,,handboek ,,voor ,,bijenhouders1 ,waarin ,de natuurlijke geschiedenis der bijen1 en hare teelt volgens de ,dzierzon'sche methode1 naar de jongste waarnemingen worden medegedeeld1 ,door ,j4 ,,dirks4 ,dordrecht4 ,p4 ,k4 ,braat4 #ahfa4 ,,aan ,,zijne ,,majesteit ,,den ,,koning ,,der ,,nederlanden1 ,,wordt ,,dit ,,werk ,,met ,,verschuldigde ,,hoogachting ,,eerbiedig ,,opgedragen ,,door ,,zijner ,,majesteits ,,getrouwen ,,onderdaan1 ,j4 ,,dirks4 ,,voorberigt4 ,met een enkel woord moet ik den lezer mededeelen1 dat een vriend mij heeft bijgestaan1 om deze bladen het licht te doen zien4 ,zoowel door het teekenen der figuren1 als door het omwerken van mijn handschrift1 dat voor de pers minder geschikt was1 heeft hij mij eene dienst bewezen4 ,daar enkele onnaauwkeurigheden eerst na het afdrukken door mij ontdekt zijn1 zoo is het noodig de achterstaande verbeteringen op te geven4 ,de lezer vergeve het1 dat die misstellingen in den tekst zijn ingeslopen1 verschoone het gebrekkige1 dat mijn arbeid nog mag aankleven1 en doe zijn voordeel mei het goede1 dat er in gevonden wordt6 ,lunteren1 ,januarij #ahfa4 ,j4 ,d4 ,,verbeteringen4 ,bl4 #i reg4 #b v4b4 staat3 gekerfde insecten1 lees3 insecten of gekorven dieren4 11 #ad 11 #ae v4b4 11 voeren zij dan met den snuit door eene kleine opening1 die zoowel daartoe1 als tot toetreding der lucht1 in de cel gelaten is1 lees3 bijten dan op zijde van de cel een gaatje1 waardoor zij van tijd tot tijd den snuit steken1 en van de werkbijen het voedsel ontvangen2 dit gaatje dient tevens tot toetreding der lucht4 11 #ag 11 #ac v4o4 11 zulk een stok zal meestal niet zwermen1 maar zoodra ne moederbij is uitgeloopen1 zullen de bijen de overige afmaken1 indien hij echter nog een zwerm geeft1 dan is dit gewoonlijk na #ab #ad dagen1 lees3 van zulk een stok kan men gewoonlijk na #ab #ad dagen een zwerm verwachten1 indien het weder niet ongunstig is2 dan zullen zij de overtollige moederbijen meestal afmaken1 in welk geval de stok dat jaar met zekerheid niet meer zwermen zal4 11 #bj 11 #aa v4b4 11 den stok1 lees3 de stokken4 11 #df 11 #aa v4o4 11 den honigvoorraad1 lees3 honig en bloemenstof4 11 #df 11 #c v4o4 hierachter te lezen3 ,behalve tot het uitbroeijen van hommels1 dienen de hommelcellen ook om er honig1 doch nimmer om er bloemenstof in op te leggen4 11 #dh 11 #aj v4o4 staat3 klein1 lees3 kort4 11 #aef 11 #ai v4o4 11 in 11 tegen4 11 #agj 11 #a v4b4 11 zal 11 kan4 11 #ahe 11 #ae v4b4 11 hupcel 11 hulpcel4 ,,inhoud4 ,bladz4 ,,inleiding #a ,de bijen bevorderen de bevruchting bij de planten1 bl4 #a4 ,onkunde van vele bijenhouders1 bl4 #b4 ,in ,duitschland bestaat eene groote belangstelling in de bijenteelt1 bl4 #c4 ,dzierzon'sche bijenwoningen1 bl4 #c4 ,verdeeling der landstreken in honigrijke en honigarme1 bl4 #f4 ,bijengeluk1 bl4 #g4 ,i4 ,,natuurlijke ,,geschiedenis ,,der ,,bijen #i ,de bijen behoeven warmte en ontwikkelen die1 bl4 #i4 ,zij leven in familin1 die kolonin of stokken heeten1 bl4 #aj4 ,soorten van bijen1 bl4 #aj4 ,vermeerdering der stokken1 bl4 #aj4 ,,de ,,moederbij ,,of ,,koningin #aa ,de koningin is het hoofd van den stok1 bl4 #aa4 ,zij is de moeder van al de bijen1 bl4 #aa4 ,italiaansche bijen1 bl4 #aa4 ,beschrijving der koningin1 bl4 #ab4 ,zij gebruikt den angel alleen tegen haars gelijken1 bl4 #ab4 ,onverdraagzaamheid der koninginnen onderling1 bl4 #ab4 ,de koningin bezit het vermogen om geluid voort te brengen1 bl4 #ac4 ,de bijen herkennen elkander1 bl4 #ae4 ,het aankweeken van moederbijen1 bl4 #ae4 ,uit ongedekt werkbijenbroed kan eene koningin worden aangekweekt1 bl4 #ag4 ,de bevruchting der moederbij1 bl4 #ag4 ,eene bevruchte moederbij vliegt niet uit1 bl4 #ai4 ,mannelijke eijeren behoeven geene bevruchting1 bl4 #ai4 ,hommelbroedige stokken1 bl4 #bj4 ,eene bevruchte koningin wordt hoog geschat1 bl4 #ba4 ,zij kan willekeurig mannelijke of vrouwelijke eijeren leggen1 bl4 #ba4 ,haar voortteelend vermogen is bijzonder groot1 bl4 #ba4 ,,de ,,hommels ,,of ,,mannetjes-,,bijen #bb ,beschrijving van de hommels1 bl4 #bc4 ,zij heeten ook muzikanten1 bl4 #bc4 ,strijd over hun geslacht1 bl4 #bc4 ,zij worden ten onregte broedbijen genoemd1 bl4 #be4 ,wanneer zij aangekweekt worden1 bl4 #bf4 ,het is goed hunne aankweeking tegen te gaan1 bl4 #bf4 ,de paring1 bl4 #bg4 ,de hommelslagt1 bl4 #bg4 ,,de ,,werkbijen #bh ,de werkbijen verrigten alle bezigheden1 bl4 #bh4 ,haar levensduur1 bl4 #bh4 ,beschrijving van de werkbij1 bl4 #bi4 ,hare ontwikkeling in de cel1 bl4 #ca4 ,zij kent hare woning1 bl4 #cb4 ,het verdwalen op andere woningen1 bl4 #cc4 ,het geslacht der werkbij1 bl4 #cd4 ,hare eijerlage1 bl4 #cd4 ,,bezigheden ,,der ,,werkbijen ,,buiten ,,de ,,woning #ce ,het wachthouden1 bl4 #ce4 ,het luchtpompen1 trommelen of stertsen1 bl4 #cf4 ,het voorliggen1 bl4 #cf4 ,het voorspelen1 bl4 #cg4 ,het waterhalen1 bl4 #ch4 ,het opzamelen van honig1 bl4 #ch4 ,het opzamelen van bloemenstof1 bl4 #dj4 ,het opzamelen van voorwas1 bl4 #db4 ,het zoeken van eene nieuwe woning1 bl4 #dc4 ,,bezigheden ,,der ,,werkbijen ,,in ,,de ,,woning #dc ,de wasbereiding en de cellenbouw1 bl4 #dc4 ,de vorming van het was1 bl4 #dc4 ,zij kost veel honig1 bl4 #dd4 ,een nieuw opgezette zwerm bouwt met spoed1 bl4 #dd4 ,hoe de tafels gebouwd worden1 bl4 #de4 ,de soorten van cellen1 bl4 #df4 ,het verlengen der cellen1 bl4 #dg4 ,het verkleuren der tafels1 bl4 #dh4 ,het verzegelen der cellen1 bl4 #dh4 ,warme en koude bouw1 bl4 #dh4 ,kruisbouw1 bl4 #di4 ,het opleggen van den honig1 bl4 #di4 ,het honigsap der bloemen behoeft geene verdere bewerking1 bl4 #di4 ,het opleggen van het bloemenstof1 bl4 #ej4 ,het verzorgen van het broed1 bl4 #ea4 ,het reinigen van de woning1 bl4 #eb4 ,het verkitten1 bl4 #eb4 ,,het ,,zwermen #ec ,hoe de zwermen ontstaan1 bl4 #ec4 ,oorzaken van het zwermen1 bl4 #ee4 ,natuurlijke zwermen en kunstzwermen1 bl4 #eg4 ,verdeeling der natuurlijke zwermen1 bl4 #eg4 ,voorzwermen1 bl4 #eg4 ,wanneer men een voorzwerm kan verwachten1 bl4 #eg4 ,onvoorbereide zwermen1 bl4 #ei4 ,de voorzwermen leveren het meeste voordeel op1 bl4 #fj4 ,ouderdom der moederbijen1 bl4 #fb4 ,nazwermen1 bl4 #fb4 ,wanneer men een nazwerm kan verwachten1 bl4 #fb4 ,nazwermen zijn minder waard dan voorzwermen1 bl4 #fb4 ,het nazwermen is soms zeer nadeelig1 bl4 #fc4 ,hoe het wordt tegengegaan1 bl4 #fd4 ,hoe men een nazwerm weder met den moederstok vereenigen kan1 bl4 #ff4 ,hoe van een stok veel nazwermen getrokken worden1 bl4 #fg4 ,het vereenigen van zwermen1 bl4 #fg4 ,zingende voorzwermen1 bl4 #fh4 ,maagdezwermen1 bl4 #fi4 ,dubbelzwermen1 bl4 #gj4 ,vrijwillige vereeniging van zwermen1 bl4 #gj4 ,hoe men den vereenigden zwerm scheiden kan1 bl4 #gj4 ,wat bij het vereenigen van zwermen valt op te merken1 bl4 #gb4 ,noodzwermen1 bl4 #gb4 ,het afvliegen1 het aanleggen en het opvangen van zwermen1 bl4 #gc4 ,de werkbijen geven de eerste aanleiding tot het afvliegen van den zwerm1 bl4 #gc4 ,het aanleggen van de zwermen1 bl4 #ge4 ,het opvangen van de zwermen1 bl4 #ge4 ,,ii4 ,,de ,,bijenteelt #hj ,,de ,,woningen #hj ,eerste woningen met lossen bouw1 bl4 #ha4 ,blad- of boek-woning1 bl4 #ha4 ,dzierzon's woningen1 bl4 #ha4 ,liggende en staande woningen1 bl4 #hb4 ,de breedte der woningen1 bl4 #hb4 ,de staafjes waaraan de wastafels hangen1 bl4 #hc4 ,hoe zij vervaardigd worden1 bl4 #hc4 ,de zamenstelling der woningen1 bl4 #hd4 ,de liggende woning1 bl4 #he4 ,de staande woning1 bl4 #ia4 ,zamengestelde woningen1 bl4 #ic4 ,de dubbele woning1 bl4 #ic4 ,zij is zeer geschikt om zwermen te vereenigen en te verdeelen1 bl4 #id4 ,de drievoudige woning1 bl4 #ie4 ,zes- en negenvoudige woningen1 bl4 #if4 ,eene woning waarvan de bovenwand weggenomen kan worden1 bl4 #ig4 ,de voorregten van de woningen met lossen bouw1 bl4 #ajj4 ,zij moeten stevig en met naauwkeurigheid gemaakt zijn1 bl4 #ajb4 ,het gereed maken van eene woning1 bl4 #ajb4 ,het bevestigen van wastafels aan de staafjes1 bl4 #ajd4 ,,de ,,bijenstal #aje ,bij het gebruik van ,dzierzon'sche woningen kan de stal gemist worden1 bl4 #aje4 ,inrigting der bijenstallen1 bl4 #ajf4 ,het plaatsen van den stal1 bl4 #aji4 ,,het ,,gereedschap #aab ,de rookpijp1 bl4 #aab4 ,de bijenkap1 bl4 #aae4 ,messen1 bl4 #aaf4 ,de gaffel1 bl4 #aag4 ,de stommeknecht1 bl4 #aag4 ,de bok1 bl4 #aai4 ,transportkastjes1 bl4 #aai4 ,de stortbak1 bl4 #aba4 ,de schepper1 bl4 #abb4 ,een ijzeren haak1 bl4 #abb4 ,moederhuisjes1 bl4 #abb4 ,voederbakjes1 bl4 #abe4 ,de pers1 bl4 #abg4 ,de wasketel1 bl4 #abh4 ,,het ,,aanhouden ,,en ,,het ,,koopen ,,van ,,stokken #acj ,de bijen behoeven warmte1 bl4 #acj4 ,sterke stokken behoeven naar evenredigheid minder voedsel dan zwakke1 bl4 #aca4 ,eene vroege broedaanzetting is voordeelig1 bl4 #acb4 ,het zuiveren van de woning in het voorjaar1 bl4 #acb4 ,het is van belang dat de wasbereiding vroeg begint1 bl4 #acb4 ,sterke stokken zwermen vroeg1 bl4 #acc4 ,zij zamelen naar verhouding meer in dan zwakke1 bl4 #acd4 ,zij zijn beter bestand tegen ongunstige toevallen1 bl4 #acd4 ,zij kunnen de vijandelijke aanvallen beter afweren1 bl4 #ace4 ,men moet alleen volkrijke stokken koopen1 bl4 #ace4 ,men moet geene zwakke stokken inwinteren1 bl4 #acg4 ,de stokken mogen niet verzwakt worden1 bl4 #ach4 ,men moet steeds trachten hen te versterken1 bl4 #ach4 ,,de ,,overwintering #aci ,de bijen zijn bij ons niet inheemsch1 bl4 #aci4 ,zij hebben geen winterslaap1 bl4 #aci4 ,eene goede verzorging in den winter is van veel belang1 bl4 #adj4 ,de bijen moeten in den winter van een voldoenden voorraad voorzien zijn1 bl4 #adb4 ,zij moeten voor strenge koude beschut worden1 bl4 #adb4 ,luchtverversching1 bl4 #add4 ,het zonlicht mag in den winter niet op de woning vallen1 bl4 #ade4 ,de woningen moeten rustig staan1 bl4 #ade4 ,men moet de stokken niet te vroeg inwinteren1 bl4 #adf4 ,wanneer men de bijen eene reinigings-uitvlugt kan laten houden1 bl4 #adg4 ,hoe men bijen1 welke door de koude verstijfd zijn1 kan doen herleven1 bl4 #adg4 ,zoodra men de bijen heeft laten vliegen1 moeten ook de bodems der woningen gezuiverd worden1 bl4 #adh4 ,,de ,,broedaanzetting #adi ,men kan de bijen tot het broedaanzetten opwekken1 bl4 #adi4 ,het is nadeelig zoo de broedaanzetting te vroeg begint1 bl4 #adi4 ,wanneer moet zij beginnen8 bl4 #aeb4 ,warmte is een voornaam vereischte voor het broeijen1 bl4 #aeh4 ,het vergrooten van het broednest1 bl4 #aed4 ,het verkleinen van het broednest1 bl4 #aee4 ,in den nazomer moet de broedaanzetting belet worden1 bl4 #aee4 ,bij het voren moet men zorgen geene aanleiding tot broeijen te geven1 bl4 #aef4 ,wanneer het wegnemen der moederbij een stok niet benadeelt1 bl4 #aeg4 ,het broed kost veel honig1 bl4 #aeg4 ,,het ,,vo,,ren #aeh ,speculatief voren1 bl4 #aeh4 ,bloemenstoftafels moeten bewaard worden en hoe dit geschiedt1 bl4 #aeh4 ,het voren in strookorven1 bl4 #aei4 ,het voren in ,dzierzon'sche woningen1 bl4 #afa4 ,in het voorjaar is het goed water aan de bijen te geven1 bl4 #afb4 ,men moet nooit met gekochten honig voren1 bl4 #afc4 ,suiker en kandij geven geene aanleiding tot rooven1 bl4 #afc4 ,,de ,,kunstzwermen ,,of ,,afleggers #afc ,het is van veel belang de zwermen kunstmatig te kunnen afdrijven1 bl4 #afc4 ,wanneer een stok zwermgeregt is1 bl4 #afd4 ,onderscheid tusschen natuurlijke zwermen en kunstzwermen1 bl4 #afd4 ,het aftrommelen van zwermen1 bl4 #afe4 ,het maken van zwermen door ,schirach's bedrog1 bl4 #afg4 ,kunstzwermen te maken door zamenvoeging van bijen uit onderscheidene stokken1 bl4 #aga4 ,in plaats van met eene moederbij1 kan men ook met onbedekt broed een kunstzwerm zamenstellen1 bl4 #agb4 ,kunstzwermen te maken zonder een tweeden stand te behoeven1 bl4 #agc4 ,dit te doen door verdeeling van een stok1 bl4 #agc4 ,het te doen met broedtafels1 die eene moedercel bevatten1 bl4 #age4 ,bezwaren1 die tegen het maken van kunstzwermen worden ingebragt1 bl4 #agf4 ,,het ,,rooven #agg ,de zoekers of schuimers1 bl4 #agg4 ,gelukt het hun een stok binnen te dringen1 dan zal die spoedig eene prooi der roovers worden1 bl4 #agg4 ,wat aanleiding tot het rooven geeft1 bl4 #agh4 ,wat men vermijden moet om er geene aanleiding toe te geven1 bl4 #agi4 ,waaraan men de roovers herkent1 bl4 #agi4 ,hoe het rooven wordt tegengegaan1 wanneer men eigenaar van den roovenden en den beroofden stok is1 bl4 #ahj4 ,wat men te doen heeft indien de eerste een ander toebehoort1 bl4 #ahb4 ,hoe men den roovenden stok kan ontdekken1 bl4 #ahc4 ,,de ,,moederloosheid #ahd ,in een moederloozen stok kan toch hommelbroed zijn1 bl4 #ahd4 ,waaraan men ontdekt of een hommelbroedige stok moederloos is1 bl4 #ahe4 ,eene vruchtbare moederbij kan kunstmatig hommelbroedig gemaakt worden1 bl4 #ahf4 ,aan zichzelven overgelaten moet een moederlooze stok omkomen1 bl4 #ahf4 ,kan of wil men hem niet helpen1 dan moet hij gedood worden1 bl4 #ahf4 ,waaraan een moederlooze stok te herkennen is1 bl4 #ahg4 ,waardoor de moederloosheid veroorzaakt wordt1 bl4 #aij4 ,hoe zij hersteld wordt1 bl4 #aia4 ,,de ,,ziekten #aid ,de loop1 bl4 #aid4 ,waardoor hij ontstaat1 bl4 #aid4 ,hoe hij voorkomen wordt1 bl4 #aid4 ,hoe hij hersteld kan worden1 bl4 #aie4 ,omstandigheden1 die den loop ten gevolge kunnen hebben1 bl4 #aif4 ,hoe men ontdekt dat een stok aan loop lijdt1 bl4 #aih4 ,de vuilbroed1 bl4 #aii4 ,goedaardige vuilbroed1 bl4 #aii4 ,pestaardige vuilbroed1 bl4 #bjj4 ,de voorjaars-ziekte of dolheid1 bl4 #bja4 ,,de ,,vijanden #bjc ,de mees1 bl4 #bjd4 ,de specht1 bl4 #bjd4 ,de muis1 bl4 #bjd4 ,de padde1 bl4 #bje4 ,de mieren1 bl4 #bje4 ,de wilde hommelbij1 bl4 #bjf4 ,de wespen1 bl4 #bjf4 ,de luis1 bl4 #bjf4 ,de spin1 bl4 #bjf4 ,de wasmot1 bl4 #bjg4 ,er zijn twee soorten1 bl4 #bjg4 ,wat men te doen heeft zoo zij zich in het broednest gevestigd heeft1 bl4 #bjh4 ,hoe de wastafels voor de wasmot beveiligd worden1 bl4 #bji4 ,,het ,,besnijden #baj ,is het besnijden noodig of niet8 bl4 #baj4 ,wanneer moet het geschieden8 bl4 #baa4 ,waar en hoe men de stokken besnijdt1 bl4 #bab4 ,hoe het broednest van een stok vernieuwd kan worden1 bl4 #bac4 ,,het ,,bedwelmen #bad ,bedwelmen met bovist1 of stuifzwam1 bl4 #bad4 ,bedwelmen met buskruid1 bl4 #bae4 ,bedwelmen met zwavelether en chloroform1 bl4 #baf4 ,,de ,,bijensteek #bag ,waardoor de steeklust der bijen wordt opgewekt1 bl4 #bag4 ,welke gevolgen de steek na zich sleept1 bl4 #bag4 ,hoe de gestoken deelen behandeld moeten worden1 bl4 #bah4 ,de dragt en het weder hebben invloed op den steeklust1 bl4 #bah4 ,voorzorgen die men moet nemen1 bl4 #bai4 ,,het ,,reizen ,,met ,,de ,,stokken #bbj ,voorzorgen die men moet nemen om de stokken te kunnen vervoeren1 bl4 #bba4 ,hoe zij vervoerd worden1 bl4 #bbb4 ,hoe zij1 ter bestemder plaatse gekomen1 behandeld worden1 bl4 #bbb4 ,het bezoeken der boekweitvelden1 bl4 #bbc4 ,het reizen met ,dzierzon'sche woningen1 bl4 #bbe4 ,,de ,,honig- ,,en ,,wasoogst #bbg ,hoe men in ,noord-,braband daarbij te werk gaat1 bl4 #bbg4 ,het bezoeken der heide1 bl4 #bbh4 ,hoe het werk uit de korven genomen wordt1 bl4 #bbi4 ,het dooden der bijen met zwaveldamp1 bl4 #bbi4 ,het zuiveren van den honig1 bl4 #bcj4 ,de honig uit korven is met broed en bloemenstof verontreinigd1 bl4 #bca4 ,bij ,dzierzon'sche woningen kan dat voorkomen worden1 bl4 #bca4 ,hoe de honigoogst bij die woningen plaats heeft1 bl4 #bcb4 ,hoe men haar gereed maakt om er de heide mede te bezoeken1 bl4 #bcb4 ,hoe men de stokken daarin behandelt als zij van de heide zijn teruggebragt1 bl4 #bcb4 ,het zuiveren van het was1 bl4 #bcd4 ,hoe de maden uit hommeltafels verwijderd worden1 bl4 #bce4 ,hoe beschimmelde wastafels gezuiverd worden1 bl4 #bcf4 ,het zuiveren van honig1 die in de cellen versuikerd is1 bl4 #bcf4 ,,de ,,bereiding ,,van ,,mede ,,en ,,azijn #bcg ,de bereiding van mede1 bl4 #bcg4 ,de bereiding van azijn1 bl4 #bch4 ,,besluit #bci ,zamenvatting van verschillende werkzaamheden1 zoo als die elkander in den loop van het jaar opvolgen4 ,november1 bl4 #bci4 ,december1 bl4 #bdj4 ,januarij1 bl4 #bda4 ,februarij1 bl4 #bdb4 ,maart1 bl4 #bdc4 ,april1 bl4 #bdc4 ,mei1 bl4 #bdd4 ,junij1 bl4 #bde4 ,julij1 bl4 #bdh4 ,augustus1 bl4 #bej4 ,september1 bl4 #bea4 ,october1 bl4 #bea4 ,,inleiding4 ,wanneer wij in de lente of des zomers door de velden wandelen en den rijken voorraad van bloemen aanschouwen1 welker geur ons omgeeft1 dan is het voorzeker te bejammeren1 dat daarin zulk een schat verborgen is1 die verloren moet gaan1 omdat de arbeiders ontbreken1 die alleen in staat zijn hem te verzamelen4 ,die schat is de honig2 die arbeiders zijn de bijen4 ,deze opmerking kwam mij menigmalen voor den geest1 toen ik mij voor eenige jaren met den landbouw bezig hield4 ,ik stelde er groot belang in dat bij mij1 zoowel op boerderij als akker1 niets verloren ging1 en hoewel ik daarnaar streefde1 toch bleef bij mij1 even als bij zoo velen1 de honig onopgezameld4 ,een goed landbouwer mogt1 naar mijn inzien1 niets verloren laten gaan1 van hetgeen zijn akker voortbrengt4 ,aan de bijen moest dus bij mij eene plaats worden aangewezen1 om ook datgene te verzamelen1 wat de ,schepper in zoo ruime mate in de bloemen doet ontwikkelen1 en dat er1 zonder eenig nadeel voor de verdere vorming van de vrucht of het zaad1 kan worden uitgenomen4 ,ja1 men meent zelfs opgemerkt te hebben dat vruchtboomen1 die door bijen bevlogen worden1 een ruimeren oogst opleveren dan die1 waarbij dit het geval niet is2 door haar aanhoudend heen en weder vliegen1 bevorderen zij de uitstorting van het stuifmeel of bevruchtend mannelijk zaad1 op het vrouwelijk gedeelte der bloemen4 ,ik zou dus bijenkweeker worden2 eene mij geheel onbekende zaak4 ,er waren echter in mijne nabijheid verscheidene personen1 die zich1 als bijmiddel van bestaan1 op de bijenteelt toelegden1 bij wie ik licht hoopte te vinden in wat mij duister was4 ,in die hoop schafte ik mij twee bevolkte bijenkorven aan4 ,maar hoe werd mijne verwachting teleurgesteld6 ,bijna alle bijenkweekers meenen in het bezit te zijn van geheimen1 die zij aan geen ander mededeelen1 ten einde er alleen de vruchten van te plukken4 ,berlepsch zegt dan ook teregt3 bij een bijenhouder om raad te vragen is even vruchtbaar1 als dat men in het hok van den hond brood gaat zoeken4 ,maar neen6 niet allen weigerden mij inlichtingen te geven2 enkelen deelden mij als vriend hunne geheimen mede4 ,en wat leerde ik daaruit8--,dat die geheimen grootendeels gegrond waren op onkunde en bijgeloof en die bijenkweekers van de natuurlijke huishouding der bijen weinig of niets wisten en alleen bijen-houders waren4 ,wat de een mij mededeelde1 werd dikwerf door den anderen wersproken1 en toch verbonden beide aan het door hen gezegde een onfeilbaar gunstig gevolg4 ,weinig over mijne leermeesters voldaan1 benijdde ik hun niets1 dan het onbevreesd omgaan met deze welgewapende dieren4 ,ik had hun gevraagd of er ook boeken bestonden1 die over de bijenteelt handelden1 en op deze vraag een bevestigend antwoord ontvangen2 sommigen hadden een dergelijk boek1 dat zij weder van anderen hadden overgeschreven en het werd ook aan mij1 als vriend1 geleend4 ,het grootste gedeelte van dit geheimzinnig schrift kon ik niet lezen1 en wat ik er van lezen kon1 kwam mij voor1 meest onzin te zijn4 ,getrouw aan mijne belofte1 om den schat van kennis1 die in hun geschrift lag opgesloten1 aan geen ander mede te deelen1 gaf ik het geleende onder dankbetuiging terug1 weinig voldaan met hetgeen ik daardoor geleerd had4 ,ten slotte ontving ik den raad nog1 mij alleen op geschreven boeken te verlaten2 want dat al wat over de bijen gedrukt was1 niet deugde4 ,in strijd met dezen raad1 zocht ik naar eene handleiding4 ,een der eerste werken1 die mij in de handen kwamen1 was3 ,nieuwe leerwijze omtrent de bijen en derzelver zoogenaamde magazijnenteelt1 door ,rijkend ,jakob ,brouwer1 #ahji4 ,naar aanleiding hiervan1 liet ik mij magazijnkastjes maken1 welke mij in het gebruik echter niet best bevielen4 ,de leerwijze van voornoemd werk beviel mij evenmin1 als die uit de drie bekroonde verhandelingen over de bijenteelt1 uitgegeven door de maatschappij ter bevordering van den landbouw te ,amsterdam4 ,het zag er dus met mijne bijenteelt in den beginne zeer treurig uit1 en de gedachte was mij niet vreemd1 haar weder te laten varen1 daar het mij niet aanstond in den blinde te moeten voortwerken4--,toch wilde ik nog beproeven of er niet eene leerwijze1 gegrond op eigene ervaring1 te bekomen zou zijn2 want al1 wat mij tot dien tijd ten dienste stond1 was meestal geschreven door mannen1 die hunne kennis niet aan de bron1 den bijenstok zelven1 hadden opgedaan1 en om over eene zaak met grond te kunnen schrijven en anderen te leeren1 moet men er zich zelf op hebben toegelegd4 ,de heer ,r4 ,j4 ,brouwer wendde zich reeds in #ahji naar ,duitschland4 ,daaruit meende ik te mogen afleiden1 dat het vak destijds daar reeds met meer belangstelling behandeld werd1 dan bij ons4 ,ik wilde beproeven of dit nog zoo was1 en mijne verwachting werd nu niet teleurgesteld4 ,dr was men in de laatste jaren1 op het gebied der bijenteelt1 met reuzenschreden vooruitgegaan1 en mannen van bekenden naam en verdienste achtten het dr niet beneden zich1 er hunne belangstelling en zorg aan te wijden4 ,zoo b4 v4 ,von ,siebold1 ,professor te ,munchen2 ,doctor ,r4 ,leuckart1 ,professor te ,giessen2 baron ,august von ,berlepsch1 op het ridderslot ,seebach1 bij ,langensaltz in ,thuringen1 en meer anderen1 waaronder een aantal geestelijken en onderwijzers der jeugd4 ,schriftelijk wendde ik mij tot ,von ,berlepsch1 die zich uitsluitend met de bijenteelt bezighoudt1 en dit alleen doet uit liefde voor de zaak1 daar hij een zeer vermogend man is4 ,spoedig ontving ik een vriendelijk antwoord1 waarin hij mij met de groote1 in de laatste jaren in ,duitschland gemaakte1 vorderingen bekend maakte1 welke hoofdzakelijk het gevolg waren van eene nieuwe soort van bijenwoningen1 door ,dzierzon1 ,predikant te ,carlsmarkt in ,silezi1 uitgevonden1 en in #ahde door hem algemeen bekend gemaakt4 ,in deze woningen kan men het werk der bijen1 even als de bladen van een boek1 openslaan en haar leven en zijn op het naauwkeurigst gadeslaan4 ,door de toezending van eene zoodanige woning1 stelde hij mij tevens in staat1 mij van hare doelmatigheid te overtuigen4 ,van toen af herleefde mijn lust in de bijen1 en is mij tot heden bijgebleven4 ,het is mijne dagelijksche bezigheid1 zoowel theoretisch als praktisch1 hierin op de tegenwoordige hoogte te komen1 en ik geloof dat deze poging niet geheel vruchteloos zal zijn2 tot heden vond ik echter tot mijn leedwezen hier te lande geen bijenkweekers1 die belang in de zaak stelden en lust hadden haar met mij te beoefenen4 ,en toch is zij die belangstelling overwaardig2 want1 in de wonderbare huishouding van deze kleine dieren1 ziet men zoo vele blijken van de ,almagt van ,hem1 die alles uit niets te voorschijn riep1 dat hij1 die geen te koud opmerker is1 gedrongen wordt de grootheid van den ,schepper1 in ,zijne schepselen te erkennen4 ,onbekendheid met den aard van en vrees voor de bijen zijn zeker de hoofdredenen1 waarom men er hier te lande zoo weinig acht op slaat2 de wijze1 waarop de bijenteelt hier tot heden werd beoefend1 heeft ook weinig aantrekkelijks4 ,werken op goed geluk alleen1 kan toch den geest niet bevredigen4 ,toegerust met de kennis van de natuur en de huishouding der bijen1 voorzien van de nieuwe woningen en bekend met haar gebruik1 zal men in de bijenteelt eene aangename bezigheid vinden en ook in de slechtste jaren ten minste zooveel honig winnen1 dat men de rente van zijn kapitaal ruimschoots vergoed vindt4 ,teregt zeide ,von ,ehrenfels3 de bijenteelt is de pozij van het landleven4 ,hoe velen1 die landhuizen bewonen1 zouden dit moeten toestemmen1 wanneer zij1 door op hunne buitengoederen eene plaats aan een bijenstand te gunnen1 voor altijd de dikwerf daar heerschende eentoonigheid verdreven4 ,daardoor zou dan tevens op eigen grond verzameld worden1 wat thans jaarlijks groote sommen naar het buitenland voert2 en zij1 die de voordeelen niet voor zich behoefden1 zouden1 behalve het genot dat hun het bijenkweeken zou verschaffen1 nog in staat zijn1 door hun toedoen en zonder geldelijke opoffering1 een gezin het onderhoud te doen vinden4 ,ook voor den veldarbeider zou het van belang zijn eenige stokken te bezitten1 die hem jaarlijks voordeel konden aanbrengen1 zonder dat hij er veel voor zou behoeven te verzuimen2 want de nieuwe wijze van behandeling kan zoodanig worden ingerigt1 dat zij weinig tijd vereischt4 ,in de naburige ,duitsche staten acht men de bijenteelt van zooveel gewigt1 dat de hooge regeringen haar1 door het uitloven van premin aan de best bezette standen1 zooveel mogelijk bevorderen4 ,zou het ook voor ons land niet van belang zijn1 dezen tak van nijverheid op een hooger standpunt te brengen1 door het algemeen er meer opmerkzaam op1 en meer bekend mede te doen worden8 ,zou het daartoe niet goed zijn1 aan eenige landbouwkundige inrigting in ons land1 een rationeel behandelden bijenstand te hebben1 en den aldaar aanwezigen kweekelingen theoretisch en praktisch onderwijs in dat vak te doen geven8 ,daar er in onze taal geene handleiding bestaat1 die op de hoogte van den tegenwoordigen tijd is1 en velen of niet bekend zijn met de werken1 die het buitenland oplevert1 of de taal niet genoeg magtig1 om die duidelijk te bevatten1 zoo heb ik mij voorgenomen in deze behoefte1 naar vermogen1 te voorzien4 ,daar echter geen roem- of winzucht mij aanspoort1 zoo hoop ik dat men1 bij de beoordeeling van mijn werk1 steeds in het oog zal houden1 dat de liefde tot de bijenteelt en de zucht om haar zooveel mogelijk te bevorderen1 door anderen bekend te maken1 met wat mij bij ondervinding gebleken is goed en waar te zijn1 de eenige drijfveren zijn1 die mij hebben doen besluiten deze bladen het licht te doen zien4 ,ik zal voornamelijk mededeelen1 wat ik van de opgaven van anderen1 door eigen onderzoek1 bewaarheid heb gevonden2 slechts weinige zaken zullen geheel van mij zelven zijn1 en nu en dan zal ik mij veroorloven ook datgene mede te deelen1 wat mij door vertrouwde vrienden voor waarheid is opgegeven2 het geheel zal blijken geene nietswaardige fabelen of geheimen te bevatten1 zijnde het alleen gegrond op de natuurlijke huishouding der bijen3 slechts van zoodanige behandeling mag men goede gevolgen verwachten2 want geenerlei kunstmatige bewerking kan goed slagen1 wanneer zij met de natuur in strijd is4 ,voor het theoretisch gedeelte zal ik voornamelijk ,dzierzon volgen1 die in de laatste jaren1 bij het gebruik van zijne woningen1 volgens zijne daarin gedane ontdekkingen1 zijne nieuwe theorie zamenstelde4 ,deze vond1 even als zijne woningen1 aanvankelijk veel tegenstand1 doch het aantal navolgers neemt thans aanhoudend toe4 ,op de wereldtentoonstelling te ,parijs was eene ,dzierzon'sche bijenwoning tentoongesteld1 die met de medaille der tweede klasse werd bekroond1 vergezeld van een brief van den volgenden inhoud3 ,monsieur6 ,la commission1 nomme par l'acadmie nationale pour examiner les produits les plus remarquables de l'exposition universelle1 a particulirement fix son attention sur vos ruches pour observer le travail des abeilles4 ,nous pensons rendre justice a votre mrite en vous appelant partager nos travaux et en vous offrant le titre de membre de notre assemble4 ,l'extrait de nos statuts1 consign en marge de cette lettre1 vous donnera les renseignements les plus ncessaires1 sur le but de l'institution qui vous ouvre ses rangs4 ,votre adhsion nous sera fort prcieuse2 recevez l'assurance de notre haute considration4 ,le ,prsident de l'acadmie nationale4 ,eerst zal ik de natuurlijke geschiedenis en dan de teelt der bijen behandelen4 ,men moet echter niet verwachten dat ik mij angstvallig aan die verdeeling zal houden4 ,ik zal mij zoowel veroorloven1 om in de eerste afdeeling eenige practische bijzonderheden mede te deelen1 als dat ik in de tweede nog veel over de natuur der bijen1 vooral over haar leven in den winter1 zeggen zal4 ,ik zal beginnen met een enkel woord te spreken over de verdeeling der landstreken en over het zoogenaamd bijengeluk4 ,de landstreken1 waar de bijenteelt wordt uitgeoefend1 verdeelt men gewoonlijk in honigrijke en honigarme streken4 ,honigrijk wordt eene streek genoemd1 waar de bijen reeds in het vroege voorjaar iets vinden1 en die haar daarna gelegenheid geeft ruime voorjaarsbloemen1 zoo als de zaadbloem en die der vruchtboomen1 te bevliegen1 terwijl zij daartoe des zomers de boekweit1 de lindeboomen en de witte klaver1 en eindelijk in het najaar de heidebloem aanbiedt4--,honigarm noemt men de zoodanige streken1 waar de bloemen elkander niet geregeld opvolgen1 en de weide der bijen zich tot een korten tijd bepaalt1 en soms eerst laat begint2 zoo zijn er in ,noord-,braband vele streken1 waar zij eerst begint met de boekweit2 op andere plaatsen vinden zij de zaadbloem weder overvloedig1 doch ook na deze weinig of niets meer4 ,het is duidelijk dat men de behandeling van zijne bijen moet inrigten naar de streek1 waar men woont4 ,wat in de eene voordeelig was1 zou dikwerf in de andere verkeerd uitkomen1 ja den eigenaar ten onder kunnen brengen2 doch zelden is eene streek zoo honigarm of men zal1 met eene behoorlijke kennis der bijen toegerust1 bij eene goede behandeling1 zijne moeite beloond vinden4 ,het behoeft niet gezegd te worden dat1 wanneer men de bijen in eene honigrijke streek behandelt1 als of men in eene honigarme woonde1 men daarmede altijd voordeeliger moet uitkomen dan in de laatste het geval zou zijn2 doch van de gunstiger ligging gebruik makende1 zal men de stokken reeds van honig voorzien kunnen hebben1 ja reeds natuurlijke en kunstzwermen kunnen bezitten1 terwijl in de andere nog aan geen zwermen te denken valt1 en de bijen soms zelfs nog gevoerd moeten worden4 ,in ons land hebben de honigarme streken verreweg de overhand en zij1 die de bijenteelt als middel van bestaan uitoefenen1 bezoeken daarom met hunne korven telkens die streken1 waar de bijen steeds ruimere bloemvelden kunnen bevliegen dan in hun omtrek4 ,het in dit werk gezegde1 zal voornamelijk op honigarme streken van toepassing zijn4 ,in ons land bestaat1 even als in de meeste landen1 het vooroordeel1 dat men1 om voordeel van de bijenteelt te kunnen trekken1 zoogenaamd bijengeluk moet hebben4 ,zelden schrijft men den slechten uitslag aan eigene onkunde1 aan verkeerde behandeling toe2 maar wijt hem meestal aan gemis aan bijengeluk1 en gaat soms zoover van te gelooven1 dat degene1 die in zijne nabijheid er meer voorspoed mede heeft1 dien te danken heeft aan kunstgrepen en toovermiddelen1 waardoor hij de bijen zou dwingen honig te halen en was te bereiden1 niet kunnende gelooven1 dat het gewaande toovermiddel alleen bestaat in de betere behandeling4 ,den zoodanigen gaat het even als de buren van den kundigen ,claus4 ,deze had geluk en voorspoed met zijne bijen en zijn stand vermeerderde van jaar tot jaar1 terwijl zij niet vooruitgingen4 ,wanneer de zijne reeds volop den kost hadden1 ja voorraad oplegden1 moesten zij veeltijds de hunne nog met duur betaalden honig te hulp komen4 ,zijn geluk ziende1 zeiden zij hoofdschuddende en aan zijne toovermiddelen denkende3 het gaat daar niet rigtig4 ,claus wist dit1 en met hen sprekende1 zeide hij3 gij hebt regt1 ik wend toovermiddelen aan en ieder zal1 en ook gij zult geluk hebben1 na de goede aanwending van mijne tovermiddelen4 ,zij bestaan in drie spreuken1 die ik u gaarne wil mededeelen4 ,met belangstelling namen zij dat aanbod aan1 en hij deelde hun de volgende spreuken mede1 waarin ik betuigen moet1 en alle deskundigen zullen mij dit toestemmen1 dat alles bevat is1 wat een gunstig gevolg mag doen verwachten4 ,eerste of ,diamanten ,spreuk3 ,wilt gij met voordeel bijen kweeken1 laat u dan vooraf goed onderrigten1 hoe zij leven1 wat zij gaarne hebben en wat zij schuwen1 wat haar voor- en wat haar nadeelig is4 ,tweede of ,gouden ,spreuk3 ,alleen die stokken zijn nuttig1 vruchtbaar en bestand tegen de veranderingen van weersgesteldheid1 die gezond en volkrijk zijn4 ,ziekelijke en slecht bevolkte stokken brengen nooit voordeel aan1 maar gaan te gronde4 ,derde of ,zilveren ,spreuk3 ,verzorgt de bijen in den winter goed4 ,i4 ,,natuurlijke ,,geschiedenis ,,der ,,bijen4 ,de honigbij 7,apis mellifica7 behoort tot de vliesvleugelige1 gekerfde insecten1 welke in groote hoeveelheden bij elkander leven4 ,zij doen dit niet uit zucht tot gezelligheid1 doch kunnen1 alleen levende1 evenmin bestaan als zich voortplanten4 ,zoo als alle insecten zijn het koudbloedige dieren1 die echter1 om te kunnen leven en tieren1 eene matige warmte behoeven van #ee tot #ajj graden ,fahrenheit4 ,bij een warmtegraad van #ej ,f4 en daar beneden1 verstijven zij1 en kunnen zich niet meer bewegen4 ,heeft deze schijndood echter niet langer dan #dh uren geduurd1 zoo komen zij1 in de warmte gebragt1 weder geheel bij en zijn1 na een weinig laauwen1 eenigzins verdunden honig gekregen te hebben1 weder gezond en geschikt voor hare gewone bezigheden4 ,doordringt de vorst haar geheel1 zoodat zij hard bevrozen zijn1 dan komen zij1 hoewel in de warmte gebragt1 niet meer tot het leven1 ten minste niet meer tot hare volle krachten terug1 al bewogen zij zich nog eenigzins4 ,zij zouden dus in onze luchtstreek niet kunnen leven1 indien zij niet in staat waren om in hare woningen den vereischten warmtegraad te ontwikkelen2 zij kunnen dit echter slechts wanneer zij bij duizenden tot een digten tros vereenigd zijn4 ,zij wekken dan de warmte op1 door een aanhoudend beven met de vleugels1 en door de wrijving van hare ligchamen tegen elkander4 ,de lucht1 in de cellen der wastafels besloten1 en de haren van haar ligchaam doen van de opgewekte warmte slechts weinig verloren gaan1 daar beide haar moeijelijk geleiden4 ,men zou dus een bijenzwerm1 als een geheel beschouwd1 een warmbloedig dier kunnen noemen4 ,men kan de warmte1 die zij ontwikkelen1 dagelijks waarnemen1 door een thermometer zoodanig in de woning te hangen1 dat de kwikbol in het midden der bijenmassa geplaatst is3 ik zeg in het midden1 omdat de warmtegraad rondom de groep bijen tot op het vriespunt zou kunnen gedaald zijn1 terwijl hij in het midden nog meer dan #hj ,f4 bedroeg4 ,een in ne woning bijeenverzamelde zwerm bijen heet bijenkolonie1 bijenstok1 of kortweg stok1 welke benaming alleen betrekking heeft op de groep bijen1 niet op de woning1 hetzij zij deze zelf hebben gekozen in een hollen boom1 spleet van een muur of elders1 hetzij zij door den mensch in eene woning van hout of stroo zijn gebragt4 ,zoo zegt men3 de stok vliegt1 de stok is sterk of zwak1 is afgestorven1 heeft zijne woning verlaten enz4 ,de tot een stok vereenigde bijen noemt men ook het volk1 en spreekt dan van een volkrijken of volkarmen stok4 ,er zijn drie soorten van bijen1 n4 l4 de moederbij of koningin1 de hommelbijen of mannetjes1 ook meerels genoemd1 en de werkbijen4 ,in gezonde stokken zijn de drie soorten slechts een gedeelte van het jaar1 gewoonlijk van het begin van ,mei tot in ,augustus1 aanwezig2 want in deze worden de hommels eerst tegen de maand ,mei aangekweekt1 en in het begin van ,augustus niet meer noodig zijnde1 door de werkbijen uitgedreven of uitgehongerd4 ,de vermeerdering van het aantal stokken of kolonin heeft plaats door dat een gedeelte van het volk van een stok1 de woning verlaat4 ,men noemt dit zwermen1 en de nieuwe stok1 die er door ontstaat1 heet zwerm4 ,een zwerm is niet altijd even talrijk3 er zijn er van #bjjj1 #ajjjj1 #bjjjj1 ja soms nog meer bijen4 #a ,,de ,,moederbij ,,of ,,koningin4 ,de koningin verdient1 als het hoofd van den geheelen stok1 in de eerste plaats door ons behandeld te worden4 ,gedurende hare tegenwoordigheid1 hebben alle werkzaamheden in den stok geregeld plaats2 is zij echter ziek geworden1 of wat nog erger is1 verloren gegaan of gestorven1 dan komt de geheele stok in onrust3 verwarring1 werkeloosheid en droefheid heerschen daar1 waar vroeger orde1 vlijt en vreugde woonde6 ,het getal neemt dan dagelijks door den dood af2 want daar de koningin het eenige1 volkomen vrouwelijke wezen in den stok is1 en zij alln de eijeren voor de drie soorten van bijen legt1 zoo kunnen er bij haar gemis geene aangekweekt worden1 en gaat de geheele stok te gronde1 indien de werkbijen1 door de aanwezigheid van eijeren of geschikt broed1 niet in staat zijn zich eene nieuwe regentes te verschaffen1 of indien de mensch er haar geene geven kan4 ,het is lang en door sommigen hevig bestreden1 dat de koningin de eijeren voor de drie soorten van bijen verschafte4 ,men wilde dat er zoogenaamde hommelmoeders waren1 die de eijeren voor de hommels legden2 doch dat de koningin de moeder van al de bijen is1 werd in #ahec bewezen4 ,dzierzon zette in het begin van ,mei eene ,italiaansche #b koningin in eene1 met onze gewone bijen bevolkte1 woning4 ,na verloop van eene maand zag men reeds werkbijen en spoedig daarna ook hommels1 van de ,italiaansche soort1 onder de andere4 ,in het begin der maand ,september zag men nog maar enkele gewone bijen in de woning2 de stok was geheel van ,italiaansch ras geworden1 en in den zomer was er niet n inlandsche hommel in geweest4--,behalve de beslissing van bovengenoemd geschil1 werd nu ook tevens aangetoond1 hoe kort het leven der werkbijen is2 dat der koningin is veel langer1 daar het tot vijf jaren kan opklimmen1 hetgeen men beproeven kan door eene jonge1 reeds bevruchte koningin1 door het korten der vleugels1 kenbaar te maken4 #c ,de koningin is door hare gestalte1 hare kleur en haar langzamen en deftigen gang1 gemakkelijk van de overige bijen te onderscheiden4 ,de kop is ronder1 het borststuk breeder en het achterlijf loopt spitser toe1 dan bij de werkbijen2 zij heeft even als de laatsten zes beenen1 welke echter merkelijk langer zijn1 en vier vleugels1 die dezelfde lengte hebben1 hoewel zij kleiner schijnen te zijn1 omdat het achterlijf1 dat langer is1 er onderuitsteekt4 ,in den tijd der sterkste eijerlage1 van duizende eijeren zwanger gaande1 vertoont zij zich het langst2 haar gang is dan het traagst en het vliegen haar moeijelijk4 ,jonge1 nog onbevruchte koninginnen loopen daarentegen vlug en vliegen met gemak1 zoodat men deze bij de behandeling meer moet bewaken1 wil men haar niet zien ontsnappen4 ,de kleur is boven op het ligchaam glanzend bruin1 soms bijna zwart1 terwijl het onderste gedeelte en de beenen tot het gele overgaan4 ,het zal dus iemand1 die eens eene koningin gezien heeft1 niet moeijelijk vallen haar onder duizende werkbijen te herkennen4 ,inwendig bevinden zich de eijerstok1 het bevruchtingsblaasje en de angel4 ,van den angel bedient de koningin zich alleen tegen haars gelijken1 om zich van eene mededingster te bevrijden1 of zich tegen haar te verdedigen4 ,de onverdraagzaamheid der koninginnen onderling is zeer groot4 ,ontmoeten zij elkander1 dan zullen zij1 vooral in dat gedeelte van het jaar1 waarin de voortplanting het sterkst is1 elkander terstond aanvallen1 en den strijd niet opgeven1 voor dat eene der partijen gedood is1 waarbij de overblijvende ook soms1 ten gevolge van bekomen wonden1 sterft of voor haar werk ongeschikt wordt1 en de stok1 waartoe zij behoort1 dus te gronde gaat4 ,in den nazomer en herfst1 als de voortplantingsdrift sluimert1 dulden zij soms elkanders tegenwoordigheid4 ,er zijn toch voorbeelden1 dat twee moederbijen in n stok overwinterden2 ook bij mij is dit eens voorgekomen4 ,met het voorjaar houdt dit rustig zamenzijn op3 eene der partijen moet dan als offer vallen4 ,men kan van zulk een strijd getuige zijn1 indien men twee koninginnen onder een glas plaatst4 ,het verdient opmerking1 dat1 terwijl de werkbijen bij de minste drukking steken1 men de koningin ongestraft kan in de hand nemen1 drukken en plagen1 zonder dat zij zich van haar wapen zal bedienen2 voorzeker in de bewustheid verkeerende dat het steken haar dood1 en deze den ondergang van den geheelen stok ten gevolge heeft2 want de angel moet1 door de zich daaraan bevindende werhaken1 in de wond achterblijven4 ,sommigen meenen dat de koningin geene stem bezit4 ,zij heeft echter het vermogen om geluid te geven4--,hoewel enkelen beweren ook de stem van oude1 bevruchte koninginnen gehoord te hebben1 die er zich zeldzaam van bedienen1 zoo mogt het mij alleen gelukken1 die van jonge1 nog onbevruchte te hooren1 dat soms op een afstand van twee en meer schreden mogelijk is4--,in den zwermtijd1 wanneer er soms tien en meer jonge koninginnen in een stok gekweekt worden1 hoort men er somtijds in verscheidene stokken1 gewoonlijk van het vallen van den avond tot in den vroegen ochtend1 gedurende een of meer dagen1 qua1 qua roepen1 terwijl andere wederom op een schellen toon thu1 thu antwoorden4 ,het doffe qua1 qua1 komt van jonge koninginnen1 die1 hoewel volwassen zijnde1 nog in de cel verblijven en deze niet durven verlaten1 uit vrees voor eene reeds uitgeloopen mededingster1 waarvan zij toch terstond een aanval zouden te vreezen hebben4 ,het is dus zucht tot zelfbehoud1 die haar in de cel doet blijven2 zij wil deze niet verlaten zonder zich verzekerd te hebben hoe het daar buiten gaat4 ,berlepsch zegt daarom dat men haar qua1 qua als eene signaalsvraag kan beschouwen4 ,ontvangt zij daarop het schelle thu1 thu ten antwoord1 dat eene jonge1 de cel reeds verlaten hebbende koningin doet hooren1 dan blijft zij in hare cel terug2 zoo niet1 dan verlaat zij die terstond1 en wanneer zij dan nog andere qua1 qua hoort roepen1 beantwoordt zij dit op hare beurt dadelijk met thu1 thu4 ,verder tracht zij1 even als de eerst uitgeloopen en met den eersten nazwerm afgevlogen koningin dit gedaan heeft1 alle moederwiegen op te zoeken1 en de daarin aanwezige mededingsters te dooden4 ,wanneer de werkbijen echter nog aan zwermen denken1 dan verhinderen zij haar hierin1 door de cellen te omsingelen en zoo elken aanval af te weren4 ,de in de cellen opgesloten moederbijen voeren zij dan met den snuit door eene kleine opening1 die zoowel daartoe1 als tot toetreding der lucht1 in de cel gelaten is4 ,wordt er daarentegen door de werkbijen aan geen verder zwermen gedacht1 dan laten zij het toe1 dat de uitgeloopen koningin de nog gesloten moedercellen opzoekt en de daarin aanwezigen doodt4 ,sommigen meenen dat het doffe qua1 qua van de overjarige1 reeds bevruchte koningin komt1 dat echter niet mogelijk is1 omdat deze den stok altijd1 eenige dagen voor het uitloopen der jonge moederbijen1 met den voorzwerm verlaat4--,wij moeten de zorg van den ,schepper1 voor de instandhouding van het geschapene1 hier weder in opmerken1 dat ,hij de oude koningin als het ware de bewustheid schonk1 dat zij niet bestand zou zijn tegen een gevecht met een jonge1 veel vluggere mededingster4 ,hoort men in een stok1 waarvan de voorzwerm is afgevlogen1 geene thutoonen meer1 dan kan men verzekerd zijn dat er maar ne jonge moederbij aanwezig1 en dus geen nazwerm te wachten is2 daarentegen kan men het als een zeker teeken beschouwen1 dat men binnen drie dagen van een stok een zwerm te wachten heeft1 wanneer daarin het thuten der hare cel verlaten hebbende koningin gehoord wordt1 en het weder1 gebrek aan honig of te weinig volk dit niet beletten4 ,bij deze zwermen bevinden zich gewoonlijk verscheidene koninginnen3 ik heb er eens een gehad waarin er tien waren4 ,de oorzaak hiervan moet daarin gezocht worden1 dat wanneer de eenige thutende moederbij met den zwerm afgaat1 de overige gevangen gehoudene van de verwarring en een onbewaakt oogenblik gebruik maken1 om hare gevangenis te verlaten en met den zwerm mede te gaan4 ,soms worden van deze overtollige moederbijen1 terstond op de zwermplaats1 reeds eenige afgemaakt2 meestal vindt men haar echter den volgenden morgen dood liggen1 voor het vlieggat of op den bodem van de woning1 waarin men den zwerm gevangen heeft4 ,gewoonlijk wordt de eerst uitgeloopen koningin algemeen als heerscheres verkozen4 ,niet zelden gebeurt het echter ook1 dat zij verscheidene partijen vormen1 die elk eene vorstin kiezen1 in welk geval zij weder allen uit de woning zwermen1 en zich1 meestal in afzonderlijke deelen1 buiten aanzetten4 ,men moet haar dan weder opvangen1 en zet de woning1 om verdere moeite voor te komen1 met een zoogenaamd bijenkleed gesloten1 gedurende #bd uren op eene donkere plaats2 zij zullen dan meest altijd de overtollige koninginnen dooden en in de woning blijven4 ,het verdient opmerking dat de bijen niet alleen allen hare koningin1 maar ook elkander onderling herkennen4 ,eene bij1 op een vreemden stok komende1 is meest altijd een kind des doods4 ,men veronderstelt dat elke koningin een eigenaardigen reuk van zich geeft1 die zich aan de overige bijen mededeelt1 en deze daardoor in staat stelt elkander te herkennen4 ,dat de reuk werkelijk bij de bijen sterk ontwikkeld is1 bleek mij uit de volgende gebeurtenis4 ,bij het opvangen van een nazwerm1 zag ik overtollige koninginnen1 en drukte er eene1 die mij op de hand vloog1 dood en liet haar op den grond vallen4 ,later vond ik deze doode koningin met eene menigte bijen bedekt2 na deze verjaagd te hebben1 vertrad ik de doode geheel en wreef haar zoo door het zand dat er niets meer van zigtbaar was4 ,eenigen tijd daarna zaten er weder bijen en wel in eene streep1 die mijn voet moet beschreven hebben2 deze vereeniging kon moeijelijk anders dan op den reuk plaats hebben4 ,tegen den zwermtijd beginnen de werkbijen1 die alleen voor de aankweeking der drie soorten van bijen zorgen1 moedercellen aan te leggen4 ,zij schijnen reeds vooruit te begrijpen dat tegen het tijdstip1 dat de natuur voor de vermeerdering van het aantal stokken bestemd heeft1 hare woning te klein en te warm wordt1 om haar allen te bevatten1 en voorzien1 daar zij zonder vorstin den stok niet kunnen verlaten en omdat deze1 zonder regentes achterblijvende1 te gronde zou moeten gaan1 in tijds in deze behoefte1 door aan de randen der wastafels en daar1 waar tusschen deze eene opening is gelaten1 moeder-wiegen of cellen aan te leggen4 ,in elke dezer cellen1 die aanvankelijk de gedaante van een napje hebben en veel gelijken op den dop1 waarin de eikel aan den boom hangt1 legt de moederbij een ei1 waarna zij door de werkbijen1 die de eijeren tevens bebroeijen1 tot volkomen moederwiegen of zwermcellen worden opgebouwd4 ,is echter de koningin op deze of gene wijze verloren gegaan1 hetgeen de werkbijen terstond ontdekken1 dan kiezen zij eene werkbijencel1 waarin eene geschikte made aanwezig is1 onverschillig waar zij deze vinden1 om zich daaruit eene nieuwe koningin te verschaffen1 waarom men deze moedercellen1 die men hulpcellen of cellen1 aangelegd na de ontdekking der moederloosheid1 noemt1 meestal in het midden der wastafels aantreft4 ,door het aanleggen van hulpcellen toonen de bijen bewust te zijn van de onmogelijkheid1 om in hare gereed gemaakte moederwiegen eijeren te verkrijgen1 nu de moederbij niet meer aanwezig is2 men heeft tot heden nog niet kunnen ontdekken of de bijen in staat zijn een ei van de eene cel in de andere te dragen2 de genomen proeven schijnen zelfs het tegendeel te bewijzen4 ,daar eene moedercel wijder en langer moet zijn dan die der werkbijen1 zoo moeten zij bij het aanleggen van hulpcellen meestal verscheidene1 met eijeren of maden bezette werkbijencellen uitbreken2 zij kiezen echter de plaats voor hulpcellen altijd zoo1 dat zij zoo weinig mogelijk behoeven te vernietigen4 ,de stand der werkbijencellen is nagenoeg horizontaal1 slechts een weinig naar boven staande1 waarschijnlijk om het uitvloeijen van den ingedragen honig te beletten4 ,de moederwiegen hangen daarentegen naar beneden4 ,de hulpcellen worden daarom eerst een weinig naar voren1 en dan verder naar beneden afgebouwd4 ,de cellen der koninginnen zijn veel grooter en zwaarder van was1 dan die der werkbijen3 eene der eerste weegt soms meer dan honderd van de laatste4 ,de hulpcellen zijn wegens hare gewrongen gedaante dikwijls nog grooter en zwaarder4 ,de gebruikte moedercellen breken de bijen gewoonlijk weder tot op den grond van het napje af1 waarschijnlijk om het was weder op andere plaatsen aan te wenden4 ,in het midden der vorige eeuw werd door ,schirach1 een geestelijke te ,klein-,bautzen in ,duitschland1 opgemerkt1 dat de bijen uit elke werkbijenmade1 mits niet ouder dan vier dagen zijnde1 nog eene koningin konden aankweeken1 door de cel te vergrooten en deze made overvloedig van krachtiger voederpap dan de overige te voorzien4 ,in de laatste jaren heeft men vele proeven genomen om deze zaak te onderzoeken1 en het is gebleken dat de bijen1 tot het aankweeken van koninginnen1 nog oudere maden kunnen gebruiken1 en wel zoolang als de cel nog niet met haar gewoon wasdeksel is gesloten geworden4 ,wanneer de bijen koninginnen willen aankweeken1 hetzij om aan den zwermlust te voldoen1 hetzij omdat zij genoodzaakt zijn door een toevallig verlies der moederbij1 tot hulpwiegen hare toevlugt te nemen1 zoo vergenoegen zij zich niet met eene enkele1 maar leggen verschillende cellen daartoe aan om1 ingeval van mislukking van enkele1 toch in hare behoefte te kunnen voorzien4 ,zetten zij moederwiegen aan1 dan doen zij dit verscheidene dagen achtereen1 opdat de moederbijen niet tegelijk volwassen zijn zouden2 vandaar dat het nazwermen zoo vele dagen achter elkander kan plaats hebben4--,de hulpcellen leggen zij gewoonlijk alle1 den dag1 waarop zij de moederloosheid ontdekt hebben1 of den daarop volgenden nacht aan2 zulk een stok zal meestal niet zwermen1 maar zoodra ne moederbij is uitgeloopen1 zullen de bijen de overige afmaken1 indien hij echter nog een zwerm geeft1 dan is dit gewoonlijk na #ab #ad dagen4 ,over de bevruchting der moederbijen heerschen de uiteenloopendste denkbeelden4 ,de een zegt dat de jonge koningin herhaalde malen moet bevrucht worden2 de ander dat er geene bevruchting noodig is1 doch dat eene nu en dan herhaalde vlugt den eijerstok moet ontwikkelen2 deze meent dat de bevruchting slechts in de open lucht1 gene dat zij ook in den stok kan plaats hebben2 sommigen willen eindelijk dat de koningin twee eijerstokken zou hebben1 een voor vrouwelijke en een voor mannelijke eijeren4 ,er is nog altijd strijd over de wijze1 waarop de voortplanting eigenlijk plaats heeft1 hoewel dit thans op de duidelijkste wijze aan het licht gebragt is4 ,het is dan ook alleen volstrekte lust tot tegenspreken1 of onwil om de waarheid te erkennen1 waar men zijne eigene verkeerde denkbeelden zou moeten opofferen1 die den strijd over dit punt doet voortduren4 ,alles mede te deelen1 wat over dit onderwerp gezegd is1 ligt buiten mijn bestek2 den belangstellenden verwijs ik naar de werken van ,leuckart1 ,von ,siebold1 ,berlepsch en ,dzierzon4 ,voor eenige jaren trad de laatste met de volgende1 door de ondervinding bewezen theorie op3 ,de jonge koningin moet eens bevrucht worden1 hetgeen in de lucht plaats heeft1 om beide1 mannelijke en vrouwelijke eijeren te kunnen leggen2 tot het eerste is echter geene bevruchting noodig4 ,de eijerstok wordt niet bevrucht1 doch bij de paring vult zich een zeker blaasje1 zaadblaasje genoemd1 dat vr de paring bijna ledig is1 slechts eenig waterhelder vocht bevattende1 met een melkachtig vocht1 zaadvocht geheeten1 welk vocht nu voldoende is om al de eijeren1 welke de koningin gedurende haar geheele leven legt1 tot vrouwelijke eijeren te bevruchten4 ,de waarheid van deze theorie wordt door de volgende daadzaken bevestigd1 zooals ieder dat zal kunnen onderzoeken4 ,verminkt men eene jonge1 pas bevruchte koningin de vleugels1 zoodat zij niet meer vliegen kan1 zoo zal zij nogtans haar geheele leven vruchtbaar blijven4 ,dat er in den stok geene bevruchting plaats heeft1 wordt aangetoond1 wanneer men een kunstzwerm maakt met eene jonge nog onbevruchte koningin1 die men het vliegen onmogelijk maakt2 men zal in zoodanigen stok1 indien de koningin eijeren legt1 dat in het eerste jaar zelden1 doch in het daaropvolgend voorjaar gewoonlijk plaats heeft1 uit de eijeren alleen hommels zien ontstaan4 ,men moet in zulk een stok1 die uit zich zelven niet bevolkt kan blijven1 nu en dan eene tafel met broed uit andere stokken hangen2 tegen den winter moet men ook bijen toevoegen1 anders kan hij toch het voorjaar niet beleven4 ,hoe zou de koningin het ook in den stok kunnen uithouden1 wanneer daar de bevruchting plaats had1 daar zij er soms in omgeven is door honderde hommels8 ,men ziet dan ook de jonge koningin1 nadat zij de alleenheerschappij in den stok bekomen heeft1 op het heetst van den dag1 gewoonlijk tusschen twaalf en twee uren1 uit de woning vliegen1 die1 in den omtrek rond vliegende en steeds het vlieggat in het oog houdende1 goed beschouwen en dan meestal weder binnen gaan1 waarschijnlijk om haar goed te leeren kennen4 ,gewoonlijk komt zij dan terstond terug en begeeft zich gedurende een kwartier tot een uur in de lucht4 ,heeft nu de paring plaats gehad1 dan vliegt zij niet meer uit1 doch herhaalt1 in het tegenovergestelde geval1 hare vlugt een of meer dagen1 om eenmaal bevrucht zijnde1 de woning niet meer te verlaten4 ,zij doet geene reinigings-uitvlugten en houdt ook geen zoogenaamd voorspel als de andere bijen4 ,hare uitwerpselen kunnen de woning niet verontreinigen1 daar zij slechts in een dun geelachtig vocht bestaan1 dat de werkbijen gretig opzuigen2 daarenboven eet zij niets dan zuiveren honig1 en in den tijd der broedaanzetting hoofdzakelijk voederbrij1 dien de werkbijen haar met den snuit toereiken4 ,als bewijs dat de koningin slechts eens of enkele malen uitvliegt1 tot dat de bevruchting heeft plaats gehad1 kan ook dienen1 dat als men eene bevruchte1 overjarige koningin in eene andere woning overplaatst1 en zij onder de bewerking komt te ontvliegen1 zij weder naar die plaats terugvliegt1 van waar zij is uitgevlogen om bevrucht te worden1 al was zij reeds een jaar in de nieuwe woning geweest1 en al had zij op eene andere plaats gestaan dan waarvan zij de bevruchtings-uitvlugt had gehouden2 zij heeft dus deze nieuwe standplaats niet leeren kennen4 ,behalve voor de bevruchting1 verlaat de koningin de woning eens in het jaar1 om met den voorzwerm af te gaan4 ,de woning1 waarin men haar dan plaatst1 verlaat zij niet voor het volgende jaar1 om weder met den voorzwerm af te gaan4 ,den meesten tegenstand ondervond ,dzierzon's bewering dat de eijeren1 waaruit de hommels of mannelijke bijen voortkomen1 geene bevruchting behoeven2 dat onbevruchte of mannelijke eijeren woorden van eene beteekenis zijn1 daar alle eijeren oorspronkelijk van het mannelijk geslacht zijn1 doch1 voorbij het zaadblaasje gaande1 de kiem ontvangen om vrouwelijke bijen te vormen4 ,men kreet hem uit voor iemand1 die stellingen wilde opperen1 die tegen al wat de ondervinding dagelijks leert1 aandruischten1 zeggende3 ,zonder bevruchting kan geen leven ontstaan4 ,dzierzon geeft tot bevestiging van zijne stelling op1 dat als men jonge moederbijen1 die nog geen bevruchtings-uitvlugt gehouden hebben1 opent en onder het microscoop beschouwt1 men het zaadblaasje altijd ledig zal vinden1 terwijl dit1 na de paring1 met het genoemde zaadvocht zal gevuld zijn4 ,daar er nu soms koninginnen voorkomen1 die van hare geboorte af een gebrek aan de vleugels hebben1 dat haar het vliegen belet1 zoo kunnen deze niet bevrucht worden2 eveneens blijven die koninginnen onbevrucht1 die op een tijd geboren worden1 dat er geene hommels in den stok zijn1 terwijl later1 wanneer deze aanwezig zijn1 de tijd der bevruchting voor haar voorbij is4 ,van zoodanige koninginnen verkrijgt men het volgende jaar gewoonlijk toch eijeren1 waaruit bijen voortkomen1 die echter allen van het mannelijk geslacht zijn4 ,een stok1 waarin zich dit voordoet1 noemt men hommelbroedig en hij gaat te gronde1 daar de hommels leven ten koste van den voorraad1 dien de werkbijen inzamelen1 en deze laatste dagelijks door den dood wegvallen1 zoodat er eindelijk alleen hommels overblijven1 die van gebrek omkomen4 ,worden de koninginnen uit zoodanige stokken onder het microscoop beschouwd1 zoo vindt men steeds het zaadblaasje ledig1 dat bij moederbijen1 in den normalen staat1 nooit plaats heeft4 ,somtijds ziet men ook dat koninginnen1 die steeds eijeren van beiderlei geslacht gelegd hebben1 hiermede ophouden en alleen eijeren van het mannelijk geslacht verschaffen4 ,zij geven zich wel moeite om eijeren van het vrouwelijk geslacht te leggen1 en bezetten ook al de werkbijencellen met eijeren1 doch er komen niets dan hommels van1 die1 omdat zij in cellen gekweekt zijn1 die niet tot hunne vorming geschikt waren1 van een kleineren ligchaamsbouw zijn dan de overige4 ,ook bij zoodanige koninginnen vindt men bij de ontleding het bevruchtingsblaasje ledig3 dit is dus uitgeput4 ,het bovengezegde mag in strijd zijn met wat wij dagelijks waarnemen1 omtrent de voortplanting van het dierenrijk1 toch heeft men ontdekt dat er meer insecten zijn1 die zonder bevruchting eijeren leggen1 waaruit levende jongen voortkomen4 ,von ,siebold heeft in #ahef verscheidene bevruchte en onbevruchte koninginnen onderzocht1 en de ,dzierzon'sche theorie bewaarheid gevonden1 waarover hij eene uitvoerige verhandeling heeft in het licht gegeven4 ,de naam van ,dzierzon zal dan ook niet in vergetelheid geraken1 daar het licht1 door hem op het gebied der bijenteelt ontstoken1 zoowel door zijne hommeltheorie als door de woningen van zijne vinding1 dezen tak van nijverheid eene belangrijke schrede heeft doen vooruitgaan4 ,ik moet hier nog opmerken1 dat eene bevruchte koningin door de bijen hooggeschat wordt4 ,vervangt men in een stok eene bevruchte koningin door eene onbevruchte1 zoo zullen de werkbijen deze aanvallen en dooden1 terwijl zij1 in het tegenovergestelde geval1 de nieuwe moederbij met vreugde zullen ontvangen4 ,bij het omzetten van stokken is dit van veel belang3 zet men er een1 die eene bevruchte koningin heeft1 op de plaats van een1 die eene onbevruchte heeft1 zoo zullen de te huis komende bijen met den ruil zeer te vreden zijn2 zet men echter den laatsten op de plaats van den eersten1 dan zullen de te huis komende bijen1 die eene bevruchte moederbij verlieten1 en nu eene onbevruchte vinden1 haar aanvallen en dooden1 waardoor de stok moederloos wordt4 ,het omzetten van stokken1 dat soms zoo onbezorgd gedaan wordt1 gaat dan ook met groot gevaar verzeld en het onbedachtzaam verplaatsen moet ik daarom ten sterkste afraden4 ,hoewel het ons onbekend is1 of er dieren zijn1 die weten van welk geslacht zij jongen zullen voortbrengen1 zoo moet dit bij de moederbij toch het geval zijn3 daar tot de uitbroeijing en ontwikkeling van mannelijke en vrouwelijke bijen1 cellen van onderscheidene grootte vereischt worden1 zoo moet zij het geslacht der eijeren kunnen bepalen1 naar de cellen welke zij er mede bezet4 ,opmerkelijk is het1 dat de koningin1 hoewel zij het meest ontwikkelde wezen in den stok is1 nogtans den minsten tijd tot hare vorming behoeft4 ,zij heeft1 gerekend van het leggen van het ei1 #af #ag dagen voor hare ontwikkeling noodig1 terwijl de werkbijen eerst den #bjsten of #basten en de hommels meestal den #bbsten of #bcsten dag de cel verlaten4 ,men moet verbaasd staan over het ontzettend voortteelend vermogen1 dat de koningin bezit4 ,zij is toch in staat om in den tijd der sterkste eijerlage1 die in de maanden ,mei en ,junij invalt1 in #bd uren1 van #aejj tot #cjjj eijeren te leggen4 ,hoe ongeloofelijk dit schijnen mag1 men kan er zich van overtuigen door de wastafels uit het broednest te nemen1 en dit den volgenden dag te herhalen1 daarbij nagaande hoeveel cellen in dien tijd zijn bezet geworden1 hetgeen gemakkelijk geschieden kan1 omdat de moederbij de tafels1 en van elke tafel de cellen1 geregeld met eijeren bezet1 zonder er eene over te slaan4 ,daar nu #be cellen een vierkanten ,rhijnlandschen duim #d beslaan1 zoo zal het aantal in eene tafel van #f duim breed en #aa lang1 aan beide zijden evenveel cellen bevattende1 #ccjj bedragen2 men behoeft dus de met eijeren bezette cellen slechts twee dagen achter elkander te meten om het aantal eijeren1 in #bd uren gelegd1 te leeren kennen4 ,hoewel de voortteeling verbazend groot genoemd mag worden1 zoo is ook het dagelijksch verlies groot1 daar de werkbijen zich1 in den tijd der drukste dragt1 veel afmatten en dikwerf op het veld terug blijven1 terwijl ook velen door wind of regen worden nergeslagen1 door vogels verslonden of in het spinnenweb gevangen4 ,laat ons thans van de beschrijving der moederbij afstappen2 ik heb mij daarmede lang moeten bezighouden1 omdat hare grondige kennis het eenig rigtsnoer is1 om in de bijenteelt wel te slagen4 ,wie met de natuur der moederbij goed bekend is1 zal zelden mistasten1 terwijl hij1 die er een verkeerd begrip van heeft1 op goed geluk moet werken4 ,,de ,,hommels ,,of ,,mannetjes-,,bijen4 ,zoo als boven reeds gezegd is1 ontstaan de hommels uit eijeren1 door de koningin gelegd1 en hebben zij1 na het leggen van het ei1 #bb #bc dagen1 en dus van de drie soorten van bijen den meesten tijd1 tot hunne ontwikkeling noodig4 ,zij zijn op het eerste gezigt van de werkbijen en de koningin te onderkennen1 aan hun grooteren en plomperen ligchaamsbouw4 ,de kop is grooter en ronder1 de snuit korter1 het borststuk sterker1 het achterlijf langer en aan het einde meer afgerond dan bij de werkbijen4 ,de vleugels zijn breeder en iets langer1 ook zijn zij over het geheele ligchaam sterker behaard en missen de schopjes en borsteltjes1 die men aan de achterbeenen der werkbijen vindt4 ,hun uiterlijk aanzien is veel minder bevallig1 dan dat van de statige moederbij of de kleine en zeer vlugge werkbij4 ,zij hebben een slependen gang en vliegen moeijelijk op1 doch1 eenmaal in de vlugt zijnde1 kunnen zij de lucht pijlsnel doorklieven4 ,zij hebben geen angel1 en kunnen dus zonder eenige vrees worden aangevat4--,wanneer zij in den omtrek der stokken rondvliegen1 kan men hen terstond herkennen aan het sterke geluid1 dat de beweging van hunne vleugels veroorzaakt1 en aan het laten afhangen van hunne lange achterbeenen4 ,als zij op een warmen dag in grooten getale aanwezig zijn1 kunnen zij de lucht als het ware doen dreunen1 door de beweging van hunne vleugels4 ,dit eigenaardige geluid1 dat zij verwekken1 heeft hun ook den naam van muzikanten doen verkrijgen1 en sommigen verkeeren zelfs in de stellige meening1 dat zij voornamelijk tegenwoordig zijn1 om door hunne muzijk den arbeid der werkbijen te verligten2 anderen beschouwen hen als misgeboorten en schuimloopers1 die zich in ledigheid voeden van het door de werkbijen ingezamelde2 doch daar de werkbijen zelven de cellen voor de hommels aanleggen en de door de koningin daarin gelegde eijeren uitbroeijen1 zoo moeten zij wel degelijk als leden van hetzelfde gezin beschouwd worden4 ,het geslacht en de bestemming van deze bijensoort hebben steeds aanleiding tot een ernstigen pennestrijd gegeven4 ,men scheen liever zijn eenmaal aangenomen gevoelen vol te houden1 dan de waarheid te zoeken2 want voor hen1 die met de ontleedkunde bekend1 en van vergrootingswerktuigen voorzien zijn1 is het niet moeijelijk de mannelijke geslachtsdeelen bij hen te onderkennen4 ,had men slechts gelezen wat door ,swammerdam #e en ,reaumur #f over het geslacht der bijen geleerd wordt1 en de bij hunne werken gevoegde afbeeldingen beschouwd1 de bestaande onzekerheid zou spoedig opgeheven geweest zijn2 want beide toonden aan3 dat de koningin het eenig volkomen ontwikkeld vrouwelijk wezen in den stok is2 dat ook de werkbijen tot het vrouwelijk geslacht behooren1 maar in cellen ontstaan1 die te klein zijn om hare geslachtsdeelen geheel te doen ontwikkelen2 en dat eindelijk de grootere of hommelbijen van het mannelijk geslacht zijn1 daar zij duidelijk te herkennen1 mannelijke geslachtsdeelen hebben4 ,waarschijnlijk stelden de bijenhouders niet genoeg vertrouwen in de bekwaamheden van deskundigen1 om het geslacht der bijen te kunnen bepalen4--,ieder behield ten minste zijne eigene denkbeelden over de huishouding der bijen en wilde onveranderd staande houden1 dat deze alleen waarheid bevatten4 ,hierdoor bleef de strijd bestaan1 totdat nu in de laatste jaren de bijenteelt in ,duitschland met zooveel inspanning en wezenlijke belangstelling werd uitgeoefend1 men zich daar niet alleen bepaalde tot het gewin1 maar ook de natuurlijke huishouding der bijen grondig wenschte te leeren kennen4 ,het was voornamelijk door de stelling van ,dzierzon3 ,de hommels zijn volkomen mannelijke bijen1 die alleen dienen ter bevruchting van de koningin2 hommeleijeren behoeven geene bevruchting1 zoodat onbevruchte en hommeleijeren woorden van ne beteekenis zijn1--dat onderscheidene geleerden werden aangespoord1 om zich met een naauwkeurig onderzoek van dit punt bezig te houden4 ,zijne schijnbaar valsche stelling1 waarom hij aanvankelijk door velen bespot werd1 is na een groot aantal waarnemingen volkomen bevestigd geworden4 ,in de ,eichstdter ,bienen-,zeitung1 van den #ae;en ,october #ahed1 vindt men een stuk van ,von ,siebold1 waarin hij zegt1 dat alles wat door ,swammerdam en ,reaumur1 omtrent het geslacht der bijen is geleerd geworden1 door hem bevonden is waarheid te bevatten4 ,eenige onnaauwkeurigheden in hunne afbeeldingen moeten worden toegeschreven aan de mindere volkomenheid der werktuigen1 die hun ten dienste stonden4 ,wij mogen dus op gezag van ,von ,siebold en andere geleerden aannemen1 dat er geen twijfel meer bestaat1 omtrent het geslacht der bijen1 en hopen dat er voor goed aan de twisten hierover een einde mag gekomen zijn4 ,vrij algemeen1 vooral hier te lande1 worden de hommels broedbijen genoemd en gelooft men dat zij bestemd zijn1 om het broed te verwarmen en uit te broeijen4 ,het wederleggen van deze stelling zal moeijelijk vallen2 want daar er geen enkele schijngrond voor bekend is1 is er ook niets te wederleggen4--,het broed wordt voornamelijk aangezet in ,maart en ,april1 en dan zijn er in den regel geen hommels in den stok aanwezig2 het meeste hommelbroed wordt in het laatst van ,april en het begin van ,mei aangezet4 ,ook dit moet door de werkbijen worden uitgebroeid4 ,gewoonlijk ziet men dan de eerste hommels te voorschijn komen1 eenige dagen voor dat de oude1 bevruchte moederbij1 de woning1 met den voorzwerm1 verlaat4 ,heeft deze de woning verlaten1 dan houdt natuurlijk alle verdere broedaanzetting op1 terwijl de grootste hoeveelheid hommelbroed dan nog aan de zorg der overgebleven werkbijen is overgelaten4 ,is er eene week verloopen1 nadat de bevruchte koningin de woning heeft verlaten1 dan is zeker al het door haar achtergelaten broed reeds bedekt1 en dit zou dan wel zonder eenige verdere verzorging uitkomen4 ,ongeveer eene maand na het afvliegen van den voorzwerm1 begint de jonge intusschen bevruchte koningin eijeren te leggen1 zoodat er dan weder wat te broeijen zou zijn2 doch dan nadert ook het tijdstip1 waarop de hommels als overtollig worden uitgedreven en al het broed1 dat hierna tot in ,october wordt aangezet1 moet worden uitgebroeid1 zonder dat er in gezonde stokken een enkele hommel aanwezig is4 ,de ongerijmdheid van de geheel uit de lucht gegrepen stelling1 dat de hommels broedbijen zouden zijn1 zal elk onbevooroordeelde1 door eene naauwkeurige waarneming aan de bijenstokken1 spoedig inzien4 ,in de koudere jaargetijden1 wanneer er het meest gebroeid moet worden1 zouden de gewaande broedbijen ontbreken2 terwijl er1 in de heetste maanden van het jaar1 wanneer de warmte in de woningen bijna ondragelijk is geworden1 en de bijen er buiten gaan liggen om de daarbinnen heerschende warmte te ontgaan1 afzonderlijke bijen zouden noodig zijn1 om het broed warm te houden4--,dit dwaalbegrip zal1 dunkt mij1 geene verdere behandeling behoeven4 ,sterke stokken1 die gewoonlijk ook zwermen1 kweeken hommels4 ,zij doen dit in de bewustheid van hunne toenemende bevolking1 als eene voorbereiding tot het zwermen4 ,in den zwermtijd1 wanneer de jonge koninginnen bevrucht moeten worden1 zijn de meeste hommels aanwezig1 en de naauwkeurigste waarnemingen hebben geene andere bestemming van deze bijensoort kunnen aantoonen1 dan het bevruchten der jonge koninginnen4 ,die stokken1 welke hunne koningin verliezen1 terwijl er geen hommels aanwezig zijn1 en dan jonge moederbijen aankweeken1 blijven onvruchtbaar en gaan met rassche schreden hun ondergang te gemoet4 ,zij1 die eene andere bestemming aan de hommels toekennen1 dan het bevruchten der koninginnen1 wijzen op hun groot aantal1 daar toch een veel kleiner getal voldoende zou zijn1 om de weinige moederbijen te bevruchten4 ,dit kan zijn in een door menschen bezetten bijenstand1 waarin zich soms meer dan honderd stokken bijeen bevinden1 doch men moet in het oog houden1 dat de bijen zich daar niet in den natuurstaat bevinden4 ,stelt men zich de bijen in het wild voor1 in bosschen huizende1 waar de eene stok soms verscheidene uren van den anderen verwijderd is1 zoodat de hommels van den eenen stok zelden de koninginnen van een anderen kunnen bevruchten1 en zij dus elk voor hunne eigene bevruchting moeten zorgen1 dan kan dit getal niet als te groot beschouwd worden2 want1 daar de bevruchting in de lucht plaats heeft en de hommels niet allen op denzelfden tijd van den dag de woning verlaten1 en zij zich daar buiten zeer verspreiden1 zoo moeten er wel veel aanwezig zijn1 zal de koningin er een kunnen vinden om zich mede te vereenigen4 ,eene al te groote hoeveelheid hommels is niet voordeelig1 en meestal een gevolg van eene tegennatuurlijke behandeling4 ,men doet altijd wel met hunne aankweeking zooveel mogelijk tegen te gaan1 door het verwijderen van de tafels der hommelcellen1 er tafels met werkbijencellen voor in de plaats stellende2 want daarvan heeft men nog nooit nadeelige gevolgen ondervonden1 omdat er op een bezetten bijenstand altijd nog hommels genoeg gevonden worden4 ,geheel kan men hen toch niet tegengaan2 want verwijderde men alle hommelcellen uit de woning1 dan zouden er toch eenige aangezet worden in werkbijencellen4 ,dit kan men ontdekken aan de verhooging van het gesloten broed4 ,de op deze wijze gekweekte hommels zijn kleiner4 ,de hommels moeten de paring met de koningin altijd met den dood bekoopen1 omdat hun mannelijk lid zoo naauw in de vrouwelijke schede sluit1 dat zij dit na de paring niet kunnen terug trekken2 het wordt met geweld afgescheurd en blijft in de schede vastzitten4 ,men heeft in de laatste jaren1 toen men alles naauwkeuriger begon na te gaan1 verscheidene koninginnen1 nog bezet met het mannelijk lid1 van hare bevruchtingsuitvlugt zien terug keeren4 ,onlangs zond ,berlepsch zulk eene koningin1 na haar gedood en in wijngeest gedaan te hebben1 aan ,von ,siebold1 die het in de schede stekend ligchaam1 duidelijk herkende als het afgescheurd mannelijk lid4 ,in het begin van ,augustus worden in gezonde stokken de hommels1 als niet meer noodig1 uitgedreven4 ,men noemt dit gewoonlijk de hommelslagt4 ,wanneer de werkbijen hiertoe overgaan1 zijn zij geheel zonder erbarming1 in tegenstelling van de liefde1 die zij voor hun broed betoonen1 indien zij hen behoeven voor de bevruchting der koninginnen4 ,het uitdrijven doen zij op verschillende wijzen1 naardat zij dit het best kunnen4 ,nu bijten en plukken zij hun stukken uit de vleugels1 dan gaan zij weder op hen zitten1 dat men paardrijden noemt1 en dragen hen zoo uit de woning1 waarna zij hun het terugkeeren zoo veel mogelijk beletten2 meestal echter drijven zij hen van den honigvoorraad tot beneden in een hoek van de woning en laten hen daar1 door honger en koude1 omkomen4 ,soms kan men in de woningen geheele hoopen van aldus uitgedreven hommels vinden4 ,stokken1 die hen in de tweede helft van ,augustus nog met vrede laten1 worden verdacht van moederloosheid1 en zij1 die hen in ,september nog dulden1 zijn bepaald moederloos en hun ondergang nabij4 ,vindt men een zoodanigen stok1 zoo is het best hem zoo spoedig mogelijk met den onmiddellijk naast hem staanden gezonden stok te vereenigen1 en de woning zoo te plaatsen dat zij het midden houdt1 tusschen hare vroegere standplaats en die van den weggenomen stok3 men noemt dit op den halven man stellen4 ,,de ,,werkbijen4 ,even noodzakelijk als de koningin voor de werkbijen is1 zijn deze het voor haar en de geheele huishouding1 waarvan zij den eigenlijken kern uitmaken1 daar zij alln allen arbeid verrigten4 ,zij vervaardigen de cellen en brengen het voedsel1 het water en den voorraad aan2 zij zijn de dappere verdedigers van de koningin en de gemeenschappelijke bezittingen4 ,de bijen zijn altijd1 en met regt1 als een zinnebeeld van vlijt voorgesteld2 want zij zijn onvermoeid in den arbeid en kunnen nooit van verzuim beschuldigd worden4 ,wanneer er honig of bloemenstof te vinden is en het weder haar het vliegen niet belet1 gaan allen1 die bij de verzorging van het broed of de verrigting van andere huisselijke bezigheden gemist kunnen worden1 gedurende den dag1 op de inzameling uit4 ,het ingezamelde zetten zij in de eerste ledige cellen1 die zij vinden1 haastig af1 terwijl zij zich dan den nacht ten nutte maken1 om het op de behoorlijke plaats te brengen1 de woning te zuiveren van onreinheden1 die er in mogten gekomen zijn1 de dooden uit te dragen1 verbeteringen in den bouw te brengen1 oneffenheden af te bijten en overtollige openingen te sluiten1 tot dat de opkomende zon haar weder in het veld roept1 om haar voorraad te vergrooten4 ,in den zomer verdienen zij dus vooral den goed gekozen naam van werk-bijen1 daar zij dan onophoudelijk arbeiden4 ,het is ook daaraan te wijten dat de leeftijd van haar1 die in ,april en ,mei de cel verlaten1 maar drie of hoogstens vier maanden bedraagt2 deze overspannen zich en zijn daardoor spoedig afgeleefd4 ,zij daarentegen1 die in ,augustus en later geboren worden1 leven in een veel minder drukken tijd1 en verouderen minder1 daar zij gedurende den winter rustig in den stok zitten4 ,haar levensduur bedraagt echter op zijn hoogst acht maanden1 dat bewezen werd door eene ,italiaansche koningin in een stok1 met gewone bijen bevolkt1 te plaatsen4 #g ,na deze algemeene opmerkingen1 zal ik van deze bijensoort eene meer uitvoerige beschrijving geven1 dan van de beide andere geschied is4 ,de werkbij heeft vijf oogen1 waarvan er een aan elke zijde van den kop geplaatst is1 terwijl de drie overige1 die kleiner zijn1 zich in een driehoek op het voorhoofd bevinden4 ,met kleine wijzigingen1 vindt men deze vijf oogen ook bij de andere bijensoorten4 ,het gezigt der bijen moet bijzonder sterk zijn1 daar zij van alle kanten in de snelste vlugt naar den stok toevliegen4 ,ook is dit daaruit op te maken dat zij bij het sterkste voorspel en het zwermen1 wanneer er duizenden op het snelst dooreen vliegen1 nooit tegen elkander stooten4 ,buiten de woning schijnen zij1 als het donker is1 niets bepaald te onderscheiden2 want laat men haar dan vliegen1 zoo kunnen zij haar stok niet vinden1 en hangen zich overal aan4 ,in de woning1 waar het bijna altijd donker is1 daar het kleine vlieggat slechts weinig licht doorlaat1 is het echter niet te denken dat zij niet zouden kunnen zien2 misschien dat de kleine1 op het voorhoofd geplaatste oogen haar daar goede diensten bewijzen4 ,tusschen de beide op zijde staande oogen1 bevinden zich de beide voelhorens1 waarvan zij zich schijnen te bedienen om de haar bij den arbeid voorkomende voorwerpen te betasten1 en zich onderling verstaanbaar te maken2 want men ziet haar hiermede elkander aanraken4 ,ook moeten zij de zintuigen van den reuk zijn1 die bij haar sterk ontwikkeld is1 #h daar zij honig en andere zoetigheden op zeer groote afstanden bemerken4 ,dr4 ,dnhoff1 te ,orsoy1 toonde dit aan door de volgende proeven1 die men ook zelf gemakkelijk nemen kan4 ,wanneer men eene moederbij onder een pijpedop plaatst1 dan blijven daar eene menigte werkbijen bijzitten2 knipt men daarop enkelen n voelhoren af1 zoo verlaten zij de koningin niet1 doch haar daarop ook van de tweede beroovende1 toonen zij er geen de minste belangstelling meer in1 en vliegen terstond weg4 ,indien men bijen opsluit en haar dan een met honig bestreken stokje voorhoudt1 zoo zullen zij daar terstond den snuit naar toe steken2 houdt men haar echter een stokje voor bestreken met knuflook1 of eene andere stof1 welker reuk haar hinderlijk is1 dan wenden zij zich daarvan onmiddellijk af4 ,knipt men haar daarna n voelhoren af1 dan blijft het verschijnsel hetzelfde1 doch ontneemt men haar ook den tweeden1 dan schijnen zij onbewust te blijven van den aard der stoffen1 waarmede men haar nadert4 ,aan het onderste gedeelte van den kop1 bevindt zich de mond4 ,de hierin geplaatste tanden zijn niet ingekerfd1 zoo als die van de koningin en de hommels1 maar plat om het was behoorlijk te kunnen verwerken4 ,de tong is eene gesloten1 met haren bezette buis1 die in een in tween gespleten koker tusschen de tanden ligt2 de beide deelen van dezen koker sluiten digt tegen de tong en vormen daarmede den snuit4 ,de snuit van de koningin en de hommels is korter en minder behaard dan die der werkbijen4 ,de kop is door middel van de spijsbuis met het borststuk verbonden4 ,de vleugels zijn vier in getal4 ,van de zes beenen dienen de beide voorste1 die het kortst zijn1 haar tot armen en handen2 terwijl de beide achterste zich onderscheiden door de zich daaraan bevindende borsteltjes en schopjes of korfjes4 ,de borsteltjes zijn aan de binnenzijde op het laatste schenkellid geplaatst1 en bestaan uit #h tot #aj rijen dwars loopende haren4 ,den naam van korfjes geeft men aan eene driekante verdieping aan de buitenzijde in het middelste schenkellid1 welke met steile haren omringd is4 ,met de borsteltjes strijken zij het bloemenstof van de vleugels en de haren in de korfjes en dragen het1 tot balletjes gemaakt1 daarin naar huis4 ,aan het einde van elk been staan twee naar binnen gebogen1 met tanden voorziene haakjes4 ,den honig verzamelt de bij op het veld1 door middel van den snuit en de spijsbuis1 in de voor- of honigmaag1 en ledigt deze te huis komende in de cellen4 ,achter deze voormaag ligt de eigenlijke maag1 in welke zij den uit honig en bloemenstof bestaanden voederbrij voor het broed bereiden4 ,aan de onderzijde van het achterlijf bevinden zich zes halfringen1 welke aan de zijden door de zes grootere halfringen van den rug bedekt worden4 ,tusschen de eerste of buikringen liggen de washuidjes1 die de geheime werkplaatsen zijn1 waarin de wasbereiding plaats heeft4 ,zij zweeten daar het was1 dat tusschen de halfringen naar buiten dringt1 als het ware uit4 ,de angel bestaat uit eene holle1 hoornachtige buis1 aan beide zijden met werhaken voorzien en inwendig met de giftblaas verbonden4 ,bij het steken ontlaadt zich de giftblaas1 door den angel1 in de wond3 vandaar de brandende pijn en de zwelling1 die den steek gewoonlijk volgen4 ,de werhaken doen den angel meestal afscheuren en in de wond achterblijven1 wanneer de bij hem terugtrekken wil2 dikwijls blijft er bij het afscheuren de giftblaas aanhangen4 ,het verlies van den angel heeft den dood van de bij ten gevolge4 ,de bij ademt1 even als andere insecten1 door luchtbuizen1 welke aan de zijden aanwezig zijn4 ,wanneer zij dus in water of honig omkomt1 moet dit meer als verstikken dan als verdrinken beschouwd worden4 ,boven werd reeds van het gezigt en den reuk der bijen gesproken1 die zij in zeer hooge mate bezitten4 ,men mag haar ook niet als van smaak beroofd beschouwen1 daar zij op alle zoetigheden aanvallen1 doch voor allen steeds den honig verkiezen4 ,zij bezitten ook een vrij sterk geheugen2 want verplaatst men de woning1 doch niet meer dan een half uur1 zoo zullen velen1 zelfs na een langdurigen winter1 als zij haar dus in verscheidene maanden niet verlaten hebben1 naar hare oude standplaats terugkeeren3 het is dus zeer verkeerd de stokken onbedachtzaam te verplaatsen1 en bij den aankoop van bijen moet men wel toezien haar niet van een stand te nemen1 die niet meer dan een half uur van den zijnen verwijderd is4 ,eens in haar leven vergeet de bij hare standplaats1 en wel bij het zwermen4 ,de woning1 waarin men den zwerm opvangt1 kan men plaatsen waar men goedvindt2 want1 slechts zeer weinigen zullen naar den moederstok terug keeren4 ,wij zien hierin weder een bewijs van de voortreffelijke inrigting der natuur3 vergat toch de bij1 bij het zwermen1 hare standplaats niet1 zoo zouden de meeste zwermen weder naar den moederstok terugkeeren en de vermeerdering der stokken dus maar zeer gering kunnen zijn4 ,het instinkt1 dat de bijen toonen te bezitten1 is opmerkelijk4 ,wanneer het b4 v4 bij eene sterke dragt hard waait1 dan zullen zij bij het van huis gaan steeds tegen den wind invliegen1 wel wetende dat zij1 beladen zijnde1 geen werstand aan den hevigen wind zouden kunnen bieden4 ,de werkbij komt voort uit de eijeren1 die de koningin in de kleine cellen 7werkbijencellen7 legt4 ,deze eijeren zijn ruim eene lijn lang1 doorgaans eenigzins gebogen en wit van kleur4 ,op den derden dag splijt het buitenste vlies in de lengte open1 en er vertoont zich dan eene kleine made1 die door de werkbijen van een weinig voederbrij voorzien wordt4 ,deze made groeit nu zoo dat zij op den achtsten dag1 na het leggen van het ei1 den geheelen bodem van de cel bedekt2 den volgenden dag rigt zij zich daarin op1 zoodat zij eene staande houding aanneemt1 met den kop naar de opening gekeerd1 terwijl het achterlijf op den bodem rust4 ,nu voorzien de bijen haar nog eens overvloedig van voederbrij1 en sluiten daarop de cel met een wasdeksel4 ,de made spint zich dan in en omkleedt zich met een dun huidje1 in welken toestand1 nimfen-toestand genoemd1 hare oogen1 snuit1 vleugels en beenen zich ontwikkelen1 totdat zij op den #bjsten of #basten dag1 na het leggen van het ei1 in eene volkomen bij hervormd1 het deksel van hare cel rondom af knaagt en deze verlaat4 ,soms loopen de bijen wel eens een dag vroeger of later uit1 dat afhangt van de meerdere of mindere warmte1 die in den stok heerscht4 ,heeft de bij hare cel verlaten1 dan zuivert zij haar ligchaam1 vooral de vleugels1 van de onreinheden der cel4 ,zij wordt door de oudere bijen vriendelijk ontvangen1 belekt en gevord door haar met den snuit honig toe te reiken1 wanneer zij ten minste welgemaakt is2 want zij1 die met eenig gebrek de cel verlaten1 worden niet in den stok geduld1 doch terstond uitgestooten1 na aan een vleugel of poot beschadigd te zijn geworden2 meestal eindigen zij dan met haar den genadesteek te geven4 ,de jonge bij1 die aan hare grijsachtige kleur gemakkelijk te herkennen is1 vliegt niet dadelijk uit1 zooals sommigen meenen1 doch blijft ten minste de eerste acht dagen in den stok1 en is daar behulpzaam aan de verzorging van het nog in de cellen aanwezige broed1 waardoor hare nog teedere leden sterker worden2 dan begeeft zij zich naar buiten1 draait zich op het vliegplankje regts en links1 vliegt daarna langzaam1 met den kop naar de woning gekeerd1 en beschouwt die zeer naauwkeurig1 om hare herkenningsteekenen goed op te nemen4 ,gedurende dit eerste voorspel ontlast zij zich van den drek1 waarvan haar achterlijf geheel opgezwollen is1 maakt daarbij hare kringen al grooter en grooter1 en vliegt eindelijk het luchtruim in4 ,bij hare terugkomst neemt zij dezelfde voorzigtigheid in acht1 om de moederlijke woning niet mis te loopen4 ,hoewel het den mensch onbekend is1 welke voorwerpen de bijen als bakens aannemen1 zoo laat het zich toch niet denken1 dat zij er geen zouden hebben2 want al verwijderen zij zich ook meer dan een half uur van den stok1 zij weten hem toch meest altijd terug te vinden4 ,zij zijn ook naauwkeurig bekend met het personeel1 dat tot haar stok behoort4 ,verdwaalt er eene op een vreemden stok1 zoo zal zij slechts dan geduld worden1 als zij voorraad medebrengt2 komt zij er ledig1 dan wordt zij terstond als vreemdeling herkend en afgemaakt4 ,men heeft in de laatste jaren getracht1 haar het herkennen van hare woning uit de daarnevens staande gemakkelijker te maken1 door den omtrek der vlieggaten met harde en zooveel mogelijk verschillende kleuren te verwen2 want het verdwalen van bijen op een vreemden stok is zeer gevaarlijk4 ,dat de verdwaalde bijen er meestal bij omkomen1 is nog het ergste niet3 veel noodlottiger kan het worden voor den stok waar vreemde bijen op vallen1 omdat bij een druk voorspel alle vreemdelingen niet terstond herkend worden1 maar enkele ongestoord binnenkomen2 deze nu1 in de meening dat zij in hare eigene woning zijn1 en daarin eene moederbij vinden1 die zij niet kennen1 zullen haar veelal dadelijk aanvallen en ombrengen1 of ten minste beschadigen1 dat niet zelden moederloosheid ten gevolge heeft1 die1 zoo zij niet in tijds ontdekt wordt1 den stok doet te gronde gaan1 wanneer het op een tijdstip plaats heeft1 dat er geen geschikt broed in den stok aanwezig is1 om eene nieuwe moederbij aan te kweeken4 ,eene voorname oorzaak dat veel bijen op de nevenstokken verdwalen1 bestaat daarin1 dat zij te digt bij elkander staan2 want vooral in het voorjaar1 bij het eerste voorspel1 heerscht er voor de woningen meestal eene ontzettende verwarring1 waarbij de bijen van verschillende stokken onder elkander vliegen1 die er veel op vreemde kan doen verdwalen4 ,er hebben dan ook op zulke dagen niet zelden hevige gevechten plaats1 wanneer men1 nadat de rust hersteld is1 den grond voor den bijenstand met dooden en gekwetsten als bezaaid vindt4 ,dit te voorkomen is voor den bijenkweeker van veel belang1 en het zou daarom goed zijn de woningen zoo te plaatsen1 dat de vlieggaten ten minste drie voet van elkander verwijderd zijn1 dat echter dikwijls1 door het groot aantal stokken en de betrekkelijk geringe plaats1 moeijelijk is4 ,bij de behandeling der moederbij is reeds opgemerkt1 dat de bijen van elke werkbijen-made1 die niet te oud is1 eene koningin kunnen aankweeken2 hierom moet deze made en dus ook de werkbij1 van het vrouwelijk geslacht zijn4 ,alle proeven bevestigen dan ook dat zij tot dit geslacht behoort1 doch dat zij in eene cel gekweekt wordt1 die te klein is1 en ook te weinig voederpap ontvangt1 die niet voedzaam genoeg is1 om hare geslachtsdeelen behoorlijk te doen ontwikkelen3 het voortplantingsvermogen ontbreekt haar dan ook gewoonlijk4 ,soms komen er echter werkbijen voor1 die in moederlooze stokken eijeren leggen1 want in stokken1 die moederloos worden op een tijdstip dat er in geen nieuwe moederbij kan worden voorzien1 vindt men niet zelden toch eenig broed1 dat alleen van eene werkbij kan afkomstig zijn4 ,in stokken1 waarin eene moederbij aanwezig is1 zal nooit eene werkbij eijeren leggen4 ,deze werkbijen zijn waarschijnlijk die1 welke gekweekt zijn in die overgangscellen 7zie bl4 #df71 welke zich in den omtrek der moedercellen bevinden1 en die daarom toevallig iets van den krachtiger1 voor de koninklijke cellen bestemden voederbrij hebben bekomen1 hetgeen haar beter heeft doen ontwikkelen1 en misschien ook een grooteren ligchaamsbouw doet ontvangen4 ,over deze eijerlage der werkbijen is men het lang oneens geweest2 men kon zich dit vermoeden niet met zekerheid verklaren4 ,berlepsch1 die zich van deze zaak zoo veel mogelijk wilde vergewissen1 maakte opzettelijk moederlooze stokken1 en had het geluk in #ahef eene werkbij de eijerlage te zien verrigten2 tevens had hij gelegenheid haar te vatten en zond haar1 na gedood en in wijngeest gedaan te zijn1 ter onderzoeking aan ,von ,siebold4 ,deze vond den eijerstok bij deze werkbij meer ontwikkeld dan gewoonlijk bij hare soort het geval is1 en bemerkte ook nog eenige volkomen ontwikkelde eijeren4 ,het bevruchtingsblaasje ontbrak haar echter geheel4 ,dit komt ook met de ondervinding overeen2 want het broed1 dat men in moederlooze stokken vindt1 is steeds van het mannelijk geslacht4 ,,bezigheden ,,der ,,werkbijen ,,buiten ,,de ,,woning4 ,,het ,,wachthouden4 ,men veronderstelde vroeger1 en ook thans gelooven de bijenhouders nog vrij algemeen1 dat de bijen aan het vlieggat steeds de wacht houden1 om het indringen van vreemde bijen1 wespen1 motten1 muizen en andere vijanden te beletten4 ,men vindt dan ook1 in meest alle werken over de bijenteelt1 deze bestemming toegekend aan eene menigte bijen1 die men meestal aan het vlieggat vereenigd vindt4 ,met ,dr4 ,dnhoff zou ik echter meenen1 dat door deze bijen niet bepaald wacht gedaan wordt2 want3 #ao in zwak bevolkte stokken1 die hun nest ver van het vlieggat afhebben1 ontbreekt deze zoogenaamde wacht meestal1 en zulke stokken moesten toch dubbel waakzaam zijn2 #bo men vindt haar zeer zelden gedurende den nacht en het gevaar voor het indringen van vijanden is dan juist het grootst2 #co zij plaatst zich dikwijls zoover van het vlieggat dat er aan geen wachthouden te denken valt2 #do de sterkte van deze wacht is zeer afhankelijk van de fraaiheid van het weder1 de meer of minder vrolijke stemming van de bijen en den tijd1 dat zij het licht en de warmte der zon ontbeerd hebben 7zij is zeer sterk1 nadat men haar ruim gevord heeft en het sterkst1 wanneer zij voor het eerst haar winterkwartier verlaten72 en eindelijk #eo houdt elke bij1 onder alle omstandigheden en waar ook1 in het bijzonder wacht3 hetzij zij het vlieggat verlaat of van het veld terugkeert1 zij zal niet nalaten den vijand1 dien zij ontmoet1 terstond aan te vallen2 men zegt daarom dat1 bij zoogenaamde roofaanvallen1 de wacht versterkt wordt1 omdat zoowel de uitgaande als de te huis komende zich verweren4 ,enkele roovers1 die binnengedrongen zijn1 worden door de bijen in den stok aangevallen en uitgedreven1 waarna zij1 zoo er nog veel roovers zijn1 het vlieggat niet meer verlaten1 want na den eenen verjaagd of gedood te hebben1 grijpen zij den anderen aan4 ,is de roofaanval sterk1 dan ziet men soms duizende bijen vechtende vr de woning4 ,de verschillende bezwaren1 die tegen het wachthouden zijn aangevoerd1 maken het veel waarschijnlijker1 dat de zich aan het vlieggat bevindende bijen daar voornamelijk zijn1 om het licht en de warmte der zon1 die haar bevallen en goed doen1 te genieten4 ,,het ,,luchtpompen1 ,,trommelen ,,of ,,stertsen4 ,men ziet in den zomer1 bij elken gezonden stok1 in den omtrek van het vlieggat van #e tot #bj en meer bijen staan1 met den kop naar het binnenste van de woning en het onderlijf naar boven gerigt1 welke onophoudelijk met de vleugels slaan en daarbij onafgebroken een vrij sterk en brommend geluid doen hooren4 ,men noemt dit luchtpompen1 omdat zij door dit slaan met de vleugels een niet onbeduidenden luchtstroom veroorzaken1 waardoor de warme en bedorven lucht uit de woning gedreven en door koudere buitenlucht vervangen wordt4 ,hoe volkrijker en gezonder de stok is1 en hoe rijker de honigdragt geweest is1 des te meer bijen ziet men hiermede bezig4--,daar men dit stertsen ook ziet bij het intrekken van een zwerm in eene nieuwe woning1 het wedervinden van den stok1 het terugvinden van de koningin of het ontdekken van gezond broed in een moederloozen stok1 het voorspel enz41 zoo moet het ook als een teeken van vreugde beschouwd worden1 en dit te meer1 omdat het in een moederloozen stok geheel ontbreekt4 ,men kan het er dan ook bijna zeker voor houden dat een stok1 waarbij het gezien wordt1 van eene moederbij voorzien is4 ,,het ,,voorliggen4 ,bij groote hitte blijft1 bij volkrijke stokken1 eene grootere of kleinere hoeveelheid bijen buiten de woning1 en deze gaan meestal onder het vlieggat in trossen aanhangen4 ,men zegt dan dat de bijen voorliggen4 ,het is een gevolg van te groote warmte binnen de woning en eene hooge temperatuur der buitenlucht of gebrek aan ruimte in de woning4 ,veelheid van volk en broed1 groote werkzaamheid der bijen in den stok1 bij eene rijke dragt1 en ook de zonnewarmte1 wanneer de woningen niet in de schaduw staan1 kunnen de warmte daarin zoo groot doen worden1 dat het was week wordt en de tafels daardoor afvallen2 dit maakt de bijen werkeloos en zij gaan voorliggen om1 bij invallend koel weder1 haar werk te hervatten4 ,gebrek aan ruimte ontstaat er1 wanneer de woning is volgebouwd1 en gevuld met broed en honig4 ,de bijen hebben dan geene gelegenheid om den arbeid voort te zetten1 doch gaan voor de deur liggen en den luijaard uithangen4 ,houden zij dag en nacht met voorliggen aan1 ook bij koeler lucht en goede dragt1 en beginnen zij1 dat echter zelden geschiedt1 onder aan de vliegplank was te bouwen1 dan is dit een zeker teeken dat het van binnen aan ruimte ontbreekt4 ,het verwijden van het vlieggat1 het luchten gedurende den nacht1 het beschaduwen der stokken1 en het geven van meer ruimte zijn de beste middelen om het voorliggen1 dat hoogst nadeelig is1 te voorkomen4 ,,het ,,voorspelen4 ,op warme en zonnige dagen1 en meestal tegen den middag1 ziet men een grooter aantal bijen uit de woningen komen dan gewoonlijk1 en op eenigen afstand er voor blijven vliegen1 allen steeds met den kop naar hare woning gekeerd1 waarbij zij een vrolijk gegons doen hooren1 dat eenige overeenkomst heeft met het geluid dat men steeds bij een zwerm hoort4 ,dit zoogenaamde voorspel heeft gewoonlijk zeer sterk plaats op den eersten schoonen voorjaarsdag4 ,zij verlaten dan de woning voor het eerst1 na er soms weken of maanden onophoudelijk in te zijn geweest1 ontdoen zich van het vuil1 dat zij bij zich opgehoopt hebben1 en verkwikken zich verder in den zonneschijn en de frissche lucht4 ,de ruimte voor de woningen kan dan zoo met bijen gevuld zijn1 dat het onmogelijk is er doorheen te zien4 ,iederen dag1 waarop het weder schoon is1 heeft het voorspelen plaats3 het sterkst wanneer er eene goede dragt is4 ,een sterk voorspel is een bewijs van volksterkte en gezondheid van den stok4 ,moederlooze en andere ziekelijke stokken houden geen voorspel4 ,het is gedurende het voorspel dat de jonge koningin haar bevruchtings-uitvlugt houdt1 en het aftrekken van een zwerm wordt er steeds door voorafgegaan4 ,,het ,,waterhalen4 ,zoowel voor haar eigen onderhoud1 als ter bereiding van den voederbrij voor het broed1 heeft de bij behoefte aan water4 ,in den winter maakt zij gebruik van den aanslag tegen de wanden van de woning1 veroorzaakt door dat het daarbinnen zoo veel warmer is dan in de buitenlucht4 ,des zomers zuigt zij het gewoonlijk1 met den honig1 uit de bloemen4 ,vroeg in het jaar1 wanneer er nog geene bloemen zijn1 en in drooge zomers1 haalt zij ook water uit slooten en putten of verzamelt de daauwdruppels4 ,zij haalt ook van het vocht1 dat steeds uit mestputten vloeit1 waarschijnlijk omdat zij de daarin opgeloste zouten in hare huishouding behoeft2 want al kan zij goed water in overvloed bekomen1 toch ziet men haar op mestvaalten4 ,men doet goed de bijen1 vooral in het voorjaar1 de vele lange en gevaarlijke togten1 tot het halen van water1 te besparen1 door in de nabijheid van den bijenstand1 op eene windstille plaats1 een schotel water te zetten4 ,zij hebben er dan toch vooral groote behoefte aan1 omdat zij dan veel honig voor het broed moeten hebben en deze meestal te dik of te veel versuikerd is1 zoodat zij hem eerst moeten verdunnen4 ,om haar niet in het water te doen omkomen1 moet men er iets in leggen1 waarop zij zich kunnen plaatsen1 b4 v4 gehakt stroo1 riet1 mos of iets dergelijks2 ook kan men er stukken van ledige wastafels in leggen4 ,hoewel de bijen geen water in voorraad in de cellen dragen1 zoo nemen zij het vroeg in het jaar1 wanneer zij nog niet kunnen uitvliegen1 toch gretig aan1 als men het in ledige wastafels giet1 en deze in de woning plaatst4 ,,het ,,opzamelen ,,van ,,honig4 ,de honig wordt met een onverzadelijken hartstogt door de bijen nagejaagd3 zij zamelen hem onvermoeid in1 waar zij hem ook ontdekken mogen4 ,wanneer zij hem in de bloemen op het veld vinden kunnen1 en het weder het slechts eenigzins toelaat1 vliegen zij uit en in1 en halen er1 zonder zich de minste rust te gunnen1 zooveel mogelijk van in hare woning1 zoolang zij daartoe in de gelegenheid zijn4 ,vinden zij in de natuur geen honig meer1 dan nemen zij ook andere zoete stoffen aan4 ,zij zuigen dan het sap wel eens uit zeer rijpe vruchten1 doch doen dit maar zeer zelden2 veeleer trachten zij dan haar onleschbaren dorst naar honig te voldoen1 door hem op vreemde stokken te rooven1 tot groot nadeel1 zoowel van deze stokken zelven1 als van hun eigenaar4 ,over dit rooven zal later gesproken worden4 ,het is merkwaardig dat elke bij1 op het veld honig inzamelende1 nooit verschillende soorten van bloemen bezoekt1 maar zich z lang bij ne soort bepaalt1 als deze haar genoegzaam honig oplevert4 ,men kan dit zien aan het bloemenstof1 dat zij gelijktijdig inzamelt2 want zij brengt van elke vlugt gelijkelijk gekleurde stuifmeel-balletjes mede4 ,in strijd met wat ik meestal door anderen vermeld heb gevonden1 is het mij gebleken1 dat de bijen een bloemveld1 dat onmiddellijk bij den bijenstand gelegen is1 minder gaarne bevliegen1 dan een1 dat iets meer verwijderd is4 ,kunnen zij in de buurt geene bloemen vinden1 dan zoeken zij die nog wel tot op een uur afstands4 ,het zal ieder duidelijk zijn dat het voordeelig is1 indien het bloemveld niet te ver af is1 daar zij dan in denzelfden tijd meer togten kunnen doen4 ,op dagen dat de grond1 bij een helderen zonneschijn1 nu en dan door wolken afgebroken1 het noodige vocht heeft1 en vooral bij eene zoele1 onweerachtige lucht1 honigen de bloemen gewoonlijk zeer sterk4 ,de bijen zijn dan buitengewoon naarstig1 komen zonder eenig oponthoud uit het vlieggat en vliegen regelregt naar het honigende bloemveld4 ,de van het veld terugkomenden laten een eigenaardig geluid hooren en zijn meestal geheel vermoeid2 zij vallen dan1 met een opgezwollen en blinkenden buik en een nederhangend achterlijf1 hoorbaar voor het vlieggat neder en rusten daar een weinig1 voordat zij in de woning gaan4 ,op zulke1 voor de honig-inzameling1 bijzonder gunstige dagen1 brengen zij veel minder bloemenstof in dan anders4 ,volkrijke stokken kunnen gedurende zulk een dag van twee tot vijf ,ned4 pond honig inbrengen4 ,men kan dit nagaan door de woning 's morgens op eene bascule te plaatsen en1 zoowel dan als 's avonds1 het gewigt te bepalen4 ,men zou kunnen vreezen dat de bijen zich op zulke drukke dagen al te veel met de honig-inzameling bezig hielden1 en den stok als het ware ontvolkten2 doch dit is geenszins het geval3 men ziet steeds een genoegzaam aantal bijen in de woning1 ter verzorging van het broed en ter verrigting van andere huisselijke bezigheden4 ,het uitvliegen en te huis komen geschiedt zeer regelmatig4 ,er heerscht aan het vlieggat eene aanhoudende1 geregelde drukte3 nooit ziet men er nu eens veel1 dan weder weinig in- en uitgaan4 ,op dagen dat de bloemen sterk honigen1 ziet men gewoonlijk weinig bijen zich aan het vlieggat ophouden3 het ontbreekt haar dan aan tijd om te rusten2 zij gaan uit1 komen slechts terug om haar last af te leggen en gaan weder op nieuwen voorraad uit4 ,,het ,,opzamelen ,,van ,,bloemenstof4 ,bloemenstof of stuifmeel noemt men het fijne stof1 dat zich aan de meeldraden der bloemen bevindt4 ,dit stof is voor de bijen onmisbaar1 niet alleen tot haar eigen voedsel1 maar nog veel meer ter bereiding van den voederbrij voor het broed2 men noemt het daarom ook wel bijenbrood4 ,zelf kunnen zij wel eenigen tijd van enkel honig leven2 doch het broed kunnen zij zonder bloemenstof niet tot ontwikkeling brengen4 ,of zij gedurende den winter ook bloemenstof gebruiken of dan alleen van honig leven1 is nog niet bekend4 ,ik houd het er voor dat zij1 bij strenge koude1 wanneer zij in een digten tros op elkander moeten zitten om de noodige warmte te ontwikkelen1 het niet eten1 doch dat zij het weder gebruiken1 zoodra het zachtere weder haar uiteengaan gedoogt4 ,hare uitwerpselen schijnen een voortdurend gebruik1 wanneer het slechts te bekomen is1 te bewijzen2 want zij vertoonen duidelijke sporen van de overblijfselen er van4 ,in den druksten tijd1 zoowel van het broeijen als de dragt1 hebben zij het volstrekt noodig om hare levenskrachten te onderhouden2 want het is het eenig stikstofhoudend voedsel1 dat zij gebruiken4 ,bij het verzamelen van bloemenstof komt haar behaard ligchaam haar zeer te stade4 ,zij verrigten dit meestal door het stof van de meeldraden af te bijten1 of door zich eenige malen in de bloem om te rollen1 het dan met de borsteltjes der achterbeenen af te borstelen en daarna1 tot kleine balletjes gekneed1 in de schopjes der achterbeenen naar huis te dragen4 ,bij droog weder1 wanneer het stof zich niet tot balletjes laat kneden1 of ook wanneer zij zich daartoe den tijd niet gunnen1 komen zij geheel bepoederd te huis1 waar zij het dan afborstelen en in de cellen leggen2 zij worden hierin veeltijds door de te huis zijnde geholpen4 ,in het voorjaar1 wanneer het broedzetten sterk begint toe te nemen1 zijn zij het ijverigst in het verzamelen van dit stof4 ,ook nieuw opgezette zwermen zijn hierin zeer vlijtig1 omdat zij in hunne nieuwe woning niets vinden1 en de voortteeling zonder dat stof geen plaats kan hebben4 ,tegen den winter zamelen zij er nog zooveel mogelijk van in1 en leggen het in die tafels1 die het naast aan het broednest zijn aangelegd1 waardoor zij toonen te weten1 dat het bij het aanzetten van het eerste broed1 dat in volkrijke stokken1 bij zachte winters1 reeds in ,januarij begint1 nog niet in de natuur voorhanden is4 ,het bloemenstof heeft voor de bijen meer waarde dan de honig2 want het verzamelen van een pond bloemenstof kost haar veel meer inspanning1 dan dat van een pond honig1 en terwijl zij zich met het eerste bezighouden1 kunnen zij zich niet geheel aan het laatste wijden4 ,het is dus van zeer veel belang om1 bij het uitbreken van stokken1 dit stof niet onder het was of den honig te werpen1 daar het dan alleen dient om deze te verontreinigen2 maar het veeleer aan late zwermen toe te voegen1 die meestal geen tijd gehad hebben om er genoeg van te verzamelen4 ,ook door het aan oude stokken of vroege zwermen te geven1 zal het goede rente opbrengen1 daar het in de eerste maanden van het jaar maar zeer zelden in de natuur te vinden is4 ,velen zijn nog onbekend met het belang van dit stof voor de bijenteelt1 ja meenen er zelfs een nadeel in te zien1 wanneer zij het in de stokken vinden1 werpen het1 even als het hommelbroed1 als schadelijk en overtollig uit1 en bestempelen het wel eens met den naam van valsch broed4 ,vroeger meende men1 dat het meel van graansoorten voor de bijen nadeelig was2 omdat het met den honig tot verzuring zou overgaan en de bijen den loop doen krijgen4 ,daar men echter had opgemerkt dat de bijen1 wanneer het vliegbaar weder is1 zonder dat er nog bloemenstof te vinden is1 en inzonderheid die1 welke in de nabijheid van graanmolens geplaatst waren1 toch met vlijt vlogen en balletjes meel te huis bragten1 zoo plaatste men tarwen- of roggenmeel voor den bijenstand1 en zag er de bijen terstond van in de woningen dragen1 zonder er de minste nadeelige gevolgen van te ondervinden4 ,tegenwoordig plaatst men daarom op mooije vliegbare dagen1 in het laatst van ,februarij1 meel op eene windstille plaats vr den bijenstand4 ,om het voor verstuiven te behoeden1 vult men er oude1 ledige wastafels mede1 of strooit het op ongeschaafde planken1 wanneer de bijen het gemakkelijk verzamelen kunnen4 ,bij ongunstig weder1 is het ook goed om met meel gevulde wastafels in de woningen te plaatsen2 want de bijen maken gaarne van dit hulpmiddel gebruik1 wanneer zij geen bloemenstof in de natuur kunnen verzamelen1 doch zij laten het1 zoodra zij hiertoe weder gelegenheid hebben1 onaangeroerd4 ,,het ,,opzamelen ,,van ,,voorwas4 ,het voorwas1 ook wel propolis genoemd1 is eene soort van hars1 die een aangenamen1 aromatieken reuk bezit4 ,de bijen verzamelen het van de knoppen der boomen1 en brengen het1 even als het bloemenstof1 tot balletjes gemaakt1 in de schopjes der achterbeenen naar huis4 ,zij maken er gebruik van om reten en overtollige openingen digt te maken1 oneffenheden bij te werken1 de vlieggaten te verkleinen en de wastafels aan de wanden der woning te bevestigen4 ,men gelooft veelal dat de bijen tot deze oogmerken het voorwas bezigen1 omdat het gewone was haar daartoe te kostbaar voorkomt4 ,dit kan echter niet waar zijn2 want zij zouden onmogelijk altijd was kunnen gebruiken1 wanneer zij zich van voorwas bedienen4 ,het was kunnen zij toch alleen bereiden bij warm weder1 het voorwas daarentegen kunnen zij altijd bekomen1 wanneer het maar eenigzins vliegbaar is4 ,,het ,,zoeken ,,van ,,eene ,,nieuwe ,,woning4 ,in den zwermtijd ziet men soms dagen achtereen1 dat eenige bijen eene zelfde plaats naarstig omvliegen en waarnemen2 men noemt deze daarom spoorbijen2 want zij schijnen het zwermen te voorzien en daarom eene geschikte woning op te sporen1 waar zij zich zouden kunnen vestigen4 ,men zal dan ook bevinden dat een zwerm1 aan zich zelven overgelaten wordende1 deze plaats met der woon betrekt4 ,hij doet dit echter niet terstond1 maar hangt zich hier of daar aan1 waar de bijen zich verzamelen en wat uitrusten2 worden zij in dezen toestand niet opgevangen en in eene woning geplaatst1 die haar bevalt1 dan betrekken zij1 na korter of langer tijd1 de vroeger opgespoorde woning1 waarheen dan de spoorbijen haar waarschijnlijk den weg wijzen4 ,,bezigheden ,,der ,,werkbijen ,,in ,,de ,,woning4 ,,de ,,wasbereiding ,,en ,,de ,,cellenbouw4 ,vroeger merkte ik reeds met een enkel woord aan1 dat de bijen het was uitzweeten1 nadat dit in de washuidjes1 tusschen de buikringen1 bereid is4 ,zij hebben hiertoe eene ruime hoeveelheid honig en bloemenstof en een verhoogden warmtegraad noodig4 ,om de vereischte warmte te ontwikkelen1 leggen zij zich1 even als een ketting1 in trossen over elkander4 ,na aldus eenige uren te hebben gehangen1 waarbij zij het aanzien hebben van geheel werkeloos te zijn1 beginnen de wasblaadjes zich te vormen bij diegenen1 welke zich in het midden van den tros bevinden en die1 door de buiten aanhangenden1 als met een kleed overdekt zijn4 ,van den aanvang en den voortgang der wasbereiding is weinig met zekerheid te zeggen1 daar zij alleen in het midden van den tros plaats heeft1 en dus niet bespied kan worden4 ,deze wasblaadjes zijn vijfhoekig en worden door de bijen met de tanden verwerkt4 ,men vindt er meest altijd op den bodem der woningen1 die door nieuwe zwermen bezet zijn1 en die zij zeker bij het bouwen laten vallen4 ,uit enkel honig kunnen de bijen wel eenig was bereiden1 maar zij kunnen dit niet lang volhouden4 ,daar het was geen stikstof bevat1 en het bloemenstof haar eenig stikstofhoudend voedsel uitmaakt1 zoo is het waarschijnlijk dat zij dit niet direct voor de wasbereiding1 als eene grondstof daartoe1 behoeven1 maar dat het dienen moet om haar de noodige krachten te geven1 voor de groote inspanning1 die zij vereischt4 ,proeven hebben bewezen dat de bijen1 alln honig gebruikende1 daarvan twintig pond behoeven ter bereiding van n pond was1 terwijl zij1 ook van bloemenstof voorzien zijnde1 slechts elf vijftien pond honig daartoe noodig hebben4 ,de groote hoeveelheid honig1 die zij voor de wasbereiding moeten gebruiken1 en den tijd en de inspanning1 die zij vereischt1 doen de schade duidelijk in het oog vallen1 die men zich berokkent1 door de bijen de ledige wastafels te ontnemen2 heeft men deze toevallig1 dan is het goed haar zorgvuldig te bewaren en aan nieuw opgezette zwermen toe te voegen1 wanneer deze terstond het ingezamelde kunnen afleggen en met de eijerlage beginnen4 ,ieder1 die slechts eenigzins met de bijenteelt bekend is1 zal inzien welke voordeelen dit geven kan2 want1 hoewel een ,ned4 pond was in den handel van f #a4ej tot f #b4--;geldt en een ,ned4 pond honig slechts #dj #ej cts4 waard is1 zoo zal het ingezamelde was duur te staan komen3 rekent men toch dat er ter bereiding van een pond was1 vijftien pond honig vereischt wordt1 die gemiddeld #de cts4 kan opbrengen1 dan zal het ,ned4 pond was1 behalve het tijdverlies1 f #f4ge kosten4 ,men moet daarom geen was verzamelen dan dat met honig gevuld is4 ,de houder van bijen in de gewone strookorven zal mij toeroepen3 eene schoone les1 voorwaar6 maar hoe zult gij dit ten uitvoer brengen8 ,ik moet hem toestemmen dat hij het niet kan doen2 maar wie zich met de ,dzierzon'sche wijze heeft gemeenzaam gemaakt1 zal mij de hooge waarde van goede ledige wastafels niet betwisten4 ,in het practische gedeelte zal ik hier nog op terugkomen4 ,elke zwerm1 die eene nieuwe woning betrokken heeft1 begint terstond aan de wasbereiding3 hoewel men meenen zou dat hij geheel werkeloos was1 moet men den tweeden dag verbaasd staan over den bouw1 dien hij reeds opgetrokken heeft4 ,hij heeft dan ook terstond groote behoefte aan berging voor den medegevoerden en reeds ingezamelden honig4 ,hij verlaat den moederstok niet1 dan na zich van eene ruime hoeveelheid honig voorzien te hebben1 die bij een sterken zwerm wel twee tot drie ,ned4 pond bedragen kan4 ,deden zij dit niet1 dan konden zij niet alleen niet terstond met den cellenbouw beginnen1 maar zouden ook1 bij ongunstig weder1 van gebrek moeten omkomen4 ,zoodra een zwerm eene nieuwe woning betrokken heeft1 gaan er bij vliegbaar weder reeds op de inzameling uit1 en het is dus hiervoor1 zoowel als ter bevordering van de broedaanzetting1 van belang1 dat er spoedig cellen worden aangebouwd4 ,de bijen bouwen de wastafels in den regel van boven naar beneden1 en kiezen voor begin van den bouw het hoogste gedeelte van de woning4 ,een middelmatige zwerm kan1 van eene voldoende hoeveelheid honig en bloemenstof voorzien1 in #bd uren eene tafel bouwen van een ,rhijnl4 voet lang en half zoo breed1 die dan ongeveer #cfjj cellen bevat4 ,bij den aanvang van eene tafel1 leggen zij een grond tegen het bovenste gedeelte van de woning1 door daar eene genoegzame hoeveelheid was op te hoopen en te bevestigen4 ,dit stukje was vergrooten zij naderhand1 zoodat het den vorm van eene linze verkrijgt1 welker scherpe rand later den tusschenwand vormt1 die de aan beide zijden gebouwde cellen van elkander scheidt4 ,de tafel behoudt den vorm van eene linze1 zoolang zij vrij hangt1 zoodat de cellen in het midden het langst zijn en naar de randen korter worden4 ,raakt de tafel echter1 bij het aanbouwen1 den wand van de woning of eene andere tafel aan1 dan worden ook de kortere cellen verlengd en de linzevorm is verdwenen4 ,de dwars-doorsnede in het midden der cellen is een regelmatige zeshoek1 doch van daar naar den tusschenwand worden de hoeken minder scherp1 zoodat zij achteraan bijna rond zijn4 ,voorop gezien1 schijnen de cellen geheel rond te zijn2 want de bijen leggen er daar een rand om4 ,hierdoor wordt hare sterkte veel vermeerderd1 en voorkomen dat de maden of jonge bijen haar uit elkander drukken of dat het druk heen en weder loopen haar beschadigt4 ,heeft er eenige beschadiging aan eene tafel plaats1 dan wordt zij terstond hersteld4 ,de zeshoekige vorm der cellen maakt dat er geen ruimte verloren gaat1 en dat er tevens zoo weinig mogelijk was wordt verbruikt2 want elke der zes zijden van eene cel dient weder tot zijde voor eene andere4 ,hoe volkrijker een zwerm is1 des te meer tafels worden er te gelijk begonnen4 ,die1 welke in ne lijn worden aangezet1 worden1 bij het tegen elkander stooten1 tot een geheel vereenigd2 die1 welke naast elkander worden gebouwd1 loopen steeds evenwijdig1 en z dat er eene ruimte van een halven ,rhijnl4 duim tusschen open blijft1 welke zij juist noodig hebben1 om1 over de tafels loopende1 voorbij elkander te kunnen gaan en waaraan men den naam van straat geeft4 ,eene tafel kan uit verschillende cellen bestaan1 die1 naar haar verschil in grootte1 vorm en bestemming1 in de vijf volgende soorten onderscheiden worden3 #ao4 ,moedercellen of moederwiegen4 ,bij de behandeling der moederbij is over deze reeds gesproken4 ,zij zijn rond en naar beneden afhangend4 ,zij dienen dan ook nooit ter bewaring van honig1 en staan meestal op zich zelve aan de randen der wastafels2 men kan haar hierdoor gemakkelijk van de overige cellen onderscheiden4 #bo4 ,gewone of werkbijencellen4 ,in gezonde stokken zijn deze cellen aan meest al de tafels het talrijkst en er zijn er vele1 waaraan geene andere gevonden worden1 vooral in het broednest4 ,zij liggen nagenoeg horizontaal2 de opening is slechts eenigzins naar boven gekeerd om het uitvloeijen van den ingedragen honig te voorkomen4 ,zij zijn in eene schoone1 bevallige orde aan beide zijden van de tafels geplaatst4 ,hare bestemming is de opname van eijeren1 die er tot volkomen werkbijen in worden uitgebroeid1 en de oplegging van den honigvoorraad4 #co4 ,hommelcellen4 ,daar deze dienen moeten om er de hommels in uit te broeijen1 die veel grooter zijn dan de werkbijen1 zoo zijn zij ook grooter dan de werkbijencellen1 en wel zooveel1 dat vier hommelcellen dezelfde lengte hebben als vijf gewone1 dat is een ,rhijnl4 duim2 de bouworde en de vorm zijn overigens gelijk4 ,men vindt deze cellen zelden bovenaan de tafels1 doch meestal onderaan en aan de zijden4 ,soms vindt men er ook geheele tafels van4 #do4 ,overgangscellen4 ,aldus noemt men de cellen1 die de bijen optrekken1 wanneer zij van gewone tot hommelcellen willen overgaan4 ,zij beginnen dan de cellen langzamerhand te vergrooten1 zoodat de overgang bijna onmerkbaar is4 ,tusschen de gewone en hommelcellen zijn meestal drie rijen van deze soort4 ,vroeger meende men dat deze cellen bestemd waren1 om er de hommelmoeders in te kweeken1 dat nog door sommigen geloofd wordt2 daar ik echter aangetoond heb1 dat deze hommelmoeders slechts in de verbeelding bestaan1 zoo behoeft deze verkeerde meening geene verdere wederlegging4 ,er bestaat veel grond om aan te nemen1 dat in deze cellen die werkbijen ontstaan1 welker geslachtsdeelen meer ontwikkeld zijn1 zoodat zij soms1 in moederlooze stokken1 eijeren leggen1 en over welke vroeger gesproken werd4 #eo4 ,bevestigingscellen4 ,deze zijn bestemd om de wastafels aan het boveneinde van de woning te bevestigen4 ,zij zijn vijfhoekig4 ,waren zij even als de andere zeskant1 dan zouden zij alleen met een der scherpe kanten tegen den wand komen1 hetgeen eene zwakke verbinding zou geven1 of veel was zou kosten1 wanneer de hoek tusschen elke twee cellen moest worden aangevuld4 ,nu komen zij1 met eene der zijden1 vlak tegen den wand van de woning te liggen1 waardoor zij1 bij een gebruik van weinig was1 veel sterker bevestigd worden4 ,wanneer de wastafels met broed of honig bezwaard zijn1 worden zij nogmaals bevestigd4 ,de benamingen honig- en broedcellen hebben dezelfde beteekenis1 want alle1 behalve de moedercellen1 dienen voor beide4 ,het broed vindt men meestal in het middelste en laagste gedeelte der tafels1 in een kring1 waarin de warmte binnen den stok het grootst is4 ,den honig brengen zij voornamelijk bovenaan en op zijde1 en verder op alle plaatsen in de woning1 die te koel zijn om broed aan te zetten4 ,bij sterke dragt en daaruit ontstane behoefte aan cellen1 bouwen zij op alle ledige plaatsen cellen aan1 die zij met honig vullen4 ,om meer honig te kunnen opleggen1 verlengen zij de cellen ook wel eens1 waardoor de zoogenoemde straten naauwer worden en de tafels soms eene aanzienlijke dikte en zwaarte verkrijgen4 ,in woningen met lossen bouw kan men dit verlengen der cellen bevorderen1 door de tafeldragers1 buiten het broednest1 dagelijks een paar lijnen van elkander te verwijderen2 het spreekt van zelf dat er1 om dit te doen gelukken1 bij eene ruime dragt1 gebrek aan cellen moet zijn4 ,wanneer de bijen later deze verlengde cellen1 tot het aanzetten van broed1 moeten gebruiken1 dan verkorten zij haar weder tot op de oorspronkelijke lengte4 ,aanvankelijk hebben de tafels eene witte kleur4 ,spoedig worden zij geelachtig en1 na een paar jaren voor broed gediend te hebben1 zwart4 ,de oorzaak hiervan is dat elke bij1 bij het verlaten der cel1 twee nimfenhuidjes achterlaat1 waarvan het buitenste een fijn1 zijdeachtig weefsel heeft en zoo vast aan den wand der cel kleeft1 dat de bijen het er bij de reiniging der cellen niet kunnen uittrekken1 en zich moeten tevreden stellen met het van aanhangend vuil te ontdoen4 ,het terugblijven van dit huidje1 bij ieder broeisel1 versterkt de cellen1 die bij den aanleg zeer zwak zijn1 veel1 doch verkleint haar ook1 zoodat zij eindelijk te klein worden voor de volkomen ontwikkeling der bijen4 ,in de eerste zes jaren behoeft men zich hierover echter nog niet te verontrusten1 maar het is toch goed1 om zoo mogelijk1 om de twee of drie jaren1 het broednest te vernieuwen1 door er nieuwe tafels in te hangen1 of de bijen te noodzaken die te bouwen4 ,indien er reeds zooveel honig is ingedragen1 dat verscheidene cellen daarmede gevuld zijn1 en hij er genoegzaam in verdikt is1 dan sluiten zij die met een wasdeksel4 ,men noemt dit verzegelen4 ,ook de broedcellen worden1 zoodra de zich daarin bevindende made den nimfentoestand aanneemt1 d4 i4 zich inspint1 verzegeld4 ,indien de cel te kort is voor de daarin gevormde made1 hetgeen onder anderen plaats heeft1 wanneer hommeleijeren in werkbijencellen gelegd zijn1 dat hoog broed heet1 dan maken zij het deksel bol of gewelfd1 om daardoor de ruimte te vergrooten4 ,daar de hommelcellen echter gewoonlijk wat klein zijn1 zoo worden deze ook met een bol deksel gesloten4 ,men vindt hierin een gemakkelijk middel1 om het hommelbroed van het werkbijenbroed te onderkennen4 ,het laatste is altijd met platte deksels gesloten4 ,wanneer de bij hare cel verlaat1 stoot zij het wasdeksel weg1 en men ziet dan ook soms eene menigte van die deksels op den bodem der woningen liggen4 ,de bouw der bijen wordt onderscheiden in een warmen en kouden bouw1 naar de rigting waarin de wastafels zijn aangelegd4 ,hangen zij dwars voor het vlieggat1 dan heet hij warm1 omdat de buitenlucht dan moeijelijk tusschen de tafels kan dringen2 doch daardoor heeft hij ook het nadeel1 dat de bedorven lucht er tusschen blijft hangen1 en dat er in den winter spoedig schimmel ontstaat4 ,loopen de tafels met den scherpen kant naar het vlieggat1 dan kan de lucht er vrij tusschen spelen2 dit maakt den bouw koud1 doch zuivert ook het broednest van de bedorven lucht4 ,men is het er niet over eens1 welke dezer bouwwijzen te verkiezen is3 beide1 zagen wij1 hebben hare voor- en nadeelen4 ,in de gewone korven hangt het geheel van de bijen af1 welke dezer bouwwijzen zij volgen willen1 terwijl men in de ,dzierzon'sche woningen het in zijne magt heeft1 den bouw koud of warm te doen zijn1 daar dit afhangt van de plaatsing van het vlieggat4 ,wanneer het aanleggen der tafels geheel aan de willekeur der bijen wordt overgelaten1 dan kan het soms gebeuren dat zij in verschillende rigtingen worden aangezet4 ,dit kan plaats hebben bij volkrijke stokken1 omdat die geene voldoende ruimte hebben om gezamenlijk op dezelfde plaats te werken2 zij verdeelen zich dan in twee groepen1 die soms in verschillende rigtingen beginnen te werken1 en ieder haar eigen werk voltooijen4 ,men noemt dat kruisbouw4 ,,het ,,opleggen ,,van ,,den ,,honig4 ,door de meeste bijenhouders wordt aangenomen dat het honigsap der bloemen eigenlijk nog geen honig is1 maar dat het in de maag der bij daartoe verwerkt wordt4 ,zij meenen dat de bijen1 gedurende den dag1 het ingezamelde honigsap maar in de cellen nederleggen1 om dit des nachts weder op te zuigen en er dan1 in digte trossen op elkander zittende1 in hare honigmagen den honig uit te bereiden1 dien zij daarna weder in de cellen zouden uitwerpen1 en deze dan van een wasdeksel voorzien4 ,proeven1 door anderen en ook door mij genomen1 hebben aangetoond1 dat het honigsap der bloemen zuivere honig is1 die alleen met eenig water vermengd is1 waardoor het zich als eene dunne vloeistof voordoet4 ,de eenige bewerking1 die het dus moet ondergaan1 is het verdampen van het water4 ,men zal dit bevestigd vinden1 wanneer men eene tafel1 die op den dag zelven is volgedragen1 uit eene woning neemt2 de honig1 dien zij bevat1 is waterdun en vloeit1 bij het minste schuins houden1 uit de cellen2 stelt men haar echter binnenshuis aan eene matige zonnewarmte bloot1 dan zal men1 na twee of drie dagen1 bevinden dat er geen verschil is tusschen den honig1 dien zij bevat1 en dien1 welke in de woning verdikt is2 de bijen bereiden dus den honig niet1 maar verzamelen hem slechts4 ,waarschijnlijk is de bovengenoemde dwaling ontstaan1 doordat men bevond dat de bijen1 na dagen van drukke dragt1 gedurende den nacht weder cellen ledigden1 die zij overdag hadden volgedragen1 en andere met honig vulden4 ,zij doen dan echter niets dan den honig verdragen naar die cellen1 waarin zij hem als voorraad willen opleggen2 want overdag halen zij slechts zooveel mogelijk in de woning en leggen het ingezamelde in de eerste cel1 die zij ledig vinden1 neder1 zich geen tijd gunnende om het daar te brengen1 waar zij het verlangen te bewaren4 ,wanneer men1 in den tijd van de drukste dragt1 de bijen in digte trossen ziet zitten1 dan kan men zich verzekerd houden1 dat zij zich met de wasbereiding en de vergrooting van den bouw bezig houden4 ,de cellen1 die ter bewaring het eerst met honig gevuld worden1 zijn die boven het broednest2 in deze leggen zij haar eigenlijken wintervoorraad op2 want bij strenge koude kunnen zij zich wel opwaarts1 maar niet zijdelings verplaatsen3 zij zouden dus1 wanneer zij in den winter door een ruimen voorraad omringd waren1 doch niets boven zich hadden1 den hongerdood moeten sterven4 ,het is daarom van veel belang om zich1 bij de inwintering van zijne stokken1 te overtuigen1 dat de bijen een genoegzamen honigvoorraad boven zich hebben2 want men weet niet hoe lang de koude haar het uiteengaan zal beletten4 ,,het ,,opleggen ,,van ,,het ,,bloemenstof4 ,de bij1 die met bloemenstof beladen te huis komt1 zoekt terstond de cel op1 die er voor bestemd is1 klemt zich met de voorbeenen aan den rand vast1 steekt er de achterbeenen in en ontdoet deze met de middelste van de stuifmeelballetjes4 ,komt zij bepoederd te huis1 dan borstelt zij het stof bijeen en legt het in de cel1 waarbij zij veelal door de te huis zijnde bijen geholpen wordt4 ,is zij van haar last ontdaan1 dan gaat zij weder op nieuwen voorraad uit1 en laat het aan de te huis blijvende over1 om het stuifmeel in de cellen te stampen1 na eerst de balletjes te hebben fijn gemaakt4 ,de bergplaats van het bloemenstof is gewoonlijk in de onmiddellijke nabijheid van het broednest1 omdat zij het daarin steeds voor het broed behoeven4 ,in woningen met lossen bouw zal men den voorraad gewoonlijk in de eerste en tweede tafel1 te rekenen van den voorwand van de woning1 vinden4 ,neemt men dus den bouw uiteen1 dan zal men dit stof1 in de laatste tafel en in de laatste op eene na1 aantreffen4 ,om het bloemenstof voor uitdroogen te bewaren1 bedekken zij de daarmede gevulde cellen met een blinkend vlies1 geheel verschillend van de wasdeksels der honigcellen4 ,het uitwendig aanzien van eene met bloemenstof gevulde tafel is zeer bevallig1 daar men er al de verschillende kleuren van het stof in ziet4 ,,het ,,verzorgen ,,van ,,het ,,broed4 ,onder den naam van broed verstaat men al de zich in den stok bevindende eijeren1 maden en nimfen1 waaruit de drie soorten van bijen ontstaan4 ,de verzorging daarvan is aan de werkbijen alln overgelaten4 ,zij zijn het1 die de cellen voor de ontvangst van het ei voorbereiden en dit bebroeijen4 ,zij voorzien de made van voederbrij en sluiten de cel1 wanneer de made zich wil inspinnen4 ,opdat het broed zich behoorlijk zal kunnen ontwikkelen1 zorgen de bijen vooral voor het onderhouden van eene voldoende warmte2 want hoe hooger de warmtegraad in den stok is1 des te spoediger en krachtiger ontwikkelen zich de jonge bijen4 ,hiertoe bedekken zij de bezette cellen nacht en dag1 in dikke lagen op elkander zittende2 vooral bij koel weder doen zij dit zeer sterk4 ,het is niet gemakkelijk haar van de broedtafels te verwijderen2 zelfs bij het aanbrengen van rook1 bieden zij zoolang mogelijk tegenstand4 ,wanneer er in het najaar1 terwijl zich nog broed in de stokken bevindt1 of in het voorjaar1 wanneer er reeds veel broed kan aanwezig zijn1 onverhoeds koude invalt1 dan zijn zij genoodzaakt1 tot haar eigen behoud1 zich op elkander te dringen en dus het onderste broed te verlaten1 dat daardoor moet verloren gaan4 ,eenigen blijven er echter altijd op zitten1 maar deze zijn niet in staat een voldoenden warmtegraad te ontwikkelen1 doch verstijven zelve en worden dus de slagtoffers van hare liefde4 ,in den zomer wordt de warmte in den stok veel verhoogd door het warmere weder1 de sterkere bevolking en de grootere hoeveelheid broed4 ,zij behoeven dit dan zoo sterk niet te bezetten2 nu en dan kunnen zij er zich zelfs geheel van verwijderen4 ,stokken met gedekt broed kan men dan gerust van het grootste gedeelte van hunne bijen berooven1 zonder de ontwikkeling van het broed te benadeelen1 die meestal zonder eenige zorg zal plaats hebben4 ,,het ,,reinigen ,,van ,,de ,,woning4 ,de bijen dulden geene onreinheden in hare woning4 ,zoodra de winter voorbij is1 en de koude haar dus het uiteengaan niet meer belet1 beginnen zij die te zuiveren4 ,hare dooden dragen zij uit4 ,het schimmel1 dat hier of daar op de wastafels mogt zijn ontstaan1 bijten zij af4 ,het bloemenstof1 dat beschimmeld en te veel verdroogd is1 werpen zij uit de cellen1 en soms doen zij dit ook den versuikerden honig4 ,,het ,,verkitten4 ,verkitten noemt men het digt maken van overtollige openingen1 het gelijk maken van oneffenheden1 en het verkleinen der vlieggaten1 waartoe boven gezegd werd dat zij het voorwas inzamelen4 ,het digt maken van reten en scheuren belet de motten zich daarin te nestelen4 ,door het sluiten van overtollige openingen maken zij den roovers het indringen moeijelijk4 ,daar het gelijk maken van oneffenheden haar veel moeite kost1 moet men steeds zorg dragen dat de woningen1 die men haar geeft1 zoo glad mogelijk zijn4 ,zij verkleinen de vlieggaten tegen den winter1 zoodat er maar een of twee bijen tegelijk door kunnen1 om de koude lucht of wel muizen en andere vijanden buiten te houden4 ,het is verwonderlijk met welk een spoed zij deze werkzaamheden kunnen verrigten4 ,,het ,,zwermen4 ,de woorden3 zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt u1 worden bij de bijen op tweerlei wijze vervuld2 vooreerst door het aankweeken van jonge bijen1 waardoor de stok volkrijk wordt1 maar dat het aantal stokken niet onmiddellijk doet toenemen2 ten tweede door eene deeling van het volk van een stok in twee deelen1 waardoor dus een nieuwe stok ontstaat3 dit noemt men zwermen4 ,de nieuw-geboren stok heet zwerm en die1 waarvan hij zich heeft afgescheiden1 zijn moederstok4 ,men moet hierom echter niet denken dat de zwerm geheel uit jonge bijen bestaat2 dit is geenszins het geval3 er gaan zoowel oude als jonge bijen mede1 en vroeger 7bl4 #ad7 zagen wij reeds dat met den eersten of voorzwerm altijd de oude moederbij1 en bij het verder zwermen1 steeds de eerstuitgeloopen1 jonge koningin medegaat4 ,in het algemeen ontstaan de zwermen1 door dat de vruchtbaarheid der moederbij in het voorjaar1 met het herleven der natuur1 weder wordt opgewekt1 waardoor het werkbijenbroed dagelijks vermeerdert1 en des te sterker1 naarmate de natuur de bijen meer gelegenheid geeft1 om honig en bloemenstof te verzamelen4 ,de wasbouw heeft met de meeste inspanning plaats1 en hoewel het aantal cellen dagelijks sterk toeneemt1 zijn zij weldra niet toereikend1 om de groote hoeveelheid broed en het ingezamelde te bevatten4 ,als een teeken van den grootsten bloei van den stok1 komt nu ook veel hommelbroed te voorschijn1 en ontdekt men zelfs moederwiegen4 ,heeft hij aldus zijn hoogste standpunt bereikt1 dan wordt de woning spoedig te klein en te warm om al het volk te bevatten2 daarbij zijn er jonge moederbijen op het uitkomen1 en1 daar twee koninginnen niet in n stok blijven kunnen1 maakt de oude moederbij1 die de ontwikkeling der jonge met leede oogen heeft aangezien1 zich gereed om met een gedeelte der bijen de woning te verlaten4 ,zij weet toch dat zij den strijd tegen de jonge mededingsters niet zou uithouden1 en het dooden van deze1 terwijl zij nog in de cellen besloten zijn1 wordt haar geheel onmogelijk gemaakt door de werkbijen1 die de moedercellen aanhoudend bewaken en tegen elken vijandelijken aanval beschermen4 ,eenige dagen voor dat de jonge koninginnen de cel verlaten1 trekt de oude1 met den voorzwerm1 die uit eenige duizenden werkbijen en enkele hommels bestaat1 uit de woning4 ,er zal dan1 wanneer het weder er gunstig voor is1 gewoonlijk op den #hsten of #i;den dag1 weder een zwerm den moederstok verlaten4 ,dit kan echter ook vroeger geschieden1 wanneer het afvliegen van den voorzwerm1 door ongunstig weder was verhinderd geworden2 want de jonge moederbij1 die nu de cel verlaten heeft1 bemerkt spoedig dat er nog geheel ontwikkelde koninginnen in de cellen besloten zijn4 ,het is haar1 even als de oude moederbij1 onmogelijk deze mededingsters in de cellen om te brengen4 ,ook zij verlaat den stok liever dan zich aan een strijd op leven en dood bloot te stellen2 zij zoekt daarom een aanhang en verlaat met dezen de woning1 om eene nieuwe kolonie te vormen1 waarin zij van de alleenheerschappij verzekerd is4 ,daar de moederwiegen niet allen op denzelfden dag zijn aangezet1 kan zich het afvliegen van een zwerm nog verscheidene malen herhalen4 ,zelfs kan er1 #ah #bj dagen nadat de oude moederbij met den voorzwerm is afgegaan1 nog een nazwerm afkomen2 want de bijen konden nog eene of meer hulpcellen hebben aangezet1 van eijeren1 die de moederbij gelegd had op den dag1 waarop zij de woning verliet4 ,dit heeft echter slechts zeer zelden plaats1 en als regel kan men aannemen dat er1 na den #ad;den dag1 geene nazwermen meer afkomen4 ,bij de meeste stokken1 waarvan de voorzwerm afvliegt1 zal men geene eijeren en weinig ongedekt broed vinden2 want de oude moederbij tracht1 eenige dagen voor het verlaten der woning1 haar eijerstok zooveel mogelijk buiten werking te stellen1 om bij het zwermen gemakkelijk te kunnen vliegen3 haar met al te veel eijeren bezwaard ligchaam zou haar anders hierin zeer hinderlijk zijn4 ,veel nazwermen is zeer nadeelig voor den eigenaar1 daar de moederstok er te veel door ontvolkt wordt1 in welken geen nieuw broed komt1 voordat de laatst achtergebleven koningin de alleenheerschappij verkregen heeft en daarna bevrucht is4 ,er kunnen dikwijls zes tot acht weken voorbij gaan1 voordat er weder jonge bijen uitloopen1 en dan heeft de meeste inzameling van honig gewoonlijk opgehouden4 ,het nazwermen te kunnen verminderen of1 zoo mogelijk1 voorkomen is voor den bijenhouder van het grootste belang2 want heeft de moederstok vele zwermen afgegeven1 dan kunnen deze even moeijelijk als hij zelf1 ja bijna nooit1 een genoegzamen wintervoorraad opleggen1 maar moeten f omkomen1 f gevoerd worden en in dit geval zijn het meest altijd nog zeer zwakke stokken1 waarvan men niets dan verdriet heeft4 ,de voornaamste oorzaken van het zwermen zijn3 #ao4 ,eene gezonde en zeer vruchtbare koningin1 die minstens een jaar oud is2 stokken met jonge moederbijen zwermen in hetzelfde jaar bij ons nooit4 #bo4 ,overvloed van volk4 ,zoolang het voor de bijen toegankelijk gedeelte der woning niet is volgebouwd1 geene gesloten moederwiegen gevonden worden en niet reeds enkele hommels vliegen1 kan men geen zwerm verwachten4 ,er zijn evenwel uitzonderingen op dezen regel2 want soms ziet men op het onverwachts een zwerm vliegen uit eene woning1 die nog ver van volbouwd is1 en waarin dus evenmin gebrek aan ruimte bestaan kan1 als dat de warmte er zoo buitengewoon groot in kan geworden zijn1 dat zij voor haar ondragelijk is4 ,deze ontijdig afkomende zwermen zijn meestal zoogenaamde zingende voorzwermen1 die later afzonderlijk zullen worden behandeld2 bij de behandeling der voorzwermen zullen wij ook nog andere onvoorbereide zwermen leeren kennen4 #co4 ,overvloed van honig op het veld en in den stok4 ,deze doet de vruchtbaarheid der moederbij toenemen1 waardoor het volk vermeerderd en den wasbouw bevorderd wordt4 ,vandaar dat ook het ruim voren in het voorjaar het zwermen bespoedigt4 ,bij een ongunstig voorjaar en in streken1 waar weinig dragt is1 komen in den regel weinig vroege zwermen4 ,is het voorjaar gunstig en de dragt ruim1 dan wordt de zwermdrift vroeg opgewekt en dien ten gevolge worden moederwiegen en hommelcellen aangelegd1 welke de moeder bij met eijeren bezet4 ,valt er nu echter plotseling ongunstig weder in1 dan houdt alle inzameling op1 en de koude vertraagt den wasbouw4 ,duurt deze toestand eenige dagen1 zoodat de bijen bespeuren dat het zwermen haar onmogelijk is1 dan vernietigen zij de moederwiegen en het hommelbroed1 en geven de zwermdrift geheel op2 doch zij laten het broed ongeschonden1 wanneer het ongunstige weder spoedig door warme dagen wordt opgevolgd4 ,door de daarna afvliegende zwermen worden de stokken1 welker voorraad de bijen gedurende het oponthoud in de inzameling1 voor zich zelven en het broed1 reeds beduidend moesten aanspreken1 van hun meeste volk en een groot gedeelte van hun voorraad beroofd1 zoodat de moederstok met veel broed1 doch arm aan volk en voorraad1 overblijft1 terwijl de weide1 door het voorbijgaan van den besten bloeitijd1 veel is verkort geworden4 ,de zwermen zijn1 zoowel als de moederstok1 slecht1 en valt er geen bijzonder gunstige tijd in1 dan blijven allen arm aan volk en zonder genoegzamen wintervoorraad4 ,het is dus van veel belang1 wanneer men onder de genoemde omstandigheden het zwermen in zijne magt heeft4 ,bij woningen met lossen bouw is dit het geval3 is b4 v4 de voorzwerm met de oude moederbij afgegaan en acht men dit ongunstig1 dan neemt men den bouw uit den moederstok1 vernietigt de moederwiegen op ne na en laat den zwerm1 na hem de moederbij ontnomen te hebben1 weder op den moederstok vliegen4 ,de stok verkrijgt nu eene jonge koningin en zal het zwermen met zekerheid nalaten1 en daar er nog eenige dagen moeten verloopen1 voordat er weder broed wordt aangezet1 kunnen de bijen al den in dezen tijd ingezamelden honig voor den winter opleggen4 ,door deze handelwijze zal men den stok niet alleen voor ondergang behoeden1 maar hij zal soms nog een goede honigstok worden1 die meer dan zijn wintervoorraad heeft opgezameld4 #do4 ,een jonge of ten minste nog in goeden toestand verkeerende wasbouw1 die niet overmatig groot is4 ,zwermen1 van het voorgaande jaar1 zwermen in den regel het liefst2 misschien alleen wegens den jongen bouw4 #eo4 ,eene vrij groote warmte in de woning4 ,stokken die beschaduwd en koel1 b4 v4 op het noorden staan1 zwermen niet spoedig en soms in het geheel niet4 ,gewoonlijk worden zij echter goede honigstokken4 #fo4 ,eene niet te groot zijnde woning2 want in overmatig groote woningen heerscht niet zoo spoedig de gevorderde warmte2 daarbij moeten de bijen zich te lang bezig houden met het volbouwen van de ledige ruimte1 en de volksvermeerdering wordt er zelden te groot in4 #go4 ,gunstig weder in den zwermtijd2 want al is de zwermdrift zoo hoog geklommen1 dat de zwerm elk oogenblik zou kunnen afvliegen1 dan komt er toch soms niets van1 wanneer eenige regendagen elkander opvolgen1 zoodat het gewone uitvliegen1 en dus ook het zwermen1 geheel belet wordt4 ,zelfs benemen zij dan zich zelven de gelegenheid om te zwermen1 door het koninklijke broed en het hommelbroed uit te trekken en uit de woning te werpen4 ,daar het weder en de aard der weide zooveel invloed op het zwermen uitoefenen1 zoo is het duidelijk dat niet elken zomer1 in iedere landstreek1 alle stokken even sterk zullen zwermen4 ,met zekerheid kan dan een zwerm ook nooit verwacht worden1 en men kan hen ook niet altijd op de natuurlijke wijze verkrijgen4 ,men onderscheidt de zwermen hoofdzakelijk in natuurlijke zwermen en kunstzwermen4 ,natuurlijke zijn die1 welke uit zich zelven ontstaan2 kunstzwermen noemt men daarentegen zulke1 welker ontstaan door den mensch wordt veroorzaakt4 ,deze zullen later beschouwd worden4 ,de natuurlijke zwermen worden verdeeld in3 voorzwermen1 nazwermen1 zingende voorzwermen1 maagdezwermen1 dubbelzwermen en noodzwermen4 ,wij zullen thans overgaan tot de afzonderlijke beschrijving van elk dezer soorten1 om daarna het afvliegen en het aanleggen der zwermen in het algemeen te behandelen1 waarbij dan tevens zal worden opgegeven hoe zij het best worden opgevangen4 ,,voorzwermen4 ,den eersten zwerm1 dien de moederstok afgeeft en waarbij zich steeds de oude moederbij bevindt1 noemt men voorzwerm4 ,deze zwermen bevatten van #ejjj tot #aejjj en soms nog meer werkbijen en eenige honderden hommels4 ,het ophanden zijn van een voorzwerm wordt voornamelijk aangeduid door de volgende verschijnselen3 bij overvloed van volk is de geheele wasbouw met honig en bloemenstof gevuld en het broednest tot onderin met eijeren bezet2 er is veel hommelbroed aangezet1 zelfs vliegen er reeds eenige hommels 7zoolang die niet vliegen1 kan men in den regel geen zwerm verwachten72 van de aangezette moederwiegen zijn er reeds geheel gesloten en de moederbijen1 daarin bevat1 de rijpheid nabij2 de vlugt der bijen vermindert2 zij liggen in trossen voor en onder het vlieggat4 ,hoe meer der genoemde kenteekenen men gelijktijdig waarneemt1 met des te meer zekerheid kan men1 bij gunstig weder1 binnen eenige dagen1 een voorzwerm verwachten4 ,op den zwermdag zelven1 is de vlugt der bijen1 reeds vroeg in den morgen1 onregelmatig4 ,er vliegen er velen af1 doch zij gaan niet naar het veld3 zij vliegen in kringen om de woning en gaan er weder in4 ,eenigen loopen op de vliegplank onrustig heen en weder1 zonder af te vliegen4 ,nu is de vliegplank sterk bezet1 dan is zij weder ledig4 ,bij herhaling beginnen er eenigen voor te spelen en heffen den zwermtoon aan2 spoedig breken zij dat voorspel weder af en gaan in de woning terug4 ,de met bloemenstof-balletjes beladen1 uit het veld komenden leggen die niet af1 doch loopen er mede over het werk rond of komen er het vlieggat weder mede uit1 en voegen zich bij de voorliggende bijen4 ,de zwerm kan nu ieder oogenblik afkomen2 doch voor dit geschiedt komen er eenige bijen uit de woning en loopen over de voorliggende heen en weder1 waarop allen zich met overhaasting in de woning begeven1 daarbij met de vleugels slaande en een vrolijk gonzen aanheffende1 terwijl zij zoo sterk dringen1 dat het vlieggat als het ware verstopt wordt4 ,thans gaat al het volk naar de honigcellen en vult zich de honigmaag4 ,zij weten toch dat zij in eene ledige woning zullen komen1 en moeten zich dus van eenigen voorraad voorzien om1 in geval het weder ongunstig werd1 niet om te komen4 ,vr den stok ontstaat nu een meer en meer toenemend voorspel1 onder het aanheffen van den vrolijken zwermtoon2 de bijen stroomen met overhaasting en gedrang uit het vlieggat en--de zwerm is geboren4 ,het afvliegen van een voorzwerm heeft alleen bij schoon1 warm weder plaats2 gewoonlijk tusschen 's morgens acht en 's namiddags twee ure3 vroeger of later zal men hen zelden zien afkomen4 ,het kan gebeuren dat men bij gunstig weder al de opgegeven voorteekenen waarneemt1 en toch verscheidene dagen te vergeefs naar een zwerm wacht2 soms komt hij zelfs in het geheel niet1 en worden de aangezette moedercellen door de bijen vernietigd4 ,met zekerheid kan daarom nooit gezegd worden dat een zwerm komen zal2 doch1 wanneer de uit het veld komende bijen de bloemenstof-balletjes niet afleggen1 dan mag men dit als het meest te vertrouwen voorteeken beschouwen1 dat er een zwerm op handen is4 ,soms1 vooral op sterk bezette standen1 vliegt plotseling een voorzwerm af1 zonder dat een der opgegeven kenmerken te zien geweest is1 ja zelfs terwijl er nog geene moederwiegen zijn aangezet4 ,het ontstaan van deze zwermen1 die onvoorbereide zwermen heeten1 moet hoofdzakelijk worden toegeschreven aan het opwekken van de zwermdrift door oorzaken1 die buiten den stok aanwezig zijn4 ,hoewel zij de toebereidselen tot het zwermen nog niet aangevangen1 veel min voleindigd hebben1 kunnen volkrijke stokken hieraan soms geen werstand bieden4 ,wanneer b4 v4 na koude donkere dagen1 die het inzamelen niet geheel verhinderd hebben1 maar toch de zwermdrift onderdrukten1 plotseling een warme dag1 met rijke honigdragt1 volgt1 zoodat alle stokken sterk vliegen en voorspelen1 en van verscheidene zwermen afvliegen1 dan kan een nog onvoorbereide stok hierdoor zoo worden opgewekt1 dat hij een lustig voorspel begint te houden en1 onder het aanheffen van den vrolijken zwermtoon1 vliegt nu een zwerm af4 ,dat werkelijk het zwermen van den eenen stok er ook andere toe aanspoort1 mag men daaruit afleiden1 dat men op enkele dagen vele zwermen te gelijk ziet afvliegen1 terwijl er wederom op andere geen enkele stok zwermt4 ,ook ziet men wel onvoorbereide zwermen afvliegen1 wanneer na een ongunstig voorjaar1 waarin weinig is opgelegd en dien ten gevolge de wasbouw heeft stilgestaan1 gunstiger weder invalt4 ,de moederbij is daardoor toch in staat gesteld de voorhanden zijnde cellen spoedig met eijeren te bezetten2 ontwaakt nu plotseling de zwermdrift1 dan zetten de bijen moedercellen aan en verzuimen den wasbouw1 en weldra ziet men een zwerm afkomen1 hoewel de woning soms niet ten halve volbouwd is4 ,voor de voortplanting der bijen en het welslagen van hare teelt zijn de voorzwermen de beste2 want1 omdat zij het vroegst en gewoonlijk in de rijkste honigdragt komen en meestal het volkrijkst zijn1 kunnen zij niet alleen in de eerste twee of drie weken een voldoenden wasbouw optrekken1 maar zelfs zooveel honig opzamelen1 dat zij hun geheelen wintervoorraad1 van #aj tot #ab ,ned4 pond1 en soms nog veel meer inhalen4 ,een belangrijk voordeel bezitten deze zwermen ook in de bevruchte moederbij4 ,zoodra er toch cellen gereed zijn1 kan zij die met eijeren bezetten en na drie weken begint het broed alweder uit te loopen1 waardoor nieuwe inzamelaars in den gunstigsten tijd worden geboren1 terwijl ook het dagelijksch verlies van volk1 door den natuurlijken dood of door toevallige omstandigheden veroorzaakt1 wordt hersteld4 ,het moet ieder in het oog vallen1 dat het van zeer veel belang is1 dat nieuwe zwermen nog in tijds een behoorlijken wasbouw kunnen optrekken4 ,zonder cellen kan er toch geen broed worden aangezet1 en honig noch bloemenstof worden opgelegd4 ,volgens de oude leerwijze schatte men daarom de voorzwermen bijzonder hoog4 ,men kon toch den zwerm geen reeds bestaanden bouw toevoegen dan door hem1 in het gunstigste geval1 in een korf te plaatsen1 waar men het vorige jaar de bijen had uitgedreven1 nadat hij door haar gedeeltelijk bebouwd was4 ,zulk een bouw is echter in de meeste gevallen1 door de daarin aanwezige wasmotmaden1 geheel of gedeeltelijk bedorven1 hetgeen men1 omdat de bouw onbewegelijk is1 niet altijd kan ontdekken4 ,men loopt dus gevaar meer na- dan voordeel van deze handelwijze te bekomen3 ik heb er ten minste nooit het beoogde doel mede bereikt4 ,veeleer scheen het mij toe dat er aan de bijen de moed door benomen werd1 omdat zij meestal eene vervuilde1 met wasmot verontreinigde1 woning ontvingen1 welke te zuiveren haar meer tijd kostte1 dan het optrekken van een geheel nieuwen bouw4 ,had men geene gedeeltelijk bebouwde korven1 dan bevestigde men boven in de woning eenige stukjes van wastafels1 waaraan de bijen haar bouw konden beginnen en voortzetten4 ,bij de ,dzierzon'sche woningen1 waarin de bouw geheel aan losse staafjes hangt1 zoodat men elke tafel afzonderlijk kan uitnemen1 kan men de geheel ledige tafels wegnemen en zorgvuldig bewaren4 ,men kan dan elken zwerm een goeden bouw aanbieden2 want heeft men geene ledige tafels voorhanden1 dan neemt men uit andere woningen de misbare tafels1 die alleen werkbijencellen bevatten1 en geeft er hem zooveel1 als men naar zijne sterkte noodig oordeelt4 ,hij kan dan terstond den medegebragten honig opleggen en dadelijk honig en bloemenstof inzamelen en bergen4 ,de bijen behoeven nu haar tijd en hare krachten niet aan de wasbereiding op te offeren2 de groote hoeveelheid honig1 daartoe vereischt1 blijft gespaard1 en eindelijk behoeft de moederbij1 voor de eijerlage1 geen oogenblik naar cellen te wachten4 ,het is ook zeer nuttig om bij de in te hangen wastafels er eene met honig en eene met bloemenstof te voegen4 ,men hangt dan eerst die met bloemenstof1 daarna de ledige en eindelijk de met honig gevulde in de woning4 ,bij onverhoopt invallend ongunstig weder1 behoedt men de bijen hierdoor voor gebrek4 ,dat men de bijen de zorg voor de wasbereiding bespaart1 kan ten gevolge hebben1 dat zulk een zwerm zijn wintervoorraad heeft ingedragen1 wanneer andere nog niets dan ledige tafels hebben4 ,wil men deze dan door den winter brengen1 dan moet men hen sterk voeren of met anderen vereenigen4 ,den kleinsten zwerm kan men ook in weinige dagen tot den sterksten maken1 door tafels met broed1 dat op het uitloopen is1 in de woning te hangen4 ,men ontneemt dat aan die stokken1 die er overvloed van hebben en die hun verlies1 door de vruchtbare moederbij1 spoedig hersteld zien4 ,in vele gevallen is het zelfs eene nuttige berooving1 omdat men er soms volkrijke stokken de gelegenheid door aanbiedt1 om de ledige tafels1 die de plaats van het uitgenomen broed innemen1 terstond met honig te vullen1 en er hun tevens verkoeling door geeft4 ,het voordeel1 dat de voorzwerm van de oude1 bevruchte koningin heeft1 en dat wij reeds opgaven1 heeft slechts betrekking op den loopenden zomer2 want jonge moederbijen zijn veel beter dan oude1 omdat in het derde jaar hare vruchtbaarheid sterk afneemt4 ,wilde men nu jaarlijks den voorzwerm als zoo voordeelig blijven beschouwen1 men zou zich1 in het derde jaar minder en in het vierde weinig over zijn voorspoed behoeven te verheugen1 maar zelfs moederloosheid kunnen verwachten1 door het sterven der afgeleefde koningin4 ,het is dan ook voor den bijenhouder van het grootste belang1 om bekend te zijn met den ouderdom der moederbijen2 want het intreden van moederloosheid1 in het najaar of vroeg in het voorjaar1 is toch meestal daaraan toe te schrijven1 dat men te weinig acht slaat op haar ouderdom4 ,men moet haar niet ouder dan drie jaar laten worden1 doch haar dan1 tegen het najaar1 uit den stok nemen en vervangen door eene bevruchte1 van hetzelfde jaar4 ,het zijn de ,dzierzon'sche woningen alweder1 die dit gemakkelijk maken1 terwijl het in de oude moeijelijk1 of in het geheel niet kan worden verrigt4 ,,nazwermen4 ,alle zwermen1 die na het af vliegen van den voorzwerm afkomen1 worden nazwermen genoemd en naar de volgorde1 waarin zij afvliegen1 heeten zij de eerste nazwerm1 de tweede enz4 ,zij zijn gewoonlijk minder sterk dan de voorzwermen en worden steeds zwakker1 zoodat ten laatste zwermen afvliegen1 die naauwelijks #ajjj werkbijen tellen4 ,naar evenredigheid is het aantal hommels altijd grooter dan bij de voorzwermen4 ,wanneer men het thuten der jonge moederbijen 's morgens of 's avonds in een stok gehoord heeft1 dan kan men1 denzelfden of den volgenden dag1 bijna met zekerheid een nazwerm verwachten1 wanneer het weder niet al te ongunstig is4 ,soms komen zij zelfs af bij koud regenachtig weder1 dat men geheel ongeschikt voor het zwermen zou rekenen2 wanneer de zon maar een oogenblik doorbreekt1 dan maken zij van die gelegenheid gebruik om de woning te verlaten4 ,men moet dus in den tijd van het nazwermen1 ook bij minder gunstig weder1 en van 's morgens tot 's avonds1 de stokken blijven bewaken4 ,er is reeds opgemerkt dat de nazwermen altijd van mindere waarde zijn dan de voorzwermen2 het kleiner getal bijen1 het later afkomen1 en het onbevrucht zijn der moederbij zijn daar oorzaak van4 ,het laatste is vooral van beteekenis1 omdat de koningin op hare bevruchtings-uitvlugt aan vele gevaren is blootgesteld3 een vogel kan haar verslinden1 de wind kan haar in het water slaan1 of zij kan op een vreemden stok verdwalen en daar terstond gedood worden4 ,komt zij om1 dan moet ook de zwerm te gronde gaan4 ,in het gunstigste geval1 dat is1 wanneer de koningin behoorlijk bevrucht tot haar stok terugkeert1 duurt het toch nog ruim drie weken1 eer dat in dezen stok jonge bijen kunnen uitloopen1 terwijl het reeds klein getal dergene1 die in den zwerm aanwezig waren1 gedurende dien tijd nog veel verminderd is4 ,de voornaamste honigoogst is dan ook veelal reeds geindigd1 zoodat het niet zelden gebeurt1 dat zij haar wasbouw niet behoorlijk kunnen optrekken1 noch haar wintervoorraad verzamelen4 ,het nazwermen is eene der redenen1 waarom de bijenteelt soms zoo weinig voordeel aanbrengt1 en kan meestal als eene plaag voor den eigenaar beschouwd worden4 ,wanneer de bijen zeer zwermlustig zijn1 is het gewoonlijk een slecht honigjaar2 want zoolang de moederstok het zwermen niet heeft opgegeven1 dat hij niet doet1 voordat er maar ne moederbij in teruggebleven is1 wordt er weinig ingezameld en ook geen broed aangezet1 omdat geene koningin hare bevruchtings-uitvlugt houdt1 voordat zij van de alleenheerschappij verzekerd is4 ,gedurende dien tusschentijd1 die gewoonlijk veertien dagen duurt1 is meest al het aanwezige broed uitgeloopen en grootendeels met de nazwermen afgevlogen1 zoodat1 wanneer het zwermen eindelijk ophoudt1 de moederstok overblijft1 met weinig volk en van zijn grootsten voorraad beroofd2 want elke zwerm neemt hiervan een gedeelte mede4 ,dan moet de jonge moederbij hare bevruchtings-uitvlugt houden en1 zoo deze gelukkig afloopt1 duurt het toch nog ruim drie weken voordat het eerste broed de cel verlaat4 ,men kan aannemen dat er gewoonlijk zes weken verloopen zullen1 tusschen het afvliegen van den voorzwerm en het uitloopen der eerste bijen1 van de jonge koningin4 ,in dit tijdsverloop zijn1 op weinige uitzonderingen na1 de hoofddragten voorbij1 zoodat de moederstok1 zoowel als de nazwermen1 wel vermeerdering van volk konden aanbrengen1 doch zonder zich van leeftogt te hebben voorzien1 en dus allen den hongerdood moeten sterven of gevord worden4 ,den moederstok het veel nazwermen te beletten werd door de bijenhouders steeds beproefd1 doch men trof zelden het beoogde doel4 ,men zette den afgevlogen voorzwerm op de plaats van den moederstok en plaatste dezen elders1 na er het koninklijke broed en het hommelbroed te hebben uitgesneden4 ,het volk van den moederstok gaat1 bij zijne eerste uitvlugt1 naar zijne oude plaats terug en versterkt den voorzwerm4 ,de moederstok daarentegen wordt er bijna geheel door ontvolkt2 want hij verliest al die bijen1 die reeds van de vroegere standplaats waren uitgevlogen1 zoodat het broed1 bij ongunstig weder1 gevaar loopt geheel af te sterven1 omdat het noodige volk1 ter verzorging daarvan1 ontbreekt3 de geheele ondergang van den stok kon hiervan het gevolg zijn4 ,beter zou het zijn om den voorzwerm op de plaats van een moederstok te zetten1 waarvan de voorzwerm reeds eene week te voren is afgevlogen4 ,de vrees voor het afsterven van het broed behoeft dan zoo groot niet te zijn1 omdat het hierin reeds bedekt zal zijn en gewoonlijk zonder eenige zorg zal uitkomen4 ,hoewel de bij den zwerm vliegende bijen vreemd zijn1 zoo zal de moederbij nu geen gevaar loopen door haar aangevallen te worden2 want1 daar zij eene onbevruchte moederbij of slechts koninklijk broed achter lieten1 zijn zij zeer verheugd nu eene bevruchte moederbij te vinden4 ,de zwerm zal ook de vreemde bijen niet aanvallen2 want in den zwermtijd zijn de bijen het verdraagzaamst jegens vreemde1 ja zij nemen dan zelfs gaarne hulp aan1 om den bouw des te spoediger te kunnen optrekken4 ,eene andere handelwijze1 om het nazwermen tegen te gaan1 bestaat daarin1 dat men den moederstok1 na het afvliegen van den voorzwerm1 omkeert en er de moederwiegen op eene na en het hommelbroed geheel uitsnijdt1 en hem dan weder op zijne plaats stelt4 ,tien dagen later moet men dan nog eens zien of de bijen1 om aan haar zwermlust te voldoen1 ook hulpcellen hebben aangezet en ook deze vernietigen4 ,nu kunnen zij die niet meer aanzetten2 want tien dagen na het afvliegen van den voorzwerm1 is al het broed reeds gedekt en dus ongeschikt om er moederbijen uit aan te kweeken4 ,aldus handelende zal men het nazwermen geheel beletten1 wanneer men maar zorgt geene moederwiegen over het hoofd te zien1 hetgeen in gewone korven en alle andere woningen met vasten bouw1 bijna altijd geschiedt1 omdat de moederwiegen veeltijds op de onzigtbaarste en ongenaakbaarste plaatsen hangen4 ,de schrijvers over de bijenteelt1 die zeggen3 men moet de korven niet laten zwermen1 alsof men dit geheel in zijne magt had1 bewijzen daardoor dat zij zich niet aan de bijenstokken zelve geoefend hebben2 zij zouden anders toch inzien dat dit bijna onmogelijk is4 ,bij woningen met lossen bouw daarentegen1 zal het altijd aan de onoplettendheid van den bijenhouder zijn toe te schrijven1 indien hij het nazwermen niet geheel belet1 en hij is daardoor in staat gesteld om1 ook in ongunstige jaren1 nog eenigen honig te winnen4 ,den dag1 na dien waarop de voorzwerm is afgevlogen1 neemt hij alle tafels uit de woningen1 vernietigt1 zoo er nog geene jonge moederbij was uitgeloopen1 alle moederwiegen tot op eene na1 7had echter reeds eene jonge koningin de cel verlaten1 dan vernietigt hij haar allen7 en hangt den geheelen bouw weder zoo als hij gehangen heeft4 ,of er reeds eene moederbij is uitgeloopen kan ontdekt worden1 hetzij door dat men haar gedurende de behandeling in den stok ziet1 hetzij door al de moederwiegen zorgvuldig te bezien3 is er eene bij1 die van haar wasdeksel beroofd is1 dan wordt daardoor aangetoond dat er reeds eene koningin is uitgeloopen4 ,had men door deze bewerking den stok soms moederloos gemaakt1 dan heeft dit1 in het hier gestelde geval1 niet het minste bezwaar4 ,de bijen zullen haar toestand terstond bemerken1 zich onrustig betoonen1 maar zich ook in haar lot schikken1 den eerstvolgenden nacht hulpcellen uit het voorhanden broed aanzetten en weder aan hare gewone bezigheden gaan4 ,tien dagen later moet men den bouw nogmaals uiteen nemen4 ,ontdekt men nu geene hulpcellen1 dan kan men verzekerd wezen dat er1 bij de eerste uitneming1 reeds eene koningin was uitgeloopen1 7soms wordt dit bewezen1 door dat men reeds eijeren van haar ziet7 of dat de bijen1 uit de haar gelaten moedercel1 eene koningin bekomen hadden4 ,vindt men integendeel hulpcellen1 dan laat men eene der grootste hangen en neemt alle andere weg4 ,de stok zal nu weder eene moederbij bekomen1 en loopt hare bevruchtings-uitvlugt gelukkig af1 dan zal hij in allen deele gezond1 en tegen den winter meestal ruim van voorraad voorzien zijn1 en dus een goede stok wezen1 met eene jonge moederbij4 ,mogt door deze behandeling een stok geheel moederloos worden1 dan helpt men hem1 door uit eene andere woning eene tafel1 met eene gesloten moederwieg of met ongedekt werkbijenbroed1 in te hangen4 ,had men tegen alle verwachting nog eene uitgeloopen moederbij of eene moedercel over het hoofd gezien1 zoodat er nog een zwerm afvloog1 dan behoeft men dezen slechts op te vangen en1 met een weinig water besprenkeld1 op een witten doek uit te storten en in een ledigen korf te laten trekken1 intusschen acht gevende op de koningin1 en deze ziende1 haar met een glas te bedekken en te dooden1 of haar1 in een moederhuisje besloten1 tusschen de staafjes te hangen1 waar de bijen haar gewoonlijk voedsel zullen toereiken4 ,men kan haar aldus tot een ander doel bewaren4 ,de bijen1 in den ledigen korf hare moederloosheid ontdekkende1 zullen hem weder verlaten en op den moederstok terugvliegen4 ,de hier beschreven handelwijze volgt men ook wel1 om in gewone strookorven de afgevlogen zwermen weder te doen terugkeeren4 ,men kan er dan echter lang mede aan den gang blijven2 want de zwerm komt bij herhaling1 wanneer weder eene moederbij is uitgeloopen1 terug4 ,op een goed bezetten bijenstand kan men haar dan ook in het geheel niet ten uitvoer brengen4 ,met een afgevlogen zwerm1 dien men weder met den moederstok vereenigen wil1 kan men nog op de volgende wijze te werk gaan4 ,men stelt den zwerm1 in een ledigen korf1 op de plaats van den moederstok en zet dezen1 op een paar voet afstands er voor4 ,de meeste bijen van den moederstok vliegen nu bij den zwerm1 waardoor gene z ontvolkt wordt1 dat hij verder allen lust tot zwermen zal opgeven1 en de overtollige moederwiegen vernietigen4 ,indien er nog te veel bijen in waren gebleven1 dan moet men hem bij het verzetten nog wat uitkloppen1 opdat hij zooveel mogelijk verzwakt zou worden4 ,zoodra men bespeurt dat hij de moederwiegen vernietigd heeft1 hetgeen gewoonlijk den tweeden dag reeds zal geschied zijn1 stoot men er den zwerm weder op en zet hem weder op zijne oude plaats4--,op deze wijze bereikt men veelal zijn doel1 hoewel er niet met zekerheid op gerekend kan worden4 ,nog beter zou het zijn den zwerm niet aan zijn eigen moederstok1 maar aan een anderen1 dien men ook het zwermen beletten wil1 te geven2 hij komt dan in eene onbekende vlugt en in eene vreemde woning en1 eene eigene huishouding willende beginnen1 valt hij de in den stok aanwezige moedercellen vijandelijk aan1 vernietigt haar1 en doodt ook de overtollige moederbij1 waardoor dus het zwermen van dezen stok wordt verhinderd4 ,het is mij steeds voorgekomen dat men1 volgens de oude leerwijze werkende1 met de laatste behandeling er het best in slaagt om het zwermen te voorkomen4 ,met zekerheid kan men er echter niet op rekenen1 maar ziet soms nog wel eens een zwerm afkomen4 ,ik moet hier nog doen opmerken dat1 bij het gebruik van ,dzierzon'sche woningen1 het verschijnen van enkele nazwermen niet als zoo nadeelig beschouwd moet worden4 ,door het inhangen van wastafels en tafels met broed1 kan men de zwakste zwermen tot sterke maken4 ,men komt in het bezit van jonge1 bevruchte moederbijen1 die in den herfst kunnen dienen om de oude1 in voorzwermen1 te vervangen1 en van wastafels met enkel werkbijencellen2 zulke wastafels hebben1 bij het volgen der nieuwe methode1 eene groote waarde om haar andere stokken toe te voegen4 ,wenscht men van een stok verschillende nazwermen te trekken1 en wil men hem daarbij voor ontvolking bewaren1 dan hangt men er aanhoudend tafels met broed in1 die men ontneemt aan sterke stokken1 die niet willen zwermen1 hun ledige tafels in de plaats gevende4 ,voor deze is die berooving veeltijds eene weldaad1 daar er eene veel te groote warmte in kan heerschen1 en het wegnemen van het broed hun eenige verkoeling schenkt4 ,heeft men in het najaar eenige zwermen1 welker bouw te klein is of die te weinig voorraad hebben ingezameld1 dan maakt men van twee1 drie of meer stokken er een1 naarmate zij sterk bevolkt zijn4 ,men verdeelt de tafels dan zoo1 dat elke goed bevolkte stok #ab ,ned4 pond bedekten honig heeft1 dien hij zal behoeven om de voorjaarsweide te kunnen bereiken4 ,men moet bij de vereeniging van stokken altijd wel in aanmerking nemen1 dat het slechts geschieden kan met die1 welke onmiddellijk naast elkander hebben gestaan4 ,den vereenigden stok zet men dan op de plaats1 die het midden houdt tusschen hunne vroegere standplaatsen2 want werden zij in een ander gedeelte van den bijenstand geplaatst1 dan zouden de bijen hare oude plaats weder opzoeken en1 daar geene woning vindende1 omkomen of bij anderen ingaan en daar soms verwarring veroorzaken4 ,wanneer men er gelegenheid toe heeft1 dan is het echter nog beter den vereenigden stok op een anderen stand te plaatsen1 die ten minste een half uur van hunne oude plaats verwijderd is2 vereenigt men meer dan twee zwermen met elkander1 dan moet dit1 om goed te slagen1 altijd geschieden4 ,de bijen komen dan in eene onbekende vlugt1 die zij allen moeten leeren en vervliegen dan niet4 ,wanneer men de stokken in hun winterverblijf wil plaatsen1 haalt men hen terug1 en in het volgende jaar zullen slechts enkele bijen de vroegere standplaats opzoeken4 ,de jonge1 bevruchte moederbijen1 die men door de vereeniging van nazwermen verkrijgt1 kunnen1 zoo als reeds vroeger is opgemerkt1 met vrucht worden gebruikt om te oud geworden koninginnen te vervangen4 ,,zingende ,,voorzwermen4 ,de zingende voorzwermen zou men als eene tusschensoort1 tusschen de voor- en nazwermen1 kunnen beschouwen4 ,zij komen toch als eerste zwermen van de stokken1 en zijn gewoonlijk zoo volkrijk als de voorzwermen1 terwijl zij1 even als de nazwermen1 eene onbevruchte moederbij hebben4 ,zij ontstaan meestal doordat de oude moederbij is gestorven1 of op eenige andere wijze verloren gegaan4 ,gewoonlijk is uitputting door de overmatige eijerlage1 of hoogen ouderdom de oorzaak van haar dood4 ,zij kon echter ook door vreemde bijen zijn afgestoken of op eene andere wijze zijn omgekomen4 ,welke ook de oorzaak van haar verlies zijn mag1 de bijen zijn er moederloos door geworden en zetten1 wanneer zij haar toestand ontdekt hebben1 hulpcellen aan uit het voorhanden1 ongedekt broed4 ,de nu eerst uitloopende1 jonge moederbij beantwoordt het qua6 qua6 der nog in de cellen beslotene1 met de gewone thu-toonen en verlaat de woning1 met den bereids verkregen aanhang4 ,somtijds verkrijgt men ook zulke zwermen1 wanneer het ongunstige weder het afvliegen van den voorzwerm eenige dagen verhindert en de bijen de in de cellen besloten1 jonge koninginnen niet willen vernietigen4 ,verlaat nu eene jonge moederbij de cel1 terwijl de oude nog in den stok aanwezig is1 dan zal1 in den strijd die nu volgen moet1 gewoonlijk de oude vallen2 want door haar met eijeren bezwangerd ligchaam1 is zij veel trager in hare bewegingen dan hare tegenpartij4 ,de stok heeft nu eene jonge koningin en de eerste zwerm1 die van dezen afkomt1 is dus1 zoowel als die van een in het boven beschreven geval verkeerenden stok1 een voorzwerm1 met eene onbevruchte moederbij en wordt daarom zingende of thutende voorzwerm genoemd4 ,de ophanden zijnde verschijning van deze zwermen kondigt zich1 even als die der nazwermen1 het zekerst aan1 door het thuten der jonge moederbij4 ,hoort men het 's morgens of 's avonds in een stok1 dan kan men er bijna zeker op rekenen dat hij of dien1 of den volgenden dag1 wanneer het weder niet al te ongunstig is1 zwermen zal4 ,omdat deze zwermen gewoonlijk eenige dagen later komen dan de voorzwermen1 en het onbevrucht zijn der moederbij het broedaanzetten nog eenige dagen vertraagt1 zou men hen van mindere waarde moeten beschouwen dan de voorzwermen2 komt de bevruchting echter gelukkig tot stand dan hebben zij1 wegens de jonge koningin1 weder eene grootere waarde4 ,,maagdezwermen4 ,bij gunstig weder en ruime honigdragt1 kan het gebeuren dat een vroege en volkrijke voorzwerm zooveel gebouwd heeft1 en door de vruchtbare moederbij zoo volkrijk wordt1 dat de woning te klein en te warm voor hem wordt1 en hij dus behoefte gevoelt om zich te deelen4 ,hij zet dan moedercellen aan en geeft een1 soms meer zwermen4 ,men noemt deze zwermen oneigenlijk maagdezwermen2 want1 hoewel zij van een zwerm van hetzelfde jaar afkomen1 toch komt de oude moederbij weder het eerst af4 ,hier te lande komen deze zwermen in het algemeen minder voor1 en bijna nooit komt er een nazwerm van een stok van hetzelfde jaar4 ,er zijn intusschen enkele voorbeelden van4 ,deze zwermen komen altijd laat in het jaar1 wanneer meest alle honigdragt voorbij is en de stok1 waarvan zij afkomen1 wordt er gewoonlijk door ontvolkt en verliest een groot gedeelte van zijn voorraad4 ,van beiden komt dan ook gewoonlijk niets teregt2 zoodat men dit zwermen zoo mogelijk moet tegengaan1 door dergelijke stokken tegen minder bevolkte over te zetten1 en te trachten er de moedercellen uit te nemen4 ,bij woningen met lossen bouw vangt men de moederbij uit den stok1 en vernietigt daarna al de moederwiegen op eene na4 ,deze blijven de bijen bebroeijen1 en men zal dus in den stok eene jonge moederbij verkrijgen1 waarna hij niet meer zwermen kan4 ,tien dagen na het wegnemen der moederbij1 moet men den bouw nogmaals uiteen nemen1 om te zien of er ook hulpcellen zijn aangezet2 zoo ja1 dan neemt men die op eene na weg2 het aanzetten van hulpcellen zou toch een bewijs zijn1 dat de vroeger gespaarde moederwieg was verongelukt4 ,,dubbelzwermen4 ,dubbelzwermen noemt men die1 welke door vereeniging van twee of meer zwermen zijn ontstaan4 ,die vereeniging kan vrijwillig zijn2 want op een sterk bezetten bijenstand kan het dikwijls gebeuren1 dat van twee of meer stokken gelijktijdig zwermen afvliegen1 en dat deze afzonderlijke zwermen zich1 al vliegende1 bij elkander voegen en zich als n zwerm aanleggen4 ,heeft er eene vereeniging van nazwermen plaats1 dan is dat eene gewenschte zaak2 zijn het daarentegen voorzwermen1 die zich bij elkander voegen1 dan moet men hen weder van elkander scheiden1 omdat elke moederbij met haar volk dan een goeden stok kan vormen4 ,dit afscheiden geschiedt door1 op eene beschaduwde plaats1 een witten doek uit te spreiden en daarop zoo veel ledige korven te plaatsen1 als men denkt dat er zwermen zijn1 onder elken korf een steentje of iets dergelijks leggende1 zoodat hij aan den eenen kant op den doek rust1 terwijl er aan den anderen eene opening1 ter breedte van een vinger1 tusschen hem en den doek blijft4 ,nu maakt men de in een korf geschepte zwermen1 een weinig nat en stort hen op den doek uit4 ,de bijen zullen hierover beginnen te loopen en men leidt haar daarbij naar een der korven3 deze rigting eenmaal aangenomen hebbende1 zullen zij elkander als eene kudde schapen volgen en den korf binnen trekken4 ,men geeft nu acht of men ook moederbijen ziet1 en deze bemerkende1 plaatst men er terstond een glas overheen1 steekt een blikken plaatje tusschen den doek en het glas en zet dit ter zijde4 ,zoodra men denkt dat in een korf genoeg bijen zijn gegaan1 neemt men hem weg en leidt de bijen naar een anderen1 steeds acht gevende op de moederbijen4 ,heeft men op deze wijze de moederbijen afgevangen1 dan verdeelt men de bijen in zoovele korven als er koninginnen zijn en plaatst deze elk in een moederhuisje4 ,het zou kunnen gebeuren dat men eene of meer moederbijen over het hoofd gezien had1 en deze dus met de bijen in de korven waren getrokken4 ,dit zal men spoedig ontdekken aan de rustige houding1 die de bijen in zulk een korf zullen aannemen1 in tegenstelling van die1 welke moederloos zijn4 ,men kan verzekerd zijn dat een zwerm van eene moederbij voorzien is1 wanneer de bijen1 na een half uur in den korf geweest te zijn1 rustig blijven en zich boven in tot een digten tros vereenigen4 ,die1 welke moederloos zijn1 zullen onrustig worden1 heen en weder loopen en den korf weder beginnen te verlaten4 ,aan deze geeft men1 zoo spoedig mogelijk1 eene der koninginnen 7doch laat haar in het huisje besloten7 waarna zij zich terstond bevredigd zullen toonen1 door de gevangen moederbij te omringen1 zich als een tros er om heen verzamelende4 ,men moet zooveel mogelijk zorgen dat er geen twee koninginnen in een korf komen1 want eene derzelve zou zeker worden afgestoken1 terwijl ook de andere gevaar zou loopen van te worden beschadigd en men dus beide kon verliezen4 ,heeft men eene of meer moederbijen overgehouden1 dan moet men uit elken korf wat bijen scheppen1 zoodat men voor elk van haar nog eene voldoende hoeveelheid bijen bekomt4 ,voor het geval1 dat dit terugscheppen noodig was1 is het dat men de koninginnen in de moederhuisjes moet laten blijven2 men zou toch anders gevaar loopen ook de moederbij terug te nemen4 ,wanneer eindelijk alle korven in orde zijn1 dan zet men hen op de bestemde plaats of doet de bijen aldaar in die woning1 waarin men haar wenscht te houden1 en laat daarna de koninginnen los4 ,op sterk bezette bijenstanden vliegen soms1 van tien tot twintig stokken te gelijk1 zwermen af1 die allen ondereen op n hoop vallen4 ,in zulk een geval is het ondoenlijk hen op de voorgaande wijze te scheiden4 ,men schept dan de bijen in eenige korven1 zoodat elk daarvan een genoegzaam aantal krijgt1 en zet deze op eenigen afstand van elkander neder4 ,die korven1 waarin geene moederbij is1 zullen de bijen spoedig verlaten en zich dan gewoonlijk over de andere verdeelen2 terwijl dat in die korven1 waar er meer dan ne in gekomen is1 de overtollige gedood zullen worden4 #i ,men kan ook de geheele bijenmassa in eene groote kuip scheppen1 in deze eenige houten staven in het rond zetten1 haar dan met een luchtig kleed goed digt dekken1 en tot den volgenden morgen rustig laten staan4 ,gedurende den nacht zullen de zwermen zich grootendeels van elkander gescheiden1 en zich ieder om eene staaf gehangen hebben4 ,men neemt nu elken zwerm1 aan de staaf gehecht1 uit de kuip en doet hem in de voor hem bestemde woning4 ,de vereeniging van zwermen kan ook door den eigenaar bewerkstelligd worden1 om van eenige kleine nazwermen1 een volkrijken daar te stellen4 ,men moet intusschen wel in aanmerking nemen1 dat men voor- en na-zwermen slechts met groot gevaar met elkander vereenigen kan2 want zwermen met bevruchte en onbevruchte moederbijen zijn elkanders doodsvijanden4 ,bij de vereeniging zou juist de bevruchte moederbij1 de traagste zijnde1 het meest gevaar loopen om te komen4 ,ook zouden de werkbijen elkander bij duizenden afsteken4 ,wilde men hen daarom volstrekt bij elkander plaatsen1 dan zou men de jonge moederbij uit den nazwerm moeten vangen1 en de bijen zeer sterk met muskuswater #aj moeten besprenkelen4 ,,noodzwermen4 ,somtijds verlaat eene geheele bijenkolonie1 in het vroege voorjaar of zelfs ook reeds in het najaar1 hare woning4 ,de nood dringt haar hiertoe1 hetzij dat de woning door instorting van den wasbouw1 door stank van muizen1 motten of andere onreinheden onbewoonbaar voor haar is geworden1 hetzij dat haar geheele voorraad opgeteerd is4 ,in dit geval noemt men den noodzwerm ook wel hongerzwerm4 ,de noodzwermen bedelen zich soms bij moederlooze of zwak bevolkte stokken in1 waarom zij ook wel bedelzwermen heeten4 ,meestal hangen zij zich echter hier of daar aan en komen van gebrek om4 ,,het ,,afvliegen1 ,,het ,,aanleggen ,,en ,,het ,,opvangen ,,van ,,de ,,zwermen4 ,vroeger meende men dat bij het afvliegen van een zwerm de moederbij voorging1 en den geheelen zwerm tot geleide diende4 ,dit is echter zoo niet4 ,een gedeelte der werkbijen opent den togt1 en men heeft zelfs gezien dat koninginnen1 die door een gebrek aan de pooten of vleugels de woning niet konden verlaten1 er door de werkbijen met geweld uitgedreven werden4 ,bij een voorzwerm trekt gewoonlijk eerst ongeveer de helft van zijn volk1 in vrolijke drift uit de woning2 dan wordt de vliegplank ledig1 en kan men veelal de koningin te voorschijn zien komen1 alleen begeleid door de zoogenaamde lijfwacht4 ,dikwijls vertoeft zij een oogenblik op de vliegplank1 alsof zij zich nog eens bedenken wilde1 en vliegt dan af1 waarna het overige van den zwerm haar volgt4 ,het gebeurt ook wel dat zij niet af wil vliegen1 maar in de woning terugkeert1 misschien omdat het weder haar niet bevalt4 ,in dit geval blijven de uitgevlogen bijen niet lang buiten2 want de koningin missende1 vliegen zij spoedig weder op den moederstok terug4 ,wanneer het weder den volgenden dag gunstig is1 dan kan men den zwerm op nieuw verwachten4 ,door een gebrek aan de vleugels1 wordt de moederbij wel eens verhinderd den zwerm te volgen2 zij valt dan op eenigen afstand van de woning ner4 ,de zwermende bijen zullen haar daar gewoonlijk niet ontdekken4 ,ziet men een zwerm lang dralen met zich aan te leggen1 dan moet men omzien of men de koningin ook op den grond vindt4 ,zij is daar spoedig te ontdekken1 omdat zij steeds door enkele bijen zal omringd zijn1 die haar geheel zullen bedekken4 ,doet men deze met een houtje of iets dergelijks wat op zijde1 dan zal men de moederbij in het gezigt krijgen4 ,vindt men haar spoedig genoeg1 om haar aan de zich hier of daar reeds aangelegd hebbende bijen te geven1 dan zullen de nog omzwervende zich ook spoedig om haar heen verzamelen1 en de zwerm zal geslaagd zijn4 ,ook kan men de moederbij1 in een moederhuisje geplaatst1 in de voor den zwerm bestemde woning zetten1 waarna men deze op de plaats van den moederstok stelt4 ,de bijen1 hare koningin missende1 zullen weder op den moederstok willen vliegen1 en in plaats van dezen zullen zij eene ledige woning vinden1 die zij1 nu zij er hare koningin in ontdekken1 met vreugde zullen aannemen4 ,men moet met deze handelwijze vlug te werk gaan1 en zal dan zelfs van het opvangen van den zwerm ontslagen zijn4 ,hoe men ook met eene gebrekkige moederbij handelen moge1 men moet haar nooit aan den moederstok terug geven2 want den volgenden dag zou zij weder afkomen4 ,haar te dooden zou ongeraden zijn2 want voor de eijerlage is zij even goed als eene geheel gezonde4 ,men moet haar dan liever voor een kunstzwerm bezigen1 en in den herfst door eene jonge vervangen4 ,er zijn gewoonlijk verscheidene moederbijen in die zwermen1 die met jonge moederbijen afgaan4 ,deze komen dan niet geregeld1 maar verstrooid1 uit de woning2 nu eens bij het begin1 dan weder in het midden1 soms zelfs op het einde van den zwerm4 ,men mag dus wel aannemen dat de werkbijen en niet de koninginnen de eerste aanleiding tot het zwermen geven4 ,de laatste1 bij de verwarring van het zwermen1 door de werkbijen niet meer bewaakt wordende en geene thu-toonen hoorende1 verlaten hare cel en worden door de zwermende bijen voortgestuwd4 ,daar de eene nu wat vroeger1 de andere wat later uit de cel komt1 zoo zijn zij ongeregeld in den zwerm verstrooid4 ,gewoonlijk vliegen de uit de woning stroomende bijen1 onder het aanheffen van den zwermtoon1 zoolang in den omtrek van den bijenstand rond1 totdat de geheele zwerm den stok heeft verlaten4 ,bevindt de koningin zich in haar midden en hebben zij zich daarvan verzekerd1 dan trekken de bijen zich meer en meer zamen en leggen zich hier of daar aan4 ,meestal geschiedt dit aan een boomtak of struik4 ,aanvankelijk zetten slechts enkelen zich ner1 welke door anderen gevolgd worden2 daarbij voegt zich de koningin en eindelijk ook al de overige bijen1 zoodat zij ten slotte in een belangrijken tros1 veel op een druiventros gelijkende1 aanhangen4 ,de zwerm legt zich altijd dr aan1 waar zich de koningin bevindt2 daar deze echter het vliegen niet gewoon is1 zet zij zich soms op het eerste het beste rustpunt neder1 of wordt ook wel eens door eene windvlaag nergeworpen1 waardoor de zwermen veeltijds op die plaatsen aanleggen1 die het ongeschiktst zijn om hen op te vangen4 ,soms verzamelen zij zich op een dak1 in eene haag of op andere lastige plaatsen4 ,het is mij eens gebeurd dat een zwerm zich op mijn hoed verzamelde6 ,zwermen1 met jonge koninginnen1 leggen zich ook veelal in verscheidene trossen aan2 want1 waar zich eene moederbij nederzet1 daar zullen de haar omringende bijen zich ook plaatsen4 ,deze verschillende trossen voegt men in ne woning bij elkander1 sluit haar met een doek1 die de lucht gemakkelijk doorlaat en zet haar aldus op eene koele1 donkere plaats4 ,gedurende den nacht zullen dan de bijen de overtollige koninginnen dooden4 ,zet men de woning den volgenden morgen op hare plaats1 dan zullen zij haar zelden meer verlaten4 ,de aldus opgevangen bijen moet men zoo spoedig mogelijk van de zwermplaats verwijderen1 daar er anders te veel aan die plaats gewennen en er blijven hangen4 ,heeft men den zwerm spoedig weggenomen1 dan zullen de achtergebleven bijen1 die hare moederbij niet vinden kunnen1 op den moederstok terug vliegen4 ,velen zullen deze handelwijze afkeuren1 en de woning liever tot den avond op de zwermplaats laten staan1 omdat de verspreide bijen er zich dan meer in verzameld zullen hebben4 ,dit is echter slechts een schijnbaar voordeel2 want den volgenden morgen zullen zij1 die den vorigen dag daar de vlugt leerden1 weder naar de zwermplaats terug keeren4 ,deze verstrooide bijen kunnen als verloren beschouwd worden2 want haar eigen stok weten zij niet te vinden1 en indien zij op andere vliegen1 dan worden zij afgestoken4 ,haar getal zal kleiner zijn1 naarmate men den zwerm spoediger van de zwermplaats heeft verwijderd2 want die bijen1 die weder op den moederstok terug vliegen1 zijn wel voor den zwerm1 maar niet voor den eigenaar verloren4 ,wil men den zwerm in eene ,dzierzon'sche woning plaatsen1 dan vangt men hem in een gewonen korf en zet hem op eene koele1 donkere plaats tot het vallen van den avond2 dan doet men hem in de voor hem bestemde woning4 ,dit geschiedt het best door een gedeelte der bijen1 met een blank ijzeren vuurlepel1 voorzigtig uit den korf in de woning te scheppen4 ,zij zullen zich dadelijk naar het voorste gedeelte daarvan begeven1 en daar een vrolijken loktoon aanheffen4 ,nu behoeft men de opening van den korf slechts voor de woning te houden1 en spoedig zullen allen er in overgaan4 ,men behoeft hierbij niet de minste vrees te koesteren2 veeleer zal men zich vermaken bij het zien der vrolijke dieren4 ,een zwerm verlaat soms plotseling zijne aanlegplaats1 verheft zich in de lucht1 en gaat de ruimte in4 ,hij is dan gewoonlijk verloren2 want hij vliegt soms in een digten drom zoo snel heen1 dat men hem moeijelijk volgen kan2 dit wordt ook soms onmogelijk1 door dat hij over water gaat of een uur en langer vliegende blijft4 ,eindelijk hangt hij zich van vermoeidheid hier of daar aan1 en wordt hij door anderen niet opgevangen1 dan komt hij gewoonlijk om4 ,als mij een zwerm ontvliegt1 dan ga ik hem niet lang na1 denkende3 zijt gij met mij niet tevreden1 zoek dan een beteren meester6 ,de oorzaak van het wegvliegen van een zwerm moet meestal daarin gezocht worden1 dat men te lang gewacht heeft met hem op te vangen4 ,wanneer hij zich ergens heeft aangehangen1 waar hij aan de brandende zonnestralen is blootgesteld1 zoodat de hitte in den opeengepakten klomp bijen weldra ondragelijk wordt1 of indien er verscheidene koninginnen in zijn1 die elkander trachten af te steken1 waardoor onrust in den zwerm ontstaat1 dan vliegt hij spoedig het luchtruim in4 ,het doel1 van het eerste aanleggen van een zwerm1 is voorzeker het verzamelen van alle bijen1 die mede uitgetrokken zijn1 ten einde een weinig uit te rusten1 en dan de door de spoorbijen opgezochte woning gezamenlijk in bezit te nemen1 of er op goed geluk eene te gaan zoeken4 ,indien een zwerm zich zoodanig aan een boomtak heeft gehangen1 dat men er een korf onmiddellijk onder kan houden1 dan behoeft men tegen den tak slechts een stoot te geven1 om hem grootendeels in den ondergehouden korf te doen vallen4 ,men stelt nu den korf zoo digt mogelijk bij de plaats1 waar den zwerm heeft gehangen1 en zet er aan een kant iets onder1 zoodat er eene opening1 van eene hand breed1 overblijft4 ,is de koningin reeds in den korf1 dan trekt zij1 met de bij haar zijnde bijen1 naar het bovenste gedeelte2 daar verzamelen zij zich tot een digten tros1 en de nog rond vliegende bijen zullen zich bij haar voegen4 ,was de moederbij echter niet mede in den korf gevangen1 dan trekken al de bijen er weder uit en zetten zich daar aan1 waar zij zich bevindt2 men moet haar dan op nieuw opvangen en dit herhalen1 tot men ook de moederbij heeft1 dat echter meestal den eersten keer het geval zal zijn1 wanneer men ten minste niet te voorbarig is geweest bij het opvangen1 maar daarmede zoolang gewacht heeft1 tot de zwerm zich behoorlijk had aangelegd en verzameld4 ,men moet er wel op letten den korf1 waar de zwerm in gevangen is1 in de schaduw te plaatsen1 en is daar bij de zwermplaats geene gelegenheid toe1 dan brengt men schaduw aan1 door eene plank tegen den korf te zetten of hem met groene takken te bedekken4 ,verzuimde men dit1 de zwerm zou den korf weder spoedig verlaten1 voortgejaagd door de brandende hitte1 die de zonnestralen spoedig in den korf zouden doen ontstaan4 ,om het wegvliegen der bijen1 bij het opvangen van een zwerm1 te voorkomen1 is het goed haar nat te maken4 ,men doet dit het best door haar met een handvegertje te besproeijen1 maar moet er niet te vlug mede zijn1 doch wachten tot het grootste gedeelte van den zwerm zich heeft aangehangen2 want deed men het voor dat de moederbij zich had nergezet1 dan zouden zij weder wegvliegen en zich elders aanleggen4 ,met het nat maken kan men nooit kwaad doen en1 wanneer de bijen al te oproerig zijn en men er geen meester over kan worden1 dan kan men haar gerust druipnat maken3 zijn zij weder opgedroogd1 dan hebben zij er niet het minste letsel van4 ,hebben de bijen zich tegen een zwaren boomtak1 tegen den stam of elders zoodanig aangelegd1 dat zij niet afgeschud kunnen worden1 dan moet men haar met een blank ijzeren vuurlepel opscheppen1 en aldus bij gedeelten in den korf brengen4 ,men moet daarbij in acht nemen haar langzaam1 van onderaf1 te scheppen1 zij zullen dit gewillig toelaten en slechts weinigen zullen op den grond vallen4 ,men wachte zich wel van boven naar beneden te scheppen1 om haar als het ware in den korf te strijken1 dat oogenschijnlijk in vele gevallen gemakkelijker zou zijn2 de bijen kunnen dit niet verdragen3 men zou haar meest altijd in toorn brengen en er ook meer kwetsen1 dan van onderaf scheppende4 ,indien een zwerm zich hoog in een boom heeft gehangen1 zoodat men er niet gemakkelijk bij kan klimmen1 dan neemt men een ligten korf1 die in den top eene opening heeft1 steekt hierin een stok en houdt hem aldus onder den zwerm1 terwijl een ander1 met een aan een stok bevestigden haak1 den tak een ruk geeft1 die den zwerm in den korf doet vallen4 ,men zet dezen nu op den grond neder1 opdat de bijen er zich in verzamelen4 ,heeft een zwerm zich aldus geplaatst1 dat het niet mogelijk is hem op te vangen1 dan moet men trachten hem1 door het aanbrengen van rook1 van die plaats te verdrijven1 in de hoop dat hij zich op eene meer geschikte zal aanleggen4 ,wanneer hij voor den rook van lappen zijne plaats niet spoedig wil verlaten1 dan maakt men eene soort van lont van lappen1 en doet daar wat haar tusschen2 voor den rook daarvan zal hij meest altijd wijken2 mogt het echter nog niet helpen1 voor den rook van brandenden duivelsdrek zal hij zeker uit den weg gaan4 ,is de plaats1 waar de zwerm zich heeft aangelegd1 zelfs niet met rook te bereiken1 zonder zich zelven aan gevaar bloot te stellen1 dan doet men best hem maar verloren te laten gaan1 zich troostende met de gedachte1 dat het beter is een zwerm te missen1 dan om zijn bezit den hals te breken4 ,over het algemeen kan men aannemen1 dat een zwerm de hem aangewezen woning aanneemt1 wanneer de bijen1 tot een digten tros vereenigd1 een aanvang met den wasbouw maken2 terwijl er eenigen aan het vlieggat staan1 die1 met den kop naar hetzelve en het achterlijf naar boven gerigt1 vrolijk met de vleugels slaan2 dit is het gewone teeken dat de moederbij in den stok is4 ,men ziet dan ook reeds eenige bijen uitvliegen1 en met voorraad beladen te huis komen4 ,andere zijn weder bezig met de woning van onzuiverheden te ontdoen1 en oneffenheden weg te bijten4 ,dit laatste is wel als het zekerste bewijs te beschouwen1 dat de zwerm de woning niet meer zal verlaten4 ,,ii4 ,,de ,,bijenteelt4 ,,de ,,woningen4 ,deze tweede afdeeling1 waarin meer bepaald de teelt der bijen zal behandeld worden1 wil ik aanvangen met het beschrijven der woningen4 ,ik zal mij daarbij bepalen tot de ,dzierzon'sche2 want wilde ik1 van alle vroeger en thans nog in gebruik zijnde woningen1 de inrigting opgeven1 dan zou ik mijn bestek ver te buiten gaan2 daarenboven zou dit nutteloos zijn1 daar er in onze taal verscheidene werken zijn1 waarin zij goed beschreven worden4 #aa ,men heeft reeds sedert eeuwen ingezien1 dat de gewone bijenkorven veel te wenschen overlaten3 in den bouw kan men niet zien en meest alles is van het toeval afhankelijk2 de willekeur der bijen kan men niet behoorlijk tegengaan en aan zijn wil onderwerpen4 ,men trachtte daarom steeds betere en meer geschikte woningen uit te denken1 maar die1 welke men te voorschijn bragt1 beantwoordden niet aan het oogmerk4 ,zij waren zeer zamengesteld1 hoog in prijs en moeijelijk en omslagtig in de behandeling3 men stelde haar daarom ter zijde en gebruikte weder strookorven4 ,de oude ,grieken gebruikten reeds woningen met lossen bouw1 doch zij waren ondoelmatig en vonden geene navolging4 ,de eerste1 die er in geslaagd is om de bijenteelt met eenig goed gevolg in zulke woningen te beoefenen1 was ,frans ,huber1 een ,fransch bijenvriend1 die in de tweede helft der vorige eeuw leefde4 ,hij werd op eene zeer eenvoudige wijze tot hare zamenstelling gebragt4 ,voor zijne waarnemingen omtrent het leven der bijen1 gebruikte hij zeer ondiepe kasten1 die slechts eene tafel konden bevatten1 en waarin hij dus de bijen aan beide kanten1 in al haar doen kon bespieden4 ,van deze kasten1 welke ieder een los raampje bevatteden1 waarin de tafels gebouwd moesten worden1 plaatste hij er eenige tegen elkander1 vereenigde die door ijzeren stangen met schroeven1 en verkreeg daardoor eene woning1 uit kleinere te zamen gevoegd1 die naar willekeur kon worden uit elkander genomen4 ,hij noemde haar blad- of boek-woning1 omdat men haar1 even als een boek1 kon openen en bezien4 ,al gaf zij gelegenheid om den bouw uiteen te nemen en weder zamen te voegen1 waarvan men het nut erkende1 voor algemeen gebruik was zij te kostbaar en te omslagtig1 en werd daarom bijna geheel der vergetelheid prijs gegeven4 ,aan ,dzierzon komt de eer toe de teelt der bijen1 in woningen met lossen bouw1 gemakkelijk en voor iedereen uitvoerbaar gemaakt te hebben1 en hoewel zijne woningen nog wel voor verbetering vatbaar zullen zijn1 vergeten zullen zij nooit worden4 ,het eerst maakte hij die bekend in de ,bienenzeitung voor #ahde1 ,no4 #ab1 na haar reeds geruimen tijd1 onder toepassing van zijne theorie1 op zijn stand gebruikt te hebben4 ,later maakte hij haar1 door verscheidene afzonderlijke werken1 meer algemeen1 zooals in zijne3 ,theorie und ,praxis1 ,nachtrage zur ,theorie und ,praxis en ,bienenfreund aus ,schlesin4 ,bij de vervaardiging zijner woningen1 ging hij van het beginsel uit1 dat zij slechts uit ne kast moesten bestaan1 waarin de bouw gemakkelijk uiteen genomen1 en zonder hem te beschadigen1 weder in elkander gevoegd of in eene andere woning overgeplaatst kon worden4 ,dit doel heeft hij volkomen bereikt1 en zijne woningen bevelen zich als van zelven aan1 aan allen1 die slechts willen zien en met oordeel nadenken4 ,zij vinden dan ook1 niet slechts in geheel ,duitschland1 maar ook in vele andere landen1 meer en meer navolging1 en op vele bijenstanden hebben zij alle andere woningen geheel verdrongen4 ,deze woningen en de toevallige invoering der ,italiaansche bijen1 hebben in de laatste tien jaren meer omtrent de huishouding der bijen aan het licht gebragt1 dan alle vroegere eeuwen te zamen1 en tevens doen zien1 dat een aantal der vroeger als goed erkende leerstellingen1 slechts fabels waren4 ,dzierzon geeft twee soorten van woningen op1 te weten3 liggende1 waarbij de lengte grooter is dan de hoogte1 en staande1 waarbij in tegendeel de hoogte de lengte overtreft4 ,de ondervinding heeft geleerd dat de liggende het honigwinnen meer bevorderen1 terwijl de staande het broedaanzetten meer begunstigen1 daar er eene meer gelijkmatige warmte in heerscht4 ,wegens de ruimere honigopbrengst zou dus de liggende woning te verkiezen zijn2 doch in eene andere1 zeer belangrijke zaak1 staan zij weder ver achter de staande3 de overwintering is toch in deze veel gemakkelijker2 want in de liggende woningen hebben de bijen te weinig honig boven zich1 zoodat zij in strenge winters de meer afgelegen tafels niet kunnen bereiken4 ,thans geeft men vrij algemeen de voorkeur aan woningen1 die tusschen de liggende en de staande invallen4 ,voor ik tot de beschrijving der woningen1 van welke thans reeds zoo vele soorten bestaan1 dat ik slechts de voornaamste behandelen kan1 overga1 moet ik de opmerking maken dat1 welke afmetingen men zijne woningen ook geven wil1 de breedte van allen volkomen dezelfde moet zijn4 ,voor den inwendigen afstand der zijwanden moet men dus eene bestendige maat kiezen4 ,deed men dit niet1 men zou woningen met lossen bouw hebben1 en de voornaamste van hare voordeelen missen6 ,de staafjes1 waaraan de bouw hangt1 zouden verschillende lengten moeten hebben1 en konden dus niet uit de eene woning in de andere geplaatst worden4 ,de ondervinding heeft mij geleerd1 dat breede woningen moeijelijk te behandelen zijn4 ,den inwendigen afstand der zijwanden van allen1 die ik beschrijven zal1 stel ik op #i #a_/b ,rhijnl4 duim4 ,de staafjes1 waaraan de tafels gebouwd moeten worden1 zullen dan #i #g_/h duim lang moeten zijn1 omdat zij in de zijwanden in groeven1 van #a_/d duim diep1 gemakkelijk geschoven moeten kunnen worden1 zonder dat zij daarin kunnen klemmen of er uit vallen4 ,eene afbeelding van een staafje ziet men in fig4 #a4 ,men maakt hen van eene soort van hout1 dat niet splinterachtig is2 ik neem er olmen voor4 ,in een latje1 van ruim #a_/d duim dik1 bij eene lengte ab1 van #i #g_/h en eene breedte ac1 van #a #a_/b duim1 worden1 #a duim van de uiteinden1 bij e1 f1 g en h1 insnijdingen1 van #a_/d duim diep1 gemaakt1 en het hout daar tusschen weggestoken1 zoodat het gedeelte efgh van het staafje #a duim breed is1 terwijl de verbreeding aan de uiteinden1 aan werskanten #a_/d duim zijnde1 er bij het tegen elkander schuiven der staafjes in het midden eene ruimte van #a_/b duim vrij blijft2 7zie fig4 #c1 die eene woning voorstelt1 waar men bovenin ziet1 nadat de bovenwand er afgenomen is74 ,het is een bepaald vereischte dat de staafjes de afmetingen hebben1 die ik hier opgeef2 want de bijen geven de wastafels eene breedte van #a duim1 en laten tusschen elke twee tafels eene ruimte van #a_/b duim vrij 7zie bladz4 #df72 was de tusschenruimte der staafjes te klein1 zij zouden de tafels aan elkander bouwen2 was zij te groot1 zij zouden er kleine tafels tusschen brengen1 en de uitneembaarheid van den bouw zou in beide gevallen verloren gaan4 ,op de staafjes en hare plaatsing berust de geheele ,dzierzon'sche methode4 ,om de staafjes spoedig en goed te maken1 zaagt men van eene olmen plank1 van #a #a_/b duim dik1 stukken af1 fig4 #b1 die de lengte ab der staafjes hebben2 #a duim van de uiteinden maakt men1 aan eene der zijden1 zaagsneden gi en hk1 van #a_/d duim diep1 schaaft het hout tusschen deze zaagsneden vlak weg1 en bewerkt daarna de andere zijde der plank eveneens4 ,men zaagt er nu plaatjes van #c_/h duim dik af1 die1 opgeschaafd zijnde1 dus ruim #a_/d duim dik en allen van gelijken vorm zijn zullen4 ,men moet hen slechts aan eene zijde glad schaven2 want de aanhechting der wastafels geschiedt gemakkelijker en beter aan eene ruwe oppervlakte3 zij worden dus aan de ongeschaafde zijde bevestigd4 ,de woningen worden vervaardigd van planken1 van #c_/d duim dik1 die behoorlijk aan elkander geploegd en gelijmd moeten worden4 ,men zaagt eenige stukken af op de lengte1 die de wand hebben moet1 zaagt deze daarna op het hart door1 om het krom trekken te voorkomen1 en ploegt van de verkregene plankjes er zoovele aan elkander1 dat men een blad van de vereischte breedte verkrijgt4 ,de voegen moeten1 opdat zij niet open zouden trekken1 gelijmd worden4 ,daartoe moet eene lijm gebezigd worden1 die tegen water bestand is2 want vooral in den winter1 is in sterk bevolkte woningen veel waterdamp aanwezig4 ,men gebruikt daarvoor versch gestremde melk1 met gestampte en gezifte1 ongebluschte kalk vermengd1 welk mengsel eene taaije pap zal vormen2 hiermede worden de voegen aan een gelijmd1 waarna men het blad1 gedurende een paar dagen1 tegen elkander geklemd1 te droogen legt4 ,is de lijm goed droog1 dan wordt het blad vlak geschaafd4 ,de bodem en bovenwand der woning 7zie fig4 #d7 worden zoo lang genomen1 dat de uiteinden aan werskanten #c #d duim over den zijwand uitsteken2 in onze figuur ziet men de stukken ae1 bf1 cg en dh4 ,op de kanten der zijwanden worden dan stukken abfe en cdhg1 welker breedte gelijk is aan de buiten uitstekende gedeelten van den bodem en den bovenwand1 bevestigd4 ,aan de achterzijde der woning1 die hier onzigtbaar is1 worden eveneens dergelijke strooken aangebragt4 ,in fig4 #c ziet men haar in doorsnede2 a1 b1 c en d zijn de vier strooken1 ef en gh de zijwanden4 ,aan de buitenzijde der woning verkrijgt men nu eene ingesloten ruimte1 die boven- en onderaan begrensd wordt door de uitstekende gedeelten van den boven- en onderwand1 aan de zijden door de daar aangebragte strooken en achter-aan door den zijwand4 ,die ruimte wordt opgevuld met stroo of mos1 dat voor de netheid nog met riet bedekt kan worden1 waarna men het vulsel bevestigt1 door drie of vier houten lijsten1 7efgh1 iklm en nopq1 fig4 #e17 die op de zijwanden gespijkerd worden2 om het opbuigen te voorkomen1 vereenigt men haar in het midden door een enkelen spijker met den binnenwand4 ,het opvulsel moet niet te los zijn1 doch ook niet met geweld aangedrukt worden2 de lijsten moeten het behoorlijk kunnen tegenhouden4 ,men verkrijgt op deze wijze zijwanden1 die de warmte zeer moeijelijk geleiden en die daarom1 in den winter1 het ontwijken der inwendige warmte en1 in den zomer1 eene te sterke verhitting tegengaan4 ,ter voorkoming van het vezelen van het riet en het indringen van muizen1 wordt het vulsel1 nadat de woning voltooid is1 tusschen de houten lijsten bepleisterd1 met een mengsel1 bestaande uit koemest en gezifte asch4 ,het aanzien verbetert hierdoor ook4 ,om het opvullen gemakkelijker te maken1 bedient men zich van stroo- of riet-matjes1 die men eveneens vervaardigt1 als de dekmatten der tuinlieden4 ,het onderste gedeelte der op te vullen ruimte wordt dan met los stroo gevuld1 hierop een matje gelegd en dit met de lijsten nedergedrukt4 ,wanneer men het uiterlijk aanzien der woningen bevallig wil maken1 en zich daarvoor eene kleine verhooging in prijs getroosten1 dan kan men het opvulsel ook bedekken met over elkander gespijkerde1 dunne plankjes 7zie fig4 #d74 ,dit is ook goed voor het behoud der woning1 omdat alle regen goed kan afloopen1 waardoor het vulsel geheel droog blijft4 ,eigenlijk wordt de geringe prijsverhooging aanmerkelijk opgewogen1 door het voordeel dezer bekleeding2 ik heb haar daarom dit jaar bij al mijne nieuw gemaakte woningen aangebragt4 ,,de ,,liggende ,,woning4 ,voor de zijwanden der liggende woning maakt men1 op boven gezegde wijze1 twee bladen1 die1 bij eene lengte van #ae #a_/b duim1 eene breedte van #cj duim bezitten4 ,men moet zorgen dat eene der zijden van elk derzelve1 die de binnenwanden der woning moeten vormen1 goed vlak geschaafd zijn1 daar deze wanden evenwijdig wezen moeten4 ,aan die zijden schaaft men aan werskanten eene sponning1 van #a #a_/b duim breed en ruim #a_/d duim diep1 waarin de deuren moeten rusten4 ,bij e1 f1 g en h1 fig4 #c1 ziet men de deuren i en k in doorsnede1 in die sponningen rustende1 terwijl dat eene daarvan gezien wordt bij ik1 fig4 #d1 en eene bij rs1 fig4 #e4 ,vervolgens maakt men1 aan dezelfde zijden dezer bladen1 #ab #a_/d duim van den onderkant1 eene groef1 van #a_/d duim diep en ruim #a_/d duim breed1 7zie lm1 fig4 #d en tu1 fig4 #e17 zoodat zij1 de bladen op elkander liggende1 elkander volkomen bedekken4 ,die groeven moeten dienen om er de staafjes in te schuiven4 ,in het midden1 van een dezer zijstukken1 wordt nu1 #a #a_/d duim van den onderkant1 eene opening voor het vlieggat1 7no1 fig4 #d7 gemaakt4 ,voor het gemak en de netheid maak ik voor deze gaten kokertjes1 door tusschen twee plankjes van #e duim breed en #a_/b duim dik1 aan beide zijden latjes te spijkeren1 van #a_/b duim breed en #c_/h duim dik1 waardoor dan een koker 7fig4 #f7 ontstaat1 die inwendig #d duim breed en #c_/h duim hoog is1 waar ik nu stukjes afzaag1 welker lengte gelijk is aan de dikte van den zijwand4 ,deze kokertjes moeten aldus in het zijstuk gebragt worden1 dat de opening in het midden der breedte en haar onderkant #a #a_/d duim boven den onderrand komt te liggen4 ,voor de boven- en onderwanden maakt men bladen1 van #ag #a_/b duim lang en #cj duim breed1 schaaft aan de zijden1 die de binnenkanten moeten vormen1 op gelijke afstanden van de uiteinden1 groeven van #a_/d duim diep en #c_/d duim breed1 welker binnenranden juist #i #a_/b duim van elkander verwijderd moeten zijn4 ,in fig4 #d zijn deze groeven aangeduid door de letters p1 q1 r en s en in fig4 #e door v1 w1 x en y4 ,de zijwanden worden nu in deze groeven van de boven- en onderwanden geschoven en met spijkers daarin bevestigd4 ,aan de kanten1 waar de deuren moeten komen1 zet ik1 voor het afwijken1 gewoonlijk eene houtschroef4 ,men vult daarna de zijwanden op de vroeger omschreven wijze en maakt in de onderste lijst1 die het vulsel bedekt1 eene opening1 waardoor het kokertje voor het vlieggat1 gestoken kan worden2 maakt dit er in vast en brengt aan de buitenzijde een zinken schuifje voor hetzelve4 ,nu wordt onder het vlieggat nog een vliegplankje gemaakt1 dat #b duim breed en #f duim lang is4 ,het moet zoo aangebragt worden1 dat de bovenkant gelijk komt met de onderzijde van het vlieggat1 opdat de te huis komende bijen1 na zich op dit plankje nedergezet te hebben1 ongehinderd kunnen binnengaan en niet behoeven te klimmen4 ,naar buiten moet het eenigzins afhangen om den regen te doen afloopen4 ,bij het vervoeren is het zeer gemakkelijk1 als de vliegplankjes van de woningen genomen kunnen worden4 ,zij nemen daardoor minder plaats in1 en het gebeurt ook dikwijls1 dat deze plankjes er afbreken4 ,een vliegplankje ziet men bij t1 fig4 #d1 een zinken schuifje bij z1 fig4 #e4 ,voor de schuifjes neemt men stukjes zink1 van #g duim lang en #a #a_/d duim breed2 maakt #c_/d duim van de uiteinden1 bij a'1 b'1 c' en d'1 fig4 #e1 insnijdingen van #c_/af duim diep en vouwt de gedeelten a'b' en c'd' om4 ,wil men dit netjes doen1 zonder gevaar van scheuren te hebben1 dan moet men het zink warm maken2 het laat zich dan nagenoeg even gemakkelijk buigen als lood4 ,men maakt nu tusschen de omgevouwen randen eene opening1 van #d duim lang en #c_/h duim hoog1 en maakt twee schuifjes1 l' en m'1 om deze te sluiten4 ,hiervoor zijn twee schuifjes noodig1 omdat1 bij het vergrooten en verkleinen van het vlieggat1 de opening steeds in het midden moet blijven4 ,de schuifjes moeten aan het uiteinde1 bij l' en m'1 kokervormig opgerold worden2 behalve voor het aanvatten bij het openen en sluiten1 dient dat kokertje nog om1 bij het vervoeren der woning1 de schuifjes aan elkander te binden1 om het openvallen te beletten4 ,aan de woning ontbreken nu nog maar de deuren4 ,deze ziet men in doorsnede bij i en k1 fig4 #c2 terwijl dat in fig4 #e de deur e'f'1 op eenigen afstand der woning1 afgebeeld is4 ,zij worden gemaakt van dwars over elkander liggende plankjes1 waardoor het krom trekken voorkomen wordt4 ,op de omschreven wijze maakt men twee bladen1 het eene lang #aj en breed #ae duim1 het andere omgekeerd lang #ae en breed #aj duim1 en lijmt en spijkert1 terwijl de lijm nog versch is1 deze bladen op elkander4 ,het is goed eene opening1 van #d duim breed en #aj #ab duim hoog1 in het midden der deuren te maken4 ,men zaagt deze openingen dan in de bladen1 voor dat zij op elkander gebragt worden en legt daar tusschen een traliewerk van dun ijzerdraad1 dat haar overspant1 waarna zij aaneen gehecht worden4 ,het traliewerk moet dan aan beide zijden door blindjes1 g'h' fig4 #e1 van #c_/d duim dik1 gesloten worden1 om er de bijen en de buitenlucht af te houden4 ,de blindjes moeten goed sluiten1 zoodat er geene reten open blijven1 waardoor licht in de woning zou kunnen vallen4 ,door vier wervels worden deze blindjes vastgezet2 die aan de binnenzijde der deur worden van bandijzer gemaakt2 zij zijn dan plat en staan dus niet in den weg2 de buitenste kunnen van hout zijn4 ,deze luchtgaten zijn zeer gemakkelijk voor hen1 die met de bijen reizen4 ,men neemt het binnenste blindje weg en sluit1 nadat de bijen te huis gekomen zijn1 het vlieggat1 bindt dit toe en neemt nu ook het buitenste blindje weg2 de woning kan dan vervoerd worden1 zonder dat er eenig gevaar bestaat dat de bijen stikken4 ,op de plaats zijner bestemming aangekomen1 opent men het vlieggat en zet1 nadat de bijen een paar uren gevlogen hebben1 de blindjes weder in de deuren2 alles is nu weder in den gewonen toestand4 ,al trekt men niet met zijne bijen1 toch zijn de luchtgaten zeer nuttig om haar1 bij zeer heet weder1 versche lucht te doen bekomen4 ,men zet die gedurende den nacht open en kan dit1 op zeer heete dagen1 ook overdag doen1 wanneer men er maar een kleedje voor hangt1 om het licht buiten te sluiten2 er zal dan een weldadige trek op het vlieggat ontstaan4 ,door het aanbrengen van verkoeling1 bewijst men dan de bijen eene groote dienst1 en zij worden er tevens ijveriger door4 ,de ringen i' en k'1 fig4 #e1 dienen om de deur gemakkelijk te kunnen aanvatten4 ,maakt men er geene luchtgaten in1 dan is het voldoende n ring1 in het midden der breedte en op #b_/c der hoogte1 aan te brengen4 ,om het krom trekken der deuren nog meer tegen te gaan1 maak ik daarvoor een raam van vier strooken1 dat buitenwerks #ae duim hoog en #aj duim breed is4 ,aan eene zijde worden hierop dunne plankjes gespijkerd1 die de binnenzijde der deur vormen1 waarna de ingesloten ruimte met stroo wordt gevuld1 dat met drie lijsten bevestigd en daarna bepleisterd wordt1 zooals dit voor de zijwanden is gezegd4 ,luchtgaten worden er niet in gemaakt4 ,de breedte der strooken wordt zoo groot genomen1 dat zij1 nadat de plankjes er opgespijkerd zijn1 de deur eene dikte van #a #a_/b duim geven4 ,door vier wervels1 u1 v1 w en x fig4 #d1 wordt de deur in de woning bevestigd2 al weder om haar vlak te doen blijven4 ,wij hebben nu de zamenstelling van eene woning leeren kennen1 en willen haar van binnen bezien4 ,zij zal daar eene hoogte van #ae1 eene breedte van #i #a_/b en eene diepte van #bg duim hebben2 #ab duim boven den bodem zal aan werskanten in den zijwand eene groef1 van #a_/d duim diep en ruim zoo breed zijn1 waarin dus #ah staafjes kunnen geschoven worden 7zie fig4 #c1 #d en #e74 ,wilde men er nu een zwerm in plaatsen1 de woning zou veel te groot zijn2 hij kon haar in het eerste jaar onmogelijk vol bouwen en zou er dus geen geschikt verblijf in hebben4 ,men moet haar dus kunnen verkleinen4 ,hiervoor bezigt men een verkleinplankje 7fig4 #g7 dat1 zonder groote reten open te laten1 gemakkelijk in de woning geschoven moet kunnen worden4 ,in dit plankje boort men vier ronde gaten1 a1 b1 f en g1 van #a duim middellijn1 waarvan de middelpunten #b duim van de zijwanden verwijderd zijn1 terwijl zij voor de beide onderste1 a en b1 #c en voor de beide bovenste1 f en g1 #aj duim boven den onderkant moeten liggen4 ,over deze gaten brengt men strookjes1 cd en hi1 van #a #a_/b duim breed en bevestigt deze in hun midden1 bij e en k1 met een spijker1 waarom zij1 als een wervel draaijen kunnen4 ,de gaten kunnen dan gesloten of zoo ver geopend worden1 als men verlangt4 ,de lengte der strooken moet zoo groot zijn1 dat de gaten gesloten zijnde1 de beide uiteinden tegen de wanden der woning klemmen1 waardoor het plankje vast staat4 ,men schuift het verkleinplankje tot eene diepte van #i duim in de woning en bevestigt het zoo1 dat het niet kan omvallen1 maar toch gemakkelijk kan worden uitgenomen4 ,daar de wervels geopend moeten worden1 zet men het voor de zekerheid met een paar wiggen vast4 ,de openingen1 die aan werskanten daarvan door de groeven1 die het vrijlaat1 ontstaan1 worden met mos digt gestopt1 om de afgesloten ruimte voor de bijen vooreerst ontoegankelijk te maken4 ,dit afgezonderd gedeelte der woning heet honig-kamer of magazijn4 ,in het eerste jaar hebben zij het niet noodig en men kan het dan geheel met mos vullen2 doch in het tweede jaar1 wanneer het andere gedeelte der woning volgebouwd is en de dragt nog niet heeft opgehouden1 geeft men haar den toegang tot de honig-kamer1 door de wervels zoover om te draaijen1 dat van elk der gaten een gedeelte vrij wordt1 waar juist ne werkbij door kan1 doch dat te klein is1 om de moederbij of de hommels door te laten4 ,men schuift er dan zes staafjes1 waaraan wastafels bevestigd zijn1 in4 ,de bijen zullen de haar aangeboden ruimte dadelijk in bezit nemen en er1 indien de dragt blijft aanhouden1 den zuiversten honig opleggen2 want zij dragen er geen bloemenstof in1 en er zal geen broed in worden aangezet1 wanneer men de koningin belet heeft zich er in te begeven4 ,wanneer de dragt zoo ruim is1 dat ook dit magazijn is volgedragen1 dan ontneemt men haar eenige volle tafels en hangt er ledige voor in de plaats4 ,bij gebrek aan heele1 ledige wastafels1 kan men er ook strooken van aan de staafjes bevestigen4 ,de ruimte1 die men aan de andere zijde der woning nu nog heeft1 is vooreerst voor een zwerm nog te groot1 en ook deze moet verkleind kunnen worden4 ,men maakt daarvoor een dergelijk plankje als het andere1 doch zooveel lager1 dat het slechts tot aan de groef1 waarin de staafjes geschoven worden1 reikt4 ,op de bovenzijde wordt nu een gewoon staafje zoo bevestigd1 dat de uiteinden aan beide zijden even ver oversteken en dat dus in de groeven sluitende1 het plankje belet om te vallen1 en gelegenheid geeft het naar willekeur te verschuiven4 ,men is nu in staat de grootte der woning1 naar de sterkte van den zwerm1 te wijzigen1 doch moet de bijen ook beletten zich naar de ruimte1 boven de staafjes1 te begeven4 ,deze dient alleen om haar te voren1 om in den winter met mos gevuld te worden en om de behandeling der staafjes gemakkelijk te maken4 ,de afsluiting dezer ruimte geschiedt met plankjes1 van #a_/b duim dik1 #i #a_/d duim lang en #b #g_/h duim breed1 die overlangs en ook dwars op de staafjes gelegd kunnen worden en in beide gevallen1 zonder te klemmen1 alle openingen kunnen sluiten2 want de naden1 die zij aan de kanten openlaten1 worden door de staafjes zelve gesloten4 ,in bovenstaande beschrijving heb ik mij1 wat vorm en afmetingen aangaat1 geheel aan ,dzierzon gehouden4 ,in zulk eene woning worden tafels gebouwd1 die bijna #ab duim hoog zijn1 dat door velen en ook door mij1 voor gevaarlijk en moeijelijk in de behandeling wordt gehouden3 met honig of broed gevuld zijnde1 verkrijgen zij toch eene aanzienlijke zwaarte en breken daarom ligt af4 ,hoewel nu ,dzierzon teregt zegt1 dat het minder gunstig is1 om op de halve hoogte nog eene tweede rij staafjes aan te brengen1 omdat de bijen1 op deze stuitende1 een beletsel ondervinden1 dat haar eenigen tijd met bouwen doet ophouden1 toch zijn de meesten er voor1 om de tafels minder groot te laten bouwen4 ,de zamenstelling der woning ondergaat dan eenige wijziging2 ,de inwendige hoogte wordt #ai duim genomen1 terwijl men de buitenlengte tot #bh duim vermindert2 #af duim boven den bodem wordt nu eene groef en midden tusschen deze en den bodem eene tweede groef gemaakt1 zoodat nu twee rijen staafjes boven elkander komen1 waaraan tafels1 van #i #a_/b duim breed en nog geen #h duim hoog1 gebouwd worden1 die zich bij eenige oplettendheid goed laten behandelen4 ,de liggende woningen zijn zeer geschikt om tegen1 en op elkander geplaatst te worden1 waardoor zij elkander onderling verwarmen4 ,men bekleedt dan n der zijwanden niet met stroo1 doch maakt hem van een plank1 van #a duim dik1 waarover de boven- en onderwanden niet moeten uitsteken4 ,twee dezer woningen worden nu1 met deze zijwanden1 tegen elkander geschoven2 twee andere worden er dwars op geplaatst1 en op dezelfde wijze zet men er hierop nog twee1 die nu weder even als de onderste staan4 ,een klein planken dak1 zoo laag mogelijk1 kan haar voor den regen bewaren4 ,op eene zeer kleine ruimte staan nu zes stokken1 die weinig van de winterkoude te lijden hebben4 ,om den kouden wind niet tusschen de tegen elkander staande zijwanden te doen spelen1 worden de naden tegen den winter1 met mos digt gestopt4 ,in den zomer daarentegen schuift men de woningen een weinig van elkander1 daar eenige afkoeling dan wenschelijk is4 ,uit aldus te zamen gevoegde woningen1 vliegen de bijen naar alle windstreken2 de ondervinding heeft mij geleerd dat hiertegen geen bezwaar is4 ,,de ,,staande ,,woning4 ,de ineenvoeging der zamenstellende deelen heeft bij de staande woning op dezelfde wijze plaats1 als voor de liggende is opgegeven4 ,men geeft haar slechts ne deur4 ,in den wand1 tegenover de deur gelegen1 wordt het vlieggat aangebragt1 en even als de zijwanden1 wordt hij met stroo gevuld4 ,inwendig is de staande woning #bf #a_/b duim hoog1 #i #a_/b duim breed en #ah duim diep2 7er wordt hier verondersteld dat de deur gesloten is2 daar deze #a #a_/b duim dik is1 is de geopende woning #ai #a_/b duim diep74 ,er worden drie rijen staafjes ingeschoven3 elke rij bevat er #ab4 ,de onderkanten van de groeven1 voor de staafjes1 liggen #h #a_/d1 #af #a_/b en #bd #c_/d duim boven den bodem4 ,boven de bovenste rij staafjes blijft er dus nog eene ruimte1 van #a #a_/b duim1 die dient om de staafjes gemakkelijk in de groeven te kunnen schuiven4 ,eene afbeelding dezer woning ziet men in fig4 #h4 ,wil men eene staande woning met een zwerm bezetten1 dan schuift men1 in de beide onderste groeven1 #e of #f staafjes1 zet hier tegen een verkleinplankje1 eveneens ingerigt als boven is opgegeven1 en legt dekplankjes op de tweede rij staafjes4 ,in het eerste jaar zal hij aan deze #aj of #ab staafjes gewoonlijk genoeg hebben4 ,wanneer de hem gegeven ruimte volbouwd is1 geeft men hem toegang tot het bovenste gedeelte der woning1 de honigkamer4 ,in de bovenste groef schuift men ook staafjes1 waaraan geheele wastafels1 of strooken daarvan zijn gehecht2 hierop legt men dekplankjes1 want de ruimte boven deze staafjes mag niet bebouwd worden1 daar dit het uitnemen der tafels zou bemoeijelijken4 ,de dekplankjes der tweede rij staafjes blijven liggen1 maar men stelt de honigkamer met het volbouwde gedeelte der woning in gemeenschap1 door tusschen de deur en het laatste dekplankje eene reet van #a_/b duim te laten4 ,hierdoor moeten de bijen opklimmen2 zij zullen dit spoedig doen wanneer men de voorste wastafel1 die in de honigkamer hangt1 zoo lang neemt dat zij voor de reet komt1 zonder deze echter te sluiten4 ,in de honigkamer zullen de bijen nu den zuiversten honig1 vrij van bloemenstof1 opleggen2 ook zal er geen broed in worden aangezet1 daar de moederbij er zich zelden of nooit heen zal begeven1 omdat de toegang te ver van het broednest verwijderd is1 en het haar daar gewoonlijk ook te koud zijn zal4 ,mogt de koningin zich echter ook daarheen begeven1 dan moet men haar den toegang zoo veel mogelijk beletten1 door den bouw tot aan het broednest uit te nemen en hiertegen een of twee verzegelde honigtafels te hangen1 daar de moederbij zich over deze tafels niet ligt heen begeven zal om ledige cellen te zoeken4 ,voor de zekerheid kan men het verkleinplankje nog tegen de verzegelde tafels zetten1 de gaten in dit plankje een weinig openende4 ,het ledige gedeelte der woning wordt nu weder1 tot aan de deur volgehangen4 ,mogt eene zeer vruchtbare moederbij1 ondanks deze voorzorgen1 toch in de honigkamer opklimmen1 dan moet men de broedaanzetting onmogelijk maken1 door haar eenigen tijd in een moederhuisje op te sluiten4 ,tegen den winter moet men de honigkamer geheel ledig maken en haar met stroo1 mos of een kussen aanvullen1 na de reten naauwkeurig digtgemaakt te hebben4 ,deed men dit niet1 men zou gevaar loopen dat de waterdamp1 die gedurende den zit der bijen gevormd wordt1 naar boven trok1 waardoor zij geen water zouden kunnen bekomen1 om haar te dik voedsel te verdunnen3 te midden van haar voorraad moesten zij dan den hongerdood sterven6 ,ook de ruimte1 tusschen de deur en het verkleinplankje1 wordt tegen den winter met stroo of mos gevuld4 ,zij moet ten minste drie duim diep zijn4 ,is de bouw te groot1 zoodat deze ruimte kleiner is1 dan neemt men een of meer tafels uit elke rij weg1 waardoor het verkleinplankje dieper geschoven kan worden4 ,in het voorjaar geeft men haar de weggenomen tafels terug4 ,men moet het verkleinplankje in den winter niet tegen het broednest laten staan1 maar er gevulde of ledige tafels tusschen hangen1 daar dit den bouw warmer maakt4 ,bevindt men in het voorjaar1 na de eerste vlugt der bijen1 dat de vulling nat of schimmelachtig is geworden1 dan neemt men deze weg en geeft haar eene nieuwe2 had men kussens gebruikt dan laat men die droogen4 ,,zamengestelde ,,woningen4 ,twee of meer ,dzierzon'sche woningen kunnen tot een geheel vereenigd worden1 hetgeen bouwstoffen bespaart en warmteverlies voorkomt4 ,de zamengestelde woningen1 die men daardoor verkrijgt1 zullen wij thans nader beschouwen1 beginnende met de dubbele4 ,de dubbele1 zoowel liggende als staande woningen1 worden eveneens vervaardigd als de enkelvoudige1 doch men maakt de binnenwijdte een duim grooter1 dan tweemaal die der enkelvoudige1 en dus #bj duim4 ,door een tusschenschot1 van n duim dik1 dat aan beide zijden groeven heeft1 die met die der zijwanden overeenkomen1 wordt de woning nu in twee volkomen gelijke deelen verdeeld1 die elk weder #i #a_/b duim breed zijn4 ,bij de liggende woning maakt men1 in het midden der breedte van elk der zijwanden1 een vlieggat2 bij de staande daarentegen komt wel in elken zijwand een vlieggat1 maar dit wordt zoo digt mogelijk naar den voorwand gebragt4 ,de dubbele heeft met vele zamengestelde woningen het voordeel1 dat de vereeniging der zwermen tegen den winter en hunne scheiding in het voorjaar1 zeer gemakkelijk geschiedt4 ,men maakt daartoe eene opening in den tusschenwand1 van #b #c duim breed en #a duim hoog1 die juist tegenover de beide vlieggaten ligt1 zoodat men er doorheen kan zien4 ,de opening wordt met eene houten stop gesloten en deze goed bevestigd4 ,wanneer men nu in het najaar de in beide afdeelingen der woning geplaatste zwermen wil vereenigen1 omdat het een van hen of wel beide aan voldoenden voorraad ontbreekt1 dan ontneemt men den geheelen bouw aan dien stok1 welken men met den anderen wil vereenigen en voegt dezen nog zoovele1 met honig en broed gevulde1 tafels toe1 als de vereenigde zwerm zal behoeven4 ,in de ledig gemaakte afdeeling der woning1 wordt de opening in den tusschenwand1 na er de stop te hebben uitgenomen1 in verbinding gebragt met het vlieggat1 door er een doorgang in te plaatsen1 gemaakt van een plankje1 waarop aan beide kanten latjes bevestigd zijn4 ,de breedte en hoogte van den doorgang moeten overeenkomen met die van het vlieggat1 terwijl hij in de lengte juist in de woning moet sluiten4 ,alle bijen worden nu uit dit gedeelte der woning gejaagd1 waarna het met hooi of stroo aangevuld en gesloten wordt4 ,de terugkeerende bijen zullen1 haar eigen vlieggat ingaande1 toch bij hare buren komen4 ,om het vechten te voorkomen moet men de bijen1 van beide stokken1 met muscuswater besprenkelen en de moederbij uit dien stok vangen1 dien men met den anderen wil vereenigen4 ,beide vlieggaten moet men nu geopend laten2 want elke bij blijft door haar eigen vlieggat invliegen2 het andere leert zij niet kennen4 ,het zou daarom niet baten1 wanneer men beide stokken in eene afdeeling der woning plaatste2 want elke bij zou weder naar haar eigen vlieggat terugkeeren en die het gesloten vonden zouden of op andere stokken vervliegen en daar groote schade aanrigten1 of omkomen4 ,even gemakkelijk als men nu de vereeniging bewerkstelligd heeft1 kan men in het voorjaar de bijen weder scheiden4 ,die in het voorjaar uitgebroeid zijn1 vliegen gedeeltelijk door het eene1 gedeeltelijk door het andere vlieggat1 maar elke bij kent er slechts n4 ,neemt men dus den doorgang weder weg en sluit men de opening in den tusschenwand1 na den bouw over beide afdeelingen der woning verdeeld te hebben1 dan is de scheiding volbragt4 ,den nieuwen stok geeft men het meeste1 en vooral al het gesloten broed1 maar zorgt ook hem eene tafel met ongedekt broed te geven2 want geene moederbij hebbende1 moet hij hulpcellen aanzetten en hij zal dit den eerstvolgenden nacht doen4 ,had de oude stok reeds moederwiegen aangezet1 dan geeft men den nieuwen eene tafel1 waarin er zich eene bevindt2 de bijen1 aan deze gewoon zijnde1 zullen haar blijven bebroeijen en in weinige dagen weder eene koningin hebben4 ,wegens de jonge moederbij zal de stok dat jaar niet zwermen1 doch hij kan daarentegen een goede honigstok worden4 ,het is ook omdat er geruimen tijd verloopt1 eer dat de moederbij bevrucht kan zijn en dus met de eijerlage begint1 dat men den nieuwen stok het op het uitkomen staande broed moet geven1 en het is ook goed hem van tijd tot tijd eene tafel met broed toe te voegen1 totdat men overtuigd is dat de jonge koningin bevrucht is4 ,in den anderen1 die de bevruchte moederbij behoudt1 gaat de eijerlage geregeld voort4 ,bij de drievoudige woning wordt de binnenafstand der zijwanden #cj #a_/b duim genomen1 welke ruimte nu door twee tusschenschotten1 van #a duim dik1 in drie vakken1 elk van #i #a_/b duim breed1 verdeeld wordt4 ,het vlieggat der middelste afdeeling komt midden in den voorwand2 die der buitenste worden in de zijwanden1 zoo na mogelijk bij den voorwand gemaakt4 ,als algemeene regel1 voor de plaatsing der vlieggaten1 moet men in het oog houden dat zij1 zoo wel onderling als van de deur1 zoo ver mogelijk verwijderd moeten zijn4 ,indien men1 bij den voornoemden afstand der zijwanden1 den inwendigen afstand1 tusschen den bodem en den bovenwand1 #ed duim neemt en de ingesloten ruimte door eene plank1 van een duim dik1 in twee gelijke deelen verdeelt1 die elk #bf #a_/b duim hoog zijn zullen1 dan verkrijgt men1 na deze in de breedte elk weder1 door tusschenschotten1 in drie gelijke deelen verdeeld te hebben1 de zesvoudige woning4 ,bij deze komen nu in den voorwand en in elk der zijwanden twee vlieggaten boven elkander4 ,maakt men de woning nog eene verdieping hooger1 dan ontstaat de negenvoudige woning1 die van alle zamengestelde het meest aan te bevelen is1 wegens de geregelde verdeeling der vlieggaten4 ,het volk van elken stok heeft daarbij eene vrije vlugt en kan niet gemakkelijk vervliegen1 hetgeen1 wanneer de vlieggaten in dezelfde rigting en digt bij elkander geplaatst zijn1 niet zelden tot verwarring en groot verlies aanleiding geeft4 ,worden drie zesvoudige1 staande woningen1 zoo geplaatst1 dat hare voorwanden tegen het zuiden1 het oosten en het westen staan1 terwijl zij1 met de kanten der zij- en achterwanden1 elkander aanraken1 dan zal er tegenover het noorden eene ruimte door haar worden ingesloten1 welker breedte en diepte gelijk is aan de breedte der woningen4 ,sluit men deze opening nu met eene deur1 en overdekt men haar en de woningen met n dak1 dan heeft men1 op eene zeer kleine ruimte1 achttien bijenkolonin geplaatst1 van welke er1 naar het zuiden zes1 en naar elk der drie overige windstreken vier1 zullen uitvliegen4 ,wanneer men nu tegen den winter de hoeken1 waar de woningen tegen elkander staan1 en ook die1 tusschen de onderzijde van het dak en de bovenwanden der woningen1 met stroo vult1 en tegen de deur stroomatten stelt of1 wat nog beter is1 eene dubbele deur aanbrengt1 dan zal in de ruimte1 door de woningen ingesloten1 de koude niet gemakkelijk doordringen1 terwijl het er volkomen donker in zijn zal4 ,men behoeft nu de achterzijde der woningen niet met mos te vullen1 doch hangt in de ledige ruimte wastafels4 ,maakt men nu in de deuren ook vlieggaten1 dan kan men de buitenste sluiten2 want door de achterste zullen zij voldoende van versche lucht voorzien worden2 kwamen zij zelf eens aan het vlieggat1 dan zouden zij1 meenende dat het nacht was1 terstond weder terugkeeren4 ,beter en gemakkelijker kan men zijne stokken niet doen overwinteren2 men moet slechts zorgen1 door een paar togtgaten1 versche lucht in de afgesloten ruimte te kunnen brengen4 ,wanneer eens een schoone dag invalt1 dan is het openen van de buitenste vlieggaten voldoende1 om de bijen te doen uitvliegen2 terwijl men er die1 welker vlieggaten niet door de zon beschenen worden1 toe kan opwekken1 door haar met een weinig laauwen1 verdunden honig te besprenkelen1 dat het gemakkelijkst geschiedt met eene spuit1 waarvan de pijp gebogen is2 deze door het vlieggat stekende1 en den straal naar boven rigtende1 treft men zeker de bijen4 ,na eenige oogenblikken zullen nu alle stokken voorspelen en zich reinigen4 ,sluit men des avonds de vlieggaten weder1 dan zijn de stokken in hun wintertoestand teruggebragt4 ,het ligt in den aard der zaak1 dat zamengestelde woningen moeijelijk zijn voor hen1 die met de bijen reizen2 wanneer zij met honig gevuld zijn1 wordt het vervoeren moeijelijk1 wegens hare zwaarte4 ,daartoe gebruikt men dan ook alleen dubbele woningen1 waarvan men er twee of drie op elkander plaatst en met n dak bedekt4 ,verplaatst men deze nu1 dan zullen de bijen zich terstond te huis gevoelen1 wanneer de woningen weder zoo op elkander gesteld en met het dak gedekt zijn1 als zij dit vroeger waren4 ,maar ook het vervoeren der dubbele woningen wordt nog zeer lastig door hare zwaarte1 waarom men meestal de voorkeur schenkt aan enkelvoudige1 liggende woningen1 die zoo ingerigt zijn1 dat zij op elkander geplaatst kunnen worden4 ,het is hier de plaats om nog eene woning te beschrijven1 welker zamenstelling ik zelf bedacht heb1 en die mij1 zoowel wegens haar gemak1 als om haar bevallig aanzien1 zeer voldoet4 ,zij is ook zeer geschikt voor hen1 die met de bijen trekken1 doch zij moet even als de korven in een stal geplaatst worden1 daar de eigenschap haar ontbreekt1 dat er eenige op elkander geplaatst en met n dak overdekt kunnen worden4 ,wil men haar echter afzonderlijk plaatsen1 dan kan dit ook geschieden1 wanneer men haar met een los houten of zinken dak overdekt1 en haar alzoo voor den regen beschermt4 ,men ziet haar in fig4 #i afgebeeld4 ,voor de beide zijwanden maakt men van strooken1 ter breedte van #c en ter dikte van #c_/d duim1 ramen1 die buitenwerks #bj duim hoog en #bd duim lang zijn4 ,de eene zijde van elk dier ramen wordt bekleed met een1 op de vroeger vermelde wijze1 geploegd en gelijmd blad1 van gelijke hoogte en lengte als het raam1 bij eene dikte van #c_/d duim4 ,in deze bladen worden twee groeven gemaakt1 waarin de staafjes geschoven moeten worden4 ,de onderkanten dezer groeven neemt men #h #a_/b en #af #c_/d duim boven den onderrand der bladen4 ,ook de sponningen1 die tot aanslag der deuren moeten dienen1 worden in deze bladen geschaafd4 ,men maakt haar beide ruim #a_/d duim diep2 de voorsten1 waarvan er hier eene gezien wordt bij abcd1 geeft men eene breedte ab van #d duim1 terwijl die der achtersten slechts #a #a_/b duim wordt genomen4 ,in het midden van het raam brengt men1 op de buitenzijde van het blad1 een klamp aan1 van #a duim dik4 ,zijne bestemming is het vasthouden der spijkers1 die1 na de opvulling1 de beide lijsten ef en gh in het midden het doorbuigen moeten beletten2 hij behoeft dus niet breed te zijn4 ,zijn nu de wanden zoover gereed1 dan worden zij met stroo gevuld1 waarover een stroomatje gelegd wordt1 dat door vier lijsten1 lm1 ef1 gh en ik wordt neergedrukt4 ,men neemt deze lijsten #b duim breed en #a_/b duim dik4 ,zij worden staande aangebragt1 twee gelijk met de voor- en achterkanten van het raam en de beide anderen op onderling gelijke afstanden daar tusschen4 ,tegen de nu voltooide zijwanden wordt een1 te voren behoorlijk aan een geploegde en gelijmde bodem1 van #a duim dik1 gespijkerd4 ,de afstand der zijwanden wordt weder #i #a_/b duim genomen1 waartoe de bodem #af #a_/b duim breed zal moeten zijn1 wil men de lijsten lm1 ef1 gh en ik1 in n vlak met de kanten van den bodem doen vallen1 gelijk dat in de figuur geteekend is4 ,aan de voor- en de achterzijde wordt nu1 boven op de zijstukken1 eene strook1 van #d duim breed bij #a_/b duim dik1 gebragt1 die met de buitenkanten gelijk komt4 ,deze strooken1 waarvan men er eene bij no voorop ziet1 houden1 met den bodem1 de zijwanden #i #a_/b duim van elkander verwijderd4 ,boven aan de zijwanden worden nu lijsten pq en rs1 van #c duim breed en #c_/d duim dik1 gebragt1 die #a duim op den wand liggen en daar dus #b duim boven uitsteken1 terwijl zij voor en achter gelijk met de voor- en achterwanden komen4 ,tusschen deze beide lijsten brengt men nu voor en achter1 op de kanten der strooken waardoor de zijwanden aaneen gehouden worden1 latten tu en vw1 van #c_/d duim dik en #a #a_/b duim hoog1 waarvan de bovenkanten1 met die der op de zijden aangebragte lijsten1 in n vlak zullen liggen4 ,op de zijwanden legt men1 tusschen de beide strooken1 die hen bijeen houden1 plankjes1 van #a_/b duim dik1 die de opening geheel sluiten4 ,boven deze plankjes is nu1 tusschen de lijsten1 eene ruimte van #a #a_/b duim hoog1 waarin eene stroomat gelegd wordt4 ,voor de voorste deur maakt men van strooken1 van #c #a_/b duim breed en #c_/d duim dik1 een raam1 dat juist in de opening sluit1 en dus buitenwerks #aj duim breed en #bj duim hoog is4 ,den eenen kant er van bekleedt men met plankjes1 van #a_/b duim dik1 die den binnenkant der deur moeten vormen4 ,daarna wordt het met stroo gevuld1 en dit met drie lijsten nergedrukt4 ,in deze deur wordt het vlieggat aangebragt1 zooals dat op bl4 #hf is opgegeven4 ,de achterdeur wordt van dwars over elkander liggende planken1 van #c_/d duim dik gemaakt1 zooals op bl4 #hg voor de liggende woning is gezegd4 ,door vier wervels x1 ij1 z en a' worden de deuren gesloten4 ,de honigkamer vervalt in deze woningen4 ,ik schuif ten minste in elke groef #h staafjes en zet daar tegen een verkleinplankje als boven beschreven werd4 ,in de ruimte tusschen dit en de deur1 laat ik den honig dragen4 ,bij zeer ruime honigdragt1 kan men een gedeelte van het dek wegnemen en door de opening een van onderen open1 met wastafels gevuld kastje1 van dunne plankjes gemaakt1 op de bovenste rij staafjes plaatsen3 de bijen zullen deze tafels voldragen4 ,als de dragt geindigd is neemt men het kastje weder weg4 ,ook kan men op de bovenste rij staafjes kleine gevlochten korfjes of groote bierglazen1 waarin wastafels bevestigd zijn1 plaatsen2 ook deze zullen zij voldragen4 ,het spreekt van zelf dat1 wat men er ook op plaatsen mag1 voor eene goede afsluiting der gemaakte opening gezorgd moet worden2 de bijen zouden er anders toch een uitgang door hebben en1 wat veel erger zijn zou1 men zou een vrijen toegang voor roovers openen6 ,wanneer men glazen op de staafjes zet1 dan moeten deze voor het licht bedekt worden2 het eenvoudigst is er een bloempot over te zetten4 ,met de ,dzierzon'sche woningen nu bekend geworden zijnde1 vraagt men zichzelven af3 verdienen deze woningen nu werkelijk1 boven alle vroeger in gebruik zijnde1 de voorkeur1 of moet men hen gelooven1 die beweren dat zij meer aardig dan nuttig zijn4--,mogt deze twijfel ook bij enkele van mijne lezers ontstaan zijn1 de opsomming van eenige voorregten der woningen met lossen bouw zal dien1 hoop ik1 terstond weder wegnemen4 ,bij deze woningen kan men zich overtuigen of er eene moederbij aanwezig is1 en zoo ja1 of zij die eigenschappen bezit1 die voor de welvaart van den stok noodig zijn3 of zij vruchtbaar is en het broed geregeld afzet1 zonder er ledige plaatsen tusschen te laten of1 wat nog erger is1 hommelbroed onder het werkbijenbroed aan te zetten4 ,men kan er zich van verzekeren dat eene jonge moederbij geen gebrek aan de vleugels heeft1 dat haar het houden der bevruchtings-uitvlugt zou beletten2 of zij vruchtbaar geworden en met de eijerlage begonnen is1 en of er volk genoeg aanwezig is om de eijeren te bebroeijen en voorraad op te halen4 ,met veel meer zekerheid1 dan het wegen met de hand dit leeren kan1 ziet men in deze woning1 of zij rijk of arm aan volk en voorraad is1 of er veel of weinig broed is aangezet4 ,in geene andere woning kan men het natuurlijk evenwigt zoo spoedig en gemakkelijk1 en tevens zoo doelmatig herstellen1 als dit hier door het inhangen van tafels1 met broed1 honig of bloemenstof gevuld1 kan geschieden4 ,is men van den goeden staat zijner overstanders verzekerd1 dan gaat men den winter gerust te gemoet1 en wanneer er met het voorjaar weder leven en bedrijvigheid in den stok ontstaat1 dan kan men met eene ,dzierzon'sche woning handelen1 zoo als geene andere dat toelaat4 ,zonder het broedaanzetten in het minst te verstoren1 kan men het broednest vernieuwen1 het hommelwas geheel verwijderen en de beschadigde tafels met nieuwe verwisselen4 ,ingeslopen wasmotten kunnen weggevangen en de woning kan geheel gereinigd worden4 ,wanneer een natuurlijke zwerm of een kunstzwerm wordt opgezet1 dan kan men hem zonder groote onkosten zijne voorraadschuren geven1 waardoor men hem verscheidene dagen van inspanning bespaart1 die hij aan de wasbereiding zou hebben moeten opofferen3 de moeite en kosten van deze uitrusting zal men ruim beloond zien4 #ab ,het zwermen kan men zoowel bevorderen als verhinderen1 en wanneer men kunstzwermen verlangt te maken1 weet men vooruit dat het oogmerk bereikt zal worden4 ,onvolbouwde stokken kunnen in den herfst zeer gemakkelijk met elkander vereenigd worden en in geene woning geschiedt de honigoogst zoo gemakkelijk als in die van ,dzierzon4 ,maar waar zou ik eindigen1 indien ik alles wilde opsommen1 waartoe deze woningen ons in staat stellen8 ,ieder bijenkweeker1 die behoorlijk nadenkt1 zal moeten erkennen1 dat hare inrigting hoogst doelmatig is en dat er bij haar gebruik geene sprake van aardigheid zijn kan1 maar dat het eene nieuwe leerwijze geldt1 die de bijenteelt op eene hoogte zal brengen1 waaraan men vroeger niet kon denken4 ,is het dan ook waar dat ,dzierzon's woningen geen honig zweeten kunnen2 dat er geen honig kan worden ingezameld1 wanneer de natuur hem niet oplevert2 niet minder waar is het1 dat zij van het grootste gewigt zijn1 vooral in die streken1 waar de honig slechts spaarzaam en gedurende een korten tijd kan verzameld worden1 terwijl zij1 ook in honigrijke streken1 met het meeste voordeel worden aangewend4 ,wie nu ,dzierzon's leerwijze volgen wil1 zorge dat zijne woningen zoo volkomen mogelijk zijn4 ,waren zij toch onnaauwkeurig gemaakt1 zoodat de staafjes1 of in de groeven klemden1 of er uit konden vallen1 in beide gevallen zou men de woningen veroordeelen en gevaar loopen om zijn tegenspoed aan de leerwijze te wijten1 terwijl de slechte zamenstelling der woningen er de schuld van droeg4 ,bij eene naauwkeurige bewerking is1 om haar nut niet verloren te doen gaan1 stevigheid een hoofdvereischte2 zij moeten haar vorm behouden en geene scheuren of openingen verkrijgen4 ,bij de zamengestelde woningen moet men er ook vooral op letten1 de tusschenwanden zoo aan te brengen1 dat de bijen van verschillende stokken niet bij elkander kunnen komen1 want dit zou haar te zamen doen omkomen4 ,wil men nu een zwerm in eene woning plaatsen1 dan moeten vooraf wastafels aan de staafjes gehangen worden4 ,hierdoor geeft men hem de aanwijzing hoe er gebouwd moet worden4 ,liet men dit geheel aan de willekeur der bijen over1 in de meeste gevallen zouden zij den bouw dwars aan de staafjes hangen1 waardoor zijne uitneembaarheid geheel vervallen zou4 ,is haar eene aanwijzing gegeven1 dan onderwerpen zij zich onvoorwaardelijk1 den bouw met eene bewonderenswaardige gelijkmatigheid vervolgende in die rigting1 die men haar aangegeven heeft4 ,men moet voor deze aanwijzing wastafels hebben1 die men uit zijne eigene stokken nemen kan1 en1 zoo deze die niet missen kunnen1 is men verpligt haar te koopen4 ,de kleinste stukjes dezer tafels moet men met zorg bewaren1 want veelal heeft men er groote behoefte aan4 ,aanvankelijk moeten in de woning niet meer dan acht of hoogstens tien staafjes1 waaraan wastafels of gedeelten daarvan zijn bevestigd1 worden gehangen4 ,de bijen willen haar allen bezetten1 en zouden1 zoo het getal grooter was1 hare krachten te veel verdeelen1 en de voor den wasbouw vereischte warmte niet kunnen ontwikkelen4 ,zijn deze tafels volbouwd en met broed en voorraad gevuld1 dan voegt men er weder een paar bij1 maar nooit te veel in eens4 ,vr de bevestiging der tafels aan de staafjes1 moet men zich overtuigen dat zij regt zijn2 waren zij dit niet1 dan zouden zij er aan den eenen kant oversteken en aan de andere zijde niet tot aan den kant van het staafje reiken4 ,vervolgden nu de bijen den bouw1 dan zouden zij de tafels aan elkander of ten minste met bogten bouwen1 waarvan de schuld niet bij haar zou liggen4 ,heeft men slechts kromme tafels1 dan moet men die vooraf regt maken1 door haar in de zon of door eene zachte warmte week te maken1 en op een plat vlak1 met eene kleine1 gelijkmatige drukking1 neder te leggen2 ik doe dit tusschen twee boeken4 ,na de bekoeling blijven zij regt4 ,men snijdt de tafels zoo1 dat zij de breedte der woning hebben1 waarin zij geplaatst moeten worden1 hare hoogte gelijk nemende aan die1 waartoe men gebouwd wil hebben4 ,er moet ook op de rigting der cellen gelet worden2 de bijen bouwen deze toch eenigzins schuins naar boven staande2 plaatste men de tafel omgekeerd in de woning1 zij zouden haar moeten verbouwen4 ,is men niet ruim van tafels voorzien1 dan is het voldoende eene strook1 van #a duim breed1 aan de staafjes te hechten1 zoo zij slechts de geheele lengte van het staafje bedekt2 bij groote behoefte kan men zelfs volstaan met aan elk staafje een paar kleine stukjes van wastafels te bevestigen4 ,hoe helderder de kleur der tafels is1 des te beter zijn zij4 ,sprokkelige1 die bij de minste aanraking kruimelen1 kunnen niet dienen2 want de bijen bijten deze af en dragen de stukken buiten de woning2 in plaats van haar eene dienst te bewijzen1 zou men haar dus veel werk bezorgen4 ,bij groote behoefte kan men ook gebruik maken van geheel zwart geworden tafels1 maar van deze neemt men altijd maar strooken1 die de bijen eerst zuiveren en daardoor voor haar gebruik geschikt maken4 ,de aanhechting der tafels geschiedt met was1 dat men daartoe langzaam smelt in een blikken bakje1 welks lengte gelijk is aan die der staafjes4 ,in het gesmolten was doopt men den te voren glad gesneden kant der tafel en zet haar met spoed op het staafje1 zorgende dat zij er goed regt op staat2 met de hand wordt zij nu een weinig aangedrukt en met de bekoeling van het was is de aanhechting voltooid4 ,dit bevestigen met was gaat spoedig1 doch het is kostbaar en men heeft weinig tijd om de tafel de vereischte rigting te geven4 ,door de ,bienen-,zeitung1 voor #aheg1 heb ik eene andere wijze leeren kennen1 die aanbeveling verdient4 ,zij bestaat daarin dat men op twee of drie plaatsen van den regtgesneden kant der tafel1 een weinig van de kalklijm legt1 die voor het lijmen der woningen dient1 en haar nu vast op het staafje drukt4 ,na een paar dagen is deze lijm droog4 ,nog gemakkelijker geschiedt de aanhechting met tarwenbloem1 die met water tot eene dikke pap gemaakt is4 ,deze bevestigt de tafels volkomen1 en de bijen hebben er geen hinder van4 ,van alle middelen is dit wel het beste2 het kan altijd bij de hand zijn1 het is zeer goedkoop en men heeft behoorlijk tijd om de tafel regt te zetten1 terwijl dat zij na #bd uren stevig bevestigd is4 ,het bevestigen der wastafels aan de staafjes kan eenige dagen voor dat zij gebruikt moeten worden reeds geschieden1 wanneer men haar dan maar in eene ledige woning hangt en deze geheel sluit1 ook het vlieggat1 opdat er geene wasmotten binnen kunnen dringen en hare eijeren in de cellen leggen4 ,aan ieder staafje behoeft de aanhechting maar eens te geschieden2 want bij den honigoogst snijdt men de tafels niet geheel van de staafjes af1 maar laat er eene strook van een halven duim aan zitten4 ,men legt deze staafjes aldus1 gedurende eenige uren1 op den bodem van eene bevolkte woning2 de bijen zullen den uit de verbrijzelde cellen vloeijenden honig oplikken1 waarna men de staafjes bewaren kan4 ,,de ,,bijenstal4 ,om de bijenwoningen voor den onmiddellijken invloed van de wersgesteldheid te beveiligen1 plaatst men haar in zoogenaamde bijenstanden of stallen4 ,bij de ,dzierzon'sche woningen zouden zij geheel gemist kunnen worden4 ,men kan deze toch gemakkelijk voor den regen bewaren2 terwijl dat die1 welke uit zes of meer tot een geheel vereenigde afdeelingen bestaan1 in geen stal geplaatst kunnen worden4 ,heeft men een doelmatig lokaal beschikbaar1 waarin men de enkelvoudige en dubbele woningen gedurende den winter kan plaatsen1 dan acht ik het bezit van een stand niet eens bijzonder wenschelijk4 ,het is toch1 voor het goed slagen der bijenteelt1 van zeer veel belang1 dat de woningen ver van elkander verwijderd zijn4 ,groote bijenstallen1 waarin twee of drie rijen korven boven elkander staan1 mogen voor het oog schoon zijn1 vooral wanneer zij geheel bezet zijn1 omdat men alle stokken met een oogopslag kan zien vliegen2 zij zijn echter zeer nadeelig4 ,er heerscht toch in den omtrek dezer stallen meestal een zeer sterke honigreuk1 die niet zelden rooverij uitlokt1 en de bijen uit de bovenste woningen vervliegen veelal op de onderste2 vooral zwakke stokken worden er gewoonlijk nog zwakker2 wanneer b4 v4 de jonge bijen uit een zwakken stok haar eerste voorspel houden1 terwijl ook de bijen van sterkere stokken1 in hare nabijheid voorspelen1 dan verlokken deze door haar sterker gezang de eersten om zich bij haar te voegen4 ,bij het zwermen zijn groote bijenstanden ook zeer nadeelig4 ,wanneer toch de moederbij door eenig gebrek niet vliegen kan1 of om eene andere reden door de bijen gemist wordt1 dan zullen zij weder op den moederstok terug willen vliegen1 maar in de verwarring zullen velen op de in de nabijheid staande stokken vallen en daar f worden afgestoken1 f de haar onbekende moederbij voor eene vreemde indringster houden en haar afmaken4 ,ook is het digt bij elkander staan der woningen gevaarlijk voor jonge moederbijen1 die van hare bevruchtings-uitvlugt terugkeeren1 daar zij niet zelden op naburige stokken verdwalen en daar een zekeren dood vinden4 ,de beide laatste bezwaren zijn zeker hoofdoorzaken1 dat men op groote bijenstanden zooveel over moederloosheid klaagt1 terwijl dat deze1 bij vrij staande woningen1 zelden voorkomt4 ,de stallen1 die men het meest bij de bijenhouders aantreft1 bestaan uit lage afdakken1 welke aan de voorzijde #d en aan de achterzijde #c #c #a_/b voet hoog zijn1 terwijl de diepte #c voet bedraagt4 ,van boven worden zij met pannen gedekt1 en de zij- en achterwanden worden met planken1 stroo of riet digtgemaakt2 de voorzijde blijft geheel open4 ,in deze stallen plaatst men de woningen naast elkander op een planken vloer1 die #a voet boven den grond ligt4 ,zij zijn zeer eenvoudig1 maar hebben tegen zich1 dat men de stokken1 alleen vr den stand staande1 kan behandelen1 hetgeen om verschillende redenen nadeelig is2 bij de zamenstelling wordt ook niet gezorgd1 dat de voorzijde in den winter gesloten kan worden1 en het geheel is meestal ook niet volkomen digt gemaakt4 ,mijne stallen zijn wel kostbaarder1 doch zij beantwoorden ook veel beter aan hunne bestemming4 ,zij zijn #cj voet lang1 #c #a_/b voet diep1 aan de voorzijde #c #a_/b en aan de achterzijde #d #a_/b voet hoog1 zoodat zij vooraan1 in eene daar aangebragte goot1 afwateren4 ,voor den voorwand neemt men als onderlegger eene rib van #d duim breed en dik1 en als bovenlegger eene rib van #d duim breed en #f duim dik4 ,deze leggers worden door zeven staande stijlen1 van #d duim breed en dik1 met pen en gat aan elkander verbonden4 ,de stijlen worden op gelijke afstanden van elkander geplaatst1 zoodat men in den voorwand nu zes vakken heeft1 die met deuren gesloten worden4 ,de sponningen1 waarin deze deuren rusten1 verkrijgt men door aan de binnenzijde tegen de leggers doorloopende latten1 van #b duim breed en #a duim dik1 te spijkeren1 die er #a duim opliggen en er even zooveel overheen steken4 ,tusschen deze latten worden op de stijlen strooken1 van #f duim breed en #a duim dik1 bevestigd1 zoodat zij er aan beide zijden #a duim buiten komen2 7voor den eersten en den laatsten stijl1 behoeft het maar eene lat te zijn1 als op de leggers1 want zij moet daar maar aan een kant over den stijl komen74 ,voor de deuren maakt men ramen1 die in deze vakken passen1 van strooken duims hout1 van #b #a_/b duim breed4 ,deze ramen worden met stroo gevuld4 ,hiervoor spijkert men op de eene zijde1 aan werskanten strooken1 van #c duim breed en #c_/d duim dik1 en tusschen deze met gelijke tusschenruimten nog drie latten1 die ook #c_/d duim dik moeten zijn4 ,het raam wordt nu met stroo gevuld1 dat bevestigd wordt door de andere zijde evenzoo te bespijkeren1 als met de eerste geschied is4 ,daarna bepleistert men het stroo1 tusschen de strooken1 met een mengsel van kalk1 leem1 zaagsel en koemest4 ,de deuren zijn aan de kanten nu #d duim dik1 en sluiten dus juist in de sponningen2 door vier wervels1 die op de stijlen bevestigd zijn1 zet men haar vast4 ,de achterwand wordt op dezelfde wijze gemaakt1 als voor den voorwand nu is opgegeven2 de hoogte behoeft slechts #a voet grooter genomen te worden4 ,voor den bovenlegger kan men echter volstaan met eene rib van #d duim breed en dik2 in den voorwand wordt de grootere dikte vereischt1 om plaats voor de goot te bekomen1 zonder dat deze het uit- en inzetten der deuren verhindert4 ,de zijwanden maakt men van over elkander gerabatteerde planken4 ,zij worden aan de voor- en achterwanden bevestigd door middel van zware ijzeren krammen1 die in de uiteinden der leggers geslagen zijn1 en door openingen in de zijwanden zoover naar buiten komen1 dat er daar wiggen in gestoken kunnen worden4 ,het dak wordt van planken gemaakt1 die aan de achterzijde1 voor het inwateren1 #d duim uitsteken en op de bovenleggers der voor- en achterwanden zijn bevestigd4 ,over de naden worden tengels gelegd4 ,dit dak wordt nu nog met pannen gedekt1 waarna men aan den voorkant eene zinken goot aanbrengt4 ,in fig4 #aj ziet men een gedeelte van zulk een stand afgebeeld1 waarbij de pannen en de goot zijn weggelaten4 ,in plaats van de stroodeuren1 die ik boven opgaf1 kan men planken deuren gebruiken4 ,deze zijn veel gemakkelijker te maken1 doch zij doen meer warmte verloren gaan1 en zijn ook meer aan trekken onderhevig4 ,zet men den geheelen stal1 zooals hij hier beschreven werd1 op eene rollaag1 dan zal de prijsverhooging ruim vergoed worden door de grootere duurzaamheid1 die hij daardoor verkrijgt4 ,in dezen stal zet ik eene losse stelling1 waarop de woningen gezet worden4 ,zij wordt gemaakt van twee ribben1 van #d duim breed en #f duim dik1 die op zes paar pooten rusten4 ,elk paar pooten wordt1 aan de onderzijde der ribben1 aan elkander bevestigd1 zoodat deze binnenwerks overal #f duim van elkander verwijderd zijn4 ,de bovenkant der stelling moet #a voet boven den grond komen4 ,onder elken poot legt men1 voor het rotten en het in den grond zakken1 een plaveisteen4 ,de ,dzierzon'sche woningen kunnen onmiddellijk op deze stelling geplaatst worden1 doch de strookorven1 die onderaan open zijn1 moeten op planken staan4 ,in plaats van een doorloopenden1 planken vloer hiervoor te nemen1 maak ik vierkante bladen1 van #ah duim lang en breed1 die uit twee aan elkander geploegde duimsplanken bestaan1 welke aan de onderzijde door een klamp1 van #f duim breed1 aan elkander verbonden zijn4 ,deze klamp past nu tusschen de leggers der stelling1 zoodat men het blad daarover verschuiven kan1 zonder dat het er af kan vallen4 ,op de kop-einden der planken spijkert men1 voor het trekken en springen1 nog eene duimslat4 ,iedere korf wordt nu op zulk eene onderplank geplaatst4 ,dat elke korf zijne eigene onderplank heeft1 geeft gelegenheid1 om den korf opligtende1 de plank weg te nemen1 en er eene schoone voor in de plaats te leggen4 ,de weggenomene wordt nu schoon gemaakt en onder een volgenden korf gelegd2 zoo voortgaande kan men hen allen verschoonen4 ,de stal moet goed sluitend in elkander gemaakt zijn1 zoodat er1 wanneer de deuren gesloten zijn1 geen licht binnen kan dringen1 al wordt hij door de zon beschenen4 ,ook moet de warmte er zooveel mogelijk in besloten blijven4 ,in het voorjaar en den zomer worden de deuren in den voorwand geopend4 ,de behandeling der stokken geschiedt aan den achterkant1 waarvoor men dan eene deur uitneemt2 van de omvliegende bijen heeft men dan geen last1 en staat haar ook niet in de vlugt4 ,er kunnen twaalf ,dzierzon'sche woningen of achttien strookorven in dezen stal geplaatst worden4 ,zet men er meer in1 dan komen de vlieggaten te digt bijeen4 ,gedurende den winter kan men evenwel den stal geheel vol plaatsen1 wanneer men de overtollige woningen1 bij de eerste vlugt der bijen in het voorjaar1 maar naar hare gewone plaats brengt4 ,behoeft men geene kosten te ontzien dan is het verkieslijk zijne stallen zoo groot te laten maken1 dat men er in kan gaan om de stokken te behandelen4 ,de voorwand wordt dan eveneens gemaakt als boven gezegd is1 doch #f voet hoog genomen en bovenaan #b voet met planken gesloten1 opdat de zon niet op de woningen zou schijnen4 ,de achterwand wordt #h voet hoog genomen1 en1 even als de zijwanden1 van over elkander gerabatteerde planken gemaakt4 ,de diepte neemt men zoo groot1 dat er achter de woningen nog eene ruimte van #d voet vrij blijft1 die voldoende is voor alle werkzaamheden1 welke aan de stokken verrigt moeten worden4 ,in den eenen zijwand maakt men eene deur en in den achterwand twee of drie ramen1 die met blinden gesloten worden4 ,het is duidelijk dat deze stallen de voorkeur verdienen4 ,in den winter kan men een beter toezigt op zijne stokken hebben en naar zijne strengheid de dekking wijzigen2 de muizen worden gemakkelijker weggevangen2 de lucht kan in een oogenblik ververscht worden door 's avonds de deur te openen2 eindelijk kan men 's winters een groot aantal woningen in de achterste ruimte plaatsen1 daar men dan1 niets in de stokken te verrigten hebbende1 slechts een gang noodig heeft waar men door gaan kan4 ,de kosten1 aan eene doelmatige inrigting der stallen besteed1 brengen hunne rente goed op1 doordat het leven van een groot aantal bijen gespaard wordt1 die anders1 onvoldoende voor de koude beschut1 omkomen4 ,wie er geen bezwaar in ziet1 zijne bijen gedurende den winter1 aan zon en wind bloot te stellen1 denkende dat het voldoende is wanneer zij voor den regen beveiligd zijn1 zal er de schouders wel eens voor ophalen1 dat ik zulke kostbare stallen opgeef2 maar hij kent de verliezen niet1 die hij jaarlijks lijdt4 ,bij ,dzierzon's woningen is de invloed van zon en wind minder nadeelig dan bij de korven1 omdat de vlieggaten onder tegen den bodem geplaatst zijn en door de schuifjes verkleind kunnen worden4 ,nog zijn er bijenhouders1 die het vroeger algemeen aangenomen gevoelen voorstaan1 dat de bijenstand op het zuiden moet staan4 ,zij verheugen er zich over als zij1 op het heetst van den dag1 de korven geheel door de zon beschenen zien1 en denken dat hunne bijen uitmuntend geplaatst zijn1 terwijl zij1 door de onlijdelijkste hitte gekweld1 het niet alleen in hare woningen niet kunnen uithouden1 maar ook veelal te afgemat zijn1 om op de inzameling uit te gaan en dus werkeloos voorliggen4 ,het is moeijelijk bepaald aan te geven welke rigting voor den bijenstand de beste is4 ,men bepaalt haar naar de plaats1 welke men beschikbaar heeft4 ,kan men hem alleen op het zuiden plaatsen1 dan moet men zorgen dat ten minste de bovenste helft der woningen1 en zoo mogelijk ook de vlieggaten1 door boomen of andere opzettelijk daartoe aangebragte voorwerpen beschaduwd worden4 ,men zal1 wanneer de zon midden op den dag boven op de woningen schijnt1 vooral in strookorven1 niet zelden den bouw zien instorten4 ,wanneer de stand op het zuidoosten staat1 dan worden de woningen door de morgenzon beschenen1 waardoor de bijen reeds vroeg tot de vlugt uitgelokt worden2 terwijl de zon haar tegen elf ure grootendeels verlaten zal hebben1 en er dus geene te groote warmte in kan doen ontstaan4 ,de in de laatste jaren genomen proeven hebben aangetoond dat eene plaatsing tegen het noorden1 die meestal voor bepaald ongeschikt gehouden wordt1 ook hare voordeelen heeft4 ,hoewel de stokken later op den dag uitvliegen1 en in het voorjaar ook later tot de broedaanzetting overgaan1 dan wanneer zij op het zuiden staan1 en dus later dan in dit geval1 of wel in het geheel niet zwermen1 zoo maakt hunne koelere plaatsing dat de bijen door de drukkende hitte minder gekweld worden1 en dus ijveriger in hare uitvlugten zijn4 ,op het noorden geplaatste stokken zijn dan ook in den regel rijker aan honig1 dan die op het zuiden gesteld zijn2 terwijl het op een goed bezetten bijenstand eene gewenschte zaak is1 dat eenige stokken niet zwermen4 ,vreest men dat zij dit toch1 maar te laat1 doen zouden1 dan kan men1 f den zwerm op den geschikten tijd kunstmatig afdrijven1 f het zwermen beletten4 ,ik heb nu sedert drie jaar eene dubbele woning zoo geplaatst1 dat de eene stok naar het zuiden1 de andere naar het noorden vliegt2 deze won het in honigrijkdom jaarlijks van genen en toch is hij in het zwermen weinig later2 bij heet weder is hij altijd moediger dan zijn buurman4 ,nieuw opgezette zwermen moet men zoo mogelijk altijd op het noorden plaatsen4 ,eene plaatsing op het zuiden kan toch zeer lastig zijn omdat zij1 door de hitte geplaagd1 de hun aangewezen woning ligt verlaten1 of anders door de warmte te veel worden aangespoord1 om zich op de broedaanzetting toe te leggen1 zoodat zij later maagdezwermen zouden afgeven3 dat dit niet wenschelijk is1 zagen wij reeds4 ,men moet daarom zijne zwermen1 zoo zij niet dan op het zuiden geplaatst kunnen worden1 vooral goed beschaduwen4 ,daar men uit het westen de meeste regenvlagen en stormwinden te wachten heeft1 zoo is de plaatsing op het westen het minst te verkiezen4 ,vr den bijenstal moet men eene ruimte1 van minstens #ae voet1 vrij hebben4 ,zij moet met zand bestrooid worden1 en er mag gras noch onkruid groeijen1 opdat men alles op den grond gemakkelijk zou kunnen ontdekken2 vooral of er ook afgestoken moederbijen uit de woningen gedragen zijn1 dat overtuigend bewijzen zou1 dat er een moederlooze stok was4 ,als het door de zon beschenen kan worden1 dan is het zand ook goed om de door de koude bevangen bijen1 die er op vallen1 door de warmte weder te doen herleven en in hare woningen terugkeeren2 wanneer het niet verwarmd wordt1 kan men de bijen toch opzamelen1 dat van een begroeiden grond niet geschieden kan2 daarop moet men er ook onvermijdelijk vele vertrappen4 ,aan de zijkanten der stallen moeten rietmatten geplaatst worden1 om de woningen zooveel mogelijk voor den wind te beschutten2 anders konden toch de bijen door den wind nedergeslagen1 of op vreemde stokken geworpen worden4 ,de grond1 waarop de stal staat1 mag niet te vochtig zijn1 daar dit aanleiding zou geven tot het beschimmelen van den wasbouw4 ,het moet zoo mogelijk vermeden worden1 om hem in de nabijheid van een breed water of van een straatweg te plaatsen4 ,in het water zouden bij sterken wind vele bijen omkomen1 en bij strenge vorst zouden de dreuningen1 door de over den straatweg rijdende wagens veroorzaakt1 haar aanhoudend verontrusten4 ,daar de bijen een volstrekten afkeer van rook hebben1 mag hij niet in den omtrek van fabrijken1 die veel rook geven1 geplaatst worden4 ,ook moet de nabijheid van hooge boomen vermeden worden1 want daarin zouden de zwermen zich aanleggen en dus moeijelijk te bereiken zijn4 ,op een afstand van #bj tot #dj voet1 moeten zich1 voor aanlegplaatsen der zwermen1 eenige lage boomen en struiken bevinden1 waartoe vruchtboomen en kruisbessen het geschiktst zijn4 ,vooral aan de laatsten leggen de zwermen gaarne aan1 en in het vroege voorjaar geven zij de bijen eene gezochte dragt4 ,wanneer men zijn stand alleen op een onbeplant terrein kan plaatsen1 dan kan men de bijen toch geschikte aanlegplaatsen1 in de nabijheid der stokken bezorgen1 door #bj #dj voet voor den stand eenige staken1 van #f tot #h voet hoog1 in den grond te planten en aan deze eenige stukken eikenschors1 van #b voet lang en #a voet breed1 te hangen4 ,dit doet men1 door in de hoeken van de stukken schors gaten te maken1 waardoor men touwen steekt1 die te zamen gebonden en aan den staak bevestigd worden4 ,men moet zorgen dat de buitenzijde der schors naar boven hangt4 ,de zwermen leggen1 bij gebrek van andere voorwerpen ook daar aan1 en men behoeft de stukken schors maar los te maken1 op den korf te leggen en er een slag op te geven1 om de bijen daarin te doen vallen4 ,maakt men de inrigting zoo1 dat men hen kan laten zakken1 dan wordt het opvangen van de zwermen zeer eenvoudig4 ,ook kan men op verschillende hoogten eenige oude korven ophangen1 waarin de zwermen gaarne aanleggen4 ,om hen naar die voorwerpen te lokken1 is het goed de schors van onderen1 en de korven van binnen1 nu en dan met wat honig te bestrijken4 ,,het ,,gereedschap4 ,eenige voorwerpen1 die men voor de behandeling der bijen bezitten moet1 wil ik in dit hoofdstuk opgeven1 beschrijven en hunne zamenstelling1 zoo noodig door afbeeldingen1 aanschouwelijk voorstellen4 ,ik zal mij daarbij tot de noodzakelijkste bepalen4 ,zij zullen voldoende zijn om de bewerkingen1 die ik opgeef1 ten uitvoer te brengen4 ,,de ,,rookpijp4 ,bij de behandeling der bijen is het aanbrengen van rook bijna altijd noodig1 om haar daar te verdrijven1 waar men iets te verrigten heeft1 hetzij omdat men gevaar zou loopen door haar gestoken te worden1 hetzij omdat zij1 op haar werk zittende1 beletten zouden dit goed te bezien1 of omdat men haar zou kunnen kwetsen4 ,heeft men slechts weinig rook noodig1 dan is eene gewone goudsche pijp of eene sigaar voldoende2 veelal kan men hiermede volstaan1 doch wie niet gewoon is te rooken moet naar andere middelen omzien1 en dikwerf kan men ook langs dien weg niet genoeg rook aanbrengen2 men kan zich dan van de volgende rookpijp bedienen1 die door blazen en niet door trekken aangehouden wordende1 ook door niet-rookers kan worden gebruikt4 ,in fig4 #aa ziet men haar in doorsnede afgebeeld4 ,het gedeelte abcdef wordt van wortelhout gedraaid2 bij be is het uitwendig #a #c_/d duim dik en loopt naar boven taps toe2 van af tot be is de lengte #c #a_/b duim2 bij be wordt het afgedraaid1 zoodat bcde bij be #c_/d duim dik is1 naar cd taps toeloopt en #a duim lang is4 ,inwendig wordt het #c duim diep uitgedraaid1 ter wijdte van #a duim1 en midden in het stuk bcde wordt nu een gat geboord1 van #c_/h duim wijd1 dat in de uitgedraaide holte uitloopt4 ,om het doorbranden te voorkomen moet deze kop der pijp inwendig bekleed worden4 ,daartoe wordt een blikken koker met pijpje vervaardigd1 die juist in dezen kop sluit2 bovenaan bij af wordt de rand omgeslagen1 opdat het hout ook daar niet met het vuur in aanraking zou komen4 ,het pijpje laat men bij cd een weinig buiten het hout uitsteken4 ,het gemakkelijkst zal het wel zijn eerst het blikken bekleedsel te laten maken1 en daarnaar het hout uit te draaijen4 ,buiten om het houten pijpje bcde wordt ook een blikken bandje gelegd1 om het springen te beletten2 men laat het even ver over het hout uitsteken als het pijpje er door komt1 en vult den rand tusschen beide met soldeersel2 hierdoor belet men dat het hout afwisselend nat en droog wordt1 waardoor er1 ondanks het blikken bandje1 toch nog scheuren in zouden komen4 ,uitwendig wordt het gedeelte abfe met dubbel laken bekleed1 dat met enkele koperen stiftjes op het hout bevestigd wordt1 daar het anders spoedig gaat draaijen4 ,dit laken overtrekt men nog met kalfsleder4 ,de bekleeding van den kop dient1 zoowel om bij het aanvatten de handen niet te branden1 als om het deksel1 dat er opgezet moet worden1 luchtdigt te doen sluiten2 dit is toch een vereischte1 omdat de tabak door blazen aangehouden moet worden4 ,het blikken deksel hgik is van gi tot hk #a #a_/b duim lang en moet goed op den kop sluiten4 ,midden in den bodem van het deksel1 wordt een mondstuk lm gesoldeerd1 van #d duim lang en van onder bij l #a_/b duim en van boven bij m #a_/h duim wijd4 ,men moet nog drie blikken pijpjes hebben1 die op de punt bcde van den kop gezet worden1 om den rook daar heen te leiden1 waar men hem behoeft4 ,aan het uiteinde moeten zij #a_/h duim wijd zijn4 ,twee dezer pijpjes worden regt gemaakt1 een van #d duim lang1 dat hier in de figuur is voorgesteld 7zie nop71 en het andere van #f duim lang4 ,het derde qr wordt eveneens #f duim lang gemaakt1 doch de punt er van moet zoo omgebogen zijn1 dat de rookstraal regthoekig op de lengte lijn van den geheelen toestel staat4 ,van de beide regte pijpjes gebruikt men het langste of kortste1 naardat men den rook verder van1 of digter bij zich behoeft1 terwijl dat het gebogen pijpje dient1 om hem onmiddellijk tusschen de wastafels te kunnen brengen4 ,aan de beide uiteinden worden om elk pijpje randen gelegd2 aan het wijdste om het verwijden te voorkomen1 waardoor het niet meer op den kop zou sluiten2 aan het naauwste om het1 zoo noodig1 met den mond vast te kunnen houden4 ,opdat het gat in bcde niet verstoppen zou1 leggen sommigen in den kop een doorboord plaatje of een stukje ijzergaas4 ,deze raken echter ook wel verstopt2 daarom steek ik er een gewonen pijpedop in1 zoodat de punt juist tegen het gaatje komt en bevind mij daarbij uitmuntend4 ,wil men de rookpijp gebruiken1 dan wordt de kop met tabak gestopt1 hierop een stuk brandend zwam gelegd1 en nu het deksel op den kop gezet4 ,naarmate men nu door het mondstuk harder of zachter blaast1 zal men meer of minder rook verkrijgen4 ,ik heb deze rookpijp al sedert eenige jaren gebruikt1 en er altijd mede kunnen volstaan4 ,andere rooktoestellen zal ik daarom niet beschrijven2 de meesten zijn voor het gewone gebruik veel te omslagtig en men kan hen ontberen4 ,het eenige bezwaar1 dat het gebruik der hier beschreven rookpijp medebrengt1 is dat de tabak uitgaat1 wanneer men een oogenblik verzuimt te blazen1 zoodat men iemand bij zich dient te hebben1 die voor het aanhouden der pijp zorgt4 ,wanneer men gedurende eenigen tijd geen rook behoeft1 kan men den tabak ook door trekken1 in plaats van door blazen aanhouden2 als men gewoon is te rooken1 dan is dit veel gemakkelijker4 ,,de ,,bijenkap4 ,niet minder noodzakelijk dan de rookpijp is de bijenkap1 om het gezigt en den hals voor den bijensteek te beveiligen4 ,wl zijn er bijenhouders1 die het belagchelijk vinden1 om bij ,dzierzon'sche woningen nog eene kap te gebruiken2 wl wordt men langzamerhand minder vatbaar voor het bijengif1 zoodat de steek eindelijk slechts eene oogenblikkelijke pijn verwekt2 maar dit neemt niet weg dat de steek soms1 vooral in het gezigt1 sterke zwelling ten gevolge kan hebben1 en dat de bijen1 wat veel verontrust wordende1 als het ware steken laten regenen4 ,het gebruik van eene kap acht ik dan ook altijd raadzaam2 waarom zal men zich aan het gevaar blootstellen1 om dagen achtereen met een gezwollen gezigt te loopen8 ,en had men het ongeluk dat eene bij in den mond vloog en daar stak1 dan konden de gevolgen zeer noodlottig wezen4 ,de kap wordt vervaardigd van eene lap grof linnen1 aa' bb' 7zie fig4 #ab71 die #bf duim lang en #cj duim breed is4 ,bij d en d'1 #ab duim van b en b' verwijderd1 begint men de stukken deb en d'e'b' rond uit te snijden1 zoodat be en b'e' #a duim breed zijn2 #f #a_/b duim van het midden h1 maakt men aan werskanten de insnijdingen gi en g'i'1 die #ab duim diep zijn1 en van c1 #ai duim boven h1 snijdt men naar a en a' het linnen rond weg4 ,wordt de lap nu om de lijn ch toegevouwen1 dan komt a op a'1 d op d' enz41 te liggen1 omdat de figuur aan werskanten der lijn ch symetriek is2 ac wordt nu op a'c' en de op d'e' genaaid4 ,bij ad blijft er nu eene opening1 waarin een ovaal draadwerk k1 dat minstens #i spijlen op elken duim bevat1 van #i duim hoog en #g #a_/b duim breed1 wordt genaaid4 ,van i1 langs g en g' tot i' wordt de rand gezoomd2 evenzoo van i langs f en f' 7die bij e aaneengenaaid zijn7 tot i'4 ,aan de hoeken f en f' worden koperen ringen1 en aan de hoeken g en g' sterke banden genaaid4 ,wordt deze kap nu1 met het draadwerk voor het gezigt1 op het hoofd gezet1 dan valt het stuk ighg'i' op den rug1 terwijl dat ifef'i' de borst bedekt en de hoeken i en i' op de schouders komen te liggen4 ,voor het aansluiten en het inscheuren worden daar kleine1 driehoekige stukjes ingezet4 ,de banden van het achterste stuk worden nu1 onder de armen door1 in de ringen van het voorste gedeelte gestoken1 en dan weder onder de armen door naar achter gebragt en om het lijf gebonden4 ,men kan1 door het aanhalen der banden1 de kap nu zoo doen sluiten1 dat er nergens eene bij door kan4 ,begeeft men zich1 aldus gewapend1 naar de stokken1 dan is men verzekerd niet het minste letsel van de steken der bijen te kunnen hebben4 ,de opening in het draadwerk is bestemd om er het mondstuk van de rookpijp door te steken2 de wijdte moet daarnaar geregeld worden4 ,naar verkiezing maakt men haar regts of links4 ,voor het uitwijken zijn de tralin daar tusschen twee koperen plaatjes gesoldeerd4 ,wanneer men de rookpijp niet gebruikt1 moet men deze opening digt stoppen2 kroop er toch eene bij door1 dan zou men van haar nog veel meer last hebben1 dan als men zonder kap was4 ,,messen4 ,wanneer men de tafels uit de woning nemen wil1 dan moet men beginnen met haar aan den kant los te maken1 want de bijen bevestigen haar na elke uitneming weder4 ,hiervoor moet men twee messen hebben4 ,het eene met een dun1 buigzaam lemmet 7zie fig4 #ac71 van #f of #g duim lang en #a duim breed1 met ronde punt en tot #d duim van de punt aan beide kanten scherp1 dient om de tafel van den wand der woning los te maken1 waartoe men het vlak tegen den wand drukt en van onder naar boven snijdende1 de tafel voorzigtig los maakt2 is de tafel ook aan een daar onder liggend staafje bevestigd1 dan wordt zij ook daaraf gesneden1 met het mes zoo vlak mogelijk langs het staafje gaande4 ,het tweede mes moet een lemmet van dezelfde lengte en breedte hebben1 doch dat dikker1 niet buigzaam en slechts aan eene zijde scherp is1 en in eene spitse punt eindigt 7zie fig4 #ad74 ,met dit mes wordt het staafje1 waaraan de tafel hangt1 in de groef1 waar het door de bijen vastgemaakt is1 losgestoken4 ,eindelijk moet men nog een mesje hebben1 om moederwiegen uit de tafels te snijden1 indien men die op andere plaatsen wil gebruiken2 een klein puntig knipmesje kan hiervoor dienen4 ,,de ,,gaffel4 ,om de staafjes1 met de daaraan hangende wastafels1 nadat zij van de wanden der woning losgemaakt zijn1 naar zich toe te halen1 bedient men zich van het werktuig1 in fig4 #ae afgebeeld2 men noemt het gaffel4 ,het wordt van ijzer vervaardigd1 dat slechts zoo zwaar behoeft genomen te worden1 dat er geen gevaar voor buigen bestaat4 ,de lengte1 het handvatsel mede gerekend1 is ongeveer #aj duim4 ,de beide punten zijn bij a en b regthoekig omgebogen1 en bij c en d zijn blokjes bevestigd1 zoodat de ruimten tusschen a en c en tusschen b en d juist #a duim bedragen4 ,de buitenafstand dezer klaauwen moet zoo groot genomen worden1 dat het gedeelte der staafjes1 dat #a duim breed is1 er juist in past4 ,hunne diepte moet gelijk zijn aan de dikte der staafjes4 ,men legt deze gaffel boven op het staafje1 zoodat dit juist tusschen de klaauwen gevat wordt1 en haalt het dan naar zich toe2 voor in de groef gekomen1 neemt men het met de hand uit de woning4 ,wil men de tafels weder in de woning hangen1 dan schuift men het staafje voor in de groef1 en duwt het eveneens met de gaffel verder in de woning4 ,het voordeel1 dat men van dit werktuig heeft1 bestaat daarin1 dat beide uiteinden van het staafje gelijkmatig voortbewogen worden1 terwijl men het daarentegen met de hand al ligt een weinig scheef voortschuift1 waardoor het in de groef geklemd zou worden2 daarenboven loopt men veel minder gevaar om de tafels te beschadigen4 ,,de ,,stommeknecht4 ,de uit de woning genomen tafels1 voor beschadiging bewaard moetende blijven1 zoo bezigt men een opzettelijk daartoe vervaardigd kastje1 om haar tijdelijk daarin te hangen2 het wordt stommeknecht genoemd4 ,dit kastje moet zoo lang zijn1 dat alle tafels1 die in eene woning voorhanden zijn1 daarin kunnen hangen4 ,de breedte moet #a_/d duim grooter zijn dan de lengte der staafjes1 en de hoogte dient #b duim meer te bedragen1 dan de diepte1 waartoe de tafels gebouwd worden4 ,aan den binnenkant der zijwanden wordt1 #a duim van den bovenrand1 een latje van #a_/b duim dik gespijkerd4 ,tusschen deze latjes hangt de tafel1 wanneer het staafje met de uiteinden er op rust4 ,op dit kastje wordt een deksel gemaakt1 waarin een gat van #f duim in het vierkant gezaagd is2 dat gat wordt gesloten met een ijzeren traliewerk1 dat minstens #i tralin op elken duim bevat2 er wordt eene schuif over gemaakt1 waarin een plankje geschoven kan worden1 om het te sluiten4 ,wanneer men nu den bouw uit eene woning neemt1 dan hangt men de uitgenomen tafels1 waar honderden bijen opzitten1 een voor een in dit kastje2 ontdekt men dat vreemde bijen er op willen rooven1 dan legt men er het deksel op1 en geeft de opgesloten bijen lucht1 door het schuifje een weinig te openen4 ,mogt het noodzakelijk zijn haar lang in dit kastje besloten te houden1 dan zet men het op eene koele1 donkere plaats en opent de schuif geheel4 ,des noods kan deze stommeknecht ook dienen1 om de bijen naar een anderen stand over te brengen1 doch men doet beter zich daartoe van de later te beschrijven transportkastjes te bedienen4 ,indien men de tafels weder in de woning hangen wil1 dan moet men opletten dat dit in dezelfde volgorde geschiedt1 als waarin zij gehangen hebben4 ,de bijen1 welke1 nadat alle tafels zijn ingehangen1 op den bodem van het kastje terugblijven1 worden op een hoop gestooten1 door het een schok te geven2 daarna schept men haar in de woning4 ,het is niet goed om1 gelijk sommigen doen1 deze bijen in de zon op een doek te storten1 in de veronderstelling dat zij weder op haar stok zullen terugvliegen4 ,met velen zal dit het geval niet zijn1 omdat er zich vele jongen onder bevinden1 die1 nog nooit hare woning verlaten hebbende1 haar niet kennen4 ,ook de moederbij kon aldus wel eens verloren gaan1 wanneer zij zich onder de van de tafels gevallen bijen bevond4 ,met het opscheppen moet men dan ook altijd zeer voorzigtig zijn om haar1 in geval zij in het kastje teruggebleven was1 niet te kwetsen4 ,,de ,,bok4 ,de stommeknecht kan alleen dienen om de tafels1 die men uit eene woning neemt1 te dragen2 om haar naauwkeurig te kunnen bezien1 moet men nog een bok hebben1 waarop de tafels een voor een gehangen1 en dan aan beide zijden beschouwd kunnen worden4 ,dezen bok1 die een der onmisbaarste gereedschappen is1 ziet men afgebeeld in fig4 #af4 ,het gedeelte ab is lang #ae1 breed #c en dik #a #a_/d duim4 ,de latjes cd en ef1 die er met pen en gat in bevestigd zijn1 worden #b duim breed1 #a #a_/d duim dik en ongeveer #h duim lang genomen4 ,aan den binnenkant is in deze latjes eene groef geschaafd1 van ruim #a_/d duim breed en diep1 en zij worden zoo ver van elkander geplaatst1 dat de staafjes gemakkelijk in deze groeven geschoven kunnen worden1 zonder daaruit te kunnen vallen4 ,zij mogen daarom niet zwakker genomen worden1 dan ik hier opgaf1 anders liep men gevaar dat zij van een weken2 zij moeten ook zuiver evenwijdig en volkomen onbewegelijk in het stuk ab bevestigd zijn4 ,in het midden van ab en aan de uiteinden der stukken cd en ef1 worden aan de onderzijde gaten geboord1 waarin de drie pooten h1 i en k gestoken worden1 die minstens #aj duim hoog zijn4 ,bij het gebruik stelt men den bok in een zinken bak1 waarin de van de tafels vallende bijen worden opgevangen1 die men dan later in de woning schept4 ,,transportkastjes4 ,de naam transportkastjes duidt de bestemming reeds aan van de voorwerpen1 die dien naam dragen4 ,zij zijn slechts geschikt om er de bijen een korten tijd in te doen verblijven1 maar zij maken haar vervoer naar elders zeer gemakkelijk4 ,men maakt deze kastjes van plankjes1 van #a_/b duim dik1 die eenvoudig op elkander gespijkerd worden4 ,de breedte ab en de hoogte ac 7zie fig4 #ag7 neemt men #aj #ab duim1 terwijl men het #af #bj duim lang maakt4 ,het deksel bestaat uit twee deelen d en e1 die in groeven schuiven4 ,deze groeven verkrijgt men1 door boven op den kant van elken zijwand1 en aan de binnenzijde daartegen1 latjes te spijkeren4 ,het hout is te dun om er eene groef in te schaven1 en door het dikker te nemen1 zou men het gewigt der kastjes noodeloos vergrooten4 ,de voorwand wordt niet van hout gemaakt2 het strookje fg1 dat men #a duim breed neemt1 dient alleen om het uitwijken der zijwanden te beletten2 de ruimte1 tusschen dit strookje1 de zijwanden en den bodem1 wordt met ijzergaas of met een fijn traliewerk gesloten4 ,men zou het gaas of traliewerk ook in een los raampje kunnen plaatsen1 en dit dan voor in het kastje bevestigen4 ,om den zwerm1 dien men met dit kastje vervoeren wil1 daarin te doen loopen1 zet men het op den achterwand1 dus met het draadwerk naar boven1 doch bedekt dit1 om het invallen van het licht te voorkomen4 ,de schuif e1 die dan de onderste zijn zal1 neemt men weg1 doch laat d gesloten4 ,om in dien stand het doorschieten van de schuif te beletten1 neemt men haar een weinig langer1 dan de halve lengte van het kastje1 en tegen den onderkant van het buiten uitstekend gedeelte spijkert men een dun latje1 dat1 tegen den wand stuitende1 het doorschuiven belet4 ,zoodra de zwerm1 door de hem voorgehouden opening1 in het kastje is getrokken1 sluit men het met de tweede schuif en laat het1 met de schuiven naar boven1 tot het vallen van den avond rustig staan2 dan brengt men den zwerm naar de verlangde plaats1 en schept hem daar in de voor hem bestemde woning4 ,voor het opvangen en transporteren van natuurlijke zwermen1 kan men zich ook van gewone strookorven bedienen2 doch de transportkastjes zijn onmisbaar1 wanneer men kunstzwermen wil maken1 door bijen1 uit onderscheidene stokken genomen1 aan eene moederbij toe te voegen4 ,later komen wij daarop terug4 ,ook zijn deze kastjes zeer gemakkelijk1 wanneer men stokken1 die op een verwijderden stand geplaatst zijn1 bijen ter versterking wil geven4 ,behalve de reeds beschrevene1 moet men zich nog eenige kastjes aanschaffen1 welke buitenwerks zoo lang en breed zijn1 dat zij juist in de woningen passen2 de hoogte moet zoo genomen worden dat zij1 na het wegnemen der dekplankjes1 op de staafjes kunnen worden geplaatst4 ,voor het deksel maakt men uit vier latten een raam1 dat juist in het kastje past1 en bespant dit met ijzergaas of bijendoek4 ,om de bijen1 die de randen van het kastje soms sterk bezetten1 niet te kwetsen1 maakt men voor den aanslag van het deksel geene sponningen in de zijwanden1 doch slaat in deze vier stiften1 waarop het rust4 ,men zet deze kastjes1 met den open kant onder1 op de staafjes der woning1 waaruit men de bijen vangen wil1 en drijft haar daarin4 ,de geheele zwerm kan nu in eens uit de woning genomen worden1 waarna het kastje terstond met het deksel wordt gesloten4 ,onder in de nieuwe woning1 die door den zwerm bevolkt moet worden1 schuift men nu het kastje en neemt er het deksel af1 waarna de bijen er spoedig uit zullen opklimmen4 ,zulk een kastje is ook zeer geschikt om de bijen1 die in eene woning1 waar de bouw uitgenomen is1 nog achtergebleven zijn1 daar in eens uit te nemen3 men zet het dan op den bodem der woning1 en veegt er de bijen met eene pennever in4 ,ook kan men er een zwerm in laten trekken1 wanneer men aan eene der zijden1 vlak boven den bodem1 eene reet1 even als een vlieggat maakt1 waarvoor dan ook een schuifje moet worden aangebragt3 de moederbij wordt er dan1 in een moederhuisje besloten1 ingezet1 waarna het1 met het vlieggat geopend1 op een doek wordt geplaatst1 waarop men de bijen uitstort2 daarbij moet op het deksel nog een plankje gelegd worden1 opdat de bijen alleen door het vlieggat1 gemeenschap met de moederbij kunnen hebben4 ,bij alle kastjes1 waarin de bijen eenigen tijd opgesloten worden1 moet men onder in de zijwanden twee of drie zaagsneden maken1 waardoor er versche lucht indringt1 die de verwarmde lucht doet ontwijken4 ,,de ,,stortbak4 ,voor men de tafels uit eene woning neemt1 moet men in deze een stortbak plaatsen1 om de daaraf vallende bijen op te vangen4 ,men neemt daarvoor een zinken bak 7zie fig4 #ah71 waarvan de breedte ab iets kleiner is dan de binnenwijdte der woningen1 zoodat hij er gemakkelijk in geschoven kan worden4 ,de lengte ce neemt men #g of #h duim4 ,aan de beide zijkanten en vooraan1 moeten de staande wanden #c duim hoog zijn1 achteraan is hij open2 op den voorkant is een handvatsel gesoldeerd4 ,de zijwanden moeten bovenaan den achterkant1 bij e en f wat buitenuit gebogen zijn1 zoodat de bak1 gedeeltelijk in eene woning geschoven wordende1 daarin klemt en dus blijft hangen4 ,wil men de tafels uit eene woning nemen1 dan schuift men er eerst dezen bak in1 doch laat er hem een eind buiten uitsteken4 ,de bijen1 die van de tafels vallen1 zullen er dan in blijven liggen4 ,na afloop der bewerking1 worden zij met eene pennever in de woning geveegd4 ,ook kan men dezen bak1 bij het uitnemen der tafels1 daaronder houden om1 wanneer het ongeluk wilde dat eene zware honigtafel afbrak1 haar daarin op te vangen4 ,,de ,,schepper4 ,de schepper wordt gebruikt om de bijen1 uit of in de woning en overal waar zulks verder noodig is1 te scheppen4 ,hij wordt1 even als de stortbak1 van zink gemaakt4 ,hem van blik te maken is minder goed1 omdat dit ligt roest2 de bijen zouden er dan aan blijven hangen4 ,men geeft hem eene breedte van #f en eene lengte van #g duim 7zie fig4 #ai72 de opstaande rand moet #b #a_/b duim hoog en naar den voorkant afgerond zijn2 aan het achtereind is een steel bevestigd1 die het behandelen gemakkelijk maakt4 ,,een ,,ijzeren ,,haak4 ,om de dooden en de onreinheden1 die zich op den bodem der woning verzamelen1 daaruit te verwijderen1 maakt men gebruik van een ijzeren haak1 bestaande in een plat vierkant stuk ijzer1 van #a_/b duim breed en #a_/h duim dik1 waarvan het eene einde regthoekig omgebogen is4 ,het omgebogen gedeelte is #a #a_/b duim lang4 ,aan het andere uiteinde wordt een handvatsel bevestigd4 ,de lengte moet1 met het handvatsel1 ongeveer #af duim zijn1 men kan dan met den haak den geheelen bodem zuiveren4 ,,moederhuisjes4 #ac ,reeds meermalen is het gebruik maken van een moederhuisje aanbevolen2 thans zullen wij er nader kennis mede maken4 ,zijne bestemming is eene moederbij van de overige bijen afgezonderd te houden1 maar deze toch gelegenheid te geven om haar voedsel toe te reiken4 ,wanneer het nu maar zoo ingerigt is1 dat dit mogelijk is en dat de gevangen moederbij versche lucht bekomt1 en er zich in kan omdraaijen1 dan is het overigens onverschillig hoe en waarvan men het maakt4 ,het traliewerk1 dat er voorgemaakt wordt1 mag niet zoo wijd zijn1 dat de bijen er den kop door kunden steken2 bij het terug halen konden zij hem aftrekken2 toch moeten zij er de koningin door kunnen voren4 ,de wijdte zal goed zijn als men1 op eene lengte van #a duim1 negen stijltjes zet1 die de dikte van eene dunne breinaald hebben4 ,men maakt wel moederhuisjes van een stukje vlierhout1 door er het merg uit te doen1 er in de lengte eenige sneden in te geven en de uiteinden met kurken te sluiten4 ,beter is het echter een rond stukje wilgenhout te nemen1 van #a duim dik en #e duim lang2 daarin worden #a_/b en #b duim van het eene uiteinde1 zaagsneden gemaakt1 die even voorbij het midden gaan2 tusschen deze zaagsneden steekt men het hout weg4 ,men neemt nu stukjes ijzerdraad1 van #b #a_/d duim lang1 en buigt de beide uiteinden daarvan #a_/d duim regthoekig om4 ,met eene els worden nu1 #a_/h duim boven en onder het weggestoken gedeelte 7zie fig4 #bj71 gaatjes in het hout gemaakt1 waarin de omgebogen einden der ijzerdraadjes worden geslagen4 ,het langste gedeelte van het hout wordt nu tot eene punt gesneden1 welke dient om in de strookorven gestoken te worden4 ,in plaats van deze punt1 zou men ook een spijker in het hout kunnen slaan4 ,boven wordt nu een gat1 van ruim #a_/d duim doorsnede geboord1 waardoor de moederbij uit en in het huisje gelaten wordt4 ,dit gat wordt met eene kurk gesloten4 ,voor ,dzierzon's woningen is het beter de moederhuisjes zoo in te rigten1 als fig4 #ba dat voorstelt4 ,men neemt er een stukje zacht hout voor 7linden-1 wilgen- of populierhout7 van #b #a_/b duim lang1 #a duim breed en #c_/d duim dik2 #a_/b duim van de uiteinden van eene der breedte-zijden worden zaagsneden1 van ruim #a_/b duim diep gemaakt1 waartusschen het hout wordt weggestoken4 ,over de voor- en de bovenzijde worden nu1 zooals boven gezegd is1 ijzeren tralin gemaakt2 de onderkant wordt gesloten met een houten klosje1 dat weggenomen kan worden1 om door de opening de moederbij uit en in het huisje te laten4 ,dit huisje kan overal in den stok geplaatst worden1 waar de bijen er bij kunnen4 ,men kan het op de staafjes leggen of het aan de staafjes1 midden in het broednest hangen1 door er een ijzerdraad door te steken1 en dien boven het staafje om te buigen2 het kan tusschen de staafjes gestoken1 ja zelfs in de tafels zelven geplaatst worden1 door hierin eene opening te snijden1 waarin het past4 ,wanneer men zijn bijenstand door afleggers wil vermeerderen1 of koninginnen in voorraad wenscht te hebben1 om daarover bij voorkomende gevallen te kunnen beschikken1 dan is het goed eenige moederhuisjes te hebben1 die zooveel grooter zijn1 dat er moedercellen1 zonder haar te beschadigen1 in gelegd kunnen worden4 ,aldus worden zij1 in een warm gedeelte van den stok geplaatst1 waar de koninginnen dan uitgebroeid zullen worden1 zonder dat de bijen haar kunnen uitbijten4 ,in den zwermtijd heeft men soms den eenen dag verscheidene moedercellen te veel1 terwijl men haar op een anderen dag gaarne zou hebben1 zonder haar evenwel te kunnen bekomen4 ,het is dan goed er eenigen in voorraad te hebben4 ,om de bijen zelven de in een huisje besloten moederbij in vrijheid te doen stellen1 sluit men de opening slechts voor de helft met een houten klosje1 en maakt het open gebleven gedeelte met een wasplaatje digt1 waartoe men een stukje wastafel plat drukt1 dat nu met de punt van een warm mes1 gemakkelijk wordt bevestigd4 ,de bijen bijten dit plaatje door1 en nemen de moederbij dan het zekerst aan4 ,in enkele gevallen kan men zich1 voor de opsluiting van eene koningin1 ook van een langen pijpedop bedienen2 inzonderheid wanneer men haar in de tafel zelve wil plaatsen4 ,,voederbakjes4 ,de voederbakjes kunnen van potaarde gebakken1 of van dunne plankjes of blik gemaakt worden4 ,aan blikken geef ik de voorkeur1 wanneer zij tegen het roesten1 binnen en buiten geverwd zijn4 ,de lengte ab 7zie fig4 #bb71 wordt #a_/d duim kleiner genomen dan de breedte der woningen3 nadat het deksel er opgelegd is1 kan het dan gemakkelijk daarin geschoven worden1 en op de staafjes staande1 de plaats van een dekplankje vervangen4 ,het wordt #c #d duim breed en #b duim hoog gemaakt4 ,in het midden van den bodem moet een buisje c1 van #a #a_/b duim hoog en #a duim wijd1 worden gesoldeerd1 waardoor de bijen1 van den onderkant1 in het bakje kunnen komen1 zonder dat het voedsel er uit kan vloeijen4 ,in dit bakje wordt een plankje de gelegd1 dat er gemakkelijk in op en neder bewegen kan1 en in welks midden een gat f is1 waardoor het buisje c heengaat4 ,dit plankje moet op het voedsel drijven1 opdat de bijen daarin niet zouden verongelukken4 ,er moeten of zaagsneden1 zoo als in onze figuur1 in gemaakt worden1 of het moet zooveel mogelijk doorboord zijn met gaatjes1 van omtrent #c_/af duim middellijn4 ,door de zaagsneden of de gaatjes kunnen dan de bijen het voedsel opnemen1 zonder het minste gevaar te loopen daarin om te komen4 ,het deksel gh moet gemakkelijk op het bakje gelegd en daaraf genomen kunnen worden1 zonder evenwel reten te laten1 waar bijen door kunnen kruipen4 ,in het midden maakt men eene opening i1 van #c duim lang en #b duim breed1 waarin een stuk glas wordt bevestigd1 waardoor men1 zonder er het deksel af te nemen1 zien kan of er nog voedsel in het bakje is4 ,dit glaasje moet goed bedekt worden2 want zagen de bijen er licht door vallen1 dan zouden zij het met was bekleeden4 ,aan het eene einde van het deksel kan men een pijpje k laten maken1 dat met eene kurk gesloten wordt1 en waardoor men1 met behulp van een trechter1 het voedsel in het bakje kan brengen1 zonder dit te openen4 ,het plankje de moet nog voorzien zijn van twee touwtjes l en m1 die door de reten n en o van het deksel heengaan en waarmede men1 het bakje gesloten latende1 nadat het voedsel er in gedaan is1 het plankje opligt2 anders kon het op den bodem blijven liggen1 en dus zijne bestemming missen4 ,om in het geheel niet door de bijen gehinderd te worden1 kan men1 bij het vullen van het bakje1 het buisje c sluiten4 ,daarvoor moeten in de zijwanden van het bakje gaatjes p en q gemaakt worden1 waardoor een ijzerdraad rs geschoven kan worden1 aan welks midden een blikken plaatje t bevestigd is1 dat vlak langs den bovenrand van het pijpje c beweegt4 ,in het deksel moeten voor dezen ijzerdraad ook openingen gemaakt worden1 waarvan er hier eene bij u gezien wordt4 ,ziet men door het glaasje dat er nog bijen in het voederbakje zijn1 dan blaast men door het pijpje k daarin eenigen rook2 zij zullen het dan spoedig verlaten1 waarna men het buisje c sluit4 ,het deksel kan nu van het bakje genomen worden4 ,na het met voedsel gevuld te hebben1 sluit men het weder en trekt het plaatje t van de opening c weg4 ,het voren geschiedt met deze bakjes zeer gemakkelijk2 men kan het gerust zonder kap doen4 ,ook in strookorven kan men er de bijen mede voren1 wanneer in den top van den korf een gat is4 ,op alle uren van den dag kan men het voedsel geven1 zonder dat er vrees voor rooverij behoeft te zijn1 indien men de bakjes bedekt1 en de opening1 tusschen den bodem en den korf1 goed met klei digt smeert4 ,moeten de bakjes alln voor strookorven dienen1 dan is het beter hen rond te maken1 en voor het vaststaan1 het pijpje c #a duim onder door den bodem te doen uitsteken4 ,in het gat van den korf wordt nu een houten stop gezet1 met eene opening1 waarin dit pijpje juist past4 ,over het bakje zet men een bloempot en smeert de reet1 tusschen dezen en den korf1 met klei digt4 ,de voederbakjes zijn bestemd voor vloeibaar voedsel4 ,voor verdikten honig kunnen zij echter ook dienen3 men drukt er dezen in en laat het plankje weg4 ,wil men alleen met verzegelde honigtafels1 of met kandij voren1 dan heeft men bij ,dzierzon's woningen in het geheel geene bakjes noodig3 de honigtafels worden op de gewone wijze ingehangen1 en de stukken kandij legt men op de staafjes2 er wordt dan een doek overgelegd en de ruimte1 tusschen dezen en den bovenwand der woning1 met stroo of mos gevuld4 ,om de bijen in korven met kandij te voren1 moet men vierkante raampjes1 van #c of #d duim lang en breed en #d duim hoog maken4 ,zulk een raampje wordt1 na het gat van den korf geopend te hebben1 er opgezet4 ,aan elke zijde er van steekt men in den korf een spijker1 omdat het er niet af zou vallen1 en smeert de reet1 die aan den onderkant van het raampje open blijft1 met klei digt4 ,de door het raampje ingesloten ruimte wordt nu met kandij gevuld1 waarover men een nat doekje legt2 het raampje wordt nu met een plankje gesloten1 waarop voor het afvallen een steen geplaatst wordt4 ,men bedekt het geheel met een bloempot4 ,deze wijze van voren is voordeelig1 goed en gemakkelijk4 ,reeds sedert jaren heb ik er de beste gevolgen van ondervonden1 en ik kan haar daarom gerust aanbevelen4 ,in het voorjaar1 als de bijen zich behoorlijk uiteen kunnen begeven1 kan men er met zekerheid op vertrouwen4 ,,de ,,pers4 ,tot het persen van honig en was moet men eene doelmatig ingerigte pers hebben4 ,eene afbeelding er van ziet men in fig4 #bc4 ,op vier stevige pooten1 van #af duim hoog1 rust eene plank ab1 van #bd duim lang1 #ae duim breed en #c duim dik4 ,aan de beide uiteinden zijn hierin met pen en gat twee staanders cd en ef1 van #aj duim breed en #b duim dik1 met eene tusschenruimte van #ae duim bevestigd1 terwijl deze staanders bovenaan eveneens verbonden zijn door den legger gh1 die ook #aj duim breed en ten minste #d duim dik is4 ,in het midden van dezen legger is eene moer1 waardoor de ijzeren of houten schroef i beweegt4 ,in de gaten k en l worden handboomen gestoken1 om de schroef aan te draaijen4 ,onder aan de schroef is het blok m zoo bevestigd1 dat zij gedraaid kan worden1 terwijl het blok in den straks te vermelden persbak beweegt2 dit blok dient ten minste #c duim dik te zijn2 de lengte en breedte wordt #aj #c_/d duim genomen4 ,de binnenafstand1 tusschen de plank ab en den legger gh1 is voldoende1 wanneer de onderkant van het blok m #g duim boven de plank ab kan gebragt worden4 ,wat meer ruimte te hebben is echter gemakkelijk4 ,de lengte der staanders wijzigt men1 naar de meerdere of mindere ruimte1 die men verlangt4 ,de persbak 7zie fig4 #bd7 wordt van planken1 van minstens #a #a_/d duim dik gemaakt4 ,hij is binnenwerks #ab duim lang en breed en #e duim hoog4 ,de bodem en de zijwanden zijn aan de binnenzijde van eene menigte groeven voorzien4 ,in het midden van den bodem is een rond gat1 van #a #a_/b duim wijd1 waarmede al de groeven in verband staan1 en waarin eene tinnen pijp wordt bevestigd1 die omtrent #e duim lang is4 ,tot het doorlaten van deze pijp1 is midden in de plank ab een gat gemaakt4 ,op den bodem en tegen de zijwanden van den persbak1 worden losse plankjes1 van #a_/b duim dik gelegd1 waarin kleine gaatjes zijn aangebragt1 waardoor de honig of het was vloeijen kan1 om zich daarna in de groeven te verzamelen1 en door de tinnen pijp in een onder de pers geplaatst vat te loopen4 ,het is gemakkelijker in losse doeken1 die dan goed toegevouwen moeten worden1 te persen1 dan van zakken gebruik te maken2 het uitnemen der koeken is bij zakken zeer lastig4 ,voor persdoeken neemt men koffijbalen1 na die goed gezuiverd te hebben2 zij kunnen eene groote drukking werstaan zonder te scheuren4 ,de persbak wordt gewoonlijk vast op de plank ab gebragt4 ,voor het honig persen heeft dit geen bezwaar1 doch voor het was is het beter twee losse bakken te hebben1 die in kokend water gelegd worden1 waardoor zij zoo heet worden dat het was er gemakkelijk afvloeit2 terwijl men dan den eenen bak gebruikt1 wordt de andere weder gewarmd1 zoodat het was er goed vloeibaar in blijft4 ,om de waskoeken goed uit te kunnen persen1 moet men hen dun maken en liever een keer meer persen4 ,,de ,,was-,,ketel4 ,tot het zuiveren van het was van den honig en de onreinheden1 die nog in de koeken zijn teruggebleven1 kan men zich1 zoo de hoeveelheid gering is1 van een ronden blikken ketel 7zie fig4 #be71 van #aa duim wijd en #ab duim hoog1 bedienen4 ,hij heeft twee handvatsels1 waarvan er hier een bij a gezien wordt4 ,aan den binnenkant wordt1 #g duim boven den bodem1 een rand van #a_/h duim breed gesoldeerd1 waarop eene blikken schijf b komt te liggen1 die juist in den ketel past en die zooveel mogelijk doorboord is1 met gaatjes ter grootte van eene gierstkorrel4 ,op deze schijf worden twee stangen1 van #a duim breed en #d #a_/b duim lang gesoldeerd1 waarvan er hier eene bij c wordt gezien4 ,aan de bovenzijde worden deze stangen door een legger de verbonden1 die aan de uiteinden van ijzeren grendeltjes voorzien is1 welke in gaatjes schuiven1 die daartoe in den wand van den ketel zijn aangebragt4 ,de doorboorde blikken plaat wordt daardoor vastgezet4 ,de legger en de beide stangen worden van zwaar blik gemaakt1 en daarenboven moeten voor de sterkte in de randen ijzerdraden gelegd worden4 ,om in den ketel te kunnen roeren1 wordt regthoekig aan het uiteinde van een rond stokje1 van #c_/d duim dik en #af duim lang1 een latje bevestigd1 van #aj duim lang1 #a duim dik en bovenop #a duim breed1 doch naar de onderzijde schuins bijloopende4 ,in het midden van den doorboorden bodem en van den daarop gebragten legger1 worden ronde gaten gemaakt1 welke ruim #c_/d duim wijd zijn1 en waardoor de steel fg van het roerstokje gestoken wordt4 ,er moet nu1 #a duim boven den doorboorden bodem1 nog een rond pijpje h op den buitenkant van den ketel gesoldeerd worden4 ,het moet #a #a_/b duim lang en #c_/d duim wijd zijn1 en wordt met eene kurk gesloten4 ,aan den buitenkant wordt om het pijpje een randje gelegd1 om een touw te kunnen tegenhouden1 waarmede men de kurk vastbindt1 hetgeen ter voorkoming van ongelukken noodzakelijk is4 ,bij het gebruik doet men onder in den ketel zoo veel waskoek1 als men denkt dat #a of #a #a_/b ,ned4 pond was zal opleveren2 deed men er meer in1 dan liep men gevaar van aanbranden4 ,nu wordt de roerstok door den doorboorden bodem gestoken1 waarna deze in den ketel gelegd1 en met de grendeltjes vastgezet wordt4 ,in den ketel giet men nu zooveel kokend water1 dat het ruim #a duim boven het pijpje h staat4 ,op een zacht vuur wordt het water nu aan het koken gebragt2 waarbij men beurtelings over den bodem1 en door den roerstok op te ligten1 vlak langs den doorboorden bodem roert4 ,na #a_/b uur koken1 zal het was bijna zuiver bovenop drijven4 ,de ketel wordt dan van het vuur genomen1 en na een weinig stil gestaan te hebben1 laat men het was door het pijpje h afloopen in een pot1 die gedeeltelijk met heet water gevuld is4 ,na het pijpje gesloten en water in den ketel gedaan te hebben1 laat men dit nog #a_/d uur koken en giet het boven drijvende was weder af4 ,de nu nog overblijvende vezels kunnen gerust weggeworpen worden2 zij zullen geen spoor van was meer bevatten4 ,sedert drie jaar maak ik van dezen ketel gebruik1 en hij bevalt mij uitmuntend4 ,het was wordt behoorlijk afgezonderd en men heeft niet het minste gemors4 ,in de ,bienen-,zeitung wordt hij bij herhaling aanbevolen4 ,eens heeft iemand daarin berigt dat hij er een ongeluk mede gehad heeft1 daarin bestaande dat de ketel1 toen hij te vuur stond1 uit een sprong en de kokende massa in het rond spatte4 ,dit kan zeer ligt waar zijn1 doch die persoon zal dan ook wel verzuimd hebben1 langs den onderkant van den doorboorden bodem te roeren2 misschien heeft hij daarenboven een sterk vuur gebruikt4 ,het laat zich goed hooren dat er1 wanneer men door aanhoudend te roeren niet zorgt1 dat de gaatjes in den doorboorden bodem open blijven1 stoom gevormd wordt1 welks spanning1 zoo de hitte wat groot is1 den ketel uit een doet slaan4 ,indien men maar aanhoudend1 nu hooger1 dan lager in den ketel roert1 en het vuur niet te sterk neemt1 zal men niet bevreesd voor ongelukken behoeven te zijn4 ,,het ,,aanhouden ,,en ,,het ,,koopen ,,van ,,stokken4 ,de tweede der drie spreuken1 waarmede ik de inleiding besloot1 leerde1 dat alleen gezonde en volkrijke stokken voordeel kunnen opleveren4 ,thans zal ik de waarheid van deze stelling betoogen1 door het opsommen van eenige omstandigheden1 die den stok meer winst kunnen doen aanbrengen1 en die zich allen in eene voorwaarde laten zamenvatten1 namelijk3 dat de stok volkrijk moet zijn4 #ao4 ,zonder warmte kunnen de bijen niet bestaan4 ,vroeger zeide ik reeds dat zij1 wanneer de warmtegraad minder dan #ej ,f4 bedraagt1 verstijven en zoo die toestand eenigen tijd aanhoudt1 een wissen dood vinden4 ,om dus den winter te kunnen overleven1 moeten zij warmte kunnen ontwikkelen4 ,dit geschiedt door het verterings-proces4 ,de warmte1 die daardoor vrij wordt1 zou echter oogenblikkelijk verloren gaan1 wanneer de bijen zich niet tot een digten tros vereenigden4 ,daarbij komt nog dat zij1 tot een klomp vereenigd zijnde1 door de aanhoudende trilling en wrijving van hare ledematen langs elkander1 ook eenige warmte ontwikkelen4 ,bij sterk vriezend weder kan de thermometer1 waarvan de kwikbal in het midden der bijenmassa is gebragt1 nog meer dan #ge ,f4 teekenen4 ,en toch bevriezen1 gedurende strenge en langdurige winters1 soms geheele stokken1 wanneer de buitenlucht te veel op hen kan werken2 want daardoor verliest de bijenmassa de ontwikkelde warmte zeer spoedig3 langzamerhand verstijven zij1 en zijn dan niet meer in staat om den honig1 die boven haar in de cellen hangt1 te bereiken1 zoodat zij dan van koude en gebrek tevens omkomen4 ,hoe volkrijker de stok is1 hoe minder hij natuurlijk aan dit gevaar is blootgesteld2 want naar die mate kan hij de warmte meer besloten houden4 ,en al kwamen er in een stok1 die b4 v4 #afjjj bijen bevat1 gedurende den winter eens #cjjj #djjj om1 dan bleven er in het voorjaar toch nog meer dan #abjjj over1 zoodat het nog een goede stok zou zijn4 ,daarentegen zullen die stokken1 die bij de inwintering zwak aan volk zijn1 geheel bezwijken1 of zoo er nog #bjjj of #cjjj bijen van overblijven1 dan zullen deze toch weinig nut kunnen aanbrengen1 omdat de beste tijd reeds voorbij zal zijn1 tegen dat zij zich een weinig hersteld hebben4 ,van hoeveel belang het is alleen sterke stokken in te winteren1 bevestigt elke strenge winter4 ,in het voorjaar zullen de sterke behouden1 doch de zwakke stokken voor altijd ingeslapen zijn6 #bo4 ,hoe minder honig de bijen als voedsel bezigen1 des te meer voordeel zullen zij voor den eigenaar opleveren4 ,sterke stokken hebben werkelijk1 naar evenredigheid1 minder voedsel noodig dan zwakke4 ,dit moge vreemd schijnen1 proeven hebben het evenwel bevestigd1 en bij eenig nadenken zal men inzien1 dat het een natuurlijk gevolg van het voorgaande is4 ,de zwakke stok verliest toch1 naar evenredigheid1 meer warmte dan de sterke2 hij moet dus ook meer warmte ontwikkelen4 ,dit kan hij echter niet dan door meer voedsel te verteren2 zoodat hij door nood gedwongen wordt1 om den voorraad sterker aan te spreken4 ,men zou de proef hiervan kunnen nemen door1 wanneer men b4 v4 zes stokken1 elk van #ejjj bijen had1 drie derzelve tot n stok te vereenigen4 ,men zou dan bevinden dat deze1 gedurende den winter1 minder honig gebruikt had1 dan de drie andere te zamen4 #co4 ,er zal meer ingezameld worden1 naarmate er meer volk is1 dat aan die inzameling deel neemt4 ,daarom is het van veel belang dat de stokken in het voorjaar veel broed aanzetten2 want dan zijn er bij de eerste voorjaarsweide reeds vele bijen1 die haar kunnen bevliegen4 ,sterke stokken zetten1 bij zachte winters1 voortdurend eenig broed aan1 terwijl zij1 bij strenge winters1 er stellig niet later dan in ,februarij mede beginnen2 de vereischte broeiwarmte is dan reeds aanwezig2 7dat het broedaanzetten dan niet gewenscht is1 zullen wij later zien1 maar het kan niet belet worden74 ,het broednest zet zich daardoor meer en meer uit1 en heeft op het einde van ,maart reeds eene beduidende grootte bereikt4 ,in ,april zijn in zulke stokken reeds duizende bijen geboren1 die bij de eerste dragt dus veel voordeel kunnen aanbrengen4 ,door gebrek aan de noodige warmte1 kunnen zwakke stokken niet met de broedaanzetting beginnen1 voor dat het weder warmer geworden is1 zoodat de bijen zich meer uiteen kunnen begeven4 ,zij zullen in het laatst van ,april nog maar een beperkt broednest hebben1 en het volk zal meer verminderd dan vermeerderd zijn2 tegen dat zij volkrijker worden1 is de beste dragt gewoonlijk voorbij4 #do4 ,wanneer in het voorjaar de woning en de bouw spoedig van het schimmel1 dat zich in den winter heeft aangezet1 worden gezuiverd1 dan behoeven de bijen haar tijd daaraan niet meer te wijden1 als er gunstig weder voor de inzameling invalt4 ,sterke stokken zijn met de zuivering in de eerste vliegbare dagen gereed1 terwijl men er de zwakke soms in ,mei en ,junij nog mede bezig ziet1 die daardoor den gunstigsten tijd voor de inzameling verzuimen4 #eo4 ,het is van veel belang dat de stokken vroeg met de wasbereiding beginnen1 opdat er spoedig een uitgebreiden bouw tot stand zou komen1 om bij gunstige dragt1 en ook voor de eijerlage der koningin1 geen gebrek aan cellen te hebben4 ,om het was te kunnen bereiden1 moeten de bijen ruim van honig en bloemenstof voorzien zijn1 en veel warmte kunnen ontwikkelen4 ,sterke stokken kunnen1 door de veelheid van volk1 veel vroeger eene voldoende hoeveelheid honig en bloemenstof hebben ingezameld dan de zwakke4 ,zij kunnen ook den warmtegraad tot eene veel grootere hoogte brengen4 ,zwakke stokken dragen soms in ,mei1 wanneer de wasbouw in vollen gang moet zijn1 met moeite zooveel in1 als zij tot voedsel voor zich zelven en het weinige broed1 dat is aangezet1 behoeven2 soms moeten zij zelfs1 bij eenig ongunstig weder1 nog geholpen worden4 ,de weinige bijen worden vereischt1 om het broed te bezetten1 en zij beginnen veeltijds eerst in ,junij of ,julij eenig was te bouwen1 dat1 daar de dragt dan grootendeels voorbij is1 meestal ledig blijft4 ,in den herfst zijn zij dan wel tot eenig volk gekomen1 doch zij hebben geen wintervoorraad en moeten dus gevord worden4 ,omgekeerd kan een sterke stok veel later met den wasbouw beginnen dan een zwakke4 ,de reden daarvan is1 dat de sterke stok nog een uitgebreiden1 voorjarigen wasbouw heeft en daardoor over genoeg cellen kan beschikken1 voor het opleggen van honig en de eijerlage der koningin4 ,hij zal dan niet bouwen1 voordat er behoefte aan cellen gekomen is4 ,treedt deze behoefte later in1 dan vergroot hij den bouw met spoed4 ,heeft men een zwakken stok in het voorjaar te veel van zijn bouw beroofd1 in den waan hem daardoor tot meer werkzaamheid aan te sporen1 zoodat hij volstrekt geene ledige cellen beschikbaar heeft gehouden1 dan is hij wel genoodzaakt om1 wil hij later het broed en den honigvoorraad kunnen vermeerderen1 nu alles aan den wasbouw op te offeren4 ,zijne vlijt zal echter niet zoo groot zijn1 als wanneer men hem niet besneden had4 ,dan had hij den ingezamelden honig voor het broed kunnen behouden en als voorraad opleggen1 wanneer de voorhanden wasbouw ten minste gedurende den winter niet te veel beschimmeld was4 #fo4 ,wij zagen bij de behandeling van het zwermen reeds1 dat late en zwakke zwermen weinig waarde hebben1 ja veelal als nadeelig zijn te beschouwen4 ,nu ligt het in den aard der zaak1 dat aan de voorwaarden tot het ontstaan van zwermen vereischt1 in sterke stokken veel spoediger zal voldaan zijn dan in zwakke2 terwijl de zwermen van de eerste1 bij het voordeel1 dat zij veel vroeger afkomen1 nog dat zullen voegen1 dat zij volkrijker zijn4 ,zwakke stokken kunnen den geheelen zomer niet aan zwermen denken1 en middelmatige gaan er slechts laat toe over2 deze kunnen dan gewoonlijk1 evenmin als hunne zwermen1 den vereischten wintervoorraad inzamelen4 #go4 ,de beste honigdragt is gewoonlijk zeer kort1 en het is dus van veel belang1 dat er zoo vele bijen als mogelijk is aan deel nemen4 ,hoe volkrijker de stok is1 hoe meer bijen zich naar evenredigheid aan de inzameling kunnen wijden4 ,van een stok met #cjjjj en meer bijen kan men aannemen dat er1 bij goede dragt1 hoogstens #a_/c te huis zullen blijven1 om het broed te verzorgen en andere huisselijke bezigheden te verrigten1 terwijl de overigen den geheelen dag door honig inzamelen1 en wel #c tot #e ,ned4 pond kunnen inbrengen4 ,daarentegen zal van een zwakken stok1 die niet meer dan #ajjjj bijen telt1 stellig niet meer dan de helft kunnen uitvliegen1 en hoe weinig zullen deze maar kunnen inzamelen6 ,met den wasbouw ligt de zwakke stok ook veel ten achter bij den sterken4 ,deze kan in weinige dagen zijne woning half vol bouwen1 terwijl gene nog slechts enkele tafels zal hebben voltooid4 #ho4 ,om aan ongunstige toevallen werstand te kunnen bieden1 moeten de stokken volkrijk zijn2 zwakke gaan er gewoonlijk geheel door te niet4 ,jaren1 waarin de dragt slechts kort duurt1 komen niet zelden voor4 ,de laatst verloopene konden meest tot de onvoordeelige gerekend worden1 daar het weder in het voorjaar1 dikwijls tot in ,junij1 nat en koud1 of dor en schraal was1 terwijl het dan in den zomer werd afgewisseld door groote hitte en droogte of door veel regen1 zoodat de beste tijd voor de honig-inzameling1 onder ongunstige omstandigheden voorbijging4 ,het jaar #ahef leverde daarvan in mijne streken een treurig voorbeeld op3 het voorjaar was langdurig koud1 en later1 toen de ruimst honigende gewassen bloeiden1 regende het meest altijd1 zoodat er slechts enkele dagen van elken dragttijd kon worden ingezameld4 ,sterke stokken kunnen in die enkele goede dagen zoo sterk vliegen1 dat zij1 zoo dan al geen overvloed1 ten minste hun eigen wintervoorraad bekomen1 terwijl zwakke stokken1 veelal reeds eer de herfst ten einde is1 den hongerdood sterven4 ,wanneer het weder vroeg in het voorjaar gunstig is geweest1 zoodat er veel broed is aangezet1 en er valt daarop koud of nat weder in1 dan zal een sterke stok zijn broed behoorlijk bedekken1 en daardoor voor verkoelen en afsterven bewaren1 wanneer de koude ten minste niet te streng is en niet te lang aanhoudt4 ,sterke stokken zijn minder aan ziekten onderhevig dan zwakke1 en in het algemeen kunnen zij ook elken schadelijken toestand beter te boven komen1 hetzij dat die schade veroorzaakt is door eene verkeerde behandeling1 hetzij dat andere omstandigheden er aanleiding toe hebben gegeven4 ,ook het volkverlies1 dat soms ontzettend groot kan zijn1 kan door een sterken stok uit den aard der zaak beter worden geleden dan door een zwakken4 ,hij heeft toch in zich zelven kracht genoeg1 om zijn verlies te herstellen4 #io4 ,de vijandelijke aanvallen1 van welken aard die ook zijn1 moeten de bijen behoorlijk kunnen afweren4 ,daar nu het volk van een sterken stok veel meer door de woning verspreid is1 zoo zal het ook alle plaatsen meer kunnen bewaken1 en dus het indringen van roofbijen en andere op honig en was azende dieren veel moeijelijker maken dan een zwakke1 die er gewoonlijk door overwonnen wordt4 ,naar aanleiding van het voorgaande kan men nu de volgende regels vaststellen1 welker getrouwe nakoming den bijenkweeker niet dan voordeelig zijn kan3 #ao4 ,koop bij den aanleg van een bijenstand vooral geene zwakke stokken3 voor niet gekregen1 komen zij nog te duur te staan6 ,men zal er nooit een goeden stand mede kunnen daarstellen1 en het verdriet1 dat men er van heeft1 zal allen lust in den aanvang uitdooven4 ,door de slechte gevolgen van zijn aanleg afgeschrikt1 zal men de zaak veelal laten varen1 daar zij voordeel noch genoegen zal opleveren4 ,wie een bijenstand wil aanleggen1 koope minstens twee of drie gezonde1 volkrijke stokken2 al moet men hen ook wat duur betalen1 zij zullen toch eene goede rente opleveren1 want ging men den zomer met drie stokken te gemoet1 wanneer hij niet al te ongunstig is geweest1 zal men den winter met een grooter getal1 misschien het dubbel ingaan4 ,het aankoopen van stokken geschiedt het best in het voorjaar1 doch niet voor dat zij uitvliegen en reeds bloemenstof indragen4 ,uit het indragen van vele en zware bloemenstof-balletjes kan men met zekerheid het besluit afleiden1 dat de stok volkrijk en van eene koningin voorzien is4 ,ook lette men er op of er vele bijen rond het vlieggat staan1 die1 met den kop naar hetzelve gekeerd en het achterlijf naar boven gerigt1 vrolijk met de vleugels slaan1 hetgeen een zeker teeken is1 dat de stok gezond en volkrijk is4 ,men koope geene kleine korven1 want in deze kan geen magtig volk ontstaan3 het zwakke volk kan dan ook geene sterke zwermen afgeven en maar weinig inzamelen4 ,zulke stokken bezetten veeltijds uit plaatsgebrek den geheelen korf met broed2 de bijen kunnen geen honig opleggen1 daar zij hem voor zich en het broed behoeven2 wordt er nog iets opgelegd1 dan nemen de afvliegende zwermen het als uitzet mede1 en bij het einde van de dragt heeft de stok wel eenig volk1 maar geen voorraad1 zoodat hij sterk gevord moet worden1 om den winter te boven te komen4 ,is hij1 na er vele kosten aan besteed te hebben1 gelukkig door den winter gebragt1 dan heeft men er den aanstaanden zomer niet meer voordeel van te wachten dan den voorgaanden4 ,een stok moet minstens n sterken zwerm kunnen afgeven1 en zooveel honig behouden1 dat hij den winter kan doorstaan2 bij gunstige jaren moet hij daarenboven iets afleggen of anders1 bij de uitbreking in het najaar1 #aj #ae ,ned4 pond honig en #e #g ons was1 opleveren4 ,strookorven1 welke inwendig #ah duim hoog en #ac duim wijd zijn1 kunnen als de beste beschouwd worden4 ,ik spreek hier alleen van strookorven1 omdat men hier te lande vooralsnog geene bevolkte ,dzierzon'sche woningen zal kunnen koopen4 ,heeft men een korf naar het uitvliegen en het bezetten van het vlieggat uitgezocht1 dan moet men hem omkeeren1 om te zien of hij een goeden bouw heeft4 ,deze moet ten minste den halven korf vullen en bruingeel1 niet zwart van kleur zijn4 ,een halfvolbouwde korf1 met een zwerm van het vorige jaar1 en eene moederbij van een of twee jaar1 is gewoonlijk het beste4 ,de bouw mag niet doorknaagd noch met wasmotten bezet1 door de bijen bevuild noch beschimmeld zijn4 ,hij moet een aangenamen honigreuk1 vooral geen stank verspreiden2 deze kon ontstaan door dat er broed was afgestorven of door dat de bijen aan den loop leden4 ,hoe meer bijen men tusschen de wastafels bijeen verzameld ziet1 hoe boozer zij zijn en hoe spoediger zij te voorschijn komen1 als men haar beademt1 des te zekerder kan men den stok voor gezond en volkrijk houden4 ,men moet vooral opletten of de onderplank zuiver is3 gezonde en volkrijke stokken ontdoen den bodem van hunne woning steeds van vuil en doode bijen4 ,ook moet er reeds broed zijn aangezet1 anders zou de stok moederloos zijn2 in het laatst van ,maart en het begin van ,april1 moet men zonder veel moeite in elken stok broed kunnen zien4 ,eindelijk moet men nog toezien dat er genoeg honig voorhanden is1 opdat men1 voor het beginnen der dragt1 niet meer behoeve te voren4 ,voor de maanden ,april en ,mei dient een stok nog #d #e ,ned4 pond honig te hebben4 ,het is echter zeer moeijelijk1 om in gewone strookorven over den honigvoorraad te oordeelen1 daar er alleen onderin gezien kan worden1 terwijl de honig meest in het bovenste gedeelte zit4 ,het best is een puntig stokje in de bovenste tafels te steken2 teruggetrokken zal het aangeven hoe diep de honig reikt4 ,het gewigt van den stok moet ook in aanmerking genomen worden2 dit is echter zeer onbepaald1 want het broed kan reeds eene aanzienlijke zwaarte verkregen hebben1 waardoor men zich al ligt zou bedriegen4 ,in ,dzierzon'sche woningen kan men zich1 door het uitnemen van den bouw1 in een oogopslag overtuigen1 of aan al de voorwaarden voldaan is1 welker vervulling wordt vereischt1 om verzekerd te zijn dat de stok gezond en volkrijk is4 ,in ons land is de prijs van een goeden stok1 met den korf1 #c #g gulden4 #bo4 ,op goed bezette bijenstanden zal men in den herfst steeds eenige zwakke stokken vinden4 ,hoe gaarne men zijn stand ook vergrooten wil1 toch moet men deze niet inwinteren1 daar men er vele moeite en kosten aan zou moeten besteden4 ,brengt men hen gelukkig door den winter1 dan heeft men er nog maar zorg zonder voordeel van te wachten4 ,men doet beter van twee of drie zwakke stokken een sterken te maken1 die dan behoorlijk door den winter gebragt en daarna winstgevend kan worden4 #co4 ,moet men geene zwakke stokken koopen of aanhouden1 niet minder noodzakelijk is het zorg te dragen dat sterke stokken niet verzwakken4 ,door aan stokken1 die men denkt dat te veel honigvoorraad hebben1 daarvan een gedeelte te ontnemen1 maakt men openingen in den bouw en dus de woning koud4 ,om enkele ponden honig te oogsten1 zou men in den herfst er den stok door in gevaar brengen1 om een strengen winter niet te kunnen doorstaan2 in het voorjaar zou men al ligt meest al den voorraad weg nemen1 zoodat hij1 in het veld geen honig kunnende vinden1 gebrek leed3 het gevolg zou zijn dat hij1 den voorraad opgeteerd zijnde1 de woning als hongerzwerm verliet2 kon hij in het veld reeds iets1 doch niet genoeg vergaderen1 dan zou de moederbij met de eijerlage ophouden1 en de bijen zouden het aangezette broed uit de cellen trekken1 om het tot haar eigen levensonderhoud uit te zuigen1 waardoor de volksvermeerdering belet werd4 ,indien men in het voorjaar het uitwerpen van broed bespeurt1 dan moet men zich haasten om den stok voedsel toe te reiken1 daar het een zeker teeken is dat hij daaraan behoefte heeft4 ,het is echter beter het intreden van dezen nood zoo mogelijk te voorkomen1 en er vooral geene aanleiding toe te geven4 ,het besnijden van den wasbouw is eveneens gevaarlijk1 wanneer het te vroeg en te sterk gedaan wordt4 ,het maakt de woning onderaan te ruim1 en bij invallende koude kunnen de bijen zichzelven en het broed niet meer verwarmen4 ,door overmatig zwermen kunnen de stokken eveneens zeer verzwakken4 ,hoe dit tegengegaan kan worden is vroeger gezegd1 en dat men ook zorg moet dragen1 door het maken van kunstzwermen zijne stokken niet te veel te verzwakken1 zal wel geen betoog behoeven4 ,de kunstzwermen zijn voor de bijenteelt van hoog belang1 maar zij moeten met oordeel1 en alleen op den daarvoor geschikten tijd afgedreven worden4 ,er is hier maar ter loops gewaarschuwd1 om het besnijden van den bouw en het afdrijven van kunstzwermen niet te overdrijven2 aan elk dezer onderwerpen zal later een hoofdstuk gewijd worden4 #do4 ,men moet zelfs trachten sterke stokken nog sterker te maken4 ,het behoort niet onder de zeldzaamheden dat men in ,april en ,mei schoon warm weder met goede dragt heeft1 terwijl daarna vele natte1 koude dagen volgen1 waarin de bijen niets kunnen inzamelen4 ,de moederbij houdt dan terstond met de eijerlage op1 tot het weder verbetert4 ,de bijen zullen dan1 het zwermen nog veraf ziende1 het aangezette koninklijke broed en het hommelbroed1 dat haar overbodig schijnt1 uit de cellen trekken4 ,hierdoor wordt het zwermen natuurlijk vertraagd4 ,geeft men aan zulke stokken dagelijks twee of drie lepels verdunden honig of suikerstroop1 dan zal de moederbij met de eijerlage voortgaan1 en de bijen zullen geen broed vernietigen4 ,om de vruchtbaarheid der moederbij te bevorderen1 dat vr den zwermtijd van zooveel belang is1 om spoedig volk en zwermen te kunnen hebben1 is het zeer goed den stok1 al is er in het veld reeds eenige dragt1 toch dagelijks eenig voedsel te geven4 ,,de ,,overwintering4 ,de bijen zijn in onze noordelijke streken niet inheemsch4 ,zij zijn voor een warmer klimaat geschapen1 waar zij zich in een voortdurenden zomer kunnen verheugen en onverpoosd uitvliegen4 ,dat de natuur de bijen niet voor onze luchtstreek bestemd heeft1 wordt daardoor aangetoond1 dat zij geen winterslaap hebben1 zoo als haar verwante1 inlandsche insecten1 als3 wespen1 hommels #ad enz4 ,deze brengen den winter in een staat van verdooving door1 zonder door de koude gehinderd te worden1 of voedsel te behoeven2 door de voorjaarszon beschenen1 keeren zij weder tot hun leven en werken terug4 ,de bijen daarentegen blijven den geheelen winter wakker1 en behoeven voortdurend voedsel4 ,aan aanhoudende1 strenge koude kunnen zij geen werstand bieden4 ,de omstandigheid1 dat de bijen aanhoudend water behoeven1 en dit toch niet als voorraad opleggen1 kan ook als bewijs dienen dat zij hier niet te huis behooren4 ,ware dit het geval1 dan zouden zij voorzeker ook instinktmatig water in hare woning opleggen1 daar zij soms vier of vijf maanden buiten de mogelijkheid zijn1 dit daarbuiten te halen4 ,maar in de landen1 haar door de natuur als woonplaats aangewezen1 kunnen zij dagelijks uitvliegen en dan tevens water vinden1 al ware het door vroeg in den morgen de daauwdruppels te verzamelen4 ,met honig en bloemenstof is dit niet het geval2 die kunnen haar ook in een heet klimaat vele weken ontbreken4 ,evenwel staat de oorzaak1 waarom zij die dr niet kunnen vinden1 lijnregt tegenover die1 welke het hier onmogelijk maakt3 dr is het de alle bloemen verschroeijende1 brandende zonnehitte2 hier integendeel de winterkoude6 ,de toestand1 waarin de bijen dus gedurende den winter bij ons verkeeren1 is geheel onnatuurlijk4 ,bij eenige voorzorg kunnen zij nog al eenige koude doorstaan1 maar elke strenge winter leert toch1 door de offers die hij kost1 dat men haar den onnatuurlijken toestand1 waarin zij gebragt zijn1 zooveel mogelijk moet verzachten4 ,de meeste bijenhouders beschouwen de overwintering als niet zeer gewigtig4 ,zij achten hunne bijen genoegzaam verzorgd1 indien zij van voorraad voorzien en zoo geplaatst zijn1 dat zij voor regen en sneeuw1 en ook eenigzins voor wind beschut staan4 ,oppervlakkig beschouwd hebben zij gelijk2 want als de vorst niet te aanhoudend en te streng is1 zullen de meeste stokken het voorjaar beleven4 ,maar waarom zal men er dan zooveel moeite aan besteden1 om de bijen wat beter te verzorgen1 indien men zonder dat toch meestal zijne stokken door den winter brengt8 ,omdat men zijne stokken wel door den winter brengt1 maar met ontzettend verlies3 de volkrijke stokken worden tot middelmatige en deze tot zwakke teruggebragt4 ,hierbij komt nog dat het honigverbruik van zulke1 aan te veel koude blootgestelde stokken1 veel grooter is4 ,in den winter van #ahed op #ahee heb ik eene proef genomen met een stok1 die in het najaar volkrijk en van voldoenden voorraad voorzien was4 ,mijne bevinding zal ik hier mededeelen4 ,de winter was streng1 en in het begin van ,december hadden wij reeds sneeuw en felle vorst4 ,met weinig afwisseling bleef dat zoo tot in ,maart4 ,de stok stond geheel vrij op zijn zomerstand2 aan de voorzijde open en met het vlieggat naar het zuidoosten gerigt4 ,bij regenachtige dagen of bij eene betrokken lucht1 hielden de bijen zich rustig2 men zag er niet eene vliegen2 maar zoodra de zon de woning bescheen1 en zij hare stralen door het vlieggat zagen binnendringen1 en de warmte haar bereikte1 kwamen er eenigen te voorschijn1 en lokten1 door haar vrolijk gegons1 de overigen naar buiten4 ,zij hielden een druk voorspel en hielden zelfs kortere of langere uitvlugten1 waarop velen door de koude werden bevangen1 en de woning niet meer kunnende bereiken1 zich hier of daar nederzetteden1 of op den grond vielen1 om weldra den dood te vinden4 ,als er sneeuw lag1 zag men den grond tot verscheidene schreden voor de woning met lijken overdekt4 ,zulke verliezen hadden dien winter1 die zooveel zonnige dagen opleverde1 niet zelden plaats4 ,op een warmen dag in het begin van ,maart1 liet ik de andere stokken hunne reinigings-uitvlugten houden en bezag ook den bewusten stok4 ,de binnenwanden der woning waren met ijs bezet1 en het werk onderaan sterk beschimmeld4 ,op de onderplank lagen vele dooden1 die denkelijk door den kouden1 snijdenden wind1 welke door het vlieggat kon blazen1 verstijfd van den verzamelden tros waren afgevallen1 zonder er meer naar te kunnen opklimmen4 ,het volk was tot op minder dan de helft verminderd1 en toen later het vliegbare weder daar was1 was de stok wel gespaard gebleven1 maar zwak en arm aan volk1 zoodat hij veel tijd behoefde1 om zich te herstellen4 ,eerst laat gaf hij een zeer kleinen zwerm4 ,de stokken daarentegen1 die ik met meer zorg door den winter gebragt had1 hadden weinig dooden2 zij waren vrij droog en de bouw was slechts eenigzins beschimmeld4 ,bij het begin der dragt verkeerden zij allen in vrij goeden toestand en gaven sterke voorzwermen4 ,gesteld dat deze stok #bjjj bijen meer verloren had dan de anderen1 dat zeker nog te weinig is1 dan zou men1 op een stand van #ajj stokken1 #bjjjjj bijen meer verloren hebben1 dan door hen doelmatig te overwinteren4 ,in het voorjaar kan een stok van #bjjjj bijen als een sterke beschouwd worden1 en rekent men zijne waarde maar f #d1 dat nog te laag is1 dan had men toch een verlies van f #dj4 ,behalve het direct verlies1 door het verminderen van het totaal aantal arbeiders geleden1 heeft men ook het nadeel dat zijne stokken minder volkrijk zijn1 en vroeger zagen wij van hoeveel belang het is1 het voorjaar alleen met volkrijke stokken in te treden4 ,hoe men de bijen1 gedurende den winter1 haar onnatuurlijken toestand dragelijk kan maken1 zal ik nu nader opgeven4 #ao4 ,een eerste vereischte is dat zij van eene voldoende hoeveelheid voedsel voorzien zijn2 zij hebben deze voorwaarde gemeen met alle dieren1 die geen winterslaap hebben4 ,voor men dus zijne stokken inwintert1 overtuige men zich hoe het met den voorraad gesteld is4 ,is hij te klein dan moet men hun vroeg in den herfst voedsel toereiken2 zij kunnen dat dan in de cellen brengen en verzegelen4 ,men kan aannemen dat een volkrijke stok1 #aj #ab ,ned4 pond verzegelden honig behoeft1 om de voorjaarsdragt te kunnen bereiken4 ,het is niet onverschillig waar de voorraad zich in de woning bevindt4 ,reeds vroeger 7bl4 #ej7 zeide ik dat de bijen zich bij strenge koude niet zijdelings kunnen verplaatsen4 ,de voorraad moet zich daarom boven in de woning bevinden4 ,ook mogen er geene openingen in den bouw zijn1 want zij zouden tot deze opklimmen1 maar dan blijven zitten en van gebrek omkomen4 ,zoodra het weder haar veroorlooft zich uit een te begeven1 verdragen zij den honig uit de zijdelings geplaatste cellen1 naar de bovenste1 die zij reeds geledigd hebben4 ,men doet altijd beter te zorgen dat de stokken overmatig van voedsel voorzien zijn1 dan het hun te krap toe te meten4 ,in lange winters geeft dit eene groote gerustheid1 en men behoeft niet bevreesd te zijn dat de bijen1 ruim van voorraad voorzien1 daar te verkwistend mede zullen omgaan4 #bo4 ,de bijen moeten in den winter voor strenge koude beschut worden2 want hoewel sterke stokken1 met genoegzamen voorraad1 niet ligt bevriezen zullen1 en men eenigzins op het taaije leven der bijen kan rekenen1 zoo heeft strenge en aanhoudende vorst toch een allernadeeligsten invloed4 ,de bijen1 welke zich buiten aan den tros bevinden1 kunnen de haar omgevende koude niet verduren4 ,zij beginnen te verstijven en vallen op den bodem der woning1 vanwaar zij niet weder kunnen opklimmen1 zoodat zij spoedig den dood vinden4 ,nog veel erger dan haar aan de vorst bloot te stellen is het1 wanneer men den wind toegang tot hare woning geeft4 ,in het vlieggat blazende1 doet deze de koude aanhoudend tot in alle hoeken doordringen4 ,het is niet alleen hoogst nadeelig voor het leven der bijen1 wanneer zij aan de koude en den wind zijn blootgesteld1 het is ook schadelijk wegens het grooter honigverbruik4 ,door de koude gefolterd1 wenden zij alles aan wat haar mogelijk is1 om zich warmte te verschaffen2 er ontstaat in den verzamelden hoop meer krachtsinspanning1 om zich door beweging te verwarmen4 ,de afmatting1 die daarvan het gevolg is1 moet door meer voedsel hersteld worden4 ,andere nadeelen van eene slechte inwintering niet tellende1 zal alleen de hoeveelheid voedsel1 die gebruikt wordt1 zooveel grooter zijn dan bij goed verzorgde stokken1 dat de kosten1 aan die goede verzorging besteed1 ruim opgewogen worden door de grootere opbrengst4 ,men kan rekenen dat de laatsten niet meer gebruiken dan #b_/c van het voedsel1 dat de eersten behoeven4 ,wie gelegenheid heeft om zijne bijen in een vorstvrij1 geheel donker vertrek te plaatsen1 zal zich steeds met eene gelukkige en onkostbare overwintering mogen verblijden1 terwijl anderen over groote verliezen en een ruim honigverbruik moeten klagen4 ,ik was tot dusverre genoodzaakt mijne stokken op den zomerstand te overwinteren4 ,hoe die ingerigt is1 heb ik reeds gezegd 7zie bl4 #ajf74 ,in het laatst van ,october1 wanneer niet te hevige schuddingen de stokken nog niet benadeelen1 zet ik strooringen op de korven1 en vul deze met goed droog1 overjarig stroo #ae1 of leg eenige oude kleedjes op de korven4 ,in het vlieggat steek ik eenige spijkers1 opdat de muizen er niet kunnen binnendringen1 en de reet1 tusschen den korf en de onderplank1 smeer ik met klei digt4 ,zoodra de winter nu invalt1 en ik verzekerd ben dat de bijen een ruimen voorraad hebben1 sluit ik den voorwand van den stal1 en laat de stokken verder aan zich zelven over4 ,de uitkomst heeft mij zelden teleurgesteld4 ,ik sprak hier van strookorven1 waarvan ik er altijd nog eenige heb4 ,in ,dzierzon's woningen wordt1 zooals bij hare beschrijving werd opgegeven1 de ruimte boven de staafjes en die tusschen den bouw en de deur1 tegen den winter met stroo of mos gevuld1 terwijl de wanden #d duim dik zijn2 daarin hebben de bijen dan ook zeer weinig koude te verduren4 #co4 ,men moet zorgen dat de bijen geen gebrek aan versche lucht hebben4 ,hiervoor ziet men in den herfst den bouw na1 en kort de te laag afgebouwde tafels zooveel in1 dat er overal eene opening1 van ruim #a duim1 tusschen den bouw en de onderplank1 vrij blijft4 ,zonder deze voorzorg zouden de stokken eene gewigtige levensvoorwaarde missen6 ,hoe noodzakelijk echter ook de toevoer van zuivere lucht zijn mag1 toch zorge men dat het vlieggat de eenige opening in de woning zij1 opdat er geen togt zou kunnen ontstaan4 ,de versche lucht moet de bijen alleen van onderen1 langzaam opklimmende1 kunnen bereiken4 ,zij toonen zelven aan1 dat zij geen trek in hare woning hebben willen1 door alle openingen1 met uitzondering van het vlieggat1 met voorwas te sluiten1 zoodra het weder kouder wordt2 zelfs het vlieggat verkleinen zij nog1 wanneer dit haar te groot toeschijnt4 ,daar het voor de bijen nadeelig is1 wanneer de lucht onmiddellijk in het broednest stroomt1 waar zij hare zitplaats hebben1 zoo moet men het vlieggat altijd in het onderste1 ledige gedeelte der woning geven4 ,elk zal het nadeel van eene opening1 in de onmiddellijke nabijheid van hare zitplaats1 terstond inzien1 en toch ziet men bij velen juist daar het vlieggat1 zoodat de bijen dadelijk blootgesteld zijn aan de toevloeijende buitenlucht en het inblazen van den wind4 ,altijd1 zoowel 's winters als 's zomers1 is de beste stand voor het vlieggat onder in de woning2 's winters om haar voor den onmiddellijken invloed der koude buitenlucht te beschermen2 's zomers om te voorkomen dat het daglicht of de zonnestralen in het broednest vallen3 dat zij dit niet willen blijkt daaruit1 dat zij1 aan zich zelven overgelaten1 en eene eigene woning gekozen hebbende1 het broednest zooveel mogelijk boven het vlieggat plaatsen4 ,een laag vlieggat vermeerdert den ijver van een zwerm ook1 om den bouw zoo spoedig mogelijk met het vlieggat gelijk te brengen2 waarschijnlijk omdat zij daar veel gemakkelijker tegen oploopen dan tegen de wanden4 ,vr de inwintering1 moet men de bodems der woningen zuiveren3 de dooden en andere onreinheden1 daar aanwezig1 zouden anders de lucht bederven1 tot groot nadeel van de bijen4 ,het lokaal1 waarin de stokken overwinteren1 moet bij droog weder1 na het vallen van den avond1 gedurende een paar uren gelucht worden1 door de deur en daar tegenover eene tweede opening te ontsluiten4 ,er kan dan een luchtstroom doortrekken1 die het beschimmelen van de stokken belet4 ,bij hevigen wind moet men het luchten achterwege laten1 en bij vriezend weder slechts nu en dan eens even versche lucht laten binnendringen4 #do4 ,in den winter is het zonlicht de grootste vijand der bijen1 en men mag niet over het hoofd zien1 dat zij daarvoor beschermd moeten worden4 ,zien zij het zonlicht door reten of naden binnendringen1 dan worden zij terstond verlokt om te gaan vliegen2 door die openingen gaan zij naar buiten1 en terugkomende kunnen zij natuurlijk haar stok niet terug vinden3 zij moeten buiten blijven en van koude bezwijken4 ,bij slechte sluiting en sterken zonneschijn1 kan men dagelijks velen zien rondvliegen1 die spoedig als slagtoffers vallen4 ,ik zou geheel open stallen nog verkiezen boven slecht geslotene4 ,zijn zij gesloten1 dan moet men er1 bij sterken zonneschijn1 in gaan en alle openingen1 waar licht door valt1 goed digt maken4 ,om bij ,dzierzon'sche woningen1 die buiten staan1 geen gevaar te loopen dat de bijen uitvliegen1 sluit ik de vlieggaten overdag4 ,tegen het vallen van den avond open ik hen1 doch bij winderig weder schuif ik er een1 met kleine gaatjes doorboord1 plaatje voor1 om wel versche lucht1 maar geen wind te doen binnendringen4 ,reeds sedert jaren behandel ik de stokken op deze wijze1 zonder er eenig nadeel van te ondervinden4 ,het schijnt geen kwaad te kunnen1 dat de lucht overdag afgesloten is1 indien zij 's nachts maar vrijen toegang heeft4 #eo4 ,daar stooten of dreunen de stokken1 welke op hun winterstand geplaatst zijn1 zeer zou benadeelen1 moet men hen daarvoor vrijwaren4 ,bij den minsten stoot gaan de bijen uit een2 hierdoor verliezen zij de opgesloten warmte1 en eer zij zich weder te zamen getrokken hebben1 zijn velen1 door de koude bevangen1 van den tros afgevallen1 en deze moeten omkomen1 want zij bezitten de kracht niet meer1 om tot de overigen op te klimmen4 ,bij het spreken over den bijenstal is reeds gezegd1 dat men dit1 bij zijne plaatsing1 in aanmerking moest nemen4 ,houdt de winter lang aan1 dan is het ligchaam der bijen geheel opgezwollen van het opgehoopte vuil1 en zij moeten dan vooral zoo rustig mogelijk blijven staan4 ,gaan zij in dien toestand uit een1 dan kunnen zij den drek niet langer bij zich houden en moeten dien dan1 zoo zij niet kunnen uitvliegen1 in de woning laten vallen2 daardoor bezoedelen zij zichzelven en den bouw1 en komt er niet spoedig een dag1 waarop zij vliegen kunnen1 zoodat zij zich van haar vuil kunnen ontlasten1 terwijl men tevens gelegenheid heeft om het bevuilde werk gedeeltelijk weg te nemen1 dan moet de geheele stok omkomen4 ,in den bijenstal moet men gedurende den winter nooit voorwerpen bergen1 die men nu of dan kan noodig hebben4 ,het uitnemen daarvan zou ligt tot onvoorziene schokken aanleiding geven4 ,nooit moet men er katten in laten1 om muizen weg te vangen4 ,deze konden1 door hare sprongen1 in korten tijd een geheelen stand ten onder brengen4 ,indien men al het mogelijke gedaan heeft om den winter voor de bijen te verligten1 dan kan men hem met vertrouwen te gemoet zien4 ,al was het dat zij vier of vijf maanden opgesloten moesten blijven1 volkomen rustig staande zouden zij al dien tijd haar vuil bij zich kunnen houden4 ,het is evenwel verkieslijk1 dat dit niet langer dan drie maanden behoeft te duren1 en in de meeste winters zal men ook1 binnen dien tijd1 wel eens gelegenheid hebben om zijne bijen te laten vliegen4 ,om de opsluiting niet noodeloos te verlengen1 moet men er niet te vroeg toe overgaan2 want tot in het begin van ,december kan men nog heerlijke dagen hebben1 die eene reinigings-uitvlugt toelaten4 ,zoodra de winter zich echter door vorst of sneeuw aankondigt1 sluit men zijn stal1 en welke schoone dagen nu ook volgen1 men opent hem niet1 voor dat de bijen minstens zes weken opgesloten zijn geweest4 ,komt er in het laatst van ,januarij of in het begin van ,februarij eens een zoogenaamde zomersche dag1 dan kan men daarvan gebruik maken1 om haar eens te laten vliegen4 ,maar men doet dit niet1 wanneer men niet met grond kan verwachten1 dat de dag schoon en warm blijven zal2 de thermometer moet in de schaduw minstens #ej ,f4 teekenen4 ,waait het sterk1 dan kan men haar ook niet uitlaten1 want het vliegen nu niet gewoon zijnde1 zouden zij spoedig worden nedergeslagen4 ,wanneer de grond met sneeuw bedekt is1 en de reinigings-uitvlugt niet volstrekt vereischt wordt1 dan late men haar niet vliegen4 ,allen die op de sneeuw gaan zitten om te rusten zijn verloren4 ,achtte men het vliegen hoog noodig1 dan zou men vooraf den grond voor den stal met stroo moeten beleggen1 waarop de vermoeid te huis komende bijen zich konden plaatsen4 ,welke redenen men ook hebben mag om te veronderstellen dat een dag schoon en warm zal blijven1 toch kan men zich tegen alle verwachting bedriegen4 ,ik heb dat ook eens ondervonden1 doch vond toen ook een middel om de verstijfde bijen weder te doen herleven1 en naar hare stokken terugkeeren2 mijne bevinding wil ik hier mededeelen4 ,tegen elf ure 's morgens maakte ik1 op een zomerschen dag1 in het midden van ,februarij1 mijn bijenstal open4 ,spoedig speelden alle stokken voor2 de lucht in den omtrek was met bijen vervuld4 ,het was een genot1 haar zoo gezond en vrolijk te zien vliegen en te hooren gonzen6 ,maar ziet1 tegen twee ure komen er wolken op1 er begint een koude wind te waaijen en de zon verdwijnt geheel4 ,nu komen de bijen in digte drommen naar huis1 maar een groot gedeelte is onderweg reeds door de koude bevangen en kan het vlieggat niet meer bereiken4 ,duizenden zijn voor den stal nedergevallen en waren reddeloos verloren1 zoo men haar niet te hulp kwam4 ,ik bedenk wat te doen en kom tot het gelukkige besluit1 om de gevallenen op te rapen1 haar in een blikken bak te verzamelen1 en dezen op eene flaauw verwarmde stoof te zetten4 ,over den bak leg ik een doek1 slechts een klein hoekje als een vlieggat openlatende4 ,weldra herleven de bijen1 en zij vliegen door de opening1 ieder naar hare eigene woning4 ,dat dit herleven spoedig plaats had1 kan men daaruit opmaken1 dat wij met ons drien raapten1 en dat tegen vier ure het bakje reeds ledig was1 enkele verongelukten uitgezonderd4 ,is men er toe overgegaan om de bijen uit te laten1 dan moet men1 zoodra alles geopend is of de binnenshuis overwinterde stokken weder op hunne plaats gezet zijn1 de bodems der woningen reinigen4 ,bij de ,dzierzon'sche geschiedt dit met den vroeger beschreven haak 7zie bl4 #abb74 ,voor de korven moet men een helper hebben1 en terwijl dan de eene den korf opligt1 zuivert de andere de onderplank1 of legt er1 wat nog beter is1 eene schoone voor in de plaats4 ,men moet dit zoo spoedig mogelijk doen1 daar de bijen er anders zelve toe overgaan1 en men er haar een vermoeijend werk door ontneemt1 dat daarbij aan velen het leven kost2 bij geene bezigheid zijn de bijen zoo onbeholpen1 als bij het uitdragen van hare dooden4 ,dikwijls blijven zij1 met de haakjes van hare pooten er aan hangen1 zoodat zij er zich niet van kunnen losmaken2 zij vallen dan met haar op den kouden1 natten grond en komen om1 op de lijken die zij uitdroegen4 ,bij het wegnemen der dooden moet men toezien of de moederbij zich ook daar onder bevindt2 hoewel zelden1 toch komt dit nu en dan voor4 ,de stok is dan moederloos1 en kan in dien tijd van het jaar geene volkomene moederbij bekomen1 daar er geene hommels zijn1 om haar te bevruchten4 ,zulk een stok kan men niet laten staan2 hij zou dan spoedig ontvolkt en uitgeroofd worden4 ,het best is hem met den nevensstaanden stok te vereenigen2 de ontvolkte woning kan men dan1 met den bouw dien zij bevat1 bewaren1 om er later een zwerm in te zetten4 ,het vuil1 dat men met de doode bijen op de bodems der woningen1 of op de onderplanken vindt1 moet niet weggeworpen worden4 ,voor een groot deel bestaat het toch uit wasdeksels1 die de bijen van de cellen genomen hebben1 om den honig te kunnen bereiken4 ,men zift het1 om er de doode bijen af te zonderen1 en smelt het later met ander was op4 ,de bijen hebben de dooden niet gaarne in hare nabijheid2 deze moeten daarom niet te digt bij den stal worden geworpen1 want zij zouden haar dan van den grond opnemen en haar verder wegdragen4 ,,de ,,broedaanzetting4 ,ieder bijenkweeker weet dat het mogelijk is de bijen tot het aanzetten van broed aan te sporen1 zelfs op een tijd1 die daarvoor door de natuur geenszins bestemd is4 ,wanneer men b4 v4 laat in den herfst een stok1 die aan alles gebrek heeft1 die bij de karige weide moeite heeft om zijn dagelijksch voedsel te verzamelen1 eenige honigtafels en ook eene tafel met bloemenstof inhangt1 hem 's avonds nog wat laauw-warmen1 eenigzins verdunden honig geeft1 en hem zoo warm mogelijk plaatst1 dan zal die hongerlijder1 zich zoo plotseling in overvloed geplaatst ziende1 als het ware herleven1 en zijn geheelen rijkdom tot het aanzetten van broed aanwenden4 ,een voorraad1 die voor drie maanden tot onderhoud had kunnen dienen1 zal in drie of vier weken verbruikt zijn en de stok zal vol broed staan4--,hieruit volgt1 dat men de broedaanzetting nog veel meer zal bevorderen1 door de bijen1 op een daarvoor geschikten tijd1 in daartoe gunstige omstandigheden te plaatsen4 ,als de dagen iets langer worden1 dan begint zich ook in den bijenstok eene verhoogde werkzaamheid te ontwikkelen4 ,de broedaanzetting neemt dan een aanvang en wordt meer en meer voortgezet en uitgebreid1 indien het de bijen ten minste niet aan honig1 bloemenstof en water ontbreekt1 en wanneer zij tegen de koude van den winter of het voorjaar beschermd zijn4 ,oppervlakkig beschouwd1 zou het voordeelig schijnen om zwakkere stokken reeds vroegtijdig tot de broedaanzetting op te wekken4 ,indien zij slechts eene maand vr de sterke stokken hiermede begonnen waren1 konden zij bij het begin van de dragt aan deze gelijk zijn4 ,de hun gegeven honig zou eene groote winst kunnen opbrengen1 daar jonge bijen in het voorjaar de grootste waarde hebben4 ,men late zich echter niet tot zulk eene handelwijze verleiden6 ,even als men den groei van eene plant in eene broeikast bevordert1 kan men de bijen ook kunstmatig tot volksvermeerdering brengen2 maar de plant is aan hare plaats gebonden4 ,zij kan in eene beperkte ruimte leven2 de bij daarentegen moet de vrije lucht kunnen genieten2 zij moet zich buiten hare woning kunnen reinigen1 hetgeen sterk broeijende stokken ten minste eens in de week moeten doen4 ,dikwerf leveren hiertoe de maanden ,februarij en ,maart1 soms zelfs ook ,april1 geene geschikte dagen op4 ,kunnen zij zich niet geregeld reinigen1 dan houden zij niet alleen met broeijen op1 maar worden ziek2 zij bevuilen elkander en het werk1 en vallen bij honderden1 ja bij duizenden neder2 de geheele stok komt in de grootste ellende1 zoo hij niet geheel ten onder gaat4 ,vallen er van tijd tot tijd geschikte dagen in1 waarop de bijen eene reinigings-uitvlugt kunnen houden1 dan zal men toch van eene te vroege broedaanzetting geen voordeel hebben4 ,een volk1 dat in zijne woning werkzaam is1 wil1 al heeft het aan niets gebrek1 ook daarbuiten bezig zijn en zijn voorraad vermeerderen4 ,in de woning heerscht het voorjaar1 en in de meening dat dit ook daarbuiten zoo zijn zal1 wagen de bijen telkens wanneer de zon doorbreekt verre uitvlugten om1 als zij zich achter wolken verbergt1 op den kouden grond1 of zelfs op de sneeuw neder te vallen en te verstijven4 ,de honig1 aangewend om het broed vroeg in het jaar te vermeerderen1 is dus gewoonlijk niet alleen verloren1 maar daarenboven verliest men meer bijen1 dan er aangekweekt worden1 en de overblijvende verspillen hare krachten nutteloos2 ook de vruchtbaarheid der koningin wordt doelloos verminderd2 putte eene oude moederbij door vervroegde broedaanzetting hare vruchtbaarheid geheel uit1 en stierf zij1 voordat er hommels waren1 om hare opvolgster te bevruchten1 dan kon een sterke stok hierdoor te gronde gaan4 ,de stokken1 die te vroeg tot broedaanzetten zijn opgewekt1 zullen ook meestal1 f in het geheel niet zwermen1 f dit veel later doen dan die1 welke daar later mede begonnen1 maar er dan ook onafgebroken mede voortgingen4 ,in plaats van dus zijne stokken tot eene vroegtijdige broedaanzetting aan te sporen1 moet men elken dag1 dat de bijen in het voorjaar langer in de winterrust blijven1 als eene winst beschouwen4 ,stokken1 die in den winter besloten gestaan hebben1 zoo lang mogelijk te laten staan1 en die1 welke men op een schoonen dag eens had laten vliegen1 weder te sluiten1 zal het doelmatigst zijn4 ,zonder noodzakelijkheid moet men de stokken nooit in hunne winterrust storen1 om hen te vroeg te besnijden of onnoodig te voren4 ,velen beschouwen het bij herhaling openen van eene woning1 en het uitnemen der wastafels1 ook in den zomer als schadelijk1 omdat men er de bijen onnoodig werk door bezorgt1 daar zij alles weder met voorwas bevestigen1 en de inzameling daardoor belet zou worden4 ,dit is echter eene dwaling4 ,de meerdere werkzaamheid in den stok1 veroorzaakt ook eene grootere vlijt bij die bijen1 die honig en bloemenstof verzamelen4 ,de bijen1 die de huisselijke bezigheden verrigten1 halen toch niets in1 maar de groote vlijt1 die zij moeten aan den dag leggen1 spoort ook de indragende aan1 om zich ijveriger te betoonen4 ,daarom zijn ook besneden stokken soms vlijtiger dan andere3 niet omdat zij besneden zijn1 maar omdat zij1 besneden zijnde1 ook moeten bouwen4 ,zij halen dan onbesneden gebleven stokken niet alleen in1 maar streven die vooruit4 ,eene geheel andere zaak is het om de stokken1 bij het einde van den winter1 door veel openen1 besnijden1 voren en dergelijke te verontrusten4 ,dan kan het alleen schadelijk zijn1 want de werkzaamheid1 waartoe de bijen worden opgewekt1 heeft eene inspanning1 soms eene geheele uitputting van hare krachten ten gevolge1 zonder dat de stok daar eenig voordeel van ondervindt4 ,zoolang er buiten niets voor de bijen te halen is1 moet men haar zooveel mogelijk met rust laten1 haar van onnoodig uitvliegen afhouden1 en vooral niet tot broedaanzetten opwekken4 ,men moet daarom de stokken1 die in den herfst niet genoegzaam van voedsel voorzien zijn1 dit dan toevoegen1 om hen1 als in het vroege voorjaar alles opgeteerd was1 niet te moeten verontrusten4 ,alle nuttelooze uitvlugten hebben1 wegens de koude van de lucht en van den grond1 onvermijdelijk volksverlies ten gevolge2 er kon ook onverwachts grootere koude invallen4 ,soms schijnt het dat de lente alles met nieuw leven zal bezielen2 maar in plaats daarvan slaat plotseling het weder om1 en men heeft sneeuwbuijen met kouden wind gepaard4 ,wee den zwakken stokken1 die dan tot eene sterke broedaanzetting opgewekt zijn geworden1 en zich daardoor meer uit elkander begeven hebben4 ,het broed willen zij soms niet verlaten2 zij kunnen den voorraad niet meer bereiken en zich ook niet zamentrekken2 zij verstijven dan op het broed en gaan daarmede te niet4 ,geheel kan deze ongunstige toestand niet voorkomen worden1 wanneer de maand ,februarij zacht weder opleverde1 terwijl het in ,maart ruw en koud is2 maar de bijenkweeker moet zorgen dit gevaar niet te vergrooten1 door zijne bijen1 vr den tijd1 tot de broedaanzetting uit te lokken4 ,als van zelf komt men nu tot de vraag3 ,wanneer moet de broedaanzetting beginnen8 ,met de beantwoording daarvan willen wij ons dan nu bezig houden4 ,sterke stokken hebben somtijds reeds in ,januarij broed aangezet1 terwijl de zwakke er eerst na de eerste reinigingsuitvlugt toe overgaan1 en dat nog niet eens doen1 wanneer er spoedig hevige koude invalt4 ,het voordeeligst zou het te achten zijn1 dat zoowel sterke als zwakke stokken1 er niet voor ,april mede aanvingen2 evenwel kan verschil in de luchtgesteldheid1 het meer of minder gunstig zijn van het weder1 en de aard der weide hierin verandering brengen3 wat in de eene streek laat genoemd moet worden1 zou in eene andere vroeg kunnen zijn4 ,een stok1 die niet te ruim van honig voorzien is1 zal zich niet zeer geneigd toonen om veel broed aan te zetten2 maar stokken1 die rijk aan honig zijn1 en dan gewoonlijk ook nog bloemenstof bezitten1 doen dit reeds vroeg4 ,wanneer zij echter vroeg broed hebben aangezet1 en de winter lang aanhoudt1 dan kan de voorraad opraken1 voordat zij het buiten kunnen halen2 zij moeten dan het broedaanzetten niet alleen staken1 maar ook het aanwezige broed laten afsterven4 ,dit gebrek kan men ontdekken1 doordat men op den bodem der woning en voor het vlieggat uitgeworpen broed vindt liggen4 ,zulk een stok moet dadelijk met voedsel te hulp gekomen worden1 opdat hij met het broedaanzetten voort zou kunnen gaan4 ,de behoeftige stokken moeten1 vooral in ,april1 goed ondersteund worden1 om hen tot het broedaanzetten op te wekken1 en hen daardoor zoo mogelijk tot eenige volkssterkte te doen komen1 tegen dat de voorjaarsdragt begint4 ,het is toch door het groot aantal volk1 niet door de groote hoeveelheid1 die elke bij inbrengt1 dat een goede bijenstok1 bij rijke weide en gunstig weder1 zoo veel kan inzamelen4 ,gedurende de beste dragt moeten dus de stokken het volkrijkst zijn1 om voordeel te kunnen aanbrengen4 ,het volksverlies is dan ook juist het grootst4 ,in volkrijke1 sterk broeijende stokken bemerkt men daar niets van1 omdat het dagelijks uitloopende broed het meer dan herstelt4 ,hoe meer broed een stok bij het begin der hoofdweide heeft1 des te voordeeliger kan hij dit aanwenden1 en daarbij zullen de zwermen1 die hij afgeeft1 sterker zijn en vroeger afkomen4 ,bleef hij echter bij het afnemen der weide even sterk broeijen1 dan zou hij al ligt het als voorraad opgelegde weder aan het broed opofferen1 en bij middelmatige jaren1 na het eindigen der weide1 zelfs door gebrek bedreigd worden1 in plaats van iets te kunnen afgeven4 ,van hoeveel belang het is het broedaanzetten te kunnen bevorderen of beperken1 valt nu duidelijk in het oog1 en de omstandigheden1 die er nog invloed op uitoefenen1 wanneer aan de hoofdvoorwaarde het aanwezig zijn van een ruimen voorraad of eene goede dragt1 voldaan wordt1 verdienen dus wel hier vermeld te worden4 ,warmte is een voornaam vereischte voor het broeijen4 ,hoe grooter zij is1 en hoe gelijkmatiger zij door den stok is verspreid1 des te meer zal het broednest uitgebreid worden4 ,de warmtegraad1 die in een stok heerscht1 hangt van verschillende oorzaken af4 ,vooreerst komt de warmte der buitenlucht in aanmerking2 neemt zij toe1 dan zal het ook in de woning warmer worden4 ,in woningen1 die door de zon beschenen worden1 wordt veel broed aangezet1 en dientengevolge ook het zwermen bevorderd4 ,van meer invloed is evenwel de inrigting der woning4 ,hoe slechter hare wanden de warmte geleiden1 hoe hooger en gelijkmatiger de warmtegraad zijn zal4 ,ook de dikste1 de warmte het slechtst geleidende wanden1 zullen haar toch altijd nog eenigzins doorlaten4 ,dit verlies moet hersteld worden door de bijen1 die in het midden der woning verzameld zijn1 en van daar naar de wanden moet dus de warmte afnemen4 ,in eene lange1 smalle woning zal het voor- en achteraan betrekkelijk koel zijn4 ,veel gelijkmatiger is de warmte verspreid in vierkante1 nog meer in ronde woningen4 ,in deze heeft daarom ook eene gelijkmatige broedaanzetting1 door de geheele woning plaats4 ,het spreekt van zelf dat hetzelfde volk eene kleine woning beter verwarmt1 dan eene grootere4 ,is deze echter naar evenredigheid van hare grootte ook sterker bevolkt1 dan zal zij nog warmer zijn dan de kleine1 omdat de buitenlucht eene groote verwarmde massa betrekkelijk minder afkoelt dan eene kleine4 ,door het vlieggat ontwijkt veel warmte1 en daar de verwarmde lucht naar boven stijgt1 zoo zal het warmteverlies toenemen1 met de wijdte en de hoogte van het vlieggat4 ,is het laag en daarbij onder in de woning aangebragt1 dan zal er het minste warmte verloren gaan2 de bijen worden dan ook tot eene uitbreiding van het broednest uitgelokt1 omdat zij dit gaarne zoo digt mogelijk bij het vlieggat hebben4 ,slechts als de buitenlucht koud is1 en als de bijen zich vooral op de broedaanzetting moeten toeleggen1 is het wenschelijk dat de warmte in de woning besloten blijft4 ,in den zomer1 als zij zich voornamelijk met den honigoogst moeten bezig houden1 wordt groote hitte de bijen tot last2 zij mat haar af en noodzaakt een groot gedeelte werkeloos te blijven1 dat gaat voorliggen om de warmte te ontgaan4 ,om doelmatig genoemd te mogen worden1 zal eene bijenwoning dus zoo ingerigt moeten zijn1 dat men haar naar verkiezing warm of koud1 klein of groot kan maken4 ,met ,dzierzon's woningen kan dit geschieden4 ,door middel van het verkleinplankje1 kan de lengte naar goedvinden verkleind worden4 ,de ruimte1 tusschen dit plankje en de deur1 en die boven de dekplankjes1 met stroo of mos aanvullende1 verkrijgt men dan een zeer warm broedruim2 de broedaanzetting wordt bevorderd en van stokken1 die men tot in den zwermtijd zoo besloten laat1 verkrijgt men daarom de vroegste zwermen4 ,verwijdert men echter bij vermeerdering van volk en ruimere dragt de vulling1 en trekt men het verkleinplankje terug1 dan zal de warmte in de woning verminderd worden1 terwijl er tevens ruimte gewonnen wordt1 waarin de bijen honig kunnen afzetten4 ,men kan1 door de zamenstelling van een warm broednest1 de bijen aanleiding geven om vroeg en veel broed aan te zetten1 en men heeft het eveneens in zijne magt1 om het tot eene zekere ruimte1 tot een bepaald aantal tafels1 te beperken4 ,het is bekend dat het broed zich onafgebroken1 in eene gesloten ruimte bevindt2 het wordt cel voor cel en tafel voor tafel aangezet4 ,wanneer van eene tafel een zeker aantal bijen zijn uitgeloopen1 dan reinigen de werkbijen de cellen1 en de moederbij bezet haar onmiddellijk weder met eijeren1 om het broed gesloten en dus warm te houden4 ,wil men het broednest vergrooten1 dan behoeft men maar eene ledige wastafel1 tusschen twee met broed gevulde tafels te hangen4 ,de moederbij zal zich haasten haar met eijeren te bezetten1 om weder slot in haar nest te brengen4 ,daar het broed van zulke tafels op den #bjsten dag meest te gelijk uitloopt1 zoo zijn zij bijzonder geschikt om er zwakke stokken mede te versterken4 ,van het streven der bijen om haar broednest gesloten te houden1 kan men zich ook bedienen1 om haar met spoed te doen bouwen4 ,hangt men een staafje1 waaraan eene strook wastafel bevestigd is1 tusschen twee met broed gevulde tafels1 dan zullen de bijen deze tafel met verwonderlijke snelheid volbouwen4 ,het verkleinen van het broednest geschiedt door tafels met broed uit de woning te nemen1 die dan ter versterking van zwakke zwermen1 of tot het maken van afleggers kunnen dienen4 ,tegen dit verkleinde broednest hangt men een of twee verzegelde honigtafels1 waarover de koningin zich niet ligt heen begeeft1 om ledige cellen op te zoeken4 ,het beperken van het broednest kan ook zeer goed geschieden1 door er een verkleinplankje tegen te zetten1 waarin men de gaten zoover opent1 dat alleen de werkbijen zich daar achter kunnen begeven 7zie bl4 #hi en #ib74 ,men moet er niet langer mede wachten1 dan tot in de helft der maand ,julij2 het broed1 dat later aangezet wordt1 komt te laat uit om nog in te zamelen1 terwijl het veel honig vereischt2 in den herfst zal men1 tot het versterken van zwakke stokken1 steeds bijen in overmaat hebben1 uit de stokken1 die voor den honigoogst zijn uitgebroken4 ,in den laten nazomer1 wanneer de dragt spaarzamer wordt1 zal de moederbij zich van zelve niet geneigd toonen1 om zich buiten het broednest te begeven1 om tafels1 die tot dusverre vrij van broed waren1 daarmede te bezetten2 maar tegen den zwermtijd wil zij1 zeer vruchtbaar zijnde1 dit wel eens doen2 het moet haar echter zooveel mogelijk belet worden4 ,eene gezonde en vruchtbare moederbij schijnt de werkzaamheid van haar eijerstok willekeurig te kunnen beperken of vermeerderen4 ,eene gebrekkige of door ouderdom verzwakte kan haar daarentegen niet zoo doen stijgen1 dat zij een uitgebreid broednest behoorlijk met eijeren kan bezetten4 ,om veel broed te kunnen verkrijgen1 moet de koningin dus gezond1 jong en zonder gebreken zijn1 terwijl de stok genoeg bevolkt moet zijn1 om het behoorlijk te kunnen bebroeijen en verzorgen4 ,indien er in den nazomer nog eenige dragt bestaat1 kunnen de bijen zich zoo sterk op de broedaanzetting toeleggen1 dat zij nog een uitgebreid broednest verkrijgen4 ,belet men dit niet zooveel mogelijk1 dan kunnen zij haar wintervoorraad geheel aan dit nutteloos broeijen besteden1 en daardoor in volslagen gebrek komen4 ,zelfs bij het voren van stokken1 die hun wintervoorraad niet hebben ingehaald1 moet men in den herfst wel voorzigtig zijn1 daardoor geene aanleiding tot broeijen te geven4 ,men moet hen zoo mogelijk met verzegelde honigtafels1 of bij gebrek daarvan met verdikten honig of kandij voren4 ,wil men hun liever verdunden honig voren1 dan geeft men dien in groote1 snel op elkander volgende giften1 door b4 v4 alle avonden een ,ned4 pond in de woning te plaatsen1 totdat zij hun voorraad hebben4 ,de bijen1 zoo ruim van honig voorzien zijnde1 zullen hem dadelijk in de ledige cellen dragen1 er zoo vele als mogelijk is mede vullen1 en dus de moederbij beletten er velen met eijeren te bezetten4 ,evenwel ziet men zich in zijne verwachting wel eens teleurgesteld1 want gevord wordende bijen zijn steeds tot het aanzetten van broed opgewekt2 vooral zij1 die door kleine giften aanhoudend tot werkzaamheid worden aangespoord1 zullen het niet nalaten2 zij zullen zelfs veel broed zetten1 indien het voren op een tijd geschiedt1 dat zij nog bloemenstof en water kunnen binnenhalen4 ,het voren is dan even doelloos1 als in ,februarij en ,maart4 ,willen de stokken1 die men in den winter te hulp komen moet1 het broedaanzetten volstrekt niet nalaten1 dan is men genoodzaakt er de moederbij uit te vangen en haar1 in een moederhuisje besloten1 in het broednest te hangen4 ,de meeste stokken zullen de gevangen moederbij blijven voren en bezetten2 later laat men haar weder vrij4 ,andere zullen de koningin wel verzorgen1 maar tevens hulpcellen aanzetten4 ,doen zij dit1 en is de koningin ouder dan twee jaar1 dan neemt men haar en de hulpcellen tot op eene na weg4 ,de stok verkrijgt dan eene jonge moederbij2 wordt zij1 zoo er nog hommels aanwezig zijn1 gelukkig bevrucht1 dan kan zij nog een aantal bijen voortbrengen1 waardoor de volksvermindering1 door de lange moederloosheid ontstaan1 hersteld wordt4 ,zulke stokken worden gewoonlijk volkrijk genoeg1 en gaan den winter met ruimen voorraad in4 ,er zijn soms stokken1 die van eene gevangen moederbij niets willen weten1 maar haar laten verhongeren2 de hulpcellen1 die zij aanzetten1 worden zoo als gezegd is1 tot op eene na weggenomen4 ,is het jaar te ver gevorderd1 dan geeft men hun eene moederbij uit een stok1 dien men tegen den winter uitbreekt4 ,in het algemeen kan het wegnemen der moederbij een stok niet benadeelen1 wanneer hij bij een goeden bouw1 overvloed van volk en broed bezit1 en het hommelbroed zich begint te ontwikkelen4 ,is de moederbij ouder dan twee jaar1 dan is het voordeelig1 want men belet het zwermen1 en de bijen1 geen broed meer te verzorgen hebbende1 zetten hulpcellen aan1 waardoor zij eene jonge moederbij bekomen1 terwijl zij het ingezamelde geheel als voorraad kunnen opleggen4 ,ontneemt men de hulpcellen aan een stok1 dien men vroeger van zijne koningin beroofd had1 en geeft men hem eene op het uitloopen staande moederwieg in de plaats1 dan zal hij deze blijven bebroeijen1 en binnen weinige dagen weder eene regentes hebben1 waarna er dat jaar geen hommelbroed meer aangezet zal worden1 omdat jonge moederbijen het eerste jaar zelden aan zwermen denken4 ,zulke stokken bevatten gewoonlijk veel honig1 want wat in anderen door de hommels en hun broed gebruikt wordt1 wordt hier als voorraad opgelegd4 ,hoeveel honig aan hommelbroed ten koste gelegd moet worden1 kan men opmaken uit de zwaarte van eene daarmede gevulde tafel4 ,de bijenhouder moet dit broed daarom zoo veel mogelijk weren 7zie bl4 #bf74 ,ook moet men1 daar alle broed veel honig vereischt1 de bijen maar niet zoo veel laten aanzetten als zij willen1 om het daarna bij den honigoogst1 meedoogenloos te dooden1 tot het bekomen van eenige ponden honig1 die de stokken soms1 lang voor het aangezet werd1 reeds bezaten2 terwijl zij1 bij verhindering der broedaanzetting1 zooveel te meer gevulde honigtafels zouden bezitten4 ,zelfs kan1 indien men het broeijen en zwermen geheel vrijlaat1 alle in den voorzomer ingezamelde honig1 aan het broed besteed worden4 ,het vele zwermen doet haar dan verscheidene dragtdagen verzuimen1 en levert de nazomer eindelijk een schralen oogst op1 dan zullen de stokken1 hoe gunstig ook het voorjaar mag geweest zijn1 in den herfst zonder voorraad zijn en den winter1 zonder sterke ondersteuning1 niet te boven kunnen komen4 ,,het ,,vo,,ren4 ,men onderscheidt het voren1 naar de omstandigheden die er toe leiden1 in speculatief voren en voren uit nood4 ,het speculatief voren geschiedt in het voorjaar1 om de bijen tot eene ruime broedaanzetting op te wekken1 waardoor de volkssterkte bij de eerste hoofdweide de zaadbloem1 tot de grootste hoogte gebragt wordt4 ,men moet dan1 drie of vier weken voordat men meent dat de weide zal beginnen1 tot het voren overgaan1 haar in groote giften1 van minstens #a ,ned4 pond1 laauw warmen1 verdunden honig gevende4 ,om den anderen avond geeft men haar tot driemalen zulk eene gift4 ,door dezen ruimen voorraad worden de bijen tot groote werkzaamheid opgewekt1 en de moederbij bezet vele der gereedgemaakte cellen met eijeren4 ,dit broed zal nu in den aanvang der hoofdweide beginnen uit te loopen1 en gaat alles zoo als wij dat berekenden1 dan zullen de aangekweekte bijen1 den aan haar ten koste gelegden honig ruim vergoeden4 ,valt daarentegen het weder tegen1 zoodat de hoofdweide zich langer laat wachten dan men vermoed had1 dan moet men zulke stokken1 die alles aan het broed verspild hebben1 sterk blijven voren1 waardoor men van zijne speculatie meer schade dan voordeel heeft4 ,ik bepaal mij daarom alleen tot het voren uit nood1 tot het te hulp komen van die stokken1 die hun voorraad opgeteerd hebben1 de anderen zooveel mogelijk met rust latende4 ,om broed te kunnen aanzetten1 moeten de bijen niet alleen honig of suiker en water1 maar ook bloemenstof hebben1 en dit ontbreekt haar veeltijds1 waardoor bij ruimen honigvoorraad de broedaanzetting toch maar traag voortgaat4 ,is het weder te ongunstig om dit stof buiten te verzamelen1 dan moet men het haar ook zoo mogelijk toevoegen1 waarom het van belang is1 bij het uitbreken van stokken1 die tafels1 welke geheel of gedeeltelijk met dit stof gevuld zijn1 zorgvuldig te bewaren4 ,vooral in moederlooze stokken vindt men soms bijna alle tafels uit het broednest daarmede gevuld4 ,daar het stof zeer ligt uitdroogt of beschimmelt1 en daardoor ongeschikt voor de bijen wordt1 moet men het met honig of suikerstroop overgieten1 waardoor het zeer lang bewaard kan worden4 ,ook kan men de gedeeltelijk met bloemenstof gevulde tafels verbrijzelen1 en haar aldus onder den voor voeder bestemden honig bewaren4 ,het bloemenstof uit zulk voedsel gebruiken zij met graagte1 en het wekt haar tot eene sterke broedaanzetting op4 ,er gaat echter op deze wijze een gedeelte der wastafels verloren1 want de bijen dragen deze naar buiten of bijten haar tot gruis4 ,kan men geen bloemenstof aan de stokken1 die men tot broedaanzetten wil opwekken1 toevoegen1 dan kan men dit vervangen door tarwen- of roggenmeel 7zie bl4 #db72 men moet zorg dragen dat dit meel door regen of dauw niet vochtig wordt1 want dan kunnen de bijen het niet meer opnemen4 ,het natuurlijke voedsel der bijen is honig2 doch alle zoetigheden worden door haar aangenomen1 en met het beste gevolg geeft men haar suikerstroop1 kandij #af en nu sedert een paar jaar ook #d deelen ,surinaamsche suiker1 met #a deel honig tot eene pap gemaakt4 ,zelfs blanke aardappelstroop1 met een weinig suiker of honig dooreen gesmolten1 kan men haar gerust geven4 ,in de gewone strookorven is het voren zeer lastig2 het voedsel kan alleen van onderen gegeven worden4 ,moeten de bijen1 daarin geplaatst1 in het voorjaar ondersteund worden1 dan zet men den korf tegen den avond1 als de vlugt heeft opgehouden1 op den kop1 giet er eenige lepels verdunden honig in1 dekt hem met een kleedje en laat hem zoo een paar uren staan1 totdat de bijen den honig hebben opgenomen4 ,men herhaalt dit om den anderen dag4 ,wil men deze omslagtige wijze vermijden1 hetgeen soms door het koele weder noodzakelijk wordt gemaakt1 dan kan men ook verboterden honig nemen1 daarvan #a of #b ,ned4 pond met een lepel afschrappende1 zoodat er geene brokken in blijven4 ,men doet dezen in een grof linnen zak1 legt dien onder op het werk1 bedekt hem met een papier of eene ledige wastafel en steekt alles met houten pennen vast1 opdat het bij het omkeeren van den korf niet naar beneden zou vallen4 ,het papier of de wastafel dient om den honig1 die door den zak kon druipen1 op te vangen4 ,op deze wijze kan men de bijen voor een paar weken in eens voorzien4 ,ook kan men op het een weinig gelijk gesneden werk stukken kandij leggen1 deze met een natten doek of beter nog met eene natte spons bedekken1 daarover een kleedje leggen en dan de opene ruimte van den korf met een kafkussen aanvullen4 ,men kan hem dan op den kop laten staan4 ,niettegenstaande de onnatuurlijke stelling1 kan men op deze wijze zelfs een stok1 die bijna geen eigen voorraad heeft1 door den winter brengen4 ,om de vier weken ziet men er maar eens naar1 of er nog genoeg kandij is en giet wat water op den doek of de spons2 in het voorjaar1 als zij meer voedsel behoeven1 ziet men er om de #ad dagen naar4 ,neemt men in plaats van kandij1 ,surinaamsche suiker1 met blanke aardappelstroop tot eene stijve pap gemaakt1 en legt men deze in een zak op het werk1 dan behoeft men daar geen nat voorwerp op te leggen4 ,heeft men boven in de strookorven openingen gemaakt1 dan kan het voren met behulp der voederbakjes 7zie bl4 #abe7 veel gemakkelijker geschieden4 ,men kan dan1 indien men met dunnen honig of blanke aardappelstroop wil voren1 ook gebruik maken van eene blikken buis1 die in de opening in den korf past4 ,men laat aan den onderkant een rand maken1 waarover een doek gebonden wordt1 vult haar dan met het voedsel1 legt er een deksel op1 smeert de reet tusschen de buis en den korf met klei digt1 en bedekt de buis met een bloempot2 de reet tusschen dezen en den korf wordt ook met klei gesloten4 ,de bijen zullen nu het voeder1 dat door den doek zijpelt1 oplikken en men behoeft van tijd tot tijd de buis maar aan te vullen4 ,in plaats van eene blikken buis1 kan men zich ook bedienen van een zoogenaamd suikerglas1 waaruit men den bodem heeft laten springen4 ,men behoeft dan het deksel niet af te nemen1 doch kan aan de buitenzijde zien of er nog voorraad in is4 ,de verschillende wijzen van voren1 die ik hier opgeef1 zijn allen door mij meermalen met goed gevolg aangewend4 ,men kan er zich op verlaten1 maar moet vooral zorg dragen alles zoo te sluiten1 dat vreemde bijen door den reuk niet tot rooverij worden uitgelokt2 door alles met kleedjes te bedekken1 moet men den invloed der koude onschadelijk maken4 ,in ,dzierzon's woningen geschiedt het voren veel gemakkelijker dan in korven4 ,door het uitnemen der tafels weet men bij deze met zekerheid of er behoefte aan voedsel bestaat1 terwijl dat bij de korven1 door het wegen met de hand1 daarnaar slechts geraden worden moet4 ,men kan zich daarbij grootelijks vergissen1 omdat een korf veel broed1 van een beduidend gewigt kan hebben1 terwijl de voorraad opgeteerd is4 ,men moet daarom goed opletten1 of de bijen in de strookorven ook onvolwassen broed uittrekken1 want dit is een zeker teeken dat er volslagen gebrek is1 zoodat het voren van den stok dan geen oogenblik meer uitgesteld mag worden4 ,de beste en natuurlijkste wijze om in ,dzierzon'sche woningen te voren1 bestaat in het inhangen van tafels met verzegelden honig4 ,men neemt dan den bouw tot aan de zitplaats der bijen weg1 hangt daar twee of meer verzegelde honigtafels tegen1 en hangt hiertegen de eerst uitgenomen tafels4 ,niet altijd kan men evenwel over verzegelde honigtafels beschikken4 ,zij kunnen vervangen worden door in ledige wastafels honig of suikerstroop te gieten1 waarna men deze nog met fijne witte suiker bestrooit1 om het uitloopen van het voeder te beletten4 ,indien de bijen hare zitplaats diep in de woning hebben1 en men alle tafels tot daartoe niet wil uitnemen1 dan kunnen de honigtafels haar ook boven hare zitplaats gegeven worden1 door een der dekplankjes weg te nemen4--,in plaats van deze tafels kan men ook stukken dikken1 verboterden honig1 in papier wikkelen1 zoodat zij maar aan eene zijde ontbloot zijn4 ,met dien kant worden zij op de staafjes gelegd4--,of men legt op de staafjes een linnen zak1 die met suiker1 met aardappelstroop tot een brij gekneed1 is gevuld4--,vort men met kandij1 dan wordt ook deze op de staafjes gelegd1 en met een doek of eene spons1 die te voren natgemaakt is1 bedekt2 wanneer de vorst het niet belet1 dan moet men om de acht dagen den doek of de spons wat bevochtigen2 want is de kandij te droog1 dan kunnen de bijen haar1 bij gemis van water1 niet gebruiken4--,vroeger is reeds opgegeven hoe het voren met de voederbakjes geschiedt1 die meer bepaald voor dun voedsel dienen4 ,welk voedsel men ook op de staafjes legt1 altijd moet dit zoo goed mogelijk met plankjes belegd1 en de ruimte daarboven met mos gevuld worden1 zoowel tegen de koude1 als omdat de bijen niet naar boven zouden kruipen4 ,is het vlieggat niet onmiddellijk tegen den bodem der woning1 maar een weinig daarboven aangebragt1 dan kan men1 door middel van een trechter met eene gebogen pijp1 dunnen honig of stroop door het vlieggat1 op den bodem der woning gieten4 ,dit voeder zal niet wegvloeijen1 daar de bijen alle reten digtmaken2 wanneer men ten minste tegen de deur eene rigchel van klei legt4 ,op deze wijze kan men maar weinig voeder in eens geven1 zoodat het elken avond herhaald moet worden4 ,al voert men de bijen niet op deze wijze1 dan is het toch altijd goed1 dat het vlieggat een weinig boven den bodem is aangebragt4 ,staat het te laag1 dan dragen de bijen de kleine stukjes kandij of de verbrokkelde wastafels1 die op den bodem gevallen zijn1 naar buiten1 zoodat zij verloren gaan4 ,deze wijze van voren1 kan alleen in het voorjaar1 wanneer de bijen zich uit een kunnen begeven1 worden toegepast4 ,men kan het voeder dan ook in de vroeger beschreven voederbakjes doen1 en deze1 zonder deksel1 op den bodem der woning plaatsen4 ,in het voorjaar is het ook zeer goed de bijen een weinig water te geven4 ,men giet het in wastafels1 en hangt deze in de woning4 ,men kan haar dan ook met kandij of versuikerden honig voren1 die zij zelf zullen verdunnen4 ,het water1 dat men haar geeft1 mag niet met suiker of honig vermengd worden1 want dan vallen zij er te begeerig op aan1 en zouden door er te veel van te gebruiken1 den loop kunnen krijgen1 indien het weder haar belette uit te vliegen1 om zich van het overtollige vocht te ontlasten4 ,in vele woningen vormt zich steeds een aanslag1 die de bijen voldoende van water voorziet4 ,andere1 inzonderheid de zamengestelde woningen1 houden zich bijzonder droog1 zoo zelfs1 dat de bijen in het voorjaar grooten dorst toonen te hebben4 ,men moet haar dan water in hare woning geven1 of bij goed vliegbaar weder1 haar in de gelegenheid stellen dit daarbuiten te verzamelen 7zie bl4 #ch74 ,voor vele1 vooral pas beginnende bijenhouders1 is het voren eene lastige zaak4 ,mij heeft het aanvankelijk veel moeite en schade berokkend4 ,ik heb daarom gemeend het niet te vlugtig te moeten behandelen4 ,de verschillende wijzen van voren1 boven opgegeven1 heb ik allen bij ondervinding als zeer doelmatig leeren kennen4 ,vort men met honig1 dan moet men zich alleen van eigen honig bedienen4 ,kocht men daarvoor honig1 van welks zuiverheid men niet bepaald overtuigd was1 dan kon men zijn geheelen stand ten onder brengen1 indien het ongeluk wilde dat daaronder ook honig uit vuilbroedige stokken was4 ,om dit gevaar te ontgaan1 moet men veel liever met suiker of kandij voren4 ,bij gemis van verzegelde honigtafels vor ik altijd met kandij4 ,deze is goedkooper dan honig en daar zij volstrekt niet naar honig ruikt1 geeft men ook geene aanleiding tot rooven4 ,de minste honigreuk maakt de bijen dadelijk opmerkzaam2 bij het voren moet men daarom vooral zorgen niet te storten1 en het mag ook alleen 's avonds1 als alle vlugt heeft opgehouden1 geschieden4 ,den volgenden morgen moeten1 voordat de vlugt begint1 alle voedergereedschappen1 die onder in de woningen geplaatst zijn1 weggenomen en van den stand verwijderd worden4 ,suiker of kandij kan men op alle uren van den dag geven1 maar verdund voedsel mag niet onder in de woning gesloten worden1 dan bij volstrekt onvliegbaar weder4 ,,de ,,kunstzwermen ,,of ,,afleggers4 ,hier te lande komen de natuurlijke zwermen gewoonlijk in ruime mate1 en soms zelfs zoo overtollig voor1 dat het wenschelijk is hen te beperken4 ,eene kunstmatige bewerking1 om zwermen te verkrijgen1 zou dus als nutteloos beschouwd kunnen worden voor den bijenkweeker1 die alleen op winst bedacht is4 ,dit is evenwel het geval niet4 ,bij het gunstigste weder kan het soms lang vertragen eer de zwermen afkomen1 zoodat men zijne stokken dagen1 ja weken achtereen te vergeefs bewaakt4 ,om van dit bewaken ontslagen te zijn1 en de zwermen zoo vroeg en zoo geregeld mogelijk te hebben1 drijft men hen dan veelal kunstmatig af4 ,dat vooral de voorzwermen zoo vroeg mogelijk afkomen1 is van het grootste belang4 ,een verschil van acht dagen kan maken dat de eene zijn bouw reeds voor een groot gedeelte heeft opgetrokken1 ja reeds eenigen voorraad heeft opgelegd1 als de andere nog moet beginnen te bouwen1 en slaat het weder om1 dan moet hij ver ten achter blijven4 ,ook het nazwermen is spoediger afgeloopen1 wanneer men de voorzwermen geregeld van zijne stokken kan nemen1 want zij kunnen hoogstens drie weken na deze afkomen4 ,eindelijk kan men gedwongen zijn tot de kunst zijne toevlugt te nemen1 wanneer men zijn stand nog vergrooten wil4 ,bij eene zeer rijke weide1 maken toch de bijen zelve soms het zwermen onmogelijk1 door de cellen zoo spoedig met honig te vullen1 dat de moederbij er slechts weinige met eijeren kan bezetten1 waardoor de volksvermeerdering gering moet blijven4 ,in zulke jaren kan men ook maar zeer weinig kunstzwermen verkrijgen1 want men moet als een vaste regel aannemen1 nooit zulke zwermen te maken1 wanneer de stokken niet zwermgeregt zijn4 ,om zwermgeregt te wezen moet een stok volkrijk zijn2 hij moet veel broed en gesloten moederwiegen of anders ongedekt broed bezitten1 om daaruit hulpcellen te kunnen1 aanzetten2 er moet reeds eenige honig zijn opgelegd2 op den stand moeten er reeds hommels vliegen1 of anders moet er hommelbroed aanwezig zijn1 dat op het uitloopen staat4 ,al wordt aan deze eischen voldaan1 dan mag men toch nooit kunstzwermen maken1 dan bij eene ruime dragt4 ,zij onderscheiden zich toch van de natuurlijke zwermen daardoor1 dat deze zich voor het afvliegen van een belangrijken voorraad honig voorzien1 terwijl de kunstzwermen maar in de haast een weinig medenemen4 ,zoo er dus onvliegbaar weder inviel1 nadat men deze zwermen had gemaakt1 dan moest men hen dadelijk met voeder bijspringen1 indien dit in den aanvang niet geschied was2 anders zouden zij1 als honger- of bedelzwermen1 de woningen weder moeten verlaten4 ,hoe korter de dragt is1 welke hun nog ten dienste staat1 hoe minder broed en wastafels men hun kan toevoegen1 en hoe grooter de woning is1 welke zij bevolken moeten1 des te sterker moet men de zwermen maken4 ,wanneer zij toch den wintervoorraad nog geheel moeten inhalen1 ja zelfs daarbij den bouw nog optrekken moeten1 dan dient ook de bevolking talrijk te zijn1 omdat de jonge bijen eerst na verloop van drie weken uitloopen1 wanneer de dragt veelal reeds merkelijk bekort is4 ,vroege afleggers1 die de volle dragt nog voor zich hebben1 kunnen minder sterk zijn4 ,het is echter voordeelig ook dezen eenige wastafels1 en zoo mogelijk een geheelen bouw1 toe te voegen4 ,de koningin kan dan1 zoodra mogelijk1 veel broed aanzetten1 terwijl zij anders daarvoor gebrek aan cellen zou hebben1 want daar de zwerm zwak is kan hij niet zoo spoedig cellen aanbouwen1 als de koningin haar met eijeren bezet4 ,komt men de bijen in zulk een toestand sterk met voeder te hulp1 dan zal dit later ruime winst opbrengen4 ,behalve het bovengenoemde bestaat er nog een tweede verschil1 tusschen natuurlijke zwermen en kunstzwermen4 ,de eersten hebben hunne oude standplaats vergeten1 de laatsten daarentegen zoeken haar weder op4 ,het is daarom dat de meest gebruikelijke wijzen om kunstzwermen te maken1 een tweeden stand vereischen1 minstens een half uur verwijderd van dien1 waarop de moederstokken staan4 ,in de laatste jaren heeft men ook middelen bedacht om dit bezwaar1 voor velen een bepaald beletsel1 op te heffen4 ,dit is van te meer gewigt1 omdat bij zamengestelde woningen aan geen verplaatsen gedacht kan worden1 al kon men over een tweeden stand beschikken4 ,de oudste en meest bekende wijze om kunstzwermen te maken1 is het aftrommelen4 ,de oude1 vruchtbare moederbij wordt1 met het grootste gedeelte der bijen1 uit de bebouwde woning gedreven2 men laat haar in eene ledige woning overgaan1 waarin zij een nieuwen stok moeten uitmaken4 ,het afdrijven of aftrommelen van den zwerm geschiedt het best 's namiddags1 bij schoon1 warm weder4 ,is het een korf1 waar de zwerm uitgedreven moet worden1 dan neemt men dezen van zijne plaats1 en zet hem eenige schreden achter den bijenstand1 met den kop naar onder1 in een daartoe in den grond gegraven kuiltje of beter nog in een daartoe geschikten stoel met eene opening1 waarin de korf hangt4 ,intusschen zet men een ledigen korf op zijne plaats in den stal1 waarin de van het veld te huis keerende bijen zich verzamelen kunnen4 ,in den korf1 die nu onderste-boven staat1 blaast men een weinig rook1 en zet er een ledigen korf1 of een ring1 met een deksel gesloten1 op4 ,de naad1 tusschen beide korven1 wordt1 door daarom heen een doek te slaan1 zoo gesloten1 dat er geene bijen door kruipen kunnen4 ,met de vlakke hand1 of met een paar dunne stokjes1 begint men nu tegen den kop van den ondersten korf zacht te kloppen2 langzamerhand verwijdert men zich daarbij verder van den kop4 ,ten gevolge van het geraas en van de warmte1 door den ingeblazen rook veroorzaakt1 begeven zich de meeste bijen1 en daarbij ook de koningin1 naar den bovensten korf4 ,gewoonlijk heeft dit in enkele minuten1 hoogstens binnen een kwartier1 plaats4 ,wilden de bijen niet gemakkelijk naar den bovensten korf opklimmen1 dan moest men haar nogmaals berooken1 en haar daarbij naar die zijde drijven1 waar zij toonen te willen opklimmen2 met het kloppen houdt men aan4 ,om de bijen1 die zich tusschen de tafels zouden willen vastzetten1 tot het opklimmen te noodzaken1 blaast men rook door het vlieggat en steekt1 in de rigting der tafels1 eenige gaatjes in den kop van den korf1 waardoor men met de rookpijp dan ook rook blaast4 ,het oor tegen den bovensten korf houdende1 kan men hooren of daar vele bijen in zijn opgeklommen4 ,nu neemt men den korf weg1 en ziet men dat zich een zwerm van voldoende sterkte daarin heeft vereenigd1 dan zet men hem op eene zwart geverwde plank1 of op zwart papier4 ,blijven de bijen langer dan een half uur rustig1 en trekken zij zich meer en meer te zamen1 dan kan men verzekerd wezen dat ook de moederbij in den zwerm is1 en de bewerking kan als goed gelukt beschouwd worden4 ,meestal zal men zich van de tegenwoordigheid der moederbij reeds na een kwartier kunnen overtuigen1 door de eijeren1 die men op de plank of het papier1 onder den korf liggende1 kan ontdekken4 ,de koningin kan toch1 gedurende de drukste eijerlage1 onverwachts uitgedreven wordende1 niet plotseling met leggen ophouden1 maar moet1 bij gebrek aan cellen1 de eijeren laten vallen4 ,ontdekte men geene eijeren1 en werd de zwerm onrustig2 kwamen de bijen buiten over den korf heen en weder loopen1 als of zij iets zochten1 dan kan men verzekerd zijn dat de moederbij in den ouden stok is teruggebleven3 de bewerking moet dan herhaald worden1 en de tweede maal zal men in den regel beter slagen4 ,het terugblijven der koningin is wel eens het gevolg daarvan1 dat zij de haakjes van hare pooten verloren heeft1 en daardoor niet tegen den wand van den korf kan opklimmen4 ,het is daarom goed om te beginnen met in den ondersten korf een paar stukken van ledige wastafels te zetten1 die tot in den ledigen korf reiken4 ,de moederbij kan daartegen gemakkelijk opklimmen1 en de bijen1 die men er nog op vindt1 nadat de korven van elkander zijn genomen1 veegt men met eene ver bij den zwerm4 ,soms vindt men er ook de koningin nog opzitten1 en haar bij den zwerm voegende1 is men zeker van zijne zaak4 ,de ontdekking van ,schirach dat de bijen1 uit elke werkbijenmade1 mits niet ouder dan vier dagen zijnde1 eene koningin konden aankweeken #ag1 gaf hem aanleiding om in korven1 ook op de volgende wijze kunstzwermen zamen te stellen2 men noemt haar het ,schirach'sche bedrog4 ,in het bovenste gedeelte van een ledigen korf1 bevestigt men eene ledige wastafel1 die ongedekt broed bevat1 en zet hem op de plaats van een sterk bevolkten korf1 dezen elders zettende4 ,de nog uit den korf vliegende bijen1 zoowel als de uit het veld terugkeerende1 vliegen allen naar de bekende plaats en trekken in den ledigen korf4 ,daar bemerken zij het bedrog1 en zijn wel wat onwillig om in den korf te blijven1 maar geen ander onderkomen hebbende1 schikken zij zich in haar lot1 en leggen uit het haar gegeven broed hulpcellen aan4 ,in de meeste gevallen zullen de zwermen volkomen gelukken4 ,zij heeten zwermen door bedrog1 en dat met het meeste regt2 maar het grootste bedrog pleegt de bijenhouder jegens zich zelven4 ,hij denkt zich te bevoordeelen1 en meestal zal het omgekeerde plaats hebben4 ,door het verplaatsen berooft men den moederstok van al het volk1 dat reeds had uitgevlogen1 zoodat hij veelal te weinig overhoudt1 om het broed te verzorgen4 ,aan inzamelen valt in de eerste acht dagen niet te denken1 en hij zal in het geheel niet zwermen1 of nog zeer laat een zwerm geven4 ,men krijgt een goeden en vroegtijdigen voorzwerm minder4 ,en wat heeft men van den zwerm te wachten8 ,het duurt zeker drie weken eer de aangekweekte moederbij met de eijerlage zal beginnen1 en het broed behoeft nog drie weken ter ontwikkeling1 waardoor deze stok1 in zes weken1 zonder eenigen toevoer van bijen blijft4 ,in dien tijd zal de zwerm1 door het dagelijksch verlies1 wel tot op de helft gedund zijn4 ,ook zal er niet veel honig opgelegd zijn1 daar deze grootendeels aan het broed en de wasbereiding is besteed4 ,begint de nieuwe bevolking de cel te verlaten1 dan is de beste dragt voorbij1 zoodat men van zulk een stok weinig genoegen kan hebben1 en hem altijd sterk zal moeten ondersteunen1 om hem door den winter te brengen4 ,bij ,dzierzon's woningen1 geschiedt het aftrommelen der zwermen veel beter dan bij strookorven4 ,de bewerking kan daarin niet tegenvallen4 ,des noods kan men alle tafels uitnemen1 om de moederbij te vangen1 en deze dan zooveel bijen toevoegen1 als men noodig oordeelt4 ,deed men het in een tijd1 dat er nog niet veel honig in de stokken was1 dan zou dit de zekerste1 en misschien ook de kortste weg zijn4 ,zijn evenwel de stokken reeds honigrijk1 en de verzwaarde tafels reeds aan de wanden der woning vastgebouwd1 dan moet men een anderen weg inslaan1 die zich rigten moet naar den vorm der woning4 ,in eene staande woning maakt men de honigkamer ledig1 en schuift in de bovenste groef twee ledige staafjes2 het eene tegen den voorwand1 het andere tegen de deur4 ,op deze beide staafjes legt men een plankje #ah1 dat juist in de woning past1 en aan welks onderkant twee of drie smalle strooken wastafel zoo bevestigd zijn1 dat zij tegen den voorwand der woning hangen4 ,nu worden de dekplankjes weggenomen1 waarna men van onderen rook tusschen al de tafels blaast1 en tevens zacht klopt op den bodem en de wanden der woning4 ,is zij zamengesteld1 dan zal dit de bijen in de andere afdeelingen niet hinderen4 ,men houdt met deze bewerking aan1 tot dat men de koningin naar boven heeft zien klimmen1 of met waarschijnlijkheid vermoedt1 dat zij zich onder de bijen bevindt1 die zich onderaan het plankje tot een tros verzameld hebben4 ,door dit plankje weg te nemen1 neemt men den geheelen zwerm in eens uit de woning1 en kan hem in de nieuwe woning1 die hij zal moeten bevolken1 daar weder afschudden4 ,de stukken wastafel1 onderaan het plankje bevestigd1 maken het de bijen gemakkelijk zich daar vast te houden1 zoodat zij er niet afvallen1 als men het uit de woning neemt4 ,men moet zich hiermede niet haasten1 maar het liever eenigen tijd laten hangen3 aan de meer of minder rustige houding der bijen zal men dan met zekerheid kunnen ontdekken1 of de koningin zich daar al dan niet onder bevindt4 ,is zij er onder1 dan trekken de bijen zich meer en meer te zamen2 in het omgekeerde geval1 begeven zij zich binnen een kwartier weder uiteen2 men is dan genoodzaakt het werk uit te nemen1 en haar op de tafels1 of op den bodem der woning te zoeken4 ,in eene liggende woning bekomt men de moederbij gewoonlijk gemakkelijk1 door de eene deur te openen en de bijen1 door rook en kloppen1 naar de andere te drijven4 ,opent men die dan spoedig1 dan vindt men de koningin meestal op de eerste of tweede tafel1 die men dan1 zoo als zij is1 overhangt in de woning1 die door den zwerm bevolkt moet worden2 daarin doet men dan nog zoovele bijen1 als men noodig acht1 waarna de zwerm tot stand gebragt is4 ,een zwerm1 welke op eene der aangegeven wijzen is afgedreven1 moet zoo mogelijk naar een verwijderden stand gebragt worden4 ,velen zetten hem1 om dit bezwaar te voorkomen1 op de plaats van den moederstok1 dezen ergens anders plaatsende4 ,daardoor kan evenwel de moederstok aan groot gevaar blootgesteld worden4 ,hij verliest toch meest al het volk1 dat reeds gevlogen had1 7zijne oude plaats opzoekende versterkt dat den zwerm71 en hij behoudt dan niet genoeg bijen1 om het broed te verzorgen1 dat daardoor zal afsterven4 ,beter zou het dan zijn den zwerm op de plaats van een moederstok te zetten1 waarvan reeds acht dagen vroeger een zwerm was afgedreven4 ,in dezen zou het broed geen gevaar loopen af te sterven1 daar het1 reeds bedekt zijnde1 zonder verdere verzorging kan uitkomen4 ,ook zou hij waarschijnlijk geen nazwerm meer geven1 dat als gunstig moet beschouwd worden4 ,is de moederstok op zijne oude plaats blijven staan1 dan blijft hij als gewoonlijk vliegen4 ,den eerstvolgenden nacht zal hij1 zijne moederloosheid ontdekt hebbende1 hulpcellen aanzetten1 indien er geene moederwiegen aanwezig zijn4 ,in het eerste geval kan men er na verloop van #ad dagen1 en in het tweede nog spoediger een nazwerm van verwachten #ai1 wanneer men hem ten minste niet te veel verzwakt heeft1 hetgeen men nooit doen mag1 wegens de zorg1 die het ongedekte broed nog vereischt4 ,men doet beter den zwerm niet te sterk af te drijven1 maar hem liever met broedtafels of met bijen uit andere stokken te versterken4 ,deze bijen verkrijgt men1 hetzij door haar ook door rook naar boven te drijven1 hetzij door haar van de deuren en de eerste wastafels met eene ver af te vegen4 ,men behoeft voor geene onvriendelijke opname te vreezen1 indien men deze bij den zwerm voegt1 daar de bijen van werskanten beschroomd zijn4 ,voor de zekerheid is het echter goed haar met muskuswater te besprenkelen4 ,om de moederbij in geen geval aan gevaar bloot te stellen1 is het goed haar in een moederhuisje te sluiten1 en haar eerst na #bd uren los te laten4 ,het zou ook kunnen gebeuren dat men1 door bijen uit andere stokken te geven1 eene tweede koningin in den zwerm gebragt had4 ,om hier zekerheid van te hebben1 neemt men de opgesloten moederbij slechts eenigen tijd uit de woning2 blijven de bijen dan rustig1 dan zullen zij nog eene regentes hebben1 doch worden zij onrustig1 dan geeft men haar de gevangene terug4 ,is men hierdoor1 of op eenige andere wijze1 in het bezit van eene vruchtbare moederbij geraakt1 dan kan men daar terstond weder een aflegger mede maken1 door haar uit volkrijke stokken bijen toe te voegen4 ,met eene onbevruchte koningin kan dit niet geschieden1 want de bijen1 die men haar geeft1 zouden haar ombrengen1 omdat zij aan eene bevruchte moederbij gewend zijn4 ,men plaatst de koningin in een moederhuisje1 en bevestigt dat in een transportkastje1 aan de bovenzijde van het draadwerk4 ,vindt men nu1 bij het openen der woningen1 waaraan men de bijen ontnemen wil1 dat er velen op de deuren zitten1 dan steekt men deze met het eene einde in het kastje1 en veegt er alle bijen af1 die zich dadelijk naar voren zullen begeven1 omdat zij daar licht zien invallen1 en dus meenen te kunnen ontsnappen4 ,zij zien zich hierin bedrogen1 maar ontdekken de gevangen moederbij1 en verzamelen zich daar om heen4 ,men herhaalt deze bewerking bij zoovele goed bevolkte woningen1 tot dat men meent een zwerm van voldoende sterkte te hebben4 ,mogten er op de deuren niet genoeg bijen gevonden worden1 dan neemt men haar ook van de eerste tafels4 ,zoo als boven reeds gezegd werd1 zijn de bijen in dezen toestand allen eenigzins vreesachtig1 en laten dus elkander met rust4 ,evenwel is het voor alle zekerheid goed wat rook in het kastje te blazen1 of de bijen met muskuswater te besprenkelen4 ,daarna wordt het gesloten en naar den verwijderden stand gebragt1 waar men de bijen in de voor haar bestemde woning overplaatst4 ,het ontnemen van bijen geschiedt het best gedurende de volle vlugt4 ,men verkrijgt dan voornamelijk jonge1 die zich met de broedverzorging bezig houden1 terwijl de meeste oudere1 die reeds voorraad inhalen1 in den stok blijven4 ,door de vermoeidheid van de vliegende1 en de afwezigheid van vele bijen1 heeft men dan ook de minste steken te wachten4 ,in den vroegen morgen en bij regenachtig weder onvermoeid zijnde1 zijn zij zeer steeklustig1 en bij het vallen van den avond willen zij vooral niet gestoord worden1 maar geraken dan spoedig in hevigen toorn4 ,neemt men voorliggende bijen1 dan moet men zeer op zijne hoede zijn4 ,men schept haar zeer bedachtzaam1 onder het langzaam maar aanhoudend toeblazen van rook1 met een blanken ijzeren lepel1 steeds van onderen naar boven af2 of twee personen nemen een doek bij de punten en strijken haar1 van onderen naar boven gaande1 daar in eens op af1 schudden haar in een korf1 die met een luchtig kleed wordt gesloten en als zij tot rust gekomen zijn1 voegt men haar bij de overigen4 ,is het aantal voorliggende bijen niet groot1 dan late men haar liever met rust en neme bijen uit de woningen1 waarbij men weinig steken te vreezen heeft4 ,heeft men de gemaakte zwermen op een verwijderden stand gebragt1 dan geeft men haar terstond 7zoo het reeds te laat op den dag was1 dan doet men dit den volgenden ochtend7 een weinig verdunden honig1 waarna zij onverwijld zullen gaan voorspelen1 en de nieuwe vlugt leeren kennen4 ,is het weder gunstig1 dan zullen deze zwermen dadelijk aan de inzameling en den wasbouw beginnen1 even als de natuurlijke4 ,indien men op den stand1 waar zij gebragt zijn1 reeds meer stokken heeft staan1 die iets missen kunnen1 dan kan men de zwermen1 als zij soms wat zwak zijn uitgevallen1 een of twee broedtafels toevoegen2 men kan deze niet mede nemen1 omdat zij door de zwaarte1 gedurende het transport1 zouden afbreken4 ,kan men over geene moederbij beschikken1 dan kan men zich ook van onbedekt broed bedienen1 om een kunstzwerm zamen te stellen2 de bijen verschaffen zich daaruit dan zelf eene koningin4 ,in de tweede groef van eene ledige woning hangt men daartoe eerst eene ledige wastafel4 ,hiertegen hangt men twee tafels1 welke broed van elken ouderdom bevatten4 ,dan laat men nog eene verzegelde honigtafel en twee ledige wastafels volgen4 ,de bouw bestaat nu uit zes tafels4 ,in de onderste groef hangt men even zoo vele wastafels2 bij gebrek van heele neemt men strooken4 ,in de woning brengt men nu een voldoend getal bijen1 die op bovengezegde wijze verkregen worden1 en brengt haar tegen den avond naar den verwijderden stand4 ,den volgenden morgen opent men het vlieggat1 en besprenkelt de bijen met verdunden honig1 waarna zij spoedig zullen voorspelen4 ,gedurende den nacht zullen de bijen zich onderling bevriend hebben1 en na het ontdekken van hare moederloosheid1 zullen zij terstond hulpcellen aanzetten4 ,kan men over eene tafel beschikken1 waaraan zich eene moedercel bevindt1 die spoedig eene jonge moederbij kan opleveren1 dan hangt men deze den tweeden of derden dag tegen de broedtafels4 ,nu aan moedercellen gewoon zijnde1 zullen de bijen deze meestal aannemen en bebroeijen1 en dus spoedig weder eene koningin bekomen1 welke1 gelukkig bevrucht rakende1 spoedig eene ruime nakomelingschap zal bezitten4 ,een paar dagen na het geven der moedercel1 moet men zien of de bijen haar bebroeijen en dus aangenomen hebben1 in welk geval men de hulpcellen moet wegnemen4 ,zoo als boven reeds werd opgemerkt1 heeft men in de laatste jaren middelen bedacht1 om kunstzwermen zamen te stellen1 zonder daartoe een tweeden stand te behoeven4 ,dit kan geschieden door eene eenvoudige deeling van het volk van een stok1 die zwermgeregt is4 ,moet de zwerm een vak van eene zamengestelde woning bewonen1 dan plaatst men een stommeknecht bij den te deelen stok2 moet hij in eene enkelvoudige woning geplaatst worden1 dan zet men er deze naast4 ,het vlieggat der bevolkte woning wordt gesloten1 en de deur geopend1 waarna men er een weinig rook in blaast1 hetgeen van tijd tot tijd herhaald moet worden1 om de bijen rustig te houden4 ,nu neemt men tafel voor tafel uit de woning1 en hangt haar in den stommeknecht1 of in de andere woning over1 intusschen toeziende of men de moederbij ook ontdekt1 want die moet bij den zwerm komen4 ,heeft men den geheelen bouw uitgenomen1 dan schept men alle bijen voorzigtig over2 de moederbij zal daar veelal onder zijn4 ,de bouw wordt nu verdeeld4 ,van de honig- en bloemenstof-tafels geeft men er ieder evenveel1 doch de broedtafels verdeelt men zoo1 dat de oude stok alle tafels verkrijgt1 waarop zich ongedekt broed bevindt1 en daarbij ook zoo mogelijk ne geslotene moederwieg2 de overige moederwiegen vernietigt men4 ,den zwerm geeft men al het bedekte broed en alle bijen1 met uitzondering van die1 welke de tafels met ongedekt broed bezetten2 men moet goed toezien dat de koningin zich daar niet bij bevindt4 ,bij het inhangen van tafels begint men met eene die met bloemenstof gevuld is1 dan volgen de broedtafels1 daarna zoo zij er zijn de overige bloemenstoftafels1 vervolgens de honigtafels en eindelijk de ledige4 ,heeft men voor elken stok geen twee of drie ledige tafels1 dan moet men die aan andere stokken ontnemen1 en zoo die haar niet missen kunnen1 dan kan men met strooken van tafels volstaan4 ,de deur van de woning1 waaraan de zwerm is ontnomen1 wordt nu weder gesloten en het vlieggat geopend4 ,de omvliegende bijen kunnen er dan weder intrekken4 ,den zwerm plaatst men nu waar men goedvindt2 moet hij een vak van eene zamengestelde woning bevolken1 dan wordt hij daarin overgeplaatst4 ,alle bijen1 die reeds gevlogen hebben1 zullen nu van den zwerm naar den ouden stok terug vliegen4 ,daar gekomen missen zij de koningin4 ,na eenig onrustig in- en uitvliegen getroosten zij zich haar verlies en zetten1 wanneer zij geene moedercel hebben1 eene of meer hulpcellen aan1 waarna zij weder geregeld op de inzameling gaan vliegen4 ,wordt de aangekweekte koningin gelukkig bevrucht1 dan is de stok spoedig weder in volle kracht4 ,daar er in de eerste dagen weinig of geen broed te verzorgen is1 zullen de bijen dan allen kunnen vliegen1 en dus veel voorraad opleggen zoo de dragt gunstig is4 ,met den zwerm is het anders gesteld4 ,hij heeft veel verloren1 maar daarentegen is hij in het bezit der vruchtbare moederbij1 die dadelijk met de eijerlage voortgaat4 ,ook heeft hij alle bijen1 die nog niet gevlogen hadden1 behouden en hij heeft ook het broed1 dat op het uitkomen staat4 ,in de eerste dagen1 wanneer zij nog geen broed te verzorgen hebben1 spelen de bijen voor en gaan daarna op de inzameling uit1 en na eenigen tijd zal ook deze stok weder voldoende bevolkt zijn1 en geregeld voorraad kunnen inhalen4 ,mogt hij later nog een zwerm willen afgeven1 dan moet men trachten dit te beletten4 ,wanneer de woning1 waaruit de zwerm genomen moet worden1 zoowel als die1 waarin men hem wil plaatsen1 eene enkelvoudige woning is1 en de vlieggaten in beide dezelfde hoogte hebben1 dan kan de deeling eenvoudiger geschieden4 ,men neemt uit de bevolkte woning twee of drie tafels met ongedekt broed1 en hangt deze met de bijen1 die er op zitten1 in de ledige woning1 toeziende dat de moederbij er niet bij is1 want deze moet in den ouden stok blijven4 ,tegen deze broedtafels hangt men een paar honigtafels1 en daartegen een paar ledige4 ,na in de onderste groef staafjes met ledige wastafels1 of strooken daarvan1 gehangen te hebben1 zet men het verkleinplankje tegen het werk1 en sluit de woning4 ,men zet haar nu in de plaats van den ouden stok1 en plaatst dezen elders4 ,gedurende de twee eerste dagen vliegen de bijen1 die reeds gevlogen hebben1 naar de nieuwe woning1 zetten daar uit het ongedekt broed 7wanneer zich daar geene moedercel bij bevindt7 hulpcellen aan en hervatten hare bezigheden4 ,ook de oude stok begint na twee of drie dagen weder te vliegen4 ,bij deze deeling geschiedt hetzelfde als bij de vorige1 maar nu wordt de oude stok verzet1 de moederbij wordt minder verontrust1 en de deeling is spoediger te bewerken4 ,op beide wijzen heb ik in de laatste jaren met het beste gevolg kunstzwermen gemaakt4 ,door middel van broedtafels1 die eene moedercel bevatten1 kan men ook kunstzwermen verkrijgen4 ,men hangt zulk eene tafel in de bovenste groef der woning1 hangt er nog eene tafel met ongedekt broed en eene honigtafel tegen1 en schuift nu in de bovenste groef nog drie1 en in de onderste zes staafjes1 waaraan ledige wastafels1 of strooken daarvan1 zijn bevestigd4 ,het verkleinplankje wordt tegen de staafjes geschoven1 nadat op de bovenste rij dekplankjes zijn gelegd4 ,dan sluit men de woning en zet haar op de plaats van eene sterk bevolkte woning en zet deze ergens anders4 ,men kiest hiervoor den middag1 wanneer de meeste bijen in het veld zijn4 ,deze en alle die de verplaatste woning reeds vroeger verlaten hebben1 vliegen naar de haar bekende plaats4 ,daar eene vreemde woning vindende1 zullen zij aanvankelijk onrustig heen en weder vliegen1 doch het gebeurde niet kunnende verhelpen1 trekken zij de woning binnen1 stellen zich tevreden met hetgeen zij daar vinden1 en hervatten hare bezigheden4 ,soms kunnen de moedercellen haar niet bevredigen2 zij vernietigen die dan in de eerste opgewondenheid1 en daarna hare moederloosheid ontdekkende1 zetten zij hulpcellen aan1 uit het voorhanden broed4 ,die de moedercel aannemen en bebroeijen1 zullen in weinige dagen eene jonge koningin hebben1 en wordt zij gelukkig bevrucht1 dan zal de stok spoedig volkrijk worden4 ,de verzette stokken behouden het broed en de jonge bijen1 en na een paar dagen hebben zij weder eene voldoende vlugt4 ,hadden zij reeds moedercellen staan1 dan vernietigen zij die gewoonlijk1 na het verlies van zooveel volk1 waardoor het zwermen belet wordt4 ,maakten zij1 weder volkrijk geworden1 nog eenige aanstalten tot zwermen1 dan moet men dit tegengaan1 door de moederbij in een huisje besloten1 tusschen de tafels te hangen en de moedercellen weg te nemen4 ,is de moederbij ouder dan twee jaar1 dan neemt men haar weg1 en laat ne moedercel in den stok terugblijven1 waarvan hij eene jonge koningin verkrijgt4 ,het maken van kunstzwermen kan nog op verschillende andere wijzen geschieden1 doch er meer op te geven zou overbodig zijn4 ,ieder die behoorlijk over de zaak nadenkt1 en de natuurlijke eigenschappen der bijen in het oog houdt zal1 wanneer hij er den geschikten tijd voor kiest1 op allerlei wijzen kunstzwermen kunnen verkrijgen4 ,is de theorie die men volgt goed1 dan zal men zich nooit teleurgesteld zien1--en toch zijn velen er tegen4 ,sommigen omdat het de natuurlijke wijze om de stokken te vermeerderen niet is1 anderen omdat zij het met een ongunstig gevolg beproefden4 ,de eersten zouden gelijk hebben1 indien de natuurlijke wijze altijd de spoedigste was1 of indien zij ten minste even spoedig tot het doel bragt als de kunstmatige4 ,dzierzon zegt3 ,wie op de natuurlijke wijze1 dus te voet reist1 zal een geruimen tijd later aankomen dan een ander1 die denzelfden weg met een spoortrein1 dus op eene kunstmatige wijze aflegt4 ,de laatsten zullen het mislukken gewoonlijk aan eigen verzuim te wijten hebben2 hetzij dat de tijd slecht gekozen was1 of dat zij de zwermen en de moederstokken niet behoorlijk in het oog hielden4 ,het kan heden het gunstigste weder zijn1 en morgen kan het omslaan1 en vele dagen1 waarop de bijen volstrekt niet vliegen kunnen1 kunnen elkander opvolgen4 ,dan moet men1 zoo noodig1 de stokken met voeder te hulp komen4 ,de moederstokken1 die van hunne koningin beroofd zijn1 of de zwermen1 die er nog eene moeten aankweeken1 moet men goed gadeslaan1 om te zien of de ontwikkeling der jonge moederbijen geregeld plaats heeft1 en of zij1 de cel verlaten hebbende1 van hare bevruchtings-uitvlugt behoorlijk bevrucht terugkeeren4 ,ontdekt men dat hierin mislukking heeft plaats gehad1 dan kome men zulk een stok onmiddellijk te hulp1 door hem eene moederbij of geschikt broed te geven1 en hem zoo hij te sterk ontvolkt is1 ook broedtafels toe te voegen1 totdat men verzekerd is dat de jonge moederbij met de eijerlage is begonnen1 zoodat door haar in de vereischte volksvermeerdering wordt voorzien4 ,,het ,,rooven4 ,het rooven is eene wezenlijke plaag voor den bijenhouder4 ,hoewel de schuld daarvan ten deele bij de bijen ligt1 zoo wordt het door de onachtzaamheid van den bijenhouder bevorderd1 en kan omgekeerd door zijne zorg grootendeels worden tegengegaan4 ,de onverzadelijke begeerte naar honig1 de bijen door de natuur ingeschapen1 geeft aanleiding dat zij1 in het veld niets meer vindende1 andere stokken trachten binnen te dringen om1 zoo haar dit gelukt1 rijk met honig beladen naar hare woning terug te keeren4 ,heeft dit rooven slechts door enkele bijen plaats1 dan noemt men deze zoekers of schuimers1 en hoewel men ook deze niet gaarne ziet1 toch vindt men hen het geheele jaar door4 ,zij zijn kenbaar aan de kleine schermutselingen1 waaraan men nu en dan enkele bijen voor de vlieggaten ziet deelnemen4 ,zij onderscheiden zich ook door eene onzekere en vreesachtige vlugt2 terwijl de eigene bewoners regelregt op de vliegplank aanvliegen1 zich daarop plaatsen en terstond in de woning gaan1 blijven zij vreesachtig1 met nederhangende achterpooten voor de woning vliegen1 zetten zich eindelijk beschroomd op de vliegplank neder1 en vliegen veelal ook weder met schrik af4 ,zijn de bijen van den bezochten stok waakzaam1 dan zullen zij de ongenoode gasten wel afwijzen1 en er zullen geene nadeelige gevolgen uit het bezoek voortvloeijen4 ,zijn zij integendeel niet op hare hoede1 zoodat het den zoekers gelukt binnen te dringen1 zich met honig vol te zuigen1 en naar hunne eigene woning rijk beladen terug te keeren1 dan zal er voor den bezochten stok een zware strijd ophanden zijn1 die veelal met zijn ondergang eindigen zal1 vooral indien het plaats heeft1 wanneer er in het veld niets te vinden is4 ,de zoekers1 die rijk beladen in hunne eigene woning zijn teruggekeerd1 zoeken den ontdekten schat niet alleen weder op1 maar brengen andere bijen mede1 die op hare beurt weder andere verlokken4 ,zij leggen alle vrees af1 en vliegen driftig en regelregt aan op het vlieggat en de andere openingen1 die er zijn mogten4 ,spoedig is het getal der roovers1 die den stok bevliegen1 sterker dan zijn eigen volk4 ,met overhaasting zuigen zij zich vol2 met gevulde magen komen zij uit het vlieggat1 en zij vliegen af zonder zich lang op de vliegplank op te houden4 ,vat men zulk eene bij1 en opent men de honigmaag1 dan kan men zich overtuigen van de groote hoeveelheid honig1 die zij met zich voert1 en daarbij het groot aantal roovers in aanmerking nemende1 zal men zich niet meer verwonderen over den spoed1 waarmede een stok kan worden uitgeplunderd4 ,in het bijzonder moet men zijne stokken gadeslaan1 wanneer er eene ruime weide volgt1 op een tijd dat er geene dragt was4 ,de bijen vliegen begeerig naar de weide1 zonder zich op de vliegplank op te houden1 en van deze gelegenheid trekken andere veeltijds partij1 om een roof-aanval te wagen4 ,de rooverij kan in zulk een geval reeds eene aanmerkelijke hoogte bereikt hebben1 voor dat de beroofden bemerken1 wat er in hare huishouding omgaat4 ,zij zijn dan veelal niet meer in staat om de moedig en sterk geworden roovers het hoofd te bieden2 door schrik bevangen1 geven zij zich geheel over aan de vermetele indringers4 ,nu komen de roovers in grooter en grooter wordende drommen terug1 en komt de bijenhouder den stok niet te hulp1 dan dragen zij hem spoedig geheel ledig4 ,niet zelden wordt de koningin van den beroofden stok in de verwarring beschadigd of gedood4 ,het beroofde volk1 hierdoor geheel ontmoedigd1 maakt dan dikwijls gemeene zaak met de roovers1 trekt met hen mede1 en laat de woning met den ledigen bouw in den steek4 ,de eigenaar moet het evenwel zoo ver niet laten komen4 ,hij moet zorgen dat er geene rooverij ontstaat1 en is zij uitgebroken1 dan moet hij haar zoo spoedig mogelijk tegengaan4 ,de aanleiding tot rooven moet dikwerf gezocht worden in de ligging van den bijenstand4 ,moeten bijen van den eenen stand1 naar de weide vliegende1 over een anderen stand trekken1 dan lokt de honigreuk haar niet zelden uit1 den honig liever hier weg te nemen1 dan hem op het veld met moeite te verzamelen4 ,dit is zeker de hoofdreden1 waarom op den eenen stand zooveel en op een anderen slechts zelden rooverij gepleegd wordt4 ,de roovende stokken worden gewoonlijk rijk aan honig en geven hunnen eigenaar goede renten4 ,nogtans zal de weldenkende bijenhouder1 die ongaarne ziet dat zijne stokken beroofd worden1 ook alle moeite aanwenden om hun het rooven te beletten4 ,meestal geeft de bijenhouder zelf aanleiding tot de rooverij1 door op den stand zwakke1 ja zelfs moederlooze stokken te laten staan4 ,deze verliezen door hun onnatuurlijken toestand1 gene door hunne ontoereikende bevolking1 den moed om zich te verdedigen3 spoedig worden zij eene prooi der roovers1 die door het goede gevolg van hun aanval moedig geworden1 hun rooflust niet opgeven1 wanneer deze stokken uitgeplunderd zijn4 ,veeleer trachten zij zich dan op sterkere stokken te werpen1 die een verdubbelden wederstand moeten bieden1 om de vermetel en sterk geworden aanvallen af te weren4 ,aan zich zelven overgelaten1 zullen zij hiertoe veelal niet in staat zijn1 en er zal spoedig eene algemeene rooverij ontstaan4 ,al wat rooverij kan veroorzaken1 moet zorgvuldig vermeden worden4 ,in de eerste plaats zal men moeten letten op de vlieggaten4 ,elke enkelvoudige woning1 of elk vak van eene zamengestelde1 mag er slechts een of hoogstens twee hebben3 in het laatste geval mogen beiden slechts bij eene zeer rijke dragt geopend zijn4 ,reten1 die hier of daar toegang tot de woning konden geven1 mogen er volstrekt niet bestaan2 worden zij hier of daar gevonden1 dan moeten zij met klei gesloten worden4 ,de vlieggaten make men laag en breed1 opdat de roovers daar niet in de vlugt binnen kunnen dringen1 maar zich eerst op de vliegplank moeten zetten1 waar zij gemakkelijker worden aangevallen en teruggedreven4 ,ten tweede moet men alles van den stand verwijderen1 wat er honigreuk verspreiden kon2 inzonderheid in het voor- en najaar is dit noodzakelijk4 ,bij eene rijke weide zou men op zijn stand misschien dagen lang honig laten staan1 zonder er eene enkele bij op te bespeuren2 doch het nemen van zulke proeven zal wel niet aan te raden zijn4 ,bij het voren mag men op den dag geene voeder-gereedschappen op den stand laten blijven1 en bij het besnijden zal men ook de wastafels met zorg moeten wegruimen4 ,de reuk zou de bijen naar deze voorwerpen lokken2 in digte drommen er rond zwermende1 om er den honig uit te likken1 zou haar rooflust opgewekt worden1 en men zou zijne zorgeloosheid zwaar kunnen boeten4 ,er zijn wel verscheidene middelen om de rooverij1 wanneer zij pas begonnen is1 tegen te gaan1 maar het zal toch beter en voorzigtiger zijn haar ontstaan te verhoeden4 ,men ontdekt de roovers door hunne buitengewoon sterke vlugt1 door den bijzonderen toon dien zij doen hooren1 door hunne onrustige houding1 door het afhangen van hunne achterpooten1 door dat zij het vlieggat in de vlugt trachten binnen te dringen1 en door dat zij de woning met een sterk opgezwollen achterlijf verlaten2 bij haar eigen volk heeft juist het omgekeerde plaats4 ,zekerder evenwel dan aan een van deze kenmerken1 herkent men de roovers aan den tijd van hunne vlugt4 ,zij beginnen reeds te vliegen1 als de andere bijen nog in volle rust zijn1 en houden er lang mede aan1 nadat deze het gestaakt hebben1 veelal tot het invallen der avondschemering4 ,het is dus goed zijne stokken dagelijks tegen den avond te bezoeken4 ,vindt men alles in rust1 dan kan men zich ook verzekerd houden1 dat er geene rooverij plaats heeft4 ,de middelen1 die men moet aanwenden om het kwaad1 zoo dit ontdekt is1 tegen te gaan1 hangen af van de hoogte waartoe het geklommen is1 van den aard der woningen1 en van de omstandigheid1 of men eigenaar van beide stokken1 den roovenden en den beroofden1 dan slechts van een van beiden is4 ,is het rooven pas begonnen1 en is de aangevallen stok van eene koningin en van een niet te klein volk voorzien1 dan kan men het spoedig doen ophouden4 ,in de meeste gevallen zal men zijn doel bereiken1 door het vlieggat zoo te verkleinen1 dat er slechts een of twee bijen te gelijk door kunnen1 en den ingang en den buitenwand der woning in den omtrek er van1 met stinkende stoffen in te wrijven1 waartoe men meestal duivelsdrek of knoflook gebruikt4 ,dzierzon geeft als het beste middel op1 om den angel1 met de daaraan hangende giftblaas1 uit eenige afgestoken bijen1 tegen het vlieggat stuk te wrijven4 ,ik gebruik nu sedert een paar jaar brandige1 dierlijke olie4 ,daarmede bestrijk ik ook een kaartenblad1 of een plankje1 en bevestig dit zoo tegen het vlieggat1 dat de bijen zich op de vliegplank moeten plaatsen1 om in de woning te kunnen komen4 ,door dezen hinderpaal en den stank afgeschrikt1 laten de roovers af2 de beroofde bijen1 door den stank boozer geworden1 verdedigen zich ook beter4 ,veeltijds ziet men de beroofde bijen reeds niet meer aan tegenweer denken1 wanneer de rooverij nog maar kort heeft geduurd3 zij laten de roovers vrij uit- en ingaan4 ,dit moet daaraan worden toegeschreven1 dat allen denzelfden reuk hebben verkregen1 zoodat zij geen vriend of vijand kunnen herkennen4 ,velen raden aan den beroofden stok en den roofstok dan onderling van plaats te verwisselen4 ,dit kan zonder gevaar geschieden1 daar er geene vechterij door zal ontstaan1 maar de bijen elkander wederkeerig zullen verdragen4 ,zelden zal men er evenwel baat bij vinden4 ,gewoonlijk wisselen de rollen slechts3 de roover wordt de beroofde en omgekeerd4--,in de ,bienenzeitung wordt opgegeven1 den beroofden stok in zulk een geval een muskusreuk mede te deelen4 ,dit geschiedt door 's avonds1 wanneer alle vlugt heeft opgehouden1 en alle roovers naar hunne eigene woning zijn teruggekeerd1 een paar grein muskus1 in papier gevouwen1 onder in de woning te leggen4 ,den volgenden morgen neemt men het papier met muskus weder weg1 en bewaart het in een goed gesloten fleschje2 het kan dan jaren tot hetzelfde doel worden gebruikt4 ,het beroofde volk heeft nu een sterken1 vreemden reuk verkregen1 en daardoor boosaardig geworden1 zal de vroegere verdraagzaamheid geindigd zijn4 ,de toevliegende roovers worden door den vreemden reuk afgeschrikt en vreesachtig1 waardoor zij veeltijds worden afgeslagen1 en van verder rooven afzien4 ,het doelmatige van deze behandeling heb ik ondervonden4 ,wanneer de rooverij te sterk is toegenomen1 helpt het evenwel niet2 de roovers laten zich dan door niets meer afschrikken4 ,het is beter en zekerder tevens1 om een der stokken op een verwijderden stand te brengen1 en hem daar eenigen tijd te laten staan4 ,het hangt van omstandigheden af1 welken stok men bij verkiezing verplaatsen moet4 ,is de beroofde stok tevens slecht bevolkt1 dan kan men hem bijen toevoegen of een gedeelte der roovers opvangen4 ,dit geschiedt door een buisje van drie of vier duim lang1 in eene schuinsche rigting zoo in het vlieggat te steken1 dat het uiteinde ten minste een paar duim binnen de woning doorsteekt4 ,dit buisje moet het vlieggat niet geheel sluiten1 maar aan de kanten openingen vrij laten1 waar licht door valt1 doch die te klein zijn om eene bij door te laten4 ,de bijen kunnen nu wel in de woning gaan1 maar den uitgang kunnen zij niet vinden1 want zij zoeken dien daar1 waar zij het licht zien4 ,meent men aldus genoeg bijen opgevangen te hebben1 dan brengt men den stok naar den verwijderden stand4 ,hij is dan voor verdere aanvallen gevrijwaard en tevens versterkt2 men heeft hem dus dubbel voordeel aangebragt4 ,was het evenwel te vreezen dat de roover zich1 na de verplaatsing van den beroofden stok1 op de nevenstokken zou werpen1 en dat deze geen behoorlijken wederstand zouden kunnen bieden1 dan deed men beter den roover te verplaatsen4 ,daar het echter gevaarlijk kon zijn om in den zomer eene volbouwde woning te vervoeren1 en de roover zich ook in eene zamengestelde woning kon bevinden1 zoo is het beste hem als kunstzwerm af te drijven1 en zoo naar een anderen stand te brengen4 ,aan de weinige bijen1 die dan in de woning terug blijven1 voegt men een anderen afgedreven zwerm toe1 om te zamen een nieuwen stok te vormen4 ,men heeft op deze wijze het rooven doen ophouden en bovendien nog een stok gewonnen1 die1 zoo de dragt nog eenigen tijd blijft aanhouden1 nog genoeg kan binnenhalen4 ,behoort de roofstok echter aan een ander1 die geene pogingen wil aanwenden om het rooven tegen te gaan1 of kan men hem niet ontdekken1 dan moet men1 door nood gedrongen1 de roovers zoo veel mogelijk opvangen1 hen aan een zwakken stok geven en dezen dan verplaatsen4 ,het vereischt geen betoog1 dat de billijkheid medebrengt1 dat men het rooven van zijne bijen evenzeer tegengaat1 als het beroofd worden4 ,wederkeerig zal men ook beter gebaat zijn1 door elkanders eigendom zoo veel mogelijk te eerbiedigen1 dan door de bijen tot handlangers te gebruiken1 om zich vreemd goed toe te eigenen4 ,dan zou men er toch van beide zijden door wraakzucht toe geleid worden1 om middelen te bedenken1 waardoor men elkander de geleden verliezen kon betaald zetten1 wat voorzeker voor geen der partijen wenschelijk zou zijn4 ,boven werd reeds een middel opgegeven om de roovers op te vangen4 ,dit kan ook op de volgende wijze geschieden4 ,men neemt de beroofde woning weg en zet er eene ledige1 die haar gelijkt1 voor in plaats4 ,in die ledige woning hangt men eene tafel1 waarin de honig versuikerd is2 bij gebrek daarvan kan men ook eene ledige wastafel1 met hard geworden honig besmeren4 ,daar de bijen dezen honig niet gemakkelijk kunnen inzuigen1 zoo zullen er zich na eenigen tijd verscheidene op die tafel verzameld hebben4 ,men neemt haar dan uit de woning1 en schudt de bijen daar af in een transportkastje4 ,dan hangt men de tafel weder in de woning1 en herhaalt dezelfde bewerking zoo dikwijls1 tot dat men eene voldoende hoeveelheid roovers heeft opgevangen1 en er weinig of geen meer binnen komen4 ,de roofstok wordt op deze wijze zoo verzwakt1 dat alle verdere lust tot rooven hem wel zal benomen zijn4 ,kent men hem1 dan kan men nog een handvol klein gesneden stroo of houtkrullen in zijn werk werpen1 waardoor men het overgebleven volk zooveel bezigheid verschaft1 met het uitdragen van deze onreinheden1 dat zij aan geen rooven meer denken kunnen4 ,bij het afschudden der tafel in het transportkastje1 zouden er al ligt vele bijen ontsnappen1 indien men geene voorzorgen nam1 om dit te voorkomen4 ,men neemt een blikken kokertje1 van #d duim diep1 met eene opening1 welke #c duim breed is1 terwijl hare lengte gelijk moet zijn aan de breedte van het kastje4 ,aan het eene uiteinde wordt de rand van dit kokertje omgebogen1 en een gemakkelijk daarin sluitend deksel wordt er bij gemaakt4 ,de van het draadwerk meest verwijderde schuif van het kastje opent men zoover1 dat dit kokertje tusschen de beide schuiven geplaatst kan worden3 op den omgebogen rand rustende1 kan het niet naar binnen vallen4 ,aldus plaatst men het kastje1 met het draadwerk naar het licht gekeerd1 bij de woning4 ,schudt men er bijen in af1 dan zullen deze terstond naar voren vliegen1 en zich tegen het draadwerk verzamelen1 zoodat er slechts weinige ontsnappen4 ,telkens als er bijen in het kastje gedaan zijn1 sluit men de opening weder4 ,het kan soms moeijelijk zijn om den roofstok te ontdekken4 ,geschiedt de rooverij door bijen van denzelfden stand1 dan ontdekt men hem1 zoo als dat voor den beroofden stok werd opgegeven1 aan de late vlugt4 ,midden op den dag1 als alle stokken vliegen1 is het soms moeijelijk te zien4 ,dan is het best om het vlieggat van den beroofden stok eenigen tijd te sluiten1 tot dat er zich een klomp bijen voor verzameld heeft4 ,deze bepoedert men dan sterk met meel of krijt1 en ziet toe waar zij binnengaan4 ,ook kan men de standplaats van den roofstok eenigzins afleiden1 uit de rigting1 waarin de roofbijen afvliegen2 gewoonlijk vliegen zij er regt op aan4 ,bevindt de roover zich niet op den stand1 dan moet men bij zijne buren opletten of daar ook witte bijen aankomen1 of dat er een stok is1 die laat in den avond vliegt1 en welks bijen1 in de rigting van den beroofden stok1 op hare woning toevliegen4 ,kan men op deze wijzen niet te weten komen1 waar de roovers te huis behooren1 dan moet men er eenige opvangen1 en op eenigen afstand van den bijenstal er enkele laten vliegen4 ,de rigting1 waarin zij wegvliegen1 moet men goed waarnemen4 ,van tijd tot tijd laat men er weder eenige vrij1 welke allen denzelfden koers zullen kiezen4 ,hierdoor zal men den roofstok meestal kunnen ontdekken4 ,,de ,,moederloosheid4 ,de wijzen1 waarop een stok zijne moederbij kan verliezen1 zoodat hij moederloos of zoo als sommigen zeggen ongeregt wordt1 zijn veelvuldig1 en er gaan dan ook jaarlijks vele stokken door dit verlies te gronde4 ,verliest een stok zijne moederbij op een tijd1 dat er geen ongedekt broed aanwezig is1 dan kan hij zijn verlies niet herstellen4 ,had hij ongedekt broed1 maar kwam eene daaruit aangekweekte moederbij op hare bevruchtings-uitvlugt om1 dan zou er geen broed meer zijn1 dat geschikt was om nieuwe hulpcellen aan te leggen4 ,kweeken zij eene koningin aan1 op een tijd dat er geene mannetjes zijn1 om haar te bevruchten1 zoodat de stok hommelbroedig wordt1 dan is hij er nog veel erger aan toe1 dan wanneer hij moederloos is4 ,het zal dus van veel belang zijn aan te toonen1 waaraan een moederlooze of hommelbroedige stok te herkennen is1 hoe zijn gebrek hersteld kan worden1 en hoe het ontstaan van dit gebrek kan worden voorkomen4 ,een stok kan zijne moederbij missen en toch broed1 maar alleen hommelbroed1 bevatten4 ,dit kan veroorzaakt worden door dat eene werkbij de taak der koningin heeft op zich genomen1 en eijeren legt4 ,indien er hommelcellen aanwezig zijn1 dan vindt men deze vooral met eijeren bezet1 want de werkbij kan1 met hare lange vleugels en haar kort achterlijf1 moeijelijk eijeren in de kleine cellen leggen4 ,zij doet dit evenwel toch1 wanneer er geene hommelcellen zijn1 doch bezet haar dan ongeregeld1 verscheidene1 soms geheele hoopjes eijeren in eene cel leggende1 die dan niet tegen den bodem1 maar tegen den kant der cel geplaatst zijn4 ,ook in moedercellen legt de werkbij eijeren4 ,deze cellen komen in moederlooze stokken veel voor1 waarschijnlijk omdat de bijen1 door het gemis dat zij gevoelen1 tot het aanleggen daarvan worden opgewekt4 ,een stok1 die zeer veel begonnen moederwiegen bevat1 moet als zeer verdacht beschouwd worden4 ,verkeert een stok in het hier beschreven geval1 dan is hij moeijelijk1 veeltijds in het geheel niet te helpen4 ,de bijen hechten zich soms zoo sterk aan eene leggende werkbij1 dat zij geen acht slaan op het broed1 dat men haar geeft1 om er eene hulpcel uit aan te zetten1 ja eene moedercel1 die men haar heeft gegeven1 vernietigen en zelfs eene haar toegevoegde moederbij ombrengen2 wanneer zij haar echter aannemen dan houdt de werkbij met leggen op4 ,zulk een stok met een anderen te vereenigen is gevaarlijk1 daar veelal de moederbij zal worden omgebragt4 ,er de leggende werkbij uit te vangen gaat niet4 ,het best is den stok te dooden1 en zijn voorraad in veiligheid te brengen1 want de pogingen tot herstel worden zelden met een goed gevolg bekroond4 ,eens gelukte het mij zulk een stok weder in zijn normalen toestand terug te brengen1 door er een kleinen nazwerm bij te voegen4 ,bezit een stok eene onvruchtbare moederbij1 die hommelbroedig is1 dan legt deze hare eijeren regelmatig in werkbijencellen1 want zij tracht werkbijeneijeren te leggen1 doch is daartoe niet in staat4 ,aan de regelmatige of onregelmatige afzetting der hommeleijeren1 kan men dus ontdekken of zij van eene koningin1 of van eene werkbij komen4 ,de koningin kan het vermogen om werkbijeneijeren te leggen soms in het geheel niet bezeten hebben1 doordat zij van hare geboorte een gebrek aan de vleugels had1 dat haar het houden der bevruchtings-uitvlugt onmogelijk maakte2 of doordat zij op een tijd geboren werd1 dat het weder te ongunstig was om te vliegen1 terwijl dat later1 toen het weder gunstiger geworden was1 hare geslachtsdrift was uitgedoofd2 of ook wanneer zij aangekweekt is1 nadat alle hommels reeds verdreven zijn4 ,hare vruchtbaarheid kan ook uitgeput zijn2 dit zal spoedig geschieden1 wanneer de paring slechts onvoldoende heeft plaats gehad1 zoodat het bevruchtingsblaasje slechts gedeeltelijk gevuld was2 doch door de drukke eijerlage moet eindelijk het zaadblaasje toch geledigd worden4 ,niet zelden treft men moederbijen aan1 die door groote vruchtbaarheid hebben uitgemunt1 maar die toch eindelijk hommelbroedig zijn geworden4 ,dr4 ,dnhoff ontdekte1 dat men eene vruchtbare moederbij1 zonder haar leven te benadeelen1 het vermogen om vrouwelijke eijeren te leggen kan benemen1 door het onderste gedeelte van het achterlijf te drukken4 ,voor de zuivere voortteeling der ,italiaansche bijen1 kan deze ontdekking van veel belang zijn1 omdat zij het middel aan de hand geeft1 om op buitengewone tijden hommels te verkrijgen4 ,ook bemerkte men toevallig1 dat volkomen vruchtbare moederbijen hommelbroedig worden1 wanneer zij te lang door koude verstijfd zijn geweest4 ,de proef1 door ,berlepsch hieromtrent genomen1 bevestigde dit4 ,hij bragt drie gezonde1 vruchtbare koninginnen in een ijskelder2 na eenige uren in de warmte gebragt zijnde1 herleefde er slechts eene1 die nu geen enkel werkbijenei meer legde4 ,de jonge moederbijen1 die onbevrucht blijven1 leggen gewoonlijk den eersten zomer niet1 maar beginnen1 in het volgende voorjaar1 bij het ontwaken der voortplantingsdrift1 hommeleijeren te leggen4 ,bleef hij aan zich zelven overgelaten1 dan zou de moederloosheid van een stok altijd zijn ondergang na zich slepen1 en toch heeft zij in de meeste gevallen weinig te beteekenen1 wanneer zij maar spoedig ontdekt wordt1 zoodat zij verholpen kan worden4 ,naar den tijd van het jaar1 moeten daarvoor verschillende wegen worden ingeslagen4 ,men kan den stok1 door hem ongedekt broed te geven1 of hem eene voorhanden moederbij toe te voegen1 weder in normalen staat brengen of hem ook helpen1 door hem met een anderen stok te vereenigen4 ,kan of wil men hem niet helpen1 dan mag hij in geen geval op den stand gelaten worden2 men moet hem dooden1 en zijn voorraad zoo spoedig mogelijk in zekerheid brengen2 deed men dit niet1 dan zou de voorraad f nutteloos verteerd worden1 f hij zou eene prooi der roofbijen worden1 die1 eenmaal tot rooven opgewekt zijnde1 zich ook op andere stokken zouden werpen4 ,het is dus van het hoogste gewigt te weten1 waaraan een moederlooze stok te herkennen is4 ,het zekerste en duidelijkste bewijs van het verliezen der moederbij is de onrust1 die het geheele volk bevangt1 kort nadat het zijn verlies bemerkt heeft4 ,gewoonlijk ontdekken de bijen het dadelijk1 maar bij uitzondering ook wel den volgenden of den tweeden dag4 ,men ziet dan eene menigte bijen uit het vlieggat komen2 sommigen vliegen af1 maar niet in die rigting1 waarin zij op de dragt uitvliegen2 zij vliegen slechts rond de woning en komen weder terug2 anderen loopen over de geheele woning1 vooral in den omtrek van het vlieggat1 heen en weder1 als of zij iets zochten1 zij betoonen groote onrust1 gaan de woning weder binnen1 doch komen terstond terug1 en herhalen dit onafgebroken1 zelfs totdat het reeds donker wordt1 en alle andere stokken in rust zijn4 ,deze zoekende bijen zijn zeer geneigd tot steken2 komt men er digt bij1 dan vliegen zij plotseling in het gezigt4 ,het angstig heen en weder loopen in den laten avond van warme zomerdagen1 heeft soms een geheel anderen grond dan moederloosheid1 en de onkundige kon hierdoor al ligt misleid worden4 ,evenwel zal men dan spoedig ontdekken1 dat het eene andere oorzaak heeft1 daar men het1 zoo al niet bij alle1 dan toch bij de meeste stokken waarneemt4 ,in dit geval houden zij zich bezig met het afweren van wasmotten1 die in de avondschemering1 na warme dagen1 in groote hoeveelheden omvliegen1 en in de woningen trachten te dringen4 ,om moederlooze stokken zoo spoedig mogelijk te ontdekken1 moet men zijn stand1 vooral in den zwermtijd1 alle avonden bezoeken1 want de onrust1 die zij betoonen1 is een onbedriegelijk teeken1 dat evenwel veelal maar kort is waar te nemen2 wanneer zij eenmaal de zekerheid verkregen hebben1 dat hare moederbij verloren is1 dan zijn de bijen gewoonlijk in haar lot getroost1 waarna men geene onrust meer bespeurt4 ,dan wordt het moeijelijk1 vooral voor eerstbeginnenden1 om den waren toestand van den stok te leeren kennen4 ,het terugkeeren der rust kan het gevolg zijn van het aanzetten van hulpcellen1 uit broed dat voorhanden was2 in woningen met lossen bouw kan men zich daarvan terstond overtuigen4 ,maar de bijen zullen ook tot rust komen1 en hare bezigheden hervatten1 als of zij eene moederbij hadden1 indien zich slechts eene enkele werkbij in den stok bevindt1 die de cellen met eijeren bezet4 ,ook zullen zij zich tevreden stellen met moedercellen1 aangelegd van geheel ledige of slechts hommelbroed bevattende cellen1 in de hoop dat daaruit eene koningin zal geboren worden4 ,eijerleggende werkbijen zijn niet zoo zeldzaam1 als men dit wel zou denken2 in moederlooze stokken vindt men immers1 in de meeste gevallen1 na korter of langer tijd1 hommelbroed1 en soms in zoo ruime mate1 dat het onmogelijk van ne bij afkomstig kan zijn4 ,het gebeurt ook wel dat eene werkbij eijeren begint te leggen1 zoodra de bevruchte moederbij met den zwerm is afgevlogen2 zij houdt daarmede aan1 zoo lang de stok nog slechts moederwiegen bezit1 of de jonge koningin nog niet bevrucht is2 wanneer deze echter met de eijerlage begint1 dan houdt de werkbij er mede op4 ,een tweede kenmerk van een moederloozen stok bestaat daarin1 dat als men de woning opent1 kort nadat de moederbij verloren is1 men de bijen langs de wanden en over het werk verspreid zal vinden1 waar zij1 zoekende heen en weder loopen4 ,blaast men er den adem op1 dan doen zij een bijzonderen1 huilenden klaagtoon hooren1 zeer goed te onderscheiden van den korten1 krachtigen1 bruisenden toon1 dien een gezond volk doet hooren1 als men slechts even tegen zijne woning tikt4 ,wie die toonen naauwkeurig weet te onderscheiden1 behoeft de woning niet te openen4 ,hij legt het oor tegen den wand en tikt daar met den vinger tegen4 ,is de stok gezond1 dan zal hij een sterk1 bruisend geluid doen hooren1 dat terstond weder verstomt2 is hij moederloos1 dan zal het een huilende toon zijn1 die eenigen tijd aanhoudt4 ,door de stokken1 bij het einde van den winter1 voordat men hen laat vliegen1 aldus te onderzoeken1 kan men de gezonde gemakkelijk onderscheiden van die1 welke als verdacht in het oog gehouden moeten worden4 ,heeft de moederlooze toestand evenwel reeds eenigen tijd geduurd1 dan zal men bij het onderzoek de bijen geheel in het broednest teruggetrokken vinden4 ,blaast men er nu den adem op1 dan komen zij met drift te voorschijn1 en doen het huilende geluid hooren1 daarop trekken zij terstond terug1 en niet eene bij zal aan vliegen of steken denken4 ,als gezonde stokken eene sterke vlugt hebben1 dan zal de hare traag zijn2 wel komen er eenige met bloemenstofballetjes te huis1 maar deze zijn zeer klein2 zij gaan wel in de woning1 doch leggen alle balletjes niet af1 maar komen er terstond weder mede terug en vliegen af4 ,zijn de moederlooze stokken volkrijk1 en bezitten zij eene eijerleggende werkbij1 dan dragen zij soms eene belangrijke hoeveelheid bloemenstof in1 zoodat zij er het geheele broednest bijna mede vullen4 ,bij ruime weide kunnen zij dan ook veel honig opleggen2 want daar de bijen het er voor houden dat zij eene moederbij bezitten1 zoo vervolgen zij al hare bezigheden1 en kunnen1 nu zij slechts weinig broed te verzorgen hebben1 veel honig inzamelen4 ,de bijen1 uit moederlooze stokken1 vervliegen veelal op andere stokken1 en er zijn bijenhouders die veronderstellen1 dat zij er zich op toeleggen1 om hare verlaten woning te berooven1 en ook andere bijen daarheen te lokken2 dit zou dan de reden zijn1 dat moederlooze stokken zoo spoedig door roovers worden uitgeplunderd4 ,deze veronderstelling kan zeer juist zijn4 ,een derde teeken van moederloosheid is het niet uitdragen van dooden en andere onreinheden1 hetgeen gezonde stokken altijd doen4 ,zoodra de moederloosheid bestaat1 onttrekken de bijen zich aan alle bezigheden3 zij bekommeren zich niet meer om de huisselijke zaken4 ,bij gezonde stokken ziet men1 zoowel bij dag als 's avonds1 vele bijen aan het vlieggat vereenigd1 om de zonnewarmte of de avondkoelte te genieten1 terwijl eenige1 met den kop naar het vlieggat en het achterlijf naar boven gerigt1 als een teeken van vreugde onophoudelijk met de vleugels slaan4 ,bij moederlooze stokken ziet men van dit alles niets2 alle vreugde is van hen geweken2 ook houdt het voorspel spoedig geheel op4 ,terwijl gezonde stokken zich uiterlijk in het begin van ,augustus van alle hommels ontdoen1 zoo behouden de moederlooze hen1 zonder aan de uitdrijving te denken1 waarschijnlijk omdat zij weten geene bevruchte moeder te kunnen bekomen1 wanneer er geene mannetjes in den stok zijn4 ,bij hunne eigene nuttelooze kostgangers1 bedelen zich ook nog eene menigte hommels in1 die uit andere stokken verdreven werden1 om gezamenlijk op den steeds verminderenden voorraad te teren4 ,wanneer dus een stok in het laatst van ,augustus de hommels nog niet heeft uitgedreven1 dan moet men hem in het oog houden1 en duldt hij die in ,september nog1 dan kan men verzekerd zijn dat hij moederloos is4 ,blijft men1 ondanks de opgegeven kenmerken1 in het onzekere omtrent een stok1 dan moet men tot het laatste en meest afdoende middel zijne toevlugt nemen1 en trachten te ontdekken of zich werkbijenbroed in den stok bevindt4 ,ontdekt men eijeren en broed van verschillenden ouderdom1 dan mag men als zeker aannemen1 dat de stok eene goede moederbij bezit4 ,vindt men geene eijeren1 doch wel ongedekt broed1 dan kan men zich overtuigd houden dat de koningin in de laatste drie of vier dagen vermist is2 wanneer er nog hommels zijn1 behoeft men zich over het verlies niet te verontrusten1 want zoo er nog geene hulpcellen zijn aangezet1 dan zullen de bijen het zeker den eerstvolgenden nacht doen4 ,is er niets dan gedekt broed1 dan moet de moederbij reeds sedert acht dagen verloren zijn1 en hadden zij geene hulpcellen aangezet1 dan moeten zij moederloos blijven4 ,wordt er in het geheel geen broed gevonden1 dan heeft de moederloosheid ten minste reeds twintig dagen bestaan1 wanneer het namelijk in een tijd is1 dat de stokken broed moeten hebben4 ,het hier opgegeven onderzoek geschiedt in ,dzierzon's woningen zeer gemakkelijk1 doch bij korven heeft het eenig bezwaar4 ,men moet deze omkeeren en de tafels met de hand zooveel mogelijk uit elkander buigen1 er de zon zoo zij schijnt tusschen doen vallen1 en dan trachten te zien1 hoe het met het broed gesteld is4 ,daar het broed evenwel in zulke twijfelachtige gevallen alleen in den top van den korf staat1 zoo moet men veeltijds de tafels tot op de zitplaats der bijen inkorten1 en zoo het oogmerk dan nog niet bereikt wordt1 dan moet men uit de zitplaats zelve vierkante stukjes snijden1 en die zorgvuldig bezien4 ,ontdekt men er het verlangde broed in1 dan is de stok in orde1 men steekt de uitgesneden stukjes weder op hunne plaats1 en bevestigt hen met kleine pennetjes2 in het omgekeerde geval is de stok moederloos4 ,de hoofdoorzaken der moederloosheid zijn3 #ao4 ,dat de moederbij1 ten gevolge van hoogen ouderdom komt te sterven4 ,door haar niet ouder dan twee of hoogstens drie jaar te laten worden1 neemt men deze oorzaak weg4 #bo4 ,het te digt bij elkander plaatsen der stokken1 zoodat de bijen bij het voorspel1 en vooral bij het eerste in het voorjaar1 gemakkelijk op de nevenstokken vervliegen1 en de haar vreemde koningin ombrengen4 ,ook verdwalen hierdoor vele jonge koninginnen1 na het houden van hare bevruchtings-uitvlugt1 die nu eene prooi des doods worden1 en dus voor hare stokken verloren zijn4 ,men moet de vlieggaten ten minste twee voet van elkander verwijderd houden4 ,ook zou het goed zijn1 tusschen naast elkander staande woningen1 eene vooruitstekende plank aan te brengen2 de bijen konden dan niet zoo gemakkelijk van de eene woning op de andere loopen4 ,heeft men vele stokken en weinig plaats1 dan is men wel genoodzaakt de woningen digt bij elkander te zetten4 ,het overloopen van de eene woning op de andere wordt dan het best voorkomen1 door er een haarachtig voorwerp tusschen te plaatsen2 zij keeren daarvoor terug4 ,ik gebruik er wel strooken konijnenvel toe4 ,gedurende den zwermtijd moet men1 tusschen twaalf en vier ure1 niet de minste verandering aan de woningen aanbrengen1 en er ook niet te digt voor staan of heen en weder loopen4 ,eene jonge moederbij1 die hare bevruchtingsuitvlugt hield1 kon door het eerste hare woning niet meer herkennen1 of door het laatste verhinderd worden haar te bereiken4 ,heeft men de moederloosheid met zekerheid ontdekt1 dan moet men trachten haar zoo spoedig mogelijk te herstellen4 ,in het vroege voorjaar is dit zeer moeijelijk1 want men heeft dan geene overtollige moederbijen1 en gaf men de bijen eene tafel met ongedekt broed1 dan komt de jonge koningin1 wanneer zij er eene aankweeken1 op een tijd dat er nog geene hommels zijn1 om haar te bevruchten4 ,ook zou de jonge moederbij1 op hare vele nuttelooze uitvlugten1 zeer ligt door de koude bevangen worden en omkomen1 of ontmoedigd door hare vergeefsche togten1 het vliegen geheel nalaten1 en dus onbevrucht blijven1 waardoor de stok hommelbroedig kon worden4 ,wanneer de moederloosheid ontdekt wordt1 vrdat er nog hommelbroed in de stokken te vinden is1 dan doet men het best met de bijen uit de woning te nemen1 en haar aan den nevenstok toe te voegen1 na vooraf beide volken berookt1 en met muskuswater besprenkeld te hebben4 ,bewaart men den nu ledigen bouw zorgvuldig voor wasmot1 dan kan men hem later aan een zwerm toevoegen4 ,bevindt men echter den moederloozen stok hommelbroedig1 en dat niet door eene werkbij1 dan kan men de ongeschikte koningin vinden1 door den bouw uit te nemen en haar op de tafels te zoeken2 bij korven moet men de bijen bedwelmen en haar dan zoeken4 ,is de koningin weggenomen1 dan kan men de bijen met den nevenstok vereenigen4 ,is men verzekerd dat het hommelbroed van eene werkbij is gekomen1 dan kan1 zoo als boven reeds werd opgegeven1 niets beters gedaan worden1 dan den stok te dooden en den voorraad er uit te nemen4 ,ontdekt men de moederloosheid in een tijd1 dat er hommelbroed aanwezig is1 dan kan men ongedekt broed geven1 waaruit de bijen zich eene koningin kunnen aankweeken4 ,heeft de moederloosheid reeds eenigen tijd bestaan1 dan zullen de bijen aan haar onnatuurlijken toestand reeds zoo gewend zijn1 dat zij het broed wel verzorgen1 maar er geene hulpcellen uit aanzetten4 ,men moet daarom eerst een of twee tafels1 met op het uitloopen staand broed in de woning hangen1 en zoodra het broed uitgeloopen is1 er eene tafel met ongedekt broed bijvoegen4 ,de jonge bijen zullen1 als zij haar toestand ontdekt hebben1 terstond hulpcellen aanleggen4 ,in den regel is het evenwel voordeeliger zich zooveel moeite niet te geven1 want in het gunstigste geval verloopen er nog zes weken1 voordat het broed van de jonge moederbij uitloopt1 en dan is de dragt dikwerf grootendeels verstreken4 ,men zal zijn belang meer bevorderen1 door de bijen met een anderen stok te vereenigen1 waardoor men een volkrijken stok verkrijgt1 die spoedig een sterken zwerm kan geven4 ,kort voor of in den zwermtijd1 zal een stok die moederloos geworden is1 zichzelven gewoonlijk helpen1 wanneer er ten minste ongedekt broed voorhanden is4 ,in den zwermtijd heeft er ook dikwijls verwisseling van moederbijen plaats1 zonder dat de eigenaar dit bespeurt4 ,ontstaat er moederloosheid bij een nazwerm1 door dat de moederbij op hare bevruchtings-uitvlugt is verloren gegaan1 dan moet de stok1 die volstrekt geen broed bezit1 noodzakelijk omkomen1 zoo men hem geene hulp verschaft4 ,zulk een zwerm moet men dan dadelijk eene moederbij geven1 die voor de zekerheid in een moederhuisje besloten wordt2 men kan hem ook eene moedercel1 of bij gebrek daarvan eene tafel met ongedekt broed toevoegen4 ,had men soms een nazwerm van denzelfden dag1 die dus nog niet gevlogen had1 dan was het best van allen1 dezen bij den moederloozen zwerm te voegen1 na beide eerst met muskuswater besprenkeld te hebben4 ,men verkrijgt nu een sterken zwerm1 die spoedig eene bevruchte moederbij zal bezitten4 ,om de nazwermen in de gelegenheid te stellen1 dadelijk zich zelf te kunnen helpen1 wanneer de moederbij verloren raakt1 is het aan te bevelen bij hunne opzetting eene tafel met ongedekt broed in de woning te hangen2 zij nemen de woning dan ook gereeder aan4 ,valt de moederloosheid in1 wanneer er geene hommels meer zijn1 zoodat eene aangekweekte koningin onbevrucht zou moeten blijven1 dan heeft men geene andere toevlugt1 dan het geven van eene bevruchte moederbij1 welke men daarom zorgen moet in voorraad te hebben4 ,men zet daartoe drie of vier kleine nazwermen afzonderlijk1 of maakt er kleine kunstzwermen voor4 ,in bloempotten of zeer kleine korfjes kan men deze opzetten1 wanneer men slechts zorg draagt hen goed te voren4 ,in den herfst kan men altijd helpen1 want men heeft dan1 bij de vereeniging van stokken1 moederbijen genoeg4 ,de moederbij1 die men aan een stok geeft1 moet vooral in den zomer in een moederhuisje besloten worden1 daar zij anders meestal vijandelijk aangevallen en gedood zou worden4 ,na een paar dagen in het broednest gehangen te hebben1 laat men haar vrij1 doch houdt haar tevens in het oog4 ,wordt zij met vreugde en liefde aangenomen1 hetgeen de bijen toonen door haar te lekken en te voren1 dan kan men gerust zijn4 ,verzamelen de bijen zich daarentegen al digter en digter om haar1 en doen zij daarbij een sissend geluid hooren1 dan kan men zich verzekerd houden dat zij geene goede bedoelingen hebben2 men moet dan de koningin zoo spoedig mogelijk van de haar omringende bijen bevrijden1 en haar weder in het huisje plaatsen4 ,men hangt dit nu nog eenige dagen in het broednest1 en als men de moederbij vrij wil geven1 sluit men de opening met een wasblaadje1 dat de bijen openbijten om haar dus te bevrijden4 ,op die wijze nemen de bijen haar meest altijd aan2 waarschijnlijk in de veronderstelling dat zij haar zelf aangekweekt hebben4 ,in den herfst is het opsluiten der moederbij minder noodig1 daar zij dan gewoonlijk vreedzaam wordt aangenomen4 ,er zijn zelfs voorbeelden van dat zij twee koninginnen aannamen1 die den geheelen winter in den stok bleven4 ,in het voorjaar wordt echter eene van beiden afgemaakt4 ,,de ,,ziekten4 ,de bijen zijn1 even als alle dieren1 aan ziekten onderhevig4 ,de gevaarlijkste1 te weten1 de loop1 de vuilbroed en de meiziekte of dolheid1 zullen hier slechts behandeld worden2 want de overige zoogenaamde ziekten bestaan1 f alleen in de verbeelding1 f hebben zeer weinig te beteekenen en herstellen weder van zelven1 zonder eenig nadeel aangebragt te hebben4 ,,de ,,loop4 ,de loop ontstaat hoofdzakelijk tegen het einde van den winter1 wanneer de bijen1 door lange en aanhoudende koude1 verhinderd zijn om uit te vliegen1 en zich van haar vuil te ontlasten4 ,dit hoopt zich dan in hare ingewanden op1 en eindelijk zijn zij genoodzaakt het te laten vallen1 waardoor zij niet alleen de woning en den bouw bevuilen1 maar zich ook onderling verontreinigen4 ,het laatste heeft ten gevolge1 dat zij in hare natuurlijke bewegingen bemoeijelijkt worden1 en niet minder nadeelig is de reuk1 dien hare uitwerpselen in de woning verspreiden4 ,door de zamenwerking van deze beide oorzaken ontstaat de loop1 die soms een besmettelijk karakter aannemen1 en zoo boosaardig worden kan1 dat gezonde bijen1 die men een zwakken1 aan den loop lijdenden stok ter versterking geeft1 zeer spoedig worden aangetast en wegkwijnen4 ,meestal behoeft er geene vrees te bestaan1 dat deze ziekte zich vertoonen zal1 wanneer de bijen1 door een aanhoudenden1 strengen winter1 niet verhinderd zijn geworden hare woning te verlaten4 ,bij eene rustige standplaats kunnen zij1 zonder eenig gevaar1 vier maanden opgesloten blijven2 komt er dan een schoone dag1 waarop zij kunnen voorspelen1 dan ontlasten zij zich4 ,dralen zij1 bij gunstig weder1 soms lang met naar buiten te komen1 dan moet men haar daartoe aansporen1 door tegen de woning te kloppen1 en haar wat laauw-warmen1 verdunden honig te geven4 ,een halve eetlepel is voldoende4 ,in ,dzierzon's woningen neemt men een dekplankje weg en stort hem1 tusschendoor de nu vrij geworden staafjes1 op de bijen2 is er boven in de korven eene opening1 dan kan ook zij daarvoor dienen2 ontbreekt zij1 dan keert men den korf om1 en laat den honig op de bijen vallen4 ,spoedig zullen nu alle stokken voorspelen en zich ontlasten4 ,heeft een stok1 die aan loop lijdt1 eenmaal kunnen voorspelen1 dan zal hij zich gewoonlijk spoedig herstellen4 ,de onreinheden1 die aan den bouw en de woning kleven1 zullen wel is waar door dit voorspel niet worden weggenomen1 maar zij zullen spoedig opgedroogd zijn1 waarna zij geen schadelijken reuk meer verspreiden2 kunnen de bijen nu en dan vliegen1 dan reinigen zij den bouw en de woning4 ,in woningen met lossen bouw1 kan men haar evenwel deze moeite besparen4 ,men neemt er den geheelen bouw uit1 krabt de wanden met een mes schoon1 of wascht hen desnoods met een natten doek af4 ,de bouw wordt nu weder ingehangen2 doch de tafels1 die te veel bezoedeld zijn1 verwisselt men met andere1 waarna men de bijen weder in de woning laat trekken4 ,is het weder echter te koud om den stok te laten voorspelen1 en den bouw en de woning te zuiveren1 dan kan men hem ook in eene verwarmde kamer brengen en daar laten vliegen4 ,de bijen begeven zich dadelijk naar de vensters1 waardoor het licht invalt1 en onder het daarheen vliegen zullen zij haar vuil laten vallen4 ,al wat men voor verontreiniging bewaren wil1 moet dan met doeken of papier bedekt worden1 en het is goed1 vooral in de vensterbanken1 bovendien onbruikbare wastafels of een draadwerk te leggen1 opdat de nedervallende bijen geen gevaar loopen zich zelven te bemorsen4 ,om haar de woning spoedig te doen verlaten1 geeft men haar nu ook1 zooals boven gezegd werd1 een weinig honig4 ,hebben de bijen zich1 na hare reiniging1 tegen het raam verzameld1 dan heeft men de woning1 die intusschen gezuiverd is geworden1 slechts met het vlieggat naar haar toegekeerd bij haar te plaatsen1 en zij zullen er vrolijk en met overhaasting ingaan4 ,om tijd te winnen kan men haar ook in de woning scheppen4 ,bewoont de stok een gedeelte van eene zamengestelde woning1 dan is men verpligt den bouw met het volk in eene ledige woning over te plaatsen1 en deze dan in de verwarmde kamer te brengen4 ,heeft men de woning en het werk gezuiverd1 dan brengt men de bijen1 die zich intusschen ontlast hebben1 daar weder in1 hetgeen zeer omzigtig moet geschieden1 om haar niet door de koude te doen lijden4 ,het beste is de bijen te verzamelen in een plat kistje1 dat men onder in de woning schuift1 na den bouw zooveel ingekort te hebben1 dat zulks mogelijk wordt2 neemt men nu het deksel weg1 dan zullen zij weder naar het broednest opklimmen4 ,door stokken1 die na eene langdurige koude aan den loop lijden1 op de opgegeven wijze te behandelen1 bewijst men hun eene groote weldaad1 en behoedt hen in de meeste gevallen voor een geheelen ondergang4 ,behalve de bovengenoemde oorzaak tot het ontstaan van den loop1 zijn er nog eenige omstandigheden1 die deze kwaal ten gevolge kunnen hebben4 #ao4 ,het gebruik van den honig1 die laat in den herfst van de heide is opgezameld1 en vooral ook van dien1 welken de bijen van laat gevallen honigdauw ophaalden1 is zeer nadeelig4 ,wegens de late inzameling moet deze honig meestal onverzegeld blijven1 en zijne nadeelige werking zal misschien meer het gevolg zijn der verandering1 die hij daardoor ondergaat1 dan dat hij in aard van anderen honig verschilt4 #bo4 ,storingen in de winterrust1 wanneer zij reeds eenigen tijd heeft geduurd1 en de koude nog aanhoudt1 kunnen aanleiding tot den loop geven4 ,door de storing daartoe opgewekt1 gaan zij uit elkander1 kunnen nu het vuil niet bij zich houden1 maar moeten het in den stok laten vallen2 boven zagen wij reeds hoe hieruit deze kwaal ontstaat4 ,door het stooten tegen de woning1 ook door muizen of vogels1 kan er onrust in den stok gebragt worden2 maar de ergste onrust is die1 welke de bijen zelve in den stok brengen1 wanneer het vlieggat door een of ander toeval verstopt is4 ,er zonderen zich toch altijd enkele bijen van den verzamelden tros af1 om aan het vlieggat te komen zien4 ,vinden zij het open1 dan keeren zij weder terug1 doch in het tegenovergestelde geval gaan zij zoeken en brommen1 brengen daardoor ook de overigen in onrust1 en het gevreesde kwaad is geboren4 ,het vlieggat kan verstopt raken door doode bijen1 die van den tros gevallen zijn1 doch kan ook toevriezen4 ,men moet er altijd een wakend oog op houden1 vooral bij die woningen1 die buiten staan1 en welker vlieggaten beschaduwd moeten worden4 ,het sluiten van de vlieggaten mag slechts gedurende enkele uren geschieden2 zoodra het begint te schemeren opent men hen weder2 hoort men overdag beweging en onrust in eene woning1 dan moet men het vlieggat dadelijk openen2 het is beter dat de bijen dan vliegen1 dan dat zij zich in den stok ontlasten4 #co4 ,de waterdamp1 die gedurende strenge winters1 in woningen1 die niet genoeg tegen de koude beschermd zijn1 tegen de wanden en het werk verdigt1 moet voor een gedeelte door de bijen opgezogen worden1 waardoor zij veelal den loop krijgen4 ,vooral is het nadeelig1 wanneer er vocht van boven op haar druipt2 want zij moeten dat dan aanhoudend opzuigen1 en het zal haar bijna zeker ziek maken4 ,de woningen moeten daarom1 inzonderheid aan de bovenzijde1 tegen de koude beschermd worden1 opdat zich daar geene ijskegels vormen1 die bij dooiweder aanhoudend afdruipen4 ,dat de woningen geheel droog blijven1 is ook niet gewenscht1 want de bijen konden van gebrek omkomen1 wanneer zij geen water hadden1 om den verdikten honig te verdunnen4 ,maar in woningen1 die goed tegen de vorst zijn beveiligd1 vormt zich niet te veel waterdamp1 ook zal zij zich voornamelijk tegen de zijwanden aanzetten1 daar afloopen en dus weinig nadeel verwekken4 #do4 ,ook eene te sterke verkoeling kan de bijen den loop bezorgen4 ,men kan zulks daaruit afleiden1 dat jonge stokken altijd meer aan deze ziekte lijden dan oude2 de bouw van deze laatste is toch veel warmer4 ,zelfs in den zomer ziet men deze ongesteldheid wel uit afkoeling ontstaan1 wanneer er koude invalt1 nadat men een sterken stok1 door het afnemen van zwermen of het verzetten1 veel verzwakt heeft4 ,de broeijende bijen bevuilen dan het vlieggat en de buitenzijde der woning1 en de verkoeling zal waarschijnlijk hare ingewanden verzwakken4 ,om zich tegen de koude1 die bij aanhoudende strenge vorst1 ook door de dikste wanden dringt1 te beveiligen1 moeten zij meer warmte ontwikkelen1 door het trillen met de vleugels en de onderlinge wrijving van hare ligchamen2 deze krachtsinspanning heeft een grooter gebruik van voedsel ten gevolge1 en de grootere hoeveelheid drek1 die zich daardoor bij haar ophoopt1 moet onvermijdelijk den loop doen ontstaan4 ,het kenmerk dat een stok aan loop lijdt1 bestaat daarin1 dat het vlieggat sterk met de uitwerpselen der bijen besmet is4 ,eenige weinige vlekken hebben echter geene beteekenis4 ,opent men de woning1 dan vindt men deze zoowel als het werk bevuild1 en op den bodem liggen vele dooden1 die sterk opgezwollen zijn2 er hangen ook dooden tusschen het werk1 en de woning verspreidt een onaangenamen reuk4 ,alles1 wat aanleiding tot de ziekte geven kan1 moet natuurlijk vermeden worden2 is zij1 ondanks alle voorzorgen1 uitgebroken1 dan moet het weder beslissen1 hoe men haar herstellen zal4 ,in alle geval moet men de bijen laten vliegen2 men doet dit1 zooals boven reeds is gezegd1 als het weder te koud is1 in een verwarmd vertrek4 ,op de daar aangegeven wijzen1 moet men haar tot een spoedig voorspel uitnoodigen1 want bij zwakke stokken is de zitplaats ver van het vlieggat2 eer nu de tusschenliggende ruimte verwarmd was1 kon de gunstige gelegenheid om voor te spelen reeds voorbij zijn1 zoodat de bijen zich niet meer naar buiten konden begeven1 om zich te reinigen4 ,wanneer men ziet dat bij schoon weder verscheidene stokken voorspelen1 dan moet men er de andere ook toe opwekken4 ,ontdekt men nu zieke stokken1 dan moet men1 zoo het weder het toelaat1 de verontreinigde tafels door zuivere vervangen4 ,bij woningen met vasten bouw1 snijdt men het bevuilde gedeelte zooveel mogelijk weg1 en vult de ledige ruimte met een kussen1 dat met mos of kaf gevuld is1 ten einde door de besnijding geene verkoeling aan te brengen4 ,vele bijenhouders achten het nuttig om de bijen1 die aan loop lijden1 te voren met honig1 waaronder een aftreksel van steranijs of muskaatnoot en ,spaansche wijn gemengd is4 ,het kan goed wezen1 doch ik houd zuiveren honig voor het beste4 ,kunnen de bijen vliegen en kan men haar1 door het werk te zuiveren1 te hulp komen1 dan heeft de kwaal weinig te beteekenen1 en zonder verdere zorg herstelt zij spoedig4 ,heeft men bij ongunstig weder geene gelegenheid om de bijen in een verwarmd vertrek te brengen1 dan moet men haar zoo mogelijk eene verzegelde honigtafel of stukken kandij boven het broednest geven1 haar overigens zoo stil mogelijk laten staan1 zonder de toestrooming van versche lucht door het vlieggat te beletten1 tegen verkoeling waken1 en met geduld goed weder afwachten4 ,,de ,,vuilbroed4 ,de vuilbroed kan zulk een aanstekend1 pestachtig karakter aannemen1 dat zij geheele bijenstanden verwoest4 ,zij is gelukkig niet zoo algemeen als de loop1 ja in sommige streken heeft men haar zelfs nimmer zien woeden2 nogtans moet men zorgvuldig alles vermijden1 wat haar zou kunnen doen uitbreken4 ,ik heb het geluk gehad1 dat zij zich nog nooit op mijn stand heeft vertoond1 en wat ik dus van haar zal zeggen1 kan ik alleen op gezag van anderen mededeelen4 ,vroeger schreef ,dzierzon1 gelijk ik thans doe1 dat die plaag hem vreemd was2 vijf of zes jaar geleden brak zij evenwel op zijn stand uit2 twee jaar heeft hij met haar moeten worstelen1 eer hij haar grootendeels overwonnen had1 en na groote verliezen geleden te hebben1 vindt hij er ook nu van tijd tot tijd nog enkele sporen van4 ,deze ziekte treft de bij niet als volwassen insect1 zoo als dat met andere ziekten het geval is1 maar zij bepaalt zich alleen tot het broed1 en wel hoofdzakelijk tot het bedekte broed1 dat den nimfen-toestand reeds heeft aangenomen4 ,in plaats van zich tot bijen te ontwikkelen1 sterven de maskers in de cellen1 en gaan daar tot verrotting over4 ,naar dat de ziekte het ongedekte of het gedekte broed treft1 onderscheidt men haar in de goedaardige en de pestaardige of aanstekende vuilbroed4 ,de goedaardige vuilbroed ontstaat1 wanneer er koud weder invalt1 nadat de bijen vroeg in het jaar veel broed hebben aangezet1 waardoor zij tot zelfbehoud genoodzaakt worden om het broed te verlaten en zich zamen te trekken4 ,het gedekte broed1 dat zich boven in de woning bevindt1 zal nu zelden afsterven4 ,het ongedekte moet daarentegen omkomen4 ,de doode maden gaan in eene brijachtige stof over1 die op den bodem der cel tot eene zwartbruine korst uitdroogt1 welke daar1 goed droog zijnde1 gemakkelijk afgetrokken kan worden1 en dan door de bijen wordt uitgeworpen4 ,vindt men deze zwartbruine schilfers op den bodem van eene woning1 dan kan men verzekerd zijn dat er vuilbroed in geweest is4 ,men ontdekt dit ook aan den onaangenamen reuk1 dien de woning van zich geeft4 ,de goedaardige vuilbroed verwekt gewoonlijk weinig schade4 ,zij is niet aanstekend1 en valt er gunstig weder in1 dan helpen de bijen gewoonlijk zich zelven4 ,de aanstekende of pestaardige vuilbroed1 die zich alleen tot het gedekte broed bepaalt1 is zeer gevaarlijk4 ,de gestorven maskers gaan in eene taaije stof over2 deze droogt eindelijk tot eene zwarte korst uit1 die zich zoo aan de cel hecht1 dat de bijen haar niet kunnen wegnemen4 ,men ontdekt deze kwaal door dat het volk dagelijks vermindert1 omdat er geene jonge bijen uitloopen2 door den onaangenamen stank1 dien de stok verspreidt2 door de zwarte kleur1 die de broedtafels verkrijgen1 en door het invallen der wasdeksels4 ,deze ziekte is1 wegens haar aanstekend vermogen1 zeer te vreezen4 ,hoewel de bijen zelven er niet door lijden1 zoo dragen zij toch de smetstof bij zich4 ,vervliegen zij op een gezonden stok1 dan is ook deze besmet2 rooft een gezonde stok op een vuilbroedigen1 dan zal hij ook vuilbroedig worden4 ,er is weinig aan de pestaardige vuilbroed te doen4 ,het best is1 vooral in den herfst1 wanneer de bijen weinig waarde hebben1 haar met zwaveldamp te dooden1 zoodra men de ziekte ontdekt heeft4 ,het werk snijdt men uit de woning1 en alle tafels1 die vuilbroed bevatten1 begraaft men op eenigen afstand van den bijenstal4 ,de ledige woning brandt men uit1 en stelt haar minstens twee jaar aan wer en wind bloot1 voor men haar weder gebruikt4 ,in het voorjaar1 wanneer men de bijen niet gaarne zou missen1 ook dan1 als de kwaal zich reeds over een groot aantal stokken heeft uitgebreid1 kan men de bijen uit de woning jagen1 en haar een paar dagen1 in een ledigen korf1 met een luchtig kleed gedekt1 laten staan2 in den korf vort men haar met dunne suikerstroop4 ,vervolgens brengt men haar naar een verwijderden stand1 waar zij zich bij de eerste uitvlugt van het bij haar opgehoopte vuil zullen ontdoen4 ,dan doet men haar in eene nieuwe woning1 die men van gezond werk voorziet1 zonder er evenwel gevulde honigtafels in te hangen1 daar deze de smetstof zouden aannemen4 ,bij ongunstig weder vort men haar liever1 gedurende den nacht1 met honig of suikerstroop4 ,de moederbij geeft men haar de twee eerste dagen in een moederhuisje besloten1 opdat de bijen zich1 door het uitvliegen1 zooveel mogelijk van de smetstof zouden kunnen ontdoen1 voordat er weder eijeren gelegd worden4 ,welke de oorzaak van het ontstaan der pestaardige vuilbroed is1 weet men niet met zekerheid4 ,waarschijnlijk is zij te zoeken in het voren met honig1 waarvan men de afkomst niet kent1 zoodat er honig uit vuilbroedige stokken onder zijn kan4 ,daarom is het zoo gevaarlijk om met vreemden honig te voren4 ,heeft men geen honig1 van welks zuiverheid men zeker is1 dan vore men liever met kandij of suikerstroop4 ,wanneer er geen broed in de stokken staat1 zou van het voren met honig uit vuilbroedige stokken weinig te vreezen zijn4 ,zelfs zou men dan zonder gevaar bijen1 uit zulke stokken1 met gezonde kunnen vereenigen1 omdat de ziekte alleen het broed aantast4 ,maar waarom zou men zijne gezonde stokken1 wanneer het niet noodig is1 aan de besmetting blootstellen8 ,de verspreiding der ziekte1 van den eenen stok op den anderen1 geschiedt ongetwijfeld doordat de bijen1 uit aangestoken stokken1 op gezonde stokken vervliegen4 ,,de ,,voorjaarsziekte ,,of ,,dolheid4 ,in ,mei1 soms reeds in ,april1 kunnen stokken1 die sterk door den winter gekomen zijn1 in korten tijd zoo arm aan volk worden1 dat men niet weet waar de bijen gebleven zijn4 ,bij eenige oplettendheid1 ontdekt men evenwel spoedig waaraan het volksverlies is toe te schrijven4 ,men ziet vele bijen1 met een sterk opgezwollen buik1 afvliegen1 doch niet terugkeeren4 ,soms vallen zij1 dadelijk na het verlaten der woning1 op den grond neder1 draaijen op den rug in het rond en sterven4 ,deze ziekte1 die men voorjaarsziekte of dolheid noemt1 is vrij algemeen bekend1 doch het is niet gemakkelijk op te sporen hoe zij ontstaat2 vele oogenschijnlijke oorzaken bleken bij nader onderzoek onjuist te zijn4 ,in ,duitschland gelooft men de oorzaak van haar ontstaan gevonden te hebben4 ,zij zou gelegen zijn in het gebruik van honig1 die in de cellen ongedekt is gebleven1 en die1 na gedurende den winter water tot zich getrokken te hebben1 in het voorjaar tot gisting overgaat4 ,het gebruik van dezen honig doet het ligchaam der bijen opzwellen1 omdat de gisting voortgaat1 hetgeen den dood der bij ten gevolge heeft4 ,het is bekend dat men bijen kan vergeven1 door haar honig te voren1 die met gist vermengd is4 ,het verdient opmerking1 dat jonge en zwakke stokken zelden door deze ziekte worden aangetast1 terwijl dat oude en sterke stokken er hevig aan kunnen lijden4 ,bij eene naauwkeurige beschouwing laat zich dit1 hoe zonderling het schijnen mag1 gemakkelijk verklaren4 ,men ziet toch dat die stokken1 welke nog laat in den herfst veel broed hebben staan1 ook in het volgende jaar het meest worden aangetast4 ,het is bekend dat de bijen1 bij drukke dragt1 den honig zoo spoedig mogelijk afleggen1 in de eerste de beste cel1 die zij ledig vinden2 later dragen zij hem over naar die cellen1 waarin zij hem willen bewaren4 ,zoodra nu het broed vermindert en er in het broednest ledige cellen komen1 brengen zij den honig uit de meer verwijderde cellen hierin4 ,begint het weder nu kouder te worden1 dan trekken de bijen zich te zamen op het laatste broed1 en vestigen daar hare winterzitplaats1 terwijl de honig1 dien zij kort te voren verdroegen1 zoowel als die1 welke ver van het broednest verwijderd is1 ongedekt blijft4 ,boven1 naast en onder de bijen1 bevindt zich nu ongedekte honig4 ,komen er nog vliegbare dagen1 dan gebruiken zij hier nog veel van1 doch kunnen zij zich niet meer uiteen begeven1 wegens ingevallen koude1 dan blijft de honig1 die zich bezijden en onder haar bevindt1 staan4 ,de waterdamp1 die zich in de woning vormt1 slaat ook op den ongedekten honig neder1 die verdunt en in het voorjaar1 bij het toenemen der warmte1 tot gisting overgaat4 ,bij het onderzoeken der stokken zal men dan gewoonlijk zulken honig vinden4 ,hij is dun1 troebel en van eene melkachtige kleur2 hij smaakt bedorven en geen enkele bij raakt hem aan4 ,in den digten bijenklomp wordt intusschen broed aangezet1 dat zich bij stijgende warmte meer en meer uitzet4 ,om hiervoor plaats te bekomen1 moet deze bedorven honig uit de cellen verwijderd worden1 want het broednest moet steeds in een gesloten geheel bestaan4 ,bleven er opene cellen tusschen1 dan zou de vereischte broeiwarmte niet ontwikkeld worden4 ,de bijen moeten dus den bedorven honig opzuigen1 en velen zullen1 wat vroeger of later1 door de dolheid worden aangetast4 ,de sterke uitbreiding van het broednest heeft eerst bij grootere warmte plaats1 van daar dat de ziekte op zijn vroegst in ,april1 doch het meest in ,mei uitbreekt4 ,zij wordt dan ook wel meiziekte genoemd4 ,een stok1 die in het najaar weinig broed heeft1 is in de gelegenheid om den honig boven het broednest te brengen en te bedekken1 en hij zal dus niet of zeer weinig door deze ziekte worden aangetast4 ,zoo laat het zich dan verklaren1 waarom zwakke en jonge stokken1 die over het algemeen in den herfst weinig broed hebben staan1 weinig van deze ziekte te lijden hebben1 terwijl sterke stokken er hevig door aangetast kunnen worden4 ,men zegt algemeen dat de honig1 die op de heide gewonnen wordt1 niet goed is om tot wintervoorraad te dienen4 ,men moet dit evenwel niet daaraan toeschrijven dat deze honig heide-honig is1 maar aan de omstandigheid dat hij laat gewonnen is1 en dus meestal ongedekt moet blijven4 ,het eenige waardoor men de meiziekte kan voorkomen1 is het wegnemen van den ongedekt gebleven honig1 er goede1 verzegelde honigtafels voor in de plaats gevende4 ,,de ,,vijanden4 ,het aantal bijen1 dat in het voorjaar met den dag toeneemt1 vermindert in den herfst1 als het broeijen heeft opgehouden1 weder even spoedig1 zoodat de stokken1 die in den zomer zoo volkrijk waren1 dat de woningen hen bijna niet bevatten konden1 nu weder zoo zwak geworden zijn1 dat zij den bouw niet geheel kunnen bezetten4 ,hoewel vele bijen door ouderdom sterven1 of wanneer zij1 door beschadiging van hare vleugels1 niet meer in staat zijn haar ligchaam te dragen1 hier of daar nedervallen en omkomen1 toch is dit verlies betrekkelijk gering4 ,de meesten komen om door ongunstig weder1 of door dat zij eene prooi worden van een van hare talrijke vijanden4 ,men moet zich niet voorstellen dat de vijanden der bijen haar vervolgen uit natuurlijken afkeer4 ,zij zijn de bijen slechts daarom vijandig1 omdat zij zich met haar1 of met haar voorraad willen voeden4 ,zoo zijn er een aantal vogels1 die aanhoudend jagt op de bijen maaken1 en er dagelijks eene menigte wegvangen1 zoo als de musch1 de roodstaart1 de zwaluw enz4 ,ook de ooijevaar snapt1 als hij door de weide loopt1 menige bij van de bloemen weg4 ,van alle vogels zal het de mees wel zijn1 die de meeste schade aan de bijen toebrengt1 niet zoo zeer door dat zij er zoo vele vangt1 maar door de onrust1 die zij 's winters in de stokken veroorzaakt1 die onbedekt staan4 ,zij plaatst zich aan het vlieggat1 en verontrust de bijen door haar aanhoudend gepik zoo1 dat velen zich van den verzamelden tros afscheiden en aan het vlieggat komen zien4 ,gaan zij naar buiten1 dan worden zij terstond door de koude bevangen en vallen op den grond1 waarna de mees haar verslindt2 die weder in de woning terugkeeren1 zijn toch niet meer in staat tot de andere bijen op te klimmen1 maar vinden haar dood op den bodem der woning4 ,de specht kan1 in de streken waar hij gevonden wordt1 vooral in den winter1 veel schade verwekken4 ,hij klopt soms gaten1 ter grootte van eene vuist1 in de woning4 ,door de veroorzaakte onrust kan de geheele stok omkomen4 ,de muis1 welke de bijen in den zomer goed uit de stokken weren kunnen1 of die1 zoo zij er in mogt komen1 dit spoedig met den dood moet bekoopen1 is in den winter een geduchte vijand4 ,zij zoekt in de woning te komen1 begint met de dooden1 die zij op den bodem vindt1 op te eten1 beknabbelt daarna den wasbouw en eet er den honig uit1 voor zoo ver de tafels niet door de bijen bezet zijn4 ,de dadelijke schade1 die zij verwekt door hetgeen zij verteert1 is niet bijzonder groot1 maar de aanhoudende onrust1 die zij in den stok brengt1 noodzaakt de bijen meer honig te verbruiken1 om de ontwijkende warmte te herstellen4 ,ook veroorzaken hare uitwerpselen een ondragelijken stank1 die niet zelden de bijen voor altijd hare woning doet verlaten1 zoodra het weder haar het uiteengaan vergunt4 ,de vlieggaten mag men niet met doorboorde schuifjes sluiten 7voor enkele uren kunnen zij zonder gevaar gesloten worden1 doch dit zou hier niet helpen71 want hoewel hierdoor de lucht toegang kan hebben1 zoo willen de bijen vrij zijn4 ,men moet hen met spijkers of schuifjes dus zoo vernaauwen1 dat er geene muis door kan2 dit moet met zorg geschieden1 daar het spitsmuisje door eene opening weet te dringen1 weinig grooter dan die1 welke een hommel behoeft4 ,in alle geval vange men de muizen zooveel mogelijk1 want al belet men haar in de woningen te dringen1 zij trachten dat toch te doen1 en verontrusten de bijen door er buiten aan te knagen4 ,het is daarom beter de wanden der woningen dik te maken1 dan haar dunne wanden te geven1 en die met stroo of iets dergelijks te bekleeden1 om de warmte er in te houden4 ,in de bekleeding zouden de muizen de meest gezochte sluiphoeken vinden1 en er hare nesten maken4 ,dat men nooit katten in den stal mag laten1 om de muizen te vangen1 werd reeds vroeger gezegd4 ,de padde is ook als een vijand der bijen te beschouwen4 ,de bijen1 die door de koude bevangen op den grond vallen1 en die1 wanneer zij den volgenden dag door de zon beschenen werden1 weder zouden herleven1 zoekt de padde op4 ,zij vertoeft ook wel onder de vlieggaten1 om1 zoodra er eene bij valt1 deze weg te pakken4 ,het is daarom goed dat de grond voor den stal niet begroeid is1 anders kon zij zich daar verschuilen1 zonder dat men haar kon ontdekken4 ,de mieren1 die voor de bijen zelven als onschadelijk te beschouwen zijn1 zijn niettemin eene groote plaag voor den bijenhouder1 omdat hij haar maar moeijelijk uit de woningen kan houden1 binnen welke zij door de kleinste openingen weten te geraken1 om zich met den honig te voeden2 soms slaan zij er zelfs1 op voor de bijen ontoegankelijke plaatsen1 hare nesten op4 ,de bijen zelve vervolgen haar1 en jagen haar zooveel mogelijk uit de woning4 ,de mieren schijnen het ook te weten1 dat zij geene welkome gasten zijn1 want sterk bevolkte woningen durven zij zelden door het vlieggat binnen dringen1 waar de bijen haar dan ook dadelijk terugwijzen4 ,veeleer zoeken zij door deze of gene reet binnen te komen4 ,mij zijn bijenhouders bekend1 die de mieren gaarne in hunne stokken zien1 meenende dat dit een goed honigjaar voorspelt4 ,ik zie haar echter minder gaarne1 en tracht haar zooveel mogelijk te verdrijven4 ,het best geschiedt dit door de nesten met zorg op te zoeken en te vernietigen1 en in den omtrek van en onder de woningen asch te strooijen4 ,dit helpt veel1 want zoolang de asch droog is1 zullen de mieren er niet ligt overheen loopen4 ,strooit men ook asch tusschen woningen1 die men op elkander wil plaatsen1 dan belet men haar zich daar te nestelen4 ,met hetzelfde doel strooi ik ook asch tusschen het stroo1 waarmede ik de wanden der woningen opvul4 ,de wilde hommelbij wordt door ,dzierzon en anderen als een groote vijand der bijen opgegeven1 die haar op de bloemen en zelfs voor de vlieggaten zou vangen1 en na er het voorlijf te hebben afgetrokken1 met het achterlijf naar haar nest zou vliegen1 om er het broed mede te voeden4 ,zelfs zou zij in de stokken sluipen1 en daar zeer gevaarlijk voor de koningin worden2 vooral in het najaar1 als er in het veld niets meer te vinden is1 zou zij groote schade aan de stokken kunnen toebrengen4 ,men raadt daarom aan in het voorjaar de wijfjes der hommelbijen1 die dan nog alln omvliegen1 te vangen en te dooden1 daar de dood van elk wijfje als het ware een geheel nest vernietigt4 ,ik voor mij heb het nadeel der hommelbijen nimmer kunnen opmerken1 hoewel ik aan de waarheid van het bovenstaande toch niet twijfel4 ,de wespen zijn voor de bijen niet schadelijk2 zij jagen echter den honig na1 vliegen daarom rond de woningen en trachten binnen te dringen4 ,gelukt haar dit1 dan kunnen vele bijen er door omkomen1 wanneer zij de wespen willen verjagen1 want deze zijn veel sterker dan de bijen4 ,door1 even als dit voor de hommelbijen gezegd is1 de wespen1 die in het voorjaar omvliegen 7het zijn de wijfjes1 die uit haar winterslaap ontwaakt zijn71 weg te vangen en te dooden1 gaat men haar het beste tegen4 ,verder kan men haar vangen door flesschen1 voor de helft gevuld met water1 dat met honig of suiker vermengd is1 bij de stokken te zetten2 zij kruipen daarin en komen zoo om4 ,de luis wordt ook onder de vijanden der bijen gerekend4 ,bij voorkeur schijnt zij zich bij de moederbij op te houden1 en zich op den rug te plaatsen4 ,komt zij slechts in geringe mate voor1 dan is ook het nadeel niet groot2 in overmaat vindt men haar alleen bij ziekelijke stokken4 ,ik kan over het nadeel evenwel niet oordeelen1 daar ik haar nooit in mijne stokken ontdekt hebt4 ,de spin is voor de bijen een gevaarlijke vijand4 ,velen vinden in hare netten den dood1 en het is daarom goed de netten1 in den omtrek van den bijenstand1 dagelijks weg te nemen1 en de spinnen zooveel mogelijk te dooden4 ,het best vindt men haar tegen het vallen van den avond1 wanneer zij uit hare schuilplaatsen komen1 om hare beschadigde netten te herstellen4 ,het nadeel der huisspinnen is evenwel gering1 in vergelijking van dat der veldspinnen1 welke in het najaar menigvuldig voorkomen4 ,den grond en vooral de heide bedekken zij met hare weefsels1 waarin de bijen bij duizenden omkomen4 ,dit kwaad kan niet weggenomen worden1 dan door eene sterke regenbui1 die de netten verwoest1 waarna de bijen de heide ook weder moediger bevliegen1 dan toen zij er haar mede overtrokken vonden4 ,de wasmot1 of liever hare wormen of maden1 zijn voor de bijen1 zoowel als voor haar eigenaar1 de grootste plaag4 ,zij komen op elken bijenstand en in elke onbezorgd nedergelegde wastafel zoo zeker1 dat ieder1 die zich met bijenteelt bezighoudt1 haar maar al te goed zal kennen4 ,er bestaan twee soorten1 eene kleinere en eene grootere1 welke laatste de dikte van eene matige penneschacht kan verkrijgen4 ,de eerste komt meer voor dan de tweede1 doch zij is minder schadelijk4 ,de maden komen van die zilverkleurige vlinders1 welke in den avond van warme dagen1 in groote menigte voor de vlieggaten der woningen rondvliegen1 en deze trachten binnen te sluipen1 om hunne eijeren in de ledige cellen te leggen4 ,de bijen1 die hare vijanden goed schijnen te kennen1 betwisten hun den ingang wel1 door angstig rond het vlieggat en over de woning te loopen1 als of zij de moederbij zochten1 maar het is haar onmogelijk allen het indringen te beletten4 ,sterke stokken houden de meeste wasmotten buiten hunne woning1 en daar de bijen er alle cellen in bezoeken1 en de eijeren der wasmotten goed schijnen te kennen1 zoo worden zij spoedig uitgeworpen1 waardoor deze stokken er weinig door lijden4 ,de kleinste soort van maden vindt men meest op den bodem der woning1 onder eenig wasmul verborgen1 en verder op die plaatsen1 die voor de bijen ontoegankelijk zijn4 ,zij leven voornamelijk van den afval1 doch vreten ook de wastafels wel door1 zonder die evenwel zoo te doorspinnen1 als de grootere soort het doet4 ,deze vestigen zich dikwijls in de broedtafels1 en nergens kunnen zij zooveel schade aanrigten1 en zijn zij zoo moeijelijk te verdrijven4 ,zij vreten den tusschenwand der tafels door1 en kruipen1 tusschen het broed1 van de eene cel naar de andere1 zonder dat het de bijen mogelijk is1 haar meester te worden4 ,zij spinnen de maskers der bijen in de cellen vast1 zoodat deze1 na hare volkomene ontwikkeling1 de cel niet kunnen verlaten1 of zoo het haar mogelijk is1 dan blijven zij met een gedeelte van het spinsel omgeven1 dat haar het vliegen belet4 ,de bijen moeten in zulke tafels soms geheele gaten bijten1 om er het vastgesponnen broed uit te verwijderen4 ,hebben de maden zich eenmaal in het broednest gevestigd1 dan kan men niet beter doen1 dan de koningin uit den stok vangen en daar een aflegger mede maken1 of haar anders zoolang in een moederhuisje sluiten1 totdat al het broed is uitgeloopen4 ,de maden vinden dan geene verborgene plaatsen meer1 en kunnen door de bijen geheel bemagtigd en uitgeworpen worden1 waarna de beschadigde tafels worden hersteld4 ,in ,dzierzon'sche woningen kan men het kwaad ook volkomen wegnemen1 door den bouw en het volk uit de woning te nemen1 en haar dan met stroo uit te branden1 waarna men er nieuwe tafels inhangt1 en er de bijen weder in laat loopen4 ,men moet bij voortduring toezien1 dat zich geene wasmotmaden in de woningen vestigen1 en haar verwijderen1 waar men haar ook ontdekt4 ,bij korven moet men vooral goed toezien1 want waar zich in den wand maar eene kleine holte bevindt1 houden zij zich veeltijds op1 en men vindt haar ook dikwerf in den ondersten rand1 waarmede de korf op de onderplank staat4 ,voor den bijenhouder zijn de wasmotten eene voortdurende plaag4 ,in weinig tijd kunnen zij de schoonste tafels vernietigen1 en veelal vindt men daar niets meer van1 dan eene aaneengesponnen pruik1 waarin zich eene menigte wormen ophouden1 terwijl het was grootendeels1 zoo niet geheel1 verdwenen is4 ,het is hierdoor ook dat men zoo dikwerf wordt teleurgesteld1 wanneer men een zwerm in een bebouwden korf plaatst1 dien men het voorgaande jaar bewaard had4 ,veeltijds schijnt de bouw geheel gespaard te zijn1 terwijl hij1 boven in den kop van den korf1 geheel doorsponnen is4 ,in plaats1 van de bijen eene belangrijke schrede voorwaarts te plaatsen1 berokkent men haar een ontzettend werk4 ,overwinnen zij de kwaal1 dan komen zij toch niet vooruit1 en zoo niet1 dan verlaten zij den korf weder4 ,daar de wastafels1 hoe men die ook opbergen mag1 zeer spoedig eene prooi der wasmotten worden1 die hare eijeren reeds in de cellen gelegd hadden1 zoo smelten vele bijenhouders de stukken wastafel1 die nu en dan van den bouw afvallen1 terstond op1 waardoor het was niet meer voor de verwoesting der motten blootstaat4 ,bij het volgen van ,dzierzon's leerwijze1 is dit evenwel niet voldoende4 ,de wastafels zijn daarbij geheel onmisbaar1 en het komt er dus niet alleen op aan het was te bewaren1 maar ook de tafels1 zoo als de bijen haar gebouwd hebben1 ongeschonden te laten4 ,men heeft daartoe verschillende middelen beproefd1 die allen meer of minder te wenschen overlieten1 doch is er nu sedert #b of #c jaar in geslaagd1 de wastafels geheel voor de mot te beveiligen1 hetgeen voor de bijenteelt van het hoogste belang is4 ,men legt de wastafels1 hetzij los of aan staafjes1 in eene kuip1 en giet deze vol water1 na de tafels zoo bevestigd te hebben1 dat zij onder water blijven4 ,het water trekt in de cellen1 weekt de eijeren los en doodt de reeds aanwezige wormen4 ,na #bd uren giet men het water af1 en doet er weder versch op4 ,den volgenden dag neemt men er dan de tafels uit1 en legt haar op een hellend latwerk1 dat in de schaduw staat en aan den wind is blootgesteld4 ,het water zal nu grootendeels uit de cellen vloeijen1 en om dit te bevorderen1 keert men de tafels nu en dan om4 ,na een paar dagen kan men haar binnenshuis op eene luchtige plaats leggen1 en na eenige weken zullen zij volkomen droog zijn4 ,moet men haar vroeger gebruiken1 dan legt men haar op kladpapier1 wanneer zij na een paar dagen droog zijn4 ,de hier opgegeven handelwijze is voldoende om de tafels volkomen te reinigen1 en zlang voor de wasmot te beveiligen1 als de cellen water bevatten1 want dan kan de mot er hare eijeren niet in afzetten4 ,zoodra zij evenwel droog zijn1 zijn zij weder aan hetzelfde gevaar blootgesteld1 zoodat men dezelfde omslagtige bewerking zou moeten herhalen4 ,op tafels1 die gedeeltelijk met honig gevuld zijn1 kan zij in het geheel niet worden toegepast1 want de honig zou worden opgelost4 ,later heeft men echter nog een ander hulpmiddel gevonden1 dat eenvoudiger is1 en volkomen aan het doel beantwoordt1 en dat ook op gedeeltelijk met honig gevulde tafels kan worden toegepast4 ,in eene kist1 die goed gesloten kan worden1 zijn op den vereischten afstand latten bevestigd1 waarop de staafjes1 waaraan de wastafels hangen1 met de uiteinden worden geplaatst4 ,op deze staafjes legt men nu1 met eenige tusschenruimte1 de losse stukken wastafel1 en zet op den bodem der kist eene test1 waarin eenig zwaveldraad wordt ontstoken4 ,het deksel der kist wordt nu goed gesloten1 en gesloten gehouden4 ,van vier tot zes weken kan men haar laten staan1 doch na verloop van dien tijd1 en ook wanneer men de kist lang geopend heeft gehouden1 moet men het zwavelen herhalen4 ,de tafels worden aldus volkomen voor de mot beveiligd1 de eijeren en wormen1 die zich reeds in de cellen mogten bevinden1 worden ook geheel vernietigd1 en de zwaveldamp heeft noch op het was1 noch op den honig1 die zich daarin mogt bevinden1 eenigen nadeeligen invloed4 ,een paar uren voor dat men haar gebruikt1 stelt men haar aan de lucht bloot1 waarna de bijen haar met graagte aannemen3 zij beginnen haar terstond op te zuiveren1 waarna de moederbij haar met eijeren bezet4--,ook in eene ,dzierzon'sche woning kan men de tafels zwavelen en bewaren1 wanneer zij maar goed gesloten kan worden4 ,bebouwde korven kan men voor de wasmot beveiligen1 door haar op brandende zwavel te plaatsen1 en haar daarna op eene laag droog zand te zetten1 waardoor de korf geheel wordt afgesloten4 ,het zwavelen wordt nu en dan herhaald4 ,,het ,,besnijden4 ,men is het lang niet eens over het al of niet noodzakelijke van het besnijden4 ,de een vindt het hoog noodig om in het voorjaar de stokken te besnijden3 vooreerst om het oude werk te laten vernieuwen1 en ten andere om de bijen tot meer vlijt op te wekken1 want besneden stokken bouwen spoediger dan onbesnedene1 en de moederbij bezet de nieuw gebouwde cellen vroeger met eijeren dan de oude4--,de ander verwerpt het besnijden geheel3 hij beschouwt het als een bepaald nadeel om den bouw ook maar een duim in te korten1 omdat men daardoor de bijen slechts noodeloos werk zou bezorgen2 nu moet toch de honig aan een nieuwen bouw ten koste gelegd worden1 terwijl anders het opgezamelde in de voorhanden cellen kon worden geborgen4--,voor de beide bovengemelde opvattingen bestaat eenige grond1 doch er is nog eene soort van bijenhouders1 die de stokken wel besnijden1 maar alleen uit gewoonte en navolging1 om de ledige tafels meester te worden en op te smelten4 ,een bijenhouder1 dien ik bezig vond met zijne stokken sterk te besnijden1 antwoordde mij op de vraag waarom hij dit deed3 ,wel dit is de eerste opbrengst die zij geven1 en de bijen moeten maar zorgen dat zij het weder volbouwen4 ,een vaste regel kan er voor het besnijden niet aangenomen worden4 ,het moet zich regelen naar de streek1 waarin men woont4 ,heeft men eene vroege hoofdweide1 en moet deze als het ware den geheelen oogst opleveren1 dan besnijde men zoo weinig mogelijk1 en neme alleen de beschadigde of sterk beschimmelde gedeelten der tafels weg4 ,zij zouden anders1 door eene gedwongen bouwing1 genoodzaakt worden om den oogsttijd voor een gedeelte te verzuimen4 ,woont men daarentegen in eene streek1 waar de hoofdweide laat invalt1 dan kan men zijne stokken zonder nadeel matig besnijden2 want tegen dat de hoofddragt begint1 zullen zij toch weder volbouwd zijn1 en daar de moederbij de nieuw gebouwde cellen werkelijk spoediger met eijeren bezet dan de oude1 zoo geeft het ook aanleiding dat de stokken1 gedurende de rijkste dragt1 volkrijk zijn4 ,voorjarige zwermen moet men evenwel in geen geval besnijden1 zelfs dan niet1 wanneer de punten der tafels eenigzins beschimmeld zijn1 want de bijen weten haar goed te zuiveren4 ,is men het niet eens omtrent het nut van het besnijden1 evenmin zijn de voorstanders er van het eens1 omtrent den tijd1 die daarvoor geschikt is4 ,is men echter eenigzins met de natuur der bijen bekend geworden1 dan weet men ook dat het niet te vroeg en niet te sterk mag geschieden2 want door sterk en vroeg besnijden1 kan men zijne bijen in volkomen ellende storten1 ja haar geheel doen omkomen6 ,men verkoelt er toch hare zitplaats aanmerkelijk door1 en kwam er nog een nawinter1 dan konden zij zich niet voldoende meer verwarmen2 aan broedzetten viel niet meer te denken2 veeleer zouden zij1 ten gevolge der verkoeling1 aan loop gaan lijden1 en bij duizenden omkomen4 ,ondanks het gevaar dat er in gelegen is1 kunnen toch velen1 in hunne voortvarendheid1 niet nalaten de stokken vroeg te besnijden4 ,zoodra er in het laatst van ,februarij of het begin van ,maart maar enkele schoone dagen zijn1 haasten zij zich om dit1 naar hun inzien1 noodzakelijk werk te verrigten4 ,en wat winnen zij daardoor8 ,dat de stokken aan groot gevaar blootgesteld zijn1 of voor het minst in hun vooruitgang zijn gestuit2 want broedaanzetting en wasbouw gaan steeds hand aan hand1 en zonder een aanmerkelijken warmtegraad en weder1 dat de bijen toelaat bloemenstof en water op te halen1 is de wasbouw onmogelijk2 vr ,mei valt het geschikte weder zelden in4 ,als men de besneden stokken sterk vorde1 hun tevens1 ter vervanging van bloemenstof1 meel aanbood1 en de woningen goed dekte1 dan zou men hen tot het bouwen en broedzetten kunnen brengen1 hetgeen ik vroeger reeds heb opgemerkt4 ,maar waartoe zich deze moeite te berokkenen1 wanneer men niet weet of zij het gewenscht gevolg zal hebben1 ja veeleer vreezen moet er zich door te benadeelen8 ,reeds vroeger is het aangetoond1 in het voorjaar kan men niet beter doen1 dan zijne stokken zoolang mogelijk in rust laten4 ,vr half ,april besnijde men zijne stokken nooit2 is het weder dan nog ongunstig1 dan wacht men beter af4 ,bij de besnijding zorge men het hommelwas zooveel mogelijk weg te nemen1 en om het weder opbouwen er van te beletten1 stelt men er kleine stukjes wastafel1 met werkbijen-cellen1 voor in de plaats1 die met pennetjes worden vastgestoken4 ,indien de stokken soms aan de achterzijde nog te veel gevulde honigtafels hebben1 dan neemt men ook deze gedeeltelijk weg1 wel toeziende hun niet al te veel te berooven1 want het is beter hun wat veel te laten behouden1 dan hen te sterk te ontblooten4 ,men besnijdt de stokken achter den bijenstal1 waar men den korf op den kop zet1 en de bijen met rook terugblaast4 ,men gebruikt er een mes voor1 waarvan de punt omgebogen is1 zoodat men de tafels vlak kan afsnijden4 ,de ledige en de met honig gevulde tafels1 welke men heeft afgesneden1 moeten terstond in een pot of iets dergelijks1 dat met een deksel of een doek goed gesloten is1 worden gelegd2 anders zou men ligt aanleiding tot rooverij geven4 ,doet men het op een dag dat de bijen goed kunnen vliegen1 dan heeft men daar het minst van te vreezen4 ,het werk wordt van onderen eene kleine hand breedte1 of zoover als het beschadigd of beschimmeld is1 weggesneden4 ,de tafels snijdt men zoo gelijk mogelijk af1 zoodat de onderkanten er van in n vlak komen4 ,valt er nu soms nog koude in1 dan doet men goed met eenige ledige wastafels plat tegen het werk te leggen1 en met pennen vast te steken2 de bijen worden daardoor veel voor de koude beschut4 ,wordt het weder warmer1 dan neemt men die tafels weder weg4 ,heeft men stokken met een te oud broednest1 en wil men hen niet uitbreken1 en toch het broednest vernieuwen1 dan kan dit het beste gedaan worden door hen1 veertien dagen na het afvliegen van den voorzwerm1 zoo diep mogelijk uit te snijden4 ,het broed is dan bijna geheel uitgeloopen1 en door de ledige cellen weg te nemen1 brengt men den stok bijna in den toestand van een zwerm 7hij heeft alleen den honigvoorraad bij dezen vooruit74 ,de bijen hangen zich in een tros aan het besneden werk1 en zijn even ijverig in het verlengen van den bouw1 als een nieuw opgezette zwerm4 ,het verder zwermen kan den stok belet worden1 door de moederwiegen1 die nog mogten aanwezig zijn1 tot op eene na te vernietigen4 ,hoewel zelden1 zoo kon er toch nog een zwerm afvliegen1 dien men dan de moederbij maar behoeft te ontnemen1 om de bijen weder op den stok terug te doen vliegen2 het zwermen heeft dan zeker opgehouden4--,de stokken1 welke men op de hier vermelde wijze behandeld heeft1 worden meestal van een voldoenden wintervoorraad voorzien1 en men kan hun meestal nog eenige ledige wastafels ontnemen4 ,bij ,dzierzon's woningen komt geen besnijden te pas1 of het zou moeten zijn om wastafels te bekomen4 ,in het laatst van ,augustus of het begin van ,september1 neemt men den bouw uit de woning1 verwisselt de oude tafels uit het broednest met nieuwe1 en verwijdert tevens al het hommelwas4 ,zijn de stokken volkrijk in den winter gebragt1 en hebben zij voorraad genoeg1 dan zullen zij gewoonlijk in het voorjaar nog volkrijk genoeg zijn1 om bij gunstig weder de beschimmelde tafels te zuiveren4 ,men zorge slechts het voor de bijen toegankelijk gedeelte der woning niet te vergrooten1 voordat dit noodig is1 en neme het verwarmende dek1 dat in de woning gebragt is1 niet weg1 voordat bestendig1 warm weder is ingevallen4 ,men kan zich niet te zeer wachten voor het te vroeg verkoelen der woningen4 ,,het ,,bedwelmen4 ,er bestaan verscheidene middelen om de bijen geheel of gedeeltelijk te bedwelmen1 waarna men haar zoo kan behandelen als men goedvindt1 zonder dat men voor hare steken behoeft te vreezen4 ,na ongeveer een kwartier aan de buitenlucht blootgesteld te zijn geweest1 ontwaken zij weder1 en vliegen naar haar stok terug1 om daar hare gewone bezigheden te hervatten4 ,de bedwelming zal haar volstrekt niet benadeeld hebben1 wanneer zij maar niet is aangewend gedurende eene goede dragt2 dan zouden vele bijen1 die vol honig zijn1 er door stikken4 ,er wordt daarom alleen vroeg in het voorjaar en in het najaar gebruik van gemaakt1 om de bijen uit uitgebroken korven1 aan andere stokken toe te voegen4 ,bij ,dzierzon'sche woningen komt het minder te pas1 want daarbij kan men den geheelen bouw uitnemen1 de moederbij op de tafels vangen1 en de bijen met eene ver of een vegertje afstrijken1 waarna zij met den schepper bij den te versterken stok gevoegd worden4 ,het meest algemeen en van ouds her bedwelmt men de bijen door middel van bovist of stuifzwam4 ,men maakt in den grond een kuil1 van een voet diep en zoo wijd1 dat de korf hem geheel kan bedekken4 ,in den kuil legt men een doek1 zet daarop eene test1 met een weinig vuur er in1 en legt op het vuur drie of vier stukjes bovist1 ter grootte van eene okkernoot4 ,de test wordt met eene potscherf gedeeltelijk bedekt1 en hierop plaatst men een stuk blik of zink1 dat tot een scherpen rug gebogen is1 opdat de bijen niet op de verhitte scherf zouden vallen1 maar langs het metaal afglijden4 ,het vuur mag niet zoo bedekt worden1 dat het zou kunnen uitdooven1 en rond de test moet nog iets geplaatst worden1 opdat de bijen zich ook daaraan niet kunnen branden4 ,de korf wordt nu terstond op den kuil geplaatst1 en langs den rand wordt zand of iets dergelijks gestrooid1 om den rook niet te doen ontwijken4 ,na een paar minuten hoort men de bijen sterk bruisen1 waarop spoedig alles stil zal worden4 ,legt men nu het oor tegen den korf1 dan hoort men de bijen vallen4 ,om dit te bevorderen klopt men met de hand tegen den korf4 ,hoort men geene bijen meer vallen1 dan is de bedwelming afgeloopen4 ,nu ligt men den korf op1 en vindt meest alle bijen op den grond gevallen2 de weinige1 die nog tusschen de tafels zijn blijven hangen1 worden met eene ver weggestreken1 waartoe de tafels een weinig van een gebogen worden4 ,de test wordt weggenomen1 en de bijen ligt men1 met den doek1 in eens uit den kuil1 en zoekt er de moederbij uit1 welke gewoonlijk met de laatsten gevallen is1 en dus bovenop zal liggen4 ,de bedwelmde bijen worden nu met een weinig verdunden honig besprenkeld1 en in een strooring gelegd4 ,op den ring zet men nu den korf1 waarin de zwerm1 dien men versterken wil1 geplaatst is1 en bindt de reet1 tusschen den korf en den ring1 met een doek digt4 ,moeten de bijen in eene ,dzierzon'sche woning geplaatst worden1 dan legt men haar op den bodem neder4 ,de bedwelmde bijen beginnen spoedig te ontwaken2 de andere komen op den honigreuk naar beneden1 lekken de ontwakende bijen af1 en beiden vereenigen zich gewoonlijk vreedzaam4 ,vijandelijke aanvallen hebben daarbij zelden plaats1 en den volgenden morgen zullen bijna alle bijen opgeklommen zijn1 zoodat men slechts enkele dooden vindt4 ,in plaats van een kuil in den grond te graven1 kan men ook een lossen strooring gebruiken1 wanneer men slechts zorgt dat de reet1 tusschen dezen en den korf1 goed gesloten wordt4 ,wil men de bijen in ,dzierzon'sche woningen bedwelmen1 dan neemt men daar eenige der onderste tafels uit1 en zet de test op den bodem der woning4 ,in plaats van bovist kan men ook buskruid gebruiken4 ,men neemt daar een halven pijpekop van1 maakt het met water tot een zoogenoemden sisser1 en legt daar een stukje brandend zwam op2 er wordt iets over geplaatst1 opdat de vonken de bijen niet zouden raken4 ,de bedwelming zal even goed1 en naar men wil1 zelfs meer volkomen geschieden1 dan met bovist4 ,een bezwaar is evenwel dat het moeijelijk is1 om het kruid juist vochtig genoeg te maken4 ,is het te nat dan brandt het niet2 is het te droog dan ontploft het te snel4 ,men geeft thans op dat het beter zijn zou een half jagtschot kruid1 even als een poeder1 in een papier te vouwen1 op den rug daarvan een gaatje te maken1 en daarin een stuk zwam te steken4 ,een ledige korf wordt met den kop in een ring vastgezet1 het papier met kruid er in gelegd1 en na het zwam aangestoken te hebben1 wordt daar eene potscherf over gelegd4 ,nu zet men den korf met de te bedwelmen bijen dadelijk op den ledigen korf1 en sluit de reet niet1 voordat het kruid ontploft is1 opdat de lucht1 die weggedreven wordt door de bij de ontploffing gevormde gassen1 zou kunnen ontwijken4 ,is de reet dadelijk na de ontploffing gesloten1 dan klopt men nog wat tegen den korf1 en spoedig zal alles stil worden1 en de bedwelming is volbragt4 ,de ontploffing doet de bijen1 die haar gedeeltelijk ondervinden1 schrikken1 zij laten dan los en vallen gelijktijdig ner4 ,branden kunnen zij zich niet1 want zij vallen eerst na de ontploffing1 en de vlam kan de hoogte1 waarop zij te voren zaten1 niet bereiken4 ,in ,dzierzon'sche woningen kan men het kruid op de zelfde wijze aanwenden1 doch men moet dan de deur1 tot na de ontploffing1 los aanzetten1 en haar daarna sluiten4 ,met zwavelether en ook met chloroform1 kan men de bijen bedwelmen4 ,men giet een half ,ned4 lood van deze stoffen op een sponsje1 en bevestigt dit op een stokje1 dat in den korf gestoken wordt1 of legt het op een paar stokjes1 om de verdamping vrij te laten1 op den bodem der ,dzierzon'sche woningen4 ,alle openingen worden daarna zorgvuldig gesloten4 ,de ether bedwelmt niet volkomen2 de bijen vallen wel neder1 maar zij blijven zich toch nog eenigzins bewegen2 men kan er evenwel goed mede omgaan1 daar zij buiten staat zijn om te steken4 ,de chloroform bedwelmt volkomen1 maar is te kostbaar4 ,indien men slechts eene gedeeltelijke bedwelming beoogt1 om de bijen gedwee te maken1 en haar steken tegen te gaan1 dan kan men eene kleine hoeveelheid bovist door den tabak in de rookpijp doen1 en den rook er van matig over de bijen blazen4 ,het geheele jaar door kan dit zonder gevaar geschieden4 ,,de ,,bijensteek4 ,niets staat voorzeker de algemeene beoefening der bijenteelt meer in den weg dan de vrees voor den bijensteek4 ,de angel is een geducht verdedigingswapen1 dat alleen de bijen van het vrouwelijk geslacht bezitten1 en waarvan zij zich hoofdzakelijk bedienen1 tegen haars gelijken1 wanneer vreemde bijen in hare woning willen dringen1 om daar rooverij te plegen4 ,ook gebruiken zij het niet zelden tegen den mensch1 of tegen dieren1 wanneer die op de eene of andere wijze haar toorn hebben gaande gemaakt4 ,men moet daarom1 in den omtrek der bijenstokken1 nooit naar eene bij slaan1 of haar door hard wegloopen zoeken te ontgaan1 want dan zal men in de meeste gevallen den steek ontvangen4 ,wordt men door eene bij boosaardig vervolgd1 en blijft zij steeds rond het hoofd vliegen1 dan is het beste zich langzaam te verwijderen1 zonder er naar te slaan2 in de meeste gevallen zal men haar dan ontkomen4 ,wanneer men sterk bezweet is1 worden de bijen zeer boos1 omdat zij den zweetreuk niet verdragen kunnen4 ,de reuk van geestrijke vochten1 van ajuin en van de meeste sterk riekende stoffen1 is haar zeer hinderlijk4 ,bij het zien van donkere kleuren1 vooral van zwart1 en op den reuk van haar eigen gift1 worden zij zeer toornig4 ,het is daarom raadzaam zich niet te donker te kleeden1 wanneer men iets aan de stokken moet verrigten1 en ook geene kleederen te dragen1 waarin de bijen reeds menigmaal gestoken hebben1 zoodat er zich nog angels in bevinden4 ,ook wordt haar steeklust sterk opgewekt1 als zij in hare woning verontrust worden4 ,de bijen steken alleen in den omtrek van hare woning2 die in het veld honig opzamelen behoeft men nooit te vreezen4 ,het is niet zoo zeer de steek zelf1 die gevreesd moet worden1 dan wel de gevolgen1 die hij na zich sleept1 welke zeer hinderlijk kunnen zijn4 ,het bijengift1 dat bij den steek door den angel in de wond komt1 werkt bij verschillende personen niet met dezelfde hevigheid4 ,de eene is vatbaarder dan de andere voor den invloed daarvan2 sommigen hebben er weinig hinder van1 bij anderen daarentegen heeft het hevige zwelling ten gevolge1 die gepaard gaat met brandende pijn1 welke dagen kan aanhouden4 ,langzamerhand gewent men er aan1 zoodat iemand1 die meermalen gestoken is1 er bijna geene zwelling of pijn meer van heeft4 ,het bijengift is een zuur1 dat dezelfde eigenschappen bezit als het mierenzuur4 ,meestal heeft het ontsteking ten gevolge1 en het is daarom goed het gestoken deel met verkoelende middelen te behandelen4 ,omslagen met koud water zijn het best4 ,vooraf moet men er evenwel den angel uithalen en de wond een weinig overdwars krabben1 om er zoo mogelijk eenig gift uit te drukken2 overlangs moet men nimmer krabben1 daar dit het dieper zou doen dringen4 ,de steeklust der bijen is niet altijd even groot4 ,hij hangt veel af van de dragt en het weder4 ,is er in het veld veel te halen1 dan moet men vooral zorgen niet te digt voor de stokken te staan1 want zoo de bijen dan slechts de minste verhindering in hare vlugt ondervonden1 dan kon men verzekerd zijn door haar gestoken te zullen worden4 ,bij zoel1 drukkend weder1 zijn zij ook zeer steeklustig4 ,men moet het werken aan de stokken dan vermijden4 ,is het echter noodzakelijk er iets in te verrigten1 dan is het beste om dit op het midden van den dag te doen2 de meeste bijen zijn dan van huis en van die1 welke het broed verzorgen1 heeft men niets te vreezen2 deze zijn niet geschikt om dadelijk op te vliegen2 door het plotseling invallende licht worden zij zelfs eenigzins vreesachtig1 hetgeen zij toonen door zich tusschen de tafels te verbergen4 ,men moet echter zorgen haar niet te drukken1 want dan zouden zij uit noodweer steken4 ,de groote storing1 die de bijen in de korven ondergaan1 door dat men deze van hunne plaats nemen en omwenden moet1 wekt haar toorn niet zelden op4 ,de te huis komende bijen1 die hare woning niet vinden1 vliegen verward rond en vallen spoedig haar verstoorder aan1 om zich te wreken4 ,bij het gebruik van ,dzierzon'sche woningen1 heeft men veel minder steken te wachten4 ,opent men de deur1 dan vliegen de bijen toch in en uit1 zonder het als het ware te bemerken1 dat hare rust verstoord is2 de bijen1 die zich in het voorste gedeelte der woning bevinden1 bespeuren er ook weinig of niets van4 ,bij het behandelen der bijen neemt men altijd eenige voorzorg4 ,hoe meer en hoe langer men met de bijen heeft omgegaan1 hoe beter men haar heeft leeren kennen1 des te minder denkt men er aan zich tegen haar te beveiligen4 ,men moet evenwel nooit nalaten eene bijenkap op te zetten4 ,eerstbeginnenden kunnen zich ook van handschoenen bedienen1 welke van dubbel linnen gemaakt worden1 en eveneens zijn ingerigt als gewone wanten3 de vier vingers bijeen1 doch de duim afzonderlijk4 ,zij worden zoo wijd en lang gemaakt1 dat zij over de mouwen getrokken en boven den pols toegebonden kunnen worden4 ,trekt men nu nog laarzen aan1 en bindt men de broekspijpen daarover toe1 dan kan de meest bevreesde zich onder de bijen begeven3 het is haar onmogelijk hem te steken4 ,men moet de bijen onbevreesd behandelen1 zich steeds langzaam haastende4 ,altijd moet men er op bedacht zijn1 dat men gestoken zou kunnen worden4 ,anders kon men1 een steek ontvangende1 verschrikken1 daardoor een korf of eene tafel met bijen laten vallen1 en dus schade aanrigten en de bijen in toorn brengen4 ,gaat men bedachtzaam en bedaard te werk1 dan blijven de bijen het rustigst1 en men zal weinig gevaar loopen van gestoken te worden4 ,en een enkele steek heeft dan ook zoo bijzonder veel niet te beteekenen2 het is geene doodwond4 ,het beste middel1 om de bijen meer handelbaar te maken1 is rook4 ,de boosaardigste stok wordt daardoor gedwee4 ,men begeeft zich dan ook nooit naar de stokken1 zonder rook te kunnen maken4 ,eene gewone1 goudsche pijp is veeltijds voldoende4 ,zoodra men een korf heeft omgekeerd1 of eene ,dzierzon'sche woning heeft geopend1 blaast men er eenige rookwolken in1 waarop de bijen een bruisend geluid doen hooren4 ,men kan dan met het inblazen van rook ophouden1 en dit bruisen als een teeken beschouwen1 dat de bijen zich hebben onderworpen4 ,zij trekken zich tusschen de tafels terug1 en blaast men nu en dan nog eenigen rook in de woning1 dan zal men weinig last van de bijen hebben4 ,is men bevreesd dat de bijen1 bij het omkeeren van een korf of het openen van eene ,dzierzon'sche woning1 te woest zullen zijn1 hetgeen bij volkrijke stokken dikwijls het geval is1 dan ligt men den korf een weinig op1 of opent de deur met eene reet en blaast rook in den stok1 totdat men de bijen hoort bruisen2 dan kan men zijn gang gaan4 ,men moet voorzigtig wezen het berooken niet te ver te drijven1 want het onbedekte broed zou daardoor afsterven4 ,wil men geene rookpijp bezigen1 dan kan men ook goed droog1 vermolmd hout gebruiken2 wordt dit aangestoken1 dan blijft het vuur houden en rook geven4 ,ook kan men eene lont maken van linnen lappen1 en daar een weinig haar tusschen doen4 ,de rook van haar is voor de bijen bijzonder hinderlijk en maakt haar spoedig gedwee4 ,van hennip of vlas kan men ook lonten maken1 die gedompeld worden in eene oplossing van salpeter in water4 ,zijn zij goed gedroogd1 dan blijven zij branden1 en de bijen worden door den rook van deze lonten zeer handelbaar4 ,ook heeft deze rook de minst nadeelige gevolgen4 ,alleen bij ,dzierzon'sche woningen kan men van de hier opgegeven middelen gebruik maken4 ,het hout of de lont wordt brandend op den bodem gelegd1 de rook klimt dan van zelf tot de bijen op4 ,bij korven kan dit niet geschieden1 daar zij omgewend moeten worden4 ,men moet daar dus den rook altijd in blazen4 ,,het ,,reizen ,,met ,,de ,,stokken4 ,men onderscheidt gewoonlijk tweerlei wijze om de bijenteelt uit te oefenen4 ,de eerste bestaat daarin1 dat de bijenstokken altijd op denzelfden stand gehouden worden2 men noemt haar tuincultuur1 omdat men den stand dan ook meestal digt bij zijne woning heeft4 ,wil men echter meer voordeel van zijne bijen trekken1 hetgeen noodzakelijk is voor hem1 die in de bijenteelt zijn middel van bestaan zoekt1 dan verplaatst men de stokken steeds naar streken1 waarin eene ruimere weide gevonden wordt1 dan in zijne woonplaats4 ,men ontziet daartoe noch verre reizen1 noch groote kosten1 want de moeite en de kosten worden gewoonlijk ruim beloond4 ,zoo trekt de bijenhouder1 die in eene streek woont1 waar boekweit gekweekt wordt1 en waar dus slechts eene late weide bestaat1 naar de plaatsen waar de zaadbloem wordt gevonden4 ,is het zaad uitgebloeid1 dan trekt hij weder naar de boekweit1 en levert die niets meer op1 dan zoekt hij de heidebloem4 ,zoo gaat men in ,noord-,braband1 wanneer het weder er geschikt toe is1 gewoonlijk in het midden van ,april1 naar ,zeeland1 waar veel koolzaad wordt verbouwd4 ,op het zaad verzamelen de bijen veel honig en bloemenstof2 zij kunnen er dus veel voorraad opleggen en veel broed aanzetten4 ,bij gunstig weder kunnen de stokken al vroeg honig- en volkrijk worden4 ,in het laatst van ,mei of in het begin van ,junij geven zij gewoonlijk hunne voorzwermen1 en soms zelfs reeds eenige nazwermen af4 ,om de stokken zonder gevaar te kunnen vervoeren1 dient men eenige voorzorgen te nemen4 ,een of twee dagen voor dat men vertrekken wil1 zet men den korf op den kop1 en steekt tusschen elke twee op elkander volgende tafels een of twee houten pinnen1 welke met de punt in den korf worden gedrukt4 ,de dikte der pinnen moet gelijk zijn aan de wijdte der straten2 zij houden dan de tafels op den vereischten afstand2 zonder de pinnen konden zij wel eens tegen elkander vallen4 ,de korf wordt nu weder op zijne plaats gezet4 ,naardat men veel of weinig stokken te behandelen heeft1 begint men in den namiddag of tegen den avond1 die den nacht1 waarin men de reis wil aanvangen1 voorafgaat1 met de vlieggaten der korven digt te maken2 daarna plaatst men hen op den kop1 en legt over de opening van den korf een vierkant stuk zoogenaamd bijendoek1 waarvan de vier punten1 elk tusschen twee stukjes leder1 met een tweeduims kopspijker1 op den buitenkant van den korf worden bevestigd4 ,de doek wordt zoo strak mogelijk aangehaald1 en door de punten een paar malen om te draaijen1 kan men de kanten van den doek zoo sterk tegen den korf doen sluiten1 dat er geene enkele bij kan ontsnappen4 ,nu maakt men een der spijkers weder los1 en trekt de vrij geworden punt van den doek van den korf1 zoodat zijne opening maar voor de helft meer gesloten is4 ,de korf wordt nu in den stal in eene schuinsche rigting op zijde gelegd1 door den kop een weinig te ligten2 de opening moet vooraan liggen1 daar waar zich vroeger het vlieggat bevond4 ,de bijen zullen nu wel eenigzins verward rondvliegen1 maar zich toch al spoedig in den korf begeven2 daar de warmte daarin aanmerkelijk verminderd is1 zullen zij zich zoo digt mogelijk tusschen het werk te zamen trekken4 ,wanneer de avond gevallen is1 zullen alle bijen in den korf zijn2 dan trekt men den doek weder over de opening en steekt hem met den spijker vast4 ,zijn alle korven aldus gesloten1 dan worden zij zoo op een wagen op zijde gelegd1 dat de tafels regtop staan1 dat de lucht in elken korf vrij kan binnendringen1 en dat men den doek van elken korf met eene spuit kan bereiken1 om hem te bevochtigen4 ,dit kan noodig zijn1 wanneer de bijen1 door te sterk tegen den doek te liggen1 de toetreding der lucht beletten4 ,een weinig water doet haar dan gedeeltelijk van den doek vallen1 en het frischt haar tevens op4 ,gewoonlijk worden er #cj #dj korven op een wagen geladen4 ,men begint de reis laat in den avond1 kiest altijd de beste wegen1 al moet men daar ook een omweg voor maken1 en rijdt zeer langzaam4 ,aanvankelijk worden de bijen door de ongewone beweging onrustig1 en men moet dan1 minstens om de vijf minuten1 een weinig stil houden1 om haar te doen bedaren4 ,gaandeweg kan men het ophouden wat langer uitstellen1 totdat men eindelijk geregeld blijft doorrijden1 dat echter altijd stapvoets gaan moet4 ,moet men meer dan een nacht onderweg zijn1 dan moeten de korven tegen den morgen in een stal of in eene schuur afgeladen worden1 waar zij zoo donker mogelijk geplaatst1 en nu en dan een weinig met water bespoten worden4 ,den volgenden nacht vervolgt men zijne reis4 ,wanneer de reis ook voor een gedeelte met een vaartuig moet geschieden1 dan legt men de korven met den kop tegen den scheepswand1 en laat den doek ongehinderd1 zoodat de lucht vrijen toegang heeft1 en men langs de korven gaan kan1 om zich aanhoudend van den toestand der bijen te overtuigen4 ,op de plaats van zijne bestemming aangekomen1 legt men eene laag stroo of planken op den grond1 zet de korven daarop1 opent de vlieggaten en dekt de korven voor den regen met losse pannen4 ,sommigen nemen er maar ne voor elken korf1 doch het is beter er twee of drie te nemen4 ,hebben de korven aldus een dag gestaan1 zoodat de bijen de vlugt hebben leeren kennen1 dan neemt men er de kleedjes af1 en trekt de pinnen tusschen de tafels weg4 ,gewoonlijk blijft men tot het laatst van ,junij of het begin van ,julij op het zaad1 en trekt dan naar de boekweit1 die omstreeks dezen tijd begint te bloeijen4 ,wie er maar eenigzins gelegenheid toe heeft1 verzuimt niet de boekweit te bezoeken4 ,bij gunstige dagen1 met een half bewolkten hemel en zuiden of westen wind1 en vooral kort voor het regenen of terwijl het reeds zacht regent1 kunnen de bijen er ongeloofelijk veel op verzamelen4 ,het is of het dan honig regent4 ,een volkrijke stok kan op zulk een dag gemakkelijk #e ,ned4 pond binnen brengen4 ,bij helder weder honigt de boekweitbloem soms ook sterk1 en de dragt kan zelfs ruim zijn als het1 bij eene geheel betrokken lucht1 zeer zoel is2 de bloem honigt dan wel eens tot laat in den namiddag2 bij helder1 droog weder doet zij dit zelden langer dan tot den middag1 waarna de bijen haar dan ook weinig meer bevliegen #bj4 ,als men van het zaad komt1 heeft men in den regel het getal van zijne stokken verdubbeld4 ,gewoonlijk zijn dan toch meest alle voorzwermen en reeds vele nazwermen afgevlogen4 ,daar men evenwel eene te sterke vermeerdering voor ongunstig houdt1 verhindert men het nazwermen zooveel mogelijk4 ,twee kleine voorzwermen voegt men soms bijeen1 en van de afgevlogen nazwermen vereenigt men er soms drie of vier2 veeltijds geeft men hen ook aan den moederstok terug4 ,de terugreis gaat met veel meer moeite gepaard dan de heenreis4 ,men heeft niet alleen een grooter getal stokken te vervoeren1 maar de moederstokken kunnen ook1 wanneer de gelegenheid gunstig geweest is1 een aanmerkelijk gewigt bekomen hebben4 ,daarbij komt nog dat het nieuwe werk veel zwakker is dan het overjarige1 en dat het weder veel warmer is geworden4 ,met de meeste zorg moeten er pinnen tusschen de tafels gestoken worden1 en de zwermen1 welker bouw nog zeer teeder is1 dient men vooral goed te voorzien4 ,door het gewigt van het broed en den honig kon de bouw toch al zeer ligt instorten4 ,men moet ook goed zorgen voor eene vrije toetreding der lucht1 en dikwijls water tegen de kleedjes spuiten1 daar de bijen anders veel gevaar loopen van te stikken4 ,heeft men de plaats van zijne bestemming bereikt1 dan handelt men weder even als vroeger4 ,wie in de nabijheid der boekweitvelden woont1 plaatst de stokken weder op hun gewonen stand1 en zoo mogelijk ieder op zijne oude plaats4 ,er zullen nu altijd nog vele nazwermen1 en zelfs enkele voorzwermen afkomen1 zoodat men de stokken nog geregeld moet bewaken4 ,in de eerste helft van ,augustus houdt het bloeijen van de boekweit gewoonlijk op1 waarna men met de zwermen1 en de ligt gebleven moederstokken1 de heide opzoekt1 die tot half ,september bloeit1 en soms nog eene ruime dragt kan geven4 ,vroeger hebben wij reeds gezien dat de heidehonig1 die op het einde van de dragt wordt ingezameld1 gewoonlijk onbedekt meet blijven1 daar het dan reeds te koud is1 om was te bereiden4 ,hij gaat dan tot verzuring over1 en kan de bijen den loop doen krijgen4 ,in de streken van ,noord-,braband1 welke mij bekend zijn1 gaat men met de stokken1 die reeds veel ingezameld hebben1 niet naar de heide1 als de bloeitijd van de boekweit voorbij is4 ,het vervoer van zulke stokken zou nutteloos zijn1 daar gebrek aan ruimte hun de verdere dragt zou verbieden4 ,zelfs zouden de spinnewebben1 waarmede de heide veelal overdekt is1 eene menigte bijen doen omkomen4 ,men brengt dan ook gewoonlijk slechts die bijen naar de heide1 die men bij den honigoogst te veel heeft4 ,ik heb getracht in het bovenstaande zoo volledig mogelijk op te geven1 hoe men in ,noord-,braband met zijne korven reist4 ,zoover mij bekend is1 zijn er hier te lande geene bijenkweekers1 die ,dzierzon'sche woningen gebruiken4 ,zij kunnen er dus niet grondig over oordeelen4 ,enkelen1 die haar bij mij zagen1 beweerden dat zij nooit algemeene navolging konden vinden1 daar zij naar hun inzien1 geheel ongeschikt waren1 om er mede te trekken4 ,en toch moet ik1 en zullen allen met mij1 die haar goed hebben leeren kennen1 haar ook in dit opzigt boven strookorven verkiezen4 ,het is wel waar dat deze woningen eene grootere plaats innemen1 en dat haar vervoer dus kostbaarder is2 maar er zullen toch wel twintig enkelvoudige woningen op een wagen geladen kunnen worden4 ,de groote transportkosten zijn niet alleen geen overwegend bezwaar1 maar worden ruim opgewogen door de voordeelen1 die zij1 met de korven vergeleken1 aanbieden4 ,men is vrij wat spoediger en gemakkelijker tot de reis gereed4 ,heeft men geene luchtgaten in de deuren laten maken 7zie bl4 #hh71 dan maakt men voor elke woning een raam1 dat in de deuropening past1 spijkert hierop vliegengaas of bijendoek1 en zet het in de plaats van de deur2 een plankje1 waarin zoovele zaagsneden als mogelijk is1 gemaakt zijn1 zou ook al kunnen volstaan4 ,niet alle woningen zijn geschikt om er mede te reizen4 ,de zamengestelde en de staande woningen leenen er zich minder goed toe4 ,maar met de bijen uit die woningen kan men toch wel andere plaatsen bezoeken4 ,men maakt daartoe1 van planken of dunne stroowanden1 ligte kastjes1 waarin men het werk hangt2 de bijen1 die nog in de woning teruggebleven zijn1 doet men ook in het kastje4 ,het is duidelijk dat men het werk en de bijen1 uit elk vak van eene zamengestelde woning1 in een afzonderlijk kastje plaatst4 ,de ledige tafels1 zoowel als die met broed en bloemenstof1 hangt men allen in het kastje1 doch van de honigtafels geeft men er slechts eene1 waaraan de bijen voor de reis genoeg zullen hebben3 de verligting1 die de stok hierdoor ondergaat1 maakt het vervoer veel gemakkelijker4 ,de tafels1 die in het kastje gehangen zijn1 moeten1 daar zij aan de kanten geheel los zijn1 van onderen nog door een paar latjes ondersteund worden4 ,men moet goed toezien dat ook de moederbij in het kastje komt1 of dat er ten minste in elken stok ongedekt broed voorhanden is1 opdat een stok1 welke zijne moederbij toevallig miste1 hulpwiegen zou kunnen aanzetten1 en daardoor zich zelven redden4 ,in de leg gemaakte woningen verzamelen zich altijd nog eenige bijen1 welke men den volgenden morgen1 indien haar getal groot genoeg is1 bijeenvoegt en in eene woning plaatst1 welke met ledige wastafels voorzien is1 en waarin men ook eene tafel met honig1 en eene met ongedekt broed hangt4 ,vond men soms eene teruggeblevene koningin1 dan plaatst men die in een moederhuisje en geeft haar aan den zwerm1 dien men nu naar een verwijderden stand brengt2 na een paar dagen laat men de koningin los4 ,zijn er te weinig bijen1 om er een kunstzwerm van te maken1 dan versterkt men er een stok mede1 dien men dan1 na wat muscuswater op de bijen gesprenkeld te hebben1 naar een verwijderden stand brengt4 ,bij alle reizen neemt men de honigtafels op eene na uit de woningen1 en hangt of legt deze in daartoe bestemde kistjes1 welke goed digt moeten zijn1 opdat de honig er niet uit zou vloeijen1 al braken er op de reis enkele tafels4 ,het is juist doordat zij de gelegenheid geven1 om den honig gedurende de reis uit de woning te nemen en dien later1 zoo noodig1 er weder in te hangen1 dat ,dzierzon's woningen boven alle andere zijn aan te bevelen1 om met de bijen te reizen4 ,de grootere reiskosten worden door dit voordeel ruim vergoed4 ,de bijen loopen niet alleen geen gevaar om door het breken van tafels om te komen1 maar hare woning wordt er ook ruimer en koeler door1 hetgeen bij heet weder voor de reis hoogst wenschelijk is4 ,de woningen1 die ik op bladz4 #ia1 aan het slot van het hoofdstuk1 waarin de liggende woningen beschreven worden1 opgaf1 zijn de meest geschikte voor het reizen4 ,worden deze woningen1 als men ter bestemder plaatse gekomen is1 weder zoo tegen en op elkander gezet1 als zij vroeger gestaan hebben1 en met hetzelfde dak gedekt1 dan zullen de bijen zich zeer spoedig te huis gevoelen1 en op de inzameling uitvliegen4 ,de dubbele liggende woning1 en die woningen1 welke tusschen de staande en de liggende in vallen 7zie bl4 #ia1 bovenaan7 zijn ook vatbaar voor verplaatsing4 ,wanneer men den stokken lucht gegeven1 de vlieggaten gesloten en de schuifjes toegebonden heeft1 dan neemt men 7het best geschiedt dit door twee personen71 de woningen van hare plaats1 zorg dragende haar goed regt te houden1 en zet haar zoo op den wagen1 dat de wastafels in dezelfde rigting loopen als de wagenassen1 en door het schokken niet tegen elkander kunnen vallen of afbreken4 ,neemt men de opgegeven voorzorgen in acht1 dan zal men geene ongelukken te vreezen hebben4 ,indien men op de plaats van zijne bestemming gekomen is1 zet men alle woningen zooveel mogelijk even als zij te huis stonden1 dekt haar voor den regen1 opent de vlieggaten1 en zet de gewone deuren weder in de woningen1 nadat de latten1 die tot ondersteuning der tafels gediend mogten hebben1 er uitgenomen zijn4 ,in korten tijd zullen de bijen nu de nieuwe vlugt leeren kennen4 ,wanneer de eerste dagen soms ongunstig voor de inzameling zijn mogten1 dan geeft men den stokken1 welke daar behoefte aan hebben1 eene der honigtafels1 die men tot dat einde op reis medeneemt4 ,is men van zijne reis teruggekomen1 dan geeft men den stokken1 die men door den winter brengen wil1 zooveel tafels1 als men rekent dat zij noodig zullen hebben2 daarbij moet men liever wat ruim dan te karig te werk gaan4 ,indien men het reizen met strookorven vergelijkt1 met het reizen met ,dzierzon'sche woningen1 dan laat het zich niet betwijfelen1 of de laatste de overwinning wel zullen behalen4 ,de voordeelen van ,dzierzon's woningen1 ook in dit opzigt1 vallen te zeer in het oog1 om er verder over uit te weiden4 ,,de ,,honig- ,,en ,,wasoogst4 ,wanneer de bijenhouders in ,noord-,braband1 nadat de boekweit uitgebloeid is1 weder met hunne bijen zijn teruggekeerd1 houden zij den honig- en wasoogst4 ,gewoonlijk geschiedt dit in de eerste helft van ,augustus4 ,zij gaan daarbij op de volgende wijze te werk4 ,de zware moederstokken en alle zwermen1 die1 om goed door den winter te kunnen komen1 te weinig bouw en voorraad hebben1 worden ter zijde gezet4 ,de zwermen1 hetzij voor- of nazwermen1 welker bouw en honigvoorraad toereikend is1 worden als overstanders uitgekozen1 en zijn er te weinig voor den stand1 dan zoekt men uit de ter zijde gezette zwermen er nog zoovele1 als men noodig heeft1 en maakt die1 door hun eenige ondersteuning te geven1 geschikt voor de overwintering4 ,heeft men nu nog te weinig stokken1 om door den winter te brengen1 dan neemt men er nog moederstokken bij1 waaruit men een gedeelte van het werk snijdt1 indien men meent dat zij dat niet noodig hebben4 ,gewoonlijk behoudt men jaarlijks het zelfde getal stokken1 en neemt dit1 voor een mogelijk verlies in den winter1 niet te klein4 ,de uitgekozen overstanders worden op de gewone plaats in den stal gezet4 ,de stokken1 welke men ter zijde gezet heeft om uitgebroken te worden1 laat men nog een paar dagen staan1 het is onverschillig waar1 opdat de bijen er de vlugt zouden leeren kennen4 ,dan neemt men hen een voor een van hunne plaats1 en zet daar een ledigen korf1 waarin de omvliegende bijen zich kunnen verzamelen1 en trommelt hen op eenigen afstand van den stand uit1 zooals dit voor het maken van kunstzwermen 7zie bl4 #afe7 is opgegeven1 doch tracht nu1 door wat meer rook aan te brengen1 er de bijen zooveel mogelijk uit te verwijderen4 ,indien de grootste hoeveelheid bijen naar den bovensten korf is opgeklommen1 dan neemt men hem weg1 en zet hem op de plaats1 waar de volle korf heeft gestaan4 ,de ledige korf1 dien men daar gezet had1 opdat de omvliegende bijen er zich in zouden verzamelen1 wordt weder weggenomen2 de bijen1 die er in mogten zijn1 zoeken de haar bekende plaats weder op4 ,nu tracht men1 door kloppen en berooken1 de bijen1 die nog teruggebleven zijn1 zooveel mogelijk te verwijderen2 men buigt daarom ook de tafels een weinig van elkander1 en strijkt er met eene ver alle bijen tusschen weg4 ,de korf wordt nu1 in een besloten lokaal1 liefst met een naar buiten openslaand venster1 op den kop gezet2 de nog teruggebleven bijen vliegen nu uit den korf naar het venster1 en worden1 door dit van tijd tot tijd even te openen1 gemakkelijk verwijderd4 ,men moet het niet open laten1 want dan konden andere bijen komen rooven4 ,indien alle stokken1 die uitgebroken moeten worden1 op de aangegeven wijze zijn afgetrommeld1 dan worden tegen den avond twee1 drie1 soms vier stokken met elkander vereenigd1 zoodat de geheele korf soms met bijen is aangevuld4 ,die stokken brengt men dan naar de heide4 ,zij worden zoo volkrijk gemaakt1 omdat er op de heide zoo ontzettend veel bijen kunnen omkomen4 ,dikwijls worden zij er nog zeer zwak1 en men houdt daarom gewoonlijk nog enkele stokken te huis1 om hen te versterken4 ,wanneer er ongunstig weder mogt invallen1 dan moeten deze stokken1 omdat zij zonder eenigen voorraad zijn weggebragt1 ondersteund worden4 ,zijn de bijen nu behoorlijk besteld1 dan begint de eigenlijke honig- en wasoogst4 ,men trekt daartoe al de kruisstokjes1 die dienden om den bouw te ondersteunen1 uit de korven1 snijdt er eenige tafels1 die den zuiversten honig bevatten1 uit1 en steekt daarna met eene kleine1 ijzeren spade al het werk los1 onverschillig of dit honig1 broed of bloemenstof bevat1 en werpt het dooreen in eene ton1 die gewoonlijk #aej ,ned4 pond kan bevatten4 ,de geledigde korven zet men op een paar latten1 boven de ton1 om uit te druipen2 is dat geschied1 dan worden zij tot den volgenden zomer op zolder gezet1 waar zij zooveel mogelijk voor muizen en voor onreinheden bewaard worden4 ,de heide bloeit gewoonlijk tot half ,september1 en zoo het weder gunstig is1 kunnen de stokken daar soms nog een voldoenden bouw optrekken1 en van een genoegzamen wintervoorraad voorzien raken4 ,daar de heidehonig echter voor de overwintering minder geschikt is1 zoo breekt men hem meestal uit1 en verdeelt de bijen1 die hem verzameld hebben1 over zijne andere stokken1 of doodt haar met zwaveldamp4 ,wie niet met zijne bijen naar de heide gaat1 hetzij omdat de gelegenheid daartoe ontbreekt1 of omdat de kans op voordeel te onzeker is1 trommelt haar niet af1 wanneer men haar ten minste niet behoeft1 om er andere stokken mede te versterken4 ,men doodt haar dan door zwaveldamp4 ,in den grond graaft men een kuil1 steekt daarin een paar stokjes1 waaraan brandend zwavellint bevestigd is1 zet er den korf boven en sluit den rand met zand of klei1 om den zwaveldamp niet te doen ontwijken4 ,nadat de korf een kwartier zoo gestaan heeft1 zijn meest alle bijen gestikt en uit den korf gevallen2 zij worden in den grond begraven4 ,de ontvolkte korven worden eveneens behandeld1 als boven is gezegd4 ,de doode bijen1 die nog tusschen de tafels hangen1 neemt men zooveel mogelijk weg1 maar ziet er ook niet op1 er eenige1 met den honig en het werk1 in de ton te werpen4 ,den ruwen honig1 zooals die in de ton verzameld is1 verkoopt men aan de honigbrekers4 ,met dezen naam bestempelt men de personen1 die den honig en het was zuiveren en in den handel brengen4 ,de bijenhouders doen dit gewoonlijk niet4 ,zij zuiveren slechts een weinig van den besten honig1 en bewaren dien om1 zoo noodig1 als voedsel te dienen4 ,het zuiveren van den honig1 die nu nog in vloeibaren toestand in de cellen is1 geschiedt door de tafels te verbreken1 waardoor zij in eene dunne pap overgaan1 die in een puntig1 van witte teenen digt gevlochten mandje1 dat boven eene kuip geplaatst is1 wordt geworpen4 ,de honig druipt nagenoeg zuiver in de kuip2 de kleine stukjes was1 die er zich nog onder bevinden1 verzamelen zich langzamerhand op de oppervlakte4 ,den volgenden dag neemt men die met een lepel en eene pennenver weg1 en legt hen in het mandje1 op het daar teruggebleven was4 ,de mede geschepte honig zal nu weder zuiver uit het mandje druipen4 ,de honig1 die op deze wijze verkregen is1 heet lekhonig4 ,hij is helder doorschijnend1 en wit1 geel of bruin van kleur4 ,de kleur is afhankelijk van de bloemen1 waarop hij gewonnen is4 ,de vloeibare honig wordt zeer spoedig vast4 ,het vat1 waarin hij is vast geworden1 kan omgekeerd worden1 zonder dat hij daaruit zal vloeijen4 ,de lekhonig is na dien1 welke in de tafels bewaard is1 het beste voor voeder4 ,uit het was1 dat in het mandje is teruggebleven1 kan door middel van de honigpers nog eenige honig verkregen worden4 ,de uitgeperste koeken worden in water van een gedrukt2 dit mengsel wordt eenigen tijd geroerd1 om den honig goed met het water te vermengen1 en dan in bovengenoemd mandje geworpen4 ,het waschwater1 dat nu door het mandje loopt1 wordt opgevangen om er mede of azijn van te maken4 ,hoe dit geschiedt zal later worden opgegeven4 ,ik heb de ,dzierzon'sche woningen steeds vergeleken met de gewone strookorven1 en dikwijls waren de voordeelen1 die zij aanboden1 zeer in het oog loopend4 ,vergelijkt men beide nu weder met betrekking tot den honigoogst1 en het gereed maken der stokken om in de heide gebragt te worden1 dan zullen ,dzierzon's woningen weder eene schitterende overwinning behalen4 ,de ronde vorm der strookorven heeft ten gevolge dat de warmte daarin overal bijna dezelfde hoogte bereikt4 ,de moederbij heeft daardoor gelegenheid om alle cellen te bezoeken en die1 welke zij ledig vindt1 met eijeren te bezetten4 ,indien zij zeer vruchtbaar is1 houdt zij dit den geheelen zomer vol1 en een groot gedeelte van de nakomelingschap1 die zij verwekt1 komt veel te laat1 zoodat duizende bijen1 zooals wij boven zagen1 voordat zij de cellen verlaten hebben1 door den honig geworpen worden4 ,het eenige nut dat zij aanbrengen bestaat daarin1 dat zij het gewigt vermeerderen2 maar de honig wordt er dan ook zeer door verontreinigd en tot een walgelijk produkt gemaakt1 waartoe ook het bloemenstof1 dat er eveneens door geworpen wordt1 het zijne bijdraagt4 ,ik heb hierover wel eens met bijenhouders gesproken1 en zij zagen wel in dat eene late broedaanzetting nadeelig was1 maar zij wisten haar niet tegen te gaan1 en in korven is dit ook niet mogelijk4 ,zulk een bijenhouder zeide mij eens1 dat het hem het best toescheen1 om in ,julij het werkbijenbroed1 even als het hommelbroed1 zooveel mogelijk te vernietigen4 ,maar hij begreep niet dat het middel erger dan de kwaal was4 ,de sterke volksvermeerdering zou men er wel door voorkomen1 maar men zou de bijen ook een zeer moeijelijk werk geven1 want zij moesten nu al de bijna volwassen bijen uit de cellen trekken1 buiten den korf dragen1 en de cellen zuiveren4 ,dit zou haar een geruimen tijd beletten om op de dragt uit te vliegen1 en zoodra als de cellen weder gezuiverd en hersteld waren1 zou de moederbij haar weder met eijeren bezetten2 de bijen moesten deze weder bebroeijen1 en de maden van voedsel voorzien1 hetgeen weder veel honig zou vereischen4 ,men was dus niets gevorderd1 maar had nog het nadeel1 dat de bijen minder honig indroegen1 en meer honig aan broed moesten ten koste leggen4 ,het beste zal dus nog maar wezen om het broeijen in de korven vrij te laten4 ,doordat de ,dzierzon'sche woningen langwerpig vierkant zijn1 bereikt de warmtegraad niet overal dezelfde hoogte4 ,het broednest wordt daardoor van zelf begrensd1 omdat de moederbij niet ligt de koudere gedeelten van den stok bezoekt4 ,mogt zij daartoe1 bij zeer warm zomerweder1 geneigd zijn1 dan kan het haar belet worden 7zie bladz4 #aee74 ,zoodra men berekenen kan1 dat het aangezette broed te laat zal komen1 om nog in te zamelen1 dan belet men de broedaanzetting geheel1 door de moederbij in een huisje te sluiten4 ,is de dragt van de boekweit geindigd1 dan bepaalt men het aantal stokken1 dat men inwinteren wil1 en ontneemt die den overtolligen honig en het meeste broed4 ,die te weinig honig hebben geeft men1 in plaats van de weggenomen broedtafels1 zoovele honigtafels1 dat zij ruim voor den winter voorzien zijn4 ,den stokken1 die men wil uitbreken1 ontneemt men den geheelen voorraad honig en bloemenstof en versterkt hen met de broedtafels1 die men uit de andere stokken genomen heeft4 ,daarna geeft men hun elk nog eene honigtafel1 om tot voedsel te dienen1 wanneer er soms ongunstig weder inviel4 ,de ruimte1 welke nu nog in de woningen open is1 hangt men vol met ledige wastafels1 en brengt de stokken zoo naar de heide4 ,het verlies1 dat zij daar dagelijks lijden1 wordt door het broed1 dat dagelijks uitloopt1 hersteld1 en om hen zoo volkrijk mogelijk te houden1 geeft men hun van tijd tot tijd de broedtafels1 die men de overstanders heeft laten behouden4 ,deze kunnen dan toch gewoonlijk niet veel inzamelen1 en op zijn hoogst maar zooveel1 als zij voor hun dagelijksch onderhoud behoeven4 ,zal het nog noodig zijn op te merken dat de stokken1 die men op deze wijze heeft voorbereid1 zich het verblijf op de heide vrij wat beter ten nutte kunnen maken1 dan die in korven daarheen gebragt zijn8 ,deze hebben eene ledige woning en moeten tijd en honig aan den bouw ten koste leggen1 en daar zij bovendien dagelijks volk verliezen1 zoo komen zij veeltijds in een treurigen toestand te huis4 ,gene daarentegen zijn van een goeden voorraad broed voorzien1 dat het volksverlies ruim vergoedt1 en bovendien hebben zij een volkomen wasbouw en eenig voedsel1 om aanvankelijk in hun onderhoud te voorzien4 ,wilde men hun ook het broedaanzetten geheel beletten1 dan moest men er bij de afreis de moederbijen uit vangen4 ,zij zouden dan terstond hulpcellen aanzetten1 en behoefden verder tijd noch honig aan het broed ten koste te leggen4 ,tegen dat de aangekweekte koninginnen de cellen verlaten1 is gewoonlijk de heide uitgebloeid4 ,wanneer men deze stokken weder te huis gebragt heeft1 dan neemt men den geheelen bouw uit1 en vangt en doodt de moederbijen1 welke men meent dat onbevrucht zijn4 ,de bijen geeft men dan ter versterking aan de stokken1 die te huis zijn gebleven4 ,men versterke echter niet in te groote mate1 want overbevolking kan in den winter ook nadeelig zijn4 ,de bijen toch1 die onder het werk moesten hangen1 zouden te veel aan de koude blootgesteld1 en daarbij te ver van den voorraad verwijderd zijn1 zoodat de andere bijen haar geen voedsel konden toereiken4 ,zij zouden dus van gebrek en koude omkomen1 of wat nog erger is1 onrust in den stok brengen1 en dezen dus geheel kunnen doen omkomen4 ,de stokken zullen sterk genoeg bevolkt zijn1 wanneer de bijen de straten1 tusschen vier of vijf tafels1 goed bezetten4 ,indien men van de heide meer bijen terugbrengt1 dan men ter versterking noodig heeft1 dan kan men daar nog een of meer stokken van zamenstellen4 ,men ontneemt haar evenwel al den heidehonig1 en geeft er tafels met boekweit- of zaadhonig voor in de plaats4 ,de bloemenstoftafels laat men haar behouden4 ,men heeft uit het voorgaande gezien1 dat men1 bij het gebruik van ,dzierzon'sche woningen1 volstrekt niet genoodzaakt is om de bijen1 die zoo ijverig gewerkt hebben1 medoogenloos te dooden4 ,veeleer zorgt men er voor1 dat er niet te veel bijen worden aangekweekt1 hetgeen den honigoogst nog vergroot4 ,bij den honigoogst moet men altijd tafels met boekweit- of zaadhonig bewaren1 zoowel om er den heidehonig door te vervangen1 als om in het voorjaar de behoeftige stokken te voren4 ,een zorgvuldig bijenhouder moet zorgen altijd ledige en met honig gevulde tafels in voorraad te hebben4 ,de overtollige bloemenstoftafels bewaart hij ook1 of vermengt haar met den honig1 dien hij tot voedsel in het voorjaar bestemt4 ,heeft men door het uitbreken van stokken jonge1 bevruchte moederbijen bekomen1 dan gebruikt men die om de koninginnen1 die drie of meer jaar oud zijn1 in andere stokken te vervangen4 ,de jonge moederbij kan voor de zekerheid in een moederhuisje geplaatst worden1 dat men dan met een wasblaadje sluit4 ,de bijen zullen haar dan in vrijheid stellen en aannemen4 ,nadat men de oude moederbij weggenomen heeft1 kan men evenwel in den herfst de jonge wel in den stok laten loopen2 wanneer de bijen hare moederloosheid ontdekt hebben1 zijn zij in dien tijd van het jaar niet onverdraagzaam3 soms laten zij zelfs twee moederbijen in den stok toe4 ,de tafels met honig1 welke men uit de woningen genomen heeft1 snijdt men aan werskanten schuins van het staafje weg1 zoodat daar een scherpe rug1 van een halven duim hoog1 aangehecht blijft4 ,deze staafjes legt men zoo eenigen tijd op den bodem van eene bevolkte woning4 ,de bijen zuigen allen lossen honig op1 waarna men hen tot een volgend gebruik kan bewaren4 ,de afgesneden honigtafels worden eveneens behandeld1 als boven werd opgegeven4 ,men oogst nu niet alleen zuiveren honig1 bevrijd van broed en bloemenstof1 maar men kan zelfs alle soorten van honig afzonderlijk houden4 ,de aldus gewonnen honig is veel zuiverder van kleur en smaak1 dan die uit de korven1 en heeft daarom ook eene grootere waarde4 ,het was1 dat1 nadat het met water afgewasschen is1 in het mandje is teruggebleven1 wordt op de volgende wijze gezuiverd4 ,een ketel1 die half met water gevuld is1 wordt op het vuur geplaatst1 en het water aan het koken gebragt4 ,dan werpt men er zooveel was in1 als de ketel1 zonder dat er gevaar voor overkoken bestaat1 kan bevatten4 ,is alles goed gesmolten1 dan wordt het in den persbak gebragt1 die te voren in warm water heeft gelegen1 zooals dit bij de beschrijving der pers is opgegeven4 ,de pers wordt ook vooraf goed nat gemaakt1 om het was1 dat daartegen spat1 nadat het koud geworden is1 gemakkelijk te kunnen verwijderen4 ,het uitgeperste was wordt opgevangen in een pot met heet water1 die onder de pers geplaatst is4 ,de uitgeperste koek wordt uit den doek genomen1 en deze weder gevuld4 ,men herhaalt dit tot al het was geperst is4 ,denkt men dat er in de koeken nog was is teruggebleven1 dan kookt en perst men die nogmaals uit4 ,het verkregen was moet nu nog verder gezuiverd worden4 ,ik doe het in een ketel met een weinig water1 en breng het mengsel1 nu en dan roerende1 aan den kook1 waarna ik het door een doek giet4 ,deze doek is op een raam gespannen1 dat op een paar stoelen of iets dergelijks rust4 ,er wordt dan een pot met een weinig kokend water onder gezet1 om het doorgeloopen was op te vangen4 ,de grove onzuiverheden1 die op den doek terugblijven1 worden tot eene volgende waszuivering bewaard1 en dan op nieuw uitgekookt4 ,het was1 dat in den pot gevloeid is1 laat men stil staan om te bekoelen2 de waskoek zal dan aan de kanten geheel los zijn1 en kan uit den pot genomen worden1 wanneer men zorg gedragen heeft er een te nemen1 die naar boven wijd uitloopt4 ,de meeste onzuiverheden hangen nu onder aan de wasschijf4 ,zij worden er luchtig afgeschrapt1 en daar zij volstrekt geen was meer bevatten1 weggeworpen4 ,de onderste laag van den koek was1 die nog veel vuil bevat1 wordt er met een beitel afgestoken1 en het zoo ver gezuiverde was nogmaals met water opgekookt en afgeschuimd4 ,daarna giet men het in een pot of schotel1 die een weinig heet water bevat1 en laat het stil staan4 ,het schuim1 dat zich op de oppervlakte verzamelt1 wordt met eene ver weggenomen1 waarna men den pot of schotel digt dekt en laat bekoelen4 ,dekt men hem niet1 dan komen er gewoonlijk scheuren in het was4 ,den volgenden dag neemt men dit uit den vorm1 en schrapt er het weinige vuil1 dat er nog aankleeft1 met een mes af1 waarna het was in den handel gebragt kan worden4 ,voor eenige jaren heeft ,stockmann1 in de ,bienen-,zeitung1 een ketel tot het zuiveren van was aanbevolen1 die daartoe zeer geschikt is1 wanneer de hoeveelheid was1 die gezuiverd moet worden1 niet te groot is4 ,bij het gereedschap is hij opgenomen1 en daar is tevens opgegeven hoe hij gebruikt wordt4 ,niet enkel bij den honigoogst bekomt men was4 ,ook gedurende het voorjaar en den zomer verkrijgt men het nu en dan1 bij het besnijden van stokken1 het wegnemen van hommeltafels1 enz4 ,de moederwiegen1 die men aan de stokken ontneemt1 moet men1 daar zij zeer zwaar van was zijn1 vooral zorgvuldig bewaren4 ,zoo men zulke kleine hoeveelheden was niet dadelijk wil zuiveren1 dan moet men het toch opsmelten1 om het voor de wasmot te beveiligen4 ,het wasmul1 dat men in het voorjaar op de bodems der woningen vindt1 moet men1 na van de doode bijen gezuiverd te zijn1 opsmelten en bewaren4 ,de hommeltafels1 die men uitgesneden heeft1 en die gewoonlijk met maden gevuld zijn1 worden daarvan bevrijd1 door1 op eenigen afstand van den stal1 de deksels van de cellen te snijden1 en dan met de vlakke tafel zacht op een houtje te kloppen4 ,meest alle maden vallen er nu uit2 men laat de tafel daarbij op den grond liggen1 en al spoedig zullen er vogels op de uitgeworpen maden afkomen1 en ook haar1 die nog in de cellen zitten1 daaruit pikken4 ,den volgenden dag keert men de tafel om1 opdat de vogels ook aan die zijde de maden kunnen wegpikken4 ,na een paar dagen is het was van maden bevrijd en droog1 men knijpt het dan tot ballen en smelt het op4 ,indien men niet ruim van wastafels voorzien is1 dan moet men ook de ledige hommeltafels bewaren4 ,bij rijke dragt kunnen deze zeer goed dienen1 om in de honigkamer gehangen te worden4 ,de beschimmelde tafels moet men niet opsmelten1 dan wanneer men zuivere in overvloed heeft4 ,zij kunnen van het schimmel gereinigd worden door haar1 nadat zij goed droog geworden zijn1 af te borstelen1 en daarna met water te borstelen en af te spoelen4 ,wanneer zij weder opgedroogd zijn1 kan men haar gerust gebruiken1 de bijen zullen er weinig aan te zuiveren hebben4 ,tafels die lang voor broed gediend hebben1 en welke dien ten gevolge zwart zijn geworden 7zie bl4 #dh71 moet men opsmelten4 ,het was dat men nu gaandeweg bijeenverzameld heeft1 wordt op de boven aangegeven wijze gezuiverd1 wanneer de hoeveelheid groot genoeg is1 om er de moeite aan te geven4 ,ten slotte wil ik hier nog opgeven1 hoe men den honig1 die in de cellen versuikerd is1 zuiveren kan4 ,de tafels worden zoo klein mogelijk gemaakt1 door de cellen steeds dwars te snijden2 dan doet men haar in een pot1 en stelt dien aan eene langzame warmte bloot4 ,het best is hem in een ketel met water te plaatsen en dezen te vuur te zetten4 ,men onderhoudt het vuur totdat de honig en het was geheel vloeibaar zijn geworden1 schept hen dan in een grof linnen zak1 en legt dezen in de pers4 ,het mengsel van was en honig1 dat men nu heeft gezuiverd1 wordt in een pot opgevangen1 dien men in heet water plaatst en daarin langzaam laat bekoelen4 ,het was zal zich dan langzamerhand op de oppervlakte verzamelen1 en koud geworden1 kan het er afgenomen worden4 ,de honig1 die nog aan den waskoek hangt1 wordt er afgespoeld1 en het waschwater voegt men bij het overige1 en maakt er mede of azijn van4 ,men kan het ook op eenigen afstand van den bijenstal plaatsen2 de bijen zullen het dan ophalen en weder als voorraad opleggen4 ,wanneer men er de gelegenheid toe heeft1 dan plaatse men de klein gesneden tafels op een schotel in een bakoven1 nadat het brood daaruit genomen is4 ,de oven is dan nog heet genoeg1 om den honig en het was te doen smelten4 ,den volgenden dag neemt men den schotel uit den oven1 en vindt er den honig onderin1 en het was als een koek op den honig4 ,de aldus verkregen honig is nooit zoo goed als de lekhonig1 en men heeft veel moeite om hem te zuiveren1 waarom men steeds zorgen moet den honig van het was te scheiden1 als hij daarin nog vloeibaar is4 ,,de ,,bereiding ,,van ,,mede ,,en ,,azijn4 ,de mede maakt men over het algemeen alln van het honigwater1 dat men verkregen heeft door het afwasschen van het ruwe was1 waar de honig reeds uitgeperst was1 en door het afspoelen der bij de honigzuivering gebruikte gereedschappen4 ,zelden wordt er mede van reeds gezuiverden honig gemaakt4 ,het bijeenverzamelde honigwater wordt1 onder gestadig afschuimen1 ingekookt1 totdat het zooveel verdikt is1 dat een ei daarop drijft2 dit behoeft maar even met de punt buiten de vloeistof te komen4 ,dan laat men het vocht bekoelen1 totdat het laauwwarm geworden is1 en giet het dan in een vat1 dat er geheel mede gevuld moet zijn1 opdat de onreinheden1 die gedurende de gisting naar boven gevoerd worden1 uit het bomgat zouden kunnen vloeijen2 het vat moet daarom voortdurend vol gehouden en het bomgat open gelaten worden4 ,om de gisting spoedig te doen intreden1 is het goed wat brandersgist door het zoete water te mengen2 #b #a_/b ,ned4 lood gist1 op elke #aj kan der vloeistof1 is voldoende4 ,het vat moet matig warm liggen1 het best is eene temperatuur van #ee #fj ,f4 ,na zes acht weken #ba tapt men het heldere vocht op een ander vat over4 ,den bezonken droes laat men door filtreer-papier loopen1 en voegt het verkregen1 heldere vocht bij het overige4 ,de gisting blijft nu voortgaan1 en opdat het daarbij gevormde koolzuurgas zou kunnen ontwijken1 wordt het bomgat slechts los gesloten4 ,dit vat moet ook voortdurend vol gehouden worden2 het best is daartoe voorjarige mede te nemen4 ,heeft de mede nu aldus een jaar gelegen1 dan tapt men haar weder op een schoon vat over1 en filtreert den droes1 zoodat er alleen heldere mede in het vat komt4 ,is het vat geheel gevuld1 dan wordt het goed gesloten1 en na zes weken zal de mede volkomen helder geworden zijn2 zij kan dan op flesschen getapt worden1 die goed gekurkt moeten worden4 ,men kan haar jaren op flesschen bewaren2 zij zal voortdurend krachtiger en aangenamer van smaak worden4 ,wil men er azijn van bereiden1 dan moet het honigwater ook wel even opgekookt en afgeschuimd worden1 maar het behoeft niet zoover verdampt te worden1 als wanneer het voor mede dienen moet4 ,het laauwwarme vocht doet men in een vat1 voegt er gist bij1 en legt het vat1 met het bomgat open1 op eene warme plaats2 het best is het op zolder1 digt onder de pannen te leggen4 ,wanneer de wijngisting heeft opgehouden1 dan werpt men een stukje zuurdeeg in het vocht1 om de azijngisting spoedig te doen intreden4 ,is deze geindigd1 hetgeen men daaraan bespeurt1 dat het vocht helder wordt en zuur smaakt1 dan legt men het vat nog eenige weken in den kelder1 en tapt het eindelijk op een schoon vat of op flesschen over4 ,,besluit4 ,in het voorgaande heb ik de bijenteelt1 voor zoover ik dit noodig oordeelde1 theoretisch en practisch behandeld1 en zoowel de woningen als de noodzakelijkste gereedschappen1 die hare beoefening vereischt1 beschreven4 ,dit werk zou dus als voltooid te beschouwen zijn4 ,ik heb mij evenwel voorgesteld nog eenige bladzijden te wijden1 aan eene beknopte zamenvatting van verschillende werkzaamheden1 zooals die elkander in den loop van het jaar opvolgen4 ,voor hen1 die nog vreemdelingen in de bijenteelt zijn1 zal dit niet onwelkom zijn4 ,zij vinden hier dan een leiddraad1 dien zij terstond kunnen volgen1 terwijl zij anders1 zoolang zij niet genoegzaam met den inhoud van het handboek bekend waren1 aanhoudend zwarigheden zouden ontmoeten1 die hun een tegenzin in het bijenkweeken zouden doen krijgen4 ,om niet in noodelooze herhalingen te vervallen1 zal ik dikwerf verwijzen naar het vroeger behandelde1 hetgeen men dan desverkiezende zal kunnen nalezen4 ,daar waar ik spreek van onderwerpen1 waaraan vroeger een afzonderlijk hoofdstuk gewijd is1 zal men goed doen dat eens na te slaan1 al ware het dat ik er niet naar verwees4 ,november4 ,over het algemeen is het weder in ,november van dien aard1 dat men rekenen kan dat de wintertoestand der bijen in die maand begint4 ,zij trekken zich meer en meer te zamen1 en blijven in volkomen rust1 zoodat men niet het minste geruis hoort4 ,veeltijds komen er echter nog enkele dagen1 waarop de bijen in de middaguren voorspelen en zich reinigen kunnen4 ,zulk een voorspel is zeer nuttig1 daar zij het dan in het voorjaar1 wanneer zij opgesloten zijn1 zooveel langer in de woning kunnen uithouden4 ,indien men op zulk een dag enkele stokken ziet voorspelen1 terwijl andere er mede dralen1 dan is het goed er ook deze toe op te wekken1 door tegen de woning te kloppen1 den adem in het vlieggat te blazen1 of hun wat verdunden1 laauwwarmen honig te geven4 ,hebben de bijen nog laat gevallen honigdauw in hare woningen gedragen1 dan is eene late uitvlugt vooral wenschelijk4 ,het is nu te laat om stokken1 welke te weinig voorraad hebben1 nog met vloeibaren honig te voren4 ,zij kunnen hem niet meer verzegelen4 ,met verzegelden en verdikten honig of met kandij1 kan men hen nu1 en des noods den geheelen winter voren2 dit moet echter zoo geschieden1 dat er geene onrust in den stok komt4 ,wie zijne bijen 's winters binnen brengt1 overhaaste zich daarmede niet4 ,het kan soms in het begin van deze maand sneeuwen en vriezen1 terwijl er later nog schoone en warme dagen volgen1 waarop men haar kan laten voorspelen4 ,december4 ,wie zijne bijen nog niet voor den winter bezorgd heeft1 moet dit nu doen4 ,de bijen hebben toch nu aan uitvliegen geene behoefte meer1 en op de nuttelooze togten zouden er vele omkomen4 ,moeten de stokken op den zomerstand blijven staan1 dan moet men hen ook daar zooveel mogelijk voor koude beschermen1 door de tusschenruimten tusschen de woningen1 welker wanden te dun zijn1 met hooi aan te vullen2 verder moet de toegang voor vogels1 muizen1 wind1 sneeuw en vooral voor de zonnestralen afgesloten worden4 ,plaatst men zijne bijen in een besloten vertrek1 dat niet eens volkomen vorstvrij behoeft te zijn1 dan voldoet men in eens aan de hoofdvoorwaarden1 aan eene goede overwintering verbonden4 ,als men er een lokaal voor laat maken1 dan zal men de kosten daarvan spoedig gewonnen hebben1 doordat er minder bijen verloren gaan en het honigverbruik kleiner is4 ,weet men dat zijne bijen een voldoenden voorraad hebben1 en dat zij tegen de ongemakken van den winter beschermd zijn1 dan kan men hem gerust afwachten2 hetzij het weder streng koud of ruw1 bestendig of veranderlijk is1 de bijen zullen er geen hinder van hebben4 ,januarij4 ,de strenge koude1 die gewoonlijk in ,januarij invalt1 doet de bijen in een zwakken levenstoestand overgaan4 ,zij hebben evenwel geen winterslaap1 zooals vele andere insecten1 die daardoor ongevoelig voor koude worden4 ,zij moeten eene bestendige warmte1 van minstens #ee ,f4 kunnen onderhouden en behoeven daartoe aanhoudend voedsel4 ,zoodra de zon weder hooger begint te staan1 hervatten zij haar werk en zetten broed aan1 somtijds als het zoo vroeg geschiedt1 tot schade van de bijenhouders2 want er wordt voorraad verbruikt1 die later met meer voordeel kon worden aangewend4 ,hebben zij thans reeds broed1 dan wordt de invallende koude des te gevaarlijker4 ,door het broed zijn zij aan eene bepaalde plaats gebonden2 zij verlaten het niet gaarne1 en loopen gevaar van honger om te komen1 als de honig1 die zich boven het broednest bevindt1 verteerd is4 ,hoewel de algemeene regel is1 om de bijen nu zoo weinig mogelijk te verontrusten1 zoo kan het toch zeer noodzakelijk zijn1 wanneer men kan vermoeden dat zij reeds veel broed hebben aangezet1 om de leeg geworden wastafels tegen hare zitplaats1 door met honig gevulde te vervangen4 ,middelmatige stokken1 die een genoegzamen voorraad boven1 of onmiddellijk naast hunne zitplaats hebben1 komen den winter gewoonlijk goed door1 en ontwikkelen zich later zeer gunstig4 ,zeer sterke stokken kunnen er wel eens door lijden1 wanneer bij strenge winters de voorraad1 in de nabijheid van het broednest1 verbruikt is4 ,zij moeten dan toch verder opklimmen1 waarbij gewoonlijk vele bijen terugblijven en omkomen4 ,indien men gebrek aan gevulde honigtafels heeft1 dan kan men1 ook in het midden van den winter1 het voedsel boven in de woning geven1 door tegen een der zijwanden 7bij zamengestelde woningen tegen den tusschenwand7 eene reet te maken1 door welke de bijen uit alle straten1 in de ruimte boven de staafjes komen kunnen4 ,tegen deze reet legt men nu het voedsel4 ,neemt men verboterden honig1 dan wikkelt men dien in een papier1 maakt daarin eene opening1 tegenover de reet1 en drukt het daar vast tegen aan4 ,het voedsel moet goed bedekt en alle openingen digt gestopt worden1 om de koude te weren4 ,om de genoemde reet in tijd van nood te kunnen maken1 legt men bij de inwintering1 op de staafjes tegen den wand een latje1 van een duim breed1 en sluit verder alles met dekplankjes4 ,neemt men nu later dat latje weg1 dan is de reet gemaakt4 ,al vort men niet1 dan is zulk eene reet toch goed1 want de bijen kunnen daardoor van de eene straat in de andere komen4 ,van boven moet alles zoo gesloten worden1 dat de reet alleen een doorgang vormt1 zonder dat de bijen boven de dekplankjes kunnen komen4 ,februarij4 ,de dagen worden in ,februarij reeds langer en de zon krijgt meer kracht4 ,in den bijenstok begint zich nu eene vernieuwde werkzaamheid te ontwikkelen2 zelfs bij strenge koude zetten sterke stokken nu broed aan4 ,men spore hen daartoe echter niet aan1 door onnoodig voren of door hen aan het zonlicht bloot te stellen1 want de broedaanzetting is nog niet wenschelijk 7zie bl4 #aej74 ,wil men de stokken goed overwinteren1 dan houdt men hen zoo lang mogelijk in rust1 en tracht het broeijen tegen te gaan4 ,acht men het noodig dat de bijen eene reinigings-uitvlugt houden1 dan kan men haar1 bij eene warme lucht1 nu reeds laten vliegen1 al ligt de grond nog met sneeuw bedekt1 zoo boomen en struiken daar maar van bevrijd zijn4 ,bij sterken zonneschijn kunnen de bijen ook wel van de sneeuw opvliegen1 wanneer zij maar met eene vaste korst bedekt is4 ,men kan1 zoo eene uitvlugt hoog noodig is1 de sneeuw voor den stand ook met matten of stroo bedekken4 ,is de uitvlugt niet dringend noodzakelijk1 dan late men de bijen niet uit4 ,hebben zij eens gevlogen1 dan willen zij het meer doen4 ,indien men een stok eene nieuwe standplaats geven wil1 dan moet dit geschieden voor dat hij gevlogen heeft2 bij het eerste voorspel zullen de bijen ook de nieuwe standplaats leeren kennen2 slechts weinigen zullen vervliegen4 ,zonder noodzakelijkheid moet men hem evenwel niet verplaatsen4 ,wil men stokken aankoopen1 dan moet men toezien dat zij reeds gevlogen hebben1 want gedurende het transport zouden de bijen het vuil niet bij zich kunnen houden1 maar elkander en het werk bevuilen1 en daardoor den loop kunnen krijgen4 ,na zich gereinigd te hebben1 kunnen zij ook langer opgesloten blijven4 ,maart4 ,in ,maart heeft men gewoonlijk eenige schoone1 warme dagen1 waarop de stokken kunnen voorspelen en zich reinigen1 wanneer dit in de vorige maand nog niet geschied is4 ,men moet er nu vooral op letten1 of zich onder de stokken geene moederlooze bevinden1 hetgeen men het gemakkelijkst zien kan aan de onrust1 die de bijen bij hare eerste uitvlugt toonen 7zie bl4 #ahg74 ,men kan den stok thans geene bevruchte moederbij bezorgen1 en moet hem dus met den nevenstok vereenigen 7zie bl4 #aia74 ,terwijl de bijen hare eerste uitvlugt houden1 zuivert men hare woning van de dooden en de onreinheden1 die zich op den bodem bevinden 7zie bl4 #adh74 ,houdt de warmte nu eenige dagen aan1 dan beginnen zelfs zwakke stokken broed aan te zetten2 men kan dit niet meer tegengaan1 maar moet het ook niet bevorderen1 door met verdunden honig te voren4 ,men kan gerust als regel aannemen1 om ook in ,maart zijne stokken nog met rust te laten4 ,april4 ,er zijn sommige streken1 waar de bijen in ,april reeds gelegenheid vinden1 om van vroeg bloeijende boomen en struiken bloemenstof1 ja zelfs eenigen honig in te zamelen4 ,vooral daar1 waar de wilgenboom1 de waterwilg1 de kruisbes1 enz4 gekweekt worden1 is dit het geval4 ,bij gunstig weder moet men nu de beschimmelde punten van den wasbouw wegnemen4 ,men doe dit echter niet te vroeg1 en late het zuivere werk zooveel mogelijk staan 7zie bl4 #bab74 ,moet men ledige tafels hebben voor andere woningen1 dan is men tot eene grootere inkorting van den bouw genoodzaakt1 maar legt dan eene ledige wastafel tegen het verkorte werk1 opdat het broed beschut zij voor de indringende1 koude lucht4 ,voor het broed is nu veel honig noodig2 men moet dus zijne stokken1 vooral bij invallend koud en nat weder1 goed gadeslaan1 of zij ook voedsel behoeven4 ,ontdekt men nu uitgeworpen broed1 dan moet men zich haasten met voedsel te geven4 ,het kon evenwel ook een gevolg van gebrek aan water zijn4 ,men doet daarom wel1 zoo men bij koud1 regenachtig weder1 en ook bij felle droogte1 een weinig water in eene ledige wastafel giet1 en deze onder in de woning plaatst4 ,de zwakke stokken moet men versterken1 door er van tijd tot tijd eene tafel met broed1 dat op het uitloopen staat1 in te hangen3 men ontneemt die aan sterke stokken4 ,heeft men twee bijenstanden1 dan doet men nog beter met den zwakken stokken van den eenen stand bijen uit de sterke stokken van den anderen stand toe te voegen4 ,de bijen moeten dan met muskuswater besprenkeld worden4 ,men neemt er de bijen voor1 die op de deur en de voorste wastafels zitten1 schudt haar of strijkt haar met eene ver in een transportkastje1 of in een ledigen korf1 dien men met een kleed dekt1 en brengt haar aldus naar den anderen stand4 ,om van eene goede opname der vreemde bijen verzekerd te zijn1 geeft men den stok verdunden honig4 ,wanneer men een stok aldus versterkt1 moet men zich vooraf wel verzekerd hebben1 dat hij eene gezonde1 vruchtbare koningin bezit4 ,mei4 ,de maand ,mei zou men de vreugdemaand van de bijenkweekers kunnen noemen4 ,alle zorg voor het onderhoud is nu gewoonlijk geweken1 de vlijt der stokken wordt aanhoudend grooter1 en hunne bevolking neemt dagelijks toe4 ,in streken1 met vroege weide1 kan men in het laatst van deze maand de stokken reeds op den hoogsten trap van ontwikkeling zien4 ,ongelukkig bestaan er ook streken1 waar met het einde van den boombloei1 alle dragt ophoudt1 tot dat de dragt op de boekweit begint1 zoodat men zijne bijen nu nog moet voren4 ,in deze streken valt nu nog aan geen zwermen te denken4 ,door dat er in zoo langen tijd geene dragt is1 welk gemis door voren niet natuurlijk wordt aangevuld1 worden de bijen moedeloos1 en moeten door vernieuwde dragt tot het zwermen opgewekt worden4 ,men doet dan beter de zwermen kunstmatig af te drijven1 en het voeder aan de afleggers te besteden4 ,zoodra men hommelbroed in de stokken ziet1 en de bijen nacht en dag voorliggen1 kan men er mede beginnen4 ,men weet dan dat er rijkdom aan volk bestaat1 en dat er hommels zijn zullen1 om de koninginnen te bevruchten4 ,heeft men stokken1 die veel hommelbroed hebben aangezet1 dan is het goed hen zoo vroeg mogelijk af te drijven4 ,men krijgt er binnen eenige dagen jonge moederbijen of moederwiegen door1 die voor andere afleggers kunnen dienen1 en het aanzetten van hommelbroed heeft een einde4 ,oude moederbijen hebben alleen in het voorjaar waarde1 omdat zij vroeg duizende werkbijen kunnen verwekken4 ,de jonge moederbijen moeten zoo vroeg mogelijk aangekweekt worden1 want kunnen zij nog eene dragt van twee maanden bijwonen1 dan kunnen zij den stok nog volkrijk doen worden1 en voor een volgend jaar heeft deze dan veel meer waarde1 dan een stok met eene oude moederbij1 welker vruchtbaarheid reeds begint af te nemen4 ,men moet goed opletten of de jonge koninginnen van de bevruchtings-uitvlugt terugkeeren4 ,bemerkt men1 door de onrust van den stok1 dat zij verloren is gegaan1 dan moet men hem met eene moederbij of eene moederwieg te hulp komen4 ,wil men een aflegger1 met eene jonge moederbij1 bijen ter versterking geven1 dan moet dit zeer voorzigtig geschieden1 want nam men die bijen uit een stok met eene bevruchte moederbij1 dan zouden zij de onbevruchte dadelijk afsteken4 ,men versterke daarom bij voorkeur met broedtafels4 ,het weder is nu gewoonlijk reeds zoo warm1 dat het broed ook zal uitkomen1 wanneer het niet geheel bezet kan worden4 ,het versterken behoeft ook niet in eens te geschieden2 men kan het geleidelijk doen1 door van tijd tot tijd eene tafel met broed in te hangen4 ,junij4 ,hoewel er in gunstige streken reeds vroeger zwermen afvliegen1 en afleggers gemaakt kunnen worden1 zoo komen toch de meeste zwermen in de maand ,junij1 die men daarom de zwermmaand noemt4 ,in streken1 met eene late hoofdweide1 komen toch op het laatst ook eenige zwermen1 zoodat hetgeen over het maken van afleggers in de vorige maand gezegd werd1 nu ruime toepassing vindt4 ,in het begin van deze maand leveren zulke streken de dragt op de witte klaver1 de koornbloem en het mosterdzaad1 en tegen het einde ontsluit de lindeboom zijne honigrijke bloemkelken1 terwijl zich dan ook reeds enkele vroege boekweitbloemen openen4 ,daar waar de zaadbloem voorkomt1 levert zij in het begin van deze maand nog eene goede dragt1 en ook de doornstruik en de paardenboonen beginnen er te bloeijen4 ,met het uitbloeijen der lindeboomen heeft daar nu echter ook bijna alle dragt opgehouden3 alleen de witte klaver kan1 als het weder niet te droog is1 nog eenig voedsel geven1 en bij zeer gunstig weder kan er zelfs nog eenigen voorraad op verzameld worden4 ,deze en de volgende maand geven den bijenhouder de meeste bezigheden4 ,van 's morgens negen tot 's namiddags drie ure1 en soms nog later1 moet hij zijne stokken bewaken1 opdat er geene zwermen ongemerkt afvliegen en dus verloren gaan4 ,de ledige woningen moet hij in gereedheid brengen1 om er de zwermen in te plaatsen1 en de gereedschappen1 om hen op te vangen1 moeten voor de hand liggen4 ,op een grooten stand kan de drukte met gunstige dagen zeer groot zijn2 want terwijl men zich met den eenen zwerm bezighoudt1 vliegen er soms weder andere af4 ,wil men de vrijwillige zwermen niet afwachten1 dan maakt men afleggers4 ,vooral is het goed die stokken wat spoedig af te drijven1 waarvan de bouw of de moederbij te oud is4 ,is dan na drie weken al het broed uitgeloopen1 dan kan men den ouden bouw geheel of gedeeltelijk wegnemen en door den stok zelven doen vernieuwen1 hetgeen hij even goed doet als een zwerm1 dien men in eene ledige woning plaatst4 ,begint er nu bij ruime dragt gebrek aan ruimte te komen1 dan opent men de honigkamer4 ,hierdoor wordt de ijver der bijen aanzienlijk vermeerderd2 kan men er slechts stukken van wastafels in hangen1 zij worden met spoed volbouwd en met honig gevuld4 ,later in den zomer hebben de bijen minder lust om te bouwen1 en bepalen zich meer uitsluitend tot de inzameling4 ,het is nu het moeijelijkst om de wastafels voor de wasmot te bewaren 7zie bl4 #bjh72 het best geschiedt dit door de bijen zelve1 waarom men haar hangt in het ledig gedeelte der woningen1 die met zwermen bezet zijn4 ,de spoorbijen1 die vooral ledige woningen1 en bij voorkeur die1 waarin eenig werk hangt1 bezoeken1 zullen dit niet alleen voor wasmot beveiligen1 maar zoo noodig het ook daarvan zuiveren4 ,het is daarom goed de tafels1 die men in voorraad heeft1 te bergen in woningen1 die door spoorbijen bezocht worden4 ,soms zullen de afvliegende zwermen hun intrek dadelijk in zulk eene woning nemen1 waartoe men hen kan lokken1 door haar van tijd tot tijd met melisse te wrijven4--,hoe later in het jaar men een zwerm opzet1 hoe volkrijker hij zijn moet om zijn voorraad op te halen4 ,bij late zwermen is het vooral van belang1 dat men hun een bouw kan toevoegen1 die zoo volledig mogelijk is1 daar zij den tijd niet meer hebben om dien zamen te stellen en een bouw1 waarin nog maar eens broed is geweest1 ook voor den winter te koud is4 ,indien men gebrek aan wastafels had1 dan kon men zich die verschaffen1 door den bouw van den moederstok1 drie weken nadat de oude moederbij is afgevlogen1 dus voor dat de jonge met de eijerlage is begonnen1 #bb te besnijden of geheel uit te snijden4 ,de bouw wordt dan nog gemakkelijk vernieuwd1 en het oude was kan den laten zwermen goede diensten bewijzen4 ,ik spreek hier natuurlijk van strookorven1 want uit ,dzierzon's woningen neemt men de geheele tafel met het staafje weg4 ,indien men genoodzaakt is ook de geheel zwart geworden tafels te gebruiken1 dan moet men die niet in het broednest1 maar op zijde hangen1 waar zij gemakkelijk door andere vervangen kunnen woorden4 ,bevatten de uitgesneden tafels veel honig en bloemenstof1 dan moet men die een nacht in een sterken stok leggen2 de bijen maken haar dan op de snede droog en ledig2 is zij dat niet1 dan kan zij niet aan het staafje gehecht worden4 ,is de weide niet overvloedig1 en het weder ongunstig1 dan moet men de zwermen sterk voren4 ,het was bouwen gaat bij een zwerm in het begin het snelst2 naarmate er meer bijen verloren gaan en de bouw meer uitgebreid wordt1 vertraagt het1 en wordt eindelijk geheel gestaakt4 ,nu loopen er vooreerst geene bijen uit1 en daar het bouwen niet hervat kan worden1 voordat er eene menigte bijen geboren zijn1 hetgeen bij late zwermen meest altijd eerst heeft plaats gehad1 wanneer de weide geindigd of ten minste schraal geworden is1 zoo is het van veel belang de zwermen vroeg met broedtafels en voedsel te ondersteunen2 het voedsel moet verdund zijn1 om hen tot bouwen aan te sporen4--,men moet aan late zwermen slechts een kleinen bouw geven1 daar het beter is dat een zwerm enkele volbouwde tafels heeft1 dan eene menigte gedeelten van tafels4 ,in het eerste geval kan men in den herfst den bouw gemakkelijk warm maken1 door hem tafels toe te voegen1 terwijl een korte bouw altijd koud blijft4 ,julij4 ,in de meeste streken van ons land beslist de maand ,julij of het jaar voor den bijenhouder gunstig1 middelmatig of slecht zijn zal4 ,zij is de oogstmaand4 ,de hoofddragt op de boekweit begint nu en duurt tot in het begin van ,augustus4 ,wat voor ,junij gezegd is omtrent de zwermen1 is ook nu geheel toepasselijk4 ,op de honigrijke boekweit kunnen zij zeer zwaar worden1 wanneer het weder gunstig is4 ,de eerste zwermen geven dan soms maagdezwermen 7zie bl4 #fi74 ,de stokken moeten nu uit zich zelven de broedaanzetting beperken1 en zich meer bepaald op de honiginzameling toeleggen4 ,zij doen dit echter veeltijds niet1 vooral als er1 bij vochtig1 warm weder1 van tijd tot tijd warme regen valt2 zij breiden dan het broednest nog meer uit en zetten hommelbroed aan4 ,slaat het weder om1 dan blijven de tafels1 die met broed bezet geweest zijn1 ledig en de stok gaat den winter honigarm te gemoet4 ,dit moet de bijenkweeker trachten te voorkomen1 en zijne werkzaamheden moeten zich naar de wersgesteldheid wijzigen4 ,is het weder droog1 zoodat de bijen veel kunnen inzamelen1 dan moet hij zorgen dat er ruimte is1 om te bouwen en honig op te leggen4 ,hij opent de honigkamer1 neemt de gevulde tafels weg en hangt er ledige voor in de plaats3 bij aanhoudende dragt kan dit soms bij herhaling geschieden4 ,de vlijt der bijen wordt hierdoor levendig gehouden1 terwijl zij merkelijk verflaauwt1 als zij in het bezit van een ruimen voorraad zijn4 ,wordt er veel ingezameld1 dan wordt de broedaanzetting van zelve beperkt1 daar de ledig komende cellen terstond met honig bezet worden4 ,bij eene warme1 vochtige lucht en minder ruime dragt1 kan daarentegen de broedaanzetting overmatig sterk zijn2 men moet het broednest dan beperken tot vier of vijf tafels1 daartegen dan gevulde honigtafels hangen en tegen deze het verkleinplankje zetten 7zie bl4 #hi en #ib74 ,de gaten daarin worden slechts zoover geopend1 dat er eene werkbij door kan4 ,bij staande woningen1 die met zwermen bezet zijn1 kan men onder het werk een plat liggend plankje schuiven1 opdat de tafels niet te laag afgebouwd zouden worden2 want het is beter dat de zwermen eene kleine ruimte volbouwen en zooveel mogelijk met honig vullen1 dan dat zij lange tafels bouwen1 die tegen den herfst ledig zijn1 daar de honig voor den wasbouw en het broed gebruikt is4 ,wil men het broedaanzetten geheel tegengaan1 dan zet men de koningin in een moederhuisje4 ,is zij reeds oud1 dan kan men haar wegnemen1 in welk geval de stok eene jonge zal aankweeken4 ,het is nu de tijd om in alle stokken1 met oude moederbijen1 voor de aankweeking van jonge te zorgen1 wanneer men er ten minste geene in voorraad heeft1 om die in den herfst in de stokken te plaatsen2 want tegen het einde van deze maand begint de hommelslagt reeds4 ,op een bezetten stand1 kunnen ligt enkele stokken zijn1 welke1 nadat zij een zwerm gegeven hebben1 hunne jonge koningin verloren hebben1 of waarin zij onbevrucht is teruggekeerd of eenig gebrek heeft4 ,kan men den bouw niet uitnemen1 dan moet men er daarom1 zes weken nadat de oude moederbij met den zwerm is afgegaan1 op letten of er jonge bijen voorspelen1 en of de stokken de hommels uitdrijven4 ,stokken1 waarin de jonge moederbij bevrucht is1 doen dit vroeger dan die1 welke eene oude koningin hebben4 ,den moederloozen stokken geeft men zoo spoedig mogelijk eene bevruchte moederbij1 en doet dit ook met die1 waarin de koningin eenig gebrek heeft1 na er deze uit gevangen te hebben4 ,heeft men jonge1 zwakke zwermen1 welke men toch gaarne zou overwinteren1 dan moeten zij daar thans toe voorbereid worden1 door hun broed- en honigtafels uit andere stokken toe te voegen4 ,dit mag niet te lang uitgesteld worden1 omdat het geschieden moet1 terwijl er nog eenige dragt is4 ,de bijen kunnen dan het bijgegeven werk met hetgeen zij reeds bezaten in gelijkheid brengen1 de tusschenruimten aanvullen1 den honigvoorraad boven het broednest brengen en alles behoorlijk bevestigen4 ,men mag de broed- en honigtafels niet aan andere stokken ontnemen1 wanneer zij er niet bepaald overvloed van hebben4 ,in plaats van die te verzwakken1 is het dan beter de zwakke zwermen later te vereenigen4 ,augustus4 ,in de meeste streken van ons land eindigt de weide in ,augustus4 ,van de weinige bloemen1 welke de natuur nog aanbiedt1 halen de bijen1 bij gunstig weder1 misschien zooveel1 als zij voor haar dagelijksch onderhoud behoeven1 en verzamelen ook nog eenig bloemenstof2 veeltijds moeten zij echter den voorraad reeds aanspreken4 ,waar de boekweit nog bloeit1 kan bij gunstig weder nog veel worden opgelegd4 ,deze late boekweit vindt men echter alleen op de veengronden in ,vriesland4 ,maar men vindt in vele streken van ons land heide1 en deze bloeit van half ,augustus tot half ,september4 ,over het in de heide brengen van de bijen leze men bl4 #bbh en #bcb4 ,is de hommelslagt in de vorige maand nog niet begonnen1 dan gebeurt dit zeker nu1 en anders gaan de bijen er mede voort4 ,men moet hier wel op letten4 ,stokken1 die in het midden van deze maand de hommels nog niet verdrijven1 kunnen van moederloosheid verdacht worden1 en die1 waarin er op het laatst der maand nog veel gezien worden1 zijn zeker moederloos4 ,men moet hun eene bevruchte moederbij geven1 of hen met andere stokken vereenigen4 ,bij het eindigen der weide zijn de bijen zeer tot rooven geneigd1 en men moet er dan inzonderheid op letten1 haar daartoe geene aanleiding te geven 7zie bl4 #agi74 ,het ontnemen van overtollige honigtafels1 en het voren van stokken1 doe men alleen in de avondschemering1 bij koel weder1 en in het algemeen vermijde men alles1 waardoor honigreuk op den stand verspreid kan worden4 ,hoe minder dragt er is en hoe meer stokken er bij elkander staan1 des te waakzamer moet men zijn4 ,september4 ,is de heide uitgebloeid1 dan is de dragt geindigd1 tenzij er nog eenige honigdauw viel4 ,alle togten1 die de bijen nu doen1 zijn nadeelig2 er komen meer bijen om1 dan er worden aangekweekt1 en de weinige honig1 dien zij nog inzamelen1 blijft ongedekt en kan haar in den winter den loop doen krijgen4 ,tegen het einde van deze maand1 is gewoonlijk bijna al het broed uitgeloopen2 met de bijen en het broed uit die stokken1 welke men niet wil overwinteren1 kan men dan de andere versterken4 ,den honig en het was kan men uitbreken of voor een volgend jaar bewaren4 ,om te overwinteren1 neemt men geene stokken1 die zwak of van te weinig voorraad voorzien zijn4 ,de zoodanigen vereenige men liever1 want n goede stok is beter1 dan drie zwakke4 ,om de overwintering waard te zijn1 moet een stok ten minste #aj ,ned4 pond bedekten honig bezitten1 en een bouw hebben1 die twee derden van de woning vult1 terwijl het volk ten minste vier of vijf tafels moet bezetten4 ,hoe slechter het jaar geweest is1 hoe sterker men moet vereenigen1 opdat de overgehoudene genoegzamen voorraad zouden bezitten4 ,de stokken1 die in het midden van ,september nog hommels dulden1 zijn zeker moederloos4 ,october4 ,zoo men de zwakke stokken1 die men niet zoo als zij zijn in den winter kan brengen1 nog niet vereenigd heeft1 dan moet dit nu geschieden4 ,het broed is nu zeker uitgeloopen1 en wegens het koele weder heeft men nu minder nood van rooven1 terwijl ook de wasmot het ledige werk minder zal aantasten4 ,alleen op het warmst van den dag spelen de stokken voor1 en even als in het voorjaar is veel uitvliegen schadelijk4 ,men moet hen ook niet verontrusten1 door hen aanhoudend te voren4 ,kan men hun het ontbrekende niet in eens in verzegelde honigtafels geven1 dan geve men het voedsel toch in groote giften1 en tegen den avond1 als de vlugt heeft opgehouden4 ,is de zomer zoo tegengevallen1 dat men de stokken veel moet voren1 dan is het goed hun minstens voor een gedeelte kandij te geven4 ,door in den herfst veel dun voedsel te geven1 maakt men de overwintering duur en onzeker2 de bijen zitten er te koud door1 en kunnen er ligt den loop door krijgen4--,hoe men het voedsel aan de bijen geeft1 is vroeger opgegeven 7zie bl4 #aei e4 v474 ,hoewel men nu1 door voedsel toe te reiken1 in staat is om de stokken door den winter te brengen1 zoo is het aan te raden dit alleen dan te doen1 wanneer men1 ten gevolge van een ongunstigen zomer1 geene goede overstanders heeft1 want het is kostbaar1 werkzaam en onzeker4 ,in het voorjaar kan men lang met het voren moeten aanhouden1 en in de meeste gevallen heeft men veel last van zulke stokken4 ,nu de bijen het vlieggat niet geregeld meer bezetten1 trachten de wespen wel eens in de woning te dringen4 ,soms vinden vele bijen den dood1 wanneer zij de indringers willen verdrijven1 omdat deze het in sterkte van haar winnen4 ,men moet de wespen zien te vangen door flesschen1 die half met honig- of suikerwater gevuld zijn1 op den stand te plaatsen1 en hare nesten zooveel mogelijk verwoesten4 ,de muizen wagen zich nu ook al wel eens in de woningen4 ,men moet daarom de vlieggaten verkleinen1 of er spijkers in steken1 om haar het indringen te beletten4 ,bij het verkleinen der vlieggaten zorge men er echter voor1 dat de doorgang voor de bijen vrij blijft4 ,,einde4 ,,aanteekeningen #a ,men kan het aantal bijen1 in een zwerm vereenigd1 begrooten1 door eerst de ledige woning te wegen en deze met den zwerm1 nadat hij er in tot rust gekomen is1 nogmaals te wegen1 waardoor men1 het gewigt der bijen kennende1 ook haar aantal ten naastenbij kan bepalen1 daar #ajj bijen gewoonlijk #a ,ned4 lood wegen4 ,regtstreeks kan men haar tellen1 dat echter zeer omslagtig is1 door haar te bedwelmen1 waarover later gesproken zal worden4 #b ,sommige bijen in ,itali en wel die uit de omstreken van ,genua1 want zij zijn er niet algemeen1 zijn van de gewone bijen niet onderscheiden dan door de kleur4 ,beide soorten vereenigen zich vreedzaam tot een gezelschap1 nemen wederkeerig was-1 honig- en broedtafels1 ook broedcellen en zelfs moederbijen aan1 doch blijven1 gedurende haar geheele leven1 naauwkeurig van elkander onderscheiden2 want de beide eerste ringen van het achterlijf1 welke bij onze gewone bijen1 even als de overige1 eene zwartbruine kleur hebben1 zijn bij de ,italiaansche bijen roodgeel of oranje en1 tegen de zon gezien1 bijna doorschijnend4 ,zij mogen met den tijd hare haren verliezen1 deze kleur blijft stand houden1 ja schijnt er nog duidelijker door te worden4 ,dit verschil in kleur doet de mogelijkheid ontstaan om verschillende waarnemingen te doen4 #c ,men moet deze koningin dan elk voorjaar1 wanneer de stok daartoe in staat of zoogenaamd zwermgeregt is1 met den zwerm kunstmatig afdrijven en haar in eene woning1 die reeds met werk voorzien is1 als voorzwerm plaatsen4 ,deze kunstzwerm moet dan telkens1 minstens een half uur van den ouden stok geplaatst worden1 daar anders de meeste bijen weder naar hare oude bekende plaats zouden terugvliegen1--of men moet hem op de plaats van den moederstok stellen4 #d ,wanneer ik lengtemaat opgeef1 bedoel ik de ,rhijnlandsche1 waarbij1 zooals men weet1 de voet in #ab duimen en de duim in #ab lijnen verdeeld wordt4 ,ik heb aan deze maat de voorkeur gegeven1 omdat de bijenhouder steeds het hulpmiddel bij de hand heeft1 om zich die maat te verschaffen2 want #e werkbijencellen of #d hommelcellen zijn juist een ,rhijnlandschen duim lang4 #e ,biblia ,naturae1 ,sive ,historia ,insectorum1 ,ao4 #agcg in fol4 uitgegeven1 met eene ,nederd4 vertaling4--,swammerdam was reeds in #afhj overleden2 deze uitgave werd door ,boerhave bezorgd4 #f ,histoire naturelle des insectes1 #f v4 ,paris #agcd-agdb4 #g ,zie hierover bladz4 #aa4 #h ,zie hiervan een sprekend voorbeeld op bladz4 #ae4 #i ,het is altijd goed eenige ledige strookorven beschikbaar te hebben1 daar deze zich voor de hier opgegeven en verscheidene andere handelwijzen beter laten gebruiken dan de nieuwe woningen4 #aj ,het muskuswater bereidt men door twee grein muskus op te lossen in een maatje brandewijn en hiervan een eetlepel te vermengen met een flesch regenwater4 #aa ,hier te lande gebruikt men de gewone strookorven met slechts ne toegankelijke plaats1 namelijk de onderzijde1 zoodat men slechts onder in dezelve iets kan verrigten1 waarvoor men dan nog genoodzaakt is die om te keeren4 ,bij het voren is dit lastig en veelal ondoelmatig4 ,vroeger gebruikte ik hen ook zoo1 maar sedert ik met de ,duitsche bijencultuur bekend ben geworden1 maak ik boven in den kop van den korf een rond gat1 van drie duim middellijn4 ,wanneer ik over het voren spreek1 zal men zien hoeveel nut en gemak men van deze tweede opening kan hebben4 #ab ,dat men de bijen1 bij het betrekken van eene nieuwe woning1 wastafels of gedeelten daarvan toevoegen kan1 is voorzeker een der belangrijkste voordeelen van ,dzierzon's woningen4 ,al kan men maar een zeer kleinen bouw voor haar in gereedheid brengen1 zoo is daardoor een zwerm1 dien men hem toevoegt1 toch een anderen1 dien men in een ledigen korf plaatst1 verre vooruit4 ,in dien korf kunnen de bijen den medegevoerden honig niet afleggen1 en de koningin moet de eijeren laten vallen4 ,de bijen begeven zich naar den top van den korf en hangen zich daar in een digten tros aan2 veler arbeid blijft nutteloos1 omdat zij geene plaats kunnen vinden om te bouwen2 zij moeten dan de uitgezweete wasblaadjes laten vallen3 den volgenden dag vindt men de onderplank daarmede bedekt4 ,haar werk dan beziende1 ontdekt men slechts een of twee kleine stukjes wastafel4 ,een zwerm1 die in eene ,dzierzon'sche woning met een begonnen bouw is geplaatst1 zal in dien zelfden tijd den bouw reeds op verscheidene plaatsen vergroot1 honig en bloemenstof ingedragen en ook broed aangezet hebben4 ,waartoe ,dzierzon's woningen ons al in staat stellen1 kan het volgende nog leeren3 ,ik liet eens een korf vallen1 waardoor de geheele bouw in elkander stortte4 ,aan herstel was niet te denken1 daar het in den nazomer was4 ,ik had echter gelegenheid dadelijk eene ,dzierzon'sche woning met wastafels vol te hangen1 waarvan er reeds eenige1 met honig waren gevuld4 ,de bijen verzamelde ik zooveel mogelijk en had het geluk de koningin onbeschadigd te vinden4 ,na haar in de woning geplaatst te hebben1 liet ik er de bijen inloopen1 en spoedig trokken zij zich tusschen de tafels te zamen4 ,de stok kwam even goed door den winter1 als of er niets mede voorgevallen was4 #ac ,van de koningin sprekende zegt men veelal1 in plaats van moederbij1 kortaf moeder4 ,dat deze uitdrukking onjuist is1 vooral wanneer men van eene moederbij spreekt1 die nog geen moeder zijn kan1 zal geen betoog behoeven4 ,ik heb daarom getracht haar nimmer te bezigen4 ,mogt zij eene enkele maal gevonden worden1 dan verzoek ik dat te verschoonen4 ,het woord moederhuisje1 dat ook onnaauwkeurig is1 meende ik echter te moeten behouden4 ,koninginnehuisje wordt nooit gezegd1 en dit woord is niet zeer welluidend4 ,aan moederbijhuisje zal wel niemand de voorkeur geven4 #ad ,in de familie der honigdragers1 waartoe de honigbijen behooren1 draagt een geslacht den naam van hommels4 ,men moet deze niet verwarren met de mannetjes der honigbijen1 die ook hommels heeten en die in ,noord-,braband meerels en in ,gelderland darren genoemd worden4 #ae ,dit stroo moet oud en reeds gebruikt zijn1 opdat de muizen er niet in zoeken naar teruggebleven graankorrels1 hetgeen de bijen zou verontrusten4 #af ,men moet altijd bruine kandij nemen4 ,de witte en de gele zijn te hard en te moeijelijk oplosbaar4 #ag ,frans ,huber toonde aan dat ook jonger broed daartoe de geschiktheid bezit4 ,dzierzon bewees dat het er voor dienen kan1 zoolang het nog onbedekt is1 en geen ander voedsel dan de voederpap heeft genoten2 7de bijen voren de maden der werkbijen en der hommels1 kort voor de sluiting der cel1 ook met honig en bloemenstof74 ,leuckart verklaarde het verschijnsel door te wijzen op den invloed1 dien eene ruimere en krachtigere voeding op de ontwikkeling der geslachtsdeelen uitoefent2 7zie ,bienenzeitung1 #ahee1 ,no4 #ag en #ah74 #ah ,op bl4 #abj is een kastje beschreven1 waarin men een zwerm drijven kan2 hier vindt men hoe met een los plankje de zwerm uit de woning genomen kan worden4 ,men kan naar verkiezing het een of het ander gebruiken4 #ai ,indien men geen nazwerm wenscht te krijgen1 dan moet men den bouw1 na het afdrijven van den zwerm1 uitnemen1 en zoo er moederwiegen aangelegd zijn1 deze tot op ne na verwijderen4 ,zijn zij nog niet aanwezig1 dan moet men na #aj dagen den bouw weder uitnemen1 en dan de intusschen aangezette hulpcellen tot op ne na wegnemen4 #bj ,wanneer de boekweitbloem bij eene betrokken lucht sterk honigt1 ziet men soms de bijen bij duizenden als verlamd nedervallen4 ,de koude is hiervan de oorzaak niet1 want het gebeurt soms terwijl de thermometer nog #fe ,f4 aanwijst1 en als de bijen andere bloemen bevliegen1 dan neemt men dit verschijnsel nooit waar4 ,de nedergevallen bijen kunnen zich niet opheffen4 ,zij verzamelen zich op den grond tot hoopjes1 en komen weder bij wanneer de zon1 den zelfden of den volgenden dag doorbreekt en haar verwarmt4 ,verloopt er meer tijd1 voordat zij door de zon beschenen worden1 dan komen allen om4 ,door haar te verzamelen en te verwarmen1 kan men er velen behouden1 doch doordat zij zoo verspreid liggen is het moeijelijk haar te vinden4 ,niet alle jaren vertoont zich het bovengenoemde verschijnsel4 ,ik heb het tweemaal gezien4 #ba ,de tijd1 die tot de gisting vereischt wordt1 is afhankelijk van de temperatuur en van de grootte van het vat4 ,men maakt de mede evenwel zelden met groote hoeveelheden4 ,de tijd1 dien ik hier opgeef1 geldt voor een vat van bijna veertig kan 7een anker7 bij eene gemiddelde warmte van #ee #fj ,f4 #bb ,in enkele gevallen1 en wel als de moederstok geene nazwermen geeft1 kan de jonge moederbij binnen drie weken bevrucht worden en eijeren leggen4