material from the ,google ,print project47 ,,verklaring van het ,,stoomwerktuig2 ,,zijnde ,,eene ,,algemeen ,,bevattelijke ,,beschrijving ,,van ,,deszelfs ,,onderscheidene ,,deelen1 ,,zamenstelling ,,en ,,werking4 ,,opgehelderd ,,door ,een ,aantal ,platen en de ,benoodigde ,tafelen4 ,,tweede ,,druk4 ,,verbeterd ,,en ,,vermeerderd ,,door ,d4 ,,van ,,den ,,bosch1 's ,rijks ,hoofd-,machinist4 ,illustratie ,,amsterdam1 ,m4 ,,schooneveld en ,,zoon4 #ahdc4 ,,gedrukt ,,bij ,,bakels ,,en ,,kr,,ber4 ,de ,eerste ,druk van dit ,werkje was oorspronkelijk eene vertaling uit het ,engelsch2 bij de uitgave van hetzelve hebben wij te dier tijd geene verantwoordelijkheid op ons willen laden1 met daarin eenige welgewenschte veranderingen te brengen2 doch na den geheelen uitverkoop van die oplage1 oordeelden wij het1 op de bij ons ingekomene bescheidene en gegronde aanmerkingen achtslaande1 raadzaam1 om bij de uitgave van dezen tweeden druk1 dit1 overigens niet ongunstig door het ,publiek ontvangen werkje1 ter verbetering en vermeerdering aan eenen bevoegden deskundige op te dragen1 die ons dan ook het genoegen heeft gedaan1 om behalve de verbeteringen tot bladz4 #fa1 tot en met de laatste bladz4 #ach1 geheel nieuwen tekst te leveren4--,wij vertrouwen hiermede1 al het mogelijke te hebben gedaan1 om aan het weetgierig ,publiek1 een beknopt nuttig boekje1 over eene nog zoo weinig in onze taal beschrevene hoogst belangrijke zaak te leveren4 ,daar met deze uitgaaf het beginsel is in het oog gehouden1 om voor weinig geld iets nuttigs te leveren1 zoo zal men ons wel verschooning schenken1 voor het weder bezigen van het meerendeel der houtsnee-figuren van den eersten druk2 geheel andere te doen vervaardigen1 zoude den prijs te veel verhoogd1 en daardoor het ,werkje minder verkrijgbaar voor alle klassen gemaakt hebben2 beter kwam het ons1 op algemeen aanraden voor1 eene geheele machine in zij-aanzigt en doorsnede in plaat achteraan te voeqen2 door deze bijvoeging1 zoo wel als door de meer volledige bewerking en de daaruit voortspruitende meerdere uitgebreidheid1 dan de vorige druk1 zal de lezer1 hopen wij1 zich gaarne de geringe prijsverhooging dezer uitgave getroosten en dezelve billijken4 ,de ,uitgevers4 ,illustratie ,,het ,,stoomwerktuig #a4 ,het groot en steeds toenemend belang van het stoom-werktuig in kunsten en handwerken verheft hetzelve tot een onderwerp1 hetwelk de opmerkzaamheid van alle standen der maatschappij ten hoogste waardig is4 ,de vernuftig uitgedachte en heerlijke toestel1 waarmede vezels tot draden gesponnen werden1 ontvangt deszelfs beweging van het stoom-werktuig1 hetwelk insgelijks de beweging mededeelt aan de machinerie1 waarmede vervolgens de gesponnen draden of garens tot doek geweven worden4 ,het stoom-werktuig is insgelijks de beweegkracht bij ontelbare andere kunsten1 die onder de belangrijkste1 waarmede de mensch bekend is1 gerangschikt moeten worden4 ,er bestaat ook in der daad thans naauwelijks een voorwerp door den mensch vervaardigd1 tot sieraad of tot nuttig gebruik bestemd1 waarvan wij niet1 in zekeren graad1 het bestaan aan dit veel vermogende werktuig verschuldigd zijn4 ,met behulp van hetzelve halen wij steenkolen en ijzer-erts uit de diepste mijnen1 en brengen het hinderlijke water uit dezelve naar boven2 het erts in smeedbaar ijzer herschapen1 wordt vervolgens door hetzelfde werktuig tot staven gevormd1 en alzoo1 zoo wel tot het smeden van ankers1 waarmede de grootste zeekasteelen het woeden van wind en water kunnen uitstaan1 als tot het vervaardigen van de fijnste borduurnaald gebezigd4 ,zoo bewonderenswaardig het stoomwerktuig is1 ten aanzien van deszelfs onderscheidene wijzen van aanwending1 als van de verbazende1 aan zoo veel regelmaat verbondene1 kracht door haar ontwikkeld1 even zoo opmerkelijk is hetzelve1 afgescheiden van deze of andere fabrijkmatige bewerking beschouwd2 leverende de treffendste en heerlijkste toepassingen van eenige der voornaamste natuurwetten4 7,de grondbeginselen1 waarop de werking van dit werktuig berust1 zijn noch talrijk1 noch moeijelijk te bevatten1 daar hiertoe alleen vereischt wordt1 dat men denzelven zorgvuldig1 afzonderlijk en ordelijk eenige opmerkzaamheid schenkt1 ten einde gemakkelijk van de vereenigde werking eene voldoende kennis te verkrijgen4 ,zoo de lezer1 hoe weinig gemeenzaam hij ook met het onderwerp wezen moge1 de volgende bladzijden slechts met aandacht leest1 dan twijfelen wij geenszins1 of hij zal een duidelijk en klaar begrip krijgen van alle grondbeginselen1 waarop de zamenstelling van dit1 in onze tijden zoo onmisbare werktuig1 is gegrond47 ,ten einde onze lezers hiertoe in staat te stellen1 zullen wij de beschrijving van eenige weinige en eenvoudige grondbeginselen laten voorafgaan1 waardoor de wetten1 waarop de werking van het werktuig rust1 opgehelderd worden4 #b4 ,wanneer metalen of vloeistoffen verwarmd worden1 dan zetten zij zich uit1 of vermeerderen in omvang1 dat is3 worden grooter4 ,zoo men1 bij voorbeeld1 eene staaf ijzer neemt1 die koud zijnde1 volmaakt in een gat sluit of past1 dan zal dezelve1 verhit of gloeijend gemaakt1 zoodanig uitgezet wezen1 dat het gat de staaf niet meer zal kunnen omvatten1 en niet eer1 voor dat de staaf weder koud geworden is1 zal dezelve in het gat1 7hetwelk hiervan onveranderlijke grootte gedacht wordt7 weder passen4 ,hoe geweldiger de aangewende hitte is1 des te meer zal de staaf uitzetten1 tot dat de hitte zoo geweldig wordt1 dat de vaste zamenhang van het metaal ophoudt en smelt4 ,dat deze uitzetting of vermeerdering in uitgebreidheid ook met de vloeistoffen plaats heeft1 hiervan kan men zich gemakkelijk overtuigen door eenen ketel geheel of volmaakt met water gevuld boven het vuur te plaatsen3 want warm wordende1 zal het vocht dadelijk daaruit vloeijen4 #c4 ,deze eigenschap heeft aanleiding gegeven tot het uitvinden en zamenstellen van een in de kunsten en wetenschappen zeer nuttig en tevens onmisbaar werktuig1 ,thermometer genaamd1 hetwelk aanwijzing doet van den warmtegraad1 waarin hetzelve is geplaatst1 zijnde als volgt zamengesteld4 ,aan het eene einde van eene dunne glazen pijp1 waarvan het gat klein en overal even wijd is1 is een holle bol geblazen2 door het andere opene einde is vervolgens deze bol1 en een klein gedeelte der aangelegene pijp1 het zij met gekleurde spiritus1 of wel met kwik gevuld1 dat geschiedt naar zekere handelwijze1 die wij overbodig achten hier te verklaren1 en volgens welke dan ook na de vulling1 het opene einde der pijp wordt gesloten1 en het ongevuld blijvende gedeelte pijp luchtledig gemaakt4--,men heeft alzoo eene vloeistof in glas opgesloten en voor uit damping of verlies beveiligd2 omdat nu1 de uitzetting van vloeistoffen door warmte1 veel grooter is1 dan die van het glas1 zoo gebeurt het1 dat de vloeistof bij verschil van warmtegraad1 in de pijp rijst of daalt1 en dit aanwijst op eene daarnevensstaande verdeeling of zoogenaamde schaal4 ,illustratie3 ,het onderste deel van een thermometer1 met bij de waarde van #cb graden de afkorting ',v4,p4' ,maar om die verdeeling algemeen verstaanbaar1 en voor verschillende ,thermometers onderling vergelijkbaar te doen zijn1 heeft men twee vaste punten tot grondslag gekozen4 ,een dezer vaste punten is de stand van den top der vloeistof1 wanneer de ,thermometer in smeltend ijs is gesteld2 het andere1 de hoogere stand1 wanneer dezelve in zuiver water1 dat in de vrije lucht kookt1 is gedompeld3 den eersten of laagsten stand der vloeistof in den ,thermometer1 noemt men het vriespunt1 en den anderen of hoogeren het kookpunt4 ,van beide punten is door proeven bewezen1 dat zij1 in gelijke omstandigheden1 van onveranderlijk temperatuur zijn4 ,de onderlinge afstand dezer vaste punten wordt verschillend verdeeld2 de hier te lande meest gebruikelijke1 en welke wij in dit werkje overal zullen volgen1 is in #ahj deelen verdeeld1 de ,thermometerschaal van ,fahrenheit genoemd4 ,men plaatst dan den ,thermometer in smeltend ijs1 en geeft een teeken of merk op de pijp of aangehechte plaat1 ter hoogte van den top der ingeslotene vloeistof1 vervolgens dompelt men denzelven in kokend water1 geeft weder een merkteeken1 en verdeelt de ruimte tusschen deze teekens in #ahj gelijke deelen2 volgens ,fahrenheit telt men voor het vriespunt #cb deelen of graden1 dus voor het kookpunt #bab graden1 dat is3 #ahj graden hooger1 en zie daar den ,thermometer of warmtemeter vervaardigd2 in nevensstaande plaat1 als met uitgebroken middendeel of verkort1 afgebeeld4 ,wij moeten onze lezers hier opmerkzaam maken1 dat de verdeeling der schaal1 tusschen de vaste punten1 in #ahj graden1 eene zeer willekeurige zaak is4 ,in ,frankrijk en ook bij ons te lande1 7doch minder algemeen7 verdeelt men den afstand tusschen het vries- en het kookpunt in #ajj gelijke deelen1 waarbij het eerste met #j en het laatste met #ajj geteekend wordt4 ,deze verdeeling wordt de honderddeelige 7centigrade7 of dien naar ,celtius genoemd1 terwijl nog eene andere wijze1 waarbij de opgegeven ruimte in #hj deelen verdeeld wordt1 de ,reaumursche of dien naar ,deluc is4 ,de handelwijze om de eene verdeeling in de andere over te brengen1 vindt men in onderscheidene werken opgegeven1 onder anderen in ,,arnott',s grondbeginselen der ,natuurkunde1 welk werk bij de uitgevers dezes te bekomen is4 #d4 ,door toevoeging van warmte gaat het ijs tot water over4 ,zoo wij in dien toestand meerdere warmte aanvoeren1 dan zet de vloeistof zich meer en meer uit1 tot dat dezelve begint te koken4 ,in dezen staat1 rijst van de oppervlakte damp op1 die dikker en als gejaagd1 onder den naam van stoom bekend is4 ,op #cb graden ,fahrenheit1 het vriespunt1 begint het ijs te smelten1 en op #bab graden1 het kookpunt1 ontwikkelt zich de eigenlijke stoom1 terwijl de damp1 welke op eenen lageren graad van warmte opstijgt1 ook den naam van wasem draagt4 #e4 ,overal zullen wij hier voor het uitdrukken van eenige warmtemaat den met kwik gevulden ,thermometer bezigen4 ,dat vloeibaar metaal is voor dit gebruik bijzonder geschikt1 niet alleen om dat hetzelve eene zeer strenge koude behoeft1 om te verstijven1 7#ci graden onder #j graden7 en niet eer dan belangrijk verhit kookt 7#ffj graden72 maar ook om dat het kwik in glas opgesloten1 blijkbaar evenredig uitzet 7vooral tusschen het vries en kookpunt van het water71 met de hoeveelheid toenemende warmte2 dat wil zeggen3 zoo eene zekere hoeveelheid warmte1 het kwik in den ,thermometer1 van #cj tot #dj1 dus #aj graden1 doet stijgen1 dan zal het toevoegen van eene gelijke hoeveelheid warmte1 het kwik weder #aj graden doen klimmen1 en dus tot #ej brengen2 drie maal zoo veel warmte op #fj1 viermaal zooveel warmte op #gj enz4 ,het is eene algemeene eigenschap1 dat vloeistoffen1 die in eenen ongedekten of openen ketel1 in gemeenschap met de vrije lucht1 verwarmd worden1 ophouden warmte aan te nemen1 wanneer dezelven koken3 zoo zal men het kwik eens ,thermometers1 die in water 7dat verwarmd wordt7 gedompeld is1 bij gewonen toestand der omringende lucht1 niet hooger dan tot #bab graden zien klimmen1 terwijl het water als dan zal aanvangen te koken1 en1 bij doorgaande werking van het vuur onder den ketel1 stoom te leveren2 de warmte1 die het vuur dus vervolgens afgeeft1 gaat na het kookpunt slechts door het water1 om1 zich daarmede vereenigende1 stoom te vormen4 ,het water alzoo in dampvormigen staat overgegaan1 beslaat #agjj maal zooveel ruimte1 als in deszelfs vorigen of druipenden staat2 eene kubieke palm water levert dus #agjj kubieke palmen stoom in de vrije lucht4#a ,hoeveel warmte zich met het water vereenigd heeft1 om stoom daar te stellen1 wordt door den ,thermometer dus niet aangewezen1 en deze zal ook1 ofschoon men denzelven in den voortgebragten stoom plaatste1 geen hooger kwikstand teekenen2 al deze warmte1 waarvan men de maat door den ,thermometer niet kent1 en die als een bestanddeel van den stoom zelven moet beschouwd worden1 draagt den naam van verborgene warmte4 ,in waterstoom maakt1 de verborgene warmte nog al eene belangrijke hoeveelheid uit2 waarnemingen1 door middelen1 waarvoor hier geene plaats ter beschrijving bestaat1 hebben bewezen1 dat voor het daarstellen van zoodanigen stoom1 ruim #f-a_/b maal zoo veel warmte noodig is1 als vereischt wordt1 om water van een gemiddeld temperatuur tot #bab graden1 of tot het kookpunt1 te verwarmen4 ,bijvoorbeeld3 zij gesteld1 dat men water1 dat de temperatuur van #fb graden bezit1 tot het kookpunt1 #bab graden1 verwarmt1 dan moeten #aej warmte graden daaraan worden medegedeeld4 ,nu zal men niet eer stoom1 die dezelfde temperatuur teekent1 daarvan kunnen verkrijgen1 dan na mededeeling van nog #ajjj graden warmte bovendien1 de verborgene warmte van waterstoom uitmakende1 en die dus meer dan #f-a_/b maal #aej graden bedraagt4 #a ,alle maat- en gewigtopgaven zijn ,nederlandsche4 #f4 ,wanneer stoom tot op de temperatuur van #bab graden verkoeld wordt1 gaat dezelve van dampvormigen tot druipenden staat over1 en wordt weder water1 terwijl de verborgene warmte1 door het verkoelend ligchaam1 of het verkoelend vocht1 dat men daartoe bezigt1 wordt opgenomen4 ,men begrijpt ligt1 dat aangezien de verborgene warmte belangrijk is1 er ook eene evenredig groote koele oppervlakte1 of hoeveelheid koelend vocht1 met den stoom in aanraking moet worden gebragt1 om geheel tot water over te gaan1 dat minder dan #bab graden temperatuur zal bezitten4 ,men noemt dusdanige overgang van stoom tot water1 verdikking 7,condensatie74 ,de stoom tot water verdikkende of ,condenserende1 zal dan ook #agjj maal kleinere ruimte innemen1 dus zullen zoo vele kubieke palmen stoom1 slechts eene kubieke palm water opleveren2 een natuurlijk gevolg1 en het omgekeerde van hetgeen hooger van de stoomwording gezegd is4 #g4 ,als nu1 moeten wij onze lezers met andere beginselen bekend maken4 ,men neme eene glazen pijp of buis #h-a_/b palm lang1 aan eene einde goed digt gesloten1 doch aan het andere open4 ,deze pijp vulle men naauwkeurig met kwik1 en dompele het opene einde in eenen bak1 die met dezelfde vloeistof gevuld is4 ,hierbij zal men gewaar worden1 dat slechts een gedeelte kwik uit de buis in den bak zal vloeijen1 zoo dat ongeveer #g palm en #f duim1 7gemeten uit de oppervlakte van het kwik in den bak71 in de pijp zal blijven staan1 en dat eene ledige ruimte boven bij den top der pijp bestaat4 ,hierbij hebben wij ondersteld dat de pijp loodregt gehouden wordt1 of zoodanig1 dat eene loodlijn met den stand der buis evenwijdig is1 in het wetenschappelijke zegt men3 de buis staat perpendiculair op het vlak der vloeistof4 ,zoo wij nu aannemen1 dat1 terwijl het ondereinde steeds in het kwik gehouden wordt1 de buis naar de eene of andere zijde overhelt1 dan zal men gewaar worden1 dat het kwik in dezelve meer pijplengte zal innemen1 zonder dat echter de loodregte of perpendiculaire hoogte van het kwik boven het oppervlak in den bak1 eenige verandering zal ondergaan2 en zoo veel helling zal men aan de pijp kunnen geven1 dat de top der kwikkolom1 aan het gesloten boveneinde der pijp raakt4 ,het is geheel onverschillig welke meerdere lengte of wijdte de pijp heeft1 altijd zal men nagenoeg eene zelfde kwikhoogte opmerken2 zegge nagenoeg1 om dat die hoogte van de veranderlijke zwaarte des dampkrings afhankelijk is1 gelijk later zal opgemerkt en aangewezen worden4 #h4 ,zoo wij in plaats van met kwik1 diezelfde pijp met water hadden gevuld1 dan zoude men deze vloeistof geenzins hebben zien dalen2 de reden daarvan is gelegen1 dat het water1 ligter dan het kwik zijnde1 met die geringe hoogte geene drukkende zwaarte genoeg bezit4 ,voor water zoude men eenen pijp behoeven die ongeveer #ac-a_/b maal zoo lang was1 dewijl het kwik ook nagenoeg zoo veel malen soortelijk zwaarder is4 ,in eene loodregtstaande pijp1 die #aa-a_/b el lang is1 bovenwaarts gesloten1 en met het opene ondereinde onder water gedompeld1 zal dienvolgens eene waterkolom blijven staan van ongeveer #ajc palmen hoog4 ,indien wij nog ligtere vloeistoffen kiezen1 dan zal ook de pijp1 in evenredigheid van het soortelijk gewigt dier vloeistoffen1 langer moeten zijn4 ,de gemiddelde hoogte der kwikkolom1 #g4f palm zijnde1 is die der waterkolom #ajc palmen1 eene mede evenwigtige kolom raapolie #aab1 en eene van spiritus of gewone alcohol #aah palmen hoog2 allen in nabijkomende getallen uitgedrukt4 ,wat van het ophouden dezer kolommen oorzaak is1 zullen wij trachten volgenderwijze te verklaren4 #i4 ,wanneer wij1 bij voorbeeld de monding van een bierglas met eene blaas1 die eenen doorgaanden en daarin digt gebondenen gewonen pijpensteel bevat1 sluitend overspannen1 en door dien pijpensteel de lucht uit het alzoo afgeslotene bierglas voor een gedeelte zuigen1 dan zal men zien1 dat de blaas naar binnen bewogen zal worden4 ,dit wordt te weeg gebragt door den druk der omringende buitenlucht1 gedurende het ijler worden der lucht1 die in het glas besloten is2 een verschijnsel1 dat dus eenvoudig zich zelf als 't ware verklaart4 ,verder3 zoo wij twee holle kommen nemen1 waarvan de randen volmaakt op elkander sluiten1 en door een zeker werktuig1 luchtpomp genaamd1 de lucht uit de binnnenholte trekken1 dan zullen wij ondervinden1 dat er eene aanmerkelijke kracht vereischt wordt1 om de twee kommen van elkander te trekken4 ,zoo zal1 wanneer de twee holle kommen1 na op elkander gevoegd te zijn1 eenen hollen kogel vormen1 waarvan de grootste middellijn of diameter niet meer bedraagt dan #a palm1 er eene kracht van omstreeks #ha ponden vereischt worden1 om de beide halve bollen van elkander los te rukken4 ,om de oorzaak van dit verschijnsel te verklaren1 doen wij opmerken1 dat het eene waarheid is1 dat de lucht1 die wij inademen1 gelijk bij de proef met het bierglas reeds bleek1 werkelijk gewigt heeft2 want zoo een holle kogel gewogen wordt1 terwijl dezelve nog met lucht gevuld is1 en naderhand insgelijks op de weegschaal wordt gelegd1 als de lucht er is uitgehaald1 dan zal de bol in het laatste geval minder wegen1 dan in het eerste4 ,in der daad is ook gevonden1 dat eene kubieke el drooge lucht1 die in digtheid den gemiddelden druk des dampkrings evenaart1 op de temperatuur van #fb graden1 ruim #a pond en #b oncen weegt4 ,daar dit dan het geval is1 zoo moet aangenomen worden1 dat ook ieder voorwerp1 een zeker gewigt1 of eene drukking van de lucht heeft te verduren1 dewijl die lucht de aarde overal omringt1 en daarom dampkringsdruk genoemd wordt4 ,de oorzaak derhalve1 waardoor de over het glas gespannene blaas naar binnen zet1 moet daarin worden gezocht1 dat de buitenlucht dezelve met kracht drukt1 terwijl in de binnenruimte geen genoegzame tegendruk1 door de uitzuiging of verijling te weeg gebragt1 bestaat4 ,deze zelfde oorzaak geldt insgelijks1 bij het tweede aangehaalde voorbeeld4 ,wanneer de lucht nog in den kogel besloten is1 dan drukt zij de halve bollen met dezelfde kracht naar buiten1 als de buitenlucht dezelve tegen elkander perst1 zoo dat de eene kracht met de andere evenwigt maakt1 en de halve bollen gemakkelijk van elkander verwijderd kunnen worden4 ,zoodra de lucht echter uit de binnenruimte werd verwijderd1 en de halve bollen luchtdigt op elkander sloten1 bestond er in de inwendige ruimte geene kracht1 om de drukking van de buitenlucht tegenstand te bieden1 welke tegenstand derhalve door eene van buiten aangewende kracht moest worden vervangen1 zoodat men het gewigt van de buitenlucht1 om zoo te spreken1 moest opligten4 #aj4 ,op dezelfde wijze kunnen de daadzaken1 die wij in #g en #h1 betrekkelijk de buis met water1 olie1 spiritus en kwik hebben bijgebragt1 verklaard worden4 ,toen wij vooronderstelden1 dat de pijp met kwik gevuld1 en met het opene einde in den bak gedompeld was1 bleek het klaar1 dat deze vloeistof1 uit hoofde van haar gewigt1 geheel uit de buis zoude gevloeid zijn1 zoo haar geen tegenstand geboden werd2 en wel tot zoo ver1 dat de oppervlakte van het kwik in den bak met die in de buis dezelfde hoogte bereikte4 ,wij hebben echter doen opmerken1 dat dit werkelijk het geval niet is1 maar dat het kwik tot op eene hoogte van ongeveer #g4f palm in de buis hangen bleef4 ,de verklaring van dit verschijnsel is de volgende4 ,daar de buis of pijp geheel en al met kwik gevuld is1 zoo bevindt zich geene de minste lucht in dezelve1 het kwik zou bij het omkeeren ook werkelijk geheel naar beneden storten1 in geval het opene ondereinde der pijp in geen' bak met kwik gedompeld stond2 dewijl nu de lucht1 overal op het oppervlak van het kwik in den bak drukt1 uitgezonderd voor dat onbelemmerd klein gedeelte1 dat het inwendige der pijp omvat1 en waartoe de buitenlucht niet kan naderen1 zo moet het kwik noodzakelijk1 op eene zekere hoogte in den pijp blijven staan1 opdat de zwaarte van die kolom1 met de luchtdrukking of dampkrings-lucht daar buiten1 evenwigt make4 ,ten duidelijkste kan dit ook bewezen worden door de pijp met stoom te vullen1 en dan het opene eind in den kwikbak te dompelen4 ,wanneer als dan de stoom tot beneden #bab graden verkoeld is1 7op welken graad dezelve1 zoo als vroeger in #f is aangetoond1 tot water overgaat1 en als zoodanig eene #agjj maal geringere ruimte inneemt1 dan in den toestand van stoom zelven17 dan zal het zich vormende water slechts een #agjjste deel der ruimte van de pijp innemen1 en dezelve tevens luchtledig laten4 ,bij dezen stand van zaken zal de lucht op de oppervlakte van het rondom gelegene kwik persen1 en hetzelve noodzaken1 tot op de reeds opgegevene hoogte van #g4f palm te stijgen1 daar die vloeistof ook natuurlijk naar dien kant uitwijkt1 alwaar zij geenen tegenstand ondervindt4 ,in #h hebben wij echter doen opmerken1 dat water veel hoogeren stand in de pijp behoudt1 en olie of spiritus nog hooger4 ,wat zou nu de oorzaak van dit onderscheid in hoogte anders kunnen zijn1 dan het onderling verschil in soortelijk gewigt dezer vloeistoffen zelven8 ,het is klaar1 dat eenige vloeistof uit het ondereinde van de buis zal vloeijen1 zoo lang het gewigt van dezelve grooter is1 dan de kracht1 die tegenstand biedt1 of die haar in de buis tracht op te houden4 ,deze kracht nu is de drukking van den dampkring op de oppervlakte van de vloeistof in den bak1 waarin het opene einde gedompeld is4 ,zoo wij nu aannemen1 dat de opening aan dit ondereind van de buis juist eene vierkante duim is1#b dan zullen wij door naauwkeurige waarnemingen ondervinden1 dat de gemiddelde druk des dampkrings1 bij eene temperatuur van #fb graden1 evenwigt maakt met eene kwik-water-olie- of spirituskolom1 die met zulk een grondvlak #ajc4c looden weegt2 zegge gemiddelde druk1 om dat de dampkring aan meer of mindere zamenpakking onderhevig is1 en behalve dat de dampkringshoogte mede invloed heeft1 zoodat gemeld gewigt van het gemiddeld oppervlak des ,oceaans geldt4 ,den gemiddelden druk des dampkrings dus voor een oppervlak1 dat een vierkante duim groot is1 kennende1 zoo is deszelfs druk voor eenig ander oppervlak daarna te berekenen3--,thans moet nog gezegd worden1 dat de door den dampkring op gehoudene kwikkolom in eene glazen pijp1 waarvan boven gesproken werd1 den algemeen bekenden ,barometer is4 ,de ,barometer is dus een werkelijke weger van den dampkring2 men weet dat de kwikhoogte in dat ,instrument aan dagelijksche verandering onderhevig is1 dat is3 het zwaarte verschil des dampkrings volgt1 en dat wij daardoor tot weervoorspellingen in staat geraken4 ,tusschen deze veranderingen heeft men eenen gemiddelden stand gekozen1 die de gemiddelde stand des ,barometers1 of de gemiddelde druk des dampkrings1 boven gebezigd1 genoemd wordt4 ,vervolgens heeft de meer of mindere verheffing van den kwikbak des ,barometers ook invloed op deszelfs stand1 omdat de hoogte des dampkrings daarvan afhangt1 van daar de bepaling3 gemiddelde stand des ,barometers aan het gemiddeld oppervlak des ,oceaans2 alzoo is de gemiddelde stand des ,barometers aan het gemiddeld oppervlak des ,oceaans1 bij eene temperatuur van #fb graden1 naauwkeurig1 #g4fb palm1 welke kwikhoogte als boven gezegd is1 per vierkante duim met #ajc4c loden drukt4 ,illustratie3 ,vierkant #b ,wanneer wij een stuk papier nemen en hetzelve in eenen vierkanten vorm snijden1 zoodat de zijden ,,ab1 ,,ad1 ,,cb1 en ,,cd gelijk zijn1 en ieder eenen duim lengte hebben1 terwijl de hoeken regt of winkelhaaksch zijn1 dan wordt de alzoo ingeslotene ruimte1 een' vierkanten of kwadraat duim genoemd4 #aa4 ,met deze weinige kundigheden zijn wij reeds in het bezit van de belangrijkste grondbeginselen1 waarop de werking van het stoomwerktuig berust1 en waarvan wij thans het gebruik zullen verklaren4 ,het kan echter niet ongepast zijn1 om dezelven in het kort te herinneren1 daar zij in het vervolg menigwerf zullen te pas komen4 ,de grondbeginselen dan zijn3 #a4 ,het water zet uit1 of vermeerdert in uitgebreidheid1 wanneer hetzelve verhit wordt4 #b4 ,wanneer het water tot op het kookpunt 7#bab graden7 verhit wordt1 gaat deze vloeistof tot stoom over1 en neemt in dien staat een #agjj maal grootere ruimte in4 #c4 ,dat de verborgene warmte van waterstoom #ajjj graden bedraagt4 #d4 ,zoo de stoom tot beneden de #bab graden wordt afgekoeld1 verdikt dezelve tot water1 en vermindert #agjj malen in uitgebreidheid1 terwijl de verborgene warmte weder vrij raakt4 #e4 ,de dampkring oefent gemiddeld eene bestendige drukking uit1 die aan de oppervlakte van de aarde1 welke met het gemiddeld oppervlak des ,oceaans overeenkomt1 een vermogen uitoefent van #ajc4c looden op elken vierkanten duim1 of die op iedere vierkante palm1 met een gewigt van #ajc4c ponden drukt1 welk gewigt1 overeenkomstig den stand des ,barometers1 aan wijziging onderworpen is4 ,illustratie3 ,figuur #b #ab4 ,onderstellen wij1 dat een fornuis of vuurhaard ,a1 zoo ingerigt is1 dat de door het vuur ontwikkelde warmte aan den ketel ,b wordt medegedeeld1 en het daarin vervatte water kan doen koken1 en in stoom veranderen2 dat die stoom geenen anderen uitweg heeft1 dan door de buis of pijp ,c ,c1 waarvan het eene uiteinde met het inwendige van den top des ketels ,b gemeenschap heeft1 en daaraan bevestigd is1 terwijl het andere einde met het benedengedeelte van den cilinder ,d mede gemeenschap heeft4 ,aan het ondereinde van deze buis bevindt zich eene kraan ,j1 op de gewone wijze ingerigt4 ,door middel van deze kraan is men in staat1 om de gemeenschap tusschen den ketel ,b en den cilinder ,d af te sluiten1 of daar te stellen1 zoo dat men naar goedvinden1 alleen door het omdraaijen van deze kraan1 den stoom toegang naar den cilinder verschaffen kan of niet4 ,aan de tegenovergestelde zijde van den cilinder ,d bevindt zich1 nabij den bodem1 eene andere pijp ,k1 waardoor eene gemeenschap daargesteld wordt tusschen den cilinder en eenen bak koud water ,i4 ,deze gemeenschapsbuis is insgelijks met eene kraan ,k voorzien1 zoo dat men mede naar goedvinden1 de gemeenschap tusschen den koudwaterbak en den cilinder afsluiten kan4 ,de cilinder is van gegoten ijzer vervaardigd1 en van binnen volmaakt gelijkwijdig rond geboord4 ,in den cilinder sluit een uit gegoten ijzer1 of uit metaal bestaande1 zuiger ,e1 die rondom met eene uitzetbare zelfstandigheid1 hennep of vlas1 is ompakt1 ten einde dezelve volmaakt sluitende zij1 en nogtans gemakkelijk op en neder bewogen kan worden1 zonder de minste lucht of stoom tusschen zich en den binnenwand van den cilinder door te laten4 ,aan dezen zuiger is eene stang1 waaraan in deze schets1 eene beweegbare ketting ,f ,f1 als verbonden1 is afgebeeld1 die1 over eene beweegbare schijf of spoorwiel ,g geslagen1 aan het andere einde met een gewigt ,h1 voor tegenwigt1 bezwaard is2 en wel zoodanig1 dat wanneer de zuiger geene verhindering1 dat is onder en boven gelijken tegenstand ondervindt1 deze altijd1 door dit tegenwigt1 naar het bovendeel des cilinders gevoerd wordt4 ,een en ander op deze wijze ingerigt zijnde1 zoo vooronderstel1 dat het vuur in het fornuis ,a worde opgestookt1 en dat het water in den ketel ,b aan het koken geraakt1 dan zal1 bijaldien de kraan ,j open is1 de stoom1 die van de oppervlakte des waters uit den ketel stijgt1 door de pijp ,c ,c in den cilinder ,d dringen1 zorg gedragen zijnde1 dat de kraan ,k1 waarmede de gemeenschap met den koudwater bak ,i daargesteld wordt1 zoo lang gesloten blijft4 ,het gedeelte van den cilinder beneden den zuiger ,e zal dus spoedig met stoom gevuld wezen1 en zoo men1 daarop de kraan ,j sluit1 wanneer den zuiger1 door de toevloeijing der stoom om hoog gerezen is1 zal de gemeenschap tusschen den ketel en cilinder afgesloten zijn4 ,thans opene men de kraan ,k1 zoo dat daardoor eenig koud water uit den koudwaterbak ,i in den cilinder vloeit1 waardoor1 volgens #h1 de stoom tot beneden #bab graden zal worden bekoeld1 en derhalve1 zich verdikkende1 nu1 in plaats van de geheele ruimte beneden den zuiger ,e1 slechts omstreeks het #agjjste gedeelte zal innemen1 hetwelk dus met de hoeveelheid koud water1 dat uit den bak ,i is ingedrongen1 een betrekkelijk klein gedeelte der ruimte van den cilinder beslaan zal4 ,deze ruimte zal dan nagenoeg volkomen ledig zijn1 en zeer weinig tegendruk zal tegen het ondervlak des zuigers bestaan4 ,de volle dampkring echter drukt op de bovenvlakte van den zuiger1 en oefent een vermogen uit1 om dien naar beneden te drijven1 alzoo hij nu aan de onderzijde bijna geenen tegenstand ondervindt4 ,hierdoor zal derhalve de zuiger dalen1 den ketting ,f ,f met zich medevoeren1 en dus het gewigt ,h doen rijzen4 ,zoo men vervolgens door de kraan1 die in den bodem van den cilinder geplaatst1 en in de afbeelding slechts met flaauwe trekken aangewezen is1 het water laat afloopen1 dan zal1 na sluiting van alle drie de kranen1 de zuiger zich aan het benedeneinde van den cilinder bevinden1 en door de drukking van den dampkring in dien stand gehouden worden4 ,men opene vervolgens de kraan ,j1 waardoor op nieuw den stoom toegang in het benedengedeelte van den cilinder verschaft wordt1 welke stoom1 wanneer die gelijke kracht met de drukking van den dampkring uitoefent1 den zuiger met hetzelfde vermogen zal opdrijven1 als dezelve door den eersten wordt nedergedrukt1 zoodat de drukking op het boven- en benedenvlak aan elkander gelijk is1 en toelaat1 dat de zuiger even zoo gemakkelijk naar boven als naar beneden bewogen kan worden1 even alsof er geen stoom of dampkring bestond4 ,daar nogtans het gewigt ,h1 het vermogen heeft1 om den ketting ,f1 die aan den zuiger vast is1 naar beneden te trekken1 zoo zal die zuiger eene meerdere neiging hebben om te stijgen1 hetwelk ook werkelijk het geval zal zijn1 zoodat hij wederom de stelling aanneemt1 die in de afbeelding is voorgesteld4 ,hierop sluite men wederom de kraan ,j en opene de koudwaterkraan ,k1 waardoor de stoom andermaal verdikt zal worden1 geene drukking beneden den zuiger zal plaats hebben1 en deze dus wederom door de drukking van den dampkring naar beneden of naar den bodem van den cilinder bewogen zal worden4 ,door deze bewerking kan men de beweging des zuigers zoo menigmaal herhalen als men verlangt1 en aan denzelven eene op- en neergaande beweging in den cilinder mededeelen4 ,met betrekking tot dusdanigen toestel moeten wij alleen doen opmerken1 dat het water1 hetwelk ter verdikking van den stoom gebezigd1 zoowel als dat1 hetwelk door den overgang van stoom tot water geboren wordt1 gestadig moet worden afgetapt1 door den kraan in den bodem des cilinders2 dewijl bij gebreke van dien1 dit gezamenlijke water1 eindelijk den ganschen cilinder zoude vullen1 en dus de beweging van den zuiger onmogelijk maken4 ,bovendien is aanvankelijk onder den zuiger eenige lucht in den cilinder aanwezig welke men door deze bodemkraan1 vr het indringen van den stoom uitgang moet geven1 dat is alleen1 vr het eerste in beweging stellen des zuigers4 ,behalve dat1 ontwikkelt zich uit het koelwater ook nog eenige lucht1 die mede telkens1 bij het ontlasten van dit water1 uit den cilinder uitgedreven wordt4 ,deze eenvoudige toestel is nu in der daad een stoomwerktuig1 en de lezer zal wel doen1 om met aandacht de beschrijving na te gaan1 die wij van denzelven gegeven hebben2 want door het goed begrijpen van de grondbeginselen der werking1 zullen de volgende beschrijvingen des te gemakkelijker verstaan worden4 #ac4 ,bij eenige opmerkzaamheid zal men gewaar worden1 dat het nut door het eenvoudig op- en nergaan van het gewigt ,h1 van wege de overeenkomende beweging van den zuiger1 zeer beperkt is4 ,doch men kan het eene einde van ketting ,f1 in plaats van met een gewigt ,h1 met den stang van eenen waterpomp-zuiger verbinden1 ter opbrenging van water1 in welke gesteldheid die stang een toereikend gewigt zal moeten hebben1 niet alleen om den stoomzuiger tot aan het boven einde des cilinders te trekken1 maar ook1 om den waterpomp-zuiger tevens naar beneden te drijven1 wanneer door het openen der sluitkraan ,j aan den stoom onder den zuiger1 toegang verschaft wordt4 ,nu gaan wij over om in de volgende het stoomwerktuig te beschrijven1 dat ,,newcomen het eerst bezigde1 om water uit mijnen op te brengen1 en welk toestel eenen geruimen tijd daarvoor is gebruikt geworden1 op hetzelfde grondbeginsel rustende1 hetwelk wij in de voorgaande afbeelding hebben voorgesteld4 ,illustratie3 ,stoomwerktuig van ,,newcomen #ae4 ,onder en om eenen sterken1 deels bemetselden ketel b1 bevindt zich eene stookplaats of haard f4 ,de hals p van den ketel1 met eene kraan u voorzien1 is vereenigd met den zuiver gelijkwijdig uitgeboorden cilinder1 waarin zich een zuiger w1 volmaakt digt sluitend1 op en neder kan bewegen4 ,aan dezen zuiger bevindt zich eene stang x1 waarvan het boveneinde vastgemaakt is aan een' ketting1 die zich over een cirkelvormig gebogen stuk hout z voegt1 en daaraan bovenwaarts is vastgehecht4 ,dit gebogen stuk hout vormt het eene uiteinde van eenen hefbalk of balans z a b1 die op eene spil of as a beweegbaar is1 en aan het einde b1 even zoo gevormd is in cirkelboog1 als bij z4 ,het boogstuk b des hefbalks is ook met eenen daaraan bevestigden ketting d voorzien1 welks ondereinde vastgemaakt is1 aan eene zuigerstang ee van eene pomp in den put of de wel f geplaatst1 waarmede het water uit de diepte kan worden opgebragt bij r2 gg is het tegenwigt met de zuigerstang ee verbonden en dat met het nederdrukken des waterpompzuigers1 tevens den zuiger w in den stoomcilinder ophoudt4 ,de as a1 is met de balans 7welke benaming wij bij voorkeur zullen blijven bezigen7 hecht vereenigd1 en draagt in holle metalen kussens boven op eenen stevigen tusschenmuur van het gebouw2 zoo dat de rigting der beweging van de balans aan geene verandering onderhevig is4 ,tegen den tusschenmuur is een bak l gevoegd1 waarin zich koud water bevindt1 dat door eene pijp nn tot onder den zuiger w in den stoomcilinder kan komen1 wanneer de kraan o dezer pijp geopend is2 terwijl door eene andere pijp qq1 het in den stoomcilinder gestroomde water1 met hetgeen de verdikte of gecondenseerde stoom oplevert1 ontlast2 deze laatste pijp bevat bovendien eene benedenwaards openende klep1 7in de figuur niet afgebeeld7 die belet1 dat het ontlaste water weder in het luchtledige des stoomcilinders opstijge2 ook moet men zich nabij den cilinderbodem1 eene kleine naar buiten openslaande klep1 snuifklep genaamd1 denken1 7mede in de figuur niet zigtbaar7 waardoor de lucht1 die zich uit het in den cilinder gestroomde water ontwikkelt1 bij elken nederslag van den stoomzuiger1 ontsnapt4--m m is eene pijp waardoor de koudwaterbak gevuld gehouden wordt1 en h wijst de belading aan1 van eene op den ketel b geplaatste veiligheidsklep1 over welke inrigtingen ter regter plaatse zal gehandeld worden4 #af4 ,na uitleg van deze figuur1 zal nu die der werking niet moeijelijk zijn4 ,de ketel b wordt met eene toereikende hoeveelheid water gevuld1 en het vuur in het fornuis f opgestookt4 ,wanneer dan het water kookt en stoom ontwikkelt1 wordt de kraan u des ketels geopend1 waardoor de stoom in den cilinder dringt1 terwijl men tevens1 den zoo even gedachten snuifklep open houdt1 zoo lang tot dat de lucht1 welke zich nu bij den aanvang onder den zuiger w in den cilinder bevindt1 daardoor is ontsnapt4 ,gedurende deze toevloeijing van stoom uit den ketel1 zal als nu door behulp van het tegengewigt gg1 de zuiger w1 in den cilinder opstijgen1 terwijl de zuigerstang ee van de waterpomp in den put f nedergedrukt wordt4 ,de zuiger w deszelfs hoogsten stand bereikt hebbende1 zoo sluit men den toegang van den stoom met de kraan u af1 opent daarna de kraan o van de pijp nn1 waardoor dan dadelijk koud water uit den bak l in de cilinderruimte zal stroomen1 hetwelk den daarzijnden stoom tot water verdikt of condenseert en die ruimte luchtledig maakt4 ,den tegenstand onder den zuiger w aldus zoogezegd verniettegende1 zoo zal dezelve door den druk of het gewigt des dampkrings dalen1 welks druk1 overeenkomstig hetgeen wij hooger gezegd hebben1 nabij zoo veel malen #ajc4c ned4 ponden zal bedragen1 als het oppervlak van den zuiger w1 vierkante ned4 palmen bevat4 ,de zuiger w met zulk een drukvermogen dalende1 is nu in staat1 met het tegenovergesteld balanseinde b1 den pompzuiger in den put1 met het daarop staande water1 omhoog te heffen1 om hetzelve bij r te ontlasten4 ,wanneer de zuiger w1 in deze manier weder nabij den cilinderbodem genaderd is1 moet de kraan o 7waaraan de eigenaardige naam van inspuit- of injectiekraan gegeven wordt7 gesloten1 en vervolgens de kraan u des ketels open gezet worden2 als dan zal1 met de weder toevloeijing van stoom onder den zuiger w1 het in den cilinder gestroomde water1 met hetgeen de gecondenseerde stoom gedurende de daling des zuiger heeft opgeleverd1 door de pijp qq wegvallen1 terwijl de ontwikkelde lucht uit dat water1 door de boven gedachte snuifklep 7waaraan weinig zwaarte gegeven is7 als van zelve zal ontsnappen4 ,met het open zijn der ketelkraan u1 zal de rijzing van den stoomzuiger en de daling van den waterpompzuiger weder aanvangen1 om onder de aangewezene behandeling der kranen1 eene op- en nedergaande beweging der zuigers te onderhouden1 waardoor het water uit den put f wordt opgebragt4 ,op zoodanige wijze is die eenvoudige stoommachine zamengesteld2 doch wij zullen zien1 dat daaraan nog veel ontbreekt1 om aan eene geregelde en vertrouwde werking te voldoen4 ,onder anderen wordt hierbij steeds iemand vereischt1 die de kranen op de juiste tijden opent en sluit1 en waarvan de goede en regelmatige gang geheel afhangt4 ,insgelijks zal er nog iemand noodig zijn om den koudwaterbak gevuld1 of toereikend met water voorzien te houden1 terwijl tevens een derde moet zorg dragen1 dat naar gelang het water in den ketel verkookt1 dit met ander wordt aangevuld4 #ag4 ,sedert de uitvinding van het stoomwerktuig hebben de werktuigkundige onderscheidene middelen bedacht1 om boven gezegde bewerkingen1 door het werktuig zelf1 te doen verrigten1 en alzoo zich zelf in gang te houden4 ,het zou te ver buiten ons bestek leiden1 om al de uitvindingen te verklaren1 die voor dat doel gemaakt zijn1 zoowel als van anderen te gewagen1 die strekken1 om de machine onafhankelijk te maken van toevalligheden of uitwerkselen1 die het gevolg van verzuim1 of onbedrevenheid van de zijde des gebruikers kunnen zijn4 ,het voornemen is alleen1 om onze lezers bekend te maken1 met de inrigting van het stoomwerktuig in het algemeen1 waarna wij het aan hen zelven zullen overlaten1 om de geschiedenis na te gaan1 van die verschillende inrigtingen1 die men van tijd tot tijd heeft voorgeslagen en in het werk gesteld1 en waarmede verschillende tijdschriften1 die over de werktuigkunde handelen1 nog dagelijks gevuld zijn4 #ah4 ,voordat wij echter verder gaan1 moeten wij eene zeer gewigtige eigenschap van den stoom1 waarvan wij nog geene melding gemaakt hebben1 doen opmerken4 ,de door ons tot dus verre beschouwde stoom is die1 welke ontstaat bij eene temperatuur van omstreeks #bab graden1 en is in uitzettend vermogen of spanning gelijk aan den gemiddelden druk des dampkrings3 want zoo wij zoodanigen stoom1 in eene beslotene ruimte doen vloeijen1 waarvan de wanden zeer ligt breekbaar zijn1 bijv3 eenen glazen bol1 dan zal de buitenlucht niet in staat zijn1 om die wanden in te drukken1 noch de daarin besloten stoom1 die uit te zetten1 omdat de drukking der lucht buiten1 gelijk staat1 of evenwigt maakt1 met de spanning van den stoom binnen4 ,wanneer de ketel1 waarin de stoom zich vormt1 gesloten wordt gehouden1 en het daaronder bestaande vuur blijft werken1 dan zal het water en de stoom eene hoogere temperatuur dan #bab graden aannemen4 ,met eene steeds toenemende temperatuur1 zal de stoom in eenen geheel geslotenen ketel1 eene zoodanige kracht verkrijgen1 in staat1 om den ketel1 hoe sterk ook1 met geweld te doen bersten4 ,stoom op de temperatuur van #bab graden1 maakt evenwigt met den dampkringsdruk1 die in gemiddelde omstandigheden1 met #ajc4c ned4 looden per vierkante ned4 duim overeenkomt2 men zegt om die rede3 stoom op #bab graden1 heeft het vermogen van eenen dampkring of atmospheer2 maar aangezien in alle tot heden gebruikelijke stoomwerktuigen1 altijd stoom gebezigd wordt1 die boven den dampkringsdruk is gespannen1 zoo is men gewoon1 alleen het verschil te noemen1 of de meerdere spanning van den stoom boven den druk des dampkrings2 alzoo zegt men3 stoom op #bcd graden temperatuur is op een' halven atmospheer gespannen1 dat is3 die boven den gemiddelden druk des dampkrings met #ea4g ned4 looden belading per vierkante ned4 duim evenwigt maakt1 latende dus de #ajc4c ned4 looden voor eenen dampkring onvermeld2 gelijkerwijze is stoom op #bej-a_/b gr4 aan een' atmospheer1 7#ajc4c ned4 looden per vierkante ned4 duim7--stoom op #bfd gr4 aan een' en een' halven atmospheer 7#aee ned4 looden per vierkante ned4 duim7--stoom op #bge gr4 aan twee atmospheren4 7#bjf4f ned4 looden per vierkante ned4 duim7--stoom op #bhe gr4 aan twee en een' halve atmospheer 7#beh4b ned4 looden per vierkante ned4 duim7--stoom op #bid gr4 aan drie atmospheren 7#cji4i ned4 looden per vierkante ned4 duim7--stoom op #cjb gr1 aan drie en een' halven atmospheer 7#cfa4e ned4 looden per vierkante ned4 duim7--stoom #cji gr4 aan vier atmospheren4 7#dac4b ned4 looden per vierkante ned4 duim7 en stoom op #cba-a_/b graden temperatuur aan de drukking van vijf atmospheren 7#eaf1e ned4 looden per vierkante ned4 duim7 gelijk2 terwijl volgens het tot nu hier te lande geldende koninklijk besluit3 gespannen stoom beneden eenen halven atmospheer3 stoom van lage drukking1 daar boven tot drie en eenen halven atmospheer1 stoom van middelbare drukking1 en hooger gespannen1 stoom van hooge drukking genoemd wordt2 wel te verstaan1 boven den gemiddelden dampkringsdruk4 #ai4 ,laat ons nu overgaan tot de beschrijving der zamenstelling van eenen stoomketel1 en tevens daarbij in acht nemen den toestel1 waardoor de toevoer van stoom als andersints wordt geregeld4 ,deze ketel bestaat gewoonlijk uit ijzeren1 of somtijds ook uit koperen platen1 die op het hechtst en volkomen luchtdigt aaneengeklonken zijn1 en waarvan de vorm1 voor stoom welke een' halven atmospheer niet te bovengaat1 overeenkomt1 met eene langwerpig vierkante kast met rond gewelfden top4 ,de bodem en zijwanden zijn een weinig binnenwaarts gekromd1 doch het bovengedeelte is cirkelvormig gebogen4 ,de volgende plaat is eene afbeelding daarvan1 waarbij voorondersteld wordt3 dat dezelve overlangs middendoor is gesneden4 ,a is de stookplaats of vuurhaard1 waarin op ijzeren roosterstaven het vuur brandt1 boven eene aschkolk1 die tevens tot doorstrooming van versche lucht dient4 ,het vuur beslaat1 in lengte1 hier meer dan het derde gedeelte van de geheele lengte des ketels1 en moet van tijd tot tijd1 wanneer men steenkolen tot brandstof bezigt1 van slakken of sintels gezuiverd worden1 terwijl de asch door de roosters naar beneden in de kolk valt4 ,de ontvlamde rook strijkt over de brug b1 die uit vuurvaste steenen bestaat langs den ketelbodem1 en klimt in de rookleiding ,n ,n1 die rondom den ganschen ketel in het metselwerk is gemenageerd2 stijgt van daar in den schoorsteen ,x ter ontlasting in de opene lucht2 alles derwijze ingerigt1 opdat de hitte van den deels vlammenden rook de grootst mogelijke oppervlakte van den ketel raakt1 ten einde aan het daarin vervatte water de meeste warmte mede te deelen4 ,illustratie3 ,dwarsdoorsnede van een stoomketel ,zoo als in de afbeelding gezien wordt1 is de ketel over de helft met water gevuld1 en de rookleiding daaromheen niet boven de oppervlakte des waters verheven4 ,door de werking van het vuur tegen den bodem1 en van den verhitten rook of het gaz op de zijwanden1 wordt nu stoom in den ketel ontwikkeld1 die vervolgens door den buis ,i in den cilinder kan vloeijen4 #bj4 ,het is een noodzakelijk vereischte1 dat de stoom de benodigde krachtspanning niet te boven ga1 daarmen anders stoom of vuur verspilt of wel den ketel in gevaar brengt4 ,om dit voor te komen1 maakt men gebruik van eene veiligheidsklep1 bij ,v f w aangeduid1 en waarvan men de werking gemakkelijk zal kunnen begrijpen4 ,in het hoogste gedeelte van den top des ketels is namelijk eene cirkelronde opening1 met metalen rand voorzien1 gemaakt1 welke door eene volmaakt digt sluitende metalen plaat1 klep genoemd1 gedekt wordt4 ,op het midden dezer klep bestaat eene opstaande stang1 die vrijelijk met eenen liggenden hefboom f w gemeenschap heeft4 ,deze hefboom1 die beweegbaar is1 drukt op de opstaande stang der klep1 door middel van bij w1 aangehangen gewigt1 en houdt aldus deze klep op derzelver rand digt gesloten4 ,men noemt dit gewigt de belading van de veiligheidsklep1 welke vergroot wordt1 naar gelang het gewigt w1 naar het uiteinde van den hefboom wordt verplaatst4 ,na een weinig overweging zal men dus bevatten1 dat niet alleen het gewigt dezer klep1 maar ook derzelver belading1 door de stoomspanning binnen den ketel1 moet overwonnen worden1 om dezelve te doen ligten1 en dat de stoom daarvoor altijd meer vermogen moet hebben1 dan met den enkelen druk des dampkrings overeen komt2 want de dampkring drukt1 behalve de aangebragte belading1 ook op de klep4 ,het gewigt kan overigens1 het zij door verplaatsing1 of door verandering met eenig ander1 gewijzigd worden1 naar gelang het behouden van eene zekere stoomspanning1 in verband met de sterkte des ketels1 zulks eischt2 zoodat dusdanige toestel met regt den naam van veiligheidsklep draagt1 wanneer te hoog gespannen stoom zich daardoor ontlast4 #ba4 ,behalve dit is het nog noodzakelijk1 om te voorzien tegen elke geringe verandering in de spanning van den stoom1 daar het van groot belang voor de geregelde werking van de stoommachine is1 dat de veer- of spankracht van den stoom steeds dezelfde zij4 ,te dezen aanzien maakt men gebruik van eenen zeer vernuftig uitgedachten toestel1 welke men eenen zich zelven regulerenden demper zou kunnen noemen1 en die op de volgende wijze is ingerigt4 ,aan het gedeelte van den ketel1 nabij den schoorsteen1 is in den top van denzelven eene opstaande buis of pijp ,l ,l1 aan beide einden open1 ingesloten4 ,het ondereinde van deze pijp reikt tot in het water binnen den ketel4 ,daarin hangt een cilinder van gegoten ijzer aan eenen ketting1 die over schijven ,p ,p loopt1 en aan welks ander einde eene plaat ,d hangt4 ,deze plaat1 schoorsteenregister of demper genoemd1 kan zich vrijelijk in sponningen op en neder bewegen1 en alzoo de beneden opening van den schoorsteen ,x1 waarin de rookleiding van om den ketel uitloopt1 meer of minder sluiten4 ,daar nu in de buis ,l ,l het kokende water wordt opgedrongen1 7overeenkomstig het verschil tusschen de spanning van den stoom met de drukking des dampkrings17 en daar de lengte des kettings1 die over de schijven ,p ,p loopt1 met het betrekkelijk gewigt van den ingehangen cilinder en demper ,d1 derwijze is geregeld1 dat deze cilinder altijd het oppervlak van het in de buis ,l ,l staande water1 volgt1 zoo zal de demper ,d moeten zakken1 wanneer het water en de cilinder in de buis ,l ,l rijst1 hetgeen met vergroote stoomspanning door opdrijving van het water in de buis ,l ,l moet gebeuren4 ,de demper ,d aldus zakkende1 wordt de beneden opening van den schoorsteen verkleind1 waardoor de trekking1 en het daarvan afhankelijk vermogen van het vuur1 vermindert1 en diensvolgens mindere stoomontwikkeling of verhitting plaats vindende1 de stoom in spanning moet verminderen of afnemen1 tot de primitief bepaalde maat1 die altijd zoodanig geregeld is1 van ruim onder de spanning te zijn1 welke tot het ligten der veiligheidsklep vereischt wordt4 ,het tegenovergestelde van dit alles zal plaats grijpen1 wanneer de stoomspanning binnen den ketel beneden de aangenomene maat daalt3 want dan zal het water met den cilinder in den buis ,l ,l dalen1 en den demper ,d doen ligten2 waardoor het vuur heviger trekking ondergaat1 dus feller branden zal1 en de stoom in spanning stijgt1 tot zoo lang de demper ,d weder de bepaalde opening voor de juiste trekking des vuurs zal hebben daargesteld4 #bb4 ,de lezer zal gereedelijk opmerken1 dat teneinde dezen toestel volmaakt te doen werken1 het water in den ketel steeds volkomen op dezelfde hoogte gehouden moet worden3 want daar deze vloeistof1 door het gestadige verbruik van den stoom1 aan eene gedurige vermindering onderworpen is1 zoo daalt de oppervlakte aanhoudend1 en dus ook het water met den cilinder in de pijp ,l ,l1 waardoor de demper ,d rijst1 het vuur dus steeds meer en meer aanwakkeren en de stoom eene grootere spankracht verkrijgen zoude4 ,om dit te voorkomen1 bezigt men eenen anderen daarmede verbondenen toestel1 waardoor de ketel voortdurend van eene zelfde hoeveelheid water voorzien blijft1 niettegenstaande het verlies daarvan door verbruik van stoom2 dit wordt voeding-toestel genoemd en de toerigting daarvan is als volgt3 ,op den top der buis ,l ,l 7zie ,figuur #b7 bestaat eene verwijding1 die eenen waterbak aldaar daarstelt2 in het midden van welken eene doorgaande opene buis staat1 waardoor de ketting van den cilinder vrijelijk beweegt1 en het inwendige der buis ,l ,l gemeenschap met de dampkringslucht doet behouden2 in den bodem van den hier aangeduiden waterbak is eene opening 7in de figuur ter vermijding van verwarring niet afgebeeld17 die met eene klep gedekt is1 en waardoor zich water in de buis ,l ,l kan storten4 ,die klep is aan eenen hefboom g t ,e verbonden1 welke in t op eene steun draait of op en neder bewegen kan2 van het uiteinde ,e dezes hefbooms1 hangt eene dunne roede af1 die door den top des ketels ,b ,b gaande1 eenen zoogenaamden drijver ,f draagt1 welken veelal van steen vervaardigd1 voor een gedeelte in het water gedompeld is2 aan het tegenovergestelde einde g van den hefboom is een tegenwigt gehangen1 de betrekkelijke zwaarte van drijver en tegenwigt is voor eene bepaalde gedeeltelijke indompeling van den drijver geregeld1 waarbij de klep van den waterbak op den top der buis ,l ,l1 door den hefboom g t ,e gesloten gehouden wordt4 ,wanneer dan het water in den ketel vermindering ondergaat1 zal noodwendig ook de drijver ,f moeten dalen1 en den hefboom bij ,f naar beneden trekken1 waardoor de klep in den waterbak zal geopend worden en water in de buis ,l ,l doen storten1 dat zoo lang zal aanhouden1 tot dat het water in den ketel weder op de noodige hoogte zal zijn geklommen1 om door den drijver ,f de klep weder te doen sluiten4 ,het water1 dat alzoo tot aanvulling dient1 wordt in den bak op den top der buis ,l ,l1 aangevoerd1 door middel van eene kleine pomp1 die door de machine bewogen wordt4 ,de plaats in den top des ketels1 bij e waardoor de dunne drijverroede gaat1 is met eene geslotene bos voorzien1 waarin de dunne roede1 in hennep of vlas gepakt1 genoegzaam vrij op en neder kan bewegen1 zonder stoom door te laten2 zoodanige bos wordt pakkingbos genoemd1 terwijl de buis ,l ,l veelal den naam van voedingbuis draagt1 en het daarin dienende water voeding water genoemd wordt4 ,wat nu de hoogte betreft welke dusdanige voedingbuis ,l ,l behoort te hebben1 zij opgemerkt1 dat het water daarin zoo veel zal moeten kunnen opklimmen als noodig is1 om de meerdere stoomspanning in den ketel boven die des dampkrings1 te kunnen tegen drukken1 met nog eenige hoogte meer tot speelruimte van den inhangenden cilinder4--,uit hetgeen wij in #i en #aa gezegd hebben1 kan men opmaken1 dat wanneer de meerdere spanning van den stoom binnen den ketel1 per vierkante ned4 duim1 #aj ned4 looden boven die des dampkrings bedraagt1 het water 7hier rivierwater en kokend heet7 ruim eene ned4 el in den buis ,l ,l zal opklimmen1 hetgeen voor eene vermeerdering van stoomspanning met #aj ned4 looden1 weder ruim eene ned4 el meer zal zijn1 wel te verstaan1 gemeten uit het oppervlak van het water binnen den ketel2 de meerdere stoomspanning boven den druk des dampkrings gegeven zijnde1 kan men daaruit gevolgelijk de hoogte bepalen1 tot welke het water in de buis ,l ,l klimt4 #bc4 ,niettegenstaande de eenvoudigheid van den hier beschreven toestel1 en de zekerheid van de grondbeginselen1 waarop een en ander rust1 zoo gebeurt het nogtans1 dat een of ander daarvan in het ongerede geraakt1 waarom de bestuurder van het werktuig nog andere middelen dient te bezitten1 om zich van den waterstand binnen den ketel te overtuigen3 eene zaak die van het uiterste belang is1 om dat daarvan het behoud van den ketel afhangt1 en zelfs het uit een springen van denzelven ten gevolge kan hebben4 ,immers zoo keteldeelen1 die met den vuurstroom in aanraking zijn1 van water ontbloot geraken1 dan kunnen die over-heet of gloeijend worden1 in dien zachten staat geenen genoegzamen tegenstand aan de binnen den ketel heerschende spanning bieden1 en van een scheuren2 ten andere kan toevallige aanslag van water op gloeijende plaatdeelen plotseling eene zoo groote hoeveelheid stoom voortbrengen1 dat die door de veiligheidsklep of kleppen met geene genoegzame snelheid zich kan ontlasten1 waardoor dus de ketel1 met groot geweld1 en gevaar1 voor de bij zijnde personen1 kan uit een springen4 ,een der vertrouwdste middelen1 is het gebruik van peilkranen1 zoo als zij in de figuur op #ai4 bij ,w en ,s afgebeeld staan4 ,de pijp van de kraan ,w reikt tot een weinig beneden de gemiddelde waterlijn in den ketel2 doch de andere1 van de kraan ,s1 reikt tot even boven de oppervlakte des waters4 ,ten einde zich nu te verzekeren1 of het water op de vereischte hoogte staat1 behoeft de bestuurder slechts deze kranen te openen4 ,wanneer dan het water door de kraan ,w dringt en de stoom door de kraan ,s blaast1 zoo is dit een teeken1 dat het water in den ketel op goede hoogte staat4 ,stroomt echter de stoom uit beiden1 dan is dit een teeken1 dat er te min1 en zoo het water uit beide kranen dringt1 dat er te veel water in den ketel is4 ,ook zijn zoogenaamde waterpeil buizen1 met glazen pijpen voorzien1 van goede dienst1 zoo die goed ingerigt zijn2 want in die glazen pijpen ziet men dadelijk de hoogte van het water zooals het binnen den ketel staat2 overigens zijn er nog andere middelen bekend1 om eene bepaalde vermindering van het water in den ketel op te merken1 meer of min onafhankelijk van de waakzaamheid des bestuurders1 doch het is overbodig die hier te beschrijven4 #bd4 ,voor ketels1 die in stoomvaartuigen of voor stoomwagens1 7zoogenaamde locomotieven71 dienen1 geschiedt somwijlen de watervoeding insgelijks door eenen regelenden drijver2 doch over het algemeen worden die ketels1 naar aanwijzing van eenen vrijen of onverbondenen drijver1 of volgens de aanduiding van peilkranen of waterpeilbuizen1 door den bestuurder van de machine1 die zulks opmerkt1 naar gelang der behoeften1 met water gevoed1 door middel van eene of meer kleine perspompen1 welke voor dien tijd door de machine in beweging gehouden1 en na genoegzame werking weder afgeslagen worden4 #be4 ,daar zich in eenen stoomketel spoedig bezinksel vormt1 en zich daar binnen aanzet1 zoo is het noodzakelijk1 denzelven van tijd tot tijd schoon te maken4 ,te dien einde bestaat er in het bovengedeelte van den ketel1 eene groote opening of ingang ,m1 mangat genoemd1 welke weder goed gesloten kan worden2 terwijl behalve dat1 elke ketel nog nabij den bodem eene spui-opening of spuikraan bezit1 voor hetzelfde doel bestemd1 doch in de figuur niet afgebeeld4 #bf4 ,wanneer in eenen ketel de spanning van den stoom1 minder wordt dan de bestaande drukking des dampkrings bedraagt1 hetgeen door verkoeling van denzelven of soms door eene onoplettende behandeling der machine kan geschieden1 dan zoude het kunnen gebeuren1 dat de ketel den druk der buitenlucht niet wederstond en alzoo ingedrukt werd4 ,om dit te voorkomen1 bestaat in den top eene opening1 die met eene klep1 luchtklep genaamd1 gesloten wordt4 ,die luchtklep wordt gewoonlijk in het deksel van het mangat geplaatst1 en zal dus noodwendig1 daar zij zich altijd binnenwaarts opent1 de buitenlucht in den ketel toelaten1 zoodra de stoomspanning daar binnen1 minder wordt dan de dampkringsdruk2 en den ketel alzoo voor indrukken bewaren4 #bg4 ,eene ketelinrigting1 zoo als op fig4 #b4 afgebeeld staat1 wordt voor stoomwerktuigen van zoogenaamden lagen druk gebezigd1 en hoewel hier het vuur slechts onder en om den ketel werkt1 zoo heeft men soortgelijke ketels1 waar tevens de vuurstroom door eene buis binnen door denzelven gaat4 ,in stoomvaartuigen houden de ketels voor lage drukking de vuurplaatsen en rookleidingen geheel met water omgeven1 zoodat het vuur binnen den ketel brandt1 en de rook1 mede daar binnen1 naar den schoorsteen opstijgt2 ketels van middelbare of hooge drukking zijn meestal op die wijze ingerigt1 en houden in velen een groot getal kanalen of buizen1 waardoor het vlammende gaz ter verwarming stroomt2 ketels van stoomwagens of zoogenaamde locomotieven houden tot dat einde een groot getal enge pijpen4 #bh4 ,de stoom1 die zich in den ketel vormt1 vloeit door de buis ,i 7fig4 #b7 naar den cilinder van het werktuig4 ,voordat hij echter dit gedeelte van den toestel bereikt1 wordt de toevoer daarvan geregeld1 opdat eene bepaalde hoeveelheid in eenen bepaalden tijd toestroome4 ,daar van den regelmatigen en gelijken toevoer van stoom1 de gelijkmatige werking van het werktuig moet afhangen1 zoo heeft men het ook noodig geoordeeld1 dit door het werktuig zelf te doen regelen1 en hieraan de voorkeur gegeven boven het onzekere opzigt van den bestuurder4 ,de toestel1 door middel van welken men dit doel bereikt1 is even merkwaardig1 om deszelfs eenvoudigheid1 als door de zekerheid1 waarmede dezelve werkt1 en draagt den naam van regulateur4 ,de werking van denzelven hangt af van de eigenschappen der middelpunts-krachten1 welke wel een ingewikkeld onderwerp uitmaken1 doch door de volgende verklaring der grondbeginselen vertrouwen wij1 dat onze lezers de werking van den regulateur ten volle zullen begrijpen4 #bi4 ,het is algemeen bekend1 dat bij het met de hand rondslingeren van eenen steen1 die aan eene lijn vast is 7een' zoogenaamden slinger71 de kracht waarmede de steen wegvliegt1 zoo veel te grooter is1 naar gelang de snelheid van omzwaai vermeerdert2 en werkelijk kan men ook deze snelheid zoodanig doen toenemen1 dat een zeer sterk touw niet in staat zal zijn1 den steen vast te houden1 maar dezelve bij het breken van het touw1 zal worden voortgeworpen4 ,in dit geval is het gemakkelijk op te merken1 dat er twee krachten werkzaam zijn2 eene van dezelve drijft den steen1 om zich van de hand des slingeraars te verwijderen1 terwijl de andere1 die in de sterkte van het touw bestaat1 den steen naar de hand trekt4 ,de neiging nu1 die een zoo rondgezwaaid ligchaam dringt1 om weg te vliegen1 wordt de middelpuntvliedende kracht genoemd1 terwijl het vermogen1 waardoor hetzelve naar het middelpunt trekt1 de middelpuntzoekende kracht genoemd wordt4 ,bij het handelen over deze krachten duidt men beide aan onder den naam van middelpunts-krachten 7centraal-krachten74 ,de toestel waardoor de toevoer van den stoom geregeld wordt1 de zoogenaamde regulateur1 rust geheel en al op dit grondbeginsel2 en ofschoon het onmogelijk zoude zijn1 om in een werk als het onderhavige1 hetwelk alleen bestemd is voor hen1 die zich niet in de wiskundige wetenschappen hebben geoefend1 eene volledige verklaring van deze krachten te geven1 zoo vermeenen wij nogtans genoeg gezegd te hebben1 om onze lezers een algemeen denkbeeld te verschaffen van de grondbeginselen1 waarvan de werking van den toestel afhangt4 #cj4 ,illustratie3 ,een regulateur ,door eenvoudige middelen1 die naderhand zich zullen verklaren1 drijft het stoomwerktuig een rad ,a 7zie de volgende ,figuur7 met eene opstaande spil ,b ,b rond4 ,naar gelang dat de beweging van het werktuig sneller is1 zoo veel te sneller ook zal het rad ,a met de spil ,b ,b ronddraaijen4 ,aan het boveneinde ,e van de opstaande spil bevinden zich twee scharnieren1 tegenover elkander geplaatst1 die de nedergaande stangen ,d en ,d alzoo bewegelijk gekoppeld houden en aan wier ondereinden zware kogels ,c ,c vast zijn4 ,de scharnieren1 bij ,e1 geven aan de stangen ,d ,d de bekwaamheid1 om zich van de spil ,b ,b te kunnen verwijderen4 ,nagenoeg op de helft der stangen ,d ,d zijn twee andere stangen ,d ,g en ,d ,g bewegelijk verbonden1 welker ondereinden scharniers-gewijze vereenigd zijn1 met eenen ring of koker ,g ,g1 die over de opstaande spil ,b ,b op en neer kan glijden4 ,het binnengedeelte van dezen ring is zeer glad1 hetwelk insgelijks het geval is met de spil1 zoodat de eerste1 met zeer weinig tegenstand of schuring1 over de laatste kan heen glijden4 ,gezegde ring of koker bezit buitenwaarts eene zuiver en glad bewerkte groef2 in deze groef past met genoegzame vrijheid1 eene vork van het uiteinde der hefboom ,h1 derwijze1 dat de ring in de vork gemakkelijk draait1 terwijl de vork niet boven nog benedenwaards van den ring kan geraken1 maar in de groef bepaald blijft4 ,de hefboom ,h heeft vervolgens een vast steunpunt1 dat buiten de figuur gelegen is4 ,aan de opstaande spil ,b ,b is eindelijk eene boogvormige gleuf ,f ,f vereenigd1 waartusschen de vier bovengenoemde stangen gemakkelijk kunnen heen en weder gaan1 en welke dient1 om derzelver beweging1 die wij zullen gaan verklaren1 in een zelfde vlak te houden4 #ca4 ,onderstellen wij1 dat het rad ,a door de machine wordt in beweging gezet1 dan zal de spil ,b ,b1 daarmede ronddraaijen1 en bij die beweging de staven ,d ,d1 met de daaraan vast zijnde kogels ,c ,c1 medevoeren4 ,in dit geval zal men de geheele werking van den slinger hebben1 door de scharnieren bij ,e voor de hand van den slingeraar te houden1 en de stangen ,d ,d voor het touw1 zoodat de kogels ,c ,c zullen trachten te ontvlieden en eene dergelijke stelling aannemen1 als in de afbeelding is voorgesteld4 ,hoe sneller nu de beweging van de spil ,b ,b is1 des te verder zullen de kogels zich van elkander verwijderen1 ja de beweging van de spil ,b ,b zoude dermate snel kunnen zijn1 dat het ontvliedend vermogen der kogels ,c ,c sterk genoeg werd1 om de slangen ,d ,d bijna in horizontale rigting te houden1 en zelfs te doen breken in geval deze laatsten geene genoegzame sterkte bezaten4 ,zoo integendeel de ronddraaijende beweging vertraagt1 dan zullen de kogels meer en meer tot de spil naderen1 en bij het in rust zijn van den toestel tegen de spil nederhangen4 #cb4 ,het meer of minder verwijderen der kogels van de spil ,b ,b brengt1 door de tusschengekoppelde kleinere stangen ,d ,g1 eene op en neder beweging van den ring ,g ,g te weeg1 en dus ook van de daarin gevatte vork op het einde des hefbooms ,h2 wanneer dus door versnelling van beweging de kogels ,c ,c van elkander gaan1 dan zal dat hefboom-einde met den ring ,g ,g moeten rijzen1 en tegenover gesteld1 dalen1 wanneer door vertraging van beweging1 die kogels tot elkander naderen4 #cc4 ,in de bovenstaande afbeelding is slechts een kort gedeelte van den hefboom ,h afgebeeld1 ten einde de afteekening2 niet te groot te maken2 doch men moet dezelve verbonden denken met eene klep1 die zich in de pijp ,i van de fig4 in #ai bevindt4 ,deze pijp of buis wordt de stoomlei-buis genoemd1 en de hier bedoelde klep draagt den naam van smoorklep4 ,de wijze van verbinding van dezen hefboom met de smoorklep is zoodanig1 dat bij rijzing of daling van den hefboom1 de smoorklep meer of minder sluit1 en daar die sluiting nagenoeg op dezelfde manier werkt1 als een zoogenaamde wartel in eene gewone kagchelpijp1 zoo kan de smoorklep1 in zekere stelling gedraaid zijnde1 den toevoer van stoom uit den ketel geheel beletten1 of meer of mindere vrijheid voor doorstrooming laten4 #cd4 ,deze smoorklep is dan van een arm of kruk voorzien1 en met den hefboom ,h in verbinding gebragt1 zoodaniger wijze1 dat1 wanneer deze hefboom ,h geligt1 de klep meer of minder gesloten wordt1 naar gelang van de hoogte1 waarop de hefboom ,h gerezen is4 ,door ondervinding en in verband met den aard van het werk1 dat de machine verrigten moet1 regelt men den stand der smoorklep1 dat is3 de stoom toevloeijing door de stoomleibuis naar den stoomcilinder voor eene doelmatige snelheid van beweging4 ,wordt die snelheid door eene of andere oorzaak grooter1 dan zullen de kogels van den regulateur zich van elkander verwijderen en den ring ,g ,g met den hefboom ,h ligten1 waardoor dan de smoorklep de toevloeijing van den stoom door de stoomleibuis zal belemmeren2 naderen daarentegen die kogels elkander1 dan zal ring en hefboom dalen1 terwijl de smoorklep vrijer doortogt aan den stoom door de stoomleibuis geven zal2 daar nu natuurlijkerwijze1 meerdere of mindere toelating van stoom in den cilinder eene meer of mindere snelheid aan den daarin bewegenden zuiger moet geven1 zoo volgt dat zoodanige regulateur met de smoorklep verbonden1 een zeer goed zamenstel oplevert1 tot het doen behouden van eene gelijkmatige snelheid des stoomzuigers4 #ce4 ,de wijze1 waarop de snelheid van den stoomzuiger geregeld wordt1 beschreven hebbende1 zoo zullen wij overgaan tot de beschouwing van de wijze1 waarop de stoom op de juiste oogenblikken in den cilinder wordt toegelaten4 ,bij het vroeger beschrevene werktuig werd de stoom op de juiste oogenblikken ingelaten1 door eenen persoon1 die op regelmatige tusschentijden eene kraan omdraaide2 doch alsdan hangt1 zoo als wij reeds aanmerkten1 alles van de oplettendheid van dien persoon af1 en de geringste nalatigheid van dezen moet onvermijdelijk eenen onregelmatigen gang van het werktuig te weeg brengen4 ,hier echter1 zoowel als bij alle andere onderdeelen1 heeft het vernuft middelen gevonden1 om deze bewerking door het werktuig zelf ten uitvoer te laten brengen1 zonder de hulp van eenen oppasser1 die toch nimmer1 zelfs bij de grootste bekwaamheid en oplettendheid1 die bewerking zoo regelmatig verrigten kan4 ,vr dat wij echter tot de beschrijving van dit gedeelte van het ,werktuig overgaan1 zal het noodig zijn1 om de bijzondere wijze van condenseren of verdikken van den stoom op te geven4 #cf4 ,bij het werktuig1 hetwelk in eene vroegere afdeeling beschreven is1 hebben wij gezien1 dat1 ten einde den stoom te verdikken1 een straal koud water in den cilinder geleid werd1 waarvan de uitwerking was1 dat de stoom bekoelde en er een luchtledig ontstond4 ,bij eene geringe opmerkzaamheid wordt men nogtans gewaar1 dat door het op deze wijze inbrengen van koud water in den cilinder zelven1 de wanden daarvan1 die door den stoom verhit waren1 zich moeten afkoelen1 zoodat de op nieuw ingevoerde stoom den cilinder wederom moet verhitten1 vr dat hij de vereischt wordende veerkracht verkrijgen kan4 ,telken reize dus1 als de zuiger opgaat1 moet op die wijze een gedeelte stoom verloren gaan1 om den cilinder te verhitten1 waarvan het gevolg is1 dat eene aanmerkelijke hoeveelheid brandstof in den vuurhaard onnut verspild wordt4 ,hoe eenvoudig het ook moge schijnen1 zoo is het niettemin eene der gewigtigste uitvindingen van lateren tijd1 namelijk3 dat het niet noodzakelijk is om den stoom door middel van koud water in den cilinder zelven te condenseren1 maar dat dit doel insgelijks bereikt kan worden1 door eene gemeenschap daar te stellen tusschen den stoom-cilinder en eene aangelegene beslotene ruimte1 waarbinnen eene inspuiting van koud water1 en dus condensatie van den stoom buiten den cilinder1 plaats vindt2 die beslotene ruimte is de eigenlijke condensor of verdikker1 om dat zich daarin de stoom tot water verdikt2 de stoom-cilinder op die wijze met geen koud water in aanraking komende1 verkoelt daardoor dus niet1 terwijl de condensor alleen die verkoeling ondergaat1 welke dan ook in het geheel zoo koud mogelijk dient te blijven4 ,zoodra de stoom den cilinder tot hoogsten zuigerstand1 geheel gevuld heeft1 wordt aan denzelven eene opening verschaft1 om naar het inwendige van den condensor te stroomen1 alwaar die stoom1 met het koude injectie water in aanraking komende1 tot water verdikt1 en in den condensor aldus een zoo gezegd luchtledig doet ontstaan1 waarin de inwendige ruimte des stoom-cilinders deelt2 bij gevolg den druk onder den stoomzuiger nagenoeg vernietigt1 even als of het koude water in die cilinderruimte zelve vloeide4 ,deze ontdekking of uitvinding is met het gelukkigste gevolg op het stoomwerktuig toegepast1 en zal nog nader worden verklaard4 #cg4 ,men heeft nog eene andere allerbelangrijkste verbetering aan het stoomwerktuig toegebragt1 waardoor het vermogen nagenoeg verdubbeld wordt4 ,deze verbetering1 die in het volgende bestaat1 is insgelijks ten hoogste eenvoudig4 ,in de beschrijving van de fig4 bij #ae is gezien3 dat alleen onder den zuiger stoom wordt ingelaten1 welke1 nadat de zuiger deszelfs topstand heeft bereikt1 wordt gecondenseerd en aldus in die cilinderruimte een zeer weinig tegenstandbiedend ledig daarstelt1 waardoor de zuiger1 met het volle gewigt des dampkrings daarboven1 kan worden nedergedrukt2 de zuiger oefent dus slechts kracht uit gedurende den dalenden slag1 en alleen van wege den druk des dampkrings of atmospheers1 waarom dan eene dergelijke den naam van atmospherieke machine draagt4 ,maar aangezien de stoom even als de dampkring kan drukken1 zoo heeft men bedacht den stoom-cilinder bovenwaarts1 door middel van een goed gesloten deksel1 van den dampkring af te sluiten1 en in plaats van den dampkring1 stoom op den zuiger te doen vloeijen1 om dien neder te drukken2 in het cilinderdeksel heeft men dan alleen eene opening gelaten waardoor de zuigerstang op en neder kan bewegen1 zonder stoom of lucht door te laten1 dat is3 door eene zoogenaamde pakkingbos1 waarin om de zuigerstang hennip of vlas ligt gepakt4 ,zoo ingerigt1 onderstelle men1 dat de zuiger aan den bodem van den cilinder is1 en dat gedurende den vorigen nedergang1 de stoom in de bovenruimte onder het cilinderdeksel is ingelaten1 en de ruimte boven den zuiger geheel gevuld heeft4 ,zoo men in dezen staat den stoom boven den zuiger verdikt of tot water herleidt1 dan zal die ruimte nagenoeg luchtledig worden1 terwijl bij het inlaten van stoom onder den zuiger1 dezelve naar om hoog zal worden gedrukt1 daar er nu geen tegenstand door de drukking van den dampkring boven den zuiger aanwezig is4 ,de zuiger den top van den cilinder alzoo bereikt hebbende1 verdikt men den stoom onder denzelven1 waardoor aldaar een ledig ontstaat3 maar om den zuiger nu weder te doen dalen1 moet1 aan den top des cilinders1 stoom op den zuiger worden toegelaten1 om in plaats van den dampkring den zuiger naar den cilinderbodem te drukken4 ,men ziet dus1 dat men door zoodanige inrigting het vermogen van het werktuig verdubbelt1 daar men van den stoom gebruik maakt1 zoowel om den zuiger op te heffen1 als om denzelven te doen dalen4 ,thans zullen wij den gang van den stoom in het werktuig nader in oogenschouw nemen1 en meer in het bijzonder nagaan1 op welke wijze dezelve werkt1 nadat deze vloeistof de smoorklep verlaten heeft4 #ch4 ,daar er onderscheidene inrigtingen bestaan1 waardoor de regelmatige toelating van den stoom boven en onder den zuiger1 en derzelver afvloeijing naar den condensor1 wordt bewerkt1 zoo bevatten de beide volgende figuren slechts algemeene schetsen daarvan1 slechts geschikt voor de hier bedoelde betrekkelijke verklaring4 ,illustratie3 ,figuren #h en #i4 ,figuur #h stelt een stoomcilinder met zuiger in lage stand voor2 ,figuur #i stelt een stoomcilinder met zuiger in de hoge stand voor4 ,in de figuren #h en #i1 verbeeldt ,o den stoomcilinder met ingevallen zuiger2 door het deksel van denzelven1 moet men de zuigerstang in eene pakkingbos vrijelijk beweegbaar denken1 zonder doorlating van stoom of lucht2 aan den cilinder is eene kast verbonden1 die overlangs door een middenschot is verdeeld2 bij ,s is eene opening1 waardoor de stoom toevloeit1 die door de vroeger beschrevene smoorklep is gelaten2 het naast aan den cilinder gelegen halfdeel van deze kast1 ontvangt alzoo het eerst den1 door de opening ,s toevloeijenden1 stoom4 ,maar in dit zelfde kastdeel sluiten twee stukken of kleine zuigers ,a en ,b1 die door middel van eene stang aan elkander zijn verbonden1 en alzoo te zamen1 naar eene bepaalde maat1 op en neder beweegbaar zijn1 om de boven of beneden stoomdoortogt1 bij ,a en ,b te kunnen openen of sluiten1 derwijze3 dat bij het geopend zijn van den boven stoomdoortogt bij ,a1 voor toevoer van stoom in den cilinder1 de beneden stoomdoortogt bij ,b1 daarvoor gesloten is1 en omgekeerd2 de stoom die door de opening ,s vloeit1 staat dus in de ruimte ,d1 tegen de kleine zuigers ,a en ,b aan1 gereed om1 naar gelang den stand dier zaamverbondene zuigers1 boven of onder in den cilinder te vallen4 ,het andere1 door het middenschot afgescheidene deel dezer kast moet men zich voorstellen1 dat bij ,c1 gemeenschap heeft met eenen afgezonderden condensor1 en waarin1 gelijk boven gezegd is1 door eene kraan1 injectiekraan genoemd1 koud water stroomt1 dus geschikt1 om den stoom te condenseren of te verdikken2 zoo toegesteld2 blijkt het uit de figuren1 dat de stoom1 die naar het inwendige van den cilinder ,o vloeit1 altijd met de binnenvlakten der kleine zuigers ,a en ,b in aanraking is1 terwijl de condensorruimte in de kast altijd met de buitenvlakten bij ,n ,n1 dier beide zuigers1 gemeenschap heeft4 ,deze aaneengekoppelde kleine zuigers noemt men te zamen1 stoomschuif1 en om dezelve te bewegen1 moet men zich eene daaraan verbondene stang denken1 die door eene pakkingbos1 door den bodem of top van de kast gaat1 waarin de stoomschuif is besloten2 7hier in de figuur niet afgebeeld7 vervolgens is het naar dit voorbeeld eene hoofdvereischte1 dat de stoomschuif rondom volmaakt in dat kastdeel sluit1 opdat geen stoom gedurende deszelfs beweging doordringe4 ,daar de uiterste afstand van den boven tot den beneden stoomdoortogt1 bij ,a en ,b1 gelijk is aan de uiterste lengte van de verklaarde stoomschuif1 en de kleine zuigers1 die de sluiting te weeg brengen1 nimmer minder hoogte houden dan gezegde doortogten1 zoo volgt1 gelijk ook uit de figuren op te maken is3 dat de stoomvloeijing in den cilinder nimmer door de beide stoomdoortogten te gelijk kan geschieden1 maar1 of alleen boven1 of alleen onder den zuiger2 in fig4 #h is de stoomschuif gesteld voor toelating van stoom onder den zuiger1 en in fig4 #i voor stoom toevloeijing op den zuiger4 ,even zoo kan nimmer de condensorruimte van eene zoo toegestelde stoomschuif gelijktijdig gemeenschap hebben met het inwendige des cilinders boven en onder den zuiger1 maar wel alleen boven of alleen onder4 ,het blijkt vervolgens uit de figuren duidelijk1 dat terwijl de stoom boven op den zuiger vloeit1 om dien naar beneden te drukken1 de stoom vanonder den zuiger eenen uitweg naar de condensor vindt1 en omgekeerd3 terwijl de stoom onder den zuiger vloeit1 wordt aan de stoomafvloeijing1 van boven den zuiger naar den condensor1 gelegenheid gegeven2 waaruit dan na weinig overweging te begrijpen is1 hoe de beurtelingsche toe- en afvloeijing van stoom naar en van den zuiger1 door de stoomschuif behoorlijk op en neder te bewegen1 kan geschieden2 en volgens hetgeen wij later zullen zeggen1 over de bewegingswijze van de stoomschuif door de machine zelve3 dat men de meest mogelijke regelmaat in krachtsuitoefening daarmede zal kunnen verkrijgen#c4 ,in de figuren #h en #i1 is alleen ruim de hoogste en laagste stand van de stoomschuif1 met den hoogsten en laagsten stand des stoomzuigers afgebeeld1 dus geenzins de stoomschuif-standen1 die met den hoogsten en laagsten zuigerstand overeenkomen2 want bij het in beweging houden van de stoomschuif door de machine zelve1 moet bij hoogsten zuigerstand de stoomschuif juist maar gereed staan1 om stoom op den zuiger toe te laten1 terwijl de stoom van onder denzelven2 reeds uitgang naar den condensor vindt2 zoo ook moet bij laagste zuigerstand de stoomschuif aanvangen1 om stoom onder den zuiger te doen vloeijen1 terwijl voor uitvloeijing van stoom1 van boven den zuiger naar den condensor1 reeds gelegenheid bestaat4 ,de stoomschuif is derhalve1 om zoo te spreken1 de ziel of het hart van de geheele machinerie1 en is dus dat gedeelte van den toestel1 hetwelk aan andere deelen leven geeft4 #c ,in fig4 #h is den stoomzuiger abusievelijk een weinig te lagen stand gegeven4 #ci4 ,thans zullen wij overgaan tot de verklaring van den condensor of stoomverdikker4 ,uit de bovenstaande beschrijving heeft men kunnen opmaken1 dat er in de dubbel werkende machine geen koud water in den cilinder gebragt wordt1 maar dat volgens fig4 #h en #i1 eene gemeenschap tusschen denzelven en den condensor1 waarin het koude injectie-water stroomt1 wordt daargesteld4 ,men moet zich voorstellen1 dat de pijp ,c1 die op onze afbeelding hieronder 7fig4 #aj7 als afgebroken gezien wordt1 gemeenschap heeft met de opening ,c1 in de voorgaande figuren #h en #i1 en met het in deze figuur voorgesteld cilindervormig vat1 hetwelk de eigenlijke condensor is4 ,deze condensor heeft onderwaarts1 door een kanaal1 met eenen anderen nevens geplaatsten cilinder gemeenschap1 waarin een zuiger werkt1 welke luchtpomp genoemd wordt4 ,het koude injectie-water stroomt in den condensor1 door de1 in de figuur afgebeelde injectiekraan1 die met opgaande stang1 bij ,d1 een' handvat houdt1 om die kraan min of meer open te zetten1 of te sluiten4 ,condensor en luchtpomp zijn te zamen in eenen bak bevat en met koud water omgeven1 welk koude water tot voeding van injectie voor den condensor dient4 ,illustratie3 ,fig4 #aj4 ,het loopt in het oog1 dat1 zoo men het injectie-water1 hetwelk tot verdikking van den stoom gediend heeft1 en insgelijks dat1 hetwelk de verdikte stoom vormt1 niet wegvoerde1 een en ander den condensor spoedig vullen zoude2 bovendien ontwikkelt kokend water ook eenige lucht1 welke het ledige binnen den condensor zeer benadeelt4 ,er is derhalve een middel noodig geweest1 om dat voortgebragte water en die lucht uit den condensor te trekken1 en hiertoe moet de zoo even gemelde luchtpomp dienen4 ,nevens den condensor is dus eene zoogenaamde luchtpomp geplaatst1 die benedenwaarts1 door een kanaal of hals1 met den condensor gemeenschap heeft2 in dat kanaal bestaat bij ,h eene klep1 die zich naar de zijde der luchtpomp opent1 zoodat het water met de lucht wel uit den condensor1 maar niet daarin terug kan vloeijen4 ,de luchtpomp-cilinder bevat eenen daarin sluitenden beweegbaren zuiger1 welke kleppen heeft1 die zich bovenwaarts openen2 geen water of geene lucht1 door dezen zuiger opgebragt1 kan dus terugvallen2 de luchtpomp-cilinder is met een digt sluitend deksel voorzien1 waardoor de zuigerstang ,e1 in eene pakkingbos sluitende beweegt2 en onder nabij dit deksel bestaat eene opening1 waardoor het door den luchtpomps-zuiger opgebragte water met lucht1 naar buiten in eene afzonderlijke bak uitgang vindt1 mede voorzien van eene klep1 opdat niets van dat opgebragte zoude terugvloeijen4 #dj4 ,dit1 met behulp van fig4 #aj1 begrepen zijnde1 is het duidelijk1 dat1 bijaldien de luchtpompzuiger door de machine1 gelijkmatig op en neder bewogen wordt1 het water met de ontwikkelde lucht uit den condensor zal worden getrokken en weggeleid2 maar omdat het aldus uit den condensor getrokken water meer warmte bezit1 dan het omringende in den alles omvattenden bak1 scheidt men dit water af1 en laat hetzelve volgens de figuur in eenen afzonderlijken bak stroomen1 ten einde dat verwarmde water te bezigen1 voor de aanvulling van het verstoomde water in den stoomketel1 ter bezuiniging van brandstoffen4 ,de bak1 waarin zich het verwarmde uit den condensor getrokkene water stort1 draagt den naam van warm- of heetwaterbak4 ,de groote koudwaterbak ,,aa1 welke condensor luchtpomp en heetwaterbak bevat1 wordt aanhoudend van water voorzien1 door eene pomp1 die door de machine bewogen wordt2 terwijl eene overlooppijp bestaat1 om het overvloedige water te lozen2 die pomp is in deze figuur niet afgebeeld1 en ook niet de kleinere pomp1 welke1 uit den afgescheidenen heetwaterbak1 de voeding aan den stoomketel bezorgt2 eindelijk dient nog gezegd te worden1 dat de heetwaterbak mede eene overlooppijp bezit1 om het warme water1 dat voor ketelvoeding overbodig is1 te lozen4 #da4 ,al de pompstangen1 waarover wij gesproken hebben1 zoowel als de zuigerstang des stoomcilinders1 bewegen op en neder1 wij zullen thans verklaren op welke wijze zulks zamenhangt4 ,eene ijzeren balans ,a ,b fig4 #a1 rust en beweegt zich op eene as ,c boven op de kolom ,d1 aan welke eene goede en stevige fondatie gegeven is4 ,deze balans1 is met de minste verspilling van ijzer1 den sterksten vorm gegeven1 en daaraan zijn de stangen gekoppeld van stoom-zuiger en andere pompen1 zoodat het rijzen en dalen van de stoom-zuigerstang1 eene overeenkomstige rijzing en daling van alle andere zuigerstangen bewerkt4 ,onderstellen wij1 dat de stoom-zuigerstang aan het balanseinde ,a verbonden is1 dan is het klaar1 dat telkens1 als die zuigerstang op- en nedergaat1 het uiteinde ,a1 van de balans eenen cirkelboog zal beschrijven1 waarvan ,c het middelpunt is4 ,de top van de zuigerstang zal in dat geval in geene regte maar in eene kromme lijn moeten volgen1 en dus van de eene naar de andere zijde overgaan1 hetwelk zoude veroorzaken1 dat die stang daar1 waar zij door de pakkingbos van het cilinderdeksels loopt1 heen en weder daarin drukte of klemde en eene verderfelijke slijting daarstelde4 ,hetzelfde zou het geval zijn met de stang van den luchtpompzuiger2 en de voeringen der pakkingbossen zouden dus daardoor zeer veel uitslijten4 ,ten einde dit gebrek te verhelpen of te voorkomen1 heeft men gebruik gemaakt van eenen zeer vernuftig uitgedachten toestel1 die de parallelle of evenwijdige beweging genoemd wordt1 en waardoor aan den stoomzuiger en aan andere pompstangen1 op zeer weinig na1 eene regtopgaande beweging1 zonder hinderlijke afwijking naar de eene of andere zijde1 wordt medegedeeld4 ,in dit werkje kunnen wij slechts de volgende1 voor ieder bevattelijk algemeene verklaring1 van gezegde evenwijdige beweging geven4 ,met het uiteinde ,a1 van de balans ,a ,b1 fig4 #a1 zijn een paar stroppen ,a ,g verbonden1 zoo ook op de middellijn tusschen ,a en ,c een ander paar stroppen1 ,e ,f1 van gelijke lengte als de eerste4 ,deze stroppen zijn benedenwaarts door een paar roeden ,f ,m aan elkander verbonden1 welke roeden weder gelijk in lengte zijn aan den afstand van ,a tot ,e op de balans2 een ander paar roeden1 welke in lengte gelijk zijn aan de roeden ,f ,m1 is vervolgens1 aan het eene einde bij ,f en aan het andere einde bij ,h1 mede beweegbaar vereenigd1 en wel bij ,h1 met de vaste stelling1 waarin de gansche machine is besloten4 ,de balans ,a ,b beweegbaar zijnde1 zoo wordt men bij het nagaan dezer koppeling van stroppen en roeden gewaar1 dat er twee vaste aspunten zijn ,c en ,h1 zijnde ,c het aspunt1 waarom de punten ,a en ,e der balans bewegen en ,h het aspunt waarom het punt ,f beweegt4 ,dit vooraf goed opgemerkt hebbende1 onderstelle men1 dat de stoomzuiger in top staat1 waarbij de balans den stand heeft1 die op de afbeelding wordt voorgesteld4 ,wanneer de zuiger nu naar beneden gaat1 dan beschrijft het punt ,f1 om het vaste aspunt ,h1 eenen boog1 die betrekkelijk het punt ,h naar buiten 7of naar de linkerhand7 uitwijkt2 terwijl het punt ,e1 om het vaste aspunt ,c1 eenen boog naar den tegenovergestelden kant 7de regterhand7 beschrijft4 ,daar nu het paar stroppen ,e ,f deze twee punten1 die eenen cirkelboog beschrijven1 met elkander verbindt1 zoo zal het eene einde ,e regts van de loodlijn bewegen1 terwijl het andere ,f even zoo veel links van dezelve bewogen wordt1 deze stroppen zullen dus1 gedurende de op- en neder beweging van den balansarm ,a ,c1 eene afwisselende hellende beweging aannemen4 ,door de volgende figuur1 die eene voorstelling in zoogenaamde werklijnen van de parallelle beweging geeft1 met aandacht na te gaan1 zal het leiden van stoom- en luchtpompzuigerstangen in eene regte lijn verder verduidelijkt worden4 ,illustratie3 ,de parallelle beweging ,zij ,c het vaste aspunt van de op- en neder bewegende balans1 en ,c ,a de rigting van dezelve bij hoogsten zuigerstand2 ,e ,f is het paar stroppen1 waaraan bij ,y de luchtpompzuigerstang1 en ,a ,g het paar stroppen van gelijke lengte1 waaraan bij ,g de stang van den stoomzuiger verbonden is1 ,f ,g in de parallel koppelroede aan de lengte ,a ,e gelijk1 en welke de zoo evengenoemde stroppen bij ,f en ,g verbindt4 ,nu is het koppelpunt ,f beweegbaar verbonden met de parallel straalroede ,f ,h1 welke om het vaste punt ,h kan draaijen2 deze straalroede is in lengte gelijk aan de parallel koppelroede4 ,dat men zich nu verbeelde1 dat de balansarm ,c ,a benedenwaarts beweegt1 dan zal het punt ,e van denzelven1 in e komende1 eenen boog beschreven hebben1 die hier naar de regterhand uitwijkt1 en het punt ,f der straalroede ,f ,h zal mede eenen boog beschrijven1 doch welke naar de linkerhand uitwijkt2 daar nu in dit voorbeeld het punt ,e op de halve lengte van den balansarm genomen is1 en daarom ,c ,e gelijk aan de lengte der straalroede ,f ,h is1 zoo zullen de uitwijkingen der bogen1 hoewel in tegenovergestelden zin1 even groot zijn2 er moet dus op het paar stroppen ,e ,f een punt bestaan1 dat weinig afwijking van de loodlijn ll ondergaat1 dit punt is in ,y en wel op het midden van die stroppen2 het is daaraan1 dat men de luchtpompzuigerstang verbindt1 om op zeer weinig na1 in eene regte lijn op en neder te bewegen1 zegge op zeer weinig na1 omdat daarbij een gering verschil bestaat1 doch hetwelk in de praktijk geen' invloed heeft4 ,de stoomzuigerstang1 die hier op den dubbelen afstand van het aspunt ,c met de balans gekoppeld is1 beschrijft met dat balanseinde eenen boog1 welks afwijking het dubbel van de voorgaande bogen is1 daarom wordt deze stang in ,g verbonden1 op het uiteinde van het paar stroppen ,a ,g1 die met het uiteinde ,f van het paar stroppen ,e ,f vereenigd zijn1 door middel van de parallel koppelroede ,f ,g2 alzoo zal de stoomzuigerstang mede zeer nabij in eene evenwijdige loodlijn ss op en neder bewegen4 ,de rigting van de balans bij laagsten zuigerstand is door de gestipte lijn ,c a aangewezen1 alsmede de overeenkomstige standen van luchtpomp en stoomzuiger parallel stroppen e f en a g1 de parallel koppelroede f g en de parallel straalroede f ,h1 terwijl ij het koppelpunt voor de luchtpompzuigerstang en g dat des stoomzuigers is2 overigens is l l de lijn1 welke de luchtpompzuigerstang en s s die1 welke de stoomzuigerstang bewegende volgt4 ,nu fig4 #a weder beschouwende dan ziet men1 dat de tegenovergestelde balansarm ,b ,c1 eene verbindingroede ,b ,w houdt1 waarvan het ondereinde met eene kruk is vereenigd1 die op de as van een groot vliegwiel bevestigd is2 door het op- en nedergaan van dezen balansarm zal de verbindingroede ,b ,w die kruk en bijgevolg het vliegwiel kunnen omvoeren2 welke beweging1 door de belangrijke zwaarte1 welke aan het vliegwiel gegeven is1 zeer gelijkmatig zal zijn2 terwijl bij de keerpunten1 dat is bij de top- en bodemstanden van den stoomzuiger1 eene zachte overgang van beweging hierdoor plaats vindt4 ,thans vermeenen wij de voornaamste deelen1 van het stoomwerktuig aangewezen te hebben1 zoodat wij tot het meer bijzondere kunnen overgaan4 ,ten einde dit doel beter te bereiken1 zullen wij1 om duidelijk te zijn1 een en ander van het reeds verklaarde in het kort herhalen1 opdat datgene1 wat tot dus verre is bijgebragt1 beter in het geheugen blijve1 en de vereenigde werking vervolgens door onze lezers goed verstaan worde4 #db4 ,de stoom ontwikkelt zich1 in den ketel1 die te dien einde met de onderscheidene toestellen ter regeling voorzien is4 ,de schoorsteenregister of demper om het vuur te regelen1 bestaat uit eene plaat1 die in eene sponning schuift1 waardoor de opening1 door welke de heete lucht en de rook zich door den schoorsteen ontlasten1 meer of minder gesloten wordt1 en bij gevolg de trekking van het vuur vermeerdert of vermindert4 ,deze demper geeft mindere opening door het rijzen1 en meerdere opening voor rookdoortogt1 door het dalen van eenen drijver op het ketelwater1 hetwelk in eene opstaande buis1 door de spanning des stooms opgedrukt wordt1 zoodaniger wijze1 dat wanneer de stoom in spanning toeneemt1 de drijver in de buis rijst en den demper daalt1 waardoor dan de schoorsteenopening kleiner wordt2 tegenovergesteld zal bij vermindering van stoomspanning de drijver dalen1 en bij gevolg de demper rijzen1 of de opening zich vergrooten4 ,de stoomspanning binnen den ketel onveranderd blijvende1 zal ook de schoorsteenopening door den demper geene verandering ondergaan1 en bij gevolg het vuur met gelijk vermogen branden1 maar wanneer de stoomspanning vermindert1 dan zal1 door het grooter worden der opening door den demper1 het vuur door de vermeerderde trekking meer aanwakkeren1 en den stoom weder in spanning doen rijzen4 ,vervolgens heeft men het voedingstoestel1 waardoor het water1 dat uit den ketel verstoomt1 weder wordt aangevuld4 ,zoo als vroeger beschreven is1 werkt deze toestel ook door middel van een drijver1 die met eene klep in verband staat4 ,wanneer deze drijver tot op een zeker punt daalt1 dan opent zich de klep1 waardoor water in den ketel vloeit1 tot dat de vereischt wordende hoeveelheid aanwezig is1 waardoor de drijver tevens rijst1 zoo doende de klep weder sluit1 en de toevloeijing van water doet ophouden4 ,ook is de ketel voorzien van een of twee veiligheidkleppen1 welke zich openen1 zoo ras de spankracht van den stoom te sterk wordt1 ten einde de stoom in de opene lucht te ontlasten1 opdat de ketel niet meer lijdt dan noodig is4 ,in den top des ketels bestaat nog eene kleine klep1 luchtklep genaamd1 die zich in tegenovergestelden zin van de veiligheidskleppen opent1 dat is naar binnen2 en die dient1 om1 wanneer door verkoeling als anderzins eene mindere spanning dan de druk des dampkrings in den ketel ontstaat1 lucht in dezelve toe te laten1 daar een plotselinge uitwendige druk op den ketel schade daaraan zoude kunnen toebrengen4 ,ten dienste van vuurstoker of bestuurder van het werktuig1 bestaan nog twee peilkranen1 geschikt voor dadelijk onderzoek naar den waterstand binnen den ketel1 ingeval men twijfelen mogt1 dat het zich zelf regulerende voedingtoestel niet behoorlijk werkte4 ,de stoom stroomt door de stoomleibuis ,i 7zie de fig4 van #ai7 in den cilinder2 deze buis moet men met de monding ,a in fig4 #a vereenigd denken1 in welke ronde monding de smoorklep1 in bijna gesloten stand1 tevens aangewezen staat2 de smoorklep1 waardoor de toevoer van den stoom naar den cilinder in eenen bepaalden tijd geregeld wordt1 ziet men insgelijks bij ,a aangetoond4 ,deze klep bestaat uit eene schijf1 die op eene spil1 welke door het midden van de monding heenloopt1 door middel van eene kruk beweegbaar is1 en open of digt gedraaid kan worden1 of wel gedeeltelijk gesloten1 om de doorvloeijing van den stoom meer of min te verhinderen4 ,de kruk van de smoorklep moet men denken verbonden te zijn met den in #cj beschrevenen regulateur2 die verbindingswijze is in de onderhavige figuur voorbedachtelijk weggelaten1 ten einde verwarring te voorkomen4 ,de kogels tot de opstaande spil des regulateurs naderende1 zal de smoorklep vrijen doortogt aan den stoom geven1 doch wanneer de kogels zich daarvan verwijderen1 dan zal de smoorklep zoodanig gedraaid staan1 dat de doortogt van den stoom verhindering ondervindt2 de onderlinge afstand der kogels afhankelijk zijnde van de snelheid der beweging1 zoo wordt door de verbinding met de smoorklep1 de snelheid geregeld door eene evenredige toelating van stoom naar den stoomzuiger4 ,het koniek 7kegelvormig7 tandrad waarmede de opstaande spil van den regulateur aan het ondereinde voorzien is1 grijpt in een ander gelijksoortig tandrad1 op welks as eene ronde schijf is bevestigd1 waarover eene riem1 band of pees is geslagen1 die insgelijks eene andere schijf gespannen omvat1 waarmede de as van het vliegwiel is voorzien2 zoodanige band is daarvoor bij derzelver einde aan elkander vereenigd1 even als met de pees van eene gewone draaibank plaats vindt4 ,de vliegwielas omwentelende1 geeft door dat middel tevens eene omdraaijende beweging aan de spil des regulateurs2 zoodat de meerdere of mindere snelheid1 welke het vliegwiel aanneemt1 door den regulateur gevolgd wordt4 ,hoe sneller bij gevolg het vliegwiel rondwentelt des te sneller draait ook de regulateur rond1 waarbij de kogels zich weer van de spil verwijderen1 en hierdoor eene overeenkomstige verandering in den stand van de smoorklep1 bij ,a fig4 #a aangewezen1 veroorzaakt2 zoodat iedere verandering in snelheid van het vliegwiel de stelling van den smoorklep daarna wijzigt4 ,de lezer zal hierbij gemakkelijk kunnen opmerken hoe eene versnelling in de beweging van het werktuig' boven den vereischt wordenden gang1 weder afneemt1 daar de smoorklep dan naar gelang sluit1 en de hoeveelheid stoom in den cilinder doet verminderen1 waardoor de snelheid van het werktuig vertraagt2 de kogels door vertraging van beweging nader bij de spil vallende1 zal de smoorklep meer geopend en meer stoom ingelaten worden1 hetwelk eenen versnelden gang ten gevolge heeft4 ,de stoom1 langs de smoorklep gevloeid1 valt in de stoomschuifkast4 ,onze afbeelding op fig4 #a is op eene te kleine schaal1 om de zamenstelling van alle deelen behoorlijk te kunnen aantoonen2 doch door het nagaan van de afzonderlijke beschrijving1 boven gegeven1 zal men het een en ander volledig kunnen begrijpen4 ,in deze afbeelding wordt de stang1 waaraan de zaamgestelde stoomschuif bevestigd is1 door ,b aangewezen2 deze stang is1 op en neer beweegbaar1 door eene stoom- en luchtdigte pakkingbos in het bovendeel der stoomschuifkast geplaatst1 waardoor de stoomschuif de stoomdoortogten naar den cilinder beurtelings opent en sluit4 #dc4 ,door de opvolgende beurtelingsche toe- en afvloeijingen van den stoom naar en van den stoomzuiger1 ontvangt deze laatste de vermogende op- en nedergaande beweging1 welke aan de bovengelegene balans medegedeeld1 de kruk van het vliegwiel omvoert4 ,het vliegwiel is van gegoten ijzer en in deszelfs buiten omtrek of velling belangrijk zwaar1 waardoor1 gelijk gezegd is1 aan het geheele werktuig eenen gelijkmatigen gang in beweging gegeven wordt4 ,het valt in het oog1 dat er een stilstand moet plaats hebben telken reize1 als de zuiger den top of den bodem van den cilinder genaderd is1 dat is bij deszelfs keerpunten1 zoodat daardoor de balans met de daaraan verbondene kruk en het vliegwiel1 en in het algemeen alle deelen van het werktuig een ondeelbaar oogenblik stil staan2 de kruk nogtans1 met eenparige snelheid doorgaande1 brengt te weeg3 dat bij de keerpunten des stoomzuigers1 geene schokking plaats vindt4 ,de doorgaande beweging van deze kruk wordt door het voortvliedend vermogen van het vliegwiel te weeg gebragt1 en het is klaar1 dat1 zonder dit1 de beweging van het gansche werktuig zoude ophouden1 zoodat het vliegwiel hierin te gemoet komt4 ,wanneer namelijk een ligchaam eens in beweging is1 dan heeft het in zich zelf geen vermogen1 om die beweging te staken1 of om tot den staat van rust over te gaan1 en hetzelve zoude onafgebroken met denzelfden graad van beweging aanhouden1 indien niet een of andere tegenstand van buiten1 die beweging tegenhield4 ,deze stelling zal voor vele onzer lezers vreemd schijnen1 daar wij geen ligchaam in beweging zetten1 hetwelk niet na korteren of langeren tijd tot den staat van rust komt4 ,wanneer wij namelijk eenen kogel met eene zekere kracht over een vlakte voortwerpen1 dan is het ons allen bekend1 dat het ligchaam1 na welligt eenige honderd ellen te zijn voortgerold1 eindelijk tot rust komt4 ,zoo wij intusschen dien kogel1 over eene gelijke oppervlakte b4 v4 over glad ijs werpen1 dan zullen wij zien1 dat de kogel tot op eenen grooteren afstand zal voortrollen1 dan wel over eene oneffene oppervlakte1 eer dezelve in rust komt4 ,de oorzaak van dit verschil in den doorgeloopenen afstand bij de twee gevallen bestaat alleen daarin1 dat de kogel in het eerste geval op den ruwen grond meer hinderpalen ondervond1 dan wel op het gladde ijs1 en zoo men in staat ware1 om alle oneffenheden van den kogel en het ijs uit den weg te ruimen1 dan zou dit voorwerp nog oneindig grooteren afstand afleggen1--ja1 zoo de omringende lucht mede geenen tegenstand in den weg stelde1 of zoo de mogelijkheid bestond1 om dezen tegenstand geheel te vernietigen1 dan zou de geringste kracht reeds toereikende zijn1 om den kogel eene voortdurende beweging mede te deelen4 ,dit vermogen der ligchamen1 om in den staat van rust1 of in die van beweging te volharden1 noemt men traagheidkracht1 inertie4 #dd4 ,om nu de werking van het vliegwiel te verklaren1 moet men op het volgende bijzonder acht geven4 ,wanneer namelijk twee ligchamen in beweging zijn1 van hetwelk het gewigt van het eene ,a1 gelijk is aan dat van het andere ,b1 terwijl beiden eene snelheid van eenen voet wegs in de minuut hebben1 dan zal er even veel kracht vereischt worden om het eene als om het andere tegen te houden4 ,zoo echter het gewigt van het eene ligchaam ,a twee ponden is1 en het andere ,b slechts een pond weegt1 terwijl de snelheid van beide dezelfde is1 dan zal men de dubbele kracht1 die men aan het ligchaam ,b besteedt1 noodig hebben1 om het ligchaam ,a tegen te houden4 ,indien het ligchaam ,a driemalen het gewigt hadde van het ligchaam ,b1 dan zou er bij het stoppen van het eerste eene drievoudige kracht vereischt worden1--en zoo naar evenredigheid4 ,wanneer nogtans de gewigten van beide dezelfde bleven1 doch de snelheid van ,a het dubbele werd van die van ,b1 dan zou er eene dubbele kracht vereischt worden1 om ,a1 dan wel om ,b tegen te houden2 en zoo ,a driemalen de snelheid van ,b had1 dan zou de kracht1 om ,a te stoppen1 ook driemalen zoo groot moeten zijn4 ,de werktuigelijke uitwerking1 of het zoogenaamd moment van het in beweging zijnde ligchaam1 hangt derhalve af van het gewigt en van de snelheid3 zoodat een ligchaam ,a1 van het dubbele gewigt als een ander ,b1 en met de tweevoudige snelheid voortgaande1 eene viervoudige uitwerking of momentum 7hoeveelheid van beweging7 uitoefent2 of1 met andere woorden1 eene vierdubbele kracht vereischt1 om tegengehouden te worden1 dan wel tot het ophouden van ,b noodig is4 ,daar nu het vliegwiel een aanmerkelijk gewigt heeft1 en door de kruk wordt in beweging gezet1 zoo zal er eene zeer vermogende kracht vereischt worden om deszelfs beweging tegen te houden of te stoppen4 ,de onregelmatige drukking1 welke de kruk van het vliegwiel ter omvoering mogt ondergaan1 wordt overwonnen door de inertie van het vliegwiel1 zoodat de ongelijkheden der beweging door de gelijkmatigheid in gang van het vliegwiel worden verholpen1 alzoo bij de keerpunten van den stoomzuiger het vliegwiel evenwel deszelfs gelijkmatige beweging volgt en gevolglijk de kruk van deszelfs as1 boven en beneden doet doorgaan4 ,wel wordt er eene aanmerkelijke krachtuitoefening van den zuiger vereischt1 om het vliegwiel eerst in gang te zetten2 doch eenmaal in beweging zijnde1 is er ook slechts eene geringe kracht noodig1 om die ronddraaijende beweging te onderhouden2 het vliegwiel kan men beschouwen als een' ontvanger van ongelijkmatige beurtelings werkende kracht1 doch ook als een' gelijkmatigen verspreider van dezelve4 ,wij hebben gezegd1 dat1 bijaldien het vliegwiel eenmaal aan den gang gebragt is1 er verder zeer weinige kracht vereischt wordt1 om die beweging te onderhouden2 dit zoo in het oog loopende voordeel bij het gebruik van een vliegwiel1 heeft velen in den waan gebragt1 dat dit middel als eene bron van kracht te beschouwen is2 doch zulks is geheel en al onjuist4 ,in het vliegwiel wordt1 om zoo te spreken1 de hoeveelheid van beweging van eenig deel1 slechts opgegaard1 om aan een ander gedeelte eenparig af te geven1 waardoor de onregelmatigheden of stootingen in het werktuig worden voorkomen4 ,het vliegwiel moet derhalve slechts als eenen regulateur van kracht beschouwd worden1 en is dus1 even als alle andere werktuigelijke toestellen1 alleen een middel1 om de kracht regelmatig te onderhouden1 en geenszins1 om die te vergrooten4 #de4 ,op de as van het vliegwiel is eene ronde schijf uit middelpuntig geplaatst1 dat is3 het middelpunt van deze schijf komt met het middelpunt van deze as niet overeen1 maar wijkt in zekere mate naar de eene zijde af1 zoodat het middelpunt der schijf bij het rondwentelen van het rad eenen cirkel beschrijft4 ,deze schijf wordt kolderschijf of excentriek genoemd en bezit op den buitenkant eene omgaande groef1 waarom eenen ring beweegbaar is gevoegd1 zoodat wanneer deze kolderschijf1 met de vliegwiel-as omgevoerd wordende1 met dezen ring1 waaraan weder een raam verbonden is1 aan dat raam eene heen en wedergaande beweging mededeelt4 ,dit raam is verbonden met eenen hefboomtoestel en daarmede met de stoomschuif1 zoodat de heen en weder beweging van de kolderschijf ook de stoomschuif op en neder doet bewegen1 naar eene bepaalde maat1 ter opening en sluiting van de stoomdoortogten des stoomcilinders2 in fig4 #a is dit raam1 dat zich van de vliegwiel-as tot aan den voet van de stoomschuifkast uitstrekt1 afgebeeld4 ,genoemd raam1 kolder of excentriek raam1 ook wel roede geheeten1 kan op eene eenvoudige wijze van de stoomschuif ontkoppeld worden1 bloot door afligten van eene pen1 hetwelk door den bestuurder van het werktuig gedaan wordt1 wanneer de beweging van de machine moet ophouden2 want het is klaar1 dat wanneer de stoomschuif stilstaat1 en er alzoo geene beurtelingsche toegang van den stoom naar den stoomzuiger meer plaats vindt1 alsdan de beweging van het geheele werktuig noodzakelijk ophoudt4 ,zoo lang dus het kolderraam met den hefboomtoestel1 dat de stoomschuif in beweging brengt1 gekoppeld blijft1 zal de beweging van het werktuig aanhouden1 geheel in zich zelf1 zonder dat men noodig heeft daaraan de behulpzame hand te leenen1 het onderhouden van het vuur zal alleen noodig zijn2 het werktuig regelt dus zich zelf in beweging1 met hetgeen lager nog gezegd zal worden4 ,de balans ontleent dus deszelfs beweging van den stoomzuiger1 met zich voerende eenen aangekoppelden luchtpompzuiger1 voor de geheele uitwerking van het vermogen des stooms noodzakelijk2 de andere arm van deze balans1 drijft eene as met vliegwiel rond1 hetwelk eigenlijk als het uitvoerend deel1 ter toepassing op een of ander te verrigten werk1 moet beschouwd worden2 ook wordt nog aan die zijde eenig pompwerk daardoor in beweging gebragt1 dat voor de aanvoering van het injectie of koelwater voor den condensor moet dienen1 zoowel als tot het ontbrekende voedingwater des ketels4 ,ten aanzien van het injectie of koelwater moet gezegd worden1 dat de condensor ,i ,e met de nevensgestelde luchtpomp1 te zamen in eenen en denzelfden digten bak zijn vervat1 welke door de koudwaterpomp ,j met water gevuld wordt gehouden1 en dat dit zelfde water voor injectie binnen den condensor ,i ,e dient1 tot welk einde eene kraan door den bestuurder naar vereischte wordt geopend2 eene kleine pomp1 in deze figuur1 om verwarring te vermijden1 niet afgebeeld1 dient1 om uit den warmwaterbak ,i in de voeding van den ketel te voorzien4 #df4 ,dat wij nu overgaan1 om naar de grootte der hoofddeelen het vermogen van het werktuig te bepalen1 en de hoeveelheid brandstoffen1 welke voor de vereischte hoeveelheid stoom noodig is1 mitsgaders3 hoeveel water men voor den verbruikten stoom weder in den ketel moet aanvullen1 en wat aan koelwater voor de condensatie moet worden geleverd4 ,men is gewoon1 het vermogen van een stoomwerktuig uit te drukken in paardenkrachten1 dat is3 in het vermogen van een zeker getal paarden1 welke voorondersteld in den rosmolen te werken1 hetzelfde werk zouden doen1 dat met het werktuig verrigt wordt3 maalt men bij voorbeeld #ajj mudden graan met het werktuig in een uur tijds1 dan zal het vermogen van hetzelve gelijk zijn aan het getal paarden1 welke in den rosmolen die zelfde hoeveelheid graan in gelijke tijd vermalen2 dat is1 gelijk aan zooveel paardenkrachten4 ,maar dewijl de paarden allen niet even krachtig zijn1 heeft men eenen gemiddelden term daarvoor moeten aannemen1 welke volgens de ondervinding met het gemiddeld vermogen van een paard overeenkomt4 ,de groote verbeteraar der stoomwerktuigen de ,engelsman ,j4 ,watt1 heeft gesteld1 dat een paard van middelbare sterkte #defb-a_/c ned4 ponden1 eene ned4 el hoog kan opvoeren in den tijd van #a minuut2 of hetgeen hetzelfde is1 het dubbeld van dit gewigt1 een halve ned4 el hoog in denzelfden tijd1 of ook1 zoo men wil1 de helft van dit gewigt of #bgha-a_/f ned4 ponden1 twee ellen hoog in eene minuut4 ,wat ons derhalve te doen staat1 om het vermogen van een stoomwerktuig in paardenkrachten te bepalen1 bestaat daarin1 dat wij onderzoeken1 hoeveel ponden door het werktuig in den tijd van eene minuut een el hoog kunnen worden opgeligt4 ,hiertoe zal van den kant onzer lezers slechts eene geringe oplettendheid1 bij het nagaan van het volgende1 vereischt worden4 #dg4 ,telkens als de stoomzuiger eenen slag op- of neer doet1 wordt dezelve gedrukt met een vermogen1 dat met de spanning van den toegevloeiden stoom aan eene zijde des zuigers gelijk is1 min den tegenstand1 welken de zuiger aan de andere zijde door het onvolmaakt ijdel in den condensor ondervindt2 de stoom1 welke in stoomcilinders van lagen druk gewoonlijk werkt1 gaat den gemiddelden druk des dampkrings omstreeks een vierde deel te boven2 dat is bedraagt ongeveer #abi ,ned4 looden op eenen vierkanten ,ned4 duim2 doch door het nimmer volmaakt ijdel binnen den condensor1 heerscht aan de tegenzijde des stoomzuigers nagenoeg een tegendruk van #i ,ned4 looden per vierkante ,ned4 duim1 welke dus van de stoomspanning moet worden afgetrokken1 waardoor elke vierkante duim van den stoomzuiger ter beweging voortgedrukt wordt met #abj looden per vierkante duim4 ,het geheele oppervlak des zuigers zal dus gedrukt worden met zoo veel maal #abj looden1 als dat oppervlak vierkante duimen bevat4 ,het vinden van het getal vierkante duimen1 welke het oppervlak van eenen ronden zuiger van eene gegevene middellijn bevat1 geschiedt naar den volgenden regel3 vermenigvuldig het getal duimen1 waaraan de middellijn van den zuiger gelijk is1 met zich zelf1 en het produkt weder met #j4ghed1 dan zal het laatste produkt het gevraagde getal vierkante duimen zijn1 waaraan het oppervlak des zuigers gelijk is4 ,bij voorbeeld3 laat de middellijn des zuigers #eg duimen wezen1 dan geeft #eg maal #eg2 voor produkt #cbdi dat1 weder #j4ghed malen genomen1 #beea-c_/d vierkante duimen voor het oppervlak des zuigers oplevert1 zoo veel maal #abj looden zal dus de totale druk zijn1 waardoor de stoomzuiger bewogen wordt1 dat is #beea-c_/d maal #abj geeft #cjfbaj ,looden of ruim #cjfb ,ned4 ponden4 ,maar nu is de vraag3 met welke snelheid zal zoodanige zuiger1 die door #cjfb ponden gedrukt wordt1 zich bewegen1 ten einde derzelver vermogen daarnaar te kunnen berekenen2 hierover moet gezegd worden1 dat hoe langer de slag des zuigers is1 hoe meer snelheid dezelve zal kunnen aannemen1 altijd in de veronderstelling1 dat genoegzame hoeveelheid stoom door den ketel geleverd wordt2 aan stoomzuigers van bovengemelde middellijn wordt1 voor landmachinen1 veelal het dubbel der middellijn tot lengte van slag gegeven1 dus hier #aad duimen1 die1 zoo wel dalende als rijzende1 door den zuiger worden afgelegd2 de voegzaamste snelheid voor zoodanige slaglengte is gelijk aan het afloopen van #fj ellen in eene minuut1 waarvoor deze zuiger ruim #bf dalingen en even zoo vele rijzingen moet volbrengen2 of omdat eene daling en eene rijzing1 met eene omgang van het vliegwiel overeenkomt1 ruim #bf vliegwielomgangen4 ,wanneer dan werkelijk deze zuiger #fj ellen wegs in eene minuut afloopt1 dan komt het vermogen van den stoomzuiger overeen met #cjfb ponden #fj ellen hoog opgebragt in eene minuut1 of met #ahcgbj ,ponden #a el hoog in denzelfden tijd4 ,daar nu eene paardenkracht aan #defb-a_/c ponden1 #a el in een minuut opgevoerd1 gelijk is1 zoo volgt dat het vermogen van dezen zuiger in paardenkracht gevonden wordt1 wanneer men #ahcgbj door #defb-a_/c deelt1 hetgeen tot quotint nagenoeg #dj paardenkrachten oplevert4 #dh4 ,de lezer zal echter dadelijk opmerken1 dat die #dj paardenkrachten niet geheel door het werktuig zullen kunnen worden uitgevoerd1 want de zuiger ondergaat in den cilinder wrijving1 die overwonnen moet worden1 dit kost een gedeelte kracht4 ,even zoo als het met den zuiger gesteld is1 zoo kosten ook alle andere bewegende deelen van het werktuig kracht1 om derzelver wrijving te overwinnen2 als de wrijving des luchtpompzuigers1 der zuigerstangen in de pakkingbossen1 der parallelle beweging1 der koudwater- en voedingpompen1 balans en vliegwiel-assen met krukpen1 en dit alles nog1 behalve het gewigt van het water1 dat de lucht-koudwater- en voedingpompen moeten opbrengen1 enz4 ,hieraan nu gaat een aanmerkelijk gedeelte van het primitieve gevondene vermogen des stoomzuigers verloren1 zoo zelfs1 dat dit verlies op ongeveer #c_/e deelen van het eerst gevondene vermogen des zuigers geschat moet worden2 de overblijvende #b_/e deelen van dat vermogen1 zullen alzoo de eigenlijke nuttige uitwerking van dit stoomwerktuig zijn4 #di4 ,het is niet mogelijk1 met juistheid op te geven1 welk gedeelte van het primitieve vermogen aan de onderscheidene wrijvingen enz41 in eenig stoomwerktuig verloren gaat2 door navorsching en berekening kan men wel tot een nabijkomend getal komen1 doch tot uiteenzetting hiervan is het bestek van dit schrijven te beperkt4 ,in het algemeen maakt men van eene zoo berekende grootheid1 voor krachttoekenning aan een stoomwerktuig geen gebruik1 maar bezigt eenvoudige regelen1 waardoor men het aantal zoogenaamde nominale paardenkrachten vindt1 welke het werktuig voor eenig te verrigten werk oplevert2 die regelen geven wel is waar geen strenge of juiste uitkomst1 maar voldoen zeer wel in de praktijk2 de meestgebruikelijke regel is de volgende3 ,men vermenigvuldigt het getal ned4 duimen1 waaraan de middellijn des stoomzuigers gelijk is met zich zelf1 het komende product met het getal ned4 ellen1 hetwelk de stoomzuiger in eene minuut tijds doorloopt1 en deelt dit laatste product door #aajaf2 dan zal het quotient het gevraagde getal nominale paardenkrachten wezen1 welke het werktuig zal kunnen uitoefenen2 elke paardenkracht gelijk aan een vermogen als in #df staat uitgedrukt4 ,boven is gezegd1 dat de gevoegelijke snelheid van eenen stoomzuiger tevens afhankelijk is van de lengte van deszelfs slag2 in het onderstaande tafeltje staan die snelheden tegenover de zuigerslaglengten opgeteekend#d4 ---------------------------------------- ------------- ,,zuigerslaglengten4 ,,snelheden ,,van ,,den ,,zuiger4 ---------------------------------------- ------------- ,n4 ,palmen4 ,n4 ,ellen per minuut4 #d #di4h #f #eb4g #h #ee4e #aj #eh4b #ab #fj4g #ad #fb4c #af #fe4e #ah #fg4f #bj #fi4g ---------------------------------------- ------------- ,zij nu tot voorbeeld ter berekening genomen dezelfde zuigermaat en slaglengte1 welke wij in #dg bezigden4--,de middellijn des zuigers is #eg duim1 dus #eg maal #eg geeft #cbdi1 dit weder vermenigvuldigd met #fj1 omdat de zuigerslaglengte #aa4d ,palmen bedraagt1 levert voor produkt #aididj op1 hetwelk gedeeld door #aajaf1 tot quotient #ag-g_/aj geeft1 dat is3 een stoomwerktuig van lagen druk met eenen cilinder voorzien1 waarin zoodanige zuiger werkt1 wordt een vermogen van #ag-g_/aj nominale paardenkrachten toegeschreven4 #d ,naauwkeurige en uitgebreide tafelen dezer gevoegelijke snelheid vindt men in het werkje1 getiteld3 ,nominaal vermogen van ,lagendruk-stoomwerktuigen1 gespecificeerd door ,d4 van den ,bosch2 te ,amsterdam bij ,gebroeders ,diederichs1 #ahci4 #ej4 ,wij hebben overal bij het berekenen van den druk van stoom en ook van den dampkring eenen vierkanten ,ned4 duim tot eenheid gebruikt1 maar men kan ook den druk op eenen cirkelronden ,ned4 duim daarvoor bezigen1 hetwelk eenig gemak in de berekeningen voor het oppervlak van ronde zuigers met zich brengt4--,een vierkant1 dat eenen duim tot zijde heeft1 grooter oppervlak bezittende1 dan een cirkel van eenen duim middellijn1 zoo is noodwendig de druk op eenen ronden of cirkelvormigen duim kleiner dan op eenen vierkanten duim2 om dan den druk op eenen vierkanten duim tot den druk op eenen ronden duim te herleiden1 moet men den eersten vermenigvuldigen met #j4ghe2 bij voorbeeld3 de gemiddelde dampkringsdruk op eenen vierkanten ned4 duim bedraagt #ajc4c lood1 dit met #j4ghe vermenigvuldigende1 zoo bekomt men #ha4a lood voor den gemidd4 dampkringsdruk op eenen cirkelvormigen ,ned4 duim4 ,op deze wijze den druk op een cirkelvormig oppervlak van n duim middellijn gevonden hebbende1 is het gemakkelijk den geheelen druk op grootere oppervlakten1 die cirkelrond zijn te bepalen3 men vermenigvuldige slechts het aantal duimen van de middellijn eerst met zich zelf en dan met dien gevondenen herleiden druk op eenen cirkelvormigen duim4 ,hoewel wij in dit geheele werkje ons bij dezelfde oppervlakte eenheid1 het vierkant op den duim namelijk1 zullen houden1 is het echter niet overbodig het gebruik van den cirkelvormigen duim tot dat zelfde einde te kennen1 om reden er soms opgaven gedaan worden1 welke op die eenheid gebaseerd zijn4 ,overigens komt voor het spoedig vergelijken van ronde oppervlakten1 het rekenen met cirkelvormige duimen1 bijzonder te pas4 #ea4 ,in het begin van dit werkje hebben wij gezegd1 dat water1 onder de gemiddelde drukking van den dampkring aan het koken gebragt zijnde1 stoom ontwikkelt op de temperatuur van #bab graden volgens ,fahrenheits ,thermometer1 en dat de dus gevormde stoom eene spanning of veerkracht bezit1 die gelijk staat met de drukking van eenen dampkring of atmospheer1 dat is3 eenen druk uitoefent van #ajc4c ,ned4 looden op eene oppervlakte1 die een vierkante ,ned4 duim groot is2 daar nu het koken van water in eenen openen ketel en in de vrije lucht1 eigenlijk niets anders is dan het ligten van den dampkring door den daaruit opstijgenden stoom1 en de dampkring1 blijkens de aanwijzing van den ,barometer1 eene verschillende zwaarte kan hebben1 zoo volgt3 dat het water des te gemakkelijker zal koken1 hoe ligter de dampkring is4 ,de ondervinding heeft zulks ook bewezen1 want bij een' lagen stand van het kwik in den ,barometer1 dat is3 bij eenen ligten dampkring1 kookt het water beneden #bab graden2 maar staat het kwik in den ,barometer hoog1 en is dus de dampkring zwaar1 dan worden er meerdere warmtegraden voor het koken van het water vereischt4 ,op hooge bergen1 alwaar de kwikkolom in den ,barometer1 door verminderde dampkringshoogte aanmerkelijk lager staat1 kookt het water op veel lager temperatuur1 dan op plaatsen aan het oppervlak der aarde of aan het gemiddeld oppervlak des ,oceaans gelegen2 zelfs kunnen de dagelijksche veranderingen in den druk des dampkrings op eene zelfde plaats het kooktemperatuur van water1 circa #b graden hooger of lager doen zijn2 de druk op de kokende vloeistof dezelfde blijvende1 zal het kooktemperatuur niet veranderen4 ,maar wat gebeurt er1 wanneer de ketel1 welke het water bevat1 gesloten wordt8 ,in eenen gesloten' ketel moet de uit het water opstijgende stoom zich daar binnen zamendringen1 en bij gevolg eenen meerderen druk op het water uitoefenen1 zoodat het water meer verhit zal moeten worden1 om volgenden stoom te leveren2 doch tegelijk neemt de spanning van den stoom binnen den ketel1 door de opvolgende zamendringing weder toe1 hetwelk1 daar het druk vermogen bij de aanhoudende verhitting aanwast1 te weeg brengt3 dat het water in eenen geslotenen' ketel nimmer aan het koken raakt1 ofschoon het vuur daaronder onophoudelijk blijft werken2 hierbij moet natuurlijkerwijze voorondersteld worden1 dat de ketel sterk genoeg is1 om dien veel vermogenden zamengedrongen' stoom wederstand te bieden1 dat is3 dat hij niet kan bersten4 ,doch geven wij den ketel in den top eene opening1 die met eene klep gedekt is1 dan zal de stoom daardoor kunnen ontvlieden1 wanneer dezelve genoeg vermogen bezit1 om de zwaarte van die klep te ligten4 ,daar nu op deze klep natuurlijkerwijze de dampkring mede drukt1 zoo overwint in dit geval de ontvliedende stoom niet alleen het gewigt der klep1 maar ook dat des dampkrings3 bij het gemiddeld gewigt van den dampkring zal men dus het gewigt van de klep moeten tellen1 om te weten1 met welke spanning de stoom van onder de opgeligte klep ontvliedt4 ,zij gesteld1 dat de klep #aj pond weegt1 en eene opening dekt1 welke #aj vierkante duimen doortogt geeft1 dan zal die klep op elken vierkanten duim dier opening1 met #a pond drukken1 of zooveel tegenstand bieden2 de gemiddelde druk des dampkrings per vierkante duim #a4jcc pond zijnde1 zal de stoom eenen druk moeten uitoefenen van iets meer dan #b4jcc ponden per vierkante duim1 om de klep te ligten1 of om door de daarmede gedekte opening1 te kunnen ontvlieden2 want de klep drukt per vierkante duim met #a pond en de gemiddelde dampkring met #a4jcc pond1 hetgeen te zamen #b4jcc pond uitmaakt2 de klep zwaarder of meer beladen zijnde1 zal gevolglijk ook hooger gespannen sloom eischen1 om opgeligt te worden4 ,van de zwaarte van zoodanige klep1 boven reeds onder den naam van veiligheidsklep bekend1 hangt dus de spanning van den in den ketel voortgebragten stoom af2 de zwaarte van die klep moet dus geregeld zijn naar de vereischte stoomspanning1 die voor de machine benoodigd is4 ,in stoomwerktuigen van lagen druk gaat die zwaarte1 welke men belading der veiligheidsklep noemt1 geen #ea4g ,ned4 looden per vierkante ,ned4 duim der gedekte openingen te boven1 zoodat de totale stoomspanning 7met in begrip van den gemiddelden druk des dampkrings #ajc4c lood7 uiterlijk #aee lood op eenen vierkanten duim bedraagt4 #eb4 ,hoe hooger de stoom gespannen is1 des te meer met warmtestof verbonden water daarin vervat is1 bij gevolg is hooger gespannen stoom zwaarder2 eene kubieke ,ned4 el stoom1 welke in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk is1 weegt #ei ,ned4 looden2 een dampkring hooger gespannen of op twee dampkringen1 dan weegt eene kubieke el #aaa looden2 op vier dampkringen gespannen 7de gemiddelde dampkringsdruk altijd daaronder begrepen7 #bji looden1 en op acht dampkringen gespannen #cib looden4 ,men ziet hier uit1 dat stoom van dubbele spanning nabij de dubbele zwaarte bezit1 en daar de warmtestof op zichzelve geene te bemerkene zwaarte heeft1 zoo is het gewigt van stoom ook het gewigt van het daarin begrepen water1 zoodat eene kubieke ,ned4 el stoom1 in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk1 niet meer dan #ei ,ned4 looden weegt1 omdat daarin #ei looden water zijn begrepen4--,volgens bepaling is in stoomwerktuigen van lagen druk de uiterste spanning van den stoom1 een halve dampkring boven den gemiddelden dampkringsdruk1 eene kubieke ,ned4 el zoodanige stoom weegt #he ,ned4 looden2 veelal echter bezigt men in die werktuigen eene stoomspanning1 welke den gemiddelden dampkringsdruk slechts een vierde deel overschreidt1 en die per kubieke ,ned4 el #gb-a_/d ,ned4 looden weegt1 of zooveel gewigt aan water inhoudt4 #ec4 ,wij weten dat stoom1 welks spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk is1 #bab graden ,temperatuur op den ,thermometer teekent2 een dampkring hooger gespannen1 dat is3 op twee dampkringen1 dan is deszelfs temperatuur #bej4e graden2 op vier dampkringen 7de gemiddelde dampkringsdruk altijd daaronder begrepen7 #bic4h graden1 en op acht dampkringen gespannen #cdb4e graden2 men ziet dus dat stoom1 op twee dampkringen gespannen1 #ch4e graden temperatuur meer teekent1 dan op een' dampkring gespannen1 op vier dampkringen #dc4c graden meer dan op twee1 en op acht dampkringen #dh4g graden meer dan op vier dampkringen4 ,voor eene verdubbeling in stoomspanning teekent dus de ,thermometer slechts weinig meer dan eene zelfde vermeerdering in graden2 oppervlakkig beschouwd1 zoude men dus zeggen3 dat1 om stoom in spanning te verdubbelen1 men slechts weinig meer warmtegraden heeft toe te voegen1 dan het verschil in graden met deszelfs halve spanning2 maar ten dezen zich herinnerende1 wat in #e over den aard der stoomwording gezegd is1 zal het blijken dat1 om stoom van dubbele spanning voort te brengen1 men veel meer warmtegraden voor eene zelfde volume stoom noodig heeft2 want de grootere hoeveelheid water1 welke hooger gespannen stoom inhoudt1 kost ter overgang in stoom1 veel aan de zoogenaamde verborgene warmte2 het zijn dus de inbegrepene verborgene warmtegraden hoofdzakelijk1 en niet alleen die1 welke de ,thermometer te meer aanwijst1 welke voor de daarstelling van gelijke volumen hooger gespannen stoom1 vereischt worden4 ,het temperatuur van den stoom in stoomwerktuigen van lagendruk zoude volgens de bepaling1 uiterlijk #bcc4i graden zijn2 doch derzelver spanning is in die werktuigen veelal minder1 en bij gevolg1 overeenkomstig hetgeen in #eb gezegd is1 slechts nabij #bbd graden4 #ed4 ,in #e hebben wij gezegd1 dat stoom1 die in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk is1 eene plaats beslaat1 of eene volume heeft1 die #agjj malen grooter is1 dan die van het water1 dat denzelven heeft daargesteld1 dat is3 eene kubieke ,ned4 el zoo gespannen stoom bevat #a_/agjj gedeelte water2 stoom op de dubbele spanning of van twee dampkringen 7de gemiddelde dampkring altijd daaronder begrepen7 bevat1 volgens #eb meer water1 of is1 anders gezegd1 digter1 en is bevonden #ijj malen de volume water uit te maken2 op vier dampkringen gespannen #dgh malen1 en op acht dampkringen gespannen #bee malen de volume van het water dat denzelven heeft daargesteld4 ,men kan dit ook nog anders uitdrukken4 ,een kubieke palm water levert #agjj kubieke palmen stoom1 op een' dampkring gespannen2 #ijj kubieke palmen op twee dampkringen1 en #dgh kubieke palmen op acht dampkringen gespannen1 de gemiddelde druk des dampkrings daaronder begrepen4 ,in stoomwerktuigen van lagen druk is de hoogst bepaalde stoomspanning een halve dampkring boven de gemiddelde1 zoodanige stoom is #aafh malen de volume van het water2 doch bij de veelal gebruikelijke stoomspanning in die werktuigen1 volgens #eb1 is die volume nabij #ache malen de volume1 die het water bezit op de standaardtemperatuur van #fb graden4--,de volume1 welke stoom van dubbele spanning bezit1 is dus omstreeks de helft2 waarom dan zoodanige stoom1 overeenkomstig hetgeen ten dien aanzien hooger gezegd is1 de dubbele zwaarte heeft1 dat is3 eene kubieke el stoom1 bij voorbeeld3 op eene dampkring gespannen1 weegt omstreeks half zoo zwaar als eene kubieke el stoom1 die op twee dampkringen gespannen is4 #ee4 ,in ruwe schatting volgt de digtheid of het gewigt van hooger gespannen stoom1 omstreeks dezelfde verhouding1 als de hoeveelheid der daarin opgehoopte warmte2 zoodat hooger gespannen stoom ongeveer eene gelijkmatige hoeveelheid meerdere warmtegraden met zich verbindt2 daar het nu klaar is1 dat de met eenige hoeveelheid brandstoffen ontwikkelde warmte1 evenredig is aan derzelver hoeveelheid1 7want #d ponden steenkolen zullen tweemaal zooveel warmte ontwikkelen als #b ponden7 zoo volgt3 dat men voor het daarstellen van hooger gespannen stoom1 ook omstreeks eene in gelijke verhouding staande vermeerdering van brandstoffen noodig zoude hebben2 in de praktijk of in het werkdadige is zulks echter niet zoo1 en men heeft bijvoorbeeld3 voor eene kubieke el dubbel gespannen stoom meer dan het dubbel der brandstoffen noodig1 want onder andere3 hooger gespannen stoom heeter zijnde1 zoo is deszelfs afkoeling of verlies van warmte door de zijden van den ketel of van de vaten1 welke die stoom bevatten of ontvangen1 belangrijker2 welk warmteverlies dus door meerder verbruik van brandstoffen moet worden aangevuld2 de voortbrenging van hooger gespannen stoom is dus kostbaarder2 hoe men die kostbaarheid1 door zekere wijze van stoomaanwending in stoomwerktuigen deels te gemoet komt1 zal later worden verklaard4 #ef4 ,in de vier laatste paragraphen is getracht1 in het kort goede denkbeelden te leveren wegens den regten aard van den stoom op verschillende spanningen1 gegrond op hetgeen in den aanvang van dit werkje in beginselen opgegeven staat2 het is nu van belang te weten1 wat de stoomwerkkracht aan brandstoffen1 het element dier beweegkracht1 kost4 ,de hoeveelheid brandstoffen1 die voor het in beweging houden van een stoomwerktuig noodig is1 hangt geheel af van de spanning en de hoeveelheid stoom1 welke men daarin verbruikt4 ,het is klaar1 dat de stoomcilinder van een werktuig boven deszelfs zuiger1 zooveel stoom zal kunnen bevatten als de ruimte bedraagt1 die tusschen den zuiger bij laagsten stand en het cilinderdeksel bestaat1 of onder den zuiger bij hoogsten stand1 even zooveel als de ruimte tusschen den zuiger en den cilinderbodem uitmaakt1 zijnde de ruimte boven en onder den zuiger nagenoeg aan elkander gelijk1 dewijl alleen de zuigerstang aan eene zuigerzijde daarvan een klein gedeelte inneemt2 de uitgebreidheid van zoodanige cilindervormige ruimte voor den ontvang van stoom1 valt gemakkelijk te berekenen1 want men behoeft slechts het oppervlak des zuigers te vermenigvuldigen met de lengte van deszelfs slag4 ,in #dg is geleerd1 hoe het oppervlak van eenen ronden zuiger in vierkante duimen gevonden wordt1 en hetzelfde daarin behandelde voorbeeld volgende1 dan heeft men voor eenen zuiger van #eg duimen middellijn #beea-c_/d vierkante duimen oppervlakte1 hetgeen vermenigvuldigd met de gegevene slaglengte van #aad duimen1 #bijijj kubieke duimen voor de ruimte boven of onder den zuiger oplevert2 men heeft dus voor eenen dalenden en rijzenden zuigerslag1 of voor eenen omgang van het vliegwiel1 tweemaal die ruimte1 dat is #ehahjj kubieke duimen1 welke met stoom uit den ketel gevuld kan worden4 ,gelijk gezegd is1 neemt de zuigerstang eenige ruimte in1 doch sluit ook de zuiger bij hoogsten en laagsten zuigerstand1 niet juist tegen het cilinderdeksel en den bodem1 maar laat eenige ruimte over1 terwijl nog de boven en beneden stoomdoortogten met stoom te vullen ruimten bieden1 zoodat de vullende volume stoom1 over het geheel genomen1 eigenlijk een weinig meer is1 daarom zullen wij dezelve hier in een rond getal1 voor eenen omgang van het vliegwiel1 op #fjjjjj kubieke duimen stellen1 gelijk aan #fjj kubieke palmen of aan #f_/aj kubieke el4 ,wanneer nu #bf vliegwielomwentelingen in eene minuut geschieden1 dan zullen er #bf maal #f_/aj kubiek el1 of #ae-f_/aj kubieke ellen stoom1 van de vereischte spanning1 gedurende dien tijd noodig zijn1 dat is in het uur #icf kubieke ,ned4 ellen4 ,in sommige gevallen1 wanneer meer op het verkrijgen van een groot vermogen1 dan wel op de bezuiniging van brandstoffen gelet wordt1 vult men de cilindervormige ruimte boven en onder den zuiger zoo geheel met stoom overeenkomstig de gedane berekening4 ,verreweg in de meeste gevallen echter1 en juist omdat ,economie in brandstoffen eene hoofdzaak is1 laat men zooveel stoom niet in den cilinder vloeijen1 maar sluit de stoomvloeijing1 op een zeker gedeelte van den zuigerslag1 door middel van de daarvoor doelmatig gevormde stoomschuif af2 de hoeveelheid ingelatene en aldus afgeslotene stoom1 breidt zich alsdan in de toenemende ruimte1 welke de bewegende zuiger verder oplevert1 uit2 langs dien weg verkrijgt men met eene bepaalde hoeveelheid brandstof een betrekkelijk grooter vermogen2 dusdanige uitbreiding van afgesloten' stoom in eene steeds vergrootende ruimte1 wordt stoomontspanning genoemd4 ,in stoomwerktuigen van lagen druk wordt veelal de stoomtoevloeijing afgesloten1 wanneer de zuiger omstreeks drie vierde gedeelte van deszelfs slag heeft afgelegd1 het overige vierde deel van den zuigerslag wordt vervolgens met den zich ontspannenden stoom volbragt2 in eene volgende paragraaf zal reden gegeven worden1 waarom zoodanige handelwijze ,economie oplevert4 ,met ons voorbeeld uit #dg zoude dus het stoomwerktuig van lagen druk met eenen stoomcilinder van die gegevene grootte1 en gemelde stoom-ontspanmaat1 in plaats van #icf slechts #gjb kubieke ,ned4 ellen stoom per uur behoeven4 #eg4 ,de tot heden voor stoomwerktuigen gebezigde brandstoffen zijn steenkolen2 men weet1 dat die brandstof van zeer onderscheidene kwaliteit is1 zoodat de eene soort meer en de andere soort minder warmte ontwikkelt4 ,onderscheidene andere brandstoffen bestaan er1 waaronder hout weder uitmunt4 ,om over de strikte en betrekkelijke hoeveelheid warmte te handelen1 welke verschillende soorten van steenkolen en andere brandstoffen opleveren1 ontbreekt hier ruimte1 waarom het voldoende zal wezen op te geven1 wat in de gewone omstandigheden de meest gebruikelijke brandstof1 steenkolen namelijk1 aangaat2 de volgende tafel geeft niet dat doel de gemiddelde consumptie per uur op1 van goede steenkolen1 voor goed ingerigte stoomwerktuigen van lagen druk1 die met stoomontspanning werken1 en zulks naar gelang derzelver nominaal vermogen in paardenkrachten4 ,,nominale ,,consumptie ,,nominale ,,consumptie ,,paardenkracht4,,per ,,uur4 ,,paardenkracht4,,per ,,uur4 ---------------------------------------- ------------ ,ned4 ,ponden4 ,ned4 ,ponden4 #e #ba #aaj #ceh #aj #cg #abj #chi #bj #gj #acj #dbj #cj #ajb #adj #dea #dj #ace #aej #dhb #ej #afg #afj #eac #fj #aii #agj #edc #gj #bca #ahj #egd #hj #bfc #aij #fjd #ij #bie #bjj #fcd #ajj #cbf #bej #ghd #eh4 ,bovenstaande consumptie steenkolen per uur is gezegd de gemiddelde te zijn1 en geldt in het bijzonder de tegenwoordig meest bestaande stationnaire stoomwerktuigen van lagen druk1 namelijk de zoodanige1 welke1 werkende1 niet van plaats veranderen2 van die soort bestaan er enkele1 die minder aan brandstoffen kosten1 doch over het algemeen kan men1 de in de tafel opgegevene hoeveelheden aannemen2 daarentegen is meestal die consumptie grooter met ,locomotive stoomwerktuigen van lagen druk1 dat zijn1 de zoodanige1 welke1 werkende1 met derzelver omvatting van plaats veranderen1 gelijk met stoomvaartuigen het geval is2 want daarin geeft men aan de stoomketels de kleinst mogelijke uitgebreidheid1 omdat de ruimte binnen een vaartuig zeer beperkt is2 en hoewel men daarin gewoon is1 alles aan te wenden1 wat tot de goede werking der vuren en de doelmatige leiding van het vlammende gaz met de heete rook1 dienstig kan zijn voor de verhitting van het water1 dat den stoom voortbrengt1 zoo gaat nogtans veel warmte met een gedeelte onverteerde brandstoffen door den schoorsteen verloren2 hierbij komt nog1 dat deze werktuigen minder voor de verkoelende werking der buitenlucht zijn te beschermen4 ,in stoomvaartuigen bezigt men stoomwerktuigen van lagen druk1 zelden minder dan van #af nominale paardenkrachten2 de consumptie steenkolen is dan nabij #e ponden voor elke paardenkracht gedurende een uur werkens2 van grooter nominaal vermogen komt met tot nabij #d en #c-a_/b ponden per paardenkracht in een uur2 zoodat voor een werktuig van #af paardenkrachten #hj ponden en voor een van #ajj paardenkrachten circa #cej ponden steenkolen per uur zouden noodig wezen2 altijd in de vooronderstelling1 dat men goede steenkolen gebruikt en dat ketels en werktuigen van eene goede constructie zijn4--,in werktuigen van hooge drukking is de consumptie steenkolen1 volgens #ee1 grooter1 dan in die van ,lage drukking1 doch men komt daarin veel te gemoet door den stoom in de stoomcilinders met veel ontspanning te laten werken1 waarover lager zal gehandeld worden4 #ei4 ,voor brandstof bezigt men ook nog uitgebrande steenkolen1 coke of cooks geheeten2 deze leveren eene grootere echter meer plaatselijke hitte op1 doch zijn in vergelijking der kosten1 minder voordeelig2 voor ,locomotiven1 stoomwerktuigen op wielen1 dat is voor stoomrijtuigen1 is deze brandstof bijzonder goed geschikt1 voornamelijk omdat men daar in een klein bestek veel warmte moet ontwikkelen1 en omdat zoodanig vuur voor de daarmede in aanraking zijnde keteldeelen minder schadelijk is2 deze locomotiven of stoomrijtuigen werken over het algemeen met stoom van hooge drukking en met weinig stoomontspanning1 zoodat ook van die zijde de ,economie weinig wordt begunstigd4 ,de ,pleegwagen1 die van geene groote uitgebreidheid is1 en welke het stoomrijtuig onmiddelijk volgt1 bevat behalve eenen voorraad zuiver water voor de voeding des ketels1 de coke1 en moet van tijd tot tijd met eenen nieuwen voorraad dezer brandstof voorzien worden1 voor het volbrengen van uitgestrekte togten4 #fj4 ,voor en aleer tot de verklaring over te gaan van het voordeel1 dat in de ontspanning van den stoom gelegen is1 is het noodig zich te herinneren1 wat in #ed over de uitgebreidheid van verschillend gespannen stoom aangeteekend staat3 zoo heeft stoom1 op acht dampkringen gespannen1 eene uitgebreidheid van #bee1 op vier dampkringen #dgh1 op twee dampkringen #ijj en op eenen dampkring #agjj malen die van het water2 hieruit moet1 gelijk gezegd is1 besloten worden1 dat stoom1 welker spanning de helft van andere bedraagt1 ongeveer de dubbele uitgebreidheid bezit2 want bijvoorbeeld3 #dgh de volume zijnde van stoom op vier dampkringen gespannen1 zoo is tweemaal die volume of #ief slechts weinig meer dan #ijj1 de volume van den stoom op twee dampkringen gespannen4 ,daar nu stoom van halve spanning weinig meer dan de halve zwaarte bezit1 of weinig meer dan de halve hoeveelheid water inhoudt1 met andere woorden gezegd1 nagenoeg de halve digtheid heeft2 zoo komt men tot het besluit3 dat bijaldien eene ruimte1 bijvoorbeeld3 eene kubieke el groot1 met stoom van zekere spanning volkomen gevuld is1 en deze ruimte verdubbeld1 dus twee kubieke ellen wordt1 zonder dat meer stoom wordt ingelaten1 de aldus in dubbele ruimte uitgebreide stoom1 weinig minder dan de halve spanning1 welke dezelve eerst bezat1 zal bezitten2 zooveel zal dus die stoom ontspannen zijn4 ,om stoom naar die maat te doen ontspannen1 moet echter gezorgd worden1 dat dezelve in de vergroote ruimte geene verkoeling ondergaat1 of in temperatuur daalt beneden de juiste temperatuur1 die met de uitbreiding in de vergroote ruimte overeenkomt2 zoo zulks plaats vond1 zoude men een gedeelte van dien stoom condenseren1 en in water doen overgaan1 gevolgelijk den stoom nog meer in spanning doen verminderen1 gedurende1 dat deszelfs ontspanning plaats vond4 #fa4 ,ten einde op eene eenvoudige wijze aan te toonen1 welk voordeel in de stoomontspanning gelegen is1 zullen wij van de eenvoudige lijnen der nevensstaande figuur ons bedienen4 ,illustratie3 ,een schematische voorstelling van een cilinder met zuiger4 ,laat ,a ,b ,c ,d eenen cilinder verbeelden waarin de zuiger door de lijn ,e ,f aangetoond wordt4 ,wanneer wij dien zuiger van deksel tot bodem doen dalen1 bijvoorbeeld met stoom van #f ponden spanning1 dan zal men eene volume zoo gespannen stoom noodig hebben1 die aan den inhoud van den cilinder gelijk is2 wanneer wij echter1 dien zuiger met stoom1 welke slechts op een vierde of op #a-a_/b pond gespannen is1 even zoo doen bewegen1 dan zal men eene gelijke hoeveelheid stoom1 hoewel minder hoog gespannen1 behoeven2 in het tweede geval zal gevolgelijk het vermogen van den zuiger vier malen kleiner zijn dan in het eerste1 en zal de stoom ook circa vier malen minder digtheid bezitten1 of een vierde deel van den stoom op #f ponden gespannen1 zal nagenoeg voldoende wezen1 om evenzoo den cilinder te vullen met stoom op #a-a_/b pond gespannen4 ,zij nu gedacht1 dat men stoom1 die op #f ponden gespannen is1 slechts voor een vierde deel van den zuigerslag in den cilinder laat vloeijen1 dat is3 wanneer de zuiger tot bij #a gedaald is1 de toevloeijing afgesloten wordt1 dan zal1 wanneer onder den zuiger geen tegenstand maar een voldoend ijdel heerscht1 dezelve door den ingelaten' en afgesloten' stoom1 nedergedrukt worden door ontspanning van den stoom1 dat is door eenen stoomdruk die gestadig afneemt naar gelang de ruimte boven den zuiger grooter wordt1 derwijze1 dat de stoom1 wanneer de zuiger bij #b gekomen zal zijn1 slechts de halve spanning van drie ponden bezit1 bij #c zal die spanning weder minder en wel een derde of #b ponden wezen1 en bij #d zal de stoom niet meer dan een vierde of #a-a_/b pond spanning behouden hebben4 ,zoo men nu de stoomspanning bij den zuigerplaatsen #a1 #b1 #c en #d bij elkander telt1 dat is #f1 #c1 #b en #a-a_/b1 verkrijgt men tot som #ab-a_/b1 welke door #d gedeeld1 eene nabijkomende gemiddelde spanning van #c-a_/h pond oplevert1 waarmede men denken kan1 dat de zuiger van deksel tot bodem is naar beneden gedrukt2 met eenen rijzenden zuigerslag kan dit even zoo plaats vinden en behoeft geene verklaring4 ,door vergelijking van dit laatste geval met het voorgaande1 waarin wij den zuiger1 van deksel tot bodem doorgaande met stoom van #a-a_/b pond spanning deden dalen1 en waarvoor de noodige hoeveelheid stoom ook weinig verschilt met een vierde deel van den inhoud des cilinders met stoom van #f ponden spanning1 wordt het voordeel der stoomontspanning duidelijk3 met ontspanning ondergaat de zuiger natuurlijkerwijze den afklimmenden druk van #f tot #a-a_/b pond1 terwijl zonder ontspanning met #a-a_/b pond doorgaanden stoomdruk1 de druk tegen den zuiger nimmer grooter is1 maar altijd dezelfde blijft2 vandaar dat met ontspanning1 de gemiddelden druk meer dan de helft van den primitieve1 dat is3 #c-a_/h pond bedraagt4 #fb4 ,het voordeelige der stoom-ontspanning zoude bij het berekenen1 nog meer uitgekomen zijn1 indien wij de ruimte1 waarin de stoom opvolgende ontspant in kleinere onderdeelen hadden verdeeld2 want onze gemiddelde druk is gevonden1 naar de stoomspanning1 die met de zuigerplaatsen #b1 #c en #d overeenkomt1 hoewel de stoomspanning tusschen #a en #b hooger dan op #b1 tusschen #b en #c hooger dan op #c en tusschen #c en #d hooger dan op #d is2 eigenlijk neemt de stoom vloeijend in spanning van plaats #a tot plaats #d af2 hetgeen dan oorzaak is1 dat de gevondene gemiddelde stoomspanning in ons gekozen voorbeeld nog kleiner schijnt dan zij is2 met meer nauwkeurigheid is de gemiddelde stoomspanning voor den geheelen zuigerslag1 met behulp van het volgende tafeltje te vinden1 dat voor achtste deelen van den stoomzuigerslag geldt4 -------------------------------- ,,achtste ,,deelen ,,zuigerslag- ,,factoren ,,lengte4 -------------------------------- #a #j4che #b #j4eig #c #j4gdc #d #j4hdg #e #j4iai #f #j4iff #g #j4iib #h #a4jjj -------------------------------- ,het gebruik van deze tafel is eenvoudig2 want tegenover het getal achtste deelen van den zuigerslag1 gedurende welke de stoomtoevloeijing naar den zuiger aanhoudt1 staat de ,factoor of het getal1 waarmede de spanning van den toegevloeiden stoom moet vermenigvuldigd worden1 om de gemiddelde stoomspanning te verkrijgen1 waarmede gerekend kan worden1 dat de geheele zuigerslag is volbragt4 ,zoo is in ons voorbeeld het gedeelte zuigerslag1 gedurende welke de stoomtoevloeijing duurt1 #a_/d1 of #b achtsten1 hier tegenover staat nu in de tafel de factoor #j4eig1 waarmede de spanning van den ingevloeiden stoom1 #f ponden1 vermenigvuldigd zijnde #c4ehb geeft2 de gemiddelde stoomspanning voor den geheelen zuigerslag is dus bijna #c-f_/aj pond1 gevolglijk meer dan wij boven vonden4 #fc4 ,voor stoomwerktuigen van lage drukking laat men1 gelijk gezegd is1 de stoom in vele gevallen tot omstreeks drie vierde van den zuigerslag in den cilinder vloeijen2 in #dg is gezegd1 dat men in die werktuigen gewoonlijk met stoom werkt1 die op #abi ,ned4 looden per vierkanten ,ned4 duim gespannen is1 en dat die spanning vermindert tot op #abj looden van wege den tegendruk1 welke in den condensor heerscht4 ,zoodanige met #abj looden drukkende1 en op drie vierde gedeelte van den zuigerslag afgesloten wordende stoom1 geeft volgens de tafel1 met ,factoor #j4iff vermenigvuldigd1 eene gemiddelde stoomspanning van #aae-i_/aj ,ned4 looden per vierkanten ,ned4 duim4 ,men ziet dus op welke wijze men met behulp van deze tafel1 den gemiddelden stoomdruk door ontspanning veroorzaakt1 op den zuiger kan vinden1 om alzoo over het effectief vermogen van het werktuig1 in verband met de daarvoor noodige hoeveelheid stoom beter te kunnen oordeelen2 terwijl de #di opgegeven regel alleen voor het vinden van het nominaal vermogen strekt1 dat is3 van het nabij komend aantal werkende paarden van gemiddelde sterkte1 waarvoor dan ook die algemeene regel voldoende is4 ,maar voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare en hooge drukking1 is een zoo algemeene regel ter berekening van derzelver nominaal vermogen1 niet toe te passen2 eensdeels omdat de spanning van den invloeijenden stoom daarin zeer onderscheiden is1 en anderdeels omdat de stoomontspanning in deze werktuigen ook veel onderling verschilt1 zoodat men voor dergelijke berekening1 in het bijzonder1 op de eigenlijke spanning van den toegevloeiden stoom en op deszelfs ontspanmaat in den cilinder moet letten1 zoo als wij later zullen opgeven4 #fd4 ,het doen ontspannen van den stoom in den cilinder levert wel bezuiniging van brandstoffen op1 maar de cilinders moeten daarvoor ook grooter genomen worden1 welke vermeerdering in zwaarte en uitgebreidheid echter door de verkregene bezuiniging van brandstoffen rijkelijk wordt vergoed2 vooral in stoomvaartuigen1 waar het in het bijzonder op het geringste verbruik brandstoffen aankomt1 dewijl de ruimte ter berging daarin zeer beperkt is4 ,voor stoomrijtuigen wordt hierop minder gelet1 dewijl men daar in een klein bestek veel kracht moet ontwikkelen1 dus met kleine cilinders het grootste vermogen zoekt te verkrijgen ten koste van eenige meerdere brandstof1 welke men zich liever getroost1 van voorraadplaatsen van tijd tot tijd op te nemen#e4 ,in het algemeen zij gezegd3 dat men door aanwending van met ontspanning werkenden stoom1 uit de brandstoffen1 het element der kracht1 meer nut trekt1 dat is3 het te verrigten werk1 of de af te leggen weg1 zal betrekkelijk minder uitgaven aan brandstoffen kosten4 #e ,de ,belgische werktuigkundige de ,ridder schijnt ontspanning van stoom in stoomrijtuigen meer te willen toepassen4 #fe4 ,uit hetgeen over de stoomontspanning gezegd is1 laat zich de mogelijkheid begrijpen1 hoe men door het doen vloeijen van eene kleine hoeveelheid hooger gespannen stoom in eenen cilinder1 en dien daarin te doen ontspannen1 tegen den daarin bewegenden zuiger1 denzelfden gemiddelden druk kan daarstellen1 gelijk gewoonlijk in stoomwerktuigen van lagen druk plaats vindt4 ,laat bij voorbeeld3 slechts tot een vierde deel van den zuigerslag1 stoom in den cilinder toegelaten zijn1 welks spanning #ii4h ,ned4 lood boven den gemiddelden druk des dampkrings1 dus in het geheel #bjc4a ,ned4 lood4 bedraagt1 en laat die spanning van wege den ,condensor1 met #i ,ned4 looden verminderd1 bij gevolg1 #aid4a ,ned4 looden per vierk4 ,ned4 duim worden1 dan zal volgens de tafel1 in #fb gegeven1 #j4eig maal #aid4a gelijk zijn aan #aae4i ,ned4 looden gemiddelden stoomdruk voor den ganschen zuigerslag3 dezelfde gemiddelde stoomdruk1 die in #fc gevonden is1 wanneer met stoom gewerkt wordt1 die slechts met eene spanning van #abi ,ned4 looden in den cilinder vloeit1 doch waarvan de ontspanning niet eer begint1 dan op drie vierde van den zuigerslag4 #ff4 ,de stoom heeft nog eene algemeene eigenschap1 welke hier vermeld moet worden1 namelijk3 dat hetzelfde gewigt stoom1 onverschillig van welke spanning1 altijd dezelfde hoeveelheid warmte inhoudt2 of anders gezegd1 7daar het gewigt van den stoom het gewigt van deszelfs bestanddeel water is7 dat een zelfde gewigt water altijd dezelfde hoeveelheid warmte noodig heeft1 om in stoom over te gaan1 onverschillig van welke spanning2 bij voorbeeld3 ,een ,ned4 pond water levert #ache kubieke palmen stoom1 op de spanning1 die volgens #ed voor machinen van lagen druk1 gebruikelijk is1 op den thermometer #bbd graden teekenende2 de noodige warmte voor die overgang in stoom is nu gelijk aan die1 welke vereischt wordt1 om evenveel water in stoom van dubbele spanning te doen overgaan1 niettegenstaande deze laatste hooger temperatuur op den thermometer teekent4 ,een ,ned4 pond water zal alzoo leveren #gce kubieke palmen stoom op #b maal #abi of #beh ,ned4 looden 7de dampkringsdruk daaronder begrepen7 gespannen1 terwijl de thermometer daarin #bfc4h graden zal aanwijzen2 het onderscheid bestaat dus alleen hierin1 dat namelijk3 gelijk gewigt hooger gespannen stoom minder uitgebreidheid bezit1 en dat in hooger gespannen stoom minder warmte verborgen is1 7zie #e7 waardoor meer warmte wordt vrijgelaten1 en de thermometer alzoo hooger wijst4 ,uit dit voorbeeld ziet men tevens1 overeenkomstig hetgeen vroeger gezegd is1 dat dubbel gespannen stoom een weinig meer dan de halve volume van den eersten beslaat4 ,voor eenen stoomcilinder1 waarin een zuiger van #eg ,ned4 duimen middellijn met #aad ,ned4 duimen slaglengte werkt1 en welke zuiger #bf dubbele slagen in eene minuut volbrengt1 zal volgens #ef in een uur tijds #icf kubieke ellen stoom ter geheele vulling noodig zijn2 nu hebben wij in #fc gezien1 dat wanneer die cilinder tot drie vierde van den zuigerslag met stoom op #abi ,ned4 looden1 dat is3 #be4g ,ned4 looden1 boven den gemidd4 dampkringsdruk gespannen1 gevuld is1 deze door ontspanning eenen gemiddelden druk tegen den zuiger zal uitoefenen van #aae4i ,ned4 looden2 en volgens #fe dat de zuiger dien zelfden gemiddelden druk zal ondergaan1 wanneer men den cilinder slechts tot een vierde deel van den zuigerslag met hooger gespannen stoom voorziet1 en wel op #ii4h ,ned4 looden boven den gemidd4 dampkringsdruk2 men heeft dan voor het eerste geval #gjb kubieke ellen stoom van lagen druk per uur noodig1 en voor het tweede geval slechts #bcd kubieke ellen hooger gespannen stoom of stoom van zoogenaamden middelbaren druk1 terwijl in beide gevallen de zuiger gelijken gemiddelden druk ondergaat4 ,nu is het gewigt van #gjb kubieke ellen zoo gespannen stoom van lagen druk 7#gb-a_/d ,ned4 looden per kubieke el7 #ejg-b_/aj ,ned4 ponden1 en van #bcd kubieke ellen zoo gespannen stoom van middelbaren druk1 7#aji-a_/b ,ned4 looden per kubieke el7 #bef-a_/d ,ned4 ponden2 derhalve heeft men in het laatste geval voor de daarstelling van een zelfde druk vermogen op den zuiger1 weinig meer dan het halve gewigt water noodig1 om in stoom te doen overgaan1 terwijl die gelijkheid in vermogen1 alleen door de belangrijke meerdere stoomontspanning wordt te weeg gebragt4 #fg4 ,de algemeene regel welken wij in #di opgegeven hebben1 voor het vinden van het nominaal vermogen in paardenkrachten van een stoomwerktuig van lagen druk1 is ook geldende voor alle gevallen1 dat de stoom1 ontspannende1 denzelfden gemiddelden druk op den zuiger uitoefent1 als gewoonlijk in stoomwerktuigen van lagen druk plaats vindt1 onverschillig met welke spanning de stoom in den cilinder is gevloeid2 doch die regel geldt niet meer1 wanneer de gemiddelde stoomdruk op den zuiger1 hetzij met of zonder ontspanning1 den gebruikelijken in stoomwerktuigen van lagen druk te veel overtreft1 gelijk met zoogenaamde middelbaren- of hoogendruk-stoomwerktuigen het geval is4 #fh4 ,stoomwerktuigen1 welke op derzelver zuiger eenen meerderen druk dan den gewonen stoom van lagen druk ontvangen1 zijn niet altijd met eenen condensor en ledigende luchtpomp voorzien2 de zoogenaamde van middelbare drukking1 zijnde de zoodanigen die volgens #ah1 tot eene uiterste stoomspanning van #c-a_/b atmospheer boven den gemiddelden dampkringsdruk werken1 missen veelal condensor en luchtpomp4 ,in dat geval wordt de stoom welke tot voortstuwing van den zuiger gediend heeft1 bij elken slag in de opene lucht1 of in den schoorsteen des ketels ter bevordering van de trekking der vuren ontlast2 zoo dat alsdan1 de tegenstand aan de andere zijde des zuigers1 minstens aan eenen dampkringsdruk gelijk is1 terwijl bij dat gemis van condensor en luchtpomp de wrijving niet behoeft overwonnen te worden1 welke het in beweging houden van den luchtpompzuiger kost1 evenmin als er vermogen verloren gaat voor het daarmede opgebragte water en lucht4 ,wanneer in werktuigen van zoogenaamde middelbare drukking condensor met luchtpomp bestaat1 dan is over het algemeen genomen1 de vernietiging of condensering van den stoom1 die gediend heeft1 niet zoo volmaakt als in stoomwerktuigen van lagen druk2 zoodat op den daaruit ontstaanden grooteren tegenstand1 welke de stoomzuiger daardoor ondergaat1 nog in het bijzonder gelet moet worden4 ,om den tegenstand1 welke binnen den condensor voor den stoomzuiger bestaat1 te kennen1 zijn de condensors veelal met eenen daarvoor geschikten meter voorzien1 die manometer en ook barometer geheeten wordt1 en waarop dien tegenstand dadelijk kan afgelezen worden2 met eenen gewonen thermometer kan men ook de warmte1 welke binnen den condensor heerscht1 waarnemen1 en daaruit den hier bedoelden tegenstand herkennen1 de onderstaande tafel daarbij raadplegende4 ---------------------------------------- --------- ,,aanwijzing ,,van ,,den ,,tegenstand ,,voor ,,den ,,thermometer ,,binnen ,,den ,,stoomzuiger ,,per ,,vierk4 ,,condensor ,,ned4 ,,duim4 ---------------------------------------- --------- #ij graden 4 4 #d4 #g ,ned4 looden4 #ajj 4 4 #f4 #d -- #aaj 4 4 #h4 #g -- #abj 4 4 #aa4 #e -- #acj 4 4 #ad4 #i -- #adj 4 4 #ai4 #h -- #aej 4 4 #be4 #f -- #afj 4 4 #cb4 #f -- #agj 4 4 #da4 #e -- #ahj 4 4 #eb4 #b -- #aij 4 4 #fe4 #b -- #bjj 4 4 #ha4 #c -- #baj 4 4 #ii4 #d -- ---------------------------------------- --------- ,indien dan een in den condensor geplaatste thermometer1 waarvan de buis uitwendig zigtbaar is1 #aaj graden teekent1 zoo zal de zuiger #h-g_/aj ,ned4 looden tegendruk per vierkanten ,ned4 duim ondervinden1 waarmede dus de stoomdruk aan de andere zijde vermindert4 #fi4 ,stoomwerktuigen van hoogen druk houden condensor noch luchtpomp1 daarin bedraagt dus de tegenstand van den stoomzuiger1 gelijk gezegd is1 minstens eenen dampkringsdruk1 dat is gemiddeld #ajc4c ,ned4 looden per vierkanten ,ned4 duim2 wel heeft men bij gemis van condensor en luchtpomp eenen zoogenaamden refringirator of verkoeler1 waardoor de stoom alvorens in de opene lucht of in den schoorsteen te ontlasten1 doorgaat1 maar deze dient alleen1 om van den ontvliedenden stoom nog verwarmd water te trekken1 of daarmede water te verwarmen1 voordeelig voor de voeding des ketels of voor de aanvulling van het daaruit verstoomde water4 #gj4 ,het herkennen van de spanning1 waarmede de stoom in den cilinder valt1 geschiedt op eenen daarbij geplaatsten stoommeter2 de stoommeter wijst altijd de spanning boven den bestaanden druk des dampkrings aan1 zoodat men bij die aanwijzing1 gemiddeld #ajc4c ,ned4 looden moet tellen1 om de totale spanning1 welke binnen den ketel bestaat1 te kennen4 ,hoeveel de stoom vervolgens in den cilinder ontspant1 kan ontdekt worden1 door aan de stoomschuif de vereischte beweging in verband met die des zuigers te geven1 en daarbij op te merken1 op welk gedeelte van den zuigerslag de stoomafsluiting plaats vindt1 of de ontspanning aanvangt#f4 #f ,in hetzelfde werkje dat in de noot op bladz4 #fe aangehaald is1 staat eenen regel opgegeven1 volgens welken men door berekening het gedeelte zuigerslag kan vinden1 waarop de stoom door de stoomschuif wordt afgesloten1 en de stoomontspanning begint4 #ga4 ,de spanning van den stoom1 zoo als die in den cilinder valt1 deszelfs ontspanmaat1 en den tegenstand welken de zuiger aan de andere zijde ondervindt1 kennende1 zoo kan men met gegevene middellijn van stoomzuiger en lengte van deszelfs slag1 het nominaal vermogen in paardenkrachten vinden van stoomwerktuigen van zoogenaamden middelbaren en hoogen druk1 naar de volgende regelen3 ,,regel ,,voor ,,stoomwerktuigen ,,van ,,zoogenaamde ,,middelbare ,,drukking1 ,,welke ,,condensor ,,en ,,luchtpomp ,,bezitten4 ,tel eerst bij de stoomspanning in ,ned4 looden per vierkanten ,ned4 duim1 welke de stoommeter aanwijst1 #ajc4c ,ned4 looden1 trek van de som den tegendruk binnen den condensor1 door manometer of thermometer aangewezen1 af1 vermenigvuldig de rest met den overeenkomstigen factoor voor stoomontspanning 7wanneer die plaats vindt7 volgens de tafel van #fb1 noem dit produkt zuigerdruk2 vermenigvuldig1 vervolgens het getal ,ned4 duimen1 waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk is1 met zich zelf en het produkt met het getal ,ned4 ellen1 hetwelk de zuiger in eene minuut doorloopt1 overeenkomstig deszelfs slaglengte uit de tafel van #di op te maken2 het laatste produkt met den eerstgevondenen zuigerdruk vermenigvuldigende1 en dit eindprodukt door #a4bfcjjj deelende1 zal het komende quotient het gevraagde getal nominale paardenkrachten opleveren4 ,,voorbeelden4 ,eerste ,geval4 ,,met ,,stoomontspanning ,,binnen ,,den ,,cilinder4 ,zij de aanwijzing van den stoommeter #bjf4f ,n4 looden4 ,de tegendruk in den condensor #ej4j ,aanvang van de stoomontspanning1 #c_/h van den zuigerslag4 ,middellijn van den zuiger #eg ,ned4 duimen4 ,zuigerslaglengte #a4ad ,ned4 el4 bij #bjf4f aanwijzing van den stoommeter tel #ajc4c --------- #cji4i af #ej4j tegendruk in den condensor ------- rest #bei4i maal #j4gdc voor factoor stoomontspanning 7 #fb7 ------ geeft #aic4a ,ned4 looden zuigerdruk nu is de middellijn van den zuiger #eg maal #eg -------- geeft #cbdi maal zuigersnelheid per minuut1 #fj 7 #di7 -------- geeft #aididj maal #aic4a voor zuigerdr4 -------- geeft #cgfdbiad gedeeld door #abfcjjj -------- is het ,quotient #bi4h dat is3 het nominaal vermogen zal aan ruim #bi-c_/d paardenkrachten gelijk zijn4 ,tweede ,geval ,,zonder ,,stoomontspanning ,,binnen ,,den ,,cilinder4 ,zij de aanwijzing van den stoommeter #bjj4f ,n4 looden4 ,de tegendruk in den condensor #hj4j ,middellijn van den zuiger #eg ,ned4 duimen4 ,zuigerslaglengte #a4ad ,ned4 ellen4 bij #bjf4f aanwijzing van den stoommeter4 tel #ajc4c ---------- #cji4i af #hj4j tegendruk in den condensor ---------- rest #bbi4i ,ned4 looden zuigerdruk4 nu is de middellijn van den zuiger #eg maal #eg ------- geeft #cbdi maal zuigersnelheid per minuut1 #fj 7 #di7 ------- geeft #aididj maal #bbi4i voor zuigerdr4 ------- geeft #ddhafgjf gedeeld door #abfcjjj ------- is het quotient #ce4e dat is3 het nominaal vermogen zal aan #ce-a_/b paardenkrachten gelijk zijn4 #gb4 ,,regel ,,voor ,,stoomwerktuigen ,,van ,,zoogenaamde ,,middelbare ,,drukking1 ,,welke ,,condensor ,,noch ,,luchtpomp ,,bezitten4 ,vermenigvuldig eerst het getal ,ned4 looden stoomspanning per vierkanten ,ned4 duim1 hetwelk de stoommeter aanwijst1 met den overeenkomstigen factoor voor stoomontspanning1 7wanneer die plaats vindt71 volgens de tafel van #fb2 noem dit produkt zuigerdruk2 vermenigvuldig1 ten andere1 het getal ,ned4 duimen1 waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk is1 met zich zelf en het produkt met het getal ,ned4 ellen1 hetwelk de zuiger in eene minuut doorloopt1 overeenkomstig deszelfs slaglengte uit de tafel van #di op te maken2 dit laatste produkt met den eerstgevondenen zuigerdruk vermenigvuldigende1 en het eindprodukt door #abcgjjj deelende1 dan zal het aldus bekomen quotient het gevraagde getal nominale paardenkrachten opleveren4 ,,voorbeelden4 ,eerste ,geval4 ,,met ,,stoomontspanning ,,binnen ,,den ,,cilinder4 ,zij de aanwijzing van den stoommeter #cjj4i ,n4 looden4 ,aanvang van de stoomontspanning #c_/h van den zuigerslag4 ,middellijn van den zuiger #eg ,ned4 duimen4 ,zuigerslaglengte #a4ad ,ned4 ellen4 #cji4i stoommeter aanwijzing maal #j4gdc voor factoor stoomontspanning 7 #fb7 ------ geeft #bcj4c ,ned4 looden zuigerdruk nu is de middellijn van den zuiger #eg maal #eg ---- geeft #cbdi maal zuigersnelheid per minuut #fj 7 #di7 ------ geeft #aididj maal #bcj4c voor zuigerdruk4 ------ geeft #ddhidfhb gedeeld door #abcgjjj -------- geeft tot quotient #cf4c dat is3 het nominaal vermogen zal aan ruim #cf-a_/d paardenkrachten gelijk zijn4 ,tweede ,geval4 ,,zonder ,,stoomontspanning ,,binnen ,,den ,,cilinder4 ,zij de aanwijzing van den stoommeter #cji4i ,n4 looden4 ,middellijn van den zuiger #eg ,ned4 duimen4 ,zuigerslaglengte #a4ad ,ned4 el4 #cji4i stoommeter aanwijzing is zuigerdruk4 nu is de middellijn van den zuiger #eg maal #eg ------- geeft #cbdi maal zuigersnelheid per minuut #fj 7 #di7 ------- geeft #aididj maal #cji4i voor zuigerdr4 ------- geeft #fjdeeijf gedeeld door #abcgjjj ------- geeft tot quotient #dh4i dat is3 het nominaal vermogen zal aan bijna #di paardenkrachten gelijk zijn4 #gc4 ,in stoomwerktuigen van hoogen druk wordt volgens #ah stoom gebezigd1 welks spanning meer dan #c-a_/b dampkringsdruk bedraagt2 hooger dan tot #h dampkringen1 gaat die spanning in deze soort van werktuigen zelden3 het is dus tusschen #c-a_/b en #h dampkringsdrukkingen1 boven den gemiddelden1 dat de volgende regel geldt1 gelijk gezegd is voor werktuigen1 die condensor noch luchtpomp bezitten1 en soms slechts met eenen refringirator tot het verkrijgen van verwarmd voedingwater voor den ketel voorzien4 ,,regel ,,voor ,,stoomwerktuigen ,,van ,,hoogen ,,druk4 ,vermenigvuldig eerst het getal ,ned4 looden stoomspanning per vierkante ,ned4 duim1 hetwelk de stoommeter aanwijst1 met den overeenkomstigen factoor voor stoomontspanning1 7wanneer die plaats vindt71 volgens de tafel van #fb1 noem dit produkt zuigerdruk2 vermenigvuldig vervolgens het getal ,ned4 duimen1 waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk is1 met zich zelf1 en het produkt met het getal ,ned4 ellen1 hetwelk de zuiger in eene minuut doorloopt1 overeenkomstig deszelfs slaglengte1 uit de tafel van #di op te maken1 dit laatste produkt met den eerstgevondenen zuigerdruk vermenigvuldigende1 en het eindprodukt door #abajjjj deelende1 zal het komende quotint het gevraagde getal nominale paardenkrachten opleveren3 ,,voorbeelden4 ,eerste ,geval4 ,,met ,,stoomontspanning ,,binnen ,,den ,,cilinder4 ,zij de aanwijzing van den stoommeter #eaf4e ,n4 looden4 ,aanvang van de stoomontspanning #c_/h van den zuigerslag4 ,middellijn van den zuiger #eg ,ned4 duim4 ,zuigerslaglengte #a4ad ,ned4 el4 #eaf4e stoommeter aanwijzing is zuigerdruk maal #j4gdc voor ,factoor stoomontspanning 7 #fb7 ------ geeft #chc4h ,ned4 looden zuigerdruk4 nu is de middellijn van den zuiger #eg maal #eg ------ #cbdi maal zuigersnelheid per minuut #fj 7 #di7 ------ geeft #aididj maal3 #chc4h voor zuigerdruk4 ------ geeft #gdhagigb gedeeld door #abajjjj -------- geeft tot quotient #fa4h dat is3 het nominaal vermogen zal aan ruim #fa-c_/d paardenkrachten gelijk zijn4 ,tweede ,geval4 ,,zonder ,,stoomontspanning ,,binnen ,,den ,,cilinder4 ,zij de aanwijzing van den stoommeter #eaf4e ,ned4 looden4 ,middellijn van den zuiger #eg ,ned4 duimen4 ,zuigerslaglengte #a4ad ,ned4 ,el4 #eaf4e stoommeter aanwijzing1 is zuigerdruk1 ----- nu is de middellijn van den zuiger #eg maal #eg ------ #cbdi maal zuigersnelheid per minuut #fj 7 #di7 ------ geeft #aididj maal #eaf4e voor zuigerdr4 -------- geeft #ajjfhfeaj gedeeld door #abajjjj -------- geeft tot quotient #hc4b dat is3 het nominaal vermogen zal aan bijna #hc-a_/d paardenkrachten gelijk zijn4 #gd4 ,de bovenstaande uitgewerkte voorbeelden in getallen1 zijn opzettelijk voor eene zelfde zuigermaat en slaglengte gekozen1 alleen om daardoor een goed vergelijkend overzigt te verschaffen4 ,de lezer zal1 ter bevordering van het goede begrip1 weldoen1 met andere gegevens gelijke berekeningen te bewerken1 en bijaldien zulke gegevens genomen worden1 naar bestaande ,machinen1 dan zal het daarmede gevonden nominaal vermogen1 des te minder van het effectief1 door de machine uitgewerkt1 vermogen verschillen1 hoe nader de werkelijke snelheid1 in verband met de slaglengte van den zuiger1 bij die der tafel van #di komt4 ,het nabijkomend effectief vermogen van eenige machine dus willende kennen1 dan zal men de werkelijke of waargenomene snelheid van den zuiger in de berekening moeten bezigen1 in plaats van die der tafel1 wanneer deze daarmede niet overeenkomt2 echter blijft in het algemeen de machine den krachtnaam voeren1 welke een berekend nominaal vermogen met de zuigersnelheid volgens de tafel1 onaangezien de waargenomene snelheid1 oplevert1 op dat dit zoo berekend nominaal vermogen dienen zoude1 voor de vergelijking der vermogens van verschillende stoommachinen onderling1 wanneer voor dezelfde gevallen denzelfden opgegeven' regel gevolgd wordt4 #ge4 ,de vereischte hoeveelheid stoom1 waarmede de cilinder van eenig stoomwerktuig in eenen bepaalden tijd moet voorzien worden1 is voor de laatste voorbeelden in getallen1 evenzoo te berekenen1 als in #ef en #eg geschied is2 de hoeveelheid stoom met deszelfs spanning kennende1 is deszelfs gewigt1 of dat van het inbegrepen water1 in de volgende tafel te vinden4 ---------------------------------------- --- ,,spanning ,,van ,,den ,,stoom,,gewigt ,,water ,,in ,,eene ,,per ,,vierkanten ,,ned4 ,,kubieke ,,el ,,stoom1 ,,duim ,,boven ,,den ,,of ,,gemiddelden ,,druk ,,gewigt ,,van ,,eene ,,des ,,dampkrings4 ,,kubieke ,,el ,,stoom4 ---------------------------------------- -- ,,ned4 ,,looden4 ,,ned4 ,,ponden4 #j #j4ehh #aj #j4fda #bj #j4fib #cj #j4gdd #dj #j4gie #ej #j4hdf #fj #j4hif #gj #j4idf #hj #j4iif #ij #a4jdf #ajj #a4jie #bjj #a4egi #cjj #b4jdh #djj #b4ejf #ejj #b4ied #fjj #c4cie #gjj #c4hcj #hjj #d4bei #ijj #d4fhc ---------------------------------------- --- ,voor eenen stoomcilinder die #eg ,ned4 duimen tot ,middellijn heeft1 en waarin de zuiger gedurende eene minuut #bf malen daalt1 en even zoo veel malen rijst met eene slaglengte van #a4ad ,ned4 el1 waarbij de stoomtoevloeijing op drie vierde gedeelte van den zuigerslag wordt afgesloten1 zal men volgens #ef in een uur tijds #gjb kubieke ellen stoom behoeven2 zoo nu die stoom de gewoon gebruikelijke1 die van lagen druk is1 die een vierde dampkring of #be4g ,ned4 looden boven den gemiddelden dampskringsdruk gespannen is1 dan vindt men met behulp dezer tafel1 dat eene kubieke el aldus gespannen stoom1 nagenoeg #gb-a_/d ,ned4 looden water bevat1 bijgevolg houden #gjb kubieke ellen van dezen stoom van lagen druk #ejg ,ned4 ponden water in1 en wegen dus zoo zwaar4 ,zulk een aantal ponden water is alzoo in een uur tijds noodig voor den stoom1 waarmede de cilinder gevuld moet worden4 ,uit den stoomketel verstoomt dus in een uur tijds ten minsten #ejg ,ned4 ponden water1 dat gevolgelijk weder aangevuld moet worden2 maar dewijl in een stoom werktuig langs kleppen1 schuiven en pakkingen altijd eenige lekkaadje van stoom of tot water verdikten stoom bestaat1 zoo moet bovendien nog in dat verlies worden voorzien4 ,in de beschrevene soort van machinen1 is dit verlies op #a_/ae gedeelte van het gewigt water1 dat voor stoom in den cilinder noodig is1 te begrooten1 zoo dat men in dit geval #ejg en #cb of #eci ,ned4 ponden water1 gedurende een uur werkens in den ketel zal moeten persen1 om denzelven gelijkelijk met water voorzien te houden1 en waartoe een of meer pompen1 voedingpompen genaamd1 dienen1 welke1 gelijk vroeger gezegd is1 door de machine zelve worden bewogen4 ,wanneer stoom van hoogere drukking gebezigd wordt1 dan bedraagt gemeld verlies aan lekkaadje meer1 en dit kan in stoomwerktuigen van hoogen druk tot #a_/aj deel van het gewigt des verbruikten stooms aan water bedragen4 ,wanneer men bij voorbeeld1 in een uur #bej kubieke ,ned4 ellen stoom1 op #djj ,ned4 looden per vierkante ,ned4 duim boven den dampkring gespannen1 voor eenen cilinder noodig heeft1 en welke aldus gespannen stoom volgens de tafel #b4ejf ,ned4 ponden per kubieke ,ned4 el1 dus in het geheel #fbf-a_/b ,ned4 ponden weegt1 dan zal men #fbf-a_/b en #fb-a_/b of #fhi ,ned4 ponden voedingwater1 gedurende een uur in den ketel moeten persen4 ,in het voorbijgaan kan hier dus worden opgemerkt1 dat het gebruik van stoom van lagen druk economischer is dan van hoogen druk1 dat is met andere woorden3 ,men zal met dezelfde brandstoffen1 die men tot voortbrenging van stoom van lagen druk behoeft1 betrekkelijk grooter vermogen ontwikkelen1 dan wanneer men tot dat einde die brandstoffen voor stoom van hoogen druk bezigde1 uit hoofde van het vermelde verschil in het verlies van stoom4 ,daar behalve verlies1 nog andere toevallige oorzaken kunnen bestaan1 welke dat vergrooten1 en men gedurende stilstand van de machine1 soms stoom in de opene lucht moet laten ontvlieden1 zoo neemt men de voorzorg1 om de voedingpompen voor een weinig meer opbrengst van water in te rigten1 waarvoor dan die pompen1 zoo er te veel water in den ketel wordt gebragt1 van de machine zijn te ontkoppelen1 om eenigen tijd buiten werking te blijven2 of soms heeft men aan die pompen toestellen verbonden1 waardoor het overvloedige water afloopt1 zoodat dezelve alsdan met de machine kunnen blijven doorwerken2 in #bb is een dergelijke toestel verklaard4 ,overigens wordt het voedingwater zoo veel mogelijk verwarmd in den ketel gebragt1 en daarom uit den heetwaterbak 7 #dj7 of de refrigerator 7 #fi7 getrokken4 #gf4 ,uit dit laatst behandelde kan men afleiden1 dat een stoomwerktuig van lagen druk voor elke nominale paardenkracht1 per uur gemiddeld1 bijna #ca ,ned4 ponden water behoeft ter overbrenging in stoom2 want het voorbeeld voor aanwending van stoom van lagen druk der laatste paragraaf1 geldt1 overeenkomstig #di1 eene machine van #ag-g_/aj nominale paardenkrachten2 waarom dan #ag-g_/aj maal #ca of #edh4g ,ned4 ponden1 weinig meer bedraagt dan #eci ,ned4 ponden van datzelfde voorbeeld4 ,in machinen1 waarin de stoom hooggespannen werkt1 is voor elke nominale paardenkracht1 uit hoofde van grooter stoomverlies1 meer water noodig1 en kan alzoo voor die krachtnheid tot #cg-a_/b ,ned4 ponden in een uur tijds noodig wezen1 waarnaar dan de voedingpompen zullen moeten zijn ingerigt4 ,daar nu de machine de voedingpompen moet in beweging houden1 zoo is natuurlijkerwijze1 het daaraan te besteden vermogen des te grooter1 naar gelang de overeenkomstige watervoeding per nominale paardenkracht1 meer bedraagt2 hetgeen weder1 de nuttige uitwerking der machinen van hoogen druk een weinig benadeelt1 dat is3 minder economisch ten aanzien van het verbruik van brandstoffen doet zijn4 ,de totale consumptie brandstoffen1 welke een stoomwerktuig van een bepaald vermogen tot onderhoud van werking eischt1 hangt echter niet enkel af van de hoeveelheid in stoom over te brengen water1 gedurende eenen bepaalden tijd3 immers tot hiertoe hebben wij slechts in het oog gehad1 hetgeen noodig is aan stoom met inbegrip van lekkaadje tot in den cilinder der machine2 de deelen echter1 welke den stoom tot aan die plaatsen leiden1 moeten mede verwarmd blijven1 of de invloed der afkoeling tegenstaan2 ten andere ondergaat in hoofdzaak1 de stoomketel zelf veel warmteverlies1 hetgeen binnen denzelven noodzakelijk moet worden aangevuld1 opdat de vereischte temperatuur1 overeenkomstig de binnen bestaande spanning onderhouden worde4 ,wanneer men dus op grond van naauwkeurige gegevens1 door berekening gevonden had1 wat aan brandstoffen noodig zoude zijn1 voor het leveren van de vereischte hoeveelheid stoom1 tot in den cilinder1 dan zoude men in het werkdadige bevinden1 dat eene dus berekende hoeveelheid brandstof met het werkelijk verbruik daarvan niet overeenkwam2 het is daarom dat de tafel van #eh de totale consumptie steenkoolen bevat1 welke de ondervinding als gemiddeld per nominale paardenkracht voor stationaire stoomwerktuigen van lagen druk heeft doen kennen1 terwijl voor andere soorten van stoomwerktuigen1 alsmede voor die van zoogenaamde middelbare en hooge drukking1 het daartoe betrekkelijke in #ei is gezegd4 #gg4 ,alle stoomwerktuigen van lagen druk houden eenen condensor met luchtpomp2 in den condensor vloeit uit den cilinder de stoom1 welke den zuiger dalende of rijzende bewogen heeft1 en komt daar in aanraking met eenen stroom koud water1 welke eene kraan1 injectiekraan geheeten1 verschaft2 door de aanraking met dat koude water verdikt zich de stoom1 en gaat des te meer tot water over1 naar gelang dat water kouder is2 hoe meer stoom op die wijze vernietigd wordt1 des te ijler1 of minder tegenstand biedende1 de overgeblevene stoom zal zijn ten nutte van het vermogen der machine2 de hoeveelheid van dit koel- of injectiewater wordt met behulp van gezegde kraan1 door den bestuurder der machine ten beste geregeld4 ,houdt hij de kraan te veel gesloten dan zal het ijdel in den condensor onvoldoende wezen1 waardoor de machine vermogen verliest2 is daarentegen die kraan te veel geopend1 dan zal de ledigende luchtpompzuiger overbodig water moeten opbrengen1 terwijl de condensor ruimte tevens verkleint1 hetgeen beiden het vermogen van de machine benadeelt2 het aldus als het ware ingespoten water ontwikkelt lucht1 die door de luchtpomp1 ook met het water1 dat de verdikte stoom heeft opgeleverd1 moet worden uitgevoerd4 ,in stoomwerktuigen van lagen druk van dubbele werking1 dat zijn de zoodanigen1 waarin de stoom boven en onder den zuiger drukt1 en welke wij hoofdzakelijk tot onderwerp hebben gekozen1 bedraagt de hoeveelheid injectiewater1 wanneer dit de temperatuur van #fb graden bezit1 gemiddeld1 #bi malen het gewigt ketelvoeding water1 zoodat dit1 naar dien grondslag1 evenredig is aan de hoeveelheid stoom1 welke in den cilinder vloeit2 zoo is in ons voorbeeld van #ge1 betrekkelijk stoom van lagen druk1 met eenen stoomcilinder welke #eg ,ned4 duim tot middellijn heeft1 en eenen zuigerslag van #a4ad ,ned4 el1 die #bf dubbele zuigerslagen per minuut volbrengt1 alsmede met afsluiting van stoomtoevloeijng op drie vierde gedeelte van den zuigerslag1 de vereischte hoeveelheid voeding water per uur #eci ,ned4 ponden1 bij gevolg het noodige injectiewater gemiddeld #eci maal #bi of #aefca ,ned4 ponden2 daar nu zoodanige maten1 blijkens #di4 passen voor een stoomwerktuig van lagendruk van #ag-g_/aj nominale paardenkrachten1 zoo volgt1 dat hier per nominale paardenkracht1 gemiddeld eene hoeveelheid van #hhc ,ned4 ponden injectiewater in een uur tijds noodig is2 is het water kouder dan wordt er minder vereischt4 ,wanneer de temperatuur van het injectiewater #e graden lager dan #fb graden is1 dan zal men ongeveer #bf malen het gewigt des stooms behoeven1 is de temperatuur daarentegen #e graden hooger1 dan zal nagenoeg #cc malen dat gewigt aan injectiewater noodig wezen4 #gh4 ,gelijk men ziet1 maakt het injectiewater nog al eene belangrijke hoeveelheid uit1 terwijl gesteld moet worden1 dat een stoomwerktuig van lagen druk zonder dat niet kan werken4 ,in stoomvaartuigen wordt dat water zeer gemakkelijk verkregen1 om rede het werktuig zeer nabij van hetzelve is omgeven3 door eene opening in het onder water gedompelde deel van het vaartuig vloeit dat water1 door eene pijp of buis1 naar de injectiekraan en alzoo in den condensor2 die invloeijing wordt behalve dat zeer bevorderd door den druk des dampkrings op het omringende buitenwater1 en ook nog door de drukkende waterhoogte1 die voortvloeit uit den lageren stand van de injectiekraan tegen den condensor onder den waterspiegel1 terwijl binnen den condensor slechts geringe spanning of tegendruk bestaat4 ,zij eens voorondersteld dat bij eene goede werking van de machine1 uiterlijk #g ,ned4 looden tegendruk per vierkante ,ned4 duim in den condensor heerscht1 en dat de injectiekraan aan den condensor #g palmen onder den waterspiegel ligt1 dan zal 7daar men stellen moet1 dat elke palm waterhoogte1 volgens #h1 voor een lood druk geldt7 de tegendruk in den condensor1 juist door den druk der waterhoogte welke boven de injectiekraan bestaat1 worden opgewogen4 ,waaruit dan volgt1 dat het injectiewater onder den invloed van den geheelen druk des dampkrings 7#ajc4c looden per vierkante duim7 in den condensor zal stroomen4 ,bij de op het land geplaatste machinen is in vele gevallen de watervoorraad1 waarvan men dat voor de injectie moet trekken1 verder verwijderd1 en kan dus zoo dadelijk niet in den condensor stroomen1 of daarin als het ware opgezogen worden2 waarom men dan eene koud waterpomp noodig heeft1 welke het vereischte injectiewater bij de injectiekraan voert4 ,over het algemeen wordt alsdan door die pomp eene ruim voldoende hoeveelheid water in eenen bak gestort1 welke den condensor met de luchtpomp te zamen bevat1 gelijk in #ci met figuur #aj aangetoond is1 terwijl het overvloedige door de overlooppijp zich ontlast4 ,in bergachtige landstreken alwaar het dus noodige water veelal hoog moet worden opgevoerd1 kost de koud waterpomp1 door de machine in werking gebragt1 een niet gering vermogen1 en doet bij gevolg1 het effectief vermogen der machine belangrijk te kort2 waarom men in die gevallen dikwijls de voorkeur geeft1 aan machinen van zoogenaamde middelbare of hooge drukking1 die zonder injectie-water kunnen werken2 ter zijde gesteld die gevallen1 waarin de aanvoer van het altijd onontbeerlijke water voor de voeding des ketels op zich zelven reeds zeer moeijelijk is4 #gi4 ,men kan den uit den stoomcilinder in den condensor vloeijenden stoom ook nog verdikken of in water doen overgaan1 door denzelven in aanraking te brengen met verkoelde oppervlakten2 maar daar die oppervlakten weder door koud water koel gehouden moeten worden1 zoo heeft men daarvoor meer water noodig1 dan door dadelijke aanraking van het koude water met den stoom zelven1 en wanneer het daarvoor dienende water van eene afgelegene plaats moet getrokken worden1 dan gaat hier weder een gedeelte nuttig vermogen te meer aan verloren2 maar dusdanige wijze van condenseren levert te dien aanzien minder bezwaar op bij stoomvaartuigen1 dewijl de koelende vloeistof daar rondom aanwezig is1 en weinig vermogen ter aan- en afvoer behoeft te kosten2 de stoom op die wijze condenserende1 geschiedt met oogmerk1 om het daarvan herkomstige water afgescheiden te houden1 ten einde alleen daarmede den ketel te voeden4 ,daar gecondenseerde stoom zuiver water moet zijn1 zoo zoude men oppervlakkig denken1 dat de voeding eens ketels met dat water de voorkeur verdient boven de gewone wijze1 waarbij het stoomwater met het injectiewater vermengd daartoe moet dienen2 want het injectiewater is veelal niet zuiver te verkrijgen1 en in vele gevallen wordt daarvoor zeewater gebezigd1 hetwelk na uitdamping vreemde stoffen of zouten achterlaat1 die zich binnen den ketel vasthechten1 of daarin nederploffen1 en een aanzetsel of zoogenaamd sediment vormen1 dat de snelle verwarming door het vuur1 zeer verhindert1 en dat zelfs voor de ketelplaten1 die direkt met het vuur in aanraking zijn1 kan verderfelijk wezen3 uitwerkingen1 welke niet zouden plaats hebben1 in geval men den ketel aanvankelijk met zuiver water vulde1 en vervolgens daarmede aanhoudend bleef voeden4 ,tot heden echter heeft de ketelvoeding met het water1 dat condenserende stoom in stoomwerktuigen oplevert1 nog geene geheel voldoende uitkomsten geschonken1 en zulks1 omdat het alzoo van den stoom herkomstige water ook de olie- of vetdeelen met zich voert1 die in de machine ter verzachting der wrijving hebben gediend1 welke zich dan binnen den ketel sterk vasthechten1 en langs dien weg ook de overgang der hitte van het vuur door de ketelplaten zeer hinderen2 behalve dat worden de verkoelende oppervlakten binnen den condensor mede met die vuile vetstof bezet1 ten nadeele der noodige snelle verkoeling4 ,een en ander is dan oorzaak1 dat soortgelijk condenseren voor ketelvoeding geenszins algemeen gevolgd wordt1 en hoewel verschillende inrigtingen tot dat einde bestaan1 men zich liever voor het tegenwoordige1 nog bij de gewone manier houdt1 zorg dragende1 dat de ketel niet alleen op geschikte tijden van het gewone minder vastgehechte aanzetsel wordt gezuiverd1 maar ook1 dat men gedurende de werking 7voornamelijk wanneer zeewater voor injectiewater wordt gebezigd7 eenig water uit den ketel1 door eene spuikraan in deszelfs bodem1 doet wegvloeijen1 opdat zich zoo min mogelijk sediment vasthechte1 en nimmer sediment nederploffe4 ,het ketelwater door zoodanige spuikraan noodzakelijk verminderende1 moet dan natuurlijk1 door middel der voedingpomp met versch water1 7zoo veel mogelijk verwarmd7 buitengewoon worden aangevuld2 voor die buitengewone spuijing en evenmatige aanvulling heeft men ook eenige werktuigelijke middelen bedacht1 die meer of min voldoen1 doch die hier geene plaats ter beschrijving kunnen vinden4 #hj4 ,met stoomrijtuigen ontvliedt de gediend hebbende stoom door den schoorsteen in de opene lucht1 zoo dat men daarvan geen water trekt1 om voor de voeding des ketels te dienen4 ,de eens met zuiver water gevulde ketel wordt met zuiver water gevoed1 waarvan de mede gevoerd wordende pleegwagen eenen genoegzamen voorraad bevat1 en die1 naargelang de uitgestrektheid der togten1 van tijd tot tijd daarvan wordt voorzien4 ,voor die soort van ketels1 die van geene groote uitgebreidheid zijn1 is het van het grootste belang te allen tijden zuiver water te bezigen1 omdat hetzelve daar in enge plaatsen en om digt aaneengelegene buizen of pijpen verwarmd wordt1 waardoor men geene reiniging1 van aanzetsel of sediment1 dat op den ketel nadeelig werkt en de snelle stoomontwikkeling zoo zeer verhindert1 behoorlijk kan bewerkstelligen4 ,daar en boven kookt onzuiver water zeer ligt op en over1 hetgeen ook1 voor deze soort van werktuigen1 in het bijzonder nadeelige gevolgen kan hebben2 en schoon men zuiver water voor de voeding dezer ketels bezigt1 moet op die waterspuwing of zoogenaamde pruiming1 niet te min de bijzondere aandacht van den bestuurder gevestigd blijven1 omdat zulks niettegenstaande vele voorzorgen dikwijls gebeurt4 #ha4 ,water1 dat zout opgelost houdt1 zoo als zeewater1 eischt eenige meerdere warmte dan zuiver water1 om aan het koken te geraken2 hooger hebben wij de temperatuur opgegeven 7zie #ea en #ec7 welke water1 in stoom veranderd1 bij gemiddelden stand des barometers teekent2 deze temperatuur geldt voor zuiver water1 ook in de stoomwerktuigelijke praktijk voor rivier- en gewoon wel- of bronwater2 gewoon zeewater heeft om te koken #a-a_/e graad hooger temperatuur noodig1 en bevat n drieendertigste van deszelfs gewigt aan zout2 kokende1 verstoomt daarvan het zuivere water1 terwijl het zout in het overige kokende zeewater achter blijft1 en dus allengs zouter wordt1 tot dat eindelijk al het zuivere water in stoom is overgegaan1 en n driendertigste van het gebezigde gewigt zeewater1 aan zout in den ketel overblijft2 hoe meer dit water van dat zout bevat1 des te hooger deszelfs kooktemperatuur zal zijn1 derwijze1 dat voor elk drieendertigste deel vermeerdering in zout1 het kooktemperatuur #a-a_/e graad zal stijgen2 kan ongeveer #ab drieendertigste deelen van dat zout opgelost houden1 waaruit volgt3 dat wanneer van het zeewater #ba driendertigste deelen1 of #g_/aa deelen verstoomd zijn1 zich zout zal beginnen te vormen4 ,hier uit blijkt1 dat bij aldien men zeewater voor de vulling en voeding van eenen stoomketel gebruikt1 men een weinig meer brandstof zal behoeven1 en des te meer1 hoe meer zoutdeelen dat water bevat2 ook dat men ter bezuiniging van brandstof1 zorg moet dragen1 om door middel van tijdige spuijing en weder aanvulling met versch water dat zoute te verslappen4 ,daarenboven moet men in het belang van den duur des ketels en ter voorkoming van nog grootere consumptie brandstoffen1 het nimmer zoo verre laten komen1 dat zich zout door overmaat afscheide of sediment nederploffe1 eene nederploffing1 welke reeds voor dat het verzadigend gewigt van #d_/aa zout in het kokende water bestaat1 zal plaats grijpen1 dewijl het zeezout uit verschillende1 op elkander werkende1 bestanddeelen is zamengesteld4 ,geene te grootte oplettendheid kan men in dit opzigt aan zee-stoomketels wijden1 om welke reden dan ook onderscheidene middelen zijn bedacht1 welke de graad van zoutheid van het ketelwater te kennen geven1 doch waarvan geene verklaring in dit voorgenomen beknopte werkje kan gegeven worden3 meermalen is het gebeurd1 dat door onoplettendheid ten dezen1 goede en kostbare stoomketels onbruikbaar werden4 #hb4 ,in de voorgaande 1 de verzadiging van water door zout voorkomende1 zoo is het mede voegzaam te verklaren1 wat men door verzadigden stoom in een werktuig verstaat4 ,door verzadigden stoom verstaat men zoodanigen1 welke overeenkomstig deszelfs temperatuur de grootste hoeveelheid water bevat4 ,om dit duidelijker te maken1 stelle men zich eene beslotene ruimte voor1 die eene kubieke el groot is1 welke stoom bevat in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk1 op de hem eigene temperatuur van #bab graden1 zoodanigen stoom noemt men verzadigd2 maar wanneer men die afgeslotene volume stoom eenige graden verwarmt1 dan zal die zelfde kubieke el stoom niet meer verzadigd wezen1 want in die zelfde ruimte zoude nog meer water1 door die vermeerdering van warmte in stoom kunnen overgaan2 gezegde volume stoom vergroot dan1 bij gebrek aan water1 alleen in spanning1 even gelijk de gewone dampkringslucht1 binnen eene beslotene ruimte1 in veerkracht of spanning door gelijke verwarming zoude winnen1 volgens eenen zelfden regel van uitzetting4 ,door naauwkeurige proeven heeft men bevonden1 dat de dampkringslucht met elke graad vermeerdering in temperatuur1 tusschen #cb en #bab graden1 zich weinig meer dan #b_/ajjj van derzelver eerste volume uitzet1 welke regel voor stoom1 met geen water in aanraking1 dezelfde is4 ,dit vergelijkende met hetgeen hooger op gegeven staat1 wegens de temperatuur van den stoom 7altijd in gemeenschap met water gedacht7 en deszelfs overeenkomstige spanning1 zoo zal men ontwaren1 dat de uitzetting van lucht door warmte 7dat is van drooge lucht7 vrij wat verschil hierin oplevert2 zoo dat stoom1 welke in gemeenschap met water1 in temperatuur rijst1 in spanning of veerkracht veel meer aanwint1 dan wanneer die rijzing in temperatuur buiten gemeenschap met water plaats vindt2 zoodanige oververwarmde of met water oververzadigde stoom1 zoude in een stoomwerktuig meer nadeelig dan nuttig zijn4 #hc4 ,daar het doel met dit werkje is1 om de hoofdzakelijke gronden en daarop steunende inrigtingen van het stoomwerktuig1 op eene duidelijke en korte wijze te verklaren1 zoo hebben wij1 met behoud van het goede dienaangaande eener vorige uitgave1 ons vooral ook moeten beperken bij de verklaring van het gewone stationaire stoomwerktuig van lagen druk4 ,vele andere wijze van toerigting1 schikking en vorm van deelen bestaan er daarom1 welke wij niet speciaal hebben kunnen behandelen4 ,wanneer men uit de vele soorten van stoommachinen eene kiezen moest1 om tot leidraad ter verklaring van anderen te dienen1 dan zoude inderdaad geene betere keuze dan deze kunnen geschieden1 zijnde het beste voor uiteenzetting en opheldering van beginselen geschikt4 ,om nogtans eene eigenaardige inrigting van het stoomwerktuig met de daarvoor meest vertrouwde zamenstelling ter oefening van begrip te geven1 zoo is aan het einde dezer bladzijden eene afbeelding van een stoomwerktuig met ketel van lage drukking gevoegd1 waarmede sommige stoomvaartuigen voorzien zijn1 met de noodige aanwijzing ter verklaring4 ,de geheele bevatting daarvan zal niet moeijelijk vallen voor hem1 welke de boven behandelde gronden wel heeft verstaan4 ,met de beschouwing van die figuren1 zich de verklaring der gronden herinnerende1 zal men na weinige overweging de overtuiging bekomen1 dat de schikking der hoofddeelen van een stoomwerktuig voor vele verandering vatbaar is2 zoo kan bijvoorbeeld de dienst1 welke eene enkele boven de machine gelegene balans doet1 verrigt worden door twee balansen1 welke benedenwaarts ter wederzijden van de machine liggen1 gelijk uit deze afbeelding van eene stoombootmachine te zien is2 ook behoeft de condensor met de luchtpomp niet altijd in eenen gevulden waterbak gesteld te zijn1 terwijl het injectiewater door eene pijp in den condensor kan worden gebragt2 vervolgens zal men ook inzien1 dat het geen vereischte is1 om door tusschenkomst van balansen de kruk van eene hoofdas te doen omwentelen1 maar dat de stoomzuiger1 zonder dien1 met zulk eene kruk op eene boven of onder gelegene hoofdas te verbinden is2 zelfs kan men liggende of hellende stoomcilinders1 in diervoege met de hoofdaskruk verbonden1 aanwenden2 of ook op sterke assen heen en weder slingerende stoomcilinders1 waar van de zuigerstang-einden de rondgaande beweging der hoofdaskrukken direkt volgen2 men is ook niet gehouden1 om eenen enkelen stoomcilinder te gebruiken3 de aanwending van twee of meer cilinders kan soms geschikt voorkomen2 onder anderen heeft men stoomwerktuigen met twee stoomcilinders van verschillende grootte1 voorzien van stoomketels voor zoogenaamden middelbaren of hoogen stoomdruk1 waaruit hoog gespannen stoom eerstelijk in den kleinen cilinder vloeit en daarin zonder ontspanning werkt1 vervolgens daaruit in eenen grooten cilinder stroomt1 en in dezen laatsten ontspannende1 beide zuigers gelijktijdig doet op- en neder bewegen4 ,onder de vele soorten van stoomwerktuigen treft men wel eens zoogenaamde rotative machinen aan1 waarin de rondgaande beweging dadelijk1 dat is zonder tusschenkomst van eenen heen en weder gaanden stoomzuiger plaats vindt4 ,deze bestaan uit eenen hollen ronden ring of uit eene soort van ronden trommel1 waarbinnen een vleugel doorgaande rondgevoerd wordt 7bij wijze van digt sluitenden zuiger7 door den druk van meer of minder gespannen stoom2 deze machinen zijn zeer eenvoudig en beslaan weinig ruimte1 doch tot heden hebben dezelve nog niet kunnen voldoen1 de oorzaak daarvan is niet gelegen in onjuiste grondbeginselen1 maar alleen in het moeijelijke1 dat voor als nog als onverwinbaar te beschouwen is1 om daaraan eene goede duurzaamheid1 of bestendig goede werking te geven4 ,onder de deelen van een stoomwerktuig1 welke voor onderscheidene wijzingen vatbaar zijn1 behoort in het bijzonder de zoogenaamde stoomschuif1 die de geheele beweging van het werktuig regelt1 gelijk wij in #ch hebben aangetoond4 ,dat regelend deel bestaat vrij algemeen uit eene enkele lange schuif1 die de beide stoomdoortogten dekken kan1 in werktuigen van lagen druk doorgaande hol en open1 om doortogt van den op den zuiger gediend hebbenden stoom naar den condensor te geven1 waarvan de afbeelding van de stoombootmachine een voorbeeld levert2 in die zelfde soort van werktuigen treft men ook wel stoomschuiven aan1 die in twee deelen gescheiden zijn1 waarbij dan den gediend hebbenden stoom1 van wederzijden des zuigers1 langs de uiterste einden der dus zamengestelde stoomschuif1 eenen bijzonderen weg naar den condensor gegeven wordt2 dusdanige aaneengekoppelde stoomschuifdeelen zijn dan1 of afgekorte digte lange stoomschuiven1 of hebben den vorm van zuigers2 voor dat zelfde einde gebruikt men ook doosvormige schuiven1 welke door den druk des stooms aansluiten1 en geene aandringende pakking behoeven1 in sommige stoomwerktuigen worden kranen of valkleppen ter regeling van de toelating des stooms in den cilinder gebezigd2 in werktuigen1 die met hooger gespannen stoom werken1 gebruikt men tot datzelfde einde1 en bij voorkeur1 lange of korte schuiven1 welke geene pakking behoeven1 dat is1 die zich zelven door den druk van den stoom aansluiten4 ,ter vermijding van pakking in hennep of vlas bezigt men ook uit- en inveerende metalen of ijzeren ringen1 welke wijze van sluiting ook meermalen voor stoomzuigers gebruikt wordt4 ,daar de vorm en regeling van beweging der stoomschuif een uiterst belangrijk onderwerp is1 zoo hebben vele deskundigen aanhoudend daarin naar verbetering getracht4 ,de noodzakelijke regtlijnige leiding des stoomzuigers1 is ook door andere middelen1 als door het veel te wijzigen toestel der zoogenaamde evenwijdige of parallelle beweging 7gelijk in #da uiteengezet is7 te verkrijgen2 zoo ziet men die leiding ook wel uitgevoerd door eenvoudig den top der stoomzuigerstang in een1 ter wederzijden gelegen1 regtlijnig raamwerk te doen rollen of schuiven1 waardoor aan den eisch dier leiding juist voldaan wordt4 ,groote verschillen van zamenstelling en inrigting vindt men in stoomketels1 alles met oogmerk1 om met weinige brandstoffen veel stoom te leveren1 want de kosten aan brandstof1 is eigenlijk de prijs van het vermogen1 dat het werktuig uitoefent4 ,een goede ketel behoort bovendien zoo duurzaam mogelijk te zijn1 op dat dezelve niet na een kort tijdsverloop onbruikbaar gerake3 gezamentlijke redenen1 waarom men onophoudelijk nog naar verbeterde constructie van stoomketels zoekt4 #hd4 ,om den ,lezer met de historie van de opkomst en den voortgang in verbetering van het stoomwerktuig kort en zakelijk bekend te maken1 zal de vermelding van de meest belangrijke uitvindingen en verbeteringen1 naar volgorde van tijd gerangschikt1 het best geschikt wezen4 ,de kennis der stoomkracht dagteekent van zeer vroegen tijd1 want van zekeren ,hero1 die ongeveer #abj jaren voor de christelijke jaartelling leefde1 vindt men reeds zamenstellen beschreven1 die daarvan tot bewijs strekken4 ,dan het schijnt1 dat in die vroege tijden het vermogen van den stoom minder1 of in het geheel niet1 tot nuttige einden is gebezigd geworden1 maar veeleer om de hoofdleiders van het bijgeloof behulpzaam te zijn1 in het onderworpen houden van het ligt geloovige volk1 door voorgewende wonderen daarmede te verrigten4 ,eene reeks van eeuwen zijn vervolgens verloopen1 waarvan men berigten betreffende toepassing van stoomkracht mist1 maar uit welks gemis met geene zekerheid besloten kan worden1 of de beoefening en de aanwending der stoomkracht gedurende dat tijdsverloop niet gevorderd is1 hoewel het als zeker moet gehouden worden1 dat de ouden daarvan meer wisten1 dan ons tot heden van hen is bekend geraakt4 ,van niet vroeger dan #aedc weet men1 uit spaansche archieven1 dat in dat jaar ,blasco de ,garray in de haven van ,barcelona proeven met een vaartuig heeft genomen1 om hetzelve zonder zeilen of riemen door het water te bewegen2 van het daartoe gebezigde middel staat alleen vermeld1 dat het vaartuig eenen grooten ketel met kokend water bevatte1 en uitwendig met beweegbare raderen was voorzien2 dit kan dus welligt het eerste stoomvaartuig geweest zijn1 doch waarvan men verder niet veel bijzonders weet4 ,het was den ,italiaanschen ,ingenieur ,giovanni ,branca1 die in #afbi eene afbeelding met beschrijving leverde1 hoe snel uitstroomende stoom een wiel1 met vleugels voorzien1 kan doen omdraaijen en kracht uitoefenen1 om er een of ander werk mede te verrigten2 vr hem had ,cardan ook daarvan gewag gemaakt1 en de ,caus1 hoe men water door stoom kan opvoeren4 ,in #affc gaf ,edward ,somerset1 ,marquis van ,worcester1 een werk in het licht1 hetwelk een honderdtal korte en zeer oppervlakkige beschrijvingen van even zoo vele uitvindingen bevat1 en waaronder eene voorkomt1 waarin hij zegt uitgevonden te hebben1 om op eene wonderlijke en allerkrachtdadigste wijze1 water door vuur op te voeren1 en wel met geslotene sterke vaten1 die beurtelings1 door het vuur1 van water geledigd worden3 de ,marquis moet op die gronden ook een werktuig hebben doen oprigten1 dat inderdaad verwondering baarde4 ,omstreeks #afhe hield de ,franschman ,denis ,papin1 zich met plannen bezig1 om de kracht van den stoom nuttig aan te wenden4 ,het eerste denkbeeld1 om den stoom in eenen cilinder tegen eenen daarin passenden zuiger te doen drukken1 schijnt men aan hem verschuldigd te zijn1 als ook de veiligheidsklep voor stoomketels1 en de eigenschap dat de stoom te condenseren is4 ,papin met zijne onderzoekingen voortgaande1 werkte daarin ten laatsten nagenoeg gelijktijdig met ,thomas ,savery in ,engeland1 die aldaar gelukkiger was1 want in #afih verkreeg ,savery een patent of octrooi1 op eene door hem uitgedachte zoogenaamde vuur-machine1 voor opvoering van water geschikt4 ,thomas ,newcomen met ,john ,cawley waren te ,dartmouth weder volgende verbeteraars2 deze gaven het stoomwerktuig of de zoogenaamde vuur-machine eenen cilinder met zuiger1 onder dien zuiger werd1 rijzende1 stoom in den cilinder gelaten1 en vervolgens gecondenseerd1 waardoor de zuiger met een vermogen aan den dampkringsdruk gelijk weder daalde2 dit condenseren van den sloom geschiedde aanvankelijk door uitwendige verkoeling van den cilinder1 doch later op eene eenvoudiger wijze1 dat is3 door inspuiting van koud water binnen den cilinder zelven2--dewijl ,savery vroeger een octrooi voor het condenseren van stoom door verkoeling verkregen had1 zoo werd hij in #agje met ,newcomen en ,cawley1 deelgenoot in een nieuw octrooi2--in den beginne moesten in deze werktuigen1 door eenen persoon1 op de juiste tijdstippen de kranen of kleppen1 die voor toelating en afsluiting van stoom en ter invloeijing van het condenserend injectie-water dienen1 met de hand worden bewogen2 de overlevering wil1 dat een daarmede belaste jongeling1 ,humphrey ,potter genaamd1 die eentoonige bewerking moede1 bedacht1 om die kranen in verbinding te brengen met den op en neder bewegende hefbalk of balans1 hetgeen later verbeterd werd1 waardoor alzoo de machine zelve de toelating van stoom en water regelde op eene veel betere wijze1 dan met de hand kan worden verrigt4 ,zoodanige vuurmachinen of stoomwerktuigen1 later nog verbeterd door ,henry ,brighton en vervolgens door ,john ,smeaton1 en die men ,athmospherische noemt1 zijn vervolgens veel in gebruik gekomen1 hoofdzakelijk voor het oppompen van water4 ,de stoom1 welke daarin werkte1 ging in spanning den druk des dampkrings maar weinig te boven4 ,in #agbj gaf de ,duitscher ,leupold eene eenvoudige zamenstelling aan de hand1 om den meer vermogenden stoom van hoogeren druk aan te wenden4 ,in #agcf verkreeg ,jonathan ,hulls1 in ,engeland1 een octrooi op eene door hem uitgevondene machine1 die door stoom zou bewogen worden1 om vaartuigen uit en in havens of rivieren te voeren1 tegen wind en stroom of in kalmte2 doch hij ondervond1 hoewel hij daarvan eene beschrijving in het licht gaf1 weinige aanmoediging2 daar hij voorstelde1 om door middel van eenen op- en nedergaanden stoomzuiger1 voortstuwende ronddraaijende vleugelwielen of raderen te bezigen1 zoo deed hij zien1 hoe van heen en wedergaande beweging tot zijn oogmerk partij te trekken was4 ,omstreeks #agej begon het ,athmospherische stoomwerktuig meer en meer voor algemeene beweegkracht gebruikt te worden1 en zich verspreidende1 in plaats van de gewone water- en paarden- of rosmolens te komen1 hoewel het werken daarmede toen kostbaarder was dan het gebruik van paarden1 alleen voordeeliger op plaatsen1 alwaar de brandstof weinig geld kost1 zoo als in de nabijheid van kolenmijnen2 de verwisseling dezer werktuigen voor paarden gaf aanleiding1 dat men het vermogen eens stoomwerktuigs1 met zoogenaamde paardenkrachten vergeleek4 ,in #ageg stelde ,keane ,fitzgerald voor1 om ter regeling van eene rondgaande beweging1 door eene heen- en wedergaande verkregen1 het vliegwiel te bezigen4 ,james ,brindley werd in #agei geoctrooijeerd1 voor het verwarmen van stoom-leverend water1 door middel van een geheel met water omringd fornuis1 in eenen beslotenen houten of steenen bak4 ,weinig tijds daarna ving de ,engelschman ,james ,watt zijne onderzoekingen aan ter verbetering van stoomwerktuigen2 hij verkreeg1 in #agfi een octrooi1 dat zeer belangrijke zaken inhield3 #a;e om den stoom in den stoom-cilinder zoo min mogelijk van deszelfs warmte te doen verliezen2 #b;e om den stoom1 niet in den cilinder1 maar in een afgezonderd vat1 daar buiten1 te condenseren2 #c;e om het aldus gecondenseerde water en de mede ontwikkelde lucht1 door middel van pomptuig uit den condensor te trekken2 #d;e om den stoom slechts voor een gedeelte in den cilinder te laten1 en verder zich daar binnen te laten ontspannen2 #e;e om wanneer direkte rondgaande beweging verlangd werd1 den stoom te doen werken tusschen gewigten1 welken in eenen hollen cirkelronden ring of band1 sluitend beweegbaar zijn1 en kleppen passeren1 in zoodanige manier1 dat die ring of band daardoor op eene horizontale as ronddraait1 het zij met of zonder stoom condensatie2 #f;e om eene machine te doen werken1 door beurtelingsche inkrimping en uitzetting van stoom2 en #g;e in plaats van water1 olie1 was en dergelijke vette stoffen1 kwik of andere metalen in vloeibaren staat1 te bezigen voor het digt houden van zuigers en andere deelen4 ,groote verbetering van het stoomwerktuig was daarvan het gevolg4 ,in ,frankrijk deed ,prier in #agge mislukte proeven op de rivier de ,seine1 om een vaartuig door middel van stoomkracht voort te stuwen4 ,james ,watt vond in #aggf den zoogenaamden tubulairen condensor uit1 dat is3 een' zoodanigen1 waar binnen de stoom in enge1 uitwendig verkoelde1 pijpen gecondenseerd wordt4 ,aan ,james ,pickard te ,birmingham werd in #aghj octrooi verleend1 voor de aanwending van het vliegwiel met aanverbondene kruk2 dienende1 om op eene aller eenvoudigste wijze1 de heen- en wedergaande beweging eens stoomzuigers in eene regelmatige omwentelende of ronddraaijende te veranderen2 ,james ,watt bedacht tot dat zelfde einde1 welligt ter vermijding van dit uitsluitend regt1 onder anderen1 de zoogenaamde zon- en planeet raderen1 waardoor het vliegwiel met dubbele snelheid door de drijfstang wordt omgevoerd4 ,in #agha en #hb werden aan ,james ,watt nog andere octrooijen verleend1 waaronder bovenal de uitvinding uitmunt1 om den stoom beurtelings ter wederzijden van een' zelfden zuiger te doen drukken2 eene uitvinding1 welke gepaard aan zijne vroegere1 om den stoom buiten den cilinder te condenseren1 van het grootste nut is geworden1 door het stoomwerktuig de eigenschap te geven1 om het vermogen van tweemaal zoo veel stoom in denzelfden tijd nuttig te doen werken4 ,jonathan ,hornblower verwierf in #agha een octrooi op de uitvinding1 om stoom van hoogen druk eerst in een kleinen en daarna in eenen grooten cilinder ontspannende gecombineerd te doen werken4 ,in #aghb was het de ,marquis de ,jouffroy1 die eene stoomboot zamenstelde1 welke op de rivier ,saone nabij ,lyon ongeveer vijftien maanden in werking is geweest4 ,onder de geoctrooijeerde uitvindingen van ,james ,watt was in #aghd het1 door hem uitgedachte1 toestel der zoo genaamde evenwijdige of parallelle beweging begrepen2 deze en andere opvolgende uitvindingen van ,james ,watt in het stoomwerktuigelijke1 zijn over het algemeen zeer verdienstelijk geweest en hebben een uitmuntend gevolg gehad2 zoo dat hij te regt als een der grootste verbeteraars kan aangemerkt worden4 ,om de fabrijkmatige uitvoering zijner machinen te bevorderen1 vereenigde hij zich met ,boulton1 welken met de daarvoor vereischte middelen eenen gewenschten invloed en daarbij doorzigt bezat1 zoodat de fabrijk van ,boulton1 ,watt ,comp4 te ,soho1 zeer vele goede stoomwerktuigen heeft opgeleverd4 ,in ,amerika stelde ,fitch in #aghg eene stoomboot op de rivier ,delaware te werk1 welke niet bleef voldoen2 ook in dat zelfde jaar werkte ,rumsey aldaar eene stoomboot af1 die1 door voor ingezogen en achter uitgeperst water1 moest werken1 doch die mislukte4 ,in #aghh en #hi deed ,patrick ,miller met eene stoomboot op het ,forth- en ,clide kanaal in ,schotland proeven1 waaraan geen verder gevolg werd gegeven4 ,bramah en ,dickinson ontvingen in #agij octrooi op een zoogenaamd rotatief stoomwerktuig1 en in #agia ,sadler op een dergelijk1 doch welke buiten gebruik zijn gebleven1 even als dit met de daartoe betrekkelijke vroegere uitvindingen van ,james ,watt het geval is4 ,aan ,edmund ,cartwright te ,middlesex werd in #agig onder anderen octrooi verleend1 om stoomwerktuigen1 voor stoom van spiritus of alcohol bekwaam te maken1 waardoor veel brandstoffen zouden worden geconomiseerd4 ,in #agih werd in ,amerika aan ,livingston octrooi gegeven1 om door middel van stoomkracht1 vaartuigen voort te stuwen1 doch dat aanvankelijk geen gevolg opleverde4 ,mathew ,murray beweerde in #agii1 dat het bezigen van horizontale of liggende stoomcilinders voordeel zoude aanbrengen4 ,een octrooi van #ahja verzekerden aan ,joseph ,bramah het uitsluitend gebruik van zoogenaamde vierwegkranen in stoomwerktuigen4 ,ten jare #ahjb voleindigde ,william ,symington eene sleepstoomboot1 die met ijsbrekende werktuigen zoude voorzien zijn2 tenzelfden tijde vervaardigde ,richard ,trevethick en ,alexander ,vivian in ,engeland een stoomwerktuig van hooge drukking1 dat beknopt1 vervoerbaar en voor stoomrijtuigen geschikt zoude zijn4 ,in #ahjc erlangde ,arthur ,woolf een octrooi voor zoogenaamde tubulaire stoomketels1 dat zijn de zoodanige1 waarin het vlammende gaz uit het vuur door enge pijpen stroomt1 en alzoo het water verwarmt4 ,in dat zelfde jaar heeft ,fulton1 onder aanmoediging van ,livingston1 op de rivier de ,seine nabij ,parijs1 proeven genomen met eene door hem zamengestelde stoomboot1 waaruit de mogelijkheid1 om stoomkracht op vaartuigen nuttig toe te passen1 bleek4 ,omstreeks #ahjd begon ,olivier ,evans zich in ,amerika bezig te houden met het vervaardigen van stoomwerktuigen van hoogen druk4 ,in #ahje deden ,trevethick en ,vivian in ,engeland1 op eenen spoorweg te ,merthyr ,tydvil1 vrij voldoende proeven met een stoomrijtuig1 dat eenen liggenden stoomcilinder bezat4 ,in #ahjg bragt ,fulton het eerste welgeslaagde stoomvaartuig te ,newyork in ,amerika in werking1 hetwelk naar zijne plannen met machinen voorzien was1 die in de ,engelsche fabrijk van ,boulton1 ,watt ,comp4 vervaardigd waren4 ,blinkensop bekwam in #ahaa een octrooi1 om de wielen van stoomrijtuigen en de sporen waarover dezelve rollen1 met in elkander werkende tanden te voorzien1 ten einde het vermeend doorglijden te voorkomen4 ,in ,amerika werden omstreeks #ahab op de rivier ,missisippi stoomboten gezien1 die werkelijk goede dienst deden2 in dat jaar werd aan ,chapman een octrooi verstrekt1 voor het bezigen van eenen tusschen de sporen gelegene ketting1 die om eenen trommel geslagen1 ter voortbeweging van een stoomrijtuig moest dienen4 ,de eerste stoomboot1 welke in ,engeland eenigzins voldeed1 was in #ahab die van ,bell en ,thomson1 waarvoor ,wood te ,glascow de machine vervaardigde2 zij voer op de rivier ,clide in ,schotland4 ,in #ahac werd in ,engeland octrooi verstrekt1 om stoomrijtuigen door middel van stooters of voeten1 in plaats van drijfwielen1 op den weg voort te stuwen4 ,stephenson te ,kellingworth voleinde in #ahad een stoomrijtuig met twee in den stoomketel besloten verticaal staande stoomcilinders1 waarvan de drijfwielen effene vellingen of buiten omtrekken hadden1 die zich daarmede op effene sporen voortbewogen4 ,het octrooi van #ahaf aan ,john ,neville te ,londen1 behelsde onder andere3 de aanwending van zoogenaamde occilerende stoomcilinders1 dat is3 cilinders1 welke op eene as beweegbaar zijn1 en waarvan de stang des daarin werkenden stoomzuigers1 aan de kruk van eene omdraaijende hoofd-as gekoppeld is4 ,in dat zelfde jaar bekwam ,muntz een octrooi voor het verbeterd verbranden der rook ter economisering van brandstof2 ,william ,brunton in #ahai voor draaijend roosterwerk in de vuurplaatsen van stoomketels1 waarover zich de brandstof gelijkmatig verspreidde1 en ,josiah ,parkes in #ahbj voor bijzondere toelating van lucht in vuurplaatsen van stoomketels ter betere verbranding van den rook en ter bezuiniging van brandstoffen4 ,in #ahbb verkreeg ,jakob ,perkins octrooi1 om stoom van zeer hoogen druk op eene bijzondere wijze voort te brengen4 ,in #ahbe ontving ,timothy ,burstal octrooi1 en in #ahbf gezamentlijk met ,john ,hill1 voor stoomrijtuigen op spoor- en gewone wegen toepasselijk2 die machinen waren voorzien met twee regtop staande stoomcilinders4 ,de verbeteringen van het stoomwerktuig maakte gestadig vorderingen en bij gevolg ook de locomotieven zoo wel te water als te land op spoor- en gewone wegen4 ,in #ahbi werden in ,engeland op den ,manchester spoorweg1 welke in dat jaar geopend werd1 vergelijkende proeven genomen met stoomrijtuigen van de toen als meest ervaren geachte werktuigkundigen en fabrijkeurs als van ,robert ,stephenson1 ,braithwaite en ,ericson1 ,hackworth1 ,burstal en ,brandreth2 van die allen was dat van ,stephenson het meest voldoende1 wien dan ook de uitgeloofde premie werd toegewezen4 ,dit werktuig bezat twee stoomcilinders1 die ter wederzijden van den ketel in liggende rigting gesteld waren2 later plaatste ,stephenson de stoomcilinders geschikter onder den ketel1 waar zij beter besloten en meer tegen afkoeling beschermd waren2 de ketel was een zoogenaamde tubulaire4 ,voor gewone wegen1 die met geene sporen voorzien zijn1 hebben de stoomrijtuigen ook allengs verbetering bekomen1 doch zijn den anderen in dat opzigt altijd ten achteren gebleven1 dewijl voor gewone wegen zich zeer veel moeijelijkheden opdoen4 ,in ,engeland hebben1 onder anderen1 ,gurney en ,hancock1 in verschillende manieren meer of min voldoende proeven daarvan geleverd4 ,aan den ,engelschman ,thomas ,howard werd in #ahce octrooi verleend1 voor het voortbrengen van waterstoom op verhitte kwik4 #hf4 ,alzoo bevat de voorgaande eene opvolging van de meest belangrijke uitvindingen en verbeteringen het stoomwerktuig betreffende1 waarop weder andere zijn gegrond geworden1 of zich zullen vestigen4 ,men heeft daarbij kunnen opmerken1 dat de vordering in het stoomwerktuigelijke aanvankelijk langzaam1 doch later met versnelde schreden is vooruitgegaan1 en tegenwoordig blijft men onvermoeid bezig1 daaraan de hand te houden4 ,maar het moet ook gezegd worden1 dat de verbeteringen hoe langer hoe meer van de juistheid in werkdadige uitvoering1 dat is van nette vervaardiging1 afhankelijk geraken1 waarin men allengs vordert4 ,in verschillende landen wedijvert men thans met elkander1 in verbetering1 zoo ten aanzien van inrigting als uitvoering1 waarvan de drukpers ons gestadig de bewijzen levert4 ,in ons land is de uitvoering almede tot eene groote hoogte geklommen1 zoo dat men zich in geenen deele meer tot vreemden behoeft te wenden1 om eene zoo volmaakt mogelijke uitvoering te verkrijgen2 ook kunnen wij1 wat de betrekkelijke prijzen aangaat1 onder de begunstiging van het ,gouvernement1 met buitenlandsche fabrijken wedijveren1 iets dat1 om reden wij het grootste gedeelte grondstoffen van elders moeten trekken1 zonderling moge voorkomen1 doch niettemin waar is4 #hg4 ,wij zullen dit werkje besluiten met de opgaven der verhouding van eenige ,engelsche maten met de ,nederlandsche en omgekeerd2 niet alleen1 om dat die vreemde maat1 buiten ,engeland ook in vele fabrijken gebezigd wordt1 maar ook1 om de vergelijking van betrekkelijke afmetingen te kunnen doen1 bij uitvoeringen en opgaven dier1 in het stoomwerktuigelijke zeer bedrijvige1 natie4 ,vervolgens hebben wij twee tafelen toegevoegd1 waarin men met eenen oogopslag kan zien1 welke maat de middellijn van een stationair stoomwerktuig van lage drukking behoort te hebben1 hetwelk met eenen zuigerslag1 aan het dubbel van den zuiger-middellijn gelijk1 een bepaald vermogen in nominale paardenkrachten zal opleveren1 en omgekeerd2 zijnde een zuigerslag1 die aan het tweevoud van de zuiger-middellijn gelijk is1 de verkiesselijkste2 een stoomzuiger zal grooter middellijn moeten bezitten1 om hetzelfde getal nominale paardenkrachten op te leveren1 wanneer deszelfs slag kleiner is dan in de tafelen wordt voorondersteld2 en tegenovergesteld1 zal de zuiger kleiner middellijn moeten hebben1 ingeval de slag meer bedraagt dan volgens de tafelen4 ---------------------------------------- ---------------------- ,engelsche ,maten4 ,nederlandsche ,maten4 ---------------------------------------- --------------------- #a_/h ,duim is nagenoeg gelijk aan #c4ag ,strepen4 #a #b4ed ,duimen4 #a ,voet #c4je ,palmen4 #a ,statuut ,mijl #afji4c ,ellen4 #a ,vierkante ,duim #f4de ,vierk4 ,duimen4 #a ,voet #i4bi ,palmen4 #a ,kubiek ,duim #af4chf ,kub4 ,duimen4 #a ,voet #bh4cae ,palmen4 #a ,avoir du ,pois 7pond7 #de4cf ,looden4 #a ,trooisch ,pond #cg4cb #a ,gallon #d4ed ,kannen4 #a ,chaldron #ac4ji ,mud4 of ,vat4 #a ,buchel #j4cf ---------------------------------------- ---------------------- ---------------------------------------- ---------------------- ,nederlandsche ,maten4 ,engelsche ,maten4 ---------------------------------------- --------------------- #a ,duim is nagenoeg gelijk aan #j4ci ,duimen4 #a ,palm #c4id #a ,el #c4bh ,voeten4 #a ,mijl #cbhj4i #a ,vierkante ,duim #j4af ,vierk4 ,duimen4 #a ,palm #ae4ej #a ,el #aj4gf ,voeten4 #a ,kubiek ,duim #j4jfa ,kub4 ,duimen4 #a ,palm #fa4jbg #a ,el #ce4cag ,voeten4 #a ,pond #b4bje ,a4 d4 ,pois 7pond7 #a #b4fgi trooische #a ,kan of ,kop #j4bb ,gallon4 #a ,mud of ,vat #j4jgf ,chaldron4 #a #b4ge ,buchels4 ---------------------------------------- ---------------------- ,eene ,geographische mijl van #fj in eenen gemiddelden graad1 eene ,engelsche zeemijl1 is gelijk aan #fjgf ,engelsche voeten of aan #aheb ,nederlandsche ellen2 ,eene ,geographische mijl van #bj in eenen gemiddelden graad1 of een ,hollandsch uur gaans1 is gelijk aan #ahbbg ,engelsche voeten of aan #eeee4f ,nederlandsche ellen4 ,eene ,geographische mijl van #ae in eenen gemiddelden graad1 dat is eene ,duitsche mijl of eene ,hollandsche zeemijl1 is gelijk aan #bdcjc ,engelsche voeten of aan #gdjg-a_/b ,nederlandsche ellen4 ,,bijvoegsel4 ,eene zoogenaamde ,paardenkracht is gelijk aan #ccjjj ,engelsche ,a4 d4 ,p4 7ponden71 in den tijd van #a minuut1 #a voet hoog opgebragt2 overeenkomende met #defb-a_/b ,nederlandsche ponden1 in den zelfden tijd1 #a ,nederlandsch el hoog opgevoerd1 7zie #df74 ,de gemiddelde hoogte van den kwikkolom in den ,barometer1 bedraagt #cj ,engelsche duimen1 overeenkomende met #gf4b ,nederlandsche duimen1 7zie #aj74 99 99 99 99 99 ,het gebruik der beide volgende tafelen is eenvoudig1 bij voorbeeld3 welke middellijn behoort een stoomzuiger te hebben1 voor eene machine van #ajj nominale paardenkrachten8 ,hiertoe bezigt men de eerste tafel1 waarin tegen over dat getal der eerste kolom1 in de tweede kolom #abb4b ,ned4 duimen voor de gevraagde zuigermiddellijn gevonden wordt1 in de derde kolom is daar nevens1 het dubbel1 of de slaglengte #b4dd ned4 ellen gesteld1 en in de vierde kolom het aantal dubbele zuigerslagen1 #ae4a1 in eene minuut4 ,ten andere willende weten1 hoeveel nominale paardenkrachten overeenkomen met de middellijn van eenen stoomzuiger van #abj ned4 duimen8 zoo vindt men in de tweede tafel in de vierde kolom tegenover dit getal duimen1 #if ,n4 paardenkrachten2 de dubbele slaglengte1 #b4dj ned4 el41 wordt in de tweede1 en het aantal dubbele zuigerslagen per minuut1 #ae4c1 in de derde kolom daar nevens gevonden4 ---------------------------------------- ------------------- ,z ,u ,i ,g ,e ,r4 ---------------------------------------- ------------------- ,,nominale ,,middellijn4 ,,slaglengte4 ,,dubb4 ,,slagen ,,paardenkrachten4 ,,per ,,minuut4 ,nederl4 duimen4 ,ned4 ellen4 ---------------------------------------- ------------------- #a #ae4a #j4ce #hj4e #b #ba4j #j4db #ei4f #d #bi4j #j4eh #de4b #f #cd4i #j4gj #ch4g #h #ci4i #j4hj #cd4g #aj #dd4a #j4hh #cb4b ---------------------------------------- ------------------- #ab #dg4i #j4if #cj4j #ad #ea4c #a4jc #bh4d #af #ed4e #a4ji #bg4b #ah #eg4d #a4ae #bf4b #bj #fj4b #a4bj #be4c #be #ff4e #a4cc #bc4c ---------------------------------------- ------------------- #cj #gb4a #a4dd #bb4a #ce #gg4b #a4ed #ba4j #dj #ha4h #a4fd #bj4a #de #hf4a #a4gb #ai4d #ej #ij4b #a4hj #ah4h #ee #id4a #a4hh #ah4b ---------------------------------------- ------------------- #fj #ig4g #a4ie #ag4g #fe #aja4a #b4jb #ag4c #gj #ajd4e #b4ji #af4i #ge #ajg4g #b4ae #af4f #hj #aaj4h #b4ba #af4b #he #aac4h #b4bg #ae4i ---------------------------------------- ------------------- #ij #aaf4g #b4cc #ae4f #ie #aai4e #b4ci #ae4c #ajj #abb4b #b4dd #ae4a #aaj #abg4d #b4ee #ad4g #abj #acb4c #b4fe #ad4c #acj #acg4a #b4gd #ac4i ---------------------------------------- ------------------- #adj #ada4f #b4hc #ac4f #aej #ade4i #b4ib #ac4c #afj #aej4b #c4jj #ac4j #agj #aed4c #c4ji #ab4h #ahj #aeh4b #c4af #ab4e #aij #afb4a #c4bd #ab4c ---------------------------------------- ------------------- #bjj #afe4i #c4cb #ab4a #baj #afi4e #c4ci #aa4i #bbj #agc4j #c4df #aa4g #bcj #agf4e #c4ec #aa4e #bdj #agi4i #c4fj #aa4c #bej #ahc4c #c4fg #aa4b ---------------------------------------- ------------------- ---------------------------------------- ------------------- ,z ,u ,i ,g ,e ,r4 ---------------------------------------- ------------------- ,,middellijn4 ,,slaglengte4 ,,dubb4 ,,slagen ,,nominale ,,per ,,minuut4 ,,paardenkrachten ,ned4 duimen4 ,ned4 ellen4 ---------------------------------------- ------------------- #ae #j4cj #hj4e #a4j #bj #j4dj #fb4c #a4h #be #j4ej #ea4c #b4i #cj #j4fj #dd4j #d4c #ce #j4gj #ch4g #f4j ---------------------------------------- ------------------- #dj #j4hj #cd4g #h4a #de #j4ij #ca4f #aj4e #ej #a4jj #bi4a #ac4b #ee #a4aj #bg4j #af4c #fj #a4bj #be4c #ai4h ---------------------------------------- ------------------- #fe #a4cj #bc4h #bc4h #gj #a4dj #bb4f #bh4a #ge #a4ej #ba4d #cb4h #hj #a4fj #bj4e #ch4j #he #a4gj #ai4f #dc4f ---------------------------------------- ------------------- #ij #a4hj #ah4h #di4g #ie #a4ij #ah4a #ef4c #ajj #b4jj #ag4d #fc4c #aje #b4aj #af4h #gj4g #aaj #b4bj #af4c #gh4g ---------------------------------------- ------------------- #aae #b4cj #ae4h #hg4a #abj #b4dj #ae4c #if4j #abe #b4ej #ad4i #aje4d #acj #b4fj #ad4d #aae4b #ace #b4gj #ad4a #abe4f ---------------------------------------- ------------------- #adj #b4hj #ac4g #acf4d #ade #b4ij #ac4c #adg4g #aej #c4jj #ac4j #aei4e #aee #c4aj #ab4g #aga4h #afj #c4bj #ab4d #ahd4f ---------------------------------------- ------------------- #afe #c4cj #ab4a #aig4h #agj #c4dj #aa4i #baa4e #age #c4ej #aa4f #bbe4f #ahj #c4fj #aa4c #bdj4c #ahe #c4gj #aa4a #bee4c ---------------------------------------- ------------------- ,,verklaring ,,der ,,afbeeldingen1 ,,voorstellende ,,eene ,,stoommachine ,,van ,,lage ,,drukking ,,met ,,daarbij ,,behoorenden ,,stoomketel ,,voor ,,een ,,vaartuig1 ,,naar ,,de ,,laatste ,,meest ,,vertrouwde ,,zamenstelling4 ,een stoomvaartuig bevat gewoonlijk twee gelijke machinen welken te zamen eene hoofd- of wiel-as in beweging brengen1 waaraan de roei-wielen of schepraden zijn verbonden1 die ter weder zijde van het vaartuig op eenige diepte in het water treden1 en rond wentelende1 alzoo den drijvende bodem voortstuwen4 ,elke machine drijft de hoofd- of wiel-as om door middel van eene kruk2 de beide krukken zijn in regthoekige rigting tot elkander op de hoofd-as gesteld1 zoodat dezelve nimmer gelijktijdig in hoogsten of laagsten stand staan1 maar een vierde van eenen omwenteling daarin met elkander verschillen4 ,beide machinen worden met stoom voorzien1 het zij door eenen enkelvoudigen of door een zamenstel van meer dan eenen ketel4 ,in de onderwerpelijke afbeeldingen is het een enkelvoudige ketel voor stoomlevering aan twee gelijke machinen2 eene dergelijke en nevens elkander geplaatste machine wordt hier alleen voorgesteld1 waarvan de verklaring geheel op de andere toepasselijk is4 ,figuur #a4 verbeeldt het zij aanzigt van den enkelvoudigen stoomketel en van eene machine4 ,figuur #b4 is de doorsnede overlangs van dien ketel en van die zelfde machine2 de roei-wielen of schepraden zijn alleen met gestippelde lijnen in ,fig4 #a aangeduid1 hetgeen voldoende duidelijk is1 en geene verdere uitleg behoeft1 de bijgestelde letters en nommers dienen in beide ,figuren voor de volgende aanwijzingen3 ,,aaaa stoomketel met in besloten fornuis ,b',,bb2 dit fornuis bestaat uit twee nevens elkander gelegene vuurhaarden of vuurplaatsen1 waarvan hier slechts eene ,b'1 zigtbaar is1 en uit twee daarmede afzonderlijk gemeenschap hebbende rookleidingen1 waarvan gedeelten bij ,,bb te zien zijn2 in de vuurplaatsen wordt de brandstof verbrand1 waarvan de overblijvende sintels en asch in de ruimte ,c door de roosters nedervallen2 door de rookleidingen ,,bb stroomt het vlammende gaz of de verhitte rook van de vuren naar den schoorsteen ,d1 waar van hier het onderdeel slechts staat afgebeeld1 en met eenen beschermenden mantel omgeven ter beveiliging van het scheepsdek tegen brand2 dit onderdeel van den schoorsteen is met deszelfs mantel op den ketel bevestigd1 terwijl het bovendeel boven dezen mantel op eenen omgaanden rand van het onderdeel staat1 doch geheel onverbonden1 ten einde dat bovendeel overboord zoude kunnen vallen zonder dat de vuurstroom uit de rookleiding1 eenige schade aan het dek te weeg brengt2 een weinig boven den mantel is de schoorsteen met eene draaibaren wartelklep ,,ab voorzien1 even als in eene gewonen kagchelpijp1 waarmede men den zoogenaamden trek1 welken de schoorsteen daarstelt1 kan wijzigen of geheel beletten4 ,het geheele fornuis is binnen den ketel rondom met water omgeven2 men herkent de vereischte hoogte van dat water1 door aanwijzing van eenen vlotter of drijver ,e1 welke tot dat einde op eene as beweegt1 die buiten den ketel doorsteekt2 de herkenning van de waterhoogte geschiedt ook nog door middel van de peilkranen aa2 ook is er nog eene glazen buis buiten tegen den ketel geplaatst1 die met het inbesloten water gemeenschap heeft1 doch die ter voorkoming van verwarring in de afbeeldingen op eene zoo kleine schaal niet is afgeteekend4 ,ook is hier om dezelfde reden de afbeelding achtergelaten1 van eene dier vele toerigtingen1 waardoor een watergebrek1 onafhankelijk van de bijzondere oplettendheid van den bestuurder of van den vuurstoker1 kennelijk gemaakt wordt4 ,dit wordt aangewezen of door uitstrooming van stoom of heet water1 op of vr het oogenblik1 dat watergebrek binnen den ketel bestaat1 of door eenig geruisch makend1 of sterk in het oog vallend middel1 ter bijzondere waarschuwing2 welke toerigting in aard of wijze gekozen wordt1 overeenkomstig de daarvoor bestaande plaatsgelegenheid4 ,f is eene op de stoomkap des ketels geplaatste kast1 waarin zich twee veiligheidskleppen bevinden2 eene dier kleppen is met derzelver onderaan gehangene belading ,g slechts hier te zien1 deze veiligheidsklepkast heeft bovenop1 eene opening met ontlastpijp ,,ii 7hier even als het bovendeel des schoorsteens als afgebroken voorgesteld71 waardoor de overvloedige stoom1 bij opening van eene of beide veiligheidskleppen ontvliedt2 ,i1 ,i1 ,i is een hefboomtoestel1 waarmede eene der veiligheidskleppen1 door den bestuurder van de machine1 naar willekeur kan geopend worden1 door slechts aan de schroevende handkruk b te draaijen2 de andere veiligheidsklep1 die een weinig meer beladen is1 kan niet met de hand geligt worden1 is zelfs tot dat einde afgesloten1 om alleen uit zich zelve te ligten1 wanneer er overvloed of te hoog gespannen stoom bestaat1 of ingeval door eenig gebrek stoomontlasting door de eerste verhinderd wordt2 c is eene dunne pijp1 waardoor het water1 dat zich in de veiligheidsklepkast vergaderen mogt1 afloopt buiten boord2 d is een stoommeter met eenen kleinen1 op kwik drijvenden1 stijl voorzien1 welke de mate der stoomspanning1 die binnen den ketel heerscht1 op eene nevensgeplaatste schaal aanwijst4 ,,kk spuibuis met kraan1 welke door het scheepsvlak gaat1 en alzoo met het buitenwater gemeenschap heeft1 dient om uit den ketel naar verkiezing water te loozen gedurende of na deszelfs werking1 of om den ledigen ketel van water te voorzien2 de spuibuis bezit nog eene andere kraan e1 waardoor men water door middel van eene nader aan te wijzene handperspomp in den ketel brengen1 of denzelven daardoor ontledigen kan4 ,l mangatdeksel1 dat eene opening in de stoomkap des ketels dekt1 genoegzaam groot ter doorlating van eenen persoon2 dit deksel is met eene luchtklep f voorzien2 g is een slikgatdeksel1 te openen voor de reiniging des ketels4 ,m voedingkraan1 waardoor de ketel deszelfs voeding met warm water door de machine geniet2 deze kraan is naar gelang der behoefte aan voedingwater1 met de hand te openen of te sluiten4 ,n is eene kast1 welke eene klep bevat1 die door draaijing van het handwiel h geheel of gedeeltelijk opengezet1 of gesloten kan worden1 hierin vloeit de stoom uit den ketel1 en bij geopende klep uit den ketel naar de machinen door de aanverbondene leibuizen ,o4 ,,pp stoomcilinder met daarin digt sluitenden zuiger kk1 waarvan de stang door eene pakkingbos i van het stoomcilinderdeksel opgaat2 de stoom vloeit in dezen cilinder boven of onder den zuiger uit de stoomschuifkast l l naar gelang van den stand der daarbinnen beweegbare stoomschuif l l1 door den boven of onder stoomdoortogt i' i'4 ,de stoomschuifkast l l wordt met stoom uit den ketel voorzien langs de smoorklep m1 welke naar willekeur meer of min opengezet kan worden door middel van het bovengelegen handvat2 de toegang van den stoom naar de smoorklep vindt plaats door den hollen band n n welke den stoomcilinder omgeeft1 en waarmede de stoomleibuis ,o is vereenigd4 ,bodem en deksel van den stoomcilinder bezitten naar eisch beladene waterkleppen n' n'1 waardoor toevallig in den cilinder geslagen water zich zelf ontlast4 ,boven kleine openingen in het cilinderdeksel zijn kleine kommen1 met kranen p p voorzien1 geplaatst1 waardoor men naar welgevallen1 olie of vet tot den zuiger kan doen vloeijen4 ,de opgaande stoomzuigerstang is aan derzelver top met een dwarsjuk vereenigd1 de armeinden van dit juk zijn ter wederzijden van den stoomcilinder beweegbaar verbonden1 met zijroeden q1 die benedenwaarts1 even zoo met de armen van een paar balansen ,,qq zijn gekoppeld2 de stoomzuiger k k door den druk des stooms zich op- of neder bewegende1 geeft dus1 door tusschenkomst van deze zijroeden q1 gelijke beweging aan de balansen ,,qq4 ,voor de rigtige leiding van den top der stoomzuigerstang heeft men de zijroeden q beweegbaar verbonden met het zoogenaamde toestel der evenwijdige of parallele beweging1 bestaande uit de straalroeden #bb en de koppelroede #dd1 die de straalroeden aan kleine beweegbare krukken #cc en de balans verbindt4 ,elk paar balansen ,,qq is bij het einde der tegenovergestelde armen onderling vereenigd door een ander juk r1 uit welks midden eene drijfstang ,r opgaat1 waarvan het boveneinde beweegbaar verbonden is met de pen van de hoofdaskruk ,,ss' derwijze1 dat de hoofdas ,s'1 daardoor kan worden omgevoerd2 de kruk ,,tt der wielas wordt door de omwentelende eerste kruk ,,ss' voortgedreven1 door tusschenvoeging van een koppellid ,u1 zoodat de buiten boord daaraan verbondene roeiwielen of schepraden1 daarmede omdraaijen4 ,de hoofdas ,s' is door eene excentriek-schijf ,,vv omvat2 om deze schijf is een ring beweegbaar en aan de excentriek-roede ,w verbonden1 welke roede aan het andere einde in eene keep den arm t vat1 die op eene beweegbare as bevestigd is2 de hoofdas ,s' de excentriek-schijf ,,vv mede voerende1 zal alzoo door tusschenkomst van de excentriek-roede ,w1 den arm t heen en weder bewegen met de daaraan bevestigde as4 ,deze laatste as bezit ter wederzijde van de stoomschuifkast eenen arm u1 met daaraan beweegbaar verbondene opgaande ligte zijroeden1 welker toppen even zoo zijn verbonden met een klein dwarsjuk op den top u' van de stang der stoomschuif1 welke stang door eene pakkingbos van het deksel der stoomschuifkast ll uitkomt2 op die wijze wordt dan de stoomschuif door middel van de excentriek-schijf ,,vv mede op en neder bewogen2 v'v' is het tegenwigt der stoomschuif4 ,de hoogste en laagste standen van de stoomschuif hebben niet gelijktijdig plaats met de hoogste en laagste standen van den stoomzuiger1 opdat de stoomtoelating dan eerst plaats vinde1 wanneer de stoomzuiger deszelfs hoogsten of laagsten stand bereikt heeft2 hiertoe is aan de excentriek-schijf ,,vv op de hoofdas ,s' eene daarvoor passende rigting gegeven1 zoodat de hoogste en laagste standen van de stoomschuif plaats vinden1 nadat de stoomzuiger circa een vierde deel van deszelfs slag is gedaald of gerezen4 ,de stand van de excentriek-schijf voor vooruitwerking van de roeiwielen of schepraden niet dezelfde zijnde1 als voor achteruitwerking van dezelve1 zoo is voor het aannemen van die twee verschillende standen van de excentriek-schijf1 de noodige wisselruimte op de hoofd-as gelaten4 ,om de beweging van de stoomschuif1 en bijgevolg van de machine te doen ophouden1 bestaat bij de keep der excentriek-roede ,w eene klink w1 waarmede de bestuurder met de hand de excentriek-roede van den arm t ontkoppelt1 en daardoor het op- en neder bewegen van de stoomschuif doet staken1 zoodat de stoomzuiger k k de beurtelingsche toelating van stoom mist en gevolgelijk zal stilstaan4 ,met den arm t is een lange hefboom of handel x x vereenigd1 welke dient1 om bij ontkoppeling van den arm t van de excentriek-roede ,w1 aan de stoomschuif zoodanigen stand met de hand te geven1 als geschikt is1 om de stoomzuiger k k te doen rijzen of dalen1 naar gelang men1 tot voor- of achteruit werken1 de roeiwielen1 of schepraden in beweging verkiest te stellen4 ,dit aanvankelijk in beweging stellen van de machine naar behooren door de hand van den bestuurder plaats vindende1 zoo bezorgt deze1 door verzetting van de klink w1 de weder zamenkoppeling van de excentriek-roede ,w met den arm t1 waardoor het vervolg der beweging in den aangevangen zin uit zich zelf1 zal worden onderhouden4 ,x ,x is de condensor waarin de stoom uit den stoomcilinder vloeit1 om tot water verdikt te worden1 door aldaar in aanraking te komen met koud water1 dat door het pijptoestel o' o' en de injectiekraan y vloeit2 de toevloeijing van het injectiewater wordt geregeld door den bestuurder1 want daartoe houdt de injectiekraan eene handkruk z4 ,y luchtpomp met insluitenden zuiger1 die opslaande kleppen #a1 #a bezit2 de luchtpompzuigerstang is even als de stoomzuigerstang met een dwarsjuk verbonden1 waarvan zijroeden #b nedergaan1 die met de balansen ,,qq gekoppeld zijn2 zoodat wanneer de stoomzuiger rijst de luchtpompzuiger daalt en omgekeerd4 ,de luchtpompzuiger trekt opgaande het van den stoom en der injectie herkomstige water1 met de tevens uit het water ontwikkelde lucht uit den condensor ,,xx door de condensorklep #d1 en voert dit op deszelfs kleppen #a1a in den warm- of heet waterbak ,z door de klep #e van dien bak4 ,van het in den warm- of heet waterbak opgevoerde water1 wordt door de opening #f het noodige getrokken1 om den ketel voor het verstoomde water weder aan te vullen of te voeden1 eene perspomp1 waarvan de zuiger of dompelaar door het luchtpompjuk op en neder bewogen wordt 7in de afbeeldingen niet zigtbaar1 wordende door de luchtpomp bedekt7 dient tot dat einde2 want pijpen #g1g zijn daarmede vereenigd1 waardoor dat warme water in de gemeenschappelijke pijp #h1h naar den ketel1 door de openstaande voedingkraan ,m gevoerd wordt2 #bc zijn leistangen1 die door de armen van het luchtpompzuigerjuk omvat worden1 en voor de rigtige leiding daarvan dienen2 aan eene dier stangen is de dompelaar van de voedingpomp verbonden1 en kan alzoo met het juk op en neder bewegen4 ,de heet waterbak ,z bezit eene verhooging of kolom y ter voorkoming van wateroverstorting1 en tegen deze kolom is eene beladene stortklep #i aangebragt1 waardoor het voedingwater weder in den warm waterbak terug valt1 ingeval de voedingkraan ,m aan den ketel mogt gesloten wezen middelerwijl de voedingpomp werkt2 de voedingpompzuigers of dompelaars1 kunnen door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld worden1 naar gelang de behoefte aan ketelvoeding4 ,het in den warm- of heet waterbak te veel overblijvende water1 ontlast zich buiten boord1 door de opening der vloeipijp y1 welke opening bij stilstand van de machine door eene klep gesloten kan worden1 met aan de schroevende handkruk #aj te draaijen4 #ab handperspomp1 waarmede de ketel1 onafhankelijk van de werking der machine1 met koudwater kan gevuld of gevoed worden1 door eene 7hier slechts gedeeltelijk afgebeelde7 pijp r t1 die met de kraan e der spuibuis ,k gemeenschap heeft1 of ook kan door deze pomp de ketel1 wanneer het noodig mogt zijn1 geledigd worden4 #ac scheepslenspomp4 waarvan de zuiger door eenen der armen van de balansen ,,qq op en neder bewogen wordt2 deze pomp voert het zich in het vaartuig bevindende water op en over boord1 en haalt dit uit het voor- of uit het achterschip door pijpen1 hier niet geheel afgebeeld2 zij kan door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld worden1 #ad is de doorblaaskraan door eene kleine handkruk #ae te openen2 geopend zijnde stroomt de stoom uit de stoomschuifkast l l door dezelve in den condensor ,,xx en in de luchtpomp ,y1 drijft uit beiden door de snuifklep #af 7en soms door de klep van den warm waterbak #e7 het daar in zijnde water en de aanwezige lucht3 eene uitdrijving1 die bij het eerst in beweging brengen der machine altijd moet geschieden4 ,op den condensor ,,xx is een manometer of barometer #ag geplaatst2 het zich daar in bevindende kwik toont aan in hoe verre de spanning binnen den condensor is verminderd4 ,tegen den hollen band n n van den stoomcilinder bestaat1 een stoommeter #ah1 om de spanning van den stoom daar binnen gade te slaan1 deze stoommeter is even als die aan de stoomkap des ketels2 nog bestaat onder aan den hollen band eene aftapkraan #ai1 waardoor men het daar binnen vergaderde water kan doen afloopen4 ,eindelijk ziet men dat de hoofdas ,s' niet alleen in stoelen op eene stelling wordt gedragen1 maar dat ook stoomcilinder1 condensor met aanverbondene luchtpomp en warm waterbak1 onderling1 en met die stelling zijn verbonden2 de grondslag van dat geheele verband is in de eerste plaats de fondatie op het scheepsvlak1 door middel van goed verzekerde fondatiebouten #bj1 en ten tweede de hoofd- en wielas-balken #ba1 die met de stelling goed vereenigd zijn4 ,deze balken breiden zich ter wederzijden buiten het vaartuig uit1 en vereenigen zich aldaar1 als uit een ligchaam bestaande1 op welke buiten uitbreiding zich stoelen bevinden1 waarop de roeiwielen of schepraden dragen4 ,aldus de zakelijke deelen van dit gansche stoomwerktuigelijke toestel aangetoond hebbende1 zal het niet ongepast zijn1 eene korte aanwijzing te laten volgen1 hoedanig de machinen in beweging en tot stilstand gebragt worden4 ,in den stoomketel genoegzame ontwikkeling van stoom bestaande1 7herkenbaar aan de stoomontvlieding door de ontlastpijp ,,ii der kast van de veiligheidsklep ,f1 waarvan de spanning op den stoommeter d aangewezen wordt7 en zich door middel der pijlkranen a a1 drijver ,e of waterpeilbuis verzekerd hebbende dat de ketel met eene voldoende hoeveelheid water gevuld is1 zoo begint men met de stoomcilinders en stoomschuifkasten te verwarmen2 het geen geschiedt door het openen van de klep in de kast ,n met het handwiel h2 de stoom zal als dan uit den ketel door de stoomleibuizen ,o in de holle banden n n der stoomcilinders vloeijen1 en van daar langs de openstaande smoorkleppen m1 in de stoomschuifkasten l l2 verwarming opmerkende1 zoo beweegt men door middel van de hefboomen of handels x de stoomschuiven eenige malen op en neder 7waarvoor de klinken w1 natuurlijker wijze zoodanig moeten zijn gesteld1 dat geene koppeling van de armen t met de excentriek roeden ,w bestaat72 door die behandeling van de stoomschuiven zal mede stoom in de cilinders vloeijen1 terwijl men zich te gelijkertijd van de goede beweegbaarheid der stoomschuiven verzekert2 ook zal men de aftapkranen #ai openen1 om het water van om de stoomcilinders te doen afloopen2 deze bewerking noemt men3 de machinen verwarmen4 ,genoegzame verwarming plaats vindende1 dan stelt men met de hand de stoomschuiven in middenstand1 dat is zoodanig dat dezelve de boven en onder stoomdoortogten der cilinders sluiten2 als nu opent men met de handkrukken #ae1 de doorblaaskranen #ad1 en houdt die zoo lang geopend1 tot dat men door de snuifkleppen #af1 niets anders dan stoom ziet uitstroomen1 zijnde dit het teken1 dat al het water met de aanwezige lucht is uitgedreven2 deze bewerking wordt doorblazen genoemd4 ,zoo men dan de stoomschuiven met de hand in zoodanigen stand zet1 dat toelating van stoom1 op of onder de stoomzuigers plaats heeft1 overeenkomstig den zin van omwenteling1 welke men aan de hoofd- of wielaskrukken wil geven1 dan zullen de machinen dadelijk aanvangen te bewegen2 doch daar de armen t van de excentriek-roeden ,w zijn ontkoppeld1 zoo bewegen de stoomschuiven niet mede1 daarom verzet men de stoomschuiven nogmaals met de hand1 om ne omwenteling van de hoofdas ,s te veroorzaken1 waarna men de klinken w derwijze verzet1 dat zamenkoppeling van armen t en excentriek-roeden ,w plaats vindt2 vervolgens opent men met de handkrukken z langzaam de injectiekranen y1 tot zoo verre als met de toenemende snelheid der machinen overeenkomt1 die als dan zullen doorwerken2 men noemt deze bewerking3 de machinen aanzetten1 7het laat zich begrijpen1 dat ter ontlasting van het overvloedige water1 dat de luchtpompzuigers in den warmwaterbakken ,z opvoeren1 de kleppen der vloeipijpen y door middel der handkrukken #aj moeten opengezet worden74 ,de machine alzoo tot volle kracht werkende1 kan in vermogen of snelheid verminderd worden1 door vermindering van stoomtoevoer naar de stoomzuigers en daaraan gepaarde vermindering van injectie water1 waarvoor men dan de injectiekranen y en de smoorkleppen m zoo veel zal sluiten1 als voor de verlangde vermindering in snelheid voegzaam is4 ,om de machine te doen stil staan1 sluit men eerstelijk de injectiekranen y1 en doet vervolgens1 door middel der klinken w1 de excentriek-roeden ,w van de armen t ontkoppelen2 want als dan zal de beweging der stoomschuiven en bij gevolg de beurtelingsche toevloeijing van stoom naar de stoomzuigers ophouden4 ,bij het tot stilstand brengen van de machine1 moet men de stoomschuiven met de hand weder in middelstand zetten1 ingeval het ophouden derzelver beweging niet op middelstand heeft plaats gevonden4 ,zoo de machine1 lang moet stilstaan1 opent men langzaam de handelbare veiligheidsklep met de handkruk b1 doch wanneer het dadelijk in beweging brengen vereischt wordt 7het zij in denzelfden of in omgekeerden zin71 is zulks niet noodig1 ook niet het zoogenaamde doorblazen1 noch het openen der aftapkranen #ai4 ,deze afbeeldingen zijn op steen gebragt naar eene teekening van 's ,rijks ,hoofdmachinist1 waarin alzoo zijne beproefde wijze van inrigting voorgesteld staat4 ,illustratie