from the ,google ,print project47 ,regeling der spelling ,voor het ,woordenboek der ,nederlandsche ,taal4 ,de echtheid der exemplaren blijkt uit de handteekening van den bewerker4 ,druk van ,d4 ,noothoven ,van ,goor4 ,de ,grondbeginselen ,der ,nederlandsche ,spelling4 ,regeling der ,spelling ,voor het ,woordenboek der ,nederlandsche ,taal4 ,vanwege de redactie bewerkt ,door ,l4 ,a4 te ,winkel4 ,derde druk1 ,herzien door ,m4 de ,vries4 ,leiden1 ,d4 ,noothoven ,van ,goor4 #ahgc4 ,die art und weise wie wir unsere sprache mit buchstaben schreiben1 dies kstliche mittel das fliegende wort zu fassen1 zu verbreiten und ihm dauer zu sichern1 musz allen vlkern eine der wichtigsten angelegenheiten sein1 und die freude1 welche eine vollkommne schrift gewhrt1 trgt wesentlich dazu bei den stolz auf die heimische sprache zu erhhen und ihre ausbildung zu frdern4 ,jacob ,grimm4 ,,voorbericht ,,voor ,,het ,,ontwerp ,,der ,,spelling4 ,bij het naderen van den tijd1 waarop de ,redactie met de uitgave van het ,nederlandsch ,woordenboek een aanvang hoopt te kunnen maken1 heeft zij zich verplicht geacht1 vooraf nauwkeurig het spellingstelsel te bepalen1 dat in het ,woordenboek zal worden gevolgd4 ,te midden der vele twijfelingen en onzekerheden1 die nog altijd in de spelling onzer moedertaal bestaan1 bij het verschil van gevoelen onzer taalkundige schrijvers omtrent een aantal min of meer belangrijke punten1 was het volstrekt noodzakelijk een vast plan te beramen en voor alle bijzondere gevallen eene bepaalde keuze te doen4 ,te meer gevoelde de ,redactie hare verplichting1 om hierin met de uiterste behoedzaamheid en niet dan na rijpe overweging te werk te gaan1 omdat het ,woordenboek1 dat zij eenmaal tot stand hoopt te brengen1 uit den aard der zaak niet zonder invloed zal blijven en derhalve aan de bewerkers eene dubbele verantwoording oplegt4 ,het algemeene beginsel1 dat bij deze regeling der orthographie tot leidraad moest verstrekken1 kon aan geen twijfel onderhevig zijn4 ,het was aangewezen in het ,ontwerp des ,woordenboeks1 door den ,voorzitter der ,redactie in de vergadering van het ,derde ,taal- en ,letterkundig ,congres te ,brussel voorgedragen1 en door de algemeene goedkeuring bekrachtigd4 ,daarin was bepaald1 dat de in ,noord-,nederland aangenomene spelling tot grondslag zou worden gelegd1 behoudens zoodanige wijzigingen1 als de tegenwoordige stand der wetenschap noodzakelijk scheen te vereischen4 ,de ,redactie heeft gemeend1 zich aan dat beginsel1 als het meest practische en bruikbare1 te moeten houden4 ,overtuigd1 dat groote veranderingen in de spelling eener beschaafde en gevestigde taal1 al mochten zij op zich zelve wenschelijk zijn1 toch nimmer kans hebben om algemeen te worden aangenomen1 en juist daardoor de zoo wenschelijke eenparigheid en vastheid der taalvormen in dreigend gevaar brengen1 acht zij het boven alle bedenking raadzaam1 de bestaande en erkende spelling te eerbiedigen1 voor zooverre zij met de uitspraken eener gezonde taalkennis in overeenstemming is4 ,met nog sterkeren aandrang dan bij de voordracht van het ,ontwerp des ,woordenboeks geschieden kon1 mag de ,redactie dit beginsel thans aanbevelen1 omdat de in ,noord-,nederland gebruikelijke spelling juist in de jaren1 die sedert het ,brusselsche ,congres verstreken1 ook door de meeste letterkundigen van ,zuidelijk ,nederland allengs is aangenomen1 zoodat werkelijk1 in de hoofdpunten althans1 in het geheele ,nederlandsche taalgebied eene tot dusverre ongekende eenparigheid is gevestigd4 ,het zou dwaas en roekeloos zijn door gewaagde hervormingen die overeenstemming te verbreken1 en de eenheid der taal van ,zuid en ,noord ook in den uiterlijken vorm--dat onschatbare voorrecht1 dat zonder eenigen dwang1 maar alleen door vrije overtuiging en zucht tot verbroedering langzaam verkregen werd--onbedacht en moedwillig op te offeren aan onpractische stelselzucht of ontijdig nieuwigheidsbejag4 ,en waarlijk1 bij de aanbeveling van het bestaande1 als grondslag van de regeling der spelling voor het ,woordenboek1 behoeft de ,redactie aan hare wetenschappelijke overtuiging geen geweld aan te doen1 noch1 in het belang der eenparigheid1 eenige antipathie te overwinnen4 ,integendeel aarzelt zij niet te verklaren1 dat werkelijk de aangenomene spelling over het algemeen alle aanbeveling verdient4 ,bij herhaalde ernstige overweging is het haar meer en meer gebleken1 dat die spelling inderdaad vele voortreffelijke eigenschappen bezit1 en noch in regelmaat noch in duidelijkheid voor die van eenige andere taal behoeft onder te doen4 ,haar is althans geene nieuwere taal bekend1 wier orthographie de twee groote spellingbeginselen--overeenstemming met de uitspraak en aanwijzing van de afleiding en den oorspronkelijken vorm der woorden--op gelukkiger wijze vereenigd heeft weten te eerbiedigen4 ,om niet te spreken van het ,fransch en ,engelsch1 wier spelling de willekeur zelve is1 ook bij de vergelijking met het ,hoogduitsch is de verhouding geheel in ons voordeel1 zelfs al wil men de in ,duitschland gebruikelijke schrijfwijze niet zoo gestreng veroordeelen1 als de grootste ,duitsche taalkenner doet1 die ronduit verklaart3 ,mich schmerzt es tief gefunden zu haben1 dasz kein volk unter allen1 die mir bekannt sind1 heute seine sprache so barbarisch schreibt wie das deutsche4 #a ,de taak der ,redactie bestond derhalve niet in het ontwerpen van een nieuw spellingstelsel1 maar alleen in de overweging1 welke verbeteringen de bestaande spelling1 bij de hoogte die de wetenschap in onze dagen bereikt heeft1 scheen te vereischen4 ,met dit doel voor oogen1 heeft de ,redactie het geheele vraagstuk der spelling aandachtig nagegaan en de geschilpunten zorgvuldig getoetst1 met inachtneming van alles1 wat daarover sedert #ahjd door onze taalkundigen is geschreven4 ,vooral heeft zij getracht1 die gebrekkige schrijfwijzen te verbeteren1 die op onjuiste woordafleidingen steunden1 of waarbij de in het stelsel zelf aangenomene beginselen en regels hetzij verkeerdelijk1 hetzij in het geheel niet waren toegepast4 ,om hierin met te meerder zekerheid te werk te gaan en den strijd te vereffenen1 die zich hier en daar tusschen de verschillende spelregels voordeed1 heeft zij gemeend vr alles de grondbeginselen der orthographie uit de natuur en de bestemming van het schrift te moeten afleiden1 ten einde langs dezen weg des te juister hunne onderlinge verhouding te bepalen4 ,immers1 zoodra de hoogere of geringere waarde der algemeene beginselen eenmaal is vastgesteld1 behoeft men bij de waardeering der bijzondere regels niet verlegen te staan met de vraag1 welke regel in dit of dat bijzonder geval gelden moet4 ,eerst derhalve de algemeene regels na te gaan1 te formuleeren en volgens hunne waarde te rangschikken1 en daarna de betwiste of twijfelachtige punten te toetsen3 ziedaar wat de ,redactie zich voorstelde4 ,met gerustheid mag zij verklaren1 dat het haar streven geweest is1 hare taak zoo objectief mogelijk op te vatten en overal de strengste onzijdigheid te bewaren4 ,in de volgende bladzijden worden de vruchten van ons gemeenschappelijk overleg aan onze landgenooten aangeboden4 ,zij bevatten de uitdrukking onzer eenparige1 na zorgvuldig wikken en wegen gevestigde overtuiging4 ,de heldere uiteenzetting daarvan is men verschuldigd aan ons geacht ,medelid1 ,dr4 ,te ,winkel1 die aan ons onderzoek het werkzaamste aandeel nam1 en zich welwillend belastte met de taak1 de resultaten in een opzettelijk betoog voor te dragen1 dat vervolgens1 in eendrachtige samenwerking met den ondergeteekende herzien en aangevuld1 ook de toestemming van ons hooggeschat ,belgisch ,medelid1 ,prof4 ,david1 mocht verwerven4 ,aan niemand voorzeker kon de taak om zulk een betoog te leveren beter toevertrouwd zijn dan aan den schrijver van het werkje1 ,de ,nederlandsche ,spelling getiteld1 hetwelk door onze taalkundigen en onderwijzers zoo gunstig is opgenomen1 dat binnen drie jaren reeds een derde druk noodzakelijk werd4 ,in dat werkje1 ten behoeve van het onderwijs in onze vaderlandsche scholen geschreven1 had ,dr4 ,te ,winkel de algemeen aangenomene--zoogenaamde ,siegenbeeksche--spelling ontvouwd1 met invlechting slechts1 hier en daar1 van enkele critische aanmerkingen4 ,alleen een onverklaarbaar misverstand heeft onlangs een hooggeleerd beoordeelaar--in het beste onzer tijdschriften--kunnen verleiden tot de voorbarige en door niets gerechtvaardigde meening1 alsof dit werkje tevens het spellingstelsel bevatte1 dat nu zeker ook tot grondslag gelegd zal worden aan het ,nederlandsch ,woordenboek4 ,waar had ooit f de ,redactie f ,dr4 ,te ,winkel een woord gesproken1 dat recht gaf tot de onderstelling1 alsof--in strijd met het vastgestelde ,ontwerp--de spelling van ,siegenbeek zoogoed als onveranderd in het ,woordenboek zou worden gevolgd8 ,integendeel1 het voornemen om in die spelling de noodige verbeteringen aan te brengen1 was in het openbaar duidelijk uitgesproken4 ,doch het oogenblik1 om zich van die belofte te kwijten en van het ontworpen plan rekenschap te geven1 achtte de ,redactie eerst thans gekomen1 nu de uitgave van het ,woordenboek begint te naderen1 en de onlangs gehoudene vergadering van het ,zevende ,taal- en ,letterkundig ,congres haar eene geschikte aanleiding heeft geboden1 om--volgens de bepalingen van het ,ontwerp--de resultaten van haar onderzoek aan het oordeel van deskundigen te onderwerpen4 ,het is waar1 de afzonderlijke beraadslaging1 die bij dat ,congres was aangekondigd1 heeft geene plaats kunnen vinden3 de drukke werkzaamheden1 die drie langdurige zittingen vulden1 en meer nog de gulle gastvrijheid der ,bruggenaars1 lieten geen tijd over voor eene rustige conferentie over de spelling1 waarvan trouwens de wijdloopige debatten over aa of ae de leden reeds meer dan verzadigd hadden4 ,toch is die bijeenkomst te ,brugge1 door hetgeen in kleinere kringen behandeld werd1 ook voor onze zaak niet onvruchtbaar gebleven4 ,van verschillende zijden mocht de ,redactie bedenkingen vernemen1 die tot hernieuwde overweging aanleiding gaven4 ,is daardoor aan den nen kant de uitgave van ons betoog misschien wat lang vertraagd1 aan de andere zijde heeft zeker het gehalte bij dat uitstel niet verloren4 ,ook verder houden wij ons dringend aanbevolen voor al de aanmerkingen1 die men ons in het openbaar of schriftelijk zal willen mededeelen4 ,het zal ons ernstig streven zijn1 alles rijpelijk te onderzoeken en ook op het gebied der spelling1 dat van zooveel strijd getuige was1 te trachten naar de waarheid alleen2 want--het is te recht in het ,ontwerp gezegd--elke onwaarheid moet vroeg of laat te niet gaan1 maar de waarheid zal stellig zegevieren1 en zij is het alleen1 die duurzame verzoening verzekert4 ,nog een paar opmerkingen tot juiste aanwijzing van het plan en den inhoud dezer bladzijden4 ,daar de bestaande spelling1 die als uitgangspunt werd aangenomen voor de schrijfwijze in het ,woordenboek te volgen1 genoegzaam bekend is1 mocht het als overtollig en ontijdig worden beschouwd1 ons geheele spellingstelsel in alle bijzonderheden te ontvouwen4 ,men vindt hier derhalve alleen eene ontwikkeling en waardeering der algemeene grondbeginselen2 eene opgave der verbeteringen die wenschelijk schijnen2 en eene herinnering van de onderscheidene schrijfwijzen1 waaromtrent onze letterkundigen in gevoelen verschillen1 met vermelding van de keuze1 die de ,redactie gemeend heeft daaruit te moeten doen1 en beknopte aanwijzing der redenen1 die haar bij die keuze hebben geleid4 ,zij heeft zich natuurlijk bepaald tot die punten1 die werkelijk betwist of twijfelachtig waren1 en zich niet opgehouden met de vermelding der talrijke feilen1 die zoo dikwijls ook door schrijvers van naam worden begaan1 maar daarom niet minder onverdedigbaar blijven4 ,uitwijden b4v4 voor uitweiden1 ten aanhoore voor ten aanhooren1 de verbogen deelwoorden gehaatte1 vergoodde1 voor gehate1 vergode1 de verwarring van kindschheid en kindsheid1 of de onchristelijke spelling van kersfeest1 kersnacht1 voor kerstfeest1 kerstnacht1 en dergelijke slordigheden meer1 hoe gewoon zij ook mogen zijn1 het blijven feilen en niets meer4 ,zaken1 die bij alle deskundigen sedert lang uitgemaakt zijn1 behoeven niet meer geregeld te worden en lagen dus buiten onze beschouwing4 ,er waren echter eenige belangrijke punten1 die1 in ,siegenbeek's ,verhandeling over de ,spelling onaangeroerd gebleven en nooit door eenig taalkenner opzettelijk behandeld1 in zooverre tot weinig geschil aanleiding hadden gegeven1 maar niettemin eene bepaalde regeling vereischten1 om de groote verwarring1 die daaromtrent--bij het volslagen gemis aan eenig voorschrift of richtsnoer--tot dusverre heerschte4 ,zoo b4v4 de gewichtige vraag3 welke woorden en uitdrukkingen aaneen te schrijven8 welke in hunne deelen gescheiden te laten8 ,de nauwkeurige overweging van dit omslachtig en ingewikkeld vraagstuk heeft de ,redactie tot eene bepaalde uitkomst geleid1 die--naar zij vertrouwt--niet zonder belangstelling ontvangen zal worden1 als eene bijdrage om in het schrijven onzer moedertaal regelmatig1 oordeelkundig en naar vaste beginselen te werk te gaan4 ,moge dan deze arbeid strekken om in het ,woordenboek1 met welks bewerking de ,redactie zich ijverig bezighoudt1 het belangrijke vraagstuk der spelling te regelen op eene wijze1 aan de eischen der wetenschap en de behoeften der practijk gelijkelijk voldoende4 ,leiden1 #bc ,januari #ahfc4 ,m4 ,d4 ,v4 ,,voorbericht ,,voor ,,de ,,tweede ,,uitgave4 ,de volgende bladzijden behelzen de tweede--herziene en veel vermeerderde--uitgave van het ,ontwerp der ,spelling1 door de ,redactie van het ,woordenboek der ,nederlandsche ,taal in #ahfc in het licht gezonden4 ,het ,ontwerp is nu eene ,regeling geworden1 het voorloopige plan in een bepaald besluit veranderd2 want de tijd was daar1 dat onze spelling tot in alle bijzonderheden voorgoed moest worden vastgesteld4 ,reeds is de eerste aflevering van het ,woordenboek verschenen2 de tweede ligt bijna gereed4 ,onze landgenooten1 die onzen arbeid met hunne belangstelling vereeren1 hebben dus reeds de spelregelen kunnen opmerken1 die door ons zijn aangenomen4 ,maar wij zijn hun nader rekenschap verschuldigd van de beginselen1 die ons daarbij hebben geleid2 bovenal van de wijzigingen1 die wij sedert de verschijning van ons eerste ,ontwerp noodzakelijk of raadzaam hebben geacht4 ,onze openlijke uitnoodiging1 dat deskundigen ons hunne aanmerkingen en bedenkingen op het voorgedragen spellingplan niet mochten onthouden1 is niet vruchteloos geweest4 ,in verscheidene grootere en kleinere geschriften1 maandwerken1 dagbladen enz4 is het vraagstuk der orthographie1 dat een tijdlang gesluimerd had1 met vernieuwden lust op het tapijt gebracht en aan alle kanten besproken4 ,alle twijfelachtige punten zijn opnieuw aan veelzijdige critiek onderworpen2 de meest verschillende meeningen hebben warme verdedigers gevonden2 over en weder is alles aangevoerd wat vr of tegen te zeggen viel4 ,ook aan belangrijke opmerkingen in bijzondere briefwisseling1 van zeer bevoegde handen1 heeft het ons niet ontbroken4 ,van hoeveel invloed dit alles geweest is1 heeft reeds de eerste proeve van het ,woordenboek bewezen en zal in deze bladzijden nader blijken4 ,het spreekt wel vanzelf1 dat er onder de bedenkingen1 die men geopperd heeft1 veel was waarmede wij ons niet konden vereenigen4 ,zoo het ergens moeilijk is tot eenstemmigheid te geraken1 het is vooral op het gebied der orthographie1 wier regeling1 bij een zoo beperkt letterstelsel1 een aantal onoplosbare bezwaren medebrengt1 en juist daardoor altijd tot tegenstrijdige gevoelens aanleiding moet geven4 ,de ervaring heeft het ook nu weder op de afdoendste wijze getoond4 ,wat de een in ons ,ontwerp laakte1 werd juist door den ander geprezen2 de verandering1 die dezen het meest beviel1 door genen het strengst afgekeurd4 ,reden genoeg om uit eigen oogen te blijven zien en1 met bedaarde overweging van alle meeningen1 naar niets anders te streven dan naar de waarheid alleen1 voor zooverre die althans in zaken van dezen aard bij benadering kan worden bereikt4 ,daar kwam bij1 dat het standpunt1 waarop zich onze geachte beoordeelaars plaatsten1 niet altijd datgene was1 waarop wij behoorden vast te staan4 ,hun was het veelal om bijzondere punten te doen1 losse1 op zich zelf staande vraagstukken omtrent de schrijfwijze van deze of gene woorden1 al naarmate eene geliefkoosde overtuiging of gevestigde voorkeur medebracht2 terwijl wij1 die het geheel behandelden1 het gansche spellingstelsel in zijnen logischen samenhang moesten beschouwen en alle bijzonderheden in onderling verband aan algemeene beginselen toetsen4 ,bij iedere afzonderlijke vraag moest ons de geheele reeks van soortgelijke vragen1 en de band die ze alle aaneenknoopt1 voor oogen staan1 ten einde te verhoeden1 dat nu eens deze1 dan weder een andere maatstaf werd aangelegd1 en te zorgen1 dat de eenheid in het geheele stelsel bewaard bleef4 ,moge dan al onze keuze hier of daar bij den eersten aanblik inconsequent schijnen1 omdat zij wel eens strijdig is met den eenen of anderen bijzonderen1 maar ondergeschikten spelregel1 bij nader inzien zal zij blijken in overeenstemming te wezen met het geheel en met de natuurlijke grondbeginselen der spelling1 die uit het wezen en de bestemming van het schrift noodwendig voortvloeien4 ,consequentie in het geheel en volstrekte consequentie in alle onderdeelen zijn onvereenigbaar bij elk stelsel1 dat1 gelijk de spelling eener taal1 niet door n allesomvattend brein is bepaald en geregeld1 maar de samenvoeging is van partieele meeningen omtrent bijzondere punten1 die zich naast elkander vestigden en eerst allengs zich tot een geheel vereenigden1 waarin uit den aard der zaak de innerlijke overeenstemming niet volkomen zijn kon1 omdat niemand het geheel overzag4 ,bij de beslissing van dien innerlijken strijd was het onze overtuiging1 dat het bijzondere en ondergeschikte ook in de spelling voor het algemeene en hoogere moest onderdoen4 ,doch juist bij die omvattende beschouwing van het geheel en al zijne deelen was herhaald onderzoek en rijp beraad een dubbel onmisbaar vereischte1 en daartoe hebben ons de vele opmerkingen1 twijfelingen en bezwaren1 die wij mochten vernemen1 overvloedige stof gegeven4 ,niets hebben wij ter zijde gelegd zonder aandachtige overweging4 ,zoowel de grondbeginselen1 waarvan ons ,ontwerp uitging1 als de bijzondere stellingen1 die het bevatte1 hebben wij nogmaals opzettelijk overdacht1 nauwkeurig beproefd en met de gemaakte bedenkingen vergeleken4 ,menige wijziging1 menige zelfs van gewicht1 is daarvan het gevolg geweest2 en met te meer grond durven wij ons vleien1 dat de nu voor het ,woordenboek vastgestelde spelling aan hare wetenschappelijke en practische bestemming zal mogen voldoen4 ,maar het was niet genoeg ons stelsel te herzien en te verbeteren1 het moest ook worden aangevuld door de behandeling van die vragen1 die tot hiertoe nooit opzettelijk werden beantwoord en toch voor de regelmaat der spelling van groot gewicht zijn4 ,wij bedoelen inzonderheid de scheiding der woorden bij het afbreken1 en de keuze der verbindingsletters tusschen de leden eener samenstelling4 ,bij de eerste uitgave van ons ,ontwerp was onze beraadslaging omtrent die belangrijke punten nog niet geheel afgeloopen1 zoodat wij het raadzaam achtten ons daaromtrent eene nadere beslissing voor te behouden4 ,sedert hebben wij het onderzoek geregeld voortgezet en tot een--zoo wij hopen--bevredigend einde gebracht4 ,de uitkomsten onzer overwegingen bieden wij thans aan het publiek aan4 ,wij zijn er verre af te gelooven1 dat het ons gelukt zal zijn1 vooral wat het ingewikkeld en netelig vraagstuk der samengestelde woorden betreft1 alle moeilijkheden uit den weg te ruimen en de zaak te regelen op eene wijze1 waarin terstond iedereen genoegen zal nemen4 ,maar wie niet onbekend is met de schromelijke verwarring1 die op dit punt altijd geheerscht heeft1 wie het met ons betreurt dat een zoo gewichtig onderwerp tot dusverre door schijnbaar onoverkomelijke bezwaren alle taalkenners afschrikte en nooit ernstig behandeld werd1 zal ten minste de poging goedkeuren1 die wij waagden1 om het vraagstuk met moed aan te vatten en naar ons beste weten op te lossen4 ,volkomen regelmaat en strikte consequentie was uit den aard der zaak hier niet te bereiken4 ,de vraag is alleen1 of de schikking1 door ons ontworpen1 zich aanbeveelt door billijke inachtneming en behoedzame toepassing der grondbeginselen1 die bij eene verstandige spelling tot leiddraad moeten verstrekken4 ,zoo ja1 dan zal men wl doen door zich over kleinigheden heen te zetten1 die op het eerste gezicht misschien vreemd kunnen schijnen1 om liever de zaak in haar geheel te beschouwen en de ordelijke regeling te erkennen1 die wij ook hier poogden te vestigen4 ,het wordt hoog tijd--voor eene taal als de onze1 die zoo onuitputtelijk vruchtbaar is in het vormen van samenstellingen--dat er een einde kome aan die willekeur en slordigheid in het schrijven van samengestelde woorden4 ,wie het wl met de taal meent1 zal gaarne met ons medewerken om ook hier een stelsel te doen aannemen1 dat veroorlooft met helder bewustzijn een vasten maatstaf te volgen4 ,de zorgen1 door ons aan de orthographie gewijd1 hadden aanvankelijk geen ander doel dan het bepalen der spelling ten dienste van het ,woordenboek4 ,in dat werk1 uit den aard bestemd om invloed te oefenen op de ontwikkeling der taal1 en dat derhalve aan zijne bearbeiders eene zware verantwoordelijkheid oplegt1 mochten wij niet gedachteloos voortsukkelen in de eenmaal geijkte schrijfwijze1 waarin eene halve eeuw taalstudie talrijke gebreken en leemten had aangewezen1 en die eigenlijk aan niemand meer voldeed4 ,maar verder dan de behoeften van het ,woordenboek strekten zich onze bemoeiingen niet uit4 ,in hoeverre onze taalgenooten in ,noord en ,zuid onze spelling zouden goedkeuren3 of zij in ruimeren kring zou doordringen1 misschien eenmaal de leuze worden der zoo lang vergeefs gehoopte eenparigheid3 dit alles moesten wij geduldig aan den tijd overlaten4 ,de uitkomst is nu reeds gunstiger geweest dan wij immer dorsten vermoeden4 ,het algemeene verlangen om eenmaal tot zekerheid en regelmaat te geraken1 kwam onze pogingen te gemoet1 nog eer wij met den arbeid gereed waren4 ,men wenschte niets liever dan verlost te worden van al dat weifelen en dobberen1 dat zooveel ongemak veroorzaakte en vooral belemmerend op het onderwijs drukte4 ,bij die diepgevoelde behoefte viel aan ons ,ontwerp eene belangstelling ten deel1 die wij te hooger waardeeren1 omdat zij reeds tot een belangrijk gevolg heeft geleid4 ,de ,belgische ,regeering1 overtuigd van de noodzakelijkheid om de spelregels1 in #ahda door het ,gentsche ,taalcongres aangenomen1 te doen herzien1 heeft bij ,koninklijk ,besluit van #be ,januari #ahfd eene ,commissie benoemd1 uit de voornaamste ,vlaamsche taal- en letterkundigen bestaande1 en belast om de hervorming van het spellingstelsel te regelen4 ,die ,commissie stelde1 als beginsel harer werkzaamheden vast1 dat men het verschil van spelling1 hetwelk al te lang onze taal in ,vlaamsch en ,hollandsch heeft verdeeld1 moest trachten te doen verdwijnen4 ,zij nam het ,ontwerp1 door de ,redactie van het ,woordenboek in het licht gegeven1 tot leiddraad harer beraadslagingen1 vereenigde zich in de hoofdzaken met de regels1 die daarin waren voorgedragen1 en knoopte met de ,redactie eene briefwisseling aan ter nadere overweging van datgene1 waartegen zij bedenkingen had4 ,het verschil1 dat meest ondergeschikte punten betrof1 werd spoedig vereffend en loste zich op in de meest volkomene overeenstemming4 ,reeds heeft de ,commissie1 door de bekwame pen van haren woordvoerder1 ,prof4 ,heremans1 een even grondig als sierlijk ,verslag uitgebracht en openbaar gemaakt #b2 hare voorstellen zijn bij ,koninklijk ,besluit van #ba ,november ll4 bekrachtigd2 de nieuwe spelregels voor het onderwijs in de staatsscholen en voor de stukken1 van de ,regeering uitgaande1 vastgesteld1 en reeds weinige dagen daarna--met eene verrassende eenparigheid--door de ,vlaamsche schrijvers aangenomen en in de dagbladen ingevoerd4 ,zoo is dan nu de eenheid van spelling tusschen ,zuid en ,noord1 die men zoo lang als eene volstrekte onmogelijkheid beschouwde en als eene hersenschim van dweepzieke ijveraars uitkreet1 na weinige jaren van verbroedering1 een werkelijk bestaand feit geworden2 de eenheid der ,nederlandsche taal1 die te lang in ,vlaamsch en ,hollandsch verdeeld scheen1 voorgoed en duurzaam gevestigd1 door gelijkheid van spelling1 als door een uiterlijk merkteeken1 gewaarborgd4 ,zoo hebben de ,congressen1 waarin menigeen niets dan eene ijdele vertooning zag1 eene practische uitwerking gehad1 die meer dan iets anders heilrijke vruchten zal dragen voor de toekomst onzer taal4 ,alleen door oprechte waarheidsliefde en onderlinge welwillendheid is dit verblijdend resultaat tot stand gekomen3 de hereeniging op taal- en letterkundig gebied met onze broeders uit het ,zuiden1 die de staatkunde eenmaal van ons gescheiden heeft4 ,om die hereeniging nader te bevestigen1 is het nu dubbel wenschelijk1 dat ook in ,noord-,nederland de onzekerheid der orthographie weldra plaats make voor vastheid en regelmaat4 ,naar de begrippen1 hier te lande aangenomen1 kan dit onderwerp niet door de bemoeiing der ,regeering worden geregeld4 ,vrijwillige instemming moet alles beslissen4 ,maar reeds doen zich de voorteekenen op1 dat de eenparigheid ook hier niet zal uitblijven4 ,meer dan n onzer voornaamste schrijvers heeft zich reeds met de spelling van het ,woordenboek vereenigd1 en van alle zijden ontvangen wij de blijken van de levendige belangstelling1 die de zaak in den kring der ,nederlandsche onderwijzers heeft opgewekt4 ,de bereidwilligheid1 door zoovelen betoond1 om de voorgestelde wijzigingen in de spelling door leer en voorbeeld ingang te doen vinden1 legt ons de verplichting op om van onzen kant1 erkentelijk voor de goedkeuring aan onze pogingen geschonken1 de taak gemakkelijk te helpen maken door het leveren van die practische hulpmiddelen1 die voor het onderwijs en het algemeen gebruik onontbeerlijk zijn4 ,wij hopen eerlang ten dienste der scholen een beknopt overzicht te geven van de spelregelen1 door ons voor het ,woordenboek aangenomen en in deze ,verhandeling breedvoerig ontvouwd2 om daarna eene ,woordenlijst voor de spelling te doen volgen1 waarbij men in ieder voorkomend geval zal kunnen te rade gaan4 ,eerst dan zal onze orthographische werkzaamheid zijn afgeloopen1 en zullen wij ons voortaan onverdeeld aan de lexicographie kunnen wijden4 ,de voldoening1 die de eene helft onzer taak ons zoo ruimschoots heeft opgeleverd1 geeft moed om in de andere1 waarin de sympathie onzer landgenooten ons niet minder krachtdadig steunt1 met frisschen ijver te volharden4 ,leiden1 #d ,februari #ahfe4 ,m4 ,d4 ,v4 ,door de groote belangstelling van het publiek in de zaak der spellingherziening is binnen weinige weken een herdruk onzer ,grondbeginselen noodzakelijk geworden4 ,wij hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt1 om hier en daar enkele uitdrukkingen te wijzigen1 en tevens bij een paar punten ons gevoelen nader te staven1 naar aanleiding der bedenkingen1 onlangs van eene geachte zijde daartegen in het midden gebracht1 die voor 't overige deels in het jongste stuk van den ,taalgids breeder zijn beantwoord1 deels in de volgende nummers zullen beantwoord worden4 ,buiten dit weinige is deze uitgave aan de vorige gelijk gebleven4 ,leiden1 #d ,juli #ahfe4 ,m4 ,d4 ,v4 ,deze derde druk is door mij opnieuw herzien1 waar het noodig scheen gewijzigd1 en met de tweede uitgave van onze ,woordenlijst in overeenstemming gebracht4 ,leiden1 #cj ,sept4 #ahgb4 ,m4 ,d4 ,v4 ,,inhoud4 ,,eerste ,,afdeeling4 ,over de natuur en het doel van het schrift1 #a-cb ,blz4 #a ,de algemeene spelregels en hunne onderlinge verhouding1 #cc-gb #aa ,,tweede ,,afdeeling4 ,de bijzondere spelregels1 waaromtrent verschil van gevoelen bestaat #cc ,de klinkers1 #gc-ia #cc ,de medeklinkers1 #ib-acb #eh ,de samenstellingen1 #acc-bab #aaf ,welke woorden en uitdrukkingen moeten aaneen geschreven worden8 #acd-aec #aaf ,gebruik van het koppelteeken1 #aed-afj #ace ,hoe te handelen met de verbindingsklanken tusschen de twee leden eener samenstelling8 #afa-bab ,blz4 #aci ,de inlassching der verbindings-n1 #ahj-bjf #aea ,de verbindings-n achter substantieven als teeken van den zwakken genitief1 #ahb-ahg #aed als teeken van het meervoud1 #ahh-aig #aei achter bijvoeglijke woorden1 #aih-bja #agb achter werkwoorden1 #bjb1 #bjc #agd als invoegsel voor de welluidendheid1 #bjd-bjf #agf ,de inlassching der verbindings-s1 #bjg-bab #agh ,de verbindings-s als teeken van den tweeden naamval achter zelfstandige naamw41 #bjh #agh als teeken van het meervoud1 #bji #ahj als teeken van den tweeden naamval achter bijvoeglijke woorden1 #baj1 #baa #aha als invoegsel voor de welluidendheid1 achter stammen van werkwoorden1 #bab #aha ,overzicht over de regels der samenstelling1 #bac #ahb ,de spelling der bastaardwoorden1 #bad-bef #ahf ,over het verdeelen der woorden in lettergrepen1 #beg-bgj #bag ,toevoegsel 7over de verkleinwoorden van samengetrokken vormen1 waaruit eene d is uitgestooten7 #bbg ,naschrift #bbi ,zaakregister #bca ,woordenlijst #bdf ,,eerste ,,afdeeling4 ,over de natuur en het doel van het schrift4 #a4 ,het denken is eene werking en als zoodanig voorbijgaande4 ,gedachten houden op te bestaan1 zoodra zij gedacht zijn2 men kan haar geene duurzaamheid geven3 ze kunnen alleen opnieuw gedacht1 herhaald1 gereproduceerd worden4 ,ook door reproductie komen zij ter kennis van anderen4 ,een hoorder is verplicht de gedachte van den spreker bij zich zelven te denken1 haar op zijne wijze te reproduceeren2 doet hij zulks niet1 is hij afgetrokken1 vormt hij bij zich zelven andere gedachten1 dan komen die van den spreker niet tot zijne kennis4 ,het geheugen stelt ons dikwijls in staat eene gedachte van vroeger te hernieuwen1 maar ook even dikwijls schiet het daarin te kort4 ,derhalve1 wie later met volkomen zekerheid weten wil1 wat hij eenmaal heeft gedacht1 zonder dat hij zich op het feilbaar geheugen behoeft te verlaten1 heeft een middel1 een blijvend iets1 noodig1 dat hem in staat stelt zijne vroegere gedachte opnieuw te denken4 ,is dit op zich zelf bestaand middel1 onder den vorm van een brief of boek1 vervoerbaar1 dan kan het tevens voor afwezigen dienen als aanleiding om zich dezelfde gedachten te vormen4 ,wanneer het middel in zichtbare teekens bestaat1 heet het schrift4 #b4 ,de aanleiding tot reproductie van gedachten kan op twee wijzen zichtbaar gegeven worden3 a7 door de voorstellingen1 waaruit de gedachten bestaan1 deels naar de natuur deels symbolisch1 af te beelden2 b7 door de woorden1 waarmede zij gedacht zijn1 door teekens voor te stellen4 ,in het laatste geval heet het middel woordschrift of eenvoudig schrift4 ,wanneer in het woordschrift eene geheele lettergreep door n teeken voorgesteld wordt1 noemt men het syllabenschrift2 doch wanneer de woordklanken in hunne ondeelbare bestanddeelen1 in letterklanken1 opgelost1 en iedere zoodanige letterklank door een afzonderlijk teeken voorgesteld wordt1 dan heeft men letterschrift4 ,de meeste beschaafde talen hebben letterschrift aangenomen1 maar niet alle hebben het beginsel consequent volgehouden4 ,daar het ,nederlandsch de x1 die twee ondeelbare deelen1 k en s1 te gelijk voorstelt1 niet meer in echt ,nederlandsche woorden bezigt1 kan men zeggen1 dat het een zuiver letterschrift heeft4 #c4 ,de eigenlijke woorden zijn klanken1 d4i4 golvingen der lucht1 die het trommelvlies doen trillen en zoodoende de gehoorzenuwen aandoen2 zij zijn dus ook werkingen1 die evenmin als de gedachten duurzaamheid hebben1 maar telkens opnieuw geproduceerd moeten worden4 ,het letterschrift is de aanwijzing1 hoe een woordklank door de spanning en beweging der spraakwerktuigen moet worden voortgebracht4 #d4 ,een woord behoeft niet altijd uitgesproken te worden3 bij het stille denken en het onhoorbare lezen stelt men zich den klank slechts voor1 gelijk men zich een geheel muziekstuk voorstellen kan4 ,dit voorstellen is1 als alle denken1 insgelijks eene voorbijgaande werking1 eene werking van den geest1 tot welker reproductie het letterschrift evenzeer als tot het luide uitspreken aanleiding geeft4 #e4 ,de zichtbare voorstelling van een woord door letterteekens wordt insgelijks woord genoemd4 ,een woord komt derhalve onder drie verschillende vormen voor3 als werkelijke klank1 als voorgestelde of gedachte klank1 en als afgebeelde of afgeteekende klank4 ,men heeft dus gesprokene1 gedachte en geschrevene woorden2 de beteekenis1 die in alle drie de gevallen dezelfde is1 maakt den gemeenschappelijken band uit1 welke de drie vormen of toestanden tot n zelfde woord maakt4 ,de gesprokene woorden1 de hoorbare klanken1 zijn en blijven de oorspronkelijke1 eigenlijke woorden1 waarvan de gedachte en geschrevene bloote navolgingen of kopien zijn4 #f4 ,daar het schrift de aanleiding moet zijn om de woordklanken te reproduceeren1 zal een geschreven woord moeten bestaan in de opgave van al de bestanddeelen van den woordklank1 gerangschikt in de volgorde1 waarin zij onder het uitspreken vereenigd worden4 #g4 ,de natuur van het letterschrift brengt derhalve mede1 dat het doel van het schrijven1 namelijk de reproductie van gedachten1 aanvankelijk althans1 slechts langs eenen omweg bereikt wordt4 ,wie leert lezen1 moet het geschreven woord luide uitspreken1 en eerst de door hem uitgesproken en tevens door hem gehoorde klank verwekt bij hem de daaraan verbonden voorstelling4 ,dezelfde noodzakelijkheid om hardop te lezen blijft bestaan bij alle lieden1 die slechts zelden lezen4 ,een geoefend lezer echter behoeft dien omweg niet meer te maken3 een geschreven woord verwekt bij hem onmiddellijk de voorstelling van den woordklank en tevens die van het bedoelde voorwerp1 de bedoelde hoedanigheid1 werking of betrekking4 ,de onmiddellijke verbinding van het schrift met zijne beteekenis ontstaat nochtans bij ieder individu1 behalve bij doofstommen1 eerst nadat de woordklank een geruimen tijd het verbindende middel is geweest4 ,doofstommen komen tot de verbinding van een geschreven woord met zijne beteekenis alleen door het kunstmatig onderwijs van personen1 bij wie die verbinding langs den beschreven weg is tot stand gebracht4 ,eene maatschappij van louter doofstommen zou geen letterschrift hebben kunnen uitdenken4 #h4 ,de periode der woordschepping is reeds voor eeuwen gesloten2 nieuwe woorden worden alleen uit reeds bestaande stof gevormd4 ,het leeren spreken van het kind bestaat dus in het leeren nabootsen van de woordklanken1 die het ouderen hoort uitbrengen1 en het spreken van ouderen is niets anders dan eene reproductie van dezelfde klanken1 is en blijft dus eene nabootsing4 #i4 ,daar nu de gehoor- en spraakorganen bij geene twee individun volkomen gelijk zijn1 hoort ieder op zijne eigene wijze anderen de woorden uitbrengen1 en spreekt hij ze op zijne eigene wijze--soms zeer gebrekkig--na4 ,vandaar dat de individun aan hunne spraak onderkenbaar zijn4 #aj4 ,doch niettegenstaande dit persoonlijke onderscheid in het spreken1 bestaat er ten gevolge der nabootsing eene groote overeenstemming in de uitspraak der inboorlingen van hetzelfde dorp1 dezelfde stad1 hetzelfde gewest4 ,deze overeenkomst onderling en het verschil met de uitspraak van verder afgelegen plaatsen en streken veroorzaken de onderscheiding van de zoogenoemde plaatselijke en gewestelijke tongvallen1 dialecten4 #aa4 ,beschaafde lieden1 die eene meer zorgvuldige opvoeding hebben genoten1 wier gehoor meer verfijnd1 wier spraakorganen meer geoefend zijn1 spreken doorgaans zachter en lieflijker dan de minder bevoorrechte standen4 ,daardoor komt bij hen het eigenaardige1 dat den tongval van de plaats hunner inwoning kenmerkt1 minder scherp uit1 zoodat het verschil der dialecten grootendeels wegvalt4 ,op die wijze ontstaat er eene zoogenaamde algemeene beschaafde uitspraak1 die het gansche land door1 naast de gewestelijke1 min of meer heerschende is4 ,en doordien beschaafde lieden1 vooral in geschrifte1 zich ten behoeve der duidelijkheid doorgaans onthouden van woorden1 die uitsluitend in hunne woonplaats in gebruik en elders onbekend zijn1 vormt zich nevens de taal des volks een nieuwe taalvorm1 waarin de beschaafde uitspraak heerscht1 en die als een afzonderlijk dialect1 dat der beschaafde standen1 te beschouwen is4 ,voor zooverre dit dialect zich in geschrifte openbaart1 noemt men het de schrijf- of boekentaal4 #ab4 ,wanneer zich in eene taal eenmaal zulk eene beschaafde uitspraak heeft gevestigd1 maakt het eigenaardige van een dialect1 als het wat sterk uitkomt1 meestal een min of meer onaangenamen indruk op den beschaafden hoorder2 vooral wanneer in de plaats zijner geboorte of langdurige inwoning een andere tongval heerscht4 ,deze omstandigheid heeft bij alle beschaafde volken aan de beschaafde uitspraak eene hooge waarde gegeven en de dialecten in dezelfde mate in achting doen dalen4 ,uit zijnen aard staat het algemeene hooger dan het bijzondere en moet het bijzondere voor het algemeene wijken1 in de taal en de taalkunde zoowel als in de maatschappij en de staathuishoudkunde4 #ac4 ,eene zuivere uitspraak is verschillend van eene beschaafde uitspraak4 ,sommige lieden kunnen uit hoofde van organische gebreken of uit gemis aan oefening enkele bestanddeelen van woorden niet duidelijk onderscheiden1 en meestal ten gevolge daarvan1 niet goed uitspreken2 dezen hebben dan eene gebrekkige uitspraak4 ,wie iederen letterklank zoo uitbrengt1 als door het meerendeel der natie geschiedt1 heeft eene zuivere uitspraak4 ,onbeschaafden kunnen in weerwil van ruwheid en grofheid in hunne spraak eene zuivere1 beschaafden omgekeerd eene gebrekkige uitspraak hebben4 ,eene uitspraak kan1 in zooverre zij gebrekkig is1 natuurlijk niet als een bestanddeel der algemeene beschaafde uitspraak gerekend worden4 #ad4 ,ofschoon het schrift1 als de zichtbare voorstelling der spraak1 zich naar deze moet richten en van haar afhankelijk is1 werkt het desniettemin op haar terug en heeft het omgekeerd invloed op de spraak en zelfs op de geheele taal4 #ae4 ,immers1 daar het schrift de woorden in hunne bestanddeelen ontleed moet voorstellen1 noodzaakt het in de eerste plaats den schrijver elk woord1 dat hij schrijven wil1 in zijne deelen op te lossen en deze1 behoorlijk achter elkander gerangschikt1 voor te stellen4 ,vervolgens geeft het den lezer deel voor deel in de vereischte volgorde te zien1 en noodzaakt het hem die deelen zelf samen te voegen4 ,zoodoende brengt het schrift de bestanddeelen en den vorm der woorden tot het bewustzijn der lezers en schrijvers4 ,die bewuste kennis der deelen maakt1 dat men ze bepaalder articuleert1 aan ieder beter zijn eisch geeft1 en dus ook duidelijker spreekt4 ,het ontleden der woorden en het weder samenvoegen hunner bestanddeelen geschiedt bij geoefende schrijvers en lezers met groote snelheid en onbewust4 ,die vaardigheid ontstaat echter alleen door langdurige bewuste oefening en wordt slechts gevonden bij hen1 die de woorden nauwkeurig kennen1 d4i4 bij dezulken1 op wie het schrijven en lezen de hier bedoelde uitwerking reeds gehad heeft4 #af4 ,daar men onder het lezen altijd min of meer overeenkomstig het geschrevene uitspreekt1 bevordert eene eenparige spelling1 die met de beschaafde uitspraak in overeenstemming is1 noodwendig de eenheid in het spreken en de uitbreiding der beschaafde uitspraak onder de mindere standen4 ,omgekeerd kan het schrift ook strekken om de uitspraak te bederven4 #ag4 ,doordien het schrift iets voortdurends is1 waarnaar men zich in het lezen en daardoor ook in het spreken min of meer regelt1 geeft het meer bestendigheid aan de taal2 het kan wel is waar de langzame verandering1 waaraan iedere levende taal onderworpen is1 niet verhinderen1 maar het behoedt haar voor een al te snel verloop4 #ah4 ,het schrift1 een blijvend iets1 geeft de woorden in verschillende vormen1 betrekkingen en opeenvolgingen te zien4 ,zoodoende stelt het den belangstellende in staat die onderscheidene vormen1 betrekkingen en opeenvolgingen op zijn gemak te beschouwen en te vergelijken1 en de wetten op te merken1 volgens welke de woorden veranderen1 gebruikt en gerangschikt worden4 ,blootelijk gedachte of gesproken woorden kunnen niet worden vastgehouden en zijn daardoor moeilijker waar te nemen en te vergelijken4 #ai4 ,daar alle kennis van iets alleen kan worden verkregen door dat iets met andere dingen te vergelijken1 en alleen het schrift tot eene behoorlijke vergelijking der woorden onderling in staat stelt1 moet het beschouwd worden als de aanleidende oorzaak tot het nadenken over de taal en als de onmisbare voorwaarde van alle wetenschappelijke taalkennis4 #bj4 ,de geest kan alleen gedachten die hij begrijpt in zich opnemen en bewaren4 ,tot het rechte verstand eener gedachte is noodig1 dat de geest iedere voorstelling1 die er in voorkomt1 van alle andere onderscheidt1 en haar plaatst bij andere voorstellingen1 die van denzelfden aard zijn1 haar kunnen ophelderen en duidelijk maken4 ,dit onderscheiden der voorstellingen en haar opnemen in de klasse1 waartoe zij behooren1 heet appercipieeren4 ,apperceptie is derhalve volstrekt noodig tot het verstaan eener gedachte4 ,appercipieeren is de algemeene uitdrukking voor hetgeen in het dagelijksch leven nu eens leeren kennen1 dan onderkennen1 dan herkennen heet4 ,daar een woord een klank is1 waaraan eene beteekenis is verbonden1 en dus als het ware uit twee deelen bestaat1 vereischt het eene dubbele apperceptie2 eerst moet men den klank herkennen1 en vervolgens zijne beteekenis weten te recht te brengen4 #ba4 ,het schrift1 als iets zichtbaars1 is aan de apperceptie der woorden bevorderlijk1 wanneer het hetzelfde woord steeds op dezelfde wijze voorstelt1 de gelijkluidende woorden verschillend spelt1 en door eene verstandige keus van letters aan andere woorden van verwante beteekenis herinnert4 ,men denke hier aan lijden en leiden1 nog en noch4 ,de spelling lijden met ij brengt min of meer in de gedachten al de verschillende voorstellingen1 die aan lijder1 lijdzaam1 lijdelijk enz4 verbonden zijn1 en stelt den lezer daardoor in staat het woord z op te vatten als op het oogenblik vereischt wordt4 ,eene verkeerde spelling kan omgekeerd de apperceptie belemmeren1 b4v4 wanneer men lijden met ei spelt en zoodoende aan leiden1 leiding1 leidsman1 leidster doet denken4 #bb4 ,indien aan het schrift een zoo groote invloed op de taal moet toegeschreven worden1 indien het ook het opnemen der gedachten kan bevorderen of vertragen1 dan verdient de wijze1 hoe men schrijft1 een voorwerp van ernstige overweging uit te maken4 #bc4 ,de wijze waarop eene taal geschreven wordt1 heet hare ,spelling4 ,ook het hoofddeel harer grammatica1 dat de wetten en voorschriften bevat1 waaraan men bij het schrijven gehoorzaamt1 wordt de ,spelling genoemd4 ,door eene wet verstaat men in de wetenschappen niet een bevel1 door eenige autoriteit uitgevaardigd1 maar een volzin of formule1 die de wijze uitdrukt1 waarop eene werking volgens haren aard geschiedt4 ,spellingwetten zijn derhalve zulke formules1 waarin de wijze van spelling wordt opgegeven1 voor zooverre die uit het wezen en het doel van het schrijven voortvloeit4 #bd4 ,de spellingwetten zijn deels noodwendige uitvloeisels van het wezen en de natuur van het schrift in het algemeen en van het eigenaardige der bijzondere taal2 deels bestaan zij in min of meer willekeurige voorschriften1 die door eene langdurige gewoonte 7usus7 kracht van wet hebben gekregen en niet meer te veranderen zijn4 ,de eerstgenoemde soorten noemt men de algemeene1 de laatste de bijzondere spelregels4 #be4 ,wanneer een aantal bijzondere regels onder nen algemeeneren of hoogeren regel kunnen gebracht worden1 die kan worden beschouwd als een aangenomen grondbeginsel waaruit de bijzondere regels zijn afgeleid1 dan verdient dat hoogere grondbeginsel insgelijks den naam van algemeenen spelregel4 #bf4 ,daar de spelling aanvankelijk voor een groot gedeelte van het goeddunken der eerste schrijvers afhing1 schijnen de bijzondere spelregels naar willekeur veranderd en een spellingstelsel tot een hoogen trap van volmaaktheid gebracht te kunnen worden4 ,dat veranderen is echter inderdaad slechts mogelijk bij voorschriften1 die maar eenige weinige woorden betreffen1 wier toepassing derhalve hoogst zelden gevorderd wordt1 en welke dientengevolge niet eens helder in het bewustzijn van het volk liggen4 ,maar heeft een regel een uitgebreid gebied1 betreft hij een groot aantal woorden1 is dus zijne toepassing door gewoonte eene tweede natuur geworden1 dan geeft eene wijziging van dien regel aan het geheele schrift een ander1 een vreemd voorkomen1 dat het oog kwetst1 zoolang het er niet aan gewend is2 daarom zijn velen niet te bewegen om die verandering toe te passen1 dewijl dit gelijk zou staan met het afleggen eener oude gewoonte4 ,veelomvattende hervormingen vinden nimmer ingang bij een geheel volk1 maar verdeelen de schrijvenden in partijen1 en verbreken of verhinderen de wenschelijke eenparigheid van spelling4 #bg4 ,de grammaticus heeft derhalve de spelling te beschouwen als een bestaand en gegeven iets1 waaraan hij niets wezenlijks vermag te veranderen4 ,wil hij verstandig zijn1 dan neemt hij de spelling aan1 die algemeen of door de groote meerderheid gevolgd wordt2 omdat hij1 anders handelende1 zijn doel toch missen en de zaak niet verbeteren1 maar veeleer verergeren zou4 #bh4 ,een volkomen rationeel en consequent spellingstelsel is een ideaal1 hetwelk1 verwezenlijkt1 toch slechts zeer korten tijd zijne hooge voortreffelijkheid zou behouden1 doordien de taal onafgebroken verandert1 en de spelling die langzame veranderingen niet op den voet volgen kan1 vermits deze eerst na eenig tijdsverloop duidelijk kenbaar worden4 #bi4 ,doch het volgen van de bestaande spelling brengt niet noodwendig mede1 dat de grammaticus juist alle gebreken en onregelmatigheden mede moet overnemen4 ,wanneer hij willekeurige uitzonderingen op geldige regels opmerkt1 onregelmatigheden in het schrijven van enkele woorden1 waarvoor geene reden1 hoe ook genaamd1 is te ontdekken1 maar die kennelijk aan onkunde of aan eene verkeerde toepassing van verstandige en erkende regels zijn toe te schrijven1 dan kan niemand hem euvel duiden1 dat hij zijn beter inzicht volgt4 ,dan is het veeleer zijn plicht anderen op die weinige gebreken opmerkzaam te maken1 en door zijn voorbeeld mede te werken om het spellingstelsel zooveel mogelijk te zuiveren4 #cj4 ,de meeste der hier bedoelde alleenstaande gebreken worden aangetroffen in onopgemerkte1 bijna vergeten woorden1 die in de algemeene schrijf- en boekentaal zelden worden gebruikt en daardoor aan de aandacht der taalkundigen ontsnapt zijn4 ,die onregelmatigheden zijn ontstaan f doordien men den regel voorbijzag1 waaronder het woord behoort2 f doordien men1 den aard van het woord miskennende1 een verkeerden regel volgde2 f doordien men den regel zelven verkeerd opvatte en toepaste4 ,de verbetering der spelling van zoodanige woorden1 waarbij f geene f eene verkeerde toepassing van regels plaats had1 kan aan geen bezwaar onderhevig zijn noch grooten tegenstand vinden1 omdat zij betrekkelijk weinig in getal zijn en1 op weinige uitzonderingen na1 zelden gebruikt worden4 #ca4 ,grootere moeilijkheden baren die woorden1 die volstrekt niet onopgemerkt zijn gebleven1 maar wier schrijfwijze tot de betwiste punten behoort4 ,hier moet de grammaticus eene keus doen2 en wat zal hem bij zijne keus besturen8 ,wanneer eene der beide verschillende schrijfwijzen in eene der categorien van de boven bedoelde onopgemerkte woorden valt1 wanneer f het woord f de regel verkeerd is opgevat1 dan behoeft hij niet te weifelen2 maar hoe te handelen1 wanneer voor beide spellingen geldige redenen zijn aan te voeren8 ,in dit geval blijft er natuurlijk niets anders over1 dan de tegenstrijdige regels aan de algemeene spellingwetten te toetsen en die spelling aan te nemen1 welke blijkt door eene hoogere wet te worden voorgeschreven4 #cb4 ,uit het gezegde volgt1 dat het vr alles noodzakelijk is de algemeene spellingwetten of spelregels in oogenschouw te nemen en hunne onderlinge verhouding op te maken en te bepalen4 ,dit kan geschieden1 wanneer men die wetten uit het wezen en de natuur der spelling afleidt4 ,de algemeene spelregels en hunne onderlinge verhouding4 #cc4 ,het schrift is1 als uitgedacht middel1 een kunstproduct1 dat aanvankelijk door den wil des menschen bepaald werd en daarvan steeds afhankelijk blijft4 ,als zoodanig reeds behoort het onderworpen te worden aan de voorschriften der ,aesthetica4 ,die onderwerping blijkt eene volstrekte noodzakelijkheid te zijn1 wanneer men in aanmerking neemt1 dat het schrift invloed heeft op de uitspraak en tevens de zichtbare vorm is1 waaronder een aantal voorwerpen van kunst 7dit woord in hoogeren zin genomen71 namelijk alle voortbrengselen der dichtkunst en der welsprekendheid1 zich vertoonen4 ,het schrift kan inderdaad bevorderlijk of hinderlijk zijn voor het verwekken van het schoonheidsgevoel4 #cd4 ,het is de bestemming van het schrift niet1 het schoonheidsgevoel te streelen1 het bestaat eenig en alleen voor een practisch doel1 dat geheel buiten het schrift zelf ligt4 ,dit bepaalt de eischen1 die de aesthetica aan het schrift stellen mag4 ,doelmatigheid is dientengevolge de eerste1 de hoofdeigenschap1 waaruit alle andere moeten voortvloeien en waaraan zij moeten onderworpen zijn4 #ce4 ,de overige voorschriften der aesthetica1 die niet alle rechtstreeks uit de doelmatigheid kunnen afgeleid worden1 zijn meer negatief dan positief2 zij verbieden slechts wat het schoonheidsgevoel kwetsen kan4 ,dit nu wordt beleedigd1 behalve reeds door ondoelmatigheid1 ook door onregelmatigheid1 onwaarheid en wanluidendheid4 ,door onwaarheid is hier te verstaan gebrek aan overeenstemming tusschen het afgebeelde en de afbeelding1 namelijk tusschen de woordklanken en het schrift2 ook de doelmatigheid vordert die overeenstemming4 ,het schrift kan wel niet zelf wanluidend zijn1 maar het kan aanleiding geven tot eene onwelluidende uitspraak1 wat natuurlijk zooveel doenlijk moet vermeden worden4 #cf4 ,de aesthetica eischt derhalve van de spelling doelmatigheid1 regelmatigheid1 waarheid en welluidendheid1 dat wil zeggen overeenstemming 7harmonie7 tusschen de middelen en het doel1 tusschen de middelen onderling1 tusschen de afbeelding en het afgebeelde1 tusschen het schrift en eene welluidende uitspraak4 #cg4 ,het doel van het schrift is het veroorzaken eener reproductie van gedachten1 dus het veroorzaken eener werking van den geest4 ,de aard van het doel verwijst derhalve de spelling naar de lessen1 die de ,psychologie aangaande de reproductie der gedachten geeft4 #ch4 ,wij hebben reeds boven gezien1 dat gedachten niet begrepen1 niet in den geest opgenomen worden1 wanneer de apperceptie der voorstellingen1 waaruit zij bestaan1 achterwege blijft4 ,de psychologie legt derhalve aan de spelling1 zal zij zoo doelmatig mogelijk zijn1 als plicht op1 de apperceptie1 zooveel in haar vermogen is1 te bevorderen4 #ci4 ,daar alle spreken eene nabootsing der beschaafde uitspraak behoort te wezen1 en het schrift in de eerste plaats de aanwijzing tot het spreken is1 moeten de geschreven woorden1 zullen zij aan hun doel beantwoorden1 de beschaafde uitspraak vertegenwoordigen4 ,op dit vereischte berust de spelregel1 dien men den ,regel der beschaafde ,uitspraak pleegt te noemen4 #dj4 ,de ,regel der beschaafde ,uitspraak zal nagenoeg aldus luiden3 ,stel in uw schrift de beschaafde uitspraak voor2 d4i4 geef door letterteekens al de bestanddeelen op1 die in een woord gehoord worden1 wanneer het door beschaafde lieden zuiver wordt uitgesproken2 en kies in gevallen1 waarin de juiste uitspraak niet kan worden voorgesteld1 het naastbijkomende letterteeken4 a4 ,de bedoeling der woorden beschaafd en zuiver is duidelijk4--,de beperking van den regel tot het volgen van de beschaafde uitspraak ziet natuurlijk alleen op die woorden1 waarvan naast de betrekkelijk algemeene1 d4i4 door het gansche land bij velen en juist bij de beschaafdsten gebruikelijke uitspraak nog eene plaatselijke of gewestelijke bestaat4 ,de regel wil1 dat men alsdan de algemeene uitspraak zal volgen1 op grond1 dat het bijzondere voor het algemeene moet wijken1 en eene schrijfwijze1 die eene slechts plaatselijke uitspraak voorstelt1 dikwijls niet overal zou begrepen worden4--,van vele woorden bestaat slechts ne1 en dus eene volstrekt algemeene uitspraak2 deze is dan vanzelve tevens de beschaafde1 waarop de regel doelt4 ,wanneer technische woorden1 uitsluitend bij kunstenaars1 werklieden enz4 in gebruik1 maar bij het algemeen niet bekend1 slechts op ne wijze worden uitgesproken1 dan is deze vanzelve de normale4 ,doch worden zij--doorgaans bastaardwoorden--verschillend uitgebracht1 dan is natuurlijk de minst verbasterde als de beschaafdste te beschouwen4 ,zoo heet b4v4 het leder achter in laarzen of schoenen1 dat dient om aan de hielen stevigheid te geven 7fr4 contrefort71 bij de schoenmakers komfoor1 komfoord of komfoort2 volgens den regel moet de laatste uitspraak1 mv4 komfoorten door de spelling voorgesteld worden4 b4 ,het woord zuiver moet dienen om aan eene uitspraak1 die ten gevolge van organische gebreken of verkeerde gewoonten letters verwisselt1 weglaat of invoegt1 en dus onzuiver is1 allen invloed op de spelling te ontzeggen4 ,gemaakt1 pedant1 lispelend of galmend spreken is1 hoezeer ook af te keuren1 iets anders dan onzuiver spreken4 ,zoolang in eene gemaakte uitspraak dezelfde bestanddeelen worden gehoord als in eene natuurlijke1 heeft zij geen nadeeligen invloed op de spelling4 ,waarschuwingen daartegen behooren te huis in eene ,uitspraakleer 7,orthopie71 niet in eene ,spellingleer 7,orthographie74 ,eerst wanneer zij letters weglaat1 invoegt of verwisselt1 houdt zij op zuiver te zijn1 en verliest zij het recht om zich in eene spellingleer te doen gelden4 c4 ,de ,regel der ,uitspraak vloeit geheel en onmiddellijk voort uit het wezen en het doel van het schrift4 ,hij is daarom de hoofd- en grondregel der ,spelling4 ,alles wat met dien regel strijdt1 is tevens strijdig met het wezen en de bestemming van het schrift4 ,uit dien hoofde kan hij wel door andere regels verklaard en nader bepaald1 maar niet weersproken worden1 en is elke regel1 die tegen dezen strijdt1 van het theoretische standpunt1 te verwerpen4 ,de practijk echter kan gewichtige redenen hebben om zoodanige regels1 wanneer zij eenmaal bestaan1 als geldig te erkennen4 #da4 ,uit de verhouding der beschaafde uitspraak tot de overige dialecten volgt1 dat alleen zij beslist1 en dat de andere dialecten slechts in twijfelachtige gevallen eene raadgevende stem kunnen hebben4 ,wanneer eene plaatselijke of gewestelijke uitspraak in strijd is met de afleiding1 de regelmaat of wel met eenigen anderen regel1 uit dien der beschaafde uitspraak afgeleid1 dan mag zij op de spelling geen invloed oefenen4 ,de noodzakelijkheid dezer bepaling vloeit reeds voort uit den strijd der dialecten4 ,het is vanzelf onmogelijk gelijktijdig aan de eischen van alle te voldoen2 en n bijzonder dialect te bevoorrechten1 verbiedt de billijkheid4 #db4 ,bij eene oppervlakkige beschouwing schijnt eene volkomen nauwkeurige afbeelding der beschaafde uitspraak door het schrift zeer wenschelijk en ook wel mogelijk4 ,in de practijk echter blijkt spoedig1 dat het ondoenlijk is1 eenig dialect1 welk ook1 volkomen juist voor te stellen4 ,reeds terstond ziet men1 dat de eigenaardigheden in de spraak der bijzondere personen1 die ook in de beschaafde uitspraak blijven bestaan1 onmogelijk kunnen aangeduid worden4 ,het schrift stelt dus van niet n individu de uitspraak geheel nauwkeurig voor2 het kan uit zijnen aard slechts een middelweg houden tusschen de individueele eigenaardigheden4 ,doch ook op dezen weg ontmoet het schrift bijna onoverkomelijke zwarigheden in de wijzigingen der meeste letterklanken1 veroorzaakt deels door den invloed der naburige letters1 deels door hunne plaats vooraan1 achteraan of in het midden der woorden4 a4 ,de letters1 bij welke die invloeden zich het duidelijkst doen gevoelen1 zijn de n en de zachte onder de zoogenaamde verwante medeklinkers1 met name de b1 d1 g1 v1 en z4 b4 ,de n klinkt geheel anders in zoon en mijn dan in tang en dank1 of in franje1 kransje1 hondje4 c4 ,de b1 d1 g1 v1 en z worden aan het einde eener lettergreep en in de nabuurschap van sommige andere1 inzonderheid van scherpe letters1 zzeer verscherpt1 dat zij geheel of nagenoeg als p1 t1 ch1 f en s luiden1 de v en z meestal zelfs in f en s overgaan4 ,men vergelijke been met schub1 krab1 hebt1 hebzucht2 daar met raad1 gids en blijdschap2 goot met oog1 oogtand en zegt2 vel met diev 7dief71 leevt 7leeft7 en ontvangen2 zeel met leez 7lees71 vreezt 7vreest71 raadzaam en ontzinken4 d4 ,de g wordt geheel gewijzigd1 wanneer haar in hetzelfde woord eene n voorafgaat1 b4v4 in tang1 hij zingt4 e4 ,bij andere letters hebben veel fijner wijzigingen plaats1 die somtijds alleen voor een geoefend gehoor waarneembaar zijn4 ,men vergelijke de w in wijn1 flauw1 schuw en schuwer2 de s in saai1 stijfsel en raadsel2 de m in man1 kom1 hemd1 en komt2 de l in land1 stoel en melk2 de f in fraai en straf2 de i in inkt en koning4 #dc4 ,doch is het niet mogelijk de spraak in het schrift volkomen juist weder te geven1 het is ook onnoodig en zou buitendien ondoelmatig zijn4 ,eene volkomen juiste afbeelding der woordklanken is onnoodig1 omdat men in den regel schrijft voor lieden1 die de taal verstaan en de uitspraak der bedoelde woorden kennen1 en die dus uit hunne kennis het ontbrekende weten aan te vullen4 ,de wijziging der letters volgt bij het samenvoegende uitspreken vanzelve en behoeft daarom niet aangeduid te worden1 evenmin als in eene chemische formule de verandering der elementen1 die door hunne vermenging vanzelve ontstaat4 ,het doel van het schrift wordt reeds bereikt1 wanneer de lezer het bedoelde woord herkennen kan4 #dd4 ,uit het gezegde in #i blijkt a priori1 en de ondervinding leert a posteriori1 dat geen schrift in staat is om de ware uitspraak eener taal voor den vreemdeling kenbaar te maken4 ,alle schrijfwijzen1 die uitsluitend daartoe zouden moeten strekken1 zijn als vruchtelooze pogingen te verwerpen4 ,de spelling mag niet gewijzigd worden ten behoeve van den vreemdeling4 #de4 ,eene aan de uitspraak volkomen adaequate spelling zou om verschillende redenen ondoelmatig zijn4 a4 ,zij zou voor velen het schrijven onmogelijk maken4 ,immers1 indien men al de wijzigingen1 die de letters ten gevolge van hare plaats en nabuurschap ondergaan1 door het schrift wilde uitdrukken1 dan zou het alphabet met een aanzienlijk getal letters moeten vergroot1 of er zouden diacritische teekens moeten uitgedacht worden4 ,het gebruik dier nieuwe letters of teekens zou een fijner oor vereischen dan velen bezitten1 zoodat dezen niet zouden weten1 welke teekens te kiezen4 b4 ,het zou voor allen1 zonder uitzondering1 het schrijven en lezen noodeloos hoogst moeilijk maken4 ,immers1 ten gevolge der vele wijzigingen1 die de letters in verschillende omstandigheden ondergaan1 zouden de voornaamste woorden der taal1 namelijk al de veranderlijke1 zich telkens onder geheel verschillende vormen aan het oog vertoonen4 ,geen vorm zou zich in het geheugen prenten1 en daardoor zou het gebruik der vele letters en teekens groote oplettendheid vereischen4 ,een geoefende schrijft thans zonder aan zijn schrift te denken2 de letters ontvloeien als vanzelve aan zijne pen4 ,zulks zou dan onmogelijk wezen4 ,wie schreef1 zou hardop moeten spreken om zich zelven te beluisteren1 ten einde den waren klank te kunnen treffen4 ,een lezer zou altijd hardop moeten lezen om het woord te hooren1 eer hij aan het geschrevene eene voorstelling wist te verbinden1 terwijl thans een telkens wederkeerende1 licht herkenbare vorm hem in staat stelt zich het bedoelde woord te denken4 c4 ,in derivata zou de vorm der grondwoorden1 in composita de vorm der samenstellende deelen noodeloos onkenbaar worden gemaakt4 ,het schrift zou dus al de voordeelen missen1 die een verwijzen op de etymologie der woorden kan opleveren4 #df4 ,de waarheid1 dat het schrift de uitspraak niet volkomen juist behoeft voor te stellen1 geeft echter in geenen deele de vrijheid om een geheel anderen klank af te beelden1 dan in de beschaafde uitspraak gehoord wordt1 al ware het dat een andere spelregel1 b4v4 die der ,gelijkvormigheid1 zulk eene afwijking scheen te vorderen4 ,de ,regel der ,beschaafde ,uitspraak overheerscht uit zijnen aard alle andere regels2 daarom schrijft men b4v4 koninklijk1 afhankelijk1 gezocht1 van koning1 afhangen en zoeken2 gracht voor graft1 van graven4 #dg4 ,ofschoon het doel van het schrift door de eenvoudige opvolging van den ,regel der ,beschaafde ,uitspraak kan bereikt worden1 is die regel geenszins voldoende om in alle gevallen tot richtsnoer te dienen4 ,vooreerst toch doet de doelmatigheid strengere eischen dan het slechts mogelijke bereiken van het doel4 ,zij wil1 dat een woord zoo vlug doenlijk1 en niet eerst na lang wikken en wegen1 met zekerheid herkend worde4 ,vervolgens maakt de bestaande toestand van de taal en het letterschrift een aantal bijzondere regels noodzakelijk1 die de keus uit zoogenaamde gelijkluidende letterteekens moeten bepalen4 ,de ,regel der ,beschaafde ,uitspraak behoeft derhalve andere regels onder zich1 die hem verklaren en aanvullen4 a4 ,de regelmatigheid zou vorderen1 dat men voor iederen letterklank maar n letterteeken had1 en dat ieder letterteeken slechts ne waarde bezat en altijd denzelfden klank vertegenwoordigde4 ,de bestaande toestand beantwoordt in vele opzichten niet aan die eischen4 b4 ,vooreerst zijn onze letterteekens niet voor het ,nederlandsch uitgedacht2 ons alphabet is van de ,latijnen ontleend1 en bezat reeds bij de overneming eenige gelijkluidende letters1 namelijk de i en y1 c en k1 c en s1 x en ks2 terwijl ph1 th en qu door ons gelijkgesteld worden met f1 t en kw4 ,vervolgens zijn eenige oorspronkelijk zeer verschillende klanken in den mond van velen allengs geheel gelijkluidend geworden1 waardoor sommige teekens1 voor de zoodanigen althans1 dezelfde waarde hebben gekregen1 te weten de zachte e en o en de scherpe ee en oo1 en de tweeklanken ij en ei4 ,er zijn dus voorschriften noodig1 die de keus der genoemde letters bepalen4 c4 ,dezelfde behoefte bestaat bij het kiezen der zoogenaamde verwante medeklinkers1 wanneer zij als sluitletters moeten voorkomen4 ,de zachte1 de b1 d en g1 worden dan verscherpt en naderen zoozeer tot de scherpe1 tot de p1 t en ch1 dat zij in de uitspraak niet meer van deze te onderscheiden zijn4 d4 ,omgekeerd moeten sommige letterteekens dienen om meer dan nen klank voor te stellen2 gelijk blijkt ten opzichte van de a uit de vergelijking van dg met dgen2 van de e1 uit de1 bd en dgen2 van de i1 uit pn1 ttel en zandig enz4 e4 ,ofschoon het opgenoemde evenzeer tegen de doelmatigheid als tegen de regelmatigheid aandruischt1 is er nagenoeg niets aan te veranderen4 ,volstrekt ongeoorloofd is het echter die gebreken uit loutere spitsvondigheid te vermeerderen1 door b4v4 aan een zelfde letterteeken noodeloos meer dan ne waarde toe te kennen4 f4 ,de voorschriften1 die strekken moeten om een schrijver bij het kiezen uit geheel of nagenoeg gelijkluidende letterteekens te besturen1 zijn hoofdzakelijk gegrond op den tweeden en derden algemeenen spelregel1 op dien der ,gelijkvormigheid en dien der ,afleiding4 #dh4 ,wanneer een persoon steeds dezelfde kleeding draagt1 en de exemplaren eener soort van voorwerpen1 b4v4 werktuigen1 steeds denzelfden vorm hebben1 dan zal men dien persoon en de soort1 waartoe een voorwerp behoort1 lichtelijk overal en onder alle omstandigheden herkennen4 ,het omgekeerde geschiedt1 wanneer de persoon geheel anders gekleed is en de gedaante van een voorwerp van den gewonen vorm afwijkt2 de herkenning heeft dan f in het geheel niet1 f eerst na eenig weifelen plaats4 ,met de woorden is het evenzoo gelegen4 ,wie het woord consequentie nooit anders dan z gespeld heeft gezien1 zal eenige oogenblikken in twijfel staan1 als hij konzekwency geschreven vindt4 ,op deze psychologische waarheid steunt de tweede algemeene spelregel1 die der ,gelijkvormigheid1 welke in onze spelling steeds meer en meer is geerbiedigd geworden4 #di4 ,de ,regel der ,gelijkvormigheid luidt aldus3 ,geef1 zooveel de uitspraak toelaat1 aan een zelfde woord en aan ieder deel1 waaruit het bestaat1 steeds denzelfden vorm1 wanneer daardoor de herkenning en juiste opvatting van het woord kan bevorderd worden4 ,de laatste voorwaarde maakt het noodzakelijk den regel in twee deelen te splitsen1 waarvan het eerste de woorden in hun geheel1 het laatste hunne bestanddeelen betreft4 ,de regel wordt dan3 a4 ,schrijf hetzelfde woord1 zooveel de uitspraak en de verbuiging of vervoeging toelaten1 steeds met dezelfde letters4 b4 ,geef in afgeleide woorden aan het grondwoord en in samengestelde aan de samenstellende deelen1 zooveel de uitspraak toelaat1 steeds dienzelfden vorm1 waaronder zij buiten de afleiding en samenstelling voorkomen2 wel te verstaan1 indien die grondwoorden of deelen nog als afzonderlijke woorden in gebruik zijn en dan dezelfde beteekenis hebben als in de afgeleide of samengestelde woorden4 a4 ,overeenkomstig het voorschrift a7 spelt men dag1 des dags1 ten dage1 dagen2 glad1 gladde1 gladder1 gladst2 zeg1 zegt1 gezegd1 zeggen2 niet dach1 des dachs2 glat1 glatst2 zech1 zecht1 gelijk oudtijds wel placht te geschieden4 b4 ,overeenkomstig het voorschrift b7 schrijft men vijlsel van vijlen2 verleiding van verleiden2 raadzaam van raad1 door aanhechting van zaam2 hoofddeel uit hoofd en deel2 niet veilsel1 verlijden1 raatsaam1 hoofdeel1 omdat de juiste opvatting door de laatste schrijfwijze zou belemmerd worden4 c4 ,het voorschrift b7 ontraadt te spellen weereld voor wereld1 ,duidsch voor ,duitsch1 diedsch voor diets1 begicht voor biecht1 omdat deze spelling1 hoewel door de afleiding geboden1 tegen andere regels aandruischt1 en de woorden weer 7man71 died of duid 7volk71 gin 7zeggen7 niet meer in gebruik zijn1 zoodat de beteekenis door het wijzen op de grondwoorden niet duidelijker gemaakt1 maar veeleer verduisterd zou worden4 d4 ,de bepaling zooveel de uitspraak toelaat is aan beide deelen gemeen en stelt den geheelen regel onder dien der ,beschaafde ,uitspraak4 ,zij verbiedt te schrijven3 andbacht voor ambacht en ambt2 heertog voor hertog2 paarlemoeder voor paarlemoer2 gezoekt1 gekoopt1 voor gezocht1 gekocht enz41 omdat die vormen met de uitspraak in strijd en daardoor onduidelijk zijn4 e4 ,men zie vooral niet voorbij1 dat de gestelde regel grootendeels dezelfde is1 als die1 welken men gewoonlijk den ,regel der ,afleiding noemt4 ,immers1 onder meer1 schrijft hij ook voor1 de afleiding in acht te nemen4 ,de benaming ,regel der ,gelijkvormigheid verdient echter de voorkeur2 vooreerst omdat zij1 op de bedoeling van den regel zinspelende1 zijne strekking beter uitdrukt1 en ook het in a7 bedoelde omvat1 hetwelk door den naam ,regel der ,afleiding buitengesloten wordt2 en vervolgens1 omdat men deze laatste uitdrukking noodig heeft als de benaming van een anderen regel1 die werkelijk uitsluitend op de afleiding gegrond is4 f4 ,de ,regel der ,gelijkvormigheid1 ofschoon eigenlijk de bevordering der apperceptie ten doel hebbende1 vult te gelijk meer dan ne leemte in den ,regel der ,uitspraak aan1 doordien hij in vele gevallen1 waar deze niet beslist1 het gebruik der medeklinkers bepaalt4 ,dit heeft plaats1 wanneer de sluitletters der veranderlijke woorden tot de verwante medeklinkers behooren1 en wanneer in afleidingen en samenstellingen twee gelijke of verwante medeklinkers samentreffen2 vergelijk boven a en b4 #ej4 ,waar de ,regel der ,gelijkvormigheid voor de bepaling der sluitletters te kort schiet of zijne toepassing geheel nutteloos zou zijn1 voornamelijk bij onverbuigbare woorden1 wier vorm dikwijls ook niet uit de afleiding blijkt1 is het rationeel die letters te kiezen1 die het naast aan de uitspraak komen4 ,daar nu de zachte medeklinkers aan het einde der woorden geheel of bijna aan de verwante scherpe gelijk worden1 eischt de ,regel der ,beschaafde ,uitspraak het gebruik der scherpe in de onverbuigbare woorden4 ,daarom de t in ooit1 voort1 voorts1 want1 de ch in doch1 toch1 enz4 ,door onverbuigbare woorden 7indeclinabilia7 worden hier verstaan alleen die woorden1 die van nature onverbuigbaar zijn1 als bijwoorden1 voorzetsels1 voegwoorden en tusschenwerpsels1 niet de zoodanige1 die tot eene klasse van verbuigbare woorden1 als de zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden behoorende1 alleen door toevallige omstandigheden niet verbogen worden4 ,het substantief was 7cera7 en het adjectief kwijt b4v4 behooren niet tot de indeclinabilia1 ofschoon beide geene verbuiging ondergaan4 #ea4 ,de doelmatigheid zou nog een anderen regel voorschrijven1 wier opvolging de vlugge herkenning der woorden zeer zou bevorderen en dien men den ,regel der ,onderscheiding zou kunnen noemen4 ,deze zou eischen1 dat gelijkluidende1 maar in beteekenis verschillende woorden 7homoniemen7 door de spelling werden onderscheiden4 ,die eisch is echter in vele gevallen volstrekt onuitvoerbaar1 en zou in andere tot eene geheel willekeurige spelling aanleiding geven1 waardoor bovendien meestal tegen andere erkende regels zou worden gezondigd4 ,het is b4v4 niet mogelijk arm 7niet rijk7 anders te schrijven dan arm 7lichaamsdeel72 het zou doenlijk zijn zugt 7zware ademhaling7 te onderscheiden van zucht 7begeerte71 maar hoe dan zugt of zucht 7ziekte7 als van beide verschillend te kenmerken8 ,waaren 7koopgoederen7 en 7wij7 waren zou1 op zich zelf beschouwd1 kunnen gaan1 maar de aa strijdt tegen een erkenden regel1 terwijl de willekeur hieruit blijkt1 dat het evenzeer mogelijk zou zijn het eerste waren met ne1 het tweede met twee a's te schrijven4 ,doch hoewel de onderscheiding der homoniemen niet als regel kan voorgeschreven worden1 is zij toch belangrijk genoeg om met recht te eischen1 dat woorden1 die tot nu toe verward zijn1 voortaan1 in weerwil van het gevestigd gebruik1 verschillend worden gespeld1 wanneer zulks buitendien reeds door een anderen regel gevorderd wordt4 ,b4v4 delen 7planken7 en deelen 7gedeelten71 beren 7verscheurende dieren7 en beeren 7varkens71 sleepen 7doen slepen7 en slepen 7gesleept worden74 #eb4 ,de beide opgegeven regels1 die der ,beschaafde ,uitspraak en die der ,gelijkvormigheid1 vloeien1 gelijk wij gezien hebben1 onmiddellijk uit de natuur en de bestemming van het schrift voort4 ,de bijzondere spelregels zijn f toepassingen van die twee1 f zijn er onafhankelijk van4 ,de beschouwing der voorschriften1 die onmiddellijk uit de algemeene spelregels voortvloeien1 ligt buiten het bestek van een programma1 dat niet bestemd is om het geheele spellingstelsel te doen kennen1 maar alleen om de grondslagen te leggen1 waarop het stelsel behoort opgetrokken te worden1 en bestaande geschillen te beslissen4 #ec4 ,ook de voorschriften1 welke niet in een onmiddellijk verband staan met de algemeene regels1 kunnen hier niet ter sprake komen1 dan voor zooverre zij door n beginsel1 door een hoogeren regel1 beheerscht worden1 die wel is waar evenzeer als de bijzondere regels willekeurig is aangenomen1 doch moet worden geerbiedigd1 indien men de spelling tegen stelselloosheid en tallooze inconsequenties behoeden wil4 ,die voorschriften betreffen de keus uit de paren van gelijkluidende letterteekens bij het schrijven van grondwoorden4 ,daar die letters1 opgenoemd in #dg1 voor veler oor en mond volkomen denzelfden klank vertegenwoordigen1 kan de ,regel der ,beschaafde ,uitspraak niet beslissen2 terwijl de ,regel der ,gelijkvormigheid alleen eischt1 dat men in een zelfde woord steeds dezelfde letters bezige1 zonder de letters zelve te bepalen4 #ed4 ,wanneer men de meeste dier bijzondere voorschriften onderling vergelijkt1 dan blijkt het1 dat het ,nederlandsch den volgenden regel heeft aangenomen1 dien men om den grondslag1 waarop hij geheel steunt1 den ,regel der ,afleiding kan noemen3 ,bij de keus der gelijkluidende letterteekens beslist de afleiding of de oudere vorm uit den tijd1 toen de nu gelijk geworden klanken nog duidelijk onderscheiden konden worden1 in die gevallen1 waarin geene andere regels of bijzondere omstandigheden die keus onraadzaam maken4 #ee4 ,het kan hier de vraag niet zijn1 of men niet beter zou gehandeld hebben met een der gelijkluidende letterteekens als overtollig weg te werpen2 het is genoeg te weten1 dat men zulks niet gedaan heeft en nu met het bestaande moet voortwerken4 ,het strikt genomen overtollige als ballast over boord te werpen1 zou eene omwenteling zijn1 wier nasleep niet te overzien ware2 het verstandigst is den bestaanden toestand te eerbiedigen4 #ef4 ,buitendien heeft die overvloed ook zijne goede zijde4 ,het bestaan van gelijkluidende letterteekens stelt dikwijls in staat om homoniemen door de spelling te onderscheiden2 men denke aan weken1 mv4 van week1 en weeken1 ww42 aan kolen en koolen1 lijden en leiden4 #eg4 ,indien het schrijven overeenkomstig den ouderen vorm alleen een noodmiddel is1 dat door de natuur van het schrift niet gevorderd1 veeleer ontraden wordt1 omdat het de spelling voor niet-taalkundigen moeilijk maakt1 dan mag dat beginsel vooral niet worden toegepast in strijd met den ,regel der ,beschaafde ,uitspraak4 #eh4 ,doch hoewel de uitspraak steeds de hoogste wetgeefster in de spelling is en blijft1 waartegen men zelfs ten gerieve der apperceptie niet zondigen mag1 bestaan er eenige weinige gevallen1 waarin het raadzaam is uitzondering te maken4 ,in zeldzaam voorkomende woorden1 waarin eene bijna niet merkbare verandering zou moeten plaats grijpen1 mag de afleiding den boventoon hebben1 wanneer daardoor de ware uitspraak en de juiste opvatting der woorden hersteld kan worden2 b4v4 kerstmis voor kersmis1 bestje voor besje1 amechtig voor aamechtig1 slaphakken voor slabbakken4 ,dit mag te eer geschieden1 wanneer het volk de ware of eene minder bedorven uitspraak bewaard heeft4 ,op dien grond is ,dinsdag1 oudtijds ,disendag 7verbasterd uit ,diesdag71 van den krijgsgod ,die1 te verkiezen boven ,dingsdag1 dat ten onrechte aan ding of geding doet denken4 #ei4 ,de laatst gestelde algemeene regel 7die der ,afleiding7 is natuurlijk niet toereikend bij die woorden1 wier afleiding of oudere vorm geheel onbekend of onzeker is4 ,dit maakt een vierden algemeenen regel noodzakelijk1 die door de ,aesthetica ter wering van willekeur of onordelijkheid en ter bevordering van regelmaat wordt voorgeschreven3 te weten den ,regel der ,analogie4 ,deze zal in de spelling aldus moeten luiden3 ,waar de drie bovengenoemde algemeene spelregels zwijgen1 handelt men overeenkomstig de analogie2 d4i4 de woorden wier spelling noch door de uitspraak1 noch door de gelijkvormigheid1 noch door de afleiding wordt bepaald1 worden op dezelfde wijze geschreven als andere1 wier spelling met zekerheid bekend is en die oogenschijnlijk op overeenkomstige wijze gevormd zijn4 #fj4 ,daar de ,regel der ,analogie niet uit de natuur van het schrift voortvloeit1 maar op gronden steunt1 die buiten het gebied der grammatica liggen1 zou het verkeerd zijn dien te laten gelden in strijd met een der vorige regels4 #fa4 ,de ,aesthetica geeft nog een regel aan de hand1 die in enkele twijfelachtige gevallen den doorslag kan geven en de balans naar de eene of andere zijde doen overhellen4 ,in #ad is reeds aangemerkt1 dat het schrift1 ofschoon zelf op de uitspraak gegrond en daarvan afhankelijk1 omgekeerd op de uitspraak1 vooral van hen die eerst leeren lezen1 terugwerkt en eenen invloed oefent1 die zich veelal ook later doet gevoelen4 ,de leerling toch ziet al de bestanddeelen van den woordklank even duidelijk vertegenwoordigd1 en is daarom vanzelf geneigd al de letters even sterk te articuleeren1 ook die welke in de gewone spreektaal maar flauw gehoord worden4 ,het schrift geeft dus uit zijnen aard aanleiding tot eene gedeeltelijk onnatuurlijke en gedwongene1 dat wil zeggen onwelluidende1 uitspraak4 ,waar de spelling vaststaat en door algemeen erkende regels bepaald is1 kan het schrift zulk eene wanspraak niet voorkomen1 en moet het aan den onderwijzer blijven overgelaten er zijne leerlingen tegen te waarschuwen1 en te zorgen1 dat zij geene gewoonte worde4 ,doch wanneer eene in dit opzicht betere spelling mogelijk is1 en--dit moet op den voorgrond blijven--door goede schrijvers is aangenomen2 in die gevallen dus1 waar geene eenparigheid in het schrijven bestaat en eene keus moet gedaan worden1 is het ongetwijfeld rationeel die spelling te kiezen1 die het minst tot eene verkeerde en wanluidende uitspraak aanleiding geeft4 ,op dat beginsel1 welks deugdelijkheid wel door niemand zal in twijfel getrokken worden1 laat zich een regel bouwen1 welken men dien der ,welluidendheid zou kunnen noemen4 ,vooraf dient echter uitgemaakt te worden1 hoe ver deze reiken mag1 en dit hangt ten deele af van het begrip1 dat hier aan het woord welluidend moet gehecht worden4 #fb4 ,het woord welluidend is hier natuurlijk niet in zijn algemeensten zin op te vatten2 de vraag is slechts3 wat is binnen de grenzen onzer eigene taal relatief welluidend te achten8 ,nu is in het oor van het beschaafde publiek elk woord betrekkelijk welluidend1 wanneer het z wordt uitgesproken1 als men gewoon is het door beschaafden te hooren uitspreken4 ,wat van die gewoonte afwijkt1 klinkt f plomp en dialectisch1 f gemaakt en pedant4 ,er kan dus geene sprake zijn van eene welluidendheid1 de beschaafde uitspraak overtreffende1 of van een regel1 die leeren zou anders te spreken dan de gewoonte medebrengt4 ,een regel voor de welluidendheid kan derhalve slechts eene aanvulling zijn van den ,regel der ,beschaafde ,uitspraak1 en mag geen ander doel hebben dan op de naleving der voorschriften van dezen meer bepaaldelijk aan te dringen1 die uitspraak te bevorderen en elke andere tegen te gaan4 ,wanneer men dit in het oog houdt1 zal men den ,regel der ,welluidendheid in de volgende bewoordingen vervatten3 ,waar twee of meer verschillende spellingen in gebruik zijn1 waarvan geene zich door een der vroeger behandelde regels geheel laat rechtvaardigen1 is die te verkiezen1 welke de beschaafde uitspraak het best vertegenwoordigt4 #fc4 ,hieruit vloeit bepaaldelijk voort1 dat men buiten overwegende redenen1 b4v4 blootelijk om eene afleiding te doen kennen1 die de duidelijkheid1 de apperceptie1 niet bevordert1 in het schrift geene letters herstellen mag1 die in de beschaafde uitspraak niet meer gehoord worden4 ,volgens den ,regel der ,welluidendheid zijn b4v4 de volgende schrijfwijzen goed te keuren3 thans1 bijkans1 ,parijsche1 ,friesche1 wijste1 frischte1 meisje1 handje enz41 voor thands1 bijkants1 ,parijssche1 ,friessche1 wijsste1 frischste1 meisjen1 handtje enz4 #fd4 ,eene letter1 die niet afzonderlijk wordt uitgesproken1 moet toch geacht worden aanwezig te zijn1 indien zij invloed heeft op eene voorafgaande of volgende letter1 zoodat deze bij gemis der eerstgenoemde anders zou luiden4 ,zoo moet men b4v4 rekenen1 dat in straffen de beide f's gehoord worden1 omdat strafen de uitspraak str-fen voorstelt2 in geenszins wordt1 hoewel niemand geens-zins uitspreekt1 de s toch gehoord1 dewijl zij de volgende z verscherpt1 zoodat het woord als geensins luidt4 #fe4 ,de bijzondere spelregels bestaan in voorschriften1 die leeren1 hoe men in de bijzondere gevallen te handelen heeft om getrouw te blijven aan de grondbeginselen1 in de algemeene spelregels uitgedrukt4 ,daar die grondregels geput zijn uit de natuur en de bestemming van het schrift1 kan hunne consequente toepassing schijnen eene volstrekte noodzakelijkheid te zijn1 die het stellen van verscheidene nieuwe regels zou gebieden4 ,wanneer men echter in aanmerking neemt1 dat het toepassen van nieuwe regels van de schrijvenden altijd eene grootere of geringere inspanning vordert1 altijd lastig is1 en dat eene ongewone spelling steeds een onaangenamen indruk maakt1 dan blijkt de onmogelijkheid eener strenge consequentie en de noodzakelijkheid eener beperking van de toepassing der grondbeginselen4 ,het zou derhalve1 gelijk reeds in #bg en #bh is aangemerkt1 eene dwaasheid wezen1 indien een grammaticus meende1 dat hij als het ware eene geheele omwenteling in een spellingstelsel zou kunnen te weeg brengen4 ,te recht heeft dan ook reeds ,siegenbeek1 toen er nog geen gevestigd stelsel bestond1 een regel gesteld1 die de strekking had het aantal wijzigingen te beperken1 en die gebood acht te geven op het ,gebruik4 ,die regel1 of dat beginsel1 zal in onzen tijd nagenoeg aldus moeten luiden3 ,de toepassing der beginselen1 in de grondregels geleerd1 is ondoenlijk in die gevallen1 waarin zij eene veelomvattende wijziging der gebruikelijke spelling ten gevolge zou hebben4 ,door iedereen erkende en aangenomen regels1 die de spelling bepalen van een groot aantal woorden1 of van dezulke die1 om zoo te zeggen1 in elken volzin terugkeeren1 al zij het ook dat zij door geenen der grondregels volkomen worden gerechtvaardigd1 behooren geerbiedigd te blijven1 zoolang het gebruik niet vanzelf verandert4 #ff4 ,het spreekt vanzelf1 dat deze regel evenmin onbepaald mag worden toegepast1 maar beperkt blijft tot die gevallen1 waar het ,gebruik steunt op deugdelijke gronden1 geldig in den tijd1 toen het ontstond4 ,waar zulke gronden ontbreken1 waar het ,gebruik slechts een uitvloeisel is van begripsverwarring1 van eene valsche etymologie of van eene verkeerde toepassing der analogie1 daar heeft het van den aanvang af geene rechten gehad1 maar staat met misbruik gelijk1 en wordt ook door lengte van tijd niet gewettigd4 a4 ,zoo is b4v4 de spelling thans 7uit te hande71 met eene h1 die niet meer gehoord wordt1 door het ,gebruik gewettigd1 en thands1 met eene d er in1 zou het ook wezen1 indien men algemeen z schreef1 omdat men in hand eene h en eene d hoort4 ,de ch in tusschen is door het ,gebruik gewettigd1 omdat men1 toen men begon z te schrijven1 in dit woord werkelijk eene ch uitsprak4 ,niet gewettigd daarentegen is de schrijfwijze ,dingsdag1 als steunende op eene valsche etymologie1 die den ,dinsdag voor den dag der rechtsgedingen hield4 ,evenmin is de spelling te samen te verdedigen1 ofschoon men misschien algemeen zoo uitspreekt1 omdat die uitspraak slechts eene verkeerde toepassing is der analogie met samenkomst1 samenzijn enz41 waarin de s wettig is1 als ontstaan zijnde uit tz4 b4 ,men heeft dit grondbeginsel tot de algemeene spelregels gerekend en den ,regel van het ,gebruik genoemd4 ,wel beschouwd echter voldoet het niet aan de eischen van een regel4 ,het beginsel heeft alleen voor den grammaticus waarde1 niet voor het publiek2 het ,gebruik schrijft geene bepaalde regels voor1 maar onderstelt1 dat men eenparig zekere schrijfwijze volgt1 die het niet aanbeveelt1 maar slechts toestaat1 en alleen gedwongen wettigt4 #fg4 ,uit het lastige1 dat het toepassen van ongewone regels inheeft1 vloeit nog een beperkend beginsel voort1 dat de grammaticus niet roekeloos verzaken mag4 ,onze spelling levert reeds een aantal moeilijkheden op1 die even onloochenbaar als1 zonder eene algeheele omwenteling1 onvermijdelijk zijn4 ,vereischt nu het schrijven van het ,nederlandsch vrij wat oplettendheid1 dit bezwaar mag niet willekeurig en zonder eenig nut nog grooter gemaakt worden4 ,nieuwe spitsvondige onderscheidingen in de spelling1 die geen practisch voordeel aanbrengen1 niet met de beteekenis of het gebruik in verband staan1 of niet door een erkenden regel geischt worden1 mogen niet worden aanbevolen4 ,van een geheel anderen aard zijn de gevallen1 waarin eene keuze moet plaats hebben tusschen twee gebruikelijke nagenoeg even goede schrijfwijzen2 alsdan kan het uit den aard der zaak slechts eene kleinigheid1 een onbeduidend iets wezen1 dat den doorslag moet geven4 #fh4 ,uit het vorenstaande volgt1 dat er ten opzichte van de uitspraak drierlei spelling bestaat3 #a4 eene spelling1 geheel overeenkomstig met de uitspraak1 naar of volgens de uitspraak1 d4i4 geheel en al door den ,regel der ,beschaafde ,uitspraak voorgeschreven1 b4v4 die van al1 as1 bal1 bast enz41 welke woorden met onze letters niet anders zouden kunnen geschreven worden2 #b4 eene spelling1 niet geheel volgens de uitspraak1 niet juist z door haar voorgeschreven1 doch ook niet met haar in strijd1 maar met haar vereenigbaar1 doordien de ware1 gebruikelijke uitspraak1 ten gevolge van den wederzijdschen invloed der letters op elkander1 vanzelve volgt2 vergelijk #db en het slot van #dc4 ,tot deze soort van spelling behooren b4v4 abt1 werelddeel1 staatdame1 geenszins2 en #c4 eene spelling1 gedeeltelijk volstrekt strijdig en onvereenigbaar met de hedendaagsche uitspraak1 maar door een wettig gebruik volstrekt gewild2 b4v4 menschen1 tusschen1 thans1 vijftig1 zestig4 #fi4 ,de volgorde1 waarin de ,algemeene ,spelregels ontvouwd zijn1 is de natuurlijke2 eene geheele omzetting zou zelfs onmogelijk wezen4 ,de regel der ,uitspraak moet noodwendig de rij openen4 ,daar het schrift de reproductie der woordklanken ten doel heeft 7zie #b en #c71 is een letterschrift1 dat den klank1 de uitspraak1 aanvankelijk althans1 niet afbeeldt1 iets volstrekt ondenkbaars1 een onding4 ,de ,regel der ,uitspraak is derhalve met het schrift gegeven1 is de ,natuurwet der ,spelling4 ,de eerste schrijvenden volgden dien noodwendig1 ook omdat er geene woordenboeken of spraakkunsten bestonden1 die hen leerden1 geene gezaghebbende schrijvers1 die hen noopten1 anders te handelen4 ,de ,regel der ,uitspraak is niet slechts de eerste en oorspronkelijk de eenige1 maar ook thans nog de algemeenste4 ,geen woord1 welks spelling niet f geheel en al1 f grootendeels door de uitspraak wordt geregeld2 en al de regels1 die moeten dienen om den ,regel der ,beschaafde ,uitspraak1 waar die te kort schiet1 aan te vullen of te verklaren1 ontleenen van dezen hunne kracht en beteekenis4 ,zelfs wanneer het ,gebruik dwingt in strijd daarmede te handelen1 geschiedt zulks op grond der uitspraak1 namelijk ten gevolge eener verouderde4 a4 ,van tallooze woorden1 als af1 bel1 doek1 enz41 waarvan geene andere spelling denkbaar is1 wordt deze geheel door de uitspraak geregeld4 ,van de overige woorden1 waarbij ook andere regels moeten gehoord worden1 bepaalt zij de groote meerderheid der letters2 b4v4 van boekbindersknechten1 kuipershandwerk1 worden alleen de ch en de d niet rechtstreeks door de uitspraak voorgeschreven1 dewijl ook g en t daaraan zouden beantwoorden4 b4 ,de ,regel der ,gelijkvormigheid is op dien der ,uitspraak gegrond en wil niets dan hetgeen de uitspraak wil4 ,hij eischt in dag eene g1 en in hoofddeel twee d's1 alleen omdat men in dagen eene g1 en in hoofd en deel beide eene d hoort4--,de ,regel der ,afleiding steunt op de uitspraak4 ,hij wil twee e's in deelen 7gedeelten71 doch ne in delen 7planken71 alleen omdat die woorden voorheen verschillend luidden1 het eene dail1 het andere dil4--,de ,regel der ,analogie ontleent zijne kracht aan dien der ,afleiding1 en berust dus middellijk op de uitspraak2 terwijl die der ,welluidendheid eeniglijk uitgaat van de onderstelling1 dat het schrift de uitspraak voorstelt4--,zelfs in die gevallen1 waarin het niet raadzaam is het gevestigd ,gebruik te trotseeren1 doet de uitspraak zich gelden4 ,men schrijft tusschen met eene ch1 en thans met eene h1 alleen omdat men vroeger die ch en h werkelijk uitgesproken heeft1 dus inderdaad alweder op grond der uitspraak4 ,deze doet derhalve allerwegen hare kracht gevoelen4 #gj4 ,de ,regel der ,uitspraak overheerscht ook alle andere regels1 zoodra deze eene spelling voorschrijven1 volstrekt onvereenigbaar met de uitspraak2 hij wijkt alleen voor het onverzettelijk ,gebruik 7vergel4 #fh1 n1 #c74 ,men schrijft volgens den ,regel der ,beschaafde ,uitspraak3 abdij1 ambt1 herberg1 behendig1 overtollig1 gekocht1 wierook1 bruiloft1 hoewel de ,regel der ,gelijkvormigheid of die der ,afleiding abtij1 andbacht1 heerberg1 behandig1 overtallig1 gekoopt1 wijrook1 bruidloopt zou vorderen4 ,een strijd tusschen den ,regel der ,analogie en dien der ,beschaafde ,uitspraak is uit den aard der zaak ondenkbaar1 dewijl de eerste alleen dan spreekt1 als de laatste zwijgt4 ,hetzelfde is het geval met den regel der ,welluidendheid1 die eeniglijk strekt om de overeenstemming van het schrift met de uitspraak te bevorderen4 #ga4 ,aan den ,regel der ,gelijkvormigheid komt n om zijn uitgestrekt gebied n om zijne nuttigheid de tweede rang toe4 ,men zal dit gereedelijk erkennen1 als men bedenkt1 dat hij de spelling van alle afgeleide en samengestelde woorden1 en van alle verbuigbare woorden op b1 p1 d1 t1 g en ch regelt1 dus wijd en zijd heerscht1 en dat hij moet strekken om de duidelijkheid1 de gemakkelijke herkenning der woorden en hunner beteekenis te bevorderen1 en derhalve van uitgebreid nut is4 ,men vergete vooral niet1 dat de ,regel der ,gelijkvormigheid1 onder meer1 ook gebiedt de afleiding te volgen in al die gevallen1 waarin zulks aan de duidelijkheid kan bevorderlijk wezen1 en dat hij uit dien hoofde ook de regels omvat1 die men voorheen onder den ,regel der ,afleiding stelde4 ,inderdaad wordt derhalve aan de ,afleiding de tweede rang toegekend1 namelijk voor zooverre hare inachtneming nuttig is4 #gb4 ,is het volgen van den ,regel der ,uitspraak volstrekt onvermijdelijk en de naleving van dien der ,gelijkvormigheid hoogst nuttig1 van een anderen aard is het in acht nemen der drie volgende grondregels4 ,dit zou niet volstrekt noodzakelijk zijn1 en het nut daarvan bestaat slechts in de regeling van zaken1 die tamelijk onverschillig zouden wezen1 indien orde en regelmaat niet ook in de ,spelling wenschelijke eigenschappen waren4 ,de ,regel der ,afleiding1 zooals deze hier beperkt is1 die der ,analogie en der ,welluidendheid1 vervullen geene onmisbare behoeften1 brengen geene gemakken aan1 maar leveren de voorwerpen van weelde1 die eene doelmatig ingerichte woning tot een aangenaam verblijf kunnen maken1 en die van de beschaving en den smaak der bewoners getuigen4 ,onder deze komt aan den ,regel der ,afleiding de eerste plaats toe1 omdat zijn gebied1 ook na aftrek van alles wat onder den ,regel der ,gelijkvormigheid is gebracht1 nog groot blijft4 ,hij regelt o4a4 de spelling der vele woorden1 waarin ij's en ei's1 en in opene lettergrepen heldere e's en o's voorkomen4 ,dan moet de ,regel der ,analogie volgen1 omdat deze zich op de ,afleiding beroept en van haar al zijne kracht ontleent2 zoodat voor den ,regel der ,welluidendheid1 welke1 evenals die der ,analogie1 slechts zelden te pas komt1 de laatste rang overblijft4 ,van het ,gebruik1 dat1 hoe machtig ook1 geen regel is1 maar de toepassing der eigenlijke regels beperkt1 kon natuurlijk eerst melding worden gemaakt1 nadat men de kracht en strekking van deze had leeren kennen4 ,,tweede ,,afdeeling4 ,over de bijzondere spelregels1 waaromtrent verschil van gevoelen bestaat4 ,daar de ,redactie1 om redenen in het ,voorbericht en in #bg en #bh opgegeven1 voor de door haar te volgen schrijfwijze de in ,noord-,nederland gebruikelijke spelling als uitgangspunt heeft aangenomen1 en deze genoegzaam bekend mag geacht worden1 heeft zij het overtollig gerekend het geheele spellingstelsel te ontvouwen4 ,deze ,tweede ,afdeeling bevat dus slechts eene opgave der verbeteringen1 die haar wenschelijk zijn voorgekomen1 benevens eene vermelding van de keuze1 die zij gemeend heeft te moeten doen uit de onderscheidene spellingen1 ten opzichte waarvan onder onze letterkundigen verschil van gevoelen bestaat4 ,de klinkers4 #gc4 ,de verlenging der a en u in geslotene lettergrepen geschiedt buiten twijfel op de meest gepaste wijze door verdubbeling4 ,de spelling aa en uu beantwoordt zoowel aan de uitspraak1 als zij door de analogie gewettigd en door de etymologie niet gelogenstraft wordt4 ,zij verdient dus zeer zeker de voorkeur boven ae en ue4 ,aa stelt denzelfden zuiveren klank voor1 die door a wordt aangeduid4 ,bij ae is men geneigd te denken aan de naar e trekkende uitspraak der landlieden in sommige streken van ,zuid-,holland en ,zeeland2 de ,vlaamsche a zou door ao moeten afgebeeld worden4 ,vergelijk ,taalgids1 ,,iv1 blz4 #ed-fd4 #gd4 ,de spelling blaauw1 flaauw enz4 stelt eene uitspraak voor1 die niet de gewone is1 in het oor der groote meerderheid onaangenaam klinkt1 en stellig niet tot de beschaafde gerekend wordt4 ,het komt ons derhalve niet raadzaam voor1 eene spelling te bestendigen1 die te recht door velen wordt afgekeurd1 en voor wier behoud geene andere reden is aan te voeren dan een gebruik1 dat op geene taalkundige gronden steunt en daarom1 als strijdig met de beschaafde uitspraak1 geen recht van bestaan heeft2 vergelijk #ff4 ,wij schrijven derhalve blauw1 flauw1 gauw1 grauw1 klauw1 lauw1 nauw1 pauw1 rauw1 knauwen1 krauwen enz4 met au4 ,zoodoende heft men het geheel willekeurige verschil met de gebruikelijke schrijfwijze dauw en kauw op1 die meer in overeenstemming is met de gewone uitspraak1 welke veeleer ou dan aau doet hooren4 #ge4 ,onder de regels1 omtrent wier toepassing de gevoelens der taalkundigen uiteenloopen1 staan die aangaande de verdubbeling der e's en o's in opene lettergrepen bovenaan4 ,siegenbeek en ,weiland volgden daarbij de uitspraak1 welke heerschte1 of geacht werd te heerschen1 in die streken1 waar de genoemde letters op tweerlei wijze1 met den zoogenoemden zachten of met den scherpen klank1 worden uitgesproken4 ,hunne handelwijze was natuurlijk4 ,immers de verdubbeling der letterteekens moest dienen om de meer gerekte1 naar een tweeklank zweemende uitspraak der scherpe e en o van den eenigszins korteren1 meer gelijkmatigen klank der zachte voor het oog te onderscheiden4 ,juist dat verschil in de uitspraak had het eerst het verschil in de natuur dier letters doen opmerken1 terwijl de studie der ,germaansche talen te hunnen tijde nog niet ver genoeg gevorderd was om den diepliggenden oorsprong van dat verschil te leeren kennen4 ,zij konden nog niet tot de oorzaken opklimmen en moesten dus hun onderzoek tot de gevolgen beperken4 ,de uitspraak echter is in dit geval geen onfeilbaar en toereikend richtsnoer4 ,dit blijkt onder andere uit de wijze1 waarop ,siegenbeek genoodzaakt was te werk te gaan bij de woorden1 waaromtrent hij bij de schrijvers verschil van gevoelen gevonden had1 en die hij daarom achter zijne ,verhandeling over de ,spelling aan een bijzonder onderzoek onderwierp4 ,bij al die woorden was hij verplicht de schrijvers1 die het onderscheid in de uitspraak door hunne spelling uitdrukten1 te raadplegen1 hunne getuigenissen te wikken en te wegen1 en als het ware de stemmen vr en tegen te tellen4 ,waar men in eene wetenschap tot eene stemopneming zijne toevlucht moet nemen1 is de evidentie der waarheid niet groot2 maar vooral hier bleek duidelijk de zwakheid van den grondslag1 waarop gebouwd werd4 ,als men dat groote vijftigtal artikels naleest1 ziet men1 dat niet alleen schrijvers1 op verschillende plaatsen woonachtig1 in hun oordeel over de uitspraak van dezelfde woorden onderling verschilden1 maar ook dat velen zich zelven niet gelijk bleven4 ,men moge dit laatste verschijnsel aan slordige correctie willen toeschrijven1 het bewijst in allen gevalle1 dat de ware uitspraak niet z kennelijk van de valsche onderscheiden was1 dat de corrector zich niet vergissen kon4 ,doch volstrekt onloochenbaar is het verschil tusschen de uitspraak van dezelfde woorden in verschillende gewesten en steden4 ,volgens het beweren van ,siegenbeek zelven worden heeten1 keten1 menigte1 smeeken1 spenen1 betoogen1 genoot1 klooven1 loochenen1 nopen1 personen en schromen in ,rotterdam anders dan in ,zeeland uitgesproken2 terwijl men in deze provincie zoowel poogen als pogen en te ,rotterdam zoowel tonen als toonen zou hooren #c4 ,dat er ten opzichte van andere woorden reeds in de laatste helft der zestiende eeuw eene dergelijke onzekerheid bestond1 kan men opmaken uit het woordenboek van ,kiliaan1 die aan de uitspraak bijzondere aandacht schonk en zich gehouden achtte een aantal woorden1 als deren1 kelen1 nering1 peren1 scheren1 smeren1 teeder1 telen1 teren1 weren1 zweren1 zweven1 bogen1 boren1 dolen1 smoken enz4 onder de beide vormen op te teekenen4 ,uit het aangevoerde blijkt overtuigend1 dat het verschil in de werkelijke uitspraak der woorden1 hetwelk vroeger het geheele land door moet geheerscht hebben1 maar zich thans tot zekere streken en steden bepaalt1 voor de spelling slechts een onzekeren grondslag kan uitmaken4 ,daarbij is het te voorzien1 dat het eenmaal geheel zal ophouden4 ,men heeft om die redenen naar een ander beginsel om te zien1 dat in substantie dezelfde uitkomsten oplevert1 maar niet aan verandering onderhevig is1 niet dreigt geheel te verdwijnen1 en dat in de gevallen1 waar verschil van uitspraak bestaat1 op deugdelijke gronden kan beslissen4 ,zoodanig beginsel vinden wij gelukkig in den verschillenden oorsprong der e's en o's4 ,door de onderzoekingen der nieuwere taalkundigen namelijk is gebleken1 dat de talen van den ,indo-,germaanschen volksstam oorspronkelijk slechts drie vocalen1 a1 i en u 7lees3 oe7 bezaten1 en dat al de overige klinkers1 ook de e en o1 uit die grondvocalen en de daaruit samengestelde tweeklanken ontstaan zijn2 zie onder anderen ,bopp1 ,vergl4 ,gramm4 des ,sanskrit1 ,send etc4 #a-ajd4 ,deze stelling is de spil1 waarom het gansche vocaalstelsel1 ook dat der ,germaansche talen1 draait2 met haar kunnen alle verschijnselen op het gebied der klankleer in genoemde talen natuurlijk en ongedwongen verklaard worden2 zonder haar blijft alles duisternis en verwarring #d4 ,doch al wil men haar ook al niet voor alle ,indo-,germaansche talen als geldig erkennen1 ten opzichte van het ,nederlandsch is zij niet te loochenen4 ,immers het kan1 op weinig uitzonderingen na1 aangetoond worden1 uit welke van die grondklanken onze e's en o's ontstaan zijn1 terwijl de weinige gevallen1 waarin men dat niet kan1 worden aangetroffen bij het betrekkelijk geringe getal woorden1 wier ouderen vorm men tot nog toe niet heeft kunnen ontdekken4 ,de verschillende oorsprong der e's en o's is de oorzaak van het onderscheid tusschen de zachte en de scherpe uitspraak4 ,eene vergelijking der ,nederlandsche woorden1 waarin e's en o's voorkomen1 met dezelfde of verwante woorden1 hetzij in onze eigene taal1 hetzij in andere oudere of nieuwere ,germaansche talen1 leert1 dat de e en o beide drierlei oorsprong hebben3 dat de e eene wijziging van i1 a of ai1 en de o van u 7oe71 a of au is4 ,verder blijkt1 dat de lange heldere of opene e's en o's uit de enkelvoudige1 oorspronkelijke klinkers a1 i en u 7oe7 ontstaan1 juist diegene zijn1 waaraan algemeen1 behalve natuurlijk in de gevallen waar verschil bestaat1 de zoogenaamde zachtlange klank wordt toegekend2 terwijl de ineengesmolten tweeklanken ai en au aan erkende scherplange e's en o's beantwoorden4 ,door deze waarneming worden bijna alle verschijnsels1 die men in de geschiedenis onzer e's en o's en in hare verwisseling met andere klanken opmerkt1 volkomen opgehelderd4 ,zij verklaart vooreerst1 hoe het komt1 dat men die letters in verscheidene gewesten op tweerlei wijze uitspreekt1 en waarom de scherpe daar langer zijn dan de zachte en nog een zweem van een tweeklank hebben4--,vervolgens1 waarom de zachtlange met a en i en met de korte 1 en de zachtlange met de korte afwisselt1 b4v4 in stad--steden1 vagen--vegen1 gift--geven1 nicht--neef1 spel--spelen1 gebed--gebeden2 ik kom--zij komen1 lot--loten2 en waarom de scherplange e's en o's met de tweeklanken ei 7ai7 en ou 7au7 verwisseld worden1 b4v4 in gereed en bereiden1 breed en verbreiden1 boom en bouwen1 troost en vertrouwen4--,die waarneming eindelijk verklaart in vele gevallen1 hoe het komt1 dat een zelfde woord op tweerlei wijze wordt uitgesproken1 daar zij aantoont1 dat men dan meestal twee verschillende woorden verward en voor hetzelfde gehouden heeft2 b4v4 beer 7ursus7 en beer 7verres72 deel 7pars7 en deel 7asser72 klooven 7doen splijten7 en kloven 7imperf4 van kluiven en meerv4 van kloof72 toonen 7lichaamsdeelen7 en tonen 7klanken74 #gf4 ,de ,redactie1 het een en ander in aanmerking nemende1 heeft besloten den oorsprong der e's en o's als grondbeginsel der vocaalspelling aan te nemen4 ,zij meent hare redenen aldus kortelijk te kunnen samenvatten3 ,de ware uitspraak der e's en o's is niet op te maken uit de vroegere schrijfwijze1 noch uit de uitspraak der hedendaagsche dialecten1 omdat het blijkt1 dat het in beide aan volkomene overeenstemming ontbreekt4 ,bovendien neemt het onderscheid tusschen den zachten en den scherpen klank dagelijks af1 wordt daardoor steeds onzekerder en zal waarschijnlijk eenmaal geheel verdwijnen1 gelijk het in sommige streken1 en daardoor1 streng genomen1 in de zoogenoemde beschaafde uitspraak1 reeds heeft opgehouden te bestaan4 ,daarentegen is de verschillende oorsprong der klinkers een onveranderlijk en onloochenbaar feit1 hetwelk als oorzaak van het onderscheid in de uitspraak1 grootendeels tot dezelfde uitkomsten leidt1 en geheel tot dezelfde leiden zou1 indien er nooit verwarring en verwisseling van klanken had plaats gehad4 ,daar het niet te loochenen is1 dat de onderscheidene dialecten ten opzichte van een aantal woorden uiteenloopen1 zou men genoodzaakt zijn uit de verschillende tongvallen eene keus te doen4 ,wie of wat zal die keus bepalen8 ,aan welk gewest zal de eer te beurt vallen aan al de ,nederlanden de wet voor te schrijven8 ,zal het ,oost- of ,west-,vlaanderen1 ,brabant of ,antwerpen1 ,zeeland of ,maasland1 ,zutfen of ,overijsel wezen8 ,daarentegen is de oorsprong der e's en o's een feit1 dat voor alle gewesten en tongvallen hetzelfde is4 ,geen dialect1 of het geeft onloochenbare blijken van onderlinge verwisseling van zacht en scherp2 ook het ,groningsche1 waarin anders het verschil wel het duidelijkst uitkomt en men uit dien hoofde het minst verwarring zou verwachten4 ,zoo is het b4v4 volkomen zeker1 dat de klinkers in 7ik7 weet en 7wij7 weten oorspronkelijk verschilden1 dat de e van het enkelvoud vroeger ai1 die van het meervoud i was2 en toch worden beide thans overal op dezelfde wijze uitgesproken1 in het ,groningsch scherp1 als ei of ij1 in ik weit1 wij weiten2 elders zacht1 in ik weet niet anders dan in wij weten4 ,welke stad of landstreek zou aan de overige bewoners van ,nederland hare verkeerdheden willen opdringen of omgekeerd die van andere willen overnemen6 ,neemt men echter den oorsprong der e's en o's als grondslag aan1 dan behoeft er geene keus gedaan te worden1 waardoor iemand zich verongelijkt kan rekenen2 men is dan billijk jegens allen1 ook jegens de velen1 die geen onderscheid in de uitspraak meer maken1 en die de onderscheiding der zachte en scherpe e's en o's als een last beschouwen4 ,al mocht men eenparig besluiten de uitspraak van eene bijzondere landstreek of plaats als wetgeefster te erkennen1 die maatregel zou ontoereikend bevonden worden4 ,vooreerst kunnen de bewoners van andere plaatsen die uitspraak niet leeren kennen1 zonder zich daar een geruimen tijd metterwoon te vestigen1 terwijl ieder1 die wil1 zich in zijn studeervertrek van den oorsprong der e's en o's kan vergewissen4 ,doch er is iets dat meer afdoet4 ,in de schrijftaal komen een aantal woorden voor1 die niet algemeen zijn1 die op de eene of andere plaats niet gebezigd worden4 ,hoe zal men handelen met de woorden1 die in het bevoorrechte dialect niet gebruikt worden8 en hoe met dezulke1 die in het geheel niet meer tot de volkstaal behooren en waarvan dus de ware uitspraak volstrekt onbekend is8 ,ten aanzien van zoodanige woorden zou het aangenomen beginsel ontoereikend zijn2 en naar welk kenmerk dan te werk te gaan8 ,daarentegen geeft de oorsprong der e's en o's een kenmiddel aan de hand1 dat uit zijnen aard op alle woorden toepasselijk is1 dat voor de dialecten1 op weinige uitzonderingen na1 dezelfde uitkomsten geeft1 en dat ten minste voor alle taalbeoefenaars1 ook in de streken waar geen onderscheid meer gehoord wordt1 toegankelijk is4 ,het schrijven naar de uitspraak zou altijd gegrond blijven op feilbare waarnemingen van bijzondere individuen1 wien het aan fijnheid van gehoor kan ontbreken4 ,het spellen naar den oorsprong der e's en o's is gegrond op het onderscheid tusschen a1 i1 u 7oe71 ai en au1 klanken1 die onderling zoozeer verschillen1 dat daarbij geene vergissing en verwisseling kon plaats grijpen2 het stelt bovendien de spelling meer onmiddellijk in verband met de afleiding1 en kan zoodoende in vele gevallen het recht verstand der woorden bevorderen4 ,om den oorsprong der e's en o's te leeren kennen1 moet men wel is waar dikwijls de verwante talen raadplegen2 doch het zou eene geheel verkeerde beschouwing wezen1 indien men het spellen naar de uitkomsten1 die zij opleveren1 wilde aanmerken als eene navolging van het vreemde4 ,dat raadplegen geschiedt alleen om te weten1 hoe onze eigene taal in overoude tijden gesproken is2 de onze kan op hare beurt aan andere talen dezelfde diensten bewijzen4 ,als wij b4v4 aan beenen en boomen scherpe klinkers toeschrijven1 is zulks niet1 omdat het ,hoogduitsch bein en baum zegt1 maar omdat wij o4a4 door het ,hoogduitsch weten1 dat onze eigene voorouders eenmaal bain en baum hebben uitgesproken2 de spelling beenen en boomen berust derhalve inderdaad op verschijnselen in onze eigene taal4 ,vergelijk hier ,taalgids1 ,,vi1 blz4 #aec v4 #gg4 ,de ,redactie erkent1 dat de dubbele vocaalspelling niet zonder last is voor het practische gebruik2 zij behoudt ze evenwel1 omdat zij meent het bestaande niet te mogen afbreken en geene groote veranderingen1 maar alleen verbeteringen in de toepassing van erkende regels te moeten voorstellen4 ,daarom heeft zij er niet aan gedacht om ze ook op de a en u toe te passen1 en b4v4 naast va-der1 za-del1 u-ren enz4 jaa-ren1 daa-den1 wij vuu-ren enz4 te schrijven1 ofschoon daarvoor gelijke redenen bestaan als voor de spelling bree-de1 boo-men enz4 ,aan die bedoeling is het mede toe te schrijven1 dat zij het spellen overeenkomstig den oorsprong der e's en o's tot de stamlettergrepen wil beperken1 maar ten opzichte van de achtervoegsels naar den klemtoon wenscht te werk te gaan4 ,volgens dit beginsel acht zij1 dat de achtervoegsels1 die f steeds f somtijds den vollen klemtoon hebben1 met eene dubbele vocaal behooren geschreven te worden1 terwijl een enkel letterteeken toereikend is in die1 welke nimmer den vollen klemtoon bekomen4 ,in het eerste geval verkeert het achtervoegsel -loos1 hetwelk in goddels1 zedelsheid1 zondelsheid enz4 den vollen klemtoon bekomt2 vervolgens de bastaarduitgangen -eeren2 -eel en -ees1 die steeds den klemtoon hebben3 regeeren1 kasteelen1 ,japanneezen4 ,tot het tweede geval behoort -heid1 mrv4 -heden1 dat nooit den vollen klemtoon heeft4 ,op die wijze eerbiedigt men het bestaande gebruik1 waarin de schrijfwijze -eelen reeds is aangenomen1 en die van -eezen meer en meer begint door te dringen4 ,men wijkt alleen af in de spelling -eeren2 doch voor de dubbele vocaal in dit achtervoegsel hebben zich sedert lang vele stemmen doen hooren1 gelijk zij dan ook reeds door ,bilderdijk en zijne volgelingen erkend is4 ,inderdaad1 wanneer men bedenkt1 dat dit suffix altijd met een zwaren toon wordt uitgesproken2 dat die uitspraak reeds van de oudste tijden dagteekent1 blijkens het ,middelnederlandsch1 waarin men 7gelijk nog heden in het ,hoogduitsch7 gewoonlijk -ieren schreef2 en dat de ie destijds nog een tweeklank was3 dan schijnt alles er voor te pleiten om in dezen het voorbeeld van ,bilderdijk te volgen4 ,een achtervoegsel -eet1 welks bestaan door enkelen beweerd wordt1 is bij de ,redactie onbekend4 ,in al de woorden1 op -eet eindigende1 die zij zich kan te binnen brengen1 behoort de e tot den stam des woords1 en kan alleen de t als achtervoegsel worden beschouwd4 ,deze is in paracleet1 poet1 profeet1 en ook in komeet en planeet1 een overblijfsel van het ,grieksche suffix -ts1 lat4 -ta1 waarmede meestal mansnamen gevormd worden2 in compleet1 concreet1 discreet1 secreet1 van het ,latijnsche suffix -tus1 -ta1 -tum1 dat verl4 deelw4 vormt4 ,daar er geene suffixen -ts1 -etus enz4 bestaan1 is bij de woorden op -eet niet de regel voor de achtervoegsels1 maar die voor de stammen van toepassing4 ,de ,redactie schrijft daarom met ne e3 poten1 profeten1 concrete1 complete enz42 en om gelijke redenen met ne o2 astronomen1 oeconomen1 horoscopen1 telescopen1 philanthropen1 misanthropen1 heliotropen1 theologen1 philologen1 enz4 waarin noom1 scoop1 anthroop1 troop en loog verbasteringen van geheele woorden1 niet van achtervoegsels zijn4 #gh4 ,slechts schijnbaar bestaat hier eene inconsequentie2 in den grond wordt bij de stamlettergrepen hetzelfde beginsel gehuldigd als bij de achtervoegsels1 alleen met beperking in de toepassing4 ,dat beginsel is de zooveel mogelijk juiste afbeelding der uitspraak4 ,immers de verdubbeling der letters moest aanvankelijk dienen om de scherpe e's en o's1 uit tweeklanken ontstaan1 te kenmerken als langer dan de zachte1 die als wijzigingen van de enkelvoudige klinkers a1 i en u 7oe7 korter waren4 ,de verdubbeling bedoelde kennelijk het voorstellen van een langen1 gerekten klank1 en het is alleen ten gevolge van het onderling meer gelijk worden der zachte en scherpe e's en o's1 dat het doel thans niet meer zoo in het oog loopt4 ,aan de werking van den klemtoon is het toe te schrijven1 dat het onderscheid tusschen zacht en scherp in sommige streken en in de beschaafde uitspraak geheel uitgewischt is4 ,de klemtoon1 wanneer hij rust op opene lettergrepen1 brengt vanzelf mede1 dat de daarin voorkomende vocalen alle even lang worden uitgesproken1 onverschillig1 of zij uit klinkers dan wel uit tweeklanken ontstaan zijn4 ,daarom wil het gebruik in opene eenlettergrepige woorden de verdubbeling van den klinker1 al is die niet scherp1 b4v4 in thee1 vloo1 zoo4 ,daarentegen is de quantiteit in lettergrepen1 die slechts den halven toon hebben1 of geheel toonloos zijn1 merkelijk geringer1 ook wanneer zij tweeklanken zijn1 b4v4 in waarheid1 waarlijk1 arbeid1 armoede2 voor de zoodanige wordt de dubbele vocaal algemeen te zwaar geacht4 ,daarom wil het gebruik sinds lang eene enkele e in -heden1 meerv4 van -heid1 ofschoon die e uit ei ontstaan en dus scherp is2 daarom wil het de enkele i in -isch1 niettegenstaande in dit achtervoegsel de klank gehoord wordt1 die in gesloten lettergrepen steeds door ie wordt voorgesteld2 daarom verliezen de achtervoegsels -eel1 -ief1 -iet en -iek eene e in kast-el-ein1 subject-iv-iteit1 ,jezu-it-isme1 f-abr-ik-ant4 ,de ,redactie beoogt derhalve met het stellen van den boven ontwikkelden regel voor de spelling der achtervoegsels hetzelfde doel1 dat men oorspronkelijk met de verdubbeling der e en o zocht te bereiken1 namelijk eene zooveel mogelijk juiste afbeelding van de heerschende uitspraak4 ,door het stellen van dien regel zet zij alleen eene schrede verderop den weg1 die reeds door het ,gebruik gevolgd wordt1 en handelt zij overeenkomstig den ,regel der ,welluidendheid4 #gi4 ,acht de ,redactie den door haar aangenomen regel voor de achtervoegsels voornamelijk daarom verkieselijk1 omdat hij gemakkelijk is1 en door iedereen1 ook zonder kennis van vreemde talen1 kan worden toegepast1 zij werd1 wilde zij hier niet beginselloos te werk gaan1 tot het stellen van dien regel als het ware gedwongen4 ,immers de grondbeginselen1 die voor de stammen gelden1 zouden op de achtervoegsels niet toegepast kunnen worden4 ,vooreerst toch zou het meervoud van -heid1 goth4 haidus1 mv4 haidjus1 hd4 heit1 mv4 -heiten1 volgens die beginselen twee e's moeten hebben4 ,doch wie zou te bewegen zijn om het thans eenparige gebruik1 dat reeds bij de ,staten-overzetters gold1 te verlaten1 en voortaan aangenaamheeden1 boosheeden1 kinderachtigheeden en zoo vele andere -heeden met twee e's te gaan schrijven8 ,die spelling wordt trouwens door niemand verlangd1 en zou strijden met het beginsel door de ,redactie aangenomen1 namelijk geene veelomvattende veranderingen te beproeven1 wanneer er geene dringende redenen voor bestaan en de gebruikelijke spelling te rechtvaardigen is4 ,de uitgangen -eeren en -eel zijn bastaardachtervoegsels2 en de e's1 die daarin voorkomen1 zijn niet alle van denzelfden oorsprong4 ,sommige zijn ontstaan uit korte klinkers1 andere zijn samentrekkingen van twee lettergrepen4 ,in het eerste geval zouden zij ne1 in het laatste twee e's vorderen2 doch het laat zich niet altijd bepalen1 met welk eene e men te doen heeft4 ,wij hebben -eeren1 mnl4 -ieren1 uit het ,fransch bekomen2 maar in het gebruik daarvan hebben wij onzen eigen weg bewandeld1 ons om die taal verder niet bekommerende4 ,de e van regeeren schijnt die te zijn van fr4 rgner2 maar mnl4 regnieren1 waaruit regeeren ontstaan is1 verbiedt ons aan eene onmiddellijke overneming van die e te denken2 en die in concipieeren is toch wel niet de oi van fr4 concevoir1 noch die van farceeren de i van farcir4 ,het ,fransch1 waarin de e's trouwens ook niet oorspronkelijk zijn1 kan dus niet tot leiddraad strekken2 men zou dan in allen gevalle tot het ,latijn moeten gaan4 ,doch dit heeft vier uitgangen3 -re1 -re1 -re en -ere2 daarin zijn 1 1 en samentrekkingen van de lettergreep aja 7skr4 aya72 maar -ere heeft eene e uit de korte i ontstaan4 ,dienovereenkomstig zou men communiceeren1 doceeren1 recenseeren1 farceeren enz4 met ee1 maar defenderen1 fingeren1 absolveren enz4 met e moeten spellen4 ,zou het verstandig wezen het publiek dezen nieuwen last op de schouders te willen binden en het te verplichten de ,latijnsche conjugatie te gaan leeren8 ,en hoe dan nog te handelen met woorden1 waaraan geen ,latijnsch werkwoord beantwoordt1 b4 v1 met trotseeren1 waardeeren1 stoffeeren8 ,bij -eel zouden de moeilijkheden niet geringer wezen4 ,aan de e in dit achtervoegsel beantwoordt wel is waar doorgaans eene korte ,latijnsche e of i3 doch in conditioneel1 crimineel1 inaugureel1 origineel eene lange a4 ,deze is in criminalis en inauguralis weder de samentrekking van -aja-2 maar wat is zij in conditionalis en originalis1 waarnaast geene werkwoorden bestaan8 ,en welke e hebben wij in houweel1 tooneel1 fluweel8 ,hier zou in elk geval wederom eene willekeurige beslissing1 een doorhakken van den knoop1 moeten plaats hebben4 ,doch er is eene andere oplossing mogelijk4 ,men vrage niet3 wat willen enkele grammatici8 maar3 wat wil het volk8 wat wil de taal1 en wat heeft zij altijd gewild8 ,dan is het antwoord niet twijfelachtig4 ,de taal handelt bij de vreemde achtervoegsels geheel anders dan bij de vreemde stammen1 waarin zij zachte e's en o's laat hooren4 ,zij heeft de bastaarduitgangen1 die den klemtoon hebben1 steeds als lang beschouwd en er tweeklanken van gemaakt4 ,tot getuigen kunnen strekken abdij1 soldij1 tyrannij1 azijn1 dolfijn1 venijn1 paradijs1 patrijs1 saucijs1 profijt1 practijk1 gelei1 karwei1 livrei1 qualiteit1 quantiteit1 sociteit1 fatsoen1 katoen1 kapoen en kapuin1 aluin1 abuis1 fornuis1 advies1 commies1 enz41 waarbij men in het oog moet houden1 dat oe en ie voorheen tweeklanken waren4 ,dat de taal vroeger met -eeren en -eel evenzoo heeft gehandeld1 blijkt uit den ,middelnederlandschen vorm -ieren4 ,ook -eel werd wel als -iel uitgesproken1 blijkens de gemeenzame taal in oude kluchtspelen2 en gatenplattiel1 karviel1 nevens karveel1 zijn nog in gebruik4 ,dat die tweeklanken alleen aan de werking van den klemtoon zijn toe te schrijven1 blijkt uit profiteeren naast profijt1 kopieeren naast kopij1 praktizeeren naast praktijk1 abuseeren naast abs enz42 zij veranderen niet in tweeklanken1 waar zij den klemtoon niet hebben4 ,de ,redactie was hier dus vanzelf naar den klemtoon verwezen1 niet naar den oorsprong der e's1 waarop men ook bij vreemde stammen niet let4 ,immers men schrijft cement1 lat4 caementum1 planeten1 lat4 plantae1 evengoed met eene enkele e1 als ceder1 lat4 cedrus4 ,het achtervoegsel -ees1 fr4 -ais en -ois1 is lat4 -ensis1 na afwerping van -is en uitstooting van de n4 ,het ,nederlandsch pleegt na de uitstooting eener n de voorgaande vocaal te verlengen1 er zelfs een tweeklank van te maken2 blijkens kiekhoest1 bij ,kiliaan1 naast kinkhoest2 muid1 in ,i,jselmuiden1 naast mond1 in ,i,jselmonde2 kluit naast klont2 ook schreef men voorheen1 evenals in het ,hoogduitsch1 ,portugies4 ,de verlenging der e geschiedt dus ook hier volgens den aard der taal en tevens in overeenstemming met den regel4 ,het achtervoegsel -loos1 goth4 en onrd4 -laus1 ags4 -les1 moet1 ook volgens de afleiding1 het beginsel dat bij de stammen geldt1 evengoed als volgens den door ons gestelden regel voor de achtervoegsels1 eene scherpe o 7oo7 hebben4 ,een achtervoegsel -loos1 -loze1 met de zachte o1 dat los zou beteekenen1 heeft nooit bestaan4 ,de taal heeft de adjectieven loos1 looze en los1 losse zoowel in uitspraak als in beteekenis steeds uiteengehouden4 ,de ,redactie mag niet medewerken om de verwarring1 in den laatsten tijd daarin gebracht1 te bestendigen4 ,neemt men derhalve alles op zijn strengst1 dan heeft er tusschen de regels voor de stammen en die voor de achtervoegsels alleen strijd plaats bij de spelling van -heden1 wat niemand met twee e's wil1 en ook niet behoeft te willen1 dewijl de spelling met eene enkele e in de klaarblijkelijkste overeenstemming is met de wetten1 die de taal voor de achtervoegsels heeft aangenomen4 #hj4 ,het aantal woorden1 in wier spelling ten gevolge van het aangenomen beginsel eene verandering moet plaats grijpen1 is betrekkelijk gering1 en de meeste komen slechts zelden voor4 ,het zijn3 beer 7verscheurend dier71 mv4 beren1 onderscheiden van beer 7varken1 waterkeering1 muurstut en heiblok71 mv4 beeren2 deel 7plank en dorschvloer71 mv4 delen1 onderscheiden van deel 7gedeelte71 mv4 deelen2 deemoedig2 deesem2 dwepen2 eega2 heep 7soort van handbijl71 mv4 hepen2 keel 7in de bouwkunde en wapenkunde71 kelen1 hetzelfde als keel 7lichaamsdeel72 keren 7vegen72 kwee 7vrucht72 meren 7een schip vastleggen72 sleepen 7voorttrekken71 causatief van slepen 7gesleept of voortgetrokken worden72 droog1 droge1 droger1 drogen2 hoonen2 klooven 7doen splijten71 causatief van klieven 7in den verouderden zin van splijten71 onderscheiden van kloven1 mv4 van kloof en verl4 tijd van kluiven2 koozen1 liefkoozen2 kroon1 mv4 kronen2 sloof 7voorschoot71 mv4 slooven1 onderscheiden van sloof 7sukkelaarster71 mv4 sloven2 toon 7muziektoon71 mv4 tonen1 onderscheiden van toonen 7wijzen7 en toon 7teen71 mv4 toonen2 troon1 mv4 tronen2 vroolijk2 zoogen 7laten zuigen71 causatief van zuigen1 onderscheiden van wij zogen1 verl4 tijd van zuigen4 ,ofschoon het zeer waarschijnlijk is1 dat de e in heer 7dominus7 en keeren 7vertere7 oorspronkelijk zacht was1 is toch de afleiding en oudste vorm dezer beide woorden niet met genoegzame zekerheid bekend1 om over de natuur der vocaal stellig te beslissen1 veelmin om eene verandering voor te stellen in de spelling van zoo gebruikelijke woorden1 wier schrijfwijze door de gewoonte als eene tweede natuur is geworden4 ,neemt men in de weinige woorden1 die verandering eischen1 de vocaalspelling overeenkomstig de afleiding aan1 dan is daarmede het geheele spellingstelsel der enkele of dubbele e en o met de etymologie in overeenstemming gebracht4 ,de onderscheiding moge in de practijk en bij het lager onderwijs hare moeilijkheid blijven behouden1 dat bezwaar is nu eenmaal niet op te heffen1 want niemand zeker zal bij eenig nadenken ernstig verlangen altijd de dubbele of altijd de enkele e en o te gebruiken4 ,vergelijk ook #bf4 ,maar terwijl de practische moeilijkheid dezelfde blijft1 wint men het onschatbare voorrecht1 waarop geene andere ,germaansche taal zich beroemen kan1 dat de spelling dezer beide vocalen in onze taal overal aan den oorspronkelijken vorm der woorden getrouw is en aan de strengste eischen der wetenschap beantwoordt4 a4 ,de ,redactie was vroeger van meening1 dat de e in begeeren zacht was4 ,zij grondde haar gevoelen op de i in ohd4 giric1 onrd4 girug1 enz41 die zij voor kort hield1 en welke in dat geval eene zachte e zou hebben moeten opleveren4 ,desniettegenstaande achtte zij het ongeraden de algemeen aangenomen spelling van een zoo dikwijls voorkomend woord te veranderen1 omdat er over het woord en zijne verwanten een duister verspreid lag1 dat zij toen nog niet vermocht op te heffen4 ,bij nader onderzoek echter is het gebleken1 dat die 1 in sommige handschriften door een accent 77 gekenmerkt1 de lange is1 die in den regel onze ij heeft opgeleverd1 behalve vr eene r1 waar zij zich in ie 7vroeger een tweeklank7 oploste3 vergelijk wierook voor wijrook van wij7d7en2 gier 7roofvogel71 nhd4 geier1 ohd4 gr2 schier in ,schiermonnikoog1 ,schieringer1 schierroek1 enz41 ohd4 scr enz4 ,doch kan de stam van begeeren niet zijn1 dan moet het gair wezen1 dat in goth4 gairuni1 gairnjan enz4 voorkomt en de echte tweeklank ai blijkt te zijn4 ,hierdoor wordt al het duistere weggenomen4 ,niet slechts is de ie in gierig verklaard1 maar ook de a in mnl4 begaeren en nnl4 gaarne1 naast begeeren1 geerne en gierig2 en de vormen in de verwante talen blijken in overeenstemming te zijn4 ,de e van begeeren is derhalve scherp1 als zijnde uit ai ontstaan1 zoodat er van de spelling met ne e 7begeren7 geene sprake meer zijn kan4 b4 ,ook zal men op bovenstaande lijst de woorden knoop1 kloot en zweep niet meer aantreffen4 ,bij nader onderzoek is het ons gebleken1 dat in de oudere verwante talen tweerlei vormen van knoop hebben bestaan1 wat onder andere uit ofri4 cnop en cnp blijkt1 waarvan de eerste aan onze zachte1 de laatste aan onze scherpe o beantwoordt4 ,de uitspraak met de scherpe o1 waarop de gebruikelijke spelling knoopen berust1 kan derhalve niet als eene verbastering worden beschouwd1 zoodat er voor de ,redactie1 die als beginsel heeft aangenomen1 niet buiten volstrekte noodzaak veranderingen te maken1 geene reden bestaat om de spelling hier te wijzigen2 ze blijft daarom knoopen vastknoopen1 ontknoopen enz4 schrijven4 c4 ,minder zekerheid bestaat er tot nog toe omtrent de oorspronkelijke vormen van kloot en zweep4 ,indien men echter die woorden voor n mag houden met ons kluit en mhd4 sweif 7staart71 dan hebben ook hier vanouds tweerlei vormen bestaan1 en is de spelling klooten en zweepen even wettig als kloten en zwepen4 ,hoe men het ook neemt1 de zachtheid der klinkers in beide woorden staat nog niet vast1 zoodat deze zich in hetzelfde geval bevinden als heeren en keeren4 ,de ,redactie acht zich dus nog niet tot verandering gerechtigd1 en blijft daarom klooten en zweepen schrijven4 #ha4 ,ofschoon de spelling wereld1 eigenlijk wer-eld1 de beschaafde uitspraak van dit woord niet juist uitdrukt1 meent de ,redactie haar als de naastbijkomende te moeten verkiezen2 vergelijk #da4 ,wareld toch is met de uitspraak nog meer in strijd1 en bovendien ook met de afleiding2 en hetzelfde geldt van waereld1 daar men ae in onze taal steeds als de voorstelling eener lange a heeft aangemerkt en in ,belgi nog veelal als zoodanig beschouwt4 ,om dezelfde reden is ook de spelling vaers voor vers te verwerpen4 #hb4 ,om de boven in #gi ontwikkelde redenen is de ,redactie voornemens de volle ie te bezigen in de achtervoegsels -ief1 -iek en -iet1 zoolang die den klemtoon behouden1 ook dan wanneer ie op het einde der lettergreep komt1 b4v4 in motie-ven1 substantie-ven1 fabrie-ken1 republie-ken1 ,isralie-ten1 ,mennonie-ten4 ,die spelling is buitendien in overeenstemming met het gevestigde gebruik ten opzichte van -ier en -ies in officie-ren1 tuinie-ren1 commie-zen1 valie-zen4 ,daarentegen acht zij ie te zwaar1 en daarom eene enkele i voldoende1 wanneer die achtervoegsels geheel toonloos worden1 in mot-i-veeren1 ,jezu-t-isme1 fabr-ik-ant1 muz-ik-ant1 muz-ik-aal1 republ-ik-ein4 ,vergelijk den ,regel der ,welluidendheid #fa en #fb4 #hc4 ,om dezelfde redenen schrijven wij in het meervoud oli-n1 trali-n enz41 van olie1 tralie enz41 dewijl ie in deze en dergelijke woorden geheel toonloos is2 daarentegen knie-n1 spie-n1 drie-n1 waarin de eerste1 en reliquie-n1 genie-n1 waarin de voorlaatste lettergreep den vollen klemtoon heeft4 ,dat men voorheen knin1 spin spelde1 is daaraan toe te schrijven1 dat ie1 uit iu 7ioe7 ontstaan1 alstoen een tweeklank was1 die nagenoeg tweelettergrepig1 als i1 werd uitgesproken4 ,knie-en1 spie-en zou toen derhalve geluid hebben als kn-e-en1 sp-e-en4 ,thans echter is ie een zuivere 7eenlettergrepige7 klinker1 gelijk b4v4 ee1 zoodat de oudere schrijfwijze niet meer in overeenstemming is met de hedendaagsche uitspraak2 daarom knien1 spien1 evenals zeen1 tween2 en zoo ook analogien1 harmonien1 melodien1 reliquien en genien1 verschillend van genin 7gnin71 meerv4 van genius4 #hd4 ,ofschoon de i in het achtervoegsel -isch denzelfden helderen klank heeft als ie in -ief1 -iek1 -iet en -ier1 geeft de ,redactie aan de meest gebruikelijke schrijfwijze met de enkele i verreweg de voorkeur boven -iesch1 omdat dit achtervoegsel steeds allen klemtoon mist1 en i daarin zeer kort is4 ,de onregelmatigheid is niet grooter dan bij het achtervoegsel -uw in schaduw1 zwaluw1 hetwelk evenzeer toonloos is en door niemand met twee u's geschreven wordt4 ,vergelijk den ,regel der ,welluidendheid #fa en #fb4 ,bij het beoordeelen van de regels in deze en de twee vorige behoort men het onderscheid tusschen eene toonlooze lettergreep en een toonloozen klinker niet uit bet oog te verliezen4 ,toonloos is elke lettergreep1 waarop in het geheel niet gedrukt wordt1 waarop noch de halve1 noch de volle klemtoon valt1 b4v4 de eerste in be-hd1 ge-lf1 ver-drit1 de laatste in j-ren1 h-mel1 h-mer1 k-ning1 grt-vader1 hfh-ding4 ,toonlooze klinkers zijn1 in den regel1 klinkers of tweeklanken1 die geheel dof zijn geworden1 als het ware alle kleur missen1 en meer van een geruisch dan van een eigenlijken klank hebben2 b4v4 de e in aarde1 onl4 irtha1 in hamer1 ohd4 hamar1 in hemel1 onl4 himil2 de u in ,gorkum uit ,goring-heim2 de i in het achtervoegsel -ig1 goth4 -ag en -eig4 ,enkele toonlooze klinkers echter ontstaan als vanzelve tusschen twee medeklinkers1 b4v4 in hatelijk1 beminnelijk enz4 voor haatlijk1 beminlijk enz4 ,ofschoon het verliezen van den klemtoon de oorzaak is1 dat de klinkers en tweeklanken toonloos worden1 heeft dat verlies toch niet altijd de bedoelde verandering ten gevolge4 ,de tweede lettergrepen in py-ra-mide1 mag-ne-tiseeren1 mo-ti-veeren1 ge-o-graaf1 no-tu-len1 en de laatste in o-lie1 me-nie1 tra-lie1 ,janua-ri1 ,ju-li1 afgo-disch1 nieuwmo-disch1 scha-duw1 zwa-luw enz4 zijn toonloos1 maar de daarin voorkomende klinkers1 hoe flauw zij ook worden uitgesproken1 behouden in eene beschaafde uitspraak hun eigenaardigen klank1 en gaan niet in toonlooze klinkers over4 ,er bestaan derhalve toonlooze lettergrepen zonder toonlooze klinkers4 #he4 ,het letterteeken ij stelde1 gelijk men weet1 oorspronkelijk in gesloten lettergrepen1 als mijn 7miin71 sijn 7siin71 de lange i voor1 die in opene1 als mine1 sine1 door de enkele i werd vertegenwoordigd4 ,het teeken j was dus in de genoemde en dergelijke woorden een gewijzigde vorm van de letter i1 die gelijkstond met de tweede a1 e1 o en u in jaar1 eed1 room en vuur4 ,het verlengen door het aanvoegen van een staart geschiedde sieraads- of duidelijkheidshalve2 zoo schreef men ook vj1 vij1 viij1 enz4 voor #f1 #g1 #h4 ,dientengevolge had j in strijd met #dg1 a4 twee verschillende waarden1 die van vocaal in mijn 7miin7 en wijn 7wiin71 en die van consonant in jaer1 joc4 ,toen in het ,nnl4 de lange i in de uitspraak gelijk werd aan den tweeklank ei1 kwam de schrijfwijze ij geheel in strijd met de natuur van den klank1 dien zij moest voorstellen1 en die niet meer door ii afgebeeld kon worden2 men behield evenwel de oude letterteekens ondanks de veranderde uitspraak4 ,de ,redactie meende in het ,woordenboek die onregelmatigheid te moeten vermijden en te dien einde het letterteeken voor ij of ,,ij in zooverre te wijzigen1 dat het onderscheid tusschen i j en den hier bedoelden klank duidelijk bleek4 ,het natuurlijkste middel daartoe ware geweest1 de beide deelen aan elkander tot eene eenheid te verbinden1 gelijk men in het schrijven gewoon is te doen4 ,doch de zwarigheden van typographischen aard1 die zich hierbij voordeden1 de vreemde en onbehaaglijke lettervormen1 die ons voorgelegd werden1 en die vooral bij het kapitale letterteeken aanstootelijk waren1 hebben ons genoodzaakt van ons goede voornemen af te zien en den gewonen vorm van ij en ,,ij onzes ondanks te behouden4 #hf4 ,volgens #dg1 a4 moet men aan hetzelfde letterteeken niet buiten volstrekte noodzakelijkheid meer dan ne waarde geven4 ,men handelt in strijd met dit beginsel1 wanneer men thans nog kolijk1 katholijk1 fabrijk1 muzijk enz4 schrijft1 en door die spelling aanleiding geeft1 dat sommigen in die woorden werkelijk eene ij of ei laten hooren4 ,nu zij in de beschaafde uitspraak den i-1 niet den ei-klank hebben1 eischt de eerste grondregel koliek1 katholiek1 fabriek enz42 zoo ook pozie1 harmonie1 melodie enz4 ,den dichter blijve het echter vrijgelaten naar goeddunken ook pozij1 harmonij enz4 te schrijven1 omdat in die woorden op ie1 die den klemtoon op de laatste syllabe hebben1 ook de uitspraak ij geoorloofd is4 ,zie #dj4 ,zoo schrijve men ook koffie1 lat4 coffea1 evenals men schrijft balie1 falie1 malie1 tralie1 olie1 foelie1 linie1 kevie1 merrie enz4 ,nog sterker dan de spelling muzijk voor muziek enz4 is af te keuren het gebruik van de ij in de plaats van de enkele korte i of y in tweeklanken als aij1 eij1 oij1 uij1 oeij1 voor ay1 ey1 oy1 uy1 oy1 of ai1 ei enz4 ,de ij heeft nooit als enkele i gegolden4 ,oudtijds had zij de waarde van ii1 thans stelt zij een tweeklank voor1 die als ei luidt2 zoodat aij1 hoe men het neme1 niet anders opgevat kn worden1 dan f als a ie1 f als a ij 7a ei74 ,eene spelling met aij enz4 laat zich dus op geenerlei wijze1 noch door de vroegere1 noch door de hedendaagsche uitspraak1 rechtvaardigen1 zelfs niet in die eigennamen1 waarin eene oude spelling behouden wordt4 ,gesteld dat iemand ,van der ,kruis heet1 dan zijn van dien naam verschillende schrijfwijzen1 mits met gelijkluidende letters1 te verdedigen3 ,kruis1 ,cruys of ,cruyss2 doch ,cruijs kon voorheen niet anders geluid hebben dan krui-is of kru-iis1 en kan thans niet anders worden uitgesproken dan kru-ij-s 7kru-eis72 ij voor y is dus evenmin te rechtvaardigen als elke andere verwisseling van twee niet gelijkluidende letters1 b4v4 van r en l3 cruij-s is even ongeschikt om den klank kruis te vertegenwoordigen als kluis of kruid zijn zou4 ,alleen de gewoonte van ij en y te verwarren maakt1 dat kruijs minder ongerijmd schijnt4 #hg4 ,in de namen der maanden1 die oorspronkelijk genitieven zijn 7,januarii1 ,junii enz471 is de i-klank van een geheel anderen aard en oorsprong dan in een der bovengenoemde woorden4 ,het komt der ,redactie wenschelijk voor dien ook in de spelling van den uitgang -ie1 welke hier en daar nog als i luidt1 te blijven onderscheiden1 en naar ,latijnsch gebruik ,januari1 ,februari1 ,juni en ,juli te schrijven4 ,deze spelling beantwoordt aan de uitspraak en is in overeenstemming met de door ons aangenomen regels voor het schrijven der bastaardwoorden4 #hh4 ,de afleiding eischt de vervanging van ei door ij in de woorden malvezei1 fr4 malvoisie1 en karwei 7soort van zaad71 fr4 carvi1 onderscheiden van karwei 7werk71 fr4 corve4 ,daarentegen zal om dezelfde reden de ij van sacristijn1 fr4 sacristain1 ofschoon in sacristij 7fr4 sacristie7 op hare plaats1 voor ei moeten wijken4 ,derhalve malvezij1 karwijzaad1 sacristein1 doch karweitje1 sacristij4 ,het woord dozijn1 dat men lichtelijk voor het ,fransche douzaine zou kunnen aanzien1 moet zijne ij behouden4 ,niet uit het ,fransch toch1 maar uit het ,latijn is het tot ons gekomen1 gelijk onlangs te recht is aangemerkt4 ,in de beschaafde uitspraak luidt het woord niet doezijn1 maar dozijn1 en sommige dialecten zeggen doziin1 hetgeen op het ,middeleeuwsch-latijnsche docenum wijst1 en het woord op ne lijn stelt met krijt1 lat4 creta2 venijn1 lat4 venenum2 tapijt1 lat4 tapete4 ,i,jzen en ijselijk hebben1 hetzij onmiddellijk1 hetzij middellijk1 hun bestaan te danken aan een woord1 dat goth4 agis1 ohd4 egiso luidde1 en zouden uit dien hoofde1 evenals zeil uit zegel1 dweil uit dwegel enz41 met ei behooren geschreven te worden1 gelijk oudtijds werkelijk geschiedde4 ,daar echter het grondwoord eis 7vrees1 schrik7 al vroeg vergeten werd1 en men bij het schrikken niet zelden eene koude rilling voelt1 begon men aan eene verwantschap met ijs te denken1 en aan eizen de bepaalde beteekenis te hechten van koud worden1 van schrik verstijven4 ,in de uitdrukking3 het is om van te ijzen1 ziet het woord kennelijk op de kille huivering1 die eene ontzettende aanschouwing of voorstelling veroorzaakt4 ,vandaar de verandering in de uitspraak en spelling4 ,in die gewesten1 waar ij nog als i klinkt1 zegt men izen en iselik2 en bij ,kiliaan1 ,coornhert en anderen treft men de beide spellingen1 met ei en ij1 nevens elkander aan4 ,het een en ander bewijst1 dat de spraakmakende gemeente naast het oude1 nu vergeten1 woord een nieuw met gewijzigde beteekenis gevormd heeft4 ,daar nu de spelling eizen1 eiselijk niet zou kunnen strekken om op eenig thans algemeen bekend woord te verwijzen en zoodoende de beteekenis duidelijker te maken1 vindt de ,redactie geene reden om zonder eenig nut het algemeene gebruik te verlaten en1 tegen de niet twijfelachtige uitspraak aan1 een verouderd woord 7althans een verouderden vorm7 te hernemen1 die bij het volk geheel vergeten is1 en die bovendien een onbepaalder begrip vertegenwoordigt1 dan het nieuwere woord of de nieuwere vorm4 ,zij schrijft derhalve volgens den ,regel der ,uitspraak ijzen en ijselijk4 #hi4 ,op grond van #dg1 a en e verwerpt de ,redactie de spelling van by1 my1 hy1 zy1 dwingelandy1 razerny enz4 met y1 omdat deze letter in oorspronkelijk ,grieksche woorden1 als cylinder1 ,styx1 ,egypte1 reeds den gewonen i-klank voorstelt1 en haar alsdan buiten eenige noodzakelijkheid eene tweede waarde zou toegekend worden4 ,dat de ij-klank in bij1 mij1 hij slechts uit eene korte1 niet uit eene lange i ontstaan is1 kan in haar oog geene reden zijn om inbreuk op het bedoelde beginsel te maken1 te minder daar in opene eenlettergrepige woorden1 als thee1 zoo1 ook de e en o verdubbeld worden1 ofschoon zij eigenlijk zacht zijn4 #ij4 ,vreemde woorden en eigennamen1 die op heldere of lange klinkers eindigen1 nemen in den tweeden naamval van het enkelvoud en in alle naamvallen van het meervoud eene s aan1 voorafgegaan door het uitlatingsteeken 7'74 ,dus ,maria's1 ,hebe's1 ,garibaldi's1 ,cicero's1 echo's2 niet ,mariaas1 ,hebees enz4 ,daar de verdubbeling der i niet meer in gebruik is1 zou men althans niet ,garibaldiis1 ,paniniis1 ,rubiniis kunnen of willen schrijven2 de analogie laat dus ook ,mariaas1 ,hebees enz4 niet toe4 ,buitendien is het dubbele letterteeken in strijd met de uitspraak van zulke woorden1 waarin de eindvocaal nooit zoo lang wordt uitgerekt1 als geschiedt met de klanken1 die in ,nederlandsche woorden in den regel door aa1 ee enz4 worden voorgesteld4 ,de welluidendheid1 zoowel als de analogie1 maakt derhalve het gebruik van het uitlatingsteeken verkieslijker dan het verdubbelen van den klinker4 ,zie #ei1 #fa en #fb4 ,ook is het onveranderlijk bewaren van den vorm der eigennamen wenschelijk1 ten einde alle verwarring te voorkomen4 ,daarom schrijft de ,redactie ook ,bruining's1 of ,bruinings'1 naar gelang men den tweeden naamval of het meervoud van ,bruining of van ,bruinings bedoelt4 ,de regel is natuurlijk niet van toepassing op echt ,nederlandsche gemeene zelfstandige naamwoorden1 als ga 7samentr4 van gade71 ra1 vla 7vlade74 ,de a heeft in het meervoud dier woorden dezelfde zware of gerekte uitspraak als altijd in geslotene lettergrepen1 b4v4 als in aas1 baas1 geraas4 ,daarom schrijven wij niet eega's1 ra's1 vla's1 maar volgens den gewonen regel van het ,nederlandsch1 die in gesloten lettergrepen het verdubbelen van den helderen klinker voorschrijft3 eegaas1 raas1 vlaas4 #ia4 ,de ,redactie spelt aar 7korenaar71 haar 7hoofdhaar71 meer 7waterplas71 door 7van een ei71 oor in oorsprong1 oorzaak1 niet air1 hair1 meir1 doir1 oirsprong1 omdat de laatste schrijfwijze zoowel door de afleiding als door de uitspraak verworpen en door de duidelijkheid niet geischt wordt1 terwijl zij geheel op willekeur berust1 daar er geene reden te bedenken is1 waarom men niet liever in air 7ader71 hair 7voornw471 meir 7telw471 doir 7voorzets47 enz4 de verlenging door i zou aanduiden4 ,daarentegen meent zij de spelling heir 7legermacht7 en oir 7erfgenaam7 boven die van heer en oor te moeten verkiezen2 het eerste omdat heir de beschaafde uitspraak1 hoewel niet juist1 toch beter vertegenwoordigt dan heer2 het laatste als verbastering van het ,fransche hoir4 ,de spelling oor zou dit weinig gebruikelijke en weinig bekende woord onherkenbaar maken1 en zeer zeker de duidelijkheid niet bevorderen4 ,de medeklinkers4 #ib4 ,tot de regels betrekkelijk de medeklinkers overgaande1 meenen wij het eerst melding te moeten maken van het belangrijke vraagstuk omtrent de spelling der woorden1 waarin tweeklanken op i voorkomen4 ,moet men zaaijen1 zaaien1 zajen of zaayen1 hooijen1 hooien1 hoojen of hooyen spellen8 ,de uitspraak beslist hier niet stellig genoeg4 ,men hoort in de genoemde woorden wel is waar eene j1 maar slechts zeer flauw en op verre na niet zoo duidelijk als aan het begin van een woord1 b4v4 in jaar1 jong1 gelijk blijkt uit de vergelijking van vleier1 vleijer met 7een goed7 hooi-jaar4 ,het gebruik beslist evenmin1 daar alle vier de schrijfwijzen hare voorstanders hebben gehad en gedeeltelijk nog hebben2 men denke slechts aan bajert1 dojer en oojevaar of ooijevaar4 ,raadpleegt men de afleiding1 dan wordt de zaak nog moeilijker4 ,indien men let op den oorsprong van zaaijen1 draaijen1 naaijen1 en op de afgeleide woorden zaad1 draad1 naad1 dan zouden za-jen1 dra-jen1 na-jen1 de ware vormen zijn2 zoo ook stroo-jen1 goth4 strau-jan1 too-jen1 goth4 tau-jan1 boej en boe-jen1 lat4 boja2 daarentegen hooi-en1 en kooi-en1 om goth4 havi 7hawi7 en lat4 cavea4 ,voor andere woorden beslist zij in het geheel niet4 ,verandert d in i of in j8 ,heeft men ro-jen of rooi-en1 van roden2 do-jer of dooi-er1 van doder2 oojevaar of ooievaar1 van oodevaar1 te spellen8 ,en welke letter moet schuijeren hebben1 dat hetzelfde woord is als schuren8 ,regels op de afleiding gegrond zijn hier derhalve zoo goed als onmogelijk2 zij zouden de spelling slechts uiterst moeilijk maken en tot nieuwe geschillen aanleiding geven4 ,de aangenomen spelling baai--baaijen1 rei--reijen1 hooi--hooijen druischt dubbel aan tegen de analogie4 ,deze wil1 dat een onverbogen woord den medeklinker1 die in den verbogen toestand de volgende lettergreep begint1 tot sluitletter zal hebben2 b4v4 dat kwaad eindigen zal op de d van kwa-de1 en zoo ook plaag1 vrouw enz4 op de g en w1 waarmede de tweede lettergrepen van pla-gen en vrou-wen aanvangen4 ,tegen dezen regel wordt gezondigd door baai1 rei1 boei enz4 ,ware de j in de verbogene vormen onmisbaar1 de analogie zou haar evenzeer eischen in de onverbogene baaij1 reij1 boeij1 omdat deze woorden in het meervoud baai-jen1 rei-jen1 boei-jen worden4 ,deze en dergelijke woorden1 die eindigen op eenen tweeklank1 waarin i de laatste klinker is1 worden nu stilzwijgend als uitzonderingen beschouwd4 ,die uitzondering zou nog te dulden zijn1 indien zij niet zelve weder hare uitzonderingen had in de woorden op ij4 ,de ij toch is ook een tweeklank1 die op i uitgaat en dus in den verbogen toestand eene volgende j zou vorderen4 ,intusschen zal wel niemand lust hebben om bijjen1 rijjen1 vrijjen1 vrijjer te schrijven4 ,het is dus niet te loochenen1 dat de bestaande spelling der woorden met tweeklanken op i onregelmatig is en inconsequent1 zoowel in zich zelve als ten opzichte van eene groote menigte andere woorden4 ,er zijn er geweest1 die het gebruik der enkele j hebben voorgeslagen1 niet bedenkende1 dat deze1 wat de uitspraak betreft1 wel volstaan kan in bajen1 drajen1 haajen1 boejen1 broejen1 hoojen1 loojen enz41 maar niet in brejen1 ejeren1 lejen1 rejen1 bujen1 brujen1 kujeren1 schujeren enz4 ,ook handelt men bij deze schrijfwijze1 evenzeer als bij die met i-j1 in strijd met de afleiding1 en brengt in een aantal woorden eene j1 die er nooit in bestaan heeft3 b4v4 in dojer of dooijer 7doder71 kojen of kooijen 7caveae71 ojevaar of ooijevaar 7oodevaar71 rojen of rooijen 7roden71 leijen 7lage71 reijen 7rege71 schuijeren 7schuiren1 schuren74 ,in sommige werkwoorden1 als draaijen1 naaijen1 zaaijen1 strooijen1 tooijen1 behoort de j werkelijk tot den grondvorm4 ,deze zouden de spelling drajen1 najen1 zajen1 stroojen1 toojen eischen2 maar dan ook draaj1 hij draajt1 draajde1 waartoe men wel niet licht besluiten zou1 te minder wanneer men bedenkt1 dat de j in andere werkwoorden1 b4v4 in maaijen1 breijen1 tegen de afleiding zou aandruischen4 ,doch1 is er geene regelmatige spelling met de enkele j zoomin als met de i j mogelijk1 dan blijft alleen die met de enkele i overig1 hetzij men die door i of door y voorstelt4 ,de j is eigenlijk ook geheel overtollig2 in eene beschaafde uitspraak wordt zij niet sterker gehoord dan de overgang van de i tot den volgenden klinker vanzelf medebrengt1 niet sterker dan de flauwe j in zeen1 ween1 gedweer1 drien1 knien1 en in uitdrukkingen als3 in boei en band1 ,mooi ,antje enz4 ,de j is1 gelijk hare flauwe uitspraak en haar volstrekt afwezig zijn aan het einde eener lettergreep duidelijk genoeg bewijst1 niets meer dan een onvermijdelijke overgang van den eenen klinker tot den anderen1 en daarom in het schrijven evenzeer te verwerpen als de b in hembd en de p in kompt2 behoudt men haar1 dan moeten ook deze b en p weder in aanmerking komen4 ,men zal gevoelen1 dat de ,redactie geene spelling kan behouden1 die tegen alle regelmaat en in vele gevallen tegen de afleiding aandruischt1 en die met de uitspraak slechts bezwaarlijk is overeen te brengen4 ,zij geeft daarom de voorkeur aan de eenige regelmatige schrijfwijze met de enkele i1 en zulks te eer1 omdat de spelling baaien1 breien1 boeien1 buien enz4 sedert lang bij vele onzer beste schrijvers in gebruik was4 ,ofschoon wellicht geen hunner van den waren staat van zaken een klaar bewustzijn had1 en sommigen dientengevolge bij de vormen op -ig en -ing niet eenparig handelden1 hun verzet tegen de aangenomen spelling toonde1 dat zij de ongepastheid der j in die woorden duidelijk gevoelden #e4 ,de schrijfwijze baaien enz1 heeft niets tegen zich1 dan dat men zich verplicht kan achten een trema op den klinker te zetten1 die op i volgt1 ten einde de verbinding van deze met de volgende letter te voorkomen1 iets dat zeker vrij lastig en voor het oog weinig behaaglijk is4 ,om dit bezwaar bij de eenige regelmatige1 consequente en kennelijk door de taal zelve gevorderde spelling te ontgaan1 was de ,redactie eerst voornemens de gewone i door de y1 als zijnde ook eene i1 te vervangen1 en hooyen1 samenvloeying1 opruying enz4 te schrijven1 waardoor de scheiding der lettergrepen eenigszins duidelijker zou aangewezen worden4 ,dat plan heeft echter zooveel tegenstand gevonden1 dat zij niet raadzaam acht er bij te blijven en eene spelling aan te nemen1 die algemeen mishaagt1 omdat de eigenlijke waarde van het letterteeken y aan de meesten vreemd is geworden4 ,zij zelve had die slechts voorgeslagen om het scheiteeken te vermijden4 ,zij ziet er te eer van af1 omdat zij in de toepassing practische moeilijkheden van typographischen aard heeft ontmoet1 die zij niet had voorzien4 ,zij aarzelt dus niet langer de reeds bij velen gebruikelijke spelling met de gewone i aan te nemen1 en schrijft derhalve de woorden1 waarin een der tweeklanken op i1 te weten aai1 ei1 ooi1 ui en oei1 voorkomt1 steeds met de gewone i1 zonder inlassching eener j1 wanneer zij verlengd worden2 derhalve3 aaien1 baaien1 beien1 breien1 hooien1 kooien1 buien1 kruien1 boeien1 knoeien1 maaier1 draaier1 eieren1 ,beiersch1 dooier1 mooier1 kruier1 opruier1 boeier1 knoeier1 baaierd1 ooievaar1 opruiing1 samenvloeiing enz41 evenals bijen1 rijen1 vrijer enz4 ,in vreemde woorden1 als bajont1 sajt1 waar de klemtoon niet op de a valt1 meent zij geenen tweeklank te moeten erkennen1 te minder omdat de spelling baaionet1 saaiet niet alleen er vreemd uitzien1 maar ook tot eene verkeerde uitspraak aanleiding geven zou4 #ic4 ,er bestaat verschil van gevoelen omtrent de uitspraak en spelling van een paar woorden op -lei en -hande4 ,sommigen schrijven tweederlei1 tweederhande1 driederlei1 driederhande1 anderen tweerlei1 tweerhande1 drierlei1 drierhande4 ,welke schrijfwijze is te verkiezen1 die met of die zonder d8 ,daar de uitspraak hier evenzeer als de spelling weifelend is1 hangt de beslissing af van de vraag1 welke spelling door den aard en de samenstelling dier woorden gevorderd wordt4 ,de woorden op -lei en -hande1 ofschoon thans als afleidingen te beschouwen1 zijn eigenlijke samenstellingen of koppelingen van een bepalend woord1 als n1 twee1 al1 veel enz4 met de zelfst4 naamw4 lei 7ofr4 ley7 en hand1 die beide vrouwelijk zijn1 en hier soort of gesteldheid beteekenen4 ,eenerlei1 eenerhande1 allerlei1 allerhande staat gelijk met van ne soort of gesteldheid1 van alle soorten of gesteldheden4 ,voorheen bezigde men ook goederhande voor van eene goede soort2 en zoo ook goedertiere1 quadertiere1 allertiere1 velertiere1 menigertiere of -tieren1 waarvan wij ons hedendaagsche goedertieren1 met de bekende bepaalde beteekenis1 hebben overgehouden4 ,bij de woorden op -lei en -hande heeft men dus afwisselend met een enkelvoud of met een meervoud te doen1 naar gelang van het getal1 dat het bepalende woord medebrengt1 waarop echter1 gelijk bij andere samenstellingen1 die in afleidingen zijn overgegaan 7vergelijk die op -halve en -wege71 geen acht meer geslagen wordt4 ,men zegt in het meervoud evenzeer allerlei1 voor aller leien1 als in het enkelvoud eenerlei2 daarentegen eenerhande1 met hand in den ouden meervoudsvorm op e1 evengoed als velerhande4 ,intusschen treft men altijd een vrouwelijken #b;den naamval aan1 waaruit volgt1 dat de bepalende woorden steeds op -er moeten eindigen4 ,regelmatig zijn dus1 wat het eerste lid betreft3 eener-1 geener-1 eeniger-1 meniger-1 veler-1 aller-1 achter-1 twintiger-1 honderder-1 duizenderlei en -hande enz42 doch onregelmatig vierder-1 vijfder-1 zesder-1 zevender-1 negender-1 tienderlei en -hande enz41 omdat men daarbij aan het bepalende woord den vorm van een ranggetal geeft4 ,dat zulks ten onrechte geschiedt1 volgt reeds uit de beteekenis dier woorden1 en blijkt bovendien uit eenerlei1 driederlei1 achterlei1 twintigerlei1 honderderlei1 niet eersterlei1 derderlei1 achtsterlei1 twintigsterlei1 honderdsterlei enz4 ,de ingeschoven d is trouwens ook niets anders dan eene vergroving der uitspraak van eene toonlooze lettergreep achter vloeiende letters1 gelijk r en n zijn4 ,bij vierderlei1 zevenderlei1 negenderlei1 tienderlei enz4 heeft hetzelfde plaats als bij zwaarder1 duurder1 hoorder1 scheerder1 diender1 boender1 spaanders enz41 en bij vilder1 helder1 kelder1 zolder enz4 van villen1 hel1 cellarium1 solarium4 ,zoo zei men voorheen1 en zegt men nog wel1 ook eenderlei1 alderhande1 waarin aan de d wel geene beteekenis kan gehecht worden4 ,ofschoon men nu1 door verkeerde gevolgtrekking1 geheel ten onrechte de d ook achter andere letters dan vloeiende1 namelijk in vijfderlei1 elfderlei1 twaalfderlei en zesderlei heeft ingevoerd1 hebben evenwel eenerlei1 achterlei1 twintigerlei1 honderderlei1 duizenderlei enz4 den grammaticaal onberispelijken vorm behouden4 ,aan een practisch gemakkelijken regel3 de achtervoegsels -lei en -hande treden achter ranggetallen1 valt dus niet te denken1 zelfs niet bij driederlei4 ,de ,redactie meent daarom in de beide twijfelachtige gevallen aan de meer beschaafde uitspraak zonder de d1 waarbij de ware natuur der woorden meer uitkomt1 de voorkeur te moeten geven4 ,zij schrijft derhalve3 tweerlei1 tweerhande1 drierlei1 drierhande4 #id4 ,vervolgens doet zich de vraag voor omtrent de spelling van den geadspireerden keelklank vr de t4 ,waar moet men cht spellen8 waar gt8 ,den regel1 dienaangaande in #ahjd gesteld1 dat de woorden1 afgeleid van stammen1 waarin blijkbaar eene g voorkomt1 b4v4 in klagt van klagen1 met g1 de overige met ch behooren geschreven te worden1 meenen wij niet te mogen behouden4 ,vooreerst toch is de afleiding van sommige woorden1 welke in die categorie vallen1 geheel onbekend of ten minste onzeker4 ,ten andere is de g in sommige stamwoorden slechts eene aan het ,nederlandsch1 evenals aan het ,deensch1 in het bijzonder eigene verzachting van de oorspronkelijke ch1 b4v4 in vliegen1 wij zagen1 wij tegen1 aangetogen en andere1 zoodat door vlugt1 gezigt1 togt enz4 toch niet de ware vorm dier woorden voorgesteld wordt4 ,de genoemde regel is ook moeilijk in de toepassing en is tot nu toe zeer willekeurig en onregelmatig toegepast4 ,zoo berust b4v4 de spelling regt1 regter1 rigten1 berigten1 op eene verkeerde afleiding2 geslacht 7van slag1 soort71 tucht1 tuchtigen 7van tin1 toog enz471 7be7tichten1 van 7aan7 tijgen1 zouden evenzeer eene g vorderen als slagter1 geslagt1 togt enz4 ,eindelijk1 de regel is1 gelijk blijken zal1 kennelijk in strijd met ons taaleigen4 ,het is om genoemde bedenkingen1 dat wij ons den volgenden regel stellen3 ,de geadspireerde keelletter1 die zich vr eene steeds in het woord blijvende en steeds onmiddellijk volgende t bevindt1 welke tot dezelfde lettergreep behoort1 wordt1 zonder op de afleiding te letten1 door ch voorgesteld4 ,doch wanneer het woord eene g heeft1 die1 afwisselend1 nu al dan niet onmiddellijk door de t wordt gevolgd1 of wanneer deze tot de volgende lettergreep behoort1 dan blijft de g onveranderd4 ,hoe willekeurig deze regel met zijne uitzonderingen bij den eersten aanblik ook schijnen moge1 bij eene nadere beschouwing blijkt1 dat hij door ons taaleigen gebiedend wordt gevorderd4 ,wanneer een vaste medeklinker 7eene zoogenaamde muta7 reeds van oudsher onmiddellijk1 d4i4 zonder tusschenstaanden klinker1 door eene t gevolgd werd1 dan zijn beide medeklinkers zoo innig samengesmolten1 dat zij eene soort van eenheid uitmaken1 die met eenen verdubbelden1 d4i4 versterkten1 medeklinker gelijkstaat4 ,de samensmelting blijkt duidelijk uit de verscherping van den eersten medeklinker1 die vervolgens meestal in ch overging2 en uit de verkorting of verscherping van den voorgaanden helderen klinker1 welk laatste verschijnsel ook bij eene verdubbeling1 b4v4 in sttteren van stten1 in verhffen naast verhven1 plaats vindt4 ,zoo ontstonden grft en grcht van grven2 schft en schcht van schven2 echt van ehe2 gft 7mnl4 ook gcht7 van gven2 plcht van plgen2 kcht en bruilft van kpen en lpen2 gewrocht van worken2 gezcht1 gercht en kluft van zken1 rpen en klieven2 vernuft voor vernumbt van vernemen1 vernomen4 ,doch men zegt en schrijft3 hij graaft1 schaaft1 geeft1 pleegt1 koopt1 loopt1 zoekt1 roept1 verneemt1 niet hij gracht1 schacht1 gift of gicht1 enz41 omdat deze zelfde woorden de vormen graven1 ik graaf1 schaven1 ik schaaf enz41 zonder t1 nevens zich hebben4 ,het beurtelings af- en aanwezig zijn liet de samensmelting niet toe4 ,evenzoo zeggen en schrijven wij laagte1 leegte1 hoogte1 drukte1 goedkoopte1 diepte1 niet lachte1 lechte1 hochte1 druchte1 goedkochte1 dichte1 alleen omdat de t1 tot de volgende lettergreep behoorende1 zich niet zoo nauw aan den voorgaanden medeklinker kon aansluiten1 dat hij met dezen samensmolt4 ,immers1 waar de volgende e ontbreekt1 daar openbaart zich de ineensmelting weder1 zooals blijkt uit de vergelijking van luwte met lucht1 ziekte met 7water7zucht4 ,ook in de woorden1 waarin oudtijds tusschen de beide medeklinkers een klinker werd aangetroffen1 die eerst in betrekkelijk laten tijd is uitgevallen1 is de ineensmelting door dien klinker verhinderd geworden1 zoodat de voorgaande medeklinker niet veranderd1 en een voorgaande heldere klinker niet verscherpt is4 ,dit blijkt uit abt 7mnl4 abbet71 dat niet in aft of acht is overgegaan2 uit ambt 7ambacht71 niet aft1 gelijk vernuft zou doen verwachten2 uit kreeft en ooft 7bij ,kiliaan krevet en ovet71 niet krecht en ocht2 uit markt 7lat4 mercatus71 niet marcht4 ,het is uit dien hoofde geheel overeenkomstig ons taaleigen1 dat wij ons ten regel stellen3 ,de g blijft in de regelmatige vervoeging der werkwoorden1 wier stam op eene g eindigt1 en in de zelfst4 naamw41 door achtervoeging van -te gevormd van bijvoegl4 naamw4 op g uitgaande4 ,wij schrijven derhalve3 dracht1 jacht1 klacht1 macht1 slachten 7dooden71 geslacht 7en gemaal71 plecht1 plechtig1 licht 7niet zwaar71 plicht1 gewicht1 gezicht1 gedrocht1 tocht1 lucht1 tucht1 vlucht1 zucht 7diepe ademhaling7 evenzeer met ch1 als nacht1 geslacht 7familie71 slachten 7gelijken71 echt1 recht1 licht7straal71 lucht1 vrucht enz4 ,daarentegen3 hij draagt1 jaagt1 vraagt1 legt1 zegt1 pleegt1 weegt1 droogt1 zoogt1 enz41 en graagte1 laagte1 leegte1 droogte1 hoogte1 menigte enz4 ,de verkorte eigennaam ,aagt behoort ook de g te behouden1 dewijl er een klinker is uitgestooten1 die zich nog heden ten dage in den vollen vorm ,agatha vertoont4 ,dat het woord met den helderen klinker en niet als ,acht wordt uitgesproken1 bewijst1 dat er geene samensmelting der medeklinkers in plaats heeft4 ,de onregelmatige onvolm4 verled4 tijden en deelw4 bracht1 gebracht1 mocht1 van brengen en mogen1 verkeeren in het geval1 dat de ch eischt4 ,in die vormen heeft de tijdsuitgang -de 7-te7 de e verloren1 ten gevolge waarvan de overblijvende t zich aan den voorgaanden medeklinker heeft aangesloten4 ,bracht en mocht staan voor brachte en mochte1 en deze vormen voor bragde 7of brengde7 en moogde1 gelijk de analogie van zengde1 leegde en zoogde zou medebrengen4 ,de overgang der regelmatig vereischte d in t bewijst voldingend de samensmelting en dus ook de verscherping der voorgaande medeklinkers4 ,wij schrijven uit dien hoofde3 hij bracht1 mocht1 gebracht1 nevens hij en gij brengt1 gij moogt4 ,evenzoo hij placht1 oudtijds plach 7plag71 waarin de bijgevoegde t met de sluitletter g evenzeer is samengesmolten als in gedrocht voor gedrog4 ,wij aarzelen te minder tot de genoemde verandering over te gaan1 omdat de voorgenomen spelling beter dan die met g aan de uitspraak beantwoordt en reeds door vele onzer beste schrijvers gevolgd wordt1 terwijl de regel gemakkelijk toe te passen is en aan veel willekeurigs en onregelmatigs een einde maakt1 en het wijzen op de afleiding bij de meeste woorden dezer categorie volstrekt geen nut heeft4 ,immers de beteekenis van plecht1 plechtig1 gedrocht1 tucht1 tuchtigen wordt niet opgehelderd door het verwijzen op plegen1 7be7driegen en toog 7van tin72 men verstaat het woord macht niet beter1 als men weet1 dat het van mogen komt1 sedert dit de beteekenis van kunnen verloren heeft2 en de kracht van het woord plicht wordt vooral niet beter gevoeld als men verneemt1 dat plegen het grondwoord is1 nu dit meest van moord en roof gebezigd wordt4--,bij de meeste andere woorden is de g niet toereikend om den lezer aan het grondwoord te herinneren4 ,bij dragt1 7de7 jagt1 klagt met g zal men misschien iets eerder aan dragen1 jagen en klagen denken1 dan wanneer men dracht enz4 schrijft2 doch geen onkundige zal vermoeden1 dat 7het7 jacht1 slachten en slachter1 aangezicht1 vluchten en zuchten samenhangen met jagen1 slaan 7sloeg71 zien 7zag71 vliegen en zuigen1 al spelt men die woorden ook met g2 evenmin als hij bij boeten en schuit aan baten en schieten denkt4 ,waar zulk een groot verschil in klank bestaat1 en de beteekenissen slechts eenigszins uiteenloopen1 wordt geene verwantschap meer gevoeld4 ,de toepassing van den ,regel der ,gelijkvormigheid brengt hier derhalve geen nut aan2 vergel4 ook #ej4 #ie4 ,lang heeft de ,redactie in bedenking gestaan bij de vraag3 moet de ch na kort afgebroken klinkers al of niet verdubbeld worden8 en1 zoo ja1 hoe dan8--moet men kachel1 kagchel of kachchel enz4 schrijven8 ,de thans meest gebruikelijke spelling kagchel1 rigchel1 bogchel enz4 is onregelmatig en kan reeds daarom niet in alle opzichten worden verdedigd4 ,bovendien doet de verbinding van twee verschillende1 doch verwante letterteekens1 als g en ch1 aan eene samenstelling denken1 terwijl de meeste der hier bedoelde woorden1 alleen lichaam uitgezonderd1 slechts afleidingen zijn1 waarin eene enkelvoudige g of k door den invloed der volgende l tot ch verscherpt is2 b4v4 bochel van buigen1 boog2 tichel van tegel2 kachel van kakel1 bij ,kiliaan kaeckel4 ,lichaam1 uit lijk en haam1 door de spelling als een samengesteld woord te kenmerken1 en b4v4 lich-haam te schrijven1 zou echter geheel nutteloos wezen1 omdat in lich het woord lijk toch niet zou herkend worden1 terwijl dit bovendien1 evenals haam1 in deze samenstelling met eene beteekenis voorkomt1 die thans bij de meerderheid der sprekenden en schrijvenden onbekend is4 ,wanneer de ,redactie daarbij in aanmerking neemt1 dat de verdubbeling door middel eener g bij de netste schrijvers steeds grooten weerzin heeft gevonden1 en dat de spelling met eene enkele ch misschien leiden kan tot eene verfijning van den zoo harden keelklank1 die door gch wordt vertegenwoordigd 7vergel4 #fa en #fb71 dan meent zij aan die schrijfwijze de voorkeur te moeten geven en dus lichaam1 kachel1 richel te moeten spellen1 ofschoon zij gaarne erkent1 dat ook deze niet onberispelijk is4 ,de regelmatigheid zou ongetwijfeld lichchaam1 kachchel enz4 vorderen2 doch deze spelling ware thans eene ongehoorde nieuwigheid1 die zeker niemands goedkeuring zou wegdragen4 ,er schoot dus niets anders over dan van de twee gebruikelijke schrijfwijzen de minst gebrekkige te kiezen1 die dan ook het langst en algemeenst in gebruik is geweest #f4 ,voor de spelling met de enkele ch pleit1 behalve de welluidendheid1 ook nog de analogie met de meeste eigennamen1 als ,jochem1 ,kochem1 ,lochem1 ,mechelen1 ,vechel1 ,zwichem2 die met echel1 en vooral die met echo1 welke woorden nooit met gch geschreven worden4 ,alleen de uitspraak van de bij ons gebruikelijke namen ,rachel en ,michiel past er niet in4 ,het onderwijs zou dus inderdaad bij de spelling met de enkele ch aan gemak winnen4 ,in de plaats van den thans geldigen regel3 ,de ch wordt na onvolkomene klinkers door de voorvoeging eener g verdubbeld1 waarbij de bovengenoemde woorden en andere dergelijke als uitzonderingen moeten opgegeven worden1 heeft men slechts te leeren3 ,alle enkelvoudige klinkers hebben vr de ch den onvolkomen klank1 mee uitzondering van de eigennamen ,rachel en ,michiel4 ,vergel4 het opstel3 ,de ,spelling en het ,lager ,onderwijs1 van den ,heer ,j4 ,a4 van ,dijk1 in den ,taalgids1 ,,vi1 blz4 #gc vlgg4 #if4 ,van een geheel anderen aard dan de verdubbeling der ch door middel van de g is die der s in wasschen1 flesschen1 visschen1 mosschen of musschen1 tusschen enz41 die door sommigen daarmede op ne lijn wordt gesteld4 ,niet de letter1 die verdubbeld wordt1 niet de s1 maar de ch1 die stom is1 zou een punt van geschil kunnen uitmaken4 ,deze toch doet thans niets meer aan de uitspraak af1 maar is alleen een graphisch overblijfsel uit den tijd1 waarin zij1 uit k ontstaan1 werkelijk gehoord werd4 ,toen men eerst visk1 mosk1 en later inderdaad visch1 mosch1 d4i4 met ch1 uitsprak1 bleef de eerste lettergreep ook in de meervouden vis-ken1 vis-chen1 mus-ken1 mus-chen gesloten1 en werd de tweede s natuurlijk niet gevorderd2 thans echter1 nu er alleen eene s is overgebleven1 is hare verdubbeling in vis-sen1 mus-sen evenzeer noodig en regelmatig als in mos-sel1 vroeger mos-chel4 ,de dubbele s levert dan ook niet het minste bezwaar op1 kan nooit medewerken om de uitspraak te bederven4 ,dit is integendeel wel te vreezen van de spelling vis-chen1 mus-chen enz41 die alleen strekken kan om de thans ondraaglijk pedante uitspraak1 welke de ch in de genoemde en dergelijke woorden laat hooren1 meer in zwang te brengen4 ,men is buitendien te zeer gewoon de geheele sch bij de tweede lettergreep te voegen1 gelijk blijkt uit ,pa-schen1 zij he-schen1 kre-schen1 gehe-schen1 gekre-schen1 welke woorden men toch wel niet gaarne noodeloos met dubbelen klinker1 ,paas-chen1 hees-chen1 krees-chen1 gehees-chen en gekrees-chen1 zou geschreven zien4 ,wij kennen derhalve geene enkele reden om de ne s weg te laten1 maar redenen te over om haar te behouden1 namelijk het gevestigde gebruik en de voorkoming eener wanluidende uitspraak4 ,wij blijven derhalve wasschen1 lesschen1 wisschen1 tusschen enz4 schrijven met de dubbele s4 #ig4 ,bilderdijk's spelling nogthands steunde op eene verkeerde afleiding3 nochtans is samengesteld uit nog en dan 7mnl4 nochtan of nodan7 met de adverbiale s1 en heeft dus niets met thans of thands 7te hande7 te maken4 ,aan de invoering eener h en d in dit woord valt derhalve niet te denken4 ,doch men zou in twijfel kunnen staan bij de keuze tusschen nochtans en nogtans4 ,ofschoon de ,redactie het raadzaam oordeelt1 de gebruikelijke onderscheiding van nog 7daarenboven1 tot nu toe7 en noch 7ook niet71 hoewel niet op de afleiding gegrond1 om den wille der duidelijkheid te behouden1 meent zij echter in nochtans de voorkeur aan de ch te moeten geven1 vermits wel deze scherpe keelletter1 maar niet de zachte g1 den overgang der d van dan in de t van tans heeft kunnen veroorzaken1 en het woord voor ons gevoel eene eenheid geworden is1 waarbij aan de samenstellende deelen niet meer gedacht wordt1 zoodat hier alleen de ,regel der ,uitspraak behoort gevolgd te worden4 #ih4 ,het algemeen gebruik wil1 op grond der uitspraak1 sedert lang koninklijk1 aanvankelijk1 afhankelijk1 jonkheer1 jonkvrouw1 sprinkhaan4 ,dezelfde reden geldt voor de spelling koninkrijk1 jonkheid1 koninkje1 woninkje1 kettinkje en lankmoedig4 ,daarenboven zou de schrijfwijze koningrijk1 koningje1 jongheid enz4 bij voortduring aanleiding geven tot eene uitspraak1 die met ons taaleigen in strijd is4 ,de ,redactie aarzelt daarom niet hier den ,regel der ,welluidendheid te laten gelden en in de genoemde woorden de g door de k te vervangen4 #ii4 ,het gebruik der tongletters d en t1 wanneer zij door eene s worden gevolgd1 heeft eenige overeenkomst met dat der g en ch vr eene t1 waarover in #id is gehandeld4 ,de gevallen staan echter niet geheel gelijk4 ,de taal eerbiedigt bij de s1 nu althans1 de grondvormen op d en t meer dan voorheen die op ch en g1 en zij handelt hier lang niet zoo regelmatig als bij cht en gt4 ,oudtijds smolt de scherpe keelletter ch geheel weg in de volgende s1 b4v4 in as1 das1 vlas1 was1 mest1 zes1 wisselen1 os1 vos1 uit achs1 dachs enz42 de zachte keelletter g1 die als de ,fransche gu werd uitgesproken1 werd tot k verscherpt in heks van hag1 reeks van reghe1 fluks van vlug2 een heldere klinker onderging soms ook verkorting1 b4v4 in dissel1 hd4 deichsel4 ,die regelmatigheid treft men niet aan bij de tongletters1 die vr de s staan4 ,ook deze smolten soms1 b4v4 in thans1 volgens1 bijkans enz4 voor thands1 volgends1 bijkants1 in de s weg2 doch geenszins altijd1 b4v4 niet in bits1 spits enz4 ,vandaar niet zelden tweerlei vormen1 de eene met1 de andere zonder de tongletter1 nevens elkander1 b4v4 spiets en spies van mnl4 spiet2 klits en klis van klit2 lits en lis1 ook luts en lus uitgesproken1 van lat4 licium2 en in de volksspraak klussen1 mussen enz4 naast klutsen en mutsen in de schrijftaal4 ,evenmin werd de klinker altijd verkort3 maetselen werd wel is waar metselen1 maar naast ketsen hield kaatsen stand2 koorts en rots bleven1 naast het vroegere kortse en rootse1 de eenige gebruikelijke vormen2 plaats1 schaats1 taats1 koets1 toets1 zijn nooit tot plats1 kots enz4 verkort geworden1 ofschoon er geen klinker is uitgevallen1 die1 gelijk bij de t1 de samensmelting verhinderde4 ,ook de spelling was evenzeer ongelijk en onzeker1 en niet zelden vindt men ds1 waar de afleiding ts zou hebben doen verwachten1 b4v4 in guds1 ridsen1 ridsig4 ,uit het een en ander blijkt1 dat de woorden op ds en ts niet volkomen parallel loopen met die op gt en cht2 en dat de regel eenigszins anders zal moeten luiden dan die in #id4 ,daar de ,regel der ,uitspraak hier niets beslist1 moet die der ,gelijkvormigheid gelden1 en1 waar de afleiding onbekend of onzeker is1 die der ,analogie4 ,van een groot aantal woorden kan de spelling niet twijfelachtig zijn4 ,vooreerst is het rationeel1 dat die welke uit het ,fransch ontleend zijn1 ten tijde dat ch nog als tch 7tsj71 en c nog als ts luidde1 met ts worden geschreven2 te weten koets in de beide beteekenissen1 toets1 flits1 rots1 toorts1 fr4 couche en coche1 touche1 flche1 roche1 torche2 plaats1 rantsoen1 fatsoen1 fr4 place1 ranon1 faon4 ,daarentegen moet de fr4 g1 vroeger als dg 7dzj7 uitgesproken1 bij ons ds worden1 namelijk in loods 7houten gebouw71 fr4 loge4 ,de afleiding eischt stellig eene t in guts 7holle beitel1 waarmede onder andere ook goten uitgehold worden7 van goot2 in ritsen1 ritsig1 verwant met wrijten1 alsmede in gutsen1 uit het oudere gussen vervormd met ingevoegde t4 ,ook is het thans verkieslijk aan knots de t van knotten te geven1 nu knodde en knodden verouderd zijn4 ,in ridselen1 ofschoon misschien van rijden1 heeft de d in allen gevalle geen nut meer1 nu rijden niet langer in de beteekenis van beven gebruikt wordt4 ,voor de spelling kodsen bestaat geene enkele reden2 het is waarschijnlijk een klanknabootsend woord2 en ,kiliaan schreef reeds kotsen1 ,plantijn kotzen4 ,loods 7persoon7 en gids behooren volgens de afleiding eene d te hebben1 als zijnde gevormd van looden en fr4 guide4 ,in smidse1 van smid1 kan de s in geen geval geacht worden de d verscherpt te hebben1 dewijl zij tot de volgende lettergreep behoort4 ,omtrent de spelling der overige woorden1 als kaats1 schaats1 taats1 schets1 scherts1 koorts enz41 wier afleiding f onbekend1 f onzeker is1 f niet strekken kan om de beteekenis op te helderen1 heeft nooit verschil van gevoelen bestaan2 er is dan ook geene reden te bedenken1 waarom zij anders zouden geschreven worden1 dan tot nu toe geschied is4 ,trekt men alles samen1 dan krijgt men den volgenden practischen regel1 op dien der ,gelijkvormigheid en der ,analogie gegrond3 ,wanneer de s door eene tongletter wordt voorafgegaan1 dan is deze de scherpe t2 uitgezonderd in den #b;den naamw4 der woorden op d1 in de bijvoegl4 naamw4 en bijwoorden door aanhechting van sch en s van woorden op d gevormd2 en eindelijk in loods 7in de beide beteekenissen71 gids en smidse4 ,wij schrijven derhalve trots1 schertsen1 plaats1 schaats1 toorts enz42 maar ,gods1 des bloeds1 goedsmoeds1 steedsch en steeds1 kindsch1 gindsch en ginds van gind7er71 sinds van sed7ert74 #ajj4 ,de woorden op -aard en -erd leveren geene moeilijkheid op2 zij vereischen zonder bedenking eene d4 ,het achtervoegsel -aard is oorspronkelijk het bijvoeglijk naamwoord hard1 dat oudtijds sterk beteekende1 en dezen zin nog heeft in uitdrukkingen als hard draven1 loopen1 werken4 ,in samenstellingen beteekende het sterk als datgene1 of ten aanzien van datgene1 wat door het stamwoord werd uitgedrukt1 b4v4 ,beranhard1 ,burchard1 ,everhard1 ,wolfhard1 sterk als een beer1 burg1 ever1 wolf2 ,ecgehard1 ,grhard1 sterk met het zwaard1 met de speer2 ,meginhard1 ,reginhard1 ,snelhard1 sterk in kracht1 in raad of list1 in vlugheid2 ,sigihard1 ,wic-hard1 sterk in de zege1 in den strijd4 ,als tweede lid in de samenstelling verloor het al spoedig de h1 evenals -helm1 -hilde1 -haftig1 en soms -hande1 b4v4 ,anselmus1 ,willem1 ,machteld1 deelachtig1 en mnl4 menigherande1 voor ,anshelmus1 ,wilhelm1 ,machthilde1 deelhaftig1 menigerhande4 ,vandaar1 dat men naast eigennamen op -hard1 mlat4 hardus1 ohd4 -hart1 oudtijds vormen op -art en -aert aantreft1 die thans op -ard1 -erd en -ert uitgaan4 ,zoo b4v4 ,athalhardus1 ,bernhardus1 ,burchardus1 ,everhardus1 ,folchardus1 ,grhardus1 ,meginhardus1 ,reginhardus enz41 mnl4 ,adelaert1 ,bernaert1 ,burchaert1 ,everaert1 ,volcaert1 ,meinaert1 ,reinaert2 thans ,allard en ,aldert1 ,bernard1 ,everard en ,evert1 ,volkert1 ,meindert1 ,reindert4 ,daar de vormen op -hard1 -hardus1 ohd4 hart1 in overoude stukken voorkomen1 maar die op -ard1 -aert en -erd alleen in latere1 zoo is het duidelijk1 dat de laatste uit de vroegere ontstaan zijn1 en niet -hard uit -erd4--,in het ,mhd4 werden met -hart ook gemeene namen gevormd1 alle met ongunstige beteekenis1 als lgehart1 sterk in het liegen2 naghart1 knaaglustig2 selphart1 zelfzuchtig2 slinchart1 slokop2 trgenhart1 sterk in het bedriegen2 vrhart1 ongebondene4 ,uit de ,duitsche talen ging hard in de ,romaansche over1 en werd daar1 met de in die talen gewone verstomming der h1 ital4 -ardo1 als in bastardo1 codardo2 fr4 -ard1 als in btard1 couard1 gaillard1 grognard1 pendard1 richard1 viliard2 zie ,diez1 ,gramm4 der ,rom4 ,sprachen1 ,,ii1 #ceh vlgg4 ,de ongunstige opvatting1 die ook het ,mhd4 vertoont1 treedt in de ,romaansche talen1 waar het achtervoegsel van vreemden oorsprong was1 bepaald op den voorgrond4 ,het ,mnl4 nam van die ,fransche woorden over1 b4v4 bastaert1 cockaert1 viliaert2 en vormde nu naar die modellen zelf nieuwe1 als behaghelaert1 bollaert1 clappaert1 dullaert1 galghaert1 gaepaert1 grisaert 7grijskop1 zie ,horae ,belg4 ,,vi1 #ih71 loyaert1 moyaert enz41 alle woorden van minachting of spot1 en niet zelden met den klemtoon op -aert4 ,dat men de h1 die reeds uit de eigennamen uitgevallen was1 niet weder invoegde1 is natuurlijk4 ,het ,nnl4 ging op den eenmaal ingeslagen weg voort1 en maakte een aantal andere1 insgelijks met ongunstige beteekenis1 als bloodaard1 dronkaard1 gulzigaard1 lafaard1 veinsaard1 wreedaard enz42 zelfs rijkaard1 van het onschuldige rijk1 wordt in slechten zin genomen2 alleen grijsaard hield op een schimpnaam te zijn4 ,het achtervoegsel -erd1 in het ,mnl4 nog onbekend1 en dus jonger dan -aert of -aard1 is eene verbastering van dat zelfde suffix1 gelijk blijkt uit leperd1 plomperd1 stinkerd1 die bij ,kiliaan nog leepaerd1 plompaerd1 stinckaerd luiden2 en uit grijzerd1 dat bij latere dichters voorkomt4 ,kiliaan geeft naast luyaerd ook luyerdije op1 hetwelk toont1 dat de verandering van -aard in -erd aan de werking van den klemtoon moet toegeschreven worden4 ,de boven aangetoonde verbastering der eigennamen1 b4v4 de verandering van ,everaert in ,evert1 en die van bastaard in basterd stelt de zaak buiten allen twijfel4 ,sommigen zijn van gevoelen1 dat -aard en -erd zouden ontstaan zijn uit het achtervoegsel -er1 waarachter men1 ter versterking1 eerst eene t zou gevoegd hebben1 zoodat -ert ontstond1 hetwelk vervolgens nog eene tweede versterking1 eene verlenging tot -aart1 zou hebben ondergaan4 ,zij gaan uit van de onjuiste onderstelling1 dat wij werkwoorden zouden hebben of gehad hebben1 als grijzen1 laffen1 rijken1 snooden1 met de beteekenis van grijs1 laf1 rijk1 snood zijn2 dat grijsaard1 lafaard1 rijkaard enz4 personen aanduiden1 die bestendig grijzen1 laffen1 rijken enz41 die niet in het werkelijk oogenblik1 maar bij aanhoudendheid de hoedanigheden van grijs enz4 hebben4 ,dat gevoelen1 dat zich zelf wederspreekt1 en waarvoor men nooit een zweem van bewijs heeft weten aan te voeren1 is niet slechts uit de lucht gegrepen en geheel zonder grond1 maar het onderstelt ook1 gelijk de geschiedenis der taal leert1 eene onmogelijkheid4 ,achtervoegsels1 die1 gelijk -er1 nooit den klemtoon hebben1 ondergaan in den loop der tijden geene versterking1 maar omgekeerd verzwakking4 ,juist het achtervoegsel -er levert er een sprekend en leerrijk voorbeeld van4 ,dit luidde goth4 -areis1 b4v4 in laisareis 7leeraar71 wullareis 7voller72 het werd ohd4 -ar1 mhd4 -re1 nhd4 -er4 ,in het ,mnl4 werd het achtervoegsel geheel toonloos en ging over in -ere1 -er1 en -re1 wanneer het onmiddellijk volgde op de lettergreep1 die den vollen klemtoon had2 maar het behield den halven toon en veelal ook de a1 en werd -are1 -aer1 of -ere1 -eer1 wanneer het door eene toonlooze lettergreep werd voorafgegaan1 zoodat het niet onder den invloed van den klemtoon der stamlettergreep stond2 b4v4 in gokelare1 loghenare en loghenre1 voghelare1 persemre 7woekeraar71 enz41 naast dienre1 leerre1 speelre1 backere1 wever enz4 ,wij nemen hier dus eene steeds voortgaande verzwakking waar1 van -areis tot -ar1 -are1 -ere1 -er en -re1 die men ook bij andere achtervoegsels kan opmerken2 b4v4 bij -dom1 onl4 -duom2 bij -lijk1 goth4 -leiks1 dat thans als lik wordt uitgesproken2 en bij -aard zelf1 niet alleen in de eigennamen1 maar ook in de gemeene zelfst4 naamw41 die naar ,fransche modellen1 met het accent op -ard gevormd1 ook in het ,mnl4 niet zelden den klemtoon hadden1 maar thans nooit meer dan den halven toon krijgen1 of1 als -erd1 geheel toonloos zijn4 ,het grenst aan ongerijmdheid1 in strijd met de lessen der geschiedenis te stellen1 dat de stroom tot voorbij zijnen oorsprong zou zijn teruggevloeid1 en dat de taal op eenmaal hare richting1 niet wijzigende1 maar geheel omkeerende1 van -er niet alleen -ert1 maar zelfs -aart zou hebben gevormd4 ,het ,nnl4 heeft1 wel is waar1 welluidendheidshalve1 dienre1 leerre1 sunder1 in dienaar1 leeraar1 zondaar veranderd2 daarbij had evenwel geene versterking van -er tot -aar1 geene vorming van een nieuw achtervoegsel plaats1 maar slechts eene verruiling2 -aar had nooit opgehouden te bestaan4 ,evenmin zou de taal van sommige verbalia op -er1 als bijter1 blaffer1 woorden op -erd hebben gevormd1 indien -erd niet reeds aanwezig was geweest4 ,meest alle woorden op -erd hebben trouwens een ongunstigen of spotachtigen zin1 die aan -er niet eigen is2 zelfs lieverd en stouterd worden doorgaans schertsend gebezigd4 ,is het zeker1 dat -aard en -erd uit hard ontstaan zijn1 dan moeten zij ook volgens de afleiding de d hebben1 die de uitspraak er aan toekent4 ,het meervoud van bastaard toch luidt niet alleen bastaards2 maar ook bastaarden1 en daarnevens staat bastaardij2 ,kiliaan kent ook een werkw4 luyaerden en de zelfst4 naamw4 luyerdije1 van luyaerd1 en mooyaerdije van mooyaerd4 ,in ,spanjaard1 dat op eene andere wijs gevormd is1 op welke evenwel de oude afkeer van die natie invloed kan gehad hebben1 is de d gewaarborgd door het meerv4 ,spanjaarden1 naast ,spanjaards4 ,maar zelfs indien men wilde aannemen1 dat -aard en -erd niets anders zijn dan -er1 door eene tongletter versterkt1 ook dan nog zou de keus op de d moeten vallen2 de taal zelve leert door zwaarder1 eerder1 hoorder1 duurder1 gezagvoerder1 dat zij1 waar de r versterking behoeft1 de d en niet de t wil gebezigd hebben4 #aja4 ,even weinig zwarigheid baart de keus tusschen de d of t in het zelfst4 naamw4 aard of aart4 ,de afleidsels aardig1 aarden en ontaarden pleiten voor de zachtheid der sluitletter1 terwijl de afleiding en de verwante talen de deugdelijkheid en oorspronkelijkheid dezer zachte uitspraak buiten allen twijfel stellen4 ,aart en aartig zijn germanismen1 en niets meer4 #ajb4 ,in rit1 mv4 ritten1 bint1 mv4 binten1 gebint1 mv4 gebinten1 bewijst de uitspraak eene verscherping der sluitletter1 ofschoon de stamwoorden rijden en binden buiten twijfel eene d hebben4 ,ridden strijdt met de uitspraak1 bindten en gebindten met alle regelmaat4 ,de verscherping der d is buitendien reeds lang algemeen erkend in met en mits1 nevens mede2 in vaart1 mnl4 vaerde1 waarvan nog koopvaardij2 in zat1 mnl4 sad1 waarvan verzadigen2 in klant1 fr4 chaland4 ,daarom ook beeltenis1 verbintenis1 evengoed als ontstentenis van het oude ontstanden 7ontstaan d4i4 ontbreken74 ,de gebruikelijke schrijfwijzen beeldtenis en verbindtenis doen ten onrechte aan eene afleiding met -te denken4 ,indien met1 mits en rit eene t hebben1 dan bestaat er geene afdoende reden voor medgezel en ridmeester met d1 ofschoon met in het eerste woord het bijwoord mede is4 #ajc4 ,de afleiding pleit voor de spelling andwoord1 door ,bilderdijk en anderen aangenomen1 als zijnde dit woord door samenstelling gevormd van het oude voorzetsel and1 hier als bijwoord gebruikt4 ,daar het ,nederlandsch zich echter tot regel heeft gesteld1 onverbuigbare woorden met scherpe medeklinkers te sluiten--op welken alleen in nog 7adhuc7 ter bevordering der duidelijkheid eene uitzondering gemaakt wordt--en de spelling met d de beteekenis van het woord niet duidelijker maakt1 noch op het etymologisch verband met eenig ander ,nederlandsch woord wijst1 vinden wij geene reden hoegenaamd om in dezen van de meest gebruikelijke spelling af te wijken4 ,wij achten ons hiertoe te minder gerechtigd1 dewijl wij dan1 om consequent te blijven1 ook de t in met zouden moeten vervangen door de d1 waarvoor niet slechts de verwante talen1 maar ook het bijw4 mede1 pleiten4 ,het argument1 dat het bijw4 and de stam van het voornw4 ander en het bijw4 anders zou zijn1 waardoor de beteekenis van andwoord1 als het andere of tweede woord1 kon schijnen opheldering te erlangen1 is uit de lucht gegrepen en wordt door de verwante talen ten stelligste weersproken4 ,om dezelfde reden verdient ook de spelling ,andwerpen voor ,antwerpen geene aanbeveling4 #ajd4 ,men zegt en schrijft gewoonlijk admiraal1 admiraliteit enz42 sommigen willen ammiraal1 op grond dat de d slechts ten gevolge van een misverstand is ingelascht4 ,die misvorming is evenwel niet in den boezem onzer taal geschied3 deze had er geene aanleiding toe4 ,wij hebben het woord in de middeleeuwen onder dubbelen vorm3 amirael of ammirael en admirael1 van de ,zuid-,europeesche volken aan de ,middellandsche ,zee overgenomen4 ,het is het ,arabische amir 7emir7 met een ,latijnsch achtervoegsel4 ,men bracht het in verband met lat4 admirari1 fr4 admirer2 vanhier de vormen3 admiralis1 admirabilis1 admiratus1 admirant1 admiraglio enz41 die alle aan bewonderen doen denken4 ,de d is dus werkelijk geheel te onrecht ingevoegd2 maar even zeker is het1 dat wij haar thans algemeen laten hooren4 ,de ,regel der ,uitspraak eischt dus het behoud der d1 terwijl de overige regels hier niet in aanmerking komen4 ,admiraal is wel niet meer noch minder welluidend dan ammiraal of amiraal1 en het woord heeft in onze taal geene verwanten1 waarop de spelling kan wijzen1 geene analoga1 wier stem gehoord kan worden4 ,de ,regel der ,welluidendheid1 die der ,gelijkvormigheid en der ,analogie1 zwijgen hier dus1 terwijl de toepassing van dien der ,afleiding geheel doelloos zou zijn4 ,het woord amir en het ,latijnsche achtervoegsel -alis behooren tot talen1 slechts aan geleerden bekend1 en de vrees1 dat iemand ten onzent admiraal van admirari of admirer zal afleiden1 is niet gegrond4 ,wie geen ,latijn of ,fransch kent1 komt natuurlijk niet op de gedachte3 en wie die talen verstaat1 wordt door het woord zelf1 dat geen verstaanbaren vorm heeft1 tegen die afleiding gewaarschuwd4 ,luidde het admirabel1 admirant of admiraat1 dan kon er grond voor die vrees bestaan2 doch -aal is geen achtervoegsel dat aan werkwoorden gehangen wordt ,indien door het uitlaten der d 7amiraal7 de oorspronkelijke vorm hersteld ware1 dan zou de zin voor ordelijkheid misschien die uitlating wenschelijk maken1 doch amiraal is evenmin ,arabisch als admiraal4 ,wij zien daarom geene reden om het thans heerschende schrijfgebruik te verlaten en geheel noodeloos den hoogsten grondregel der spelling te verzaken4 #aje4 ,het ,nederlandsch bezit voor de twee verschillende sisklanken ook twee afzonderlijke letterteekens3 de s voor den scherpen1 de z voor den zachten klank4 ,de vroegere verwarring1 toen s zoowel zacht als scherp werd gebezigd1 waarschijnlijk een uitvloeisel van het ,latijnsche spraakgebruik1 heeft sinds lang opgehouden1 zoodat s thans uitsluitend scherp is4 ,daarmede is hare verdubbeling achter een langen klinker of tweeklank1 b4v4 in aassem1 braassem1 deessem1 geessel1 kruissen1 kruissigen1 ,i,jssel1 zeissen1 ,pruissen enz41 eene onloochenbare onregelmatigheid geworden1 die gelijkstaat met de spelling laaffenis1 raaffelen1 weiffelen1 oeffenen1 schuiffelen1 twijffelen1 voor lafenis1 rafelen enz4 ,zij is dan ook later door ,siegenbeek zelven afgekeurd4 ,het behoeft dus wel geene verdere rechtvaardiging1 dat de ,redactie voornemens is brasem1 geesel1 ,i,jsel1 ,pruisen enz4 te blijven schrijven4 #ajf4 ,daar de verdubbeling van eenen medeklinker in niet samengestelde woorden alleen moet dienen om te voorkomen1 dat de voorgaande vocaal lang wordt uitgesproken1 zoo is de verdubbeling vanzelve evenzeer onnoodig na toonlooze klinkers als na heldere en na tweeklanken4 ,toonlooze klinkers toch worden alleen aangetroffen in lettergrepen zonder accent1 en daarbij bestaat geen gevaar1 dat men den klinker lang zal uitrekken4 ,de ,redactie rekent daarom ne k1 t en m voldoende in botteriken1 monniken1 perziken1 kieviten1 diemiten1 ,gorkumer1 ,dokkumer1 ,bergumer4 ,de schrijfwijze botterikken1 ,gorkummer1 staat gelijk met die van engellen1 verbeterren1 uitrekennen1 zondiggen1 terwijl het niet verdubbelen der consonant voor den lezer juist een teeken is1 dat hij de lettergreep als toonloos moet beschouwen4 ,het gezegde is natuurlijk niet toepasselijk op ,arnhemmer1 ,haarlemmer enz41 waarin de tweede lettergreep1 hoewel zwak van toon1 niet toonloos wordt uitgesproken1 en de 1 hoe kort ook1 toch den scherpen e-klank behoudt #g4 #ajg4 ,onze woordenboeken willen diefegge1 als ware dit woord eene samenstelling van dief met een zeker egge4 ,men heeft hier intusschen met eene afleiding te doen4 -egge toch is een achtervoegsel1 hetwelk voorheen doorgaans -igge-1 soms ook wel -ege luidde1 en meermalen ter vervrouwelijking van mansnamen gebezigd werd1 b4v4 in makerigge1 vercopege4 ,eene afleiding met een achtervoegsel1 dat met een klinker begint1 eischt de verandering van de f in v1 wanneer de lange klank voorafgaat2 vergelijk gev-er1 liev-erd4 ,derhalve ook dievegge1 evengoed als dieverij4 ,dat sommigen in dit woord de f laten hooren1 kan geene reden zijn om eene verkeerde spelling te behouden1 die uit onkunde ontstaan is4 ,het herstel der v kan misschien strekken om aan die onjuiste uitspraak een einde te maken4 ,vergelijk #eh en #ff4 #ajh4 ,in zamen1 zamenkomst1 zamenspraak enz4 gebieden de afleiding en de uitspraak de vervanging der z door de s4 ,de z heeft daar de waarde van tz1 en wordt dus te recht scherp uitgesproken4 ,wanneer men echter in aanmerking neemt1 dat het grondwoord zamen luidt1 terwijl ook in gezamenlijk1 inzamelen enz4 de z duidelijk gehoord wordt1 en dat men in zestig en zeventig de z van zes en zeven steeds heeft behouden1 dan kan het bedenkelijk schijnen1 door het schrijven van samen1 samenkomst enz4 en daarnevens van gezamenlijk1 verzamelen enz41 de onderlinge verwantschap dezer woorden voor het oog weg te nemen4 ,deze bedenkingen deden ons eerst besluiten de gebruikelijke spelling te behouden4 ,nu zich echter opnieuw stemmen ten voordeele der s hebben doen hooren1 aarzelen wij niet langer die schrijfwijze aan te nemen1 die1 op voorgang van ,bilderdijk1 door onze beste schrijvers gevolgd wordt1 met de meest algemeene uitspraak overeenstemt1 en op een goeden etymologischen grond steunt4 ,in de uitdrukking te zamen toch werd de toonlooze e van te weggelaten1 waardoor eerst tzamen ontstond4 ,dit had de verscherping van de z tot s ten gevolge3 tsamen2 eindelijk werd de t overtollig gerekend1 en dit gaf samen4 ,samen heeft dus de waarde van te zamen en verschilt derhalve werkelijk in afleiding en beteekenis van het grondwoord zamen4 ,de spelling met s is uit dien hoofde de ware1 overal waar samen de bijwoordelijke uitdrukking te zamen vervangen moet1 te weten aan het begin van samengestelde werkwoorden en woorden1 van zulke werkwoorden gevormd1 als in samenkomen1 samenspreken1 samenhangen1 samenkomst1 samenspraak1 samenhang2 daarentegen natuurlijk niet1 waar geen bijwoord1 maar het grondwoord zamen vereischt wordt1 als in gezamenlijk1 bijeenzamelen1 verzamelen1 verzameling enz41 en dus ook in opzamelen1 niet opsamelen1 hoewel de z daar ten gevolge van de werking der p vanzelve als s klinkt4 ,evenmin zou de spelling te samen voor te zamen goed te keuren zijn1 ofschoon de gewone uitspraak ook daar de s laat hooren4 ,deze toch is hier slechts het gevolg eener verkeerde toepassing der analogie4 ,eene werking der voorafgaande t kan hier niet erkend worden4 ,zij bestaat niet1 zoolang de toonlooze e van te blijft2 want men zegt te zoek1 te zuinig1 te zuur1 te duur1 te geef2 niet te soek1 te suinig1 te suur1 te tuur1 te cheef4 ,te samen is derhalve niet anders te verklaren en op te vatten1 dan als te tzamen1 met het dubbele voorzetsel1 een vorm die natuurlijk niet erkend mag worden4 ,vergel4 #ff4 ,de ,redactie stelt zich daarom den volgenden regel3 ,samen1 als zijnde ontstaan uit1 en gelijk aan tzamen1 te zamen1 wordt met s geschreven in composita1 die er mede beginnen1 als ook wanneer het op zich zelf staat1 behalve in te zamen4 ,van een geheel anderen aard is de vraag1 of men feertig1 fijftig1 sestig en seventig moet schrijven overeenkomstig de gebruikelijke uitspraak1 welke in die woorden eene f en s laat hooren4 ,die scherpe uitspraak steunt alleen bij seventig op een goeden grond1 namelijk insgelijks op eene voorheen wettig aanwezige t 7tzeventig71 die in tachtig 7eigenlijk t-acht-tig7 gebleven is1 en in tnegentig soms nog wordt gehoord4 ,doch feertig1 fijftig en sestig zijn wederom gevolgen van verkeerde toepassingen der analogie3 men heeft nooit tfeertig en tfijftig uitgesproken of geschreven1 en het verouderde tsestig had de t ten onrechte aangenomen4 ,deze toch is1 blijkens de verwante talen1 het overblijfsel eener vroegere vermenging van het twaalftallige stelsel van tellen met het tientallige1 ten gevolge waarvan niet alleen de eenheden boven #ab1 namelijk dertien1 veertien enz41 anders werden 7en nog worden7 uitgedrukt dan de voorgaande3 een1 twee 444 tien1 elf1 twaalf1 maar ook de tientallen boven #fj1 7 #ab #e71 van #gj af tot #abj 7 #ab #aj7 toe4 ,zestig behoort nog tot de eerste helft der reeks van #abj1 die de t niet aannam2 de t van tsestig was derhalve door misverstand ontstaan4 ,men vergelijke hier de ,fransche telwoorden tot en met #fj met de hoogere1 waarin een dergelijk verschil is op te merken3 dix1 vingt1 trente1 quarante1 cinquante1 soixante1--soixante-dix1 quatre-vingts1 quatre-vingt-dix1 six-vingts 7#abj74 ,doch vooral blijkt de hier bedoelde onderscheiding duidelijk uit het ,angelsaksisch3 tyn 7#aj71 twentig 7#bj71 thritig 7#cj71 feowertig 7#dj71 fiftig 7#ej71 sixtig 7#fj71--;hund-seofontig 7#gj71 hund-eahtatig 7#hj71 hund-nigontig 7#ij71 hund-teontig 7#ajj71 hund-endlufontig 7#aaj71 hund-twelftig 7#abj74 ,hoogerop verandert de uitdrukking3 hund and thritig 7#acj74 ,onze t van tseventig1 tachtig en tnegentig is derhalve waarschijnlijk de sluitletter van dat hund of van een dergelijk afgevallen woord4 ,de ,redactie mag den schijn niet aannemen1 alsof zij door haar voorbeeld het misbruik1 dat in de uitspraak van veertig1 vijftig en zestig is binnengeslopen1 wilde wettigen1 en meent daarom ook de gebruikelijke schrijfwijze bij zeventig te moeten behouden1 te meer daar het aanduiden der afgevallen t niet het geringste nut zou hebben4 ,ook bedenke men1 dat men1 de uitspraak volgende1 alleen dan feertig en fijftig met f zou moeten schrijven1 wanneer die woorden alleenstaan2 maar met v3 een en veertig1 twee en veertig1 drie en vijftig1 enz4 ,wij gaan derhalve voort1 overeenkomstig den ,regel der ,gelijkvormigheid1 veertig1 vijftig1 zestig1 zeventig met de zachte v en z te schrijven1 waardoor de verwantschap dezer woorden met vier1 vijf1 zes en zeven ook voor het oog aangeduid wordt4 ,vergelijk #fg4 #aji4 ,het ,nederlandsch heeft ter bevordering der duidelijkheid in overeenstemming met #di als regel aangenomen1 dat in derivata het grondwoord en in composita de samenstellende deelen denzelfden vorm behouden1 waaronder zij buiten de afleiding en samenstelling voorkomen1 al zij het ook1 dat door het samentreffen van twee letters de uitspraak van de eene of van beide gewijzigd of onduidelijk gemaakt wordt4 ,zoo schrijft men staatdame1 zitdag1 potdeksel1 oogtand1 vroegpreek1 topzeil1 praatvaar1 raadzaal1 raadzaam1 hoofddeel1 misstap1 ofschoon de uitspraak veeleer staaddame1 ziddag1 poddeksel1 oochtand1 vroechpreek1 topseil1 praatfaar1 raatsaal1 raatsaam1 hoofdeel1 mistap zou vorderen4 ,daar de verzachting1 verscherping of weglating der consonanten in de genoemde en dergelijke woorden onder het natuurlijke en ongedwongene uitspreken vanzelf volgt1 is het onnoodig die wijzigingen in het schrift aan te duiden2 verg4 #dc4 ,er is geene enkele geldige reden te bedenken om1 gelijk ,bilderdijk deed1 in de twee woorden ontvangen en ontvonken eene inbreuk op dezen regel te maken4 ,de spelling ontfangen en ontfonken stelt de etymologie dezer woorden in de schaduw1 en is in strijd met de analogie van ontvallen1 ontveinzen1 ontvlammen1 ontvlieden1 ontvluchten1 ontvoeren1 ontvouwen1 ontvreemden1 ontzakken1 ontzeggen1 ontzinken enz41 waarin niemand de vervanging der v en z door f en s verlangt4 ,de ,redactie aarzelt derhalve geen oogenblik1 ook in de beide genoemde woorden de v1 die door de afleiding gevorderd wordt1 te behouden en ontvangen1 ontvonken te schrijven4 #aaj4 ,de regel1 in den aanvang der vorige genoemd1 is natuurlijk alleen van toepassing op die afleidingen en samenstellingen1 die nog als zoodanig begrepen worden4 ,het onveranderd behouden van den eigenlijken vorm der woorden strekt juist ten bewijze1 dat men de woorden in hunnen oorsprong en hunne vorming doorziet4 ,maar wanneer men f de samenstellende deelen1 f althans n van beide1 niet meer verstaat1 wanneer derhalve de vorming van het woord niet meer leeft in het bewustzijn der natie1 dan hebben de samentreffende letters vrij spel1 zij wijzigen elkander naar de behoeften der uitspraak1 en de spelling kan zich aan die wijzigingen niet langer onttrekken om den echten vorm des woords voor het oog te herstellen1 omdat die echte vorm toch niet meer begrepen1 en het woord niet meer als afleiding of samenstelling1 maar als ondeelbare eenheid opgevat wordt4 ,zoo schrijft men ambacht voor andbacht2 kerspel voor kerkspel2 leidsel voor leidzeel2 lichaam voor lijkhaam2 misschien voor mag schin2 momboor voor mondboor1 enz41 omdat in al die woorden het ware begrip voor het taalgevoel verduisterd is4 ,deze opmerking leidt tot de beantwoording der vraag3 ,moet men1 naar de afleiding1 jufvrouw spellen1 of wel1 naar de uitspraak1 juffrouw1 gelijk ,bilderdijk schreef en thans nog velen schrijven8 ,omtrent juffer1 mejuffer1 kan geen twijfel bestaan3 het oude vere1 ver 7voor vrouw71 is zoo geheel verouderd1 dat hier aan geen herstel der oorspronkelijke spelling te denken valt ,maar in juffrouw1 mejuffrouw1 herkent men nog het subst4 vrouw4 ,is het dus niet raadzaam1 daarin de v te behouden8 ,wij aarzelen niet1 die vraag ontkennend te beantwoorden4 ,dat de wezenlijke vorming des woords in het bewustzijn der natie niet meer leeft1 blijkt overtuigend hieruit1 dat zelfs een taalkenner als ,bilderdijk het eerste deel volstrekt niet verstond en juffrouw als eene verbastering van hofvrouw beschouwde 7,taal- en ,dichtk4 ,versch4 ,d4 ,,ii1 bl4 #adf74 ,doch de ware geschiedenis des woords was deze4 ,het oude joncvrouwe1 joncvrouw1 als joncfrouw uitgesproken1 verliep allengs tot jonfrouw1 joffrouw1 juffrouw4 ,de f ontstond derhalve uit de v door den verscherpenden invloed der keelletter c of k1 en vervolgens werd het woord zoodanig ingekort1 dat zoowel de c of k als de n wegvielen1 waardoor nu de f verdubbeld moest worden4 ,zal men nu de tweede f weder terugbrengen tot de oude v1 door jufvrouw te schrijven8 ,maar dan hangt die eerste f geheel in de lucht en wordt door niets gerechtvaardigd4 ,die f is de verdubbeling der oorspronkelijke v1 nadat zij tot f verscherpt was2 van het oogenblik af1 dat zij in de eerste lettergreep gehoord werd1 moest ook de aanvangletter der tweede scherp blijven en had de v alle reden van bestaan verloren4 ,jufvrouw zou aan eene samenstelling uit juf en vrouw doen denken1 geheel in strijd met de waarheid3 wij zagen reeds1 hoe zelfs ,bilderdijk daardoor misleid werd4 ,maar schrijft men juffrouw1 dan is de vorm van het woord etymologisch gerechtvaardigd3 de dubbele f stelt de samentrekking voor1 die door de onderlinge werking der oorspronkelijke v en der beide weggevallene medeklinkers ontstond4 ,en men blijft dan tevens getrouw aan den bovengenoemden regel3 in samengestelde woorden1 voor zooverre zij nog helder begrepen worden1 zich naar de afleiding te richten2 doch wanneer zij niet meer in hunne vorming verstaan worden de uitspraak te volgen4 ,om dezelfde reden hebben wij in #ig aan nochtans boven nogtans de voorkeur gegeven1 omdat ook in dit woord de samenstelling nog dan in het volksbewustzijn niet meer gevoeld wordt4 ,evenzoo is juffrouw1 in analogie met juffer1 boven jufvrouw te verkiezen1 en te meer omdat het woord veelal f van een ongehuwd persoon in tegenstelling van eene gehuwde1 van een meisje in tegenstelling van eene vrouw gebezigd wordt1 f van eene gehuwde en zelfs bejaarde vrouw van minderen stand1 zoodat in het eerste geval het begrip van vrouw1 in het tweede dat van jong1 in de samenstelling nagenoeg is uitgesleten1 om gezamenlijk plaats te maken voor eene nieuwe voorstelling1 waarin de beide samenstellende deelen zich in eene eenheid hebben opgelost1 die juist door de spelling juffrouw ook voor het oog wordt voorgesteld #h4 #aaa4 ,onze taal heeft niet zelden in woorden1 die oorspronkelijk met eene v begonnen1 deze letter tot f verscherpt1 om daardoor hetzij eene verfijning of verscherping1 hetzij eene ongunstige opvatting1 in elk geval eene wijziging van het oorspronkelijke begrip uit te drukken2 b4v4 in fladderen naast vledderen en vlederen1 waarvan vledermuis2 in fleemen naast vleien2 fluks van vlugs2 fraai van fr4 vrai2 frisch nevens versch2 fijt1 voorheen vijt4 ,ook bij de v van vonk heeft die verscherping plaats gehad in het afgeleide fonkelen1 wanneer dit woord overdrachtelijk van oogen1 blikken enz4 gebezigd wordt4 ,de ,redactie handelt derhalve overeenkomstig ons taaleigen1 wanneer zij1 de algemeene uitspraak volgende1 het figuurlijke fonkelen met den scherpen medeklinker schrijft1 en het zoodoende door de spelling onderscheidt van vonkelen in de eigenlijke opvatting 7vonken schieten of om zich verspreiden71 bij welk laatste1 juist omdat de beteekenis geenerlei wijziging ondergaan heeft1 geene reden bestaat om af te wijken van de spelling1 die door de afleiding gevorderd wordt4 #aab4 ,de toonlooze e1 die in de meeste woorden op -ling1 -lijk en -loos1 vr deze achtervoegsels wordt aangetroffen1 als in vreemdeling1 bloedeloos enz41 staat zelden in verband met de etymologie dier woorden1 en doet niets aan hunne beteekenis af of toe4 ,die e is veelal zuiver euphonisch2 zij wordt in elk geval1 behalve in eene temende uitspraak1 slechts zeer flauw gehoord1 bij een eenigszins driftig of krachtig spreken zelfs geheel onderdrukt3 vandaar dat dichters te haren opzichte met de grootste vrijheid te werk gaan1 haar schrijven of weglaten1 naar gelang de versmaat zulks noodzakelijk maakt1 zelfs in die woorden1 waarin zij door de etymologie zou gevorderd worden2 b4v4 in eindlijk1 eindloos1 van einde1 zeedlijk van zede1 enz4 ,daar die e onder het uitspreken als vanzelve ontstaat1 zou zij streng genomen volgens #dc in het geheel niet behoeven geschreven te worden2 het gevestigde gebruik echter wil nu eenmaal1 dat zij in vele woorden worde aangegeven1 en verlangt voorschriften die de schrijvers kunnen besturen4 ,de meeste dier voorschriften echter missen uit hunnen aard dien vasten grondslag1 dien andere regels hetzij in de etymologie1 hetzij in de duidelijk waarneembare uitspraak vinden1 en hebben dus1 uit een grammatisch oogpunt beschouwd1 weinig of geene waarde4 ,zelfs de regel der analogie kan hier niet streng worden toegepast1 vermits er gevallen zijn1 waarin de bewuste e stellig nooit ontstaat en dus ook nooit wordt geschreven1 terwijl in andere gevallen het oordeel der sprekenden en schrijvenden zeer uiteenloopt1 geheel subjectief is en zelfs eenigermate met hun persoonlijk karakter in verband staat4 ,de ,redactie erkent derhalve gaarne1 dat het hier eene zaak geldt van zeer weinig belang1 en hecht daarom slechts eene betrekkelijke waarde aan de regels1 die zij voor eigen gebruik heeft aangenomen4 ,zij meent alleen te moeten doen opmerken1 dat het weglaten der e achter de zachte verwante medeklinkers b1 d en g hunne verscherping tot p1 t en ch of tot k 7in ng7 ten gevolge zou moeten hebben4 ,daardoor acht zij zich verplicht het weglaten der e in prozastijl te ontraden bij woorden als hebbelijkheid1 onhebbelijk1 dadelijk1 deugdelijk1 goddelijk1 lijdelijk1 maagdelijk1 verstandelijk1 schadeloos1 zendeling1 dagelijks1 degelijk1 mogelijk1 belangeloos enz41 die1 zonder e geschreven1 tot de uitspraak onheplijk1 daatlijk1 moochlijk enz4 aanleiding zouden geven4 ,daarentegen kan het uitlaten der e achter stammen1 eindigende op eene g1 die door den invloed der volgende l verscherpt is en als ch wordt uitgesproken1 b4v4 genoeglijk1 gezeglijk1 heuglijk1 ontzaglijk1 strekken om hunne spelling met de uitspraak in overeenstemming te brengen1 en zonder sterk in het oog loopende veranderingen een einde te maken aan den ontegenzeglijk hinderlijken strijd tusschen de gebruikelijke spelling genoegelijk1 heugelijk1 ontzaggelijk en de uitspraak genoechelijk of genoechlijk1 heuchlijk1 ontzaglijk4 ,dit alles in aanmerking nemende1 meent de ,redactie voor zich het volgende te moeten vaststellen3 ,de achtervoegsels -lijk en -loos1 en het achtervoegsel -ing1 wanneer dit van de euphonische l wordt voorafgegaan1 nemen ter verbinding met het stamwoord eene toonlooze e vr zich1 behalve in de vier volgende gevallen3 #a7 ,wanneer het grondwoord op een klinker eindigt1 sluiten -lijk1 -loos en -ling zich onmiddellijk aan3 kwalijk1 oolijk1 vroolijk1 schadeloos1 tweeling1 drieling1 zaailing1 vrijling1 kruiling4 ,bij analogie volgt hieruit1 dat moeilijk en verfoeilijk te verkiezen zijn boven moeielijk en verfoeielijk1 gelijk zij dan ook gewoonlijk zonder e worden uitgesproken4 ,vrijelijk echter1 waarin de e altijd gehoord wordt1 eischt buiten twijfel de inlassching van die letter ook in de spelling4 #b7 ,wanneer het grondwoord eindigt op eene l of r1 of wel op eene n1 voorafgegaan door een langen of helderen klinker of een tweeklank1 heeft er onmiddellijke aansluiting plaats2 als in doelloos1 balling1 begeerlijk1 bekoorlijk1 waarloos1 huurling1 gemeenlijk1 aanzienlijk1 gewoonlijk1 aandoenlijk1 fatsoenlijk1 pijnlijk1 toonloos1 groenling4 ,willeloos maakt geene uitzondering op dezen regel2 het is afgeleid van den ouderen vorm wille1 die ook nog in willekeur en willekeurig voorkomt4 ,waar de n voorafgegaan wordt door een korten klinker1 is de uitspraak en spelling mt of znder e evenzeer goed te keuren4 ,men zegt en schrijft beide3 manlijk en mannelijk1 beminlijk en beminnelijk1 zinlijk en zinnelijk1 enz4 ,somtijds heeft echter het gebruik een onderscheid in de beteekenis ingevoerd1 als b4v4 zinloos 7zonder zin7 en zinneloos 7krankzinnig74 ,in die gevallen moet natuurlijk ook de spelling onderscheiden worden4 #c7 ,de toonlooze e wordt niet ingevoegd in woorden1 die eindigen op toonlooze lettergrepen1 als3 adellijk1 middellijk1 eigenlijk1 openlijk1 eeniglijk1 geduriglijk1 koninklijk1 teugelloos1 ouderloos1 regeeringloosheid enz4 #d7 ,wanneer het grondwoord op eene g eindigt1 die als ch wordt uitgesproken1 stelt de e eene uitspraak voor1 met de werkelijke in strijd1 terwijl hare weglating vanzelve de verscherping der g ten gevolge heeft2 daarom schrijft de ,redactie3 behaaglijk1 bijvoeglijk1 genoeglijk1 gevoeglijk1 heuglijk1 klaaglijk1 ontzaglijk enz42 daarentegen dagelijks1 degelijk1 mogelijk enz41 in welke woorden de g hare zachte uitspraak behoudt4 ,nog moet hier aangemerkt worden1 dat de schrijfwijze rdenlijk of rdentlijk1 afkomstig uit den tijd1 toen men ordene1 orden 7van lat4 ordo1 ordinis7 zeide1 thans noodwendig is vervallen1 nu iedereen orde zonder n uitspreekt en schrijft4 ,de ,redactie schrijft derhalve ordelijk1 evenals eindelijk1 zedelijk en redelijk1 welk laatste oorspronkelijk ook redenlijk werd geschreven1 als van redene1 reden afgeleid4 ,ordntelijk1 met den klemtoon op de tweede lettergreep1 hoewel het insgelijks zijnen oorsprong aan de thans verouderde uitspraak orden heeft te danken1 is ten gevolge van de wijziging zijner beteekenis een afzonderlijk woord geworden1 hetwelk evenzeer recht van bestaan heeft als zindelijk nevens zinnelijk of zinlijk4 #aac4 ,daar het gewaande achtervoegsel -ling 7zie de verhandeling over -ing in ,dr4 ,de ,jager's ,archief1 ,i1 #aja en v47 niets anders is dan het suffix -ing1 voorafgegaan door eene euphonische l1 en deze derhalve geene reden van bestaan heeft1 wanneer het grondwoord reeds op l eindigt1 schrijven wij hemeling enz4 ,het is bekend1 dat deze schrijfwijze1 ofschoon om eene andere reden1 reeds een ijverig voorstander vond in ,bilderdijk1 aan wien echter1 in een oogenblik van onbedachtzaamheid1 de spelling heuvelling ontsnapte 7,,iii1 blz4 #aj74 ,adellijk1 middellijk en onmiddellijk moeten de dubbele l hebben1 als zijnde gevormd met het achtervoegsel -lijk van adel en middel4 ,de spelling adel-ijk steunde op de verkeerde meening1 dat -lijk uit l-ig zou bestaan4 ,de ,nieuwhoogduitsche schrijfwijze adelig met eene g wordt door ohd4 adallh1 mhd4 adellich1 weersproken1 waarom ook ,grimm met anderen adelich met ch spelde1 en de meer gebruikelijke met g voor falsch verklaarde4 ,de spelling midde-lijk is gegrond op de onjuiste onderstelling1 dat het grondwoord mid of midden zou wezen4 ,het tegendeel blijkt overtuigend uit de spreekwijze zonder middel1 die eertijds in gebruik was1 waar wij thans onmiddellijk bezigen 7zie ,janssen en ,van ,dale1 ,bijdragen1 ,dl4 ,,vi1 blz4 #ahj1 art4 #bc74 #aad4 ,de woorden middeldeur1 middellandsch1 middellijf1 middellijn1 middelmaat1 middelmatig1 middelmuur1 middelpad1 middelschot1 middelsoort1 middelstand1 middelweg1 met middel samengesteld1 zijn te lang algemeen aangenomen1 dan dat er eene geldige reden zou bestaan om1 in strijd met de meest gewone uitspraak1 in de overige midden te schrijven4 ,zij zijn een gevolg van de vroeger geheerscht hebbende neiging om het eerste lid van samenstellingen op -el te laten eindigen1 waaraan wij ringelduif1 schorteldoek1 vastelavond e4a4 te danken hebben4 ,de ,redactie schrijft daarom ook middeleeuwen1 ,middelnederlandsch1 middelpunt1 middelrif enz4 ,in n woord1 het is waar1 wordt gewoonlijk de n uitgesproken3 men zegt namelijk middenevenredig2 doch in verband met al de andere bovengenoemde schijnt het raadzaam ook hier op gelijke wijze te handelen en dus ook hier op grond der ,analogie de l aan te nemen4 #aae4 ,siegenbeek schreef1 op voorgang van ,huydecoper1 in #ahjd de spelling eigenlijk1 openlijk enz4 voor4 ,toen zich echter eenige stemmen voor de schrijfwijze eigentlijk1 opentlijk1 met eene ingelaschte t lieten hooren1 gaf de ,hoogleeraar toe en verklaarde hij zich voor de laatste4 ,dit werkte intusschen weinig uit2 de groote meerderheid ging voort eigenlijk1 wezenlijk enz4 te schrijven1 en slechts enkelen volgden de nieuwe beslissing4 ,de ,redactie meent de eerste spelling te moeten aannemen1 omdat die t niet tot het wezen dier woorden behoort1 de afleiding niet opheldert1 de duidelijkheid niet bevordert1 noch door het hedendaagsche beschaafde spreken vereischt wordt4 ,zij beschouwt haar als het uitvloeisel van eene vergroving der uitspraak1 die gelijkstaat met eene b in hembd of eene p in hij kompt1 en met de d in de minder edele woorden vilder1 boender1 diender 7nevens het edeler dienaar74 ,wanneer zij die t aannam1 zou zij rekenen lijnrecht aan te druischen tegen de hedendaagsche richting der taal1 die naar beschaving en verfijning der uitspraak streeft4 ,om dezelfde redenen verwerpt zij ook de t in gantsch1 gelijk ,bilderdijk schreef op voorgang van de ,staten-overzetters des ,bijbels4 ,gantsch zonder t is zoowel met de beschaafde uitspraak als met de afleiding in overeenstemming4 #aaf4 ,iemand en zijne ontkenning niemand1 mnl4 ieman en iemen1 bestaat uit ie en man in de thans verouderde beteekenis van mensch in het algemeen4 ,de aangehechte tongletter heeft hier dus in het geheel geene beteekenis1 maar dient louter ter versterking van de sluitende n1 waartoe de taal zoowel de d als de t bezigt4 ,de natuur der sluitletter kan derhalve evenmin bij analogie bepaald als uit de uitspraak opgemaakt worden4 ,immers in mijnenthalve1 ordentelijk1 erkentelijk1 bekentenis komt eene ingelaschte t voor2 doch arend1 oudt4 aren2 boender1 diender1 van boenen en dienen2 hoenders van hoen2 zindelijk uit zinlijk2 ,hendrik1 hd4 ,heinrich1 hebben ter steuning der n eene d4 ,de regel der onverbuigbare woorden1 die eene t zou gebieden1 kan hier ook niet worden toegepast2 want iemand en niemand behooren als voornaamw4 tot de verbuigbare1 en worden in de #b;de naamvallen iemands en niemands ook werkelijk verbogen4 ,men is dus tot de verbuigbare verwezen1 en deze bekomen volgens het hedendaagsche gebruik in de onverbogen vormen tot sluitletter dien medeklinker1 die in de verbogene gehoord wordt4 ,blijkens ,plantijn1 ,kiliaan1 de ,staten-overzetters des ,bijbels1 ,de ,decker en anderen1 luidden de #c;de en #d;de naamv4 vroeger iemanden1 niemanden1 met eene d4 ,die vormen zijn thans buiten gebruik2 doch hadden zij niet bestaan en in het bewustzijn van het volk gelegen1 men zou1 gelijk voorheen1 thans nog algemeen iemant en niemant schrijven1 evenals men want1 leeft1 legt1 leent1 hoort met t spelt1 omdat die vormen geene verlenging ondergaan1 die het bewustzijn kon levendig houden1 dat zij eigenlijk volgens de afleiding en ons taaleigen eene d zouden moeten hebben4 ,de ,redactie ziet derhalve geene reden om van het bijna algemeene gebruik af te wijken2 zij schrijft iemand1 niemand met eene d1 welke evenzeer gewettigd is als die van arend1 mv4 arenden4 ,ten mijnent1 zijnent1 harent1 onzent1 uwent1 hunnent1 hoewel uit verbogen vormen ontstaan1 behooren1 als bijwoordelijke uitdrukkingen1 tot de onverbuigbare woorden1 en worden dus consequent en volgens het algemeene gebruik met t geschreven4 #aag4 ,volgens de afleiding zou ootmoed1 ohd4 thmuothi1 oodmuati1 ags4 edhmd1 ouds4 dhmuodi1 bij ,kiliaan nog oodmoed1 eene d moeten hebben1 als bestaande uit ood1 goth4 auths1 ohd4 di1 aothi1 ags4 edh1 ouds4 dh1 dhi 7ledig1 licht1 gemakkelijk71 dat noode heeft opgeleverd1 en verminkt ook voorkomt in oolijk1 bij ,kil4 oodelick1 oyelick1 oolijk4 ,de vormen in de verwante talen1 ook het uitvallen der tongletter uit oolijk1 bewijzen1 dat zij oorspronkelijk zacht is geweest1 namelijk eene d1 uit th of dh ontstaan4 ,intusschen zou het herstellen der d volstrekt geen voordeel aanbrengen4 ,al kon daardoor ook de verwantschap met noode en oolijk blijken1 die kennis zou voor het publiek de beteekenis van het woord niet duidelijk maken4 ,die d zou veeleer eene tegengestelde uitwerking kunnen hebben en ten onrechte doen denken aan eene samenstelling met ood in kleinood1 dat schat beteekent1 en het eerste lid van ooievaar1 bij ,kil4 odevaer1 uitmaakt1 en dat blijkens goth4 aud1 ohd4 aot1 t1 ags4 ed1 ouds4 d1 geheel anders dan het vorige ood luidde4 ,om de opgegeven reden achten wij het onraadzaam hier de afleiding meer dan de uitspraak te doen gelden1 en geven wij aan de gebruikelijke spelling ootmoed met eene t de voorkeur4 #aah4 ,omtrent1 dat oorspronkelijk rondom1 vervolgens in den omtrek1 in de nabijheid beteekende1 doch thans bijna uitsluitend overdrachtelijk gebezigd wordt1 evenals omstreeks1 eigenlijk in de omstreek1 behoorde volgens de afleiding op d uit te gaan4 ,het bestaat uit het voorzetsel om1 dat door trend nader bepaald wordt1 gelijk bij door na in bijna1 omzetting van na bij4 ,trent1 trend is een bijv4 naamw41 hier als bijwoord gebezigd1 en beteekent rond1 blijkens ofri41 deensch en zweedsch trind1 rond4 ,in het ,deensch dient trind1 gelijk round in het ,engelsch1 zoowel alleenstaande als door om gevolgd 7trind1 trind om71 als voorzetsel met den zin van rondom4 ,ook in het ,oudfriesch stond om nog achteraan3 trind umbe1 trund om1 rondom4 ,dat de sluitmedeklinker oorspronkelijk eene d was1 blijkt uit ags4 trendel1 kring1 cirkel2 uit eng4 to trundle1 draaien1 en trendle1 as of tap in een molen4 ,doch het weder invoeren der vergeten d1 die als sluitletter tot t verscherpt is1 zou tot niets dienen1 op geen enkel bekend verwant woord wijzen1 dat de beteekenis van het woord kon ophelderen4 ,wij vinden daarom geene overwegende reden om de afleiding in spijt van de uitspraak te doen gelden1 en nutteloos eene uitzondering te maken op den regel1 dat onverbuigbare woorden op scherpe medeklinkers eindigen4 ,wij gaan dus voort omtrent met de door het ,gebruik gewettigde t te schrijven1 evenals want1 dat anders1 blijkens onl4 wanda1 insgelijks zijne d zou moeten terugnemen4 #aai4 ,eene niet minder gewichtige quaestie1 die een zeer groot aantal woorden betreft1 is de spelling der verkleinwoorden1 met of zonder n op het einde4 ,het weglaten der n was in de vorige eeuw nagenoeg algemeen geworden4 ,bilderdijk meende1 op etymologische gronden1 die den toets der critiek niet kunnen doorstaan1 haar weder te moeten aannemen4 ,de ,redactie kan hem daarin niet navolgen4 ,die n achter -je is in strijd met de beschaafde uitspraak1 waarin men niet van een meisjen of huisjen1 nog minder van meisjens of huisjens hoort1 en wordt voor de duidelijkheid niet gevorderd4 ,dat zij uit de beschaafde uitspraak geheel verdwenen is1 bewijzen de dichters overtuigend4 ,de e van het verkleinend achtervoegsel vloeit in de pozie met een volgenden klinker ineen1 b4v43 ,nedrig vogeltje1 elks behagen1 hetgeen noch bij de pluralia op en1 noch bij de infinitieven kan plaats hebben4 ,men behoudt de n alleen dan1 wanneer men de ineensmelting van het achtervoegsel en een volgenden klinker wil verhinderen4 ,daar de hedendaagsche richting der taal wil1 dat men de slot-n achter de toonlooze e maar flauw late hooren1 zouden de enkelvouden huisjen1 kopjen1 schoteltjen enz4 op zich zelve niet zoo erg tegen de beschaafde uitspraak aandruischen1 men zou de n daarin nagenoeg kunnen onderdrukken2 doch dan waren die enkelvouden in strijd met de meervouden huisjens1 kopjens1 schoteltjens1 die1 z geschreven1 naar analogie van kuikens1 leugens1 molens1 het duidelijk uitspreken der n zouden eischen4 ,deze letter zou derhalve de woorden niet verstaanbaarder1 maar wel onwelluidender maken en tot eene pedante uitspraak aanleiding geven4 ,vergel4 #fa en #fb4 ,ten opzichte van de woorden op -ken is de ,redactie van een ander gevoelen4 ,deze--de in ,belgi meest gebruikelijke--vorm der verkleinwoorden is in den tegenwoordigen toestand der taal van ,noord-,nederland bijna als provincialisme en archasme te beschouwen1 en is1 in de laatstgenoemde hoedanigheid althans1 nog gepast in den bijbel- en kanselstijl1 die gaarne deftige1 eenigszins verouderde vormen bezigt4 ,wij willen om die reden de n achter kindeken1 jongsken1 dochterken enz4 behouden1 te meer daar zachtkens en allengskens haar gebiedend eischen2 in minder deftigen stijl echter1 waarin -ken stijf zou klinken1 zien wij geen bezwaar in boekske1 jongske enz4 ,de uitspraak leert duidelijk genoeg1 wanneer vr het achtervoegsel -je eene t moet ingelascht worden4 ,er bestaat te dien aanzien alleen verschil van gevoelen bij de woorden op d en m4 ,bilderdijk en vele zijner volgelingen voegen ook achter deze letters eene t in1 en schrijven3 handtjen1 kladtjen1 bloemtjen enz42 terwijl de meeste schrijvers aan handje1 kladje1 bloempje1 boompje enz4 de voorkeur geven4 ,bij het kiezen tusschen de beiderlei schrijfwijzen moet men in het oog houden1 dat de ware vorm van het achtervoegsel -je is1 niet -tje2 gelijk blijkt uit liefje1 kluifje1 boogje1 leugje1 vischje1 muschje1 doekje1 beekje1 popje1 reepje1 lesje1 kusje enz4 ,bilderdijk's spelling handtjen rustte op eene ongegronde onderstelling4 ,hij meende1 dat de d aan het einde van eene lettergreep1 op ,engelsche wijze1 steeds denzelfden klank had als aan het begin2 het was bij hem levendig1 dat men hand altijd met een scheva eene toonlooze e moet doen hooren1 immers uitspreken4 ,spraakl41 blz4 #bac4 ,hand was derhalve voor hem1 naar luid zijner eigene woorden1 nagenoeg hetzelfde als hande1 en handtjen dus als handetjen4 ,spreekt men z uit1 dan is de t even onmisbaar als in kommetje1 mannetje2 doch z spreekt tegenwoordig wel niemand4 ,wie thans handtjen1 hondtjen1 draadtjen enz4 geschreven ziet1 die leest1 alsof er hantjen1 hontjen1 draatjen enz4 stond4 ,die uitspraak nu is f goed f niet goed4 ,wie in moordjaar1 landjonker de d zachter uitbrengt dan de t in straatjongen1 zal haar afkeuren2 maar die hoort en maakt ook onderscheid tusschen pondje en pontje1 wandje en wantje enz41 en zal dus ook de spelling handtjen enz4 en de daarop gegronde uitspraak verwerpen1 als strijdig met die uitspraak1 die hij voor de ware houdt1 en met de duidelijkheid1 die verschillende woorden zooveel doenlijk wil onderscheiden hebben4 ,wie daarentegen in moordjaar1 landjonker de d even scherp uitbrengt als de t in straatjongen1 die neemt aan1 dat de d1 als zij sluitletter wordt en niet gevolgd is door eene b of d1 vanzelve in t overgaat1 gelijk zulks werkelijk aan het einde van een woord geschiedt4 ,voor hem is dus reeds vanzelve de t-klank aanwezig1 en derhalve de inlassching van het letterteeken t even overtollig1 als het zijn zou in kanttje1 tenttje1 punttje4 ,wie in handtje1 kindtje de t noodzakelijk acht1 moet1 om consequent te blijven1 terugkeeren tot de sinds lang verworpen spelling handt1 kindt enz41 die dan evenzeer noodzakelijk is4 ,in de gewone uitspraak is in de letterverbinding dt de d stom1 en klinkt hij wordt1 bidt1 antwoordt enz41 als hij wort1 bit1 antwoort4 ,beide letters te laten hooren is1 zoo al niet ondoenlijk1 dan toch even wanluidend als het letterlijk uitspreken van gch1 waartegen men zoozeer heeft geijverd4 ,derhalve1 hoe men handtje1 hondtje enz4 ook neemt en uitspreekt1 de t achter de d is f strijdig met de uitspraak1 f overtollig en niet gemotiveerd1 en in elk geval strijdig met de welluidendheid4 ,de woorden op m1 voorafgegaan door een langen klank1 nemen in de gewone uitspraak eene p aan4 ,dit is een natuurlijk gevolg van de wijze1 waarop de m en p worden voortgebracht2 beide vereischen het sluiten der lippen4 ,wie boompje zegt1 drukt ze bij de m op elkander1 en houdt ze slechts een oogenblik langer in dien stand om de p te verkrijgen4 ,spreekt men boomtje uit1 dan moet men voor de m de lippen sluiten1 voor de t ze weder openen en de tong te werk stellen4 ,de p ontstaat dus in bloempje als vanzelve1 ten minste gemakkelijker dan de t in bloemtje1 die zelfs eenige oplettendheid vereischt4 ,bloempje is uit dien hoofde natuurlijker dan bloemtje1 en de p daarom te verkiezen boven de t1 tenzij men achter de m eene toonlooze e late hooren en bloemetje of blommetje uitspreke1 in welk geval de t1 gelijk achter alle klinkers1 hare rechten doet gelden4 ,de p klinkt op zich zelve wel niet leelijker1 platter of plomper dan de t1 en stellig niet in het gezelschap van de aanverwante m4 ,er is dan ook geene enkele grondige reden te bedenken1 waarom zij geweerd zou moeten worden4 ,de reden1 die ,bilderdijk daarvoor aanvoerde1 was uit de lucht gegrepen4 ,hij meende1 dat men vroeger bloemptje1 boomptje enz4 geschreven had1 dat de p eene tusschenletter was1 alleen uit de verbinding der m en t ontstaan1 en die men nu dwaaslijk met wegwerping der t wilde behouden2 hij stelde bloempje gelijk met het platte kompt en neempt4 ,intusschen zijn er geene voorbeelden van de spelling boomptje1 bloemptje aan te wijzen1 en ,bilderdijk's beweren onderstelt ten onrechte de onmisbaarheid der t in het verkleinende achtervoegsel4 ,doch dit luidt -je of -jen1 niet -tje of -tjen4 ,de t en p worden slechts ingelascht ter versterking van de zoo zachte en zwakke j1 waartoe1 indien de taal zulks gewild had1 ook de derde tenuis k had kunnen dienen1 gelijk blijkt uit den ,frieschen eigennaam ,froukje1 hetzelfde woord als ,vrouwtje1 en uit de werkwoorden boerkje1 het boerenbedrijf uitoefenen2 briefkje1 brieven schrijven1 enz4 ,de t heeft in de algemeen ,nederlandsche deminutieven evenmin eene beteekenis als de p achter de m en de k in de genoemde ,friesche woorden2 zij heeft louter euphonische waarde1 gelijk de n in honing1 diens1 wiens enz4 ,de lipletter p staat derhalve in bloempje niet ten koste van de t1 maar is1 gelijk ook juist kompt1 neempt en dergelijke woorden leeren1 de natuurlijke en eigenaardige versterking der lipletter m1 evenals de tongletter t #i van de tongletters l1 n en r in stoeltje1 zoontje1 deurtje1 en als de keelletter k van de keelletter g1 die in de verbinding ng nog flauw met den klank der ,fransche en ,friesche g gehoord wordt4 ,ten gevolge daarvan zegt men koninkje1 woninkje1 rottinkje enz41 terwijl wel nooit iemand koninktje zal uitgesproken of geschreven hebben4 ,de p is achter de m evenmin overtollig als de t achter een klinker of vloeiende letter1 omdat de j dan te zwak wordt geoordeeld2 men zal er toch wel nimmer toe komen om raamje1 boomje enz4 te zeggen1 evenmin als zeeje1 koeje1 stoelje1 maanje1 deurje4 ,om de aangevoerde redenen is de ,redactie van oordeel1 dat de inlassching der t in verkleinwoorden1 gevormd van woorden1 die op d eindigen1 f in strijd is met de uitspraak f overtollig1 en dat die t in allen gevalle geen nut doet1 maar slechts tot eene onwelluidende uitspraak aanleiding kan geven2 vervolgens dat de p de eigenaardige versterkingsletter der m is1 door physiologische taalwetten gevorderd en in overeenstemming met de bijna algemeene uitspraak4 ,daarom meent zij te moeten schrijven draadje1 handje enz4 zonder t1 en raampje1 boompje enz4 met eene p1 doch natuurlijk bloemetje en blommetje met eene t achter de toonlooze e4 ,het behoeft echter wel niet vermeld te worden1 dat zij geene inbreuk wil maken op ieders vrijheid om1 waar men het dienstig mocht oordeelen1 in pozie b4v41 bloemtje te schrijven1 dat men nu eenmaal--te recht of te onrecht--als fijner en kiescher aanmerkt4 #abj4 ,eene andere vraag1 omtrent het al of niet bezigen eener slot-n1 betreft de woorden behalve1 derhalve1 weshalve1 allenthalve1 mijnenthalve1 zijnenthalve enz41 gelijk men gewoonlijk schrijft4 ,ook deze vereischen eene afzonderlijke overweging4 ,zij zijn geene eigenlijke samenstellingen1 maar slechts samenkoppelingen van het substantief half1 halve met een voorafgaand woord1 hetwelk1 zoo het gebruik zulks gewild had1 ook van halve gescheiden had kunnen blijven4 ,halve beteekent zijde1 kant1 gelijk blijkt uit het #cdste vers van den #fgsten der ,oudnederl4 psalmen3 ,singit ,gode1 thie upstgit ovir himel himeles te sterhalvon2 ,psallite ,deo1 qui ascendit super coelum coeli ad orientem 7ad partes orientales74 ,in alle verwante talen was dit woord vrouwelijk1 en werd het zoowel onder den vorm1 die aan ons halve1 als onder dien1 welke aan ons half beantwoordt1 sterk verbogen2 waaruit volgt1 dat het alleen in het meervoud eene n kan hebben en dat een genitief en datief singul43 dezer halven1 onbestaanbare vormen zijn4 ,naar deze gegevens zijn de bovengenoemde woorden te beoordeelen4 ,behalve bestaat uit het genoemde substantief en de praepositie bij1 mnl4 bi1 hier ten gevolge der samenkoppeling tot be verzwakt4 ,behalve is dus eigenlijk bij halve1 en beteekent zooveel als bij zijde1 ter zijde gezet1 aan een kant gesteld1 d4i4 niet medegerekend4 ,het ,ohd4 hield de woorden nog gescheiden en schreef in het enkelv4 pi halpo 7in parte1 in secreto71 en in het meerv4 pi halpon 7in partibus74 ,in het ,oudnederl4 luidde het woord behalvo en behalvon 7,ps4 ,,lv1 #aj1 en verg1 de ,gloss4 ,lips474 ,uit een en ander volgt1 dat hier aan geene afleiding door middel van een suffix -en1 veelmin1 gelijk ,bilderdijk wilde1 aan een participium van een werkw4 behalven of behalden te denken is4 ,het voorzetsel bi1 bij1 regeerde oudtijds den dativus1 zoodat halve hier een derde naamval moet zijn4 ,de quaestie1 of men met ,bilderdijk en anderen behalven met eene n1 of1 in overeenstemming met de beschaafde uitspraak1 behalve te schrijven heeft1 komt dus neder op de vraag1 of men hier met het enkel- dan wel met het meervoud van halve te doen heeft4 ,daar nu n voorwerp maar aan ne zijde kan geplaatst worden1 zoo is het meervoud behalven volstrekt ondenkbaar1 wanneer er van het uitzonderen van slechts n ding sprake is2 terwijl ook eene veelheid van uitzonderingen zeer goed geacht kan worden aan een en denzelfden kant geschoven te zijn4 ,de schrijfwijze behalve zonder n1 de eenige1 die in alle gevallen verdedigbaar is1 beantwoordt dus niet slechts aan de uitspraak1 maar ook aan de afleiding en de beteekenis des woords1 en is derhalve zonder twijfel te verkiezen4 ,de overige uitdrukkingen zijn van een anderen aard en komen alle daarin overeen1 dat halve absoluut gebezigd is1 zoodat vr alles moet uitgemaakt worden1 welke absolute casus hier aangetroffen wordt4 ,de samenkoppelingen mijnentwege1 onzentwege enz41 die nagenoeg hetzelfde beteekenen als mijnenthalve1 onzenthalve1 kunnen hier den weg wijzen4 ,zij zijn alle kennelijk samengesteld met wege1 datief van weg4 ,daar nu halve in derhalve en weshalve blijkbaar in dezelfde betrekking staat1 heeft men ook hier een dativus absolutus4 ,in het eerstgenoemde is der1 evenals in dermate1 derwijze1 dus de derde naamval van het aanwijz4 voornw4 die1 congrueerende met halve3 dierhalve 7van die zijde bezien74 ,in weshalve daarentegen treft men het relativum wat aan1 in den genitief wes1 die door halve geregeerd wordt4 ,weshalve is dus zooveel als3 beschouwd van de zooeven genoemde zijde4 ,daar niets hier aanleiding geeft om aan het meervoud van halve te denken1 is het rationeel het gebruikelijke enkelvoud1 dat voor alle gevallen passend is en met de uitspraak overeenstemt1 te houden en derhalve1 weshalve te blijven schrijven4 ,de spelling der overige woorden is meer aan twijfel onderhevig4 ,zeker is het1 dat allenthalve uit hoofde zijner beteekenis 7van alle kanten of van alle zijden7 het meerv4 van halve onderstelt1 en dat de vormen der bezittel4 voornaamw4 mijnen1 zijnen1 onzen1 enz41 bij een vrouwelijk substantief staande1 slechts derde naamvallen van het meerv4 kunnen zijn4 ,men zou hierin eene reden kunnen zien om in allenthalve1 mijnenthalve enz4 aan halve den meervoudsvorm te geven4 ,wanneer men echter in aanmerking neemt1 dat oudtijds1 blijkens de verwante talen1 dergelijke absolute datieven zonder merkbaar onderscheid van beteekenis door elkander in het enkel- en meervoud gebezigd werden2 dat het ,mnl4 reeds halven met halve verwarde1 en den meervoudsvorm gebruikte1 waar men het enkelvoud verwachten zou #aj1 en dat halve1 misschien wel ten gevolge dier verwarring1 thans blijkbaar niet meer als een op zich zelf bestaand woord wordt beschouwd1 maar veeleer als een suffix1 waarbij men aan geen getal meer denkt2 dan zal men erkennen1 dat het weinig nut zou hebben1 indien men de hier bedoelde woorden door de spelling van de drie eerstgenoemde onderscheidde4 ,de ,redactie acht dit te minder raadzaam1 omdat het begrip van een meervoud bezwaarlijk overeen te brengen is met mijnenthalven en zijnenthalven1 noch met harenthalven en uwenthalven1 wanneer deze laatste op nen persoon zien1 zoodat de grammaticale vorm dezer uitdrukkingen door die spelling niet gerechtvaardigd zou zijn4 ,zij schrijft daarom zoowel allenthalve1 mijnenthalve1 hunnenthalve enz41 als behalve1 derhalve en weshalve1 zonder n4 ,vergelijk hier de laatste zinsnede van #fg4 #aba4 ,hetgeen bij behalve gezegd is1 doet denken aan bezijden4 ,dit woord komt zeker in zooverre met behalve overeen1 dat het geene afleiding met een achtervoegsel -en1 maar eene samenkoppeling is2 immers het ,ags4 schreef de deelen gescheiden3 be sdan4 ,de analogie schijnt derhalve de spelling bezijde zonder n te vorderen4 ,wanneer men echter bedenkt1 dat er ten opzichte der spelling van dit woord nooit verschil bestaan heeft1 en dat hier in overeenstemming met het ,eng4 besides waarschijnlijk aan het meerv4 van zijde moet gedacht worden1 dan vindt de ,redactie geene overwegende redenen om in dit woord de gebruikelijke spelling1 die in overeenstemming is met de beschaafde uitspraak1 te veranderen4 ,derhalve blijft zij bezijden schrijven4 ,zie ook hier #fg aan het slot4 #abb4 ,de ,redactie acht het ongeraden zoodanige letters1 die in de uitspraak geheel verdwenen zijn1 alleen op grond der afleiding in het schrift te herstellen4 ,daarom meent zij de d in thans en althans1 en evenzoo in de participiale vormen doorgaans1 nopens1 volgens1 wetens1 willens enz4 niet weder te mogen aannemen1 om dezelfde reden1 waarom wel niemand het gewone bijkans voor den oorspronkelijken vorm bijkants zou wenschen te verruilen4 ,de spelling thands1 doorgaands enz4 doet wel is waar de afleiding dezer woorden beter kennen1 doch deze kennis kan weinig of niets strekken ter opheldering hunner beteekenis1 en dit toch zou de eenige denkbare reden kunnen zijn om in strijd met de ,regels der ,uitspraak en der ,welluidendheid te handelen4 ,daarenboven zou die spelling lichtelijk aanleiding kunnen geven tot eene verharde uitspraak1 die de taal blijkbaar door het allengs weglaten der d heeft trachten te vermijden4 ,dat in de woorden thans en althans de h wordt behouden1 ofschoon die mede in de uitspraak geheel stom is geworden1 kan oppervlakkig schijnen met den hier gestelden regel in strijd te zijn2 doch inderdaad is het een ander geval1 omdat de h in deze woorden door het ,gebruik altijd erkend is geworden4 ,zie hier #ff1 a4 #abc4 ,van hetzelfde gevoelen als in #abb zijn wij ten aanzien van de stomme ch achter de s4 ,deze weder in te voeren in woorden1 waaruit het gebruik haar reeds heeft verbannen1 als harnas7ch71 moss7ch7el1 het bijw4 ras7ch7 en andere1 zou lijnrecht strijdig zijn met den ,regel der ,uitspraak en zou ook de beteekenis niet duidelijker maken4 ,evenzoo zou het niet te verdedigen wezen1 indien men tegen de uitspraak en het gebruik aan1 zonder genoegzaam door de afleiding gesteund te worden1 alleen om den wille der analogie1 achter bijvoegl4 naamw4 eene ch voegde1 wanneer die nooit met sch worden geschreven4 ,voortgezet onderzoek heeft het vermoeden bevestigd1 dat de ,germaansche talen1 hoewel de voorbeelden niet menigvuldig zijn1 soms door de achtervoeging eener bloote s1 en dus niet altijd met -sch1 ook van bekende grondwoorden adjectieven vormden4 ,nu wij weten1 dat woorden als bits van bijten1 spits van spit enz4 niet stellig tegen het taaleigen strijden1 achten wij ons niet gerechtigd1 aan de genoemde en dergelijke woorden eene ch te geven1 die in de uitspraak niet gehoord en niet stellig door de etymologie geischt wordt4 ,wij blijven derhalve schrijven bits1 dwars1 spits1 wars enz4 ,uit woorden1 waar1 in stelligen strijd met de afleiding1 eene ch is ingeslopen1 achten wij ons verplicht die weg te laten2 wij schrijven derhalve torsen1 oud-fransch torser1 nevens tros1 trossen1 fr4 trousse1 trousser4 ,alleen in heesch en gansch1 waarin de ch tegen de afleiding aan heeft plaats genomen1 wordt zij door de regelmaat en het gebruik gewettigd1 vermits de enkele s in de overige bijvoegl4 naamw41 wanneer zij door een langen klinker of eene n wordt voorafgegaan1 in de verbuiging in z verandert1 hetgeen niet geschiedt bij heesch en gansch1 die in de verbuiging de scherpe letter behouden3 heesche1 gansche4 ,daarentegen dwaas1 dwaze2 boos1 booze2 vies1 vieze2 vuns1 vunze2 lens1 lenze4 ,de ch heeft in losch 7lynx7 en het door ,bilderdijk aangenomen wasch 7cera7 evenmin reden van bestaan1 als achter zes1 os1 vos1 was 7toeneming7 en dergelijke4 ,in al deze woorden toch heeft de keelklank oudtijds niet achter1 maar vr de s plaats gevonden2 zooals onder andere blijkt uit hd4 luchs1 wachs1 sechs1 ochs1 fuchs1 wuchs4 ,wij schrijven derhalve los en was4 #abd4 ,er bestaat verschil van gevoelen omtrent de spelling van den overtreffenden trap der bijvoegl4 naamwoorden1 die op de sisklanken s en sch eindigen2 sommigen schrijven overeenkomstig de gewone uitspraak3 wijste1 frischte2 anderen1 op grond der ,grammatica3 wijsste1 frischste4 ,ofschoon ieder zich zooveel doenlijk onthoudt van zulke superlatieven1 die soms1 op het gehoor althans1 dubbelzinnig zijn1 kunnen zij toch niet altijd vermeden worden1 zoodat de ,redactie ook hier voor zich zelve beslissen moet4 ,bij een weinig nadenken blijkt de keus niet moeilijk te zijn4 ,ongetwijfeld zou de ,grammatica wijsste1 frischste eischen2 doch er bestaan redenen genoeg1 welke ons die spelling ontraden4 ,zij is vooreerst in strijd met de gewone beschaafde uitspraak1 die geene poging doet om de twee s's te laten hooren1 ten andere kan zij niet consequent gevolgd worden4 ,niemand zal immers in de onverbogen vormen twee s's willen brengen3 het wijsst1 het frischst4 ,die schrijfwijze zou trouwens geheel in strijd zijn met den geest der ,nederlandsche ,spelling1 die nooit1 op ,hoogduitsche wijze1 in eene en dezelfde lettergreep eenen medeklinker verdubbelt2 en1 zoo men haar al aannemen wilde1 zou zij tot eene zeer onwelluidende sissende uitspraak aanleiding geven4 ,de s in het eene geval te bezigen en in het andere weg te laten1 strijdt niet alleen met de regelmaat1 maar ook met de analogie van andere woorden1 die streng genomen dezelfde onregelmatigheid eischen4 ,men acht de enkele s evenzeer toereikend in ,friesche als in ,friesch1 van het znw4 ,fries1 en zoo ook in ,parijsche1 ,boloneesche1 ,chineesche1 ,japaneesche1 ,siameesche enz42 terwijl men er nooit aan gedacht heeft haar te verdubbelen in trotsche1 dat door aanhechting van sch gevormd is van het zelfst4 naamw4 trots4 ,de spelling wijst--wijste1 boos--booste1 loos--looste enz4 is dus eer regelmatig dan onregelmatig te noemen2 terwijl frischte1 malschte enz41 waarin de sch toch ook slechts als s klinkt1 door de analogie voldoende gewettigd is4 ,wij geven derhalve1 overeenkomstig de eischen der ,uitspraak1 der ,analogie en der ,welluidendheid1 aan de schrijfwijze booste1 looste1 wijste1 frischte1 malschte enz4 de voorkeur4 #abe4 ,de schrijfwijze allezins1 anderzins1 eenigzins en veelzins beantwoordt niet aan de uitspraak1 die de spelling allesins1 andersins1 eenigsins en veelsins zou vorderen4 ,de genoemde bijwoorden bestaan uit alles1 anders1 eenigs1 veels1 de sterke genitieven van al1 ander1 eenig1 veel1 en denzelfden naamval van zin1 in de beteekenis van kant1 richting1 opvatting4 ,zij komen dus1 wat hun vorm betreft1 overeen met alles jaars1 dat o4a4 bij ,hooft voorkomt1 en met de bijwoordelijke uitdrukkingen eensdeels1 mijns inziens1 goedsmoeds1 blootshoofds enz4 ,de z heeft derhalve hare verscherping in de uitspraak te danken aan de s1 die men weglaat op voorgang van ,siegenbeek1 welke haar evenwel in geenszins wilde behouden hebben4 ,de afleiding en de analogie echter1 evenzeer als de uitspraak1 eischen haar te herstellen1 of ten minste de z van zin in s te veranderen3 allesins1 eenigsins4 ,de ,redactie meent den eisch1 die door de drie grondregels der ,spelling gelijkelijk gedaan wordt1 te moeten involgen door1 in overeenstemming met geenszins1 ook alleszins enz4 te schrijven4 ,daardoor wordt tevens aan de uitspraak voldaan4 ,immers het samentreffen van de s en z maakt het volstrekt niet noodzakelijk1 dat men ieder dezer letters afzonderlijk uitspreekt3 alles-zins1 eenigs-zins4 ,niemand toch zegt geens-zins1 evenmin als dans-zaal1 kruis-straf1 mis-stap enz42 welke woorden1 natuurlijk en ongedwongen uitgesproken1 als geensins1 dansaal1 kruistraf1 mistap enz4 luiden4 ,de spelling allesins1 andersins1 eenigsins1 geensins en veelsins zou1 in strijd met #di1 geheel noodeloos de etymologie dezer woorden onkenbaar maken1 in welke zin eene beteekenis heeft1 waarin het ook buiten deze samenstellingen dikwijls voorkomt en die overeenstemt met het ,fransche sens in en tout sens1 de tous les sens4 ,derhalve alleszins1 anderszins1 eenigszins1 veelszins1 evenals geenszins4 #abf4 ,de spelling verw1 verwen1 verwpot1 verwwinkel enz41 hoewel in overeenstemming met de ,middelnederlandsche vormen varuw en vaerwe1 wordt door de hedendaagsche uitspraak veroordeeld1 welke in de bedoelde woorden1 evenals in gerfkamer 7van het verouderde gaerwen71 de w door de v 7f7 vervangt4 ,daar de gebruikelijke spelling door het wijzen op den ouderen vorm de beteekenis niet duidelijker maakt1 acht de ,redactie zich niet gerechtigd hier tegen den hoofdregel der ,spelling te handelen2 zij schrijft derhalve overeenkomstig de beschaafde uitspraak niet alleen verf1 verfkwast1 verfwinkel enz41 maar ook verven1 verver1 ververij enz4 ,daarentegen acht zij het niet geoorloofd1 de w van murw in v 7f7 te veranderen4 ,de uitspraak murf is verre van algemeen1 ja klinkt min of meer plat1 terwijl deze schrijfwijze1 geheel nutteloos1 voor het oog het verband zou verbreken met vermurwen1 hetwelk door niemand als vermurven wordt uitgesproken4 #abg4 ,het tweede lid der samenstellingen buskruid en rattenkruid 7gelijk men gewoon is te schrijven7 is thans door zijne beteekenis gescheiden van kruid 7herba74 ,het doet ons veeleer denken aan stof1 poeder1 dan aan een product van het kruiden- of plantenrijk4 ,wel is waar hebben de jongste onderzoekingen geleerd1 dat wij hier niet 7gelijk de ,redactie vroeger vermoedde7 met twee verschillende woorden te doen hebben1 maar met een zelfde woord in twee uiteenloopende opvattingen #aa4 ,doch al is ook het eene1 wat den oorsprong betreft1 met het andere identisch1 door de afwijkende beteekenis zijn zij voor ons gevoel nu eenmaal verschillend geworden4 ,wij kunnen bij den naam van het salpeterpoeder1 waarmede wij ons schietgeweer laden1 of bij dien van het metaalpoeder1 dat wij gebruiken om ratten te dooden1 niet meer aan een kruid of gewas denken4 ,reeds daarom is het wenschelijk1 het onderscheid van beteekenis ook in de spelling te doen uitkomen4 ,daar komt bij1 dat het woord in den zin van poeder nu1 zoo al niet tot de onverbuigbare1 dan toch tot de onverbogen woorden behoort1 aan welke de taal liefst de scherpe sluitletter pleegt toe te kennen4 ,wij meenen daarom in deze beteekenis de t te moeten bezigen1 en schrijven dus kruit 7pulvis pyrius71 buskruit en rattenkruit1 ter onderscheiding van kruid 7herba71 onkruid1 nieskruid1 wormkruid enz4 ,evenzoo schrijft men algemeen schroot1 omdat ook dit woord nu niet meer verbogen wordt1 ofschoon het1 naar zijn oorsprong beschouwd1 insgelijks de d zou vereischen2 want schroot 7bij ,kiliaan schroode en schroye7 is eene afleiding van het oude werkwoord schroden 7snijden71 en beteekent eigenlijk snijdsel1 t4w4 de afgesneden of afgehakte stukken ijzerwerk1 waarmede men het geschut in plaats van met kogels laadt4 ,in de beide woorden schroodbeitel en schroodijzer1 waarin de beteekenis van schroden nog gevoeld wordt1 is de d behouden gebleven2 maar schroot1 door veranderde opvatting geheel van zijnen oorsprong vervreemd en daarenboven niet meer verbogen1 heeft voorgoed de t aangenomen4 ,op dezelfde wijze behoort dan ook kruit van kruid gescheiden te worden1 nu het eenmaal door veranderde beteekenis een ander woord is geworden4 #abh4 ,de spelling en daardoor allengs meer algemeen geworden uitspraak ,dingsdag is stellig in strijd met de afleiding en de oorspronkelijke beteekenis van het woord4 ,reeds het ,middelnederlandsch1 dat ,diinsdach1 ook ,disendach en ,dinxendach schreef1 was het spoor min of meer bijster2 en toen men eenmaal ,dingsdag begon te spreken1 dwaalde men geheel af4 ,men beschouwde den ,dingsdag als den dag der rechtsgedingen1 alsof hij uitsluitend voor terechtzittingen bestemd ware2 een gevoelen1 waarvan de ongegrondheid thans wordt erkend1 maar dat zeker zal hebben bijgedragen om de uitspraak en spelling ,dingsdag meer veld te doen winnen1 hoewel deze geheel verkeerd is4 ,immers1 evenals de overige dagen der week1 is ook de derde genoemd naar eene heidensche godheid1 en wel naar het ,germaansche evenbeeld van den krijgsgod ,mars2 de ,nederlandsche benaming is eene vertaling van het lat4 dies ,martis4 ,in het ,oudnederlandsch moet die god1 blijkens de ,nederlandsche uitspraak en de verwante talen1 ,diu of ,dio hebben geheeten2 in de hedendaagsche taal zou de naam ,die luiden4 ,derhalve ware ,diesdag de regelmatige vertaling van dies ,martis2 doch het gebruik heeft hier eene n ingeschoven1 evenals in de genitieven van die en wie1 welke thans diens en wiens1 maar oudtijds ook dies en wies luidden4 ,die inschuiving der n had hier echter de verkorting der voorafgaande vocaal ten gevolge1 gelijk in kinkhoest uit kiekhoest 7hd4 keuchhusten72 en die verkorting kon te gereeder plaats vinden en algemeen worden1 omdat de god ,die met zijnen eeredienst weldra in vergetelheid geraakte4 ,op deze wijze ontstond1 in overeenstemming met hd4 ,dinstag en ,diestag1 bij ons ,dinsdag1 dat klaarblijkelijk veel nader dan ,dingsdag bij den oorspronkelijken vorm komt en tot op zekere hoogte als regelmatig kan beschouwd worden4 ,die betere uitspraak is ook nog lang niet uitgestorven3 in meer dan n gewest wordt nog altijd ,dinsdag gezegd1 en ook in ,holland1 waar de verkeerde uitspraak het meest is doorgedrongen1 wordt de zuiverder vorm nog wel vernomen1 ook buiten de lagere volksklasse1 in wier mond het niet ongewone ,dijnsdag nog van den ouden vorm getuigt2 in ,zeeland zegt men nog ,dizendag4 ,om deze reden acht de ,redactie zich verplicht den verbasterden vorm ,dingsdag1 die tot eene valsche opvatting aanleiding geeft1 te laten varen1 en de zooveel oorspronkelijker uitspraak van het meerendeel des volks te volgen4 ,ieder blijft natuurlijk vrij1 naar smaak en goeddunken te handelen2 maar men zal in elk geval van de ,redactie van het ,nederlandsch ,woordenboek niet willen vergen hare goedkeuring te hechten aan eene zoo gedrochtelijke spelling als ,dingsdag1 die1 alleen uit de platte ,hollandsche uitspraak geboren1 eene geheel verkeerde voorstelling geeft van den oorsprong en de eigenlijke beteekenis des woords1 en even onooglijk is als ,woengsdag1 gelijk men in de oude kluchtspelen wel geschreven vindt4 #abi4 ,het woord schepter1 lat4 sceptrum1 fr4 sceptre1 vereischt volgens den ,regel der ,uitspraak de ch4 ,het moge waar zijn1 zooals ,bilderdijk en ,wiselius verzekerden1 dat in het begin dezer eeuw nog algemeen septer1 zonder den keelklank1 werd uitgesproken2 het moge zoo wezen1 dat de veranderde uitspraak1 de invoeging van den keelklank1 een gevolg is geweest van de in #ahjd aangenomene en sedert meest gebruikelijke spelling schepter2 maar dt de uitspraak veranderd is en men tegenwoordig meest algemeen de ch doet hooren1 is niet te loochenen4 ,die uitspraak heeft ook niets1 dat ons bevreemden of hinderen kan4 ,het woord is1 evenals schrijn7werker7 van lat4 scrinium1 buiten twijfel ,nederlandsch geworden1 en behoort dus ook de ,nederlandsche spelling te volgen1 waarin de sch aan lat4 sc beantwoordt1 gelijk men zelfs aan bastaardwoorden1 als schabel 7lat4 scabellum7 en schorpioen 7lat4 scorpio7 enz4 de ch toekent4 ,wie op de zachtere--naar het ,fransch klinkende--uitspraak bijzonder gesteld mocht zijn1 moge de schrijfwijze septer behouden3 wij voor ons nemen n in de uitspraak n in de spelling zonder bezwaar schepter aan4 ,in allen gevalle is de derde vorm1 scepter1 bepaaldelijk af te keuren1 als stellig met ons taaleigen in strijd4 #acj4 ,bij de keus tusschen amt1 ambt1 en ampt1 welke schrijfwijzen alle drie hare voorstanders hebben gehad of nog hebben1 behoeft men niet in twijfel te staan4 ,amt voldoet minder goed dan een der beide andere vormen aan de uitspraak1 waarin nog altijd1 overeenkomstig met de afleiding van ambacht1 goth4 andbahti1 eene labiale muta flauw gehoord wordt4 ,ampt1 waarvoor de scherpe sluitletter t pleit1 zou bij analogie ook de spelling apt voor abt vorderen1 welke niet slechts in strijd zou zijn met de etymologie en het algemeen ,gebruik1 maar dat woord ook onkenbaar maken en geheel van abdij en abdis scheiden zou4 ,de b in ambt daarentegen is zoowel door het ,gebruik als door de ,afleiding gewettigd3 redenen te over om bij deze spelling te blijven4 #aca4 ,de eerste algemeene spelregel eischt volstrekt eene wijziging in de spelling van likteeken1 als onvereenigbaar met de gewone uitspraak4 ,de k toch1 een overblijfsel van den onverbasterden vorm1 onl4 liictekin1 mnl4 lijcteken1 lijcteeken1 is aan de volgende t gelijk geworden 7geassimileerd71 en heeft daardoor alle reden van bestaan verloren4 ,immers zij is niet toereikend om de afleiding te doen kennen1 gelijk o4a4 daaruit blijkt1 dat reeds ,ten ,kate het woord ten onrechte van lijk 7vleesch7 afleidde1 en als teeken in het vleesch verklaarde3 welk gevoelen bij verscheidene andere taalkundigen al te gereeden ingang vond4 ,intusschen weet men thans1 dat lik hier de stam is van het mnl4 werkwoord liken1 nnl4 7b7lijken1 zoodat de afleiding1 zou zij uit de spelling kenbaar worden1 lijkteeken zou vorderen4 ,daar nu wel niemand verlangen zal voortaan lijkteeken te schrijven1 dat trouwens verkeerd begrepen zou worden1 en in elk geval de hedendaagsche engere beteekenis niet zou ophelderen1 zijn wij van oordeel1 dat de ,regel der ,beschaafde ,uitspraak hier zijne volle toepassing eischt4 ,wij schrijven daarom dienovereenkomstig litteeken met tt1 op gelijke wijze als balling voor banling1 en spalling1 jong varken1 voor spaanling1 van spanen 7spenen71 met twee l's worden geschreven4 #acb4 ,ofschoon n de afleiding n de voorgang der ouden in nog 7etiam1 adhuc7 evenzeer als in noch 7nec7 eene ch zouden eischen1 meent de ,redactie de orthographische onderscheiding dezer twee zoo menigvuldig voorkomende woorden1 die aan de duidelijkheid zoo bevorderlijk is1 niet te mogen opgeven4 ,zij aarzelt daarom niet1 nog 7adhuc7 met eene g als eene nuttige en noodzakelijke uitzondering te beschouwen op den anders algemeenen regel1 dat onverbuigbare woorden op scherpe sluitletters eindigen4 ,samenstellingen4 #acc4 ,ook met betrekking tot de samengestelde woorden en uitdrukkingen doen zich twijfelingen voor1 die invloed hebben op het schrijven1 en wier oplossing derhalve tot het gebied der ,spelling behoort4 ,zij betreffen3 ,a4 de vraag3 ,welke opeenvolgingen van woorden moeten als samenstellingen beschouwd en als zoodanig verbonden worden8 welke moeten gescheiden blijven8 ,b4 de vraag omtrent de verbindingsletters1 die in samengestelde woorden de deelen aaneenhechten4 ,a4 ,welke woorden en uitdrukkingen moeten aaneen geschreven worden8 welke in hunne deelen gescheiden blijven8 #acd4 ,wanneer twee begrippen verbonden worden om vereenigd een nieuw begrip te vormen1 hetwelk als eene blijvende aanwinst wordt toegevoegd aan den schat der begrippen en voorstellingen1 in de taal uitgedrukt1 dan maken de woorden1 welke die vereenigde begrippen aanduiden1 een samengesteld woord uit4 ,bij het uitspreken wordt alsdan gewoonlijk op het eene woord zooveel meer1 op het andere zooveel minder nadruk gelegd1 dat de klemtoon van het eene dien van het andere overheerscht1 en de uitspraak van beide wordt zoodanig versneld1 dat de stem in geen geval eene tusschenruimte tusschen de beide deelen openlaat2 vergelijk een klnkind met een klein kind2 vr aan de straat met voorn4 ,die verandering in de uitspraak is voor het oor het bewijs1 dat de geest de voorstellingen tot eene eenheid verbonden heeft4 ,het schrift geeft voor het oog blijk van die samenstelling door de woorden aaneen te schrijven of door ze met een koppelteeken 7hyphen7 te verbinden1 b4v4 grootvader1 huisvriend1 ,fernambuc-hout2 het eerste is regel1 het laatste uitzondering1 waarvan later4 ,een samengesteld woord kan1 het is waar1 uit drie of meer woorden bestaan2 maar altijd blijft het eene verbinding van slechts twee leden1 die echter zelve weder door samenstelling kunnen ontstaan zijn1 b4v4 boekdrukkers-gezel1 avond-maaltijd1 timmermans-werktuig1 godsdienst-oefening1 avond-godsdienstoefening4--,of wel1 een der begrippen wordt uitgedrukt door een woord1 hetwelk vr de samenstelling vergezeld was van andere1 die er onmisbaar bij behooren2 b4v4 in terzijdestelling 7van ter zijde stellen7 en inderdaad 7voor in de daad7 kunnen ter bij zijde en de bij daad niet worden gemist2 doch zij maken blijkbaar geen derde zelfstandig lid in de compositie uit4 ,zoo is b4v4 desniettemin op deze wijze ontstaan3 te-min7der71 niet-temin1 des-niettemin4 #ace4 ,wanneer twee woorden eene eigenlijke samenstelling uitmaken1 dan is hunne betrekking onderling van dien aard1 dat bij eene ontbinding of oplossing der samenstelling een der leden buiten syntactisch verband geraakt1 zoodat1 om aan de eischen der ,grammatica te voldoen1 de woorden omgezet of in vorm gewijzigd1 of wel andere ingevoegd moeten worden2 b4v4 zonnelicht--licht der zon2 geldbeurs--beurs voor geld2 ,godmensch--,god en mensch1 of goddelijk mensch2 driehonderd--driemaal honderd1 of drie malen honderd2 theeblad--blad1 waarop de benoodigdheden om thee te drinken geplaatst worden4 ,daaruit vloeit onmiddellijk voort1 dat woorden1 waarbij zulk eene eigenlijke samenstelling plaats vindt1 noodwendig aaneen geschreven moeten worden1 omdat anders door het verbreken der betrekking een der leden alle grammatische en logische beteekenis verliest1 los in de lucht hangt en eigenlijk niet meer verstaan wordt4 ,zoo zou b4v4 de verbale stam bewaar in bewaarscholen alle beteekenis verliezen1 wanneer men schreef3 ,de bewaar scholen zijn inrichtingen van den jongsten tijd4 #acf4 ,maar nevens de talrijke eigenlijke samenstellingen vindt men een niet minder groot getal woorden en vooral uitdrukkingen1 welke uit deelen bestaan1 die wel onderling hetzij grammatisch hetzij logisch verbonden zijn1 maar waarbij de band der deelen losser is1 zoodat men dien zonder merkelijke schade voor de duidelijkheid zou kunnen verbreken4 ,deze zijn geene eigenlijke samenstellingen en verdienen veeleer koppelingen te heeten4 ,bij deze nu kan het twijfelachtig zijn1 in hoeverre zij f vereenigd f gescheiden moeten worden2 en werkelijk handelt het ,gebruik te dien opzichte zeer oneenparig1 zoodat wij verplicht zijn een leidend beginsel aan te nemen4 ,het is hier echter de plaats niet om het onderwerp in zijn geheelen omvang te onderzoeken2 en men moet bekennen1 dat het ook uit den aard der zaak ondoenlijk zou zijn regels vast te stellen1 die in alle gevallen gelden1 omdat #a de consequente toepassing ook van het beste beginsel toch altijd beperkt wordt door de eischen van den goeden smaak1 die zich vooral hier doen gelden1 waar het alleen den uiterlijken vorm der woorden betreft2 en omdat #b in vele gevallen een gevestigd gebruik ook zijne rechten heeft1 die men niet miskennen kan4 ,evenwel zijn de algemeene beginselen1 die hier gelden moeten1 bij eenig nadenken wel aan te wijzen4 ,na rijpe overweging meenen wij den hoofdregel1 die in de meeste twijfelachtige gevallen beslissen kan1 aldus te moeten stellen3 #acg4 ,samengestelde uitdrukkingen1 die als een zelfstandig deel der rede kunnen beschouwd worden1 maken een onderscheiden geheel uit en behooren als zoodanig aaneen geschreven te worden1 in drie gevallen3 #a7 ,wanneer zij tot de eigenlijke samenstellingen behooren 7zie #ace74 #b7 ,wanneer bij de vereeniging der deelen f een van beide1 f beide hunne beteekenis hebben gewijzigd om te zamen een nieuw begrip ie vormen1 zoodat de beteekenis der vereenigde uitdrukking eene andere is dan die1 welke de bloote som der op elkander volgende deelen zou medebrengen4 ,zoo is b4v4 iets goedmaken zooveel als iets herstellen2 iets goed maken zou beteekenen iets zoo vervaardigen1 dat het goed is4 ,deug niet zou de negatieve imperativus zijn van deugen1 het bevel om slecht te wezen2 een deugniet daarentegen is een persoon die niet deugt4 ,een boos wicht is een klein kind1 en wel bepaaldelijk een meisje1 dat stout is2 maar een booswicht is een volwassen manspersoon1 die alle deugd met voeten treedt4 #c7 ,wanneer de woorden verouderde grammatische vormen bevatten1 die als overblijfsels der oudheid in vroeger gevormde en door de overlevering geijkte woorden kunnen geduld worden1 doch die bij eene scheiding der deelen eene zelfstandigheid zouden erlangen1 waarop zij bij den tegenwoordigen toestand der taal geene aanspraak meer kunnen maken4 ,tot opheldering diene het woord goedsmoeds1 waarin het adjectief goed in den thans verouderden sterken genitief voorkomt4 ,de uitdrukking is ontstaan in den tijd1 toen men regelmatig den tweeden naamval van het enkelvoud ook aldus vormde3 des goeds mans1 ons liefs ,heeren1 der heiliger ,kerken1 onser liever ,vrouwen1 des heiligs sacraments1 enz4 ,nu echter deze vorm van den genitief der bijvoeglijke naamwoorden geheel verouderd is en als zoodanig niet meer verstaan wordt1 kan goeds niet langer als een op zich zelf staand woord gelden1 maar behoort goedsmoeds als eene door het ,gebruik geijkte vereenigde uitdrukking1 als eene eenheid derhalve1 te worden aangemerkt4 ,i4 #ach4 ,volgens den eersten regel behooren aaneen geschreven te worden3 #a7 ,alle eigenlijke samenstellingen1 waarbij1 naar #ace1 als men ze oploste1 invoeging1 omzetting1 of vormverandering van woorden zou moeten plaats hebben3 derhalve badplaats1 bloeddorst1 bloedgetuige1 bloedhond1 bloedplakkaat1 bloedschande1 bloedschuld1 bloedverwant1 bloedvlek1 bloedworst1 bloedwraak1 bloedzuiger1 boomvrucht1 bruggenhoofd1 buitenlucht1 geldbeurs1 hongersnood1 huishuur1 huurhuis1 kaarsvet1 menschenvrees1 stiklucht1 theeblad1 theegoed1 zeedijk1 zijmuur1--allerliefst1 brandschoon1 doofstom1 huisbakken1 nagelvast1--elkander1--buikspreken1 knikkebollen1 koorddansen1 schaatsenrijden1 watertanden1 weggaan1--driehonderd1 zestien enz4 ,men schrijft algemeen en te recht tweehonderd1 driehonderd1 vijftienhonderd enz4 aaneen2 daarentegen gescheiden3 twee duizend1 tien duizend1 honderd duizend1 ofschoon die uitdrukkingen oogenschijnlijk insgelijks als tweemaal1 tienmaal1 honderdmaal duizend zijn op te vatten4 ,de verbinding van honderd met het multipliceerende telwoord heeft geen bezwaar in1 omdat dit laatste 7althans buiten de gemeenzame spreektaal7 niet hooger klimt dan negentien1 en dus altijd slechts een- twee- of drielettergrepig is4 ,bij duizend echter kan het tot #iii stijgen1 zoodat men door alles aaneen te schrijven niet zelden een zeer lang veellettergrepig woord zou verkrijgen1 hetwelk moeilijk te overzien zou zijn4 ,niet fraai toch en niet gemakkelijk te lezen zijn woorden als zevenhonderdzevenennegentigduizend en dergelijke4 ,het kan dus niet bevreemden1 dat het ,gebruik zulke composities niet heeft gewild en in die gevallen de telwoorden gescheiden houdt4 ,het zou dan ook niet raadzaam zijn1 hier het verstandige ,gebruik te trotseeren2 te minder daar eene logisch en grammatisch juiste opvatting mogelijk is1 waardoor de gebruikelijke schrijfwijze volkomen gerechtvaardigd wordt4 ,men beschouwe in alle dergelijke gevallen duizend als substantief1 gelijk millioen1 dat steeds als substantief wordt gebezigd1 zonder daarom den meervoudsvorm aan te nemen4 ,negenhonderd twee en veertig duizend is grammatisch evengoed te wettigen als negenhonderd twee en veertig millioen1 indien men duizend slechts als een zelfst4 naamwoord aanmerkt4 #aci4 #b7 ,alle zoodanige vereenigingen van woorden1 die oorspronkelijk door koppeling ontstaan zijn1 doch allengs ware samenstellingen zijn geworden en daarvan blijk geven door veranderden klemtoon en onverbuigbaarheid van het eerste lid4 ,tot deze soort behoort b4v4 hoogepriester4 ,dit woord werd oorspronkelijk als twee woorden beschouwd en als zoodanig gescheiden geschreven3 de hge priester1 gelijk de hge geestelijkheid1 een hg ambtenaar enz4 ,de ,staten-overzetters des ,bijbels begonnen er echter eene samenstelling in te zien2 zij hechtten de woorden aaneen1 doch gingen soms nog voort met hoog te verbuigen3 des hoogenpriesters enz4 ,thans echter blijft hooge steeds onveranderd1 terwijl de klemtoon is versterkt en zelfs op priester overgegaan3 des hoogeprsters2 twee zaken die onwedersprekelijk bewijzen1 dat het woord eene samenstelling is en wel eene eigenlijke1 dewijl hooge in des hooge priesters door het gemis der n onmogelijk tot priester zou kunnen behooren en dus los in de lucht zou hangen4 ,deze zelfde blijken van compositie vindt men in dollekrvel1 edelgestnte1 hoogeschl1 koudeschl1 koudvr1 niewjr1 oudejr1 roodekl1 roodrde1 zoetemlk1 zoutevsch1 zwartkrijt4 ,bij klnkind1 mv4 klnkinderen1 niet kleine kinderen1 grtvader1 grtmoeder1 dtante1 blndeman1 dlleman1 grtmeester1 grtvorst1 hgaltaar1 hgambt1 hgmis1 hgtijd1 grtschrift1 klnschrift1 brnkolen1 smldeel enz4 is de klemtoon wel niet op het substantief overgegaan1 doch merkbaar versterkt1 terwijl de onbuigbaarheid van het adjectief de innige verbinding voldingend bewijst4 ,ook de titels als ,weledelgestreng1 ,edelgrootachtbaar 7waarvan beneden71 die uit koppelingen ontstaan zijn1 moeten1 uit hoofde van de onverbuigbaarheid der daarin voorkomende adjectieven1 gedeeltelijk tot de eigenlijke samenstellingen gerekend worden4 ,op dezelfde wijze zijn door koppeling ontstaan de adjectieven1 samengesteld met de als adverbia gebezigde praeposities door1 in en over2 b4v4 doordroog1 dooreerlijk1 doorgoed1 doorkoud1--indroog1 ingierig1 ingoed1 ingoor1 inlui1--overgroot1 overklein1 overoud1 overvet1 overzoet1 overzout enz4 ,in het ,middelnederlandsch schreef men veelal gescheiden3 dore sondech1 over scone1 over vrome1 uut scone enz42 daar echter door1 in en over op zich zelve staande nooit in de hier bedoelde beteekenis gebruikt worden1 en dus in door goed1 in droog1 over heet enz4 buiten alle verband zouden staan1 moeten de genoemde en alle dergelijke verbindingen als eigenlijke samenstellingen aangemerkt en noodwendig aaneen geschreven worden4 #adj4 #c7 ,de woorden die1 door middel van een suffix1 van twee of meer op zich zelve staande woorden zijn afgeleid1 b4v4 likeurstoker van likeur en stoken4 ,daar het suffix -er het werkwoord stoken in een substantief herleid heeft1 kan het object likeur niet langer object blijven1 maar moet het noodwendig met stoker verbonden worden3 likeurstoker1 of met een voorzetsel achteraan treden3 stoker van likeuren4 ,tot deze klasse van woorden behooren een aantal substantieven op -er1 -ster en -ing1 als3 broodbakker1 houthakker1 kleedermaker1 mijnwerker2 achtenveertiger 7van #dh ponden of jaren71 driedekker 7van drie dekken72 wafelbakker1 turftonster1 huisbewaarster2 houtverkooping1 landverhuring1 terzijdestelling enz42 alsmede de infinitieven3 het inachtnemen1 het terechtbrengen enz4 ,vervolgens vele adjectieven op -ig en -sch1 als3 viervoetig1 van vier voeten1 zeshoekig1 eenzijdig1 stijfhoofdig2 alledaagsch1 bijderhandsch1 vanderhandsch1 grootscheepsch1 ouderwetsch1 nieuwerwetsch1 oudwijfsch1 nieuwmodisch1 zoetemelksch4 ,ook behooren hiertoe alle samengestelde bijwoorden met de adverbiale s2 b4v4 bijkan7t7s1 buitendijks1 desgelijks1 dikwijls1 insgelijks1 nochtans 7van nog-dan71 rechtstreeks1 telkens 7te-elkens71 thans 7te-hands71 toenmaals1 veelmaals enz4 ,daarom behoort men insgelijks aaneen te schrijven3 bijtijds1 buitentijds1 intijds1 tegoeds 7of te goed71 terloops1 tersluiks 7of ter sluik71 tevergeefs 7of vergeefs71 vannieuws enz4 ,daar de adverbiale s reeds een alleenstaand substantief of adjectief in een adverbium verandert1 b4v4 daags1 deels1 fluks 7van vlug71 links1 rechts1 steeds enz41 zouden de woorden tijds1 loops1 sluiks1 goeds enz41 indien zij alleen konden staan1 op zich zelve reeds adverbin moeten zijn1 waardoor de voorzetsels bij1 te1 van enz4 overtollig zouden worden4 ,zelfs de woorden des en noods1 tot adverbium vereenigd1 behooren verbonden te worden3 desnoods4 ,deze uitdrukking toch is geen absolute genitief1 maar bestaat uit des1 genitief van dat1 door nood geregeerd2 men zeide voorheen algemeen en zegt thans nog wel3 des nood zijnde 7daaraan behoefte zijnde71 hetgeen uit misverstand eerst in des noods zijnde overging1 en vervolgens tot desnoods afgekort werd4 ,,ii4 #ada4 ,wanneer bij de vereeniging van twee uitdrukkingen eene van beide of beide hare beteekenis hebben gewijzigd om te zamen een nieuw begrip te vormen1 zoodat de beteekenis der vereenigde uitdrukkingen eene andere is dan die1 welke de bloote som der op elkander volgende deelen zou medebrengen1 wordt de graphische verbinding uit den aard der zaak door de grammatica en de duidelijkheid geischt4 ,immers men heeft dan blijkbaar niet meer eene vereeniging van twee in den geest duidelijk gescheiden begrippen1 door de opeenvolgende woorden uitgedrukt1 maar eigenlijk een nieuw begrip1 dat slechts door beide vereenigd vertegenwoordigd wordt1 zoodat het aaneenschrijven voor de juiste opvatting noodzakelijk is4 ,tot dergelijke vereenigingen behooren3 #adb4 #a7 ,een aantal verba1 verbonden met een substantief1 adjectief of adverbium van wijze1 in welke de beteekenis der genoemde woorden of van het verbum zelf is gewijzigd1 als3 gadeslaan1 handhaven1 huishouden1 raadplegen1 rechtspreken1 waarnemen1 waarschuwen2 gevangennemen1 goeddoen1 goedmaken1 goedvinden1 hoogachten1 kwijtraken1 kwijtschelden1 liefhebben1 loslaten1 schadeloosstellen1 vrijlaten1 schoonmaken2 grootspreken1 harddraven1 hardrijden1 liefkoozen1 snelschrijven1 voortgaan1 voortvaren1 voortvloeien1 weldoen enz4 ,waneer echter het eerste woord een substantief is1 dat eene bepaling bij zich nemen kan1 dan is zulks een bewijs1 dat ieder lid op zich zelf blijft bestaan1 en dat er derhalve geene samenstelling plaats heeft2 waaruit voortvloeit1 dat de woorden in die gevallen niet aaneen geschreven behooren te worden4 ,daarom moet b4v4 acht geven en -- slaan1 staat maken1 prijs stellen enz4 gescheiden blijven1 dewijl men zegt3 acht op iets geven1 geene acht op iets slaan1 geen staat op iets maken1 hoogen prijs op iets stellen4 ,daar de uitdrukkingen plaats nemen1 -- hebben1 -- vinden eene dergelijke bepaling toelaten1 als men b4v4 zegt3 ,neem eene betere plaats2 ,het heeft of vindt geene plaats enz41 zoo behooren ook deze woorden gescheiden te blijven4 ,alleen plaats grijpen1 dat nooit eenige bepaling toelaat en waarin grijpen overdrachtelijk wordt opgevat1 zou hierbuiten staan en1 stipt genomen1 aaneen geschreven moeten worden4 ,wij erkennen echter gaarne1 dat deze onderscheiding1 hoezeer ook grammatisch gegrond1 in de practijk niet wel toepasselijk is1 en achten het niet raadzaam deze ne uitdrukking van de vorige af te zonderen4 ,wij blijven daarom plaats grijpen schrijven1 evenals plaats hebben1 plaats vinden1 plaats nemen4 ,bij samenstellingen van adjectieven handelt het gebruik anders4 ,deze worden alleen dan gescheiden1 wanneer zij werkelijk eene bepaling bij zich hebben of in een der trappen van vergelijking staan4 ,men schrijft hoogachten1 goedmaken en goedvinden aaneen1 ofschoon zeer hoog achten1 hooger achten1 zeer goed vinden1 beter vinden1 het best vinden1 beter maken te recht gescheiden blijven1 zoowel om den vorm dier uitdrukkingen1 als omdat het gronddenkbeeld daarin kennelijk eene wijziging heeft ondergaan4 ,hooger achten toch is eigenlijk de versterking van hoog achten1 niet van hoogachten4 #adc4 #b7 ,de talrijke klasse van werkwoorden met zoogenaamde scheidbare en onscheidbare voorzetsels1 als aangeven1 achterstaan1 bijblijven1 bovendrijven1 doordringen1 omslaan1 opkomen1 onderloopen1 overloopen1 tegenspreken1 uitmunten1 voorstellen2 aanschouwen1 doorzoeken1 omsingelen1 onderstellen1 overwinteren enz4 ,in deze en alle dergelijke woorden toch heeft niet slechts het voorzetsel zijne beheersching losgelaten1 en is het in een bijwoord veranderd1 maar ook de beteekenis van het verbum is meestal f geheel gewijzigd1 f ten minste zoo ver op den achtergrond getreden1 dat er een nieuw begrip is ontstaan4 ,om dezelfde laatstgenoemde reden worden ook de adverbia1 die eene richting uitdrukken1 met het verbum verbonden1 als3 achterovervallen1 afkomen1 bijeenvoegen1 heengaan1 medenemen1 misloopen1 rechtuitgaan1 terugbrengen1 toesnellen1 samenstellen1 voorbijsnellen1 vooruitloopen1 wederbrengen1 wedergeven enz4 #add4 #c7 ,de bijvoeglijke naamwoorden vergezeld van de bijwoorden wel1 vol en al in de beteekenis van zeer1 b4v4 weldoend1 welbespraakt1 welgeboren1 welzalig1 volkomen1 volmaakt1 volzalig1 algoed1 aloud1 alwijs enz41 vermits die bijwoorden hier in eene gewijzigde beteekenis staan4 ,hetzelfde wat van vol en wel gezegd is1 geldt ook van zeer1 alsmede van hoog en edel1 wanneer deze in titels als adverbia gebruikt worden4 ,al die woorden verliezen dan de beteekenis1 die zij op zich zelve staande hebben1 en behooren dus met het volgende ware of als substantief gebezigde adjectief verbonden te worden4 ,daarom schrijft men het regelmatigst3 ,weledel1 ,weledelgeboren1 ,hoogwelgeboren1 ,hooggeboren1 ,edelachtbaar1 ,grootedelachtbaar1 ,zeergeleerd1 ,hooggeleerd1 ,weleerwaard1 ,hoogeerwaard1 ,zeergestreng enz4 ,vergelijk #aci4 ,composita met het zelfst4 voornaamw4 al1 als3 alwetend1 alvermogend1 alziend1 behooren tot de eigenlijke samenstellingen1 dewijl bij eene ontbinding der deelen al in alles zou moeten veranderd worden3 alles wetend1 alles vermogend4--,almachtig is gevormd van almacht 7vermogen om alles te doen47 #ade4 #d7 ,de benamingen van kleuren1 uit twee adjectieven bestaande1 hetzij het eerste in een adverbium verandert1 als b4v4 hooggeel1 lichtbruin1 donkerbruin1 hetzij het1 gelijk in zwartbont en roodbont1 een waar adjectief blijft4 ,hier toch ontstaat een nieuw begrip2 donkerrood1 lichtgeel beteekenen niet hetzelfde als donker rood en licht geel1 welke laatste uitdrukkingen ook voor comparatie vatbaar zijn3 donkerder rood1 zeer donker rood2 terwijl daarentegen zeer donkerrood1 zeer lichtgeel natuurlijk niet bestaan4 ,vergelijk de aanmerking in #adb4 #adf4 #e7 ,de pronomina3 degene1 diegene1 hetwelk1 dezulke1 dezelve en dezelfde4 ,daar het graphisch verbinden van twee woorden1 waarvan het eerste zijne gewone verbuiging behoudt1 strijdig kan geacht worden met het strenge begrip van samenstelling1 hebben ,bilderdijk en anderen het aaneenschrijven der genoemde uitdrukkingen veroordeeld4 ,deze vereischen dus eene toetsing aan de gestelde beginselen4 ,gene geeft1 als het op zich zelf staat1 te kennen1 dat het bedoelde voorwerp zich op eenigen afstand van den spreker bevindt1 en onderstelt altijd eene tegenstelling met iets anders1 dat dichter bij is2 ook wordt het in die opvatting nooit van het lidwoord vergezeld4 ,degene en hetgene 7of hetgeen7 daarentegen beteekenen1 dat de aangeduide personen en zaken door een volgenden bijzin bepaald worden1 en drukken dus een geheel eigenaardig begrip uit1 hetwelk bij geene mogelijkheid uit de beide woorden op zich zelve kan worden opgemaakt4 ,hier bestaat dus1 zoozeer als bij eenig ander woord1 eene afdoende reden om1 het gebruik volgende1 verbonden te schrijven3 degene1 desgenen1 dengene2 hetgeen of hetgene4--,diegene en datgene verschillen van degene en hetgeen alleen door meerderen nadruk1 maar bevinden zich overigens in hetzelfde geval en worden dus insgelijks te recht aaneen geschreven4 ,in hetwelk heeft het lidwoord het blijkbaar alle beteekenis verloren1 daar hetwelk volstrekt niets mr zegt dan het bloote welk1 evenals het ouderwetsche dewelke niets mr beteekent dan het gewone welke4 ,toen zich nog in de vorige eeuw dewelke en hetwelk door grooteren nadruk van welke1 welk onderscheidden1 hadden artikel en relatief beide kracht1 en kon het verbinden misschien met recht veroordeeld worden2 thans is hetwelk ongetwijfeld als eene koppeling te beschouwen en1 gelijk het gebruik wil1 in n woord te schrijven3 hetwelk4 ,in dezulke1 van zaken gebezigd1 komt zulk in zijne gewone opvatting 7als zoodanig7 voor2 dezulken echter1 van personen gezegd1 beteekent doorgaans niet3 zij1 die z zijn1 maar3 zij1 die z doen4 ,de regel zou derhalve eischen1 dat de woorden in het eene geval gescheiden1 in het andere verbonden geschreven werden4 ,intusschen blijkt het verschil niet altijd even duidelijk en loopen de beide beteekenissen soms ineen4 ,het komt ons niet raadzaam voor in enkele gevallen eene onderscheiding te maken1 die niet altijd kan worden toegepast en die steeds in eene spitsvondigheid bestaat4 ,daarom zien wij geene voldoende reden om bij dit woord van het gebruik af te wijken1 en schrijven wij derhalve steeds verbonden3 dezulke1 dezulken4 ,zelf drukt absolute identiteit uit1 en kan het best door in eigen persoon omschreven worden4 ,dit begrip echter staat bij dezelve1 hetzelve zoo ver op den achtergrond1 dat het niet meer merkbaar is4 ,wie zich dus nog van de genoemde persoonlijke voornaamwoorden mocht willen bedienen1 zou geene reden hebben om ze anders dan verbonden te schrijven3 dezelve1 hetzelve4 ,eenigszins anders is het gelegen met dezelfde en hetzelfde3 het lidwoord behoudt daarin zijne kracht1 en zelfde1 een versterkte vorm van zelf doet het begrip van absolute identiteit ten sterkste uitkomen4 ,men kan dus een oogenblik in bedenking staan1 of die uitdrukkingen wel als composita te beschouwen zijn4 ,wanneer men echter in aanmerking neemt1 dat zij voor het taalgevoel inderdaad een ondeelbaar begrip uitdrukken1 en dat het woord zelfde in de beteekenis van absolute identiteit nooit op zich zelf staat1 dan zal men zeker geen genoegzamen grond vinden om bij die woorden van het gebruik af te wijken4 ,de ,redactie blijft derhalve schrijven3 dezelfde1 hetzelfde4 ,het lidwoord een is nooit aan een volgend woord verbonden geworden2 daarom schrijft men gescheiden3 eene zekere soort1 een zeker gevoel1 en dus ook een zelfde geval1 een zelfde begrip1 waarin zelfde geene absolute identiteit1 als in dezelfde1 maar slechts eene relatieve1 slechts volkomene gelijkheid ten opzichte van de eene of andere hoedanigheid1 uitdrukt4 ,ook in mijns gelijke1 zijns gelijke1 haars gelijke enz4 behouden de woorden mijns1 zijns enz41 die de objectieve genitieven zijn van de personalia ik1 hij enz4 en door gelijke geregeerd worden1 geheel en al hunne eigene beteekenis1 evenzeer als dit gesubstantiveerde adjectief4 ,er is dus evenmin reden om mijns enz4 aan gelijke te hechten1 als om mijner en onzer aan erbarmen1 gedenken of schamen te verbinden in3 ,hij heeft zich mijner erbarmd2 ,wil mijner gedenken2 ,zoo zullen we ,uwer ons nooit schamen enz4 ,de gebruikelijke verbinding van mijn en heer in den beleefdheidstitel ,mijnheer steunt op goeden grond1 daar mijn in die samenstelling zijne beteekenis verloren heeft1 en om die reden in de overeenkomstige woorden ,mevrouw en ,mejuffrouw tot me verzwakt is4 ,het meervoud ,mijne heeren echter kan niet als compositum beschouwd worden1 vermits mijne daarin1 strijdig met het vereischte van samengestelde woorden1 zijne verbuiging behoudt4 #adg4 #f7 ,de bijwoordelijke uitdrukkingen1 bestaande uit twee adverbia1 waarvan het eene1 ten gevolge der vereeniging1 zijne beteekenis gewijzigd heeft1 als3 weleer1 veeleer1 dusverre1 hoeverre1 zooverre1 zoolang1 evenlang1 evenzeer1 zoozeer1 evenveel1 hoeveel1 zooveel enz41 verschillend van veel eer1 hoe ver1 zoo lang1 zoo zeer enz4 ,hiertoe behooren vanzelve ook die uitdrukkingen1 waarin het tweede lid een voorzetsel is1 als bijwoord gebezigd1 b4v4 kortom1 linksom1 middenin1 nabij1 rechtsom1 rechtuit1 rondom1 ronduit2 achteraan1 achterin1 achterop1 achterover1 achteruit2 bovenaan1 bovenop1 bovenuit2 onderaan1 onderin1 onderuit2 tusschenin1 vooraan1 voorin1 vooronder1 voorover1 vooruit2 voortaan enz4 ,ook af was oorspronkelijk een voorzetsel en verkeert dus in hetzelfde geval2 derhalve insgelijks3 achteraf1 kortaf1 linksaf1 rechtsaf1 vooraf enz4 ,hier is natuurlijk geene sprake van het geval1 waarin eene ware praepositie door een adverbium voorafgegaan wordt4 ,alsdan toch behouden beide woorden hunne eigene beteekenis1 en zou het verbinden ten onrechte plaats hebben4 ,daarom schrijft men gescheiden3 midden in den tuin2 boven op den zolder2 het water liep er onder uit4 #adh4 #g7 ,de uitdrukkingen1 bestaande uit de bijwoorden van plaats hier1 daar en waar1 wanneer deze1 gepaard met een in bijwoord veranderd voorzetsel1 de waarde hebben van een voornaamwoord1 dat door een voorzetsel beheerscht wordt1 als3 hieraan 7aan dit71 hieraf 7van dit71 daardoor 7door dat71 daarmede 7met dat71 waartoe 7tot hetwelk7 enz4 ,ten opzichte van de bijwoorden ergens1 nergens1 overal en er1 tot hetzelfde doel met een voorzetsel vereenigd1 maakt het ,gebruik eene uitzondering4 ,men schrijft gescheiden3 ergens aan1 nergens door1 overal bij1 er bij1 er van1 er uit enz41 hetgeen blijkbaar daaraan is toe te schrijven1 dat zoodanige uitdrukkingen met overal1 ergens en nergens alleen in gemeenzamen stijl voorkomen en meer gesproken dan geschreven worden2 en dat er meestal door tusscheninstaande woorden van zijn voorzetsel gescheiden is3 ,men had er nooit aan gedacht2 ,hij zou er in dat geval toch toe besloten hebben4 #adi4 #h7 ,de bijwoordelijke uitdrukkingen1 die bestaan uit een voorzetsel1 gevolgd a7 van een zelfstandig naamwoord1 dat in die verbinding nimmer een bepalend woord bij zich neemt1 wanneer f dit zelfst4 naamw4 f het voorzetsel zijne beteekenis wijzigt1 als3 achterwege1 onderweg1 overeind1 bijgeval 7door een toeval71 integendeel1 inzonderheid enz4 b7 van een bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord1 wanneer een der genoemde woorden of wel het voorzetsel zelve zijne beteekenis heeft gewijzigd2 als3 overdwars1 overlang1 overluid1 opnieuw1 vanhier1 vandaar1 vanwaar1 voorwaar1 voorzeker1 voorgoed 7verschillend van van hier1 van daar1 van waar1 voor zeker1 voor goed1 in welke laatste uitdrukkingen de beide bijeenbehoorende woorden hunne kracht behouden74 c7 van de zelfstandige voornaamwoorden al en een3 bovenal 7boven alles71 vooral1 overal1 aaneen1 achtereen1 bijeen1 dooreen1 opeen1 uiteen4 ,het voorzetsel te maakt hier natuurlijk eene uitzondering1 zoowel wanneer het alleen staat1 als wanneer het met de datieven der lidwoorden de en het tot ter of ten is samengesmolten4 ,eene der gewone functies toch van te is juist het vormen van bijwoordelijke uitdrukkingen1 terwijl andere zulks slechts bij uitzondering doen4 ,men schrijft daarom gescheiden3 te huis1 te land1 te water1 ter zee1 ten hove1 ten dage1 ter ure1 te paard1 te scheep1 te voet1 ter been2 te koop1 te huur1 te geef1 ter leen1 te kijk1 te grabbel1 te zoek1 te berge1 te pas1 te onpas1 te rade1 te recht1 te onrecht1 ten onrechte1 ten eerste1 ten tweede1 ten laatste enz4 ,daar het lidwoord en het voornaamw4 zelfde1 volgens #adf1 steeds aaneen geschreven worden1 en er geene reden bestaat om ze te scheiden1 wanneer er eene samentrekking met te plaats heeft1 maken uitdrukkingen als tenzelfden tijde1 terzelfder tijd1 terzelfder plaats1 terzelfder ure enz4 natuurlijk uitzonderingen op dezen regel4 ,in terstond1 terug en terdege of terdeeg worden stond1 rug en deeg niet meer in hunne eigenlijke beteekenis opgevat2 vandaar dat die uitdrukkingen als samenstellingen te beschouwen zijn en dus aaneenverbonden behooren geschreven te worden4 ,hetzelfde geldt1 wel is waar1 ook bij te berge1 maar die uitdrukking staat uitsluitend bij slechts n werkwoord3 te berge rijzen2 hare bijwoordelijke natuur wordt dus nagenoeg niet gevoeld1 wat bij de andere drie wel degelijk het geval is4 ,terstond en terdege toch kunnen bij ieder verbum gevoegd worden1 en terug dient om de beteekenis van een vrij aanzienlijk getal verba te wijzigen3 terugbrengen1 -deinzen1 -eischen1 -gaan1 -geven1 -houden1 -roepen1 -vragen1 -zenden enz4 ,de gevallen staan dus geenszins gelijk2 weshalve wij geene voldoende reden zien om hier van het gevestigde gebruik af te wijken4 ,wij schrijven dus te berge in twee woorden1 maar terstond1 terug en terdege of terdeeg aaneen4 ,de uitdrukkingen te leur en te loor1 met het thans verouderde substantief leur of loor gevormd1 komen op zich zelve nooit voor1 maar de eerste alleen in verbinding met het werkwoord stellen1 de tweede alleen met gaan1 en bij die verbinding nemen de vereenigde uitdrukkingen eene nieuwe beteekenis aan1 zoodat hier werkelijk eene eenheid ontstaat en dus samenstelling plaats heeft4 ,volgens #ada behoren deze uitdrukkingen derhalve1 als te zamen een nieuw begrip vertegenwoordigende1 aaneen geschreven te worden3 teleurstellen1 teloorgaan4 ,van bij geldt nagenoeg hetzelfde als van te4 ,in het ,middelnederlandsch werd het regelmatig gebezigd voor door1 evenals het ,engelsche by4 ,deze beteekenis1 hoewel zeldzamer1 is nog niet geheel verouderd1 blijkens de uitdrukkingen3 bij besluit1 bij missive1 bij een schrijven1 bij eene verordening1 bij reglement enz4 ,daarom moet bij in uitdrukkingen als3 bij toeval1 bij erfenis1 bij uitzondering1 bij loting1 bij verkiezing enz4 evenzeer geacht worden zijne eigenlijke beteekenis te hebben als in3 bij ontstentenis1 bij gebrek enz4 ,bijgeval echter wordt te recht aaneen geschreven1 omdat geval daar in de min gewone beteekenis van toeval voorkomt4 #aej4 #i7 ,onder de praepositionale uitdrukkingen alleen tegenover1 rondom1 niettegenstaande en ingevolge4 ,de overige1 bestaande uit een voorzetsel1 gevolgd van een substantief1 blijven in overeenstemming met #adb gescheiden1 omdat dit substantief zelf eene bepaling eischt1 bestaande uit eenen genitief of uit een ander voorzetsel met zijne eigene beheersching2 b4v4 in geval van nood1 naar mate van zijne bekwaamheid2 en zoo ook door middel van1 uit hoofde van1 in overeenstemming met1 in betrekking tot enz41 terwijl men zegt ingevolge dezen nood1 niet van dezen nood of dezes noods4 ,derhalve ook3 uit kracht1 door toedoen1 door bemiddeling1 naar gelang1 naar luid1 op hoop1 in spijt1 ten spijt1 ten behoeve1 ten gevalle1 ten aanzien1 ten overstaan1 ten aanhooren1 ten aanschouwen enz4 ,natuurlijk kan er nog minder sprake zijn om die woorden aaneen te schrijven1 wanneer het substantief een artikel1 pronomen of adjectief bij zich heeft2 b4v4 als men zegt3 naar de mate zijner bekwaamheden1 door het krachtigste middel van overreding1 in volkomene overeenstemming met zijne bedoelingen1 in nauwe betrekking tot uw welzijn enz4 ,in zulke gevallen behoudt ieder woord zijne eigene grammaticale waarde1 en vervalt het begrip van een samengesteld voorzetsel geheel4 #aea4 #aj7 ,alle uitdrukkingen1 die de waarde van een voegwoord hebben1 en waarin de beteekenis van ieder deel niet volkomen duidelijk uitkomt2 b4v4 alhoewel1 alsmede1 alsof1 bijaldien1 derhalve1 dewijl1 doordien1 evenals1 ingeval1 naarmate1 nademaal1 tenware1 tenzij1 hoezeer1 hoewel1 zooals1 zoodat1 zoowel enz41 en zoo ook daarenboven1 daarentegen1 desniettegenstaande1 desniettemin4 ,wanneer echter ieder deel zijne eigene kracht kennelijk behoudt1 worden zij niet graphisch verbonden4 ,daarom schrijft men gescheiden3 niet alleen4444 maar ook1 nu eens4444 dan eens1 vanhier dat1 vandaar dat1 dan dat4 ,zoo scheidt men ook3 zoolang als1 zoodra als2 want zoolang en zoodra zijn alleen reeds als voegwoorden in gebruik1 en derhalve1 wanneer zij door als gevolgd worden1 veeleer als bijwoorden dan als voegwoorden te beschouwen4 ,vergelijk b4v4 ,zoolang hij ziek is1 kan van de zaak niets komen1 met3 ,hij zal afwezig blijven1 zoolang als zijn broeder ziek is4 ,wanneer nadat en voordat een bijwoord ter versterking vr zich bekomen1 worden voor en na1 in overeenstemming met #ade1 van dat gescheiden3 lang voor dat1 lang na dat4 ,uit deze en de vorige volgt dat het voegwoord naarmate ook graphisch onderscheiden is van het praepositionale naar mate3 ,hij werd nederiger1 naarmate zijn aanzien steeg4 ,hij zal naar mate 7of naar de mate7 van zijne diensten beloond worden4 #aeb4 #aa7 ,van de tusschenwerpsels worden helaas en eilieve aaneen geschreven1 en te recht1 omdat laas1 mnl4 laes1 lacy1 op zich zelf verouderd is1 en lieve niet meer als een vocatief gedacht wordt4 ,daarentegen behoort och of1 hoewel de conjunctie of daar de verouderde beteekenis van indien heeft1 vaneen geschreven te worden1 vermits anders de constructie der volgende woorden niet te rechtvaardigen is2 vergelijk b4v43 ,och1 of 7indien7 gij mij gelooven wildet 7hoe zou ik mij verheugen74 ,,iii4 #aec4 ,de uitdrukkingen1 waarin woorden voorkomen met verouderde grammatische vormen1 worden aaneen geschreven1 omdat die woorden bij eene scheiding eene zelfstandigheid zouden erlangen1 waarop zij bij den tegenwoordigen toestand der taal geene aanspraak meer kunnen maken4 ,hiertoe behooren3 #a7 de uitdrukkingen1 waarin het eerste lid in den sterken manlijken of onzijdigen genitief voorkomt1 als3 goedsmoeds1 droogsvoets1 blootsvoets1 blootshoofds1 heelshuids1 luidskeels 7ook luidkeels7 enz4 #b7 de uitdrukkingen1 bestaande uit een voorzetsel1 gevolgd door een sterken manlijken of onzijdigen genitief1 als3 binnenshuis1 buitenshuis1 binnenslands1 buitenslands1 binnensmonds1 binnensrands1 binnenstijds1 enz4 #c7 de uitdrukkingen1 waarin de d van het zoogenaamde bepalende lidwoord door den invloed van den slotmedeklinker van het voorafgaande voorzetsel tot t verscherpt wordt of met dien medeklinker ineensmelt1 als3 metterdaad1 mettertijd1 metterwoon1 uitermate4 #d7 de uitdrukkingen1 bestaande uit een substantief1 dat bepaald wordt door dr1 ds en ws1 verouderde vormen van de voornaamwoorden die en wat1 hetzij beide eene bijstelling uitmaken1 als3 derhalve1 dermate1 destijds1 hetzij het eerste door het tweede geregeerd wordt1 als3 desbevoegd1 deskundige1 weshalve4 #e7 de uitdrukkingen1 bestaande uit een adjectief in den sterken genitief op -er1 gevolgd van een substantief in oneigenlijken zin genomen1 als3 allerwegen1 halverwegen 7verschillend van halfweg71 gewapenderhand1 langzamerhand1 gelukkigerwijze1 toevalligerwijze2 hand en wijze worden bijna als suffixen opgevat4 ,een genitiefvorm op -er klinkt1 uit hoofde van zijne overeenkomst met de zeer gewone comparatiefvormen1 minder vreemd dan die op -s in bloots1 goeds1 heels enz4 ,dit schijnt de reden te zijn1 waarom het ,gebruik de verbinding niet noodig acht1 wanneer het substantief zijne eigenlijke beteekenis behoudt1 als in onverrichter zake1 ouder gewoonte1 zaliger gedachtenis enz4 ,hieruit is het ook te verklaren1 waarom met luider stem1 in aller ijl1 te gelijker tijd1 niet aaneen geschreven worden1 maar wel inderdaad1 waarin daad niet in den eigenlijken zin wordt opgevat4 ,het gebruik van het koppelteeken4 #aed4 ,wanneer een der opgenoemde regels het graphisch verbinden van woorden vordert1 doch het werkelijk aaneenschrijven een woord opleveren zou van een te vreemd en zonderling voorkomen1 of dat uit hoofde zijner lengte moeilijk zou te overzien zijn1 dan worden de deelen door een koppelteeken 7hyphen7 vereenigd4 #aee4 ,men bezigt uit dien hoofde het koppelteeken3 #a7 ,wanneer in een compositum eigennamen of van eigennamen gevormde adjectieven voorkomen1 als3 a7 in de benamingen van koopwaren1 waarin het eerste lid de naam is van de landstreek of de plaats1 die de waar oplevert1 of vanwaar zij uitgevoerd wordt1 b4v4 ,baai-tabak1 ,cayenne-peper1 ,java-koffie1 ,manilla-sigaren1 ,riga-balsem1 ,smyrna-vijgen1 ,zuidzee-traan enz4 ,deze schrijfwijze heeft voornamelijk ten doel1 den eigennaam duidelijk te doen uitkomen4 ,wanneer deze echter in de uitspraak onherkenbaar misvormd is1 kan het doel door de scheiding niet meer bereikt worden1 en schrijft men de deelen werkelijk aaneen2 b4v4 sinaasappel1 voor ,messina's-appel1 enz4 b7 in de zelfstandige naamwoorden1 waarvan het eerste lid een adjectief is1 gevormd van een eigennaam1 als3 ,berlijnsch-blauw1 ,engelsch-zout1 ,friesch-groen1 ,pruisisch-zuur enz4 c7 in de bijvoeglijke naamwoorden1 bestaande uit de koppeling van twee adjectieven1 die van eigennamen zijn afgeleid1 als3 ,engelsch-,russisch1 ,fransch-,engelsch1 ,franco-,gallisch1 ,indisch-,europeesch1 ,indo-,germaansch enz4 #aef4 #b7 ,wanneer titels van personen1 in burgerlijke1 rechterlijke of militaire betrekkingen1 bestaan a7 uit twee bastaardwoorden1 als3 adjunct-commies1 adspirant-ingenieur1 ambassadeur-plenipotentiaris1 gouverneur-generaal1 minister-resident1 procureur-crimineel1 politie-commissaris1 substituut-griffier1 auditeur-militair1 admiraal-generaal1 luitenant-generaal1 luitenant-kolonel1 sergeant-majoor4 b7 uit een ,nederlandsch woord en een bastaardwoord1 wanneer beide reeds op zich zelve titels zijn1 of wanneer het tweede een adjectief is1 dat dan1 strijdig met ons taaleigen1 achter het substantief komt3 grootmeester-nationaal1 kapitein-kwartiermeester1 kapitein-geweldiger1 staten-generaal1 raad-pensionaris enz4 #aeg4 #c7 ,wanneer geographische eigennamen bestaan uit een eigennaam en een bijvoegl4 naamwoord of een bijwoord1 als3 ,groot-,britanni1 ,klein-,azi1 ,nieuw-,holland1 ,nieuw-,york1 ,rood-,rusland1 ,wit-,rusland1 ,noord-,brabant1 ,zuid-,holland1 ,achter-,indi1 ,voor-,indi1 ,beneden-,egypte4 ,het koppelteeken wordt natuurlijk niet gebezigd1 wanneer het tweede lid der samenstelling een gemeen zelfst4 naamw4 is2 dus niet in ,amazonenrivier1 ,noordzee1 ,zuiderzee1 ,oostzee1 ,oostergoo1 ,westergoo1 ,westland1 ,opsterland1 ,salland1 ,teisterbant1 ,hartsgebergte1 ,reuzengebergte4 #aeh4 #d7 ,wanneer een bijvoeglijk woord1 hetzij een adjectief1 een lidwoord of een voornw41 alleen betrekking heeft op het eerste lid eener volgende samenstelling1 niet op dit woord in zijn geheel genomen4 ,in dit geval wordt het bijvoeglijke woord door een hyphen met het compositum verbonden1 als3 bolvormige-driehoeksmeting1 platte-driehoeksmeting1 dolle-hondsbeet1 's-,gravendeel1 's-,gravenhage1 groot-zegelbewaarder1 's-,heerenberg1 's-,hertogenbosch1 ,mijns-,heerenland1 oude-kleerkoop1 klein-kinderschooltje1 oude-mannenhuis1 ijzeren-spoorweg1 rijnsche-wijnflesch1 desolate-boedelkamer1 ,beiersch-bierbrouwerij1 ,groene-weeshuis 7naar de kleeding der weezen71 ,st4-,catharinagasthuis1 ,heilige-,geestgasthuis1 ,lieve-,vrouwenkerk enz4 #aei4 ,omtrent het schrijven der telwoorden zou men in twijfel kunnen staan1 in hoeverre zij al of niet verbonden moeten worden4 ,raadpleegt men het gewone gebruik1 dan vindt men een telwoord alleen dn graphisch aan een volgend gehecht1 wanneer het de waarde van een multiplicatief adverbium heeft2 b4v4 twee in tweehonderd 7tweemaal honderd72 ook worden dertien1 veertien1 vijftien enz4 tot negentien aaneen geschreven2 in alle andere gevallen laat men de deelen gescheiden4 ,men schrijft b4v4 zeshonderd negen en veertig duizend vijfhonderd negentien1 zes en twintig enz4 ,daar echter ook het langste telwoord een zelfstandig deel eener rede uitmaakt1 doet zich de vraag voor1 of dit gebruik niet is af te keuren1 en of niet alle bestanddeelen van een samengesteld telwoord ten minste door koppelteekens behooren vereenigd te worden4 ,bij eene nadere beschouwing echter laat zich de vraag niet anders dan ontkennend beantwoorden1 omdat in zulke vereenigingen al de vereischten eener compositie ontbreken1 namelijk een overheerschende klemtoon1 de duidelijke samenvatting der leden in ne voorstelling1 en de wijziging der beteekenis van ten minste n lid4 ,zoo zoekt men b4v4 in driehonderd vier en vijftig millin zevenhonderd drie en zestig dzend negenhonderd acht en zventig vergeefs naar een woord1 dat door zijn sterkeren nadruk al de overige woorden overheerscht en tot een geheel verbindt4 ,men hoort kennelijk drie hoofdaccenten1 namelijk op millioen1 duizend en zeventig2 deze zijn even sterk en bewijzen mede1 wat iedereen trouwens bij zich zelven kan waarnemen1 dat de geest het geheele getal niet in eens omvat1 maar het zich achtereenvolgens in drie gedeelten voorstelt1 die men zelfs1 zonder eenig nadeel voor de duidelijkheid1 door komma's zou kunnen scheiden4 ,eindelijk1 ieder woord wordt in deze en dergelijke verbindingen in zijne gewone beteekenis opgevat1 behalve dat de getallen1 die in vereeniging met honderd als multiplicativa staan 7tweehonderd1 achttienhonderd71 door de ellips van maal of malen eene gewijzigde kracht bekomen1 ten blijke waarvan zij dan ook met dit woord graphisch verbonden zijn4 ,de ,redactie ziet derhalve geene overwegende reden1 om hier van de algemeene gewoonte af te wijken1 die ten overvloede door het overeenstemmend ,gebruik in alle beschaafde talen gewettigd wordt4 ,zij laat dus al de bestanddeelen van een samengesteld telwoord gescheiden1 behalve tien en honderd1 die aan het onmiddellijk voorgaande gehecht worden3 dertien1 veertien1 vijftien1 negentien2 tweehonderd1 zevenhonderd1 zeventienhonderd enz4 #afj4 ,meer grond bestaat er voor het graphisch verbinden der bestanddeelen van samengestelde ranggetallen1 als b4v4 drie en twintigste1 vier honderd en zevende1 zeshonderd vier en negentigste4 ,in deze en dergelijke uitdrukkingen worden de verschillende leden door het afleidingssuffix -de of -ste1 aan het laatste lid gehecht1 tot een geheel verbonden1 zoodat zij1 in den tegenwoordigen toestand der taal1 tot die soort van eigenlijke samenstellingen behooren1 waarover in #adj gehandeld is4 ,intusschen pleiten gedeeltelijk dezelfde redenen1 die in de vorige zijn aangevoerd1 hier tegen de verbinding der bestanddeelen4 ,men heeft dergelijke samengestelde uitdrukkingen dan ook nooit als eigenlijke composita beschouwd1 hetgeen daaruit blijkt1 dat men oudtijds de suffixen -de en -ste1 ten minste achter de hoofdbestanddeelen1 herhaalde1 en b4v4 schreef3 het hondertste ende tiende jaer2 drie dusentste vierhonderdste ende seven ende tachtigste4 ,daarom achten wij het ongeraden1 met de bedoelde uitdrukkingen zoo geheel anders te handelen dan met de eigenlijke getallen1 en1 in strijd met het gevestigde ,gebruik in onze en andere beschaafde talen1 wanstaltige woordvormen voor te staan1 die het oog dikwijls niet zou kunnen overzien4 ,wij aarzelen derhalve niet1 ten opzichte der ranggetallen eene uitzondering op den regel van #adj te maken en voort te gaan met gescheiden te schrijven3 negen en zeventigste1 vijfhonderd dertiende1 enz4 ,b4 ,hoe te handelen met de verbindingsklanken tusschen de leden eener samenstelling8 #afa4 ,de tweede onzekerheid bij het schrijven van samengestelde woorden betreft den vorm van het eerste lid1 die uit de uitspraak niet altijd duidelijk blijkt1 hetgeen bij vele tot verschil in spelling aanleiding geeft4 ,zoo schrijven b4v4 sommigen pereboom en tarwebrood1 anderen perenboom en tarwenbrood4 ,de ,leer der ,spelling moet hier uitspraak doen4 ,de onzekerheid spruit uit verschillende oorzaken voort2 het is van belang die te kennen4 ,ook bij dit onderzoek is het noodig het onderscheid in het oog te houden tusschen de eigenlijke samenstellingen en de samenkoppelingen1 van welke echter1 gelijk reeds is aangemerkt1 sommige later voor oor en oog in eigenlijke samenstellingen zijn overgegaan2 vergelijk #ace en #aci4 ,deze verandering van vorm en nog andere redenen1 die straks ter sprake komen1 maken ook het onderscheiden van oudere en jongere samenstellingen noodzakelijk4 ,de letters1 ten opzichte waarvan onzekerheid en verschil bestaat1 noemt men verbindingsklanken of verbindingsletters4 ,beginnen wij met te onderzoeken1 wat men er door te verstaan heeft1 welke letters zoo te noemen zijn4 #afb4 ,de woordstammen1 d4i4 de woorden1 van alle buigingsuitgangen ontdaan1 waren in den oudsten toestand der ,indo-,germaansche talen tweerlei3 vocalisch1 uitgaande op een der korte klinkers a1 i en u 7oe72 of consonantisch1 eindigende op eene n1 voorafgegaan door eene korte a1 of door eene lange of 7goth4 ei of 74 ,bij het vormen van eigenlijke samenstellingen werd het eerste lid oorspronkelijk1 indien het een vocalischen stam had1 in zijn onveranderden stamvorm voor het tweede lid gevoegd2 was het consonantisch1 dan werd de n afgeworpen1 en de voorafgaande lange klinker verkort4 ,dientengevolge eindigde het eerste lid der eigenlijke samenstellingen op weinige uitzonderingen na--kennelijk alle onregelmatigheden--steeds op een der korte klinkers a1 i of u 7oe74 ,daar nu deze klinkers een deel van het eerste lid uitmaken1 kon er toen bij eigenlijke samenstellingen geene sprake zijn van opzettelijk ter verbinding ingevoegde letters4 ,uit deze waarneming vloeit nog iets voort4 ,indien het eerste lid in zulke composita voorkwam in zijn stamvorm1 zonder eenig teeken dat eene betrekking aanduidde1 dan is het zeker1 dat men oorspronkelijk bij het samenstellen volstrekt niet dacht aan de verhouding van het eerste lid tot het tweede1 maar het aan den hoorder overliet zich die verhouding daarbij te denken4 #afc4 ,het begrip van samenkoppeling sluit reeds uit zich zelf het aanwezig zijn van verbindingsklanken uit4 ,eene koppeling bestaat in het aaneenhechten van twee1 soms van meer woorden1 die in de rede op elkander volgen2 daarom komt het eerste lid natuurlijk niet in zijn stamvorm voor1 maar1 zoo het een verbuigbaar woord is1 in een vorm waarin het in de rede zelfstandig kan optreden2 een naamwoord derhalve in een naamval van het enkel- of meervoud1 een werkwoord in de onbepaalde of in de gebiedende wijs4 ,zoo heeft b4v4 het woord ,god in godsdienst den vorm van den #b;den1 in godebehaaglijk dien van den #c;den1 in godverheerlijkend dien van den #d;den naamval1 omdat die woorden vereenigingen zijn van de uitdrukkingen ,gods dienst1 ,gode behaaglijk1 ,god verheerlijkend4 ,het werkwoord spelen staat in spelevaren in de onbepaalde wijs1 doch met onderdrukte n1 omdat dit woord eene verbinding is van spelen varen 7verg4 lezen leeren72 in vergeet-mij-nietje staat vergeten in de gebiedende wijs4 #afd4 ,doch bestonden er oorspronkelijk geene verbindingsklanken1 verschillende oorzaken hebben samengewerkt om hun bestaan eerst te onderstellen1 en later werkelijk zulke letters in te voegen4 ,daar de woordstammen onveranderd natuurlijk alleen in samenstellingen voorkwamen1 maar in de verbogen vormen1 onder welke zij in de rede optraden1 allerlei wijzigingen ondergingen1 geraakte de natuur van de eindklinkers der stammen spoedig in vergetelheid1 en begon men ze voor opzettelijk ingevoegde klanken1 voor bloote verbindingsletters1 aan te zien4 ,zij werden allengs zwakker uitgesproken1 en gingen ten laatste in de toonlooze e over4 ,zoo ontstonden b4v4 dageraad1 nachtegaal1 bruidegom van de stammen daga1 nahta1 bruthi4 ,wanneer men deze woorden vergelijkt met de later gevormde dagboek1 nachtverblijf1 bruidleidster1 enz41 dan krijgt de toonlooze e1 ofschoon een deel van het eerste lid zijnde1 het voorkomen van eene ingevoegde letter zonder beteekenis of reden van bestaan1 van een blooten verbindingsklank4 ,haar aanwezen bewijst intusschen1 dat de genoemde woorden tot de oudste samenstellingen behooren1 uit den tijd1 toen men de woordstammen daga1 nahta en bruthi nog kende4 #afe4 ,even willekeurig schijnt de toonlooze e in vele samenstellingen1 wier eerste lid vroeger op dezen thans afgesleten klinker eindigde1 b4v4 in wiegelied1 harteleed1 bruggegeld1 ruggegraat1 willekeur enz41 van de verouderde vormen wiege1 harte1 brugge1 rugge1 wille4 #aff4 ,bij samenkoppelingen hebben andere oorzaken gewerkt om letters1 die inderdaad tot het eerste lid behooren1 als ingevoegd te doen beschouwen4 ,de tweede naamval1 die thans alleen in het enkelvoud van het manlijke en onzijdige geslacht een kenmerkenden uitgang heeft 7-s1 -es1 -n of -en71 nam voorheen ook bij zwakke vrouwelijke woorden1 als vrouwe1 kerke1 eere1 eene -n aan3 der vrouwen1 der kerken1 der eeren4 ,het meervoud1 dat thans in alle naamvallen op eene -n of eene -s eindigt1 ging vroeger bij alle sterk verbogen woorden op -e uit 7in den #c;den naamval op -en73 honde1 geite1 dinghe1 of bij sommige onzijdige op -er3 kinder1 kalver4 ,het was dus natuurlijk1 dat men1 toen er geene vrouwelijke genitieven op -n1 geene meervouden op -e of -er meer bestonden1 de -n1 -e of -er in woorden als vrouwenkleed1 eerenprijs1 paardeboonen1 kinderkamer1 raderwerk enz4 voor ingevoegde letters aanzag4 ,voorheen vormde men1 naar het schijnt meest van werkwoorden1 adjectieven op -el1 als behaghel1 krijgel1 schamel1 vergetel1 vermetel1 verstandel4 ,zij werden vooral in samenstellingen en afleidingen gebezigd1 als in schamelheid1 vergetelheid1 vermetelheid4 ,was nu zulk een adjectief buiten gebruik geraakt en vergeten1 dan kreeg -el in eene samenstelling het voorkomen van willekeurig ingevoegd te zijn1 b4v4 in schorselwoensdag1 schortelkleed1 schrikkeljaar1 schrikkelmaand1 troostelbier enz4 #afg4 ,toen men nu eenmaal van het bestaan van verbindingsklanken meende overtuigd te zijn1 was het natuurlijk dat men bij het vormen van nieuwe composita1 als op het gevoel af1 naar bestaande modellen te werk ging en dikwijls geheel ten onrechte letters invoegde4 ,op die wijze ontstonden1 naar het voorbeeld van koningsmoord1 vaderlandsliefde1 kindskind1 de composita jongelingsvereeniging1 belegeringswerken1 vrijheidsliefde1 dochtersman1 waardoor de s in composita ook achter vrouwelijke substantieven allengs het teeken van den tweeden naamval werd2 naar ganzemarkt1 paardekooper1 hoenderhok1 waarin het eerste lid een meervoud voorstelde1 ook andere waarbij men aan een enkelvoud dacht1 als ganzepen1 paardestaart1 hoenderei2 naar krijgsman1 krijgstuig ook leidsman1 scheidsmuur2 naar schorteldoek1 schrikkeljaar ook ringelduif1 noteltere 7noteboom74 ,dientengevolge heeft men thans het volste recht om van verbindingsklanken te spreken2 en1 daar het niet altijd met zekerheid kan bepaald worden1 of eene letter tot het voorste lid behoort1 of slechts ingelascht is1 zullen wij ook de wettig aanwezige onder den naam van verbindingsklanken of -letters begrijpen4 ,onder deze benamingen worden derhalve hier verstaan de letters -e1 -n1 -s1 -el1 -en en -er1 voorkomende in het midden van samenstellingen1 en niet behoorende tot den hedendaagschen stam van het eerste lid2 dus b4v4 de e in dageraad1 de s in wolfsklauw1 de lettergreep el in schorteldoek1 en in menschenbloed1 er in hoenderhok1 omdat de stammen der eerste leden thans dag1 wolf1 schort1 mensch1 hoen luiden4 #afh4 ,moest het vermelde noodwendig de strekking hebben om den vorm onzer composita onzeker te maken1 er kwam nog de bekende eigenaardigheid van het ,nederlandsch bij1 dat wij de n achter eene toonlooze e slechts zeer flauw uitspreken en soms geheel onderdrukken4 ,daarom kan het gehoor alleen niet meer beslissen1 of men pere- of perenboom te schrijven heeft2 daardoor hebben sommige infinitieven1 b4v4 ruilen in ruilebuiten1 spelen in spelevaren1 hunne n verloren4 ,dat onderdrukken had natuurlijk het meest plaats in dagelijksche woorden1 die men vaker hoorde uitspreken1 dan men ze geschreven zag4 ,in het omgekeerde geval bleef de n bestaan4 ,dit ziet men onder andere aan het zeldzaam voorkomende eerenprijs 7naam eener plant71 dat men in de woordenboeken met eene n geschreven vindt1 naast het meer gebruikelijke eereprijs1 in den eigenlijken zin van het woord genomen4 #afi4 ,er is nog meer dat het bepalen van den vorm der composita moeilijk maakt4 ,in de vroegste tijden reeds ging men1 schijnbaar althans1 met willekeur te werk1 en vormde men1 zonder eenig merkbaar onderscheid in de beteekenis te stellen1 nu eens eigenlijke samenstellingen1 dan eens koppelingen4 ,de namen van de dagen der week leveren merkwaardige voorbeelden van die schijnbare regelloosheid op4 ,zondag1 ,maandag1 ,donderdag1 ,vrijdag1 ,zaterdag zijn eigenlijke samenstellingen1 ofschoon het eerste lid1 blijkens lat4 dies ,solis1 ,lunae enz41 stellig in de betrekking van den genitief staat4 ,daarentegen zijn ,dinsdag 7,dies dach1 dag van den god ,die7 en ,woensdag 7,wodans dach71 meer overeenkomstig met de ,latijnsche voorbeelden dies ,martis en dies ,mercurii1 slechts koppelingen4 ,die ongelijkheid1 ofschoon zij waarschijnlijk hare oorzaken heeft1 laat zich thans niet meer verklaren4 ,men zal zulks moeten erkennen1 als men bedenkt1 dat men in het ,middelnederlandsch zoowel ,manendach1 met den zwakken genitief van mane1 als ,maendach1 ,donresdach 7,donderdag7 naast ,donredach en ,vriendach of ,vrijndach naast ,vridach aantreft4 ,ook later ging men--voor ons verstand ten minste--niet regelmatiger te werk4 ,zoo geeft1 om slechts iets te noemen1 ,kiliaan sonnenschijn op1 als eene koppeling van schijn met den zwakken genitivus sonnen2 maar daarentegen maenschijn1 als eene echte samenstelling van maen en schijn4 #agj4 ,hier komt nog bij1 dat de taal thans stellig naar andere beginselen te werk gaat en meer naar duidelijkheid streeft4 ,bepaaldelijk wil zij den vorm van het meervoud1 waar het begrip het denkbeeld van een meervoud medebrengt1 terwijl men zich oudtijds met den stamvorm vergenoegde4 ,dit blijkt b4v4 uit de vergelijking van de nieuwere woorden beeldengalerij1 krankzinnigengesticht1 woordenboek enz4 met de oudere beeldhouwer1 weeshuis1 woordboeck enz4 #aga4 ,uit deze waarnemingen1 beschouwd in verband met het onderdrukken der n1 volgt1 dat men bij het verklaren en bepalen der verbindingsletters1 althans in de bijzondere gevallen1 weinig of geen licht kan vinden bij onze ,ouden1 omdat dezen1 oogenschijnlijk ten minste1 zonder regelmaat te werk gingen4 ,zoo laat zich b4v4 niet uitmaken1 of ons hedendaagsche zonneschijn en maneschijn samenstellingen zijn van zon en maan in hun verouderden vorm sonne en mane1 dan wel koppelingen1 bloote aanhechtingen van schijn aan de zwakke genitieven sonnen en manen1 met dezelfde onderdrukking der n1 die b4v4 in spele7n7varen heeft plaats gehad4 #agb4 ,te midden echter van al die schijnbare onregelmatigheden straalt een beginsel door1 dat thans nog geldt1 te weten het streven naar welluidendheid1 of liever1 negatief gesproken1 het zoeken om onwelluidende vormen te vermijden4 ,ontegenzeglijk klinkt het samentreffen van sommige medeklinkers nagenoeg even onaangenaam1 als zulks algemeen erkend wordt van de onmiddellijke opeenvolging van twee klinkers1 waarvoor men zelfs opzettelijk een naam1 hiatus1 gaping1 heeft uitgedacht4 ,sommige verbindingsletters hebben dan ook buiten tegenspraak geen ander doel1 dan het vermijden van zulk een wanluidend samentreffen1 en niet zelden strekt de e alleen om twee medeklinkers1 de n om twee klinkers te scheiden4 #agc4 ,even zeker is het1 dat buitengewoon lange samenstellingen onwelluidend zijn en daarom door de taal zooveel mogelijk vermeden worden4 ,dit blijkt duidelijk uit woorden als jongelingsvereeniging1 vondelingshuis en dergelijke1 voor jongelingenvereeniging1 vondelingenhuis3 vormen1 die men niet gebruikt1 omdat zij ne lettergreep langer zijn1 ofschoon zij door de analogie van boerenbedrijf1 ziekenhuis enz4 zouden gevorderd worden4 #agd4 ,van het tegenwoordige standpunt beschouwd1 schijnt het alleszins wenschelijk dat er regels gesteld worden1 die volstrekte regelmatigheid in de samenstellingen brengen1 en waarbij men de beteekenis en de onderlinge verhouding der leden niet voorbijziet4 ,uit alles echter moet gebleken zijn1 dat zulks geheel ondoenlijk is4 ,een aantal woorden uit vroegeren tijd1 samengesteld naar thans onbekende beginselen1 of schijnbaar tegen alle beginselen aan1 hebben een vasten vorm gekregen1 die nu niet meer te veranderen is1 b4v4 eierdop1 eierschaal4 ,aan het stellen van algemeene regels1 voor eene geheel consequente en tevens logisch juiste compositie1 is derhalve niet te denken1 dewijl zulks onvermijdelijk eene wijziging in den vorm van een zeer groot aantal woorden ten gevolge zou moeten hebben1 die1 zoo zij daardoor ook al niet geheel onkenbaar werden1 dan toch een al te zonderlingen indruk maken zouden4 ,wien toch zou het niet bevreemden dagraad1 bruidsgom en nachtgaal geschreven te vinden1 ofschoon deze woorden in overeenstemming zouden zijn met dagboek1 dagregister1 dagreis enz41 met bruidsdagen1 bruidstranen1 bruidsgift1 bruidsgoed enz41 en met nachtgewaad1 nachtgoed1 nachtkaars enz4 ,logisch juist zijn de woorden ziekenhuis1 oude-mannenhuis1 invalidenhuis1 kinderhuis 7met het oude meervoud kinder72 minder goed zijn weeshuis en duifhuis1 hoewel te rechtvaardigen1 als gevormd naar de oorspronkelijke wijze van samenstellen2 geheel onverdedigbaar is daarentegen vondelingshuis4 ,doch wie zou zijne goedkeuring willen hechten aan een regel1 die voorschreef met strikt logische juistheid kinderenhuis1 vondelingenhuis1 weezenhuis te schrijven1 en duifhuis door duivenhuis te vervangen1 ten einde het met duivenhok en duiventil in overeenstemming te brengen8 #age4 ,is het stellen van algemeen geldige regels voor het vormen van composita volstrekt onmogelijk1 het is gelukkig ook niet noodig4 ,de ,spelling heeft alleen te bepalen1 hoe de gesproken woorden1 haar door de ,etymologie of het ,gebruik kant en klaar geleverd1 behooren geschreven te worden4 ,zij behoeft zich dus slechts te bemoeien met die samenstellingen1 wier vorm niet duidelijk uit de uitspraak blijkt1 en waarvan dientengevolge verschillende schrijfwijzen bestaan4 #agf4 ,doch ook z genomen heeft de zaak nog vele bezwaren in4 ,het aantal der onzekere vormen is groot en bestaat uit verschillende soorten2 en daarnevens bevinden zich verscheidene woorden1 tot dezelfde soorten behoorende1 die steeds onveranderlijk op dezelfde wijze geschreven worden1 wier vormen dus wel degelijk bepaald zijn1 maar naar verschillende en tegenstrijdige beginselen4 ,zoo schrijft men onveranderlijk sterrekunde en instrumentmaker1 met sterre en instrument in den enkelvoudigen stamvorm2 daarentegen1 evenzeer onveranderlijk1 volkenkunde en sigarenmaker1 met volk en sigaar in den meervoudsvorm4 ,het is duidelijk1 dat er geen regel bestaan kn1 waarin beiderlei vormen gelijkelijk passen4 ,welke regels men dus ook voor de onzekere vormen aanneme1 er blijven altijd eenige woorden over1 die1 zoo men te hunnen opzichte het ,gebruik wil blijven eerbiedigen1 noodwendig buiten de regels vallen4 ,men zou de zoodanige als uitzonderingen kunnen beschouwen en vermelden1 indien de uitspraak en spelling van alle even zeker ware als die van de vier bovengenoemde1 of indien er eenig herkenningsteeken bij die uitzonderingen bestond4 ,daar dit echter in geenen deele het geval is1 en men toch wel niet verlangen kan1 dat wij geheel beginselloos te werk gaan1 zoo blijft ons niets anders over1 dan #a4 eenige regels aan te nemen1 die1 zoo weinig mogelijk met het oude gebruik strijdende1 op de hedendaagsche richting der taal gegrond zijn1 en daardoor recht geven tot de verwachting1 dat nieuwe woorden dienovereenkomstig zullen gevormd worden2 en #b4 de weinige woorden1 wier vorm door het ,gebruik anders bepaald is1 met die regels in overeenstemming te brengen4 ,uit het aangevoerde toch moet niet slechts de onmogelijkheid gebleken zijn van dit te vermijden1 maar ook evenzeer de wenschelijkheid1 dat er eenmaal een einde kome aan de bestaande wanorde in het stuk der compositie1 en dat men daarbij duidelijk bewuste verstandige beginselen volge4 ,wij voor ons ten minste rekenen ons verplicht daarnaar te streven4 #agg4 ,het is duidelijk1 dat de ,spelling ook bij het stellen van zulke regels1 althans in de eerste plaats1 behoort te werk te gaan naar dezelfde beginselen1 die bij het schrijven der grondwoorden gelden1 voor zooverre die hier van toepassing kunnen zijn4 ,de ,regels der ,gelijkvormigheid 7 #di7 en der ,afleiding 7 #ed7 bepalen den vorm der te verbinden woorden1 doch zwijgen natuurlijk van de verbindingsletters2 en daar men geheel van de onderstelling uitgaat1 dat de ,uitspraak niet beslist1 zullen voornamelijk de ,analogie 7 #ei7 en de ,welluidendheid 7 #fb7 moeten geraadpleegd worden4 ,in n opzicht zal men genoodzaakt zijn van de aangenomen gewone beginselen af te wijken3 aan het ,gebruik zullen hier aan de eene zijde minder1 aan de andere meer rechten moeten toegekend worden4 ,nergens had dit vrijer spel dan in het stuk der compositie1 waar zoovele verschillende beginselen golden1 en aanleiding gaven om de meest uiteenloopende richtingen aan te nemen4 ,zal er eenige regelmaat in het schrijven der samenstellingen bestaan1 dan zal men soms van het ,gebruik moeten afwijken1 zonder te kunnen bewijzen dat het volstrekt verkeerd is1 terwijl men het in andere gevallen zal moeten eerbiedigen1 ofschoon het moeilijk kan gerechtvaardigd worden2 vergel4 hier #ff4 ,zoo is de spelling zedeleer en sterrekunde op zich zelve geheel wettig1 als eene samenstelling met den stamvorm zede en sterre2 maar de ,analogie en de hedendaagsche richting der taal eischen zedenleer en sterrenkunde2 hier kunnen wij het ,gebruik niet langer laten gelden4 ,daarentegen zijn de gewone vormen eierdop1 eierschaal 7bij ,kiliaan nog ey-dop1 ey-schale7 verkeerd1 en het meervoud door niets goed te maken2 doch wie zal nu eidop1 eischaal willen geschreven zien8 #agh4 ,daar de bemoeiingen der ,spelling zich niet verder behoeven uit te strekken dan tot die verbindingsletters1 die in de uitspraak niet duidelijk worden gehoord1 is het klaar1 dat alle onderzoekingen zich hier bepalen tot de n en de s4 ,men kan alleen onzeker zijn1 of eene toonlooze e al of niet door n gevolgd1 en of eene s of z1 waarmede het tweede lid begint1 al of niet door eene s wordt voorafgegaan2 b4v4 of men konijnen- of konijnehaar1 dorps- of dorp-schuit1 eenigs- of eenig-zins te schrijven heeft4 ,omtrent de overige letters1 over het al of niet aanwezig zijn van e en er1 en van s1 niet door s of z gevolgd1 beslist de ,uitspraak4 ,ten einde onder de duizenden samengestelde woorden niet geheel in den blinde rond te tasten1 zal het dienstig zijn vooraf na te gaan1 onder welke soort van samenstellingen de vermelde onzekerheden worden aangetroffen4 ,bij dat onderzoek zullen wij het veiligst te werk gaan1 indien wij achtereenvolgens die woordsoorten uitmonsteren1 bij welke eene inlassching van verbindingsletters niet denkbaar is1 of in elk geval verkeerd zou wezen4 ,daar de verbindingsletters steeds f werkelijk uitgangen van het eerste lid zijn1 f als zoodanig worden aangemerkt1 zal men de samenstellingen naar de natuur van het eerste lid in soorten of klassen moeten onderscheiden4 ,alleen een voegwoord kan niet het eerste lid eener samenstelling uitmaken2 alle andere rededeelen1 zelfs het lidwoord van bepaaldheid1 b4v4 in dewijl1 en de tusschenwerpsels ei en he in eilaas en helaas1 treden als eerste leden van composita op4 ,voor zooverre echter de samenstellingen met onverbuigbare woorden beginnen1 is het duidelijk1 dat er geene sprake van verbindingsletters kan wezen4 ,immers vermits deze letters steeds werkelijke of gewaande buigingsuitgangen zijn1 ontbrak bij de woorden1 die met indeclinabilia1 met bijwoorden1 voorzetsels of tusschenwerpsels beginnen1 de aanleiding tot het aanwezig zijn of tot het ontstaan van verbindingsletters geheel en al4 ,men treft er onder dezulke dan ook geene aan1 zelfs niet waar de welluidendheid ze zou kunnen vorderen4 ,men schrijft algemeen medearbeider1 mederfgenaam1 medengezetene1 medeoorzaak1 medeitverkorene1 waarin niemand ter wegneming van den hiatus eene n invoegt2 eene waarneming1 die bewijst1 dat ook die verbindingsletters1 die blootelijk voor de welluidendheid strekken1 toch naar de analogie der buigingsletters ontstaan zijn4 ,de met onverbuigbare woorden aanvangende samenstellingen leveren derhalve ten opzichte der verbindingsletters geene onzekerheden op2 deze zijn dus alleen denkbaar bij die soorten van composita1 wier eerste lid verbuigbaar is4 ,doch ook van deze vallen terstond een paar soorten weg1 waarover men zich niet verder te bekommeren heeft4 ,de hoofdgetallen blijven in de eigenlijke samenstellingen onveranderd1 en staan in zooverre gelijk met de onverbuigbare woorden4 ,men zegt en schrijft driewerf1 viermaal1 vijfhoek1 zeskantig1 driesprong1 tiental1 honderdvoud1 duizendvoudig enz4 ,de vormen op -en1 als tween1 drien1 vieren enz41 komen slechts alleenstaande1 nooit in samenstellingen voor2 het gewone vierendeel is eene verbasterde uitspraak voor vierdedeel4 ,er bestond dus ook nooit aanleiding tot het ontstaan eener verbindings-n1 zelfs niet ten gevalle der welluidendheid1 hier evenmin als bij de indeclinabilia2 men zegt tweeoogig en driearmig1 niet tweenoogig en drienarmig4 ,de vrouwelijke genitiefvorm op -er treedt slechts voor -lei en -hande in eenerlei1 tweerhande enz4 en baart geene twijfelingen4 ,van de telwoorden blijven derhalve alleen die weinige ter nadere behandeling over1 die1 als geen en veel1 op de wijze van bijvoeglijke woorden verbogen worden4 ,ook de zelfstandige voornaamwoorden vallen buiten het onderzoek4 ,van deze komt alleen zelf als het eerste lid in samenstellingen voor4 ,ofschoon men het voorheen wel eens eene s gaf1 en b4v4 soms zelfsbedrog schreef1 in het hedendaagsche gebruik blijft het onveranderlijk zelf3 zelfbeschuldiging1 zelfvertrouwen1 zelfverloochening enz4 #agi4 ,uit het aangevoerde volgt1 dat alle twijfelachtige gevallen moeten gezocht worden onder woorden1 aanvangende met zelfstandige naamwoorden1 werkwoorden of bijvoeglijke woorden1 te weten lidwoorden1 bijvoeglijke naamwoorden1 bijvoeglijke voornaamwoorden en onbepaalde telwoorden4 ,deze waarneming stelt ons in staat om over den aard der verbindings-s en -n te oordelen4 ,de n zal achter zelfstandige naamwoorden f het teeken moeten zijn van den zwakken genitief1 f dat van het meervoud2 achter bijvoeglijke woorden een naamvalsuitgang2 achter werkwoorden het teeken van den infinitief2 f zij zal bloot euphonisch moeten wezen1 wat achter allerlei woorden1 behalve indeclinabilia1 kan plaats hebben4 ,de s kan achter zelfstandige naamwoorden den genitief of het meervoud aanduiden2 achter bijvoeglijke woorden zal zij het teeken van den sterken genitief wezen2 f zij zal achter beide soorten als euphonisch zijn te beschouwen2 achter stammen van werkwoorden zal zij slechts de laatstgenoemde waarde kunnen hebben4 ,beginnen wij met het onderzoek naar ,de inlassching der verbindings-n4 #ahj4 ,uit de vorige vloeit voort1 dat men bij het oordeelen over de noodzakelijkheid of overtolligheid der verbindingsletters volstrekt noodig heeft te weten1 tot welke soort van woorden het eerste lid behoort4 ,in de meeste gevallen is dit niet moeilijk te bepalen4 ,een werkwoord1 al staat het in den stamvorm1 laat zich door zijne beteekenis in den regel duidelijk genoeg onderkennen2 doch substantieven en adjectieven zijn niet altijd zoo gemakkelijk te onderscheiden4 ,met name is dit het geval met de stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden en de zelfstandige1 waarvan zij gevormd zijn door aanhechting van het achtervoegsel -en1 welks n in het dagelijksch leven zelden duidelijk uitgesproken1 maar meestal geheel onderdrukt wordt4 ,dit maakt1 dat men op het gehoor af niet kan onderscheiden1 of men in samenstellingen met zelfstandige naamwoorden of met stoffelijke adjectieven te doen heeft2 of men b4v4 tarwen- of tarwebrood1 rijsten- of rijstebrij moet schrijven4 ,daar de uitspraak hier niet beslist1 en de beteekenis1 oppervlakkig beschouwd1 beide schrijfwijzen schijnt te wettigen1 zal de analogie moeten geraadpleegd worden4 ,men heeft te vragen1 of er andere samenstellingen bestaan1 waarvan het eerste lid stellig en buiten allen twijfel een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is4 ,bij onderzoek blijkt1 dat er geen enkel zoodanig woord is te vinden1 maar integendeel een aantal1 waarin het eerste lid uit een zelfstandig naamwoord bestaat1 dat de plaats bekleedt van een stoffelijk bijvoeglijk naamw41 of althans hetzelfde uitdrukt4 ,zoo spreekt men van blik-1 hout-1 ijzer-1 koper- en tinwaren2 van hout-1 ijzer-1 koper- en zilverwerk2 van goud-1 ijzer-1 koper- en zilverdraad2 van goud- en zilverlaken2 van goudguldens en zilvergeld2 van stroohoeden2 van steen- en suikergoed2 van pleisterbeelden2 van steen- en zandwegen2 van steenrotsen1 stroodaken en turfmuren2 van amandeltaarten1 honingkoeken en peperkoek2 terwijl er geen enkel compositum met gouden1 zilveren enz4 is aan te wijzen4 ,hieruit blijkt duidelijk genoeg1 dat onze taal geene samenstellingen met stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden kent4 ,dit liet zich reeds a priori voorzien4 ,het ,nederlandsch toch1 ofschoon zoozeer als eenige taal het vermogen bezittende om samen te stellen1 maakt evenwel van dat vermogen slechts met tact en wijze spaarzaamheid gebruik4 ,het vormt geene samenstellingen1 waaraan geene behoefte is2 het koppelt daarom ook geen adjectief aan het volgende substantief1 wanneer er geen nieuw begrip ontstaat1 verschillende van dat1 wat de woorden onvereenigd reeds zouden uitdrukken4 ,composita als aequatoriaalcirkel1 gymnasiaalonderwijs1 proportionaalpasser1 privaatlessen enz4 zijn germanismen1 even grof als privaataudientie1 privaatleven1 existentiaaloordeelen en dergelijke4 ,een compositum goudenhorloge kon niet ontstaan1 omdat gouden horloge volkomen hetzelfde uitdrukt4 ,men kan derhalve in de uitspraak roggenbrood1 tarwenbrood enz41 geene stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden erkennen4 ,het moge wezen1 dat roggebrood1 tarwebrood enz4 ontstaan zijn door het samenkoppelen van roggen brood1 tarwen brood enz41 ten gevolge waarvan sommigen roggenbrood en zelfs roggembrood uitspreken2 maar nu de gevoelens verdeeld zijn1 moet het taaleigen beslissen4 ,het is uit dien hoofde raadzaam te schrijven3 boekweitebrood1 gerstebrood1 roggebrood1 tarwebrood1 als samenstellingen met boekweit 7oudtijds boeckweyte71 gerst 7oudt4 gerste71 rogge en tarwe2 en zoo ook rijstebrij1 rijstepap1 gelijk haverbrij1 gortpap1 meelpap1 van rijst 7oudt4 rijs7 met eene ingelaschte e of te naar het voorbeeld der overige samenstellingen1 die meestal drielettergrepig zijn4 ,wie in sommige der opgenoemde woorden de n zou willen laten hooren1 zou de woorden moeten scheiden en roggen brood1 weiten pannekoeken enz4 schrijven1 dewijl de n zich ook niet als teeken van den zwakken genitivus laat rechtvaardigen1 vermits de taal de betrekking tusschen de stof en het daaruit vervaardigde nooit door een #b;den naamval uitdrukt4 ,daarentegen schrijve men3 boonenbrood1 kanenbrood1 gruttenbrij1 frambozenkoekjes1 erwtensoep1 omdat deze gevormd zijn van de meervouden boonen1 kanen1 grutten1 frambozen1 erwten4 ,verder volgt hieruit1 dat men1 van aarden vaatwerk en van een kunstweg sprekende1 overeenkomstig het bijna algemeene gebruik1 aardewerk en aardebaan zeggen moet2 niet aardenwerk1 aardenbaan1 ofschoon deze vormen1 taalkundig nooit te verdedigen1 wel door eene ongeoorloofde samenkoppeling met aarden kunnen ontstaan zijn4 #aha4 ,indien het zeker is1 dat men in die gevallen1 waarin de zin desnoods een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord zou toelaten1 met een zelfstandig naamw4 te doen heeft1 dan lijdt het wel geen twijfel1 dat zulks nog veeleer het geval is bij woorden1 in wier beteekenis slechts met moeite die van een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord in te wringen is4 ,in dit geval verkeeren de boomnamen1 samengesteld met een woord1 dat reeds op zich zelf een boomnaam is1 b4v4 berkeboom1 beukeboom enz4 ,een berkeboom is toch wel bezwaarlijk op te vatten als een berken of berkenhouten boom1 gelijkstaande met berken bezem1 berken roede4 ,daarom treft men in berke-1 beuke-1 denne-1 eike-1 elze-1 essche-1 ijpe-1 sparre- en wilgeboom1 waarin sommigen eene n schrijven1 evengoed als in abeel-1 ceder-1 olm-1 palm- en pijnboom1 en in lindeboom1 waarin nooit eene n gehoord wordt1 geene bijvoeglijke naamwoorden aan1 maar de boomnamen in hun ouden vorm berke1 beuke1 denne1 eike enz41 uit den tijd toen zij1 gelijk linde nog1 op e uitgingen4 ,daar boom in berkeboom als het ware de appositie is van berk1 en beide leden derhalve in gelijke betrekking staan1 is de n ook niet als teeken van den zwakken genitief te verdedigen4 ,de woorden grenen en vuren1 die in onze taal den grondvorm missen1 maar rechtstreeks zijn afgeleid van ,noordsche benamingen van denneboomen1 zijn wel stoffelijke bijvoegl4 naamwoorden2 doch daar de grondvormen bij ons onbekend zijn1 kunnen zij niet anders dan als ,nederlandsche grondwoorden beschouwd worden1 die als zoodanig in de samenstelling onveranderlijk zijn4 ,de n achter substantieven als teeken van den zwakken genitief4 #ahb4 ,de n kan als teeken van den genitief gewettigd schijnen achter de substantieven der zwakke declinatie1 dat wil zeggen achter dezulke1 die in den #b;den naamval van het enkelvoud n of en aannemen1 en die zich voorheen ook daardoor onderscheidden1 dat zij in alle naamvallen van het meervoud op en uitgingen1 terwijl die der sterke declinatie e of s aannamen4 ,deze zijn1 behalve het onzijdige hart 7des harten71 louter manlijke persoonsnamen2 te weten alle die op e eindigen1 als bode1 erve1 getuige2 de als persoonsnamen gebezigde bijvoeglijke naamwoorden3 arme1 bediende1 blinde1 gedaagde1 gevangene1 kreupele1 lamme1 rijke1 overste1 zieke enz41 waartoe ook die behooren1 welke de e hebben afgeworpen1 als dwaas 7des dwazen71 gek1 vrek1 zot1 en eindelijk nog graaf1 heer1 mensch1 paus1 prins en vorst1 die voorheen1 op paus na1 insgelijks op e uitgingen1 en gedeeltelijk soms nog met e geschreven worden1 als grave1 heere1 mensche4 #ahc4 ,de zwakke declinatie was oudtijds veel talrijker en bevatte niet slechts nog andere manlijke en onzijdige substantieven1 die thans sterk verbogen worden1 maar ook vrouwelijke1 die nu alle verbuiging hebben verloren4 ,tot de manlijke behoorden nog andere persoonsnamen1 als hertog1 jood1 profeet1 slaaf1 soldaat2--diernamen als aap1 beer1 bul of bol1 draak1 haan1 haas1 os1 pauw2 en namen van levenlooze dingen1 als gaard1 naam1 wil4 ,deze gingen insgelijks meest op de toonlooze e uit3 jode1 profete1 slave1 ape1 bere1 bolle1 drake1 hane1 hase1 osse1 paeuwe1 gaerde1 name1 wille enz4 ,ook de onzijdige ooge en oore werden oorspronkelijk zwak verbogen1 ten gevolge waarvan zij eerst vrouwelijk werden1 om later1 na afwerping der e1 tot het onzijdige geslacht terug te keeren4 ,grooter was de klasse der vrouwelijke zwakke substantieven1 waartoe vrouwe1 coninginne1 deure1 eere1 kerke1 mane1 sonne e4a4 behoorden4 #ahd4 ,de verbuiging der genoemde woorden veranderde natuurlijk niet plotseling en op eenmaal2 zij bleef lang tusschen zwak en sterk dobberen1 zoodat men zelfs bij eenen en denzelfden schrijver nevens elkander des profeets en des profeten1 des leeuws en des leeuwen1 des osses en des ossen1 der vrouwe en der vrouwen1 der aerde en der aerden1 der eere en der eeren enz4 aantreft4 ,het langst hield de zwakke vorm stand1 wanneer het regeerende substantief of een ander innig verbonden woord op den genitief volgde4 ,zoo leest men bij dezelfde schrijvers3 eens profeten sone1 des leeuwen muyl1 des profeten ,jeremia enz41 naast3 de stemme eens fellen leeuws1 ,ahia des profeets enz41 waar de omgekeerde woordschikking plaats heeft4 #ahe4 ,uit constructin als de eerstgenoemde1 waarin de genitief vr het beheerschende woord staat1 b4v4 eens profeten sone1 eens vorsten telg1 eens heeren knecht1 des prinsen vlag1 eens bullen pees1 eens hanen poot1 eens leeuwen muil1 eens ossen tong enz41 konden lichtelijk door koppeling composita ontstaan1 als profetenzoon1 vorstentelg1 heerenknecht1 prinsenvlag1 bullenpees1 hanenpoot1 leeuwenmuil1 ossentong enz42 op dezelfde wijze als ,godszoon1 bokspoot1 hondstand1 wolfshonger enz4 uit ,gods zoon1 eens boks poot1 eens honds tand1 eens wolfs honger4 ,zeker is het dat sommige samenstellingen werkelijk aan zulk eene koppeling haar ontstaan te danken hebben1 b4v4 's-,gravenhage1 's-,hertogenbosch1 ,mijns-,heerenland1 eerenprijs 7naam eener plant72 het afgekorte lidwoord 's 7voor des71 het voornaamw4 mijns en het gemis van het meerv4 van eer of eere stellen zulks buiten twijfel4 ,men mag dus veilig aannemen1 dat ten minste eenige der bovengenoemde1 misschien alle1 en nog vele andere koppelingen enkelvoudige genitieven bevatten4 ,doch even zeker is het1 dat men daarbij1 behalve bij eigennamen1 gelijk de bovengenoemde van lidwoorden of voornaamwoorden vergezeld1 thans niet meer aan een tweeden naamval denkt2 de uitspraak der meest gebruikelijke woorden leert zulks duidelijk4 ,men zegt toch algemeen zonder n3 bullepees1 hanekam1 hanepoot1 haneveer1 hazesprong1 ossetong1 pauweveer2 niet bullenpees1 hanenkam enz41 ofschoon men daarnevens wel degelijk van bokspooten1 hondstanden1 lamsbouten1 ramshorens en arendsneuzen spreekt1 waarin ontwijfelbaar de sterke genitivus gehoord wordt4 ,de oorzaak is klaarblijkelijk daarin gelegen1 dat de zwakke genitieven zeldzaam geworden en uit de omgangstaal geheel verbannen zijn1 en nu alleen nog in hoogeren stijl worden gebezigd4 ,het is een gevolg van de richting1 die onze taal in de laatste eeuwen heeft genomen4 ,de zwakke genitief leeft niet meer in het bewustzijn des volks1 hij is verouderd2 de sterke heeft zijne plaats ingenomen op weinige uitzonderingen na1 die tot den deftigen stijl behooren1 welke gaarne eenigszins verouderde uitdrukkingen bezigt4 ,er staat eene andere richting tegenover1 namelijk het toenemen der n van het meervoud4 ,in het ,middelnederlandsch eindigden alle sterke substantieven in het meervoud slechts op eene e3 honde1 hande enz41 thans alle op en4 ,in de #ag;de eeuw nog gingen de gesubstantiveerde adjectieven1 als arme1 rijke enz41 in het meervoud op e uit1 thans insgelijks op en3 de armen enz4 ,de n van het meervoud is dus toegenomen1 naarmate die van den zwakken genitief verminderd is4 ,aan de vereenigde werking der beide richtingen is het toe te schrijven1 dat men de n in de composita niet meer als het teeken van den genitief1 maar als den uitgang van het meervoud aanmerkt4 ,duidelijk blijkt zulks uit die samenstellingen1 waarin het eerste lid een vroeger zwak verbogen substantief is1 die dus de n behoorden te hebben1 maar ze door s hebben vervangen1 als3 naamsverwisseling1 wilskracht1 hartstocht1 hartsvriendin1 eershalve1 maansverduistering1 vrouwspersoon1 zonsondergang enz4 ,neemt men hierbij in aanmerking1 dat1 niettegenstaande alle vrouwelijke woorden thans onverbogen blijven1 er toch in composita een groot aantal worden aangetroffen1 waarin s de betrekking van den genitief uitdrukt1 als in deugdsbetrachting1 krachtsontwikkeling1 liefdesverklaring1 stadspoort1 vriendschapsbetuiging1 waarheidsliefde1 zielsverdriet1 zuinigheidsmaatregel2 en dat er volstrekt geene samenstellingen als deurenpost1 kerkentoren1 manenschijn1 stedenpoort1 zonnenstraal enz4 bestaan1 ofschoon men daarin met recht de n van den #b;den naamval zou verwachten1 dan moet men wel besluiten1 dat de taal in samenstellingen geene n meer als teeken van den #b;den naamval beschouwt4 ,maar dan zou het ook eene miskenning van hare geschiedenis wezen1 indien men thans nog in composita eene twijfelachtige n wilde schrijven1 alleen op grond1 dat zij de betrekking van een enkelvoudigen genitivus moest aanduiden4 #ahf4 ,uit het aangevoerde volgt1 dat de samenstellingen met het enkelvoudige hart geene n behooren te hebben4 ,men zegt algemeen3 hartediefje1 harteleed1 hartelust2 en de woorden hartstocht en hartsvriendin bewijzen voldingend1 dat men zelfs bij dit woord1 ofschoon het werkelijk nog zwak verbogen wordt1 in composita niet meer aan den zwakken genitief denkt4 ,daarom is hartewensch de eenige thans consequente vorm1 hoewel men nu en dan nog wel hartenwensch gespeld ziet4 ,de vormen met harten- verwekken kennelijk de gedachte aan een meervoud1 gelijk b4v4 hartenaas1 hartenheer in het kaartspel4 #ahg4 ,doch alhoewel het zeker is1 dat de taal thans het invoegen eener twijfelachtige n niet wettigt1 indien er in het geheel geen andere grond voor bestaat dan het uitdrukken van een genitief1 die niet meer gevoeld wordt1 even zeker is het1 dat zij die invoeging niet verbiedt1 wanneer daarvoor andere redenen aan te voeren zijn4 ,in geen geval zal iemand de n willen missen in 's-,gravendeel1 's-,gravenhage1 's-,heerenberg1 's-,hertogenbosch1 ,mijns-,heerenland en dergelijke namen1 in welke hare beteekenis ten gevolge der voorafgaande genitieven 's en mijns duidelijk wordt gevoeld4 ,maar er zijn ook andere gevallen1 waarin men eene n zal willen schrijven1 ofschoon zij alleen kan beschouwd worden als teeken van een enkelvoudigen #b;den naamval1 waarvan men zich niet duidelijk bewust is4 ,er bestaan namelijk eenige woorden met dubbele beteekenis1 die in de eene1 in de oneigenlijke opvatting1 als teeken van het meervoud eene n eischen1 welke in de eigenlijke slechts den #b;den naamval van het enkelvoud kan vertegenwoordigen4 ,de overdrachtelijke opvatting dier woorden1 dus hun vorm met n1 is de gewone2 de eigenlijke1 die strikt genomen de n zou kunnen missen1 komt uit haren aard slechts hoogst zelden voor1 terwijl het voor de duidelijkheid onverschillig is en dus nutteloos en spitsvondig zou zijn de beide opvattingen door verschil in spelling te onderscheiden4 ,daar nu de n in de bedoelde woorden als teeken van den zwakken genitief grammatisch volkomen gerechtvaardigd is1 zoo hebben daar de ,analogie en het in #fg aangemerkte volle kracht4 ,zie over deze woorden beneden #aid4 ,kan de hoedanigheid van teeken van den zwakken genitief eene voldoende reden zijn om eene n te schrijven1 waar de ,analogie daarvoor pleit2 zij is geen voldoende grond voor haar behoud1 waar de ,analogie haar verwerpt4 ,dit is het geval bij eerenprijs als plantnaam4 ,het is wel niet denkbaar1 dat men de plant 7veronica7 zal verwarren met een eereprijs als eerbewijs2 de onderscheiding door de spelling is dus volstrekt nutteloos en daarom af te keuren4 ,wij schrijven uit dien hoofde eereprijs zonder n in de beide opvattingen van het woord1 naar analogie van eereboog1 eerelid1 eereplaats1 eerepoort1 eerepost1 eerezetel enz4 ,de n achter substantieven als het teeken van het meervoud4 #ahh4 ,daar in eigenlijke samenstellingen het eerste lid oorspronkelijk in den stamvorm1 dus noch in het enkelvoud noch in het meervoud voorkwam1 behooren alle samenstellingen met een meervoudig eerste lid noodwendig tot de nieuwere tijden4 ,doordien er nu een aantal composita gevonden worden1 die een meervoud onderstellen1 maar wier eerste lid desniettemin enkelvoudig is1 b4v4 geweermaker1 pijlkoker1 patroontasch1 weeshuis enz41 heeft men wel eens getwijfeld aan het bestaan van eigenlijke samenstellingen1 wier eerste lid meervoudig is4 ,er worden er evenwel genoeg gevonden1 die niet twijfelachtig zijn4 ,niemand toch denkt er aan1 in plaats van kinderschooltje1 kalverliefde1 eierkorf1 raderwerk1 lucifersdoosje1 huisjesmelker1 meisjesgek1 sigarenkoker1 krankzinnigengesticht enz41 kindschooltje1 eikorf enz4 te zeggen en te schrijven2 en toch1 -er duidt steeds1 en de s en en duiden in de genoemde woorden ontegenzeglijk het meervoud aan4 ,het aanwezig zijn van samenstellingen met een meervoud1 die voorheen onmogelijk waren1 en die meestal eerst in de jongste tijden gevormd zijn1 bewijst--wat in zoovele andere opzichten blijkt--dat de taal ook bij het samenstellen al meer en meer het begrip op den voorgrond schuift1 en de duidelijkheid wil bevorderen1 al kan zulks ook slechts geschieden met opoffering der oudere vormen en taalregels4 ,men heeft hierin een wenk te zien1 dien men bij het kiezen tusschen verschillende schrijfwijzen moet gehoorzamen1 ook dan zelfs1 wanneer het ,gebruik in een enkel geval stellig nog het oudere voortrekt4 ,wij nemen daarom als regel aan1 dat die samenstellingen1 eigenlijke zoowel als koppelingen1 wier eerste lid noodwendig als de aanduiding eener veelheid moet opgevat worden1 in twijfelachtige gevallen den meervoudsvorm vereischen1 dat wil zeggen1 achter de toonlooze e eene n als teeken van het meervoud moeten hebben4 ,wij schrijven volgens dat beginsel met eene n3 bessensap1 biezenkistje1 boekenkast1 boekenrek1 boekenstalletje1 brievenbesteller1 brievenpost1 brillenslijper1 broekenstof 7en broekstof71 dennenwoud1 dievenbende1 druivennat1 druiventros1 duitendief1 duiventil1 eendenkooi1 eikenbosch1 engelenkoor1 gortenteller1 grappenmaker1 hanengevecht1 heldenschaar1 hemdenlinnen1 hertenkamp1 hoedenmaker1 ijpenlaan1 jodenbuurt1 kleerenmaker 7en kleermaker71 koekenbakker1 kousenwever1 mandenmaker1 messenmaker1 muggenzifter1 pottenbakker1 pottenkast1 pruikenmaker1 rozenkrans1 sigarenfabriek1 snarenspeeltuig1 stoelendraaier1 stokkenknecht1 woordenboek1 woordenlijst enz41 omdat bij die woorden steeds aan eene veelheid wordt gedacht1 en b4v4 eene kast1 waarin1 onder andere dingen1 n boek wordt geborgen1 geene boeke- noch boekenkast heet1 noch een grofsmid1 die voor eigen gebruik een mes vervaardigt1 dientengevolge een messe- of messenmaker wordt4 ,de meeste der opgenoemde woorden worden trouwens algemeen met eene n gespeld2 er kan geene reden bestaan om voor diegene1 die men gewoonlijk anders schrijft1 eene uitzondering te maken4 ,onder de opgenoemde woorden zullen die op -maker 7-makerij7 en dergelijke den meesten aanstoot geven4 ,men ziet ze op uithangborden en in andere opschriften doorgaans1 hoewel met loffelijke uitzonderingen1 zonder n geschreven4 ,wanneer men echter in aanmerking neemt1 dat die spelling f dagteekent uit den tijd1 toen de woorden der sterke declinatie in het meervoud nog op e uitgingen1 een gebruik dat feitelijk afgeschaft is2 f dat zij een gevolg is van het onderdrukken der n in de uitspraak1 hetgeen slechts misbruik kan heeten2 maar dat de e in verreweg de meeste gevallen niet anders dan als het teeken van het meervoud kan beschouwd worden3 dan is het rationeel die spelling te volgen1 welke de taal sedert een paar eeuwen buiten de samenstelling als regel heeft aangenomen4 #ahi4 ,ingevolge dit beginsel schrijven wij1 tegen het algemeene gebruik aan1 zedenkunde1 zedenleer1 sterrenkunde met den meervoudsvorm4 ,ofschoon de vormen zedeleer en sterrekunde verdedigd kunnen worden als eigenlijke samenstellingen met zede en sterre in den stamvorm1 en dus gelijkstaande met dierkunde1 boekvertrek enz41 zouden wij meenen de nieuwere richting in de taal te miskennen1 indien wij hier1 het ,gebruik volgende1 het eenvoudige1 bij dierkunde1 weeshuis en dergelijke niet1 maar hier zeer goed aanwendbare middel versmaadden1 om aan het woord den vorm te geven1 die thans vereischt wordt1 en dien men stellig kiezen zou1 indien het woord niet reeds bestond1 maar nog eerst gevormd moest worden2 gelijk blijkt uit de jongere woorden plantenkunde1 volkenkunde1 warenkennis4 ,deze regel1 hoezeer ook schijnbaar algemeen1 neemt nochtans niet alle ongelijkheid weg2 er blijven naast de genoemde en dergelijke woorden een aantal bestaan1 wier eerste lid wel altijd den enkelvoudigen vorm zal behouden1 b4v4 hoefsmid1 geweermaker1 pijlkoker1 zwaardveger enz4 ,bepaaldelijk behooren hiertoe alle1 die op de toonlooze lettergrepen -el1 -em1 -en en -er uitgaan1 als3 ketelboeter1 orgelmaker1 bezembinder1 wagenmaker1 leugendichter1 ankersmid1 spijkerfabriek4 ,wie zou deze en dergelijke woorden1 wier vorm trouwens door de uitspraak niet twijfelachtig gelaten wordt1 in gewerenmaker1 zwaardenveger1 ketelsboeter enz41 willen veranderd hebben8 ,hoevensmid1 hoewel het woord een meervoud onderstelt1 zou het begrip vooral niet beter uitdrukken dan hoefsmid4 #aij4 ,van een aantal woorden is het niet twijfelachtig1 dat het eerste lid enkelvoudig gedacht wordt1 b4v4 bijleman 7sappeur71 bakkebaard1 brilleglas1 bruggegeld1 druivepit1 galgebrok1 hertebeest1 lampeglas1 messescheede1 mollevel1 notedop1 pruimesteen1 ruggemerg1 slippedrager1 spillebeen1 tinnegieter1 enz4--,dezulke bekomen natuurlijk geene n1 tenzij deze door de euphonie ter vermijding van den hiatus geischt wordt1 b4v4 geitenoog1 ganzenei1 brillenhuisje enz41 waarvan beneden4 #aia4 ,uit de twee vorige volgt1 dat vele substantieven als eerste leden van composita stellig nu eens in het enkelvoud1 dan eens in het meervoud behooren te staan2 zoo b4v4 paard in paardekop1 paardestaart1 en paardenmarkt1 paardenkooper4 ,niet altijd echter ligt het even klaar voor oogen1 welke vorm vereischt wordt1 vermits niet zelden zoowel het enkel- als het meervoud denkbaar is4 ,heeft men b4v4 kurketrekker of kurkentrekker te schrijven8 is het een werktuig om telkens slechts de kurk van ne flesch1 of om de kurken van alle voorkomende flesschen te trekken8 ,zulke vragen1 waarop de beteekenis geen beslissend antwoord geven kan1 doen zich vele voor2 hoe de spelling van zulke woorden in te richten8 ,wij meenen hier twee hoofdgevallen te moeten onderscheiden3 het woord in quaestie kan in dagelijksch gebruik zijn1 en zijn vorm om zoo te zeggen nagenoeg vaststaan2 het kan ook tot de meer zeldzaam voorkomende behooren4 ,in het laatste geval is de spelling doorgaans nog dobberend1 en kan men dus vrijer handelen en de beginselen onbeschroomd toepassen2 in het eerste is men minder vrij en half genoodzaakt de spelling1 zooveel zonder verzaking van beginselen mogelijk is1 met het ,gebruik in overeenstemming te laten4 ,om die redenen meenen wij het volgende in het oog te moeten houden3 #aib4 ,aan woorden1 het dagelijksch leven en de huishouding betreffende1 die elk oogenblik in ieders mond komen1 zet eene nooit of zelden uitgesproken n een voorkomen van deftigheid en stijfheid bij1 strijdig met hunne beteekenis4 ,om die reden meenen wij de invoeging der n in zoodanige woorden zooveel mogelijk te moeten vermijden1 en het enkelvoud te erkennen1 waar de beteekenis zulks maar eenigszins toelaat4 ,zoo schrijven wij b4v4 flesschebakje1 omdat het telkens voor slechts ne flesch dient1 en om dergelijke reden ook3 hondeketting1 kurketrekker1 kurketang1 pennemes1 pijpedop1 pijpewroeter1 pruikebol1 mutsebol1 hoededoos enz4 ,waar het enkelvoud echter geheel tegen de natuurlijke opvatting strijdt1 gelooven wij den meervoudsvorm ook bij zulke dagelijksche woorden te moeten aannemen1 en b4v4 flesschenrek1 kurkenmandje1 pennenkoker1 naaldenkoker1 speldenkussen1 messenmandje1 pijpenlade1 pijpenmandje enz4 te schrijven4 ,men moge deze onderscheiding spitsvondig noemen1 in de ,spelling1 zal zij niet geheel beginselloos en willekeurig zijn1 is men niet zelden gedwongen onderscheidingen in het oog te houden1 die op zich zelve geene of slechts geringe waarde hebben2 vergelijk #fg4 ,wij aarzelen hier te minder op de beschrevene wijze te werk te gaan1 daar wij in dezen voorgangers hebben in de ,fransche grammatici1 die bij composita op gelijke wijze handelen1 en die1 voor zooverre ons bekend is1 geene afkeuring hebben ondervonden4 ,men denke hier aan het verschil in de spelling van chauffe-lit1 porte-bougie1 tire-balle1 tire-bouchon1 serre-tte enz41 en van chauffe-pieds1 essuie-mains1 porte-clefs1 tire-bottes1 serre-papiers enz4 #aic4 ,in sommige gevallen1 waarin de beteekenis strikt genomen de beide getallen toelaat1 wil het ,gebruik den meervoudsvorm4 ,dit heeft plaats bij samenstellingen1 wier eerste lid een persoonsnaam is1 die zekeren stand in de maatschappij uitdrukt1 als3 boer1 heer1 slaaf1 vrouw en dergelijke4 ,ofschoon een boerenzoon de zoon is van nen boer1 eene soldatenmonteering de monteering van nen soldaat1 eene vrouwenmuts de muts van ne vrouw1 schrijft men toch deze woorden steeds met eene n4 ,evenzeer zegt en schrijft men nagenoeg algemeen3 bodenloon1 boerenbedrijf1 boerendochter1 boerenhofstede1 boerenwoning1 heerendienst1 heerenhuis1 heerenknecht1 heldenarm1 heldendaad1 heldenmoed1 maagdenhart1 maagdenschenner1 matrozenhoed1 matrozenlied1 matrozenpak1 meidendienst1 meidendracht1 slavenaard1 slavenarbeid1 slavendienst1 slavenwerk1 soldatenkind1 soldatenvrouw1 studentenhaver1 studentenlied1 vorstenkroon1 vorstentelg1 vorstenzoon1 vrouwenhand1 vrouwenhemd1 vrouwenkleed1 vrouwenrok enz4 ,kennelijk denkt men hierbij aan het meervoud1 aan den geheelen stand1 door het meervoudige eerste lid vertegenwoordigd4 ,boerenwoning wordt opgevat als woning1 gelijk iemand uit den boerenstand bewoont2 vrouwenrok als rok1 gelijk de vrouwen dragen4 ,menschenbloed1 vorstentelg mogen oorspronkelijk beteekend hebben3 bloed van een mensch1 telg of kind van een vorst1 thans worden die uitdrukkingen opgevat als bloed van een individu van het genus menschen1 als telg van een geslacht van vorsten4--,ongetwijfeld heeft de verbuiging tot de vestiging van dit gebruik medegewerkt4 ,de genoemde woorden toch vormen hun meervoud uitsluitend met en1 zoodat de s het meervoud in die samenstellingen niet vertegenwoordigen kan4 ,daarentegen nemen dezulke1 die hun meervoud f alleen met s f met s en en beide vormen1 als3 jongen--jongens1 kok--koks1 meisje--meisjes1 knecht--knechts en knechten1 man--mans en mannen1 officier--officiers en officieren1 smid--smids en smeden enz41 in zulke samenstellingen doorgaans de s aan3 jongenspak1 jongenswerk1 knechtsdienst1 knechtslivrei1 koksmaat1 kokswerk1 kuipersambacht1 kuipersboor1 manshand1 mansrok1 meisjeskleeren1 meisjesstem1 officiersepaulet1 officiersuniform1 sergeantsvrouw1 smidsknecht1 smidswerk1 smidswinkel enz4 a4 ,zulke samenstellingen met s behooren veelal tot den dagelijkschen stijl4 ,komt een woord alleen in meer deftigen stijl voor1 dan heeft het eerste lid den meervoudsvorm op en1 als3 mannenmoed1 officiereneer1 knechtenaard4 ,op grond dezer waarneming stellen wij ons den volgenden regel3 ,de samenstellingen1 wier eerste lid een een- of tweelettergrepige persoonsnaam is1 die zijn meervoud uitsluitend met en vormt1 hebben het eerste lid in den meervoudsvorm1 zoodra het begrip de voorstelling van veelheid slechts toelaat1 d4i4 zoodra het eerste lid gedacht kan worden den geheelen stand te vertegenwoordigen4 ,volgens dezen regel schrijven wij ook3 boerinnenjak1 -muts1 gekkenpraat 7praat zooals die van gekken71 maagdenpalm1 maagdenwas1 boeren-1 heeren-1 prinsessenboonen1 prinsessenbier enz41 ofschoon het ,gebruik hier soms dobbert of zelfs het omgekeerde wil4 b4 ,de regel bevat twee beperkingen4 ,hij sluit vooreerst de woorden van meer dan twee lettergrepen uit1 als3 jongeling1 kweekeling1 komediant1 muzikant1 predikant en dergelijke1 ofschoon zij hun meervoud door achtervoeging van en maken4 ,men zegt niet3 jongelingendroomen1 jongelingenjaren1 komediantenvrouw1 predikantenkostuum1 predikantenzoon1 maar met s3 komediantsvrouw1 predikantskostuum1 predikantszoon enz4 ,blijkbaar is het de ,welluidendheid1 die noodelooze lange samenstellingen afkeurt1 maar die het meervoud slechts toelaat1 waar het onvermijdelijk is1 b4v4 bij komediantentroep1 predikantenvereeniging en dergelijke4 ,men zegt zelfs jongelingsvereeniging1 ofschoon jongelingenvereeniging zou te verkiezen zijn4 ,zie hier #agc4 ,alleen de meerlettergrepige vrouwennamen op -in1 als koningin1 hertogin1 maken uitzonderingen4 ,zij volgen de analogie van boerin3 koninginnenkroon enz4 c4 ,de tweede beperking is uitgedrukt in de woorden3 zoodra het begrip de voorstelling eener veelheid toelaat4 ,immers1 waar dit het geval niet is1 is de meervoudsvorm ook niet in gebruik4 ,daarom zegt men niet vrouwenpersoon1 maar vrouwspersoon4 ,alleen schrijve men ,lieve-,vrouwenkerk en ,lieve-,vrouwen-bedstroo1 omdat die woorden1 ofschoon het begrip van een enkelvoud bevattende1 voorheen naar de zwakke verbuiging van vrouwe gevormd zijn1 en in de beschaafde uitspraak de n1 als teeken van den genitief1 kennelijk hebben behouden4 #aid4 ,nagenoeg in hetzelfde geval als de woorden van persoonsnamen1 gevormd1 verkeeren sommige samenstellingen1 wier eerste lid een manlijke diernaam is4 ,ook deze hebben in sommige gevallen den meervoudsvorm4 ,het ,gebruik handelt hier echter minder eenparig4 ,zoo zegt en schrijft men vrij algemeen3 apengezicht1 berenklauw1 drakenbloed1 elpenbeen1 leeuwenbek2 doch nooit bullenpees1 hanenkam1 hanenveer1 hazensprong1 kattenkwaad1 koeienkop1 muizenkeutel1 pauwenveer1 vlooienbeet4 ,stellig is ook hier de declinatie de oorzaak van het bestaan der n1 want men zegt arendsneus1 bokspoot1 boksbaard 7plant71 hondstong 7plant71 hondstanden 7hoektanden71 wolfshonger1 wolfsklauw 7plant7 enz41 van arend1 bok1 hond enz41 welke steeds tot de sterke declinatie behoord hebben4 ,ofschoon het waarschijnlijk is1 dat sommige dier composita met n oorspronkelijk koppelingen van zwakke enkelvoudige genitieven waren1 zoo kunnen zij volgens #ahe thans niet meer als zoodanig erkend worden1 maar is het een vereischte1 dat men ten minste aan het meervoud denken kan4 ,de schrijfwijzen hanenkam1 het woord in den oneigenlijken zin genomen1 mollenpoot1 paardenstaart1 zijn dus reeds uit dien hoofde verwerpelijk1 omdat de beteekenis het enkelvoud van haan1 mol en paard onderstelt4 ,de meeste woorden1 waarin het ,gebruik de n wil1 laten trouwens ook1 evenals de composita met persoonsnamen 7waarvan in de vorige 71 inderdaad toe aan het meervoud te denken1 en hebben daarbij meest een overdrachtelijken zin4 ,zoo beteekent apengezicht nooit1 immers hoogst zelden1 het gezicht van eenen aap1 maar wel het gelaat van een mensch2 het woord kan dus opgevat worden als gezicht1 gelijkende op dat van apen in het algemeen4 ,evenzoo verstaat men door berenklauw zelden den klauw van een beer1 maar doorgaans f eene plant1 f den poot van een of ander meubel1 die den vorm heeft van eenen klauw zooals die van beren2 door drakenbloed eene soort van hars1 door leeuwenbek eene bloem4 ,niet alle woorden echter nemen overdrachtelijk gebezigd de n aan2 zoo b4v4 niet hanekam 7bloem71 rattestaart 7ronde vijl74 ,de oorzaken van die uitzonderingen zijn verschillend4 ,vooreerst is het zeker1 dat #a4 de woorden1 waarachter het ,gebruik de n stellig wil1 manlijk zijn en voorheen zwak werden verbogen1 als aap1 beer enz41 zie boven #ahc1 waardoor alle vrouwelijke en onzijdige1 en ook de voorheen sterke manlijke1 worden buitengesloten2 en dat #b4 het aanwezig zijn eener s het teeken is1 dat een woord f steeds sterk is geweest1 f dat zijn zwakke vorm in vergetelheid is geraakt4 ,vervolgens1 dat #c4 de n in dagelijksche1 veel gebruikte woorden te deftig klinkt4 ,nemen wij bij dat alles ook de ,analogie in aanmerking1 dan meenen wij1 in overeenstemming met den regel voor de samenstellingen met persoonsnamen in de vorige 1 den volgenden regel te moeten stellen3 ,samenstellingen1 wier eerste lid een manlijke diernaam is1 die geene composita met s vormt1 nemen eene n als teeken van het meervoud aan1 wanneer zij gewoonlijk1 hetzij eigenlijk hetzij overdrachtelijk1 gebezigd worden in eene beteekenis1 waarbij men aan het geheele geslacht1 de geheele diersoort1 denkt4 ,zij behouden de n volgens #ahg ook wanneer zij--wat zelden het geval is--in eene eigenlijke opvatting voorkomen1 waarin de n slechts als het teeken van den enkelvoudigen #b;den naamval kan beschouwd worden4 ,volgens dezen regel schrijven wij3 apengezicht1 apenkuur1 apenliefde1 berenjong1 berenklauw 7plant1 of poot van een meubel71 drakenbloed 7hars71 hazenlip1 hazenmond 7gebrekkige vorming van lip of mond71 hazenslaap1 leeuwenbek 7bloem71 leeuwenkop 7versiersel71 leeuwenwelp1 stierenkop 7hoofdig of norsch mensch7 enz41 naar analogie van menschenkind1 heerendienst1 boerenzoon1 vorstentelg enz4 ,wij behouden die spelling op grond der ,analogie ook dan1 wanneer apengezicht1 berenklauw1 leeuwenkop in hunne eigenlijke beteekenis genomen worden voor gezicht van een aap1 klauw van een beer1 kop van een leeuw1 omdat deze laatste opvatting tot de zeldzame uitzonderingen behoort4 ,daarentegen schrijven wij zonder n3 kattekwaad1 paardevoet 7gebrekkig gevormde menschenvoet71 rattestaart 7vijl71 omdat kat1 paard en rat niet manlijk zijn2--bokkesprong1 mollepoot1 omdat de s van bokspoot en molshoop verbieden aan de zwakke declinatie te denken4 ,zoo ook hanekam 7bloem71 haneveer 7twistziek mensch71 omdat beide woorden evenzeer in hun eigenlijken zin in gebruik zijn1 waarin zij buiten alle tegenspraak de al te deftige n hebben uitgeworpen1 die daarin slechts als het teeken van den enkelvoudigen #b;den naamval1 niet als teeken van het meervoud kan beschouwd worden4 ,nagenoeg in hetzelfde geval verkeert hanepooten1 slecht schrift1 ofschoon het woord zelden in eigenlijken zin wordt genomen2 de niet twijfelachtige uitspraak van de overige samenstellingen met haan1 als hanebalk1 haneschree1 hanespoor1 hanetred1 maakt het niet raadzaam in hanepoot de ,analogie te verlaten4 ,hanengekraai1 voor gekraai der gezamenlijke hanen eener buurt1 vereischt1 gelijk ieder gevoelt1 de n van het meervoud4 ,men vergete vooral niet1 dat het buitensluiten der vrouwelijke en onzijdige woorden geene betrekking heeft tot die gevallen1 waarin de n als meervoudsvorm of voor de ,welluidendheid volstrekt gevorderd wordt2 b4v4 kattengeslacht1 eendenkooi1 koeienhaar1 paardenras1 zwijnenaard enz4 #aie4 ,evenzoo is het gelegen met kruidkundige1 dus wetenschappelijke benamingen1 waarin de meervoudsvorm de natuurlijkste is4 ,de spelling van zoodanige woorden staat doorgaans niet vast1 zoodat men daarbij geheel vrij is in zijne keus4 ,bedenkt men bovendien1 dat gebrekkige benamingen nergens aanstootelijker zijn dan in de wetenschappen1 dan zal men niet aarzelen die vormen te kiezen1 die de aard der zaak vereischt4 ,de botanische benamingen1 wier eerste lid een diernaam is1 moeten in twee soorten onderscheiden worden3 zij zijn f overdrachtelijk gebezigde namen van lichaamsdeelen1 als ganzetong2 f zij geven te kennen1 dat de plant in de eene of andere1 hetzij wezenlijke1 hetzij gewaande1 betrekking tot eene diersoort staat1 als slangenkruid4 ,in het eerste geval zal niemand bij eenig nadenken den meervoudsvorm verkiezen1 wanneer deze niet door den voorgaanden regel 7 #aid7 voorgeschreven wordt2 in het tweede geval zal ieder dien als den meest gepasten aanmerken1 dewijl men dan kennelijk het oog heeft op het geheele geslacht1 niet op een enkel individu4 ,daarom schrijven wij3 ganzetong1 ganzevoet1 kattestaart1 paardestaart1 slangekop enz4 zonder n2 daarentegen biggenkruid1 duivenkervel1 eendenkroos1 geitenblad1 hazendistel1 kattendoorn1 konijnenblad1 muizengerst1 paardenbloem1 paddenstoel1 slangenbloem1 slangenwortel enz4 met n4 #aif4 ,eene afzonderlijke behandeling verdienen de boomnamen1 wier eerste lid de vrucht aanduidt1 die zij opleveren4 ,beide getallen zijn hier te dulden1 en het meervoud schijnt het natuurlijkste4 ,die woorden behooren echter tot de dagelijksche uitdrukkingen1 die in elken stijl te pas komen1 maar veel meer in den gewonen dan in den verhevenen2 het boven in #aib aangevoerde is hier dus van toepassing4 ,de vraag is derhalve1 of het begrip van het enkelvoud van het eerste lid met de beteekenis van het geheele woord kan vereenigd worden2 en het antwoord luidt bevestigend4 ,men zegt3 een appel1 een abrikoos1 een peer1 een perzik1 een blauwe en een witte druif enz41 voor appelboom1 abrikozeboom1 pereboom enz41 daarbij aan de anders vrouwelijke woorden abrikoos1 peer1 perzik enz4 het manlijk geslacht toekennende4 ,men kan hier dus aannemen1 dat tusschen abrikoos1 appel enz4 en boom dezelfde verhouding bestaat als tusschen berk1 eik enz4 en boom1 in berkeboom1 eikeboom enz4 7zie boven1 #aha74 ,de spelling besseboom1 druiveboom1 kerseboom1 krenteboom1 noteboom1 pereboom1 pruimeboom1 vijgeboom1 met het enkelvoud van de verouderde vormen besse1 druive1 kerse1 corinte1 note1 pere1 pruime1 vijge1 is dus op zich zelve beschouwd gewettigd4 ,men zal haar voor de verkieslijkste houden1 als men bedenkt1 dat zij niet alleen in overeenstemming is met de gebruikelijke uitspraak1 maar ook met de schrijfwijze van andere dergelijke boomnamen1 waar het eerste lid boven allen twijfel in het enkelvoud staat1 als3 amandelboom1 appelboom1 citroenboom1 dadelboom 7dadelpalm71 granaatboom1 kastanjeboom1 oranjeboom 7niet kastanjes- en oranjesboom71 mispelboom1 olijfboom4 ,het enkelvoud is dan ook vanouds1 wel niet de volstrekt eenige1 maar toch de meest gebruikelijke vorm geweest4 ,kiliaan1 hoewel hij peere1 pruyme en vijghe opgeeft1 schrijft peerboom1 pruymboom1 vijghboom1 en zoo ook kersseboom1 notboom2 ,plantijn3 kerseboom1 noteboom1 pereboom1 perzeboom1 pruymboom1 vijgeboom of vijchboom1 van het enkelvoudige kerse1 note1 pere1 perze1 pruyme1 vijge4 ,uit het aangevoerde volgt1 dat men bij analogie ook rozeboom1 syringeboom1 tulpeboom enz4 zal behooren te spellen4 ,immers men zegt1 van de boomen sprekende3 ,hier staan rozen1 dat is een syring1 enz4 #aig4 ,er zijn ook woorden1 wier beteekenis stellig niet altijd dezelfde is1 maar die het eene oogenblik op een enkel-1 het andere op een meervoud zien1 terwijl daarbij doorgaans nog een derde geval denkbaar is1 waarin men aangaande het ware getal in onzekerheid verkeert4 ,een voorbeeld zal de zaak ophelderen4 ,eene hoeveelheid vleesch of leder kan afkomstig zijn van n of meer dieren4 ,in het eerste geval zal men zich juist uitdrukken door geitevleesch en schapeleder1 in het tweede door geitenvleesch en schapenleder te schrijven2 ook kan het geval zich voordoen1 dat men aangaande de herkomst in het onzekere is4 ,hoe moet men met zoodanige woorden handelen8 moet men hun een onveranderlijken vorm toekennen1 of mag men gebruik maken van het middel om1 zulks verkiezende1 telkens de juiste beteekenis aan te duiden8 ,wij behoeven met ons antwoord niet lang verlegen te staan4 ,waar onzekerheid van het ,gebruik en dobbering van de ,spelling als het ware vanzelve een gemakkelijk middel aan de hand geven om juistheid in stijl te bevorderen en den rijkdom der taal te vermeerderen1 achten wij ons niet gerechtigd dat te verwerpen4 ,van zulke woorden rekenen wij ons verplicht den dubbelen vorm te erkennen4 ,doch daarmede ontstaan de vragen3 hoe moet men handelen1 als het getal onzeker is8 en onder welken vorm moeten zoodanige woorden in een woordenboek vermeld worden8 ,slechts in weinige gevallen zal het moeilijk zijn in dezen te beslissen4 ,doorgaans zal het voor de hand liggen1 welke opvatting de gewone1 en dus welke spelling de verkieslijkste is4 ,in gevallen van onzekerheid zal de meest gewone vorm in het woordenboek worden opgegeven1 met vermelding van den bijvorm1 die1 waar bijzondere nauwkeurigheid wordt vereischt1 den schrijver buitendien ten dienste staat4 ,ook het onderscheid tusschen dagelijksche en meer deftige woorden zal tot de beslissing kunnen bijdragen4 ,zoo zal men ongetwijfeld bij de huishoudelijke woorden schapevleesch1 geiteleder1 aan den enkelvoudigen vorm zonder n de voorkeur geven1 vooral wanneer men bedenkt1 dat men in de overeenkomstige woorden kalfsvleesch1 lamsvleesch1 rundvleesch1 hartsleder1 kalfsleder stellig het enkelvoud aantreft4 ,daardoor wordt echter niemand het recht betwist om1 als hij zulks noodig acht1 schapenvleesch te spellen4 ,natuurlijk zal men omgekeerd te werk gaan1 waar de beteekenis gewoonlijk het begrip van het meervoud medebrengt4 ,zoo zal men in gewone gevallen aan kippenloop1 paardenstal1 duivenslag1 zwanendrift enz4 de voorkeur geven boven kippeloop1 paardestal1 al liep er ook geene enkele kip in den loop1 en al ware de stal maar voor n paard ingericht4 ,doch wie dit laatste in een bijzonder geval volstrekt wil doen uitkomen1 schrijve alsdan paardestal4 ,het beginsel1 in deze door ons aangenomen1 hetwelk van woorden als schapevleesch1 geitevleesch1 paardenstal enz4 een dubbelen vorm toelaat1 is schijnbaar in strijd met #aid1 waarin wij meenden de n in apengezicht1 berenklauw enz4 te moeten schrijven1 ook dan1 wanneer die woorden1 in hun eigenlijken zin genomen1 het gezicht van eenen werkelijken aap1 den klauw van eenen werkelijken beer aanduiden4 ,bij eene nadere beschouwing zal men bevinden1 dat de gevallen niet gelijkstaan4 ,bij een apengezicht zal niemand aan het gezicht van twee of drie apen denken1 terwijl de n grammaticaal door de voormalige zwakke verbuiging van aap gerechtvaardigd is4 ,de vorm is onberispelijk1 en er is geene verkeerde opvatting te vreezen4 ,bij schapenvleesch en dergelijke woorden is alles geheel anders4 ,de n achter schaap1 dat steeds sterk verbogen werd1 is niet anders te verklaren dan als teeken van het meervoud1 en kan dus niet toegelaten worden in uitdrukkingen1 waarbij men volstrekt aan het enkelvoud denkt1 b4v4 als men zegt3 ,mag ik u nog een stukje schapevleesch aanbieden8 ,omgekeerd zou men den meervoudsvorm niet gaarne missen1 als men1 de geheele soort bedeelende1 zegt3 schapenvleesch is voor sommige gestellen nadeelig4 ,de n achter bijvoeglijke woorden4 #aih4 ,bij de lidwoorden1 de bijvoeglijke naamwoorden en voornaamwoorden1 en bij de telwoorden1 die als bijvoeglijke voornaamwoorden worden verbogen1 zijn ten opzichte van de n twijfelingen denkbaar2 doch bij eene nadere beschouwing blijkt1 dat er inderdaad geene bestaan4 ,alle samenstellingen1 waarvan het eerste lid een bijvoeglijk woord is1 zijn koppelingen4 ,zij zijn in twee hoofdsoorten te onderscheiden1 naar gelang het laatste lid een substantief of een verbum is4 #aii4 ,wanneer het laatste lid een substantief en het woord in zijn geheel genomen insgelijks een substantief is1 b4v4 bij hoogepriester1 hoogeschool1 grootvader1 kleinkind1 dan wordt het bijvoeglijke woord1 steeds een adjectief1 aangemerkt als in den #asten naamval voorgevoegd te zijn1 en blijft het den nominatiefvorm onveranderd behouden1 in welken naamval de geheele samenstelling ook te staan kome4 ,wij zeggen thans niet meer des hoogenpriesters1 maar des hoogepriesters1 evenals des grootmeesters4 ,van de inlassching eener n in woorden als blindeman1 hoogepriester1 hoogeschool1 wittebrood1 roodekool1 zoutevisch enz4 kan derhalve geene sprake zijn4 ,alleen n woord maakt eene uitzondering1 te weten3 goedendag1 als benaming van een middeleeuwsch wapentuig4 ,dit woord is echter eene koppeling van den groet3 goeden dag6 waarin de beide woorden in den #d;den naamval staan1 en de n dus door de etymologie vereischt wordt4 #bjj4 ,wanneer het laatste lid een substantief1 maar het woord in zijn geheel genomen een bijwoord of een voegwoord is1 dan staat de gansche uitdrukking in den #b;den of in den #d;den naamval1 en dan behoort het eerste lid den vorm te hebben1 dien geslacht en naamval eischen4 ,dus zal men moeten schrijven3 grootendeels en meerendeels1 samentrekking van meererendeels 7#b;de naamval onzijdig71 dewijl 7#d;de naamval vrouwelijk74 ,soms echter is het eerste lid in den stamvorm voorgevoegd1 en dan kan er geene sprake zijn van eene ingelaschte n2 b4v4 bij eenmaal1 menigmaal1 veeltijds enz4 ,twijfelingen bestaan hier niet4 #bja4 ,wanneer het laatste lid een verbum is1 dan staat het bijvoeglijke woord in den regel praedicatief1 hetgeen zeggen wil1 dat het thans onverbuigbaar is4 ,in dit geval kan er dus weder geene sprake zijn van het inlasschen eener n1 die niet reeds tot den stam van het adjectief behoort4 ,het gebruik leert zulks dan ook duidelijk3 het heet steeds goedmaken1 onverschillig of men eenen misstap1 eene fout of een verlies goedmaakt4 ,de samenstellingen goedendag-1 goedennacht-1 goedenmorgenzeggen enz4 verkeeren in een ander geval4 ,goed is daarin het attribuut van dag1 nacht enz41 welke woorden in den #d;den naamv4 staan en de overeenstemming van het adjectief goed vorderen4 ,de n achter werkwoorden4 #bjb4 ,de werkwoorden komen in eigenlijke samenstelling in den regel in den stamvorm voor1 b4v4 in breekbeitel1 droogoven1 eetlepel1 hangijzer1 jaagpad1 koopvrouw1 loopbaan1 schrijfpen enz4 ,moeilijker is het uit te maken1 met welken vorm men te doen heeft bij sommige koppelingen van geheele uitdrukkingen1 tot den gemeenzamen stijl behoorende3 als bedilal 7bedil al1 bedil alles71 deugniet1 doeniet1 durfal1 flapuit1 hangop1 houvast1 kwistgoed1 praatgraag1 roerom1 slokop1 spilpenning1 stokebrand1 waaghals1 weetniet enz4 ,in sommige schijnt het werkwoord in de gebiedende wijs te staan1 b4v4 in kruidje-roer-mij-niet 7lat4 noli me tangere71 in ,pakaan 7hondennaam71 in roerom1 sladood1 vergeet-me-nietje4 ,bij dezulke wier stam op t eindigt1 als kwistgoed1 praatgraag1 weetniet1 zou men aan den #c;den pers4 van het enkelvoud kunnen denken1 indien niet andere1 als bedilal 7niet bediltal71 deugniet enz41 wier beteekenis met de genoemde overeenkomt1 zulks verboden4 ,intusschen blijkt duidelijk genoeg1 dat men hier niet met den infinitief te doen heeft1 en dat de toonlooze e in brekebeen1 brekespel1 drinkebroer1 huilebalk1 likkebaard1 schendekeuken1 stokebrand enz4 geene verkorting van den infinitiefuitgang is4 ,wanneer men sommige der laatstgenoemde woorden vergelijkt met kijk-in-de-pot1 spring-in-'t-veld1 stortenbeker 7stort den beker71 en met verscheidene ,hoogduitsche eigennamen1 als ,haszenpflug 7hasze den ,pflug71 ,hebenstreit 7hebe den ,streit71 ,leidenfrost 7leide den ,frost7 enz41 dan wordt het waarschijnlijk1 dat men brekebeen als breek de been 7voor beenen71 hangebast als hang de bast 7d4i4 strop71 likkebaard als lik den baard1 schendekeuken als schend de keuken enz4 op te vatten heeft4 ,deze verklaring gaat echter niet altijd op1 b4v4 niet bij brekespel4 ,of is dit breketspel 7breek het spel78 ,en hoe moeten drinkebroer e4a4 worden opgevat8 ,is hier de e alleen ingevoegd om de ophooping van medeklinkers te voorkomen8 ,in deze en dergelijke onzekerheden zal niemand het raadzaam achten de n1 die het manlijk geslacht van baard en brand schijnt te vorderen1 te herstellen1 en voortaan likkenbaard1 stokenbrand te schrijven1 te minder daar men bij brekespel1 drinkebroer1 huilebalk e4a4 altijd in het onzekere blijft1 zonder door den vorm een verstandigen zin te kunnen uitdrukken4 ,nu en dan hoort men deugeniet uitspreken1 doch gewoonlijk deugniet4 ,wanneer men bedenkt1 dat niet geen substantief is1 zoodat hier aan geen uitgestooten lidwoord1 noch aan eenig tusschenbeidekomend woord te denken valt1 en dat die samenstelling volkomen gelijkstaat met doeniet1 durfniet1 weetniet1 dan ziet men1 dat deugniet zonder e de regelmatige vorm is4 #bjc4 ,meer reden schijnt er te bestaan voor het herstellen der n in die werkwoorden1 wier eerste lid eene onbepaalde wijs is1 zooals in koekeloeren1 ruilebuiten1 spelemeien1 spelevaren4 ,bedenkt men echter1 dat de n aan de drie eerste toch nog niet hun waren vorm3 koeken 7kijken7 en loeren1 ruilen en buiten1 spelen en meien zou teruggeven1 zoodat koekenloeren enz4 toch niet duidelijker zou wezen dan koekeloeren enz42 dat het begrip spelevaren ook niet volkomen juist door spelen varen uitgedrukt wordt3 dan ziet men geene voldoende reden om woorden1 waarbij de weglating der n in de uitspraak niet twijfelachtig is en omtrent wier spelling geen verschil bestaat1 door het weder invoegen der uitgestooten letter een deftig voorkomen te geven1 dat in strijd zou zijn met hunne weinig deftige beteekenis4 ,de n als invoegsel voor de welluidendheid4 #bjd4 ,de verbindings-n heeft bloot euphonische waarde1 wanneer zij1 van het hedendaagsche standpunt bezien1 met de beteekenis van het woord in geen verband staat1 en louter dient om een wanluidend samentreffen van twee letters te voorkomen4 ,van dien aard is de n in galgenaas en tarwenoogst1 vergeleken met galgebrok en tarwemeel4 ,de euphonische n strekt ter vermijding van den hiatus of de gaping1 d4i4 van het ophouden der stem tusschen twee klinkers4 ,zij wordt dus vooreerst ingelascht achter eene toonlooze e1 waarop onmiddellijk een andere klinker zou moeten volgen1 b4v4 in duive-n-ei4 ,de h1 die eene zeer verzwakte ch is1 ofschoon nog altijd een medeklinker1 wordt niet toereikend geacht om de gaping tusschen twee klinkers aan te vullen4 ,vandaar dat sommige onzer beste schrijvers in de #ag;de eeuw en nog later achter het lidwoord de en achter andere bijvoeglijke woorden op e uitgaande1 niet slechts voor een klinker1 maar ook voor eene h1 eene euphonische n voegden1 en b4v4 den oorlog1 den hond schreven1 ook wanneer deze woorden in den eersten naamval stonden4 ,daar nu de h steeds onmiddellijk vr een klinker komt1 vereischen de samenstellingen1 wier eerste lid op eene toonlooze e eindigt1 en wier tweede met h begint1 insgelijks de inlassching der n2 b4v4 dasse-n-huid1 eike-n-hout4 #bje4 ,wanneer men het aangevoerde in aanmerking neemt1 zal men den volgenden regel stellen3 ,wanneer de toonlooze e gevolgd wordt door een klinker of eene h1 dan eischt de ,welluidendheid de inlassching eener n4 ,dienovereenkomstig schrijven wij3 duivenei1 eendenei1 ganzenei1 galgenaas1 geitenoog1 bruggenhoofd1 dassenhaar1 dassenhol1 ganzenhagel1 hondenhok1 slakkenhuisje1 berkenhout1 beukenhout1 eikenhout enz4 ,daar mede1 als bijwoord1 tot de indeclinabilia behoort1 welke soort van woorden nooit verbindingsletters toelaten 7zie #agh71 kan men de gebruikelijke spelling medearbeider1 mederfgenaam1 medeoorzaak enz4 niet als uitzondering op bovenstaanden regel beschouwen4 #bjf4 ,de samenstellingen met kerk vereischen eene afzonderlijke behandeling4 ,kerk1 mnl4 kerke1 werd oudtijds zwak verbogen1 der kerken1 en daardoor ontstonden kerkenraad1 kerkenorde1 uit welk laatste door onderdrukking der n kerkeorde4 ,deze vorm laat zich volgens onze regels niet rechtvaardigen3 de welluidendheid eischt f kerkenorde1 f kerkorde1 overeenstemmende met kerkaltaar1 kerkorgel1 kerkuil4 ,daar men thans geen zwakken genitief meer erkent 7zie #ahe71 kan kerkenraad alleen een meervoud bevatten1 en een raad beteekenen1 die meer dan ne kerk betreft4 ,hecht men er1 gelijk gewoonlijk plaats heeft1 dien zin niet aan1 dan is volgens den hedendaagschen toestand der taal alleen kerkeraad te rechtvaardigen4 ,over de verbindings-s4 #bjg4 ,men kan alleen in twijfel staan1 of in eene samenstelling al dan niet eene verbindings-s aanwezig is1 wanneer het tweede lid begint met eene s1 of met eene z1 die scherp 7als s7 wordt uitgesproken2 b4v4 in dorpsschout1 varkensziekte1 baatzucht4 ,wanneer de z zacht klinkt1 gelijk in hondeziekte1 geelzucht1 waterzucht1 zal niemand het aanzijn eener s 7hondesziekte1 waterszucht7 vermoeden4 ,in nog een geval bestaat er geen grond om eene s te onderstellen1 namelijk achter den stam van een werkwoord1 b4v4 in stuifzand1 drijfzand1 waarin de z door den invloed der voorgaande f verscherpt wordt4 ,daar men slechts bij uitzondering om den wille der welluidendheid achter verbale stammen eene s inlascht in de gevallen1 die beneden opgegeven worden1 heeft men alleen die woorden te onderzoeken1 wier eerste lid een naamwoord is1 hetzij een substantief1 hetzij een bijvoeglijk woord4 ,nog zal men bij het stellen der regels in het oog moeten houden1 dat ss en sz op zich zelf geene welluidende klanken zijn1 zoodat de inlassching eener s1 waar zij voor de uitspraak kan worden gemist1 en door de beteekenis of regelmaat niet gevorderd wordt1 niet verkieslijk is4 ,men kan derhalve als algemeenen regel stellen1 dat de s alleen dan behoort ingelascht te worden1 wanneer de noodzakelijkheid ten duidelijkste blijkt4 ,de verbindings-s als teeken van den tweeden naamval achter zelfstandige naamwoorden4 #bjh4 ,de verbindings-s treedt als teeken van den #b;den naamval in samenstellingen niet slechts achter manlijke en onzijdige substantieven1 als in timmermansgereedschap1 bakkersoven1 levensbericht1 kindskind1 maar ook achter vrouwelijke1 als zusterskind1 dochtersman1 stadspoort1 vrijheidsboom1 zielsverdriet enz42 vergelijk #ahe4 ,het onderscheid der geslachten kan derhalve geenen regel aan de hand doen1 en men zal eeniglijk te letten hebben op de analogie en op de betrekking1 welke inderdaad die van den genitief van het enkelvoud moet wezen4 ,daar men volgens den bovengestelden algemeenen regel met de s spaarzaam moet zijn1 kan zij alleen dan gewettigd worden1 wanneer uit andere overeenkomstige samenstellingen duidelijk blijkt1 dat het woord in de betrekking van den genitief de s verlangt4 ,zoo leeren b4v4 de woorden bakkersnering1 bakkersoven1 bakkerswinkel1 dorpsbestuur1 dorpsherberg1 dorpsleeraar1 krijgsmansdeugd1 krijgsmanseed1 sergeantsrang1 sergeantsuniform1 sergeantsvrouw1 stadsmuur1 stadspoort1 stadswal1 vollersambacht1 vollerskuip1 varkensoog1 varkensvleesch1 varkensribbetje1 veiligheidskaart1 vrijheidsliefde1 zuinigheidsmaatregel1 landschapshuis1 landschapsvergadering1 burgerschapsrechten1 vriendschapsband enz41 dat de woorden bakker1 dorp1 krijgsman1 officier1 sergeant1 stad enz41 en die op -heid en -schap in de betrekking van den genitief de s vorderen1 en dat men derhalve ook bakkersschotel 7houten werktuig71 dorpsschool1 krijgsmansstand1 sergeantsstrepen1 stadsschout1 varkensstal1 varkensziekte1 waarheidszucht1 landschapsschrijver te spellen heeft4 ,dat men wel degelijk op de onderlinge verhouding der deelen heeft te letten1 blijkt uit landschapschilder1 waar landschap een meervoud landschappen vertegenwoordigt1 en dus niet in den #b;den naamval van het enkelvoud voorkomt4 ,niemand zal dan ook op de gedachte komen om landschapsschilder te schrijven1 dan in eene beteekenis1 die niet in gebruik is en die overeenkomen zou met landschapsschrijver4 ,de verbindings-s als teeken van het meervoud4 #bji4 ,moet men spaarzaam zijn met de s van den #b;den naamval1 nog meer is zulks het geval met die van het meervoud4 ,de dubbele s1 en evenzoo sz1 is moeilijk uit te spreken1 en klinkt onaangenaam achter eene liquida1 l1 m1 n of r1 voorafgegaan door eene toonlooze e2 d4i4 juist achter die substantieven1 die hun meervoud doorgaans met s vormen4 ,de woorden op -el1 -em1 -en en -er behouden daarom1 gelijk reeds vroeger is aangemerkt 7 #ahi1 aanm471 den enkelvoudigen vorm1 ook waar de beteekenis dien van het meervoud zou vereischen2 men zegt en schrijft3 appelmand1 sleutelbos1 bezembinder1 leugenbeest1 wagenmaker1 letterkast1 letterzetter 7niet appelsmand enz471 en evenzoo als het eerste lid een persoonsnaam is1 b4v4 burgerrecht1 burgerwapening1 dragonderregiment1 ridderorde1 rooverbende1 ruiterbende1 ruiterzalf enz4 ,neemt men zulks in aanmerking1 dan zal men geene noodzakelijkheid zien1 noch de vrijheid vinden1 om achter de opgenoemde toonlooze lettergrepen eene s in te lasschen1 die zou moeten dienen om het meervoud aan te duiden4 ,wij schrijven derhalve ankersmid1 burgerstand1 burgersociteit1 cijferschrift1 dragonderstal1 kachelsmid1 letterspecie1 leugenstoffeerder1 priesterschaar1 priesterschap1 ridderstand1 ruiterstal1 vezelstof1 zonder eene verbindings-s1 die door de ,analogie niet wordt geischt en strekken zou om eene onwelluidende uitspraak te bevorderen4 ,anders is het gelegen met het achtervoegsel -ier1 dat den vollen klemtoon heeft4 ,het vordert de s van het meervoud1 gelijk blijkt uit3 officierstafel1 officiersvereeniging1 kanonnierskazerne1 pontonnierscompagnie enz42 daarom zal men ook kurassiersstal1 officierssociteit enz4 schrijven4 ,de verbindings-s als teeken van den tweeden naamval achter bijvoeglijke woorden4 #baj4 ,wanneer het eerste lid een bijvoeglijk woord is1 hetzij een bijvoeglijk naam- of voornaamwoord1 hetzij een onbepaald telwoord1 dan kan de s alleen het teeken zijn van den tweeden naamval1 in welke dan ook het tweede lid staat1 b4v4 in blootshoofds4 ,ook hier is alleen dan onzekerheid denkbaar1 wanneer het tweede lid met s of z begint4 ,men kan b4v4 een oogenblik weifelen tusschen de spelling goedschiks en goedsschiks4 ,wanneer men echter bedenkt1 dat de geheele uitdrukking wel is waar een zoogenaamde genitivus absolutus is1 overeenkomende met blootshoofds1 goedsmoeds1 gewapenderhand1 maar dat het gebruik reeds in sommige dergelijke uitdrukkingen1 als veeltijds1 droogvoets1 de s kennelijk heeft uitgestooten1 dan zal men geene afdoende reden zien om1 in strijd met de ,welluidendheid1 een woord te bezwaren met eene s1 die voor de duidelijkheid niet gevorderd wordt4 #baa4 ,anders is het gelegen met woorden1 waarin zin het tweede lid is1 voorafgegaan door een bepalend woord1 als alleszins1 eenigszins enz41 waarvan reeds boven gehandeld is4 ,de z heeft daarin hare verscherping te danken aan de s van het eerste lid4 ,blijft deze weg1 dan herneemt zij noodwendig haren zachten klank1 en verkrijgt men alle-zins1 geen-zins enz41 hetgeen tegen de gebruikelijke uitspraak strijdt4 ,de s is derhalve in al die woorden volstrekt onmisbaar2 zie boven1 #abe4 ,de verbindings-s als euphonische letter achter stammen van werkwoorden4 #bab4 ,de verbindings-s had in de tot hiertoe behandelde gevallen1 op weinige uitzonderingen na1 nog altijd eene beteekenis4 ,deze mist zij natuurlijk1 wanneer het eerste lid de stam van een werkwoord is1 gelijk b4v4 in leidsvrouw1 scheidsman1 raagshoofd1 waarin zij kennelijk alleen om den wille der uitspraak is ingevoegd4 ,bedenkt men dit1 dan zal men niet in de verzoeking komen om in woorden1 wier eerste lid de stam van een werkwoord is1 en wier tweede met s of z begint1 b4v4 in hebzucht1 eene s te schrijven1 die alleen zou moeten strekken om een sisklank voor te stellen1 die zonder dat reeds in het woord aanwezig is1 en1 dubbel uitgesproken1 onwelluidend klinkt4 ,wij schrijven derhalve leidstr 7leidstar71 evengoed als het afgeleide leidster1 zonder s1 niettegenstaande leidsman en leidsvrouw eene s hebben4 ,overzicht over de regels voor de samenstelling4 #bac4 ,de grondbeginselen en regels1 die wij bij het schrijven van samengestelde woorden in het oog houden1 komen derhalve kortelijk hierop neder3 ,i4 ,in samenstellingen1 wier eerste lid een onverbuigbaar woord 7indeclinabile1 zie #ej1 aanm47 is1 komen geene verbindingsletters voor1 zoomin ten behoeve der ,welluidendheid als om eenige andere reden 7 #agh74 ,geen der volgende regels is derhalve daarop toepasselijk4 ,wij schrijven dus zonder n3 medearbeider1 mederfgenaam1 medehelper1 medehulp4 ,,ii4 ,stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden komen niet als eerste lid in samenstellingen voor4 ,composita als aardenwerk1 tarwenbrood1 roggenbrood1 gerstenpap enz41 voor aardewerk1 roggebrood enz41 bestaan er niet 7 #ahj71 evenmin als berkenboom1 eikenboom enz4 7 #aha74 ,het behoeft nauwelijks aangemerkt te worden1 dat verbindingen van een adjectief met het eerste lid eener samenstelling1 door het koppelteeken aangeduid1 als oude-mannenhuis enz4 7 #aeh71 niet tot de eigenlijke samenstellingen te rekenen zijn1 en dus buiten dezen regel vallen4 ,het adjectief blijft daar op zich zelf als adjectief bestaan2 niets verhindert dus om desnoods gouden-horlogemaker1 koperen-balansenfabriek1 zijden-kousenfabrikant enz4 te schrijven1 ofschoon zulke verbindingen niet fraai zijn te noemen4 ,,iii4 ,de n achter de toonlooze e dient in samenstellingen f #a4 tot vermijding van den hiatus2 f #b4 achter zelfstandige naamwoorden ter aanduiding van het meervoud2 f #c4 achter bijvoeglijke woorden ter uitdrukking van eenen naamval4 ,de zwakke genitief wordt in samenstellingen niet meer gevoeld3 het is dus geene afdoende reden voor het inlasschen eener n1 dat zij den enkelvoudigen #b;den naamval zou moeten uitdrukken 7 #agb en #ahe74 ,,iv4 ,samenstellingen1 wier tweede lid met eenen klinker of eene h begint1 krijgen achter eene toonlooze e eene n ter vermijding van den hiatus2 b4v4 ganzenei1 hondenhaar 7 #bjd en #bje74 ,v4 ,de samenstellingen1 wier eerste lid een zelfstandig naamwoord is1 zijn vierderlei3 #a het eerste lid brengt noodwendig de voorstelling van een meervoud mede2 b4v4 in heldenschaar1 eikenlaan 7 #ahh72 #b het eerste lid vertegenwoordigt noodwendig een enkelvoud1 b4v4 in druivepit1 tinnegieter 7 #aij72 #c het eerste lid is1 te gelijker tijd1 voor tweerlei opvatting vatbaar1 kan n als enkel- n als meervoudig gedacht worden2 b4v4 in kurketrekker1 mutsebol 7 #aia en #aib72 #d het eerste lid kan1 bij afwisseling1 nu een enkel-1 dan een meervoud voorstellen2 b4v4 in schapevleesch en schapenvleesch 7 #aig74 ,a7 ,met n achter de toonlooze e worden geschreven a7 al de woorden1 bedoeld in n4 #a 7 #ahh72 b7 van de woorden1 bedoeld in n #c3 a7 de samenstellingen1 wier eerste lid een n- of tweelettergrepige persoonsnaam is2 alsmede de woorden op -in of -inne1 -es of -esse1 die meerlettergrepig zijn2 b4v4 boerendochter1 heldendaad1 vrouwenkleed1 koninginnenmantel 7 #aic72 b7 de samenstellingen1 wier eerste lid een manlijke diernaam is1 die geene composita met s vormt2 b4v4 apengezicht1 berenklauw 7 #aid72 g7 botanische benamingen1 wier eerste lid een diernaam is1 onverschillig manlijk1 vrouwelijk of onzijdig1 wanneer de samenstelling geen lichaamsdeel aanduidt1 maar op de geheele diersoort ziet2 b4v4 duivenkervel1 slangenkruid 7 #aie74 ,b7 ,zonder n achter de toonlooze e worden geschreven a7 al de woorden1 bedoeld in n #b1 tenzij de n door ,regel ,,iv voor de welluidendheid gevorderd wordt 7 #aij72 b7 van de woorden1 bedoeld in n #c3 a7 die1 welke het dagelijksch leven en de huishouding betreffen1 b4v4 pennemes1 kurketang 7 #aib72 b7 namen van boomen1 wier eerste lid de naam is eener vrucht of eener bloem1 b4v4 pereboom1 tulpeboom 7 #aif74 ,c7 ,naar gelang der omstandigheden worden afwisselend zonder of met n geschreven de woorden1 bedoeld in n #d 7 #aig74 ,,vi4 ,bij samenstellingen1 wier eerste lid een bijvoeglijk woord is1 komen geene twijfelachtige gevallen voor2 de spraakkunst beslist ondubbelzinnig het al of niet aanwezig zijn eener n 7 #aih-bja74 ,in woorden1 wier eerste lid een werkwoord is1 wordt nooit eene n ingelascht 7 #bjb en #bjc74 ,,vii4 ,de verbindings-s dient in samenstellingen1 wier eerste lid een naamwoord is1 f als teeken van den tweeden naamval van het enkelvoud1 f als teeken van het meervoud 7 #bjh-baa74 ,in de weinige woorden1 waarin zij achter een werkwoord voorkomt1 staat zij alleen om den wille der welluidendheid 7 #bab74 ,,viii4 ,eene verbindings-s is alleen twijfelachtig in samengestelde woorden1 wier tweede lid begint met eene s1 of met eene z1 die scherp 7als s7 wordt uitgesproken 7 #bjg74 ,a7 ,eene twijfelachtige s wordt ingevoegd a7 als teeken van den #b;den naamval enkelvoud3 a7 in samenstellingen1 wier eerste lid een substantief is1 dat in niet twijfelachtige gevallen eene s aanneemt2 b4v4 in dorpsschool1 om de analogie van dorpsbestuur1 dorpsherberg1 dorpsleeraar1 dorpsonderwijzer 7 #bjh72 b7 in de samenstellingen met het woord zin1 als alleszins1 eenigszins enz4 7 #abe en #baa72 b7 als teeken van het meervoud in samenstellingen1 wier eerste lid een persoonsnaam is1 die op -ier eindigt1 als kanonnierskazerne 7 #bji74 ,b7 ,eene twijfelachtige s wordt niet ingevoegd in de volgende gevallen3 a7 niet in samenstellingen1 wier eerste lid een substantief is1 dat op -el1 -em1 -en of -er eindigt1 wanneer de s zou moeten dienen om het meervoud te vertegenwoordigen2 b4v4 niet in burgerstand 7 #bji72 b7 niet in absolute genitieven1 als goedschiks1 niet goedsschiks 7 #baj72 c7 niet achter werkwoorden1 b4v4 leidstar1 niet leidsstar 7 #bab74 ,de spelling der bastaardwoorden4 #bad4 ,evenals ieder beschaafd volk bezigen wij een aantal woorden1 die niet in den boezem onzer eigene taal ontstaan1 maar bij onderscheidene gelegenheden uit andere talen ontleend zijn4 ,die vreemde woorden vervallen vanzelve in drie klassen3 #a7 de zoodanige1 die geheel ,nederlandsch geworden1 met het volle burgerrecht begiftigd1 als het ware genaturaliseerd zijn2 #b7 de woorden1 die geheel vreemd zijn gebleven2 en #c7 de woorden1 die tusschen deze beide soorten in staan1 d4i4 de eigenlijk gezegde bastaardwoorden4 #bae4 ,de eerste klasse bestaat uit dezulke1 die1 meestal sedert onheuglijke tijden bij ons in gebruik1 hun vreemden vorm geheel en al hebben afgelegd1 in alle opzichten1 in klemtoon zoowel als in klank1 aan echte ,nederlandsche woorden gelijk zijn geworden1 en wier derivata op ,nederlandsche wijze gevormd zijn4 ,deze schijnen geene uitheemsche bestanddeelen1 geene vreemde voor- noch achtervoegsels te bevatten1 en onderscheiden zich in niets van oorspronkelijke ,nederlandsche woorden dan door hunne afkomst en het gemis van ,nederlandsche verwanten in opklimmende linie4 ,tot de zoodanige behoort b4v4 kerk1 gr4 kyriakon4 ,dit woord verschilt in vorm niet van berk1 merk en werk1 het heeft echt ,nederlandsche afstammelingen3 kerkje1 kerksch1 kerkelijk1 moederkerk1 kerkdeur enz41 maar kyrios1 het grondwoord waarvan kyriakon gevormd is1 ligt buiten het ,nederlandsche taalgebied4 ,het grootste aantal der tot deze klasse behoorende woorden is eenlettergrepig1 als3 aas 7gewicht71 ark1 beest1 beurs1 boei1 bres1 brief1 bul 7open brief71 dom7kerk71 feest1 fijn1 fraai1 gom1 graad1 inkt1 kaap1 kaars1 kaart1 kaas1 kalk1 kelk1 kers1 keurs1 klaar1 klerk1 kleur1 kluis1 koers1 koets1 koor1 koord1 korst1 kous1 krent1 kroon1 kroot1 kruin1 kruis1 kuur1 kwart1 lamp1 lans1 leek1 lijn1 mijl1 munt1 nis1 paar1 paard1 paars1 part1 peer1 pen1 pers1 pijl1 pijn1 pil1 plaats1 plein1 pleit1 pluim1 pool1 poort1 poos1 pop1 post1 preek1 prent1 proef1 prooi1 proost1 rest1 saus1 sein1 soep1 stool1 straal1 taart1 test1 tijm1 toer1 toets1 toon1 toorts1 trein1 troef1 troon1 vlam1 vork1 wijl 7sluier74 ,een groot aantal andere is tweelettergrepig met den klemtoon op de eerste syllabe1 onverschillig of deze reeds in den oorspronkelijken vorm den klemtoon had of dien eerst in het ,nederlandsch gekregen heeft4 ,de tweede lettergreep is dan meestal geheel of nagenoeg toonloos1 waardoor zoodanige woorden het voorkomen hebben van ,nederlandsche woorden met een achtervoegsel4 ,hiertoe behooren3 bijbel1 duivel1 engel1 fakkel1 kamer1 kamfer1 kanker1 karper1 keizer1 kerker1 ketter1 kevie1 kluister1 konkel1 koppel1 kouter1 kussen1 lelie1 letter1 menie1 mijter1 mode1 monnik1 mosterd1 neger1 olie1 orde1 orgel1 pauze1 peper1 perzik1 priester1 regel1 rente1 sekse1 sekte1 singel1 sintel1 spiegel1 suiker1 tafel1 tegel1 tempel1 tichel1 tijger1 toren1 zegen7wensch71 zemel enz4 ,verplaatsing van den klemtoon is geschied bij deken 7decanus71 kansel1 kelder1 kemel1 kervel1 keten1 keuken1 kolder1 schotel1 venster1 vijver1 zegen 7vischnet71 zolder en andere4 ,genoemde woorden komen in vorm overeen met de echt ,nederlandsche teugel1 hamer1 naaister1 lomperd1 koude1 merrie4 ,zeldzaam zijn de tweelettergrepige1 die1 gelijk beschuit1 bestel en vernis1 het voorkomen hebben van ,nederlandsche woorden met praefixen1 als bedrog1 verval4 ,andere gelijken weder op andere wijzen naar echt ,nederlandsche woorden3 zoo hebben bakelaar en kandelaar denzelfden vorm als kakelaar en wandelaar4 ,weder andere hebben den schijn van composita1 als aalmoes1 altaar1 bisschop1 luipaard1 meerkat1 pelgrim1 die uiterlijk niet verschillen van aschschop enz4 #baf4 ,de tweede klasse bestaat uit woorden1 wier uitspraak en accentuatie niet in het geringste veranderd of gewijzigd is1 en die juist zoo als in de vreemde taal worden uitgesproken4 ,hiertoe behooren b4v43 facto1 jure1 incognito1 partim1 passim1 raptim1 totaliter1 generaliter1 pro1 contra1 ergo1 idem1 item1 punctum1 anno1 datum1 primo1 secundo1 medio1 ultimo1 lustrum1 grammatica1 logica1 physica1 centrum1 hypotenusa1 praesens1 praeteritum1 participium1 banco1 bon1 bruto1 franco1 netto1 tarra1 debet1 credit1 a costi1 whist1 spadille1 manille1 quadrille1 basta1 ponto1 misre1 budget1 bonbon1 bureau1 blanc-manger1 bougie1 cadeau1 chapeau1 chenille1 conservatoire1 douche1 eau de ,cologne1 joujou1 shawl of chle1 savoir-vivre1 souper1 diner1 carte-blanche1 vaudeville enz4 #bag4 ,de derde klasse bestaat uit woorden1 die in de uitspraak eene geringere of grootere wijziging hebben ondergaan1 welke echter niet voldoende is om hun het uitheemsch voorkomen geheel te ontnemen4 ,zoodanige woorden zijn door die wijziging gerukt uit de taal1 waartoe zij oorspronkelijk behoorden1 en zijn in zekeren zin ,nederlandsch geworden2 doch het overblijfsel van de vreemde uitspraak of van den vreemden vorm verhindert1 ze gelijk te stellen met echt ,nederlandsche woorden en ze in de eerste klasse te rangschikken4 ,zij behooren dus eigenlijk eenigermate aan twee talen1 waarom men ze niet ongepast bastaardwoorden kan noemen4 ,wanneer woorden der tweede klasse op ,nederlandsche wijze worden verbogen of een ,nederlandsch affix bekomen1 al blijft hun vorm voor het overige onaangetast1 dan treden zij natuurlijk in de klasse der bastaardwoorden2 b4v4 bougies1 bons1 datums1 items1 paternosters1 doctors of doctoren1 bnnetje1 cadeaus1 cadeautjes1 itempjes1 militairen1 militaire macht enz4 #bah4 ,de veranderingen1 die de eigenlijke bastaardwoorden ondergaan hebben1 bepalen zich in den regel tot het uiteinde van het woord4 ,soms wordt de vreemde uitgang geheel weggelaten1 b4v4 in praefix1 lat4 praefixum2 instinct1 lat4 instinctum2 soms wordt die uitgang slechts gewijzigd1 b4v4 in linie1 lat4 linea2 olie1 lat4 oleum2 citroen1 fr4 citron2 meloen1 fr4 melon2 consequent1 nu eens lat4 consequens1 dan eens lat4 consequenter2 syllogisme1 gr4 syllogismos4 ,het afwerpen of wijzigen van den uitgang heeft niet zelden ook eene wijziging der voorgaande lettergreep ten gevolge3 b4v4 in titel1 lat4 titulus2 artikel1 lat4 articulus2 vocaal1 lat4 vocalis2 systeem1 gr4 systma2 republiek1 fr4 rpublique2 sigaar1 sp4 cigarro4--,somtijds echter bepaalt de geheele verandering zich tot de wijziging van de uitspraak der eindlettergreep1 zonder dat zulks eene verandering in de spelling teweegbrengt2 b4v4 in officier1 fr4 officier4 ,bij woorden1 uit levende talen ontleend1 heeft echter niet zelden ook eene wijziging in het lichaam van het woord plaats2 b4v4 in grenadier en genie1 waarin niet slechts de uitgangen ier en ie anders klinken dan in fr4 grenadier en gnie1 maar ook de g van gre en de e van ge2 vermicelli wordt bij ons doorgaans uitgesproken als vermiselli1 zelden als in het ,italiaansch3 vermitsjelli4 #bai4 ,dergelijke wijzigingen zijn echter verre van toereikend om in alle gevallen aan een vreemd woord het voorkomen van een echt ,nederlandsch te geven4 ,niet zelden blijft er desniettegenstaande een vreemde klank in over1 b4v4 in genie1 logement1 sergeant enz42 zoo ook in artikel1 titel1 citer1 die1 om geheel ,nederlandsch te kunnen heeten1 in artijkel1 tijtel en sijter hadden behooren te veranderen1 gelijk onder andere met bijbel1 mijter1 tijger heeft plaats gehad4 ,zelfs het zoo gebruikelijke cijfer kan niet als volkomen ,nederlandsch beschouwd worden1 vermits de f van het lat4 cifra niet in v is overgegaan1 en de uitgang -fer wel achter korte1 als b4v4 blaffer1 keffer1 koffer1 duffer1 maar nooit achter lange klinkers of tweeklanken voorkomt4 ,in dit geval toch treft men alleen -ver aan3 b4v4 in braver1 gever1 liever1 grover1 zuiver1 ijver1 stijver enz4 ,in de meeste gevallen blijft de accentuatie van het bastaardwoord zijn vreemden oorsprong verraden4 ,hoogst zelden toch treedt de klemtoon in meerlettergrepige woorden op de eerste syllabe over1 waardoor zij1 gelijk aalmoes1 altaar1 kandelaar1 olifant1 het voorkomen van ,nederlandsche composita1 of1 gelijk ketel1 schotel1 venster1 van ,nederlandsche derivata verkrijgen4 ,blijft de klemtoon op de tweede of derde lettergreep rusten1 als b4v4 in problm1 publik1 orkn1 diken1 epstel1 convoctie1 exectie1 dan worden zij terstond als vreemde woorden herkend1 te meer daar de klemtoon in meerlettergrepige bastaardwoorden zelden die van echt ,nederlandsche in kracht evenaart2 vergelijk b4v4 evangelie1 publicatie1 met overmoedig1 onderdanig4 ,ten gevolge van een en ander onderkent men oogenblikkelijk diameter1 circulatie1 evangelist enz4 als vreemde woorden4 #bbj4 ,ook nog op eene andere wijze openbaart zich niet zelden de vreemde herkomst en natuur der bastaardwoorden1 namelijk uit de onmogelijkheid om op ,nederlandsche wijze derivata te vormen4 ,wanneer men het deminutief-suffix uitzondert1 dat zelfs achter woorden der tweede klasse kan treden1 b4v4 in bureautje1 assessortje1 dan is men doorgaans genoodzaakt van de zoogenaamde bastaardachtervoegsels gebruik te maken4 ,tiran of tyran b4v4 levert niet op3 tyransch1 tyrannelijk1 tyranschap1 noch het werkwoord tyrannen1 maar tyranniek1 tyrannij1 tyranniseeren2 souverein niet souvereinschap1 maar souvereiniteit4 ,dikwijls komt daarbij de oudere1 minder sterk gewijzigde vorm weder te voorschijn2 b4v4 in apostolisch of apostoliek van apostel2 diaconie1 diaconaal van diaken2 of liever1 apostoliek1 diaconie1 diaconaal zijn niet afgeleid van apostel en diaken1 maar zijn de--onafhankelijk van apostel en diaken--overgenomen vreemde woorden apostolicus1 diaconia1 diaconalis2 gelijk systematisch en syntactisch niet in den boezem onzer taal gevormd zijn van systeem en syntaxe1 maar van de adjectieven systematicus1 syntacticus4 ,hetzelfde heeft plaats bij titulair1 commissaris1 commissionnair1 die niet van titel en commissie zijn gevormd4 ,zelfs woorden1 die men anders tot de eerste klasse zou brengen1 blijven op deze wijze van hunne vreemde herkomst getuigen2 b4v4 abt1 doordien het niet abdesse1 maar abdis1 lat4 abbatissa1 geeft2 fout door foutief2 klant door klandizie2 cirkel door circulatie en circulaire2 cel door cellulair2 cent zelfs door centesimaal1 terwijl het niet n ,nederlandsch derivaat heeft4 #bba4 ,de spelling der woorden1 die stellig tot de eerste klasse behooren1 levert weinig zwarigheden op4 ,die woorden worden beschouwd als genaturaliseerd1 als geheel verdietscht en met het volle burgerrecht begiftigd4 ,zij worden daarom nagenoeg algemeen als oorspronkelijke ,nederlandsche woorden geschreven4 ,niemand spelt thans meer caars1 caart1 cleur1 clooster1 coster1 coucen1 cruis1 groupe1 persic1 punct1 train1 troupe1 enz4 ,de ,redactie meent overeenkomstig dit gebruik als beginsel te moeten aannemen1 dat de ,nederlandsche spelling in al die woorden behoort gevolgd te worden1 ook in die1 waaromtrent de gevoelens min of meer verdeeld zijn4 ,zij schrijft derhalve sieren en singel met eene s1 en troon zonder h1 ofschoon sommigen nog aan cieren1 cieraad1 cingel en throon de voorkeur geven4 ,deze woorden toch worden geheel als ,nederlandsche behandeld en verbogen1 treden met echt ,nederlandsche in compositie en vormen derivata op ,nederlandsche wijze3 opsieren1 versieren1 sierplant1 sieraden1 sieradin 7gelijk kleinoodin1 dat echt ,nederlandsch is72 omsingelen2 onttronen1 hemeltroon1 troonopvolger1 enz4 #bbb4 ,de woorden cedel 7blijkens den ouderen vorm cedul het ,fransche cdule1 en niet naar het lat4 schedula gevormd71 ceder1 lat4 cedrus1 en cijns1 lat4 census1 geven bedenking1 of zij al of niet tot de eerste klasse moeten gebracht worden4 ,zij zijn volkomen ,nederlandsch van klank en hebben geene vreemd klinkende derivaten4 ,cedel wordt zelfs saamgetrokken tot cel1 en helpt gedenkcedel1 huurcel1 celmaker enz4 vormen2 ceder komt voor in cederachtig1 cederboom1 cederhout1 cijns in cijnsbaar1 cijnsplichtig2 alleen de c verraadt de vreemde herkomst4 ,volgens de ,analogie behooren die woorden derhalve tot de eerste klasse en zou de c door de s moeten worden vervangen4 ,hier staat echter tegenover1 dat zij steeds zonder uitzondering met c geschreven en daarom ook alleen onder dien vorm bekend zijn2 dat zelfs het zoo gewone cel altijd zijne c behouden heeft2 dat de cederboomen en het cederhout te weinig populair zijn om onder de veranderde vormen seder1 sederen1 sederhout terstond herkend te worden2 en dat cijns weinig meer wordt gebruikt1 maar een historisch woord is geworden1 dat dus een vasten vorm heeft aangenomen4 ,wanneer wij dat alles bedenken1 achten wij het niet raadzaam in strijd met het heerschende gebruik eene spelling te veranderen1 waaromtrent nooit verschil van gevoelen heeft bestaan1 om eene andere aan te nemen1 die door velen niet terstond begrepen zou worden4 ,wij beschouwen daarom de genoemde woorden als bastaardwoorden1 die door hunne spelling van hun vreemden oorsprong getuigenis geven1 en blijven schrijven3 cedel 7cel71 ceder1 cijns4 #bbc4 ,de spelling van de woorden der tweede klasse levert in het geheel geene bedenkingen op4 ,het ligt in den aard der zaak1 dat vreemde woorden1 die in de uitspraak geenerlei wijziging hebben ondergaan1 hunne oorspronkelijke spelling1 de zichtbare voorstelling hunner uitspraak1 onveranderd behooren te behouden4 #bbd4 ,veel grooter zijn de bezwaren1 verbonden aan het bepalen van de spelling der woorden1 die de derde klasse uitmaken4 ,daaromtrent toch zijn de gevoelens zoo verdeeld1 dat men bezwaarlijk volkomene overeenstemming tusschen twee schrijvers ontdekken zal4 ,wanneer men echter niet in bijzonderheden treedt1 dan kan men in het zoozeer verschillend gebruik twee hoofdrichtingen onderscheiden1 die1 van twee tegenovergestelde uitersten uitgaande1 nagenoeg lijnrecht tegen elkander inloopen4 ,men kan ze gevoeglijk de oudere en de nieuwere richting noemen4 #bbe4 ,de oudere dagteekent van #ahjd1 en heeft zich tot beginsel gesteld1 dat de bastaardwoorden over het algemeen hunne oorspronkelijke spelling behooren te behouden4 ,zij wil alleen de uitgangen overeenkomstig het ,nederlandsche spraakgebruik gewijzigd hebben1 en maakt geene uitzonderingen dan alleen ten opzichte van die woorden1 welke1 onder alle standen der maatschappij in gebruik1 door allen op ,nederlandsche wijze geschreven worden4 ,deze richting laat derhalve verschillende vreemde schrijfwijzen te midden van de inheemsche bestaan1 onderstelt in den lezer de kennis der vreemde spelling en uitspraak1 en duldt vele uitzonderingen2 doch deze zijn geene noodwendige uitvloeisels van het aangenomen beginsel1 maar worden alle door buitenliggende omstandigheden veroorzaakt4 #bbf4 ,de nieuwere richting1 nagenoeg veertig jaren jonger1 heeft zich ten doel gesteld de spelling der vreemde woonden zoodanig in te richten1 dat de ,nederlander de kennis der vreemde taal voor de juiste uitspraak ontberen kan4 ,zij gaat kennelijk uit van de onderstelling1 dat men alleen dan recht heeft een vreemd woord te bezigen1 wanneer het geschikt is om z geschreven te worden1 dat de lezende ,nederlander1 toegerust met de kennis van de spelling en uitspraak zijner eigene taal1 aan de doode letter de levende uitspraak kan teruggeven en zich de beteekenis herinneren4 ,ook deze richting heeft hare uitzonderingen1 vermits wij een aantal vreemde woorden bezigen1 wier klank niet kan worden afgebeeld1 indien men onze letters uitsluitend op ,nederlandsche wijze wil uitspreken1 terwijl een aantal andere in ,nederlandsch gewaad gestoken volstrekt onherkenbaar zouden zijn4 ,deze uitzonderingen vloeien uit het aangenomen beginsel zelf voort1 hetwelk dus niet vol te houden is2 daarentegen worden de uitzonderingen op de oudere richting regelmatige toepassingen van het hier aangenomen beginsel4 #bbg4 ,beide richtingen hebben hare voor- en nadeelen1 die de ,redactie1 genoodzaakt eene keus te doen1 onderling heeft te vergelijken en aan de algemeene spellingbeginselen1 in de ,eerste ,afdeeling ontvouwd1 te toetsen4 #bbh4 ,de oudere richting beveelt zich door de volgende voordeelen aan3 #a7 ,de spelling der vreemde woorden en bastaardwoorden behoeft niet gezocht en eerst door nieuwe1 afzonderlijke regels bepaald te worden4 ,zij is gegeven3 wat het hoofddeel der woorden aangaat1 door de vreemde spelling2 wat de uitgangen betreft1 door de gewone ,nederlandsche spelregels4 #b7 ,de spelling stelt uit haren aard de ware uitspraak getrouw voor4 ,men kent deze f onmiddellijk door het beoefenen der vreemde taal1 waaruit het woord ontleend is1 f bij overlevering van anderen die haar kennen4 ,de vreemde taal en de vreemde spelling zijn en blijven dus altijd de kenbronnen der uitspraak4 ,de vreemde spelling stelt natuurlijk steeds de juiste uitspraak voor1 hetgeen de ,nederlandsche in vele gevallen slechts zeer gebrekkig kan doen2 de ware uitspraak van sherry1 chocolade1 machine1 genie1 ingenieur1 sergeant1 patrouilleeren1 compagnon1 wordt slechts onjuist en eenigszins plomp door sjerrie1 sjokolade1 masjine1 zjenie1 inzjenieur1 serzjant1 patroeljeeren1 kompanjon of kompanion afgebeeld4 ,zelfs onze oe schijnt te lang en te zwaar voor de ,fransche ou1 in gouverneur en souverein4 #c7 ,de oorspronkelijke spelling blijft wijzen op de etymologie der woorden4 ,zij verscheurt den band niet1 die het woord verbindt met zijne verwanten in de oorspronkelijke taal1 waarin het is ontstaan en zijne beteekenis heeft gekregen1 en waarin het eigenlijk leeft4 ,zij behoudt dus al de voordeelen1 die eene verwijzing op de etymologie kan opleveren voor allen1 die de vreemde taal verstaan2 en dezen maken de meerderheid uit dergenen1 die zich het meest van vreemde woorden en bastaardwoorden bedienen4 #d7 ,die richting brengt uit zich zelve geene uitzonderingen mede2 de bestaande zijn gevolgen van het ,gebruik1 van oorzaken buiten het stelsel zelf gelegen4 ,zij kan dus met het volste recht gezegd worden van een beginsel uit te gaan1 dat1 op zich zelf genomen1 consequent zou kunnen toegepast worden4 #bbi4 ,de voordeelen aan de nieuwere richting1 aan het spellen op meer ,nederlandsche wijze1 verbonden1 zijn de volgende3 #a7 ,daardoor wordt het uitspreken en spellen van een aantal woorden voor den minkundige1 die de vreemde taal niet kent1 gemakkelijk gemaakt4 ,althans de meeste woorden uit de doode talen1 uit het ,grieksch en ,latijn1 ontleend1 kunnen door de ,nederlandsche spelling z worden voorgesteld1 als de ,nederlander gewoon is ze uit te spreken4 #b7 ,daardoor wordt in vele gevallen het contrast opgeheven tusschen de ,nederlandsche en de vreemde spelling1 die niet zelden in hetzelfde woord vereenigd aangetroffen worden3 een contrast1 dat op zich zelf geen nut heeft1 en dus tegen den goeden smaak schijnt aan te druischen1 dewijl het de eenheid en regelmatigheid verbreekt4 #c7 ,wanneer vreemde woorden op ,nederlandsche wijze worden geschreven1 bekomen zij een meer ,nederlandsch voorkomen en worden eenigermate in de taal ingelijfd4 #d7 ,de uitzonderingen op de toepassing van het beginsel der oudere richting vallen dan in den regel1 houden op uitzonderingen te zijn4 ,daardoor is de nieuwere richting ontslagen van de moeilijke taak om naar de redenen te zoeken welke die uitzonderingen wettigen1 en den regel te bepalen waarvan zij afhangen4 #bcj4 ,wanneer de ,redactie de voordeelen der beide richtingen vergelijkt en aan de beginselen eener gezonde orthographie toetst1 dan kan zij niet aarzelen aan de oudere de voorkeur te geven2 vooral wanneer zij bedenkt1 dat alles1 wat voor deze richting pleit1 een bezwaar tegen de andere uitmaakt4 ,de oudere toch is in overeenstemming met de beide groote spellingbeginselen1 die in onze taal meer dan in eenige andere worden gehuldigd en op prijs gesteld3 juiste voorstelling der uitspraak en verwijzing op de etymologie en de verwante woorden4 ,de nieuwere verloochent het laatste als het ware uit principe1 en is niet in staat aan het eerste te voldoen4 ,daar een aantal klanken in de vreemde woorden1 uit levende talen genomen1 niet dan plomp en onvolkomen op ,nederlandsche wijze kunnen voorgesteld worden1 is het nieuwere stelsel van nature en reeds a priori gebrekkig1 brengt het een aantal gebreken met zich1 die het in vele gevallen buiten staat stellen het beoogde doel te bereiken4 ,daar de spelling op ,nederlandsche wijze uit haren aard de verwijzing op de etymologie verwaarloost1 versmaadt zij roekeloos een krachtig hulpmiddel ter bevordering der duidelijkheid2 terwijl zij omgekeerd den minkundige bij het eene of andere bastaardwoord niet zelden geheel ten onrechte aan eene verwantschap met ,nederlandsche woorden doet denken1 waardoor het rechte verstand van het woord voor hem belemmerd wordt4 ,het woord compascuum b4v4 is zeker voor den onkundige onverstaanbaar2 de latinist echter begrijpt het terstond2 doch deze zal zich wel eenige oogenblikken moeten bezinnen1 wanneer hij kompaskum geschreven vindt4 ,de onkundige begrijpt het woord onder deze spelling evenmin1 maar maakt zich nu een geheel verkeerd1 duister begrip1 dewijl hij natuurlijk aan iets denkt1 dat op een kompas betrekking heeft4 ,zal dit vooroordeel hem niet in den weg staan1 als hij uit het verband van den zin de beteekenis van het hem onbekende vreemde woord tracht op te maken8 ,zal het hem bij diftong1 vokaal1 instinkt1 dialekt1 longroem 7eng4 longroom7 enz4 beter gaan8 ,de nieuwere richting berooft zich zelve ook van het voordeel1 om gelijkluidende of schijnbaar gelijkluidende woorden door de spelling te onderscheiden1 b4v4 korporaal en corporaal 7altaardoek71 dokter en doctor1 kann en cnon1 enz4 #bca4 ,de oudere richting vindt hare spelling zoogoed als gegeven3 de nieuwere moet de hare nog vaststellen en kan daarbij dikwijls niet anders dan willekeurig te werk gaan4 ,de schrijvers1 die der laatste toegedaan zijn1 handelen dan ook geenszins eenparig2 men vindt geschreven3 kompanjon1 kompagnon en kompanion2 konzekwent1 konsekwent en konsequent2 kurzief en kursief1 enz4 ,hoe moet het zijn8 ,wie en wat zal hier beslissen8 ,van de oplossing van deze en dergelijke vragen is de oudere richting ontslagen2 zij weet1 dat het ,fransch en ,latijn de schrijfwijzen3 compagnon1 consequent1 consonant1 cursief enz4 vorderen4 #bcb4 ,de voordeelen der nieuwere richting zijn meer denkbeeldig dan wezenlijk4 ,het eerstgenoemde punt blijkt1 bij eene nadere beschouwing1 veeleer op last dan op gemak uit te loopen4 ,zij1 ten wier behoeve de meer ,nederlandsche spelling zou moeten strekken1 worden er niet door gebaat2 voor de anderen1 die er geene behoefte aan hebben1 is zij een groot bezwaar4 ,kon en wilde men alle vreemde woorden volgens de gewone regels der ,nederlandsche spelling behandelen1 dan zou zulks zeker in zooverre verkieslijk zijn1 dat de kennis der vreemde talen kon ontbeerd worden4 ,wij hebben echter boven gezien1 dat er een aantal gevallen bestaan1 waarin de uitspraak niet door ,nederlandsche letters kan voorgesteld worden4 ,doch1 wat meer zegt1 zelfs de sterkste voorstanders der nieuwere richting zijn niet gezind de ,nederlandsche spelregels geheel en al toe te passen1 zelfs niet in vele gevallen1 waarin dit zeer goed mogelijk zou zijn4 ,en te recht1 want vele woorden zouden dan een al te vreemd en zonderling voorkomen krijgen4 ,niemand heeft nog willen schrijven3 tema1 tee1 teorie1 ekzamineeren1 eksekuutsie1 suksessie1 okkazie1 publiseeren1 publikaatsie1 konsinsie1 inkwizietsie1 sistema1 higrometer1 sienisch 7voor cynisch71 scheptisch 7voor sceptisch71 tietel1 artiekel1 viziete1 sieter 7voor citer71 kado1 buro1 odekolonje1 soepjee 7voor souspied7 enz41 ofschoon die schrijfwijzen door onze spelregels zouden gevorderd worden en de vreemde uitspraak vrij goed vertegenwoordigen4 ,de geheele vervorming1 die men verlangt1 komt hoofdzakelijk hierop neder1 dat men de ph door f2 de c1 als zij den keelklank heeft1 door k2 en de s1 wanneer zij zacht luidt1 door z wil vervangen hebben2 b4v4 in filozoof1 fyzika1 konzonant enz4 ,over de vervanging van qu en de ,fransche ou door kw en oe blijken de gevoelens verdeeld te zijn2 en slechts zeer enkelen schrijven -nion en -nie in de plaats van -gnon en -gnie4 ,daarentegen wil men over het algemeen de th en y in ,grieksche woorden2 de x2 de enkele i1 ook ter voorstelling van den i-klank in lettergrepen met den vollen klemtoon2 en de c ter aanduiding van den sisklank behouden hebben1 op grond1 dat genoemde letters evengoed als de t1 i1 ks en s tot het ,nederlandsche alphabet behooren4 ,die gewenschte vervorming blijft dus in elk geval zeer beperkt1 laat in een aantal woorden den vreemden vorm bestaan1 en handelt bovendien inconsequent4 ,de th is immers evenzeer vreemd als de ph4 ,men zegge toch niet3 de th is eene ,nederlandsche letter1 gelijk blijkt uit thans en althans1 terwijl de ph in geen enkel ,nederlandsch woord voorkomt4 ,men bedriegt zich dan ten opzichte der eerstgenoemde4 ,in de geheel exceptioneele woorden thans en althans1 uit te hande en al te hande1 heeft men de gewone t van te en de stom geworden h van hand1 terwijl de th in theorie en de ph in physica beide vertegenwoordigers zijn van de enkelvoudige ,grieksche letters th en f4 ,beide staan dus op ne lijn2 de th is niet meer ,nederlandsch dan de ph4--,indien de c werkelijk evenzeer ,nederlandsch is als de k en s1 dan bestaat er ook geene reden om haar te weren uit woorden als consonant en logica1 waar zij als k luidt4 ,stelt men het omgekeerde1 beschouwt men haar als vreemd1 dan moet zij ook als sisklank verworpen worden uit koncert en citroen2 en wil men haar slechts nen klank1 dien van s1 toestaan1 dan zou men ook akcent1 akces1 akcident1 sukces moeten schrijven1 wat te recht niemand verlangt4 ,bij die gedeeltelijke vervorming blijft steeds eenige kennis van vreemde talen noodzakelijk4 ,de minkundige zal altijd moeten weten1 dat artikel1 titel1 visite en machine uit den vreemde zijn overgenomen2 dat in het ,grieksch thermometer met th1 hypotenusa met t1 synode met y en citer met i geschreven wordt1 wil hij geen gevaar loopen artiekel1 tietel1 viziete1 masjiene1 termometer1 hipothenuza1 sinode1 sieter te spellen4 #bcc4 ,uit het aangevoerde blijkt duidelijk genoeg1 dat het der nieuwere richting aan een consequent toepasbaar beginsel ontbreekt1 en dat de onkundige er volstrekt niet door geholpen wordt4 ,doch1 wat erger is1 zij noodzaakt de ,nederlandsche grammatica een aantal ingewikkelde spelregels te ontwerpen1 die het verschillend gebruik van de ,nederlandsche letters c en s1 i1 ie en y1 th en t1 qu en kw bepalen4 ,deze zou rekenschap moeten geven1 waarom zij nu eens c1 dan s2 nu i1 dan ie of y2 nu th of qu1 dan t of kw wilde geschreven hebben4 ,die regels zouden dan ten laatste toch wijzen op het verschil in den oorsprong der woorden1 op het onderscheid tusschen in- en uitheemsch1 en alle zouden eenige kennis der vreemde talen onderstellen4 ,de spelling kategorie1 ethika1 filozofie en fyzika vereischt evenzeer bekendheid met het ,grieksche taaleigen1 of het zoeken in een woordenboek1 als die van categorie1 ethica1 philosophie en physica4 ,het schijnbare gemak blijkt dus inderdaad een last te zijn4 ,de minkundigen1 die zich bijna niet bedienen van vreemde woorden1 welker spelling niet geheel inheemsch is geworden1 zijn er niet mede gebaat2 terwijl zij1 die het meest van vreemde woorden gebruik maken en veelal de oorspronkelijke spelling kennen1 nu noodeloos bezwaard worden met het aanleeren van regels ter bepaling1 hoe en in welke gevallen de vreemde spelling moet gewijzigd worden4 #bcd4 ,het tweede der bovengenoemde voordeelen verplaatst ons op het gebied der ,aesthetica4 ,aan hare eischen zou inderdaad meer voldaan worden1 indien het contrast tusschen de inheemsche en de verschillende vreemde spellingen kon worden opgeheven1 omdat die tegenstellingen volstrekt geen nut hebben1 niet dienen om de verschillende schrijfwijzen wederzijds op te helderen of fraaier te doen uitkomen4 ,daar echter de vreemde spelling niet kan worden geweerd uit al die woorden1 waarin vreemde klanken voorkomen1 welke niet door het ,nederlandsche letterschrift kunnen vertegenwoordigd worden1 is het middel niet toereikend om de kwaal te genezen2 wl beschouwd1 verergert het haar veeleer4 ,immers nu ontstaat tusschen de in- en uitheemsche spelling eene derde1 eene bastaardspelling1 b4v4 in koncert1 koncentrisch1 konzequent4 ,doch1 wat meer zegt1 er wordt zoodoende een nieuw contrast geschapen tusschen de natuur en den vorm van het woord1 dat zeker niet schoon is1 en juist aan diegenen den grootsten aanstoot geeft1 die zich het meest van vreemde woorden bedienen4 ,over den smaak valt wel is waar weinig te twisten1 maar de ,aesthetica leert toch grondstellingen1 die door allen gereedelijk aangenomen worden4 ,het is boven allen twijfel verheven1 dat waarheid1 d4i4 hier overeenstemming tusschen uiterlijk en innerlijk1 eene noodwendige voorwaarde voor het schoone is4 ,eene kerk in den vorm van een woonhuis1 en een woonhuis in den vorm eener kerk1 knnen niet schoon zijn4 ,alleen wansmaak kon behagen scheppen in melkkannen1 die apen1 of in palmboomen1 die zwanen of pauwen voorstelden2 en een reukfleschje in den vorm van een beeldje1 al is dit ook nog zoo fraai gevormd1 is leelijk in het oog van ieder1 die slechts een weinig over het wezen der schoonheid heeft nagedacht4 ,evenzeer strijdig met den goeden smaak is het spellen op ,nederlandsche wijze van woorden1 die door hun klank en vorm beide protesteeren tegen het kleed1 dat men hun heeft aangetrokken en dat hun niet past1 omdat het niet voor hen gemaakt is4 ,er ligt1 wl beschouwd1 iets plomps in de spelling koncert of konsert1 filozoof1 fyzikus1 konsequent of konzekwent1 ekwipaadje1 kwantiteit1 enz41 hetwelk den beschaafde en geletterde ergert1 zoolang zijn oog niet aan het zien van zulke smakelooze schrijfwijzen gewend is4 ,dit is dan ook wel eene der voornaamste redenen1 waarom dit stelsel nooit meer dan enkele voorstanders gevonden heeft4 #bce4 ,ook het derde der gewaande voordeelen komt bij eenig nadenken op zeer weinig uit4 ,welk nut kan er gelegen zijn in het geven van een meer ,nederlandsch voorkomen aan een vreemd woord1 hetwelk zijne afkomst blijft verraden8 ,wanneer klank en samenstelling uitheemsch zijn1 kan de spelling daaraan niets veranderen4 ,de ,latijnsche praefixen prae- en con- of com- worden geene ,nederlandsche voorvoegsels1 wanneer men prepozitie1 preseptor1 konditie1 kompozitie met e en k schrijft4 ,apoteoze1 analieze1 fizionomie1 mizantroop1 zofema1 ekwipaadje1 epolet1 cad1 plat enz41 zijn bedorven en nauwlijks verstaanbaar ,grieksch en ,fransch1 maar geen grein meer ,nederlandsch dan apotheose1 analyse1 physionomie1 misanthroop1 sophema1 equipage1 epaulet1 cadeau1 plateau enz4 ,de eenige beteekenis1 die men aan die inheemsche inkleeding hechten kan1 bestaat hierin1 dat zij een blijk is1 dat het woord veel door ,nederlanders wordt gebruikt4 ,doch welk nut is in dat vertoon gelegen8 ,zal de schrijver er door willen te kennen geven1 dat hij zich gerechtigd acht het woord te bezigen8 ,wil hij daarmede den lezer het paspoort laten zien1 opdat deze den bastaard ongehinderd late voorbijgaan8 ,aangenomen1 dat dit eenig practisch nut had1 wie zal dan nog bepalen1 of een woord lang en algemeen genoeg in gebruik is geweest om dat gedeeltelijke burgerrecht deelachtig te worden8 ,wat zal bij de beoordeeling de maatstaf zijn8 ,uiterlijke kenteekenen ontbreken hier4 ,geheel vreemde woorden1 die volstrekt geene verandering ondergaan hebben en die niemand zou willen verdietschen1 vereenigen zich in samenstelling met echt ,nederlandsche1 als in successierechten1 epauletknoop1 verjaarcadeau enz41 en nemen zelfs ,nederlandsche voor- en achtervoegsels aan1 b4v4 onsystematisch1 cadeautje1 geanalyseerd1 enz4 ,compositie en derivatie met ,nederlandsche woorden en affixen rechtigen derhalve niet tot eene geheel ,nederlandsche spelling4 #bcf4 ,het geven van een ,nederlandsch voorkomen aan vreemde woorden is eene mystificatie1 die1 niet slechts uit een theoretisch maar ook uit een practisch oogpunt bezien1 te veroordeelen is en blijft4 ,het spreekt wel vanzelf1 dat de grammatica1 die de natuur zoowel als het gebruik der woorden wil kennen1 theoretisch eene spelling moet afkeuren1 die de afkomst en niet zelden ook de beteekenis der woorden verduistert4 ,maar ook van het practisch standpunt beschouwd1 verdient de vreemde spelling de voorkeur4 ,deze waarschuwt den minkundige1 dat hij geene pogingen behoeft aan te wenden om het vreemd gespelde woord uit zijne moedertaal te verklaren1 en snijdt tevens zooveel mogelijk alle zinspeling op minder kiesche zaken af1 die soms door eene veranderde schrijfwijze wordt uitgelokt1 en waartoe onze mindere stand wel eenigszins geneigd is4 #bcg4 ,eindelijk het voordeel1 daarin gelegen1 dat de uitzonderingen op de oudere richting in de nieuwere regelmatigheden zijn1 wordt theoretisch en practisch meer dan opgewogen door de uitzonderingen op de laatstgenoemde4 ,immers de eerste hebben haar bestaan alleen te danken aan het ,gebruik1 maar vloeien niet uit het aangenomen beginsel zelf voort4 ,de nieuwere richting daarentegen is met talrijke uitzonderingen geboren2 en deze noodwendige worden nog grootelijks vermeerderd door het aantal gevallen1 waarin men het beginsel zou kunnen toepassen1 maar niet toepassen wil1 om de al te zonderlinge en onverstaanbare vormen1 die eene volstrekte consequentie zou opleveren4 #bch4 ,wanneer men dit alles wl overweegt1 kan men bij de keuze tusschen de twee richtingen niet verlegen staan4 ,ongetwijfeld moet men die spelling verkiezen1 die als het ware gegeven is en in gereedheid ligt1 en die getrouw blijft aan de twee groote spellingbeginselen1 welke het ,nederlandsch bij het schrijven zijner eigene woorden huldigt1 boven de andere1 welke die beginselen1 deels uit noodzaak1 deels uit principe1 verzaakt1 de uitspraak niet zelden onjuist afbeeldt1 de etymologie verloochent1 en strijdig is met den goeden smaak3 eene spelling1 die niet is gegeven1 maar volgens willekeurig aan te nemen beginselen nog moet worden bepaald en vastgesteld1 en die daarbij uit zich zelve genoodzaakt is een aantal uitzonderingen toe te laten4 #bci4 ,de ,redactie ziet echter geenszins de groote bezwaren voorbij1 die ook op den weg der oudere richting gelegen zijn4 ,deze is wel niet uit zich zelve genoodzaakt uitzonderingen te maken1 maar wordt door het ,gebruik gedwongen er een aantal te erkennen4 ,immers1 het zou eene vruchtelooze poging zijn1 indien men in woorden als kwartier1 kapitaal1 kazerne1 kompas en dergelijke de oorspronkelijke spelling trachtte te herstellen4 ,intusschen is het nog niemand gelukt de grenslijn te trekken1 waar de vreemde spelling ophoudt en de ,nederlandsche begint4 ,bij eenig nadenken wordt het dan ook duidelijk1 dat die grens uit den aard der zaak niet te trekken is2 of1 om duidelijker te spreken1 er zijn een aantal vreemde woorden in gebruik1 waarvan het ondoenlijk is1 op redelijke gronden en in consequente overeenstemming met andere dergelijke1 te bepalen aan welke zijde der linie zij zich bevinden4 ,men wordt van de waarheid hiervan overtuigd1 wanneer men bedenkt1 dat er woorden zijn1 die1 niet slechts door verschillende personen1 maar zelfs door een en denzelfden persoon1 naar gelang der omstandigheden1 verschillend worden uitgesproken4 ,hoe zou er in de spelling vastheid en gelijkmatigheid kunnen bestaan1 waar de uitspraak wankel en veranderlijk is8 ,een paar voorbeelden zullen toereikend zijn1 om den lezer verscheidene andere te herinneren4 ,een beschaafd man zal in gezelschap spreken van keurig geslepene karaffen2 maar als hij een glas water verlangt1 zegt hij zonder bezwaar tot den knecht3 geef mij de kraf eens aan6 ,hij zal u op de sociteit vragen3 hebt gij dat bericht in de courant gelezen8 en als gij ontkennend antwoordt1 roept hij terstond om de krant4 ,in een wetenschappelijk congres spreekt men over de beste wijze om cichorei te telen1 maar in een winkel bestelt men suikerij4 ,doch vooral bestaat zulk een verschil in de uitspraak derzelfde woorden bij lieden van verschillende beschaving4 ,een vischwijf1 met haars gelijke in krakeel1 zal deze een kanalje1 een karonje1 en hare woning een kavalje schelden2 de trotsche aristocraat ziet met minachting neder op het canaille en rapaille4 ,de brouwersknecht kent gijl1 de verver konzenielje2 de wetenschappelijke man spreekt van chijl en cochenille2 en zoo wisselt de uitspraak der vreemde woorden telkens af1 al naarmate de beschaving van den spreker of de eisch der omstandigheden medebrengt4 #bdj4 ,wanneer de uitspraak van dezelfde woorden van allerlei omstandigheden en inzonderheid van den smaak1 niet van de woorden zelve afhangt1 moet de spelling uit haren aard nog veel onzekerder zijn1 en zal de een aan de oorspronkelijke1 de ander aan eene meer ,nederlandsche de voorkeur geven1 zonder altijd redenen voor zijne schrijfwijze te kunnen aanvoeren4 ,de ,redactie1 van wie wel niet het onmogelijke kan gevergd worden1 erkent dan ook gaarne1 dat zij buiten machte is vaste regels te stellen1 die in ieder geval kunnen voldoen4 ,zij acht hare taak vervuld1 wanneer zij het grondbeginsel1 waarvan zij uitgaat1 zoo nauwkeurig mogelijk omschrijft1 en in het algemeen de richting bepaalt1 die zij bij de uitzonderingen meent te moeten volgen4 ,na rijpe overweging1 acht zij het grondbeginsel aldus te moeten formuleeren3 #bda4 ,bastaardwoorden1 ontleend uit talen1 die het ,latijnsche d4i4 hier hetzelfde als het ,nederlandsche #ab letterschrift bezigen1 worden op de oorspronkelijke wijze geschreven1 voor zooverre hunne uitspraak onveranderd is gebleven4 ,waar deze echter gewijzigd is1 en de oorspronkelijke spelling tot eene ongewone uitspraak aanleiding geven zou1 wordt de spelling in zooverre op ,nederlandsche wijze veranderd4 ,de wijziging der uitspraak heeft plaats #a7 aan het einde der woorden1 #b7 in het lichaam van het woord4 #bdb4 #a7 ,de wijziging aan het einde der woorden heeft meestal haren oorsprong te danken aan de noodzakelijkheid om de woorden op ,nederlandsche wijze te verbuigen4 ,zij bestaat doorgaans in het afkappen der laatste lettergreep1 ten gevolge waarvan dikwijls eene wijziging in de spelling der voorlaatste noodzakelijk wordt4 ,zoo is b4v4 praefix het ,lat4 praefixum1 evangelist het ,lat4 evangelista1 publicist het ,fransche publiciste1 trompet het ,fransche trompette4 ,daar de klinker in de voorlaatste lettergreep der genoemde vreemde woorden geene verandering in de uitspraak ondergaat1 blijven praefix1 evangelist1 publicist en trompet voor het overige onveranderd4 ,anders is het1 wanneer advocatus1 particula1 problema en publique de laatste syllabe verliezen2 de a en e moeten alsdan in advocaat en probleem noodwendig verdubbeld worden2 de u van particula gaat in de toonlooze e over1 en dit maakt weder de verandering van c in k noodzakelijk1 waardoor de vorm partikel ontstaat2 de uitgang -ique moet1 na afwerping zijner e1 bij ons -iek worden3 publiek4 ,in sommige woorden schijnt de verbastering van den uitgang niet op deze wijze verklaard te kunnen worden4 ,zoo laat de vorm sociteit zich schijnbaar evenmin van lat4 societas als van fr4 socit afleiden4 ,in zulke gevallen moet men niet uit het oog verliezen1 dat ,latijnsche woorden niet altijd in den nominatiefvorm zijn overgenomen1 maar dat dikwijls een verbogen naamval ten grondslag ligt4 ,dit heeft plaats bij sociteit1 majesteit1 sextant enz41 lat4 societas--societatis1 majestas--majestatis1 sextans--sextantis1 enz42 vanhier de t in deze en dergelijke woorden4 ,ook de meervouden tangenten1 secanten1 van tangens en secans1 zijn op die wijze te verklaren4 ,niet altijd echter is de laatste lettergreep van het vreemde woord afgeknot2 dikwijls is alleen de uitspraak veranderd4 ,zoo zijn b4v4 palais1 laquai1 souverain1 livre1 gnral1 profit1 in paleis1 lakei1 souverein1 livrei1 generaal1 profijt enz4 overgegaan4 ,door deze en dergelijke veranderingen zijn de bekende bastaarduitgangen -aal1 -aan1 -aat1 -ant1 -eel1 -eeren1 -eet1 -ent1 -et1 -ief1 -iek1 -iel1 -iet1 -ijn1 -ijt1 -oen1 -oor1 -uut en andere ontstaan1 die geheel op ,nederlandsche wijze behandeld worden4 ,alleen de uitgangen -air en -oir der ,fransche adjectieven behouden hunne vreemde ai en oi1 b4v4 in militair1 stationnair1 transitoir1 executoir enz4 ,ter voorkoming van misverstand zij aangemerkt1 dat hier gesproken wordt van uitgangen in het algemeen1 d4i4 van klanken waarop woorden uitgaan1 en niet van achtervoegsels 7suffixen71 d4i4 bepaalde uitgangen1 die achter bestaande woorden gevoegd worden om nieuwe woorden te vormen4 ,niet al de genoemde uitgangen zijn achtervoegsels1 of zijn het altijd4 ,zoo zijn -aat en -iet suffixen in optimaat en ,israliet1 maar niet in praecipitaat en chrysoliet4 ,een achtervoegsel -eet bestaat niet1 evenmin als -noom1 -anthroop of -troop achtervoegsels zijn2 vergelijk de aanmerking op #gg4 #bdc4 ,het bastaardachtervoegsel -aadje vereischt eene afzonderlijke overweging4 ,het is uit het ,fransch ontleend ten tijde dat -age 7,ital4 -aggio1 ,lat4 -aticum3 zie ,diez1 ,gramm4 der ,roman4 ,sprachen1 #b;de uitg41 ,d4 ,,ii1 bl4 #bhh vlg47 in die taal nog1 op ,italiaansche wijze1 als aadzje luidde4 ,die uitspraak heerschte toen ook bij ons1 maar kon slechts gebrekkig in ,nederlandsch schrift worden uitgedrukt2 vandaar de verschillende schrijfwijzen3 pelgrimaedse1 pelgrimagie1 pelgrimaedje4 ,thans1 nu wij in dat en alle dergelijke woorden1 evenmin als de ,franschen1 eene d laten hooren1 is de spelling pelgrimaadje1 stellaadje enz4 buiten alle verhouding met de uitspraak geraakt1 terwijl zij soms aanleiding geeft1 dat zoodanige woorden geheel letterlijk overeenkomstig hun vorm worden uitgesproken4 ,daar de uitspraak g als zj toch plaats vindt in de ,nederlandsche woorden genie1 logement1 gage1 gelei1 horloge enz41 en dus bij ons niet onbekend is1 en iedereen ook gewoon is college1 manege1 engagement1 menage1 courage1 courtage te schrijven1 bestaat er inderdaad geene overwegende reden1 om de zonderlinge spelling -aadje te behouden4 ,wij aarzelen daarom niet eene schrijfwijze te laten varen1 die eene geheel verouderde uitspraak tot grondslag heeft1 maar met de hedendaagsche in strijd is1 sinds lang velen tot aanstoot en ergernis heeft gestrekt1 en nooit consequent is toegepast4 ,wij meenen derhalve te moeten schrijven3 bagage1 lekkage1 pelgrimage1 slijtage1 stellage1 stoffage1 tuigage enz42 en evenzoo3 page4 ,z vervalt ook vanzelf de ongelijkheid in de spelling van passaadje en passagier enz4 #bdd4 #b7 ,veranderingen in het lichaam der woorden1 ter voorkoming eener ongewone uitspraak1 hebben bijna uitsluitend in ,fransche woorden plaats4 ,zij bestaan voornamelijk in het weglaten der accenten1 b4v4 in genie1 ingenieur1 fr4 gnie1 ingnieur1 waarin de ,fransche voor de toonlooze e heeft plaats gemaakt4 ,zoo is ook de uitspraak der ,fransche g in garnison1 guitare1 guide voor de gewone ,nederlandsche geweken4 ,daarom laat men de u in gitaar enz4 weg4 ,om gelijke reden schrijft men pleizier of plezier voor plaiser1 en seizoen voor saisoen1 dewijl de ai1 op ,fransche wijze uitgesproken1 in deze woorden niet meer in gebruik is4 #bde4 ,eene bijzondere aanmerking moet gemaakt worden betreffende de woorden1 die uit het ,grieksch ontleend zijn4 ,deze namelijk worden wel in de oorspronkelijke taal met een ander letterschrift geschreven1 doch dit is voor ons geheel onverschillig1 omdat de meeste dier woorden door het kanaal van het ,latijn tot onze kennis zijn gekomen en1 dienovereenkomstig1 op ,latijnsche wijze uitgesproken en gespeld worden4 ,wij zeggen niet3 hupoteinoeza1 sustema1 fuzik1 euangelion1 oikonomia1 ,makedonia1 ,kimoon1 ,platoon1 ,thrazuboelos1 ,aiguptos1 hetairen enz42 maar wij spreken die woorden uit1 overeenkomstig den vorm1 dien zij in het ,latijn bekomen3 hypotenusa1 systema1 physica1 evangelium 7of evangelie71 oeconomia 7of oeconomie71 ,macedoni1 ,cimon1 ,plato1 ,thrasybulus1 ,egypte 7of ,aegypte71 hetaeren enz4 ,eene consequente spelling op ,grieksche wijze is derhalve zoogoed als onmogelijk2 en deze wordt trouwens ook door niemand verlangd4 ,doch hoewel de ,latijnsche schrijfwijze als maatstaf en regel voor de ,grieksche beschouwd wordt1 maken sommigen eene uitzondering ten opzichte van de k en f1 die zij niet door de ,latijnsche c en ph1 maar door k en f teruggegeven willen hebben2 zij schrijven daarom theokratie1 fyzika of fysika1 filosofie of filozofie4 ,deze spelling1 uit welk oogpunt ook beschouwd1 is inconsequent en maakt noodeloos inbreuk op den--anders algemeenen--regel4 ,geschiedt zulks om de spelling meer met het ,grieksche spraakgebruik overeen te brengen1 dan wordt de f verkeerd aangewend1 dewijl f zoo ooit1 zeker niet te allen tijde de waarde van f gehad heeft4 ,is het om aan de woorden een meer ,nederlandsch voorkomen te geven1 waarom dan de th en de y ter uitdrukking van de th en y behouden1 terwijl de enkele t en i de gewone uitspraak dier letters even goed zouden voorstellen8 ,die spelling is dus inderdaad slechts eene nuttelooze en willekeurige afwijking van de regelmaat1 waarop men weder uitzonderingen zou moeten maken4 ,immers het bezigen van k1 waar het ,grieksch eene k heeft1 is niet vol te houden4 ,vele woorden1 welker uitspraak bij ons vaststaat1 eischen volstrekt de c1 als3 ,bucephalus1 ,centaur1 ,cepheus1 ,cerberus1 ,cilici1 ,cyprus1 ,cyrus1 ,macedoni enz4 ,in ,cekrops1 cykloop en andere zouden c en k om dezelfde letter te vertegenwoordigen naast elkander staan2 en wie zou ,bakchus of ,bakkhus willen schrijven8 ,en toch1 elke andere spelling3 ,bacchus of ,bachus1 ware dan eene nieuwe onregelmatigheid1 eene willekeurige uitzondering op eene uitzondering4--,evenmin laat de f zich consequent bezigen4 ,men zal toch aan ,sappho wel niet den ,hoogduitschachtigen vorm ,sapfo willen geven4 ,men verlangt de f voornamelijk om den wille der uitspraak4 ,nu is het wel niet te ontkennen1 dat ph1 waar men eene f moet laten hooren1 tot verkeerdheden aanleiding kan geven2 doch het is evenzeer waar1 dat het ,nederlandsch als grondbeginsel aangenomen heeft1 geen erkenden spelregel1 waartoe ook die der ,analogie behoort1 te verzaken1 alleen om eene verkeerde uitspraak te voorkomen #ac4 ,men kan bken als bekn1 bving als bevng1 voorkmen als vrkomen1 wderroepen als wederrpen1 verkomen als overkmen uitspreken2 dit is echter nooit als eene afdoende reden beschouwd1 om die woorden te spellen op eene wijze1 die met geldige regels in strijd is2 b4v4 niet beeken1 beeving1 voorkoomen enz4 ,men zou dus niet gerechtvaardigd zijn1 indien men op den algemeen uitvoerbaren regel3 ,grieksche woorden volgen de ,latijnsche spelling1 alleen om den wille eener mogelijke verkeerde uitspraak uitzonderingen ging maken4 ,indien men zich zulks veroorloofde ten opzichte der ph1 men zou het ook in andere gevallen als beginsel moeten erkennen2 en waar zou dat heen8 ,wie zich ergert aan de uitspraak catalgus1 deon1 spctator1 eene wanspraak veel algemeener dan potografie en pizika1 zou met hetzelfde recht cataalogus1 odeeon1 spectaator enz4 kunnen eischen3 spellingen1 die wel niemand verlangt1 en die ook niet fraai zouden zijn1 maar zeker den lof van consequentie zouden verdienen4 ,de ,redactie kan dan ook geene enkele geldige reden bedenken1 om ten aanzien der twee genoemde letters anders te handelen1 dan zij in de overige gevallen genoodzaakt is te doen4 ,zij meent derhalve den regel3 ,grieksche woorden worden op ,latijnsche wijze gespeld1 consequent te moeten volgen1 en schrijft dus ook3 academie1 theocratie1 physica1 orthographie1 philosophie enz4 #bdf4 ,de uit het ,grieksch ontleende bastaardwoorden zijn1 wat de uitgangen betreft1 aan denzelfden regel als de overige onderworpen2 zie #bdb4 ,zoo schrijve men3 biograaf1 photograaf1 telegraaf1 telescoop1 philanthroop1 philosoof1 basilisk1 apocrief1 acustiek1 cliniek1 diptiek1 synoniem1 proseliet1 apostel1 diaken1 scaphander enz4 ,het zou inconsequent1 onregelmatig en zelfs onnatuurlijk zijn1 indien men de eindlettergrepen1 die ten gevolge van het afvallen der ,grieksche of ,grieksch-,latijnsche uitgangen eene wijziging in de spelling moeten ondergaan1 en daarmede aan de ,nederlandsche spellingwetten worden onderworpen1 nog gedeeltelijk op ,grieksche wijze schreef4 ,wanneer men van basiliscus -us of -os afsnijdt1 moet de c in het meervoud basilisken natuurlijk in k veranderen2 het enkelvoud wil dan1 volgens den erkenden regel1 ook de k in basilisk4 ,trouwens niemand schrijft basilisc1 evenmin als grotesq1 naar fr4 grotesque1 of grottesc1 naar ital4 grottesco4 ,is die onderwerping aan de ,nederlandsche spelregels in sommige gevallen onvermijdelijk1 dan eischt de ,analogie haar ook in die gevallen1 waar twijfel schijnt te bestaan4 ,hiertoe behooren de woorden op -aaf1 -ief- en -oof1 als geograaf1 telegraaf1 apocrief1 philosoof enz4 ,de ,grieksch-,latijnsche woorden geographus1 apocryphus en philosophus1 na afwerping van -us3 geograph1 apocryph en philosoph1 eischen de verdubbeling der a en o1 en de verandering van de niet verdubbelbare y in ie2 dus geograaf1 apocrief en philosoof1 of geograaph1 apocrieph1 philosooph4 ,die dubbele a en o en de ie zijn vreemd aan het ,grieksche en ,latijnsche taaleigen1 maar zijn geheel ,nederlandsch2 de tweede a en o valt zelfs in het meervoud1 op ,nederlandsche wijze1 weder uit4 ,een en ander bewijst1 dat die uitgangen als ,nederlandsch beschouwd moeten worden4 ,de vreemde ph nu maakt1 vooral in verbogen vormen1 als geographen1 apocriephe1 eene vreemde vertooning1 omdat zij in strijd is met de letters1 waartusschen zij staat4 ,hare vervanging door f is derhalve even natuurlijk als consequent1 en is tevens in overeenstemming met het ,gebruik1 dat kennelijk aan geografen1 apocriefe enz4 boven geographen en apocriephe de voorkeur geeft4 ,ook is zij in volmaakte overeenstemming met de vervanging van th door t in aroliet1 chrysoliet enz41 lat4-gr4 arolithus1 chrysolithus1 waarin het ,gebruik1 klaarblijkelijk om dezelfde redenen1 geene th achter de ie wil4--,triumf of triomf1 lat4 triumphus1 en nimf1 lat4 nympha1 hebben1 als dichterlijke woorden1 reeds om eene andere reden eene f2 zie #bea4 ,in biographie1 ethnographie1 philosophie enz4 echter zijn de lettergrepen graph en soph onaangetast gebleven1 en bevindt de ph zich niet tusschen bepaaldelijk ,nederlandsche letters2 hier bestaat dus geene reden voor het bezigen der f4 ,geographie enz4 is niet gevormd van ndl4 geograaf1 evenmin als diaconie en apostolisch van ndl4 diaken en apostel2 maar het is eene verbastering van het lat4-gr4 geographia1 gelijk diaconie en apostolisch van diaconia en apostolicus4 ,geografie enz4 te schrijven omdat geograaf eene f heeft1 zou even onnatuurlijk zijn1 als wanneer men lietograaf 7uit lithographns7 met ie wilde schrijven1 omdat lat4-gr4 lithus in aroliet en chrysoliet in -liet verandert4 #bdg4 ,eene afzonderlijke beschouwing eischt de spelling van het woord telegrafist1 dat zich in een geheel ander geval bevindt dan geographie en dergelijke4 ,het is niet gevormd van een ,grieksch woord telegraphistes1 gelijk evangelist van euangelistes2 de naam zou moeten zijn telegraaf1 gelijk bibliograaf1 biograaf1 ethnograaf1 geograaf1 historiograaf1 stenograaf1 tachygraaf enz4 ,daar telegraaf echter reeds als de benaming van het werktuig of de inrichting gebezigd werd1 en men derhalve voor de personen1 aan zulk eene inrichting verbonden1 een anderen vorm noodig had1 heeft men1 strijdig met het ,grieksche taaleigen1 het woord telegrafist gevormd1 dat in zooverre als ,nederlandsch kan worden beschouwd1 omdat wij met het achtervoegsel -ist ook van ,nederlandsche woorden persoonsnamen maken1 b4v4 bloemist1 fluitist1 orgelist1 klokkenist4 ,de vorm telegrafist is trouwens ook de gebruikelijke4 #bdh4 ,de spelling geographie enz4 beslist insgelijks de keuze tusschen geographisch en geografisch enz4 ,bij geographische of biographische woordenboeken1 bij ethnographische verhandelingen en topographische kaarten denkt men aan de kennis1 uit die woordenboeken1 verhandelingen of kaarten te putten2 bij een stenographisch bericht en een photographisch portret aan datgene1 dat stenographie en photographie heet3 de schrijver of kunstenaar1 de geograaf of photograaf1 komt daarbij wel niet in aanmerking1 staat ten minste ver op den achtergrond4 ,de hier bedoelde woorden zijn derhalve gevormd van de woorden biographie1 geographie enz41 gelijk historisch van historie komt2 zij moeten dus ongetwijfeld eene ph hebben4 ,wat telegraphisch betreft1 ofschoon dit1 blijkens de beteekenis1 niet van telegraphie1 maar van telegraaf is afgeleid1 is het toch gevormd in overeenstemming met de boven genoemde woorden4 ,het is dus niet raadzaam1 het in de spelling daarvan te scheiden4 ,de analogie eischt ook hier de ph4 #bdi4 ,bezaten wij een ww4 geographeeren1 het zou gevormd zijn van het ,grieksch gegrafe4 ,van dezelfde vorming zouden photographeeren1 lithographeeren enz4 wezen1 indien de daaraan beantwoordende vormen in het ,grieksch bestonden4 ,die woorden kunnen dus geacht worden onmiddellijk uit die taal overgenomen te zijn1 gelijk photographie1 lithographie enz4 om de analogie van geographie1 gr4 gegrafia4 ,de lettergreep graph blijft daarin insgelijks onveranderd4 ,hier bestaan dus dezelfde redenen voor het behoud der ph1 als bij geographie en andere op -phie1 weshalve photographeeren1 lithographeeren enz4 de regelmatige vormen zijn4 #bej4 ,na de opgave der grondbeginselen1 die de ,redactie bij het schrijven der bastaardwoorden voornemens is te volgen1 blijft haar nog overig de gevallen te omschrijven1 waarin zij meent1 dat het algemeen ,gebruik het spellen op ,nederlandsche wijze volstrekt vordert1 en die derhalve als onvermijdelijke uitzonderingen op de gegeven regels moeten beschouwd worden4 ,wanneer men de woorden der beide eerste klassen vergelijkt1 dan ziet men1 dat die1 welke begrippen uitdrukken1 die onder alle rangen en standen der maatschappij gangbaar zijn1 een geheel ,nederlandsch gewaad hebben aangenomen2 terwijl die1 welke hun vreemden vorm onveranderd hebben behouden1 slechts in hoogere standen1 in bijzondere kringen1 of door lieden van wetenschappelijke vorming gebruikt worden4 ,deze waarneming geeft het richtsnoer aan de hand1 dat bij het spellen der bastaardwoorden tot leiddraad strekken kan4 ,uitdrukkingen1 bepaaldelijk meer door hoogere standen gebezigd of betrekking hebbende op personen en verhoudingen1 tot die standen behoorende2 benamingen van voorwerpen van weelde2 termen1 uitsluitend gebruikelijk in wetenschappen1 of in kunsten en beroepen die eene wetenschappelijke voorbereiding vereischen1 worden geschreven overeenkomstig de boven opgegeven regels4 ,benamingen daarentegen van alledaagsche voorwerpen2 uitdrukkingen van denkbeelden1 onder alle standen gangbaar2 namen van zaken1 voorkomende in ambachten en beroepen1 door minkundigen uitgeoefend1 worden1 zooveel de uitspraak het toelaat1 op ,nederlandsche wijze geschreven4 ,wanneer men het ,gebruik gadeslaat1 ziet men1 dat het werkelijk doorgaans z handelt4 ,immers men schrijft meestal overeenkomstig de vreemde spelling3 dejeuneeren1 soupeeren1 incommodeeren1 receptie1 felicitatie1 discretie1 canap1 candelaber 7of candelabre71 lorgnet1 specerij1 vermicelli1 macaroni1 morilles1 philosophie1 physica1 logica1 categorie1 maonnerie1 loge1 concreet1 abstract1 scrupel1 lancet1 pincet1 bistouri1 crayon1 aquarel1 pose1 silhouet1 photographie1 tachygraaf enz42 daarentegen dukaat1 biljart1 biljet1 kapel1 kapelaan1 knaster1 kamfer1 kapitaal1 karakter1 karwats1 kwartier1 kazerne1 kasteel1 kastelein1 likeur1 ons 7gewicht71 kamperfoelie1 peterselie1 postiljon1 stukadoor1 kastrol1 karkas1 loods 7houten gebouw71 penseel1 vermiljoen1 traktaatje1 traktement enz4 ,met het oog op die onderscheiding schrijven wij advocaat evenzeer met eene c als procureur1 gelijk bij dit laatste woord gewoonlijk geschiedt4 ,die woorden toch duiden personen aan uit den aanzienlijken stand2 en reeds de goede smaak eischt die spelling in de combinatie3 ,n4,n41 ,advocaat en ,procureur4 #bea4 ,eene bijzondere opmerking moet hier gemaakt worden omtrent enkele woorden1 die wel tot eene hoogere klasse van denkbeelden behooren1 maar eene eigenaardige populariteit hebben verkregen door het veelvuldig gebruik in de pozie1 die uit haren aard afkeerig is van het gebruik van eigenlijk vreemde woorden1 als niet passende in den hoogeren stijl4 ,die woorden derhalve1 die in de potische taal voorgoed zijn aangenomen1 zijn daardoor vanzelf als ,nederlandsche gestempeld4 ,zoodanige zijn3 pozie of pozij zelf1 nimf1 porfier1 saffier1 zfir of zefir enz4 ,de analogie zou de vreemde spelling posie1 nymf1 porphier1 sapphier1 zephyr of zephier vereischen2 doch zij hebben van onze dichters het burgerrecht verkregen1 dat hun op de inheemsche spelling aanspraak geeft4 #beb4 ,tot de woorden1 aan het slot van #bej genoemd1 behooren ook die1 welke in onze taal hunne beteekenis gewijzigd hebben1 en daardoor inderdaad eigenlijk ,nederlandsch geworden zijn4 ,zoo wordt te recht veelal geschreven3 dokter 7voor geneesheer71 kommies 7voor beambte bij de belastingen1 fr4 douanier71 komedie 7voor schouwburg71 lokaal 7voor vertrek1 zaal71 spektakel enz42 ofschoon men daarnevens1 bij eene andere opvatting der woorden1 de echte spelling behoudt in doctor 7als wetenschappelijken titel ook in andere faculteiten71 commies 7voor ambtenaar aan een der ministerin of bij de posterijen1 fr4 commis71 comedie 7soort van drama71 locaal 7adjectief71 de ,spectator1 enz4 ,zoo schijnt het evenzeer raadzaam1 kritiek 7hachelijk7 te onderscheiden van critiek 7oordeelkunde7 en critisch 7oordeelkundig74 ,de onderscheiding moge bij den eersten aanblik eene spitsvondigheid schijnen--en in het gebruik wordt zij zeker tot dusverre niet in acht genomen--1 toch steunt zij op een wezenlijk beginsel en kan niet onverschillig zijn voor een schrijver1 die met oordeel te werk gaat1 en een gewijzigden woordvorm te recht aanmerkt als een geschikt middel om den lezer de wijziging van een begrip te doen opmerken4 #bec4 ,ten gevolge van den invloed1 dien het zoo uiteenloopend gebruik op de woorden oefent1 is er soms een verschil ontstaan tusschen de spelling der stamwoorden en hunne afleidsels2 b4v4 bij cnon 7regel71 canoniek en kanunnik2 klasse1 classis en classicaal2 krediet en credit2 koerier en courant2 konserf en conservatief2 lier en lyrisch2 klerk en clericaal2 sekuur en securiteit2 orgel 7organon7 en organist 7minder gewoon orgelist71 enz4 ,vergelijkt men deze en dergelijke verschillen in de spelling1 dan zal men daarin eene nieuwe bevestiging zien van den boven in #bej gestelden regel4 #bed4 ,eindelijk nog eene opmerking1 die bij het schrijven van enkele woorden in het oog moet gehouden worden4 ,wij bezigen eenige ,latijnsche bastaardwoorden1 die in dubbelen vorm in de taal bestaan1 maar op twee verschillende wijzen worden geschreven1 doordien de eene vorm onmiddellijk aan het ,latijn ontleend is1 terwijl de andere middellijk uit het ,fransch tot ons is gekomen4 ,in die gevallen is de ,latijnsche vorm de wetenschappelijke1 de ,fransche de gewone en dagelijksche4 ,hierop grondt zich het verschil in spelling van praesens en present1 van praeses en president1 van praeparaten en preparatieven1 van oeconomie en economie1 phoenix en feniks1 dioecese en diocese1 procurator en procureur1 secunde en seconde1 nummer en nommer1 fundament en fondement1 familie en famielje1 subject en sujet 7als in3 een slecht of gemeen sujet71 enz4 #bee4 ,dat wij bij wetenschappelijke benamingen aan de ,latijnsche en ,latijnsch-,grieksche vormen de voorkeur geven1 blijkt o4a4 ook daaruit1 dat wij1 overeenkomstig het oorspronkelijke ,grieksche woord chmeia1 in chemie eene e uitspreken en schrijven1 en niet eene i1 gelijk fr4 chimie zou medebrengen4 ,daarom schrijft de ,redactie acustiek met eene u en hypotenusa met eene t1 dewijl de regelmatige ,latijnsche vormen dier woorden 7acustica en hypotenusa7 die letters hebben4 ,de gewone spelling acoustiek steunt op de ,fransche schrijfwijze acoustique1 en hypothenusa op het voorheen gebruikelijke hypothnuse1 welke laatste spelling echter bepaald verkeerd was en dan ook later te recht door hypotnuse is vervangen4--,de niet geheel ongewone spelling autheur1 authoriteit en cathegorie1 voor auteur1 autoriteit of auctoriteit en categorie1 heeft volstrekt niets ter verontschuldiging1 evenmin als die van de eigennamen ,anthonius en ,margaretha1 voor ,antonius en ,margareta4 #bef4 ,ziedaar hetgeen de ,redactie1 na rijpe overweging1 gemeend heeft te moeten vaststellen voor de door haar te volgen spelling1 voor zooverre het ingewikkeld en veelbetwist vraagstuk der bastaardwoorden betreft4 ,zij vleit zich1 dat hare beschouwing den lezer de overtuiging zal hebben gegeven1 dat men aan den eenen kant ook hier een leidend beginsel kan volgen1 in overeenstemming met de algemeene gronden van taal en spelling2 maar aan de andere zijde1 dat voorschriften1 die alles tot in de minste bijzonderheden regelen1 hier even onbestaanbaar zijn als overal elders1 waar de beslissing van allerlei omstandigheden afhangt en derhalve1 in elk bijzonder geval1 alleen door oordeel en smaak kan worden bepaald4 ,over het verdeelen der woorden in lettergrepen4 #beg4 ,het leerstuk aangaande de verdeeling der woorden in lettergrepen geeft het antwoord op de vraag3 tot welke lettergreep moeten1 bij het afbreken van een woord1 de tusschenletters gerekend worden8 tot de voorgaande of tot de volgende lettergreep8 ,bij het beantwoorden dier vraag heeft men de vreemde woorden en bastaardwoorden van de echt ,nederlandsche af te zonderen1 en bij deze laatste weder onderscheid te maken tusschen verbogene1 afgeleide en samengestelde woorden4 a7 ,door tusschenletters worden hier verstaan alle medeklinkers1 die in eenig woord tusschen twee klinkers of tweeklanken staan4 ,beginletters noemen wij alle medeklinkers1 die zich aan het begin van een woord vr den eersten klinker of tweeklank bevinden2 sluitletters alle medeklinkers1 die aan het einde van een woord achter den laatsten klinker of tweeklank komen4 ,zoo zijn b4v4 de g in dagen1 de r en b in arbeid1 de r1 t en s in koortsen tusschenletters3 in strandt zijn s1 t en r begin-1 n1 d en t sluitletters4 b7 ,onder afgeleide woorden begrijpen wij hier ook de zoogenaamde middelwoorden1 ook wel onechte stammen geheeten1 d4i4 dezulke1 die door hunne voor- of achtervoegsels het voorkomen van afgeleide woorden hebben1 doch die niet van bekende grondwoorden gevormd zijn1 b4v4 gezond1 hagel e4a4 ,zij worden geheel als de overeenkomstige woorden van bekenden vorm behandeld en vereischen dus geene afzonderlijke regels2 trouwens1 zoodra hunne etymologie bekend wordt1 houden zij op middelwoorden te zijn en gaan zij in de klasse der afleidingen over4 #beh4 ,de scheiding der lettergrepen is geenszins iets willekeurigs1 maar hangt in iedere taal ten nauwste samen met hare eigenaardige uitspraak en spelling4 ,de ,redactie gaat daarbij te werk naar de volgende grondbeginselen1 die onze taal zelve aan de hand geeft3 #bei4 ,i4 ,wanneer in niet samengestelde woorden tusschen twee opeenvolgende lettergrepen slechts n medeklinker voorkomt1 dan behoort deze tot de volgende lettergreep2 b4v4 in dra-gen1 e-ten1 ho-pen1 u-ren1 za-lig1 wa-sem enz4 ,de taal zelve leert duidelijk1 dat zij z gescheiden wil hebben4 ,vooreerst door het uitstooten van ne a en u1 dikwijls ook van eene e en o1 wanneer deze in het onverbogene woord of het grondwoord verdubbeld zijn4 ,in het tegenovergestelde geval toch zou zij den dubbelen klinker eischen in draag-en1 eet-en1 hoop-en1 uur-en1 zaal-ig1 waas-em enz41 evenzeer als in draag1 eet1 hoop1 uur1 zaal1 waas1 waarin de tusschenletter als sluitletter voorkomt4--,vervolgens door de verdubbeling der tusschenletter in woorden als heb-ben1 had-den1 zon-nig1 ken-ner enz41 die onnoodig zou wezen1 indien in heb-en1 had-en1 zon-ig1 ken-er enz4 de enkele tusschenletter tot de eerste lettergreep behoorde4--,eindelijk door de verandering der uitspraak in dg--dgen1 bevl--bevlen1 slt--slten1 en door den overgang der f en s van woorden als brief1 buis1 lees1 lief enz4 in de v en z van brie-ven1 bui-zen1 le-zer1 lie-ve1 hetgeen bewijst1 dat zij als beginletters worden aangemerkt4 #bfj4 ,het is dus onloochenbaar1 dat het ,nederlandsch liever eene volgende lettergreep met een medeklinker begint dan eene voorafgaande daarmede te sluiten4--,de ingelaschte d in bevrij7d7en1 belij7d7en1 vlie7d7en1 wij7d7en1 na7d7er 7van na7 e4a42 de k in bijker en kooiker van bij en 7eenden7kooi2 de woorden weldoe7n7er1 opzie7n7er1 voorgan7g7er1 voorstan7d7er1 van doe-n1 zie-n1 gaa-n1 staa-n2 de flauwe j1 die in zee-en1 thee-en gehoord wordt2 de als j klinkende i in koei-en1 vlooi-en 7van koe en vloo71 bewijzen1 dat onze taal eene volgende lettergreep ongaarne met een klinker laat aanvangen2 terwijl daarentegen leiband1 scheikunde1 gelui1 zijweg1 van leiden1 scheiden1 luiden1 zijde2 leelijk van leed1 kwalijk van kwaad1 schielijk van schier toonen1 dat zij niet schroomt eene lettergreep open te laten4 #bfa4 ,,ii4 ,wanneer er twee opeenvolgende tusschenletters voorkomen in woorden1 die niet samengesteld zijn noch afgeleid door middel van een achtervoegsel1 dat gelijk -de1 -ste1 met een medeklinker begint1 dan behoort de eerste tusschenletter tot de voorgaande1 de tweede tot de volgende lettergreep2 b4v4 in bul-ten1 hel-den1 kas-ten1 mel-ken1 bul-tig4 ,dat de eerste medeklinker tot de voorgaande lettergreep behoort1 blijkt vooreerst uit de spelling naal-den1 paar-den1 vaar-dig1 huur-der enz4 met den dubbelen klinker1 die anders geheel overtollig zou wezen4 ,vervolgens uit de uitspraak van woorden als hnden1 hlden1 hnden1 hnden1 hlde2 en uit de verdubbeling der medeklinkers in kat-ten1 bel-len1 min-naar1 kop-pig enz41 welke in het tegenovergestelde geval geen doel zou treffen4 ,dat de tweede tusschenletter tot de volgende lettergreep gerekend wordt1 volgt reeds uit den vorigen regel 7,i71 en wordt nader bevestigd door den overgang der f en s tot v en z in woorden als kalf--kalven1 erf--erven1 baars--baarzen1 els--elzen1 zalf--zalven1 hals--halzen enz4 #bfb4 ,een twijfel is bij sommigen gerezen omtrent het afbreken der woorden met de tusschenletters ng4 ,de eigenaardige uitspraak van dezen klank deed den schijn ontstaan1 alsof ng slechts n enkele medeklinker was4 ,in wezenlijkheid echter is dit niet het geval4 ,de ng is1 blijkens haar oorsprong1 onloochenbaar de vereeniging van dezelfde gutturale n1 die in den-ken en zin-ken gehoord wordt1 met de g in haar oorspronkelijken klank 7d4i4 dien der ,friesche en ,fransche g1 als in grand1 guerre enz474 ,moge al de uitspraak allengs zijn gewijzigd1 zoodat de g bijna geheel verflauwd is en nauwelijks meer vernomen wordt1 dit kan toch geene voldoende reden zijn om de beide letters1 gelijk sommigen willen1 als eene eenheid te beschouwen en daarom bij het afbreken ongescheiden te laten4 ,stelde ng inderdaad een gewonen enkelvoudigen medeklinker voor1 men zou1 volgens regel ,i en #bfj1 ta-ngen1 ze-ngen1 to-ngen enz4 moeten schrijven4 ,doch dit wil niemand1 en het zou ook geheel strijdig zijn met den aard der taal4 ,in geen enkel woord treft men vr ng een helderen klinker aan1 gelijk de 1 in t-kel1 z-gel1 b-gen2 men vindt uitsluitend een kort afgebrokenen1 als in tk1 zg1 df4 ,dit bewijst onwedersprekelijk1 dat de voorgaande lettergrepen zonder uitzondering gesloten zijn1 dat wil zeggen1 op een medeklinker eindigen1 en steeds gesloten blijven1 ook wanneer de woorden verbuiging ondergaan1 zoodat de n en g niet beide tot de volgende lettergreep gebracht kunnen worden4 ,trouwens ng laat zich aan het begin eener lettergreep niet uitspreken1 wat bij de schrijfwijze ta-ngen enz4 ondersteld wordt4 ,schrijft men daarentegen ding-en1 dan zondigt men tegen het beginsel1 boven in #bfj omschreven1 dat in onze taal zoo duidelijk is uitgedrukt4 ,de beide schrijfwijzen1 di-ngen en ding-en1 zijn dus evenzeer te verwerpen4 ,alleen din-gen is met de afleiding en den aard van ons taaleigen in overeenstemming4 ,voor de uitspraak kan het geen bezwaar opleveren1 mits men den aard en de kracht der letters kenne2 en die kennis is bij alles1 wat spelling betreft1 een onmisbaar vereischte1 dat men recht heeft te onderstellen4 a7 ,vreest men nochtans door het scheiden der n en g 7han-gen7 de bekende verkeerde uitspraak in de hand te werken1 dan vermijde men in het schrift het afbreken der zoodanige woorden1 hetgeen zonder groot bezwaar geschieden kan4 ,vangen1 vanger1 brengen1 brenger zijn geen langer woorden dan langst1 vangst1 op-brengst1 waarbij geene scheiding mogelijk is4 b7 ,dezelfde opmerking geldt nog meer bij de woorden kachel1 echo1 richel1 tichel enz41 waarin niemand de regelmatige verdubbeling der ch wil1 ofschoon de eerste lettergreep als gesloten moet beschouwd worden4 ,men scheide bij deze woorden de lettergrepen liever niet2 dan bestaat er geen gevaar1 dat men de eerste verkeerd zal uitspreken4 ,de ch bij de eerste lettergreep te voegen en lach-en1 lich-aam af te breken1 is volgens regel ,i slechts een tweede vergrijp tegen ons taaleigen1 dat eigenlijk de spelling lach-chen enz4 zou eischen4 ,het zou eene nieuwe taalfout zijn1 aan eene bestaande toegevoegd4 #bfc4 ,,iii4 ,hetzelfde streven der taal1 waarop de ,regel der ,gelijkvormigheid 7 #di7 berust1 namelijk om de duidelijkheid te bevorderen door in afgeleide en samengestelde woorden den vorm der deelen zooveel doenlijk ongeschonden te bewaren1 openbaart zich ook bij de verdeeling der woorden in lettergrepen4 ,het duidelijkst ziet men zulks bij samenstellingen4 ,daarin toch blijft iedere letter in het woord1 waartoe zij behoort4 ,men scheidt aldus3 eer-ambt1 mein-eed1 uit-een1 haard-asch enz41 en niet1 gelijk de twee vorige grondbeginselen zouden medebrengen1 ee-rambt1 mei-need1 ui-teen1 haar-dasch enz4 ,dat de taal het volstrekt z wil1 blijkt uit de spelling kwab-aal1 bedil-al1 slok-op1 al-om1 veel-al1 wel-eer1 niet kwab-baal1 bedil-lal1 slok-kop1 al-lom1 ve-lal 7naast ve-len71 wel-leer enz4 a7 ,alleen en wanneer met verdubbelde l en n maken hier uitzonderingen4 ,die spelling bewijst1 dat men deze woorden niet meer als samenstellingen van al en een1 wan en eer herkent4 b7 ,ofschoon de gewone uitspraak door verkeerde toepassing van regel ,,ii vrij algemeen in aar-daker en aar-dappel de d1 en in el-kander en mal-kander de k bij de volgende lettergreep voegt1 zoo kan dit misbruik geene voldoende reden zijn om bij de genoemde woorden eene inbreuk op den regel te maken4 ,men breke daarom af3 aard-aker1 aard-appel1 elk-ander1 malk-ander 7uit manlijk1 d4i4 ieder1 en ander74 #bfd4 ,hetzelfde beginsel openbaart zich1 ofschoon minder regelmatig1 bij de afgeleide woorden4 ,vooreerst worden dezulke1 die gevormd zijn met 7onscheidbare7 voorvoegsels1 als be-1 ge-1 her-1 on- enz41 welke eigenlijk samenstellingen zijn1 geheel op de wijze der composita behandeld4 ,men scheidt aldus3 be-dwelmen1 ge-dragen1 her-overen1 on-eens1 ont-erven1 wan-orde2 niet1 gelijk de vorige grondbeginselen zouden vorderen3 bd-welmen1 gd-ragen1 h-roveren1 -neens1 on-terven1 w-norde2 de uitspraak en de spelling bewijzen duidelijk het tegendeel4 ,al onze voorvoegsels be-1 er-1 ge-1 her-1 on-1 ont-1 oor- en wan- zijn oorspronkelijk op zich zelve bestaande woorden geweest4 ,de daarmede gevormde woorden zijn dus eigenlijk composita4 ,dat die voorvoegsels nu niet meer1 althans niet onder dien vorm1 als zelfstandige woorden gebezigd worden en eene veel algemeener beteekenis hebben aangenomen dan zij oorspronkelijk hadden1 is de oorzaak1 dat de ,nederlandsche grammatica de daarmede gevormde woorden tot de afleidingen brengt4 ,de ,hoogduitsche taalkundigen beschouwen zulke woorden nog altijd als samenstellingen2 en onze spelling bewijst1 dat zij1 wat den uiterlijken vorm ten minste betreft1 nog steeds daartoe behooren4 #bfe4 ,ook de woorden1 door aanhechting der achtervoegsels -achtig1 -haft1 -haftig1 -schap en -zaam gevormd1 zijn oorspronkelijk composita1 en volgen den regel der samengestelde woorden4 ,men scheidt aldus3 aap-achtig1 bok-achtig1 snap-achtig1 wit-achtig1 held-haftig1 partij-schap1 voogdij-schap1 moei-zaam4 ,dat de taal zulks eischt1 blijkt zoowel uit de uitspraak als uit de spelling4 ,wilde zij hier de twee vorige beginselen gehuldigd hebben1 zij zou a-pachtig1 bok-kachtig1 snap-pachtig1 wit-tachtig uitspreken en schrijven4 ,de woorden op -aard zijn insgelijks samenstellingen 7zie #ajj7 en moeten derhalve op dezelfde wijze behandeld worden4 ,wij breken daarom aldus af3 bast-aard1 dronk-aard1 woest-aard1 wreed-aard enz41 niet bas-taard1 dron-kaard1 wree-daard enz42 en schrijven dienovereenkomstig3 grijs-aard1 laf-aard1 niet grij-zaard1 laf-faard4 ,alleen de onregelmatig1 d4i4 van werkwoorden gevormde grijnzaard en veinzaard kunnen niet anders dan als afleidingen beschouwd1 gespeld en afgebroken worden 7grijn-zaard1 vein-zaard74 #bff4 ,bij de woorden1 kennelijk afgeleid door middel van ware achtervoegsels1 die geheel uit medeklinkers bestaan of er mede beginnen1 als3 -d1 -t1 -s1 -sch1 -st1 -de1 -te1 -se1 -ster1 gaat de taal volgens hetzelfde beginsel te werk3 het grondwoord blijft in zijn geheel en het achtervoegsel wordt geheel afgescheiden4 ,bij de achtervoegsels1 die uit slechts nen medeklinker bestaan of met nen medeklinker aanvangen1 volgt dit reeds vanzelf uit de twee vorige regels 7,i en ,,ii47 ,in overeenstemming daarmede scheidt men aldus3 klach-ten van klach-t1 slach-ter1 deug-den van deug-d1 lood-sen van lood-s1 lief-de1 hoog-te1 vre-de1 vee-te1 smid-se enz4 ,doch hetzelfde heeft insgelijks plaats bij die1 welke uit twee medeklinkers bestaan of met twee beginnen1 namelijk bij -st1 -sch en het vervrouwelijkende -ster4 ,ook bij -sch1 dat thans als eene enkele s luidt1 geschiedt zulks in overeenstemming met regel ,i en ,,ii3 vlee-schelijk1 ei-schen1 groot-sche4 ,de gebruikelijke scheiding gedwee-ste1 mee-ste1 mooi-ste1 fraai-ste1 lui-ste1 en naai-ster1 brei-ster1 vrij-ster1 vlei-ster1 is in strijd met regel ,,ii1 die gedwees-te1 naais-ter enz4 eischen zou2 maar zij bewijst ten klaarste1 dat de taal ook de achtervoegsels1 zooveel slechts doenlijk1 in hun geheel laat en als de afzonderlijke deelen eener samenstelling behandelt4 ,hieruit volgt1 dat men ook bang-ste1 hard-ste1 hoog-ste1 en bak-ster1 zang-ster zal moeten scheiden1 waarin drie of vier tusschenletters voorkomen1 omtrent welk geval de regels ,i en ,,ii zwijgen4--,alleen de woorden naas-te 7overtreffende trap van na7 en bes-te 7voor betste7 zijn uitzonderingen1 die genoeg zijn gewettigd3 de eerste door de spelling met de dubbele a1 ter voorkoming van de uitspraak nste2 de tweede doordien de scheiding be-ste tot de uitspraak b-ste aanleiding zou geven4 #bfg4 ,de taal zelve toont derhalve ook hier duidelijk1 dat zij den vorm der deelen1 waaruit de woorden bestaan1 zooveel met de uitspraak overeen is te brengen1 ongeschonden wil voor oogen stellen4 ,maar dan is ook de vraag opgelost1 hoe men te handelen heeft met de t1 p en s1 die in sommige verkleinwoorden vr -je en -ken 7of -ke7 ingelascht worden4 ,zij maken1 wel is waar1 geen onmisbaar bestanddeel dier achtervoegsels uit1 maar zijn toch alleen om hunnentwil aanwezig2 en zij behooren zeker niet tot het grondwoord1 d4i4 tot de voorgaande lettergreep4 ,het taaleigen brengt derhalve mede1 dat men aldus verdeelt3 stoel-tje1 zoon-tje1 boom-pje1 bloem-pje1 jong-ske7n71 penning-ske7n71 doek-ske7n71 enz4 ,dat men rationeel handelt en de duidelijkheid bevordert door zoodoende het grondwoord geheel af te zonderen1 blijkt uit de vergelijking van oor-tje 7klein oor7 en oort-je 7geldswaarde71 van buur-tje 7buurman7 en buurt-je 7kleine buurt71 van var-tje 7vadertje7 en vaart-je 7kleine vaart71 van zee-tje 7kleine zee7 en zeet-je 7zitje74 ,in het ,grieksch1 en in navolging hiervan ook in het ,latijn1 pleegt men alleen die consonanten bij de volgende lettergreep te voegen1 waarmede ,grieksche woorden kunnen beginnen4 ,men zou geneigd kunnen zijn dit op onze taal toe te passen en op dien grond de verdeeling bloem-pje1 jong-sken te verwerpen4 ,men bedenke echter1 dat het ,nederlandsch geen ,grieksch is2 dat alle woorden1 die thans met sch beginnen1 voorheen met sk aanvingen2 en dat pj zich even gemakkelijk laat uitspreken als tj1 blijkens ,friesch pjuuk 7piek1 schaatsenrijdershaak17 naast tjalk1 tjilpen enz4 ,de uitspraak levert dus geen bezwaar op tegen de hier voorgeslagene wijze van verdeeling1 zoodat de ,regel der ,gelijkvormigheid hier volle kracht kan hebben4 #bfh4 ,reeds bij regel ,i is gebleken1 dat de taal ten opzichte der achtervoegsels1 die met een klinker beginnen1 als -er1 -ig1 -ier enz41 anders te werk gaat4 ,daar zij zooveel doenlijk zoekt te vermijden dat eene volgende lettergreep met een klinker begint1 schroomt zij niet eene sluitletter van het grondwoord te scheiden en bij het suffix te voegen1 b4v4 verra-der1 bin-der1 tui-nier1 toch-tig1 zan-dig enz4 ,hier gelden dus regel ,i en ,,ii4 ,woorden1 wier etymologische vorm volstrekt onkenbaar geworden is1 volgen de regels ,i en ,,ii2 dus3 we-reld1 niet weer-eld1 ofschoon uit weer en ald2 lie-verd1 niet lief-erd1 ofschoon -erd hetzelfde woord is als -aard in grijsaard4 #bfi4 ,,iv4 ,minder duidelijk verklaart zich de taal ten aanzien van het verdeelen der woorden1 waarin drie of vier letters bijeen staan1 en die niet rechtstreeks onder den voorgaanden regel vallen1 omdat hunne etymologie bij het algemeen onbekend is1 als3 ambt1 arts1 koorts1 toorts1 ernst1 hengst1 erwt1 schurft4 ,zij zijn deels oorspronkelijk vreemde woorden1 als toorts 7fr4 torche71 venster 7lat4 fenestra72 deels afgeleide1 als vor-st 7van voor71 worst 7van wirren of werren1 in de war brengen1 en vroeger ook vermengen72 ambt is eene samentrekkhig van ambacht4 ,de vorm kan hier dus niet gevoeglijk als richtsnoer bij het afbreken dienen4 ,dit verhindert evenwel niet1 dat er tamelijk goede regels te vinden zijn4--,vooreerst is het natuurlijk1 dat men tot de volgende lettergreep geene letters brengen mag1 die zich niet gezamenlijk aan het begin eener syllabe laten uitspreken1 dus geene bt1 ft1 wt4 ,daaruit volgt1 dat men amb-ten1 schurf-tig1 erw-ten afbreekt1 niet am-bten1 schur-ftig1 er-wten1 ofschoon de etymologie zulks eischen zou4--,bij artsen1 ertsen1 schertsen1 koortsen1 toortsen enz4 kan men een oogenblik in twijfel staan omtrent de keus tusschen art-sen1 koort-sen en ar-tsen1 koor-tsen1 daar de ts1 blijkens de verouderde schrijfwijzen tsamen1 tsestig1 tseventig1 tsidderen1 zich aan het begin eener lettergreep wel laat uitspreken4 ,wanneer men echter bedenkt1 dat de taal die woorden thans zonder t wil uitgesproken hebben1 en daardoor niet onduidelijk te kennen geeft1 dat zij ts voor niet welluidend houdt1 dan zal men aan de verdeeling art-sen1 schert-sen1 koort-sen zonder aarzelen de voorkeur geven4--,onder de woorden met st1 voorafgegaan door nen of twee medeklinkers1 als angst1 korst enz41 zijn er eenige met t1 niet met st1 gevormd4 ,zeker is zulks het geval met 7wij7 dorsten 7durfden71 waarschijnlijk ook met dorst2 de meeste echter zijn stellig afleidingen met st1 als angst1 ernst1 worst1 die men derhalve volgens ,regel ,,iii te behandelen heeft3 ang-stig1 ern-stig1 wor-sten4 ,het is uit dien hoofde het raadzaamst1 en zeker het gemakkelijkst1 de weinige overige insgelijks op dezelfde wijze te verdeelen1 al zou de etymologie ook het omgekeerde eischen2 dus ven-ster1 un-ster1 glin-steren1 heng-sten1 hal-ster1 bor-stel1 dor-sten1 evenzeer als dien-sten1 gun-sten1 kun-sten1 win-sten1 toekom-stig1 van de bekende grondwoorden dienen1 gunnen1 kunnen1 winnen1 komen4 #bgj4 ,v4 ,in vreemde woorden en eigennamen1 als3 brikoos1 grimonie1 ,acropolis1 ,abraham1 ,acra1 ,adriaan1 ,aglaja1 ,atropos enz41 waarin eene vaste letter 7muta7 door eene vloeiende 7liquida7 gevolgd wordt1 gaat men1 blijkens de uitspraak1 naar het vreemde spraakgebruik te werk1 en brengt men de beide medeklinkers tot de volgende lettergreep1 zoodat men scheidt3 a-brikoos1 a-grimonie1 ,a-braham enz4 ,sommige dichters handelen evenzoo bij ,nederlandsche woorden1 wanneer zij om het metrum tusschen eene muta en eene liquida een toonloozen klinker uitstooten2 b4v4 bij a-dren voor aderen1 vo-glen1 ne-drig4 ,anderen schrijven aadren1 vooglen1 needrig1 hetgeen de scheiding aad-ren1 voog-len enz4 onderstelt4 ,toevoegsel1 in te lasschen tusschen #aai en #abj4 #ad ,in de verkleinwoorden1 afgeleid van samengetrokken vormen1 in welke eene d is uitgestooten1 is men tot dusverre gewoon geweest die d in de spelling te herstellen4 ,men schrijft laadje1 slaadje1 bedsteedje1 sleedje1 zoodje1 zijdje1 luidjes1 van lade1 salade1 bedstede1 slede1 zode1 zijde1 luiden 7lieden74 ,aan de wettigheid van die schrijfwijze werd nooit getwijfeld3 zij scheen als vanzelf aangewezen4 ,en toch berustte zij op een misverstand1 dat men slechts behoeft op te merken1 om er terstond de onjuistheid van in te zien4 ,de regelmatige verkleining van de genoemde woorden zou ladetje1 saladetje1 bedstedetje1 sledetje enz4 zijn2 doch die vormen heeft de taal niet gewild1 zij waren te slepend voor woorden van meestal zeer alledaagsche beteekenis4 ,evenals de spreektaal in de grondwoorden bijna uitsluitend de samengetrokken vormen la1 sla1 bedstee1 slee1 zoo1 zij1 lui 7van mnl4 luide1 liede7 bezigt1 deed men hetzelfde bij de vorming der verkleinwoorden1 die dus niet van de oorspronkelijke1 maar van de samengetrokken vormen zijn afgeleid4 ,in die samentrekkingen was de d van lade1 slede enz4 voorgoed verdwenen4 ,er kan geen de minste reden bestaan om die d terug te roepen1 en laadje1 sleedje enz4 te schrijven4 ,die vormen zouden op grondwoorden als laad1 sleed enz4 wijzen1 die niet bestaan4 ,de tongletter1 die in de genoemde verkleinwoorden gehoord wordt1 is derhalve niet de d van de oorspronkelijke woorden1 maar de t1 die noodzakelijk ingelascht moest worden in deminutieven van woorden als la1 slee1 zoo1 zij1 alle op klinkers uitgaande4 ,evenals van pa1 ma1 zee1 ei1 lei1 kneu1 bij1 bui enz4 de verkleinwoorden paatje1 maatje1 zeetje1 eitje1 leitje1 kneutje1 bijtje1 buitje enz4 luiden1 behooren ook de van la1 slee enz4 afgeleide met de t geschreven te worden4 ,de ,redactie aarzelt dan ook niet eene spelling te laten varen1 die op geenerlei wijze te rechtvaardigen is1 en schrijft daarom naar den eisch der taal3 laatje1 slaatje1 bedsteetje1 sleetje1 zootje1 zijtje1 luitjes enz4 ,naschrift4 ,wij zijn aan het einde van ons onderzoek gekomen4 ,de vraagstukken in onze ,nederlandsche spelling1 die vroeger of later verschil van gevoelen hebben uitgelokt1 of die tot dusverre tot twijfel en onzekerheid aanleiding gaven1 maar nooit opzettelijk werden beantwoord1 hebben wij achtereenvolgens behandeld4 ,wij hebben alles getoetst aan de algemeene beginselen1 die tot leiddraad moesten verstrekken1 alle punten in onderlingen samenhang beschouwd1 en getracht onze keuze zooveel mogelijk in overeenstemming te brengen zoowel met de behoeften der practijk als met de eischen der wetenschap4 ,gaarne erkennen wij1 dat ons onderzoek niet al de moeilijkheden uit den weg heeft geruimd1 die aan het zoo ingewikkeld leerstuk der orthographie onafscheidelijk zijn verbonden4 ,de rijke verscheidenheid van klanken1 die eene levende taal bezit1 met het geringe aantal letterteekenen1 waarover men te beschikken heeft1 altijd nauwkeurig af te beelden1 en daarbij tevens de eischen in acht te nemen1 die zoowel de afstamming der woorden en hunne onderlinge verwantschap1 als de betamelijke eerbied voor het gevestigd gebruik kan doen gelden3 ziedaar zeker eene taak1 die met onoplosbare bezwaren gepaard gaat4 ,maar wij durven ons vleien1 dat onze arbeid de zaak toch een stap verder gebracht heeft2 dat in de door ons aangenomen spelling talrijke gebreken zijn opgeruimd1 en de tot hiertoe in ons vaderland gevolgde schrijfwijze zeker heeft aangewonnen in nauwkeurigheid1 zuiverheid1 regelmaat en consequentie4 ,de moeilijkheden1 die de spelling in de practijk en bij het onderwijs blijft opleveren1 mogen dan onvermijdelijk wezen3 het is reeds veel gewonnen1 indien wij er in geslaagd zijn die aanmerkelijk te verminderen4 ,men houde hierbij wel in het oog1 dat die moeilijkheden niet alleen in ons ,nederlandsch bestaan4 ,schijnt wellicht1 bij eene oppervlakkige beschouwing1 in andere talen de spelling eenvoudiger en gemakkelijker1 het is ook inderdaad niet meer dan schijn4 ,zoodra men de orthographie van het ,fransch1 het ,engelsch1 het ,hoogduitsch vooral1 nauwkeurig overweegt1 ontdekt men overal inconsequentie1 gemis van regelmaat1 verwarring en willekeur3 gebreken1 die alleen daarom minder sterk in het oog vallen1 omdat zij nooit behoorlijk in het licht zijn gesteld1 terwijl men veelal lijdelijk berust in het eenmaal aangenomen gebruik1 door het wetgevend gezag van enkele taalgeleerden of door den voorgang der beste schrijvers bepaald4 ,dat gebruik kent men uit leerboeken of woordenlijsten1 die men raadpleegt zonder zich om gronden en beginselen1 om regelmaat of verwarring1 te bekommeren4 ,ook onze ,nederlandsche spelling kan op dezelfde wijze uit gelijksoortige hulpboeken worden gekend1 en reeds in zooverre staat onze taal bij vreemde niet achter4 ,maar zij heeft dit boven andere vooruit1 dat hare schrijfwijze--langdurig onderzocht1 veelzijdig besproken en telkens opnieuw beproefd--met bewustzijn uit erkende en deugdelijke beginselen is afgeleid en naar een vasten maatstaf geregeld2 dat zij weet wat zij doet1 en waarom zij z en niet anders handelt4 ,waarlijk1 een voorrecht1 dat wij wel op prijs mogen stellen6 ,indien eene verstandige spelling gunstig getuigt van de denkkracht der natie1 dan zal voorzeker die onzer moedertaal niet tegen ons volk getuigen4 ,zaakregister4 ,de alleenstaande nommers verwijzen naar de paragrafen van den tekst4 ,a1 is een der drie oorspronkelijke klinkers1 blz4 #cg1 heeft een aantal zachte e's opgeleverd1 blz4 #ch1 wordt in geslotene lettergrepen door verdubbeling verlengd #gc4 ,aaneen te schrijven of te verbinden zijn3 eigenlijke samenstellingen1 waarbij1 indien men ze oploste1 invoeging1 omzetting of vormverandering zou moeten plaats hebben1 #ach1 eigenlijke samenstellingen1 uit koppelingen ontstaan #aci1 woorden1 door middel van een achtervoegsel afgeleid #adj1 werkw41 verbonden met zelfst4 nw41 bijv4 nw4 en bijw41 wanneer1 wanneer niet #adb1 met zoogenaamde scheidbare en onscheidbare voorzetsels en bijw4 van richting #adc1 bijv4 nw4 met de bijw4 wel1 vol en al #add1 benamingen van kleuren #ade1 voornaamw41 welke #adf1 telw41 welke #ach1 aanm4 bijw41 welke #adg-adi1 voorzets41 welke #aej1 voegw41 welke #aea1 tusschenw41 welke #aeb1 titels1 welke #aci1 #add4 aau1 zie au4 ,achtervoegsel of suffix heet elke achter een woord gevoegde letter of lettergreep1 die geen op zich zelf bestaand woord is1 en niet dient om te verbuigen of te vervoegen1 maar om een nieuw woord te vormen4 ,ook woorden1 die ter vorming van nieuwe woorden achtergevoegd worden1 en f in het geheel niet meer1 f niet meer z geschreven1 op zich zelve staande in gebruik zijn1 worden tot de achtervoegsels gerekend2 b4v4 -schap1 -zaam1 -aard1 -erd2 zie #ajj1 #bfe2 waarin verschillend van een uitgang #bdb1 aanm42 welke bij het afbreken der woorden in hun geheel worden afgescheiden #bfe-bfg1 welke niet #bfh2 -aadje1 zie hier -age1 -aard en -erd1 niet -aart1 -ert #ajj1 -age1 niet -aadje #bdc1 -eel1 -eele1 -eelen #gg1 #gi2 wanneer -el- blz4 #dd1 -eeren1 niet -eren #gg1 #gi1 -ees1 -eezen1 niet -ezen #gg1 #gi1 -el1 in bijv4 nw4 en in samenstellingen #aff1 #afg1 -eet1 -ete1 -eten1 geen achtervoegsel #gg1 aanm41 -er1 soms een blijk van samenstelling #adj1 -erd1 zie hier -aard1 -heid1 mv4 -heden #gg-gi1 -ie1 wanneer in het mv4 i-en 7in71 wanneer ie-en 7ien7 #hc1 -ief1 -ieve1 -ieven1 wordt soms -iv-1 #hb1 -iek1 -ieke1 -ieken niet -ijk #hf2 wordt soms -ik- #hb1 -iet1 -iete1 -ieten1 wordt soms -it- #hb1 -ig1 soms een blijk van samenstelling #adj1 -ijk1 wanneer te verwerpen en in -iek te veranderen #hf1 -ing1 soms een blijk van samenstelling #adj1 wanneer -ing te bezigen en niet -ling #aac1 -isch1 waarom niet -iesch #hd1 -je1 niet -jen #aai1 -ken en -ke #aai1 -lijk1 neemt soms eene toonlooze e vr zich2 wanneer #aab1 -ling1 een samengesteld achtervoegsel #aac1 -loos1 -looze1 niet -loze #gg1 #gi2 neemt soms eene toonlooze e vr zich2 wanneer #aab1 -pje #aai1 -s1 achter bijw4 een blijk van samenstelling #adj1 -sch1 hoe te schrijven achter woorden op s #abd2 is soms een blijk van samenstelling #adj1 -ster1 soms een blijk van samenstelling #aji1 -tje1 niet te bezigen achter woorden op d #aai4 ae1 waarom niet gebezigd in de plaats van aa #gc1 waarom niet als voorstelling van den klank tusschen a en e in wereld en vers #ha4 ,aesthetica of ,schoonheidsleer1 hare eischen aan de ,spelling #cf1 vordert vooral waarheid1 d4i4 overeenstemming tusschen uiterlijk en innerlijk #bcd4 ,affix 7aanvoegsel7 heet elke letter of lettergreep1 welke ter vorming van een nieuw woord vr of achter een bestaand woord gevoegd wordt1 wanneer die op zich zelve geen woord is1 f1 z geschreven1 niet meer als zoodanig gebruikt wordt4 ,affix is dus de algemeene benaming1 die voorvoegsel of praefix en achtervoegsel of suffix omvat2 zie deze woorden4 ,afleiding1 ,regel der ,afleiding1 hoe hij luidt #ed2 staat gewoonlijk beneden dien der ,beschaafde ,uitspraak #eg2 in welke bijzondere gevallen niet #eh2 zijn rang en waarde #gb2 afleiding der woorden op -hande en -lei #ic1 op -halve #abj1 der achtervoegsels -aard en -erd #ajj1 van admiraal #ajd1 van ,dinsdag #abh1 van kruit #abg1 van litteeken #aca1 van nochtans #ig1 van omtrent #aah1 van ootmoed #aag1 van samen #ajh4 ai1 is de oorspronkelijke tweeklank1 waaruit de meeste scherpe e's zijn ontstaan1 blz4 #ci4 ,apperceptie en appercipieeren1 wat #bj2 kan door de spelling worden bevorderd #ba4 au1 is de oorspronkelijke tweeklank1 waaruit de meeste scherpe o's zijn ontstaan1 blz4 #ci1 de schrijfwijze au is geschikter ter voorstelling van den thans bedoelden tweeklank dan aau #gd4 ,bastaarduitgangen1 welke en hoe te spellen #bdb1 #bdf1 -age1 niet -aadje #bdc1 -eet1 -ete1 -eten1 #gg1 aanm41 -loog1 -loge1 -logen #gg1 aanm41 -noom1 -nomen #gg1 aanm41 -oop1 -open #gg1 aanm41 -scoop1 -scopen #gg1 aanm4 ,bastaardwoorden1 wat #bad1 #bag1 hoe ontstaan #bah1 waaraan te onderkennen #bai1 #bbj1 hoe te spellen #bdb-bej4 ,beginletters1 wat #beg1 a4 ,beschaafde ,uitspraak1 wat #aa2 moet door het schrift vertegenwoordigd worden #ci1 doch kan nooit volkomen juist worden voorgesteld #db4 ,regel der ,beschaafde ,uitspraak1 hoe hij luidt #dj2 zijne verhouding tot de dialecten #da2 is de grondregel der spelling #dj1 c en #fi2 overheerscht alle andere regels #df1 #gj1 doch moet door andere regels aangevuld worden #dg4 ,boekentaal1 zie ,schrijftaal4 ,c1 te bezigen in ,grieksche woorden ter vervanging der k #bde4 waarom te behouden in cijfer #bai1 in cel1 cent en cirkel #bbj1 in cedel1 ceder1 cijns #bbb4 ch1 wordt niet verdubbeld #ie1 de stomme ch achter s1 in welke woorden te behouden1 uit welke weg te laten #abc4 cht1 wanneer te bezigen1 wanneer gt #id4 ,d1 niet in te lasschen in drierhande1 drierlei1 tweerhande1 tweerlei #ic4 niet t1 te bezigen als sluitletter van de achtervoegsels -aard en -erd #ajj1 en van het znw4 aard #aja1 te behouden in admiraal #ajd1 in iemand en niemand #aaf1 te vervangen door t in buskruit en rattenkruit #abg1 is in t overgegaan in sommige woorden1 die daarom met t1 niet met dt moeten geschreven worden #ajb1 niet te herstellen in thans1 althans1 doorgaans1 nopens1 volgens enz4 #abb4 ,dialecten1 wat zij zijn en hoe zij ontstaan #aj2 hebben in de spelling slechts eene raadgevende stem #da2 zijn ontoereikend om de spelling met e en o of ee en oo te bepalen #ge4 ds1 wanneer te bezigen1 wanneer ts #ii4 ,e1 is geen oorspronkelijke klinker1 maar uit andere ontstaan1 blz4 #cg3 de zachte uit a of i1 de scherpe uit ai1 blz4 #ch en #ci1 als verbindingsletter in samenstellingen1 hoe ontstaan #afd-aff1 wanneer de toonlooze e in te voegen in de woorden op -lijk1 -ling en -loos #aab4 ,f1 gaat over in v in dievegge #ajg1 vervangt ph in de bastaarduitgangen -aaf1 -ief1 -oof #bdf2 doch niet in het lichaam der ,grieksche woorden #bde4 ,g1 te behouden in nog 7tot hiertoe1 bovendien7 #acb4 ,gaping1 zie ,hiatus4 ,gebruik 7het71 in samenstellingen #agg4 ,regel van het ,gebruik1 hoe hij luidt #fe2 beperking van den regel #ff2 is geen eigenlijke spelregel #ff1 b4 ,gelijkvormigheid in de spelling1 wat #dh2 strekt ter bevordering der apperceptie #di1 f4 ,regel der ,gelijkvormigheid1 hoe hij luidt #di2 is grootendeels dezelfde als die1 welken men gewoonlijk den ,regel der ,afleiding noemde #di1 e2 zijne strekking #di1 f2 is in rang de tweede algemeene spelregel #ga4 ,genitief 7zwakke71 wat #ahb1 komt in samenstellingen slechts zelden voor #ahe-ahg2 in welke #ahe1 #aid4 gt1 wanneer te bezigen1 wanneer cht #id4 ,h1 niet te bezigen in nochtans #ig1 noch in troon #bba1 noch in ,antonius1 ,margareta1 hypotenusa #bee4 ,hiatus1 of gaping1 wat #agb1 wordt in samenstellingen vermeden door het invoegen van eene n #bjd1 #bje4 ,i1 is een der oorspronkelijke klinkers1 blz4 #cg4 heeft een aantal zachte e's opgeleverd1 blz4 #ch4 vervangt soms ie in de achtervoegsels -ief1 -iek1 -iet #hb4 ie1 stelt een te langen klank voor om in het achtervoegsel -isch gebezigd te kunnen worden #hd1 gaat soms over in i in de achtervoegsels -ief1 -iek1 -iet #hb4 ,,ij1 oorsprong en waarde #he1 te veranderen in ie in het achtervoegsel -iek 7-ijk7 en in koffie1 melodie1 pozie #hf2 in i in ,januari1 ,juni enz4 #hg2 in ei in sacristein en karwei 7werk7 #hh2 moet ei vervangen in malvezij en karwij 7zaad7 #hh2 moet blijven in dozijn1 ijzen1 ijselijk #hh1 in bij1 hij1 wij1 zij1 razernij enz4 #hi2 niet te bezigen in de plaats van y in de tweeklanken ay1 ey1 oey1 uy #hf1 aanm4 ,indeclinabilia1 zie ,woorden 7onveranderlijke74 ,j1 hare waarde in het samengestelde letterteeken ij #he1 niet meer te bezigen achter de tweeklanken aai1 ei1 ooi1 ui1 oei #ib4 ,k1 niet te verdubbelen achter de toonlooze i #ajf1 te vervangen door t in litteeken voor likteeken #aca4 ,klemtoon1 als kenmerk van bastaardwoorden #bai2 verandering van den klemtoon1 een blijk van samenstelling #acd1 #aci4 ,koppelingen1 wat #acf1 #acgb en #afc1 hoe zij in eigenlijke samenstellingen kunnen overgaan #aci4 ,koppelteeken1 7gebruik van het7 in woorden van eigennamen gevormd #aee en #aeg1 in titels #aef1 achter bijvoeglijke woorden #aeh1 wordt niet gebezigd in hoofd- en ranggetallen #aei1 #afj4 ,l1 niet te bezigen vr het gewaande achtervoegsel -ling #aac4 ,letterschrift1 wat #b1 #c2 ons letterschrift beantwoordt niet aan alle eischen #dg1 a-d4 ,m1 niet te verdubbelen achter de toonlooze u #ajf4 ,meervoudsvorm der woorden op -ie #hc1 der vreemde eigennamen op heldere of lange klinkers #ij1 der ,nederl4 woorden op a #ij1 aanm4 ,middelwoorden1 wat #beg1 b4 ,n1 niet te schrijven achter de verkleinwoorden op -je1 -pje1 -tje #aai1 blz4 #ih1 noch in ordelijk1 voor ordenlijk1 blz4 #ic4 wanneer achter -ke #aai1 blz4 #ii1 in de uitspraak onderdrukt in sommige samenstellingen #afh1 #bjc1 als verbindingsletter1 zie ,verbindings-n4 ng1 geen enkelvoudige medeklinker1 en daarom bij het afbreken der woorden te scheiden #bfb1 niet te bezigen in ,dinsdag #abh4 ,o1 is geen oorspronkelijke klinker1 maar uit andere ontstaan1 blz4 #cg3 de zachte uit den oorspronkelijken klinker u 7oe71 de scherpe meestal uit au1 blz4 #ch en #ci4 ,onverbuigbaarheid van een op zich zelf verbuigbaar woord1 een kenmerk van samenstelling #aci4 ,oorsprong der e's en o's #ge2 waarom dezen aan te nemen tot grondslag voor het spellen #gf1 der toonlooze e in sommige samenstellingen #afd-aff1 der ij #he1 der lettergrepen -el- en -er- in sommige samenstellingen #aff4 ,overtreffende trap der woorden op -s en -sch1 hoe te schrijven #abd4 ,p1 ingelascht in verkleinwoorden1 gevormd van woorden op m #aai1 blz4 #aja4 ph1 te bezigen in bastaardwoorden uit het ,grieksch ontleend #bde1 behalve in de uitgangen -aaf1 -ief1 -oof #bdf4 ,praefix1 zie ,voorvoegsel4 ,psychologie1 wat zij van het schrift eischt #ch4 ,regels voor het verdeelen der woorden in lettergrepen4 regels voor de niet samengestelde woorden met ne tusschenletter #bei1 met twee opeenvolgende tusschenletters #bfa2 voor de samengestelde woorden #bfc2 voor de woorden met voorvoegsels #bfd1 met de onechte achtervoegsels -aard1 -achtig1 -haft1 -haftig1 -schap en -zaam1 #bfe1 met de ware achtervoegsels1 die met een medeklinker beginnen #bff1 met de ware achtervoegsels1 die met een klinker beginnen #bfh2 voor de woorden met meer dan twee tusschenletters1 die niet onder de vorige regels vallen #bfi2 voor de vreemde woorden #bgj2 voor het aaneenschrijven der woorden1 zie ,aaneen2 voor het gebruik van het koppelteeken1 zie ,koppelteeken4 ,reproductie der gedachten en woorden1 hoe teweeg te brengen #a1 #c1 #d2 is het doel van het schrift #g4 ,s1 achter een langen klinker of tweeklank niet te verdubbelen #aje2 in te lasschen in de woorden1 samengesteld met zins #abe2 als verbindingsletter1 zie ,verbindings-s4 ,samenstelling1 wat #acd2 het ,nederlandsch maakt een verstandig gebruik van het vermogen om samen te stellen #ahj2 oudere en nieuwere samenstelling #afa1 oudere1 hoedanig #afb1 nieuwere1 hoedanig #afg1 #agj1 eigenlijke samenstellingen1 wat #ace1 moeten aaneen geschreven worden #ach2 overzicht der regels voor de samenstelling #bac2 van welke samenstellingen de vorm onzeker #agh1 #agi2 lange samenst4 welluidendheidshalve vermeden #aic1 b2 met middel1 niet midden #aad2 spelling der samengestelde woorden op -boom #aha1 #aif1 van andere kruidkundige benamingen #aie4 sch1 verdubbeld door het voorvoegen eener s #if2 wanneer gebezigd #abc4 ,schrift1 zijn doel #a1 onmisbaar voor de rechte kennis eener taal #ai4 ,schrijf- of ,boekentaal1 wat #aa2 waarom hooger geacht dan andere dialecten #ab4 ,sluitletters1 wat #beg1 a4 ,spelling 7de71 wat #bc2 nut eener eenparige spelling #af2 hoe de spelling te beschouwen #bf-bh2 eene volmaakte spelling niet bestaanbaar #bh2 van welke soort van woorden eene verandering der spelling mogelijk #cj2 drierlei spelling3 volgens de uitspraak1 vereenigbaar met de uitspraak1 strijdig met de uitspraak #fh2 spelling der onveranderlijke woorden 7indeclinabilia7 #ej1 der verkleinwoorden #aai en blz4 #bbg1 der vreemde woorden1 die geheel ,nederlandsch zijn geworden #bba1 der eigenlijke vreemde woorden #bbc1 der vreemde woorden1 bij dichters in gebruik #bea1 der bastaardwoorden #bbd-bef2 tweerlei richting in de spelling der bastaardwoorden #bbd1 oudere richting1 hoedanig #bbe1 welke hare voordeelen #bbh1 nieuwe richting1 hoedanig #bbf1 welke hare voordeelen #bbi1 vergelijking der beide richtingen #bcj-bcg1 waarom de oudere richting te verkiezen #bch4 ,spelregels1 wanneer niet te veranderen #bf4 algemeene spelregels1 wat #bd1 #be1 waarom onmisbaar #ca1 #cb1 hunne natuurlijke volgorde en onderlinge verhouding #fi-gb2 regel der beschaafde uitspraak #dj1 zie nader bij ,beschaafde uitspraak3 der gelijkvormigheid #di1 zie nader bij ,gelijkvormigheid2 der onderscheiding1 wat hij eischt #ea2 der afleiding #ed1 zie nader bij ,afleiding2 der analogie #ei2 der welluidendheid #fb1 zie nader bij ,welluidendheid2 van het gebruik #ee1 zie nader bij ,gebruik1 bijzondere spelregels1 wat #bd1 #be1 #fe4 regel voor het spellen der achtervoegsels met den vollen klemtoon1 als -eeren1 -eel1 -ees1 -loos #gg2 voor het gebruik van cht en gt #id1 van ds en ts #ii1 van samen en zamen #ajh1 van de toonlooze e in woorden op -lijk1 -ling en -loos #aab4 der verbindings-n1 zie ,verbindings-n1 der verbindings-s1 zie ,verbindings-s2 regel voor het aaneenschrijven der samengestelde woorden1 zie ,aaneen2 voor de keus tusschen den enkel- en den meervoudsvorm van het eerste lid eener samenstelling #ahh-aig2 voor de keus tusschen den ,latijnschen en den ,franschen vorm van een bastaardwoord #bed2 voor de samenstellingen1 wier eerste lid is een persoonsnaam1 die een geheelen stand vertegenwoordigt #aic1 de naam van een dier #aid1 #aie1 #aig1 de naam van een boom #aha1 de naam van eene vrucht of eene bloem #aif2 voor het spellen der ,grieksche woorden1 blz4 #bjg vlgg4 der bastaardwoorden #bda1 #bdb1 der bastaarduitgangen #bdb1 #bdf4 ,stoffelijke bijvoegl4 naamw41 komen niet voor als eerste lid eener samenstelling #ahj1 #aha4 ,t1 te bezigen in kruit 7poeder71 buskruit en rattenkruit #abg2 bij voorkeur niet in te lasschen in woorden op -lijk1 noch in gansch #aae1 niet in verkleinw41 gevormd van woorden op d1 blz4 #ii2 moet in sommige woorden1 als rit1 gebint1 beeltenis enz41 de d vervangen #ajb2 zoo ook in antwoord #ajc1 en ootmoed #aag2 niet te verdubbelen achter een toonloozen klinker #ajf4 ,titels1 welke aaneen te schrijven #aci1 #add4 ,tongvallen1 zie ,dialecten4 ,toonlooze klinkers en lettergrepen1 wat #hd1 aanm4 ts1 wanneer te bezigen1 wanneer ds #ii4 ,tusschenletters1 wat #beg1 a4 ,uitgangen1 wat1 en waarin verschillend van achtervoegsels #bdb1 aanm41 -eet1 -loog1 -noom1 -scoop1 -throop1 -troop zijn1 zoo men wil1 uitgangen1 maar geene achtervoegsels #gg1 aanm41 -aat1 -iet1 9999aal1 iel8 soms achtervoegsels1 soms niet #bdb1 aanm4 ,uitlatingsteeken 7ecthlipsis71 zijn gebruik bij vreemde woorden #ij4 ,v1 tot f verscherpt in fonkelen e4a4 #aad1 maar niet in ontvangen en ontvonken #aji2 vervangt de w in verf1 verven enz4 #abf4 ,verbindingsklanken of -letters1 in samenstellingen1 welke #afg1 bestonden oorspronkelijk niet #afb1 #afc1 hoe ontstaan #afd-afg1 van welke het gebruik onzeker #agh4 ,verbindings-n1 als teeken van den zwakken genitief thans slechts in weinige gevallen in gebruik #ahe-ahg1 in welke #ahe1 #aid2 als teeken van het meervoud1 in welke gevallen #ahh1 #ahi1 #aia-aie1 #aig2 als teeken van een verbogen naamval #aih-bja2 als invoegsel voor de welluidendheid #bjd1 #bje2 komt niet voor in samenstellingen1 wier eerste lid is een onverbuigbaar woord #agh1 een werkwoord #bjb1 #bjc4 ,verbindings-s1 als teeken van den #b;den naamval1 achter zelfst4 naamw4 #bjh1 achter bijvoegl4 woorden #baj1 #abe2 als teeken van het meervoud #bji2 als invoegsel voor de welluidendheid #bab4 ,verdubbeling der a en u #gc1 der e en o #ge-hj1 der k #ajf1 der m #a,o#f1 der sch #if1 der t #ajf2 de ch wordt niet verdubbeld #ie4 ,verkleinwoorden1 hoe te spellen #aai en blz4 #bbg4 ,verlenging der a en u door verdubbeling #gc1 der woorden op aai1 ei1 ooi1 ui1 oei #ib4 ,voorvoegsel of praefix heet elke vr een woord gevoegde letter of lettergreep1 die onder dien vorm niet meer als woord op zich zelf in gebruik is2 b4v4 de g in g-lijden van lijden1 be1 voor bij1 in bezitten2 zie ook #bfd1 aanm42 wordt bij het afbreken der woorden1 indien het eene lettergreep uitmaakt1 in zijn geheel afgescheiden #bfd4 ,w1 in verf1 verven enz4 door de v te vervangen1 doch niet in murw #abf4 ,welluidendheid1 wat in 't algemeen in de taal #fb2 wordt in samenstellingen in acht genomen #agb1 #bjd1 #bje2 regel der welluidendheid #fb1 zijn rang en waarde #gb4 ,wetten1 in de wetenschappen1 wat #bc1 aanm4 ,woorden1 genaturaliseerde1 wat1 en waarin nog steeds verschillend van echt ,nederlandsche #bae2 onverbuigbare of onveranderlijke1 wat en hoe te spellen #ej2 samengestelde1 zie ,samenstelling2 vreemde1 worden bastaardwoorden door het aannemen van de ,nederl4 verbuiging of van een ,nederl4 affix #bag1 door het afwerpen van den vreemden uitgang #bah4 ,zwakke genitief1 wat #ahb1 #ahc1 wordt in samenstellingen niet meer verstaan1 en is dientengevolge zeldzaam geworden #ahe2 in welke samenstellingen volstrekt te behouden #ahg1 in welke te dulden #aid4 ,lijst der woorden1 wier spelling opzettelijk behandeld is4 ,de alleenstaande nommers verwijzen naar de paragrafen van den tekst4 aaien #ib4 aandoenlijk #aab4 aanvankelijk #ih4 aanzienlijk #aab4 aar 7korenaar7 #ia4 aard 7natuur7 #aja4 aardebaan1 blz4 #aec4 aardewerk1 blz4 #aec4 aardig #aja4 abrikozeboom #aif4 abstract #bej4 academie1 blz4 #baj4 achtereen #adi4 ,achter-,indi #aeg4 acht geven #adb4 achthonderd #aei4 acht slaan #adb4 acustiek #bee1 #bdf4 adellijk #aac4 adjunct-commies #aef1 a4 admiraal #ajd4 admiraal-generaal #aef1 a4 adspirant-ingenieur #aef1 a4 advocaat #bej4 aequatoriaalcirkel1 verwerpelijk germanisme1 blz4 #aeb4 aroliet #bdf1 arolieten #hb4 afhankelijk #ih4 ,algoede #add4 alhoewel #aea4 allenthalve #abj4 allerwegen #aec4 alleszins #abe4 aloud #add4 alsmede #aea4 alsof #aea4 althans #abb4 alwijs #add4 ,amazonenrivier #aeg1 aanm4 ambassadeur-plenipotentiaris #aef4 ambt #acj4 anderszins #abe4 ankersmid #bji4 ,antonius #bee4 ,antwerpen #ajc4 antwoord #ajc4 apengezicht #aid4 apenkuur #aid4 apenliefde #aid4 apocrief1 apocriefe #bdf4 aquarel #bej4 asem #aje4 astronoom1 astronomen #gg1 aanm4 auditeur-militair #aef4 autoriteit of auctoriteit #bee4 baaien #ib4 baaierd #ib4 ,baai-tabak #aee a4 bagage #bdc4 bajonet #ib4 bakkersschotel #bjh4 balie #hf1 mv4 balin #hc4 basilisk #bdf4 bastaard #ajj4 bedsteetje1 blz4 #bbg4 beeltenis #ajb4 beer 7varken1 waterkeering1 muurstut en heiblok71 mv4 beeren1 blz4 #dh4 beer 7verscheurend dier71 mv4 beren1 blz4 #dh4 begeeren #hj1 a4 behalve #abj4 bei1 mv4 beien #ib4 ,beiersch #ib4 ,beiersch-bierbrouwerij #aeh4 belangeloos #aab1 belangelooze #gi4 beminlijk en beminnelijk #aab4 ,beneden-,egypte #aeg4 berenjong #aid4 berenklauw #aid4 ,bergumer #ajf4 berkeboom #aha4 berkenhout #bje4 ,berlijnsch-blauw #aee1 b4 besseboom #aif4 bessensap #ahh4 beukeboom #aha4 beukenhout #bje4 bezijden #aba4 biggenkruid #aie4 bij #hi4 bijaldien #aea4 bijderhandsch #adj4 bijeen #adi1 c4 bijeenzamelen #ajh4 bijgeval #adi1 a4 bijleman #aij4 bijtijds #adj4 biljart #bej4 biljet #bej4 binnenshuis #aec4 binnenskamers #aec4 binnenslands #aec4 binnensmonds #aec4 binnenstijds #aec4 bint #ajb4 biograaf #bdf4 biographie #bdf4 biographisch #bdh4 bistouri #bej4 bits #abc4 blauw #gd4 blindeman1 des blindemans #aci4 bloemetje #aai4 bloem-pje #aai1 #bfg4 blommetje #aai4 blootshoofds #aec4 blootsvoets #aec4 bochel #ie4 bodenloon #aic4 boeien1 boeier #ib4 boekenkast #ahh4 boekenrek #ahh4 boekenstalletje #ahh4 boerenbedrijf #aic4 boerenboonen #aic4 boerendochter #aic4 boerenhofstede #aic4 boerenwoning #aic4 boerinnenjak #aic4 boerinnenmuts #aic4 bokkesprong #aid4 bolvormige-driehoeksmeting #aeh4 boom-pje #aai1 #bfg4 boonenbrood1 blz4 #aec4 boos1 overtreffende trap booste #abd4 botterik1 botteriken #ajf4 bovenal #adi1 c4 bovenop en boven op #adg4 brasem #aje4 breien #ib4 brengen1 ik bracht1 gebracht #id4 brievenbesteller #ahh4 brievenpost #ahh4 brilleglas #aij4 brillenhuisje #bjd4 brillenslijper #ahh4 broekenstof of broekstof #ahh4 bruggegeld #aij4 bruggenhoofd #bje4 bruinkolen #aci4 buien #ib4 buitendijks #adj4 buitenshuis #aec4 buitenslands #aec4 buitentijds #adj en buitenstijds #aec4 burgerstand #bji4 buskruit #abg4 ,cayenne-peper #aee1 a4 canaille en kanalje #bci4 canap1 canap's #bej1 #ij4 candelaber of candelabre #bej4 canoniek #bec4 categorie1 #bcc1 #bee4 catholiek1 catholieken of katholiek enz4 #hf4 cedel1 cel #bbb4 ceder #bbb4 cel #bbj4 cent #bbj4 chemie #bee4 chijl #bci4 chrysoliet1 chrysolieten #bdf1 #hb4 ,cicero1 ,cicero's #ij4 cichorei #bci4 cijfer #bai4 cijferschrift #bji4 cijns #bbb4 cirkel #bbj4 classicaal #bec4 classis #bec4 clericaal #bec4 cliniek #bdf4 cochenille #bci4 comedie 7blijspel71 verschillend van komedie 7schouwburg7 #beb4 commies 7ambtenaar aan een der ministerin of bij de posterijen71 verschillend van kommies 7ambtenaar bij de belastingen7 #beb4 compascuum #bcj4 compleet1 complete1 blz4 #dc4 concreet1 concrete1 blz4 #dc en #bej4 conservatief #bec4 courant en krant #bci4 crayon #bej4 credit 7term in het ,italiaansch boekhouden71 verschillend van krediet 7vertrouwen7 #bec4 critiek 7oordeelkunde71 verschillend van kritiek 7hachelijk7 #beb4 critisch 7oordeelkundig7 #beb4 daaraan1 daarbij1 daardoor #adh4 daarenboven #aea4 daarentegen #aea4 daarin1 daarmede enz4 #adh4 dadelijk #aab4 dagelijks #aab4 dassenhaar #bje4 dassenhol #bje4 dassenhuid #bjd4 dauw #gd4 deel 7gedeelte71 mv4 deelen1 blz4 #dh4 deel 7plank en dorschvloer71 mv4 delen1 blz4 #dh4 deemoedig1 blz4 #dh4 deesem1 #aje en blz4 #dh4 degelijk #aab4 degene1 blz4 #abg4 dejeuneeren #bej4 denneboom #aha4 dennenwoud #ahh4 derhalve #abj1 #aec4 dermate #aec4 dertienhonderd enz4 #aei4 deskundige #aec4 desniettegenstaande #aea4 desniettemin #aea4 desnoods #adj4 desolate-boedelkamer #aeh4 destijds #aec4 deugdelijk #aab4 deugniet #bjb1 aanm4 dezelfde1 blz4 #abh4 dezelve1 blz4 #abh4 dezulke1 blz4 #abg4 diaconie1 blz4 #baa4 diaken #bdf4 diegene1 blz4 #abg4 diemit1 diemiten #ajf4 dievegge #ajg4 dievenbende #ahh4 ,dinsdag #abh4 diptiek #bdf4 discretie #bej4 dochterken en dochterke1 blz4 #ii4 doctor 7titel71 verschillend van dokter 7geneesheer7 #beb4 ,dokkumer #ajf4 dokter 7geneesheer71 verschillend van doctor 7titel7 #beb4 dolle-hondsbeet #aeh4 dollekervel #aci4 dolleman #aci4 donkerblauw1 donkerrood enz41 verschillend van donker blauw1 donker rood #ade4 dooier 7van een ei7 #ib4 door1 dooren 7van een ei7 #ia4 doordien #aea4 doordroog #aci4 dooreen #adi1 c4 dooreerlijk #aci4 doorgaans #abb4 doorgoed1 doorkoud enz4 #aci4 door middel van #aej4 dorpsschool #bjh4 dorpsschout #bjh4 dozijn #hh4 draadje1 blz4 #ajj4 draaier #ib4 dragonderstal #bji4 drakenbloed1 blz4 #afg4 drierhande #ic4 drierlei #ic4 driehonderd #aei4 droog1 droge1 droger1 drogen1 blz4 #dh4 droogvoets of droogsvoets #aec4 druiveboom #aif4 druivennat #ahh4 druiventros #ahh4 druivepit #aij4 duitendief #ahh4 duivenei #bje4 duivenkervel #aie4 duivenslag #aig4 duiventil #ahh4 dukaat #bej4 dwepen1 blz4 #dh4 dwingelandij #hi4 echel #ie4 echo #ie1 mv4 echo's #ij4 economie en oeconomie #bed4 ,edelachtbaar #add1 #aci4 edelgesteente #aci4 ,edelgrootachtbaar #add1 #aci4 eega1 blz4 #dh1 mv4 eegaas #ij1 aanm4 een1 eene1 een zelfde1 blz4 #abh4 eendenei #bje4 eendenkooi #ahh4 eendenkroos #aie4 eenigszins #abe4 eereprijs #ahg4 ei1 mv4 eieren #ib4 eigenlijk #aab1 #aae4 eikeboom #aha4 eikenbosch #ahh4 eikenhout #bje4 eilieve #aeb4 elfhonderd #aei4 elzeboom #aha4 engelenkoor #ahh4 ,engelsch-,russisch #aee1 c4 ,engelsch-zout #aee1 b4 er aan1 er bij1 er door enz4 #adh4 ergens aan1 ergens bij1 ergens door enz4 #adh4 erwtensoep1 blz4 #aec4 ethnographie #bdf4 ethnographisch #bdh4 evenals #aea4 evenzeer #adg4 executoir #bdb4 fabriek1 fabrieken #hb1 #hf4 fabrikant #hb4 falie1 mv4 falin #hf1 #hc4 familie en famielje #bed4 fatsoen #ii4 fatsoenlijk #aab4 ,februari #hg4 felicitatie #bej4 feniks en phoenix #bed4 flauw #gd4 flesch1 mv4 flesschen #if4 flesschebakje #aib4 flesschenrek #ahh1 #aib4 flits #ii4 foelie #hf4 fondement en fundament #bed4 fonkelen1 in overdrachtelijken zin1 #aaa4 frambozenkoekje #ahh4 ,franco-,gallisch #aee1 c4 ,fransch-,engelsch #aee1 c4 ,friesch-groen #aee1 b4 frisch1 overtreff4 trap frischte #abd4 fundament en fondement #bed4 gadeslaan #adb4 galgebrok #aij4 galgenaas #bje4 gansch #aae1 #abc4 ganzenei #bje4 ganzenhagel #bje4 ganzetong 7plant7 #aie4 ganzevoet 7plant7 #aie4 ,garibaldi's #ij4 gauw #gd4 gebindten1 zie gebint4 gebint1 gebinten #ajb4 geenszins #abe4 geesel #aje4 geheschen #if4 geiteleer en geitenleer of -leder #aig4 geitenblad #aie4 geitenoog #aij1 #bje4 geitevleesch en geitenvleesch #aig4 gekkenpraat #aic4 gekreschen #if4 gelijke 7mijns1 uws enz47 #adf1 aanm4 gelukkigerwijze #aec4 gemeenlijk #aab4 genie1 mv4 genien #hc4 genius1 mv4 genin #hc4 genoeglijk #aab4 geograaf #bdf4 geographie #bde4 geographisch #bdh4 gerstebrood1 blz4 #aec4 gevangennemen #adb4 gevoeglijk #aab4 gewapenderhand #aec4 gewicht #id4 gewoonlijk #aab4 gezamenlijk #ajh1 #aab1 #aae4 gezeglijk #aab4 gezicht #id4 gids #ii4 gijl #bci4 gindsch #ii4 gitaar #bdd4 goddelijk #aab4 goeddoen #adb4 goedendag 7wapentuig7 #aii4 goedendagzeggen enz4 #bja4 goedmaken #adb4 goedschiks #baj4 goedsmoeds #aec4 goedvinden #adb4 ,gorkumer #ajf4 gortenteller #ahh4 gouverneur #bbh4 gouverneur-generaal #aef1 a4 grappenmaker #ahh4 grauw #gd4 's-,gravendeel1 's-,gravenhage1 's-,gravenland #aeh4 grenen #aha1 aanm4 grijnzaard #bfe4 grijsaard #ajj1 #bfe4 groenling #aab4 ,groot-,britanni #aeg4 ,grootedelachtbaar #add4 grootmeester-nationaal #aef1 b4 grootschrift1 verschillend van groot schrift #aci4 grootspreken #adb4 groot-zegelbewaarder #aeh4 gruttenbrij1 blz4 #aec4 guds1 zie guts4 guts #ii4 gutsen #ii4 gymnasiaalonderwijs1 verwerpelijk germanisme1 blz4 #aeb4 haar 7hoofdhaar7 #ia4 haars gelijke1 zie gelijke4 halverwegen #aec4 handhaven #adb4 handje #aai4 hanebalk #aid4 hanekam #aid4 hanengekraai #aid4 hanengevecht #ahh4 hanepoot #aid4 haneschree #aid4 hanespoor #aid4 hanetred #aid4 haneveer #aid4 harddraven1 hardrijden1 verschillend van hard draven1 hard rijden #adb4 harenthalve #abj4 harmonie1 bij dichters ook harmonij #hf4 hartediefje1 harteleed1 hartelust1 hartewensch #ahf4 hartenaas1 hartenboer1 hartenheer enz4 #ahf1 #ahh4 ,hartsgebergte #aeg1 aanm4 hazendistel #aie4 hazenlip #aid4 hazenmond #aid4 hazenslaap #aid4 hebbelijkheid #aab4 ,hebe's #ij4 heelshuids #aec4 heep1 hepen1 blz4 #dh4 's-,heerenberg #aeh4 heerenboonen #aic4 heerendienst #aic4 heerenhuis #aic4 heerenknecht #aic4 heesch #abc4 ,heilige-,geestgasthuis #aeh4 heir 7legermacht71 mv4 heiren #ia4 helaas #aeb4 heldenarm #aic4 heldendaad #aic4 heldenmoed #aic4 heldenschaar #ahh4 heliotroop1 heliotropen #gg1 aanm4 hemdenlinnen #ahh4 hemeling #aac4 hertebeest #aij4 hertenkamp #ahh4 's-,hertogenbosch #aeh4 hetwelk1 blz4 #abg4 heuglijk #aab4 hieraan1 hieraf1 hierbij1 hierdoor enz4 #adh4 hij #hi4 hoededoos #aib4 hoedenmaker #ahh4 hoeverre1 verschillend van hoe ver #adg4 hoewel 7voegw471 verschillend van hoe wel #aea4 hoezeer 7voegw471 verschillend van hoe zeer #aea4 hondeketting #aib4 hondenhok #bje4 hondje #aai4 hoogachten1 verschillend van hoog achten #adb4 hoogaltaar #aci4 ,hoogeerwaard #aci1 #add4 hoogepriester1 des hoogepriesters #aci4 hoogeschool #aci4 ,hooggeboren #aci1 #add4 hooggeel #ade499994verwijderd ,hooggeleerd #aci1 #add4 hoogte #id4 ,hoogwelgeboren #aci1 #add4 hooien #ib4 hoonen1 blz4 #dh4 horoscoop1 horoscopen #gg1 aanm4 huishouden #adb4 hunnenthalve #abj4 huns gelijke1 zie gelijke4 hypotenusa1 hypotenusa's #bee1 #ij4 iemand #aaf4 ijpeboom #aha4 ijpenlaan #ahh4 ,i,jsel #aje4 ijselijk #hh4 ijzen #hh4 ijzeren-spoorweg #aeh4 in aller ijl #aec1 aanm4 incommodeeren #bej4 ,indisch-,europeesch #aee1 c4 ,indo-,germaansch #aee1 c4 indroog #aci4 ingeval 7voegw47 #aea4 in geval van 7uitdrukking met de waarde van een voorzetsel7 #aej4 ingevolge #aej4 ingierig1 ingoed1 ingoor1 inlui enz4 #aci4 integendeel #adi a4 intijds #adj4 inzonderheid #adi a4 ,israliet1 ,isralieten #hb4 ,januari #hg4 ,java-koffie #aee1 a4 jezuet1 jezueten1 jezutisme #hb4 ,jodenbuurt #ahh4 jongsken en jongske1 blz4 #ii4 jonkheer #ih4 jonkheid #ih4 jonkvrouw #ih4 juffer #aaj4 juffrouw #aaj4 ,juli #hg4 ,juni #hg4 kaatsen #ii4 kachel #ie4 kachelsmid #bji4 kamfer #bej4 kamperfoelie #bej4 kanalje en canaille #bci4 kanenbrood1 blz4 #aec4 kanonnierskazerne #bji4 kanunnik #bec4 kapel #bej4 kapelaan #bej4 kapitaal #bci1 #bej4 kapitein-geweldiger #aef1 b4 kapitein-kwartiermeester #aef1 b4 karaf en kraf #bci4 karakter #bej4 karkas #bej4 karonje #bci4 karwats #bej4 karwei 7werk7 #hh4 karwij 7zaad7 #hh4 kastanjeboom #aif4 kasteel1 kasteelen #bej4 kastelein #bej4 kastrol #bej4 katholiek1 katholieken en catholiek1 catholieken #hf4 kattendoorn of -doren #aie4 kattengeslacht #aid4 kattestaart #aie4 kauw #gd4 kavalje #bci4 kazerne #bci4 keel 7in de bouwkunde en wapenkunde71 kelen1 hetzelfde woord als keel 7lichaamsdeel71 blz4 #dh4 keren 7vegen71 blz4 #dh4 kerkenorde of kerkorde #bjf4 kerkeraad #bjf4 kerseboom #aif4 kettinkje #ih4 kevie #hf4 kievit1 kieviten #ajf4 kindeken en kindeke1 blz4 #ii4 kindsch #ii4 kippenloop #aig4 klaaglijk #aab4 klacht #id4 klasse1 maar classis1 classicaal #bec4 klauw #gd4 kleerenmaker en kleermaker #ahh4 ,klein-,azi #aeg4 klein-kinderschooltje #aeh4 kleinschrift1 verschillend van klein schrift #aci4 klerk1 maar clericaal #bec4 kloot 7wereldkloot71 mv4 klooten of kloten #hj1 c4 klooven 7doen splijten71 onderscheiden van kloven1 mv4 van kloof1 en van wij kloven1 onvolm3 verl4 tijd van kluiven1 blz4 #dh4 klotsen19999 1 weg8 #ii4 knaster #bej4 knauwen #gd4 knie1 knien #hc4 knods1 zie knots49999formatting gecorrigeerd knoeien1 knoeier #ib4 knoop1 knoopen #hj1 b4 knots #ii4 koeiekop #aid4 koeienhaar #bje4 koekeloeren #bjc4 koekenbakker #ahh4 koerier #bec4 koets #ii4 koffie #hf4 koliek #hf4 komedie 7schouwburg71 verschillend van comedie 7soort van tooneelspel7 #beb4 komeet1 kometen #gg1 aanm4 kommies 7ambtenaar bij de belastingen71 verschillend van commies 7ambtenaar aan een der ministerin of bij de posterijen7 #beb4 kompas #bci4 konijnenblad #aie4 koninginnenkroon1 -mantel enz4 #aic4 koninkje #ih4 koninklijk #aab4 koninkrijk #ih4 konserf1 maar conservatief #bec4 konzenielje1 maar cochenille #bci4 kooien #ib4 koozen 7liefkoozen71 blz4 #dh4 koudeschaal #aci4 koudvuur #aci4 kousenwever #ahh4 krant en courant #bci4 krauwen #gd4 krediet 7vertrouwen71 verschillend van credit 7term in het boekhouden7 #bee4 krenteboom #aif4 krijgsmansstand #bjh4 krijt #hh4 kritiek 7hachelijk71 verschillend van critiek 7oordeelkunde7 #beb4 kroon1 kronen1 blz4 #dh4 kruid 7plant71 onderscheiden van kruit 7poeder7 #abg4 kruien1 kruier #ib4 kruisen #aje4 kruisigen #aje4 kruit 7poeder71 onderscheiden van kruid 7plant7 #abg4 kuchen #ie4 kurassiersstal #bji4 kurkenmandje #aib4 kurketang #aib4 kurketrekker #aib4 kwartier #bci1 #bej4 kwee 7soort van vrucht71 mv4 kween1 blz4 #dh4 kwijtraken #adb4 kwijtschelden #adb4 laagte #id4 laatje1 blz4 #bbg4 lakei #bdb4 lampeglas #aij4 lancet #bej4 landschapschilder #bjh4 landschapsschrijver #bjh4 langzamerhand #aec4 lankmoedig #ih4 lauw #gd4 leeperd #ajj4 leeuwenbek #aid4 leeuwenkop #aid4 leeuwenwelp #aid4 leidstar1 leidstr #bab49999leidster8 lekkage #bdc4 letterspecie #bji4 lichaam #ie4 licht 7daglicht7 #id4 licht 7niet zwaar7 #id4 lichtblauw1 lichtbruin1 lichtgeel enz41 verschillend van licht blauw1 licht bruin1 licht geel enz4 #ade4 liefhebben #adb4 liefkoozen #adb4 ,lieve-,vrouwen-bedstroo1 #aic1 c4 ,lieve-,vrouwenkerk #aeh1 #aic1 c4 lijdelijk #aab4 likeur #bej4 likkebaard #bjb4 likteeken1 zie litteeken4 lindeboom #aha4 lindenhout #bje4 linie1 mv4 linin #hc4 lithographeeren #bdi4 litteeken #aca4 livrei #bdb4 locaal 7bijv4 naamw471 verschillend van lokaal 7vertrek1 zaal7 #beb4 loge #bej4 logica #bej4 lokaal 7vertrek1 zaal71 verschillend van locaal 7bijv4 naamw47 #beb4 lomperd #ajj4 loods 7man7 #ii4 loods 7houten gebouw7 #ii1 #bej4 loos1 loozer1 looste #abd4 lorgnet #bej4 los 7lynx7 #abc4 loslaten1 verschillend van los laten #adb4 luidskeels en luidkeels #aec4 luitenant-generaal #aef1 a4 luitjes1 blz4 #bbg4 maagdelijk #aab4 maagdenhart #aic4 maagdenpalm #aic4 maagdenschenner #aic4 maagdenwas #aic4 maaier #ib4 macaroni #bej4 macht #id 99#id84 maonnerie #bej4 malie1 mv4 malin #hc4 malvezei #hh4 mandenmaker #ahh4 ,manilla-sigaren #aee4 mannelijk en manlijk #aab4 mannenmoed #aic4 ,margareta #bee4 ,maria's #ij4 matrozenhoed #aic4 matrozenlied #aic4 matrozenpak #aic4 medearbeider #bje4 mederfgenaam #bje4 medeoorzaak #bje4 meer 7waterplas7 #ia4 meidendienst #aic4 meidendracht #aic4 melodie1 melodien1 bij dichters ook melodij #hf1 #hc4 menigte #id4 ,mennoniet1 ,mennonieten #hb4 menschenbloed #aic4 merrie1 mv4 merries en merrin #hf4 messenmaker #ahh4 messenmandje #aib4 messescheede #aij4 metgezel #ajb4 metterdaad #aec4 mettertijd #aec4 metterwoon #aec4 middeleeuwen #aad4 middelevenredig #aad4 middellijk #aac4 ,middelnederlandsch #aad4 middelpunt #aad4 middelrif #aad4 middenin1 verschillend van midden in #adg4 mij #hi4 mijnenthalve #abj4 ,mijnheer1 mv4 ,mijne heeren1 blz4 #abi4 mijns gelijke1 zie gelijke4 ,mijns-,heerenland #aeh4 militair #bdb4 minister-resident #aef1 a4 misanthroop1 misanthropen #gg1 aanm4 moeilijk #aab4 mogelijk #aab4 mogen1 moogt1 mocht1 #id4 mollepoot #aij1 #aid4 mollevel #aij1 #aid4 monnik1 monniken #ajf4 mooi1 mooier #ib4 morille #bej4 mosch1 mosschen of musch1 musschen #if4 motief1 mv4 motieven1 doch motiveeren #hb4 muggenzifter #ahh4 muizengerst #aie4 murw #abf4 musch1 musschen of mosch1 mosschen #if4 mutsebol #aib4 muziek #hf1 doch muzikaal1 muzikant #hb4 naaldenkoker #aib4 naar gelang van1 naar luid van1 naar mate van #aej1 doch naarmate 7voegw47 #aea4 nademaal #aea4 nauw #gd4 negenhonderd #aei4 nergens aan1 nergens bij1 nergens door enz4 #adh4 niemand #aaf4 nieskruid #abg4 niettegenstaande #aej4 ,nieuw-,holland #aeg4 nieuwjaar1 verschillend van een nieuw jaar #aci4 ,nieuw-,york #aeg4 nimf #bea4 noch 7ook niet7 #acb4 nochtans #ig4 nog 7tot hiertoe1 daarenboven7 #acb4 nommer en nummer #bed4 ,noord-,brabant #aeg4 ,noord-,holland #aeg4 ,noordzee #aeg1 aanm4 nopens #abb4 noteboom #aif4 notedop #aij4 nummer en nommer #bed4 och of #aeb4 oeconomie en economie #bed19999 48 oeconoom1 oeconomen #gg49918 aanm4 officierstafel #bji4 officiersvereeniging #bji4 oir 7erfgenaam7 #ia4 olie1 olin #hc4 omtrent #aah4 ondershands #aec4 onderuit1 verschillend van onder uit #adg4 onhebbelijk #aab4 onkruid #abg4 ons 7gewicht7 #bej4 ons gelijke1 zie gelijke4 ontstentenis #ajb4 ontvangen #aji4 ontvonken #aji4 ontzaglijk #aab4 onverrichter zake #aec1 aanm4 onzenthalve #abj4 ooievaar #ib4 oorsprong #ia4 oorzaak #ia4 ,oostergoo #aeg1 aanm4 ,oostzee #aeg1 aanm4 ootmoed #aag4 opeen #adi1 c4 openlijk #aab1 #aae4 opnieuw #adi4 opruien1 opruier1 opruiing #ib4 ,opsterland #aeg1 aanm4 opzamelen #ajh4 oranjeboom #aif4 ordelijk #aab4 ordentelijk #aab4 orthographie #bde1 #bdf4 oudejaar1 verschillend van het oude jaar #aci4 oude-kleerkoop #aeh4 oude-mannenhuis #aeh4 ouder gewoonte #aec1 aanm4 overal aan1 overal bij1 overal door enz4 #adh4 overdwars1 overlang enz4 #adi4 overgroot1 overklein1 overoud1 overvet enz4 #aci4 ,overijsel #aje4 paardekop #aia4 paardenbloem #aie4 paardenkooper #aia4 paardenmarkt #aia4 paardenras #aid4 paardenstal #aig4 paardestaart #aia4 paardevoet #aid4 paddenstoel #aie4 page #bdc4 paleis #bdb4 ,paschen #if4 passage #bdc4 pauw #gd4 pelgrimage #bdc4 pennemes #aib4 pennenkoker #aib4 penseel #bej4 pereboom #aif4 perzik1 perziken #ajf4 perzikeboom #aif4 philanthroop1 philanthropen #bdf en blz4 #dc4 philoloog1 philologen1 blz4 #dc4 philosoof1 philosofen #bdf4 philosophie #bdf4 phoenix en feniks #bed4 photograaf #bdf4 photographeeren #bdi4 photographie #bdf4 photographisch #bdh4 physica #bde4 pijnlijk #aab4 pijpedop #aib4 pijpenlade #aib4 pijpenmandje #aib4 pijpewroeter #aib4 pincet #bej4 plaats #ii4 plaats grijpen1 plaats hebben1 plaats nemen #adb4 planeet1 planeten #gg1 aanm4 platte-driehoeksmeting #aeh4 plechtig #id4 plegen1 ik placht #id4 pleizier of plezier #bdd4 poet1 poten #gg1 aanm4 pozie1 bij dichters ook pozij1 #hf1 #bea4 politie-commissaris #aef1 a4 pontonnierscompagnie #bji4 porfier #bea4 pose #bej4 postiljon #bej4 pottenbakker #ahh4 pottenkast #ahh4 praeparaat #bed4 praesens1 doch present #bed4 praeses1 doch president #bed4 preparatieven #bed4 present1 doch praesens #bed4 president1 doch praeses #bed4 priesterschaar #bji4 prinsessenbier #aic4 prinsessenboonen #aic4 procurator #bed4 procureur #bej4 procureur-crimineel #aef1 a4 profeet1 profeten #gg1 aanm4 profijt #bdb4 proseliet1 proselieten #bdf4 pruikebol #aib4 pruikenmaker #ahh4 pruimesteen #aij4 ,pruisen #aje4 ,pruisisch-zuur #aee b4 ra1 raas #ij1 aanm4 raad-pensionaris #aef b4 raadplegen #adb4 raam-pje #aai1 #bfg4 rantsoen #ii4 rattenkruit #abg4 rattestaart 7ronde vijl7 #aid4 rauw #gd4 razernij #hi4 receptie #bej4 recht #id4 rechter #id4 rechtspreken #adb4 redelijk #aab4 reliquie1 reliquien #hc4 republiek1 republieken #hb4 republikein #hb4 ,reuzengebergte #aeg1 aanm4 richel #ie4 ridderstand #bji4 ridselen1 zie ritselen4 ,riga-balsem #aee1 a4 rijnsche-wijnflesch #aeh4 rijstebrij1 blz4 #aec4 rit #ajb4 ritmeester #ajb4 ritselen #ii4 roggebrood1 blz4 #aec4 rondom #aej4 roodaarde #aci4 roodbont #ade4 roodekool #aci4 ,rood-,rusland #aeg4 rots #ii4 rozeboom #aif4 rozenkrans #ahh4 ruggemerg #aij4 ruilebuiten #bjc4 ruiterstal #bji4 sacristein #hh4 sacristij #hh4 saffier #bea4 sajet #ib4 ,salland #aeg4 samen 7te zamen7 #ajh4 samenhangen1 -hang #ajh4 samenkomen1 -komst #ajh4 samenspreken1 -spraak #ajh4 samenvloeiing #ib4 scaphander #bdf4 schaats #ii4 schadeloos #aab4 schadeloosstellen #adb4 schapeleer en schapenleer #aig4 schapevleesch en schapenvleesch #aig4 schendekeuken #bjb4 schepter #abi4 scherts #ii4 schoonmaken #adb4 schroot #abg4 scrupel #bej4 seconde en secunde #bed4 securiteit1 doch sekuur #bec4 seizoen #bdd4 sekuur1 doch securiteit #bec4 sergeant-majoor #aef1 a4 sergeantsstrepen #bjh4 sieraad #bba4 sieren #bba4 sigaar #bej4 sigarenfabriek #ahh4 silhouet #bej4 sinaasappel #aee4 sinds #ii4 singel #bba4 slaatje1 blz4 #bbg4 slakkenhuisje #bje4 slangekop #aie4 slangenbloem1 -wortel #aie4 slavenaard1 -arbeid1 -dienst1 -werk #aic4 sleepen 7voorttrekken71 verschillend van slepen 7gesleept of voortgetrokken worden71 blz4 #dh4 sleetje1 blz4 #bbg4 slijtage #bdc4 slippedrager #aij4 sloof 7voorschoot71 mv4 slooven1 verschillend van sloof 7sukkelaarster71 mv4 sloven1 blz4 #dh4 smaldeel #aci4 smidse #ii4 ,smyrna-vijgen #aee1 a4 snarenspeeltuig #ahh4 snelschrijven1 verschillend van snel schrijven #adb4 soldatenkind1 -lied1 -vrouw #aic4 soupeeren #bej4 souverein #bbh1 no4 #b4 ,spanjaard #ajj4 sparreboom #aha4 specerij #bej4 spectator #beb4 spektakel #beb4 speldenkussen #aib4 spelemeien #bjc4 spelevaren #bjc4 spie1 spien #hc4 spillebeen #aij4 spits1 zelfst4 en bijvoegl4 nw4 #abc4 sprinkhaan #ih4 stadsschout #bjh4 staten-generaal #aef1 b4 stationnair #bdb4 ,st4-,catharinagasthuis #aeh4 steeds #ii4 steedsch #ii4 stellage #bdc4 stenographisch #bdh4 sterrenkunde #ahi4 stierenkop #aid4 ,st4-,janskerk #aeh4 stoelendraaier #ahh4 stoffage #bdc4 stokebrand #bjb4 stokkenknecht #ahh4 studentenlied #aic4 stukadoor #bej4 subject en sujet #bed4 substantief1 substantieven #hb1 #hf4 substituut-griffier #aef1 a4 suikerij en cichorei #bci4 sujet en subject #bed4 synoniem1 synoniemen #bdf4 syringeboom #aif4 tachygraaf #bde1 #bdf4 tapijt #hh4 tarwebrood1 blz4 #aec4 te gelijker tijd #aec1 aanm4 tegenover #aej4 tegoeds of te goed #adj4 ,teisterbant #aeg1 aanm4 te land1 te voet1 te paard enz4 #adi4 telegraaf #bdf4 telegrafist #bdg4 telegraphisch #bdh4 telescoop #bdf1 mv4 telescopen #gg1 aanm4 teleurstellen #adi99994 telkens #adj4 ,teloorgaan #adi4 99hoofdletter8 ten hove1 ten onrechte enz4 #adi1 aanm4 tenware #aea4 tenzelfden #adi1 aanm4 tenzij #aea4 terdege1 terdeeg #adi4 ter leen1 ter zee enz4 #adi4 terloops #adj4 tersluiks of ter sluik #adj4 terstond #adi4 terug #adi4 terugbrengen1 -deinzen enz4 #adi4 terzelfder #adi1 aanm4 tevergeefs of vergeefs #adj4 thans #abb4 theocratie #bde4 theoloog1 theologen #gg1 aanm4 tichel #ie4 tinnegieter #aij4 tocht #id4 toets #ii4 toevalligerwijze #aec1 no4 #e4 toon 7muziektoon71 mv4 tonen1 verschillend van toonen 7wijzen7 en toon 7teen71 mv4 toonen1 blz4 #dh4 toonloos #aab4 toorts #ii4 topographie #bdf4 topographisch #bdh4 torsen #abc4 traktaatje #bej4 traktement #bej4 tralie1 mv4 tralies en tralin #hc4 transitoir #bdb4 triomf en triumf #bdf1 #bea4 troon1 tronen #bba en blz4 #dh4 trots 7zelfst4 nw47 #ii4 trotsch 7bijv4 nw47 #abd4 tucht #id4 tuigage #bdc4 tulpeboom #aif4 tusschen #if4 tusschenin #adg4 twaalfhonderd #aei4 twee1 tween #hc4 tweerhande #ic4 tweerlei #ic4 tweehonderd #aei4 uiteen #adi4 uitermate #aec1 no4 #c4 uit hoofde van #aej4 uws gelijke1 zie gelijke4 vandaar1 vanhier #adi1 b4 vanderhandsch #adj4 vannieuws #adj4 varkensstal #bjh4 varkensziekte #bjh4 veeleer en veel eer #adg4 veelszins #abe4 veinzaard #ajj1 #bfe4 venijn #hh4 verbintenis #ajb4 verf1 verfpot1 verfwinkel #abf4 vergeefs of tevergeefs #adj4 vermicelli #bej4 vermiljoen #bej4 vermurwen #abf4 vers #ha4 verstandelijk #aab4 verven1 verver #abf4 verzamelen1 verzameling #ajh4 vierhonderd #aei4 vijfhonderd #aei4 vijgeboom #aif4 visch1 visschen #if4 vla1 vlaas #ij1 aanm4 volgens #abb4 volzalig #add4 vonkelen 7in eigenlijken zin7 #aaa4 vooraan1 voorin1 vooronder1 voorover1 vooruit #adg4 vooral1 voorgoed1 voorwaar1 voorzeker #adi b4 ,voor-,indi #aeg4 voorshands #aec1 no4 #b4 vorstenkroon1 -telg1 -zoon #aic4 vrijlaten1 verschillend van vrij laten #adb4 vroolijk1 blz4 #di4 vrouwenhand1 -hemd1 -kleed1 -rok #aic4 vuren7hout7 #aha1 aanm4 waarheidszucht #bjh4 was 7van bijen7 #abc4 wasch1 wasschen #if4 welbespraakt1 weldoend #add4 ,weledel1 ,weledelgeboren1 ,de laatste bladzijde van dit boek ontbreekt in het ons ter beschikking staande exemplaar4 ,indien u toegang heeft tot deze bladzijde1 wordt u verzocht een scan hiervan naar ,project ,gutenberg te sturen4 ,,aanteekeningen #a ,j4 ,grimm1 ,ueber das pedantische in der deutschen sprache1 in de ,philol4 und hist4 ,abhandlungen der ,kon4 ,academie te ,berlijn1 #ahdg1 bl4 #bjc 7,kleinere ,schriften1 ,i1 #cdh74 ,in de ,inleiding op het ,deutsches ,wrterbuch1 bl4 ,,liv1 zegt hij niet minder sterk3 ,in den letzten drei jahrhunderten trgt die deutsche schreibung so schwankende und schimpfliche unfolgerichtigkeit an sich1 wie sie in keiner andern sprache jemals statt gefunden hat1 und nichts hlt schwerer als diesen zustand zu heilen4 ,over de ,nederlandsche spelling velt hij een veel gunstiger oordeel 7,d4 ,gramm4 ,i#c1 bl4 #cbc en elders74 ,tegenover de onbillijke geringschatting1 die onze spelling zoo dikwijls van landgenooten te verduwen had1 mag op dergelijke getuigenissen van ,grimm wel eens worden gewezen4 #b ,dat het hoofdstuk ,bastaardwoorden in het ,verslag van ,prof4 ,heremans niet volkomen eensluidend is met deze ,regeling der ,nederlandsche ,spelling1 maar met het ,ontwerp1 is niet toe te schrijven aan verschil van gevoelen1 maar daaraan1 dat dit gedeelte tijdens de uitgave van het ,verslag nog niet geheel was afgedrukt4 ,daardoor was het ons ondoenlijk geweest den ,gentschen ,hoogleeraar de wijzigingen en invoegingen in den tekst tot in alle bijzonderheden mede te deelen1 gelijk tot dusverre door het toezenden der afgedrukte bladen geschied was4 #c ,uit het ,verslag der ,belgische ,spelling-,commissie blz4 #ce vlg41 blijkt1 dat het verschil in de uitspraak van dezelfde woorden op verschillende plaatsen in ,belgi vooral niet geringer is dan in ,noord-,nederland4 #d ,voor het ,sanskrit en ,gothisch is die stelling geene bloote hypothese1 tot wier erkenning men alleen door gevolgtrekkingen gedwongen wordt4 ,in de eerstgenoemde taal komen wel twee letterteekens voor1 die thans als e en o worden uitgesproken1 doch uit alles blijkt ten klaarste1 dat e vroeger ai en o vroeger au geweest is2 zie ,bopp1 ,vergleichende ,grammatik4 #b4 ,reeds eene vergelijking der letterteekens voor i aai en u aau met die voor ai en au leert dit duidelijk4 ,in het ,gothisch komen insgelijks twee letterteekens voor1 die op epsilon en ,omega gelijken1 en daarom in ,latijnsch letterschrift door e en o voorgesteld worden1 maar deze stemmen niet overeen met de e's en o's in de overige ,germaansche talen3 aan het eerste1 ofschoon het een langen i-klank voorstelde1 beantwoordt onze lange in daad1 jaar1 slaap2 en de ,friesche ie in died1 jier1 sliep2 aan het tweede onze oe in boek1 goed1 stoel2 terwijl bovendien blijkt1 dat die klanken uit tweeklanken1 meestal uit ia en ua1 soms ook uit ai en au samengesmolten zijn4 ,dat ook het ,oudnoordsch aanvankelijk geene e's noch o's bezat1 blijkt uit de zoogenaamde ,helsingrunen1 in welk alphabet geene andere klinkers dan a1 i en u voorkomen2 zie ,u4 ,w4 ,dieterich1 ,runen-sprachschatz1 blz4 ,x4 ,er zijn wel is waar schrijvers1 die beweren1 dat ,ulfila door ai en au onze e- en o-klanken heeft voorgesteld4 ,zij gronden dat beweren op de wijze1 waarop hij in ,grieksche woorden e en o heeft weergegeven4 ,dit heeft echter niet verhinderd1 dat ,grimm1 dien iedereen wel voor den grootsten kenner der ,germaansche talen zal houden1 steeds is voortgegaan ai en au als ware tweeklanken te beschouwen4 ,in het vorige jaar is door ,f4 ,dietrich in een afzonderlijk werkje1 ,die ,aussprache des ,gothischen1 aangetoond1 dat ai en au ook nog lang na ,ulfila echte tweeklanken waren1 en door niet-,gothen als zoodanig werden gehoord en opgevat2 dat de ,gothen de vreemde eigennamen naar hunnen tongval wijzigden1 en dat het aannemen van ai e en au o toch volstrekt niet toereikend is om hunne spelling van de ,grieksche woorden te verklaren4 ,eene vergelijking van de ,gothische schrijfwijze met de gelijktijdige van het ,grieksch en ,latijn geeft de tegenstrijdigste uitkomsten1 en bevestigt slechts1 wat door deskundigen erkend wordt1 namelijk1 dat de uitspraak en spelling der beide laatstgenoemde talen in het ,gothische tijdperk tamelijk onzeker en verward was4 ,indien men deze spelling tot maatstaf van die van het ,gothisch wilde aannemen1 zou men tot het ongerijmde besluit moeten komen1 dat goth4 a te gelijker tijd als a1 e en au1--i als i1 e1 ei1 1 u en ch1--u als ou1 o1 enz4 klonk4 ,het onregelmatige gebruik der klinkers en tweeklanken1 waaraan men zooveel gewicht hecht1 bestond alleen bij woorden uit het ,grieksch en ,latijn overgenomen1 inzonderheid bij eigennamen2 daarentegen kan men in de spelling van het ,gothisch zelf1 inzonderheid ten opzichte van de klinkers1 eene regelmaat opmerken1 die verwonderlijk mag heeten1 als men bedenkt dat de ,gothen kennelijk geheel naar de uitspraak1 en niet naar grammatische regels1 te werk gingen4 #e ,in een geheel ander geval verkeeren de woorden met tweeklanken op u1 als blauw1 eeuw1 ruw1 nieuw1 rouw1 enz4 ,daarbij gaat men geheel regelmatig te werk1 en schrijft men de w zoowel in de onverbogene als in de verbogen vormen3 blauw--blauwe enz41 en niet zonder reden4 ,in slechts weinige woorden1 misschien slechts in n3 leeuw1 lat4 leo1 is de w een overgangsletter en van lateren oorsprong2 vermoedelijk in alle andere maakt zij een wezenlijk bestanddeel van de stamlettergreep uit1 maar is niet1 gelijk de j in drajen enz4 slechts een achtervoegsel4 ,ook hoort men in de uitspraak nog iets van de w op het einde der lettergrepen1 b4 v4 in uw1 ruw1 schuw1 mouw1 rouw1 enz41 die niet volkomen hetzelfde klinken als u1 nu1 kou en zou 7verkortingen van koude en zoude1 waarin de w niet behoort74 ,het een en ander verklaart1 waarom de voorstanders der schrijfwijze baaien enz4 ten opzichte van de w niet van de gewone spelling zijn afgeweken4 #f ,wij gevoelen geen berouw over onze keus1 sedert een ijverig voorstander der gch leert1 dat men de beide letters1 de g zoowel als de ch1 moet laten hooren1 en overeenkomstig den aard der g den keelklank zachtelijk laten aanvangen1 om dan allengs tot ch te verscherpen 7,tijdspiegel van ,juni #ahfc73 iets dat niet mogelijk is zonder een hoogst onwelluidenden klank voort te brengen4 ,bij de spelling met de enkele ch zal niemand tot zulk eene uitspraak vervallen2 wij meenen dus met recht hier den ,regel der ,welluidendheid te hebben doen gelden4--,de bewering van dien zelfden recensent1 dat de woorden als lachen enz41 met de enkele ch geschreven1 niet te spellen zijn1 heeft ons zeer bevreemd4 ,in de vorige eeuw zou dat schijnbaar ongetwijfeld indruk hebben gemaakt1 en misschien ook voor ons reden genoeg geweest zijn om de gch te behouden4 ,thans zal ieder1 die behoorlijk spellen kan1 die de zoogenaamde klankmethode kent1 in die bewering niets meer dan eene drogreden zien4 ,hij weet1 dat men thans bij het spellen1 gelijk de aard der zaak medebrengt1 iedere letter met dien klank noemt1 dien hij in het woord heeft1 en spreekt1 als hij b4v4 bdstde spelt1 de drie e's op drie verschillende wijzen uit3 1 en e4 ,hij zal dus dienovereenkomstig l1 1 ch1 e1 n zeggen1 en zoodoende ook zonder g den juisten klank treffen1 evengoed als hij d1 1 g1 dag zegt1 en niet d1 1 g1 hetgeen daag zou opleveren4 ,wat geschiedt1 kan geschieden4 #g ,het bevreemdt ons1 dat een geacht beoordeelaar dit punt betwist4 ,wij willen gaarne erkennen1 dat de uitspraak ,hrlem en ,arnhem in de volkstaal wel gehoord wordt2 doch in de beschaafde uitspraak wordt zeer zeker ,haarlm en ,arnhm gezegd4 ,in den laatsten naam klinkt de wel iets flauwer dan in den eersten1 maar het blijft toch altijd eene en daalt niet tot eene geheel toonlooze e4 ,zoo spreekt men ook wel degelijk van den ,hrlmmer ,hout1 niet van den ,hrlmer ,hout4 #h ,omtrent de spelling van het hier behandelde woord heeft de ,redactie lang gewankeld4 ,in de eerste uitgave 7 #if7 gaf zij de voorkeur aan juffrouw1 in de tweede 7 #aaj7 aan jufvrouw1 en nu in de derde keert zij tot juffrouw terug4 ,de reden was eenvoudig gelegen in verschil van gevoelen tusschen de beide redacteurs1 die1 hoe eenstemmig ook in bijna alle vraagstukken1 het omtrent dit punt nooit eens hebben kunnen worden4 ,in de eerste uitgave was mijne overtuiging aangenomen2 in de tweede had ik aan den aandrang van ,te ,winkel moeten toegeven1 op grond dat wij van het beginsel uitgingen1 in de bestaande spelling geene verandering te maken dan bij volstrekte noodzakelijkheid1 terwijl die noodzakelijkheid niet bleek zoolang de beide redacteurs het niet eens waren4 ,thans echter1 nu ik bij herhaalde overweging mijne vroegere opvatting nog altijd als de ware beschouw1 en mijne tegenwoordige mederedacteuren1 ,dr4 ,verwijs en ,dr4 ,cosijn1 eenstemmig met mij denken1 heb ik niet geaarzeld de vroegere uitspraak der ,redactie te herstellen en de spelling met ff voorgoed aan te nemen4 ,m4 ,d4 ,v4 #i ,men noemt de t doorgaans eene tandletter4 ,wanneer men echter bedenkt1 dat tot het uitspreken eene sluiting der mondbuis door middel van de tong vereischt wordt1 dan zal men de benaming tongletter in het algemeen1 en voor dit geval in het bijzonder1 gepaster achten4 #aj ,zoo vindt men b4v4 van ,gods halven in ,maerlant's ,spieg4 ,hist4 ,,iii1 #g1 #be1 #gf2 van minen halven in ,serrure's ,vad4 ,mus4 ,i1 #caj1 vs4 #gj2 waar het enkelvoud ongetwijfeld te verkiezen zou zijn4 #aa ,zie ,hildebrand1 ,deutsches ,wrterbuch1 op ,kraut1 en ,beckering ,vinckers in ,taal- en ,letterb4 ,,iii4 #abe vlgg4 #ab ,wij onthouden ons vooralsnog van het vaststellen van regels1 die de spelling betreffen van woorden1 uit talen ontleend1 die een ander letterschrift hebben1 gelijk b4v4 de ,oostersche4 ,dit onderwerp toch vereischt een afzonderlijk onderzoek1 des te moeilijker1 doordien de vorm1 welken zoodanige woorden bij ons hebben aangenomen1 gedeeltelijk ook afhangt van het kanaal1 waardoor zij tot ons gekomen zijn4 ,met woorden1 uit het ,grieksch ontleend1 is het eenigszins anders gelegen3 zie beneden1 #bde4 #ac ,de nadenkende lezer zal inzien1 dal de schrijfwijze lachen1 lichaam enz41 die de ,redactie ter bevordering der welluidendheid1 dus om de uitspraak1 heeft aangenomen1 zich in een geheel ander geval bevindt4 ,die spelling verzaakt zeker den erkenden regel1 dat medeklinkers met zich zelve verdubbeld worden2 doch die regel is niet door ons1 maar door het algemeen ,gebruik ter zijde gezet4 ,niemand wil het regelmatige lachchen1 lichchaam1 evenmin zij die lagchen1 als zij die lachen voorstaan4 ,wij moesten uit die twee gebrekkige en onregelmatige spellingen kiezen1 en lieten den ,regel der ,welluidendheid beslissen1 omdat andere zwegen4 #ad ,om geene verandering te brengen in de nommers der paragrafen1 wordt dit toevoegsel afzonderlijk achteraan geplaatst4