,het ,geldersch ,byenboek of pratyk der byen1 langs den kant der ,maes1 ,peel en ,niers1 ,,in ,,het ,,overkwartier ,,van ,,gelderland1 ,,door ,petrus ,,hendrix in leven1 ,kapelaan te ,lottum4 ,in ,gelderlants ,overkwartier ,maken by en byman goeden sier4 ,oud spreekwoord4 ,,maastricht1 ,stoomdrukkerij van ,le ,courrier de la ,meuse4 #ahij4 ,,het ,,geldersch ,,bijenboek langs de ,maas1 ,peel en ,niers1 ,,van ,petrus ,,hendrix ,kapelaan te ,lottum4 ,,inleiding4 ,de bijenteelt was oudtijds meer dan thans1 ook in sommige gewesten van ons ,vaderland1 een niet onbeduidende tak van nijverheid4 ,in de heidestreken van het tegenwoordige ,limburg en ,noord-,brabant trof men vele bijenhouders aan1 die zich eene noemenswaardige opbrengst wisten te verschaffen uit de vlijt der kleine diertjes1 door het verkoopen van honig1 het bezorgen en persen van was ter vervaardiging van kaarsen en het distilleeren van een drank genaamd meede4 ,insgelijks werden geneesmiddelen1 pleisters1 confituren uit honig en was bereid2 en wie kent niet de beroemde wassen beelden1 groot en klein8 ,het beloofde land der ,joden1 na de slavernij in ,egypte1 was een gewest overvloeijende van melk en honig en de zoetigheid des honigs wordt door de gansche oudheid geroemd4 ,geen wonder dat behalve de ,grieken ook reeds de oude ,romeinen het bijengewin belangrijk genoeg vonden om hetzelve in prosa en dicht te beschrijven4 ,virgilius in zijne ,georgica1 ,plinius en ,columella verklaren ons op hunne manier den oorsprong en ontsluieren vele geheimen van het naarstig bijenvolkje4 ,de volgende eeuwen leverden meerdere overzetters dezer ,latijnsche schrijvers van het akkerwezen ,rei rusticae scriptores in verschillende taal en stijl2 allen echter bleven min of meer slaafsche navolgers hunner meesters4 ,zelfs vader ,vondel zond eene ,nederduitsche vertaling van ,virgilius' ,georgica de wereld in4 ,meer vakkennis1 grondiger onderzoek1 dieper doordringen in de natuurkundige wetenschappen1 zelfbekwaming door praktijk1 een meer stelselmatige indeeling der insektensoorten kenschetsen de latere schrijvers over de ,bijen1 hare natuur1 werkzaamheden1 en behandeling in betrekking tot landbouw en koopwaarde4 ,in de #af;de eeuw leefde in de ,academiestad ,leiden ,dirk ,outgers ,cluijt welke veel bijdroeg tot de bevordering der kruidkunde in ,nederland4 ,ten jare #aeih verscheen van hem een werkje ,van de ,bin haeren wonderlycken oorspronck enz4 dat meerdere uitgaven beleefde4 ,theodorus ,clutius1 zoo hij zich op zijn ,latijnsch betitelde1 verdeelde zijn geschrift in #c boeken3 ,i van de ,bin inhoudende1 van de nature1 eygentschap ende hare ordentlycke regeringe1 die sy met haren coninck onder malkanderen onderhouden2 ,,ii van de regeeringhe der ,bin1 leerende hoe men die op 't profytelyckste voeden ende regeren sal2 ,,iii van den ,honich1 tracterende wat nuttigheydt ende profyten dat men daer uyt can cryghen1 ende wat men daer van can maken4 ,deze boeken zijn wederom in kapittels onderverdeeld en het geheele werk is gesteld in den vorm van samenspraken1 die besloten worden met de volgende ontboezeming van zijn ondervrager3 ,het is my gewest een genuchte om te hooren1 verstaen hebbende al1 dese wonderlyke werken die ,god hier boven in dese cleyne creaturkens geschapen heeft3 ,en wel te recht mach ,david in syn ,psalmen seggen dat ,godt wonderlyc is in ,syn doen en werken1 en dat se ooc onbegrypelyc syn want men vint in dese creaturkens veel ongelooflyck en ongehoorde dingen1 noch langs so meerder1 dan men oyt te voren geweten heeft3 wille daerom deur dese cleyn dierkens bemerken ,godts wonderwerken6 ,hem lovende en danckende dat hy ons so veel na gelaten heeft1 dat wy 7alwaert dat wy willens blint wilde syn7 moeten bekennen dat hy al regeert en bewaert tot ons besten1 welcken sy gelooft1 gepresen inder eeuwicheijt4 ,amen4 ,het werkje van ,cluijt is op een wetenschappelijken voet geschreven1 nogthans met bijbehoud der oude schrijvers4 ,in volgende tijden verschenen meerdere ,hollandsche1 ,vlaamsche1 ,fransche en ,duitsche verhandelingen over de bijenteelt1 waarvan men eene beknopte opgave vindt in3 ,heckmeijer's ,handboek over de ,bijen1 ,zwolle #ahff pag4 ,,iv4 ,het voormalige land van ,kessel onder het ,geldersch ,overkwartier behoorende1 bezat onmeetbare heidevelden zeer geigend voor de bijencultuur1 die dan ook van oudsher een voorname tak van winst vooral voor de ,peellanders was4 ,in de oude ,gerichtsprotocollen en andere stukken komen herhaalde gevallen voor1 betrekking hebbende op het standgeld der bijenkorven1 opvangen van zwermen1 verpachting van den bijenstand1 belasting op de opsetters enz4 dat alles de groote honig- en wasproductie aanduidt4 ,van de ,maasstreken bragt men in bepaalde jaargetijden de bijen naar de ruimere ,peelheiden en zoo behoorde in de vorige eeuw in de heerlijkheid ter ,horst1 de helft dezer opbrengst tot de inkomsten der kerk4 7,steffens1 ,geschied4 der aloude heerl4 ,horst1 pag4 #afe seq474 ,te ,venraij had de vicarie van ,sint ,theunisaltaar een derde gedeelte van den bijenstand en het ,schepenzegel van dit dorp had1 behalven de sleutels van ,sint ,pieter1 een bijenkorf in zijn wapenschild4 7,zie ,maasgouw #c;de jaargang #ahha pag4 #dbb seq474 ,de ,eerwaarde heer ,petrus ,hendrix1 kapelaan te ,lottum1 die gelijk meerdere zijner ,kessellandsche ambtsvoorgangers een nijvere bijenhouder was1 en jarenlang liefhebber en beoefenaar dier teelt is geweest1 heeft tot gemak van eigen bewerking en tot gerief van anderen1 die zich op deze kennis toeleggen1 de vruchten zijner ondervinding en pratijk zooals hij zegt1 in schrift gebracht en te boek gesteld1 waaraan hij den #aa ,december #aghf de laatste hand legde en zoo dien geestesarbeid voltooide4 ,de schrijver die eene groote opmerkingsgave bezat1 heeft hoofdzakelijk de bewoners van den ,peel1 ,maas1 ,niers en hunne omstreken op het oog1 waarom hij dan ook vooral met plaatselijke omstandigheden1 grond1 weersgesteldheid en gebruiken rekening houdt4 ,in groote wetenschappelijke natuuronderzoekingen verdiept de schrijver zich geenszins1 trekt de gevolgtrekking welke de ouderen uit den stand der planeten op vruchtbare of onvruchtbare bijenjaren maakten in twijfel en zet slechts nauwkeurig te boek wat hij zelf van de bijen gezien1 van hare vijanden weet1 en van de behandeling1 gereedschappen en hutten des bijenmans kent en ondervonden heeft4 ,de taal waarin de schrijver zijn werk opstelde is de ,nederlandsche1 zooals ze in boeken op het laatst der vorige eeuw in het ,roermondsch ,kwartier gedrukt1 voorkomt4 ,het geheel is doormengd met plaatselijke of platte uitdrukkingen en woorden die ontegenzeggelijk den ,maaslandsch-,kleefschen tongval verraden #a4 ,ongetwijfeld heeft de ,kapelaan-bijenman1 behalve anderen ook1 het boek van den ,leijdschen botanicus ,cluijt voor oogen gehad1 daar hij gelijksoortige zegswijzen bezigt en ook de catechetische vorm in vragen en antwoorden gebruikt1 doch veel wijdloopiger en meer geregeld dan deze de verrichtingen en werkzaamheden aangeeft4 ,de titel van het werk luidt3 ,byen boeck ofte ,pratyk der byen dat is1 hoe de byen langhs den kandt van de ,maes1 ,peel1 ,niers en naebuerige ,platsen moeten gehantert en bearbeydt woorden1 opgestelt by maniere van saemenspraeck door ,peeter ,hendrix ,meerloo4 ,en het slot3 ,finis ofte eynde van dit byenboeck gemaeckt door het pratyk en ondervinding van den eerwaarden ,peter ,hendrix1 ,capelaen tot ,lottum1 hac die #aama ,decembris anno #aghf4 ,een register of bladwijzer bij het werk gevoegd geeft ons de indeeling des boeks1 in #cj deelen1 waarvan de meeste in verschillende hoofdstukken of kapittels gesplitst zijn1 te kennen4 ,,register ,,van ,,de ,,principaelste ,,saeken4 ,bladzijde ,het eerste ,deel4 ,cap4 #a1 van de natuer der byen #a ,cap4 #b1 van den aerbeydt der byen #h ,cap4 #c1 van den aerdt der byen #aa ,cap4 #d1 eenighe observatie om de jaeren te kennen of sy vet ofte maeger syn #ad ,het tweede ,deel4 ,cap4 #a1 van de vyanden der byen1 van uytwendighe vyanden #bj ,cap4 #b1 van den wolf der byen #bc ,cap4 #c1 van den inwendighen vyant #bf ,het derde ,deel4 ,cap4 #a1 van het huys der byen #bh ,cap4 #b1 van de byenhut of schop in den ,wyenter #ca ,cap4 #c1 van de hut in den ,somer #cc ,het vierde ,deel4 ,cap4 #a1 van de vaeselbyen ofte opsetters #cd ,cap4 #b1 van de ponden der vaeselbyen #cf ,cap4 #c1 wat nogh in het opsetten meer moet observiert worden #ch ,het viefde ,deel4 ,cap4 #a1 van het vuel maken der byen #ci ,het zesde ,deel4 ,cap4 #a1 van het reynigen der byen en visitieren derselven naer den wyenter #da ,het zievende ,deel4 ,hoe men eenen moerloosen bie in den ,lente helpen sal #dc ,het aghste ,deel4 ,cap4 #a1 van de ,roovers en vremde byen2 wat ,roovers syn #de ,cap4 #b1 van de middelen tegen de ,roovers #df ,niegenste ,deel4 ,van het voeren en laeven der byen #di ,het tiende ,deel4 ,van het korten in den ,lenten #ec ,het elfde ,deel4 ,cap4 #a1 van het eerste swaermen ende jaegen #ee ,cap4 #b1 van het jaegen der byen #ei ,cap4 #c1 van de swaekke byen die op haeren tydt niet konnen gejaeght worden #fc ,het twaalfde ,deel4 ,cap4 #a1 van het swaermen der byen #ff ,cap4 #b1 van het swaermen der gejaeghde byen #fh ,cap4 #c1 hoe de naerswaermen moeten staen #gj ,cap4 #d1 eenige bemerkingen voor de lyefhebbers der byen #gb ,het dartiende ,deel4 ,over het bewaeren der moeren #gd ,het veertiende ,deel4 ,van de dolle1 laeme en onvrugtbaere moeren #gg ,het vyeftiende ,deel4 ,van het korten der byen naer het swaermen #gi ,zestiende ,deel4 ,van het verspeelen der moeren #hb ,het seventhiende ,deel4 ,van het helpen der moerloosen #hc ,het aghtiende ,deel4 ,van het laeppen der byen #hf ,het niegentiende ,deel4 ,van het hantieren der jaegers #hh ,het twintigste ,deel4 ,van het omsetten der byen #ib ,het een en twintigste ,deel4 ,van ongesondtheyt en vueligheyt der byen #id ,het twee en twintigste ,deel4 ,hoe eenen ongesonden bie gesondt gemaeckt moet worden #aja ,het dry en twintigste ,deel4 ,hoe men voorders de byen moet hanteren #ajc ,het vier en twintigste ,deel4 ,van het vervoeren der byen #ajd ,het vyef en twintigste ,deel4 ,van het haelen der byen #aji ,het ses en twintigste ,deel4 ,van het dooden der byen #aaa ,het seven en twintigste ,deel4 ,van het maecken der koningen #aac ,het acht en twintigste ,deel4 ,hoe men de byen uytstekt en den honing in de ton doet #aad ,het negen en twintigste ,deel4 ,hoe men den honig separeert van het wasch #aah ,het dartichste ,deel4 ,van het mey maecken #aai ,wat nu den schrijver aanspoorde zijne ervaringen te boek te zetten verklaart hij ons in de voorrede tot den leezer4 ,als een verder staaltje van 'smans wijze van opvatting1 taal en stijl geven we hier ietwat uit het #b;de ,capittel van het tweede ,deel waarbij de schrijver verklaart hoe dat in de jaren #aghb en #aghc zich hier te land een vijand van de bijen vertoonde1 tevoren onbekend en genoemd ,bijenwolf4 ,disciepel vraeght3 ,hebben de byen eenen wolf8 ,meester antwoordt3 ,anno #aghb en #aghc heeft sych vertoondt een gedirte hetwelck geene mensch gedenckt van ooyt gesien te hebben1 maer uyt ,duytslandt en ,vranckryck hebben nieuwspapieren gemeldt dat aldaer in de annales ofte jaerlyxe aentekeninghen gevonden wierdt1 dat omtrent voor hondert jaeren dit gedirt ook geregeerdt heeft en veel schaede aen de byen veroorsaeckt hadde en het volgende jaer de pest onder menschen gevolght was1 voor welk quaet den goeden ,godt ons genaediglyk bewaert heeft4 ,d4 ,vr4 ,waerom noemt gy dit gedirte eenen wolf8 ,m4 ,a4 ,dit gedirt wordt genoemd den wolf1 omdat het mit geenen anderen naem bekent is4 ,eventwel magh het mit recht den wolf der byen genoemdt worden1 want den natuerlijcke wolf en kan onder de schaepen zoo grooten schaei niet verorsaecken als dit gedirt onder de byen4 ,voor zoover bekend1 is het ,bijenboeck van den ,kessellandschen schrijver nooit ter perse gelegd of in druk verscheenen1 doch of zulks ter wille van geldelijke onkosten1 of uit bescheidenheid of bedeesdheid gebeurt is1 blijft ook na lezing des boeks een raadsel4 ,een groote verspreiding mogt evenwel dit werk onder de vakmannen genieten en op vele dorpen zoo als ,lottum1 ,horst1 ,venraij1 ,well1 en zelfs in het land van ,kuijk worden nog verschillende exemplaren in copie aangetroffen4 ,de eene bijenman schreef het van den anderen af1 waardoor het werk van ,hendrix niet verbeterde4 ,er verschenen exemplaren1 die van elkander zeer veel in spelling verschilden4 ,een der minst verbroddelde afschriften en denkelijk met het oorspronkelijke het meest overeenkomende hebben we hierbij benuttigd2 het is ,anno #ahji vervaardigd door ,gerardus ,vaeghs woonaegtig op ,stalberger ,hoof #b in de ,welder ,loy4 ,het geeft ons des schrijvers geduld te kennen dat hij wellicht gedurende vele winteravonden beoefend heeft4--,een ander afschrift in meer moderne spelling loopt tot en met het #bcste deel en werd voor de kleinste helft afgewerkt den #ab ,november #ahab door ,abraham ,janssen uit ,over-,loon4 ,het afschrift van ,vaeghs1 hetwelk hier het licht ziet is een in folio1 op zwaar papier met duidelijke hand geschreven4 ,het exemplaar telt negen en zestig bladzijden en heeft een grijs papier tot omslag2 de bladen hebben1 door het veel gebruik dat daarvan gemaakt werd1 veel geleden2 zij hebben wat de schooljongens noemen ooren aan de punten en zijn vol vlekken4 ,het oorspronkelijk handschrift van ,petrus ,hendrix hebben wij niet kunnen ontdekken1 zoo dat wij niet weten welke spelling hij gebruikt heeft en volgens welke grammatica hij zijn boek heeft opgesteld4 ,wij zijn dus genoodzaakt de schrijfwijs van ,peter ,vaeghs te volgen1 die zoo als wij zoo even zeiden1 ons dunkt het meest met de schrijfwijs van den auteur overeentestemmen4 ,wat den titel aangaat van het boek hebben wij ons eenige vrijheid veroorloofd die ons de lezer1 naar wij hoopen1 niet euvel zal duiden4 ,de titel door ,hendrix gekozen en door ons hierboven vermeld1 scheen ons te lang en te omslachtig2 de nieuwe titel ,geldersch ,bijenboek drukt duidelijk uit wat de schrijver voor had1 namelijk het schrijven van een boek over de bijen voor de landlieden van den kant der ,maas-1 ,peel- en ,niersstreek1 en voor de naburige plaatsen van het ,overkwartier4 ,en nu een kort woordje over den schrijver zelven4 ,de eerwaarde heer ,petrus ,hendrix was geboren te ,meerloo uit het huwelijk van ,michiel en ,allegonda ,wismans1 en werd aldaar gedoopt den #ac ,augustus #agbc4 ,bij den afloop zijner theologische studin was hij van #agdg-agea kapelaan te ,blitterswijck en in die jaren eenigen tijd deservitor der vacante pastorie aldaar4 ,ten jare #agea werd hij bevorderd tot de meer beduidende kapellanie van ,lottum1 waar hij in het #dgste jaar zijner ,priesterwijding en het #gbste zijns levens overleed4 ,het sterfregister meldt het volgende3 ,in het jaar #agie den #e ,maart stierf de eerwaarde heer ,petrus ,hendrix1 gedurende #dd jaren kapelaan en zielzorger dezer parochie1 en werd in de kerk begraven4 ,eene bizonderheid van 's mans uiteinde is bekend gebleven4 ,als zijn lijk op het praalbed volgens gewoonte met brandende waskaarsen omringd was1 viel door eenig toeval een der waslichten om1 en hadden reeds de ornamenten en lijkgewaden vuur gevat toen juist op tijd komende bidders blussching aanbrachten4 ,zoo hadde dus het product van 's meesters geliefde bijen1 namelijk de was1 eene voorzeker niet gewenschte lijkverbranding kunnen doen ontstaan6 ,moge deze kleine bijdrage strekken tot nadere kennis van den ,limburgschen schrijver en tot verder naricht over het eertijds zoo bloeiend bijengewin in ons ,geldersch ,overkwartier4 ,well1 den #d ,april #ahij4 ,m4 ,j4 ,janssen4 ,het ,geldersch ,byenboek4 ,,voorreeden ,,tot ,,den ,,leeser4 ,aengesien dat men vele boecken vindt die van de byen schrieven1 de meeste schrieven alleen uit speculatie en raecken het pratyk weynig ofte niet4 ,daerom heb ick geen speculatie maer alleen het pratyk wyllen voorstellen1 maer overmits het pratyk in allen ,landen niet het zelve en kan syn1 daerom heb ick in den tytel van dit boeck gestelt dat de byen langhs de ,maes1 ,peel1 ,niers en andere naeburighe landen met profyt steeds konnen gehantrt ende bearbeydt worden2 want langhs deese kanten bearbeydt men de byen om honigh te haelen op den boekweydt1 heyden ofte ,peel en daerom moeten sy in het vroeghjaer sterck gedreeven worden opdat men in den ,somer veel volck ofte byen heeft4 ,maer in andere ,landen waer de byen int voorjaer principael den honigh haelen1 moeten sy soo niet gehantiert1 en uyt malkander gedreeven worden1 omdat sy in het naerjaer weynigh honigh haelen en soo soude den byenman veel volckx of byen hebben maer weynigh ofte geen honigh2 daerom moet een voorsychtigh byeman bemercken de plaets en ,land waer hy de byen hantiert en bearbeydt4 ,maer ist saecken dat de byen alleen in den ,lenten op deze plaets staen en in den ,somer naer den boekweydt1 heyde ofte ,peel gevaeren worden1 dan kan men in desen ,lande sterck uyt malkander dryeven met weyniger honigh als in dit ,land1 omdat sy aldaer honigh haelen en hier seer selden4 ,daer en booven ist saeken dat in desen ,lande het jaegen niet goet soude syn1 soo syn edogh veel delen in dat pratyk1 die in alle landen moeten geobserviert worden4 ,p4 ,e4 van de vyanden der byen1 van de faselbyen1 van de gesonde ende ongesonde byen en soo verders1 daerom ,leeser gebruykt dit pratyk1 want ick volgens dit pratyk veele jaeren de byen1 hebbe gehantert ende bearbeydt1 maer eevenwel moet den byenman alle daegen nogh leeren of hy syne byen volgens het pratyk wil bearbeyden4--,vaertwel4 ,eerste deel4 ,capittel ,i4 ,van de natuer der byen4 ,disciepel vraegt3 ,wat is een bye8 ,meester antwoort3 ,de bye is een kleen vliegerken ofte vliegend insecte hebbende vier vluegels1 ses beenen en twee hoerens op het hooft en is rouw over het lygchaem4 ,de bye heeft eenen fynen rueck1 want door den rueck onderscheyden sy de blommen1 om haere kost te haelen2 daer en boeven leert ons de ondervinding1 dat de byen moeten hebben eenen fynen rueck1 wandt komt daer honigh ontrendt de byen1 terstont ruecken sy hem en koemen daer soo menigvueldigh1 dat men haer niet kan aefweeren1 tensy door de vluegt4 ,de bye heeft ock een scherp gesieght1 want door het gesieght viendt se haeren korf4 ,en de ondervinding leerdt ons wyeders als eenen bye op een aender plaets gesaet woert en alsdan de byen beginnen te vlyegen1 siet men dat sy eenen cirkel maeken om de plaets te besien2 dit geschiet synde vlyegen sy terstont om haeren kost te haelen1 en in korten tydt koemen sy weeder en door haer scherp gesieght vlyegen sy in den selven korf4 ,de bye heft ook een scherp gehoer want in den korf is altydt eenen aengenaemen saenck of muesyk ter eeren van haeren koningh1 en datter eene goede harmonie en regyeringe by haer is4 ,maer verliesen sy haeren koningh dan is alles ongerust1 sy loepen bynnen en buytten den korf1 om den koningh te soeken2 vinden sy hem niet1 soo verandert haeren saenck in een droevigh geween en gehuel1 soodat een ervaeren byenman uyten saenck erkennen kan of de bye syenen koningh verloeren heft4 ,dat de bye een goed gehoer heft kan klaer geapprobert worden4 ,onderstelt dat twee huetten met byen niet ver van malkanderen staen2 de een groet ende de ander kleyn2 de groete huet sal wynnen en de kleyn huet sal verspelen2 de reden is omdat die der groete huet een groeteren saenck maecken en vervolgens de jonge byen nogh geene vaeste vluegt hebbende1 volgen altost desen groeten saenck en worden so van haer eygen huet verleidt4 ,dit moet aen het gehoer der byen toegeschrieven worden4 ,daerenboven als eene bye sal swaermen met jonge moeders1 dese jonge moeders een oft twee daegen voor het swaermen syengen en flueten om de byen tot haer lyefde te kriegen en te trecken2 dit was te vergefs1 waere het saeke dat de byen geen gehoer en hadden4 ,daerenboven als de bye swaermt volgen alle byen den saenck van de moeder en daer de moeder aenflyeght versaemelen alle de byen4 ,d4 ,vr4 ,heeft ,godt aen de byen ock gegeven een geweer en waepen gelyek aen de andere onredelycke gedierten8 ,m4 ,a4 ,gelyek den voersygtigen ,godt alle onredelycke gedierten een geweer en waepenen gegeven heft1 gelyek den poet synght3 ,door den tant1 men voor het beerken vreest1 ,de hoerens beschermen den os het meest2 also heft den voersygtigen ,godt1 aen de byen ock een geweer en waepen gegeven om haer tegen den vyand te beschermen1 te weten een angel1 dewelcke seer gyftigh is tegen den mensch en andere gedierten1 die warm bloet hebben4 ,want men seydt dat desen angel door het vel in het vleesch penetreert1 soodat het seer pynlick is en dickwyls door het gyft1 het gestoken lid doet opswellen4 ,maer de gedierten die koudt bloet hebben1 als voerssen1 padden en vysch1 doet dyesen angel geen schaeden4 ,d4 ,vr4 ,is diesen angel voor de byen noetsaekelyk8 ,m4 ,a4 ,dyesen angel is voor de byen so noetsaekelyk dat sy sonder dyesen niet konnen leeven2 daerom1 stekt een bye en verliest den angel1 so moet sij sterven4 ,d4 ,vr4 ,hebben de byen ock een hooft onder hetwelke sy staen8 ,m4 ,a4 ,sonder twyffel ja en dit hooft is haeren koningh of moeder4 ,d4 ,vr4 ,waerom noemt gy het hooft der bye koningh8 ,m4 ,a4 ,omdat hy1 gelyck eenen koningh1 der byen bestyrder is4 ,en gelyck in een koningryck de welvaerdt is van de onderdaenen1 dat sy hebben eenen goeden en vorsiegtigen koningh1 also is het ock de welvaert van een bye1 is het dat hy eenen goeden koningh heeft1 en1 gelyck in een koninghryck alle ondersaeten onder een hooft staen hetwelck sy moeten eeren en dienen4 ,d4 ,vr4 ,waerom wordt desen koningh ock moer of moeder genoemt8 ,m4 ,a4 ,omdat alle byen van haer voortkoemen4 ,dit is sonder twyffel1 want heft de bye geene moeder1 so maekt sy ock geene jonge byen gelyck de ondervindingh leerdt4 ,oppent de moeder1 men vindt in haeren buyck schraet1 gelyck in vyschen2 die noemt men schraet of saet of neeten2 dit werpt de moeder in de doppen der raeten2 dit wordt door de warmte der byen bebroeyt en in korte dagen verandert de neete in eenen worm1 lyeggende in wytte materry1 gelyck melck4 ,ontrent aght daegen sluyt sy den dop en naer drie weecken is het een volkoemen bye4 ,dit leert ons de ondervyndinge1 want verliest of ontneemt een bye sien moeder1 naer dry weeken vyndt men geene ofte luyttel broet4 ,d4 ,vr4 ,is de moeder kenbaer8 ,m4 ,a4 ,o ja6 ,sy is kenbaer1 want sy is groeter als een bye1 het aegterlyghaem is groeter of laenger4 ,sy is geelachtigh van kleur en heeft geen angel om te steecken1 soodat sy seer kenbaer is aen den geenen die de konst van de byen verstaen hebben4 ,d4 ,vr4 ,wie de moeders maekt8 ,m4 ,a4 ,de byen konnen geene byen maecken1 tensy sy van het saet der moeders hebben4 ,dit leerdt ons wieder de ondervindingh1 wandt verliest oft ontnimt eene bye syn moeder1 is het dat de raeten met broet ofte jonge byen besedt syn1 so maecken de byen een ander soort van doppe als daer de byen in groeyen4 ,sy draegen het saet van de moeder in die doppen en uyt haer natuer brengen sy in #ad daegen volkomen moeders voorts1 soodat de moeders aght daegen eerder volkoemen syn als de byen4 ,d4 ,vr4 ,zyn er ock nogh ander sort van byen als de moeders ende byen8 ,m4 ,a4 ,ja1 daer is nogh een ander soort1 die dreenen genoemt worden2 sy syn groeter als een bye1 sy draegen geenen honigh en hebben geenen angel om te steecken4 ,men vindt se by de byen in het laetste van ,mayus en verblieven ontrent den heelen ,somer2 de byen dooden haer duycwils doer den ,somer en in den ,herfst geheel4 ,d4 ,vr4 ,wye maekt de dreenen8 ,m4 ,a4 ,of de moeders of de byen de dreenen maecken1 dit is onsieker1 want een bye die van syn moeder berooft is maekt dreenen4 ,maer vermits desen kleender syn als ordineere dreenen1 soo is waerschynlyk1 dat de volmaekste dreenen van de moeder voorts komen4 ,d4 ,vr4 ,tot wat einde dienen diesen dreenen8 ,m4 ,a4 ,dit hebbe ik tot nogh toe niet konnen ondervinden4 ,eenighe vermeinen dat de dreenen den man van de moeder syn en dat sy de moeder vergeselschappen als sy haer saet uytdeelt ofte de neste in de raeten leydt2 maer dat is waerschynelyk1 aengesien dat de moer in het begin des lentens haer saet uytdeelt als geene dreenen by de byen gevonden worden2 andere vermeenen dat sy de jonge moeren vruegtbaer maeken4 ,eventwel weet ik door de ondervynding1 dat de jonge moeren sonder dreenen goet en vruegtbaer syn4 ,andere vermeynen dat het waerschynlyk is dat sy het huys en den broet bewaeren terwyl de byen uytvliegen en honigh haelen1 want de byen niet in den wynter maer in den somer honigh haelen en dan haer houden2 want haelen de byen genen honigh meer1 soo dooden sij haer4 ,eventwel is het syeker dat sy eenigsins nootsaekelyk syn1 want3 ,deus et natura non frustra operantur1 ,godt en de natuer stellen niemant teluer4 ,capittel ,,ii4 ,van den arbeyt der byen4 ,d4 ,vr4 ,welk is den arbeyt der byen8 ,m4 ,a4 ,den eersten arbeyt der byen is raeten maeken1 in dewelke sy jonge byen maeken en den honigh inspyen en het blomsel afleggen4 ,de jonge byen beginnen broet te maeken in het begin van ,februarius1 als het weer het toelaet1 en duert door den lenten en somer tot het laetste van ,augustus1 omdat het honigh haelen dan gedaen is2 daerom houden sy ock op met broet maeken4 ,den honigh suegen de byen uyt welriekende blommen1 en soo balt sy thuys koemen spyen sy hem in de raeten1 en als sy veel haelen1 soo syegelen sy de tuytjens en de raeten toe2 het blomsel haelen sy ock op de blommen1 en draegen hetselve aen haer aghterste beenen1 en in den korf koemende leggen sy het af in de raeten4 ,d4 ,vr4 ,wat is het blomsel8 ,m4 ,a4 ,het is het brood voor de byen4 ,sy eeten het blomsel met honigh1 gelyk den mensen het brood eet tot andere spysen4 ,d4 ,vr4 ,kan den bye alleen van 't blomsel leeven8 ,m4 ,a4 ,niet het brood alleen houdt den mensch op de been1 maer mit het brood eet den mensch andere spysen1 krueden en vleesch4 ,alsoo den bye leeft niet alleen van het brood maer ock van den honigh4 ,gelyck den mensch niet sterft van honger soo langh hy brood heeft1 soo langh sal ock geene bye sterven1 soo langh sy blomsel heeft4 ,d4 ,vr4 ,heb ik wel hooren seggen dat blomsel was is8 ,m4 ,a4 ,dit is ongefondert1 want de byen eeten het was niet1 maer het blomsel eeten sy met den honigh4 ,dit leert de ondervinding1 want is het saeken dat eenen uyt gegeten is1 soo vyndt men even min blomsel als honigh4 ,daerenboven1 als de byen weynig honigh haelen soo draegen sy het meeste blomsel en wercken weinigh in de raeten1 maer haelen sy veel honigh soo draegen sy niet veel blomsel en sy wercken sterk in de raeten4 ,vervolgens moet het blomsel geen was syn maer brood4 ,dit kan seker door de ondervinding geapprobeert worden1 want sluyt eenen swaerm plotseling in een liedigen korf soodat hy niet in kan vliegen of blomsel haelen1 eventwel sal hy raeten maeken4 ,d4 ,vr4 ,waervan maeken de byen het was ofte de raeten8 ,m4 ,a4 ,dit antwoort en dese vraeg kan mit seekerheydt niet beantwoordt worden1 omdat alle gemeine saeken der byen1 door de ondervindingh niet ontdekt syn4 ,maer soo veel als myn verstandt ofte gevoellen aengaet1 soo suponeer ick vastelyck1 dat de byen het was ofte de raeten uyt de natuer1 gelyck een spin het wefsel maekt2 en gelyck de ondervindingh leert dat de spin het aldermeest werckt als haer neering groet is1 alsoo seydt men ock dat de byen den besten vortgang hebben als sy wel worden onderhouden ofte van bueten veel honigh haelen4 ,capittel ,,iii4 ,van den aert der byen4 ,d4 ,vr4 ,syn alle byen van een aert8 ,m4 ,a4 ,alhoewel alle menschen en ock de onredelycke gedyrten ofte creatueren wel van een natuer syn1 soo verschyllen sy dogh groetelyks in den aert der qualieteyten1 want den eene mensch is veel neersamer1 sterker1 spaersamer als den anderen1 alsoo is het ock met de byen2 want de eene bye is neerstiger en spaersamer als de andere1 de eene groeyt ock beter als de andere4 ,d4 ,vr4 ,geeft my eenige bemerkingen1 aen denwelcke ick den aerdt der byen kennen kan4 #amo4 ,bemerckt dat de byen syn van verscheyden qualyteyten2 men heft boosaerdige byen1 dewelcken men nauwelyks kan naederen om te voeren ofte besien sonder sy steken4 ,dese syn gewoenlyck nerstygh en groeyen wel4 ,om diese boosaerdigheydt te ontleeren1 moet men dese byen dickwyls visiteeren en besien4 ,met rook van toebak ofte een ander londt tempteeren en bedwingen1 en soo sullen sy al anders goedt worden4 #b;do4 ,bemerckt dat men roofagtige byen heeft1 dewelcke altydt op den roof gaen vlyegen ofte onder huetten of wel onder haer eygen hut4 ,desen moeten sooveel het moegelyk is ontleerd woorden gelyck wy hier ofte daer naer zullen leeren4 ,en soo men haer niet ontleeren en kan1 moet men van dien aerdt niet behouden maer in den herfst dooden1 omdat sy seer schadelyk syn voor den eygenaer en voor den eevenmensch4 #ctio4 ,bemerckt dat men vyndt kleinen byen en grooten byen4 ,welke van desen syn de beste8 ,dat heb ick tot nu toe niet ondervonden4 ,is het saeken dat eenen bye korten tydt honigh geeft1 dat de grooten dan den meesten honigh dragen is seker1 maer geeftet langen tyt honigh1 soo wynnen de kleinen1 omdat sy ordeneer neerstiger en meer aenhoudende syn4 #dto4 ,bemerckt dat eenige byen wercken in het volck en vervoolgens ock in de raeten4 ,soo sy sterk in het volck wercken syn het vette jaeren1 soo winnen sy merckelyk1 maer syn het maeger jaeren soo wynnen het desen die in den honigh wercken en syn doorgaens beter gesloten4 ,welke ick van desen het meeste sal priesen en weete ick niet1 maer het geraetsamste is van disen beyden soortten te behouden1 opdat men soo in vetten als in maegeren jaeren honigh bekoomt4 #eto4 ,bemerckt dat de byen van een boosaerdigen naetuer syn en daerom seer saegtsynnigh moeten behandelt worden1 andersins steken sy seer ligtelyk1 daerom moet een byenman als hy syn byen besiet niet aen stoeten met den korf1 want sy worden ontroert en koemen terstont uyt den korf om sich te verweeren4 ,den byenman als hy syn byen besiet moet synen aessem ophouden1 want omdat eene bye eenen fienen rueck heeft1 isser niet arger om de byen te stueren als den aessem1 besonderlyk als de byenman sterke dranken1 als wyn1 audt byer1 brandewyn of jenever ofte eenige gebrande waeters gedronken heeft4 #fto4 ,bemerckt dat den eenen bye van aert beter is als den andere1 daerom moeght men wel letten op den besten aert1 om by voorkeur diesen op te stellen die van goeden aert syn4 ,syn sy ock eeninge ponden lyegter ofte swaerder als die van soo goeden aert niet syn1 soo moeten desen van goeden aert tot vaeselbyen gebruekt woorden4 ,capittel ,,iv4 ,eenige observatie om de jaeren te kennen of sy vette ofte maeger syn4 ,d4 ,vr4 ,j4 ,s4 bemerckt eenige teekenen aen dewelcken men kennen kan de goede ofte sleghte jaeren4 ,m4 ,a4 ,het is zyeker dat niemant voorseggen kan ofte het een goet jaer sal syn of quaet jaer sal syn voor de byen1 waent soo iemant soude onder het getal der valsen profeeten konnen gestelt woorden4 ,eventwel soo heeft men eenige observatie en ondervindynge1 door dewelcken eenigen wyllen gissen of het een goet jaer of een quaet sal syn1 maer dese gissingen syn ook niet onfeilbaer4 ,d4 ,vr4 ,leeren my dese observatie niet de planeten die dat jaer regeeren2 aengesien dat desen1 sommige kout1 andere waerm1 andere maer myddelmaetig syn1 soo willen sy dat de jaeren ook aldus invallen8 ,m4 ,a4 ,ick heb sulks geobserveert1 maer ben groetelyks bedrogen gewoorden1 want ick heb ondervonden dat de planeten bedriegen4 ,veronderstelt dat ,luna regeerde1 en een seer goet jaer was2 seeven jaeren naer dit1 als ,luna weder regeerde een seer slegt jaer was en heel maeger1 soodat dit wikwyls myslukt4 ,eventwel soo moet ick bekennen dat de waerme en aengename planeten veel beter voor de byen syn als de koude en onaengename planeeten2 want gelyck de astrologen schrieven van de eerste planeeten1 als daer ,saturnus1 omdat het is eene koude en onaengenaeme planeet1 regeerde1 ordeneer seer slegte byen syn geweest2 maer in het jaer #aghc regeerde ,saturnus ock1 en de byen waeren seer goet en vet1 soodat dit geensins voor eenen regel kan gehouden worden1 want ick onder alle seven planeeten1 goede en slegte byen gehadt hebbe4 ,anderen observieren de byen in den lenten en seggen1 als de byen den honigh behouden en weynig verteeren1 dat dit een teeken van een sleght jaer is1 omdat de byen uyt de natuer beter weten als den mensch ofte in den somer sal honigh vallen2 maer vertert de bye in den lenten den honigh geheel1 soo verwaegt hy in den somer nieuwen honigh2 de ondervinding leert1 dese observatie eenigsins gefondert te syn4 ,anderen observeeren de byen in den lenten of sy veel avanceeren1 of sy veel raeten en volck maeken4 ,dit is een teeken dat sy in den somer ook veel honingh soecken te haelen1 maer bederven sy den broet en werpen sy hem uyt en motten sy veel1 het is een teeken dat er in den somer niet veel honingh vallen en sal1 dese observatie is de waerschyenlykste4 ,andere en oude byenmans seggen1 dat sy geobserveert hebben en ock ondervonden1 is het saeken dat de byen dikken en stompe raeten maeken of gemaekt hebben in het vorigh jaer1 dat het volgende jaer sal slegt syn1 maer hebben sy teere gemaekt soo sal het naervolgende jaer heel goet syn4 ,jae veele observeeren op welcke plaets de byen de eerste raeten gemaekt hebben4 ,sy seggen dat men de byen dit volgende jaer naer die plaets moet vaeren1 want sy daer den meesten honigh sullen haelen4 ,van dese saek weete ick geene andere reeden te geven als de ondervinding4 ,anderen seggen wanter veel eclypsen syn aen son en maen1 soo valt in dat jaer veel honingh1 van desen saek weet ik geene reede te geven4 ,maer nu een jaer dat my gedenkt1 te weeten het jaer #aggb warender seer veel eclypsen1 soo aen de son als aen de maen1 en ik en heb geen beter jaer beleeft4 ,ook als dat aenderen willen seggen als er veel hop wast1 dat het dan ook een goet jaer is1 en ter contrarie wast geen hop zoo valdt ook niet veel honigh4 ,van desen saek souden eenigsiens reeden konnen gegeven woorden1 want als geene hop waest soo vallen in het laesten van den lenten en in het begin van den somer swaer regen1 waerna de bladeren blinkende eerst en daernaer swart woorden en vervalschen de hop soo datter weynigh stroy en hop waest4 ,desen regen syet men ook blyncken op de blaederen der boomen en bisonderlyk op de eykeboomen1 en dan siedt men dat de byen op desen blaederen vliegen en aerbeyden1 en niet goet bekoomen2 het schyndt dat als deese vallen1 datter dan geenen honigh op de boomen valt2 men siedt ook dat de blaederen door den stormreegen worden afgewaessen1 en dat daer de byen dan somtidts nogh wel honigh op haelen en de hop ock eene nyen waes bekoomt en wel hop waest2 ik hebbe sulks door de ondervinding geleerdt4 ,anderen observeeren in den ,lenten ofte de naetuer veel douw geeft en de daegen of de lougt mals en waerm is1 soet en aengenaem is1 ondervinden sy sulks1 soo sluyten sy1 dat het een goet en vet jaer sal syn1 dit is onder alle observatin de waerschinlykste4 ,de reeden is omdat den douw1 die snaghts op de blommen valtt1 in den dagh door die son en waermte tot honigh gedisteleert woordt4 ,is de loght soet en aengenaem soo konnen de byen den honigh met kleynen aerbeydt en moyeten versaemelen4 ,d4 ,vr4 ,desen observatin souden die ook wel ydel konnen genomt woorden8 ,m4 ,a4 ,neen sy kommen voorts uyt de natuer der byen die beeter als den mensch voorsien1 of goede of slegte jaeren sullen voolgen2 ook moeten geen van observasiones genoemt worden1 die op reeden en ondervinding gefondeert syn4 ,bemerkt dat de byen in veelen jaeren ook veel honigh souden haelen1 maer sy woorden verhindert1 dat sy den honigh niet versamelen1 want sy woorden dicwyls belet1 door den sterken wyndt ofte veel reegen of door de hitte4 ,den windt verdroogt1 en verdoeft de bloem1 de hitte maekt de bloem te droog1 den regen maekt de bloem te waeteragtigh en verhindert de byen dat sy niet konnen vliegen1 daerenbooven kan blexem en donder de bloem soo vervaelschen dat de byen geenen honigh meer en haelen4 ,het tweede deel4 ,capittel ,i4 ,van de vyanden der byen4 ,d4 ,vr4 ,hebben de byen veel vyanden8 ,m4 ,a4 ,jae sye hebben veel vyanden soo uytwendigh als inwendigh4 ,d4 ,vr4 ,welck syn de uytwendige vyanden der byen8 ,m4 ,a4 ,de uytwendige vyanden syn3 mussen1 hoorstelen1 wespelen1 mieren1 spinnen1 swaluven en meer andere1 spegt1 voorssen1 meesen4 ,d4 ,vr4 ,wat quaet die mussen maeken8 ,m4 ,a4 ,de mus veroorsaekt dikwyls grooten schaeden aen de byen1 want in den wynter als de byen vaest sytten1 dan soeken de mussen op de plank1 vynden sy eene opening1 soo kruypen sy in den korf1 jae sy bytten dikwyls door den raendt van den korf1 sy verbytten de raeten1 en eeten den honigh1 soodat sy meinigmael den geheelen bye verderven4 ,daerom moet eene byenman1 den korf wel visenteeren of daer eenige openinge gevonden worden1 die moet hy toesmeeren1 of is den randt gebrooken1 soo moet hy desen voor den wynter reparieren4 ,de meesen ofte byevreters en koomen in den korf niet1 maer sy kloppen en hakken aen het tylgaet1 en als de byen uytkoomen vangen en eeten sy haer1 om dit quaet voor te koomen moet den byenman in den herfst het tylgaet wel stoppen met een plankje2 daerenboeven moet men als het gesneuwt is1 met vallen ofte andere instrumenten1 desen schadelyke voogels vangen en dooden4 ,den spegt is in den strengen en langduerygen wynter ook seer schadelyk1 want hy bydt door den ruegh van den korf1 daer de byen den honigh bewaeren1 hy eet den honigh en de raeten en bederft de byen4 ,om desen voogel af te weeren moet men dikwyls de byen berooken om hem te jaegen1 ofte men moet allerhaende lappen aen de huet haengen opdat hy baeng woort en vliegt weegh4 ,d4 ,vr4 ,wat quaedt doen de quakvorsen en padden8 ,m4 ,a4 ,de padden en quakvorsen syn ook seer schadelyk1 want sy klymmen den korf opwaerts1 tot aen het thylgaet en eeten meynigvuldighe byen4 ,sy eeten de byen die voor de huedt liggen4 ,en de paed1 als de bye op de aerde staet1 aerbeydt de aerde wegh1 en gaet in den korf om de byen te eeten4 ,daerom moet den byenman 'savonts1 als de schadelyke gedirten begynnen te koemen1 naer de byen gaen1 om desen gedirten te dooden4 ,d4 ,vr4 ,wat doen de mieren8 ,m4 ,a4 ,de mieren syn ook vyanden der byen en schaden de byen veel4 ,sy loopen in en om den korf en konnen sy by den honigh koomen1 sy eeten hem4 ,is een bye in het nauw1 sy doot haer2 met een woordt sy plaegen de byen daegen en naeght4 ,als men dit ongluyk heeft van byen te setten waer desen myeren veel syn1 dan moet men syn beste doen1 om desen te verjaegen1 met houtassen1 of nogh beeter1 meel van ongleste kalck2 stroudt dit onder en om den korf1 sy sullen vluegten1 en de byen verlaeten4 ,hebben sy haer woonplaets ontrint de byen1 bederft desen4 ,d4 ,vr4 ,wat quaedt doen de hoorstelen en wespelenn8 ,m4 ,a4 ,de hoorstel rooft de byen1 sy eet den honigh1 de wespelen plaegen de byen veel1 daerom zoekt haer nesten en verstoort haer1 verplettert en verbrant haer jongen en raeten1 want woorden sy niet gestoort1 sy maeken jongen door den geheelen somer1 soodat daernaer geheele swaermen van desen schadelyke gedirten syn4 ,d4 ,vr4 ,syn de spinnen ock vyanden der byen8 ,m4 ,a4 ,eenen groeten vyandt1 want sy spandt haere netten van alle kanten om de byen te vangen2 bekomt sy een bye in haer net1 sy weeft se vast en doodt haer1 om den honigh en de ingewanden uyt te suegen1 daerom moet men dese netten breeken en de huedt reynigen van het spinnenweefsel en de spin1 sooveel het mogelyck is1 dooden4 ,d4 ,vr4 ,wat doen met de andere vogels8 ,m4 ,a4 ,wat aengaet de swaelven en andere vogels moet men verduldig syn1 omdat wy dese onder onse magt niet hebben4 ,capittel ,,ii4 ,van den wolf der byen4 ,d4 ,vr4 ,hebben de byen eenen wolf8 ,m4 ,a4 ,anno #aghb en #aghc heeft sygh vertondt1 een gedirte hetwelck geenen mensch gedenkt van oyt gesien te hebben2 maer uyt ,duytslandt en ,vranckryck hebben nieuwspapieren gemeldt1 dat aldaer in de annales ofte jaerlyxe aenteekeninghen gevonden wierdt1 dat ontrendt vr hondert jaeren dit gedirt ock geregeerdt heeft en veel schade aen de byen veroorsaekt hadde1 en het volgende jaer de pest onder de menschen gevolgt was1 voor welck quaet den goeden ,godt ons genaediglyk bewaert heeft4 ,d4 ,vr4 ,waerom noemt gy dit gedirte den wolf der byen8 ,m4 ,a4 ,dit gedirte wordt genoemd den wolf1 omdat het mit geenen anderen naem bekent is4 ,evenwel mag het mit regt den wolf der byen genoemt worden1 want den natuerlyken wolf en kan onder de schapen1 so groete schaede niet veroorsaeken als dit gedirt onder de byen4 ,d4 ,vr4 ,hoe sal men dit gedirt kennen8 ,m4 ,a4 ,dit gedirt is eenigsins gelyck aen een wespel2 het agterlyghaem is groeter ofte langer en volgens de coluer1 matter als een wespel4 ,dit gedirt heeft wel een angel maer kan niet steecken2 dit gedirt heeft twee hoerens voor het hooft1 met dewelcke het de byen vangt en seer gevoelig niepen kan4 ,eventwel verschyllen dese gedirten van de wespelen groetelyks1 want de wespelen hebben een angel om te steeken1 sy wonen veel in een nest en maeken raeten in dewelcke sy haere jonge broeyen2 maer dit gedirt woont alleen in sandagtige huevels en kleeften4 ,opent syn woonplaets1 gy vindt veel doode byen en onder dese byen een wit wormken4 ,volgens apprensie is dit het saet en wasch van dit wormken of den jongen wolf4 ,d4 ,vr4 ,wanneer doet den wolf de meeste schaede8 ,m4 ,a4 ,dit gedirt regeerdt pryncipael in seer waerme en droege tyeden2 is het nat en koudt1 soo is het slap en magteloos2 het regeerdt aldermeest als den boekweydt bloyt1 wandt de ondervynding heft my geleerdt1 dat ontrent desen tyd 7alhoewel het seer schoon weeder was7 de byen in het warmste van den dagh geheel stil stonden ofte saeten gelyk in den winter2 en smorgens vroegh en savonds laet sy scherp vloegen1 omdat dit gedirt smorgens vroeg en savonds slap en magteloos was1 waeruyt men klaer besluytten kan1 dat1 gelyk het schaep den wolf vreest1 dat de byen1 die geenen vyant vreesen1 dit gedirt of den wolf vreesen4 ,ick heb van ondervynding1 dat ontrent dien tydt1 myne byen die in goeden staet waeren1 in acht daegen geheel bedorven wierden2 het volck was door den wolf gerooft1 de motten wierden meester en hebben den broet soodaenig bedorven1 dat de raeten uyt den nest syn gevallen1 soodat niets goedts van de byen te verwaegten is2 maer als de heydeblom bloeyde had dat gedirt weynig maght1 soodat de byen op de heyde wel honigh souden gehaelt hebben1 ware het saeken dat sy te voeren niet waeren bedorven geweest4 ,capittel ,,iii4 ,van den inwendigen vyand4 ,d4 ,vr4 ,welke is den inwendigen veyandt der byen8 ,m4 ,a4 ,den inwendigen vyand der byen syn de motten en is veel erger als den uytwendigen4 ,sy groeyen in de nest gelyk jonge byen en veroorsaeken veel quaet4 ,sy maeken de byen laem en gebreklyk soodat vleugels of beenen mankeren en daerom onbequaem syn om te werken2 dese worden dan van de gesonde byen uyt den korf gejaegt en moeten alle sterven4 ,de mot doorbyt de raeten in de nest1 soodat sy onbequaem worden om jonge byen voorttebrengen1 jae weeft de raeten by malkanderen1 soodat de nest bedorven is en de byen haeren broet moeten uytwerpen4 ,d4 ,vr4 ,is daer geen myddel tegen diesen vyandt8 ,m4 ,a4 ,ja1 den neerstigen byenman moet in den ,lenten letten als hy begyndt te koemen en door den ,somer de byen visiteeren en reynigen en de motten dooden2 want gelyk een kyndt niet gesondt is als het ongesiefer de overhandt heeft1 alsoo heeft de bye1 in welcke de mot is1 geenen goeden voortgang4 ,d4 ,vr4 ,waerdoor ofte waervan komt de mot in de bye8 ,m4 ,a4 ,dat heb ick door de ondervinding nogh niet geleerdt2 maer men siet dikwyls1 dat hy uyt aermoede voortkomt1 dit evenwel niet altydt1 want ick heb ondervonden1 dat in byen die geenen aermoed1 maer honigh genoeg hadden1 evenwel aen mot onderworpen waeren1 soodat de aermoede niet alleen de oorsaek van de mot is4 ,volgens myn gevoellen groeydt de mot in de byen1 uyt de natuer gelyck hy in veel ander saeken groeydt waervan men geen reden kan geven1 ofte waerschinlyk komt de mot van kleene wiette vladders1 die men motsytters noemt2 dese vladders groeyen van de motten1 want als de byen de motten uyt haer nest verdryeven1 dan setten sy haer tusschen de randen van den korf en bedecken haer4 ,uyt dese mot 7als sy niet gedoot wordt7 groeyt een vladder3 dese komen in de maend ,junius en vertoonen sigh ontrent den avondt1 somtydts syn sy met de byen in den korf1 somtydts syn sy buyten den korf4 ,diese vladders soo veel het mogelyk is moet men dooden1 ook al eer sy een vladder syn4 ,de korf moet gereynight en uytgeworpen worden1 omdat niet ongefondeert is dat dese vladders saet uytwerpen1 van hetwelck de mot groeyt4 ,want gelyk den syedeworm op rein papier syn saet uytwerpt hetwelck1 in den lenten in de son gesteld synde jonge syedewormen voortbrengt1 soo is het ock mit dese vladders1 die in den lenten motten voortbrengen4 ,het derde deel4 ,capittel ,i4 ,van het huys der byen4 ,bemerckt dat de byen twee huysen hebben1 een in hetwelck sy woonen1 en dit noemt men het kaer ofte den korf2 het ander dient tot decksel van het eerste1 en men noemt het den schop ofte de hut4 ,d4 ,vr4 ,van wat materie maekt men het kaer ofte den korf8 ,m4 ,a4 ,van strooy met teyn of bremmen doorarbeydt4 ,desen korf maekt men plat in den koepel1 opdat het kaer op het hooft staen kan4 ,men werkt van den koepels rande1 altydt meerderende en in den sesden en sievenden randt het eerste tylgaet1 dan nogh vyf randen een weynigh meerderende1 en in den sesden randt het tweede tylgaet1 daernae nogh vier randen soo sal den korf volmaekt syn4 ,d4 ,vr4 ,konnen de byen soo in den korf gedaen worden8 ,m4 ,a4 ,neen1 als de bye in het kaer gedaen wordt1 moet het kaer ofte den korf wel voorsien syn met balken1 die men rueselstekken noemt4 ,niemt om die te maeken sprockelen of ander houdt1 schille hetselven en doet het in het kaer op de naevolgende manier2 gy maekt boven in den koepel dry of vier stekken die drykantig syn soodat den platten kandt het boevenste van het kaer raekt opdat het kaer niet kan doorsinken1 en dat de bye op den scherpen kandt aen wercken kan2 opdat de bye maeke reght werk1 neem een weynigh suever was1 plakt het een halven vynger lengte op den myddelste stek1 soo geschiet lyegtelyk dat sy reght wercken4 ,ontrent twee ad dry duem steekt eenen stek ofte een kruys1 niet gelyk de boevenste volgens het tylgaet1 maer dwaers door het kaer4 ,ontrent het eerste tylgaet steekt twee stekken ock dwaers1 #c ofte #d randen laeger steekt wiederom twee stekken1 en ontrent de onderste twee1 al op de selve manier ,d4 ,vr4 ,ick heb wel gesien dat den byenman een kruys in de kaer ofte korf maekte4 ,m4 ,a4 ,maer diese manier van de kaer te rueselstekken schynt my veel beter als met een kruys4 ,de eerste reede1 omdat de bye gemakkelyker gekort en den honingh daer uyt gesnieden kan worden2 want trekt #b #c stekken uyt1 soo kan men de bye genogsaem korten en ock den honingh uytsteken2 ten tweede1 de raeten syn vaster als sy in soo veel stekken syn vast gewerkt2 ten derde1 de bye werkt fraeyer en gelieker1 want als een kruys in een raet komt onder een rueselstek1 de bye werkt niet1 tensey sy veel honingh haelt4 ,d4 ,vr4 ,ick kan opwerpen als de bye verkeert oft dwaers aerbeydt1 soo sullen geen stekken houden4 ,m4 ,a4 ,dit is waer1 maer een neerstig byenman moet syn byen visiteeren en sien hoe sy wercken2 en ondervindt hy dat de bye dwaers aerbeyt1 soo moet hy de stekken volgens de raeten steken1 opdat de bye syn raeten vast arbeyt4 ,d4 ,vr4 ,wat sal ick doen1 ist dat de bye geheel dwaers aerbeyt8 ,m4 ,a4 ,gy moet een ander tylgaet maeken hetwelk met de raeten overeen komt1 want een bye die dwaers aerbeydt is seer moeylyck om te hanteren en te bearbeyden4 ,capittel ,,ii4 ,van de byen-hut ofte schop in den winter4 ,d4 ,vr4 ,moet de bye een hut hebben in den winter8 ,m4 ,a4 ,ja1 behalven den korf oft kaer waer de byen in wonen1 moeten die in den winter dack hebben1 door hetwelck sy van reegen1 haegel en sneuw bewaert syn2 dit decksel noemt men de byenhut ofte schop4 ,d4 ,vr4 ,hoe moet dese hut getimmert worden8 ,m4 ,a4 ,iemandt1 die mit profiet ofte naer de konst wil byen houden1 moet uytsoeken een bequaem plaets1 op dewelcke de hut getimmert wordt1 want aen de gelegentheydt der hut is veel gelegen1 om in den lenten goede en gesonde byen te hebben4 #amo moet de hut getymmert worden op droogen en waermen grond1 want als de byen uytvliegen om den kost te haelen1 koemen sy dickwyls vermoydt naer huys1 en vallen vr den korf neer2 is den grond naet en koudt1 dan verstyven sy en sterven2 maer is den grond droogh en waerm1 soo staen sy wieder op en vliegen naer haeren korf4 #b;do moet de hut getymmert worden dat het voorste der hut staet naer het ,suyd-,oosten1 omdat dit den waermste wind is1 en in den winter het meeste sonneschyn heeft2 want de byen moeten door de waermte leeven4 #ctio de hut kan ock wel een weynigh krom ofte gelyck eenen ellenboegh getymmert worden1 den eenen vluegel ten ,noorden en den anderen ten ,westen1 daer den storm dickwils groete schaede veroersaekt4 ,d4 ,vr4 ,welcke hut is beter1 van een ofte twee statin8 ,m4 ,a4 ,de hut van een statie is volgens myn gevoellen1 beter als van twee statin2 in den wienter kouder en in den somer veel waermer4 ,de tweede reden is1 omdat een hut van twee statin ongelyke byen maekt1 want de boevenste statie verliest gewoenlick2 de oorsaek is1 omdat de jonge byen1 die naer het velt syn geweest1 om den kost te haelen1 vermoeyt wiederkeeren1 eerder by de onderste als boevenste statie vallen4 ,d4 ,vr4 ,hoe moeten syn de gesteltenis van de hut van een statie8 ,m4 ,a4 ,de hut van een statie moet ock niet hoogh syn1 omdat den sneeuw en reegen tegen de kaer jaegt4 ,om dit af te keeren1 maekt men een kleyn afdak2 in den wienter moet de son de geheele kaer beschynen1 maer in den somer moet de son de kaer niet langer als tot #i1 op het hoegste tot #aj uren beschynen2 want als de byen de son tot in het midden van den daegh hebben1 dan worden sy te waerm en konnen niet aerbeyden1 maer sy loepen uyt de kaer1 om logt te scheppen1 sy besetten den broet niet1 hetwelck oorsaek is dat de motten in de nest meester worden1 bederven den broet ofte jonge byen1 soodat sy genoedsaekt worden1 om den broet uyttewerpen4 ,d4 ,vr4 ,wat moet nogh meer op de hut syn8 ,m4 ,a4 ,de hut moet ock voorsien syn met goede planken1 op dewelcke de byen gestelt worden2 dese planken moet men ontrent een voet van den grond ofte aerde setten4 ,capittel ,,iii4 ,van die hut in den somer4 ,d4 ,vr4 ,hoe moet de hut in den somer syn8 ,m4 ,a4 ,de hut in den somer moet op droegen en waermen grond staen1 daerom hoegt men de plaets daer de byen gestelt worden op1 opdat de byen bevrydt syn van waeter2 men bedekt den bye met eenen roes tegen den regen4 ,heeft men eene geschikte plaets tegen een heg ofte houtgewas1 het is beter als tegen eenen wal1 want door een heg speelt den windt1 en vervolgens blyeven de kaere beter droogh als tegen eenen wal4 ,d4 ,vr4 ,hoe maeke ick een hut in de heyde ofte ,peel1 waer men geen heg ofte wal en vindt8 ,m4 ,a4 ,gy maekt een hut van roessen1 soo hoogh als de kaer is en legt eene roes op den koepel1 opdat den regen van de byen wordt afgekeert4 ,d4 ,vr4 ,hoe sette ick de byen in den ,peel ofte in de heyde8 ,m4 ,a4 ,gy moet de byen niet setten1 dat het tylgaet int ,suyden ofte middaeg staet1 wandt dan staen sy te waerm1 ock niet int ,noorden dan staen sy te kout2 maer het beste is int ,oosten1 dit is niet te waerm1 want de son verlaet de byen ontrent #aj ueren2 het is ock niet te koudt1 want de son beschyndt de byen den geheelen morgen1 hetgeen genoeg is4 ,het vyerde deel4 ,capittel ,i4 ,van de vaeselbyen ofte opsetters4 ,d4 ,vr4 ,wat noemt gy vaeselbyen8 ,m4 ,a4 ,de vaeselbyen syn die1 dewelcke tot in den ,lenten bewaerd worden om jongen van te bekomen4 ,d4 ,vr4 ,wat is te observeeren ontrent de vaeselbyen8 ,m4 ,a4 ,gy moet ten eerste observeeren1 dat de byen goet syn in de raeten en den honingh wel gesiegelt en gesloeten hebben1 want lossen honingh hebben de byen terstont vertert4 ,ten tweeden moet gy wel observeeren ofte de byen ock moeders hebben4 ,d4 ,vr4 ,welcke syn de teekens door dewelcke ick erkennen kan ofte de bye eene moeder heeft8 ,m4 ,a4 ,dit kondt gy beproeven2 is het saeken dat gy met toebakrook ofte met een lont1 de byen uyt haeren nest verdrijft1 en siet gy broet1 het is een teeken dat de bye eene moeder heeft2 maer kondt gy geenen broet meer vinden1 het is twyffelagtygh ofte de bye eene moeder heeft en wilt gy dese bye houden voor een vaeselbye1 jaegt haer uyt2 siet gy de moeder1 soo syedt gy ock seeker4 ,op sulke manier moet een voorsiegtyg byenman1 alle syn byen bespueren dewelcke voor vaesel worden gehouden1 opdat gy geene opset ofte sy syn van eene moeder verseekert2 want set een bye op die geene moeder heeft1 soo vint gy in den ,lenten een liedig kaer1 want de byen1 omdat sy geene moeder hebben1 verliesen en vervliegen en den honingh is van de andere byen gerooft4 ,dese beproeving doet gy in het laetste van ,augustus en in het begin van ,september1 omdat de byen in dien tydt nogh broet hebben4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick nogh meer observeeren ontrent de vaeselbyen8 ,m4 ,a4 ,gy moet ook wel observeeren de kaer1 die gy onder de hut stelt1 dat sy niet egael syn4 ,gy moet beneffens een dat met teyn gewerkt is1 een dat met bremmen gewerkt is plaetsen2 gy moet sooveel verschil soeken1 als het mogelyk is4 ,de reden hiervan is1 dat de byen een scherp gesieght hebben1 en door het gesieght haer kaer kennen1 en daerom niet soo groot peryckel is1 van haer moeder te verspelen4 ,d4 ,vr4 ,verspeeldt de bye ock haere oude moeder8 ,m4 ,a4 ,niet soo lygtelyk als eene jonge4 ,edogh leert de ondervindingh1 dat in den herfst en wynter als de byen geenen broet hebben1 dat de moeder ziek wordt1 en dickwyls verspeeld wordt4 ,laet ons onderstellen1 dat er geene peryckel was voor de oude moeren1 soo is het doch voor de jongen4 ,het vyefde deel4 ,capittel ,i4 ,van de ponden der vaeselbyen4 ,d4 ,vr4 ,hoe swaer moeten de byen syn die men opset8 ,m4 ,a4 ,de vaeselbyen weghen #bf1 #bh1 #cj1 #cb1 #cd tot #ce pond4 ,het syn goede van #be tot #cj4 ,niemt men de beste anders maar1 aengesien dat men ten alle tyeden1 soo niet kan hebben4 ,daerom moet gy somtydts mynder of meerder nemen1 volgens de jaeren1 somtiedts myddelmatige jaeren4 ,in de myddelmaetige jaeren syn de beste vaeselbyen1 in de vette jaeren syn sy te swaer1 soodat sy #de tot #ej pond wegen1 die te swaer syn om op te setten1 omdat een byenman te veel moet reskeeren1 want eene bye1 die #ej pond weeght1 kan syne moeder verspeelen en vervolgens niets uytwerken4 ,onderstelt hy houdt syn moeder1 soo leert de ondervinding1 dat sulke bye synen honingh bewaert1 genen voortgang maekt1 ja dat hy niets en doet en in den aenstaenden herfst veel weyniger ponden heeft als in het vroegjaer4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick met eene bye die te swaer is8 ,m4 ,a4 ,niemt het byen mesch 7heeft hy een hoegsel breekt het uyt7 snydt soo veel honingh uyt tot dat hy de ponden heeft van een vaeselbye1 want de ondervinding leerdt dat het seer goet is4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick in maeger jaren als de byen te slegt syn8 ,m4 ,a4 ,syn het maeger jaeren1 dan is het een konst om deselve wel door den winter te brengen3 in dese jaeren moet gy wel letten dat de byen goede en genoegsaeme raeten hebben1 dat den honingh 7alhoewel het luttel is7 eventwel goet geslooten en gesiegelt is2 vreest gy dat sy den winter niet konnen doorkomen1 soo moet gy in het laetste van ,november als sy geenen broet meer maeken1 eenen keer wel voeren ofte laeven1 met een goede raet ofte bak honingh1 vermits dat sy ontrent dien tydt den lossen honingh vertert hebben en aen den vasten moeten beginnen1 soo spaeren sy nogh eenigen tyt den gesiegelden honingh2 dit moet ock wel geschieden ontrent ,kersmis als het weer sulcks toelaet4 ,daerenboven moeten sulcke byen in het begin van ,februarius worden gevisiteerd1 is er geenen honingh in soo moeten sy omgejaegt worden1 waervan wy later sullen handelen2 hebben sy nogh honingh1 bindt een raet tusschen haere raeten1 opdat sy onderhouden worden en haeren vasten honingh spaeren4 ,capittel ,,ii4 ,wat nog moet geobserveert worden4 ,wat moet ick nogh meer observeeren in het opsetten der byen8 ,m4 ,a4 ,den byenman1 als hy syn byen opset moet observeeren dat de kaer op de plank wel sluyt en geen opening blyft1 want diese opening geeft aen de musschen en aen de roevers een occasie1 om in het kaer te koemen en het is in den wienter ock te koudt1 omdat den wiendt daer door waeydt4 ,d4 ,vr4 ,wat sal ick dan doen1 nogh meer als het kaer op de planck niet goedt sluyt ofte past8 ,m4 ,a4 ,legt eenen swaeren steen ofte hout op het kaer om nieder te drukken en om te doen sluytten1 helpt dit niet1 soo moet gy met kalck ofte ander maeterye de openinge sluytten ofte stoppen4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick nogh meer doen8 ,m4 ,a4 ,in ,october stopt het tylgaet met een plankje en smeert hetselve soo toe1 dat maer een bye naer de andere kan uytkomen1 dit is goed om de vyanden der byen afteweeren en dat de byen in den winter niet veel vliegen4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick in den winter aen de byen doen8 ,m4 ,a4 ,niets als goet bewaeren tegen den regen ofte sneeuw4 ,als veel sneeuw valt1 sult gy #f of #g voet breedt den sneeuw van de hut wegwerpen1 opdat als sy vliegen en vallen1 sy beter konnen opstaen1 want vallen sy op den sneeuw1 sy syn terstont verstieft en dood4 ,d4 ,vr4 ,magh ick als het sneeuwt myne byen wel stoppen8 ,m4 ,a4 ,ick kan geensins approbieren dat men by langduerigen sneeuw de byen soude stoppen1 want de byen worden ongesond en konnen sich niet uytmesten1 soodat sy sich van binnen vuelmaeken1 en als sy lang syn gevangen geweest1 en opent haer1 dan vliegen sy soo sterk1 dat sy op een dagh meer volck verspelen1 als wanneer sy altydt met het tylgaet hadden open gestaen4 ,d4 ,vr4 ,is het dan noyt geraetsaem het tylgaet te stoppen8 ,m4 ,a4 ,het tylgaet stoppen voor een ofte twee dagen1 kan ick niet inapproberen bisonderlyk als er veel sneeuw legt1 want het gebuert1 dat de son klaer en waerm schiendt en alsoo de byen veel volck souden verspelen1 want sy door de son uytgelokt1 was het saeken dat sy niet gestopt waeren4 ,het vyfde deel4 ,capittel ,i4 ,van het vuylmaeken der byen4 ,bemerckt dat dit deel niet en is van vuyl byen door dat den honingh rot is1 want dit is arger als dat de byen sigh vuyl maeken4 ,maer in strenge en langduerige winters1 als de aerde langen tydt met sneeuw bedekt is gebuert het1 dat de byen aen het tylgaet1 en wat nogh arger is1 van binnen1 het kaer en de raeten vuel maeken4 ,d4 ,vr4 ,welck is de oorsaek van dit quaedt8 ,m4 ,a4 ,de oorsaek van dit quaet is dikwils de gelegentheydt van de hut1 omdat sy al te veel int ,oosten staet1 en van ,noorden- en ,oosten windt niet genoegh bewaert is1 want dese byen1 door de groete koude1 konnen sigh weynigh beweegen en bewaeren het mest ofte vuyligheydt1 het verbrandt by haer1 en sy worden heel dik en sterven4 ,de reden is omdat sy te weynig son hebben1 en daerom seer selden vliegen om sigh uyt te mesten4 ,d4 ,vr4 ,ick heb byen gesien die in het ,suyden stonden1 eventwel sigh vuyl maekten4 ,m4 ,a4 ,het is waer1 dat het ock gebuert dat byen die in het ,suyden staen sigh vuel maeken1 maer selden2 dit komt omdat de bye haer noetsaekelykheydt niet heeft1 te weten3 dat haer het broet mankeert1 ofte dat den honingh te waeteragtygh is4 ,daerom moet gy geen swaerm opsetten1 die laet in den somer gekomen is1 omdat sy niet genoeg broet hebben ofte den honingh te waeteragtigh is1 want ontrendt den herfst is hy niet soo kragtygh als in den somer4 ,d4 ,vr4 ,is het vuyl groot quaet voor de byen8 ,m4 ,a4 ,jae het is seer quaet1 want dese byen doen selden goet2 willen sy uytvliegen1 door de mattigheydt vallen sy op den grond1 versteyven en sterven2 jae de een sterft naer de ander1 en is er nogh een gesonde bye in het kaer1 die vlugt om den stank en vlyght by anderen1 soodat dykwils de geheele kaer sterft en blyeft sy in het leven1 sy doet selden goedt4 ,d4 ,vr4 ,kan ick diesen bye verbeteren8 ,m4 ,a4 ,jae1 gy moet den bye uyt het vuyl kaer jaegen en heeft hy geen gesonde moer1 soo neemt eene andere gesonde 7die volck te veel heeft7 by de moer1 geeft haer anderen honingh1 soo sal hy wel werken en goedt doen4 ,maer heeft de bye die sigh vuyl gemaekt heeft veel volck1 suyvert het kaer en tylgaet soo veel het mogelyk is en voert hun ouden honingh1 dan sullen de byen weder gesondt worden en werken4 ,sommigen willen dat men eykelen sal stoeten ofte puleverseeren en vermengen dit meel met den honingh1 dit soude goet syn2 anderen willen dat men sout soude kleyn vrieven en dat door het kaer in de raeten strooien4 ,doch souden de byen door het sout van haer vuyligheyd gesuyverd worden8 ,sommigen hebben wederom andere middelen en recepten1 maer volgens myn opinie1 dunkt my goet te syn al hetgene dat stopt4 ,het sesde deel4 ,capittel ,i4 ,van het reynigen der byen en visitieren der selven naer den wynter4 ,d4 ,vr4 ,wanneer moet ick de byen visitieren8 ,m4 ,a4 ,in het laetste van ,februarius ofte in het begin van ,maert moeten de byen gevisitiert worden en gereynigt1 want in den wynter maelen sy van de raeten1 om honingh tot haer onderhoudt te bekomen2 ock liggen dikwiels veel dooden byen onder het kaer4 ,alle reynigt gy van de plank1 op een schotel2 gy ondersoekt de doode byen ofte de moer er onder is4 ,vindt gy de moer1 soo is de bye ofte een van de naebuerige byen moerloos4 ,de bye moet ock beproeft worden ofte sy een moer heeft ofte niet4 ,d4 ,vr4 ,hoe sal ick een bye beproeven ofte sy een moer heeft8 ,m4 ,a4 ,is het saeken dat gy op de plank jonge byen vindt2 syn sy volmaekt1 het is een teeken dat de bye een moer heeft1 want sonder moer konnen geene jonge byen syn4 ,soo moet gy met toebaksrook ofte met een lont1 de byen op roeken1 en sien ofte sy broet heeft4 ,siet gy broet1 het is een teeken dat de bye een moer heeft2 vindt gy geenen broet1 dan moet gy naer #aj ad #ab daegen1 de bye wiederom visitieren1 ofter ock jonge byen op de plank liggen4 ,vindt gy der geen1 probeert de bye op deselfde manier als boven4 ,vindt gy nogh geene broet1 soo is het peryckel dat de bye geen moer heeft1 want ontrent dien tydt moeten de byen broet hebben ofte maeken4 ,eventwel moet sy naer eenige daegen wiederom geprobeert worden1 tot dat gy sieker sydt dat de bye geene moer heeft4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick nogh meer observeeren in het visitieren der byen8 ,m4 ,a4 ,gy moet observeeren1 welcke byen te veel ofte te weynig volck hebben1 want de byen die te weynig volck hebben konnen niet veel wercken4 ,die te veel hebben1 syn te spoedig uytgegeten4 ,daerom moet gy lappen1 en die te veel volck hebben ontniemen en geven aen die te weynig hebben4 ,de bye heeft te weynig volck als hy geene drye raeten beset1 en sal niet veel werken1 als hy niet geholpen wordt4 ,d4 ,vr4 ,hoe sal ick dat lappen het beste doen8 ,m4 ,a4 ,niemt eenen back met honingh1 stelt hem onder de byen die volck te veel hebben1 en als de byen op den back sitten om den honingh te eeten1 neemt den back en stelt hem onder de byen1 die te swaek syn2 doet dit soo dickwils1 tot dat sy volck genoegh heeft4 ,is het vroegh in den tydt1 als de byen geen vluegt gemaekt hebben1 soo kan de gelapte bye op de selve plaets bleyven staen2 maer hebben de byen de vluegt gemaekt1 soo moeten sy weghgedragen worden1 anders souden sy wieder naer ofte tot het selfde kaer1 daer sy uyt genoemen syn1 terug vliegen4 ,het sevende deel4 ,capittel ,i4 ,hoe men eene moerloose bye in den lenten helpen kan4 ,d4 ,vr4 ,hoe sal ick een moerloose bye helpen8 ,m4 ,a4 ,ondervindt gy dat gy eene moerloose bye hebt in den lenten1 gy moet ondersoeken ofte de moerloose bye veel ofte weynig volck heeft4 ,heeft sy weynig volck1 jaeght haer uyt en werpt haer by eene bye die een moer heeft1 maer luyttel volck1 dan sal dese wel werken4 ,maer heeft sy veel volck1 soo dat sy wel bestaen kan en vroeg in den tydt1 te weten in ,maert ofte ,apryl1 dan voert eene andere bye sterk1 opdat sy de raeten wel met broet beleggen kan4 ,jaegt dese bye uyt en jaegt de moerloose bye er in1 en werpt de moerloose in het kaer dat met broet voorsien is1 dan sal sy een moer maeken1 gelyk ick geseydt hebbe in myn eerste deel1 te weten dat de byen een moer konnen maeken1 als sy het saet van de moer hebben4 ,jae sommige seggen1 dat men een raet die met broet voorsien is uyt eene andere bye sal niemen1 en die in de moerloose bye sal vaest maeken1 soo sal de bye op dese raet moeren maeken4 ,hoe veel beter1 is het saeke dat de bye in een kaer komt1 dat geheel met broet voorsien is2 de andere byen1 die met een moer voorsien syn1 werpt gy in de kaer van de moerloosen2 is het dat er nogh wel honingh in dit kaer is1 anders werpt dese byen op nieuwen honingh4 ,ondervindt gy niet eerder als in ,mayus dat de bye moerloos is1 soo voerdt eene andere wel1 opdat sy de raeten vol broet maekt1 en dan jaegt weynig volck met de moer af1 en werpt de moer met de byen op de moerloose bye1 en laet de andere nieuwe moeren maeken2 soo bekomt gy by tydts jonge moeren1 dewelcke groot profyt doen1 gelyk wy hiernae sullen aentonen4 ,het aegste deel4 ,capittel ,i4 ,van de roovers en vyanden der byen4 ,d4 ,vr4 ,wat syn roovers8 ,m4 ,a4 ,de roovers syn somtydts byen van de selfde hut1 somtydts syn sy van andere hutten2 alhoewel sy door den geheelen lenten en ock somtydts in den somer syg laeten sien1 soo syn sy nooyt arger als in het begin der lenten1 als de byen beginnen te vlygen en geen blommen hebben om haeren kost te haelen2 dan geven sy malkander een vysiet1 maer soo goet1 dat sy malkander overvallen en geheel van den honingh beroven2 ock dikwyls dooden sy de overvallene1 daer ordeneer diese byen1 gering van volck syn4 ,d4 ,vr4 ,ick heb oyt gesien en gehoort dat er menschen syn die de byen iets voeren1 opdat sy op andere byen souden gaen rooven4 ,m4 ,a4 ,dit en weete ick niet hoe het is1 maer is het dat er sulke menschen gevonden worden1 dan syn dit onkristelyke menschen4 ,ick noem dese menschen onkristelyk1 omdat sy groetelyks sondigen tegen de liefde en de regtvaerdigheydt ,godts1 want ten eersten sondigen sy tegen de liefde1 die ons leert3 ,quod tibi non vis fieri alteri ne feceris4 ,dat gy niet en wieldt dat u geschied ,doe dat ock aen uwen naesten niet4 ,wie is er die soude willen1 dat sulks aen hem soude geschieden2 ergo doet het niet aen uwen evenaesten4 ,het is ock groetelyks strydigh tegen de regtvaerdigheydt1 wanneer sy willens en wetens expresselyk haeren evenmensch willen beschadigen2 vervolgens syn sy gehouden1 alle schaede die haeren evenaesten overkomt1 te restitueeren en te herstellen2 ick heb nooit ondervonden dat er sulke boosaerdighe menschen syn en daerom kan ick niet geloven1 dat er sulke onder de kristenen gevonden worden2 maer was het saeken dat sy gevonden wierden1 men soude met gewelt syg tegen desen mogen versetten1 want2 ,licet vim vi repellere4 ,die tot my komen met gewelt ,tegen dese staen ick in het velt4 ,capittel ,,ii4 ,van de middelen tegen de roovers4 ,d4 ,vr4 ,door wat middelen keer ick de roovers8 ,m4 ,a4 ,daer syn veel meer observaties en middelen om se niet te bekomen1 als om deselve afteweeren3 ten eerste1 om se niet te bekomen is een goed middel1 dat gy uwe byen wel digt houd en op de plank moeten geene openingen syn2 gy moet het thylgaet soo kleyn maeken dat er maer een bye uyt en in kan komen1 bisonder vroegh in den lenten1 als de byen eerst beginnen te vlyegen en nogh niets bekomen konnen2 ten tweede1 moet gy geene raeten in dewelcke eenigh honigh in is voor de hut brengen1 want dit is een aenloksel voor de roovers2 ten derde1 moet gy seer voorsigtygh syn in het voeren1 dat er geenen honingh voor de hut gestort wordt1 ofte met de vingers1 als sy honingagtigh syn door het voeren1 dat gy daer de kaer mede aentast1 ofte de kaer met honingh besmeert1 nogh de vingers aen de hut ofte aen het graes afdroogt1 want dit syn aenloksels voor de roovers4 ,d4 ,vr4 ,door wat middelen sal ick de roovers afweeren8 ,m4 ,a4 ,daer syn veel middelen2 is de bye gestopt gelyk ick geseydt hebbe1 dit niettegenstaende wordt sy van de roovers overvallen2 niemt de bye wegh en stelt een liedig kaer op de plaets2 laet de roovers op dit kaer aerbeyden1 als sy niets vinden sullen sy haest vertrecken1 en ondertussen voert de bye een weynig1 en als hy den honingh gegeten heeft1 soo steldt haer ontrent vier ueren naer den myddagh wyderom op haere plaets1 sy sal de roovers keeren4 ,wordt sy wyederom overvallen1 soo siet ofte het een bye uyt uw eygen hut doet4 ,d4 ,vr4 ,waeruyt weete ick dat het een bye van myn eygen hut doet8 ,m4 ,a4 ,dat kont gy weten is het dat sy sterker vlygen dan de anderen1 maer prynsipael saevons ontrent sons ondergank moet gy observeeren by welcke bye sy vlyegen1 die van de overvallen bye komen4 ,vindt gy haer soo opent haer tylgaet1 dan moet sy haer eygen huys bewaeren tegen de roovers4 ,daerenboven voert eenige daegen niet1 soo sal haer de dartelheydt om te rooven wel over gaen2 helpt dit niet dan moet gy den roover ofte de overvallen bye wegdraegen4 ,maer koemen de roovers van een ander hut1 en gy kondt haer niet keeren1 dan moet de overvallen bye weggedraegen worden4 ,d4 ,vr4 ,ick heb gesien dat de roovers langs de geheele hut waeren4 ,m4 ,a4 ,om dit quaet voor te komen1 doet de doeken onder de byen1 stopt het tylgaet1 voert de byen1 maer niet meer als sy konnen opeten1 laet se gestopt tot den anderen dagh ontrent den avondt1 en dan opent haer2 sy sullen de vyanden keeren4 ,helpt dit niet1 stopt wederom1 mengt den honingh met urin1 en laet se wiederom soo lang gestopt staen4 ,helpt dat niet1 soo voerdt haer des morgens1 voor den opgang der son2 maer niet meer1 als sy om aght uren hebben opgegeten4 ,helpt dit niet1 voert ontrent aght uren1 maer voor de thylgaten1 om dat op dien tydt ontrendt de roovers koemen2 sy sullen haer wel dapper weeren en veel dooden maeken2 anderen willen dat men met melk van een suygende vrouw de thylgaeten sal besmeeren1 en dat de roovers terstondt sullen vertrecken en weg vlyegen4 ,dit alles is sonder faebel mits ondervinding4 ,maer helpen alle dese middelen niet1 dan moet men vluegten en brengen de byen naer een ander plaets1 om dan den groote schaede van wiedersyts voor te koemen4 ,maer dese plaets moet soo ver afgelegen syn1 dat de roovers haer niet vinden1 en de byen niet wieder komen4 ,het negende deel4 ,capittel ,i4 ,van het voeren en laeven der byen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer moet men de byen voeren8 ,m4 ,a4 ,ick hebbe in het sesde deel gesproken1 van het visenteeren der byen1 ofte sy een moer hebben2 soo ock moet men visenteeren ofte sy ock nogh honingh hebben4 ,heeft de bye in ,february geenen ofte weynig honingh1 soo is het geraetsaem1 dat gy sulke uytjaegt en haer nieuwen honingh geeft1 want sulke bye kost alteveel honingh en werkt weynig4 ,maer heeft sy nieuwen honingh1 soo staet dese bye wiederom eenen maendt en somtydts langer1 naer advenant1 dat sy weynig ofte veel volck heeft sonder voeren4 ,heeft de bye nogh eenigen honingh soo dat den byenman oordeelt dat bestaen kan1 dan moet hy begynnen te voeren ofte laeven1 hetwelcke in den tydt geschieden moet met raet-honingh1 die men by ofte tusschen de raeten steekt1 opdat de bye1 den honingh1 die sy in het kaer heeft spaert1 tot dat het quaet weeder wordt4 ,wandt heeft de bye geenen honingh in haer kaer als het quaet ofte kout weer is1 dan bederft sy alles1 jae sy sterft somtydts van armoede4 ,daerom moet gy voeren als het goet weer is1 opdat de bye den honingh nooyt geheel verteert4 ,is het saeken dat gy uwe byen soo swaer hebt opgeset1 dat sy voor ,maert ofte ,apryl niet moeten gevoert worden2 dat is seer goet1 want het vroegh voeren doet weynigh profydt4 ,in den maendt ,apryl moet gy de byen beginnen te voeren1 veel ofte weynig1 naer advenandt dat sy sterk ofte swak van volck is1 ofte de byen nogh veel ofte weynigh honingh besitten4 ,want het is seeker dat eene bye die veel honingh heeft1 niet soo sterk moet gevoert worden als eene die den honingh ontrendt verteert heeft4 ,dat ock eene bye1 die swak van volck is niet soo veel van noede heeft1 als eene bye die sterk van volck is1 want eene groete huyshouding behoeft meerder als eene kleyne1 dit moet ten allen tyde in het voeren geobserveert worden4 ,in den maent ,mey1 moet geenen honingh gespaert worden1 gy moet altyt voeren naer het profyt gelyk ick geseydt hebbe1 want in het laetste van ,mayus ofte in het begin van ,junius1 moeten de byen gejaegt worden4 ,d4 ,vr4 ,moet ick in desen tydt ock iets observeeren8 ,m4 ,a4 ,jae seecker4 ,gy moet observeeren ofte die byen van buytten wel bydraegen1 want haelen sy honingh1 soo kont gy spaersamer voeren1 maer haelen sy geenen honing1 dan moet gy sterk voeren4 ,d4 ,vr4 ,wanneer moet ick het meeste voeren8 ,m4 ,a4 ,ontrent dien tydt1 als den appelenboom en den haagdoorn bloeyt1 moeten de byen het meest gevoert worden1 omdat de ondervynding leert1 dat ontrent dien tydt1 de byen den minste ofte weynigste honingh haelen4 ,dese blommen door haeren sterken ruek lokken de byen1 soodat sy veel vlyegen1 maer weynig honingh bekoemen1 en haer seer vermoeyen1 en daerom wiederkeerende naer huys1 moeten sy eeten en syg versterken1 sullen sy aerbeyden4 ,daerenboven is dit den tydt1 dat de byen de meeste jonge byen bekomen1 die ock moeten eeten4 ,jae als den tydt van jongen aenkomt1 konnen de byen nooyt te veel gevoert worden1 opdat sy de raeten wel met broet beleggen4 ,d4 ,vr4 ,naer het jaegen1 moeten de byen dan nogh sterk gevoert worden8 ,m4 ,a4 ,niet soo sterk als voor het jaegen1 omdat de bye van de moer beroeft synde1 geene jonge byen maekt2 eeventwel moet de bye nogh eenigsins gevoert worden1 om de jonge byen die daegeliks bykomen1 te voeden4 ,d4 ,vr4 ,als het quaet weer is1 moet ick de byen dan sterck voeren8 ,m4 ,a4 ,eenige syn van gevoelen1 dat in quaet weer de byen niet veel moeten gevoert worden2 sy geven als reden1 dat de bye die te sterk gevoert wordt1 te veel vlyegt1 en dan haer volck verspeeldt1 maer ick ben van contrarie gevoelen1 dat de bye in quaet weer moet gevoert worden4 ,de reeden is1 omdat de byen in quaet weer niet konnen bydraegen om te wercken1 en daerom wel moeten onderhouden worden4 ,laet ons onderstellen 7dat de byen sterk gevoert synde7 meer vliegen1 dan syn sy ock sterker en vallen niet soo lygtelyk en ock niet soo veel1 als wanneer sy niet gevoert en magteloos syn4 ,verliest sy de een ofte de ander1 sy maekt soo veel te meer jonge byen2 daerenboven leert de ondervynding1 dat1 als de byen in quaet weer niet gevoert worden1 dan worden de motten meester en de broet bederft en in menigvuldigheydt1 door de aermoede1 moet sy de broet uytwerpen4 ,maer heeft de bye nogh honingh in het kaer1 soo houde ick ock1 dat gy de bye niet soo sterk behoeft te voeren1 ofte moet voeren4 ,het tiende deel4 ,van het korten in den lenten4 ,d4 ,vr4 ,moeten de byen in den lenten ock gekort worden8 ,m4 ,a4 ,daer syn veel byenmans die de byen in den lenten1 als de kerssen bloyen1 sterk korten1 jae door de nesten weg te snyden tot aen de broet2 maer dit improbeere ik om verscheyden redenen4 #amo gy beroeft den bye van goede raeten1 in denwelken hy synen broet konde maeken1 hetwelk hy nu niet en kan doen1 te weten by gebrek aen raeten4 #b;do is het saeken dat het quaedt weer is1 soo kan den bye geene nieuwe raeten maeken1 maer arbeydt alles toe1 soodat hy niet lengen kan of nieuwen raeten maeken kan1 maer maekt moerdoppen gelyk eenen moerloosen bye4 #ctio moet eenen gekorten bye meerder gevoert worden1 opdat hy nieuwe raeten sou maeken4 ,wat maekt hy dan8 ,dikwyls meestal drenen1 onbequaem om byen te maeken1 en gy hebt haer van goeden raeten beroeft1 soodat ik dit korten niet kan approbeeren4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ik als eenen bye te veel raeten heeft8 ,m4 ,a4 ,hebt gy eenen bye1 die soo vol raeten is1 dat gy niet en kondt voeren1 kort desen bye sooveel1 dat gy eenen back kondt ondersetten4 ,maer hebt gy eenen bye die vol raeten en volck is1 soodat gy hem niet kondt voeren2 syn de raeten goedt1 kort haer niet1 maer steldt een hoegsel onder den bye1 opdat gy haer kondt voeren4 ,d4 ,vr4 ,is het korten der byen in den lenten altydt goedt8 ,m4 ,a4 ,ik kan het korten in den lenten niet geheel improberen1 want hebt gy eenen bye die eenen bedorven nest heeft1 omdat de motten de raeten door byeten1 en daer staen in den nest veel dreenenraeten1 soo moet den bye gekort worden1 opdat sy eenen beteren nest maeken4 ,of heeft den bye sooveel raeten1 en soo weynigh volck1 dat hy de raeten niet en kan leevendigh maeken1 soo kort haer eenigsiens1 maer niet veel1 opdat sy genoegsaem raeten behouden1 om broet te maeken4 ,het elfste deel4 ,capittel ,i4 ,van het eerste swaermen en jaegen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer swarmen die eerste byen8 ,m4 ,a4 ,in het laesten van ,mayus en in het begyn van ,junius1 bereyden sich de byen om te swarmen en soo voorders4 ,d4 ,vr4 ,hoe weet ick dat eenen bye sal swaermen8 ,m4 ,a4 ,dit ondervyndt gy4 ,is het saeken dat gy de byen met rook opjaegt1 observeert de moerdoppen of neeten of nattigheydt in desen doppen is2 want dat is eene teeken1 dat den bye sich bereydt om te swaermen1 maer syn de doppen gesloten of toegemaekt1 dan kan de bye swaermen alle daegen1 daerom moet den byenman van de hut niet gaen1 opdat den bye by goet weer niet wegh en vlyegt1 hetwelk grooten schaeden soude syn4 ,d4 ,vr4 ,wat is beter1 het swaermen of het jaegen8 ,m4 ,a4 ,eenige minnaers der byen syn van gevoelen1 dat het swaermen beter is als het jaegen1 en sy geven de redenen1 omdat het swaermen is volgens de natuer1 en het jaegen is gedwongen en met gewelt1 en daerom seggen sy1 is het swaermen beter als het jaegen4 ,het is waer1 dat het swaermen is volgens de natuer1 en het jaegen gedwongen1 eventwel om verscheyden redenen is myn opinie1 dat het jaegen beter is als het swaermen1 daerom sal ick de redenen daervan voorstellen en aengeven4 ,is het dat eenen bye sich bereydt om te swaermen moet men haer daeglyks gaen observeeren1 andersiens vluygt sy wegh1 men sal twee drie daegen op haer passen1 den vyerden of op eenen anderen daegh swaermt hy en vlyegt wegh4 ,bereydt den bye sich om te swaermen dan jaeg ick hem1 als het my gelieft en hebbe ick geenen peryckel van hem te verliesen1 swaermt eenen bye1 hy vlyegt te groet aef1 soodat den stok der oude byen nauwelyks bequaem is om syn broet of jongen byen waerm te houden en te besetten4 ,jaeg ick den bye1 soo niem ick sooveel volck als het my behaegt1 en geve den byen sooveel wiederom dat sy haere broet wel besetten kan4 ,swaermt den bye1 dan behoudt men soms byna den geheelen swaerm en dan is den tweeden swaerm te kleyn1 en den stok is somtieds bedorven4 ,jaeg ik den bye1 omdat hy te veel volck behoudt1 dan is de tweeden swaerm groodt ofte is hy kleyn1 soo swaermt hy nogh eens4 ,als men den bye wil laeten swaermen1 soo geschiedt het dikwyls1 dat de byen geheel bereydt syn om te swaermen1 maer door de veranderynge vant weer1 dat sy niet swaermen en konnen1 sy verdryeven of verderven dan de moeren en staen #ad ad #ae daegen eer sy swaermen2 somtieds swaermt de bye niet1 als in een onbequaemen tydt1 als den tydt van swaermen gepasseert is en de byen moeten honingh haelen4 ,is den bye gejaegt1 als het weer toelaet1 dan swaermt sy den #ad of #ae dagh1 jae het geschiedt dikwyls dat den gejaegden bye1 geswaermt1 gekort en de jonge moer neeten maekt1 en den anderen nogh niet geswaermt heeft4 ,om desen en anderen redenen is volgens myn gevoelen1 het jaegen beter als swaermen4 ,d4 ,vr4 ,is het jaegen altydt beter als het swaermen8 ,m4 ,a4 ,neen1 ick kan het swaermen niet geheel afkeuren2 maer is somtydts seer goedt en geraetsaem4 ,ten eerste als het kwaede lentens syn en de byen op haeren tydt niet gejaegt konnen worden1 omdat sy te gering syn2 wandt jaegt gy de bye eer sy bequaem is1 dan is alles bedorven4 ,den jaeger kan goedt syn maer den swaerm en stok bleyven te kleen en komen laet2 daerom is het dan beter die volgens syn natuer te laeten arbeyden4 ,ten tweede1 als den byenman niet wel voorsien is met honingh1 en in den lenten niet veel honingh valdt1 dan moet hy patientie hebben en voeren volgens syn gevoelen ofte vermogen1 en laeten de byen arbeyden volgens haer natuer2 want het is seeker1 dat een bye die niet gejaegt is1 sig beter onderhoudt als eene gejaegde bye1 omdat sy meer volck heeft en meer kan haelen4 ,ick laet dese redenen pro et contra een ieder overwegen1 en verkiesen hetgeene in gegeven oogenblikken het beste is1 en daerom vaere ick voorts om die konste des jaegens voor te stellen4 ,capittel ,,ii4 ,van het jaegen der byen4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick doen voor het jaegen8 ,m4 ,a4 ,wilt gy eenen bye jaegen1 soo moet gy eenige dagen voor het jaegen1 de byen wel voeren opdat sy haer raeten met broet en neeten wel beleggen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer moet ick den bye jaegen8 ,m4 ,a4 ,gy moet visiteeren1 ofte den bye veel volck heeft1 gy moet sien ofte hy sich begint te bereyden om te swaermen2 dit kont gy beproeven1 uyt de teekens die ick in het voorig ,capittel geseydt hebbe1 want heeft den bye dese teekens1 jaegt hem sonder vreesen4 ,d4 ,vr4 ,hoe moet ick den bye jaegen8 ,m4 ,a4 ,als gy den bye wilt jaegen1 stelt de bye met den koepel op den grondt1 set een lyedig kaer boven op den bye1 gy bindt eenen doek daerom die beyde de kaeren raeken1 opdat geen byen konnen uytkoemen2 gy niemt yeseren klampen1 en maekt se in beyde de kaeren vast1 dan dobbelt den bye met den koepel op den grondt1 draeyt de bye met1 en stoet het liedig kaer op den grond1 datter eenige byen in vallen1 opdat naer desen saenk de byen en de moer beter opwaerts gaen2 alsdan set het kaer op eenen stoel4 ,dobbelt en slaet rontom den koepel2 als gy dit eenigen tydt gedaen hebt dan opent het thylgaet en blaest rook in het thylgaet ofte in het kaer1 daer naer dobbelt en slaet hoeger om het kaer1 en als gy eenigen tydt gedobbelt hebt rookt de bye nogh eens1 en heeft de bye een hoegsel1 dan rookt haer nogh eens2 in het tweede thylgaet slaet en dobbelt nogh eenen korten tydt1 dan draeyt de bye en stoet het leedigh kaer #b ofte #c mael op den grondt2 maer haelen de byen honingh1 dan mag men niet stoeten opdat den honingh niet uytvallen mag maer men moet langer jaegen4 ,opent eindelyk het kaer en dekt den stok1 op datter geene vreemde byen in komen1 verdeelt de byen in twee ofte dry kaeren en soekt de moer2 als gy de moer vindt1 dan is alles goedt1 maer vindt gy de moer niet1 soo moet gy den bye nogh eens opsetten en op nieuws jaegen1 tot dat gy de moer viendt4 ,maer hebt gy ontrent al de byen uytgejaegt en de moer nogh in den stok is1 dan werpt eenige in den stok1 jaegt wederom1 opdat sy met dese bye magh uytkomen4 ,kont gy de moer niet bekomen1 soo werpt dan alle de byen wyederom in den stok en probeert dan eenen anderen dagh1 ofte gy de moer bekomen kont4 ,hebt gy de moer bekomen1 soo niemdt soo veel byen by de moer1 als gy dunkt noetsaekelyk te syn tot eenen jaeger4 ,d4 ,vr4 ,hoe veel byen moet ick nyemen voor een jaeger8 ,m4 ,a4 ,dit moet gy leeren door het pratyk1 maer eenen jaeger1 die vroegh in den lenten gejaegt is moet niet soo veel volck hebben1 als die gejaegt worden ontrent ,st4 ,jan2 want geeft gy te veel volck aen den eersten jaeger1 dan swaermen sy lyegtelyk4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick naer het jaegen8 ,m4 ,a4 ,het jaegen gedaen synde1 dan neemt men den bye1 snydt met een scherp mes de dryenen den koppe af1 want andersins als den bye geswaermd heeft1 syn te byen te veel uytgeswaermt en in den ouden stok syn niet als drenen1 onbequaem om te werken4 ,dit gedaen synde1 werpt de byen in haeren stock en stelt hun op haeren voorgen plaedts4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick nogh in het jaegen observeeren8 ,m4 ,a4 ,als gy den bye niemt om te jaegen dan moet gy een liedygh kaer op de plaedts stellen1 omdat de byen die in het veldt syn en naer huys wiederkeren1 niet vervlygen1 en van anderen niet gedoot worden4 ,opdat sy beter invlyegen1 moet gy sien naer de gelykheydt van de kaeren1 is het kaer oudt dat gy jaegt1 soo moet gy een oudt kaer op de plaedts stellen1 is het een nieuw steldt ock een nieuw op de plaedtse4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ik nu8 ,m4 ,a4 ,dit alles geschydt synde soo werpt de byen by dewelke de moer is1 in eenen honingh1 met waeter besproydt om de hitte1 doet eenen doek op het kaer ontryndt den avondt1 brengt den jaeger eenighe distansie van de hut4 ,omdat de byen gedwongen syn1 daerom keeren sy gaerne tot haer vorige plaedts1 en den jaeger wordt te kleyn4 ,op syne plaedts geset synde1 opent het tylgaet maer steekter een plankje voor1 opdat roovers hun niet en overvallen4 ,d4 ,v4 ,moet ik nogh iet aen den jaeger doen8 ,m4 ,a4 ,als den jaeger #c ad #d daegen gestaen heeft1 dan moet gy den doek daeruyt doen2 gy siedt of hy goedt werkt4 ,want maekt hy dreenenraeten in den nest1 die moet gy uytwerpen omdat hy andersiens te veel dreenen maekt4 ,of maekt hy kromme raeten1 die met de andere niet overeenstemmen1 dan moet gy desen tuyssen de vingers of met deselven drayen opdat den bye regt werkt4 ,dit dunkt my van de jaegers voorshands genoegsaem te syn4 ,dus tot in het vervolgh4 ,capittel ,,iii4 ,van de swacken byen die op haeren tydt niet konnen gejaegt worden4 ,d4 ,vr4 ,wat doehe ick met eenen bye die te swaek is om te jaegen1 opdat hy swaermen8 ,m4 ,a4 ,desen bye moet eventwel gejaegt worden1 maer als gy den bye gejaegt hebt1 dan geeft hem een jonge moer4 ,neemt den bye desen moer aen1 dan wordent wel goede byen4 ,d4 ,vr4 ,hoe doehe ik met desen bye opdat hy de moer aenneemt8 ,m4 ,a4 ,jaegt den bye ontryndt avondt1 neemt eerst eenen goede jaeger1 daernaer verdylt de anderen byen1 datter eenighen in den stok blyven4 ,de andere werpt in een leedyg kaer1 sett de moer by desen byen1 laet se dan den heelen nagt lyggen dan hebben dese byen de moer lief2 smorgens vroeg werpt de byen met de moer in den stok1 dan sal hy de moer aenniemen4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick1 is het dat den bye soo swaek is1 datter geenen jaeger kan afgenomen worden4 ,m4 ,a4 ,jaegt den bye om tegen eenen ouden stok1 die alteveel uytgeswaermt is en op syn selven sonder hulp niet bestaen kan4 ,d4 ,vr4 ,hoe doeh ik dit8 ,m4 ,a4 ,om dit wel te doen1 soo jaegt den uytgeswaermden bye geheel uyt syn kaer1 en soekt of hy syn moer heeft4 ,vyndt gy de moer1 de saek is seer goedt gesondt1 jaegh ock den swaeken bye geheel of sooveel het moegelyk is uyt en soekt ook de moer1 vindt gy de moer1 dan verwysselt de kaer1 werpt de moer van den ouden bye met de byen in den uytgeswaermden bye en de anderen moer met de byen in den ouden stok1 en stelle jeder moer op haere plaets4 ,bemerckt dat dese byen moeten gevoert worden1 als het buetten geenen honingh geeft1 den eenen om de bykomende jongen byen te voeden1 en den anderen om te arbeyden4 ,d4 ,vr4 ,ick hebbe geene byen tegen dewelken ick kan omjaegen8 ,m4 ,a4 ,bewaert een kleyn swaermke1 steldt dit op een plaets1 waer gy hetselven wyldt laten staen1 jaegt den omgejaegden bye geheel uyt1 zoekt of gy de moer hebt2 desen gevonden hebbende1 dan werpt het swaermke in den ouden stock en steldt hem op syn plaets1 werpt de byen met de moer in eenen honingh of leedygh haer1 en stelt desen op syne plaets1 waer hy eerst gestaen heeft4 ,d4 ,vr4 ,waerom hebt gy alle desen bemerkingen gemaekt1 is het niet beter dat den byen blyft staen en werken volgens de natuer8 ,m4 ,a4 ,neen1 omdat de ondervindynge liert dat de byen die niet gejaegt worden in dit landt selden soo blyeven1 maer dikwyls als sy honingh op den boekweydt sullen haelen dan blyven stylstaen en swaermen1 soodat den tydt van honingh haelen voorby gaet4 ,maer is den bye op synnen tydt gesepareert1 soo is daernaer geen peryckel van swaermen4 ,maer is het saeken dat voorsyegtyghe byenman suponeert1 dat den bye niet sal swaermen1 soo doet hy seer wel1 dat hy den bye jaegt1 want veel kaeren maeken den honing niet1 maer sterken byen maeken hem4 ,het twaelfde deel4 ,capittel ,i4 ,van het swaermen der byen4 ,d4 ,vr4 ,hoeveel soorten van swaermen syn er8 ,m4 ,a4 ,de swaermen syn van twee soorten4 ,eenighen noemt men eerste swaerm en anderen naer-swaerm4 ,d4 ,vr4 ,waerom noemt men desen de eerste swaermen8 ,m4 ,a4 ,omdat sy met eenen oude moer swaermen en hebben maer een moer1 daerom eerste swaermen4 ,den bye moet gy syen als gy hem afdoet of de moer in het kaer is1 dan sullen de anderen byen terstond volgen4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick als #b of #c eerste swaermen byeen vlyegen8 ,m4 ,a4 ,gy moet wel voorsigtigh syn dat de moeren sich niet moorden4 ,om dit voor te komen moeten de byen in veel kaer gedaen worden1 gy moet de moer zoeken4 ,vyndt gy twee moeren in een kaer1 gy moet een vangen en doen haer by de byen die der geen hebben4 ,gy moet soolang arbeyden1 tot gy in sooveel kaeren moeren hebt1 els er byen geswaermt hebben4 ,d4 ,vr4 ,als den eersten swaerm te groodt afflyegt1 gelyk gy in u eerste deel geseydt hebt1 wat doen ik dan8 ,m4 ,a4 ,als gy den eersten swaerm in het kaer doet1 soekt de moer4 ,als gy haer gevonden hebt1 dan vlugt met het kaer1 dan sullen de byen wyederkeeren naer den bye van denwelcke sy gekomen syn4 ,d4 ,vr4 ,kan ick ook te veel ofte ver vlugten8 ,m4 ,a4 ,neen1 de ondervinding heeft my geleert1 dat ik eenen swaerm kan afdoen #c ad #d hondert stappen van de hut1 uyt hetwelck den bye gekomen is4 ,als ick met den swaerm gaen vluegten sullen de nerige byen1 soover wieder tot haer voorge plaedts wyederkeeren en dan kan men bespueren waer denselven van daen is gekomen4 ,d4 ,vr4 ,volgen sy dan altydt de moer8 ,m4 ,a4 ,ja1 soodat gy haer niet en kondt afweeren4 ,laet haer al by vlyegen1 maer ontrindt den avont4 ,verdeylt de byen en soekt de moer1 doet dan sooveel byen by de moer1 dat uw dunkt dat den swaerm groet genoegh is4 ,de anderen byen werpt wyederom in den stock1 soo kan den bye eene goeden naer-swaerm laeten4 ,daerenboven moet gy observeeren1 dat de byen die eerst swaermen1 den #h1 #aj of #ab daegh daernaer1 gelyk het weer toelaat1 wyederom swaermen1 omdat de jonge moeren ontrynt dien tyd vlueg syn4 ,capittel ,,ii4 ,van de swaermen der gejaegden byen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer swaermen de gejaegden byen8 ,m4 ,a4 ,den gejaegden bye swaermt ordineer den #ad;den daegh naer de jaegt omdat zyne moeren niet eerder bereydt syn4 ,d4 ,vr4 ,hoe doen ik met den swaerm8 ,m4 ,a4 ,swaermt den gejaegden bye en vliegt alleen aen1 soo doet haer in een kaer en leght haer op een koel plaedts1 opdat de hitte hem niet plaegt en geen ander swaermen byvlyegen4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick als veel swaermen op een plaedts aenvlyege8 ,m4 ,a4 ,doet den byen ock in veel kaeren2 vindt gy maer een moer in het kaer1 soo legt hem op een koel plaedts4 ,blyft hy in het kaer1 het is een teeken dat hy met syn moer tevryeden is4 ,vlyegt hy wyederom uyt het kaer soo moet gy haer er wyederom in doen4 ,dit moet gy doen alle keeren dat sy tevreden syn4 ,d4 ,vr4 ,is dit genogsaem8 ,m4 ,a4 ,neen1 maer ontryndt den avondt moeten sy gevisiteerd worden welke te groodt of te kleyn syn1 opdat sy gelyk egael worden4 ,syn sy alte kleyn1 dan maekt van de twee eenen1 of van de drye twee1 en behoudt een moer4 7,waervan ik daernaer spreken sal74 ,dit moet ten allen tyeden gedaen worden1 als de swaermen te kleyn syn1 want eenen bye die te kleyn is doet niet veel goedts4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ik meer doen8 ,m4 ,a4 ,werpt de kleynste op den honingh en de groetste in een liedig kaer4 ,als gy voor alle geen honing hebt1 stelt haer op een bequaem plaets4 ,het is niet noetsaekelyk dat gy haer van de hut brengt1 want sy keeren niet wyderom gelyk de jaeger4 ,de plaets1 op dewelcke gy de swaermen stelt moet niet te waerm syn1 want de ondervinding leert1 dat sy op eene koele plaets beter arbeyden als op een waerm ofte heette plaets4 ,capittel ,,iii4 ,hoe de naerswaermen moeten staen4 ,de naer-swaermen moeten niet neffens elkander staen1 gelyk de eerste swaermen en jaegers2 maer stelt de kaer vier ofte vyf voedt van elkander1 als gy de plaets hebt1 opdat sy de moeren niet verspelen2 om de selfde reden moet gy ock ongelyke kaeren niemen1 want de moeren1 om dat sy nogh onvrugtbaer syn en nogh geenen broet maeken1 weeren en spelen alle daegen voor de kaer2 staen nu dese kaeren by elkander1 ofte syn sy egael ofte al te gelykvormig1 dan is groet peryckel dat de moer in een ander kaer vlygt en wordt gedoot4 ,d4 ,vr4 ,hoe weete ick dat een swaerm syn moer verspeelt heeft8 ,m4 ,a4 ,dit sult gy ondervynden4 ,is het saeken dat gy naer myddagh1 om dry ofte vier ueren voor de byen gaedt1 en viendt gy n bye1 die om het tylgaet in- en uyt het kaer loopt1 het is een teeken dat de moer verspeelt is4 ,d4 ,vr4 ,hoe sal ick desen swaerm helpen8 ,m4 ,a4 ,visiteert terstondt de kaeren die neffens den moerloesen staen4 ,vindt gy byen die syg vast houden1 werpt haer uyt het kaer op den grond1 want de moer is by dese byen2 leeft sy nogh1 dan set haer by den moerloesen swaerm en sy sal terstont rusten4 ,maer is de moer doot1 gelyk dykwils geschydt1 dan moet gy een ander besorgen en tragten den bye te helpen4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick opdat den swaerm de moer wel aennieme8 ,m4 ,a4 ,gy moet den swaerm beroeken1 opdat hy geheel dol worde en dan sal hy de moer wel aenniemen4 ,andere myddelen en manieren om de byen de moer wel te doen aenniemen1 sal ick int vervolg wel leeren4 ,d4 ,vr4 ,ick heb wel gesien1 dat den swaerm de moer verspeelt hadde1 bisonderlyk als hy in een liedig kaer is1 uyt het kaer vliegt1 en by syn naebueren in vliegt1 soo dat dese te groot wordt2 wat sal ick doen8 ,m4 ,a4 ,ontniemdt hem het overvloedig volck1 7niet de moer71 stelt by dit volck een ander moer1 is hy niet tevrieden1 dwingt hem met eenen doek voor het kaer1 tot dat hy de moer lief heeft4 ,werpt hem in het selve uyt hetwelck hy gevlugt is2 dan hebt gy wiederom uwen swaerm1 maer gy moet hem op eenige distantie van die plaets naer een ander draegen4 ,want om dat de byen haeren vlugt daer hebben1 sullen sy wiederkeeren naer de bye1 van dewelcke sy met gewelt syn afgenomen4 ,capittel ,,iv4 ,eenige bemerkingen voor de liefhebbers der byen4 ,d4 ,vr4 ,welck syn dese bemerkingen8 ,m4 ,a4 ,wilt gy in den lenten vroeg moeren hebben1 die somtydts groot profyt maeken1 soo ondersoekt de byen1 en als gy een bye vindt die veel volck heeft1 voert hem veel in het begin van ,apryl1 soo kont gy veel int begin van ,mey jaegen1 soo swaermt hy half ,mey4 ,d4 ,v4 ,als hy door het quaet weer niet swaermen kan1 wat sal ick dan doen8 ,m4 ,a4 ,als de bye begint te fluyten1 en om het quaet weer niet swaermen kan1 jaegt hem en niemt soo veel moeren als gy viendt4 ,geeft den bye een wiederom1 als sy geen in het kaer heeft4 ,niemt by dese moeren ock eenige byen1 laet haer liggen in een gestopt kaer tot dat sy de moer hebben aengenomen1 dan doet haer op eenen honing- ofte in een geruselstekte kaer1 waer een raedt honingh in gepyndt is1 draegt haer naer eene andere plaets1 voert haer nu en dan1 soo wordt diese moer vrugtbaer1 en is soo goedt als een oude moer4 ,daer naer helpt dese moer met andere byen1 soo wordt het een volkomen bye binnen eenen korten tydt4 ,d4 ,vr4 ,wat is er nogh te bemercken8 ,m4 ,a4 ,ist het saeken dat naer het jaegen1 om het quaet weer1 de byen niet konnen swaermen1 dat gy dese manier ock gebruyken kont1 jaegt de byen geheel uyt1 vindt gy wel moeren1 laet eenige by den stok en doet eenige by de andere byen1 opdat sy kiesen konnen als sy de moer hebben aengenomen2 dan doet gelyk geseydt is1 maer dese byen moeten wegh gedraegen worden om dat sy gedwongen syn4 ,d4 ,vr4 ,moet ick nogh iets meer bemercken8 ,m4 ,a4 ,jae1 gy moet alle swaermen die vroeg komen1 behouden en werpen haer op nieuwen honingh1 opdat de moeren vrugtbaer worden1 want de eerste moeren winnen het altydt1 omdat se eerder syn en eerder nieuw volck hebben4 ,met den laetsten swaerm kont gy haer helpen2 hoe dit moet geschieden sullen wy daer naer leeren1 als wy spreken van het lappen4 ,het dertiende deel4 ,van het bewaeren der moeren4 ,d4 ,vr4 ,wanneer ofte waerom bewaer ick de moeren8 ,m4 ,a4 ,om dat de swaerm en de oude stocken nae het swaermen1 dikwyls de moer verspelen2 daerom moet den mynnaer der byen hesorgt syn1 dat hy in dien tydt altyt moeren heeft4 ,d4 ,vr4 ,waer bekome ick dese moeren8 ,m4 ,a4 ,dese moeren bekomt gy van den naeswaerm1 die gewonelyk meer als eene moer hebben4 ,als den swaerm in de kaer is1 dan jaegt gy de moeren die gy te veel hebt4 ,grypt dese en doet haer in een doosken1 met een weynig honingh1 stelt haer op eene waerme plaets1 en visiteert dikwyls ofte haer iets mankeert1 ofte set haer in een busken in hetwelck is een ofte twee gaetjes en legt haer onder een gejaegde bye1 die nogh moet swaermen2 dese onderhoudt haer soo lang1 tot dat sy swaermt4 ,maer wyl sy niet meer swaermen en de moeren doodt die sy te veel heeft1 soo moet gy de moer wegniemen en onder een ander bye leggen1 want sy wordt anders ock gedoot4 ,om dese moeren beter te bewaeren1 soo doet de moer by eenige byen1 set haer in een kleyn ofte groot kaer1 pyndt een raet honing int kaer1 laet se vlyegen met een kleyn tylgaet1 maer gy moet haer nauwkuerig observeeren en dikwyls visiteeren1 ofte sy den honingh verteert hebben4 ,dan moet gy haer een weynig geven1 maer niet veel1 want geeft gy veel1 soo dyserteert sy1 geeft gy haer te weynig soo vergaet sy van armoede4 ,d4 ,vr4 ,hoe maek ick dese moeren8 ,m4 ,a4 ,dese moeren kondt gy het beste maeken van swaermen1 die te groot of te kleyn syn2 is den swaerm te groot1 soo siet ofte hy meer moeren als een heeft2 heeft hy meer als een dan ontniemt hem n1 met een weynig byen2 wil sy niet te vreden syn1 legt haer gevangen tot den anderen dagh4 ,maer smorgens moet gy haer in een ander kaer doen1 in hetwelck honingh is1 en laet haer gevangen tot ontrent den avont4 ,heeft de byeswaerm maer een moer1 ofte is het dat gy haer niet veel kondt visiteeren ofte sy meer moeren heeft1 dan niemt eenige byen en set een moer by dese2 hebt gy geene1 dan visiteert de byen die geswaermt hebben1 en sie ock ofter nogh meer swaermen moeten en ofte sy bequaem moeren hebben4 ,dan niemt een van dese moeren en doet gelyk ick voor geseidt hebbe4 ,is den swaerm te kleyn1 dan niemt de moer met eenige byen1 maer dese is niet nootsaekelyk om gevangen te lyggen1 want dese byen syn by haer eygen moer1 waermede sy lygtelyk tevriede syn4 ,de overige byen werpt gy by den swaerm die gy lappen wildt4 ,hoe dese moeren moeten gebruikt worden sal in het vervolg geleert worden4 #amo ,bemerkt dat de moeren1 die men bewaert met eenighe byen1 moeten staen1 buyten den vluegt der byen1 die men daermede lappen wil1 want staen sy te kort1 dan vlyegen sy naer haer vorige plaedts1 of maekt de moer geen neeten dan vluygt sy alle daegen buyten het kaer en maekt den vlugt naer het oude kaer welke sy wyederom soekt1 als sy te naer bystaen4 #b;do ,bemerkt dat desen moeren1 drye of vyere schrydt moeten van malkanderen staen1 omdat 7als gy haer gebruykt7 de byen die wiederkeeren by de anderen konnen invlyegen4 ,of gy suldt eenen swaerm bij de moeren stellen1 dan konnen alle byen dewelken wiederkeeren by den swaerm invlyegen4 ,het vyertiende deel4 ,van de laemen dolle en onvrugtbaere moeren4 ,d4 ,vr4 ,wat doen dese moeren8 ,m4 ,a4 ,het geschiedt dat den bye wel een moer heeft1 en evenwel niets goeds uytwerckt4 ,de reden is ten eersten omdat de moer laem is1 dat been of vluegel mankeert1 vermiets dat desen verminkte moer haer saet of nieten niet uytdelt als het behoert2 daerom maekt sy weynig of niets goeds4 ,ten tweede is de moer somtyds dol en werpt meer neeten als n in de doppen1 dese moeren maeken eenighe goede en eenighe quaede broet4 ,ten derde is de moer onvrugtbaer1 als sy niet en maekt1 nogh goede nogh quaede broet4 ,dese allen worden genoemt quaede moeren4 ,d4 ,vr4 ,welck syn de teekens van een quaede moer8 ,m4 ,a4 ,gy kendt de quaede moeren1 ist saeken gy haeren broet observeert4 ,maekt den bye weynig doch goeden broet1 het is een teeken dat sy laem is2 maekt sy eenighe verloren en eenigh goeden broet1 het is een teeken dat de moer dol is4 ,maekt sy niets1 het is een teeken dat sy onvruigtbaer is4 ,maekt den bye niet als verloren broet1 dan sal hy wel geenen moer hebben4 ,gy leert de quaede moeren ock kennen uyt het werken1 want sy ordeneer meer dreenen als byenraeten maeken2 ook maeken sy geduerig nieuwe moeren1 maer geen komen tot volmaektheydt1 op de een plaets maeken sy en op de ander bederven sy de moeren4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ik met desen moeren8 ,m4 ,a4 ,desen quaede moeren moeten afgedaen worden1 en ander goede in de plaedts gegeven worden4 ,is het dat gy in het begin van den somer dit ondervyndt1 als de byen noch swaermen1 en gy nogh andere moeren hebt1 neemt se wegh2 maer ondervyndt gy het niet eerder als ontryndt ,augustus1 als de byen in het principaal honigh haelen syn1 dan doet gy beter en laet den bye syn moer behouden omdat de nieuw moer niet kan baeten1 want sulke bye draegt soowel honingh als eene andere1 jae somtyds beter2 als het honing haelen ontrynt gedaen is1 sluyt en syegelt hy synnen honingh ook seer wel1 en hy heeft geen jonge byen te voeden en te onderhouden1 gelyck een bye die eenen goede moer heeft4 ,bemerkt dat sulke byen noydt konnen opgeset worden1 alhoewel dat hy het gewygt wel soude hebben4 ,niet alleen desen moeten tot geen vasel-byen gebruykt worden1 maer ock aen dewelke gy eeninghsins twyeffelt1 want de ondervynding leert dat de moeren1 die desen somer syn slegt geweest1 ock in het toekomende jaer geheel quaet syn en niets maeken4 ,het vyftynde deel4 ,van het korten der byen naer het swaermen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer kort ik de byen8 ,m4 ,a4 ,als den bye drye weeken gejaegt is1 dan is den broet prinsepael getrokken1 evenwel wagt men wel tot den #bdsten ad #besten daegh eer men de byen kort4 ,d4 ,vr4 ,hoe korte ik de byen8 ,m4 ,a4 ,om dit wel te doen1 soo jaegt de byen al of het meesten deel in een liedigh kaer1 en steldt dit kaer op die plaedts1 waer den bye gestaen heeft1 dit doet gy opdat gy in't kordten geen byen sult quetsen of dooden2 daerenboven kont gy de moer soeken1 vyndt gy haer soo siedt gy sycker dat den bye een moer heeft4 ,sommige jaegen de byen met rook van de raeten om haer te korten2 desen manier is ock goedt als den bye niet veel volck heeft en geen perykel bestaet van de byen te quetsen4 ,d4 ,vr4 ,wat moet men meer observeeren in het korten der byen8 ,m4 ,a4 ,als gy den bye kort moet gy wel observeeren of hy veel of weyningh volck heeft1 want alle byen moeten niet op een manier gekort worden4 ,heeft den bye veel volck en goede raeten in het kaer1 soo moet gy den bye weynigh korten1 besonder als er honingh valdt2 want berooft gy den bye van syn raeten als hy honingh moet bydragen1 dan heeft hy geen plaets om den honing te bereyen4 ,is de bye weynig van volck1 dan kort haer soo veel1 dat sy haer raeten wel kan besetten en leeventig maeken2 want heeft de bye meer raeten als sy besetten kan1 dan versterven de raeten en worden swart en grys4 ,als gy begindt te korten1 steekt eerst uyt het nest een raet2 visiteert of in dese raet ock nieten syn4 ,vindt gy nieten1 dan moet gy de bye niet of seer weynig korten1 want dit is al te grooten schaden4 ,maer vindt gy geene nieten1 dan kort de bye naer proportie1 als ick te voren geseydt hebbe4 ,als gy de bye dan gekort hebt1 dan steekt een raet uyt het mydden van het nest1 tot in den koepel van het kaer1 opdat gy de vromheydt van de bye kennen kont2 want is hy vrom ofte heeft hy eene moer1 voert de bye eens goed1 dan moet hy lengen of nieuw raeten maken2 siet gy dit1 dan moet gy wel observeeren of het byen of dreenen syn1 het is geen seeker teeken dat hy haer moer heeft4 ,maer maekt de bye raeten1 dan heeft hy een moer2 gy moet in het korten ock wel observeeren1 ofter ock gesloeten broet in de raeten is1 dese moet nauwkuerig ondersogt worden1 of het een leevende of doode bye is4 ,leeft sy nogh of is sy dood8 ,is het geen bye1 maer vuyligheydt1 dit is seer quaet1 en een teeken dat de bye vuel of ongesondt is1 van welcke saek daer naer sal gesproken worden4 ,vindt gy dit veel1 soo moeten alle raeten in dewelcke dit gevonden wordt1 uytgekort worden4 ,uytgekort synde1 moet gy hem voeren1 opdat hy nieuwe raeten kan maeken4 ,dit voeren moet veel of weynig syn naer advenant dat de byen honingh haelen4 ,het sestynde deel4 ,van het verspelen der moeren4 ,bemerckt wat ick geseydt heb in het twaelfde deel van het verspelen der moeren en van de naerswaerm4 ,dit moet ock aengewent worden voor de gekorte byen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer verspeelt de bye de moeren8 ,m4 ,a4 ,als de bye gekort is en dikwyls te vooren verspeelt de bye de moer2 jae de bye swaermt syg ock moerloos4 ,als gy ondervyndt dat de bye syg moerloos geswaermt heeft1 dan moet gy den swaerm of een deel van den swaerm1 wiederom een moer geven1 dan is hy terstont geholpen4 ,d4 ,vr4 ,hoe weet ick dat de bye haer moer verspeelt heeft8 ,m4 ,a4 ,den minnaer der byen moet dikwyls voor de hut gaen1 om te sien of de bye de moer verspeelt heeft2 dit kan hy sien1 is het dat de bye loopt om het tylgaet en kaer etc4 ,dikwyls geschiet het dat de bye haer moer verspeelt dat gy het niet en siet1 daerom is het niet genoegh dikwyls voor de hut te gaen1 maer gy moet de byen inwendig visiteeren1 of sy de moer verspeelt hebben4 ,de teekens aen dewelcke gy eene moerloose kendt is den vremden saenk en gehuel1 het loopen der byen uyt malkanderen door het geheel kaer als gy haer opricht1 en als men siet dat sy op de raeten moerdoppen maeken in plaets van nieuwe raeten4 ,maer aengesien1 dat alle dese teekenen nogh twyffelagtyg syn1 daerom moet eenen beteren raedt aengenomen worden1 te weten3 voert de bye seer sterk4 ,heeft sy een moer1 soo moet sy lengen of nieuwe raeten maeken2 doet de bye dat niet soodat gy twyffelagtig blyft1 jaegt de bye geheel uyt haer kaer1 en ondersoekt of sy een moer heeft4 ,vindt gy dan geen moer1 dan is het een seeker teeken dat sy geen moer heeft4 ,het seventynde deel4 ,van het helpen der moerloosen4 ,bemerckt gy en syt gy versiekert dat de bye geen moer en heeft1 dan moet gy haer tragten te helpen1 want eene moerloose bye doet geen goet4 ,d4 ,vr4 ,hoe helpe ick eene moerloose bye8 ,m4 ,a4 ,is de bye weynig van volck1 die haer moer verspeelt heeft en hebt gy een kleen swaermke1 werpt dit by de moerloose bye4 ,doet dit op de naervolgende manier2 rookt de bye dat sy dol is1 werpt ock een weynig honingh op de raeten en over de byen1 en dan stoot het swaermke in de moerloose bye4 ,doet eenen doek onder het kaer1 schut de byen door malkander en laet het kaer een korten tydt op op den koepel staen1 opdat de byen door malkanderen loopen en syg lief kreygen2 dan stelt de bye wiederom op haer plaets1 en hy sal geholpen syn4 ,dit geschiet het beste des avonds1 opdat de roovers niet komen en des nagts de byen syg te beter lief kriegen en aenniemen4 ,is het saeke dat de bye volck genoeg heeft en den selven dagh haer moer verspeelt1 rookt haer dol en geeft haer een nieuwe moer4 ,dit gelukt dikwyls1 maer niet altyt4 ,lukt het niet1 dan voert dese bye wel en ondersoekt nae twee of dry daegen of sy begindt nieuwe raeten te maeken4 ,doet sy sulks niet1 het is perykel dat sy geen moer meer heeft2 daerom jaegt haer uyt en ondersoekt of sy een moer heeft1 vindt gy geene dan set een nieuwe moer by de byen2 laet haer eene nagt in een leedig kaer liggen en des smorgens slaet de moer met de byen in den stock4 ,seyt dan versiekert1 dat sy de moer heeft aengenomen2 is het dat de bye middelmatig volck heeft1 dan gebruekt die moeren welcke met eenige byen staen2 heeft de moer neeten1 dan is de bye onfeilbaer geholpen4 ,bemerckt als de moer1 met dewelcke gy de moerloose byen helpt1 niet vrugtbaer is1 dat het dan altyt beter is de bye naer een ander plaets te draegen en alleen te stellen1 want de ondervinding leert1 dan een bye1 die haer moer eens verspeelt heeft1 dat sy haer dikwylder verspeelt2 maer staet sy alleen1 soo kan sy haer niet verspeelen4 ,gaerne wil ick nog wat verhaelen van het helpen der moerloosen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer verspeelt een bye haer moer het aldermeest8 ,m4 ,a4 ,den bye verspeelt syn moer het eersten als de moer ontrendt vrugtbaer is4 ,dit is een geheymnisse van den bye1 hetwelck ick tot nu door ondervinding niet hebbe konnen ontdecken4 ,maer myn gevoelen is1 dat de byen ontrendt dien tydt de moer plaegen en dol maeken2 en daerom in het afweeren der byen om dese dolheydt in een ander kaer vlugt en gedood wort4 ,dit kan eenigsins geapprobeert worden door de ondervinding1 want als den bye syn moer verspeelt heeft1 en geeft hem een nieuw moer1 hy sal haer #i of #aj daeghen houden en ontrendt dien tydt wyederom verspeelen4 ,daerom is het geraetsaem dat gy dien bye1 die syn moer verspeelt heeft1 wegdraegt en alleen set1 als syn moer die gy hem geeft niet vrugtbaer is4 ,d4 ,vr4 ,wanneer is de moer vrugtbaer8 ,m4 ,a4 ,men verneemt ordineer dat de moer vrugtbaer is1 ontrendt de #h ad #aj daegen4 ,eventwel ondetvyndt men dat de moeren #ae ad #bj daegen staen eer sy vrugtbaer syn1 en syg nogh verlyesen4 ,volgens myn opinie komt dit uyt armoede1 omdat de byen honingh haelende1 niet veel gevoert worden4 ,het achtynde deel4 ,van het lappen der byen4 ,bemerkt dat het dikwyls geschydt dat den bye #b of #c mael swaermt1 en alsoo syg alte verswaekt4 ,desen bye moet geholpen worden met volck4 ,d4 ,vr4 ,hoe doen ik dit lappen8 ,m4 ,a4 ,swaermt den bye twee of dryemael4 ,hebt gy den swaerm nog alleen1 dan houdt de moer met eenighe byen voor eenen moerloosen4 ,sneydt de moeren en de dreenen uyt den stock en dan slaet de byen int selve kaer4 ,maer vlygt den swaerm by anderen1 soo maekt sooveel als gy byen hebt4 ,maer is het een swaerm die te groot is1 dan spaert eeninghe byen van den swaerm1 en saevons laeft den stock die te swaek is4 ,is het saeken dat gy veel volck of byen hebt die te swaek syn1 dan moet gy de laetste swaermen 7de moer ontniemt7 en de byen by de swaeke slaen4 ,d4 ,vr4 ,kan ik alle soorten van byen by alle byen verlappen8 ,m4 ,a4 ,neen1 byen van oude moeren mogen by geen jongen moeren verlapt worden 7tensy dat de jonge moeren den broet hebben toegemaekt71 want de byen van de oude moeren verdraegen syg niet met de jonge moeren4 ,maer de byen van jongen moeren1 kont gy by alle soortten van byen verlappen1 want desen gaerne aenniemen1 ick kan geen ander reden geven als de ondervinding alleen4 ,d4 ,vr4 ,wanneer moet ik den byen lappen8 ,m4 ,a4 ,gy moet de byen niet eeder lappen als ontrent den avont1 want in den daegh sy malkanderen dooden4 ,d4 ,vr4 ,hoe lappe ick den bye8 ,m4 ,a4 ,gy moet den stock en de byen doll roocken1 dan vermengt honingh met waeter en werpt desen door de raeten en over de byen4 ,werpt de byen by malkanderen1 laet het kaer een weynig staen1 dat sy door malkanderen loopen en syg aenniemen4 ,syn het geswaermde byen1 soo steldt den bye op syn plaets1 maer syn het byen die gy met gewelt een anderen ontnoemen hebt1 dan moet gy den bye wegdraegen1 want de byen keeren anders wyeder naer haer vorig plaedts4 ,bemerkt als gy moeren hebt in groete kaer en in vollen broet sytten1 dat gy desen ock soo kondt helpen en maeken tot volkomen byen4 ,het negentiende deel4 ,van het hanteeren der jaegers4 ,bemerckt dat ick in het elfde deel1 cap4 #b1 gehandelt heb van het jaegen en separeeren der byen4 ,d4 ,vr4 ,is voor de hut de meesten arbydt gedaen1 kan men dan beginnen met de jaegers8 ,m4 ,a4 ,den jaeger is de beste bye en daerom moet hy wel geobserveert worden4 ,is den jaeger nu dry weeken in syn kaer1 dan moet gy hem visiteeren1 of hy nogh van honingh voorsien is1 andersiens moet hy gevoert worden4 ,de reden is1 omdat de jonge byen beginnen te komen dewelcke moeten eeten4 ,onderstelt hy heeft nogh honingh dan voert hem eeventwel eens of twee mael1 ock dikwylder als het noetsaeklyk is en dit om veel redenen3 #amo4 ,heeft den jaeger nogh honingh1 desen wordt gespaert1 voor het quaet weeder4 #b;do4 ,den jaeger begindt door den gevoerden honingh terstont te lengen en nieuwe raeten te maeken en vergeet het swaermen4 #ctio4 ,daerna moet den jaeger dikwyls gevisiteert worden1 of hy te veel dreenen-raeten maekt4 ,dese moeten den kop afgesneden worden1 opdat hy van het swaermen wyederhouden wordt4 ,want nauwelyks is den jaeger ses weeken in het kaer1 of hy bereydt syg om te swaermen4 ,d4 ,vr4 ,hoe kan ick dit swaermen beletten8 ,m4 ,a4 ,om dit swaermen te beletten worden veel konstenaers gevonden1 maer tot desen dagh heb ick er geene gekendt1 die dese konst onfeilbaer aen my getoont heeft4 ,als dese gevonden wordt3 ,erit mihi ,carthesius4 ,wie aen my kan dit leeren ,zal ick als mynen meester eeren4 ,eventwel hebben er sig veel aen my vertoondt1 maer ick heb er geene onfeilbaer gevonden2 nogtans wil en moet ick bekennen dat er eenige middelen syn1 om het swaermen eenigsins te beletten4 ,dit middel is gelyk ick geseidt hebbe1 de dreenen den kop af te snieden en de moerdoppen uytsteken4 #b;do ontniemt de bye haer overvloedig volck en lapt eene andere swacke bye met dit volck1 op de manier gelyk in het #ah deel geseidt is4 ,d4 ,vr4 ,op wat manier sal ick dit lappen doen8 ,m4 ,a4 ,op dese manier2 neemt een leedig kaer ontrendt den avond1 steldt den jaeger op dit kaer1 stoot twee of dry mael op den grond1 dat de byen in het leedig kaer vallen1 stelt den jaeger op syn plaets1 en ondersoekt of de moer ock uytgevallen is1 die gy den jaeger moet wyederom geven4 ,vindt gy de moer niet1 laet de byen eenigen tydt liggen2 is de moer by de byen1 sy sullen ruetten en syg versaemelen4 ,maer is de moer niet by de byen1 sy loopen en soecken door het kaer2 legt haer gevangen1 dan sullen sy huellen4 ,soo siet gy seeker1 dat de moer by dese byen niet en is4 #ctio ,een ander myddel2 swaermt den jaeger1 deyldt den swaerm en werpt de moer met eenige byen in den jaeger1 en met de andere byen helpt een klein swaermken4 #d;do ,sommige willen dat gy eenen jaeger laet swaermen en doen den swaerm in een kaer4 ,swaermt den tweeden1 dan stoot alle dreenen en moeren uyt den eersten4 ,slaet den swaerm in den eersten geswaermden syn kaer en soovoorders1 ist datter nogh meer swaermen4 #e;do ,dit is het onfeilbaerste remedie dat ick weet of ooyt heb gehoort4 ,jaegt den jaeger geheel uyt syn kaer1 jaegt hem om tegen eenen swaeken bye 7gelyk ick geleert heb in het elfste deel1 ,cap4 #c of #c of #e71 dan siedt verseekert1 dat hy het swaermen voor einigen tydt laeten sal4 ,eedogh1 heb ick ondervonden dat sy daernaer swaermden1 maer seer selden4 ,bemerkt dat dit altydt niet geraetsaem is1 want in quaede jaeren heeft men twee byen die niet veel werken1 maer in goede jaeren is het seer goedt1 en worden twee goede byen4 ,is het saeken men byen tegen een omset1 hoe dit moet geschieden sal ick in het volghende deel beweysen4 ,het twyntigste deel4 ,van het omsetten der byen4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick observeeren in het omsetten der byen8 ,m4 ,a4 ,als gy eenen bye wildt omsetten dan moet gy wel letten op de egaliteydt en gelykheidt der kaeren4 ,want syn de kaer niet egael dan vliegt den bye niet wel by1 maer vervliegt sich ligtelyk4 ,d4 ,vr4 ,welke byen kan men tegen malkander omsetten8 ,m4 ,a4 ,jaeger tegen jaeger1 swaerm tegen eene swaerm1 ouden tegen ouden is het besten4 ,maer gy kondt ock eenen ouden tegen swaerm of jaeger omsetten1 maer gy moet wel observeeren1 als gy eenen swaerm of ouden bye tegen eenen jaeger wildt omsetten1 dat den swaerm of oude bye met synnen broet soover moet geavanceert syn1 dat hy nieuw volck trekt1 want de ondervynding leert1 dat de byen sig andersiens moorden en de moer dooden4 ,d4 ,vr4 ,geeft my nogh eeninghe bemerkingen die in het omsetten der byen moeten observeeren4 #amo ,bemerkt dat indien gy eeninghe byen tegen malkanderen wilt omsetten1 dat gy de kleynste niet moet omsetten tegen de grootste1 want dan geschiedt het dikwyls dat de byen van den grooten by den kleynen koomende1 dat sy hem uyt het kaer jaegen en dan terstondt swaermt4 ,maer wilt gy wel omsetten1 dan moet den bye die gy omset goet voortgank hebben2 maer nemt gy eenen bye die geenen goeden voortgank heeft1 dan sullen alle twee willen swaermen4 #b;do ,bemerkt dat gy dit omsetten kont doen1 om de byen egael te maeken1 want onderstelt gy hebt eenen bye die vaesel is en sterk is en sterk in het voolk is1 gy hebt eenen anderen die te swaek is1 set haer om1 soo worden sy beyde vaesel4 #c;do ,bemerkt dat dit omsetten niet moet geschieden tensy dat de byen wel honing haelen1 andersiens moorden sy malkanderen4 ,het een en twyntigste deel4 ,van de ongesontheydt en vuyligheydt der byen4 ,bemerkt dat de ongesontheydt der vuylheydt als een pest onder de byen is2 daerom moet een vorsiegtig byenman syg tragten te waegten dat dit quaet onder syn byen niet en komt1 want desen byen avancieren niet1 maer gaen allenskes te niet4 ,d4 ,vr4 ,welk is de oorsaek van de ongesontheydt der byen4 ,m4 ,a4 ,de eerste oorsaek van de ongesondtheydt der byen is de quaeden en ongesonden honingh1 denwelke gy de byen voert4 ,desen honingh komt van vuelen en ongesonden byen die door gedaen worden4 ,voert gy sulleken honingh1 het is onfeilbaer dat de byen vuel en ongesondt worden4 ,d4 ,vr4 ,als ik twyffel of den honingh quaet is1 wat doen ik dan8 ,m4 ,a4 ,beviendt gy eenighe quaet in uwe byen1 voert niet anders als met raet-honing1 want dan veroorsaekt het soo groot quaet niet1 omdat de vuelheydt niet met honingh vermengt is en het quaet dat in de raeten is roeren de byen niet4 #b;do ,wort den bye ock ongesondt van den honingh die niet suever is afgedaen of getont4 ,d4 ,vr4 ,wanneer wordt den honingh onsuyver afgedaen of getondt8 ,m4 ,a4 ,den honingh wordt onsuyver afgedaen als hy met onreynen broet wordt in de ton geworpen en alsoo door gedaen4 ,van desen saek sullen wy daernaer spreken4 #c;do ,wordt den bye ongesondt als gy hem jaegt eer hy bequaem is1 want door het jaegen wordt den bye syn volk ontnomen en alsoo onbequaem om synen broet te besetten4 ,door de koude sterf hy4 ,somtyds verweckt den broet het eeninghe ongesontheydt en vuyligheydt1 maer dit is niet soo schadelyk als die van ongesonde en onsuyveren honingh4 ,voorts komt dus1 om deselven reden1 dat er syn vele van gevoelen 7en niet sonder fondament7 dat in koude lentens1 als men sterk voert1 de byen meer broet maeken als sy konnen besetten en daerom er veel sterft en vuel wort4 ,want dit heb ik ondervonden1 dat in een seer koude lenten dat ik de byen gevoert hadde1 op den ondersten randt van het kaer en het kaer snaegs dikwyls hadde opgestaen1 dat dan door de koude veel broet gestorven was1 maer evenwel had dese vuyligheydt geenen schaede veroorsaekt in dat jaer1 omdatter weynig volk in de byen gevonden wiert4 ,maer het jaer daernaer was het een goet jaer en heb geen quaet gevonden1 soodat ick vast houde dat desen vuyligheydt door de byen wordt uytgeworpen en daerom soo schaedelyk niet is als die van onsuyveren honingh4 ,voorts om deselven reden ben ick van gevoelen1 dat eenen jaeger of swaerm desen vuyligheydt kan bekomen als hy op alte natten of kouden grondt staedt2 want men siedt dat door de nattigheyd de kaer van binnen heel grys worden en omdat de byen uytvlyegen om honingh te haelen1 soo wordt door de koude den broet styef en sterft den broet1 wordt somtyds door de byen uytgeworpen1 maer niet altydt4 ,en waer het saeken dat sulken swaerm werde getont1 soo sou den honingh ongesont en onsuyver worden1 daerom moet gy de jaegers en de swaermen op drooge en waermen aerden setten4 #d;do ,anderen syn van gevoelen dat de byen het quaet konnen haelen1 of van de bloemen1 of van de andere byen2 en desen opinie is waerschynlyk omdat de ondervynding leert dat de byen die staen onder een en deselven hut1 die een en denselven honingh gegeten hebben1 evenwel den eenen gesont en den anderen ongesont is4 #e;do ,konnen de byen ongesondt worden van het kaer1 want is het een kaer in hetwelcke te voren eenen ongesonden bye is geweest1 het is een groote vrees dat den bye sal gesont blieven1 hetgeene ick door de ondervynding geleert hebbe4 ,daerom wilt gy sulken kaer gebruken dan moeten het veel jaeren liedig gelegen hebben1 soodat het geheel uytgedroogt sye1 en ontsmet en uytgebrandt4 ,edoch is het geraetsaem sulke kaer tot hoegsels te maeken of tot een ander saek te gebruken4 ,worden de byen ongesondt1 ist ook soms dat gy haer eenen honingh geeft van eenen ongesonde bye1 want desen wordt ongesondt1 besonder want het eenen eerste swaerm of jaeger is2 maer aen eenen naerswaermen is het niet soo schaedelyk4 ,de rede is omdat den eersten of jaeger met den quaden honingh begyndt te werken en terstondt broet maekt1 en soo is het groot peryckel dat de jonge byen of den broet worden onsteken4 ,ter contrarie der naerswaermen heeft eene jong moer1 die ontryndt #aj ad #ab daegen en somtydts langer geenen broet maekt4 ,desen jongen moer verteert en suyvert den honingh eer sy broet maekt1 soodat de ondervynding leerdt dat het aen desen selden schaede doet4 #amo ,bemerkt dat den minnaer der byen altydt moet sorgen dat hy wel voorsien is met goeden en gesonden hoeningh1 besonder in het begyn van het voeren1 opdat syn byen niet ongesont worden2 want worden sy ongesont in het begin1 dan kander niets goedts van de byen komen1 maer syn de byen gejaegt dan kont gy honingh voeren aen denwelcke gy twyffelt of weet dat hy niet alte suyver is1 want naer het jaegen maeken de byen geenen broet 7omdat sy van de moer berooft syn7 en vervolgens dat desen honingh geenen schaeden doet1 want de oude of vlyegende byen worden door den onsuyveren honingh niet beschaedigt1 maer alleen de jongen of den broet4 ,dit is een observaetie en geheymnisse der byen1 te weten dat de byen1 in het maeken der jongen1 honingh moeten gebruyken2 is den honingh onsuyver1 de jonge byen sterven en den bye wordt ongesondt4 ,vraegt iemant de reden1 waerom dat het meerder de jonge byen als de oude byen schaedt1 dan kan ick geene andere reden geven alsdat de ondervynding sulks leert4 #b;do ,bemerkt dat niet altydt ongesontheydt of vuylligheydt is1 dat sommige byenmans vermeynnen te weten dat als sy een tuytjen in de raeten gelaeten vynden1 in hetwelcke geene bye in is1 maer eenen vuyllen worme1 dit een teeken is4 ,ick denk niet1 alhoewel men dit niet gernen siet1 en als dit met den honingh vermeyngt wiert1 schaede soude doen4 ,eventwel is het geen ongesondtheydt1 en als dit verdroogt is1 wort het door de byen uytgeworpen1 maer is het opregt vuyl dan heeft het geenen gelyckenyssen van een bye ofte worm1 maer het sit in de raeten1 ick vraeg verschooning voor het woord1 gelyk snot1 en den bye is rot4 ,d4 ,vr4 ,hoe erkennen ick eenen ongesonden of vuyllen bye8 ,m4 ,a4 ,in den herst en lenten als de byen geenen broedt en hebben1 kondt gy de ongesondheydt wel lyegtelyk erkennen4 ,is het saeken dat gy den bye met toeback of anderen rook opblaest1 vyndt gy nogh gesloten tuytjens1 het is een teeken dat de bye gesondt is2 maer is den bye vol broet1 dan is het moyjelyker om te erkennen4 ,om dit te weten evenwel moet gy op deselve maenier erkennen1 te weten met opblaesen1 waer den broet getrokken is2 syn op desen plaedts eenygen tuytjens geslooten1 gy moet dit examineeren4 ,syn geen byen maer vuylligheydt in dese tuytjens1 het is een teeken dat den bye vuyl is4 ,kont gy dese tuytjens niet visiteeren1 steekt een raet uyt het nest1 in hetwelck broet is4 ,examineert wel of dese broet levendig en gesondt is1 dan sal den bye gesont syn4 ,het twee en twintigste deel4 ,hoe een ongesonde bye moet gesondt gemaekt worden4 ,d4 ,vr4 ,hoe maek ick den ongesonden bye gesondt8 ,m4 ,a4 ,ondervindt gy dat eenen bye vuyl of ongesont is1 dan moet desen naer het jaegen sterk gekort worden4 ,alle tuytjens1 die gy siet dat gesloten syn1 moeten uytgestoken worden1 opdat den bye geheel vernieuwt worden2 haelt den bye buytten geenen honingh1 voerdt hem gesonden honingh ofte raet-honingh1 dan sal den bye wyederom gesondt worden4 ,is het een goet jaer1 dat desen bye eenen vaeselbye wordt1 dan moet hy opgeset worden2 de reden is1 omdat swynters en slentens door den langdurigen tydt het quaet verdroogt en wordt door den bye uytgeworpen4 ,voert slentens aen desen bye goeden honingh1 dan wordt hy wyederom gesondt2 maer is het een maeger jaer1 dat den bye niet vaesel wordt1 dan moet desen honingh voor geen jaeger maer aen eenen naerswaerm gebruykt worden1 om de reden in het vorig deel gegeven4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick1 is het dat den bye geheel ongesondt is8 ,m4 ,a4 ,ist saeken dat den bye ongesont is1 soodat meer als het derde tuytje vuel is1 jaegt den bye uyt1 doet hem op eenen honingh of in een ledig kaer en laet hem aerbeyden hetgeen dat hy kan2 kort en suyvert den bye2 dogh doet de swaermen die laeter komen in die kaeren1 dan sal het niet of weynig schaeden1 want den swaerm sal alle raeten suyveren eer hy broet maekt4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick1 is het dat ick in het begin de ongesontheydt nyet vynde8 ,m4 ,a4 ,ondervindt gy de ongesontheydt niet eerder als in den somer1 laet den bye draegen soo veel als hy kan2 in den herfst werpt hem in de ton en verkoopt den honingh aen de peperkoeken-backers en besorgt nieuwen gesonden byen-honingh4 ,bemerckt dat de ongesonde byen niet moeten geset worden ontrent een hut1 dewelcke gesonde byen heeft1 omdat de ongesonde om den stank uyt haer kaer vlugten4 ,vervolgens wercken sy niet of weynig en worden dikwyls door de gesonden uytgeplundert en gerooft1 hetwelck ock seer sorglyk is voor de gesonden1 want gelyk ick geseydt hebbe in het #baste deel als de vyerde reedenen dat sy konnen ongesond worden4 ,het dry en twintigste deel4 ,capittel ,i4 ,hoe men voorders de byen moet hantieren4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick naer het kortten8 ,m4 ,a4 ,de byen nu gekort synde1 7is het dat sy buytten vlyegen1 en niet haelen71 moeten gevoert worden4 ,gy moet de oude byen ock dikwyls visiteeren1 besonder als sy drye weeken syn2 want sy bekomen dan nieuwe wormen of volck en motten1 dikwyls seer sterk4 ,desen moet gy vangen en dooden1 gy moet ock de jaegers en swaermen visiteeren1 of sy willen swaermen1 en als sy honingh haelen1 de dreenen-raeten den kop afsnieden1 opdat de byen honingh in dese raeten draegen en alsoo het swaermen vergeten4 ,als sy het kaer ontrent vol raeten hebben1 dan moet gy der een hoegsel onder setten1 want sy door dit middel het swaermen vergeten en verlaeten1 en soo de byen op nieuws beginnen te wercken1 en raeten maeken voor den aenkomenden honingh4 ,het vyer en twintigste deel4 ,van het vervoeren der byen naer de ,peel enz4 ,d4 ,vr4 ,wanneer vervoere ick de byen8 ,m4 ,a4 ,in het laetste van ,julius en int begin van ,augustus1 moeten de byen naer de heyde of ,peel gevaeren worden4 ,eer dit geschiedt1 moeten de byen 7die ontrendt vol syn7 gehoogt worden1 opdat geenen perykel van doodt te vaeren sy2 ock moeten sy gesuevert syn van motten en ander ongesyeffer1 omdat gy niet dagelyks by de byen komt1 en dese meester worden en veel schaede veroorsaeken4 ,d4 ,vr4 ,hoe stelt men die op de kar8 ,m4 ,a4 ,daer syn verscheyde manieren hoe gy de byen stelt op de kar en sult setten om te vaeren4 ,den eenen behaegt dese1 den anderen behaegt een ander1 maer onder alle behaegt my dese de beste- te weten3 als men twee byen stulpt en dry daer boven op steldt1 vyf in ieder rey2 maer de byen die gestulpt worden moeten niet op de plank1 maer op eenen ruster van latten gestelt worden1 opdat sy lugt hebben1 want sy souden sich andersins dood loopen of stikken4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick nogh meer observeeren8 ,m4 ,a4 ,gy moet ock observeeren1 hoe de raeten staen van den bye die gy op de kar steldt1 want volgens de raeten moet den bye noetsaekelyk op de kar gestelt worden1 opdat de raeten en den honingh niet quetsen4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick is het saeken dat de byen vol raeten en honingh syn8 ,m4 ,a4 ,is het saeken dat de byen op de blaublom ofte op den boekweyd1 veel honingh gehaelt hebben1 soodat gy vreest1 dat gy de byen sult dood vaeren1 dan opent haer tylgaeten1 als gy een of twee kogel-schot wyt wegh hebbet gevaeren2 dan is geen of seer weynig perykel4 ,d4 ,vr4 ,de byen syn al te swaer1 durf ick haer niet te vervoeren8 ,m4 ,a4 ,is het saeken dat gy eenige hebt die al te swaer syn1 p4 e4 van #ej of #fj pond1 jaegt haer uyt1 en brengt haer byen in een ledigh kaer naer den ,peel4 ,capittel ,,ii4 ,van de beste byen om naer den ,peel te vaeren4 ,d4 ,vr4 ,welcke syn de beste byen om naer den ,peel te vaeren8 ,m4 ,a4 ,de swaermen der jaegers4 ,de reden is omdat de byen de swaermen jaegers het meeste volk hebben1 en daerom in korten tydt veel honingh kennen bydraegen1 want den peel heeft een seer teer blom1 dewelcke veel honingh in korten tydt geeft1 maer ock seer haest gedaen heeft2 door eenen stormwyndt ofte blyksem wort sy geheel verdorven4 ,ondersteldt sy wort niet bedorven1 soo heeft sy eventwel eerder gedaen1 want ontrynt ,st-,bartolomeus 7als andere heyden in het besten syn71 heeft den ,peel ontryndt gedaen4 ,daerom syn oude byen beter voor de laetere heyde1 omdat sy dan meer volk hebben4 ,evenwel kondt gy ock oude byen naer den ,peel vaeren1 is het saeken dat sy sterk van volk syn en in eenen goeden staet syn4 ,capittel ,,iii4 ,wat men moet doen naer het vervaeren der byen4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick doen naer het vervaeren8 ,m4 ,a4 ,als gy uw byen vervaeren hebt dan moet gy binnen korten tydt de byen gaen visiteeren1 ofter ock iet mankiert1 of sy ock vervlogen syn1 want het geschiedt dykwyls dat de byen door het vaeren dol syn of door den wyndt sich vervliegen1 eenighe te veel anderen te weynig volck hebben4 ,set het kaer om1 opdat sy eenigsiens egael worden4 ,d4 ,vr4 ,wat moet ick nogh meer doen8 ,m4 ,a4 ,gy moet wel observeeren of de byen veel gelengt of nieuw raeten gemaekt hebben4 ,doen sy sulks1 het is een teeken dat sy veel honingh sullen haelen4 ,syn sy ontryndt met de raeten op de aerden1 geeft haer een hoegsel of by gebrek van hoegsel maekt een kuyl in de aerden1 opdat den bye kan arbeyden4 ,daernaer moet gy van tydt tot tydt de byen een viesiet geven1 om te sien of haer iets mankeert4 #amo ,bemerkt dat naer half ,augustus niet meer gehooght moet worden1 tensy dat den bye had in den grondt gearbeydt1 of dat de byen nogh sterk honingh haelen en geheel aengearbyedt waeren1 soodat sy door de hitte van de son en den honingh uyt het kaer gejaegt wierden1 andersins is het schaedelyk4 ,sy maeken veel raeten maer haelen geenen honingh4 #b;do ,bemerkt dat de byen die gy vervaert willen eenighsins met honingh versien syn1 want hebben sy geenen honingh en het wort quaet weer1 dan lyden sy armoeden en bederven den broet2 daerom moet gy sulken byen eens of tweemael voeren1 opdat sy de reys en een of twee daegen quaet weer konnen verdraegen4 ,het vyf en twyntigste deel4 ,van het terughaelen der byen uit de ,peel4 ,d4 ,vr4 ,wanneer hael ik de byen terug8 ,m4 ,a4 ,als de byen den broet getrokken hebben en geenen nieuwen meer maeken4 ,aengesien de byen in den ,peel den broet vroeger trekken als op ander heyden1 daerom kennen sy eerder gehaelt worden4 ,ontryndt #ad of #ae ,september maegh men de byen uyt de ,peel wel haelen1 want ordeneer om dien tydt den broet getrokken is4 ,dan kont gy desen byen die gy dooden wilt1 op deselven plaedts dooden1 want door het vaeren verlyest hy en verteert den honingh4 ,maer is den bye nogh in synen broet1 dan moet gy hem levende naer huys brengen en dooden hem niet eerder als hy synen broet getrokken heeft1 omdat den broet die in de raeten blyeft ten laetsten grys en rot wordt1 hetwelck schaedelyk is voor het wasch4 ,als gy de byen haelt dan moet gy de vaesel byen wel observeeren en beproeven haer gelyk in het vierde deel de derde vraegh van de vaesel-byen geseydt is4 ,de byen gehaelt synde1 steldt de vaesel byen onder de hut op haer plaedts4 ,hebt gy eenyngen aen dewelcke gy twyffelt1 desen moegen niet vlyegen1 want sy maeken den vluygh en worden sy daernaer onder de hut gestelt1 sy soeken die plaets waer sy gestaen hebben en verspeelen haer volk1 maer laet haer gestopt en legt haer op een duyster en koude plaedts1 totdat gy de vaesel-byen onder de hut ondersoegt hebt4 ,die volgens u behagen niet syn1 doodt desen en stelt anderen in de plaedts4 #amo ,bemerkt dat de byen in den ,peel sig beter suyveren en reynigen als op andere plaetsen4 ,daerom ook veel beter syn om op te setten en tot vaesel-byen te gebruyken1 omdat de ondervynding leert dat de byen die op den ,peel gestaen hebben laeter in den lenten beteren voortgank hebben als die der andere heyde4 ,d4 ,vr4 ,wanneer haele ik de byen van die anderen heyden8 ,m4 ,a4 ,van anderen heyden haelt gy de byen laeter1 naer advonandt sy den honingh gehaeldt en den broet getrokken hebben4 #b;do ,bemerckt dat ick de vaesel-byen die uyt den ,peel komen gepreesen hebbe1 noghtans syn sy ock goedt die van anderen heyden komen4 ,daer hebt gy eenighe uyt den ,peel die uw niet behaegen1 dan neemt anderen want sy ock goed doen4 ,het zes en twintigste deel4 ,van het dooden der byen4 ,d4 ,vr4 ,welke byen worden gedood8 ,m4 ,a4 ,den somer gepasseert synde1 ontrynt half of int laesten van ,september worden de byen gedood4 ,eerst dood men die te swaer syn om op te setten1 opdat men honingh kan toonen en de anderen uytvoeren2 de lyegten dood men omdat sy door den wynter niet konnen komen als het myddelmaetigen jaeren syn2 syn het goeden jaeren dan set men de minsten op4 ,syn het seer maeger en slegte jaeren1 dan set men de besten op4 ,daerom moet een byenman syg volgens de jaeren voegen4 ,d4 ,vr4 ,hoe doode ick den byen8 ,m4 ,a4 ,vooreerst moet gy plaesters maeken4 ,desen plaesters worden gemaekt van verscheide materien2 den eenen maekt kaerten1 den anderen gebruykt papyer1 den derden gebruykt wullen laeppen1 hetgeen ick approbeere1 omdat het wullen met den sweevel vermeingt synde1 langsaem brandt en alsoo beter doodt1 dat sy door de vlaem niet gekrent worden en de byen beter konnen uyt de raeten vallen4 ,stelt den sweevelplaester in de kuyl1 maekt het kaer met aerden wel toe1 datter geenen rook kan uytkomen1 alsoo dan sterft den bye4 ,het seven en twintigste deel4 ,van het maeken van den honingh4 ,bemerkt als den byenman syn byen doodt en geen honingh genoegsaem heeft voor het aenstaende jaer1 kan hy in den herst eenyge honinghe maeken4 ,d4 ,vr4 ,hoe maecken ick desen honingh8 ,m4 ,a4 ,gy niemt swaeren ofte lyegten byen1 gelyk gy hebt1 en jaegt haer uyt en werpt twee byen by malkanderen1 7want sy moeten veel volk hebben71 gy stekt een broet raete uyt het nest van den uytgejaegden bye en pindt desen in een ander liedig kaer met een of twee liedige raeten1 werpt het volk in dit lyedig kaer4 ,als gy den byen uytstekt en in de ton werpt1 dan bewaert gy den lossen honingh en den honingh die tussen den broet sit en in de ton niet goed is2 dese voert op bakken of op een schoottel1 en den dagh en saavons steldt haer eenen honingh onder1 dan sullen sy wel wercken en eenen goeden honingh worden4 #b;do ,bemerkt dat desen honingh en den broet laeng moeten staen1 hetwelck seer goet is voor den byenman1 want ondervyndt gy dat in den herst dat eenen bye moerloos is1 dan kan hy met een van desen moeren geholpen worden4 ,ondervyndt gy datter byen onder de hut syn die te weynig volck hebben1 dan kan hy van desen volck niemen en helpen en lappen den bye4 ,wielt gy haer terstont naer het opdroegen der honingh dooden1 dan steekt den nest en den broet uyt en doodt haer4 #ctio ,bemerkt dat gy haer kondt laeten staen tot laedt in den herst en laeten haer den broet geheel uyttrekken1 jaegt haer in een ander kaer2 omdat sy daer laet inkomen1 soo konnen sy met eenen lygteren honingh den wynter doorkomen1 maer selden komt veel goets van haer1 want sy maeken haer lygtelik vuyl4 ,het agt en twintygste deel4 ,hoe men den byen uytsteekt en den honingh in de ton doet4 ,d4 ,vr4 ,wanneer doen ick den honingh in de ton8 ,m4 ,a4 ,de byen nu gedoodt synde moet gy soo haest als het mogelyk is de byen uytsteken en den honingh in de ton doen4 ,de reden is1 omdat gy het quaedt beter vynden kondt4 ,want staen de byen langen tydt naer het dooden1 soo wordt het nest en de doode byen grys1 soodat gy het quaedt niet kont vynden4 ,d4 ,vr4 ,hoe steek ick myn byen het beste uyt8 ,m4 ,a4 ,als gy den byen uytsteekt1 dan trekt eenige rueselstecken uyt het kaer1 opdat gy gemackelyker den honingh kont uytsteken4 ,breekt eerst den nest uyt1 visiteert den broet of hy volkomen is4 ,gy kont dit eenighsins kennen aen de coleur2 siet den broet gielaegtig en is een weynig verheven1 dan is den broet goet1 maer siet den broet swartagtig en is ingeslaegen1 dan moet gy desen tuytjens nootsackelyk openen4 ,ziet gy eenigsiens quaet1 dan moet gy desen bye niet in de ton doen1 in denwelcke den zuyveren honingh is1 omdat eenen quaeden bye de geheel ton vervaelst4 ,d4 ,vr4 ,wat doen ick met desen bye8 ,m4 ,a4 ,gy moet sulken bye niet uytsteeken1 laet hem staen1 of wylt gy hem uytsteeken doedt de raeten met den honingh in een ander ton1 om dan met de raeten te voeren4 ,is den bye suyver1 dan werpt sooveel byen in de ton totdat sy gevuld is1 maer gy moet met eenen stok raeten breken en kleyn maeken4 #amo ,bemerkt als gy den bye uytsteekt1 en den honingh in de ton doet dat geen onreype broet magh by den honingh komen4 ,ik zegge onrypen broet1 want den rypen broet doet weynig of geene schaeden4 ,daerom moet gy uw ock bemerken als doode byen by den honingh komen1 want sy schaeden der honingh niet1 eventwel als gy suyveren honingh maekt1 separreert haer sooveel het moegelyk is1 maer is den broet onryp dan bederft hy den honingh4 ,dit is de oorsaeke datter sooveel ongesonde byen syn1 omdat den honingh van onkondige en onervaren byenmans getont wordt1 daerom wilt syeker syn1 separeert alle broet2 is er gesegelden honingh1 voert desen honingh aen den uytgejaegden van dewelcke ick in 't #g;e deel gesproken heb1 of wel aen anderen byen4 #b;do ,bemerkt1 is het saeken dat gy veel byen soudt hebben aen dewelcke gy twyffelt of sy gesont syn1 doet desen in een ander ton en wilt gy desen honingh door doen1 dan moet gy van den honingh niet voeren als naer het jaegen1 omdat de byen dan geenen broet meer hebben1 dat is niet soo schaedelyk2 maer eventwel is het geraetsaemste met de raeten te voeren1 of te verkoopen aen de peperkoeken-backers 7niet aen andere byenmans1 want dese bedryegt gy7 en koopen gesonden honingh4 ,d4 ,vr4 ,kan onsuyveren honingh niet gesuyvert worden8 ,m4 ,a4 ,sommigen koken en schuymen den honingh1 om alsoo hem te suyveren2 dat dit eenigsiens kan helpen1 kan ick niet looghenen1 want het vuur suyvert veele saeken2 noghtans volgens myn gevoelen kan onsuyveren honingh niet soo gesuyvert worden1 dat hy de byen niet souden schaeden4 #ctio ,bemerkt dat de byen die gy uytsteekt1 niet geheel moeten uytgestoken worden2 maer daer moet honingh in blyeven voor de jaegers en swaermen2 den honingh voor de jaegers mag wel syn van #ae ad #af1 maer voor de swaermen kan hy wel #d ad #e pondt lyegter syn als voor de jaegers1 omdat de jaegers eerder in de kaer komen1 daerom moeten de jaegers meerder hebben als de swaermen4 ,het negen en twintygste deel4 ,hoe men den honingh separeert van het was4 ,d4 ,vr4 ,hoe sal ick doen met den honingh8 ,m4 ,a4 ,is de honingh nu eenigen tyd gesonken geweest en wel gesat1 trekt den honingh uyt de ton in eenen ketel2 maekt hem waerm of lauw1 schudt hem in wollen garen sackjes1 duwt soo lang op die sackjens1 alster nogh eenige vochtigheyt uytkomt1 doet het wasch in een kuyp en alles nu doorgedaen synde1 dan schudt waerm waeter op het wasch om mey te maecken4 ,het dartigste deel4 ,van het mey maeken4 ,d4 ,vr4 ,hoe maeke ick den mey8 ,m4 ,a4 ,aengesien dat den honingh uyt het wasch niet soo kan uytgedout worden1 dat er niets souden inbleyven1 daerom doet gy waeter op het wasch1 dat gy daer naer soetjens laet afloopen4 ,dit wordt gekookt en wel geschuemt1 soo lang gy vermeynt dat het soet genoeg is2 gy kont ock soo lang kooken1 dat het kruyt wordt1 om op het brood te eeten of bier en andere saeken soet te maeken4 ,,finis4 ,,aanteekeningen #a ,men weet dat het land van ,kessel waar onze bijenman woonde en geboren werd1 sedert #agac onder ,pruisisch gebied stond en de ,nederlandsche taal aldaar maar weinig beoefend werd4 #b ,nu veelal genaamd ,sander hof4