,handboekjes ,elck 't ,beste ,onder leiding van ,l4 ,simons ,uitgegeven door de ,maatschappij voor ,goede en ,goedkoope ,lectuur ,amsterdam ,goethe's ,faust ,studie door ,dr4 ,j4 ,d4 ,bierens de ,haan ,gedrukt ter drukkerij ,de ,degel1 ,amsterdam4 ,,woord ,,vooraf ,goethe heeft in de twee gedeelten van den ,faust aan zijn lezers het beeld voor oogen gesteld van den mensch en zijn hoogste streven4 ,niet een historisch bepaalden persoon1 gelijk in menig drama1 noch een zielkundig merkwaardig wezen1 als genie of ,uebermensch heeft hij geschilderd2 maar den mensch1 die wij allen zijn4 ,al het fantastisch eigenaardige van het ,faust-gedicht is dichterlijke verbeeldingswijze4 ,het zal ons1 die over de ,faust-figuur gaan filosofeeren te doen zijn1 om het menschelijke in dezen mensch1 en om niets anders4 ,b4 de ,h4 ,aerdenhout1 ,oktober #aiad4 ,i ,,de ,,klacht ,,van ,,faust #a4 ,de famulus ,wagner1 de begrensde mensch4 ,nauwelijks verschijnt ons de figuur van ,faust of wij vernemen zijn klacht1 een klacht zoo zeer uit de geheele persoonlijkheid opgeweld1 dat wij ,faust niet kennen1 zoolang wij de klacht niet verstaan4 ,en door in haar te verwijlen1 zoodat de snaren onzer ziel meetrillen1 verstaan wij haar4 ,niet slechts muziek of roman willen genoten worden door medeleving1 maar ook de wijsheid1 en ook datgene wat aan de wijsheid voorafgaat4 ,terwijl wij nu de klacht van ,faust zullen uitspreken1 en bepeinzen wat zij inhoudt--zie daar ontmoeten wij een mensch in ,faust's omgeving en met wien hij elken dag verkeert3 zijn eigen famulus1 den helper bij zijn natuurkundige proeven1 ,wagner4 ,hij is een mensch 7of zeggen wij3 hij is de mensch7 die de klacht van ,faust niet kent en haar niet begrijpt en die te dezen opzichte het niet verder brengt dan tot een schamele verzuchting4 ,het is langs den famulus ,wagner1 dat wij tot ,faust naderen2 het is door tegenstelling dat wij de beteekenis van ,faust's klacht duidelijk maken4 ,reeds weet ik veel doch gaarne wist ik alles 7,zwar weiss ich viel1 doch mcht ich alles wissen74 ,met deze woorden treedt de famulus ,wagner uit ,faust's studeercel af2 zij zijn kort en wel de prachtigste karakteristiek van een benepen mensch4 ,de man wien deze woorden in den mond gelegd zijn1 is voorgoed belachelijk en met hem het heele ras der zijnen2 de kordate weetvastheid van zoo'n schepsel1 zijn beslist voornemen om de weterij van dag tot dag te vermeerderen1 en de volkomen argeloosheid van zulk gemoed zijn zoo heerlijk bijeengebracht in dat ne volzinnetje1 dat wij ,goethe den oprechten dank onzer harten schuldig zijn1 die zoo treffend de heele bent van weetwijzen heeft gekarakteriseerd4 ,deze menschen hebben en eerbied1 en die is groot1 voor degenen die nog meer weten dan zij2 zij hebben n verlangen en dat is groot3 hun medewetenden voorbij te streven of althans in te halen2 hoe gaarne zouden ze twee honderd jaren oud worden1 wanneer dat hun hielp om alles te weten4 ,zij zijn het die de opstapeling der leervakken hebben uitgevonden en de vergelijkende examens4 ,wagner is de begrensde mensch4 ,maar waarin bestaat dan wel zijn begrensdheid1 terwijl toch zijn verlangen zo ver reikt8 ,tevreden met halve maatregelen vinden wij hem niet en de hoeveelheid weten1 door hem verzameld1 is hem nooit genoeg1 daar hij immers tot de al-wetendheid toe zou willen voortwerken4 ,respektabel is de kennis der ,wagners1 en zij gelijken in hoeveelheid van opgezamelde wetenschap op musea4 ,hun vatbaarheid schijnt onbegrensd4 ,zijn zij niettegenstaande dit een begrensd type van menschen1 waarin ligt deze begrensdheid dan8 ,zij ligt in een eigenschap huns geestes waardoor zij den zin en beteekenis van hun eigen weten misverstaan4 ,in een misverstand ligt hun begrensdheid2 en het misverstand is van dien aard1 dat hij die het opeens inziet1 tot de klacht van ,faust vervalt4 ,maar ook van dien aard is het misverstand dat men slechts krachtens geestelijke beperktheid daarbij blijven kan en dat de ware1 ruime en diepe geest niet anders kan dan het misverstand ontsluieren en dus komen moet tot de klacht van ,faust4 ,en deze klacht verwoest de vorige vreugde en spreekt het vonnis uit over de schoone illusie van voorheen4 ,wat de famulus ,wagner niet verstaat is3 dat al deze kennis een nadering is tot het ,onbegrepene4 ,ja3 de diepere waarheid der kennis ligt hierin--een waarheid die vooralsnog verbijstert en verblindt1 zooals ze aan ,faust doet1 maar die later wordt verstaan1 wanneer het ,onbegrepene niet zonder meer on-begrepen blijft4 ,de ,wagners echter verstaan niets van dezen geestelijken zin en wonderbare waarde der menschelijke kennis3 hun is het te doen om de verzameling der weetzaken4 ,zij kloppen begeerig aan de deur van ,faust's denkvertrek om met hem te treden in geleerde overweging1 maar niet om wijsheid4 ,de vrees1 die hen een enkelen maal bij hun wetenschap overvalt1 is niet de vrees of ook al het weten de toenadering is tot een ontzaglijk geheim1 te groot voor menschenhart4 ,maar hun vrees is dat het korte leven niet genoeg zij om de hoeveelheid der weetbaarheden te verzamelen3 de kunst is lang en kort het leven eer de halve weg is afgelegd moet een arme drommel misschien sterven4 ,de kwantiteit van het weetbare verontrust hen soms2 en zoo ze ooit over de begrensdheid onzer kennis hebben nagedacht1 dan is het om deze grenzen verkeerd te stellen3 de begrensdheid onzer zintuigen en van ons geheugen en der werktuigen die wij aanwenden1 de kwantitatieve onvolmaaktheid van het menschelijk verstand is de eenige grens1 die zij zich indenken3 maar dat mogelijk het verstand zelf 7ook het ver-reikendste7 niet levert wat wij ons inbeelden1 dat het verstand zelf voert tot het onbegrepene2 dat aldus het verstand eindigt niet bij het doel1 waarvoor wij 't inspanden1 maar bij de ontkenning des doels--dt te verstaan is verre buiten het vermogen der famuli ,wagner4 ,zoo verstaan zij ook niet wat wl de zin der verstandswerking mag zijn4 ,in hun mond past de volgende lofspraak3 ,wij hebben met nauwlettendheid de bewegingen van gemoed en verstand gadegeslagen1 geklassificeerd en ingedeeld onder psychische wet4 ,wij hebben de bronnen der historie van volken en geslachten geopend en bestudeerd4 ,wij hebben de aarde opgegraven en daar de archieven aangetroffen voor de prae-historische geschiedenis der menschheid2 wij hebben door geologische onderzoekingen den ouderdom van onze aardsche woonplaats berekend en een algemeene voorstelling harer wordingsfazen verkregen2 de afstanden vastgesteld in het stelsel der planeten2 onze blik reikt tot eindlooze verten heen2 de richting is aangewezen waarin het menschelijk verstand nog jaren en jaren zijn onderzoekingswerk kan voortzetten3 zwar weiss ich viel1 doch mcht ich alles wissen6 ,oefent de verrukking der ,wagners niet zekere verlokking uit en zou men haar uitspraak niet liever aanhooren dan de klacht van ,faust1 de bittere en doodelijke klacht3 ,ik zie dat wij niets kunnen weten 7ich sehe dass wir nichts wissen knnen78 ,nu heb ik1 ach1 filosofie1 rechtswetenschap en medicijnen1 en ook helaas theologie met vurigen ijver bestudeerd4 ,daar sta ik nu1 een arme dwaas en ben zoo wijs als bij 't begin4 ,ik heet ,magister1 ,doctor zelfs en trek nu al een tiental jaren1 omhoog omlaag en scheef en krom scholieren bij hun neuzen rond en zie dat wij niets weten kunnen3 dat brandt mijn hart met felle pijnen4 ,aldus luidt de klacht1 waarme ,fausts nachtelijke alleenspraak in de studeercel aanvangt en waarvan geen famulus ,wagner iets verstaat4 ,voor dezen is wetenschap nog niets anders dan lofwaardige geleerdheid1 streelend voor het menschelijk gevoel van eigenwaarde4 ,dat wereld en leven raadsel zijn vermoedt hij niet4 ,tegenover de klacht van ,faust klinkt zijn tevredenheid als onbewuste bespotting van zichzelf3 het is een groot genot zich in den geest der tijden te verplaatsen1 toeziende hoe voorheen een wijs man heeft gedacht1 hoe heerlijk ver ten laatste wij gekomen zijn4 #b4 ,wetenschap is herleiding tot het ,onbegrepene4 ,de klacht van ,faust betreft niet de kwantiteit van het weten3 het te weinig aan kennis4 ,deze kwaal ware wellicht door den arbeid van duizend jaren te verhelpen1 waarna de klacht kon worden te boek gesteld als bewijs van het te kort in een voorafgaand stadium der menschelijke ontwikkeling4 ,de klacht van ,faust houdt in dat de kennis een nadering is tot het ,onbegrepene4 ,dit is het wat hem kwelt3 hoemeer deze schipper zijn vaart bespoedigt1 zoo dichter nabij den kolk wordt hij gedreven1 waarin elk vaartuig vergaat4 ,juist het tegenovergestelde van wat hij wenscht bereikt hij2 het licht waarnaar hij versmacht blijkt duisternis4 ,tevoren1 toen hij als onwetende door het leven liep1 was hij niet ongelukkig2 zijn behoefte aan kennis hield nog de belofte in eener toekomstige vervulling4 ,thans echter is hij de kennis deelachtig en ziet3 het kennen drijft hem ijlings in de ellende3 het ,onbegrepene is voor zijn oog verrezen4 ,het is alsof nevels den horizont onzichtbaar maken zoodat wie kunnen leven zonder horizont1 tevreden zijn met het beperkte bestaan hun gegund4 ,maar zij1 wie de beperktheid het leven benauwt1 doorwaden de nevelen en wat zien zij8 ,monsters die het bestaan bedreigen4 ,wij willen uit het begrip der wetenschap1 de wetenschap van natuur en zielsleven1 nagaan waardoor ,faust tot zijn klacht gedreven is4 ,faust heeft op alle gebied van het menschelijk weten zijn kennis uitgebreid3 wat wil het zeggen3 de uitbreiding der kennis8 ,het wil zeggen dat de waargenomen stof1 die eerst een voorwerp was voor de tuchtlooze fantasie1 al meer onder algemeene gezichtspunten des verstands gebracht wordt3 de zonnekar met de vurige rossen en den kloeken menner1 die eertijds de fantastische behoefte der jeugdige volken bevredigde1 heeft de plaats geruimd voor een mechanische wet van beweging naar de eischen van het tucht-lievend verstand4 ,nu zijn wij verstandiger en wij zijn vooruit gegaan2 wij hebben voldaan aan den eisch onzer eigen bewustheid4 ,maar begrijpen wij nu8 ,het voorbarig ja als antwoord op deze vraag past in den mond der famuli ,wagner4 ,ons verstand leert ons de bizondere gevallen begrijpen uit het algemeene2 den val van een steen begrijpen we uit de algemeene wet der aantrekking2 het ontkiemen van een zaad begrijpen wij uit de algemeene wet der organische ontwikkeling4 ,in zoover kan men zeggen dat wij door het verstand iets begrijpen4 ,maar zal dit begrijpen volledig zijn en niet een verwijzing naar het onbegrijpbare1 dan moeten wij ook het ,algemeene begrijpen--en dat kunnen wij niet4 ,zoo is er dan deze reden1 om welke ons verstand niet in staat is tot wezenlijk begrijpen3 dat het verstand de waargenomen wereld der bizondere gevallen 7verschijnselen1 gebeurtenissen7 herleidt tot het ,algemeene 7algemeene wetten7 en het ,algemeene is voor hem onbegrijpelijk4 ,voorbeeldig in ijver werkt het verstand voort aan zijn matelooze taak1 om de veelvormige en veelvervige stof der waarneming te brengen onder de tucht van het ,algemeene4 ,maar bij nadere bepeinzing wordt ons duidelijk dat wij niet vermogen raadsels op te lossen1 doch te klassificeeren4 ,wij herleiden de raadseltjes tot raadsels2 de bizondere raadseltjes tot algemeene raadsels2 het bizondere raadseltje van het vallen eener steen tot het algemeene raadsel der aantrekkingskracht4 ,ons verstand is de ondernemer van een dierentuin1 die zijn kooien in regelmatige orde bouwt naast elkaar en geleidelijk den toeschouwer door de opklimmende rang-orde der dierenwereld voortleidt2 elke kooi draagt een welgeschilderd opschrift1 waar geslacht en soort van het vertoonde schepsel te lezen staat4 ,maar het wezen zelf dat als representant der soort zich hier voordoet1 is een onoplosbaar raadsel4 ,hier is de tijger1 felis tigris1 gevaarlijk roofdier1 exemplaar der katten-familie2 orde3 roofdieren 7carnivora72 onderklasse3 eigenlijke zoogdieren 7monodelphia72 klasse der zoogdieren 7mammalia7 en behoorend tot de eerste type van het dierenrijk3 de gewervelde 7animalia vertebrata47 ,maar ik vraag u3 wat loert in dat oog8 ,zoo gij mij dat dier wilt vertoonen1 bij de goden leg mij uit wat de natuur is1 dat zij zulke wezens schiep en wat de zin der schepping is1 waarin dit dier zijn plaats heeft en3 wat beteekent de tijger in de rangorde der wezens die gij mij zoo keurig benaamdet8 ,of zie dien dommen papegaai1 bij welken de uil waard is vogel van ,athene te zijn3 wat wil de natuur dat zij dezen papegaai in haar bosschen laat4 ,zonder raadsels kwam ik in uw dierentuin1 waarin ge mij de wereld zoudt vertoonen gekatalogiseerd3 ik zou uitgaan als een begrijpende2 maar gij hebt mij alleen vertoond geklassificeerde raadselen4 ,ons verstand is de ondernemer van dien dierentuin4 ,het heeft een tweeledigen arbeid3 vooreerst de klassifikatie 7schematisatie7 der waargenomen voorwerpen naar hun eigenschappen4 ,wanneer wij een slak1 een olifant en een nijlpaard beschouwen1 blijkt al dadelijk1 dat de eigenschappen der laatste twee meer onderling overeenstemmend zijn dan der eerste twee4 ,zoo ontstaat een indeeling der waargenomen wereld in verscheidene rangen3 de anorganische wereld2 de organische 7plantenrijk71 de bewuste wereld 7dierenrijk7 en de wereld der redelijke wezens4 ,de tweede taak van het verstand is3 het leven der voorwerpen van elke klasse na te sporen2 herleidend het verschil der eigenschappen tot verschil van levensfunktie3 in de anorganische wereld is dit leven tweerlei3 chemische verbinding en ontbinding der stoffen n mechanische beweging2 in de organische wereld is dit leven3 groei 7voeding1 procreatie1 sterven72 in de bewuste wereld3 bewust-zijn2 in de redelijke wereld3 denken en wil4 ,en wanneer wij nu de gekompliceerde verschijnselen1 die zich overal voordoen1 herleid hebben tot de enkelvoudige algemeene gevallen 7wetten7 van het leven eener toebehoorende klasse1 dan mag ons verstand even voldaan zijn als de famulus ,wagner4 ,maar nu begint de klacht van ,faust3 want1 het algemeene geval der aantrekkingskracht of van den groei of van het bewust-zijn of van den wil3 dat is juist het onbegrepene4 ,in het eerste zijn wij voldaan4 ,zoolang wij de waarnemingswereld voor oogen hebben zijn wij voldaan met de wetenschap1 dat de veelvuldige werkingen1 elk met hun eigen aanschijn1 berusten op een zelfde algemeenheid2 de groei van deze lelie gaat evenzoo als de groei van honderd andere planten1 die gij reeds kent2 bevruchting en voeding hier geschieden gelijk als daar4 ,herkennen wij in het aanschouwde natuurverschijnsel een algemeene wet1 dan bevinden wij ons in een aangename situatie daar tegenover2 wij zijn niet verbijsterd als tegenover het ongewone2 wij weten heel wel het verschijnsel te plaatsen4 ,te zijnen opzichte zijn wij voldaan als ,wagner4444 ,totdat we gaan peinzen over dat ,algemeene6 ,over den groei zelf2 over ontstaan en bevruchting en voeding en sterven4 ,en nu niet meer over een bepaald geval ervan1 maar over deze dingen zelf2 hier helpt geen analogie noch verwijzing naar iets anders1 tenzij naar een hooger ,algemeene1 dat alsdan aan uw verbijsterd oog zich vertoont4 ,staat ge nu niet met uw aangezicht voor het ,onbegrepene8 ,een steen valt4444 ziedaar de bizondere verschijning van het algemeen geval3 de 7wet der7 aantrekking4 ,ge noemt het algemeene3 de aantrekkingskracht4 ,kracht beteekent mysterie4 ,wilt ge u verwonderen8 ,aanschouw gindsche pompoenstruik2 voor drie maanden ging een nietig zaad in de aarde4 ,thans staat daar een plant van vollen en schoonen vorm2 de groene hoekige stengels dragen fraaie en breede bladeren1 sierlijk generfd en zacht-behaard2 oranje bloemkelken pronken tusschen het groen en reeds begint zich een geel en groen gevlekte vrucht te ronden4 ,bedenk nu niet de analogie met andere gevallen van gelijken aard3 bedenk het ,algemeene1--den groei2 de verbandstelling tusschen het nietig ovaalvormig zaadje1 dat gij nederwierpt n deze schoone volle plant2 er is niet n overeenkomst2 het is even wonderlijk als dat een krokodil een eikeboom werd of een paddestoel veranderde in een mensch4 ,wij zijn er aan gewoon2 maar het gewone is even groot wonder als het ongewone2 het ,algemeene is puur mysterie en ondoordringbaar voor ons wetenschappelijk verstand4 ,in het ,algemeene 7de algemeene wet7 is niets geschied dan de vereenvoudiging van het bizondere2 het verwarde beeld1 dat door de aanschouwing voor onze oogen komt1 is er tot zijn enkelvoudigen vorm1 d4 i4 tot denkbeeld1 gereinigd4 ,het verstand1 tot zijn grens genaderd1 heeft principieel en duidelijk het onkenbare voor den dag gebracht1 dat zich bij de onoverwogen aanschouwing der dingen alsnog verborgen hield4 ,wetenschap is een herleiding tot het ,onbegrepene4 ,vandaar de klacht van ,faust3 ,zij die van haar de openbaring der waarheid verwacht hadden en teleurgesteld uitkwamen1 hebben gesproken van haar bankroet4 ,volkomen ten onrechte2 wat zij ondervonden hebben is het bankroet hunner verwachting4 ,het positivisme heeft zijn belofte niet gehouden waar het de wetenschap tot een religie maakte4 ,maar de menschheid1 van welke ,faust lid is1 behoeft de verheldering van het innerlijk en deze is het die zij op den moeilijken weg der wetenschap heeft gezocht4 ,konden nu maar de ,fausten inzien dat het ,algemeene een poort is1 wel gesloten1 maar aan den ingang van het rijk der ,waarheid gebouwd1 dan zouden zij1 op den weg van hun nadenken voortgeschreden hun klacht uiten met berusting1 maar nu ten einde raad1 klagen zij dat wij niets kunnen weten4 ,de scepticus houdt bij dit inzicht halt1 en acht het wijsheid4 ,zijn karakter brengt den eisch van intellektueele zekerheid niet voort2 het negatieve besluit is hem te meer welkom1 omdat hij nu met handhaving zijner verstandelijke reputatie het deel des gemaks kan kiezen in het leven4 ,en zeker3 de klacht van ,faust klinkt als wijsheid tegenover de wetenswaan der ,wagners2 maar toch is zij op die wijze niet bedoeld4 ,in den mond der kleinere geesten is ,faust's klacht de uitspraak van het zelftevreden intellekt1 dat nu met zijne wetenschap van het niet-weten een eindpunt heeft bereikt4 ,que sais-je vraagt ,montaigne en wordt door zijn onwetendheid niet verontrust4 ,hij was een verstandig mensch en een elegante geest1 niet zonder bekoring2 maar hij was geen ,faust4 ,ook de groote zoekers van ons geslacht1 ,socrates zoowel als ,paulus1 hebben beleden dat de kennis waarop een menigte van halfwetenden zich verhoovaardigt1 voor den drschouwer een oorzaak der vertwijfeling zou zijn1 zoo hij niet tot nog hooger gezichtspunt klom4 ,van ,paulus is de uitspraak3 zoo iemand meent iets te weten1 die heeft nog niets gekend gelijk men behoort te kennen4 ,en ,socrates zegt3 ik1 daar ik niets weet1 zoo meen ik ook niet te weten4 ,doch de ,god is wel in waarheid wijs en meent dat de menschelijke wetenschap weinig waard is1 als zeide hij3 ,deze o menschen is de wijste van u1 die1 gelijk ,socrates heeft ingezien1 dat hij niets waard is in wetenschap4 ,faust is geen scepticus1 geen twijfelaar tevreden met zijn twijfelkunst4 ,het hoogere gezichtspunt1 waarin de waarheid opengaat1 is hem alsnog gesluierd4 ,zijn klacht klinkt tegen het gewelf van zijn studeercel in deze nacht van onderzoek en versmachting4 ,hoe zal deze man aan zijn klacht ontkomen8 ,een weg der ontkoming is er en die niet maar de vlucht is van een moedelooze4 ,de tot twijfel en vertwijfeling vervallene kan vluchten in den schoot der moederkerk2 maar een echte ontkoming ware dat niet3 veeleer een insluimering1 het moede hoofd op zijden kussen neergelegd1 terwijl de groote klokken der beschermende kathedraal de gedachten bedwelmen en het gelijkmatig rythme den slaap begeleidt4 ,maar de vlucht is voor ,faust de weg der ontkoming niet4 ,hij zal niet ontkomen1 maar te boven komen4 ,de weg1 dien men niet aanstonds vindt is deze3 het leven zelf samenvatten en verheffen tot zedelijke daad en op die wijze van binnen uit met nieuwe energie het denken sterken4 ,het denken1 door de zedelijke daad des levens tot redelijkheid verdiept1 heeft het richtsnoer der waarheid in zich4 ,is de beschouwing over de wereld1 natuur1 en historie uitgeloopen in de klacht der onwetendheid1 dan zal nu de aandacht1 van deze buiten-wereld afgeleid1 zich tot den denkenden mensch zelf bepalen en binnen-in-zich zal men werkelijkheid vinden en een geestelijke levensbeschouwing wordt gewonnen4 ,de wereld blijft dan het kleurig gordijn1 waarvoor zich het leven afspeelt4 ,in eigen boezem wordt werkelijkheid wat daarbuiten tot tastlooze onzekerheid versplinterd is3 gij hebt haar verwoest de schoone wereld1 in eigen boezem bouw haar op4 ,zoo komt de geest zijn twijfel te boven en vestigt zijne zekerheid2 hij komend tot de innerlijkheid des levens1 komt tot de redelijkheid van het denken en de klacht wordt omgezet in gejuich4 ,er is noodig een omzetting des levens1 die niet in en moment1 maar in een innerlijke geschiedenis zich voltrekt4 ,niet een bekeering maar een verdieping en bevinding onzer innerlijke waarde4 #c4 ,faust zoekt ontkoming bij de magische fantasie4 ,maar zoover is ,faust nog niet1 en juist de pogingen om tot waarheid te geraken er hij zich in het leven werpt1 zoekend naar zijne daad--juist zijn voorafgaande pogingen hebben een enorme bekoring4 ,want daarin komen groote en zinvolle vermoedens van het menschenhart tot uitspraak4 ,de waarheid1 door het verstand niet bereikt1 wordt misschien bereikt door4444 de fantasie8 ,en ziehier de gedachte vleugelen aandoen om fantastisch in de geestelijke waarheid der wereld op te stijgen4 ,mogelijk wordt het mysterie der natuur aldus geopend8 ,mogelijk heeft de fantasie den gouden sleutel der poort1 waarvan 't verstand niet anders vermag dan de konstruktie te bestudeeren4 ,de vooruitgang der kennis is geweest een gaan van de fantasie tot het verstand4 ,de oude mythologische verbeelding verklaart de natuurverschijnselen door goden en nimfen1 terwijl het latere verstand de natuurverschijnselen verklaart door het algemeene 7de algemeene natuurwetten74 ,het in de aarde geworpen zaad ontkiemt volgens een algemeene wet van organischen groei1 zoo leert het verstand2 maar de mythologische fantasie houdt het daarvoor1 dat een fee des nachts met haar tooverstaf de zaden aanroert en het leven eruit opwekt1 zoodat ze ontkiemen4 ,wanneer dan de mensch1 ten einde des verstands en uitgekomen bij de klacht der onwetendheid1 eens vn het verstand tt de fantasie terugkeerde8 ,of neen niet terugkeerde1 maar vrtging3 een nieuwe mythologie1 een natuurfilosofische mythologie uitvond1 waarin de resultaten der wetenschap omgewerkt werden in mythologischen zin8 ,het algemeene des verstands omgezet in het persoons-beeld der fantasie8 ,de algemeene werkingen der natuur toegeschreven aan de energie van geesten84444 ,ziehier een weg1 die schijnt een weg der ontkoming aan de klacht4 ,het onpersoonlijk-,algemeene was de troostelooze uitkomst van het overdenken der natuur2 tegenover het ,algemeene staat de mensch als tegenover het steenen aangezicht der ,sfinx4 ,maar deze uitkomst wordt blij-eindig omgezet1 indien het ,algemeene niet meer het troostelooze einde onzer gedachten is1 doch daarin een verwantschap aan onzen eigen geest wordt vermoed4 ,heeft ook ,schiller niet in zijn gedicht ,die ,gtter ,griechenlands met weemoed deze orde der fantasie verheerlijkt en uitgeroepen3 ,schoone wereld1 waar zijt ,gij8 ,keer terug o bloeiende jeugd der natuur6 ,ach slechts in het feenland der dichtkunst is uw fabelachtig spoor thans te herkennen4 ,uitgestorven treurt het zaadveld en aan mijn blik vertoont zich geen godheid meer 4444wanneer zich nu wl in het zaadveld een god vertoonde en de wereldkrachten geestelijke machten waren1 die mijn voetspoor omringden4444 ,gij weet wat het is4444 magie8 ,zij is niet hetzelfde als de mythologische fantasie en wanneer misschien aan den ,faustischen mensch de dichterlijke en mythologische fantasie een oogenblik het brein doorkruist1 dan wijst hij haar toch af voor die andere3 de magische1 zooveel zinvoller dan haar zuster4 ,de mythologische fantasie zingt1 maar de magische fluistert2 de dichterlijke fantasie speelt1 maar de magische werkt4 ,zij verheft zich1 belooft1 bezweert en dreigt4 ,zij is vol angst en vol belofte1 geheimzinnig als de slaap en majestueus als de dood4 ,verzeker dat de aantrekkingskracht liefde is1 en noem de electriciteit ijver2 blijf niet bij deze verklaringen in het algemeen1 maar vat alle natuurwerking op als streven van geestelijke oer-wezens4 ,zeg dat de liefde een liefde is van elementen-geesten en dat een geheimzinnig huwelijk de tegengestelde krachten verbindt4444 ,zeg deze inzichten tot uzelf in het half-duister van den maannacht1 in uw studeercel4 ,zeg ze tot uzelf1 o ,faust1 te midden der oude perkamenten1 retorten en instrumenten1 terwijl ge onrustig in vergeten geschriften bladert4444 en bevind dan de uitwerking uwer gedachten1 terwijl de smeulende lamp knettert en de nachtwind door het geopende hooge venster steunt4 ,om u heen bewegen de ritselingen van opgeroepen geesten4 ,het is de ,neo-,platonische en -,pythagoreische mystiek1 die aldus het geheim der natuur wilde lezen4 ,in de eerste eeuwen onzer jaartelling1 toen de menschelijke gedachte een bewegelijkheid had als nooit tevoren en op alle wegen uitging om waarheid te zoeken1 vond ook de magie grooten aanhang4 ,jamblichus 7 #cjj7 had een beroemden naam als filosoof1 maar ook als wonderdoener en bezweerder der geesten en van hem vertelde men1 dat hij ,eros en ,anteros1 geesten van liefde en wederliefde1 in levende gestalten uit twee bronnen van zijn syrisch vaderland te voorschijn riep4 ,in den tijd der ,renaissance1 toen het kerkelijk systeem was losgemaakt en het denken ongehinderd op vrije wegen ging1 was ook aanstonds de geesten-theorie gevonden als middel tot doorgronding van het bestaande4 ,heel de natuur is een werk van geestelijke machten welke men kan leeren kennen en op welke men kan invloed oefenen door de magie4 ,de naam ,paracelsus zegt genoeg3 maar er is een andere naam1 die in verband met ,faust meer zegt3 ,agrippa von ,nettesheim 7 #aece71 want deze man is niet slechts een belijder der natuurmystiek1 maar is ertoe gekomen langs den weg van ,faust4 ,en terwijl zijn eene geschrift den titel draagt3 over de onzekerheid en ijdelheid der wetenschappen heet het andere okkulte filosofie2 de weg dr het verstand tot de klacht ik zie dat ik niets weet en vn de klacht tot de fantasie4 ,nu is voor ,faust de wereld veranderd en de kennis geen herleiding meer tot het ,onbegrepene4 ,ons eigen streven begrijpen wij3 tenminste is het feit onzer eigen strevende natuur ons z vertrouwd1 dat wij hier geen geheimenis achter zoeken1 dan welke wij rechtstreeks verstaan4 ,hetgeen aan ons streven verwant is en tot vorm van streven kan herleid worden1 achten wij ook begrijpelijk4 ,welke nieuwe zienswijs1 wanneer op eens de geheele natuur met haar werkingen wordt voorgesteld als aan ons streven verwant6 ,wanneer de natuur u onderwijst1 dan gaat de zielenkracht voor u open en verstaat ge hoe de eene geest tot den andere spreekt2 de geestenwereld is niet toegesloten2 uw verstand is toe en dood uw hart4 ,rijs op leerling6 ,en baad onbezwaard uw aardsche borst in het geestes-morgenrood4 ,bij de aanschouwing der magische teekens1 waardoor de beschouwer in rechtstreeksche aanraking komt met de aangeduide geestelijke kracht1 vloeit zaligheid door alle zintuigen1 een jong en vernieuwd levensgeluk stroomt nieuwgloeiend door ,faust's zenuwen4 ,is het een ,god die in het magisch teeken die macht heeft neergelegd8 ,is hij1 ,faust1 zelf een godheid8 ,hem wordt het tot licht van binnen en de werkende natuur ligt voor zijn ziel geopend6 #d4 ,faust's klacht herhaald 7verschijning van den ,aardegeest74 ,deze toenadering tot het wezen der natuur1 en waarbij de magir niet slechts de natuur bedoelt1 maar het hart der wereld en der werkelijkheid zelve1 heeft het kenmerk der voorbarigheid4 ,wat ,faust van het daglicht der wetenschap verzekert1 kan ook van het nachtlicht der magie gelden3 ,de geheimenvolle natuur laat in het licht des daags zich van haar sluier niet ontdoen en wat zij niet verkiest aan uw geest te openbaren1 dat ontwringt gij haar niet met hevels en met schroeven4 ,ook voor de magische fantasie opent zij haar geheim niet4 ,de geestesverrukking van ,faust1 als hij uitroept o welke weelde welt in dezen aanblik is begrijpelijk4 ,welke weelde vloeit door al mijn zinnen6 ,ik gevoel jong en heilig levensgeluk gloeiend door zenuwen en aderen stroomen4 ,was het een ,god1 die deze teekens schreef1 die mijn innerlijke bruising bedaren1 mijn arme hart vervullen met vreugde1 en met geheimzinnigen drang de krachten der natuur rondom ontsluieren8 ,ben ik een ,god8 ik gevoel mij zoo licht6 ,de geestesverrukking van ,faust is begrijpelijk1 omdat zij de opstijging der ziel is uit de neerslachtigheid tot de hoop4 ,terwijl plotseling de klacht staakt en een nieuw vergezicht geopend wordt1 trilt de aandoening door alle zenuwen en wordt de gang der gedachten rythmisch2 de ziel is alreeds door het nieuwe licht omstraald--zoolang de opwekking duurt4 ,weldra zal de weg der fantasie een pad van vergissing blijken1 wanneer het spiedend oog ook daar de richting kwijt raakt4 ,de denker ,faust zal ontwaren1 dat deze wereld niet de gelijke is van den menschegeest en dat het ,onbegrepene ook hier mensch en wereld uit elkaar scheidt4 ,de droomen der magie voeren eerst recht het ,onbegrepene tot vlak nabij en ontstellen den geest1 die waarheid zoekt4 ,het was de vraag om wereld en natuur te begrijpen uit verwantschap met den menschengeest3 dan zou hun zin ontsluierd zijn en het geheim der dingen openbaar4 ,maar het spreekt vanzelf1 dat deze verwantschap1 al bestaat ze ook1 dieper ligt dan ons bewustzijn4 ,maar zou er sprake zijn om wereld en natuur te begrijpen uit verwantschap met den menschengeest1 dan zou deze verwantschap bestaan moeten juist met ons bewuste zieleleven4 ,wat hielp het1 zoo de natuur verwantschap aanwees met de onbewuste gronden van ons menschelijk wezen8 ,maar zie3 het kleine gebied van ons innerlijk leven1 dat met onze eigen lantaren wordt toegelicht1 is niet meer dan een oppervlakte3 afgronden liggen in ons en berghoogten verrijzen1 waarvan nu en dan een vermoeden en zelfs een innerlijke ervaring in ons ontwaakt4 ,wij die onszelf niet kennen1 ontberen die zelfkennis1 waarbij het heelal wordt toegelicht1 en waardoor ,god1 wereld en natuur voor ons kenbaar zijn4 ,uit verwantschap met onzen onbewusten en diepen geest zou de groote wereld door ons begrepen worden4444 zoo wij niet beperkt waren tot het kleine land van ons eigen bewustzijn4 ,hier blijkt de magie met haar verbeelding van mensch-gelijke krachten in de natuur1 een fantasie van kinderlijke dwazen en gevaarlijk misbruik onzer krachten4 ,de volledige zelfkenner zou de ware ,magir zijn1 die alsdan de magie zou verachten en in de spiegel zijns eigenen geestes de eeuwige wereld kennen zou zonder toovermiddel4 ,maar deze zelfkenner is onder de menschen niet te vinden1 en met de groote teleurstelling staat ,faust voor het ,onbegrepene4 ,hoe voel ik mij u nabij durft ,faust den ,aardegeest toeroepen1 die het leven en den zin der historie van aarde en menschheid in zijn werking samenvat4 ,uw gelijke ben ik6--maar deze moed is overmoed1 of het is de moed der wanhoop die op dit ne oogenblik alles te winnen of alles te verliezen heeft4 ,het antwoord is verpletterend gij gelijkt den geest dien gij begrijpt1 niet mij4444 en de geest verdwijnt4 ,zoo eindigt de eerste weg van ,faust1 waar hij begon1 hij eindigt bij de klacht2 en het einde is smartelijker dan het begin2 de tweede klacht overtreft de eerste2 zij is roerender en dieper2 zij heeft geen melancholie en geen droefheidshumor2 zij heeft alleen verschrikking3 ,ik gelijk niet u8 ,wien dan8 ,ik1 evenbeeld der ,godheid4444 ik gelijk niet eens op u6 ,in diepe neerslachtigheid blijft ,faust achter1 wanneer de geest der aarde1 door zijne magische fantasie opgeroepen1 hem verlaat4444 o gelukkig wie nog hopen kan aan deze zee van dwaling te ontkomen4 ,wat men niet weet1 dat juist kan men ontberen1 en wat men weet is overbodig4--,zoo spreekt hij tot zijn famulus ,wagner1 die tot geen hooger gezichtspunt stijgt dan van het interessante4 ,de onbewust-komische kracht van deze ,wagners is een troost1 waaraan de ,fausten zich laven een kortstondig oogenblik4 ,,ii ,,faust ,,en ,,mefistofeles #a4 ,het eeuwige in den mensch 7de proloog in den ,hemel74 ,de denker ,faust wil een kennis van het absolute4 ,met niets minder is hij voldaan1 want wat in hem leeft en beweegt is de oneindige drang4 ,faust is eeuwigheidsmensch4 ,de oneindige drang is het wezen zijner menschelijkheid4 ,hiermede is ,faust niet ,uebermensch maar mensch4 ,hij is1 zoo ge wilt1 de geniale mensch4 ,maar het genie is niet een menschensoort1 die1 buiten de kondities van het menschelijke bestaan levend1 een eigene roeping vervult en eigen karakter heeft4 ,het genie is de mensch in zijn volheid1 en bestaat in een zuiverder uitdrukking van het mensch-zijn4 ,het genie is zich op dieper wijze van het algemeen en waar menschelijke bewust4 ,zoo ook ,faust3 hij is zich bewust van den oneindigen drang1 die ongeweten ook in ,wagner werkt4 ,hij is zich bewust van de eeuwigheid in hem en daardoor streeft zijn denkerschap naar het allerhoogste4 ,in dit opzicht zijn wij aan ,faust verwant4 ,waarlijk1 noch ,faust1 noch zijn streven zouden ons belang inboezemen1 zoo wij ons niet aan hem verwant wisten en zoo niet in zijn lot een beeld van het onze geschilderd was1 hoewel in blinkender kleuren4 ,het loutere verhaal boeit slechts kinderen2 de geschiedenis van iemands worstelingen zonder meer houdt ons eenige uren bezig2 maar wat in het ,faust-gedicht een eeuw lang de lezende en denkende menschheid geboeid en verwonderd heeft1 is de aanschouwing van haar eigen streven en haar eigen levensdrang in dichterlijk beeld4 ,zoo is de oneindige drang het wezen ook onzer menschlijkheid4 ,tot het begrijpen van de ,faustfiguur dalen wij af naar de gronden onzer menschelijkheid2 de dichter zelf heeft ons dezen weg gewezen door aan het optreden van zijn figuur een proloog in den hemel te doen voorafgaan4 ,hier zien wij ,god op den hemelschen troon gezeten en door engelen omringd4 ,wij hooren het gezang der aartsengelen1 verheerlijkend de werken der natuur1 den omloop der zon1 die instemt in den reizang der planeten en haar dagreis met donderslag voltooit4 ,de engelen ontvangen sterkte uit dezen aanblik en de onbegrijpelijk verhevene werken ,gods zijn heerlijk als op den eersten scheppingsdag4 ,ook de aarde wentelt in de ruimte met haar pracht in snelle beweging om en de helderheid als van het paradijs wisselt af met diepe huiveringwekkende nacht2 de zee schuimt met haar breede vloeden2 rots en zee bewegen mede in de omwenteling der planeet1 en stormen bruisen1 een verband van ingrijpende werkingen uitoefenend en bliksemende verwoesting vlamt vooruit op het pad des donders4 ,maar ,gods boden verheerlijken het zachte wandelen van den dag4 ,terwijl aldus de ,aartsengelen als wereldmachten de kosmische werkzaamheid ,gods verkondigen1 verschijnt ,mefistofeles met zijn ironisch beklag over den mensch4 ,hij kent ze de menschen1 wezens die zich aftobben1 bedeeld met de rede1 die een valsche schijn is van het hemelsche licht en waarvan ze niet anders kunnen dan misbruik maken4 ,een hunner is de doctor ,faust1 die in zijn onbevredigd zoeken de schoonste ster van den hemel vordert en de hoogste lust van de aarde4 ,al het verhevene1 dat ,god in dien mensch ziet1 is niet anders dan dwaze waan3 zoo ,mefistofeles hem maar eens mocht meenemen op zjne wegen1 zou hij volgaarne afstand doen van zijn dusgewaande hoogere natuur4 ,welaan6 zoo spreekt de goddelijke wijsheid over dezen mensch3 hij zij overgegeven aan ,mefistofeles om van zijn oorsprong te worden afgerukt2 hij worde omlaag gevoerd op ,mefistofeles' weg3 eindelijk zal de verleider beschaamd staan wanneer hij moet erkennen3 een goede mensch blijft in het duistere gedrang zich van den rechten weg welbewust4 ,en hieraan voegt de goddelijke wijsheid toe3 al te licht verslapt des menschen werkkracht en bemint hij de onbepaalde rust2 daarom geef ik hem den medgezel1 die aanspoort en drijft en die als duivel zijn moet in gestadige werking4 ,in dezen proloog in den hemel wordt dus ,faust genoemd in een ander verband dan van zijn studeercel4 ,eerst worden ons het kosmisch leven en de groote werkingen der wereldmachten voor oogen gevoerd en aanstonds daarna wordt de mensch herdacht als lid in dit wereldgeheel4 ,het is ,god zelf1 die na het gezang der aartsengelen den naam van ,faust uitspreekt4 ,in de groote werkingen des heelals is hij ingedacht2 hij heet onafscheidbaar van zijn eeuwigen oorsprong en treedt ons dus voor oogen als eeuwigheidswezen4 ,niet maar een vergankelijk deel der aardsche verschijning is hij1 maar een door ,god met hoogeren inhoud toegeruste2 en terwijl ,mefistofeles hem vatbaar waant voor verderf en ondergang1 weet ,god1 dat in hem een kracht woont1 door geen verderf aantastbaar4 ,in den mensch is het oneindige2 krachtens den onuitputtelijken1 oneindigen drang is hij mensch4 ,in iederen mensch is het bovenpersoonlijke1 algemeene en kosmische4 ,het wereldgeheel is in hem vertegenwoordigd1 zooals de val van een voorwerp de aantrekkingskracht in het algemeen beduidt1 en zooals in een enkele plant de geheele natuur werkzaam is4 #b4 ,de verstorende macht4 ,faust dan is vergezeld door ,mefistofeles4 ,reeds in den proloog is deze figuur toegelicht2 te duidelijker blijkt zijn wezen waar hij zich aan ,faust onthult in de studeercel en in den omgang1 dien hij met zijn geleider pleegt4 ,de inkleeding der ,mefisto-gedachte is evenals het ,gods- en hemelbegrip in den proloog aan de ,middeleeuwsche voorstelling ontleend2 maar de gedachte zelf is mijlen ver van het ,middeleeuwsche geloof verwijderd4 ,het ,middeleeuwsche geeft hier zijn magisch-dichterlijken glans af3 de booze geest in een zwarten poedel genkarneerd1 loopt op ,faust1 die met ,wagner langs de velden wandelt1 in al nauwer kring toe1 een vuurspoor achterlatend4 ,daarna in de studeercel van ,faust meegekomen en door magische spreuken gedwongen1 onthult hij zich als ,mefistofeles in de gedaante van een reizend scholier1 zooals de ,middeleeuwen ze bij menigte telde en aan wier reputatie vaak een geheimzinnig verdachte bijsmaak was4 ,welke nu is de beteekenis van ,mefistofeles in het ,faustgedicht8 ,want deze figuur heeft een zeer bepaalde beteekenis voor ,faust4 ,de dichter heeft in het ,middeleeuwsche beeld de ,middeleeuwsche gedachte verlaten1 niet bedoeld een persoonlijken duivel1 boozen geest of zelfstandig wezen1 maar een faktor van ,faust's menschelijkheid zelf1 een element in den menschegeest4 ,geen wezen naast ,faust maar een wezen in ,faust4 ,in ,faust vindt1 gelijk ieder mensch1 de goddelijke geest 7die het menschelijk wezen zelf is in zijn hoogere ,algemeenheid7 eene belichaming1 en ,faust is zich hiervan als van een oneindigen drang bewust4 ,dit hoogere en algemeene wezen is in ons een aanleg1 die zich moet verwerkelijken4 ,niet in eens zijn wij die wij zijn4 ,de majesteit van ons wezen is nog omhuld4 ,het is nog niet openbaar wat wij zijn zullen1 zegt de apostel ,paulus4 ,dit beteekent dat de bepaalde persoonlijkheid1 die wij zijn1 een grond en diepte verbergt1 die eerst in de voltooiing des levens tot volle verschijning komt4 ,deze oneindige drang nu verwerkelijkt zich door eerst zijn tegendeel te stellen en in zich zijn tegendeel te overwinnen4 ,is niet de mannelijke wijsheid veroverd op de dwaasheid der jeugd en wordt niet de innerlijke vrijheid gewonnen na het bewustzijn van benauwing en onmacht1 zoodat alle schoonheid en waarheid onzes geestes tot stand komen door een overwicht over het leelijke en over de leugen8 ,het licht schept de duisternis1 die niet anders is dan een tegenstelling des lichts1 maar daarna zal het licht de duisternis overwinnen4 ,daar nu de mensch een kosmisch wezen is1 doorleeft hij dezen wereldstrijd in zichzelf2 zijn oneindige drang1 een werkende en scheppende macht1 roept zijn eigen tegendeel1 het begrenzend en verstorend element te voorschijn4 ,in de triomf over dit zal de oneindige natuur zich verwerkelijken4 ,faust brengt zijn ,mefistofeles voort om over hem te triomfeeren4 ,bij de onthulling in de studeercel verklaart ,mefisto1 dat hij is een deel van die kracht1 die steeds het booze wil en het goede voortbrengt4 ,hij is het ,faustisch deel van deze2 de kracht zelve is het duister element dat de ,goddelijke scheppingsdrang voortbrengt uit zichzelf1 afscheidt en overwint2 deze wil ten kwade wordt tot het goede aangewend4 ,in de menschelijkheid van ,faust heeft hetzelfde plaats4 ,faust's titanisch wezen1 werpt een duistere schaduw van zich af1 gelijk iedere mensch zijn schaduw heeft4 ,en gelijk een schaduw met ons is totdat ze verbleekt1 zoo is ,mefisto de reisgezel van ,faust4 ,mefisto is de negatieve zijde van ,faust's wezen4 ,ook het denken van ,faust is een kamp tegen ,mefistofeles4 ,en hier is ,mefisto de ontkenner van de waarheid4 ,tegenover den wil tot waarheid1 stelt hij de ironie en den twijfel4 ,de twijfel is zijn beginsel omdat daarin de oneindige waarheidsdrang is verloochend en om den waarheidsdrang te fnuiken leert hij tevens een pedante voldaanheid met het beetje ordinaire wetenschap1 alreeds verzameld4444 bij welke voldaanheid het hooggestemd gemoed zal inslapen en ten gronde gaan4 ,de verstandsheld is met zijn wetenschap tevreden en bemerkt niet eens1 dat het denken zijn grenzen heeft4 ,de famulus ,wagner met zijn beperkten geestesaard is nog steeds aan het verzamelen van feiten4 ,de grazende koeien zijn zich niet bewust1 dat de natuur1 die hen van gras voorziet1 mysteries in haar schoot omvat4 ,wie chemische formules toepast op de stof vindt werk en bemerkt van geen grond des geheims in deze formules zelf omsloten4 ,maar de eeuwigheidsmensch die ook den lust kent van het nijvere weten1 en de verleiding om zich daaraan te vergasten1 onbekommerd over diepte1 hoogte en mysterie--de eeuwigheidsmensch heeft toch verkozen de klacht over de onkenbaarheid der wereld en wil worstelend naar de verborgen waarheid zoeken4 ,voldaanheid met minder dan het volstrekte zou voor hem een ontkenning van de waarheid zijn1 een verderving van zijn hoogste verlangen1 een ,mefistofelische leugen4 ,zijn eigen hoogere wezen ware daardoor getroffen en te gronde gericht4 ,de titanische natuur van ,faust verlangt geen gemakkelijke voldaanheid1 maar streven4 ,de onvoldaanheid van ,faust1 die een bewustzijn is van onze oneindigheid1 wie heeft haar niet op eigen wijze nagevoeld8 ,zelfs de famulus ,wagner zuchtte eens3 ach ,god1 de kunst is lang en kort is ons leven1 ook hij besefte de ons opgelegde taak te groot voor verwerkelijking4 ,als wij teleurgesteld zijn om het onbereikbare1 of mismoedigd ons werktuig neerleggen1 over het werk ontevreden1 dat wij toch niet opgeven2 als onze hoop met vreeze is vervuld4444 telkens weder schrijnt de onvoldaanheid onze worstelende natuur4 ,zooals een laat-zomer-avond ons met zijn melancholie overvalt1 zoo stort het leven een droefheid om het oneindige in ons uit4 ,ons bepalen bij de genoegens en voldoeningen1 die het menschelijk bestaan meebrengt kunnen wij niet4 ,zoo wij onszelven toestonden voldaan te zijn1 het ware een onderwerping aan ,mefistofeles4 ,mefistofeles is een verleider1 die ons poogt af te leiden van onze hooge menscheroeping2 maar zijn oogmerk ligt verder dan een verleiding zonder meer2 de verleiding is niet meer dan middel en het doel1 waarheen hij streeft is verstoring4 ,hij wil verderven1 te niet doen4 ,hij wil den waren levensdrang vernietigen4 ,ik ben de geest die steeds ontkent roept hij tot ,faust4 ,wel is waar is het onmogelijk om louter ontkennend te zijn en niet anders dan ontkennend en verstorend te werken2 want de ontkenning staat in dienst van een erkenning 7nl4 de erkenning van het tegenovergestelde7--maar dit is bewijs te meer1 dat ,mefisto niet als zelfstandige grootheid bedoeld is1 maar als een deel van ,faust's persoonlijkheid4 ,van zijn standpunt uit is alles wat bestaat waard om te gronde te gaan4 ,immers al wat bestaat1 bestaat krachtens een drang van leven1 en deze drang zelf wordt door ,mefisto verstoord4 ,hij1 die in allen menschelijken arbeid het teeken ziet van den drang ten leven1 acht het beter dat niets ontstond2 en daar het booze de verwoesting is van het levensgeluk1 noemt hij het booze zijn eigenlijke element4 ,let wel3 niet om het kwaad als zoodanig1 maar om de verstorende uitwerking daarvan4 ,met plechtiger gebaar dan men van dezen ironischen verwoester verwachten zou1 redeneert hij tot ,faust3 ,ik ben een deel des deels1 dat in den aanvang het al was3 een deel der duisternis1 waaruit het licht geboren werd1 het trotsche licht1 dat nu aan zijn moeder de nacht den ouden rang en plaats misgunt4 ,ja1 ,mefistofeles is het tegendeel der goddelijke scheppingskracht1 en waar deze uit den chaos het licht als levenskracht doet verrijzen1 daar zal eens1 gelijk hij hoopt1 het licht tot den duisteren chaos terugkeeren en alle schepping des lichts zal zijn vergaan4 #c4 ,mefistofeles3 ontkenning en ironie4 ,wij komen hier nog eenmaal terug op onze bewering1 dat ,mefistofeles een deel is van ,faust zelf4 ,de oneindige levensdrang stelt zijn tegendeel om in de overwinning hierover zichzelf te bevestigen1 en aldus het oneindige en eeuwige in ons te verwerkelijken4 ,de zin tot hoogste waarheid moet eerst den twijfel doorleven en deze komt niet van elders1 maar is een voortbrengsel van ons eigen wezen4 ,worstelend met haar eigen negatie komt onze diepe menschelijkheid tot de overwinning4 ,is het raadselachtig1 dat ,faust-zelf zijn ,mefistofeles voortbrengt8 ,zeker niet1 wanneer wij bedenken dat in de wereld tegenstrijdige beginselen noodwendiglijk met elkaar verbonden zijn1 en dat het eene de ontkenning is van het andere4 ,de oneindigheid is ons wezen en wij leven onder eindige voorwaarden3 zoo moeten deze laatste zich tegen ons keeren4 ,wij bestaan uit eindige faktoren1 al onze daden zijn pogingen1 onze liefde is maar betrekkelijk en ons kunnen is begrensd2 geen kunstenaar die in eigen werk meer ziet dan de halfgeslaagde uitdrukking zijner idee4 ,het werk keert zich tegen hem en al onze pogingen verschijnen ons als een ontkenning onzer oneindigheid4 ,op hoeveel hooger trap onze levensuitingen bedoeld zijn1 zooveel te meer zijn ze mislukt3 is er n godsdienstige vorm1 die niet jammerlijk achterblijft bij de religieuze idee8 ,zoo ooit dan treft ons hier de ,mefistofelische ironie1 die onze hoogste bedoelingen verstoort4 ,de menschegeest is een oceaan1 die moet omvat worden in een vijver3 de eindigheid onzer levensvoering keert zich als een verstorend geweld tegen ons hooger ik4 ,dat in onze levensvoering een ontkenning schuilt tegenover ons hoogere wezen1 is voor iedereen ondervindbaar1 die niet1 als de heron1 alle verleiding te boven is4 ,maar wij menschen pogen het eindige met het oneindige te verzoenen2 wij regelen voorloopig onzen wil naar ons vermogen1 aldus den oneindigen levensdrang niet ontkennend1 maar hem tijd gevende en een toekomst belovend1 om zijn vollen aanleg te verwerkelijken4 ,daarbij komt1 dat de geestelijke verrichtingen1 die het meest dien drang aanzetten1 natuurbewondering1 kunst1 wijsbegeerte1 godsdienst1 dezelfde zijn1 die hem bevredigen1 zoodat een geleidelijk te vervullen taak1 die zich tot in verre verschieten verlengt1 de gelukkige afleiding is voor een al te hevig innerlijk konflikt4 ,maar toch blijft de tegenstelling bestaan en zoo ons eeuwige wezen zich bedreigd weet door de ,mefistofelische verleiding1 rijst het op en keert zich tegen ,mefistofeles en zijn arglistige ontkenning1 ja keert zich tegen alle zinnelijke voldaanheid1 als waarin zich ,mefistofeles met de bedoeling om het oneindige te belagen1 vermomd heeft4 ,de ,indische leer der begoocheling1 die de geheele zichtbare wereld als onware schijnwerkelijkheid verwerpt2 de ,neo-platonische leer1 dat de ziel zich in deze wereld bevindt als in een gevangenschap2 het christelijke ascetisme1 dat alle zingenot verwerpt2 de mystische versmachting van een heilige ,theresia2 het oneindigheidsverlangen der duitsche ,romantiek en niet het minst de wijsgeerige benadering van het ,absolute1 waarbij de menschegeest zich van de eindigheid der ervaarbare wereld bevrijdt--zij alle zijn de poging van den oneindigheidsdrang om de aardsche begrenzing omver te stooten4 ,zij zijn een tebovenstijging boven de aardsche voldaanheid1 door ,mefistofeles aangepraat en waarme hij ons innerlijke wezen verstoren wil4 ,de hooggestegen geesteskracht getuigt alsdan tegen maatschappij1 bestaanden godsdienstvorm1 overlevering1 zede1 instelling1 kerk1 eigendom1 huisgezin1 zinnenschoon4 ,alle voorwaarden der gewone levensvreugd moeten het ontgelden1 omdat ,mefistofeles zich in hen heeft vermomd als vijand onzer oneindigheid4 ,de oneindigheidsdrang zegeviert2 verscheurt de begoocheling1 bevrijdt de ziel en verzaakt de wereld1 met alle historisch gegroeide en betrekkelijke werkelijkheid in botsing4 ,het absolute bevestigt zich door het nietige en betrekkelijke te verstoren4 ,zoo overwint de oneindigheid in ons den ,mefistofeles4 ,maar voorloopig is de verhouding nog andersom en kant zich ,mefisto met verstorende bedoeling tegen ,faust1 ,meesterlijk hanteert hij de ironie1 dit ideele middel om de waarheid omver te loopen2 de ironie rukt alles uit zijn hooge verband en brengt het verhevene tot het alledaagsche terug4 ,zij is het vuur van den wereldbrand1 de verwoestende vlam1 dienaresse van het ,niet4 ,mefisto zegt1 na zijn uitspraak dat uit alle wereldelementen het leven ontspringt3 had ik mij niet de vlam voorbehouden1 er ware niets eigens voor mij overgebleven4 ,dat echter de ironie wondt1 maar niet kan dooden wat leeft1 dat zij geen macht is1 maar een onmacht1 is niet aan ,mefistofeles1 maar wel aan ,faust bekend4 ,op juiste wijze karakteriseert ,faust het vergeefsche werk van zijn tegenstander3 ,zoo heft gij tegen de eeuwig werkzame heilzaam-scheppende macht de koude duivelsvuist op1 die gij boosaardig balt1 doch vergeefs4 #d4 ,de weddenschap van ,faust en ,mefistofeles4 ,maar ,faust zal eerst gaan op den weg van ,mefistofeles1 alvorens hij zijn tegenstander overwint4 ,hij die in het zoeken naar de absolute kennis is teleurgesteld en geschokt is in het bewustzijn van zijn oneindige menschewaarde1 is te meer vatbaar voor de ,mefistofelische verleiding4 ,mefisto acht dat ,faust op dit oogenblik gaarne een weinig zinnenroes als surrogaat voor zijn oneindigheidsverlangen zal aanvaarden en dat dan de oneindigheidsdrang wel bezwijken zal4 ,inderdaad is ,faust1 ook al zal hij met ,mefisto meegaan1 zich van de onverstoorbaarheid zijner hoogere natuur bewust1 zooals in den proloog verklaard werd3 een goede mensch is in het duistere gedrang toch zich van den rechten weg bewust4 ,nooit zal ,faust bevredigd bij den zinnenlust1 die de negatie zijns wezens is1 verwijlen4 ,nooit zal hij de oneindigheid vergeten4 ,werd hij inderdaad bevredigd1 dan zou hij verzinken in de macht van het onwezen1 dat tot hem sprak3 al wat ontstaat is waard om te gronde te gaan4 ,hier ligt de beteekenis der weddenschap tusschen ,faust en ,mefisto4 ,uit ,mefisto's oogpunt schijnt het mogelijk den levensdrang van ,faust in de ontkenning te doen ondergaan4 ,immers zoodra hij met bevrediging in het betrekkelijke en in den zinnenlust verwijlt1 doet ,faust afstand van zijn ware menschelijkheid4 ,mefisto1 de negatieve1 acht dit mogelijk1 daar hij den inhoud van het menschelijk wezen niet begrijpt4 ,indien maar ,faust's geest zich een weinig beperken wil1 meent hij1 is het geen reuzenwerk hem te voeren tot die zelfvoldaanheid waarmee hij ten ondergaat4 ,met verleidende woorden poogt ,mefisto den oneindigen drang te binden4 ,wat gij wilt1 zoo spreekt hij tot ,faust1 het al-tegelijk1 dat is slechts voor een ,god gemaakt4 ,gij zijt tenslotte4444 wat gij zijt1 ook al zet ge u een pruik van millioen lokken op het hoofd en zet uw voet op hakken van meters hoog4 ,faust daarentegen ontkent bij zichzelf de mogelijkheid van vernietiging2 hij weet dat de oceaan niet in een drinkbeker kan geledigd worden en dat het oneindige bewustzijn niet bevredigd wordt in een oogenblik van zinnenlust4 ,daarom durft hij zonder aarzeling de weddenschap met ,mefisto aan3 wanneer ik ooit bevredigd mij op het bed der traagheid neerleg1 zoo zij het met mij gedaan2 kunt gij mij door vleierij beliegen en mij bedriegen door het genot1 zoodat ik mijzelf behaag1 dan zij mijn laatste dag aangebroken4 ,wanneer ik tot het oogenblik zeg3 blijf1 want gij waart schoon genoeg1 sla mij dan in boeien1 want dan mag ik te gronde gaan4 ,deze weddenschap ga ik aan met u6 ,de zinnelijkheid1 eensdeels het uitingsmiddel onzer geestelijke natuur1 is anderzijds een ontkenning onzer hoogste waarde4 ,de mensch als geestelijk wezen is zich van de ontoereikendheid en onmacht der zinnelijke natuur bewust4 ,krachtens dit hooge besef durft ,faust de weddenschap met ,mefistofeles aan4 ,,iii ,,faust ,,in ,,de ,,wildernis #a4 ,zelfverlies in den zinnenlust ,faust heeft door zijn klacht om het hoogere weten het geloof betoond aan zijn oneindige wezenheid4 ,en toen zelfs de magie hem niet tot het inzicht der waarheid leidde1 heeft hij waarheid gezocht bij den dood4 ,faust wil sterven opdat de dood hem wijs make3 hij wil dat duister ingaan1 dat bij het binnendringen misschien zich als het geopenbaarde geheim onthullen zal4 ,door den dood heen grijpen naar het absolute4 ,vandaar dat hij plotseling in jubel uitbreekt3 de aardgeest heeft hem verbijsterd1 maar desniettegenstaande heeft hij zelf den weg der waarheid gevonden4 ,en waarlijk niet in wanhoop1 maar in den triomf begroet hij den giftbeker3 ik groet u gij kristallen schaal1 die ik nu met eerbied aanvat2 in u vereer ik menschelijk vernuft en kunst4 ,gij samenvatting der zoete sluimersappen1 uittreksel aller doodelijke krachten1 bewijs thans uw gunst aan den meester6 ,ik zie u1 de smart verzacht2 ik vat u aan3 ik voel mijn jacht verminderen2 de vloed des geestes gaat over in eb en wijst mij naar de volle zee henen2 het spiegelende water glanst aan mijne voeten en tot nieuwe oevers lokt een nieuwe dag4444 bereid gevoel ik mij op nieuwe baan het luchtruim te doordringen naar sferen van nieuwe werkzaamheid4 ,o hooge leven1 o godenweelde6 ,te voren nog een worm en nu reeds verdien ik deze4 ,keer vastbesloten den rug toe aan de aardsche zon2 vermeet u slechts de poort te openen langs welke ieder mensch het liefst voorbijsluipt6 ,hier is het oogenblik gekomen om door daden te bewijzen1 dat mannenwaarde niet voor godenhoogte terugwijkt6 ,nochtans bezwijkt dit doodsenthousiasme voor den zang des levens1 die stroomend van de ,paaschklokken in ,faust's studeercel binnendringt4 ,de weg door den dood tot het mysterie is op eens versperd4 ,een andere weg moet zich openen4 ,deze ligt van de studeercel in de menschelijke samenleving4 ,de oneindige drang1 welke ,faust's natuur is1 zal hier niet ondergaan1 slechts anders gericht worden4 ,in het leven waar hij nu ingaat1 geldt zijn weddenschap met ,mefistofeles4 ,in de menschenwereld1 waarin ,faust door ,mefisto geleid wordt1 had zijn oneindigheidsdrang zich kunnen voordoen als een ,napoleontische heerschzucht of als de zucht naar apotheose1 zooals der ,romeinsche ,caesaren2 zelfs had hij naar het wonderbaarlijke kunnen streven gelijk ,apollonius en ,cagliostro4 ,immers op deze wijze kon ,mefisto gepoogd hebben aan zijn hevige verlangen te gemoet te komen4 ,maar de oneindigheidsdrang onder ,mefisto's leiding openbaart zich in een onstuimige zinnelijkheid3 de draad van het denken is doorgebroken2 van alle wetenschap walg ik3 laat ons in de diepte der zinlijkheid gloeiende hartstochten stillen6 ,storten wij ons in den roes des tijds en in de wenteling der gebeurtenissen6 ,meen echter niet dat ,faust in deze razernij een voldoening zoekt en zich aan ,mefistofeles zal gevangen geven4 ,veeleer zal hij als een stormwind alle geluk en geluksvoorwerp uiteen blazen en eerste stort hij zich in het niets dan zich te vleien met begoocheling4 ,vandaar ook zijn schrikwekkend woord3 ik vervloek alles wat de ziel omspant met lokwerk van begoocheling6 vervloekt zij de hooge illusie van den menschelijken geest1 vervloekt de verblindende schijn2 vervloekt de bedriegelijke droom van roem en bezit1 van vrouw en kind en knecht en heer2 vervloekt het balsemsap der druiven en vervloekt de zaligheid der min2 vloek over de hoop en over het geloof en vloek voor alles over het geduld6 ,de zinnenbegeerte van ,faust is geheel anders dan ,mefistofeles bedoelt4 ,zij stamt uit den oneindigen drang naar zielsverzadiging en kenmerkt zich door voorbijstreving van haar doel4 ,zij wil niet genieten1 maar zich verliezen4 ,tevoren was ,faust's leven ontbering2 nu wil hij niet-ontberen en zijn geweldig streven tot het uiterste der gevoels-spanning voortzetten en in zielsverrukking sterven4 ,zalig wien de dood in den glans der overwinning de bloedige lauwers om de slapen windt2 zalig wien hij na de razernij van den dans in de armen van een meisje aantreft4 ,of anders verkiest hij een snerpende ontgoocheling1 die met zijn geestesaard beter overeenstemt dan de voldoening welke ,mefisto belooft3 ,hebt gij spijs die niet verzadigt1 rood goud dat als kwikzilver mij in de hand ontloopt2 een spel waarbij men nimmer wint2 een meisje dat aan mijn borst gelegen1 zich reeds met het wenken der oogen aan mijn nabuur verbindt2 de godenlust der eer die als een meteoor verdwijnt--geef ze mij6 ,toon mij de vrucht die verrot eer men haar plukt6 ,faust wijdt zich aan de dronkenheid en het genot dat met smarten zegent1 aan den haat der liefde1 aan het verdriet1 dat de ziel verkwikt4 ,voor geen smart gesloten1 wil hij genieten wat toebedeeld is aan de gansche menschheid1 haar vreugd n jammer2 zijn eigen zelf tot het zelf der menschheid verbreeden1 en met haar wil hij ten onder gaan4 ,ziehier de zinnenbegeerte van dezen titanischen mensch4 ,het is geen genot dat hij zoekt4 ,gij hoort toch3 om vreugd is het mij niet te doen4 ,het is zelf-verlies2 gelijk hij door een teug uit den giftbeker zichzelven gewelddadig wou inslingeren in het mysterie des doods1 zoo werpt hij zich thans in de zinnelijkheid met de onstuimigheid van zijn rusteloos gemoed4 ,hoe zou het mogelijk zijn dat ,mefistofeles dezen stormenman in zijne bedwelming ving6 ,onder de leiding echter van zijn verstorende macht is het voor ,faust niet anders mogelijk dan te vertoeven in een wildernis4 ,het omslaan uit den weetdrang naar den zinnenlust heeft vele lezers van ,goethe's gedicht verwonderd2 het kwam hun voor dat de ,faust van den eersten monoloog1 de uitspreker van de klacht1 n de ,faust1 die ,gretchen verleidt niet meer gemeen hebben dan den naam1 en dat wij in waarheid een geheel ander karakter voor oogen hebben hier en daar4 ,bij deze beoordeeling vergeet men echter dat de ,faust geen psychologisch persoonsdrama is1 gelijk in de school der ,fransche klassieke gegeven werd2 maar een symbolisch gedicht4 ,racine had zeker van den ,faust niets begrepen en hem uit een oogpunt van dramatische kompositie dubbel en dwars afgekeurd4 ,de eenheid van gedrag des hoofdpersoons is ver te zoeken4 ,faust is geen bepaalde persoon2 maar hij is de mensch en de mensch in verscheidene fasen van het oneindigheidsbewustzijn2 de tafereelen van het dichtstuk hangen niet samen als voorvallen uit het leven eener bepaalde menschenfiguur4 ,het geestelijk leven kan zich verjeugdigen4 ,het kan zijn dat een grijsaard voller idealist is dan een jonkman1 die zijn levenslust verloor2 men kan eerst oud zijn naar den geest en daarna jong4 ,zoo verschijnt ,faust in het begin als bejaard man en in de ,gretchen-episode als een jeugdig kavalier4 ,hier zijn geestelijke fasen in beeld gebracht4 ,de verjongingsdrank1 dien de dichter aan zijn held in de heksenkeuken te genieten geeft1 is niet anders dan de aanwijzing van overgang tot nieuwe geestesfase4 ,moge hierdoor het ,faust-drama een onwaarschijnlijkheid hebben en verwarring stichten voor een uitwendigen verstaander1 de inwendige toedracht is zoo geheel waar en de inwendige eenheid des poeems zoo onbestrijdbaar1 dat de verbazing over verschillende gestalten van ,faust allen grond verliest4 #b4 ,de onmacht van ,mefistofeles 7,faust in ,mefisto's leiding7 ,de wildernis waarin ,mefistofeles ,faust vergezelt heeft verschillende gebieden2 ,faust vertoeft tusschen de drinkende boeren in ,auerbachs wijnkelder1 bezoekt de heksenkeuken1 verwijlt in de zoete vreugde van ,gretchens liefde en komt te gast met de heksen in ,walpurgisnacht4 ,alleenlijk het verkeer met ,gretchen oefent een schoone verleiding uit en daarin schijnt het soms als zal ,faust de weddenschap verliezen door tot het oogenblik te zeggen3 houd stand1 want gij zijt schoon genoeg4 ,voor ,gretchen misschien zal hij den oneindigheidsdrang verloochenen4 ,is zij niet het toonbeeld der lieve onschuld van het aardsche geluk8 ,in haar is de wereld op haar schoonst1 gelijk in den bloei der vruchtboomen op een zonnigen ,meimorgen4 ,zoo er onbetwist geluk is en zijn mag1 en zoo wij met de wereld en het leven ons verzoenen1 en de vraag naar het oneindige met reden tot zwijgen gebracht wordt--het is bij de aanschouwing eener zoo landelijke en vredige lieflijkheid1 als wij in hare verschijning belichaamd zien4 ,maar ach1 nu ,faust's oneindigheidsdrang in ,mefistofeles' leiding tot een verstorend geweld werd en nu zijn begeerte zoo hevig brandt als te voren zijn drang naar kennis1 nu kan het niet anders of het geheele geluk van ,faust en van ,gretchen moet als tot een wildernis vergaan4 ,het meisje1 wier leven door den storm van ,faust's hartstocht verwoest wordt1 staat niet als een vreemdeling buiten ,faust1 maar houdt verband met de aardsch-nederige en tevredene zijde van ,faust's eigen karakter4 ,het levensproces eens menschen is een proces in de ziel en de dichter stelt het in beelden voor en laat het dus buiten den mensch voorvallen4 ,maar in deze beelden ligt de aanduiding van de worstelingen des karakters4 ,faust's karakter heeft de lieflijke1 humane zijde evenzeer als de titanische1 maar zij is geen hoofdeigenschap en zal dus door den oneindigen drang worden aangestormd4 ,de behoefte aan levensgeluk is hem gelijk allen menschen eigen4 ,hoe vrij heeft hij geademd in de voorjaarsnatuur van den ,paaschmorgen1 terwijl de vroolijke menigte de wegen vult4 ,te midden van deze heeft hij zich mensch gevoeld en zijn recht op het leven erkend4 ,in de liefde voor ,gretchen eindelijk werden de teerste snaren van het menschelijk gemoed aangeslagen4 ,het konflikt tusschen den oneindigen drang en den aardschen vrede1 is een konflikt1 waarmede wel de bestaande orde der maatschappij wordt aangetast1 maar dat ten slotte in de ziel van dien titanischen mensch zelf wordt uitgestreden4 ,de woede der titanische zinnelijkheid komt aldus ,faust1 in het beeld van ,gretchen1 op een ondergang van alle aardsche vreugd te staan2 hij verstoort zijn aardsche bestaan door den drang der oneindigheid en eindigt hier met nog heviger klacht1 dan welke hij ophief na de verschijning van den aardgeest2 een klacht welke ditmaal een aanklacht is tegen de macht der verstoring3 ,hond1 afschuwelijk ondier1 word o slang veranderd in de hondgestalte waarin gij mij verscheent2 verander in uw lievelingsbeeld en kruip op den buik in het stof1 en ik trap u met den voet1 verworpeling4 ,ellende1 door geen menschenziel te vatten1 dat meer dan en ziel in de diepte van zulken jammer verzinken moest4444 ,o ware ik nimmer geboren4 ,het einde van dezen weg in de wildernis van het leven bereikt ,faust in zijn wilden dans met de heksen op den ,blocksberg in ,walpurgisnacht4 ,alleenlijk deze fantastische spookwereld blijft nog over1 nu ,faust in ,gretchens omgang het verlangde oogenblik der voldaanheid niet heeft beleefd4 ,mefisto zal hier hem tot het laagste punt des levens heenvoeren4 ,mogelijk dat het walgelijke aan zijn titanischen drang voldoet1 nu hij het bekoorlijke verwierp4 ,aan den heksendans is tenminste een diabolisch genot te beleven1 en daar niets anders overblijft zal misschien ,faust zich hier gewonnen geven4 ,bereidwillig laat hij zich meevoeren4 ,door een dwaallicht geleid1 schrijden ,faust en ,mefisto de tooversfeer binnen1 de rotsen hebben menschen-neuzen1 spookvogel1 kievit en ekster zijn wakker gebleven en de hagedissen kruipen met de muizen door het struikenbosch1 terwijl boomwortels uit den bodem steken en glimwormen een verwarrend geleide geven4 ,onderwijl draait het geheele landschap en is het alsof rots en boomen gezichten trekken2 vuurgloed en lichtstrepen maken de wereld geheimzinnig2 vonken storten zich uit als fonteinstralen en de geheele rotswand is verlicht4 ,onderwijl steekt de storm op en schudden de denneboomen1 wier takken afbreken al krakend2 gegier1 gesis en geraas doorblaast de lucht en langs den geheelen berg stroomt woedend een tooverzang4 ,een menigte van heksen nadert door de lucht varende1 zoodat ,mefisto voor ,faust ruimte moet maken opdat hij niet worde omvergeworpen4 ,zij wijken ter zijde en terwijl bij uitgegloeide kolen een klein gezelschap van oude heeren zitten1 vinden zij weldra twee heksen1 een oude en een jonge2 en terwijl ,mefisto de oude grijpt voor den dans dwingt hij ,faust om met de jonge om te springen4 ,dit oogenblik is het dieptepunt der leidingen van ,mefistofeles4 ,hij meene echter niet1 dat de ,faustische geest hier iets anders zal beseffen dan afkeer4 ,reeds zoovele malen is ,mefisto's onmacht gebleken om ,faust te verderven4 ,elke periode zijner werking eindigt met een zelfbevrijding4 ,in den wijnkelder van ,auerbach1 heeft ,faust het gansche schouwspel met onverschilligheid bijgewoond1 en wanneer ten slotte de lustige drinkers uitroepen wij voelen ons heelemaal kanibalisch lekker gelijk aan vijfhonderd varkens heeft hij nog slechts en wensch te uiten3 ik verlang nu heen te gaan4 ,in de heksenkeuken wordt ,faust geboeid door het in den spiegel aanschouwde beeld van ,helena3 een nieuw verlangen wordt in hem levend1 maar voor het overige vindt hij in al het gedoe dezer onsympathieke wezens niets dan smakeloos bedrog4 ,daarop volgt de ,gretchen-episode4 ,ongekende gevoelens van teedere bekoring stillen de machtige levensdorst van ,faust2 en misschien zou hij hier het gevaarlijk oogenblik bereiken1 zoo niet een geheimzinnige aantrekkingskracht hem uit de oase naar de woestijn terugtrok4 ,deze vreugde moet eindigen in wanhoop2 ook terwijl ,gretchen zijn gemoed en zinnen bevredigt1 verkeert ,faust in de wildernis1 die weldra zich in groot onheil openbaren zal4 ,de scala der aandoeningen van ,gretchens gemoed teekent deze afzinking naar het jammer1 waarin ,faust aan ,mefisto ontkomt2 terwijl de genotsbevrediging hem aan ,mefisto zou hebben overgeleverd4 ,bezorgdheid is de grondtoon van haar liefde1 sedert haar ontboezeming mijn rust is henen1 mijn hart is bezwaard en het klagende lied voor het beeld der ,mater ,dolorosa is zo van leed vervuld1 dat wij hier het ergste voorzien3 help en red mij van smaad en dood6 ach buig gij smartenrijke genadig uw aangezicht tot mijn ellende neer6 ,het leed van ,gretchen zal het leed van ,faust blijken2 het is niet anders dan de afspiegeling van zijn titanische natuur1 die alle aardsche verhoudingen verbreekt en wiens geluk vanzelf in ongeluk omslaat4 ,wanneer dan ,gretchens broeder ,valentin in een tweegevecht met ,faust is omgekomen1 nadat ook haar moeder1 niet zonder schuld der gelieven1 gestorven is en bij den lijkdienst in de domkerk het dreunend orgel den donkeren choorzang begeleidt1 den zang van het goddelijk oordeel--dan is niets meer te wachten van levenslust of liefdevreugd en aan ,mefistofeles zal zeker de macht over ,faust ontgaan3 in dze wildernis des gemoeds weet geen ,mefisto den weg4 ,maar nu de ,walpurgisnacht op den ,blocksberg3 terwijl ,faust zijn tijdelijke laagten doorwaadt in vergetelheid van ,gretchens liefde en haar ongeluk1 wordt hij plotseling door de gedachte aan haar opgeschrikt4 ,weelde en wanhoop doorkruisen zijn gemoed en terwijl hij van de bepeinzing niet scheiden kan doorflikkert de gedachte aan dood en straf zijn overdenking4 ,een in lange niet gevoelde afschuw1 de gansche ellende der menschheid grijpt mij aan4 ,hier toeft zij achter vochtige muren1 roept hij uit1 staande voor de gevangenis1 waarin zij om den in waanzin gepleegden moord op haar kind geworpen is2 haar misdaad was het verkeeren in zoeten waan4 ,gij aarzelt tot haar te gaan8 ,gij vreest haar weder te zien6 ,voort6 uw talmen brengt haar dood naderbij6 ,zoo verscheurt ,faust het net dat ,mefisto over hem heenwerpt4 ,het woord uit den proloog in den hemel wordt bewaarheid3 de goede mensch blijft in het duister gedrang zich van den rechten weg bewust4 ,bij alle omdwaling in de wildernis blijft ,faust de ware richting des levens beseffen en zijn verheven menschelijkheid gaat niet ten onder4 ,,iv ,,de ,,weg ,,van ,,faust #a4 ,de nacht van uitrusten voor den nieuwen morgen ,zoo ,goethe aan zijn ,faust-drama den ondertitel een tragedie heeft toegevoegd1 is deze benaming toch niet in eigenlijken zin aangewend4 ,de onmogelijkheid om dit gedicht bij een der bestaande dichtsoorten in te deelen1 verontschuldigt de halftoepasselijke aanwijzing4 ,in een tragedie traden van oudsher figuren op van grootscher bouw dan die van het dagelijksch leven2 de beweegkrachten en ondervindingen waren eer heroisch dan gewoon en het levenslot dier helden was het lot der enkelen die naar het uiterste streefden4 ,in zoover kan ,faust een tragische figuur heeten4 ,maar in de tragedie is de held tot den ondergang geroepen3 zijn grootsche aanleg1 grootsch in deugd of ondeugd1 bestemt hem tot een lijden1 dat zich niet meer te zijnen gunste wenden laat4 ,van den beginne af hangt over zijn leven het noodlot4 ,in dit opzicht waarin juist het tragische der tragedie bestaat1 kon het ,faust-drama niet bij deze dichtsoort worden gerekend2 wat niet voor den tragischen lijder1 maar wel voor ,faust bestaat is3 de weg der ontkoming aan de wildernis4 ,evenmin als om de helsche ondervindingen van ,dante de ,divina ,commedia een tragedie is1 evenmin is ,faust zulks om het eerste deel des gedichts2 en het tweede deel1 dat den weg van ,faust bezingt1 is niet maar een toevoegsel1 waarin de oorspronkelijke opzet van het poeem verloochend wordt1 maar een van den aanvang af bedoelde voortzetting en de uitwerking der grondgedachte waarmee het gedicht opent3 een goed mensch blijft in het duister gedrang zich van den rechten weg bewust4 ,de kontinuteit der beide gedeelten is onmiskenbaar4 ,toch is het verschil tusschen den tweeden ,faust en den eerste op vele manieren groot3 een andere toon wordt vernomen1 een andere omgeving geschapen1 andere figuren treden op4 ,een veel meer bedachte kompositie1 een verstandelijker konstruktie kenmerkt het tweede gedeelte tegenover het eerste4 ,terwijl de eerste ,faust den indruk maakt van een gedicht uit des levens bloeitijd1 schijnt de tweede een gedicht van den ouderdom4 ,is het ook niet begrijpelijk1 dat ouder wijsheid den weg vindt1 terwijl de jeugd avontuurt in de wildernis8 ,faust ,,ii heeft kunstmatigheid waar het eerste gedicht vrijheid heeft4 ,faust ,,ii is een heden na het gisteren van ,faust ,i4 ,tusschen beide gedeelten van het ,faust-poeem ligt een nacht1 een nacht van vergetelheid en diepen slaap4 ,het geheele ,eerste ,deel kan beschouwd worden als een avondgebeurtenis na een voorafgeganen dag van zware inspanning en overladen werk4 ,de monoloog1 waarmede het eerste ,faustgedicht aanvangt1 geeft aanstonds een blik op dezen voltooiden en vermoeienden werkdag3 nu heb ik ach1 filosofie1 rechtswetenschap en medicijnen en helaas ook theologie grondig bestudeerd met vurigen ijver4 ,ziehier de al te zware dagtaak1 welke ,faust achter zich heeft1 wanneer wij met hem kennismaken4 ,op dit oogenblik gaat zijn geest den avond in1 den avond met zijn geheimzinnige aanspraak tot het menschelijk gemoed1 een avond reeds aangekondigd in den proloog met de schildering van de zon1 die haar voorgeschreven dagreis met donderslag voltooit4 ,in dien zielsavond neigt hij tot de wereld der geesten met hun duistere wetenschap en verlangt hij naar den dood1 die een hooger licht dan het aardsche daglicht over hem zal uitgieten4 ,de dood wenkt hem verlokkend toe uit kristallen schaal4 ,de magische heksenkeuken1 het spiegelbeeld van ,helena zijn verschrikkende en verteederende avondfantasien4 ,de zucht naar weelde en genot herleeft3 de zinlijkheid bekoort met haar schaduwzwarte diepten2 ,faust verlangt het al der wereld te doorleven en zijn ziel daarin te laten vervloeien4 ,gretchens liefde is zijn avondweelde en avondtroost en in haar nabijheid verdoezelt zich zijn godsdienstig gevoel tot panthesme1 avondgodsdienst zonder omtrekken1 welks leuze is3 naam is klank en rook2 wees in gevoelens zalig en noem het zooals gij wilt3 geluk1 hart1 liefde1 ,god4 ,de zachte stemming n vreemde fantasie zijn de terugwerking op een dag van vruchtelooze moraliteit des werks4 ,de vergeefsche inspanning van den harden werker verkeert zich tot deze maatlooze zieletoestanden4 ,maar het einde des avonds1 en waar hij tot nacht wordt is zwaar en van jammer vol4 ,het is de wilde spooknacht der wroeging en der radeloosheid1 die met waanzin dreigt4 ,de hevigste onrust als van een heksendans op den ,blocksberg is het laatste loon van dezen langen dagtijd vol ondervinding4 ,het zestiend'eeuwsche ,faust-gedicht laat ,faust ter helle varen2 de hel is het hopelooze en onherstelbare1 en het schijnt wel of na ,faust's ondervindingen geen anderen uitweg bestaat4 ,immers1 wat is er te herstellen voor een man1 die zoowel in het denken als in het verkeer1 in het waarheidsverlangen als in de liefde op ellende uitkwam8 ,nu staat de strever naar het hoogste voor het ,niet1 het ledige ,duister der sterrenlooze middernacht4 ,maar na de middernacht breekt de na-nacht aan1 en de na-nacht zal ,faust's rusttijd zijn4 ,nu is het spookuur voorbij en hoogere geesten onder leiding van ,aril1 den geest der lucht1 hebben den vermoeiden lijder opgenomen en op een bloemenrijken grasgrond uitgestrekt2 zij zingen hem in slaap en zweven om hem heen1 terwijl zij de rust in zijn gemoed herstellen3 ,nu is de nacht neergezonken en heilig verbindt ster aan sterre zich2 groote lichten1 en kleine glinsteren nabij en ter verte1 glinsteren weerspiegeld in het meer1 glanzen in de heldere hoogten des nachts4 ,het geluk van diepe rust wordt door de volle pracht der maan bezegeld4 ,onder deze zegening slaapt ,faust een slaap1 die tijden duurt2 hij doorslaapt het tijdperk der nacht2 het is de periode der uitrusting uit welke men niet met wroeging of ellende ontwaken zal4 ,de zwevende geesten verteederen zijn afgepijnd hart1 genezen de wonden van het zelfverwijt en reinigen zijn innerlijk bestaan van het doorleefde tumult4 ,nu kan de nieuwe ,morgen komen en hij zal geen morgen van nieuwe zorgen zijn4 ,met welk morgenlied ook vangt het tweede deel van het ,faust-gedicht aan6 ,het eerste deel was met den zang der aartsengelen ingeluid4 ,zij zongen het avondlied van de zon1 die haar dagreis voleindigt1 en van de aarde in wier wenteling paradijsglans plaats maakt voor diepen nacht--maar de geesten1 die het tweede gedicht openen1 zingen het lied van de juichende ontwaking des ,lichts3 ,schouw1 zoo roepen zij tot den slapenden ,faust1 naar den glans1 die ginds verschijnt6 ,slechts lichtelijk zijt gij met slaap omvangen3 slaap is als een schaal1 werp haar af2 verzuim niet u te verkloeken1 terwijl de menigte talmend aarzelt3 alles vermag de edele mensch1 die verstaat en snel handelt4 ,en bij dit woord verkondigt een geweldig gedruis de nadering der zon3 hoort o hoort naar het aanstormen der ,horen2 voor geestes-ooren blinkend wordt geboren de nieuwe dag4 ,met dezen aanroep is ,faust ontwaakt4 #b4 ,de nieuwe zedelijkheid 7zedelijk streven en zelfbevrijding74 ,en hiermede begint zijn nieuwe weg4 ,de inhoud van het tweede ,faust-poem bevat meer dan de vertooning en verbeelding van dezen weg2 geheel het denken van ,goethe's tijd en vooral de natuurfilosofie voeren er het dichterlijke woord2 maar wij laten dit ter zijde en zoeken te bepalen den weg dien ,faust ging4 ,in het eerste deel hebben wij ,faust1 teleurgesteld in zijn oneindige verlangst naar kennis1 zich zien storten in het levensgenot3 door de oneindigheid1 die hij in zich beseft1 heeft eerst zijn natuurweten schipbreuk geleden4 ,daarna in het leven gekomen1 leed zijn genieten dezelfde schipbreuk op de onvoldaanheid zijner hoogere natuur4 ,faust heeft den oneindigen eisch gesteld en daarop is zoowel zijn kennis als zijn levensvreugd gestrand4 ,niets was bestand tegen dezen drang naar het absolute1 die tegen alle beperktheid stoot en voor welks aangezicht alle levens-vrede tot verwoesting keert4 ,de vraag1 welke wij thans stellen1 is3 welke weg blijft voor ,faust over na dit twee-ledig bankroet8 ,er is een mogelijkheid van klein te eindigen1 nadat men groot begonnen is4 ,de aanstichter van een nieuwe wereldbeweging kan mislukken in zijn grootschen toeleg en--na eenige jaren teruggevonden worden als vreedzaam burger van een klein dorp bij de grenzen2 na het eerste hoofdstuk van den nieuwen bijbel der menschheid geschreven te hebben1 is de vlaag der genialiteit gedoofd1 en men biedt1 na wat verpoozens1 litteratuur van derden rang4 ,indien ,mefistofeles den ,faust geschreven had1 ware er geen ironischer vervolg van het eerste boek geweest dan den held te laten optreden als gevierd middelpunt van een dorpskring1 bemind op sociteit en letterkundigen krans4 ,de overmacht van de negatie had zich dan bewezen in de uitsterving van dien oneindigen drang1 die ,faust's wezen uitmaakt4 ,zoo er echter een weg voor ,faust is1 moet het een weg zijn1 waarop hij zijn wezen bewaart en tegen ,mefistofeles de geheele diepte van zijn menschelijk karakter volhoudt4 ,de weddenschap blijft gelden3 zoodra ,faust het mindere aanvaardt als voldoend en zijn oneindigen drang ontkent1 is hij verloren2 maar dus ook3 zoolang hij wezenlijke mensch blijft en zijn eeuwigheidsnatuur door eenig voorloopig resultaat van zijn streven niet wordt vervuld--zoolang is zijn streven zelf zijn levensweg4 ,het oneindig streven is de weg van ,faust4 ,deze uitspraak gelijkt op rhetoriek1 maar zij bevat een diepen inhoud en is vol wijsheid4 ,in haar is de nieuwe zedelijkheid uitgedrukt in tegenstelling met de oude4 ,met oude zedelijkheid bedoel ik de levensopvatting der ,zeventiende ,eeuw2 met nieuwe zedelijkheid het begrip van persoonlijkheid en leven1 dat in de ,negentiende ,eeuw is gangbaar geworden4 ,faust is geen zeventiend' eeuwsche1 maar een moderne mensch4 ,de oude zedelijkheid is ,isralitisch gestempeld1 en door ontkoming aan het ,isralitisme is ,faust een mensch van den nieuwen tijd4 ,de tegenstelling1 die hier geldt is een andere dan de vaak genoemde tusschen de twee geestelijke standpunten3 ,isral en ,hellas4 ,de ,israliet is vooral zedelijke mensch1 doch in dezen bizonderen zin van te staan onder de zedewet1 waarbij het schuldgevoel des menschen tegenover de heiligheid ,gods de grondtoon der geheele gezindheid bepaalt4 ,deze mensch weet niet dat in hem een goddelijk licht brandt3 hij kent zich als zondaar en ontleent uit een geschreven wetgeving den maatstaf der zelfbeoordeeling4 ,de ,helleen daarentegen is aesthetische mensch1 die geen onvoorwaardelijkheid kent op zedelijk gebied1 geen zedelijk gebod1 maar een zedelijke intutie2 in schoonen arbeid geniet hij het geluk zijns levens4 ,deze tegenstelling nu kan niet rechtstreeks op die tusschen oude en nieuwe zedelijkheid worden overgedragen1 al is er overeenkomst3 de oude 7zeventiend' eeuwsche7 zedelijkheid is ,isralitisch gestempeld2 de nieuwe is aan ,hellas verwant doordat zij het recht der vrije persoonlijkheid erkent4 ,in den oud-,germaanschen vrijheidszin is de nieuwe zedelijkheid voorgeschaduwd4 ,reeds ,parzival1 de ,germaansche held1 wordt uit zijn verwildering gered1 doordat in hem een vaste zin was en onversaagde mannenmoed1 die niet gebroken werd door harden druk4 ,zijn zedelijkheid was de vastberadenheid van een streven1 dat de vertwijfeling overwon4 ,faust is een tweede ,parzival1 de vernieuwer dezer ,germaansche zelfbevrijding4 ,aan het einde van zijn levensloop wordt over hem gesproken3 wie altijd strevend werkzaam is1 dien kunnen wij verlossen 7wer immer strebend sich bemht1 den knnen wir erlsen74 ,het onderscheid van oude moraliteit en nieuwe bestaat hierin1 dat de oude moraal het zwaartepunt der deugd buiten den mensch legt1 de nieuwe moraliteit stelt het in ons2 d4 i4 in de menschelijke persoonlijkheid1 genomen in den vollen en diepen zin van dit begrip4 ,de ,zeventiende ,eeuw is1 binnen de nieuwe ,geschiedenis gelijk wij zeiden1 de vertegenwoordigster der oude zedelijkheid1 hoewel juist toen een der groote scheppers der nieuwe leer geleefd heeft3 ,spinoza4 ,de oude moraal stelt de zedelijkheid in deugden1 plichten1 werken1 die als meer of min afgepaste en aangewezen geestelijke grootheden door een zedelijke wetgeving zijn afgekondigd en gekodificeerd4 ,dat alle deugden1 plichten en werken de openbaring zijn van en innerlijk levensbeginsel1 en dat er dus geen zedelijkheid is dan als een verwerkelijking van dit2 dat zedelijkheid de verwerkelijking is van het eeuwige zelf des menschen1 vermoedt zij niet4 ,de oude zedelijkheid is gedrag volgens de zedewet1 en deze zedewet is een goddelijke instelling1 geen opwelling uit het menschenhart zelf4 ,de ,zeventiende ,eeuw heeft het mechanisch denken tot overwinning gevoerd2 zij stelde de mechanika vast als methode der natuurleer1 en bestreed de ,middeleeuwsche opvatting1 volgens welke de natuur met verborgen eigenschappen en geestelijke krachten werkte4 ,het mechanische denken rekent met uitwendige oorzaken alleen en behandelt alle gebeurtenissen in de natuur als toepassingen van algemeene wetten1 die wiskunstig moeten berekend worden4 ,de astronomie is het zuiverste voorbeeld van mechanische natuurwetenschap4 ,huyghens1 ,harvey en zoovele natuurkundige ontdekkers der #ag;de en #ah;de eeuw hebben door de mechanische methode de natuurwetenschap tot haar hoogte gebracht4 ,de wiskunde is het hart der mechanika en ,cartesius had de wiskundige methode van denken ook op de geestelijke wetenschappen van toepassing verklaard4 ,zoo is dan ook de opvatting dat zedelijkheid een gedrag is volgens de ingestelde zedewet1 de vrucht van een mechanisch denken3 de zedewet werd evenals de natuurwet geacht door den schepper der wereld te zijn ingesteld4 ,aan deze voor de levensleer noodlottige opvatting beantwoordde het ,calvinisme1 deze algemeen geldige geestelijke richting des tijds4 ,het ,calvinisme is een herleving van den ,isralitischen geest in het ,christendom1 gekeerd tegen de idee der vrije individualiteit volgens ,grieksch en tegen die der zelfberaden persoonlijkheid volgens ,germaansch begrip4 ,het ,calvinisme immers hield de zedelijkheid voor een gehoorzaming aan een zedewet1 van bovenaf aan de menschen gedekreteerd op het ontoegankelijkste rotsgebergte1 de ,sinai1 alsof de zedewet van ergens anders stamde dan van onze menschelijkheid zelf6 ,de ,zeventiende ,eeuw is theologisch3 het aanvangspunt van denken is er de tegenstelling tusschen ,god en mensch4 ,spinoza1 die haar niet erkende1 werd voor athest gescholden4 ,in deze tegenstelling komt de mensch ontledigd tegenover ,god te staan1 waarbij een negatief begrip1 het zonde-begrip1 het uitgangspunt der levensbeschouwing wordt4 ,het dwars-verkeerde dezer beschouwing is niet meer goed te maken4 ,zij berooft den mensch van de waarheid zijns wezens4 ,de heilsleer der ,zeventiende ,eeuw is hetero-soterisch2 d4 i4 de krachten die het leven tot heil brengen werken van buiten af4 ,calvinisme1 ,pitisme1 ,lutheranisme zijn in dit opzicht gelijk4 ,deze hoofdstroomingen der ,zeventiend' ,eeuwsche levensleer mogen onderling verschillen als meer intellektualistisch of meer empiristisch gekleurd--in de levensleer is aller opvatting op het door ons genoemde punt gelijk4 ,inzonderheid het ,pitisme1 dat aan ,lutheranisme en aan ,calvinisme de gemoedswarmte gaf en een religieuze ervaringsleer kan heeten1 heeft in zijn heilige boek ,bunyans ,pilgrims ,progress een uiting geleverd1 die de zedelijk-religieuze opvatting des tijds op het duidelijkst uitsprak4 ,het ,engelsche ,pitisme dat in dit boek tot uiting komt1 heet gewoonlijk ,methodisme4 ,bunyans ,christenreize naar de ,eeuwigheid is het ,zeventiend' ,eeuwsche heilsboek2 het heeft zijn verdienste in groote menschenkennis en is het tegendeel van ,faust4 ,geen boek ter wereld is zoozeer in tegenspraak met de moderne levensopvatting4 ,de mensch is er ongeniaal1 uit zichzelf voelt hij alleen onmacht en ellende4 ,uit een boek1 dat hem van elders in de handen komt1 leest hij den beteren levensweg2 andere wezens leiden hem2 alles komt van buiten behalve de zonde2 in zichzelf is hij negatief4 ,hij is geen persoonlijkheid1 hij is alleen maar behoefte4 ,het ,pitisme is de leer eener reeks van gevoelservaringen1 die doorloopen moeten worden1 en die niet uiting zijn van eigen geestelijk streven1 maar waar de mensch1 de lijdelijke1 wordt doorheen-geleid4 ,het geestelijk leven als stroomend uit den eigen innerlijken bronwel en zijn rijkdommen uit zichzelf voortbrengend--dit nieuwer levensbegrip is er onbekend4 ,dat zedelijkheid niet is een gehoorzaamheid aan een wil die van buiten af beveelt1 maar des menschen eigen aspiratie1 wordt door deze oude leer niet bevroed4 ,maar ziehier juist de kern der nieuwe levensgedachte4 ,spinoza reeds had de stelling uitgesproken1 dat des menschen streven om in eigen zijn te volharden het eenige fondament der deugd is4 ,in deze uitspraak klinken de bazuinen der nieuwe levensleer4 ,de mensch1 aan banden eener ingestelde zedewet vastgelegd1 zal opnieuw ontwaren1 dat zijn eigen wezen de zedewet inhoudt4 ,dat beteekent3 de geestelijke natuur van den mensch zelf is de grond aller deugd1 en er is geen andere deugd dan deze3 onze geestelijke natuur verwerkelijken2 zich-zelf-zijn4 ,voorheen gold de zedewet door bedreiging en belofte1 als door dwangmiddelen2 des menschen vrijheid beteekende de vrijwilligheid1 waarme hij dezen band verdroeg of niet verdroeg3 nu geldt de gedachte andersom3 er is geen ander beginsel van zedelijk leven1 dan de idealiteit onzes wezens3 de zedewet niet heerschappij voerend over den mensch1 maar de mensch als voortbrenger van de zedewet4 ,deze moraal is die der vrije persoonlijkheid1 die de zedewet niet boven zich1 maar in zich heeft4 ,de levensopvatting1 hier geldig is niet de mechanische1 maar de organische4 ,terwijl de steenen op elkaar gezet worden en uitwendig door de kalk saamgebonden tot een muur1 volgens het plan van den metselaar1 die ze behandelt--groeit het zaad tot een plant niet door uitwendige toevoeging1 maar krachtens een innerlijk beginsel en volgens een wet1 die in het leven en den groei des zaads is vervat4 ,het geestelijk leven als de oprichting van dezen muur te begrijpen is de mechanische opvatting der oude moraliteit3 maar dat het zedelijke aan een innerlijke levenswet1 veeleer op den groei der plant gelijkt1 organisch1 is de ,negentiend' ,eeuwsche gedachte4 ,het ,nieuwe ,testament heeft menige uitspraak in deze richting2 de middel-eeuwsche mystieken en ,luther hebben dergelijke tonen van hun instrument doen klinken2 in geen tijdperk der ,christelijke kultuur-geschiedenis heeft de stem der zedelijke vrijheid geheel gezwegen3 maar de andere opvatting heeft deze nieuwere telkens overstemd en de oude zedelijkheid heeft zich als de kettermeester der nieuwe gedragen4 ,goethe's ,faust vertoont deze levensleer op de meest klare wijze in het dichterlijke beeld4 ,de ,faust is een kultuurboek1 waarin niet slechts de geest van ,goethe1 maar vooral de geest der aangevangen ,negentiende ,eeuw zich spiegelt4 ,de dichter van ,faust heeft den overgang tot den nieuwen tijd in zich meegeleefd en de groote revolutie gadegeslagen4 ,nu is zijn gedicht breed geworden1 encyclopaedisch van opzet1 daar het den nieuwen mensch vertoont in zijn zedelijk streven en dit streven naar alle zijden ontwikkelt3 de nieuwe zedelijkheid heeft haar verhouding tot staat en maatschappij1 kunst1 natuur en godsdienst4 #c4 ,het besluit tot daden4 ,in den beginne was de ,daad1 zoo heeft reeds in zijn studeercel ,faust gefilosofeerd4 ,er staat geschreven3 in den beginne was het ,woord1 maar het woord kon hij zoo hoogelijk niet vereeren2 evenmin de rede1 ook niet de kracht4 ,het zedelijk streven1 waarin hij ,mefisto zal te boven komen1 zal voor ,faust bestaan in het uitoefenen van de levende daad4 ,in het eerste ,faust-gedicht overheerscht de negatie1 ,mefistofeles4 ,faust wordt er door ,mefisto geleid en geeft zich aan zijn inspraken over2 alleenlijk bewaart hij zichzelf tegen dien leidsman1 zoodat hij nooit ten onder gaat4 ,zijn leven is nog bewogen door den levensnood2 de passie overheerscht1 de levensgang is verwilderd4 ,dit is de noodwendige aanvang van elk zedelijk leven3 het leven begint in laagtestand en gaat door het heilsgemis naar het heilsbezit1 evenals in ,carlyle's ,sartor ,resartus ,professor ,teufelsdrkh door het ,everlasting ,no heen moet om het ,everlasting ,yea te bereiken4 ,maar hiermee is het leven niet verloren3 zijn de negatieve wateren doorkliefd1 dan komt het schip in positieven stroom4 ,mefisto heeft zich aan ,faust onmachtig gemaakt1 doordat ,faust in de volgzaamheid aan zijn leidsman1 zichzelf tegen hem heeft vastgehouden1 de weddenschap op geene wijze verliezende4 ,eindelijk is het positief beginsel in ,fausts natuur voldoende tot eigen kracht van daden gerijpt1 zoodat ,mefisto niet meer den weg behoeft aan te wijzen1 doch alleen als ,faust's dienaar kan blijven geduld4 ,in het tweede poem is ,faust zijn eigen meester en betreedt door eigen streven den weg van het levensheil4 ,faust's moraliteit is dus3 zichzelf te zijn1 en het aktueel beginsel van zijn streven is het besluit tot de levende daad4 ,de daad is uiting der inwendige aktiviteit2 in haar betoont de mensch zichzelf2 zij is niet wat de oude moraliteit bedoelt3 een gedraging of werk volgens de zedewet2 geen werk der dankbaarheid of wat ook1 waarbij een handeling uitgevoerd wordt1 die reeds tevoren was voorgeschreven in een kodex van deugdwerken2 neen maar de daad als getuigenis4 ,de daden waartoe ,faust besluit1 zijn pure uitingen van inwendigen drang2 zij zijn niet te voren bij eenige zedelijke wetgeving bepaald2 zij zijn de betooningen van den zedelijken mensch die zijn moreele persoonlijkheid doet gelden3 dit aardegebied verschaft nog ruimte tot groote daden2 tot het doen van koene en verbazingwekkende werken voel ik de kracht4 ,misschien acht menigeen zulke ideele moraliteit geen degelijke zedelijkheid te zijn4 ,het schijnt of het ,faust-poem het lied is van den aesthetischen mensch ,goethe1 die zichzelf bezingt4 ,men wil een meer geikte deugd4 ,het besluit tot daden1 niet eens tot bepaalde en als zedelijk goed voorgeschrevene1 maar het besluit tot zelf-uiting in de daad schijnt den menschen1 die aan konventioneeler deugd gewend zijn1 nevelig en onbestemd4 ,zij begrijpen niet dat er geen vruchten zijn dan uit de groeikracht van den boom en dat er evenmin deugden1 plichten1 werken1 zedelijke handelingen zijn dan als levensopwelling van een menschenhart zelf4 ,er is misschien voor een dogmatisch verstand geen houvast aan een zedelijkheid1 die van binnen stamt1 gelijk er een zeer gemakkelijk houvast is aan zedelijkheid1 die een bestaande wetgeving opvolgt4 ,de ,muzelman heeft aan zijn trias van aalmoes doen1 bidden1 vasten1 een algemeen begrijpelijker deugdsysteem1 dan de ,germaansche strever aan zijn besluit tot de loutere daad4 ,dit verhindert niet dat de zedelijkheid in laatstgenoemden vorm de ware is4 ,aan ,faust's besluit tot daad 7het positief moreel princiep7 gaat vooraf het berouw4 ,het berouw is de reaktie na het verblijf in de wildernis4 ,als de negatie is doorgemaakt1 blijft een nijpend gevoel van leegheid over2 de mensch beseft de laagte1 waarin hij heeft geleefd en klaagt zichzelf aan om zijn verblindheid4 ,deze negatieve moraliteit volgt op het negatieve levensgedrag en is de weerslag op ,mefistofeles' leiding1 de terugschrik na de zelfherkenning4 ,het ,pitisme zou dit zedelijk moment1 het berouw van ,faust1 hebben doen aanzwellen tot hoofdbelang2 in litteratuur kon het in 't breede gexploiteerd worden als tijdperk van zelfverwijt en zelfontreddering2 de ,zeventiend' ,eeuwsche moraal althans had met voorliefde op deze negatieve zijde van het zedelijk leven de schrilste lichten geworpen--,goethe is te zeer menschkundig om het berouw te ontkennen in zijn heilzame werking1 te schoon van geest1 dan dat hij er zwaarder gewicht aan gaf dan als overgang uit lager tot hooger levensstand4 ,het berouw van ,faust wordt ondervonden in de diepte van het naar binnen gekeerde bewustzijn1 aanvaard als krisis des inwendigen levens4 ,zoo volstaat ,goethe ook met een fijnvoelige vingerwijzing1 die den begrijpers genoeg is3 in den aanvang van het tweede ,deel spreekt ,aril tot de geesten3 brengt den grimmigen strijd zijns harten tot rust1 verwijdert de scherpe pijlen van zijn zelfverwijt2 en reinigt zijn innerlijk van doorleefden schrik4 ,hier is het geestelijk herstel van ,faust geteekend4 ,en als hiermee de negatieve faze zijns levens 7de wildernis7 voorbij is1 zie6 daar ontwaakt een krachtig besluit om volhardend naar den hoogsten levensstaat te streven4 #d4 ,de klassieke beschaving als leerschool4--geestelijke vorming4--de idee der schoonheid4 ,faust heeft dan besloten tot de zedelijke daad1 d4 i4 tot de betooning zijns innerlijken wezens4 ,en waarin deze ook besta--een streven rechtstreeks naar het absolute1 gelijk hem eenmaal vervulde1 is niet meer te wachten3 hij getuigt dat het geestenlicht hem heeft verblind1 en roept nu uit3 den waterval1 die het rotsrif doorbruist1 beschouw ik met toenemende vreugd2 in duizend en meer dan duizend stroomen giet hij zich uit al nederstortende1 zijn schuim in de lucht spattend4 ,die spiegelt het menschelijke streven af2 overpeins hem en begrijp dat wij het leven hebben in den kleurigen weerglans der zon4 ,de waterval werpt zich in de aardsche wereld1 en weerkaatst in zijn stralen het zonlicht1 zonder het licht te gemoet te streven3 zoo zal ,faust doen2 hij zal zijn drang naar het absolute verwerkelijken in de lichtende daden van zijn hart4 ,ziehier zijn weg4 ,faust zoekt op dien weg te komen2 maar hoe8 ,wij vinden hem aan het keizerlijk hof genoodigd wegens den roem zijner geleerdheid4 ,het keizerlijk aanzoek heeft hij opgevolgd in de hoop aldaar gelegenheid te vinden tot heilzame daden4 ,maar het is niet in deze omgeving dat hij slagen zal4 ,de toestand van het ,keizerrijk is verre van fraai2 uiterlijk vol glans is het rijk innerlijk krachteloos en vervallen2 de keizer zelf leeft voor het genot in de grootste verkwisting en de schatkist is tot den bodem geleegd4 ,faust1 die nog naar zijn weg zoekt1 moet in deze omgeving tot inzicht komen1 dat de zedelijke daad des menschen vrij is tegenover alle bestaande ordening4 ,voor den ,jood uit ,jezus' tijd is het godsdienstig volks-instituut de sfeer1 die het zedelijke bepaalt2 voor den oud-,indir de kaste2 voor den ,griek het staatsverband1 zoodat hij zedelijk mensch is in dit opzicht1 dat hij zijn arbeid doet voor het staatsgeheel4 ,de ,middel-,eeuwer1 over 't algemeen genomen1 acht zich zedelijk handelend volgens voorschrift van en in dienst aan de kerk4 ,zijn barmhartigheid1 eedstrouw en gerechtigheid zijn een verplichting1 die de kerk hem oplegt4 ,voor ,faust echter zal al zulke instelling wegvallen4 ,geen bestaande ordening zal als verplichtende macht zich aan hem voordoen3 in de sfeer van het keizerrijk valt voor hem niets van zedelijke beteekenis uit te richten4 ,tegelijk blijkt hem1 dat deze keizerlijke staatsordening 7en daarmee alle instituut7 de echte nooden der gemeenschap niet lenigt1 en een van boven opgelegde figuur is1 die met het ware leven der volkeren in geen verband staat4 ,wie zedelijk werken wil1 doe het niet ten dienste aan eenige instelling of organisatie1 maar doe het voor de menschelijke schare1 dat is voor het gemoed der menigte1 want dit is voor zedelijke weldaden ontvankelijk4 ,maar om tot machtige daden bekwaam te zijn moet ,faust een scholing doorloopen4 ,het strevend in werking zijn 7strebend sich bemhen7 moet voortkomen uit een welgeordenden en evenredigen geest1 want anders is het werk chaotisch1 vormeloos4 ,faust moet nu niet in een wildernis rondwaden1 maar zich een weg banen in het leven1 en de dichter van ,faust acht1 dat hiertoe geen betere scholing is dan het verkeer met de klassieke ,grieksche kultuur en hare schoonheid4 ,door deze zal ,faust de mateloosheid van zijn strevenden drang te boven komen en dien louteren4 ,immers1 zooals het moderne1 ,germaansche1 romantische streven zich uitleeft1 zoo wil het ,grieksche zich inhouden4 ,werther is de romantische mensch1 subjektief en onbegrensd in zijn aandoeningen2 maar hij zou in de ,grieksche zelfbepaling tot vruchtbaarheid zijn gekomen1 terwijl hij zonder deze kwam tot ondergang4 ,faust zal niet als ,werther lijden1 maar hijzelf weet welke leerschool hij behoeft4 ,het verkeer van ,faust aan het keizerlijk hof wordt bekroond met een maskerade1 waarin de krachten en faktoren van het menschelijk leven en der maatschappij in symbolische gestalten worden vertoond3 een schouwspel1 waarin ,faust een tegengestelde houding aanneemt1 dan die hij in het leven wil voeren3 hij is er werklooze toeschouwer4 ,de keizer ziet de fraaiheid van de vertooning1 maar de aldus gesymboleerde werkelijkheid heeft veel onschoons en op 't einde gaat de geheele maskerade in vlammen op4 ,de keizer1 wiens lust naar schoone vertooning aldus ontstoken is1 wil zich nog meer vermaken en wenscht het meest uitgezochte voorbeeld van menschenschoon te zien vertoond3 ,paris en ,helena uit het doodenrijk te voorschijn geroepen1 moeten voor zijn oogen verschijnen6 ,deze vertooning is voor hem niet meer dan een lichtzinnig amusement4 ,maar in ,faust heeft de gedachte aan de klassieke schoonheid1 in ,helena vertegenwoordigd1 een horizont van inzicht geopend4 ,hijzelf zal naar de diepte der wereld afdalen en door de macht zijns geestes de ,helena-gestalte te voorschijn roepen4 ,waarheen zal hij afdalen8 ,men daalt slechts in zichzelven af en deze afdaling heet de bezinning1 maar de bezinning brengt den bezinner tot de algemeene gronden waar het leven1 waar elk geestesleven1 ontspringt4 ,in de dichterlijke voorstelling heeten deze gronden3 de ,moeders en van hen wordt met plechtig geluid verzekerd3 godinnen tronen verheven in hun eenzaamheid2 rondom hen is alle ,ruimte opgeheven1 geen ,tijd is daar2 over hen kan niet gesproken worden3 de ,moeders zijn zij4 ,welke weg leidt tot hen8 geen weg6 ,de weg tot hen gaat in het onbetreden en niet te betreden gebied2 door geen navraag vindbaar3 zijt gij bereid8 geen sloten en geen grendels behoeven weggeschoven2 door eenzaamheden wordt gij heen gedreven3 hebt gij begrip van het verlatene en van de eenzaamheid8 ,het is ,mefistofeles1 die deze aanwijzing geeft1 en zij is gegeven uit zijn zienswijs3 de levensdiepte geldt voor hem niet2 maar met kloeke verzekerdheid antwoordt ,faust3 in uw ,niets hoop ik het ,al te vinden4 ,wanneer het aan ,faust gelukt om uit de diepe bezinning op het leven de idee der schoonheid op te roepen1 staat hij aan den aanvang zijner geestelijke scholing4 ,wat hij gedaan heeft is bij zichzelf de noodzaak en onmisbaarheid der leerschool vaststellen1 die hij doorloopen moet4 ,uit de diepe gronden zijns levens brengt hij de idee der schoonheid te voorschijn1 maar de enthousiaste omhelzing daarvan werpt alsnog de idee zelve in verbrijzeling4 ,faust verliest ,helena terwijl hij haar aangrijpt4 ,niet als bloote gedachte lichtend voor hem uit1 doch als duurzame levenservaring moet de schoonheid aan zijn bestaan deelnemen3 daartoe neme ,faust de klassieke beschaving in zich op3 het huwelijk met ,helena zal hem tot de zedelijke daad bekwamen4 ,maar de klassieke beschaving moet recht begrepen worden4 ,ook zij heeft haar excessen en verwarringen4 ,geen kultuur is feitelijk volmaakt1 en het is niet meer dan de geest en de idee der klassieke beschaving1 welke ,faust zich eigen make4 ,hij moet zich beschermen tegen de spookgestalten1 die ook hier zich voordoen2 in de ,klassieke ,walpurgisnacht moet hij tot het inzicht komen1 dat niet overal waar ,griekenland is ,helena woont4 ,niet de spookachtige fantasie1 die griffioenen1 sfinxen1 sirenen1 centauren1 pygmaen en wat half-dierlijks er meer zij1 voortbracht--maar de klare en zuivere geest1 die de gestalte van ,helena opriep1 is de ware geest der ,grieksche beschaving4 ,om ,faust rond te leiden in de spokenwereld1 daartoe is ,homunculus1 een kunstmatig menschje1 in chemische retorten bewerkt1 voldoende3 voor zijn huwelijk met ,helena drage hij zelf zorg4 #e4 ,het huwelijk van ,faust en ,helena4 ,harmonie en maat4 ,de schoonheidszin is van het geestesleven een integreerend deel4 ,geen geestesleven is gaaf zonder deze4 ,aan de oude zedelijkheid heeft de schoonheidszin ontbroken2 de ,calvinist heeft nooit beseft dat er verband is tusschen het goede en het schoone4 ,de theologische1 mechanische aanleg van het ,zeventiend' ,eeuwsche denken1 sluit den schoonheidszin eer buiten dan in zich4 ,het ,pitisme is vaak vijandig gestemd tegenover hem1 daar het de wereld verwerpt2 zelfs ,spinoza heeft zich zeventiende-eeuwer betoond door van hem niet te gewagen4 ,onze groote schilderkunst heeft geen verband gehouden met het zedelijk bewustzijn des volks1 en het zedelijk bewustzijn heeft zich niet geopend voor de kunst noch voor de aesthetische ontroering4 ,eerst het geslacht1 waartoe ,goethe behoorde1 begreep het verband tusschen schoonheid en levensbestemming4 ,faust treedt in het huwelijk met ,helena1 en dit huwelijk is een noodzaak tot zijn volmaking4 ,het is hier niet te doen om een aesthetische beschaving in de plaats der ethische1 een oppervlakkig schoonheidsbehagen1 dat met de diepe gronden des levens zich niet afgeeft4 ,zulk aestheticisme1 dat de kunst tot zijn godsdienst heeft1 is in de ,negentiende ,eeuw opgekomen2 maar het huwelijk van ,faust en ,helena heeft diepere waarde3 het is de scholing in de klassieke kultuur1 de vorming van den zedelijken mensch door harmonie1 klaarheid en innerlijke orde4 ,faust heeft aanraking met den geest der ,grieksche beschaving4 ,het huwelijk met ,helena is voor den zedelijken mensch noodig1 omdat hij1 naar de nieuwe opvatting1 de wet zijns eigenen wezens te vervullen heeft4 ,moet de mensch zichzelf verwerkelijken1 dan loopt hij daarbij het gevaar eener redelooze emancipatie en afzondering uit het geheel4 ,zoo hij de nieuwe moraal als een wil tot macht opvat en meent1 dat aan zijn eigen wil alles geoorloofd is1 ware het beter dat hij nog onder het toezicht der oude wetgeving stond4 ,met dergelijke ,nietzschiaansche op de spits drijving zijner individualiteit is de wonderbare harmonie des bestaans verbroken4 ,wie slechts eigen macht erkent is tyran en tyranniseert de wereldorde1 in welke wij omvat zijn en waarin ons leven redelijkheid bezit4 ,juist daar de wereld-orde in ons bewustzijn inwoont zijn wij onszelf ten wet4 ,zoo behoort de mensch der nieuwe moraliteit van de idee der orde en harmonie doordrongen te zijn4 ,geen wild-romantieke vrij-machtigheid besture zijn daden4 ,de student1 die in ,faust's studeercel kwam verkondigen1 dat hij persoonlijk het superieure subjekt der wereld was1 en dat het op- en ondergaan der zon van zijn denken afhing1 vertoont de nieuwe moraliteit als karikatuur4 ,maar ,faust zal innerlijk rijpen en zich van de idee van orde en wet doordringen1 opdat zijn streven niet romantisch zij4 ,het altijd-durende streven gaat verloren1 zoo daaraan de rust der zelfbeheersching ontbreekt2 de fantasie vindt willekeurige slingerwegen maar niet den weg tot het doel4 ,zoo moet het streven zich scholen door de schoonheid1 die niet anders is dan de evenredigheid en algemeene orde der wereld4 ,griekenland heeft de wereld als kosmos opgevat4 ,de schoonheidszin is uit ,griekenland geboren4 ,overal liggen zijne voorteekenen verspreid3 ,indi1 ,egypte1 ,assyri1 ,babel1 ,isral1 ,phoenici1 ,germani zijn vol voorteekenen die de geboorte van den schoonheidszin aanzeggen2 maar eerst ,hellas heeft de schoonheid geweten en het vormelooze verworpen voor de erkenning van harmonie en maat4 ,eerst ,hellas heeft dit inzicht tot beginsel eener geheele kultuur gemaakt4 ,dit is dus de vrucht van ,faust's scholing door de klassieke kultuur1 dat hij leert innerlijk maatvol zijn1 en dat zijn strevende werkzaamheid daardoor planmatig en doelmatig wordt4 ,maar het huwelijk met ,helena is leerschool en niet meer4 ,evenmin als een leerschool is het tot bestendigheid beschikt4 ,zal ,faust tot uitvoering der zedelijke daad komen1 dan moet dit huwelijk achter hem liggen1 al is ook de leering1 daarin ondergaan1 van blijvende beteekenis4 ,zoo zien wij ,helena aan ,faust's armen ontzinken4 ,wat zij hem verwekt heeft is de pozie4 ,immers deze is niet anders dan maatvolle gedachte en ,goethe noemt haar ,euforion4 ,voor hem was de pozie niet een kunstvol spel1 maar een innerlijk vermogen1 om het leven en de werkelijkheid als een kunstwerk te zien en te beleven2 zij was hem een scheppende macht1 die zich uitte in denken en doen4 ,zal ,faust tot zedelijken werker worden1 dan moet hij door de pozie bezield zijn tot dienst aan de wereldorde en door haar tot maatvolle wijsheid zijn bekwaamd4 ,deze vrucht zal blijken1 wanneer de huwelijkstijd met ,helena voorbij is2 tijdens het huwelijk zal zij hem verschijnen als lichtende beeld4 ,de lichtende gestalte ,euforion1 in het huwelijk van ,faust en ,helena verwekt1 blinkt voor beider verwonderde oogen1 maar gaat als een meteoor voorbij1 waarna ook ,helena's oogenblik van verscheiden is gekomen4 ,wanneer zij aan ,faust ontzinkt1 blijven als aandenken1 kleed1 mantel en lier achter4 ,dit beteekent dat de nieuwe zedelijkheid de sporen bewaart van hare scholing in de klassieke kultuur1 maar dat zij toch een andere is1 zelfstandig1 en uit haar leerschool is verrezen als een vrije macht1 stichtster harer eigen beschaving4 #f4 ,stichting eener vrije wereld4 ,waarde en ontoereikendheid der zedelijke daad4 ,het oneindig streven1 ,germaansch van oorsprong maar geadeld in de leerschool der klassieke beschaving2 de zedelijke zelfbetooning1 door het besef van maatvolle orde verhelderd--ziehier den weg van ,faust3 op deze wijze zal hij zijn ,mefistofeles te boven komen4 ,maar waarin bestaat het dat ,faust ,mefisto te boven komt8 ,indien hij in het zedelijk streven1 dat toch ook naar bepaalde doeleinden uitgaat bevredigd wordt1 is dan de oneindige drang1 deze richting naar het ,absolute1 niet tch verloochend8 en wie heeft dan overwonnen3 ,faust1 die beweerde met niets te zullen bevredigd zijn1 of ,mefisto die daar al te gemakkelijken raad op wist8 ,ziehier de vraag1 die de ontknooping van het ,faust-drama beheerscht4 ,de zedelijke daad1 die ,faust uitvoert is grootsch1 bovenal zoo zij in haar symbolische beteekenis doorzien wordt4 ,mijn oog was gericht1 zoo spreekt ,faust1 naar de hooge zee2 zij zwol op om in zichzelve omhoog te streven--dan zonk zij in en schudde haar golven om daarmede de breedte der vlakke oevers te bestormen4 ,en dat verdroot mij1 gelijk de overmoed door zijn hartstochtelijk opgezweepten zin den vrijen geest1 die slechts het recht waardeert1 ergert4 ,ik achtte het toeval1 scherpte mijn oog3 de golf stond op en rolde dan terug1 trok weg van het trotsch bereikte doel2 het oogenblik komt en hij herhaalt zijn spel4 ,dan sluipt hij weer aan op duizend plaatsen1 de onvruchtbare1 om overal onvruchtbaarheid uit te strooien4 ,het is een zwellen en toenemen en uitstorten over het woeste gebied1 en dan weder terugtrekken en er is niets volvoerd4 ,mij beangstigt dit schouwspel tot vertwijfeling2 doellooze kracht van bandelooze elementen6 ,hier waagt mijn geest het boven zijn macht te streven3 hier wil ik strijden en hier wil ik overwinnen6 ,en dit is mogelijk3 zoo vloedend als zij is1 golft de zee langs elken heuvel heen2 al beweegt zij zich nog zoo overmoedig3 een geringe opgeworpen hoogte weerstaat haar trots en een geringe diepte trekt haar machtig tot zich neer4 ,toen heb ik snel in mijn geest het plan gevormd3 verwerf het kostelijk genot om de heerschzuchtige zee van den oever af te sluiten1 het gebied dier vloeiende massa in te krimpen1 en haar diep binnenwaarts terug te dringen in haarzelf4 ,van schrede tot schrede heb ik mij het plan voor den geest geroepen3 dit te volvoeren is mijn wensch1 waag het de uitvoering te bevorderen4 ,faust wil de zee aan banden leggen en het onvruchtbaar zeegebied herscheppen tot vruchtbaar land2 daar wil hij een door menschen veroverde woonplaats stichten1 een vrijen grond voor een vrij volk1 dat zich in vrije werkzaamheid oefent4 ,het veld zal vruchtbaar zijn1 een land als een paradijs2 laat aan zijn buitenkant de vloed den dijk bestormen3 de samenwerking eener schare is haastig bereid om de kleinste scheur te versperren4 ,de symboliek dezer ,faustische daad is duidelijk3 de zee is de negatie der vruchtbare aarde2 terwijl deze uit een onbegrensden levensdrang het leven voortbrengt1 plant1 dier en mensch ontspruiten doet1 en uit haar schoot de delfstoffen opwerpt--doet de zee niets dan verzwelgen2 in haar diepte schuilen monsters en de kolk van gevaar blijft zij voor ieder1 die zich op haar bedriegelijke vlakten waagt4 ,de zee is het verstorend element2 zij is de ,mefistofeles in de aardsche schepping2 van den oer-chaos overgebleven4 ,nu zal ,faust de zee terugdrijven4 ,zinrijke daad6 ,ziehier het heilswerk1 in eigen geestelijke vrijheid uitgedacht en volvoerd1 geheel anders dan de goede werken voorgeschreven door een gekodificeerde moraal4 ,deze daad beteekent ,faust's overwinning over ,mefistofeles4 ,een bekoorlijk tafereel schildert het welslagen dezer daad van ,faust3 een vroeger schipbreukeling1 eenmaal aan deze kust gespoeld en verpleegd in de hut van ,philemon en ,baucis zoekt nu1 jaren later1 zijn weldoeners op1 en aanschouwt van hun in 't duin gelegen woonplaats af1 geen zee maar een vruchtbaar land3 hetgeen u grimmig mishandeld heeft1 de zee met haar schuimend wilde golven1 ziet gij in een tuin herschapen3 een tafereel als een paradijs6 ,koene knechten van verstandige heeren groeven en dijkten de zee in1 verminderden haar rechtsgebied en werden heerscher in hare plaats4 ,zie toch hoe weide naast weide groent1 beemd1 tuin1 woud en dorp6 rechts en links over groote uitgestrektheid is het gebied dichtbevolkt6 ,maar is ,faust nu voldaan8 en heeft in deze daad zijn oneindige drang1 d4 i4 zijn drang naar het ,oneindige vervulling gevonden8 ,indien ja1 dan is eenerzijds ,mefistofeles overwonnen1 omdat niet in de verlokkingen van dezen1 maar in ,faust's eigen gevonden en geschapen taak zijn drang vervuld is4 ,mefisto heeft ,faust in de wildernis gevoerd44 ,nu heeft hij zelf uit de wilde zee een bewoonbaar en vruchtbaar land geschapen6 ,anderzijds heeft toch ,faust een voldoening gevonden beneden het ,oneindige4 ,eenmaal heeft hij het wezen der wereld gezocht met het denkend intellekt2 de magie is door hem te hulp geroepen2 hij heeft den dood gewild om langs dezen weg in de eeuwige waarheid in te dringen2 diep en ontroerend was de klacht over zijn onvermogen2 in zijn ongeleschten kendorst dreigde hij te zullen bezwijken1 en heeft gezworen dat niets hem ooit zou bevredigen3 zal ik ooit gerustgesteld mij neerleggen op het bed der ledigheid1 dan zij het tegelijk met mij ten einde2 kunt gij mij zoo beliegen dat ik mijzelf behaag1 mijn laatste dag zij aangebroken2 zal ik tot het oogenblik spreken3 blijf toch want gij zijt schoon genoeg1 dan wil ik te gronde gaan4 ,faust is voldaan4444 maar zo dat hij het niet is4 ,dat is3 hij heeft de daad gedaan die de meest zuivere omzetting is van zijn oneindigen drang in de aardsche omgeving4 ,maar deze daad is op elk oogenblik nog slechts een betrekkelijke uitdrukking van zijn drang1 en om haar volledig te denken1 denkt hij haar verlengd in het toekomstige4 ,bovendien3 aan het werk zelf heeft ,mefistofeles deel en zoo is het een onvolkomen werk4 ,wat dit laatste aangaat3 in het werk mengt zich onrecht2 dus houdt het een bewijs zijner onvolmaaktheid in4 ,de ,faust-dichter schildert deze ongerechtigheid in den aanval van ,mefisto met drie gevaarlijke gezellen op het huisje van ,philemon en ,baucis4 ,faust ergert zich aan het oud-modisch klokgebengel1 waarme deze oudjes nog steeds den verleden tijd dienen4 ,hij heeft hun in 't nieuwe gebied een beter woning en welvarender landgoed aangeboden2 maar vond slechts weigering4 ,mefisto volgt ,faust's wenk op eigen manier en4444 de hut gaat in vlammen op1 terwijl de bewoners omkomen4 ,voor ,faust geeft deze handeling stof tot bepeinzing4 ,ook de werken van zedelijke bezieling1 naar bepaalde doeleinden uitgaand1 kunnen de eeuwigheidswaarde van den mensch niet vervangen2 zij zijn eindige grootheden1 heilzame doch begrensde gewrochten en zij houden den mensch binnen zijn eindige levensvoorwaarden besloten4 ,evenmin als de opstapeling der wetenschappelijke resultaten1 bereikt de vermenigvuldiging der zedelijke daden het eeuwige4 ,waar de ,wagners juichen zijn de ,fausten onvoldaan4 ,dat de zedelijke handelingen den mensch niet vergoddelijken bewijst het onrecht dat ongewild ook daarin binnensluipt4 ,toch heeft ,faust zijn weg gevonden4 ,maar de weg is niet het doel1 doch het middel4 ,na de scholing door de oude kultuur heeft hij in een nieuwe zedelijkheid zich tot het hoogste voorbereid4 ,nog is1 gelijk wij zagen1 ,mefistofeles niet geheel overwonnen4 ,in beginsel is zijn macht over ,faust gebroken1 hierme dat ,faust in de zedelijke daad zijn ware zelf verwerkelijkt4 ,niet meer leider maar dienaar van ,faust is hij1 maar ook in deze verhouding is hij nog de medgezel4 ,weldra doet zich het verstorend element zijns persoons aan ,faust gelden2 want reeds in den proloog in den hemel is deze onontkoombare waarheid over hen uitgesproken3 de mensch dwaalt zoolang hij streeft4 ,voor den strevenden mensch is er geen mogelijkheid om de negatie1 de verstoring1 het kwaad1 den ,mefistofeles te niet te doen--zoolang hij streeft4 ,maar in beginsel is hij1 zoodra zijn strevenden wil zich verheft1 hem te boven4 ,nu nadert tot den oud geworden ,faust een gestalte1 die lang afwezig is gebleven1 maar toch op hem geloerd heeft zoolang ,mefisto met hem ging3 de ,zorg4 ,is iemand hier8 vraagt ,faust4 ,de vraag vereischt een ja1 antwoordt zij4--,en gij wie zijt gij dan8--,ik ben nu hier4--,verwijder u6--,ik ben ter rechter plaats4--,neem u in acht6 zegt ,faust1 en spreek geen tooverwoord6 ,en zij3 al zou mij geen oor vernemen1 toch weerklink ik in de harten2 op wegen1 op de zeetochten ben ik de steeds beangstigende medgezel4 ,steeds gevonden1 nooit gezocht1 ik wordt gevleid en gevloekt4 ,hebt ge nooit de zorg gekend8 ,uw macht erken ik niet roept ,faust haar toe1 maar zij blaast haar adem over hem uit en ,faust wordt blind4 ,hij buigt zich niet voor de tegenstandster1 zooals hij zich niet buigt voor ,mefistofeles2 hij is zichzelf en handelt uit aansporing van zijn eigen wezen1 maar tegelijk vervult hem zijn grootsche daad met onbevredigdheid4 ,nog heb ik mij niet opgeworsteld tot de vrijheid roept hij uit2 en3 de mensch doorreize zijn aardschen dag2 als geesten spoken ga hij zijn vrijen gang4 ,in het voortschrijden vinde hij smart en geluk1 hij1 onbevredigd elk oogenblik4 ,de beperktheid van zijn kunnen en het te-kort van zijn zedelijk streven wordt aan den mensch te ondervinden gegeven door de macht1 die zich tegenover hem stelt4 ,maar in zichzelf vindt hij zijn streven en de geestelijke kracht1 die hem daarbij geleidt4 ,faust wordt door de zorg weerstaan1 maar in zichzelf beseft hij den aandrang tot voortzetting zijner grootsche daad en voor zijn innerlijke oogen spiegelt het vizioen der voltooiing4 ,terwijl ,mefisto's gezellen bezig zijn het graf te delven1 waarin hij ,faust hoopt te vangen1 7want vernietiging acht hij het einde ook van dit leven71 hoort de blindgeworden strever in het geklank der spaden het werk der arbeiders1 die hij geroepen heeft4 ,immers een kanaal graven zij om een moeras af te leiden en aldus de gezondheid der streek voor haar bewoners te verhoogen8 ,het volk dat hier in vrijheid woont1 zal zich uitbreiden4 ,het gevaar kennend en afwerend zal jeugd1 manschap en grijsheid hier zijn lange leven in noeste werkzaamheid volvoeren6 ,deze gedachte is het die ,faust vervult en als vizioen voor zijn blinde oogen zweeft1 en in het licht daarvan roept hij uit3 nu waag ik tot het oogenblik te zeggen3 blijf1 want gij zijt schoon genoeg4 ,in aeonen kan het spoor van mijn aardsche dagen niet vergaan4 ,in het voorgevoel van zulk verheven geluk1 geniet ik thans het hoogste oogenblik4 ,deze woorden zijn de laatste en ,faust zinkt stervend op den grond4 ,dat hij de weddenschap met ,mefistofeles slechts naar den klank des woords verloren heeft1 is duidelijk4 ,hij zelf1 aan ,mefisto ontgroeid1 is van hem vrijgekomen4 ,hij heeft zijn oneindig wezen tegen den ondergang bewaard4444 maar niet verwerkelijkt4 ,het zedelijke streven is niet het hoogste bereik der menschelijke persoonlijkheid4 ,wiens geest altijd strevend werkzaam is1 dien kunnen wij verlossen zal van ,faust gelden3 dat de zedelijke streving zelve de voltooiing van het menschelijk bestaan inhoudt1 is daarmee niet gezegd6 ,v ,,faust',s ,,voleindiging #a4 ,de liefdemacht4 ,god en mensch4 ,overschrijding der begrensdheid4 ,god kennen is de hoogste deugd leert ,spinoza4 ,dit hoogste noemt hij summa virtus1 hetgeen nog iets anders beteekent dan hoogste nl4 toppunt der deugd4 ,het begrip hoogste duidt aan iets betrekkelijks1 zijnde de uitkomst eener vergelijking2 het beteekent niet1 dat het ng-hoogere is uitgesloten2 slechts over het thans-voorhandene doet het uitspraak4 ,maar toppunt beteekent het logisch uiteinde der opstreving1 waarbij het ng-hoogere niet gedacht kan worden4 ,hier is het streven ten einde in zijn bereikte doel4 ,de oude zedelijkheid erkende niet dat het geestesleven zijn 7natuurlijke7 voltooiing had in de eenheid met ,god en op deze eenheid was aangelegd4 ,zij geloofde aan de tegenstelling tusschen mensch en ,god 7door de zonde7 en hoopte te eindigen bij een verzoening4 ,dit is de oude religie1 die uitgaat van het zondebesef1 en met alle middelen de overtuiging hunner onwaardigheid bij de menschen aankweekt4 ,maar de ware religie1 die zoo oud is als de beschaving1 al bleef ze in het verborgen1 beleed de fundamenteele identiteit des menschen met ,god 7zooals de zonnestralen fundamenteel n zijn met de zon7 en erkent dat in de bewuste eenheid met ,god het leven tot zijn waarheid is gekomen4 ,deze eenheid met ,god is een verheffing des bewustzijns1 waarin het betrekkelijke is overwonnen2 zij is onze vereeniging1 die door de mystische denkers zelfs vergoding 7theosis7 is genoemd4 ,de religieuze zielkunde handelt over haar in een diepzinnig hoofdstuk en het is deze vergoding als een voleindiging van het geestesleven1 welke de ,faust-dichter in de slot-scne van het gedicht heeft in beeld en klank en woord gebracht4 ,in haar is geen ,mefistofeles die het bewustzijn der oneindigheid tracht af te leiden of uit te dooven4 ,een bergwand rotsachtig met kloven en met bosch begroeid2 niet bewoond dan door eenige kluizenaars2 een geest van diepe geheimzinnigheid hangt daar2 de berg is in lagere en hoogere gebieden verdeeld2 geestelijke wezens zweven af en aan1 en een koor van zalige knapen beweegt zich kringvormig om den hoogsten top2 engelen van mindere en van meerdere volmaking gaan zingend om1 terwijl zwevend de ,mater gloriosa nadert op den aanroep van haar grootsten vereerder4 ,zalige vrouwen onder wie eene 7weleer ,gretchen genoemd7 aanbidden haar1 terwijl het onsterfelijk deel van ,faust door ,engelen wordt opwaarts gedragen en het geheele tafereel met een mystisch koor eindigt1 waarin de eeuwigheid als voltooiing van den tijd bezongen wordt4 ,dit alles heeft de beteekenis van aanwijzing van een hoogere werkelijkheid4 ,deze berg is onttrokken aan de aardsche natuur en natuurwet2 de wezens1 die er vertoeven1 zijn in zwevende beweging en de geheele berg is een heilige schuilplaats der liefde4 ,ook het streven en de zedelijke strijd bestaan hier niet4 ,wat in de wereld niet geldt1 geldt hier3 het is de almachtige ,liefde die alles vormt en alles koestert4 ,in deze sfeer wordt het wonder voltrokken der voleindiging van het geestesleven4 ,de voltooiing moge een logisch gevolg zijn van de voorafwerkende krachten1 zoodat het geestesleven uit zichzelf naar haar heenwijst--toch is haar werkelijkheid een nieuwe daad4 ,beter nog3 in de voltooiing komt aan het licht welke kracht in het geestesleven verborgen was3 de liefdekracht van ,god4 ,de zedelijke houding van ,faust was een strevende zelfwerkzaamheid1 en het is dit streven1 dat hem tot de volmaking voert 7wie altijd strevend werkzaam is1 dien kunnen wij verlossen zingen de engelen7--maar nu blijkt dat dit menschelijke streven nog een andere waarde heeft dan het streven van een mnsch te zijn3 het is de ervaarbare keerzijde der ,godskracht3 de eeuwige scheppingshandeling ,gods draagt het geheele leven1 gelijk zij draagt de geheele wereld en waar wj van zedelijk streven gewagen is 't in waarheid deze groote kracht1 die zich in menschen openbaart4 ,de groeikracht1 waarmee de plant zich uit den aardbodem opheft1 is niet haar speciale eigendom1 maar is de ,natuur zelve in haar werkzaamheid3 zoo is het niet anders dan de ,kosmische ,liefde1 die zich in ,faust voordeed en vermomde als zijn eigen strevende wil4 ,zoo lang de mensch nog in zijn streven is bevangen en de ,mefistofeles hem begeleidt1 weet hij niet anders of het is zijn eigen zedelijke natuur die handelt4444 maar dit wordt anders in de voleindiging4 ,ja dit is de voleindiging dat hij zich bewust is van de ,godskracht als zijn eigen wezen4 ,op eens aanschouwt hij in zich niet zijn eigen persoon1 maar het groote ,wezen4 ,dit is de ,godskennis waarvan ,spinoza zegt dat zij het einde is der deugd1 ,god schouwende met een helderheid als waarmee wij te voren van ons eigen streven bewust waren4 ,want de mensch leeft in het ,wereldgeheel en de geheele wereldorde1 die is de geest van ,god1 woont in hem4 ,deze is de eeuwige ,liefde die alle dingen vormt en in de voleindiging des levens hebben wij niet het partikuliere zelfbewustzijn1 maar het bewustzijn van ,god1 dat is van de eeuwige ,liefde4 ,wij zjn ons bewust van de ,oneindige ,tegenwoordigheid4 ,als de ,liefde van boven aan ons deelneemt roept de heilige schaar ons het welkom toe4 ,de ,pater ,seraphicus1 langs den berg zwevend1 roept op tot deze ondervinding3 ,stijgt opwaarts tot hooger gebied1 groeit ongemerkt1 want hier versterkt u de zuivere tegenwoordigheid van ,god4 ,dit is het voedsel der geesten1 regeerend in het vrije hemelruim2 dit is de openbaring der eeuwige ,liefde1 die zich in ons tot zaligheid ontvouwt4 ,de beteekenis van ,faust's oneindigen drang wordt nu verstaan3 wat hem drong is het ,oneindige zelf3 zijn strevende natuur is van den beginne aan niets anders geweest dan de oneindige kracht ,gods in haar menschelijke keerzij3 datgene waarvan de ,wagners onbewust waren1 werd door de ,fausten beseft2 maar met een vrbesef dat zich nu eerst tot levend inzicht voltooit4 ,nu eerst4444 ,de mensch streeft zoolang hij leeft en zoolang hij streeft dwaalt hij en is door ,mefistofeles vergezeld4 ,faust wordt voleindigd door den dood heen4 ,de ingang in het groote ,mysterie is de voorwaarde tot de voleindiging4 ,faust zelf heeft nog in zijn laatste levensstonde verzekerd1 dat het uitzicht naar boven hem is afgesloten en dus de kennis van het oneindige1 waarnaar hij tevoren zoo vurig smachtte1 niet verkregen is4 ,maar het onbekende is niet het onwerkelijke1 en gelijk hij eenmaal den dood heeft willen roepen om hem in het mysterie in te wijden1 zoo komt nu de dood met het mysterie en wijdt hem in4 ,slechts de dood geeft die zuivering waarbij de geest des menschen tot zichzelven komt1 de uitwendigheid der wereld aan de aandacht ontzinkt4 ,reeds is hij schoon en groot van heilig leven zingt over ,faust een schare van zalige knapen4 ,het zedelijk streven van den mensch is1 in zijn grond beschouwd1 niet eigen werk1 maar de ,godskracht in hare werkzaamheid2 want naar ons wezen zijn wij het ,algemeene1 en de ,geest des ,geheels heeft hier zijne inwoning4 ,het streven opwaarts is1 alzoo beschouwd1 de aantrekkingskracht die van boven werkt1 en de ,faust-dichter noemt deze aantrekkingskracht3 het eeuwig-vrouwelijke4 ,het eeuwig-vrouwelijke trekt ons opwaarts luiden de slotwoorden van het ,faust-gedicht3 ,das ewig-weibliche zieht uns hinan4 ,wat is de beteekenis dezer uitspraak8 ,naar ons voorkomt deze3 tot nu toe kenmerkt ,faust zich door de strevende werkzaamheid4 ,het streven is het eeuwig-mannelijke2 deze drang tot werken1 deze voortschrijdende daadkracht is de scheppende macht1 gewrochten voortbrengend en van den eenen tot den anderen arbeid voortgaand4 ,maar1 wie immer in strevende werking is dien kunnen wij verlossen2 hetgeen beteekent dat niet deze mannelijke gezindheid zelve de verlossing is3 in haar wordt ,mefistofeles geleidelijk overwonnen1 maar het eindpunt der overwinning wordt niet bereikt4 ,doch in 't einde moet de mensch inzien1 dat niet hijzelf1 dat is niet zijn individueele eigen-persoon1 de voleindiging toebereidt1 maar dat hij haar verwerft krachtens de ,godheid die zijne werkende macht is4 ,hij1 als eigenpersoon1 geeft zich over4 ,hier treedt het passieve moment in1 dat de aktiviteit bekroont4 ,wat hem tevoren werk toescheen schijnt hem nu rust4 ,daarom is de ,godheid in dit opzicht dat zij het geestesleven voleindigt1 voor hem niet de werkzame ,man1 maar degene in wien het werk ten einde is en bij wien de mannenkracht uitrust3 zijn tegendeel3 het eeuwig-,vrouwelijke4 ,man en ,vrouw1 ,mannelijkheid en ,vrouwelijkheid zijn symbolische namen en symbolische begrippen om de goddelijke werking aan te duiden4 ,in dit opzicht van ten einde zijn des werks en van overgave onzer persoonlijkheid aan den ,voleinder is het goddelijke vrouwelijk gedacht4 ,hier is een innigheid die tusschen man en man niet bestaat4 ,wat de ,middeleeuwen in de ,maria-dienst1 wat de ,griek in de ,aarde-moeder nabij was1 deze aflegging van den menschelijken eigen-wil en van het eigen-bewustzijn1 vindt ,faust in zijn opstijging1 aangetrokken door het eeuwig-,vrouwelijke der goddelijke ,liefde4 ,hier is niet bedoeld een onderdompeling in het onbewuste onzer zinnelijke natuur1 gelijk men heeft verklaard1 maar een opstijging boven het bepaalde bewustzijn van ons verstandelijk daglicht4 ,het menschenleven voleindigt zich door inkeer tot zijn grond2 het eindigt bij zijn aanvang4 ,het ,faust-gedicht begint in den hemel d4 i4 in de sfeer van ,god en vindt er zijn einde4 ,in het einde is de eeuwige ,dag aangelicht4 ,de eerste ,dag van ,faust was het vale1 voorbijgezwoegde tijdperk zijner vergeefsche inspanning1 eindigend in de klacht4 ,daarna de avond met mysterieuse diepten en zinnelijkheid en eindelijk de voornacht bespookt door wroeging en verwijt4 ,deze eerste ,dag is het eerste ,deel des gedichts4 ,de na-nacht brengt kalmte en geeft den strever geestes-rust4 ,nu verschijnt de nieuwe ,morgen van arbeid1 de morgen van het groote streven en deze morgen geeft zich over aan den ,eeuwigen ,dag4 ,in dien ,nieuwen ,dag der goddelijke ,tegenwoordigheid is de ,drang naar het ,absolute bevredigd4 #a ,,inhoud ,,woord ,,vooraf ,i ,,de ,,klacht ,,van ,,faust3 #a4 ,de famulus ,wagner1 de begrensde mensch #b4 ,wetenschap is herleiding tot het ,onbegrepene #c4 ,faust zoekt ontkoming bij de magische fantasie #d4 ,faust's klacht herhaald 7verschijning van den ,aardegeest7 ,,ii ,faust en ,mefistofeles3 #a4 ,het eeuwige in den mensch 7de proloog in den ,hemel7 #b4 ,de verstorende macht4 ,het noodwendige ,tegendeel in wereld en leven4 ,mefistofeles #c4 ,mefistofeles3 ontkenning en ironie #d4 ,de weddenschap van ,faust en ,mefistofeles ,,iii ,,faust ,,in ,,de ,,wildernis3 #a4 ,zelfverlies in den zinnenlust #b4 ,de onmacht van ,mefistofeles 7,faust in ,mefisto's leiding7 ,,iv ,,de ,,weg ,,van ,,faust3 #a4 ,de nacht van uitrusten voor den nieuwen morgen #b4 ,de nieuwe zedelijkheid 7zedelijk streven en zelfbevrijding47 #c4 ,het besluit tot daden #d4 ,de klassieke beschaving als leerschool2 geestelijke vorming2 de idee der schoonheid #e4 ,het huwelijk van ,faust en ,helena4 ,harmonie en maat #f4 ,stichting eener vrije wereld4 ,waarde en ontoereikendheid der zedelijke daad4 ,het einde van ,faust's streven ,v ,,faust',s ,,voleindiging3 #a4 ,overschrijding onzer begrensdheid in de religie2 de goddelijke ,liefdemacht2 de overgave ,,aanteekening #a ,verg4 ,dr4 ,j4 ,d4 ,bierens de ,haan1 ,dante's mystische reis 7,amsterdam1 #aiad71 ,hoofdstuk ,,xiii1 ,het kristallijnen bewustzijn en ,idee-studies 7,amsterdam #b;de druk #aiac73 ,de geestelijke ontroering2 en3 door de ,rede tot de ,aanschouwing4