een heele vies-vochtige vlakte werd4 ,hij zei niets meer4 ,van ,kempen had zijn krant weer opgenomen en las de advertenties4 ,van dat diepe kinderleed daar vlak naast hem voelde hij niets1 besefte niet1 dat hij een zware misdaad begaan had door een teere kinderziel z aan te grijpen4 ,wel een half uur bleef ,henk zoo zitten4 ,toen deed hij zijn schrift en zijn boeken dicht1 legde alles in het gewone hoekje en liep naar de zijkamer1 waar zijn moeder met haar naaiwerk zat4 ,zij wist alles1 had alles gehoord4 ,zij zag haar kind in de ogen1 drukte hem tegen zich aan en gaf hem een zoen op zijn voorhoofd4 ,zacht snikkend ging ,henk naar boven1 naar zijn slaapkamertje4 ,langzaam kleedde hij zich uit1 knielde bij zijn bed neer1 maar bad niet1 snikte alleen1 en stapte toen in bed4 ,een bed is zoo'n heerlijk ding4 ,je bent er zoo alleen met je zelf1 de dekens geven zoo'n gezellige warmte4 ,en in het kussen kan je al je leed uitsnikken4 't ,is alsof je kussen dan 'n beetje levend wordt en je woorden wel verstaat1 alsof 't je troost in je leed4 ,henk snikte in zijn kussen totdat hij in slaap viel2 en in zijn slaap snikte hij nog gedurig4 ,toen hij den volgenden morgen wakker werd1 brandden zijn oogen nog1 maar hij wist eerst niet wat er gebeurd was4 ,hij ging overeind zitten4 ,daar was 't weer1 dat nare van gisteravond3 ,je komt in 't vak1 in 't vak1 versta-je1 net als je vader4 ,met studie houd 'k me niet op6 ,die woorden waren voortdurend in zijn ooren blijven naklinken4 ,en ze kwamen nu ook weer dadelijk bij hem op4 ,er was als een nevel in zijn geest4 ,hij deed zijn oogen even dicht en toen weer open om te zien of 't weg was1 maar 't was daar nog4 ,hij vond 't naarste van al1 dat zijn vader z gesproken had over zijn dokter-worden1 dat zijn eigen vader daar niet in geloofde4 ,hoe was dat nu mogelijk1 zijn eigen vader8 ,of was 't eigenlijk wel zoo wonderlijk8 ,hij had er nooit met zijn vader over gesproken4 ,nu pas viel hem dat op1 en hij begon tevens vaag te beseffen hoe ver hij van zijn vader af stond4 ,vreemd1 iemand1 die altijd zoo dicht bij je was1 en toch zoo ver van je af6 ,en hoe zou 't nu gaan1 hoe zou hij nu dokter worden8 ,want 't aardige was1 dat er bij ,henk geen oogenblik twijfel was opgekomen1 of 't nu wel gebeuren zou4 ,hij zou1 dacht hij zoo onder het wasschen1 en aankleeden1 dat heel langzaam ging1 hij zou maar flink zijn best doen en zorgen1 dat hij een goed toelatings-examen deed1 misschien zou dan zijn vaders boosheid wel overgaan4 ,en als moeder dan nog een goed woordje deed1 dan4444 hij werd langzamerhand z opgewekt bij de gedachte1 dat 't misschien alles nog wel goed zou afloopen1 dat hij met een glimlach op zijn gezicht naar beneden ging en heel gewoon zijn vader gomorgen zei1 die hem ietwat bevreemd aankeek en bij zich zelf dacht3 ,hij heeft eieren voor zijn geld gekozen4 99 99 99 99 99 ,half-,mei zei de onderwijzer1 bij wien ,henk school ging1 dat de jongens1 die van plan waren toelatings-examens voor de ,h4 ,b4 ,school of het ,gymnasium te doen1 zich daar zoo spoedig mogelijk voor moesten opgeven4 ,ze moesten 't maar eens vragen aan hun ouders4 ,dat was een moeilijke middag voor ,henk4 't ,was den laatsten tijd net voor hem geweest1 alsof 't vanzelf wel zou terecht komen4 ,hij had over zijn plannen1 ook met zijn moeder niet meer gesproken1 omdat hij bang was haar verdriet ermee te doen1 maar hij had gewoon doorgewerkt en zijn vader had er geen woord meer over gerept4 ,nu 't er op aan kwam er zelf over te beginnen bij zijn vader1 wist hij niet hoe hij 't zou aanleggen4 ,om twaalf uur ging hij alleen naar huis1 al maar denkende1 denkende en naar woorden zoekende om met de vraag voor den dag te komen4 ,toen hij zijn vader hoorde thuis komen1 ging er een schok door hem heen en begreep hij1 dat hij nu althans niet zou durven4 's ,middags op school was hij er zonder ophouden mee bezig4 ,hoe zou hij 't zeggen1 wanneer zou hij 't zeggen8 die vragen woelden hem den heelen tijd door 't hoofd1 totdat hij er suf van werd4 ,tot driemalen toe werd hij dien middag betrapt op onoplettendheid1 wat iets ongewoons voor hem was4 ,toen hij om vier uur naar huis ging1 was hij nog al maar aan 't denken1 en 't werd steeds moeilijker voor hem4 ,hij ging dadelijk naar zijn kamertje om daar zijn huiswerk te maken1 zooals hij altijd deed als 't nog licht was1 maar 't wou niet1 hij schoot geen zier op1 en toen hij tegen zeven uur geroepen werd om koffie te drinken1 durfde hij haast niet binnengaan4 ,toch begreep hij1 dat 't er nu van komen moest4 ,toen ,van ,kempen na het eten de krant opnam1 en op zijn gemak wou gaan zitten1 kwam ,henk met een hooge kleur naar hem toe4 ,stotterend kwam 't er uit3 ,vader hebt u er al eens over gedacht8 ,waarover8 ,over dat examen4 ,daar komt niets van4 ,meneer heeft vanmorgen gezegd1 dat de jongens1 die 't wilden doen1 zich nu moesten aangeven4 ,en wat wou je dan8 ,u vragen of u me nu wil aangeven4 'k ,heb 't je immers gezegd1 dat 'r niets van komt4 ,je komt mij helpen in 't timmeren en in de bouwerij1 en later doen we samen4 ,dat's ook veel beter voor je4 ,begrijp je dat niet1 jongen1 vroeg ,van ,kempen met een zweem van plots ontwakend vaderlijk gevoel1 heb-je wel 'ns gekeken hoeveel dokters 'r hier in de stad wonen8 ,we stikken in de dokters4 ,ze halen mekaar 't brood uit den mond4 ,op 't ,prinsenplein wonen er tien bij mekaar1 en ze zijn blij als er 'n patint komt4 ,kom1 jongen1 wees wijzer4 ,kijk naar je vader4 ,als je pienter in ons vak bent1 is 't 'r wat te verdienen4 ,en daar is 't een mensch toch maar om te doen4 ,als je vader niet zoo had gewerkt1 hadt jij ook niet op zoo'n school kunnen gaan4 ,en 't is jammer genoeg1 want daar heb je die gekheid vandaan4 ,als je gewoon zooals ik1 'n beetje lezen1 schrijven en rekenen had geleerd1 was je er nooit op gekomen4 ,maar dat ,fransch en al die fratserij heeft je kop op hol gebracht4 ,je wil zeker later ook zoo'n deftige meneer worden en in een koetsje rond rijen8 ,en straks geen geld om den koetsier te betalen1 h8 ,ja1 sta nou maar niet te grienen1 want gebeuren doet 't toch zooals ik 't wil1 begrijp je8 ,als 't vacantie is1 ga-je van school af1 en kom je in de werkplaats4 99 99 99 99 99 ,als een verslagene stond ,henk daar4 ,daar was iets heel moois in hem beleedigd4 ,zijn ideaal was hem altijd iets heiligs geweest1 onbezoedeld1 hoog boven de besmeurende vingers der menschen uit4 ,niemand1 die 't naar omlaag kon halen4 ,ook nu was het niet naar omlaag gehaald4 ,nog even hoog en rein zweefde het daar boven hem4 ,maar--evenals die keer1 maar nu veel erger--dat zijn vader1 zijn eigen vader er z over oordeelen kon1 z grof1 z plomp1 dat deed hem zoo'n pijn4 ,geld verdienen1 geld bij elkaar schrapen1 alsof hij daar ooit aan gedacht had1 als hij daar in zijn gedachte zegen-aanbrengend tusschen de menschen doorging6 't ,leek hem zoo iets ontzettend1 'n heiligschennis6 ,en een heel erge heiligschennis ook6 't ,was weer net als die vorige keer3 ,henk zei niets meer1 maar ging zonder verder een woord te spreken naar zijn moeder4 ,zij zag de doodelijke bleekheid van zijn gezicht en in haar medelijden met haar kind zei ze3 ,bid tot den ,heer1 ,henk1 wie weet wat er nog gebeurt6 ,en toen ging hij naar boven1 viel op zijn bed neder en barstte uit in tranen4 ,twee dagen later kwam de hoofdonderwijzer om ,van ,kempen even te spreken4 ,hij werd in de voorkamer gelaten en zoodra ,van ,kempen binnenkwam1 begon hij over ,henk4 ,de jongen had er op school zoo ongelukkig bij gezeten1 dat hij begreep dat er iets aan schortte4 ,na veel vragens was hij er achtergekomen1 dat ,henk voor zijn vader niet naar 't gymnasium mocht4 ,dat was heel jammer1 beweerde de heer ,jansen1 de jongen had een goed hoofd om te leeren4 ,u zult eens zien1 meneer ,van ,kempen1 eindigde hij zijn pleidooi1 er steekt een heel goed verstand in uw zoon1 hij zal misschien van al mijn leerlingen het beste toelatings-examen doen1 u zult eer met hem inleggen4 ,van ,kempen1 die al dadelijk met een gemelijk gezicht was binnengekomen en voortdurend onwillig had zitten kijken1 schudde het hoofd4 ,neen1 meneer1 zei hij1 daar kan niets van komen1 heb 'k al tegen ,henk gezegd4 ,de jongen moet me helpen in de bouwerij--en toen de heer ,jansen er iets tegen inbracht over aanleg en roeping--ach1 met uw verlof1 dat vind 'k malligheid4 ,die jongen z'n roeping ligt vlak voor hem4 ,dat kan ieder zien1 die oogen heeft4 ,waar kan-ie 't beter hebben als bij z'n vader8 ,neen1 ik vind 't heel vriendelijk van ,u1 dat ,u zooveel belang in hem stelt1 maar die studie1 daar komt niets van1 hij komt bij mij in de werkplaats4 ,de heer ,jansen kon heengaan en nam tamelijk koel afscheid4 ,een paar weken later had het toelatings-examen plaats en ,henk's makkers slaagden allen4 ,maar hij stond dienzelfden dag voor 't eerst in de timmermanswerkplaats4 99 99 99 99 99 ,van dien tijd af was er een groote droefheid in ,henk4 ,hij was als iemand1 die een zwaren schok heeft gekregen en daarvan altijd onder den indruk blijft4 ,dat was de schok van zijn eerste smartelijke kennismaking met het menschen-wee4 ,hij had dien schok al vroeg gekregen1 en kwam 't niet spoedig te boven4 ,hij voelde zich niet vernederd1 hij wrokte niet over zijn teleurstelling4 ,maar hij was bedroefd4 ,hoe kon dat zoo8 vraagde hij zich al maar af4 ,waarom was hij niet naar het gymnasium gegaan8 ,en hoe moest hij nu dokter worden8 't ,werd langzamerhand een stil kwijnen in hem over dat ideaal1 dat hij wel niet verloren had1--o neen6--maar dat nu op eens zooveel verder van hem af lag4 ,als hij 's avonds geknield voor zijn ledikant lag1 was zijn bidden iets heel anders dan het vroeger geweest was4 ,toen was 't een echt kinderlijk1 blijmoedig gebed geweest1 een vertrouwelijk spreken met zijn hemelschen ,vader1 dien hij eenvoudig-weg liefhad4 ,nu was 't dikwijls als een tasten in den blinde1 als een gedurig vragen1 zonder dat er antwoord volgde4 ,dikwijls droomde hij er van4 ,eens zag hij zichzelf in zijn droom aan den oever van een sloot staan en aan den overkant van die sloot lagen allerlei ongelukkige menschen4 ,er waren er met afzichtelijke wonden aan het hoofd en met verminkte ledematen1 die zij klagend omhoog staken4 ,een was erbij1 die gilde van pijn1 en wiens gelaat stuipachtig verwrongen was4 ,en in de verte liepen blinden1 die tastend voetje voor voetje voortgingen en naar hem toekwamen4 ,ze riepen allen met smeekende stem of hij ze wilde komen helpen1 en dat hij de eenige was1 die dat doen kon1 maar toen hij zich gereed maakte om de sloot over te springen1 werd die sloot op eens veel breeder en al breeder1 zoo wijd haast als een zee4 ,in de verte zag hij al die ongelukkigen verdwijnen4 ,wanhopig staken zij de handen of de stompen van ledematen naar hem uit1 maar hun droevig schreeuwen stierf eindelijk geheel weg4 ,toen ,henk dien droom eens gehad had1 kwam die telkens weer4 ,en gedurig dezelfde droom1 zoodat hij ten slotte al wist1 wat er komen moest4 ,daarna werd hij soms huilend wakker4 ,als hij dan 's morgens aan zijn werk moest1 ging 't nog veel moeilijker dan anders4 ,gedurig zag hij nog die vreeselijke figuren uit zijn droom en hij had dan een gevoel van zelfverwijt1 alsof 't eigenlijk zijn schuld was1 dat al die ongelukkigen zonder hulp bleven4 ,op een ,zondagmiddag nam zijn vader hem mee naar het ziekenhuis4 ,een jongere broer van ,van ,kempen lag daar in een der groote zalen4 ,hij was sigarenmaker1 had 't niet zoo ver weten te brengen als zijn broer4 ,sinds eenige maanden had hij het werk moeten opgeven4 ,rust nemen1 had de dokter gezegd2 dan wordt 't misschien nog beter4 ,en hoewel de omstandigheden dat niet toelieten1 had hij wel moeten gehoorzamen4 ,maar het borst-lijden was toegenomen1 en de dokter had opneming in het ziekenhuis gelast4 ,toen ,henk daar zoo bij dien armen uitgeteerden man stond1 voelde hij een groot medelijden in zich opkomen4 ,en daar links en rechts1 en aan de overzijde der zaal1 war hij ook heenzag1 waren ook ledikanten met oude en jonge patinten1 kinderen dikwijls nog1 jonger dan ,henk zelf4 ,hij had wel n voor n al die zieken een hand willen geven en met hen spreken en ze troosten en beter maken4 ,plots schoot hem zijn droom te binnen1 en tranen kwamen in zijn oogen1 toen hij bedacht1 dat die mogelijkheid nu zoo ver van hem verwijderd was4 ,toen ze even het ziekenhuis uit waren1 vroeg ,van ,kempen hem opeens3 zou je nu nog dokter willen worden1 als je al die ellende van dichtbij ziet8 ,hij had er nooit meer met ,henk over gesproken1 maar nu had hij hem eigenlijk met opzet meegenomen1 om hem nog beter te laten gevoelen hoe wijs zijn vader er toch aan gedaan had z voor hem te kiezen4 ,met verwondering hoorde hij ,henk antwoorden3 ,heerlijk om al die menschen te kunnen helpen6 ,malle jongen6 was 't eenige1 wat hij nog zei1 en zwijgend gingen zij verder den weg naar huis4 99 99 99 99 99 ,toen 't zoo een jaar geduurd had1 kn ,henk niet meer4 ,van ,kempen had 't eerst niet willen zien4 ,als de familie-leden1 naar wie hij nog eer luisterde dan naar zijn vrouw1 hem opmerkzaam maakten op ,henk's matbleeke1 ingevallen gezicht1 lachte hij er om4 ,maar toen ,henk op zekeren morgen een flauwte kreeg en naar bed gebracht moest worden1 begreep hij toch wel1 dat 't ernst was4 ,de dokter1 die erbij geroepen werd1 en ,henk onderzocht1 was niet zoo spoedig met zijn oordeel gereed4 ,tobt die jongen ergens over8 vraagde hij eindelijk4 ,hij vraagde 't aan ,van ,kempen1 toen zij naar beneden waren gegaan1 terwijl ,henks moeder nog bij hem boven gebleven was4 ,waar zou hij over tobben8 trachtte van ,kempen onverschillig te antwoorden4 ,zoo iets moet 't toch zijn1 zei de dokter weer1 want een bepaald gebrek of aanleg voor een kwaal heb ik niet bij hem ontdekt4 ,kunt u zelf niet nagaan1 wat hem scheelt8 ,och1 wat zou 't zijn8 de jongen heeft al wat-ie hebben kan4 ,vreemd toch1 prevelde de dokter4 ,hij geeft er mij heelemaal den indruk van4 ,enfin1 u moet hem trouw laten innemen en maar in bed laten blijven4 ,over 'n paar dagen kom ik nog eens terug4 ,toen de dokter terugkwam1 vraagde hij of hij eens een poos met den patint alleen mocht zijn4 ,hij wilde hem een en ander vragen4 ,en een kwartier daarna wist hij al opperbest1 wat er aan mankeerde4 ,u moet uw jongen zijn zin geven1 zei hij tot ,van ,kempen1 anders gaat hij kwijnen en dan kon u hem weleens verliezen4 ,ik sta voor niets in1 als er geen verandering komt4 ,een half jaar later was ,henk op het gymnasium4 ,van ,kempen had moeten berusten in het onvermijdelijke4 ,maar1 zei hij1 den dag1 dat hij zijn toestemming gegeven had1 jij met je geloof en je meelijden met de arme menschheid1 jij helpt je zelf naar de maan2 later zal 't je nog eens berouwen1 dat je niet naar je vaders woorden geluisterd hebt2 denk daar maar eens om6 99 99 99 99 99 ,zestien jaren zijn verloopen4 ,henk heeft zich na een schitterende promotie gevestigd in den ,haag1 en verheugt zich in een toenemende chirurgische praktijk4 ,zijn patinten roemen hem zeer1 en menige hartelijke handdruk bij zijn vertrek bewijst1 dat hij hun harten gewonnen heeft4 ,er is in dezen dokter iets bijzonders1 dat de menschen nog bijna nooit in een anderen hebben gevonden4 ,iets in zijn stem1 in zijn blik neemt ze dadelijk voor hem in4 ,de meesten onder hen kunnen zich niet verklaren wat 't is4 ,maar sommigen weten 't wl2 zij voelen 't bij intutie3 deze man gelooft6 ,en al heeft hij 't hun niet gezegd1 zij weten1 dat ,dr4 ,van ,kempen zijn patinten maar niet aanziet als een soort van voorwerpen1 waarop hij proeven neemt1 maar dat ieder van hen voor hem een schepsel ,gods is1 wonende in een brozen tabernakel1 tot welks onderhoud en genezing ,god hem heeft geroepen4 ,en als de dag1 de dikwijls zoo zware dag1 ten einde loopt1 buigt hij de knien voor zijn ,god en gedenkt al zijn zieken hoofd voor hoofd in den gebede4 ,en 't zijn nog andere1 dan alleen hun lichamelijke ellenden1 die hij dan voor ,god brengt en waarvan hij den hemelschen ,vader smeekt hen te verlossen4 99 99 99 99 99 ,er wacht hem nog een zware beproeving4 ,de oude van ,kempen had al geruimen tijd gesukkeld4 ,lang had hij zich op de been gehouden en gemelijk geantwoord1 als men hem aanraadde naar bed te gaan en medische hulp in te roepen4 ,maar eindelijk was 't hem te machtig geworden4 ,daar ligt hij nu neder1 met pijnlijk verwrongen gelaat1 de anders zoo forsche en zeker toch energieke man4 ,hij heeft 't zoo lang mogelijk tegengehouden en er niets van willen weten1 dat ,henk hem onderzoeken zou1 maar den laatsten tijd zijn de pijnen hand over hand toegenomen en ten slotte ondragelijk geworden4 ,nu moet er operatief ingegrepen worden4 ,en 't zal er op of onder zijn1 zegt met bedenkelijk gelaat de collega1 met wien ,dr4 ,van ,kempen consult houdt1 omdat hij alleen de verantwoording niet wil dragen4 ,blindedarmoperaties1 je weet er alles van6 ,vooruit kunnen we nooit iets zeggen4 't ,is een naar geval voor je1 waar 't je eigen vader betreft4 ,en als je er erg tegen opziet1 wil ik 't wel van je overnemen4 ,bedenk je maar eens en telefoneer me maar1 als je me noodig hebt4 ,dat wordt een gebedsstrijd voor den nu meer dan ooit1 zwaar beproefden zoon4 ,maar in dien strijd maakt ,god 't hem duidelijk1 dat hij in ,zijn kracht de zware taak mag aanvaarden4 ,vier en twintig uren later is alles voorbij en mag men hopen1 dat de patint behouden is4 ,en op zijn knien dankt ,van ,kempen den ,god van alle genade1 die zijn hand leidde en bestuurde1 zoodat hij zonder beven zijn werk kon verrichten4 ,als na een paar dagen de zieke weer spreken mag1 staan zijn vrouw en zijn zoon bij zijn bed4 ,is 't goed8 is zijn eerste vraag1 en als zij beiden zich haasten van ja te knikken1 en hij weder vraagt3 wie heeft 't gedaan8 wijst met stillen trots de dankbare moeder naar haar zoo geliefd kind4 ,een traan blinkt in het oog van den grijsaard4 ,of dat hart ook gebroken was8 ,,hoe ,,god ,,arbeidt ,in #a ,kon4 ,,vi3 #g lezen wij1 dat de tempel van ,salomo gebouwd werd met volmaakten steen1 zoodat geen hameren1 noch bijl1 of eenig ijzeren gereedschap gehoord werd in het huis als het gebouwd werd4 ,zooals de tempel van ,salomo werd gebouwd1 zoo wordt nog het huis ,gods in deze wereld gebouwd4 ,onhoorbaar in een geruischlooze stilte rijst het omhoog4 ,het huis ,gods wordt gebouwd1 zooals een boom groeit4 ,men bespeurt niet1 dat de boom groeit4 ,zoo bemerkt men niet1 dat ,god zijn tempel bouwt4 ,en toch het geschiedt4 ,zooals de vruchten rijpen in den nacht1 zoo rijpt ,gods werk in de stilte4 ,,uitverkoren ,johannes #ae ,misschien bevreemdt het over dit gevaarlijke woord een en ander in dit boek te lezen4 ,voor velen is dit woord verdoemd4 ,zij haten het leerstuk der uitverkiezing met een bitteren haat4 ,anderen is het woord uitverkoren buitengewoon dierbaar4 ,het bevat al hun geestelijk bezit4 ,het verklaart het wel en wee des levens2 het geeft de oplossing van het raadsel der onverschilligheid voor eeuwige dingen1 die zoo menig leven ontsiert4 ,toch geloof ik dat wij veel te weinig hebben nagedacht over wat van ouds het cor ecclesiae1 het hart der kerk1 is genoemd1 en in den ,bijbel zeer dikwijls wordt besproken4 ,vooral de jonge lidmaten1 voor wie deze regelen in hoofdzaak zijn bestemd1 moeten een gevestigde overtuiging op dit punt verwerven1 opdat zij niet stroomloos1 in dezen1 op godsdienstig gebied1 zoo verwarden tijd1 leven4 ,een duidelijker verklaring van de uitverkiezing dan door den ,heiland in ,johannes #ae gegeven wordt1 vind ik nergens in de ,schrift4 ,reeds de opklimming in dit hoofdstuk is zoo schoon4 ,eerst spreekt de ,heer van ranken1 dan van discipelen1 vs4 #h1 vervolgens van vrienden1 vs4 #ad1 en eindelijk van uitverkoornen1 vs4 #af4 ,de ,heer begint niet met de uitverkiezing1 maar eindigt er mee4 ,een tweede gedachte1 die in ,johannes #ae sterk naar voren treedt is het verband dat tusschen ,christus en de uitverkiezing bestaat4 ,wij zijn uitverkoren met ,christus1 in ,christus en voor ,christus4 ,dit is het troostrijke en het voor allen aannemelijke in de leer der uitverkiezing1 en over deze gedachte zeg ik nu enkele opmerkingen4 99 99 99 99 99 ,ik ben de ware wijnstok1 zoo begint de ,heer4 ,indien deze woorden in de opperzaal te ,jeruzalem gesproken zijn1 is de ,heiland wellicht tot deze gedachte gekomen door het zien van den wijn1 die bij den ,joodschen ,paaschmaaltijd gedronken werd1 of door het gezicht op een wijnstok1 welks takken tot in de feestzaal doordrongen4 ,misschien heeft ,hij aan den wijnstok gedacht1 die een der tempelpoorten versierde4 ,is de ,heer reeds op weg naar ,gethseman geweest1 dan heeft ,hij waarschijnlijk een wijngaard gezien1 en stilstaande zegt ,hij de zoo bekende woorden tot z'n discipelen4 ,hij is de ware wijnstok4 ,zijne vruchten zijn goed tot spijze en tot verheuging van het hart4 ,de vruchten van den wilden wijnstok door ,eliza's leerlingen verzameld1 brachten den dood in de pot4 7#b ,kon4 #d74 ,de wijnstok in ,habakuk's dagen was onvruchtbaar 7,hab4 #c3 #ag71 maar ,christus is de ware wijnstok4 ,hij stelt niemand teleur4 ,wie onzer zou in dezen zwakken boom het beeld van den ,heiland zien8 ,wij zouden ,hem veel beter kunnen vergelijken bij den eik1 die met zijn machtigen kruin en frissche takken van heerlijkheid getuigt4 ,maar deze woudreus geeft slechts varkensvoedsel1 gelijk iemand heeft opgemerkt2 de onaanzienlijke wijnstok geeft de kostelijke druif en de verkwikkende drank1 zijn bloed is beeld van het bloed dat de zonde der wereld wegneemt4 ,met zulk een eenvoudigen boom vergelijkt ,hij1 die geen gedaante of heerlijkheid had1 ,zijn leven en werk4 ,gelijk elke vruchtdragende wijnstok heeft ook de ware zijn eigenaar4 ,mijn ,vader1 zegt ,jezus1 is de landman4 ,hij heeft ,christus in dezen wereldakker geplant4 ,hij bezit ,hem1 en draagt voor ,hem zorg4 ,hier begint de uitverkiezing4 ,christus is door den ,vader uitverkoren om de zonde der wereld weg te dragen voor ,gods aangezicht4 ,christus is een planting1 een gave ,gods4 ,eer de wereld uitverkoren was om den waren wijnstok tot voedselbodem te dienen1 was ,christus uitverkoren4 ,hij is dan ook de eenige1 die in de ,schrift met name als een uitverkorene ,gods1 van voor de grondlegging der wereld1 wordt genoemd4 ,alle anderen die in het ,nieuwe ,testament uitverkoornen heeten1 ,paulus en de heiligen en beminden te ,rome of ,corinthe1 allen zijn uitverkoren met den ,heer4 ,zonder ,hem zijn zij niets4 ,zij zijn maar ranken1 ,hij is de wijnstok4 ,in ,hem ligt al hun kracht4 ,ik geloof1 dat gij in de uitverkiezing van ,christus gelooft4 ,wie uwer belijdt niet dat ,christus ,gods allerbeste gave is1 en dat in ,hem het meest de heerlijkheid ,gods is geopenbaard8 ,van al het werk ,gods is de ,heiland het middelpunt4 ,ook dit zegt ons het beeld van den wijnstok4 ,in ,palestina werd aan den wijnbouw veel zorg besteed4 ,op de helling van vruchtbare heuvelen werd de wijngaard aangelegd4 ,een muur werd om hem gebouwd4 ,een toren diende den wachters tot uitkijkplaats4 ,persbakken werden gemetseld of uitgehouwen in de rots4 ,dit alles geschiedde ter wille van den wijnstok4 ,hij was van al dezen arbeid het middelpunt4 ,nu heeft de hemelsche ,vader een schoone wereld geschapen4 ,hij heeft haar koninklijk versierd4 ,alles is gedaan wat aan dien wijngaard te doen was en van al dien arbeid is de ware wijnstok1 ,christus1 het middelpunt4 ,hij is de uitverkorene ,gods4 ,een wijnstok heeft ranken2 zij openbaren het leven van den boom1 zij dragen zijn vruchten4 ,zonder den wijnstok zijn de ranken niets4 ,maar als hij is uitverkoren zijn de ranken het ook4 ,van al de liefde die aan den boom gegeven wordt1 ontvangen de ranken hun deel4 ,zonder den wijnstok zijn de ranken niets4 ,deze eenvoudige waarheid wordt dikwerf vergeten4 ,er is een christendom zonder ,christus4 ,het trekt vele kringen aan2 het heeft de voorkeur van velen1 die in deze dagen wederom belijdenis afleggen van hun geloof4 ,maar zonder ,christus zijn wij niets4 ,in ieder mensch is een ledige plaats op ,hem berekend2 in ieder hart woont een heimwee1 dat ,hij alleen stillen kan4 ,hij is de wijnstok en de menschen zijn ,zijne ranken4 ,slechts met ,hem verbonden is hun leven krachtig1 en hun woord vol gezag4 ,zoodra wij ons losmaken van de persoonlijkheid van ,christus1 verbreken wij de gedachte der uitverkiezing4 ,dan zijn wij geen ranken van den wijnstok meer1 dus geen voorwerpen van 's ,vaders zorg1 geen eigendom van den hemelschen ,landman4 ,dan zijn wij slechts dorre takken voor het vuur bestemd4 ,met ,christus zijn wij uitverkoren4 ,met ,hem vereenigd waakt des ,vaders oog over ons en bearbeidt ons des ,vaders hand4 ,gelooft gij deze uitverkiezing niet8 ,wilt gij u van ,christus straks scheiden om eigen wegen te gaan8 ,of klinkt het nog heel duidelijk in u3 ,neen ,heer1 ik wil van ,u niet scheiden4 ,erkent gij dat ,hij woorden en krachten des eeuwigen levens heeft8 ,voelt gij dat ,hij de weg en de waarheid is8 ,belijdt gij3 zonder ,hem vermag ik niets1 met ,hem kan ik alles doen8 99 99 99 99 99 ,niet alleen met ,christus zijn wij uitverkoren1 in ,hem ook4 ,waartoe is een rank bestemd8 ,tot vruchtdragen zegt de ,heer4 ,de ranken moeten dus geleiders zijn van de levenssappen van den wijnstok4 ,dat is niet van alle ranken waar4 ,er zijn levende en doode ranken4 ,er zijn ranken1 die volkomen onvruchtbaar zijn4 ,van den waren wijnstok geldt dit evenzeer4 ,deze wijnstok doet zien1 dat er tweerlei ranken gevonden worden4 ,in den discipelkring treft men ,petrus en ,judas aan1 een levende en een doode rank4 ,in ,jeruzalem leven ,stefanus en ,ananias1 tweerlei rank4 ,in de kerk openbaren ,luther en de ,paus hun tegenwoordigheid1 en van alle menschen is het waar3 gij zijt een levende of een doode rank4 ,want allen zonder onderscheid zijn ranken van den wijnstok1 door den ,vader in deze wereld geplant4 't ,is maar de vraag of wij levende of doode ranken zijn4 ,het beeld van den wijnstok is m4i4 zulk een heerlijk beeld1 omdat zoo duidelijk gezegd wordt wie ranken zijn4 ,tot op dit oogenblik toe kan niemand den wijnstok inenten2 alle ranken behooren van nature hem toe4 ,zoo kan ook niemand op later leeftijd in ,christus worden ingeplant4 ,allen behooren ,hem van nature toe4 ,wij kunnen uitvallen1 wij kunnen verdorren1 maar wij behooren allen ,christus toe1 zooals elke rank van nature tot den wijnstok behoort4 ,ranken zijn we1 maar zijn wij levend of dood8 ,dat is een ernstige zaak1 want er is een groot onderscheid tusschen een levende en een doode rank6 ,een levende rank draagt veel vrucht1 een doode rank is voor het vuur4 ,de dorre rank wordt afgesneden4 ,weet gij wat dat zeggen wil8 ,dit is aangewezen te zijn op zichzelf4 ,in den storm alleen1 in de verleiding alleen4 ,geen toekomst bij de poorten des doods4 ,i,jdel ons werk4 ,verduisterd onze horizont4 ,afgesneden voor goed4 ,weet gij wat dat zeggen wil8 ,geen vergeving der zonden1 geen openbaring der liefde1 die alle dingen verdraagt4 ,geen oor geopend om naar het klagen van 't menschenhart te hooren4 ,geen hart met medelijden vervuld4 ,omringd van zonde en zelfzucht1 pijnlijk gekwetst door de ,kansvraag ben ik mijns broeders hoeder4 ,dit alles wil zeggen afgesneden van den waren wijnstok te zijn4 ,hoevelen zijn in ,christus' dagen doode ranken geweest6 ,zijn woord boeide hen misschien4 ,zij beleden en volgden ,hem1 maar op een afstand en tot op zekere hoogte4 ,zij voelden zich niet met ,hem een en niet in ,hem uitverkoren4 ,ten slotte gingen zij toch hun eigen weg4 ,nog altijd zijn er velen1 die ,christus oppervlakkig volgen1 en snellijk van ,hem verwijderd worden4 ,alleen de levende ranken zijn zij1 die in ,hem blijven4 ,zij leven ,zijn leven4 ,zij dragen ,zijn vrucht4 ,ze weten zich uitverkoren met ,hem niet alleen1 in ,hem ook4 ,gelooft gij aan deze heerlijke waarheid der uitverkiezing niet8 ,ziet dan maar rondom u en ge zult bemerken dat het leven telkens weer aantoont3 zonder ,christus geen waarachtig christelijk geloof en leven1 met ,christus alleen een bedenken van de dingen die boven zijn4 ,onderzoekt u zelven dan ernstig of gij levende dan wel doode ranken zijt4 99 99 99 99 99 ,wij zijn eindelijk ook uitverkoren voor ,christus4 ,de ranken moeten den roem van den wijnstok verhoogen4 ,daarom spreekt de ,heiland eerst van vrienden en dan van uitverkoornen4 ,vrienden toch kunnen en willen zichzelven z verloochenen dat ,christus eer ontvangt4 ,zij plaatsen ,hem op den voorgrond en treden zelf terug4 ,zij willen niets zijn1 opdat ,hij alles worde in hun en anderer leven4 ,zietdaar het heerlijk doel der uitverkiezing4 ,weinig wordt dit begrepen4 ,menigeen die een christen zich noemt1 zoekt de eer van ,christus niet te verhoogen4 ,daar is veel christelijk tooneelspel en bedrog4 ,velen willen niet van uitverkiezing weten1 omdat zij dan zichzelf moeten verliezen4 ,en anderen willen alleen uitverkorenen zijn1 omdat zij dan zichzelven kunnen verheerlijken1 maar geen van deze beide soorten van menschen kunnen ,christus' vrienden worden genoemd4 ,de ,schrift leert dat de uitverkiezing ten doel heeft ,christus' beeld te dragen1 ,christus' roem te verhoogen1 ,christus' liefde als den troost van het leven aan anderen te brengen4 ,in het veeltijds misbruikte woord ,rom4 #h3 #bi en #cj lezen we duidelijk het doel der uitverkiezing3 want1 die ,hij te voren gekend heeft1 die heeft ,hij ook te voren verordineerd den beelde ,zijns ,zoons gelijkvormig te worden4 ,christus moet wassen4 ,wij moeten minder worden4 ,maar slechts die ,jezus' vrienden zich weten1 willen ,zijne uitverkoornen zijn4 ,zij kussen de hand van den hemelschen ,hovenier als ,hij op wonderlijke wijze hun leven door middel van ,zijn snoeimes reinigt1 hen van levende ranken tot discipelen vormt1 tot vrienden heiligt en hun hunne uitverkiezing met en in en voor ,christus volkomen bewust maakt4 ,zij begrijpen dat druiven hitte van noode hebben om anderen te kunnen verkwikken en verbazen zich dus niet over de loutering van de smart1 die in hun leven wordt geopenbaard4 ,zij wachten en dulden4 ,immers niet in n oogenblik heeft deze ,vader in de hemelen zijn doel bereikt4 ,niet in n uur is ons hart rein voor ,god4 ,maar het komt4 ,reeds is het woord der verlossing gesproken4 ,straks zal de daad der verlossing volkomen zijn vervuld4 ,gelooft gij aan dit doel der uitverkiezing8 ,benaarstigt u dan uwe roeping en verkiezing vast te maken4 ,hoe kunnen wij dat doen8 ,door te blijven in den ,heer4 ,van nature behooren wij bij ,hem4 ,hij is de wijnstok en wij zijn de ranken4 ,hij is de verlosser en wij zijn de verloornen4 ,zoo laat ons dan in ,hem blijven4 ,dan dragen wij vrucht4 ,dan worden wij ons meer en meer bewust discipelen1 vrienden1 uitverkorenen te zijn4 ,de onvruchtbare rank moet afgesneden worden4 ,want de voortreffelijkheid van den stam blijft verborgen als de rank geen vrucht draagt4 ,slechts de levende rank is ,christus waardig4 ,zij blijft in ,hem en ,hij is haar leven en kracht4 ,laat ons dus in ,christus blijven4 ,allereerst in ,zijn woord4 ,het woord van ,christus wone rijkelijk in ons4 ,het leere ons bidden en danken1 het leere ons spreken al wat liefelijk is en wel luidt4 ,dat woord zij de toetssteen onzer gedachten1 de oordeeler onzer daden1 de bezieler van ons woord4 ,het zij de kracht van onze persoonlijkheid4 ,laat ons vervolgens blijven in de liefde4 ,toen ik nog in het bezit van een grooten pastorietuin was heb ik veel van de bloemen geleerd4 ,ik bemerkte dat de eene bloem de andere benadeelde en belemmerde in den groei4 ,wat schoon had kunnen zijn op zichzelf1 en een versiering van de omgeving1 werd nu tot schande en schade vaak4 ,zooals de eene bloem de andere vergiftigt of ziek maakt is dikwerf ook de eene mensch een schade voor een ander4 ,dat behoeft niet zoo te zijn4 ,gezegenden kunnen en moeten ten zegen zijn4 ,blijft in de liefde4 ,strooit hare bloemen rondom u4 ,brengt haar geuren in der armen hut en in het aanzienlijke huis4 ,blijft n als lidmaten van ,christus4 ,blijft vrienden van ,jezus en vrienden van ,zijn vrienden4 ,toont de praktijk der uitverkiezing1 in woord en wandel1 tot verheerlijking van uwen ,heiland en ,heer1 tot verhooging van uwe geestelijke kracht1 tot beveiliging van wat rondom u den ,heer losgelaten heeft4 ,,jeanne ,d',,arc ,jeanne d',arc--gij kent haar naam wel uit uwen schooltijd1 gij hebt misschien wel iets van haar leven gehoord1 misschien wel eens met haar gedweept4444 ,maar weet ge wel1 dat zij u iets persoonlijks te zeggen heeft8 ,zij is eene heilige1 die gij gerust zonder schade voor uw ,protestantsche geloof1 als zoodanig liefhebben en eeren moogt4 ,haar leven bloeit op als eene schoone bloem uit een moeras4 ,het ,frankrijk van hare dagen1 in de #ae;e eeuw1 verkeert in een ellendigen toestand4 ,inwendig wordt het land door tweedracht verscheurd4 ,wij geven geen nauwkeurig overzicht van den staatkundigen toestand dier dagen4 ,alleen dit3 om de regeering van ,frankrijk strijden twee partijen1 aan het hoofd der eene staat de hertog van ,orleans1 aan het hoofd der andere de hertog van ,bourgondi4 ,zij storen zich niet aan den eigenlijken koning4 ,deze is ,karel ,,vii1 zoolang zijn krankzinnige vader leeft1 de dauphyn genaamd4 ,karel ,,vii is machteloos4 ,frankrijks vijand is ,engeland1 dat reeds eeuwen lang beweerde rechten op ,frankrijk heeft uitgeoefend4 ,nu heeft zich de partij van ,bourgondi verbonden met ,engeland4 ,bij den dood van den krankzinnigen koning komt deze toestand3 het ,noorden van ,frankrijk met ,parijs1 de bourgeoisie en de ,bourgondische adel erkennen de ,engelsche regeering2 alleen het ,zuiden houdt vast aan den wettigen koning ,karel ,,vii en aan het recht van een eigen nationaliteit4 ,het is een tijd van groote ellende4 ,zedelijk staat de bevolking1 ook tengevolge van de langdurige twisten1 zeer laag4 ,de kerk is bedorven1 de priesters zijn slechte leidslieden4 ,plundering en hongersnood zijn telkens terugkeerende rampen4 ,in dezen tijd wordt ,jeanne d',arc geboren1 in #adab te ,domrmy1 een dorpje aan de grens van ,lotharingen4 ,zij is in dienst van haar armen vader1 en hoedt de schapen4 ,jeanne is een vroolijk kind1 en ook kinderlijk-geloovig4 ,zij kan lachen1 maar zit ook soms lang te peinzen4 ,met eigen oogen ziet zij de ellende van haar land1 zij hoort van den ,engelschen vijand en den ongelukkigen koning2 maar zij leeft ook nog in eene andere wereld1 de wereld van haar geloof4 ,oppervlakkige menschen1 welke te laag leven om het boven-natuurlijke te kunnen zien1 hebben van haar een dweepster gemaakt1 maar hare tijdgenooten zijn soms verbaasd over haar nuchterheid4 ,nog nooit heeft een dweepend mensch zulke verstandige dingen gedaan als zij1 die krijgsplannen ontwerpt met heusche generaals aan hare zijde1 die in den strijd als een echte veldheer leiding geeft1 die voor hare rechters in volle kalmte en groote scherpzinnigheid zich verdedigt4 ,als jong meisje heeft zij hare stemmen4 ,die spreken haar van eene taak4 ,zij moet ,frankrijk gaan bevrijden4 ,zij verzet zich4 ,evenals alle ware profeten roept zij uit3 zend mij niet6 ,maar zij moet gehoorzamen4 ,en ook deze profeet ontmoet den tegenstand van den eigen kring1 van ouders en vrienden4 ,zij zet door1 want zij moet de stem des hemels gehoorzamen4 ,en wanneer zij eindelijk bij haren koning1 bij ,karel ,,vii is1 weet zij ook hem te overtuigen van hare goddelijke roeping2 zij trotseert alle tegenwerking van de hofpartij1 van het legerbestuur1 van de priesters1 en zij krijgt een leger1 waarmede zij de haar opgedragen taak kan gaan vervullen3 haar vaderland bevrijden van den vijand1 haar koning op den troon brengen4 ,het optreden van deze jonge vrouw is een wonder4 ,wanneer de hevigste tegenstand van de leiders is gebroken1 groeit de geestdrift van het volk4 ,zij is als ,debora1 van wie het boek ,richteren ons verhaalt4 ,zij verzamelt de dapperen1 zij geeft het teeken tot den strijd1 zij bezielt en voert aan4 ,haar invloed is natuurlijk ook reinigend3 in haar leger verstommen de vloeken en wordt weder gebeden4 ,in het bijzijn van eene hoogstaande vrouw wordt de atmosfeer zuiver4 ,een wonder is haar moed4 ,zij neemt zelf deel aan den strijd1 en haar paard rent vooruit4 ,met #cjjj man komt zij in ,orleans1 de door de ,engelschen belegerde stad4 ,na hevige gevechten1 dikwijls bijna verslagen1 overwint deze troep1 omdat ,jeanne d',arc volhoudt en van geen wijken wil weten4 ,de ,engelschen worden verjaagd en ,orleans is bevrijd4 ,dan strijdt zij om haren koning gekroond te krijgen4 ,ongelooflijk is het te lezen1 hoe zij allen tegenstand overwint1 en ten slotte met ,karel ,,vii te ,reims komt4 ,het is de dag harer glorie1 wanneer in de oude ,kathedraal ,karel ,,vii op plechtige wijze wordt gekroond4 ,zij staat naast hem1 in krijgsdos1 met haar vaandel omhoog geheven4 ,maar de taal van haar zwaard en haar harnas staat geschreven op haar vaandel1 in deze beide woorden3 ,jsus1 ,maria4 ,voor haar is de strijd eene hemelsche roeping1 zij strijdt niet om buit1 om eer1 niet voor zichzelf1 zij strijdt voor ,jezus1 die haar land wil maken tot wat het zijn mag3 een vaderland4 ,zij voelt zich een met de vrouwen1 die in ,maria zien haar ideaal2 want ,maria heeft geluisterd naar ,gods stem1 ,hem gehoorzaamd1 en geleefd voor de zaak van het ,koninkrijk ,gods4 ,in zeer korte trekken heb ik de geschiedenis der overwinning van ,jeanne d',arc beschreven2 ook haar nederlaag1 daarna1 beschrijf ik met slechts enkele zinnen4 ,na de glorie komt de vernedering4 ,zij krijgt haar koning niet met zich mee2 degenen1 die haar trouw schuldig zijn1 laten haar in de steek4 ,zij verliest4 ,eindelijk weten de ,engelschen haar te vangen1 zij sluiten haar op in de gevangenis1 dan brengen zij haar op den brandstapel4 ,maar haar ideaal is ten slotte1 zonder haar1 toch vervuld3 ,frankrijk heeft de ,engelschen verjaagd4 ,zooals de geschiedschrijver het uitdrukt3 het zelfstandig volksbestaan van het ,fransche volk en de naam van ,jeanne d',arc1 deze twee kunnen nooit meer gescheiden worden4 99 99 99 99 99 ,in ,jeanne d',arc's leven is het bovennatuurlijke1 dat wat van ieder leven de echte rijkdom is4 ,in haar leven openbaart het zich op bijzondere wijze4 ,laten wij nu niet alleen letten op dat1 wat ,jeanne d',arc onderscheidt van ons1 maar verbaasd zijn over de kracht1 die te voorschijn komt uit een leven1 dat gelooft1 en zich nu gehoorzaam overgeeft aan de leiding van ,god4 ,wij hebben te veel het gevoel1 dat voor een bijzonder leven bijzondere dingen noodig zijn1 als bijvoorbeeld een stem uit den hemel1 of een gansch ongewoon talent1 en ondertusschen komen zoovelen om in het alledaagsche van het leven6 ,vinet zeide3 l'extraordinaire est le caractre de la vie chrtienne4 ,jeanne zeide als kind1 dat zij in het luiden der kerkklok de eeuwigheid hoorde4 ,die kerkklok is toch in ieder leven wel1 als er nu maar ooren zijn om te luisteren6 ,wie aldus zijne ooren oefent1 krijgt zulk een fijn gehoor1 dat hij stemmen hoort1 op hetzelfde oogenblik1 dat een ander niets verneemt4 ,men begrijpe mij goed3 ik redeneer het wonder niet weg uit ,jeanne d',arc's leven2 ik getuig alleen maar1 dat het wonder komt1 als eene gave ,gods1 tot menschen1 die in staat zijn op nog iets anders te letten dan op stoffelijke dingen1 en naar iets anders te luisteren dan naar de eigen gedachten4 ,de voorwaarde voor het ontvangen van groote dingen ligt voor een aanzienlijk deel in het open zijn van onze oogen en ooren1 en in onze houding4 ,er is in het leven van ,jeanne d',arc een beginsel van groote beteekenis1 dat eigenlijk kinderlijk eenvoudig schijnt1 maar tot daden brengt1 die overwinningen zijn4 ,het is dit beginsel3 wat zijn moet1 wat gebeuren moet1 is de zaak van ,christus4 ,dat is de getuigenis van haar vaandel3 ,jsus6 ,het is ,zijn zaak6 ,hoe veel sterker zou ons leven worden1 wanneer wij dit konden gelooven6 ,nu blijft er zooveel onbereikt1 zoovele idealen worden prijs gegeven1 zooveel jonge energie wordt door machteloosheid verlamd1 omdat men niet verstandig genoeg is--gelooven is ten slotte weer verstandig zijn6--om ,hem de leiding te geven1 die de macht heeft de overwinning te brengen4 ,de ,engelsche schrijver ,chesterton zet ,jeanne d',arc naast ,tolstoi en ,nietzsche4 ,er behoort durf toe dit te doen2 mag een kind wel binnenkomen in het gezelschap van zulke geweldige reuzen8 ,in onze jonge jaren bewijzen wij1 weinigen ontkomen er aan1 onze eerbiedige hulde aan ,nietzsche2 heerlijk die reuzenkracht6 heerlijk die voor-niets-terugdeinzende woede6 heerlijk dat smalen op alles wat gewoon is6 ,later komt bij velen de bewondering van ,tolstoi4 ,de ernst breekt door in ons leven2 wij willen iets absoluuts2 wij zien overal schijn en leugen1 wij dweepen met het ongewone4 ,zijn wij verder gekomen1 dan zien wij de meerdere grootheid van ,jeanne d',arc4 ,chesterton zegt het zoo goed3 ik dacht aan al wat edel is in ,tolstoi1 aan zijne vreugde in eenvoudige zaken1 vooral in eenvoudig medelijden1 in de werkelijkheid der aarde1 in den eerbied voor de armen1 in de waardigheid van den gebogen rug4 ,jeanne d',arc bezat dat alles1 maar daarbij ook nog deze zaak1 dat zij niet alleen armoede bewonderde1 maar ook armoede leed1 terwijl ,tolstoi slechts een gewoon aristocraat is1 die het geheim der armoede tracht na te vorschen4 ,en ik dacht aan alles1 dat stoutmoedig en grootsch en pathetisch was in den ongelukkigen ,nietzsche1 en aan een verzet tegen de ledigheid en vreesachtigheid van onze eeuw4 ,ik dacht aan zijn kreet om het zielsverrukkend evenwicht van gevaar1 aan zijn honger naar het hoefgetrappel van zware strijdrossen1 aan zijn oorlogskreet4 ,maar ,jeanne d',arc bezat dat alles1 en wederom met dit verschil1 dat zij den krijg niet prees1 maar krijg voerde4 ,wij weten1 dat zij niet vervaard was voor een leger1 terwijl ,nietzsche misschien bang was voor een koe4 ,tolstoi prees slechts den boer2 zij was boer4 ,nietzsche prees slechts den strijder2 zij was strijder4 ,zij overtrof beide in hun eigen tegenstrijdige idealen2 zij was zachtaardiger dan de een1 geweldiger dan de ander4 ,toch was zij een volkomen praktisch persoon1 terwijl de anderen ijdele droomers zijn1 die niets doen4 ,tot zoover ,chesterton4 ,in ,jeanne d',arc's leven is niet alleen eene gedachte1 maar ook een daad4 ,die gedachte heeft op 't eerste gezicht iets onvrouwelijks4 ,maar wie dieper ziet1 verstaat het verhevene dezer gedachte4 ,het is barmhartig om te strijden en tot den strijd aan te vuren1 wanneer de heiligste goederen worden bedreigd4 ,tot jonge menschen spreek ik1 zelf ook nog jong4 ,laat u toch nooit overhalen het zwaard en het vaandel weg te bergen6 ,onze tijd is vol van gedachten4 ,iedere kring heeft zijn profeet4 ,maar hij is een valsche profeet1 wanneer hij ons niet bezielt tot de daad4 ,en wanneer wij nu verstaan1 dat van ons de daad wordt gevraagd1 de strijd1 het offer1 dan is daar slechts ,een1 die ons overwinnen doet1 dat is de ,meester van ,jeanne d',arc4 ,want met ,jezus verliezen wij onszelf1 en onze strijd wordt strijd ,gods1 en dus altijd overwinning6 ,ook de brandstapel1 waarop ,jeanne d',arc sterft1 is een teeken harer overwinning4 ,het is beter te sterven in den dienst van eene roeping dan in het leven te blijven1 en schade te lijden aan de ziel4 ,de ziel lijdt schade1 hopeloos schade1 wanneer zij geen idealen bezit1 of ze verloren heeft6 ,,met ,,de ,,helden ,die menschen hebben het ,christendom toch wel zeer slecht begrepen1 welke het beschuldigen dit leven saai en doodsch te maken4 ,de eenige verontschuldiging voor hunne onkunde is dat zij vele ,christenen hebben gezien1 in wier leven gloed en rijkdom ontbreken4 ,chesterton zegt ergens1 op zijne eigenaardige manier3 christelijke leer en christelijke tucht mogen muren zijn1 maar zij zijn de muren van een speeltuin4 ,het ,christendom is de eenige omlijsting1 waarin het genot van het heidendom bewaard is4 ,de ,bijbel is het boek1 dat ons den toegang tot de wereld opent4 ,wel is de weg om de wereld te winnen de weg van het kruis2 maar het gaat ten slotte toch om het veroveren van de wereld1 haar rijkdom1 haar weelde1 hare heerlijkheid4 ,eene der eigenschappen van den geloovige is heldhaftigheid4 ,telkens wordt het oordeel uitgesproken over een mensch1 die vreest4 ,wanneer op een der laatste bladzijden van den ,bijbel geteekend wordt de heerlijkheid der nieuwe wereld1 worden buitengesloten buiten het genieten daarvan3 de vreesachtigen4 ,in het lied van ,debora lezen wij1 ,richteren #e3 #bc3 ,vloekt ,meroz1 zegt de ,engel des ,heeren1 vloekt hare inwoners geduriglijk2 omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des ,heeren1 tot de hulp des ,heeren met de helden4 ,debora duldt niet1 dat haar volk1 het volk ,gods1 wordt onderdrukt door de goddelooze ,kananieten4 ,in ,isral is het ware1 het schoone1 bij de ,kananieten de schijn en de leugen4 ,debora bezielt de helden1 zij werpen het smadelijke juk af1 en bij ,isral wordt weer gezien de schoonheid van het licht1 zij zijn als de zon1 die opgaat in hare kracht4 ,maar nu zijn er1 die thuisbleven3 de inwoners van ,meroz4 ,de ,engel des ,heeren vloekt hen4 ,de helden gingen uit om1 met ,god1 te strijden voor wat waar en schoon is1 maar zij bleven achter1 waren bang1 waren lauw1 misten idealisme3 dat is hunne blijvende schande4 ,zij zijn niet geweest met de helden4 ,mij klinkt dit krasse woord tegen ,meroz in de ooren als een woord ook tegen velen onzer tijdgenooten4 ,er zijn ,goddank ook nu nog helden4 ,dat zijn de menschen1 die idealen hebben1 en nu voor die idealen willen strijden4 ,dat zijn de menschen1 die strijden voor recht en waarheid1 voor een beginsel1 voor eene heilige zaak4 ,maar zij ontmoeten niet alleen vijanden1 die zich verzetten tegen hen1 uit afkeer van het ware en reine en heilige2 zij ontmoeten ook vreesachtigen1 en menschen1 die met de koude van hun cynisme en met de armoede van hun twijfel den gloed willen dooven en de rijke idealen willen vernielen4 ,hoevele jonge menschen zijn door hen gehinderd1 misschien wel verlamd door hun kritiek6 ,het is niet gemakkelijk in deze wereld zijn idealen te behouden6 ,natuurlijk is in ieder leven een ideaal een teer bezit1 omdat ieder leven gevaar loopt ruw en onheilig te worden4 ,maar3 o die menschen6 ,zij beginnen reeds met de kinderen te willen verhinderen tot ,jezus te komen4 ,zij kritiseeren alles1 zij kunnen zoo weinig geestdriftig worden1 zij hebben zoo weinig geloof4 ,zooals in de lente n koude zucht vele jonge knoppen kan vernielen1 is ook hier dat gevaar4 ,toen ik jong was1 had ik ook dat ideaal zegt de oudere1 ook ik had roeping1 ook ik stelde mij voor1 dat het zoo zou zijn1 zooals gij het u nu voorstelt444 wacht maar444 gij zult ook wel anders leeren444 ,kan de oudere dit woord niet inhouden1 en in de stilte weenen1 dat de jeugd voorbij is1 en bidden1 bidden dat de jongeren winnen8 ,er is in deze wereld een zuiging naar beneden1 en beneden sterven wij door gebrek aan lucht4 ,deze wereld heeft hare helden4 ,zij zijn er op ieder levensterrein4 ,de rijkdom van het leven openbaart zich in vele gaven2 de helden zijn mannen en vrouwen van allerlei stand en gedaante4 ,ieder1 die het leven ingaat1 vindt menschen1 die dragers zijn van zijn ideaal4 ,hij wordt niet gedwongen1 maar mag kiezen4 ,indien hij maar niet thuis blijft en werkeloos6 ,ik raad u aan3 lees den ,bijbel4 ,hij geeft u de zekerheid1 dat er voor u in dit leven eene taak ligt4 ,indien gij deze zekerheid hebt gekregen1 wees dan blijde1 dat gij uwe taak moogt vervullen op uw eigen wijze2 gij behoeft u niet te laten verminken door een harnas1 dat u niet past2 gij kunt u zelf blijven1 mits gij held wilt worden4 ,want heldhaftigheid wordt van u gevraagd4 ,en1 indien het u ernst is1 ontmoet gij ,christus4 ,die bidt voor u1 niet dat ,god u uit de wereld wegneemt1 maar bewaart voor den booze4 ,de helden winnen het4 ,indien gij met de helden voor ,gods zaak in deze wereld strijd1 blijft gij bewaard voor den vloek1 en deelt in de overwinning4 ,,jozef ,gen4 #ci3 #i;b hoe zoude ik dit een zoo groot kwaad doen1 en zondigen tegen ,god8 ,de meesten onzer hebben wel een tijd lang moeite gehad--misschien hebben wij het nog--om ,jozef een aantrekkelijk man te vinden4 ,hij wordt misschien wel eens te veel voorgesteld aan de kinderen als een model2 zijne geschiedenis is het succes-verhaal op de ,zondagschool4 ,maar is hij niet een droomer8 een pedante jongen8 een verklikker van de zonden der broers8 ,er is wel eenige reden om moeite te hebben met de bewondering voor ,jozef4 ,totdat wij zijne grootheid hebben gevonden1 zooals zij openbaar wordt in het huis van ,potifar4 ,wanneer wij haar daar hebben gezien1 gaan wij ook de andere dingen beter begrijpen3 hij is van het begin af een bijzonder kind2 een1 die evenals het kind ,jezus1 zou geantwoord hebben1 wanneer wij hem vroegen waarom doet gij zoo83 weet gij niet1 dat ik moet zijn in de dingen mijns ,vaders8 ,er is iets naefs in ,jozef1 kinderlijk is hij tegenover zijnen ,god4 ,en1 wanneer hij een jonge man is geworden1 blijkt hij bestand tegen de verleiding3 zijn ,god is hem alles1 hij is een kind des ,vaders1 die in de hemelen is4 ,wij kennen het verhaal van ,jozef en ,potifar's vrouw4 ,wanneer dit verhaal wordt gelezen1 zijn er onreine gedachten bij menschen1 die1 als zij aan hunne moeder of zuster denken1 zich moeten schamen4 ,van dit verhaal wordt een roman gemaakt1 of een tooneelstuk4 ,het vorige jaar was ,jozef en ,potifar's vrouw de clou van de tooneelwereld4 ,de nieuwe opera had succes1 straks na den oorlog keert dat succes weer terug2 de muziek is verleidelijk-mooi1 de strijd tusschen de vrouw en ,jozef boeit1 de reine jongeling wordt bedreigd door de netten van de sluwe1 schoone vrouw4 ,dat gloeien en laaien van den hartstocht houdt den toeschouwer in voortdurende spanning4 ,het publiek komt kijken1 en bewonderen4 ,en de menschen vergeten1 dat vlak bij1 in de stad1 levens onder gaan door de verleiding1 op de straten ligt hier en daar gebroken porcelein2 daar loopt een verliederlijkte vrouw1 die had moeten blijven vrouw1 in den hoogen heiligen zin van het woord2 er zwerven stumpers rond1 ongelukkige kinderen1 die slachtoffers zijn van de zonde2 zij komen in gestichten terecht2 en die ongelukkigen klagen ons aan1 ook ons1 want de wereld wordt slecht gemaakt door de slechtheid der menschen6 ,het is toch eigenlijk onmogelijk te genieten van het spel der hartstochten1 en muziek te maken bij al dat gebeuren van vreeselijke dingen6 ,jozef heeft een afschuw van de zonde4 ,dat is zijn grootheid4 ,hij geeft een schreeuw van angst1 dat is zijne kracht4 ,wij leven in een tijd1 waarin de afschuw hoe langer zoo minder wordt4 ,het kwaad wordt weggeredeneerd1 het wordt verklaard1 het wordt geduld1 en heet nu geen kwaad meer1 maar onvolmaaktheid4 ,jozef weet van het kwaad1 en schrikt er voor terug4 ,nu heeft hij een zwaren strijd1 nu vindt hij overal tegenwerking en tegenspoed2 maar de winst is1 dat hij idealen kan behouden4 ,wie met de zonde speelt1 haar toelaat1 moet den duren prijs betalen van het verloren gaan der idealen6 ,hoevelen1 ook in onzen kring1 zijn arm aan geestelijke schatten6 ,er is gebrek aan idealisme4 ,is er geen oorzaak8 ,en ,jozef6 toen hij sterven ging1 bezat hij nog idealen6 ,hij sterft in een vreemd land1 maar zijn oog ziet eene schoone toekomst1 begraaf mij in het beloofde land zegt hij2 zijne oogen stralen bij de gedachte aan de heerlijkheid van ,gods belofte4 ,wie onzer zal op dezelfde wijze oud worden en den dood tegemoet gaan8 99 99 99 99 99 ,wat is het geheim van ,jozef's leven8 ,hij leeft met ,god4 ,god is voor hem een levende ,god1 een ,god1 die recht heeft op zijn leven4 ,daarom heeft ,jozef de macht de zonde te overwinnen4 ,er zijn allerlei middelen om zich tegen de zonde te verdedigen4 ,ik noem de vrees voor straf4 ,deze vrees is geen ondeugdelijk middel2 toch voelen wij goed1 dat wij1 uit vrees voor straf de zonde afwerend1 nooit zullen komen tot wezenlijke grootheid4 ,dan is daar3 de eer4 ,jozef noemt haar ook4 ,zie vs4 #h en #i4 ,het is de eer van ,jozef om dankbaar te blijven voor het vertrouwen1 dat ,potifar hem heeft geschonken4 ,onze eer is een kostbaar bezit2 in den strijd tegen de zonde is zij een vaandel1 dat helpen kan en zal om staande te blijven en vol te houden4 ,maar dit vaandel kan zinken4 ,en dan8 ,er wordt geredeneerd4 ,jozef zou nu1 in de ure der verleiding1 ook kunnen redeneeren4 ,de vrouw is ongelukkig getrouwd2 zij vindt in haren man geen bevrediging2 er is geen echte liefde4444 ,daar zinkt het vaandel1 en de strijd wordt opgegeven4 ,dit gebeurt telkens1 nietwaar8 ook in onzen tijd4 ,er is een andere steun in ons leven4 ,dat is de steun1 die een mensch ons geven kan1 een vriend1 een man of vrouw1 die wij eeren4 ,ook ,jozef heeft dien steun3 hij herinnert er aan1 wanneer hij 't uitspreekt1 dat hij ontrouw zou zijn aan de vriendschap van ,potifar3 al wat hij heeft1 heeft hij in mijne hand gegeven4 ,zoo hebben ook wij dien rijkdom4 ,een vader1 eene moeder1 een geliefde1 de vriendschap van een hoogstaand mensch4 ,maar3 moeder sterft1 haar licht schijnt nog na1 en gaat dan uit4 ,en vader is toch ook een zondig mensch2 wij krijgen oog voor zijne zonde1 en van dit oogenblik af steunt hij ons niet meer1 zooals vroeger4 ,vader en moeder verlaten ons4 ,de mensch is1 zooals een profeet het uitdrukte1 een rietstaf1 die afbreekt in de hand van hem1 die daarop leunt4 ,vader en moeder bidden voor ons4 ,waarom8 ,omdat zij ons niet vasthouden kunnen1 maar ,god kan het wel4 ,door ,god komt de hoogste ernst in ons leven4 ,ik herinner me nog--schrijft eene moeder--hoe mijn kleine jongen1 toen hij een jaar of vijf was en ik zooals gewoonlijk op een avond bij zijn bedje zat1 terwijl hij zijn gebedje opzei1 mij plotseling vroeg3 ,moeder1 wie van ons beiden is nu het heiligst8 ,ik weifelde een oogenblik en zei toen3 ik denk wel van jij1 mijn jongen1 omdat je nog zoo kort geleden bij ,god waart4 ,toen zei het kind met een peinzende uitdrukking in zijne mooie kinderoogen1 terwijl hij ernstig zijn blond kopje schudde3 neen1 ik dacht juist van moeder1 omdat moeder toch gauw weer naar ,god teruggaat4 ,dat gesprek geeft geen diepe wijsheid1 zeker niet de hoogste wijsheid4 ,toch getuigt het1 van de heiligheid des levens4 ,want het leven komt van1 en gaat tot ,god4 ,wie weet1 dat ,god er is1 weet1 dat elk oogenblik van ons leven de nabijheid ,gods heeft4 ,zoo komt er ontzag1 vreeze ,gods4 ,deze vrees is geen bangheid1 maar eerbied4 ,hoe heilig is ons leven6 ,het zijn niet de minst sterken1 die gebogen gaan onder den ernst van hun leven4 ,zij hebben een gevoel van verantwoordelijkheid3 hun is iets kostbaars toevertrouwd1 zij vreezen het te verliezen1 ja ook de beschadiging van dat kostbare leven zou ontzettend zijn4 ,maar er is meer4 ,de heiligheid van ons leven is ten slotte hierin gelegen3 dat ,god ons lief heeft4 ,jozef is in aanraking gekomen met die wonderbare liefde ,gods1 zij heeft zijn leven gemaakt tot een heiligdom4 ,nu wil de duivel daarbinnen4 ,dat kan niet1 dat mag niet1 ,jozef verdedigt het heiligdom1 desnoods zal hij vallen voor deze heilige zaak4 ,zou ik zondigen1 en ,gods liefde bedroeven8 ,wie ,gods liefde heeft gezien1 is door haar gegrepen1 om nu voortaan zijn leven ,hem te wijden4 ,zonde is vreeselijk2 want zij tast het allerhoogste aan3 de liefde ,gods4 ,jozef's leven is vol tegenspoed4 ,wanneer hij de zonde ontvlucht1 ontvangt hij het kruis4 ,dit is de wet des levens1 ook voor ons4 ,maar wie de liefde ,gods kent1 verkiest liever met het volk van ,god kwalijk gehandeld te worden1 dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben4 ,want hij ziet op de vergelding des loons4 ,dat loon ligt niet in de toekomst1 maar is reeds nu de zaligheid4 ,want die ,gods liefde geniet1 weet1 dat nabij ,god te zijn het allerhoogste goed is1 het eenige1 dat wezenlijk goed is4 ,jozef is de man1 die volstrekt niet afkeerig is van de schoonheid en macht der wereld1 er is in zijn leven plaats voor een troon2 maar alleen ,gods heerlijkheid kan die wereld voor hem heerlijk maken4 ,dat geloof is de grootheid van ,jozef's leven4 ,,somberheid ,wat zijn dat voor redenen1 die gij al wandelend met elkander wisselt8 vraagde de ,heer aan ,kleopas en zijn metgezel4 ,en zij staarden somber voor zich heen4 ,hoe is 't mogelijk1 vraagt men zich af1 dat menschen somber zien1 met wie de ,heiland wandelt op den weg8 ,dat was voor deze beide ,emmasgangers alleen mogelijk1 omdat zij ,hem niet kenden1 omdat hun oogen werden gehouden4 ,straks1 als hun oogen opengaan1 verdwijnt alle somberheid als sneeuw voor de zon1 en blijft er niets over dan blijdschap4 ,en zij vragen zich met verbazing af1 hoe 't toch mogelijk was1 dat weinige uren te voren hun hart nog zonder reden zoo vervuld was van droefheid1 terwijl toch de ,heiland leefde en er alleen oorzaak was om blijde te zijn4 ,wordt nu in die ,emmasgangers1 vr zij den ,heer hadden herkend1 niet de toestand geteekend van zoo menig ,christen8 ,illustratie ,een ,christen behoort blijde te zijn2 het is zijn recht en zijn plicht4 ,want hij heeft den eenigen waren levensgrond gevonden4 ,en die zekerheid met hem met blijdschap vervullen4 ,wanneer dus de blijdschap ontbreekt1 is dat een bewijs1 dat ook de zekerheid ontbreekt4 ,en een ,christendom zonder zekerheid1 zonder vasten grond1 en dus zonder blijdschap1 mag den naam van ,christendom niet dragen4 ,een mensch kan ,christus in zijn onmiddellijke nabijheid hebben en ,hem toch niet herkennen1 en dus toch de blijdschap des geloofs missen4 ,hoevele ,christenen staren somber voor zich heen1 gaan moeilijk het leven door2 tobben1 klagen en murmureeren6 ,en het kn zoo anders zijn6 ,het mest zoo anders zijn6 ,jezus is bij hen4 ,maar zij1 zij herkennen ,hem niet4 ,door ongeloof1 wereldzin1 aardschgezindheid1 zondelust1 worden hun oogen gehouden4 ,och1 dat hun oogen mochten opengaan6 ,hoe anders zou hun leven worden6 ,,moed ,wat in het dagelijksch leven moed en doodsverachting wordt genoemd1 verdient dien naam niet of nauwlijks4 ,de krijgsman1 die in het vuur gaat de kogels tegemoet1 doet 't toch vooral in een zekere opwinding1 in een vergeten van zichzelf en al het zijne1 anders ging hij onmiddellijk terug4 ,zelfmoord1 waartoe naar het gewone zeggen1 altijd een soort van moed behoort1 komt toch1 wl beschouwd1 voort uit een niet-aandurven van het leven met zijn moeite en zijn strijd4 ,moed behoort er toe1 om1 niet in ijdele zelfvergetelheid1 maar in fiere zelfbewustheid voor zijn overtuiging uit te komen4 ,en om ,jezus' naam smaadheid te lijden1 uitgelachen en bespot te worden en toch vol te houden in woord en gedrag dien naam te belijden--dat is de hoogste1 ja1 eigenlijk de eenige moed4 ,de langmoedige is beter dan de sterke1 zegt de spreukendichter2 en die heerscht over zijn geest1 dan die een stad inneemt4 ,,dansen ,en ze had er zich nog al zoo veel van voorgesteld6 ,toen haar baljapon van de naaister was gekomen1 had ze die over de pop gehangen en er met innig welgevallen naar gekeken4 ,het was juist de kleur1 die hij zoo gaarne zag2 op 't laatste concert had hij 't haar nog gezegd4 ,en ze wist ook wel1 dat die kleur haar goed stond met haar mooi donker haar en bruine oogen en slanke figuur4 ,maar bovenal had ze zich er op verheugd hem te kunnen toonen1 dat zijn oordeel haar niet onverschillig was4 ,ze had moeten belooven de eerste twee walsen voor hem vrij te houden en toen nu kort voor 't bal zijn bouquet van lichtrose anjers was gekomen1 had ze in verrukking haar gezichtje diep in de bloemen verborgen4 ,maar hoe wreed was ze teleurgesteld geworden6 ,terwijl ze met haar ouders naar huis reed1 moest ze zich op de lippen bijten om niet in huilen uit te barsten4 ,geen woord had hij van haar nieuwe japon gezegd4 ,de twee haar verschuldigde walsen had hij plichtmatig met haar afgedanst en haar onderwijl een paar vriendelijkheden gezegd1 die haar niets hadden kunnen schelen4 ,want ze had heel goed opgemerkt1 dat hij den ganschen avond met een paar anderen had heengefladderd om de engelsche loge van mevrouw v4 ,h4 ,zoo'n flirt6 ,en wat of ze toch aan zoo'n kind vonden met haar rood haar en zomersproeten6 ,haar vader had reeds een paar maal op zijn horloge gekeken en door enkele hartgrondige geeuwen niet onduidelijk te kennen gegeven1 dat de heele boel hem geweldig begon te vervelen4 ,ze was dan ook maar blijde geweest1 dat er eindelijk een eind aan kwam4 ,toen ze met haar ouders wegging1 had hij 't niet eens gemerkt en 't liefst had zij de bouquet op de bank in de vestiaire laten liggen4 ,maar zij wilde de eer aan zich zelve houden1 dus gingen de bloemen me in 't rijtuig4 ,daar had ze 't telkens bijna te kwaad gekregen4 ,gelukkig echter had haar vader voor de noodige afleiding gezorgd door maar steeds te zitten brommen over dat ellendige nachtbraken en telkens te verzekeren1 dat dit de laatste maal was1 dat hij naar zulke danspartijen meging3 voortaan moest zijn vrouw alleen maar meegaan4 ,eindelijk was ze op haar kamer4 ,ze wierp de bloemen op den eersten stoel den beste1 trok haar baljapon haastig uit1 lei die achteloos op de sofa en wierp haar flanellen nachtkleed om4 ,het was niet noodig licht op te steken1 want de maan scheen vol in haar kamer4 ,ze ging voor 't raam staan en staarde naar buiten1 waar de tuin dik onder den sneeuw lag1 terwijl zij haar tranen den vrijen loop liet---------------------------- 99 99 99 99 99 ,is dat een bladzijde uit den een of anderen roman8 't ,kan best1 want we hebben hier de noodige gegevens bij elkaar3 een knap jong meisje1 een ontrouwen minnaar1 een brommerigen papa1 een bal1 bloemen1 tranen1 ja zelfs maneschijn4 ,een bladzijde uit een roman8 ,ach1 het is de bladzijde uit menig1 menig levensboek1 alledaagsch1 als gij wilt1 maar is het leven van alle dagen niet alledaagsch8 ,wanneer ik eens ging schrijven over 't leed1 dat achter de schittering van balzalen verborgen ligt6 ,wanneer ik eens ging uitweiden over al de ellende1 die de ouders hun kinderen berokkenen door ze de uitgaande wereld in te sturen6 ,ik moet wel6 zeide mij eens een moeder1 die 't zelve heel naar vond1 dat haar kind de wereld inging1 maar van oordeel was 't aan haar stand verplicht te zijn4 ,ik ken ouders1 die blij waren1 dat ze door de een of andere omstandigheid hun dochter dat jaar nog niet behoefden te laten uitgaan4 ,want1 ziet u1 ze is nog zoo jong1 en als ze 't volgend jaar een jaartje ouder is1 kan ze er beter tegen4767 ,nu willen wij geen lange verhandeling over 't dansen gaan schrijven4 't ,zou anders zeer belangwekkend zijn na te gaan1 hoe er in de verschillende eeuwen en onder de verschillende volken gedanst is en gedanst wordt4 ,misschien is dat een vak van studie aan de dansacademies1 die in verscheidene groote steden van ons lieve vaderland worden gevonden4 ,wij zouden kunnen gaan schrijven over het dansen als kunstuiting1 en psychologische beschouwingen kunnen vastknoopen aan de symboliek van lijnen en vormen1 houdingen en standen4 ,zoo'n dansende juffrouw1 een levend kunstwerk6 ,wij zouden kunnen spreken over de sierlijkheid van beweging1 en onderzoek kunnen gaan doen naar de juistheid van expressie1 wanneer innerlijke gemoedstoestanden als vreugde1 schrik1 twijfel1 vrees1 wanhoop door uiterlijke lichaamsstanden al dansende uit de sfeer van 't innerlijke in de wereld der zichtbare vormen worden uitgedragen4 ,wij zouden ook kunnen spreken over de onzedelijkheid van het dansen1 maar wij zijn bevreesd voor de verontwaardiging van hen1 die ons als vunzige zielen verre van zich zouden terugwijzen1 omdat wij 't waagden het reine en verhevene met onze onreine gedachten te bezoedelen6 ,daar zijn er1 die 't dansen afkeuren1 omdat 't dansen van ,herodias' dochtertje ,johannes den ,dooper den dood heeft gebracht4 ,mij dunkt1 dat is nog al gezocht1 en 't zal wel niet noodig zijn op dergelijke redeneeringen in te gaan4 ,allerlei bezwaren1 tegen het dansen ingebracht1 zouden1 vrees ik1 precies de tegenovergestelde uitwerking hebben op jonge meisjes1 die 't dansen eenvoudig dol vinden en zich heusch niet door nurksche opmerkingen daarvan zullen laten terughouden4 ,is het dan ook niet heerlijk8 ,is het niet een gansch bijzonder genot op de maat van een goed gespeelde wals de zaal door te zweven1 megevoerd als in een maalstroom van kleuren en tonen1 gedragen op de vleugelen van meesleepende muziek1 den grond nauwelijks aanrakende1 levende als in een droom1 de oogen half gesloten1 de mond tot een glimlach flauw geplooid1 indrinkende met volle teugen de zalige bedwelming van 't oogenblik1 zich gevende aan de onbezorgde blijheid der jeugd8 ,maar is dat alles onschuldig8 ,het lijkt zoo1 maar meestal zijn de dingen niet zoo onschuldig1 als zij lijken6 ,gelooft gij niet1 dat de bekoring van een meesleepende wals op menig jong hart een zeer slechten invloed kan hebben8 ,is zinnelijkheid niet altijd 's menschen gevaarlijkste vijand1 vooral wanneer zij zich in zoo verfijnden vorm openbaart8 ,daar is zeer zeker menig jonge man en menig jong meisje1 die terecht zich diep beleedigd zouden gevoelen1 wanneer iemand maar eenigszins aan de reinheid van hun gedachten of bedoelingen twijfelde4 ,we willen dan ook niet nader daarop ingaan en er alleen op wijzen1 dat er jonge menschen kunnen zijn1 op wie deze dingen een slechten invloed hebben4 ,maar wij spreken niet over het dansen in het algemeen1 maar over alles1 wat daarmede in verband staat1 en meer bepaald over de bals der uitgaande wereld4 ,dansen op zich zelf is het onschuldigste werk1 dat zich denken laat4 ,kinderen doen het al1 wanneer zij blijde zijn4 ,als 't dansen was een uiting van natuurlijke blijheid1 dan zou ik zeggen3 dans maar zooveel je wilt4 ,wanneer ik jonge menschen met elkaar een walsje zie doen1 en dan jongens met meisjes1 want die zoeken elkaar toch1 natuurlijk6 dan denk ik gedurig3 men moet toch ook al een principieele brombeer zijn om daarin iets kwaads te zien6 ,en ik vind het ook geen bewijs van hoogstaande moraliteit om altijd iets achter de dingen te zoeken4 ,kinderen op de bewaarschool leeren al figuurtjes loopen en patertje langs den kant kennen de kinderen al1 zoodra ze maar even op hun kleine beentjes staan4 ,en zouden de kinderen1 ouder wordende1 dat alles niet mogen ontwikkelen8 ,maar alles wordt anders1 wanneer wij spreken over de bals der uitgaande wereld4 ,daar zien wij het leven in al zijn uitwendigheid en oppervlakkigheid1 daar ontbreekt ten eenenmale1 wat aan 't leven zijn eigenlijke bekoring geeft3 de eenvoud4 ,de mensch heeft van nature den eenvoud lief4 ,geef een kind een kast vol mooi speelgoed3 zijn liefste stuk zal zijn een geschilderd paard met drie poten1 of een gebreide pop met kralen oogjes en zemelende beenen4 ,de ellende der wereld is1 dat zij ons den eenvoud afhandig maakt4 ,de ellendigste dingen zijn kinderbals4 ,daar wordt de eenvoud der kinderen vermoord4 ,ouders1 die kinderbals geven1 beseffen niet1 hoeveel kwaad zij daarmede doen6 ,ik weet van jongetjes van acht jaar1 die er heen gingen in miniatuur rokje1 ja heusch1 en frac6 en een bouquet gaven aan hun dame1 met wie ze soupeerden6 ,is het niet meer dan belachelijk8 ,het is misdadig1 en de eenige verontschuldiging voor de ouders is hun kortzichtigheid4 ,kinderbals1 kinderoperettes en dergelijke nonsens zijn de beste middelen om kinderen in den grond te bederven4 ,een goede opvoeding moet juist alles doen om den eenvoud van het kind te bewaren4 ,de wereld is er op uit om in de harten van kinderen reeds vroeg de begeerte te wekken naar uiterlijken glans en schijn4 ,en mogen nu ,christenouders daaraan mededoen8 ,en wat is een bal in optima forma anders dan de wereld in haar uiterlijken glans8 ,dr dansen de mooiste meisjes het meest en verzamelen de grootste flirten de meeste heeren om zich heen4 ,dr blijven de minder knappe als muurbloemetjes zitten1 of worden een paar maal uit beleefdheid jegens papa en mama afgedanst4 ,dr wordt gewerkt op de ijdelheid der meisjes en van de zwakke zijde van het vrouwelijk geslacht op de meest brutale wijze partij getrokken4 ,en nu is er1 dunkt mij1 niets weerzinwekkenders dan wanneer men anderer zwakheid gebruikt tot eigen vermaak4 ,heeren1 op wier zedelijk leven veel1 zeer veel is aan te merken1 dansen daar met fatsoenlijke1 hoogst-beschaafde meisjes1 omdat zij over al de middelen beschikken om zoo'n onschuldig kind onder hun bekoring te brengen1 en er zijn ouders1 die ze een goede partij voor hun dochters vinden bovendien1 omdat zij van goede familie zijn en geld hebben4 ,en hoe zijn de gesprekken8 ,maar gij moet niet denken1 dat wij op een bal ook niet over ernstige dingen spreken1 zeide mij eens een jong meisje4 ,ik merkte op1 dat deze verzekering de scherpste veroordeeling van de oppervlakkigheid der bal-conversatie was4 ,neen1 laten wij 't maar eerlijk bekennen1 in een balzaal weten wij eigenlijk niet1 wat wij met ons ,christendom zullen aanvangen4 ,wanneer wij als lidmaten der gemeente bevestigd worden1 belooven wij de wereld te zullen verzaken4 ,die weet1 wat deze gelofte inhoudt1 weet ook1 dat de balzaal de meest typeerende vorm van de wereld is1 en weet dus1 dat hij zijn ,christendom moet uitschakelen1 wanneer hij daar echt wil genieten4 ,maar dan is er zooveel genot1 dat in strijd is met het ,christendom6 ,misschien wel1 maar wij hebben 't nu alleen over het gaan naar het bal4 ,dus mag ik niet naar een bal gaan8 ,mijn vriend1 dat moet gij zelf weten4 ,het ,christendom geeft geen uitwendige geboden4 ,als ,jezus ,christus ons bepaalde leefregels gaf1 zou 't wel gemakkelijk zijn een ,christen te wezen1 maar dan had 't ,christendom geen waarde1 omdat het de kern onzer persoonlijkheid niet raakte1 maar alleen den uitwendigen kant van ons leven4 ,nu moet echter ieder zijn eigen levensproblemen doorworstelen4 ,gevoelt gij u thuis in de balzaal1 ga er dan heen1 als gij lust hebt1 maar beklaag u dan later niet1 wanneer gij daar banden hebt aangeknoopt1 die uw geheele verdere leven blijven knellen6 ,hoevele engagementen worden in de uitgaande wereld gesloten1 die tot huwelijken leiden1 waarin langzamerhand de uitwendige glans gaat verdwijnen1 en de koude en duistere werkelijkheid zich met beangstigende duidelijkheid openbaart4 ,zouden er veel engagementen zijn1 die in de binnenkamer met gebed zijn begonnen8 ,als gij werkelijk den ,heer wilt dienen1 kunt gij dan den voornaamsten stap van uw leven wel anders dan met het oog op ,god doen8 ,en ding is zeker3 hoe teerder uw gemeenschapsleven met den ,heer wordt1 des te minder zult gij u in de wereld op uw plaats gevoelen4 ,dan wordt het verzaken van de wereld geen moeilijke plicht1 maar levensvoorwaarde en levensbehoefte4 ,hoevelen hebben door lijden en teleurstelling den ernst van het leven geleerd4 ,eigenlijk moeten wij allen door lijden en teleurstelling den ernst van het leven leeren4 ,maar er wordt zooveel leed en teleurstelling ondervonden1 die niet noodig waren6 ,en wanneer ik aan die walsende wereld denk1 ronddraaiende in den wervelwind der dansmuziek1 komt onwillekeurig mij het beeld van den lijdenden ,christus voor oogen1 en is het mij1 of ik zijn stem hoor1 die zegt3 ach1 hoeveel zullen die arme menschen nog moeten leeren1 voordat zij in mijn kruis hebben gevonden de redding hunner zielen6 ,,tot ,,zich ,,zelven ,,gekomen ,,zijnde 7,lukas #ae3 #ag;a7 ,met dit woord teekent ,jezus den ommekeer in het zieleleven van den verloren zoon4 ,toen deze1 jaren geleden1 eigen meester had willen zijn en gevraagd had1 het deel des goeds1 dat hem toekwam1 had hij zich gevleid1 dat hij zichzelf wilde zijn4 ,toen hij1 in het bezit gesteld van wat zijn deel was1 zich bekneld was gaan gevoelen binnen de muren van het ouderlijk huis en belemmerd onder het oog van zijn vader en van zijn werkzamen broeder1 had hij gemeend1 dat hij1 buiten dat huis en zonder dat toezicht1 zichzelf zou kunnen zijn4 ,en toen hij1 alles bijeen vergaderd hebbende1 weg kon reizen1 ver weg1 naar een vergelegen land1 ja1 toen kreeg hij de kans om zichzelf te zijn2 toen dronk hij de teugen van de vrijheid gretig in1 toen sloeg hij de vleugelen van de vrijheid wijd uit1 toen was hij1 naar hij meende1 zichzelf4 ,zichzelf was hij immers1 toen hij overdadiglijk leefde2 zichzelf1 toen hij1 tegen den komenden nood1 zocht naar werk2 zichzelf1 toen hij1 aangewezen op zichzelven1 er zich wel doorheen zou slaan2 zichzelf1 toen hij1 het onreinste werk niet schuwend1 zich verhuurde bij een van de burgers van het verre land1 om de zwijnen te hoeden8 ,en in dien waan van zichzelf te zijn1 was hij1 de rijke zoon van den rijken vader1 ten slotte de jammerlijke caricatuur van zichzelven geworden1 vermagerd van lichaam1 bedekt met lompen1 veracht en beleedigd door die hem omringden4 ,en toen1 eindelijk1 uit een woord1 uit een blik1 het hem bleek1 dat hij1 naar de schatting van zijn meester1 minder waard was dan een zwijn1 toen1 op-eens1 kwam uit verre verte1 het huis zijns vaders hem voor den geest4 ,het huis zijns vaders1 dat hem eens van walging had vervuld1 omdat het hem belet had zichzelf te zijn4 ,maar dat nu hem begeerlijk toescheen1 bekoorlijk1 betooverend4 ,toen kwam hij tot zichzelven4 ,toen ontdekte hij1 dat hij zichzelf niet was geweest1 al dien tijd1 onder al die gedachten1 bij al die woorden en al die daden4 ,zichzelf niet1 bij al die onafhankelijkheid1 al die gulheid1 al die macht om zichzelf te redden1 al die verkwisting1 al die werkkracht4 ,zichzelf niet1 in die lompen1 bij die zwijnen1 onder dien kommer1 bij dien knagenden honger4 ,want1 diep in zijn ziel1 was hij nog altijd het kind van zijn vader4 ,en niet1 dan nadat hij1 teruggekeerd in het huis des vaders1 weer zou deelen in den overvloed van brood1 die daar heerschte1 maar dan ook onder toezicht1 dat hij noodig had en gebonden aan den wil zijns vaders1 die immers een wil was vol wijsheid en na werk1 dat trouw moest zijn volbracht1 zou hij zichzelven kunnen terugvinden en volkomen zichzelf worden4 99 99 99 99 99 ,menig jeugdige van jaren verbeeldt zich1 dat het geheim om zichzelf te worden1 schuilt in het zich uitleven4 ,zich uitleven1 een leelijk woord voor een nog veel leelijker zaak4 ,maar wie zich uitleeft leeft buiten zichzelven4 ,en verliest ten slotte zichzelven4 ,en soms is1 als bij den verloren zoon1 een stroom van jammer noodig1 om ons uit onzen waan te wekken4 ,als dan die ellende nog maar uitwerkt1 dat ook wij komen tot onszelf4 ---------------------------------------- ---- ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,de volgende correcties zijn in de tekst aangebracht3 ,bron 7,b37 -- ,correctie 7,c37 ,b3 brandstof zou vinden1 ,wie eerst ,c3 brandstof zou vinden4 ,wie eerst ,b3 ,dit wst ,jezus1 ,c3 ,dit wst ,jezus4 ,b3 ze het niet kuunen2 dat de ,c3 ze het niet kunnen2 dat de ,b3 opleggen4 om te kunnen ,c3 opleggen1 om te kunnen ,b3 hoeveel bijge-geloof er heerscht ,c3 hoeveel bijgeloof er heerscht ,b3 niet wisten dat ze dit deden4 ,c3 niet wisten dat ze dit deden4 ,b3 de ,schepping bedoel ik ,c3 de ,schepping bedoel ik4 ,b3 ten ,kate in ,amsterdam4 ,c3 ten ,kate in ,amsterdam4 ,b3 niemand28 wou jij zeggen ,c3 niemand8 wou jij zeggen ,b3 zichzelf gemaakt heeft8 ,c3 zichzelf gemaakt heeft8 ,b3 voort4 ,oordeelt u er zelf ,c3 voort4 ,oordeelt u er zelf ,b3 ,wat al kreeten4444 ,c3 ,wat al kreeten4444 ,b3 laatste regel8 't ,was een halve ,c3 laatste regel8 't ,was een halve ,b3 kreeten4444 ,c3 kreeten4444 ,b3 ,juist1 valt de ander in2 dan kan ,c3 ,juist1 valt de ander in2 dan kan ,b3 zijn vonklend stargewemel4444 ,c3 zijn vonklend stargewemel4444 ,b3 derde vertellen3 luister maar ,c3 derde vertellen3 luister maar ,b3 naam des ,scheppers noemen2 ,c3 naam des ,scheppers noemen2 ,b3 bij laag nerhangende regenwolken1 ,c3 bij laag nerhangende regenwolken1 ,b3 's morgens in de stad zijn1 ,c3 's morgens in de stad zijn4 ,b3 nog even megaan naar de ,c3 nog even megaan naar de ,b3 dat zie doen 7,joh4 ,v#ai74 ,c3 dat ziet doen 7,joh4 ,v3#ai74 ,b3 hem wordt betreden1 ,gansch ,kanan ,c3 hem wordt betreden4 ,gansch ,kanan ,b3 de dokter4 ,hij geeft ,c3 de dokter4 ,hij geeft ,b3 jong n zijn zin geven ,c3 jongen zijn zin geven1 ,b3 praktijk4 ,zijn patienten ,c3 praktijk4 ,zijn patinten ,b3 ,christus' moet wassen4 ,c3 ,christus moet wassen4 ,b3 afgesneden worden1 ,want de ,c3 afgesneden worden4 ,want de ---------------------------------------- ----