,ellen ,key ,de ,moedige ,vrouw ,uit het ,zweedsch 7,tanke ,bilder7 ,door ,ph4 ,wijsman ,amsterdam ,c4 ,a4 ,j4 van ,dishoeck #ahii ,leiden3 ,boekdrukkerij van ,l4 van ,nifterik ,hz4 ,,inhoud4 ,conventioneele vrouwelijkheid #a ,moed #bj ,vrijheid #bi ,rust #eb ,de vrouw der toekomst #fe ,de vrouw die moed heeft om naar persoonlijke vrijheid te streven en zich in de stilte der eenzaamheid rekenschap te vragen van hare handelingen1 woorden en gedachten1 is op den goeden weg om voor latere geslachten te vormen3 ,de ideale vrouw der toekomst4 ,,conventioneele ,,vrouwelijkheid4 ,het conventionalisme is de stilzwijgende overeenkomst1 den schijn voor het wezen1 vorm voor inhoud1 en bijzaken voor de hoofdzaak in de plaats te stellen4 ,in zekeren zin behooren ook de1 bij de verwisseling van het schoonheidsgevoel in verscheidene tijdperken veranderende1 modes ertoe4 ,in de diepere beteekenis van het woord valt altijd een gedeelte van deze aangenomen leer der welvoegelijkheid tezamen met die van zeden en gebruiken1 met het begrip van de mate van zelfbeheersching en zelfverzaking1 die ieder persoon heeft in acht te nemen in den omgang met anderen4 ,hoe meer men vordert in de beschaving en ontwikkeling1 des te ruimer worden de grenzen genomen1 waarin aan de samenleving de beoordeeling wordt toegestaan van ieders persoonlijk geloof en zienswijze1 van ieders arbeidsveld en gewoonten in het dagelijksch leven4 ,hoe langer hoe meer begint men te begrijpen1 dat elke uiting van persoonlijke gevoelens1 die op het recht van anderen geen inbreuk maakt1 vrij behoort te wezen4 ,een vrij groot gedeelte van de taak der beschaving in het tijdperk van elk nieuw geslacht1 heeft altijd bestaan en bestaat ook nog1 in het afschaffen van eenige1 tot ledige vormen ontaarde gebruiken1 doode overblijfselen van hetgeen vroeger bestond1 die de nieuwe planten verhinderen om krachtig op te schieten4 ,wij hooren in onze dagen telkens weer stemmen opgaan die vrijheid en keuze tegenover de tot richtsnoer aangenomen zeden verlangen voor het persoonlijk geweten en de persoonlijke neiging4 ,in dezen eeuwigdurenden strijd komt het er vooral op aan te beslissen1 wat ook nu in werkelijkheid nog recht van bestaan heeft en wat alleen hinderpalen zijn voor een edeler vrijheid1 eene diepere waarheid1 een grooter oorspronkelijkheid1 een rijkeren levens-inhoud2 in en woord3 wat daarin is ontaard tot ledige vormlijkheid4 ,maar niet alleen met verouderde gebruiken en vormen moet afrekening gehouden worden4 ,in elken kring worden nog voortdurend dergelijke doode overblijfselen van voorheen opgegraven en in den vorm van vooroordeel1 van kleinzielige beweegredenen en wankelmoedige1 onzelfstandige gewoonten1 gehuldigd4 ,bij de vrouwen is die vormendienst ten allen tijde sterker ontwikkeld dan bij de mannen4 ,want de zucht tot het bijbehouden van hetgeen altijd zoo is geweest wordt helaas dikwijls een steun voor het conventioneele gedrag der vrouw in de samenleving4 ,zelden zijn de vrouwen zo persoonlijk ontwikkeld dat zij1 bij hetgeen zij wenschen te behouden1 schijn van wezen1 vorm van inhoud1 kunnen onderscheiden2 en zelfs1 al zien zij het verschil in1 ontbreekt het haar toch gewoonlijk aan den moed om inhoud en degelijkheid te verkiezen boven vormen en schijn1 wanneer de groote meerderheid vor de laatstgenoemden stemt4 ,in het laatste tiental jaren is er in de letterkunde1 zelfs in de werken van vrouwelijke auteurs1 een krachtige stem tegen die ledige1 holle vormen opgegaan4 ,die oppositie werd vooral gericht tegen het verouderde ideaal der vrouw1 volgens hetwelk zelfverloochening de edelste vrouwelijkheid vertegenwoordigde en tegen het verouderde begrip omtrent de zedelijkheid1 volgens hetwelk de liefde zonder huwelijk onzedelijk1 maar een echt1 ook zonder liefde gesloten1 voor zedelijk gehouden wordt4 ,de vrouwen welke thans het nieuwe ideaal huldigen3 zelfontwikkeling tot toewijding van haar persoon en leven aan anderen1 ontmoeten van de vooruitstrevende gemancipeerden onzer dagen dezelfde weinig beteekenende verwijten als die1 welke in #ahej-fj gericht werden tot de voorstanders der toen nieuwe beweging op dat gebied4 ,immers die vroegere mancipatiebeweging had in hoofdzaak ook ten doel de menschelijke rechten der vrouw te doen gelden1 in het algemeen beschouwd4 ,de latere is er op uit het recht van iedere vrouw als persoon1 te verdedigen2 dat is te zeggen3 het moet der vrouw onvoorwaardelijk vrij staan te gelooven1 te denken naar haar eigen wil2 zelfs te handelen naar eigen goedvinden1 wanneer zij hierbij niet de rechten van anderen kwetst4 ,aangezien dat eerste in algemeenen zin kan worden beschouwd1 kon het voor een groot gedeelte collectief worden beoefend2 de zelfstandigheid der vrouw in hare daden moet natuurlijk het recht van ieder van haar1 als persoon1 gelden4 ,dit bedenken de vrouwen1 die voortdurend ijveren voor dat eerste doel1 de algemeen menschelijke rechten der vrouw1 niet genoegzaam4 ,zij dringen er niet in door1 dat elke vrouw niet slechts haar aandeel behoort te hebben in het algemeene recht als mensch1 maar dat ook hare persoonlijke rechten1 overeenstemmend met haar eigenaardigen aanleg en karakter1 gewaarborgd moet worden door de maatschappij4 ,de strijd betreft in de eerste plaats het recht der vrouw op een1 misschien van alle bestaande leerstellingen en van het tot nu toe gehuldigde ideaal afwijkend1 temperament4 ,dit is de groote kwestie tusschen de afzonderlijk voor haar gevoelens pleitende vrouw en de vertegenwoordigsters van het nieuwe tijdperk in het vrouwelijk bestaan4 ,dat ieder persoonlijk karakter een nieuwe wereld is--deze ontdekking die in ,shakespeare zijn ,columbus vond--een ,columbus1 op wiens voetspoor telkens nieuwe reizigers nieuwe landen wonnen--dit feit1 dat in de litteratuur telkens weder wordt genoemd en toegepast op het leven1 is nog slechts tot enkelen doorgedrongen als eene op ervaring gebouwde1 en door het leven bevestigde1 waarheid4 ,maar dat hiermede althans een begin werd gemaakt2 dat de voorheen1 als onwrikbaar vast aangenomen1 gebruikelijke opvatting van den aard en het wezen van den mensch en de daaruit afgeleide raadselen1 meer en meer worden vervangen door eene persoonlijke1 van anderen onafhankelijke beschouwing1--dit hebben wij wel in de eerste plaats te danken aan de dichters en denkers in onze dagen2 in dezen heeft het conventionalisme zijn ergsten vijand2 hun herkenningsteeken is het diep besef van alle oorspronkelijke krachten van het menschdom1 van de degelijke vraagstukken in het leven4 ,want al moge het conventionalisme in de gestalte der napraters tot geestigheden aanleiding geven1 toch is juist het moderne genie een protest tegen de leer1 die elken1 op zich zelf gewettigden1 maar van de bestaande regelen afwijkenden blik op de wereld en de kunst1 ten hoogste afkeurt4 ,de dichter die in het ,noorden met en enkelen slag het veranderde1 vormlijke ideaal der vrouw1 die zich onder alle omstandigheden opofferende1 zachtzinnige vrouw1 verbrijzeld heeft1 is ,ibsen1 als hij ,nora man en kinderen doet verlaten om getrouw te zijn aan haar eigen plichten2 als hij door ,het spook in het zedelijk bewustzijn der menschen tracht te etsen3 dat eene vrouw1 die aan haar eigen persoonlijk karakter getrouw is1 ook ten nutte van anderen1 hooger staat dan zij1 die zich blijft vastklampen aan de eenmaal bestaande vormen der zedelijkheid1 ook al zijn deze zonder zin of beteekenis in haar bijzondere omstandigheden4 ,en sedert heeft ,ibsen voortdurend de vrijheid onder eigen verantwoordelijkheid gepredikt1 als de verlossing voor het individu4 ,langzaam-aan is men begonnen naar hem te luisteren2--gedeeltelijk heeft men hem ook verstaan4 ,maar men weet het immers1 geen geweten is in dit opzicht meer hermetisch gesloten dan dat van zekere1 door de emancipatie in een opgewonden toestand verkeerende1 vrouwen4 ,dat alle vrouwen gelijke rechten met de mannen moeten hebben is de scheering en inslag van het weefsel1 dat zij in hare redevoeringen over de persoonlijke vrijwording der vrouw1 op het getouw zetten4 ,zij vergeten1 dat het recht om te worden wat zij wil1 voor de vrouw evenzoogoed als voor den man1 vaak de noodzakelijkheid medebrengt om datgene wat zij naar haren aanleg en karakter is1 te onderdrukken4 ,zij vergeten1 dat het individu hoogere eischen moet en mag stellen dan alleen het recht tot de keuze van een werkkring4 ,zij zien ze voorbij1 die eindelooze schakeeringen in gevoelens1 in meening en karakter1 die de oorzaak waren1 dat de eischen aan solidariteit in de opvatting en handelingen der voor de vrouwenbeweging ijverenden1 verliepen in onderdrukking der enkele vrouwelijke persoon4 ,zeer zeker is het ook nu nog de waarheid dat aaneensluiting noodig is1 om aan de vrouw1 de rechten die haar tot heden onthouden werden1 te verschaffen4 ,maar elk verplichtend in gesloten gelederen optrekken is in deze zaak gevaarlijk te achten2 immers de vooruitgang in den toestand der vrouw1 in den ernstigen1 diepen zin van het woord1 verlangt juist1 dat de zoo oneindig verschillende individuen1 zoo onbelemmerd mogelijk1 zullen kunnen toonen1 waartoe zij op zeer verschillend gebied1 in staat zijn4 ,het dreigend gevaar van den vormendienst in de vrouwenbeweging uit zich echter niet alleen in de te hoog opgedrevene eischen tot aaneengesloten handelen1 maar ook in de wijze waarop de meening der tegenstanders wordt afgemaakt4 ,het verraadt zich in het gebrek aan nauwlettende waakzaamheid1 die ons zeggen zou1 dat de vrouwenbeweging1 op het gebied van den arbeid althans1 meer en meer ingrijpt in de sociale vraagstukken van den dag4 ,het openbaart zich vooral in de onbekwaamheid om in te zien1 dat de vrouwenbeweging juist door hare groote vorderingen van den laatsten tijd hoe langer hoe ingewikkelder wordt en dat hierdoor steeds grooter moeilijkheid ontstaat1 om zich op een beslist maar onpartijdig standpunt te plaatsen tegenover de daartoe behoorende zeer verschillende onderwerpen4 ,hiervoor is het onder anderen bepaald noodig dat den vrouwen meer gelegenheid gegeven worde om zich te beschaven en te ontwikkelen4 ,goed4 ,maar of al die inrichtingen van onderwijs ook de persoonlijkheid als zoodanige ontwikkelen1 daaraan zou ik twijfelen4 ,immers wij hebben de fijnste en beminnelijkste personen ontmoet onder weinig geleerde dames van zeventig en tachtig jaar2 en het scherpzinnig eigen oordeel dezer dames1 evenzoo als dat van sommige vrouwen en meisjes1 die nimmer geregeld onderwijs ontvingen1 is wel geschikt om onze moderne1 over alles me-pratende1 ontwikkelde vrouwen en meisjes beschaamd te doen staan4 ,het is niet meer dan billijk dat het loon voor vrouwelijken arbeid verhoogd worde2 maar wordt die arbeid werkelijk in diezelfde verhouding beter8 ,kan men het wel van het meerendeel van die1 over haar lessenaar gebogen zittende vrouwen verlangen1 dat zij eene levendige belangstelling voor haar dagwerk zullen koesteren1 terwijl haar eigen innerlijk wezen slechts aan het woord komt als zij over eene wieg gebogen staan8 ,er is veel voor te zeggen dat ook dochters van rijke ouders naar een werkkring verlangen4 ,maar ligt het gevaar niet voor de hand dat zij1 die met gering loon tevreden kunnen zijn1 den arbeid ontstelen aan andere1 misschien meer bevoegde arme vrouwen en mannen1 die1 omdat zij van hunne verdiensten moeten leven1 genoodzaakt zijn hooger loon te vragen8 ,terwijl deze en nog veel meer vragen onbeantwoord blijven1 verbaast men er zich over1 hoe het conventionalisme zich onvoorwaardelijk verheugt over de vele jonge meisjes die studeeren1 of voor een algemeenen arbeid de ouderlijke woning verlaten1 waar zij toch zoo nuttig en noodig zijn2 al zouden wij de laatsten zijn1 om den horizont der vrouw1 zooals in grootmoeders dagen1 tot keuken1 kinderkamer en huiskamer te willen beperken4 ,het is tot heden nog altijd niet beslist of de vrouw1 in fysiologisch en psychologisch opzicht zoo bijzonder welvaart1 of hare gezondheid en gelijkmatigheid verhoogd wordt1 door in den strijd om het bestaan mede te dingen4 ,de vrouw op dit standpunt is een nieuw onderwerp voor studie en slechts de volle vrijheid tot arbeidskeuze en persoonlijke ontwikkeling dezer eeuw1 zal de stof leveren tot het maken van weloverwogen gevolgtrekkingen4 ,de teekenen des tijds duiden het aan3 altijd zal er een op lichamelijk verschil gebouwd1 onvermijdelijk geestelijk onderscheid tusschen den man en de vrouw blijven bestaan2 een onderscheid1 dat haar hoogst waarschijnlijk bij voorkeur tot de in het huisgezin scheppende kracht zal blijven stempelen1 terwijl hij bij voorkeur zich zal blijven wijden aan den arbeid der kultuur op algemeen gebied en dar zijn scheppingsdrang zal trachten te bevredigen4 ,maar er is geen zeggen van hoever eene volkomene gelijkstelling met den man1 eene onbeperkte ontwikkeling op het gebied van den arbeid1 de vrouw zal kunnen brengen1 ten opzichte van het besturen der maatschappij en van de kultuur1 als groot geheel beschouwd4 ,de hierbovengenoemde1 in onze dagen door oppervlakkige vrouwen en meisjes onvervaard nagepraatte gezichtspunten op de vrouwenbeweging1 verhinderen juist de vrouwelijke ontwikkeling van het individu1 door de vele en groote raadselen in de natuur kalm voorbij te zien4 ,daarentegen vormen de eenmaal aangenomene denkbeelden van zelfverloochening als de uitdrukking der echte vrouwelijkheid1 op hunne beurt het doorbreken der vrouwelijke persoonlijkheid van uit de nevelen der vormen en gebruiken in de maatschappij4 ,met een zalig gevoel te gronde te mogen gaan voor een innig dierbaar wezen1 is voorzeker een van de schoonste voorrechten der vrouw4 ,maar door dit onder alle omstandigheden te verheffen tot haar ideaal1 had de vrouw haar eigen ontwikkeling in den weg gestaan1 evenzoo als die van den man4 ,als men de huwelijken uit de vorige generaties vergelijkt met die van het jonger geslacht1 dan valt er bij de mannen van heden een grooten vooruitgang waar te nemen1 ten opzichte van oplettende teederheid voor en sympathieke waardeering van de thans meer persoonlijk levende en hierom meer eischende vrouwen4 ,beide partijen hebben er bij gewonnen dat de vrouw begonnen is zich te oefenen in de moeilijke kunst van zichzelf-opheffende zelfverloochening4 ,want voor elk waarlijk liefhebbend vrouwenhart is het oneindig moeilijker haar recht te eischen dan dit op te offeren4 ,de vereering van het conventioneele vindt bij voortduring krachtigen steun bij de opvoeding4 ,voorzeker men onderdrukt tegenwoordig niet meer1 of althans hoogst zelden1 de individualiteit van een kind op de voorheen gebruikelijke ruwe en wreedaardige manier4 ,maar zij verdwijnt toch hoe langer hoe meer4 ,in den ouden tijd genoten de kinderen van een zekere vrijheid in de kinderkamer1 waar de ontwakende persoonlijke gewaarwordingen van blijdschap en verdriet1 van liefde en tegenzin1 niet voortdurend in toom behoefden te worden gehouden4 ,thans zijn de kinderen om en bij de volwassenen en dit samenzijn legt hun reeds vroeg de taak op de jonge schouders1 van dwang en fatsoen4 ,de kinderen moeten bezig gehouden worden1 dat is hun recht2 zij kunnen niet meer op hun eigen gelegenheid spelen1 want zij hebben den lust verloren die voorheen gebouwd was op de vrijheid der altijd weder scheppende kinderlijke verbeeldingskracht2 zij hebben er ook den slag niet meer van om aardig alleen te spelen4 ,op deze manier hebben de ouders geen rust en de kinderen evenmin4 ,altijd met volwassenen te zamen zijnde1 worden zij zoo aanmatigend1 dat de gehoorzaamheid er onder lijden moet4 ,dus leeren zij zich niet voegen2 zij raken niet gewoon aan de voor hunne ontwikkeling zoo noodige orde en tucht2 zij leeren ze niet1 die moeilijke1 maar onmisbare les van levenswijsheid3 hunne opwellingen van minder beteekenis te onderdrukken voor iets van ernstiger aard en ook in deze zich te voegen onder de beproevingen van het kinderleven--eene ontginning van de woeste gronden van het kinderlijk karakter1 waarmede men zeer vroeg beginnen moet om er een vruchtbaren akker van te kunnen maken4 ,deze ontginning heeft plaats als de opvoeder zelf duidelijk weet1 wat hij als hoofdzaak bij de ontwikkeling van het kinderlijk verstand beschouwt en hiermede rekening houdende1 zijn bevel en verbod weet toe te passen2 deze moeten weinig in aantal zijn1 maar onwrikbaar vast gehouden worden als wetten der natuur2 en waar tegen deze gezondigd werd1 moet hij het kind niet met door hem bedachte1 onzinnige straffen plagen1 maar het eenvoudig de gevolgen van zijne ongehoorzame handelwijze laten ondervinden en aanwijzen4 ,zoodoende kan men1 door zich aan vaste beginselen te houden1 een natuurkind vormen tot een beschaafd mensch1 dat uit ontzag voor zichzelf en anderen1 zijne driften1 als die met de maatschappij in botsing komen1 weet te beteugelen1--zonder dat daardoor het persoonlijk gevoel wordt onderdrukt4 ,want buiten het gebied dezer bestaande1 onveranderlijke wetten1 moeten de kinderen nooit worden gedwongen of aangemaand1 om in strijd met hunnen aard en aanleg te handelen2 laat hen daarin hunne gezonde zelfzucht en hun eigenaardigen smaak ongehinderd botvieren4 ,er zijn vele moeders die1 door zichzelve onverstandig al te zeer op den achtergrond te plaatsen1 de volstrekt niet te verdedigen zelfzucht harer kinderen aankweeken4 ,daarentegen verlangen zij op andere oogenblikken van diezelfde kinderen eene mate van zelfbeheersching1 van bedachtzaamheid1 gematigdheid en ontzag1 die een geheel leven meestal niet in staat was1 die moeders te leeren4 ,van de zachte stof die bedoeld was een persoonlijk wezen te worden1 maken ouders1 dienstboden en onderwijzers een man of vrouw van de wereld2 in sommige gevallen een bruikbaar lid der maatschappij--maar zeer zelden een mensch4 ,deze vorming noemt men opvoeding4 ,nu moet wel een gedeelte van de vroegste opvoeding inderdaad in zulk vormen bestaan1 zooals ik onlangs zeide4 ,maar na de eerste levensjaren moet het hoofddoel der opvoeding wezen1 juist al wat louter vorm is1 te verjagen2 de volle vrijheid te laten tot ontwikkeling van de enige kracht1 die in 't groot geheel beschouwd1 voor de menschenwereld het feit dat nieuwe geslachten de ouden vervangen1 belangrijk maken kan3 de kracht der nieuwe1 oorspronkelijke persoonlijkheid4 ,ieder kind vormt een nieuwe wereld--eene wereld1 waarin zelfs niet het oog der teederste liefde geheel vermag door te dringen4 ,hoe trouwhartig dat open kinderoog ons moge aanzien2 hoe vol vertrouwen het zachte handje in onze hand wordt gelegd--toch zal dit jonge menschenkind ons misschien later kunnen vertellen hoeveel verdriet het er van gehad heeft1 door ons te worden behandeld alsof kinderen eenvoudig herhalingen van het bestaande waren1 niet oorspronkelijke1 nieuwe1 persoonlijke schepsels4 ,en in zekeren zin is het kind ook eene herhaling van de kindernatuur in alle tijden2 maar tegelijk1 en in een veel hoogeren graad1 eene geheel nieuwe samenstelling van hoedanigheden naar geest en lichaam2 die aanleiding geven tot blijdschap en smart1 tot kracht en zwakheid4 ,dit nieuwe jeugdige menschje moet1 op eigen verantwoordelijkheid1 op goed geluk vertrouwend1 het vreeselijk-ernstige leven intreden4 ,wat het zal kunnen leveren aan scheppende krachten1 aan nieuwe beginselen2 wat het bezitten zal aan geestelijke veerkracht onder den druk van het noodlot2 aan de kracht om gelukkig te maken en gelukkig te zijn--dit alles hangt1 behalve van de aangeboren natuur1 in zeer ernstige mate af van de manier van opvoeding1 die op dit persoonlijk kindergemoed wordt toegepast4 ,reeds ,goethe klaagde er over dat de ouderlijke tucht1--de opvoeding over het algemeen1--trachtte persoonlijke wezens tot ledepoppen te maken4 ,en dit is sedert nog veel erger geworden2 de opvoeding is door schoolmeesters in de hand genomen1 maar er niet zielkundiger op geworden4 ,alleen hij die de gevoelens1 den wil en de rechten van het kind behandelt1 evenzoo voorzichtig als die van een volwassen mensch2 die aan de persoonlijkheid van het kind geen andere beperkingen opdringt dan die der natuur en dezulke die op goede gronden noodig zijn voor het welzijn van het kind en zijne kameraadjes1 alleen hij kan met recht aanspraak maken op den naam van een opvoeder der jeugd4 ,de opvoeding behoort zeker ten doel te hebben de persoonlijke ontheffing van de overmacht der eigene hartstochten4 ,maar nooit mag zij haar streven zoo ver richten die hartstochten uit te roeien of ter zijde te dringen4 ,zij toch vormen juist de kracht der persoonlijkheid1 die nu eenmaal niet kan bestaan zonder gevaar voor de daaraan gepaard gaande gebreken4 ,het overwinnen van de in elk gemoed levende gebreken door het opkweeken der daarmede gepaard gaande goede hoedanigheden in datzelfde gemoed--dit alleen is eene zuiver persoonlijke opvoeding4 ,en deze methode werkt uiterst langzaam2 het onmiddellijk handelen beteekent hierbij zeer weinig2 de geestelijke atmosfeer van de huiskamer1 huiselijke gewoonten en illusies zijn daarentegen bijna alles4 ,het komt er vooral op-aan dat de opvoeder de kunst versta van afwachten1 van het berekenen der werking die de toekomst zal geven--minder waarde te hechten aan het heden4 ,er zijn ouders en opvoeders die gelooven het kind voor later verdriet te bewaren door het in zijne eigenzinnigheid tegen te gaan1 zooals men dit noemt4 ,men bedenkt dan niet1 dat door op deze wijze een kind te dwingen iets te doen dat lijnrecht in strijd is tegen zijnen aard1 niets anders bereikt wordt dan dien natuurlijken aanleg te verflauwen2 vaak zelfs behoudt men alleen de zwakheid van het karakter1 zonder de daarmede vroeger vereenigde kracht4 ,vaak denkt men er niet eens zooveel bij en wordt men alleen tot zulk eene handeling geleid1 door het gedachteloos navolgen van den ouden sleur1 die leerde dat zelfverloochening het ideaal van den mensch is4 ,men onderdrukt den lust tot onderzoek in zijn ondernemenden geest2 men kwetst zijn zoo bijzonder prikkelbaar gevoel voor 't schoone2 men oefent dwang uit op zijne meest persoonlijke uitingen1 zijne bewijzen van teederheid2 men berispt zijn tegenzin en dempt zijne geestdrift4 ,onder deze en dergelijke inbreuken op hunne persoonlijkheid1 op hunne bijzondere gevoelens en neigingen groeien de kinderen1 vooral de meisjes1 tegenwoordig meest allen op4 ,daarom is het waarlijk niet te verwonderen dat de volwassenen zelden op hunne kindsheid terug zien als op een gelukkigen tijd4 ,een krachtig bewustzijn van te leven1 't gevoel van volheid1 heelheid1 veelzijdige krachtsontwikkeling1 van willen en kunnen--dat is geluk4 ,kinderen hebben dezelfde voorwaarden tot geluk1 eigenlijk meer nog dan volwassenen1 want zij kunnen van dien levenslust meer onverdeeld genieten4 ,men moest hen van deze mogelijkheid om gelukkig te zijn vrij laten gebruik maken zoolang zij nog onder de leiding hunner ouders staan en dezen macht over hen hebben4 ,maar al te spoedig beginnen zij1 op hun eigen handje proefnemingen te doen2 geld te verdienen1 't vermaak op te zoeken2 en in dat gevaarlijke tijdperk van het jonge leven blijkt geene opvoedingsmethode van grooter invloed en van meer belang te zijn1 dan deze3 te zorgen dat het kind niet te veel is opgevoed1 zoodat het eigen krachten over heeft voor het rijke1 maar ernstige1 leven dat hem wacht2 dat wil zeggen3 om 's levens lasten te dragen2 van zijne vreugde te genieten2 zijn arbeid te verrichten2 zijn eigen oordeel te behouden2 zich met hart en ziel toe te wijden aan de hem opgelegde levenstaak2--dit toch is de groote en enige voorwaarde om gelukkig te kunnen leven1 te beminnen en te sterven4 ,er ligt een diepe waarheid in het oude gezegde3 ,den kinderen behoort het hemelrijk4 ,want geen onzer kan het hoogste bereiken1 zonder eenvoud1 onbaatzuchtigheid en volharding1 om zonder eenige bijbedoeling alles dienstbaar te maken aan dat ene doel4 ,dit nu is juist de groote kracht van het kinderhart4 ,heeft eene moeder door hare opvoedende leiding die heilige kracht bewaard en tot bewustheid ontwikkeld1 dan heeft zij niet alleen een nieuw schepsel1 maar een nieuwe persoonlijkheid aan de maatschappij gegeven4 ,maar de opvoeding1 in huis en in de school1 slaat tegenwoordig juist de hier tegenovergestelde richting in4 ,het versplinteren van het persoonlijk wezen en karakter is dien ten gevolge het groote kwaad onzer eeuw4-- ,maar de mensch is gelukkig een sterk gebouwd organisme4 ,zij1 wier persoonlijkheid door hunne opvoeding geknakt of onderdrukt werd1 kunnen zich toch uit die vernederende gebogen houding oprichten1 zichzelf baanbreken tot vrijheid van ontwikkeling1 als zij zich van de groote waarde dezer vrijheid helder bewust worden4 ,weinige menschen1 en onder dezen weinige vrouwen1 kunnen op genialiteit roemen4 ,maar al is ook slechts bij enkelen de kiem voor een groote persoonlijkheid aanwezig1 toch zouden de meesten wel een zekeren graad van zelfstandigheid kunnen ontwikkelen1 ook na een mislukte opvoeding1 als zij er zich met vollen ernst op toelegden4 ,maar hiervoor is moed een eerste vereischte2 moed en volharding4 ,als het waar is dat gebrek aan verstand gebrek is aan moed dan is dit nog meer waar ten opzichte van gebrek aan individualiteit4 ,hier is al aanstonds eene der redenen gevonden waarom men onder de vrouwen minder persoonlijke zelfbewustheid ontmoet dan onder mannen4 ,een man is meer door-en-door ijverende voor zijne ide1 zijn doel waarvoor hij arbeidt2 hij is meer intensief in zijn weten en willen4 ,dien ten gevolge wordt hij vaak--juist als een kind--enzijdiger1 zelfzuchtiger1 maar tevens meer en geheel vormende1 dan eene vrouw onder dezelfde omstandigheden wezen of worden zal4 ,zij is1 behalve in de liefde1 zelden geheel van en onderwerp vervuld4 ,het valt haar dus minder moeilijk om het gevoelen van anderen te ontzien en voorzichtig op alles en allen rondom haar te letten4 ,zij is beweegelijker1 meer gevoelig voor van buiten op haar werkende indrukken1 veelzijdiger en buigzamer dan de man--en hierin ligt hare kracht4 ,maar evenzoo goed als bij den man1 is deze gewonnen ten koste van een daaraan gepaard gaand verlies4 ,want het evenwicht in alle dingen te behouden is nu eenmaal zoo moeilijk voor ons1 menschenkinderen1 dat eene deugd vaak niet de uitkomst is van eene vermenigvuldiging-som1 maar van een aftreksom4 ,de man is de bevoorrechte schepper van nieuwe gedachten en nieuwe instellingen door zijn grooteren moed om 't gevaar te trotseeren1 door zijn krachtiger wil2 de vrouw1 het ligt in haren aard1 blijft meestal angstig volhouden met hetgeen altijd zoo geweest is4 ,zij waakt trouw niet alleen over de zeden1 gebruiken en tradities van eigen huis en haard1 maar ook van de uit vroeger dagen overgeleverde vormen en rechtsbegrippen in de maatschappij kan zij moeilijk afstand doen4 ,nu is het duidelijk1 dat deze algemeene vasthoudendheid aan het eenmaal bestaande die in de natuur der vrouwen ligt1 eene der grootste hinderpalen moest vormen voor de ontwikkeling van het vrouwelijke individu1 op zich zelf staande4 ,voor de persoonlijke zelfstandigheid van den man is het vaak moeilijk om zich te ontwikkelen1 doordien hij in den regel met verscheidene anderen tezamen moet werken en aldus door partijzucht of kruiwagens1 door het vooruitzicht op bevordering of op andere voordeelen1 in zijne handelingen beperkt wordt4 ,de persoonlijkheid der vrouw wordt meer gekneld door het vasthouden aan eenmaal gebruikelijke vormen en begrippen van zedelijkheid2 door haar conventioneel ideaal4 ,zij wil het groote onderscheid tusschen eene zelfopofferende liefde van hooge waarde en eene zelfverloochening1 die in geen enkel opzicht iets beteekent1 liever niet zien4 ,zij wantrouwt haar eigen natuurlijk oordeel over goed en kwaad1 zoodra dit instinct haar ook slechts een haarbreedte zou doen afwijken1 van de gehuldigde en algemeen gebruikelijke vormen in de samenleving4 ,hem die tegen een dergelijk begrip heeft gezondigd wil zij wel vergeven1 onder voorwaarde dat hij de wettigheid daarvan erkent2 maar haar oordeel is zonder mededoogen over den schuldige1 die tegen het principe handelde1 omdat zijne opvattingen omtrent goed en kwaad1 niet met de nu eenmaal bestaande zienswijze overeenstemden4 ,zij vermengt in haar vonnis temperament en beginselen1 leer en leven1 op een treurige wijze door elkander en deze vermenging is de oorzaak van alle geestelijke dwingelandij1 van elke sociale onverdraagzaamheid4 ,dit geldt vooral met het oog op de onderwerpen die de verhouding tusschen de twee geslachten onderling raken4 ,hier staat namelijk ieder1 die eene van de gebruikelijke vormen afwijkende opvatting te kennen geeft1 eene opvatting die ook maar eenigszins in botsing komt met het conventioneele vrouwelijke ideaal1 bloot aan alles behalve vleiende gevolgtrekkingen en grievende lasterpraatjes over zijn persoonlijk leven4 ,van de zijde der vrouwen moest het waarlijk--althans wanneer er sprake is van eene vrouw--wel worden bedacht1 dat er niet slechts een gloeiend geloof1 maar ook een rein geweten vereischt wordt1 voor den moed om de samenleving in een van haar meest geliefde vooroordeelen te trotseeren4 ,het conventionalisme der vrouw bereikt zijn toppunt in het gedachtelooze en gewetenlooze napraten1 waardoor een aantal vrouwen haar geestelijk peil verlagen1 haar karakter bederven en ten slotte haar eigen persoonlijkheid laten opgaan in die van iedereen4 ,eene vrouw die op werkelijke beschaving aanspraak wil maken1 bewijst dit onder anderen1 door het vermijden van elke geleende1 of geveinsde weelde4 ,zij vindt het verachtelijk om door den schijn indruk te maken en daarom vermijdt zij in hare kleeding en huisraad elke onechte versiering4 ,maar diezelfde vrouw geeft kalm oordeel en opvatting die zij van anderen napraat1 voor echt uit4 ,zelfs al bezat zij die1 zou zij toch den moed niet hebben om een frissche1 oorspronkelijke gedachte te uiten2 om blijk te geven van een warm1 buiten den algemeenen regel werkend1 gevoel4 ,hare vervalschingen worden door andere napraatsters van den eenen kring naar den anderen overgebracht4 ,hierdoor ontstaat de algemeene beoordeeling van de meest kiesche vraagstukken des levens1 van de ernstige raadselen1 waarvoor men de aanleiding zou moeten kennen om ze ook maar uit de verte te verstaan4 ,hierdoor worden schoone en edele daden in een twijfelachtig licht geplaatst en vuige lasterpraatjes voor waarheid aangenomen4 ,aldus wordt de lucht verontreinigd door de opstuivende zandkorrels waaronder het werk en de eer van een medemensch begraven wordt4 ,maar een op die wijze begraven werk1 of goeden naam1 kan nog worden opgedolven4 ,alleen de lasteraars zelf lijden er ten slotte het meeste door4 ,want alles in de wereld hangt samen3 het leven bestaat uit oorzaak en gevolgen4 ,niemand leeft ongestraft uit de tweede hand4 ,wij kunnen op intellectueel gebied onmogelijk vooruitdringen met het leengoed van anderen1 zonder hierdoor persoonlijk verlies te lijden aan zedelijken inhoud4 ,wij waren heden onbillijk ten opzichte van een boek1 eene schilderij of een tooneelstuk1 door dit te beoordeelen met de woorden van een ander1 die wij voor onze opvatting wilden laten doorgaan2 of omdat wij den moed niet hadden onze ingenomenheid ermede te toonen1 in geval de critiek hierover anders denkt3 of door eene verontwaardiging te veinzen1 die wij geenszins gevoelden1 maar die anderen van ons verwachtten1 in naam der mode of van het fatsoen4 ,morgen zullen wij even onbillijk--laat ons zeggen even oneerlijk--worden1 tegenover een medemensch of tegenover onze eigen overtuiging--en zulk eene onrechtvaardigheid1 zulke valschheid kan van grooten invloed worden op een geheel levenslot4 ,de slotsom van geestelijken rijkdom1 van geestelijke waardecijfers1 vermindert natuurlijk1 als wij verzuimen ons eigen cijfer erbij te tellen4 ,dit moge groot zijn of klein1 rijk of gering1--als wij het zelf hebben gevoeld en gedacht1 als het oorspronkelijk ons eigendom is1 beteekent het voor anderen oneindig meer1 dan hetgeen wij slechts napraten1 ook al is onze zegsman eene autoriteit4 ,in gevallen waarin wij genoodzaakt zijn om ons op anderen1 die meer weten dan wij1 te beroepen1 dringt eerlijkheid en goede trouw er ons toe1 onze verplichting aan hunne meerdere kennis openlijk uit te spreken4 ,ieder van ons mag zich slechts verheugen in een zeer klein gedeelte der uitkomsten van beschaving en cultuur2 zelden zijn wij in staat over meer dan een enkel geval met zekerheid te oordeelen4 ,maar n ding kunnen wij allen leeren3 in te zien dat het een bewijs is van beschaving1 geen oordeel te geven over onderwerpen waarvan wij geen verstand hebben4 ,laat de goede toon ons hiertegen doen waken2 evenzoo als men zich de weelde van juweelen te dragen ontzegt als men geen echte steenen heeft1 evenzoo moet men zich onthouden van een oordeel over personen en zaken1 waarover men niet door eigen aanschouwen of kennismaking zelf oordeelen kan4 ,wanneer deze oprechtheid1 dit ronduit verklaren van onbevoegdheid om onze meening over dergelijke onderwerpen of personen te zeggen1 meer algemeen wordt beschouwd als een bewijs van beschaving1 dan zal de vrouwelijke cultuur in deze richting eene bijna even groote schrede hebben gedaan1 als toen de vrouw als student op de universiteit werd toegelaten4 ,want1 naast de mogelijkheid om een ruimeren blik op vele dingen te verwerven1 staat op het gebied der ernstige ontwikkeling de gave om te begrijpen hoe begrensd die blik nog is1 de moed om openlijk te bekennen1 welke kennis ons ontbreekt4 ,moed en oprechtheid--deze hoedanigheden zoeken wij helaas nog vaak te vergeefs bij de vrouw2 toch moeten juist deze toenemen1 zal de persoonlijkheid der vrouw groeien4 ,dit groeien wordt niet bevorderd door het studeeren der jonge meisjes1 al nemen zij hare studie nog zoo ernstig op2 ook niet door de een of andere taak in de samenleving voor hare rekening te nemen1 al brengt deze een zeer groote mate van verantwoordelijkheid mede4 ,niets van dit alles werkt gunstig op de geestelijke ontwikkeling van hare persoonlijkheid1 tenzij eigen onderzoek en eigen keuze dit middel tot hare beschaving en haren arbeid inderdaad tot een organisch gedeelte van haar eigen leven hebben doen worden4 ,die keuze1 dat onderzoek zijn dan de hoofdfactoren4 ,de vrouwelijke persoonlijkheid te ontwikkelen--van binnen uitgaande--dit is het groote vraagstuk der vrouwenbeweging2 haar vrij te doen worden van de hedendaagsche nietsbeteekenende formules2 haar moed te geven zich te toonen zooals zij is1 te bekennen wat zij niet is--ziedaar het groote en ernstige doel van de zoo vaak verkeerd begrepen mancipatie der vrouw4 ,,moed4 ,er zijn altijd jong blijvende woorden1 woorden wier echte goudklank nooit tot een ontvankelijk oor doordringt1 zonder dezelfde gewaarwordingen te voorschijn te roepen als toen zij1 misschien duizend jaar geleden1 voor het eerst werden uitgesproken2--toen als een nieuwe uitdrukking voor het innig besef van dien tijd4 ,onder deze woorden en spreuken van een eeuwige jeugd is er een1 die voor den eersten keer door den welsprekendsten mond in ,hellas verkondigd werd3 ,geloof dat het geluk bestaat in vrijheid--en dat vrijheid is moed6 ,de inhoud van die spreuk kon voor ,pericles voorzeker niet dezelfde beteekenis hebben als voor ons4 ,onder vrijheid verstond men feitelijk de onafhankelijkheid van den eenen staat tegenover den anderen2 met moed werd vooral de deugd van dappere verdediging des vaderlands bedoeld4 ,toch is het best mogelijk dat er bij den minnaar van ,aspasia en den vriend van ,socrates1 een vermoeden heeft bestaan van den tijd1 wanneer die schoone woorden1 in dieperen zin1 zouden beteekenen de onmisbare voorwaarde tot welvaart en geluk2 zoowel voor het geluk van de op zichzelfstaande persoonlijkheid1 als voor de vrijheid eener geheele natie4 ,edele woorden groeien in dezelfde mate als de menschheid groeit4 ,wij begrijpen het nu1 dat de enkele mensch evenmin geluk en vrijheid vinden kan als de geheele ,staat1 wanneer de moed hem ontbreekt4 ,maar hangt het dan wel van ons-zelf af moed te hebben of niet8 ,zeer zeker4 ,moed is eene hoedanigheid die verkregen wordt door hem of haar die haar wil verkrijgen2 maar men moet willen1 met ernst en volharding4 ,er zijn menschen die met een hun aangeboren moed ter wereld komen1 maar de meesten hebben1 voor het grootste deel althans1 hun moed zelf gekweekt4 ,er is geen eigenschap die door oefening sneller toeneemt4 ,als men het in onze samenleving maar duidelijker begreep dat moed den grond vormt1 waarop het karakter en de wilskracht gebouwd is1 dan zouden bijna alle menschen tot moedige wezens kunnen worden opgevoed4 ,maar in de plaats van ons reeds vroeg te leeren willen1 kiezen en overwegen1 leert men ons toe te geven en te buigen2 het droombeeld van vrij onzen eigen weg te gaan te onderdrukken en alleen onzen boozen geest te volgen4 ,men maakt er ons opmerkzaam op1 hoe verwaand het is1 een opzichzelfstaand geheel te willen beteekenen en hoe nuttig1 en van de vele nullen te zijn die1 vereenigd1 eene millioen helpen vormen4 ,men zegt ons dat voorspoed en vooruitgang in lijnrechte tegenstelling zijn met het streven naar vrijheid2 men wil ons overtuigen dat de mogelijkheid om gelukkig te maken onvereenigbaar is met den wensch om op onze eigene manier gelukkig te zijn4 ,men richt onzen blik op de hoogte der samenleving1 waar de menigte haar offer aan het vooroordeel brengt en men waarschuwt ons1 toch vooral ons niet te voegen bij de kleine minderheid die1 met ongebogen knie en fier opgeheven hoofd1 door de wereld gaat4 ,men zorgt er voor het ons reeds vroeg bij te brengen hoe slecht het altijd is afgeloopen met de overmoedigen1 die hunne vrijheid van denken en handelen onder den druk der partijen hadden trachten te behouden2 die dwazen1 die trouw te zijn jegens hun eigen persoon voor belangrijker hielden dan gelijk te staan met anderen2 die hunne eigene overtuiging verdedigden en volgden2 die rond voor hunne opvatting van het leven uitkwamen1 in plaats van anderen na te praten2 die leefden van eigene middelen1 liever dan van vrienden en kennissen te leenen2 die aan de opwellingen in hun eigen hart gehoor gaven en niet aan die van zekere1 heerschende kringen in de maatschappij2 in en woord1 hoe het die allen gegaan is1 die eigen oordeel en meening verkozen te hebben en zich niet wilden tevreden stellen met de algemeene opinie4 ,natuurlijk hebben die overmoedigen hun welverdiend loon ontvangen6 ,hunne vrienden beklaagden er zich over nooit te weten wat men aan hen had en haastten zich hen te verlaten1 onder innig leedwezen over hunne afvalligheid4 ,hunne vele kennissen hadden het altijd wel geweten dat zij onberekenbare1 karakterlooze menschen waren1 die men nooit volkomen vertrouwen kon4 ,en de aaneengeslotene1 toonvoerende meerderheid heeft het klaar en duidelijk bewezen dat zij gevaarlijke menschen zijn1 menschen zonder beginselen4 ,waarlijk1 om door dit oordeel te worden getroffen behoefden die menschen volstrekt niet met een nieuwen vorm van godsdienst aan te komen1 of met al het bestaande omverhalende leerstellingen in de maatschappij6 ,het was voldoende dat zij hunne beste krachten er aan hadden gewijd om de onderdrukking van eene partij ten opzichte der andere te verhinderen2 dat zij hunne afkeuring over een onrechtvaardig oordeel te kennen gaven en over het toepassen van gewetensdwang4 ,of dat zij het karakter van een persoon verdedigden1 hoewel zij zijne levensopvatting niet huldigden2 of voor die opvatting pleitten1 hoewel zij zich voor zijn karakter niet verantwoordelijk konden stellen4 ,ja1 soms is het wel voldoende gebleken dat iemand in een kring van conservatieven durfde te beweren dat niet iedere radikaal een dubbelzinnig karakter is1 of in een gezelschap van radikalen te zeggen1 dat niet ieder conservatief man een domkop is1 om zelf in een zeer twijfelachtig licht te worden geplaatst ten opzichte van zijne eer1 van zijn naam als fatsoenlijk man en van zijn gezond verstand4 ,laat men zich nu niet bijtijds door de vrienden waarschuwen1 maar blijft men volharden in zijn idiosynkrasi om zijn eigen meening te zeggen1 de stem van zijn geweten te volgen1 te oordeelen naar de mate van 't verstand dat hij heeft--dan hangt het van de minste of geringste toevalligheid af welk einde zoo iemand neemt3 f de langzame hongerdood1 f wel een beklagenswaardig alleen-staan in de wereld zijn lot wezen zal4 ,en toch--ondanks dit alles hebben er in elke generatie menschen geleefd die het durfden wagen zich zelf te zijn2 die onbeschaamd genoeg waren om te denken1 te handelen1 te beminnen1 te dichten en te scheppen1 op hun eigen hand6 ,dit zijn de menschen die thans nog in ons midden leven2 zij1 wier moed door hunne tijdgenooten met driestheid of brutaliteit werd aangeduid1 maar die door het nageslacht worden bezongen en gevierd als groote mannen1 aangebeden als openbaringen van wijsheid en licht4 ,hunne bezwaren waren geheel dezelfde als de onze4 ,de held van ieder tijdperk moet het hoofd bieden aan de verzoeking die hem nadert in den vorm van eer en een rijk bestaan2 aan de meesterachtige critiek van zijn tijd2 aan den druk der partijen2 aan kleingeestige oudewijvenpraat--ja zelfs aan het toejuichend gekwaak der kikkers in de sloot6 ,maar die helden hebben toch overwonnen1 dank zij hun moed4 ,elk tijdvak waarin nieuwe denkbeelden hun weg vonden1 elk tijdvak vol licht en gloed1 vanwaar scheppende of verjongende krachten uitgingen--is onbetwistbaar een tijdvak geweest dat vele moedige menschen opleverde4 ,in zulke dagen vereischt het geen bijzonderen moed om dapper te zijn2 want moed is eene hoedanigheid die het gemakkelijkst van alle deugden op anderen overgaat--de lafheid uitgezonderd6 ,alle ledige1 dorre tijden1 zonder glans en leven1 waren laf4 ,wanneer de moed niet in den dampkring ligt is er meer voor noodig om dien te behouden1 of te oefenen1 dan in een gunstiger tijdperk4 ,de dagen waarin wij leven zijn er juist niet naar om den moed aan te kweeken en dezen tot zijn recht te doen komen4 ,want alle tijden van overgang zijn gevaarlijk voor den moed1 die in buitengewone mate versterkt wordt door getrouwheid aan vaste beginselen1 door de overtuiging te strijden voor zijn goed recht4 ,maar1 al gaat nu onder een tijd van worstelen en strijden aan den eenen kant licht de moed verloren1 daartegenover staan andere1 en gewichtiger redenen om te trachten dien te herwinnen1 waar men zich telkens geplaatst ziet tegenover de keuze tusschen nieuwe botsingen en nieuwe inzichten4 ,er is moed noodig om de waarheid te zoeken1 maar ook om haar des noods te kunnen missen1 als zij voor ons niet duidelijk zichtbaar is2 moed om werkzaam te zijn--maar ook moed om te rusten4 ,er wordt moed vereischt om het geluk vast te houden als het onder ons bereik is gekomen--ook om het prijs te geven1 wanneer de omstandigheden er toe leiden4 ,soms ligt het grootste bewijs van moed in afwachten2 dan weer in wagen en ondernemen4 ,heden kost het moed om alleen te staan--morgen om mij bij mijne geestverwanten aan te sluiten2 nu eens om voor mijn goed recht op te komen--dan weer om het prijs te geven4 ,zonder moed kan men niet haten en nog minder liefhebben4 ,zonder moed kan men niet in waarheid leven noch sterven4 ,laat ons moed hebben--moed in de eerste plaats2 en wij zullen tot de bemoedigende ontdekking komen dat wij meer vrijheid en meer geluk bezitten1 dan wij dachten4 ,wij zijn heusch niet zoo boosaardig1 of zoo dom1 of zoo kleinzielig en laag bij den grond als wij schijnen4 ,alleen zijn wij veel laffer dan wij zelf denken4 ,uit lafheid mishandelen wij elkander--vervelen1--verdrukken--veronge lijken wij elkander4 ,laat ons die lafhartigheid bestrijden--en het leven zal weder schoon voor ons worden met zijne vele scheppende krachten die vrij komen2 door de algemeene welwillendheid die overal werkzaam is2 door alle sympathie1 die lust tot handelen wekt2 door alle gedachten en gevoelens die hun invloed rechtstreeks op ons uitoefenen4 ,nooit vermoedde eigenaardige hoedanigheden bij ons zelf en anderen1 zullen een schat van afwisseling en schakeeringen te voorschijn roepen1 waar men meende niets dan armoede en stilstand--dus achteruitgang--te kunnen verwachten4 ,de som van levenslust en levenskracht zou tot in 't oneindige vermenigvuldigd worden als wij den moed hadden om allen tezamen het groote waagstuk te ondernemen6 ,als wij nu eens het vertrouwen dat wij gevonden hebben openlijk bekenden2 als wij eerlijk rekenschap durfden te geven van het geloof dat wij nu hebben in de plaats van het vroegere dat wij verloren8 ,als wij ronduit verklaarden wat onze eigen overtuiging is--niet de van anderen geleende vormen2 als wij durfden te bouwen op eigen ervaringen1 zelfs al werden wij hierdoor van onze geestverwanten gescheiden8 ,als wij den moed hadden te blijven twijfelen1 waar wij bij anderen verzekerdheid vinden en onze overtuiging te behouden1 ook al ontmoetten wij twijfel daaromtrent bij anderen8 ,als wij eerlijk de deugden van onze tegenstanders durfden erkennen en de gebreken van onze geestverwanten8 ,als wij den moed hadden vrijgevig te zijn met ons vertrouwen maar zuinig met onze oordeelvellingen8 ,als wij in ootmoed ons hoofd durfden te buigen ten opzichte van dingen waarvan wij geen verstand hebben1 maar fier opstaan1 waar het geldt de zekerheid1 die wij met worstelen en strijden gewonnen hebben1 te verdedigen8 ,als wij naar onzen eigen smaak1 en rekening houdende met onze middelen1 durfden te leven2 in bescheidenheid te genieten op onze wijze en er ons aan gewenden te zien dat anderen dit eveneens doen8 ,als wij ons meer oefenden in de groote kunst1 de beweegredenen der daden van anderen te erkennen1 ook al zijn wij genoodzaakt hen tegen te spreken1 en hunne handelingen af te keuren1 hoewel wij hen persoonlijk hoog achten8 ,als wij het er eens op waagden elke partij te laten voor wat zij is--behalve onze eigen overtuiging8 ,en ten laatste3 als wij den moed hadden onze lafhartigheid in te zien en die bij haar waren naam te noemen in de plaats van die te verschuilen achter fraaie woorden als3 eerbied1 bescheidenheid1 ontzag voor de meening van anderen2 gematigdheid en tact8 ,dan zouden wij een geheel andere maatschappij zien worden6 ,weldra zouden wij het gezellig verkeer de plaats der vroegere maskerades zien innemen2 debatten1 de twisten en het spel met ijdele woorden zien vervangen2 de daad zou de vroegere spiegelbeelden vervangen2 oorspronkelijke scheppingskracht1 de eenvoudige herhaling van het bestaande2 gedachtenwisseling over verschillende gezichtspunten1 het verdacht maken van die opvatting2 eigene levenservaring de eenmaal gebruikelijke holle vormen2 wr gelooven1 de van buiten geleerde formules4 ,in n woord3 wij zouden van onze vrijheid genieten terwijl wij nu daarentegen aan snoeren geregen1 in pakken gebonden1 met tiquetten beplakt1 in partijen gesorteerd1 op een lijst ingeschreven1 in verschillende categorin verdeeld en in uniform gekleed worden6 ,maar zou de baatzucht niet een al te groote ruimte gaan beslaan indien de moed aan ieder persoon het recht eener plaats toekende8 vraagt misschien een altrust4 ,is dan niet juist de lafheid boosaardig8 ,wordt er niet vaak grooten moed vereischt om vriendelijk te zijn en goed8 ,is niet vrijheid de enige voorwaarde om tot echte humaniteit te geraken8 ,dringt het besef van onafhankelijke vrijheid niet onwillekeurig tot edelmoedigheid jegens anderen die niet vrij zijn8 ,gaat geduld niet samen met moed8 #a ,moest niet de prediker van onbaatzuchtige naastenliefde juist in den dood gaan omdat hij den moed bezat alleen te staan en geen partij rondom hem te vormen2 den moed om zichzelf te zijn2 de banden waarin zijn tijd geboeid lag te verbreken2 den moed te gelooven in de vrijheid86 ,daarom is er in het goddelijk gebod1 aan anderen te doen wat wij zouden wenschen dat anderen ons deden1 niets dat strijdt tegen het betoonen van moed4 ,in tegendeel4 ,in dit gebod ligt--uit een ander gezichtspunt--eeuwig dezelfde schoone gedachte als in de vermaning van den ,helleen3 ,geloof dat het geluk bestaat in vrijheid en dat vrijheid is3 moed6 ,,vrijheid4 ,ueber der ,pforte unserer ,zeit steht3 ,verwerthe ,dich6 ,max ,stirner4 ,persoonlijke vrijheid--deze uitdrukking is bijna tot een algemeen wachtwoord gemaakt1 hoewel slechts enkelen begrijpen welke beteekenis in het woord ligt4 ,hoevelen weten inderdaad wat er vereischt wordt om dag aan dag1 jaar na jaar1 den inhoud er van te verwezenlijken8 ,hoevelen hebben er hunne nachtrust aan opgeofferd1 aan het peinzen over wat zijn of haar eigen ik beteekent1 en hoe die persoonlijkheid inderdaad als zoodanig hare taak zal volbrengen in de maatschappij8 ,zichzelf persoonlijk vrijmaken--dat is onder anderen een voortdurend luisteren naar de tonen in ons gemoed om te trachten den grondtoon te ontdekken4 ,en heeft men dien gevonden1 dan eischt het streven naar 't bereiken van persoonlijke vrijheid1 dat men met open oog zoekt naar de behoeften van geest en hart1 en daaraan tracht te gemoed te komen4 ,dat men zich op de juiste wijze vormt en zijne ontwikkeling met ernst in de hand neemt2 dat men luistert naar de stem van eigen ervaring in het leven2 zijne eigene gewoonten1 voor zoover daar eenigen zin in ligt1 veredelt en dus zijne eigenaardige oorspronkelijkheid kweekt en krachtiger doet worden4 ,en ook dat men daarentegen zooveel mogelijk de herinneringen1 studies en gewoonten die hinderend onze persoonlijke ontwikkeling in den weg kunnen staan1 ter zijde zet en het vermijdt om met deze in aanraking te komen4 ,de neiging tot individualiteit uit zich--evenzoo als elke andere belangrijke neiging--aanvankelijk als eene kracht tot zelfverdediging jegens allen en alles wat inbreuk daarop zou kunnen maken1 dien drang zou willen beperken4 ,de geboren individualist heeft reeds in de kinderkamer en op de schoolbank een eigen keuze gedaan met het oog op zijn speelgoed1 zijne boeken1 zijne wijze van leeren1 zijne vrienden4 ,reeds vroeg heeft hij den moed gehad zijn eigen smart en vreugde1 zijn eigen smaak en zijne fouten1 ronduit te toonen4 ,hij heeft die niet laten verwringen1 verkleuren en afronden door anderen1 of door de omstandigheden4 ,in zijne jeugd is men zelden in de gelegenheid om zijn gevoel van persoonlijkheid in daden uit te drukken4 ,maar juist om die reden doet zich de geboren individualist in die jaren kennen als een ,jantje contrari en wordt dus een alles behalve aangenaam kind in den huiselijken kring4 ,laat echter eerst de tijd tot handelen komen6 ,dan heeft hij zijn karakter middelerwijle genoeg geoefend om te begrijpen3 wanneer hij iets kan en mag wagen1 en wanneer het geraden is stil toe te zien2 wanneer hij fier het hoofd kan opheffen1 of zich moet voegen naar anderen2 wanneer hij moet afwachten of een besluit nemen2 inhoever hij met anderen kan megaan en inhoever dit megaan ontrouw aan zichzelf zoude worden4 ,maar al deze dingen vormen nog slechts oefeningen en dressuur voor den grooten veldslag1 die gewonnen moet worden1 zal men de persoonlijke vrijheid veroveren4 ,die oorlog wordt gevoerd in de geheimzinnige wereld van mijn binnenste1 als het om de oprechtheid mijner gevoelens1 de eerlijkheid mijner toekomst-droomen te doen is2 als het mijne twijfelingen en mijn geloof1 mijne voorgevoelens en opwellingen van het oogenblik geldt4 ,dan wordt er een scherp oog vereischt om alles1 wat mijn eigendom is in den vollen zin van het woord1 op te delven uit die schemerachtige diepte1 die men het menschelijk hart noemt2 en een scherp gehoor is er noodig om die zachte1 bedeesde stemmen te verstaan1 die de tolken van ons zieleleven zijn1 maar die helaas vaak worden overstemd door overgerfde1 aangeleerde gewoonten en oppervlakkigheid4 ,ons verstandig ik brengt maar al te dikwijls ons beter1 ons warmgevoelend ik tot zwijgen4 ,wij verwisselen al te licht de kreet van den hartstocht1 met den zucht van innig verlangen die uit onzen boezem opstijgt4 ,wij houden vaak de weerspiegeling van doode denkbeelden1 voor echte teekenen van leven4 ,hoe menigmaal verloochenen wij onze overtuiging en noemen dit ontzag en eerbied voor de meening van anderen2 en hoe menigmaal klampen wij ons vast aan verouderde en versleten gewoonten en noemen dit vastheid van karakter4 ,hoe laf6 ,is er wel een duidelijker bewijs noodig dat het ons ontbreekt aan moed8 ,nu beteekenen alle vrijheden ter wereld bedroefd weinig1 vergeleken bij de verlossing uit den persoonlijken dwang en alle andere onderdrukkingen verdwijnen in het niet bij die van de persoonlijke vrijheid4 ,het komt er in de eerste plaats op aan of onze persoonlijkheid krachtig genoeg ontwikkeld is om hare eigene boeien te verbreken1 want dn heeft zij voorzeker ruimschoots de kracht die vereischt wordt om alle andere hinderpalen te overwinnen4 ,iemand1 bezield met den drang om altijd en geheel zich zelf te zijn2 te leven met elke bloedstrooming2 uitdrukking te geven aan wat er in zijn binnenste omgaat--zoo iemand zal wel geen rustig1 maar altijd een rijk leven leiden4 ,voor hem is het leven een lied2 want hij dicht het zelf onder de dagelijksche bezigheden en de bedwelming van gewichtige oogenblikken2 onder jaren van leed en gedurende het kortstondig1 maar heerlijk genot van alles wat hem gelukkig maakt4 ,hij weet1 dat het beste wat hij anderen geven kan1 tevens het hoogste genot voor hemzelf oplevert3 het leven te vervullen van altijd echte--en als het mogelijk is ook krachtige en schoone1 uitingen zijner persoonlijkheid4 ,op deze wijze geeft hij1 voor zichzelf en voor anderen1 een vernieuwde waarde aan het leven1 en tevens nieuwe1 prikkelende aanmoediging ten leven4 ,hij verruimt1 naar de mate zijner gaven1 zijn plekje van het aardsch bestaan2 hij overwint op zijn eigenaardige wijze de moeilijkheden waarmede het verouderde en gestorven verleden1 het levend heden in den weg treedt4 ,een zelfbewust persoon in den echten diepen zin van het woord1 verlangt van anderen eenvoudig vrijheid voor zijne persoonlijke gevoelens en daden4 ,daarom hebben haat noch spot1 waardeering noch miskenning1 de macht hem van zijn weg te doen afwijken of zijne innerlijke harmonie te verstoren1 zoolang hij getrouw blijft aan zijn eigen pathos2 die trouw is voor hem alles--godsdienst en zedelijke wet4 ,die getrouwheid geeft moed om af te dalen tot in de diepte van zijn eigen hart--moed om de gevolgen van hetgeen hij daar ontdekt te dragen--zelfs ook al zoude het eigen belang er door winnen dat men tijdelijk zijn gevoelen of zijne plannen opofferde4 ,en zij geeft ons nog een anderen moed3 dien1 om desnoods de achting onzer medemenschen te kunnen missen4 ,dit toch is de enige voorwaarde om ten allen tijde onze achting voor onszelf te behouden2 wij moeten deze maar al te dikwijls prijs geven als het er ons om te doen is den bijval der wereld te veroveren4 ,om al deze redenen noemen wij een individu alleen dan persoonlijk sterk en vrij1 als hij niet langer vreest de achting van iemand te verliezen behalve zijne eigene4 ,het gebeurt niet zelden dat zulk eene kracht de overwinning behaalt over de algemeene stemming die een flink karakter zich genoodzaakt zag te trotseeren4 ,want die stemming wijkt--even als andere wilde beesten--terug voor een moedig oog1 terwijl zij den lafhartig vluchtende vervolgt en verscheurt4 ,nu moge het vreemd klinken1 maar een individualist die zich gedwongen ziet alleen zijn weg te gaan heeft desniettemin daarbij altijd een goed geleide2 niet van de menschen die nu leven1 maar van hen die komen zullen4 ,de groote menigte heeft nog zeer weinig doorgedacht over de beteekenis van de uitdrukking persoonlijke vrijheid4 ,voor velen roept dit woord de voorstelling op van--om iets te noemen--een heer1 die zijn dag begint met zijne voeten op de ontbijttafel te leggen en dien eindigt met de vrouw van zijn vriend te verleiden1 daartusschen-in een meineed gezworen1 een wissel vervalscht1 een sluipmoord begaan1 heeft4 ,maar ook degenen wier verbeeldingskracht een minder hooge vlucht neemt1 vereenigen toch aan de gedachte van vrijheid des persoons de voorstelling van onbeperkte vrijheid voor iedereen1 om zijne driften en neigingen te volgen4 ,wie het onderwerp ernstig beschouwt1 zal weldra tot de overtuiging komen dat onze driften juist niet het persoonlijke1 het algemeen-menschelijke in ons vertegenwoordigen en dat iemand die zich door zijne hartstochten laat beheerschen1 al was het alleen daarom1 geen persoonlijkheid is4 ,het zeer jonge kind1 de boschjesman1 de onbeschaafde ruwe mensch1 draagt nog slechts de mogelijkheid in zich om1 eenmaal een persoonlijkheid te kunnen worden2 maar daaraan moet zeer veel voorafgaan4 ,zij ontstaat slechts door de geheel bijzondere ernstige wijze waarop driften en hartstochten tot hoedanigheden van edeler aard worden omgewerkt4 ,zoo als het wezen van de meeste menschen in den grond bepaald wordt door overgerfde neigingen en gaven1 zoo vindt men ook verschillende graden van aanleg tot individualiteit4 ,maar al zijn de neigingen of het talent voor persoonlijkheid grooter of geringer1 toch kunnen die gewijzigd worden door ervaring van droeven of verblijdenden aard1 door opvoeding en ontwikkeling1 door gewoonten en levensomstandigheden4 ,zoodoende worden hartstochten in gevoelens en gevoelens in gedachten en voorstellingen omgezet4 ,zoo wordt het ruwe wezen van den natuur-mensch tot een denkenden mensch veredeld1 en in dezelfde mate als hij vordert op den weg van zelfkennis en ontwikkeling1 zal deze zich minder laten beheerschen door zijne blinde hartstochten en driften4 ,hartstocht en zinnelijkheid zijn noodzakelijk2 dat is te zeggen3 zij hebben het recht van bestaan evenzoogoed als ieder ander moment onzer persoonlijkheid4 ,maar geen enkele dezer hoedanigheden mag zich zoo sterk ontwikkelen dat alle andere eigenschappen er door worden benadeeld4 ,dit zou zoowel het geluk als de vrijheid des persoons hinderend in den weg staan4 ,het is een oude ervaring1 die in onze dagen met eene treurige duidelijkheid wordt bevestigd1 dat een mensch die door zijne driften beheerscht wordt1 zoo karakterloos wordt1 dat hij tot een zekeren graad van verlaging gekomen1 elk bewustzijn verliest van zijne waardigheid en van de verplichting die zijn rang en stand in de maatschappij hem opleggen2 dit gaat soms zoover1 dat hij zich van het eene uiterste tot het andere laat drijven en zich laat medevoeren op honderd paden1 waarvan geen enkel door hem gekozen werd4 ,vrij is alleen de man1 of de vrouw1 die zich noch door eigen lusten1 noch door den wil van anderen1 laat verleiden om tegen beter weten in te handelen4 ,alleen zelfbewuste daden kunnen een mensch voldoening schenken4 ,geluk is het volkomen bewustzijn van macht1 dat het gevolg is van de ontwikkeling onzer krachten in de grootst mogelijke vrijheid1 de hoogst mogelijke volmaaktheid4 ,het onpersoonlijke bevredigen van onze driften kan eenig dierlijk genot opleveren1 maar het schenkt ons nimmer het echte1 menschelijke geluk4 ,elke gedwongene1 onpersoonlijke handeling die de individueel ontwikkelde mensch begaat1 kwelt hem als eene zonde tegen zijn eigen karakter1 zij het nu dat hij die gepleegd heeft in een oogenblik toen zijn hartstocht hem te machtig werd1 of gevolg gevende aan eene door hem in den grond afgekeurde gewoonte4 ,maar wie eenmaal de persoonlijke vrijheid veroverd heeft1 zal zich niet licht aan een dergelijk kwaad schuldig maken4 ,hij kan gebruik maken van al de eigenaardige krachten en bewegingen1 die hij1 dank zij zijne volmaakte vrijheid1 onafhankelijk van anderen kan sturen naar zijn eigen goedvinden4 ,hij houdt en leidt die zoo gemakkelijk als de ervaren schipper zijn vaartuig1 de geoefende ruiter zijn ros4 ,hij geniet van het heerlijk bewustzijn zichzelf vrij te laten in zijne bewegingen1 zonder vrees voor te ver te zullen gaan2 van het gevoel van zijn geheel warm hart1 zijn persoonlijk karakter1 gerust te kunnen toonen zonder vrees dat hierdoor iets wat laag of kleinzielig1 ruw of leelijk is1 aan het daglicht zou kunnen komen4 ,er is geen edeler toestand van bezieling denkbaar dan die dit verheffende1 fiere wezen in zijn vrij en eigenmachtig optreden ten toon spreidt4 ,bij zulk een mensch kan van geen gebreken of vergissingen sprake zijn2 alleen van bepaalde grenzen4 ,maar binnen die grenzen van eigen kunnen is het persoonlijk materiaal tot volkomen ontwikkeling gebracht4 ,ook zonder die hoogte te hebben bereikt kan eene waarlijk vrij geworden persoonlijkheid1 alleen op hare eigenaardige wijze en tegen hare bijzondere wetten van eer en plicht1 zondigen4 ,want bij een afgerond1 gesloten ik1 vallen de gebreken tezaam met de natuur en aard van den persoon1 evenzoo als de schaduw de omtrekken eener gedaante teruggeeft4 ,ja1 er zijn karakters die voorloopig een gebrek dat met hunne kracht in overeenstemming is1 niet verkiezen af te leggen2 maar de zoodanige personen verheffen zich nooit op die fouten1 evenmin als zij met hunne deugden pralen2 immers deze staan in eene onpersoonlijke verhouding tot henzelf4 ,met een nimmer mistastend instinct kiest de vrije mensch datgene wat voor zijnen aard en zijn temperament van het meeste belang is1 om het even of dit hem leed of vreugde oplevert1 of het goed is of kwaad1 in den gewonen zin van het woord3 een droombeeld of eene daad4 ,voor hem is het physiek onmogelijk om in een oogenblik van onbeheerschte drift1 in eene hartstochtelijke opwelling1 een misdaad te begaan4 ,zijne weloverdachte1 zorgvuldige ontwikkeling van eigen persoonlijkheid gaat bovendien gepaard aan een steeds fijner en teederder wordend besef van de grenslijnen voor zijn gedrag1 juist ook ten opzichte van anderen4 ,iemand1 die zelf weet wat hij wil en kan2 die nimmer tevreden is met minder dan het beste wat hij geven kan en zich nooit laat verleiden om buiten zijne grenzen te gaan--zoo iemand ontziet ook stellig de meening en opvatting van anderen4 ,maar het gebeurt ook1 dat hij niet kan toegeven dat de eigenaardige opvatting van een ander recht van bestaan heeft2 dat zijn nauwgezet geweten eene wet of eene instelling moet afkeuren4 ,dan komt hij met zijn gevoelen hieromtrent ruiterlijk voor den dag1 niet onder den indruk eener plotselinge opwelling1 maar duidelijk en op welberedeneerde gronden4 ,hoewel hij voor zich zelf en anderen elke onnoodige smart verfoeit1 heeft hij toch in zijn karakter den moed aangekweekt om1 waar dit geeischt wordt1 eene noodige wonde te kunnen slaan4 ,maar er is1 ook bij zulke aanleidingen1 geen zweem te bespeuren van de ruwheid1 die onnoodig de handen met bloed bevlekt1 door het wroeten in de hartewonden van den naaste4 ,men kan het veel gemakkelijker en aangenamer hebben in de wereld dan de individualist1 als men behoort tot de menigte van reizigers door het leven1 die plaats nemen op de groote pleizierboot1 het vaartuig dat1 met de vlag der algemeen-gebruikelijke moraal in top1 zachtjes over de golven henen glijdt4 ,ieder reiziger behoeft niets anders te doen dan zich kalm de haven te laten binnen brengen4 ,maar naast de stoomboot ziet men hoe ,alleen1 in een gebrekkig scheepje ,een zeiler zich waagt op de groote zee4441 hoe die zeeman1 veel grooter gevaren trotseerend1 maar met oneindig meer krachtsinspanning1 den tocht aanvaardt1 onder het heerlijk gevoel1 die onstuimige golven te beheerschen door de macht van zijn vasten wil4 ,dt is het ware1 volle leven6-- ,er wordt vaak gezegd--vooral bij gelegenheid der jubileumsfeesten van het protestantisme--dat in onze dagen ieder in zijn eigen geweten zijn hoogsten rechter heeft4 ,maar zoodra iemand dit beginsel van het eigen persoonlijk recht in toepassing wil brengen1 haasten die wachters over de gebruikelijke instellingen zich1 te prediken1 dat een dergelijk subjectisme alle verhoudingen in de samenleving onmogelijk zoude maken4 ,nu is het er zoo mede gesteld1 dat het geweten der meerderheid zich in de eerste plaats door overgerfde zeden en gebruiken laat leiden2 dat dit1 in de meeste gevallen niets anders is dan een echo van het sociale geweten4 ,het groote gebrek is1 dat men verzuimt zijn eigen persoonlijk gevoel van recht1 dat toch het enige voor ieder van ons geldige geweten is1 te ontwikkelen en op te voeden2 al gaat die opvoeding soms met misstappen vereenigd--dit hindert niet2 immers alleen door de gevolgen van zijn eigen daden te ondervinden1 kan men tot de ontdekking komen dat men den verkeerden weg had ingeslagen en leeren op zijn hoede te zijn4 ,om deze reden werkt elke voortdurende gewetensdwang dien de regeering op bijzondere personen uitoefent1 op den langen duur nadeelig voor den ,staat zelf4 ,want het geweten der maatschappij wordt slechts verfijnd en veredeld onder gunstige voorwaarden voor de vrijheid van den afzonderlijken persoon2 dat is te zeggen1 wanneer de enkele individuen in staat gesteld worden1 om naar de inspraak van hun eigen geweten te handelen en voor hun eigen verantwoording4 ,middelerwijle ontstaan juist hierdoor botsingen en toestanden1 die aan een ieder gelegenheid geven zijn gemoed ernstig te onderzoeken2 door aldus dezen toets en die besliste keuze uit te lokken1 wordt een nieuw zedelijk geweten bij de geheele samenleving gewekt en ontwikkeld4 ,maar deze nieuwe schepping op ethisch gebied heeft niet plaats doordat flauwe menschen voortdurend blijven zondigen tegen de wetten die zij blijven goedkeuren2 ook niet doordat losbandige menschen aan hunne onbeteugelde passies toegeven1 ondanks die wetten der zedelijkheid4 ,zij komt alleen tot stand door de medewerking van hen1 die van natuurmenschen leden der samenleving geworden zijn en van dezen tot persoonlijke karakters werden ontwikkeld4 ,dat zij aldus zijn gevorderd op den weg der beschaving geeft hun het recht om de sociale zedewet te toetsen en zelf te beslissen in hoever zij niet genegen zijn daaraan in alle opzichten te gehoorzamen4 ,aangezien nu de menschen de wetten der zedelijkheid hebben gemaakt om in hunne behoeften te voorzien1 hebben zij ook het recht om daarin veranderingen aan te brengen1 waar zij dit noodig en nuttig achten4 ,de eisch van ,kant3 dat het individu zo moet handelen1 als of zijne handelwijze een wet voor alle menschen worden moest--is in lijnrechte tegenstelling tot de bedoeling der persoonlijke vrijheid4 ,deze toch hoopt en verwacht het hoogste geluk en de grootste vorderingen op het gebied der beschaving van de groote meerderheid te zullen bereiken1 daardoor dat men ten laatste geen absolute1 voor allen verplichtend geachte wetten meer zal erkennen1 maar dat ieder individu zijn eigen wet1 naar de stem van zijn geweten1 leert gehoorzamen4 ,zij1 die nog niet zoover in de ethische ontwikkeling gevorderd zijn1 om op die hervorming der wet aanspraak te kunnen maken2 groote kinderen2 of plichtmenschen zonder persoonlijk oordeel2 of driftmenschen zonder sociaal geweten2 alle dezen hebben den dwang van de maatschappij noodig1 om te worden verhinderd anderen ongelukkig te maken4 ,zelfs een flink karakter heeft in bepaalde tijdperken zijner opvoeding1 behoefte aan zulk een steun4 ,toch zal het groote doel der samenleving niet bereikt zijn1 eer zij in haar geheel overwonnen wordt door de ethische volmaaktheid der individuen4 ,omtrent dit punt ontmoeten wij behoudende en radikale idalisten4 ,de conservatieve idalist gelooft1 dat de maatschappij--evenzoo als het huisgezin1 de kerk1 het vaderland--in haar tegenwoordigen vorm1 voor altijd beslissende1 afgeronde iden en formules bevat4 ,de radikaal heeft den moed te gelooven1 dat alles wat bestaat--regeering1 godsdienst en huwelijk--voor verandering en verbetering vatbaar is4 ,deze overtuiging wordt wederom gewraakt door het wantrouwen1 dat eigenlijk niets anders is dan de instinctmatige zelfverdediging van al het bestaande1 door den mensch van heden4 ,die twijfel is de droevige angst van den ouderdom2 twijfel aan het leven en aan de groote levenswet1 die luidt3 hernieuwing1 hervorming aller dingen4 ,wat de ouden van dagen bovenal vreezen is juist die persoonlijke vrijheid2 wat het jonge geslacht in de eerste plaats hoopt is diezelfde persoonlijke vrijheid1 waardoor het leven niet langer zal blijven eene plaats vol onvruchtbare droombeelden1 maar vol van verwezenlijkte idalen4 ,dan zal het blijken1 dat niet de deugd gelukkig maakt1 zooals het christendom predikt1 maar dat het een geluk is goed te zijn4 ,deze overtuiging zal ingang vinden waar ieders persoonlijk geloof zijn godsdienst geworden is1 die alle andere belangen in zich sluit4 ,de aanhangers van dezen nieuwen godsdienst zullen--zooals hierboven gezegd werd1 hoe langer hoe zorgvuldiger luisteren naar de stem van hun geweten1 waar het erop aankomt hun demon te volgen1 hunne handelingen en beweegredenen ernstig te toetsen aan hun beste weten en kunnen4 ,zelfs eene daad1 die niemand anders benadeelde dan den persoon zelf1 waarvan niemand iets weet dan hijzelf1 kan1 als zij in strijd was met het persoonlijk karakter van den dader1 dezen nog jarenlang hinderen en bedroeven2 evenzoo als een onherstelbare fout aan zijn kunstwerk toegebracht den beeldhouwer bedroeft4 ,hiertegenover staat1 dat hij geen ander schuldgevoel erkent1 dan dat jegens zijn eigen idaal2--hem ontbreekt het besef van schuld dat altijd dengene beheerscht1 die zich gedwongen ziet elke wilskrachtige opwelling1 elke spontane handeling te vergelijken met een buiten hem staand voorbeeld4 ,hoe vele christenen1 die een krachtig zelfbewustzijn met zich omdragen1 brengen1 bijvoorbeeld1 niet een groot gedeelte van hun leven1 in den gebede en geknield door om daardoor eindelijk zich te dwingen tot de ootmoedige belijdenis3 van nietswaardig te zijn voor ,god6 ,hoe vele christenen1 die uit hunnen aard een levendig gevoel hebben voor recht2 die sterk sprekende sympathin en antipathin hebben in hun hart1 strijden niet op diezelfde wijze om een misdaad te leeren vergeven en den misdadiger te blijven liefhebben6 ,gelukt dit niet1 dan hebben die dwepers diep berouw en met reden2 immers zij waren niet in staat het hun gegeven voorbeeld na te volgen4 ,hij daarentegen1 die de thiek van het individualisme aanhangt1 beschouwt het zelfbewust gevoel zoolang als gewettigd1 als hij kans ziet aan de mogelijke eischen die dit hem stelde1 te voldoen4 ,en hij acht den drang om--tengevolge van zekere waarnemingen--een persoon buiten1 of beneden de sfeer zijner sympathie te plaatsen1 ook een deel te zijn van zijn instinct tot zelfbehoud4 ,aangezien de individualist het recht van anderen tegenover een hem onsympathiek persoon erkent1 wordt wraaklust voor hem evenzoo onmogelijk als vergiffenis schenken4 ,hij bepaalt er zich eenvoudig toe1 zulk een persoon te schrappen uit den kring met wien hij verkeert2 deze behoort van nu af tot een ander geslacht1 tot een ander tijdperk dan het zijne4 ,dit verklaart hoe het gevoel van schuld1 in den christelijken zin1 moet ophouden wanneer de menschen niet langer copin vormen van hun voorbeeld3 den ,christus4 ,toch ligt hierin volstrekt geen aanleiding tot bandeloosheid4 ,de vrijheid in denken en handelen van den individualist onderscheidt zich van teugelloosheid1 evenzoo als de krachtsvertooningen van den atleet1 verschillend zijn van de luchtsprongen en duikelpartijtjes onzer kinderen4 ,de eerstgenoemde heeft zijne vrijheid met groote inspanning en na ernstig worstelen1 gewonnen4 ,maar tot belooning is ook zijne vrijheid edeler1 vertrouwbaarder1 natuurlijker zelfs1 dan die vanzelf ontstaande4 ,het menschdom nadert op deze wijze een ander tijdperk van onschuld2 het herwint een ,paradijs1 waar ,adam en ,eva zich mogen verzadigen aan de vruchten van den boom der kennis van goed en kwaad--en daarbij kalm kunnen bouwen en wonen onder den boom des levens1 aangezien de strenge wachter bij de poort van ,eden1 glimlachend1 zijn zwaard1 waarmede hij alleen uit de verte gedreigd had1 aan hunne voeten heeft neergelegd4 ,wanneer eenmaal het grondbeginsel der persoonlijke vrijheid geheel tot ons zal zijn doorgedrongen2 wanneer het zal zijn vleesch van ons vleesch en bloed van ons bloed1 dan zullen ouders en opvoeders er evenzoo ijverig naar streven oorspronkelijke wezens te vormen1 als zij tegenwoordig trachten zedelijke menschen op te voeden4 ,een volkomen zoet kind1 zal dan een even zoo onaangenaam en treurig gezicht opleveren als een mismaakt schepsel4 ,men moet bij een kind vooral zijn natuurlijke wilskracht beschermen1 maar deze trachten op te leiden voor de groote taak1 een beschaafd mensch te worden1 zijne bijdrage te leveren1 tot de algemeene cultuur in de wereld der menschheid4 ,en de wilskracht van het kind kan bewaard blijven als het zijne neigingen en hartstochten mag behouden1 maar daarbij leert--uit eerbied voor den mensch die in hem leeft1--den tijger te temmen en den aap te tuchtigen--die ook in hem leven4 ,daarom kan met de opvoeding van het kind niet te vroeg worden begonnen2 reeds aan de borst der moeder moet daarmede een aanvang worden gemaakt2 en dan moet zij worden voortgezet in eene lijnrechte tegenstelling met de tegenwoordig gevolgde methode4 ,in de opvoeding mag niets verplichtend worden geacht1 dan het verwerven van die eenvoudige kundigheden1 die1 als het ware1 mes en vork bij den feestmaaltijd der wetenschap vertegenwoordigen4 ,later zal deze hun worden aangeboden1 ieder persoonlijk1 volgens een menu van uitgezochte1 krachtige spijzen1 waaruit door oordeelkundige opvoeders voor elk der kinderen eene keuze zal worden gedaan1 overeenkomstig ieders aard en gestel4 ,na eenige generaties van aldus opgevoede individualisten zal men eerst in staat zijn te begrijpen1 wat de gedachte der persoonlijke vrijheid van de menschelijke natuur maken kan4 ,het was natuurlijk te verwachten1 dat deze ide1 in een geheel onvoorbereid geslacht tot handeling omgezet1 een aantal afschrikkende gevolgen zoude vertoonen4 ,zijn eigen ik te believen2 zijn eigen leven te leven2 gehoorzaam te zijn aan zijn temperament--deze roepstemmen werden1 gericht tot in leeftijd en gemoed onrijpe menschen1 of tot dezulken voor wie alleen de zinnelijkheid beteekenis en inhoud aan hun bestaan geeft1 vaak misbruikte wachtwoorden4 ,voor sterke1 levendig gevoelende persoonlijkheden1 werd de verzoeking van een anderen aard1 om gesteund door den in een dieperen zin waren levensregel3 ,alle ,schaffenden sind hart1 ruwheid en hardvochtigheid te verdedigen2 zelfgenoegzaamheid of koelheid1 listen en driften uit zijne bloedsmenging voortkomende1 te gaan beschouwen als een belangrijk gedeelte van hunne persoonlijkheid2 een woeste grond1 die niet mag worden ontgonnen1 maar die er1 in tegendeel1 voor bewaard worden moet misschien zijn oorspronkelijke wilskracht te verliezen1 of zijne scheppings- en daadkracht te den verminderen4 ,deze beide soorten van zichzelf verheffende menschen1 maken nu gebruik van ,nietzsche1 als den verdediger hunner teugelloosheid1 of laagheid1 van hunne zelfzucht en hun gemis aan ontzag voor anderen4 ,van alle dingen kan misbruik gemaakt worden2 waartoe heeft het christendom al niet tot voorwendsel gediend68 ,nietzsche had een voorgevoel van hetgeen hem te wachten stond1 toen hij een doornenhaag rondom zijn tuin liet zetten1 opdat het vee daar niet in zou kunnen dringen6 ,voor iederen ernstigen lezer van ,nietzsche is het1 ondanks zijne onbewust elkander tegensprekende gezegden en zijne met opzet gebruikte paradoxen1 toch zeer duidelijk wat een zijner biografen zegt3 dat de grondgedachte waarop ,nietzsche zijne stellingen heeft gebouwd3--dat ieder persoonlijk met geheel de kracht van zijn lichaam en geest1 met inspanning van al zijne gaven en vermogens1 moet streven naar veredeling1 en daarnaar1 enmaal het hoogste punt der menschelijke volmaking te bereiken1--dat die gedachte niet alleen het individu1 maar het geheele menschdom ten goede zal komen en dat zij dus geen zelfzuchtig maar wel degelijk een altrustisch doel beoogt4 ,en hoe ,nietzsche zelf zijne leer van den veredelden mensch in practijk heeft gebracht1 hieromtrent weten wij nu althans zooveel1 dat het voor goed uit moest zijn met dat onzinnig gepraat over ,nietzsche als den profeet der teugelloosheid2 over hem1 die uit zijnen aard en aanleg bezield was met eene onwrikbare liefde voor de waarheid1 met eene bijzondere neiging voor beleefde en waardige vormen in de samenleving2 met een groote behoefte aan vriendschap en sympathie2 met eene opgewektheid1 die hem onder de eenvoudigste omstandigheden vroolijk en tevreden deed zijn2 met eene zelfstandigheid1 die hem leerde anderen te ontzien2 met een zeldzame gave om zichzelf te beheerschen6 ,de zedeleer van het christendom was hem tot een tweede natuur geworden2 zijn gevoel voor alles wat schoon is en welluidt1 maakte iedere leelijke of ruwe handeling voor hem tot een onmogelijkheid4 ,al misbruiken de gewone menschen uit onwetendheid de leer van dezen ,meester1 toch zal dit misbruik op den langen duur niet veel kwaad doen4 ,want vroeg of laat komen dezen toch in botsing met de grens hunner eigen persoonlijkheid3 de individualiteit van anderen4 ,de ruwe1 koele1 zelfgenoegzame zal hierom ten laatste alleen staan2 tegelijk daalt hiermede zijne persoonlijkheid en tevens de waarde van zijne betrekking in de maatschappij1 waarvoor hij zijne ruwe wilskracht had willen bewaren4 ,de zinnelijke1 laagstaande mensch ontmoet zijn tuchtmeester in den tegenstand der samenleving en van dien der op een hooger standpunt van beschaving gekomene1 enkele personen in zijn kring4 ,ook de aanhanger der nieuwe zedenleer komt niet eer tot zijn recht dan wanneer hij dit kan verwerven1 door zijne persoonlijke rechten te bewijzen4 ,hij moet hierom vooruit goed de kosten van zijn proces berekenen en wel weten wat hij waagt1 wat hij wil4 ,en in dien strijd tusschen de samenleving en den afzonderlijken persoon2 bij deze moeilijkheden voor den ontwikkelden mensch1 om zich op het juiste standpunt te plaatsen1 ligt het tegengif tegen de gevaren1 die anders zoo licht het gevolg zijn van den--allezins gewettigden--eisch1 eener grootere zedelijke vrijheid voor de hoogerstaanden1 een beperkter grens voor de lagerstaanden1 op de ladder der beschaving4 ,de gewettigde zelfzucht van alle anderen vormt een dam tegen de onbillijke--of misschien ook wel gewettigde--zelfzucht van den afzonderlijken persoon4 ,reeds het kind leert soms reeds in zijn prille jeugd de wijze kennen waarop men een lid der groote maatschappij wordt3 het ondervindt al spoedig dat het niet aangaat1 onzen zin te volgen ten koste van eens anders onbehagen4 ,en tegenover de volwassenen1 die deze les als kind niet hebben geleerd1 heeft de maatschappij het recht--zoolang als zij er de macht voor heeft--met nadruk de hand te leggen op eene zelfverheffing ten nadeele van die van anderen4 ,een bijzonder ontwikkeld mensch kan dus niet zonder strijden en worstelen1 zijn eisch voor de persoonlijke vrijheid verwezenlijkt zien en niet eer dan wanneer het hem gelukt is den wensch om ook van die vrijheid te genieten bij de meerderheid op te wekken4 ,eerst dan1 en niet eer1 wordt de wet1 of het aangenomen gebruik dat den alleenstaanden persoon verhinderde zich als een vrij mensch te gedragen1 herzien4 ,maar in de meeste gevallen is de individualist1 wanneer het hem maar goed duidelijk is1 wat zijn werkelijk belang eischt1 niet onwillig om zijne gehoorzaamheid aan de wetten der zamenleving te toonen en deze op te houden2 hij weet maar al te goed dat hij1 zonder deze1 genoodzaakt worden zou1 zijne krachten te verspillen tot zijn verdediging tegen het ruwe geweld en op die wijze slechts onvoldoende aan de ontwikkeling van zijn eigenlijke persoonlijkheid zou kunnen werken4 ,indien een individualist zin en gevoel heeft voor harmonie1 dan zal hij ook spoedig verstaan1 dat niet de ruwe maar de veredelde kracht de sterkste is2 dat niet de ruwe ijzerstaaf1 maar het geplette stalen lint dat men om den vinger kan winden1 de uitdrukking is voor de eigenaardige kracht van het metaal4 ,wilskracht bij de teederste aandoeningen2 edele uitdrukkingen ook bij de geweldigste ontboezeming van kracht2 zich niet ontzien om tot de meest gewaagde gevolgtrekkingen door te dringen1 waar het een heilige verborgenheid geldt--maar zachtzinnigheid jegens elk wezen dat zwak is en lijdt--ziedaar de groote kracht van den harmonisch ontwikkelden1 persoonlijk vrijen1 mensch4 ,en een zoodanig persoon vermorst geen enkelen druppel van den nectar1 die hem uit den beker van een ander1 even rijk individu wordt aangeboden4 ,in tegendeel1 voorzichtig brengt hij dien beker aan zijne lippen en ledigt hem met den plechtigen eerbied eener heilige ceremonie4 ,zulk een ontwikkeld individualist kan--voor zoover hij niet tevens anarchist is--alleen in opstand komen tegen de hooge mate van dwang1 door de wachters der maatschappij1 die toch het recht van allen moeten beschermen1 toegepast4 ,het ligt in de rede dat over dit onderwerp de zienswijze der persoonlijk vrije menschen verschillend wezen moet4 ,laat ons hiervan een voorbeeld opnoemen3 ik veronderstel1 dat de meeste individualisten het recht der ,regeering erkennen om hem1 die de godsdienstige bijeenkomsten van anderen stoort1 te straffen2 maar volstrekt niet het recht om iemand tot zekere kerkelijke handelingen te dwingen4 ,zeker1 ook de individualist oordeelt strenge straf noodig1 op het plegen van geweld1 of verleiding der onschuld2 maar toch acht hij eene ontwikkelde vrouw volkomen gerechtigd zich aan eene ernstige liefde over te geven in vrijheid4 ,velen zien verlangend uit naar eene wet die de rechten van het kind tegenover zijne ouders waarborgt2 een ander wenscht weder het tot stand komen eener wet1 die elk huwelijk1 waarbij eene treurige nakomelingschap met zekerheid is vooruit te zien1 verbiedt4 ,zulke wetten zouden eene grens bepalen tegen de misdadige lichtzinnigheid waarmede--in en buiten het huwelijk--nieuwe wezens tot de smart van een ziekelijk1 ongelukkig bestaan1 worden veroordeeld4 ,intusschen rekent een ontwikkeld individualist het niet tot deze lichtzinnige daden1 als eene beschaafde1 ernstig denkende vrouw1 volkomen bewust en met opgewekt gevoel van verantwoordelijkheid1 het moederworden verkiest buiten het wettige huwelijk4 ,ten opzichte der rechten van een derden persoon erkennen vele vrienden der persoonlijke vrijheid het nut van den wettigen vorm bij een huwelijk2 toch verwerpen zij beslist elken vorm1 die de eene partij het recht over den andere toekent en de vrijheid om het huwelijk te ontbinden hinderend in den weg staat4 ,hoe meer de persoonlijkheid ontwikkeld wordt1 des te veelzijdiger zal ook het liefdeleven zich ontwikkelen4 ,voor de bescherming van het kind zal de toekomst ook wel voorzien in een matriarchaat1 b4 v4 er voor zorgen1 dat elke moeder1 gedurende een zeker aantal jaren1 op het onderhoud van haar kind door den staat rekenen kan4 ,toegegeven dat de eer en de goede naam van ieder persoon dient gevrijwaard te worden tegen misbruik der pers2 toch mag er geen woord blijven staan van een stuk1 dat gebruikt zou kunnen worden als een wapen tegen de vrijheid van onderzoek1 tegen de vrije uiting op het gebied van letterkunde en wetenschap4 ,sommigen willen aan de ,regeering niet alleen de macht geven het leven der enkele personen te beschermen1 maar hare macht vergrooten tot het beletten van al de moorden uit de tweede hand1 die door de hedendaagsche industrie worden begaan4 ,anderen daarentegen gaan uit van den stelregel1 dat ieder mensch de vrije beschikking heeft over zijn eigen leven en dat hij1 hieraan een einde makend1 niet laf op de vlucht slaande1 maar wel en ernstig overlegd1 onder bijzondere omstandigheden1 eene zedelijk te rechtvaardigen handeling begaat4 ,tot bescherming van het leven in onze dagen van opgezweepten arbeid en onophoudelijk produceeren1 is en rustdag in de week nuttig en noodig2 deze moet door de ,regeering voor alle soorten van arbeiders worden bevolen en gehandhaafd4 ,maar het gaat niet aan1 voor de ,regeering om zich te bemoeien met de wijze waarop ieder blieft van dien rustdag gebruik te maken--en het voegt haar vooral niet dit te doen in den vorm van gedwongen godsdienstoefeningen4 ,eene wet die de zwakken verhindert hun leven te bederven door 't gebruik van sterken drank1 kan goed zijn2 maar deze mag niet zoover gaan1 te eischen dat degenen die dezen tuchtmeester niet noodig hebben omdat zij zichzelf en hunne neigingen kunnen beheerschen1 terwille van die zwakken1 onder een zeer overvloedig dwangmiddel zullen lijden4 ,de zwakken op te voeden door hen te wijzen op het voorbeeld der sterken--dit is de rechte wijze om deze en dergelijke kwesties op te lossen4 ,als de maatschappij innig doordrongen was van deze waarheid1 dan zou de taak der wetgeving moeilijker1 maar ook veel belangrijker1 worden4 ,de hoogst ontwikkelden zouden dan niet hunne vrijheid opofferen en evenmin de ontwikkeling der lagerstaanden tegenwerken door middeleeuwschen dwang4 ,hierin de juiste maat te houden is moeilijk maar niet onmogelijk4 ,niemand die ernstig denkt acht de persoonlijke vrijheid het doel te zijn der beschaving1 maar het middel om tot dit doel te geraken4 ,de vrijheid houdt voortdurend gelijken tred met de ontwikkeling1 zoodat hoe verder men vordert op den weg van ontwikkeling men ook van meer vrijheid geniet2 en wederkeerig wordt door die vrijheid de beschaving bevorderd4 ,de dienst van de industrie1 de aanbidding van het kapitaal1 zijn de grootste vijanden der persoonlijke vrijheid4 ,al acht daarom de individualist eene wet die aan dit misbruik paal en perk kan zetten gewenscht1 toch keurt hij de gedachte aan een ander misbruik--het geheel op te doen gaan en op te offeren voor het algemeen--zooals de socialen dit eischen--grootelijks af4 ,wat beteekent het toch1 dat men onder voorwendsel van de algemeene zedelijkheid te bevorderen1 de plichten jegens den naaste boven de plichten jegens onszelf zet2 dat het christendom verlangt1 dat wij alle menschen als onze broeders en zusters zullen liefhebben1 even hartelijk en allen gelijk8 ,dit is een dwang dien men aan het beginsel der vrije keuze heeft opgelegd4 ,voor den voorstander der persoonlijke vrijheid is de vraag wat iemand gelooft van weinig beteekenis2 ook de vraag wat hij doet beduidt niets2 op de vraag wat hij is komt het aan4 ,hoe hooger men stijgt in het besef zijner eigene waarde des te krachtiger lid gevoelt men zich in de samenleving3 het wel en wee der anderen treedt ons nader2 het wordt als het onze4 ,een persoon behoeft nu niet langer te worstelen om een plekje grond waarop hij vrij kan opgroeien2 hij gunt aan anderen diezelfde ruimte1 want immers alle boomen vormen een gedeelte van zijn eigen bosch4 ,hij doet daarbij de heerlijke ondervinding op1 dat ons groote levensdoel is3 de ontwikkeling van onze persoonlijke vrijheid1 en die van anderen1 te bevorderen en haar te verdedigen1 des noods ten koste van ons leven4 ,maar al overwinnen wij1 zoowel vrouwen als mannen1 den zedelijken dwang2 en al stellen wij de vrije persoonlijkheid ook ten opzichte van ons zedelijk leven daarvoor in de plaats--toch blijft er een groot en ernstig bewustzijn van overwegend belang in alle vraagstukken des levens1 ons bij3 de wet der noodzakelijkheid4 ,alles wat er gebeurt is een gevolg der noodzakelijkheid2 doe daarom wat ge kunt en verdraag dan alles wat ge lijden moet4 ,dit groote woord van ,schopenhauer is het eerste gebod op onze steenen tafelen der wet gegrift4 ,niets kon anders gaan dan het ging en niets kan ongedaan worden gemaakt4 ,de gevolgen mijner daden1 voor zoover deze uit mijn karakter zijn voortgekomen1 vormen mijn noodlot4 ,alles in mijn wezen en alles in mijn werk verbindt mij met onverbreekbare schakels aan het groot geheel van het leven2 aan de ongekende diepten1 waaruit ik als een golf word opgeheven1 om als deze voort te zwemmen op de levenszee1 te stijgen en te dalen4 ,maar onder dat rijzen en dalen van die golf1 maakt haar eigen beweging en haar eigen vorming haar tot hetgeen zij is4 ,het heerlijk bewustzijn van mensch te zijn1 kan mij goddelijk maken onder het oog der eeuwige kracht waarvan ik ben en der golven1 die de zee vormen3 de groote oceaan des levens1 die grooter en krachtiger is dan de golven4 ,,rust4 ,het woord van ,geyer over het genot1 dat de herinnering aan den weg1 die even buiten zijne ouderlijke woning doodliep hem schonk1 wekt bij ons1 menschen aan het einde eener eeuw staande1 een gevoel van afgunst ten opzichte van de gelukkigen1 die vroeger eeuwen mochten eindigen en voor wie het ,paradijs toen nog bestond4 ,want voor onze verbeelding is het ,paradijs niet langer een met allerhande boomen--vooral appelboomen--beplante lusthof1 omringd door een witten muur met gouden poorten4 ,wij vormen er ons eene voorstelling van1 uit louter ontkenningen saamgesteld3 de weg loopt niet verder door1 dan tot aan de hekken van het ,paradijs2 van een telefoon heeft men er zelfs geen flauw vermoeden2 de brievenpost komt er hoogstens enmaal per week en van stoomboot of spoorweg is1 mijlen ver in den omtrek1 geen sprake4 ,welnu1 zulk een ,eden heb ik gevonden4 ,maar ik vertel u niet waar het ligt4 ,dan zouden andere menschen van het moderne gedeelte der maatschappij er misschien ook den weg heen vinden en dan was--het ,paradijs verloren6 ,want dat aan een eerste uitgaaf hiervan geen onverdeeld succs te beurt gevallen is1 dit was voorzeker niet de schuld van de slang1 al trachten een aantal menschen zich met die gedachte te troosten4444 ,in mijn ,eden ontbreekt niet alleen alles wat er niet behoort te wezen1 maar men vindt er alles wat men er behoort en verlangt te zien4 ,blauwe1 met sneeuwranden omzoomde rotsen en veruitgestrekte1 met bosch beplante hoogten vormen in schoone lijnen een muur rondom den lusthof4 ,een breede1 groenachtig zwarte1 gedeeltelijk met wit mos bekleede bergspleet1 maakt den weg door den muur vrij voor het oog en voor de verbeeldingskracht2 en heldere meertjes of binnenzeen geven aan het donkere boschrijke landschap een paar groote blinkende oogen4 ,glinsterende berken en bloeiende linden geuren in de zomerzon1 die slechts voor enkele uren achter den horizont verdwijnt2 die de koornaren als in 't geheim laat rijpen en aan de bloemen meer geur en krachtiger tinten geeft4 ,boven de met mos bekleede rotsbergen glijden over dag de blauwe wolkjes1 vlug als schimmen er tegen uitkomende1 voorbij4 ,maar de avond verspreidt over bergen en rotsen de vele paarsche en violet-schakeeringen van topasen en ametisten2 het lichte blauw der opalen en de diepdonkere blauwheid van de zee2 de schakeering van het appelbloesem--teeder kleurtje tot het donkerrood van den wijn4 ,eindelijk treden de donkere1 zacht verdeelde omtrekken van den rotsberg1 in eigenaardig mailleblauw tegen den goudkleurigen achtergrond van de lucht afstekende1 te voorschijn4 ,deze blijft den geheelen nacht door lichtgeel getint1 tot die kleuren ongemerkt overgaan in het morgenlicht4 ,in deze ochtendure1 waarin de natuur vol kleuren en licht1 in groote lijnen en ruime vr-gezichten tot ons spreekt1 wordt het menschenhart ontroerd door het bedwelmende gevoel van eenzaamheid en stilte4 ,het heeft niets gemeen met de blijdschap over een eigen welgelukte schepping1 maar het heeft zijne bijzondere aantrekkelijkheid1 zijne eigenaardige kracht4 ,terwijl het van het noodlot afhangt om ons dien beker van genot al of niet aan de lippen te brengen--niet van onzen wil--hangt het alleen van onszelf af1 of wij van de plechtige eenzaamheid wenschen te genieten2 of wij ons hart willen laten uitrusten1 onze gedachten verruimen in die groote stilte2 volop genieten1 in een grootsche natuur met rustige1 schoone en breede lijnen4 ,maar niet altijd is het hart van den mensch van heden tot rusten in staat4 ,het leeft in onrust--smacht naar kalmte--en schuwt de stilte als eene ziekte1 nog erger dan de nevrose waarvoor zij het geneesmiddel wezen zou4 ,de vrouw uit onze dagen vreest eigenlijk niets met een grootere vreeze1 dan om alleen te worden gelaten1--alleen met hare eigene gedachten1 want dit maakt haar zooals zij het noemt1 droefgeestig4 ,eigenlijk beteekent dit eenvoudig1 dat zij er in die uren bepaald toe gedwongen wordt den ernst van haar bestaan onder de oogen te zien1 of ook den ernst des levens in het groot geheel te beschouwen2 een gevoel waaraan haar geest zich zou kunnen verheffen4 ,maar juist dit wil zij niet4 ,met kracht onderdrukt zij den drang van haar gemoed om zich op te richten tot edeler aspiraties1 door hoe langer hoe meer toe te geven aan hare behoefte aan een oppervlakkig1 versplinterd1 leven4 ,hoezeer deze behoefte voor uiterlijk vertoon in onze dagen algemeen is1 dit ziet men duidelijk op het gebied1 waar ook de gewone1 alledaagsche vrouw voorheen1 in zekeren zin1 hare gedachten op en punt trachtte te bepalen1 op dat van den godsdienst4 ,het type der geloovige vrouw is tegenwoordig niet meer zij die als zij bidt in hare binnenkamer gaat en de deur achter zich sluit2 maar zij heeft bazuinen en theekransjes noodig om tot het besef te komen1 dat zij eene vrome vrouw is1 vol van den heiligen geest des geloofs4 ,de ongedurige menschen van het laatst dezer eeuw genieten zelfs niet van de rust als deze hun ten deel valt4 ,vooral met de vrouw is het zoo gesteld2 hoe meer de tijd en gelegenheid tot rusten en stille zitten haar ontbreken1 des te meer verliest zij het talent om van die enkele haar geboden gelegenheid gebruik te maken4 ,hoe menigvuldiger zij genoodzaakt is om in het openbaar indrukken op te nemen1 die zich aan haar opdringen1 des te meer acht zij het noodig1 dat hare polsen met eene koortsachtige snelheid blijven jagen1 om er zich van te overtuigen dat zij leeft4 ,dieper gevoelende naturen erkennen met leedwezen dat zij hoe langer zoo meer verloren gaan met haren rijken aanleg1 in dien maalstroom des levens2 in het gedrang van de uit alle oorden samenstroomende1 overweldigende onderwerpen2 onder den druk van de eischen onzer moderne samenleving4 ,zulke karakters krijgen niet zelden hallucinaties van een stille1 groene kloostergaarde2 of van eene1 in het dichte bosch verscholen1 kluizenaarswoning2 van de eenzame uren op hooge rotsbergen1 of op de golven der groote1 wijde zee1 in enzaamheid doorgebracht4 ,maar doorgaans is aan hare behoefte aan enzaamheid reeds voldaan1 door zich in deze voorstellingen te verdiepen2 zij verzuimen dan ook in den regel gebruik te maken van de gelegenheid1 als deze zich voordoet1 om een dergelijke oase in de woestijn te scheppen2 een stil plekje1 afgezonderd van het rumoer der wereld4 ,wie inderdaad een smachtend verlangen koestert naar enzaamheid1 heeft in de meeste omstandigheden wel gelegenheid1 die op de eene of andere manier te vinden4 ,uit mijn kindertijd herinner ik mij dikwijls te hebben hooren vertellen van eene vrouw die door haar huwelijk haar stille ouderlijke woning in het bosch had moeten verwisselen voor de onvermijdelijke drukte van eene uitgebreide huishouding in een groote stad4 ,die verandering speet haar zeer1 tot zij op den inval kwam om elken morgen1 een half uur lang1 alleen stil te gaan zitten met een groenen doek over haar hoofd4 ,op die wijze droomde zij1 dat zij weer in de stille enzaamheid van haar bosch zat en verzamelde zij hare gedachten genoegzaam om daarna kalm en gelijkmatig de bemoeiingen van den dag tegen te gaan4 ,indien ieder van ons haar eigen groenen doek had1 zouden wij niet zoo licht geprikkeld en prikkelend zijn2 wij zouden dan niet de gejaagde1 ongedurige1 onbeduidende slaven der vormen en gebruiken wezen1 die wij nu maar al te vaak zijn6 ,van welken aard nu dit beschermende omhulsel werd1--dit zou voor een gedeelte door het toeval worden beslist1 maar soms ook zoude juist het eigenaardige karakter blijken van ieder die zulk een haven zocht uit de keuze van dat stille plekje1 en van den doek4 ,in roomsch-katholieke landen kan men zulk een rustig toevluchtsoord vinden onder ieder kerkgewelf4 ,geleund tegen de pilaren van een gothischen tempel1 kan men te midden eener drukke wereldstad1 droomen in een verafgelegen bosch te zijn--hoewel ,nietzsche gelijk heeft als hij zegt1 dat modern denkende menschen aan een geheel nieuwe architectuur1 als lijst voor hunne overpeinzingen1 de voorkeur zouden geven4 ,voor velen schept de muziek eene verrukkelijke eenzaamheid1 vooral wanneer die thuis genoten wordt en niet in het publiek1 waar zoo vele verscheidene indrukken afleiding geven en waar ons gemoed nauwelijks de wanklanken uit het dagelijksch leven begint te vergeten1 als dat akelige handgeklap er ons op nieuw aan komt herinneren4 ,want een bewijs te geven van gevoel voor het schoone1 door volkomen stille zijn--dit wacht nog op een meer veredelden staat van fijne beschaving1 dan waarop wij in onze eeuw bogen kunnen6 ,voor anderen is misschien zulk een rustig gesprek met het eigen gemoed te vinden in een museum van kunstvoorwerpen1 of onder het lezen van een uitmuntend boek1 een oud boek vooral1 waarover nu geen besprekingen meer de ronde doen4 ,en in de groote steden bereiden de openlijke leesinrichtingen den boekenvrienden het vredige stille plekje1 waarnaar zij tehuis dikwijls te vergeefs hadden uitgezien4 ,maar de stilte die het gemakkelijkste verkregen wordt is toch die in de natuur4 ,nu gaan de meesten echter niet naar buiten om daar alleen te zwijgen1 of om er te zwijgen met een vriend--deze grootste en fijnste toets van echte vriendschap4 ,integendeel1 zij zoeken er eenige kennissen1 met wie zij de vraagstukken van den dag kunnen bespreken2 en als zij zich dan warm en moe geredeneerd hebben1 keeren zij naar huis terug1 niet van een stille plaats maar uit nieuwe drukte4 ,och1 zij hebben hunne ziel niet gemaakt tot een kalmen spiegel voor de indrukken der schoone natuur2 neen1 deze is op de bewogen golven blijven zweven1 waar het niet mogelijk is een duidelijk en helder lichtbeeld op te nemen4 ,wie inderdaad in de natuur de enzaamheid zoekt1 moet leeren om van zeer nabij die grootsche natuur gade te slaan2 zich oefenen in het uit het hart verwijderen van alle onbeduidende indrukken1 om hierdoor de degelijke niet te verhinderen er in door te dringen2 eene kunst waarin de wijsgeerige ,montaigne ons menige behartenswaardige les gegeven heeft4 ,wij overvoeren ons gemoed met te veel verschillende dingen tegelijk zeide hij1 reeds voor driehonderd jaren geleden4 ,wij moeten onzen geest oefenen om enkele dingen vluchtig te zien1 andere beter te monsteren2 maar eigenlijk in ons opnemen moeten wij alleen die woorden1 voorwerpen of gedachten die met onze eigene overeenstemmen1 die op denzelfden grond zijn gebouwd als deze1 zoodat zij ons1 als het ware1 zelf raken4 ,want ons gemoed behoort eigenlijk alleen van eigen middelen te leven4444 ,nu zijn wij allen1 althans de meesten van ons1 rijker begaafd dan wij zelf denken2 maar wij worden er bij opgevoed om van anderen te leenen1 om eens anders goed liever te gebruiken dan eigen goed4444 ,dat wij zoo zelden tot de kennismaking met onze lang niet geringe middelen komen1 is het gevolg ervan1 dat wij slechts bij uitzondering1 ons met hart en ziel wijden aan hetgeen wij hebben ondernomen4 ,als ik dans1 zegt ,montaigne1 dan dans ik2 als ik slaap dan slaap ik2 als ik alleen wandel in een mooien tuin en ik betrap mijne gedachten op afwegen1 dan breng ik ze dadelijk weer terug naar den tuin1 tot het genot der enzaamheid en tot mijzelf4 ,dit opzettelijk streven om aan elke daad en aan alles wat wij zijn1 ons persoonlijk geheel te geven en zoodoende uit elken toestand den geheelen inhoud te persen1 is in een ruimen zin belangrijk voor elke ontwikkeling2 zoowel voor ons vermogen om te denken en te arbeiden1 als om te genieten en te rusten4 ,maar het is een eigenaardig teeken van onzen tijd steeds een nog sterker graad van zenuwspanning te verlangen om zich geheel aan het oogenblik te kunnen geven4 ,daarom is ook sport de groote aantrekkingskracht geworden1 die de menschen naar buiten lokt2 maar niet om te rusten en kalmte te zoeken4 ,integendeel1 de wedstrijden op elk gebied en het africhten daarvoor1 heeft zelfs de beweging in de vrije frissche lucht tot een koorts1 tot een nieuwen vorm van jagen en stormen1 gemaakt4 ,sport kan voorzeker een middel zijn om veel van de natuur te genieten1 om spoediger buiten te komen4 ,de riemen waarmede men tusschen de begroeide oevers eener rivier voortglijdt2 de sneeuwschoenen waarop men diep in de winterstilte van het bosch doordringt2 het rijwiel dat zijn eigenaar vlug naar nieuwe plantsoenen1 of naar landelijke eenzaamheid overbrengt2 deze en nog verscheidene andere dingen die tot vermaak en nut beoefend worden1 als zeilen1 rijden en zwemmen1 brengen inderdaad bij velen eene hartelijke vereeniging met de natuur tot stand4 ,maar de roeier of de ruiter1 de schaatsenrijder of de cyklist1 die aan elken indruk van een schoon landschap voorbijvliegt in dolle woede om zich te bekwamen tot mededingen in den wedstrijd1 komt door zijne voorliefde tot beweging in de buitenlucht hoe langer hoe verder buiten de natuur en buiten zichzelf4 ,dit soort van sport ontwikkelt alleen het lichaam maar niet den geest4 ,men zal binnen korten tijd geheel vergeten hebben1 dat er een eenvoudiger manier bestaat om van de natuur te genieten3 er van te genieten met lichaam en ziel1 tot nut en genoegen voor beide4 ,als wij de meisjestype aan het einde onzer eeuw--dat is te zeggen1 eene jonge dame die geen uitstapje naar buiten maakt anders dan op haar rijwiel of schaatsen1 met het tennis-racket1 f een roeispaan in de hand1--vergelijkt met het jonge meisjestype van het einde der vorige eeuw1 dan valt die vergelijking niet bepaald gunstig voor onze dagen uit4 ,ik denk hierbij onwillekeurig aan de beminnelijke vriendin van ,goethe1 de jonge ,bettina ,brentano1 die als een ree van het buitenleven genoot2 die de hoogste bergen beklom om zich daar in het gouden zonnelicht te baden2 die zich niet ontzag om door wind en regen te loopen1 of een onweersbui te laten overtrekken1 staande onder een bloeiende linde1 tusschen wier bladeren zij witte bliksemstralen flikkeren zag2 die aan het strand lag1 door kabbelende golven omstuwd2 of hoog op de takken zat van een reusachtigen kastanjeboom1 te midden van groen licht en groene schaduwen2 of op het grasperk van den grooten tuin1 uitgestrekt1 zich vergastte aan de geuren van mos1 taxus en roode anjelieren1 zelfs met een paar bloeiende heestertakjes in den mond1 om de nijvere bij tot zich te lokken2 die op avonden als de maan scheen1 tusschen de hagen van den wijngaard1 onder de doorschijnende1 lichtgroene trossen wandelde1 en soms den geheelen zomernacht buiten bleef1 insluimerend onder het nachtlied van merels en nachtegalen1 om niet eer dan door het morgenlicht te worden gewekt4444 ,behalve deze dichterlijke wijze om van het buitenleven te genieten is er ook nog de natuur-wetenschappelijke1 die echter evenzoo als de eerste1 tamelijk naar den achtergrond wordt gedrongen door sport4 ,van dit gezichtspunt beschouwd is het aangenamer knapen tegen te komen een kruiden-doos aan een band om den hals dragende1 dan knapen op rijwielen4 ,van welken aard de reeds vroeg ontwikkelde zucht naar kennismaking met de natuur wezen moge1 altijd verschaft dit onderzoek den beoefenaar dezer wetenschap een zekere vertrouwelijkheid met de natuur1 een vriendschappelijke1 hartelijke genegenheid1 die onmogelijk kan ontstaan tusschen de natuur en een1 haar op zijne velocipde voorbijvliegend1 sportliefhebber4 ,wat eenigszins vergoelijkend omtrent deze type van de tegenwoordige jeugd werkt1 is het feit1 dat velen1 die door geen ander middel naar buiten gelokt zouden worden1 nu ten minste1 dank zij sport1 eenig vermoeden van de schoonheid der natuur ontvangen en dat die oefeningen van heden--nadat de overdrijving hare offers zal hebben ontvangen--zullen bijdragen tot de ontwikkeling van eene lichamelijk--gezonder en krachtiger generatie1 die dan waarschijnlijk beter dan ons tegenwoordig geslacht1 bestand wezen zal tegen vermoeienis2 die op eene edeler wijze het natuurgenot zal smaken en wier kernspreuk zal zijn sport te gebruiken als niet misbruikende4 ,het gewone dagelijksche rust-uurtje1 dat de meesten van ons met een ernstigen wil kunnen vinden1 vervangt intusschen niet de diepe stilte1 die eene wandeling vroeg in den morgen1 of het zich terugtrekken naar een verborgen plekje van de aarde1--zoo mogelijk in een vreemd land en aan de grenzen der beschaafde wereld gelegen--in staat is ons te bieden4 ,maar voor de meeste hoofden van huisgezinnen is het gemakkelijker gezegd dan gedaan1 zulk een schuilhoekje te vinden4 ,zelfs de alleenstaande en hierdoor meer onafhankelijke mensch1 heeft vaak een groote mate van ernst in zijne behoefte aan enzaamheid en veel wilskracht om andere1 minder noodzakelijke dingen te laten1 noodig1 als hij er toe komen zal een paar weken van volkomen ongestoorde rust te kunnen genieten4 ,daarenboven wordt het verlangen naar afzondering van een lid van het huisgezin dikwijls tegengewerkt door het vooroordeel1 dat de enzaamheid een erg soort van gosme vertegenwoordigt4 ,want de meesten die de groote winst van eene tijdelijke afzondering voor henzelve inzien1--begrijpen nog niet hoezeer hun huisgezin hierdoor tegelijkertijd wordt gebaat4 ,een korte scheiding heeft namelijk een buitengewone macht om ons nadenken te wekken en hierdoor ons beter verstaan en ons gevoel van billijkheid4 ,wij komen er gemakkelijker toe met een helder oog de belangrijke dingen in ons op te nemen en de kleinigheden tot hare wezenlijke onbeduidendheid terug te leiden1 als wij een poos van elkander af zijn4 ,het eenzame overleg ontwart soms met vlugge hand de meest ingewikkelde draden en het alleenzijn geeft vaak aan onze blijdschap een vroolijker1 aan onze smart een minder droevige tint4 ,volbrengt men den een of anderen arbeid alleen zittende1 dan valt die bijna altijd oneindig beter uit1 dan wanneer anderen erbij tegenwoordig zijn4 ,de boeken die men leest en overpeinst in het dichte bosch2 met de eeuwigschoone sneeuw vor zich1 of op de bloeiende heide1 onder het geruisch van eik en den1 verschaffen den rijksten oogst aan denkbeelden2 en de indrukken der natuur die men onder zulke rustpoozen in zich opneemt1 zijn krachtiger en langer van duur dan andere4 ,want men geeft zich nimmer zoo geheel en al aan de natuur als wanneer zulke enzame dagen een parelsnoer vormen1 waarvan een dag tamelijk gelijk is aan den anderen1 maar waarvan toch elke dag op zichzelf een afgerond geheel vormt1 en een aangenaam geheel ook4 ,zij die tegen het alleenzijn opzien omdat zij vreezen zich dan nog meer eenzaam en verlaten te gevoelen hebben in zekeren zin gelijk en ongelijk4 ,want juist van menschen omringd1 kan het gebeuren dat men door de omstandigheden1 of door zijn bijzondere stemming1 mijlenver van hen verwijderd is2 in de door menschen bevolkte woestijn hangt1 meer dan elders1 zwaarmoedigheid in de lucht4 ,maar tegenover de natuur en den dood--de grootste eenzaamheid en de onwrikbaarste noodzakelijkheid--worden wij gedwongen afstand te doen1 niet alleen van de bezorgingen en drukten van den dag1 maar ook van de bezorgdheid omtrent ons lot en leven4 ,de grondlijnen waarop ons wezen gebouwd is worden breeder1 maar de vertakkingen dier lijnen worden minder duidelijk zichtbaar1 evenzoo als dit het geval is met een landschap dat men van een aanzienlijke hoogte af1 in de diepte ziet liggen4 ,het meer of minder aan lief en leed1 waarmede het leven onze dagen vult2 het meer of minder belangrijke werk dat aan ons bestaan inhoud gaf--tot dit alles keeren wij van zulke eenzame overpeinzingen terug met een zachten1 medelijdenden glimlach4 ,het valt ons nu niet meer zoo moeilijk het doove oor te keeren naar die stemmen1 welke ons trachten mede te voeren in de beslommeringen van den dag en die ons trachten wijs te maken dat wij daarbij hoognoodig zijn4 ,wij worden nu minder hevig ontroerd door de pijnlijke kreten uit ons eigen gemoed opgaande1 dan door die van onze medemenschen4 ,want wij hebben het leeren inzien1 dat de grootste smart niets meer is dan een druppeltje in den grooten oceaan1 evenzoo als het grootste geluk slechts het vluchtig licht is1 dat zulk een kleine druppel doet glinsteren4 ,de ziel1 die in stilte en eenzaamheid den moed vond om tot zichzelf in te keeren en haar eigen kracht te meten1 weet1 dat er slechts en groote en wezenlijk belangrijke taak ons leven beheerscht3 grooter te worden4 ,en dat doel kunnen wij bereiken in onze smart en onze vreugde1 in onze dwaasheid en in ons verstand4 ,groeien kunnen wij door onze nederlagen1 zoowel als door onze overwinningen2 door onze rust1 zoowel als door onzen arbeid4 ,toch is het hem of haar die de enzaamheid zoekt aanteraden dit te doen1 zonder een bepaalden eisch aan dat stille zijn vooraf te laten gaan4 ,want het gebeurt vaak1 dat die afzondering juist iets geheel anders oplevert dan men verwacht had4 ,hij die rust zocht1 vindt allicht een nieuwen prikkel tot arbeiden2 hem die hoopte troost te vinden1 kan zij nieuwe wonden slaan4 ,hoe het zij3 de enzaamheid schenkt toch altijd moed- en krachtbesef waarvan men zich niet bewust was4 ,maar alleen hij kan hiervan nut trekken die weet1 wat de overigens tamelijk luchthartige ,romeinen reeds wisten3 ,dat de enzaamheid eene godin is wier geheiligde bosschen geen sterveling nadert met grootspraak1 maar met een nederige bede op de lippen en van wie men met rijke gaven bedeeld terugkeert1 indien men de taal harer ernstige oogen heeft leeren verstaan1 die ons 't geheim van het ene noodige verraden3 ,stille zijn in eigen hart4 ,,de ,,vrouw ,,der ,,toekomst4 ,er zijn woorden die ons aantrekken als een lied4 ,een dezer woorden is3 ,de vrouw der toekomst4 ,dit lied klinkt voor mij als de pozie van een ,dichter1 van een ,dichter en ,ziener tegelijk2 van en1 wiens naam thans schittert in het licht der morgenster1 maar die1 toen hij in het land der levenden verkeerde1 dien naam hoorde door het slijk sleuren--als de naam van den godsloochenaar en oproerkraaier--terwijl de lichtstralen van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als angstwekkende bliksemflitsen1--uit de verte4 ,zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd waarin de vrouw zoude zijn3 4444 frank1 beautiful and kind ,as the free heaven1 which rains fresh light and dew ,on the wide earth4444 ,from customs evil taint exempt and pure2 ,speaking the wisdom once they could not think1 ,looking emotions once they feared to feel1 ,and1 changed to all which once they dared not be ,yet being now1 made earth like heaven4444 #b4 ,dit visioen der vrouw in de toekomst1 door ,shelley in zulke schoone omtrekken geschetst1 zweefde mij voor den geest1 toen ik mij voornam haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen4 ,zeer waarschijnlijk zal de ,sturm-und-,drang-tijd der vrouwen en de hiermede samenhangende sociale hervorming1 tot ver in de volgende eeuw aanhouden4 ,dit tijdperk1 vervuld met twistvragen en botsingen van allerhande soort1 zal niet eer eindigen1 dan wanneer de vrouw1 in en buiten het huwelijk1 voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben verkregen2 wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben plaats gegrepen1 dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen de beide seksen op eene1 voor beide partijen bevredigende wijze1 een einde werd gemaakt2 en wanneer de arbeid1 zoowel het bedrijf tot eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding1 minder zwaar op de vrouw zal drukken dan op heden het geval is4 ,het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden4 ,mijn idaal der toekomstige vrouw--en als men zich in een droombeeld verdiept mag men zeer ver dwalen in het rijk der fantasie6--is1 dat zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een harmonisch akkoord worden vereenigd4 ,zij zal zich doen kennen als zeer veelzijdig1 maar tevens als een gesloten geheel2 als een rijke schat en volmaakte eenvoud2 als een zeer beschaafd1 flink ontwikkeld wezen en toch oorspronkelijk2 als eene sterk sprekende1 echt menschelijke persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke4 ,deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de waarheid1 in een vrijen gedachtenloop1 in een artistieke schepping4 ,zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen2 zij zal bij een sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot het algemeene nut4 ,omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen1 zal zij ook rechtvaardiger oordeelen2 omdat zij krachtiger is zal zij beter zijn2 omdat zij verstandiger is1 zal zij zachtzinniger wezen4 ,zij kan de dingen breeder opvatten1 ze in den samenhang met het groot geheel beschouwen2 het gevolg hiervan is1 dat zij langzamerhand verscheidene vooroordeelen1 die men heden vrouwelijke deugden noemt1 laat varen4 ,zij is en blijft de ontwerpster der zeden1 die zij adelt4 ,maar daarbij steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke vormen1 maar op de wetten en geboden in eigen hart4 ,zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te hebben2 ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig te onderzoeken en te toetsen4 ,zij durft niet alleen te kennen1 maar ook te bekennen--gewaarwordingen die zij thans onderdrukt of verbergt4 ,hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige ontwikkeling als zelfstandig persoon1 maken voor haar moeilijke ondernemingen mogelijk1 het wilskrachtig streven naar een bestaan1 dat in evenredigheid tot haar eigen kunnen blijken zal een hooger doel te beoogen3 ,een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct dan zij nu bezit1 weten te vinden4 ,zij heeft geleerd beter te werken1 krachtiger zich te verblijden over eenvoudige1 voor de hand liggende onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten1 beter dan de vrouw in onze dagen dit kan4 ,op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd2 hare ervaring wint aan diepte2 haar gemoedsleven1 haar zin voor het schoone1 haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd4 ,zij wordt allengs meer gevoelig voor indrukken2 zij voelt en gevoelt levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart1 dan de vrouw van heden genieten en lijden kan4 ,ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen der onderlinge samenleving1 de waarde van de kunst1 van wetenschap en letterkunde4 ,maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch voor haar altijd daarin bestaan1 dat zij door het raadselachtige en oorspronkelijke1 het profetische en voor indrukken gevoelige in haar wezen1 het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van overbeschaving4 ,tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons nog niet is geopenbaard2 tegenover verstandig redeneeren--het gevoel2 tegenover de nuchtere werkelijkheid1 mogelijkheden2 en tegenover de ontleding1 haar indruk van 't geheel4 ,het is in de eerste plaats het streven der vrouw1 om het hart te veredelen--dat van den man1 het verstand te ontwikkelen2 aan haar1 het gebied der pozie te verwijden--aan hem meer ruimte te verwerven voor de vruchten van geest en vernuft4 ,zij vertegenwoordigt en verheft de teederheid--hij de rechtvaardigheid4 ,hij behaalt menige overwinning door overmoedigheid--zij door moed4 ,de vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd1 zij zal ook zeer veel hebben vergeten1 vooral van de hedendaagsche feministische en antifeministische dwaasheden4 ,zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te vinden en te verhoogen4 ,zij is kuisch1 niet omdat zij koel1 maar omdat zij hartstochtelijk is4 ,zij is teer1 niet omdat zij bleek is1 maar omdat zij zooveel en zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft4 ,zij is geestdriftig en daarom ook zinnelijk2 zij is trotsch en daarom eerlijk1 oprecht en waarheidslievend4 ,zij eischt een sterke liefde1 omdat zij zich bewust is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen beminnen4 ,het erotische problema is door haar verfijnd idalisme vaak zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen4 ,hier tegenover staat1 dat het geluk der liefde1 als zij deze eenmaal schenkt en gevoelt1 rijker1 dieper en waarachtiger is1 dan alles wat men ooit geluk had genoemd2 eene nog ongekende zaligheid4 ,het is niet onmogelijk1 het is zelfs te verwachten1 dat een aantal hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen zijn1 bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht4 ,de eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de zoodanige wil zij moeder worden4 ,aan den grootschen maar moeilijken plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste haar beste krachten2 het wordt haar godsdienst1 om met alles wat in haar is1 's levens genot tot zaligheid te verheffen4 ,juist omdat zij de groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs stelt1 op geestelijk en lichamelijk gebied1 zal zij met meer ernst en door een dieper gevoel van verantwoordelijkheid geleid worden1 bij de keuze van den vader harer kinderen4 ,zij zal aan gezonde1 krachtige menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden1 verzorgen1 opvoeden1 en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen4 ,zij wil haar geheele leven door behagen1 omdat het altijd haar wensch is het leven schoon en aantrekkelijk te maken4 ,maar zij wenscht alleen te behagen door op elken leeftijd zich te toonen zooals zij1 daarmede in overeenstemming1 is2 haar hoogste bekoorlijkheid1 hare eeuwige jeugd1 openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint4 ,zij weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing van die bevalligheid2 telkens onverwacht en in1 tot het oneindige afwisselende1 schakeeringen van hare persoonlijke gratie4 ,eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige vormen1 den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde1 manieren en uitingen1 zoowel in de samenleving als in het huisgezin1 en in den vertrouwelijken vriendenkring4 ,waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze dagen1 maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender zijn1 dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de hedendaagsche vrouwenbeweging belegd4 ,zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en spreekt altijd gematigd2 zij kiest hare woorden onveranderlijk en blijft bij hetgeen zij gezegd heeft1 in schijnbaar zeer gewone1 maar inderdaad zorgvuldig gekozene1 doeltreffende1 uitdrukkingen4 ,er gaat een opgewekte en opwekkende1 gezonde strooming van haar uit2 frisch als de beek in het bosch die van de bergen stort1 maar als deze1 aan een bepaalde grens gebonden4 ,hoe ver zij ook schijnt zich te laten medevoeren--in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare liefde2 in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart--nimmer vergeet zij zichzelf4 ,zij vereenigt vele vrouwen in en persoon1 hetzij dat zij lacht en schertst1 hetzij dat zij lijdt en ook dan glimlacht2 dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een ongeneeselijke wonde verbloedt2 kalm is of ontroerd2 of zij juicht of weent2 of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister2 koelte of vuurgloed--altijd is zij de ideale vrouw4 ,reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft gemaakt4 ,het vrouwelijk idaal van den modernen man is geenszins de mannelijke vrouw1 maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van ,das ewig ,weibliche4 ,dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen verschenen1 niet alleen in onze dagen1 maar in verschillende vroegere tijdperken4 ,in de middeleeuwen schreef zij ,helose's brieven2 in den tijd der ,hervorming schilderde ,leonardo haar als ,mona ,lisa en in de achttiende eeuw hield zij haar salon als ,mademoiselle de ,lespinasse4 ,in onze eeuw heeft zij het lied der liefde gezongen als ,elisabeth ,barett ,browning2 zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als ,eleonore ,duse2--en als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord van den dichter dat ,rahel's persoonlijkheid uitdrukte3 ,still und bewegt4 ,,aanteekeningen #a ,in het ,zweedsch is moed mod2 geduld tlamod1 letterlijk3 moed om te dulden2 eene schoone1 veelzeggende woordspeling4 ,,vert4 #b ,vrij1 schoon en goed1 als de open hemel1 wiens regen wazig en zachtde geheele aarde verfrischt4444 ,ontwassen aan het kwaad van den vormendienst2 eenvoudig en rein2 een taal sprekend van 't verlicht verstand1 waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht werd2 aandoeningen onder de oogen ziende1 die zij voorheen vreesde te gevoelen2 en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde te zijn2 toch aardsch en hemelsch tegelijk1 ook nu64444 ,,vert4