---------------------------------------- ---------------------- ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,dit boek is een vertaling uit het engels van ,church ,folks3 being practical studies in congregational life van ,ian ,maclaren1 pseudoniem van ,john ,watson4 ,de tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele1 verouderde spelling4 ,er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren4 ,bladzijde-nummering is verwijderd4 ,afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld4 ,in dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt4 ,deze zijn respectievelijk aangegeven als aanhalingstekens4 ,de in het origineel als cursief weergegeven tekst is in dit e-boek weergegeven als cursief4 ,overduidelijke inconsistenties1 druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd4 ,aan het eind van het boek volgt een overzicht van de aangebrachte correcties4 ---------------------------------------- ---------------------- ,,de ,,dominee ,,en ,,zijn ,,gemeente4 ,de ,dominee en zijn ,gemeente ,,van ,,ian ,,maclaren ,schrijver van3 ,harten van ,goud1 ,zielenadel enz4 ,,door ,w4 ,,van ,,nes4 ,,tweede ,,druk4 ,,rotterdam1 ,j4 ,m4 ,,bred,e',s ,,boekhandel ,,en ,,uitgevers-,,mij4 ,n4,v4 ,,drukkerij ,v_/,h ,,koch ,,knuttel--,,gouda4 ,,inleiding4 ,in dit werkje1 tintelend van humor en stralend van1 soms achter bittere ironie1 op vlijmend sarcasme af1 verborgen1 liefde voor ,kerk en ,gemeente1 geeft de ook in ,nederland geliefde ,engelsche predikant ons een kijkje achter de schermen van het kerkelijk leven in zijn land4 ,het kerkelijk leven in ,engeland verschilt in vele opzichten van het onze2 de positie van den predikant1 zijne verhouding tot de ,gemeente is in vele gevallen geheel anders dan ten onzent2 maar4444 waar het er voornamelijk op aankomt n predikant n lidmaten te beschouwen als menschen met al hun deugden en gebreken1 met al hun grootheid der ziel1 gepaard soms aan kleinheid van geest1 met al hun uitwendigen tooi van vormen naast gemis vaak aan degelijken inhoud--daar vallen die onderscheidingen weg en komen punten van overeenkomst aan het licht1 die den lezers dit boek tot een aangename1 leerrijke1 stichtende--zij het niet stichtelijke--lectuur zullen maken4 ,moge het ,gode behagen dit geschrift zijn weg te doen vinden tot vele harten en hoofden6 ,de ,vertaler1 ,w4 ,,van ,,nes4 ,,inhoud4 ,hoofdst4 ,bladz4 ,i4 ,hoe men het meeste nut trekt van een preek #a ,,ii4 ,hoe een ,gemeente haar dominee tot de grootste volkomenheid brengt #ai ,,iii4 ,het candy-pull stelsel #cg ,,iv4 ,de oproermaker in de kerk #ee ,v4 ,bejaarde predikanten #ga ,,vi4 ,de dominee en het kerkorgel #hg ,,vii4 ,een eigen bank #ajg ,,viii4 ,de fatsoenlijke bedelaars in onze kerken #abc ,,ix4 ,is de dominee een leeglooper8 #ada ,x4 ,vacantie #afj ,,xi4 ,hoe een dominee herleefde #ahj ,i4 ,,hoe ,,men ,,het ,,meeste ,,nut ,,trekt ,,van ,,een ,,preek4 ,om het rechte nut van een preek te hebben1 moeten twee personen samenwerken en waar een van beiden zijn werk niet goed doet1 daar is de preek mislukt4 ,de eene is de man1 die haar voordraagt en de andere1 de vrouw of man1 die haar hoort2 terwijl er bijna even veel kunst is in het goed luisteren naar een toespraak als in het samenstellen ervan4 ,practische oefening is de eerste eisch voor den hoorder1 want het is een feit1 dat hij1 die geregeld een kerk bezoekt1 niet alleen meer hoort1 maar ook beter volgt dan wie zoo maar eens om de twee maanden een kijkje komt nemen4 ,het spreekt van zelf1 dat1 indien de predikant een paar koperen longen heeft en de hoorder niet stokdoof is1 deze1 al komt hij maar zelden in de kerk1 toch elk woord van den spreker kan opvangen2 maar er is eenig onderscheid tusschen een stoomfluit1 die binnen een gegeven kring doordringt tot elk oor zonder onderscheid en een muziekinstrument1 welks geluid slechts gewaardeerd kan worden door geoefende hoorders4 ,de stem van een bevoegd spreker is niet zoo zeer enkel geluid1 maar zij is veel meer muziek1 met fijne afwisselingen van toon en teedere buigingen der stem2 de wijze1 waarop hij een woord uitspreekt1 verklaart de beteekenis1 die hij eraan hecht2 de opslag zijner oogen beteekent een aandoening1 die hij ondervindt en wil opwekken2 de strengheid zijner woorden wordt verzacht door het gevoelvolle van den klank2 zijn loflied klinkt liefelijker door de innigheid1 waarmee het wordt voorgedragen4 ,het oor van een vreemdeling kan zulke onderscheidingen niet maken2 men moet gewoon zijn aan den spreker om de volle waarde van elke handbeweging1 elke verandering van toon te gevoelen4 ,daarenboven1 elk spreker1 die waard is te worden aangehoord1 schept zich een eigen atmosfeer en men kan zich daarin niet op zijn gemak gevoelen zonder geacclimatiseerd te zijn4 ,de spreker heeft zijn eigen standpunt1 en men moet zich daarop plaatsen om met hem te kunnen mee denken2 elk woord wordt gefiltreerd in zijn geest en men moet dien geest kennen om de werking ervan te begrijpen4 ,toevallige hoorders zijn als in een doolhof zonder gids1 maar de vrienden des sprekers gevoelen zich tehuis4 ,hij zei dit of dat1 beweert de toevallige bezoeker4 ,o ja1 antwoordt de deskundige1 maar als hij dat zegt1 beteekent het iets meer4 ,misschien zou men kunnen zeggen1 dat de hoofdvoorwaarde voor goed hooren is1 dat men den spreker kent1 zijn eigen manier van werken1 zijn geliefkoosde studin1 zijn onbewuste vooroordeelen1 zijn bijzondere boodschap1 en die kennis kan alleen verkregen worden door voortgezet hooren4 ,een dominee openbaart zich niet in zijn eigenlijke kracht in het particuliere leven3 dat doet hij op den preekstoel4 ,wanneer men hem des ,zaterdags op de straat ontmoet1 dan spreekt hij over het weer of over een boek en verbergt zich1 zooals trouwens elk degelijk man doet1 achter een alledaagsch onderhoud2 des ,zondags1 zonder het te weten1 laat hij zijn masker vallen1 totdat gij zijn karakter kunt doorgronden en in zijn ziel lezen4 ,er zijn natuurlijk sommige mannen1 die in hun preeken even min zich bloot leggen als in hun gesprekken2 maar in dat geval verliezen de hoorders er niets bij3 dezulken hebben geen persoonlijkheid te openbaren1 het zijn eenvoudig leeken in een geestelijk kleed gestoken4 ,men heeft een maand noodig om te gewennen aan een paar zware1 nieuwe laarzen en ten minste zes maanden om gemakkelijk te zitten in een nieuwen studeerstoel2 een jaar van herhaald bezoek wordt geischt om op zijn gemak te komen met een nieuwen predikant2 maar dan loont het genot ook de moeite4 ,het tweede voorschrift is aandacht1 wat hierop neerkomt1 dat een hoorder zijn lichaam in de kerk in dienst moet stellen van zijn ziel4 ,het kan wel zijn1 dat menschen luisteren1 terwijl zij bewegingloos en met gesloten oogen neerzitten en velen verklaren die houding door te zeggen1 dat zij zich op die wijze onttrekken aan een afleidende omgeving1 maar in dat geval behooren zij dan toch van tijd tot tijd eens teeken van leven te geven1 al was het maar om den spreker gerust te stellen en de omgeving te behoeden voor de zonde van een liefdeloos oordeel4 ,er zijn gemeenten in ,schotland1 waar een derde gedeelte van de hoorders schijnt te slapen2 maar de predikant krijgt later de zekerheid1 dat diezelfde hoorders het beste verslag van de preek en de scherpste beoordeeling van zijn rechtzinnigheid kunnen geven4 ,maar men kan niet zeggen1 dat zij nu juist een opwekkend schouwspel opleveren voor den spreker en deze komt vaak in de verzoeking eens iets onrechtzinnigs te zeggen om ze daardoor te dwingen eenig bewijs van belangstelling te geven4 ,indien iemand daarentegen behept is met den boozen geest van rusteloosheid1 die hem ertoe brengt geen oogenblik stil te zitten1 hem nu eens doet opstaan en een poosje later weer onder de bank weg doet duiken1 dan behoort zoo'n man zich thuis te oefenen om zijn kwelgeest de baas te worden of hij moet ergens gaan zitten1 waar hij kan luisteren zonder gezien te worden4 ,ook is het alles behalve dienstig om goed te hooren1 wanneer een man zijn armen over elkaar slaat en achter in zijn bank leunt als iemand1 die1 wetende dat er een zware beproeving boven zijn hoofd hangt1 een vast besluit neemt om ten einde toe stand te houden4 ,een spreker zal misschien heel vaak de aandacht vestigen op het edele leger der martelaars1 maar hij wenscht toch liefst geen troep martelaars in zijn eigen kerk toe te spreken4 ,niets is zeker ontmoedigender voor een spreker--zelfs z dat de woorden besterven op zijn lippen en dat hij zijn gedachten niet geregeld kan uitdrukken--aan een gehoor1 dat alle kenteekenen draagt van bestudeerde onachtzaamheid en niets is meer bezielend voor hem dan een onafgebroken rij van meelevende gezichten4 ,dan volgt de eisch1 dat de hoorder zijn gedachten bepaalt bij het behandelde onderwerp en hier heeft de geoefende hoorder een zeer groot voordeel4 ,als het moeielijk is voor sommige menschen om te luisteren1 dan is het nog tienmaal moeielijker voor andere personen om te volgen1 want het is zeer goed mogelijk1 dat iemand luistert en toch niet volgt4 ,er zijn maar weinige lieden1 die een half uur lang over dezelfde zaak kunnen denken of zelfs maar denken over wat ook2 na een korte poos verslapt hun belangstelling en zij blijven achter2 zij zijn geheel den draad van de redeneering kwijt geraakt en hebben bijna het onderwerp vergeten4 ,de preek1 die voor zulk een onbestendigen geest geschikt zou zijn1 zou moeten bestaan uit twintig onderafdeelingen1 elk een verhaaltje of een wakker schuddende gedachte bevattende1 die op zich zelf een geheel vormden1 zoodat de hoorder1 waar hij ook inviel1 dadelijk zich tehuis gevoelde4 ,menschen met gevoel behoorden echter te bedenken1 dat een opeenvolging van vermakelijke tooverlantaarnplaatjes niet hetzelfde is als een ernstig kunstwerk en indien iemand het ,evangelie van ,christus waardiglijk wil verkondigen1 dan moet hij ernstig overwegen en van zijn hoorders nadenken eischen4 ,de keten kan van goud zijn1 maar de schakels behooren stevig aan elkaar te zitten en een hoorder moet de sterkte ervan onderzoeken1 terwijl zij hem door de handen gaan4 ,indien iemand zich geen moeite geeft bij de poging om een preek te verstaan1 dan eindigt hij bijna zeker met de klacht1 dat de spreker langdradig of dat de toespraak onsamenhangend was4 ,het is niet de moeite waard naar een preek te luisteren1 waarin de predikant niet zijn volle kracht heeft gelegd2 en het is niet mogelijk een preek goed te verstaan1 tenzij de hoorder eveneens al zijn krachten inspant4 ,mijn vierde eisch voor gezegend luisteren is oprechtheid en een predikant heeft het recht die hoedanigheid van zijn hoorder te vragen4 ,indien een lid van een rechtbank zijn zetel inneemt met een gevestigde meening betreffende de te behandelen zaak1 dan is het te vergeefs1 dat een pleitbezorger zich inspant en er is geen hoop op een rechtvaardig oordeel4 ,indien een persoon de kerk binnentreedt met vast gewortelde vooroordeelen in de zaak der waarheid1 dan geeft het niets hoe knap of hoe welsprekend de spreker ook zij1 hij kan geen vat krijgen op den geest van dien hoorder4 ,de eerlijke hoorder is die1 welke bereid is elke bewijsvoering in overweging te nemen en elk besluit te herzien1 uitgenomen natuurlijk dat half dozijn uitgemaakte waarheden1 die geen predikant met goed verstand ooit zal aanvallen en die elk godsdienstig mensch als vaststaand aanneemt4 ,er zijn echter vele kanten van waar men een waarheid beschouwen kan en die een hoorder misschien niet heeft vermoed en er zijn vele toepassingen eener waarheid1 welke zich nooit aan hem voorgedaan hebben4 ,hij behoort bereid te zijn1 den spreker te volgen als een gids en ten minste de zaak in zijn eigen belang te overwegen3 hij behoort gewillig te zijn om te onderzoeken1 hoever het woord van den spreker zijn eigen gedrag betreft4 ,niets prikkelt een spreker meer en geeft hem grooter vertrouwen bij het verklaren der waarheid1 dan de zekerheid dat elk eerlijk woord1 door hem gesproken1 zal overwogen worden door eerlijke toehoorders4 ,hij gevoelt1 dat1 in geval zij het met hem eens zijn1 dit alleen zal wezen1 omdat zij overtuigd zijn2 indien zij niet met hem instemmen1 dan zal dat zijn omdat naar hun meening hij niet erin geslaagd is een goed pleidooi te leveren4 ,en de laatste eisch is christelijke liefde1 die dubbele zegen--n voor den man1 die spreekt n voor de menschen1 die hooren4 ,geen atmosfeer doet zoo veel kwaad aan den hoorder en geen is een zoo zware beproeving voor den spreker1 als die van kleingeestige critiek en boosaardige vertolking4 ,de menschen moeten met milden en edelmoedigen zin toeluisteren1 bedenkende dat de predikant een man is even onvolmaakt als zij zelf zijn en zich herinnerende dat niemand mag beoordeeld worden dan met het oog op den inhoud van hetgeen hij onderwijst4 ,het is mogelijk1 dat iemand op zekeren dag wat mat is--dat is vaak een gevolg van het weer2 het is mogelijk1 dat op een anderen dag hij niet vriendelijk gestemd is--dat is soms een zaak van spijsvertering2 de hoorders zijn verplicht veel door de vingers te zien bij iemand1 die te kampen heeft met den dubbelen hinderpaal van een weifelachtigen geest en een onvolmaakt lichaam4 ,de hoorders moeten als regel aannemen1 dat niemand altijd dezelfde kan zijn1 tenzij hij zich voortbewege op de vlakke baan der vervelende gemeenplaatsen4 ,men vertelt1 dat eens eenige afgevaardigden van een vacante gemeente een doctor in de godgeleerdheid van middelbaren leeftijd gingen hooren1 een man van kalmen aard en zonder eenige bezieling4 ,na hem een preek te hebben hooren voordragen1 die hij den voorafgaanden ,maandagvoormiddag had gemaakt en zoo als hij er elken volgenden ,maandag voormiddag een had kunnen maken1 vroegen zij aan een van zijn gemeenteleden of dit een goed staaltje was van de gewone prediking des doctors4 ,gij kunt1 zei dit lid1 er staat op maken2 hem eens te hooren is zoo goed als hem altijd te hooren2 hij is altijd dezelfde2 er is geen hooger of lager1 geen beter of minder goed bij den doctor4 ,zekerlijk daalde hij nooit beneden het effen peil van het gewone boerenverstand en even zeker steeg hij nooit tot de hoogten der bezieling4 ,menig predikant ondervindt1 dat om de vier of vijf ,zondagen1 dit verschilt naar omstandigheden1 zijn vlucht vermindert1 dat hij heel gelijkvloersch blijft en zich niet kan verheffen4 ,doch dan krijgt de gemeente den volgenden ,zondag een ruime schadeloosstelling en de predikant bereikt te beter den top des bergs1 met zijn vergezicht en frissche koelte1 naarmate hij dieper was afgedaald in het dal en enger was ingesloten geweest4 ,een van de wreedste onrechtvaardigheden1 waaraan de hoorders zich kunnen schuldig maken is den prediker te verdenken van persoonlijkheid en in zijn woorden een gedachte te leggen1 die niet in hem opgekomen is4 ,wanneer het voorkomt1 dat een prediker de een of andere bijzondere fout tot in kleinigheden beschrijft en met een zekere scherpte hekelt1 dan behooren de aanwezigen zich ervan verzekerd te houden1 dat hij bezig is zijn eigen fout te beschrijven1 want inderdaad niemand is zoo goed op de hoogte van anderer fouten als van die1 welke hij als zijn eigene erkent4 ,het is het best voor den hoorder te gelooven1 dat de prediker bij al wat hij zegt1 slechts gedreven wordt door trouw aan de waarheid en door liefde voor zijn medemenschen en dat niemand dieper dan hij het betreurt1 indien er eenige tekortkoming of fout in den geest van zijn onderricht is4 ,zijn begeerte is te overtuigen en te troosten2 zijn eenige belooning de geestelijke steun1 dien hij verleent aan de zielen zijner medemenschen4 ,indien door zijne woorden eenige broeder kracht verkrijgt om zijn arbeid in den loop der week getrouwer te verrichten of wordt geholpen in de beproevingen des levens1 dan is zijn doel niet mislukt en heeft hij geen berouw van zijn opofferingen4 ,zijn streven is het verhevenste1 dat de mensch kent en zijn arbeid is de zwaarste4 ,daarom worde de meest mogelijke sympathie hem betoond en te zijnen behoeve stijgen de meest aanhoudende en ernstige gebeden ten hemel6 ,geen hoorder is eerlijk geweest tegenover den prediker1 indien hij vergeet1 wat aan de deur der kerk gezegd is of als hij een preek behandelt als een verhandeling1 waarover geredetwist moet worden4 ,de kerk is niet een plaats van uitspanning of een gezelschap tot oefening in het spreken3 het is een school1 waar de hoogste kennis wordt onderwezen--de kennis des levens4 ,de onderwijzingen worden van den preekstoel af gegeven2 het bewijs moet thuis geleverd worden4 ,meer dan eenige andere godsdienst is de ,christelijke proefondervindelijk en practisch--niet een verzameling van regels1 maar van grondbeginselen die moet worden uitgewerkt in het leven van elken mensch4 ,die prediker heeft zijn taak begrepen en volbracht1 die een man tot handelen beweegt en die hoorder heeft het meeste voordeel van een preek gehad1 die haar in praktijk heeft gebracht4 ,de prediker behoeft geen lessen uit te deelen1 door te zeggen1 als tot kinderen3 ge moet dit of dat doen1 want dat zou onverdragelijk zijn en tevens doelloos4 ,de beste predikers wekken gedachten op1 door de menschen zich te doen schamen over den lagen standaard van hun leven1 terwijl zij luisteren naar de blootlegging der zonde en door hen te brengen tot adeldom der ziel door de tentoonstelling van de schoonheid der deugd4 ,de eerlijke toehoorder begint niet goed te handelen omdat het hem gezegd is1 maar omdat hij gevoelt het te moeten doen4 ,hij heeft zijn hart geopend voor de boodschap der waarheid1 zooals de zachte grond in de lente zich opent voor het zaad en in die herbergzame woning ontkiemt het zaad en wast het op4 ,boven alles vraagt de ,christenprediker twee dingen en deze kunnen alleen verkregen worden bij gehoorzaamheid van den hoorder4 ,hij noodigt zijn gehoor uit om discipelen en dienaren te worden van ,jezus2 hij verheerlijkt de genade en de macht des ,meesters2 hij verzekert zijn medemenschen1 dat in ,jezus te gelooven en ,hem te volgen1 leven is4 ,indien de hoorder redeneert en redetwist over ,jezus1 kan hij nooit tot de feiten komen en heeft hij niet eerlijk gehandeld met den prediker4 ,laat hem de proef nemen en het met ,jezus wagen1 zooals de eerste ,christenen deden4 ,als hij dat doet1 eerst dan zal hij in staat zijn de prediking te beoordeelen2 doet hij het niet1 dan behoort hij te zwijgen4 ,nooit is er beuzelachtiger getwist geweest dan met hoorders1 die niet gelooven willen3 zij zijn als menschen1 die om het kerkgebouw heenloopen en kibbelen over de geschilderde glazen1 welke alleen van binnen af kunnen gezien worden4 ,ook doet de ,christenprediker een beroep op de offervaardigheid en het is zijn plicht de heerlijkheid te roemen van een onzelfzuchtig leven4 ,hij vraagt van de menschen1 dat zij iets zullen doen dat moeielijk is en weinig aantrekkelijks heeft en belooft hun een loon1 dat geestelijk en onzichtbaar is4 ,de hoorder is verplicht dezen eisch voor zich zelf waar te maken en te onderzoeken of het waar is1 dat men er gelukkiger en sterker door wordt1 wanneer men niet zich zelf1 maar anderen dient4 ,het hoofddoel van elke prediking is ten slotte bezieling1 en de man1 die in vuur gezet wordt1 is de rechtvaardiging van den preekstoel4 ,de grootste ramp bij de prediking is tegenzin en onverschilligheid4 ,nooit was een preek zoo onbeteekenend of zij bevatte meer dan de hoorders in toepassing konden brengen4 ,geen preek is mislukt1 die1 al is het maar n mensch1 heeft verrijkt met n enkele gedachte of opgewekt tot n brave daad4 ,,ii4 ,,hoe ,,een ,,gemeente ,,haar ,,dominee ,,tot ,,de ,,grootst ,,mogelijke ,,volkomenheid ,,brengt4 ,tusschen een predikant en zijn ,gemeente is een voortdurende wisselwerking1 zoodat de dominee de ,gemeente maakt en de ,gemeente eveneens den dominee vormt4 ,wanneer men spreekt van hetgeen de predikant doet voor zijn gemeenteleden1 dan denkt men daarbij niet aan bankhuur en opbrengst van collecte en statistiek en scharen1 ook niet aan scholen en wijklokalen en zondagsscholen en bijbellezingen4 ,de groote taak van den dominee is de vorming van karakters4 ,de voornaamste vraag1 die men te doen heeft in betrekking tot het werk van den predikant1 is daarom3 welke soort van menschen heeft hij gevormd8 ,en een van de meest belangrijke vragen ten minste1 waardoor men zich een oordeel kan vormen over de lidmaten eener kerkelijke ,gemeente1 is3 wat hebben zij gemaakt van hun dominee8 ,hiermede bedoelt men niet1 hoeveel traktement zij hem gegeven hebben of hoe vriendelijk zij voor hem geweest zijn1 maar in hoeverre hij een man is geworden en of hij in den kring zijner ,gemeente tot de voor hem bereikbare hoogte is gestegen8 ,sommige ,gemeenten hebben hun dominee ten onder gebracht door hem zoolang te plagen1 tot hij den moed en alle zelfbeheersching verloor en tot hij knorrig en driftig werd4 ,weer andere ,gemeenten hebben hetzelfde gedaan door den dominee zoo naar de oogen te zien en te vertroetelen1 dat hij ten laatste geen tegenspraak meer kon dulden en begon te gelijken op een dwingerig kind4 ,die ,gemeente heeft haar taak het best vervuld1 welke een atmosfeer heeft weten te vormen zoo bezielend en tevens zoo inspannend1 dat alle goede eigenschappen in haar dominee aangekweekt en alle verkeerde neigingen onderdrukt werden4 ,een jonge dominee is een last1 gelegd op eene ,gemeente en haar eerste plicht is geduld1 vooral ten opzichte zijner prediking4 ,zeker jong1 en wat niet hetzelfde beteekent1 onrijp dominee1 begon zijn loopbaan als hulpprediker in een stadskerk1 bekend wegens haar grootschen arbeid en haar ernst4 ,zijn werk was het bezoeken van zieken en het zorg dragen voor de zoogenaamde bijzaken2 wijselijk werd hem zelden opgedragen te preeken4 ,als hij het deed1 dan was zijn toespraak inderdaad een zeer jongensachtig opstel--ondiep1 onpraktisch1 vormelijk--en hij was verstandig genoeg zich te schamen4 ,na eenigen tijd werd hij ten gevolge van toevallige en persoonlijke omstandigheden beroepen in een ,kerk in een afgelegen dorp4 ,vr hij de groote stadskerk verliet1 kwam een der ouderlingen hem bezoeken om afscheid te nemen4 ,deze zei1 dat hij het zijn plicht rekende te doen uitkomen in welk opzicht de hulpprediker was geslaagd en waarin hij gefaald had4 ,ge zijt zeer oplettend geweest voor de zieken en 444 voor 444 de kinderen1 en ik mag1 zonder vleierij verklaren1 dat men veel van u hield1 maar gij weet wel1 dat ,god u niet het talent heeft toebedeeld van spreken in het openbaar4 ,ik vrees1 dat ge nooit in staat zult zijn te preeken4 ,dat belet natuurlijk niet1 dat ge toch wel als herder nuttig en tot zegen kunt wezen4 ,het was geen opwekkend vooruitzicht om altijd oude1 ziekelijke dames te bezoeken en dienst te doen bij zondagsschoolfeestjes1 maar de jonge man dankte den vriendelijken ouderling met een benepen hart en ging naar zijn nieuw arbeidsveld4 ,zijn eerste ervaring in de nieuwe parochie scheen de droeve voorzegging te bevestigen4 ,den eenen dag raakte hij in de war in het midden van zijn preek2 een anderen keer1 terwijl hij bezig was een ,zendbrief van ,paulus te verklaren1 verdwaalde hij zoo te midden van zijn gedachten1 dat hij van voren af aan moest beginnen en de helft van zijn tekstverklaring moest herhalen4 ,bij die gelegenheid was de jonge predikant zoo ontmoedigd1 dat hij op den preekstoel zelf een overijld besluit opvatte om ziin ontslag te nemen en hij ging zeer ternedergedrukt de kerkekamer binnen4 ,daar stond een oude ,hooglander1 een ouderling1 op hem te wachten2 deze nam hem bij de hand en dankte hem voor een welsprekende toespraak4 ,het is wonderbaar1 zei hij met zijn zoet1 minzaam accent1 dat gij zoo goed preekt1 en dat nog zoo jong1 en ik zou u willen zeggen1 dat gij u nooit ongerust moet maken1 als ge soms eens een punt van uw toespraak vergeet4 ,dan laat ge eenvoudig een psalm zingen en neemt wat rust2 wellicht komt het dan weer in uw hoofd terug4 ,wij hebben allemaal overvloed van tijd en we houden allen heel veel van u4 ,de menschen praten erover1 wat een goed spreker gij binnen kort zult zijn en zij zijn nu al trotsch op u4 ,den volgenden zondag beklom de dominee den preekstoel vol vertrouwen en werd gedragen door de lichtverheffende atmosfeer der vriendelijkheid en daarom haperde hij niet en vergat hij niets en ook is het sedert dien dag niet noodig geweest1 dat hij weer van voren af aan begon4 ,het is inderdaad geen wonder1 dat zijn hart nog altijd vanuit de stad1 waar hij thans is1 met dankbaarheid en liefde terugdenkt aan die ,hooglandsche parochie2 was zijn eerste ,gemeente niet zoo vol christelijke liefde voor hem geweest1 dan zou hij nu niet in de bediening des ,woords zijn4 ,de leden eener ,gemeente zijn verplicht hun dominee bij te staan in de wereld buiten de ,kerk4 ,hij behoort tot hen en zij moeten naijverig zijn op zijn goeden naam4 ,indien hij iets zegt of doet1 wat niet recht is dan mogen zij hem dat zeggen onder vier oogen in alle teederheid en liefde2 maar als vreemdelingen hem bevitten1 laat dan zijn eigen menschen hem verdedigen en prijzen4 ,indien iemands eigen huisgezin hem trouw blijft1 dan wordt zoo iemand niet ter neder geslagen door de vijandschap van de menschen op de straat4 ,wanneer dat huisgezin zich tegen hem keert1 dan ontzinkt hem het hart4 ,niets zal een degelijk man meer ertoe brengen streng voor zichzelf te zijn en zijn fouten te erkennen1 dan de ontdekking1 dat wie hem onder vier oogen berispt1 hem in het openbaar verdedigt4 ,het kwam eens voor1 dat een voornaam ,kerklid het als zijn plicht beschouwde zijn dominee1 aan wien hij overigens zeer gehecht was1 te berispen omdat diens prediking scherp en ongeestelijk was geworden4 ,zij waren persoonlijk bevriend en het gesprek werd gevoerd in een volmaakt passenden vorm2 maar de dominee voelde zich toch daarna eenigszins gegriefd1 wat vrij dwaas was1 en hij pijnigde zich met de gedachte1 dat zijn vriend en zijne ,gemeente iets tegen hem kregen4 ,eenige dagen later kreeg hij het bezoek van een collega en terwijl zij zaten te praten over verschillende zaken1 wenschte zijn bezoeker hem geluk ermee1 dat zijn menschen zoo aan hem gehecht waren4 ,bijvoorbeeld3 gisteren avond aan een diner was de oude doctor ,sardine bezig te vitten op uw prediking1--hij noemde u een liberaal en zoo voort--toen de heer ,cochrane uit den hoek kwam en den ouden heer vertelde1 dat hij niet wist1 waarover hij sprak4 ,ik bezoek zijn kerk1 zei uw man1 en ik weet1 dat ik mijn dominee nooit zal kunnen vergelden1 wat hij voor mij en mijn gezin gedaan heeft6 ,dat was goed ,hollandsch en maakte een geweldigen indruk en daar was ten minste n dominee1 die u zulk een vriend benijdde4 ,terwijl zijn vriend hem flink1 onder vier oogen als man tegen man1 op zijn fouten had gewezen1 en terwijl hij zich persoonlijk had beleedigd gevoeld1 als een dwaas kind1 had diezelfde vriend met edelmoedige geestdrift gewaakt voor zijn goeden naam en de gedachte daaraan wekte op tot berouw4 ,het oordeel van zijn vriend kreeg een nieuwe beteekenis1 geheiligd als het werd door zulke bewijzen van oprechtheid en grootmoedigheid4 ,zoo kwam de dominee ertoe ernstig na te denken over zijn toestand en hij gevoelde in uitersten vervallen te zijn4 ,niets oefent een weldadiger invloed uit op een rijk begaafd man dan het gevoel dat een aantal menschen hem vertrouwen en over hem waken4 ,dit vertrouwen vervult hem met nederigheid1 onderdrukt zijn hoogmoed1 leert hem voorzichtigheid en doet hem zijn groote verantwoordelijkheid gevoelen1 zich in den strijd des levens flink te houden4 ,een verstandige ,gemeente zal ook beantwoorden aan het hoogste1 wat de dominee geeft en zal onderscheid maken tusschen een tweede- en een eerste-rangsproduct van zijn brein4 ,daar is zoo iets als een goedkoope preek1 die misschien heel populair en duidelijk is1 met een heel oppervlakkig tintje van knapheid4 ,vlugge mannen worden vaak verleid zulke preeken te geven1 omdat zij heel gemakkelijk voorbereid worden en geen inspanning van de ziel eischen4 ,en een ,gemeente houdt wel eens van zulke preeken1 omdat zij maar weinig oplettendheid vragen4 ,er is ook zoo iets als een dure preek1 die heel wat strijd voor hoofd en hart gekost heeft--een preek vol gedachten en hartstocht4 ,zulke preeken worden niet gemakkelijk gemaakt en evenmin gemakkelijk verstaan4 ,wanneer de predikant zijn ziel in zijn werk gelegd heeft1 dan moeten de hoorders ook hun ziel wijden aan het hunne4 ,natuurlijk zal een sterksprekende persoonlijkheid niet ophouden zijn beste1 zijn voortreffelijkste werk voort te brengen1 is er al niemand1 die het goedkeurt en hij zal in geen geval beneden zijn hoogste standpunt dalen2 maar de begeerte naar goedkoope en populaire prediking is een groote verleiding voor een gewoon dominee1 zoodat hij soms in de verzoeking komt de dwazen in zijn ,gemeente te gelieven en zijn eigen last te verlichten door iets minder goeds te geven1 dan hij zou kunnen doen4 ,en het is het meest bedroevende en het pijnlijkste verschijnsel in het kerkelijk leven1 wanneer men een man ziet slagen1 voor den uiterlijken schijn ten minste1 die zijn talenten heeft begraven en wanneer een ,gemeente gelukkig en schijnbaar tevreden is1 na haar dominee te hebben verwaarloosd4 ,indien een predikant vervuld is van een hoog ideaal en een ijzeren wil heeft1 dan zal hij zich zelf tot volmaking brengen in spijt van de meest ontmoedigende omstandigheden1 en ofschoon de lieden vragen om goedkoope knapheid1 zal hij volhouden hen te voeden met de krachtigste spijzen4 ,doch vele verdienstelijke mannen zijn noch bijzonder sterk noch geestelijk en indien hun menschen geen lust hebben in stevig voedsel1 dan voldoen zij hen met het armzaligste van alle kunstgrepen--godsdienstige liflafjes4 ,soms is het een evangelisch praatje1 soms maatschappelijke bombast of diepzinnige wartaal1 altijd is het een bijproduct van den geest des mans en minder dan waardeloos voor de lidmaten zijner ,kerk4 ,het dient den dominee duidelijk gemaakt te worden1 dat zijn ,gemeente verwacht te deelen in de rijpste vruchten zijner kennis en zijn meest zorgvuldige overdenkingen op prijs zal stellen4 ,wanneer hij bij een of andere gelegenheid zijn toppunt bereikt en een groote preek preekt1 dan komt het er niet op aan of iedere persoon elk woord heeft begrepen of dat wellicht eenigen maar ongeveer de helft gevat hebben4 ,men behoort hem te zeggen1 dat al de leden der ,kerk trotsch op hem zijn en ,god voor hem danken en dat1 indien hij misschien door sommigen niet bijgehouden is1 dit niet een gevolg was van duisterheid1 maar van verheffing1 en dat men blij is een dominee te hebben1 die op zulk een hoog peil staat4 ,hij moet niet tot hen nederdalen1 maar zij moeten trachten tot hem op te klimmen4 ,het is een onwaardige zaak voor een dominee om de gewone praatjes van de gemeenteleden in een toonbaar kleed te steken1 zoodat de mindere man naar huis gaat zich zelf gelukwenschend omdat hij zijn armzalige denkbeelden netjes aangekleed en opgedirkt heeft herkend4 ,het is profetentaak zijn kudde hemelwaarts te leiden zelfs niettegenstaande de weg soms door de woestijn voert en die kudde behoort te volgen dicht achter den profeet en hem te doen weten1 dat zij er zijn en dat zij niet zullen ophouden te volgen1 totdat hij hen gebracht heeft midden in het ,land van ,belofte4 ,in die omstandigheden zal een man zich verplicht gevoelen de beste boeken te lezen en door te dringen tot het hart van elke zaak2 hij zal noch verstandelijken arbeid1 noch eenige aandoening der ziel schuwen om te gemoet te komen aan de verwachting van een ernstig1 ontwikkeld gehoor en indien hij er ten laatste in slaagt een leider te worden1 wiens woorden tot in de verte doorklinken1 dan zal aan deze ,gemeente de eer daarvan toekomen1 die in hem geloofde en groote dingen van hem verwachtte en meer van hem maakte dan hij ooit1 in zijn eerzuchtigste oogenblikken1 gemeend heeft te zullen bereiken4 ,het is ook de plicht van de leden eener ,gemeente hun predikant aan te moedigen en zij zouden zich in den regel daartoe meer moeite geven1 indien zij slechts wisten1 hoezeer hij die aanmoediging noodig heeft en hoezeer hij er door zou gedijen4 ,zij moeten een sterke verbeeldingskracht hebben om de beproevingen van zijn stand te begrijpen1 die geheel verschillen van die op ieder ander arbeidsveld1 omdat hij werkt bij geloof en niet bij aanschouwing4 ,wanneer hij in zijn studeerkamer zit en tegen den middag nog niets geschreven heeft1 omdat zijn gedachten niet toevloeien of wanneer hij het werk van vier uren verbrandt1 omdat het waardeloos is1 dan kijkt de dominee eens naar buiten en benijdt den metselaar1 die aan de overzijde der straat een zeker aantal voeten metselwerk heeft gemaakt1 dat zoo goed en kwaad als het is of wezen kan1 vele jaren duren zal4 ,wanneer hij de zieken zijner kudde bezoekt1 bezorgd uitziende naar een teeken of zijn woorden van opbeuring en raad eenige degelijke uitwerking hebben gehad1 dan zou hij wenschen een geneesheer te zijn1 die kan zien1 welk goed hij doet en die zijn oogenblikkelijke belooning vindt in levens1 die hij redde van den dood--in lichamen1 die hij bevrijdde van pijn4 ,soms schijnt het den dominee toe1 alsof hij week in1 week uit zijn woorden verspilt--hij kon even goed trachten de woestijn in een zee te veranderen door er emmers water in te werpen4 ,uit den aard der zaak kan hij de vrucht van zijnen arbeid niet ontdekken en daarom moeten anderen hem vertellen1 dat hij niet te vergeefs gearbeid heeft4 ,de menschen zijn er vlug genoeg bij om een preek te critiseeren of er over uit te weiden1 dat het bezoek een weinig minder druk was dan den vorigen keer1 maar is er niets anders dat zij zouden kunnen melden aan den predikant8 ,heeft hij nooit eenig licht geworpen over een of ander moeielijk gedeelte van de ,heilige ,schrift of het geweten bepaald bij de beteekenis van eenigen nieuwen plicht of troost gebracht aan het hart in de een of andere verdrietelijkheid des levens8 ,waarom moet hij in onwetendheid gelaten worden1 hij die juist zoo smachtend wacht op nieuws1 dat niet komt en dat zooveel zou waard zijn8 ,laat ik u eens brengen in een studeerkamer1 waar de dominee met inspanning van alle krachten tegen stroom op roeit en eraan wanhoopt ooit het strand te bereiken4 ,de morgenpost komt aan en vier brieven worden op zijn tafel gelegd3 de eerste is onbelangrijk1 de tweede is vervelend1 de derde is plagerig en de ontmoedigde man opent den vierden brief met een zucht4 ,zeker weer een klacht van den een of anderen twistzoeker2 zeker weer een speldeprik toegebracht aan een vermoeid man8 ,wat is dat8 ,mijn waarde dominee6--,een tijd lang heb ik u willen schrijven en u vertellen wat een hulp gij geweest zijt voor personen1 die mij zeer dierbaar zijn4 ,herhaalde malen is mijn echtgenoot opgebeurd en aangemoedigd door uwe flinke woorden in zijn strijd om in zijn zaken te doen1 wat goed is4 ,hij zei mij eens op een avond1 dat niets meer ertoe had bij gedragen om hem eerlijk te doen blijven dan uw preeken4 ,gij weet1 dat onze ,jack ons een tijd lang zeer verdrietig maakte door zijn zorgeloosheid en onverschilligheid voor het huiselijk leven4 ,welnu1 hij is in den laatsten tijd geheel veranderd en is zeer oplettend voor mij en lief voor zijn vader4 ,en op mijn verjaardig bracht hij mij een zeer mooi geschenk1 waarvoor hij bepaald eenige maanden moet gespaard hebben4 ,toen ik hem vertelde1 hoe dankbaar ik was1 zei hij alleen3 de preek over zoons en moeders heeft het gedaan6 ,en nu scheen het mij toe1 dat uw preek van verleden ,zondag over bezorgdheid voor mij geschreven was1 want ik heb zoo weinig geloof en ben zoo angstvallig4 ,daarom moest ik u even vertellen1 dat gij het leven van een geheel gezin hebt bezield en dat wij ,god danken voor u4 ,uw zeer dankbare ,may ,harrison4 ,de brief schijnt misschien niet lang of niet moeielijk te begrijpen1 maar de dominee was toch niet tevreden vr hij hem zesmaal gelezen had4 ,en ofschoon het wellicht ook geen geleerde brief schijne1 hij wierp toch zulk een vloed van licht op den tekst1 dat de pen van den dominee over het papier vloog4 ,hij borg dien brief achter slot in zijn lessenaar1 maar merkte1 dat hij een zin vergeten had1 zoodat het wenschelijker was hem in den zak te dragen4 ,des ,zondags oordeelde hij het noodig dien brief te lezen vr hij naar de kerk ging en in de kerkekamer sloeg hij er nog een laatsten blik in4 ,en de dominee preekte dien morgen met zulk een kracht en zoo vol opgewektheid1 dat zelfs de vitters tevreden waren en de ,gemeente ging huiswaarts op vleugelen4 ,,iii4 ,,het ,,candy-,,pull ,,stelsel4 ,terwijl ik schrijf ligt voor mij op de tafel een beroep op de leden van een ,christelijke ,jongelingsvereeniging 7,young ,men's ,christian ,association7 en ik schrijf het woordelijk af3 ,vergeet niet ,de volgende gezellige bijeenkomst1 ,de volgende candy-pull1 ,de volgende feestelijke samenkomst1 ,den volgenden zangdienst1 ,de volgende evangelische samenkomst1 ,het volgende diner met kippenpastei1 ,den volgenden datum1 waarop gij den secretaris behoort te verblijden met uw penningen4 ,deze merkwaardige opsomming van werkzaamheden1 waarin evangelische ijver en bekwaamheid in zaken zich paart aan wat het vleesch aangenaam is1 kan zonder uitleggen begrepen worden2 de verschillende punten geven ons een duidelijke verklaring van een godsdienstige instelling op de hoogte van den tijd--een waar mengelmoes van een ,amerikaansche ,y4 ,m4 ,c4 ,a4 ,misschien heeft n afdeeling van het werk eene kleine opheldering noodig2 er zijn wellicht eenige menschen1 die in het algemeen goed op de hoogte zijn van de afdeelingen van ,christelijk werk en die toch nog niet zoo ver met hun onderzoekingen gevorderd zijn1 dat zij kwamen tot een candy-pull4 ,deze afdeeling1 als dit het juiste woord is1 is een gezelschap jonge mannen en vrouwen1 die te zamen komen om aan reepen kandij te trekken en men zegt dat in het geval1 dat de twee sexen er aan mee doen1 de bezigheid zeer uitlokkend is4 ,het kan ook zijn1 dat dit kandij-trekken met het oog op de beteekenis van het woord ,jongelingsvereeniging zich beperkt tot n sexe en daardoor beroofd wordt van de helft der aantrekkelijkheid1 maar men mag aannemen dat in deze dagen van aangename godsdienstige avondjes de jonge mannen toch niet behoeven overgelaten te worden aan hun eigen gezelschap4 ,de ,christelijke ,kerk en een ,jongelingsvereeniging zijn natuurlijk zeer onderscheiden instellingen en de laatste is niet gebonden aan eenige overlevering van strenge waardigheid2 maar men mag zich niet erover verwonderen1 dat de ,kerk ook eenigszins is getroffen door den geest van gezelligheid en ook haar best doet om den godsdienst een weinig onderhoudend te maken4 ,wanneer men in ,amerika binnenkomt in wat men noemt een plaats van godsvereering1 dan verbeeldt men zich in een salon te zijn4 ,er ligt een dik kleed op den vloer1 er staan rijen stoelen1 zooals men die in een schouwburg verwacht1 een groot orgel trekt het oog en bij de plaats van den predikant vindt men een monsterbloemruiker2 de menschen komen binnen met een vroolijk gezicht en groeten elkander heel opgewekt2 bijna niemand buigt het hoofd tot een gebed en het gebouw wordt vervuld met een vroolijk gebabbel4 ,daar maakt een man zich los uit een gesprek en loopt haastig door het gedrang naar het platform even vaak zonder een geestelijk kleed1 als niet in leeken-kleeding4 ,dan treedt een kwartet naar voren en zingt met het gelaat gekeerd naar het gehoor een lofzang voor de vergadering1 die niet opstaat1 en later zingt datzelfde kwartet een tweede loflied ook voor de vergadering4 ,dan wordt er een gebed uitgesproken1 er wordt uit de ,heilige ,schrift gelezen en de daaropvolgende preek is kort en schitterend4 ,onder andere wenken1 dringt de dominee aan op het bijwonen van het ,avondmaal met ,paschen1 waar1 zoo als vermeld wordt op een papier1 geplakt op de banken1 oesters en vleeschspijzen zullen voorhanden zijn--ik vermoed een kalkoen--en ijs4 ,dit maal zal gediend worden in het spreekvertrek der kerk4 ,nauwelijks is de zegen uitgesproken1 die een oogenblik een ander voorkomen aan de bijeenkomst gaf1 of de vergadering loopt haastig naar de deur2 en ofschoon niemand kan begrijpen1 hoe het in zijn werk is gegaan1 staat de dominee daar reeds1 handendrukkend en menschen aan elkaar voorstellende1 ontsnappend aan menig lastig verzoek en in het algemeen alles luchtigjes opvattend4 ,de een wenscht hem geluk met zijn speech--een nieuwe naam voor een preek--terwijl een ander zegt1 dat het prachtig was4 ,er zijn ook in ,engeland pogingen aangewend om het kerkelijk leven werkelijk populair te maken1 en in zekere stad1 die de schrijver kent1 zijn die pogingen in een eigenaardige richting niet geheel mislukt4 ,een der ,kerken schafte zich een nieuwe verzameling nachtmaalschotels aan door de alledaagsche kunstgreep van een danspartij2 onderscheidene ,gemeenten gaven liefhebberij-tooneelvoorstellingen en een zeer ondernemend lichaam had een eigen schouwburgzaal4 ,bijbellezingen werden besloten1 aan het einde van den cursus1 met een souper2 met ,goeden ,vrijdag maakte men landelijke uitstapjes1 begeleid door een militair muziekkorps en een belangrijk deel van de inkomsten der ,gemeente was afkomstig van gezellige vergaderingen van allerlei aard4 ,deze bijzondere stad is niets dan een staaltje van den algemeenen geest1 langzamerhand opkomend in de ,kerk in ,engeland4 ,de eene dominee gebruikt een tooverlantaarn om kracht bij te zetten aan zijn preek2 een ander heeft een kroeg bij de inrichting van zijn ,kerk2 een derde behandelt het laatste moordenaarsschandaal2 een vierde heeft een dienst met zang1 een zigeuner of een gewezen bokser om de belangstelling in het ,evangelie te doen herleven4 ,als het zoo voortgaat1 dan zullen weldra een schouwburg en andere vermakelijkheden aan de ,kerk worden toegevoegd1 als aantrekkingsmiddel voor de jongelieden en om te voorkomen1 dat de oude menschen zich gaan vervelen bij de godsdienstoefening4 ,misschien is het door de boosheid van 's menschen natuur1 die ons er toe brengt op nieuwe dingen te vitten en te hunkeren naar den goeden ouden tijd--die niet altijd goed was in alle opzichten--maar men is toch niet zeer ingenomen met de nieuwe verschijnselen en in het geheel niet overtuigd1 dat het candy-pullstelsel in eenig opzicht een verbetering van het verleden is4 ,na een weinig ondervinding van aangename sprekers en spreekvertrekken en soupers met roomijs en landelijke partijtjes1 herinnert men zich met vernieuwden eerbied en diepe waardeering den dominee van den vroegeren tijd1 met zijn eenvoudige kleeding1 zijn waardige houding1 zijn gevoel van verantwoordelijkheid1 zijn beschaafd voorkomen1 en wien men het aanzag1 dat hij in stilte leefde in gemeenschap met ,god1 terwijl hij sprak als een overbrenger van een boodschap van den ,eeuwige4 ,hij maakte misschien niet zoo veel drukte bij het uitgaan van de kerk als zijn opvolger en was misschien ook niet zoo knap in de spelen en niet in staat om een zoo pakkende speech te houden over liefde1 vrijerij en huwelijk4 ,de lidmaten van zijn ,gemeente hebben hem wellicht niet genoemd een schitterend man1 en ook niet van hem gezegd1 dat hij een eerste grappenmaker was2 ook hebben zij hem niet zoo dikwijls op de thee gevraagd en het is zelfs toe te geven1 dat hij bijna te vormelijk was2 maar daar staat tegenover1 dat zij van hem spraken als van een man ,gods1 en een goed man en dat zij om hem zonden bij de moeielijkheden des levens1 wanneer hun geweten hen pijnigde4 ,het is mogelijk1 dat zij niet zoo met hem dweepten als met den nieuwerwetschen man1 maar zij hadden eerbied voor hem1 geloofden in hem1 wat heel wat meer beteekent4 ,men wordt ook getroffen door de verandering in de geheele omgeving van de godsdienstoefening en men kan verschillen van meening erover of het een voor- of een achteruitgang is4 ,de kerk onzer vaderen was noch goed verlicht1 noch wetenschappelijk geventileerd1 noch voorzien van met zorg bewerkte kussens en het eenige karpet1 dat er was1 lag op de treden van den preekstoel4 ,de hedendaagsche kerk is bekoorlijk versierd1 en schitterend van ontelbare electrische lampen4 ,de dienst was in het verleden uit een muzikaal oogpunt onvolmaakt en over het algemeen te lang van duur4 ,tegenwoordig wordt de tenorzanger van het koor ontslagen1 indien zijn stem versleten begint te lijken en de menschen spreken er van1 hoe de lofzang is voorgedragen of gentoneerd--misschien was het ,heilig1 heilig1 driewerf heilig1 almachtig ,opperwezen--en er wordt bekend gemaakt in de kerkekamer 7of in de spreekkamer van den predikant7 dat de bespreking der ,heilige ,schrift niet langer moet duren dan vijftien minuten--tien is nog beter--en dat de gebeden geen inbreuk moeten maken op de muziek en dat de preek1 onverschillig welke het onderwerp ervan zij1 al was het de ,oordeelsdag1 belangwekkend moet zijn4 ,in vroeger tijd noemde de ,gemeente een preek stichtelijk of onderzoekend of opbouwend4 ,tegenwoordig zegt zij1 dat de predikant in den stijl was of zij klaagt er over1 dat hij geen kleur bekende4 ,er zijn ongetwijfeld veel punten1 waarin de ,gemeente van thans vooruitgegaan is bij die van vroeger1 maar toch is niet alle verandering winst geweest1 want het voornaamste bestanddeel van den eeredienst van het vroegere geslacht was eerbied--de menschen ontmoetten elkaar in tegenwoordigheid van den ,eeuwige1 voor ,wien elk mensch minder is dan niets4 ,en het voornaamste bestanddeel is tegenwoordig voor de kinderen van dat geslacht1 die komen luisteren naar een koor en een knap spreker1 zelfbehagen4 ,het moet toegegeven worden1 dat een van de oorzaken voor de verandering in den geest van het gemeente-leven een reactie is van het individualisme en een nieuwe opvatting van het gemeenschapsbegrip der ,christelijke ,kerk4 ,een godsdienstig mensch beschouwt zich zelf niet langer als een op zich zelf staande eenheid1 afgezonderd van elk ander menschelijk wezen in de wereld en wiens hoofdbezigheid in het leven is1 zijn eigen ziel te behouden4 ,hij heeft ervaren1 dat zijn leven verband houdt met dat van zijn naasten en dat hij een deel uitmaakt van een vereeniging die zich over de geheele wereld uitstrekt2 dat hij zijn menschheid niet moet verloochenen en dat hij1 door anderen te behouden ook zich zelf redt4 ,de wereld is niet langer een woestijn1 die hij doortrekt als een pelgrim en vreemdeling1 maar zijn geboorteplaats1 waaraan hij de vervulling van een taak verschuldigd is en godsdienst is niet zoo zeer een ernstige toewijding aan ,god als wel een nuttig1 liefderijk leven4 ,het middelpunt der gedachte is feitelijk overgebracht van de eeuwigheid op het tijdelijke1 van de vereering van ,god op het dienen der menschen4 ,de eerste opvatting werd belichaamd in een ,puriteinsche bijeenkomst1 waar elke tegenwoordige in beteekenisvolle afwachting uitkeek naar een teeken van gunst van den ,almachtige1 of in de cathedraal1 waar de menigte in stille aanbidding wegzonk bij het opheffen van de hostie4 ,de andere gedachte is voelbaar in het gebouw1 dat meer concertzaal is dan kerk1 waar een aantal fatsoenlijke menschen in opgeruimde stemming en vol van vriendschappelijke gevoelens samenkomen om te trachten elkander te bewegen tot goede daden en om liederen te zingen4 ,de oude vreeze des ,heeren schijnt geheel verdwenen en met die vrees is eveneens heengegaan het gevoel voor het onzienlijke1 wat eens de bezieling van den eeredienst uitmaakte4 ,godsdienst1 het wordt met grooten nadruk verdedigd1 moet niet alleen voldoen aan de behoeften der ziel1 maar ook aan die van geest en lichaam1 opdat een ,christen niet buiten de ,kerk gelegenheid tot beschaving of vermaak behoeve te zoeken4 ,indien hij begeerte heeft naar ontspanning1 dan moet zijn ,kerk hem de uitspanningen verschaffen1 zoodat hij niet noodig heeft in de wereldsche maatschappij te gaan en hoeveel of hoe weinig ontwikkeld zijn verstand ook moge zijn1 zijn geestelijk tehuis moet zijn smaak voldoen4 ,zijn letterkundige vereeniging1 zijn bijeenkomsten tot oefening in welsprekendheid1 zijn gelegenheid om bezoekers te ontvangen en zijn concertzaal moeten alle onder n dak zijn1 opdat de jonge ,christen beveiligd worde tegen verleiding4 ,daar deze neiging tot het gezellig maken van het ,gemeenteleven elk jaar duidelijker wordt en nieuwe uitvindingen op dat gebied voortdurend gedaan worden1 is het vergeefsche moeite aan te dringen op terugkeer tot den eenvoud van het verledene1 toen een ,gemeente een vereeniging van menschen was1 die samenkwamen om ,god te vereeren en ,zijn wil te leeren kennen2 maar het kan toch zijn nut hebben1 te bespreken hoe in sommige opzichten een achteruitgang valt aan te wijzen4 ,want dat is zeker1 indien het ,gemeenteleven moet gaan voldoen aan allerlei andere eischen1 dan moet er een ander soort van predikanten komen4 ,voor deze soort van inrichting is er weinig behoefte aan een leeraar om een ,bijbel te verklaren of aan den herder om het karakter zijner kudde te vormen en voorzeker zou zulk een niet worden gewaardeerd4 ,de voornaamste eisch1 waaraan voldaan moet worden1 is dat de predikant zij een scherpzinnig man1 met de talenten van een impressario1 een handelsreiziger en een vendumeester in zich vereenigd1 met een heel klein tintje van een rondreizend evangelist4 ,inplaats van een studeerkamer1 welks wanden bedekt zijn met boeken van ernstige godgeleerdheid en klassieke letterkunde1 geve men hem een kantoor met een loketkastje voor zijn programma's en eindelooze briefwisseling2 kasten voor dikke boeken met uitknipsels uit dagbladen en verslagen van andere genootschappen2 een altijd tjingelende telefoon en een verzameling van handboeken1 als3 ,hoe men een preek maakt in een half uur1 of ,een duizendtal treffende anecdoten van het zendingsveld4 ,hier zit een vlugge1 levendige1 vindingrijke directeur1 met zijn snelschrijfster aan een hoektafeltje1 een dik boek opslaande om te zien aan wie het eerstkomende bezoek moet gebracht worden1 en een ander boek doorsnuffelende naar bijzonderheden omtrent gezinnen of een haastig onderzoek instellende in aan een lias geregen voordrachten van bekende sprekers over eenig onderwerp1 dat dienen kan voor den volgenden ,zondag4 ,van den morgen tot den avond tobt hij zich af met telephoneeren1 telegrafeeren1 dicteeren1 bij elkaar zoeken1 rondvliegen1 hier een gezelligen avond1 daar een schitterende bijeenkomst te leiden1 speechen af te steken1 menschen te ontvangen--hij is een onvermoeid1 handig1 volhardend man4 ,niemand kan nalaten zijn veelzijdigheid te bewonderen of de eerlijkheid van zijn bedoeling te erkennen2 maar als hij nu inderdaad het type is van den dominee der toekomst1 dan zal hij een beter mensch terzijde schuiven en uitsluiten4 ,er zijn menschen1 die alle geischte talenten van geleerdheid bezitten en aan wier inzicht1 toewijding en liefde niets ontbreekt1 maar die toch ten eenemale ongeschikt zijn om een kerk te drijven naar de hedendaagsche manieren4 ,zij zouden een ziel in geestelijk gevaar kunnen leiden1 maar zij hebben geen talent om jonge lieden te vermaken2 zij kunnen het ,eeuwig ,evangelie van de ,goddelijke ,offerande verklaren1 maar zij hebben geen handigheid in het behandelen eener machine2 zij kunnen de beginselen der gerechtigheid uitleggen1 maar zij weigeren zich te bemoeien met een onlangs plaats gehad hebbende werkstaking van motorbestuurders4 ,wat het voordeel betreft1 door die nieuwigheden gebracht1 is het de vraag of het gezellig maken van de kerk haar geloof en leven aantrekkelijk zullen maken8 ,als er een wedstrijd zou komen tusschen de vermaken van de kerk 7of haar feesten7 en de vermakelijkheden der wereld 7en haar feesten17 is er dan n verstandig mensch1 die gelooft1 dat de kerk zou winnen8 ,gelijk aan ,caesar biedt de wereld haar prachtige schouwspelen aan2 de ,kerk1 als ,christus1 biedt het overwinnend ,kruis4 ,waarom zou de ,kerk haar verheven standpunt verlaten en nederdalen in het worstelperk1 waar zij beschaamd zal worden8 ,komen de menschen ter kerk voor nietige vermaken1 alleen geschikt voor kinderen of om te voldoen aan de behoeften hunner ziel en ter bevestiging van hun geloof8 ,zou ooit het ,christendom een begin van bestaan gehad hebben1 indien de ,apostelen aangename preekers geweest waren en schitterende mannen1 wanneer zij zich hadden ingelaten met gezellige bijeenkomsten en bazars of speeches6 ,de ,kerk zegevierde door hun geloof1 hun heiligheid1 hun moed en door deze verheven deugden moet zij in deze eeuw ook staande blijven4 ,zij is de getuige der onsterfelijkheid1 het geestelijk tehuis van zielen1 de dienaresse der armen1 de beschermster van wie verlaten zijn2 en als zij afdaalt tot een plaats van tweede-rangs-vermakelijkheid1 dan ware het beter dat haar geschiedenis eindigde1 want zonder haar geestelijke vizioenen en ernstige idealen is de ,kerk niet waard in stand te worden gehouden4 ,,iv4 ,,de ,,oproermaker ,,in ,,de ,,kerk4 ,om een wereld te maken heeft men alle soorten van menschen noodig1 en bijna even veel worden er vereischt tot het vormen van een kerkelijke ,gemeente2 maar dat er ook een oproermaker in komt is niet noodig voor de gemeentelijke volledigheid4 ,onder een oproerling verstaat men een persoon1 dien men gemakkelijk kan herkennen en onder wiens bemoeiingen de meeste ,gemeenten van tijd tot tijd geleden hebben4 ,men moet hem niet verwarren met een ,christen van den ouderwetschen stempel1 die bij zekere gelegenheid in de war is gebracht door een preek over ,gods ,vaderschap en dan in de studeerkamer van den dominee komt om te verklaren1 dat hij altijd geloofd heeft1 dat ,god een rechter was4 ,deze man is volmaakt eerlijk en behoort behandeld te worden met alle welwillendheid1 omdat hij eenvoudig getrouw is aan zijn overgerfd geloof en toch wel gaarne het nieuwe ,evangelie zou opnemen4 ,laat hem een warm hoekje hebben in de kamer1 en een gemakkelijken stoel en geef hem alle gelegenheid om zooveel teksten aan te halen1 als hij wenscht en luister bescheiden naar hem tot middernacht toe4 ,hij is vatbaar voor overtuiging en zelfs1 indien hij u verlaat zonder overtuigd te zijn1 zal hij toch de ,gemeente niet in vuur en vlam gaan zetten4 ,hij zal dat niet doen2 integendeel zal hij overal gaan verklaren1 dat de dominee een eerlijke studie van den ,bijbel maakt en een geduldig herder is en dat het een voorrecht is bij hem te kerk te gaan als zelfstandig1 verantwoordelijk man4 ,ook moet die naam niet gegeven worden aan een van die rustelooze menschen1 die altijd ergens een fout ontdekken en die elkeen vervelen met hun onverwachte plannen4 ,de eene week schrijft zoo iemand1 dat een vrouw werd weggezonden bij gelegenheid van den bidstond der ,kerk1 omdat de zaal vol was--de dominee vindt dat altijd verblijdend en zou de mytische persoon wel gaarne eens in levenden lijve zien--en hij oppert het plan om voortaan den weekdienst te houden in de ,kerk4 ,hij kent honderd menschen1 die zouden willen komen--en dit verblijdt den dominee ook zeer1 omdat de goede man zelf bijna nooit tegenwoordig is4 ,een volgende week verneemt deze man van een of ander geheimzinnig persoon1 dat deze kou heeft gevat door den tocht uit een van de ramen en onze vriend schrijft zestien bladzijden om te pleiten voor gordijnen1 die zelfs de ,st4 ,pieterskerk afzichtelijk en zeker de godsdienstoefening onmogelijk zouden maken voor ieder1 die eerbied voor zich zelf heeft4 ,een maand later is diezelfde man overtuigd1 dat de heele ,gemeente als los zand aan elkaar hangt en dat een band behoorde gelegd te worden door een algemeen bezoek van de zijde der ambtsdragers1 waarvoor hij wel zoo goed is een plan te schetsen2 en elke nieuwe week openbaart hij een nieuw plan in een langen brief1 totdat zijn broeders zoover gebracht worden1 dat zij harde woorden zeggen over zijn bedilzucht4 ,zijn broederen behoorden echter liever hun ziel in lijdzaamheid te bezitten en den waardigen man vriendelijk te behandelen1 want er is geen grein boosheid in hem en ook is er geen goedhartiger mensch in de heele ,gemeente4 ,hij zal al heel in zijn schik zijn1 als hij een beleefd antwoord ontvangt en ik zou voor zulke gelegenheden dezen vorm aanraden3 ,waarde ,heer ,jump1 ,ik heb uw belangrijken brief ontvangen en nam goede nota van uw voorstel omtrent de gordijnen4 ,de zaak is er een1 die veel overweging eischt en ik haast mij u te verzekeren1 dat het zeer aanmoedigend is voor den dominee en de overige ambtsdragers van de ,kerk te zien1 dat het welzijn van onze ,kerk in elk opzicht u zoo zeer ter harte gaat4 ,geloof mij1 met de meest vriendelijke gevoelens ,den ,uwe ,,job ,,houvast1 predikant4 ,mijnheer ,jump zal zeer tevreden zijn met dezen brief en zal binnen vierentwintig uur vergeten hebben1 dat hij ooit een voorstel deed over gordijnen4 ,het is de moeite waard voor een ,gemeente om1 laat ons zeggen n ,jump aan zich te verbinden om gebreken aan te wijzen en de zaken aan den gang te houden4 ,twee ,jumps zouden misschien te veel zijn voor de ,gemeente en men kan den tweeden beter voor wat anders gebruiken4 ,er is een andere persoon1 die ook niet beschouwd moet worden als een oproermaker1 ofschoon hij een echte dwarsdrijver is en veel nadeel kan berokkenen4 ,het is de man1 die vatbaar is om zich beleedigd te gevoelen en die er zich aan stoot1 zoo als hij zegt1 wanneer iemand hem aan de kerkdeur voorbij loopt zonder spreken of iets van hem zegt--hij weet niet wat1--achter zijn rug1 of wanneer een ander zich verzet tegen een plan1 dat hij voorstelde of weigert iets te doen1 wat hij vraagt4 ,nadat hij zijn vrouw gekweld heeft met de zaak1 en zich zelf de koorts op den hals heeft gehaald tengevolge van gekwetste ijdelheid1 geeft hij iedereen te verstaan1 dat hij een grief heeft en neemt hij een martelaarsvoorkomen aan4 ,als een vormelijk protest blijft hij zelfs misschien wel twee ,zondagen uit de kerk weg en dan wordt hij weer boos1 omdat niemand bij hem komt om naar de reden te vragen4 ,natuurlijk is hij zeer vervelend1 maar overigens is er geene boosaardigheid in den man en hij behoort zachtmoedig behandeld te worden4 ,het is meer zijn ongeluk dan zijn fout1 dat hij geen opperhuid heeft en geheel onbeschut is tegen de wrijving des levens4 ,een zachte aanraking en een mild gebruik van geestelijke zalf zal zijn wonden--of liever zijn schrammen--genezen4 ,de oproerling is van een ander deeg en is een stevig gebouwd ongeloovige1 die1 zoodra de gelegenheid zich voordoet en op elk1 dien hij bereiken kan1 zijn krachtige vuist zal doen neerkomen4 ,zijn eenige begeerte is leed te doen en hoe meer pijn hij veroorzaakt1 hoe beter hij in zijn schik is4 ,hij schrijft beleedigende brieven aan den dominee1 hem beschuldigende van alle mogelijke zonden1 van ketterij tot leugen toe4 ,hij begint een openbaar twistgeschrijf over de zaken der ,gemeente in elk nieuwsblad1 dat dwaas genoeg is zijn brieven op te nemen4 ,hij valt de verstandigste voorstellen aan van de ambtsdragers en beticht hen van de afschuwelijkste drijfveeren4 ,hij trekt de ,gemeente door als een brandstichter en zet elk ontvlambaar persoon in vuur4 ,wanneer hij in zijn glorie is1 dreigt hij met aanklachten bij de kerkelijke hoven of bij de burgerlijke rechtbank2 en ofschoon hij nooit de bedreigingen uitvoert1 daar hij even lafhartig als schreeuwerig is1 doet hij toch de voorbereidende stappen1 die aanleiding geven tot praatjes en kwaad gerucht4 ,het behoort ook tot zijn rol om den schijn aan te nemen van groote oprechtheid en eerlijkheid1 een man te zijn van onbuigzame rechtschapenheid en geestelijke bedoelingen4 ,wat hij doet1 doet hij altijd om des gewetens wille en met klankvolle welsprekendheid plaatst hij altijd zich zelf en zijn tegenstanders voor de vierschaar der eeuwige gerechtigheid4 ,hij is zoo groot en zoo schreeuwerig en de eenvoudige menschen zijn zoo liefderijk en zoo gemakkelijk te overbluffen1 dat zij vaak dezen man houden voor den persoon1 waarvoor hij zich uitgeeft en hem zijn zin geven4 ,feitelijk is hij niets anders dan een uitermate groot bedrieger in elk opzicht en hij verdient geen genade te ontvangen4 ,noch zijn meeningen1 noch zijn gevoelens1 noch zijn klachten1 noch zijn bedreigingen moeten n oogenblik in overweging genomen worden4 ,zijn eerste uitdaging moet worden aangenomen als een oorlogsverklaring en dan moet de oorlog gevoerd worden liefst zonder kwartier te geven2 en het is opmerkelijk in hoe korten tijd deze struikroover tot bezinning kan gebracht worden en tot lafhartige onderwerping4 ,mocht hij zich ergens in een ,gemeente genesteld hebben en begonnen zijn van zijn aard te doen blijken1 dan is de wijste partij hem te verzoeken heen te gaan4 ,het is niet gebruikelijk1 dat men aan een kerklid vraagt die ,kerk te verlaten en zeer ongewoon1 wanneer het toevallig een man van beteekenis en stand is1 zooals deze knaap dikwijls schijnt2 maar ,gemeenten zijn in den regel al te bezorgd om ieder te behouden en begrijpen veel te laat1 dat de afwezigheid van eenigen veel voordeeliger is dan hun tegenwoordigheid4 ,hun aanwezigheid beteekent eenvoudig twist en zielskwelling1 hun afwezigheid vrede en voorspoed2 hun tegenwoordigheid verdrijft rustige menschen1 terwijl1 als zij wegblijven1 men verlost is van een struikelblok4 ,mocht hij vragen toegelaten te worden tot een ,kerk1 waar zijn karakter bekend is1 dan behoort hij bedaardweg geweigerd te worden4 ,waarom zou eenig predikant1 als hij er iets aan doen kan1 een man opnemen1 die het hart van een anderen dominee half gebroken heeft8 ,waarom zou een ,gemeente woning geven aan een man1 die de zaken van een andere ,gemeente in de war gestuurd heeft8 ,er is veel kans op1 dat hij precies doet als de legers1 die na n land opgegeten te hebben naar een ander trekken om dat te gaan verwoesten4 ,als er eenige kracht is in de ,gemeente1 waar hij toegang vraagt1 laat dan de deur hem voor den neus worden dichtgeworpen en misschien wordt hij verstandig1 als hij zonder ,kerk rondzwerft4 ,mocht iemand zeggen1 dat wij den muiteling onvriendelijk en onchristelijk behandelen1 dan wordt hij te ver gevoerd door een overmaat van liefde en let hij niet op de feiten4 ,wie vriendelijk handelt met een oproerling is wreed voor den dominee en de ,gemeente4 ,al staat hij geheel alleen1 er is geen eind aan de ellende1 die zulk een man kan teweegbrengen4 ,in ieder geval zal hij den predikant ernstig schokken en dat op wijzen en langs wegen1 die de ,gemeente nauwelijks kan bevroeden4 ,geen predikant1 die dien naam waard is1 schrijft zijn preeken zonder eenig verband met zijn ,gemeente1 alsof hij op een andere planeet leefde en alleen maar rekening hield met afgetrokken denkbeelden4 ,wanneer hij aan zijn schrijftafel zit1 dan staat hij als op den preekstoel en de ,gemeente zit voor hem2 hij spreekt tot de menschen en zij antwoorden2 hij ziet het eene hoofd opgeheven en het andere ter neder gebogen2 den een ziet hij ter neder geslagen en een ander opgebeurd1 tot dat zijn studieboeken verdwijnen en de kamer vervuld is van menschelijk gevoel4 ,in deze atmosfeer maakt de dominee zijn beste werk en vervult hij het meest zijn roeping4 ,veronderstel nu1 dat aan het hoofd van een bank--en daar is hij altijd1 de muiteling1 op een goed uitkomende plaats--zulk een oproerling zit1 strijdzuchtig1 onbeschaamd en wantrouwend3 zal hij niet zijn invloed op de preek uitoefenen8 ,ongetwijfeld zijn er menschen1 die zooveel verstandelijke zelfbeheersching bezitten en zoo totaal onverschillig zijn voor omstandigheden1 dat zij kunnen nalaten op hem te letten en zijn bestaan vergeten4 ,dit zijn mannen van den hoogsten rang en men kan niet verwachten1 dat zij talrijk zijn onder de predikanten noch in eenigen anderen stand4 ,voor hen bestaan er geen regels en ook geen hinderpaal2 zij zijn onverstoorbaar en onweerstaanbaar4 ,op gewone menschen oefent de oproerling een verbitterenden en ontstemmenden invloed uit1 zoodat een prediker1 bewust of onbewust1 altijd rekening met hem houdt en de volgorde van de punten der preek wordt tot op zekere hoogte geregeld door het bestaan van dien man4 ,als de dominee een vriendelijk en vreesachtig man is1 dan kan het gebeuren1 dat hij al te zorgvuldig is en dingen verzwijgt1 die hij behoorde te zeggen uit vrees van te beleedigen4 ,in plaats dat de preek recht op haar doel afgaat en haar bestemming bereikt met zoo weinig mogelijk verlies van tijd en ruimte1 wordt zij vreesachtig en nederig van stijl4 ,de prediker maakt allerlei noodelooze omschrijvingen om toch maar niet gegrepen te worden door zijn vitter of hij maakt voortdurend allerlei voorbehoud uit vrees aanstoot te geven aan dezen machtigen man4 ,de menschen zullen een vaag gevoel krijgen van zwakte1 maar zij kunnen de oorzaak ervan niet gissen4 ,veronderstel1 daarentegen1 dat de predikant een sterk en beslist man is1 maar niet behoort tot de geestelijk zeer hoogstaanden van ruimer opvatting1 dan beroert de oproerling hem op eene andere wijze4 ,zoodra de predikant begint te spreken1 zet hij zich ertoe dezen man onder handen te nemen en hem tot bezinning te brengen4 ,diens karakter en daden worden omschreven1 veroordeeld2 de prediker bespot en bedreigt hem4 ,de oordeelen der ,heilige ,schrift worden hem naar het hoofd geworpen2 hare bevelen worden hem als een last op den rug gelegd2 hij wordt buiten gesloten van de uitnoodigingen van het ,evangelie en hij wordt voorgesteld als sprekend te gelijken op alle slechtaards uit de ,bijbelsche ,geschiedenis4 ,iemand1 die de toespeling begrijpt1 zal meenen1 dat deze man hard behandeld is2 maar wie iets verder in het geval doordringt1 zal inzien1 dat de dominee slachtoffer is4 ,de prediker is bitter en wraakzuchtig geworden2 de preek heeft bevalligheid en teederheid verloren2 en ik weet niet1 wat erger is3 een prediker zonder grootmoedigheid of een preek zonder adel4 ,neem dien man weg van zijn plaats in de kerk en de dominee zal er zich toe zetten om vromen en zondaars toe te spreken in de liefde ,gods4 ,de oproerling doet zich ook kennen door het belemmeren van de werkzaamheid der ,kerk1 zoowel in arbeid als in liefdegaven4 ,mocht hij bijvoorbeeld een plaats bekleeden in de ,zondagsschool1 dan zal hij twist maken niet het hoofd ervan en met elk der andere onderwijzers om beurten1 totdat hij heel alleen staat voor de school en dan begint hij te jammeren over het gemis van ,christelijke offervaardigheid4 ,als hij wordt aangesteld tot penningmeester van een fonds1 in de gedachte1 dat hij daardoor iets te doen zal hebben1 dan zal om zijn persoon niemand meer iets willen geven eraan2 en als hij geen penningmeester is1 zal hij overal gaan vertellen1 dat het fonds meer kwaad doet dan goed en dat zij1 die het goed meenen met de ,kerk1 niet eraan moeten bijdragen4 ,boven en behalve al deze onheilen1 die hij te weeg brengt1 vergiftigt hij het kerkelijk leven zoodanig1 dat het in plaats van tot zegen en eendracht te voeren1 slechts bitterheid en krakeel kweekt4 ,als er een twist is in de ,kerk1 dan zal deze man hem opblazen tot een ruzie2 en als het mogelijk is twee menschen tegen elkaar op te zetten1 zal hij het zeker doen4 ,als er een eerlijk meeningsverschil is1 draagt hij zorg1 dat een veete ontstaat en als er een nieuw voorstel te berde gebracht wordt1 dan verbittert hij de bespreking ervan4 ,wellicht is de beste handelwijze tegenover zoo'n man hem niet uit te schelden of tegen hem te razen1 maar hem alleen te laten staan4 ,even als de natuur soms een ettergezwel vormt en het met de een of andere stof zoodanig omgeeft1 dat het afgescheiden wordt van het lichaam1 zoo moet die man ingesloten worden in een plaats voor hem alleen4 ,mocht hij een aanmerking maken op kerkelijke zaken1 laat dan een ander antwoorden met een opmerking over het weer2 als hij begint te vitten op een preek1 laat dan iemand hem beklagen over zijn slechte spijsvertering4 ,als hij opstaat om te spreken in een kerkvergadering1 laat de stilte dan voelbaar zijn en laat de voorzitter dadelijk1 als hij uitgesproken heeft1 tot het volgende punt van bespreking overgaan1 alsof er niets gezegd was4 ,als men er niet buiten kan hem toe te spreken1 dan is de beste manier hem te behandelen als een onmogelijkheid en hem te omringen met een net van belachelijkheid1 want daardoor geeft men veel onschuldig vermaak aan andere menschen en men treft hem in zijn eenige zwakke punt4 ,zoo verlaten of uitgelachen1 zal hij naar een andere ,kerk gaan en dan--dan zinge de verloste ,gemeente een ,te ,deum6 ,v4 ,,bejaarde ,,predikanten4 ,te een of ander tijd1 en misschien heel plotseling1 komt een ,gemeente tot inzicht van het feit1 dat een zekere wederwaardigheid den dominee heeft getroffen1 die zijn kracht van dag tot dag sloopt en misschien zijn leven zoowel als dat van de ,gemeente met den ondergang bedreigt4 ,het heeft niets te maken met zijn karakter1 want hij is werkelijk een veel heiliger man en misschien ook een veel wijzer man dan hij vr twintig jaren was en stellig begaat hij minder vergissingen in woord en daad dan in de dagen zijner jeugd4 ,ook staat het niet in verband met zijn herderlijken arbeid--want hij is meer dan ooit de raadgever en vriend der menschen1 die tot hen spreekt met rijker levenservaring en grooter liefde4 ,het zou ook niet geheel juist zijn te zeggen1 dat zijn preeken aanstoot geven1 want die zijn waarschijnlijk even degelijk en nuttig als vroeger4 ,inderdaad1 hij zegt dezelfde dingen1 die hij placht te zeggen tot groote voldoening en op dezelfde wijze als hij gewoon was ze te zeggen444 lang geleden4 ,er hapert niets aan hem1 tenzij dan dat hij niet meer zoo vlug loopt als eertijds1 dat hij wat langzamer spreekt en dat hij de vorige week een sterker bril moest aanschaffen1 dat hij niet altijd hoort1 wat men tot hem zegt1 dat zijn haar van grijs tot wit overgaat1 dat hij vermoeid wordt bij het beklimmen van een heuvel4 ,er is met hem gebeurd1 wat er met alle andere menschen gebeurt3 hij wordt oud4 ,zoodra de ,gemeente dat feit merkt--en het kan soms jaren duren1 eer men het ziet--beginnen de bestuurders der ,gemeente zich minder op hun gemak te gevoelen4 ,ouderdom heeft zijn voordeelen in de ,bediening des ,woords1 maar hij heeft ook zijn duidelijk merkbare nadeelen en wanneer men de balans opmaakt1 heeft de ,gemeente misschien gelijk in de meening1 dat zij aan den verliezenden kant is en niet aan den winnenden onder de ,bediening van een oud man4 ,en zaak is zeker--en dat is een zeer ernstige zaak--een dominee wordt op een zekeren leeftijd bijna ontoegankelijk voor nieuwe denkbeelden4 ,natuurlijk verschilt die leeftijd voor onderscheiden mannen en het is gevaarlijk ook maar een gissing te wagen1 daar de lezer altijd wel de een of andere uitzondering zal weten4 ,er zijn menschen1 die na hun dertigste jaar geen nieuwe gedachten toelaten tot hen door te dringen--mannen van hopelooze stompzinnigheid1 die al hun levensdagen een nachtmerrie voor hun ,gemeente zijn2 en er zijn mannen1 wier geest op hun tachtigste jaar nog open staat voor de nieuwste ideen--mannen van buitengemeene verstandelijke frischheid en levendigheid4 ,voor den middelmatigen mensch komt er een tijd1 dat zijn geest vast wordt en dat zijn meeningen totaal onveranderlijk blijven4 ,wellicht neemt hij geen aanstoot aan de ontdekkingen der jongeren2 maar zich ermee vereenzelvigen doet hij zeker niet4 ,hij zal zich misschien niet verzetten tegen nieuwe wijzen van optreden maar ze aannemen zal hij stellig niet4 ,zijn prediking kan juist zoo goed zijn als zij vroeger was1 omdat zij dezelfde is1 zonder eenige toevoeging of nieuwe gedachte2 maar zij kan wellicht verkeerd zijn1 vergelijkenderwijs sprekend1 omdat er eigenlijk nieuwe stof in wezen moest en dat zij ook meer verband moest houden met den tijd1 waarin wij leven4 ,de middelbare leeftijd is geneigd eenig wantrouwen te koesteren tegen het opkomend geslacht en een zekere jaloerschheid te gevoelen van zijn standpunt1 zoodat de man van middelbaren leeftijd soms vervalt tot vitlust en kwaaddenkendheid4 ,hij wordt langzamerhand een rem aan het rijtuig en hoewel de rem een nuttig ding is in zekere omstandigheden1 is zij toch niet geschikt om in de plaats van paarden gebruikt te worden4 ,wanneer een predikant geplaatst is in een stad1 dan is het een ernstige vraag of hij1 na de zestig eenigen tijd achter den rug te hebben1 nog wel in staat is zijn werk naar behooren te verrichten4 ,de menigte bijkomende werkzaamheden in een stedelijke parochie1 het drukke leven1 de groote inspanning van den geest en de zware verantwoordelijkheid eischen een man in den bloei des levens1 met een vlug begrip en een sterk lichaam4 ,zooals de toestand nu is1 zou het heel goed zijn1 indien mannen na twintig jaren dienst in een stad zich terugtrokken en een rustiger arbeidsveld zochten in een landelijke ,gemeente4 ,zij zouden1 als het ware1 geplaatst kunnen worden op de lijst der half gepensionneerden4 ,daarenboven is het niet te ontkennen1 dat de man van middelbaren leeftijd door geheel en al afscheid te nemen voor zich zelf van de jeugd1 ook in veel opzichten ophoudt in verbinding te staan met jonge menschen4 ,zij mogen eerbied voor hem gevoelen en hij moge belang in hen stellen1 zij hebben niet meer een gemeenschappelijke wijze van zich uit te drukken en koesteren verschillende sympathien4 ,zij zijn geneigd hem te beschouwen als een stoffel 7en als man van middelbaren leeftijd1 meen ik1 dat wij inderdaad wat onnoozel worden71 terwijl hij hen allicht wat wuft vindt4 ,er zijn weinig menschen1 die de gaping tusschen twee geslachten kunnen overbruggen en even goed kunnen omgaan met de jongen als met de ouden en de moeielijkheid wordt eer grooter dan kleiner4 ,en dit alles is het nadeelig gevolg van het oud worden of zelfs maar het overschrijden van den middelbaren leeftijd4 ,wat moet er dan gedaan worden met dien ongelukkigen man8 ,de moeielijkheid wordt zoo klemmend gevoeld1 dat een voornaam godgeleerde van onzen tijd--die nu overleden is--voorstelde1 dat een dominee1 zoodra hij den bloeitijd des levens was gepasseerd1 ergens zou heen gebracht 7ik vermoed naar de een of andere overdekte plaats7 en daar doodgeschoten worden4 ,zijn meening was1 dat rustende geestelijken op dezelfde wijze zouden behandeld worden als versleten paarden4 ,het is altijd gevaarlijk geweest ironisch te spreken in ,engeland sedert den tijd van ,swift1 want ofschoon het ,engelsche volk elke andere deugd van de wereld bezit1 het heeft zeker geen vlug begrip voor humor en ik ben er niet zeker van1 dat er niet menschen waren1 die geloofden1 dat dit barbaarsche voorstel ernstig gemeend was4 ,voorzeker sprak hij in den geest van eenige ondankbare armzalige ,gemeenten1 voor wie het een heele opluchting zou wezen van een ouden dienaar af te komen op de snelste en goedkoopste manier4 ,misschien zou het ook een vriendendienst zijn aan den dominee1 wanneer deze bemerkt dat hij een sta-in-den-weg wordt voor hen1 die hij liefheeft en die hem eens liefhadden1 wanneer men hem op de een of andere manier den genadeslag gaf2 maar daar zijn wetten1 die deze krachtige methode van wegzending verhinderen en men moet het denkbeeld van een slachtplaats voor geestelijken opgeven4 ,men heeft dan vier manieren van handelen met dezen ongelukkigen man1 die1 indien hij eenig gevoel van gepastheid had gehad1 fatsoenlijk zou gestorven zijn na een kortstondige en hartroerende ziekte in den leeftijd van zestig jaar en de eerste manier is1 dat de ,gemeente niets doet en hem zijn leven laat eindigen op den preekstoel4 ,naar alle waarschijnlijkheid placht hij1 ongeveer dertig zijnde1 te zeggen1 dat hij nimmer dominee zou blijven na het geel worden zijner bladeren2 dat hij er zich over verwonderde1 hoe oude menschen niet konden zien1 dat hun tijd voorbij was en dat zij beter zouden doen kool te gaan planten in een dorpstuintje4 ,toen hij deze brave dingen zei1 stond hij aan den anderen kant van de heg1 en nu1 nu hij tweemaal zoo oud is1 heeft hij een heel anderen kijk op de dingen4 ,hij verklaart1 dat hij zich nooit in zijn leven jonger gevoeld heeft dan thans en nooit geschikter om te preeken4 ,bij gelegenheid wordt hij heldhaftig en verklaart1 dat1 zoolang hij de preekstoeltrappen kan opklauteren1 hij zal voortgaan en dat hij zal sterven in het harnas4 ,dwaze menschen 7meestal oude dames7 zullen hem wijsmaken1 dat hij nooit zoo gepreekt heeft als den vorigen ,zondag en hij zal het oor leenen aan dezen kleinen kring van bewonderaars en weigeren raad aan te nemen van verstandige menschen1 die zijn welzijn op het oog hebben en die het plan opperen1 dat hij vrijwillig een ambt zal nederleggen1 dat hij zoo eervol vervuld heeft4 ,zoo zal het er toe komen1 dat ,kerk en stad een van de droevigste treurspelen zullen aanschouwen3 een man bezig de ,gemeente te verstrooien1 die hij eens vergaderd heeft en zijn goeden naam weg te werpen1 dien hij eens won4 ,of de ,gemeente kan misschien zich verstouten en er op staan dat de waardige oude heer een medewerker1 een collega neemt4 ,wij zouden niet gaarne uwe diensten missen1 zoo spreekt de een of andere sluwe diplomaat1 die weet1 dat de dominee1 om niet te spreken van diens vrouw1 hem voortdurend met wantrouwende blikken gadeslaat4 ,wij wenschen alleen u te ontlasten van het zwaarste gedeelte van uwen arbeid4 ,zou het niet goed wezen1 dat wij een sterken1 jongen man aanstelden1 die de catechisaties op zich nam en al het bijkomstige werk en die n keer per dag zou preeken om u vermoeienis te besparen en u gelegenheid te geven van tijd tot tijd eens vacantie te nemen8 ,gij zijt wel goed geweest1 dat ge geen hulp voor de prediking gevraagd hebt1 maar de ,gemeente voelt1 dat het niet meer dan plicht is u blijvende hulp te geven4 ,daarenboven1 en nu verzwakt de afgezant en voelt1 dat de domineesvrouw hem met verachting aanziet als een ontdekt bedrieger en een verbazend leugenaar1 het zou zoo goed zijn voor een jong man het voordeel te hebben uw prediking te hooren en uw raadgevingen in te winnen4 ,zeer waarschijnlijk zal de oude heer1 na een samenspreking met zijn vrouw en haar vriendinnen1 weigeren iets te maken te hebben met een collega2 hij zal verklaren1 dat hij een dergelijken maatregel zal voorstellen1 zoodra hij dien werkelijk noodig acht1 en erbij voegen1 dat er niets akeliger is voor een jongen man dan zijn tijd door te brengen met niets te doen4 ,misschien zal hij nog erbij zeggen1 en met diep leedwezen zeggen1 dat eenige invloedrijke lidmaten van de ,gemeente hem verzekerd hebben1 dat de inmenging van een collega al het werk zou vernietigen1 dat hij heeft opgebouwd en oorzaak van scheuring zou wezen4 ,mocht echter de dominee er in toestemmen een collega te hebben1 dan zullen de gevolgen in negen van de tien gevallen bedroevend zijn4 ,een van beiden1 of de oude man zal zoo heerschen over zijn jongeren broeder1 dat de laatste geen kans zal hebben zelfstandigheid te ontwikkelen en ooit tot volmaking te komen1 of de jonge man zal zich tegen den ouden inzetten en gesteund door de jongere lidmaten den ouden dominee uit de ,kerk drijven4 ,het was inderdaad een onverstandige en onnatuurlijke positie1 dat twee mannen gelijke macht zouden bezitten en dat wordt er te erger op1 naarmate beiden meer afhankelijk zijn van de openbare meening4 ,heeft men er ooit van gehoord1 dat er twee kapiteins op hetzelfde schip waren1 twee opperbevelhebbers van n leger of zelfs twee machinisten bij n machine8 ,en toch komt het voor1 dat verstandige menschen voorstellen1 niet dat een dominee een hulpprediker zal nemen1 maar een collega om met hem gelijk te staan in macht en verantwoordelijkheid4 ,natuurlijk kan een ,gemeente het den man1 die haar gediend heeft gedurende de beste jaren van zijn leven1 zoo zuur maken1 dat hij geen keus heeft en blij is te kunnen heengaan1 zelfs al staan eenzaamheid en armoede voor de deur4 ,wanneer een ,gemeente dien weg inslaat om den band te verbreken1 dan begint men te wanhopen aan het ,christendom4 ,de laaghartigste koopman1 die op een cent dood blijft1 zou een ouden kantoorklerk niet zoo behandelen als ,christenen soms een armen en versleten dominee bejegenen4 ,zij hebben zijn jeugd en zijn mannelijke krachten verbruikt en al zijn geestdrift en zijn vuur2 zij hebben den bloesem van zijn geest en den oogst zijner ziel genoten4 ,voor hen leefde en dacht hij2 voor hen putte hij zich uit in zijn krachtige dagen elken ,zondag en is hij voortgegaan zijn laatste krachten te verslijten4 ,al wat er uit hem te halen was1 hebben zij genoten en nu1 na een paar jaar hem te hebben gadegeslagen1 zijn ze tot het besluit gekomen1 dat zijn beste tijd voorbij is en zij doen hem een misleidend aanbod en verzoeken hem heen te gaan4 ,dan gaan zij1 met de pet in de hand1 naar den een of anderen bekenden jongen dominee en smeeken om zijn gunst1 verklarende dat hunne harten naar hem zijn uitgegaan en dat zij gelooven1 dat het overeenkomstig ,gods wil is1 dat hij hun dominee zij4 ,en hij1 op zijn beurt1 komt en spoedig hoort men hem zeggen1 dat er geen getrouwer menschen zijn4 ,laat hem maar een poosje wachten4 ,zou het niet beter zijn1 dat elk kerkgenootschap of elke ,kerk een plan voor emeritaat ontwierp op ruime schaal met twee voorwaarden8 ,de eerste voorwaarde behoorde te zijn1 dat elke predikant1 zeg op vijf-en-zestigjarigen leeftijd zou uittreden uit den werkelijken dienst en dat hij na dien tijd kon optreden als helper zijner broederen of rustig leven1 al naar hij verkoos4 ,de tweede voorwaarde moest zijn1 dat hij een pensioen ontving van niet minder dan de helft van zijn traktement1 tot1 laat ons zeggen1 een bedrag van drieduizend zeshonderd gulden 7 #cjj74 ,mocht iemand beweren1 dat zulk een wet willekeurig is1 dan antwoord ik daarop1 dat zeker elke predikant liever nog door een wet dan door geweld gedwongen zou worden tot aftreden en dat hij in goed gezelschap zou zijn1 want hij zou het lot deelen van alle zee- en landofficieren en elken burgerlijken ambtenaar en elken gemployeerde aan ieder groot lichaam in de gansche beschaafde wereld4 ,en de ,kerk mag niet onderdoen voor den ,staat4 ,zij moet staat maken op de personen1 die haar dienen1 voor haar zichtbaar wlslagen en haar doel behoort te zijn1 dat elke ,gemeente een dominee heeft in de volle kracht zijns geestes en zijns lichaams1 en dat elke man1 die zich heeft afgesloofd in den dienst der ,kerk1 behoorlijk onderhouden wordt voor zijn overige levensdagen4 ,er is1 behalve onzedelijkheid en ongeloof1 niets dat een grooter beletsel is voor de geestkracht der ,kerk dan naar verhouding een groot aantal oude en zwakke dominees in werkelijken dienst4 ,want dit beteekent verouderde godgeleerdheid1 verwaarloozing van de jongere leden1 ontoegankelijkheid voor de nieuwere denkbeelden1 en een eindeloos gekibbel4 ,niets zou zekerder bijdragen tot vernieuwing van de geestkracht der ,kerk dan een bij een wet geregeld emeritaat op voldoende voorwaarden voor elken predikant boven de vijfenzestig jaar4 ,want dit zou beteekenen niet alleen een reserve van geschikte mannen1 waarop de ,kerk kon rekenen in geval van nood1 maar een onophoudelijken toestroom frissche gedachten4 ,tegenwoordig hebben de ,gemeenten een grief tegen oude dominees1 die meenen1 dat zij jong zijn en oude predikanten hebben een grief tegen ,gemeenten1 die geen eerbied hebben voor den ouderdom en tusschen die twee partijen komen vele onaangenaamheden en vredebreuken voor4 ,wanneer de ,kerk even goed bestuurd wordt als een koopmanszaak van den eersten rang1 dan zal die bestaande vijandschap verdwijnen en niemand zal in de ,christelijke ,kerk meer geerd en geliefd worden dan de getrouwe predikant1 die haar gediend heeft in de volheid zijner kracht en nu gedurende zijn welverdiende rust haar verrijkt met zijn raadgevingen4 ,,vi4 ,,de ,,dominee ,,en ,,het ,,kerkorgel4 ,lofgezangen maken een deel uit van de openbare godsdienstoefening bij elke ,christelijke ,vereeniging--behalve bij de ,kwakers1 die ik soms benijd--en ik wensch dadelijk te zeggen1 dat ik niet voornemens ben te preeken voor de afschaffing van het loflied4 ,de vromen van het ,oude ,testament hadden een muzikalen dienst1 die voldoende was om het hart van een ritualist met wanhoop te vervullen en men kan zich maar flauwtjes voorstellen wat een zuur leven de priester had1 wiens taak het was het tempelorkest te verzorgen en die moest omgaan met de bespelers van instrumenten4 ,de heiligen van het ,nieuwe ,testament begonnen zonder een orkest1 en schenen waarlijk gedurende eenigen tijd bij de regeling hunner lofzangen de beginselen van het gezond verstand toegepast te hebben1 zingende zoo goed mogelijk met blijde lippen en kloeke harten in donkere gevangenissen4 ,maar even als vele andere beste menschen1 wisten ze niet precies1 wanneer zij gelukkig waren en langzamerhand vonden zij zwaarmoedige liederen uit1 die een bijzonder zwak zijn geweest van alle ,christenen van alle geslachten4 ,men is wel eens benieuwd ernaar1 hoe de ,kwakers er zoo vreedzaam kunnen uitzien en waarom hun eeredienst zoo heerlijk is1 en ik ben eenigszins geneigd te gelooven1 dat dit komt1 omdat zij geen muziek bij hun godsdienstoefeningen hebben4 ,hadden wij ze ook niet1 dan--zou ik willen zeggen--zou een vaak voorkomende oorzaak van twist zijn weggenomen uit menige ,gemeente en de dominee zou haast niet weten1 wat hij met zijn tijd moest uitvoeren4 ,toch wensch ik te gelijkertijd duidelijk te verstaan te geven1 dat ik de muziek beschouw als een noodzakelijk onderdeel van den eeredienst1 dat organisten een gedeelte van de kracht der ,christelijke ,kerk uitmaken en dat ieder1 die niet ten volle den leider en de leden van het koor waardeert1 een onwetende1 slechtaardige ,philistijn is4 ,indien er eenige twist in de ,gemeente is door de muziek1 en indien de dominee ooit zich ergert1 laat ik dan op den voorgrond zeggen1 dat alleen de ,gemeente en de dominee te laken zijn4 ,maar er zijn toch moeielijkheden en het kan goed zijn er over te spreken in een geest van gepaste menschlievendheid4 ,in de eerste plaats dan1 is de organist een kunstenaar en elke kunstenaar heeft een bijzonder fijngevoeligen aard1 die de gewone holderdebolder manieren van het dagelijksch leven niet verdragen kan4 ,met een man1 gevormd uit gewone klei1 zoudt gij spreken op praktische1 recht op het doel afgaande1 desnoods lompe wijze2 ge zoudt met hem redeneeren1 hem berispen en hem terecht zetten als hij ongelijk had4 ,maar met een van kostbaar porselein moet niemand op die wijze handelen of1 de kunstenaar zal dadelijk gekwetst worden en zijn ontslag nemen en zijn hartroerende geschiedenis overal rondvertellen1 want hij staat boven de kritiek en de openbare meening4 ,het is onmogelijk hem iets te leeren2 het is een beleediging te veronderstellen1 dat er verbetering mogelijk is2 het is het best aan te nemen1 wat hij geeft en te erkennen1 dat hij recht heeft te doen zooals hem behaagt en het de plicht is van ieder ander te verklaren1 dat1 hetgeen hij doet1 bij elke gelegenheid1 te liefelijk is om onder woorden gebracht te worden en dat de uitwerking ervan bijna te sterk is voor de vermoeide menschelijke natuur4 ,dit is de schatting1 welke de ,gemeente behoort te betalen aan den meest geestelijke onder de artisten1 den organist4 ,men wordt werkelijk boos op den dominee1 die beter behoorde te weten en toch zijn eigen plaats vergeet1 ten gevolge van gemis aan waardeering der kunst en van een overschatting van zijn eigen werk4 ,hij is aanmatigend tegen den organist en wordt billijkerwijs gestraft4 ,de dominee behoort zich te herinneren--en de ,gemeente mag hem wel eens erop wijzen--dat zijn werk ondergeschikt is aan dat van den kunstenaar1 en dat het overige gedeelte van den dienst geen andere bedoeling heeft dan een steun en een achtergrond aan de muziek te geven4 ,wat de ,gemeente wenscht te hooren is1 niet zijn preek1 ofschoon ik nooit een organist zich tegen de preek heb hooren verzetten1 tenzij de prediker te veel tijd in beslag nam4 ,werkelijk heb ik reden om te gelooven1 dat vele organisten de preek beschouwen als een welkomen rusttijd voor hun overspannen zenuwen4 ,wat de ,gemeente werkelijk begeert is een lofzang te hooren en het wlslagen van den dag hangt af van den goeden afloop daarvan4 ,wanneer een predikant dit feit goed ter harte neemt en zorg draagt1 dat de menschen1 die opgevoerd zijn tot een hemel1 die niet door menschelijk geluid kan beschreven worden1 niet onbehoorlijk gekweld worden doorzijn domme praatjes1 dan is hij ten minste aan n steen des aanstoots ontkomen4 ,het is eveneens zeer kwalijk te nemen1 als een dominee zich wil bemoeien met de keuze der liederen en altijd denkend aan zijn preek1 liederen wil uitzoeken in verband met den inhoud daarvan4 ,het is best mogelijk1 dat de door hem aangewezen liederen uitstekend passen bij den tekst en zeer geliefd zijn bij het volk1 maar alleen de organist weet of de wijzen ervan in het liederenboek verheven of platte muziek zijn4 ,de wijsjes vallen zoo in den smaak van het publiek misschien1 dat ieder er naar haakt ze te zingen met zijn geheele hart en uit volle borst1 maar de organist verbleekt van schrik eenvoudig bij de gedachte1 dat een duizendtal menschen zich1 om zoo te zeggen1 te goed zullen doen aan zijn lekkernij4 ,het is een voorrecht1 en op zijn minst genomen blijft het altijd nog de vraag of het wel een recht is1 dat zij in het geheel mogen zingen2 maar als het toegestaan wordt1 dan moeten zij met beving en vreeze hun vreugde genieten4 ,een van de voornaamste pogingen van een degelijken beschaafden organist--er zijn uitzonderingen1 dat herinner ik mij nog dankbaar--is bekende zangwijzen uit te roeien en ze te vervangen door arrangementen1 die geschikt zijn om de ,gemeente te leeren zwijgen4 ,ik vernam eens een geval--en als ik zoo iets hoor1 dan weet ik niet meer1 hoe het met mijn broederen geschapen staat--waarbij een dominee in een gloeienden toorn ontstak tegen een organist1 omdat deze verheven persoon een wijs op zijn eigen handje had uitgevonden voor ,rots der ,eeuwen1 die de vergadering in diepe bewondering deed wegzinken1 als het ware in een schoonen droom4 ,niets verbittert meer een muzikaal gestel dan te hooren1 dat het volk1 dat altijd bezield is met een ongezonde begeerte om een vreugdevol geraas te maken1 zich meester maakt van een werkelijk schoone wijs en haar later totaal ongenietbaar maakt voor fijne ooren4 ,niets is noodzakelijker dan den lofzang der ,gemeente te vrijwaren tegen deze verkeerdheden en daarom dadelijk op te houden met het gebruiken van al was het de edelste wijze1 als de menschen haar eindelijk gepakt hebben4 ,alleen onafgebroken waakzaamheid van de zijde van den organist kan de muziek behoeden tegen den strooptocht der ,gemeente1 want de lieden zijn zoo vol zotte eerzucht1 dat zij zelfs er zich toe zullen zetten om vreemde wijzen te leeren en in den loop van een maand het koor zullen overstelpen met muziek1 die men voornemens was buiten hun bereik te houden2 en de dwarsdrijverij van een predikant1 die de ,gemeente helpt bij dien verraderlijken inval op een andermans grondgebied verdient al de moeielijkheden1 die hem daardoor te beurt vallen4 ,er waren tijden--en sommigen onzer1 die niet meer tot de jonge lieden behooren1 herinneren ze zich--dat geen enkel instrument werd gebruikt bij den eeredienst en toen alle hulp van iets dergelijks1 met uitzondering van een stemvork1 werd beschouwd als een terugkeer tot de beginselen van het ,oude ,testament4 ,maar dit waren tijden van duisternis4 ,heden leven we echter in een meer verlichte eeuw4 ,een ,gemeente zal misschien tegenwoordig zoo weinig aan een dominee geven1 dat zijn vrouw nauwelijks weet1 hoe ze aan fatsoenlijke kleeren voor het huisgezin moet komen2 zij zal wellicht niets1 dat de moeite waard is1 bijdragen voor uitwendige zending of voor ziekenverzorging--er is geen ,gemeente1 die eerbied voor zich zelf heeft en niet zal zorg dragen een orgel te bezitten4 ,menschen1 die hun hart verharden tegen de meest nuttige liefdadigheid zullen bijdragen voor een orgelfonds en wat niet door inschrijvingen verkregen kan worden1 zal door een bazaar met loterij opgebracht worden4 ,wanneer het orgel wordt bespeeld door een erkend musicus1 die van verre is gehaald1 dan zal de ,gemeente dien man met ontzag aanzien als een bovennatuurlijk wezen en zij zal de gebeurtenis beschouwen als van meer gewicht dan een herleving van den godsdienst4 ,men zal ten zeerste verbaasd staan over de kracht en de verscheidenheid van het geluid1 dat hij uit het instrument haalt en als hij de ,vox-,humana 7register der menschelijke stem7 gebruikt1 dan kunnen moeders van gezinnen niets meer doen dan elkander aankijken en met het hoofd schudden1 als hoorden zij geluiden uit de andere wereld4 ,wanneer hij behendig den donder nabootst door het orgel in volle kracht te zetten1 dan zullen de hoofden der ,gemeente zich zelf door teekenen gelukwenschen1 omdat iedereen nu kan zien1 dat men volle waar voor zijn geld heeft gekregen4 ,nadat de voordracht is afgeloopen1 speelt de groote man nog wat voor zijn eigen genoegen en wanneer gewone menschenkinderen tot hem kunnen doordringen1 dan vraagt een groep van eerbiedige ambtsdragers hem1 wat hij denkt van het orgel4 ,wellicht geeft hij dan op beschermende en voorzichtige manier zijn goedkeuring te kennen1 maar hij zorgt er voor goed het getal registers aan te geven1 die nog aangebracht moeten worden en aan te wijzen1 welke verbeteringen nog volstrekt noodzakelijk zijn4 ,inderdaad doet hij de gedachte oprijzen1 dat zij nog maar een begin van een orgel hebben en dat de voltooiing ervan vele jaren zal duren en een eindelooze gelegenheid zal aanbieden tot het uitgeven van geld4 ,misschien zal hij zoo goed zijn te zeggen1 dat een duizend gulden drie1 vier1 besteed voor een of twee verbeteringen1 die hij in de gauwte in schets brengt1 het instrument vrij bruikbaar zullen maken voor een gewoon organist2 maar hij zal hen verlaten onder den indruk1 dat de ,gemeente minstens tien jaar lang al haar geldelijke hulpbronnen zal dienen uit te putten om het geschikt te maken voor een meester1 zooals hij4 ,indien de ,gemeente een weinig in de hoogte gestoken is door het bezit van een orgel1 dan zal niets zoo zeer de ijdelheid en de zelfmisleiding kastijden dan het bezoek van een musicus1 die een examen heeft afgelegd en verscheidene letters achter zijn naam heeft2 en indien iemand zijn raad verdacht maakt als die van een al te vitlustig speler en veronderstelt dat er nu verder geen twist over dat orgel zal wezen1 dan is zeker zijn onnoozelheid aandoenlijk en een bewijs1 dat hij nooit iets te maken heeft gehad met muziekinstrumenten op plaatsen van openbaren eeredienst4 ,welke beproevingen de ,gemeente te voren moge gehad hebben door tocht in het gebouw of kwesties over verwarming of geldelijke moeielijkheden of rustverstoring door oproerlingen1 al deze zaken zijn minder dan niets in vergelijking van de buitensporigheden en eischen in verband met haar nieuwe orgel4 ,als de lucht erin gebracht wordt door werken met de hand1 dan blijkt het zoo groot1 dat twee blazers noodig zijn en daarom wordt er voorgesteld een hydraulische machine aan te schaffen4 ,deze machine werkt gewoonlijk twee van de vier ,zondagen niet1 omdat er geen druk genoeg te krijgen is en dan moeten eenige leden der ,gemeente de blaasbalgen bewerken--als men ten minste zoo wijs is geweest die te laten zitten voor voorkomende gelegenheden en vrdat zij klaar zijn met hun werk hebben de diakens1 wel forsch gebouwd maar niet gewoon aan handenarbeid1 een heel nieuwe gedachte omtrent dat orgel gekregen en bepalen zij zich voortaan bij hun plichtplegingen tot de ,hebreeuwsche taal4 ,langzamerhand zal iemand de meening trachten ingang te doen vinden1 dat het orgel behoort bespeeld te worden met electriciteit en de ,gemeente1 maar vooral de dominee en zij1 die bevel voeren in de afdeeling muziek1 komen nu te weten1 wat eigenlijk wederwaardigheid beteekent4 ,de verandering zal1 naar gezegd wordt1 zes weken duren en betrekkelijk weinig te beduiden hebben4 ,inderdaad is er een jaar mee gemoeid1 met nog eenige maanden als toevoegsel1 en gedurende dien tijd heeft de ,gemeente de gelegenheid de verschillende samenstellende deelen van haar orgel te bezichtigen in de zaal en in de lokalen voor bijbellezing en de doorgangen en in de nevengebouwen1 waar het ligt in geheimzinnige stukjes en brokjes4 ,in dien tusschentijd zullen de leden der ,gemeente vergeten hebben1 dat het onmogelijk is voor welopgevoede lieden ,god te loven zonder instrumentale muziek en in loutere onnadenkendheid zullen zij hartelijker zingen dan zij in de laatste tien jaar gedaan hebben4 ,daar er geen orgel is1 moeten bekende wijzen worden opgegeven en de menschen zullen verlof hebben ,god te vereeren uit volle borst4 ,wanneer onwetende vreemdelingen in de kerk komen1 die zich niet herinneren dat er een orgel is1 dan zeggen zij1 dat zij nooit in hun leven beter hebben hooren zingen en het koor zal zich beleedigd gevoelen door de complimenten over de manier1 waarop het de vergadering leidt1 daar er immers geen deftig koor is--een paar uitgezonderd--dat het niet als een onbeschaamdheid beschouwt1 wanneer de ,gemeente het durft volgen en dat er niet op staat alleen zijns weegs te gaan4 ,als het orgel eindelijk weer in elkaar zit en de dag aanbreekt1 dat er weer op gespeeld kan worden1 beweert de ,gemeente verrukt te zijn2 maar zij heeft toch een boosaardig gevoel1 dat de dagen harer vrijheid voorbij zijn4 ,het was voor de leden der ,kerk misschien nog mogelijk1 te trachten uit de verte een orgel te volgen1 door water gedreven1 en gesteund door een daaraan gevenredigd koor2 maar zij zullen niet de stoutheid hebben zich te bemoeien met een orgel1 dat electrisch in beweging gebracht wordt en dat bijgestaan wordt door een nog verhevener koor4 ,indien de ,gemeente echter al gewillig is uit een gevoel van beleefdheid te zwijgen1 dan wordt het electrische orgel niet door zulke teere beweegredenen beheerscht1 want de buitensporigheden ervan zijn eindeloos4 ,als het vrijwillig er in toestemt vooruit te spelen1 dan zal het eindigen in een lang1 welluidend gejank1 waarvoor niemand den organist aansprakelijk kan stellen1 en het zal een even welluidend getoet doen hooren onder het gebed1 welke geluiden misschien bedoeld zijn als antwoorden1 maar niet als zoodanig zijn gearrangeerd2 en dan midden in een ,te ,deum zal het1 ten gevolge van den eenen of anderen bijzonderen aanleg tot het stichten van verwarring1 heil zoeken in een hardnekkig zwijgen4 ,gedurende de eerste zes maanden na de opening zal het onder dokters handen blijven en gedurende het daaraanvolgende jaar zal het min of meer behept blijven met de gewoonten van een vroolijke en wispelturige jeugd en de ,gemeente zal heen en weer slingeren tusschen twee meeningen1 een geheime tevredenheid1 wanneer het orgel niet speelt1 zoodat er een kans is op vrijheid bij het zingen en een sterke begeerte om het op een kar te laden en het in de eerste de beste rivier te doen werpen4 ,wat het orgel1 bij bouw en vernieuwing en vergrooting en stemming1 elk jaar kost aan rente van kapitaal en aan loopende uitgaven1 zou voldoende zijn om een zendeling te onderhouden in eenig vreemd land of om een dominee te steunen in een arme stadswijk2 en wat het den organist1 die zoo ongeveer van alles de schuld krijgt1 kost aan bezorgdheid1 terwijl de goede man gewoonlijk een uur vr den dienst in zijn hemdsmouwen aan het tobben is in zijn schuilhoek en wat het der ,gemeente kost aan voortdurende verbittering1 zou1 indien het in gelds waarde kon worden uitgedrukt en vermenigvuldigd met het aantal der ,kerken1 die dan van een orgel verlost zouden zijn1 voldoende zijn om de schulden te delgen van de geheele uitwendige zending van de ,angelsaksische wereld4 ,mijn eigen ondervinding van een koor en ook van een organist is een zeer aangename en een van de bijzondere zegeningen1 die ik niet waardig ben2 maar ik beweeg mij in de wereld en ik hoor van tijd tot tijd iets4 ,daar een koor1 zooals men vermoedt1 bestaat uit een zeker aantal uitgelezen personen1 mannen en vrouwen1 die begaafd zijn met muzikaal gehoor en prachtige stemmen en die liefde hebben voor de meest teedere en geestelijke van alle kunsten--de meest beschaafde lieden feitelijk in een ,gemeente--is men geneigd aan te nemen1 dat de heele atmosfeer van een koor vol liefde en vrede is4 ,toch worden soms geruchten vernomen1 alsof de twisten in sommige kerkkoren alleen in hevigheid kunnen overtroffen worden door de vurigheid van een vereeniging van ,iersche patriotten en dat er niets zoo kleingeestig en onbeteekenend kan zijn of het is in staat een koor in vlam te zetten4 ,alles is aanleiding tot ergernis1 zelfs een niets3 de directeur van het koor geeft iemand een plaats1 die hem niet bevalt1 laat hem of haar een partij zingen1 die haar of hem niet aanstaat1 maakt een aanmerking of geeft een pluimpje aan den verkeerden persoon1 een korist waagt een opmerking1--dit alles zijn even zoo veel bronnen van ergernis voor den fijngevoeligen koorzanger4 ,hij begint te pruilen1 maakt onaangename opmerkingen1 neemt ontslag of is oorzaak1 dat eenige anderen het doen en dan bij de een of andere groote gelegenheid nemen al de koorleden ontslag en nemen een zoo gewichtige houding aan1 dat de gebeurtenis even belangrijk beschouwd wordt als een oorlog4 ,in het algemeen mag een koor zoo'n standje wel1 want het geeft een prikkel aan een kunstenaarsgestel4 ,maar er zijn toch eenige menschen1 die niet ten volle deelen in die blijdschap4 ,een van dezen is de arme dominee1 die zich op een goeden ,zondag in de moeielijkheid bevindt zijn eigen voorzanger te zijn en die als middelaar moet dienst doen bij elk twistgesprek2 en de anderen zijn de lidmaten der ,gemeente1 die gevaar loopen ook in vlam gezet te worden door de vonken van dezen muzikalen brand en die nooit zeker ervan zijn of zij niet den een of anderen ,zondag verplicht zullen zijn zelf te zingen4 ,er zijn oogenblikken1 maar misschien zijn het dwaze1 dat een zeker iemand met overdreven en beteekenisvollen spijt terugdenkt aan een dorpskerk1 waar een voorzanger het van ouds bekende en geerde schotsche wijsje ,martelaarschap aanhief met een krachtigen toon en waar een vergadering van mannen en vrouwen met heldere stemmen en sterke longen die wijs volgde1 terwijl geen enkele zweeg en het geheele lied gezongen werd vol vuur1 met hier en daar een bas- en een tenorstem1 zelfs misschien een altstem er tusschen in om de muziek voller te doen klinken4 ,en er zijn andere tijden1 dat diezelfde zeker iemand1 die toch eigenlijk beter moest weten1 zeer ontroerd is in zijn hart1 wanneer hij bij een zendingsbidstond de menschen een van die wijzen hoort zingen die misschien geen zeer goede muziek zijn en die voornamelijk zich leenen tot luid gezang1 maar terecht opwekkingsliederen genoemd worden1 omdat zij de ziel verkwikken en uitdrukking geven aan de blijdschap dier ziel1 die voor het eerst ervaart1 dat ,god haar lief heeft en tot haar redding ,zijn eenigen en veel geliefden ,zoon heeft gegeven4 ,het is een goed ding1 dat men hij den lofzang ter eere ,gods de hulp heeft van den goeden smaak en de muziek1 ondergeschikt aan de rechten der menschen1 maar het beste is1 dat de menschen zingen met lippen1 die ,god opent en uit harten1 die verlost zijn op ,golgotha4 ,,vii4 ,,een ,,eigen ,,bank4 ,er zijn heel wat veranderingen gekomen in de inwendige inrichting van de kerk sinds de tijden onzer vaderen1 maar geen verandering is van meer beteekenis dan die vrije plaatsen1 die in verhouding van evenveel gewicht is als de vermindering van de voorrechten in ,engeland en de afschaffing van staatkundige onbevoegdheid4 ,men herinnert zich de goede dagen van ouds1 die wij voor een groot gedeelte goed noemen1 omdat zij oud waren en nu omsluierd zijn door een nevel van eerbiedige genegenheid4 ,men ziet de lange rijen van familiebanken1 elk zorgvuldig afgescheiden van alle andere en door een deur1 die van binnen gesloten werd met een stevigen grendel of in geval dat de bezitter van hoogeren stand was met een klein koperen boutje1 afgescheiden van het publiek in de gangen4 ,indien de huurder van de bank behoorde tot de hoogste kringen van het district1 dan bedekte hij haar met laken--rood of groen--1 legde er een kussen in van drie duim diep--1 dat in zijn plooien het stof verborg van vijfentwintig jaar--en een kastje voor ,bijbels1 goed gesloten1 waarin de boeken voor de godsdienstoefening beveiligd waren tegen vreemde handen4 ,er waren ook bankjes van een zeer stevige makelij1 niet om er op te knielen--want niemand1 die in zulk een bank thuis hoorde1 zou er ooit aan gedacht hebben zulk een ongepaste houding aan te nemen--maar om er gemakkelijk de voeten op te zetten4 ,en er was zelfs zoo iets als een plankje1 waarop de elleboog gemakkelijk kon leunen1 opdat een arme zitter gelegenheid had zijn hoofd op te houden met zijn hand1 terwijl hij naar de preek luisterde4 ,het was een belangwekkend gezicht en men denkt er nog met genoegen aan1 hoe de plaatselijke waardigheidsbekleder des ,zondagsmorgens de kerk inkwam om bezit van zijn sterkte te nemen en deel te hebben aan den eeredienst4 ,de bankopsluiter1 een slimme oude man1 opgebracht in een kerkatmosfeer en op wiens gezicht zelfs de meest duistere leerstellingen te lezen stonden1 die een ambtelijk gesprek had gevoerd met de diakens en die vijftig leden van de smalle gemeente had laten voorbij gaan zonder hun meer dan een nauw merkbaar knikje en een opmerking over het weer waard te keuren--met heel onderdrukte stem geuit--komt naar voren om de hoofden der synagoge te ontvangen en hen naar hunne zetels te geleiden4 ,hij gaat hen voor met statigen tred door de gangen1 noch ter rechter- noch ter linkerzijde omziende1 gevolgd door de vrouw van ,dives1 achter haar de kinderen1 achter dezen den vreemdeling1 die tijdelijk binnen hunne poorten gehuisvest was1 en1 eindelijk heel achteraan1 den zelf-voldanen en verheven ,dives zelf4 ,bij aankomst aan de deur van de versterkte heerenplaats1 kijkt de bankopsluiter1 terwijl hij behendig de deur opent met n hand en ronddraait op n voet1 den optocht achter de open deur in het gezicht1 terwijl deze nog halfweg de doorgang is4 ,hij maakt een lichte buiging en kijkt recht voor zich uit1 eerbiedig1 maar toch niet onbewust van de plaats1 die hij inneemt onder de bestuurders der ,kerk1 terwijl de leden van de familie een voor een binnenkomen en hunne plaatsen innemen1 totdat er eindelijk nauwelijks plaats overblijft voor den grooten man zelf4 ,het is echter voldoende1 als hij zich maar juist kan neerzetten1 want in dat geval is de invloed van een zwaar lichaam zoodanig1 dat de ruimte er door ingenomen1 langzamerhand grooter wordt1 terwijl de lichtere lichamen in de bank als van zelf inkrimpen onder den dienst1 totdat ,dives eindelijk op zijn gemak zit4 ,zeker1 het had eenige moeite gekost om de deur te sluiten en onder den dienst hoorde men haar vaak kraken en men kon niet helpen1 dat men hoopte--maar dat was1 toen men nog jong was--dat door het een of andere fortuintje de deur eens zou losschieten1 en dat ,dives1 die er al te sterk op leunde1 terneer zou komen in de doorgang4 ,de bout echter1 om niet te zeggen de scharnieren er bij1 was stevig gemaakt en de bankopsluiter zag wel1 dat alles in orde is zoowel met het oog op veiligheid als op waardigheid1 en dan ging hij statig weer terug naar de kerkdeur1 niet onbewust ervan1 dat hij zich loffelijk had gekweten en dat hij tenminste eenigen indruk had gemaakt bij het plechtstatig nederzetten van den rijken man en zijn familie in hun bank4 ,dives ontsluit het bijbelkastje met een sleutel1 die bevestigd is aan zijn ring en deelt de boeken uit1 alsof het een prijsuitdeeling was in een school1 terwijl de moeder van het gezin aan de jongste leden zoodanig voorraad lekkers geeft als voldoende zal zijn om uitgeputte schepsels tegen de twee volgende uren te doen stand houden4 ,het geval kwam voor1 dat ,dives ongehuwd was en niets anders had dan zijn eigen hoogwaardigheid om zijn heerlijkheid te bezetten2 maar de plechtige binnenkomst geschiedde geheel op dezelfde wijze en hij zette zich met waardigheid aan het einde der eenzame bank4 ,en als gij zoudt veronderstellen1 dat de een of andere vreemde1 die een plaats wilde hebben1 in ,dives' bank werd ondergebracht1 dan zoudt gij toonen geen verstand te hebben van de bescheidenheid van den bankopsluiter2 en als gij u verbeeldt1 dat iemand1 die zoo maar eens de kerk binnenliep1 zou probeeren om binnen te dringen in die majestueuze ledige plaats1 dan kan uw verbeelding sterk genoeg zijn1 maar zij is nog niet bestand tegen de uitdrukking op het gelaat van ,dives4 ,vreemdelingen kwamen in vroeger dagen niet in kerken1 tenzij als gasten van een der families1 omdat ieder zijn eigen kerk had en daar ging hij heen door regen en in de brandende zon1 wie er ook preekte en wat er ook daar of elders te doen was4 ,de menschen pochten er in die dagen op1 dat zij nooit rondzwierven en het had kunnen gebeuren1 dat een geheel onbekende vreemdeling den bankopsluiter had doen wankelen1 maar dan zou hij hem1 daar hij steeds zich zelf gelijk bleef1 in elke gebeurlijkheid1 naar zijn eigen bank gebracht hebben1 die1 met het oog op omstandigheden1 dicht bij den preekstoel was1 zoodat de zwerver niet behoefde inbreuk te maken op het eigendom van een en ander en tevens onder behoorlijk toezicht gesteld werd4 ,wanneer de kerk vol was1 dan zag men het haar aan1 dat zij stevig en eerbiedwaardig was2 dan wekte zij ook de gedachte op aan waardigheid en welvaart en het is billijk erbij te voegen1 dat ook een geur van gezinseenheid en huiselijken welstand u zeer aangenaam en troostend aandeed in die gemeente van den ouden tijd4 ,als een ouderwetsch man en iemand1 die misschien al te zeer ingenomen is met het verledene1 met al zijn fouten1 wenscht geschokt te worden1 dan heeft hij alleen maar een van de hedendaagsche kerken te bezoeken van den nieuwsten trant1 die gewoonlijk vrij en open heeten1 alsof het herbergen waren of stukken waardeloos land1 waar een hoop vuilnis was neergegooid4 ,het open zijn is zoo ver mogelijk uitgestrekt1 want niet alleen zijn er geen deuren aan de banken en geen kastjes voor de ,bijbels en geen rugbekleeding en geen kussens1 waarin gij kunt weg zinken1--misschien zijn er vloermatten en bidbankjes--en is er nauwelijks eenige afscheiding tusschen de banken1 maar wellicht zijn er in het geheel geen banken1 alleen stoelen1 en gij steekt uw psalmboekje in een rekje aan den rug van den stoel van uw voorman1 die gaat verzitten1 als gij dat doet en gij knielt tegen dien stoel--als er tenminste mogelijkheid is om te knielen--en dan geeft gij uw voorman een duw1 wat hij natuurlijk kwalijk neemt4 ,het spreekt vanzelf1 dat er geen bankopsluiter is1 omdat er geen banken behoeven open gedaan te worden en meer dan dat1 er is geen bijzondere plaats voor u om te gaan zitten1 om de eenvoudige reken1 dat ge u kunt nederzetten1 waar ge wilt en elken keer ergens anders kunt neervallen1 indien ge dat wilt4 ,geen pelgrim of vreemdeling behoeft zich te schamen in een hedendaagsche kerk1 want alle menschen die er zijn1 verkeeren in dezelfde omstandigheden als hij2 allen zijn vreemdelingen1 daar zij geen recht hebben op een duim breed gronds1 en allen zijn pelgrims1 daar zij geen tweemaal op dezelfde plaats behoeven te zitten4 ,niemand kan zich beklagen over de zelfzucht van anderen1 want alle dingen zijn gemeenschappelijk bezit4 ,wanneer ,dives1 opgesloten achter zijn deur1 deed denken aan uitsluiting1 dan kan tot zijn verdediging worden aangevoerd1 dat het de uitsluiting was1 die huiselijkheid beteekent1 en in die bank was een kleine gemeenschap--die het huisgezin is4 ,en als er iets gezegd kan worden voor algemeene vrijheid en openheid op grond van de ,christelijke broederschap en menschelijke gelijkheid1 dan klampt men zich toch nog vast aan het geloof1 dat men recht erop heeft onder zijn eigen te zijn--dat is te zeggen1 met zijn vrouw en zijn eigen kinderen--in het huis van ,god1 en dat men het best ,god zal vereeren1 wanneer men in eenigszins afgesloten kring is4 ,misschien zal een bezoeker zich vrijer gevoelen in een vrije en open kerk1 maar daar staat tegenover1 dat het huisgezin in stukken gebroken wordt aan de deur en geen gemengde menigte kan ooit een zoo sterke ,gemeente vormen of een1 die een zoo geweldigen indruk maakt op het gezicht als de lange rij van banken1 laat ons in dit geval zeggen1 zonder deuren en stoffeering1 maar waar toch in elk een huisgezin zit1 met de moeder aan het hoofd van de bank1 den vader aan het achtereind en de jongelingen en jonge dochters tusschen die beiden in4 ,want de familie bestond eer dan de ,kerk en als de ,kerk iets anders zal zijn dan een priesterlijk eigendom of een zaal voor voordrachten1 dan behoort zij te berusten op het huisgezin4 ,de bank is een getuigenis voor de familie en behoort gehandhaafd te blijven1 zonder de deuren1 en het komt er volstrekt niet op aan of iemand honderd gulden per jaar huur betaalt voor zijn bank of drie gulden4 ,de machthebbenden in de ,kerk moeten er voor zorgen1 dat ieder gezinshoofd zijn eigen bank heeft1 met voldoende ruimte erin voor hem zelf1 zijne vrouw en de kinderen1 die ,god hun gegeven heeft4 ,er is geen enkele reden te bedenken1 waarom de rijke niet een flinke som zou betalen voor zijn tehuis in het kerkgebouw4 ,en velen onzer hebben nooit kunnen begrijpen1 waarom niet een handwerksman ook iets zou geven voor zijn kerkelijk tehuis4 ,behoort een ,christen niet te doen wat goed is om zijn ,kerk te steunen8 ,ieder man1 die zich zelf acht1 wenscht te betalen voor zijn huis1 hetzij het groot of klein is1 en iemands eer is er mee gemoeid te wonen in een armhuis1 waar hij geen huur betaalt en afhankelijk is van het publiek4 ,het is volstrekt niet noodig1 dat dit gevoel voor een eigen tehuis en persoonlijke onafhankelijkheid verloochend wordt in het ,huis ,gods1 maar het schijnt eer wenschelijk1 dat de man1 die werkt en genoeg verdient om een huis te onderhouden waar hij en zijn kinderen zes dagen van de week in een zekere weelde en zelfachting samenleven1 ook zijn deel draagt in de onderhouding van het ,huis1 waar zij ,god vereeren op den zevenden dag4 ,het is een armzalig schepsel1 die wil dulden1 dat een rijke man zijn huishuur betaalt voor de zes dagen1 en ik ben nooit in staat geweest eenig onderscheid te zien tusschen het zijn van bedelaar op ,zondag of een bedelaar te wezen op ,maandag4 ,ik zou er echter willen bijvoegen1 en met nadruk1 dat het bezit van een bank in den zin1 waarin iemand zijn huis bezit1 een maatstaf is voor karakter en een gelegenheid tot gastvrijheid4 ,daar is een soort van menschen1 wie het niet alleen spijt1 dat zij geen deur aan hun bank mogen hebben1 maar die liefst hun bank zouden willen afsluiten met een dak1 die het een vreemdeling kwalijk nemen als hij er in komt--ofschoon er overvloed van ruimte is--als was dat een persoonlijke beleediging en die vreemdelingen zullen verjagen1 indien zij bij ongeluk erin gebracht zijn vr hun aankomst4 ,als zoo'n man maar een halve bank gehuurd heeft1 dan durven de kerkedienaars geen andere huurders aannemen voor de andere helft1 omdat hij met hen twisten zal over de vraag welke helft zij mogen bezetten1 over de kwestie1 wie het eerst moet binnen gaan1 over een liederenboek1 dat niet op zijn plaats ligt of over een vriend1 dien zij eens meebrachten en die twee duim van zijn plaats in bezit nam4 ,billijkerwijze zij gezegd1 dat die man in de kerk niet erger is dan elders1 want hij is overal een vlegel--jaloersch1 twistziek1 onherbergzaam1 onhandelbaar4 ,maar zet als een tegenwicht tegen zulk een misbruik van de bank nu eens mijn besten ouden vriend ,jeremias ,goedhart4 ,hij is nu alleen met zijn lieve1 beminnelijke gade1 want de kinderen hebben zich een eigen tehuis gevormd2 maar hij houdt de familiebank en wil in geen geval die opgeven4 ,somtijds lijkt het den bestuurders van de kerk toe1 dat ,goedhart wel een banklooze familie bij zich kan nemen1 maar zij dringen niet op de zaak aan1 daar zij er aan denken1 hoe lang hij en de zijnen de bank voor zich gehad hebben en hoe goed hij de ledige ruimte gebruikt4 ,hij heeft een tal van boezemvrienden1 die nu oud en grijs zijn en die van tijd tot tijd met hem en zijn vrouw naar de kerk komen en voelen1 dat zij in zeer goed gezelschap zijn4 ,hij heeft ook een grooten kring van kennissen1 die bij honderden geteld kunnen worden1 en de personen van dien kring hebben ook de gewoonte wel eens binnen te komen en in zijn bank te gaan zitten2 en als hij een vreemdeling aan de kerkdeur ziet1 dan kan ,goedhart niet laten een woordje tot hem te zeggen1 hem welkom te heeten en het beste te wenschen4 ,als de vreemdeling toevallig een jonge man is1 dan neemt hij hem onder den arm en mee naar zijn bank en er bestaat veel kans1 dat hij hem naar zijn huis brengt en ten eten vraagt en hem zegt1 dat hij maar nooit alleen op zijn kamers moet blijven zitten1 maar zijn huis moet beschouwen als een tehuis4 ,en mevrouw ,goedhart vertelt haar vriendinnen met veel voldoening de grootte van den kalfsbout1 dien zij op ,zondagen hebben1 omdat1 ofschoon hun eigen zoons zijn heengegaan1 zij toch nooit nederzitten zonder eenige jonge mannen als gasten en mijnheer ,goedhart leerde hen kennen door de kerkbank4 ,indien de een of andere familie in de ,kerk logs heeft en behoefte aan zitplaatsen1 wel dan komen de kinderen van de familie in de bank van ,goedhart zitten en worden met open armen ontvangen4 ,gezegend mogen zijn witte haren en scherpzinnig gelaat zijn1 nooit is hij volkomen gelukkig of geniet hij de preek ten volle1 tenzij hij zijn behoorlijk aantal gasten heeft2 daar zijn tijden1 dat hij er een teveel meebrengt en dan wedijveren de andere bankbezitters om het eerst een plaats aan ,goedhart aan te bieden4 ,zooals hij in de kerk is1 is hij tehuis1 hand en hart geopend1 nooit tevreden1 tenzij vrienden komen en gaan1 nooit boos dan wanneer zij niet willen blijven eten bij hem1 nooit zoo verheugd als wanneer hij een flinke wandeling maakt of een praatje houdt over den ouden tijd met hen1 aan wie hij verbonden is door honderd banden van vriendelijke woorden en daden4 ,zooals hij gehandeld heeft met alle menschen1 vreemdelingen zoowel als vrienden1 in zijn ,kerk en in zijn huis1 zoo zal ,god met hem handelen en wij kunnen als zeker aannemen1 dat hem een gastvrije ontvangst wacht daar waar de kerken der aarde veranderd zijn in3 het ,huis onzes ,vaders4 ,,viii4 ,,de ,,fatsoenlijke ,,bedelaars ,,in ,,onze ,,kerken4 ,het is geen overdrijving1 wanneer men zegt1 dat men in het gebruik dat iemand maakt van zijn geld een maatstaf is voor zijn karakter en een openbaring van zijn aard4 ,er zijn menschen1 die geld verliezen door hun dwaasheden3 zoeten inval2 daar zijn anderen1 die het uitgeven ten gevolge van hun ondeugden--verkwisters2 er zijn menschen1 die het opgaren met jaloerschheid--gierigaards2 er zijn er ook1 die het uitzetten in weldaden--zij zijn de wijzen4 ,wanneer ik zeg weldoen1 dan denk ik niet aan die onberedeneerde liefdadigheid1 die geen onderscheid maakt en die1 hetzij zij den vorm aanneemt van aalmoezen aan een luien vagebond of van een ruime gift tot het kweeken van armlastigen1 een vloek is en geen zegen1 een zonde en niet een plicht4 ,wij behoeven den raad van onzen ,heer aan den rijken jongeling om zijn bezittingen te verkoopen en aan de armen te geven niet letterlijk op te vatten1 want ofschoon zulks misschien het eenige bewijs van oprechtheid was1 dat hij in die dagen kon geven1 zoo zou het een groote ramp zijn in onzen tijd4 ,indien een millionair zijn bezittingen te gelde maakte en de opbrengst uitdeelde onder dat droes onzer bevolking1 dat niet werkt zoolang het kan bedelen1 dan zou hij het grootst mogelijke nadeel doen aan zijn medemenschen4 ,indien diezelfde millionair zijn fortuin gebruikt om gelegenheid te geven tot eerlijken arbeid1 waardoor de menschen zich zelf en hunne gezinnen kunnen onderhouden1 dan zal hij aan zijn medemenschen den grootsten zegen verschaffen1 die in zijn macht is4 ,wat het geval moge geweest zijn in den ouden tijd1 er kan niet ontkend worden1 dat de man1 die in onze dagen een fabriek vestigt in een kleine stad tien maal beter doet dan hij1 die zijn kapitaal zou willen gebruiken om een armhuis te stichten4 ,wanneer een man behoorlijk voldaan heeft aan de eischen van zijn gezin1 en waarvan hij goed heeft zorg gedragen voor de aanvulling der fondsen voor zijne zaken1 dan zijn misschien de beste twee dingen1 die hij kan doen met het overtollige van zijn kapitaal1 het te gebruiken om de kennis van ,god te doen brengen aan hen1 die in de duisternis zitten of de onschatbare gift eener goede opvoeding te doen toekomen aan hen1 die hongeren en dorsten naar kennis4 ,het is zoo treurig1 dat vele menschen niet hebben geleerd te geven1 maar het is even treurig1 dat velen niet weten1 waar zij geven moeten4 ,om goed te geven1 moet men zoowel zijn hoofd als zijn hart raadplegen1 en leeren geven is een oefening van het brein zoowel als van iemands gevoel4 ,er zijn ,kerken1 die zeer onverstandig geven en het geld1 dat zij uitgeven om iets half goed te doen ware beter in de zee geworpen4 ,zij onderhouden stichtingen voor inwendige zending in arme wijken der stad1 wat feitelijk niets anders zijn dan inrichtingen1 waar propaganda gemaakt wordt voor pauperisme en de ,gemeenten1 in die wijken gevormd1 bestaan grootendeels uit lieden1 die bezwaar hebben om tusschen twee maaltijden te werken4 ,elk jaar worden er verslagen openbaar gemaakt1 die aantoonen hoeveel personen de bijeenkomsten bezochten en op hartverscheurende wijze rekening doen van de ellende1 die gelenigd is4 ,het is een feit1 dat1 wanneer gij aan een bekwaam organisator zesduizend gulden per jaar geeft om in een flinke achterbuurt te besteden1 die man daar1 wanneer ge maar wilt1 een ,gemeente zal stichten van een vijfhonderd leden2 en als de leden van de moederkerk er heen wenschen te gaan en tegenwoordig te zijn bij een geestdriftvolle bijeenkomst1 dan is het eenig noodige daartoe1 dat een van de rijke kerkleden dien avond als gastheer fungeert4 ,de vergadering zal evenmin uit een oogpunt van getalsterkte als uit dat van geestdrift iets te wenschen overlaten en de lieve menschen van de rijke ,kerk zullen naar huis gaan met het gevoel1 dat zij een bloeiende zending hebben en ontzachelijk veel goeds doen1 terwijl er heel veel kans bestaat1 dat zij in den godsdienstigen zin des woords in het geheel geen zending hebben en dat hun geld onberekenbare schade heeft berokkend4 ,over het geheel genomen komen zendingsinrichtingen1 onderhouden op ruime schaal door rijke ,gemeenten precies overeen1 wat het zedelijk resultaat betreft met de armhuizen1 gesticht door menschen1 die meer geld hebben dan zij weten te besteden en niet genoeg hersens om te weten1 hoe het te gebruiken4 ,wanneer het geld1 dat rond gestrooid wordt in soepuitdeelingen en dergelijke stichtingen tot het instandhouden van bedelaars en hun gezinnen1 gebruikt was voor het bouwen van een dergelijke kerk1 waar de eerlijke armen ,god konden dienen met behoud van zelfachting1 of van gezonde woningen1 waar de werkmenschen netjes konden wonen tegen matige huur of tot het instellen van een beurs voor studenten1 arm in geld maar rijk in hersens om hun in de gelegenheid te stellen hooger onderwijs te genieten1 dan zouden de maatschappelijke hervormers reden hebben de ,kerk te zegenen en de ,kerk zou vrij wat meer goeds verrichten in de gemeenschap4 ,een ,kerk van het ,west-,end behoeft echter juist niet naar het ,oost-,end te gaan om zulk kwaad te verrichten1 want zij kan1 als zij dat wil een kweekplaats van fatsoenlijke landloopers stichten binnen haar eigen grenzen4 ,wanneer een dominee en de lidmaten zijner ,kerk den naam hebben van een week hart te bezitten1 wat dikwijls beteekent dat zij wat zwak van hoofd zijn1 dan verspreidt zich dat nieuws wijd en zijd en het aantal bezoekers der godsdienstoefening neemt onmiddellijk toe4 ,kleinhandelaars1 die hun zaak tot bloei willen brengen en niet uitsluitend durven vertrouwen op de deugdelijkheid der goederen1 die zij verkoopen2 jonge lieden1 die hun betrekking verloren hebben1 omdat zij niet willen werken2 dames1 die het beneden zich achten om iets te doen voor haar levensonderhoud en deskundigen zijn in wat men zou kunnen noemen fatsoenlijke strooptochten2 onbekwame kooplieden1 aan wie geen bank honderd gulden crediet zou willen geven1 maar die hopen duizend te krijgen door middel van aanhalingen uit de ,bergrede--komen zich gezamenlijk nederzetten binnen de beschuttende muren van deze ,christelijke schuilplaats4 ,als men hen wil gelooven1 komen zij allen om de uitmuntendste en aandoenlijkste redenen3 omdat bijvoorbeeld hun vorige ,gemeente koud was en zij in een warmer atmosfeer wenschten te leven2 omdat zij een zegen ontvingen onder de prediking van den dominee en het als een voorrecht beschouwen zijn zielszorg te genieten2 omdat zij begeeren eenig goed werk te doen en uit de verte gehoord hebben van den ijver van deze ,gemeente2 maar hoofdzakelijk wegens het hooge geestelijke standpunt van dominee en lidmaten beiden1 dat deze eenvoudige zielen als een magneet heeft getrokken naar hun natuurlijk tehuis4 ,hun eigenlijke reden1 om het in zuiver ,hollandsch te zeggen1 is1 dat zij geen lust hebben te werken voor hun brood1 zooals eerlijke menschen doen en dat zij van plan zijn zich op de ,christelijke liefdadigheid te werpen4 ,zij stellen niet het minste belang er in1 wat de dominee preekt of is1 mits hij maar geen oordeel des onderscheids hebbe2 zij komen alleen en heel eenvoudig om te bedelen4 ,zij zijn zeer bekwaam voor hun eigen vak en hebben het fatsoenlijk bedelen opgevoerd tot de hoogte eener schoone kunst4 ,zij beginnen niet1 zoodra zij aankomen1 te vragen en de allerslimsten onder hen zullen zelfs nooit over geld spreken4 ,hun wensch is1 zooals zij aan den predikant in zijn studeerkamer duidelijk maken een bedeesdheid en kieschheid1 die een diepen indruk maken op hem1 als hij een eenvoudig vroom man is zonder ervaring1 niets anders dan een hoekje in zijn kerk te hebben1 waar zij kunnen nederzitten en zich drenken met de zuivere melk van het ,woord en het eenige1 waarover zij zich bekommerd maken1 is1 dat zij in de eerste zes maanden niet in staat zullen zijn eenig plaatsengeld te betalen of iets bij te dragen in het fonds voor de zending4 ,zij hebben betere tijden gekend en toen was geven hun levensgenot4 ,een groote tegenspoed heeft de familie gedrukt en zij maken onduidelijke toespelingen op een groote som1 verloren of door slecht gedrag van een familielid of door een bankroet en nu zijn zij verplicht hoogst zuinig te leven4 ,hun strijd om het bestaan1 de dominee mag dat aannemen1 is zeer moeilijk2 maar zij zijn niet gekomen om over zulke dingen met hem te praten1 doch1 alleen om hem te verzekeren1 dat hij hun tot zegen geweest is en om te zeggen1 dat zij zoo gaarne zich nuttig zouden willen maken in zijn ,kerk4 ,al kunnen zij niet geven1 zij zijn tenminste willig om te werken en kiezen in den regel bij toeval een afdeeling van ,christelijken arbeid1 waarvan het hoofd rijk is in de goederen dezer wereld en bekend als mild4 ,onder het oog van zulk een chef is er geen eind aan de werkzaamheid van onze bedelende vrienden4 ,zij bieden aan om alles te doen4 ,zij geven nieuwe plannen voor armenzorg aan de hand2 zij brengen de oudere arbeiders in de afdeeling van de wijs door hun drukte en den een of anderen avond komen zij1 op een ongelegen uur aandragen met een paar guldens1 die zij--zooals toevallig blijkt--uit hun mond gespaard hebben voor een goede zaak4 ,daar zij niet in staat zijn om iets bij te dragen in de kerkelijke fondsen1 maken zij met hun eigen handen eenige onmogelijke kerkezakjes1 die zij in alle deftigheid aanbieden aan de ambtsdragers der ,kerk en die ontoonbaar zijn en ongeschikt voor gebruik4 ,daar zij op geen andere wijze hun dankbaarheid aan den dominee kunnen toonen1 komen zij op een avond1 man en vrouw samen als collega's in het bedelvak1 en verzoeken hem een groote bouffante aan te nemen1 die zijn keel zal beschermen tegen de winterkoude te midden van zijn onmetelijken arbeid1 maar waarvan de kleuren en het model hem zouden blootstellen aan een ontslag uit zijn bediening1 indien hij het ding droeg4 ,de voorname leden der ,kerk ontvangen met verjaardagen en met ,kerstmis kaartjes1 vol vrome spreuken en opmerkingen2 en als een kind het ongeluk heeft eenigszins ernstig ziek te worden1 bijv4 windpokken of mazelen krijgt1 dan komen de bedelende vrienden regelmatig en op treffende wijze vragen4 ,zij willen niet graag de moeder storen1 maar zij hebben zulk een genegenheid opgevat voor den kleinen lieveling1 dien zij in de kerk hebben gadegeslagen1 dat zij rust noch duur hadden voor zij wisten of de lieve jongen een rustigen dag heeft doorgebracht4 ,zij willen niet indringerig zijn en zij vergeten niet1 dat hun omstandigheden veranderd zijn1 maar zij hopen1 dat het niet als een beleediging zal beschouwd worden1 dat zij een kleinigheidje hebben meegebracht voor het zieke engeltje en zij vragen aan de moeder om een onoogelijk stukje kandij aan het lieve lammetje te willen overbrengen4 ,er zijn moeders en moeders1 maar er is kans1 dat de moeder zeer getroffen wordt en in het algemeen1 aangenaam aangedaan door zoo veel belangstelling in haar kind1 en ofschoon zij verstandig genoeg is om de gift in het vuur te gooien1 zal zij toch niet nalaten de gevers met ,kerstmis te gedenken4 ,wanneer de spinnen het web van fijne draden gespannen hebben1 en het aan alle hoeken der ,kerk stevig bevestigd is1 dan is het opmerkelijk hoeveel vliegen en niet enkel onnoozele1 er in vast raken en hoe groot de buit is4 ,de kleerenklasten van de ,kerk1 zoowel van mannen als vrouwen1 staan te hunner beschikking en elke maand wordt gij bij de ontmoeting met onzen bedelaar herinnerd aan den een of anderen ouden vriend en het is zeer belangwekkend de kleeren1 die de ,gemeente gewoonlijk droeg in de ,kerk in nieuwe omstandigheden te zien verschijnen4 ,hun huishuur wordt om beurten betaald door een troepje barmhartige ,samaritanen1 waarvan elk gelooft1 dat hij de eenige is1 aan wien ooit werd toegestaan den dienst te bewijzen en die het doet onder belofte van geheimhouding1 uit vrees dat schroomvallige menschen1 arm maar trotsch1 zich gekrenkt zouden gevoelen en dat zij de achting voor zich zelf1 die nu1 zooals zij zeggen1 hun eenige bezitting is1 misschien zouden verliezen4 ,de een of andere vriendelijke dokter in de wijk bezoekt hen in geval van ziekte1 zooals dat vaak gedaan wordt door deze mannen1 zonder geld of eenig ander loon te ontvangen4 ,medische hulp in den vorm van versterkende middelen1 gelein1 vruchten1 lekkernijen stroomen zoo voortdurend toe1 dat het niet bevreemdend is1 dat de lieve kleine ,alice niet spoedig herstelt en dat de hulp van het gezin moet worden ingeroepen om de snoeperij op te krijgen4 ,later moet de kleine ,alice1 die met zorg ingewikkeld in doeken en blijkbaar erg zwakjes rondgevoerd is om haar weldoeners persoonlijk te bedanken en die daartoe den meest ongelegen tijd schijnt gekozen te hebben1 uit puur medelijden voor een maand naar buitengezonden worden en de liefhebbende familie1 die niet leven kan zonder ,alice--zij kunnen maar niet vergeten1 dat zij vroeger rijk waren--moet noodzakelijk met de herstellende gaan4 ,ik zou te veel tijd noodig hebben om te spreken van al de leeningen1 die zij aangaan met bijna iedereen1 rijken en armen4 ,als zij zoo iets vragen1 dan is het alleen door den uitersten nood gedrongen en onder bittere schaamte2 elke leening is de eerste1 die zij ooit aangingen en binnen veertien dagen zal het geld zeker worden teruggegeven2 als pand voor de richtige nakoming dier belofte wordt een ouderwetsche gouden broche gegeven--het laatste erfstuk der familie4 ,niet eer dan nadat de lange strooptocht geindigd is en de bedelaars verhuisd zijn naar een andere deftige ,kerk1 die op een behoorlijken afstand ligt1 beginnen de menschen hun verschillende aanteekeningen te vergelijken en de rekening op te maken en dan komt men tot de ontdekking1 dat naar de laagste schatting het gezin op kosten van de ,gemeente heeft geleefd tegen ongeveer twee duizend gulden per jaar4 ,deze berekening is natuurlijk1 om tot de totale uitgaven te komen1 te vermeerderen met wat zij zelf verdiend hebben2 maar in den regel kan men aannemen1 dat de balans daardoor weinig opgevoerd zou worden4 ,indien men aan de vrouwelijke helft onzer bedelaars eenigen vorm van arbeid voorstelt1 dan krijgt zij het te kwaad met haar aandoeningen1 maar kan toch het feit niet verbergen1 dat zij zeer beleedigd is4 ,het is misschien dwaas van haar1 verklaart zij onder een tranenvloed1 maar haar arme vader1 die gewoonlijk in het leger gediend heeft1 heeft vaak gezegd1 dat geen dochter1 die zijn naam droeg1 ooit tot werken mocht afdalen en zij voelt aan zijn nagedachtenis verschuldigd te zijn deze edele houding te blijven aannemen en men is dan natuurlijk zoo beschaamd over het barbaarsche voorstel1 dat men gaarne een schadeloosstelling betaalt4 ,het heeft volstrekt geen nut een betrekking te zoeken voor een jongen man van deze soort1 want de plaats1 die gij voor hem vindt is of niet geschikt voor zijn bijzondere bekwaamheden of nadat hij er drie dagen geweest is1 ontstaat er een geschil tusschen hem en den bestuurder der zaak1 dat bewijst1 dat die directeur niet gewoon is geweest met heeren om te gaan2 en natuurlijk1 zooals de moeder van den jongen man u vertelt1 kan haar zoon de geschiedenis van de familie niet vergeten4 ,als de bedelaar een handelsman is en gij zendt hem klanten1 waarom hij inderdaad gebedeld heeft1 dan zijn zijn waren zoo slecht1 dat geen mensch ze gebruiken kan en de prijs is zoo hoog1 dat niemand lust heeft hem te betalen2 en daarbij behoort de handelsman gewoonlijk tot die hooge en machtige klasse1 die niet zich wil verlagen tot het maken van iets op een andere1 dan de degelijke1 ouderwetsche wijze en die vooral niet1 al moest men van honger omkomen1 beneden den prijs wil leveren4 ,het feit is--het naakte feit--dat deze verheven handelaar niet wenscht te werken1 zoolang dwaze menschen hem willen onderhouden4 ,langzamerhand doorziet de vriendelijkste dominee bij de toeneming van het onderling verband tusschen de verschillende ,kerken deze klasse en hij komt er toe hen te onderwerpen aan een flinke arbeidsproef1 meenende dat vroomheid en bedelarij niet kunnen samengaan en weigerende te gelooven1 dat ooit iemand zegen geniet onder zijne prediking1 die niet wil werken voor zijn brood4 ,men mag ook aannemen1 dat een ,christelijke ,gemeente1 al was zij de licht geloovigste vereeniging op aarde1 eindelijk al haar moed bijeen zal garen en tegelijkertijd haar gezond verstand te werk zal stellen en dan zal weigeren om de ,christelijke kringen te maken tot een jachtveld voor fatsoenlijke bedelaars1 zoodat de godsdienstige levensmoeden een nieuw middel zullen moeten uitvinden om te ontduiken aan de wet1 dat wie niet werkt1 niet zal eten4 ,en het geld1 dat wordt bezuinigd op deze parasieten1 worde gevoegd bij het fonds tot ondersteuning van emeritus-predikanten4 ,,ix4 ,,is ,,de ,,dominee ,,een ,,leeglooper8 ,niemand heeft meer reden tot dankbaarheid aan zijn publiek dan een dominee1 want ik ken geen dienaar1 die vriendelijker behandeld wordt4 ,hoewel er ongetwijfeld in een zoo groot lichaam als de ,christelijke ,kerk vitlustige en slecht gemanierde ,gemeenten zijn1 juist zooals er luie en verwarring stichtende dominees zijn1 kan men toch zeggen1 dat over het algemeen de ,gemeente liefderijk is in haar oordeel over haren predikant1 geduld heeft met zijn fouten1 ten zeerste elk goed werk1 dat hij doet1 waardeert en zeer dankbaar is voor al zijn goede diensten4 ,er zijn niet veel klachten1 die een welwillend dominee met gezond verstand kan inbrengen tegen een gewone ,gemeente1 doch hij heeft soms een grief tegen zijn vrienden1 die hij niet openbaart1 maar die voortwoekert in zijn hart4 ,het is niet iets1 dat zij zeggen of iets1 dat zij doen2 het is het stille en misschien onbewuste vermoeden1 onbewust van hun zijde1 dat hij niet genoeg te doen of dat hij een aanmerkelijke hoeveelheid ledigen tijd heeft4 ,kon hij staat maken op hunne woorden1 dan zou dat vermoeden nooit in hem opkomen1 omdat zij slim genoeg zijn1 en dat is heel vriendelijk van hen1 des ,maandags tegen hem te zeggen1 dat hij wel heel vermoeid moet zijn na tweemaal zoo wondermooi gepreekt te hebben en dus moet hij wel1 daar hij toch maar een mensch is1 meenen1 dat zij zich verbeelden1 dat hij geheel op is na zulk een verstandelijke uitputting4 ,weer een anderen keer vermanen zij hem1 zoo langs hun neus weg1 na een praatje over het weer1 zich voor overwerking te wachten en zeggen zij niet te kunnen begrijpen1 hoe hij in staat is1 zooveel te doen4 ,dit alles is heel vriendelijk en opbouwend en de dominee heeft een aangenaam gevoel1 dat zijn werk gewaardeerd wordt en dat hij een van de hardste zwoegers van de wereld is4 ,als hij ouder wordt echter1 en meer waarde begint te hechten aan den inwendigen toestand van het gemoed der menschen1 dan aan de los door hen daarheen geworpen woorden1 dan gevoelt hij zich niet op zijn gemak erbij1 dat de menschen toch nog niet zoo bepaald overtuigd zijn van zijn regelmatige bezigheden en zijn bezette uren4 ,lieve dames1 en alle dames zijn lief1 noodigen hem op een theepartij en dergelijke feestjes1 waarbij hij de eenige heer zal zijn2 of als er misschien nog een is1 dan is het een bejaard man1 die zich reeds lang uit de zaken heeft teruggetrokken4 ,terwijl de dominee de dame dankt voor haar vriendelijke uitnoodiging1 komt het hem in de gedachte1 dat haar eigen man niet op het aangename partijtje zijn zal1 evenmin als haar zoon1 omdat zij het te druk hebben en zij zou er niet aan denken1 een advocaat of een koopman of een geneesheer of een dagbladschrijver te vragen1 tenzij het was voor een groote partij1 waarop iedereen komt4 ,het zou haar een dwaasheid toeschijnen een man van zaken van zijn werk te halen zelfs om een uur door te brengen met haar en andere even bekoorlijke vrouwen4 ,de andere mannen zouden niet komen1 omdat zij niet konden4 ,zij moeten hun werk doen4 ,de dominee wordt uitgenoodigd omdat1 zoo als de gastvrouw veronderstelt1 hij geen werk heeft1 dat hem verhindert4 ,en zij zou hem misschien weinig hoffelijk noemen en zeker heel onvriendelijk1 wanneer hij weigerde2 en als hij zijn weigering verdedigde door het bezet zijn van zijn tijd1 zou wellicht haar oordeel liefdeloos worden en kon zij wel eens meenen1 dat hij een andere reden had4 ,zat hij dan niet in zijn studeerkamer8 ,waarom kon hij niet even goed in haar huis zijn8 ,en zij zou nooit kunnen begrijpen1 dat hij juist op dien achtermiddag moest gebruik maken van een eenige kans om een noodzakelijk boek meester te worden4 ,was hij niet een half uur geleden haar huis voorbijgegaan en indien hij kon uitgaan voor een wandeling1 waarom kon hij dan dien tijd niet doorgebracht hebben in haar tuin1 en hij kan haar niet aan het verstand brengen dat hij een zieke was gaan bezoeken4 ,secretarissen van philantropische vereenigingen zijn hem komen vragen om uit een buitenwijk naar het midden van de stad te gaan1 en een voorstel te steunen op een openbare vergadering van acht bejaarde heeren en zeven-en-zeventig vrouwen van onzekeren leeftijd1 met vier fatsoenlijke bedelaars1 die gekomen zijn om te zien of ze niet eenige guldens kunnen leenen van den een of anderen barmhartigen ,samaritaan4 ,het was een uitmuntende vereeniging en ongetwijfeld was het noodig1 dat het bestuur herkozen wordt1 en de dominee zei dat na verloop van tien minuten1 maar terwijl hij naar huis ging1 moede en gergerd is de gedachte bij hem opgekomen of dit nu het beste gebruik was1 dat hij van zijn tijd kon maken en zou de secretaris1 hoe onvermoeid die man ook was en hoe dringend ook1 er toe gekomen zijn een man van zaken--dat is iemand1 die werkelijk iets doet--te vragen zijn kantoor te verlaten te midden van de drukte om drie volle uren van zijn tijd te besteden om naar een buitenwijk te gaan en daar te zeggen1 wat totaal onbelangrijk was voor de menschen1 op wie het geen bijzonderen indruk zou maken8 ,de dominee weet en de secretaris weet en iedereen weet1 dat de man van zaken met de minst mogelijke woorden neen zou gezegd hebben1 en dat iemand hem dat kwalijk zou hebben genomen1 terwijl iedereen hem een dwaas zou hebben genoemd1 als hij er heen was gegaan4 ,zulk een tijdverknoeien is onmogelijk behalve voor overoude heeren en voor dominees4 ,en1 natuurlijk1 als de predikanten inderdaad hun tijd thuis verbeuzelen met het lezen van tijdschriften of het kijken door de ramen of als zij niets anders doen dan hun wijk rondslenteren om beleefdheidsbezoeken te brengen en praatjes over het weer te houden1 dan zou het heel goed zijn1 al was het maar voor de verandering1 als zij eens een achtermiddag zoek brachten met naar een vergadering te gaan en het gehoor te overtuigen1 dat inderdaad het bestuur behoort herkozen te worden4 ,treuzelaars van allerlei slag dringen de studeerkamer van een dominee binnen bij voorkeur vr twaalf uur 's morgens1 omdat zij dan zeker zijn hem thuis te vinden1 en leggen hem in verbazend lange verhalen uit1 dat wij de afstammelingen van de verloren tien stammen zijn2 dat alle onzedelijkheid reeds lang uit de wereld verdwenen zou zijn1 als wij maar wortelen in plaats van vleesch aten2 dat het werk1 gedaan door zeker iemand1 wiens naam de dominee niet kan uitspreken op een plaats in ,klein-,azi1 waarvan hij nooit gehoord heeft1 het allerbelangrijkste is onder dat der uitwendige zending1 altijd alleen afgaande op de mededeelingen van den man1 die het salaris beurt in ,klein-,azi4 ,indien een van deze woordenrijke menschen en het zijn er nog maar drie van een honderdtal1 elk met het een of ander bijzonders in het hoofd1 het waagde een koopmanskantoor te bezoeken1 dan zou hij waarschijnlijk niet toegelaten zijn in de kamer van den patroon1 en als hij wel erin was gelaten1 zou hij zeker gauw verzocht worden de deur van achteren te bekijken4 ,de onbeschaamdheid van een treuzelaar is verbazend1 maar zij heeft grenzen en na eenige ervaring laat zoo iemand den koopman met rust en in den regel probeert hij niet eens een geneesheer aan boord te komen1 maar hij nestelt zich als bij instinct en met een gevoel van ik ben hier thuis in de studeerkamer van een dominee4 ,als deze een werkelijk goed man is1 dan is de bezoeker in zijn nopjes1 want hij heeft een hulpeloos slachtoffer gevonden2 maar als de dominee maar onvolmaakt heilig is1 dan gaat de zeurkous bijna even vlug de deur uit als bij den koopman1 maar dan weet de dominee ook1 dat zijn leven voortaan in de macht is van de tong des beuzelaars4 ,wat den dominee ergert en te meer naarmate hij minder zijn ergenis luchten kan is1 dat al die menschen gelooven1 dat hij werkelijk niet weet1 wat hij met zijn tijd moet uitvoeren en dat die tijd tot ieders beschikking is4 ,het feit is echter1 dat de predikant van een stadskerk1 die getrouw zijn plicht doet1 harder werkt dan iemand anders in de maatschappij1 behalve een arts met dagelijksche praktijk1 een dagbladschrijver en een naaister op een atelier1 waar de zweep gebruikt wordt4 ,hij kan des avonds zoo laat op zitten1 als hij wil--en inderdaad moet hij1 laat ons zeggen1 tot minstens twaalf uur op blijven--om niet ten achteren te raken met zijn leesstof1 maar hij moet des morgens weer vroeg bij de hand zijn1 omdat wellicht een koopman hem komt spreken vr negen uur1 en omstreeks dien tijd moet hij de eerste brievenzending geopend hebben1 die zoo ongeveer uit een twaalftal brieven bestaat en als hij het noodig oordeelt--en het is noodzakelijk in een stad--moet hij dan ook een blik geslagen hebben in de feiten1 die den vorigen dag voorvielen in zijn stad en in de wereld4 ,van negen tot een moet hij zich voorbereiden voor zijn taak op den preekstoel1 voor avondbeurten in de week1 voor catechisaties1 en voor toevallig werk in kerk of vergadering1 zoo vlug hij kan en het uur1 dat hij verliest met het ontvangen van bezoekers1 moet laat in den avond met interest ingehaald worden4 ,te een uur veroorlooft hij zich iets te eten1 ofschoon hij vaak niet aan de koffietafel in het gezin kan verschijnen1 omdat de een of andere slimme bedelaar weet1 dat dit de beste tijd is om hem thuis te treffen en1 terwijl hij in het drukst van het gesprek is1 betreurt hij het verlies van zijn maaltijd en verlangt naar den dag1 dat ,amerikaansche vindingskracht1 vruchtbaar in denkbeelden en spaarzaam met den tijd1 een vloeibare voedingsstof zal uitvinden1 die hij door een buis tot zich kan nemen1 terwijl hij studeert4 ,indien hij niet beloofd heeft de benoeming te ondersteunen van een commissie van veertig leden1 die een tehuis voor twintig meisjes moet besturen1 dan brengt hij zijn tijd van ongeveer twee tot zeven uur door met het bezoeken van menschen1 die ziek zijn of vrienden verloren hebben1 die lijden onder wereldsche rampen of die pas tot zijn ,kerk zijn toegetreden of haar juist verlaten hebben1 die hij wenscht over te halen tot eenigen arbeid of die hij in langen tijd niet gezien heeft en waarmee hij voeling wil blijven houden4 ,hij komt 's avonds thuis1 niet omdat zijn werk gedaan is1 want deze soort van werk is nooit afgedaan en het einde is er nimmer van te zien1 zelfs niet al begon men het des morgens te negen uur en zette men het voort tot 's avonds negen uur1 maar omdat niemand langer dan vijf uur achtereen bezoeken kan afleggen4 ,bij zijn thuiskomst--en ik beken dit vrijmoedig--veroorlooft de dominee zich weer wat te eten1 maar alweer moet het voor hem bewaard worden1 omdat een andere bezoeker1 die hem in den namiddag was misgeloopen1 van een onnoozele dienstmaagd1 die pas in dienst is gekomen en nog niet goed op de hoogte is van de taak van een predikants-dienstbode1 het uur heeft vernomen1 waarop de ongelukkige man zijn volgenden maaltijd zal gebruiken en nu reeds een half uur op hem gewacht heeft om den steun van den dominee te vragen voor een genootschap van christelijke liefdadigheid1 wat in twee van de drie gevallen slechts een uitwas is van philantropie en in het derde geval iets waarmee de dominee niet de minste aanraking heeft4 ,menschen1 die niet beter weten1 zouden misschien veronderstellen1 dat de dominee1 na zijn zeer bescheiden maal genuttigd te hebben1 vrij zal zijn met zijn vrouw en kinderen in de huiskamer te zitten om zijn plicht te vervullen als hoofd van het gezin en zoo het grootste genot van den geheelen dag te smaken4 ,het is iets zeldzaams als deze ongelukkige man een avond voor zich zelf heeft1 omdat hij gewoonlijk dadelijk na het eten naar een of andere bijeenkomst in zijn kerk moet gaan en terwijl de leden der ,gemeente zich over de verschillende avonden verdeelen1 wat heel billijk en goed is1 moet hij altijd bij alles tegenwoordig zijn1 want is hij er niet1 dan begint het onderdeel1 waarvan hij wegblijft1 te kwijnen4 ,als hij een avond vrij heeft1 dan komt een of ander lid van zijn ,gemeente hem vragen een bijeenkomst te bezoeken ten bate van iets1 waarin hij betrokken is en er zijn redenen1 waarom de dominee niet kan weigeren4 ,het is best mogelijk1 dat diezelfde mijnheer de vorige week gezegd heeft1 dat de dominee zich overwerkte en niet zooveel op zich moest nemen1 maar als de tijd komt1 dat hij zelf een bijl heeft1 die geslepen moet worden1 dan zal hij niet de minste aarzeling hebben den dominee te vragen den molen te draaien4 ,en inderdaad wordt het openbare werk van den dominee sterk vermeerderd door zijn eigen gemeenteleden1 die aan de secretarissen1 de treuzelaars en de rest van tijdroovers aanbevelingsbrieven geven met een slot1 als3 ,ik hoop1 dat ge het verzoek van mijnheer ,tootle zult inwilligen als een persoonlijke gunst aan mij4 ,dezelfde heer doet dat misschien maar eens in een halfjaar1 maar er zijn er een honderd1 die hetzelfde met tusschenpoozen doen en zoodoende wordt de dominee aan handen en voeten gebonden door zijn eigen ,gemeente4 ,was ik een leek en de een of andere gesalarierde secretaris1 die niets anders te doen heeft--zooals het mij soms toeschijnt--dan noodelooze brieven te schrijven en vervelende vergaderingen bijeen te roepen en dominees te ergeren1 kwam bij mij en vroeg mij om mijn dominee te plagen totdat hij zijn eigen werk liet staan en de bijeenkomst van den secretaris bezocht1 dan zou ik dien secretaris mijn gemoed bloot leggen in de woorden1 die een vriendelijke ,voorzienigheid mij op dat oogenblik zou ingeven en n dominee zou ten minste geen last hebben van dien secretaris4 ,als het godsdienstig publiek ooit eenigen twijfel heeft omtrent het geld1 dat uitgegeven wordt aan secretarissen en omtrent het nut van hun arbeid1 dan kan het misschien een troost wezen voor dat publiek1 te weten1 dat1 zoo lang er gesalarierde secretarissen van philantropische instellingen zijn1 geen stadsdominee ooit er toe zal kunnen komen zijn tijd te verluieren1 hetzij door moderne godgeleerdheid te bestudeeren of door te praten met zijn gezin4 ,veronderstel echter1 dat door den een of anderen buitengewonen zegen1 de dominee een avond vrij heeft1 werkelijk vrij--wat zoo ongeveer zesmaal per winter voorkomt--en hij begint aan zijn vrouw eens iets voor te lezen1 of zij onthaalt hem op wat muziek of de heele familie bladert een kunstwerk door1 of--want ik wil zijn zwakke zijde niet verbergen--zij spelen een spelletje samen1 zijn vrouw1 zijn kinderen en hijzelf4 ,de bel gaat over en de dominee ziet zijn vrouw aan2 hij weet1 wat dat beteekent4 ,het is in zulke oogenblikken1 dat zijn geloof in een persoonlijken duivel1 wiens slimheid even groot is als zijn boosaardigheid1 ten sterkste bevestigd wordt4 ,niet dat de bezoeker op een vreemde zoo'n duivelachtigen indruk maakt1 want hij is eenvoudig een fatsoenlijk1 niet bijzonder opmerkelijk burgerman1 behoorende tot de ,gemeente van den dominee of tot die van een anderen predikant1 die even goed op elk ander uur had kunnen komen en zeker op een anderen tijd zou gekomen zijn1 als hij een koopman had willen spreken1 maar die inbreuk maakt op des dominees vrijen tijd met de stille1 doch onbepaalde gedachte1 dat1 daar de dominee den geheelen dag voor zich zelf had1 de avonduren wel ter beschikking van het publiek konden zijn4 ,wat de boodschap van den bezoeker betreft1 hij had even goed kunnen schrijven1 maar hij gevoelde1 dat het beter kon behandeld worden bij een persoonlijk onderhoud--een kwartier was lang genoeg4 ,wat ten slotte erop uitloopt1 dat deze spraakzame heer den heelen avond bij den predikant in de studeerkamer zit en wanneer hij heen gaat1 vol van spijt1 dat hij den dominee zoo lang heeft opgehouden1 dan zijn de kinderen naar bed en de domineesvrouw zit eenzaam in de leege voorkamer4 ,daar is geen tweede mensch1 die op deze manier lijdt1 zelfs een geneesheer niet1 want de menschen dringen niet in zijn consultkamer en blijven er zitten1 terwijl zij bij hun gezin behoorden te zijn en hij bij het zijne zou willen wezen4 ,dokters hebben een hard leven1 want zij kunnen op elk uur worden geroepen en beziggehouden van 's morgens tot 's avonds1 maar zij hebben ten minste geen last van toevallige bezoeken en beuzelachtige gesprekken om de eenvoudige reden1 dat als iemand bij hen komt1 hij niet langer dan een kwartier mag blijven en hij moet betalen voor den tijd1 dien hij blijft4 ,natuurlijk is een dominee ten dienste van zijn ,gemeente op elk redelijk uur en op elk uur is hij bereid den stervende en den achterblijvende te dienen2 maar als elke vreemdeling1 die geen enkel recht op hem heeft en die tot hem komt voor zijn eigen zaken1 een billijk honorarium moest betalen en het dubbele ervan1 indien hij des avonds kwam1 dan zouden wellicht de kinderen van een predikant hun vader leeren kennen en de domineesvrouw zou niet behoeven te klagen1 dat zij bijna nooit haar man ziet4 ,als een koopman zijn kantoor verlaat en naar zijn huis gaat1 zou hij zeer verwonderd zijn1 indien daar een makelaar hem kwam opzoeken en een zaak voorstellen4 ,een arbeider heeft rust in zijn eigen huis1 maar een domineeshuis is een doorloop1 waarin alle soorten van menschen zich bewegen4 ,waarom kan het tehuis van een predikant niet even heilig zijn als dat van een handelaar8 ,waarom mag hij niet even goed als een advocaat zijn uren van dagelijksche rust hebben8 ,wanneer zullen de ,gemeenten en het publiek toch eens begrijpen1 dat indien een man verplicht is op de hoogte te blijven van de beste gedachten van den tegenwoordigen tijd en zich meester te maken van de schoonste denkbeelden uit het verleden1 wanneer hij zijn herderlijke plichten behoorlijk moet vervullen en zijn aandeel moet hebben in de voornaamste zaken der gemeenschap1 zijn tijd dan beschermd moet worden tegen indringers en zijn krachten niet moeten verknoeid worden in onbeduidende vergaderingen8 ,wanneer zullen de menschen begrijpen1 dat zijn arbeid even ernstig is en even geregeld is als die van elk anderen man1 die een ambt bekleedt en dat1 dewijl zijn tijd behoort aan zijn ,meester1 even goed als zijn talenten en al wat hij overigens bezit1 diezelfde tijd niet behoort aan gesalarierde beambten en spreekgrage bezoekers8 ,wanneer dat duidelijk begrepen wordt1 dan zal het voor de eerste maal tot zekere verstanden doordringen1 dat1 hoewel de predikant vele zaken moet doen1 een daarvan niet is1 dat hij in de maatschappij de plaats moet innemen van menschen1 die het druk hebben1 of dat hij een spreekmachine is op tweede-rangs godsdienstige bijeenkomsten4 ,x4 ,,vacantie4 ,daar is geen predikant1 met een gezond hoofd en gevoelig hart1 die niet in vrede en vriendschap wenscht te leven met alle afdeelingen zijner ,gemeente1 maar in het bijzonder is elke dominee gesteld op den eerbied en het vertrouwen der jonge lieden4 ,dit is niet1 omdat dezen wijzer dan de oudere menschen2 ook niet omdat zij geestelijker zijn1 maar omdat zij minder vormelijk en in hooge mate oprecht zijn4 ,een vrouw zal1 uit welwillendheid en eerbied een dominee eer bewijzen1 omdat hij dominee is2 een jonge man respecteert hem wegens zijn persoonlijke eigenschappen4 ,als de predikant een ondegelijk1 gekunsteld1 laf of lui man is1 dan1 al was hij twaalf maal geordend en zoo welsprekend als ,apollo en al had hij een zalvende stem en voordracht en al was hij nog zoo innemend in zijn omgang1 doorzien jonge mannen hem2 zij verachten hem1 willen niets met hem te maken hebben1 en weigeren naar de kerk te gaan om zijnentwil1 terwijl zij daarentegen1 al is de dominee niet knap en zijn preek oppervlakkig1 al praat hij maar heel eenvoudig en heeft hij weinig verstand van de gebruikelijke godsdienstige termen1 naar hem zullen gaan luisteren1 en voor hem zullen opkomen1 als achter zijn rug over hem gesproken wordt1 hem zullen bezoeken in zijn studeerkamer en hem raadplegen1 zoodra zij in de klem zitten1 indien zij hem kennen als een degelijk man1 die hard werkt en den moed zijner overtuiging bezit in woord en daad4 ,zij zijn geen rechters in heiligheid en loopen gevaar werkelijk goede mannen te onderschatten1 omdat dezen soms week en verwijfd zijn1 maar zij zijn onfeilbare rechters in manlijkheid en bovenal gelooven zij in een dominee1 die een flink man is4 ,zij vragen niet van hem1 dat hij meedoet aan hun spelen1 want hij wordt misschien al wat oud of heeft een gebrekkig lichaam1 maar zij eischen van hem1 dat hij in de levenssport zich dapper en eervol gedrage4 ,de ware dominee is er volmaakt mee tevreden geoordeeld te worden naar den maatstaf der jonge lieden--hoe hij het groote levensspel speelt--maar het hindert hem soms1 dat jonge mannen denken1 dat hij op n punt een bijzonder voordeel heeft1 en hij is de laatste man om een voorgift in den wedstrijd te begeeren4 ,hij wenscht niet beschut te zijn tegen kritiek of iets toe te krijgen wegens zijn positie1 maar hij wil zijn werk doen en gebruik maken van zijn goede kansen1 hij wil zijn tegenspoed verdragen en zijn strijd strijden precies als elke andere man4 ,en daarom is de dominee terecht prikkelbaar omtrent n punt van beoordeeling en dat is zijn vacantie4 ,verleden zomer--willen we aannemen--bracht hij de maand ,augustus op het land door en deed daar niets noemenswaard1 behalve wandelen en klimmen en visschen en kolven en rijden en vijftig andere dingen1 die hij als jongen ook gedaan had4 ,hij had zijn vacantie verdiend met elf maanden te preeken1 te onderwijzen1 te studeeren1 vergaderingen te presideeren1 raad te geven1 te troosten1 te berispen1 te bezoeken1 te regelen en vijftig anderen dingen1 die hij1 toen hij een jongen was1 nooit gedacht heeft ooit te zullen doen4 ,zijn geweten was aan het einde van den dag volmaakt zuiver1 ofschoon hij geen woord geschreven had1 omdat hij den volgenden ,zondag geen preek behoefde te hebben1 en ofschoon hij geen enkel bezoek had afgelegd1 omdat er geen mensch te bezoeken was1 en hij wenschte zich zelf geluk1 omdat hij in de lange dagen van ledigheid lichaamskracht opdeed en zijn geest nieuw leven verwierf voor het werk1 dat in den winter hem wachtte4 ,eens op een avond kwam een tweewieler langs den eenzamen weg in vollen spoed en de rijder sprong eraf aan de poort2 hij kwam1 gekleed in zijn luchtig costuum en blootshoofd door den tuin2 zijn gezicht was verbrand tot chocolade-kleur toe1 hij zelf overdekt met stof1 prettig vermoeid na zijn rit van veertig mijlen1 maar vol gezondheid1 kracht en vroolijkheid4 ,hij daagde den dominee uit als eerlijk man precies te zeggen of hij hem kende4 ,hem kende6 de dominee1 zonder te kort te doen aan de deugd der waarheidsliefde1 mocht zeggen1 dat hij wist1 wie hij was2 want hij was immers de jonge man1 die ,zondags morgens altijd op de punt van de voorste bank in den zijvleugel zat en des ,zondags avonds orde hield in een jongensschool in het ,oost-einde en die altijd bereid was een oogje te houden op den een of anderen kameraad en die zoo'n flink jongmensch was1 als er maar konden wezen4 ,hij werd in vroolijken triomf binnengehaald en na zich gewasschen te hebben en een stevig maal te hebben gebruikt1 zwierven de dominee en hij rond langs de helling van den heuvel en zij spraken over vele zaken2 toen zij terugkwamen1 zetten zij zich neder in den tuin te midden der geurige bloemen1 totdat zij van slaap niet langer konden spreken4 ,des morgens beklommen zij den heuvel van de achterzijde en bekeken de landstreek en toen aanvaardde de jonge man zijn reis weer en bij een kromming van den weg nam hij afscheid2 en terwijl hij vaarwel zei1 schudde hij eenigszins treurig het hoofd1 want hij ging naar het naaste spoorwegstation en den volgenden dag zou hij weer hard aan het werk zijn in het brandende kantoor in de city4 ,mijn laatste dag1 zei hij tot den dominee1 toen zij scheidden1 en het is een allerprettigste geweest en ofschoon de jonge man den dominee niet benijdde1 dat hij nog veertien dagen vacantie had1 kon deze toch niet nalaten te gevoelen1 dat zijn vriend wel dacht1 dat de dominee beter af was dan hij4 ,toen die gelukkige zomerdag alleen nog maar in de herinnering bestond1 zaten beiden eens weer te zamen in de studeerkamer van den dominee--dezen keer voor de brandende houtblokken4 ,zij spraken over vele dingen--onder andere ook over dien tuin met zijn rijkdom aan anjelieren--en de dominee maakte den jongen man deelgenoot van zijn overdenking en verklaarde te gelooven1 dat elke jonge man dezelfde meening koesterde in den grond van zijn hart4 ,men kwam overeen1 dat men dadelijk een bespreking zou openen en de dominee nam op zich te bewijzen1 dat hij minder vrijen tijd had dan een kantoorklerk en dat niet om een belachelijke stelling te verdedigen1 maar omdat hij meende1 dat het de waarheid was4 ,de jonge man had er schik in om tegenpartij te wezen4 ,het was inderdaad een eenvoudige rekensom om twee rijen cijfers neer te zetten op een velletje papier en het kleinste getal van het grootste af te trekken2 het verschil zou over den uitslag van het twistgesprek beslissen4 ,daar de dominee een stadsparochie had en een voorname ,gemeente1 werd hij edelmoediger behandeld dan menig ander van zijn collega's en had hij zes vrije weken per jaar1 welke hij verdeelde in twee deelen1 een maand aan het eind van den zomer en veertien daag in de lente1 wanneer het zware winterwerk geindigd was4 ,en dit maakte samen twee en veertig dagen4 ,tusschen ,januari en ,december had hij waarschijnlijk behalve zijn vacantietijd nog wel eens een dag1 dat hij uit de stad ging of een halven dag1 dien hij in de stad naar vrije verkiezing besteedde4 ,de heele dag buiten werd zeer dikwijls doorgebracht met kolven en den halven dag in de stad gebruikte hij om in een bibliotheek te snuffelen en de boekwinkels te plunderen4 ,laten al die halve en heelen dagen in het geheel te zamen acht dagen uitmaken1 zoodat des dominees vacantie in alles en alles vijftig dagen bedroeg4 ,terwijl de dominee zelf dit totaal nederschreef1 meende zijn tegenstander1 dat het nauwelijks de moeite waard was zijn zaak te verdedigen4 ,toen de dominee aanhield en den jongen man een blad papier gaf en een potlood1 had het er veel van1 dat de geheele zaak niet veel meer dan op een grap zou uitloopen4 ,twaalf dagen is de regel in ons kantoor en het is een bijzondere tref1 wanneer men in ,augustus kan gaan1 want het kunnen ook dagen in ,april zijn1 zei de jonge man4 ,en hij was reeds bezig twaalf af te trekken van vijftig en benieuwd wat de dominee zou zeggen over een meerderheid van acht en dertig4 ,tellen de ,zondagen mee bij uw verlof8 vroeg de dominee4 ,de jonge man gaf toe1 dat dit niet zoo was en zoodoende werd het getal twaalf veranderd in veertien1 maar dat maakte niet veel verschil4 ,is uw kantoor open op ,kerstdag8 ging de dominee voort4 ,ik denk van neen2 evenmin als op ,nieuwjaarsdag1 op ,paaschmaandag1 of op ,pinkstermaandag4 ,gewoonlijk is de tweede ,kerstdag ook een vrije dag en ,goede ,vrijdag ook4 ,zoo gaan we aardig de hoogte in2 dat zijn zes dagen1 die gij niet gerekend hadt en dan is er een vrije beursdag in het begin van ,augustus1 dien gij liefst buiten uw jaarlijksche vacantie sluit4 ,hoever zijn wij nu8 ,een en twintig dagen1 dat wil zeggen--drie weken4 ,het is niet veel voor iemand1 die zoo hard werkt2 maar het is toch meer dan gij hadt uitgerekend4 ,ja1 het vermindert uw meerderheid1 maar die is toch altijd nog aanmerkelijk--negen en twintig dagen meer voor den dominee dan voor den klerk4 ,misschien1 antwoordde de predikant1 maar uw firma moest zich toch eigenlijk schamen1--en zij heeft zoo'n goeden naam en doet zulke groote zaken6--dat haar klerken den geheelen ,zaterdag moeten werken inplaats van een halven vrijen dag te hebben4 ,niets1 zou ik zoo zeggen1 zou voor een jongmensch aangenamer zijn dan eens op zijn fiets naar buiten te gaan op den ,zaterdag-achtermiddag1 in den tijd1 dat de bloemen beginnen uit te komen en dat de heggen het eerste groen vertoonen of op een anderen tijd een paar uur te gaan schaatsenrijden in het heldere1 reine versterkende winterweer4 ,ik heb medelijden met u1 zei de dominee1 dat gij dien halven vrijen ,zaterdag niet hebt4 ,gij zijt al even slecht af als ik1 voor wien ,zaterdag op een na de drukste dag van de week is4 ,de predikant stond op en wierp een nieuw blok op het vuur1 want hij was een edelmoedig man1 met een tikje humor1 en hij wilde zijn vriend niet verlegen maken4 ,daar heb ik nooit aan gedacht1 zei de jonge man rondborstig1 dat is eerlijk waar4 ,ik herinner me1 dat ik eens medelijden met u kreeg1 toen ik ging schaatsenrijden en bij u aanliep om te vragen of ge meegingt en dat ge bezig waart met het maken van uw avondpreek4 ,welnu1 zei de dominee1 twee-en-vijftig maal een halve dag is zes-en-twintig heele dagen1 en daar afgetrokken de twee halve dagen1 die in uw geregelde vacantie vallen1 blijven er vijf-en-twintig heele dagen over1 die moeten opgeteld worden bij uw een-en-twintig dagen1 dat maakt zes-en-veertig1 of ik moet heelemaal niet kunnen tellen4 ,o6 zei de dominee1 heb ik gelijk of niet8 ,gij staat nu zes-en-veertig tegen mijn vijftig4 ,ik moet u gelukwenschen met uw minderheid4 ,geen dominee klaagt over zijn werk1 zelfs niet over de drukte en beslommering van den ,zaterdag1 maar ik vertel u eerlijk1 ,dick1 er zijn oogenblikken1 dat hij een leek den ,zondag benijdt1 want de ,zondag is de rustdag van den leek en voor den dominee de dag van harden arbeid4 ,op dien dag slapen de meeste menschen des morgens iets langer--ofschoon gij waarschijnlijk des ,zondagsmorgens te vijf uur opstaat om ,duitsch te bestudeeren--en dan ontbijten zij op hun gemak2 want waarom zouden zij zich haasten1 het is immers geen werkdag8 ,tusschen het ontbijt en den kerktijd praten zij over alle soorten van zaken en doorbladeren boeken en lezen brieven1 die van verre gekomen zijn en gevoelen zich geheel op hun gemak4 ,als het mooi weer is1 kiezen zij den langsten weg om naar de kerk te gaan1 liefst door een plantsoen of een park en zij drentelen kerkwaarts met ongedwongen geest4 ,de vader zit met zijn gezin in hun bank en kan zonder afleiding en zonder vrees zich geheel wijden aan den eeredienst4 ,misschien denkt hij nooit eens aan de domineesvrouw1 die als was zij een weduwe in haar bank zit met hare als verweesde kinderen1 want het hoofd des gezins vervult op dien dag zijn zwaarste taak en heeft zooveel te doen bij het leiden van de godsdienstoefening der anderen1 dat men nauwelijks kan zeggen1 dat hij tijd genoeg heeft om zelf ,god te vereeren4 ,wees zoo goed niet in de rede te vallen--want de jonge man gaf teekenen van toenadering om zich over te geven4 ,weet je1 zei de dominee1 in het dansende vuur starend1 dat ik eenige jaren geleden eens een ,zondag voor mij zelf had met mijn gezin1 en ik kan nog het aangename van dien dag smaken in mijn herinnering4 ,wij begonnen na het ontbijt te praten over ,bijbelsche personen en godsdienstige onderwerpen en ik kwam voor het eerst te weten1 hoe mijn jongens er over dachten4 ,wij zochten boeken op1 waarover gesproken was en ik las mijn geliefkoosde gedeelten uit dichters en liet zeldzame uitgaven zien en deed mijn kast met gebonden boeken eens open1 waar de banden tegen licht en stof beschermd stonden4 ,we babbelden1 we verbeuzelden onzen tijd een weinig1 we vermeidden ons in onze schatten4 ,we dronken thee in den tuin1 we praatten over den ouden tijd1 we maakten plannen voor de toekomst4 ,wel1 ik wandelde met mijn gezin naar de kerk1 met licht gemoed en zonder reden tot haast4 ,zoo zeer genoot ik den dag1 dat ik besloot er al van te halen1 wat te halen was4 ,denkt gij1 dat ik in de kerkekamer ging vr den dienst1 omdat het mijn consistorie was en dat ik den dominee inlichtingen gaf omtrent de aankondigingen1 omdat het mijn kerk was8 ,zeker niet4 ,ik ging binnen door de voordeur1 precies als ieder ander lid van de ,gemeente en knikte vriendelijk de kerkeknechts toe1 als ik hen voorbij ging4 ,ik liep door de gangen achter mijn gezin en ging zitten aan het eind van de bank net als ieder ander hoofd van een gezin4 ,na den dienst ging ik naar de kerkekamer en na binnen gelaten te zijn1 dankte ik den dominee voor zijn preek als een van zijn hoorders en toen ging ik naar huis en praatte met mijn jongens over den dienst1 want het gesprek liep over de preek van een ander en ik kon op al de mooie gedeelten wijzen4 ,dien achtermiddag tijd te mijner beschikking hebbende1 bezocht ik een zaal1 waar een man met een eigenaardige gave aan twee honderd ongeleerde boeren de beginselen van den godsdienst ontvouwde en kwam tehuis heerlijk verfrischt en toen lazen wij weer en praatten en mijn gezin en ik werden heel innig1 omdat wij tijd hadden en omdat het ,zondag was4 ,bij de avondbeurt had ik het genoegen een jongen man aan de deur op te visschen1 die op een plaats wachtte en ik nam hem mee naar mijn bank en legde hem uit1 dat hij 's avonds altijd daar kon gaan zitten en dat ik blij was1 dat hij was gekomen1 omdat wij stellig een heerlijke preek zouden krijgen4 ,hij keek mij eenigszins nieuwsgierig aan en wilde wat zeggen1 toen ik hem voor was en uitlegde1 dat ik dien dag niet de dominee van de kerk was1 maar eenvoudig zelf toehoorder4 ,ik praatte al weer met mijn gezin na den dienst--het aangename van den hak op den tak springen1 wat echter niet nutteloos behoeft te zijn1 van menschen1 die niet vermoeid1 overspannen zijn en zoo eindigde de dag van rust in een vriendelijke gezelligheid en innerlijke rust4 ,wij moeten allen iets opofferen1 ,dick1 maar de zwaarste opoffering1 die een dominee heeft te doen is zijn ,zondag1 want zij is tot schade van zijn eigen ziel en die van zijn familie4 ,wees dankbaar voor uw rustige ,zondagen en behoud ze met jaloerschheid voor de rust van geest en lichaam4 ,ge hebt uw zaak bewezen1 zei ,dick2 door vijftig ,zondagen en vijftig halve ,zaterdagen er bij te voegen1 wordt mijn vacantie zes-en-negentig dagen tegenover vijftig van u4 ,het is laag1 zei de dominee1 een verslagen vijand af te maken1 vooral wanneer hij zoo'n goede kerel is1 maar cijfers zijn niet voldoende om de zaak geheel uit te drukken1 omdat er ook nog gelet moet worden op het verschil in den aard van het werk1 dat verricht wordt1 laat ons zeggen in een kantoor en in een studeerkamer4 ,ik weet1 dat zaken nauwkeurigheid vereischen1 dat er voortdurende inspanning noodig is en dat men telkens voor verrassingen staat en voor teleurstellingen en dat er kans is op grooten tegenspoed1 maar de man van zaken heeft ook zijn eigenaardige voordeelen4 ,in de eerste plaats is er een grens aan zijn werk1 en als hij des avonds thuis komt1 laat hij zijn werk achter4 ,aan den arbeid van den predikant nu is geen grens4 ,hij blijft altijd boven zijn hoofd hangen1 roept altijd zijn gedachten tot zich1 zijn werk spant altijd zijne zenuwen bovenmate1 het drukt altijd op zijn geweten4 ,wanneer hij zich een gezelligen avond veroorlooft1 dan verkeert hij niet in dezelfde gunstige omstandigheden als de andere gasten1 omdat zij hun brieven hebben afgeschreven en hun geheele dagtaak hebben afgedaan en wanneer zij naar huis gaan dan zal dat wezen om nog even een laatste hoofdstuk van een boek te lezen vr zij naar bed gaan2 maar hij rukt zich los uit werk1 dat half af is en als zijn vrienden reeds zijn ingeslapen1 brandt op zijn lessenaar het licht nog4 ,daarenboven--en1 ,dick1 gij kunt u niet verbeelden1 wat dat beteekent--de koopman weet1 dat hij een zekere hoeveelheid werk in acht uren kan verrichten1 omdat het over zaken handelt2 maar de dominee weet nooit wat hij kan doen1 omdat zijn werk betrekking heeft op denkbeelden4 ,de noodzakelijkheid van voort te brengen1 zelfs wanneer de geest niets heeft te uiten1 werkt op de zenuwen van den dominee en kan zijn gezondheid benadeelen4 ,de dagbladschrijver schrijft elken dag1 maar hij heeft nieuwe onderwerpen om over te schrijven2 de letterkundige werkt wanneer hij gestemd is2 de dominee moet schrijven over een oud onderwerp--ofschoon het belangrijkste wat de geest kan bevatten--en hij moet schrijven1 onverschillig of zijn geest helder of dof is4 ,misschien is er niemand1 die zulke oogenblikken van vreugde kent als hij--wanneer hij bezield is2 zeker heeft niemand zulke uren van gedruktheid--wanneer hij niet tot zijn onderwerp kan opklimmen4 ,alleen door geduldig lezen en onophoudelijk gebed kan hij zijn taak vervullen1 en dan is hij steeds zoo sterk mogelijk ingespannen en kent nooit de rust van den man1 die zijn werk verricht met overvloed van tijd1 kracht en denkbeelden4 ,wanneer de dominee komt te overlijden1 terwijl hij nog in de ,bediening is1 dan zal hij op zijn sterfbed in zijn laatste oogenblikken van bewustheid nog iets te zeggen hebben omtrent een brief1 die niet beantwoord is en nog eenige verklaringen te geven hebben aan een gezin1 dat niet bezocht is en wanneer zijn geest begint af te dwalen1 zal hij ronddolen tusschen teksten1 waarmee hij gestreden heeft en pogingen1 die niet tot het doel hebben geleid4 ,hij behoorde elk jaar twee maanden te hebben1 riep ,dick1 en als ik diaken word1 zal ik zorgen1 dat mijn dominee daarenboven elke zeven jaar een half jaar vacantie krijgt1 opdat hij daarna weer beginne als een geheel nieuw mensch1 naar geest en lichaam4 ,ge zijt een beste kerel1 ,dick1 en ge zijt verstandig voor uwe jaren en als de ,kerk haar predikanten behandelde op deze wijze1 dan zou zij daar veel voordeel bij hebben4 ,want elke nieuwe gedachte1 die doordringt tot den geest van den dominee1 en elk nieuw boek1 dat hij leest en elke nieuwe landstreek1 die hij ziet en elke nieuwe kunstverzameling1 die hij in zijn vacantie bezoekt1 vermengt zich met zijn woorden1 met zijn leven en de goede zorg1 de edelmoedigheid der ,gemeenten zou met woeker terugkomen tot hun eigen zielen4 ,,xi4 ,,hoe ,,een ,,dominee ,,herleefde4 ,men kon niet zeggen1 dat de dominee te oud was geworden1 want hij was nog in de kracht des levens2 ook niet dat zijn gezondheid wankelend was1 want hij was sterker dan in de dagen zijner jeugd2 ook niet1 dat hij had opgehouden te studeeren1 want hij las meer dan ooit2 ook niet1 dat hij zijn tijd niet begreep1 want hij was door en door een denker van het heden4 ,men mocht niet denken1 dat hij minder ijverig was in zijn herderlijk werk of minder bekwaam in het regelen van zaken1 ook niet1 dat hij twist had gehad met zijn ,gemeente of zijn ,gemeente met hem2 ook niet1 dat de geest van het district was veranderd of dat de kerk haar lidmaten had verloren4 ,hij preekte even goed als hij ooit deed1 en met meer kracht en wijsheid dan twintig jaar geleden4 ,er waren evenveel leden op de lijst en er werd evenveel geld gecollecteerd en evenveel werk gedaan en de ,kerk had een uitmuntenden naam4 ,het was moeielijk den vinger te leggen op eenige wondeplek bij dominee of ,gemeente en toch was de dominee zich bewust en de menschen hadden een onbepaald gevoel1 dat er iets haperde4 ,er was minder geestdrift in de ,gemeente1 de plichtsvervulling was trager1 men haastte zich minder1 gehoor te geven aan een verzoek en er was minder opkomst bij de extra-diensten4 ,er was minder enthousiasme1 minder vrijwillig werk1 minder trouw4 ,na vijftien jaren dienst in dezelfde parochie1 na al dien tijd dezelfde menschen te hebben toegesproken1 en noodzakelijkerwijze altijd hetzelfde te hebben gezegd1 en altijd zich bewogen te hebben in dezelfde wijk1 was de dominee zonder eenige fout van zijne zijde1 maar eenvoudig tengevolge van de zwakheid der menschelijke natuur1 een weinig moede geworden4 ,hij had zijn frischheid verloren1 niet van gedachte of van uitdrukking1 maar de frischheid van geest2 hij had die lichtheid van ziel1 dat hoopvolle in den toon en die eeuwige opgewektheid in de toespraak verloren1 waardoor de menschen eens waren aangetrokken en waardoor hij hun hart had gewonnen4 ,en van hunne zijde hadden zij de frischheid verloren te zijnen opzichte2 niet dat zij geen eerbied voor hem hadden of niet dankbaar waren voor vroegere diensten of voor zijn tegenwoordigen arbeid1 maar zij misten nu dat gevoel van grootsche verwachtingen van hem en zij konden niet meer zoo liefhebbend genieten in hem en zij spraken niet meer met zooveel blijdschap over hem4 ,hunne harten klopten niet sneller1 wanneer hij preekte2 het was niet een merkwaardige gebeurtenis1 als hij een bezoek bracht en men voelde geen groot ledig1 wanneer hij weg bleef4 ,er was nog steeds een eerlijke genegenheid tusschen den dominee en zijn menschen1 maar zij had den hartstocht en het romantische van vroeger jaren verloren4 ,zij was nu niet opzienbarend1 maar regelmatig2 misschien een ietsje te kalm en ingetogen om liefde te heeten4 ,de menschen waren zoo gewoon geworden aan hun dominee1 aan zijn voorkomen1 zijn stem1 zijn denkwijze1 zijn eigenaardigheden1 dat zij in staat waren hem te critiseeren en zijn fouten met veel nauwkeurigheid op te merken4 ,het kon hem niet schelen of hij tegengesproken werd1 en hij had aanleg om boos te worden1 wanneer men zich tegen zijn plannen verzette2 hij was te zeer ingenomen met zekeren gedachtengang en preekte niet altijd om te stichten2 hij had neiging om zich binnen een beperkten vriendenkring op te sluiten en was niet voldoende ter beschikking van allen2 hij gaf te veel aandacht aan werk buiten de ,kerk en verzuimde soms zijn herderlijke taak2 hij stond erop zijn vrije uren te gebruiken1 zooals hem goed docht en scheen er niet aan te denken1 dat hij eigenlijk in het geheel geen vrijen tijd behoorde te hebben2 hij was soms knorrig1 wanneer hem extra-werk werd opgedragen en hij was niet altijd welwillend1 wanneer hij iets doen moest1 dat niet tot zijn eigenlijke werk behoorde4 ,tien jaar geleden zou niemand hebben durven zinspelen op deze fouten1 want dan zouden de medeleden hem hebben uitgemaakt voor een onredelijk mensch4 ,de dominee was toen juist zooals hij nu is1 maar zijn fouten werden toen eenvoudig beschouwd als groote opgewektheid en ernst en vriendschap en toewijding en geestelijk plichtsgevoel4 ,hij was toen volmaakt bij de schemering van het morgenlicht2 hij is nu een gewoon mensch1 wiens onvolmaaktheden duidelijk gezien worden in den glans van het volle zonlicht4 ,de dominee ook is nu in staat zijn menschen op een afstand te beschouwen en hen onpartijdig te beoordeelen1 terwijl zij eens hem allen lief toeschenen zonder vlek of rimpel of iets van dien aard en gij hadt veiliger het voorkomen van een bruid kunnen gispen in tegenwoordigheid van haar bruidegom1 in de bruidsdagen zelfs1 dan dat gij n fout hadt mogen aanwijzen in de ,gemeente van dien man4 ,hetzij dat zijn oogen beter hebben leeren zien of dat zijn hart verkoeld is1 hij is niet meer onder bekoring2 en ofschoon hij zulke zaken niet in het openbaar zou willen zeggen1 weet hij heel goed wat er hapert aan zijn menschen4 ,eenigen van hen zijn hopeloos ingenomen met hun eigen inzichten en ontoegankelijk zelfs voor het beste licht1 wat hij natuurlijk meent1 dat het zijne is4 ,anderen zijn zoo liberaal1 dat zij bijna in het geheel geen geloof meer hebben en hij vergeet te bedenken1 dat hij verantwoordelijk is voor dit gemis aan geloof4 ,nog anderen zijn zoo wereldschgezind1 dat de ernstigste godsdienstige roepstem geen invloed heeft op hun leven en dan zijn er nog1 die zoo liefdeloos zijn1 dat zij voor de beste zaak niets over hebben om haar te steunen4 ,het doet hem pijn1 dat jonge menschen1 die hij onderwees en liefhad niet langer trouw aan hem zijn1 maar anderen stemmen dan de zijne de voorkeur geven en met evenveel geestdrift spreken over anderen1 als zij eens spraken over hem2 en hij voelt het gemis van die kleine vriendelijkheden1 die hem zoo dierbaar waren niet om de waarde ervan1 maar omdat zij de heiligheid der vriendschap bezegelden4 ,hij gelooft nog1 dat zijn ,gemeente beter is dan eenig andere2 hij denkt nog aan hun trouw in het verledene2 maar de dagen der eerste liefde zijn voorbij en zijn hart is somtijds bezorgd4 ,op een avond waren de ambtsdragers van de ,kerk bijeengekomen en toen de zaken waren afgehandeld1 raakten zij aan het praten over het kerkelijk leven en over hun dominee4 ,zij waren over het geheel zeer eerwaarde1 gevoelige1 goedhartige en oprechte mannen1 die wenschten hun best te doen met hun dominee en hem in geen enkel opzicht te ergeren2 zij droegen altijd zorg1 dat hij behoorlijk zijn salaris ontving en een aangename vacantie had2 zij zouden nooit klagen zonder reden en zouden zeker nooit ervan droomen iemand te vragen heen te gaan of hem ter zijde te zetten na langen dienst zonder een fatsoenlijk jaargeld4 ,maar zij waren niet in hun schik met den gang van zaken en na veel over-en-weergepraat1 na veel half uitgesproken plannen1 veel wenken1 veel aanduidingen en veel omschrijvingen was het bijna een uitkomst1 toen de heer ,judkin1 de voorzitter1 en een sterke persoonlijkheid in woord en daad1 uitdrukking gaf aan wat in hen omging4 ,er is geen mensch1 zei hij1 voor wien ik inderdaad dieper eerbied gevoel dan voor onzen dominee1 want hij heeft hard gewerkt en onze ,gemeente er bovenop gebracht4 ,hij is een zeer belezen man en een goed prediker en niemand kan de minste aanmerking maken op zijn leven of zijn gedrag2 maar er is geen twijfel en ik meen1 dat het beter is zoo iets te zeggen dan dat het in het geheim gevoeld wordt1 dat op de een of andere wijze onze dominee langzamerhand zijn invloed op de menschen verliest en dat de ,gemeente in toon en in hart niet is1 wat zij placht te wezen4 ,mijn indruk1 broederen1 is dat1 hoewel het een gevaarlijke onderneming voor ons is en hoewel wij waarschijnlijk nooit iemand zullen krijgen1 die voor ons doen kan wat onze dominee in het verleden voor ons gedaan heeft1 toch zijn werk hier is afgeloopen en dat het best zou wezen1 dat hij en wij eens veranderden4 ,en toen ,judkin de vergadering rondzag1 bemerkte hij1 goed begrepen te zijn en daaruit putte hij aanmoediging voort te gaan4 ,onze dominee staat zoo goed aangeschreven in de ,kerk en zijn reputatie is zoo groot1 dat hij gemakkelijk een andere plaats zou kunnen krijgen1 als hij wilde4 ,inderdaad heb ik reden om te gelooven1 dat hij dikwijls in de gelegenheid is geweest om te veranderen1 maar hij heeft altijd geweigerd een beroep in overweging te nemen4 ,er is niemand in de ,gemeente1 die den dominee zou willen vragen om heen te gaan--zeker zal ik het niet doen2 maar ik maak me sterk1 dat een nieuw begin in een nieuwe plaats het best zou wezen voor hem en ik voel mij verplicht er bij te voegen1 misschien het beste zou zijn voor ons4 ,en zaak zou ik echter nog willen zeggen en dat betreft een geldzaak4 ,wij hebben geen arme ,gemeente en wij zullen altijd wel in staat zijn ons te redden1 maar wij hebben een vrij groot tekort in kas en bij de laatste aansporing van den preekstoel is er maar weinig weerklank gegeven4 ,als de leden wat beter gestemd waren1 zouden de noodige vijfduizend gulden in een week zijn bijeengebracht4 ,er was een pauze1 waarin verschillende broederen met knikjes en blikken den heer ,judkin te kennen gaven1 dat hij in hun geest gesproken had en toen werd het stilzwijgen verbroken door den heer ,stonier1 die in de ,gemeente en er buiten bekend was wegens uiterste zuinigheid in geldzaken1 een totale afwezigheid van gevoel en een ijselijke openhartigheid in het spreken4 ,men voelde1 toen hij het woord nam1 dat als de heer ,judkin een spijker had ingeslagen in de goede richting1 de heer ,stonier dien zou inslaan tot aan den kop1 maar444 men kan nooit weten6 ,we kunnen hier1 zei mijnheer ,stonier1 veronderstel ik1 zeggen wat we denken1 en er zijn geen reglementen of orders van den dag4 ,wat mij aangaat1 ik wist niet1 dat wij van avond hier kwamen om onzen dominee te oordeelen en ik wist niet1 dat de heer ,judkin en de overigen van plan waren hem min of meer ronduit op beschaafde1 ,christelijke1 deftige wijze te vragen naar een andere plaats om te zien4 ,o jawel1 dat is jelui bedoeling1 maar ge zijt een troep van zulke poeslieve menschen1 dat ge het woord niet uitspreekt en niet zegt1 wat ge meent6 ,wat mij aangaat1 ik ben vijftien jaar lang lid van deze ,kerk en toen ik hier kwam1 was het huis bijna leeg en nu is het vol en de dominee heeft vijftien jaar lang hard gewerkt4 ,nu1 ik laat mij er niet op voorstaan1 dat ik een philanthroop ben1 en ik geef nooit een cent voor de bekeering der ,joden en ook niet voor de vereeniging tot voeding van de straatslijpers1 noch voor eenig ander plan1 waarvoor jelui pleit4 ,ik ben niet1 wat men noemt1 een milde gever1 maar ik hoop1 dat ik een eerlijk man ben2 en ik zal u zeggen1 dat1 indien ik een man op mijn kantoor had1 die mij vijftien jaar gediend en zijn werk goed gedaan had1 en ik stelde dan voor om hem weg te zenden1 omdat het mij verveelde altijd hetzelfde gezicht aan zijn lessenaar te zien en hetzelfde handschrift onder de oogen te krijgen1 dan zou ik mijzelf beschouwen als een schavuit2 en ik dank ,god1 dat ik zoo iets nooit gedaan heb met een van mijn bedienden4 ,als gij iemand kunt aanwijzen1 die in mijn kantoor is werkzaam geweest en dien ik heb weggezonden1 omdat ik een nieuw gezicht wenschte te zien1 dan geef ik vijfhonderd gulden aan ,timbucho of aan welke andere zending gij maar wilt4 ,niemand dong naar den prijs1 want het was wel bekend1 dat1 ofschoon de heer ,stonier zoo hard was als ijzer voor liefdadigheid onder onbekenden1 hij een uitmuntend meester was in zijn eigen zaken4 ,wat betreft het tekort in de fondsen der ,kerk1 indien dat de reden is1 waarom de dominee ontslagen moet worden1 dan ben ik bereid om de geheele som zelf bij te passen2 en ik doe dat1 versta mij wel1 als een bewijs van eerbied en dankbaarheid--dankbaarheid1 ziet ge1 heeren1 voor vijftien jaren van harden arbeid6 ,deze man van duidelijke taal was nauwelijks gezeten of de heer ,lovejoy1 de vriendelijkste en aangenaamste mensch van de heele ,gemeente1 die eenigen tijd lang zeer beweeglijk was geweest1 begon te spreken4 ,ik wensch niet te twisten met de lieve broederen1 die gesproken hebben1 want de heer ,judkin is te sterk voor mij en niemand zou broeder ,stonier kunnen beantwoorden op zijn schoon aanbod4 ,zeer edelmoedig en juist overeenkomstig zijn vriendelijk hart1 dat ik sedert vele jaren heb leeren kennen bij mijn kleine werken der liefde2 maar dat is een geheim tusschen mijnheer ,stonier en mij4 ,wat ik wensch te zeggen1 is1 dat ik onzen dominee liefheb om hetgeen hij is en om hetgeen hij geweest is voor mij in tijden van groote droefheid4 ,toen44444 ik mijn lieve vrouw verloor1 bracht hij dag aan dag troost aan mijn hart en onze predikstoel zal voor mij nooit dezelfde zijn zonder onzen dominee4 ,dat was alles1 wat de heer ,lovejoy zei4 ,het scheen echter1 dat hij een verborgen snaar had aangeraakt in elk der aanwezigen en de een na den ander had iets te zeggen4 ,het leek wel of zij de zaak1 waarover gesproken werd1 vergeten waren1 zoowel als de kiesche opmerking van den heer ,judkin4 ,de een stond op om te zeggen1 dat de dominee hem getrouwd had1 en dat hij nooit de toespraak bij het huwelijk zou vergeten2 een ander had eens plotseling een kiemen jongen verloren en hij geloofde niet1 dat zijn vrouw en hij ooit de beproeving zouden doorstaan hebben zonder het meegevoel van den dominee2 een derde had wereldsche beproevingen doorgemaakt en het was door een preek van den dominee1 dat hij was staande gebleven2 en een vierde1 die zooals iedereen weet1 aan vreeselijke verleidingen had blootgestaan1 wenschte nederig te verklaren1 dat hij dien avond geen ambt in een ,christelijke ,kerk zou bekleed hebben zonder de hulp van den dominee in tijden van moeielijkheid4 ,anderen keken1 alsof ook zij wel iets te zeggen hadden en een diaken gebruikte heimelijk zijn zakdoek en eindelijk stond de heer ,judkin zelf weer op en toonde zich een man1 waardig een ,kerk te besturen en te leiden4 ,broederen1 zei hij1 ik drukte de meening uit1 die in mijn gemoed was1 en ik ben dankbaar1 dat ik haar onder woorden gebracht heb1 want het spreken heeft mij verlicht en u goed gedaan4 ,ik neem nu terug1 wat ik zei3 ik was een weinig moedeloos4 ,broeder ,stonier heeft volmaakt gelijk en hij heeft ons allen een hart onder den riem gestoken2 en als hij het tekort dekt1 waarvoor wij hem allen zeer verplicht zijn1 dan zal ik gaarne zien1 mannen broeders1 dat ge mij toestaat de kerk in het najaar te schilderen1 want de verf wordt een weinig bleek en ik zou dat willen doen als een erkentelijkheid voor hetgeen de dominee geweest is voor mijn vrouw toen onze jongen tusschen leven en dood zweefde4 ,het voorbeeld van den heer ,judkin bracht de ambtsdragers op een nieuw spoor2 de een bood aan nieuwe liederenboeken te geven voor de ,zondagsschool1 waaromtrent eenige moeielijkheid was gerezen2 een ander verklaarde1 dat als de kerk opnieuw geschilderd werd1 hij er voor wilde zorgen1 dat ook het wijkgebouw een nieuw kleed kreeg2 een derde bood aan een vierde gedeelte te betalen van het salaris voor een zendeling om den dominee er van te ontlasten en drie andere ambtsdragers eigenden zich de overblijvende drievierden toe1 totdat er op het laatst niemand was1 die zich niet het recht had verzekerd1 persoonlijk voor zichzelf1 om iets te doen1 klein of groot1 voor de ,kerk1 en iedereen deed1 wat hij aanbood1 uit dankbaarheid aan den dominee voor al wat hij voor hen was geweest en gedaan had gedurende vijftien jaar4 ,en ten slotte maakte de heer ,lovejoy al zijn broederen week in een gebed1 waarin hij dominee en lidmaten bracht voor den ,troon der ,genade en zoo pleitte1 dat elk1 toen hij de plaats verliet1 voelde1 dat de zegen des ,heeren op hem rustte4 ,de preekbeurt in de week werd gehouden op ,woensdagavond en werd in den regel zeer slecht bezocht4 ,dezen keer was de dominee naar de consistorie gekomen met een benepen hart1 en hij bad om de genade den heer ,lovejoy en een handvol vrome en eerzame vrouwen te kunnen toespreken zonder blijk te geven van ontmoediging en zonder hen moedeloos te maken4 ,daar waren tijden geweest in het verleden1 dat de dienst in de kerk was gehouden en de heer ,judkin placht in de stad op de opkomst te pochen2 toen was men uit de kerk naar de groote zaal gegaan2 maar in den laatsten tijd werden de weinigen1 die kwamen1 bijeengeroepen in een kamer1 omdat het aangenamer is een kamer bijna vol te zien dan een voor driekwart ledige zaal4 ,de kamer was vlak naast de kerkekamer en vr hij naar binnenging1 kon hij tellen of er meer of minder dan het gewone dertigtal zouden zijn4 ,dezen avond gingen zoovele voeten voorbij zijne deur en er was zoo'n levendige drukte1 dat hij geloofde1 dat er wel veertig zouden wezen1 wat een belangrijk aantal was en hij begon zich lafheid en ongeloof te verwijten4 ,hij keek den liederenbundel door om een keus te doen1 toen de deur openging en de heer ,lovejoy binnenkwam met zooveel blijkbare tevredenheid op zijn beminnelijk gelaat1 dat de dominee zeker was van iets prettigs4 ,vergeef me1 dat ik u stoor1 zei de goede man1 maar ik kwam vragen of gij niet in de groote zaal zoudt gaan van avond8 ,de kamer is al vol en er komen elke minuut meer menschen4 ,het zou mij niets verwonderen1 als er honderd1 misschien tweehonderd kwamen1 en mijnheer ,lovejoy's gelaat straalde en zonder het te weten drukte hij voor de tweede maal des dominee's hand4 ,ge kunt zeker zijn1 dat ik maar al te blij zou zijn1 maar4444 wat beteekent dit8 ,weten zij1 dat ik zelf zal preeken8 ,en de dominee leek bezorgd1 uit vrees dat de menschen misschien toegestroomd waren in de hoop1 dat de een of andere vreemdeling van naam zou spreken4 ,natuurlijk weten zij het en daarom zijn ze gekomen1 antwoordde de heer ,lovejoy met groote blijdschap2 voor geen mensch anders zouden er zooveel gekomen zijn en als gij van avond niet preektet1 zou dat de grootste teleurstelling zijn1 die de menschen ooit ondervonden2 maar ik moet mij haasten om toe te zien1 dat alles in de zaal in orde komt1 en een minuut later hoorde de dominee het geluid van vele stemmen1 toen de menschen vroolijk verhuisden van de kamer naar de zaal en zelfs in de consistorie was het te merken1 dat er een groote schare zou zijn4 ,terwijl hij peinsde over de beteekenis hiervan1 werd al weer de deur geopend en weer kwam de heer ,lovejoy binnen4 ,we hadden niet genoeg geloof1 riep hij1 we hadden dadelijk naar de kerk moeten gaan4 ,broeder ,stonier zei op zijn gewone besliste manier3 'geen halve maatregelen1 vooruit naar de kerk2' maar ik was bang1 dat er niet genoeg zouden zijn4 ,ik had ongelijk1 heelemaal ongelijk1 de kerk zal mooi vol worden van onder tot boven1 want de menschen komen gestadig toestroomen--het is een prachtig gezicht1 zoo'n stroom4 ,ik zal u komen halen1 als zij allen gezeten zijn2 maar geef hun tijd1 want het is niet gemakkelijk van de eene plaats naar de andere te gaan1 zooals wij van avond gedaan hebben2 maar we zullen het anders aanleggen den volgenden ,woensdag1 dan gaan we dadelijk in de kerk juist als in vroeger tijden en de heer ,lovejoy verliet de consistorie als op vleugelen4 ,toen de dominee in de kerk kwam1 was deze bijna vol en hij gaf met eenige moeite den eersten psalm op1 want het schoot in zijn ziel1 dat deze menschen gezien hadden1 dat hij moedeloos was en dat dit een vernieuwde genegenheid was4 ,het gebed viel hem zelfs zwaarder dan het lied1 ofschoon zijn hart diep bewogen was door dankbaarheid aan ,god en teeder pleitte voor de menschen4 ,en toen hij genaderd was aan de toespraak1 wierp hij zijn papier met punten ter zijde1 want het leek hem te koud en te vormelijk en hij las den honderd-zesentwintigsten psalm langzaam en met bevende stem en in plaats van uitlegging1 hield hij op tusschen de verzen en de menschen begrepen4 ,toen hij het laatste vers las3 ,die het zaad draagt1 dat men zaaien zal1 gaat al gaande en weenende2 maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen1 dragende zijne schoven--aarzelde hij een oogenblik en toen4444 sprak hij den zegen uit4 ,na een oogenblik stil gebed lichtte hij het hoofd op en zag1 dat de menschen nog wachtten4 ,de heer ,judkin stond op1 en naar voren komende voor den lessenaar1 dankte hij den dominee verstaanbaar voor al zijn werk--en toen kwamen zij allen1 mannen1 vrouwen en kinderen--en elk zei op eigen manier hetzelfde2 en het gerucht heeft geloopen1 dat ,richard ,stonier1 die het laatst kwam en niets zeide1 voor de eerste en eenige maal in zijn leven van zijn stuk was gebracht4 ---------------------------------------- --------------- ,,opmerkingen ,,van ,,de ,,bewerker3 ,de volgende correcties zijn in de tekst aangebracht3 ,bron 7,b37 -- ,correctie 7,c37 ,b3 ,,vi4 ,de oproermaker in de kerk ,c3 ,,iv4 ,de oproermaker in de kerk ,b3 op den inhoud van het geen hij ,c3 op den inhoud van hetgeen hij ,b3 grondbeginselen moet worden uitgewerkt in ,c3 grondbeginselen die moet worden uitgewerkt in ,b3 zorgvuldige overdenkingen zal op prijs stellen4 ,c3 zorgvuldige overdenkingen op prijs zal stellen4 ,b3 ,may ,harrison4 ,c3 ,may ,harrison4 ,b3 dienst met zang een zigeuner ,c3 dienst met zang1 een zigeuner ,b3 ,oordeelslag1 belangwekkend moet zijn4 ,c3 ,oordeelsdag1 belangwekkend moet zijn4 ,b3 ,waarde ,heer ,jump ,c3 ,waarde ,heer ,jump ,b3 jaar geen nieuwen gedachten toelaten ,c3 jaar geen nieuwe gedachten toelaten ,b3 ,een van de voornaamste pogingen van een ,c3 ,alinea-break ingevoegd ,een van de voornaamste pogingen van een ,b3 ,wanneer ,eives1 opgesloten achter zijn deur ,c3 ,wanneer ,dives1 opgesloten achter zijn deur ,b3 zijn geld een maatstaf heeft voor zijn karakter ,c3 zijn geld een maatstaf is voor zijn karakter ,b3 ,dezelfde heer doet dat misschen maar ,c3 ,dezelfde heer doet dat misschien maar ,b3 versterkende winterweer4 ,ik heb medelijden ,c3 versterkende winterweer4 ,ik heb medelijden ,b3 ,weet je1 zei de dominee1 in het dansend ,c3 ,alinea-break ingevoegd ,weet je1 zei de dominee1 in het dansend ,b3 ,wees dankbaar voor uw rustigen ,zondagen ,c3 ,wees dankbaar voor uw rustige ,zondagen ,b3 woeker terugkomen tot hun eigen zielen4 ,c3 woeker terugkomen tot hun eigen zielen4 ,b3 te koud en te vormemelijk en hij ,c3 te koud en te vormelijk en hij ---------------------------------------- ---------------